Chapter 28

Het kan misschien verwondering wekken, dat in de voorafgaande bespreking van de prostitutie nauwelijks een woord gezegd is over venerische ziekten. In de oogen van vele menschen is de kwestie der prostitutie eenvoudig de kwestie van syphilis. Maar van het psychologisch standpunt, dat ons hier direct aangaat, evenals van het moreele, waarmee we indirect wel bekend moeten zijn, kan de kwestie der ziekten, die verbonden kunnen zijn en ook zoo dikwijls verbonden zijn met de prostitutie, niet in de eerste plaats van beteekenis zijn. De twee kwesties zijn, hoe nauw ze ook met elkaar in verband mogen staan, in hun grondslag verschillend. Niet alleen zouden venerische ziekten blijven bestaan, al was de prostitutie volkomen verdwenen, maar, aan den anderen kant, als we syphilis op dergelijke wijze aan contrôle onderworpen hadden, als de eenigszins er mee verwante ziekte, lepra, dan zou het probleem der prostitutie nog blijven bestaan.Toch is het nauwelijks mogelijk, zelfs van het standpunt dat we hier innemen, de kwestie der venerische ziekten buiten beschouwing te laten, want de psychologische en moreele gezichtspunten van de prostitutie, en zelfs de geheele kwestie der sexueele verhoudingen, ondervinden, tot zekere hoogte, den invloed van hetbestaan van de ernstige ziekten, dievooraldoor sexueelen omgang verspreid worden.Fournier, een van de leidende autoriteiten op dit gebied, heeft terecht gezegd, dat syphilis, alcoholisme en tuberculose de drievoudige pest is van den tegenwoordigen tijd. In een veel vroegeren tijd (1851) had Schopenhauer inParerga en Paralipomenade meening geuit, dat de twee dingen, die het moderne maatschappelijk leven onderscheiden van dat van de oudheid, het ridderlijk eergevoel en de venerische ziekten zijn; te zamen, voegde hij er aan toe, hebben zij het leven vergiftigd en een vijandig en zelfs duivelsch element ingevoerd in de verhoudingen der seksen, dat indirect invloed heeft geoefend op alle andere maatschappelijke verhoudingen1. Het is als een koopwaar, zegt Havelburg van de syphilis, die de beschaving overal heen gevoerd heeft, zoo dat maar zeer weinige afgelegen landen van den aardbol (zooals Centraal Afrika en Centraal Brazilië) er tegenwoordig vrij van zijn2.Het is ongetwijfeld waar, dat in de oudere beschaafde landen de uitingen van syphilis, hoewel ze nog ernstig zijn en een oorzaak voor de physieke ontaarding van het individu en het ras, minder ernstig zijn dan ze waren, zelfs maar een generatie geleden3. Dit is gedeeltelijk het resultaat van vroegere en betere behandeling, voor een deel is het mogelijk het resultaat van het syphilitisch worden van het ras, daar een zekere mate van immuniteit nu een geërfd bezit geworden is, hoewel we toch in de herinnering moeten houden, dat een aanval van syphilis niet noodzakelijk immuniteit met zich brengt tegen den werkelijken aanval van de kwaal, zelfs bij hetzelfde individu. Maar we moeten er aan toevoegen, dat, ook al is ze minder ernstig geworden, de syphilis, in de meening van velen, toch nog bezig is zich uit te breiden, zelfs in de voornaamste centra der beschaving; dit heeft men evenzeer opgemerkt in Parijs als in Londen4.Volgens de meening, die tegenwoordig algemeen begint te heerschen, is syphilis naar Europa overgebracht aan het einde van de vijftiende eeuw door de eerste ontdekkers van Amerika. In Seville, de voornaamste Europeesche haven voor Amerika, was ze bekend als de Indische ziekte, maar toen Karel VIII en zijn leger ze in 1495 het eerst naar Italië overbrachten, werd ze de Gallische ziekte genoemd, hoewel deze connectie met de Franschen alleen maar toevallig was; “een monsterachtige ziekte”, zeide Cataneus, “die in vorige eeuwen nooit gezien is en onbekend is in de geheele wereld”.De synoniemen voor syphilis waren eerst ontelbaar. Ferrara gaf in zijn Latijnsche gedichtSyphilis sive Morbus Gallicus, geschreven vóór 1521, en uitgegeven in Verona in 1530, eindelijk aan de ziekte den naam, die er nu algemeen voor aangenomen is, waarbij hij ter verklaring van de herkomst ervan een romantische sage uitvond.Hoewel men tegenwoordig vrij algemeen schijnt te gelooven, dat de syphilis uit Amerika naar Europa is overgebracht, bij de ontdekking van de Nieuwe Wereld, is het eerst in de allerlaatste jaren geweest, dat deze meening grond gewonnen heeft; het schijnt zelfs nu niet eens zeker, dat, wat de Spanjaarden uit Amerika mee terug brachten, werkelijk een ziekte was, die geheel nieuw was in de Oude Wereld, en niet een krachtiger vorm van een oude ziekte, waarvan de uitingen goedaardig geworden waren. Buret, bij voorbeeld, (Le Syphilis Aujourd’hui et chez les Anciens, 1890), die eenige jaren geleden tot de diepe overtuiging kwam, dat“syphilis dateert van de schepping van den mensch”, en die uit een nauwkeurige studie der klassieke schrijvers tot het geloof gekomen was, dat syphilis in Rome al bestond onder de Caesars, meende, dat ze op verschillende plaatsen en op verschillende tijden uitgebroken was, en dat ze in epidemische uitbarstingen verschillende combinaties vertoonde van haar verschillende symptomen, zoo dat ze op gewone tijden voorkwam zonder opgemerkt te worden en op de tijden van meer intense uiting beschouwd werd als een tot dusverre onbekende ziekte. Zoo werd er in de klassieke tijden gemeend, denkt hij, dat ze uit Egypte kwam, hoewel hij Azië voor haar werkelijk tehuis hield. Leopold Glück heeft ook passages aangehaald (Archiv für Dermatologie und Syphilis, January 1899) uit de medische epigrammen van een dokter uit de zestiende eeuw, Gabriel Ayala, die verklaart, dat syphilis niet werkelijk een nieuwe ziekte is, hoewel er gewoonlijk gemeend wordt, dat ze dat is, maar een oude ziekte, die met tot dusverre onbekende kracht uitgebroken is. Er is echter geen enkele overtuigende reden, om te gelooven, dat syphilis in de klassieke oudheid bekend was. A. N. Notthaft (“Die Legendevonder Althertums-syphilis”, in het RindfleischFestschrift, 1907, pp. 377–592) heeft critische nasporingen gedaan naar passages in klassieke schrijvers, waarvan Rosenbaum, Buret, Proksch en anderen meenden, dat ze sloegen op syphilis. Het is volkomen waar, geeft Notthaft toe, dat vele van deze passages misschien wel op syphilis zouden kunnen slaan, en dat een of twee zelfs beter zouden passen op syphilis dan op eenige andere ziekte. Maar over het geheel leveren zij in het geheel geen bewijs en geen syphiloloog, besluit hij, is er ooit in geslaagd te demonstreeren, dat syphilis in de oudheid bekend was. Dat geloof is een mythe. Het meest verpletterende bewijs er tegen is, zooals Notthaft zegt, het feit, dat, hoewel er in de oudheid groote medici waren, die nauwkeurige waarnemers waren, niet een van hen een beschrijving geeft van de primaire, secundaire, tertiaire en aangeboren vormen van deze ziekte. China wordt dikwijls vermeld als het oorspronkelijke tehuisvan de syphilis, maar dit geloof is geheel zonder grond, en de Japansche medicus, Okamura, heeft aangetoond (Monatschrift für praktische Dermatologie, deel XXVIII, blz. 296et. seq.) dat Chineesche verhandelingen niets over de syphilis melden vóor de zestiende eeuw. In de Parijsche Academie voor Geneeskunde werden in 1900 door Fouquet photografieën gedemonstreerd van menschelijke overblijfsels, die dateeren van 2400 voor Christus, die veranderingen in het beenderenstelsel vertoonen, die duidelijk syphilitisch schenen te wezen; Fournier echter, een van de grootste autoriteiten, meende, dat de diagnose van syphilis niet kon volgehouden worden, voordat andere toestanden, die dergelijke veranderingen in het beenderenstelsel hadden kunnen teweeg brengen, geëlimineerd waren (British Medical Journal, September 29, 1900, p. 946). In Florida en verschillende deelen van Centraal Amerika, op ongetwijfeld vòor den tijd van Columbus stammende begraafplaatsen, zijn zieke beenderen gevonden waarvan goede autoriteiten verklaard hebben, dat ze niet anders dan syphilitisch konden zijn (b.v.British Medical Journal, November 20, 1897, p. 1487), hoewel we kunnen opmerken, dat nog kort geleden, in 1899, de voorzichtige Virchow constateerde, dat de syphilis van vóor den tijd van Columbus voor hem nog een open kwestiewas(Zeitschrift für Ethnologie, Deel 2 en 3, 1899 p. 216). Aan den anderen kant toont Seler, de bekende autoriteit over de Mexikaansche oudheid aan, dat de oude Mexikanen een ziekte kenden, die, zooals zij haar beschreven, wel syphilis had kunnen wezen. Het blijkt echter duidelijk, dat, terwijl de moeilijkheid om zieke beenderen te demonstreeren in Amerika wel even groot is als in Europa, de demonstratie toch, hoe volkomen ze ook zijn mag, niet voldoende zou zijn om aan te toonen, dat de ziekte niet ook reeds bestond in de Oude Wereld. De plausibele theorie van Ayala, dat de syphilis van de vijftiende eeuw een hevig optreden was van een oude ziekte is in de meer moderne tijden herhaaldelijk weer in het leven geroepen. Zoo denkt J. Knott (“The Origin of Syphilis”New York Medical Journal, October 31, 1908), dat hoewel ze niet nieuw was in het Europa van de vijftiende eeuw, ze toen nieuw ingevoerd werd in een vorm, die ernstiger geworden was doordat ze van een erotisch ras kwam, zooals men meent, dat dikwijls het geval is.Het was in de achttiende eeuw, dat Jean Astruc het geloof begon te herstellen, dat syphilis werkelijk een betrekkelijk moderne ziekte is van Amerikaanschen oorsprong, en sindsdien hebben vele autoriteiten van gewicht hun instemming met dit gezichtspunt betuigd. Aan de energie en de bekwaamheid van Dr. Iwan Bloch, uit Berlijn (het eerste deel van zijn belangrijk werk,Der Ursprung der Syphilis, werd uitgegeven in 1901) danken wij de volledige samenstelling van het materiaal, dat het bewijs levert voor den Amerikaanschen oorsprong van de syphilis. Bloch beschouwt Ruy Diaz de Isla, een beroemd Spaansch medicus, als de voornaamste getuige voor den Indischen oorsprong van de ziekte, en besluit, dat ze naar Europa overgebracht werd door de mannen van Columbus, uit Midden Amerika, meer speciaal van het eiland Haiti, naar Spanje in 1493 en 1494, en onmiddellijk daarna door de legers van Karel VIII als epidemie verspreid werd over Italië en de andere landen van Europa.We kunnen hieraan toevoegen, dat, zelfs als we de theorie moeten aannemen, dat de centrale streken van Amerika de plaats zijn van den oorsprong der Europeesche syphilis, we toch nog moeten erkennen, dat de syphilis zich op het vasteland van Noord-Amerika zeer veel langzamer verspreid heeft dan in Europa en ook meer gedeeltelijk, en zelfs tegenwoordig zijn er Amerikaansche Indiaansche stammen, onder wie ze onbekend is. Holder heeft op grond van zijn eigen ervaringen onder Indianen en van informaties door bemiddeling van verschillende medici een statistiek gemaakt die aantoont, dat van ongeveer dertig stammen en groepen van stammen, achttien bijna of geheel vrij waren van venerische ziekten, terwijl onder dertien ze zeer veel voorkwamen. Bijna zonder uitzondering weigeren de stammen, waar syphilis weinig voorkomt ofonbekend is, sexueelen omgang aan vreemdelingen, terwijl zij, onder wie zulke omgang meer voorkomt, moreel laks zijn. Het zijn de blanken, die de bron zijn van infectie onder deze stammen (A. B. Holder, “Gynecic Notes Among the American Indians”,American Journal of Obstetrics1892, No. 1).Syphilis is een, maar zeker de belangrijkste, van een groep van drie geheel verschillende “venerische ziekten”, die eerst in den laatsten tijd onderscheiden zijn, en wat hun juisten aard en oorzaak aangaat inderdaad eerst nu beginnen begrepen te worden, hoewel twee er van zeker in de oudheid bekend geweest zijn. Het is eerst zeventig jaar geleden, dat Ricord, de groote Fransche syphiloloog, die na Bassereau kwam, het eerst de volkomen onafhankelijkheid verkondigd heeft van de syphilis, zoowel van gonorrhoe als van weeke schanker, terwijl hij tevens duidelijk de drie stadiën uiteengezet heeft, het primaire, het secundaire en het tertiaire, in welke de syphilis meestal tot uiting komt, terwijl men van den vollen omvang van de tertiaire symptomen der syphilis tegenwoordig bijna nog niet op de hoogte is, en men eerst nu algemeen begint te beseffen, dat twee van de meest voorkomende en ernstigste ziekten van de hersenen en van het zenuwstelsel—algemeene verlamming en ruggemergstering of locomotorische ataxie—hun voornaamste, hoewel niet uitsluitende oorzaak vinden in het binnendringen van het vergif der syphilis vele jaren vroeger. In 1879 begon een nieuw stadium van meer nauwkeurige kennis van de venerische ziekten met de ontdekking van Neisser van den gonococcus, die de eigenlijke oorzaak is van de gonorrhoe. Deze werd een paar jaar later gevolgd door de ontdekking van Ducrey en Unna van den bacil van den weeken schanker, de minst belangrijke van de venerische ziekten, omdat de gevolgen ervan alleen maar plaatselijk zijn. Ten slotte, in 1905, nadat Metchnikoff den weg bereid had, toen hij er in slaagde syphilis over te brengen van mensch op aap, en Lassar, door inenting, van aap op aap—deed Fritz Schaudinn zijn groote ontdekking van de protozoïscheSpirochaeta pallida(sedertdiensoms genaamdTreponema pallidum), die nu algemeen beschouwd wordt als de oorzaak van de syphilis; daardoor ontdekte hij de schuilplaats van de gevaarlijkste en verraderlijkste vijanden van de menschheid5.Er is geen fijner vergif dan dat van de syphilis. Syphilis is niet, als kinderpokken of typhus, een ziekte, die een korten, plotselingen storm veroorzaakt, een hevigen strijd met de levenskrachten, waarin ze, zelfs zonder behandeling, meestal het onderspit delft, mits hetorganisme gezond is, terwijl ze weinig of geen sporen nalaat van haar verwoestingen,—neen, zij dringt dieper en dieper in het organisme door, ze leidt na verloop van tijd tot steeds nieuwe complicaties, en geen weefsel is veilig voor haar aanvallen. En zoo fijn is dit alles doordringende vergif, dat, hoewel de uitwendige verschijnselen ervan vatbaar zijn voor langdurige behandeling, het dikwijls moeilijk te zeggen is dat het vergif ten slotte volkomen gedood is6.Het enorme belang van de syphilis, en de voornaamste reden waarom het noodig is ze hier te beschouwen, ligt in het feit, dat de gevolgen ervan niet beperkt zijn tot het individu zelf, en zelfs ook niet tot de menschen aan wie hij het kan overdragen door besmetting, door aanraking in of buiten sexueele verhoudingen: ze tast de nakomelingschap aan en ze tast de teelkracht zelf aan. Ze grijpt mannen en vrouwen aan in de kracht van het leven, de voortbrengers van het komende geslacht, en leidt òf tot steriliteit òf tot onrijpe en ziekelijke producten van de conceptie. De vader alleen kan misschien syphilis op zijn kind overbrengen, zelfs als de moeder aan de besmetting ontkomt, en het kind, dat uit syphilitische ouders geboren is kan schijnbaar gezond ter wereld komen, om zijn syphilitischen oorsprong eerst na een periode van maanden of zelfs van jaren te openbaren. Zoo is syphilis waarschijnlijk een hoofdoorzaak voor den achteruitgang van het ras7.Zoowel bij het individu als bij zijn nakomelingschap vertoont de syphilis haar vernielende gevolgen op alle organen, maar voornamelijk op de hersenen en het zenuwstelsel. Er zijn, zooals Mott, een leidende autoriteit in deze zaak8, aangetoond heeft, vijf wijzen, waarop syphilis de hersenen en het zenuwstelsel aantast: (1) door moreelen schok; (2) door de gevolgen van het vergif in het teweegbrengen van anaemie en algemeene voedingsstoornissen; (3) door het veroorzaken van ontsteking van de vliezen en de weefsels van de hersenen; (4) door het veroorzaken van degeneratievan de arterie, die aanleiding geeft tot hersenverweeking, verlamming en dementia; (5) als een zeer voorname oorzaak van de para-syphilitische aandoeningen van algemeene verlamming en ruggemergsverlamming.Het is eerst in de laatste jaren, dat de medici de overwegende rol erkend hebben, die gespeeld wordt door verkregen of geërfde syphilis, bij het veroorzaken van algemeene verlamming, die in zoo ruime mate er toe medewerkt krankzinnigengestichten te vullen, en ruggemergsverlamming, hetgeen de belangrijkste ziekte is van het ruggemerg. Zelfs tegenwoordig kan men nauwelijks zeggen, dat er volkomen overeenstemming is betreffende het hooge belang van syphilis als factor in deze ziekten. Er kan echter weinig twijfel aan bestaan, dat in tenminste ongeveer vijf en negentig percent gevallen van algemeene paralyse syphilis aanwezig is9.Syphilis alleen is inderdaad geen voldoende oorzaak voor algemeene paralyse, want onder vele natuurvolken is syphilis zeer gewoon, terwijl algemeene paralyse zeer zeldzaam is. Het is, zooals Krafft-Ebing gewoon was te zeggen, syphilisatie en civilisatie, die tezamen werkende algemeene paralyse veroorzaken, misschien in sommige gevallen, naar er reden is om te meenen, op een nerveuzen bodem, die tot zekere hoogte erfelijk gedegenereerd is; dit blijkt uit het abnormaal veel voorkomen van aangeboren teekenen van degeneratie, die bij algemeene paralytici gevonden werden door Näcke en anderen. “Paralyticus nascitur atque fit”, volgens het gezegde van Obersteiner. Eens ondermijnd door syphilis, zijn de ontaarde hersenen niet in staat weerstand te bieden aan de rukken en den druk van het beschaafde leven, en het gevolg is algemeene paralyse, die naar waarheid beschreven is als “een van de vreeselijkste geesels van moderne tijden”.In 1902 nam de psychologische afdeeling van deBritish Medical Association, die de meest bevoegde autoriteit over deze zaak is, met algemeene stemmen een besluit, hetwelk beval, dat de aandacht van de wetgeving en verschillende publieke lichamen gevestigd zou worden op de noodzakelijkheid van onmiddellijk handelen, gezien het feit, dat “algemeene paralyse een zeer ernstige en veel voorkomende vorm van hersenziekte, mèt andere variëteiten van krankzinnigheid in ruime mate voortkomt uit syphilis, en duste voorkomen is”. Toch is nog geen enkele schrede in deze richting gedaan.De gevaren van de syphilis liggen niet alleen in haar macht en haar taaiheid, maar ook daarin, dat ze zooveel slachtoffers maakt. Het is moeilijk te constateeren hoeveel syphilis inderdaad voorkomt; maar in de verschillende landen zijn al veel gedeeltelijke nasporingen gedaan, en het is waarschijnlijk dat vijf tot twintig percent van de bevolking van Europa met syphilis besmet is, terwijl ongeveer vijftien percent van de syphilitische personen sterft aan oorzaken, die direct of indirect gevolgen van de ziekte zijn10. In Frankrijk heeft over het algemeen, naar een taxatie van Fournier, zeventien percent van de geheele bevolking syphilis gehad; in Toulouse constateert Andry, dat achttien percent van al zijn patiënten syphilitisch zijn, en in Kopenhagen, waar de aangifte verplicht is, zegt men, dat meer dan vier percent van de bevolking aan syphilis lijdt. In Amerika heeft een commissie van de Medical Society of New-York, als resultaat van een grondig onderzoek naar deze zaken gerapporteerd, dat in de stad New-York jaarlijks niet minder dan een kwart millioen gevallen van venerische ziekten voorkomen, en een toonaangevende dermatoloog uit New-York heeft geconstateerd, dat in de families van den beteren stand, die hij nauwkeurig kent, minstens een derde van de zoons syphilis gehad hebben. In Duitschland schat men, dat jaarlijks acht honderd duizend gevallen van venerische ziekten voorkomen, en aan de grootere universiteiten worden iederen collegetijd vijf en twintig percent van de studenten geïnfecteerd; venerische ziekten komen vooral onder studenten voor. Het jaarlijksch aantal mannen, dat in het Duitsche leger aan venerische ziekten lijdt is een derde van het geheele aantal, dat in den Fransch-Duitschen oorlog gewond is. Toch staat het Duitsche leger, wat de venerische ziekten aangaat, vrij hoog, vergeleken bij het Engelsche leger, dat meer syphilitisch is dan eenig ander Europeesch leger11. Daar het Engelsche legeruit beroepssoldaten bestaat en niet op algemeene dienstplicht berust, geeft het niet zoo’n juist beeld van het volk als het leger in landen, waar de een of andere vorm van dienstplicht bestaat. In een der Londensche ziekenhuizen kon worden vastgesteld, dat tien percent van de patiënten syphilis gehad had; dit beteekent waarschijnlijk een werkelijke verhouding van ongeveer vijftien percent, een hoog, hoewel niet een buitengewoon hoog aantal. Toch is het duidelijk, dat zelfs als het aantal werkelijk lager is dan dit, het nationale verlies in leven en gezondheid, in gebrekkig nageslacht en rasontaarding enorm en feitelijk onberekenbaar moet zijn. Zelfs in geld kan men het budget van venerische ziekten vergelijken met het algemeene budget van een groote natie. Stritch berekent, dat de onkosten voor de Engelsche natie aan venerische ziekten in het leger, de marine en de administratie alleen, jaarlijks 3.000.000 pond sterling bedragen, en als men pensioenen en ziekteverloven mederekent, die indirect door deze ziekten veroorzaakt worden, hoewel zij als zoodanig niet voorkomen op de officieele lijsten, dan wordt de juiste schatting van de onkosten voor de natie gezegd te zijn 7.000.000 pond sterling. Het nemen van eenvoudige,hygiënischemaatregelen voor het voorkomen en het spoedig genezen van venerische ziekten zal niet alleen indirect, maar zelfs direct een bron zijn van enorme welvaart voor het land.Syphilis is degene onder de venerische ziekten, die het duidelijkst en het meest in het oog springend, schrik aanjaagt. Toch komt ze minder voor en is in sommige opzichten minder arglistig dan de andere venerische ziekte gonorrhoe12. Er was een tijd, toen de ernstige aard van gonorrhoe, vooral bij vrouwen, weinig erkend werd. Mannen namen ze aan met een luchtig hart als een voorval van geringe beteekenis; vrouwen namen er geen notitie van. Dit niet inzien van den ernst van de gonorrhoe, soms zelfs van de zijde van medici—zoodat ze gewoonlijk, in Grandin’s woorden, beschouwd werd alsof ze van weinig meer beteekenis was dan eenneusverkoudheid—heeft geleid tot een reactie van de zijde van sommigen naar een tegenovergesteld uiterste, en de gevaren van de gonorrhoe zijn zeer overdreven. Dit is vooral het geval met betrekking tot de steriliteit. De ontstekingsgevolgen van gonorrhoe zijn ongetwijfeld een machtige oorzaak van steriliteit bij beide seksen; sommige autoriteiten hebben geconstateerd, dat niet alleen tachtig percent van de sterfgevallen door ontstekingsziekten van de organen in het bekken, en de meerderheid van de gevallen van chronische invaliditeit bij vrouwen, maar tevens negentig percent der niet gewilde onvruchtbare huwelijken, het gevolg zijn van gonorrhoe. Neisser, een groote autoriteit, schrijft aan deze ziekte ongetwijfeld vijftig percent van zulke huwelijken toe. Zelfs deze taxatie is naar de ervaring van sommige medici te hoog. Het is ten volle bewezen, dat de groote meerderheid der mannen, die gonorrhoe gehad hebben, zelfs als zij niet trouwen vòor twee jaar nadat ze geïnfecteerd werden, de kwaal niet overbrengen op hun vrouwen; en zelfs van de vrouwen, die door haar mannen geïnfecteerd zijn, hebben meerdande helft kinderen. Dit is b.v. het resultaat van de onderzoekingen van Erb, en Kisch spreekt nog met meer nadruk in denzelfden zin. Bumm, die gonorrhoe beschouwt als een van de twee voornaamste oorzaken der steriliteit bij vrouwen, vindt echter dat ze niet de meest voorkomende oorzaak is, en dat ze alleen maar verantwoordelijk is voor ongeveer een derde van de gevallen; de andere twee derden zijn het gevolg van fouten in de ontwikkeling van de genitaliën. Dunning in Amerika heeft resultaten verkregen, die tamelijk wel overeenkomen met die van Bumm.Wat een ander van de vreeselijke gevolgen der gonorrhoe betreft, de ongeneeslijke blindheid, die zij door infectie van de oogen bij de geboorte te voorschijn roept, daaraan heeft langen tijd geenerlei twijfel bestaan. De Commissie van deOphthalmological Societyin 1884, heeft gerapporteerd, dat dertig tot een en veertig percent van de bewoners van vier blindeninstituten hun blindheid aan deze oorzaak te wijten hebben13. In Duitsche instituten heeft Reinhard gevonden, dat dertig percent hun gezicht door dezelfde oorzaak verloren hebben. Het totale aantal personen, die blind zijn door infectie met gonorrhoe door hun moeders bij hun geboorte is enorm. De Engelsche koninklijke commissie, ingesteld tot onderzoek naar den toestand van blinden taxeerde, dat er ongeveer zeven duizend personen in het Vereenigd Koninkrijk alleen waren (of twee en twintig percent van de blinden in het land), die blind werden als gevolg van deze kwaal, en Mookerji constateerde in zijn toespraak over ophthalmologie op het IndischeMedische Congres van 1894, dat in Bengalen alleen er zes honderd duizend totaal blinde bedelaars waren, van wie veertig percent het gezicht verloren bij hun geboorte door gonorrhoe van de moeder; en dit heeft alleen betrekking op de bedelaarsklasse.Hoewel gonorrhoe vele en verschillende ellenden14te voorschijn kan roepen, kan er geen twijfel aan zijn, dat de meerderheid van met gonorrhoe besmette personen aan de gevaren der ziekte ontsnapt, zoowel wat henzelf als wat het aanbrengen van eenig zeer ernstig nadeel aan anderen betreft. De speciale reden, waarom gonorrhoe een zoo bijzonder ernstige geesel geworden is, is de buitengewone veelvuldigheid, waarmee ze voorkomt. Het is uiterst moeilijk het aantal van de mannen en vrouwen, die gonorrhoe gehad hebben, te taxeeren, en de taxaties varieeren binnen ruime grenzen. Dikwijls wordt het te hoog gesteld. Erb, uit Heidelberg, die alle overdrijving over het veelvuldig voorkomen van de gonorrhoe wenschte te voorkomen, ging in zijn eigen praktijk de geschiedenissen na van twee duizend twee honderd patienten (alle gasthuispatienten niet medegerekend) en vond, dat het aantal van hen, die aan gonorrhoe geleden hadden 48.5 percent was.Onder den werkmansstand komt de ziekte veel minder voor dan onder menschen van hoogeren stand. In een ziekenkas in Berlijn hadden jaarlijks 412 van de 10.000 mannen en 69 van de 10.000 vrouwen gonorrhoe; gedurende een serie jaren vertoonde de statistiek een voortdurende toename in het aantal mannen, en een afname in het aantal vrouwen met venerische ziekten; dit schijnt er op te wijzen, dat de werkmansklassen meer omgang beginnen te hebben met prostituées en minder met fatsoenlijke meisjes15. In Amerika heeft Wood Ruggles (evenals Noggerath al vroeger, voor New York), de veelvuldigheid van gonorrhoe onder volwassen mannen geschat op 75 tot 80 percent; Tenney stelt ze veel lager, 20 percent voor mannen en 5 percent voor vrouwen. In Engeland heeft een schrijver in deLancet, eenige jaren geleden16, bevonden, dat 75 percent der volwassen mannen, die hij onderzocht, eens gonorrhoe gehad hebben, 40 percent tweemaal, 15 percent drie of meerdere malen. Volgens Dulbergkomen 15 percent nieuwe gevallen voor bij getrouwde mannen van goeden maatschappelijken stand, terwijl de ziekte betrekkelijk zeldzaam is onder getrouwde mannen van de werkende klasse in Engeland.Gonorrhoe komt dus, wat het veel voorkomen aangaat, alleen nà mazelen en naar den ernst van de gevolgen ervan, alleen na tuberculose. “En toch”, zooals Grandin opmerkt, als hij gonorrhoe met tuberculose vergelijkt, “zie eens den energieken kruistocht, die tegen de laatste is ondernomen en de misdadige apathie, die ten toon gespreid wordt als het de eerste betreft”17. Het publiek moet leeren begrijpen, merkt een ander schrijver op, dat “gonorrhoe een pest is, die zijn hoogste belangen en zijn heiligste verhoudingen raakt, evenzeer als pokken, cholera, diphterie en tuberculose”18.Men kan evenwel niet zeggen, dat er geen pogingen gedaan zijn den stroom van venerische ziekten te keeren. Zulke pogingen zijn, integendeel, al eeuwen lang gedaan. Maar zij hebben nooit resultaten gehad19; zij zijn nooit gewijzigd naar veranderde omstandigheden; nu nog zijn zij wanhopig onwetenschappelijk en niet in overeenstemming met de maatschappelijke, evenmin als met de individueele eischen van moderne volken. Op de verschillende conferenties, die in de laatste jaren over deze kwestie gehouden zijn, is de eenige algemeene conclusie, die er het resultaat van is, dat al de bestaande systemen van tusschenbeide komen of van niet-tusschenbeide komen onvoldoende zijn20.De aard van de prostitutie is veranderd en de wijzen van ze te behandelen moeten daarmee veranderen. Bordeelen, en de systemen van officieele reglementeering, die speciaal voor deze bordeelen ontstonden, zijn evenzeer uit den tijd; zij hebben een middeleeuwsche tint over zich, ze ademen een geest van antiekheid, die ze in onzen tijd onaantrekkelijk en verdacht maken. Het openlijk als zoodanig erkende bordeel komt in discrediet; het absoluut onder politie-contrôle staande publieke meisje bestaat haast niet meer. De prostitutie begint zich langzamerhand minder te concentreeren, zich nauwer met het maatschappelijk leven over het algemeen te vermengen, minder gemakkelijk onderscheiden te worden als een bepaald, afzonderlijk deel van de maatschappij. Wij kunnen er tegenwoordig alleen maar invloed op uitoefenen door methoden, die op onze maatschappelijke toestanden als geheel werken.De tegenzin tegen de reglementeering van de prostitutie groeit nog maar langzaam aan, maar hij ontwikkelt zich toch overal en kan evenzeer nagespoord worden in de opinie der wetenschappelijke mannen als in die van het volk. In Frankrijk hebben de gemeentebesturen van sommige van de grootste steden òf het systeem der reglementeering geheel afgeschaft, òf ze hebben hun afkeuring er over geuit, terwijl een onderzoek bij vele honderde medici aangetoond heeft, dat minder dan een derde er vóor waren de reglementeering te handhaven (Die Neue Generation, Juni 1909, p. 244). In Duitschland, waar in sommige opzichten meer geduldige verdraagzaamheid is voor hen, die inbreuk maken op de vrijheid van het individu dan in Frankrijk, Engeland of Amerika, worden nog steeds verschillende uitgebreide systemen voor het organiseeren van de prostitutie en den strijd tegenover de venerische ziekte, in stand gehouden, maar zij kunnen niet geheel in praktijk gebracht worden, en er wordt algemeen toegegeven, dat zij in ieder geval het beoogde doel niet kunnen bereiken. Zoo worden in Saksen geen bordeelen officieel geduld, hoewel zij natuurlijk toch bestaan. Hier zijn, evenals in vele andere deelen van Duitschland, de meest nauwkeurige en uitgebreide reglementen opgesteld voor het gedrag der prostituées. Zoo mogen zij in Leipzig niet op de banken zitten op de publieke wandelplaatsen, niet naar schilderijenmuseums gaan, of naar comedies, concerten of restaurants, niet uit haar ramen kijken, niet rondkijken op straat, niet glimlachen of wenken, enz. enz. Inderdaad, de prostituée, die de heldhaftige zelfbeheersching bezit om al deze bevelen uit te voeren, die officieel uitgevaardigd zijn om haar voor te lichten, zou wel recht hebben op een levenslang pensioen van staatswege.Twee methoden om de prostitutie te behandelen komen in Duitschland het meest voor. In sommige steden worden publieke huizen der prostitutie geduld (hoewel ze geen concessie hebben); in andere steden is prostitutie “vrij”, hoewel “geheim”. Hamburg is de voornaamste stad waar huizen der prostitutie geduld worden in afzonderlijke deelen der stad. Maar er is geconstateerd, dat “overal verreweg het grootste deel der prostituées tot de zoogenaamde “geheimeklasse” behoort”. Alleen in Hamburg worden verdachte mannen, als ze beschuldigd worden vrouwen geïnfecteerd te hebben, officieel onderzocht; mannen van iedere klasse der maatschappij moeten een oproep van deze soort gehoorzamen, die in het geheim uitgevaardigd wordt en als ze ziek zijn, zijn zij verplicht zich onder behandeling te stellen, zoo noodig onder dwangbehandeling in het stedelijk ziekenhuis, totdat ze niet langer gevaarlijk zijn voor de gemeenschap.In Duitschland wordt een vrouw, als men herhaaldelijk waargenomen heeft, dat ze op straat verdacht handelt, eerst rustig gewaarschuwd; als de waarschuwing in den wind geslagen wordt, wordt haar gevraagd aan de politie haar naam en haar adres op te geven en dan wordt zij ondervraagd. Eerst als deze methoden zonder resultaat blijven, wordt zij officieel als prostituée ingeschreven. De ingeschreven vrouwen dragen, in sommige steden ten minste, bij aan een ziekenfonds, dat haar onkosten betaalt als ze in het ziekenhuis zijn. De aarzeling van de politie om een vrouw op de officieele lijst in te schrijven is gerechtvaardigd en onvermijdelijk, want geen andere gedragslijn zou geduld worden; maar de meeste prostituées beginnen haar loopbaan zeer vroeg, en daar ze gewoonlijk in het eerste begin van die loopbaan geïnfecteerd worden, is het duidelijk, dat dit uitstel er toe bijdraagt het systeem der reglementeering zonder succes te doen zijn. In Berlijn, waar geen officieel erkende bordeelen zijn, zijn ongeveer zes duizend ingeschreven prostituées, maar men heeft getaxeerd, dat er meer dan zestig duizend prostituées zijn, die niet ingeschreven zijn. (De voorafgaande feiten zijn genomen uit een serie artikelen, die de persoonlijke nasporingen beschrijven die in Duitschland gedaan zijn door Dr. F. Bierhoff, uit New-York, “Police Methods for the Sanitary Control of Prostitution”,New York Medical Journal, August, 1907). De taxatie van de clandestiene prostitutie kan natuurlijk nooit anders dan op gissen berusten; precies hetzelfde getal van zestig duizend wordt gewoonlijk genoemd als het waarschijnlijk aantal van prostituées, niet alleen in Berlijn, maar ook in Londen en in New-York. Het is absoluut onmogelijk te zeggen of het onder of boven het werkelijke aantal is, want geheime prostitutie is geheel ontastbaar. Zelfs als de feiten op wonderbaarlijke wijze geopenbaard werden, dan zou nog de moeilijkheid blijven te beslissen wat prostitutie is en wat niet. De erkende en publieke prostituée is in verschillende graden verbonden aan de eene zijde met het fatsoenlijke meisje, dat thuis woont en een kleine verlichting zoekt van den druk van haar fatsoen, en aan den anderen kant aan de getrouwde vrouw, die getrouwd is om een tehuis. In ieder geval echter is het volkomen zeker, dat publieke prostituées, die geheel leven van de opbrengst der prostitutie, maar een klein deel vormen van dat groote leger van vrouwen, die in een ruimen zin van het woord gezegd kunnen worden prostituées te zijn, d.i., die haar aantrekkelijkheden gebruiken om van mannen te verkrijgen niet alleen liefde, maar geld of goederen.