HET HUWELIJKDe definitie van het huwelijk.—Het huwelijk in de dierenwereld.—Het overheerschen van de monogamie.—Het vraagstuk van het groepen-huwelijk.—De monogamie is een natuurlijk feit, niet gebaseerd op een wet der menschen.—Neiging om den vorm van het huwelijk te stellen boven het feit van het huwelijk.—De geschiedenis van het huwelijk.—Het huwelijk in het oude Rome.—Germaansche invloed op het huwelijk.—De groote uitbreiding van dezen invloed.—Het sacrament van het huwelijk.—Oorsprong en ontwikkeling van de opvatting als sacrament.—De kerk maakte het huwelijk tot een openbare daad.—Het canonieke huwelijksrecht.—De gezonde kern hiervan.—Zijn ontwikkeling.—Zijn onduidelijkheden en dwaasheden.—Eigenaardigheden van het Engelsche huwelijksrecht.—Invloed van de hervorming op het huwelijk.—De Protestantsche opvatting van het huwelijk als een wereldlijk verdrag.—De Puriteinsche huwelijks hervorming.—Milton als pionier voor de huwelijks hervorming.—Zijn beschouwingen over echtscheiding.—De achterlijke positie van Engeland op het gebied van de huwelijkshervorming.—Critiek op de Engelsche wet op de echtscheiding.—De tradities van het canoniek recht werken nog voort.—De kwestie van schadevergoeding bij echtbreuk.—Onderlinge verstandhouding is een beletsel voor echtscheiding.—Echtscheiding in Frankrijk, Duitschland, Oostenrijk, Rusland enz.—De Vereenigde Staten.—Onmogelijkheid de echtscheidingsgronden wettig vast te stellen.—Echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De oorsprong en de ontwikkeling hiervan—Belemmering door de tradities van het canoniek recht.—Wilhelm von Humboldt.—Nieuwe voorstanders van echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De argumenten tegen het gemakkelijker maken van de echtscheiding.—De belangen der kinderen.—De bescherming der vrouwen.—De tegenwoordige neiging in de behandeling van de echtscheidingsbeweging.—Het huwelijk is geen verdrag.—Het voorstel van een huwelijk voor een aantal jaren.—Wettelijke beperkingen en nadeelen in de positie van man en vrouw.—Het huwelijk is geen contract, maar een feit.—Alleen de bijkomende zaken van het huwelijk, niet de essentieele leenen zich tot een regeling bij contract.—De wettelijke erkenning van het huwelijk als feit zonder eenige ceremonie.—Contracteeren van de persoon is niet te vereenigen met de moderne neigingen.—De factor van de moreele verantwoordelijkheid.—Het huwelijk als een ethisch sacrament.—Persoonlijke verantwoordelijkheid sluit vrijheid in zich.—Vrijheid is de beste waarborg voor bestendigheid.—Onjuiste denkbeelden over indivudualisme.—De moderne neiging van het huwelijk.—Met de geboorte van een kind houdt het huwelijk op een persoonlijke aangelegenheid te zijn.—Ieder kind moet een wettigen vader en een wettige moeder hebben.—Hoe dit bereiktkan worden.—De vaste grondslag der monogamie.—De kwestie van huwelijksvariatie.—Zulke variaties staan niet vijandig tegenover de monogamie.—De meest gewone variaties.—De buigzaamheid van het huwelijk houdt variaties in toom.—Huwelijks variaties tegenover prostitutie.—Het huwelijk op humanen grondslag.—Samenvatting en besluit.
