Er schijnt echter, zoowel in Engeland als in de Vereenigde Staten langzamerhand een opvatting op den voorgrond te komen, die het overbrengen van venerische ziekten strafbaar stelt met zware boete of met gevangenisstraf31.In ieder geval zou er in de wet geen nadruk op gelegd moeten worpen, dat de infectie “met voorkennis” overgebracht is. Iedere formeele beperking van deze soort is onnoodig, omdat in zulk een geval het hof altijd de onwetendheid of zelfs maar de nalatigheid van dengene, die het misdrijf doet, in aanmerking neemt, en ze is nadeelig, omdat ze een verordening zonder resultaat kan maken en een premie kan stellen op onwetendheid; de echtgenooten, die hun vrouwen met gonorrhoe infecteeren onmiddellijk nà het huwelijk, hebben dat gewoonlijk uit onwetendheid gedaan en het moest in elk geval noodig voor hen zijn te bewijzen, dat zij in hun onwetendheid versterkt zijn door medischen raad. Er wordt soms gezegd, dat de bestaande wet gebruikt zou kunnen worden om processen van deze soort te doen voeren, en dat er geen grootere faciliteiten gegeven moeten worden, uit vrees voor toenemende pogingen tot afpersing. De nutteloosheid van de wet op het oogenblik blijkt uit het feit, dat het zelden of nooit gebeurt, dat er eenige poging gedaan wordt om haar te gebruiken, terwijl er niet alleen een aantal bestaande strafbare overtredingen zijn, die het onderwerp zijn van pogingen tot afpersing, maar afpersing kan zelfs voorkomen in compromitteerende handelingen, die in het geheel niet wettig strafbaar zijn. Bovendien is de poging om geld af te persen op zichzelf een overtreding, die in de gerechtshoven altijd streng behandeld wordt.Er is een begin aan te wijzen van een erkenning, dat het overbrengen van een venerische ziekte een zaak is, waarvan wettignota kan genomen worden in de Engelsche gerechtshoven. Het is nu een uitgemaakte zaak, dat het infecteeren van een vrouw door haar echtgenoot beschouwd kan worden als de wreedheid, die, volgens de tegenwoordige wet, bewezen moet worden, gevoegd bij echtbreuk, voordat een vrouw echtscheiding van haar echtgenoot kan verkrijgen. In 1777 stelde Restif de la Bretonne voor in zijnGynographes, dat het overbrengen van een venerische ziekte op zichzelf een voldoende grond zou wezen voor echtscheiding; dit wordt echter tegenwoordig niet algemeen aangenomen32.Er wordt soms gezegd, dat het zeer juist is het individu wettelijk verantwoordelijk te stellen voor de venerische ziekte, die hij overbrengt, maar dat de moeilijkheden om die verantwoordelijkheid te doen aanvaarden toch zouden blijven bestaan. En zij, die deze moeilijkheden toegeven, antwoorden dikwijls, dat wij in het ergste geval een middel in handen moesten hebben om het verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen; den man, die willens en wetens het gevaar liep zulk een infectie over te brengen, zou men moeten doen voelen, dat hij niet meer binnen zijn wettige rechten was, maar dat hij een slechte daad gedaan had. Zoo komen wij tot wat nu algemeen begint erkend te worden als de voornaamste en centrale methode voor het bestrijden van venerische ziekten; wij moeten aannemen, dat het principe van individueele verantwoordelijkheid in deze levenssfeer heerscht. Georganiseerde sanitaire en medische voorzorgen, en behoorlijke wettelijke bescherming voor hen, die schade geleden hebben, hebben geen uitwerking zonder den opvoedenden invloed van elementaire hygiënische voorlichting, gesteld in het bezit van iederen jongen man en iedere jonge vrouw. In een sfeer, die noodzakelijk zoo intiem is, kunnen medische organisatie en wettelijke hulp nooit afdoende zijn; kennis is noodig bij iedere schrede van ieder individu, om te leiden en zelfs te wekken dien zin van persoonlijke moreele verantwoordelijkheid, die hier altijd heerschen moet. Overal, waar het belang van deze kwesties duidelijk begint erkend te worden—en vooral op de Congressen van de Duitsche Maatschappij ter Bestrijding van Venerische Ziekten—lost het probleem zich voornamelijk op in een van opvoeding33. En hoewel de publieke opinie en depraktijk tegenwoordig in Duitschland meer geavanceerd zijn dan ergens anders, begint de overtuiging van deze noodzakelijkheid nauwelijks minder uitgesproken te worden in alle andere beschaafde landen, in Engeland en Amerika evenzeer als in Frankrijk en de Scandinavische landen.Een bekendheid met de gevaren van ziekte bij sexueelen omgang, zoowel in als buiten het huwelijk—en ook geheel afgezien van sexueelen omgang,—is een verder stadium van die sexueele opvoeding, die, zooals wij reeds gezien hebben, wat de elementen aangaat, op een zeer jongen leeftijd moet beginnen. Jonge mannen en jonge meisjes moesten leeren, zooals de beroemdeOostenrijkscheeconomist Anton von Menger, kort voor zijn dood in zijn uitstekend boekNeue Sittenlehreschreef, dat het voortbrengen van kinderen een misdaad is als de ouders syphilitisch zijn of op andere wijze door chronische overerfelijke besmettelijke ziekten niet geschikt. Inlichtingen over venerische ziekten moeten echter niet gegeven worden voorhet intreden van de puberteit. Het is niet noodig en niet wenschelijk medische kennis te verstrekken aan jonge jongens en meisjes en ze te waarschuwen tegen gevaren, waarvan er nog weinig kans is, dat ze er aan blootgesteld zullen worden. Het is als de leeftijd der sterke sexueele instincten begint, hetzij deze werkelijk of alleen maar mogelijk zijn, dat de gevaren van het toegeven aan de instincten onder sommige omstandigheden, duidelijk voor den geest moeten gesteld worden. Niemand, die nadenkt over de werkelijke feiten van het leven, behoeft er aan te twijfelen, dat het in de hoogste mate wenschelijk is, dat iedere jonge man en ieder jong meisje, dat den volwassen leeftijd nadert, eenige elementaire kennis moest verkrijgen van algemeene feiten betreffende venerische ziekten, tuberculose en alcoholisme. Deze drie “geesels der beschaving” zijn zoo wijd verspreid, zoo fijn en menigvuldig in hun uitwerking, dat iedereen in zijn leven er mee in aanraking komt, en dat ieder de kans loopt te lijden, zelfs voordat hij er op verdacht is, misschien hopeloos en voor altijd, door de gevolgen van deze aanraking. Vage declamaties over immoraliteit en nog vagere waarschuwingen er tegen hebben geen effect en hebben geen zin, terwijl rhetorische overdrijving onnoodig is. Een zeer eenvoudige en beknopte uiteenzetting van de werkelijke feiten der gevaren, die het leven bedreigen, is volkomen voldoende. Deze behoefte voorbij te zien is alleen mogelijk voor hen, die een gevaarlijk lichtzinnige levensbeschouwing hebben.De jonge vrouw, evenzeer als de jonge man, heeft behoefte aan deze voorlichting. Er zijn nog altijd menschen, die meenen, dat, hoewel het noodig kan zijn den jongen man in te lichten, het ’t beste is zijn zuster rein te laten, zooals zij het noemen, onbekend met de feiten van het leven. Dit is juist wat we niet moeten doen. Het is inderdaad wenschelijk, dat allen bekend zullen zijnmet de feiten, die van zooveel belang zijn voor ieder mensch, zelfs als hij er zelf niet persoonlijk mee in aanraking komt. Maar het meisje komt er nog meer mee in aanraking dan de man. Een man heeft de zaak meer in zijn macht, en als hij dat wenscht, kan hij al de grovere gevaren van aanraking met venerische ziekten vermijden. Maar met de vrouw is dat anders. Hoe rein zij zelf ook moge zijn, zij kan er niet zeker van zijn, dat ze niet te waken zal hebben tegen de mogelijkheid van ziekten in haar toekomstigen echtgenoot zoowel als in hen, aan wie zij misschien het geluk van haar kind toevertrouwt. Het is een mogelijkheid, die de vrouw van beschaving, wel verre van ervan vrij te zijn, meer kans heeft te ontmoeten dan de vrouw uit den werkmansstand, want venerische ziekten komen minder voor onder de armen, dan onder de rijken34. De zorgvuldige medicus acht het zijn plicht, zelfs als zijn patient een geestelijke is, te vragen of hij syphilis gehad heeft, en de geestelijke van den meest streng correcten levenswandel erkent de noodzakelijkheid van zulk een vraag; hij zal misschien glimlachen, maar hij zal zich zelden beleedigd gevoelen. De verhouding tusschen man en vrouw is nog veel intiemer en belangrijker dan die tusschen dokter en patient, en een vrouw is niet ontheven van de noodzakelijkheid van zulk een vraag aan haar toekomstigen echtgenoot door de overtuiging, dat het antwoord zeker gunstig moet zijn. Bovendien kan het in sommige gevallen zeer goed zijn, dat zij, als zij voldoende ingelicht is, het middel kan worden om hem, eer het te laat is, te bewaren voor de schuld van een te vroeg huwelijk en de noodlottige gevolgen daarvan, en dat zij zoo zijn altijddurende dankbaarheid verdient. En zelfs als zij er niet in slaagt die te verkrijgen, dan heeft ze toch nog haar plicht jegens zichzelf en jegens het toekomstig geslacht, dat haar kinderen zullen helpen vormen, te vervullen.In de meeste landen begint men overtuigd te worden van de noodzakelijkheid om jonge vrouwen, evenzeer als jonge mannen, met betrekking tot de venerische ziekten in te lichten. Zoo vindt in Duitschland Max Flesch, in zijnProstitution und Frauenkrankheiten, dat men alle meisjes aan het einde van haar schoolleven moest inlichten omtrent de ernstige physieke en maatschappelijke gevaren, waaraan vrouwen in het leven zijn blootgesteld. In Frankrijk eischt Duclaux (in zijnL’Hygiène Sociale) met nadruk, dat vrouwen niet langer onwetend moeten worden gehouden. “Reeds nu”, zegt hij, “kunnen dokters, die tegen hun wil door hun ambtsgeheim medeschuldigen van den echtgenoot geworden zijn, u vertellen van de ironische blikken, die zij somtijds ontmoeten, als zij trachten een vrouw te misleiden aangaande de oorzakenvan haar kwalen. De dag van opstand tegen de maatschappelijke leugen, die zooveel slachtoffers gemaakt heeft, begint te naderen, en dan zult ge genoodzaakt zijn vrouwen te leeren wat zij moeten weten om zich tegen u te beveiligen”. Het gaat in Amerika precies zoo. Hervorming op dit gebied, zegt Isidore Dyer, moet als devies voeren het motto, “Kennis is Gezondheid”, zoowel voor het lichaam als voor den geest, voor vrouwen zoowel als voor mannen. In een discussie, geopend door Denslow Lewis, op de jaarlijksche vergadering van deAmerican Medical Associationin 1901 over de bestrijding van de venerische ziekten (Medico-Legal Journal, Juni en September 1903), was men het er onder de sprekers tamelijk wel over eens, dat de voornaamste methode de opvoeding was, de opvoeding van vrouwen evenzeer als van mannen. “Opvoeding is de eenige weg tot verbetering”, verklaarde een van de sprekers (Seneca Egbert, uit Philadelphia) “en we zullen nooit veel vooruitkomen, voordat iedere jonge man en iedere jonge vrouw, zelfs vóór zij verliefd worden en verloofd raken, weten wat venerische ziekten zijn, en wat het zeggen wil als zij iemand trouwen, die er aan lijdt”. “Voedt vader en moeder op, en zij zullen hun zoons en dochters opvoeden”, roept Egbert Grandin uit, vooral met betrekking tot gonorrhoe (Medical Record, May 26, 1906); “Ik leg den nadruk op de dochter, omdat zij het meest zal lijden door de besmetting, en het is haar recht te weten, dat zij op haar hoede moet zijn zoowel voor den lijder aan gonorrhoe als voor den alcoholist”.Wij moeten ten volle het feit onder de oogen zien, dat de vrouw zelf verantwoordelijk gesteld moet worden, evenzeer als de man, voor het verzekeren van de juiste voorwaarden van een huwelijk dat zij plan heeft aan te gaan. In de praktijk mag ongetwijfeld die verantwoordelijkheid eerst worden toevertrouwd aan ouders of voogden. Het is onredelijk, dat er aan een van beide zijden eenige valsche schaamte zou gevoeld worden over deze zaak. Geldzaken en kwesties van inkomen worden vóór het huwelijk besproken, en nu de publieke opinie gezonder wordt zal niemand de noodzakelijkheid in twijfel trekken van het bespreken van de nog ernstiger kwestie der gezondheid, evenzeer die van den toekomstigen bruidegom als die van de bruid. Een groote mate van ziekte en ongeluk in het huwelijk zou voorkomen worden als, voordat een engagement geheel voor gesloten verklaard werd, beide partijen zich door een dokter lieten onderzoeken en hem het recht toekenden het resultaat van dat onderzoek aan de andere partij mede te deelen. Zulk een onderzoek zou zich veel verder dan de venerische ziekten uitstrekken. Als de noodzakelijkheid ervan algemeen erkend werd, zou dat een einde maken aan veel bedrog, dat nu bij het aangaan van het huwelijk gepleegd wordt. Het gebeurt tegenwoordig voortdurend, dat de eene partij of de andere het bestaan verbergt van de een of andere ernstige kwaal, die spoedig na het huwelijk ontdekt wordt, soms met een pijnlijken en verontrustenden schok—bv. wanneer een man zijn vrouw op den huwelijksavond in een aanval van vallende ziekte vindt—en altijd met het bittere gevoel dat men er in geloopen is. Er kan geen redelijken twijfel aan bestaan, dat zulk verbergen een voldoende reden is tot echtscheiden. Sir Thomas More trachtteongetwijfeld tegen zulk bedrog te waken, waar hij in zijnUtopiavoorschreef, dat iedere partij voor het huwelijk naakt aan de andere partij zou vertoond worden. De dwaze ceremonie, die hij beschrijft, berustte op een verstandig idee, want het is belachelijk, als het niet dikwijls in zijn gevolgen tragisch was, dat eenig persoon zou genoodzaakt zijn in de meest intieme verhouding te leven met iemand, van wie hij of zij maar een klein deel gezien heeft.Het kan noodig zijn er op te wijzen, dat iedere stap in deze richting de spontane handeling moet zijn van individuen, die hun leven inrichten naar de regels van een verlicht geweten, en niet ingevoerd kan worden door het bevel van de gemeenschap, die bij de wet haar bevelen doorzet. In deze zaken kan de wet eerst komen aan het einde en niet aan het begin. In de essentieele zaken van het huwelijk en de voortplanting, worden de wetten eerst gemaakt in het brein en het geweten van individuen als leiddraad voor henzelf. Zoolang zulke wetten niet belichaamd zijn in de werkelijke praktijk van de groote meerderheid der gemeenschap is het nutteloos voor regeeringen om ze bij statuten te bepalen. Zij zullen geen uitwerking hebben of anders zullen ze nog erger dan geen uitwerking hebben, doordat ze verkeerdheden in het leven roepen, die niet bedoeld waren. Wij kunnen alleen tot den wortel van de zaak komen door aan te dringen op opvoeding in moreele verantwoordelijkheid en onderwijs in feiten.De kwestie doet zich voor, wie de beste persoon is om dit onderwijs te geven. Zooals we gezien hebben, kan er weinig twijfel aan zijn, dat vóor de puberteit de ouders en voornamelijk de moeder, de juiste leermeesters van hun kinderen zijn op sexueel gebied. Maar nà de puberteit is de zaak veranderd. De jongen en het meisje worden minder ontvankelijk voor den invloed der ouders, er ontstaat een zekere beschroomdheid aan beide kanten, en de ouders bezitten maar zelden de meer technische kennis, die nu vereischt wordt. Op dit stadium wordt het wenschelijk, dat de hulp van den dokter, van den huisdokter, als hij de juiste eigenschappen voor de taak bezit, moet worden ingeroepen. De methode, die gewoonlijk aanbevolen wordt, en die reeds nu in ruimen kring in praktijk gebracht wordt, is die van het houden van lezingen, die de voornaamste feiten over venerische ziekten, de gevaren ervan en de onderwerpen, die daarmee in verband staan uiteen zetten35. Deze methode is uitstekend. Zulke lezingen moesten bij tusschenpoozen door medici gehouden worden in alle groote steden, in havenplaatsen, in onderwijs-inrichtingen en militaire centra, waareen groot aantal jonge menschen te zamen zijn. Het moest de taak van de opvoedkundige autoriteiten van genoemde centra zijn, hetzij de lezingen zelf te organiseeren, hetzij aan hen, die gezag uitoefenen over jonge menschen of ze in dienst hebben, den plicht op te dragen voor zulke lezingen te zorgen. De lezingen moeten opengesteld worden voor allen, die den leeftijd van zestien jaar bereikt hebben.In Duitschland schijnt het principe van onderwijs door middel van lezingen over venerische ziekten reeds doorgevoerd te zijn, in ieder geval wat jonge mannen betreft, en van zulke lezingen wordt voortdurend meer gebruik gemaakt. In 1907 richtte de Minister van Onderwijs cursussen op over sexueelehygiëneen venerische ziekten, die door dokters gehouden werden; het bijwonen ervan werd evenwel niet verplichtend gesteld. De cursussen, die tegenwoordig veelal door medici aan de hoogere klassen van de Duitsche lagere scholen over de algemeene grondbeginselen van sexueele anatomie en physiologie gegeven worden, omvatten bijna altijd sexueelehygiënemet speciale verwijzing naar venerische ziekten (zie bv,Sexualpädagogik, blz. 131–153). Ook in Oostenrijk worden lezingen gehouden over persoonlijke hygiëne en de gevaren van venerische ziekten worden aan de leerlingen, die op het punt zijn het gymnasium te verlaten en naar de universiteit te gaan, uiteengezet; de werkliedenclubs hebben cursussen ingesteld over