“De strijd tegen de syphilis is alleen mogelijk als wij het er over eens zijn, dat de slachtoffers er van beschouwd moeten worden als ongelukkig en niet als schuldig … Wij moeten het vooroordeel opgeven, dat geleid heeft tot het ontstaan van den naam “schandelijke ziekten”, en dat verbiedt van dezen geesel van het gezin en der menschheid te spreken”. In deze woorden van Duclaux, de vermaarde opvolger van Pasteur aan het Instituut Pasteur, in zijn edel en bewonderenswaardig werkL’Hygiène Socialezien wij ons den eenigen weg aangewezen, daar ben ik van overtuigd, waarlangs we de rationeele en met goed gevolg bekroonde behandeling kunnen naderen van het groote maatschappelijke probleem der venerische ziekten.Het hooge belang van dezen sleutel tot de oplossing van een probleem, dat dikwijls onoplosbaar geschenen heeft, begint tegenwoordig overal erkend te worden, in alle landen. Zoo zegt een beroemd Duitsch autoriteit, Professor Finger (Geschlecht und Gesellschaft, Bd. 1, Heft 5), dat venerische ziekte niet moet beschouwd worden als een wel-verdiende straf voor een liederlijk leven, maar als een ongelukkig toeval. Het schijnt echter in Frankrijk geweest te zijn, dat deze waarheid met den meesten moed en de meeste humaniteit verkondigd is en niet alleen door de volgelingen van de wetenschap en de geneeskunde, maar door velen, die zeer wel een verontschuldiging hadden kunnen vinden, waardoor ze zich niet zouden behoeven te mengen in een zoo moeilijke en ondankbare taak. Zoo hebben de broeders, Paul en Victor Margueritte, die een schitterende en eervolle plaats innemen in de tegenwoordige Fransche letterkunde, zich onderscheiden door te pleiten voor een meer humane houding jegens deprostituées, en voor een meer moderne methode bij het behandelen van de kwestie der venerische ziekten. “De ware methode tot voorbehoeding is die methode, die het duidelijk maakt aan allen, dat syphilis niet is een geheimzinnig en vreeselijk iets, de straf voor de zonde van het vleesch, een soort van schandelijk kwaad, dat gebrandmerkt is door den vloek der Katholieken, maar een gewone ziekte, die behandeld kan worden en genezen”. We kunnen opmerken, dat de tegenzin om te erkennen dat men lijdende is aan venerische ziekte, in Frankrijk minstens even groot is als in eenig ander land; “maladies honteuses” is een gesanctionneerde term in Frankrijk, evenals “loathsome disease” in Engeland; “in het ziekenhuis”, zegt Landret, “kost het veel moeite een erkenning te verkrijgen van gonorrhoe, en we mogen ons gelukkig rekenen als de patient het feit erkent, dat hij syphilis gehad heeft”.Geen verkeerdheden kunnen bestreden worden, voordat zij erkend zijn, eenvoudig en openlijk, en voordat ze eerlijk besproken zijn. Het is een veelbeteekenend en zelfs symbolisch feit, dat de bacteriën van een ziekte zelden tieren als zij blootgesteld zijn aan de vrije stroomen van frissche lucht. Geheimzinnigheid, vermomming, verborgenheid leveren de beste voorwaarden voor hun kracht en verspreiding, en deze begunstigende voorwaarden hebben wij eeuwen lang aan de venerische ziekten verschaft. Het is niet altijd zoo geweest, zooals ook het overleven van het woord “venerisch” zelf in dit verband, met zijn verwijzing naar een godin, alleen al voldoende aantoont. Zelfs de naam “syphilis”, genomen uit een romantisch gedicht, waarin Fracastorus een mythologischen oorsprong vond voor de kwaal, legt getuigenis af van hetzelfde feit. De romantische houding is inderdaad evenzeer uit de mode als de houding van huichelachtige en bedeesde geheimzinnigheid. We moeten deze ziekten onder de oogen zien op dezelfde eenvoudige, directe en moedige wijze als reeds met goed gevolg gedaan is in het geval van pokken, een ziekte, die de menschen, van ouds op gelijken voet stelden met syphilis, en die werkelijk eens bijna even vreeselijk was in haar verwoestingen.Op dit punt ontmoeten we echter hen, die zeggen, dat het niet noodig is een soort van erkenning te toonen voor venerische ziekten, en die het immoreel vinden iets te doen, dat toegevendheid in zich zou sluiten voor hen> die aan zulke ziekten lijden; zij hebben gekregen wat zij verdienen en men kan ze rustig latenomkomen. Zij, die dit standpunt innemen, plaatsen zich zoo ver buiten het gebied der beschaving—om nog te zwijgen van moraal of godsdienst—dat ze wel buiten beschouwing kunnen gelaten worden. De vooruitgang van het ras, de ontwikkeling der menschelijkheid, in feiten en in gevoelens, hebben samengewerkt om een houding uit de wereld te helpen, waarvan het een beleediging is voor natuurvolken, haar de houding van een wilde te noemen. Toch is het een houding, waar we rekening mee moeten houden, want ze heeft nog waarde in de oogen van de menschen, die te zwak zijn om weerstand te bieden aan hen, die met mooie moreele phrasen goochelen. Ik heb zelfs in een medische omgeving de bewering gehoord, dat venerische ziekten niet gelijkgesteld kunnen worden met andere infectieziekten, omdat ze “het resultaat van een handeling van den wil” zijn. Maar al de ziekten, ja, al de voorvallen en ongelukken van lijdende menschelijke wezens, zijn evenzeer het onwillekeurige gevolg van handelingen van den wil. De man, die overreden wordt, terwijl hij de straat oversteekt, de familie, die vergiftigd wordt door ongezond voedsel, de moeder, die de kwaal krijgt van het kind, dat zij oppast, deze allen lijden als onwillekeurig gevolg van de handeling van den wil tot het bevredigen van een of ander fundamenteel menschelijk instinct—het instinct van werkzaamheid, het voedingsinstinct, het liefde-instinct. Het sekse-instinct is even fundamenteel als ieder ander van deze, en de onwillekeurige nadeelen, die kunnen volgen op de wilsdaad om ze te bevredigen staan op precies hetzelfde niveau. Dit is het essentieele feit: een menschelijk wezen is gestruikeld en gevallen bij het volgen van de menschelijke instincten, die hem aangeboren zijn. Ieder mensch, die dit essentieele feit niet ziet, maar alleen den een of anderen ondergeschikten kant ervan, geeft blijk van een geest, die verdraaid en verwrongen is; hij kan geen aanspraak op onze belangstelling maken.Maar zelfs als we het standpunt innemen van den would-be moralist, en overeenkomen, dat ieder maar moet lijden voor wat hij zelf verdiend heeft, dan is het nog lang geen feit, dat al degenen, die venerische ziekten opdoen, in eenigerlei beteekenis krijgen, wat ze verdienen. In een groot aantal gevallen hebben zij de ziekte op de meest onwillekeurige wijze opgeloopen. Dit is natuurlijk waar bij het groote aantal kinderen, die bij de conceptie of bij de geboorte geïnfecteerd worden. Maar het is ook waar op een nauwelijks minder absolute wijze bij een groot aantal personen, die op lateren leeftijd geïnfecteerd zijn. Men kanSyphilis insontium, of syphilis van de onschuldigen, in vijf groepen verdeelen: (1) het groote heir van syphilitisch geboren kinderen, die de ziekte erven van vader of moeder; (2) de voortdurend weer voorkomende gevallen van syphilis, door dokters, vroedvrouwen en minnen in hun beroep opgedaan; (3) infectie als resultaat vanliefde, zooals bij het eenvoudige kussen; (4) toevallige infectie door contact of door het gemeenschappelijk gebruik van voorwerpen en werktuigen van het dagelijksch leven, zooals koppen, handdoeken, scheermessen, messen (zooals bij de besnijdenis), enz.; (5) de infectie van vrouwen door haar mannen21.Erfelijk aangeboren syphilis behoort tot de gewone pathologie van de kwaal en is een hoofdelement in het maatschappelijk gevaar ervan, daar ze verantwoordelijk is voor een enorme kindersterfte22. De gevaren van extra-genitale infectie bij de beroepswerkzaamheden van dokters, vroedvrouwen en minnen worden ook algemeen erkend. In het geval van minnen, diegeïnfecteerdworden door de syphilitische kinderen van haar werkgevers aan haar borst, is de straf, die aan de onschuldigen opgelegd wordt al bijzonder hard en misplaatst. Vooral de invloed van geïnfecteerde vroedvrouwen uit de lagere klassen is gevaarlijk, want zij kunnen in haar onwetendheid het kwaad ver om zich heen verspreiden; zoo wordt het geval vermeld van een vroedvrouw, wier vinger geïnfecteerd raakte bij het uitoefenen van haar plichten, en die direct of indirect honderd personen infecteerde. Kussen is een bijzonder gewone bron van syphilisinfectie, en van al de extra-genitale streken is de mond de plaats, waar syphilisgezwellen verreweg het meest voorkomen. Het is waar, dat in sommige gevallen, vooral bij prostituées dit het gevolg is van abnormale sexueele aanrakingen. Maar in de meeste gevallen is het het gevolg van gewone en lichte kussen, zooals tusschen jonge kinderen, tusschen ouders en kinderen, tusschen minnenden, vrienden en bekenden. Typische voorbeelden, die ik vermeld vond, zijn die van een kind, dat door een prostituée gekust was, dat geïnfecteerd raakte en daarna zijn moeder en zijn grootmoeder infecteerde; van een jonge, Fransche bruid, die op haar trouwdag besmet werd door een van de gasten, die haar, volgens Fransche gewoonte, na de plechtigheid op dewang kuste; van een Amerikaansch meisje, dat, van een bal terugkomende, bij het afscheid, den jongen man, die haar naar huis gebracht had kuste, en die zoo de ziekte kreeg, die zij niet lang daarna op dezelfde wijze overbracht op haar moeder en haar drie zusters. Zij, die dit alles niet weten en die niet nadenken, zijn geneigd te lachen over hen, die wijzen op de ernstige gevaren van kussen in het wilde. Maar het blijft toch waar, dat menschen, die niet intiem genoeg zijn om den staat van elkaar’s gezondheid te kennen, ook niet intiem genoeg zijn om elkaar te kussen. Infectie door het gebruik van huishoudelijke artikelen, linnen, enz. is, terwijl het betrekkelijk zeldzaam is onder de betere klassen der maatschappij, uiterst gewoon onder de lagere klassen en onder de minder beschaafde volken; in Rusland zijn, volgens Tarnowsky, de voornaamste autoriteit, zeventig percent van alle gevallen van syphilis in de landelijke districten, het gevolg van deze oorzaak en van gewoon kussen, en een speciale conferentie in St. Petersburg in 1897, ter overweging van de methoden om venerische ziekten te behandelen, sprak dezelfde opinie uit; hetzelfde schijnt waar te zijn voor Bosnië en verschillende deelen van het Balkan schiereiland, waar syphilis onder de boeren bevolking zeer veel voorkomt. Wat de laatste groep aangaat, krijgen, volgens Bulkley in Amerika, gewoonlijk ongeveer vijftig percent vrouwen syphilis onschuldig, voornamelijk van haar echtgenooten, terwijl Fournier zegt, dat in Frankrijk vijf en zeventig percent getrouwde vrouwen met syphilis geïnfecteerd zijn door haar mannen, meestal (zeventig percent) door echtgenooten, die zelf vóor het huwelijk geïnfecteerd werden en meenden, dat ze genezen waren. Onder mannen is het aantal met syphilis besmetten, die bij toeval geïnfecteerd zijn, hoewel kleiner dan bij vrouwen, toch nog zeer groot; men zegt, dat het minstens tien percent is, en misschien is het een veel grooter aantal gevallen. De nauwgezette moralist, die verlangt, dat ieder zal hebben wat hij verdient, moet toch nog dringender wenschen te voorkomen, dat onschuldigen lijden inplaats van de schuldigen. Maar het is absoluut onmogelijk voor hem deze twee doeleinden te vereenigen; syphilis kan niet terzelfder tijd vereeuwigd worden voor de schuldigen en afgeschaft voor de onschuldigen.Ik heb alleen van syphilis gesproken, maar bijna alles, wat gezegd is over de toevallige infectie met syphilis, geldt evenzeer of nog meer voor gonorrhoe, want ofschoon gonorrhoe niet door zooveel kanalen in het lichaam dringt als syphilis, is het een meer voorkomende, zoowel als een listiger en meer zich verbergende ziekte.De literatuur over de Syphilis Insontium is buitengewoon omvangrijk. Er is een bibliographie aan het einde vanSyphilis in the Innocentvan Duncan Bulkley, en een uitgebreid résumé over de kwestie in een Leipziger inaugurale dissertatie door F. Mozes,Zur Kasuistik der Extragenitalen Syphilis-infektion, 1904.Maar zelfs, als we ter zijde stellen het groote aantal venerisch geïnfecteerde menschen, waarvan we in den engsten en meest conventioneelen moreelen zin kunnen zeggen, dat ze “onschuldige” slachtoffers zijn van de ziekte, die ze opgeloopen hebben, dan blijft er nog veel over deze kwestie te zeggen. Men moet zich herinneren, dat de meerderheid van hen, die venerische ziekten opdoen door onwettigen, sexueelen omgang, jong zijn. Zij zijn jongelingen, onwetend aangaande het leven, eerst pas van huis gekomen, nog onontwikkeld, onvolledig opgevoed en gemakkelijk door vrouwen te bedriegen; in vele gevallen hebben zij, naar zij meenden, een “aardig” meisje ontmoet, wèl niet strikt deugdzaam, maar, naar hun toescheen, boven iedere verdenking van ziekte verheven, hoewel zij in werkelijkheid een clandestiene prostituée was. Of zij zijn jonge meisjes, die wèl opgehouden hebben volkomen kuisch te zijn, maar die niet al haar onschuld verloren hebben, en die zichzelf niet beschouwen, en ook door anderen niet beschouwd worden, als prostituées; dat is inderdaad een van de rotsen, waarop het systeem der politie-contrôle zich te pletter loopt, want de politie kan de prostituées niet vroeg genoeg te pakken krijgen. Van de vrouwen, die syphilitisch zijn, zijn, volgens Fournier twintig percent geïnfecteerd vóór zij negentien jaar oud waren. De leeftijd, waarop infectie het meest voorkomt, is voor vrouwen twintig jaar (in de landelijke districten achttien), en voor mannen drie en twintig jaar. In Duitschland vindt Erb, dat vijf en tachtig percent mannen met gonorrhoe de ziekte opgedaan hebben tusschen den leeftijd van zestien en vijf en twintig, terwijl een zeer klein aantal geïnfecteerd wordt na de dertig. Deze jonge wezens geraakten voor het meerendeel in een val, die de Natuur met haar verleidelijkste lokaas voorzien had; zij waren gewoonlijk onwetend; niet zelden werden zij bedrogen door een aantrekkelijke persoonlijkheid; dikwijls waren zij door hartstocht overweldigd; meermalen was alle voorzichtigheid en ingetogenheid verloren geraakt in den roes van den wijn. Uit een waarlijk moreel standpunt waren zij ternauwernood minder onschuldig dan kinderen.“Ik vraag”, zegt Duclaux, “als een jonge man of een jong meisje zich overgeeft aan gevaarlijke liefkoozingen, of de maatschappij dan genoeg gedaan heeft om ze te waarschuwen. Misschien zijn haar bedoelingen goed geweest, maar toen precies weten noodig werd, heeft een dwaze voorzichtigheid haar terug gehouden, en ze heeft haar kinderen zonder reisgeld gelaten.… Ik wil zelfs verder gaan, en zeggen, dat in een groot aantal gevallen de echtgenooten, die hun vrouwen besmetten, onschuldig zijn. Geen mensch is verantwoordelijk voor het kwaad, dat hij doet zonder het te weten en zonder het te willen”. Ik mag wel weer in de herinnering brengen het veelbeteekenend feit, waar reeds op gewezen is, dat de meeste echtgenooten, die hun vrouwen infecteeren, de ziekte opdeden vóór het huwelijk. Zij traden het huwelijk in, meenende, dat hun ziekte genezen was, en dat zij met hun verleden gebroken hadden. Dokters hadden soms (en kwakzalvers dikwijls) tot dit resultaat bijgedragen door een te sanguinisch taxeeren van den tijd, noodig om het vergif te vernietigen.Een zoo groot autoriteit als Fournier meende vroeger, dat de met syphilis besmette persoon veilig verlof kon gegeven worden tot trouwen drie of vier jaar na den datum van infectie, maar nu, met vermeerderde ondervinding strekt hij den tijd uit tot vier of vijf jaar. Het is ongetwijfeld waar, dat, vooral als de behandeling grondig en stipt geweest is, de ziek geworden constitutie in de meeste gevallen in een korter tijd dan deze onder volkomen contrôle kan gebracht worden, maar er is altijd een zeker aantal gevallen, waarin de infecteerende krachten nog jaren lang blijven bestaan, en zelfs als de syphilitische echtgenoot niet meer in staat is zijn vrouw te infecteeren, dan kan hij nog in een toestand zijn, die een ongelukkigen invloed oefent op zijn nageslacht.In bijna al deze gevallen bestond er min of meer onwetendheid—wat maar een ander woord is voor onschuld, naar wat wij gewoonlijk onder onschuld verstaan—en als dan eindelijk, na de gebeurtenis, de feiten eenigszins openlijk aan het slachtoffer worden uitgelegd, dan roept hij dikwijls uit: “Dat heeft niemand mij verteld!” Het is dit feit, dat den pseudo-moralist veroordeelt. Als hij er voor gezorgd had, dat moeders de sexueele feiten aan haar kleine jongens en meisjes uitlegden van hun jeugd af aan, als hij (zooals Dr. Joseph Price met nadruk verlangt) de gevaren der venerische ziekten op deZondagsschoolonderwezen had, als hij openlijk van den kansel gepreekt had over de verhoudingen van de seksen, als hij er voor gezorgd had, dat iedere jongeling bij het begin van de puberteit eenige eenvoudige technische kennis van den huisdokter kreeg over sexueele gezondheid en sexueele ziekte—dan zou, al zou er nog behoefte zijn aan medelijden voor hen, die afgedwaald zijn van een pad, dat altijd moeilijk te begaan zal zijn, de vermeende moralist in ieder geval eeniger mate zonder schuld uitgaan. Maar hij heeft zelden ook maar een vinger uitgestoken om iets van deze dingen te doen.Zelfs zij, die misschien niet een houding van persoonlijke moreele onverdraagzaamheid jegens de slachtoffers van venerische ziekten zullen willen laten varen, doen goed zich te herinneren, dat, daar de openlijke uiting van hun onverdraagzaamheid kwaad sticht, en op zijn best nutteloos is, het voor hen noodig is in het belang van de maatschappij zich te onthouden van het uitspreken van hun meening. Zij zouden niet minder vrij zijn hun eigen persoonlijk gedrag in de striktste overeenstemming te brengen met hun superieure moreele gestrengheid; en dat is voor hen tenslotte de hoofdzaak. Maar in het belang van de maatschappij is het voor hen noodig datgene aan te nemen, wat zij misschien beschouwen zullen als de conventie van een zuiver hygiënische houding jegens deze ziekten. De dwalenden worden door een houding van moreele afkeuring onvermijdelijk zóó afgeschrikt, dat zij tot methoden van verbergen komen, en deze veroorzaken een eindelooze keten van maatschappelijke nadeelen, die alleen door openlijkheid uit den weg geruimd kunnen worden. Zooals Duclauxmet zooveel ernst gezegd heeft: het is onmogelijk met succes tegen de venerische ziekten te strijden, als we er niet toe overgaan onze vooroordeelen, of zelfs onze moraal en onzen godsdienst buiten beschouwing te laten, maar ze zuiver en eenvoudig te behandelen als een gezondheidskwestie. En als de pseudo-moralist nog moeite heeft mede te werken tot het genezen van dit maatschappelijk kwaad, dan mag hij wel bedenken, dat hij zelf—evenals wij allen, hoe weinig wij het ook weten—in de laatste vier eeuwen zeker een groot aantal met syphilis en gonorrhoe besmette voorouders gehad heeft. Wij zijn allen te zamen verbonden, en het is dwaas, zoo niet onmenschelijk, ons eigen vleesch en bloed te verachten.Ik heb de houding van hen, die de moraal opgeven als een reden om geen notitie te nemen van de maatschappelijke noodzakelijkheid van het bestrijden der venerische ziekten, nogal in bijzonderheden besproken, omdat, al mogen er weinigen zijn, die ernstig en bewust zoo’n tegen-maatschappelijke en onmenschlievende houding aannemen, er zeker velen zijn, die blij zijn, dat er zoo’n mooi excuus bestaat voor hun moreele onverschilligheid of hun geestelijke traagheid23. Als zij in aanraking komen met dit groote en moeilijke probleem, dan vinden zij het gemakkelijk het geneesmiddel te geven der conventioneele moraal, hoewel zij er wel van overtuigd zijn, dat dit geneesmiddel al lang op groote schaal zonder resultaat is gebleken. Zij geven er met veel drukte de voorkeur aan het nuttelooze dikke eind van de wig aan te wenden op een punt, waar alleen met veel handigheid en voorzichtigheid het dunne einde kan ingebracht worden.Het algemeen aannemen van het feit, dat syphilis en gonorrhoe ziekten zijn en niet noodzakelijk misdaden of zonden, is de voorwaarde voor iedere praktische poging deze kwestie te behandelen als een kwestie van gezondheid in plaats van politie-toezicht. De Scandinavische landen van Europa zijn de pioniers geweest in praktische moderne hygiënische methoden van behandelen van de venerische ziekten. Er zijn verschillende redenen, waarom dit gebeurd is. Al de sexueele problemen—de sexueele liefde zoowel als de sexueele ziekten—hebben in deze landen lang op den voorgrond gestaan, en een afwijzen van preutsche huichelarij schijnt hier duidelijker uitgesproken te zijn geweest dan ergens anders; wij zien dezen geest, bij voorbeeld, krachtig belichaamd in de tooneelstukken van Ibsen, en tot zekere hoogte in de werken vanBjörnson. Het moedige en energieke temperament van het volk dwingt hen tot praktisch ingrijpen in sexueele moeilijkheden, terwijl hun sterke onafhankelijkheidsinstincten hen afkeerig maken van de bureaucratische politie-methoden, die in Frankrijk en Duitschland gebloeid hebben. Zoo zijn de Scandinaviërs de natuurlijke pioniers geweest van de methoden ter bestrijding der venerische ziekten, waarvan men nu algemeen begint te erkennen dat zij de methoden zijn van de toekomst, en zij hebben het eerst ten volle, het systeem georganiseerd, dat venerische ziekten plaatst onder de gewone wet en ze behandelt als andere besmettelijke ziekten.De eerste schrede bij het behandelen van een venerische ziekte is er de erkende beginselen van aangifte op toe te passen. Iedere nieuwe toepassing van het principe stuit evenwel op tegenstand. Het is zonder resultaat, het is een onverantwoordelijke inquisitie in de zaken van het individu, het is een nieuwe belasting op den druk bezetten praktiseerenden medicus, enz. Zeker zal aangifte op zich zelf niet den voortgang van eenige besmettelijke ziekte tegengaan. Maar ze is een essentieel element in iedere poging om het voorkomen van de ziekte te bevorderen. Tenzij wij de juiste bijomstandigheden, locale variaties, en tijdelijke zwenkingen van een ziekte precies kennen, zijn wij geheel in het duister en kunnen we alleen maar in het wilde om ons heen slaan. Alle vooruitgang in algemeene hygiëne is vergezeld geweest door de vermeerderde aangifte van ziekte, en de meeste autoriteiten zijn het er over eens, dat die aangifte nog verder uitgestrekt moet worden, terwijl iedere kleine ongeriefelijkheid die hierdoor aan individuen veroorzaakt wordt van gering belang is, vergeleken bij de groote publieke belangen, die op het spel staan. Het is waar, dat een zoo groote autoriteit als Neisser twijfel uitgesproken heeft over den invloed van de aangifte bij gonorrhoe; de diagnose kan niet onfeilbaar zijn en de patienten geven dikwijls valsche namen op. Deze bezwaren zijn echter klein; een diagnose kan maar heel zelden onfeilbaar zijn (hoewel op dit gebied niemand zooveel gedaan heeft voor juiste diagnosen als Neisser zelf), en namen zijn niet noodig voor de aangifte, en worden ook niet vereischt in den vorm van gedwongen aangifte, die eenige jaren geleden in Noorwegen bestond.Het principe der gedwongen aangifte van venerische ziekten schijnt het eerst ingesteld te zijn in Pruisen, waar het dateert van 1835. Het systeem is echter niet geheel doorgevoerd, daar het niet verplichtend is in alle gevallen, maar alleen als naar de opinie van den dokter geheimhouding schadelijk zou kunnen zijn voor den patient of voor de gemeenschap; ze is alleen verplicht als de patient soldaat is. Deze methode van aangifte staat inderdaad op een verkeerde basis, ze is niet een deel van een uitgebreid gezondheidssysteem, maar alleen een hulpmiddel voor politiemethodenom prostitutie te behandelen. Volgens het Scandinavische systeem berust aangifte, hoewel ze niet een essentieel deel van dit systeem is, op een totaal verschillende basis.Het Scandinavische stelsel is in een gewijzigden vorm onlangs in Denemarken ingevoerd. Dit kleine land, dat zoo dicht bij Duitschland ligt, volgde eenigen tijd lang in deze zaak het voorbeeld van zijn grooten nabuur en nam de politieregeling van de prostitutie en der venerische ziekten aan. De andere verhoudingen van het dieper in Scandinavië liggende Denemarken deden zich echter gelden, en in 1906 werd het systeem van contrôle afgeschaft en besloot Denemarken zich geheel op de systematische doorvoering van het reeds aangenomen gezondheidsprincipe te verlaten, hoewel er nog iets van den Duitschen invloed bestaat in de strikte reglementeering van de straten, en de straffen opgelegd aan de bordeelhouders, terwijl ze de prostitutie zelf vrij laat. Het essentieele punt van het tegenwoordige systeem is echter, dat de gezondheidsautoriteiten nu uitsluitend medici zijn. Iedereen, wat zijn maatschappelijke of finantieele positie ook is, heeft recht op vrije behandeling van venerische ziekten. Of hij daar gebruik van maakt of niet, hij is in ieder geval verplicht zich te laten behandelen. Ieder ziek persoon is dus, voor zoover dat bereikt kan worden, onder dokter’s handen. Alle dokters hebben over zulke gevallen hun instructies; zij moeten niet alleen hun patiënten meedeelen, dat zij niet trouwen kunnen zoolang er nog gevaren voor infectie geacht worden te bestaan, maar ook, dat zij verantwoordelijk zijn voor de onkosten van de behandeling, zoowel als voor de gevaren, die geleden worden door personen, die ze misschien infecteeren. Hoewel het niet mogelijk geweest is het systeem in alle opzichten geheel werkzaam te doen zijn, wordt het algemeene succes ervan aangetoond door het groote vertrouwen, dat er nu in gesteld wordt, en het afschaffen van de politiecontrôle op de prostitutie. Een systeem, dat veel geleek op dat van Denemarken, werd eenige jaren geleden in Noorwegen ingesteld. Het principe van de behandeling van venerische ziekten op algemeene kosten bestaat ook in Zweden zoowel als in Finland, waar behandeling verplicht is24.Het kan nauwelijks gezegd worden, dat het principe van aangifte tot dusverre op groote schaal op venerische ziekten behoorlijk is toegepast. Maar het wordt voortdurend in ruimer kring voorgestaan, meer speciaal in Engeland en de Vereenigde Staten25, waarhet nationale temperament en de politieke tradities het systeem van politiecontrôle op de prostitutie onmogelijk maken—zelfs als het meer effect had dan het in de praktijk heeft—en waar het systeem van de behandeling der venerische ziekten op de basis van algemeene gezondheid erkend moet worden niet alleen als het beste, maar ook als het eenig mogelijke systeem26.In verband hiermee is het noodig, zooals ook steeds in ruimer kring erkend wordt, dat er de grootste faciliteiten moeten bestaan voor de kostelooze behandeling van venerische ziekten; vooral het algemeen oprichten van vrije, ’s avonds geopende poliklinieken is noodig, want velen kunnen alleen op dezen tijd hulp en raad zoeken. In ruime mate wordt aan het systematisch invoeren van faciliteiten voor kostelooze behandeling de enorme vermindering van venerische ziekten in Zweden, Noorwegen en Bosnië toegeschreven. Het zijn de afwezigheid van deze faciliteiten voor behandeling en het stilzwijgend erkende gevoel, dat de slachtoffers van venerische ziekten geen lijders zijn, maar alleen misdadigers, die geen recht hebben op verzorging, die in het verleden zoo ongelukkig gewerkt hebben; deze twee invloeden zijn mede oorzaak van het verspreiden van ziekten, die te voorkomen waren geweest, of onder contrôle gebracht hadden kunnen worden.Als wij afstand doen van de voorvaderlijke methoden van politieregeling, als wij ons verlaten op de algemeene principes van medischehygiëne, en als we voor de rest de verantwoordelijkheid voor zijn eigen goede of slechte daden aan het individu zelf overlaten, dan is er nog een verdere schrede te doen, die in principe reeds ten volle erkend is. Wij moeten ieder mensch verantwoordelijk stellen voor de venerische ziekten, die hij overbrengt. Zoolang wij weigeren de venerische ziekten te erkennen op hetzelfde niveau als andere besmettelijke ziekten, en zoolang wij geen volle en gunstige faciliteiten bieden voor de behandeling ervan, is het onrechtvaardig het individu verantwoordelijk te stellen voor het verspreiden der ziekten. Maar als wij het gevaar van venerische ziekten openlijk erkennen, en als we aan het individu vrijheid laten, dan moeten we onvermijdelijk met Duclaux zeggen, dat iedere man of iedere vrouw verantwoordelijk moet gesteld worden voor de ziekten, die hij of zij verspreidt.Volgens het Oldenburger strafwetboek van 1814 was het een strafbare overtreding voor een venerisch ziek persoon om sexueelen omgang te hebben met een gezond persoon, hetzij infectie het gevolg was of niet. In Duitschland is tegenwoordig echter geenwet van deze soort, hoewel eminente Duitsche wets-autoriteiten, vooral von Liszt, meenen, dat een paragraaf aan het wetboek toegevoegd moest worden die zou moeten bepalen, dat sexueele omgang van de zijde van een persoon, die weet dat hij ziek is, gestraft moest worden met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar; deze wet niet toe te passen op getrouwde paren, tenzij op aanvrage van een van de partijen. Tegenwoordig is in Duitschland het overbrengen van venerische ziekten alleen maar strafbaar als een bijzonder geval van het toebrengen van lichamelijk letsel27. In deze zaak is Duitschland achter bij de meeste Scandinavische landen, waar persoonlijke verantwoordelijkheid voor venerische ziekten wel erkend en in de praktijk doorgevoerd wordt.In Frankrijk worden, hoewel de wet niet streng en bevredigend is, aanklachten voor het overbrengen van syphilis met succes voor den rechter gebracht. Men is er hier beslist meer vóor dit vergrijp te straffen dan in Duitschland. In 1883 besprak Després de zaak en overwoog de bezwaren. Weinigen zullen misschien van de wet profiteeren, merkt hij op, maar allen zouden voorzichtiger worden door de vrees haar te overtreden; terwijl de moeilijkheden voor het nasporen en bewijzen van de infectie niet grooter zijn, zooals hij zegt, dan die van het nasporen en bewijzen van het vaderschap in het geval van onwettige kinderen. Després wenschte met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar, iedere persoon te straffen, die, terwijl hij wist dat hij ziek was, een venerische ziekte overbracht en hij wilde hen, die de besmetting overbrachten door onvoorzichtigheid, terwijl ze niet wisten, dat ze ziek waren, alleen beboeten28. De kwestie is niet lang geleden besproken door Aurientis in een thèse de Paris. Hij zegt, dat de tegenwoordige Fransche wet op het overbrengen van geslachtsziekten aanleiding geeft tot twijfelen en moeilijk toe te passen is, maar het is zeker rechtvaardig, dat zij, die besmet zijn geworden en op deze wijze nadeel hebben ondervonden, gemakkelijk schadevergoeding zullen kunnen krijgen. Hoewel het in principe toegegeven wordt, dat het overbrengen van syphilis bij de gewone wet, een overtreding is, is hij het eens met hen, die het als een speciale overtreding zouden willen behandelen, en er een nieuwe en meer praktische wet voor zouden willen maken29. Groote schadevergoedingen worden ook in den tegenwoordigen tijd aan de Fransche rechtbanken verkregen van mannen, die jonge vrouwen bij sexueelenomgang geïnfecteerd hebben, en ook van de dokters en de moeders van met syphilis besmette kinderen, die de minnen geïnfecteerd hebben, aan wie ze toevertrouwd waren. Hoewel de Fransche strafwet in het algemeen het openbaar maken van beroepsgeheimen verbiedt, is het toch de plicht van den behandelenden medicus de min in zulk een geval te waarschuwen tegen het gevaar, dat zij loopt, maar zonder de ziekte te noemen; als hij deze waarschuwing nalaat, kan hij verantwoordelijk gesteld worden.In Engeland, zoowel als in de Vereenigde Staten, is de wet meer onbevredigend en meer ontoereikend, wat deze klasse van overtredingen aangaat, dan in Frankrijk. De ongelukkige en barbaarsche opvatting, waar we al over gesproken hebben, die een venerische ziekte beschouwt als het resultaat van onwettigen omgang en waarbij ze geduld moet worden als een rechtvaardige straf van God, schijnt in deze landen nog met noodlottige hardnekkigheid te blijven voortbestaan. In Engeland is het overbrengen van venerische ziekten door onwettigen omgang geen onrecht, waarover men een aanklacht kan indienen, als de geslachtsdaad uit vrije wil gedaan is, zelfs als de partij, die de infectie overbrengt, haar ziekte met opzet verzwegen heeft.Ex turpi causâ non oritur actio, heet het bondig; want er sluimert veel deugd in een Latijnschen stelregel. Geen wettige overtreding is begaan als een echtgenoot zijn vrouw besmet, of een vrouw haar man30. De “vrijheid”, die in deze zaak genoten wordt door Engeland en de Vereenigde Staten wordt geïllustreerd door een Amerikaansch geval, door Dr. Isidore Dyer uit New Orleans aangehaald, in zijn verslag op de Brusselsche conferentie ter voorkoming van venerische ziekten, in 1899: “Een patiënt met primaire syphilis weigerde zelfs kostelooze behandeling en had een speciaal schrift waarin zij boek hield van het aantal mannen, dat zij geïnfecteerd had. Toen ik haar voor het eerst zag verklaarde zij, dat het aantal twee honderd negentien was geworden, en dat zij zich niet wilde laten behandelen, voordat zij wraak had genomen op vijfhonderd mannen”. In een gemeenschap, waar ook maar de allereerste regels van rechtvaardigheid heerschten, zouden faciliteiten bestaan om deze vrouw in staat te stellen schadevergoeding te verkrijgen van den man, die haar nadeel toegebracht had, en tevens te bewerken, dat hij veroordeeld werd tot een tijd gevangenisstraf. Terwijl ze eenige schadevergoeding kreeg voor het kwaad haar aangedaan, en de “wraak” kon genieten, waar ze naar snakte, zou zij meteenaan de maatschappij een dienst bewezen hebben. Zij is uitgesloten van iedere handeling jegens de persoon, die haar in het verderf gestort heeft; maar als een soort van compensatie mag zij een brandpunt worden van de ziekte, mag veel levens verkorten, veel gevallen van dood veroorzaken, en onafzienbare schade aanrichten; en dat alles kan zij doen binnen haar wettige rechten. Een gemeenschap, die dezen stand van zaken aanmoedigt, is niet alleen immoreel, maar dom.

