VI.Sint Augustijn.Sint Augustijn is een der oudste steden van Noord-Amerika en dagteekent reeds van de vijftiende eeuw.Zij is de hoofdplaats van het graafschap Sint Jan, hetwelk van luttele beteekenis is, daar het, hoe uitgestrekt zijn grondgebied ook al is, geen drie duizend inwoners telt.Sint Augustijn is van Spaanschen oorsprong en is nagenoeg hetzelfde gebleven, wat zij weleer was, althans zij heeft er al het uiterlijke van behouden.De stad verheft zich op het uiteinde van een der kust-eilanden. De oorlogsvaartuigen en de koopvaardijschepen vinden in hare haven, die uitmuntend tegen windvlagen uit volle zee, die zoo veelvuldig op die gevaarlijke kust van den Staat Florida bulderen, gedekt is, een veilige toevlucht. Intusschen moet erkend worden, dat om binnen die haven te komen, de schepen het gevaarlijke vaarwater moeten doorstevenen, hetwelk door de kolken en wielingen van den golfstroom bij haren ingang gevormd wordt.De straten van Sint Augustijn zijn, evenals dat bij andere steden in de heete zone gelegen en derhalve aan het loodrecht invallen der zonnestralen blootgesteld, aangetroffen wordt, zeer smal. Door de richting dier straten en door de zeebries, die er geregeld des ochtends en des avonds den dampkring komt verfrisschen, bezit deze stad, die voor de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, wat Nizza of Mentone, onder den liefelijken hemel van Provence gelegen, voor Frankrijk is, een uiterst gematigd klimaat.Het is voornamelijk in het havenkwartier en in de straten die er aan grenzen, dat de bevolking zich het dichtst saamgepakt heeft.De voorsteden met hare weinige woningen, die slechts eene dakbedekking van palmbladeren hebben, met hare ellendige hutten, verkeeren in een staat van verlatenheid en eenzaamheid die volmaakt zou kunnen heeten, zonder de honden, de varkens, de koeien en de geiten, die er voortdurend zwervende aangetroffen worden.De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. (Bladz. 80).De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. (Bladz.80).De eigenlijke stad—het werd reeds gezegd—heeft een bepaald Spaansch uiterlijk, de huizen hebben vensters, die door zwaar traliewerk verdedigd worden; zij bezitten in hun binnengedeelte de traditioneele patio. De patio is eene binnenplaats, die door slanke zuilenrijen omgeven, met grillige luifels en gebeeldhouwde balkons, fraai en sierlijk alsof zij altaarkasten moeten voorstellen, versierd is.Somwijlen, bij voorbeeld des Zondags of bij andere feestelijke gelegenheden, ontsnapt de inhoud van die huizen en stort zich op de straten der stad uit. Dan ontwaart het oog een zonderling mengelmoes van senoras, van negerinnen en mulatinnen, van Indiaansche vrouwen, van vrouwen met gemengd bloed; van negers, van negerkinderen, van Engelsche dames, van gentlemen, van eerwaarde predikanten, van monniken en van Roomsche priesters. En bijna allen hebben een sigarette in den mond, zelfs als zij zich naar den Calvarieberg begeven. En dit is toch de naam van de hoofd-parochie-kerk van Sint Augustijn, welker klokkengelui zich bijna onafgebroken, sedert het midden der zeventiende eeuw, het tijdperk van de voltooiing van die Godswoning, doet hooren.Wij mogen hier niet overslaan, maar moeten wel degelijk aan de vergetelheid ontrukken de marktplaatsen, die zeer rijkelijk voorzien zijn, van groentewaren, van visch, van pluimvee, van varkens, van lammeren—die men op verlangen van den kooper, zoo maar zonder omslag ten aanschouwe van de marktgangers afmaakt, slacht en vilt—van eieren, van rijst, van gekookte bananen, van »frijolen,” eene soort kleine boonen, die gekookt gevent worden, eindelijk van alle keerkringsvruchten als: ananassen, dadels, olijven, manga’s, granaatappelen, goyaven, vijgen, oranjeappelen, citroenen, perziken, maranons en zoo voort, en dat alles zoo goedkoop als maar mogelijk en denkbaar is, en waardoor het leven zoo veraangenaamd en vergemakkelijkt wordt op dit gedeelte van het Floridasche grondgebied.Wat den dienst der openbare reiniging betreft, deze werd gewoonlijk niet door benden straatvegers, zooals in onze Nederlandsche steden geschiedt, maar door geheele vluchten valken verricht, die onder de bescherming der wet staan; want er worden groote boeten bedreigd tegen hen, die het durven bestaan, die nuttige vogels te dooden. Deze verslinden alles, zelfs adders en slangen, en het moet erkend worden, dat het aantal van dat ongedierte, in weerwil van de vraatzucht dier valken, nog maar al te aanzienlijk in Florida is.Het groen ontbreekt niet bij de huizenblokken, die het geheel der stad uitmaken. Bij de kruispunten der niet al te talrijke straten, erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld,alwaar boomgroepen zich verheffen, die met hare breeduitgespreide takken en hare dichte loofkruinen de daken der woningen beschaduwen en waarin geheele scharen van veelkleurige wilde papegaaien en lorries bijna onophoudelijk snateren.Onder die gewassen zijn de palmboomen het rijkst vertegenwoordigd. Op hunne hooge en slanke stammen wiegelt hunne bladerenkruin in de bries, niet ongelijk aan de waaiers in de hand der senora’s of aan de Hindoesche panka’s, die heen en weer bewogen worden, teneinde door een verfrisschenden luchtstroom, koelte en levenslust te verspreiden.Hier en daar verheffen zich eenige eiken, die door de lianen- en glycinen-ranken als met festoenen omgeven worden. Hier en daar worden ook geheele boschjes van die reusachtige cactus-soorten ontwaard, welker voet en welker stammen als het ware eene ondoordringbare terreinafscheiding vormen.Dat alles is vroolijk, opwekkend, verrukkelijk voor het oog, en zou dat nog meer zijn, wanneer het den valken believen mocht, den openbaren reinigings-dienst meer nauwgezet waar te nemen en te volbrengen; want het moet erkend worden, dat die dieren niet met de werktuigkundige straatveegborstels kunnen vergeleken worden.Men vindt te Sint Augustijn slechts eene sigarenfabriek en een of twee houtzaagmolens, en eene fabriek van terpentijn. De stad bezit meer een handeldrijvend dan een industrieel karakter. Van daar worden uit- of