dezelfde onderwerpen, ook gehouden door medici. In Frankrijk werken vele beroemde mannen, zoowel in als buiten de medische wereld voor de zaak van het onderwijs aan jonge menschen in sexueelehygiëne, hoewel zij tegen een meer hardnekkige mate van vooroordeel en preutschheid te strijden hebben van de zijde der middenklasse dan men in de Duitsche landen kan vinden. DeCommission Extraparlementaire du Régime des Moeurs, te zamen met Augagneur, Alfred Fournier, Yves Guyot, Gide en andere beroemde professoren, leeraars enz., heeft zich onlangs uitgesproken ten gunste van het officieel instellen van onderwijs in de sexueelehygiëne, te geven in de hoogste klassen van de lycées, of in de eerste klassen van het eerste leerjaar van de universiteit; zulk onderwijs, beweert men, zou niet alleen de noodige kennis geven, maar het zou ook den zin voor moreele verantwoordelijkheid aankweeken. Er is in Frankrijk ook een werkzame en beroemdeSociété Française de Prophylaxie Sanitaire et Morale, die niet officieel is en die openbare lezingen houdt over sexueele hygiëne. Fournier, Pinard, Burlureaux en andere uitstekende medici hebben over dit onderwerp vlugschriften geschreven om in het openbaar te doen uitdeelen (zie bv.LeProgrèsMédicalvan September 1907). In Engeland en de Vereenigde Staten is nog heel weinig gedaan in deze richting, maar in de Vereenigde Staten ten minste begint de publieke opinie ten gunste van deze actie snel te veranderen (zie bv. W. A. Funk, “The Venereal Peril”,Medical Record, April 13, 1907). De “American Society of Sanitary and Moral Prophylaxis” (gebaseerd op de maatschappij, die in 1900 in Parijs gesticht werd door Fournier) werd in 1905 in New-York opgericht. Er zijn meer dergelijke maatschappijen in Chicago en Philadelphia. Het voornaamste doel is het bestudeeren van venerische ziekten en het aansturen op controleering ervan van staatswege. Dokters en leeken, zoowel mannen als vrouwen zijn lid. Lezingen en besprekingen worden nu onder bescherming van deze genootschappen met toenemend succes gehouden voor kleine groepen jonge vrouwen, die in maatschappelijke betrekkingen werkzaam zijn, op andere wijzen; de instelling der lezingen blijkt een uitstekende methode te zijn om de jonge vrouwen van den werkmansstand te bereiken, Zoowel mannelijke als vrouwelijke dokters nemen deel aan de lezingen (Clement Cleveland,Presidential Addressover “Prophylaxis of Venereal Diseases”,Transactions American Gynaecological Society, Philadelphia, deel XXXII, 1907).Een belangrijk hulpmiddel bij het uitvoeren van de taak der sexueele hygiëne,en tevens voor het verspreiden van nuttige kennis, wordt verschaft door het geven van een kaart ter inlichting over hygiënische zaken aan iederen syphilitischen patiënt in klinieken, waar zulke gevallen behandeld worden, mèt een waarschuwing tegen de gevaren van een huwelijk binnen vier of vijf jaar na de infectie, en in geen geval zonder medischen raad. Zulk een gedrukte instructie in duidelijke, eenvoudige en scherpe taal moest aan iederen syphilis-patiënt in handen gegeven worden als een zaak van gewoonte, en het zou even goed zijn een daarmee overeenkomende kaart te hebben voor gonorrhoe-patiënten. Dit plan is reeds in sommige hospitalen ingevoerd, en het is een zoo eenvoudige en goede voorzorgsmaatregel, dat ze zonder twijfel algemeen aangenomen zal worden. In sommige landen wordt deze maatregel op ruimer schaal toegepast. Zoo worden in Oostenrijk, als het resultaat van de beweging, waarin verschillende universiteitsprofessoren een werkzaam deel genomen hebben, blaadjes en circulaires verspreid onder jonge werklieden, fabrieksarbeiders, studenten en leerlingen, die de handelsscholen verlaten, waarin in het kort de voornaamste symptomen uiteengezet worden van venerische ziekten en die waarschuwen tegen kwakzalvers en geheime middelen.In Frankrijk, waar groote maatschappelijke kwesties soms met meer ridderlijken moed aangevat worden dan ergens anders, zijn de gevaren van syphilis, en de maatschappelijke positie van de prostituée, behalve door medici, ook door beroemde romanschrijvers en dramatici behandeld. Huysmans riep deze beweging in het leven met zijn eersten roman,Marthe, die onmiddellijk door de politie werd onderdrukt. Kort daarna publiceerde Edmond de GoncourtLa Fille Elisa, de eerste belangrijke roman van deze soort door een bekend schrijver. Deze was met veel terughouding geschreven en was geen werk van hooge artistieke waarde, maar de schrijver zag een groot maatschappelijk probleem moedig onder de oogen en zette duidelijk de nadeelen van de gewone houding jegens de prostitutie uiteen. De roman werd tot drama bewerkt en door Antoine gespeeld in hetThéâtre Libre, maar toen, in 1891, Antoine dit wilde opvoeren op het Porte-Saint-Martintooneel, kwam de censor tusschenbeide en verbood de opvoering om de “contexture générale” ervan. De Minister van Opvoeding verdedigde dit besluit, op grond dat er veel in het stuk was dat tegenzin en walging zou opwekken. “Afstooting is hier moreeler dan aantrekking”, riep Paul Déroulède uit, en de couranten critiseerden een veroordeeling, die op het tooneel al de pikante onfatsoenlijkheden, die de prostitutie begunstigen, duldt, maar die geen aanval op de prostitutie verdragen kan. In later jaren hebben de broeders Margueritte, zoowel in romans als in tijdschriften, in ruime mate hun groote bekwaamheden en hun hooge literaire kunde dienstbaar gesteld aan de moedige en verlichte voorspraak van vele maatschappelijke hervormingen. Victor Margueritte heeft in zijnProstituée(1907)—een roman, die in ruimen kring de aandacht getrokken heeft en in verschillende talen vertaald is—getracht den toestand der vrouwen in onze bestaande maatschappij te beschrijven, en meer speciaal den toestand van de prostituée onder wat hij beschouwt als een hatelijk en onrechtvaardig systeem, het systeem, dat nu nog bestaat. Het boek is een getrouw beeld van de werkelijke feiten, dank zij de hulp, die de schrijver ontving van de ParijschePréfecture de Police, en voor een groot deel om die reden is het een niet geheel bevredigend kunstwerk, maar het geeft een levendig en scherp beeld van de wreedheid, onverschilligheid en huichelachtigheid, die zoo dikwijls door mannen aan vrouwen betoond wordt; het is een boek, dat om die reden niet in tè ruimen kring gelezen kan worden. Een van de meest bekende van de moderne tooneelstukken isLes Avariésvan Brieux (1902). Deze beroemde dramatist, zelf een medicus, draagt zijn stuk op aan Fournier, den grootsten der syphilographen. “Ik denk met u”, schrijft hij hier, “dat syphilis veel van zijn gevaarlijkheid zal verliezen, zoodra het mogelijk is openlijk te spreken van een kwaad, dat nòch een schande nòch een straf is, en wanneer zij, die er aan lijden, wetende welke ellenden zij misschien kunnen verspreiden, beter hun plicht zullen begrijpenjegens anderen en jegens zichzelf”. De geschiedenis, die in het drama ontwikkeld wordt, is de oude en typische geschiedenis van den jongen man, die zijn jonggezellenleven doorleefd heeft op wat hij beschouwt als een fatsoenlijke en regelmatige wijze, daar hij maar twee meisjes gehad heeft, die geen van beide prostituée waren; maar aan het einde van dezen tijd, bij een vroolijk souper, waar hij afscheid neemt van zijn jonggezellenleven, vergeet hij zich en wordt met syphilis geïnfecteerd; zijn huwelijk nadert en hij gaat naar een beroemd specialist, die hem waarschuwt, dat behandeling tijd kost en dat een huwelijk voor verscheidene jaren onmogelijk is; hij vindt echter een kwakzalver, die het op zich neemt hem in een half jaar te genezen; aan het einde van dezen tijd trouwt hij; een syphilitisch kind wordt geboren; zijn vrouw ontdekt den stand van zaken en verlaat het huis om naar haar ouders terug te keeren; haar verontwaardigde vader, een lid van het Parlement, komt in Parijs; het stuk eindigt bij den grooten specialist, die eindelijk eenige vrede en hoop in de familie brengt. De moraal van het stuk is in hoofdzaak deze, dat het de plicht is van de ouders van de bruid vóor het huwelijk te informeeren naar de gezondheid van den bruidegom; dat de bruidegom een attest van den dokter moet overleggen; dat bij ieder huwelijk de rol van den dokter minstens even belangrijk is als die van den notaris. Zelfs als het een minder goed kunstwerk was, toch zouLes Avariéseen stuk blijven, dat uit een maatschappelijk en opvoedkundig oogpunt alleen, door allen, die den jongelingsleeftijd bereikt hebben, moest gezien worden.Een andere zijde van hetzelfde probleem wordt beschreven inPlus Fort que le Mal, een boek, dat in dramatischen vorm geschreven is (niet als een goed samengesteld tooneelstuk, dat bedoeld is voor het tooneel) door een beroemd Fransch medisch schrijver, die hier den naam aanneemt van Espy de Metz. De schrijver (die echter niet voor zijn eigen zaak pleit) vraagt om een meer sympathieke houding jegens hen, die aan syphilis lijden, en hoewel hij met veel minder dramatische vaardigheid schrijft dan Brieux, en zijn moraal nauwelijks in een zoo duidelijken vorm weet te gieten, is zijn werk een belangrijke bijdrage tot de dramatische literatuur van de syphilis.Het zal waarschijnlijk wel eenigen tijd duren eer deze kwesties, belangrijk als zij zijn uit dramatisch en maatschappelijk oogpunt, op het Engelsche of het Amerikaansche tooneel ingevoerd zijn. Het is een opmerkelijk feit, dat, niettegenstaande het Puriteinsche element, dat nog in de Angelsaksische gedachte en gevoel over het algemeen bestaat, de Puriteinsche levensbeschouwing nooit hare uitdrukking gevonden heeft in het Engelsche of Amerikaansche drama. Op het Engelsche tooneel mag men zelfs niet zinspelen op de tragische zijde der losbandigheid; de ondeugd moet altijd verleidelijk gemaakt worden, zelfs als eendeus ex machinatoch zorgt, dat ze op het eind haar loon krijgt. Zooals Mr. Bernard Shaw gezegd heeft, bant het Engelsche tooneel geenszins de ondeugd; alleen wil het, dat ze aantrekkelijk gemaakt zal worden; de bekoringen ervan worden op den voorgrond gesteld, de straf ervoor verborgen. “Nu is het nutteloos te beweren, dat het tooneel niet de juiste plaats is voor het voorstellen en bespreken van onwettige verbintenissen, bloedschande en venerische ziekten. Als het tooneel de juiste plaats is voor het vertoonen en bespreken van verleiding, echtbreuk, promiscuïteit en prostitutie, dan moet het geopend worden voor het vertoonen van al de gevolgen van deze dingen, anders zal het de natie demoraliseeren”.De impuls om te eischen, dat de ondeugd altijd aantrekkelijk moet zijn, is werkelijk, wat de schijn ook moge wezen, geen slechte impuls. Hij komt voort uit een geestelijke verwarring, een gewone psychische neiging, die zich in het geheel niet beperkt tot Angelsaksische landen, en zelfs meer in het oog springt onder de beter opgevoede menschen. Er is hier een verwarring van het aesthetische met het moreele, en wat walging opwekt, wordt beschouwd als immoreel. In Frankrijk werd van de romans van Zola, den grootsten voorvechter voor de moraal, langen tijd geloofd, dat zij immoreel waren, omdat zijdikwijls walging opwekten. Hetzelfde gevoelen is nog meer verspreid in Engeland. Als een prostituée ten tooneele gebracht wordt, en als ze mooi is, goed-gekleed en verleidelijk, dan kan ze het geheele stuk doorzeilen en iedereen is tevreden. Maar als ze niet bijzonder mooi zou zijn, goed-gekleed, of verleidelijk, als het duidelijk bleek, dat zij ziek was en roekeloos anderen infecteerde met haar ziekte, als er op gezinspeeld werd, dat zij nu en dan leelijke taal kon uitslaan, als om kort te gaan, een beeld gegeven werd van het leven—dan zouden we hooren, dat de ongelukkige dramatist iets gemaakt had, dat “walgelijk” was en “immoreel”. Walgelijk zou het kunnen zijn, maar juist daarom zou het moreel zijn. Er is hier een onderscheid, waarop de psycholoog niet te dikwijls kan wijzen, de moralist niet te dikwijls den nadruk leggen kan.Het ligt niet op den weg van den medicus zijn eigen taak als leeraar gecompliceerd en verward te maken door ze te vermengen met beschouwingen, die tot de geestelijke sfeer behooren. Maar terwijl hij onpartijdig zijn speciale werk doet door de jonge menschen voor te lichten, zal hij altijd goed doen zich te herinneren, dat er in den geest van den jongeling, zooals we in een vorig hoofdstuk hebben moeten aantoonen, een spontane kracht is, die werkt ten gunste van de sexueele hygiëne. Zij, die gelooven, dat de geest van den jongeling alleen maar uit is op zinnelijk toegeven, zijn er niet minder naast en hebben niet minder nadeeligen invloed, dan zij, die het voor mogelijk en wenschelijk houden, dat jonge menschen in volkomenonwetendheidblijven over sexueele zaken. Hoe verborgen, onderdrukt, of vervormd—gewoonlijk door de misplaatste en voorbarige ijver van dwaze ouders en leeraren—er ontstaan in de puberteit ideale aandriften, die, al wortelen zij ook in de sekse, toch in hun doel boven de sekse uitkomen. Deze kunnen veel machtiger gidsen worden voor den physieken sekse-impuls, dan zuiver materieele of zelfs hygiënische overwegingen.Het is tijd deze beschouwing over het voorkomen van venerische ziekten samen te vatten en te eindigen, welke ziekten, al mogen ze aan den oppervlakkigen beschouwer alleen maar een medische en gezondheidskwestie toeschijnen, buiten de sfeer van den psycholoog, toch bij nauwkeuriger beschouwing blijken in nauw verband te staan zelfs met de meest geestelijke opvatting van de sexueele verhoudingen. Niet alleen zijn venerische ziekten de vijanden van de fijnere ontwikkeling van het ras, maar wij kunnen niet komen tot een gezonde en mooie beschouwing van de verhoudingen van de seksen, zoo lang deze ieder oogenblik in hun oorsprong kunnen worden bedorven en ondermijnd. Wij kunnen nog niet precies den tijd berekenen, die moet verloopen eer, voor zoover Europa tenminste betreft, syphilis en gonorrhoe heengezonden zijn naar dat vagevuur van monsterachtige oude doode kwalen, waar pest en melaatschheid heengegaan zijn en waar de pokken al dicht bij zijn. Maar de maatschappij begint te erkennen, dat ook op dit gebied de wapenen licht en lucht moeten toegelaten worden,het zwaard en het harnas, waarmee alleen alle ziekten kunnen worden bestreden. Zooals we gezien hebben, zijn er vier methoden, waarop in de meer verlichte landen venerische ziekten nu beginnen bestreden te worden36. (1) Door openlijk te verklaren, dat de venerische ziekten ziekten zijn evenals iedere andere ziekte, hoewel ze arglistiger en vreeselijker zijn dan de meeste, die ieder kunnen aanvallen van het ongeboren kind af tot zijn grootmoeder toe, en dat ze niet, meer dan andere ziekten, de schandelijke, rechtvaardige straffen zijn voor zonde, waarvoor alleen verlichting gezocht kan worden, zoo ze al gezocht wordt, in het geheim, maar dat ze algemeen menschelijke kwalen zijn; (2) door het aannemen van methoden voor het geven van officieele voorlichting over de uitgebreidheid, de verdeeling en de verscheidenheid der venerische ziekten door middel van de reeds erkende methode van aangifte en op andere wijze, en door het verschaffen van zulke faciliteiten voor de behandeling, vooral voor eenkosteloozebehandeling, als noodig gevonden kunnen worden; (3) door het oefenen van den individueelen zin voor moreele verantwoordelijkheid, zoodat ieder lid van de gemeenschap zal erkennen, dat het besmetten van een ander persoon met een ernstige ziekte, zelfs alleen als resultaat van roekelooze nalatigheid, een ernstiger misdaad is, dan als hij of zij als aanval een mes gebruikt had of een geweer of vergif, en dat het noodig is in ieder land speciale wettige voorzorgen te nemen om er toe bij te dragen de nadeelen van zulke schaden te herstellen en straffen in te stellen door vrijheidsverlies of op andere wijze; (4) door het verspreiden van hygiënische kennis, zoodat alle jonge menschen, jonge mannen zoowel als jonge meisjes bij het begin van hun volwassen leven mogen worden voorzien van de noodige kennis, die hen zal helpen de grootere gevaren van besmetting te vermijden en hen in staat zal stellen het gevaar in de eerste stadien te herkennen en te bestrijden.Eenige jaren geleden, toen geen methode ter bestrijding van venerische ziekten bekend was behalve het systeem van contrôle van politiewege, dat nu in verval is, zou het onmogelijk geschenen hebben zulke beschouwingen als deze te opperen; zij zouden een “utopie” geschenen hebben. Tegenwoordig worden zij niet alleen erkend als praktisch, maar zij worden feitelijk al in praktijk gebracht, hoewel met zeer varieerende energie en verschillend inzicht in verschillende landen. Toch is het wel zeker, dat in den wedstrijd der naties, zooals Max Neissen gezegd heeft, “dat landhet best de leiding zal nemen in den loop van de beschaving, dat den profetischen blik heeft en den moed om die eischen van sexueele hygiëne in te voeren en door te voeren, die zoo’n ruime en veelbeteekenende betrekking hebben op zijn eigen toekomst, en op die van het menschelijk ras in het algemeen”37.
