XV.Feest.Voorzitter Henk sloeg met z’n hamer, niets meer dan ’n oude deurknop, en dat slaan met dien hamer klonk als ’n geluid van vreugde, want door dat hamergeklop verkondigde de voorzitter van de feestcommissie aan de leden, dat ’t groote ontwerp was aangenomen.Onder ’n overstelpende herrie stonden de leden van hun zetels op, dol blij met de gevallen beslissing!’t Groote ontwerp!O, ’t was groot en grootsch!Geen jongenshart, van ridder of van wolf, dat niet popelde!In hun verbeelding zagen ze al enkele onderdeelen van ’t geweldige plan uitgevoerd. Neem alleen maar dit: Verlichting van den ouden halven toren en van de ruïne!Stel je vóór, hoe zoo iets moest aantrekken!Verlichting!Wat doet ’n jongen liever dan verlichten, behalve z’n geest!Ook het tweede punt vervulde twaalf jongensharten met ’n gevoel van geheimzinnige vreugde. Henk had er zich niet over uitgelaten, toen hij ’t voorstelde: opvoering van ’n openluchtspel. Goeie hemel! De meesten wisten niet eens wat ’n openluchtspel was.Ze dachten aan voetbal, cricket of zoo iets. Toen had Henk uitgelegd: „Een openluchtspel is ’n vertooning, ’n soort tooneelstuk. Maar dat geef je niet in ’n zaal, maar buiten, en ’t onze wordt op de ruïne vertoond.”’t Onze!zei Henk, en ze wisten er geen van allen iets van. ’t Was alleen van Henk of van Henks grooten broer.In elk geval zou ’t iets bizonders worden!De mededeeling van Henk, dat ze er prachtige costumes voor noodig hadden, dat ze allemaal mee moesten doen, deed hen beven van bange verwachting.Zie je, deze twee punten: de verlichting en ’t openluchtspel, die dèden ’t hem.Dan omvatte ’t ontwerp nog: feestelijke optochtmet muziek, uitreiking van eereblijken en nog ’n zéér bizonder nummer:Ontsteking van een vreugdevuur!Henk legde daarbij uit, dat ’t gevonden kruit gewichtige diensten zou bewijzen.Wibbe kòn thuis z’n mond niet houden en Hesse was zoo dom niet, of hij begreep heel goed, dat er vreemde dingen stonden te gebeuren.Hij hield zich van den domme en vroeg nergens naar, al popelde z’n hart.Toen kwam op zekeren dag ’t eerste teeken van ’t naderende feest.Hesse kreeg ’n brief, onderteekend door de feestcommissie. Daarin werd hem hulde gebracht voor z’n bescherming van dieren en als bewijs van hun groote waardeering kondigde de commissie ’n groot feest aan.Hesse was toch zeker niet heelemaal zoo sterk als vroeger, want hij lachte en huilde tegelijk.Daarom las Wibbe hem ’t programma vóór.Dat zag er overbluffend uit!Aan ’t slot van den brief werd Hesse verzocht, enkele dagen niet bij den toren te komen. Hij begreep wel waarom!De toebereidselen voor ’t feest waren in vollen gang. En wat zoo aardig was, heel ’t dorp wilde meedoen, zóó graag mochten de bewoners den jongen dierenvriend lijden.En dan—de burgemeester spoorde iedereen aan om ’t feest uit te breiden tot ’n festiviteit voor ’t dorp.Dus kon de gansche toren voorzien worden vanijzerdraadjes, mooi rond gebogen en op verschillende plaatsen in den muur gestoken.Daarin kwamen dan vetpotjes en als dan daarin ’s avonds de pitten werden aangestoken.... nou!’t Kruit dat de toren bijna zou vernietigd hebben, bewaarde de notaris in ’n ijzeren bak. Die zou ’s avonds midden in ’t weiland geplaatst worden en dan.... nou!De kleine muziekvereeniging studeerde vroolijke nummers in en als die jonge kerels op de pistons, d’r horens en trombones begonnen te blazen.... nou!Tal van handen werkten aan ’t in orde brengen van ’t Openlucht-theater, waarvan de achtergrond gevormd werd door den muur van de kerk.Met planken en balken maakten ’n tiental mannen de noodige zitplaatsen en ze vormden ’t gedeelte van ’t vroegere kerkruim tot tooneel.Fred, de groote broer van Henk, had ’n mooi stuk geschreven en hij zelf was al ’n poos bezig om dit in te studeeren.Er kwamen verscheidene volwassen menschen bij te pas en toch werkten de jongens ook mee.Ze hadden wel niet veel te zeggen, maar toch heel wat te doen.En zoo werkten jong en oud om ’t schoone feest te doen slagen.De twintigste September naderde.’s Morgens al heel vroeg ontwaakte Hesse door ’n allervreemdst geluid....Hij schoot naar ’t raam en—daar klonken de schetterende tonen van ’t muziekcorps hem in ’t oor.Hij schoot naar ’t raam en—Hij schoot naar ’t raam en—Een extra nummer: Welkom bij ’t ontwaken op dezen feestdag.Hesse luisterde en lachte maar.Mevrouw onthaalde den ganschen troep op thee en ’n stuk feesttaart, waarna nog ’n nummertje werd geblazen.Om zes uur tien, verzocht Wibbe, z’n vriend om vóór ’t raam post te vatten.Daar naderde ’n zonderlinge stoet!Voorop liep Bles, hinkend en schuddend, opgetuigd met kleurige linten, en om z’n nek ’n koord, waaraan ’n blad papier bengelde.Op z’n rug zat Dodo met iets in z’n pooten, en versierd met ’n sjerp van groene zij.Daarachter stapten Rip en Kas, met ’n fraaienhalsband en elk met ’n pakje op den rug. Lizi kwam al springende achteraan, terwijl Wibbe Knuppeltje en Koko droeg, en Witje zat op zijn schouder.Op z’n rug zat Dodo.Op z’n rug zat Dodo.Voor ’t raam hield de stoet halt.De notaris, óók al met ’n sjerp, hield ’n korte toespraak:„Dit zijn je beste vrienden! Ze willen je zoo graag hun dankbaarheid toonen door ’n klein geschenk. Hesse, je bent ’n ferme beste jongen. Dat je de arme dieren overal wilt beschermen, pleit voor je goede hart. Hou vol, en ’t zal je wèl gaan!”Wibbe overhandigde toen de geschenken.Eerst ’t blad papier waarop stond: Van Bles, Dodo, Rip, Kas, Lizi, Knuppeltje, Koko en nog vele anderen!Hesse zei niets—deze huldiging trof hem méér dan hij weten wilde, en vooral ’t zien van ’t stumperige oude paard, dat hem misschien ’t leven had gered, deed z’n tranen vloeien.Hij schaamde er zich niet voor en hij zocht afleiding in ’t uitpakken van de geschenken.’n Mes!Geen gewóón! O nee! Zoo één met ’n zaagje, met ’n boortje, met ’n priem en zoo meer.’n Verrukkelijk mes!Dan kreeg hij ’n kompasje, ’n boek over ’t leven van de dieren, ’n doos met reepen en ’n vulpen.Hesse’s oogen schitterden en z’n koonen gloeiden.Toen Wibbe op ’t punt stond, de dieren weer terug te brengen, wenkte Hesse hem.Pijlsnel kwam hij naar buiten draven mèt ’t noodige lekkers voor z’n vrienden.En allemaal smulden ze en allemaal vonden ze ’t heerlijk, dat de jonge baas weer aardige woordjes tegen ze zei....Aan ’t ontbijt sprak de notaris nog ’n hartelijk woord en hij prees Wibbe, die al de moeilijke dagen tijdens Hesse’s ziekte zoo geduldig en toegewijd voor z’n vriend had gezorgd....Nauwelijks had de notaris dit gezegd, of Hesse stond op, greep Wibbe’s hoofd en hij wist z’n diepe gevoelens niet beter te uiten dan door hem ’n zoen te geven op iederen koon.Wibbe vond ’t een beetje gek, maar de notaris riep: „Bravo! Flink gedaan!”Toen kwam er ’n geschenk voor Wibbe: een groote drukdoos met pers, letters en alles er bij.Daar had de jongen niet op gerekend! Des te uitbundiger was z’n blijdschap.Nou, de dag begon uitmuntend!De uren van den morgen brachten Hesse en Wibbe samen gezellig door en ’s middags verschenen de vrienden, óók al met ’n cadeau!Niets minder dan ’n timmerkist, gevuld met de beste gereedschappen.Mevrouw zorgde voor de noodige versnaperingen en ’n half uurtje bleven de vrienden.Toen moesten ze weg naar de laatste repetitie!Hesse zat te popelen, maar hij bleef thuis en probeerde zich voor te stellen hoe de avond zou worden....Om half acht zei de notaris: „Hou je gereed! ’t feest gaat beginnen!”En ja, in de verte klonk muziek!Vlak voor ’t bruggetje hield even later ’t muziekcorps stil.Henk, versierd met ’n groote sjerp, kwam Hesse afhalen, om hem naar ’t feest te begeleiden.En nu voerde hij den vriend