ingevoerd: melasse of stroopsuiker, granen, katoen, indigo, harssoorten, timmer- en schrijnwerkershout, gezouten, gerookte en versche visch, zout, rottan- en gomsoorten.In gewone tijden heeft de haven een vrij levendig verkeer door het binnenkomen en uitstevenen der stoombooten, die de kustvaart uitoefenen, en tot overvoer der koopmanswaren en der reizigers gebezigd worden, tusschen de verschillende havenplaatsen van den Atlantischen Oceaan en de Golf van Mexico.Sint Augustijn is de zetel van een der zes rechtbanken, die in den staat Florida gevestigd zijn.Wat haar verdedigings-vermogen betreft, tegen eene aanranding van de landzijde of tegen een aanval van de zeezijde, dat bestaat slechts uit eene versterking, het fort Marion of Sint Markus genaamd. Dit was eene militaire inrichting, die van de zeventiende eeuw dagteekende en geheel en al in Castiliaanschen stijltrant gebouwd was. Vauban, Cormontaigne, Coehoorn, de Roo van Alderwerelt, of Todtleben zouden er voorzeker den neus voor opgetrokken hebben, dat is waar; maar van een anderen kant wekte dat fort met zijnen toren, zijne bastions, zijne halve manen, zijne courtinen, zijne ravelijnen, zijne reduits, zijne escarpen en contrescarpen,zijne glacis en zijne in- en uitspringende wapenplaatsen, zijne machicoulis, zijne verzameling van antiek wapentuig, zijne oude mortieren en kanonstukken, die oneindig gevaarlijker waren voor hunne bedieningsmanschappen dan voor de vijanden, toch de bewondering op van de archeologen en de zoo dwaze oudheidkundigen.Het was juist dat fort, hetwelk het garnizoen der geconfedereerden bij het naderen der federalistische flottilje van den Commodore Dupont in allerijl ontruimd had, hoewel het Floridasche gouvernement ettelijke jaren vóór het uitbreken van den oorlog er niet voor teruggedeinsd was nogal gelden te besteden om het in beter verdedigbaren toestand te brengen.Na den aftocht van de militie-troepen hadden de bewoners van Sint Augustijn niet geaarzeld, om de sterkte aan de zeemacht van den Commodore Dupont over te geven, die er zoodoende zonder slag of stoot bezit van nam.Intusschen had de rechtsvervolging, die tegen den Spanjaard Texar ingesteld was, nogal opzien in het graafschap Sint Jan gebaard. Het scheen dat zijne gevangenneming het laatste tafereel zoude zijn in den strijd tusschen dien kerel van verdachte zeden en verdachten oorsprong, met de familie Burbank.De ontvoering van het kleine meisje en van de mestische vrouw Zermah was wel geschikt voorwaar, om de openbare meening te verontrusten en hartstochtelijk in beweging te brengen. Daarenboven, diezelfde openbare meening was zeer ten gunste van de eigenaren van de plantage Camdless-Bay geneigd.Niemand twijfelde er aan, dat Texar de ontwerper, zoo niet de uitvoerder van dien aanslag was. Hij wekte zelfs de nieuwsgierigheid der meest onverschilligen op, om te vernemen hoe die kerel zich uit die netelige zaak zou trekken en of hij thans zijne straf niet erlangen zoude voor al de misdrijven, waarvan men hem sedert lang betichtte.De ontvoering der bevolking te Sint Augustijn zou dus waarschijnlijk zeer belangrijk wezen. De eigenaren der rondom gelegen plantages stroomden er heen. De gerezen quaestie was wel van dien aard, om hen onmiddellijk belang in te boezemen, daar een der hoofdpunten van de acte van beschuldiging den overval en de plundering van het domein van Camdless-Bay gold.Andere etablissementen waren ook verwoest geworden door gewapende benden der Zuidelijken, en het zou nu moeten blijken uit welk oogpunt het federalistische gouvernement die misdaden, tegen het gemeene recht onder bescherming van de partij der afscheidingsstaatkunde gepleegd, zoude beschouwen.InCity Hôtel, de voornaamste inrichting van dien aard te Sint Augustijn, hadden een groot aantal bezoekers, die hunne sympathiekegevoelens voor de familie Burbank niet onder stoelen of banken verborgen, hunnen intrek genomen.Dat hôtel zou een nog grooter aantal gasten hebben kunnen bevatten. Want inderdaad, er kon niets meer doelmatigs ingericht of uitgedacht worden, dan dit uitgestrekte huis, gebouwd in den stijl der zestiende eeuw. Het was de oude woning van den corrégidor en prijkte nog met hare puerta of voornaamste deur, die rijkelijk met beeldhouwwerk versierd was, met hare breede »sala,” of eersalon, met hare binnenplaats, door eene colonade omgeven, welker zuilen met festoenen van passiebloemen omgeven waren, met hare ruime verandah, waartoe men van uit verschillende smaakvol en degelijk gemeubileerde kamers toegang erlangde; terwijl die binnenplaats, welker lambriseeringen onder smaragd en goudgeelkleurige schakeeringen verdwenen, volgens Spaansche mode met miradoren versierd was, die tegen de muren aangebracht waren en allerwege springende fonteinen lieten ontwaren, die frischheid aanbrachten en de fijne graszoden onderhielden en drenkten en zoo eene patio daarstelde, die eene vrij uitgestrekte oppervlakte besloeg en rondom door hooge muren omgeven was. Het was in een woord een soort van caravanserail, die slechts door vermogende lieden betrokken werd.Het was daar in datCity Hôteldat master James Burbank, zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard en zijne dochter Alice hunnen intrek sedert den vorigen dag genomen hadden.Het spreekt van zelf, dat de mulat Mars hen vergezelde.Na hunne vruchtelooze poging bij Texar in de gevangenis te Jacksonville, waren master James Burbank en zijn zoon Gilbert naar Castle-House teruggekeerd.Toen de familie vernam, dat de Spanjaard hardnekkig weigerde eenige inlichting te geven met betrekking tot de verdwijning van de kleine Dy en van Zermah, begreep zij dat de laatste hoop verdwenen was.Intusschen bracht toch de tijding, dat Texar ter zake van het voorgevallene op de plantage Camdless-Bay voor eene militaire rechtbank zoude verschijnen, leniging bij de opgelegde smarten en angsten aan. Wanneer de aterling zich onder het gewicht van eene veroordeeling zoude gevoelen—en die kon toch volgens ieders meening niet uitblijven—dan zou hij zich wel tot spreken genoopt gevoelen, daar hij dan noodzakelijk zou moeten