Er schijnt echter, zoowel in Engeland als in de Vereenigde Staten langzamerhand een opvatting op den voorgrond te komen, die het overbrengen van venerische ziekten strafbaar stelt met zware boete of met gevangenisstraf31.In ieder geval zou er in de wet geen nadruk op gelegd moeten worpen, dat de infectie “met voorkennis” overgebracht is. Iedere formeele beperking van deze soort is onnoodig, omdat in zulk een geval het hof altijd de onwetendheid of zelfs maar de nalatigheid van dengene, die het misdrijf doet, in aanmerking neemt, en ze is nadeelig, omdat ze een verordening zonder resultaat kan maken en een premie kan stellen op onwetendheid; de echtgenooten, die hun vrouwen met gonorrhoe infecteeren onmiddellijk nà het huwelijk, hebben dat gewoonlijk uit onwetendheid gedaan en het moest in elk geval noodig voor hen zijn te bewijzen, dat zij in hun onwetendheid versterkt zijn door medischen raad. Er wordt soms gezegd, dat de bestaande wet gebruikt zou kunnen worden om processen van deze soort te doen voeren, en dat er geen grootere faciliteiten gegeven moeten worden, uit vrees voor toenemende pogingen tot afpersing. De nutteloosheid van de wet op het oogenblik blijkt uit het feit, dat het zelden of nooit gebeurt, dat er eenige poging gedaan wordt om haar te gebruiken, terwijl er niet alleen een aantal bestaande strafbare overtredingen zijn, die het onderwerp zijn van pogingen tot afpersing, maar afpersing kan zelfs voorkomen in compromitteerende handelingen, die in het geheel niet wettig strafbaar zijn. Bovendien is de poging om geld af te persen op zichzelf een overtreding, die in de gerechtshoven altijd streng behandeld wordt.Er is een begin aan te wijzen van een erkenning, dat het overbrengen van een venerische ziekte een zaak is, waarvan wettignota kan genomen worden in de Engelsche gerechtshoven. Het is nu een uitgemaakte zaak, dat het infecteeren van een vrouw door haar echtgenoot beschouwd kan worden als de wreedheid, die, volgens de tegenwoordige wet, bewezen moet worden, gevoegd bij echtbreuk, voordat een vrouw echtscheiding van haar echtgenoot kan verkrijgen. In 1777 stelde Restif de la Bretonne voor in zijnGynographes, dat het overbrengen van een venerische ziekte op zichzelf een voldoende grond zou wezen voor echtscheiding; dit wordt echter tegenwoordig niet algemeen aangenomen32.Er wordt soms gezegd, dat het zeer juist is het individu wettelijk verantwoordelijk te stellen voor de venerische ziekte, die hij overbrengt, maar dat de moeilijkheden om die verantwoordelijkheid te doen aanvaarden toch zouden blijven bestaan. En zij, die deze moeilijkheden toegeven, antwoorden dikwijls, dat wij in het ergste geval een middel in handen moesten hebben om het verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen; den man, die willens en wetens het gevaar liep zulk een infectie over te brengen, zou men moeten doen voelen, dat hij niet meer binnen zijn wettige rechten was, maar dat hij een slechte daad gedaan had. Zoo komen wij tot wat nu algemeen begint erkend te worden als de voornaamste en centrale methode voor het bestrijden van venerische ziekten; wij moeten aannemen, dat het principe van individueele verantwoordelijkheid in deze levenssfeer heerscht. Georganiseerde sanitaire en medische voorzorgen, en behoorlijke wettelijke bescherming voor hen, die schade geleden hebben, hebben geen uitwerking zonder den opvoedenden invloed van elementaire hygiënische voorlichting, gesteld in het bezit van iederen jongen man en iedere jonge vrouw. In een sfeer, die noodzakelijk zoo intiem is, kunnen medische organisatie en wettelijke hulp nooit afdoende zijn; kennis is noodig bij iedere schrede van ieder individu, om te leiden en zelfs te wekken dien zin van persoonlijke moreele verantwoordelijkheid, die hier altijd heerschen moet. Overal, waar het belang van deze kwesties duidelijk begint erkend te worden—en vooral op de Congressen van de Duitsche Maatschappij ter Bestrijding van Venerische Ziekten—lost het probleem zich voornamelijk op in een van opvoeding33. En hoewel de publieke opinie en depraktijk tegenwoordig in Duitschland meer geavanceerd zijn dan ergens anders, begint de overtuiging van deze noodzakelijkheid nauwelijks minder uitgesproken te worden in alle andere beschaafde landen, in Engeland en Amerika evenzeer als in Frankrijk en de Scandinavische landen.Een bekendheid met de gevaren van ziekte bij sexueelen omgang, zoowel in als buiten het huwelijk—en ook geheel afgezien van sexueelen omgang,—is een verder stadium van die sexueele opvoeding, die, zooals wij reeds gezien hebben, wat de elementen aangaat, op een zeer jongen leeftijd moet beginnen. Jonge mannen en jonge meisjes moesten leeren, zooals de beroemdeOostenrijkscheeconomist Anton von Menger, kort voor zijn dood in zijn uitstekend boekNeue Sittenlehreschreef, dat het voortbrengen van kinderen een misdaad is als de ouders syphilitisch zijn of op andere wijze door chronische overerfelijke besmettelijke ziekten niet geschikt. Inlichtingen over venerische ziekten moeten echter niet gegeven worden voorhet intreden van de puberteit. Het is niet noodig en niet wenschelijk medische kennis te verstrekken aan jonge jongens en meisjes en ze te waarschuwen tegen gevaren, waarvan er nog weinig kans is, dat ze er aan blootgesteld zullen worden. Het is als de leeftijd der sterke sexueele instincten begint, hetzij deze werkelijk of alleen maar mogelijk zijn, dat de gevaren van het toegeven aan de instincten onder sommige omstandigheden, duidelijk voor den geest moeten gesteld worden. Niemand, die nadenkt over de werkelijke feiten van het leven, behoeft er aan te twijfelen, dat het in de hoogste mate wenschelijk is, dat iedere jonge man en ieder jong meisje, dat den volwassen leeftijd nadert, eenige elementaire kennis moest verkrijgen van algemeene feiten betreffende venerische ziekten, tuberculose en alcoholisme. Deze drie “geesels der beschaving” zijn zoo wijd verspreid, zoo fijn en menigvuldig in hun uitwerking, dat iedereen in zijn leven er mee in aanraking komt, en dat ieder de kans loopt te lijden, zelfs voordat hij er op verdacht is, misschien hopeloos en voor altijd, door de gevolgen van deze aanraking. Vage declamaties over immoraliteit en nog vagere waarschuwingen er tegen hebben geen effect en hebben geen zin, terwijl rhetorische overdrijving onnoodig is. Een zeer eenvoudige en beknopte uiteenzetting van de werkelijke feiten der gevaren, die het leven bedreigen, is volkomen voldoende. Deze behoefte voorbij te zien is alleen mogelijk voor hen, die een gevaarlijk lichtzinnige levensbeschouwing hebben.De jonge vrouw, evenzeer als de jonge man, heeft behoefte aan deze voorlichting. Er zijn nog altijd menschen, die meenen, dat, hoewel het noodig kan zijn den jongen man in te lichten, het ’t beste is zijn zuster rein te laten, zooals zij het noemen, onbekend met de feiten van het leven. Dit is juist wat we niet moeten doen. Het is inderdaad wenschelijk, dat allen bekend zullen zijnmet de feiten, die van zooveel belang zijn voor ieder mensch, zelfs als hij er zelf niet persoonlijk mee in aanraking komt. Maar het meisje komt er nog meer mee in aanraking dan de man. Een man heeft de zaak meer in zijn macht, en als hij dat wenscht, kan hij al de grovere gevaren van aanraking met venerische ziekten vermijden. Maar met de vrouw is dat anders. Hoe rein zij zelf ook moge zijn, zij kan er niet zeker van zijn, dat ze niet te waken zal hebben tegen de mogelijkheid van ziekten in haar toekomstigen echtgenoot zoowel als in hen, aan wie zij misschien het geluk van haar kind toevertrouwt. Het is een mogelijkheid, die de vrouw van beschaving, wel verre van ervan vrij te zijn, meer kans heeft te ontmoeten dan de vrouw uit den werkmansstand, want venerische ziekten komen minder voor onder de armen, dan onder de rijken34. De zorgvuldige medicus acht het zijn plicht, zelfs als zijn patient een geestelijke is, te vragen of hij syphilis gehad heeft, en de geestelijke van den meest streng correcten levenswandel erkent de noodzakelijkheid van zulk een vraag; hij zal misschien glimlachen, maar hij zal zich zelden beleedigd gevoelen. De verhouding tusschen man en vrouw is nog veel intiemer en belangrijker dan die tusschen dokter en patient, en een vrouw is niet ontheven van de noodzakelijkheid van zulk een vraag aan haar toekomstigen echtgenoot door de overtuiging, dat het antwoord zeker gunstig moet zijn. Bovendien kan het in sommige gevallen zeer goed zijn, dat zij, als zij voldoende ingelicht is, het middel kan worden om hem, eer het te laat is, te bewaren voor de schuld van een te vroeg huwelijk en de noodlottige gevolgen daarvan, en dat zij zoo zijn altijddurende dankbaarheid verdient. En zelfs als zij er niet in slaagt die te verkrijgen, dan heeft ze toch nog haar plicht jegens zichzelf en jegens het toekomstig geslacht, dat haar kinderen zullen helpen vormen, te vervullen.In de meeste landen begint men overtuigd te worden van de noodzakelijkheid om jonge vrouwen, evenzeer als jonge mannen, met betrekking tot de venerische ziekten in te lichten. Zoo vindt in Duitschland Max Flesch, in zijnProstitution und Frauenkrankheiten, dat men alle meisjes aan het einde van haar schoolleven moest inlichten omtrent de ernstige physieke en maatschappelijke gevaren, waaraan vrouwen in het leven zijn blootgesteld. In Frankrijk eischt Duclaux (in zijnL’Hygiène Sociale) met nadruk, dat vrouwen niet langer onwetend moeten worden gehouden. “Reeds nu”, zegt hij, “kunnen dokters, die tegen hun wil door hun ambtsgeheim medeschuldigen van den echtgenoot geworden zijn, u vertellen van de ironische blikken, die zij somtijds ontmoeten, als zij trachten een vrouw te misleiden aangaande de oorzakenvan haar kwalen. De dag van opstand tegen de maatschappelijke leugen, die zooveel slachtoffers gemaakt heeft, begint te naderen, en dan zult ge genoodzaakt zijn vrouwen te leeren wat zij moeten weten om zich tegen u te beveiligen”. Het gaat in Amerika precies zoo. Hervorming op dit gebied, zegt Isidore Dyer, moet als devies voeren het motto, “Kennis is Gezondheid”, zoowel voor het lichaam als voor den geest, voor vrouwen zoowel als voor mannen. In een discussie, geopend door Denslow Lewis, op de jaarlijksche vergadering van deAmerican Medical Associationin 1901 over de bestrijding van de venerische ziekten (Medico-Legal Journal, Juni en September 1903), was men het er onder de sprekers tamelijk wel over eens, dat de voornaamste methode de opvoeding was, de opvoeding van vrouwen evenzeer als van mannen. “Opvoeding is de eenige weg tot verbetering”, verklaarde een van de sprekers (Seneca Egbert, uit Philadelphia) “en we zullen nooit veel vooruitkomen, voordat iedere jonge man en iedere jonge vrouw, zelfs vóór zij verliefd worden en verloofd raken, weten wat venerische ziekten zijn, en wat het zeggen wil als zij iemand trouwen, die er aan lijdt”. “Voedt vader en moeder op, en zij zullen hun zoons en dochters opvoeden”, roept Egbert Grandin uit, vooral met betrekking tot gonorrhoe (Medical Record, May 26, 1906); “Ik leg den nadruk op de dochter, omdat zij het meest zal lijden door de besmetting, en het is haar recht te weten, dat zij op haar hoede moet zijn zoowel voor den lijder aan gonorrhoe als voor den alcoholist”.Wij moeten ten volle het feit onder de oogen zien, dat de vrouw zelf verantwoordelijk gesteld moet worden, evenzeer als de man, voor het verzekeren van de juiste voorwaarden van een huwelijk dat zij plan heeft aan te gaan. In de praktijk mag ongetwijfeld die verantwoordelijkheid eerst worden toevertrouwd aan ouders of voogden. Het is onredelijk, dat er aan een van beide zijden eenige valsche schaamte zou gevoeld worden over deze zaak. Geldzaken en kwesties van inkomen worden vóór het huwelijk besproken, en nu de publieke opinie gezonder wordt zal niemand de noodzakelijkheid in twijfel trekken van het bespreken van de nog ernstiger kwestie der gezondheid, evenzeer die van den toekomstigen bruidegom als die van de bruid. Een groote mate van ziekte en ongeluk in het huwelijk zou voorkomen worden als, voordat een engagement geheel voor gesloten verklaard werd, beide partijen zich door een dokter lieten onderzoeken en hem het recht toekenden het resultaat van dat onderzoek aan de andere partij mede te deelen. Zulk een onderzoek zou zich veel verder dan de venerische ziekten uitstrekken. Als de noodzakelijkheid ervan algemeen erkend werd, zou dat een einde maken aan veel bedrog, dat nu bij het aangaan van het huwelijk gepleegd wordt. Het gebeurt tegenwoordig voortdurend, dat de eene partij of de andere het bestaan verbergt van de een of andere ernstige kwaal, die spoedig na het huwelijk ontdekt wordt, soms met een pijnlijken en verontrustenden schok—bv. wanneer een man zijn vrouw op den huwelijksavond in een aanval van vallende ziekte vindt—en altijd met het bittere gevoel dat men er in geloopen is. Er kan geen redelijken twijfel aan bestaan, dat zulk verbergen een voldoende reden is tot echtscheiden. Sir Thomas More trachtteongetwijfeld tegen zulk bedrog te waken, waar hij in zijnUtopiavoorschreef, dat iedere partij voor het huwelijk naakt aan de andere partij zou vertoond worden. De dwaze ceremonie, die hij beschrijft, berustte op een verstandig idee, want het is belachelijk, als het niet dikwijls in zijn gevolgen tragisch was, dat eenig persoon zou genoodzaakt zijn in de meest intieme verhouding te leven met iemand, van wie hij of zij maar een klein deel gezien heeft.Het kan noodig zijn er op te wijzen, dat iedere stap in deze richting de spontane handeling moet zijn van individuen, die hun leven inrichten naar de regels van een verlicht geweten, en niet ingevoerd kan worden door het bevel van de gemeenschap, die bij de wet haar bevelen doorzet. In deze zaken kan de wet eerst komen aan het einde en niet aan het begin. In de essentieele zaken van het huwelijk en de voortplanting, worden de wetten eerst gemaakt in het brein en het geweten van individuen als leiddraad voor henzelf. Zoolang zulke wetten niet belichaamd zijn in de werkelijke praktijk van de groote meerderheid der gemeenschap is het nutteloos voor regeeringen om ze bij statuten te bepalen. Zij zullen geen uitwerking hebben of anders zullen ze nog erger dan geen uitwerking hebben, doordat ze verkeerdheden in het leven roepen, die niet bedoeld waren. Wij kunnen alleen tot den wortel van de zaak komen door aan te dringen op opvoeding in moreele verantwoordelijkheid en onderwijs in feiten.De kwestie doet zich voor, wie de beste persoon is om dit onderwijs te geven. Zooals we gezien hebben, kan er weinig twijfel aan zijn, dat vóor de puberteit de ouders en voornamelijk de moeder, de juiste leermeesters van hun kinderen zijn op sexueel gebied. Maar nà de puberteit is de zaak veranderd. De jongen en het meisje worden minder ontvankelijk voor den invloed der ouders, er ontstaat een zekere beschroomdheid aan beide kanten, en de ouders bezitten maar zelden de meer technische kennis, die nu vereischt wordt. Op dit stadium wordt het wenschelijk, dat de hulp van den dokter, van den huisdokter, als hij de juiste eigenschappen voor de taak bezit, moet worden ingeroepen. De methode, die gewoonlijk aanbevolen wordt, en die reeds nu in ruimen kring in praktijk gebracht wordt, is die van het houden van lezingen, die de voornaamste feiten over venerische ziekten, de gevaren ervan en de onderwerpen, die daarmee in verband staan uiteen zetten35. Deze methode is uitstekend. Zulke lezingen moesten bij tusschenpoozen door medici gehouden worden in alle groote steden, in havenplaatsen, in onderwijs-inrichtingen en militaire centra, waareen groot aantal jonge menschen te zamen zijn. Het moest de taak van de opvoedkundige autoriteiten van genoemde centra zijn, hetzij de lezingen zelf te organiseeren, hetzij aan hen, die gezag uitoefenen over jonge menschen of ze in dienst hebben, den plicht op te dragen voor zulke lezingen te zorgen. De lezingen moeten opengesteld worden voor allen, die den leeftijd van zestien jaar bereikt hebben.In Duitschland schijnt het principe van onderwijs door middel van lezingen over venerische ziekten reeds doorgevoerd te zijn, in ieder geval wat jonge mannen betreft, en van zulke lezingen wordt voortdurend meer gebruik gemaakt. In 1907 richtte de Minister van Onderwijs cursussen op over sexueelehygiëneen venerische ziekten, die door dokters gehouden werden; het bijwonen ervan werd evenwel niet verplichtend gesteld. De cursussen, die tegenwoordig veelal door medici aan de hoogere klassen van de Duitsche lagere scholen over de algemeene grondbeginselen van sexueele anatomie en physiologie gegeven worden, omvatten bijna altijd sexueelehygiënemet speciale verwijzing naar venerische ziekten (zie bv,Sexualpädagogik, blz. 131–153). Ook in Oostenrijk worden lezingen gehouden over persoonlijke hygiëne en de gevaren van venerische ziekten worden aan de leerlingen, die op het punt zijn het gymnasium te verlaten en naar de universiteit te gaan, uiteengezet; de werkliedenclubs hebben cursussen ingesteld over dezelfde onderwerpen, ook gehouden door medici. In Frankrijk werken vele beroemde mannen, zoowel in als buiten de medische wereld voor de zaak van het onderwijs aan jonge menschen in sexueelehygiëne, hoewel zij tegen een meer hardnekkige mate van vooroordeel en preutschheid te strijden hebben van de zijde der middenklasse dan men in de Duitsche landen kan vinden. DeCommission Extraparlementaire du Régime des Moeurs, te zamen met Augagneur, Alfred Fournier, Yves Guyot, Gide en andere beroemde professoren, leeraars enz., heeft zich onlangs uitgesproken ten gunste van het officieel instellen van onderwijs in de sexueelehygiëne, te geven in de hoogste klassen van de lycées, of in de eerste klassen van het eerste leerjaar van de universiteit; zulk onderwijs, beweert men, zou niet alleen de noodige kennis geven, maar het zou ook den zin voor moreele verantwoordelijkheid aankweeken. Er is in Frankrijk ook een werkzame en beroemdeSociété Française de Prophylaxie Sanitaire et Morale, die niet officieel is en die openbare lezingen houdt over sexueele hygiëne. Fournier, Pinard, Burlureaux en andere uitstekende medici hebben over dit onderwerp vlugschriften geschreven om in het openbaar te doen uitdeelen (zie bv.LeProgrèsMédicalvan September 1907). In Engeland en de Vereenigde Staten is nog heel weinig gedaan in deze richting, maar in de Vereenigde Staten ten minste begint de publieke opinie ten gunste van deze actie snel te veranderen (zie bv. W. A. Funk, “The Venereal Peril”,Medical Record, April 13, 1907). De “American Society of Sanitary and Moral Prophylaxis” (gebaseerd op de maatschappij, die in 1900 in Parijs gesticht werd door Fournier) werd in 1905 in New-York opgericht. Er zijn meer dergelijke maatschappijen in Chicago en Philadelphia. Het voornaamste doel is het bestudeeren van venerische ziekten en het aansturen op controleering ervan van staatswege. Dokters en leeken, zoowel mannen als vrouwen zijn lid. Lezingen en besprekingen worden nu onder bescherming van deze genootschappen met toenemend succes gehouden voor kleine groepen jonge vrouwen, die in maatschappelijke betrekkingen werkzaam zijn, op andere wijzen; de instelling der lezingen blijkt een uitstekende methode te zijn om de jonge vrouwen van den werkmansstand te bereiken, Zoowel mannelijke als vrouwelijke dokters nemen deel aan de lezingen (Clement Cleveland,Presidential Addressover “Prophylaxis of Venereal Diseases”,Transactions American Gynaecological Society, Philadelphia, deel XXXII, 1907).Een belangrijk hulpmiddel bij het uitvoeren van de taak der sexueele hygiëne,en tevens voor het verspreiden van nuttige kennis, wordt verschaft door het geven van een kaart ter inlichting over hygiënische zaken aan iederen syphilitischen patiënt in klinieken, waar zulke gevallen behandeld worden, mèt een