Het kan misschien verwondering wekken, dat in de voorafgaande bespreking van de prostitutie nauwelijks een woord gezegd is over venerische ziekten. In de oogen van vele menschen is de kwestie der prostitutie eenvoudig de kwestie van syphilis. Maar van het psychologisch standpunt, dat ons hier direct aangaat, evenals van het moreele, waarmee we indirect wel bekend moeten zijn, kan de kwestie der ziekten, die verbonden kunnen zijn en ook zoo dikwijls verbonden zijn met de prostitutie, niet in de eerste plaats van beteekenis zijn. De twee kwesties zijn, hoe nauw ze ook met elkaar in verband mogen staan, in hun grondslag verschillend. Niet alleen zouden venerische ziekten blijven bestaan, al was de prostitutie volkomen verdwenen, maar, aan den anderen kant, als we syphilis op dergelijke wijze aan contrôle onderworpen hadden, als de eenigszins er mee verwante ziekte, lepra, dan zou het probleem der prostitutie nog blijven bestaan.Toch is het nauwelijks mogelijk, zelfs van het standpunt dat we hier innemen, de kwestie der venerische ziekten buiten beschouwing te laten, want de psychologische en moreele gezichtspunten van de prostitutie, en zelfs de geheele kwestie der sexueele verhoudingen, ondervinden, tot zekere hoogte, den invloed van hetbestaan van de ernstige ziekten, dievooraldoor sexueelen omgang verspreid worden.Fournier, een van de leidende autoriteiten op dit gebied, heeft terecht gezegd, dat syphilis, alcoholisme en tuberculose de drievoudige pest is van den tegenwoordigen tijd. In een veel vroegeren tijd (1851) had Schopenhauer inParerga en Paralipomenade meening geuit, dat de twee dingen, die het moderne maatschappelijk leven onderscheiden van dat van de oudheid, het ridderlijk eergevoel en de venerische ziekten zijn; te zamen, voegde hij er aan toe, hebben zij het leven vergiftigd en een vijandig en zelfs duivelsch element ingevoerd in de verhoudingen der seksen, dat indirect invloed heeft geoefend op alle andere maatschappelijke verhoudingen1. Het is als een koopwaar, zegt Havelburg van de syphilis, die de beschaving overal heen gevoerd heeft, zoo dat maar zeer weinige afgelegen landen van den aardbol (zooals Centraal Afrika en Centraal Brazilië) er tegenwoordig vrij van zijn2.Het is ongetwijfeld waar, dat in de oudere beschaafde landen de uitingen van syphilis, hoewel ze nog ernstig zijn en een oorzaak voor de physieke ontaarding van het individu en het ras, minder ernstig zijn dan ze waren, zelfs maar een generatie geleden3. Dit is gedeeltelijk het resultaat van vroegere en betere behandeling, voor een deel is het mogelijk het resultaat van het syphilitisch worden van het ras, daar een zekere mate van immuniteit nu een geërfd bezit geworden is, hoewel we toch in de herinnering moeten houden, dat een aanval van syphilis niet noodzakelijk immuniteit met zich brengt tegen den werkelijken aanval van de kwaal, zelfs bij hetzelfde individu. Maar we moeten er aan toevoegen, dat, ook al is ze minder ernstig geworden, de syphilis, in de meening van velen, toch nog bezig is zich uit te breiden, zelfs in de voornaamste centra der beschaving; dit heeft men evenzeer opgemerkt in Parijs als in Londen4.Volgens de meening, die tegenwoordig algemeen begint te heerschen, is syphilis naar Europa overgebracht aan het einde van de vijftiende eeuw door de eerste ontdekkers van Amerika. In Seville, de voornaamste Europeesche haven voor Amerika, was ze bekend als de Indische ziekte, maar toen Karel VIII en zijn leger ze in 1495 het eerst naar Italië overbrachten, werd ze de Gallische ziekte genoemd, hoewel deze connectie met de Franschen alleen maar toevallig was; “een monsterachtige ziekte”, zeide Cataneus, “die in vorige eeuwen nooit gezien is en onbekend is in de geheele wereld”.De synoniemen voor syphilis waren eerst ontelbaar. Ferrara gaf in zijn Latijnsche gedichtSyphilis sive Morbus Gallicus, geschreven vóór 1521, en uitgegeven in Verona in 1530, eindelijk aan de ziekte den naam, die er nu algemeen voor aangenomen is, waarbij hij ter verklaring van de herkomst ervan een romantische sage uitvond.Hoewel men tegenwoordig vrij algemeen schijnt te gelooven, dat de syphilis uit Amerika naar Europa is overgebracht, bij de ontdekking van de Nieuwe Wereld, is het eerst in de allerlaatste jaren geweest, dat deze meening grond gewonnen heeft; het schijnt zelfs nu niet eens zeker, dat, wat de Spanjaarden uit Amerika mee terug brachten, werkelijk een ziekte was, die geheel nieuw was in de Oude Wereld, en niet een krachtiger vorm van een oude ziekte, waarvan de uitingen goedaardig geworden waren. Buret, bij voorbeeld, (Le Syphilis Aujourd’hui et chez les Anciens, 1890), die eenige jaren geleden tot de diepe overtuiging kwam, dat“syphilis dateert van de schepping van den mensch”, en die uit een nauwkeurige studie der klassieke schrijvers tot het geloof gekomen was, dat syphilis in Rome al bestond onder de Caesars, meende, dat ze op verschillende plaatsen en op verschillende tijden uitgebroken was, en dat ze in epidemische uitbarstingen verschillende combinaties vertoonde van haar verschillende symptomen, zoo dat ze op gewone tijden voorkwam zonder opgemerkt te worden en op de tijden van meer intense uiting beschouwd werd als een tot dusverre onbekende ziekte. Zoo werd er in de klassieke tijden gemeend, denkt hij, dat ze uit Egypte kwam, hoewel hij Azië voor haar werkelijk tehuis hield. Leopold Glück heeft ook passages aangehaald (Archiv für Dermatologie und Syphilis, January 1899) uit de medische epigrammen van een dokter uit de zestiende eeuw, Gabriel Ayala, die verklaart, dat syphilis niet werkelijk een nieuwe ziekte is, hoewel er gewoonlijk gemeend wordt, dat ze dat is, maar een oude ziekte, die met tot dusverre onbekende kracht uitgebroken is. Er is echter geen enkele overtuigende reden, om te gelooven, dat syphilis in de klassieke oudheid bekend was. A. N. Notthaft (“Die Legendevonder Althertums-syphilis”, in het RindfleischFestschrift, 1907, pp. 377–592) heeft critische nasporingen gedaan naar passages in klassieke schrijvers, waarvan Rosenbaum, Buret, Proksch en anderen meenden, dat ze sloegen op syphilis. Het is volkomen waar, geeft Notthaft toe, dat vele van deze passages misschien wel op syphilis zouden kunnen slaan, en dat een of twee zelfs beter zouden passen op syphilis dan op eenige andere ziekte. Maar over het geheel leveren zij in het geheel geen bewijs en geen syphiloloog, besluit hij, is er ooit in geslaagd te demonstreeren, dat syphilis in de oudheid bekend was. Dat geloof is een mythe. Het meest verpletterende bewijs er tegen is, zooals Notthaft zegt, het feit, dat, hoewel er in de oudheid groote medici waren, die nauwkeurige waarnemers waren, niet een van hen een beschrijving geeft van de primaire, secundaire, tertiaire en aangeboren vormen van deze ziekte. China wordt dikwijls vermeld als het oorspronkelijke tehuisvan de syphilis, maar dit geloof is geheel zonder grond, en de Japansche medicus, Okamura, heeft aangetoond (Monatschrift für praktische Dermatologie, deel XXVIII, blz. 296et. seq.) dat Chineesche verhandelingen niets over de syphilis melden vóor de zestiende eeuw. In de Parijsche Academie voor Geneeskunde werden in 1900 door Fouquet photografieën gedemonstreerd van menschelijke overblijfsels, die dateeren van 2400 voor Christus, die veranderingen in het beenderenstelsel vertoonen, die duidelijk syphilitisch schenen te wezen; Fournier echter, een van de grootste autoriteiten, meende, dat de diagnose van syphilis niet kon volgehouden worden, voordat andere toestanden, die dergelijke veranderingen in het beenderenstelsel hadden kunnen teweeg brengen, geëlimineerd waren (British Medical Journal, September 29, 1900, p. 946). In Florida en verschillende deelen van Centraal Amerika, op ongetwijfeld vòor den tijd van Columbus stammende begraafplaatsen, zijn zieke beenderen gevonden waarvan goede autoriteiten verklaard hebben, dat ze niet anders dan syphilitisch konden zijn (b.v.British Medical Journal, November 20, 1897, p. 1487), hoewel we kunnen opmerken, dat nog kort geleden, in 1899, de voorzichtige Virchow constateerde, dat de syphilis van vóor den tijd van Columbus voor hem nog een open kwestiewas(Zeitschrift für Ethnologie, Deel 2 en 3, 1899 p. 216). Aan den anderen kant toont Seler, de bekende autoriteit over de Mexikaansche oudheid aan, dat de oude Mexikanen een ziekte kenden, die, zooals zij haar beschreven, wel syphilis had kunnen wezen. Het blijkt echter duidelijk, dat, terwijl de moeilijkheid om zieke beenderen te demonstreeren in Amerika wel even groot is als in Europa, de demonstratie toch, hoe volkomen ze ook zijn mag, niet voldoende zou zijn om aan te toonen, dat de ziekte niet ook reeds bestond in de Oude Wereld. De plausibele theorie van Ayala, dat de syphilis van de vijftiende eeuw een hevig optreden was van een oude ziekte is in de meer moderne tijden herhaaldelijk weer in het leven geroepen. Zoo denkt J. Knott (“The Origin of Syphilis”New York Medical Journal, October 31, 1908), dat hoewel ze niet nieuw was in het Europa van de vijftiende eeuw, ze toen nieuw ingevoerd werd in een vorm, die ernstiger geworden was doordat ze van een erotisch ras kwam, zooals men meent, dat dikwijls het geval is.Het was in de achttiende eeuw, dat Jean Astruc het geloof begon te herstellen, dat syphilis werkelijk een betrekkelijk moderne ziekte is van Amerikaanschen oorsprong, en sindsdien hebben vele autoriteiten van gewicht hun instemming met dit gezichtspunt betuigd. Aan de energie en de bekwaamheid van Dr. Iwan Bloch, uit Berlijn (het eerste deel van zijn belangrijk werk,Der Ursprung der Syphilis, werd uitgegeven in 1901) danken wij de volledige samenstelling van het materiaal, dat het bewijs levert voor den Amerikaanschen oorsprong van de syphilis. Bloch beschouwt Ruy Diaz de Isla, een beroemd Spaansch medicus, als de voornaamste getuige voor den Indischen oorsprong van de ziekte, en besluit, dat ze naar Europa overgebracht werd door de mannen van Columbus, uit Midden Amerika, meer speciaal van het eiland Haiti, naar Spanje in 1493 en 1494, en onmiddellijk daarna door de legers van Karel VIII als epidemie verspreid werd over Italië en de andere landen van Europa.We kunnen hieraan toevoegen, dat, zelfs als we de theorie moeten aannemen, dat de centrale streken van Amerika de plaats zijn van den oorsprong der Europeesche syphilis, we toch nog moeten erkennen, dat de syphilis zich op het vasteland van Noord-Amerika zeer veel langzamer verspreid heeft dan in Europa en ook meer gedeeltelijk, en zelfs tegenwoordig zijn er Amerikaansche Indiaansche stammen, onder wie ze onbekend is. Holder heeft op grond van zijn eigen ervaringen onder Indianen en van informaties door bemiddeling van verschillende medici een statistiek gemaakt die aantoont, dat van ongeveer dertig stammen en groepen van stammen, achttien bijna of geheel vrij waren van venerische ziekten, terwijl onder dertien ze zeer veel voorkwamen. Bijna zonder uitzondering weigeren de stammen, waar syphilis weinig voorkomt ofonbekend is, sexueelen omgang aan vreemdelingen, terwijl zij, onder wie zulke omgang meer voorkomt, moreel laks zijn. Het zijn de blanken, die de bron zijn van infectie onder deze stammen (A. B. Holder, “Gynecic Notes Among the American Indians”,American Journal of Obstetrics1892, No. 1).Syphilis is een, maar zeker de belangrijkste, van een groep van drie geheel verschillende “venerische ziekten”, die eerst in den laatsten tijd onderscheiden zijn, en wat hun juisten aard en oorzaak aangaat inderdaad eerst nu beginnen begrepen te worden, hoewel twee er van zeker in de oudheid bekend geweest zijn. Het is eerst zeventig jaar geleden, dat Ricord, de groote Fransche syphiloloog, die na Bassereau kwam, het eerst de volkomen onafhankelijkheid verkondigd heeft van de syphilis, zoowel van gonorrhoe als van weeke schanker, terwijl hij tevens duidelijk de drie stadiën uiteengezet heeft, het primaire, het secundaire en het tertiaire, in welke de syphilis meestal tot uiting komt, terwijl men van den vollen omvang van de tertiaire symptomen der syphilis tegenwoordig bijna nog niet op de hoogte is, en men eerst nu algemeen begint te beseffen, dat twee van de meest voorkomende en ernstigste ziekten van de hersenen en van het zenuwstelsel—algemeene verlamming en ruggemergstering of locomotorische ataxie—hun voornaamste, hoewel niet uitsluitende oorzaak vinden in het binnendringen van het vergif der syphilis vele jaren vroeger. In 1879 begon een nieuw stadium van meer nauwkeurige kennis van de venerische ziekten met de ontdekking van Neisser van den gonococcus, die de eigenlijke oorzaak is van de gonorrhoe. Deze werd een paar jaar later gevolgd door de ontdekking van Ducrey en Unna van den bacil van den weeken schanker, de minst belangrijke van de venerische ziekten, omdat de gevolgen ervan alleen maar plaatselijk zijn. Ten slotte, in 1905, nadat Metchnikoff den weg bereid had, toen hij er in slaagde syphilis over te brengen van mensch op aap, en Lassar, door inenting, van aap op aap—deed Fritz Schaudinn zijn groote ontdekking van de protozoïscheSpirochaeta pallida(sedertdiensoms genaamdTreponema pallidum), die nu algemeen beschouwd wordt als de oorzaak van de syphilis; daardoor ontdekte hij de schuilplaats van de gevaarlijkste en verraderlijkste vijanden van de menschheid5.Er is geen fijner vergif dan dat van de syphilis. Syphilis is niet, als kinderpokken of typhus, een ziekte, die een korten, plotselingen storm veroorzaakt, een hevigen strijd met de levenskrachten, waarin ze, zelfs zonder behandeling, meestal het onderspit delft, mits hetorganisme gezond is, terwijl ze weinig of geen sporen nalaat van haar verwoestingen,—neen, zij dringt dieper en dieper in het organisme door, ze leidt na verloop van tijd tot steeds nieuwe complicaties, en geen weefsel is veilig voor haar aanvallen. En zoo fijn is dit alles doordringende vergif, dat, hoewel de uitwendige verschijnselen ervan vatbaar zijn voor langdurige behandeling, het dikwijls moeilijk te zeggen is dat het vergif ten slotte volkomen gedood is6.Het enorme belang van de syphilis, en de voornaamste reden waarom het noodig is ze hier te beschouwen, ligt in het feit, dat de gevolgen ervan niet beperkt zijn tot het individu zelf, en zelfs ook niet tot de menschen aan wie hij het kan overdragen door besmetting, door aanraking in of buiten sexueele verhoudingen: ze tast de nakomelingschap aan en ze tast de teelkracht zelf aan. Ze grijpt mannen en vrouwen aan in de kracht van het leven, de voortbrengers van het komende geslacht, en leidt òf tot steriliteit òf tot onrijpe en ziekelijke producten van de conceptie. De vader alleen kan misschien syphilis op zijn kind overbrengen, zelfs als de moeder aan de besmetting ontkomt, en het kind, dat uit syphilitische ouders geboren is kan schijnbaar gezond ter wereld komen, om zijn syphilitischen oorsprong eerst na een periode van maanden of zelfs van jaren te openbaren. Zoo is syphilis waarschijnlijk een hoofdoorzaak voor den achteruitgang van het ras7.Zoowel bij het individu als bij zijn nakomelingschap vertoont de syphilis haar vernielende gevolgen op alle organen, maar voornamelijk op de hersenen en het zenuwstelsel. Er zijn, zooals Mott, een leidende autoriteit in deze zaak8, aangetoond heeft, vijf wijzen, waarop syphilis de hersenen en het zenuwstelsel aantast: (1) door moreelen schok; (2) door de gevolgen van het vergif in het teweegbrengen van anaemie en algemeene voedingsstoornissen; (3) door het veroorzaken van ontsteking van de vliezen en de weefsels van de hersenen; (4) door het veroorzaken van degeneratievan de arterie, die aanleiding geeft tot hersenverweeking, verlamming en dementia; (5) als een zeer voorname oorzaak van de para-syphilitische aandoeningen van algemeene verlamming en ruggemergsverlamming.Het is eerst in de laatste jaren, dat de medici de overwegende rol erkend hebben, die gespeeld wordt door verkregen of geërfde syphilis, bij het veroorzaken van algemeene verlamming, die in zoo ruime mate er toe medewerkt krankzinnigengestichten te vullen, en ruggemergsverlamming, hetgeen de belangrijkste ziekte is van het ruggemerg. Zelfs tegenwoordig kan men nauwelijks zeggen, dat er volkomen overeenstemming is betreffende het hooge belang van syphilis als factor in deze ziekten. Er kan echter weinig twijfel aan bestaan, dat in tenminste ongeveer vijf en negentig percent gevallen van algemeene paralyse syphilis aanwezig is9.Syphilis alleen is inderdaad geen voldoende oorzaak voor algemeene paralyse, want onder vele natuurvolken is syphilis zeer gewoon, terwijl algemeene paralyse zeer zeldzaam is. Het is, zooals Krafft-Ebing gewoon was te zeggen, syphilisatie en civilisatie, die tezamen werkende algemeene paralyse veroorzaken, misschien in sommige gevallen, naar er reden is om te meenen, op een nerveuzen bodem, die tot zekere hoogte erfelijk gedegenereerd is; dit blijkt uit het abnormaal veel voorkomen van aangeboren teekenen van degeneratie, die bij algemeene paralytici gevonden werden door Näcke en anderen. “Paralyticus nascitur atque fit”, volgens het gezegde van Obersteiner. Eens ondermijnd door syphilis, zijn de ontaarde hersenen niet in staat weerstand te bieden aan de rukken en den druk van het beschaafde leven, en het gevolg is algemeene paralyse, die naar waarheid beschreven is als “een van de vreeselijkste geesels van moderne tijden”.In 1902 nam de psychologische afdeeling van deBritish Medical Association, die de meest bevoegde autoriteit over deze zaak is, met algemeene stemmen een besluit, hetwelk beval, dat de aandacht van de wetgeving en verschillende publieke lichamen gevestigd zou worden op de noodzakelijkheid van onmiddellijk handelen, gezien het feit, dat “algemeene paralyse een zeer ernstige en veel voorkomende vorm van hersenziekte, mèt andere variëteiten van krankzinnigheid in ruime mate voortkomt uit syphilis, en duste voorkomen is”. Toch is nog geen enkele schrede in deze richting gedaan.De gevaren van de syphilis liggen niet alleen in haar macht en haar taaiheid, maar ook daarin, dat ze zooveel slachtoffers maakt. Het is moeilijk te constateeren hoeveel syphilis inderdaad voorkomt; maar in de verschillende landen zijn al veel gedeeltelijke nasporingen gedaan, en het is waarschijnlijk dat vijf tot twintig percent van de bevolking van Europa met syphilis besmet is, terwijl ongeveer vijftien percent van de syphilitische personen sterft aan oorzaken, die direct of indirect gevolgen van de ziekte zijn10. In Frankrijk heeft over het algemeen, naar een taxatie van Fournier, zeventien percent van de geheele bevolking syphilis gehad; in Toulouse constateert Andry, dat achttien percent van al zijn patiënten syphilitisch zijn, en in Kopenhagen, waar de aangifte verplicht is, zegt men, dat meer dan vier percent van de bevolking aan syphilis lijdt. In Amerika heeft een commissie van de Medical Society of New-York, als resultaat van een grondig onderzoek naar deze zaken gerapporteerd, dat in de stad New-York jaarlijks niet minder dan een kwart millioen gevallen van venerische ziekten voorkomen, en een toonaangevende dermatoloog uit New-York heeft geconstateerd, dat in de families van den beteren stand, die hij nauwkeurig kent, minstens een derde van de zoons syphilis gehad hebben. In Duitschland schat men, dat jaarlijks acht honderd duizend gevallen van venerische ziekten voorkomen, en aan de grootere universiteiten worden iederen collegetijd vijf en twintig percent van de studenten geïnfecteerd; venerische ziekten komen vooral onder studenten voor. Het jaarlijksch aantal mannen, dat in het Duitsche leger aan venerische ziekten lijdt is een derde van het geheele aantal, dat in den Fransch-Duitschen oorlog gewond is. Toch staat het Duitsche leger, wat de venerische ziekten aangaat, vrij hoog, vergeleken bij het Engelsche leger, dat meer syphilitisch is dan eenig ander Europeesch leger11. Daar het Engelsche legeruit beroepssoldaten bestaat en niet op algemeene dienstplicht berust, geeft het niet zoo’n juist beeld van het volk als het leger in landen, waar de een of andere vorm van dienstplicht bestaat. In een der Londensche ziekenhuizen kon worden vastgesteld, dat tien percent van de patiënten syphilis gehad had; dit beteekent waarschijnlijk een werkelijke verhouding van ongeveer vijftien percent, een hoog, hoewel niet een buitengewoon hoog aantal. Toch is het duidelijk, dat zelfs als het aantal werkelijk lager is dan dit, het nationale verlies in leven en gezondheid, in gebrekkig nageslacht en rasontaarding enorm en feitelijk onberekenbaar moet zijn. Zelfs in geld kan men het budget van venerische ziekten vergelijken met het algemeene budget van een groote natie. Stritch berekent, dat de onkosten voor de Engelsche natie aan venerische ziekten in het leger, de marine en de administratie alleen, jaarlijks 3.000.000 pond sterling bedragen, en als men pensioenen en ziekteverloven mederekent, die indirect door deze ziekten veroorzaakt worden, hoewel zij als zoodanig niet voorkomen op de officieele lijsten, dan wordt de juiste schatting van de onkosten voor de natie gezegd te zijn 7.000.000 pond sterling. Het nemen van eenvoudige,hygiënischemaatregelen voor het voorkomen en het spoedig genezen van venerische ziekten zal niet alleen indirect, maar zelfs direct een bron zijn van enorme welvaart voor het land.Syphilis is degene onder de venerische ziekten, die het duidelijkst en het meest in het oog springend, schrik aanjaagt. Toch komt ze minder voor en is in sommige opzichten minder arglistig dan de andere venerische ziekte gonorrhoe12. Er was een tijd, toen de ernstige aard van gonorrhoe, vooral bij vrouwen, weinig erkend werd. Mannen namen ze aan met een luchtig hart als een voorval van geringe beteekenis; vrouwen namen er geen notitie van. Dit niet inzien van den ernst van de gonorrhoe, soms zelfs van de zijde van medici—zoodat ze gewoonlijk, in Grandin’s woorden, beschouwd werd alsof ze van weinig meer beteekenis was dan eenneusverkoudheid—heeft geleid tot een reactie van de zijde van sommigen naar een tegenovergesteld uiterste, en de gevaren van de gonorrhoe zijn zeer overdreven. Dit is vooral het geval met betrekking tot de steriliteit. De ontstekingsgevolgen van gonorrhoe zijn ongetwijfeld een machtige oorzaak van steriliteit bij beide seksen; sommige autoriteiten hebben geconstateerd, dat niet alleen tachtig percent van de sterfgevallen door ontstekingsziekten van de organen in het bekken, en de meerderheid van de gevallen van chronische invaliditeit bij vrouwen, maar tevens negentig percent der niet gewilde onvruchtbare huwelijken, het gevolg zijn van gonorrhoe. Neisser, een groote autoriteit, schrijft aan deze ziekte ongetwijfeld vijftig percent van zulke huwelijken toe. Zelfs deze taxatie is naar de ervaring van sommige medici te hoog. Het is ten volle bewezen, dat de groote meerderheid der mannen, die gonorrhoe gehad hebben, zelfs als zij niet trouwen vòor twee jaar nadat ze geïnfecteerd werden, de kwaal niet overbrengen op hun vrouwen; en zelfs van de vrouwen, die door haar mannen geïnfecteerd zijn, hebben meerdande helft kinderen. Dit is b.v. het resultaat van de onderzoekingen van Erb, en Kisch spreekt nog met meer nadruk in denzelfden zin. Bumm, die gonorrhoe beschouwt als een van de twee voornaamste oorzaken der steriliteit bij vrouwen, vindt echter dat ze niet de meest voorkomende oorzaak is, en dat ze alleen maar verantwoordelijk is voor ongeveer een derde van de gevallen; de andere twee derden zijn het gevolg van fouten in de ontwikkeling van de genitaliën. Dunning in Amerika heeft resultaten verkregen, die tamelijk wel overeenkomen met die van Bumm.Wat een ander van de vreeselijke gevolgen der gonorrhoe betreft, de ongeneeslijke blindheid, die zij door infectie van de oogen bij de geboorte te voorschijn roept, daaraan heeft langen tijd geenerlei twijfel bestaan. De Commissie van deOphthalmological Societyin 1884, heeft gerapporteerd, dat dertig tot een en veertig percent van de bewoners van vier blindeninstituten hun blindheid aan deze oorzaak te wijten hebben13. In Duitsche instituten heeft Reinhard gevonden, dat dertig percent hun gezicht door dezelfde oorzaak verloren hebben. Het totale aantal personen, die blind zijn door infectie met gonorrhoe door hun moeders bij hun geboorte is enorm. De Engelsche koninklijke commissie, ingesteld tot onderzoek naar den toestand van blinden taxeerde, dat er ongeveer zeven duizend personen in het Vereenigd Koninkrijk alleen waren (of twee en twintig percent van de blinden in het land), die blind werden als gevolg van deze kwaal, en Mookerji constateerde in zijn toespraak over ophthalmologie op het IndischeMedische Congres van 1894, dat in Bengalen alleen er zes honderd duizend totaal blinde bedelaars waren, van wie veertig percent het gezicht verloren bij hun geboorte door gonorrhoe van de moeder; en dit heeft alleen betrekking op de bedelaarsklasse.Hoewel gonorrhoe vele en verschillende ellenden14te voorschijn kan roepen, kan er geen twijfel aan zijn, dat de meerderheid van met gonorrhoe besmette personen aan de gevaren der ziekte ontsnapt, zoowel wat henzelf als wat het aanbrengen van eenig zeer ernstig nadeel aan anderen betreft. De speciale reden, waarom gonorrhoe een zoo bijzonder ernstige geesel geworden is, is de buitengewone veelvuldigheid, waarmee ze voorkomt. Het is uiterst moeilijk het aantal van de mannen en vrouwen, die gonorrhoe gehad hebben, te taxeeren, en de taxaties varieeren binnen ruime grenzen. Dikwijls wordt het te hoog gesteld. Erb, uit Heidelberg, die alle overdrijving over het veelvuldig voorkomen van de gonorrhoe wenschte te voorkomen, ging in zijn eigen praktijk de geschiedenissen na van twee duizend twee honderd patienten (alle gasthuispatienten niet medegerekend) en vond, dat het aantal van hen, die aan gonorrhoe geleden hadden 48.5 percent was.Onder den werkmansstand komt de ziekte veel minder voor dan onder menschen van hoogeren stand. In een ziekenkas in Berlijn hadden jaarlijks 412 van de 10.000 mannen en 69 van de 10.000 vrouwen gonorrhoe; gedurende een serie jaren vertoonde de statistiek een voortdurende toename in het aantal mannen, en een afname in het aantal vrouwen met venerische ziekten; dit schijnt er op te wijzen, dat de werkmansklassen meer omgang beginnen te hebben met prostituées en minder met fatsoenlijke meisjes15. In Amerika heeft Wood Ruggles (evenals Noggerath al vroeger, voor New York), de veelvuldigheid van gonorrhoe onder volwassen mannen geschat op 75 tot 80 percent; Tenney stelt ze veel lager, 20 percent voor mannen en 5 percent voor vrouwen. In Engeland heeft een schrijver in deLancet, eenige jaren geleden16, bevonden, dat 75 percent der volwassen mannen, die hij onderzocht, eens gonorrhoe gehad hebben, 40 percent tweemaal, 15 percent drie of meerdere malen. Volgens Dulbergkomen 15 percent nieuwe gevallen voor bij getrouwde mannen van goeden maatschappelijken stand, terwijl de ziekte betrekkelijk zeldzaam is onder getrouwde mannen van de werkende klasse in Engeland.Gonorrhoe komt dus, wat het veel voorkomen aangaat, alleen nà mazelen en naar den ernst van de gevolgen ervan, alleen na tuberculose. “En toch”, zooals Grandin opmerkt, als hij gonorrhoe met tuberculose vergelijkt, “zie eens den energieken kruistocht, die tegen de laatste is ondernomen en de misdadige apathie, die ten toon gespreid wordt als het de eerste betreft”17. Het publiek moet leeren begrijpen, merkt een ander schrijver op, dat “gonorrhoe een pest is, die zijn hoogste belangen en zijn heiligste verhoudingen raakt, evenzeer als pokken, cholera, diphterie en tuberculose”18.Men kan evenwel niet zeggen, dat er geen pogingen gedaan zijn den stroom van venerische ziekten te keeren. Zulke pogingen zijn, integendeel, al eeuwen lang gedaan. Maar zij hebben nooit resultaten gehad19; zij zijn nooit gewijzigd naar veranderde omstandigheden; nu nog zijn zij wanhopig onwetenschappelijk en niet in overeenstemming met de maatschappelijke, evenmin als met de individueele eischen van moderne volken. Op de verschillende conferenties, die in de laatste jaren over deze kwestie gehouden zijn, is de eenige algemeene conclusie, die er het resultaat van is, dat al de bestaande systemen van tusschenbeide komen of van niet-tusschenbeide komen onvoldoende zijn20.De aard van de prostitutie is veranderd en de wijzen van ze te behandelen moeten daarmee veranderen. Bordeelen, en de systemen van officieele reglementeering, die speciaal voor deze bordeelen ontstonden, zijn evenzeer uit den tijd; zij hebben een middeleeuwsche tint over zich, ze ademen een geest van antiekheid, die ze in onzen tijd onaantrekkelijk en verdacht maken. Het openlijk als zoodanig erkende bordeel komt in discrediet; het absoluut onder politie-contrôle staande publieke meisje bestaat haast niet meer. De prostitutie begint zich langzamerhand minder te concentreeren, zich nauwer met het maatschappelijk leven over het algemeen te vermengen, minder gemakkelijk onderscheiden te worden als een bepaald, afzonderlijk deel van de maatschappij. Wij kunnen er tegenwoordig alleen maar invloed op uitoefenen door methoden, die op onze maatschappelijke toestanden als geheel werken.De tegenzin tegen de reglementeering van de prostitutie groeit nog maar langzaam aan, maar hij ontwikkelt zich toch overal en kan evenzeer nagespoord worden in de opinie der wetenschappelijke mannen als in die van het volk. In Frankrijk hebben de gemeentebesturen van sommige van de grootste steden òf het systeem der reglementeering geheel afgeschaft, òf ze hebben hun afkeuring er over geuit, terwijl een onderzoek bij vele honderde medici aangetoond heeft, dat minder dan een derde er vóor waren de reglementeering te handhaven (Die Neue Generation, Juni 1909, p. 244). In Duitschland, waar in sommige opzichten meer geduldige verdraagzaamheid is voor hen, die inbreuk maken op de vrijheid van het individu dan in Frankrijk, Engeland of Amerika, worden nog steeds verschillende uitgebreide systemen voor het organiseeren van de prostitutie en den strijd tegenover de venerische ziekte, in stand gehouden, maar zij kunnen niet geheel in praktijk gebracht worden, en er wordt algemeen toegegeven, dat zij in ieder geval het beoogde doel niet kunnen bereiken. Zoo worden in Saksen geen bordeelen officieel geduld, hoewel zij natuurlijk toch bestaan. Hier zijn, evenals in vele andere deelen van Duitschland, de meest nauwkeurige en uitgebreide reglementen opgesteld voor het gedrag der prostituées. Zoo mogen zij in Leipzig niet op de banken zitten op de publieke wandelplaatsen, niet naar schilderijenmuseums gaan, of naar comedies, concerten of restaurants, niet uit haar ramen kijken, niet rondkijken op straat, niet glimlachen of wenken, enz. enz. Inderdaad, de prostituée, die de heldhaftige zelfbeheersching bezit om al deze bevelen uit te voeren, die officieel uitgevaardigd zijn om haar voor te lichten, zou wel recht hebben op een levenslang pensioen van staatswege.Twee methoden om de prostitutie te behandelen komen in Duitschland het meest voor. In sommige steden worden publieke huizen der prostitutie geduld (hoewel ze geen concessie hebben); in andere steden is prostitutie “vrij”, hoewel “geheim”. Hamburg is de voornaamste stad waar huizen der prostitutie geduld worden in afzonderlijke deelen der stad. Maar er is geconstateerd, dat “overal verreweg het grootste deel der prostituées tot de zoogenaamde “geheimeklasse” behoort”. Alleen in Hamburg worden verdachte mannen, als ze beschuldigd worden vrouwen geïnfecteerd te hebben, officieel onderzocht; mannen van iedere klasse der maatschappij moeten een oproep van deze soort gehoorzamen, die in het geheim uitgevaardigd wordt en als ze ziek zijn, zijn zij verplicht zich onder behandeling te stellen, zoo noodig onder dwangbehandeling in het stedelijk ziekenhuis, totdat ze niet langer gevaarlijk zijn voor de gemeenschap.In Duitschland wordt een vrouw, als men herhaaldelijk waargenomen heeft, dat ze op straat verdacht handelt, eerst rustig gewaarschuwd; als de waarschuwing in den wind geslagen wordt, wordt haar gevraagd aan de politie haar naam en haar adres op te geven en dan wordt zij ondervraagd. Eerst als deze methoden zonder resultaat blijven, wordt zij officieel als prostituée ingeschreven. De ingeschreven vrouwen dragen, in sommige steden ten minste, bij aan een ziekenfonds, dat haar onkosten betaalt als ze in het ziekenhuis zijn. De aarzeling van de politie om een vrouw op de officieele lijst in te schrijven is gerechtvaardigd en onvermijdelijk, want geen andere gedragslijn zou geduld worden; maar de meeste prostituées beginnen haar loopbaan zeer vroeg, en daar ze gewoonlijk in het eerste begin van die loopbaan geïnfecteerd worden, is het duidelijk, dat dit uitstel er toe bijdraagt het systeem der reglementeering zonder succes te doen zijn. In Berlijn, waar geen officieel erkende bordeelen zijn, zijn ongeveer zes duizend ingeschreven prostituées, maar men heeft getaxeerd, dat er meer dan zestig duizend prostituées zijn, die niet ingeschreven zijn. (De voorafgaande feiten zijn genomen uit een serie artikelen, die de persoonlijke nasporingen beschrijven die in Duitschland gedaan zijn door Dr. F. Bierhoff, uit New-York, “Police Methods for the Sanitary Control of Prostitution”,New York Medical Journal, August, 1907). De taxatie van de clandestiene prostitutie kan natuurlijk nooit anders dan op gissen berusten; precies hetzelfde getal van zestig duizend wordt gewoonlijk genoemd als het waarschijnlijk aantal van prostituées, niet alleen in Berlijn, maar ook in Londen en in New-York. Het is absoluut onmogelijk te zeggen of het onder of boven het werkelijke aantal is, want geheime prostitutie is geheel ontastbaar. Zelfs als de feiten op wonderbaarlijke wijze geopenbaard werden, dan zou nog de moeilijkheid blijven te beslissen wat prostitutie is en wat niet. De erkende en publieke prostituée is in verschillende graden verbonden aan de eene zijde met het fatsoenlijke meisje, dat thuis woont en een kleine verlichting zoekt van den druk van haar fatsoen, en aan den anderen kant aan de getrouwde vrouw, die getrouwd is om een tehuis. In ieder geval echter is het volkomen zeker, dat publieke prostituées, die geheel leven van de opbrengst der prostitutie, maar een klein deel vormen van dat groote leger van vrouwen, die in een ruimen zin van het woord gezegd kunnen worden prostituées te zijn, d.i., die haar aantrekkelijkheden gebruiken om van mannen te verkrijgen niet alleen liefde, maar geld of goederen.“De strijd tegen de syphilis is alleen mogelijk als wij het er over eens zijn, dat de slachtoffers er van beschouwd moeten worden als ongelukkig en niet als schuldig … Wij moeten het vooroordeel opgeven, dat geleid heeft tot het ontstaan van den naam “schandelijke ziekten”, en dat verbiedt van dezen geesel van het gezin en der menschheid te spreken”. In deze woorden van Duclaux, de vermaarde opvolger van Pasteur aan het Instituut Pasteur, in zijn edel en bewonderenswaardig werkL’Hygiène Socialezien wij ons den eenigen weg aangewezen, daar ben ik van overtuigd, waarlangs we de rationeele en met goed gevolg bekroonde behandeling kunnen naderen van het groote maatschappelijke probleem der venerische ziekten.Het hooge belang van dezen sleutel tot de oplossing van een probleem, dat dikwijls onoplosbaar geschenen heeft, begint tegenwoordig overal erkend te worden, in alle landen. Zoo zegt een beroemd Duitsch autoriteit, Professor Finger (Geschlecht und Gesellschaft, Bd. 1, Heft 5), dat venerische ziekte niet moet beschouwd worden als een wel-verdiende straf voor een liederlijk leven, maar als een ongelukkig toeval. Het schijnt echter in Frankrijk geweest te zijn, dat deze waarheid met den meesten moed en de meeste humaniteit verkondigd is en niet alleen door de volgelingen van de wetenschap en de geneeskunde, maar door velen, die zeer wel een verontschuldiging hadden kunnen vinden, waardoor ze zich niet zouden behoeven te mengen in een zoo moeilijke en ondankbare taak. Zoo hebben de broeders, Paul en Victor Margueritte, die een schitterende en eervolle plaats innemen in de tegenwoordige Fransche letterkunde, zich onderscheiden door te pleiten voor een meer humane houding jegens deprostituées, en voor een meer moderne methode bij het behandelen van de kwestie der venerische ziekten. “De ware methode tot voorbehoeding is die methode, die het duidelijk maakt aan allen, dat syphilis niet is een geheimzinnig en vreeselijk iets, de straf voor de zonde van het vleesch, een soort van schandelijk kwaad, dat gebrandmerkt is door den vloek der Katholieken, maar een gewone ziekte, die behandeld kan worden en genezen”. We kunnen opmerken, dat de tegenzin om te erkennen dat men lijdende is aan venerische ziekte, in Frankrijk minstens even groot is als in eenig ander land; “maladies honteuses” is een gesanctionneerde term in Frankrijk, evenals “loathsome disease” in Engeland; “in het ziekenhuis”, zegt Landret, “kost het veel moeite een erkenning te verkrijgen van gonorrhoe, en we mogen ons gelukkig rekenen als de patient het feit erkent, dat hij syphilis gehad heeft”.Geen verkeerdheden kunnen bestreden worden, voordat zij erkend zijn, eenvoudig en openlijk, en voordat ze eerlijk besproken zijn. Het is een veelbeteekenend en zelfs symbolisch feit, dat de bacteriën van een ziekte zelden tieren als zij blootgesteld zijn aan de vrije stroomen van frissche lucht. Geheimzinnigheid, vermomming, verborgenheid leveren de beste voorwaarden voor hun kracht en verspreiding, en deze begunstigende voorwaarden hebben wij eeuwen lang aan de venerische ziekten verschaft. Het is niet altijd zoo geweest, zooals ook het overleven van het woord “venerisch” zelf in dit verband, met zijn verwijzing naar een godin, alleen al voldoende aantoont. Zelfs de naam “syphilis”, genomen uit een romantisch gedicht, waarin Fracastorus een mythologischen oorsprong vond voor de kwaal, legt getuigenis af van hetzelfde feit. De romantische houding is inderdaad evenzeer uit de mode als de houding van huichelachtige en bedeesde geheimzinnigheid. We moeten deze ziekten onder de oogen zien op dezelfde eenvoudige, directe en moedige wijze als reeds met goed gevolg gedaan is in het geval van pokken, een ziekte, die de menschen, van ouds op gelijken voet stelden met syphilis, en die werkelijk eens bijna even vreeselijk was in haar verwoestingen.Op dit punt ontmoeten we echter hen, die zeggen, dat het niet noodig is een soort van erkenning te toonen voor venerische ziekten, en die het immoreel vinden iets te doen, dat toegevendheid in zich zou sluiten voor hen> die aan zulke ziekten lijden; zij hebben gekregen wat zij verdienen en men kan ze rustig latenomkomen. Zij, die dit standpunt innemen, plaatsen zich zoo ver buiten het gebied der beschaving—om nog te zwijgen van moraal of godsdienst—dat ze wel buiten beschouwing kunnen gelaten worden. De vooruitgang van het ras, de ontwikkeling der menschelijkheid, in feiten en in gevoelens, hebben samengewerkt om een houding uit de wereld te helpen, waarvan het een beleediging is voor natuurvolken, haar de houding van een wilde te noemen. Toch is het een houding, waar we rekening mee moeten houden, want ze heeft nog waarde in de oogen van de menschen, die te zwak zijn om weerstand te bieden aan hen, die met mooie moreele phrasen goochelen. Ik heb zelfs in een medische omgeving de bewering gehoord, dat venerische ziekten niet gelijkgesteld kunnen worden met andere infectieziekten, omdat ze “het resultaat van een handeling van den wil” zijn. Maar al de ziekten, ja, al de voorvallen en ongelukken van lijdende menschelijke wezens, zijn evenzeer het onwillekeurige gevolg van handelingen van den wil. De man, die overreden wordt, terwijl hij de straat oversteekt, de familie, die vergiftigd wordt door ongezond voedsel, de moeder, die de kwaal krijgt van het kind, dat zij oppast, deze allen lijden als onwillekeurig gevolg van de handeling van den wil tot het bevredigen van een of ander fundamenteel menschelijk instinct—het instinct van werkzaamheid, het voedingsinstinct, het liefde-instinct. Het sekse-instinct is even fundamenteel als ieder ander van deze, en de onwillekeurige nadeelen, die kunnen volgen op de wilsdaad om ze te bevredigen staan op precies hetzelfde niveau. Dit is het essentieele feit: een menschelijk wezen is gestruikeld en gevallen bij het volgen van de menschelijke instincten, die hem aangeboren zijn. Ieder mensch, die dit essentieele feit niet ziet, maar alleen den een of anderen ondergeschikten kant ervan, geeft blijk van een geest, die verdraaid en verwrongen is; hij kan geen aanspraak op onze belangstelling maken.Maar zelfs als we het standpunt innemen van den would-be moralist, en overeenkomen, dat ieder maar moet lijden voor wat hij zelf verdiend heeft, dan is het nog lang geen feit, dat al degenen, die venerische ziekten opdoen, in eenigerlei beteekenis krijgen, wat ze verdienen. In een groot aantal gevallen hebben zij de ziekte op de meest onwillekeurige wijze opgeloopen. Dit is natuurlijk waar bij het groote aantal kinderen, die bij de conceptie of bij de geboorte geïnfecteerd worden. Maar het is ook waar op een nauwelijks minder absolute wijze bij een groot aantal personen, die op lateren leeftijd geïnfecteerd zijn. Men kanSyphilis insontium, of syphilis van de onschuldigen, in vijf groepen verdeelen: (1) het groote heir van syphilitisch geboren kinderen, die de ziekte erven van vader of moeder; (2) de voortdurend weer voorkomende gevallen van syphilis, door dokters, vroedvrouwen en minnen in hun beroep opgedaan; (3) infectie als resultaat vanliefde, zooals bij het eenvoudige kussen; (4) toevallige infectie door contact of door het gemeenschappelijk gebruik van voorwerpen en werktuigen van het dagelijksch leven, zooals koppen, handdoeken, scheermessen, messen (zooals bij de besnijdenis), enz.; (5) de infectie van vrouwen door haar mannen21.Erfelijk aangeboren syphilis behoort tot de gewone pathologie van de kwaal en is een hoofdelement in het maatschappelijk gevaar ervan, daar ze verantwoordelijk is voor een enorme kindersterfte22. De gevaren van extra-genitale infectie bij de beroepswerkzaamheden van dokters, vroedvrouwen en minnen worden ook algemeen erkend. In het geval van minnen, diegeïnfecteerdworden door de syphilitische kinderen van haar werkgevers aan haar borst, is de straf, die aan de onschuldigen opgelegd wordt al bijzonder hard en misplaatst. Vooral de invloed van geïnfecteerde vroedvrouwen uit de lagere klassen is gevaarlijk, want zij kunnen in haar onwetendheid het kwaad ver om zich heen verspreiden; zoo wordt het geval vermeld van een vroedvrouw, wier vinger geïnfecteerd raakte bij het uitoefenen van haar plichten, en die direct of indirect honderd personen infecteerde. Kussen is een bijzonder gewone bron van syphilisinfectie, en van al de extra-genitale streken is de mond de plaats, waar syphilisgezwellen verreweg het meest voorkomen. Het is waar, dat in sommige gevallen, vooral bij prostituées dit het gevolg is van abnormale sexueele aanrakingen. Maar in de meeste gevallen is het het gevolg van gewone en lichte kussen, zooals tusschen jonge kinderen, tusschen ouders en kinderen, tusschen minnenden, vrienden en bekenden. Typische voorbeelden, die ik vermeld vond, zijn die van een kind, dat door een prostituée gekust was, dat geïnfecteerd raakte en daarna zijn moeder en zijn grootmoeder infecteerde; van een jonge, Fransche bruid, die op haar trouwdag besmet werd door een van de gasten, die haar, volgens Fransche gewoonte, na de plechtigheid op dewang kuste; van een Amerikaansch meisje, dat, van een bal terugkomende, bij het afscheid, den jongen man, die haar naar huis gebracht had kuste, en die zoo de ziekte kreeg, die zij niet lang daarna op dezelfde wijze overbracht op haar moeder en haar drie zusters. Zij, die dit alles niet weten en die niet nadenken, zijn geneigd te lachen over hen, die wijzen op de ernstige gevaren van kussen in het wilde. Maar het blijft toch waar, dat menschen, die niet intiem genoeg zijn om den staat van elkaar’s gezondheid te kennen, ook niet intiem genoeg zijn om elkaar te kussen. Infectie door het gebruik van huishoudelijke artikelen, linnen, enz. is, terwijl het betrekkelijk zeldzaam is onder de betere klassen der maatschappij, uiterst gewoon onder de lagere klassen en onder de minder beschaafde volken; in Rusland zijn, volgens Tarnowsky, de voornaamste autoriteit, zeventig percent van alle gevallen van syphilis in de landelijke districten, het gevolg van deze oorzaak en van gewoon kussen, en een speciale conferentie in St. Petersburg in 1897, ter overweging van de methoden om venerische ziekten te behandelen, sprak dezelfde opinie uit; hetzelfde schijnt waar te zijn voor Bosnië en verschillende deelen van het Balkan schiereiland, waar syphilis onder de boeren bevolking zeer veel voorkomt. Wat de laatste groep aangaat, krijgen, volgens Bulkley in Amerika, gewoonlijk ongeveer vijftig percent vrouwen syphilis onschuldig, voornamelijk van haar echtgenooten, terwijl Fournier zegt, dat in Frankrijk vijf en zeventig percent getrouwde vrouwen met syphilis geïnfecteerd zijn door haar mannen, meestal (zeventig percent) door echtgenooten, die zelf vóor het huwelijk geïnfecteerd werden en meenden, dat ze genezen waren. Onder mannen is het aantal met syphilis besmetten, die bij toeval geïnfecteerd zijn, hoewel kleiner dan bij vrouwen, toch nog zeer groot; men zegt, dat het minstens tien percent is, en misschien is het een veel grooter aantal gevallen. De nauwgezette moralist, die verlangt, dat ieder zal hebben wat hij verdient, moet toch nog dringender wenschen te voorkomen, dat onschuldigen lijden inplaats van de schuldigen. Maar het is absoluut onmogelijk voor hem deze twee doeleinden te vereenigen; syphilis kan niet terzelfder tijd vereeuwigd worden voor de schuldigen en afgeschaft voor de onschuldigen.Ik heb alleen van syphilis gesproken, maar bijna alles, wat gezegd is over de toevallige infectie met syphilis, geldt evenzeer of nog meer voor gonorrhoe, want ofschoon gonorrhoe niet door zooveel kanalen in het lichaam dringt als syphilis, is het een meer voorkomende, zoowel als een listiger en meer zich verbergende ziekte.De literatuur over de Syphilis Insontium is buitengewoon omvangrijk. Er is een bibliographie aan het einde vanSyphilis in the Innocentvan Duncan Bulkley, en een uitgebreid résumé over de kwestie in een Leipziger inaugurale dissertatie door F. Mozes,Zur Kasuistik der Extragenitalen Syphilis-infektion, 1904.Maar zelfs, als we ter zijde stellen het groote aantal venerisch geïnfecteerde menschen, waarvan we in den engsten en meest conventioneelen moreelen zin kunnen zeggen, dat ze “onschuldige” slachtoffers zijn van de ziekte, die ze opgeloopen hebben, dan blijft er nog veel over deze kwestie te zeggen. Men moet zich herinneren, dat de meerderheid van hen, die venerische ziekten opdoen door onwettigen, sexueelen omgang, jong zijn. Zij zijn jongelingen, onwetend aangaande het leven, eerst pas van huis gekomen, nog onontwikkeld, onvolledig opgevoed en gemakkelijk door vrouwen te bedriegen; in vele gevallen hebben zij, naar zij meenden, een “aardig” meisje ontmoet, wèl niet strikt deugdzaam, maar, naar hun toescheen, boven iedere verdenking van ziekte verheven, hoewel zij in werkelijkheid een clandestiene prostituée was. Of zij zijn jonge meisjes, die wèl opgehouden hebben volkomen kuisch te zijn, maar die niet al haar onschuld verloren hebben, en die zichzelf niet beschouwen, en ook door anderen niet beschouwd worden, als prostituées; dat is inderdaad een van de rotsen, waarop het systeem der politie-contrôle zich te pletter loopt, want de politie kan de prostituées niet vroeg genoeg te pakken krijgen. Van de vrouwen, die syphilitisch zijn, zijn, volgens Fournier twintig percent geïnfecteerd vóór zij negentien jaar oud waren. De leeftijd, waarop infectie het meest voorkomt, is voor vrouwen twintig jaar (in de landelijke districten achttien), en voor mannen drie en twintig jaar. In Duitschland vindt Erb, dat vijf en tachtig percent mannen met gonorrhoe de ziekte opgedaan hebben tusschen den leeftijd van zestien en vijf en twintig, terwijl een zeer klein aantal geïnfecteerd wordt na de dertig. Deze jonge wezens geraakten voor het meerendeel in een val, die de Natuur met haar verleidelijkste lokaas voorzien had; zij waren gewoonlijk onwetend; niet zelden werden zij bedrogen door een aantrekkelijke persoonlijkheid; dikwijls waren zij door hartstocht overweldigd; meermalen was alle voorzichtigheid en ingetogenheid verloren geraakt in den roes van den wijn. Uit een waarlijk moreel standpunt waren zij ternauwernood minder onschuldig dan kinderen.“Ik vraag”, zegt Duclaux, “als een jonge man of een jong meisje zich overgeeft aan gevaarlijke liefkoozingen, of de maatschappij dan genoeg gedaan heeft om ze te waarschuwen. Misschien zijn haar bedoelingen goed geweest, maar toen precies weten noodig werd, heeft een dwaze voorzichtigheid haar terug gehouden, en ze heeft haar kinderen zonder reisgeld gelaten.… Ik wil zelfs verder gaan, en zeggen, dat in een groot aantal gevallen de echtgenooten, die hun vrouwen besmetten, onschuldig zijn. Geen mensch is verantwoordelijk voor het kwaad, dat hij doet zonder het te weten en zonder het te willen”. Ik mag wel weer in de herinnering brengen het veelbeteekenend feit, waar reeds op gewezen is, dat de meeste echtgenooten, die hun vrouwen infecteeren, de ziekte opdeden vóór het huwelijk. Zij traden het huwelijk in, meenende, dat hun ziekte genezen was, en dat zij met hun verleden gebroken hadden. Dokters hadden soms (en kwakzalvers dikwijls) tot dit resultaat bijgedragen door een te sanguinisch taxeeren van den tijd, noodig om het vergif te vernietigen.Een zoo groot autoriteit als Fournier meende vroeger, dat de met syphilis besmette persoon veilig verlof kon gegeven worden tot trouwen drie of vier jaar na den datum van infectie, maar nu, met vermeerderde ondervinding strekt hij den tijd uit tot vier of vijf jaar. Het is ongetwijfeld waar, dat, vooral als de behandeling grondig en stipt geweest is, de ziek geworden constitutie in de meeste gevallen in een korter tijd dan deze onder volkomen contrôle kan gebracht worden, maar er is altijd een zeker aantal gevallen, waarin de infecteerende krachten nog jaren lang blijven bestaan, en zelfs als de syphilitische echtgenoot niet meer in staat is zijn vrouw te infecteeren, dan kan hij nog in een toestand zijn, die een ongelukkigen invloed oefent op zijn nageslacht.In bijna al deze gevallen bestond er min of meer onwetendheid—wat maar een ander woord is voor onschuld, naar wat wij gewoonlijk onder onschuld verstaan—en als dan eindelijk, na de gebeurtenis, de feiten eenigszins openlijk aan het slachtoffer worden uitgelegd, dan roept hij dikwijls uit: “Dat heeft niemand mij verteld!” Het is dit feit, dat den pseudo-moralist veroordeelt. Als hij er voor gezorgd had, dat moeders de sexueele feiten aan haar kleine jongens en meisjes uitlegden van hun jeugd af aan, als hij (zooals Dr. Joseph Price met nadruk verlangt) de gevaren der venerische ziekten op deZondagsschoolonderwezen had, als hij openlijk van den kansel gepreekt had over de verhoudingen van de seksen, als hij er voor gezorgd had, dat iedere jongeling bij het begin van de puberteit eenige eenvoudige technische kennis van den huisdokter kreeg over sexueele gezondheid en sexueele ziekte—dan zou, al zou er nog behoefte zijn aan medelijden voor hen, die afgedwaald zijn van een pad, dat altijd moeilijk te begaan zal zijn, de vermeende moralist in ieder geval eeniger mate zonder schuld uitgaan. Maar hij heeft zelden ook maar een vinger uitgestoken om iets van deze dingen te doen.Zelfs zij, die misschien niet een houding van persoonlijke moreele onverdraagzaamheid jegens de slachtoffers van venerische ziekten zullen willen laten varen, doen goed zich te herinneren, dat, daar de openlijke uiting van hun onverdraagzaamheid kwaad sticht, en op zijn best nutteloos is, het voor hen noodig is in het belang van de maatschappij zich te onthouden van het uitspreken van hun meening. Zij zouden niet minder vrij zijn hun eigen persoonlijk gedrag in de striktste overeenstemming te brengen met hun superieure moreele gestrengheid; en dat is voor hen tenslotte de hoofdzaak. Maar in het belang van de maatschappij is het voor hen noodig datgene aan te nemen, wat zij misschien beschouwen zullen als de conventie van een zuiver hygiënische houding jegens deze ziekten. De dwalenden worden door een houding van moreele afkeuring onvermijdelijk zóó afgeschrikt, dat zij tot methoden van verbergen komen, en deze veroorzaken een eindelooze keten van maatschappelijke nadeelen, die alleen door openlijkheid uit den weg geruimd kunnen worden. Zooals Duclauxmet zooveel ernst gezegd heeft: het is onmogelijk met succes tegen de venerische ziekten te strijden, als we er niet toe overgaan onze vooroordeelen, of zelfs onze moraal en onzen godsdienst buiten beschouwing te laten, maar ze zuiver en eenvoudig te behandelen als een gezondheidskwestie. En als de pseudo-moralist nog moeite heeft mede te werken tot het genezen van dit maatschappelijk kwaad, dan mag hij wel bedenken, dat hij zelf—evenals wij allen, hoe weinig wij het ook weten—in de laatste vier eeuwen zeker een groot aantal met syphilis en gonorrhoe besmette voorouders gehad heeft. Wij zijn allen te zamen verbonden, en het is dwaas, zoo niet onmenschelijk, ons eigen vleesch en bloed te verachten.Ik heb de houding van hen, die de moraal opgeven als een reden om geen notitie te nemen van de maatschappelijke noodzakelijkheid van het bestrijden der venerische ziekten, nogal in bijzonderheden besproken, omdat, al mogen er weinigen zijn, die ernstig en bewust zoo’n tegen-maatschappelijke en onmenschlievende houding aannemen, er zeker velen zijn, die blij zijn, dat er zoo’n mooi excuus bestaat voor hun moreele onverschilligheid of hun geestelijke traagheid23. Als zij in aanraking komen met dit groote en moeilijke probleem, dan vinden zij het gemakkelijk het geneesmiddel te geven der conventioneele moraal, hoewel zij er wel van overtuigd zijn, dat dit geneesmiddel al lang op groote schaal zonder resultaat is gebleken. Zij geven er met veel drukte de voorkeur aan het nuttelooze dikke eind van de wig aan te wenden op een punt, waar alleen met veel handigheid en voorzichtigheid het dunne einde kan ingebracht worden.Het algemeen aannemen van het feit, dat syphilis en gonorrhoe ziekten zijn en niet noodzakelijk misdaden of zonden, is de voorwaarde voor iedere praktische poging deze kwestie te behandelen als een kwestie van gezondheid in plaats van politie-toezicht. De Scandinavische landen van Europa zijn de pioniers geweest in praktische moderne hygiënische methoden van behandelen van de venerische ziekten. Er zijn verschillende redenen, waarom dit gebeurd is. Al de sexueele problemen—de sexueele liefde zoowel als de sexueele ziekten—hebben in deze landen lang op den voorgrond gestaan, en een afwijzen van preutsche huichelarij schijnt hier duidelijker uitgesproken te zijn geweest dan ergens anders; wij zien dezen geest, bij voorbeeld, krachtig belichaamd in de tooneelstukken van Ibsen, en tot zekere hoogte in de werken vanBjörnson. Het moedige en energieke temperament van het volk dwingt hen tot praktisch ingrijpen in sexueele moeilijkheden, terwijl hun sterke onafhankelijkheidsinstincten hen afkeerig maken van de bureaucratische politie-methoden, die in Frankrijk en Duitschland gebloeid hebben. Zoo zijn de Scandinaviërs de natuurlijke pioniers geweest van de methoden ter bestrijding der venerische ziekten, waarvan men nu algemeen begint te erkennen dat zij de methoden zijn van de toekomst, en zij hebben het eerst ten volle, het systeem georganiseerd, dat venerische ziekten plaatst onder de gewone wet en ze behandelt als andere besmettelijke ziekten.De eerste schrede bij het behandelen van een venerische ziekte is er de erkende beginselen van aangifte op toe te passen. Iedere nieuwe toepassing van het principe stuit evenwel op tegenstand. Het is zonder resultaat, het is een onverantwoordelijke inquisitie in de zaken van het individu, het is een nieuwe belasting op den druk bezetten praktiseerenden medicus, enz. Zeker zal aangifte op zich zelf niet den voortgang van eenige besmettelijke ziekte tegengaan. Maar ze is een essentieel element in iedere poging om het voorkomen van de ziekte te bevorderen. Tenzij wij de juiste bijomstandigheden, locale variaties, en tijdelijke zwenkingen van een ziekte precies kennen, zijn wij geheel in het duister en kunnen we alleen maar in het wilde om ons heen slaan. Alle vooruitgang in algemeene hygiëne is vergezeld geweest door de vermeerderde aangifte van ziekte, en de meeste autoriteiten zijn het er over eens, dat die aangifte nog verder uitgestrekt moet worden, terwijl iedere kleine ongeriefelijkheid die hierdoor aan individuen veroorzaakt wordt van gering belang is, vergeleken bij de groote publieke belangen, die op het spel staan. Het is waar, dat een zoo groote autoriteit als Neisser twijfel uitgesproken heeft over den invloed van de aangifte bij gonorrhoe; de diagnose kan niet onfeilbaar zijn en de patienten geven dikwijls valsche namen op. Deze bezwaren zijn echter klein; een diagnose kan maar heel zelden onfeilbaar zijn (hoewel op dit gebied niemand zooveel gedaan heeft voor juiste diagnosen als Neisser zelf), en namen zijn niet noodig voor de aangifte, en worden ook niet vereischt in den vorm van gedwongen aangifte, die eenige jaren geleden in Noorwegen bestond.Het principe der gedwongen aangifte van venerische ziekten schijnt het eerst ingesteld te zijn in Pruisen, waar het dateert van 1835. Het systeem is echter niet geheel doorgevoerd, daar het niet verplichtend is in alle gevallen, maar alleen als naar de opinie van den dokter geheimhouding schadelijk zou kunnen zijn voor den patient of voor de gemeenschap; ze is alleen verplicht als de patient soldaat is. Deze methode van aangifte staat inderdaad op een verkeerde basis, ze is niet een deel van een uitgebreid gezondheidssysteem, maar alleen een hulpmiddel voor politiemethodenom prostitutie te behandelen. Volgens het Scandinavische systeem berust aangifte, hoewel ze niet een essentieel deel van dit systeem is, op een totaal verschillende basis.Het Scandinavische stelsel is in een gewijzigden vorm onlangs in Denemarken ingevoerd. Dit kleine land, dat zoo dicht bij Duitschland ligt, volgde eenigen tijd lang in deze zaak het voorbeeld van zijn grooten nabuur en nam de politieregeling van de prostitutie en der venerische ziekten aan. De andere verhoudingen van het dieper in Scandinavië liggende Denemarken deden zich echter gelden, en in 1906 werd het systeem van contrôle afgeschaft en besloot Denemarken zich geheel op de systematische doorvoering van het reeds aangenomen gezondheidsprincipe te verlaten, hoewel er nog iets van den Duitschen invloed bestaat in de strikte reglementeering van de straten, en de straffen opgelegd aan de bordeelhouders, terwijl ze de prostitutie zelf vrij laat. Het essentieele punt van het tegenwoordige systeem is echter, dat de gezondheidsautoriteiten nu uitsluitend medici zijn. Iedereen, wat zijn maatschappelijke of finantieele positie ook is, heeft recht op vrije behandeling van venerische ziekten. Of hij daar gebruik van maakt of niet, hij is in ieder geval verplicht zich te laten behandelen. Ieder ziek persoon is dus, voor zoover dat bereikt kan worden, onder dokter’s handen. Alle dokters hebben over zulke gevallen hun instructies; zij moeten niet alleen hun patiënten meedeelen, dat zij niet trouwen kunnen zoolang er nog gevaren voor infectie geacht worden te bestaan, maar ook, dat zij verantwoordelijk zijn voor de onkosten van de behandeling, zoowel als voor de gevaren, die geleden worden door personen, die ze misschien infecteeren. Hoewel het niet mogelijk geweest is het systeem in alle opzichten geheel werkzaam te doen zijn, wordt het algemeene succes ervan aangetoond door het groote vertrouwen, dat er nu in gesteld wordt, en het afschaffen van de politiecontrôle op de prostitutie. Een systeem, dat veel geleek op dat van Denemarken, werd eenige jaren geleden in Noorwegen ingesteld. Het principe van de behandeling van venerische ziekten op algemeene kosten bestaat ook in Zweden zoowel als in Finland, waar behandeling verplicht is24.Het kan nauwelijks gezegd worden, dat het principe van aangifte tot dusverre op groote schaal op venerische ziekten behoorlijk is toegepast. Maar het wordt voortdurend in ruimer kring voorgestaan, meer speciaal in Engeland en de Vereenigde Staten25, waarhet nationale temperament en de politieke tradities het systeem van politiecontrôle op de prostitutie onmogelijk maken—zelfs als het meer effect had dan het in de praktijk heeft—en waar het systeem van de behandeling der venerische ziekten op de basis van algemeene gezondheid erkend moet worden niet alleen als het beste, maar ook als het eenig mogelijke systeem26.In verband hiermee is het noodig, zooals ook steeds in ruimer kring erkend wordt, dat er de grootste faciliteiten moeten bestaan voor de kostelooze behandeling van venerische ziekten; vooral het algemeen oprichten van vrije, ’s avonds geopende poliklinieken is noodig, want velen kunnen alleen op dezen tijd hulp en raad zoeken. In ruime mate wordt aan het systematisch invoeren van faciliteiten voor kostelooze behandeling de enorme vermindering van venerische ziekten in Zweden, Noorwegen en Bosnië toegeschreven. Het zijn de afwezigheid van deze faciliteiten voor behandeling en het stilzwijgend erkende gevoel, dat de slachtoffers van venerische ziekten geen lijders zijn, maar alleen misdadigers, die geen recht hebben op verzorging, die in het verleden zoo ongelukkig gewerkt hebben; deze twee invloeden zijn mede oorzaak van het verspreiden van ziekten, die te voorkomen waren geweest, of onder contrôle gebracht hadden kunnen worden.Als wij afstand doen van de voorvaderlijke methoden van politieregeling, als wij ons verlaten op de algemeene principes van medischehygiëne, en als we voor de rest de verantwoordelijkheid voor zijn eigen goede of slechte daden aan het individu zelf overlaten, dan is er nog een verdere schrede te doen, die in principe reeds ten volle erkend is. Wij moeten ieder mensch verantwoordelijk stellen voor de venerische ziekten, die hij overbrengt. Zoolang wij weigeren de venerische ziekten te erkennen op hetzelfde niveau als andere besmettelijke ziekten, en zoolang wij geen volle en gunstige faciliteiten bieden voor de behandeling ervan, is het onrechtvaardig het individu verantwoordelijk te stellen voor het verspreiden der ziekten. Maar als wij het gevaar van venerische ziekten openlijk erkennen, en als we aan het individu vrijheid laten, dan moeten we onvermijdelijk met Duclaux zeggen, dat iedere man of iedere vrouw verantwoordelijk moet gesteld worden voor de ziekten, die hij of zij verspreidt.Volgens het Oldenburger strafwetboek van 1814 was het een strafbare overtreding voor een venerisch ziek persoon om sexueelen omgang te hebben met een gezond persoon, hetzij infectie het gevolg was of niet. In Duitschland is tegenwoordig echter geenwet van deze soort, hoewel eminente Duitsche wets-autoriteiten, vooral von Liszt, meenen, dat een paragraaf aan het wetboek toegevoegd moest worden die zou moeten bepalen, dat sexueele omgang van de zijde van een persoon, die weet dat hij ziek is, gestraft moest worden met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar; deze wet niet toe te passen op getrouwde paren, tenzij op aanvrage van een van de partijen. Tegenwoordig is in Duitschland het overbrengen van venerische ziekten alleen maar strafbaar als een bijzonder geval van het toebrengen van lichamelijk letsel27. In deze zaak is Duitschland achter bij de meeste Scandinavische landen, waar persoonlijke verantwoordelijkheid voor venerische ziekten wel erkend en in de praktijk doorgevoerd wordt.In Frankrijk worden, hoewel de wet niet streng en bevredigend is, aanklachten voor het overbrengen van syphilis met succes voor den rechter gebracht. Men is er hier beslist meer vóor dit vergrijp te straffen dan in Duitschland. In 1883 besprak Després de zaak en overwoog de bezwaren. Weinigen zullen misschien van de wet profiteeren, merkt hij op, maar allen zouden voorzichtiger worden door de vrees haar te overtreden; terwijl de moeilijkheden voor het nasporen en bewijzen van de infectie niet grooter zijn, zooals hij zegt, dan die van het nasporen en bewijzen van het vaderschap in het geval van onwettige kinderen. Després wenschte met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar, iedere persoon te straffen, die, terwijl hij wist dat hij ziek was, een venerische ziekte overbracht en hij wilde hen, die de besmetting overbrachten door onvoorzichtigheid, terwijl ze niet wisten, dat ze ziek waren, alleen beboeten28. De kwestie is niet lang geleden besproken door Aurientis in een thèse de Paris. Hij zegt, dat de tegenwoordige Fransche wet op het overbrengen van geslachtsziekten aanleiding geeft tot twijfelen en moeilijk toe te passen is, maar het is zeker rechtvaardig, dat zij, die besmet zijn geworden en op deze wijze nadeel hebben ondervonden, gemakkelijk schadevergoeding zullen kunnen krijgen. Hoewel het in principe toegegeven wordt, dat het overbrengen van syphilis bij de gewone wet, een overtreding is, is hij het eens met hen, die het als een speciale overtreding zouden willen behandelen, en er een nieuwe en meer praktische wet voor zouden willen maken29. Groote schadevergoedingen worden ook in den tegenwoordigen tijd aan de Fransche rechtbanken verkregen van mannen, die jonge vrouwen bij sexueelenomgang geïnfecteerd hebben, en ook van de dokters en de moeders van met syphilis besmette kinderen, die de minnen geïnfecteerd hebben, aan wie ze toevertrouwd waren. Hoewel de Fransche strafwet in het algemeen het openbaar maken van beroepsgeheimen verbiedt, is het toch de plicht van den behandelenden medicus de min in zulk een geval te waarschuwen tegen het gevaar, dat zij loopt, maar zonder de ziekte te noemen; als hij deze waarschuwing nalaat, kan hij verantwoordelijk gesteld worden.In Engeland, zoowel als in de Vereenigde Staten, is de wet meer onbevredigend en meer ontoereikend, wat deze klasse van overtredingen aangaat, dan in Frankrijk. De ongelukkige en barbaarsche opvatting, waar we al over gesproken hebben, die een venerische ziekte beschouwt als het resultaat van onwettigen omgang en waarbij ze geduld moet worden als een rechtvaardige straf van God, schijnt in deze landen nog met noodlottige hardnekkigheid te blijven voortbestaan. In Engeland is het overbrengen van venerische ziekten door onwettigen omgang geen onrecht, waarover men een aanklacht kan indienen, als de geslachtsdaad uit vrije wil gedaan is, zelfs als de partij, die de infectie overbrengt, haar ziekte met opzet verzwegen heeft.Ex turpi causâ non oritur actio, heet het bondig; want er sluimert veel deugd in een Latijnschen stelregel. Geen wettige overtreding is begaan als een echtgenoot zijn vrouw besmet, of een vrouw haar man30. De “vrijheid”, die in deze zaak genoten wordt door Engeland en de Vereenigde Staten wordt geïllustreerd door een Amerikaansch geval, door Dr. Isidore Dyer uit New Orleans aangehaald, in zijn verslag op de Brusselsche conferentie ter voorkoming van venerische ziekten, in 1899: “Een patiënt met primaire syphilis weigerde zelfs kostelooze behandeling en had een speciaal schrift waarin zij boek hield van het aantal mannen, dat zij geïnfecteerd had. Toen ik haar voor het eerst zag verklaarde zij, dat het aantal twee honderd negentien was geworden, en dat zij zich niet wilde laten behandelen, voordat zij wraak had genomen op vijfhonderd mannen”. In een gemeenschap, waar ook maar de allereerste regels van rechtvaardigheid heerschten, zouden faciliteiten bestaan om deze vrouw in staat te stellen schadevergoeding te verkrijgen van den man, die haar nadeel toegebracht had, en tevens te bewerken, dat hij veroordeeld werd tot een tijd gevangenisstraf. Terwijl ze eenige schadevergoeding kreeg voor het kwaad haar aangedaan, en de “wraak” kon genieten, waar ze naar snakte, zou zij meteenaan de maatschappij een dienst bewezen hebben. Zij is uitgesloten van iedere handeling jegens de persoon, die haar in het verderf gestort heeft; maar als een soort van compensatie mag zij een brandpunt worden van de ziekte, mag veel levens verkorten, veel gevallen van dood veroorzaken, en onafzienbare schade aanrichten; en dat alles kan zij doen binnen haar wettige rechten. Een gemeenschap, die dezen stand van zaken aanmoedigt, is niet alleen immoreel, maar dom.

