1Rosenthal, uit Breslau, gaat zoo ver, dat hij van juridische zijde beweert (“Grundfragen des Eheproblems”,Die Neue Generation, Dec., 1908), dat de bedoeling van de voortplanting voor het begrip van wettig huwelijk essentieel is.↑2J. A. Godfrey,Science of Sex, p. 119.↑3E. D. Cope, “The Marriage Problem”,Open Court, Nov., 1888.↑4Zie boven, p. 359.↑5Wächter,Ehescheidungen, blz. 95et seq.; Esmein,Marriage en Droit Canonique, deel I, p. 6; Howard,History of Matrimonial Institutions, deel II, p. 15. Howard meent (in overeenstemming met Lecky), dat van de vrijheid tot echtscheiden alleen misbruik gemaakt werd door een klein deel van de Romeinsche bevolking, en dat zulk een misstand, voor zoover hij bestond, niet de oorzaak was van achteruitgang van de moraal in Rome.↑6De meeningen van de Christelijke Kerkvaders waren zeer afwisselend, en ze wisten soms zelf niet, wat ze meenden; zie bv. de meeningen, verzameld door Cranmer en opgesomd door Burnet,History of Reformation(ed. Nares), deel II, p. 91.↑7Constantijn, de eerste Christelijke Keizer, stelde een streng en eigenaardige wet op de echtscheiding voor (die een vrouw toestond echtscheiding te verkrijgen van haar man, alleen als hij een moordenaar was, iemand vergiftigd had, of een grafschenner was), maar deze wet kon niet staande gehouden worden. Dus beval Anastasius in 497 echtscheiding met wederzijdsch goedvinden. Dit werd afgeschaft door Justinianus, die alleen echtscheiding toestond bij verschillende gespecificeerde oorzaken, daaronder echtbreuk van den man. Deze beperkingen bleken echter niet houdbaar, en de opvolger en neef van Justinianus, Justinus, herstelde weer de echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden. Ten slotte, in 870, kwam Leo de wijsgeer weer terug op het voorstel van Justinianus (zie b.v. Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, arts. “Adultery”en“Marriage”).↑8Het element van eerbied in de houding van de Germanen in den eersten tijd jegens vrouwen en de voorrechten, die zelfs getrouwde vrouwen hadden, schijnen, voor zoover als Tacitus als een betrouwbaar gids beschouwd kan worden, de overgebleven sporen te zijn van een vroeger maatschappelijk stadium op een meer matriarchale basis. Zij zijn zeer duidelijk zichtbaar bij het begin van de Duitsche geschiedenis. Van den beginne echter waren, hoewel echtscheiding met wederzijdsch goedvinden mogelijk schijnt geweest te zijn, de Duitsche zeden zonder erbarmen voor de getrouwde vrouw, die ontrouw was, of onvruchtbaar, of die op andere wijze aanstoot gaf, hoewel het eenigen tijd lang na het invoeren van het Christendom voor den Duitschen echtgenoot geen misdaad was echtbreuk te plegen. (Westermarck,Origin of the Moral Ideas, deel II, p. 453).↑9“Deze vorm van huwelijk”, zegt Hobhouse (op. cit., deel I, p. 156),“staat in nauw verband met de uitbreiding van de rechten van den man”. Vergelijk Howard,op. cit., deel I, p. 231. De zeer lage plaats van de Duitsche vrouw in de middeleeuwen wordt duidelijk gemaakt door Hagelstange,Süddeutsches Bauernleben im Mittelalter, 1898, blz. 70et seq.↑10Howard,op. cit., deel I, p. 259; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art.Arrhae. Het schijnt echter dat de “bruidkoop”, waarvan Tacitus spreekt, niet strikt de verkoop was van een stuk vee of van een slavinnetje, maar de verkoop van demundof het recht van bescherming over het meisje. Het is waar, dat de beteekenis misschien niet altijd duidelijk is geweest aan hen, die deel namen aan de handeling. Evenzoo was de Angelsaksische verloving niet zoozeer een betalen van den prijs van de bruid aan haar verwanten, hoewel zij natuurlijk een voordeeltje uit de handeling konden slaan, als wel een verbond, dat fatsoenlijke behandeling van de vrouw als vrouw en weduwe eischte. Herinneringen hieraan, merken Pollock en Maitland op (op. cit., deel II, p. 364), kan men vinden in “die merkwaardige rommelkamer voor antiquiteiten, het huwelijksritueel van de Engelsche kerk”.↑11J. Wickham Legg,Ecclesiological Essays, p. 189. We mogen er aan toevoegen dat het denkbeeld van de onderwerping van de vrouw aan den man in een tamelijk vroeg stadium in de Christelijke kerk voor den dag kwam, en ongetwijfeld onafhankelijk van Germaansche invloeden; de heilige Augustinus zeide (Sermo XXXVII, cap. VI) dat een goedemater familiaszich niet moest schamen zich de dienstmaagd van haar man te noemen (ancilla).↑12Zie b.v. L. Gautier,La Chevaleriehoofdst. IX.↑13Howard,op. cit., deel I, blz. 278–281, 386. DeArrhakwam te voorschijn in de Romeinsche wet in de zesde eeuw.↑14Howard,op. cit., deel I, blz. 293et seq.; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art. “Contract of Marriage”.↑15Alle latere veranderingen in het Katholieke canonieke recht hebben het huwelijk alleen nog maar enger gemaakt en nog verder van de praktijk van de wereld afgebracht. Bij een decreet van den paus van 1907, wordt verklaard, dat burgerlijke huwelijken en huwelijken op niet-katholieke plaatsen van eeredienst niet alleen zondig zijn en onwettig (wat ze tevoren ook al waren), maar van nul en geenerlei waarde.↑16E. S. P. Haynes,Our Divorce Law, p. 3.↑17Het was het Concilie van Trente, in de zesde eeuw, dat de kerkelijke riten maakte tot een essentieel punt voor een bindend huwelijk; maar zelfs toen stemden zes en vijftig prelaten tegen die beslissing.↑18Esmen,op. cit., deel I, p. 91.↑19Soms zegt men, dat de Katholieke kerk de verkeerdheden van haar leer van de onontbindbaarheid van het huwelijk matigt door een aantal beletselen voor het huwelijk aan te nemen, terwijl ze vrije speelruimte laat aan hen, die vrijstelling van het huwelijk willen hebben. Dit schijnt echter nauwelijks het geval te zijn. Dr. P. J. Hayes, die als kanselier van de Katholieke aartsdiocese van New-York met gezag spreekt, zegt (“Impediments to Marriage in the Catholic Church”,North American Review, Mei 1905), dat zelfs in een zoo moderne en gemengde gemeenschap als deze er maar weinig aanvragen zijn om dispensatie ten gevolge van beletsels; er zijn per jaar 15.000 Katholieke huwelijken in de stad New-York, maar alleen bij vijf per jaar wordt er navraag naar gedaan of ze wel geldig zijn, en dan voornamelijk op grond van bigamie.↑20De Canonisten, zeggen Pollock en Maitland (loc. cit.), “hebben een willekeurige chaos gemaakt van de huwelijkswet”. “Zelden”, zegt Howard (op. cit., deel I, p. 340), “hebben theorie en fijne haarkloverijen verderfelijker gevolgen gehad in het practische leven dan toen ze het onderscheid tusschensponsalia de praesentiende futurovaststelden”.↑21Howard,op. cit., deel I, p. 386et seq.Over het geheel was echter de meening van Luther, dat het huwelijk, hoewel heilig en geheimzinnig, geen sacrament is; zijn verschillende gezegden over de zaak zijn te zamen gebracht door Strumpff,Luther über die Ehe, blz. 204–214.↑22Howard,op. cit., deel II, p. 61et seq.↑23Waarschijnlijk bleef, als een resultaat van de eenigszins verwarde en onsamenhangende houding van de Hervormers, de canonieke wet in Protestantsche landen inderdaad langer van kracht dan in Katholieke landen; vooral in Frankrijk is ze ingrijpender veranderd. (Esmein,op. cit., deel I, p. 33).↑24De opvatting der kwakers over het huwelijk is nog heden van machtigen invloed. “Waarom”, zegt Mrs. Besant (Marriage, p. 19), “zouden we niet wat van de kwakers overnemen, en voor de tegenwoordige wettige vormen van het huwelijk een eenvoudige verklaring, in het openbaar gedaan, in de plaats stellen?”↑25Howard,op. cit., deel II, p. 456. De werkelijke praktijk in Pennsylvanië schijnt echter weinig te verschillen van die in de andere Staten.↑26Howard,op. cit., deel II, p. 109. “Het is werkelijk verwonderlijk”, merkt Howard op, “dat een groote natie, die zich beroemt op liefde voor gelijkheid en maatschappelijke vrijheid, volle vijf generaties lang een hatelijke verdraagzaamheid toelaat, eer dan zich vrij en moedig te bevrijden van de banden van een kerkelijke traditie”.↑27“Het gedwongen voortzetten van een ongelukkige vereeniging is misschien het immoreelste ding, dat een beschaafde maatschappij ooit gezien, nog veel minder aangemoedigd heeft”, zegt Godfrey (Science of Sex, p. 123). “Het moreele van een vereeniging hangt af van het wederzijdsch verlangen, en een vereeniging, die door een andere oorzaak wordt voorgeschreven, ligt buiten de beschaving, hoezeer de gewoonte ze moge erkennen, of de godsdienst en de wet ze moge goedkeuren”.↑28Echtbreuk wordt in de meeste wilde en barbaarsche maatschappijen, zooals Westermarck zegt, beschouwd als “een onwettig zich toeëigenen van de rechten, die de echtgenoot uitsluitend verkregen heeft door den koop van zijn vrouw, als een vergrijp tegen den eigendom”; de verleider wordt daarom gestraft als een dief, met boete, verminking, zelfs dood (Origin of the Moral Ideas, deel II blz. 447et seq.;id.,History of Human Marriage, p. 121). Bij sommige volken wordt alleen de verleider en niet de vrouw gestraft.↑29Er wordt soms gezegd ter verdediging van de eischen tot schadevergoeding voor het verleiden van een getrouwde vrouw, dat vrouwen dikwijls zwak zijn en niet in staat weerstand te bieden aan toenadering van een man, zoodat de wet zwaar zou moeten drukken op den man, die zich die zwakheid ten nutte maakt. Dit argument schijnt wat verouderd. De wet begint de verantwoordelijkheid zelfs van de getrouwde vrouwen in andere opzichten aan te nemen, en kan wel nauwelijks weigeren ze ook aan te nemen voor het controleeren van haar eigen persoon. Bovendien, als het zoo natuurlijk is voor de vrouw om te zwichten, dan is het nauwelijks rechtmatig den man te straffen, met wien zij die natuurlijke daad gedaan heeft. Er moet verder gezegd worden, dat, als de echtbreuk van een vrouw alleen maar een onverantwoordelijke vrouwelijke zwakheid is, dat dan een zeer ongepaste ruwheid haar wordt aangedaan door het openlijk eischen van schadevergoeding van haar minnaar. Als we werkelijk dit argument aannemen, dan moeten we de middeleeuwsche kuischheidsgordel weer invoeren.↑30Howard,op. cit., deel II, p. 114.↑31Deze regel is in Engeland geenszins een doode letter. Zoo bracht in 1907 een vrouw, die haar huis had verlaten, terwijl ze een brief achterliet waarin ze zeide, dat haar man niet de vader van haar kind was, daarna een aanklacht uit wegens echtbreuk en omdat de man zich niet verdedigde, werd haar die toegestaan. Maar, daar de advocaat van de kroon (King’s Proctor) de feiten vernomen had, werd het vonnis vernietigd. Toen diende de man een aanklacht in tot echtscheiding, kon die echter niet verkrijgen daar hij reeds had toegegeven dat hij echtbreuk begaan had, door zich in het vorige geval niet te doen verdedigen. Hij bracht de zaak voor het hof van appèl maar zijn verzoek werd niet ingewilligd, daar het hof van meening was, dat “het verleenen van steun in zulk een geval niet was in het belang van de algemeene moraal”. De veiligste weg in Engeland om wat wettig “huwelijk” genoemd wordt absoluut onontbindbaar te maken, is dat beide partijen echtbreuk begaan.↑32Magnus Hirschfeld,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Oct. 1908.↑33H. Adner, “Die Richterliche Beurteilung der “Zerrütteten” Ehe”,Geschlecht und Gesellschaft, Band II, Deel 8.↑34Gross-Hoffinger,Die Schicksale der Frauen und die Prostitution, 1847; Bloch geeft een volledige opsomming van de resultaten van dit onderzoek in eenAppendixbij hoofdstuk X van zijnSexual Life of Our Time.↑35De echtscheiding in de Vereenigde Staten wordt in den breede besproken door Howard,op. cit., deel III.↑36H. Münsterberg,The Americans, p. 575. Evenzoo meent Dr. Felix Adler, in een studie over “The Ethics of Divorce” (The Ethical Record, 1890, p. 200), hoewel hij zelf geen voorstander van echtscheiding is, dat de eerste oorzaak voor het veel voorkomen van de echtscheiding in de Vereenigde Staten is de hooge positie der vrouwen.↑37In een belangwekkend artikel, met gevallen ter illustratie, over “Het Neurologische Element in den huwelijksafkeer”(Journal of Nervous andMentalDiseases, Sept. 1892) verwijst Smith Baker naar de gevallen waarin “een man hoe langer hoe meer antipathie tegen zijn vrouw begint te gevoelen, als hij haar naar verhouding minder ontwikkelde persoonlijkheid leert kennen. Terwijl hij misschien trouwde, voordat hij juist had leeren oordeelen over karakter en de neigingen daarvan, komt hij tot besef van het feit, dat hij in eere verplicht is zijn geheele physiologische leven te leven, niet met een werkelijke gezellin, maar met een surrogaat.”De gevallen zijn nog talrijker, merkt dezelfde schrijver op, waarin de sexueele begeerte van de vrouw zich niet openbaart, behalve als resultaat van opvoeding en oefening. “Deze soort van natuurlijk-onnatuurlijken toestand is de bron van veel teleurstelling, en van intens lijden van de zijde van de vrouw evenzeer als van ontevredenheid in de familie”. Toch zijn zulke oorzaken van echtscheiding veel te samengesteld om in wetboeken vermeld te worden, en veel te intiem om in gerechtshoven bepleit te worden.↑38Tien jaar geleden, misschien nu nog wel, kwamen de Vereenigde Staten als de vierde wat de veelvuldigheid van echtscheiding aangaat, na Japan, Denemarken, en Zwitserland.↑39Lecky, de historieschrijver over de Europeesche moraal, heeft gewezen (Democracy and Liberty, deel II, p. 172) op de nauwe betrekking in het algemeen tusschen het gemak van de echtscheiding en een hoogen standaard van de sexueele moraal.↑40Zoo b.v., Hobhouse,Morals in Evolution, deel I, p. 237.↑41In Engeland werd deze stap gedaan onder de regeering van Hendrik VII, toen het gedwongen huwen van vrouwen tegen haar wil bij de wet verboden werd (3 Henry VII, c. 2). Zelfs al in het midden van de zeventiende eeuw moest de kwestie van het gedwongen huwelijk weer behandeld worden (Inderwick, Interregnum, blz. 40et seq.).