waarschuwing tegen de gevaren van een huwelijk binnen vier of vijf jaar na de infectie, en in geen geval zonder medischen raad. Zulk een gedrukte instructie in duidelijke, eenvoudige en scherpe taal moest aan iederen syphilis-patiënt in handen gegeven worden als een zaak van gewoonte, en het zou even goed zijn een daarmee overeenkomende kaart te hebben voor gonorrhoe-patiënten. Dit plan is reeds in sommige hospitalen ingevoerd, en het is een zoo eenvoudige en goede voorzorgsmaatregel, dat ze zonder twijfel algemeen aangenomen zal worden. In sommige landen wordt deze maatregel op ruimer schaal toegepast. Zoo worden in Oostenrijk, als het resultaat van de beweging, waarin verschillende universiteitsprofessoren een werkzaam deel genomen hebben, blaadjes en circulaires verspreid onder jonge werklieden, fabrieksarbeiders, studenten en leerlingen, die de handelsscholen verlaten, waarin in het kort de voornaamste symptomen uiteengezet worden van venerische ziekten en die waarschuwen tegen kwakzalvers en geheime middelen.In Frankrijk, waar groote maatschappelijke kwesties soms met meer ridderlijken moed aangevat worden dan ergens anders, zijn de gevaren van syphilis, en de maatschappelijke positie van de prostituée, behalve door medici, ook door beroemde romanschrijvers en dramatici behandeld. Huysmans riep deze beweging in het leven met zijn eersten roman,Marthe, die onmiddellijk door de politie werd onderdrukt. Kort daarna publiceerde Edmond de GoncourtLa Fille Elisa, de eerste belangrijke roman van deze soort door een bekend schrijver. Deze was met veel terughouding geschreven en was geen werk van hooge artistieke waarde, maar de schrijver zag een groot maatschappelijk probleem moedig onder de oogen en zette duidelijk de nadeelen van de gewone houding jegens de prostitutie uiteen. De roman werd tot drama bewerkt en door Antoine gespeeld in hetThéâtre Libre, maar toen, in 1891, Antoine dit wilde opvoeren op het Porte-Saint-Martintooneel, kwam de censor tusschenbeide en verbood de opvoering om de “contexture générale” ervan. De Minister van Opvoeding verdedigde dit besluit, op grond dat er veel in het stuk was dat tegenzin en walging zou opwekken. “Afstooting is hier moreeler dan aantrekking”, riep Paul Déroulède uit, en de couranten critiseerden een veroordeeling, die op het tooneel al de pikante onfatsoenlijkheden, die de prostitutie begunstigen, duldt, maar die geen aanval op de prostitutie verdragen kan. In later jaren hebben de broeders Margueritte, zoowel in romans als in tijdschriften, in ruime mate hun groote bekwaamheden en hun hooge literaire kunde dienstbaar gesteld aan de moedige en verlichte voorspraak van vele maatschappelijke hervormingen. Victor Margueritte heeft in zijnProstituée(1907)—een roman, die in ruimen kring de aandacht getrokken heeft en in verschillende talen vertaald is—getracht den toestand der vrouwen in onze bestaande maatschappij te beschrijven, en meer speciaal den toestand van de prostituée onder wat hij beschouwt als een hatelijk en onrechtvaardig systeem, het systeem, dat nu nog bestaat. Het boek is een getrouw beeld van de werkelijke feiten, dank zij de hulp, die de schrijver ontving van de ParijschePréfecture de Police, en voor een groot deel om die reden is het een niet geheel bevredigend kunstwerk, maar het geeft een levendig en scherp beeld van de wreedheid, onverschilligheid en huichelachtigheid, die zoo dikwijls door mannen aan vrouwen betoond wordt; het is een boek, dat om die reden niet in tè ruimen kring gelezen kan worden. Een van de meest bekende van de moderne tooneelstukken isLes Avariésvan Brieux (1902). Deze beroemde dramatist, zelf een medicus, draagt zijn stuk op aan Fournier, den grootsten der syphilographen. “Ik denk met u”, schrijft hij hier, “dat syphilis veel van zijn gevaarlijkheid zal verliezen, zoodra het mogelijk is openlijk te spreken van een kwaad, dat nòch een schande nòch een straf is, en wanneer zij, die er aan lijden, wetende welke ellenden zij misschien kunnen verspreiden, beter hun plicht zullen begrijpenjegens anderen en jegens zichzelf”. De geschiedenis, die in het drama ontwikkeld wordt, is de oude en typische geschiedenis van den jongen man, die zijn jonggezellenleven doorleefd heeft op wat hij beschouwt als een fatsoenlijke en regelmatige wijze, daar hij maar twee meisjes gehad heeft, die geen van beide prostituée waren; maar aan het einde van dezen tijd, bij een vroolijk souper, waar hij afscheid neemt van zijn jonggezellenleven, vergeet hij zich en wordt met syphilis geïnfecteerd; zijn huwelijk nadert en hij gaat naar een beroemd specialist, die hem waarschuwt, dat behandeling tijd kost en dat een huwelijk voor verscheidene jaren onmogelijk is; hij vindt echter een kwakzalver, die het op zich neemt hem in een half jaar te genezen; aan het einde van dezen tijd trouwt hij; een syphilitisch kind wordt geboren; zijn vrouw ontdekt den stand van zaken en verlaat het huis om naar haar ouders terug te keeren; haar verontwaardigde vader, een lid van het Parlement, komt in Parijs; het stuk eindigt bij den grooten specialist, die eindelijk eenige vrede en hoop in de familie brengt. De moraal van het stuk is in hoofdzaak deze, dat het de plicht is van de ouders van de bruid vóor het huwelijk te informeeren naar de gezondheid van den bruidegom; dat de bruidegom een attest van den dokter moet overleggen; dat bij ieder huwelijk de rol van den dokter minstens even belangrijk is als die van den notaris. Zelfs als het een minder goed kunstwerk was, toch zouLes Avariéseen stuk blijven, dat uit een maatschappelijk en opvoedkundig oogpunt alleen, door allen, die den jongelingsleeftijd bereikt hebben, moest gezien worden.Een andere zijde van hetzelfde probleem wordt beschreven inPlus Fort que le Mal, een boek, dat in dramatischen vorm geschreven is (niet als een goed samengesteld tooneelstuk, dat bedoeld is voor het tooneel) door een beroemd Fransch medisch schrijver, die hier den naam aanneemt van Espy de Metz. De schrijver (die echter niet voor zijn eigen zaak pleit) vraagt om een meer sympathieke houding jegens hen, die aan syphilis lijden, en hoewel hij met veel minder dramatische vaardigheid schrijft dan Brieux, en zijn moraal nauwelijks in een zoo duidelijken vorm weet te gieten, is zijn werk een belangrijke bijdrage tot de dramatische literatuur van de syphilis.Het zal waarschijnlijk wel eenigen tijd duren eer deze kwesties, belangrijk als zij zijn uit dramatisch en maatschappelijk oogpunt, op het Engelsche of het Amerikaansche tooneel ingevoerd zijn. Het is een opmerkelijk feit, dat, niettegenstaande het Puriteinsche element, dat nog in de Angelsaksische gedachte en gevoel over het algemeen bestaat, de Puriteinsche levensbeschouwing nooit hare uitdrukking gevonden heeft in het Engelsche of Amerikaansche drama. Op het Engelsche tooneel mag men zelfs niet zinspelen op de tragische zijde der losbandigheid; de ondeugd moet altijd verleidelijk gemaakt worden, zelfs als eendeus ex machinatoch zorgt, dat ze op het eind haar loon krijgt. Zooals Mr. Bernard Shaw gezegd heeft, bant het Engelsche tooneel geenszins de ondeugd; alleen wil het, dat ze aantrekkelijk gemaakt zal worden; de bekoringen ervan worden op den voorgrond gesteld, de straf ervoor verborgen. “Nu is het nutteloos te beweren, dat het tooneel niet de juiste plaats is voor het voorstellen en bespreken van onwettige verbintenissen, bloedschande en venerische ziekten. Als het tooneel de juiste plaats is voor het vertoonen en bespreken van verleiding, echtbreuk, promiscuïteit en prostitutie, dan moet het geopend worden voor het vertoonen van al de gevolgen van deze dingen, anders zal het de natie demoraliseeren”.De impuls om te eischen, dat de ondeugd altijd aantrekkelijk moet zijn, is werkelijk, wat de schijn ook moge wezen, geen slechte impuls. Hij komt voort uit een geestelijke verwarring, een gewone psychische neiging, die zich in het geheel niet beperkt tot Angelsaksische landen, en zelfs meer in het oog springt onder de beter opgevoede menschen. Er is hier een verwarring van het aesthetische met het moreele, en wat walging opwekt, wordt beschouwd als immoreel. In Frankrijk werd van de romans van Zola, den grootsten voorvechter voor de moraal, langen tijd geloofd, dat zij immoreel waren, omdat zijdikwijls walging opwekten. Hetzelfde gevoelen is nog meer verspreid in Engeland. Als een prostituée ten tooneele gebracht wordt, en als ze mooi is, goed-gekleed en verleidelijk, dan kan ze het geheele stuk doorzeilen en iedereen is tevreden. Maar als ze niet bijzonder mooi zou zijn, goed-gekleed, of verleidelijk, als het duidelijk bleek, dat zij ziek was en roekeloos anderen infecteerde met haar ziekte, als er op gezinspeeld werd, dat zij nu en dan leelijke taal kon uitslaan, als om kort te gaan, een beeld gegeven werd van het leven—dan zouden we hooren, dat de ongelukkige dramatist iets gemaakt had, dat “walgelijk” was en “immoreel”. Walgelijk zou het kunnen zijn, maar juist daarom zou het moreel zijn. Er is hier een onderscheid, waarop de psycholoog niet te dikwijls kan wijzen, de moralist niet te dikwijls den nadruk leggen kan.Het ligt niet op den weg van den medicus zijn eigen taak als leeraar gecompliceerd en verward te maken door ze te vermengen met beschouwingen, die tot de geestelijke sfeer behooren. Maar terwijl hij onpartijdig zijn speciale werk doet door de jonge menschen voor te lichten, zal hij altijd goed doen zich te herinneren, dat er in den geest van den jongeling, zooals we in een vorig hoofdstuk hebben moeten aantoonen, een spontane kracht is, die werkt ten gunste van de sexueele hygiëne. Zij, die gelooven, dat de geest van den jongeling alleen maar uit is op zinnelijk toegeven, zijn er niet minder naast en hebben niet minder nadeeligen invloed, dan zij, die het voor mogelijk en wenschelijk houden, dat jonge menschen in volkomenonwetendheidblijven over sexueele zaken. Hoe verborgen, onderdrukt, of vervormd—gewoonlijk door de misplaatste en voorbarige ijver van dwaze ouders en leeraren—er ontstaan in de puberteit ideale aandriften, die, al wortelen zij ook in de sekse, toch in hun doel boven de sekse uitkomen. Deze kunnen veel machtiger gidsen worden voor den physieken sekse-impuls, dan zuiver materieele of zelfs hygiënische overwegingen.Het is tijd deze beschouwing over het voorkomen van venerische ziekten samen te vatten en te eindigen, welke ziekten, al mogen ze aan den oppervlakkigen beschouwer alleen maar een medische en gezondheidskwestie toeschijnen, buiten de sfeer van den psycholoog, toch bij nauwkeuriger beschouwing blijken in nauw verband te staan zelfs met de meest geestelijke opvatting van de sexueele verhoudingen. Niet alleen zijn venerische ziekten de vijanden van de fijnere ontwikkeling van het ras, maar wij kunnen niet komen tot een gezonde en mooie beschouwing van de verhoudingen van de seksen, zoo lang deze ieder oogenblik in hun oorsprong kunnen worden bedorven en ondermijnd. Wij kunnen nog niet precies den tijd berekenen, die moet verloopen eer, voor zoover Europa tenminste betreft, syphilis en gonorrhoe heengezonden zijn naar dat vagevuur van monsterachtige oude doode kwalen, waar pest en melaatschheid heengegaan zijn en waar de pokken al dicht bij zijn. Maar de maatschappij begint te erkennen, dat ook op dit gebied de wapenen licht en lucht moeten toegelaten worden,het zwaard en het harnas, waarmee alleen alle ziekten kunnen worden bestreden. Zooals we gezien hebben, zijn er vier methoden, waarop in de meer verlichte landen venerische ziekten nu beginnen bestreden te worden36. (1) Door openlijk te verklaren, dat de venerische ziekten ziekten zijn evenals iedere andere ziekte, hoewel ze arglistiger en vreeselijker zijn dan de meeste, die ieder kunnen aanvallen van het ongeboren kind af tot zijn grootmoeder toe, en dat ze niet, meer dan andere ziekten, de schandelijke, rechtvaardige straffen zijn voor zonde, waarvoor alleen verlichting gezocht kan worden, zoo ze al gezocht wordt, in het geheim, maar dat ze algemeen menschelijke kwalen zijn; (2) door het aannemen van methoden voor het geven van officieele voorlichting over de uitgebreidheid, de verdeeling en de verscheidenheid der venerische ziekten door middel van de reeds erkende methode van aangifte en op andere wijze, en door het verschaffen van zulke faciliteiten voor de behandeling, vooral voor eenkosteloozebehandeling, als noodig gevonden kunnen worden; (3) door het oefenen van den individueelen zin voor moreele verantwoordelijkheid, zoodat ieder lid van de gemeenschap zal erkennen, dat het besmetten van een ander persoon met een ernstige ziekte, zelfs alleen als resultaat van roekelooze nalatigheid, een ernstiger misdaad is, dan als hij of zij als aanval een mes gebruikt had of een geweer of vergif, en dat het noodig is in ieder land speciale wettige voorzorgen te nemen om er toe bij te dragen de nadeelen van zulke schaden te herstellen en straffen in te stellen door vrijheidsverlies of op andere wijze; (4) door het verspreiden van hygiënische kennis, zoodat alle jonge menschen, jonge mannen zoowel als jonge meisjes bij het begin van hun volwassen leven mogen worden voorzien van de noodige kennis, die hen zal helpen de grootere gevaren van besmetting te vermijden en hen in staat zal stellen het gevaar in de eerste stadien te herkennen en te bestrijden.Eenige jaren geleden, toen geen methode ter bestrijding van venerische ziekten bekend was behalve het systeem van contrôle van politiewege, dat nu in verval is, zou het onmogelijk geschenen hebben zulke beschouwingen als deze te opperen; zij zouden een “utopie” geschenen hebben. Tegenwoordig worden zij niet alleen erkend als praktisch, maar zij worden feitelijk al in praktijk gebracht, hoewel met zeer varieerende energie en verschillend inzicht in verschillende landen. Toch is het wel zeker, dat in den wedstrijd der naties, zooals Max Neissen gezegd heeft, “dat landhet best de leiding zal nemen in den loop van de beschaving, dat den profetischen blik heeft en den moed om die eischen van sexueele hygiëne in te voeren en door te voeren, die zoo’n ruime en veelbeteekenende betrekking hebben op zijn eigen toekomst, en op die van het menschelijk ras in het algemeen”37.
Er schijnt echter, zoowel in Engeland als in de Vereenigde Staten langzamerhand een opvatting op den voorgrond te komen, die het overbrengen van venerische ziekten strafbaar stelt met zware boete of met gevangenisstraf31.In ieder geval zou er in de wet geen nadruk op gelegd moeten worpen, dat de infectie “met voorkennis” overgebracht is. Iedere formeele beperking van deze soort is onnoodig, omdat in zulk een geval het hof altijd de onwetendheid of zelfs maar de nalatigheid van dengene, die het misdrijf doet, in aanmerking neemt, en ze is nadeelig, omdat ze een verordening zonder resultaat kan maken en een premie kan stellen op onwetendheid; de echtgenooten, die hun vrouwen met gonorrhoe infecteeren onmiddellijk nà het huwelijk, hebben dat gewoonlijk uit onwetendheid gedaan en het moest in elk geval noodig voor hen zijn te bewijzen, dat zij in hun onwetendheid versterkt zijn door medischen raad. Er wordt soms gezegd, dat de bestaande wet gebruikt zou kunnen worden om processen van deze soort te doen voeren, en dat er geen grootere faciliteiten gegeven moeten worden, uit vrees voor toenemende pogingen tot afpersing. De nutteloosheid van de wet op het oogenblik blijkt uit het feit, dat het zelden of nooit gebeurt, dat er eenige poging gedaan wordt om haar te gebruiken, terwijl er niet alleen een aantal bestaande strafbare overtredingen zijn, die het onderwerp zijn van pogingen tot afpersing, maar afpersing kan zelfs voorkomen in compromitteerende handelingen, die in het geheel niet wettig strafbaar zijn. Bovendien is de poging om geld af te persen op zichzelf een overtreding, die in de gerechtshoven altijd streng behandeld wordt.Er is een begin aan te wijzen van een erkenning, dat het overbrengen van een venerische ziekte een zaak is, waarvan wettignota kan genomen worden in de Engelsche gerechtshoven. Het is nu een uitgemaakte zaak, dat het infecteeren van een vrouw door haar echtgenoot beschouwd kan worden als de wreedheid, die, volgens de tegenwoordige wet, bewezen moet worden, gevoegd bij echtbreuk, voordat een vrouw echtscheiding van haar echtgenoot kan verkrijgen. In 1777 stelde Restif de la Bretonne voor in zijnGynographes, dat het overbrengen van een venerische ziekte op zichzelf een voldoende grond zou wezen voor echtscheiding; dit wordt echter tegenwoordig niet algemeen aangenomen32.Er wordt soms gezegd, dat het zeer juist is het individu wettelijk verantwoordelijk te stellen voor de venerische ziekte, die hij overbrengt, maar dat de moeilijkheden om die verantwoordelijkheid te doen aanvaarden toch zouden blijven bestaan. En zij, die deze moeilijkheden toegeven, antwoorden dikwijls, dat wij in het ergste geval een middel in handen moesten hebben om het verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen; den man, die willens en wetens het gevaar liep zulk een infectie over te brengen, zou men moeten doen voelen, dat hij niet meer binnen zijn wettige rechten was, maar dat hij een slechte daad gedaan had. Zoo komen wij tot wat nu algemeen begint erkend te worden als de voornaamste en centrale methode voor het bestrijden van venerische ziekten; wij moeten aannemen, dat het principe van individueele verantwoordelijkheid in deze levenssfeer heerscht. Georganiseerde sanitaire en medische voorzorgen, en behoorlijke wettelijke bescherming voor hen, die schade geleden hebben, hebben geen uitwerking zonder den opvoedenden invloed van elementaire hygiënische voorlichting, gesteld in het bezit van iederen jongen man en iedere jonge vrouw. In een sfeer, die noodzakelijk zoo intiem is, kunnen medische organisatie en wettelijke hulp nooit afdoende zijn; kennis is noodig bij iedere schrede van ieder individu, om te leiden en zelfs te wekken dien zin van persoonlijke moreele verantwoordelijkheid, die hier altijd heerschen moet. Overal, waar het belang van deze kwesties duidelijk begint erkend te worden—en vooral op de Congressen van de Duitsche Maatschappij ter Bestrijding van Venerische Ziekten—lost het probleem zich voornamelijk op in een van opvoeding33. En hoewel de publieke opinie en depraktijk tegenwoordig in Duitschland meer geavanceerd zijn dan ergens anders, begint de overtuiging van deze noodzakelijkheid nauwelijks minder uitgesproken te worden in alle andere beschaafde landen, in Engeland en Amerika evenzeer als in Frankrijk en de Scandinavische landen.Een bekendheid met de gevaren van ziekte bij sexueelen omgang, zoowel in als buiten het huwelijk—en ook geheel afgezien van sexueelen omgang,—is een verder stadium van die sexueele opvoeding, die, zooals wij reeds gezien hebben, wat de elementen aangaat, op een zeer jongen leeftijd moet beginnen. Jonge mannen en jonge meisjes moesten leeren, zooals de beroemdeOostenrijkscheeconomist Anton von Menger, kort voor zijn dood in zijn uitstekend boekNeue Sittenlehreschreef, dat het voortbrengen van kinderen een misdaad is als de ouders syphilitisch zijn of op andere wijze door chronische overerfelijke besmettelijke ziekten niet geschikt. Inlichtingen over venerische ziekten moeten echter niet gegeven worden voorhet intreden van de puberteit. Het is niet noodig en niet wenschelijk medische kennis te verstrekken aan jonge jongens en meisjes en ze te waarschuwen tegen gevaren, waarvan er nog weinig kans is, dat ze er aan blootgesteld zullen worden. Het is als de leeftijd der sterke sexueele instincten begint, hetzij deze werkelijk of alleen maar mogelijk zijn, dat de gevaren van het toegeven aan de instincten onder sommige omstandigheden, duidelijk voor den geest moeten gesteld worden. Niemand, die nadenkt over de werkelijke feiten van het leven, behoeft er