Het kan misschien verwondering wekken, dat in de voorafgaande bespreking van de prostitutie nauwelijks een woord gezegd is over venerische ziekten. In de oogen van vele menschen is de kwestie der prostitutie eenvoudig de kwestie van syphilis. Maar van het psychologisch standpunt, dat ons hier direct aangaat, evenals van het moreele, waarmee we indirect wel bekend moeten zijn, kan de kwestie der ziekten, die verbonden kunnen zijn en ook zoo dikwijls verbonden zijn met de prostitutie, niet in de eerste plaats van beteekenis zijn. De twee kwesties zijn, hoe nauw ze ook met elkaar in verband mogen staan, in hun grondslag verschillend. Niet alleen zouden venerische ziekten blijven bestaan, al was de prostitutie volkomen verdwenen, maar, aan den anderen kant, als we syphilis op dergelijke wijze aan contrôle onderworpen hadden, als de eenigszins er mee verwante ziekte, lepra, dan zou het probleem der prostitutie nog blijven bestaan.Toch is het nauwelijks mogelijk, zelfs van het standpunt dat we hier innemen, de kwestie der venerische ziekten buiten beschouwing te laten, want de psychologische en moreele gezichtspunten van de prostitutie, en zelfs de geheele kwestie der sexueele verhoudingen, ondervinden, tot zekere hoogte, den invloed van hetbestaan van de ernstige ziekten, dievooraldoor sexueelen omgang verspreid worden.Fournier, een van de leidende autoriteiten op dit gebied, heeft terecht gezegd, dat syphilis, alcoholisme en tuberculose de drievoudige pest is van den tegenwoordigen tijd. In een veel vroegeren tijd (1851) had Schopenhauer inParerga en Paralipomenade meening geuit, dat de twee dingen, die het moderne maatschappelijk leven onderscheiden van dat van de oudheid, het ridderlijk eergevoel en de venerische ziekten zijn; te zamen, voegde hij er aan toe, hebben zij het leven vergiftigd en een vijandig en zelfs duivelsch element ingevoerd in de verhoudingen der seksen, dat indirect invloed heeft geoefend op alle andere maatschappelijke verhoudingen1. Het is als een koopwaar, zegt Havelburg van de syphilis, die de beschaving overal heen gevoerd heeft, zoo dat maar zeer weinige afgelegen landen van den aardbol (zooals Centraal Afrika en Centraal Brazilië) er tegenwoordig vrij van zijn2.Het is ongetwijfeld waar, dat in de oudere beschaafde landen de uitingen van syphilis, hoewel ze nog ernstig zijn en een oorzaak voor de physieke ontaarding van het individu en het ras, minder ernstig zijn dan ze waren, zelfs maar een generatie geleden3. Dit is gedeeltelijk het resultaat van vroegere en betere behandeling, voor een deel is het mogelijk het resultaat van het syphilitisch worden van het ras, daar een zekere mate van immuniteit nu een geërfd bezit geworden is, hoewel we toch in de herinnering moeten houden, dat een aanval van syphilis niet noodzakelijk immuniteit met zich brengt tegen den werkelijken aanval van de kwaal, zelfs bij hetzelfde individu. Maar we moeten er aan toevoegen, dat, ook al is ze minder ernstig geworden, de syphilis, in de meening van velen, toch nog bezig is zich uit te breiden, zelfs in de voornaamste centra der beschaving; dit heeft men evenzeer opgemerkt in Parijs als in Londen4.Volgens de meening, die tegenwoordig algemeen begint te heerschen, is syphilis naar Europa overgebracht aan het einde van de vijftiende eeuw door de eerste ontdekkers van Amerika. In Seville, de voornaamste Europeesche haven voor Amerika, was ze bekend als de Indische ziekte, maar toen Karel VIII en zijn leger ze in 1495 het eerst naar Italië overbrachten, werd ze de Gallische ziekte genoemd, hoewel deze connectie met de Franschen alleen maar toevallig was; “een monsterachtige ziekte”, zeide Cataneus, “die in vorige eeuwen nooit gezien is en onbekend is in de geheele wereld”.De synoniemen voor syphilis waren eerst ontelbaar. Ferrara gaf in zijn Latijnsche gedichtSyphilis sive Morbus Gallicus, geschreven vóór 1521, en uitgegeven in Verona in 1530, eindelijk aan de ziekte den naam, die er nu algemeen voor aangenomen is, waarbij hij ter verklaring van de herkomst ervan een romantische sage uitvond.Hoewel men tegenwoordig vrij algemeen schijnt te gelooven, dat de syphilis uit Amerika naar Europa is overgebracht, bij de ontdekking van de Nieuwe Wereld, is het eerst in de allerlaatste jaren geweest, dat deze meening grond gewonnen heeft; het schijnt zelfs nu niet eens zeker, dat, wat de Spanjaarden uit Amerika mee terug brachten, werkelijk een ziekte was, die geheel nieuw was in de Oude Wereld, en niet een krachtiger vorm van een oude ziekte, waarvan de uitingen goedaardig geworden waren. Buret, bij voorbeeld, (Le Syphilis Aujourd’hui et chez les Anciens, 1890), die eenige jaren geleden tot de diepe overtuiging kwam, dat“syphilis dateert van de schepping van den mensch”, en die uit een nauwkeurige studie der klassieke schrijvers tot het geloof gekomen was, dat syphilis in Rome al bestond onder de Caesars, meende, dat ze op verschillende plaatsen en op verschillende tijden uitgebroken was, en dat ze in epidemische uitbarstingen verschillende combinaties vertoonde van haar verschillende symptomen, zoo dat ze op gewone tijden voorkwam zonder opgemerkt te worden en op de tijden van meer intense uiting beschouwd werd als een tot dusverre onbekende ziekte. Zoo werd er in de klassieke tijden gemeend, denkt hij, dat ze uit Egypte kwam, hoewel hij Azië voor haar werkelijk tehuis hield. Leopold Glück heeft ook passages aangehaald (Archiv für Dermatologie und Syphilis, January 1899) uit de medische epigrammen van een dokter uit de zestiende eeuw, Gabriel Ayala, die verklaart, dat syphilis niet werkelijk een nieuwe ziekte is, hoewel er gewoonlijk gemeend wordt, dat ze dat is, maar een oude ziekte, die met tot dusverre onbekende kracht uitgebroken is. Er is echter geen enkele overtuigende reden, om te gelooven, dat syphilis in de klassieke oudheid bekend was. A. N. Notthaft (“Die Legendevonder Althertums-syphilis”, in het RindfleischFestschrift, 1907, pp. 377–592) heeft critische nasporingen gedaan naar passages in klassieke schrijvers, waarvan Rosenbaum, Buret, Proksch en anderen meenden, dat ze sloegen op syphilis. Het is volkomen waar, geeft Notthaft toe, dat vele van deze passages misschien wel op syphilis zouden kunnen slaan, en dat een of twee zelfs beter zouden passen op syphilis dan op eenige andere ziekte. Maar over het geheel leveren zij in het geheel geen bewijs en geen syphiloloog, besluit hij, is er ooit in geslaagd te demonstreeren, dat syphilis in de oudheid bekend was. Dat geloof is een mythe. Het meest verpletterende bewijs er tegen is, zooals Notthaft zegt, het feit, dat, hoewel er in de oudheid groote medici waren, die nauwkeurige waarnemers waren, niet een van hen een beschrijving geeft van de primaire, secundaire, tertiaire en aangeboren vormen van deze ziekte. China wordt dikwijls vermeld als het oorspronkelijke tehuisvan de syphilis, maar dit geloof is geheel zonder grond, en de Japansche medicus, Okamura, heeft aangetoond (Monatschrift für praktische Dermatologie, deel XXVIII, blz. 296et. seq.) dat Chineesche verhandelingen niets over de syphilis melden vóor de zestiende eeuw. In de Parijsche Academie voor Geneeskunde werden in 1900 door Fouquet photografieën gedemonstreerd van menschelijke overblijfsels, die dateeren van 2400 voor Christus, die veranderingen in het beenderenstelsel vertoonen, die duidelijk syphilitisch schenen te wezen; Fournier echter, een van de grootste autoriteiten, meende, dat de diagnose van syphilis niet kon volgehouden worden, voordat andere toestanden, die dergelijke veranderingen in het beenderenstelsel hadden kunnen teweeg brengen, geëlimineerd waren (British Medical Journal, September 29, 1900, p. 946). In Florida en verschillende deelen van Centraal Amerika, op ongetwijfeld vòor den tijd van Columbus stammende begraafplaatsen, zijn zieke beenderen gevonden waarvan goede autoriteiten verklaard hebben, dat ze niet anders dan syphilitisch konden zijn (b.v.British Medical Journal, November 20, 1897, p. 1487), hoewel we kunnen opmerken, dat nog kort geleden, in 1899, de voorzichtige Virchow constateerde, dat de syphilis van vóor den tijd van Columbus voor hem nog een open kwestiewas(Zeitschrift für Ethnologie, Deel 2 en 3, 1899 p. 216). Aan den anderen kant toont Seler, de bekende autoriteit over de Mexikaansche oudheid aan, dat de oude Mexikanen een ziekte kenden, die, zooals zij haar beschreven, wel syphilis had kunnen wezen. Het blijkt echter duidelijk, dat, terwijl de moeilijkheid om zieke beenderen te demonstreeren in Amerika wel even groot is als in Europa, de demonstratie toch, hoe volkomen ze ook zijn mag, niet voldoende zou zijn om aan te toonen, dat de ziekte niet ook reeds bestond in de Oude Wereld. De plausibele theorie van Ayala, dat de syphilis van de vijftiende eeuw een hevig optreden was van een oude ziekte is in de meer moderne tijden herhaaldelijk weer in het leven geroepen. Zoo denkt J. Knott (“The Origin of Syphilis”New York Medical Journal, October 31, 1908), dat hoewel ze niet nieuw was in het Europa van de vijftiende eeuw, ze toen nieuw ingevoerd werd in een vorm, die ernstiger geworden was doordat ze van een erotisch ras kwam, zooals men meent, dat dikwijls het geval is.Het was in de achttiende eeuw, dat Jean Astruc het geloof begon te herstellen, dat syphilis werkelijk een betrekkelijk moderne ziekte is van Amerikaanschen oorsprong, en sindsdien hebben vele autoriteiten van gewicht hun instemming met dit gezichtspunt betuigd. Aan de energie en de bekwaamheid van Dr. Iwan Bloch, uit Berlijn (het eerste deel van zijn belangrijk werk,Der Ursprung der Syphilis, werd uitgegeven in 1901) danken wij de volledige samenstelling van het materiaal, dat het bewijs levert voor den Amerikaanschen oorsprong van de syphilis. Bloch beschouwt Ruy Diaz de Isla, een beroemd Spaansch medicus, als de voornaamste getuige voor den Indischen oorsprong van de ziekte, en besluit, dat ze naar Europa overgebracht werd door de mannen van Columbus, uit Midden Amerika, meer speciaal van het eiland Haiti, naar Spanje in 1493 en 1494, en onmiddellijk daarna door de legers van Karel VIII als epidemie verspreid werd over Italië en de andere landen van Europa.We kunnen hieraan toevoegen, dat, zelfs als we de theorie moeten aannemen, dat de centrale streken van Amerika de plaats zijn van den oorsprong der Europeesche syphilis, we toch nog moeten erkennen, dat de syphilis zich op het vasteland van Noord-Amerika zeer veel langzamer verspreid heeft dan in Europa en ook meer gedeeltelijk, en zelfs tegenwoordig zijn er Amerikaansche Indiaansche stammen, onder wie ze onbekend is. Holder heeft op grond van zijn eigen ervaringen onder Indianen en van informaties door bemiddeling van verschillende medici een statistiek gemaakt die aantoont, dat van ongeveer dertig stammen en groepen van stammen, achttien bijna of geheel vrij waren van venerische ziekten, terwijl onder dertien ze zeer veel voorkwamen. Bijna zonder uitzondering weigeren de stammen, waar syphilis weinig voorkomt ofonbekend is, sexueelen omgang aan vreemdelingen, terwijl zij, onder wie zulke omgang meer voorkomt, moreel laks zijn. Het zijn de blanken, die de bron zijn van infectie onder deze stammen (A. B. Holder, “Gynecic Notes Among the American Indians”,American Journal of Obstetrics1892, No. 1).Syphilis is een, maar zeker de belangrijkste, van een groep van drie geheel verschillende “venerische ziekten”, die eerst in den laatsten tijd onderscheiden zijn, en wat hun juisten aard en oorzaak aangaat inderdaad eerst nu beginnen begrepen te worden, hoewel twee er van zeker in de oudheid bekend geweest zijn. Het is eerst zeventig jaar geleden, dat Ricord, de groote Fransche syphiloloog, die na Bassereau kwam, het eerst de volkomen onafhankelijkheid verkondigd heeft van de syphilis, zoowel van gonorrhoe als van weeke schanker, terwijl hij tevens duidelijk de drie stadiën uiteengezet heeft, het primaire, het secundaire en het tertiaire, in welke de syphilis meestal tot uiting komt, terwijl men van den vollen omvang van de tertiaire symptomen der syphilis tegenwoordig bijna nog niet op de hoogte is, en men eerst nu algemeen begint te beseffen, dat twee van de meest voorkomende en ernstigste ziekten van de hersenen en van het zenuwstelsel—algemeene verlamming en ruggemergstering of locomotorische ataxie—hun voornaamste, hoewel niet uitsluitende oorzaak vinden in het binnendringen van het vergif der syphilis vele jaren vroeger. In 1879 begon een nieuw stadium van meer nauwkeurige kennis van de venerische ziekten met de ontdekking van Neisser van den gonococcus, die de eigenlijke oorzaak is van de gonorrhoe. Deze werd een paar jaar later gevolgd door de ontdekking van Ducrey en Unna van den bacil van den weeken schanker, de minst belangrijke van de venerische ziekten, omdat de gevolgen ervan alleen maar plaatselijk zijn. Ten slotte, in 1905, nadat Metchnikoff den weg bereid had, toen hij er in slaagde syphilis over te brengen van mensch op aap, en Lassar, door inenting, van aap op aap—deed Fritz Schaudinn zijn groote ontdekking van de protozoïscheSpirochaeta pallida(sedertdiensoms genaamdTreponema pallidum), die nu algemeen beschouwd wordt als de oorzaak van de syphilis; daardoor ontdekte hij de schuilplaats van de gevaarlijkste en verraderlijkste vijanden van de menschheid5.Er is geen fijner vergif dan dat van de syphilis. Syphilis is niet, als kinderpokken of typhus, een ziekte, die een korten, plotselingen storm veroorzaakt, een hevigen strijd met de levenskrachten, waarin ze, zelfs zonder behandeling, meestal het onderspit delft, mits hetorganisme gezond is, terwijl ze weinig of geen sporen nalaat van haar verwoestingen,—neen, zij dringt dieper en dieper in het organisme door, ze leidt na verloop van tijd tot steeds nieuwe complicaties, en geen weefsel is veilig voor haar aanvallen. En zoo fijn is dit alles doordringende vergif, dat, hoewel de uitwendige verschijnselen ervan vatbaar zijn voor langdurige behandeling, het dikwijls moeilijk te zeggen is dat het vergif ten slotte volkomen gedood is6.Het enorme belang van de syphilis, en de voornaamste reden waarom het noodig is ze hier te beschouwen, ligt in het feit, dat de gevolgen ervan niet beperkt zijn tot het individu zelf, en zelfs ook niet tot de menschen aan wie hij het kan overdragen door besmetting, door aanraking in of buiten sexueele verhoudingen: ze tast de nakomelingschap aan en ze tast de teelkracht zelf aan. Ze grijpt mannen en vrouwen aan in de kracht van het leven, de voortbrengers van het komende geslacht, en leidt òf tot steriliteit òf tot onrijpe en ziekelijke producten van de conceptie. De vader alleen kan misschien syphilis op zijn kind overbrengen, zelfs als de moeder aan de besmetting ontkomt, en het kind, dat uit syphilitische ouders geboren is kan schijnbaar gezond ter wereld komen, om zijn syphilitischen oorsprong eerst na een periode van maanden of zelfs van jaren te openbaren. Zoo is syphilis waarschijnlijk een hoofdoorzaak voor den achteruitgang van het ras7.Zoowel bij het individu als bij zijn nakomelingschap vertoont de syphilis haar vernielende gevolgen op alle organen, maar voornamelijk op de hersenen en het zenuwstelsel. Er zijn, zooals Mott, een leidende autoriteit in deze zaak8, aangetoond heeft, vijf wijzen, waarop syphilis de hersenen en het zenuwstelsel aantast: (1) door moreelen schok; (2) door de gevolgen van het vergif in het teweegbrengen van anaemie en algemeene voedingsstoornissen; (3) door het veroorzaken van ontsteking van de vliezen en de weefsels van de hersenen; (4) door het veroorzaken van degeneratievan de arterie, die aanleiding geeft tot hersenverweeking, verlamming en dementia; (5) als een zeer voorname oorzaak van de para-syphilitische aandoeningen van algemeene verlamming en ruggemergsverlamming.Het is eerst in de laatste jaren, dat de medici de overwegende rol erkend hebben, die gespeeld wordt door verkregen of geërfde syphilis, bij het veroorzaken van algemeene verlamming, die in zoo ruime mate er toe medewerkt krankzinnigengestichten te vullen, en ruggemergsverlamming, hetgeen de belangrijkste ziekte is van het ruggemerg. Zelfs tegenwoordig kan men nauwelijks zeggen, dat er volkomen overeenstemming is betreffende het hooge belang van syphilis als factor in deze ziekten. Er kan echter weinig twijfel aan bestaan, dat in tenminste ongeveer vijf en negentig percent gevallen van algemeene paralyse syphilis aanwezig is9.Syphilis alleen is inderdaad geen voldoende oorzaak voor algemeene paralyse, want onder vele natuurvolken is syphilis zeer gewoon, terwijl algemeene paralyse zeer zeldzaam is. Het is, zooals Krafft-Ebing gewoon was te zeggen, syphilisatie en civilisatie, die tezamen werkende algemeene paralyse veroorzaken, misschien in sommige gevallen, naar er reden is om te meenen, op een nerveuzen bodem, die tot zekere hoogte erfelijk gedegenereerd is; dit blijkt uit het abnormaal veel voorkomen van aangeboren teekenen van degeneratie, die bij algemeene paralytici gevonden werden door Näcke en anderen. “Paralyticus nascitur atque fit”, volgens het gezegde van Obersteiner. Eens ondermijnd door syphilis, zijn de ontaarde hersenen niet in staat weerstand te bieden aan de rukken en den druk van het beschaafde leven, en het gevolg is algemeene paralyse, die naar waarheid beschreven is als “een van de vreeselijkste geesels van moderne tijden”.In 1902 nam de psychologische afdeeling van deBritish Medical Association, die de meest bevoegde autoriteit over deze zaak is, met algemeene stemmen een besluit, hetwelk beval, dat de aandacht van de wetgeving en verschillende publieke lichamen gevestigd zou worden op de noodzakelijkheid van onmiddellijk handelen, gezien het feit, dat “algemeene paralyse een zeer ernstige en veel voorkomende vorm van hersenziekte, mèt andere variëteiten van krankzinnigheid in ruime mate voortkomt uit syphilis, en duste voorkomen is”. Toch is nog geen enkele schrede in deze richting gedaan.De gevaren van de syphilis liggen niet alleen in haar macht en haar taaiheid, maar ook daarin, dat ze zooveel slachtoffers maakt. Het is moeilijk te constateeren hoeveel syphilis inderdaad voorkomt; maar in de verschillende landen zijn al veel gedeeltelijke nasporingen gedaan, en het is waarschijnlijk dat vijf tot twintig percent van de bevolking van Europa met syphilis besmet is, terwijl ongeveer vijftien percent van de syphilitische personen sterft aan oorzaken, die direct of indirect gevolgen van de ziekte zijn10. In Frankrijk heeft over het algemeen, naar een taxatie van Fournier, zeventien percent van de geheele bevolking syphilis gehad; in Toulouse constateert Andry, dat achttien percent van al zijn patiënten syphilitisch zijn, en in Kopenhagen, waar de aangifte verplicht is, zegt men, dat meer dan vier percent van de bevolking aan syphilis lijdt. In Amerika heeft een commissie van de Medical Society of New-York, als resultaat van een grondig onderzoek naar deze zaken gerapporteerd, dat in de stad New-York jaarlijks niet minder dan een kwart millioen gevallen van venerische ziekten voorkomen, en een toonaangevende dermatoloog uit New-York heeft geconstateerd, dat in de families van den beteren stand, die hij nauwkeurig kent, minstens een derde van de zoons syphilis gehad hebben. In Duitschland schat men, dat jaarlijks acht honderd duizend gevallen van venerische ziekten voorkomen, en aan de grootere universiteiten worden iederen collegetijd vijf en twintig percent van de studenten geïnfecteerd; venerische ziekten komen vooral onder studenten voor. Het jaarlijksch aantal mannen, dat in het Duitsche leger aan venerische ziekten lijdt is een derde van het geheele aantal, dat in den Fransch-Duitschen oorlog gewond is. Toch staat het Duitsche leger, wat de venerische ziekten aangaat, vrij hoog, vergeleken bij het Engelsche leger, dat meer syphilitisch is dan eenig ander Europeesch leger11. Daar het Engelsche legeruit beroepssoldaten bestaat en niet op algemeene dienstplicht berust, geeft het niet zoo’n juist beeld van het volk als het leger in landen, waar de een of andere vorm van dienstplicht bestaat. In een der Londensche ziekenhuizen kon worden vastgesteld, dat tien percent van de patiënten syphilis gehad had; dit beteekent waarschijnlijk een werkelijke verhouding van ongeveer vijftien percent, een hoog, hoewel niet een buitengewoon hoog aantal. Toch is het duidelijk, dat zelfs als het aantal werkelijk lager is dan dit, het nationale verlies in leven en gezondheid, in gebrekkig nageslacht en rasontaarding enorm en feitelijk onberekenbaar moet zijn. Zelfs in geld kan men het budget van venerische ziekten vergelijken met het algemeene budget van een groote natie. Stritch berekent, dat de onkosten voor de Engelsche natie aan venerische ziekten in het leger, de marine en de administratie alleen, jaarlijks 3.000.000 pond sterling bedragen, en als men pensioenen en ziekteverloven mederekent, die indirect door deze ziekten veroorzaakt worden, hoewel zij als zoodanig niet voorkomen op de officieele lijsten, dan wordt de juiste schatting van de onkosten voor de natie gezegd te zijn 7.000.000 pond sterling. Het nemen van eenvoudige,hygiënischemaatregelen voor het voorkomen en het spoedig genezen van venerische ziekten zal niet alleen indirect, maar zelfs direct een bron zijn van enorme welvaart voor het land.Syphilis is degene onder de venerische ziekten, die het duidelijkst en het meest in het oog springend, schrik aanjaagt. Toch komt ze minder voor en is in sommige opzichten minder arglistig dan de andere venerische ziekte gonorrhoe12. Er was een tijd, toen de ernstige aard van gonorrhoe, vooral bij vrouwen, weinig erkend werd. Mannen namen ze aan met een luchtig hart als een voorval van geringe beteekenis; vrouwen namen er geen notitie van. Dit niet inzien van den ernst van de gonorrhoe, soms zelfs van de zijde van medici—zoodat ze gewoonlijk, in Grandin’s woorden, beschouwd werd alsof ze van weinig meer beteekenis was dan eenneusverkoudheid—heeft geleid tot een reactie van de zijde van sommigen naar een tegenovergesteld uiterste, en de gevaren van de gonorrhoe zijn zeer overdreven. Dit is vooral het geval met betrekking tot de steriliteit. De ontstekingsgevolgen van gonorrhoe zijn ongetwijfeld een machtige oorzaak van steriliteit bij beide seksen; sommige autoriteiten hebben geconstateerd, dat niet alleen tachtig percent van de sterfgevallen door ontstekingsziekten van de organen in het bekken, en de meerderheid van de gevallen van chronische invaliditeit bij vrouwen, maar tevens negentig percent der niet gewilde onvruchtbare huwelijken, het gevolg zijn van gonorrhoe. Neisser, een groote autoriteit, schrijft aan deze ziekte ongetwijfeld vijftig percent van zulke huwelijken toe. Zelfs deze taxatie is naar de ervaring van sommige medici te hoog. Het is ten volle bewezen, dat de groote meerderheid der mannen, die gonorrhoe gehad hebben, zelfs als zij niet trouwen vòor twee jaar nadat ze geïnfecteerd werden, de kwaal niet overbrengen op hun vrouwen; en zelfs van de vrouwen, die door haar mannen geïnfecteerd zijn, hebben meerdande helft kinderen. Dit is b.v. het resultaat van de onderzoekingen van Erb, en Kisch spreekt nog met meer nadruk in denzelfden zin. Bumm, die gonorrhoe beschouwt als een van de twee voornaamste oorzaken der steriliteit bij vrouwen, vindt echter dat ze niet de meest voorkomende oorzaak is, en dat ze alleen maar verantwoordelijk is voor ongeveer een derde van de gevallen; de andere twee derden zijn het gevolg van fouten in de ontwikkeling van de genitaliën. Dunning in Amerika heeft resultaten verkregen, die tamelijk wel overeenkomen met die van Bumm.Wat een ander van de vreeselijke gevolgen der gonorrhoe betreft, de ongeneeslijke blindheid, die zij door infectie van de oogen bij de geboorte te voorschijn roept, daaraan heeft langen tijd geenerlei twijfel bestaan. De Commissie van deOphthalmological Societyin 1884, heeft gerapporteerd, dat dertig tot een en veertig percent van de bewoners van vier blindeninstituten hun blindheid aan deze oorzaak te wijten hebben13. In Duitsche instituten heeft Reinhard gevonden, dat dertig percent hun gezicht door dezelfde oorzaak verloren hebben. Het totale aantal personen, die blind zijn door infectie met gonorrhoe door hun moeders bij hun geboorte is enorm. De Engelsche koninklijke commissie, ingesteld tot onderzoek naar den toestand van blinden taxeerde, dat er ongeveer zeven duizend personen in het Vereenigd Koninkrijk alleen waren (of twee en twintig percent van de blinden in het land), die blind werden als gevolg van deze kwaal, en Mookerji constateerde in zijn toespraak over ophthalmologie op het IndischeMedische Congres van 1894, dat in Bengalen alleen er zes honderd duizend totaal blinde bedelaars waren, van wie veertig percent het gezicht verloren bij hun geboorte door gonorrhoe van de moeder; en dit heeft alleen betrekking op de bedelaarsklasse.Hoewel gonorrhoe vele en verschillende ellenden14te voorschijn kan roepen, kan er geen twijfel aan zijn, dat de meerderheid van met gonorrhoe besmette personen aan de gevaren der ziekte ontsnapt, zoowel wat henzelf als wat het aanbrengen van eenig zeer ernstig nadeel aan anderen betreft. De speciale reden, waarom gonorrhoe een zoo bijzonder ernstige geesel geworden is, is de buitengewone veelvuldigheid, waarmee ze voorkomt. Het is uiterst moeilijk het aantal van de mannen en vrouwen, die gonorrhoe gehad hebben, te taxeeren, en de taxaties varieeren binnen ruime grenzen. Dikwijls wordt het te hoog gesteld. Erb, uit Heidelberg, die alle overdrijving over het veelvuldig voorkomen van de gonorrhoe wenschte te voorkomen, ging in zijn eigen praktijk de geschiedenissen na van twee duizend twee honderd patienten (alle gasthuispatienten niet medegerekend) en vond, dat het aantal van hen, die aan gonorrhoe geleden hadden 48.5 percent was.Onder den werkmansstand komt de ziekte veel minder voor dan onder menschen van hoogeren stand. In een ziekenkas in Berlijn hadden jaarlijks 412 van de 10.000 mannen en 69 van de 10.000 vrouwen gonorrhoe; gedurende een serie jaren vertoonde de statistiek een voortdurende toename in het aantal mannen, en een afname in het aantal vrouwen met venerische ziekten; dit schijnt er op te wijzen, dat de werkmansklassen meer omgang beginnen te hebben met prostituées en minder met fatsoenlijke meisjes15. In Amerika heeft Wood Ruggles (evenals Noggerath al vroeger, voor New York), de veelvuldigheid van gonorrhoe onder volwassen mannen geschat op 75 tot 80 percent; Tenney stelt ze veel lager, 20 percent voor mannen en 5 percent voor vrouwen. In Engeland heeft een schrijver in deLancet, eenige jaren geleden16, bevonden, dat 75 percent der volwassen mannen, die hij onderzocht, eens gonorrhoe gehad hebben, 40 percent tweemaal, 15 percent drie of meerdere malen. Volgens Dulbergkomen 15 percent nieuwe gevallen voor bij getrouwde mannen van goeden maatschappelijken stand, terwijl de ziekte betrekkelijk zeldzaam is onder getrouwde mannen van de werkende klasse in Engeland.Gonorrhoe komt dus, wat het veel voorkomen aangaat, alleen nà mazelen en naar den ernst van de gevolgen ervan, alleen na tuberculose. “En toch”, zooals Grandin opmerkt, als hij gonorrhoe met tuberculose vergelijkt, “zie eens den energieken kruistocht, die tegen de laatste is ondernomen en de misdadige apathie, die ten toon gespreid wordt als het de eerste betreft”17. Het publiek moet leeren begrijpen, merkt een ander schrijver op, dat “gonorrhoe een pest is, die zijn hoogste belangen en zijn heiligste verhoudingen raakt, evenzeer als pokken, cholera, diphterie en tuberculose”18.Men kan evenwel niet zeggen, dat er geen pogingen gedaan zijn den stroom van venerische ziekten te keeren. Zulke pogingen zijn, integendeel, al eeuwen lang gedaan. Maar zij hebben nooit resultaten gehad19; zij zijn nooit gewijzigd naar veranderde omstandigheden; nu nog zijn zij wanhopig onwetenschappelijk en niet in overeenstemming met de maatschappelijke, evenmin als met de individueele eischen van moderne volken. Op de verschillende conferenties, die in de laatste jaren over deze kwestie gehouden zijn, is de eenige algemeene conclusie, die er het resultaat van is, dat al de bestaande systemen van tusschenbeide komen of van niet-tusschenbeide komen onvoldoende zijn20.De aard van de prostitutie is veranderd en de wijzen van ze te behandelen moeten daarmee veranderen. Bordeelen, en de systemen van officieele reglementeering, die speciaal voor deze bordeelen ontstonden, zijn evenzeer uit den tijd; zij hebben een middeleeuwsche tint over zich, ze ademen een geest van antiekheid, die ze in onzen tijd onaantrekkelijk en verdacht maken. Het openlijk als zoodanig erkende bordeel komt in discrediet; het absoluut onder politie-contrôle staande publieke meisje bestaat haast niet meer. De prostitutie begint zich langzamerhand minder te concentreeren, zich nauwer met het maatschappelijk leven over het algemeen te vermengen, minder gemakkelijk onderscheiden te worden als een bepaald, afzonderlijk deel van de maatschappij. Wij kunnen er tegenwoordig alleen maar invloed op uitoefenen door methoden, die op onze maatschappelijke toestanden als geheel werken.De tegenzin tegen de reglementeering van de prostitutie groeit nog maar langzaam aan, maar hij ontwikkelt zich toch overal en kan evenzeer nagespoord worden in de opinie der wetenschappelijke mannen als in die van het volk. In Frankrijk hebben de gemeentebesturen van sommige van de grootste steden òf het systeem der reglementeering geheel afgeschaft, òf ze hebben hun afkeuring er over geuit, terwijl een onderzoek bij vele honderde medici aangetoond heeft, dat minder dan een derde er vóor waren de reglementeering te handhaven (Die Neue Generation, Juni 1909, p. 244). In Duitschland, waar in sommige opzichten meer geduldige verdraagzaamheid is voor hen, die inbreuk maken op de vrijheid van het individu dan in Frankrijk, Engeland of Amerika, worden nog steeds verschillende uitgebreide systemen voor het organiseeren van de prostitutie en den strijd tegenover de venerische ziekte, in stand gehouden, maar zij kunnen niet geheel in praktijk gebracht worden, en er wordt algemeen toegegeven, dat zij in ieder geval het beoogde doel niet kunnen bereiken. Zoo worden in Saksen geen bordeelen officieel geduld, hoewel zij natuurlijk toch bestaan. Hier zijn, evenals in vele andere deelen van Duitschland, de meest nauwkeurige en uitgebreide reglementen opgesteld voor het gedrag der prostituées. Zoo mogen zij in Leipzig niet op de banken zitten op de publieke wandelplaatsen, niet naar schilderijenmuseums gaan, of naar comedies, concerten of restaurants, niet uit haar ramen kijken, niet rondkijken op straat, niet glimlachen of wenken, enz. enz. Inderdaad, de prostituée, die de heldhaftige zelfbeheersching bezit om al deze bevelen uit te voeren, die officieel uitgevaardigd zijn om haar voor te lichten, zou wel recht hebben op een levenslang pensioen van staatswege.Twee methoden om de prostitutie te behandelen komen in Duitschland het meest voor. In sommige steden worden publieke huizen der prostitutie geduld (hoewel ze geen concessie hebben); in andere steden is prostitutie “vrij”, hoewel “geheim”. Hamburg is de voornaamste stad waar huizen der prostitutie geduld worden in afzonderlijke deelen der stad. Maar er is geconstateerd, dat “overal verreweg het grootste deel der prostituées tot de zoogenaamde “geheimeklasse” behoort”. Alleen in Hamburg worden verdachte mannen, als ze beschuldigd worden vrouwen geïnfecteerd te hebben, officieel onderzocht; mannen van iedere klasse der maatschappij moeten een oproep van deze soort gehoorzamen, die in het geheim uitgevaardigd wordt en als ze ziek zijn, zijn zij verplicht zich onder behandeling te stellen, zoo noodig onder dwangbehandeling in het stedelijk ziekenhuis, totdat ze niet langer gevaarlijk zijn voor de gemeenschap.In Duitschland wordt een vrouw, als men herhaaldelijk waargenomen heeft, dat ze op straat verdacht handelt, eerst rustig gewaarschuwd; als de waarschuwing in den wind geslagen wordt, wordt haar gevraagd aan de politie haar naam en haar adres op te geven en dan wordt zij ondervraagd. Eerst als deze methoden zonder resultaat blijven, wordt zij officieel als prostituée ingeschreven. De ingeschreven vrouwen dragen, in sommige steden ten minste, bij aan een ziekenfonds, dat haar onkosten betaalt als ze in het ziekenhuis zijn. De aarzeling van de politie om een vrouw op de officieele lijst in te schrijven is gerechtvaardigd en onvermijdelijk, want geen andere gedragslijn zou geduld worden; maar de meeste prostituées beginnen haar loopbaan zeer vroeg, en daar ze gewoonlijk in het eerste begin van die loopbaan geïnfecteerd worden, is het duidelijk, dat dit uitstel er toe bijdraagt het systeem der reglementeering zonder succes te doen zijn. In Berlijn, waar geen officieel erkende bordeelen zijn, zijn ongeveer zes duizend ingeschreven prostituées, maar men heeft getaxeerd, dat er meer dan zestig duizend prostituées zijn, die niet ingeschreven zijn. (De voorafgaande feiten zijn genomen uit een serie artikelen, die de persoonlijke nasporingen beschrijven die in Duitschland gedaan zijn door Dr. F. Bierhoff, uit New-York, “Police Methods for the Sanitary Control of Prostitution”,New York Medical Journal, August, 1907). De taxatie van de clandestiene prostitutie kan natuurlijk nooit anders dan op gissen berusten; precies hetzelfde getal van zestig duizend wordt gewoonlijk genoemd als het waarschijnlijk aantal van prostituées, niet alleen in Berlijn, maar ook in Londen en in New-York. Het is absoluut onmogelijk te zeggen of het onder of boven het werkelijke aantal is, want geheime prostitutie is geheel ontastbaar. Zelfs als de feiten op wonderbaarlijke wijze geopenbaard werden, dan zou nog de moeilijkheid blijven te beslissen wat prostitutie is en wat niet. De erkende en publieke prostituée is in verschillende graden verbonden aan de eene zijde met het fatsoenlijke meisje, dat thuis woont en een kleine verlichting zoekt van den druk van haar fatsoen, en aan den anderen kant aan de getrouwde vrouw, die getrouwd is om een tehuis. In ieder geval echter is het volkomen zeker, dat publieke prostituées, die geheel leven van de opbrengst der prostitutie, maar een klein deel vormen van dat groote leger van vrouwen, die in een ruimen zin van het woord gezegd kunnen worden prostituées te zijn, d.i., die haar aantrekkelijkheden gebruiken om van mannen te verkrijgen niet alleen liefde, maar geld of goederen.“De strijd tegen de syphilis is alleen mogelijk als wij het er over eens zijn, dat de slachtoffers er van beschouwd moeten worden als ongelukkig en niet als schuldig … Wij moeten het vooroordeel opgeven, dat geleid heeft tot het ontstaan van den naam “schandelijke ziekten”, en dat verbiedt van dezen geesel van het gezin en der menschheid te spreken”. In deze woorden van Duclaux, de vermaarde opvolger van Pasteur aan het Instituut Pasteur, in zijn edel en bewonderenswaardig werkL’Hygiène Socialezien wij ons den eenigen weg aangewezen, daar ben ik van overtuigd, waarlangs we de rationeele en met goed gevolg bekroonde behandeling kunnen naderen van het groote maatschappelijke probleem der venerische ziekten.Het hooge belang van dezen sleutel tot de oplossing van een probleem, dat dikwijls onoplosbaar geschenen heeft, begint tegenwoordig overal erkend te worden, in alle landen. Zoo zegt een beroemd Duitsch autoriteit, Professor Finger (Geschlecht und Gesellschaft, Bd. 1, Heft 5), dat venerische ziekte niet moet beschouwd worden als een wel-verdiende straf voor een liederlijk leven, maar als een ongelukkig toeval. Het schijnt echter in Frankrijk geweest te zijn, dat deze waarheid met den meesten moed en de meeste humaniteit verkondigd is en niet alleen door de volgelingen van de wetenschap en de geneeskunde, maar door velen, die zeer wel een verontschuldiging hadden kunnen vinden, waardoor ze zich niet zouden behoeven te mengen in een zoo moeilijke en ondankbare taak. Zoo hebben de broeders, Paul en Victor Margueritte, die een schitterende en eervolle plaats innemen in de tegenwoordige Fransche letterkunde, zich onderscheiden door te pleiten voor een meer humane houding jegens deprostituées, en voor een meer moderne methode bij het behandelen van de kwestie der venerische ziekten. “De ware methode tot voorbehoeding is die methode, die het duidelijk maakt aan allen, dat syphilis niet is een geheimzinnig en vreeselijk iets, de straf voor de zonde van het vleesch, een soort van schandelijk kwaad, dat gebrandmerkt is door den vloek der Katholieken, maar een gewone ziekte, die behandeld kan worden en genezen”. We kunnen opmerken, dat de tegenzin om te erkennen dat men lijdende is aan venerische ziekte, in Frankrijk minstens even groot is als in eenig ander land; “maladies honteuses” is een gesanctionneerde term in Frankrijk, evenals “loathsome disease” in Engeland; “in het ziekenhuis”, zegt Landret, “kost het veel moeite een erkenning te verkrijgen van gonorrhoe, en we mogen ons gelukkig rekenen als de patient het feit erkent, dat hij syphilis gehad heeft”.Geen verkeerdheden kunnen bestreden worden, voordat zij erkend zijn, eenvoudig en openlijk, en voordat ze eerlijk besproken zijn. Het is een veelbeteekenend en zelfs symbolisch feit, dat de bacteriën van een ziekte zelden tieren als zij blootgesteld zijn aan de vrije stroomen van frissche lucht. Geheimzinnigheid, vermomming, verborgenheid leveren de beste voorwaarden voor hun kracht en verspreiding, en deze begunstigende voorwaarden hebben wij eeuwen lang aan de venerische ziekten verschaft. Het is niet altijd zoo geweest, zooals ook het overleven van het woord “venerisch” zelf in dit verband, met zijn verwijzing naar een godin, alleen al voldoende aantoont. Zelfs de naam “syphilis”, genomen uit een romantisch gedicht, waarin Fracastorus een mythologischen oorsprong vond voor de kwaal, legt getuigenis af van hetzelfde feit. De romantische houding is inderdaad evenzeer uit de mode als de houding van huichelachtige en bedeesde geheimzinnigheid. We moeten deze ziekten onder de oogen zien op dezelfde eenvoudige, directe en moedige wijze als reeds met goed gevolg gedaan is in het geval van pokken, een ziekte, die de menschen, van ouds op gelijken voet stelden met syphilis, en die werkelijk eens bijna even vreeselijk was in haar verwoestingen.Op dit punt ontmoeten we echter hen, die zeggen, dat het niet noodig is een soort van erkenning te toonen voor venerische ziekten, en die het immoreel vinden iets te doen, dat toegevendheid in zich zou sluiten voor hen> die aan zulke ziekten lijden; zij hebben gekregen wat zij verdienen en men kan ze rustig latenomkomen. Zij, die dit standpunt innemen, plaatsen zich zoo ver buiten het gebied der beschaving—om nog te zwijgen van moraal of godsdienst—dat ze wel buiten beschouwing kunnen gelaten worden. De vooruitgang van het ras, de ontwikkeling der menschelijkheid, in feiten en in gevoelens, hebben samengewerkt om een houding uit de wereld te helpen, waarvan het een beleediging is voor natuurvolken, haar de houding van een wilde te noemen. Toch is het een houding, waar we rekening mee moeten houden, want ze heeft nog waarde in de oogen van de menschen, die te zwak zijn om weerstand te bieden aan hen, die met mooie moreele phrasen goochelen. Ik heb zelfs in een medische omgeving de bewering gehoord, dat venerische ziekten niet gelijkgesteld kunnen worden met andere infectieziekten, omdat ze “het resultaat van een handeling van den wil” zijn. Maar al de ziekten, ja, al de voorvallen en ongelukken van lijdende menschelijke wezens, zijn evenzeer het onwillekeurige gevolg van handelingen van den wil. De man, die overreden wordt, terwijl hij de straat oversteekt, de familie, die vergiftigd wordt door ongezond voedsel, de moeder, die de kwaal krijgt van het kind, dat zij oppast, deze allen lijden als onwillekeurig gevolg van de handeling van den wil tot het bevredigen van een of ander fundamenteel menschelijk instinct—het instinct van werkzaamheid, het voedingsinstinct, het liefde-instinct. Het sekse-instinct is even fundamenteel als ieder ander van deze, en de onwillekeurige nadeelen, die kunnen volgen op de wilsdaad om ze te bevredigen staan op precies hetzelfde niveau. Dit is het essentieele feit: een menschelijk wezen is gestruikeld en gevallen bij het volgen van de menschelijke instincten, die hem aangeboren zijn. Ieder mensch, die dit essentieele feit niet ziet, maar alleen den een of anderen ondergeschikten kant ervan, geeft blijk van een geest, die verdraaid en verwrongen is; hij kan geen aanspraak op onze belangstelling maken.Maar zelfs als we het standpunt innemen van den would-be moralist, en overeenkomen, dat ieder maar moet lijden voor wat hij zelf verdiend heeft, dan is het nog lang geen feit, dat al degenen, die venerische ziekten opdoen, in eenigerlei beteekenis krijgen, wat ze verdienen. In een groot aantal gevallen hebben zij de ziekte op de meest onwillekeurige wijze opgeloopen. Dit is natuurlijk waar bij het groote aantal kinderen, die bij de conceptie of bij de geboorte geïnfecteerd worden. Maar het is ook waar op een nauwelijks minder absolute wijze bij een groot aantal personen, die op lateren leeftijd geïnfecteerd zijn. Men kanSyphilis insontium, of syphilis van de onschuldigen, in vijf groepen verdeelen: (1) het groote heir van syphilitisch geboren kinderen, die de ziekte erven van vader of moeder; (2) de voortdurend weer voorkomende gevallen van syphilis, door dokters, vroedvrouwen en minnen in hun beroep opgedaan; (3) infectie als resultaat vanliefde, zooals bij het eenvoudige kussen; (4) toevallige infectie door contact of door het gemeenschappelijk gebruik van voorwerpen en werktuigen van het dagelijksch leven, zooals koppen, handdoeken, scheermessen, messen (zooals bij de besnijdenis), enz.; (5) de infectie van vrouwen door haar mannen21.Erfelijk aangeboren syphilis behoort tot de gewone pathologie van de kwaal en is een hoofdelement in het maatschappelijk gevaar ervan, daar ze verantwoordelijk is voor een enorme kindersterfte22. De gevaren van extra-genitale infectie bij de beroepswerkzaamheden van dokters, vroedvrouwen en minnen worden ook algemeen erkend. In het geval van minnen, diegeïnfecteerdworden door de syphilitische kinderen van haar werkgevers aan haar borst, is de straf, die aan de onschuldigen opgelegd wordt al bijzonder hard en misplaatst. Vooral de invloed van geïnfecteerde vroedvrouwen uit de lagere klassen is gevaarlijk, want zij kunnen in haar onwetendheid het kwaad ver om zich heen verspreiden; zoo wordt het geval vermeld van een vroedvrouw, wier vinger geïnfecteerd raakte bij het uitoefenen van haar plichten, en die direct of indirect honderd personen infecteerde. Kussen is een bijzonder gewone bron van syphilisinfectie, en van al de extra-genitale streken is de mond de plaats, waar syphilisgezwellen verreweg het meest voorkomen. Het is waar, dat in sommige gevallen, vooral bij prostituées dit het gevolg is van abnormale sexueele aanrakingen. Maar in de meeste gevallen is het het gevolg van gewone en lichte kussen, zooals tusschen jonge kinderen, tusschen ouders en kinderen, tusschen minnenden, vrienden en bekenden. Typische voorbeelden, die ik vermeld vond, zijn die van een kind, dat door een prostituée gekust was, dat geïnfecteerd raakte en daarna zijn moeder en zijn grootmoeder infecteerde; van een jonge, Fransche bruid, die op haar trouwdag besmet werd door een van de gasten, die haar, volgens Fransche gewoonte, na de plechtigheid op dewang kuste; van een Amerikaansch meisje, dat, van een bal terugkomende, bij het afscheid, den jongen man, die haar naar huis gebracht had kuste, en die zoo de ziekte kreeg, die zij niet lang daarna op dezelfde wijze overbracht op haar moeder en haar drie zusters. Zij, die dit alles niet weten en die niet nadenken, zijn geneigd te lachen over hen, die wijzen op de ernstige gevaren van kussen in het wilde. Maar het blijft toch waar, dat menschen, die niet intiem genoeg zijn om den staat van elkaar’s gezondheid te kennen, ook niet intiem genoeg zijn om elkaar te kussen. Infectie door het gebruik van huishoudelijke artikelen, linnen, enz. is, terwijl het betrekkelijk zeldzaam is onder de betere klassen der maatschappij, uiterst gewoon onder de lagere klassen en onder de minder beschaafde volken; in Rusland zijn, volgens Tarnowsky, de voornaamste autoriteit, zeventig percent van alle gevallen van syphilis in de landelijke districten, het gevolg van deze oorzaak en van gewoon kussen, en een speciale conferentie in St. Petersburg in 1897, ter overweging van de methoden om venerische ziekten te behandelen, sprak dezelfde opinie uit; hetzelfde schijnt waar te zijn voor Bosnië en verschillende deelen van het Balkan schiereiland, waar syphilis onder de boeren bevolking zeer veel voorkomt. Wat de laatste groep aangaat, krijgen, volgens Bulkley in Amerika, gewoonlijk ongeveer vijftig percent vrouwen syphilis onschuldig, voornamelijk van haar echtgenooten, terwijl Fournier zegt, dat in Frankrijk vijf en zeventig percent getrouwde vrouwen met syphilis geïnfecteerd zijn door haar mannen, meestal (zeventig percent) door echtgenooten, die zelf vóor het huwelijk geïnfecteerd werden en meenden, dat ze genezen waren. Onder mannen is het aantal met syphilis besmetten, die bij toeval geïnfecteerd zijn, hoewel kleiner dan bij vrouwen, toch nog zeer groot; men zegt, dat het minstens tien percent is, en misschien is het een veel grooter aantal gevallen. De nauwgezette moralist, die verlangt, dat ieder zal hebben wat hij verdient, moet toch nog dringender wenschen te voorkomen, dat onschuldigen lijden inplaats van de schuldigen. Maar het is absoluut onmogelijk voor hem deze twee doeleinden te vereenigen; syphilis kan niet terzelfder tijd vereeuwigd worden voor de schuldigen en afgeschaft voor de onschuldigen.Ik heb alleen van syphilis gesproken, maar bijna alles, wat gezegd is over de toevallige infectie met syphilis, geldt evenzeer of nog meer voor gonorrhoe, want ofschoon gonorrhoe niet door zooveel kanalen in het lichaam dringt als syphilis, is het een meer voorkomende, zoowel als een listiger en meer zich verbergende ziekte.De literatuur over de Syphilis Insontium is buitengewoon omvangrijk. Er is een bibliographie aan het einde vanSyphilis in the Innocentvan Duncan Bulkley, en een uitgebreid résumé over de kwestie in een Leipziger inaugurale dissertatie door F. Mozes,Zur Kasuistik der Extragenitalen Syphilis-infektion, 1904.Maar zelfs, als we ter zijde stellen het groote aantal venerisch geïnfecteerde menschen, waarvan we in den engsten en meest conventioneelen moreelen zin kunnen zeggen, dat ze “onschuldige” slachtoffers zijn van de ziekte, die ze opgeloopen hebben, dan blijft er nog veel over deze kwestie te zeggen. Men moet zich herinneren, dat de meerderheid van hen, die venerische ziekten opdoen door onwettigen, sexueelen omgang, jong zijn. Zij zijn jongelingen, onwetend aangaande het leven, eerst pas van huis gekomen, nog onontwikkeld, onvolledig opgevoed en gemakkelijk door vrouwen te bedriegen; in vele gevallen hebben zij, naar zij meenden, een “aardig” meisje ontmoet, wèl niet strikt deugdzaam, maar, naar hun toescheen, boven iedere verdenking van ziekte verheven, hoewel zij in werkelijkheid een clandestiene prostituée was. Of zij zijn jonge meisjes, die wèl opgehouden hebben volkomen kuisch te zijn, maar die niet al haar onschuld verloren hebben, en die zichzelf niet beschouwen, en ook door anderen niet beschouwd worden, als prostituées; dat is inderdaad een van de rotsen, waarop het systeem der politie-contrôle zich te pletter loopt, want de politie kan de prostituées niet vroeg genoeg te pakken krijgen. Van de vrouwen, die syphilitisch zijn, zijn, volgens Fournier twintig percent geïnfecteerd vóór zij negentien jaar oud waren. De leeftijd, waarop infectie het meest voorkomt, is voor vrouwen twintig jaar (in de landelijke districten achttien), en voor mannen drie en twintig jaar. In Duitschland vindt Erb, dat vijf en tachtig percent mannen met gonorrhoe de ziekte opgedaan hebben tusschen den leeftijd van zestien en vijf en twintig, terwijl een zeer klein aantal geïnfecteerd wordt na de dertig. Deze jonge wezens geraakten voor het meerendeel in een val, die de Natuur met haar verleidelijkste lokaas voorzien had; zij waren gewoonlijk onwetend; niet zelden werden zij bedrogen door een aantrekkelijke persoonlijkheid; dikwijls waren zij door hartstocht overweldigd; meermalen was alle voorzichtigheid en ingetogenheid verloren geraakt in den roes van den wijn. Uit een waarlijk moreel standpunt waren zij ternauwernood minder onschuldig dan kinderen.“Ik vraag”, zegt Duclaux, “als een jonge man of een jong meisje zich overgeeft aan gevaarlijke liefkoozingen, of de maatschappij dan genoeg gedaan heeft om ze te waarschuwen. Misschien zijn haar bedoelingen goed geweest, maar toen precies weten noodig werd, heeft een dwaze voorzichtigheid haar terug gehouden, en ze heeft haar kinderen zonder reisgeld gelaten.… Ik wil zelfs verder gaan, en zeggen, dat in een groot aantal gevallen de echtgenooten, die hun vrouwen besmetten, onschuldig zijn. Geen mensch is verantwoordelijk voor het kwaad, dat hij doet zonder het te weten en zonder het te willen”. Ik mag wel weer in de herinnering brengen het veelbeteekenend feit, waar reeds op gewezen is, dat de meeste echtgenooten, die hun vrouwen infecteeren, de ziekte opdeden vóór het huwelijk. Zij traden het huwelijk in, meenende, dat hun ziekte genezen was, en dat zij met hun verleden gebroken hadden. Dokters hadden soms (en kwakzalvers dikwijls) tot dit resultaat bijgedragen door een te sanguinisch taxeeren van den tijd, noodig om het vergif te vernietigen.Een zoo groot autoriteit als Fournier meende vroeger, dat de met syphilis besmette persoon veilig verlof kon gegeven worden tot trouwen drie of vier jaar na den datum van infectie, maar nu, met vermeerderde ondervinding strekt hij den tijd uit tot vier of vijf jaar. Het is ongetwijfeld waar, dat, vooral als de behandeling grondig en stipt geweest is, de ziek geworden constitutie in de meeste gevallen in een korter tijd dan deze onder volkomen contrôle kan gebracht worden, maar er is altijd een zeker aantal gevallen, waarin de infecteerende krachten nog jaren lang blijven bestaan, en zelfs als de syphilitische echtgenoot niet meer in staat is zijn vrouw te infecteeren, dan kan hij nog in een toestand zijn, die een ongelukkigen invloed oefent op zijn nageslacht.In bijna al deze gevallen bestond er min of meer onwetendheid—wat maar een ander woord is voor onschuld, naar wat wij gewoonlijk onder onschuld verstaan—en als dan eindelijk, na de gebeurtenis, de feiten eenigszins openlijk aan het slachtoffer worden uitgelegd, dan roept hij dikwijls uit: “Dat heeft niemand mij verteld!” Het is dit feit, dat den pseudo-moralist veroordeelt. Als hij er voor gezorgd had, dat moeders de sexueele feiten aan haar kleine jongens en meisjes uitlegden van hun jeugd af aan, als hij (zooals Dr. Joseph Price met nadruk verlangt) de gevaren der venerische ziekten op deZondagsschoolonderwezen had, als hij openlijk van den kansel gepreekt had over de verhoudingen van de seksen, als hij er voor gezorgd had, dat iedere jongeling bij het begin van de puberteit eenige eenvoudige technische kennis van den huisdokter kreeg over sexueele gezondheid en sexueele ziekte—dan zou, al zou er nog behoefte zijn aan medelijden voor hen, die afgedwaald zijn van een pad, dat altijd moeilijk te begaan zal zijn, de vermeende moralist in ieder geval eeniger mate zonder schuld uitgaan. Maar hij heeft zelden ook maar een vinger uitgestoken om iets van deze dingen te doen.Zelfs zij, die misschien niet een houding van persoonlijke moreele onverdraagzaamheid jegens de slachtoffers van venerische ziekten zullen willen laten varen, doen goed zich te herinneren, dat, daar de openlijke uiting van hun onverdraagzaamheid kwaad sticht, en op zijn best nutteloos is, het voor hen noodig is in het belang van de maatschappij zich te onthouden van het uitspreken van hun meening. Zij zouden niet minder vrij zijn hun eigen persoonlijk gedrag in de striktste overeenstemming te brengen met hun superieure moreele gestrengheid; en dat is voor hen tenslotte de hoofdzaak. Maar in het belang van de maatschappij is het voor hen noodig datgene aan te nemen, wat zij misschien beschouwen zullen als de conventie van een zuiver hygiënische houding jegens deze ziekten. De dwalenden worden door een houding van moreele afkeuring onvermijdelijk zóó afgeschrikt, dat zij tot methoden van verbergen komen, en deze veroorzaken een eindelooze keten van maatschappelijke nadeelen, die alleen door openlijkheid uit den weg geruimd kunnen worden. Zooals Duclauxmet zooveel ernst gezegd heeft: het is onmogelijk met succes tegen de venerische ziekten te strijden, als we er niet toe overgaan onze vooroordeelen, of zelfs onze moraal en onzen godsdienst buiten beschouwing te laten, maar ze zuiver en eenvoudig te behandelen als een gezondheidskwestie. En als de pseudo-moralist nog moeite heeft mede te werken tot het genezen van dit maatschappelijk kwaad, dan mag hij wel bedenken, dat hij zelf—evenals wij allen, hoe weinig wij het ook weten—in de laatste vier eeuwen zeker een groot aantal met syphilis en gonorrhoe besmette voorouders gehad heeft. Wij zijn allen te zamen verbonden, en het is dwaas, zoo niet onmenschelijk, ons eigen vleesch en bloed te verachten.Ik heb de houding van hen, die de moraal opgeven als een reden om geen notitie te nemen van de maatschappelijke noodzakelijkheid van het bestrijden der venerische ziekten, nogal in bijzonderheden besproken, omdat, al mogen er weinigen zijn, die ernstig en bewust zoo’n tegen-maatschappelijke en onmenschlievende houding aannemen, er zeker velen zijn, die blij zijn, dat er zoo’n mooi excuus bestaat voor hun moreele onverschilligheid of hun geestelijke traagheid23. Als zij in aanraking komen met dit groote en moeilijke probleem, dan vinden zij het gemakkelijk het geneesmiddel te geven der conventioneele moraal, hoewel zij er wel van overtuigd zijn, dat dit geneesmiddel al lang op groote schaal zonder resultaat is gebleken. Zij geven er met veel drukte de voorkeur aan het nuttelooze dikke eind van de wig aan te wenden op een punt, waar alleen met veel handigheid en voorzichtigheid het dunne einde kan ingebracht worden.Het algemeen aannemen van het feit, dat syphilis en gonorrhoe ziekten zijn en niet noodzakelijk misdaden of zonden, is de voorwaarde voor iedere praktische poging deze kwestie te behandelen als een kwestie van gezondheid in plaats van politie-toezicht. De Scandinavische landen van Europa zijn de pioniers geweest in praktische moderne hygiënische methoden van behandelen van de venerische ziekten. Er zijn verschillende redenen, waarom dit gebeurd is. Al de sexueele problemen—de sexueele liefde zoowel als de sexueele ziekten—hebben in deze landen lang op den voorgrond gestaan, en een afwijzen van preutsche huichelarij schijnt hier duidelijker uitgesproken te zijn geweest dan ergens anders; wij zien dezen geest, bij voorbeeld, krachtig belichaamd in de tooneelstukken van Ibsen, en tot zekere hoogte in de werken vanBjörnson. Het moedige en energieke temperament van het volk dwingt hen tot praktisch ingrijpen in sexueele moeilijkheden, terwijl hun sterke onafhankelijkheidsinstincten hen afkeerig maken van de bureaucratische politie-methoden, die in Frankrijk en Duitschland gebloeid hebben. Zoo zijn de Scandinaviërs de natuurlijke pioniers geweest van de methoden ter bestrijding der venerische ziekten, waarvan men nu algemeen begint te erkennen dat zij de methoden zijn van de toekomst, en zij hebben het eerst ten volle, het systeem georganiseerd, dat venerische ziekten plaatst onder de gewone wet en ze behandelt als andere besmettelijke ziekten.De eerste schrede bij het behandelen van een venerische ziekte is er de erkende beginselen van aangifte op toe te passen. Iedere nieuwe toepassing van het principe stuit evenwel op tegenstand. Het is zonder resultaat, het is een onverantwoordelijke inquisitie in de zaken van het individu, het is een nieuwe belasting op den druk bezetten praktiseerenden medicus, enz. Zeker zal aangifte op zich zelf niet den voortgang van eenige besmettelijke ziekte tegengaan. Maar ze is een essentieel element in iedere poging om het voorkomen van de ziekte te bevorderen. Tenzij wij de juiste bijomstandigheden, locale variaties, en tijdelijke zwenkingen van een ziekte precies kennen, zijn wij geheel in het duister en kunnen we alleen maar in het wilde om ons heen slaan. Alle vooruitgang in algemeene hygiëne is vergezeld geweest door de vermeerderde aangifte van ziekte, en de meeste autoriteiten zijn het er over eens, dat die aangifte nog verder uitgestrekt moet worden, terwijl iedere kleine ongeriefelijkheid die hierdoor aan individuen veroorzaakt wordt van gering belang is, vergeleken bij de groote publieke belangen, die op het spel staan. Het is waar, dat een zoo groote autoriteit als Neisser twijfel uitgesproken heeft over den invloed van de aangifte bij gonorrhoe; de diagnose kan niet onfeilbaar zijn en de patienten geven dikwijls valsche namen op. Deze bezwaren zijn echter klein; een diagnose kan maar heel zelden onfeilbaar zijn (hoewel op dit gebied niemand zooveel gedaan heeft voor juiste diagnosen als Neisser zelf), en namen zijn niet noodig voor de aangifte, en worden ook niet vereischt in den vorm van gedwongen aangifte, die eenige jaren geleden in Noorwegen bestond.Het principe der gedwongen aangifte van venerische ziekten schijnt het eerst ingesteld te zijn in Pruisen, waar het dateert van 1835. Het systeem is echter niet geheel doorgevoerd, daar het niet verplichtend is in alle gevallen, maar alleen als naar de opinie van den dokter geheimhouding schadelijk zou kunnen zijn voor den patient of voor de gemeenschap; ze is alleen verplicht als de patient soldaat is. Deze methode van aangifte staat inderdaad op een verkeerde basis, ze is niet een deel van een uitgebreid gezondheidssysteem, maar alleen een hulpmiddel voor politiemethodenom prostitutie te behandelen. Volgens het Scandinavische systeem berust aangifte, hoewel ze niet een essentieel deel van dit systeem is, op een totaal verschillende basis.Het Scandinavische stelsel is in een gewijzigden vorm onlangs in Denemarken ingevoerd. Dit kleine land, dat zoo dicht bij Duitschland ligt, volgde eenigen tijd lang in deze zaak het voorbeeld van zijn grooten nabuur en nam de politieregeling van de prostitutie en der venerische ziekten aan. De andere verhoudingen van het dieper in Scandinavië liggende Denemarken deden zich echter gelden, en in 1906 werd het systeem van contrôle afgeschaft en besloot Denemarken zich geheel op de systematische doorvoering van het reeds aangenomen gezondheidsprincipe te verlaten, hoewel er nog iets van den Duitschen invloed bestaat in de strikte reglementeering van de straten, en de straffen opgelegd aan de bordeelhouders, terwijl ze de prostitutie zelf vrij laat. Het essentieele punt van het tegenwoordige systeem is echter, dat de gezondheidsautoriteiten nu uitsluitend medici zijn. Iedereen, wat zijn maatschappelijke of finantieele positie ook is, heeft recht op vrije behandeling van venerische ziekten. Of hij daar gebruik van maakt of niet, hij is in ieder geval verplicht zich te laten behandelen. Ieder ziek persoon is dus, voor zoover dat bereikt kan worden, onder dokter’s handen. Alle dokters hebben over zulke gevallen hun instructies; zij moeten niet alleen hun patiënten meedeelen, dat zij niet trouwen kunnen zoolang er nog gevaren voor infectie geacht worden te bestaan, maar ook, dat zij verantwoordelijk zijn voor de onkosten van de behandeling, zoowel als voor de gevaren, die geleden worden door personen, die ze misschien infecteeren. Hoewel het niet mogelijk geweest is het systeem in alle opzichten geheel werkzaam te doen zijn, wordt het algemeene succes ervan aangetoond door het groote vertrouwen, dat er nu in gesteld wordt, en het afschaffen van de politiecontrôle op de prostitutie. Een systeem, dat veel geleek op dat van Denemarken, werd eenige jaren geleden in Noorwegen ingesteld. Het principe van de behandeling van venerische ziekten op algemeene kosten bestaat ook in Zweden zoowel als in Finland, waar behandeling verplicht is24.Het kan nauwelijks gezegd worden, dat het principe van aangifte tot dusverre op groote schaal op venerische ziekten behoorlijk is toegepast. Maar het wordt voortdurend in ruimer kring voorgestaan, meer speciaal in Engeland en de Vereenigde Staten25, waarhet nationale temperament en de politieke tradities het systeem van politiecontrôle op de prostitutie onmogelijk maken—zelfs als het meer effect had dan het in de praktijk heeft—en waar het systeem van de behandeling der venerische ziekten op de basis van algemeene gezondheid erkend moet worden niet alleen als het beste, maar ook als het eenig mogelijke systeem26.In verband hiermee is het noodig, zooals ook steeds in ruimer kring erkend wordt, dat er de grootste faciliteiten moeten bestaan voor de kostelooze behandeling van venerische ziekten; vooral het algemeen oprichten van vrije, ’s avonds geopende poliklinieken is noodig, want velen kunnen alleen op dezen tijd hulp en raad zoeken. In ruime mate wordt aan het systematisch invoeren van faciliteiten voor kostelooze behandeling de enorme vermindering van venerische ziekten in Zweden, Noorwegen en Bosnië toegeschreven. Het zijn de afwezigheid van deze faciliteiten voor behandeling en het stilzwijgend erkende gevoel, dat de slachtoffers van venerische ziekten geen lijders zijn, maar alleen misdadigers, die geen recht hebben op verzorging, die in het verleden zoo ongelukkig gewerkt hebben; deze twee invloeden zijn mede oorzaak van het verspreiden van ziekten, die te voorkomen waren geweest, of onder contrôle gebracht hadden kunnen worden.Als wij afstand doen van de voorvaderlijke methoden van politieregeling, als wij ons verlaten op de algemeene principes van medischehygiëne, en als we voor de rest de verantwoordelijkheid voor zijn eigen goede of slechte daden aan het individu zelf overlaten, dan is er nog een verdere schrede te doen, die in principe reeds ten volle erkend is. Wij moeten ieder mensch verantwoordelijk stellen voor de venerische ziekten, die hij overbrengt. Zoolang wij weigeren de venerische ziekten te erkennen op hetzelfde niveau als andere besmettelijke ziekten, en zoolang wij geen volle en gunstige faciliteiten bieden voor de behandeling ervan, is het onrechtvaardig het individu verantwoordelijk te stellen voor het verspreiden der ziekten. Maar als wij het gevaar van venerische ziekten openlijk erkennen, en als we aan het individu vrijheid laten, dan moeten we onvermijdelijk met Duclaux zeggen, dat iedere man of iedere vrouw verantwoordelijk moet gesteld worden voor de ziekten, die hij of zij verspreidt.Volgens het Oldenburger strafwetboek van 1814 was het een strafbare overtreding voor een venerisch ziek persoon om sexueelen omgang te hebben met een gezond persoon, hetzij infectie het gevolg was of niet. In Duitschland is tegenwoordig echter geenwet van deze soort, hoewel eminente Duitsche wets-autoriteiten, vooral von Liszt, meenen, dat een paragraaf aan het wetboek toegevoegd moest worden die zou moeten bepalen, dat sexueele omgang van de zijde van een persoon, die weet dat hij ziek is, gestraft moest worden met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar; deze wet niet toe te passen op getrouwde paren, tenzij op aanvrage van een van de partijen. Tegenwoordig is in Duitschland het overbrengen van venerische ziekten alleen maar strafbaar als een bijzonder geval van het toebrengen van lichamelijk letsel27. In deze zaak is Duitschland achter bij de meeste Scandinavische landen, waar persoonlijke verantwoordelijkheid voor venerische ziekten wel erkend en in de praktijk doorgevoerd wordt.In Frankrijk worden, hoewel de wet niet streng en bevredigend is, aanklachten voor het overbrengen van syphilis met succes voor den rechter gebracht. Men is er hier beslist meer vóor dit vergrijp te straffen dan in Duitschland. In 1883 besprak Després de zaak en overwoog de bezwaren. Weinigen zullen misschien van de wet profiteeren, merkt hij op, maar allen zouden voorzichtiger worden door de vrees haar te overtreden; terwijl de moeilijkheden voor het nasporen en bewijzen van de infectie niet grooter zijn, zooals hij zegt, dan die van het nasporen en bewijzen van het vaderschap in het geval van onwettige kinderen. Després wenschte met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar, iedere persoon te straffen, die, terwijl hij wist dat hij ziek was, een venerische ziekte overbracht en hij wilde hen, die de besmetting overbrachten door onvoorzichtigheid, terwijl ze niet wisten, dat ze ziek waren, alleen beboeten28. De kwestie is niet lang geleden besproken door Aurientis in een thèse de Paris. Hij zegt, dat de tegenwoordige Fransche wet op het overbrengen van geslachtsziekten aanleiding geeft tot twijfelen en moeilijk toe te passen is, maar het is zeker rechtvaardig, dat zij, die besmet zijn geworden en op deze wijze nadeel hebben ondervonden, gemakkelijk schadevergoeding zullen kunnen krijgen. Hoewel het in principe toegegeven wordt, dat het overbrengen van syphilis bij de gewone wet, een overtreding is, is hij het eens met hen, die het als een speciale overtreding zouden willen behandelen, en er een nieuwe en meer praktische wet voor zouden willen maken29. Groote schadevergoedingen worden ook in den tegenwoordigen tijd aan de Fransche rechtbanken verkregen van mannen, die jonge vrouwen bij sexueelenomgang geïnfecteerd hebben, en ook van de dokters en de moeders van met syphilis besmette kinderen, die de minnen geïnfecteerd hebben, aan wie ze toevertrouwd waren. Hoewel de Fransche strafwet in het algemeen het openbaar maken van beroepsgeheimen verbiedt, is het toch de plicht van den behandelenden medicus de min in zulk een geval te waarschuwen tegen het gevaar, dat zij loopt, maar zonder de ziekte te noemen; als hij deze waarschuwing nalaat, kan hij verantwoordelijk gesteld worden.In Engeland, zoowel als in de Vereenigde Staten, is de wet meer onbevredigend en meer ontoereikend, wat deze klasse van overtredingen aangaat, dan in Frankrijk. De ongelukkige en barbaarsche opvatting, waar we al over gesproken hebben, die een venerische ziekte beschouwt als het resultaat van onwettigen omgang en waarbij ze geduld moet worden als een rechtvaardige straf van God, schijnt in deze landen nog met noodlottige hardnekkigheid te blijven voortbestaan. In Engeland is het overbrengen van venerische ziekten door onwettigen omgang geen onrecht, waarover men een aanklacht kan indienen, als de geslachtsdaad uit vrije wil gedaan is, zelfs als de partij, die de infectie overbrengt, haar ziekte met opzet verzwegen heeft.Ex turpi causâ non oritur actio, heet het bondig; want er sluimert veel deugd in een Latijnschen stelregel. Geen wettige overtreding is begaan als een echtgenoot zijn vrouw besmet, of een vrouw haar man30. De “vrijheid”, die in deze zaak genoten wordt door Engeland en de Vereenigde Staten wordt geïllustreerd door een Amerikaansch geval, door Dr. Isidore Dyer uit New Orleans aangehaald, in zijn verslag op de Brusselsche conferentie ter voorkoming van venerische ziekten, in 1899: “Een patiënt met primaire syphilis weigerde zelfs kostelooze behandeling en had een speciaal schrift waarin zij boek hield van het aantal mannen, dat zij geïnfecteerd had. Toen ik haar voor het eerst zag verklaarde zij, dat het aantal twee honderd negentien was geworden, en dat zij zich niet wilde laten behandelen, voordat zij wraak had genomen op vijfhonderd mannen”. In een gemeenschap, waar ook maar de allereerste regels van rechtvaardigheid heerschten, zouden faciliteiten bestaan om deze vrouw in staat te stellen schadevergoeding te verkrijgen van den man, die haar nadeel toegebracht had, en tevens te bewerken, dat hij veroordeeld werd tot een tijd gevangenisstraf. Terwijl ze eenige schadevergoeding kreeg voor het kwaad haar aangedaan, en de “wraak” kon genieten, waar ze naar snakte, zou zij meteenaan de maatschappij een dienst bewezen hebben. Zij is uitgesloten van iedere handeling jegens de persoon, die haar in het verderf gestort heeft; maar als een soort van compensatie mag zij een brandpunt worden van de ziekte, mag veel levens verkorten, veel gevallen van dood veroorzaken, en onafzienbare schade aanrichten; en dat alles kan zij doen binnen haar wettige rechten. Een gemeenschap, die dezen stand van zaken aanmoedigt, is niet alleen immoreel, maar dom.

