DE KUNST VAN LIEFHEBBEN

DE KUNST VAN LIEFHEBBENHet huwelijk is er niet alleen voor de voortplanting.—Theologen over het “sacramentum solationis”.—Het belang van de kunst van liefhebben.—De grondslag van bestendigheid in het huwelijk en de voorwaarde voor juiste voortplanting.—De kunst van liefhebben is het bolwerk tegen de echtscheiding.—De eenheid van liefde en huwelijk is een principe van de moderne moraal.—Het Christendom en de kunst van liefhebben onder natuurvolken.—Sexueele inwijding in Afrika en elders.—De neiging tot spontane ontwikkeling van de kunst van liefhebben in de jeugd.—Flirt.—Sexueele onwetendheid bij vrouwen.—De plaats van den echtgenoot bij de sexueele inwijding.—Sexueele onwetendheid bij mannen.—De opvoeding van den echtgenoot voor het huwelijk.—Het onheil gesticht door de onwetendheid van den man.—De physieke en psychische gevolgen van den onbeholpen coïtus.—Vrouwen verstaan de kunst van liefhebben beter dan mannen.—Oude en nieuwe meeningen over de veelvuldigheid van den coïtus.—Verschillen in sexueele potentie.—De sexueele begeerte.—De kunst van liefhebben berust op de biologische feiten van het hof-maken.—De kunst aan vrouwen te behagen.—De minnaar vergeleken bij den musicus.—Het aanzoek als een deel van het hof-maken.—Divinatie in de kunst van liefhebben.—Het belang van de preliminariën bij het aanzoek.—De onbeholpenheid van den echtgenoot is dikwijls oorzaak van de koelheid der vrouw.—De moeilijkheid van het hof-maken.—Gelijktijdig orgasme.—De nadeelen van onvolkomen bevrediging bij de vrouw.—Coïtus interruptus.—Coïtus reservatus.—De menschelijke wijze van coïtus.—Variaties in coïtus.—Houding bij coïtus.—De beste tijd voor den coïtus.—De invloed van coïtus in het huwelijk.—De voordeelen van afwezigheid in het huwelijk.—De gevaren van afwezigheid.—Jaloezie.—De oorspronkelijke functie der jaloezie.—Het veel vóorkomen ervan bij dieren, natuurvolken en in pathologische toestanden.—Een tegen-maatschappelijk gevoel.—Jaloezie laat zich niet vereenigen met den vooruitgang der beschaving.—De mogelijkheid méér dan een persoon tegelijk lief te hebben.—De platonische vriendschap.—De voorwaarden, die ze mogelijk maken.—Het moederlijk element in de liefde der vrouw.—De eind-ontwikkeling van de huwelijksliefde.—Het vraagstuk der liefde is een van de grootste maatschappelijke kwesties.

DE KUNST VAN LIEFHEBBENHet huwelijk is er niet alleen voor de voortplanting.—Theologen over het “sacramentum solationis”.—Het belang van de kunst van liefhebben.—De grondslag van bestendigheid in het huwelijk en de voorwaarde voor juiste voortplanting.—De kunst van liefhebben is het bolwerk tegen de echtscheiding.—De eenheid van liefde en huwelijk is een principe van de moderne moraal.—Het Christendom en de kunst van liefhebben onder natuurvolken.—Sexueele inwijding in Afrika en elders.—De neiging tot spontane ontwikkeling van de kunst van liefhebben in de jeugd.—Flirt.—Sexueele onwetendheid bij vrouwen.—De plaats van den echtgenoot bij de sexueele inwijding.—Sexueele onwetendheid bij mannen.—De opvoeding van den echtgenoot voor het huwelijk.—Het onheil gesticht door de onwetendheid van den man.—De physieke en psychische gevolgen van den onbeholpen coïtus.—Vrouwen verstaan de kunst van liefhebben beter dan mannen.—Oude en nieuwe meeningen over de veelvuldigheid van den coïtus.—Verschillen in sexueele potentie.—De sexueele begeerte.—De kunst van liefhebben berust op de biologische feiten van het hof-maken.—De kunst aan vrouwen te behagen.—De minnaar vergeleken bij den musicus.—Het aanzoek als een deel van het hof-maken.—Divinatie in de kunst van liefhebben.—Het belang van de preliminariën bij het aanzoek.—De onbeholpenheid van den echtgenoot is dikwijls oorzaak van de koelheid der vrouw.—De moeilijkheid van het hof-maken.—Gelijktijdig orgasme.—De nadeelen van onvolkomen bevrediging bij de vrouw.—Coïtus interruptus.—Coïtus reservatus.—De menschelijke wijze van coïtus.—Variaties in coïtus.—Houding bij coïtus.—De beste tijd voor den coïtus.—De invloed van coïtus in het huwelijk.—De voordeelen van afwezigheid in het huwelijk.—De gevaren van afwezigheid.—Jaloezie.—De oorspronkelijke functie der jaloezie.—Het veel vóorkomen ervan bij dieren, natuurvolken en in pathologische toestanden.—Een tegen-maatschappelijk gevoel.—Jaloezie laat zich niet vereenigen met den vooruitgang der beschaving.—De mogelijkheid méér dan een persoon tegelijk lief te hebben.—De platonische vriendschap.—De voorwaarden, die ze mogelijk maken.—Het moederlijk element in de liefde der vrouw.—De eind-ontwikkeling van de huwelijksliefde.—Het vraagstuk der liefde is een van de grootste maatschappelijke kwesties.