↑42Woods Hutchinson (Contemporary Review, Sept., 1905) beweert, dat als epilepsie, krankzinnigheid, moreele perversie, gewoonte-dronkenschap, of misdadig gedrag van eenigerlei soort voorkomt, de echtscheiding, ter wille van het komend geslacht, niet alleen toegestaan moest zijn, maar verplichtend. Echtscheiding alleen zou echter niet voldoende zijn om het gewenschte doel te bereiken.↑43Evenzoo schrijft in Duitschland Wanda von Sacher-Masoch, die wat haar eigen karaktergebreken ook mogen geweest zijn, veel door het huwelijk geleden had, aan het eind vanMeine Lebensbeichte, dat “zoolang de vrouwen den moed niet hebben, zonder tusschenkomst van den Staat of tusschenkomst van de kerk verhoudingen te regelen, die haarzelf alleen aangaan, zullen zij niet vrij zijn”. In plaats van dit oude, vervallen huwelijkssysteem, dat zoo tegenovergesteld is aan onze moderne gedachten en gevoelens, wilde zij persoonlijke contracten hebben, gemaakt door een advocaat. In Engeland schreef al veel vroeger Charles Kingsley, een vurig voorstander van de vrouwenbeweging, wiens gevoel voor de vrouwen bijna tot vereering steeg, aan J. S. Mill: “Er kan nooit iets goeds komen voor de vrouwen, eer het laatste overblijfsel van de canonieke wet door de beschaving ter zijde is gesteld”.↑44“Er is nooit vuiler instelling uitgevonden”, verklaarde Auberon Herbert vele jaren geleden, en daarmee drukte hij een gevoelen uit, dat later zeer gewoon is geworden; “en het bestaan ervan sleept zich, tot onze groote schande voort, omdat we niet den moed hebben om vrijuit te zeggen, dat de sexueele verhoudingen van man en vrouw, of van hen, die samen leven, hen zelf aangaan, en dat ze niet de glurende, gretige, zelfgenoegzame, en ontzettend onware buitenwereld aangaan”.↑45Hobhouse,op. cit., deel I, p. 237.↑46Dezelfde opvatting van het huwelijk als een contract blijft nog tot op zekere hoogte ook in de Vereenigde Staten bestaan, waar ze heen gebracht was door de eerste Protestanten en Puriteinen. De Staten geven gewoonlijk geen definitie van het huwelijk, maar, naar Howard zegt (op. cit., deel II, p. 395), “inderdaad wordt het huwelijk behandeld als een verhouding, die zoowel iets heeft van den aard van een toestand als van een contract”.↑47Dit gezichtspunt is grondig uiteengezet door Paul en Victor Margueritte,Quelques Idées.↑48Ik wil opmerken, dat dit vele jaren geleden door C. G. Garrison aangetoond werd, die de gevolgen hiervan besprak in zijn “Limits of Divorce”,Contemporary Review, Feb., 1894. “We kunnen veilig zeggen”, besluit hij, “dat het huwelijk in geen opzicht op een contract gelijkt, noch in vorm, noch als geneesmiddel, handelwijze of in resultaat; maar dat het in al deze opzichten integendeel de rechten, van de personen, die het aangaat, verkort”. Het huwelijk is geen contract, maar een wijze van zich gedragen.↑49Zie b.v. P. en V. Margueritte,op. cit.↑50Zooals aangehaald door Howard,op. cit., deel II, p. 29.↑51Evenzoo merkt Ellen Key (Ueber Liebe und Ehe, p. 343) op, dat te spreken over “den plicht van levenslange trouw” in veel opzichten hetzelfde is, als te spreken van “den plicht van levenslange gezondheid”. Een mensch kan zijn best doen om zijn leven of zijn liefde te bewaren; hij kan dit niet onvoorwaardelijk op zich nemen.↑52Hobhouse,op. cit., deel I, blz. 159, 237–9; vergelijk P. en V. Margueritte,Quelques Idées.↑53“Echtscheiding”, zooals Garrison zegt (“Limits of Divorce”,Contemporary Review, Febr. 1894), “is de rechterlijke mededeeling, dat een gedrag, hetwelk eens dat van een huwelijk was in aard en doel, deze eigenschappen verloren heeft … Echtscheiding is een feitelijk iets, en niet een vrijheid om een belofte te breken”.↑54Zie boven, p. 325.↑55Het is noodig geweest de voortplanting in het eerste hoofdstuk van dit werk te bespreken, en het zal weer noodig zijn in het laatste hoofdstuk. Hier hebben wij alleen te maken met de voortplanting als een element van het huwelijk.↑56Nietzold,Die Ehe in Aegypten zur Ptolemäisch-römischen Zeit, 1903, p. 3. Deze band verzekerde ook rechten aan de kinderen, die tijdens het bestaan ervan geboren werden.↑57Zie bv. Ellen Key,Moeder en Kind, p. 21. De noodzakelijkheid tot het combineeren van grooter vrijheid van sexueele verhoudingen met grootere gestrengheid van ouderlijke verhoudingen werd in een vroeger tijd duidelijk erkend door een andere bekwame schrijfster, Miss J. H. Clapperton, in haar beroemd boekScientific Meliorism, uitgegeven in 1885 “Wettelijke veranderingen”, schreef zij (p. 320), “zijn noodig in twee richtingen, en wel in de richting van grooter vrijheid van huwelijk en grooter preciesheid, wat het ouderschap aangaat. De huwelijksvereeniging is in haar wezen een persoonlijke zaak, waarmee de maatschappij niet geroepen is zich te bemoeien en waartoe ze ook geen recht heeft. De geboorte van een kind daarentegen is een openbare gebeurtenis. Ze raakt de belangen van de geheele natie.”↑58Ellen Key,Liefde en Huwelijk, p. 168; vergelijk van dezelfde schrijfsterDe Eeuw van het Kind.↑59In Duitschland alleen worden ieder jaar 100.000 “onwettige” kinderen geboren, en het aantal neemt snel toe; in Engeland is het maar 40.000 per jaar, daar het sterke vooroordeel, dat dikwijls bestaat tegen zulke geboorten in Engeland (zooals ook in Frankrijk) aanleiding geeft tot het in wijden kring toepassen van middelen ter voorkoming van de conceptie.↑60“Waar zijn werkelijk monogamisten te vinden?” vroeg Schopenhauer in zijn verhandeling “Ueber die Weiber”. En James Hinton was gewoon te zeggen: “Wat is de bedoeling van het in stand houden van de monogamie? Is er eenige kans om ze te krijgen, zou ik wel eens willen weten? Noemt gij het Engelsche leven monogaam?”↑61“Bijna overal”, zegt Westermarck van de polygynie (die hij in den breede bespreekt in de hoofdstukken XX–XXII van zijnHistory of Human Marriage) “is ze beperkt tot het kleinste gedeelte van de menschen en het grootste deel is monogaam”. Maurice Gregory (Contemporary Review, Sept. 1906) geeft statistieken, die aantoonen, dat er bijna overal een neiging tot gelijkheid in aantal van de geslachten te vinden is.↑62In een polygaam land is een man natuurlijk door zijn verplichtingen evenzeer gebonden aan zijn tweede vrouw, als aan zijn eerste. Bij ons wordt de tweede vrouw onteerd door den naam maitres, en hoe slechter de man haar en haar kinderen behandelt, des te meer wordt zijn moraal goedgekeurd,evenals de Katholieke kerk, toen ze trachtte het coelibaat onder de geestelijkheid in te stellen, meer goedkeuring had voor den priester, die onwettige verhoudingen had met vrouwen, dan den priester, die fatsoenlijk en openlijk trouwde. Als zijn verwaarloozing er de maitres van een getrouwd man toe brengt haar verhouding tot hem bekend te maken, dan heeft de man recht haar te vervolgen, en zijn advocaat zal, van de algemeene sympathie verzekerd, voor het gerechtshof zeggen, dat “deze vrouw zoo slecht is geweest van te schrijven aan de vrouw van den klager!”↑63Howard, in zijn oordeelkundigeHistory of Matrimonial Institutions(deel II, blz. 96et seq.), kan niet nalaten de aandacht te vestigen op den bijna krankzinnig opgewonden aard van de taal, die in Engeland nog maar weinige jaren geleden gebruikt werd door hen, die waren tègen het huwelijk met de zuster van de overledene vrouw, en hij stelt die tegenover de meer redelijke houding van de Katholieke kerk. “Er zijn voorbeelden gegeven”, merkt hij op, “van de moreele anarchie, die zulke huwelijken moeten te voorschijn roepen, en die zijn door opmerkers uit Amerika, uit de koloniën en van het vasteland gelezen met een ongerustheid, die niet onvermengd was met tegenzin, en het zijn werkelijk merkwaardige illustraties van het uiterst insulair karakter van den Engelschen geest”. Nog in A.D. 1908 werd er een wetsontwerp gebracht in het House of Lords, hetwelk voorstelde, dat verlating zonder oorzaak twee jaren lang een reden zou zijn tot echtscheiding, een redelijke en menschelijke maatregel, die als wet geldt in de meeste deelen van de beschaafde wereld. De Lord Kanselier (Lord Loreburn), een liberaal, en een verlicht en scherpzinnig leider in de sfeer van de politiek, verklaarde, dat zulk een voorstel “absoluut onmogelijk” was. Het Huis verwierp het voorstel met 61 tegen 2 stemmen. Zelfs de huwelijksbesluiten van het concilie van Trente werden niet door zulk een overweldigende meerderheid aangenomen. Inzake de huwelijkswetgeving is Engeland nog nauwelijks ontwassen aan de Middeleeuwen.↑
1Rosenthal, uit Breslau, gaat zoo ver, dat hij van juridische zijde beweert (“Grundfragen des Eheproblems”,Die Neue Generation, Dec., 1908), dat de bedoeling van de voortplanting voor het begrip van wettig huwelijk essentieel is.↑2J. A. Godfrey,Science of Sex, p. 119.↑3E. D. Cope, “The Marriage Problem”,Open Court, Nov., 1888.↑4Zie boven, p. 359.↑5Wächter,Ehescheidungen, blz. 95et seq.; Esmein,Marriage en Droit Canonique, deel I, p. 6; Howard,History of Matrimonial Institutions, deel II, p. 15. Howard meent (in overeenstemming met Lecky), dat van de vrijheid tot echtscheiden alleen misbruik gemaakt werd door een klein deel van de Romeinsche bevolking, en dat zulk een misstand, voor zoover hij bestond, niet de oorzaak was van achteruitgang van de moraal in Rome.↑6De meeningen van de Christelijke Kerkvaders waren zeer afwisselend, en ze wisten soms zelf niet, wat ze meenden; zie bv. de meeningen, verzameld door Cranmer en opgesomd door Burnet,History of Reformation(ed. Nares), deel II, p. 91.↑7Constantijn, de eerste Christelijke Keizer, stelde een streng en eigenaardige wet op de echtscheiding voor (die een vrouw toestond echtscheiding te verkrijgen van haar man, alleen als hij een moordenaar was, iemand vergiftigd had, of een grafschenner was), maar deze wet kon niet staande gehouden worden. Dus beval Anastasius in 497 echtscheiding met wederzijdsch goedvinden. Dit werd afgeschaft door Justinianus, die alleen echtscheiding toestond bij verschillende gespecificeerde oorzaken, daaronder echtbreuk van den man. Deze beperkingen bleken echter niet houdbaar, en de opvolger en neef van Justinianus, Justinus, herstelde weer de echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden. Ten slotte, in 870, kwam Leo de wijsgeer weer terug op het voorstel van Justinianus (zie b.v. Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, arts. “Adultery”en“Marriage”).↑8Het element van eerbied in de houding van de Germanen in den eersten tijd jegens vrouwen en de voorrechten, die zelfs getrouwde vrouwen hadden, schijnen, voor zoover als Tacitus als een betrouwbaar gids beschouwd kan worden, de overgebleven sporen te zijn van een vroeger maatschappelijk stadium op een meer matriarchale basis. Zij zijn zeer duidelijk zichtbaar bij het begin van de Duitsche geschiedenis. Van den beginne echter waren, hoewel echtscheiding met wederzijdsch goedvinden mogelijk schijnt geweest te zijn, de Duitsche zeden zonder erbarmen voor de getrouwde vrouw, die ontrouw was, of onvruchtbaar, of die op andere wijze aanstoot gaf, hoewel het eenigen tijd lang na het invoeren van het Christendom voor den Duitschen echtgenoot geen misdaad was echtbreuk te plegen. (Westermarck,Origin of the Moral Ideas, deel II, p. 453).↑9“Deze vorm van huwelijk”, zegt Hobhouse (op. cit., deel I, p. 156),“staat in nauw verband met de uitbreiding van de rechten van den man”. Vergelijk Howard,op. cit., deel I, p. 231. De zeer lage plaats van de Duitsche vrouw in de middeleeuwen wordt duidelijk gemaakt door Hagelstange,Süddeutsches Bauernleben im Mittelalter, 1898, blz. 70et seq.↑10Howard,op. cit., deel I, p. 259; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art.Arrhae. Het schijnt echter dat de “bruidkoop”, waarvan Tacitus spreekt, niet strikt de verkoop was van een stuk vee of van een slavinnetje, maar de verkoop van demundof het recht van bescherming over het meisje. Het is waar, dat de beteekenis misschien niet altijd duidelijk is geweest aan hen, die deel namen aan de handeling. Evenzoo was de Angelsaksische verloving niet zoozeer een betalen van den prijs van de bruid aan haar verwanten, hoewel zij natuurlijk een voordeeltje uit de handeling konden slaan, als wel een verbond, dat fatsoenlijke behandeling van de vrouw als vrouw en weduwe eischte. Herinneringen hieraan, merken Pollock en Maitland op (op. cit., deel II, p. 364), kan men vinden in “die merkwaardige rommelkamer voor antiquiteiten, het huwelijksritueel van de Engelsche kerk”.↑11J. Wickham Legg,Ecclesiological Essays, p. 189. We mogen er aan toevoegen dat het denkbeeld van de onderwerping van de vrouw aan den man in een tamelijk vroeg stadium in de Christelijke kerk voor den dag kwam, en ongetwijfeld onafhankelijk van Germaansche invloeden; de heilige Augustinus zeide (Sermo XXXVII, cap. VI) dat een goedemater familiaszich niet moest schamen zich de dienstmaagd van haar man te noemen (ancilla).↑12Zie b.v. L. Gautier,La Chevaleriehoofdst. IX.↑13Howard,op. cit., deel I, blz. 278–281, 386. DeArrhakwam te voorschijn in de Romeinsche wet in de zesde eeuw.↑14Howard,op. cit., deel I, blz. 293et seq.; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art. “Contract of Marriage”.↑15Alle latere veranderingen in het Katholieke canonieke recht hebben het huwelijk alleen nog maar enger gemaakt en nog verder van de praktijk van de wereld afgebracht. Bij een decreet van den paus van 1907, wordt verklaard, dat burgerlijke huwelijken en huwelijken op niet-katholieke plaatsen van eeredienst niet alleen zondig zijn en onwettig (wat ze tevoren ook al waren), maar van nul en geenerlei waarde.↑16E. S. P. Haynes,Our Divorce Law, p. 3.↑17Het was het Concilie van Trente, in de zesde eeuw, dat de kerkelijke riten maakte tot een essentieel punt voor een bindend huwelijk; maar zelfs toen stemden zes en vijftig prelaten tegen die beslissing.↑18Esmen,op. cit., deel I, p. 91.