HET HUWELIJKDe definitie van het huwelijk.—Het huwelijk in de dierenwereld.—Het overheerschen van de monogamie.—Het vraagstuk van het groepen-huwelijk.—De monogamie is een natuurlijk feit, niet gebaseerd op een wet der menschen.—Neiging om den vorm van het huwelijk te stellen boven het feit van het huwelijk.—De geschiedenis van het huwelijk.—Het huwelijk in het oude Rome.—Germaansche invloed op het huwelijk.—De groote uitbreiding van dezen invloed.—Het sacrament van het huwelijk.—Oorsprong en ontwikkeling van de opvatting als sacrament.—De kerk maakte het huwelijk tot een openbare daad.—Het canonieke huwelijksrecht.—De gezonde kern hiervan.—Zijn ontwikkeling.—Zijn onduidelijkheden en dwaasheden.—Eigenaardigheden van het Engelsche huwelijksrecht.—Invloed van de hervorming op het huwelijk.—De Protestantsche opvatting van het huwelijk als een wereldlijk verdrag.—De Puriteinsche huwelijks hervorming.—Milton als pionier voor de huwelijks hervorming.—Zijn beschouwingen over echtscheiding.—De achterlijke positie van Engeland op het gebied van de huwelijkshervorming.—Critiek op de Engelsche wet op de echtscheiding.—De tradities van het canoniek recht werken nog voort.—De kwestie van schadevergoeding bij echtbreuk.—Onderlinge verstandhouding is een beletsel voor echtscheiding.—Echtscheiding in Frankrijk, Duitschland, Oostenrijk, Rusland enz.—De Vereenigde Staten.—Onmogelijkheid de echtscheidingsgronden wettig vast te stellen.—Echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De oorsprong en de ontwikkeling hiervan—Belemmering door de tradities van het canoniek recht.—Wilhelm von Humboldt.—Nieuwe voorstanders van echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De argumenten tegen het gemakkelijker maken van de echtscheiding.—De belangen der kinderen.—De bescherming der vrouwen.—De tegenwoordige neiging in de behandeling van de echtscheidingsbeweging.—Het huwelijk is geen verdrag.—Het voorstel van een huwelijk voor een aantal jaren.—Wettelijke beperkingen en nadeelen in de positie van man en vrouw.—Het huwelijk is geen contract, maar een feit.—Alleen de bijkomende zaken van het huwelijk, niet de essentieele leenen zich tot een regeling bij contract.—De wettelijke erkenning van het huwelijk als feit zonder eenige ceremonie.—Contracteeren van de persoon is niet te vereenigen met de moderne neigingen.—De factor van de moreele verantwoordelijkheid.—Het huwelijk als een ethisch sacrament.—Persoonlijke verantwoordelijkheid sluit vrijheid in zich.—Vrijheid is de beste waarborg voor bestendigheid.—Onjuiste denkbeelden over indivudualisme.—De moderne neiging van het huwelijk.—Met de geboorte van een kind houdt het huwelijk op een persoonlijke aangelegenheid te zijn.—Ieder kind moet een wettigen vader en een wettige moeder hebben.—Hoe dit bereiktkan worden.—De vaste grondslag der monogamie.—De kwestie van huwelijksvariatie.—Zulke variaties staan niet vijandig tegenover de monogamie.—De meest gewone variaties.—De buigzaamheid van het huwelijk houdt variaties in toom.—Huwelijks variaties tegenover prostitutie.—Het huwelijk op humanen grondslag.—Samenvatting en besluit.
HET HUWELIJKDe definitie van het huwelijk.—Het huwelijk in de dierenwereld.—Het overheerschen van de monogamie.—Het vraagstuk van het groepen-huwelijk.—De monogamie is een natuurlijk feit, niet gebaseerd op een wet der menschen.—Neiging om den vorm van het huwelijk te stellen boven het feit van het huwelijk.—De geschiedenis van het huwelijk.—Het huwelijk in het oude Rome.—Germaansche invloed op het huwelijk.—De groote uitbreiding van dezen invloed.—Het sacrament van het huwelijk.—Oorsprong en ontwikkeling van de opvatting als sacrament.—De kerk maakte het huwelijk tot een openbare daad.—Het canonieke huwelijksrecht.—De gezonde kern hiervan.—Zijn ontwikkeling.—Zijn onduidelijkheden en dwaasheden.—Eigenaardigheden van het Engelsche huwelijksrecht.—Invloed van de hervorming op het huwelijk.—De Protestantsche opvatting van het huwelijk als een wereldlijk verdrag.—De Puriteinsche huwelijks hervorming.—Milton als pionier voor de huwelijks hervorming.—Zijn beschouwingen over echtscheiding.—De achterlijke positie van Engeland op het gebied van de huwelijkshervorming.—Critiek op de Engelsche wet op de echtscheiding.—De tradities van het canoniek recht werken nog voort.—De kwestie van schadevergoeding bij echtbreuk.—Onderlinge verstandhouding is een beletsel voor echtscheiding.—Echtscheiding in Frankrijk, Duitschland, Oostenrijk, Rusland enz.—De Vereenigde Staten.—Onmogelijkheid de echtscheidingsgronden wettig vast te stellen.—Echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De oorsprong en de ontwikkeling hiervan—Belemmering door de tradities van het canoniek recht.