aan te twijfelen, dat het in de hoogste mate wenschelijk is, dat iedere jonge man en ieder jong meisje, dat den volwassen leeftijd nadert, eenige elementaire kennis moest verkrijgen van algemeene feiten betreffende venerische ziekten, tuberculose en alcoholisme. Deze drie “geesels der beschaving” zijn zoo wijd verspreid, zoo fijn en menigvuldig in hun uitwerking, dat iedereen in zijn leven er mee in aanraking komt, en dat ieder de kans loopt te lijden, zelfs voordat hij er op verdacht is, misschien hopeloos en voor altijd, door de gevolgen van deze aanraking. Vage declamaties over immoraliteit en nog vagere waarschuwingen er tegen hebben geen effect en hebben geen zin, terwijl rhetorische overdrijving onnoodig is. Een zeer eenvoudige en beknopte uiteenzetting van de werkelijke feiten der gevaren, die het leven bedreigen, is volkomen voldoende. Deze behoefte voorbij te zien is alleen mogelijk voor hen, die een gevaarlijk lichtzinnige levensbeschouwing hebben.De jonge vrouw, evenzeer als de jonge man, heeft behoefte aan deze voorlichting. Er zijn nog altijd menschen, die meenen, dat, hoewel het noodig kan zijn den jongen man in te lichten, het ’t beste is zijn zuster rein te laten, zooals zij het noemen, onbekend met de feiten van het leven. Dit is juist wat we niet moeten doen. Het is inderdaad wenschelijk, dat allen bekend zullen zijnmet de feiten, die van zooveel belang zijn voor ieder mensch, zelfs als hij er zelf niet persoonlijk mee in aanraking komt. Maar het meisje komt er nog meer mee in aanraking dan de man. Een man heeft de zaak meer in zijn macht, en als hij dat wenscht, kan hij al de grovere gevaren van aanraking met venerische ziekten vermijden. Maar met de vrouw is dat anders. Hoe rein zij zelf ook moge zijn, zij kan er niet zeker van zijn, dat ze niet te waken zal hebben tegen de mogelijkheid van ziekten in haar toekomstigen echtgenoot zoowel als in hen, aan wie zij misschien het geluk van haar kind toevertrouwt. Het is een mogelijkheid, die de vrouw van beschaving, wel verre van ervan vrij te zijn, meer kans heeft te ontmoeten dan de vrouw uit den werkmansstand, want venerische ziekten komen minder voor onder de armen, dan onder de rijken34. De zorgvuldige medicus acht het zijn plicht, zelfs als zijn patient een geestelijke is, te vragen of hij syphilis gehad heeft, en de geestelijke van den meest streng correcten levenswandel erkent de noodzakelijkheid van zulk een vraag; hij zal misschien glimlachen, maar hij zal zich zelden beleedigd gevoelen. De verhouding tusschen man en vrouw is nog veel intiemer en belangrijker dan die tusschen dokter en patient, en een vrouw is niet ontheven van de noodzakelijkheid van zulk een vraag aan haar toekomstigen echtgenoot door de overtuiging, dat het antwoord zeker gunstig moet zijn. Bovendien kan het in sommige gevallen zeer goed zijn, dat zij, als zij voldoende ingelicht is, het middel kan worden om hem, eer het te laat is, te bewaren voor de schuld van een te vroeg huwelijk en de noodlottige gevolgen daarvan, en dat zij zoo zijn altijddurende dankbaarheid verdient. En zelfs als zij er niet in slaagt die te verkrijgen, dan heeft ze toch nog haar plicht jegens zichzelf en jegens het toekomstig geslacht, dat haar kinderen zullen helpen vormen, te vervullen.In de meeste landen begint men overtuigd te worden van de noodzakelijkheid om jonge vrouwen, evenzeer als jonge mannen, met betrekking tot de venerische ziekten in te lichten. Zoo vindt in Duitschland Max Flesch, in zijnProstitution und Frauenkrankheiten, dat men alle meisjes aan het einde van haar schoolleven moest inlichten omtrent de ernstige physieke en maatschappelijke gevaren, waaraan vrouwen in het leven zijn blootgesteld. In Frankrijk eischt Duclaux (in zijnL’Hygiène Sociale) met nadruk, dat vrouwen niet langer onwetend moeten worden gehouden. “Reeds nu”, zegt hij, “kunnen dokters, die tegen hun wil door hun ambtsgeheim medeschuldigen van den echtgenoot geworden zijn, u vertellen van de ironische blikken, die zij somtijds ontmoeten, als zij trachten een vrouw te misleiden aangaande de oorzakenvan haar kwalen. De dag van opstand tegen de maatschappelijke leugen, die zooveel slachtoffers gemaakt heeft, begint te naderen, en dan zult ge genoodzaakt zijn vrouwen te leeren wat zij moeten weten om zich tegen u te beveiligen”. Het gaat in Amerika precies zoo. Hervorming op dit gebied, zegt Isidore Dyer, moet als devies voeren het motto, “Kennis is Gezondheid”, zoowel voor het lichaam als voor den geest, voor vrouwen zoowel als voor mannen. In een discussie, geopend door Denslow Lewis, op de jaarlijksche vergadering van deAmerican Medical Associationin 1901 over de bestrijding van de venerische ziekten (Medico-Legal Journal, Juni en September 1903), was men het er onder de sprekers tamelijk wel over eens, dat de voornaamste methode de opvoeding was, de opvoeding van vrouwen evenzeer als van mannen. “Opvoeding is de eenige weg tot verbetering”, verklaarde een van de sprekers (Seneca Egbert, uit Philadelphia) “en we zullen nooit veel vooruitkomen, voordat iedere jonge man en iedere jonge vrouw, zelfs vóór zij verliefd worden en verloofd raken, weten wat venerische ziekten zijn, en wat het zeggen wil als zij iemand trouwen, die er aan lijdt”. “Voedt vader en moeder op, en zij zullen hun zoons en dochters opvoeden”, roept Egbert Grandin uit, vooral met betrekking tot gonorrhoe (Medical Record, May 26, 1906); “Ik leg den nadruk op de dochter, omdat zij het meest zal lijden door de besmetting, en het is haar recht te weten, dat zij op haar hoede moet zijn zoowel voor den lijder aan gonorrhoe als voor den alcoholist”.Wij moeten ten volle het feit onder de oogen zien, dat de vrouw zelf verantwoordelijk gesteld moet worden, evenzeer als de man, voor het verzekeren van de juiste voorwaarden van een huwelijk dat zij plan heeft aan te gaan. In de praktijk mag ongetwijfeld die verantwoordelijkheid eerst worden toevertrouwd aan ouders of voogden. Het is onredelijk, dat er aan een van beide zijden eenige valsche schaamte zou gevoeld worden over deze zaak. Geldzaken en kwesties van inkomen worden vóór het huwelijk besproken, en nu de publieke opinie gezonder wordt zal niemand de noodzakelijkheid in twijfel trekken van het bespreken van de nog ernstiger kwestie der gezondheid, evenzeer die van den toekomstigen bruidegom als die van de bruid. Een groote mate van ziekte en ongeluk in het huwelijk zou voorkomen worden als, voordat een engagement geheel voor gesloten verklaard werd, beide partijen zich door een dokter lieten onderzoeken en hem het recht toekenden het resultaat van dat onderzoek aan de andere partij mede te deelen. Zulk een onderzoek zou zich veel verder dan de venerische ziekten uitstrekken. Als de noodzakelijkheid ervan algemeen erkend werd, zou dat een einde maken aan veel bedrog, dat nu bij het aangaan van het huwelijk gepleegd wordt. Het gebeurt tegenwoordig voortdurend, dat de eene partij of de andere het bestaan verbergt van de een of andere ernstige kwaal, die spoedig na het huwelijk ontdekt wordt, soms met een pijnlijken en verontrustenden schok—bv. wanneer een man zijn vrouw op den huwelijksavond in een aanval van vallende ziekte vindt—en altijd met het bittere gevoel dat men er in geloopen is. Er kan geen redelijken twijfel aan bestaan, dat zulk verbergen een voldoende reden is tot echtscheiden. Sir Thomas More trachtteongetwijfeld tegen zulk bedrog te waken, waar hij in zijnUtopiavoorschreef, dat iedere partij voor het huwelijk naakt aan de andere partij zou vertoond worden. De dwaze ceremonie, die hij beschrijft, berustte op een verstandig idee, want het is belachelijk, als het niet dikwijls in zijn gevolgen tragisch was, dat eenig persoon zou genoodzaakt zijn in de meest intieme verhouding te leven met iemand, van wie hij of zij maar een klein deel gezien heeft.Het kan noodig zijn er op te wijzen, dat iedere stap in deze richting de spontane handeling moet zijn van individuen, die hun leven inrichten naar de regels van een verlicht geweten, en niet ingevoerd kan worden door het bevel van de gemeenschap, die bij de wet haar bevelen doorzet. In deze zaken kan de wet eerst komen aan het einde en niet aan het begin. In de essentieele zaken van het huwelijk en de voortplanting, worden de wetten eerst gemaakt in het brein en het geweten van individuen als leiddraad voor henzelf. Zoolang zulke wetten niet belichaamd zijn in de werkelijke praktijk van de groote meerderheid der gemeenschap is het nutteloos voor regeeringen om ze bij statuten te bepalen. Zij zullen geen uitwerking hebben of anders zullen ze nog erger dan geen uitwerking hebben, doordat ze verkeerdheden in het leven roepen, die niet bedoeld waren. Wij kunnen alleen tot den wortel van de zaak komen door aan te dringen op opvoeding in moreele verantwoordelijkheid en onderwijs in feiten.De kwestie doet zich voor, wie de beste persoon is om dit onderwijs te geven. Zooals we gezien hebben, kan er weinig twijfel aan zijn, dat vóor de puberteit de ouders en voornamelijk de moeder, de juiste leermeesters van hun kinderen zijn op sexueel gebied. Maar nà de puberteit is de zaak veranderd. De jongen en het meisje worden minder ontvankelijk voor den invloed der ouders, er ontstaat een zekere beschroomdheid aan beide kanten, en de ouders bezitten maar zelden de meer technische kennis, die nu vereischt wordt. Op dit stadium wordt het wenschelijk, dat de hulp van den dokter, van den huisdokter, als hij de juiste eigenschappen voor de taak bezit, moet worden ingeroepen. De methode, die gewoonlijk aanbevolen wordt, en die reeds nu in ruimen kring in praktijk gebracht wordt, is die van het houden van lezingen, die de voornaamste feiten over venerische ziekten, de gevaren ervan en de onderwerpen, die daarmee in verband staan uiteen zetten35. Deze methode is uitstekend. Zulke lezingen moesten bij tusschenpoozen door medici gehouden worden in alle groote steden, in havenplaatsen, in onderwijs-inrichtingen en militaire centra, waareen groot aantal jonge menschen te zamen zijn. Het moest de taak van de opvoedkundige autoriteiten van genoemde centra zijn, hetzij de lezingen zelf te organiseeren, hetzij aan hen, die gezag uitoefenen over jonge menschen of ze in dienst hebben, den plicht op te dragen voor zulke lezingen te zorgen. De lezingen moeten opengesteld worden voor allen, die den leeftijd van zestien jaar bereikt hebben.In Duitschland schijnt het principe van onderwijs door middel van lezingen over venerische ziekten reeds doorgevoerd te zijn, in ieder geval wat jonge mannen betreft, en van zulke lezingen wordt voortdurend meer gebruik gemaakt. In 1907 richtte de Minister van Onderwijs cursussen op over sexueelehygiëneen venerische ziekten, die door dokters gehouden werden; het bijwonen ervan werd evenwel niet verplichtend gesteld. De cursussen, die tegenwoordig veelal door medici aan de hoogere klassen van de Duitsche lagere scholen over de algemeene grondbeginselen van sexueele anatomie en physiologie gegeven worden, omvatten bijna altijd sexueelehygiënemet speciale verwijzing naar venerische ziekten (zie bv,Sexualpädagogik, blz. 131–153). Ook in Oostenrijk worden lezingen gehouden over persoonlijke hygiëne en de gevaren van venerische ziekten worden aan de leerlingen, die op het punt zijn het gymnasium te verlaten en naar de universiteit te gaan, uiteengezet; de werkliedenclubs hebben cursussen ingesteld over dezelfde onderwerpen, ook gehouden door medici. In Frankrijk werken vele beroemde mannen, zoowel in als buiten de medische wereld voor de zaak van het onderwijs aan jonge menschen in sexueelehygiëne, hoewel zij tegen een meer hardnekkige mate van vooroordeel en preutschheid te strijden hebben van de zijde der middenklasse dan men in de Duitsche landen kan vinden. DeCommission Extraparlementaire du Régime des Moeurs, te zamen met Augagneur, Alfred Fournier, Yves Guyot, Gide en andere beroemde professoren, leeraars enz., heeft zich onlangs uitgesproken ten gunste van het officieel instellen van onderwijs in de sexueelehygiëne, te geven in de hoogste klassen van de lycées, of in de eerste klassen van het eerste leerjaar van de universiteit; zulk onderwijs, beweert men, zou niet alleen de noodige kennis geven, maar het zou ook den zin voor moreele verantwoordelijkheid aankweeken. Er is in Frankrijk ook een werkzame en beroemdeSociété Française de Prophylaxie Sanitaire et Morale, die niet officieel is en die openbare lezingen houdt over sexueele hygiëne. Fournier, Pinard, Burlureaux en andere uitstekende medici hebben over dit onderwerp vlugschriften geschreven om in het openbaar te doen uitdeelen (zie bv.LeProgrèsMédicalvan September 1907). In Engeland en de Vereenigde Staten is nog heel weinig gedaan in deze richting, maar in de Vereenigde Staten ten minste begint de publieke opinie ten gunste van deze actie snel te veranderen (zie bv. W. A. Funk, “The Venereal Peril”,Medical Record, April 13, 1907). De “American Society of Sanitary and Moral Prophylaxis” (gebaseerd op de maatschappij, die in 1900 in Parijs gesticht werd door Fournier) werd in 1905 in New-York opgericht. Er zijn meer dergelijke maatschappijen in Chicago en Philadelphia. Het voornaamste doel is het bestudeeren van venerische ziekten en het aansturen op controleering ervan van staatswege. Dokters en leeken, zoowel mannen als vrouwen zijn lid. Lezingen en besprekingen worden nu onder bescherming van deze genootschappen met toenemend succes gehouden voor kleine groepen jonge vrouwen, die in maatschappelijke betrekkingen werkzaam zijn, op andere wijzen; de instelling der lezingen blijkt een uitstekende methode te zijn om de jonge vrouwen van den werkmansstand te bereiken, Zoowel mannelijke als vrouwelijke dokters nemen deel aan de lezingen (Clement Cleveland,Presidential Addressover “Prophylaxis of Venereal Diseases”,Transactions American Gynaecological Society, Philadelphia, deel XXXII, 1907).Een belangrijk hulpmiddel bij het uitvoeren van de taak der sexueele hygiëne,en tevens voor het verspreiden van nuttige kennis, wordt verschaft door het geven van een kaart ter inlichting over hygiënische zaken aan iederen syphilitischen patiënt in klinieken, waar zulke gevallen behandeld worden, mèt een waarschuwing tegen de gevaren van een huwelijk binnen vier of vijf jaar na de infectie, en in geen geval zonder medischen raad. Zulk een gedrukte instructie in duidelijke, eenvoudige en scherpe taal moest aan iederen syphilis-patiënt in handen gegeven worden als een zaak van gewoonte, en het zou even goed zijn een daarmee overeenkomende kaart te hebben voor gonorrhoe-patiënten. Dit plan is reeds in sommige hospitalen ingevoerd, en het is een zoo eenvoudige en goede voorzorgsmaatregel, dat ze zonder twijfel algemeen aangenomen zal worden. In sommige landen wordt deze maatregel op ruimer schaal toegepast. Zoo worden in Oostenrijk, als het resultaat van de beweging, waarin verschillende universiteitsprofessoren een werkzaam deel genomen hebben, blaadjes en circulaires verspreid onder jonge werklieden, fabrieksarbeiders, studenten en leerlingen, die de handelsscholen verlaten, waarin in het kort de voornaamste symptomen uiteengezet worden van venerische ziekten en die waarschuwen tegen kwakzalvers en geheime middelen.In Frankrijk, waar groote maatschappelijke kwesties soms met meer ridderlijken moed aangevat worden dan ergens anders, zijn de gevaren van syphilis, en de maatschappelijke positie van de prostituée, behalve door medici, ook door beroemde romanschrijvers en dramatici behandeld. Huysmans riep deze beweging in het leven met zijn eersten roman,Marthe, die onmiddellijk door de politie werd onderdrukt. Kort daarna publiceerde Edmond de GoncourtLa Fille Elisa, de eerste belangrijke roman van deze soort door een bekend schrijver. Deze was met veel terughouding geschreven en was geen werk van hooge artistieke waarde, maar de schrijver zag een groot maatschappelijk probleem moedig onder de oogen en zette duidelijk de nadeelen van de gewone houding jegens de prostitutie uiteen. De roman werd tot drama bewerkt en door Antoine gespeeld in hetThéâtre Libre, maar toen, in 1891, Antoine dit wilde opvoeren op het Porte-Saint-Martintooneel, kwam de censor tusschenbeide en verbood de opvoering om de “contexture générale” ervan. De Minister van Opvoeding verdedigde dit besluit, op grond dat er veel in het stuk was dat tegenzin en walging zou opwekken. “Afstooting is hier moreeler dan aantrekking”, riep Paul Déroulède uit, en de couranten critiseerden een veroordeeling, die op het tooneel al de pikante onfatsoenlijkheden, die de prostitutie begunstigen, duldt, maar die geen aanval op de prostitutie verdragen kan. In later jaren hebben de broeders Margueritte, zoowel in romans als in tijdschriften, in ruime mate hun groote bekwaamheden en hun hooge literaire kunde dienstbaar gesteld aan de moedige en verlichte voorspraak van vele maatschappelijke hervormingen. Victor Margueritte heeft in zijnProstituée(1907)—een roman, die in ruimen kring de aandacht getrokken heeft en in verschillende talen vertaald is—getracht den toestand der vrouwen in onze bestaande maatschappij te beschrijven, en meer speciaal den toestand van de prostituée onder wat hij beschouwt als een hatelijk en onrechtvaardig systeem, het systeem, dat nu nog bestaat. Het boek is een getrouw beeld van de werkelijke feiten, dank zij de hulp, die de schrijver ontving van de ParijschePréfecture de Police, en voor een groot deel om die reden is het een niet geheel bevredigend kunstwerk, maar het geeft een levendig en scherp beeld van de wreedheid, onverschilligheid en huichelachtigheid, die zoo dikwijls door mannen aan vrouwen betoond wordt; het is een boek, dat om die reden niet in tè ruimen kring gelezen kan worden. Een van de meest bekende van de moderne tooneelstukken isLes Avariésvan Brieux (1902). Deze beroemde dramatist, zelf een medicus, draagt zijn stuk op aan Fournier, den grootsten der syphilographen. “Ik denk met u”, schrijft hij hier, “dat syphilis veel van zijn gevaarlijkheid zal verliezen, zoodra het mogelijk is openlijk te spreken van een kwaad, dat nòch een schande nòch een straf is, en wanneer zij, die er aan lijden, wetende welke ellenden zij misschien kunnen verspreiden, beter hun plicht zullen begrijpenjegens anderen en jegens zichzelf”. De geschiedenis, die in het drama ontwikkeld wordt, is de oude en typische geschiedenis van den jongen man, die zijn jonggezellenleven doorleefd heeft op wat hij beschouwt als een fatsoenlijke en regelmatige wijze, daar hij maar twee meisjes gehad heeft, die geen van beide prostituée waren; maar aan het einde van dezen tijd, bij een vroolijk souper, waar hij afscheid neemt van zijn jonggezellenleven, vergeet hij zich en wordt met syphilis geïnfecteerd; zijn huwelijk nadert en hij gaat naar een beroemd specialist, die hem waarschuwt, dat behandeling tijd kost en dat een huwelijk voor verscheidene jaren onmogelijk is; hij vindt echter een kwakzalver, die het op zich neemt hem in een half jaar te genezen; aan het einde van dezen tijd trouwt hij; een syphilitisch kind wordt geboren; zijn vrouw ontdekt den stand van zaken en verlaat het huis om naar haar ouders terug te keeren; haar verontwaardigde vader, een lid van het Parlement, komt in Parijs; het stuk eindigt bij den grooten specialist, die eindelijk eenige vrede en hoop in de familie brengt. De moraal van het stuk is in hoofdzaak deze, dat het de plicht is van de ouders van de bruid vóor het huwelijk te informeeren naar de gezondheid van den bruidegom; dat de bruidegom een attest van den dokter moet overleggen; dat bij ieder huwelijk de rol van den dokter minstens even belangrijk is als die van den notaris. Zelfs als het een minder goed kunstwerk was, toch zouLes Avariéseen stuk blijven, dat uit een maatschappelijk en opvoedkundig oogpunt alleen, door