↑19Soms zegt men, dat de Katholieke kerk de verkeerdheden van haar leer van de onontbindbaarheid van het huwelijk matigt door een aantal beletselen voor het huwelijk aan te nemen, terwijl ze vrije speelruimte laat aan hen, die vrijstelling van het huwelijk willen hebben. Dit schijnt echter nauwelijks het geval te zijn. Dr. P. J. Hayes, die als kanselier van de Katholieke aartsdiocese van New-York met gezag spreekt, zegt (“Impediments to Marriage in the Catholic Church”,North American Review, Mei 1905), dat zelfs in een zoo moderne en gemengde gemeenschap als deze er maar weinig aanvragen zijn om dispensatie ten gevolge van beletsels; er zijn per jaar 15.000 Katholieke huwelijken in de stad New-York, maar alleen bij vijf per jaar wordt er navraag naar gedaan of ze wel geldig zijn, en dan voornamelijk op grond van bigamie.↑20De Canonisten, zeggen Pollock en Maitland (loc. cit.), “hebben een willekeurige chaos gemaakt van de huwelijkswet”. “Zelden”, zegt Howard (op. cit., deel I, p. 340), “hebben theorie en fijne haarkloverijen verderfelijker gevolgen gehad in het practische leven dan toen ze het onderscheid tusschensponsalia de praesentiende futurovaststelden”.↑21Howard,op. cit., deel I, p. 386et seq.Over het geheel was echter de meening van Luther, dat het huwelijk, hoewel heilig en geheimzinnig, geen sacrament is; zijn verschillende gezegden over de zaak zijn te zamen gebracht door Strumpff,Luther über die Ehe, blz. 204–214.↑22Howard,op. cit., deel II, p. 61et seq.↑23Waarschijnlijk bleef, als een resultaat van de eenigszins verwarde en onsamenhangende houding van de Hervormers, de canonieke wet in Protestantsche landen inderdaad langer van kracht dan in Katholieke landen; vooral in Frankrijk is ze ingrijpender veranderd. (Esmein,op. cit., deel I, p. 33).↑24De opvatting der kwakers over het huwelijk is nog heden van machtigen invloed. “Waarom”, zegt Mrs. Besant (Marriage, p. 19), “zouden we niet wat van de kwakers overnemen, en voor de tegenwoordige wettige vormen van het huwelijk een eenvoudige verklaring, in het openbaar gedaan, in de plaats stellen?”↑25Howard,op. cit., deel II, p. 456. De werkelijke praktijk in Pennsylvanië schijnt echter weinig te verschillen van die in de andere Staten.↑26Howard,op. cit., deel II, p. 109. “Het is werkelijk verwonderlijk”, merkt Howard op, “dat een groote natie, die zich beroemt op liefde voor gelijkheid en maatschappelijke vrijheid, volle vijf generaties lang een hatelijke verdraagzaamheid toelaat, eer dan zich vrij en moedig te bevrijden van de banden van een kerkelijke traditie”.↑27“Het gedwongen voortzetten van een ongelukkige vereeniging is misschien het immoreelste ding, dat een beschaafde maatschappij ooit gezien, nog veel minder aangemoedigd heeft”, zegt Godfrey (Science of Sex, p. 123). “Het moreele van een vereeniging hangt af van het wederzijdsch verlangen, en een vereeniging, die door een andere oorzaak wordt voorgeschreven, ligt buiten de beschaving, hoezeer de gewoonte ze moge erkennen, of de godsdienst en de wet ze moge goedkeuren”.↑28Echtbreuk wordt in de meeste wilde en barbaarsche maatschappijen, zooals Westermarck zegt, beschouwd als “een onwettig zich toeëigenen van de rechten, die de echtgenoot uitsluitend verkregen heeft door den koop van zijn vrouw, als een vergrijp tegen den eigendom”; de verleider wordt daarom gestraft als een dief, met boete, verminking, zelfs dood (Origin of the Moral Ideas, deel II blz. 447et seq.;id.,History of Human Marriage, p. 121). Bij sommige volken wordt alleen de verleider en niet de vrouw gestraft.↑29Er wordt soms gezegd ter verdediging van de eischen tot schadevergoeding voor het verleiden van een getrouwde vrouw, dat vrouwen dikwijls zwak zijn en niet in staat weerstand te bieden aan toenadering van een man, zoodat de wet zwaar zou moeten drukken op den man, die zich die zwakheid ten nutte maakt. Dit argument schijnt wat verouderd. De wet begint de verantwoordelijkheid zelfs van de getrouwde vrouwen in andere opzichten aan te nemen, en kan wel nauwelijks weigeren ze ook aan te nemen voor het controleeren van haar eigen persoon. Bovendien, als het zoo natuurlijk is voor de vrouw om te zwichten, dan is het nauwelijks rechtmatig den man te straffen, met wien zij die natuurlijke daad gedaan heeft. Er moet verder gezegd worden, dat, als de echtbreuk van een vrouw alleen maar een onverantwoordelijke vrouwelijke zwakheid is, dat dan een zeer ongepaste ruwheid haar wordt aangedaan door het openlijk eischen van schadevergoeding van haar minnaar. Als we werkelijk dit argument aannemen, dan moeten we de middeleeuwsche kuischheidsgordel weer invoeren.↑30Howard,op. cit., deel II, p. 114.↑31Deze regel is in Engeland geenszins een doode letter. Zoo bracht in 1907 een vrouw, die haar huis had verlaten, terwijl ze een brief achterliet waarin ze zeide, dat haar man niet de vader van haar kind was, daarna een aanklacht uit wegens echtbreuk en omdat de man zich niet verdedigde, werd haar die toegestaan. Maar, daar de advocaat van de kroon (King’s Proctor) de feiten vernomen had, werd het vonnis vernietigd. Toen diende de man een aanklacht in tot echtscheiding, kon die echter niet verkrijgen daar hij reeds had toegegeven dat hij echtbreuk begaan had, door zich in het vorige geval niet te doen verdedigen. Hij bracht de zaak voor het hof van appèl maar zijn verzoek werd niet ingewilligd, daar het hof van meening was, dat “het verleenen van steun in zulk een geval niet was in het belang van de algemeene moraal”. De veiligste weg in Engeland om wat wettig “huwelijk” genoemd wordt absoluut onontbindbaar te maken, is dat beide partijen echtbreuk begaan.↑32Magnus Hirschfeld,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Oct. 1908.↑33H. Adner, “Die Richterliche Beurteilung der “Zerrütteten” Ehe”,Geschlecht und Gesellschaft, Band II, Deel 8.↑34Gross-Hoffinger,Die Schicksale der Frauen und die Prostitution, 1847; Bloch geeft een volledige opsomming van de resultaten van dit onderzoek in eenAppendixbij hoofdstuk X van zijnSexual Life of Our Time.↑35De echtscheiding in de Vereenigde Staten wordt in den breede besproken door Howard,op. cit., deel III.↑36H. Münsterberg,The Americans, p. 575. Evenzoo meent Dr. Felix Adler, in een studie over “The Ethics of Divorce” (The Ethical Record, 1890, p. 200), hoewel hij zelf geen voorstander van echtscheiding is, dat de eerste oorzaak voor het veel voorkomen van de echtscheiding in de Vereenigde Staten is de hooge positie der vrouwen.↑37In een belangwekkend artikel, met gevallen ter illustratie, over “Het Neurologische Element in den huwelijksafkeer”(Journal of Nervous andMentalDiseases, Sept. 1892) verwijst Smith Baker naar de gevallen waarin “een man hoe langer hoe meer antipathie tegen zijn vrouw begint te gevoelen, als hij haar naar verhouding minder ontwikkelde persoonlijkheid leert kennen. Terwijl hij misschien trouwde, voordat hij juist had leeren oordeelen over karakter en de neigingen daarvan, komt hij tot besef van het feit, dat hij in eere verplicht is zijn geheele physiologische leven te leven, niet met een werkelijke gezellin, maar met een surrogaat.”De gevallen zijn nog talrijker, merkt dezelfde schrijver op, waarin de sexueele begeerte van de vrouw zich niet openbaart, behalve als resultaat van opvoeding en oefening. “Deze soort van natuurlijk-onnatuurlijken toestand is de bron van veel teleurstelling, en van intens lijden van de zijde van de vrouw evenzeer als van ontevredenheid in de familie”. Toch zijn zulke oorzaken van echtscheiding veel te samengesteld om in wetboeken vermeld te worden, en veel te intiem om in gerechtshoven bepleit te worden.↑38Tien jaar geleden, misschien nu nog wel, kwamen de Vereenigde Staten als de vierde wat de veelvuldigheid van echtscheiding aangaat, na Japan, Denemarken, en Zwitserland.↑39Lecky, de historieschrijver over de Europeesche moraal, heeft gewezen (Democracy and Liberty, deel II, p. 172) op de nauwe betrekking in het algemeen tusschen het gemak van de echtscheiding en een hoogen standaard van de sexueele moraal.↑40Zoo b.v., Hobhouse,Morals in Evolution, deel I, p. 237.↑41In Engeland werd deze stap gedaan onder de regeering van Hendrik VII, toen het gedwongen huwen van vrouwen tegen haar wil bij de wet verboden werd (3 Henry VII, c. 2). Zelfs al in het midden van de zeventiende eeuw moest de kwestie van het gedwongen huwelijk weer behandeld worden (Inderwick, Interregnum, blz. 40et seq.).↑42Woods Hutchinson (Contemporary Review, Sept., 1905) beweert, dat als epilepsie, krankzinnigheid, moreele perversie, gewoonte-dronkenschap, of misdadig gedrag van eenigerlei soort voorkomt, de echtscheiding, ter wille van het komend geslacht, niet alleen toegestaan moest zijn, maar verplichtend. Echtscheiding alleen zou echter niet voldoende zijn om het gewenschte doel te bereiken.↑43Evenzoo schrijft in Duitschland Wanda von Sacher-Masoch, die wat haar eigen karaktergebreken ook mogen geweest zijn, veel door het huwelijk geleden had, aan het eind vanMeine Lebensbeichte, dat “zoolang de vrouwen den moed niet hebben, zonder tusschenkomst van den Staat of tusschenkomst van de kerk verhoudingen te regelen, die haarzelf alleen aangaan, zullen zij niet vrij zijn”. In plaats van dit oude, vervallen huwelijkssysteem, dat zoo tegenovergesteld is aan onze moderne gedachten en gevoelens, wilde zij persoonlijke contracten hebben, gemaakt door een advocaat. In Engeland schreef al veel vroeger Charles Kingsley, een vurig voorstander van de vrouwenbeweging, wiens gevoel voor de vrouwen bijna tot vereering steeg, aan J. S. Mill: “Er kan nooit iets goeds komen voor de vrouwen, eer het laatste overblijfsel van de canonieke wet door de beschaving ter zijde is gesteld”.↑44“Er is nooit vuiler instelling uitgevonden”, verklaarde Auberon Herbert vele jaren geleden, en daarmee drukte hij een gevoelen uit, dat later zeer gewoon is geworden; “en het bestaan ervan sleept zich, tot onze groote schande voort, omdat we niet den moed hebben om vrijuit te zeggen, dat de sexueele verhoudingen van man en vrouw, of van hen, die samen leven, hen zelf aangaan, en dat ze niet de glurende, gretige, zelfgenoegzame, en ontzettend onware buitenwereld aangaan”.↑45Hobhouse,op. cit., deel I, p. 237.↑46Dezelfde opvatting van het huwelijk als een contract blijft nog tot op zekere hoogte ook in de Vereenigde Staten bestaan, waar ze heen gebracht was door de eerste Protestanten en Puriteinen. De Staten geven gewoonlijk geen definitie van het huwelijk, maar, naar Howard zegt (op. cit., deel II, p. 395), “inderdaad wordt het huwelijk behandeld als een verhouding, die zoowel iets heeft van den aard van een toestand als van een contract”.↑47Dit gezichtspunt is grondig uiteengezet door Paul en Victor Margueritte,Quelques Idées.↑48Ik wil opmerken, dat dit vele jaren geleden door C. G. Garrison aangetoond werd, die de gevolgen hiervan besprak in zijn “Limits of Divorce”,Contemporary Review, Feb., 1894. “We kunnen veilig zeggen”, besluit hij, “dat het huwelijk in geen opzicht op een contract gelijkt, noch in vorm, noch als geneesmiddel, handelwijze of in resultaat; maar dat het in al deze opzichten integendeel de rechten, van de personen, die het aangaat, verkort”. Het huwelijk is geen contract, maar een wijze van zich gedragen.↑49Zie b.v. P. en V. Margueritte,op. cit.↑50Zooals aangehaald door Howard,op. cit., deel II, p. 29.↑51Evenzoo merkt Ellen Key (Ueber Liebe und Ehe, p. 343) op, dat te spreken over “den plicht van levenslange trouw” in veel opzichten hetzelfde is, als te spreken van “den plicht van levenslange gezondheid”. Een mensch kan zijn best doen om zijn leven of zijn liefde te bewaren; hij kan dit niet onvoorwaardelijk op zich nemen.↑52Hobhouse,op. cit., deel I, blz. 159, 237–9; vergelijk P. en V. Margueritte,Quelques Idées.↑53“Echtscheiding”, zooals Garrison zegt (“Limits of Divorce”,Contemporary Review, Febr. 1894), “is de rechterlijke mededeeling, dat een gedrag, hetwelk eens dat van een huwelijk was in aard en doel, deze eigenschappen verloren heeft … Echtscheiding is een feitelijk iets, en niet een vrijheid om een belofte te breken”.↑54Zie boven, p. 325.↑55Het is noodig geweest de voortplanting in het eerste hoofdstuk van dit werk te bespreken, en het zal weer noodig zijn in het laatste hoofdstuk. Hier hebben wij alleen te maken met de voortplanting als een element van het huwelijk.↑56Nietzold,Die Ehe in Aegypten zur Ptolemäisch-römischen Zeit, 1903, p. 3. Deze band verzekerde ook rechten aan de kinderen, die tijdens het bestaan ervan geboren werden.↑57Zie bv. Ellen Key,Moeder en Kind, p. 21. De noodzakelijkheid tot het combineeren van grooter vrijheid van sexueele verhoudingen met grootere gestrengheid van ouderlijke verhoudingen werd in een vroeger tijd duidelijk erkend door een andere bekwame schrijfster, Miss J. H. Clapperton, in haar beroemd boekScientific Meliorism, uitgegeven in 1885 “Wettelijke veranderingen”, schreef zij (p. 320), “zijn noodig in twee richtingen, en wel in de richting van grooter vrijheid van huwelijk en grooter preciesheid, wat het ouderschap aangaat. De huwelijksvereeniging is in haar wezen een persoonlijke zaak, waarmee de maatschappij niet geroepen is zich te bemoeien en waartoe ze ook geen recht heeft. De geboorte van een kind daarentegen is een openbare gebeurtenis. Ze raakt de belangen van de geheele natie.”↑58Ellen Key,Liefde en Huwelijk, p. 168; vergelijk van dezelfde schrijfsterDe Eeuw van het Kind.↑59In Duitschland alleen worden ieder jaar 100.000 “onwettige” kinderen geboren, en het aantal neemt snel toe; in Engeland is het maar 40.000 per jaar, daar het sterke vooroordeel, dat dikwijls bestaat tegen zulke geboorten in Engeland (zooals ook in Frankrijk) aanleiding geeft tot het in wijden kring toepassen van middelen ter voorkoming van de conceptie.↑60“Waar zijn werkelijk monogamisten te vinden?” vroeg Schopenhauer in zijn verhandeling “Ueber die Weiber”. En James Hinton was gewoon te zeggen: “Wat is de bedoeling van het in stand houden van de monogamie? Is er eenige kans om ze te krijgen, zou ik wel eens willen weten? Noemt gij het Engelsche leven monogaam?”