III.Daags te voren.Het was in den morgen van den 11denMaart, dat Gilbert Burbank door de rechtbank te Jacksonville ter dood veroordeeld was.In den avond van dienzelfden dag was zijn vader op bevel van diezelfde rechtbank in hechtenis genomen.De jeugdige officier zou twee dagen later doodgeschoten worden, en ongetwijfeld zou James Burbank, die beschuldigd was zijn medeplichtige te zijn, hetzelfde vonnis treffen en terzelfder ure dezelfde straf ondergaan!Texar zette de rechtbank zooals men weet naar zijne hand; zijn wil gold te Jacksonville voor wet. De doodstraf op vader en zoon ten uitvoer gebracht, zou slechts het voorspel zijn van de bloedige uitspattingen, waaraan de halfblanken, die door het schuim der bevolking ondersteund werden, zich tegenover de noordelijkgezinden in den Staat Florida en tegen hen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij deelden, zouden schuldig maken.Hoevele personeele wraaknemingen zouden aldus onder het schild van den burger-oorlog gepleegd worden? Die zouden niet anders dan door de tegenwoordigheid der federalistische troepen gestuit kunnen worden.Maar... zouden die aankomen? En bovenal, zouden zij bijtijds aankomen, voordat de eerste slachtoffers aan den haat en de wraakzucht van den Spanjaard opgeofferd zouden zijn?Ongelukkig, dat viel te betwijfelen.En de lezer zal begrijpen in welke doodsangsten de bewoners en gasten van Castle-House door die onzekerheid, door dat uitblijven der troepen, die redding moesten aanbrengen, verkeerden.Het scheen toch, dat de commandant Stevens het plan, om de Sint John met zijn smaldeel op te stevenen, althans voorshands had laten varen. De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging, waaruit opgemaakt zou kunnen worden, dat zij hun anker wilden verlaten.Zouden zij de bank in de monding van den stroom niet durven overschrijden, nu Mars niet meer daar was, om hen door de geul te loodsen? Het had er al den schijn van.Zagen zij van het plan af, om zich van Jacksonville meester te maken, om door die inname de veiligheid te verzekeren van de opgezetenen van de plantages, aan het bovengedeelte der Sint John gelegen? Helaas, dat was te duchten.Maar wat was er dan op het werkelijke terrein des oorlogs geschied; welke feiten waren daar voorgevallen, die tot zulk eene wijziging in de plannen van den Commodore Dupont noopten?Dat vroegen zich master Walter Stannard en de administrateur master Perry herhaaldelijk gedurende dien eindeloozen dag van den 12denMaart af.Toen toch liepen er geruchten in dit gedeelte van Florida, hetwelk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Sint John begrepen ligt, dat de ondernemingen der Noordelijken zich voornamelijk tot de kuststrook bepaalden. De Commodore Dupont, die zijn wimpel op deWabashgeheschen had, zou, gevolgd door de grootste kanonneerbooten van zijn eskader, reeds in de baai van SintAugustijngedrongen zijn. Men vertelde zelfs dat de militie-troepen zich gereed maakten de stad te ontruimen, zonder zelfs te pogen het fort Masan te verdedigen, evenmin als zij het fort Clinch verdedigd hadden, toen de havenplaats Fernandina genoodzaakt was, zich bij verdrag over te geven.Dat waren de nieuwstijdingen, welke de administrateur in den ochtend op Castle-House aanbracht. Men deelde ze aanstonds aan master Walter Stannard en aan master Edward Carrol mede, welke laatste door zijne wond, die nog niet geheeld was, gedwongen werd op een der divans in de hall van het heerenhuis uitgestrekt te blijven liggen.»De federalistische troepen te Sint Augustijn!†riep de gekwetste uit.»Het schijnt zoo, master Carrol,†antwoordde de administrateur Perry.»Maar waarom gaan zij niet naar Jacksonville?â€Â»Ja, dat is onbegrijpelijk,†antwoordde Walter Stannard.»Misschien willen zij slechts de rivier benedenstrooms afsluiten, zonder er bezit van te nemen,†hernam de administrateur Perry.»Maar dat is onzinnig!†riep Edward Carrol uit.»Meer dan dat,†zei Walter Stannard.»Dat meen ik ook,†bevestigde master Perry.»James Burbank en zijn zoon Gilbert zijn reddeloos verloren,†vervolgde master Walter Stannard, »wanneer Jacksonville in de macht van Texar blijft.â€Â»Zou daarvoor niets te doen zijn?†vroeg master Perry.»Wat zou er kunnen gedaan worden?†vroeg Master Walter Stannard.»Ik zou naar den Commodore Dupont kunnen reizen,†antwoordde de administrateur, »om hem in te lichten omtrent het gevaar, waarin de heeren Burbank vader en zoon verkeeren.â€Â»Gij zoudt een heelen dag noodig hebben, om Sint Augustijn te bereiken,†hernam Edward Carrol, »altijd in de onderstelling, dat gij niet door de detachementen militie-troepen, die op hunnen terugtocht zijn, aangehouden zult worden! En voordat de Commodore Dupont het betrekkelijk bevelschrift, om Jacksonville te bezetten, aan den commandant Stevens zal hebben doen toekomen, zou te veel tijd verloopen. Daarenboven, die bank... die zandbank in de rivier... de kanonneerbooten kunnen daar niet over... en hoe nu onzen armen Gilbert te redden, wiens vonnis morgen reeds voltrokken wordt? Neen!... Er behoeft niet naar Sint Augustijn gegaan te worden, maar naar Jacksonville zelve!... Wij moeten ons niet tot den Commodore Dupont wenden....â€Â»Maar tot wien dan?†vroeg Perry onthutst.»Wel, tot Texar in persoon!...â€Â»Vader, mijnheer Carrol heeft gelijk,†zei Miss Alice Stannard, die juist binnengetreden was en de woorden van master Edward gehoord had. »Mijnheer Carrol heeft gelijk, en ik zal naar Jacksonville gaan!â€Het moedige meisje was in staat om alles te ondernemen, alles te trotseeren, wanneer het gold Gilbert Burbank te redden.Voordat master James Burbank daags te voren Camdless Bay verlaten had, had hij iedereen op het hart gedrukt, dat zijne echtgenoote er niet mede mocht bekend gesteld worden, dat hij zich naar Jacksonville begaf. Vooral legde hij nadruk er op, dat zij onkundig moest blijven met de omstandigheid, dat het ’t bestuur was, dat het bevel uitgevaardigd had om hem gevangen te nemen. Mevrouw Burbank wist dus van niets en was ook onbekend gebleven met het lot, dat haren zoon beschoren was, dien zij in veiligheid aan boord der kanonneerboot moest wanen.Hoe zou die ongelukkige vrouw den dubbelen slag, die haar trof, verdragen?Haar echtgenoot was in handen van dien verfoeielijken Texar, en haar zoon beleefde den vooravond van den dag, dat zijn doodvonnis voltrokken zoude worden! O, dat zou zij niet overleefd hebben!Toen zij verzocht had om James Burbank, haren echtgenoot, te zien, had miss Alice geantwoord, dat hij Castle House verlaten had, om de nasporingen met betrekking tot de kleine Dy en Zermahweer te hervatten en dat zijn afwezigheid ongeveer tweemaal vier-en-twintig uren zoude duren.Het geheele denkvermogen van mevrouw Burbank vestigde zich nu op haar ontvoerd kind. Maar ook dat was te veel voor haar te dragen, althans in den toestand van ziekelijkheid, waarin zij zich bevond.Miss Alice Stannard was evenwel met alles bekend, wat er voorgevallen was en derhalve ook met den gevaarvollen toestand, waarin James en Gilbert Burbank zich bevonden. Zij wist dat de jeugdige officier den volgenden dag moest doodgeschoten worden en dat hetzelfde lot zijn vader beschoren was!...O, bij die gedachte was zij tot alles besloten, om pogingen tot hunne redding aan te wenden.Zij verzocht dan ook master Edward Carrol, om haar de gelegenheid te verschaffen naar de overzijde der Sint John te kunnen oversteken.»Waar wilt gij heen, miss Alice?†vroeg Edward Carrol.»Naar Jacksonville.â€Â»Gij!... Gij, Alice... naar Jacksonville!†riep master Walter Stannard uit.»Vader... het moet... het is mijn plicht!...â€De zoo natuurlijke aarzeling van master Walter Stannard verdween bij die woorden oogenblikkelijk. Hij gevoelde dat zonder dralen moest gehandeld worden. Wanneer Gilbert Burbank kon gered worden, dan kon dat uitsluitend door de poging, die miss Alice wilde wagen.Wellicht wanneer het jonge meisje zich aan de knieën van Texar wierp, zou zij er in slagen een sprank van mededoogen in zijn hart op te wekken! Misschien zou zij een uitstel, eene schorsing van het vonnis verwerven! Mogelijk was het ook, dat zij steun zoude vinden bij de eerlijke lieden en dat hare wanhoop eindelijk de gemoederen in opstand zoude brengen tegen de ondragelijke tirannie van het bestuur, dat thans de macht in handen had? Zij moest dus naar Jacksonville, ongeacht het gevaar dat zij daar loopen kon.»Perry zal mij wel naar de woning van master Harvey willen geleiden,†zei het jonge meisje.»Zeker,†antwoordde de administrateur bereidwillig.»Neen, Alice,†hernam master Walter Stannard, haar vader, »ik zal u vergezellen. Ja... ik! Kom, er valt geen tijd te verliezen.â€Â»Gij Stannard?†vroeg Edward Carrol... »Dat is u noodeloos in gevaar begeven... Begrijp dat goed... Men kent te zeer uwe denkbeelden te Jacksonville.â€Â»Om het even,†antwoordde master Walter Stannard. »Ik laatmijne dochter zich niet zonder mijn geleide te midden van die woestelingen begeven.â€Â»Maar dat is gevaarlijk!â€Â»Ik herhaal: dat is mij om het even!â€Â»Maar...â€Â»Zwijg daarover. Perry moet op Castle-House blijven, daar gij, Edward, nog niet gaan kunt; want het geval moet voorzien worden, dat men ons aanhoudt...â€Â»En als mevrouw Burbank naar u vraagt?†hernam Edward Carrol.»Antwoord dan dat ik mij bij haren echtgenoot vervoegd heb, om hem bij zijne nasporingen aan de overzijde der Sint John behulpzaam te zijn.â€Â»Maar, als zij naar miss Alice vraagt?â€Â»Ja... dan... Zeg dan dat zij mij vergezelt... Zeg haar zelfs, als het moet, dat wij naar Jacksonville gegaan zijn... Zeg in één woord alles wat u voor den mond komt, om de goede mevrouw Burbank gerust te stellen. Maar laat haar vooral niet gissen, welke gevaren, haar zoon en echtgenoot bedreigen.»Neen, dat zal niet, wees gerust.â€Â»Welnu dan, Perry, laat een vaartuig in gereedheid brengen!...â€Â»Goed, master Stannard.â€De administrateur ging dadelijk heen, om het ontvangen bevel te doen uitvoeren, terwijl master Walter Stannard zich onledig hield zijne toebereidselen tot het vertrek te treffen.Intusschen werd het toch wenschelijk geacht, dat miss Alice Stannard, alvorens Castle-House te verlaten, aan mevrouw Burbank zoude mededeelen, dat zij en haar vader verplicht waren naar Jacksonville te gaan. Er kon niet anders gehandeld worden. Als het noodig mocht zijn, moest zij geen oogenblik aarzelen om haar te verzekeren, dat de partij van Texar het onderspit gedolven had, dat zijne regeering omver geworpen was... dat de Federalisten meester van de Sint John waren... dat Gilbert morgen reeds op Camdless-Bay zoude aankomen...Maar zou het jonge meisje geestkracht genoeg bezitten, om hare gevoelens volkomen meester te blijven?Zou hare stem haar niet verraden, wanneer zij daadzaken verzekerde, welker verwezenlijking thans, zoo niet onmogelijk, dan toch zeer onwaarschijnlijk was?Toen zij in de kamer van mevrouw Burbank kwam, sliep de patiente, of beter gezegd, was in eene soort van pijnlijke verdooving verzonken, in eene diepe machteloosheid, waaruit miss Alice haar niet durfde wekken.»Zou het ook niet beter zijn,†zoo dacht het lieve kind, »dat ikniet sprak en maar heenging zonder de arme moeder door onwaarheden gerust te stellen?â€Een der vrouwelijke dienstboden op Castle House waakte bij het bed. Miss Alice Stannard beveelde haar uitdrukkelijk aan, de zieke geen oogenblik alleen te laten, en zich tot master Edward Carrol te wenden, wanneer de arme moeder vragen tot haar richtte, die zij niet kon beantwoorden.Daarna bukte zij zich over het voorhoofd van mevrouw Burbank, beroerde dat even met hare lippen en verliet vervolgens het vertrek, om zich bij haren vader te vervoegen.Zoodra deze haar bespeurde, vroeg hij:»Wel?...â€Â»Kom, laten wij gaan,†zeide zij.»Maar...â€Â»Kom, er valt geen minuut te verliezen.â€Beiden verlieten de hall, nadat zij de hand van master Edward Carrol gedrukt hadden.In het midden van de bamboelaan, die naar de kleine havenkom voerde, ontmoetten zij den administrateur Perry.»Is het vaartuig klaar?†vroeg Walter Stannard.»Ja, master. Alles is in orde.â€Â»Goed zoo, Perry. Maar, nu nog een woord.â€Â»Wat wilt ge zeggen, master Stannard?â€Â»Wees waakzaam, oude vriend. U is thans de zorg van Castle House opgedragen.â€Â»Vrees niets, master Stannard.â€Â»Ik weet, dat ik op u kan vertrouwen, maar gij beschikt over zoo weinig hulpmiddelen...â€Â»Dat valt nog al mede, master Stannard. Onze negers komen langzamerhand op de plantage terug en dat valt licht te begrijpen. Wat zouden zij met eene vrijheid uitvoeren, waarvoor hen de natuur niet geschapen heeft?â€Â»Des te beter,†antwoordde master Walter. »Wees intusschen waakzaam.â€Â»Nogmaals, wees niet ongerust. Brengt gij maar master James Burbank op de plantage terug, dan zal hij mij en allen op hun post vinden!â€Â»Het zij zoo, master Perry!â€Master Walter Stannard en zijne dochter namen nu plaats in het vaartuig, dat door vier negermatrozen van Camdless Bay gevoerd werd.Het zeil werd geheschen en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. De aanlegpier verdween weldra achter den hoek, die in het noordwestelijk gedeelteder plantage door den min of meer bochtigen loop der rivier gevormd werd.Master Stannard koesterde het voornemen niet, om in de haven van Jacksonville aan wal te stappen. Daar zou hij toch onmiddellijk herkend worden. Hij achtte het doelmatiger in een kleine kreek, iets boven die havenstad gelegen, te ontschepen. Vandaar zou het hem niet moeilijk vallen, de woning van master Harvey, welke zich aan dien kant op het uiteinde der voorstad bevond, te bereiken, Daar zou men tot eene beslissing moeten komen, hoe volgens de omstandigheden verder te handelen, en welke pogingen in het werk gesteld moesten worden.De oppervlakte der Sint John was eenzaam in dit uur. Niets werd bovenstrooms ontwaard, vanwaar de militie-troepen van Sint Augustijn bij hunne vlucht naar het zuiden konden opdagen.Dus er was nog geen gevecht tusschen de Floridasche vaartuigen en de kanonneerbooten van den commandant Stevens geleverd. Men kon zelfs deze laatstbedoelde oorlogsvaartuigen in eene lijn voor anker zien liggen, want bij eene kronkeling van de Sint John opende zich een ruim vergezicht tot ver beneden Jacksonville.De wind blies ruim en stevig, zoodat de overtocht snel afgelegd werd. Het was nog vroeg, toen master Walter Stannard en miss Alice, zijne dochter, den oever bereikten. Beiden konden, zonder bespeurd te worden in de kreek, die niet bewaakt werd, ontschepen, en weinige minuten later bevonden zij zich in de woning van den correspondent van James Burbank te Jacksonville.Deze was zeer verrast hen te zien en legde veel onrust over hun verschijnen in de stad aan den dag. Hunne tegenwoordigheid was vrij gevaarvol te midden van die bevolking, welke zeer opgewonden en geheel en al op de hand van Texar was. Men wist toch dat master Walter Stannard de anti-slavernij-gezinde meeningen, die te Camdless Bay aangekleefd werden, deelde. De plundering zijner eigene woning te Jacksonville was eene waarschuwing, waarmede ernstig rekening gehouden moest worden.Zijne vrijheid, ja zijn leven zou zeer zeker groot gevaar loopen. Het minste wat hem zou kunnen overkomen, wanneer hij herkend werd, zou zijn, dat hij als medeplichtige van master James Burbank gevangen genomen en opgesloten zou worden.»Ja, maar het geldt ons minder,†merkte miss Alice Stannard den heer Harvey in antwoord op zijne veelvuldige opmerkingen en bezwaren op.»En wien geldt het dan?†vroeg de kalme handelaar.»Het geldt de redding van Gilbert Burbank!†antwoordde het geestdriftvolle meisje.»De redding van Gilbert Burbank?â€De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging om hun anker te verlaten. (Bladz. 34.)De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging om hun anker te verlaten. (Bladz.34.)»Ja, master Harvey. En daarbij moet gij ons helpen.â€Â»U helpen? Bij de redding van Gilbert Burbank?... Voorzeker kan dat beproefd worden.â€Â»Nietkan, maarmoetbeproefd worden, master Harvey!â€Â»Jawel, maar... master Stannard mag zich niet buitenshuis vertoonen...â€Â»Niet?†vroeg Alice’s vader.»Neen, gij moet hier als het ware opgesloten blijven, terwijl wij beiden zullen handelen.â€Â»Een mooie rol, die gij mij toebedeelt,†pruttelde master Walter Stannard.»Zal men mij in de gevangenis toelaten?†vroeg het jonge meisje.»Dat geloof ik niet, miss Alice.â€Â»Waarom niet?â€Â»Omdat bevelen zijn gegeven, niemand bij de veroordeelden toe te laten.â€Â»Zou ik bij Texar toegelaten worden?â€Â»Bij Texar?â€Â»Ja, bij Texar, master Harvey!â€Â»Wij kunnen het beproeven.â€Â»Gij wilt dus niet, dat ik u vergezel?†drong master Walter Stannard aan.»Neen! Dat zou te gevaarlijk zijn en het weinigje kans om te slagen in rook doen verdwijnen.â€Â»Waarom dan toch?â€Â»Omdat Texar en het geheele bestuur uwe verschijning als eene uittarting zouden beschouwen.â€Â»Kom dan, master Harvey,†sprak miss Alice.»Ik volg u, mijn kind.â€Alvorens hen te laten vertrekken, wenschte master Walter Stannard toch te weten, of er geen nieuwe oorlogsbedrijven plaats gegrepen hadden, waarvan de tijding Castle House wellicht niet bereikt had.»Geen,†antwoordde master Harvey.»Geen enkele?â€Â»Neen, ten minste geen enkele, welke betrekking op Jacksonville kan hebben.â€Â»Maar...â€Â»Het is waar, het federalistische smaldeel is in de baai van Sint Augustijn binnengedrongen, waarop die stad zich bij verdrag heeft overgegeven.â€Â»Maar ten opzichte van de Sint John?â€Â»Dienaangaande is geen enkele beweging opgemerkt.â€Â»Helaas!â€Â»De kanonneerbooten liggen nog altijd beneden de zandbank ten anker.â€Â»Zij hebben nog geen water genoeg om die bank over te stevenen, niet waar?â€Â»Juist, mijnheer Stannard.â€Â»En bestaat er uitzicht op verandering in den toestand?â€Â»Heden zullen wij een der sterkste equinoxiaal-springvloeden hebben. De vloed zal zijn hoogste punt tegen drie uren bereiken en dan zullen de kanonneerbooten waarschijnlijk de bank kunnen passeeren.â€Â»Passeeren zonder loods?â€Â»Zonder loods, master Stannard?â€Â»Weet gij dan niet, master Harvey,†vroeg miss Alice, »dat Mars er niet meer is, om de vaartuigen door de geul te geleiden?â€Het lieve meisje sprak die woorden op zulk een weemoedigen toon, dat het duidelijk was, dat zij thans ook weinig van de tusschenkomst der oorlogsvaartuigen verwachtte. Zij ging dan ook voort:»Neen... neen... Het is onmogelijk... Daarvan valt niets te verwachten... Master Harvey, ik moet Texar te spreken krijgen...â€Â»Maar, als hij uwe bede afslaat?â€Â»Dan moeten wij alles trachten in het werk te stellen, om Gilbert te doen ontvluchten!â€Â»Ja zeker, dat zullen wij doen, miss Alice!â€Â»Is er geen wijziging gekomen, master Harvey, in de stemming der bevolking te Jacksonville?†vroeg master Walter Stannard.»Neen,†antwoordde de correspondent van James Burbank.»Zoodat?...â€Â»Zoodat de schurken, die door Texar beheerscht worden, er nog steeds den boventoon voeren.â€Â»Maar bestaat er dan geen eerlijkheidsgevoel meer?â€Â»Ja, de eerlijke lieden trillen van verontwaardiging, bij de daden van willekeur en knevelarij, door de bestuurslieden begaan. Eene enkele beweging voorwaarts vanwege de federalistische troepenmacht zou voldoende zijn, om den staat van zaken te veranderen. Want de bevolking van Jacksonville is, alles wel beschouwd, lafhartig van aard. Als haar de angst om het hart zal slaan, dan is het bestuur van Texar en zijne handlangers in een oogwenk omvergeworpen... Ik koester nog steeds de hoop, dat de commandant Stevens de bank zal kunnen overschrijden.â€Â»Wij kunnen die gebeurlijkheid niet afwachten,†antwoordde miss Alice Stannard vastberaden. »Ik zal Texar te voren ontmoet hebben!â€Â»God helpe u daarbij, miss Alice!â€Er werd verder overeengekomen, dat master Walter Stannardbinnenshuis zoude blijven, opdat niemand iets van zijne tegenwoordigheid te Jacksonville zoude vernemen.Master Harvey stelde zich geheel ter beschikking van het jonge meisje, om haar bij alle pogingen, die zij ondernemen wilde, bij te staan. Helaas, hij ontveinsde zich niet, dat het welslagen dier pogingen het hersenschimmige nabij kwam. Wanneer toch Texar weigeren zou Gilbert het leven te schenken, wanneer het Alice onmogelijk gemaakt werd, om tot de veroordeelden door te dringen, dan bleef er niets anders over dan te beproeven, al moest het ook een vermogen kosten, de ontvluchting van den jeugdigen zeeofficier en van zijn vader James Burbank voor te bereiden, en de personen, die daarbij behulpzaam konden zijn, om te koopen.Het was ongeveer elf uren, toen miss Alice Stannard en master Harvey de woning verlieten, om zich naar Court-Justice te begeven, alwaar het bestuur, gepresideerd door Texar, in de tegenwoordige tijdsomstandigheden onafgebroken zitting hield.Er heerschte steeds groote bedrijvigheid in de stad. Hier en daar trokken militie-troepen voorbij, die door de contingenten, welke uit de zuider-districten aanrukten, versterkt werden. Men verwachtte in den loop van den dag die, welke door de overgaaf van de havenstad Sint Augustijn beschikbaar kwamen, hetzij zij hun weg langs de Sint John, hetzij zij door de bosschen aan den rechter oever trokken, om de rivier ter hoogte van Jacksonville over te steken. Dus er was veel beweging in de straten; de bevolking trok als het ware heen en weer.Duizend nieuwtjes deden de rondte, en zooals gewoonlijk waren de meesten met elkander in strijd, hetgeen meestal een oploop ten gevolge had, die niet van regelmaat en orde getuigde.Zooveel was wel te ontwaren, dat wanneer de federalistische kanonneerbooten in het gezicht der havenplaats zouden verschijnen, geen eenheid van handelen bij de verdediging bestaan zou. De weerstand zou niet ernstig zijn. Fernandina had zich negen dagen te voren aan de debarkementstroepen van den generaal Wright overgegeven. Sint Augustijn had het smaldeel van den Commodore Dupont toegelaten, ja ingehaald, zonder zelfs eene poging van tegenstand aan te wenden. En zoo was het te voorzien, dat het te Jacksonville eveneens zoude geschieden. De Floridasche militie-troepen zouden de plaats ontruimen voor de krijgsmacht der Noordelijken en naar de binnenlanden van het graafschap terugtrekken.Slechts een enkele omstandigheid zou nog de inbezitname van Jacksonville kunnen verhinderen en het hare er toe bijdragen, om de dagen van dat bestuur te verlengen, waardoor het mogelijk werd dat de woestelingen hunne bloeddorstige plannen zouden kunnen ten uitvoer leggen, namelijk dat de kanonneerbooten van den commandantStevens om de een of andere reden—b. v. gebrek aan voldoende diepte of gebrek aan een loods—de zandbank in de rivier niet konden overschrijden. En dat vraagstuk zou binnen weinige uren opgelost zijn.Intusschen richtten miss Alice Stannard en master Harvey te midden van eene menigte, die al talrijker en dichter werd, hunne schreden naar de openbare plaats.Hoe zouden zij binnen Court Justice geraken? Daarover konden zij zich zelfs geen denkbeeld maken.En al gelukte het hun ook al de zalen van dat gebouw binnen te dringen, hoe moesten zij het aanleggen om Texar te ontmoeten? Ja, dat wisten zij ook niet.Wie weet, of de Spanjaard, wanneer hij zoude vernemen dat miss Alice Stannard hem wenschte te ontmoeten, haar niet in hechtenis zou laten nemen en tot na de terechtstelling van den jeugdigen luitenant in de gevangenis laten opsluiten, om zich van eene lastigeaudiëntieaf te maken?...Maar het jonge meisje wilde van al die mogelijke gebeurlijkheden niets weten. Zij had slechts haar doel voor oogen. Zij wilde Texar ontmoeten, zij wilde hem de gratie voor Gilbert ontwringen... en geene overweging van persoonlijk gevaar kon haar dat doel doen vergeten, al was het ook maar voor een oogenblik.Toen zij en master Harvey het plein bereikten, vonden zij daar eene nog meer op elkaar gepakte en nog meer luidruchtige menigte dan in de straten die zij doorgestapt hadden. Woeste kreten weerklonken, vloeken, schelden en tieren werd overal gehoord. En boven alles klonken de woorden, die als het ware van de eene naar de andere groep gekaatst en herkaatst werden:»Ter dood!... Ter dood!â€Wien zou dat kunnen gelden?Master Harvey vernam weldra, dat de rechtbank sedert een uur zitting hield. Een vreeselijk voorgevoel overviel hem. En helaas! dat voorgevoel bedroog hem niet.En inderdaad, de rechtbank eindigde juist hare taak met de veroordeeling van master James Burbank als medeplichtige van zijn zoon en als zoodanig als schuldig aan de misdaad van met de federalistische krijgsmacht en dus met de vijanden van zijn land geheuld te hebben.Hier had de beschuldiging omtrent dezelfde misdaad weerklonken en was ongetwijfeld hetzelfde vonnis gewezen!Het was de bekroning der taak van den haat, door Texar tegen de familie Burbank gekoesterd!Master Harvey wilde toen niet verder gaan. Hij poogde miss Alice Stannard met zich te tronen. Zij mocht geen getuige zijn vande gewelddadigheden, waaraan het volk, het plebs zich scheen te zullen overgeven, wanneer de veroordeelden Court-Justice zouden verlaten na de uitspraak van het vonnis. Daarenboven, dit kon onmogelijk het gewenschte oogenblik zijn om den Spanjaard te ontmoeten en zijne bemiddeling af te smeeken.»Kom, miss Alice,†sprak master Harvey, »kom!... Wij zullen terugkeeren, wanneer de rechtbank...