V.De inbezitname.De Federalisten waren eindelijk meester van Jacksonville en beheerschten derhalve de geheele Sint John. De debarkementstroepen, die door den commandant Stevens aan wal gezet waren, bezetten dadelijk de voornaamste punten der hoofdstad.De leden van de regeering der oproerlingen hadden de vlucht genomen. Alleen Texar was den vertegenwoordigers van het wettige gezag in handen gevallen.Wat opmerkenswaardig genoemd kon worden, was dat de bewoners der stad de officieren der flottilje, die het gouvernement van Washington vertegenwoordigden, vrij bevredigend ontvingen. Hiertoe bracht waarschijnlijk veel bij, dat zij de uitspattingen van allerlei aard, die in de laatste dagen bedreven waren, vrij wel moede waren, ook dat de quaestie omtrent den slavenhandel, die door wapengeweld tusschen Noord en Zuid zou beslist worden, hen vrij onverschillig liet.Gedurende dien tijd hield de Commodore Dupont, die zijn hoofdkwartier te Sint Augustijn opgeslagen had, zich onledig met de Floridasche kust te doen blokkeeren, om haar zoodoende tegen het invoeren van oorlogs-contrabande ontoegankelijk te maken. De vaarwaters tusschen de Mosquito-eilandjes waren weldra gesloten. Dat maakte een einde aan den ongeoorloofden handel in wapens en munitie, welke met de naburige Lucayische- en met de EngelscheBahama-eilandengedreven werd.Men kon toen met grond beweren, dat van dat oogenblik af de Staat Florida onder het gezag der Federale Regeering van Washington teruggebracht was.Dienzelfden dag staken master James Burbank, zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard en zijn dochter miss Alice de Sint John over, om naar Castle-House weder te keeren.Master Perry en de onder-administrateurs van het landgoed Camdless Bay stonden hen met een groot aantal der gewezen negerslaven,die op de plantage teruggekeerd waren, op de pier langs de kleine havenkom af te wachten. De lezer zal wel bevroeden, met welke innige hartelijkheid en met welke vreugdekreten en toejuichingen zij ontvangen werden. Het was inderdaad een aandoenlijk tafereel.Behoeft het nog gezegd te worden, dat master James Burbank en zijn zoon, alsook master Walter Stannard en zijne dochter zich een oogenblik later aan het bed van mevrouw Burbank bevonden?Bij het weerzien van Gilbert, maar ook toen eerst, vernam de zieke alles wat er voorgevallen was. De jeugdige officier klemde haar in zijne armen en drukte haar aan zijne borst, terwijl Mars hare handen kuste. Zij zouden haar voortaan niet meer verlaten. Miss Alice zou haar hare zorgen kunnen wijden. Alice zoude zich aan die taak wijden. Zij zou weldra hare krachten terugkrijgen. Daarvan waren allen overtuigd.Voortaan waren de kuiperijen van Texar en van hen, die hem bij zijne euveldaden en wraakoefeningen geholpen hadden, niet meer te duchten. De Spanjaard was in handen van de Federalisten en dezen hadden Jacksonville in hunne macht.Maar al behoefde de wederhelft van master James Burbank, al behoefde de moeder van Gilbert niet meer voor het leven van haren echtgenoot en van haren zoon te vreezen, dan zouden zich thans al hare gedachten op haar ontvoerd dochtertje vestigen.Zij snakte naar de kleine Dy, evenals Mars naar Zermah verlangde.»Dy!...” prevelde de arme moeder.»Zermah!...” zuchtte Mars.»Weest gerust,” sprak James Burbank, »wij zullen hen terugvinden!”De arme moeder keek hem smeekend aan.»Ja, wij zullen hen terugvinden,” vervolgde de eigenaar van Camdless Bay. »Gilbert en Mars zullen mij bij mijne nasporingen vergezellen.”»Ja, vader, dat zullen wij!” riep de jeugdige officier uit. »Wij mogen geen oogenblik verloren laten gaan!”»Neen, dat mogen wij niet!” kreet Mars op zijne beurt.»Daar Texar in onze macht is!”»In onze macht?”»Ja, in de macht onzer partijgenooten... En daar hij in onze macht is, zal hij wel moeten bekennen.”»Maar wanneer hij weigert te bekennen?” vroeg master Walter Stannard.»Wanneer hij weigert?...”»Ja, wanneer hij beweert, dat hij van de ontvoering van de kleine Dy en van Zermah niets afweet?”»Hoe zou hij dat durven?” riep Gilbert uit.»Die kerel durft alles; wees daarvan verzekerd.”»Maar heeft Zermah hem dan niet in de Marino-Kreek herkend?”»Jawel; Zermah is echter niet aanwezig om dat te getuigen.”»Hebben Alice en mijne moeder niet gehoord, dat Zermah haar den naam van Texar toeriep, op het oogenblik dat het vaartuig, waarmede zij ontvoerd werd, van wal stak?”»Dat is zoo, maar...”»Neen, er is geen twijfel mogelijk, dat hij die ontvoering bedreven, dat hij haar in persoon geleid heeft!”»Ja!...” zei miss Alice Stannard. »Hij! hij in persoon! Ik heb hem goed herkend... Hij stond rechtop bij de achterplecht van de sloep, die naar het midden der rivier stevende!”»Ja!... hij was het!” riep mevrouw Burbank, die zich oprichtte, alsof zij uit haar bed wilde springen.»Welnu, aangenomen dat het Texar was,” antwoordde master Walter Stannard. »Wij stellen zelfs, dat twijfel dienaangaande niet mogelijk is...”»Welnu, dan is de zaak helder,” meende master James Burbank.»Maar wat te doen, wanneer hij weigert, pertinent weigert mededeeling te doen van de plaats, waarheen de kleine Dy en Zermah op zijn bevel gevoerd zijn?” vroeg master Stannard.»Dat zou schrikkelijk zijn!” kreet Gilbert.»Waar moeten wij hen zoeken?” ging de vader van miss Alice voort.»Ja, waar?”»Gij weet het toch, wij onderzochten, helaas! tevergeefs, de beide oevers der rivier zoo nauwkeurig mogelijk, en dat nog wel over eene uitgestrektheid van vele mijlen.”Helaas, op die vragen, door master Walter Stannard gesteld, was geen antwoord te geven. Dat begrepen alle aanwezigen. Alles hing af van hetgeen de Spanjaard mededeelen zoude. Alles hing er van af, of zijn belang medebrengen zou, te spreken of te zwijgen.»Maar zeg eens?...” vroeg Gilbert Burbank, meer om den gedachtenloop te verbreken, die voor iedereen pijnlijk was, dan wel dat hij bepaald eene vraag wenschte te stellen.»Wat wilt ge weten?” hernam zijn vader.»Weet men niet, waar die ellendeling gewoonlijk huisvesting zocht?”»Neen, dat weet men niet en dat heeft men nooit geweten,” antwoordde James Burbank.»Maar, toch...”»In het zuidelijk gedeelte van het graafschap worden zulke uitgestrektewouden aangetroffen, zulke ondoordringbare moerassen, die hem eene veilige schuilplaats aanboden. Het zou vergeefsche moeite zijn, die wildernissen te doorzoeken, waarin de federalistische soldaten zelfs de militie-troepen onmogelijk kunnen vervolgen. Neen, neen, zoo iets kunnen wij niet.”»O, ik moet mijne dochter hebben!” riep mevrouw Burbank, die in hare opgewondenheid niet dan met veel moeite door haren echtgenoot bedwongen kon worden.»En ik... ik moet mijne vrouw hebben! Ja, ik moet mijne vrouw hebben!” riep Mars uit. »En ik zal dien aterling wel noodzaken mij te zeggen, waar zij is!”»Dat zal hij wel moeten!” zei Gilbert, op wiens gelaat de grootste vastberadenheid te lezen stond.»Ja,” hernam master James Burbank, »wanneer die ellendeling bemerken zal, dat er zijn leven mede gemoeid is en dat hij dat leven redden kan, door te spreken, geloof mij, dan zal die lafaard geen oogenblik aarzelen!”»Dat dunkt mij ook,” sprak master Walter Stannard.»Als hij er in geslaagd was de vlucht te nemen,” vervolgde de eigenaar van Camdless Bay, »dan zouden wij kunnen wanhopen. Maar nu hij in handen der Federalisten gevallen is, zullen wij hem zijn geheim wel weten te ontrukken.”»Ja, dat zullen wij!” bevestigde Gilbert Burbank vastberaden.»Heb vertrouwen, mijne arme vrouw,” ging master James Burbank voort. »Vergeet nooit, dat wij er zijn en dat wij u uw kind zullen terugbrengen!”»Ja, dat zullen wij,” herhaalde Gilbert met geestkracht.»Ja, dat zullen wij!” sprak Walter Stannard.»Ja, dat zullen wij!”Mevrouw Burbank viel uitgeput achterover in haar bed. Men moest haar rust gunnen. Miss Alice, die haar niet verlaten wilde, zou bij haar blijven, terwijl master Walter Stannard, master James Burbank, Gilbert en Mars zich naar de binnengalerij begaven, om daar met Edward Carrol te beraadslagen.En ziehier, waartoe men besloot:Men zou, alvorens tot handelen over te gaan, tijd aan de federalistische autoriteiten gunnen, om de heroverde streken te organiseeren en het veilige bezit daarvan te verzekeren. Daarenboven was het noodzakelijk, dat de Commodore Dupont op de hoogte gebracht werd niet alleen van den staat van zaken te Jacksonville, maar ook omtrent het gebeurde op de plantage Camdless Bay. Het zou wellicht oirbaar geacht worden, dat Texar voor eene militaire rechtbank geroepen werd. In dat geval zou de behandeling dier rechtszaak geheel van den commandant van het expeditionnair legerkorpsin Florida afhangen, en de bekwame spoed, waarmede zij geïnstrueerd zoude worden, geheel aan de inzichten van dien hoofdofficier onderworpen zijn.Intusschen waren Gilbert Burbank en Mars niet voornemens dien dag en den daaropvolgenden te laten eindigen, zonder hunne nasporingen te beginnen. Zij wilden, in de hoop van wellicht de een of andere aanwijzing machtig te worden, de rivieren opstevenen, terwijl master James Burbank, master Walter Stannard en Edward Carrol hunne pogingen elders zouden aanwenden.Viel er intusschen niet te duchten, dat Texar inderdaad zou weigeren te bekennen, dat hij, door zijn wraakzuchtig karakter gedreven, niet verkiezen zou de doodstraf te ondergaan, dan wel te kunnen besluiten om zijne slachtoffers weer te geven? Men moest er op bedacht zijn, zonder zijne aanwijzingen te werk te kunnen gaan.Volgens dien gedachtengang was het van zeer veel belang te weten, waar hij in gewone omstandigheden woonde. Maar de pogingen daartoe bleven vruchteloos. Men wist niets omtrent de Zwarte Kreek. Men meende ter goeder trouw, dat die lagune-vorming geheel en al ontoegankelijk was.Gilbert Burbank en Mars voeren dan ook verscheidene malen de dichte struiken van den oever voorbij, zonder den nauwen ingang te ontdekken, waarlangs hun licht vaartuigje toegang tot dat binnenwater zoude verkregen hebben.Gedurende den geheelen dag van den13denJuni deed zich niets opmerkenswaardig voor, noch iets dat op eene wijziging in den staat van zaken duidde.Te Camdless Bay was men begonnen met de reorganisatie der plantage langzamerhand in te voeren. De vrijgemaakte slaven, die genoodzaakt waren geweest om een goed heenkomen te zoeken, keerden van alle streken van het grondgebied en uit de naburige bosschen en wildernissen langzamerhand, maar in grooten getale terug.Hoewel zij door de edelmoedige schenkings-acte van master James Burbank in volle vrijheid gesteld waren, zoo beschouwden zij zich toch niet geheel en al ontslagen van iedere verplichting jegens hem. Zij zouden zijne dienaren, zijne dienstboden zijn, als zij zijne slaven niet meer mochten blijven. Zij waren ongeduldig geweest om naar de plantage te kunnen terugkeeren, om daar hunne barakken, die door de benden van Texar verbrand waren, weer op te bouwen, om de werkplaatsen weer op te richten, om de scheepstimmerwerven te herstellen, in één woord: om den arbeid te hervatten, waaraan zij gedurende zoovele jaren de welgesteldheid en het geluk hunner huisgezinnen te danken hadden.Men begon met de reorganisatie van den landbouwdienst der plantage. Master Edward Carrol, wiens wond nagenoeg genezen was, had zijne gewone bezigheden kunnen hervatten. Ook de administrateur Perry en zijne ondergeschikte opzichters legden zeer veel ijver aan den dag. Tot zelfs Pyg schroomde niet, veel beweging te maken, hoewel hij ouder gewoonte bitter weinig uitvoerde. De arme dwaas was wel ontnuchterd geworden, ten opzichte zijner denkbeelden van weleer. Praatte hij er nog over, dat hij geen slaaf maar een vrij mensch was, dan handelde hij toch als een kalme vrijgelatene. Het scheen wel eens, dat hij niet goed wist wat uit te voeren met die vrijheid, welke hij thans met volle recht kon genieten. Soms was die vrijheid hem daadwerkelijk tot last.Om kort te gaan, het geheele dienstpersoneel der plantage zoude te Camdless-Bay terugkeeren, zoodra de verwoeste gebouwen hersteld waren, en dan zoude de onderneming haar gewoon uiterlijk hernemen en zou de gang der zaken hervat worden, alsof er niets gebeurd was.Wat ook de uitslag van den Secessie-oorlog mocht wezen, de hoop mocht gekoesterd worden, dat de veiligheid van personen en goederen voor de planters van den Staat Florida gewaarborgd zoude zijn en dat de openbare rust niet meer verstoord zoude worden.De orde te Jacksonville was weldra hersteld geworden. De federalistische krijgsmacht had zich tot taak gesteld, zich volstrekt niet in de gemeentelijke bestuurszaken te mengen, hetgeen den staat van zaken zeer vereenvoudigde.De Noordelijken hadden de stad slechts met hunne troepen bezet, en lieten het bestuur aan de vroegere autoriteiten over, die door het uitbreken van het oproer voor eenige weken van hunne zetels ontzet waren geworden.Daar bovendien het meerendeel der bevolking zich volmaakt onverschillig toonde omtrent de quaestie, welke de Vereenigde Staten van Noord-Amerika verdeelde, stuitte het haar niet, dat zij het hoofd moest bukken voor de overwinnaars en kon de vlag met de strepen en de sterren zonder hinder geheschen worden op de openbare gebouwen.De partij der eenheid van de groote Staten-republiek zou in de districten van Florida geen enkelen tegenstander meer aantreffen. Men gevoelde wel, dat de leer der »states-rights,” zoo dierbaar aan de bevolking der Zuidelijke Staten, zooals in Georgië, in de beide Carolina’s, niet met die geestdrift begroet was en verdedigd zoude worden als elders bij de afscheidingsgezinden het geval was, zelfs wanneer de federalistische troepen genoodzaakt zouden worden terug te trekken.De officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. (Bladz. 56.)De officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. (Bladz.56.)Ziehier welke gebeurtenissen zich op het oorlogstooneel van Noord-Amerika voorgedaan hadden.De geconfedereerden of Zuidelijken hadden, met het doel om de legermacht van hunnen Generaal Beauregard te steunen, zes kanonneerbooten afgezonden, die onder de bevelen van den Commodore Hollins gesteld waren en stelling genomen hadden op de Mississippi tusschen New Madrid en het eiland Tien.Daar begon toen een strijd, die door den Admiraal Foote der Noordelijken met kracht begonnen was en met klem voortgezet werd, om zich van het vaarwater op den bovenloop van den machtigen stroom te verzekeren. Op den dag zelf dat Jacksonville door den commandant Stevens genomen werd, aanvaardde de federalistische artillerie den geschutstrijd met de kanonneerbooten van den Commodore Hollins, en beantwoordde ten nadrukkelijkste schot met schot.De Noordelijken slaagden er in, zich èn van het eiland Tien èn van New Madrid meester te maken. Toen bezetten zij de Mississippi over eene lengte van twee honderd kilometers, wel te verstaan wanneer men de kronkelingen van den stroom, die talrijk en uitgebreid zijn, meetelt.Intusschen openbaarde zich gedurende dit tijdperk eene groote weifeling in de gedragslijn die het federalistisch gouvernement volgde.De Generaal Mac Clellan was genoodzaakt geworden zijne denkbeelden en plannen aan het oordeel van een krijgsraad te onderwerpen, en hoewel die door eene overgroote meerderheid goedgekeurd waren, was toch de heer Lincoln, president der republiek van de Vereenigde Staten, er toe overgegaan de uitvoering dier plannen te dwarsboomen en te vertragen, hetgeen zeer te betreuren was. Hij was daartoe aangezet geworden door mannen zijner omgeving, die zeer kortzichtig waren, maar toch veel gewicht in de schaal der openbare meening konden leggen.Dientengevolge werd het Potomac-leger verdeeld, om zoogenaamd voor de veiligheid van Washington te kunnen zorgen. Gelukkig bevocht deMonitorde overwinning in zijn roemrijken strijd met deVirginia, welke laatste bodem genoodzaakt was de vlucht te nemen, en herstelde alzoo de vrije vaart op de Chesapeake. Dan nog veroorloofde de overhaaste terugtocht der geconfedereerden na de ontruiming van Manassas, aan het federalistische leger zijne kantonnementen naar die stad over te brengen.Daardoor was de quaestie van het blokkeeren van de Potomac opgelost.Intusschen zou de politieke