DE KUNST VAN LIEFHEBBENHet huwelijk is er niet alleen voor de voortplanting.—Theologen over het “sacramentum solationis”.—Het belang van de kunst van liefhebben.—De grondslag van bestendigheid in het huwelijk en de voorwaarde voor juiste voortplanting.—De kunst van liefhebben is het bolwerk tegen de echtscheiding.—De eenheid van liefde en huwelijk is een principe van de moderne moraal.—Het Christendom en de kunst van liefhebben onder natuurvolken.—Sexueele inwijding in Afrika en elders.—De neiging tot spontane ontwikkeling van de kunst van liefhebben in de jeugd.—Flirt.—Sexueele onwetendheid bij vrouwen.—De plaats van den echtgenoot bij de sexueele inwijding.—Sexueele onwetendheid bij mannen.—De opvoeding van den echtgenoot voor het huwelijk.—Het onheil gesticht door de onwetendheid van den man.—De physieke en psychische gevolgen van den onbeholpen coïtus.—Vrouwen verstaan de kunst van liefhebben beter dan mannen.—Oude en nieuwe meeningen over de veelvuldigheid van den coïtus.—Verschillen in sexueele potentie.—De sexueele begeerte.—De kunst van liefhebben berust op de biologische feiten van het hof-maken.—De kunst aan vrouwen te behagen.—De minnaar vergeleken bij den musicus.—Het aanzoek als een deel van het hof-maken.—Divinatie in de kunst van liefhebben.—Het belang van de preliminariën bij het aanzoek.—De onbeholpenheid van den echtgenoot is dikwijls oorzaak van de koelheid der vrouw.—De moeilijkheid van het hof-maken.—Gelijktijdig orgasme.—De nadeelen van onvolkomen bevrediging bij de vrouw.—Coïtus interruptus.—Coïtus reservatus.—De menschelijke wijze van coïtus.—Variaties in coïtus.—Houding bij coïtus.—De beste tijd voor den coïtus.—De invloed van coïtus in het huwelijk.—De voordeelen van afwezigheid in het huwelijk.—De gevaren van afwezigheid.—Jaloezie.—De oorspronkelijke functie der jaloezie.—Het veel vóorkomen ervan bij dieren, natuurvolken en in pathologische toestanden.—Een tegen-maatschappelijk gevoel.—Jaloezie laat zich niet vereenigen met den vooruitgang der beschaving.—De mogelijkheid méér dan een persoon tegelijk lief te hebben.—De platonische vriendschap.—De voorwaarden, die ze mogelijk maken.—Het moederlijk element in de liefde der vrouw.—De eind-ontwikkeling van de huwelijksliefde.—Het vraagstuk der liefde is een van de grootste maatschappelijke kwesties.