â€Â»Neen,†antwoordde het jonge meisje, »neen, wij gaan niet heen!â€Â»Maar, wat wilt gij dan doen?â€Â»Wat ik doen wil?... O God!... Ik zal mij tusschen de beschuldigden en hunne rechters plaatsen!â€Het besluit van miss Alice Stannard was zoo onwrikbaar genomen, dat master Harvey er aan wanhoopte, om er haar van af te brengen, of om haar aan het wankelen te brengen.Het jonge meisje trad vooruit en de brave man was genoodzaakt haar te volgen, haar te begeleiden. Dat had hij haren vader beloofd. De menigte, hoe dicht opeengepakt zij ook was, opende zich voor haar en verleende haar doortocht. Misschien dat ettelijke personen haar herkenden. De kreten van »ter dood! ter dood!†weerklonken schrikkelijk in hare ooren. Niets kon haar weerhouden. En onder die omstandigheden bereikte zij de deur van Court-Justice.Hier was het volk nog onrustiger, nog onstuimiger dan elders. De beweging, die de menigte ondervond, was aan de hooggaande deining van den oceaan gelijk. Maar niet aan de deining die afslecht en aankondigt, dat de storm uitgewoed heeft, maar aan den aanschietenden golfslag van den orkaan in aantocht.Van dien kant waren de grootste uitspattingen te vreezen.Plotseling werd de menigte, die de zaal van Court-Justice als het ware overstroomde, door eene onweerstaanbare wieling naar buiten gedrongen. Het geschreeuw en de dreigementen verdubbelden. Het vonnis was gestreken en de veroordeeling uitgesproken.James Burbank was evenals Gilbert Burbank veroordeeld voor dezelfde voorgewende misdaad tot dezelfde straf. Vader en zoon zouden onder dezelfde kogels van hetzelfde executie-peloton vallen.»Ter dood!... Ter dood!...†riep die troep woestelingen.Master James Burbank verscheen in dit oogenblik op de benedenste treden van de trap die naar den ingang van Court-Justice voerde. Hij was kalm en zich zelf geheel meester. Voor die hem omringende schreeuwers had hij slechts een blik van verachting over.Een detachement militie-troepen omringde hem en had tot opdracht om hem naar de gevangenis terug te brengen.Hij was evenwel niet alleen.Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort.De jeugdige officier der Noordelijken was uit zijne cel gehaaldgeworden, waarin hij het uur van de voltrekking van zijn vonnis afwachtte, en voor de rechtbank gebracht om met James Burbank, zijn vader, geconfronteerd te worden.Deze had slechts de beweringen zijns zoons kunnen bevestigen, namelijk dat deze voor geen andere reden naar Castle-House gekomen was, dan om zijne stervende moeder nog eens te zien.Door die bevestiging zou de beschuldiging van spionneeren vanzelf hebben moeten vervallen, wanneer de beschuldigde niet vooraf veroordeeld was. Dezelfde veroordeeling, door eene persoonlijke wraakoefening uitgelokt en door onrechtvaardige en omgekochte rechters uitgesproken, had dan ook twee onschuldigen getroffen.Intusschen poogde de menigte zich op de veroordeelden te werpen. Het detachement militie-troepen slaagde er niet dan met de grootste moeite in, om zich met de gevangenen een doortocht over het plein van Court-Justice te banen.Plotseling gebeurde er eene buitengewone beweging.Miss Alice Stannard had het cordon militie-troepen doorbroken en zich op master James Burbank en Gilbert gestort.Onwillekeurig deinsde het gepeupel achteruit, verrast door deonverwachtetusschenkomst van dat jonge meisje.»Gilbert!†kreet de dochter van master Stannard.»Alice!†antwoordde Gilbert Burbank.»Gilbert!... Gilbert!†herhaalde het jonge meisje en viel in de armen van den jeugdigen officier.»Alice... wat doet gij hier?†vroeg master James Burbank.»Ik wil genade voor u vragen!â€...»Genade voor ons?â€...»Ik wil uwe rechters smeeken!... O, genade!... Genade voor die twee mannen!...â€De kreten van het ongelukkige jonge meisje waren hartverscheurend. Zij klemde zich aan de kleedingstukken der veroordeelden, die een oogenblik halt hadden moeten maken, vast.Kon zij eenig medelijden verwachten van die losgelaten en opgewonden menigte, die haar omringde? Neen, zeker niet. Maar hare tusschenkomst had toch het gevolg, eenige afleiding te bezorgen aan dat gepeupel, hetwelk op het punt stond tot de ergerlijkste gewelddadigheden jegens de gevangenen over te gaan, in weerwil van de militie-troepen, die hen moesten beschermen.Texar, die middelerwijl op de hoogte gehouden was van hetgeen voorviel, verscheen juist in dit oogenblik op den drempel van de groote deur van Court-Justice. Een gebaar van hem was voldoende, om het gepeupel in toom te houden... Hij herhaalde het bevel, om James Burbank en zijn zoon Gilbert naar de gevangenis terug te voeren. Dat bevel, met luiderstem uitgesproken, werd door iedereen gehoord en geëerbiedigd.Het detachement stelde zich andermaal in beweging.Miss Alice wierp zich aan de voeten van Texar.»Genade!... Genade!â€... kreet zij handenwringend. »Genade! heer... Genade!â€De Spanjaard antwoordde slechts met een afwijzend gebaar en wilde verder treden.Het jonge meisje sprong toen op. »Ellendeling!†kreet zij.Zij wilde zich toen bij de veroordeelden vervoegen, met den wensch hen in hunne gevangenis te mogen volgen, om de laatste uren, die zij nog te leven hadden, met hen door te brengen.Helaas, zij waren reeds verdwenen en van het plein weggevoerd, terwijl de menigte hen met haar kreten vergezelde.Dat was meer dan miss Alice Stannard verdragen kon. Hare krachten begaven haar. Zij wankelde en zou gevallen zijn, wanneer master Harvey haar niet in zijne armen opgevangen had. Zij was buiten kennis en had geheel en al het bewustzijn verloren.Het jonge meisje kwam eerst bij, toen zij in de woning van master Harvey gebracht was en zij zich bij haren vader bevond.Toen zij de oogen opsloeg prevelde zij:»Naar de gevangenis... naar de gevangenis!... Beiden moeten ontsnappen!â€...»Ja,†antwoordde master Walter Stannard.»Inderdaad!†beaamde master Harvey.»Er blijft niets anders over te beproeven,†hernam de eerste.»Wij moeten evenwel den nacht afwachten, om te kunnen handelen,†zei de andere.Inderdaad zoolang het licht was, viel er niets te doen. Wanneer de duisternis hen evenwel veroorlooven zoude met meer veiligheid te werk te gaan, zonder gevaar te loopen betrapt of overvallen te worden, dan zouden master Walter Stannard en master Harvey pogen, om de ontsnapping van de beide gevangenen mogelijk te maken, door de bemiddeling en medewerking van hunnen bewaker in te roepen. Zij zouden dan eene zoo aanzienlijke som bij zich steken, dat die man, zooals zij hoopten, aan hunne aanbiedingen geen weerstand zoude kunnen bieden, vooral in de tijdsomstandigheden dat een enkel kanonschot van de flottilje van den commandant Stevens afgevuurd, een einde kon maken aan de macht van den ellendigen Spanjaard.Maar toen bij het invallen van den nacht de heeren Stannard en Harvey hun plan ten uitvoer wilden brengen, zagen zij zich genoodzaakt daarvan af te zien. De woning werd scherp bewaakt door een peloton militie-troepen, dat in last had, hen het uitgaan te beletten. Het was of alles tegen die ongelukkige familie samenspande.Het zeil werd geheschen, en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. (Bladz. 39.)Het zeil werd geheschen, en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. (Bladz.39.)IV.Stormvlaag uit het Noordoosten.De veroordeelden hadden nu nog slechts één uitzicht op redding—slechts één enkel—namelijk dat de federalistische krijgsmacht zich binnen twaalf uren meester van de hoofdstad van den Floridaschen Staat maakte. Binnen twaalf uren! En helaas, dat was een korte termijn.Inderdaad, den volgenden ochtend zouden master James Burbank en zijn zoon Gilbert, bij het opgaan der zon, het doodvonnis ondergaan. Zij zouden dan doodgeschoten worden.De veroordeelden werden in hunne gevangenis ten strengste bewaakt. Ook het huis van master Harvey werd met de meeste zorgvuldigheid gadegeslagen. Hoe ware het mogelijk de ontvluchting van de rampzaligen voor te bereiden, zelfs al slaagde men er in, een der gevangenbewaarders om te koopen?Met het oog op de bemachtiging van de stad, mocht men in het geheel niet rekenen op de troepen der Noordelijken, die eenige dagen te voren te Fernandina ontscheept waren, en welke die hoogst belangrijke strategische stelling in het Noorden van den Staat Florida niet konden verlaten. Neen, die taak viel der kanonneerbooten van den commandant Stevens ten deel. Maar om haar ten uitvoer te kunnen leggen, moesten zij eerst en vooral de zandbank in de Sint John kunnen overschrijden.Wanneer dat geschied was, dan zoude de afsluitingslijn met sloepen van de Zuidelijken weldra teruggedreven zijn en dan viel er niets anders te doen, dan ter hoogte van de haven van Jacksonville de gevechtstelling in te nemen. En ongetwijfeld, wanneer zij de stad onder hun geschutvuur hadden, zouden de militie-troepen haar in allerijl ontruimen en een toevlucht en een doortocht zoeken in en door de ondoordringbare moerassen van het graafschap.Texar en zijne partijgangers zouden zich voorzeker haasten dat voorbeeld te volgen, om eene maar al te gerechte weerwraak te ontgaan. De eerlijke lieden zouden dan den bestuurszetel weer kunneninnemen, vanwaar zij zoo schandelijk verjaagd waren. Deze konden dan omtrent de overgave van de stad in onderhandeling treden met de vertegenwoordigers van het gouvernement van Washington.Maar... maar was die zandbank binnen een zoo beknopt tijdperk te overschrijden?Bestond er een middel om den materiëelen hinderpaal te overwinnen, die door te geringe diepte aan de vaart der kanonneerbooten werd in den weg gesteld?Dat was, zooals men zien zal uit den loop van dit verhaal, op zijn minst genomen, zeer twijfelachtig.En inderdaad, onmiddellijk na de uitspraak van het vonnis, had Texar zich met den bevelhebber der militie-troepen van Jacksonville naar de kade begeven, om de rivier over haar geheel benedengedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. Het kan niemand onzer lezers verwonderen, wanneer wij betuigen dat hunne blikken toen hardnekkig op de afsluiting benedenstrooms gevestigd bleven en dat zij de ooren spitsten, om te vernemen of ook schoten op dat gedeelte der Sint John gewisseld werden.»Is er niets meldenswaardigs voorgevallen?†vroeg Texar, toen hij op het uiteinde van het staketsel aangekomen was en daar stil stond.»Niets,†antwoordde de commandant.»Hebt gij u daarvan overtuigd?â€Â»Ja. Ik heb zelf zoo even eene verkenning in noordwaartsche richting uitgevoerd.â€Â»En?...â€Â»Ik heb de overtuiging opgedaan, dat de federalistische troepen rustig te Fernandina gebleven en dat zij niet opgerukt zijn naar Jacksonville.â€Â»Dat is al iets,†mompelde Texar schier onhoorbaar.»Zeer waarschijnlijk,†ging de commandant der militie-troepen voort, »zullen zij op de grens van Georgië in observatie blijven, totdat de flottiljes van den Commodore Dupont en den commandant Stevens de vaargeul der Sint John zullen bemachtigd hebben.â€Â»Maar kunnen zij geene landingstroepen uit het zuiden laten oprukken?â€Â»Hoe bedoelt gij?â€Â»Kunnen zij niet, na zich meester gemaakt te hebben van Sint Augustijn, vandaar opmarcheeren en de Sint John te Piccolata oversteken?†vroeg de Spanjaard.»Dat denk ik niet,†antwoordde de officier.»En waarop grondt gij die meening?â€Â»De Commodore Dupont heeft slechts weinig debarkementstroepenter zijner beschikking, hoogstens genoeg om de havenplaats te bezetten.â€Â»Maar, wat kan hij toch willen?â€Â»Het is blijkbaar zijn doel, om de blokkade over de geheele kuststrook, van de monding der Sint John af tot voorbij de laatste Floridasche eilandjes, uit te strekken.â€Â»Gij kunt gelijk hebben.â€Â»Van dien kant is dus volgens mij voorshands niets te vreezen.â€Â»Blijft dus nog over het dreigende gevaar vanwege de flottilje van den commandant Stevens,†zei Texar.»Dat valt niet te loochenen.â€Â»Namelijk, wanneer zij er in slaagt de zandbank over te stevenen, waarvoor zij reeds sedert drie etmalen geankerd ligt.â€Â»Dat is een quaestie, die over eenige uren beslist zal wezen.â€Â»Dat is zoo.â€Â»Alles wel beschouwd, stellen zich de Federalisten alleen ten doel: de afsluiting van den benedenstroom van de Sint John, om iedere gemeenschap tusschen de beide havenplaatsen Sint Augustijn en Fernandina zoo niet geheel af te snijden, dan toch zoo moeilijk mogelijk te maken.â€Â»Zou die meening aannemelijk genoemd kunnen worden?â€Â»Ik herhaal het, Texar, het meest belangrijke voor de Noordelijken is niet zoozeer de inbezitneming van den Staat Florida voor het oogenblik, dan wel om in de gelegenheid te zijn den smokkelhandel in oorlogsmateriëel tegen te kunnen gaan, die langs de zuidelijke vaarwaters gedreven wordt. Het is, geloof ik, niet ver van de werkelijkheid, dat hunne expeditie geen ander doel heeft. Begrijp toch, dat zij, met een meer uitgebreid doel voor oogen, reeds lang met de krijgsmacht, die sedert een tiental dagen het eiland Amelia in bezit genomen heeft, naar Jacksonville zouden opgerukt zijn.â€Â»Gij kunt gelijk hebben, commandant,†antwoordde Texar. »Maar, hoe het ook zij, ik zie ongeduldig uit naar de oplossing van het vraagstuk omtrent de toegankelijkheid over de zandbank.â€Â»Dat vraagstuk zal heden nog opgelost zijn.â€Â»Heden nog?â€Â»Ja, wij zullen heden het hoogste vloedwater hebben.â€Â»Maar, wanneer de kanonneerbooten van Stevens er in slagen de bank over te komen...â€Â»Welnu?â€Â»En in slagorde voor de haven zullen verschijnen, wat zult gij dan doen?â€Â»Wat ik zal doen?â€Â»Ja, ik vraag u, wat gij dan zult doen?â€Â»Dat is heel eenvoudig, Texar.â€Â»Laat hooren.â€Â»Ik zou de bevelen uitvoeren, die ik ontvangen heb.â€Â»Maar, hoe luiden die, als je blieft?â€Â»De militie-troepen naar de binnenlanden te voeren, om zoodoende ieder treffen, iedere aanraking met de Federalisten te mijden.â€Â»Is dat de ware weg, zeg?â€Â»Laat hen de steden van het graafschap bemachtigen! Zij kunnen ze niet lang bezet houden, daar hunne gemeenschapslijn met Georgië en Carolina weldra afgesneden zal zijn. Dan zullen wij het veroverde wel weer weten terug te winnen.â€Â»Maar in afwachting, zullen wij ons, wanneer zij meester van Jacksonville zullen zijn, al was het ook maar gedurende één dag, op weerwraak van hunnen kant, gereed moeten houden.â€Â»Helaas, ja!â€Â»Al die zoogenaamde eerlijke lieden, die rijke volkplanters, die anti-slavernij-gezinden zouden dan de teugels van het bestuur weer in handen krijgen, en gij begrijpt, dat... Maar, neen!... dat zal niet gebeuren... En liever dan de stad over te geven en te verlaten, zullen wij haar...â€De Spanjaard voleindigde zijne gedachte niet. Daarenboven, zij was voldoende begrijpelijk. Hij zou de stad niet aan de federalistische troepen overgeven, hetgeen hetzelfde zoude beteekenen, als haar in handen van die magistraten te stellen, die op zijn aanstoken door het gepeupel verjaagd waren. Hij zou haar veel eerder in brand steken, en wellicht had hij reeds maatregelen getroffen, om dat gruwelstuk van vernietiging te kunnen volbrengen.Dan zou hij en zijne partijgangers met de militie-troepen aftrekken, om in de moerassige wildernissen van het zuidelijk gedeelte van den Staat eene schuilplaats te betrekken, die niet op te sporen zoude zijn en waar zij den loop der gebeurtenissen zonder persoonlijk gevaar konden afwachten.Intusschen, wij dienen het te herhalen, die gebeurlijkheid was slechts te duchten voor het geval dat de kanonneerbooten van den commandant Stevens er in zouden slagen over de zandbank te geraken en het oogenblik was gekomen, dat de twijfel dienaangaande opgelost zoude worden.Intusschen bewoog zich een machtige stroom van het gepeupel naar den kant der haven. De kaden waren in een ondeelbaar oogenblik stampvol. Oorverdoovende kreten werden allerwege vernomen:»De kanonneerbooten komen in beweging!â€Â»Neen, zij blijven rustig voor anker!â€Â»Zij stevenen de bank over!â€Â»Mis! Zij kunnen niet!â€Â»De vloed heeft zijn hoogsten stand bereikt!â€Â»Zij pogen, door met alle kracht te stoomen, den hinderpaal te boven te komen!â€Â»Kijk... Kijk!...â€Â»Ja, kijk!â€Â»Er is ongetwijfeld het een of ander te zien,†zei de commandant der militie-troepen. »Ziet gij iets, Texar?â€De Spanjaard antwoordde evenwel niet. Zijne oogen peilden zonder ophouden den gezichteinder in de richting van het beneden-gedeelte van de rivier, en waren onafgebroken gevestigd op de rij van sloepen die dwars in den stroom lagen. Op een mijl daarvan verwijderd, werden de masten en de schoorsteenen van de kanonneerbooten van den commandant Stevens ontwaard. Een dikke rook was daar zichtbaar, die door den gestadig aanwakkerenden wind tot bij Jacksonville overgevoerd werd.Het was blijkbaar, dat een oude zeerob als Stevens was, van den hoogen vloed wenschte gebruik te maken om te passeeren, en dat hij de vuren deed opstoken, alsof hij zijne stoomketels in de lucht wilde doen vliegen, zooals dat wel eens uitgedrukt wordt.Maar zou hij in zijn pogen slagen? Zou hij water genoeg op de ondiepte aantreffen, om daarover heen te kunnen, al moest hij ook met de kiel zijner kanonneerbooten over het zand schuren?Waarlijk, er waren redenen te over, om dat gepeupel, hetwelk op den oever der Sint John samengeschoold was, opgewonden te maken.De gesprekken kenmerkten zich dan ook door uitgelatenheid en luidruchtigheid, naarmate dat de een meende te zien wat de ander niet opmerkte.»Zij komen!... Zij komen!...â€Â»Neen!... Neen!...â€Â»Zij zijn reeds eene halve kabellengte vooruitgeschoven!â€Â»Neen, zij zijn nog bewegingloos!â€Â»Zij zijn steeds op hunne ankerplaats!â€Â»Zouden zij het anker reeds gelicht hebben?â€Â»Daar is er een die wendt!â€Â»Waar?â€Â»Daar!... Daar!...â€Â»Jawel, maar zij draait dwars, en pivoteert!â€Â»Dat geloof ik wel... Zij heeft geen water genoeg!â€Â»Mooi zoo!â€Â»Drommels, wat een rook!â€Â»Het is of zij al de steenkolen van de Vereenigde Staten verstoken!â€Â»En toch zullen zij de bank niet overkomen!â€Â»Ja, inderdaad niet!â€Â»Ziet, het getij begint te kenteren!â€Â»De eb treedt in!â€Â»Hoerah, voor het Zuiden!â€Â»Hoerah, voor Jefferson Davis!â€Â»Hoerah! Hoerah!â€De poging van de flottilje, om over de zandbank te geraken, duurde ongeveer tien minuten, die aan Texar, aan zijne partijgangers en aan allen, wier vrijheid en leven bij eene inneming van Jacksonville door de Noordelijken in gevaar konden komen, eene eeuw toeschenen. Zij wisten zelfs niet waaraan zich te houden of waartoe te besluiten, want de afstand was te groot om gemakkelijk en met juistheid de bewegingen der kanonneerbooten waar te kunnen nemen.Waren zij, in weerwil van het maar al te voorbarig hoerahgeschreeuw der vijandige menigte, reeds de geul doorgestevend of waren zij op het punt dat te doen? Zoude de commandant Stevens er niet in slagen, wanneer hij allen ballast, alle overtollig gewicht over boord wierp, om zijne bodems te verlichten en hun drijfvermogen te vermeerderen, genoeg veld te winnen om weer in diep water te geraken?Als dat geschiedde, dan zouden de oorlogsvaartuigen tot bij de haven geen enkelen hinderpaal meer aantreffen.Dat alles bleef te vreezen—dat begreep Texar zeer goed—zoolang de waterstand nog hoog bleef en de eb nog niet meer afdoende ingetreden was.Intusschen begon de waterstand reeds te dalen. De kentering, die tijdelijke stilstand van het water, als de vloedstroom ophoudt te werken en de eb nog niet ingetreden is, was geëindigd. Maar, wanneer evenwel de ebstroom met kracht zoude doorkomen, dan zou de waterstand in de Sint John zeer spoedig vallen.Eensklaps strekten zich alle armen naar het benedengedeelte van de rivier en één kreet beheerschte alle andere geluiden:»Eene sloep!... Eene sloep!â€Â»Waar?†riep Texar verrast.»Daar! Daar!â€En wel honderd vingers wezen hem de richting aan.En inderdaad, bij den linker oever, waar de werking van den vloedstroom zich nog deed gevoelen, terwijl in het midden van de geul de ebstroom reeds met kracht ingetreden was, kwam een lichtgebouwd vaartuig te voorschijn, hetwelk met alle kracht voortgeroeid werd en dan ook met alle snelheid voortschoot. Op de achterplecht was een officier gezeten, gekleed in de uniform der Floridasche militie-troepen. De sloep schoot het staketsel op zijde,en de officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. Toen hij bovengekomen was, ontwaarde hij Texar. Hij drong daarop door de menigte, die zich tierende samenpakte om hem te zien en te hooren, en stapte naar het hoofd van het oproerige bestuur toe.»Is er nieuws?†vroeg de Spanjaard.»Niets!†antwoordde de officier.»En zal er iets gebeuren?â€Â»Neen, niets. Wees gerust!â€Â»Wie zendt u hier heen?â€Â»De aanvoerder der sloepen.â€Â»En wat komt gij berichten?â€Â»Dat die sloepen weldra naar de haven zullen kunnen terugkeeren.â€Â»Waarom?â€Â»Omdat de kanonneerbooten van Stevens, in weerwil dat zij hun overtolligen ballast over boord geworpen en zij de meest mogelijke stoomkracht aangewend hebben, tevergeefs gepoogd hebben de zandbank over te stevenen. Er valt nu geen vrees meer te koesteren...â€Â»Ja, voor dit getij,†meende Texar.»En ook voor de volgende getijen niet, althans gedurende eenige maanden.â€Â»Waarop grondt gij dat denkbeeld?â€Â»Wel, de evennachts-springvloed heeft plaats gehad en het water zal in de eerste zes maanden niet weer zoo hoog stijgen.â€Â»Des te beter,†antwoordde Texar, met een zucht van verlichting.»Hoerah!... Hoerah!...†riep het gepeupel.Dat geschreeuw plantte zich over de geheele uitgebreidheid der stad Jacksonville voort.De woestelingen, de oproerlingen verdrongen zich om Texar en wenschten hem andermaal geluk met die uitkomst. Hij was toch de man, die hunne afschuwelijke neigingen vertegenwoordigde, ja belichaamde. Het andere gedeelte der bevolking, de gematigden, waren terneergeslagen bij de gedachte, dat zij nog vele dagen onder het juk van het verfoeilijke bestuur en van het opperhoofd daarvan zouden moeten zuchten.De militie-officier had de waarheid gesproken. De zee-oppervlakte zou van dien dag af in hoogte afnemen en de vloed zou slechts eene geringe hoeveelheid water in de bedding der Sint John stuwen.Die springvloed van den 12denMaart was een der sterkste van het geheele jaar geweest, en er zouden vele maanden moeten verloopen, alvorens de wateroppervlakte andermaal dezelfde hoogte zou bereiken.Hij was evenwel niet alleen. Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort. (Bladz. 46.)Hij was evenwel niet alleen. Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort. (Bladz.46.)Daar de geul voortaan onbevaarbaar zoude zijn, was het duidelijk dat Jacksonville niet door het geschut van den commandant Stevens te teisteren zoude zijn. Dat was als het ware een verlengingstermijn voor de almacht van Texar, een vrijgeleidebrief voor dezen, om zijne wraakzuchtige plannen geheel en al ten uitvoer te leggen. Al nam men zelfs aan, dat generaal Sherman er toe zoude overgaan, om Jacksonville door de troepen van generaal Wright, die te Fernandina ontscheept waren, te doen bezetten, dan nog zoude die opmarsch een aanzienlijken tijd vorderen. En, zooals wij weten, was de voltrekking van het vonnis over James Burbank en zijn zoon Gilbert uitgesproken, op den volgenden dag bij het rijzen der zon vastgesteld. Niets, niets ter wereld zou hen dus kunnen redden.De tijdingen, welke door den militie-officier aangebracht waren, verbreidden zich bliksemsnel onder de bevolking der stad. Men zal lichtelijk beseffen welke uitwerking zij hadden op het gepeupel, dat als het ware losgelaten was. De slemppartijen, de dronkemans-samenscholingen werden met nieuwe opgewektheid hervat. De eerlijke lieden, de goedgezinden, die het wel met hun vaderland meenden, konden de grootste uitspattingen vanwege die woestelingen verwachten. De meesten hunner maakten zich dan ook gereed om eene stad te verlaten, die hun geen veiligheid meer aanbood.Het hoerahgeschreeuw en het schelden en schimpen van het grauw drong tot de gevangenen door en verkondigde hen, dat iedere kans van redding verdwenen was. Helaas, in de woning van master Harvey werden dezelfde kreten vernomen en dezelfde gevolgtrekkingen gemaakt. De wanhoop van master Walter Stannard en van zijne dochter miss Alice te beschrijven, is eenvoudig onmogelijk.Wat zouden zij thans gaan ondernemen, om James Burbank en zijn zoon Gilbert te redden?Zouden zij pogen den gevangenbewaarder om te koopen? Zouden zij de ontsnapping der gevangenen door macht van geld kunnen bevorderen?Helaas, zij zelven konden de woning niet verlaten, waarbinnen zij eene schuilplaats gevonden hadden. Men weet het toch, eene bende aterlingen verloor de woning niet uit het oog, en hun geschreeuw en getier weerklonk onophoudelijk voor de deur in de straat.Onder die omstandigheden viel de nacht in.Het weder, dat sedert eenige dagen eene verandering in den dampkring deed voorzien, was aanmerkelijk gewijzigd. De wind, die in de laatste dagen van den landkant gewaaid had, was plotseling in het noordoosten gesprongen. Reeds kwamen dikke, grijsachtige wolken, die in flarden gescheurd schenen en die den tijd niet gehad hadden om haren overvloed van water te ontlasten,met bliksemsnelheid uit volle zee opzetten en ijlden zoo laag door het luchtruim, dat zij de oppervlakte van den Oceaan schenen aan te raken.De stengen van een fregat eerste klasse zouden voorzeker in die wolkgevaarten onzichtbaar geweest zijn, zoo laag joegen zij door den dampkring.De barometer was spoedig tot op storm gevallen en toonde nog groote neiging tot daling aan. Alle kenteekenen deden zich voor, dat een orkaan, die op den Atlantischen Oceaan ontstaan was, in aantocht was. En inderdaad, bij het invallen van den nacht ontketende hij zijne krachten met buitengewoon geweld.Nu bereikte die orkaan, ten gevolge van de richting, welke zijn spiraalvormigen kringloop volgde, de monding van de Sint John en rolde daar de onmetelijke deininggolven van den Oceaan in. Hij deed de wateren van die monding met stormachtige bewegingen rijzen, hij dreef het afstroomend water der rivier terug en veroorzaakte daardoor, evenals bij sommige groote stroomen, zooals de Amazonenrivier, een prororoca of vloedgolf, welker machtig gekuifde kruinen de oeverlanden overstelpen en verwoesten.Jacksonville werd dus gedurende dien stormachtigen nacht met verschrikkelijk geweld geteisterd. Een gedeelte van het staketsel, dat den ingang der haven vormde, bezweek onder de donderslagen van de hoogopgestuwde golven, die tegen dat paalwerk opvlogen en braken.Het water overstroomde een groot gedeelte der kaden, waartegen verscheidene loggers verbrijzelden, welker ankertouwen onder den aandrang van golven en wind als spinrag braken.Het was onmogelijk op de straten of op de pleinen te verwijlen, om de eenvoudige reden, dat men er verjaagd werd door den regen van projectielen, in den vorm van baksteenen, leien, brokken pleisterkalk, balken, enz., die door den storm aan de huizen der stad ontrukt werden en door de lucht vlogen. Het gepeupel, dat nog rondjoelde, was genoodzaakt een toevlucht in de kroegen te zoeken, waarbij hunne keelgaten niets verloren en waar hun gebrul met kans van welslagen met het gehuil van den storm kon wedijveren.Maar het was niet alleen op de oppervlakte van het vastland, dat die orkaan zijne krachten botvierde en zijnen weg door puinhoopen kenmerkte. In de bedding der Sint John ontstond, door de evenwichtsverbreking van de wateroppervlakte, een zoodanige golfslag, die alles dreigde te vernielen en waarvan de kracht nog door de zoogenaamde grondzeeën vertienvoudigd werd.De sloepen, welke voor de zandbank, maar aan de binnenzijde daarvan, voor anker lagen, werden door dat noodweer overvallen, alvorens zij de veilige haven konden bereiken. Van sommigenwoelden de ankers los of slipten door den ankergrond, zooals de zeelieden dat noemen. Van anderen braken de ankertrossen. En allen werden onweerstaanbaar door den tweeden of nachtvloed, die, geholpen door de windvlagen, hoog kwam opzetten, naar de bovenrivier weggedreven. Enkelen, die alle krachten ingespannen hadden om Jacksonville te bereiken, werden tegen het paalwerk der kaden verbrijzeld, waarbij hunne opvarenden allen in de golven verdwenen, terwijl de anderen de stad voorbijdreven en strandden op de eilandjes of sloegen in de krommingen van de Sint John om, waarbij ook al weer menschenlevens omkwamen. Het was een ware ramp, die door haar plotseling invallen, het nemen van maatregelen, in dergelijke omstandigheden gebruikelijk, had verijdeld.Maar hoe was het met de kanonneerbooten van den commandant Stevens gesteld?Hadden die hun anker gelicht en hadden zij met volle kracht gestoomd, om eene toevluchtsplaats in een der vele kreken, in de oevers ingesneden, te zoeken?Hadden zij door die manoeuvre aan eene geheele vernietiging kunnen ontkomen?In ieder geval, hetzij dat zij een goed heenkomen gezocht hadden, hetzij zij zich in hunne stelling voor de zandbank gehandhaafd hadden, het was alles om het even, Jacksonville had van die vaartuigen niets meer te duchten, daar de zandbank voor hen een onoverkomelijken hinderpaal daarstelde.Een dikke duisternis bedekte dien nacht het stroombekken van de Sint John. Het was alsof de dampkring en de rivieroppervlakte ineengevloten waren. Het was alsof de lucht en het water, die voornaamste elementen der Ouden, onder den invloed eener scheikundige verbinding, één waren geworden.Men stond voor een van die natuurverschijnselen, welke in den equinoxiaal-tijd niet zeldzaam voorkomen; deze orkaan, die thans woedde, overtrof in hevigheid en uitgebreidheid alles, wat men van dien aard in den Staat Florida beleefd had.Evenwel, juist ten gevolge van die hevigheid waarmede de storm ontketende en woedde, duurde hij slechts kort, hoogstens eenige uren. Vóórdat de zon opkwam, was de orkaan verdwenen en, na het Floridasche schiereiland geteisterd te hebben, voortgeijld naar de Golf van Mexico, alwaar hij geheel uitwoedde.De dag brak zoo tegen vier uren in den morgen aan en deed een gezichteinder ontwaren, die door den nachtelijken storm geheel schoongeveegd was. De atmosfeer was na zoo geweldige beroering tot rust gekomen. De bevolking begon toen de kroegen te verlaten, waarin zij beschutting tegen het onweder gezocht had en zich in de straten te verspreiden. De militie-troepen namenhunne stellingen weer in, en men haastte zich de door den storm veroorzaakte schade zooveel mogelijk te herstellen. En die was langs de stadskaden natuurlijk zeer aanzienlijk. Men zag daar verwoeste staketsels, verbrijzelde loggerschepen, zwaar beschadigde en lekke vaartuigen, die door den ebstroom van de bovenrivier voor de stad gevoerd werden.Evenwel ontwaarde men die wrakken op den oever slechts binnen een zeer beperkten gezichtskring. Een dichte nevel spreidde zich toen over de oppervlakte van de Sint John uit en verhief zich tot in de hoogere luchtlagen, die door het onweder afgekoeld waren. De geul was tegen vijf uren nog niet zichtbaar en zou dat ook eerst worden op het oogenblik, dat de eerste zonnestralen den nevel zouden doen optrekken.Even na vijf uren doorboorden als het ware schrikkelijke losbarstingen plotseling dien dikken mist. Daaromtrent kon niemand zich vergissen. Dat waren geene donderslagen, maar de korte, afgebroken knallen van geschutvuur. Snerpend gefluit werd in de lucht vernomen. Een kreet van schrik ontsnapte aan ieders mond. Zoowel de militie-troepen als de mannen van het gepeupel, die naar den havenkant gedrongen waren, trilden van angst.Tegelijkertijd schier met de kanonschoten, die herhaaldelijk dreunden, begon de nevel op te trekken. Zijne spiraalwolken, vermengd met den buskruitrook der losbarstingen, scheidden langzamerhand van de oppervlakte van den stroom af.Wat men toen zag?De kanonneerbooten van den commandant Stevens lagen daar in gevechtstelling voor Jacksonville en hielden de stad onder hun direct geschutvuur.»De kanonneerbooten!... De kanonneerbooten!â€...Die kreet, welke van mond tot mond herhaald werd, werd weldra tot de uiterste grens der voorsteden vernomen. Binnen weinige minuten vernam de eerlijke en goedgezinde bevolking met blijdschap en het gepeupel met grooten schrik, dat de flottilje der Federalisten meester der Sint John was. Wanneer men zich niet overgaf, dan was het gedaan met de stad, dan was zij verloren.Dat was duidelijk!Maar wat was er toch voorgevallen?Hadden de Noordelijken in den orkaan een onverwachten bondgenoot gevonden?Ja, dat was het!Neen, zij hadden niet getracht eene schuilplaats in een der kreken te vinden, die in de monding der rivier aangetroffen werden. Zij waren, in weerwil van den wind en den golfslag, in hunne stelling gebleven. Terwijl hunne tegenstanders zich met hunne sloepenverwijderden, had de commandant Stevens met zijne flinke bemanning den orkaan het hoofd geboden, op gevaar af te gronde te gaan, om de gelegenheid te benutten en de doorvaart te ondernemen, die door de omstandigheden wellicht mogelijk zou worden.En inderdaad, de orkaan, welke het water van uit volle zee in die monding stuwde, had het peil der rivier buitengewoon doen rijzen en wel zoodanig, dat de kanonneerbooten passeeren konden. Met volle kracht stoomende, schoten zij vooruit, en hoewel zij met hunne kiel langs het zand schuurden, waren zij de bank weldra over.Dat gebeurde zoo tegen vier uren in den ochtend. De commandant manÅ“uvreerde toen te midden van den dikken mist met het grootste beleid. Hij moest natuurlijk op gegist bestek afgaan. Maar toen hij oordeelde ter hoogte van Jacksonville gekomen te zijn, liet hij de ankers uitwerpen en de gevechtstelling innemen. En toen hij het oogenblik gekomen achtte, liet hij het groot geschut donderen, waardoor de nevelbank als het ware verscheurd werd en zijne projectielen den linker oever der Sint John overstelpten.De uitwerking had bliksemsnel plaats.De militie-troepen hadden in een ondeelbaar oogenblik de stad ontruimd en verlaten en volgden daarbij slechts het voorbeeld, hetwelk hen door de krijgsmacht der Zuidelijken te Fernandina zoowel als te Sint Augustijn gegeven was.Toen de commandant Stevens de kaden verlaten zag, temperde hij het vuur zijner kanonstukken, want het was zijn doel niet, Jacksonville der verwoesting prijs te geven, maar wel, om die hoofdstad van den Staat Florida te bezetten en in onderwerping te brengen.Al heel spoedig werd een witte vlag aan den vlaggestok van Court-Justice geheschen.De lezer zal wel innig beseffen in welke angsten die eerste kanonschoten in de woning van master Harvey vernomen werden.De stad werd aangevallen; daaraan viel niet te twijfelen. Nu kon die aanval van geen anderen kant komen, dan van de zijde der Federalisten, hetzij zij er in geslaagd waren de Sint John op te stoomen, hetzij zij van het noordelijk gedeelte van Florida opgerukt waren. Was dus de onverhoopte, de eenige kans tot redding van master James Burbank en zijn zoon Gilbert daar?Master Harvey en miss Alice Stannard stormden naar de deur. De lieden van Texar, die de woning van den correspondent van James Burbank bewaakten, hadden de vlucht genomen en zich met de militie-troepen naar de binnenlanden van het graafschap uit de voeten gemaakt.Master Harvey en het jonge meisje begaven zich naar de haven. De nevel was opgetrokken, zoodat de oppervlakte van de geheele rivier over hare volle breedte overzien kon worden.Het geschut der kanonneerbooten zweeg thans; want het was voor iedereen duidelijk, dat de bevolking van Jacksonville ieder denkbeeld om weerstand te bieden had opgegeven.Verscheidene sloepen legden in dat oogenblik bij het half vernielde staketsel aan en ontscheepten een detachement mariniers, die met geweren, revolverpistolen en enterbijlen gewapend waren.Plotseling werd een kreet te midden van dat detachement, hetwelk door een officier aangevoerd werd, vernomen.Hij die dien kreet geslaakt had, sprong uit het gelid en stormde op miss Alice Stannard toe.»Miss Alice!... Miss Alice!â€... riep hij.»Mars!... Mars!...†riep het jonge meisje uit, dat hoogst verwonderd was, zich tegenover den echtgenoot van Zermah te bevinden.Men vermeende toch, dat de mesties in de Sint John verdronken was.»Mijnheer Gilbert?... Waar is mijnheer Gilbert?†vroeg Mars onstuimig.»Hij en master Burbank zitten gevangen,†antwoordde het jonge meisje. »O, Mars, red hen, red den zoon, red den vader!â€Â»Dat zullen wij doen!†riep de mesties.En zich naar het detachement wendende, sleepte hij de manschappen mede met den kreet:»Naar de gevangenis!... Naar de gevangenis!â€Allen volgden hem op de hielen en haastten zich om te voorkomen, dat eene laatste misdaad misschien op bevel van Texar zoude gepleegd worden.Master Harvey en miss Alice Stannard volgden hen.Maar hoe kwam het dat Mars zoo onverwacht kon optreden?Dat zullen wij trachten duidelijk te maken.Toen hij in de rivier gesprongen was, had Mars veel moeite om niet door de kolken, die men op de zandbank aantreft, verzwolgen te worden, maar hij was een koene zwemmer en wist ze allen te mijden. Ja, hij had zijn leven gered; maar uit voorzichtigheid had de moedige mesties zich wel gewacht te Castle-House te doen weten, dat hij er heelhuids afgekomen was. Wanneer hij er een onderkomen ging zoeken, dan bracht hij zijne eigene veiligheid in gevaar, en hij moest in volle vrijheid blijven, om zijn doel te kunnen bereiken. Hij zwom dan ook naar den rechter oever, sloop tusschen de biezen door, welke langs de boorden der rivier groeiden en kwam zoo ter hoogte van de kanonneerbooten terecht.Daar werden zijne seinen opgemerkt. Een sloep werd uitgezet en die bracht hem naar het vaartuig van den commandant Stevens over. Deze, zoo spoedig mogelijk op de hoogte van den stand van zaken gesteld, begreep het dreigende gevaar, waarin Gilbert verkeerde. Hij wendde dan ook alle pogingen aan, om door de geul over de bank te geraken. Wij weten het, die pogingen waren vruchteloos geweest, en zij zouden, nu de springvloed voorbij was, stellig opgegeven zijn, wanneer niet de orkaan den waterstand gedurende den nacht plotseling had doen rijzen. Toch zouden de kanonneerbooten te midden van de ondiepten van dat zeer moeilijke en gevaarvolle vaarwater op het droge geraakt zijn, wanneer niet iemand aan boord geweest was. En die iemand was thans Mars. Hij had de kanonneerboot, waarop hij te huis behoorde, behendig geloodst; de anderen waren die eerste stipt nauwkeurig gevolgd en zoo waren die oorlogsvaartuigen, in weerwil van orkaan en golfslag, over de bank geraakt. Vóórdat dan ook de mist het rivierbekken van de Sint John beneveld had, lagen zij voor Jacksonville in gevechtstelling ten anker en hielden die stad onder haar geschutvuur.Maar het was tijd ook; want de beide veroordeelden zouden, zooals wij weten, bij het aanbreken van den dag doodgeschoten worden. Thans hadden zij integendeel reeds niets meer te vreezen. Het wettig gezag was weer in handen der goedgezinden weergekeerd, en hadden de door Texar ontzette magistraten het bestuur dadelijk overgenomen. Toen dan ook Mars en zijne makkers voor de gevangenis aankwamen, trad master James Burbank en zijn zoon Gilbert naar buiten. Zij waren onvoorwaardelijk in vrijheid gesteld.De jeugdige officier sprong vooruit en klemde met een kreet van vreugde op de lippen miss Alice aan zijne borst, terwijl master Walter Stannard en master James Burbank een niet minder hartelijken handdruk wisselden.»Lieve Alice!...â€Â»Gilbert!â€Meer konden de jongelieden niet uitbrengen. Hunne omhelzingen waren evenwel te inniger en moesten goedmaken, wat zij aan woorden te kort kwamen.»Mijne moeder!†riep Gilbert Burbank eindelijk uit.»Wees gerust.â€Â»Hoe is het met haar gesteld? Leeft zij nog na al die rampen?â€Â»Ja, zij leeft nog,†antwoordde miss Alice.»Kom, vader, kom dan!â€Â»Waarheen, Gilbert?â€Â»Naar Castle-House!... Ja, naar Castle-House.â€Â»Thans?...†vroeg de vader met nadruk.Om de rivier over haar geheele beneden-gedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. (Bladz. 51.)Om de rivier over haar geheele beneden-gedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. (Bladz.51.)»Zeker, thans, vader!â€Â»Neen, niet voordat recht zal gedaan zijn!†antwoordde James Burbank.Mars had zijnen meester begrepen. Hij was reeds vooruit naar het plein gesneld, met de hoop daar Texar nog aan te treffen.Zou de Spanjaard het hazenpad nog niet gekozen hebben, om aan de gerechte represaille-maatregelen te ontkomen?Zou hij niet getracht hebben de uitingen van het beleedigd rechtsgevoel der welgezinden te ontgaan met zijne aanhangers en met allen, die eene verdachte rol bij de gepleegde uitspattingen gespeeld hadden?Zou hij de militie-troepen niet gevolgd zijn, die in vollen aftocht waren, om eene schuilplaats in de moerassige gedeelten van het graafschap te zoeken?Men kon, men moest dat gelooven.Maar een groot getal inwoners van Jacksonville hadden zich, zonder op de daadwerkelijke tusschenkomst der Federalisten te wachten, naar Court-Justice gespoed. Zij hadden Texar gevangen genomen op het oogenblik dat hij de vlucht wilde nemen, en bewaakten hem thans nauwkeurig. Hij scheen zich evenwel al zeer gedwee in zijn lot te schikken.Toen hij evenwel Mars ontwaarde, begreep hij dat zijn leven gevaar liep.En inderdaad, de mesties wierp zich op hem en greep hem, in weerwil van den tegenstand van hen, die den Spanjaard bewaakten, met ijzeren vuist bij de keel. Nog een oogenblik, dan zou de aterling geworgd zijn, toen master James Burbank en zijn zoon Gilbert verschenen.»Wat is hier te doen?†riep Gilbert bij het zien der worsteling uit.»Neen!... Bij God, neen! Levend, ja levend!†kreet James Burbank, die begreep wat er gaande was. »Hij moet leven!...Hij moet spreken!â€Â»Gij hebt gelijk, master,†sprak Mars. »Ja, hij moet leven om te spreken!â€Texar zat weinige minuten later achter slot in dezelfde cel, waarin zijne slachtoffers het oogenblik hunner terechtstelling hadden afgewacht.
III.Daags te voren.Het was in den morgen van den 11denMaart, dat Gilbert Burbank door de rechtbank te Jacksonville ter dood veroordeeld was.In den avond van dienzelfden dag was zijn vader op bevel van diezelfde rechtbank in hechtenis genomen.De jeugdige officier zou twee dagen later doodgeschoten worden, en ongetwijfeld zou James Burbank, die beschuldigd was zijn medeplichtige te zijn, hetzelfde vonnis treffen en terzelfder ure dezelfde straf ondergaan!Texar zette de rechtbank zooals men weet naar zijne hand; zijn wil gold te Jacksonville voor wet. De doodstraf op vader en zoon ten uitvoer gebracht, zou slechts het voorspel zijn van de bloedige uitspattingen, waaraan de halfblanken, die door het schuim der bevolking ondersteund werden, zich tegenover de noordelijkgezinden in den Staat Florida en tegen hen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij deelden, zouden schuldig maken.Hoevele personeele wraaknemingen zouden aldus onder het schild van den burger-oorlog gepleegd worden? Die zouden niet anders dan door de tegenwoordigheid der federalistische troepen gestuit kunnen worden.Maar... zouden die aankomen? En bovenal, zouden zij bijtijds aankomen, voordat de eerste slachtoffers aan den haat en de wraakzucht van den Spanjaard opgeofferd zouden zijn?Ongelukkig, dat viel te betwijfelen.En de lezer zal begrijpen in welke doodsangsten de bewoners en gasten van Castle-House door die onzekerheid, door dat uitblijven der troepen, die redding moesten aanbrengen, verkeerden.Het scheen toch, dat de commandant Stevens het plan, om de Sint John met zijn smaldeel op te stevenen, althans voorshands had laten varen. De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging, waaruit opgemaakt zou kunnen worden, dat zij hun anker wilden verlaten.Zouden zij de bank in de monding van den stroom niet durven overschrijden, nu Mars niet meer daar was, om hen door de geul te loodsen? Het had er al den schijn van.Zagen zij van het plan af, om zich van Jacksonville meester te maken, om door die inname de veiligheid te verzekeren van de opgezetenen van de plantages, aan het bovengedeelte der Sint John gelegen? Helaas, dat was te duchten.Maar wat was er dan op het werkelijke terrein des oorlogs geschied; welke feiten waren daar voorgevallen, die tot zulk eene wijziging in de plannen van den Commodore Dupont noopten?Dat vroegen zich master Walter Stannard en de administrateur master Perry herhaaldelijk gedurende dien eindeloozen dag van den 12denMaart af.Toen toch liepen er geruchten in dit gedeelte van Florida, hetwelk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Sint John begrepen ligt, dat de ondernemingen der Noordelijken zich voornamelijk tot de kuststrook bepaalden. De Commodore Dupont, die zijn wimpel op deWabashgeheschen had, zou, gevolgd door de grootste kanonneerbooten van zijn eskader, reeds in de baai van SintAugustijngedrongen zijn. Men vertelde zelfs dat de militie-troepen zich gereed maakten de stad te ontruimen, zonder zelfs te pogen het fort Masan te verdedigen, evenmin als zij het fort Clinch verdedigd hadden, toen de havenplaats Fernandina genoodzaakt was, zich bij verdrag over te geven.Dat waren de nieuwstijdingen, welke de administrateur in den ochtend op Castle-House aanbracht. Men deelde ze aanstonds aan master Walter Stannard en aan master Edward Carrol mede, welke laatste door zijne wond, die nog niet geheeld was, gedwongen werd op een der divans in de hall van het heerenhuis uitgestrekt te blijven liggen.»De federalistische troepen te Sint Augustijn!†riep de gekwetste uit.»Het schijnt zoo, master Carrol,†antwoordde de administrateur Perry.»Maar waarom gaan zij niet naar Jacksonville?â€Â»Ja, dat is onbegrijpelijk,†antwoordde Walter Stannard.»Misschien willen zij slechts de rivier benedenstrooms afsluiten, zonder er bezit van te nemen,†hernam de administrateur Perry.»Maar dat is onzinnig!†riep Edward Carrol uit.»Meer dan dat,†zei Walter Stannard.»Dat meen ik ook,†bevestigde master Perry.»James Burbank en zijn zoon Gilbert zijn reddeloos verloren,†vervolgde master Walter Stannard, »wanneer Jacksonville in de macht van Texar blijft.â€Â»Zou daarvoor niets te doen zijn?†vroeg master Perry.»Wat zou er kunnen gedaan worden?†vroeg Master Walter Stannard.»Ik zou naar den Commodore Dupont kunnen reizen,†antwoordde de administrateur, »om hem in te lichten omtrent het gevaar, waarin de heeren Burbank vader en zoon verkeeren.â€Â»Gij zoudt een heelen dag noodig hebben, om Sint Augustijn te bereiken,†hernam Edward Carrol, »altijd in de onderstelling, dat gij niet door de detachementen militie-troepen, die op hunnen terugtocht zijn, aangehouden zult worden! En voordat de Commodore Dupont het betrekkelijk bevelschrift, om Jacksonville te bezetten, aan den commandant Stevens zal hebben doen toekomen, zou te veel tijd verloopen. Daarenboven, die bank... die zandbank in de rivier... de kanonneerbooten kunnen daar niet over... en hoe nu onzen armen Gilbert te redden, wiens vonnis morgen reeds voltrokken wordt? Neen!... Er behoeft niet naar Sint Augustijn gegaan te worden, maar naar Jacksonville zelve!... Wij moeten ons niet tot den Commodore Dupont wenden....â€Â»Maar tot wien dan?†vroeg Perry onthutst.»Wel, tot Texar in persoon!...â€Â»Vader, mijnheer Carrol heeft gelijk,†zei Miss Alice Stannard, die juist binnengetreden was en de woorden van master Edward gehoord had. »Mijnheer Carrol heeft gelijk, en ik zal naar Jacksonville gaan!â€Het moedige meisje was in staat om alles te ondernemen, alles te trotseeren, wanneer het gold Gilbert Burbank te redden.Voordat master James Burbank daags te voren Camdless Bay verlaten had, had hij iedereen op het hart gedrukt, dat zijne echtgenoote er niet mede mocht bekend gesteld worden, dat hij zich naar Jacksonville begaf. Vooral legde hij nadruk er op, dat zij onkundig moest blijven met de omstandigheid, dat het ’t bestuur was, dat het bevel uitgevaardigd had om hem gevangen te nemen. Mevrouw Burbank wist dus van niets en was ook onbekend gebleven met het lot, dat haren zoon beschoren was, dien zij in veiligheid aan boord der kanonneerboot moest wanen.Hoe zou die ongelukkige vrouw den dubbelen slag, die haar trof, verdragen?Haar echtgenoot was in handen van dien verfoeielijken Texar, en haar zoon beleefde den vooravond van den dag, dat zijn doodvonnis voltrokken zoude worden! O, dat zou zij niet overleefd hebben!Toen zij verzocht had om James Burbank, haren echtgenoot, te zien, had miss Alice geantwoord, dat hij Castle House verlaten had, om de nasporingen met betrekking tot de kleine Dy en Zermahweer te hervatten en dat zijn afwezigheid ongeveer tweemaal vier-en-twintig uren zoude duren.Het geheele denkvermogen van mevrouw Burbank vestigde zich nu op haar ontvoerd kind. Maar ook dat was te veel voor haar te dragen, althans in den toestand van ziekelijkheid, waarin zij zich bevond.Miss Alice Stannard was evenwel met alles bekend, wat er voorgevallen was en derhalve ook met den gevaarvollen toestand, waarin James en Gilbert Burbank zich bevonden. Zij wist dat de jeugdige officier den volgenden dag moest doodgeschoten worden en dat hetzelfde lot zijn vader beschoren was!...O, bij die gedachte was zij tot alles besloten, om pogingen tot hunne redding aan te wenden.Zij verzocht dan ook master Edward Carrol, om haar de gelegenheid te verschaffen naar de overzijde der Sint John te kunnen oversteken.»Waar wilt gij heen, miss Alice?†vroeg Edward Carrol.»Naar Jacksonville.â€Â»Gij!... Gij, Alice... naar Jacksonville!†riep master Walter Stannard uit.»Vader... het moet... het is mijn plicht!...â€De zoo natuurlijke aarzeling van master Walter Stannard verdween bij die woorden oogenblikkelijk. Hij gevoelde dat zonder dralen moest gehandeld worden. Wanneer Gilbert Burbank kon gered worden, dan kon dat uitsluitend door de poging, die miss Alice wilde wagen.Wellicht wanneer het jonge meisje zich aan de knieën van Texar wierp, zou zij er in slagen een sprank van mededoogen in zijn hart op te wekken! Misschien zou zij een uitstel, eene schorsing van het vonnis verwerven! Mogelijk was het ook, dat zij steun zoude vinden bij de eerlijke lieden en dat hare wanhoop eindelijk de gemoederen in opstand zoude brengen tegen de ondragelijke tirannie van het bestuur, dat thans de macht in handen had? Zij moest dus naar Jacksonville, ongeacht het gevaar dat zij daar loopen kon.»Perry zal mij wel naar de woning van master Harvey willen geleiden,†zei het jonge meisje.»Zeker,†antwoordde de administrateur bereidwillig.»Neen, Alice,†hernam master Walter Stannard, haar vader, »ik zal u vergezellen. Ja... ik! Kom, er valt geen tijd te verliezen.â€Â»Gij Stannard?