tinnegieterij, welker werking zoo nadeelig is, wanneer zij er in slaagt, zich in zaken te mengen, dieslechts door de sabel uit te maken zijn,1nog tot eene zeer betreurenswaardige beslissing voor de belangen der Noordelijken leiden. Op dit tijdstip werd de Generaal Mac Clellan beroofd of ontzet van de opperste leiding van de legerkorpsen der Federalisten. Hij zag zijne macht begrensd tot het commandement over de troepen, die op de Potomac opereerden, zoodat de andere leger-afdeelingen onafhankelijk van hem werden en onder de directe leiding van den president Lincoln bleven.Dat was eene groote fout. Mac Clellan gevoelde levendig die beleediging, welke gelegen was in die terugstelling en die degradeering, mogen wij haar wel noemen, maar die hij in geenen deele verdiend had. Maar de achtenswaardige krijgsman was soldaat in zijn hart en kende als zoodanig slechts zijn plicht. Hij berustte, en overviel hem een oogenblik een bittere gedachte, dan beurden hem de zoo verheven woorden van Alfred de Vigny in zijneGrandeurs et Servitudes militairesop:L’abnégation du guerrier est une croix plus lourde que celle du martyr. Il faut l’avoir portée longtemps pour en savoir la grandeur et le poids2.Daags na het ondergaan van die krenking zelfs, ontwierp hij een plan, waarvan het objectief was zijne troepen op het strand van het fort Monroe te ontschepen. Dat plan, hetwelk door de korpscommandanten en door de chefs van staven en diensten toegejuicht was, vond genade in de oogen van den president der republiek en verwierf hoogstdeszelfs goedkeuring. De minister van oorlog vaardigde de noodige bevelen uit naar New-York, naar Philadelphia, naar Baltimore, en weldra kwamen vaartuigen van allerlei charter in de Potomac aan, om het leger van Mac Clellan met zijn geheele materiëel aan boord te nemen.De gevaren, die gedurende een zekeren tijd Washington, de hoofdplaats der Noordelijken, hadden doen sidderen, zouden verdwijnen en naar Richmond, de hoofdplaats der Zuidelijken, die haar thans ondervinden zoude, overgebracht worden.Zoo stond de staat van zaken tusschen de oorlogvoerende partijen op het tijdstip, toen de Staat Florida zich aan den Generaal Sherman en aan den Commodore Dupont onderworpen had.Terzelfder tijd dat het smaldeel der Noordelijken de blokkadeder Floridasche kust voltooide, werd het meester van de Sint John, hetgeen de inbezitname van het geheele schiereiland verzekerde.Gilbert Burbank en Mars hadden inmiddels tevergeefs de oeverstreken en de eilandjes, in den stroom gelegen, tot voorbijPiccolatadoorzocht. Toen bleef niets anders meer over, dan direct op Texar zelf te werken. Hij was, sedert het oogenblik dat de gevangenisdeuren zich achter hem gesloten hadden, nauwkeurig buiten iedere gemeenschap met zijne medeplichtigen gehouden geworden. Daaruit volgt natuurlijk, dat de kleine Dy en Zermah zich nog op dezelfde plek moesten bevinden, waar zij waren toen de federalistische scheepsmacht de Sint John binnendrong en Jacksonville bemachtigde.De staat van zaken ter hoofdplaats van Florida liet thans toe, dat de rechtspleging ten opzichte van den Spanjaard geregeld uitgeoefend kon worden, al weigerde hij ook al te antwoorden. Men mocht intusschen de hoop koesteren, dat men niet genoodzaakt zoude worden tot strenge maatregelen zijne toevlucht te nemen, en dat de ellendeling er toe overgaan zou, om tegen den losprijs van zijn leven en van zijne vrijheid onthullingen te doen.Op den 14denwerd besloten, die proef met bewilliging der autoriteiten te wagen.Mevrouw Burbank was herstellend en had eenigermate hare krachten teruggevonden. De terugkeer van haren zoon, de hoop dat zij haar ander kind weldra zou weerzien, het herstel van vrede en orde in het land, de veiligheid die thans voor de onderneming te Camdless-Bay gewaarborgd was, dat alles te zamen bracht het zijne er toe bij, om haar weer ietwat van hare moreele kracht, die zij verloren had, terug te doen erlangen. Vanwege Texar’s partijgangers, die zoolang de goedgezinden te Jacksonville met schrik en angst vervuld hadden, was niets meer te duchten. De militie-troepen der stad hadden de wijk naar de binnenlanden van het graafschap Putnam genomen. Mochten ook al die van Sint Augustijn er aan denken, na eerst den overtocht der Sint John bewerkstelligd te hebben, die vluchtelingen van Jacksonville de hand te reiken, ten einde den een of anderen krijgstocht tegen de federalistische troepen te ondernemen, dan was dat van latere zorg, daar zoo iets niet in de eerste tijden kon geschieden en het gevaar dus nog zeer verwijderd mocht heeten. Dienaangaande behoefde men zich dus geene muizenissen te maken, vooral zoolang de Commodore Dupont en de Generaal Sherman zich in Florida zouden bevinden.Liet hij het zware geschut donderen, en overstelpten zijne projectielen den linker-oever der Sint John. (Bladz. 62.)Liet hij het zware geschut donderen, en overstelpten zijne projectielen den linker-oever der Sint John. (Bladz.62.)Er werd dus na eenige ruggespraak besloten, dat James Burbank zich dienzelfden dag met zijn zoon Gilbert naar Jacksonville zou begeven. Maar zij beiden alleen. De heerenEdwardCarrol, Walter Stannard en Mars zouden op de onderneming blijven, terwijl missAlice Stannard mevrouw Burbank niet zou verlaten. Daarenboven, de jeugdige officier en zijn vader rekenden er op, tegen het vallen van den avond op Castle House terug te zijn en dan de een of andere gunstige tijding mede te kunnen brengen. Zoodra Texar onthullingen omtrent de verblijfplaats van de kleine Dy en van Zermah zou doen, zou men dadelijk een begin maken met het nemen van maatregelen tot hare bevrijding. Daartoe zouden, zoo hoopte men, weinige uren, hoogstens een dag voldoende zijn.Toen James en Gilbert Burbank op het punt waren om te vertrekken, riep miss Alice den jeugdigen officier ter zijde:»Gilbert,” riep zij.»Wat is er, waarde Alice?”»Gilbert,” vervolgde het jonge meisje, »gij gaat u tegenover den man bevinden, die uwe familie zooveel leed berokkend heeft....”»En wat zou dat, lieve Alice?” vroeg de jongman.»Van den man,” ging het meisje voort, »die uwen vader en u zelven wilde laten ter dood brengen...”»Dat zal ik niet vergeten, Alice,” siste de jonge officier met verbeten woede tusschen de tanden.»Gilbert,” hernam miss Alice met aandrang, »Gilbert... belooft gij mij, dat gij u zelven meester zult blijven tegenover Texar?”»Mij zelven meester blijven!...” riep Gilbert uit, wien de naam van den Spanjaard reeds van razende woede deed verbleeken.»Ja, Gilbert, u zelven meester blijven!” sprak het jonge meisje vastberaden.»Dat kan niet, Alice!”»Dat moet toch, Gilbert,” hernam de deern. »Gij zult niets verwerven, wanneer gij u door uwen toorn zult laten vervoeren... Laat iedere gedachte aan wraakoefening varen...”»O, Alice... wat vergt gij!”»Om slechts aan ééne zaak te denken,” vervolgde miss Alice, »aan de redding van uwe zuster... die weldra ook de mijne zal zijn!”»Lieve Alice!”»Daarom moet gij alles opofferen... Alles! hoort ge, Gilbert? Alles... al zoudt ge ook Texar de verzekering moeten geven, dat hij van uwe zijde in de toekomst niets meer te duchten zal hebben.”»Niets meer te duchten!” riep Gilbert Burbank uit... »Vergeten, dat door zijne schuld mijne moeder bijna gestorven is!...”»Ja, dat moet gij vergeten!”»Vergeten, dat hij mijn vader wilde laten doodschieten!...”»Ook dat moet gij vergeten, Gilbert; zelfs dat hij u wilde laten doodschieten... u, dien ik niet meer dacht weer te zien. Ja, dat alles heeft hij gedaan; maar gij moet de gedachte daaraan verbannen. Gij moogt u dat alles niet herinneren.”»Alice!... Alice!...”»Ik zeide u en herhaal het thans, omdat ik vrees dat master Burbank zich zelven niet meester zal kunnen blijven... En wanneer gij er nu niet in zult slagen kalm te blijven, dan zullen uwe pogingen stellig mislukken. O! waarom heeft men besloten, dat ik hier moet blijven, dat ik u niet naar Jacksonville mag vergezellen!... Wellicht zou ik door zachtheid verkrijgen...”»Maar... wanneer die ellendeling weigert te antwoorden?...” hernam Gilbert, die de gegrondheid der aanbevelingen van miss Alice maar al te goed besefte.»Als hij weigert te antwoorden, dan moet gij de taak aan de magistraten overlaten, om hem tot antwoorden te nopen.”»Dat alles is goed en wel...” viel Gilbert zijn aanstaande in de rede.»Het geldt zijn leven,” ging miss Alice voort, »en wanneer hij zal ontwaren, dat hij dat leven met zijne onthullingen kan redden, dan zal hij wel antwoorden!...”»Dat zal te bezien staan, Alice.”»Gilbert, gij moet mij beloven, kalm en bedaard te blijven. Ja, die belofte verg ik van u... In naam onzer liefde smeek ik u, die belofte te doen.”»Ja, waarde Alice,” antwoordde Gilbert. »Ja!... Wat die man ook uitgevoerd heeft, ik zal alles vergeten, wanneer hij mij mijne zuster weergeeft!...”»Goed zoo, Gilbert!”»Alice!”»Wij hebben vreeselijke beproevingen doorstaan... maar die zijn nu achter den rug!... God zal die droeve dagen, waarin wij zoo bitter geleden hebben, door dagen van geluk en voorspoed doen volgen.”Gilbert drukte innig de hand zijner aanstaande, wier schoone oogen zich met tranen gevuld hadden. Daarna scheidden zij.Het was omstreeks tien uren, toen master James Burbank en zijn zoon Gilbert, na afscheid van hunne vrienden en verwanten genomen te hebben, zich in de kleine havenkom van Camdless Bay inscheepten.De rivier werd natuurlijk zoo spoedig mogelijk overgestoken. Intusschen werd het vaartuig, ten gevolge van eene opmerking van Gilbert Burbank, in stede van naar Jacksonville, naar de kanonneerboot van den commandant Stevens gestuurd.Die officier was thans daadwerkelijk de militaire commandant binnen de muren der stad. Het was dus gepast en ook urgent, dat de maatregel door James Burbank aan zijn oordeel onderworpen werd. De commandant Stevens stond in onmiddellijke aanrakingmet de verschillende autoriteiten, en de gelegenheden om met hen in aanraking te komen waren veelvuldig. Hij was ten volle bekend met de rol, die Texar gespeeld had sedert zijne partijgenooten hem het gezag in handen hadden gespeeld, alsook met zijne verantwoordelijkheid omtrent de gebeurtenissen, die te Camdless Bay hadden plaats gegrepen. Hij wist waarom en hoe de Spanjaard aangehouden en in de gevangenis opgesloten werd, juist op het oogenblik toen de militie-troepen hunnen terugtocht wilden volbrengen. Hij was ook volkomen op de hoogte wat aangaat de reactie, die tegen dien aterling ingetreden was en wel zoodanig, dat het eerlijke gedeelte van de bevolking van de hoofdplaats Jacksonville er op aandrong, dat hij wegens zijne veelvuldige misdaden zoude gevonnisd worden.De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. Hij koesterde toch voor dien jeugdigen officier, wiens edel karakter en onwrikbaren moed hij had leeren kennen, sedert de jonge man onder zijne bevelen had gediend, hooge achting en innige vriendschap. Toen hij bij terugkeer van Mars aan boord der flottilje, vernam dat Gilbert Burbank in handen der Zuidelijken gevallen was, zou hij, het koste wat het wilde, alles ondernomen hebben om hem te redden. Maar helaas, iedere poging was tevergeefs, hij werd weerhouden door die verwenschte zandbank in de monding der Sint-John! Hoe zou hij bijtijds te Jacksonville kunnen aankomen?... Maar de lezer weet, aan welke omstandigheden de jeugdige luitenant en James Burbank hunne redding te danken hadden.Gilbert Burbank leverde in weinige woorden en dus zoo beknopt mogelijk aan den commandant Stevens het verhaal van het gebeurde en bevestigde daardoor hetgeen deze reeds vernomen had. Uit dat alles bleek dat, al kon geen twijfel meer gekoesterd worden, dat Texar in persoon de ontvoering van het dochtertje van James Burbank en hare kindermeid in de Marino-Kreek geleid had, het even zeker gerekend moest worden, dat hij alleen de plek in Florida kon aanwijzen, waar de kleine Dy en Zermah door zijne medeplichtigen opgesloten werden gehouden.Die ellendige Spanjaard had dus hun lot in zijne handen, dat was helaas! maar al te zeker, en de commandant Stevens aarzelde dan ook geen oogenblik dat te erkennen. Hij wenschte daarom de leiding dier zaak geheel en al over te laten aan James Burbank en aan zijn zoon Gilbert. Zij zouden kunnen handelen, zooals zij vermeenden dat doelmatig zoude zijn. Bij voorbaat hechtte hij zijne goedkeuring aan alles, wat in het belang der mestiesche vrouw en het kind zoude strekken. Aan alles, zelfs al ging men zoo ver om aan Texar zijne invrijheidstelling te beloven, in ruil voor die twee dierbare wezens, dan zou hem de vrijheid geschonkenworden. De commandant stelde zich dienaangaande tegenover de autoriteiten van Jacksonville borg.Daar werden zijne seinen opgemerkt. Eene sloep werd uitgezet, en.... (Bladz. 64).Daar werden zijne seinen opgemerkt. Eene sloep werd uitgezet, en.... (Bladz.64).Toen James en Gilbert Burbank dien vrijdom van handelen erlangd hadden, bedankten zij den braven zeeman, die hun eene schriftelijke toestemming verleende, om met den Spanjaard in aanraking te komen, en stapten zij naar de haven.Daar vonden zij masterHarvey, die door een briefje van James Burbank gewaarschuwd was. Met hun drieën gingen zij naar Court-Justice, alwaar het schriftelijk toestemmingsbewijs van den commandant Stevens als een bevel gold en de deuren der gevangenis zich derhalve voor hen openden.Een gelaatkundige zou voorzeker niet zonder belangstelling de gelaatstrekken alsook de houding van Texar waargenomen hebben, sedert hij in hechtenis genomen was. Wie onzer lezers zal er aan twijfelen, dat de Spanjaard verwoed was geweest over de aankomst der federalistische troepen, die aan zijne kortstondige loopbaan van eersten magistraat van de Floridasche hoofdplaats een einde gemaakt had; ook dat hij het ten innigste betreurde, dat hem de macht ontglipt was, om alles te kunnen doen, wat hem goeddacht, vooral dat hij nu niet meer zijne persoonlijke gevoelens van haat kon botvieren en dat eene vertraging van slechts weinige uren hem niet veroorloofd had, master James Burbank en zijnen zoon Gilbert te kunnen laten doodschieten.Evenwel, in weerwil van die teleurstellingen, reikte zijn gevoel van spijt niet veel verder.Het scheen hem volkomen onverschillig te laten, dat hij in handen zijner vijanden gevallen was, ook dat hij onder beschuldiging van de zwaarste misdrijven gevangen genomen was en dat hij de verantwoordelijkheid droeg van al de gewelddadige handelingen, die in het laatste tijdperk bedreven waren, en die hem ten rechte konden verweten worden.Ja, dat alles liet hem geheel en al onverschillig en volkomen gevoelloos.Daaruit volgde zijne voor iedereen zoo vreemde en onverklaarbare houding.Nogmaals, hij werd slechts verontrust door de gedachte, dat hij zijne kuiperijen jegens de familie Burbank niet tot een goed, dat wil zeggen, tot een voor hem gewenscht einde had kunnen brengen. Wat de gevolgen van zijne inhechtenisneming betreft, die schenen hem niet te deren. Zou die tot heden zoo raadselachtige kerel nogmaals aan de pogingen ontsnappen, om hem te ontmaskeren en zijn verleden te onthullen?De deur zijner cel ging open en... hij bevond zich in tegenwoordigheid van den eigenaar van Camdless-Bay en van dienszoon Gilbert. Hij was een oogenblik verrast; maar dat duurde slechts zeer kort. Spoedig had hij zich hersteld.»Ho, ho!” riep hij op zijnen gewonen schaamteloozen toon uit. »Ho, ho! vader en zoon te zamen! Waarlijk, ik ben de heeren dankbaarheid verschuldigd voor hun bezoek. Ja, dankbaarheid en nog meer; want het bezoeken der gevangenen behoort tot de werken van barmhartigheid.”James Burbank keek den aterling met vertoornden blik aan.»Maar, ik vergis mij,” ging Texar steeds op hoonenden toon voort. »Ik ben der federalistische troepen eigenlijk dankbaarheid verschuldigd; want zonder hen zou ik de eer van uw bezoek niet hebben. Niet waar?”En met een spottenden blik keek de Spanjaard de beide mannen, die hij zoo schandelijk behandeld had, aan.»En het genadebetoon, dat gij mij niet meer voor u komt afsmeeken, komt gij mij zeker aanbieden? Dat is edel!”Toon en gebaren, waarmede die woorden vergezeld gingen, waren zoo uittartend, zoo vlijmend, hoonend, dat master James Burbank op het punt stond om in volle woede los te barsten. Zijn zoon weerhield hem evenwel.»Vader,” zei hij, »laat mij antwoorden...”»Maar Gilbert!”