naar ’n wagentje op twee wielen, opgetooid met bloemen en groen, en getrokken door ’n wit paard.Hesse moest in stappen en Henk nam naast hem plaats.Vooruit!De feestelijke optocht door ’t dorp begon!De muziek voorop, dan ’t karretje en daarachter de vrienden.En in ’t dorp hingen de vlaggen uit en al de inwoners liepen te hoop en voor ’t huis van denburgemeester hield de stoet halt.Daar werd Hesse toegesproken....Vooral de woorden: „Met jou vieren we allemaal feest, omdat we zoo blij zijn, dat ’n jongen als jij behouden is gebleven. In jou vieren we alle vrienden van de arme dieren!” deden Hesse goed. Hij begreep, dat ’t feest niet uitsluitend hèm gold, maar dat ’t heele dorp wilde jubelen en pret maken om die ééne gedachte: Wees ’n goed mensch, heb medelijden met zwakken en verdrukten, óók onder de dieren!En toen ging ’t naar ’t feestterrein!....Al enkele malen had Hesse boven de huizen ’t vreemde licht gezien....Nu kwam hij voor de kerk en daar zag hij de overgebleven muren afgeteekend door lijnen van lichten.... daar rees de halve toren voor hem op, nu van licht!En heel ’t dorp stroomde door ’t hek binnen en overal klonk ’t gejoel en de vreugde.Hesse stond verbluft, toen hij uit de sjees was gesprongen.De sterke aandoeningen maakten hem week en dit tooverachtige schouwspel ontroerde hem. Zwijgend volgde hij Henk, die hem naar ’n zitplaats bracht recht tegenover ’t tooneel. En naast hem op dezelfde rij kwamen de notaris en z’n vrouw, de burgemeester, de dokter en meer voorname bewoners te zitten.Daarachter vond ’t heele dorp plaats genoeg.En Hesse begreep er niemendal van wat er gebeuren zou....Toen begon ’t spel!Eerst trad ’n jonge vrouw naar voren, helder van terzijde beschenen door ’t sterke licht van carbid lantarens. Ze was in ’t blauw gekleed en ze droeg ’t lange blonde haar los over den rug.Duidelijk en plechtig sprak ze ’n aantal versregels, waarin gezegd werd dat met liefde niet alleen bedoeld wordt: liefde voor de menschen, maar ook voor dieren.Na deze proloog volgde ’t eerste tafereel, waarin enkele jonge mannen en vrouwen, kennissen van Fred, den strijd afbeeldden tusschen ’t goede en ’t kwade.Ze droegen allen vreemde costuums en ze spraken heel anders dan gewone menschen.En nu pas werd de belangstelling van Hesse bizonder gespannen want daar verschenen ook Henk en Jan en al de anderen, spelend voor dwergen en kabouters, gekleed in kleurige pakjes. En ze droegen lange baarden!Ze moesten vrienden van de dieren voorstellen en samen middelen beramen om ze te beschermen.Dan vinden ze ’n slapenden jongeman, verstooten door z’n vrienden, omdat hij zich verzet heeft tegen wreedheid.Ze besluiten hem op te nemen in hun midden,hijzal hen helpen en omgekeerd hij ookhen. Ze zullen wraak nemen op de dierenbeulen en hen eens doen voelen wat hardheid en ellende beteekenen.Dan worden de wreedaards gedwongen de rol van dieren te vervullen en ze ondergaan de verschillendevreeselijke behandelingen, waaronder zoo vele ongelukkige beesten zuchten.Dat doet hen om genade smeeken en daarna mogen ze deelnemen aan ’t groote feest, waarbij alle wreedheid wordt afgezworen en alle deelnemers beloven medelijden te hebben en mee te zullen werken om arme dieren te beschermen. En aan ’t slot sperde Hesse z’n oogen wagenwijd open....Rip en Kas speelden óók mee!Zij moestenalledieren vertegenwoordigen en daarom werden zij in ’t laatste tafereel op ’n verhevenheid geplaatst en toen begon er ’n soort van huldiging.Jonge meisjes in ’t wit wuifden hen toe en strooiden bloemen....Alle andere deelnemers zongen ’n lied, dat aandoenlijk klonk in de stilte van dien wonderschoonen Septemberavond.En eindelijk verscheen dezelfde jonge vrouw weer, nu op ’t witte paard, op haar schouder zat de duif....Rip en Kas sprongen nu blaffend rond.... ’t Aapje zat achter haar en ook Lizi en Knuppeltje waren van de partij, zelfs Koko! De jonge vrouw stelde detoekomstvoor, de mensch is de vriend vanalledieren!Toen groepeerden zich de medespelenden om haar heen.... de muziek zette ’n plechtig koraal in.... ’t bengaalsche licht ontbrandde en hulde alles in ’n toovergloed....Hesse zuchtte diep....Zoo iets had hij nog nooit gezien!En toen begon er een soort van huldiging.En toen begon er een soort van huldiging.Terwijl al de toeschouwers luid in de handen klapten, bleef hij stil zitten....Hij hoorde niet eens de vragen, die tot hem gericht werden.Maar allen stonden op....Nog één nummer en dan was ’t feest afgeloopen.Naar ’t vreugde vuur!Joelend en lachend en dringend zochten allen ’n goed plaatsje om ’t slot van ’t feest zoo dicht mogelijk bij te wonen.Midden in ’t weiland lag ’n donkere massa, niemand kon onderscheiden wat ’t eigenlijk was, maar iedereen kende ’t verhaal van de lont.Schimmige gedaanten bewogen er zich om heen. Opeens klonk er ’n scherp gefluit.... toen werd’t stil en—eensklaps sloeg er ’n vlam ten hemel alsof die uit den grond was geschoten, ’n reusachtige roode tong, die kronkelde en in zware bochten voor en achterover sloeg....Daarna volgde ’n oplaaiing van ’n groot rood vuur, dat heel den omtrek verlichtte....De toeschouwers stonden zwijgend toe te zien, getroffen door den aanblik van dit geweldige vuur....Toen barstten allen los!’n Donderend gejuich steeg omhoog in de stille avondlucht....Het scheen of iedereen z’n diepste gevoelens wilde uiten door ’n vervaarlijk geschreeuw, door ’n wild draaien en zwaaien....Alleen Hesse jubelde niet mee....Hij keek met ernstige oogen naar ’t groote vuur.... hij alleen wist ook, wat hij had geleden in dien donkeren nacht in den toren, toen de lont aldoor verder brandde en hij zoo diep ellendig was.... Dat zelfde kruit ging nu in rook voor hem op en al dat gejuich, al die drukte gold hèm en z’n werken voor arme lijdende schepsels....’t Werd Hesse warm om ’t hart en hij schrikte werkelijk, toen de zware stem van den burgemeester klonk: „Wel Hesse, is dat nou geen mooi vuurtje? Zóó één in ’t kamp, hè? Dat zou je wat zijn.”Hesse wist niets te antwoorden....Daar reed ’t karretje weer vóór!Hesse moest geholpen worden om weer in te stappen....Door ’n wild draaien en zwaaien....Door ’n wild draaien en zwaaien....Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorpdwars door de woelende menigte en Henk zat hem aldoor maar te stompen in z’n zij en telkens vroeg hij: „Hoe vond je ’t, jò? Leuk hè? Mooi hè?”Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.Dan knikte Hesse iederen keer met ’t hoofd en in z’n jonge hart leefde ’t geluk.Voor ’t brugje hield ’t karretje stil—Hesse klom er af en na ’n laatsten blik op den nog altijd verlichten toren en afgewacht door mevrouw en meneer, zat hij eindelijk afgemat in de binnenkamer, wèl bleek, maar z’n oogen zeiden genoeg!Later kwam Wibbe—die had zich nog moeten verkleeden en helpen opruimen en toen waren ze met d’r allen ook nog wat rond gaan loopen. Wibbe deed verschrikkelijk druk!Hesse hoefde heelemaal niets te zeggen, de vriend hield geen seconde stil en zoo doorleefde Hesse nog eens de gelukkige uren. Nog weer later verscheen Fred, de broer van Henk met de dames en heeren, die meegewerkt hadden aan ’t openluchtspel.Met ruime hand bood mevrouw ververschingen en verkwikking aan.’n Algemeen gepraat vulde de groote kamer, ’t lachen was niet van de lucht en toen ook nog de burgervader binnentrad om allen te bedanken, voor ’t prachtige feest, nou, toen vormden ze zoowaar ’n kring met Hesse en den ouden heer in ’t midden.Ze zongen en jubelden nog eens voor ’t laatst en toen was ’t uit....Hesse sliep dien nacht niet best en toch was ’t de gelukkigste uit z’n heele leven!