allen, die den jongelingsleeftijd bereikt hebben, moest gezien worden.Een andere zijde van hetzelfde probleem wordt beschreven inPlus Fort que le Mal, een boek, dat in dramatischen vorm geschreven is (niet als een goed samengesteld tooneelstuk, dat bedoeld is voor het tooneel) door een beroemd Fransch medisch schrijver, die hier den naam aanneemt van Espy de Metz. De schrijver (die echter niet voor zijn eigen zaak pleit) vraagt om een meer sympathieke houding jegens hen, die aan syphilis lijden, en hoewel hij met veel minder dramatische vaardigheid schrijft dan Brieux, en zijn moraal nauwelijks in een zoo duidelijken vorm weet te gieten, is zijn werk een belangrijke bijdrage tot de dramatische literatuur van de syphilis.Het zal waarschijnlijk wel eenigen tijd duren eer deze kwesties, belangrijk als zij zijn uit dramatisch en maatschappelijk oogpunt, op het Engelsche of het Amerikaansche tooneel ingevoerd zijn. Het is een opmerkelijk feit, dat, niettegenstaande het Puriteinsche element, dat nog in de Angelsaksische gedachte en gevoel over het algemeen bestaat, de Puriteinsche levensbeschouwing nooit hare uitdrukking gevonden heeft in het Engelsche of Amerikaansche drama. Op het Engelsche tooneel mag men zelfs niet zinspelen op de tragische zijde der losbandigheid; de ondeugd moet altijd verleidelijk gemaakt worden, zelfs als eendeus ex machinatoch zorgt, dat ze op het eind haar loon krijgt. Zooals Mr. Bernard Shaw gezegd heeft, bant het Engelsche tooneel geenszins de ondeugd; alleen wil het, dat ze aantrekkelijk gemaakt zal worden; de bekoringen ervan worden op den voorgrond gesteld, de straf ervoor verborgen. “Nu is het nutteloos te beweren, dat het tooneel niet de juiste plaats is voor het voorstellen en bespreken van onwettige verbintenissen, bloedschande en venerische ziekten. Als het tooneel de juiste plaats is voor het vertoonen en bespreken van verleiding, echtbreuk, promiscuïteit en prostitutie, dan moet het geopend worden voor het vertoonen van al de gevolgen van deze dingen, anders zal het de natie demoraliseeren”.De impuls om te eischen, dat de ondeugd altijd aantrekkelijk moet zijn, is werkelijk, wat de schijn ook moge wezen, geen slechte impuls. Hij komt voort uit een geestelijke verwarring, een gewone psychische neiging, die zich in het geheel niet beperkt tot Angelsaksische landen, en zelfs meer in het oog springt onder de beter opgevoede menschen. Er is hier een verwarring van het aesthetische met het moreele, en wat walging opwekt, wordt beschouwd als immoreel. In Frankrijk werd van de romans van Zola, den grootsten voorvechter voor de moraal, langen tijd geloofd, dat zij immoreel waren, omdat zijdikwijls walging opwekten. Hetzelfde gevoelen is nog meer verspreid in Engeland. Als een prostituée ten tooneele gebracht wordt, en als ze mooi is, goed-gekleed en verleidelijk, dan kan ze het geheele stuk doorzeilen en iedereen is tevreden. Maar als ze niet bijzonder mooi zou zijn, goed-gekleed, of verleidelijk, als het duidelijk bleek, dat zij ziek was en roekeloos anderen infecteerde met haar ziekte, als er op gezinspeeld werd, dat zij nu en dan leelijke taal kon uitslaan, als om kort te gaan, een beeld gegeven werd van het leven—dan zouden we hooren, dat de ongelukkige dramatist iets gemaakt had, dat “walgelijk” was en “immoreel”. Walgelijk zou het kunnen zijn, maar juist daarom zou het moreel zijn. Er is hier een onderscheid, waarop de psycholoog niet te dikwijls kan wijzen, de moralist niet te dikwijls den nadruk leggen kan.Het ligt niet op den weg van den medicus zijn eigen taak als leeraar gecompliceerd en verward te maken door ze te vermengen met beschouwingen, die tot de geestelijke sfeer behooren. Maar terwijl hij onpartijdig zijn speciale werk doet door de jonge menschen voor te lichten, zal hij altijd goed doen zich te herinneren, dat er in den geest van den jongeling, zooals we in een vorig hoofdstuk hebben moeten aantoonen, een spontane kracht is, die werkt ten gunste van de sexueele hygiëne. Zij, die gelooven, dat de geest van den jongeling alleen maar uit is op zinnelijk toegeven, zijn er niet minder naast en hebben niet minder nadeeligen invloed, dan zij, die het voor mogelijk en wenschelijk houden, dat jonge menschen in volkomenonwetendheidblijven over sexueele zaken. Hoe verborgen, onderdrukt, of vervormd—gewoonlijk door de misplaatste en voorbarige ijver van dwaze ouders en leeraren—er ontstaan in de puberteit ideale aandriften, die, al wortelen zij ook in de sekse, toch in hun doel boven de sekse uitkomen. Deze kunnen veel machtiger gidsen worden voor den physieken sekse-impuls, dan zuiver materieele of zelfs hygiënische overwegingen.Het is tijd deze beschouwing over het voorkomen van venerische ziekten samen te vatten en te eindigen, welke ziekten, al mogen ze aan den oppervlakkigen beschouwer alleen maar een medische en gezondheidskwestie toeschijnen, buiten de sfeer van den psycholoog, toch bij nauwkeuriger beschouwing blijken in nauw verband te staan zelfs met de meest geestelijke opvatting van de sexueele verhoudingen. Niet alleen zijn venerische ziekten de vijanden van de fijnere ontwikkeling van het ras, maar wij kunnen niet komen tot een gezonde en mooie beschouwing van de verhoudingen van de seksen, zoo lang deze ieder oogenblik in hun oorsprong kunnen worden bedorven en ondermijnd. Wij kunnen nog niet precies den tijd berekenen, die moet verloopen eer, voor zoover Europa tenminste betreft, syphilis en gonorrhoe heengezonden zijn naar dat vagevuur van monsterachtige oude doode kwalen, waar pest en melaatschheid heengegaan zijn en waar de pokken al dicht bij zijn. Maar de maatschappij begint te erkennen, dat ook op dit gebied de wapenen licht en lucht moeten toegelaten worden,het zwaard en het harnas, waarmee alleen alle ziekten kunnen worden bestreden. Zooals we gezien hebben, zijn er vier methoden, waarop in de meer verlichte landen venerische ziekten nu beginnen bestreden te worden36. (1) Door openlijk te verklaren, dat de venerische ziekten ziekten zijn evenals iedere andere ziekte, hoewel ze arglistiger en vreeselijker zijn dan de meeste, die ieder kunnen aanvallen van het ongeboren kind af tot zijn grootmoeder toe, en dat ze niet, meer dan andere ziekten, de schandelijke, rechtvaardige straffen zijn voor zonde, waarvoor alleen verlichting gezocht kan worden, zoo ze al gezocht wordt, in het geheim, maar dat ze algemeen menschelijke kwalen zijn; (2) door het aannemen van methoden voor het geven van officieele voorlichting over de uitgebreidheid, de verdeeling en de verscheidenheid der venerische ziekten door middel van de reeds erkende methode van aangifte en op andere wijze, en door het verschaffen van zulke faciliteiten voor de behandeling, vooral voor eenkosteloozebehandeling, als noodig gevonden kunnen worden; (3) door het oefenen van den individueelen zin voor moreele verantwoordelijkheid, zoodat ieder lid van de gemeenschap zal erkennen, dat het besmetten van een ander persoon met een ernstige ziekte, zelfs alleen als resultaat van roekelooze nalatigheid, een ernstiger misdaad is, dan als hij of zij als aanval een mes gebruikt had of een geweer of vergif, en dat het noodig is in ieder land speciale wettige voorzorgen te nemen om er toe bij te dragen de nadeelen van zulke schaden te herstellen en straffen in te stellen door vrijheidsverlies of op andere wijze; (4) door het verspreiden van hygiënische kennis, zoodat alle jonge menschen, jonge mannen zoowel als jonge meisjes bij het begin van hun volwassen leven mogen worden voorzien van de noodige kennis, die hen zal helpen de grootere gevaren van besmetting te vermijden en hen in staat zal stellen het gevaar in de eerste stadien te herkennen en te bestrijden.Eenige jaren geleden, toen geen methode ter bestrijding van venerische ziekten bekend was behalve het systeem van contrôle van politiewege, dat nu in verval is, zou het onmogelijk geschenen hebben zulke beschouwingen als deze te opperen; zij zouden een “utopie” geschenen hebben. Tegenwoordig worden zij niet alleen erkend als praktisch, maar zij worden feitelijk al in praktijk gebracht, hoewel met zeer varieerende energie en verschillend inzicht in verschillende landen. Toch is het wel zeker, dat in den wedstrijd der naties, zooals Max Neissen gezegd heeft, “dat landhet best de leiding zal nemen in den loop van de beschaving, dat den profetischen blik heeft en den moed om die eischen van sexueele hygiëne in te voeren en door te voeren, die zoo’n ruime en veelbeteekenende betrekking hebben op zijn eigen toekomst, en op die van het menschelijk ras in het algemeen”37.
Er schijnt echter, zoowel in Engeland als in de Vereenigde Staten langzamerhand een opvatting op den voorgrond te komen, die het overbrengen van venerische ziekten strafbaar stelt met zware boete of met gevangenisstraf31.
In ieder geval zou er in de wet geen nadruk op gelegd moeten worpen, dat de infectie “met voorkennis” overgebracht is. Iedere formeele beperking van deze soort is onnoodig, omdat in zulk een geval het hof altijd de onwetendheid of zelfs maar de nalatigheid van dengene, die het misdrijf doet, in aanmerking neemt, en ze is nadeelig, omdat ze een verordening zonder resultaat kan maken en een premie kan stellen op onwetendheid; de echtgenooten, die hun vrouwen met gonorrhoe infecteeren onmiddellijk nà het huwelijk, hebben dat gewoonlijk uit onwetendheid gedaan en het moest in elk geval noodig voor hen zijn te bewijzen, dat zij in hun onwetendheid versterkt zijn door medischen raad. Er wordt soms gezegd, dat de bestaande wet gebruikt zou kunnen worden om processen van deze soort te doen voeren, en dat er geen grootere faciliteiten gegeven moeten worden, uit vrees voor toenemende pogingen tot afpersing. De nutteloosheid van de wet op het oogenblik blijkt uit het feit, dat het zelden of nooit gebeurt, dat er eenige poging gedaan wordt om haar te gebruiken, terwijl er niet alleen een aantal bestaande strafbare overtredingen zijn, die het onderwerp zijn van pogingen tot afpersing, maar afpersing kan zelfs voorkomen in compromitteerende handelingen, die in het geheel niet wettig strafbaar zijn. Bovendien is de poging om geld af te persen op zichzelf een overtreding, die in de gerechtshoven altijd streng behandeld wordt.
Er is een begin aan te wijzen van een erkenning, dat het overbrengen van een venerische ziekte een zaak is, waarvan wettignota kan genomen worden in de Engelsche gerechtshoven. Het is nu een uitgemaakte zaak, dat het infecteeren van een vrouw door haar echtgenoot beschouwd kan worden als de wreedheid, die, volgens de tegenwoordige wet, bewezen moet worden, gevoegd bij echtbreuk, voordat een vrouw echtscheiding van haar echtgenoot kan verkrijgen. In 1777 stelde Restif de la Bretonne voor in zijnGynographes, dat het overbrengen van een venerische ziekte op zichzelf een voldoende grond zou wezen voor echtscheiding; dit wordt echter tegenwoordig niet algemeen aangenomen32.
Er wordt soms gezegd, dat het zeer juist is het individu wettelijk verantwoordelijk te stellen voor de venerische ziekte, die hij overbrengt, maar dat de moeilijkheden om die verantwoordelijkheid te doen aanvaarden toch zouden blijven bestaan. En zij, die deze moeilijkheden toegeven, antwoorden dikwijls, dat wij in het ergste geval een middel in handen moesten hebben om het verantwoordelijkheidsgevoel te ontwikkelen; den man, die willens en wetens het gevaar liep zulk een infectie over te brengen, zou men moeten doen voelen, dat hij niet meer binnen zijn wettige rechten was, maar dat hij een slechte daad gedaan had. Zoo komen wij tot wat nu algemeen begint erkend te worden als de voornaamste en centrale methode voor het bestrijden van venerische ziekten; wij moeten aannemen, dat het principe van individueele verantwoordelijkheid in deze levenssfeer heerscht. Georganiseerde sanitaire en medische voorzorgen, en behoorlijke wettelijke bescherming voor hen, die schade geleden hebben, hebben geen uitwerking zonder den opvoedenden invloed van elementaire hygiënische voorlichting, gesteld in het bezit van iederen jongen man en iedere jonge vrouw. In een sfeer, die noodzakelijk zoo intiem is, kunnen medische organisatie en wettelijke hulp nooit afdoende zijn; kennis is noodig bij iedere schrede van ieder individu, om te leiden en zelfs te wekken dien zin van persoonlijke moreele verantwoordelijkheid, die hier altijd heerschen moet. Overal, waar het belang van deze kwesties duidelijk begint erkend te worden—en vooral op de Congressen van de Duitsche Maatschappij ter Bestrijding van Venerische Ziekten—lost het probleem zich voornamelijk op in een van opvoeding33. En hoewel de publieke opinie en depraktijk tegenwoordig in Duitschland meer geavanceerd zijn dan ergens anders, begint de overtuiging van deze noodzakelijkheid nauwelijks minder uitgesproken te worden in alle andere beschaafde landen, in Engeland en Amerika evenzeer als in Frankrijk en de Scandinavische landen.
Een bekendheid met de gevaren van ziekte bij sexueelen omgang, zoowel in als buiten het huwelijk—en ook geheel afgezien van sexueelen omgang,—is een verder stadium van die sexueele opvoeding, die, zooals wij reeds gezien hebben, wat de elementen aangaat, op een zeer jongen leeftijd moet beginnen. Jonge mannen en jonge meisjes moesten leeren, zooals de beroemdeOostenrijkscheeconomist Anton von Menger, kort voor zijn dood in zijn uitstekend boekNeue Sittenlehreschreef, dat het voortbrengen van kinderen een misdaad is als de ouders syphilitisch zijn of op andere wijze door chronische overerfelijke besmettelijke ziekten niet geschikt. Inlichtingen over venerische ziekten moeten echter niet gegeven worden voorhet intreden van de puberteit. Het is niet noodig en niet wenschelijk medische kennis te verstrekken aan jonge jongens en meisjes en ze te waarschuwen tegen gevaren, waarvan er nog weinig kans is, dat ze er aan blootgesteld zullen worden. Het is als de leeftijd der sterke sexueele instincten begint, hetzij deze werkelijk of alleen maar mogelijk zijn, dat de gevaren van het toegeven aan de instincten onder sommige omstandigheden, duidelijk voor den geest moeten gesteld worden. Niemand, die nadenkt over de werkelijke feiten van het leven, behoeft er aan te twijfelen, dat het in de hoogste mate wenschelijk is, dat iedere jonge man en ieder jong meisje, dat den volwassen leeftijd nadert, eenige elementaire kennis moest verkrijgen van algemeene feiten betreffende venerische ziekten, tuberculose en alcoholisme. Deze drie “geesels der beschaving” zijn zoo wijd verspreid, zoo fijn en menigvuldig in hun uitwerking, dat iedereen in zijn leven er mee in aanraking komt, en dat ieder de kans loopt te lijden, zelfs voordat hij er op verdacht is, misschien hopeloos en voor altijd, door de gevolgen van deze aanraking. Vage declamaties over immoraliteit en nog vagere waarschuwingen er tegen hebben geen effect en hebben geen zin, terwijl rhetorische overdrijving onnoodig is. Een zeer eenvoudige en beknopte uiteenzetting van de werkelijke feiten der gevaren, die het leven bedreigen, is volkomen voldoende. Deze behoefte voorbij te zien is alleen mogelijk voor hen, die een gevaarlijk lichtzinnige levensbeschouwing hebben.
De jonge vrouw, evenzeer als de jonge man, heeft behoefte aan deze voorlichting. Er zijn nog altijd menschen, die meenen, dat, hoewel het noodig kan zijn den jongen man in te lichten, het ’t beste is zijn zuster rein te laten, zooals zij het noemen, onbekend met de feiten van het leven. Dit is juist wat we niet moeten doen. Het is inderdaad wenschelijk, dat allen bekend zullen zijnmet de feiten, die van zooveel belang zijn voor ieder mensch, zelfs als hij er zelf niet persoonlijk mee in aanraking komt. Maar het meisje komt er nog meer mee in aanraking dan de man. Een man heeft de zaak meer in zijn macht, en als hij dat wenscht, kan hij al de grovere gevaren van aanraking met venerische ziekten vermijden. Maar met de vrouw is dat anders. Hoe rein zij zelf ook moge zijn, zij kan er niet zeker van zijn, dat ze niet te waken zal hebben tegen de mogelijkheid van ziekten in haar toekomstigen echtgenoot zoowel als in hen, aan wie zij misschien het geluk van haar kind toevertrouwt. Het is een mogelijkheid, die de vrouw van beschaving, wel verre van ervan vrij te zijn, meer kans heeft te ontmoeten dan de vrouw uit den werkmansstand, want venerische ziekten komen minder voor onder de armen, dan onder de rijken34. De zorgvuldige medicus acht het zijn plicht, zelfs als zijn patient een geestelijke is, te vragen of hij syphilis gehad heeft, en de geestelijke van den meest streng correcten levenswandel erkent de noodzakelijkheid van zulk een vraag; hij zal misschien glimlachen, maar hij zal zich zelden beleedigd gevoelen. De verhouding tusschen man en vrouw is nog veel intiemer en belangrijker dan die tusschen dokter en patient, en een vrouw is niet ontheven van de noodzakelijkheid van zulk een vraag aan haar toekomstigen echtgenoot door de overtuiging, dat het antwoord zeker gunstig moet zijn. Bovendien kan het in sommige gevallen zeer goed zijn, dat zij, als zij voldoende ingelicht is, het middel kan worden om hem, eer het te laat is, te bewaren voor de schuld van een te vroeg huwelijk en de noodlottige gevolgen daarvan, en dat zij zoo zijn altijddurende dankbaarheid verdient. En zelfs als zij er niet in slaagt die te verkrijgen, dan heeft ze toch nog haar plicht jegens zichzelf en jegens het toekomstig geslacht, dat haar kinderen zullen helpen vormen, te vervullen.
In de meeste landen begint men overtuigd te worden van de noodzakelijkheid om jonge vrouwen, evenzeer als jonge mannen, met betrekking tot de venerische ziekten in te lichten. Zoo vindt in Duitschland Max Flesch, in zijnProstitution und Frauenkrankheiten, dat men alle meisjes aan het einde van haar schoolleven moest inlichten omtrent de ernstige physieke en maatschappelijke gevaren, waaraan vrouwen in het leven zijn blootgesteld. In Frankrijk eischt Duclaux (in zijnL’Hygiène Sociale) met nadruk, dat vrouwen niet langer onwetend moeten worden gehouden. “Reeds nu”, zegt hij, “kunnen dokters, die tegen hun wil door hun ambtsgeheim medeschuldigen van den echtgenoot geworden zijn, u vertellen van de ironische blikken, die zij somtijds ontmoeten, als zij trachten een vrouw te misleiden aangaande de oorzakenvan haar kwalen. De dag van opstand tegen de maatschappelijke leugen, die zooveel slachtoffers gemaakt heeft, begint te naderen, en dan zult ge genoodzaakt zijn vrouwen te leeren wat zij moeten weten om zich tegen u te beveiligen”. Het gaat in Amerika precies zoo. Hervorming op dit gebied, zegt Isidore Dyer, moet als devies voeren het motto, “Kennis is Gezondheid”, zoowel voor het lichaam als voor den geest, voor vrouwen zoowel als voor mannen. In een discussie, geopend door Denslow Lewis, op de jaarlijksche vergadering van deAmerican Medical Associationin 1901 over de bestrijding van de venerische ziekten (Medico-Legal Journal, Juni en September 1903), was men het er onder de sprekers tamelijk wel over eens, dat de voornaamste methode de opvoeding was, de opvoeding van vrouwen evenzeer als van mannen. “Opvoeding is de eenige weg tot verbetering”, verklaarde een van de sprekers (Seneca Egbert, uit Philadelphia) “en we zullen nooit veel vooruitkomen, voordat iedere jonge man en iedere jonge vrouw, zelfs vóór zij verliefd worden en verloofd raken, weten wat venerische ziekten zijn, en wat het zeggen wil als zij iemand trouwen, die er aan lijdt”. “Voedt vader en moeder op, en zij zullen hun zoons en dochters opvoeden”, roept Egbert Grandin uit, vooral met betrekking tot gonorrhoe (Medical Record, May 26, 1906); “Ik leg den nadruk op de dochter, omdat zij het meest zal lijden door de besmetting, en het is haar recht te weten, dat zij op haar hoede moet zijn zoowel voor den lijder aan gonorrhoe als voor den alcoholist”.