begrijpen, dat zijne vrijheid, ja zijn leven van zijne openhartigheid zoude afhangen. Ja, bekennen zou hij dan wel. Zoo troostte men zich op Castle-House.Miss Alice Stannard zou in dat geding als de voornaamste bezwarende getuige voor den Spanjaard optreden.En inderdaad, zij bevond zich bij de Marino-Kreek juist op hetoogenblik toen Zermah den naam van Texar uitriep. Daarenboven had het jonge meisje den ellendeling bepaaldelijk in het schuitje, waarmede de ontvoering plaats had, herkend. Miss Alice Stannard bereidde zich dan ook voor, om naar Sint Augustijn te vertrekken. Haar vader, master Walter Stannard, zou haar met zijn vrienden master James Burbank en den zee-officier Gilbert Burbank, die door den Auditeur militair voor den krijgsraad gedagvaard waren, derwaarts vergezellen.Mars had verzocht met hen te mogen gaan. Als echtgenoot van Zermah wilde hij tegenwoordig zijn, wanneer men den Spanjaard dat geheim zou ontwringen, dat hem alleen bekend was.En wanneer dat gelukt zoude zijn, dan zouden master James Burbank, zijn zoon Gilbert en hij Mars niets anders meer te verrichten hebben, dan de twee gevangenen in ontvangst te nemen uit de handen van hen, die hen op bevel van Texar achter slot hielden.In den namiddag van den 16denMaart vertrokken master James Burbank met zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard, zijne dochter miss Alice Stannard en Mars van Castle-House, na afscheid van mevrouw Burbank en van master Edward Carrol genomen te hebben.Aan de pier van Camdless-Bay waren zij aan boord van een dier stoomvaartuigen gegaan, die den dienst op de Sint-Johnrivier verrichtten, en waren vervolgens bij de aanlegplaats van Piccolata aan wal gestapt, vandaar waren zij met een »stage”, een soort van tweespannig maar hoogst eenvoudig rijtuig, langs een bochtigen weg, die voerde door een hoog opgaand woud van eikenboomen, van cypressen en van plataanboomen, die op dit gedeelte van het grondgebied van den Staat Florida aangetroffen worden, afgereden. De weg was slecht onderhouden en veroorloofde dus eene snelle reis niet.Zij kwamen evenwel vóór het middernachtsuur te Sint Augustijn aan, alwaar zij eene behoorlijke gastvrijheid in de vertrekken vanCity Hôtelvonden.De lezer mag zich evenwel niet verbeelden, dat Texar door alle zijne partijgangers verlaten was. In geenen deele. Hij telde nog vele volgers onder de mindere kolonisten van het graafschap. Deze waren nog steeds doldriftige en hartstochtelijke slavenhoudersgezinden.Toen die partijgangers daarenboven bemerkten, dat zij ter zake van de oproerige tooneelen te Jacksonville niet zouden vervolgd worden, hadden zij weer moed gevat en besloten hun opperhoofd niet in den steek te laten. Velen hunner hadden dan ook onder elkander afgesproken, te Sint Augustijn bijeen te komen.Het is waar, dat men hen in het patio vanCity Hôtelniet moestgaan zoeken. Maar het ontbrak in de stad niet aan kroegen, ook niet aan »tiendas”, waar de Spaansche mestiezen en de Creeks zoo wat alles wat eetbaar, drinkbaar en rookbaar is, te koop aanbieden. Daar schoolden die lieden, welke het uitschot der bevolking vormden en niet veel aan achtbaarheid te verliezen hadden, te zamen en brachten den tijd door met luidruchtige gesprekken ten gunste van Texar te houden.Op dat tijdstip bevond de Commodore Dupont zich niet te Sint Augustijn. Hij had waarlijk wel wat anders te doen. Hij hield zich toch onledig met de toegangs-vaarwaters tot de kust, die voor den sluikhandel in oorlogsbenoodigdheden gesloten moesten blijven, te blokkeeren.De troepen, die hij evenwel na de overgave van het fort Marion ontscheept had, waren sterk genoeg om de stad nadrukkelijk in bedwang te houden. Geen aanvallende beweging van den kant der zuidelijke legermacht of van den kant der militie-troepen van het graafschap, die op den anderen oever van de Sint John overgegaan en in vollen aftocht waren, was te duchten.En wanneer de partijgangers van Texar zouden gepoogd hebben om de bevolking van Sint Augustijn in opstand te brengen, om de stad aan de macht der federalistische autoriteiten te ontrukken, dan zou de beweging in hare geboorte dadelijk gesmoord kunnen worden.Wat den Spanjaard betreft, deze was aan boord van een der kanonneerbooten van den commandant Stevens van Jacksonville naar Piccolata vervoerd geworden.Van Piccolata was hij onder geleide van een sterke dekking naar Sint Augustijn overgebracht en daar in een der bomvrije cellen van het fort opgesloten, waaruit eene ontvluchting tot de onmogelijkheden moest gerekend worden.Daarenboven, daar hij zelf verzocht had om terecht te staan, dacht hij waarschijnlijk niet aan eene ontsnapping. Zijne partijgenooten waren daaromtrent niet onkundig gelaten.Wanneer hij evenwel ditmaal veroordeeld mocht worden, dan zouden zij in overweging nemen, wat zij ten gunste van zijne ontvluchting te doen hadden.Tot dien tijd moesten zij zich rustig houden. Daarop kwam het voorshands op aan. Dat begrepen zij.Bij afwezigheid van den Commodore Dupont, vervulde de kolonel Gardner, een oud beproefd krijgsman, de functie van plaatselijken militairen commandant der stad. Deze was ook aangewezen om den zetel van voorzitter te bekleeden in den Krijgsraad, die geroepen was recht over Texar in een der zalen van het fort Marion te spreken.Die kolonel was toevallig dezelfde chef, die de inname van de havenplaats Fernandina bestuurde, en hij was het, die de bevelen uitvaardigde, ten gevolge waarvan de vluchtelingen, die bij den aanval op den spoortrein door de kanonneerbootOttawakrijgsgevangen gemaakt waren, gedurende acht-en-veertig uren van hunne vrijheid beroofd waren gebleven, alvorens in vrijheid gesteld te worden. Het is noodzakelijk die bijzonderheid hier in herinnering te brengen.De zitting van den Krijgsraad begon tegen elf uren in den ochtend.Eene talrijke menigte had in de gerechtszaal plaats genomen. En onder dat gedeelte daarvan, dat zich het luidruchtigst betoonde, kon men de vurigste vrienden en partijgangers van den Spanjaard tellen.Master James Burbank, de luitenant Gilbert Burbank, master Walter Stannard, miss Alice Stannard en