†vroeg Edward Carrol... »Dat is u noodeloos in gevaar begeven... Begrijp dat goed... Men kent te zeer uwe denkbeelden te Jacksonville.â€Â»Om het even,†antwoordde master Walter Stannard. »Ik laatmijne dochter zich niet zonder mijn geleide te midden van die woestelingen begeven.â€Â»Maar dat is gevaarlijk!â€Â»Ik herhaal: dat is mij om het even!â€Â»Maar...â€Â»Zwijg daarover. Perry moet op Castle-House blijven, daar gij, Edward, nog niet gaan kunt; want het geval moet voorzien worden, dat men ons aanhoudt...â€Â»En als mevrouw Burbank naar u vraagt?†hernam Edward Carrol.»Antwoord dan dat ik mij bij haren echtgenoot vervoegd heb, om hem bij zijne nasporingen aan de overzijde der Sint John behulpzaam te zijn.â€Â»Maar, als zij naar miss Alice vraagt?â€Â»Ja... dan... Zeg dan dat zij mij vergezelt... Zeg haar zelfs, als het moet, dat wij naar Jacksonville gegaan zijn... Zeg in één woord alles wat u voor den mond komt, om de goede mevrouw Burbank gerust te stellen. Maar laat haar vooral niet gissen, welke gevaren, haar zoon en echtgenoot bedreigen.»Neen, dat zal niet, wees gerust.â€Â»Welnu dan, Perry, laat een vaartuig in gereedheid brengen!...â€Â»Goed, master Stannard.â€De administrateur ging dadelijk heen, om het ontvangen bevel te doen uitvoeren, terwijl master Walter Stannard zich onledig hield zijne toebereidselen tot het vertrek te treffen.Intusschen werd het toch wenschelijk geacht, dat miss Alice Stannard, alvorens Castle-House te verlaten, aan mevrouw Burbank zoude mededeelen, dat zij en haar vader verplicht waren naar Jacksonville te gaan. Er kon niet anders gehandeld worden. Als het noodig mocht zijn, moest zij geen oogenblik aarzelen om haar te verzekeren, dat de partij van Texar het onderspit gedolven had, dat zijne regeering omver geworpen was... dat de Federalisten meester van de Sint John waren... dat Gilbert morgen reeds op Camdless-Bay zoude aankomen...Maar zou het jonge meisje geestkracht genoeg bezitten, om hare gevoelens volkomen meester te blijven?Zou hare stem haar niet verraden, wanneer zij daadzaken verzekerde, welker verwezenlijking thans, zoo niet onmogelijk, dan toch zeer onwaarschijnlijk was?Toen zij in de kamer van mevrouw Burbank kwam, sliep de patiente, of beter gezegd, was in eene soort van pijnlijke verdooving verzonken, in eene diepe machteloosheid, waaruit miss Alice haar niet durfde wekken.»Zou het ook niet beter zijn,†zoo dacht het lieve kind, »dat ikniet sprak en maar heenging zonder de arme moeder door onwaarheden gerust te stellen?â€Een der vrouwelijke dienstboden op Castle House waakte bij het bed. Miss Alice Stannard beveelde haar uitdrukkelijk aan, de zieke geen oogenblik alleen te laten, en zich tot master Edward Carrol te wenden, wanneer de arme moeder vragen tot haar richtte, die zij niet kon beantwoorden.Daarna bukte zij zich over het voorhoofd van mevrouw Burbank, beroerde dat even met hare lippen en verliet vervolgens het vertrek, om zich bij haren vader te vervoegen.Zoodra deze haar bespeurde, vroeg hij:»Wel?...â€Â»Kom, laten wij gaan,†zeide zij.»Maar...â€Â»Kom, er valt geen minuut te verliezen.â€Beiden verlieten de hall, nadat zij de hand van master Edward Carrol gedrukt hadden.In het midden van de bamboelaan, die naar de kleine havenkom voerde, ontmoetten zij den administrateur Perry.»Is het vaartuig klaar?†vroeg Walter Stannard.»Ja, master. Alles is in orde.â€Â»Goed zoo, Perry. Maar, nu nog een woord.â€Â»Wat wilt ge zeggen, master Stannard?â€Â»Wees waakzaam, oude vriend. U is thans de zorg van Castle House opgedragen.â€Â»Vrees niets, master Stannard.â€Â»Ik weet, dat ik op u kan vertrouwen, maar gij beschikt over zoo weinig hulpmiddelen...â€Â»Dat valt nog al mede, master Stannard. Onze negers komen langzamerhand op de plantage terug en dat valt licht te begrijpen. Wat zouden zij met eene vrijheid uitvoeren, waarvoor hen de natuur niet geschapen heeft?â€Â»Des te beter,†antwoordde master Walter. »Wees intusschen waakzaam.â€Â»Nogmaals, wees niet ongerust. Brengt gij maar master James Burbank op de plantage terug, dan zal hij mij en allen op hun post vinden!â€Â»Het zij zoo, master Perry!â€Master Walter Stannard en zijne dochter namen nu plaats in het vaartuig, dat door vier negermatrozen van Camdless Bay gevoerd werd.Het zeil werd geheschen en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. De aanlegpier verdween weldra achter den hoek, die in het noordwestelijk gedeelteder plantage door den min of meer bochtigen loop der rivier gevormd werd.Master Stannard koesterde het voornemen niet, om in de haven van Jacksonville aan wal te stappen. Daar zou hij toch onmiddellijk herkend worden. Hij achtte het doelmatiger in een kleine kreek, iets boven die havenstad gelegen, te ontschepen. Vandaar zou het hem niet moeilijk vallen, de woning van master Harvey, welke zich aan dien kant op het uiteinde der voorstad bevond, te bereiken, Daar zou men tot eene beslissing moeten komen, hoe volgens de omstandigheden verder te handelen, en welke pogingen in het werk gesteld moesten worden.De oppervlakte der Sint John was eenzaam in dit uur. Niets werd bovenstrooms ontwaard, vanwaar de militie-troepen van Sint Augustijn bij hunne vlucht naar het zuiden konden opdagen.Dus er was nog geen gevecht tusschen de Floridasche vaartuigen en de kanonneerbooten van den commandant Stevens geleverd. Men kon zelfs deze laatstbedoelde oorlogsvaartuigen in eene lijn voor anker zien liggen, want bij eene kronkeling van de Sint John opende zich een ruim vergezicht tot ver beneden Jacksonville.De wind blies ruim en stevig, zoodat de overtocht snel afgelegd werd. Het was nog vroeg, toen master Walter Stannard en miss Alice, zijne dochter, den oever bereikten. Beiden konden, zonder bespeurd te worden in de kreek, die niet bewaakt werd, ontschepen, en weinige minuten later bevonden zij zich in de woning van den correspondent van James Burbank te Jacksonville.Deze was zeer verrast hen te zien en legde veel onrust over hun verschijnen in de stad aan den dag. Hunne tegenwoordigheid was vrij gevaarvol te midden van die bevolking, welke zeer opgewonden en geheel en al op de hand van Texar was. Men wist toch dat master Walter Stannard de anti-slavernij-gezinde meeningen, die te Camdless Bay aangekleefd werden, deelde. De plundering zijner eigene woning te Jacksonville was eene waarschuwing, waarmede ernstig rekening gehouden moest worden.Zijne vrijheid, ja zijn leven zou zeer zeker groot gevaar loopen. Het minste wat hem zou kunnen overkomen, wanneer hij herkend werd, zou zijn, dat hij als medeplichtige van master James Burbank gevangen genomen en opgesloten zou worden.»Ja, maar het geldt ons minder,†merkte miss Alice Stannard den heer Harvey in antwoord op zijne veelvuldige opmerkingen en bezwaren op.»En wien geldt het dan?†vroeg de kalme handelaar.»Het geldt de redding van Gilbert Burbank!†antwoordde het geestdriftvolle meisje.»De redding van Gilbert Burbank?â€De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging om hun anker te verlaten. (Bladz. 34.)De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging om hun anker te verlaten. (Bladz.34.)»Ja, master Harvey. En daarbij moet gij ons helpen.â€Â»U helpen? Bij de redding van Gilbert Burbank?... Voorzeker kan dat beproefd worden.â€Â»Nietkan, maarmoetbeproefd worden, master Harvey!â€Â»Jawel, maar... master Stannard mag zich niet buitenshuis vertoonen...â€Â»Niet?†vroeg Alice’s vader.»Neen, gij moet hier als het ware opgesloten blijven, terwijl wij beiden zullen handelen.â€Â»Een mooie rol, die gij mij toebedeelt,†pruttelde master Walter Stannard.»Zal men mij in de gevangenis toelaten?†vroeg het jonge meisje.»Dat geloof ik niet, miss Alice.â€Â»Waarom niet?â€Â»Omdat bevelen zijn gegeven, niemand bij de veroordeelden toe te laten.â€Â»Zou ik bij Texar toegelaten worden?â€Â»Bij Texar?â€Â»Ja, bij Texar, master Harvey!â€Â»Wij kunnen het beproeven.â€Â»Gij wilt dus niet, dat ik u vergezel?†drong master Walter Stannard aan.»Neen! Dat zou te gevaarlijk zijn en het weinigje kans om te slagen in rook doen verdwijnen.â€Â»Waarom dan toch?â€Â»Omdat Texar en het geheele bestuur uwe verschijning als eene uittarting zouden beschouwen.â€Â»Kom dan, master Harvey,†sprak miss Alice.»Ik volg u, mijn kind.â€Alvorens hen te laten vertrekken, wenschte master Walter Stannard toch te weten, of er geen nieuwe oorlogsbedrijven plaats gegrepen hadden, waarvan de tijding Castle House wellicht niet bereikt had.»Geen,†antwoordde master Harvey.»Geen enkele?â€Â»Neen, ten minste geen enkele, welke betrekking op Jacksonville kan hebben.â€Â»Maar...â€Â»Het is waar, het federalistische smaldeel is in de baai van Sint Augustijn binnengedrongen, waarop die stad zich bij verdrag heeft overgegeven.â€Â»Maar ten opzichte van de Sint John?â€Â»Dienaangaande is geen enkele beweging opgemerkt.â€Â»Helaas!â€Â»De kanonneerbooten liggen nog altijd beneden de zandbank ten anker.â€Â»Zij hebben nog geen water genoeg om die bank over te stevenen, niet waar?â€Â»Juist, mijnheer Stannard.â€Â»En bestaat er uitzicht op verandering in den toestand?â€Â»Heden zullen wij een der sterkste equinoxiaal-springvloeden hebben. De vloed zal zijn hoogste punt tegen drie uren bereiken en dan zullen de kanonneerbooten waarschijnlijk de bank kunnen passeeren.â€Â»Passeeren zonder loods?â€Â»Zonder loods, master Stannard?â€Â»Weet gij dan niet, master Harvey,†vroeg miss Alice, »dat Mars er niet meer is, om de vaartuigen door de geul te geleiden?â€Het lieve meisje sprak die woorden op zulk een weemoedigen toon, dat het duidelijk was, dat zij thans ook weinig van de tusschenkomst der oorlogsvaartuigen verwachtte. Zij ging dan ook voort:»Neen... neen... Het is onmogelijk... Daarvan valt niets te verwachten... Master Harvey, ik moet Texar te spreken krijgen...â€Â»Maar, als hij uwe bede afslaat?â€Â»Dan moeten wij alles trachten in het werk te stellen, om Gilbert te doen ontvluchten!â€Â»Ja zeker, dat zullen wij doen, miss Alice!â€Â»Is er geen wijziging gekomen, master Harvey, in de stemming der bevolking te Jacksonville?†vroeg master Walter Stannard.»Neen,†antwoordde de correspondent van James Burbank.»Zoodat?...â€Â»Zoodat de schurken, die door Texar beheerscht worden, er nog steeds den boventoon voeren.â€Â»Maar bestaat er dan geen eerlijkheidsgevoel meer?â€Â»Ja, de eerlijke lieden trillen van verontwaardiging, bij de daden van willekeur en knevelarij, door de bestuurslieden begaan. Eene enkele beweging voorwaarts vanwege de federalistische troepenmacht zou voldoende zijn, om den staat van zaken te veranderen. Want de bevolking van Jacksonville is, alles wel beschouwd, lafhartig van aard. Als haar de angst om het hart zal slaan, dan is het bestuur van Texar en zijne handlangers in een oogwenk omvergeworpen... Ik koester nog steeds de hoop, dat de commandant Stevens de bank zal kunnen overschrijden.â€Â»Wij kunnen die gebeurlijkheid niet afwachten,†antwoordde miss Alice Stannard vastberaden. »Ik zal Texar te voren ontmoet hebben!â€Â»God helpe u daarbij, miss Alice!â€Er werd verder overeengekomen, dat master Walter Stannardbinnenshuis zoude blijven, opdat niemand iets van zijne tegenwoordigheid te Jacksonville zoude vernemen.Master Harvey stelde zich geheel ter beschikking van het jonge meisje, om haar bij alle pogingen, die zij ondernemen wilde, bij te staan. Helaas, hij ontveinsde zich niet, dat het welslagen dier pogingen het hersenschimmige nabij kwam. Wanneer toch Texar weigeren zou Gilbert het leven te schenken, wanneer het Alice onmogelijk gemaakt werd, om tot de veroordeelden door te dringen, dan bleef er niets anders over dan te beproeven, al moest het ook een vermogen kosten, de ontvluchting van den jeugdigen zeeofficier en van zijn vader James Burbank voor te bereiden, en de personen, die daarbij behulpzaam konden zijn, om te koopen.Het was ongeveer elf uren, toen miss Alice Stannard en master Harvey de woning verlieten, om zich naar Court-Justice te begeven, alwaar het bestuur, gepresideerd door Texar, in de tegenwoordige tijdsomstandigheden onafgebroken zitting hield.Er heerschte steeds groote bedrijvigheid in de stad. Hier en daar trokken militie-troepen voorbij, die door de contingenten, welke uit de zuider-districten aanrukten, versterkt werden. Men verwachtte in den loop van den dag die, welke door de overgaaf van de havenstad Sint Augustijn beschikbaar kwamen, hetzij zij hun weg langs de Sint John, hetzij zij door de bosschen aan den rechter oever trokken, om de rivier ter hoogte van Jacksonville over te steken. Dus er was veel beweging in de straten; de bevolking trok als het ware heen en weer.Duizend nieuwtjes deden de rondte, en zooals gewoonlijk waren de meesten met elkander in strijd, hetgeen meestal een oploop ten gevolge had, die niet van regelmaat en orde getuigde.Zooveel was wel te ontwaren, dat wanneer de federalistische kanonneerbooten in het gezicht der havenplaats zouden verschijnen, geen eenheid van handelen bij de verdediging bestaan zou. De weerstand zou niet ernstig zijn. Fernandina had zich negen dagen te voren aan de debarkementstroepen van den generaal Wright overgegeven. Sint Augustijn had het smaldeel van den Commodore Dupont toegelaten, ja ingehaald, zonder zelfs eene poging van tegenstand aan te wenden. En zoo was het te voorzien, dat het te Jacksonville eveneens zoude geschieden. De Floridasche militie-troepen zouden de plaats ontruimen voor de krijgsmacht der Noordelijken en naar de binnenlanden van het graafschap terugtrekken.Slechts een enkele omstandigheid zou nog de inbezitname van Jacksonville kunnen verhinderen en het hare er toe bijdragen, om de dagen van dat bestuur te verlengen, waardoor het mogelijk werd dat de woestelingen hunne bloeddorstige plannen zouden kunnen ten uitvoer leggen, namelijk dat de kanonneerbooten van den commandantStevens om de een of andere reden—b. v. gebrek aan voldoende diepte of gebrek aan een loods—de zandbank in de rivier niet konden overschrijden. En dat vraagstuk zou binnen weinige uren opgelost zijn.Intusschen richtten miss Alice Stannard en master Harvey te midden van eene menigte, die al talrijker en dichter werd, hunne schreden naar de openbare plaats.Hoe zouden zij binnen Court Justice geraken? Daarover konden zij zich zelfs geen denkbeeld maken.En al gelukte het hun ook al de zalen van dat gebouw binnen te dringen, hoe moesten zij het aanleggen om Texar te ontmoeten? Ja, dat wisten zij ook niet.Wie weet, of de Spanjaard, wanneer hij zoude vernemen dat miss Alice Stannard hem wenschte te ontmoeten, haar niet in hechtenis zou laten nemen en tot na de terechtstelling van den jeugdigen luitenant in de gevangenis laten opsluiten, om zich van eene lastigeaudiëntieaf te maken?...Maar het jonge meisje wilde van al die mogelijke gebeurlijkheden niets weten. Zij had slechts haar doel voor oogen. Zij wilde Texar ontmoeten, zij wilde hem de gratie voor Gilbert ontwringen... en geene overweging van persoonlijk gevaar kon haar dat doel doen vergeten, al was het ook maar voor een oogenblik.Toen zij en master Harvey het plein bereikten, vonden zij daar eene nog meer op elkaar gepakte en nog meer luidruchtige menigte dan in de straten die zij doorgestapt hadden. Woeste kreten weerklonken, vloeken, schelden en tieren werd overal gehoord. En boven alles klonken de woorden, die als het ware van de eene naar de andere groep gekaatst en herkaatst werden:»Ter dood!... Ter dood!â€Wien zou dat kunnen gelden?Master Harvey vernam weldra, dat de rechtbank sedert een uur zitting hield. Een vreeselijk voorgevoel overviel hem. En helaas! dat voorgevoel bedroog hem niet.En inderdaad, de rechtbank eindigde juist hare taak met de veroordeeling van master James Burbank als medeplichtige van zijn zoon en als zoodanig als schuldig aan de misdaad van met de federalistische krijgsmacht en dus met de vijanden van zijn land geheuld te hebben.Hier had de beschuldiging omtrent dezelfde misdaad weerklonken en was ongetwijfeld hetzelfde vonnis gewezen!Het was de bekroning der taak van den haat, door Texar tegen de familie Burbank gekoesterd!Master Harvey wilde toen niet verder gaan. Hij poogde miss Alice Stannard met zich te tronen. Zij mocht geen getuige zijn vande gewelddadigheden, waaraan het volk, het plebs zich scheen te zullen overgeven, wanneer de veroordeelden Court-Justice zouden verlaten na de uitspraak van het vonnis. Daarenboven, dit kon onmogelijk het gewenschte oogenblik zijn om den Spanjaard te ontmoeten en zijne bemiddeling af te smeeken.»Kom, miss Alice,†sprak master Harvey, »kom!... Wij zullen terugkeeren, wanneer de rechtbank...â€Â»Neen,†antwoordde het jonge meisje, »neen, wij gaan niet heen!â€Â»Maar, wat wilt gij dan doen?â€Â»Wat ik doen wil?... O God!... Ik zal mij tusschen de beschuldigden en hunne rechters plaatsen!â€Het besluit van miss Alice Stannard was zoo onwrikbaar genomen, dat master Harvey er aan wanhoopte, om er haar van af te brengen, of om haar aan het wankelen te brengen.Het jonge meisje trad vooruit en de brave man was genoodzaakt haar te volgen, haar te begeleiden. Dat had hij haren vader beloofd. De menigte, hoe dicht opeengepakt zij ook was, opende zich voor haar en verleende haar doortocht. Misschien dat ettelijke personen haar herkenden. De kreten van »ter dood! ter dood!†weerklonken schrikkelijk in hare ooren. Niets kon haar weerhouden. En onder die omstandigheden bereikte zij de deur van Court-Justice.Hier was het volk nog onrustiger, nog onstuimiger dan elders. De beweging, die de menigte ondervond, was aan de hooggaande deining van den oceaan gelijk. Maar niet aan de deining die afslecht en aankondigt, dat de storm uitgewoed heeft, maar aan den aanschietenden golfslag van den orkaan in aantocht.Van dien kant waren de grootste uitspattingen te vreezen.Plotseling werd de menigte, die de zaal van Court-Justice als het ware overstroomde, door eene onweerstaanbare wieling naar buiten gedrongen. Het geschreeuw en de dreigementen verdubbelden. Het vonnis was gestreken en de veroordeeling uitgesproken.James Burbank was evenals Gilbert Burbank veroordeeld voor dezelfde voorgewende misdaad tot dezelfde straf. Vader en zoon zouden onder dezelfde kogels van hetzelfde executie-peloton vallen.»Ter dood!... Ter dood!...†riep die troep woestelingen.Master James Burbank verscheen in dit oogenblik op de benedenste treden van de trap die naar den ingang van Court-Justice voerde. Hij was kalm en zich zelf geheel meester. Voor die hem omringende schreeuwers had hij slechts een blik van verachting over.Een detachement militie-troepen omringde hem en had tot opdracht om hem naar de gevangenis terug te brengen.Hij was evenwel niet alleen.Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort.De jeugdige officier der Noordelijken was uit zijne cel gehaaldgeworden, waarin hij het uur van de voltrekking van zijn vonnis afwachtte, en voor de rechtbank gebracht om met James Burbank, zijn vader, geconfronteerd te worden.Deze had slechts de beweringen zijns zoons kunnen bevestigen, namelijk dat deze voor geen andere reden naar Castle-House gekomen was, dan om zijne stervende moeder nog eens te zien.Door die bevestiging zou de beschuldiging van spionneeren vanzelf hebben moeten vervallen, wanneer de beschuldigde niet vooraf veroordeeld was. Dezelfde veroordeeling, door eene persoonlijke wraakoefening uitgelokt en door onrechtvaardige en omgekochte rechters uitgesproken, had dan ook twee onschuldigen getroffen.Intusschen poogde de menigte zich op de veroordeelden te werpen. Het detachement militie-troepen slaagde er niet dan met de grootste moeite in, om zich met de gevangenen een doortocht over het plein van Court-Justice te banen.Plotseling gebeurde er eene buitengewone beweging.Miss Alice Stannard had het cordon militie-troepen doorbroken en zich op master James Burbank en Gilbert gestort.Onwillekeurig deinsde het gepeupel achteruit, verrast door deonverwachtetusschenkomst van dat jonge meisje.»Gilbert!†kreet de dochter van master Stannard.»Alice!†antwoordde Gilbert Burbank.»Gilbert!... Gilbert!†herhaalde het jonge meisje en viel in de armen van den jeugdigen officier.»Alice... wat doet gij hier?†vroeg master James Burbank.»Ik wil genade voor u vragen!â€...»Genade voor ons?â€...»Ik wil uwe rechters smeeken!... O, genade!... Genade voor die twee mannen!...â€De kreten van het ongelukkige jonge meisje waren hartverscheurend. Zij klemde zich aan de kleedingstukken der veroordeelden, die een oogenblik halt hadden moeten maken, vast.Kon zij eenig medelijden verwachten van die losgelaten en opgewonden menigte, die haar omringde? Neen, zeker niet. Maar hare tusschenkomst had toch het gevolg, eenige afleiding te bezorgen aan dat gepeupel, hetwelk op het punt stond tot de ergerlijkste gewelddadigheden jegens de gevangenen over te gaan, in weerwil van de militie-troepen, die hen moesten beschermen.Texar, die middelerwijl op de hoogte gehouden was van hetgeen voorviel, verscheen juist in dit oogenblik op den drempel van de groote deur van Court-Justice. Een gebaar van hem was voldoende, om het gepeupel in toom te houden... Hij herhaalde het bevel, om James Burbank en zijn zoon Gilbert naar de gevangenis terug te voeren. Dat bevel, met luiderstem uitgesproken, werd door iedereen gehoord en geëerbiedigd.Het detachement stelde zich andermaal in beweging.Miss Alice wierp zich aan de voeten van Texar.»Genade!... Genade!â€... kreet zij handenwringend. »Genade! heer... Genade!â€De Spanjaard antwoordde slechts met een afwijzend gebaar en wilde verder treden.Het jonge meisje sprong toen op. »Ellendeling!†kreet zij.Zij wilde zich toen bij de veroordeelden vervoegen, met den wensch hen in hunne gevangenis te mogen volgen, om de laatste uren, die zij nog te leven hadden, met hen door te brengen.Helaas, zij waren reeds verdwenen en van het plein weggevoerd, terwijl de menigte hen met haar kreten vergezelde.Dat was meer dan miss Alice Stannard verdragen kon. Hare krachten begaven haar. Zij wankelde en zou gevallen zijn, wanneer master Harvey haar niet in zijne armen opgevangen had. Zij was buiten kennis en had geheel en al het bewustzijn verloren.Het jonge meisje kwam eerst bij, toen zij in de woning van master Harvey gebracht was en zij zich bij haren vader bevond.Toen zij de oogen opsloeg prevelde zij:»Naar de gevangenis... naar de gevangenis!... Beiden moeten ontsnappen!â€...»Ja,†antwoordde master Walter Stannard.»Inderdaad!†beaamde master Harvey.»Er blijft niets anders over te beproeven,†hernam de eerste.»Wij moeten evenwel den nacht afwachten, om te kunnen handelen,†zei de andere.Inderdaad zoolang het licht was, viel er niets te doen. Wanneer de duisternis hen evenwel veroorlooven zoude met meer veiligheid te werk te gaan, zonder gevaar te loopen betrapt of overvallen te worden, dan zouden master Walter Stannard en master Harvey pogen, om de ontsnapping van de beide gevangenen mogelijk te maken, door de bemiddeling en medewerking van hunnen bewaker in te roepen. Zij zouden dan eene zoo aanzienlijke som bij zich steken, dat die man, zooals zij hoopten, aan hunne aanbiedingen geen weerstand zoude kunnen bieden, vooral in de tijdsomstandigheden dat een enkel kanonschot van de flottilje van den commandant Stevens afgevuurd, een einde kon maken aan de macht van den ellendigen Spanjaard.Maar toen bij het invallen van den nacht de heeren Stannard en Harvey hun plan ten uitvoer wilden brengen, zagen zij zich genoodzaakt daarvan af te zien. De woning werd scherp bewaakt door een peloton militie-troepen, dat in last had, hen het uitgaan te beletten. Het was of alles tegen die ongelukkige familie samenspande.Het zeil werd geheschen, en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. (Bladz. 39.)Het zeil werd geheschen, en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. (Bladz.39.)
Het was in den morgen van den 11denMaart, dat Gilbert Burbank door de rechtbank te Jacksonville ter dood veroordeeld was.
In den avond van dienzelfden dag was zijn vader op bevel van diezelfde rechtbank in hechtenis genomen.
De jeugdige officier zou twee dagen later doodgeschoten worden, en ongetwijfeld zou James Burbank, die beschuldigd was zijn medeplichtige te zijn, hetzelfde vonnis treffen en terzelfder ure dezelfde straf ondergaan!
Texar zette de rechtbank zooals men weet naar zijne hand; zijn wil gold te Jacksonville voor wet. De doodstraf op vader en zoon ten uitvoer gebracht, zou slechts het voorspel zijn van de bloedige uitspattingen, waaraan de halfblanken, die door het schuim der bevolking ondersteund werden, zich tegenover de noordelijkgezinden in den Staat Florida en tegen hen, die hunne denkbeelden omtrent de slavernij deelden, zouden schuldig maken.
Hoevele personeele wraaknemingen zouden aldus onder het schild van den burger-oorlog gepleegd worden? Die zouden niet anders dan door de tegenwoordigheid der federalistische troepen gestuit kunnen worden.
Maar... zouden die aankomen? En bovenal, zouden zij bijtijds aankomen, voordat de eerste slachtoffers aan den haat en de wraakzucht van den Spanjaard opgeofferd zouden zijn?
Ongelukkig, dat viel te betwijfelen.
En de lezer zal begrijpen in welke doodsangsten de bewoners en gasten van Castle-House door die onzekerheid, door dat uitblijven der troepen, die redding moesten aanbrengen, verkeerden.