XV.Feest.Voorzitter Henk sloeg met z’n hamer, niets meer dan ’n oude deurknop, en dat slaan met dien hamer klonk als ’n geluid van vreugde, want door dat hamergeklop verkondigde de voorzitter van de feestcommissie aan de leden, dat ’t groote ontwerp was aangenomen.Onder ’n overstelpende herrie stonden de leden van hun zetels op, dol blij met de gevallen beslissing!’t Groote ontwerp!O, ’t was groot en grootsch!Geen jongenshart, van ridder of van wolf, dat niet popelde!In hun verbeelding zagen ze al enkele onderdeelen van ’t geweldige plan uitgevoerd. Neem alleen maar dit: Verlichting van den ouden halven toren en van de ruïne!Stel je vóór, hoe zoo iets moest aantrekken!Verlichting!Wat doet ’n jongen liever dan verlichten, behalve z’n geest!Ook het tweede punt vervulde twaalf jongensharten met ’n gevoel van geheimzinnige vreugde. Henk had er zich niet over uitgelaten, toen hij ’t voorstelde: opvoering van ’n openluchtspel. Goeie hemel! De meesten wisten niet eens wat ’n openluchtspel was.Ze dachten aan voetbal, cricket of zoo iets. Toen had Henk uitgelegd: „Een openluchtspel is ’n vertooning, ’n soort tooneelstuk. Maar dat geef je niet in ’n zaal, maar buiten, en ’t onze wordt op de ruïne vertoond.”’t Onze!zei Henk, en ze wisten er geen van allen iets van. ’t Was alleen van Henk of van Henks grooten broer.In elk geval zou ’t iets bizonders worden!De mededeeling van Henk, dat ze er prachtige costumes voor noodig hadden, dat ze allemaal mee moesten doen, deed hen beven van bange verwachting.Zie je, deze twee punten: de verlichting en ’t openluchtspel, die dèden ’t hem.Dan omvatte ’t ontwerp nog: feestelijke optochtmet muziek, uitreiking van eereblijken en nog ’n zéér bizonder nummer:Ontsteking van een vreugdevuur!Henk legde daarbij uit, dat ’t gevonden kruit gewichtige diensten zou bewijzen.Wibbe kòn thuis z’n mond niet houden en Hesse was zoo dom niet, of hij begreep heel goed, dat er vreemde dingen stonden te gebeuren.Hij hield zich van den domme en vroeg nergens naar, al popelde z’n hart.Toen kwam op zekeren dag ’t eerste teeken van ’t naderende feest.Hesse kreeg ’n brief, onderteekend door de feestcommissie. Daarin werd hem hulde gebracht voor z’n bescherming van dieren en als bewijs van hun groote waardeering kondigde de commissie ’n groot feest aan.Hesse was toch zeker niet heelemaal zoo sterk als vroeger, want hij lachte en huilde tegelijk.Daarom las Wibbe hem ’t programma vóór.Dat zag er overbluffend uit!Aan ’t slot van den brief werd Hesse verzocht, enkele dagen niet bij den toren te komen. Hij begreep wel waarom!De toebereidselen voor ’t feest waren in vollen gang. En wat zoo aardig was, heel ’t dorp wilde meedoen, zóó graag mochten de bewoners den jongen dierenvriend lijden.En dan—de burgemeester spoorde iedereen aan om ’t feest uit te breiden tot ’n festiviteit voor ’t dorp.Dus kon de gansche toren voorzien worden vanijzerdraadjes, mooi rond gebogen en op verschillende plaatsen in den muur gestoken.Daarin kwamen dan vetpotjes en als dan daarin ’s avonds de pitten werden aangestoken.... nou!’t Kruit dat de toren bijna zou vernietigd hebben, bewaarde de notaris in ’n ijzeren bak. Die zou ’s avonds midden in ’t weiland geplaatst worden en dan.... nou!De kleine muziekvereeniging studeerde vroolijke nummers in en als die jonge kerels op de pistons, d’r horens en trombones begonnen te blazen.... nou!Tal van handen werkten aan ’t in orde brengen van ’t Openlucht-theater, waarvan de achtergrond gevormd werd door den muur van de kerk.Met planken en balken maakten ’n tiental mannen de noodige zitplaatsen en ze vormden ’t gedeelte van ’t vroegere kerkruim tot tooneel.Fred, de groote broer van Henk, had ’n mooi stuk geschreven en hij zelf was al ’n poos bezig om dit in te studeeren.Er kwamen verscheidene volwassen menschen bij te pas en toch werkten de jongens ook mee.Ze hadden wel niet veel te zeggen, maar toch heel wat te doen.En zoo werkten jong en oud om ’t schoone feest te doen slagen.De twintigste September naderde.’s Morgens al heel vroeg ontwaakte Hesse door ’n allervreemdst geluid....Hij schoot naar ’t raam en—daar klonken de schetterende tonen van ’t muziekcorps hem in ’t oor.Hij schoot naar ’t raam en—Hij schoot naar ’t raam en—Een extra nummer: Welkom bij ’t ontwaken op dezen feestdag.Hesse luisterde en lachte maar.Mevrouw onthaalde den ganschen troep op thee en ’n stuk feesttaart, waarna nog ’n nummertje werd geblazen.Om zes uur tien, verzocht Wibbe, z’n vriend om vóór ’t raam post te vatten.Daar naderde ’n zonderlinge stoet!Voorop liep Bles, hinkend en schuddend, opgetuigd met kleurige linten, en om z’n nek ’n koord, waaraan ’n blad papier bengelde.Op z’n rug zat Dodo met iets in z’n pooten, en versierd met ’n sjerp van groene zij.Daarachter stapten Rip en Kas, met ’n fraaienhalsband en elk met ’n pakje op den rug. Lizi kwam al springende achteraan, terwijl Wibbe Knuppeltje en Koko droeg, en Witje zat op zijn schouder.Op z’n rug zat Dodo.Op z’n rug zat Dodo.Voor ’t raam hield de stoet halt.De notaris, óók al met ’n sjerp, hield ’n korte toespraak:„Dit zijn je beste vrienden! Ze willen je zoo graag hun dankbaarheid toonen door ’n klein geschenk. Hesse, je bent ’n ferme beste jongen. Dat je de arme dieren overal wilt beschermen, pleit voor je goede hart. Hou vol, en ’t zal je wèl gaan!”Wibbe overhandigde toen de geschenken.Eerst ’t blad papier waarop stond: Van Bles, Dodo, Rip, Kas, Lizi, Knuppeltje, Koko en nog vele anderen!Hesse zei niets—deze huldiging trof hem méér dan hij weten wilde, en vooral ’t zien van ’t stumperige oude paard, dat hem misschien ’t leven had gered, deed z’n tranen vloeien.Hij schaamde er zich niet voor en hij zocht afleiding in ’t uitpakken van de geschenken.’n Mes!Geen gewóón! O nee! Zoo één met ’n zaagje, met ’n boortje, met ’n priem en zoo meer.’n Verrukkelijk mes!Dan kreeg hij ’n kompasje, ’n boek over ’t leven van de dieren, ’n doos met reepen en ’n vulpen.Hesse’s oogen schitterden en z’n koonen gloeiden.Toen Wibbe op ’t punt stond, de dieren weer terug te brengen, wenkte Hesse hem.Pijlsnel kwam hij naar buiten draven mèt ’t noodige lekkers voor z’n vrienden.En allemaal smulden ze en allemaal vonden ze ’t heerlijk, dat de jonge baas weer aardige woordjes tegen ze zei....Aan ’t ontbijt sprak de notaris nog ’n hartelijk woord en hij prees Wibbe, die al de moeilijke dagen tijdens Hesse’s ziekte zoo geduldig en toegewijd voor z’n vriend had gezorgd....Nauwelijks had de notaris dit gezegd, of Hesse stond op, greep Wibbe’s hoofd en hij wist z’n diepe gevoelens niet beter te uiten dan door hem ’n zoen te geven op iederen koon.Wibbe vond ’t een beetje gek, maar de notaris riep: „Bravo! Flink gedaan!”Toen kwam er ’n geschenk voor Wibbe: een groote drukdoos met pers, letters en alles er bij.Daar had de jongen niet op gerekend! Des te uitbundiger was z’n blijdschap.Nou, de dag begon uitmuntend!De uren van den morgen brachten Hesse en Wibbe samen gezellig door en ’s middags verschenen de vrienden, óók al met ’n cadeau!Niets minder dan ’n timmerkist, gevuld met de beste gereedschappen.Mevrouw zorgde voor de noodige versnaperingen en ’n half uurtje bleven de vrienden.Toen moesten ze weg naar de laatste repetitie!Hesse zat te popelen, maar hij bleef thuis en probeerde zich voor te stellen hoe de avond zou worden....Om half acht zei de notaris: „Hou je gereed! ’t feest gaat beginnen!”En ja, in de verte klonk muziek!Vlak voor ’t bruggetje hield even later ’t muziekcorps stil.Henk, versierd met ’n groote sjerp, kwam Hesse afhalen, om hem naar ’t feest te begeleiden.En nu voerde hij den vriend naar ’n wagentje op twee wielen, opgetooid met bloemen en groen, en getrokken door ’n wit paard.Hesse moest in stappen en Henk nam naast hem plaats.Vooruit!De feestelijke optocht door ’t dorp begon!De muziek voorop, dan ’t karretje en daarachter de vrienden.En in ’t dorp hingen de vlaggen uit en al de inwoners liepen te hoop en voor ’t huis van denburgemeester hield de stoet halt.Daar werd Hesse toegesproken....Vooral de woorden: „Met jou vieren we allemaal feest, omdat we zoo blij zijn, dat ’n jongen als jij behouden is gebleven. In jou vieren we alle vrienden van de arme dieren!” deden Hesse goed. Hij begreep, dat ’t feest niet uitsluitend hèm gold, maar dat ’t heele dorp wilde jubelen en pret maken om die ééne gedachte: Wees ’n goed mensch, heb medelijden met zwakken en verdrukten, óók onder de dieren!En toen ging ’t naar ’t feestterrein!....Al enkele malen had Hesse boven de huizen ’t vreemde licht gezien....Nu kwam hij voor de kerk en daar zag hij de overgebleven muren afgeteekend door lijnen van lichten.... daar rees de halve toren voor hem op, nu van licht!En heel ’t dorp stroomde door ’t hek binnen en overal klonk ’t gejoel en de vreugde.Hesse stond verbluft, toen hij uit de sjees was gesprongen.De sterke aandoeningen maakten hem week en dit tooverachtige schouwspel ontroerde hem. Zwijgend volgde hij Henk, die hem naar ’n zitplaats bracht recht tegenover ’t tooneel. En naast hem op dezelfde rij kwamen de notaris en z’n vrouw, de burgemeester, de dokter en meer voorname bewoners te zitten.Daarachter vond ’t heele dorp plaats genoeg.En Hesse begreep er niemendal van wat er gebeuren zou....Toen begon ’t spel!Eerst trad ’n jonge vrouw naar voren, helder van terzijde beschenen door ’t sterke licht van carbid lantarens. Ze was in ’t blauw gekleed en ze droeg ’t lange blonde haar los over den rug.Duidelijk en plechtig sprak ze ’n aantal versregels, waarin gezegd werd dat met liefde niet alleen bedoeld wordt: liefde voor de menschen, maar ook voor dieren.Na deze proloog volgde ’t eerste tafereel, waarin enkele jonge mannen en vrouwen, kennissen van Fred, den strijd afbeeldden tusschen ’t goede en ’t kwade.Ze droegen allen vreemde costuums en ze spraken heel anders dan gewone menschen.En nu pas werd de belangstelling van Hesse bizonder gespannen want daar verschenen ook Henk en Jan en al de anderen, spelend voor dwergen en kabouters, gekleed in kleurige pakjes. En ze droegen lange baarden!Ze moesten vrienden van de dieren voorstellen en samen middelen beramen om ze te beschermen.Dan vinden ze ’n slapenden jongeman, verstooten door z’n vrienden, omdat hij zich verzet heeft tegen wreedheid.Ze besluiten hem op te nemen in hun midden,hijzal hen helpen en omgekeerd hij ookhen. Ze zullen wraak nemen op de dierenbeulen en hen eens doen voelen wat hardheid en ellende beteekenen.Dan worden de wreedaards gedwongen de rol van dieren te vervullen en ze ondergaan de verschillendevreeselijke behandelingen, waaronder zoo vele ongelukkige beesten zuchten.Dat doet hen om genade smeeken en daarna mogen ze deelnemen aan ’t groote feest, waarbij alle wreedheid wordt afgezworen en alle deelnemers beloven medelijden te hebben en mee te zullen werken om arme dieren te beschermen. En aan ’t slot sperde Hesse z’n oogen wagenwijd open....Rip en Kas speelden óók mee!Zij moestenalledieren vertegenwoordigen en daarom werden zij in ’t laatste tafereel op ’n verhevenheid geplaatst en toen begon er ’n soort van huldiging.Jonge meisjes in ’t wit wuifden hen toe en strooiden bloemen....Alle andere deelnemers zongen ’n lied, dat aandoenlijk klonk in de stilte van dien wonderschoonen Septemberavond.En eindelijk verscheen dezelfde jonge vrouw weer, nu op ’t witte paard, op haar schouder zat de duif....Rip en Kas sprongen nu blaffend rond.... ’t Aapje zat achter haar en ook Lizi en Knuppeltje waren van de partij, zelfs Koko! De jonge vrouw stelde detoekomstvoor, de mensch is de vriend vanalledieren!Toen groepeerden zich de medespelenden om haar heen.... de muziek zette ’n plechtig koraal in.... ’t bengaalsche licht ontbrandde en hulde alles in ’n toovergloed....Hesse zuchtte diep....Zoo iets had hij nog nooit gezien!En toen begon er een soort van huldiging.En toen begon er een soort van huldiging.Terwijl al de toeschouwers luid in de handen klapten, bleef hij stil zitten....Hij hoorde niet eens de vragen, die tot hem gericht werden.Maar allen stonden op....Nog één nummer en dan was ’t feest afgeloopen.Naar ’t vreugde vuur!Joelend en lachend en dringend zochten allen ’n goed plaatsje om ’t slot van ’t feest zoo dicht mogelijk bij te wonen.Midden in ’t weiland lag ’n donkere massa, niemand kon onderscheiden wat ’t eigenlijk was, maar iedereen kende ’t verhaal van de lont.Schimmige gedaanten bewogen er zich om heen. Opeens klonk er ’n scherp gefluit.... toen werd’t stil en—eensklaps sloeg er ’n vlam ten hemel alsof die uit den grond was geschoten, ’n reusachtige roode tong, die kronkelde en in zware bochten voor en achterover sloeg....Daarna volgde ’n oplaaiing van ’n groot rood vuur, dat heel den omtrek verlichtte....De toeschouwers stonden zwijgend toe te zien, getroffen door den aanblik van dit geweldige vuur....Toen barstten allen los!’n Donderend gejuich steeg omhoog in de stille avondlucht....Het scheen of iedereen z’n diepste gevoelens wilde uiten door ’n vervaarlijk geschreeuw, door ’n wild draaien en zwaaien....Alleen Hesse jubelde niet mee....Hij keek met ernstige oogen naar ’t groote vuur.... hij alleen wist ook, wat hij had geleden in dien donkeren nacht in den toren, toen de lont aldoor verder brandde en hij zoo diep ellendig was.... Dat zelfde kruit ging nu in rook voor hem op en al dat gejuich, al die drukte gold hèm en z’n werken voor arme lijdende schepsels....’t Werd Hesse warm om ’t hart en hij schrikte werkelijk, toen de zware stem van den burgemeester klonk: „Wel Hesse, is dat nou geen mooi vuurtje? Zóó één in ’t kamp, hè? Dat zou je wat zijn.”Hesse wist niets te antwoorden....Daar reed ’t karretje weer vóór!Hesse moest geholpen worden om weer in te stappen....Door ’n wild draaien en zwaaien....Door ’n wild draaien en zwaaien....Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorpdwars door de woelende menigte en Henk zat hem aldoor maar te stompen in z’n zij en telkens vroeg hij: „Hoe vond je ’t, jò? Leuk hè? Mooi hè?”Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.Dan knikte Hesse iederen keer met ’t hoofd en in z’n jonge hart leefde ’t geluk.Voor ’t brugje hield ’t karretje stil—Hesse klom er af en na ’n laatsten blik op den nog altijd verlichten toren en afgewacht door mevrouw en meneer, zat hij eindelijk afgemat in de binnenkamer, wèl bleek, maar z’n oogen zeiden genoeg!Later kwam Wibbe—die had zich nog moeten verkleeden en helpen opruimen en toen waren ze met d’r allen ook nog wat rond gaan loopen. Wibbe deed verschrikkelijk druk!Hesse hoefde heelemaal niets te zeggen, de vriend hield geen seconde stil en zoo doorleefde Hesse nog eens de gelukkige uren. Nog weer later verscheen Fred, de broer van Henk met de dames en heeren, die meegewerkt hadden aan ’t openluchtspel.Met ruime hand bood mevrouw ververschingen en verkwikking aan.’n Algemeen gepraat vulde de groote kamer, ’t lachen was niet van de lucht en toen ook nog de burgervader binnentrad om allen te bedanken, voor ’t prachtige feest, nou, toen vormden ze zoowaar ’n kring met Hesse en den ouden heer in ’t midden.Ze zongen en jubelden nog eens voor ’t laatst en toen was ’t uit....Hesse sliep dien nacht niet best en toch was ’t de gelukkigste uit z’n heele leven!
XV.Feest.