Het kan misschien verwondering wekken, dat in de voorafgaande bespreking van de prostitutie nauwelijks een woord gezegd is over venerische ziekten. In de oogen van vele menschen is de kwestie der prostitutie eenvoudig de kwestie van syphilis. Maar van het psychologisch standpunt, dat ons hier direct aangaat, evenals van het moreele, waarmee we indirect wel bekend moeten zijn, kan de kwestie der ziekten, die verbonden kunnen zijn en ook zoo dikwijls verbonden zijn met de prostitutie, niet in de eerste plaats van beteekenis zijn. De twee kwesties zijn, hoe nauw ze ook met elkaar in verband mogen staan, in hun grondslag verschillend. Niet alleen zouden venerische ziekten blijven bestaan, al was de prostitutie volkomen verdwenen, maar, aan den anderen kant, als we syphilis op dergelijke wijze aan contrôle onderworpen hadden, als de eenigszins er mee verwante ziekte, lepra, dan zou het probleem der prostitutie nog blijven bestaan.

Toch is het nauwelijks mogelijk, zelfs van het standpunt dat we hier innemen, de kwestie der venerische ziekten buiten beschouwing te laten, want de psychologische en moreele gezichtspunten van de prostitutie, en zelfs de geheele kwestie der sexueele verhoudingen, ondervinden, tot zekere hoogte, den invloed van hetbestaan van de ernstige ziekten, dievooraldoor sexueelen omgang verspreid worden.