...»Ik smeek u er om. Texar tracht ons op een terrein te lokken, waarop wij hem niet volgen kunnen, namelijk op dat der wederzijdsche beschuldigingen...”De aterling grinnikte boosaardig.»Het is volmaakt onnoodig,” ging Gilbert Burbank voort, »om op het verledene terug te komen. Wij moeten ons met het tegenwoordige bezighouden, alleen met het tegenwoordige.”»Met het tegenwoordige!” riep Texar verbolgen uit. »Gij wilt zeggen met den tegenwoordigen toestand, niet waar? Maar mij dunkt dat die geene bespreking noodig heeft. Die is helder als de dag. Drie dagen geleden waart gijlieden hier in deze cel opgesloten en scheen het de wil van het noodlot te zijn, dat gij haar niet verlaten zoudt, dan om ter dood gebracht te worden. En heden zit ik er in uwe plaats, en gij kunt overtuigd wezen, dat ik er mij behagelijker in gevoel dan gij wel zoudt kunnen meenen.”Dat antwoord was wel geschikt om master James Burbank en zijn zoon Gilbert uit het veld te slaan. Zij waren toch naar Court-Justice gekomen, om Texar de vrijheid aan te bieden in ruil van het geheim, betrekking hebbende op de ontvoering van het kind en hare verzorgster.»Texar,” hernam Gilbert, »hoor mij aan.”»Wat hebt ge mij te zeggen?” vroeg de Spanjaard trotsch.»Luister. Wij komen open en rond met u onderhandelen.”»Zoo, zoo!” grinnikte de aterling.»Wat gij te Jacksonville uitgevoerd hebt,” ging Gilbert voort, »gaat ons niets aan.”»Om zeer goede redenen,” gromde Texar.»Wat gij te Camdless-Bay misdaan hebt, willen wij ons niet meer herinneren.”»Nog al edelmoedig, evenwel niet onbaatzuchtig, denk ik.”»Een punt wekt evenwel onze belangstelling in hooge mate op.”»Zoo? Laat hooren!”»Mijn zusje en hare kindermeid Zermah zijn verdwenen, terwijl uwe partijgenooten de plantageovermeesterdenen Castle-House belegerden. Het is zeker dat beiden ontvoerd werden...”»Ontvoerd?” hernam Texar boosaardig. »Welnu, het verheugt mij waarlijk zulks te vernemen.”»Te vernemen!...” riep master James Burbank toornig uit.»Ja, te vernemen,” antwoordde de Spanjaard hooghartig maar kalm.»Loochent gij dat, ellendeling! Loochent gij dat?...”»Vader,” kwam de jeugdige officier tusschenbeide, »laten wij onze koelbloedigheid bewaren... Denk er om, dat is noodig... Ja, Texar, die dubbele ontvoering heeft gedurende den aanval op de plantage plaats gegrepen... Moet gij niet erkennen, dat gij daarvan persoonlijk de bewerker zijt geweest?”»Daarop heb ik niet te antwoorden.”»Wij zullen zien!” riep James Burbank uit, getergd door de achteloosheid van die antwoorden.De Spanjaard trok hoonend de schouders op.»Bedaar toch, vader,” sprak Gilbert met klem, en zich tot Texar wendende, vervolgde hij:»Zult gij weigerachtig zijn om ons mede te deelen, waarheen mijn zusje met Zermah, hare verzorgster, op uwe bevelen gevoerd zijn?”»Ik herhaal, dat ik daarop niet te antwoorden heb.”»Ook niet, wanneer wij u de verzekering geven, dat gij uwe vrijheid tegen uw antwoord kunt inlossen?”»Ha, ha, ha!”»Er valt niet te lachen, antwoord ons!” drong Gilbert Burbank met klem aan.»Ik heb uwe hulp niet noodig, om mijne vrijheid te herkrijgen!...” antwoordde Texar trotsch.»En wie zal de deuren van deze gevangenis voor u openen?” riep master James Burbank onstuimig uit.De planter van Camdless-Bay geraakte bij zooveel schaamteloosheid buiten zich zelven van woede.Nog een oogenblik dan zou de aterling geworgd zijn. (Bladz. 66).Nog een oogenblik dan zou de aterling geworgd zijn. (Bladz.66).»Wie? vraagt gij?” grinnikte Texar.»Ja, wie, bij God?”»Welnu, de rechters!... Ik vraag uitdrukkelijk om terechtgesteld te worden!”»Terechtgesteld worden!... Rechters!...; maar die zullen u volgens plicht en geweten zonder mededoogen veroordeelen. Twijfel daaraan niet.”»Dan zal ik zien, wat mij te doen staat.”»Is dat uw laatste woord?”»Ja.”»Gij weigert dus stellig te antwoorden?” vroeg Gilbert Burbank voor de laatste maal, maar met aandrang in zijne stem.»Ja, ik weiger...”»Zelfs ten koste van...?”»Van wat? Spreek ronduit,” hernam Texar hoonend.»Ten koste van de vrijheid, die ik u aanbied.”»Ik begeer die vrijheid niet! Die vrijheid!... Het zou waarachtig wat moois zijn!”»Zelfs ten koste van een vermogen?”...»Van een vermogen?”»Van een vermogen, dat ik op mij neem, u na overeenkomst toe te tellen.”»Ik aas op uw vermogen niet...”Vader en zoon keken elkander aan. Die onverzettelijkheid ontstelde hen.»En nu, heeren,” sprak de Spanjaard, »wensch ik alleen gelaten te worden.”Het moet ten volle erkend worden, dat master James Burbank en zijn zoon Gilbert door zulke stoutmoedigheid geheel buiten westen geraakt waren.Waarop berustte toch dat gevoel van veiligheid, hetwelk die aterling aan den dag legde?Hoe durfde Texar zich aan eene rechtsvervolging blootstellen, die toch niet anders dan met de meest ernstige veroordeeling kon eindigen?Wie zou op die vragen antwoord kunnen geven?Zooveel is zeker, dat noch de vrijheid, die hem werd aangeboden, noch het goud, dat hem voorgespiegeld werd, hem een enkel woord had kunnen ontlokken.Spoorde hem een onwrikbare haat aan, om zijne belangen uit het oog te verliezen?Hij bleef steeds de raadselachtige persoon, die zelfs bij de meest te vreezen omstandigheden zijn verleden niet verkoos te logenstraffen.»Kom, vader, kom,” sprak de jeugdige officier. »Wij hebben hier niets meer te doen.”En hij troonde master James Burbank mede tot buiten de gevangenis.Bij de deur vonden zij masterHarveyweder, en met hun drieën gingen zij naar den commandant Stevens, om hem de mislukking hunner pogingen mede te deelen.Juist in dit oogenblik was aan boord der flottilje-kanonneerbooten eene proclamatie van den Commodore Dupont ontvangen. Zij was aan de bewoners van de hoofdplaats Jacksonville gericht en hield in hoofdzaak in, dat niemand ter zake zijner staatkundige meeningen vervolgd of ook maar gezocht zoude worden; ook niet ter zake van feitelijkheden, die den tegenstand van den Staat Florida sedert het uitbreken van dien noodlottigen burgeroorlog gekenmerkt, ja daaraan het recht van bestaan ontleend hadden. De onderwerping aan de vlag met de sterren zou aller verantwoordelijkheid uit een staatsrechtelijk oogpunt dekken.Die maatregel, klaarblijkelijk in zich zelve doeltreffend, was in soortgelijke omstandigheden door den president Lincoln toegepast. Hij kon evenwel niet bij private of personeele feiten gelden. En dat was hier toch ten opzichte van de handelingen van Texar het geval.Dat hij aan de wettige autoriteiten de macht om te regeeren ontwrongen had en dat hij van die macht gebruik gemaakt had om den tegenstand te organiseeren, dat was heel eenvoudig eene quaestie, die de Zuidelijken alleen aanging. Daarmede wilde het federalistische gouvernement niets te doen hebben. De aanslagen evenwel op de personen, de inval op Camdless-Bay, welke tegen een man, afkomstig uit het Noorden, gericht waren, de vernieling van zijn eigendom, de ontvoering van zijne dochter en van nog eene vrouw behoorende tot zijn dienstpersoneel, dat waren misdaden, die onder het bereik van het algemeen recht vielen, zoodat derhalve de gerechtigheid haren gewonen loop moest hebben.Zoo luidde het advies van den commandant Stevens en zoo ook luidde dat van den Commodore Dupont, toen de aanklacht van master James Burbank en de inbeschuldiging-stelling van den Spanjaard ter hunner kennis waren gekomen.Den volgenden dag—den 15denMaart—werd dan ook eene ordonnantie uitgevaardigd, die Texar voor de militaire rechtbank daagde onder de dubbele beschuldiging van strooperij en van ontvoering.De beschuldigde zou zich deswege voor den Krijgsraad, die te Sint Augustijn zitting hield, te verantwoorden hebben.1De Nederlanders moeten maar eens denken aan hunnen heilloozen Atjeh-oorlog.Vert.2Des krijgsmans zelfverloochening is een zwaarder lijdenskruis dan dat van den martelaar. Men moet het lang getorst hebben, om er de verhevenheid en het gewicht van te beseffen.Vert.
V.De inbezitname.De Federalisten waren eindelijk meester van Jacksonville en beheerschten derhalve de geheele Sint John. De debarkementstroepen, die door den commandant Stevens aan wal gezet waren, bezetten dadelijk de voornaamste punten der hoofdstad.De leden van de regeering der oproerlingen hadden de vlucht genomen. Alleen Texar was den vertegenwoordigers van het wettige gezag in handen gevallen.Wat opmerkenswaardig genoemd kon worden, was dat de bewoners der stad de officieren der flottilje, die het gouvernement van Washington vertegenwoordigden, vrij bevredigend ontvingen. Hiertoe bracht waarschijnlijk veel bij, dat zij de uitspattingen van allerlei aard, die in de laatste dagen bedreven waren, vrij wel moede waren, ook dat de quaestie omtrent den slavenhandel, die door wapengeweld tusschen Noord en Zuid zou beslist worden, hen vrij onverschillig liet.Gedurende dien tijd hield de Commodore Dupont, die zijn hoofdkwartier te Sint Augustijn opgeslagen had, zich onledig met de Floridasche kust te doen blokkeeren, om haar zoodoende tegen het invoeren van oorlogs-contrabande ontoegankelijk te maken. De vaarwaters tusschen de Mosquito-eilandjes waren weldra gesloten. Dat maakte een einde aan den ongeoorloofden handel in wapens en munitie, welke met de naburige Lucayische- en met de EngelscheBahama-eilandengedreven werd.Men kon toen met grond beweren, dat van dat oogenblik af de Staat Florida onder het gezag der Federale Regeering van Washington teruggebracht was.Dienzelfden dag staken master James Burbank, zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard en zijn dochter miss Alice de Sint John over, om naar Castle-House weder te keeren.Master Perry en de onder-administrateurs van het landgoed Camdless Bay stonden hen met een groot aantal der gewezen negerslaven,die op de plantage teruggekeerd waren, op de pier langs de kleine havenkom af te wachten. De lezer zal wel bevroeden, met welke innige hartelijkheid en met welke vreugdekreten en toejuichingen zij ontvangen werden. Het was inderdaad een aandoenlijk tafereel.Behoeft het nog gezegd te worden, dat master James Burbank en zijn zoon, alsook master Walter Stannard en zijne dochter zich een oogenblik later aan het bed van mevrouw Burbank bevonden?Bij het weerzien van Gilbert, maar ook toen eerst, vernam de zieke alles wat er voorgevallen was. De jeugdige officier klemde haar in zijne armen en drukte haar aan zijne borst, terwijl Mars hare handen kuste. Zij zouden haar voortaan niet meer verlaten. Miss Alice zou haar hare zorgen kunnen wijden. Alice zoude zich aan die taak wijden. Zij zou weldra hare krachten terugkrijgen. Daarvan waren allen overtuigd.Voortaan waren de kuiperijen van Texar en van hen, die hem bij zijne euveldaden en wraakoefeningen geholpen hadden, niet meer te duchten. De Spanjaard was in handen van de Federalisten en dezen hadden Jacksonville in hunne macht.Maar al behoefde de wederhelft van master James Burbank, al behoefde de moeder van Gilbert niet meer voor het leven van haren echtgenoot en van haren zoon te vreezen, dan zouden zich thans al hare gedachten op haar ontvoerd dochtertje vestigen.Zij snakte naar de kleine Dy, evenals Mars naar Zermah verlangde.»Dy!...” prevelde de arme moeder.»Zermah!...” zuchtte Mars.»Weest gerust,” sprak James Burbank, »wij zullen hen terugvinden!”De arme moeder keek hem smeekend aan.»Ja, wij zullen hen terugvinden,” vervolgde de eigenaar van Camdless Bay. »Gilbert en Mars zullen mij bij mijne nasporingen vergezellen.”»Ja, vader, dat zullen wij!” riep de jeugdige officier uit. »Wij mogen geen oogenblik verloren laten gaan!”»Neen, dat mogen wij niet!” kreet Mars op zijne beurt.»Daar Texar in onze macht is!”»In onze macht?”»Ja, in de macht onzer partijgenooten... En daar hij in onze macht is, zal hij wel moeten bekennen.”»Maar wanneer hij weigert te bekennen?” vroeg master Walter Stannard.»Wanneer hij weigert?...”»Ja, wanneer hij beweert, dat hij van de ontvoering van de kleine Dy en van Zermah niets afweet?”»Hoe zou hij dat durven?” riep Gilbert uit.»Die kerel durft alles; wees daarvan verzekerd.”»Maar heeft Zermah hem dan niet in de Marino-Kreek herkend?”»Jawel; Zermah is echter niet aanwezig om dat te getuigen.”»Hebben Alice en mijne moeder niet gehoord, dat Zermah haar den naam van Texar toeriep, op het oogenblik dat het vaartuig, waarmede zij ontvoerd werd, van wal stak?”»Dat is zoo, maar...”»Neen, er is geen twijfel mogelijk, dat hij die ontvoering bedreven, dat hij haar in persoon geleid heeft!”»Ja!...” zei miss Alice Stannard. »Hij! hij in persoon! Ik heb hem goed herkend... Hij stond rechtop bij de achterplecht van de sloep, die naar het midden der rivier stevende!”»Ja!... hij was het!” riep mevrouw Burbank, die zich oprichtte, alsof zij uit haar bed wilde springen.»Welnu, aangenomen dat het Texar was,” antwoordde master Walter Stannard. »Wij stellen zelfs, dat twijfel dienaangaande niet mogelijk is...”»Welnu, dan is de zaak helder,” meende master James Burbank.»Maar wat te doen, wanneer hij weigert, pertinent weigert mededeeling te doen van de plaats, waarheen de kleine Dy en Zermah op zijn bevel gevoerd zijn?” vroeg master Stannard.»Dat zou schrikkelijk zijn!” kreet Gilbert.»Waar moeten wij hen zoeken?” ging de vader van miss Alice voort.»Ja, waar?”»Gij weet het toch, wij onderzochten, helaas! tevergeefs, de beide oevers der rivier zoo nauwkeurig mogelijk, en dat nog wel over eene uitgestrektheid van vele mijlen.”Helaas, op die vragen, door master Walter Stannard gesteld, was geen antwoord te geven. Dat begrepen alle aanwezigen. Alles hing af van hetgeen de Spanjaard mededeelen zoude. Alles hing er van af, of zijn belang medebrengen zou, te spreken of te zwijgen.»Maar zeg eens?...” vroeg Gilbert Burbank, meer om den gedachtenloop te verbreken, die voor iedereen pijnlijk was, dan wel dat hij bepaald eene vraag wenschte te stellen.»Wat wilt ge weten?” hernam zijn vader.»Weet men niet, waar die ellendeling gewoonlijk huisvesting zocht?”»Neen, dat weet men niet en dat heeft men nooit geweten,” antwoordde James Burbank.»Maar, toch...”»In het zuidelijk gedeelte van het graafschap worden zulke uitgestrektewouden aangetroffen, zulke ondoordringbare moerassen, die hem eene veilige schuilplaats aanboden. Het zou vergeefsche moeite zijn, die wildernissen te doorzoeken, waarin de federalistische soldaten zelfs de militie-troepen onmogelijk kunnen vervolgen. Neen, neen, zoo iets kunnen wij niet.”»O, ik moet mijne dochter hebben!” riep mevrouw Burbank, die in hare opgewondenheid niet dan met veel moeite door haren echtgenoot bedwongen kon worden.»En ik... ik moet mijne vrouw hebben! Ja, ik moet mijne vrouw hebben!” riep Mars uit. »En ik zal dien aterling wel noodzaken mij te zeggen, waar zij is!”»Dat zal hij wel moeten!” zei Gilbert, op wiens gelaat de grootste vastberadenheid te lezen stond.»Ja,” hernam master James Burbank, »wanneer die ellendeling bemerken zal, dat er zijn leven mede gemoeid is en dat hij dat leven redden kan, door te spreken, geloof mij, dan zal die lafaard geen oogenblik aarzelen!”»Dat dunkt mij ook,” sprak master Walter Stannard.»Als hij er in geslaagd was de vlucht te nemen,” vervolgde de eigenaar van Camdless Bay, »dan zouden wij kunnen wanhopen. Maar nu hij in handen der Federalisten gevallen is, zullen wij hem zijn geheim wel weten te ontrukken.”»Ja, dat zullen wij!” bevestigde Gilbert Burbank vastberaden.»Heb vertrouwen, mijne arme vrouw,” ging master James Burbank voort. »Vergeet nooit, dat wij er zijn en dat wij u uw kind zullen terugbrengen!”»Ja, dat zullen wij,” herhaalde Gilbert met geestkracht.»Ja, dat zullen wij!” sprak Walter Stannard.»Ja, dat zullen wij!”Mevrouw Burbank viel uitgeput achterover in haar bed. Men moest haar rust gunnen. Miss Alice, die haar niet verlaten wilde, zou bij haar blijven, terwijl master Walter Stannard, master James Burbank, Gilbert en Mars zich naar de binnengalerij begaven, om daar met Edward Carrol te beraadslagen.En ziehier, waartoe men besloot:Men zou, alvorens tot handelen over te gaan, tijd aan de