—Wilhelm von Humboldt.—Nieuwe voorstanders van echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De argumenten tegen het gemakkelijker maken van de echtscheiding.—De belangen der kinderen.—De bescherming der vrouwen.—De tegenwoordige neiging in de behandeling van de echtscheidingsbeweging.—Het huwelijk is geen verdrag.—Het voorstel van een huwelijk voor een aantal jaren.—Wettelijke beperkingen en nadeelen in de positie van man en vrouw.—Het huwelijk is geen contract, maar een feit.—Alleen de bijkomende zaken van het huwelijk, niet de essentieele leenen zich tot een regeling bij contract.—De wettelijke erkenning van het huwelijk als feit zonder eenige ceremonie.—Contracteeren van de persoon is niet te vereenigen met de moderne neigingen.—De factor van de moreele verantwoordelijkheid.—Het huwelijk als een ethisch sacrament.—Persoonlijke verantwoordelijkheid sluit vrijheid in zich.—Vrijheid is de beste waarborg voor bestendigheid.—Onjuiste denkbeelden over indivudualisme.—De moderne neiging van het huwelijk.—Met de geboorte van een kind houdt het huwelijk op een persoonlijke aangelegenheid te zijn.—Ieder kind moet een wettigen vader en een wettige moeder hebben.—Hoe dit bereiktkan worden.—De vaste grondslag der monogamie.—De kwestie van huwelijksvariatie.—Zulke variaties staan niet vijandig tegenover de monogamie.—De meest gewone variaties.—De buigzaamheid van het huwelijk houdt variaties in toom.—Huwelijks variaties tegenover prostitutie.—Het huwelijk op humanen grondslag.—Samenvatting en besluit.
De definitie van het huwelijk.—Het huwelijk in de dierenwereld.—Het overheerschen van de monogamie.—Het vraagstuk van het groepen-huwelijk.—De monogamie is een natuurlijk feit, niet gebaseerd op een wet der menschen.—Neiging om den vorm van het huwelijk te stellen boven het feit van het huwelijk.—De geschiedenis van het huwelijk.—Het huwelijk in het oude Rome.—Germaansche invloed op het huwelijk.—De groote uitbreiding van dezen invloed.—Het sacrament van het huwelijk.—Oorsprong en ontwikkeling van de opvatting als sacrament.—De kerk maakte het huwelijk tot een openbare daad.—Het canonieke huwelijksrecht.—De gezonde kern hiervan.—Zijn ontwikkeling.—Zijn onduidelijkheden en dwaasheden.—Eigenaardigheden van het Engelsche huwelijksrecht.—Invloed van de hervorming op het huwelijk.—De Protestantsche opvatting van het huwelijk als een wereldlijk verdrag.—De Puriteinsche huwelijks hervorming.—Milton als pionier voor de huwelijks hervorming.—Zijn beschouwingen over echtscheiding.—De achterlijke positie van Engeland op het gebied van de huwelijkshervorming.—Critiek op de Engelsche wet op de echtscheiding.—De tradities van het canoniek recht werken nog voort.—De kwestie van schadevergoeding bij echtbreuk.—Onderlinge verstandhouding is een beletsel voor echtscheiding.—Echtscheiding in Frankrijk, Duitschland, Oostenrijk, Rusland enz.—De Vereenigde Staten.—Onmogelijkheid de echtscheidingsgronden wettig vast te stellen.—Echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De oorsprong en de ontwikkeling hiervan—Belemmering door de tradities van het canoniek recht.—Wilhelm von Humboldt.—Nieuwe voorstanders van echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De argumenten tegen het gemakkelijker maken van de echtscheiding.—De belangen der kinderen.—De bescherming der vrouwen.—De tegenwoordige neiging in de behandeling van de echtscheidingsbeweging.—Het huwelijk is geen verdrag.—Het voorstel van een huwelijk voor een aantal jaren.—Wettelijke beperkingen en nadeelen in de positie van man en vrouw.—Het huwelijk is geen contract, maar een feit.—Alleen de bijkomende zaken van het huwelijk, niet de essentieele leenen zich tot een regeling bij contract.—De wettelijke erkenning van het huwelijk als feit zonder eenige ceremonie.—Contracteeren van de persoon is niet te vereenigen met de moderne neigingen.—De factor van de moreele verantwoordelijkheid.—Het huwelijk als een ethisch sacrament.—Persoonlijke verantwoordelijkheid sluit vrijheid in zich.—Vrijheid is de beste waarborg voor bestendigheid.—Onjuiste denkbeelden over indivudualisme.—De moderne neiging van het huwelijk.—Met de geboorte van een kind houdt het huwelijk op een persoonlijke aangelegenheid te zijn.—Ieder kind moet een wettigen vader en een wettige moeder hebben.—Hoe dit bereiktkan worden.—De vaste grondslag der monogamie.—De kwestie van huwelijksvariatie.—Zulke variaties staan niet vijandig tegenover de monogamie.—De meest gewone variaties.—De buigzaamheid van het huwelijk houdt variaties in toom.—Huwelijks variaties tegenover prostitutie.—Het huwelijk op humanen grondslag.—Samenvatting en besluit.