↑61“Bijna overal”, zegt Westermarck van de polygynie (die hij in den breede bespreekt in de hoofdstukken XX–XXII van zijnHistory of Human Marriage) “is ze beperkt tot het kleinste gedeelte van de menschen en het grootste deel is monogaam”. Maurice Gregory (Contemporary Review, Sept. 1906) geeft statistieken, die aantoonen, dat er bijna overal een neiging tot gelijkheid in aantal van de geslachten te vinden is.↑62In een polygaam land is een man natuurlijk door zijn verplichtingen evenzeer gebonden aan zijn tweede vrouw, als aan zijn eerste. Bij ons wordt de tweede vrouw onteerd door den naam maitres, en hoe slechter de man haar en haar kinderen behandelt, des te meer wordt zijn moraal goedgekeurd,evenals de Katholieke kerk, toen ze trachtte het coelibaat onder de geestelijkheid in te stellen, meer goedkeuring had voor den priester, die onwettige verhoudingen had met vrouwen, dan den priester, die fatsoenlijk en openlijk trouwde. Als zijn verwaarloozing er de maitres van een getrouwd man toe brengt haar verhouding tot hem bekend te maken, dan heeft de man recht haar te vervolgen, en zijn advocaat zal, van de algemeene sympathie verzekerd, voor het gerechtshof zeggen, dat “deze vrouw zoo slecht is geweest van te schrijven aan de vrouw van den klager!”↑63Howard, in zijn oordeelkundigeHistory of Matrimonial Institutions(deel II, blz. 96et seq.), kan niet nalaten de aandacht te vestigen op den bijna krankzinnig opgewonden aard van de taal, die in Engeland nog maar weinige jaren geleden gebruikt werd door hen, die waren tègen het huwelijk met de zuster van de overledene vrouw, en hij stelt die tegenover de meer redelijke houding van de Katholieke kerk. “Er zijn voorbeelden gegeven”, merkt hij op, “van de moreele anarchie, die zulke huwelijken moeten te voorschijn roepen, en die zijn door opmerkers uit Amerika, uit de koloniën en van het vasteland gelezen met een ongerustheid, die niet onvermengd was met tegenzin, en het zijn werkelijk merkwaardige illustraties van het uiterst insulair karakter van den Engelschen geest”. Nog in A.D. 1908 werd er een wetsontwerp gebracht in het House of Lords, hetwelk voorstelde, dat verlating zonder oorzaak twee jaren lang een reden zou zijn tot echtscheiding, een redelijke en menschelijke maatregel, die als wet geldt in de meeste deelen van de beschaafde wereld. De Lord Kanselier (Lord Loreburn), een liberaal, en een verlicht en scherpzinnig leider in de sfeer van de politiek, verklaarde, dat zulk een voorstel “absoluut onmogelijk” was. Het Huis verwierp het voorstel met 61 tegen 2 stemmen. Zelfs de huwelijksbesluiten van het concilie van Trente werden niet door zulk een overweldigende meerderheid aangenomen. Inzake de huwelijkswetgeving is Engeland nog nauwelijks ontwassen aan de Middeleeuwen.↑
1Rosenthal, uit Breslau, gaat zoo ver, dat hij van juridische zijde beweert (“Grundfragen des Eheproblems”,Die Neue Generation, Dec., 1908), dat de bedoeling van de voortplanting voor het begrip van wettig huwelijk essentieel is.↑2J. A. Godfrey,Science of Sex, p. 119.↑3E. D. Cope, “The Marriage Problem”,Open Court, Nov., 1888.↑4Zie boven, p. 359.↑5Wächter,Ehescheidungen, blz. 95et seq.; Esmein,Marriage en Droit Canonique, deel I, p. 6; Howard,History of Matrimonial Institutions, deel II, p. 15. Howard meent (in overeenstemming met Lecky), dat van de vrijheid tot echtscheiden alleen misbruik gemaakt werd door een klein deel van de Romeinsche bevolking, en dat zulk een misstand, voor zoover hij bestond, niet de oorzaak was van achteruitgang van de moraal in Rome.↑6De meeningen van de Christelijke Kerkvaders waren zeer afwisselend, en ze wisten soms zelf niet, wat ze meenden; zie bv. de meeningen, verzameld door Cranmer en opgesomd door Burnet,History of Reformation(ed. Nares), deel II, p. 91.↑7Constantijn, de eerste Christelijke Keizer, stelde een streng en eigenaardige wet op de echtscheiding voor (die een vrouw toestond echtscheiding te verkrijgen van haar man, alleen als hij een moordenaar was, iemand vergiftigd had, of een grafschenner was), maar deze wet kon niet staande gehouden worden. Dus beval Anastasius in 497 echtscheiding met wederzijdsch goedvinden. Dit werd afgeschaft door Justinianus, die alleen echtscheiding toestond bij verschillende gespecificeerde oorzaken, daaronder echtbreuk van den man. Deze beperkingen bleken echter niet houdbaar, en de opvolger en neef van Justinianus, Justinus, herstelde weer de echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden. Ten slotte, in 870, kwam Leo de wijsgeer weer terug op het voorstel van Justinianus (zie b.v. Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, arts. “Adultery”en“Marriage”).↑8Het element van eerbied in de houding van de Germanen in den eersten tijd jegens vrouwen en de voorrechten, die zelfs getrouwde vrouwen hadden, schijnen, voor zoover als Tacitus als een betrouwbaar gids beschouwd kan worden, de overgebleven sporen te zijn van een vroeger maatschappelijk stadium op een meer matriarchale basis. Zij zijn zeer duidelijk zichtbaar bij het begin van de Duitsche geschiedenis. Van den beginne echter waren, hoewel echtscheiding met wederzijdsch goedvinden mogelijk schijnt geweest te zijn, de Duitsche zeden zonder erbarmen voor de getrouwde vrouw, die ontrouw was, of onvruchtbaar, of die op andere wijze aanstoot gaf, hoewel het eenigen tijd lang na het invoeren van het Christendom voor den Duitschen echtgenoot geen misdaad was echtbreuk te plegen. (Westermarck,Origin of the Moral Ideas, deel II, p. 453).↑9“Deze vorm van huwelijk”, zegt Hobhouse (op. cit., deel I, p. 156),“staat in nauw verband met de uitbreiding van de rechten van den man”. Vergelijk Howard,op. cit., deel I, p. 231. De zeer lage plaats van de Duitsche vrouw in de middeleeuwen wordt duidelijk gemaakt door Hagelstange,Süddeutsches Bauernleben im Mittelalter, 1898, blz. 70et seq.↑10Howard,op. cit., deel I, p. 259; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art.Arrhae. Het schijnt echter dat de “bruidkoop”, waarvan Tacitus spreekt, niet strikt de verkoop was van een stuk vee of van een slavinnetje, maar de verkoop van demundof het recht van bescherming over het meisje. Het is waar, dat de beteekenis misschien niet altijd duidelijk is geweest aan hen, die deel namen aan de handeling. Evenzoo was de Angelsaksische verloving niet zoozeer een betalen van den prijs van de bruid aan haar verwanten, hoewel zij natuurlijk een voordeeltje uit de handeling konden slaan, als wel een verbond, dat fatsoenlijke behandeling van de vrouw als vrouw en weduwe eischte. Herinneringen hieraan, merken Pollock en Maitland op (op. cit., deel II, p. 364), kan men vinden in “die merkwaardige rommelkamer voor antiquiteiten, het huwelijksritueel van de Engelsche kerk”.↑11J. Wickham Legg,Ecclesiological Essays, p. 189. We mogen er aan toevoegen dat het denkbeeld van de onderwerping van de vrouw aan den man in een tamelijk vroeg stadium in de Christelijke kerk voor den dag kwam, en ongetwijfeld onafhankelijk van Germaansche invloeden; de heilige Augustinus zeide (Sermo XXXVII, cap. VI) dat een goedemater familiaszich niet moest schamen zich de dienstmaagd van haar man te noemen (ancilla).↑12Zie b.v. L. Gautier,La Chevaleriehoofdst. IX.↑13Howard,op. cit., deel I, blz. 278–281, 386. DeArrhakwam te voorschijn in de Romeinsche wet in de zesde eeuw.↑14Howard,op. cit., deel I, blz. 293et seq.; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art. “Contract of Marriage”.↑15Alle latere veranderingen in het Katholieke canonieke recht hebben het huwelijk alleen nog maar enger gemaakt en nog verder van de praktijk van de wereld afgebracht. Bij een decreet van den paus van 1907, wordt verklaard, dat burgerlijke huwelijken en huwelijken op niet-katholieke plaatsen van eeredienst niet alleen zondig zijn en onwettig (wat ze tevoren ook al waren), maar van nul en geenerlei waarde.↑16E. S. P. Haynes,Our Divorce Law, p. 3.↑17Het was het Concilie van Trente, in de zesde eeuw, dat de kerkelijke riten maakte tot een essentieel punt voor een bindend huwelijk; maar zelfs toen stemden zes en vijftig prelaten tegen die beslissing.↑18Esmen,op. cit., deel I, p. 91.↑19Soms zegt men, dat de Katholieke kerk de verkeerdheden van haar leer van de onontbindbaarheid van het huwelijk matigt door een aantal beletselen voor het huwelijk aan te nemen, terwijl ze vrije speelruimte laat aan hen, die vrijstelling van het huwelijk willen hebben. Dit schijnt echter nauwelijks het geval te zijn. Dr. P. J. Hayes, die als kanselier van de Katholieke aartsdiocese van New-York met gezag spreekt, zegt (“Impediments to Marriage in the Catholic Church”,North American Review, Mei 1905), dat zelfs in een zoo moderne en gemengde gemeenschap als deze er maar weinig aanvragen zijn om dispensatie ten gevolge van beletsels; er zijn per jaar 15.000 Katholieke huwelijken in de stad New-York, maar alleen bij vijf per jaar wordt er navraag naar gedaan of ze wel geldig zijn, en dan voornamelijk op grond van bigamie.↑20De Canonisten, zeggen Pollock en Maitland (loc. cit.), “hebben een willekeurige chaos gemaakt van de huwelijkswet”. “Zelden”, zegt Howard (op. cit., deel I, p. 340), “hebben theorie en fijne haarkloverijen verderfelijker gevolgen gehad in het practische leven dan toen ze het onderscheid tusschensponsalia de praesentiende futurovaststelden”.↑21Howard,op. cit., deel I, p. 386et seq.Over het geheel was echter de meening van Luther, dat het huwelijk, hoewel heilig en geheimzinnig, geen sacrament is; zijn verschillende gezegden over de zaak zijn te zamen gebracht door Strumpff,Luther über die Ehe, blz. 204–214.↑22Howard,op. cit., deel II, p. 61et seq.↑23Waarschijnlijk bleef, als een resultaat van de eenigszins verwarde en onsamenhangende houding van de Hervormers, de canonieke wet in Protestantsche landen inderdaad langer van kracht dan in Katholieke landen; vooral in Frankrijk is ze ingrijpender veranderd. (Esmein,op. cit., deel I, p. 33).↑24De opvatting der kwakers over het huwelijk is nog heden van machtigen invloed. “Waarom”, zegt Mrs. Besant (Marriage, p. 19), “zouden we niet wat van de kwakers overnemen, en voor de tegenwoordige wettige vormen van het huwelijk een eenvoudige verklaring, in het openbaar gedaan, in de plaats stellen?”↑25Howard,op. cit., deel II, p. 456. De werkelijke praktijk in Pennsylvanië schijnt echter weinig te verschillen van die in de andere Staten.↑26Howard,op. cit., deel II, p. 109. “Het is werkelijk verwonderlijk”, merkt Howard op, “dat een groote natie, die zich beroemt op liefde voor gelijkheid en maatschappelijke vrijheid, volle vijf generaties lang een hatelijke verdraagzaamheid toelaat, eer dan zich vrij en moedig te bevrijden van de banden van een kerkelijke traditie”.↑27“Het gedwongen voortzetten van een ongelukkige vereeniging is misschien het immoreelste ding, dat een beschaafde maatschappij ooit gezien, nog veel minder aangemoedigd heeft”, zegt Godfrey (Science of Sex, p. 123). “Het moreele van een vereeniging hangt af van het wederzijdsch verlangen, en een vereeniging, die door een andere oorzaak wordt voorgeschreven, ligt buiten de beschaving, hoezeer de gewoonte ze moge erkennen, of de godsdienst en de wet ze moge goedkeuren”.↑28Echtbreuk wordt in de meeste wilde en barbaarsche maatschappijen, zooals Westermarck zegt, beschouwd als “een onwettig zich toeëigenen van de rechten, die de echtgenoot uitsluitend verkregen heeft door den koop van zijn vrouw, als een vergrijp tegen den eigendom”; de verleider wordt daarom gestraft als een dief, met boete, verminking, zelfs dood (Origin of the Moral Ideas, deel II blz. 447et seq.;id.,History of Human Marriage, p. 121). Bij sommige volken wordt alleen de verleider en niet de vrouw gestraft.↑29Er wordt soms gezegd ter verdediging van de eischen tot schadevergoeding voor het verleiden van een getrouwde vrouw, dat vrouwen dikwijls zwak zijn en niet in staat weerstand te bieden aan toenadering van een man, zoodat de wet zwaar zou moeten drukken op den man, die zich die zwakheid ten nutte maakt. Dit argument schijnt wat verouderd. De wet begint de verantwoordelijkheid zelfs van de getrouwde vrouwen in andere opzichten aan te nemen, en kan wel nauwelijks weigeren ze ook aan te nemen voor het controleeren van haar eigen persoon. Bovendien, als het zoo natuurlijk is voor de vrouw om te zwichten, dan is het nauwelijks rechtmatig den man te straffen, met wien zij die natuurlijke daad gedaan heeft. Er moet verder gezegd worden, dat, als de echtbreuk van een vrouw alleen maar een onverantwoordelijke vrouwelijke zwakheid is, dat dan een zeer ongepaste ruwheid haar wordt aangedaan door het openlijk eischen van schadevergoeding van haar minnaar. Als we werkelijk dit argument aannemen, dan moeten we de middeleeuwsche kuischheidsgordel weer invoeren.↑30Howard,op. cit., deel II, p. 114.↑31Deze regel is in Engeland geenszins een doode letter. Zoo bracht in 1907 een vrouw, die haar huis had verlaten, terwijl ze een brief achterliet waarin ze zeide, dat haar man niet de vader van haar kind was, daarna een aanklacht uit wegens echtbreuk en omdat de man zich niet verdedigde, werd haar die toegestaan. Maar, daar de advocaat van de kroon (King’s Proctor) de feiten vernomen had, werd het vonnis vernietigd. Toen diende de man een aanklacht in tot echtscheiding, kon die echter niet verkrijgen daar hij reeds had toegegeven dat hij echtbreuk begaan had, door zich in het vorige geval niet te doen verdedigen. Hij bracht de zaak voor het hof van appèl maar zijn verzoek werd niet ingewilligd, daar het hof van meening was, dat “het verleenen van steun in zulk een geval niet was in het belang van de algemeene moraal”. De veiligste weg in Engeland om wat wettig “huwelijk” genoemd wordt absoluut onontbindbaar te maken, is dat beide partijen echtbreuk begaan.↑32Magnus Hirschfeld,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Oct. 1908.↑33H. Adner, “Die Richterliche Beurteilung der “Zerrütteten” Ehe”,Geschlecht und Gesellschaft, Band II, Deel 8.