Fournier, een van de leidende autoriteiten op dit gebied, heeft terecht gezegd, dat syphilis, alcoholisme en tuberculose de drievoudige pest is van den tegenwoordigen tijd. In een veel vroegeren tijd (1851) had Schopenhauer inParerga en Paralipomenade meening geuit, dat de twee dingen, die het moderne maatschappelijk leven onderscheiden van dat van de oudheid, het ridderlijk eergevoel en de venerische ziekten zijn; te zamen, voegde hij er aan toe, hebben zij het leven vergiftigd en een vijandig en zelfs duivelsch element ingevoerd in de verhoudingen der seksen, dat indirect invloed heeft geoefend op alle andere maatschappelijke verhoudingen1. Het is als een koopwaar, zegt Havelburg van de syphilis, die de beschaving overal heen gevoerd heeft, zoo dat maar zeer weinige afgelegen landen van den aardbol (zooals Centraal Afrika en Centraal Brazilië) er tegenwoordig vrij van zijn2.

Het is ongetwijfeld waar, dat in de oudere beschaafde landen de uitingen van syphilis, hoewel ze nog ernstig zijn en een oorzaak voor de physieke ontaarding van het individu en het ras, minder ernstig zijn dan ze waren, zelfs maar een generatie geleden3. Dit is gedeeltelijk het resultaat van vroegere en betere behandeling, voor een deel is het mogelijk het resultaat van het syphilitisch worden van het ras, daar een zekere mate van immuniteit nu een geërfd bezit geworden is, hoewel we toch in de herinnering moeten houden, dat een aanval van syphilis niet noodzakelijk immuniteit met zich brengt tegen den werkelijken aanval van de kwaal, zelfs bij hetzelfde individu. Maar we moeten er aan toevoegen, dat, ook al is ze minder ernstig geworden, de syphilis, in de meening van velen, toch nog bezig is zich uit te breiden, zelfs in de voornaamste centra der beschaving; dit heeft men evenzeer opgemerkt in Parijs als in Londen4.

Volgens de meening, die tegenwoordig algemeen begint te heerschen, is syphilis naar Europa overgebracht aan het einde van de vijftiende eeuw door de eerste ontdekkers van Amerika. In Seville, de voornaamste Europeesche haven voor Amerika, was ze bekend als de Indische ziekte, maar toen Karel VIII en zijn leger ze in 1495 het eerst naar Italië overbrachten, werd ze de Gallische ziekte genoemd, hoewel deze connectie met de Franschen alleen maar toevallig was; “een monsterachtige ziekte”, zeide Cataneus, “die in vorige eeuwen nooit gezien is en onbekend is in de geheele wereld”.

De synoniemen voor syphilis waren eerst ontelbaar. Ferrara gaf in zijn Latijnsche gedichtSyphilis sive Morbus Gallicus, geschreven vóór 1521, en uitgegeven in Verona in 1530, eindelijk aan de ziekte den naam, die er nu algemeen voor aangenomen is, waarbij hij ter verklaring van de herkomst ervan een romantische sage uitvond.

Hoewel men tegenwoordig vrij algemeen schijnt te gelooven, dat de syphilis uit Amerika naar Europa is overgebracht, bij de ontdekking van de Nieuwe Wereld, is het eerst in de allerlaatste jaren geweest, dat deze meening grond gewonnen heeft; het schijnt zelfs nu niet eens zeker, dat, wat de Spanjaarden uit Amerika mee terug brachten, werkelijk een ziekte was, die geheel nieuw was in de Oude Wereld, en niet een krachtiger vorm van een oude ziekte, waarvan de uitingen goedaardig geworden waren. Buret, bij voorbeeld, (Le Syphilis Aujourd’hui et chez les Anciens, 1890), die eenige jaren geleden tot de diepe overtuiging kwam, dat“syphilis dateert van de schepping van den mensch”, en die uit een nauwkeurige studie der klassieke schrijvers tot het geloof gekomen was, dat syphilis in Rome al bestond onder de Caesars, meende, dat ze op verschillende plaatsen en op verschillende tijden uitgebroken was, en dat ze in epidemische uitbarstingen verschillende combinaties vertoonde van haar verschillende symptomen, zoo dat ze op gewone tijden voorkwam zonder opgemerkt te worden en op de tijden van meer intense uiting beschouwd werd als een tot dusverre onbekende ziekte. Zoo werd er in de klassieke tijden gemeend, denkt hij, dat ze uit Egypte kwam, hoewel hij Azië voor haar werkelijk tehuis hield. Leopold Glück heeft ook passages aangehaald (Archiv für Dermatologie und Syphilis, January 1899) uit de medische epigrammen van een dokter uit de zestiende eeuw, Gabriel Ayala, die verklaart, dat syphilis niet werkelijk een nieuwe ziekte is, hoewel er gewoonlijk gemeend wordt, dat ze dat is, maar een oude ziekte, die met tot dusverre onbekende kracht uitgebroken is. Er is echter geen enkele overtuigende reden, om te gelooven, dat syphilis in de klassieke oudheid bekend was. A. N. Notthaft (“Die Legendevonder Althertums-syphilis”, in het RindfleischFestschrift, 1907, pp. 377–592) heeft critische nasporingen gedaan naar passages in klassieke schrijvers, waarvan Rosenbaum, Buret, Proksch en anderen meenden, dat ze sloegen op syphilis. Het is volkomen waar, geeft Notthaft toe, dat vele van deze passages misschien wel op syphilis zouden kunnen slaan, en dat een of twee zelfs beter zouden passen op syphilis dan op eenige andere ziekte. Maar over het geheel leveren zij in het geheel geen bewijs en geen syphiloloog, besluit hij, is er ooit in geslaagd te demonstreeren, dat syphilis in de oudheid bekend was. Dat geloof is een mythe. Het meest verpletterende bewijs er tegen is, zooals Notthaft zegt, het feit, dat, hoewel er in de oudheid groote medici waren, die nauwkeurige waarnemers waren, niet een van hen een beschrijving geeft van de primaire, secundaire, tertiaire en aangeboren vormen van deze ziekte. China wordt dikwijls vermeld als het oorspronkelijke tehuisvan de syphilis, maar dit geloof is geheel zonder grond, en de Japansche medicus, Okamura, heeft aangetoond (Monatschrift für praktische Dermatologie, deel XXVIII, blz. 296et. seq.) dat Chineesche verhandelingen niets over de syphilis melden vóor de zestiende eeuw. In de Parijsche Academie voor Geneeskunde werden in 1900 door Fouquet photografieën gedemonstreerd van menschelijke overblijfsels, die dateeren van 2400 voor Christus, die veranderingen in het beenderenstelsel vertoonen, die duidelijk syphilitisch schenen te wezen; Fournier echter, een van de grootste autoriteiten, meende, dat de diagnose van syphilis niet kon volgehouden worden, voordat andere toestanden, die dergelijke veranderingen in het beenderenstelsel hadden kunnen teweeg brengen, geëlimineerd waren (British Medical Journal, September 29, 1900, p. 946). In Florida en verschillende deelen van Centraal Amerika, op ongetwijfeld vòor den tijd van Columbus stammende begraafplaatsen, zijn zieke beenderen gevonden waarvan goede autoriteiten verklaard hebben, dat ze niet anders dan syphilitisch konden zijn (b.v.British Medical Journal, November 20, 1897, p. 1487), hoewel we kunnen opmerken, dat nog kort geleden, in 1899, de voorzichtige Virchow constateerde, dat de syphilis van vóor den tijd van Columbus voor hem nog een open kwestiewas(Zeitschrift für Ethnologie, Deel 2 en 3, 1899 p. 216). Aan den anderen kant toont Seler, de bekende autoriteit over de Mexikaansche oudheid aan, dat de oude Mexikanen een ziekte kenden, die, zooals zij haar beschreven, wel syphilis had kunnen wezen. Het blijkt echter duidelijk, dat, terwijl de moeilijkheid om zieke beenderen te demonstreeren in Amerika wel even groot is als in Europa, de demonstratie toch, hoe volkomen ze ook zijn mag, niet voldoende zou zijn om aan te toonen, dat de ziekte niet ook reeds bestond in de Oude Wereld. De plausibele theorie van Ayala, dat de syphilis van de vijftiende eeuw een hevig optreden was van een oude ziekte is in de meer moderne tijden herhaaldelijk weer in het leven geroepen. Zoo denkt J. Knott (“The Origin of Syphilis”New York Medical Journal, October 31, 1908), dat hoewel ze niet nieuw was in het Europa van de vijftiende eeuw, ze toen nieuw ingevoerd werd in een vorm, die ernstiger geworden was doordat ze van een erotisch ras kwam, zooals men meent, dat dikwijls het geval is.Het was in de achttiende eeuw, dat Jean Astruc het geloof begon te herstellen, dat syphilis werkelijk een betrekkelijk moderne ziekte is van Amerikaanschen oorsprong, en sindsdien hebben vele autoriteiten van gewicht hun instemming met dit gezichtspunt betuigd. Aan de energie en de bekwaamheid van Dr. Iwan Bloch, uit Berlijn (het eerste deel van zijn belangrijk werk,Der Ursprung der Syphilis, werd uitgegeven in 1901) danken wij de volledige samenstelling van het materiaal, dat het bewijs levert voor den Amerikaanschen oorsprong van de syphilis. Bloch beschouwt Ruy Diaz de Isla, een beroemd Spaansch medicus, als de voornaamste getuige voor den Indischen oorsprong van de ziekte, en besluit, dat ze naar Europa overgebracht werd door de mannen van Columbus, uit Midden Amerika, meer speciaal van het eiland Haiti, naar Spanje in 1493 en 1494, en onmiddellijk daarna door de legers van Karel VIII als epidemie verspreid werd over Italië en de andere landen van Europa.We kunnen hieraan toevoegen, dat, zelfs als we de theorie moeten aannemen, dat de centrale streken van Amerika de plaats zijn van den oorsprong der Europeesche syphilis, we toch nog moeten erkennen, dat de syphilis zich op het vasteland van Noord-Amerika zeer veel langzamer verspreid heeft dan in Europa en ook meer gedeeltelijk, en zelfs tegenwoordig zijn er Amerikaansche Indiaansche stammen, onder wie ze onbekend is. Holder heeft op grond van zijn eigen ervaringen onder Indianen en van informaties door bemiddeling van verschillende medici een statistiek gemaakt die aantoont, dat van ongeveer dertig stammen en groepen van stammen, achttien bijna of geheel vrij waren van venerische ziekten, terwijl onder dertien ze zeer veel voorkwamen. Bijna zonder uitzondering weigeren de stammen, waar syphilis weinig voorkomt ofonbekend is, sexueelen omgang aan vreemdelingen, terwijl zij, onder wie zulke omgang meer voorkomt, moreel laks zijn. Het zijn de blanken, die de bron zijn van infectie onder deze stammen (A. B. Holder, “Gynecic Notes Among the American Indians”,American Journal of Obstetrics1892, No. 1).