Voorzitter Henk sloeg met z’n hamer, niets meer dan ’n oude deurknop, en dat slaan met dien hamer klonk als ’n geluid van vreugde, want door dat hamergeklop verkondigde de voorzitter van de feestcommissie aan de leden, dat ’t groote ontwerp was aangenomen.Onder ’n overstelpende herrie stonden de leden van hun zetels op, dol blij met de gevallen beslissing!’t Groote ontwerp!O, ’t was groot en grootsch!Geen jongenshart, van ridder of van wolf, dat niet popelde!In hun verbeelding zagen ze al enkele onderdeelen van ’t geweldige plan uitgevoerd. Neem alleen maar dit: Verlichting van den ouden halven toren en van de ruïne!Stel je vóór, hoe zoo iets moest aantrekken!Verlichting!Wat doet ’n jongen liever dan verlichten, behalve z’n geest!Ook het tweede punt vervulde twaalf jongensharten met ’n gevoel van geheimzinnige vreugde. Henk had er zich niet over uitgelaten, toen hij ’t voorstelde: opvoering van ’n openluchtspel. Goeie hemel! De meesten wisten niet eens wat ’n openluchtspel was.Ze dachten aan voetbal, cricket of zoo iets. Toen had Henk uitgelegd: „Een openluchtspel is ’n vertooning, ’n soort tooneelstuk. Maar dat geef je niet in ’n zaal, maar buiten, en ’t onze wordt op de ruïne vertoond.”’t Onze!zei Henk, en ze wisten er geen van allen iets van. ’t Was alleen van Henk of van Henks grooten broer.In elk geval zou ’t iets bizonders worden!De mededeeling van Henk, dat ze er prachtige costumes voor noodig hadden, dat ze allemaal mee moesten doen, deed hen beven van bange verwachting.Zie je, deze twee punten: de verlichting en ’t openluchtspel, die dèden ’t hem.Dan omvatte ’t ontwerp nog: feestelijke optochtmet muziek, uitreiking van eereblijken en nog ’n zéér bizonder nummer:Ontsteking van een vreugdevuur!Henk legde daarbij uit, dat ’t gevonden kruit gewichtige diensten zou bewijzen.Wibbe kòn thuis z’n mond niet houden en Hesse was zoo dom niet, of hij begreep heel goed, dat er vreemde dingen stonden te gebeuren.Hij hield zich van den domme en vroeg nergens naar, al popelde z’n hart.Toen kwam op zekeren dag ’t eerste teeken van ’t naderende feest.Hesse kreeg ’n brief, onderteekend door de feestcommissie. Daarin werd hem hulde gebracht voor z’n bescherming van dieren en als bewijs van hun groote waardeering kondigde de commissie ’n groot feest aan.Hesse was toch zeker niet heelemaal zoo sterk als vroeger, want hij lachte en huilde tegelijk.Daarom las Wibbe hem ’t programma vóór.Dat zag er overbluffend uit!Aan ’t slot van den brief werd Hesse verzocht, enkele dagen niet bij den toren te komen. Hij begreep wel waarom!De toebereidselen voor ’t feest waren in vollen gang. En wat zoo aardig was, heel ’t dorp wilde meedoen, zóó graag mochten de bewoners den jongen dierenvriend lijden.En dan—de burgemeester spoorde iedereen aan om ’t feest uit te breiden tot ’n festiviteit voor ’t dorp.Dus kon de gansche toren voorzien worden vanijzerdraadjes, mooi rond gebogen en op verschillende plaatsen in den muur gestoken.Daarin kwamen dan vetpotjes en als dan daarin ’s avonds de pitten werden aangestoken.... nou!’t Kruit dat de toren bijna zou vernietigd hebben, bewaarde de notaris in ’n ijzeren bak. Die zou ’s avonds midden in ’t weiland geplaatst worden en dan.... nou!De kleine muziekvereeniging studeerde vroolijke nummers in en als die jonge kerels op de pistons, d’r horens en trombones begonnen te blazen.... nou!Tal van handen werkten aan ’t in orde brengen van ’t Openlucht-theater, waarvan de achtergrond gevormd werd door den muur van de kerk.Met planken en balken maakten ’n tiental mannen de noodige zitplaatsen en ze vormden ’t gedeelte van ’t vroegere kerkruim tot tooneel.Fred, de groote broer van Henk, had ’n mooi stuk geschreven en hij zelf was al ’n poos bezig om dit in te studeeren.Er kwamen verscheidene volwassen menschen bij te pas en toch werkten de jongens ook mee.Ze hadden wel niet veel te zeggen, maar toch heel wat te doen.En zoo werkten jong en oud om ’t schoone feest te doen slagen.De twintigste September naderde.’s Morgens al heel vroeg ontwaakte Hesse door ’n allervreemdst geluid....Hij schoot naar ’t raam en—daar klonken de schetterende tonen van ’t muziekcorps hem in ’t oor.Hij schoot naar ’t raam en—Hij schoot naar ’t raam en—Een extra nummer: Welkom bij ’t ontwaken op dezen feestdag.Hesse luisterde en lachte maar.Mevrouw onthaalde den ganschen troep op thee en ’n stuk feesttaart, waarna nog ’n nummertje werd geblazen.Om zes uur tien, verzocht Wibbe, z’n vriend om vóór ’t raam post te vatten.Daar naderde ’n zonderlinge stoet!Voorop liep Bles, hinkend en schuddend, opgetuigd met kleurige linten, en om z’n nek ’n koord, waaraan ’n blad papier bengelde.Op z’n rug zat Dodo met iets in z’n pooten, en versierd met ’n sjerp van groene zij.Daarachter stapten Rip en Kas, met ’n fraaienhalsband en elk met ’n pakje op den rug. Lizi kwam al springende achteraan, terwijl Wibbe Knuppeltje en Koko droeg, en Witje zat op zijn schouder.Op z’n rug zat Dodo.Op z’n rug zat Dodo.Voor ’t raam hield de stoet halt.De notaris, óók al met ’n sjerp, hield ’n korte toespraak:„Dit zijn je beste vrienden! Ze willen je zoo graag hun dankbaarheid toonen door ’n klein geschenk. Hesse, je bent ’n ferme beste jongen. Dat je de arme dieren overal wilt beschermen, pleit voor je goede hart. Hou vol, en ’t zal je wèl gaan!”Wibbe overhandigde toen de geschenken.Eerst ’t blad papier waarop stond: Van Bles, Dodo, Rip, Kas, Lizi, Knuppeltje, Koko en nog vele anderen!Hesse zei niets—deze huldiging trof hem méér dan hij weten wilde, en vooral ’t zien van ’t stumperige oude paard, dat hem misschien ’t leven had gered, deed z’n tranen vloeien.Hij schaamde er zich niet voor en hij zocht afleiding in ’t uitpakken van de geschenken.’n Mes!Geen gewóón! O nee! Zoo één met ’n zaagje, met ’n boortje, met ’n priem en zoo meer.’n Verrukkelijk mes!Dan kreeg hij ’n kompasje, ’n boek over ’t leven van de dieren, ’n doos met reepen en ’n vulpen.Hesse’s oogen schitterden en z’n koonen gloeiden.Toen Wibbe op ’t punt stond, de dieren weer terug te brengen, wenkte Hesse hem.Pijlsnel kwam hij naar buiten draven mèt ’t noodige lekkers voor z’n vrienden.En allemaal smulden ze en allemaal vonden ze ’t heerlijk, dat de jonge baas weer aardige woordjes tegen ze zei....Aan ’t ontbijt sprak de notaris nog ’n hartelijk woord en hij prees Wibbe, die al de moeilijke dagen tijdens Hesse’s ziekte zoo geduldig en toegewijd voor z’n vriend had gezorgd....Nauwelijks had de notaris dit gezegd, of Hesse stond op, greep Wibbe’s hoofd en hij wist z’n diepe gevoelens niet beter te uiten dan door hem ’n zoen te geven op iederen koon.Wibbe vond ’t een beetje gek, maar de notaris riep: „Bravo! Flink gedaan!”Toen kwam er ’n geschenk voor Wibbe: een groote drukdoos met pers, letters en alles er bij.Daar had de jongen niet op gerekend! Des te uitbundiger was z’n blijdschap.Nou, de dag begon uitmuntend!De uren van den morgen brachten Hesse en Wibbe samen gezellig door en ’s middags verschenen de vrienden, óók al met ’n cadeau!Niets minder dan ’n timmerkist, gevuld met de beste gereedschappen.Mevrouw zorgde voor de noodige versnaperingen en ’n half uurtje bleven de vrienden.Toen moesten ze weg naar de laatste repetitie!Hesse zat te popelen, maar hij bleef thuis en probeerde zich voor te stellen hoe de avond zou worden....Om half acht zei de notaris: „Hou je gereed! ’t feest gaat beginnen!”En ja, in de verte klonk muziek!Vlak voor ’t bruggetje hield even later ’t muziekcorps stil.Henk, versierd met ’n groote sjerp, kwam Hesse afhalen, om hem naar ’t feest te begeleiden.En nu voerde hij den vriend naar ’n wagentje op twee wielen, opgetooid met bloemen en groen, en getrokken door ’n wit paard.Hesse moest in stappen en Henk nam naast hem plaats.Vooruit!De feestelijke optocht door ’t dorp