Het scheen toch, dat de commandant Stevens het plan, om de Sint John met zijn smaldeel op te stevenen, althans voorshands had laten varen. De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging, waaruit opgemaakt zou kunnen worden, dat zij hun anker wilden verlaten.
Zouden zij de bank in de monding van den stroom niet durven overschrijden, nu Mars niet meer daar was, om hen door de geul te loodsen? Het had er al den schijn van.
Zagen zij van het plan af, om zich van Jacksonville meester te maken, om door die inname de veiligheid te verzekeren van de opgezetenen van de plantages, aan het bovengedeelte der Sint John gelegen? Helaas, dat was te duchten.
Maar wat was er dan op het werkelijke terrein des oorlogs geschied; welke feiten waren daar voorgevallen, die tot zulk eene wijziging in de plannen van den Commodore Dupont noopten?
Dat vroegen zich master Walter Stannard en de administrateur master Perry herhaaldelijk gedurende dien eindeloozen dag van den 12denMaart af.
Toen toch liepen er geruchten in dit gedeelte van Florida, hetwelk tusschen den Atlantischen Oceaan en de Sint John begrepen ligt, dat de ondernemingen der Noordelijken zich voornamelijk tot de kuststrook bepaalden. De Commodore Dupont, die zijn wimpel op deWabashgeheschen had, zou, gevolgd door de grootste kanonneerbooten van zijn eskader, reeds in de baai van SintAugustijngedrongen zijn. Men vertelde zelfs dat de militie-troepen zich gereed maakten de stad te ontruimen, zonder zelfs te pogen het fort Masan te verdedigen, evenmin als zij het fort Clinch verdedigd hadden, toen de havenplaats Fernandina genoodzaakt was, zich bij verdrag over te geven.
Dat waren de nieuwstijdingen, welke de administrateur in den ochtend op Castle-House aanbracht. Men deelde ze aanstonds aan master Walter Stannard en aan master Edward Carrol mede, welke laatste door zijne wond, die nog niet geheeld was, gedwongen werd op een der divans in de hall van het heerenhuis uitgestrekt te blijven liggen.
»De federalistische troepen te Sint Augustijn!†riep de gekwetste uit.
»Het schijnt zoo, master Carrol,†antwoordde de administrateur Perry.
»Maar waarom gaan zij niet naar Jacksonville?â€
»Ja, dat is onbegrijpelijk,†antwoordde Walter Stannard.
»Misschien willen zij slechts de rivier benedenstrooms afsluiten, zonder er bezit van te nemen,†hernam de administrateur Perry.
»Maar dat is onzinnig!†riep Edward Carrol uit.
»Meer dan dat,†zei Walter Stannard.
»Dat meen ik ook,†bevestigde master Perry.
»James Burbank en zijn zoon Gilbert zijn reddeloos verloren,†vervolgde master Walter Stannard, »wanneer Jacksonville in de macht van Texar blijft.â€
»Zou daarvoor niets te doen zijn?†vroeg master Perry.
»Wat zou er kunnen gedaan worden?†vroeg Master Walter Stannard.
»Ik zou naar den Commodore Dupont kunnen reizen,†antwoordde de administrateur, »om hem in te lichten omtrent het gevaar, waarin de heeren Burbank vader en zoon verkeeren.â€
»Gij zoudt een heelen dag noodig hebben, om Sint Augustijn te bereiken,†hernam Edward Carrol, »altijd in de onderstelling, dat gij niet door de detachementen militie-troepen, die op hunnen terugtocht zijn, aangehouden zult worden! En voordat de Commodore Dupont het betrekkelijk bevelschrift, om Jacksonville te bezetten, aan den commandant Stevens zal hebben doen toekomen, zou te veel tijd verloopen. Daarenboven, die bank... die zandbank in de rivier... de kanonneerbooten kunnen daar niet over... en hoe nu onzen armen Gilbert te redden, wiens vonnis morgen reeds voltrokken wordt? Neen!... Er behoeft niet naar Sint Augustijn gegaan te worden, maar naar Jacksonville zelve!... Wij moeten ons niet tot den Commodore Dupont wenden....â€
»Maar tot wien dan?†vroeg Perry onthutst.
»Wel, tot Texar in persoon!...â€
»Vader, mijnheer Carrol heeft gelijk,†zei Miss Alice Stannard, die juist binnengetreden was en de woorden van master Edward gehoord had. »Mijnheer Carrol heeft gelijk, en ik zal naar Jacksonville gaan!â€
Het moedige meisje was in staat om alles te ondernemen, alles te trotseeren, wanneer het gold Gilbert Burbank te redden.
Voordat master James Burbank daags te voren Camdless Bay verlaten had, had hij iedereen op het hart gedrukt, dat zijne echtgenoote er niet mede mocht bekend gesteld worden, dat hij zich naar Jacksonville begaf. Vooral legde hij nadruk er op, dat zij onkundig moest blijven met de omstandigheid, dat het ’t bestuur was, dat het bevel uitgevaardigd had om hem gevangen te nemen. Mevrouw Burbank wist dus van niets en was ook onbekend gebleven met het lot, dat haren zoon beschoren was, dien zij in veiligheid aan boord der kanonneerboot moest wanen.
Hoe zou die ongelukkige vrouw den dubbelen slag, die haar trof, verdragen?
Haar echtgenoot was in handen van dien verfoeielijken Texar, en haar zoon beleefde den vooravond van den dag, dat zijn doodvonnis voltrokken zoude worden! O, dat zou zij niet overleefd hebben!
Toen zij verzocht had om James Burbank, haren echtgenoot, te zien, had miss Alice geantwoord, dat hij Castle House verlaten had, om de nasporingen met betrekking tot de kleine Dy en Zermahweer te hervatten en dat zijn afwezigheid ongeveer tweemaal vier-en-twintig uren zoude duren.
Het geheele denkvermogen van mevrouw Burbank vestigde zich nu op haar ontvoerd kind. Maar ook dat was te veel voor haar te dragen, althans in den toestand van ziekelijkheid, waarin zij zich bevond.
Miss Alice Stannard was evenwel met alles bekend, wat er voorgevallen was en derhalve ook met den gevaarvollen toestand, waarin James en Gilbert Burbank zich bevonden. Zij wist dat de jeugdige officier den volgenden dag moest doodgeschoten worden en dat hetzelfde lot zijn vader beschoren was!...
O, bij die gedachte was zij tot alles besloten, om pogingen tot hunne redding aan te wenden.
Zij verzocht dan ook master Edward Carrol, om haar de gelegenheid te verschaffen naar de overzijde der Sint John te kunnen oversteken.
»Waar wilt gij heen, miss Alice?†vroeg Edward Carrol.
»Naar Jacksonville.â€
»Gij!... Gij, Alice... naar Jacksonville!†riep master Walter Stannard uit.
»Vader... het moet... het is mijn plicht!...â€
De zoo natuurlijke aarzeling van master Walter Stannard verdween bij die woorden oogenblikkelijk. Hij gevoelde dat zonder dralen moest gehandeld worden. Wanneer Gilbert Burbank kon gered worden, dan kon dat uitsluitend door de poging, die miss Alice wilde wagen.
Wellicht wanneer het jonge meisje zich aan de knieën van Texar wierp, zou zij er in slagen een sprank van mededoogen in zijn hart op te wekken! Misschien zou zij een uitstel, eene schorsing van het vonnis verwerven! Mogelijk was het ook, dat zij steun zoude vinden bij de eerlijke lieden en dat hare wanhoop eindelijk de gemoederen in opstand zoude brengen tegen de ondragelijke tirannie van het bestuur, dat thans de macht in handen had? Zij moest dus naar Jacksonville, ongeacht het gevaar dat zij daar loopen kon.
»Perry zal mij wel naar de woning van master Harvey willen geleiden,†zei het jonge meisje.
»Zeker,†antwoordde de administrateur bereidwillig.
»Neen, Alice,†hernam master Walter Stannard, haar vader, »ik zal u vergezellen. Ja... ik! Kom, er valt geen tijd te verliezen.â€
»Gij Stannard?†vroeg Edward Carrol... »Dat is u noodeloos in gevaar begeven... Begrijp dat goed... Men kent te zeer uwe denkbeelden te Jacksonville.â€
»Om het even,†antwoordde master Walter Stannard. »Ik laatmijne dochter zich niet zonder mijn geleide te midden van die woestelingen begeven.â€
»Maar dat is gevaarlijk!â€
»Ik herhaal: dat is mij om het even!â€
»Maar...â€
»Zwijg daarover. Perry moet op Castle-House blijven, daar gij, Edward, nog niet gaan kunt; want het geval moet voorzien worden, dat men ons aanhoudt...â€
»En als mevrouw Burbank naar u vraagt?†hernam Edward Carrol.
»Antwoord dan dat ik mij bij haren echtgenoot vervoegd heb, om hem bij zijne nasporingen aan de overzijde der Sint John behulpzaam te zijn.â€
»Maar, als zij naar miss Alice vraagt?â€
»Ja... dan... Zeg dan dat zij mij vergezelt... Zeg haar zelfs, als het moet, dat wij naar Jacksonville gegaan zijn... Zeg in één woord alles wat u voor den mond komt, om de goede mevrouw Burbank gerust te stellen. Maar laat haar vooral niet gissen, welke gevaren, haar zoon en echtgenoot bedreigen.
»Neen, dat zal niet, wees gerust.â€
»Welnu dan, Perry, laat een vaartuig in gereedheid brengen!...â€
»Goed, master Stannard.â€
De administrateur ging dadelijk heen, om het ontvangen bevel te doen uitvoeren, terwijl master Walter Stannard zich onledig hield zijne toebereidselen tot het vertrek te treffen.
Intusschen werd het toch wenschelijk geacht, dat miss Alice Stannard, alvorens Castle-House te verlaten, aan mevrouw Burbank zoude mededeelen, dat zij en haar vader verplicht waren naar Jacksonville te gaan. Er kon niet anders gehandeld worden. Als het noodig mocht zijn, moest zij geen oogenblik aarzelen om haar te verzekeren, dat de partij van Texar het onderspit gedolven had, dat zijne regeering omver geworpen was... dat de Federalisten meester van de Sint John waren... dat Gilbert morgen reeds op Camdless-Bay zoude aankomen...
Maar zou het jonge meisje geestkracht genoeg bezitten, om hare gevoelens volkomen meester te blijven?
Zou hare stem haar niet verraden, wanneer zij daadzaken verzekerde, welker verwezenlijking thans, zoo niet onmogelijk, dan toch zeer onwaarschijnlijk was?
Toen zij in de kamer van mevrouw Burbank kwam, sliep de patiente, of beter gezegd, was in eene soort van pijnlijke verdooving verzonken, in eene diepe machteloosheid, waaruit miss Alice haar niet durfde wekken.
»Zou het ook niet beter zijn,†zoo dacht het lieve kind, »dat ikniet sprak en maar heenging zonder de arme moeder door onwaarheden gerust te stellen?â€
Een der vrouwelijke dienstboden op Castle House waakte bij het bed. Miss Alice Stannard beveelde haar uitdrukkelijk aan, de zieke geen oogenblik alleen te laten, en zich tot master Edward Carrol te wenden, wanneer de arme moeder vragen tot haar richtte, die zij niet kon beantwoorden.
Daarna bukte zij zich over het voorhoofd van mevrouw Burbank, beroerde dat even met hare lippen en verliet vervolgens het vertrek, om zich bij haren vader te vervoegen.
Zoodra deze haar bespeurde, vroeg hij:
»Wel?...â€
»Kom, laten wij gaan,†zeide zij.
»Maar...â€
»Kom, er valt geen minuut te verliezen.â€
Beiden verlieten de hall, nadat zij de hand van master Edward Carrol gedrukt hadden.
In het midden van de bamboelaan, die naar de kleine havenkom voerde, ontmoetten zij den administrateur Perry.
»Is het vaartuig klaar?†vroeg Walter Stannard.
»Ja, master. Alles is in orde.â€
»Goed zoo, Perry. Maar, nu nog een woord.â€
»Wat wilt ge zeggen, master Stannard?â€
»Wees waakzaam, oude vriend. U is thans de zorg van Castle House opgedragen.â€
»Vrees niets, master Stannard.â€
»Ik weet, dat ik op u kan vertrouwen, maar gij beschikt over zoo weinig hulpmiddelen...â€
»Dat valt nog al mede, master Stannard. Onze negers komen langzamerhand op de plantage terug en dat valt licht te begrijpen. Wat zouden zij met eene vrijheid uitvoeren, waarvoor hen de natuur niet geschapen heeft?â€
»Des te beter,†antwoordde master Walter. »Wees intusschen waakzaam.â€
»Nogmaals, wees niet ongerust. Brengt gij maar master James Burbank op de plantage terug, dan zal hij mij en allen op hun post vinden!â€
»Het zij zoo, master Perry!â€
Master Walter Stannard en zijne dochter namen nu plaats in het vaartuig, dat door vier negermatrozen van Camdless Bay gevoerd werd.
Het zeil werd geheschen en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. De aanlegpier verdween weldra achter den hoek, die in het noordwestelijk gedeelteder plantage door den min of meer bochtigen loop der rivier gevormd werd.
Master Stannard koesterde het voornemen niet, om in de haven van Jacksonville aan wal te stappen. Daar zou hij toch onmiddellijk herkend worden. Hij achtte het doelmatiger in een kleine kreek, iets boven die havenstad gelegen, te ontschepen. Vandaar zou het hem niet moeilijk vallen, de woning van master Harvey, welke zich aan dien kant op het uiteinde der voorstad bevond, te bereiken, Daar zou men tot eene beslissing moeten komen, hoe volgens de omstandigheden verder te handelen, en welke pogingen in het werk gesteld moesten worden.
De oppervlakte der Sint John was eenzaam in dit uur. Niets werd bovenstrooms ontwaard, vanwaar de militie-troepen van Sint Augustijn bij hunne vlucht naar het zuiden konden opdagen.
Dus er was nog geen gevecht tusschen de Floridasche vaartuigen en de kanonneerbooten van den commandant Stevens geleverd. Men kon zelfs deze laatstbedoelde oorlogsvaartuigen in eene lijn voor anker zien liggen, want bij eene kronkeling van de Sint John opende zich een ruim vergezicht tot ver beneden Jacksonville.
De wind blies ruim en stevig, zoodat de overtocht snel afgelegd werd. Het was nog vroeg, toen master Walter Stannard en miss Alice, zijne dochter, den oever bereikten. Beiden konden, zonder bespeurd te worden in de kreek, die niet bewaakt werd, ontschepen, en weinige minuten later bevonden zij zich in de woning van den correspondent van James Burbank te Jacksonville.
Deze was zeer verrast hen te zien en legde veel onrust over hun verschijnen in de stad aan den dag. Hunne tegenwoordigheid was vrij gevaarvol te midden van die bevolking, welke zeer opgewonden en geheel en al op de hand van Texar was. Men wist toch dat master Walter Stannard de anti-slavernij-gezinde meeningen, die te Camdless Bay aangekleefd werden, deelde. De plundering zijner eigene woning te Jacksonville was eene waarschuwing, waarmede ernstig rekening gehouden moest worden.
Zijne vrijheid, ja zijn leven zou zeer zeker groot gevaar loopen. Het minste wat hem zou kunnen overkomen, wanneer hij herkend werd, zou zijn, dat hij als medeplichtige van master James Burbank gevangen genomen en opgesloten zou worden.
»Ja, maar het geldt ons minder,†merkte miss Alice Stannard den heer Harvey in antwoord op zijne veelvuldige opmerkingen en bezwaren op.
»En wien geldt het dan?†vroeg de kalme handelaar.
»Het geldt de redding van Gilbert Burbank!†antwoordde het geestdriftvolle meisje.
»De redding van Gilbert Burbank?â€
De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging om hun anker te verlaten. (Bladz. 34.)De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging om hun anker te verlaten. (Bladz.34.)
De kanonneerbooten volvoerden geen enkele beweging om hun anker te verlaten. (Bladz.34.)
»Ja, master Harvey. En daarbij moet gij ons helpen.â€
»U helpen? Bij de redding van Gilbert Burbank?... Voorzeker kan dat beproefd worden.â€
»Nietkan, maarmoetbeproefd worden, master Harvey!â€
»Jawel, maar... master Stannard mag zich niet buitenshuis vertoonen...â€
»Niet?†vroeg Alice’s vader.
»Neen, gij moet hier als het ware opgesloten blijven, terwijl wij beiden zullen handelen.â€
»Een mooie rol, die gij mij toebedeelt,†pruttelde master Walter Stannard.
»Zal men mij in de gevangenis toelaten?†vroeg het jonge meisje.
»Dat geloof ik niet, miss Alice.â€
»Waarom niet?â€
»Omdat bevelen zijn gegeven, niemand bij de veroordeelden toe te laten.â€
»Zou ik bij Texar toegelaten worden?â€
»Bij Texar?â€
»Ja, bij Texar, master Harvey!â€
»Wij kunnen het beproeven.â€
»Gij wilt dus niet, dat ik u vergezel?†drong master Walter Stannard aan.
»Neen! Dat zou te gevaarlijk zijn en het weinigje kans om te slagen in rook doen verdwijnen.â€
»Waarom dan toch?â€
»Omdat Texar en het geheele bestuur uwe verschijning als eene uittarting zouden beschouwen.â€
»Kom dan, master Harvey,†sprak miss Alice.
»Ik volg u, mijn kind.â€
Alvorens hen te laten vertrekken, wenschte master Walter Stannard toch te weten, of er geen nieuwe oorlogsbedrijven plaats gegrepen hadden, waarvan de tijding Castle House wellicht niet bereikt had.
»Geen,†antwoordde master Harvey.
»Geen enkele?â€
»Neen, ten minste geen enkele, welke betrekking op Jacksonville kan hebben.â€
»Maar...â€
»Het is waar, het federalistische smaldeel is in de baai van Sint Augustijn binnengedrongen, waarop die stad zich bij verdrag heeft overgegeven.â€
»Maar ten opzichte van de Sint John?â€
»Dienaangaande is geen enkele beweging opgemerkt.â€
»Helaas!â€
»De kanonneerbooten liggen nog altijd beneden de zandbank ten anker.â€
»Zij hebben nog geen water genoeg om die bank over te stevenen, niet waar?â€
»Juist, mijnheer Stannard.â€
»En bestaat er uitzicht op verandering in den toestand?â€
»Heden zullen wij een der sterkste equinoxiaal-springvloeden hebben. De vloed zal zijn hoogste punt tegen drie uren bereiken en dan zullen de kanonneerbooten waarschijnlijk de bank kunnen passeeren.â€
»Passeeren zonder loods?â€
»Zonder loods, master Stannard?â€
»Weet gij dan niet, master Harvey,†vroeg miss Alice, »dat Mars er niet meer is, om de vaartuigen door de geul te geleiden?â€
Het lieve meisje sprak die woorden op zulk een weemoedigen toon, dat het duidelijk was, dat zij thans ook weinig van de tusschenkomst der oorlogsvaartuigen verwachtte. Zij ging dan ook voort:
»Neen... neen... Het is onmogelijk... Daarvan valt niets te verwachten... Master Harvey, ik moet Texar te spreken krijgen...â€
»Maar, als hij uwe bede afslaat?â€
»Dan moeten wij alles trachten in het werk te stellen, om Gilbert te doen ontvluchten!â€
»Ja zeker, dat zullen wij doen, miss Alice!â€
»Is er geen wijziging gekomen, master Harvey, in de stemming der bevolking te Jacksonville?†vroeg master Walter Stannard.
»Neen,†antwoordde de correspondent van James Burbank.
»Zoodat?...â€
»Zoodat de schurken, die door Texar beheerscht worden, er nog steeds den boventoon voeren.â€
»Maar bestaat er dan geen eerlijkheidsgevoel meer?â€
»Ja, de eerlijke lieden trillen van verontwaardiging, bij de daden van willekeur en knevelarij, door de bestuurslieden begaan. Eene enkele beweging voorwaarts vanwege de federalistische troepenmacht zou voldoende zijn, om den staat van zaken te veranderen. Want de bevolking van Jacksonville is, alles wel beschouwd, lafhartig van aard. Als haar de angst om het hart zal slaan, dan is het bestuur van Texar en zijne handlangers in een oogwenk omvergeworpen... Ik koester nog steeds de hoop, dat de commandant Stevens de bank zal kunnen overschrijden.â€
»Wij kunnen die gebeurlijkheid niet afwachten,†antwoordde miss Alice Stannard vastberaden. »Ik zal Texar te voren ontmoet hebben!â€
»God helpe u daarbij, miss Alice!â€
Er werd verder overeengekomen, dat master Walter Stannardbinnenshuis zoude blijven, opdat niemand iets van zijne tegenwoordigheid te Jacksonville zoude vernemen.
Master Harvey stelde zich geheel ter beschikking van het jonge meisje, om haar bij alle pogingen, die zij ondernemen wilde, bij te staan. Helaas, hij ontveinsde zich niet, dat het welslagen dier pogingen het hersenschimmige nabij kwam. Wanneer toch Texar weigeren zou Gilbert het leven te schenken, wanneer het Alice onmogelijk gemaakt werd, om tot de veroordeelden door te dringen, dan bleef er niets anders over dan te beproeven, al moest het ook een vermogen kosten, de ontvluchting van den jeugdigen zeeofficier en van zijn vader James Burbank voor te bereiden, en de personen, die daarbij behulpzaam konden zijn, om te koopen.
Het was ongeveer elf uren, toen miss Alice Stannard en master Harvey de woning verlieten, om zich naar Court-Justice te begeven, alwaar het bestuur, gepresideerd door Texar, in de tegenwoordige tijdsomstandigheden onafgebroken zitting hield.
Er heerschte steeds groote bedrijvigheid in de stad. Hier en daar trokken militie-troepen voorbij, die door de contingenten, welke uit de zuider-districten aanrukten, versterkt werden. Men verwachtte in den loop van den dag die, welke door de overgaaf van de havenstad Sint Augustijn beschikbaar kwamen, hetzij zij hun weg langs de Sint John, hetzij zij door de bosschen aan den rechter oever trokken, om de rivier ter hoogte van Jacksonville over te steken. Dus er was veel beweging in de straten; de bevolking trok als het ware heen en weer.
Duizend nieuwtjes deden de rondte, en zooals gewoonlijk waren de meesten met elkander in strijd, hetgeen meestal een oploop ten gevolge had, die niet van regelmaat en orde getuigde.
Zooveel was wel te ontwaren, dat wanneer de federalistische kanonneerbooten in het gezicht der havenplaats zouden verschijnen, geen eenheid van handelen bij de verdediging bestaan zou. De weerstand zou niet ernstig zijn. Fernandina had zich negen dagen te voren aan de debarkementstroepen van den generaal Wright overgegeven. Sint Augustijn had het smaldeel van den Commodore Dupont toegelaten, ja ingehaald, zonder zelfs eene poging van tegenstand aan te wenden. En zoo was het te voorzien, dat het te Jacksonville eveneens zoude geschieden. De Floridasche militie-troepen zouden de plaats ontruimen voor de krijgsmacht der Noordelijken en naar de binnenlanden van het graafschap terugtrekken.
Slechts een enkele omstandigheid zou nog de inbezitname van Jacksonville kunnen verhinderen en het hare er toe bijdragen, om de dagen van dat bestuur te verlengen, waardoor het mogelijk werd dat de woestelingen hunne bloeddorstige plannen zouden kunnen ten uitvoer leggen, namelijk dat de kanonneerbooten van den commandantStevens om de een of andere reden—b. v. gebrek aan voldoende diepte of gebrek aan een loods—de zandbank in de rivier niet konden overschrijden. En dat vraagstuk zou binnen weinige uren opgelost zijn.
Intusschen richtten miss Alice Stannard en master Harvey te midden van eene menigte, die al talrijker en dichter werd, hunne schreden naar de openbare plaats.
Hoe zouden zij binnen Court Justice geraken? Daarover konden zij zich zelfs geen denkbeeld maken.
En al gelukte het hun ook al de zalen van dat gebouw binnen te dringen, hoe moesten zij het aanleggen om Texar te ontmoeten? Ja, dat wisten zij ook niet.
Wie weet, of de Spanjaard, wanneer hij zoude vernemen dat miss Alice Stannard hem wenschte te ontmoeten, haar niet in hechtenis zou laten nemen en tot na de terechtstelling van den jeugdigen luitenant in de gevangenis laten opsluiten, om zich van eene lastigeaudiëntieaf te maken?...
Maar het jonge meisje wilde van al die mogelijke gebeurlijkheden niets weten. Zij had slechts haar doel voor oogen. Zij wilde Texar ontmoeten, zij wilde hem de gratie voor Gilbert ontwringen... en geene overweging van persoonlijk gevaar kon haar dat doel doen vergeten, al was het ook maar voor een oogenblik.
Toen zij en master Harvey het plein bereikten, vonden zij daar eene nog meer op elkaar gepakte en nog meer luidruchtige menigte dan in de straten die zij doorgestapt hadden. Woeste kreten weerklonken, vloeken, schelden en tieren werd overal gehoord. En boven alles klonken de woorden, die als het ware van de eene naar de andere groep gekaatst en herkaatst werden:
»Ter dood!... Ter dood!â€
Wien zou dat kunnen gelden?
Master Harvey vernam weldra, dat de rechtbank sedert een uur zitting hield. Een vreeselijk voorgevoel overviel hem. En helaas! dat voorgevoel bedroog hem niet.
En inderdaad, de rechtbank eindigde juist hare taak met de veroordeeling van master James Burbank als medeplichtige van zijn zoon en als zoodanig als schuldig aan de misdaad van met de federalistische krijgsmacht en dus met de vijanden van zijn land geheuld te hebben.
Hier had de beschuldiging omtrent dezelfde misdaad weerklonken en was ongetwijfeld hetzelfde vonnis gewezen!
Het was de bekroning der taak van den haat, door Texar tegen de familie Burbank gekoesterd!
Master Harvey wilde toen niet verder gaan. Hij poogde miss Alice Stannard met zich te tronen. Zij mocht geen getuige zijn vande gewelddadigheden, waaraan het volk, het plebs zich scheen te zullen overgeven, wanneer de veroordeelden Court-Justice zouden verlaten na de uitspraak van het vonnis. Daarenboven, dit kon onmogelijk het gewenschte oogenblik zijn om den Spanjaard te ontmoeten en zijne bemiddeling af te smeeken.
»Kom, miss Alice,†sprak master Harvey, »kom!... Wij zullen terugkeeren, wanneer de rechtbank...â€
»Neen,†antwoordde het jonge meisje, »neen, wij gaan niet heen!â€
»Maar, wat wilt gij dan doen?â€
»Wat ik doen wil?... O God!... Ik zal mij tusschen de beschuldigden en hunne rechters plaatsen!â€
Het besluit van miss Alice Stannard was zoo onwrikbaar genomen, dat master Harvey er aan wanhoopte, om er haar van af te brengen, of om haar aan het wankelen te brengen.
Het jonge meisje trad vooruit en de brave man was genoodzaakt haar te volgen, haar te begeleiden. Dat had hij haren vader beloofd. De menigte, hoe dicht opeengepakt zij ook was, opende zich voor haar en verleende haar doortocht. Misschien dat ettelijke personen haar herkenden. De kreten van »ter dood! ter dood!†weerklonken schrikkelijk in hare ooren. Niets kon haar weerhouden. En onder die omstandigheden bereikte zij de deur van Court-Justice.