↑34Gross-Hoffinger,Die Schicksale der Frauen und die Prostitution, 1847; Bloch geeft een volledige opsomming van de resultaten van dit onderzoek in eenAppendixbij hoofdstuk X van zijnSexual Life of Our Time.↑35De echtscheiding in de Vereenigde Staten wordt in den breede besproken door Howard,op. cit., deel III.↑36H. Münsterberg,The Americans, p. 575. Evenzoo meent Dr. Felix Adler, in een studie over “The Ethics of Divorce” (The Ethical Record, 1890, p. 200), hoewel hij zelf geen voorstander van echtscheiding is, dat de eerste oorzaak voor het veel voorkomen van de echtscheiding in de Vereenigde Staten is de hooge positie der vrouwen.↑37In een belangwekkend artikel, met gevallen ter illustratie, over “Het Neurologische Element in den huwelijksafkeer”(Journal of Nervous andMentalDiseases, Sept. 1892) verwijst Smith Baker naar de gevallen waarin “een man hoe langer hoe meer antipathie tegen zijn vrouw begint te gevoelen, als hij haar naar verhouding minder ontwikkelde persoonlijkheid leert kennen. Terwijl hij misschien trouwde, voordat hij juist had leeren oordeelen over karakter en de neigingen daarvan, komt hij tot besef van het feit, dat hij in eere verplicht is zijn geheele physiologische leven te leven, niet met een werkelijke gezellin, maar met een surrogaat.”De gevallen zijn nog talrijker, merkt dezelfde schrijver op, waarin de sexueele begeerte van de vrouw zich niet openbaart, behalve als resultaat van opvoeding en oefening. “Deze soort van natuurlijk-onnatuurlijken toestand is de bron van veel teleurstelling, en van intens lijden van de zijde van de vrouw evenzeer als van ontevredenheid in de familie”. Toch zijn zulke oorzaken van echtscheiding veel te samengesteld om in wetboeken vermeld te worden, en veel te intiem om in gerechtshoven bepleit te worden.↑38Tien jaar geleden, misschien nu nog wel, kwamen de Vereenigde Staten als de vierde wat de veelvuldigheid van echtscheiding aangaat, na Japan, Denemarken, en Zwitserland.↑39Lecky, de historieschrijver over de Europeesche moraal, heeft gewezen (Democracy and Liberty, deel II, p. 172) op de nauwe betrekking in het algemeen tusschen het gemak van de echtscheiding en een hoogen standaard van de sexueele moraal.↑40Zoo b.v., Hobhouse,Morals in Evolution, deel I, p. 237.↑41In Engeland werd deze stap gedaan onder de regeering van Hendrik VII, toen het gedwongen huwen van vrouwen tegen haar wil bij de wet verboden werd (3 Henry VII, c. 2). Zelfs al in het midden van de zeventiende eeuw moest de kwestie van het gedwongen huwelijk weer behandeld worden (Inderwick, Interregnum, blz. 40et seq.).↑42Woods Hutchinson (Contemporary Review, Sept., 1905) beweert, dat als epilepsie, krankzinnigheid, moreele perversie, gewoonte-dronkenschap, of misdadig gedrag van eenigerlei soort voorkomt, de echtscheiding, ter wille van het komend geslacht, niet alleen toegestaan moest zijn, maar verplichtend. Echtscheiding alleen zou echter niet voldoende zijn om het gewenschte doel te bereiken.↑43Evenzoo schrijft in Duitschland Wanda von Sacher-Masoch, die wat haar eigen karaktergebreken ook mogen geweest zijn, veel door het huwelijk geleden had, aan het eind vanMeine Lebensbeichte, dat “zoolang de vrouwen den moed niet hebben, zonder tusschenkomst van den Staat of tusschenkomst van de kerk verhoudingen te regelen, die haarzelf alleen aangaan, zullen zij niet vrij zijn”. In plaats van dit oude, vervallen huwelijkssysteem, dat zoo tegenovergesteld is aan onze moderne gedachten en gevoelens, wilde zij persoonlijke contracten hebben, gemaakt door een advocaat. In Engeland schreef al veel vroeger Charles Kingsley, een vurig voorstander van de vrouwenbeweging, wiens gevoel voor de vrouwen bijna tot vereering steeg, aan J. S. Mill: “Er kan nooit iets goeds komen voor de vrouwen, eer het laatste overblijfsel van de canonieke wet door de beschaving ter zijde is gesteld”.↑44“Er is nooit vuiler instelling uitgevonden”, verklaarde Auberon Herbert vele jaren geleden, en daarmee drukte hij een gevoelen uit, dat later zeer gewoon is geworden; “en het bestaan ervan sleept zich, tot onze groote schande voort, omdat we niet den moed hebben om vrijuit te zeggen, dat de sexueele verhoudingen van man en vrouw, of van hen, die samen leven, hen zelf aangaan, en dat ze niet de glurende, gretige, zelfgenoegzame, en ontzettend onware buitenwereld aangaan”.↑45Hobhouse,op. cit., deel I, p. 237.↑46Dezelfde opvatting van het huwelijk als een contract blijft nog tot op zekere hoogte ook in de Vereenigde Staten bestaan, waar ze heen gebracht was door de eerste Protestanten en Puriteinen. De Staten geven gewoonlijk geen definitie van het huwelijk, maar, naar Howard zegt (op. cit., deel II, p. 395), “inderdaad wordt het huwelijk behandeld als een verhouding, die zoowel iets heeft van den aard van een toestand als van een contract”.↑47Dit gezichtspunt is grondig uiteengezet door Paul en Victor Margueritte,Quelques Idées.↑48Ik wil opmerken, dat dit vele jaren geleden door C. G. Garrison aangetoond werd, die de gevolgen hiervan besprak in zijn “Limits of Divorce”,Contemporary Review, Feb., 1894. “We kunnen veilig zeggen”, besluit hij, “dat het huwelijk in geen opzicht op een contract gelijkt, noch in vorm, noch als geneesmiddel, handelwijze of in resultaat; maar dat het in al deze opzichten integendeel de rechten, van de personen, die het aangaat, verkort”. Het huwelijk is geen contract, maar een wijze van zich gedragen.↑49Zie b.v. P. en V. Margueritte,op. cit.↑50Zooals aangehaald door Howard,op. cit., deel II, p. 29.↑51Evenzoo merkt Ellen Key (Ueber Liebe und Ehe, p. 343) op, dat te spreken over “den plicht van levenslange trouw” in veel opzichten hetzelfde is, als te spreken van “den plicht van levenslange gezondheid”. Een mensch kan zijn best doen om zijn leven of zijn liefde te bewaren; hij kan dit niet onvoorwaardelijk op zich nemen.↑52Hobhouse,op. cit., deel I, blz. 159, 237–9; vergelijk P. en V. Margueritte,Quelques Idées.↑53“Echtscheiding”, zooals Garrison zegt (“Limits of Divorce”,Contemporary Review, Febr. 1894), “is de rechterlijke mededeeling, dat een gedrag, hetwelk eens dat van een huwelijk was in aard en doel, deze eigenschappen verloren heeft … Echtscheiding is een feitelijk iets, en niet een vrijheid om een belofte te breken”.↑54Zie boven, p. 325.↑55Het is noodig geweest de voortplanting in het eerste hoofdstuk van dit werk te bespreken, en het zal weer noodig zijn in het laatste hoofdstuk. Hier hebben wij alleen te maken met de voortplanting als een element van het huwelijk.↑56Nietzold,Die Ehe in Aegypten zur Ptolemäisch-römischen Zeit, 1903, p. 3. Deze band verzekerde ook rechten aan de kinderen, die tijdens het bestaan ervan geboren werden.↑57Zie bv. Ellen Key,Moeder en Kind, p. 21. De noodzakelijkheid tot het combineeren van grooter vrijheid van sexueele verhoudingen met grootere gestrengheid van ouderlijke verhoudingen werd in een vroeger tijd duidelijk erkend door een andere bekwame schrijfster, Miss J. H. Clapperton, in haar beroemd boekScientific Meliorism, uitgegeven in 1885 “Wettelijke veranderingen”, schreef zij (p. 320), “zijn noodig in twee richtingen, en wel in de richting van grooter vrijheid van huwelijk en grooter preciesheid, wat het ouderschap aangaat. De huwelijksvereeniging is in haar wezen een persoonlijke zaak, waarmee de maatschappij niet geroepen is zich te bemoeien en waartoe ze ook geen recht heeft. De geboorte van een kind daarentegen is een openbare gebeurtenis. Ze raakt de belangen van de geheele natie.”↑58Ellen Key,Liefde en Huwelijk, p. 168; vergelijk van dezelfde schrijfsterDe Eeuw van het Kind.↑59In Duitschland alleen worden ieder jaar 100.000 “onwettige” kinderen geboren, en het aantal neemt snel toe; in Engeland is het maar 40.000 per jaar, daar het sterke vooroordeel, dat dikwijls bestaat tegen zulke geboorten in Engeland (zooals ook in Frankrijk) aanleiding geeft tot het in wijden kring toepassen van middelen ter voorkoming van de conceptie.↑60“Waar zijn werkelijk monogamisten te vinden?” vroeg Schopenhauer in zijn verhandeling “Ueber die Weiber”. En James Hinton was gewoon te zeggen: “Wat is de bedoeling van het in stand houden van de monogamie? Is er eenige kans om ze te krijgen, zou ik wel eens willen weten? Noemt gij het Engelsche leven monogaam?”↑61“Bijna overal”, zegt Westermarck van de polygynie (die hij in den breede bespreekt in de hoofdstukken XX–XXII van zijnHistory of Human Marriage) “is ze beperkt tot het kleinste gedeelte van de menschen en het grootste deel is monogaam”. Maurice Gregory (Contemporary Review, Sept. 1906) geeft statistieken, die aantoonen, dat er bijna overal een neiging tot gelijkheid in aantal van de geslachten te vinden is.↑62In een polygaam land is een man natuurlijk door zijn verplichtingen evenzeer gebonden aan zijn tweede vrouw, als aan zijn eerste. Bij ons wordt de tweede vrouw onteerd door den naam maitres, en hoe slechter de man haar en haar kinderen behandelt, des te meer wordt zijn moraal goedgekeurd,evenals de Katholieke kerk, toen ze trachtte het coelibaat onder de geestelijkheid in te stellen, meer goedkeuring had voor den priester, die onwettige verhoudingen had met vrouwen, dan den priester, die fatsoenlijk en openlijk trouwde. Als zijn verwaarloozing er de maitres van een getrouwd man toe brengt haar verhouding tot hem bekend te maken, dan heeft de man recht haar te vervolgen, en zijn advocaat zal, van de algemeene sympathie verzekerd, voor het gerechtshof zeggen, dat “deze vrouw zoo slecht is geweest van te schrijven aan de vrouw van den klager!”↑63Howard, in zijn oordeelkundigeHistory of Matrimonial Institutions(deel II, blz. 96et seq.), kan niet nalaten de aandacht te vestigen op den bijna krankzinnig opgewonden aard van de taal, die in Engeland nog maar weinige jaren geleden gebruikt werd door hen, die waren tègen het huwelijk met de zuster van de overledene vrouw, en hij stelt die tegenover de meer redelijke houding van de Katholieke kerk. “Er zijn voorbeelden gegeven”, merkt hij op, “van de moreele anarchie, die zulke huwelijken moeten te voorschijn roepen, en die zijn door opmerkers uit Amerika, uit de koloniën en van het vasteland gelezen met een ongerustheid, die niet onvermengd was met tegenzin, en het zijn werkelijk merkwaardige illustraties van het uiterst insulair karakter van den Engelschen geest”. Nog in A.D. 1908 werd er een wetsontwerp gebracht in het House of Lords, hetwelk voorstelde, dat verlating zonder oorzaak twee jaren lang een reden zou zijn tot echtscheiding, een redelijke en menschelijke maatregel, die als wet geldt in de meeste deelen van de beschaafde wereld. De Lord Kanselier (Lord Loreburn), een liberaal, en een verlicht en scherpzinnig leider in de sfeer van de politiek, verklaarde, dat zulk een voorstel “absoluut onmogelijk” was. Het Huis verwierp het voorstel met 61 tegen 2 stemmen. Zelfs de huwelijksbesluiten van het concilie van Trente werden niet door zulk een overweldigende meerderheid aangenomen. Inzake de huwelijkswetgeving is Engeland nog nauwelijks ontwassen aan de Middeleeuwen.↑
1Rosenthal, uit Breslau, gaat zoo ver, dat hij van juridische zijde beweert (“Grundfragen des Eheproblems”,Die Neue Generation, Dec., 1908), dat de bedoeling van de voortplanting voor het begrip van wettig huwelijk essentieel is.↑2J. A. Godfrey,Science of Sex, p. 119.↑3E. D. Cope, “The Marriage Problem”,Open Court, Nov., 1888.↑4Zie boven, p. 359.↑5Wächter,Ehescheidungen, blz. 95et seq.; Esmein,Marriage en Droit Canonique, deel I, p. 6; Howard,History of Matrimonial Institutions, deel II, p. 15. Howard meent (in overeenstemming met Lecky), dat van de vrijheid tot echtscheiden alleen misbruik gemaakt werd door een klein deel van de Romeinsche bevolking, en dat zulk een misstand, voor zoover hij bestond, niet de oorzaak was van achteruitgang van de moraal in Rome.↑6De meeningen van de Christelijke Kerkvaders waren zeer afwisselend, en ze wisten soms zelf niet, wat ze meenden; zie bv. de meeningen, verzameld door Cranmer en opgesomd door Burnet,History of Reformation(ed. Nares), deel II, p. 91.↑7Constantijn, de eerste Christelijke Keizer, stelde een streng en eigenaardige wet op de echtscheiding voor (die een vrouw toestond echtscheiding te verkrijgen van haar man, alleen als hij een moordenaar was, iemand vergiftigd had, of een grafschenner was), maar deze wet kon niet staande gehouden worden. Dus beval Anastasius in 497 echtscheiding met wederzijdsch goedvinden. Dit werd afgeschaft door Justinianus, die alleen echtscheiding toestond bij verschillende gespecificeerde oorzaken, daaronder echtbreuk van den man. Deze beperkingen bleken echter niet houdbaar, en de opvolger en neef van Justinianus, Justinus, herstelde weer de echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden. Ten slotte, in 870, kwam Leo de wijsgeer weer terug op het voorstel van Justinianus (zie b.v. Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, arts. “Adultery”en“Marriage”).↑8Het element van eerbied in de houding van de Germanen in den eersten tijd jegens vrouwen en de voorrechten, die zelfs getrouwde vrouwen hadden, schijnen, voor zoover als Tacitus als een betrouwbaar gids beschouwd kan worden, de overgebleven sporen te zijn van een vroeger maatschappelijk stadium op een meer matriarchale basis. Zij zijn zeer duidelijk zichtbaar bij het begin van de Duitsche geschiedenis. Van den beginne echter waren, hoewel echtscheiding met wederzijdsch goedvinden mogelijk schijnt geweest te zijn, de Duitsche zeden zonder erbarmen voor de getrouwde vrouw, die ontrouw was, of onvruchtbaar, of die op andere wijze aanstoot gaf, hoewel het eenigen tijd lang na het invoeren van het Christendom voor den Duitschen echtgenoot geen misdaad was echtbreuk te plegen. (Westermarck,Origin of the Moral Ideas, deel II, p. 453).