Mars zaten natuurlijk in de bank der getuigen.Wat men toen reeds zag, was dat er aan den kant der verdediging geene getuigen waren. Het scheen alsof de Spanjaard het der moeite niet waard geacht had, om tegengetuigen te doen oproepen. Was dat werkelijk veronachtzaming of nalatigheid van zijn kant? Of had hij zich in de onmogelijkheid gesteld gezien om een enkelen getuige, die een woord in zijn voordeel kon doen hooren, te voorschijn te brengen? Dat zou men weldra vernemen.In ieder geval, het scheen dat de uitslag van het geding onmogelijk betwijfeld kon worden.Toch had een niet te omschrijven voorgevoel in het brein van master James Burbank post gevat. Had hij niet reeds eenmaal in diezelfde stad Sint Augustijn, een klacht tegen den Spanjaard Texar ingebracht? En was het hem toen niet gelukt door het opwerpen van een onverklaarbaar maar niet te wraken alibi aan het vonnis der gerechtigheid te ontkomen? De invloed van dat voorval moest zich onmiskenbaar op het aanwezige publiek doen gevoelen; want het was nog slechts weinige weken geleden, dat het voorgekomen was.Texar werd, zoodra de leden van den Krijgsraad in de zaal verschenen waren en zitting genomen hadden, door agenten binnengebracht. Men bracht hem naar de bank der beschuldigden, waarop hij zonder trekken of blozen plaats nam.Het scheen, dat geen enkele aangelegenheid of bijzonderheid in staat zoude zijn hem te dwingen zijne gewone onbeschaamdheid en zijne uittartende houding te laten varen. Hij had slechts een minachtende glimlach voor zijne rechters over; terwijl hij zijne vrienden, die hij in de gerechtszaal ontwaarde, met een stoutmoedigen blik begroette en master James Burbank met een beleedigend gebaar, dat van diepen haat getuigde, bejegende.De marktplaats te Sint Augustijn. (Bladz. 90.)De marktplaats te Sint Augustijn. (Bladz.90.)Zoo trad hij binnen, zoo nam hij plaats en zoo bleef hij totdat kolonel Gardner tot het verhoor overging.Master James Burbank, zijn zoon Gilbert en Mars konden tegenover den man, die hen zooveel onheil berokkend had, en die hen nog zooveel ongeluk en leed kon berokkenen, niet dan met moeite hunne verontwaardiging bedwingen. Dat is wel te begrijpen, niet waar?Het verhoor begon met de gebruikelijke vragen volgens het rechterlijk formulier, om de identiteit van den beklaagde te constateeren.»Hoe is uw naam?” vroeg kolonel Gardner.»Texar.”»Hoe oud zijt gij?”»Vijf en-dertig jaren.”»Waar zijt gij geboren?”De beschuldigde antwoordde op die vraag niet. Hij scheen zich te bedenken of zich te beraden.»Waar zijt gij geboren, Texar?” herhaalde kolonel Gardner met nadruk.»Dat weet ik niet.”»Weet gij dat niet?”»Neen.”»Gij kent dus uw vaderland niet?”»Ik weet alleen, dat ik in Mexico geboren ben. Waar, is mij evenwel onbekend.”»Waar woont gij?”»Te Jacksonville.”»Te Jacksonville?”»Ja, in de tienda van Torillo.”»Ik vraag u waar gij thans woont?”»Een ander verblijf heb ik niet.”Het zal onzen lezers voorzeker wel begrijpelijk voorkomen, dat master James Burbank en zijne vrienden het hart in de borstkas voelden kloppen, toen zij dat antwoord vernamen, dat op een toon gegeven werd, die genoegzaam aanduidde, dat de beschuldigde vast besloten was, zich volstrekt niet over de plaats zijns verblijfs uit te laten.En inderdaad, Texar bleef, in weerwil van het aandringen door den voorzitter der rechtbank, bij zijne bewering volharden, dat hij geen vast verblijf had. Hij gaf te verstaan, dat hij een nomaad, een rondzwerver was, een woudlooper in de onmetelijke bosschen van het grondgebied van den Staat Florida, een vertrouweling van de cypressenwouden, die daarin onder het dak der hutten sliep, van het wild leefde, dat hem zijn geweer en ook zijne valstrikken opleverden, en nu eens overvloed had en dan weer gebrek leed.Iets anders was er in waarheid niet uit hem te halen, hoeveel moeite er ook aangewend werd.»Het zij zoo,” antwoordde kolonel Gardner eindelijk in arrenmoede. »Wat kan het ons trouwens, alles wel beschouwd, ook schelen.”»Inderdaad, wat kan het u schelen?” antwoordde Texar stoutmoedig en uittartend.»Met uw verlof,” meende Gilbert Burbank te moeten inbrengen. »Volgens mij...”Hij kon evenwel niet verder, want de Spanjaard vervolgde onverstoorbaar:»Laten wij aannemen, kolonel Gardner, als u dat bevredigen kan, dat ik thans in het fort Marion, waar ik wederrechtelijk opgesloten ben en van mijne vrijheid beroofd word, gedomicilieerd ben. Dat is dus uitgemaakt, niet waar?”De voorzitter van den krijgsraad trok de schouders ongeduldig op, maar antwoordde niet.»Waarvan word ik beschuldigd, als je blieft?” ging Texar voort, alsof hij zich reeds van het begin van het geding tot taak stelde het verhoor te willen leiden. »Het schijnt dat men met twee maten meet.”»Texar,” hernam kolonel Gardner, »gij wordt niet vervolgd wegens de staatkundige gebeurtenissen, die te Jacksonville voorgevallen zijn.”»Niet?” zei Texar hoonend. »Het heeft er toch allen schijn van.”»De Commodore Dupont heeft eene proclamatie uitgevaardigd,” vervolgde de voorzitter van den krijgsraad, »waarbij uitdrukkelijk verklaard wordt, dat het gouvernement van Washington geenszins zijne tusschenkomst omtrent de plaatselijke omwentelingen, waardoor de regelmatige autoriteiten door andere magistraten, welke ook, werden verdrongen, wenscht uit te breiden. De Staat Florida is weer onder de federalistische vlag teruggebracht, en het gouvernement der Vereenigde Staten zal zich weldra onledig houden met eene nieuwe organisatie voor de heronderworpen landstreek.”»Maar, wanneer ik niet vervolgd word wegens het omverwerpen van de regeering van Jacksonville, waarbij ik eenstemmig gehandeld heb met het grootste gedeelte der bevolking,” vroeg de Spanjaard, »om welke reden word ik dan voor dezen krijgsraad terechtgesteld?”»Weet gij dat niet?”»Neen.”»Dat is slechts eene rol, die gij speelt, Texar. Kunt gij de reden niet gissen?”»Neen, nogmaals neen.”»Welnu, dan zal ik het u zeggen. Ik zal tegemoet komen aan uwe volgens mij voorgewende onwetendheid.”»Ik luister, kolonel.”»Er zijn misdaden gepleegd,” vervolgde de voorzitter van den krijgsraad, »misdaden tegen