Hoewel men tegenwoordig vrij algemeen schijnt te gelooven, dat de syphilis uit Amerika naar Europa is overgebracht, bij de ontdekking van de Nieuwe Wereld, is het eerst in de allerlaatste jaren geweest, dat deze meening grond gewonnen heeft; het schijnt zelfs nu niet eens zeker, dat, wat de Spanjaarden uit Amerika mee terug brachten, werkelijk een ziekte was, die geheel nieuw was in de Oude Wereld, en niet een krachtiger vorm van een oude ziekte, waarvan de uitingen goedaardig geworden waren. Buret, bij voorbeeld, (Le Syphilis Aujourd’hui et chez les Anciens, 1890), die eenige jaren geleden tot de diepe overtuiging kwam, dat“syphilis dateert van de schepping van den mensch”, en die uit een nauwkeurige studie der klassieke schrijvers tot het geloof gekomen was, dat syphilis in Rome al bestond onder de Caesars, meende, dat ze op verschillende plaatsen en op verschillende tijden uitgebroken was, en dat ze in epidemische uitbarstingen verschillende combinaties vertoonde van haar verschillende symptomen, zoo dat ze op gewone tijden voorkwam zonder opgemerkt te worden en op de tijden van meer intense uiting beschouwd werd als een tot dusverre onbekende ziekte. Zoo werd er in de klassieke tijden gemeend, denkt hij, dat ze uit Egypte kwam, hoewel hij Azië voor haar werkelijk tehuis hield. Leopold Glück heeft ook passages aangehaald (Archiv für Dermatologie und Syphilis, January 1899) uit de medische epigrammen van een dokter uit de zestiende eeuw, Gabriel Ayala, die verklaart, dat syphilis niet werkelijk een nieuwe ziekte is, hoewel er gewoonlijk gemeend wordt, dat ze dat is, maar een oude ziekte, die met tot dusverre onbekende kracht uitgebroken is. Er is echter geen enkele overtuigende reden, om te gelooven, dat syphilis in de klassieke oudheid bekend was. A. N. Notthaft (“Die Legendevonder Althertums-syphilis”, in het RindfleischFestschrift, 1907, pp. 377–592) heeft critische nasporingen gedaan naar passages in klassieke schrijvers, waarvan Rosenbaum, Buret, Proksch en anderen meenden, dat ze sloegen op syphilis. Het is volkomen waar, geeft Notthaft toe, dat vele van deze passages misschien wel op syphilis zouden kunnen slaan, en dat een of twee zelfs beter zouden passen op syphilis dan op eenige andere ziekte. Maar over het geheel leveren zij in het geheel geen bewijs en geen syphiloloog, besluit hij, is er ooit in geslaagd te demonstreeren, dat syphilis in de oudheid bekend was. Dat geloof is een mythe. Het meest verpletterende bewijs er tegen is, zooals Notthaft zegt, het feit, dat, hoewel er in de oudheid groote medici waren, die nauwkeurige waarnemers waren, niet een van hen een beschrijving geeft van de primaire, secundaire, tertiaire en aangeboren vormen van deze ziekte. China wordt dikwijls vermeld als het oorspronkelijke tehuisvan de syphilis, maar dit geloof is geheel zonder grond, en de Japansche medicus, Okamura, heeft aangetoond (Monatschrift für praktische Dermatologie, deel XXVIII, blz. 296et. seq.) dat Chineesche verhandelingen niets over de syphilis melden vóor de zestiende eeuw. In de Parijsche Academie voor Geneeskunde werden in 1900 door Fouquet photografieën gedemonstreerd van menschelijke overblijfsels, die dateeren van 2400 voor Christus, die veranderingen in het beenderenstelsel vertoonen, die duidelijk syphilitisch schenen te wezen; Fournier echter, een van de grootste autoriteiten, meende, dat de diagnose van syphilis niet kon volgehouden worden, voordat andere toestanden, die dergelijke veranderingen in het beenderenstelsel hadden kunnen teweeg brengen, geëlimineerd waren (British Medical Journal, September 29, 1900, p. 946). In Florida en verschillende deelen van Centraal Amerika, op ongetwijfeld vòor den tijd van Columbus stammende begraafplaatsen, zijn zieke beenderen gevonden waarvan goede autoriteiten verklaard hebben, dat ze niet anders dan syphilitisch konden zijn (b.v.British Medical Journal, November 20, 1897, p. 1487), hoewel we kunnen opmerken, dat nog kort geleden, in 1899, de voorzichtige Virchow constateerde, dat de syphilis van vóor den tijd van Columbus voor hem nog een open kwestiewas(Zeitschrift für Ethnologie, Deel 2 en 3, 1899 p. 216). Aan den anderen kant toont Seler, de bekende autoriteit over de Mexikaansche oudheid aan, dat de oude Mexikanen een ziekte kenden, die, zooals zij haar beschreven, wel syphilis had kunnen wezen. Het blijkt echter duidelijk, dat, terwijl de moeilijkheid om zieke beenderen te demonstreeren in Amerika wel even groot is als in Europa, de demonstratie toch, hoe volkomen ze ook zijn mag, niet voldoende zou zijn om aan te toonen, dat de ziekte niet ook reeds bestond in de Oude Wereld. De plausibele theorie van Ayala, dat de syphilis van de vijftiende eeuw een hevig optreden was van een oude ziekte is in de meer moderne tijden herhaaldelijk weer in het leven geroepen. Zoo denkt J. Knott (“The Origin of Syphilis”New York Medical Journal, October 31, 1908), dat hoewel ze niet nieuw was in het Europa van de vijftiende eeuw, ze toen nieuw ingevoerd werd in een vorm, die ernstiger geworden was doordat ze van een erotisch ras kwam, zooals men meent, dat dikwijls het geval is.

Het was in de achttiende eeuw, dat Jean Astruc het geloof begon te herstellen, dat syphilis werkelijk een betrekkelijk moderne ziekte is van Amerikaanschen oorsprong, en sindsdien hebben vele autoriteiten van gewicht hun instemming met dit gezichtspunt betuigd. Aan de energie en de bekwaamheid van Dr. Iwan Bloch, uit Berlijn (het eerste deel van zijn belangrijk werk,Der Ursprung der Syphilis, werd uitgegeven in 1901) danken wij de volledige samenstelling van het materiaal, dat het bewijs levert voor den Amerikaanschen oorsprong van de syphilis. Bloch beschouwt Ruy Diaz de Isla, een beroemd Spaansch medicus, als de voornaamste getuige voor den Indischen oorsprong van de ziekte, en besluit, dat ze naar Europa overgebracht werd door de mannen van Columbus, uit Midden Amerika, meer speciaal van het eiland Haiti, naar Spanje in 1493 en 1494, en onmiddellijk daarna door de legers van Karel VIII als epidemie verspreid werd over Italië en de andere landen van Europa.

We kunnen hieraan toevoegen, dat, zelfs als we de theorie moeten aannemen, dat de centrale streken van Amerika de plaats zijn van den oorsprong der Europeesche syphilis, we toch nog moeten erkennen, dat de syphilis zich op het vasteland van Noord-Amerika zeer veel langzamer verspreid heeft dan in Europa en ook meer gedeeltelijk, en zelfs tegenwoordig zijn er Amerikaansche Indiaansche stammen, onder wie ze onbekend is. Holder heeft op grond van zijn eigen ervaringen onder Indianen en van informaties door bemiddeling van verschillende medici een statistiek gemaakt die aantoont, dat van ongeveer dertig stammen en groepen van stammen, achttien bijna of geheel vrij waren van venerische ziekten, terwijl onder dertien ze zeer veel voorkwamen. Bijna zonder uitzondering weigeren de stammen, waar syphilis weinig voorkomt ofonbekend is, sexueelen omgang aan vreemdelingen, terwijl zij, onder wie zulke omgang meer voorkomt, moreel laks zijn. Het zijn de blanken, die de bron zijn van infectie onder deze stammen (A. B. Holder, “Gynecic Notes Among the American Indians”,American Journal of Obstetrics1892, No. 1).

Syphilis is een, maar zeker de belangrijkste, van een groep van drie geheel verschillende “venerische ziekten”, die eerst in den laatsten tijd onderscheiden zijn, en wat hun juisten aard en oorzaak aangaat inderdaad eerst nu beginnen begrepen te worden, hoewel twee er van zeker in de oudheid bekend geweest zijn. Het is eerst zeventig jaar geleden, dat Ricord, de groote Fransche syphiloloog, die na Bassereau kwam, het eerst de volkomen onafhankelijkheid verkondigd heeft van de syphilis, zoowel van gonorrhoe als van weeke schanker, terwijl hij tevens duidelijk de drie stadiën uiteengezet heeft, het primaire, het secundaire en het tertiaire, in welke de syphilis meestal tot uiting komt, terwijl men van den vollen omvang van de tertiaire symptomen der syphilis tegenwoordig bijna nog niet op de hoogte is, en men eerst nu algemeen begint te beseffen, dat twee van de meest voorkomende en ernstigste ziekten van de hersenen en van het zenuwstelsel—algemeene verlamming en ruggemergstering of locomotorische ataxie—hun voornaamste, hoewel niet uitsluitende oorzaak vinden in het binnendringen van het vergif der syphilis vele jaren vroeger. In 1879 begon een nieuw stadium van meer nauwkeurige kennis van de venerische ziekten met de ontdekking van Neisser van den gonococcus, die de eigenlijke oorzaak is van de gonorrhoe. Deze werd een paar jaar later gevolgd door de ontdekking van Ducrey en Unna van den bacil van den weeken schanker, de minst belangrijke van de venerische ziekten, omdat de gevolgen ervan alleen maar plaatselijk zijn. Ten slotte, in 1905, nadat Metchnikoff den weg bereid had, toen hij er in slaagde syphilis over te brengen van mensch op aap, en Lassar, door inenting, van aap op aap—deed Fritz Schaudinn zijn groote ontdekking van de protozoïscheSpirochaeta pallida(sedertdiensoms genaamdTreponema pallidum), die nu algemeen beschouwd wordt als de oorzaak van de syphilis; daardoor ontdekte hij de schuilplaats van de gevaarlijkste en verraderlijkste vijanden van de menschheid5.

Er is geen fijner vergif dan dat van de syphilis. Syphilis is niet, als kinderpokken of typhus, een ziekte, die een korten, plotselingen storm veroorzaakt, een hevigen strijd met de levenskrachten, waarin ze, zelfs zonder behandeling, meestal het onderspit delft, mits hetorganisme gezond is, terwijl ze weinig of geen sporen nalaat van haar verwoestingen,—neen, zij dringt dieper en dieper in het organisme door, ze leidt na verloop van tijd tot steeds nieuwe complicaties, en geen weefsel is veilig voor haar aanvallen. En zoo fijn is dit alles doordringende vergif, dat, hoewel de uitwendige verschijnselen ervan vatbaar zijn voor langdurige behandeling, het dikwijls moeilijk te zeggen is dat het vergif ten slotte volkomen gedood is6.

Het enorme belang van de syphilis, en de voornaamste reden waarom het noodig is ze hier te beschouwen, ligt in het feit, dat de gevolgen ervan niet beperkt zijn tot het individu zelf, en zelfs ook niet tot de menschen aan wie hij het kan overdragen door besmetting, door aanraking in of buiten sexueele verhoudingen: ze tast de nakomelingschap aan en ze tast de teelkracht zelf aan. Ze grijpt mannen en vrouwen aan in de kracht van het leven, de voortbrengers van het komende geslacht, en leidt òf tot steriliteit òf tot onrijpe en ziekelijke producten van de conceptie. De vader alleen kan misschien syphilis op zijn kind overbrengen, zelfs als de moeder aan de besmetting ontkomt, en het kind, dat uit syphilitische ouders geboren is kan schijnbaar gezond ter wereld komen, om zijn syphilitischen oorsprong eerst na een periode van maanden of zelfs van jaren te openbaren. Zoo is syphilis waarschijnlijk een hoofdoorzaak voor den achteruitgang van het ras7.

Zoowel bij het individu als bij zijn nakomelingschap vertoont de syphilis haar vernielende gevolgen op alle organen, maar voornamelijk op de hersenen en het zenuwstelsel. Er zijn, zooals Mott, een leidende autoriteit in deze zaak8, aangetoond heeft, vijf wijzen, waarop syphilis de hersenen en het zenuwstelsel aantast: (1) door moreelen schok; (2) door de gevolgen van het vergif in het teweegbrengen van anaemie en algemeene voedingsstoornissen; (3) door het veroorzaken van ontsteking van de vliezen en de weefsels van de hersenen; (4) door het veroorzaken van degeneratievan de arterie, die aanleiding geeft tot hersenverweeking, verlamming en dementia; (5) als een zeer voorname oorzaak van de para-syphilitische aandoeningen van algemeene verlamming en ruggemergsverlamming.

Het is eerst in de laatste jaren, dat de medici de overwegende rol erkend hebben, die gespeeld wordt door verkregen of geërfde syphilis, bij het veroorzaken van algemeene verlamming, die in zoo ruime mate er toe medewerkt krankzinnigengestichten te vullen, en ruggemergsverlamming, hetgeen de belangrijkste ziekte is van het ruggemerg. Zelfs tegenwoordig kan men nauwelijks zeggen, dat er volkomen overeenstemming is betreffende het hooge belang van syphilis als factor in deze ziekten. Er kan echter weinig twijfel aan bestaan, dat in tenminste ongeveer vijf en negentig percent gevallen van algemeene paralyse syphilis aanwezig is9.

Syphilis alleen is inderdaad geen voldoende oorzaak voor algemeene paralyse, want onder vele natuurvolken is syphilis zeer gewoon, terwijl algemeene paralyse zeer zeldzaam is. Het is, zooals Krafft-Ebing gewoon was te zeggen, syphilisatie en civilisatie, die tezamen werkende algemeene paralyse veroorzaken, misschien in sommige gevallen, naar er reden is om te meenen, op een nerveuzen bodem, die tot zekere hoogte erfelijk gedegenereerd is; dit blijkt uit het abnormaal veel voorkomen van aangeboren teekenen van degeneratie, die bij algemeene paralytici gevonden werden door Näcke en anderen. “Paralyticus nascitur atque fit”, volgens het gezegde van Obersteiner. Eens ondermijnd door syphilis, zijn de ontaarde hersenen niet in staat weerstand te bieden aan de rukken en den druk van het beschaafde leven, en het gevolg is algemeene paralyse, die naar waarheid beschreven is als “een van de vreeselijkste geesels van moderne tijden”.

In 1902 nam de psychologische afdeeling van deBritish Medical Association, die de meest bevoegde autoriteit over deze zaak is, met algemeene stemmen een besluit, hetwelk beval, dat de aandacht van de wetgeving en verschillende publieke lichamen gevestigd zou worden op de noodzakelijkheid van onmiddellijk handelen, gezien het feit, dat “algemeene paralyse een zeer ernstige en veel voorkomende vorm van hersenziekte, mèt andere variëteiten van krankzinnigheid in ruime mate voortkomt uit syphilis, en duste voorkomen is”. Toch is nog geen enkele schrede in deze richting gedaan.

De gevaren van de syphilis liggen niet alleen in haar macht en haar taaiheid, maar ook daarin, dat ze zooveel slachtoffers maakt. Het is moeilijk te constateeren hoeveel syphilis inderdaad voorkomt; maar in de verschillende landen zijn al veel gedeeltelijke nasporingen gedaan, en het is waarschijnlijk dat vijf tot twintig percent van de bevolking van Europa met syphilis besmet is, terwijl ongeveer vijftien percent van de syphilitische personen sterft aan oorzaken, die direct of indirect gevolgen van de ziekte zijn10. In Frankrijk heeft over het algemeen, naar een taxatie van Fournier, zeventien percent van de geheele bevolking syphilis gehad; in Toulouse constateert Andry, dat achttien percent van al zijn patiënten syphilitisch zijn, en in Kopenhagen, waar de aangifte verplicht is, zegt men, dat meer dan vier percent van de bevolking aan syphilis lijdt. In Amerika heeft een commissie van de Medical Society of New-York, als resultaat van een grondig onderzoek naar deze zaken gerapporteerd, dat in de stad New-York jaarlijks niet minder dan een kwart millioen gevallen van venerische ziekten voorkomen, en een toonaangevende dermatoloog uit New-York heeft geconstateerd, dat in de families van den beteren stand, die hij nauwkeurig kent, minstens een derde van de zoons syphilis gehad hebben. In Duitschland schat men, dat jaarlijks acht honderd duizend gevallen van venerische ziekten voorkomen, en aan de grootere universiteiten worden iederen collegetijd vijf en twintig percent van de studenten geïnfecteerd; venerische ziekten komen vooral onder studenten voor. Het jaarlijksch aantal mannen, dat in het Duitsche leger aan venerische ziekten lijdt is een derde van het geheele aantal, dat in den Fransch-Duitschen oorlog gewond is. Toch staat het Duitsche leger, wat de venerische ziekten aangaat, vrij hoog, vergeleken bij het Engelsche leger, dat meer syphilitisch is dan eenig ander Europeesch leger11. Daar het Engelsche legeruit beroepssoldaten bestaat en niet op algemeene dienstplicht berust, geeft het niet zoo’n juist beeld van het volk als het leger in landen, waar de een of andere vorm van dienstplicht bestaat. In een der Londensche ziekenhuizen kon worden vastgesteld, dat tien percent van de patiënten syphilis gehad had; dit beteekent waarschijnlijk een werkelijke verhouding van ongeveer vijftien percent, een hoog, hoewel niet een buitengewoon hoog aantal. Toch is het duidelijk, dat zelfs als het aantal werkelijk lager is dan dit, het nationale verlies in leven en gezondheid, in gebrekkig nageslacht en rasontaarding enorm en feitelijk onberekenbaar moet zijn. Zelfs in geld kan men het budget van venerische ziekten vergelijken met het algemeene budget van een groote natie. Stritch berekent, dat de onkosten voor de Engelsche natie aan venerische ziekten in het leger, de marine en de administratie alleen, jaarlijks 3.000.000 pond sterling bedragen, en als men pensioenen en ziekteverloven mederekent, die indirect door deze ziekten veroorzaakt worden, hoewel zij als zoodanig niet voorkomen op de officieele lijsten, dan wordt de juiste schatting van de onkosten voor de natie gezegd te zijn 7.000.000 pond sterling. Het nemen van eenvoudige,hygiënischemaatregelen voor het voorkomen en het spoedig genezen van venerische ziekten zal niet alleen indirect, maar zelfs direct een bron zijn van enorme welvaart voor het land.

Syphilis is degene onder de venerische ziekten, die het duidelijkst en het meest in het oog springend, schrik aanjaagt. Toch komt ze minder voor en is in sommige opzichten minder arglistig dan de andere venerische ziekte gonorrhoe12. Er was een tijd, toen de ernstige aard van gonorrhoe, vooral bij vrouwen, weinig erkend werd. Mannen namen ze aan met een luchtig hart als een voorval van geringe beteekenis; vrouwen namen er geen notitie van. Dit niet inzien van den ernst van de gonorrhoe, soms zelfs van de zijde van medici—zoodat ze gewoonlijk, in Grandin’s woorden, beschouwd werd alsof ze van weinig meer beteekenis was dan eenneusverkoudheid—heeft geleid tot een reactie van de zijde van sommigen naar een tegenovergesteld uiterste, en de gevaren van de gonorrhoe zijn zeer overdreven. Dit is vooral het geval met betrekking tot de steriliteit. De ontstekingsgevolgen van gonorrhoe zijn ongetwijfeld een machtige oorzaak van steriliteit bij beide seksen; sommige autoriteiten hebben geconstateerd, dat niet alleen tachtig percent van de sterfgevallen door ontstekingsziekten van de organen in het bekken, en de meerderheid van de gevallen van chronische invaliditeit bij vrouwen, maar tevens negentig percent der niet gewilde onvruchtbare huwelijken, het gevolg zijn van gonorrhoe. Neisser, een groote autoriteit, schrijft aan deze ziekte ongetwijfeld vijftig percent van zulke huwelijken toe. Zelfs deze taxatie is naar de ervaring van sommige medici te hoog. Het is ten volle bewezen, dat de groote meerderheid der mannen, die gonorrhoe gehad hebben, zelfs als zij niet trouwen vòor twee jaar nadat ze geïnfecteerd werden, de kwaal niet overbrengen op hun vrouwen; en zelfs van de vrouwen, die door haar mannen geïnfecteerd zijn, hebben meerdande helft kinderen. Dit is b.v. het resultaat van de onderzoekingen van Erb, en Kisch spreekt nog met meer nadruk in denzelfden zin. Bumm, die gonorrhoe beschouwt als een van de twee voornaamste oorzaken der steriliteit bij vrouwen, vindt echter dat ze niet de meest voorkomende oorzaak is, en dat ze alleen maar verantwoordelijk is voor ongeveer een derde van de gevallen; de andere twee derden zijn het gevolg van fouten in de ontwikkeling van de genitaliën. Dunning in Amerika heeft resultaten verkregen, die tamelijk wel overeenkomen met die van Bumm.

Wat een ander van de vreeselijke gevolgen der gonorrhoe betreft, de ongeneeslijke blindheid, die zij door infectie van de oogen bij de geboorte te voorschijn roept, daaraan heeft langen tijd geenerlei twijfel bestaan. De Commissie van deOphthalmological Societyin 1884, heeft gerapporteerd, dat dertig tot een en veertig percent van de bewoners van vier blindeninstituten hun blindheid aan deze oorzaak te wijten hebben13. In Duitsche instituten heeft Reinhard gevonden, dat dertig percent hun gezicht door dezelfde oorzaak verloren hebben. Het totale aantal personen, die blind zijn door infectie met gonorrhoe door hun moeders bij hun geboorte is enorm. De Engelsche koninklijke commissie, ingesteld tot onderzoek naar den toestand van blinden taxeerde, dat er ongeveer zeven duizend personen in het Vereenigd Koninkrijk alleen waren (of twee en twintig percent van de blinden in het land), die blind werden als gevolg van deze kwaal, en Mookerji constateerde in zijn toespraak over ophthalmologie op het IndischeMedische Congres van 1894, dat in Bengalen alleen er zes honderd duizend totaal blinde bedelaars waren, van wie veertig percent het gezicht verloren bij hun geboorte door gonorrhoe van de moeder; en dit heeft alleen betrekking op de bedelaarsklasse.

Hoewel gonorrhoe vele en verschillende ellenden14te voorschijn kan roepen, kan er geen twijfel aan zijn, dat de meerderheid van met gonorrhoe besmette personen aan de gevaren der ziekte ontsnapt, zoowel wat henzelf als wat het aanbrengen van eenig zeer ernstig nadeel aan anderen betreft. De speciale reden, waarom gonorrhoe een zoo bijzonder ernstige geesel geworden is, is de buitengewone veelvuldigheid, waarmee ze voorkomt. Het is uiterst moeilijk het aantal van de mannen en vrouwen, die gonorrhoe gehad hebben, te taxeeren, en de taxaties varieeren binnen ruime grenzen. Dikwijls wordt het te hoog gesteld. Erb, uit Heidelberg, die alle overdrijving over het veelvuldig voorkomen van de gonorrhoe wenschte te voorkomen, ging in zijn eigen praktijk de geschiedenissen na van twee duizend twee honderd patienten (alle gasthuispatienten niet medegerekend) en vond, dat het aantal van hen, die aan gonorrhoe geleden hadden 48.5 percent was.

Onder den werkmansstand komt de ziekte veel minder voor dan onder menschen van hoogeren stand. In een ziekenkas in Berlijn hadden jaarlijks 412 van de 10.000 mannen en 69 van de 10.000 vrouwen gonorrhoe; gedurende een serie jaren vertoonde de statistiek een voortdurende toename in het aantal mannen, en een afname in het aantal vrouwen met venerische ziekten; dit schijnt er op te wijzen, dat de werkmansklassen meer omgang beginnen te hebben met prostituées en minder met fatsoenlijke meisjes15. In Amerika heeft Wood Ruggles (evenals Noggerath al vroeger, voor New York), de veelvuldigheid van gonorrhoe onder volwassen mannen geschat op 75 tot 80 percent; Tenney stelt ze veel lager, 20 percent voor mannen en 5 percent voor vrouwen. In Engeland heeft een schrijver in deLancet, eenige jaren geleden16, bevonden, dat 75 percent der volwassen mannen, die hij onderzocht, eens gonorrhoe gehad hebben, 40 percent tweemaal, 15 percent drie of meerdere malen. Volgens Dulbergkomen 15 percent nieuwe gevallen voor bij getrouwde mannen van goeden maatschappelijken stand, terwijl de ziekte betrekkelijk zeldzaam is onder getrouwde mannen van de werkende klasse in Engeland.

Gonorrhoe komt dus, wat het veel voorkomen aangaat, alleen nà mazelen en naar den ernst van de gevolgen ervan, alleen na tuberculose. “En toch”, zooals Grandin opmerkt, als hij gonorrhoe met tuberculose vergelijkt, “zie eens den energieken kruistocht, die tegen de laatste is ondernomen en de misdadige apathie, die ten toon gespreid wordt als het de eerste betreft”17. Het publiek moet leeren begrijpen, merkt een ander schrijver op, dat “gonorrhoe een pest is, die zijn hoogste belangen en zijn heiligste verhoudingen raakt, evenzeer als pokken, cholera, diphterie en tuberculose”18.

Men kan evenwel niet zeggen, dat er geen pogingen gedaan zijn den stroom van venerische ziekten te keeren. Zulke pogingen zijn, integendeel, al eeuwen lang gedaan. Maar zij hebben nooit resultaten gehad19; zij zijn nooit gewijzigd naar veranderde omstandigheden; nu nog zijn zij wanhopig onwetenschappelijk en niet in overeenstemming met de maatschappelijke, evenmin als met de individueele eischen van moderne volken. Op de verschillende conferenties, die in de laatste jaren over deze kwestie gehouden zijn, is de eenige algemeene conclusie, die er het resultaat van is, dat al de bestaande systemen van tusschenbeide komen of van niet-tusschenbeide komen onvoldoende zijn20.

De aard van de prostitutie is veranderd en de wijzen van ze te behandelen moeten daarmee veranderen. Bordeelen, en de systemen van officieele reglementeering, die speciaal voor deze bordeelen ontstonden, zijn evenzeer uit den tijd; zij hebben een middeleeuwsche tint over zich, ze ademen een geest van antiekheid, die ze in onzen tijd onaantrekkelijk en verdacht maken. Het openlijk als zoodanig erkende bordeel komt in discrediet; het absoluut onder politie-contrôle staande publieke meisje bestaat haast niet meer. De prostitutie begint zich langzamerhand minder te concentreeren, zich nauwer met het maatschappelijk leven over het algemeen te vermengen, minder gemakkelijk onderscheiden te worden als een bepaald, afzonderlijk deel van de maatschappij. Wij kunnen er tegenwoordig alleen maar invloed op uitoefenen door methoden, die op onze maatschappelijke toestanden als geheel werken.

De tegenzin tegen de reglementeering van de prostitutie groeit nog maar langzaam aan, maar hij ontwikkelt zich toch overal en kan evenzeer nagespoord worden in de opinie der wetenschappelijke mannen als in die van het volk. In Frankrijk hebben de gemeentebesturen van sommige van de grootste steden òf het systeem der reglementeering geheel afgeschaft, òf ze hebben hun afkeuring er over geuit, terwijl een onderzoek bij vele honderde medici aangetoond heeft, dat minder dan een derde er vóor waren de reglementeering te handhaven (Die Neue Generation, Juni 1909, p. 244). In Duitschland, waar in sommige opzichten meer geduldige verdraagzaamheid is voor hen, die inbreuk maken op de vrijheid van het individu dan in Frankrijk, Engeland of Amerika, worden nog steeds verschillende uitgebreide systemen voor het organiseeren van de prostitutie en den strijd tegenover de venerische ziekte, in stand gehouden, maar zij kunnen niet geheel in praktijk gebracht worden, en er wordt algemeen toegegeven, dat zij in ieder geval het beoogde doel niet kunnen bereiken. Zoo worden in Saksen geen bordeelen officieel geduld, hoewel zij natuurlijk toch bestaan. Hier zijn, evenals in vele andere deelen van Duitschland, de meest nauwkeurige en uitgebreide reglementen opgesteld voor het gedrag der prostituées. Zoo mogen zij in Leipzig niet op de banken zitten op de publieke wandelplaatsen, niet naar schilderijenmuseums gaan, of naar comedies, concerten of restaurants, niet uit haar ramen kijken, niet rondkijken op straat, niet glimlachen of wenken, enz. enz. Inderdaad, de prostituée, die de heldhaftige zelfbeheersching bezit om al deze bevelen uit te voeren, die officieel uitgevaardigd zijn om haar voor te lichten, zou wel recht hebben op een levenslang pensioen van staatswege.Twee methoden om de prostitutie te behandelen komen in Duitschland het meest voor. In sommige steden worden publieke huizen der prostitutie geduld (hoewel ze geen concessie hebben); in andere steden is prostitutie “vrij”, hoewel “geheim”. Hamburg is de voornaamste stad waar huizen der prostitutie geduld worden in afzonderlijke deelen der stad. Maar er is geconstateerd, dat “overal verreweg het grootste deel der prostituées tot de zoogenaamde “geheimeklasse” behoort”. Alleen in Hamburg worden verdachte mannen, als ze beschuldigd worden vrouwen geïnfecteerd te hebben, officieel onderzocht; mannen van iedere klasse der maatschappij moeten een oproep van deze soort gehoorzamen, die in het geheim uitgevaardigd wordt en als ze ziek zijn, zijn zij verplicht zich onder behandeling te stellen, zoo noodig onder dwangbehandeling in het stedelijk ziekenhuis, totdat ze niet langer gevaarlijk zijn voor de gemeenschap.In Duitschland wordt een vrouw, als men herhaaldelijk waargenomen heeft, dat ze op straat verdacht handelt, eerst rustig gewaarschuwd; als de waarschuwing in den wind geslagen wordt, wordt haar gevraagd aan de politie haar naam en haar adres op te geven en dan wordt zij ondervraagd. Eerst als deze methoden zonder resultaat blijven, wordt zij officieel als prostituée ingeschreven. De ingeschreven vrouwen dragen, in sommige steden ten minste, bij aan een ziekenfonds, dat haar onkosten betaalt als ze in het ziekenhuis zijn. De aarzeling van de politie om een vrouw op de officieele lijst in te schrijven is gerechtvaardigd en onvermijdelijk, want geen andere gedragslijn zou geduld worden; maar de meeste prostituées beginnen haar loopbaan zeer vroeg, en daar ze gewoonlijk in het eerste begin van die loopbaan geïnfecteerd worden, is het duidelijk, dat dit uitstel er toe bijdraagt het systeem der reglementeering zonder succes te doen zijn. In Berlijn, waar geen officieel erkende bordeelen zijn, zijn ongeveer zes duizend ingeschreven prostituées, maar men heeft getaxeerd, dat er meer dan zestig duizend prostituées zijn, die niet ingeschreven zijn. (De voorafgaande feiten zijn genomen uit een serie artikelen, die de persoonlijke nasporingen beschrijven die in Duitschland gedaan zijn door Dr. F. Bierhoff, uit New-York, “Police Methods for the Sanitary Control of Prostitution”,New York Medical Journal, August, 1907). De taxatie van de clandestiene prostitutie kan natuurlijk nooit anders dan op gissen berusten; precies hetzelfde getal van zestig duizend wordt gewoonlijk genoemd als het waarschijnlijk aantal van prostituées, niet alleen in Berlijn, maar ook in Londen en in New-York. Het is absoluut onmogelijk te zeggen of het onder of boven het werkelijke aantal is, want geheime prostitutie is geheel ontastbaar. Zelfs als de feiten op wonderbaarlijke wijze geopenbaard werden, dan zou nog de moeilijkheid blijven te beslissen wat prostitutie is en wat niet. De erkende en publieke prostituée is in verschillende graden verbonden aan de eene zijde met het fatsoenlijke meisje, dat thuis woont en een kleine verlichting zoekt van den druk van haar fatsoen, en aan den anderen kant aan de getrouwde vrouw, die getrouwd is om een tehuis. In ieder geval echter is het volkomen zeker, dat publieke prostituées, die geheel leven van de opbrengst der prostitutie, maar een klein deel vormen van dat groote leger van vrouwen, die in een ruimen zin van het woord gezegd kunnen worden prostituées te zijn, d.i., die haar aantrekkelijkheden gebruiken om van mannen te verkrijgen niet alleen liefde, maar geld of goederen.

De tegenzin tegen de reglementeering van de prostitutie groeit nog maar langzaam aan, maar hij ontwikkelt zich toch overal en kan evenzeer nagespoord worden in de opinie der wetenschappelijke mannen als in die van het volk. In Frankrijk hebben de gemeentebesturen van sommige van de grootste steden òf het systeem der reglementeering geheel afgeschaft, òf ze hebben hun afkeuring er over geuit, terwijl een onderzoek bij vele honderde medici aangetoond heeft, dat minder dan een derde er vóor waren de reglementeering te handhaven (Die Neue Generation, Juni 1909, p. 244). In Duitschland, waar in sommige opzichten meer geduldige verdraagzaamheid is voor hen, die inbreuk maken op de vrijheid van het individu dan in Frankrijk, Engeland of Amerika, worden nog steeds verschillende uitgebreide systemen voor het organiseeren van de prostitutie en den strijd tegenover de venerische ziekte, in stand gehouden, maar zij kunnen niet geheel in praktijk gebracht worden, en er wordt algemeen toegegeven, dat zij in ieder geval het beoogde doel niet kunnen bereiken. Zoo worden in Saksen geen bordeelen officieel geduld, hoewel zij natuurlijk toch bestaan. Hier zijn, evenals in vele andere deelen van Duitschland, de meest nauwkeurige en uitgebreide reglementen opgesteld voor het gedrag der prostituées. Zoo mogen zij in Leipzig niet op de banken zitten op de publieke wandelplaatsen, niet naar schilderijenmuseums gaan, of naar comedies, concerten of restaurants, niet uit haar ramen kijken, niet rondkijken op straat, niet glimlachen of wenken, enz. enz. Inderdaad, de prostituée, die de heldhaftige zelfbeheersching bezit om al deze bevelen uit te voeren, die officieel uitgevaardigd zijn om haar voor te lichten, zou wel recht hebben op een levenslang pensioen van staatswege.

Twee methoden om de prostitutie te behandelen komen in Duitschland het meest voor. In sommige steden worden publieke huizen der prostitutie geduld (hoewel ze geen concessie hebben); in andere steden is prostitutie “vrij”, hoewel “geheim”. Hamburg is de voornaamste stad waar huizen der prostitutie geduld worden in afzonderlijke deelen der stad. Maar er is geconstateerd, dat “overal verreweg het grootste deel der prostituées tot de zoogenaamde “geheimeklasse” behoort”. Alleen in Hamburg worden verdachte mannen, als ze beschuldigd worden vrouwen geïnfecteerd te hebben, officieel onderzocht; mannen van iedere klasse der maatschappij moeten een oproep van deze soort gehoorzamen, die in het geheim uitgevaardigd wordt en als ze ziek zijn, zijn zij verplicht zich onder behandeling te stellen, zoo noodig onder dwangbehandeling in het stedelijk ziekenhuis, totdat ze niet langer gevaarlijk zijn voor de gemeenschap.

In Duitschland wordt een vrouw, als men herhaaldelijk waargenomen heeft, dat ze op straat verdacht handelt, eerst rustig gewaarschuwd; als de waarschuwing in den wind geslagen wordt, wordt haar gevraagd aan de politie haar naam en haar adres op te geven en dan wordt zij ondervraagd. Eerst als deze methoden zonder resultaat blijven, wordt zij officieel als prostituée ingeschreven. De ingeschreven vrouwen dragen, in sommige steden ten minste, bij aan een ziekenfonds, dat haar onkosten betaalt als ze in het ziekenhuis zijn. De aarzeling van de politie om een vrouw op de officieele lijst in te schrijven is gerechtvaardigd en onvermijdelijk, want geen andere gedragslijn zou geduld worden; maar de meeste prostituées beginnen haar loopbaan zeer vroeg, en daar ze gewoonlijk in het eerste begin van die loopbaan geïnfecteerd worden, is het duidelijk, dat dit uitstel er toe bijdraagt het systeem der reglementeering zonder succes te doen zijn. In Berlijn, waar geen officieel erkende bordeelen zijn, zijn ongeveer zes duizend ingeschreven prostituées, maar men heeft getaxeerd, dat er meer dan zestig duizend prostituées zijn, die niet ingeschreven zijn. (De voorafgaande feiten zijn genomen uit een serie artikelen, die de persoonlijke nasporingen beschrijven die in Duitschland gedaan zijn door Dr. F. Bierhoff, uit New-York, “Police Methods for the Sanitary Control of Prostitution”,New York Medical Journal, August, 1907). De taxatie van de clandestiene prostitutie kan natuurlijk nooit anders dan op gissen berusten; precies hetzelfde getal van zestig duizend wordt gewoonlijk genoemd als het waarschijnlijk aantal van prostituées, niet alleen in Berlijn, maar ook in Londen en in New-York. Het is absoluut onmogelijk te zeggen of het onder of boven het werkelijke aantal is, want geheime prostitutie is geheel ontastbaar. Zelfs als de feiten op wonderbaarlijke wijze geopenbaard werden, dan zou nog de moeilijkheid blijven te beslissen wat prostitutie is en wat niet. De erkende en publieke prostituée is in verschillende graden verbonden aan de eene zijde met het fatsoenlijke meisje, dat thuis woont en een kleine verlichting zoekt van den druk van haar fatsoen, en aan den anderen kant aan de getrouwde vrouw, die getrouwd is om een tehuis. In ieder geval echter is het volkomen zeker, dat publieke prostituées, die geheel leven van de opbrengst der prostitutie, maar een klein deel vormen van dat groote leger van vrouwen, die in een ruimen zin van het woord gezegd kunnen worden prostituées te zijn, d.i., die haar aantrekkelijkheden gebruiken om van mannen te verkrijgen niet alleen liefde, maar geld of goederen.

“De strijd tegen de syphilis is alleen mogelijk als wij het er over eens zijn, dat de slachtoffers er van beschouwd moeten worden als ongelukkig en niet als schuldig … Wij moeten het vooroordeel opgeven, dat geleid heeft tot het ontstaan van den naam “schandelijke ziekten”, en dat verbiedt van dezen geesel van het gezin en der menschheid te spreken”. In deze woorden van Duclaux, de vermaarde opvolger van Pasteur aan het Instituut Pasteur, in zijn edel en bewonderenswaardig werkL’Hygiène Socialezien wij ons den eenigen weg aangewezen, daar ben ik van overtuigd, waarlangs we de rationeele en met goed gevolg bekroonde behandeling kunnen naderen van het groote maatschappelijke probleem der venerische ziekten.

Het hooge belang van dezen sleutel tot de oplossing van een probleem, dat dikwijls onoplosbaar geschenen heeft, begint tegenwoordig overal erkend te worden, in alle landen. Zoo zegt een beroemd Duitsch autoriteit, Professor Finger (Geschlecht und Gesellschaft, Bd. 1, Heft 5), dat venerische ziekte niet moet beschouwd worden als een wel-verdiende straf voor een liederlijk leven, maar als een ongelukkig toeval. Het schijnt echter in Frankrijk geweest te zijn, dat deze waarheid met den meesten moed en de meeste humaniteit verkondigd is en niet alleen door de volgelingen van de wetenschap en de geneeskunde, maar door velen, die zeer wel een verontschuldiging hadden kunnen vinden, waardoor ze zich niet zouden behoeven te mengen in een zoo moeilijke en ondankbare taak. Zoo hebben de broeders, Paul en Victor Margueritte, die een schitterende en eervolle plaats innemen in de tegenwoordige Fransche letterkunde, zich onderscheiden door te pleiten voor een meer humane houding jegens deprostituées, en voor een meer moderne methode bij het behandelen van de kwestie der venerische ziekten. “De ware methode tot voorbehoeding is die methode, die het duidelijk maakt aan allen, dat syphilis niet is een geheimzinnig en vreeselijk iets, de straf voor de zonde van het vleesch, een soort van schandelijk kwaad, dat gebrandmerkt is door den vloek der Katholieken, maar een gewone ziekte, die behandeld kan worden en genezen”. We kunnen opmerken, dat de tegenzin om te erkennen dat men lijdende is aan venerische ziekte, in Frankrijk minstens even groot is als in eenig ander land; “maladies honteuses” is een gesanctionneerde term in Frankrijk, evenals “loathsome disease” in Engeland; “in het ziekenhuis”, zegt Landret, “kost het veel moeite een erkenning te verkrijgen van gonorrhoe, en we mogen ons gelukkig rekenen als de patient het feit erkent, dat hij syphilis gehad heeft”.