begon!De muziek voorop, dan ’t karretje en daarachter de vrienden.En in ’t dorp hingen de vlaggen uit en al de inwoners liepen te hoop en voor ’t huis van denburgemeester hield de stoet halt.Daar werd Hesse toegesproken....Vooral de woorden: „Met jou vieren we allemaal feest, omdat we zoo blij zijn, dat ’n jongen als jij behouden is gebleven. In jou vieren we alle vrienden van de arme dieren!” deden Hesse goed. Hij begreep, dat ’t feest niet uitsluitend hèm gold, maar dat ’t heele dorp wilde jubelen en pret maken om die ééne gedachte: Wees ’n goed mensch, heb medelijden met zwakken en verdrukten, óók onder de dieren!En toen ging ’t naar ’t feestterrein!....Al enkele malen had Hesse boven de huizen ’t vreemde licht gezien....Nu kwam hij voor de kerk en daar zag hij de overgebleven muren afgeteekend door lijnen van lichten.... daar rees de halve toren voor hem op, nu van licht!En heel ’t dorp stroomde door ’t hek binnen en overal klonk ’t gejoel en de vreugde.Hesse stond verbluft, toen hij uit de sjees was gesprongen.De sterke aandoeningen maakten hem week en dit tooverachtige schouwspel ontroerde hem. Zwijgend volgde hij Henk, die hem naar ’n zitplaats bracht recht tegenover ’t tooneel. En naast hem op dezelfde rij kwamen de notaris en z’n vrouw, de burgemeester, de dokter en meer voorname bewoners te zitten.Daarachter vond ’t heele dorp plaats genoeg.En Hesse begreep er niemendal van wat er gebeuren zou....Toen begon ’t spel!Eerst trad ’n jonge vrouw naar voren, helder van terzijde beschenen door ’t sterke licht van carbid lantarens. Ze was in ’t blauw gekleed en ze droeg ’t lange blonde haar los over den rug.Duidelijk en plechtig sprak ze ’n aantal versregels, waarin gezegd werd dat met liefde niet alleen bedoeld wordt: liefde voor de menschen, maar ook voor dieren.Na deze proloog volgde ’t eerste tafereel, waarin enkele jonge mannen en vrouwen, kennissen van Fred, den strijd afbeeldden tusschen ’t goede en ’t kwade.Ze droegen allen vreemde costuums en ze spraken heel anders dan gewone menschen.En nu pas werd de belangstelling van Hesse bizonder gespannen want daar verschenen ook Henk en Jan en al de anderen, spelend voor dwergen en kabouters, gekleed in kleurige pakjes. En ze droegen lange baarden!Ze moesten vrienden van de dieren voorstellen en samen middelen beramen om ze te beschermen.Dan vinden ze ’n slapenden jongeman, verstooten door z’n vrienden, omdat hij zich verzet heeft tegen wreedheid.Ze besluiten hem op te nemen in hun midden,hijzal hen helpen en omgekeerd hij ookhen. Ze zullen wraak nemen op de dierenbeulen en hen eens doen voelen wat hardheid en ellende beteekenen.Dan worden de wreedaards gedwongen de rol van dieren te vervullen en ze ondergaan de verschillendevreeselijke behandelingen, waaronder zoo vele ongelukkige beesten zuchten.Dat doet hen om genade smeeken en daarna mogen ze deelnemen aan ’t groote feest, waarbij alle wreedheid wordt afgezworen en alle deelnemers beloven medelijden te hebben en mee te zullen werken om arme dieren te beschermen. En aan ’t slot sperde Hesse z’n oogen wagenwijd open....Rip en Kas speelden óók mee!Zij moestenalledieren vertegenwoordigen en daarom werden zij in ’t laatste tafereel op ’n verhevenheid geplaatst en toen begon er ’n soort van huldiging.Jonge meisjes in ’t wit wuifden hen toe en strooiden bloemen....Alle andere deelnemers zongen ’n lied, dat aandoenlijk klonk in de stilte van dien wonderschoonen Septemberavond.En eindelijk verscheen dezelfde jonge vrouw weer, nu op ’t witte paard, op haar schouder zat de duif....Rip en Kas sprongen nu blaffend rond.... ’t Aapje zat achter haar en ook Lizi en Knuppeltje waren van de partij, zelfs Koko! De jonge vrouw stelde detoekomstvoor, de mensch is de vriend vanalledieren!Toen groepeerden zich de medespelenden om haar heen.... de muziek zette ’n plechtig koraal in.... ’t bengaalsche licht ontbrandde en hulde alles in ’n toovergloed....Hesse zuchtte diep....Zoo iets had hij nog nooit gezien!En toen begon er een soort van huldiging.En toen begon er een soort van huldiging.Terwijl al de toeschouwers luid in de handen klapten, bleef hij stil zitten....Hij hoorde niet eens de vragen, die tot hem gericht werden.Maar allen stonden op....Nog één nummer en dan was ’t feest afgeloopen.Naar ’t vreugde vuur!Joelend en lachend en dringend zochten allen ’n goed plaatsje om ’t slot van ’t feest zoo dicht mogelijk bij te wonen.Midden in ’t weiland lag ’n donkere massa, niemand kon onderscheiden wat ’t eigenlijk was, maar iedereen kende ’t verhaal van de lont.Schimmige gedaanten bewogen er zich om heen. Opeens klonk er ’n scherp gefluit.... toen werd’t stil en—eensklaps sloeg er ’n vlam ten hemel alsof die uit den grond was geschoten, ’n reusachtige roode tong, die kronkelde en in zware bochten voor en achterover sloeg....Daarna volgde ’n oplaaiing van ’n groot rood vuur, dat heel den omtrek verlichtte....De toeschouwers stonden zwijgend toe te zien, getroffen door den aanblik van dit geweldige vuur....Toen barstten allen los!’n Donderend gejuich steeg omhoog in de stille avondlucht....Het scheen of iedereen z’n diepste gevoelens wilde uiten door ’n vervaarlijk geschreeuw, door ’n wild draaien en zwaaien....Alleen Hesse jubelde niet mee....Hij keek met ernstige oogen naar ’t groote vuur.... hij alleen wist ook, wat hij had geleden in dien donkeren nacht in den toren, toen de lont aldoor verder brandde en hij zoo diep ellendig was.... Dat zelfde kruit ging nu in rook voor hem op en al dat gejuich, al die drukte gold hèm en z’n werken voor arme lijdende schepsels....’t Werd Hesse warm om ’t hart en hij schrikte werkelijk, toen de zware stem van den burgemeester klonk: „Wel Hesse, is dat nou geen mooi vuurtje? Zóó één in ’t kamp, hè? Dat zou je wat zijn.”Hesse wist niets te antwoorden....Daar reed ’t karretje weer vóór!Hesse moest geholpen worden om weer in te stappen....Door ’n wild draaien en zwaaien....Door ’n wild draaien en zwaaien....Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorpdwars door de woelende menigte en Henk zat hem aldoor maar te stompen in z’n zij en telkens vroeg hij: „Hoe vond je ’t, jò? Leuk hè? Mooi hè?”Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.Dan knikte Hesse iederen keer met ’t hoofd en in z’n jonge hart leefde ’t geluk.Voor ’t brugje hield ’t karretje stil—Hesse klom er af en na ’n laatsten blik op den nog altijd verlichten toren en afgewacht door mevrouw en meneer, zat hij eindelijk afgemat in de binnenkamer, wèl bleek, maar z’n oogen zeiden genoeg!Later kwam Wibbe—die had zich nog moeten verkleeden en helpen opruimen en toen waren ze met d’r allen ook nog wat rond gaan loopen. Wibbe deed verschrikkelijk druk!Hesse hoefde heelemaal niets te zeggen, de vriend hield geen seconde stil en zoo doorleefde Hesse nog eens de gelukkige uren. Nog weer later verscheen Fred, de broer van Henk met de dames en heeren, die meegewerkt hadden aan ’t openluchtspel.Met ruime hand bood mevrouw ververschingen en verkwikking aan.’n Algemeen gepraat vulde de groote kamer, ’t lachen was niet van de lucht en toen ook nog de burgervader binnentrad om allen te bedanken, voor ’t prachtige feest, nou, toen vormden ze zoowaar ’n kring met Hesse en den ouden heer in ’t midden.Ze zongen en jubelden nog eens voor ’t laatst en toen was ’t uit....Hesse sliep dien nacht niet best en toch was ’t de gelukkigste uit z’n heele leven!
Voorzitter Henk sloeg met z’n hamer, niets meer dan ’n oude deurknop, en dat slaan met dien hamer klonk als ’n geluid van vreugde, want door dat hamergeklop verkondigde de voorzitter van de feestcommissie aan de leden, dat ’t groote ontwerp was aangenomen.
Onder ’n overstelpende herrie stonden de leden van hun zetels op, dol blij met de gevallen beslissing!
’t Groote ontwerp!