het gemeene recht, gedurende het tijdvak, dat gij de functie van eersten magistraat waarnaamt.”»Welke zijn die misdaden?”»Men beschuldigt u,” ging kolonel Gardner voort, »het schuim der bevolking tot het bedrijven dier misdaden aangezet te hebben.”»Maar welke misdaden, kolonel?”»Vooreerst geldt het de plundering van de plantage Camdless-Bay, die door eene bende boosdoeners aangevallen en overrompeld is.”»Meent ge?” vroeg Texar leuk.»Me dunkt, dat dit feit vaststaat,” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.»Behoudens dat die bende boosdoeners, zooals gij ze noemt,” hernam Texar, »vergezeld was door eene afdeeling soldaten, die door een officier van de militie-troepen aangevoerd werd.”»Het is mogelijk, Texar; maar er is gewapenderhand geplunderd, er heeft brandstichting plaats gehad, en dat alles is geschied ten opzichte van de woning van een planter, die het recht had en daarvan dan ook gebruik gemaakt heeft, om zich tegen dergelijke geweldenarijen te verzetten.”»Het recht?” vroeg de Spanjaard heftig en toornig.»Ja zeker, het recht,” antwoordde kolonel Gardner.»Het recht kon niet gerekend worden aan den kant te zijn van hem, die weigerde aan de bevelen te gehoorzamen van eene regeering, die wettig ingesteld was,” hernam Texar.»Hoe? Ge durft?”...»James Burbank—daar het hem geldt—had zijne slaven in vrijheid gesteld,” vervolgde de Spanjaard, »en had daardoor de openbare meening die in Florida heerscht, en die evenals in het meerendeel der Zuidelijke Staten van de Unie voor het behoud der slavernij gestemd is, aanstoot gegeven, ja haar getart.”»Maar, Texar....”»Die daad,” ging deze voort, »kon de grootste rampen op de andere plantages ten gevolge hebben, daar zij de negers als het ware tot opstand verlokte. Het bestuur van Jacksonville besloot toen, dat het in de gegeven omstandigheden tusschenbeiden moest treden. Indien het de akte van invrijheidstelling, zoo onvoorzichtig door master James Burbank uitgevaardigd en afgekondigd, niet met nietigheid heeft geslagen, zoo wilde het toch de noodlottige gevolgen daarvan voorkomen, door de vrijgestelde slaven buiten het grondgebied van den Staat te zetten. Toen master James Burbank weigerde dat bevel op te volgen, was het bestuur verplichtzijn toevlucht tot geweld te nemen, en ziedaar de reden waarom de militie-troepen, waarbij zich een gedeelte van de bevolking aansloot, gezonden werden, om de vroegere slaven van Camdless-Bay uit elkander te jagen.”Erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld. (Bladz. 91.)Erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld. (Bladz.91.)»Texar,” antwoordde kolonel Gardner, »het oogpunt waaruit gij de gepleegde daden van geweld schijnt te beschouwen, kan door den krijgsraad niet gedeeld worden.”»Ja, dat was wel te verwachten,” sprak de Spanjaard met smadelijken glimlach, »maar gij zult mij toch moeten toegeven, dat dit het ware oogpunt is, waaruit de handeling dient beschouwd te worden.”»Volstrekt niet, Texar,” hernam de voorzitter van den krijgsraad.»Ik zou uw argument wel eens willen hooren, kolonel Gardner, om uw gevoelen te staven.”»Ziehier. Master James Burbank, die afkomstig is uit de Staten van het Noorden, heeft volkomen van zijn recht gebruik gemaakt, toen hij aan het personeel zijner plantage de vrijheid schonk. Niets kan dus ter verontschuldiging dienen of aanleiding geven om ten aanzien der uitspattingen, die op zijn landgoed gepleegd zijn, verzachtende omstandigheden aan te voeren of te bepleiten.”»Ik begin in te zien,” hernam Texar, »dat ik mijn tijd zoude verbeuzelen, wanneer ik poogde mijne denkwijze dienaangaande voor den krijgsraad uiteen te zetten.”»Dat is mijne meening ook,” antwoordde de kolonel.»Het bestuur van Jacksonville heeft gemeend goed te handelen met te bevelen zooals geschied is.”»Dat is mogelijk, maar....”»Is men nu voornemens mij als voorzitter van dat bestuur te vervolgen, en wil men de verantwoordelijkheid zijner daden op mij doen neerkomen?”»Ja, op u, Texar!”»Dat is niet billijk. Vergun mij dat ik dat openlijk betuig.”»Ja, op u,” herhaalde kolonel Gardner, »op u, die niet alleen voorzitter van dat bestuur geweest zijt, maar u bovendien in persoon aan het hoofd gesteld hebt van de bende plunderaars, stroopers en brandstichters, die over Camdless-Bay losgelaten werden.”»Ik?”»Ja, gij!”»Bewijs dat!” antwoordde Texar koel.»Geduld,” zei de voorzitter.»Is er een getuige aan te voeren,” vroeg de Spanjaard, »die mij gezien heeft te midden der burgers en der militie-troepen, die afgezonden waren om de bevelen van het bestuur ten uitvoer te leggen?”»Geduld!” herhaalde de president van den krijgsraad.Hij noodigde toen master James Burbank uit, om mededeeling te doen van hetgeen hij wist.Deze verhaalde de feiten, gepleegd sedert het oogenblik dat Texar en zijne partijgenooten de rechtmatige regeeringsleden van Jacksonville verjaagd en zich van hunne zetels meester gemaakt hadden. Hij wees met nadruk op de houding en de gedraging van den beschuldigde, die alles in het werk gesteld had, om het schuim der bevolking tegen de plantage op te hitsen.Toen hem evenwel kolonel Gardner de pertinente vraag stelde, of hij Texar persoonlijk gezien had onder de aanvallers van Camdless-Bay, was hij verplicht een ontkennend antwoord te geven.De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat inderdaad, toen John Bruce, de afgezant van masterHarvey, er in geslaagd was binnen Castle House te geraken en door master James Burbank ondervraagd werd, hij niet kon zeggen of de Spanjaard zich aan het hoofd van die bende boosdoeners gesteld had.»In ieder geval,” ging de eigenaar van Camdless-Bay voort, »bestaat er bij niemand twijfel, dat op hem de geheele verantwoordelijkheid voor die misdaad komt. Hij heeft de onderste lagen der bevolking aangezet, om de plantage te verwoesten, en het heeft van hem niet afgehangen dat Castle House, mijn eigen woning, niet in brand gestoken en een prooi der vlammen geworden is, waarbij dan al de verdedigers omgekomen zouden zijn. Ja, hij had de hand in dat alles; en wij zullen hem ook weervinden bij een nog misdadiger misdrijf.”Master