Hier was het volk nog onrustiger, nog onstuimiger dan elders. De beweging, die de menigte ondervond, was aan de hooggaande deining van den oceaan gelijk. Maar niet aan de deining die afslecht en aankondigt, dat de storm uitgewoed heeft, maar aan den aanschietenden golfslag van den orkaan in aantocht.
Van dien kant waren de grootste uitspattingen te vreezen.
Plotseling werd de menigte, die de zaal van Court-Justice als het ware overstroomde, door eene onweerstaanbare wieling naar buiten gedrongen. Het geschreeuw en de dreigementen verdubbelden. Het vonnis was gestreken en de veroordeeling uitgesproken.
James Burbank was evenals Gilbert Burbank veroordeeld voor dezelfde voorgewende misdaad tot dezelfde straf. Vader en zoon zouden onder dezelfde kogels van hetzelfde executie-peloton vallen.
»Ter dood!... Ter dood!...†riep die troep woestelingen.
Master James Burbank verscheen in dit oogenblik op de benedenste treden van de trap die naar den ingang van Court-Justice voerde. Hij was kalm en zich zelf geheel meester. Voor die hem omringende schreeuwers had hij slechts een blik van verachting over.
Een detachement militie-troepen omringde hem en had tot opdracht om hem naar de gevangenis terug te brengen.
Hij was evenwel niet alleen.
Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort.
De jeugdige officier der Noordelijken was uit zijne cel gehaaldgeworden, waarin hij het uur van de voltrekking van zijn vonnis afwachtte, en voor de rechtbank gebracht om met James Burbank, zijn vader, geconfronteerd te worden.
Deze had slechts de beweringen zijns zoons kunnen bevestigen, namelijk dat deze voor geen andere reden naar Castle-House gekomen was, dan om zijne stervende moeder nog eens te zien.
Door die bevestiging zou de beschuldiging van spionneeren vanzelf hebben moeten vervallen, wanneer de beschuldigde niet vooraf veroordeeld was. Dezelfde veroordeeling, door eene persoonlijke wraakoefening uitgelokt en door onrechtvaardige en omgekochte rechters uitgesproken, had dan ook twee onschuldigen getroffen.
Intusschen poogde de menigte zich op de veroordeelden te werpen. Het detachement militie-troepen slaagde er niet dan met de grootste moeite in, om zich met de gevangenen een doortocht over het plein van Court-Justice te banen.
Plotseling gebeurde er eene buitengewone beweging.
Miss Alice Stannard had het cordon militie-troepen doorbroken en zich op master James Burbank en Gilbert gestort.
Onwillekeurig deinsde het gepeupel achteruit, verrast door deonverwachtetusschenkomst van dat jonge meisje.
»Gilbert!†kreet de dochter van master Stannard.
»Alice!†antwoordde Gilbert Burbank.
»Gilbert!... Gilbert!†herhaalde het jonge meisje en viel in de armen van den jeugdigen officier.
»Alice... wat doet gij hier?†vroeg master James Burbank.
»Ik wil genade voor u vragen!â€...
»Genade voor ons?â€...
»Ik wil uwe rechters smeeken!... O, genade!... Genade voor die twee mannen!...â€
De kreten van het ongelukkige jonge meisje waren hartverscheurend. Zij klemde zich aan de kleedingstukken der veroordeelden, die een oogenblik halt hadden moeten maken, vast.
Kon zij eenig medelijden verwachten van die losgelaten en opgewonden menigte, die haar omringde? Neen, zeker niet. Maar hare tusschenkomst had toch het gevolg, eenige afleiding te bezorgen aan dat gepeupel, hetwelk op het punt stond tot de ergerlijkste gewelddadigheden jegens de gevangenen over te gaan, in weerwil van de militie-troepen, die hen moesten beschermen.
Texar, die middelerwijl op de hoogte gehouden was van hetgeen voorviel, verscheen juist in dit oogenblik op den drempel van de groote deur van Court-Justice. Een gebaar van hem was voldoende, om het gepeupel in toom te houden... Hij herhaalde het bevel, om James Burbank en zijn zoon Gilbert naar de gevangenis terug te voeren. Dat bevel, met luiderstem uitgesproken, werd door iedereen gehoord en geëerbiedigd.
Het detachement stelde zich andermaal in beweging.
Miss Alice wierp zich aan de voeten van Texar.
»Genade!... Genade!â€... kreet zij handenwringend. »Genade! heer... Genade!â€
De Spanjaard antwoordde slechts met een afwijzend gebaar en wilde verder treden.
Het jonge meisje sprong toen op. »Ellendeling!†kreet zij.
Zij wilde zich toen bij de veroordeelden vervoegen, met den wensch hen in hunne gevangenis te mogen volgen, om de laatste uren, die zij nog te leven hadden, met hen door te brengen.
Helaas, zij waren reeds verdwenen en van het plein weggevoerd, terwijl de menigte hen met haar kreten vergezelde.
Dat was meer dan miss Alice Stannard verdragen kon. Hare krachten begaven haar. Zij wankelde en zou gevallen zijn, wanneer master Harvey haar niet in zijne armen opgevangen had. Zij was buiten kennis en had geheel en al het bewustzijn verloren.
Het jonge meisje kwam eerst bij, toen zij in de woning van master Harvey gebracht was en zij zich bij haren vader bevond.
Toen zij de oogen opsloeg prevelde zij:
»Naar de gevangenis... naar de gevangenis!... Beiden moeten ontsnappen!â€...
»Ja,†antwoordde master Walter Stannard.
»Inderdaad!†beaamde master Harvey.
»Er blijft niets anders over te beproeven,†hernam de eerste.
»Wij moeten evenwel den nacht afwachten, om te kunnen handelen,†zei de andere.
Inderdaad zoolang het licht was, viel er niets te doen. Wanneer de duisternis hen evenwel veroorlooven zoude met meer veiligheid te werk te gaan, zonder gevaar te loopen betrapt of overvallen te worden, dan zouden master Walter Stannard en master Harvey pogen, om de ontsnapping van de beide gevangenen mogelijk te maken, door de bemiddeling en medewerking van hunnen bewaker in te roepen. Zij zouden dan eene zoo aanzienlijke som bij zich steken, dat die man, zooals zij hoopten, aan hunne aanbiedingen geen weerstand zoude kunnen bieden, vooral in de tijdsomstandigheden dat een enkel kanonschot van de flottilje van den commandant Stevens afgevuurd, een einde kon maken aan de macht van den ellendigen Spanjaard.
Maar toen bij het invallen van den nacht de heeren Stannard en Harvey hun plan ten uitvoer wilden brengen, zagen zij zich genoodzaakt daarvan af te zien. De woning werd scherp bewaakt door een peloton militie-troepen, dat in last had, hen het uitgaan te beletten. Het was of alles tegen die ongelukkige familie samenspande.
Het zeil werd geheschen, en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. (Bladz. 39.)Het zeil werd geheschen, en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. (Bladz.39.)
Het zeil werd geheschen, en onder den druk van een niet al te sterken oostenwind, stak men van den wal af. (Bladz.39.)
IV.Stormvlaag uit het Noordoosten.De veroordeelden hadden nu nog slechts één uitzicht op redding—slechts één enkel—namelijk dat de federalistische krijgsmacht zich binnen twaalf uren meester van de hoofdstad van den Floridaschen Staat maakte. Binnen twaalf uren! En helaas, dat was een korte termijn.Inderdaad, den volgenden ochtend zouden master James Burbank en zijn zoon Gilbert, bij het opgaan der zon, het doodvonnis ondergaan. Zij zouden dan doodgeschoten worden.De veroordeelden werden in hunne gevangenis ten strengste bewaakt. Ook het huis van master Harvey werd met de meeste zorgvuldigheid gadegeslagen. Hoe ware het mogelijk de ontvluchting van de rampzaligen voor te bereiden, zelfs al slaagde men er in, een der gevangenbewaarders om te koopen?Met het oog op de bemachtiging van de stad, mocht men in het geheel niet rekenen op de troepen der Noordelijken, die eenige dagen te voren te Fernandina ontscheept waren, en welke die hoogst belangrijke strategische stelling in het Noorden van den Staat Florida niet konden verlaten. Neen, die taak viel der kanonneerbooten van den commandant Stevens ten deel. Maar om haar ten uitvoer te kunnen leggen, moesten zij eerst en vooral de zandbank in de Sint John kunnen overschrijden.Wanneer dat geschied was, dan zoude de afsluitingslijn met sloepen van de Zuidelijken weldra teruggedreven zijn en dan viel er niets anders te doen, dan ter hoogte van de haven van Jacksonville de gevechtstelling in te nemen. En ongetwijfeld, wanneer zij de stad onder hun geschutvuur hadden, zouden de militie-troepen haar in allerijl ontruimen en een toevlucht en een doortocht zoeken in en door de ondoordringbare moerassen van het graafschap.Texar en zijne partijgangers zouden zich voorzeker haasten dat voorbeeld te volgen, om eene maar al te gerechte weerwraak te ontgaan. De eerlijke lieden zouden dan den bestuurszetel weer kunneninnemen, vanwaar zij zoo schandelijk verjaagd waren. Deze konden dan omtrent de overgave van de stad in onderhandeling treden met de vertegenwoordigers van het gouvernement van Washington.Maar... maar was die zandbank binnen een zoo beknopt tijdperk te overschrijden?Bestond er een middel om den materiëelen hinderpaal te overwinnen, die door te geringe diepte aan de vaart der kanonneerbooten werd in den weg gesteld?Dat was, zooals men zien zal uit den loop van dit verhaal, op zijn minst genomen, zeer twijfelachtig.En inderdaad, onmiddellijk na de uitspraak van het vonnis, had Texar zich met den bevelhebber der militie-troepen van Jacksonville naar de kade begeven, om de rivier over haar geheel benedengedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. Het kan niemand onzer lezers verwonderen, wanneer wij betuigen dat hunne blikken toen hardnekkig op de afsluiting benedenstrooms gevestigd bleven en dat zij de ooren spitsten, om te vernemen of ook schoten op dat gedeelte der Sint John gewisseld werden.»Is er niets meldenswaardigs voorgevallen?†vroeg Texar, toen hij op het uiteinde van het staketsel aangekomen was en daar stil stond.»Niets,†antwoordde de commandant.»Hebt gij u daarvan overtuigd?â€Â»Ja. Ik heb zelf zoo even eene verkenning in noordwaartsche richting uitgevoerd.â€Â»En?...â€Â»Ik heb de overtuiging opgedaan, dat de federalistische troepen rustig te Fernandina gebleven en dat zij niet opgerukt zijn naar Jacksonville.â€Â»Dat is al iets,†mompelde Texar schier onhoorbaar.»Zeer waarschijnlijk,†ging de commandant der militie-troepen voort, »zullen zij op de grens van Georgië in observatie blijven, totdat de flottiljes van den Commodore Dupont en den commandant Stevens de vaargeul der Sint John zullen bemachtigd hebben.â€Â»Maar kunnen zij geene landingstroepen uit het zuiden laten oprukken?â€Â»Hoe bedoelt gij?â€Â»Kunnen zij niet, na zich meester gemaakt te hebben van Sint Augustijn, vandaar opmarcheeren en de Sint John te Piccolata oversteken?†vroeg de Spanjaard.»Dat denk ik niet,†antwoordde de officier.»En waarop grondt gij die meening?â€Â»De Commodore Dupont heeft slechts weinig debarkementstroepenter zijner beschikking, hoogstens genoeg om de havenplaats te bezetten.â€Â»Maar, wat kan hij toch willen?â€Â»Het is blijkbaar zijn doel, om de blokkade over de geheele kuststrook, van de monding der Sint John af tot voorbij de laatste Floridasche eilandjes, uit te strekken.â€Â»Gij kunt gelijk hebben.â€Â»Van dien kant is dus volgens mij voorshands niets te vreezen.â€Â»Blijft dus nog over het dreigende gevaar vanwege de flottilje van den commandant Stevens,†zei Texar.»Dat valt niet te loochenen.â€Â»Namelijk, wanneer zij er in slaagt de zandbank over te stevenen, waarvoor zij reeds sedert drie etmalen geankerd ligt.â€Â»Dat is een quaestie, die over eenige uren beslist zal wezen.â€Â»Dat is zoo.â€Â»Alles wel beschouwd, stellen zich de Federalisten alleen ten doel: de afsluiting van den benedenstroom van de Sint John, om iedere gemeenschap tusschen de beide havenplaatsen Sint Augustijn en Fernandina zoo niet geheel af te snijden, dan toch zoo moeilijk mogelijk te maken.â€Â»Zou die meening aannemelijk genoemd kunnen worden?â€Â»Ik herhaal het, Texar, het meest belangrijke voor de Noordelijken is niet zoozeer de inbezitneming van den Staat Florida voor het oogenblik, dan wel om in de gelegenheid te zijn den smokkelhandel in oorlogsmateriëel tegen te kunnen gaan, die langs de zuidelijke vaarwaters gedreven wordt. Het is, geloof ik, niet ver van de werkelijkheid, dat hunne expeditie geen ander doel heeft. Begrijp toch, dat zij, met een meer uitgebreid doel voor oogen, reeds lang met de krijgsmacht, die sedert een tiental dagen het eiland Amelia in bezit genomen heeft, naar Jacksonville zouden opgerukt zijn.â€Â»Gij kunt gelijk hebben, commandant,†antwoordde Texar. »Maar, hoe het ook zij, ik zie ongeduldig uit naar de oplossing van het vraagstuk omtrent de toegankelijkheid over de zandbank.â€Â»Dat vraagstuk zal heden nog opgelost zijn.â€Â»Heden nog?â€Â»Ja, wij zullen heden het hoogste vloedwater hebben.â€Â»Maar, wanneer de kanonneerbooten van Stevens er in slagen de bank over te komen...â€Â»Welnu?â€Â»En in slagorde voor de haven zullen verschijnen, wat zult gij dan doen?â€Â»Wat ik zal doen?â€Â»Ja, ik vraag u, wat gij dan zult doen?â€Â»Dat is heel eenvoudig, Texar.â€Â»Laat hooren.â€Â»Ik zou de bevelen uitvoeren, die ik ontvangen heb.â€Â»Maar, hoe luiden die, als je blieft?â€Â»De militie-troepen naar de binnenlanden te voeren, om zoodoende ieder treffen, iedere aanraking met de Federalisten te mijden.â€Â»Is dat de ware weg, zeg?â€Â»Laat hen de steden van het graafschap bemachtigen! Zij kunnen ze niet lang bezet houden, daar hunne gemeenschapslijn met Georgië en Carolina weldra afgesneden zal zijn. Dan zullen wij het veroverde wel weer weten terug te winnen.â€Â»Maar in afwachting, zullen wij ons, wanneer zij meester van Jacksonville zullen zijn, al was het ook maar gedurende één dag, op weerwraak van hunnen kant, gereed moeten houden.â€Â»Helaas, ja!â€Â»Al die zoogenaamde eerlijke lieden, die rijke volkplanters, die anti-slavernij-gezinden zouden dan de teugels van het bestuur weer in handen krijgen, en gij begrijpt, dat... Maar, neen!... dat zal niet gebeuren... En liever dan de stad over te geven en te verlaten, zullen wij haar...â€De Spanjaard voleindigde zijne gedachte niet. Daarenboven, zij was voldoende begrijpelijk. Hij zou de stad niet aan de federalistische troepen overgeven, hetgeen hetzelfde zoude beteekenen, als haar in handen van die magistraten te stellen, die op zijn aanstoken door het gepeupel verjaagd waren. Hij zou haar veel eerder in brand steken, en wellicht had hij reeds maatregelen getroffen, om dat gruwelstuk van vernietiging te kunnen volbrengen.Dan zou hij en zijne partijgangers met de militie-troepen aftrekken, om in de moerassige wildernissen van het zuidelijk gedeelte van den Staat eene schuilplaats te betrekken, die niet op te sporen zoude zijn en waar zij den loop der gebeurtenissen zonder persoonlijk gevaar konden afwachten.Intusschen, wij dienen het te herhalen, die gebeurlijkheid was slechts te duchten voor het geval dat de kanonneerbooten van den commandant Stevens er in zouden slagen over de zandbank te geraken en het oogenblik was gekomen, dat de twijfel dienaangaande opgelost zoude worden.Intusschen bewoog zich een machtige stroom van het gepeupel naar den kant der haven. De kaden waren in een ondeelbaar oogenblik stampvol. Oorverdoovende kreten werden allerwege vernomen:»De kanonneerbooten komen in beweging!â€Â»Neen, zij blijven rustig voor anker!â€Â»Zij stevenen de bank over!â€Â»Mis! Zij kunnen niet!â€Â»De vloed heeft zijn hoogsten stand bereikt!â€Â»Zij pogen, door met alle kracht te stoomen, den hinderpaal te boven te komen!â€Â»Kijk... Kijk!...â€Â»Ja, kijk!â€Â»Er is ongetwijfeld het een of ander te zien,†zei de commandant der militie-troepen. »Ziet gij iets, Texar?â€De Spanjaard antwoordde evenwel niet. Zijne oogen peilden zonder ophouden den gezichteinder in de richting van het beneden-gedeelte van de rivier, en waren onafgebroken gevestigd op de rij van sloepen die dwars in den stroom lagen. Op een mijl daarvan verwijderd, werden de masten en de schoorsteenen van de kanonneerbooten van den commandant Stevens ontwaard. Een dikke rook was daar zichtbaar, die door den gestadig aanwakkerenden wind tot bij Jacksonville overgevoerd werd.Het was blijkbaar, dat een oude zeerob als Stevens was, van den hoogen vloed wenschte gebruik te maken om te passeeren, en dat hij de vuren deed opstoken, alsof hij zijne stoomketels in de lucht wilde doen vliegen, zooals dat wel eens uitgedrukt wordt.Maar zou hij in zijn pogen slagen? Zou hij water genoeg op de ondiepte aantreffen, om daarover heen te kunnen, al moest hij ook met de kiel zijner kanonneerbooten over het zand schuren?Waarlijk, er waren redenen te over, om dat gepeupel, hetwelk op den oever der Sint John samengeschoold was, opgewonden te maken.De gesprekken kenmerkten zich dan ook door uitgelatenheid en luidruchtigheid, naarmate dat de een meende te zien wat de ander niet opmerkte.»Zij komen!... Zij komen!...â€Â»Neen!... Neen!...â€Â»Zij zijn reeds eene halve kabellengte vooruitgeschoven!â€Â»Neen, zij zijn nog bewegingloos!â€Â»Zij zijn steeds op hunne ankerplaats!â€Â»Zouden zij het anker reeds gelicht hebben?â€Â»Daar is er een die wendt!â€Â»Waar?â€Â»Daar!... Daar!...â€Â»Jawel, maar zij draait dwars, en pivoteert!â€Â»Dat geloof ik wel... Zij heeft geen water genoeg!â€Â»Mooi zoo!â€Â»Drommels, wat een rook!â€Â»Het is of zij al de steenkolen van de Vereenigde Staten verstoken!â€Â»En toch zullen zij de bank niet overkomen!â€Â»Ja, inderdaad niet!â€Â»Ziet, het getij begint te kenteren!â€Â»De eb treedt in!â€Â»Hoerah, voor het Zuiden!â€Â»Hoerah, voor Jefferson Davis!â€Â»Hoerah! Hoerah!â€De poging van de flottilje, om over de zandbank te geraken, duurde ongeveer tien minuten, die aan Texar, aan zijne partijgangers en aan allen, wier vrijheid en leven bij eene inneming van Jacksonville door de Noordelijken in gevaar konden komen, eene eeuw toeschenen. Zij wisten zelfs niet waaraan zich te houden of waartoe te besluiten, want de afstand was te groot om gemakkelijk en met juistheid de bewegingen der kanonneerbooten waar te kunnen nemen.Waren zij, in weerwil van het maar al te voorbarig hoerahgeschreeuw der vijandige menigte, reeds de geul doorgestevend of waren zij op het punt dat te doen? Zoude de commandant Stevens er niet in slagen, wanneer hij allen ballast, alle overtollig gewicht over boord wierp, om zijne bodems te verlichten en hun drijfvermogen te vermeerderen, genoeg veld te winnen om weer in diep water te geraken?Als dat geschiedde, dan zouden de oorlogsvaartuigen tot bij de haven geen enkelen hinderpaal meer aantreffen.Dat alles bleef te vreezen—dat begreep Texar zeer goed—zoolang de waterstand nog hoog bleef en de eb nog niet meer afdoende ingetreden was.Intusschen begon de waterstand reeds te dalen. De kentering, die tijdelijke stilstand van het water, als de vloedstroom ophoudt te werken en de eb nog niet ingetreden is, was geëindigd. Maar, wanneer evenwel de ebstroom met kracht zoude doorkomen, dan zou de waterstand in de Sint John zeer spoedig vallen.Eensklaps strekten zich alle armen naar het benedengedeelte van de rivier en één kreet beheerschte alle andere geluiden:»Eene sloep!... Eene sloep!â€Â»Waar?†riep Texar verrast.»Daar! Daar!â€En wel honderd vingers wezen hem de richting aan.En inderdaad, bij den linker oever, waar de werking van den vloedstroom zich nog deed gevoelen, terwijl in het midden van de geul de ebstroom reeds met kracht ingetreden was, kwam een lichtgebouwd vaartuig te voorschijn, hetwelk met alle kracht voortgeroeid werd en dan ook met alle snelheid voortschoot. Op de achterplecht was een officier gezeten, gekleed in de uniform der Floridasche militie-troepen. De sloep schoot het staketsel op zijde,en de officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. Toen hij bovengekomen was, ontwaarde hij Texar. Hij drong daarop door de menigte, die zich tierende samenpakte om hem te zien en te hooren, en stapte naar het hoofd van het oproerige bestuur toe.»Is er nieuws?†vroeg de Spanjaard.»Niets!†antwoordde de officier.»En zal er iets gebeuren?â€Â»Neen, niets. Wees gerust!â€Â»Wie zendt u hier heen?â€Â»De aanvoerder der sloepen.â€Â»En wat komt gij berichten?â€Â»Dat die sloepen weldra naar de haven zullen kunnen terugkeeren.â€Â»Waarom?â€Â»Omdat de kanonneerbooten van Stevens, in weerwil dat zij hun overtolligen ballast over boord geworpen en zij de meest mogelijke stoomkracht aangewend hebben, tevergeefs gepoogd hebben de zandbank over te stevenen. Er valt nu geen vrees meer te koesteren...â€Â»Ja, voor dit getij,†meende Texar.»En ook voor de volgende getijen niet, althans gedurende eenige maanden.â€Â»Waarop grondt gij dat denkbeeld?â€Â»Wel, de evennachts-springvloed heeft plaats gehad en het water zal in de eerste zes maanden niet weer zoo hoog stijgen.â€Â»Des te beter,†antwoordde Texar, met een zucht van verlichting.»Hoerah!... Hoerah!...†riep het gepeupel.Dat geschreeuw plantte zich over de geheele uitgebreidheid der stad Jacksonville voort.De woestelingen, de oproerlingen verdrongen zich om Texar en wenschten hem andermaal geluk met die uitkomst. Hij was toch de man, die hunne afschuwelijke neigingen vertegenwoordigde, ja belichaamde. Het andere gedeelte der bevolking, de gematigden, waren terneergeslagen bij de gedachte, dat zij nog vele dagen onder het juk van het verfoeilijke bestuur en van het opperhoofd daarvan zouden moeten zuchten.De militie-officier had de waarheid gesproken. De zee-oppervlakte zou van dien dag af in hoogte afnemen en de vloed zou slechts eene geringe hoeveelheid water in de bedding der Sint John stuwen.Die springvloed van den 12denMaart was een der sterkste van het geheele jaar geweest, en er zouden vele maanden moeten verloopen, alvorens de wateroppervlakte andermaal dezelfde hoogte zou bereiken.Hij was evenwel niet alleen. Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort. (Bladz. 46.)Hij was evenwel niet alleen. Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort. (Bladz.46.)Daar de geul voortaan onbevaarbaar zoude zijn, was het duidelijk dat Jacksonville niet door het geschut van den commandant Stevens te teisteren zoude zijn. Dat was als het ware een verlengingstermijn voor de almacht van Texar, een vrijgeleidebrief voor dezen, om zijne wraakzuchtige plannen geheel en al ten uitvoer te leggen. Al nam men zelfs aan, dat generaal Sherman er toe zoude overgaan, om Jacksonville door de troepen van generaal Wright, die te Fernandina ontscheept waren, te doen bezetten, dan nog zoude die opmarsch een aanzienlijken tijd vorderen. En, zooals wij weten, was de voltrekking van het vonnis over James Burbank en zijn zoon Gilbert uitgesproken, op den volgenden dag bij het rijzen der zon vastgesteld. Niets, niets ter wereld zou hen dus kunnen redden.De tijdingen, welke door den militie-officier aangebracht waren, verbreidden zich bliksemsnel onder de bevolking der stad. Men zal lichtelijk beseffen welke uitwerking zij hadden op het gepeupel, dat als het ware losgelaten was. De slemppartijen, de dronkemans-samenscholingen werden met nieuwe opgewektheid hervat. De eerlijke lieden, de goedgezinden, die het wel met hun vaderland meenden, konden de grootste uitspattingen vanwege die woestelingen verwachten. De meesten hunner maakten zich dan ook gereed om eene stad te verlaten, die hun geen veiligheid meer aanbood.Het hoerahgeschreeuw en het schelden en schimpen van het grauw drong tot de gevangenen door en verkondigde hen, dat iedere kans van redding verdwenen was. Helaas, in de woning van master Harvey werden dezelfde kreten vernomen en dezelfde gevolgtrekkingen gemaakt. De wanhoop van master Walter Stannard en van zijne dochter miss Alice te beschrijven, is eenvoudig onmogelijk.Wat zouden zij thans gaan ondernemen, om James Burbank en zijn zoon Gilbert te redden?Zouden zij pogen den gevangenbewaarder om te koopen? Zouden zij de ontsnapping der gevangenen door macht van geld kunnen bevorderen?Helaas, zij zelven konden de woning niet verlaten, waarbinnen zij eene schuilplaats gevonden hadden. Men weet het toch, eene bende aterlingen verloor de woning niet uit het oog, en hun geschreeuw en getier weerklonk onophoudelijk voor de deur in de straat.Onder die omstandigheden viel de nacht in.Het weder, dat sedert eenige dagen eene verandering in den dampkring deed voorzien, was aanmerkelijk gewijzigd. De wind, die in de laatste dagen van den landkant gewaaid had, was plotseling in het noordoosten gesprongen. Reeds kwamen dikke, grijsachtige wolken, die in flarden gescheurd schenen en die den tijd niet gehad hadden om haren overvloed van water te ontlasten,met bliksemsnelheid uit volle zee opzetten en ijlden zoo laag door het luchtruim, dat zij de oppervlakte van den Oceaan schenen aan te raken.De stengen van een fregat eerste klasse zouden voorzeker in die wolkgevaarten onzichtbaar geweest zijn, zoo laag joegen zij door den dampkring.De barometer was spoedig tot op storm gevallen en toonde nog groote neiging tot daling aan. Alle kenteekenen deden zich voor, dat een orkaan, die op den Atlantischen Oceaan ontstaan was, in aantocht was. En inderdaad, bij het invallen van den nacht ontketende hij zijne krachten met buitengewoon geweld.Nu bereikte die orkaan, ten gevolge van de richting, welke zijn spiraalvormigen kringloop volgde, de monding van de Sint John en rolde daar de onmetelijke deininggolven van den Oceaan in. Hij deed de wateren van die monding met stormachtige bewegingen rijzen, hij dreef het afstroomend water der rivier terug en veroorzaakte daardoor, evenals bij sommige groote stroomen, zooals de Amazonenrivier, een prororoca of vloedgolf, welker machtig gekuifde kruinen de oeverlanden overstelpen en verwoesten.Jacksonville werd dus gedurende dien stormachtigen nacht met verschrikkelijk geweld geteisterd. Een gedeelte van het staketsel, dat den ingang der haven vormde, bezweek onder de donderslagen van de hoogopgestuwde golven, die tegen dat paalwerk opvlogen en braken.Het water overstroomde een groot gedeelte der kaden, waartegen verscheidene loggers verbrijzelden, welker ankertouwen onder den aandrang van golven en wind als spinrag braken.Het was onmogelijk op de straten of op de pleinen te verwijlen, om de eenvoudige reden, dat men er verjaagd werd door den regen van projectielen, in den vorm van baksteenen, leien, brokken pleisterkalk, balken, enz., die door den storm aan de huizen der stad ontrukt werden en door de lucht vlogen. Het gepeupel, dat nog rondjoelde, was genoodzaakt een toevlucht in de kroegen te zoeken, waarbij hunne keelgaten niets verloren en waar hun gebrul met kans van welslagen met het gehuil van den storm kon wedijveren.Maar het was niet alleen op de oppervlakte van het vastland, dat die orkaan zijne krachten botvierde en zijnen weg door puinhoopen kenmerkte. In de bedding der Sint John ontstond, door de evenwichtsverbreking van de wateroppervlakte, een zoodanige golfslag, die alles dreigde te vernielen en waarvan de kracht nog door de zoogenaamde grondzeeën vertienvoudigd werd.De sloepen, welke voor de zandbank, maar aan de binnenzijde daarvan, voor anker lagen, werden door dat noodweer overvallen, alvorens zij de veilige haven konden bereiken. Van sommigenwoelden de ankers los of slipten door den ankergrond, zooals de zeelieden dat noemen. Van anderen braken de ankertrossen. En allen werden onweerstaanbaar door den tweeden of nachtvloed, die, geholpen door de windvlagen, hoog kwam opzetten, naar de bovenrivier weggedreven. Enkelen, die alle krachten ingespannen hadden om Jacksonville te bereiken, werden tegen het paalwerk der kaden verbrijzeld, waarbij hunne opvarenden allen in de golven verdwenen, terwijl de anderen de stad voorbijdreven en strandden op de eilandjes of sloegen in de krommingen van de Sint John om, waarbij ook al weer menschenlevens omkwamen. Het was een ware ramp, die door haar plotseling invallen, het nemen van maatregelen, in dergelijke omstandigheden gebruikelijk, had verijdeld.Maar hoe was het met de kanonneerbooten van den commandant Stevens gesteld?Hadden die hun anker gelicht en hadden zij met volle kracht gestoomd, om eene toevluchtsplaats in een der vele kreken, in de oevers ingesneden, te zoeken?Hadden zij door die manoeuvre aan eene geheele vernietiging kunnen ontkomen?In ieder geval, hetzij dat zij een goed heenkomen gezocht hadden, hetzij zij zich in hunne stelling voor de zandbank gehandhaafd hadden, het was alles om het even, Jacksonville had van die vaartuigen niets meer te duchten, daar de zandbank voor hen een onoverkomelijken hinderpaal daarstelde.Een dikke duisternis bedekte dien nacht het stroombekken van de Sint John. Het was alsof de dampkring en de rivieroppervlakte ineengevloten waren. Het was alsof de lucht en het water, die voornaamste elementen der Ouden, onder den invloed eener scheikundige verbinding, één waren geworden.Men stond voor een van die natuurverschijnselen, welke in den equinoxiaal-tijd niet zeldzaam voorkomen; deze orkaan, die thans woedde, overtrof in hevigheid en uitgebreidheid alles, wat men van dien aard in den Staat Florida beleefd had.Evenwel, juist ten gevolge van die hevigheid waarmede de storm ontketende en woedde, duurde hij slechts kort, hoogstens eenige uren. Vóórdat de zon opkwam, was de orkaan verdwenen en, na het Floridasche schiereiland geteisterd te hebben, voortgeijld naar de Golf van Mexico, alwaar hij geheel uitwoedde.De dag brak zoo tegen vier uren in den morgen aan en deed een gezichteinder ontwaren, die door den nachtelijken storm geheel schoongeveegd was. De atmosfeer was na zoo geweldige beroering tot rust gekomen. De bevolking begon toen de kroegen te verlaten, waarin zij beschutting tegen het onweder gezocht had en zich in de straten te verspreiden. De militie-troepen namenhunne stellingen weer in, en men haastte zich de door den storm veroorzaakte schade zooveel mogelijk te herstellen. En die was langs de stadskaden natuurlijk zeer aanzienlijk. Men zag daar verwoeste staketsels, verbrijzelde loggerschepen, zwaar beschadigde en lekke vaartuigen, die door den ebstroom van de bovenrivier voor de stad gevoerd werden.Evenwel ontwaarde men die wrakken op den oever slechts binnen een zeer beperkten gezichtskring. Een dichte nevel spreidde zich toen over de oppervlakte van de Sint John uit en verhief zich tot in de hoogere luchtlagen, die door het onweder afgekoeld waren. De geul was tegen vijf uren nog niet zichtbaar en zou dat ook eerst worden op het oogenblik, dat de eerste zonnestralen den nevel zouden doen optrekken.Even na vijf uren doorboorden als het ware schrikkelijke losbarstingen plotseling dien dikken mist. Daaromtrent kon niemand zich vergissen. Dat waren geene donderslagen, maar de korte, afgebroken knallen van geschutvuur. Snerpend gefluit werd in de lucht vernomen. Een kreet van schrik ontsnapte aan ieders mond. Zoowel de militie-troepen als de mannen van het gepeupel, die naar den havenkant gedrongen waren, trilden van angst.Tegelijkertijd schier met de kanonschoten, die herhaaldelijk dreunden, begon de nevel op te trekken. Zijne spiraalwolken, vermengd met den buskruitrook der losbarstingen, scheidden langzamerhand van de oppervlakte van den stroom af.Wat men toen zag?De kanonneerbooten van den commandant Stevens lagen daar in gevechtstelling voor Jacksonville en hielden de stad onder hun direct geschutvuur.»De kanonneerbooten!... De kanonneerbooten!â€...Die kreet, welke van mond tot mond herhaald werd, werd weldra tot de uiterste grens der voorsteden vernomen. Binnen weinige minuten vernam de eerlijke en goedgezinde bevolking met blijdschap en het gepeupel met grooten schrik, dat de flottilje der Federalisten meester der Sint John was. Wanneer men zich niet overgaf, dan was het gedaan met de stad, dan was zij verloren.Dat was duidelijk!Maar wat was er toch voorgevallen?Hadden de Noordelijken in den orkaan een onverwachten bondgenoot gevonden?Ja, dat was het!Neen, zij hadden niet getracht eene schuilplaats in een der kreken te vinden, die in de monding der rivier aangetroffen werden. Zij waren, in weerwil van den wind en den golfslag, in hunne stelling gebleven. Terwijl hunne tegenstanders zich met hunne sloepenverwijderden, had de commandant Stevens met zijne flinke bemanning den orkaan het hoofd geboden, op gevaar af te gronde te gaan, om de gelegenheid te benutten en de doorvaart te ondernemen, die door de omstandigheden wellicht mogelijk zou worden.En inderdaad, de orkaan, welke het water van uit volle zee in die monding stuwde, had het peil der rivier buitengewoon doen rijzen en wel zoodanig, dat de kanonneerbooten passeeren konden. Met volle kracht stoomende, schoten zij vooruit, en hoewel zij met hunne kiel langs het zand schuurden, waren zij de bank weldra over.Dat gebeurde zoo tegen vier uren in den ochtend. De commandant manÅ“uvreerde toen te midden van den dikken mist met het grootste beleid. Hij moest natuurlijk op gegist bestek afgaan. Maar toen hij oordeelde ter hoogte van Jacksonville gekomen te zijn, liet hij de ankers uitwerpen en de gevechtstelling innemen. En toen hij het oogenblik gekomen achtte, liet hij het groot geschut donderen, waardoor de nevelbank als het ware verscheurd werd en zijne projectielen den linker oever der Sint John overstelpten.De uitwerking had bliksemsnel plaats.De militie-troepen hadden in een ondeelbaar oogenblik de stad ontruimd en verlaten en volgden daarbij slechts het voorbeeld, hetwelk hen door de krijgsmacht der Zuidelijken te Fernandina zoowel als te Sint Augustijn gegeven was.Toen de commandant Stevens de kaden verlaten zag, temperde hij het vuur zijner kanonstukken, want het was zijn doel niet, Jacksonville der verwoesting prijs te geven, maar wel, om die hoofdstad van den Staat Florida te bezetten en in onderwerping te brengen.Al heel spoedig werd een witte vlag aan den vlaggestok van Court-Justice geheschen.De lezer zal wel innig beseffen in welke angsten die eerste kanonschoten in de woning van master Harvey vernomen werden.De stad werd aangevallen; daaraan viel niet te twijfelen. Nu kon die aanval van geen anderen kant komen, dan van de zijde der Federalisten, hetzij zij er in geslaagd waren de Sint John op te stoomen, hetzij zij van het noordelijk gedeelte van Florida opgerukt waren. Was dus de onverhoopte, de eenige kans tot redding van master James Burbank en zijn zoon Gilbert daar?Master Harvey en miss Alice Stannard stormden naar de deur. De lieden van Texar, die de woning van den correspondent van James Burbank bewaakten, hadden de vlucht genomen en zich met de militie-troepen naar de binnenlanden van het graafschap uit de voeten gemaakt.Master Harvey en het jonge meisje begaven zich naar de haven. De nevel was opgetrokken, zoodat de oppervlakte van de geheele rivier over hare volle breedte overzien kon worden.Het geschut der kanonneerbooten zweeg thans; want het was voor iedereen duidelijk, dat de bevolking van Jacksonville ieder denkbeeld om weerstand te bieden had opgegeven.Verscheidene sloepen legden in dat oogenblik bij het half vernielde staketsel aan en ontscheepten een detachement mariniers, die met geweren, revolverpistolen en enterbijlen gewapend waren.Plotseling werd een kreet te midden van dat detachement, hetwelk door een officier aangevoerd werd, vernomen.Hij die dien kreet geslaakt had, sprong uit het gelid en stormde op miss Alice Stannard toe.»Miss Alice!... Miss Alice!â€... riep hij.»Mars!... Mars!...†riep het jonge meisje uit, dat hoogst verwonderd was, zich tegenover den echtgenoot van Zermah te bevinden.Men vermeende toch, dat de mesties in de Sint John verdronken was.»Mijnheer Gilbert?... Waar is mijnheer Gilbert?†vroeg Mars onstuimig.»Hij en master Burbank zitten gevangen,†antwoordde het jonge meisje. »O, Mars, red hen, red den zoon, red den vader!â€Â»Dat zullen wij doen!†riep de mesties.En zich naar het detachement wendende, sleepte hij de manschappen mede met den kreet:»Naar de gevangenis!... Naar de gevangenis!â€Allen volgden hem op de hielen en haastten zich om te voorkomen, dat eene laatste misdaad misschien op bevel van Texar zoude gepleegd worden.Master Harvey en miss Alice Stannard volgden hen.Maar hoe kwam het dat Mars zoo onverwacht kon optreden?Dat zullen wij trachten duidelijk te maken.Toen hij in de rivier gesprongen was, had Mars veel moeite om niet door de kolken, die men op de zandbank aantreft, verzwolgen te worden, maar hij was een koene zwemmer en wist ze allen te mijden. Ja, hij had zijn leven gered; maar uit voorzichtigheid had de moedige mesties zich wel gewacht te Castle-House te doen weten, dat hij er heelhuids afgekomen was. Wanneer hij er een onderkomen ging zoeken, dan bracht hij zijne eigene veiligheid in gevaar, en hij moest in volle vrijheid blijven, om zijn doel te kunnen bereiken. Hij zwom dan ook naar den rechter oever, sloop tusschen de biezen door, welke langs de boorden der rivier groeiden en kwam zoo ter hoogte van de kanonneerbooten terecht.Daar werden zijne seinen opgemerkt. Een sloep werd uitgezet en die bracht hem naar het vaartuig van den commandant Stevens over. Deze, zoo spoedig mogelijk op de hoogte van den stand van zaken gesteld, begreep het dreigende gevaar, waarin Gilbert verkeerde. Hij wendde dan ook alle pogingen aan, om door de geul over de bank te geraken. Wij weten het, die pogingen waren vruchteloos geweest, en zij zouden, nu de springvloed voorbij was, stellig opgegeven zijn, wanneer niet de orkaan den waterstand gedurende den nacht plotseling had doen rijzen. Toch zouden de kanonneerbooten te midden van de ondiepten van dat zeer moeilijke en gevaarvolle vaarwater op het droge geraakt zijn, wanneer niet iemand aan boord geweest was. En die iemand was thans Mars. Hij had de kanonneerboot, waarop hij te huis behoorde, behendig geloodst; de anderen waren die eerste stipt nauwkeurig gevolgd en zoo waren die oorlogsvaartuigen, in weerwil van orkaan en golfslag, over de bank geraakt. Vóórdat dan ook de mist het rivierbekken van de Sint John beneveld had, lagen zij voor Jacksonville in gevechtstelling ten anker en hielden die stad onder haar geschutvuur.Maar het was tijd ook; want de beide veroordeelden zouden, zooals wij weten, bij het aanbreken van den dag doodgeschoten worden. Thans hadden zij integendeel reeds niets meer te vreezen. Het wettig gezag was weer in handen der goedgezinden weergekeerd, en hadden de door Texar ontzette magistraten het bestuur dadelijk overgenomen. Toen dan ook Mars en zijne makkers voor de gevangenis aankwamen, trad master James Burbank en zijn zoon Gilbert naar buiten. Zij waren onvoorwaardelijk in vrijheid gesteld.De jeugdige officier sprong vooruit en klemde met een kreet van vreugde op de lippen miss Alice aan zijne borst, terwijl master Walter Stannard en master James Burbank een niet minder hartelijken handdruk wisselden.»Lieve Alice!...â€Â»Gilbert!â€Meer konden de jongelieden niet uitbrengen. Hunne omhelzingen waren evenwel te inniger en moesten goedmaken, wat zij aan woorden te kort kwamen.»Mijne moeder!†riep Gilbert Burbank eindelijk uit.»Wees gerust.â€Â»Hoe is het met haar gesteld? Leeft zij nog na al die rampen?â€Â»Ja, zij leeft nog,†antwoordde miss Alice.»Kom, vader, kom dan!â€Â»Waarheen, Gilbert?â€Â»Naar Castle-House!... Ja, naar Castle-House.â€Â»Thans?...†vroeg de vader met nadruk.Om de rivier over haar geheele beneden-gedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. (Bladz. 51.)Om de rivier over haar geheele beneden-gedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. (Bladz.51.)»Zeker, thans, vader!â€Â»Neen, niet voordat recht zal gedaan zijn!†antwoordde James Burbank.Mars had zijnen meester begrepen. Hij was reeds vooruit naar het plein gesneld, met de hoop daar Texar nog aan te treffen.Zou de Spanjaard het hazenpad nog niet gekozen hebben, om aan de gerechte represaille-maatregelen te ontkomen?Zou hij niet getracht hebben de uitingen van het beleedigd rechtsgevoel der welgezinden te ontgaan met zijne aanhangers en met allen, die eene verdachte rol bij de gepleegde uitspattingen gespeeld hadden?Zou hij de militie-troepen niet gevolgd zijn, die in vollen aftocht waren, om eene schuilplaats in de moerassige gedeelten van het graafschap te zoeken?Men kon, men moest dat gelooven.Maar een groot getal inwoners van Jacksonville hadden zich, zonder op de daadwerkelijke tusschenkomst der Federalisten te wachten, naar Court-Justice gespoed. Zij hadden Texar gevangen genomen op het oogenblik dat hij de vlucht wilde nemen, en bewaakten hem thans nauwkeurig. Hij scheen zich evenwel al zeer gedwee in zijn lot te schikken.Toen hij evenwel Mars ontwaarde, begreep hij dat zijn leven gevaar liep.En inderdaad, de mesties wierp zich op hem en greep hem, in weerwil van den tegenstand van hen, die den Spanjaard bewaakten, met ijzeren vuist bij de keel. Nog een oogenblik, dan zou de aterling geworgd zijn, toen master James Burbank en zijn zoon Gilbert verschenen.»Wat is hier te doen?†riep Gilbert bij het zien der worsteling uit.»Neen!... Bij God, neen! Levend, ja levend!†kreet James Burbank, die begreep wat er gaande was. »Hij moet leven!...Hij moet spreken!â€Â»Gij hebt gelijk, master,†sprak Mars. »Ja, hij moet leven om te spreken!â€Texar zat weinige minuten later achter slot in dezelfde cel, waarin zijne slachtoffers het oogenblik hunner terechtstelling hadden afgewacht.
De veroordeelden hadden nu nog slechts één uitzicht op redding—slechts één enkel—namelijk dat de federalistische krijgsmacht zich binnen twaalf uren meester van de hoofdstad van den Floridaschen Staat maakte. Binnen twaalf uren! En helaas, dat was een korte termijn.
Inderdaad, den volgenden ochtend zouden master James Burbank en zijn zoon Gilbert, bij het opgaan der zon, het doodvonnis ondergaan. Zij zouden dan doodgeschoten worden.
De veroordeelden werden in hunne gevangenis ten strengste bewaakt. Ook het huis van master Harvey werd met de meeste zorgvuldigheid gadegeslagen. Hoe ware het mogelijk de ontvluchting van de rampzaligen voor te bereiden, zelfs al slaagde men er in, een der gevangenbewaarders om te koopen?
Met het oog op de bemachtiging van de stad, mocht men in het geheel niet rekenen op de troepen der Noordelijken, die eenige dagen te voren te Fernandina ontscheept waren, en welke die hoogst belangrijke strategische stelling in het Noorden van den Staat Florida niet konden verlaten. Neen, die taak viel der kanonneerbooten van den commandant Stevens ten deel. Maar om haar ten uitvoer te kunnen leggen, moesten zij eerst en vooral de zandbank in de Sint John kunnen overschrijden.
Wanneer dat geschied was, dan zoude de afsluitingslijn met sloepen van de Zuidelijken weldra teruggedreven zijn en dan viel er niets anders te doen, dan ter hoogte van de haven van Jacksonville de gevechtstelling in te nemen. En ongetwijfeld, wanneer zij de stad onder hun geschutvuur hadden, zouden de militie-troepen haar in allerijl ontruimen en een toevlucht en een doortocht zoeken in en door de ondoordringbare moerassen van het graafschap.
Texar en zijne partijgangers zouden zich voorzeker haasten dat voorbeeld te volgen, om eene maar al te gerechte weerwraak te ontgaan. De eerlijke lieden zouden dan den bestuurszetel weer kunneninnemen, vanwaar zij zoo schandelijk verjaagd waren. Deze konden dan omtrent de overgave van de stad in onderhandeling treden met de vertegenwoordigers van het gouvernement van Washington.
Maar... maar was die zandbank binnen een zoo beknopt tijdperk te overschrijden?
Bestond er een middel om den materiëelen hinderpaal te overwinnen, die door te geringe diepte aan de vaart der kanonneerbooten werd in den weg gesteld?
Dat was, zooals men zien zal uit den loop van dit verhaal, op zijn minst genomen, zeer twijfelachtig.
En inderdaad, onmiddellijk na de uitspraak van het vonnis, had Texar zich met den bevelhebber der militie-troepen van Jacksonville naar de kade begeven, om de rivier over haar geheel benedengedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. Het kan niemand onzer lezers verwonderen, wanneer wij betuigen dat hunne blikken toen hardnekkig op de afsluiting benedenstrooms gevestigd bleven en dat zij de ooren spitsten, om te vernemen of ook schoten op dat gedeelte der Sint John gewisseld werden.
»Is er niets meldenswaardigs voorgevallen?†vroeg Texar, toen hij op het uiteinde van het staketsel aangekomen was en daar stil stond.
»Niets,†antwoordde de commandant.
»Hebt gij u daarvan overtuigd?â€
»Ja. Ik heb zelf zoo even eene verkenning in noordwaartsche richting uitgevoerd.â€
»En?...â€
»Ik heb de overtuiging opgedaan, dat de federalistische troepen rustig te Fernandina gebleven en dat zij niet opgerukt zijn naar Jacksonville.â€
»Dat is al iets,†mompelde Texar schier onhoorbaar.
»Zeer waarschijnlijk,†ging de commandant der militie-troepen voort, »zullen zij op de grens van Georgië in observatie blijven, totdat de flottiljes van den Commodore Dupont en den commandant Stevens de vaargeul der Sint John zullen bemachtigd hebben.â€
»Maar kunnen zij geene landingstroepen uit het zuiden laten oprukken?â€
»Hoe bedoelt gij?â€
»Kunnen zij niet, na zich meester gemaakt te hebben van Sint Augustijn, vandaar opmarcheeren en de Sint John te Piccolata oversteken?†vroeg de Spanjaard.
»Dat denk ik niet,†antwoordde de officier.
»En waarop grondt gij die meening?â€
»De Commodore Dupont heeft slechts weinig debarkementstroepenter zijner beschikking, hoogstens genoeg om de havenplaats te bezetten.â€
»Maar, wat kan hij toch willen?â€
»Het is blijkbaar zijn doel, om de blokkade over de geheele kuststrook, van de monding der Sint John af tot voorbij de laatste Floridasche eilandjes, uit te strekken.â€
»Gij kunt gelijk hebben.â€
»Van dien kant is dus volgens mij voorshands niets te vreezen.â€
»Blijft dus nog over het dreigende gevaar vanwege de flottilje van den commandant Stevens,†zei Texar.
»Dat valt niet te loochenen.â€
»Namelijk, wanneer zij er in slaagt de zandbank over te stevenen, waarvoor zij reeds sedert drie etmalen geankerd ligt.â€
»Dat is een quaestie, die over eenige uren beslist zal wezen.â€
»Dat is zoo.â€
»Alles wel beschouwd, stellen zich de Federalisten alleen ten doel: de afsluiting van den benedenstroom van de Sint John, om iedere gemeenschap tusschen de beide havenplaatsen Sint Augustijn en Fernandina zoo niet geheel af te snijden, dan toch zoo moeilijk mogelijk te maken.â€
»Zou die meening aannemelijk genoemd kunnen worden?â€
»Ik herhaal het, Texar, het meest belangrijke voor de Noordelijken is niet zoozeer de inbezitneming van den Staat Florida voor het oogenblik, dan wel om in de gelegenheid te zijn den smokkelhandel in oorlogsmateriëel tegen te kunnen gaan, die langs de zuidelijke vaarwaters gedreven wordt. Het is, geloof ik, niet ver van de werkelijkheid, dat hunne expeditie geen ander doel heeft. Begrijp toch, dat zij, met een meer uitgebreid doel voor oogen, reeds lang met de krijgsmacht, die sedert een tiental dagen het eiland Amelia in bezit genomen heeft, naar Jacksonville zouden opgerukt zijn.â€
»Gij kunt gelijk hebben, commandant,†antwoordde Texar. »Maar, hoe het ook zij, ik zie ongeduldig uit naar de oplossing van het vraagstuk omtrent de toegankelijkheid over de zandbank.â€
»Dat vraagstuk zal heden nog opgelost zijn.â€
»Heden nog?â€
»Ja, wij zullen heden het hoogste vloedwater hebben.â€
»Maar, wanneer de kanonneerbooten van Stevens er in slagen de bank over te komen...â€
»Welnu?â€
»En in slagorde voor de haven zullen verschijnen, wat zult gij dan doen?â€
»Wat ik zal doen?â€
»Ja, ik vraag u, wat gij dan zult doen?â€
»Dat is heel eenvoudig, Texar.â€
»Laat hooren.â€
»Ik zou de bevelen uitvoeren, die ik ontvangen heb.â€
»Maar, hoe luiden die, als je blieft?â€
»De militie-troepen naar de binnenlanden te voeren, om zoodoende ieder treffen, iedere aanraking met de Federalisten te mijden.â€
»Is dat de ware weg, zeg?â€
»Laat hen de steden van het graafschap bemachtigen! Zij kunnen ze niet lang bezet houden, daar hunne gemeenschapslijn met Georgië en Carolina weldra afgesneden zal zijn. Dan zullen wij het veroverde wel weer weten terug te winnen.â€
»Maar in afwachting, zullen wij ons, wanneer zij meester van Jacksonville zullen zijn, al was het ook maar gedurende één dag, op weerwraak van hunnen kant, gereed moeten houden.â€
»Helaas, ja!â€
»Al die zoogenaamde eerlijke lieden, die rijke volkplanters, die anti-slavernij-gezinden zouden dan de teugels van het bestuur weer in handen krijgen, en gij begrijpt, dat... Maar, neen!... dat zal niet gebeuren... En liever dan de stad over te geven en te verlaten, zullen wij haar...â€
De Spanjaard voleindigde zijne gedachte niet. Daarenboven, zij was voldoende begrijpelijk. Hij zou de stad niet aan de federalistische troepen overgeven, hetgeen hetzelfde zoude beteekenen, als haar in handen van die magistraten te stellen, die op zijn aanstoken door het gepeupel verjaagd waren. Hij zou haar veel eerder in brand steken, en wellicht had hij reeds maatregelen getroffen, om dat gruwelstuk van vernietiging te kunnen volbrengen.
Dan zou hij en zijne partijgangers met de militie-troepen aftrekken, om in de moerassige wildernissen van het zuidelijk gedeelte van den Staat eene schuilplaats te betrekken, die niet op te sporen zoude zijn en waar zij den loop der gebeurtenissen zonder persoonlijk gevaar konden afwachten.
Intusschen, wij dienen het te herhalen, die gebeurlijkheid was slechts te duchten voor het geval dat de kanonneerbooten van den commandant Stevens er in zouden slagen over de zandbank te geraken en het oogenblik was gekomen, dat de twijfel dienaangaande opgelost zoude worden.
Intusschen bewoog zich een machtige stroom van het gepeupel naar den kant der haven. De kaden waren in een ondeelbaar oogenblik stampvol. Oorverdoovende kreten werden allerwege vernomen:
»De kanonneerbooten komen in beweging!â€
»Neen, zij blijven rustig voor anker!â€
»Zij stevenen de bank over!â€
»Mis! Zij kunnen niet!â€
»De vloed heeft zijn hoogsten stand bereikt!â€
»Zij pogen, door met alle kracht te stoomen, den hinderpaal te boven te komen!â€
»Kijk... Kijk!...â€
»Ja, kijk!â€
»Er is ongetwijfeld het een of ander te zien,†zei de commandant der militie-troepen. »Ziet gij iets, Texar?â€
De Spanjaard antwoordde evenwel niet. Zijne oogen peilden zonder ophouden den gezichteinder in de richting van het beneden-gedeelte van de rivier, en waren onafgebroken gevestigd op de rij van sloepen die dwars in den stroom lagen. Op een mijl daarvan verwijderd, werden de masten en de schoorsteenen van de kanonneerbooten van den commandant Stevens ontwaard. Een dikke rook was daar zichtbaar, die door den gestadig aanwakkerenden wind tot bij Jacksonville overgevoerd werd.