federalistische autoriteiten gunnen, om de heroverde streken te organiseeren en het veilige bezit daarvan te verzekeren. Daarenboven was het noodzakelijk, dat de Commodore Dupont op de hoogte gebracht werd niet alleen van den staat van zaken te Jacksonville, maar ook omtrent het gebeurde op de plantage Camdless Bay. Het zou wellicht oirbaar geacht worden, dat Texar voor eene militaire rechtbank geroepen werd. In dat geval zou de behandeling dier rechtszaak geheel van den commandant van het expeditionnair legerkorpsin Florida afhangen, en de bekwame spoed, waarmede zij geïnstrueerd zoude worden, geheel aan de inzichten van dien hoofdofficier onderworpen zijn.Intusschen waren Gilbert Burbank en Mars niet voornemens dien dag en den daaropvolgenden te laten eindigen, zonder hunne nasporingen te beginnen. Zij wilden, in de hoop van wellicht de een of andere aanwijzing machtig te worden, de rivieren opstevenen, terwijl master James Burbank, master Walter Stannard en Edward Carrol hunne pogingen elders zouden aanwenden.Viel er intusschen niet te duchten, dat Texar inderdaad zou weigeren te bekennen, dat hij, door zijn wraakzuchtig karakter gedreven, niet verkiezen zou de doodstraf te ondergaan, dan wel te kunnen besluiten om zijne slachtoffers weer te geven? Men moest er op bedacht zijn, zonder zijne aanwijzingen te werk te kunnen gaan.Volgens dien gedachtengang was het van zeer veel belang te weten, waar hij in gewone omstandigheden woonde. Maar de pogingen daartoe bleven vruchteloos. Men wist niets omtrent de Zwarte Kreek. Men meende ter goeder trouw, dat die lagune-vorming geheel en al ontoegankelijk was.Gilbert Burbank en Mars voeren dan ook verscheidene malen de dichte struiken van den oever voorbij, zonder den nauwen ingang te ontdekken, waarlangs hun licht vaartuigje toegang tot dat binnenwater zoude verkregen hebben.Gedurende den geheelen dag van den13denJuni deed zich niets opmerkenswaardig voor, noch iets dat op eene wijziging in den staat van zaken duidde.Te Camdless Bay was men begonnen met de reorganisatie der plantage langzamerhand in te voeren. De vrijgemaakte slaven, die genoodzaakt waren geweest om een goed heenkomen te zoeken, keerden van alle streken van het grondgebied en uit de naburige bosschen en wildernissen langzamerhand, maar in grooten getale terug.Hoewel zij door de edelmoedige schenkings-acte van master James Burbank in volle vrijheid gesteld waren, zoo beschouwden zij zich toch niet geheel en al ontslagen van iedere verplichting jegens hem. Zij zouden zijne dienaren, zijne dienstboden zijn, als zij zijne slaven niet meer mochten blijven. Zij waren ongeduldig geweest om naar de plantage te kunnen terugkeeren, om daar hunne barakken, die door de benden van Texar verbrand waren, weer op te bouwen, om de werkplaatsen weer op te richten, om de scheepstimmerwerven te herstellen, in één woord: om den arbeid te hervatten, waaraan zij gedurende zoovele jaren de welgesteldheid en het geluk hunner huisgezinnen te danken hadden.Men begon met de reorganisatie van den landbouwdienst der plantage. Master Edward Carrol, wiens wond nagenoeg genezen was, had zijne gewone bezigheden kunnen hervatten. Ook de administrateur Perry en zijne ondergeschikte opzichters legden zeer veel ijver aan den dag. Tot zelfs Pyg schroomde niet, veel beweging te maken, hoewel hij ouder gewoonte bitter weinig uitvoerde. De arme dwaas was wel ontnuchterd geworden, ten opzichte zijner denkbeelden van weleer. Praatte hij er nog over, dat hij geen slaaf maar een vrij mensch was, dan handelde hij toch als een kalme vrijgelatene. Het scheen wel eens, dat hij niet goed wist wat uit te voeren met die vrijheid, welke hij thans met volle recht kon genieten. Soms was die vrijheid hem daadwerkelijk tot last.Om kort te gaan, het geheele dienstpersoneel der plantage zoude te Camdless-Bay terugkeeren, zoodra de verwoeste gebouwen hersteld waren, en dan zoude de onderneming haar gewoon uiterlijk hernemen en zou de gang der zaken hervat worden, alsof er niets gebeurd was.Wat ook de uitslag van den Secessie-oorlog mocht wezen, de hoop mocht gekoesterd worden, dat de veiligheid van personen en goederen voor de planters van den Staat Florida gewaarborgd zoude zijn en dat de openbare rust niet meer verstoord zoude worden.De orde te Jacksonville was weldra hersteld geworden. De federalistische krijgsmacht had zich tot taak gesteld, zich volstrekt niet in de gemeentelijke bestuurszaken te mengen, hetgeen den staat van zaken zeer vereenvoudigde.De Noordelijken hadden de stad slechts met hunne troepen bezet, en lieten het bestuur aan de vroegere autoriteiten over, die door het uitbreken van het oproer voor eenige weken van hunne zetels ontzet waren geworden.Daar bovendien het meerendeel der bevolking zich volmaakt onverschillig toonde omtrent de quaestie, welke de Vereenigde Staten van Noord-Amerika verdeelde, stuitte het haar niet, dat zij het hoofd moest bukken voor de overwinnaars en kon de vlag met de strepen en de sterren zonder hinder geheschen worden op de openbare gebouwen.De partij der eenheid van de groote Staten-republiek zou in de districten van Florida geen enkelen tegenstander meer aantreffen. Men gevoelde wel, dat de leer der »states-rights,” zoo dierbaar aan de bevolking der Zuidelijke Staten, zooals in Georgië, in de beide Carolina’s, niet met die geestdrift begroet was en verdedigd zoude worden als elders bij de afscheidingsgezinden het geval was, zelfs wanneer de federalistische troepen genoodzaakt zouden worden terug te trekken.De officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. (Bladz. 56.)De officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. (Bladz.56.)Ziehier welke gebeurtenissen zich op het oorlogstooneel van Noord-Amerika voorgedaan hadden.De geconfedereerden of Zuidelijken hadden, met het doel om de legermacht van hunnen Generaal Beauregard te steunen, zes kanonneerbooten afgezonden, die onder de bevelen van den Commodore Hollins gesteld waren en stelling genomen hadden op de Mississippi tusschen New Madrid en het eiland Tien.Daar begon toen een strijd, die door den Admiraal Foote der Noordelijken met kracht begonnen was en met klem voortgezet werd, om zich van het vaarwater op den bovenloop van den machtigen stroom te verzekeren. Op den dag zelf dat Jacksonville door den commandant Stevens genomen werd, aanvaardde de federalistische artillerie den geschutstrijd met de kanonneerbooten van den Commodore Hollins, en beantwoordde ten nadrukkelijkste schot met schot.De Noordelijken slaagden er in, zich èn van het eiland Tien èn van New Madrid meester te maken. Toen bezetten zij de Mississippi over eene lengte van twee honderd kilometers, wel te verstaan wanneer men de kronkelingen van den stroom, die talrijk en uitgebreid zijn, meetelt.Intusschen openbaarde zich gedurende dit tijdperk eene groote weifeling in de gedragslijn die het federalistisch gouvernement volgde.De Generaal Mac Clellan was genoodzaakt geworden zijne denkbeelden en plannen aan het oordeel van een krijgsraad te onderwerpen, en hoewel die door eene overgroote meerderheid goedgekeurd waren, was toch de heer Lincoln, president der republiek van de Vereenigde Staten, er toe overgegaan de uitvoering dier plannen te dwarsboomen en te vertragen, hetgeen zeer te betreuren was. Hij was daartoe aangezet geworden door mannen zijner omgeving, die zeer kortzichtig waren, maar toch veel gewicht in de schaal der openbare meening konden leggen.Dientengevolge werd het Potomac-leger verdeeld, om zoogenaamd voor de veiligheid van Washington te kunnen zorgen. Gelukkig bevocht deMonitorde overwinning in zijn roemrijken strijd met deVirginia, welke laatste bodem genoodzaakt was de vlucht te nemen, en herstelde alzoo de vrije vaart op de Chesapeake. Dan nog veroorloofde de overhaaste terugtocht der geconfedereerden na de ontruiming van Manassas, aan het federalistische leger zijne kantonnementen naar die stad over te brengen.Daardoor was de quaestie van het blokkeeren van de Potomac opgelost.Intusschen zou de politieke tinnegieterij, welker werking zoo nadeelig is, wanneer zij er in slaagt, zich in zaken te mengen, dieslechts door de sabel uit te maken zijn,1nog tot eene zeer betreurenswaardige beslissing voor de belangen der Noordelijken leiden. Op dit tijdstip werd de Generaal Mac Clellan beroofd of ontzet van de opperste leiding van de legerkorpsen der Federalisten. Hij zag zijne macht begrensd tot het commandement over de troepen, die op de Potomac opereerden, zoodat de andere leger-afdeelingen onafhankelijk van hem werden en onder de directe leiding van den president Lincoln bleven.Dat was eene groote fout. Mac Clellan gevoelde levendig die beleediging, welke gelegen was in die terugstelling en die degradeering, mogen wij haar wel noemen, maar die hij in geenen deele verdiend had. Maar de achtenswaardige krijgsman was soldaat in zijn hart en kende als zoodanig slechts zijn plicht. Hij berustte, en overviel hem een oogenblik een bittere gedachte, dan beurden hem de zoo verheven woorden van Alfred de Vigny in zijneGrandeurs et Servitudes militairesop:L’abnégation du guerrier est une croix plus lourde que celle du martyr. Il faut l’avoir portée longtemps pour en savoir la grandeur et le poids2.Daags na het ondergaan van die krenking zelfs, ontwierp hij een plan, waarvan het objectief was zijne troepen op het strand van het fort Monroe te ontschepen. Dat plan, hetwelk door de korpscommandanten en door de chefs van staven en diensten toegejuicht was, vond genade in de oogen van den president der republiek en verwierf hoogstdeszelfs goedkeuring. De minister van oorlog vaardigde de noodige bevelen uit naar New-York, naar Philadelphia, naar Baltimore, en weldra kwamen vaartuigen van allerlei charter in de Potomac aan, om het leger van Mac Clellan met zijn geheele materiëel aan boord te nemen.De gevaren, die gedurende een zekeren tijd Washington, de hoofdplaats der Noordelijken, hadden doen sidderen, zouden verdwijnen en naar Richmond, de hoofdplaats der Zuidelijken, die haar thans ondervinden zoude, overgebracht worden.Zoo stond de staat van zaken tusschen de oorlogvoerende partijen op het tijdstip, toen de Staat Florida zich aan den Generaal Sherman en aan den Commodore Dupont onderworpen had.Terzelfder tijd dat het smaldeel der Noordelijken de blokkadeder Floridasche kust voltooide, werd het meester van de Sint John, hetgeen de inbezitname van het geheele schiereiland verzekerde.Gilbert Burbank en Mars hadden inmiddels tevergeefs de oeverstreken en de eilandjes, in den stroom gelegen, tot voorbijPiccolatadoorzocht. Toen bleef niets anders meer over, dan direct op Texar zelf te werken. Hij was, sedert het oogenblik dat de gevangenisdeuren zich achter hem gesloten hadden, nauwkeurig buiten iedere gemeenschap met zijne medeplichtigen gehouden geworden. Daaruit volgt natuurlijk, dat de kleine Dy en Zermah zich nog op dezelfde plek moesten bevinden, waar zij waren toen de federalistische scheepsmacht de Sint John binnendrong en Jacksonville bemachtigde.De staat van zaken ter hoofdplaats van Florida liet thans toe, dat de rechtspleging ten opzichte van den Spanjaard geregeld uitgeoefend kon worden, al weigerde hij ook al te antwoorden. Men mocht intusschen de hoop koesteren, dat men niet genoodzaakt zoude worden tot strenge maatregelen zijne toevlucht te nemen, en dat de ellendeling er toe overgaan zou, om tegen den losprijs van zijn leven en van zijne vrijheid onthullingen te doen.Op den 14denwerd besloten, die proef met bewilliging der autoriteiten te wagen.Mevrouw Burbank was herstellend en had eenigermate hare krachten teruggevonden. De terugkeer van haren zoon, de hoop dat zij haar ander kind weldra zou weerzien, het herstel van vrede en orde in het land, de veiligheid die thans voor de onderneming te Camdless-Bay gewaarborgd was, dat alles te zamen bracht het zijne er toe bij, om haar weer ietwat van hare moreele kracht, die zij verloren had, terug te doen erlangen. Vanwege Texar’s partijgangers, die zoolang de goedgezinden te Jacksonville met schrik en angst vervuld hadden, was niets meer te duchten. De militie-troepen der stad hadden de wijk naar de binnenlanden van het graafschap Putnam genomen. Mochten ook al die van Sint Augustijn er aan denken, na eerst den overtocht der Sint John bewerkstelligd te hebben, die vluchtelingen van Jacksonville de hand te reiken, ten einde den een of anderen krijgstocht tegen de federalistische troepen te ondernemen, dan was dat van latere zorg, daar zoo iets niet in de eerste tijden kon geschieden en het gevaar dus nog zeer verwijderd mocht heeten. Dienaangaande behoefde men zich dus geene muizenissen te maken, vooral zoolang de Commodore Dupont en de Generaal Sherman zich in Florida zouden bevinden.Liet hij het zware geschut donderen, en overstelpten zijne projectielen den linker-oever der Sint John. (Bladz. 62.)Liet hij het zware geschut donderen, en overstelpten zijne projectielen den linker-oever der Sint John. (Bladz.62.)Er werd dus na eenige ruggespraak besloten, dat James Burbank zich dienzelfden dag met zijn zoon Gilbert naar Jacksonville zou begeven. Maar zij beiden alleen. De heerenEdwardCarrol, Walter Stannard en Mars zouden op de onderneming blijven, terwijl missAlice Stannard mevrouw Burbank niet zou verlaten. Daarenboven, de jeugdige officier en zijn vader rekenden er op, tegen het vallen van den avond op Castle House terug te zijn en dan de een of andere gunstige tijding mede te kunnen brengen. Zoodra Texar onthullingen omtrent de verblijfplaats van de kleine Dy en van Zermah zou doen, zou men dadelijk een begin maken met het nemen van maatregelen tot hare bevrijding. Daartoe zouden, zoo hoopte men, weinige uren, hoogstens een dag voldoende zijn.Toen James en Gilbert Burbank op het punt waren om te vertrekken, riep miss Alice den jeugdigen officier ter zijde:»Gilbert,” riep zij.»Wat is er, waarde Alice?”»Gilbert,” vervolgde het jonge meisje, »gij gaat u tegenover den man bevinden, die uwe familie zooveel leed berokkend heeft....”»En wat zou dat, lieve Alice?” vroeg de jongman.»Van den man,” ging het meisje voort, »die uwen vader en u zelven wilde laten ter dood brengen...”»Dat zal ik niet vergeten, Alice,” siste de jonge officier met verbeten woede tusschen de tanden.»Gilbert,” hernam miss Alice met aandrang, »Gilbert... belooft gij mij, dat gij u zelven meester zult blijven tegenover Texar?”»Mij zelven meester blijven!...” riep Gilbert uit, wien de naam van den Spanjaard reeds van razende woede deed verbleeken.»Ja, Gilbert, u zelven meester blijven!” sprak het jonge meisje vastberaden.»Dat kan niet, Alice!”»Dat moet toch, Gilbert,” hernam de deern. »Gij zult niets verwerven, wanneer gij u door uwen toorn zult laten vervoeren... Laat iedere gedachte aan wraakoefening varen...”»O, Alice... wat vergt gij!”»Om slechts aan ééne zaak te denken,” vervolgde miss Alice, »aan de redding van uwe zuster... die weldra ook de mijne zal zijn!”»Lieve Alice!”»Daarom moet gij alles opofferen... Alles! hoort ge, Gilbert? Alles... al zoudt ge ook Texar de verzekering moeten geven, dat hij van uwe zijde in de toekomst niets meer te duchten zal hebben.”»Niets meer te duchten!” riep Gilbert Burbank uit... »Vergeten, dat door zijne schuld mijne moeder bijna gestorven is!...”»Ja, dat moet gij vergeten!”»Vergeten, dat hij mijn vader wilde laten doodschieten!...”»Ook dat moet gij vergeten, Gilbert; zelfs dat hij u wilde laten doodschieten... u, dien ik niet meer dacht weer te zien. Ja, dat alles heeft hij gedaan; maar gij moet de gedachte daaraan verbannen. Gij moogt u dat alles niet herinneren.”»Alice!... Alice!...”»Ik zeide u en herhaal het thans, omdat ik vrees dat master Burbank zich zelven niet meester zal kunnen blijven... En wanneer gij er nu niet in zult slagen kalm te blijven, dan zullen uwe pogingen stellig mislukken. O! waarom heeft men besloten, dat ik hier moet blijven, dat ik u niet naar Jacksonville mag vergezellen!... Wellicht zou ik door zachtheid verkrijgen...”»Maar... wanneer die ellendeling weigert te antwoorden?...” hernam Gilbert, die de