James Burbank zweeg toen.Alvorens toch tot het feit der ontvoering te kunnen overgaan, was het betamelijk, dat eerst dit gedeelte der beschuldiging, die op den aanval van Camdless-Bay betrekking had, afgehandeld werd.»Dus,” hernam kolonel Gardner, terwijl hij het woord tot den Spanjaard richtte, »gij zijt van meening, dat u slechts een gedeelte van de verantwoordelijkheid behoort, welke in haar geheel ten aanzien der gegeven bevelen op het bestuur moet drukken?”»Juist. Dat is geheel en al mijne meening.”»En gij blijft volhouden, dat gij niet aan het hoofd der aanvallers stondt, die Camdless-Bay aangetast hebben?”»Ja, dat houd ik vol,” antwoordde Texar.»Dat is niet vol te houden!” riep master James Burbank uit.»Geen enkele getuige,” ging de Spanjaard voort, »kan bevestigen dat hij mij daar gezien heeft.”»O!” kreet Mars.»Neen, ik bevond mij destijds niet te midden van de moedige burgers, die toen hun bloed veil hadden om de bevelen van hun bestuur ten uitvoer te doen leggen.”»Maar waar...?” wilde kolonel Gardner vragen.Maar Texar liet hem daartoe den tijd niet. Hij vervolgde opgewonden maar met allen nadruk:»Laat mij er bij voegen, dat ik dien dag zelfs afwezig van de hoofdplaats Jacksonville was.”»Ja!...” antwoordde master James Burbank, »dat is mogelijk, ja zelfs waarschijnlijk.”De eigenaar van Camdless-Bay meende het middel gevonden te hebben, om het eerste gedeelte der beschuldiging tegen Texar aan de tweede vast te knoopen.»Dat is niet alleen mogelijk, dat is niet alleen waarschijnlijk,” antwoordde de Spanjaard met de meeste klem; »maar dat is onwraakbaar zeker.”»Maar, als het waar is, dat gij u niet bij de plunderaars van Camdless-Bay bevondt,” hernam master James Burbank, »dan vond dat zijne reden in de omstandigheid, dat gij u in de Marino-Kreek bevondt, om daar de gelegenheid af te wachten eene andere misdaad te kunnen uitvoeren.”»Een andere misdaad?”»Ja, een andere misdaad, Texar!”»Ik ben evenmin bij de Marino-Kreek geweest,” antwoordde Texar onverstoorbaar kalm, »als ik bij den aanval op Camdless-Bay, evenmin als ik toen te Jacksonville geweest ben!”»Dat is boud gesproken,” zei master James Burbank toornig.»Zeer boud, dat weet ik,” hernam de Spanjaard, »maar ik tart ieder het tegendeel te bewijzen.”De lezer heeft voorzeker niet vergeten, dat John Bruce insgelijks bij de gemelde gelegenheid aan master James Burbank verklaard had, dat, hoewel Texar zich niet bij de aanvallers van de plantage bevonden had, hij zich evenmin gedurende de laatste tweemaal vier-en-twintig uren, dat wil zeggen van den tweeden tot den vierden Maart, te Jacksonville vertoond had.Die omstandigheid bracht den kolonel Gardner, als voorzitter van den krijgsraad er toe, den beschuldigde de navolgende vraag te stellen:»Als gij dien dag niet te Jacksonville geweest zijt, wilt gij ons dan mededeelen waar gij wèl geweest zijt?”»Zeker wil ik dat.”»Welnu, wij luisteren.”»Ja, maar dat zal ik nu niet mededeelen,” hernam Texar. »Alles op zijn tijd.”»Gij weigert dus?”Texar werd, zoodra de leden van den krijgsraad zitting hadden genomen, naar binnen gebracht. (Bladz. 96.)Texar werd, zoodra de leden van den krijgsraad zitting hadden genomen, naar binnen gebracht. (Bladz.96.)»Alles op zijn tijd, kolonel,” antwoordde de Spanjaard eenvoudig en op rustigen toon. »Het komt mij voor het oogenblik voldoendevoor, dat ik aangetoond heb, dat ik persoonlijk aan den aanval op de plantagenietdeelgenomen heb. Is dat uw oordeel ook niet?”»Ja, maar...”»En thans, kolonel, wenschte ik te weten, waarvan ik nog beschuldigd word?”Texar stond daar met de armen over de borst gekruist, wierp een nog onbeschaamder blik dan ooit op zijne beschuldigers, en scheen hen in het aangezicht te tarten.De beschuldiging evenwel liet zich niet lang wachten. Het was kolonel Gardner, die haar uitsprak, en het scheen ditmaal dat het den Spanjaard moeite zou kosten om haar te ontzenuwen.»Gij zijt dus niet te Jacksonville geweest?” vroeg hij.»Neen, kolonel.”»Ook niet te Camdless-Bay?”»Ook niet, kolonel.”»Maar dan zal de openbare aanklager gerechtigd zijn om te beweren, dat gij toen in de Marino-Kreek waart.”»In de Marino-Kreek?”»Ja.”»Wat zou ik daar uit te voeren hebben gehad, mag ik wel vragen?”»Gij hebt er ontvoerd of doen ontvoeren een meisje, een kind, Diana Burbank, de dochter van master Burbank, en hare kindermeid, de mestische vrouw Zermah, de echtgenoote van den mesties Mars, hier tegenwoordig, die dat kleine meisje vergezelde.”»O! beschuldigt men mij van die ontvoering?...” vroeg Texar op hoonend spotachtigen toon.»Ja!... U!...” riepen master James Burbank, Gilbert Burbank en Mars, die zich niet meer bedwingen konden, tegelijkertijd uit.»En waarom zou ik dat gedaan hebben,” hernam Texar, »en niet iemand anders?”»Omdat gij er belang bij hadt die misdaad te bedrijven,” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.»Maar welk belang?”»Welk belang?”»Ja, ik vraag, welk belang ik bij die ontvoering kon hebben?”»Gij meendet u op de familie Burbank te moeten wreken.”»Mij te moeten wreken?”»Ja, zoo denk ik. Master James Burbank heeft u verscheidene malen aangeklaagd. Het is u wel is waar telkenmale gelukt, u door middel van onverklaarbare alibi’s vrij te pleiten, waardoor gij eene veroordeeling ontgaan zijt; maar herhaaldelijk hebt gij openlijk het voornemen te kennen gegeven, u over uwe beschuldigers te zullen wreken.”»Ja, dat is zoo,” viel Texar den voorzitter van den krijgsraad in de rede. »Ja, er bestaat tusschen James Burbank en mij een innige haat, dat ontken ik geenszins. Dat ik er belang bij had hem het hart te verscheuren, door zijn geliefd kind te doen verdwijnen, dat ontken ik evenmin. Maar tusschen den wensch en de uitvoering der daad bestaat een zeer groot verschil.”»Jawel, Texar, maar...” wilde kolonel Gardner zeggen.De Spanjaard vervolgde evenwel spoedig, als ware hij gejaagd:»Is er een getuige, die mij gezien heeft?”»Ja!” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.»En die is?” was de vraag van den onverlaat.De kolonel verzocht toen miss Alice Stannard hare getuigenis onder eede af te leggen.Miss Alice Stannard deed den eed en verklaarde daarbij de waarheid, niets dan de waarheid en de geheele waarheid te zullen zeggen, waarna zij het verhaal leverde van hetgeen bij de Marino-Kreek in den bewusten nacht voorgevallen was. Zij was daarbij zeer ontroerd, en verscheidene malen was zij, door hare gevoelens overmand, genoodzaakt het relaas af te breken. Maar zij was ondubbelzinnig duidelijk en bevestigend in hare verklaringen.Toen zij en mevrouw Burbank buiten de onderaardsche gang traden, had zij Zermah een naam hooren roepen en die naam was die van Texar. Beiden hadden zich, nadat zij op de lijken der vermoorde negers gestuitwaren, in allerijl naar den waterkant begeven. Twee sloepen verlieten toen den rivieroever. In de eene lagen de slachtoffers gekneveld, in de andere stond Texar rechtop op de achterplecht. En bij den weerschijn van de brandende gebouwen van Camdless-Bay, die zich tot aan de Sint John uitstrekte, had miss Alice Stannard den Spanjaard herkend.»Is dat zoo?” vroeg kolonel Gardner. »Hebt gij Texar duidelijk herkend?”»Ja, duidelijk.”»Denk er om dat gij een eed gedaan hebt.”»Ja, ik heb hem herkend, ik ben gereed dat andermaal onder eede te bevestigen!”Na die zoo afdoende verklaring, kon er geen twijfel meer bestaan omtrent Texar’s schuld. Duidelijker had niet kunnen getuigd worden. En toch konden master James Burbank, zijne vrienden en het geheele talrijke publiek, dat de zitting van den krijgsraad bijwoonde, waarnemen, dat de beschuldigde volstrekt niet uit het veld geslagen was, ja dat hij zijne geheele onbeschaamdheid behouden had.»Wat hebt gij tegen deze getuigenis in te brengen, Texar?” vroeg de voorzitter van de militaire rechtbank.»Wat ik daartegen in te brengen heb?...” vroeg de Spanjaard met een minachtenden glimlach.De kolonel knikte met het hoofd.»Wel eenvoudig dit,” vervolgde de beschuldigde. »Wel verre van mij de gedachte, om miss Alice Stannard te beschuldigen van het afleggen van valsche getuigenis. Ik zal haar evenmin ten laste leggen, dat zij zich dienstbaar stelt aan de gevoelens van haat der familie Burbank jegens mij, door onder eede te bevestigen, dat ik de bewerker zoude zijn van die ontvoering, waarvan ik eerst sedert mijne inhechtenisneming heb kennis gekregen. Ik verklaar daartegenover, dat zij zich vergist als zij getuigt dat zij mij rechtop staande in een der vaartuigen gezien heeft, die toen den oever van de Marino-Kreek verlieten.”»Maar aangenomen,” viel kolonel Gardner hier den beschuldigde in de rede, »aangenomen, dat miss Alice Stannard zich op dat punt vergist, dan kan zij toch niet dwalen bij de verklaring, dat zij Zermah gehoord heeft, die uitriep: »te hulp... het is Texar!”” De Spanjaard glimlachte hatelijk.»Welnu, wat hebt gij daarop te antwoorden?” vroeg de voorzitter van den krijgsraad.»Eenvoudig, dat wanneer miss Alice Stannard zich niet vergist heeft, dan is het Zermah, die het deed. Ziedaar alles. Voor mij is dat duidelijk als de dag.”»Zermah zou geroepen hebben: »het is Texar!” en gij zoudt het niet geweest zijn, die bij de ontvoering tegenwoordig waart? Dat is ongeloofelijk!”»En toch is het zoo.”»Ik zeg u dat gij iets onaanneembaars beweert. Hoort ge: iets onaanneembaars!”»En ik herhaal: toch is het zoo. Ik ben niet in het vaartuig geweest; ik ben zelfs niet in de Marino-Kreek geweest. Ik kan niet anders verklaren.”»Maar dat moet gij bewijzen.”»Mij dunkt, dat is de verkeerde wereld!”»Hoe meent gij?”»Niet de beschuldigde moet zijne onschuld, maar de beschuldigers moeten hunne aanklacht bewijzen.”»In ieder ander geval, hebt ge gelijk; maar in het tegenwoordige...”»Kom-aan,” zei de Spanjaard luchthartig. »Ik wil u uwe taak verlichten, kolonel.”»Wat bedoelt gij?”»Ik zal het bewijs leveren, wat gij van mij verlangt. Niets zal mij gemakkelijker vallen.”»Weer een alibi?”»Zooals ge zegt,” antwoordde Texar koeltjes.Bij dit antwoord klonk een spotachtige lach in de zaal; een gemurmel, dat twijfel verried, werd vernomen. De openbare meening was niet gunstig voor den beschuldigde.»Texar,” vroeg kolonel Gardner, »daar gij u andermaal op een alibi beroept, vraag ik u of gij het bewijs daarvan kunt leveren?”»Ja, gemakkelijk,” antwoordde de Spanjaard, »en tot dat einde behoef ik u, kolonel Gardner, slechts ééne vraag te stellen. Meer niet.”»Aan mij?”»Ja, aan u.”»Spreek, ik luister.”»Kolonel Gardner, waart gij het niet, die tijdens de inname van Fernandina en van het fort Clinch door de Noordelijken, het bevel voerdet over de debarkementstroepen?”»Wat heeft die vraag met deze zaak te maken?”»Antwoord, ik verzoek er u om.”»Ja, inderdaad, ik voerde dat bevel.”»Dan hebt gij voorzeker niet vergeten, dat een spoortrein, die naar Cedar Keys vluchtte, op de brug, die het eiland Amelia met den vasten wal verbindt, door de kanonneerbootOttawaaangevallen werd?”»Ja, dat herinner ik mij zeer goed,” antwoordde de kolonel na een oogenblik nadenken.»Welnu, de achterste wagen van dien trein kreeg op die brug een ongeval. Of een kanonskogel de koppelschroef en de verbindingskettingen verbrijzelde, weet ik niet. Dat ben ik nimmer te weten gekomen. Maar genoeg zij het, dat die wagen achterbleef en met zijn inhoud, altemaal vluchtelingen, in handen der federalistische troepen viel.”»Maar wat doet dat alles ter zake?” riep de voorzitter van den krijgsraad ongeduldig uit.»Dat zult gij dadelijk zien, kolonel. Geduld dus.”»Ga voort.”»En aan die vluchtelingen, welke toen krijgsgevangen gemaakt werden en wier namen en signalement men toen zorgvuldig opgeteekend heeft, werd eerst tweemaal vier-en-twintig uren later de vrijheid hergeven.”»Ja, dat alles weet ik,” antwoordde kolonel Gardner, »maar ik zie niet in wat die episode uit den oorlog met uwe tegenwoordige zaak te maken heeft?”»Niet?”»Neen!”»Wel, het is toch dood-eenvoudig.”»Laat hooren.”»Ik behoorde onder die krijgsgevangenen, kolonel.”»Gij?”»Ja, ik!”Een nieuw gemor, dat nog meer afkeuring kenteekende, liet zich bij het vernemen van die zoo onverwachte verklaring in de zaal andermaal vernemen.»Dus,” ging de Spanjaard onverstoorbaar kalm voort, alsof het zijn persoon niet gold. »Dus, daar de krijgsgevangenen