Het hooge belang van dezen sleutel tot de oplossing van een probleem, dat dikwijls onoplosbaar geschenen heeft, begint tegenwoordig overal erkend te worden, in alle landen. Zoo zegt een beroemd Duitsch autoriteit, Professor Finger (Geschlecht und Gesellschaft, Bd. 1, Heft 5), dat venerische ziekte niet moet beschouwd worden als een wel-verdiende straf voor een liederlijk leven, maar als een ongelukkig toeval. Het schijnt echter in Frankrijk geweest te zijn, dat deze waarheid met den meesten moed en de meeste humaniteit verkondigd is en niet alleen door de volgelingen van de wetenschap en de geneeskunde, maar door velen, die zeer wel een verontschuldiging hadden kunnen vinden, waardoor ze zich niet zouden behoeven te mengen in een zoo moeilijke en ondankbare taak. Zoo hebben de broeders, Paul en Victor Margueritte, die een schitterende en eervolle plaats innemen in de tegenwoordige Fransche letterkunde, zich onderscheiden door te pleiten voor een meer humane houding jegens deprostituées, en voor een meer moderne methode bij het behandelen van de kwestie der venerische ziekten. “De ware methode tot voorbehoeding is die methode, die het duidelijk maakt aan allen, dat syphilis niet is een geheimzinnig en vreeselijk iets, de straf voor de zonde van het vleesch, een soort van schandelijk kwaad, dat gebrandmerkt is door den vloek der Katholieken, maar een gewone ziekte, die behandeld kan worden en genezen”. We kunnen opmerken, dat de tegenzin om te erkennen dat men lijdende is aan venerische ziekte, in Frankrijk minstens even groot is als in eenig ander land; “maladies honteuses” is een gesanctionneerde term in Frankrijk, evenals “loathsome disease” in Engeland; “in het ziekenhuis”, zegt Landret, “kost het veel moeite een erkenning te verkrijgen van gonorrhoe, en we mogen ons gelukkig rekenen als de patient het feit erkent, dat hij syphilis gehad heeft”.

Geen verkeerdheden kunnen bestreden worden, voordat zij erkend zijn, eenvoudig en openlijk, en voordat ze eerlijk besproken zijn. Het is een veelbeteekenend en zelfs symbolisch feit, dat de bacteriën van een ziekte zelden tieren als zij blootgesteld zijn aan de vrije stroomen van frissche lucht. Geheimzinnigheid, vermomming, verborgenheid leveren de beste voorwaarden voor hun kracht en verspreiding, en deze begunstigende voorwaarden hebben wij eeuwen lang aan de venerische ziekten verschaft. Het is niet altijd zoo geweest, zooals ook het overleven van het woord “venerisch” zelf in dit verband, met zijn verwijzing naar een godin, alleen al voldoende aantoont. Zelfs de naam “syphilis”, genomen uit een romantisch gedicht, waarin Fracastorus een mythologischen oorsprong vond voor de kwaal, legt getuigenis af van hetzelfde feit. De romantische houding is inderdaad evenzeer uit de mode als de houding van huichelachtige en bedeesde geheimzinnigheid. We moeten deze ziekten onder de oogen zien op dezelfde eenvoudige, directe en moedige wijze als reeds met goed gevolg gedaan is in het geval van pokken, een ziekte, die de menschen, van ouds op gelijken voet stelden met syphilis, en die werkelijk eens bijna even vreeselijk was in haar verwoestingen.

Op dit punt ontmoeten we echter hen, die zeggen, dat het niet noodig is een soort van erkenning te toonen voor venerische ziekten, en die het immoreel vinden iets te doen, dat toegevendheid in zich zou sluiten voor hen> die aan zulke ziekten lijden; zij hebben gekregen wat zij verdienen en men kan ze rustig latenomkomen. Zij, die dit standpunt innemen, plaatsen zich zoo ver buiten het gebied der beschaving—om nog te zwijgen van moraal of godsdienst—dat ze wel buiten beschouwing kunnen gelaten worden. De vooruitgang van het ras, de ontwikkeling der menschelijkheid, in feiten en in gevoelens, hebben samengewerkt om een houding uit de wereld te helpen, waarvan het een beleediging is voor natuurvolken, haar de houding van een wilde te noemen. Toch is het een houding, waar we rekening mee moeten houden, want ze heeft nog waarde in de oogen van de menschen, die te zwak zijn om weerstand te bieden aan hen, die met mooie moreele phrasen goochelen. Ik heb zelfs in een medische omgeving de bewering gehoord, dat venerische ziekten niet gelijkgesteld kunnen worden met andere infectieziekten, omdat ze “het resultaat van een handeling van den wil” zijn. Maar al de ziekten, ja, al de voorvallen en ongelukken van lijdende menschelijke wezens, zijn evenzeer het onwillekeurige gevolg van handelingen van den wil. De man, die overreden wordt, terwijl hij de straat oversteekt, de familie, die vergiftigd wordt door ongezond voedsel, de moeder, die de kwaal krijgt van het kind, dat zij oppast, deze allen lijden als onwillekeurig gevolg van de handeling van den wil tot het bevredigen van een of ander fundamenteel menschelijk instinct—het instinct van werkzaamheid, het voedingsinstinct, het liefde-instinct. Het sekse-instinct is even fundamenteel als ieder ander van deze, en de onwillekeurige nadeelen, die kunnen volgen op de wilsdaad om ze te bevredigen staan op precies hetzelfde niveau. Dit is het essentieele feit: een menschelijk wezen is gestruikeld en gevallen bij het volgen van de menschelijke instincten, die hem aangeboren zijn. Ieder mensch, die dit essentieele feit niet ziet, maar alleen den een of anderen ondergeschikten kant ervan, geeft blijk van een geest, die verdraaid en verwrongen is; hij kan geen aanspraak op onze belangstelling maken.

Maar zelfs als we het standpunt innemen van den would-be moralist, en overeenkomen, dat ieder maar moet lijden voor wat hij zelf verdiend heeft, dan is het nog lang geen feit, dat al degenen, die venerische ziekten opdoen, in eenigerlei beteekenis krijgen, wat ze verdienen. In een groot aantal gevallen hebben zij de ziekte op de meest onwillekeurige wijze opgeloopen. Dit is natuurlijk waar bij het groote aantal kinderen, die bij de conceptie of bij de geboorte geïnfecteerd worden. Maar het is ook waar op een nauwelijks minder absolute wijze bij een groot aantal personen, die op lateren leeftijd geïnfecteerd zijn. Men kanSyphilis insontium, of syphilis van de onschuldigen, in vijf groepen verdeelen: (1) het groote heir van syphilitisch geboren kinderen, die de ziekte erven van vader of moeder; (2) de voortdurend weer voorkomende gevallen van syphilis, door dokters, vroedvrouwen en minnen in hun beroep opgedaan; (3) infectie als resultaat vanliefde, zooals bij het eenvoudige kussen; (4) toevallige infectie door contact of door het gemeenschappelijk gebruik van voorwerpen en werktuigen van het dagelijksch leven, zooals koppen, handdoeken, scheermessen, messen (zooals bij de besnijdenis), enz.; (5) de infectie van vrouwen door haar mannen21.

Erfelijk aangeboren syphilis behoort tot de gewone pathologie van de kwaal en is een hoofdelement in het maatschappelijk gevaar ervan, daar ze verantwoordelijk is voor een enorme kindersterfte22. De gevaren van extra-genitale infectie bij de beroepswerkzaamheden van dokters, vroedvrouwen en minnen worden ook algemeen erkend. In het geval van minnen, diegeïnfecteerdworden door de syphilitische kinderen van haar werkgevers aan haar borst, is de straf, die aan de onschuldigen opgelegd wordt al bijzonder hard en misplaatst. Vooral de invloed van geïnfecteerde vroedvrouwen uit de lagere klassen is gevaarlijk, want zij kunnen in haar onwetendheid het kwaad ver om zich heen verspreiden; zoo wordt het geval vermeld van een vroedvrouw, wier vinger geïnfecteerd raakte bij het uitoefenen van haar plichten, en die direct of indirect honderd personen infecteerde. Kussen is een bijzonder gewone bron van syphilisinfectie, en van al de extra-genitale streken is de mond de plaats, waar syphilisgezwellen verreweg het meest voorkomen. Het is waar, dat in sommige gevallen, vooral bij prostituées dit het gevolg is van abnormale sexueele aanrakingen. Maar in de meeste gevallen is het het gevolg van gewone en lichte kussen, zooals tusschen jonge kinderen, tusschen ouders en kinderen, tusschen minnenden, vrienden en bekenden. Typische voorbeelden, die ik vermeld vond, zijn die van een kind, dat door een prostituée gekust was, dat geïnfecteerd raakte en daarna zijn moeder en zijn grootmoeder infecteerde; van een jonge, Fransche bruid, die op haar trouwdag besmet werd door een van de gasten, die haar, volgens Fransche gewoonte, na de plechtigheid op dewang kuste; van een Amerikaansch meisje, dat, van een bal terugkomende, bij het afscheid, den jongen man, die haar naar huis gebracht had kuste, en die zoo de ziekte kreeg, die zij niet lang daarna op dezelfde wijze overbracht op haar moeder en haar drie zusters. Zij, die dit alles niet weten en die niet nadenken, zijn geneigd te lachen over hen, die wijzen op de ernstige gevaren van kussen in het wilde. Maar het blijft toch waar, dat menschen, die niet intiem genoeg zijn om den staat van elkaar’s gezondheid te kennen, ook niet intiem genoeg zijn om elkaar te kussen. Infectie door het gebruik van huishoudelijke artikelen, linnen, enz. is, terwijl het betrekkelijk zeldzaam is onder de betere klassen der maatschappij, uiterst gewoon onder de lagere klassen en onder de minder beschaafde volken; in Rusland zijn, volgens Tarnowsky, de voornaamste autoriteit, zeventig percent van alle gevallen van syphilis in de landelijke districten, het gevolg van deze oorzaak en van gewoon kussen, en een speciale conferentie in St. Petersburg in 1897, ter overweging van de methoden om venerische ziekten te behandelen, sprak dezelfde opinie uit; hetzelfde schijnt waar te zijn voor Bosnië en verschillende deelen van het Balkan schiereiland, waar syphilis onder de boeren bevolking zeer veel voorkomt. Wat de laatste groep aangaat, krijgen, volgens Bulkley in Amerika, gewoonlijk ongeveer vijftig percent vrouwen syphilis onschuldig, voornamelijk van haar echtgenooten, terwijl Fournier zegt, dat in Frankrijk vijf en zeventig percent getrouwde vrouwen met syphilis geïnfecteerd zijn door haar mannen, meestal (zeventig percent) door echtgenooten, die zelf vóor het huwelijk geïnfecteerd werden en meenden, dat ze genezen waren. Onder mannen is het aantal met syphilis besmetten, die bij toeval geïnfecteerd zijn, hoewel kleiner dan bij vrouwen, toch nog zeer groot; men zegt, dat het minstens tien percent is, en misschien is het een veel grooter aantal gevallen. De nauwgezette moralist, die verlangt, dat ieder zal hebben wat hij verdient, moet toch nog dringender wenschen te voorkomen, dat onschuldigen lijden inplaats van de schuldigen. Maar het is absoluut onmogelijk voor hem deze twee doeleinden te vereenigen; syphilis kan niet terzelfder tijd vereeuwigd worden voor de schuldigen en afgeschaft voor de onschuldigen.

Ik heb alleen van syphilis gesproken, maar bijna alles, wat gezegd is over de toevallige infectie met syphilis, geldt evenzeer of nog meer voor gonorrhoe, want ofschoon gonorrhoe niet door zooveel kanalen in het lichaam dringt als syphilis, is het een meer voorkomende, zoowel als een listiger en meer zich verbergende ziekte.De literatuur over de Syphilis Insontium is buitengewoon omvangrijk. Er is een bibliographie aan het einde vanSyphilis in the Innocentvan Duncan Bulkley, en een uitgebreid résumé over de kwestie in een Leipziger inaugurale dissertatie door F. Mozes,Zur Kasuistik der Extragenitalen Syphilis-infektion, 1904.

Ik heb alleen van syphilis gesproken, maar bijna alles, wat gezegd is over de toevallige infectie met syphilis, geldt evenzeer of nog meer voor gonorrhoe, want ofschoon gonorrhoe niet door zooveel kanalen in het lichaam dringt als syphilis, is het een meer voorkomende, zoowel als een listiger en meer zich verbergende ziekte.

De literatuur over de Syphilis Insontium is buitengewoon omvangrijk. Er is een bibliographie aan het einde vanSyphilis in the Innocentvan Duncan Bulkley, en een uitgebreid résumé over de kwestie in een Leipziger inaugurale dissertatie door F. Mozes,Zur Kasuistik der Extragenitalen Syphilis-infektion, 1904.

Maar zelfs, als we ter zijde stellen het groote aantal venerisch geïnfecteerde menschen, waarvan we in den engsten en meest conventioneelen moreelen zin kunnen zeggen, dat ze “onschuldige” slachtoffers zijn van de ziekte, die ze opgeloopen hebben, dan blijft er nog veel over deze kwestie te zeggen. Men moet zich herinneren, dat de meerderheid van hen, die venerische ziekten opdoen door onwettigen, sexueelen omgang, jong zijn. Zij zijn jongelingen, onwetend aangaande het leven, eerst pas van huis gekomen, nog onontwikkeld, onvolledig opgevoed en gemakkelijk door vrouwen te bedriegen; in vele gevallen hebben zij, naar zij meenden, een “aardig” meisje ontmoet, wèl niet strikt deugdzaam, maar, naar hun toescheen, boven iedere verdenking van ziekte verheven, hoewel zij in werkelijkheid een clandestiene prostituée was. Of zij zijn jonge meisjes, die wèl opgehouden hebben volkomen kuisch te zijn, maar die niet al haar onschuld verloren hebben, en die zichzelf niet beschouwen, en ook door anderen niet beschouwd worden, als prostituées; dat is inderdaad een van de rotsen, waarop het systeem der politie-contrôle zich te pletter loopt, want de politie kan de prostituées niet vroeg genoeg te pakken krijgen. Van de vrouwen, die syphilitisch zijn, zijn, volgens Fournier twintig percent geïnfecteerd vóór zij negentien jaar oud waren. De leeftijd, waarop infectie het meest voorkomt, is voor vrouwen twintig jaar (in de landelijke districten achttien), en voor mannen drie en twintig jaar. In Duitschland vindt Erb, dat vijf en tachtig percent mannen met gonorrhoe de ziekte opgedaan hebben tusschen den leeftijd van zestien en vijf en twintig, terwijl een zeer klein aantal geïnfecteerd wordt na de dertig. Deze jonge wezens geraakten voor het meerendeel in een val, die de Natuur met haar verleidelijkste lokaas voorzien had; zij waren gewoonlijk onwetend; niet zelden werden zij bedrogen door een aantrekkelijke persoonlijkheid; dikwijls waren zij door hartstocht overweldigd; meermalen was alle voorzichtigheid en ingetogenheid verloren geraakt in den roes van den wijn. Uit een waarlijk moreel standpunt waren zij ternauwernood minder onschuldig dan kinderen.

“Ik vraag”, zegt Duclaux, “als een jonge man of een jong meisje zich overgeeft aan gevaarlijke liefkoozingen, of de maatschappij dan genoeg gedaan heeft om ze te waarschuwen. Misschien zijn haar bedoelingen goed geweest, maar toen precies weten noodig werd, heeft een dwaze voorzichtigheid haar terug gehouden, en ze heeft haar kinderen zonder reisgeld gelaten.… Ik wil zelfs verder gaan, en zeggen, dat in een groot aantal gevallen de echtgenooten, die hun vrouwen besmetten, onschuldig zijn. Geen mensch is verantwoordelijk voor het kwaad, dat hij doet zonder het te weten en zonder het te willen”. Ik mag wel weer in de herinnering brengen het veelbeteekenend feit, waar reeds op gewezen is, dat de meeste echtgenooten, die hun vrouwen infecteeren, de ziekte opdeden vóór het huwelijk. Zij traden het huwelijk in, meenende, dat hun ziekte genezen was, en dat zij met hun verleden gebroken hadden. Dokters hadden soms (en kwakzalvers dikwijls) tot dit resultaat bijgedragen door een te sanguinisch taxeeren van den tijd, noodig om het vergif te vernietigen.Een zoo groot autoriteit als Fournier meende vroeger, dat de met syphilis besmette persoon veilig verlof kon gegeven worden tot trouwen drie of vier jaar na den datum van infectie, maar nu, met vermeerderde ondervinding strekt hij den tijd uit tot vier of vijf jaar. Het is ongetwijfeld waar, dat, vooral als de behandeling grondig en stipt geweest is, de ziek geworden constitutie in de meeste gevallen in een korter tijd dan deze onder volkomen contrôle kan gebracht worden, maar er is altijd een zeker aantal gevallen, waarin de infecteerende krachten nog jaren lang blijven bestaan, en zelfs als de syphilitische echtgenoot niet meer in staat is zijn vrouw te infecteeren, dan kan hij nog in een toestand zijn, die een ongelukkigen invloed oefent op zijn nageslacht.

“Ik vraag”, zegt Duclaux, “als een jonge man of een jong meisje zich overgeeft aan gevaarlijke liefkoozingen, of de maatschappij dan genoeg gedaan heeft om ze te waarschuwen. Misschien zijn haar bedoelingen goed geweest, maar toen precies weten noodig werd, heeft een dwaze voorzichtigheid haar terug gehouden, en ze heeft haar kinderen zonder reisgeld gelaten.… Ik wil zelfs verder gaan, en zeggen, dat in een groot aantal gevallen de echtgenooten, die hun vrouwen besmetten, onschuldig zijn. Geen mensch is verantwoordelijk voor het kwaad, dat hij doet zonder het te weten en zonder het te willen”. Ik mag wel weer in de herinnering brengen het veelbeteekenend feit, waar reeds op gewezen is, dat de meeste echtgenooten, die hun vrouwen infecteeren, de ziekte opdeden vóór het huwelijk. Zij traden het huwelijk in, meenende, dat hun ziekte genezen was, en dat zij met hun verleden gebroken hadden. Dokters hadden soms (en kwakzalvers dikwijls) tot dit resultaat bijgedragen door een te sanguinisch taxeeren van den tijd, noodig om het vergif te vernietigen.Een zoo groot autoriteit als Fournier meende vroeger, dat de met syphilis besmette persoon veilig verlof kon gegeven worden tot trouwen drie of vier jaar na den datum van infectie, maar nu, met vermeerderde ondervinding strekt hij den tijd uit tot vier of vijf jaar. Het is ongetwijfeld waar, dat, vooral als de behandeling grondig en stipt geweest is, de ziek geworden constitutie in de meeste gevallen in een korter tijd dan deze onder volkomen contrôle kan gebracht worden, maar er is altijd een zeker aantal gevallen, waarin de infecteerende krachten nog jaren lang blijven bestaan, en zelfs als de syphilitische echtgenoot niet meer in staat is zijn vrouw te infecteeren, dan kan hij nog in een toestand zijn, die een ongelukkigen invloed oefent op zijn nageslacht.

In bijna al deze gevallen bestond er min of meer onwetendheid—wat maar een ander woord is voor onschuld, naar wat wij gewoonlijk onder onschuld verstaan—en als dan eindelijk, na de gebeurtenis, de feiten eenigszins openlijk aan het slachtoffer worden uitgelegd, dan roept hij dikwijls uit: “Dat heeft niemand mij verteld!” Het is dit feit, dat den pseudo-moralist veroordeelt. Als hij er voor gezorgd had, dat moeders de sexueele feiten aan haar kleine jongens en meisjes uitlegden van hun jeugd af aan, als hij (zooals Dr. Joseph Price met nadruk verlangt) de gevaren der venerische ziekten op deZondagsschoolonderwezen had, als hij openlijk van den kansel gepreekt had over de verhoudingen van de seksen, als hij er voor gezorgd had, dat iedere jongeling bij het begin van de puberteit eenige eenvoudige technische kennis van den huisdokter kreeg over sexueele gezondheid en sexueele ziekte—dan zou, al zou er nog behoefte zijn aan medelijden voor hen, die afgedwaald zijn van een pad, dat altijd moeilijk te begaan zal zijn, de vermeende moralist in ieder geval eeniger mate zonder schuld uitgaan. Maar hij heeft zelden ook maar een vinger uitgestoken om iets van deze dingen te doen.

Zelfs zij, die misschien niet een houding van persoonlijke moreele onverdraagzaamheid jegens de slachtoffers van venerische ziekten zullen willen laten varen, doen goed zich te herinneren, dat, daar de openlijke uiting van hun onverdraagzaamheid kwaad sticht, en op zijn best nutteloos is, het voor hen noodig is in het belang van de maatschappij zich te onthouden van het uitspreken van hun meening. Zij zouden niet minder vrij zijn hun eigen persoonlijk gedrag in de striktste overeenstemming te brengen met hun superieure moreele gestrengheid; en dat is voor hen tenslotte de hoofdzaak. Maar in het belang van de maatschappij is het voor hen noodig datgene aan te nemen, wat zij misschien beschouwen zullen als de conventie van een zuiver hygiënische houding jegens deze ziekten. De dwalenden worden door een houding van moreele afkeuring onvermijdelijk zóó afgeschrikt, dat zij tot methoden van verbergen komen, en deze veroorzaken een eindelooze keten van maatschappelijke nadeelen, die alleen door openlijkheid uit den weg geruimd kunnen worden. Zooals Duclauxmet zooveel ernst gezegd heeft: het is onmogelijk met succes tegen de venerische ziekten te strijden, als we er niet toe overgaan onze vooroordeelen, of zelfs onze moraal en onzen godsdienst buiten beschouwing te laten, maar ze zuiver en eenvoudig te behandelen als een gezondheidskwestie. En als de pseudo-moralist nog moeite heeft mede te werken tot het genezen van dit maatschappelijk kwaad, dan mag hij wel bedenken, dat hij zelf—evenals wij allen, hoe weinig wij het ook weten—in de laatste vier eeuwen zeker een groot aantal met syphilis en gonorrhoe besmette voorouders gehad heeft. Wij zijn allen te zamen verbonden, en het is dwaas, zoo niet onmenschelijk, ons eigen vleesch en bloed te verachten.

Ik heb de houding van hen, die de moraal opgeven als een reden om geen notitie te nemen van de maatschappelijke noodzakelijkheid van het bestrijden der venerische ziekten, nogal in bijzonderheden besproken, omdat, al mogen er weinigen zijn, die ernstig en bewust zoo’n tegen-maatschappelijke en onmenschlievende houding aannemen, er zeker velen zijn, die blij zijn, dat er zoo’n mooi excuus bestaat voor hun moreele onverschilligheid of hun geestelijke traagheid23. Als zij in aanraking komen met dit groote en moeilijke probleem, dan vinden zij het gemakkelijk het geneesmiddel te geven der conventioneele moraal, hoewel zij er wel van overtuigd zijn, dat dit geneesmiddel al lang op groote schaal zonder resultaat is gebleken. Zij geven er met veel drukte de voorkeur aan het nuttelooze dikke eind van de wig aan te wenden op een punt, waar alleen met veel handigheid en voorzichtigheid het dunne einde kan ingebracht worden.

Het algemeen aannemen van het feit, dat syphilis en gonorrhoe ziekten zijn en niet noodzakelijk misdaden of zonden, is de voorwaarde voor iedere praktische poging deze kwestie te behandelen als een kwestie van gezondheid in plaats van politie-toezicht. De Scandinavische landen van Europa zijn de pioniers geweest in praktische moderne hygiënische methoden van behandelen van de venerische ziekten. Er zijn verschillende redenen, waarom dit gebeurd is. Al de sexueele problemen—de sexueele liefde zoowel als de sexueele ziekten—hebben in deze landen lang op den voorgrond gestaan, en een afwijzen van preutsche huichelarij schijnt hier duidelijker uitgesproken te zijn geweest dan ergens anders; wij zien dezen geest, bij voorbeeld, krachtig belichaamd in de tooneelstukken van Ibsen, en tot zekere hoogte in de werken vanBjörnson. Het moedige en energieke temperament van het volk dwingt hen tot praktisch ingrijpen in sexueele moeilijkheden, terwijl hun sterke onafhankelijkheidsinstincten hen afkeerig maken van de bureaucratische politie-methoden, die in Frankrijk en Duitschland gebloeid hebben. Zoo zijn de Scandinaviërs de natuurlijke pioniers geweest van de methoden ter bestrijding der venerische ziekten, waarvan men nu algemeen begint te erkennen dat zij de methoden zijn van de toekomst, en zij hebben het eerst ten volle, het systeem georganiseerd, dat venerische ziekten plaatst onder de gewone wet en ze behandelt als andere besmettelijke ziekten.

De eerste schrede bij het behandelen van een venerische ziekte is er de erkende beginselen van aangifte op toe te passen. Iedere nieuwe toepassing van het principe stuit evenwel op tegenstand. Het is zonder resultaat, het is een onverantwoordelijke inquisitie in de zaken van het individu, het is een nieuwe belasting op den druk bezetten praktiseerenden medicus, enz. Zeker zal aangifte op zich zelf niet den voortgang van eenige besmettelijke ziekte tegengaan. Maar ze is een essentieel element in iedere poging om het voorkomen van de ziekte te bevorderen. Tenzij wij de juiste bijomstandigheden, locale variaties, en tijdelijke zwenkingen van een ziekte precies kennen, zijn wij geheel in het duister en kunnen we alleen maar in het wilde om ons heen slaan. Alle vooruitgang in algemeene hygiëne is vergezeld geweest door de vermeerderde aangifte van ziekte, en de meeste autoriteiten zijn het er over eens, dat die aangifte nog verder uitgestrekt moet worden, terwijl iedere kleine ongeriefelijkheid die hierdoor aan individuen veroorzaakt wordt van gering belang is, vergeleken bij de groote publieke belangen, die op het spel staan. Het is waar, dat een zoo groote autoriteit als Neisser twijfel uitgesproken heeft over den invloed van de aangifte bij gonorrhoe; de diagnose kan niet onfeilbaar zijn en de patienten geven dikwijls valsche namen op. Deze bezwaren zijn echter klein; een diagnose kan maar heel zelden onfeilbaar zijn (hoewel op dit gebied niemand zooveel gedaan heeft voor juiste diagnosen als Neisser zelf), en namen zijn niet noodig voor de aangifte, en worden ook niet vereischt in den vorm van gedwongen aangifte, die eenige jaren geleden in Noorwegen bestond.

Het principe der gedwongen aangifte van venerische ziekten schijnt het eerst ingesteld te zijn in Pruisen, waar het dateert van 1835. Het systeem is echter niet geheel doorgevoerd, daar het niet verplichtend is in alle gevallen, maar alleen als naar de opinie van den dokter geheimhouding schadelijk zou kunnen zijn voor den patient of voor de gemeenschap; ze is alleen verplicht als de patient soldaat is. Deze methode van aangifte staat inderdaad op een verkeerde basis, ze is niet een deel van een uitgebreid gezondheidssysteem, maar alleen een hulpmiddel voor politiemethodenom prostitutie te behandelen. Volgens het Scandinavische systeem berust aangifte, hoewel ze niet een essentieel deel van dit systeem is, op een totaal verschillende basis.

Het Scandinavische stelsel is in een gewijzigden vorm onlangs in Denemarken ingevoerd. Dit kleine land, dat zoo dicht bij Duitschland ligt, volgde eenigen tijd lang in deze zaak het voorbeeld van zijn grooten nabuur en nam de politieregeling van de prostitutie en der venerische ziekten aan. De andere verhoudingen van het dieper in Scandinavië liggende Denemarken deden zich echter gelden, en in 1906 werd het systeem van contrôle afgeschaft en besloot Denemarken zich geheel op de systematische doorvoering van het reeds aangenomen gezondheidsprincipe te verlaten, hoewel er nog iets van den Duitschen invloed bestaat in de strikte reglementeering van de straten, en de straffen opgelegd aan de bordeelhouders, terwijl ze de prostitutie zelf vrij laat. Het essentieele punt van het tegenwoordige systeem is echter, dat de gezondheidsautoriteiten nu uitsluitend medici zijn. Iedereen, wat zijn maatschappelijke of finantieele positie ook is, heeft recht op vrije behandeling van venerische ziekten. Of hij daar gebruik van maakt of niet, hij is in ieder geval verplicht zich te laten behandelen. Ieder ziek persoon is dus, voor zoover dat bereikt kan worden, onder dokter’s handen. Alle dokters hebben over zulke gevallen hun instructies; zij moeten niet alleen hun patiënten meedeelen, dat zij niet trouwen kunnen zoolang er nog gevaren voor infectie geacht worden te bestaan, maar ook, dat zij verantwoordelijk zijn voor de onkosten van de behandeling, zoowel als voor de gevaren, die geleden worden door personen, die ze misschien infecteeren. Hoewel het niet mogelijk geweest is het systeem in alle opzichten geheel werkzaam te doen zijn, wordt het algemeene succes ervan aangetoond door het groote vertrouwen, dat er nu in gesteld wordt, en het afschaffen van de politiecontrôle op de prostitutie. Een systeem, dat veel geleek op dat van Denemarken, werd eenige jaren geleden in Noorwegen ingesteld. Het principe van de behandeling van venerische ziekten op algemeene kosten bestaat ook in Zweden zoowel als in Finland, waar behandeling verplicht is24.

Het kan nauwelijks gezegd worden, dat het principe van aangifte tot dusverre op groote schaal op venerische ziekten behoorlijk is toegepast. Maar het wordt voortdurend in ruimer kring voorgestaan, meer speciaal in Engeland en de Vereenigde Staten25, waarhet nationale temperament en de politieke tradities het systeem van politiecontrôle op de prostitutie onmogelijk maken—zelfs als het meer effect had dan het in de praktijk heeft—en waar het systeem van de behandeling der venerische ziekten op de basis van algemeene gezondheid erkend moet worden niet alleen als het beste, maar ook als het eenig mogelijke systeem26.

In verband hiermee is het noodig, zooals ook steeds in ruimer kring erkend wordt, dat er de grootste faciliteiten moeten bestaan voor de kostelooze behandeling van venerische ziekten; vooral het algemeen oprichten van vrije, ’s avonds geopende poliklinieken is noodig, want velen kunnen alleen op dezen tijd hulp en raad zoeken. In ruime mate wordt aan het systematisch invoeren van faciliteiten voor kostelooze behandeling de enorme vermindering van venerische ziekten in Zweden, Noorwegen en Bosnië toegeschreven. Het zijn de afwezigheid van deze faciliteiten voor behandeling en het stilzwijgend erkende gevoel, dat de slachtoffers van venerische ziekten geen lijders zijn, maar alleen misdadigers, die geen recht hebben op verzorging, die in het verleden zoo ongelukkig gewerkt hebben; deze twee invloeden zijn mede oorzaak van het verspreiden van ziekten, die te voorkomen waren geweest, of onder contrôle gebracht hadden kunnen worden.

Als wij afstand doen van de voorvaderlijke methoden van politieregeling, als wij ons verlaten op de algemeene principes van medischehygiëne, en als we voor de rest de verantwoordelijkheid voor zijn eigen goede of slechte daden aan het individu zelf overlaten, dan is er nog een verdere schrede te doen, die in principe reeds ten volle erkend is. Wij moeten ieder mensch verantwoordelijk stellen voor de venerische ziekten, die hij overbrengt. Zoolang wij weigeren de venerische ziekten te erkennen op hetzelfde niveau als andere besmettelijke ziekten, en zoolang wij geen volle en gunstige faciliteiten bieden voor de behandeling ervan, is het onrechtvaardig het individu verantwoordelijk te stellen voor het verspreiden der ziekten. Maar als wij het gevaar van venerische ziekten openlijk erkennen, en als we aan het individu vrijheid laten, dan moeten we onvermijdelijk met Duclaux zeggen, dat iedere man of iedere vrouw verantwoordelijk moet gesteld worden voor de ziekten, die hij of zij verspreidt.

Volgens het Oldenburger strafwetboek van 1814 was het een strafbare overtreding voor een venerisch ziek persoon om sexueelen omgang te hebben met een gezond persoon, hetzij infectie het gevolg was of niet. In Duitschland is tegenwoordig echter geenwet van deze soort, hoewel eminente Duitsche wets-autoriteiten, vooral von Liszt, meenen, dat een paragraaf aan het wetboek toegevoegd moest worden die zou moeten bepalen, dat sexueele omgang van de zijde van een persoon, die weet dat hij ziek is, gestraft moest worden met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar; deze wet niet toe te passen op getrouwde paren, tenzij op aanvrage van een van de partijen. Tegenwoordig is in Duitschland het overbrengen van venerische ziekten alleen maar strafbaar als een bijzonder geval van het toebrengen van lichamelijk letsel27. In deze zaak is Duitschland achter bij de meeste Scandinavische landen, waar persoonlijke verantwoordelijkheid voor venerische ziekten wel erkend en in de praktijk doorgevoerd wordt.

In Frankrijk worden, hoewel de wet niet streng en bevredigend is, aanklachten voor het overbrengen van syphilis met succes voor den rechter gebracht. Men is er hier beslist meer vóor dit vergrijp te straffen dan in Duitschland. In 1883 besprak Després de zaak en overwoog de bezwaren. Weinigen zullen misschien van de wet profiteeren, merkt hij op, maar allen zouden voorzichtiger worden door de vrees haar te overtreden; terwijl de moeilijkheden voor het nasporen en bewijzen van de infectie niet grooter zijn, zooals hij zegt, dan die van het nasporen en bewijzen van het vaderschap in het geval van onwettige kinderen. Després wenschte met gevangenisstraf van niet meer dan twee jaar, iedere persoon te straffen, die, terwijl hij wist dat hij ziek was, een venerische ziekte overbracht en hij wilde hen, die de besmetting overbrachten door onvoorzichtigheid, terwijl ze niet wisten, dat ze ziek waren, alleen beboeten28. De kwestie is niet lang geleden besproken door Aurientis in een thèse de Paris. Hij zegt, dat de tegenwoordige Fransche wet op het overbrengen van geslachtsziekten aanleiding geeft tot twijfelen en moeilijk toe te passen is, maar het is zeker rechtvaardig, dat zij, die besmet zijn geworden en op deze wijze nadeel hebben ondervonden, gemakkelijk schadevergoeding zullen kunnen krijgen. Hoewel het in principe toegegeven wordt, dat het overbrengen van syphilis bij de gewone wet, een overtreding is, is hij het eens met hen, die het als een speciale overtreding zouden willen behandelen, en er een nieuwe en meer praktische wet voor zouden willen maken29. Groote schadevergoedingen worden ook in den tegenwoordigen tijd aan de Fransche rechtbanken verkregen van mannen, die jonge vrouwen bij sexueelenomgang geïnfecteerd hebben, en ook van de dokters en de moeders van met syphilis besmette kinderen, die de minnen geïnfecteerd hebben, aan wie ze toevertrouwd waren. Hoewel de Fransche strafwet in het algemeen het openbaar maken van beroepsgeheimen verbiedt, is het toch de plicht van den behandelenden medicus de min in zulk een geval te waarschuwen tegen het gevaar, dat zij loopt, maar zonder de ziekte te noemen; als hij deze waarschuwing nalaat, kan hij verantwoordelijk gesteld worden.

In Engeland, zoowel als in de Vereenigde Staten, is de wet meer onbevredigend en meer ontoereikend, wat deze klasse van overtredingen aangaat, dan in Frankrijk. De ongelukkige en barbaarsche opvatting, waar we al over gesproken hebben, die een venerische ziekte beschouwt als het resultaat van onwettigen omgang en waarbij ze geduld moet worden als een rechtvaardige straf van God, schijnt in deze landen nog met noodlottige hardnekkigheid te blijven voortbestaan. In Engeland is het overbrengen van venerische ziekten door onwettigen omgang geen onrecht, waarover men een aanklacht kan indienen, als de geslachtsdaad uit vrije wil gedaan is, zelfs als de partij, die de infectie overbrengt, haar ziekte met opzet verzwegen heeft.Ex turpi causâ non oritur actio, heet het bondig; want er sluimert veel deugd in een Latijnschen stelregel. Geen wettige overtreding is begaan als een echtgenoot zijn vrouw besmet, of een vrouw haar man30. De “vrijheid”, die in deze zaak genoten wordt door Engeland en de Vereenigde Staten wordt geïllustreerd door een Amerikaansch geval, door Dr. Isidore Dyer uit New Orleans aangehaald, in zijn verslag op de Brusselsche conferentie ter voorkoming van venerische ziekten, in 1899: “Een patiënt met primaire syphilis weigerde zelfs kostelooze behandeling en had een speciaal schrift waarin zij boek hield van het aantal mannen, dat zij geïnfecteerd had. Toen ik haar voor het eerst zag verklaarde zij, dat het aantal twee honderd negentien was geworden, en dat zij zich niet wilde laten behandelen, voordat zij wraak had genomen op vijfhonderd mannen”. In een gemeenschap, waar ook maar de allereerste regels van rechtvaardigheid heerschten, zouden faciliteiten bestaan om deze vrouw in staat te stellen schadevergoeding te verkrijgen van den man, die haar nadeel toegebracht had, en tevens te bewerken, dat hij veroordeeld werd tot een tijd gevangenisstraf. Terwijl ze eenige schadevergoeding kreeg voor het kwaad haar aangedaan, en de “wraak” kon genieten, waar ze naar snakte, zou zij meteenaan de maatschappij een dienst bewezen hebben. Zij is uitgesloten van iedere handeling jegens de persoon, die haar in het verderf gestort heeft; maar als een soort van compensatie mag zij een brandpunt worden van de ziekte, mag veel levens verkorten, veel gevallen van dood veroorzaken, en onafzienbare schade aanrichten; en dat alles kan zij doen binnen haar wettige rechten. Een gemeenschap, die dezen stand van zaken aanmoedigt, is niet alleen immoreel, maar dom.


Back to IndexNext