gegrondheid der aanbevelingen van miss Alice maar al te goed besefte.»Als hij weigert te antwoorden, dan moet gij de taak aan de magistraten overlaten, om hem tot antwoorden te nopen.”»Dat alles is goed en wel...” viel Gilbert zijn aanstaande in de rede.»Het geldt zijn leven,” ging miss Alice voort, »en wanneer hij zal ontwaren, dat hij dat leven met zijne onthullingen kan redden, dan zal hij wel antwoorden!...”»Dat zal te bezien staan, Alice.”»Gilbert, gij moet mij beloven, kalm en bedaard te blijven. Ja, die belofte verg ik van u... In naam onzer liefde smeek ik u, die belofte te doen.”»Ja, waarde Alice,” antwoordde Gilbert. »Ja!... Wat die man ook uitgevoerd heeft, ik zal alles vergeten, wanneer hij mij mijne zuster weergeeft!...”»Goed zoo, Gilbert!”»Alice!”»Wij hebben vreeselijke beproevingen doorstaan... maar die zijn nu achter den rug!... God zal die droeve dagen, waarin wij zoo bitter geleden hebben, door dagen van geluk en voorspoed doen volgen.”Gilbert drukte innig de hand zijner aanstaande, wier schoone oogen zich met tranen gevuld hadden. Daarna scheidden zij.Het was omstreeks tien uren, toen master James Burbank en zijn zoon Gilbert, na afscheid van hunne vrienden en verwanten genomen te hebben, zich in de kleine havenkom van Camdless Bay inscheepten.De rivier werd natuurlijk zoo spoedig mogelijk overgestoken. Intusschen werd het vaartuig, ten gevolge van eene opmerking van Gilbert Burbank, in stede van naar Jacksonville, naar de kanonneerboot van den commandant Stevens gestuurd.Die officier was thans daadwerkelijk de militaire commandant binnen de muren der stad. Het was dus gepast en ook urgent, dat de maatregel door James Burbank aan zijn oordeel onderworpen werd. De commandant Stevens stond in onmiddellijke aanrakingmet de verschillende autoriteiten, en de gelegenheden om met hen in aanraking te komen waren veelvuldig. Hij was ten volle bekend met de rol, die Texar gespeeld had sedert zijne partijgenooten hem het gezag in handen hadden gespeeld, alsook met zijne verantwoordelijkheid omtrent de gebeurtenissen, die te Camdless Bay hadden plaats gegrepen. Hij wist waarom en hoe de Spanjaard aangehouden en in de gevangenis opgesloten werd, juist op het oogenblik toen de militie-troepen hunnen terugtocht wilden volbrengen. Hij was ook volkomen op de hoogte wat aangaat de reactie, die tegen dien aterling ingetreden was en wel zoodanig, dat het eerlijke gedeelte van de bevolking van de hoofdplaats Jacksonville er op aandrong, dat hij wegens zijne veelvuldige misdaden zoude gevonnisd worden.De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. Hij koesterde toch voor dien jeugdigen officier, wiens edel karakter en onwrikbaren moed hij had leeren kennen, sedert de jonge man onder zijne bevelen had gediend, hooge achting en innige vriendschap. Toen hij bij terugkeer van Mars aan boord der flottilje, vernam dat Gilbert Burbank in handen der Zuidelijken gevallen was, zou hij, het koste wat het wilde, alles ondernomen hebben om hem te redden. Maar helaas, iedere poging was tevergeefs, hij werd weerhouden door die verwenschte zandbank in de monding der Sint-John! Hoe zou hij bijtijds te Jacksonville kunnen aankomen?... Maar de lezer weet, aan welke omstandigheden de jeugdige luitenant en James Burbank hunne redding te danken hadden.Gilbert Burbank leverde in weinige woorden en dus zoo beknopt mogelijk aan den commandant Stevens het verhaal van het gebeurde en bevestigde daardoor hetgeen deze reeds vernomen had. Uit dat alles bleek dat, al kon geen twijfel meer gekoesterd worden, dat Texar in persoon de ontvoering van het dochtertje van James Burbank en hare kindermeid in de Marino-Kreek geleid had, het even zeker gerekend moest worden, dat hij alleen de plek in Florida kon aanwijzen, waar de kleine Dy en Zermah door zijne medeplichtigen opgesloten werden gehouden.Die ellendige Spanjaard had dus hun lot in zijne handen, dat was helaas! maar al te zeker, en de commandant Stevens aarzelde dan ook geen oogenblik dat te erkennen. Hij wenschte daarom de leiding dier zaak geheel en al over te laten aan James Burbank en aan zijn zoon Gilbert. Zij zouden kunnen handelen, zooals zij vermeenden dat doelmatig zoude zijn. Bij voorbaat hechtte hij zijne goedkeuring aan alles, wat in het belang der mestiesche vrouw en het kind zoude strekken. Aan alles, zelfs al ging men zoo ver om aan Texar zijne invrijheidstelling te beloven, in ruil voor die twee dierbare wezens, dan zou hem de vrijheid geschonkenworden. De commandant stelde zich dienaangaande tegenover de autoriteiten van Jacksonville borg.Daar werden zijne seinen opgemerkt. Eene sloep werd uitgezet, en.... (Bladz. 64).Daar werden zijne seinen opgemerkt. Eene sloep werd uitgezet, en.... (Bladz.64).Toen James en Gilbert Burbank dien vrijdom van handelen erlangd hadden, bedankten zij den braven zeeman, die hun eene schriftelijke toestemming verleende, om met den Spanjaard in aanraking te komen, en stapten zij naar de haven.Daar vonden zij masterHarvey, die door een briefje van James Burbank gewaarschuwd was. Met hun drieën gingen zij naar Court-Justice, alwaar het schriftelijk toestemmingsbewijs van den commandant Stevens als een bevel gold en de deuren der gevangenis zich derhalve voor hen openden.Een gelaatkundige zou voorzeker niet zonder belangstelling de gelaatstrekken alsook de houding van Texar waargenomen hebben, sedert hij in hechtenis genomen was. Wie onzer lezers zal er aan twijfelen, dat de Spanjaard verwoed was geweest over de aankomst der federalistische troepen, die aan zijne kortstondige loopbaan van eersten magistraat van de Floridasche hoofdplaats een einde gemaakt had; ook dat hij het ten innigste betreurde, dat hem de macht ontglipt was, om alles te kunnen doen, wat hem goeddacht, vooral dat hij nu niet meer zijne persoonlijke gevoelens van haat kon botvieren en dat eene vertraging van slechts weinige uren hem niet veroorloofd had, master James Burbank en zijnen zoon Gilbert te kunnen laten doodschieten.Evenwel, in weerwil van die teleurstellingen, reikte zijn gevoel van spijt niet veel verder.Het scheen hem volkomen onverschillig te laten, dat hij in handen zijner vijanden gevallen was, ook dat hij onder beschuldiging van de zwaarste misdrijven gevangen genomen was en dat hij de verantwoordelijkheid droeg van al de gewelddadige handelingen, die in het laatste tijdperk bedreven waren, en die hem ten rechte konden verweten worden.Ja, dat alles liet hem geheel en al onverschillig en volkomen gevoelloos.Daaruit volgde zijne voor iedereen zoo vreemde en onverklaarbare houding.Nogmaals, hij werd slechts verontrust door de gedachte, dat hij zijne kuiperijen jegens de familie Burbank niet tot een goed, dat wil zeggen, tot een voor hem gewenscht einde had kunnen brengen. Wat de gevolgen van zijne inhechtenisneming betreft, die schenen hem niet te deren. Zou die tot heden zoo raadselachtige kerel nogmaals aan de pogingen ontsnappen, om hem te ontmaskeren en zijn verleden te onthullen?De deur zijner cel ging open en... hij bevond zich in tegenwoordigheid van den eigenaar van Camdless-Bay en van dienszoon Gilbert. Hij was een oogenblik verrast; maar dat duurde slechts zeer kort. Spoedig had hij zich hersteld.»Ho, ho!” riep hij op zijnen gewonen schaamteloozen toon uit. »Ho, ho! vader en zoon te zamen! Waarlijk, ik ben de heeren dankbaarheid verschuldigd voor hun bezoek. Ja, dankbaarheid en nog meer; want het bezoeken der gevangenen behoort tot de werken van barmhartigheid.”James Burbank keek den aterling met vertoornden blik aan.»Maar, ik vergis mij,” ging Texar steeds op hoonenden toon voort. »Ik ben der federalistische troepen eigenlijk dankbaarheid verschuldigd; want zonder hen zou ik de eer van uw bezoek niet hebben. Niet waar?”En met een spottenden blik keek de Spanjaard de beide mannen, die hij zoo schandelijk behandeld had, aan.»En het genadebetoon, dat gij mij niet meer voor u komt afsmeeken, komt gij mij zeker aanbieden? Dat is edel!”Toon en gebaren, waarmede die woorden vergezeld gingen, waren zoo uittartend, zoo vlijmend, hoonend, dat master James Burbank op het punt stond om in volle woede los te barsten. Zijn zoon weerhield hem evenwel.»Vader,” zei hij, »laat mij antwoorden...”»Maar Gilbert!”...»Ik smeek u er om. Texar tracht ons op een terrein te lokken, waarop wij hem niet volgen kunnen, namelijk op dat der wederzijdsche beschuldigingen...”De aterling grinnikte boosaardig.»Het is volmaakt onnoodig,” ging Gilbert Burbank voort, »om op het verledene terug te komen. Wij moeten ons met het tegenwoordige bezighouden, alleen met het tegenwoordige.”»Met het tegenwoordige!” riep Texar verbolgen uit. »Gij wilt zeggen met den tegenwoordigen toestand, niet waar? Maar mij dunkt dat die geene bespreking noodig heeft. Die is helder als de dag. Drie dagen geleden waart gijlieden hier in deze cel opgesloten en scheen het de wil van het noodlot te zijn, dat gij haar niet verlaten zoudt, dan om ter dood gebracht te worden. En heden zit ik er in uwe plaats, en gij kunt overtuigd wezen, dat ik er mij behagelijker in gevoel dan gij wel zoudt kunnen meenen.”Dat antwoord was wel geschikt om master James Burbank en zijn zoon Gilbert uit het veld te slaan. Zij waren toch naar Court-Justice gekomen, om Texar de vrijheid aan te bieden in ruil van het geheim, betrekking hebbende op de ontvoering van het kind en hare verzorgster.»Texar,” hernam Gilbert, »hoor mij aan.”»Wat hebt ge mij te zeggen?” vroeg de Spanjaard trotsch.»Luister. Wij komen open en rond met u onderhandelen.”»Zoo, zoo!” grinnikte de aterling.»Wat gij te Jacksonville uitgevoerd hebt,” ging Gilbert voort, »gaat ons niets aan.”»Om zeer goede redenen,” gromde Texar.»Wat gij te Camdless-Bay misdaan hebt, willen wij ons niet meer herinneren.”»Nog al edelmoedig, evenwel niet onbaatzuchtig, denk ik.”»Een punt wekt evenwel onze belangstelling in hooge mate op.”»Zoo? Laat hooren!”»Mijn zusje en hare kindermeid Zermah zijn verdwenen, terwijl uwe partijgenooten de plantageovermeesterdenen Castle-House belegerden. Het is zeker dat beiden ontvoerd werden...”»Ontvoerd?” hernam Texar boosaardig. »Welnu, het verheugt mij waarlijk zulks te vernemen.”»Te vernemen!...” riep master James Burbank toornig uit.»Ja, te vernemen,” antwoordde de Spanjaard hooghartig maar kalm.»Loochent gij dat, ellendeling! Loochent gij dat?...”»Vader,” kwam de jeugdige officier tusschenbeide, »laten wij onze koelbloedigheid bewaren... Denk er om, dat is noodig... Ja, Texar, die dubbele ontvoering heeft gedurende den aanval op de plantage plaats gegrepen... Moet gij niet erkennen, dat gij daarvan persoonlijk de bewerker zijt geweest?”»Daarop heb ik niet te antwoorden.”»Wij zullen zien!” riep James Burbank uit, getergd door de achteloosheid van die antwoorden.De Spanjaard trok hoonend de schouders op.»Bedaar toch, vader,” sprak Gilbert met klem, en zich tot Texar wendende, vervolgde hij:»Zult gij weigerachtig zijn om ons mede te deelen, waarheen mijn zusje met Zermah, hare verzorgster, op uwe bevelen gevoerd zijn?”»Ik herhaal, dat ik daarop niet te antwoorden heb.”»Ook niet, wanneer wij u de verzekering geven, dat gij uwe vrijheid tegen uw antwoord kunt inlossen?”»Ha, ha, ha!”»Er valt niet te lachen, antwoord ons!” drong Gilbert Burbank met klem aan.»Ik heb uwe hulp niet noodig, om mijne vrijheid te herkrijgen!...” antwoordde Texar trotsch.»En wie zal de deuren van deze gevangenis voor u openen?” riep master James Burbank onstuimig uit.De planter van Camdless-Bay geraakte bij zooveel schaamteloosheid buiten zich zelven van woede.Nog een oogenblik dan zou de aterling geworgd zijn. (Bladz. 66).Nog een oogenblik dan zou de aterling geworgd zijn. (Bladz.66).»Wie? vraagt gij?” grinnikte Texar.»Ja, wie, bij God?”»Welnu, de rechters!... Ik vraag uitdrukkelijk om terechtgesteld te worden!”»Terechtgesteld worden!... Rechters!...; maar die zullen u volgens plicht en geweten zonder mededoogen veroordeelen. Twijfel daaraan niet.”»Dan zal ik zien, wat mij te doen staat.”»Is dat uw laatste woord?”»Ja.”»Gij weigert dus stellig te antwoorden?” vroeg Gilbert Burbank voor de laatste maal, maar met aandrang in zijne stem.»Ja, ik weiger...”»Zelfs ten koste van...?”»Van wat? Spreek ronduit,” hernam Texar hoonend.»Ten koste van de vrijheid, die ik u aanbied.”»Ik begeer die vrijheid niet! Die vrijheid!... Het zou waarachtig wat moois zijn!”»Zelfs ten koste van een vermogen?”...»Van een vermogen?”»Van een vermogen, dat ik op mij neem, u na overeenkomst toe te tellen.”»Ik aas op uw vermogen niet...”Vader en zoon keken elkander aan. Die onverzettelijkheid ontstelde hen.»En nu, heeren,” sprak de Spanjaard, »wensch ik alleen gelaten te worden.”Het moet ten volle erkend worden, dat master James Burbank en zijn zoon Gilbert door zulke stoutmoedigheid geheel buiten westen geraakt waren.Waarop berustte toch dat gevoel van veiligheid, hetwelk die aterling aan den dag legde?Hoe durfde Texar zich aan eene rechtsvervolging blootstellen, die toch niet anders dan met de meest ernstige veroordeeling kon eindigen?Wie zou op die vragen antwoord kunnen geven?Zooveel is zeker, dat noch de vrijheid, die hem werd aangeboden, noch het goud, dat hem voorgespiegeld werd, hem een enkel woord had kunnen ontlokken.Spoorde hem een onwrikbare haat aan, om zijne belangen uit het oog te verliezen?Hij bleef steeds de raadselachtige persoon, die zelfs bij de meest te vreezen omstandigheden zijn verleden niet verkoos te logenstraffen.»Kom, vader, kom,” sprak de jeugdige officier. »Wij hebben hier niets meer te doen.”En hij troonde master James Burbank mede tot buiten de gevangenis.Bij de deur vonden zij masterHarveyweder, en met hun drieën gingen zij naar den commandant Stevens, om hem de mislukking hunner pogingen mede te deelen.Juist in dit oogenblik was aan boord der flottilje-kanonneerbooten eene proclamatie van den Commodore Dupont ontvangen. Zij was aan de bewoners van de hoofdplaats Jacksonville gericht en hield in hoofdzaak in, dat niemand ter zake zijner staatkundige meeningen vervolgd of ook maar gezocht zoude worden; ook niet ter zake van feitelijkheden, die den tegenstand van den Staat Florida sedert het uitbreken van dien noodlottigen burgeroorlog gekenmerkt, ja daaraan het recht van bestaan ontleend hadden. De onderwerping aan de vlag met de sterren zou aller verantwoordelijkheid uit een staatsrechtelijk oogpunt dekken.Die maatregel, klaarblijkelijk in zich zelve doeltreffend, was in soortgelijke omstandigheden door den president Lincoln toegepast. Hij kon evenwel niet bij private of personeele feiten gelden. En dat was hier toch ten opzichte van de handelingen van Texar het geval.Dat hij aan de wettige autoriteiten de macht om te regeeren ontwrongen had en dat hij van die macht gebruik gemaakt had om den tegenstand te organiseeren, dat was heel eenvoudig eene quaestie, die de Zuidelijken alleen aanging. Daarmede wilde het federalistische gouvernement niets te doen hebben. De aanslagen evenwel op de personen, de inval op Camdless-Bay, welke tegen een man, afkomstig uit het Noorden, gericht waren, de vernieling van zijn eigendom, de ontvoering van zijne dochter en van nog eene vrouw behoorende tot zijn dienstpersoneel, dat waren misdaden, die onder het bereik van het algemeen recht vielen, zoodat derhalve de gerechtigheid haren gewonen loop moest hebben.Zoo luidde het advies van den commandant Stevens en zoo ook luidde dat van den Commodore Dupont, toen de aanklacht van master James Burbank en de inbeschuldiging-stelling van den Spanjaard ter hunner kennis waren gekomen.Den volgenden dag—den 15denMaart—werd dan ook eene ordonnantie uitgevaardigd, die Texar voor de militaire rechtbank daagde onder de dubbele beschuldiging van strooperij en van ontvoering.De beschuldigde zou zich deswege voor den Krijgsraad, die te Sint Augustijn zitting hield, te verantwoorden hebben.1De Nederlanders moeten maar eens denken aan hunnen heilloozen Atjeh-oorlog.Vert.2Des krijgsmans zelfverloochening is een zwaarder lijdenskruis dan dat van den martelaar. Men moet het lang getorst hebben, om er de verhevenheid en het gewicht van te beseffen.Vert.