In de meeste landen begint men overtuigd te worden van de noodzakelijkheid om jonge vrouwen, evenzeer als jonge mannen, met betrekking tot de venerische ziekten in te lichten. Zoo vindt in Duitschland Max Flesch, in zijnProstitution und Frauenkrankheiten, dat men alle meisjes aan het einde van haar schoolleven moest inlichten omtrent de ernstige physieke en maatschappelijke gevaren, waaraan vrouwen in het leven zijn blootgesteld. In Frankrijk eischt Duclaux (in zijnL’Hygiène Sociale) met nadruk, dat vrouwen niet langer onwetend moeten worden gehouden. “Reeds nu”, zegt hij, “kunnen dokters, die tegen hun wil door hun ambtsgeheim medeschuldigen van den echtgenoot geworden zijn, u vertellen van de ironische blikken, die zij somtijds ontmoeten, als zij trachten een vrouw te misleiden aangaande de oorzakenvan haar kwalen. De dag van opstand tegen de maatschappelijke leugen, die zooveel slachtoffers gemaakt heeft, begint te naderen, en dan zult ge genoodzaakt zijn vrouwen te leeren wat zij moeten weten om zich tegen u te beveiligen”. Het gaat in Amerika precies zoo. Hervorming op dit gebied, zegt Isidore Dyer, moet als devies voeren het motto, “Kennis is Gezondheid”, zoowel voor het lichaam als voor den geest, voor vrouwen zoowel als voor mannen. In een discussie, geopend door Denslow Lewis, op de jaarlijksche vergadering van deAmerican Medical Associationin 1901 over de bestrijding van de venerische ziekten (Medico-Legal Journal, Juni en September 1903), was men het er onder de sprekers tamelijk wel over eens, dat de voornaamste methode de opvoeding was, de opvoeding van vrouwen evenzeer als van mannen. “Opvoeding is de eenige weg tot verbetering”, verklaarde een van de sprekers (Seneca Egbert, uit Philadelphia) “en we zullen nooit veel vooruitkomen, voordat iedere jonge man en iedere jonge vrouw, zelfs vóór zij verliefd worden en verloofd raken, weten wat venerische ziekten zijn, en wat het zeggen wil als zij iemand trouwen, die er aan lijdt”. “Voedt vader en moeder op, en zij zullen hun zoons en dochters opvoeden”, roept Egbert Grandin uit, vooral met betrekking tot gonorrhoe (Medical Record, May 26, 1906); “Ik leg den nadruk op de dochter, omdat zij het meest zal lijden door de besmetting, en het is haar recht te weten, dat zij op haar hoede moet zijn zoowel voor den lijder aan gonorrhoe als voor den alcoholist”.
Wij moeten ten volle het feit onder de oogen zien, dat de vrouw zelf verantwoordelijk gesteld moet worden, evenzeer als de man, voor het verzekeren van de juiste voorwaarden van een huwelijk dat zij plan heeft aan te gaan. In de praktijk mag ongetwijfeld die verantwoordelijkheid eerst worden toevertrouwd aan ouders of voogden. Het is onredelijk, dat er aan een van beide zijden eenige valsche schaamte zou gevoeld worden over deze zaak. Geldzaken en kwesties van inkomen worden vóór het huwelijk besproken, en nu de publieke opinie gezonder wordt zal niemand de noodzakelijkheid in twijfel trekken van het bespreken van de nog ernstiger kwestie der gezondheid, evenzeer die van den toekomstigen bruidegom als die van de bruid. Een groote mate van ziekte en ongeluk in het huwelijk zou voorkomen worden als, voordat een engagement geheel voor gesloten verklaard werd, beide partijen zich door een dokter lieten onderzoeken en hem het recht toekenden het resultaat van dat onderzoek aan de andere partij mede te deelen. Zulk een onderzoek zou zich veel verder dan de venerische ziekten uitstrekken. Als de noodzakelijkheid ervan algemeen erkend werd, zou dat een einde maken aan veel bedrog, dat nu bij het aangaan van het huwelijk gepleegd wordt. Het gebeurt tegenwoordig voortdurend, dat de eene partij of de andere het bestaan verbergt van de een of andere ernstige kwaal, die spoedig na het huwelijk ontdekt wordt, soms met een pijnlijken en verontrustenden schok—bv. wanneer een man zijn vrouw op den huwelijksavond in een aanval van vallende ziekte vindt—en altijd met het bittere gevoel dat men er in geloopen is. Er kan geen redelijken twijfel aan bestaan, dat zulk verbergen een voldoende reden is tot echtscheiden. Sir Thomas More trachtteongetwijfeld tegen zulk bedrog te waken, waar hij in zijnUtopiavoorschreef, dat iedere partij voor het huwelijk naakt aan de andere partij zou vertoond worden. De dwaze ceremonie, die hij beschrijft, berustte op een verstandig idee, want het is belachelijk, als het niet dikwijls in zijn gevolgen tragisch was, dat eenig persoon zou genoodzaakt zijn in de meest intieme verhouding te leven met iemand, van wie hij of zij maar een klein deel gezien heeft.
Het kan noodig zijn er op te wijzen, dat iedere stap in deze richting de spontane handeling moet zijn van individuen, die hun leven inrichten naar de regels van een verlicht geweten, en niet ingevoerd kan worden door het bevel van de gemeenschap, die bij de wet haar bevelen doorzet. In deze zaken kan de wet eerst komen aan het einde en niet aan het begin. In de essentieele zaken van het huwelijk en de voortplanting, worden de wetten eerst gemaakt in het brein en het geweten van individuen als leiddraad voor henzelf. Zoolang zulke wetten niet belichaamd zijn in de werkelijke praktijk van de groote meerderheid der gemeenschap is het nutteloos voor regeeringen om ze bij statuten te bepalen. Zij zullen geen uitwerking hebben of anders zullen ze nog erger dan geen uitwerking hebben, doordat ze verkeerdheden in het leven roepen, die niet bedoeld waren. Wij kunnen alleen tot den wortel van de zaak komen door aan te dringen op opvoeding in moreele verantwoordelijkheid en onderwijs in feiten.
De kwestie doet zich voor, wie de beste persoon is om dit onderwijs te geven. Zooals we gezien hebben, kan er weinig twijfel aan zijn, dat vóor de puberteit de ouders en voornamelijk de moeder, de juiste leermeesters van hun kinderen zijn op sexueel gebied. Maar nà de puberteit is de zaak veranderd. De jongen en het meisje worden minder ontvankelijk voor den invloed der ouders, er ontstaat een zekere beschroomdheid aan beide kanten, en de ouders bezitten maar zelden de meer technische kennis, die nu vereischt wordt. Op dit stadium wordt het wenschelijk, dat de hulp van den dokter, van den huisdokter, als hij de juiste eigenschappen voor de taak bezit, moet worden ingeroepen. De methode, die gewoonlijk aanbevolen wordt, en die reeds nu in ruimen kring in praktijk gebracht wordt, is die van het houden van lezingen, die de voornaamste feiten over venerische ziekten, de gevaren ervan en de onderwerpen, die daarmee in verband staan uiteen zetten35. Deze methode is uitstekend. Zulke lezingen moesten bij tusschenpoozen door medici gehouden worden in alle groote steden, in havenplaatsen, in onderwijs-inrichtingen en militaire centra, waareen groot aantal jonge menschen te zamen zijn. Het moest de taak van de opvoedkundige autoriteiten van genoemde centra zijn, hetzij de lezingen zelf te organiseeren, hetzij aan hen, die gezag uitoefenen over jonge menschen of ze in dienst hebben, den plicht op te dragen voor zulke lezingen te zorgen. De lezingen moeten opengesteld worden voor allen, die den leeftijd van zestien jaar bereikt hebben.
In Duitschland schijnt het principe van onderwijs door middel van lezingen over venerische ziekten reeds doorgevoerd te zijn, in ieder geval wat jonge mannen betreft, en van zulke lezingen wordt voortdurend meer gebruik gemaakt. In 1907 richtte de Minister van Onderwijs cursussen op over sexueelehygiëneen venerische ziekten, die door dokters gehouden werden; het bijwonen ervan werd evenwel niet verplichtend gesteld. De cursussen, die tegenwoordig veelal door medici aan de hoogere klassen van de Duitsche lagere scholen over de algemeene grondbeginselen van sexueele anatomie en physiologie gegeven worden, omvatten bijna altijd sexueelehygiënemet speciale verwijzing naar venerische ziekten (zie bv,Sexualpädagogik, blz. 131–153). Ook in Oostenrijk worden lezingen gehouden over persoonlijke hygiëne en de gevaren van venerische ziekten worden aan de leerlingen, die op het punt zijn het gymnasium te verlaten en naar de universiteit te gaan, uiteengezet; de werkliedenclubs hebben cursussen ingesteld over dezelfde onderwerpen, ook gehouden door medici. In Frankrijk werken vele beroemde mannen, zoowel in als buiten de medische wereld voor de zaak van het onderwijs aan jonge menschen in sexueelehygiëne, hoewel zij tegen een meer hardnekkige mate van vooroordeel en preutschheid te strijden hebben van de zijde der middenklasse dan men in de Duitsche landen kan vinden. DeCommission Extraparlementaire du Régime des Moeurs, te zamen met Augagneur, Alfred Fournier, Yves Guyot, Gide en andere beroemde professoren, leeraars enz., heeft zich onlangs uitgesproken ten gunste van het officieel instellen van onderwijs in de sexueelehygiëne, te geven in de hoogste klassen van de lycées, of in de eerste klassen van het eerste leerjaar van de universiteit; zulk onderwijs, beweert men, zou niet alleen de noodige kennis geven, maar het zou ook den zin voor moreele verantwoordelijkheid aankweeken. Er is in Frankrijk ook een werkzame en beroemdeSociété Française de Prophylaxie Sanitaire et Morale, die niet officieel is en die openbare lezingen houdt over sexueele hygiëne. Fournier, Pinard, Burlureaux en andere uitstekende medici hebben over dit onderwerp vlugschriften geschreven om in het openbaar te doen uitdeelen (zie bv.LeProgrèsMédicalvan September 1907). In Engeland en de Vereenigde Staten is nog heel weinig gedaan in deze richting, maar in de Vereenigde Staten ten minste begint de publieke opinie ten gunste van deze actie snel te veranderen (zie bv. W. A. Funk, “The Venereal Peril”,Medical Record, April 13, 1907). De “American Society of Sanitary and Moral Prophylaxis” (gebaseerd op de maatschappij, die in 1900 in Parijs gesticht werd door Fournier) werd in 1905 in New-York opgericht. Er zijn meer dergelijke maatschappijen in Chicago en Philadelphia. Het voornaamste doel is het bestudeeren van venerische ziekten en het aansturen op controleering ervan van staatswege. Dokters en leeken, zoowel mannen als vrouwen zijn lid. Lezingen en besprekingen worden nu onder bescherming van deze genootschappen met toenemend succes gehouden voor kleine groepen jonge vrouwen, die in maatschappelijke betrekkingen werkzaam zijn, op andere wijzen; de instelling der lezingen blijkt een uitstekende methode te zijn om de jonge vrouwen van den werkmansstand te bereiken, Zoowel mannelijke als vrouwelijke dokters nemen deel aan de lezingen (Clement Cleveland,Presidential Addressover “Prophylaxis of Venereal Diseases”,Transactions American Gynaecological Society, Philadelphia, deel XXXII, 1907).Een belangrijk hulpmiddel bij het uitvoeren van de taak der sexueele hygiëne,en tevens voor het verspreiden van nuttige kennis, wordt verschaft door het geven van een kaart ter inlichting over hygiënische zaken aan iederen syphilitischen patiënt in klinieken, waar zulke gevallen behandeld worden, mèt een waarschuwing tegen de gevaren van een huwelijk binnen vier of vijf jaar na de infectie, en in geen geval zonder medischen raad. Zulk een gedrukte instructie in duidelijke, eenvoudige en scherpe taal moest aan iederen syphilis-patiënt in handen gegeven worden als een zaak van gewoonte, en het zou even goed zijn een daarmee overeenkomende kaart te hebben voor gonorrhoe-patiënten. Dit plan is reeds in sommige hospitalen ingevoerd, en het is een zoo eenvoudige en goede voorzorgsmaatregel, dat ze zonder twijfel algemeen aangenomen zal worden. In sommige landen wordt deze maatregel op ruimer schaal toegepast. Zoo worden in Oostenrijk, als het resultaat van de beweging, waarin verschillende universiteitsprofessoren een werkzaam deel genomen hebben, blaadjes en circulaires verspreid onder jonge werklieden, fabrieksarbeiders, studenten en leerlingen, die de handelsscholen verlaten, waarin in het kort de voornaamste symptomen uiteengezet worden van venerische ziekten en die waarschuwen tegen kwakzalvers en geheime middelen.In Frankrijk, waar groote maatschappelijke kwesties soms met meer ridderlijken moed aangevat worden dan ergens anders, zijn de gevaren van syphilis, en de maatschappelijke positie van de prostituée, behalve door medici, ook door beroemde romanschrijvers en dramatici behandeld. Huysmans riep deze beweging in het leven met zijn eersten roman,Marthe, die onmiddellijk door de politie werd onderdrukt. Kort daarna publiceerde Edmond de GoncourtLa Fille Elisa, de eerste belangrijke roman van deze soort door een bekend schrijver. Deze was met veel terughouding geschreven en was geen werk van hooge artistieke waarde, maar de schrijver zag een groot maatschappelijk probleem moedig onder de oogen en zette duidelijk de nadeelen van de gewone houding jegens de prostitutie uiteen. De roman werd tot drama bewerkt en door Antoine gespeeld in hetThéâtre Libre, maar toen, in 1891, Antoine dit wilde opvoeren op het Porte-Saint-Martintooneel, kwam de censor tusschenbeide en verbood de opvoering om de “contexture générale” ervan. De Minister van Opvoeding verdedigde dit besluit, op grond dat er veel in het stuk was dat tegenzin en walging zou opwekken. “Afstooting is hier moreeler dan aantrekking”, riep Paul Déroulède uit, en de couranten critiseerden een veroordeeling, die op het tooneel al de pikante onfatsoenlijkheden, die de prostitutie begunstigen, duldt, maar die geen aanval op de prostitutie verdragen kan. In later jaren hebben de broeders Margueritte, zoowel in romans als in tijdschriften, in ruime mate hun groote bekwaamheden en hun hooge literaire kunde dienstbaar gesteld aan de moedige en verlichte voorspraak van vele maatschappelijke hervormingen. Victor Margueritte heeft in zijnProstituée(1907)—een roman, die in ruimen kring de aandacht getrokken heeft en in verschillende talen vertaald is—getracht den toestand der vrouwen in onze bestaande maatschappij te beschrijven, en meer speciaal den toestand van de prostituée onder wat hij beschouwt als een hatelijk en onrechtvaardig systeem, het systeem, dat nu nog bestaat. Het boek is een getrouw beeld van de werkelijke feiten, dank zij de hulp, die de schrijver ontving van de ParijschePréfecture de Police, en voor een groot deel om die reden is het een niet geheel bevredigend kunstwerk, maar het geeft een levendig en scherp beeld van de wreedheid, onverschilligheid en huichelachtigheid, die zoo dikwijls door mannen aan vrouwen betoond wordt; het is een boek, dat om die reden niet in tè ruimen kring gelezen kan worden. Een van de meest bekende van de moderne tooneelstukken isLes Avariésvan Brieux (1902). Deze beroemde dramatist, zelf een medicus, draagt zijn stuk op aan Fournier, den grootsten der syphilographen. “Ik denk met u”, schrijft hij hier, “dat syphilis veel van zijn gevaarlijkheid zal verliezen, zoodra het mogelijk is openlijk te spreken van een kwaad, dat nòch een schande nòch een straf is, en wanneer zij, die er aan lijden, wetende welke ellenden zij misschien kunnen verspreiden, beter hun plicht zullen begrijpenjegens anderen en jegens zichzelf”. De geschiedenis, die in het drama ontwikkeld wordt, is de oude en typische geschiedenis van den jongen man, die zijn jonggezellenleven doorleefd heeft op wat hij beschouwt als een fatsoenlijke en regelmatige wijze, daar hij maar twee meisjes gehad heeft, die geen van beide prostituée waren; maar aan het einde van dezen tijd, bij een vroolijk souper, waar hij afscheid neemt van zijn jonggezellenleven, vergeet hij zich en wordt met syphilis geïnfecteerd; zijn huwelijk nadert en hij gaat naar een beroemd specialist, die hem waarschuwt, dat behandeling tijd kost en dat een huwelijk voor verscheidene jaren onmogelijk is; hij vindt echter een kwakzalver, die het op zich neemt hem in een half jaar te genezen; aan het einde van dezen tijd trouwt hij; een syphilitisch kind wordt geboren; zijn vrouw ontdekt den stand van zaken en verlaat het huis om naar haar ouders terug te keeren; haar verontwaardigde vader, een lid van het Parlement, komt in Parijs; het stuk eindigt bij den grooten specialist, die eindelijk eenige vrede en hoop in de familie brengt. De moraal van het stuk is in hoofdzaak deze, dat het de plicht is van de ouders van de bruid vóor het huwelijk te informeeren naar de gezondheid van den bruidegom; dat de bruidegom een attest van den dokter moet overleggen; dat bij ieder huwelijk de rol van den dokter minstens even belangrijk is als die van den notaris. Zelfs als het een minder goed kunstwerk was, toch zouLes Avariéseen stuk blijven, dat uit een maatschappelijk en opvoedkundig oogpunt alleen, door allen, die den jongelingsleeftijd bereikt hebben, moest gezien worden.Een andere zijde van hetzelfde probleem wordt beschreven inPlus Fort que le Mal, een boek, dat in dramatischen vorm geschreven is (niet als een goed samengesteld tooneelstuk, dat bedoeld is voor het tooneel) door een beroemd Fransch medisch schrijver, die hier den naam aanneemt van Espy de Metz. De schrijver (die echter niet voor zijn eigen zaak pleit) vraagt om een meer sympathieke houding jegens hen, die aan syphilis lijden, en hoewel hij met veel minder dramatische vaardigheid schrijft dan Brieux, en zijn moraal nauwelijks in een zoo duidelijken vorm weet te gieten, is zijn werk een belangrijke bijdrage tot de dramatische literatuur van de syphilis.Het zal waarschijnlijk wel eenigen tijd duren eer deze kwesties, belangrijk als zij zijn uit dramatisch en maatschappelijk oogpunt, op het Engelsche of het Amerikaansche tooneel ingevoerd zijn. Het is een opmerkelijk feit, dat, niettegenstaande het Puriteinsche element, dat nog in de Angelsaksische gedachte en gevoel over het algemeen bestaat, de Puriteinsche levensbeschouwing nooit hare uitdrukking gevonden heeft in het Engelsche of Amerikaansche drama. Op het Engelsche tooneel mag men zelfs niet zinspelen op de tragische zijde der losbandigheid; de ondeugd moet altijd verleidelijk gemaakt worden, zelfs als eendeus ex machinatoch zorgt, dat ze op het eind haar loon krijgt. Zooals Mr. Bernard Shaw gezegd heeft, bant het Engelsche tooneel geenszins de ondeugd; alleen wil het, dat ze aantrekkelijk gemaakt zal worden; de bekoringen ervan worden op den voorgrond gesteld, de straf ervoor verborgen. “Nu is het nutteloos te beweren, dat het tooneel niet de juiste plaats is voor het voorstellen en bespreken van onwettige verbintenissen, bloedschande en venerische ziekten. Als het tooneel de juiste plaats is voor het vertoonen en bespreken van verleiding, echtbreuk, promiscuïteit en prostitutie, dan moet het geopend worden voor het vertoonen van al de gevolgen van deze dingen, anders zal het de natie demoraliseeren”.De impuls om te eischen, dat de ondeugd altijd aantrekkelijk moet zijn, is werkelijk, wat de schijn ook moge wezen, geen slechte impuls. Hij komt voort uit een geestelijke verwarring, een gewone psychische neiging, die zich in het geheel niet beperkt tot Angelsaksische landen, en zelfs meer in het oog springt onder de beter opgevoede menschen. Er is hier een verwarring van het aesthetische met het moreele, en wat walging opwekt, wordt beschouwd als immoreel. In Frankrijk werd van de romans van Zola, den grootsten voorvechter voor de moraal, langen tijd geloofd, dat zij immoreel waren, omdat zijdikwijls walging opwekten. Hetzelfde gevoelen is nog meer verspreid in Engeland. Als een prostituée ten tooneele gebracht wordt, en als ze mooi is, goed-gekleed en verleidelijk, dan kan ze het geheele stuk doorzeilen en iedereen is tevreden. Maar als ze niet bijzonder mooi zou zijn, goed-gekleed, of verleidelijk, als het duidelijk bleek, dat zij ziek was en roekeloos anderen infecteerde met haar ziekte, als er op gezinspeeld werd, dat zij nu en dan leelijke taal kon uitslaan, als om kort te gaan, een beeld gegeven werd van het leven—dan zouden we hooren, dat de ongelukkige dramatist iets gemaakt had, dat “walgelijk” was en “immoreel”. Walgelijk zou het kunnen zijn, maar juist daarom zou het moreel zijn. Er is hier een onderscheid, waarop de psycholoog niet te dikwijls kan wijzen, de moralist niet te dikwijls den nadruk leggen kan.