O, ’t was groot en grootsch!
Geen jongenshart, van ridder of van wolf, dat niet popelde!
In hun verbeelding zagen ze al enkele onderdeelen van ’t geweldige plan uitgevoerd. Neem alleen maar dit: Verlichting van den ouden halven toren en van de ruïne!
Stel je vóór, hoe zoo iets moest aantrekken!
Verlichting!
Wat doet ’n jongen liever dan verlichten, behalve z’n geest!
Ook het tweede punt vervulde twaalf jongensharten met ’n gevoel van geheimzinnige vreugde. Henk had er zich niet over uitgelaten, toen hij ’t voorstelde: opvoering van ’n openluchtspel. Goeie hemel! De meesten wisten niet eens wat ’n openluchtspel was.
Ze dachten aan voetbal, cricket of zoo iets. Toen had Henk uitgelegd: „Een openluchtspel is ’n vertooning, ’n soort tooneelstuk. Maar dat geef je niet in ’n zaal, maar buiten, en ’t onze wordt op de ruïne vertoond.”
’t Onze!zei Henk, en ze wisten er geen van allen iets van. ’t Was alleen van Henk of van Henks grooten broer.
In elk geval zou ’t iets bizonders worden!
De mededeeling van Henk, dat ze er prachtige costumes voor noodig hadden, dat ze allemaal mee moesten doen, deed hen beven van bange verwachting.
Zie je, deze twee punten: de verlichting en ’t openluchtspel, die dèden ’t hem.
Dan omvatte ’t ontwerp nog: feestelijke optochtmet muziek, uitreiking van eereblijken en nog ’n zéér bizonder nummer:
Ontsteking van een vreugdevuur!
Henk legde daarbij uit, dat ’t gevonden kruit gewichtige diensten zou bewijzen.
Wibbe kòn thuis z’n mond niet houden en Hesse was zoo dom niet, of hij begreep heel goed, dat er vreemde dingen stonden te gebeuren.
Hij hield zich van den domme en vroeg nergens naar, al popelde z’n hart.
Toen kwam op zekeren dag ’t eerste teeken van ’t naderende feest.
Hesse kreeg ’n brief, onderteekend door de feestcommissie. Daarin werd hem hulde gebracht voor z’n bescherming van dieren en als bewijs van hun groote waardeering kondigde de commissie ’n groot feest aan.
Hesse was toch zeker niet heelemaal zoo sterk als vroeger, want hij lachte en huilde tegelijk.
Daarom las Wibbe hem ’t programma vóór.
Dat zag er overbluffend uit!
Aan ’t slot van den brief werd Hesse verzocht, enkele dagen niet bij den toren te komen. Hij begreep wel waarom!
De toebereidselen voor ’t feest waren in vollen gang. En wat zoo aardig was, heel ’t dorp wilde meedoen, zóó graag mochten de bewoners den jongen dierenvriend lijden.
En dan—de burgemeester spoorde iedereen aan om ’t feest uit te breiden tot ’n festiviteit voor ’t dorp.
Dus kon de gansche toren voorzien worden vanijzerdraadjes, mooi rond gebogen en op verschillende plaatsen in den muur gestoken.
Daarin kwamen dan vetpotjes en als dan daarin ’s avonds de pitten werden aangestoken.... nou!
’t Kruit dat de toren bijna zou vernietigd hebben, bewaarde de notaris in ’n ijzeren bak. Die zou ’s avonds midden in ’t weiland geplaatst worden en dan.... nou!
De kleine muziekvereeniging studeerde vroolijke nummers in en als die jonge kerels op de pistons, d’r horens en trombones begonnen te blazen.... nou!
Tal van handen werkten aan ’t in orde brengen van ’t Openlucht-theater, waarvan de achtergrond gevormd werd door den muur van de kerk.
Met planken en balken maakten ’n tiental mannen de noodige zitplaatsen en ze vormden ’t gedeelte van ’t vroegere kerkruim tot tooneel.
Fred, de groote broer van Henk, had ’n mooi stuk geschreven en hij zelf was al ’n poos bezig om dit in te studeeren.
Er kwamen verscheidene volwassen menschen bij te pas en toch werkten de jongens ook mee.
Ze hadden wel niet veel te zeggen, maar toch heel wat te doen.
En zoo werkten jong en oud om ’t schoone feest te doen slagen.
De twintigste September naderde.
’s Morgens al heel vroeg ontwaakte Hesse door ’n allervreemdst geluid....
Hij schoot naar ’t raam en—daar klonken de schetterende tonen van ’t muziekcorps hem in ’t oor.
Hij schoot naar ’t raam en—Hij schoot naar ’t raam en—
Hij schoot naar ’t raam en—
Een extra nummer: Welkom bij ’t ontwaken op dezen feestdag.
Hesse luisterde en lachte maar.
Mevrouw onthaalde den ganschen troep op thee en ’n stuk feesttaart, waarna nog ’n nummertje werd geblazen.
Om zes uur tien, verzocht Wibbe, z’n vriend om vóór ’t raam post te vatten.
Daar naderde ’n zonderlinge stoet!
Voorop liep Bles, hinkend en schuddend, opgetuigd met kleurige linten, en om z’n nek ’n koord, waaraan ’n blad papier bengelde.
Op z’n rug zat Dodo met iets in z’n pooten, en versierd met ’n sjerp van groene zij.
Daarachter stapten Rip en Kas, met ’n fraaienhalsband en elk met ’n pakje op den rug. Lizi kwam al springende achteraan, terwijl Wibbe Knuppeltje en Koko droeg, en Witje zat op zijn schouder.
Op z’n rug zat Dodo.Op z’n rug zat Dodo.
Op z’n rug zat Dodo.
Voor ’t raam hield de stoet halt.
De notaris, óók al met ’n sjerp, hield ’n korte toespraak:
„Dit zijn je beste vrienden! Ze willen je zoo graag hun dankbaarheid toonen door ’n klein geschenk. Hesse, je bent ’n ferme beste jongen. Dat je de arme dieren overal wilt beschermen, pleit voor je goede hart. Hou vol, en ’t zal je wèl gaan!”
Wibbe overhandigde toen de geschenken.
Eerst ’t blad papier waarop stond: Van Bles, Dodo, Rip, Kas, Lizi, Knuppeltje, Koko en nog vele anderen!
Hesse zei niets—deze huldiging trof hem méér dan hij weten wilde, en vooral ’t zien van ’t stumperige oude paard, dat hem misschien ’t leven had gered, deed z’n tranen vloeien.
Hij schaamde er zich niet voor en hij zocht afleiding in ’t uitpakken van de geschenken.
’n Mes!
Geen gewóón! O nee! Zoo één met ’n zaagje, met ’n boortje, met ’n priem en zoo meer.
’n Verrukkelijk mes!
Dan kreeg hij ’n kompasje, ’n boek over ’t leven van de dieren, ’n doos met reepen en ’n vulpen.
Hesse’s oogen schitterden en z’n koonen gloeiden.
Toen Wibbe op ’t punt stond, de dieren weer terug te brengen, wenkte Hesse hem.
Pijlsnel kwam hij naar buiten draven mèt ’t noodige lekkers voor z’n vrienden.
En allemaal smulden ze en allemaal vonden ze ’t heerlijk, dat de jonge baas weer aardige woordjes tegen ze zei....
Aan ’t ontbijt sprak de notaris nog ’n hartelijk woord en hij prees Wibbe, die al de moeilijke dagen tijdens Hesse’s ziekte zoo geduldig en toegewijd voor z’n vriend had gezorgd....
Nauwelijks had de notaris dit gezegd, of Hesse stond op, greep Wibbe’s hoofd en hij wist z’n diepe gevoelens niet beter te uiten dan door hem ’n zoen te geven op iederen koon.
Wibbe vond ’t een beetje gek, maar de notaris riep: „Bravo! Flink gedaan!”
Toen kwam er ’n geschenk voor Wibbe: een groote drukdoos met pers, letters en alles er bij.Daar had de jongen niet op gerekend! Des te uitbundiger was z’n blijdschap.
Nou, de dag begon uitmuntend!
De uren van den morgen brachten Hesse en Wibbe samen gezellig door en ’s middags verschenen de vrienden, óók al met ’n cadeau!
Niets minder dan ’n timmerkist, gevuld met de beste gereedschappen.
Mevrouw zorgde voor de noodige versnaperingen en ’n half uurtje bleven de vrienden.
Toen moesten ze weg naar de laatste repetitie!
Hesse zat te popelen, maar hij bleef thuis en probeerde zich voor te stellen hoe de avond zou worden....
Om half acht zei de notaris: „Hou je gereed! ’t feest gaat beginnen!”
En ja, in de verte klonk muziek!
Vlak voor ’t bruggetje hield even later ’t muziekcorps stil.
Henk, versierd met ’n groote sjerp, kwam Hesse afhalen, om hem naar ’t feest te begeleiden.