De Federalisten waren eindelijk meester van Jacksonville en beheerschten derhalve de geheele Sint John. De debarkementstroepen, die door den commandant Stevens aan wal gezet waren, bezetten dadelijk de voornaamste punten der hoofdstad.
De leden van de regeering der oproerlingen hadden de vlucht genomen. Alleen Texar was den vertegenwoordigers van het wettige gezag in handen gevallen.
Wat opmerkenswaardig genoemd kon worden, was dat de bewoners der stad de officieren der flottilje, die het gouvernement van Washington vertegenwoordigden, vrij bevredigend ontvingen. Hiertoe bracht waarschijnlijk veel bij, dat zij de uitspattingen van allerlei aard, die in de laatste dagen bedreven waren, vrij wel moede waren, ook dat de quaestie omtrent den slavenhandel, die door wapengeweld tusschen Noord en Zuid zou beslist worden, hen vrij onverschillig liet.
Gedurende dien tijd hield de Commodore Dupont, die zijn hoofdkwartier te Sint Augustijn opgeslagen had, zich onledig met de Floridasche kust te doen blokkeeren, om haar zoodoende tegen het invoeren van oorlogs-contrabande ontoegankelijk te maken. De vaarwaters tusschen de Mosquito-eilandjes waren weldra gesloten. Dat maakte een einde aan den ongeoorloofden handel in wapens en munitie, welke met de naburige Lucayische- en met de EngelscheBahama-eilandengedreven werd.
Men kon toen met grond beweren, dat van dat oogenblik af de Staat Florida onder het gezag der Federale Regeering van Washington teruggebracht was.
Dienzelfden dag staken master James Burbank, zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard en zijn dochter miss Alice de Sint John over, om naar Castle-House weder te keeren.
Master Perry en de onder-administrateurs van het landgoed Camdless Bay stonden hen met een groot aantal der gewezen negerslaven,die op de plantage teruggekeerd waren, op de pier langs de kleine havenkom af te wachten. De lezer zal wel bevroeden, met welke innige hartelijkheid en met welke vreugdekreten en toejuichingen zij ontvangen werden. Het was inderdaad een aandoenlijk tafereel.
Behoeft het nog gezegd te worden, dat master James Burbank en zijn zoon, alsook master Walter Stannard en zijne dochter zich een oogenblik later aan het bed van mevrouw Burbank bevonden?
Bij het weerzien van Gilbert, maar ook toen eerst, vernam de zieke alles wat er voorgevallen was. De jeugdige officier klemde haar in zijne armen en drukte haar aan zijne borst, terwijl Mars hare handen kuste. Zij zouden haar voortaan niet meer verlaten. Miss Alice zou haar hare zorgen kunnen wijden. Alice zoude zich aan die taak wijden. Zij zou weldra hare krachten terugkrijgen. Daarvan waren allen overtuigd.
Voortaan waren de kuiperijen van Texar en van hen, die hem bij zijne euveldaden en wraakoefeningen geholpen hadden, niet meer te duchten. De Spanjaard was in handen van de Federalisten en dezen hadden Jacksonville in hunne macht.
Maar al behoefde de wederhelft van master James Burbank, al behoefde de moeder van Gilbert niet meer voor het leven van haren echtgenoot en van haren zoon te vreezen, dan zouden zich thans al hare gedachten op haar ontvoerd dochtertje vestigen.
Zij snakte naar de kleine Dy, evenals Mars naar Zermah verlangde.
»Dy!...” prevelde de arme moeder.
»Zermah!...” zuchtte Mars.
»Weest gerust,” sprak James Burbank, »wij zullen hen terugvinden!”
De arme moeder keek hem smeekend aan.
»Ja, wij zullen hen terugvinden,” vervolgde de eigenaar van Camdless Bay. »Gilbert en Mars zullen mij bij mijne nasporingen vergezellen.”
»Ja, vader, dat zullen wij!” riep de jeugdige officier uit. »Wij mogen geen oogenblik verloren laten gaan!”
»Neen, dat mogen wij niet!” kreet Mars op zijne beurt.
»Daar Texar in onze macht is!”
»In onze macht?”
»Ja, in de macht onzer partijgenooten... En daar hij in onze macht is, zal hij wel moeten bekennen.”
»Maar wanneer hij weigert te bekennen?” vroeg master Walter Stannard.
»Wanneer hij weigert?...”
»Ja, wanneer hij beweert, dat hij van de ontvoering van de kleine Dy en van Zermah niets afweet?”
»Hoe zou hij dat durven?” riep Gilbert uit.
»Die kerel durft alles; wees daarvan verzekerd.”
»Maar heeft Zermah hem dan niet in de Marino-Kreek herkend?”
»Jawel; Zermah is echter niet aanwezig om dat te getuigen.”
»Hebben Alice en mijne moeder niet gehoord, dat Zermah haar den naam van Texar toeriep, op het oogenblik dat het vaartuig, waarmede zij ontvoerd werd, van wal stak?”
»Dat is zoo, maar...”
»Neen, er is geen twijfel mogelijk, dat hij die ontvoering bedreven, dat hij haar in persoon geleid heeft!”
»Ja!...” zei miss Alice Stannard. »Hij! hij in persoon! Ik heb hem goed herkend... Hij stond rechtop bij de achterplecht van de sloep, die naar het midden der rivier stevende!”
»Ja!... hij was het!” riep mevrouw Burbank, die zich oprichtte, alsof zij uit haar bed wilde springen.
»Welnu, aangenomen dat het Texar was,” antwoordde master Walter Stannard. »Wij stellen zelfs, dat twijfel dienaangaande niet mogelijk is...”
»Welnu, dan is de zaak helder,” meende master James Burbank.
»Maar wat te doen, wanneer hij weigert, pertinent weigert mededeeling te doen van de plaats, waarheen de kleine Dy en Zermah op zijn bevel gevoerd zijn?” vroeg master Stannard.
»Dat zou schrikkelijk zijn!” kreet Gilbert.
»Waar moeten wij hen zoeken?” ging de vader van miss Alice voort.
»Ja, waar?”
»Gij weet het toch, wij onderzochten, helaas! tevergeefs, de beide oevers der rivier zoo nauwkeurig mogelijk, en dat nog wel over eene uitgestrektheid van vele mijlen.”
Helaas, op die vragen, door master Walter Stannard gesteld, was geen antwoord te geven. Dat begrepen alle aanwezigen. Alles hing af van hetgeen de Spanjaard mededeelen zoude. Alles hing er van af, of zijn belang medebrengen zou, te spreken of te zwijgen.
»Maar zeg eens?...” vroeg Gilbert Burbank, meer om den gedachtenloop te verbreken, die voor iedereen pijnlijk was, dan wel dat hij bepaald eene vraag wenschte te stellen.
»Wat wilt ge weten?” hernam zijn vader.
»Weet men niet, waar die ellendeling gewoonlijk huisvesting zocht?”
»Neen, dat weet men niet en dat heeft men nooit geweten,” antwoordde James Burbank.
»Maar, toch...”
»In het zuidelijk gedeelte van het graafschap worden zulke uitgestrektewouden aangetroffen, zulke ondoordringbare moerassen, die hem eene veilige schuilplaats aanboden. Het zou vergeefsche moeite zijn, die wildernissen te doorzoeken, waarin de federalistische soldaten zelfs de militie-troepen onmogelijk kunnen vervolgen. Neen, neen, zoo iets kunnen wij niet.”
»O, ik moet mijne dochter hebben!” riep mevrouw Burbank, die in hare opgewondenheid niet dan met veel moeite door haren echtgenoot bedwongen kon worden.
»En ik... ik moet mijne vrouw hebben! Ja, ik moet mijne vrouw hebben!” riep Mars uit. »En ik zal dien aterling wel noodzaken mij te zeggen, waar zij is!”
»Dat zal hij wel moeten!” zei Gilbert, op wiens gelaat de grootste vastberadenheid te lezen stond.
»Ja,” hernam master James Burbank, »wanneer die ellendeling bemerken zal, dat er zijn leven mede gemoeid is en dat hij dat leven redden kan, door te spreken, geloof mij, dan zal die lafaard geen oogenblik aarzelen!”
»Dat dunkt mij ook,” sprak master Walter Stannard.
»Als hij er in geslaagd was de vlucht te nemen,” vervolgde de eigenaar van Camdless Bay, »dan zouden wij kunnen wanhopen. Maar nu hij in handen der Federalisten gevallen is, zullen wij hem zijn geheim wel weten te ontrukken.”
»Ja, dat zullen wij!” bevestigde Gilbert Burbank vastberaden.
»Heb vertrouwen, mijne arme vrouw,” ging master James Burbank voort. »Vergeet nooit, dat wij er zijn en dat wij u uw kind zullen terugbrengen!”
»Ja, dat zullen wij,” herhaalde Gilbert met geestkracht.
»Ja, dat zullen wij!” sprak Walter Stannard.
»Ja, dat zullen wij!”
Mevrouw Burbank viel uitgeput achterover in haar bed. Men moest haar rust gunnen. Miss Alice, die haar niet verlaten wilde, zou bij haar blijven, terwijl master Walter Stannard, master James Burbank, Gilbert en Mars zich naar de binnengalerij begaven, om daar met Edward Carrol te beraadslagen.
En ziehier, waartoe men besloot:
Men zou, alvorens tot handelen over te gaan, tijd aan de federalistische autoriteiten gunnen, om de heroverde streken te organiseeren en het veilige bezit daarvan te verzekeren. Daarenboven was het noodzakelijk, dat de Commodore Dupont op de hoogte gebracht werd niet alleen van den staat van zaken te Jacksonville, maar ook omtrent het gebeurde op de plantage Camdless Bay. Het zou wellicht oirbaar geacht worden, dat Texar voor eene militaire rechtbank geroepen werd. In dat geval zou de behandeling dier rechtszaak geheel van den commandant van het expeditionnair legerkorpsin Florida afhangen, en de bekwame spoed, waarmede zij geïnstrueerd zoude worden, geheel aan de inzichten van dien hoofdofficier onderworpen zijn.
Intusschen waren Gilbert Burbank en Mars niet voornemens dien dag en den daaropvolgenden te laten eindigen, zonder hunne nasporingen te beginnen. Zij wilden, in de hoop van wellicht de een of andere aanwijzing machtig te worden, de rivieren opstevenen, terwijl master James Burbank, master Walter Stannard en Edward Carrol hunne pogingen elders zouden aanwenden.
Viel er intusschen niet te duchten, dat Texar inderdaad zou weigeren te bekennen, dat hij, door zijn wraakzuchtig karakter gedreven, niet verkiezen zou de doodstraf te ondergaan, dan wel te kunnen besluiten om zijne slachtoffers weer te geven? Men moest er op bedacht zijn, zonder zijne aanwijzingen te werk te kunnen gaan.
Volgens dien gedachtengang was het van zeer veel belang te weten, waar hij in gewone omstandigheden woonde. Maar de pogingen daartoe bleven vruchteloos. Men wist niets omtrent de Zwarte Kreek. Men meende ter goeder trouw, dat die lagune-vorming geheel en al ontoegankelijk was.
Gilbert Burbank en Mars voeren dan ook verscheidene malen de dichte struiken van den oever voorbij, zonder den nauwen ingang te ontdekken, waarlangs hun licht vaartuigje toegang tot dat binnenwater zoude verkregen hebben.
Gedurende den geheelen dag van den13denJuni deed zich niets opmerkenswaardig voor, noch iets dat op eene wijziging in den staat van zaken duidde.
Te Camdless Bay was men begonnen met de reorganisatie der plantage langzamerhand in te voeren. De vrijgemaakte slaven, die genoodzaakt waren geweest om een goed heenkomen te zoeken, keerden van alle streken van het grondgebied en uit de naburige bosschen en wildernissen langzamerhand, maar in grooten getale terug.