Het huwelijk is er niet alleen voor de voortplanting.—Theologen over het “sacramentum solationis”.—Het belang van de kunst van liefhebben.—De grondslag van bestendigheid in het huwelijk en de voorwaarde voor juiste voortplanting.—De kunst van liefhebben is het bolwerk tegen de echtscheiding.—De eenheid van liefde en huwelijk is een principe van de moderne moraal.—Het Christendom en de kunst van liefhebben onder natuurvolken.—Sexueele inwijding in Afrika en elders.—De neiging tot spontane ontwikkeling van de kunst van liefhebben in de jeugd.—Flirt.—Sexueele onwetendheid bij vrouwen.—De plaats van den echtgenoot bij de sexueele inwijding.—Sexueele onwetendheid bij mannen.—De opvoeding van den echtgenoot voor het huwelijk.—Het onheil gesticht door de onwetendheid van den man.—De physieke en psychische gevolgen van den onbeholpen coïtus.—Vrouwen verstaan de kunst van liefhebben beter dan mannen.—Oude en nieuwe meeningen over de veelvuldigheid van den coïtus.—Verschillen in sexueele potentie.—De sexueele begeerte.—De kunst van liefhebben berust op de biologische feiten van het hof-maken.—De kunst aan vrouwen te behagen.—De minnaar vergeleken bij den musicus.—Het aanzoek als een deel van het hof-maken.—Divinatie in de kunst van liefhebben.—Het belang van de preliminariën bij het aanzoek.—De onbeholpenheid van den echtgenoot is dikwijls oorzaak van de koelheid der vrouw.—De moeilijkheid van het hof-maken.—Gelijktijdig orgasme.—De nadeelen van onvolkomen bevrediging bij de vrouw.—Coïtus interruptus.—Coïtus reservatus.—De menschelijke wijze van coïtus.—Variaties in coïtus.—Houding bij coïtus.—De beste tijd voor den coïtus.—De invloed van coïtus in het huwelijk.—De voordeelen van afwezigheid in het huwelijk.—De gevaren van afwezigheid.—Jaloezie.—De oorspronkelijke functie der jaloezie.—Het veel vóorkomen ervan bij dieren, natuurvolken en in pathologische toestanden.—Een tegen-maatschappelijk gevoel.—Jaloezie laat zich niet vereenigen met den vooruitgang der beschaving.—De mogelijkheid méér dan een persoon tegelijk lief te hebben.—De platonische vriendschap.—De voorwaarden, die ze mogelijk maken.—Het moederlijk element in de liefde der vrouw.—De eind-ontwikkeling van de huwelijksliefde.—Het vraagstuk der liefde is een van de grootste maatschappelijke kwesties.

Het huwelijk is er niet alleen voor de voortplanting.—Theologen over het “sacramentum solationis”.—Het belang van de kunst van liefhebben.—De grondslag van bestendigheid in het huwelijk en de voorwaarde voor juiste voortplanting.—De kunst van liefhebben is het bolwerk tegen de echtscheiding.—De eenheid van liefde en huwelijk is een principe van de moderne moraal.—Het Christendom en de kunst van liefhebben onder natuurvolken.—Sexueele inwijding in Afrika en elders.—De neiging tot spontane ontwikkeling van de kunst van liefhebben in de jeugd.—Flirt.—Sexueele onwetendheid bij vrouwen.—De plaats van den echtgenoot bij de sexueele inwijding.—Sexueele onwetendheid bij mannen.—De opvoeding van den echtgenoot voor het huwelijk.—Het onheil gesticht door de onwetendheid van den man.—De physieke en psychische gevolgen van den onbeholpen coïtus.—Vrouwen verstaan de kunst van liefhebben beter dan mannen.—Oude en nieuwe meeningen over de veelvuldigheid van den coïtus.—Verschillen in sexueele potentie.—De sexueele begeerte.—De kunst van liefhebben berust op de biologische feiten van het hof-maken.—De kunst aan vrouwen te behagen.—De minnaar vergeleken bij den musicus.—Het aanzoek als een deel van het hof-maken.—Divinatie in de kunst van liefhebben.—Het belang van de preliminariën bij het aanzoek.—De onbeholpenheid van den echtgenoot is dikwijls oorzaak van de koelheid der vrouw.—De moeilijkheid van het hof-maken.—Gelijktijdig orgasme.—De nadeelen van onvolkomen bevrediging bij de vrouw.—Coïtus interruptus.—Coïtus reservatus.—De menschelijke wijze van coïtus.—Variaties in coïtus.—Houding bij coïtus.—De beste tijd voor den coïtus.—De invloed van coïtus in het huwelijk.—De voordeelen van afwezigheid in het huwelijk.—De gevaren van afwezigheid.—Jaloezie.—De oorspronkelijke functie der jaloezie.—Het veel vóorkomen ervan bij dieren, natuurvolken en in pathologische toestanden.—Een tegen-maatschappelijk gevoel.—Jaloezie laat zich niet vereenigen met den vooruitgang der beschaving.—De mogelijkheid méér dan een persoon tegelijk lief te hebben.—De platonische vriendschap.—De voorwaarden, die ze mogelijk maken.—Het moederlijk element in de liefde der vrouw.—De eind-ontwikkeling van de huwelijksliefde.—Het vraagstuk der liefde is een van de grootste maatschappelijke kwesties.


Back to IndexNext