↑9“Deze vorm van huwelijk”, zegt Hobhouse (op. cit., deel I, p. 156),“staat in nauw verband met de uitbreiding van de rechten van den man”. Vergelijk Howard,op. cit., deel I, p. 231. De zeer lage plaats van de Duitsche vrouw in de middeleeuwen wordt duidelijk gemaakt door Hagelstange,Süddeutsches Bauernleben im Mittelalter, 1898, blz. 70et seq.↑10Howard,op. cit., deel I, p. 259; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art.Arrhae. Het schijnt echter dat de “bruidkoop”, waarvan Tacitus spreekt, niet strikt de verkoop was van een stuk vee of van een slavinnetje, maar de verkoop van demundof het recht van bescherming over het meisje. Het is waar, dat de beteekenis misschien niet altijd duidelijk is geweest aan hen, die deel namen aan de handeling. Evenzoo was de Angelsaksische verloving niet zoozeer een betalen van den prijs van de bruid aan haar verwanten, hoewel zij natuurlijk een voordeeltje uit de handeling konden slaan, als wel een verbond, dat fatsoenlijke behandeling van de vrouw als vrouw en weduwe eischte. Herinneringen hieraan, merken Pollock en Maitland op (op. cit., deel II, p. 364), kan men vinden in “die merkwaardige rommelkamer voor antiquiteiten, het huwelijksritueel van de Engelsche kerk”.↑11J. Wickham Legg,Ecclesiological Essays, p. 189. We mogen er aan toevoegen dat het denkbeeld van de onderwerping van de vrouw aan den man in een tamelijk vroeg stadium in de Christelijke kerk voor den dag kwam, en ongetwijfeld onafhankelijk van Germaansche invloeden; de heilige Augustinus zeide (Sermo XXXVII, cap. VI) dat een goedemater familiaszich niet moest schamen zich de dienstmaagd van haar man te noemen (ancilla).↑12Zie b.v. L. Gautier,La Chevaleriehoofdst. IX.↑13Howard,op. cit., deel I, blz. 278–281, 386. DeArrhakwam te voorschijn in de Romeinsche wet in de zesde eeuw.↑14Howard,op. cit., deel I, blz. 293et seq.; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art. “Contract of Marriage”.↑15Alle latere veranderingen in het Katholieke canonieke recht hebben het huwelijk alleen nog maar enger gemaakt en nog verder van de praktijk van de wereld afgebracht. Bij een decreet van den paus van 1907, wordt verklaard, dat burgerlijke huwelijken en huwelijken op niet-katholieke plaatsen van eeredienst niet alleen zondig zijn en onwettig (wat ze tevoren ook al waren), maar van nul en geenerlei waarde.↑16E. S. P. Haynes,Our Divorce Law, p. 3.↑17Het was het Concilie van Trente, in de zesde eeuw, dat de kerkelijke riten maakte tot een essentieel punt voor een bindend huwelijk; maar zelfs toen stemden zes en vijftig prelaten tegen die beslissing.↑18Esmen,op. cit., deel I, p. 91.↑19Soms zegt men, dat de Katholieke kerk de verkeerdheden van haar leer van de onontbindbaarheid van het huwelijk matigt door een aantal beletselen voor het huwelijk aan te nemen, terwijl ze vrije speelruimte laat aan hen, die vrijstelling van het huwelijk willen hebben. Dit schijnt echter nauwelijks het geval te zijn. Dr. P. J. Hayes, die als kanselier van de Katholieke aartsdiocese van New-York met gezag spreekt, zegt (“Impediments to Marriage in the Catholic Church”,North American Review, Mei 1905), dat zelfs in een zoo moderne en gemengde gemeenschap als deze er maar weinig aanvragen zijn om dispensatie ten gevolge van beletsels; er zijn per jaar 15.000 Katholieke huwelijken in de stad New-York, maar alleen bij vijf per jaar wordt er navraag naar gedaan of ze wel geldig zijn, en dan voornamelijk op grond van bigamie.↑20De Canonisten, zeggen Pollock en Maitland (loc. cit.), “hebben een willekeurige chaos gemaakt van de huwelijkswet”. “Zelden”, zegt Howard (op. cit., deel I, p. 340), “hebben theorie en fijne haarkloverijen verderfelijker gevolgen gehad in het practische leven dan toen ze het onderscheid tusschensponsalia de praesentiende futurovaststelden”.↑21Howard,op. cit., deel I, p. 386et seq.Over het geheel was echter de meening van Luther, dat het huwelijk, hoewel heilig en geheimzinnig, geen sacrament is; zijn verschillende gezegden over de zaak zijn te zamen gebracht door Strumpff,Luther über die Ehe, blz. 204–214.↑22Howard,op. cit., deel II, p. 61et seq.↑23Waarschijnlijk bleef, als een resultaat van de eenigszins verwarde en onsamenhangende houding van de Hervormers, de canonieke wet in Protestantsche landen inderdaad langer van kracht dan in Katholieke landen; vooral in Frankrijk is ze ingrijpender veranderd. (Esmein,op. cit., deel I, p. 33).↑24De opvatting der kwakers over het huwelijk is nog heden van machtigen invloed. “Waarom”, zegt Mrs. Besant (Marriage, p. 19), “zouden we niet wat van de kwakers overnemen, en voor de tegenwoordige wettige vormen van het huwelijk een eenvoudige verklaring, in het openbaar gedaan, in de plaats stellen?”↑25Howard,op. cit., deel II, p. 456. De werkelijke praktijk in Pennsylvanië schijnt echter weinig te verschillen van die in de andere Staten.↑26Howard,op. cit., deel II, p. 109. “Het is werkelijk verwonderlijk”, merkt Howard op, “dat een groote natie, die zich beroemt op liefde voor gelijkheid en maatschappelijke vrijheid, volle vijf generaties lang een hatelijke verdraagzaamheid toelaat, eer dan zich vrij en moedig te bevrijden van de banden van een kerkelijke traditie”.↑27“Het gedwongen voortzetten van een ongelukkige vereeniging is misschien het immoreelste ding, dat een beschaafde maatschappij ooit gezien, nog veel minder aangemoedigd heeft”, zegt Godfrey (Science of Sex, p. 123). “Het moreele van een vereeniging hangt af van het wederzijdsch verlangen, en een vereeniging, die door een andere oorzaak wordt voorgeschreven, ligt buiten de beschaving, hoezeer de gewoonte ze moge erkennen, of de godsdienst en de wet ze moge goedkeuren”.↑28Echtbreuk wordt in de meeste wilde en barbaarsche maatschappijen, zooals Westermarck zegt, beschouwd als “een onwettig zich toeëigenen van de rechten, die de echtgenoot uitsluitend verkregen heeft door den koop van zijn vrouw, als een vergrijp tegen den eigendom”; de verleider wordt daarom gestraft als een dief, met boete, verminking, zelfs dood (Origin of the Moral Ideas, deel II blz. 447et seq.;id.,History of Human Marriage, p. 121). Bij sommige volken wordt alleen de verleider en niet de vrouw gestraft.↑29Er wordt soms gezegd ter verdediging van de eischen tot schadevergoeding voor het verleiden van een getrouwde vrouw, dat vrouwen dikwijls zwak zijn en niet in staat weerstand te bieden aan toenadering van een man, zoodat de wet zwaar zou moeten drukken op den man, die zich die zwakheid ten nutte maakt. Dit argument schijnt wat verouderd. De wet begint de verantwoordelijkheid zelfs van de getrouwde vrouwen in andere opzichten aan te nemen, en kan wel nauwelijks weigeren ze ook aan te nemen voor het controleeren van haar eigen persoon. Bovendien, als het zoo natuurlijk is voor de vrouw om te zwichten, dan is het nauwelijks rechtmatig den man te straffen, met wien zij die natuurlijke daad gedaan heeft. Er moet verder gezegd worden, dat, als de echtbreuk van een vrouw alleen maar een onverantwoordelijke vrouwelijke zwakheid is, dat dan een zeer ongepaste ruwheid haar wordt aangedaan door het openlijk eischen van schadevergoeding van haar minnaar. Als we werkelijk dit argument aannemen, dan moeten we de middeleeuwsche kuischheidsgordel weer invoeren.↑30Howard,op. cit., deel II, p. 114.↑31Deze regel is in Engeland geenszins een doode letter. Zoo bracht in 1907 een vrouw, die haar huis had verlaten, terwijl ze een brief achterliet waarin ze zeide, dat haar man niet de vader van haar kind was, daarna een aanklacht uit wegens echtbreuk en omdat de man zich niet verdedigde, werd haar die toegestaan. Maar, daar de advocaat van de kroon (King’s Proctor) de feiten vernomen had, werd het vonnis vernietigd. Toen diende de man een aanklacht in tot echtscheiding, kon die echter niet verkrijgen daar hij reeds had toegegeven dat hij echtbreuk begaan had, door zich in het vorige geval niet te doen verdedigen. Hij bracht de zaak voor het hof van appèl maar zijn verzoek werd niet ingewilligd, daar het hof van meening was, dat “het verleenen van steun in zulk een geval niet was in het belang van de algemeene moraal”. De veiligste weg in Engeland om wat wettig “huwelijk” genoemd wordt absoluut onontbindbaar te maken, is dat beide partijen echtbreuk begaan.↑32Magnus Hirschfeld,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Oct. 1908.↑33H. Adner, “Die Richterliche Beurteilung der “Zerrütteten” Ehe”,Geschlecht und Gesellschaft, Band II, Deel 8.↑34Gross-Hoffinger,Die Schicksale der Frauen und die Prostitution, 1847; Bloch geeft een volledige opsomming van de resultaten van dit onderzoek in eenAppendixbij hoofdstuk X van zijnSexual Life of Our Time.↑35De echtscheiding in de Vereenigde Staten wordt in den breede besproken door Howard,op. cit., deel III.↑36H. Münsterberg,The Americans, p. 575. Evenzoo meent Dr. Felix Adler, in een studie over “The Ethics of Divorce” (The Ethical Record, 1890, p. 200), hoewel hij zelf geen voorstander van echtscheiding is, dat de eerste oorzaak voor het veel voorkomen van de echtscheiding in de Vereenigde Staten is de hooge positie der vrouwen.↑37In een belangwekkend artikel, met gevallen ter illustratie, over “Het Neurologische Element in den huwelijksafkeer”(Journal of Nervous andMentalDiseases, Sept. 1892) verwijst Smith Baker naar de gevallen waarin “een man hoe langer hoe meer antipathie tegen zijn vrouw begint te gevoelen, als hij haar naar verhouding minder ontwikkelde persoonlijkheid leert kennen. Terwijl hij misschien trouwde, voordat hij juist had leeren oordeelen over karakter en de neigingen daarvan, komt hij tot besef van het feit, dat hij in eere verplicht is zijn geheele physiologische leven te leven, niet met een werkelijke gezellin, maar met een surrogaat.”De gevallen zijn nog talrijker, merkt dezelfde schrijver op, waarin de sexueele begeerte van de vrouw zich niet openbaart, behalve als resultaat van opvoeding en oefening. “Deze soort van natuurlijk-onnatuurlijken toestand is de bron van veel teleurstelling, en van intens lijden van de zijde van de vrouw evenzeer als van ontevredenheid in de familie”. Toch zijn zulke oorzaken van echtscheiding veel te samengesteld om in wetboeken vermeld te worden, en veel te intiem om in gerechtshoven bepleit te worden.↑38Tien jaar geleden, misschien nu nog wel, kwamen de Vereenigde Staten als de vierde wat de veelvuldigheid van echtscheiding aangaat, na Japan, Denemarken, en Zwitserland.↑39Lecky, de historieschrijver over de Europeesche moraal, heeft gewezen (Democracy and Liberty, deel II, p. 172) op de nauwe betrekking in het algemeen tusschen het gemak van de echtscheiding en een hoogen standaard van de sexueele moraal.↑40Zoo b.v., Hobhouse,Morals in Evolution, deel I, p. 237.↑41In Engeland werd deze stap gedaan onder de regeering van Hendrik VII, toen het gedwongen huwen van vrouwen tegen haar wil bij de wet verboden werd (3 Henry VII, c. 2). Zelfs al in het midden van de zeventiende eeuw moest de kwestie van het gedwongen huwelijk weer behandeld worden (Inderwick, Interregnum, blz. 40et seq.).↑42Woods Hutchinson (Contemporary Review, Sept., 1905) beweert, dat als epilepsie, krankzinnigheid, moreele perversie, gewoonte-dronkenschap, of misdadig gedrag van eenigerlei soort voorkomt, de echtscheiding, ter wille van het komend geslacht, niet alleen toegestaan moest zijn, maar verplichtend. Echtscheiding alleen zou echter niet voldoende zijn om het gewenschte doel te bereiken.↑43Evenzoo schrijft in Duitschland Wanda von Sacher-Masoch, die wat haar eigen karaktergebreken ook mogen geweest zijn, veel door het huwelijk geleden had, aan het eind vanMeine Lebensbeichte, dat “zoolang de vrouwen den moed niet hebben, zonder tusschenkomst van den Staat of tusschenkomst van de kerk verhoudingen te regelen, die haarzelf alleen aangaan, zullen zij niet vrij zijn”. In plaats van dit oude, vervallen huwelijkssysteem, dat zoo tegenovergesteld is aan onze moderne gedachten en gevoelens, wilde zij persoonlijke contracten hebben, gemaakt door een advocaat. In Engeland schreef al veel vroeger Charles Kingsley, een vurig voorstander van de vrouwenbeweging, wiens gevoel voor de vrouwen bijna tot vereering steeg, aan J. S. Mill: “Er kan nooit iets goeds komen voor de vrouwen, eer het laatste overblijfsel van de canonieke wet door de beschaving ter zijde is gesteld”.↑44“Er is nooit vuiler instelling uitgevonden”, verklaarde Auberon Herbert vele jaren geleden, en daarmee drukte hij een gevoelen uit, dat later zeer gewoon is geworden; “en het bestaan ervan sleept zich, tot onze groote schande voort, omdat we niet den moed hebben om vrijuit te zeggen, dat de sexueele verhoudingen van man en vrouw, of van hen, die samen leven, hen zelf aangaan, en dat ze niet de glurende, gretige, zelfgenoegzame, en ontzettend onware buitenwereld aangaan”.↑45Hobhouse,op. cit., deel I, p. 237.↑46Dezelfde opvatting van het huwelijk als een contract blijft nog tot op zekere hoogte ook in de Vereenigde Staten bestaan, waar ze heen gebracht was door de eerste Protestanten en Puriteinen. De Staten geven gewoonlijk geen definitie van het huwelijk, maar, naar Howard zegt (op. cit., deel II, p. 395), “inderdaad wordt het huwelijk behandeld als een verhouding, die zoowel iets heeft van den aard van een toestand als van een contract”.↑47Dit gezichtspunt is grondig uiteengezet door Paul en Victor Margueritte,Quelques Idées.↑48Ik wil opmerken, dat dit vele jaren geleden door C. G. Garrison aangetoond werd, die de gevolgen hiervan besprak in zijn “Limits of Divorce”,Contemporary Review, Feb., 1894. “We kunnen veilig zeggen”, besluit hij, “dat het huwelijk in geen opzicht op een contract gelijkt, noch in vorm, noch als geneesmiddel, handelwijze of in resultaat; maar dat het in al deze opzichten integendeel de rechten, van de personen, die het aangaat, verkort”. Het huwelijk is geen contract, maar een wijze van zich gedragen.↑49Zie b.v. P. en V. Margueritte,op. cit.↑50Zooals aangehaald door Howard,op. cit., deel II, p. 29.