De definitie van het huwelijk.—Het huwelijk in de dierenwereld.—Het overheerschen van de monogamie.—Het vraagstuk van het groepen-huwelijk.—De monogamie is een natuurlijk feit, niet gebaseerd op een wet der menschen.—Neiging om den vorm van het huwelijk te stellen boven het feit van het huwelijk.—De geschiedenis van het huwelijk.—Het huwelijk in het oude Rome.—Germaansche invloed op het huwelijk.—De groote uitbreiding van dezen invloed.—Het sacrament van het huwelijk.—Oorsprong en ontwikkeling van de opvatting als sacrament.—De kerk maakte het huwelijk tot een openbare daad.—Het canonieke huwelijksrecht.—De gezonde kern hiervan.—Zijn ontwikkeling.—Zijn onduidelijkheden en dwaasheden.—Eigenaardigheden van het Engelsche huwelijksrecht.—Invloed van de hervorming op het huwelijk.—De Protestantsche opvatting van het huwelijk als een wereldlijk verdrag.—De Puriteinsche huwelijks hervorming.—Milton als pionier voor de huwelijks hervorming.—Zijn beschouwingen over echtscheiding.—De achterlijke positie van Engeland op het gebied van de huwelijkshervorming.—Critiek op de Engelsche wet op de echtscheiding.—De tradities van het canoniek recht werken nog voort.—De kwestie van schadevergoeding bij echtbreuk.—Onderlinge verstandhouding is een beletsel voor echtscheiding.—Echtscheiding in Frankrijk, Duitschland, Oostenrijk, Rusland enz.—De Vereenigde Staten.—Onmogelijkheid de echtscheidingsgronden wettig vast te stellen.—Echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De oorsprong en de ontwikkeling hiervan—Belemmering door de tradities van het canoniek recht.—Wilhelm von Humboldt.—Nieuwe voorstanders van echtscheiding bij wederzijdsch goedvinden.—De argumenten tegen het gemakkelijker maken van de echtscheiding.—De belangen der kinderen.—De bescherming der vrouwen.—De tegenwoordige neiging in de behandeling van de echtscheidingsbeweging.—Het huwelijk is geen verdrag.—Het voorstel van een huwelijk voor een aantal jaren.—Wettelijke beperkingen en nadeelen in de positie van man en vrouw.—Het huwelijk is geen contract, maar een feit.—Alleen de bijkomende zaken van het huwelijk, niet de essentieele leenen zich tot een regeling bij contract.—De wettelijke erkenning van het huwelijk als feit zonder eenige ceremonie.—Contracteeren van de persoon is niet te vereenigen met de moderne neigingen.—De factor van de moreele verantwoordelijkheid.—Het huwelijk als een ethisch sacrament.—Persoonlijke verantwoordelijkheid sluit vrijheid in zich.—Vrijheid is de beste waarborg voor bestendigheid.—Onjuiste denkbeelden over indivudualisme.—De moderne neiging van het huwelijk.—Met de geboorte van een kind houdt het huwelijk op een persoonlijke aangelegenheid te zijn.—Ieder kind moet een wettigen vader en een wettige moeder hebben.—Hoe dit bereiktkan worden.—De vaste grondslag der monogamie.—De kwestie van huwelijksvariatie.—Zulke variaties staan niet vijandig tegenover de monogamie.—De meest gewone variaties.—De buigzaamheid van het huwelijk houdt variaties in toom.—Huwelijks variaties tegenover prostitutie.—Het huwelijk op humanen grondslag.—Samenvatting en besluit.