Hoewel zij door de edelmoedige schenkings-acte van master James Burbank in volle vrijheid gesteld waren, zoo beschouwden zij zich toch niet geheel en al ontslagen van iedere verplichting jegens hem. Zij zouden zijne dienaren, zijne dienstboden zijn, als zij zijne slaven niet meer mochten blijven. Zij waren ongeduldig geweest om naar de plantage te kunnen terugkeeren, om daar hunne barakken, die door de benden van Texar verbrand waren, weer op te bouwen, om de werkplaatsen weer op te richten, om de scheepstimmerwerven te herstellen, in één woord: om den arbeid te hervatten, waaraan zij gedurende zoovele jaren de welgesteldheid en het geluk hunner huisgezinnen te danken hadden.
Men begon met de reorganisatie van den landbouwdienst der plantage. Master Edward Carrol, wiens wond nagenoeg genezen was, had zijne gewone bezigheden kunnen hervatten. Ook de administrateur Perry en zijne ondergeschikte opzichters legden zeer veel ijver aan den dag. Tot zelfs Pyg schroomde niet, veel beweging te maken, hoewel hij ouder gewoonte bitter weinig uitvoerde. De arme dwaas was wel ontnuchterd geworden, ten opzichte zijner denkbeelden van weleer. Praatte hij er nog over, dat hij geen slaaf maar een vrij mensch was, dan handelde hij toch als een kalme vrijgelatene. Het scheen wel eens, dat hij niet goed wist wat uit te voeren met die vrijheid, welke hij thans met volle recht kon genieten. Soms was die vrijheid hem daadwerkelijk tot last.
Om kort te gaan, het geheele dienstpersoneel der plantage zoude te Camdless-Bay terugkeeren, zoodra de verwoeste gebouwen hersteld waren, en dan zoude de onderneming haar gewoon uiterlijk hernemen en zou de gang der zaken hervat worden, alsof er niets gebeurd was.
Wat ook de uitslag van den Secessie-oorlog mocht wezen, de hoop mocht gekoesterd worden, dat de veiligheid van personen en goederen voor de planters van den Staat Florida gewaarborgd zoude zijn en dat de openbare rust niet meer verstoord zoude worden.
De orde te Jacksonville was weldra hersteld geworden. De federalistische krijgsmacht had zich tot taak gesteld, zich volstrekt niet in de gemeentelijke bestuurszaken te mengen, hetgeen den staat van zaken zeer vereenvoudigde.
De Noordelijken hadden de stad slechts met hunne troepen bezet, en lieten het bestuur aan de vroegere autoriteiten over, die door het uitbreken van het oproer voor eenige weken van hunne zetels ontzet waren geworden.
Daar bovendien het meerendeel der bevolking zich volmaakt onverschillig toonde omtrent de quaestie, welke de Vereenigde Staten van Noord-Amerika verdeelde, stuitte het haar niet, dat zij het hoofd moest bukken voor de overwinnaars en kon de vlag met de strepen en de sterren zonder hinder geheschen worden op de openbare gebouwen.
De partij der eenheid van de groote Staten-republiek zou in de districten van Florida geen enkelen tegenstander meer aantreffen. Men gevoelde wel, dat de leer der »states-rights,” zoo dierbaar aan de bevolking der Zuidelijke Staten, zooals in Georgië, in de beide Carolina’s, niet met die geestdrift begroet was en verdedigd zoude worden als elders bij de afscheidingsgezinden het geval was, zelfs wanneer de federalistische troepen genoodzaakt zouden worden terug te trekken.
De officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. (Bladz. 56.)De officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. (Bladz.56.)
De officier klom met behendige vlugheid de treden van de trap op, die naar de kade voerde. (Bladz.56.)
Ziehier welke gebeurtenissen zich op het oorlogstooneel van Noord-Amerika voorgedaan hadden.
De geconfedereerden of Zuidelijken hadden, met het doel om de legermacht van hunnen Generaal Beauregard te steunen, zes kanonneerbooten afgezonden, die onder de bevelen van den Commodore Hollins gesteld waren en stelling genomen hadden op de Mississippi tusschen New Madrid en het eiland Tien.
Daar begon toen een strijd, die door den Admiraal Foote der Noordelijken met kracht begonnen was en met klem voortgezet werd, om zich van het vaarwater op den bovenloop van den machtigen stroom te verzekeren. Op den dag zelf dat Jacksonville door den commandant Stevens genomen werd, aanvaardde de federalistische artillerie den geschutstrijd met de kanonneerbooten van den Commodore Hollins, en beantwoordde ten nadrukkelijkste schot met schot.
De Noordelijken slaagden er in, zich èn van het eiland Tien èn van New Madrid meester te maken. Toen bezetten zij de Mississippi over eene lengte van twee honderd kilometers, wel te verstaan wanneer men de kronkelingen van den stroom, die talrijk en uitgebreid zijn, meetelt.
Intusschen openbaarde zich gedurende dit tijdperk eene groote weifeling in de gedragslijn die het federalistisch gouvernement volgde.
De Generaal Mac Clellan was genoodzaakt geworden zijne denkbeelden en plannen aan het oordeel van een krijgsraad te onderwerpen, en hoewel die door eene overgroote meerderheid goedgekeurd waren, was toch de heer Lincoln, president der republiek van de Vereenigde Staten, er toe overgegaan de uitvoering dier plannen te dwarsboomen en te vertragen, hetgeen zeer te betreuren was. Hij was daartoe aangezet geworden door mannen zijner omgeving, die zeer kortzichtig waren, maar toch veel gewicht in de schaal der openbare meening konden leggen.
Dientengevolge werd het Potomac-leger verdeeld, om zoogenaamd voor de veiligheid van Washington te kunnen zorgen. Gelukkig bevocht deMonitorde overwinning in zijn roemrijken strijd met deVirginia, welke laatste bodem genoodzaakt was de vlucht te nemen, en herstelde alzoo de vrije vaart op de Chesapeake. Dan nog veroorloofde de overhaaste terugtocht der geconfedereerden na de ontruiming van Manassas, aan het federalistische leger zijne kantonnementen naar die stad over te brengen.
Daardoor was de quaestie van het blokkeeren van de Potomac opgelost.
Intusschen zou de politieke tinnegieterij, welker werking zoo nadeelig is, wanneer zij er in slaagt, zich in zaken te mengen, dieslechts door de sabel uit te maken zijn,1nog tot eene zeer betreurenswaardige beslissing voor de belangen der Noordelijken leiden. Op dit tijdstip werd de Generaal Mac Clellan beroofd of ontzet van de opperste leiding van de legerkorpsen der Federalisten. Hij zag zijne macht begrensd tot het commandement over de troepen, die op de Potomac opereerden, zoodat de andere leger-afdeelingen onafhankelijk van hem werden en onder de directe leiding van den president Lincoln bleven.
Dat was eene groote fout. Mac Clellan gevoelde levendig die beleediging, welke gelegen was in die terugstelling en die degradeering, mogen wij haar wel noemen, maar die hij in geenen deele verdiend had. Maar de achtenswaardige krijgsman was soldaat in zijn hart en kende als zoodanig slechts zijn plicht. Hij berustte, en overviel hem een oogenblik een bittere gedachte, dan beurden hem de zoo verheven woorden van Alfred de Vigny in zijneGrandeurs et Servitudes militairesop:
L’abnégation du guerrier est une croix plus lourde que celle du martyr. Il faut l’avoir portée longtemps pour en savoir la grandeur et le poids2.
Daags na het ondergaan van die krenking zelfs, ontwierp hij een plan, waarvan het objectief was zijne troepen op het strand van het fort Monroe te ontschepen. Dat plan, hetwelk door de korpscommandanten en door de chefs van staven en diensten toegejuicht was, vond genade in de oogen van den president der republiek en verwierf hoogstdeszelfs goedkeuring. De minister van oorlog vaardigde de noodige bevelen uit naar New-York, naar Philadelphia, naar Baltimore, en weldra kwamen vaartuigen van allerlei charter in de Potomac aan, om het leger van Mac Clellan met zijn geheele materiëel aan boord te nemen.
De gevaren, die gedurende een zekeren tijd Washington, de hoofdplaats der Noordelijken, hadden doen sidderen, zouden verdwijnen en naar Richmond, de hoofdplaats der Zuidelijken, die haar thans ondervinden zoude, overgebracht worden.
Zoo stond de staat van zaken tusschen de oorlogvoerende partijen op het tijdstip, toen de Staat Florida zich aan den Generaal Sherman en aan den Commodore Dupont onderworpen had.
Terzelfder tijd dat het smaldeel der Noordelijken de blokkadeder Floridasche kust voltooide, werd het meester van de Sint John, hetgeen de inbezitname van het geheele schiereiland verzekerde.
Gilbert Burbank en Mars hadden inmiddels tevergeefs de oeverstreken en de eilandjes, in den stroom gelegen, tot voorbijPiccolatadoorzocht. Toen bleef niets anders meer over, dan direct op Texar zelf te werken. Hij was, sedert het oogenblik dat de gevangenisdeuren zich achter hem gesloten hadden, nauwkeurig buiten iedere gemeenschap met zijne medeplichtigen gehouden geworden. Daaruit volgt natuurlijk, dat de kleine Dy en Zermah zich nog op dezelfde plek moesten bevinden, waar zij waren toen de federalistische scheepsmacht de Sint John binnendrong en Jacksonville bemachtigde.
De staat van zaken ter hoofdplaats van Florida liet thans toe, dat de rechtspleging ten opzichte van den Spanjaard geregeld uitgeoefend kon worden, al weigerde hij ook al te antwoorden. Men mocht intusschen de hoop koesteren, dat men niet genoodzaakt zoude worden tot strenge maatregelen zijne toevlucht te nemen, en dat de ellendeling er toe overgaan zou, om tegen den losprijs van zijn leven en van zijne vrijheid onthullingen te doen.
Op den 14denwerd besloten, die proef met bewilliging der autoriteiten te wagen.
Mevrouw Burbank was herstellend en had eenigermate hare krachten teruggevonden. De terugkeer van haren zoon, de hoop dat zij haar ander kind weldra zou weerzien, het herstel van vrede en orde in het land, de veiligheid die thans voor de onderneming te Camdless-Bay gewaarborgd was, dat alles te zamen bracht het zijne er toe bij, om haar weer ietwat van hare moreele kracht, die zij verloren had, terug te doen erlangen. Vanwege Texar’s partijgangers, die zoolang de goedgezinden te Jacksonville met schrik en angst vervuld hadden, was niets meer te duchten. De militie-troepen der stad hadden de wijk naar de binnenlanden van het graafschap Putnam genomen. Mochten ook al die van Sint Augustijn er aan denken, na eerst den overtocht der Sint John bewerkstelligd te hebben, die vluchtelingen van Jacksonville de hand te reiken, ten einde den een of anderen krijgstocht tegen de federalistische troepen te ondernemen, dan was dat van latere zorg, daar zoo iets niet in de eerste tijden kon geschieden en het gevaar dus nog zeer verwijderd mocht heeten. Dienaangaande behoefde men zich dus geene muizenissen te maken, vooral zoolang de Commodore Dupont en de Generaal Sherman zich in Florida zouden bevinden.
Liet hij het zware geschut donderen, en overstelpten zijne projectielen den linker-oever der Sint John. (Bladz. 62.)Liet hij het zware geschut donderen, en overstelpten zijne projectielen den linker-oever der Sint John. (Bladz.62.)
Liet hij het zware geschut donderen, en overstelpten zijne projectielen den linker-oever der Sint John. (Bladz.62.)
Er werd dus na eenige ruggespraak besloten, dat James Burbank zich dienzelfden dag met zijn zoon Gilbert naar Jacksonville zou begeven. Maar zij beiden alleen. De heerenEdwardCarrol, Walter Stannard en Mars zouden op de onderneming blijven, terwijl missAlice Stannard mevrouw Burbank niet zou verlaten. Daarenboven, de jeugdige officier en zijn vader rekenden er op, tegen het vallen van den avond op Castle House terug te zijn en dan de een of andere gunstige tijding mede te kunnen brengen. Zoodra Texar onthullingen omtrent de verblijfplaats van de kleine Dy en van Zermah zou doen, zou men dadelijk een begin maken met het nemen van maatregelen tot hare bevrijding. Daartoe zouden, zoo hoopte men, weinige uren, hoogstens een dag voldoende zijn.
Toen James en Gilbert Burbank op het punt waren om te vertrekken, riep miss Alice den jeugdigen officier ter zijde:
»Gilbert,” riep zij.
»Wat is er, waarde Alice?”
»Gilbert,” vervolgde het jonge meisje, »gij gaat u tegenover den man bevinden, die uwe familie zooveel leed berokkend heeft....”
»En wat zou dat, lieve Alice?” vroeg de jongman.
»Van den man,” ging het meisje voort, »die uwen vader en u zelven wilde laten ter dood brengen...”
»Dat zal ik niet vergeten, Alice,” siste de jonge officier met verbeten woede tusschen de tanden.
»Gilbert,” hernam miss Alice met aandrang, »Gilbert... belooft gij mij, dat gij u zelven meester zult blijven tegenover Texar?”
»Mij zelven meester blijven!...” riep Gilbert uit, wien de naam van den Spanjaard reeds van razende woede deed verbleeken.
»Ja, Gilbert, u zelven meester blijven!” sprak het jonge meisje vastberaden.
»Dat kan niet, Alice!”
»Dat moet toch, Gilbert,” hernam de deern. »Gij zult niets verwerven, wanneer gij u door uwen toorn zult laten vervoeren... Laat iedere gedachte aan wraakoefening varen...”
»O, Alice... wat vergt gij!”
»Om slechts aan ééne zaak te denken,” vervolgde miss Alice, »aan de redding van uwe zuster... die weldra ook de mijne zal zijn!”
»Lieve Alice!”
»Daarom moet gij alles opofferen... Alles! hoort ge, Gilbert? Alles... al zoudt ge ook Texar de verzekering moeten geven, dat hij van uwe zijde in de toekomst niets meer te duchten zal hebben.”
»Niets meer te duchten!” riep Gilbert Burbank uit... »Vergeten, dat door zijne schuld mijne moeder bijna gestorven is!...”
»Ja, dat moet gij vergeten!”
»Vergeten, dat hij mijn vader wilde laten doodschieten!...”
»Ook dat moet gij vergeten, Gilbert; zelfs dat hij u wilde laten doodschieten... u, dien ik niet meer dacht weer te zien. Ja, dat alles heeft hij gedaan; maar gij moet de gedachte daaraan verbannen. Gij moogt u dat alles niet herinneren.”
»Alice!... Alice!...”
»Ik zeide u en herhaal het thans, omdat ik vrees dat master Burbank zich zelven niet meester zal kunnen blijven... En wanneer gij er nu niet in zult slagen kalm te blijven, dan zullen uwe pogingen stellig mislukken. O! waarom heeft men besloten, dat ik hier moet blijven, dat ik u niet naar Jacksonville mag vergezellen!... Wellicht zou ik door zachtheid verkrijgen...”
»Maar... wanneer die ellendeling weigert te antwoorden?...” hernam Gilbert, die de gegrondheid der aanbevelingen van miss Alice maar al te goed besefte.
»Als hij weigert te antwoorden, dan moet gij de taak aan de magistraten overlaten, om hem tot antwoorden te nopen.”
»Dat alles is goed en wel...” viel Gilbert zijn aanstaande in de rede.
»Het geldt zijn leven,” ging miss Alice voort, »en wanneer hij zal ontwaren, dat hij dat leven met zijne onthullingen kan redden, dan zal hij wel antwoorden!...”
»Dat zal te bezien staan, Alice.”
»Gilbert, gij moet mij beloven, kalm en bedaard te blijven. Ja, die belofte verg ik van u... In naam onzer liefde smeek ik u, die belofte te doen.”
»Ja, waarde Alice,” antwoordde Gilbert. »Ja!... Wat die man ook uitgevoerd heeft, ik zal alles vergeten, wanneer hij mij mijne zuster weergeeft!...”
»Goed zoo, Gilbert!”
»Alice!”
»Wij hebben vreeselijke beproevingen doorstaan... maar die zijn nu achter den rug!... God zal die droeve dagen, waarin wij zoo bitter geleden hebben, door dagen van geluk en voorspoed doen volgen.”
Gilbert drukte innig de hand zijner aanstaande, wier schoone oogen zich met tranen gevuld hadden. Daarna scheidden zij.
Het was omstreeks tien uren, toen master James Burbank en zijn zoon Gilbert, na afscheid van hunne vrienden en verwanten genomen te hebben, zich in de kleine havenkom van Camdless Bay inscheepten.
De rivier werd natuurlijk zoo spoedig mogelijk overgestoken. Intusschen werd het vaartuig, ten gevolge van eene opmerking van Gilbert Burbank, in stede van naar Jacksonville, naar de kanonneerboot van den commandant Stevens gestuurd.