↑51Evenzoo merkt Ellen Key (Ueber Liebe und Ehe, p. 343) op, dat te spreken over “den plicht van levenslange trouw” in veel opzichten hetzelfde is, als te spreken van “den plicht van levenslange gezondheid”. Een mensch kan zijn best doen om zijn leven of zijn liefde te bewaren; hij kan dit niet onvoorwaardelijk op zich nemen.↑52Hobhouse,op. cit., deel I, blz. 159, 237–9; vergelijk P. en V. Margueritte,Quelques Idées.↑53“Echtscheiding”, zooals Garrison zegt (“Limits of Divorce”,Contemporary Review, Febr. 1894), “is de rechterlijke mededeeling, dat een gedrag, hetwelk eens dat van een huwelijk was in aard en doel, deze eigenschappen verloren heeft … Echtscheiding is een feitelijk iets, en niet een vrijheid om een belofte te breken”.↑54Zie boven, p. 325.↑55Het is noodig geweest de voortplanting in het eerste hoofdstuk van dit werk te bespreken, en het zal weer noodig zijn in het laatste hoofdstuk. Hier hebben wij alleen te maken met de voortplanting als een element van het huwelijk.↑56Nietzold,Die Ehe in Aegypten zur Ptolemäisch-römischen Zeit, 1903, p. 3. Deze band verzekerde ook rechten aan de kinderen, die tijdens het bestaan ervan geboren werden.↑57Zie bv. Ellen Key,Moeder en Kind, p. 21. De noodzakelijkheid tot het combineeren van grooter vrijheid van sexueele verhoudingen met grootere gestrengheid van ouderlijke verhoudingen werd in een vroeger tijd duidelijk erkend door een andere bekwame schrijfster, Miss J. H. Clapperton, in haar beroemd boekScientific Meliorism, uitgegeven in 1885 “Wettelijke veranderingen”, schreef zij (p. 320), “zijn noodig in twee richtingen, en wel in de richting van grooter vrijheid van huwelijk en grooter preciesheid, wat het ouderschap aangaat. De huwelijksvereeniging is in haar wezen een persoonlijke zaak, waarmee de maatschappij niet geroepen is zich te bemoeien en waartoe ze ook geen recht heeft. De geboorte van een kind daarentegen is een openbare gebeurtenis. Ze raakt de belangen van de geheele natie.”↑58Ellen Key,Liefde en Huwelijk, p. 168; vergelijk van dezelfde schrijfsterDe Eeuw van het Kind.↑59In Duitschland alleen worden ieder jaar 100.000 “onwettige” kinderen geboren, en het aantal neemt snel toe; in Engeland is het maar 40.000 per jaar, daar het sterke vooroordeel, dat dikwijls bestaat tegen zulke geboorten in Engeland (zooals ook in Frankrijk) aanleiding geeft tot het in wijden kring toepassen van middelen ter voorkoming van de conceptie.↑60“Waar zijn werkelijk monogamisten te vinden?” vroeg Schopenhauer in zijn verhandeling “Ueber die Weiber”. En James Hinton was gewoon te zeggen: “Wat is de bedoeling van het in stand houden van de monogamie? Is er eenige kans om ze te krijgen, zou ik wel eens willen weten? Noemt gij het Engelsche leven monogaam?”↑61“Bijna overal”, zegt Westermarck van de polygynie (die hij in den breede bespreekt in de hoofdstukken XX–XXII van zijnHistory of Human Marriage) “is ze beperkt tot het kleinste gedeelte van de menschen en het grootste deel is monogaam”. Maurice Gregory (Contemporary Review, Sept. 1906) geeft statistieken, die aantoonen, dat er bijna overal een neiging tot gelijkheid in aantal van de geslachten te vinden is.↑62In een polygaam land is een man natuurlijk door zijn verplichtingen evenzeer gebonden aan zijn tweede vrouw, als aan zijn eerste. Bij ons wordt de tweede vrouw onteerd door den naam maitres, en hoe slechter de man haar en haar kinderen behandelt, des te meer wordt zijn moraal goedgekeurd,evenals de Katholieke kerk, toen ze trachtte het coelibaat onder de geestelijkheid in te stellen, meer goedkeuring had voor den priester, die onwettige verhoudingen had met vrouwen, dan den priester, die fatsoenlijk en openlijk trouwde. Als zijn verwaarloozing er de maitres van een getrouwd man toe brengt haar verhouding tot hem bekend te maken, dan heeft de man recht haar te vervolgen, en zijn advocaat zal, van de algemeene sympathie verzekerd, voor het gerechtshof zeggen, dat “deze vrouw zoo slecht is geweest van te schrijven aan de vrouw van den klager!”↑63Howard, in zijn oordeelkundigeHistory of Matrimonial Institutions(deel II, blz. 96et seq.), kan niet nalaten de aandacht te vestigen op den bijna krankzinnig opgewonden aard van de taal, die in Engeland nog maar weinige jaren geleden gebruikt werd door hen, die waren tègen het huwelijk met de zuster van de overledene vrouw, en hij stelt die tegenover de meer redelijke houding van de Katholieke kerk. “Er zijn voorbeelden gegeven”, merkt hij op, “van de moreele anarchie, die zulke huwelijken moeten te voorschijn roepen, en die zijn door opmerkers uit Amerika, uit de koloniën en van het vasteland gelezen met een ongerustheid, die niet onvermengd was met tegenzin, en het zijn werkelijk merkwaardige illustraties van het uiterst insulair karakter van den Engelschen geest”. Nog in A.D. 1908 werd er een wetsontwerp gebracht in het House of Lords, hetwelk voorstelde, dat verlating zonder oorzaak twee jaren lang een reden zou zijn tot echtscheiding, een redelijke en menschelijke maatregel, die als wet geldt in de meeste deelen van de beschaafde wereld. De Lord Kanselier (Lord Loreburn), een liberaal, en een verlicht en scherpzinnig leider in de sfeer van de politiek, verklaarde, dat zulk een voorstel “absoluut onmogelijk” was. Het Huis verwierp het voorstel met 61 tegen 2 stemmen. Zelfs de huwelijksbesluiten van het concilie van Trente werden niet door zulk een overweldigende meerderheid aangenomen. Inzake de huwelijkswetgeving is Engeland nog nauwelijks ontwassen aan de Middeleeuwen.↑
1Rosenthal, uit Breslau, gaat zoo ver, dat hij van juridische zijde beweert (“Grundfragen des Eheproblems”,Die Neue Generation, Dec., 1908), dat de bedoeling van de voortplanting voor het begrip van wettig huwelijk essentieel is.↑
2J. A. Godfrey,Science of Sex, p. 119.↑
3E. D. Cope, “The Marriage Problem”,Open Court, Nov., 1888.↑
4Zie boven, p. 359.↑
5Wächter,Ehescheidungen, blz. 95et seq.; Esmein,Marriage en Droit Canonique, deel I, p. 6; Howard,History of Matrimonial Institutions, deel II, p. 15. Howard meent (in overeenstemming met Lecky), dat van de vrijheid tot echtscheiden alleen misbruik gemaakt werd door een klein deel van de Romeinsche bevolking, en dat zulk een misstand, voor zoover hij bestond, niet de oorzaak was van achteruitgang van de moraal in Rome.↑
6De meeningen van de Christelijke Kerkvaders waren zeer afwisselend, en ze wisten soms zelf niet, wat ze meenden; zie bv. de meeningen, verzameld door Cranmer en opgesomd door Burnet,History of Reformation(ed. Nares), deel II, p. 91.↑
7Constantijn, de eerste Christelijke Keizer, stelde een streng en eigenaardige wet op de echtscheiding voor (die een vrouw toestond echtscheiding te verkrijgen van haar man, alleen als hij een moordenaar was, iemand vergiftigd had, of een grafschenner was), maar deze wet kon niet staande gehouden worden. Dus beval Anastasius in 497 echtscheiding met wederzijdsch goedvinden. Dit werd afgeschaft door Justinianus, die alleen echtscheiding toestond bij verschillende gespecificeerde oorzaken, daaronder echtbreuk van den man. Deze beperkingen bleken echter niet houdbaar, en de opvolger en neef van Justinianus, Justinus, herstelde weer de echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden. Ten slotte, in 870, kwam Leo de wijsgeer weer terug op het voorstel van Justinianus (zie b.v. Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, arts. “Adultery”en“Marriage”).↑
8Het element van eerbied in de houding van de Germanen in den eersten tijd jegens vrouwen en de voorrechten, die zelfs getrouwde vrouwen hadden, schijnen, voor zoover als Tacitus als een betrouwbaar gids beschouwd kan worden, de overgebleven sporen te zijn van een vroeger maatschappelijk stadium op een meer matriarchale basis. Zij zijn zeer duidelijk zichtbaar bij het begin van de Duitsche geschiedenis. Van den beginne echter waren, hoewel echtscheiding met wederzijdsch goedvinden mogelijk schijnt geweest te zijn, de Duitsche zeden zonder erbarmen voor de getrouwde vrouw, die ontrouw was, of onvruchtbaar, of die op andere wijze aanstoot gaf, hoewel het eenigen tijd lang na het invoeren van het Christendom voor den Duitschen echtgenoot geen misdaad was echtbreuk te plegen. (Westermarck,Origin of the Moral Ideas, deel II, p. 453).↑
9“Deze vorm van huwelijk”, zegt Hobhouse (op. cit., deel I, p. 156),“staat in nauw verband met de uitbreiding van de rechten van den man”. Vergelijk Howard,op. cit., deel I, p. 231. De zeer lage plaats van de Duitsche vrouw in de middeleeuwen wordt duidelijk gemaakt door Hagelstange,Süddeutsches Bauernleben im Mittelalter, 1898, blz. 70et seq.↑
10Howard,op. cit., deel I, p. 259; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art.Arrhae. Het schijnt echter dat de “bruidkoop”, waarvan Tacitus spreekt, niet strikt de verkoop was van een stuk vee of van een slavinnetje, maar de verkoop van demundof het recht van bescherming over het meisje. Het is waar, dat de beteekenis misschien niet altijd duidelijk is geweest aan hen, die deel namen aan de handeling. Evenzoo was de Angelsaksische verloving niet zoozeer een betalen van den prijs van de bruid aan haar verwanten, hoewel zij natuurlijk een voordeeltje uit de handeling konden slaan, als wel een verbond, dat fatsoenlijke behandeling van de vrouw als vrouw en weduwe eischte. Herinneringen hieraan, merken Pollock en Maitland op (op. cit., deel II, p. 364), kan men vinden in “die merkwaardige rommelkamer voor antiquiteiten, het huwelijksritueel van de Engelsche kerk”.↑
11J. Wickham Legg,Ecclesiological Essays, p. 189. We mogen er aan toevoegen dat het denkbeeld van de onderwerping van de vrouw aan den man in een tamelijk vroeg stadium in de Christelijke kerk voor den dag kwam, en ongetwijfeld onafhankelijk van Germaansche invloeden; de heilige Augustinus zeide (Sermo XXXVII, cap. VI) dat een goedemater familiaszich niet moest schamen zich de dienstmaagd van haar man te noemen (ancilla).↑
12Zie b.v. L. Gautier,La Chevaleriehoofdst. IX.↑
13Howard,op. cit., deel I, blz. 278–281, 386. DeArrhakwam te voorschijn in de Romeinsche wet in de zesde eeuw.↑
14Howard,op. cit., deel I, blz. 293et seq.; Smith and Cheetham,Dictionary of Christian Antiquities, art. “Contract of Marriage”.↑
15Alle latere veranderingen in het Katholieke canonieke recht hebben het huwelijk alleen nog maar enger gemaakt en nog verder van de praktijk van de wereld afgebracht. Bij een decreet van den paus van 1907, wordt verklaard, dat burgerlijke huwelijken en huwelijken op niet-katholieke plaatsen van eeredienst niet alleen zondig zijn en onwettig (wat ze tevoren ook al waren), maar van nul en geenerlei waarde.↑
16E. S. P. Haynes,Our Divorce Law, p. 3.↑
17Het was het Concilie van Trente, in de zesde eeuw, dat de kerkelijke riten maakte tot een essentieel punt voor een bindend huwelijk; maar zelfs toen stemden zes en vijftig prelaten tegen die beslissing.↑
18Esmen,op. cit., deel I, p. 91.↑
19Soms zegt men, dat de Katholieke kerk de verkeerdheden van haar leer van de onontbindbaarheid van het huwelijk matigt door een aantal beletselen voor het huwelijk aan te nemen, terwijl ze vrije speelruimte laat aan hen, die vrijstelling van het huwelijk willen hebben. Dit schijnt echter nauwelijks het geval te zijn. Dr. P. J. Hayes, die als kanselier van de Katholieke aartsdiocese van New-York met gezag spreekt, zegt (“Impediments to Marriage in the Catholic Church”,North American Review, Mei 1905), dat zelfs in een zoo moderne en gemengde gemeenschap als deze er maar weinig aanvragen zijn om dispensatie ten gevolge van beletsels; er zijn per jaar 15.000 Katholieke huwelijken in de stad New-York, maar alleen bij vijf per jaar wordt er navraag naar gedaan of ze wel geldig zijn, en dan voornamelijk op grond van bigamie.↑
20De Canonisten, zeggen Pollock en Maitland (loc. cit.), “hebben een willekeurige chaos gemaakt van de huwelijkswet”. “Zelden”, zegt Howard (op. cit., deel I, p. 340), “hebben theorie en fijne haarkloverijen verderfelijker gevolgen gehad in het practische leven dan toen ze het onderscheid tusschensponsalia de praesentiende futurovaststelden”.↑
21Howard,op. cit., deel I, p. 386et seq.Over het geheel was echter de meening van Luther, dat het huwelijk, hoewel heilig en geheimzinnig, geen sacrament is; zijn verschillende gezegden over de zaak zijn te zamen gebracht door Strumpff,Luther über die Ehe, blz. 204–214.↑
22Howard,op. cit., deel II, p. 61et seq.↑
23Waarschijnlijk bleef, als een resultaat van de eenigszins verwarde en onsamenhangende houding van de Hervormers, de canonieke wet in Protestantsche landen inderdaad langer van kracht dan in Katholieke landen; vooral in Frankrijk is ze ingrijpender veranderd. (Esmein,op. cit., deel I, p. 33).↑
24De opvatting der kwakers over het huwelijk is nog heden van machtigen invloed. “Waarom”, zegt Mrs. Besant (Marriage, p. 19), “zouden we niet wat van de kwakers overnemen, en voor de tegenwoordige wettige vormen van het huwelijk een eenvoudige verklaring, in het openbaar gedaan, in de plaats stellen?”↑
25Howard,op. cit., deel II, p. 456. De werkelijke praktijk in Pennsylvanië schijnt echter weinig te verschillen van die in de andere Staten.↑
26Howard,op. cit., deel II, p. 109. “Het is werkelijk verwonderlijk”, merkt Howard op, “dat een groote natie, die zich beroemt op liefde voor gelijkheid en maatschappelijke vrijheid, volle vijf generaties lang een hatelijke verdraagzaamheid toelaat, eer dan zich vrij en moedig te bevrijden van de banden van een kerkelijke traditie”.↑
27“Het gedwongen voortzetten van een ongelukkige vereeniging is misschien het immoreelste ding, dat een beschaafde maatschappij ooit gezien, nog veel minder aangemoedigd heeft”, zegt Godfrey (Science of Sex, p. 123). “Het moreele van een vereeniging hangt af van het wederzijdsch verlangen, en een vereeniging, die door een andere oorzaak wordt voorgeschreven, ligt buiten de beschaving, hoezeer de gewoonte ze moge erkennen, of de godsdienst en de wet ze moge goedkeuren”.↑