In Duitschland schijnt het principe van onderwijs door middel van lezingen over venerische ziekten reeds doorgevoerd te zijn, in ieder geval wat jonge mannen betreft, en van zulke lezingen wordt voortdurend meer gebruik gemaakt. In 1907 richtte de Minister van Onderwijs cursussen op over sexueelehygiëneen venerische ziekten, die door dokters gehouden werden; het bijwonen ervan werd evenwel niet verplichtend gesteld. De cursussen, die tegenwoordig veelal door medici aan de hoogere klassen van de Duitsche lagere scholen over de algemeene grondbeginselen van sexueele anatomie en physiologie gegeven worden, omvatten bijna altijd sexueelehygiënemet speciale verwijzing naar venerische ziekten (zie bv,Sexualpädagogik, blz. 131–153). Ook in Oostenrijk worden lezingen gehouden over persoonlijke hygiëne en de gevaren van venerische ziekten worden aan de leerlingen, die op het punt zijn het gymnasium te verlaten en naar de universiteit te gaan, uiteengezet; de werkliedenclubs hebben cursussen ingesteld over dezelfde onderwerpen, ook gehouden door medici. In Frankrijk werken vele beroemde mannen, zoowel in als buiten de medische wereld voor de zaak van het onderwijs aan jonge menschen in sexueelehygiëne, hoewel zij tegen een meer hardnekkige mate van vooroordeel en preutschheid te strijden hebben van de zijde der middenklasse dan men in de Duitsche landen kan vinden. DeCommission Extraparlementaire du Régime des Moeurs, te zamen met Augagneur, Alfred Fournier, Yves Guyot, Gide en andere beroemde professoren, leeraars enz., heeft zich onlangs uitgesproken ten gunste van het officieel instellen van onderwijs in de sexueelehygiëne, te geven in de hoogste klassen van de lycées, of in de eerste klassen van het eerste leerjaar van de universiteit; zulk onderwijs, beweert men, zou niet alleen de noodige kennis geven, maar het zou ook den zin voor moreele verantwoordelijkheid aankweeken. Er is in Frankrijk ook een werkzame en beroemdeSociété Française de Prophylaxie Sanitaire et Morale, die niet officieel is en die openbare lezingen houdt over sexueele hygiëne. Fournier, Pinard, Burlureaux en andere uitstekende medici hebben over dit onderwerp vlugschriften geschreven om in het openbaar te doen uitdeelen (zie bv.LeProgrèsMédicalvan September 1907). In Engeland en de Vereenigde Staten is nog heel weinig gedaan in deze richting, maar in de Vereenigde Staten ten minste begint de publieke opinie ten gunste van deze actie snel te veranderen (zie bv. W. A. Funk, “The Venereal Peril”,Medical Record, April 13, 1907). De “American Society of Sanitary and Moral Prophylaxis” (gebaseerd op de maatschappij, die in 1900 in Parijs gesticht werd door Fournier) werd in 1905 in New-York opgericht. Er zijn meer dergelijke maatschappijen in Chicago en Philadelphia. Het voornaamste doel is het bestudeeren van venerische ziekten en het aansturen op controleering ervan van staatswege. Dokters en leeken, zoowel mannen als vrouwen zijn lid. Lezingen en besprekingen worden nu onder bescherming van deze genootschappen met toenemend succes gehouden voor kleine groepen jonge vrouwen, die in maatschappelijke betrekkingen werkzaam zijn, op andere wijzen; de instelling der lezingen blijkt een uitstekende methode te zijn om de jonge vrouwen van den werkmansstand te bereiken, Zoowel mannelijke als vrouwelijke dokters nemen deel aan de lezingen (Clement Cleveland,Presidential Addressover “Prophylaxis of Venereal Diseases”,Transactions American Gynaecological Society, Philadelphia, deel XXXII, 1907).
Een belangrijk hulpmiddel bij het uitvoeren van de taak der sexueele hygiëne,en tevens voor het verspreiden van nuttige kennis, wordt verschaft door het geven van een kaart ter inlichting over hygiënische zaken aan iederen syphilitischen patiënt in klinieken, waar zulke gevallen behandeld worden, mèt een waarschuwing tegen de gevaren van een huwelijk binnen vier of vijf jaar na de infectie, en in geen geval zonder medischen raad. Zulk een gedrukte instructie in duidelijke, eenvoudige en scherpe taal moest aan iederen syphilis-patiënt in handen gegeven worden als een zaak van gewoonte, en het zou even goed zijn een daarmee overeenkomende kaart te hebben voor gonorrhoe-patiënten. Dit plan is reeds in sommige hospitalen ingevoerd, en het is een zoo eenvoudige en goede voorzorgsmaatregel, dat ze zonder twijfel algemeen aangenomen zal worden. In sommige landen wordt deze maatregel op ruimer schaal toegepast. Zoo worden in Oostenrijk, als het resultaat van de beweging, waarin verschillende universiteitsprofessoren een werkzaam deel genomen hebben, blaadjes en circulaires verspreid onder jonge werklieden, fabrieksarbeiders, studenten en leerlingen, die de handelsscholen verlaten, waarin in het kort de voornaamste symptomen uiteengezet worden van venerische ziekten en die waarschuwen tegen kwakzalvers en geheime middelen.
In Frankrijk, waar groote maatschappelijke kwesties soms met meer ridderlijken moed aangevat worden dan ergens anders, zijn de gevaren van syphilis, en de maatschappelijke positie van de prostituée, behalve door medici, ook door beroemde romanschrijvers en dramatici behandeld. Huysmans riep deze beweging in het leven met zijn eersten roman,Marthe, die onmiddellijk door de politie werd onderdrukt. Kort daarna publiceerde Edmond de GoncourtLa Fille Elisa, de eerste belangrijke roman van deze soort door een bekend schrijver. Deze was met veel terughouding geschreven en was geen werk van hooge artistieke waarde, maar de schrijver zag een groot maatschappelijk probleem moedig onder de oogen en zette duidelijk de nadeelen van de gewone houding jegens de prostitutie uiteen. De roman werd tot drama bewerkt en door Antoine gespeeld in hetThéâtre Libre, maar toen, in 1891, Antoine dit wilde opvoeren op het Porte-Saint-Martintooneel, kwam de censor tusschenbeide en verbood de opvoering om de “contexture générale” ervan. De Minister van Opvoeding verdedigde dit besluit, op grond dat er veel in het stuk was dat tegenzin en walging zou opwekken. “Afstooting is hier moreeler dan aantrekking”, riep Paul Déroulède uit, en de couranten critiseerden een veroordeeling, die op het tooneel al de pikante onfatsoenlijkheden, die de prostitutie begunstigen, duldt, maar die geen aanval op de prostitutie verdragen kan. In later jaren hebben de broeders Margueritte, zoowel in romans als in tijdschriften, in ruime mate hun groote bekwaamheden en hun hooge literaire kunde dienstbaar gesteld aan de moedige en verlichte voorspraak van vele maatschappelijke hervormingen. Victor Margueritte heeft in zijnProstituée(1907)—een roman, die in ruimen kring de aandacht getrokken heeft en in verschillende talen vertaald is—getracht den toestand der vrouwen in onze bestaande maatschappij te beschrijven, en meer speciaal den toestand van de prostituée onder wat hij beschouwt als een hatelijk en onrechtvaardig systeem, het systeem, dat nu nog bestaat. Het boek is een getrouw beeld van de werkelijke feiten, dank zij de hulp, die de schrijver ontving van de ParijschePréfecture de Police, en voor een groot deel om die reden is het een niet geheel bevredigend kunstwerk, maar het geeft een levendig en scherp beeld van de wreedheid, onverschilligheid en huichelachtigheid, die zoo dikwijls door mannen aan vrouwen betoond wordt; het is een boek, dat om die reden niet in tè ruimen kring gelezen kan worden. Een van de meest bekende van de moderne tooneelstukken isLes Avariésvan Brieux (1902). Deze beroemde dramatist, zelf een medicus, draagt zijn stuk op aan Fournier, den grootsten der syphilographen. “Ik denk met u”, schrijft hij hier, “dat syphilis veel van zijn gevaarlijkheid zal verliezen, zoodra het mogelijk is openlijk te spreken van een kwaad, dat nòch een schande nòch een straf is, en wanneer zij, die er aan lijden, wetende welke ellenden zij misschien kunnen verspreiden, beter hun plicht zullen begrijpenjegens anderen en jegens zichzelf”. De geschiedenis, die in het drama ontwikkeld wordt, is de oude en typische geschiedenis van den jongen man, die zijn jonggezellenleven doorleefd heeft op wat hij beschouwt als een fatsoenlijke en regelmatige wijze, daar hij maar twee meisjes gehad heeft, die geen van beide prostituée waren; maar aan het einde van dezen tijd, bij een vroolijk souper, waar hij afscheid neemt van zijn jonggezellenleven, vergeet hij zich en wordt met syphilis geïnfecteerd; zijn huwelijk nadert en hij gaat naar een beroemd specialist, die hem waarschuwt, dat behandeling tijd kost en dat een huwelijk voor verscheidene jaren onmogelijk is; hij vindt echter een kwakzalver, die het op zich neemt hem in een half jaar te genezen; aan het einde van dezen tijd trouwt hij; een syphilitisch kind wordt geboren; zijn vrouw ontdekt den stand van zaken en verlaat het huis om naar haar ouders terug te keeren; haar verontwaardigde vader, een lid van het Parlement, komt in Parijs; het stuk eindigt bij den grooten specialist, die eindelijk eenige vrede en hoop in de familie brengt. De moraal van het stuk is in hoofdzaak deze, dat het de plicht is van de ouders van de bruid vóor het huwelijk te informeeren naar de gezondheid van den bruidegom; dat de bruidegom een attest van den dokter moet overleggen; dat bij ieder huwelijk de rol van den dokter minstens even belangrijk is als die van den notaris. Zelfs als het een minder goed kunstwerk was, toch zouLes Avariéseen stuk blijven, dat uit een maatschappelijk en opvoedkundig oogpunt alleen, door allen, die den jongelingsleeftijd bereikt hebben, moest gezien worden.
Een andere zijde van hetzelfde probleem wordt beschreven inPlus Fort que le Mal, een boek, dat in dramatischen vorm geschreven is (niet als een goed samengesteld tooneelstuk, dat bedoeld is voor het tooneel) door een beroemd Fransch medisch schrijver, die hier den naam aanneemt van Espy de Metz. De schrijver (die echter niet voor zijn eigen zaak pleit) vraagt om een meer sympathieke houding jegens hen, die aan syphilis lijden, en hoewel hij met veel minder dramatische vaardigheid schrijft dan Brieux, en zijn moraal nauwelijks in een zoo duidelijken vorm weet te gieten, is zijn werk een belangrijke bijdrage tot de dramatische literatuur van de syphilis.
Het zal waarschijnlijk wel eenigen tijd duren eer deze kwesties, belangrijk als zij zijn uit dramatisch en maatschappelijk oogpunt, op het Engelsche of het Amerikaansche tooneel ingevoerd zijn. Het is een opmerkelijk feit, dat, niettegenstaande het Puriteinsche element, dat nog in de Angelsaksische gedachte en gevoel over het algemeen bestaat, de Puriteinsche levensbeschouwing nooit hare uitdrukking gevonden heeft in het Engelsche of Amerikaansche drama. Op het Engelsche tooneel mag men zelfs niet zinspelen op de tragische zijde der losbandigheid; de ondeugd moet altijd verleidelijk gemaakt worden, zelfs als eendeus ex machinatoch zorgt, dat ze op het eind haar loon krijgt. Zooals Mr. Bernard Shaw gezegd heeft, bant het Engelsche tooneel geenszins de ondeugd; alleen wil het, dat ze aantrekkelijk gemaakt zal worden; de bekoringen ervan worden op den voorgrond gesteld, de straf ervoor verborgen. “Nu is het nutteloos te beweren, dat het tooneel niet de juiste plaats is voor het voorstellen en bespreken van onwettige verbintenissen, bloedschande en venerische ziekten. Als het tooneel de juiste plaats is voor het vertoonen en bespreken van verleiding, echtbreuk, promiscuïteit en prostitutie, dan moet het geopend worden voor het vertoonen van al de gevolgen van deze dingen, anders zal het de natie demoraliseeren”.
De impuls om te eischen, dat de ondeugd altijd aantrekkelijk moet zijn, is werkelijk, wat de schijn ook moge wezen, geen slechte impuls. Hij komt voort uit een geestelijke verwarring, een gewone psychische neiging, die zich in het geheel niet beperkt tot Angelsaksische landen, en zelfs meer in het oog springt onder de beter opgevoede menschen. Er is hier een verwarring van het aesthetische met het moreele, en wat walging opwekt, wordt beschouwd als immoreel. In Frankrijk werd van de romans van Zola, den grootsten voorvechter voor de moraal, langen tijd geloofd, dat zij immoreel waren, omdat zijdikwijls walging opwekten. Hetzelfde gevoelen is nog meer verspreid in Engeland. Als een prostituée ten tooneele gebracht wordt, en als ze mooi is, goed-gekleed en verleidelijk, dan kan ze het geheele stuk doorzeilen en iedereen is tevreden. Maar als ze niet bijzonder mooi zou zijn, goed-gekleed, of verleidelijk, als het duidelijk bleek, dat zij ziek was en roekeloos anderen infecteerde met haar ziekte, als er op gezinspeeld werd, dat zij nu en dan leelijke taal kon uitslaan, als om kort te gaan, een beeld gegeven werd van het leven—dan zouden we hooren, dat de ongelukkige dramatist iets gemaakt had, dat “walgelijk” was en “immoreel”. Walgelijk zou het kunnen zijn, maar juist daarom zou het moreel zijn. Er is hier een onderscheid, waarop de psycholoog niet te dikwijls kan wijzen, de moralist niet te dikwijls den nadruk leggen kan.
Het ligt niet op den weg van den medicus zijn eigen taak als leeraar gecompliceerd en verward te maken door ze te vermengen met beschouwingen, die tot de geestelijke sfeer behooren. Maar terwijl hij onpartijdig zijn speciale werk doet door de jonge menschen voor te lichten, zal hij altijd goed doen zich te herinneren, dat er in den geest van den jongeling, zooals we in een vorig hoofdstuk hebben moeten aantoonen, een spontane kracht is, die werkt ten gunste van de sexueele hygiëne. Zij, die gelooven, dat de geest van den jongeling alleen maar uit is op zinnelijk toegeven, zijn er niet minder naast en hebben niet minder nadeeligen invloed, dan zij, die het voor mogelijk en wenschelijk houden, dat jonge menschen in volkomenonwetendheidblijven over sexueele zaken. Hoe verborgen, onderdrukt, of vervormd—gewoonlijk door de misplaatste en voorbarige ijver van dwaze ouders en leeraren—er ontstaan in de puberteit ideale aandriften, die, al wortelen zij ook in de sekse, toch in hun doel boven de sekse uitkomen. Deze kunnen veel machtiger gidsen worden voor den physieken sekse-impuls, dan zuiver materieele of zelfs hygiënische overwegingen.
Het is tijd deze beschouwing over het voorkomen van venerische ziekten samen te vatten en te eindigen, welke ziekten, al mogen ze aan den oppervlakkigen beschouwer alleen maar een medische en gezondheidskwestie toeschijnen, buiten de sfeer van den psycholoog, toch bij nauwkeuriger beschouwing blijken in nauw verband te staan zelfs met de meest geestelijke opvatting van de sexueele verhoudingen. Niet alleen zijn venerische ziekten de vijanden van de fijnere ontwikkeling van het ras, maar wij kunnen niet komen tot een gezonde en mooie beschouwing van de verhoudingen van de seksen, zoo lang deze ieder oogenblik in hun oorsprong kunnen worden bedorven en ondermijnd. Wij kunnen nog niet precies den tijd berekenen, die moet verloopen eer, voor zoover Europa tenminste betreft, syphilis en gonorrhoe heengezonden zijn naar dat vagevuur van monsterachtige oude doode kwalen, waar pest en melaatschheid heengegaan zijn en waar de pokken al dicht bij zijn. Maar de maatschappij begint te erkennen, dat ook op dit gebied de wapenen licht en lucht moeten toegelaten worden,het zwaard en het harnas, waarmee alleen alle ziekten kunnen worden bestreden. Zooals we gezien hebben, zijn er vier methoden, waarop in de meer verlichte landen venerische ziekten nu beginnen bestreden te worden36. (1) Door openlijk te verklaren, dat de venerische ziekten ziekten zijn evenals iedere andere ziekte, hoewel ze arglistiger en vreeselijker zijn dan de meeste, die ieder kunnen aanvallen van het ongeboren kind af tot zijn grootmoeder toe, en dat ze niet, meer dan andere ziekten, de schandelijke, rechtvaardige straffen zijn voor zonde, waarvoor alleen verlichting gezocht kan worden, zoo ze al gezocht wordt, in het geheim, maar dat ze algemeen menschelijke kwalen zijn; (2) door het aannemen van methoden voor het geven van officieele voorlichting over de uitgebreidheid, de verdeeling en de verscheidenheid der venerische ziekten door middel van de reeds erkende methode van aangifte en op andere wijze, en door het verschaffen van zulke faciliteiten voor de behandeling, vooral voor eenkosteloozebehandeling, als noodig gevonden kunnen worden; (3) door het oefenen van den individueelen zin voor moreele verantwoordelijkheid, zoodat ieder lid van de gemeenschap zal erkennen, dat het besmetten van een ander persoon met een ernstige ziekte, zelfs alleen als resultaat van roekelooze nalatigheid, een ernstiger misdaad is, dan als hij of zij als aanval een mes gebruikt had of een geweer of vergif, en dat het noodig is in ieder land speciale wettige voorzorgen te nemen om er toe bij te dragen de nadeelen van zulke schaden te herstellen en straffen in te stellen door vrijheidsverlies of op andere wijze; (4) door het verspreiden van hygiënische kennis, zoodat alle jonge menschen, jonge mannen zoowel als jonge meisjes bij het begin van hun volwassen leven mogen worden voorzien van de noodige kennis, die hen zal helpen de grootere gevaren van besmetting te vermijden en hen in staat zal stellen het gevaar in de eerste stadien te herkennen en te bestrijden.
Eenige jaren geleden, toen geen methode ter bestrijding van venerische ziekten bekend was behalve het systeem van contrôle van politiewege, dat nu in verval is, zou het onmogelijk geschenen hebben zulke beschouwingen als deze te opperen; zij zouden een “utopie” geschenen hebben. Tegenwoordig worden zij niet alleen erkend als praktisch, maar zij worden feitelijk al in praktijk gebracht, hoewel met zeer varieerende energie en verschillend inzicht in verschillende landen. Toch is het wel zeker, dat in den wedstrijd der naties, zooals Max Neissen gezegd heeft, “dat landhet best de leiding zal nemen in den loop van de beschaving, dat den profetischen blik heeft en den moed om die eischen van sexueele hygiëne in te voeren en door te voeren, die zoo’n ruime en veelbeteekenende betrekking hebben op zijn eigen toekomst, en op die van het menschelijk ras in het algemeen”37.