Die officier was thans daadwerkelijk de militaire commandant binnen de muren der stad. Het was dus gepast en ook urgent, dat de maatregel door James Burbank aan zijn oordeel onderworpen werd. De commandant Stevens stond in onmiddellijke aanrakingmet de verschillende autoriteiten, en de gelegenheden om met hen in aanraking te komen waren veelvuldig. Hij was ten volle bekend met de rol, die Texar gespeeld had sedert zijne partijgenooten hem het gezag in handen hadden gespeeld, alsook met zijne verantwoordelijkheid omtrent de gebeurtenissen, die te Camdless Bay hadden plaats gegrepen. Hij wist waarom en hoe de Spanjaard aangehouden en in de gevangenis opgesloten werd, juist op het oogenblik toen de militie-troepen hunnen terugtocht wilden volbrengen. Hij was ook volkomen op de hoogte wat aangaat de reactie, die tegen dien aterling ingetreden was en wel zoodanig, dat het eerlijke gedeelte van de bevolking van de hoofdplaats Jacksonville er op aandrong, dat hij wegens zijne veelvuldige misdaden zoude gevonnisd worden.
De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. Hij koesterde toch voor dien jeugdigen officier, wiens edel karakter en onwrikbaren moed hij had leeren kennen, sedert de jonge man onder zijne bevelen had gediend, hooge achting en innige vriendschap. Toen hij bij terugkeer van Mars aan boord der flottilje, vernam dat Gilbert Burbank in handen der Zuidelijken gevallen was, zou hij, het koste wat het wilde, alles ondernomen hebben om hem te redden. Maar helaas, iedere poging was tevergeefs, hij werd weerhouden door die verwenschte zandbank in de monding der Sint-John! Hoe zou hij bijtijds te Jacksonville kunnen aankomen?... Maar de lezer weet, aan welke omstandigheden de jeugdige luitenant en James Burbank hunne redding te danken hadden.
Gilbert Burbank leverde in weinige woorden en dus zoo beknopt mogelijk aan den commandant Stevens het verhaal van het gebeurde en bevestigde daardoor hetgeen deze reeds vernomen had. Uit dat alles bleek dat, al kon geen twijfel meer gekoesterd worden, dat Texar in persoon de ontvoering van het dochtertje van James Burbank en hare kindermeid in de Marino-Kreek geleid had, het even zeker gerekend moest worden, dat hij alleen de plek in Florida kon aanwijzen, waar de kleine Dy en Zermah door zijne medeplichtigen opgesloten werden gehouden.
Die ellendige Spanjaard had dus hun lot in zijne handen, dat was helaas! maar al te zeker, en de commandant Stevens aarzelde dan ook geen oogenblik dat te erkennen. Hij wenschte daarom de leiding dier zaak geheel en al over te laten aan James Burbank en aan zijn zoon Gilbert. Zij zouden kunnen handelen, zooals zij vermeenden dat doelmatig zoude zijn. Bij voorbaat hechtte hij zijne goedkeuring aan alles, wat in het belang der mestiesche vrouw en het kind zoude strekken. Aan alles, zelfs al ging men zoo ver om aan Texar zijne invrijheidstelling te beloven, in ruil voor die twee dierbare wezens, dan zou hem de vrijheid geschonkenworden. De commandant stelde zich dienaangaande tegenover de autoriteiten van Jacksonville borg.
Daar werden zijne seinen opgemerkt. Eene sloep werd uitgezet, en.... (Bladz. 64).Daar werden zijne seinen opgemerkt. Eene sloep werd uitgezet, en.... (Bladz.64).
Daar werden zijne seinen opgemerkt. Eene sloep werd uitgezet, en.... (Bladz.64).
Toen James en Gilbert Burbank dien vrijdom van handelen erlangd hadden, bedankten zij den braven zeeman, die hun eene schriftelijke toestemming verleende, om met den Spanjaard in aanraking te komen, en stapten zij naar de haven.
Daar vonden zij masterHarvey, die door een briefje van James Burbank gewaarschuwd was. Met hun drieën gingen zij naar Court-Justice, alwaar het schriftelijk toestemmingsbewijs van den commandant Stevens als een bevel gold en de deuren der gevangenis zich derhalve voor hen openden.
Een gelaatkundige zou voorzeker niet zonder belangstelling de gelaatstrekken alsook de houding van Texar waargenomen hebben, sedert hij in hechtenis genomen was. Wie onzer lezers zal er aan twijfelen, dat de Spanjaard verwoed was geweest over de aankomst der federalistische troepen, die aan zijne kortstondige loopbaan van eersten magistraat van de Floridasche hoofdplaats een einde gemaakt had; ook dat hij het ten innigste betreurde, dat hem de macht ontglipt was, om alles te kunnen doen, wat hem goeddacht, vooral dat hij nu niet meer zijne persoonlijke gevoelens van haat kon botvieren en dat eene vertraging van slechts weinige uren hem niet veroorloofd had, master James Burbank en zijnen zoon Gilbert te kunnen laten doodschieten.
Evenwel, in weerwil van die teleurstellingen, reikte zijn gevoel van spijt niet veel verder.
Het scheen hem volkomen onverschillig te laten, dat hij in handen zijner vijanden gevallen was, ook dat hij onder beschuldiging van de zwaarste misdrijven gevangen genomen was en dat hij de verantwoordelijkheid droeg van al de gewelddadige handelingen, die in het laatste tijdperk bedreven waren, en die hem ten rechte konden verweten worden.
Ja, dat alles liet hem geheel en al onverschillig en volkomen gevoelloos.
Daaruit volgde zijne voor iedereen zoo vreemde en onverklaarbare houding.
Nogmaals, hij werd slechts verontrust door de gedachte, dat hij zijne kuiperijen jegens de familie Burbank niet tot een goed, dat wil zeggen, tot een voor hem gewenscht einde had kunnen brengen. Wat de gevolgen van zijne inhechtenisneming betreft, die schenen hem niet te deren. Zou die tot heden zoo raadselachtige kerel nogmaals aan de pogingen ontsnappen, om hem te ontmaskeren en zijn verleden te onthullen?
De deur zijner cel ging open en... hij bevond zich in tegenwoordigheid van den eigenaar van Camdless-Bay en van dienszoon Gilbert. Hij was een oogenblik verrast; maar dat duurde slechts zeer kort. Spoedig had hij zich hersteld.
»Ho, ho!” riep hij op zijnen gewonen schaamteloozen toon uit. »Ho, ho! vader en zoon te zamen! Waarlijk, ik ben de heeren dankbaarheid verschuldigd voor hun bezoek. Ja, dankbaarheid en nog meer; want het bezoeken der gevangenen behoort tot de werken van barmhartigheid.”
James Burbank keek den aterling met vertoornden blik aan.
»Maar, ik vergis mij,” ging Texar steeds op hoonenden toon voort. »Ik ben der federalistische troepen eigenlijk dankbaarheid verschuldigd; want zonder hen zou ik de eer van uw bezoek niet hebben. Niet waar?”
En met een spottenden blik keek de Spanjaard de beide mannen, die hij zoo schandelijk behandeld had, aan.
»En het genadebetoon, dat gij mij niet meer voor u komt afsmeeken, komt gij mij zeker aanbieden? Dat is edel!”
Toon en gebaren, waarmede die woorden vergezeld gingen, waren zoo uittartend, zoo vlijmend, hoonend, dat master James Burbank op het punt stond om in volle woede los te barsten. Zijn zoon weerhield hem evenwel.
»Vader,” zei hij, »laat mij antwoorden...”
»Maar Gilbert!”...
»Ik smeek u er om. Texar tracht ons op een terrein te lokken, waarop wij hem niet volgen kunnen, namelijk op dat der wederzijdsche beschuldigingen...”
De aterling grinnikte boosaardig.
»Het is volmaakt onnoodig,” ging Gilbert Burbank voort, »om op het verledene terug te komen. Wij moeten ons met het tegenwoordige bezighouden, alleen met het tegenwoordige.”
»Met het tegenwoordige!” riep Texar verbolgen uit. »Gij wilt zeggen met den tegenwoordigen toestand, niet waar? Maar mij dunkt dat die geene bespreking noodig heeft. Die is helder als de dag. Drie dagen geleden waart gijlieden hier in deze cel opgesloten en scheen het de wil van het noodlot te zijn, dat gij haar niet verlaten zoudt, dan om ter dood gebracht te worden. En heden zit ik er in uwe plaats, en gij kunt overtuigd wezen, dat ik er mij behagelijker in gevoel dan gij wel zoudt kunnen meenen.”
Dat antwoord was wel geschikt om master James Burbank en zijn zoon Gilbert uit het veld te slaan. Zij waren toch naar Court-Justice gekomen, om Texar de vrijheid aan te bieden in ruil van het geheim, betrekking hebbende op de ontvoering van het kind en hare verzorgster.
»Texar,” hernam Gilbert, »hoor mij aan.”
»Wat hebt ge mij te zeggen?” vroeg de Spanjaard trotsch.
»Luister. Wij komen open en rond met u onderhandelen.”
»Zoo, zoo!” grinnikte de aterling.
»Wat gij te Jacksonville uitgevoerd hebt,” ging Gilbert voort, »gaat ons niets aan.”
»Om zeer goede redenen,” gromde Texar.
»Wat gij te Camdless-Bay misdaan hebt, willen wij ons niet meer herinneren.”
»Nog al edelmoedig, evenwel niet onbaatzuchtig, denk ik.”
»Een punt wekt evenwel onze belangstelling in hooge mate op.”
»Zoo? Laat hooren!”
»Mijn zusje en hare kindermeid Zermah zijn verdwenen, terwijl uwe partijgenooten de plantageovermeesterdenen Castle-House belegerden. Het is zeker dat beiden ontvoerd werden...”
»Ontvoerd?” hernam Texar boosaardig. »Welnu, het verheugt mij waarlijk zulks te vernemen.”
»Te vernemen!...” riep master James Burbank toornig uit.
»Ja, te vernemen,” antwoordde de Spanjaard hooghartig maar kalm.
»Loochent gij dat, ellendeling! Loochent gij dat?...”
»Vader,” kwam de jeugdige officier tusschenbeide, »laten wij onze koelbloedigheid bewaren... Denk er om, dat is noodig... Ja, Texar, die dubbele ontvoering heeft gedurende den aanval op de plantage plaats gegrepen... Moet gij niet erkennen, dat gij daarvan persoonlijk de bewerker zijt geweest?”
»Daarop heb ik niet te antwoorden.”
»Wij zullen zien!” riep James Burbank uit, getergd door de achteloosheid van die antwoorden.
De Spanjaard trok hoonend de schouders op.
»Bedaar toch, vader,” sprak Gilbert met klem, en zich tot Texar wendende, vervolgde hij:
»Zult gij weigerachtig zijn om ons mede te deelen, waarheen mijn zusje met Zermah, hare verzorgster, op uwe bevelen gevoerd zijn?”
»Ik herhaal, dat ik daarop niet te antwoorden heb.”
»Ook niet, wanneer wij u de verzekering geven, dat gij uwe vrijheid tegen uw antwoord kunt inlossen?”
»Ha, ha, ha!”
»Er valt niet te lachen, antwoord ons!” drong Gilbert Burbank met klem aan.
»Ik heb uwe hulp niet noodig, om mijne vrijheid te herkrijgen!...” antwoordde Texar trotsch.
»En wie zal de deuren van deze gevangenis voor u openen?” riep master James Burbank onstuimig uit.
De planter van Camdless-Bay geraakte bij zooveel schaamteloosheid buiten zich zelven van woede.
Nog een oogenblik dan zou de aterling geworgd zijn. (Bladz. 66).Nog een oogenblik dan zou de aterling geworgd zijn. (Bladz.66).
Nog een oogenblik dan zou de aterling geworgd zijn. (Bladz.66).
»Wie? vraagt gij?” grinnikte Texar.
»Ja, wie, bij God?”
»Welnu, de rechters!... Ik vraag uitdrukkelijk om terechtgesteld te worden!”
»Terechtgesteld worden!... Rechters!...; maar die zullen u volgens plicht en geweten zonder mededoogen veroordeelen. Twijfel daaraan niet.”
»Dan zal ik zien, wat mij te doen staat.”
»Is dat uw laatste woord?”
»Ja.”
»Gij weigert dus stellig te antwoorden?” vroeg Gilbert Burbank voor de laatste maal, maar met aandrang in zijne stem.
»Ja, ik weiger...”
»Zelfs ten koste van...?”
»Van wat? Spreek ronduit,” hernam Texar hoonend.
»Ten koste van de vrijheid, die ik u aanbied.”
»Ik begeer die vrijheid niet! Die vrijheid!... Het zou waarachtig wat moois zijn!”
»Zelfs ten koste van een vermogen?”...
»Van een vermogen?”
»Van een vermogen, dat ik op mij neem, u na overeenkomst toe te tellen.”
»Ik aas op uw vermogen niet...”
Vader en zoon keken elkander aan. Die onverzettelijkheid ontstelde hen.
»En nu, heeren,” sprak de Spanjaard, »wensch ik alleen gelaten te worden.”
Het moet ten volle erkend worden, dat master James Burbank en zijn zoon Gilbert door zulke stoutmoedigheid geheel buiten westen geraakt waren.
Waarop berustte toch dat gevoel van veiligheid, hetwelk die aterling aan den dag legde?
Hoe durfde Texar zich aan eene rechtsvervolging blootstellen, die toch niet anders dan met de meest ernstige veroordeeling kon eindigen?
Wie zou op die vragen antwoord kunnen geven?
Zooveel is zeker, dat noch de vrijheid, die hem werd aangeboden, noch het goud, dat hem voorgespiegeld werd, hem een enkel woord had kunnen ontlokken.
Spoorde hem een onwrikbare haat aan, om zijne belangen uit het oog te verliezen?
Hij bleef steeds de raadselachtige persoon, die zelfs bij de meest te vreezen omstandigheden zijn verleden niet verkoos te logenstraffen.
»Kom, vader, kom,” sprak de jeugdige officier. »Wij hebben hier niets meer te doen.”
En hij troonde master James Burbank mede tot buiten de gevangenis.
Bij de deur vonden zij masterHarveyweder, en met hun drieën gingen zij naar den commandant Stevens, om hem de mislukking hunner pogingen mede te deelen.
Juist in dit oogenblik was aan boord der flottilje-kanonneerbooten eene proclamatie van den Commodore Dupont ontvangen. Zij was aan de bewoners van de hoofdplaats Jacksonville gericht en hield in hoofdzaak in, dat niemand ter zake zijner staatkundige meeningen vervolgd of ook maar gezocht zoude worden; ook niet ter zake van feitelijkheden, die den tegenstand van den Staat Florida sedert het uitbreken van dien noodlottigen burgeroorlog gekenmerkt, ja daaraan het recht van bestaan ontleend hadden. De onderwerping aan de vlag met de sterren zou aller verantwoordelijkheid uit een staatsrechtelijk oogpunt dekken.
Die maatregel, klaarblijkelijk in zich zelve doeltreffend, was in soortgelijke omstandigheden door den president Lincoln toegepast. Hij kon evenwel niet bij private of personeele feiten gelden. En dat was hier toch ten opzichte van de handelingen van Texar het geval.
Dat hij aan de wettige autoriteiten de macht om te regeeren ontwrongen had en dat hij van die macht gebruik gemaakt had om den tegenstand te organiseeren, dat was heel eenvoudig eene quaestie, die de Zuidelijken alleen aanging. Daarmede wilde het federalistische gouvernement niets te doen hebben. De aanslagen evenwel op de personen, de inval op Camdless-Bay, welke tegen een man, afkomstig uit het Noorden, gericht waren, de vernieling van zijn eigendom, de ontvoering van zijne dochter en van nog eene vrouw behoorende tot zijn dienstpersoneel, dat waren misdaden, die onder het bereik van het algemeen recht vielen, zoodat derhalve de gerechtigheid haren gewonen loop moest hebben.
Zoo luidde het advies van den commandant Stevens en zoo ook luidde dat van den Commodore Dupont, toen de aanklacht van master James Burbank en de inbeschuldiging-stelling van den Spanjaard ter hunner kennis waren gekomen.
Den volgenden dag—den 15denMaart—werd dan ook eene ordonnantie uitgevaardigd, die Texar voor de militaire rechtbank daagde onder de dubbele beschuldiging van strooperij en van ontvoering.
De beschuldigde zou zich deswege voor den Krijgsraad, die te Sint Augustijn zitting hield, te verantwoorden hebben.
1De Nederlanders moeten maar eens denken aan hunnen heilloozen Atjeh-oorlog.Vert.2Des krijgsmans zelfverloochening is een zwaarder lijdenskruis dan dat van den martelaar. Men moet het lang getorst hebben, om er de verhevenheid en het gewicht van te beseffen.Vert.
1De Nederlanders moeten maar eens denken aan hunnen heilloozen Atjeh-oorlog.Vert.
2Des krijgsmans zelfverloochening is een zwaarder lijdenskruis dan dat van den martelaar. Men moet het lang getorst hebben, om er de verhevenheid en het gewicht van te beseffen.Vert.