28Echtbreuk wordt in de meeste wilde en barbaarsche maatschappijen, zooals Westermarck zegt, beschouwd als “een onwettig zich toeëigenen van de rechten, die de echtgenoot uitsluitend verkregen heeft door den koop van zijn vrouw, als een vergrijp tegen den eigendom”; de verleider wordt daarom gestraft als een dief, met boete, verminking, zelfs dood (Origin of the Moral Ideas, deel II blz. 447et seq.;id.,History of Human Marriage, p. 121). Bij sommige volken wordt alleen de verleider en niet de vrouw gestraft.↑
29Er wordt soms gezegd ter verdediging van de eischen tot schadevergoeding voor het verleiden van een getrouwde vrouw, dat vrouwen dikwijls zwak zijn en niet in staat weerstand te bieden aan toenadering van een man, zoodat de wet zwaar zou moeten drukken op den man, die zich die zwakheid ten nutte maakt. Dit argument schijnt wat verouderd. De wet begint de verantwoordelijkheid zelfs van de getrouwde vrouwen in andere opzichten aan te nemen, en kan wel nauwelijks weigeren ze ook aan te nemen voor het controleeren van haar eigen persoon. Bovendien, als het zoo natuurlijk is voor de vrouw om te zwichten, dan is het nauwelijks rechtmatig den man te straffen, met wien zij die natuurlijke daad gedaan heeft. Er moet verder gezegd worden, dat, als de echtbreuk van een vrouw alleen maar een onverantwoordelijke vrouwelijke zwakheid is, dat dan een zeer ongepaste ruwheid haar wordt aangedaan door het openlijk eischen van schadevergoeding van haar minnaar. Als we werkelijk dit argument aannemen, dan moeten we de middeleeuwsche kuischheidsgordel weer invoeren.↑
30Howard,op. cit., deel II, p. 114.↑
31Deze regel is in Engeland geenszins een doode letter. Zoo bracht in 1907 een vrouw, die haar huis had verlaten, terwijl ze een brief achterliet waarin ze zeide, dat haar man niet de vader van haar kind was, daarna een aanklacht uit wegens echtbreuk en omdat de man zich niet verdedigde, werd haar die toegestaan. Maar, daar de advocaat van de kroon (King’s Proctor) de feiten vernomen had, werd het vonnis vernietigd. Toen diende de man een aanklacht in tot echtscheiding, kon die echter niet verkrijgen daar hij reeds had toegegeven dat hij echtbreuk begaan had, door zich in het vorige geval niet te doen verdedigen. Hij bracht de zaak voor het hof van appèl maar zijn verzoek werd niet ingewilligd, daar het hof van meening was, dat “het verleenen van steun in zulk een geval niet was in het belang van de algemeene moraal”. De veiligste weg in Engeland om wat wettig “huwelijk” genoemd wordt absoluut onontbindbaar te maken, is dat beide partijen echtbreuk begaan.↑
32Magnus Hirschfeld,Zeitschrift für Sexualwissenschaft, Oct. 1908.↑
33H. Adner, “Die Richterliche Beurteilung der “Zerrütteten” Ehe”,Geschlecht und Gesellschaft, Band II, Deel 8.↑
34Gross-Hoffinger,Die Schicksale der Frauen und die Prostitution, 1847; Bloch geeft een volledige opsomming van de resultaten van dit onderzoek in eenAppendixbij hoofdstuk X van zijnSexual Life of Our Time.↑
35De echtscheiding in de Vereenigde Staten wordt in den breede besproken door Howard,op. cit., deel III.↑
36H. Münsterberg,The Americans, p. 575. Evenzoo meent Dr. Felix Adler, in een studie over “The Ethics of Divorce” (The Ethical Record, 1890, p. 200), hoewel hij zelf geen voorstander van echtscheiding is, dat de eerste oorzaak voor het veel voorkomen van de echtscheiding in de Vereenigde Staten is de hooge positie der vrouwen.↑
37In een belangwekkend artikel, met gevallen ter illustratie, over “Het Neurologische Element in den huwelijksafkeer”(Journal of Nervous andMentalDiseases, Sept. 1892) verwijst Smith Baker naar de gevallen waarin “een man hoe langer hoe meer antipathie tegen zijn vrouw begint te gevoelen, als hij haar naar verhouding minder ontwikkelde persoonlijkheid leert kennen. Terwijl hij misschien trouwde, voordat hij juist had leeren oordeelen over karakter en de neigingen daarvan, komt hij tot besef van het feit, dat hij in eere verplicht is zijn geheele physiologische leven te leven, niet met een werkelijke gezellin, maar met een surrogaat.”De gevallen zijn nog talrijker, merkt dezelfde schrijver op, waarin de sexueele begeerte van de vrouw zich niet openbaart, behalve als resultaat van opvoeding en oefening. “Deze soort van natuurlijk-onnatuurlijken toestand is de bron van veel teleurstelling, en van intens lijden van de zijde van de vrouw evenzeer als van ontevredenheid in de familie”. Toch zijn zulke oorzaken van echtscheiding veel te samengesteld om in wetboeken vermeld te worden, en veel te intiem om in gerechtshoven bepleit te worden.↑
38Tien jaar geleden, misschien nu nog wel, kwamen de Vereenigde Staten als de vierde wat de veelvuldigheid van echtscheiding aangaat, na Japan, Denemarken, en Zwitserland.↑
39Lecky, de historieschrijver over de Europeesche moraal, heeft gewezen (Democracy and Liberty, deel II, p. 172) op de nauwe betrekking in het algemeen tusschen het gemak van de echtscheiding en een hoogen standaard van de sexueele moraal.↑
40Zoo b.v., Hobhouse,Morals in Evolution, deel I, p. 237.↑
41In Engeland werd deze stap gedaan onder de regeering van Hendrik VII, toen het gedwongen huwen van vrouwen tegen haar wil bij de wet verboden werd (3 Henry VII, c. 2). Zelfs al in het midden van de zeventiende eeuw moest de kwestie van het gedwongen huwelijk weer behandeld worden (Inderwick, Interregnum, blz. 40et seq.).↑
42Woods Hutchinson (Contemporary Review, Sept., 1905) beweert, dat als epilepsie, krankzinnigheid, moreele perversie, gewoonte-dronkenschap, of misdadig gedrag van eenigerlei soort voorkomt, de echtscheiding, ter wille van het komend geslacht, niet alleen toegestaan moest zijn, maar verplichtend. Echtscheiding alleen zou echter niet voldoende zijn om het gewenschte doel te bereiken.↑
43Evenzoo schrijft in Duitschland Wanda von Sacher-Masoch, die wat haar eigen karaktergebreken ook mogen geweest zijn, veel door het huwelijk geleden had, aan het eind vanMeine Lebensbeichte, dat “zoolang de vrouwen den moed niet hebben, zonder tusschenkomst van den Staat of tusschenkomst van de kerk verhoudingen te regelen, die haarzelf alleen aangaan, zullen zij niet vrij zijn”. In plaats van dit oude, vervallen huwelijkssysteem, dat zoo tegenovergesteld is aan onze moderne gedachten en gevoelens, wilde zij persoonlijke contracten hebben, gemaakt door een advocaat. In Engeland schreef al veel vroeger Charles Kingsley, een vurig voorstander van de vrouwenbeweging, wiens gevoel voor de vrouwen bijna tot vereering steeg, aan J. S. Mill: “Er kan nooit iets goeds komen voor de vrouwen, eer het laatste overblijfsel van de canonieke wet door de beschaving ter zijde is gesteld”.↑
44“Er is nooit vuiler instelling uitgevonden”, verklaarde Auberon Herbert vele jaren geleden, en daarmee drukte hij een gevoelen uit, dat later zeer gewoon is geworden; “en het bestaan ervan sleept zich, tot onze groote schande voort, omdat we niet den moed hebben om vrijuit te zeggen, dat de sexueele verhoudingen van man en vrouw, of van hen, die samen leven, hen zelf aangaan, en dat ze niet de glurende, gretige, zelfgenoegzame, en ontzettend onware buitenwereld aangaan”.↑
45Hobhouse,op. cit., deel I, p. 237.↑
46Dezelfde opvatting van het huwelijk als een contract blijft nog tot op zekere hoogte ook in de Vereenigde Staten bestaan, waar ze heen gebracht was door de eerste Protestanten en Puriteinen. De Staten geven gewoonlijk geen definitie van het huwelijk, maar, naar Howard zegt (op. cit., deel II, p. 395), “inderdaad wordt het huwelijk behandeld als een verhouding, die zoowel iets heeft van den aard van een toestand als van een contract”.↑
47Dit gezichtspunt is grondig uiteengezet door Paul en Victor Margueritte,Quelques Idées.↑
48Ik wil opmerken, dat dit vele jaren geleden door C. G. Garrison aangetoond werd, die de gevolgen hiervan besprak in zijn “Limits of Divorce”,Contemporary Review, Feb., 1894. “We kunnen veilig zeggen”, besluit hij, “dat het huwelijk in geen opzicht op een contract gelijkt, noch in vorm, noch als geneesmiddel, handelwijze of in resultaat; maar dat het in al deze opzichten integendeel de rechten, van de personen, die het aangaat, verkort”. Het huwelijk is geen contract, maar een wijze van zich gedragen.↑
49Zie b.v. P. en V. Margueritte,op. cit.↑
50Zooals aangehaald door Howard,op. cit., deel II, p. 29.↑
51Evenzoo merkt Ellen Key (Ueber Liebe und Ehe, p. 343) op, dat te spreken over “den plicht van levenslange trouw” in veel opzichten hetzelfde is, als te spreken van “den plicht van levenslange gezondheid”. Een mensch kan zijn best doen om zijn leven of zijn liefde te bewaren; hij kan dit niet onvoorwaardelijk op zich nemen.↑
52Hobhouse,op. cit., deel I, blz. 159, 237–9; vergelijk P. en V. Margueritte,Quelques Idées.↑
53“Echtscheiding”, zooals Garrison zegt (“Limits of Divorce”,Contemporary Review, Febr. 1894), “is de rechterlijke mededeeling, dat een gedrag, hetwelk eens dat van een huwelijk was in aard en doel, deze eigenschappen verloren heeft … Echtscheiding is een feitelijk iets, en niet een vrijheid om een belofte te breken”.↑
54Zie boven, p. 325.↑
55Het is noodig geweest de voortplanting in het eerste hoofdstuk van dit werk te bespreken, en het zal weer noodig zijn in het laatste hoofdstuk. Hier hebben wij alleen te maken met de voortplanting als een element van het huwelijk.↑
56Nietzold,Die Ehe in Aegypten zur Ptolemäisch-römischen Zeit, 1903, p. 3. Deze band verzekerde ook rechten aan de kinderen, die tijdens het bestaan ervan geboren werden.↑
57Zie bv. Ellen Key,Moeder en Kind, p. 21. De noodzakelijkheid tot het combineeren van grooter vrijheid van sexueele verhoudingen met grootere gestrengheid van ouderlijke verhoudingen werd in een vroeger tijd duidelijk erkend door een andere bekwame schrijfster, Miss J. H. Clapperton, in haar beroemd boekScientific Meliorism, uitgegeven in 1885 “Wettelijke veranderingen”, schreef zij (p. 320), “zijn noodig in twee richtingen, en wel in de richting van grooter vrijheid van huwelijk en grooter preciesheid, wat het ouderschap aangaat. De huwelijksvereeniging is in haar wezen een persoonlijke zaak, waarmee de maatschappij niet geroepen is zich te bemoeien en waartoe ze ook geen recht heeft. De geboorte van een kind daarentegen is een openbare gebeurtenis. Ze raakt de belangen van de geheele natie.”↑
58Ellen Key,Liefde en Huwelijk, p. 168; vergelijk van dezelfde schrijfsterDe Eeuw van het Kind.↑
59In Duitschland alleen worden ieder jaar 100.000 “onwettige” kinderen geboren, en het aantal neemt snel toe; in Engeland is het maar 40.000 per jaar, daar het sterke vooroordeel, dat dikwijls bestaat tegen zulke geboorten in Engeland (zooals ook in Frankrijk) aanleiding geeft tot het in wijden kring toepassen van middelen ter voorkoming van de conceptie.↑
60“Waar zijn werkelijk monogamisten te vinden?” vroeg Schopenhauer in zijn verhandeling “Ueber die Weiber”. En James Hinton was gewoon te zeggen: “Wat is de bedoeling van het in stand houden van de monogamie? Is er eenige kans om ze te krijgen, zou ik wel eens willen weten? Noemt gij het Engelsche leven monogaam?”↑
61“Bijna overal”, zegt Westermarck van de polygynie (die hij in den breede bespreekt in de hoofdstukken XX–XXII van zijnHistory of Human Marriage) “is ze beperkt tot het kleinste gedeelte van de menschen en het grootste deel is monogaam”. Maurice Gregory (Contemporary Review, Sept. 1906) geeft statistieken, die aantoonen, dat er bijna overal een neiging tot gelijkheid in aantal van de geslachten te vinden is.↑
62In een polygaam land is een man natuurlijk door zijn verplichtingen evenzeer gebonden aan zijn tweede vrouw, als aan zijn eerste. Bij ons wordt de tweede vrouw onteerd door den naam maitres, en hoe slechter de man haar en haar kinderen behandelt, des te meer wordt zijn moraal goedgekeurd,evenals de Katholieke kerk, toen ze trachtte het coelibaat onder de geestelijkheid in te stellen, meer goedkeuring had voor den priester, die onwettige verhoudingen had met vrouwen, dan den priester, die fatsoenlijk en openlijk trouwde. Als zijn verwaarloozing er de maitres van een getrouwd man toe brengt haar verhouding tot hem bekend te maken, dan heeft de man recht haar te vervolgen, en zijn advocaat zal, van de algemeene sympathie verzekerd, voor het gerechtshof zeggen, dat “deze vrouw zoo slecht is geweest van te schrijven aan de vrouw van den klager!”↑
63Howard, in zijn oordeelkundigeHistory of Matrimonial Institutions(deel II, blz. 96et seq.), kan niet nalaten de aandacht te vestigen op den bijna krankzinnig opgewonden aard van de taal, die in Engeland nog maar weinige jaren geleden gebruikt werd door hen, die waren tègen het huwelijk met de zuster van de overledene vrouw, en hij stelt die tegenover de meer redelijke houding van de Katholieke kerk. “Er zijn voorbeelden gegeven”, merkt hij op, “van de moreele anarchie, die zulke huwelijken moeten te voorschijn roepen, en die zijn door opmerkers uit Amerika, uit de koloniën en van het vasteland gelezen met een ongerustheid, die niet onvermengd was met tegenzin, en het zijn werkelijk merkwaardige illustraties van het uiterst insulair karakter van den Engelschen geest”. Nog in A.D. 1908 werd er een wetsontwerp gebracht in het House of Lords, hetwelk voorstelde, dat verlating zonder oorzaak twee jaren lang een reden zou zijn tot echtscheiding, een redelijke en menschelijke maatregel, die als wet geldt in de meeste deelen van de beschaafde wereld. De Lord Kanselier (Lord Loreburn), een liberaal, en een verlicht en scherpzinnig leider in de sfeer van de politiek, verklaarde, dat zulk een voorstel “absoluut onmogelijk” was. Het Huis verwierp het voorstel met 61 tegen 2 stemmen. Zelfs de huwelijksbesluiten van het concilie van Trente werden niet door zulk een overweldigende meerderheid aangenomen. Inzake de huwelijkswetgeving is Engeland nog nauwelijks ontwassen aan de Middeleeuwen.↑