En nu voerde hij den vriend naar ’n wagentje op twee wielen, opgetooid met bloemen en groen, en getrokken door ’n wit paard.
Hesse moest in stappen en Henk nam naast hem plaats.
Vooruit!
De feestelijke optocht door ’t dorp begon!
De muziek voorop, dan ’t karretje en daarachter de vrienden.
En in ’t dorp hingen de vlaggen uit en al de inwoners liepen te hoop en voor ’t huis van denburgemeester hield de stoet halt.
Daar werd Hesse toegesproken....
Vooral de woorden: „Met jou vieren we allemaal feest, omdat we zoo blij zijn, dat ’n jongen als jij behouden is gebleven. In jou vieren we alle vrienden van de arme dieren!” deden Hesse goed. Hij begreep, dat ’t feest niet uitsluitend hèm gold, maar dat ’t heele dorp wilde jubelen en pret maken om die ééne gedachte: Wees ’n goed mensch, heb medelijden met zwakken en verdrukten, óók onder de dieren!
En toen ging ’t naar ’t feestterrein!....
Al enkele malen had Hesse boven de huizen ’t vreemde licht gezien....
Nu kwam hij voor de kerk en daar zag hij de overgebleven muren afgeteekend door lijnen van lichten.... daar rees de halve toren voor hem op, nu van licht!
En heel ’t dorp stroomde door ’t hek binnen en overal klonk ’t gejoel en de vreugde.
Hesse stond verbluft, toen hij uit de sjees was gesprongen.
De sterke aandoeningen maakten hem week en dit tooverachtige schouwspel ontroerde hem. Zwijgend volgde hij Henk, die hem naar ’n zitplaats bracht recht tegenover ’t tooneel. En naast hem op dezelfde rij kwamen de notaris en z’n vrouw, de burgemeester, de dokter en meer voorname bewoners te zitten.
Daarachter vond ’t heele dorp plaats genoeg.
En Hesse begreep er niemendal van wat er gebeuren zou....
Toen begon ’t spel!
Eerst trad ’n jonge vrouw naar voren, helder van terzijde beschenen door ’t sterke licht van carbid lantarens. Ze was in ’t blauw gekleed en ze droeg ’t lange blonde haar los over den rug.
Duidelijk en plechtig sprak ze ’n aantal versregels, waarin gezegd werd dat met liefde niet alleen bedoeld wordt: liefde voor de menschen, maar ook voor dieren.
Na deze proloog volgde ’t eerste tafereel, waarin enkele jonge mannen en vrouwen, kennissen van Fred, den strijd afbeeldden tusschen ’t goede en ’t kwade.
Ze droegen allen vreemde costuums en ze spraken heel anders dan gewone menschen.
En nu pas werd de belangstelling van Hesse bizonder gespannen want daar verschenen ook Henk en Jan en al de anderen, spelend voor dwergen en kabouters, gekleed in kleurige pakjes. En ze droegen lange baarden!
Ze moesten vrienden van de dieren voorstellen en samen middelen beramen om ze te beschermen.
Dan vinden ze ’n slapenden jongeman, verstooten door z’n vrienden, omdat hij zich verzet heeft tegen wreedheid.
Ze besluiten hem op te nemen in hun midden,hijzal hen helpen en omgekeerd hij ookhen. Ze zullen wraak nemen op de dierenbeulen en hen eens doen voelen wat hardheid en ellende beteekenen.
Dan worden de wreedaards gedwongen de rol van dieren te vervullen en ze ondergaan de verschillendevreeselijke behandelingen, waaronder zoo vele ongelukkige beesten zuchten.
Dat doet hen om genade smeeken en daarna mogen ze deelnemen aan ’t groote feest, waarbij alle wreedheid wordt afgezworen en alle deelnemers beloven medelijden te hebben en mee te zullen werken om arme dieren te beschermen. En aan ’t slot sperde Hesse z’n oogen wagenwijd open....
Rip en Kas speelden óók mee!
Zij moestenalledieren vertegenwoordigen en daarom werden zij in ’t laatste tafereel op ’n verhevenheid geplaatst en toen begon er ’n soort van huldiging.
Jonge meisjes in ’t wit wuifden hen toe en strooiden bloemen....
Alle andere deelnemers zongen ’n lied, dat aandoenlijk klonk in de stilte van dien wonderschoonen Septemberavond.
En eindelijk verscheen dezelfde jonge vrouw weer, nu op ’t witte paard, op haar schouder zat de duif....
Rip en Kas sprongen nu blaffend rond.... ’t Aapje zat achter haar en ook Lizi en Knuppeltje waren van de partij, zelfs Koko! De jonge vrouw stelde detoekomstvoor, de mensch is de vriend vanalledieren!
Toen groepeerden zich de medespelenden om haar heen.... de muziek zette ’n plechtig koraal in.... ’t bengaalsche licht ontbrandde en hulde alles in ’n toovergloed....
Hesse zuchtte diep....
Zoo iets had hij nog nooit gezien!
En toen begon er een soort van huldiging.En toen begon er een soort van huldiging.
En toen begon er een soort van huldiging.
Terwijl al de toeschouwers luid in de handen klapten, bleef hij stil zitten....
Hij hoorde niet eens de vragen, die tot hem gericht werden.
Maar allen stonden op....
Nog één nummer en dan was ’t feest afgeloopen.
Naar ’t vreugde vuur!
Joelend en lachend en dringend zochten allen ’n goed plaatsje om ’t slot van ’t feest zoo dicht mogelijk bij te wonen.
Midden in ’t weiland lag ’n donkere massa, niemand kon onderscheiden wat ’t eigenlijk was, maar iedereen kende ’t verhaal van de lont.
Schimmige gedaanten bewogen er zich om heen. Opeens klonk er ’n scherp gefluit.... toen werd’t stil en—eensklaps sloeg er ’n vlam ten hemel alsof die uit den grond was geschoten, ’n reusachtige roode tong, die kronkelde en in zware bochten voor en achterover sloeg....
Daarna volgde ’n oplaaiing van ’n groot rood vuur, dat heel den omtrek verlichtte....
De toeschouwers stonden zwijgend toe te zien, getroffen door den aanblik van dit geweldige vuur....
Toen barstten allen los!
’n Donderend gejuich steeg omhoog in de stille avondlucht....
Het scheen of iedereen z’n diepste gevoelens wilde uiten door ’n vervaarlijk geschreeuw, door ’n wild draaien en zwaaien....
Alleen Hesse jubelde niet mee....
Hij keek met ernstige oogen naar ’t groote vuur.... hij alleen wist ook, wat hij had geleden in dien donkeren nacht in den toren, toen de lont aldoor verder brandde en hij zoo diep ellendig was.... Dat zelfde kruit ging nu in rook voor hem op en al dat gejuich, al die drukte gold hèm en z’n werken voor arme lijdende schepsels....
’t Werd Hesse warm om ’t hart en hij schrikte werkelijk, toen de zware stem van den burgemeester klonk: „Wel Hesse, is dat nou geen mooi vuurtje? Zóó één in ’t kamp, hè? Dat zou je wat zijn.”
Hesse wist niets te antwoorden....
Daar reed ’t karretje weer vóór!
Hesse moest geholpen worden om weer in te stappen....
Door ’n wild draaien en zwaaien....Door ’n wild draaien en zwaaien....
Door ’n wild draaien en zwaaien....
Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorpdwars door de woelende menigte en Henk zat hem aldoor maar te stompen in z’n zij en telkens vroeg hij: „Hoe vond je ’t, jò? Leuk hè? Mooi hè?”
Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.
Nog éénmaal maakte hij ’n rondgang door ’t dorp.
Dan knikte Hesse iederen keer met ’t hoofd en in z’n jonge hart leefde ’t geluk.
Voor ’t brugje hield ’t karretje stil—Hesse klom er af en na ’n laatsten blik op den nog altijd verlichten toren en afgewacht door mevrouw en meneer, zat hij eindelijk afgemat in de binnenkamer, wèl bleek, maar z’n oogen zeiden genoeg!
Later kwam Wibbe—die had zich nog moeten verkleeden en helpen opruimen en toen waren ze met d’r allen ook nog wat rond gaan loopen. Wibbe deed verschrikkelijk druk!
Hesse hoefde heelemaal niets te zeggen, de vriend hield geen seconde stil en zoo doorleefde Hesse nog eens de gelukkige uren. Nog weer later verscheen Fred, de broer van Henk met de dames en heeren, die meegewerkt hadden aan ’t openluchtspel.
Met ruime hand bood mevrouw ververschingen en verkwikking aan.
’n Algemeen gepraat vulde de groote kamer, ’t lachen was niet van de lucht en toen ook nog de burgervader binnentrad om allen te bedanken, voor ’t prachtige feest, nou, toen vormden ze zoowaar ’n kring met Hesse en den ouden heer in ’t midden.
Ze zongen en jubelden nog eens voor ’t laatst en toen was ’t uit....
Hesse sliep dien nacht niet best en toch was ’t de gelukkigste uit z’n heele leven!