Het was blijkbaar, dat een oude zeerob als Stevens was, van den hoogen vloed wenschte gebruik te maken om te passeeren, en dat hij de vuren deed opstoken, alsof hij zijne stoomketels in de lucht wilde doen vliegen, zooals dat wel eens uitgedrukt wordt.
Maar zou hij in zijn pogen slagen? Zou hij water genoeg op de ondiepte aantreffen, om daarover heen te kunnen, al moest hij ook met de kiel zijner kanonneerbooten over het zand schuren?
Waarlijk, er waren redenen te over, om dat gepeupel, hetwelk op den oever der Sint John samengeschoold was, opgewonden te maken.
De gesprekken kenmerkten zich dan ook door uitgelatenheid en luidruchtigheid, naarmate dat de een meende te zien wat de ander niet opmerkte.
»Zij komen!... Zij komen!...â€
»Neen!... Neen!...â€
»Zij zijn reeds eene halve kabellengte vooruitgeschoven!â€
»Neen, zij zijn nog bewegingloos!â€
»Zij zijn steeds op hunne ankerplaats!â€
»Zouden zij het anker reeds gelicht hebben?â€
»Daar is er een die wendt!â€
»Waar?â€
»Daar!... Daar!...â€
»Jawel, maar zij draait dwars, en pivoteert!â€
»Dat geloof ik wel... Zij heeft geen water genoeg!â€
»Mooi zoo!â€
»Drommels, wat een rook!â€
»Het is of zij al de steenkolen van de Vereenigde Staten verstoken!â€
»En toch zullen zij de bank niet overkomen!â€
»Ja, inderdaad niet!â€
»Ziet, het getij begint te kenteren!â€
»De eb treedt in!â€
»Hoerah, voor het Zuiden!â€
»Hoerah, voor Jefferson Davis!â€
»Hoerah! Hoerah!â€
De poging van de flottilje, om over de zandbank te geraken, duurde ongeveer tien minuten, die aan Texar, aan zijne partijgangers en aan allen, wier vrijheid en leven bij eene inneming van Jacksonville door de Noordelijken in gevaar konden komen, eene eeuw toeschenen. Zij wisten zelfs niet waaraan zich te houden of waartoe te besluiten, want de afstand was te groot om gemakkelijk en met juistheid de bewegingen der kanonneerbooten waar te kunnen nemen.
Waren zij, in weerwil van het maar al te voorbarig hoerahgeschreeuw der vijandige menigte, reeds de geul doorgestevend of waren zij op het punt dat te doen? Zoude de commandant Stevens er niet in slagen, wanneer hij allen ballast, alle overtollig gewicht over boord wierp, om zijne bodems te verlichten en hun drijfvermogen te vermeerderen, genoeg veld te winnen om weer in diep water te geraken?
Als dat geschiedde, dan zouden de oorlogsvaartuigen tot bij de haven geen enkelen hinderpaal meer aantreffen.
Dat alles bleef te vreezen—dat begreep Texar zeer goed—zoolang de waterstand nog hoog bleef en de eb nog niet meer afdoende ingetreden was.
Intusschen begon de waterstand reeds te dalen. De kentering, die tijdelijke stilstand van het water, als de vloedstroom ophoudt te werken en de eb nog niet ingetreden is, was geëindigd. Maar, wanneer evenwel de ebstroom met kracht zoude doorkomen, dan zou de waterstand in de Sint John zeer spoedig vallen.
Eensklaps strekten zich alle armen naar het benedengedeelte van de rivier en één kreet beheerschte alle andere geluiden:
»Eene sloep!... Eene sloep!â€
»Waar?†riep Texar verrast.
»Daar! Daar!â€
En wel honderd vingers wezen hem de richting aan.
En inderdaad, bij den linker oever, waar de werking van den vloedstroom zich nog deed gevoelen, terwijl in het midden van de geul de ebstroom reeds met kracht ingetreden was, kwam een lichtgebouwd vaartuig te voorschijn, hetwelk met alle kracht voortgeroeid werd en dan ook met alle snelheid voortschoot. Op de achterplecht was een officier gezeten, gekleed in de uniform der Floridasche militie-troepen. De sloep schoot het staketsel op zijde,en de officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. Toen hij bovengekomen was, ontwaarde hij Texar. Hij drong daarop door de menigte, die zich tierende samenpakte om hem te zien en te hooren, en stapte naar het hoofd van het oproerige bestuur toe.
»Is er nieuws?†vroeg de Spanjaard.
»Niets!†antwoordde de officier.
»En zal er iets gebeuren?â€
»Neen, niets. Wees gerust!â€
»Wie zendt u hier heen?â€
»De aanvoerder der sloepen.â€
»En wat komt gij berichten?â€
»Dat die sloepen weldra naar de haven zullen kunnen terugkeeren.â€
»Waarom?â€
»Omdat de kanonneerbooten van Stevens, in weerwil dat zij hun overtolligen ballast over boord geworpen en zij de meest mogelijke stoomkracht aangewend hebben, tevergeefs gepoogd hebben de zandbank over te stevenen. Er valt nu geen vrees meer te koesteren...â€
»Ja, voor dit getij,†meende Texar.
»En ook voor de volgende getijen niet, althans gedurende eenige maanden.â€
»Waarop grondt gij dat denkbeeld?â€
»Wel, de evennachts-springvloed heeft plaats gehad en het water zal in de eerste zes maanden niet weer zoo hoog stijgen.â€
»Des te beter,†antwoordde Texar, met een zucht van verlichting.
»Hoerah!... Hoerah!...†riep het gepeupel.
Dat geschreeuw plantte zich over de geheele uitgebreidheid der stad Jacksonville voort.
De woestelingen, de oproerlingen verdrongen zich om Texar en wenschten hem andermaal geluk met die uitkomst. Hij was toch de man, die hunne afschuwelijke neigingen vertegenwoordigde, ja belichaamde. Het andere gedeelte der bevolking, de gematigden, waren terneergeslagen bij de gedachte, dat zij nog vele dagen onder het juk van het verfoeilijke bestuur en van het opperhoofd daarvan zouden moeten zuchten.
De militie-officier had de waarheid gesproken. De zee-oppervlakte zou van dien dag af in hoogte afnemen en de vloed zou slechts eene geringe hoeveelheid water in de bedding der Sint John stuwen.
Die springvloed van den 12denMaart was een der sterkste van het geheele jaar geweest, en er zouden vele maanden moeten verloopen, alvorens de wateroppervlakte andermaal dezelfde hoogte zou bereiken.
Hij was evenwel niet alleen. Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort. (Bladz. 46.)Hij was evenwel niet alleen. Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort. (Bladz.46.)
Hij was evenwel niet alleen. Gilbert, zijn zoon Gilbert, stapte naast hem voort. (Bladz.46.)
Daar de geul voortaan onbevaarbaar zoude zijn, was het duidelijk dat Jacksonville niet door het geschut van den commandant Stevens te teisteren zoude zijn. Dat was als het ware een verlengingstermijn voor de almacht van Texar, een vrijgeleidebrief voor dezen, om zijne wraakzuchtige plannen geheel en al ten uitvoer te leggen. Al nam men zelfs aan, dat generaal Sherman er toe zoude overgaan, om Jacksonville door de troepen van generaal Wright, die te Fernandina ontscheept waren, te doen bezetten, dan nog zoude die opmarsch een aanzienlijken tijd vorderen. En, zooals wij weten, was de voltrekking van het vonnis over James Burbank en zijn zoon Gilbert uitgesproken, op den volgenden dag bij het rijzen der zon vastgesteld. Niets, niets ter wereld zou hen dus kunnen redden.
De tijdingen, welke door den militie-officier aangebracht waren, verbreidden zich bliksemsnel onder de bevolking der stad. Men zal lichtelijk beseffen welke uitwerking zij hadden op het gepeupel, dat als het ware losgelaten was. De slemppartijen, de dronkemans-samenscholingen werden met nieuwe opgewektheid hervat. De eerlijke lieden, de goedgezinden, die het wel met hun vaderland meenden, konden de grootste uitspattingen vanwege die woestelingen verwachten. De meesten hunner maakten zich dan ook gereed om eene stad te verlaten, die hun geen veiligheid meer aanbood.
Het hoerahgeschreeuw en het schelden en schimpen van het grauw drong tot de gevangenen door en verkondigde hen, dat iedere kans van redding verdwenen was. Helaas, in de woning van master Harvey werden dezelfde kreten vernomen en dezelfde gevolgtrekkingen gemaakt. De wanhoop van master Walter Stannard en van zijne dochter miss Alice te beschrijven, is eenvoudig onmogelijk.
Wat zouden zij thans gaan ondernemen, om James Burbank en zijn zoon Gilbert te redden?
Zouden zij pogen den gevangenbewaarder om te koopen? Zouden zij de ontsnapping der gevangenen door macht van geld kunnen bevorderen?
Helaas, zij zelven konden de woning niet verlaten, waarbinnen zij eene schuilplaats gevonden hadden. Men weet het toch, eene bende aterlingen verloor de woning niet uit het oog, en hun geschreeuw en getier weerklonk onophoudelijk voor de deur in de straat.
Onder die omstandigheden viel de nacht in.
Het weder, dat sedert eenige dagen eene verandering in den dampkring deed voorzien, was aanmerkelijk gewijzigd. De wind, die in de laatste dagen van den landkant gewaaid had, was plotseling in het noordoosten gesprongen. Reeds kwamen dikke, grijsachtige wolken, die in flarden gescheurd schenen en die den tijd niet gehad hadden om haren overvloed van water te ontlasten,met bliksemsnelheid uit volle zee opzetten en ijlden zoo laag door het luchtruim, dat zij de oppervlakte van den Oceaan schenen aan te raken.
De stengen van een fregat eerste klasse zouden voorzeker in die wolkgevaarten onzichtbaar geweest zijn, zoo laag joegen zij door den dampkring.
De barometer was spoedig tot op storm gevallen en toonde nog groote neiging tot daling aan. Alle kenteekenen deden zich voor, dat een orkaan, die op den Atlantischen Oceaan ontstaan was, in aantocht was. En inderdaad, bij het invallen van den nacht ontketende hij zijne krachten met buitengewoon geweld.
Nu bereikte die orkaan, ten gevolge van de richting, welke zijn spiraalvormigen kringloop volgde, de monding van de Sint John en rolde daar de onmetelijke deininggolven van den Oceaan in. Hij deed de wateren van die monding met stormachtige bewegingen rijzen, hij dreef het afstroomend water der rivier terug en veroorzaakte daardoor, evenals bij sommige groote stroomen, zooals de Amazonenrivier, een prororoca of vloedgolf, welker machtig gekuifde kruinen de oeverlanden overstelpen en verwoesten.
Jacksonville werd dus gedurende dien stormachtigen nacht met verschrikkelijk geweld geteisterd. Een gedeelte van het staketsel, dat den ingang der haven vormde, bezweek onder de donderslagen van de hoogopgestuwde golven, die tegen dat paalwerk opvlogen en braken.
Het water overstroomde een groot gedeelte der kaden, waartegen verscheidene loggers verbrijzelden, welker ankertouwen onder den aandrang van golven en wind als spinrag braken.
Het was onmogelijk op de straten of op de pleinen te verwijlen, om de eenvoudige reden, dat men er verjaagd werd door den regen van projectielen, in den vorm van baksteenen, leien, brokken pleisterkalk, balken, enz., die door den storm aan de huizen der stad ontrukt werden en door de lucht vlogen. Het gepeupel, dat nog rondjoelde, was genoodzaakt een toevlucht in de kroegen te zoeken, waarbij hunne keelgaten niets verloren en waar hun gebrul met kans van welslagen met het gehuil van den storm kon wedijveren.
Maar het was niet alleen op de oppervlakte van het vastland, dat die orkaan zijne krachten botvierde en zijnen weg door puinhoopen kenmerkte. In de bedding der Sint John ontstond, door de evenwichtsverbreking van de wateroppervlakte, een zoodanige golfslag, die alles dreigde te vernielen en waarvan de kracht nog door de zoogenaamde grondzeeën vertienvoudigd werd.
De sloepen, welke voor de zandbank, maar aan de binnenzijde daarvan, voor anker lagen, werden door dat noodweer overvallen, alvorens zij de veilige haven konden bereiken. Van sommigenwoelden de ankers los of slipten door den ankergrond, zooals de zeelieden dat noemen. Van anderen braken de ankertrossen. En allen werden onweerstaanbaar door den tweeden of nachtvloed, die, geholpen door de windvlagen, hoog kwam opzetten, naar de bovenrivier weggedreven. Enkelen, die alle krachten ingespannen hadden om Jacksonville te bereiken, werden tegen het paalwerk der kaden verbrijzeld, waarbij hunne opvarenden allen in de golven verdwenen, terwijl de anderen de stad voorbijdreven en strandden op de eilandjes of sloegen in de krommingen van de Sint John om, waarbij ook al weer menschenlevens omkwamen. Het was een ware ramp, die door haar plotseling invallen, het nemen van maatregelen, in dergelijke omstandigheden gebruikelijk, had verijdeld.
Maar hoe was het met de kanonneerbooten van den commandant Stevens gesteld?
Hadden die hun anker gelicht en hadden zij met volle kracht gestoomd, om eene toevluchtsplaats in een der vele kreken, in de oevers ingesneden, te zoeken?
Hadden zij door die manoeuvre aan eene geheele vernietiging kunnen ontkomen?
In ieder geval, hetzij dat zij een goed heenkomen gezocht hadden, hetzij zij zich in hunne stelling voor de zandbank gehandhaafd hadden, het was alles om het even, Jacksonville had van die vaartuigen niets meer te duchten, daar de zandbank voor hen een onoverkomelijken hinderpaal daarstelde.
Een dikke duisternis bedekte dien nacht het stroombekken van de Sint John. Het was alsof de dampkring en de rivieroppervlakte ineengevloten waren. Het was alsof de lucht en het water, die voornaamste elementen der Ouden, onder den invloed eener scheikundige verbinding, één waren geworden.
Men stond voor een van die natuurverschijnselen, welke in den equinoxiaal-tijd niet zeldzaam voorkomen; deze orkaan, die thans woedde, overtrof in hevigheid en uitgebreidheid alles, wat men van dien aard in den Staat Florida beleefd had.
Evenwel, juist ten gevolge van die hevigheid waarmede de storm ontketende en woedde, duurde hij slechts kort, hoogstens eenige uren. Vóórdat de zon opkwam, was de orkaan verdwenen en, na het Floridasche schiereiland geteisterd te hebben, voortgeijld naar de Golf van Mexico, alwaar hij geheel uitwoedde.
De dag brak zoo tegen vier uren in den morgen aan en deed een gezichteinder ontwaren, die door den nachtelijken storm geheel schoongeveegd was. De atmosfeer was na zoo geweldige beroering tot rust gekomen. De bevolking begon toen de kroegen te verlaten, waarin zij beschutting tegen het onweder gezocht had en zich in de straten te verspreiden. De militie-troepen namenhunne stellingen weer in, en men haastte zich de door den storm veroorzaakte schade zooveel mogelijk te herstellen. En die was langs de stadskaden natuurlijk zeer aanzienlijk. Men zag daar verwoeste staketsels, verbrijzelde loggerschepen, zwaar beschadigde en lekke vaartuigen, die door den ebstroom van de bovenrivier voor de stad gevoerd werden.
Evenwel ontwaarde men die wrakken op den oever slechts binnen een zeer beperkten gezichtskring. Een dichte nevel spreidde zich toen over de oppervlakte van de Sint John uit en verhief zich tot in de hoogere luchtlagen, die door het onweder afgekoeld waren. De geul was tegen vijf uren nog niet zichtbaar en zou dat ook eerst worden op het oogenblik, dat de eerste zonnestralen den nevel zouden doen optrekken.
Even na vijf uren doorboorden als het ware schrikkelijke losbarstingen plotseling dien dikken mist. Daaromtrent kon niemand zich vergissen. Dat waren geene donderslagen, maar de korte, afgebroken knallen van geschutvuur. Snerpend gefluit werd in de lucht vernomen. Een kreet van schrik ontsnapte aan ieders mond. Zoowel de militie-troepen als de mannen van het gepeupel, die naar den havenkant gedrongen waren, trilden van angst.
Tegelijkertijd schier met de kanonschoten, die herhaaldelijk dreunden, begon de nevel op te trekken. Zijne spiraalwolken, vermengd met den buskruitrook der losbarstingen, scheidden langzamerhand van de oppervlakte van den stroom af.
Wat men toen zag?
De kanonneerbooten van den commandant Stevens lagen daar in gevechtstelling voor Jacksonville en hielden de stad onder hun direct geschutvuur.
»De kanonneerbooten!... De kanonneerbooten!â€...
Die kreet, welke van mond tot mond herhaald werd, werd weldra tot de uiterste grens der voorsteden vernomen. Binnen weinige minuten vernam de eerlijke en goedgezinde bevolking met blijdschap en het gepeupel met grooten schrik, dat de flottilje der Federalisten meester der Sint John was. Wanneer men zich niet overgaf, dan was het gedaan met de stad, dan was zij verloren.
Dat was duidelijk!
Maar wat was er toch voorgevallen?
Hadden de Noordelijken in den orkaan een onverwachten bondgenoot gevonden?
Ja, dat was het!
Neen, zij hadden niet getracht eene schuilplaats in een der kreken te vinden, die in de monding der rivier aangetroffen werden. Zij waren, in weerwil van den wind en den golfslag, in hunne stelling gebleven. Terwijl hunne tegenstanders zich met hunne sloepenverwijderden, had de commandant Stevens met zijne flinke bemanning den orkaan het hoofd geboden, op gevaar af te gronde te gaan, om de gelegenheid te benutten en de doorvaart te ondernemen, die door de omstandigheden wellicht mogelijk zou worden.
En inderdaad, de orkaan, welke het water van uit volle zee in die monding stuwde, had het peil der rivier buitengewoon doen rijzen en wel zoodanig, dat de kanonneerbooten passeeren konden. Met volle kracht stoomende, schoten zij vooruit, en hoewel zij met hunne kiel langs het zand schuurden, waren zij de bank weldra over.
Dat gebeurde zoo tegen vier uren in den ochtend. De commandant manœuvreerde toen te midden van den dikken mist met het grootste beleid. Hij moest natuurlijk op gegist bestek afgaan. Maar toen hij oordeelde ter hoogte van Jacksonville gekomen te zijn, liet hij de ankers uitwerpen en de gevechtstelling innemen. En toen hij het oogenblik gekomen achtte, liet hij het groot geschut donderen, waardoor de nevelbank als het ware verscheurd werd en zijne projectielen den linker oever der Sint John overstelpten.
De uitwerking had bliksemsnel plaats.
De militie-troepen hadden in een ondeelbaar oogenblik de stad ontruimd en verlaten en volgden daarbij slechts het voorbeeld, hetwelk hen door de krijgsmacht der Zuidelijken te Fernandina zoowel als te Sint Augustijn gegeven was.
Toen de commandant Stevens de kaden verlaten zag, temperde hij het vuur zijner kanonstukken, want het was zijn doel niet, Jacksonville der verwoesting prijs te geven, maar wel, om die hoofdstad van den Staat Florida te bezetten en in onderwerping te brengen.
Al heel spoedig werd een witte vlag aan den vlaggestok van Court-Justice geheschen.
De lezer zal wel innig beseffen in welke angsten die eerste kanonschoten in de woning van master Harvey vernomen werden.
De stad werd aangevallen; daaraan viel niet te twijfelen. Nu kon die aanval van geen anderen kant komen, dan van de zijde der Federalisten, hetzij zij er in geslaagd waren de Sint John op te stoomen, hetzij zij van het noordelijk gedeelte van Florida opgerukt waren. Was dus de onverhoopte, de eenige kans tot redding van master James Burbank en zijn zoon Gilbert daar?
Master Harvey en miss Alice Stannard stormden naar de deur. De lieden van Texar, die de woning van den correspondent van James Burbank bewaakten, hadden de vlucht genomen en zich met de militie-troepen naar de binnenlanden van het graafschap uit de voeten gemaakt.
Master Harvey en het jonge meisje begaven zich naar de haven. De nevel was opgetrokken, zoodat de oppervlakte van de geheele rivier over hare volle breedte overzien kon worden.
Het geschut der kanonneerbooten zweeg thans; want het was voor iedereen duidelijk, dat de bevolking van Jacksonville ieder denkbeeld om weerstand te bieden had opgegeven.
Verscheidene sloepen legden in dat oogenblik bij het half vernielde staketsel aan en ontscheepten een detachement mariniers, die met geweren, revolverpistolen en enterbijlen gewapend waren.
Plotseling werd een kreet te midden van dat detachement, hetwelk door een officier aangevoerd werd, vernomen.
Hij die dien kreet geslaakt had, sprong uit het gelid en stormde op miss Alice Stannard toe.
»Miss Alice!... Miss Alice!â€... riep hij.
»Mars!... Mars!...†riep het jonge meisje uit, dat hoogst verwonderd was, zich tegenover den echtgenoot van Zermah te bevinden.
Men vermeende toch, dat de mesties in de Sint John verdronken was.
»Mijnheer Gilbert?... Waar is mijnheer Gilbert?†vroeg Mars onstuimig.
»Hij en master Burbank zitten gevangen,†antwoordde het jonge meisje. »O, Mars, red hen, red den zoon, red den vader!â€
»Dat zullen wij doen!†riep de mesties.
En zich naar het detachement wendende, sleepte hij de manschappen mede met den kreet:
»Naar de gevangenis!... Naar de gevangenis!â€
Allen volgden hem op de hielen en haastten zich om te voorkomen, dat eene laatste misdaad misschien op bevel van Texar zoude gepleegd worden.
Master Harvey en miss Alice Stannard volgden hen.
Maar hoe kwam het dat Mars zoo onverwacht kon optreden?
Dat zullen wij trachten duidelijk te maken.
Toen hij in de rivier gesprongen was, had Mars veel moeite om niet door de kolken, die men op de zandbank aantreft, verzwolgen te worden, maar hij was een koene zwemmer en wist ze allen te mijden. Ja, hij had zijn leven gered; maar uit voorzichtigheid had de moedige mesties zich wel gewacht te Castle-House te doen weten, dat hij er heelhuids afgekomen was. Wanneer hij er een onderkomen ging zoeken, dan bracht hij zijne eigene veiligheid in gevaar, en hij moest in volle vrijheid blijven, om zijn doel te kunnen bereiken. Hij zwom dan ook naar den rechter oever, sloop tusschen de biezen door, welke langs de boorden der rivier groeiden en kwam zoo ter hoogte van de kanonneerbooten terecht.Daar werden zijne seinen opgemerkt. Een sloep werd uitgezet en die bracht hem naar het vaartuig van den commandant Stevens over. Deze, zoo spoedig mogelijk op de hoogte van den stand van zaken gesteld, begreep het dreigende gevaar, waarin Gilbert verkeerde. Hij wendde dan ook alle pogingen aan, om door de geul over de bank te geraken. Wij weten het, die pogingen waren vruchteloos geweest, en zij zouden, nu de springvloed voorbij was, stellig opgegeven zijn, wanneer niet de orkaan den waterstand gedurende den nacht plotseling had doen rijzen. Toch zouden de kanonneerbooten te midden van de ondiepten van dat zeer moeilijke en gevaarvolle vaarwater op het droge geraakt zijn, wanneer niet iemand aan boord geweest was. En die iemand was thans Mars. Hij had de kanonneerboot, waarop hij te huis behoorde, behendig geloodst; de anderen waren die eerste stipt nauwkeurig gevolgd en zoo waren die oorlogsvaartuigen, in weerwil van orkaan en golfslag, over de bank geraakt. Vóórdat dan ook de mist het rivierbekken van de Sint John beneveld had, lagen zij voor Jacksonville in gevechtstelling ten anker en hielden die stad onder haar geschutvuur.
Maar het was tijd ook; want de beide veroordeelden zouden, zooals wij weten, bij het aanbreken van den dag doodgeschoten worden. Thans hadden zij integendeel reeds niets meer te vreezen. Het wettig gezag was weer in handen der goedgezinden weergekeerd, en hadden de door Texar ontzette magistraten het bestuur dadelijk overgenomen. Toen dan ook Mars en zijne makkers voor de gevangenis aankwamen, trad master James Burbank en zijn zoon Gilbert naar buiten. Zij waren onvoorwaardelijk in vrijheid gesteld.
De jeugdige officier sprong vooruit en klemde met een kreet van vreugde op de lippen miss Alice aan zijne borst, terwijl master Walter Stannard en master James Burbank een niet minder hartelijken handdruk wisselden.
»Lieve Alice!...â€
»Gilbert!â€
Meer konden de jongelieden niet uitbrengen. Hunne omhelzingen waren evenwel te inniger en moesten goedmaken, wat zij aan woorden te kort kwamen.
»Mijne moeder!†riep Gilbert Burbank eindelijk uit.
»Wees gerust.â€
»Hoe is het met haar gesteld? Leeft zij nog na al die rampen?â€
»Ja, zij leeft nog,†antwoordde miss Alice.
»Kom, vader, kom dan!â€
»Waarheen, Gilbert?â€
»Naar Castle-House!... Ja, naar Castle-House.â€
»Thans?...†vroeg de vader met nadruk.
Om de rivier over haar geheele beneden-gedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. (Bladz. 51.)Om de rivier over haar geheele beneden-gedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. (Bladz.51.)
Om de rivier over haar geheele beneden-gedeelte in oogenschouw te nemen en te verkennen. (Bladz.51.)
»Zeker, thans, vader!â€
»Neen, niet voordat recht zal gedaan zijn!†antwoordde James Burbank.
Mars had zijnen meester begrepen. Hij was reeds vooruit naar het plein gesneld, met de hoop daar Texar nog aan te treffen.
Zou de Spanjaard het hazenpad nog niet gekozen hebben, om aan de gerechte represaille-maatregelen te ontkomen?
Zou hij niet getracht hebben de uitingen van het beleedigd rechtsgevoel der welgezinden te ontgaan met zijne aanhangers en met allen, die eene verdachte rol bij de gepleegde uitspattingen gespeeld hadden?
Zou hij de militie-troepen niet gevolgd zijn, die in vollen aftocht waren, om eene schuilplaats in de moerassige gedeelten van het graafschap te zoeken?
Men kon, men moest dat gelooven.
Maar een groot getal inwoners van Jacksonville hadden zich, zonder op de daadwerkelijke tusschenkomst der Federalisten te wachten, naar Court-Justice gespoed. Zij hadden Texar gevangen genomen op het oogenblik dat hij de vlucht wilde nemen, en bewaakten hem thans nauwkeurig. Hij scheen zich evenwel al zeer gedwee in zijn lot te schikken.
Toen hij evenwel Mars ontwaarde, begreep hij dat zijn leven gevaar liep.
En inderdaad, de mesties wierp zich op hem en greep hem, in weerwil van den tegenstand van hen, die den Spanjaard bewaakten, met ijzeren vuist bij de keel. Nog een oogenblik, dan zou de aterling geworgd zijn, toen master James Burbank en zijn zoon Gilbert verschenen.
»Wat is hier te doen?†riep Gilbert bij het zien der worsteling uit.
»Neen!... Bij God, neen! Levend, ja levend!†kreet James Burbank, die begreep wat er gaande was. »Hij moet leven!...Hij moet spreken!â€
»Gij hebt gelijk, master,†sprak Mars. »Ja, hij moet leven om te spreken!â€
Texar zat weinige minuten later achter slot in dezelfde cel, waarin zijne slachtoffers het oogenblik hunner terechtstelling hadden afgewacht.