van den 2dentot den 4denMaart scherp bewaakt en niet uit het oog verloren zijn, en de overval van de plantage Camdless-Bay in den nacht van den 3denMaart heeft plaats gehad, zoo is het daadwerkelijk onmogelijk, dat ik er de aanvoerder van ben geweest.”»Maar hoe verklaart gij dan de stellige herkenning van miss Alice Stannard?” vroeg de kolonel.»Moet ik die verklaring leveren, kolonel?” vroeg de Spanjaard niet zonder aanmatiging.»Neen, maar toch....”»Volgens mij, als gij op mijne meening staat,” ging Texar onverstoorbaar kalm voort, »volgens mij kan miss Alice Stannard onmogelijk gehoord hebben, dat Zermah mijn naam geroepen heeft. Volgens mij kan zij mij niet op het vaartuig gezien hebben, dat zich van de Marino-Kreek verwijderde.”»En waarom niet?” vroeg master James Burbank, trillende van woede.Hij begreep dat hier de justitie weer een rad voor de oogen gedraaid werd.»Hebt gij het dan niet gehoord?” vroeg Texar verwonderd. »Ik zei toch straks, dat ik in die oogenblikken krijgsgevangen door de Noordelijken gemaakt was en in verzekerde bewaring gehouden werd.”»Dat is onwaar,” riep master James Burbank uit. »Dat kan onmogelijk zoo zijn!...”»En toch is het zoo,” grinnikte de Spanjaard.»En ik zweer,” zei miss Alice Stannard, »ik zweer dat ik dien man in eigen persoon gezien en dat ik hem behoorlijk herkend heb!”»Mij dunkt,” zei Texar, »dat dit gemakkelijk uit te maken is.”»Hoe bedoelt gij?” vroeg kolonel Gardner.»Mijnneenstaat tegenover hetjavan mejuffrouw Alice Stannard, niet waar?”De voorzitter van den krijgsraad knikte toestemmend.»Welnu, raadpleeg de sterktestaten der krijgsgevangenen.”»Zeer juist,” antwoordde de kolonel.Onmiddellijk deed hij de stukken halen, die betrekking hadden op de krijgsgevangenen, welke dien dag van de inneming vanFernandina, in den spoortrein naar Cedar-Keys gevangen genomen waren.Gelukkig waren die ter beschikking van den Commodore Dupont gesteld. Men bracht ze in de gerechtszaal, en toen kon geconstateerd worden, dat de naam Texar en ook zijn signalement op de bedoelde sterktestaten voorkwamen.Er bleef dus geen twijfel meer over.De Spanjaard kon onmogelijk de ontvoering van de kleine Dy en van Zermah, waarvan men hem beschuldigde, gepleegd hebben. Miss Alice Stannard had zich vergist, toen zij gemeend had hem te herkennen. Hij kon onmogelijk dien avond in de Marino-Kreek geweest zijn. Zijne afwezigheid gedurende tweemaal vier en twintig uren van de hoofdplaats Jacksonville, vond thans hare natuurlijke verklaring, daar hij zich juist gedurende dien tijd als krijgsgevangene aan boord van een der oorlogsvaartuigen van het smaldeel der Noordelijken bevond.Het was om in vertwijfeling te geraken!Dus ook ditmaal slaagde Texar er in, zich door een niet te ontzenuwen alibi, dat daarenboven nog door een officieel stuk gesteund en bevestigd werd, schoon te wasschen van de misdaad, die hem ten laste gelegd werd. Men werd er waarlijk toe gebracht, zich in gemoede af te vragen, of er bij de vroeger ingebrachte beschuldigingen tegen den Spanjaard, geene klaarblijkelijke vergissing had plaats gegrepen, zooals men dan toch nu genoodzaakt was te erkennen, dat plaats gehad had bij de dubbele aanklacht van den aanslag op de plantage Camdless-Bay geleid en de ontvoering der twee vrouwen gepleegd te hebben.Master James Burbank, Gilbert Burbank, miss Alice Stannard en Mars gevoelden zich door dien uitslag van het geding zeer ter neer geslagen.Die Texar, die ellendeling, die aterling ontsnapte hen andermaal, want van nu af kon de uitspraak van den krijgsraad niet twijfelachtig meer zijn. En... ijselijke gedachte!... hoe zou men nu vernemen wat er van de kleine Dy en van Zermah geworden was? Wat zou hare toekomst wezen?Zoo als verwacht kon worden, werd Texar, op grond van gebrek aan bewijs, van de beide beschuldigingen wegens plundering en ontvoering van minderjarigen, vrijgesproken. Hij verliet dan ook met opgeheven hoofde de gerechtszaal, omstuwd door zijne vrienden en partijgangers, die luide kreten van toejuichingen lieten vernemen.Dienzelfden avond verliet Texar Sint Augustijn, en niemand zou hebben kunnen onthullen, naar welk oord van den Staat Florida hij zijne schreden gericht had, om daar zijn geheimzinnig, avontuurlijk leven te hervatten.
VI.Sint Augustijn.Sint Augustijn is een der oudste steden van Noord-Amerika en dagteekent reeds van de vijftiende eeuw.Zij is de hoofdplaats van het graafschap Sint Jan, hetwelk van luttele beteekenis is, daar het, hoe uitgestrekt zijn grondgebied ook al is, geen drie duizend inwoners telt.Sint Augustijn is van Spaanschen oorsprong en is nagenoeg hetzelfde gebleven, wat zij weleer was, althans zij heeft er al het uiterlijke van behouden.De stad verheft zich op het uiteinde van een der kust-eilanden. De oorlogsvaartuigen en de koopvaardijschepen vinden in hare haven, die uitmuntend tegen windvlagen uit volle zee, die zoo veelvuldig op die gevaarlijke kust van den Staat Florida bulderen, gedekt is, een veilige toevlucht. Intusschen moet erkend worden, dat om binnen die haven te komen, de schepen het gevaarlijke vaarwater moeten doorstevenen, hetwelk door de kolken en wielingen van den golfstroom bij haren ingang gevormd wordt.De straten van Sint Augustijn zijn, evenals dat bij andere steden in de heete zone gelegen en derhalve aan het loodrecht invallen der zonnestralen blootgesteld, aangetroffen wordt, zeer smal. Door de richting dier straten en door de zeebries, die er geregeld des ochtends en des avonds den dampkring komt verfrisschen, bezit deze stad, die voor de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, wat Nizza of Mentone, onder den liefelijken hemel van Provence gelegen, voor Frankrijk is, een uiterst gematigd klimaat.Het is voornamelijk in het havenkwartier en in de straten die er aan grenzen, dat de bevolking zich het dichtst saamgepakt heeft.De voorsteden met hare weinige woningen, die slechts eene dakbedekking van palmbladeren hebben, met hare ellendige hutten, verkeeren in een staat van verlatenheid en eenzaamheid die volmaakt zou kunnen heeten, zonder de honden, de varkens, de koeien en de geiten, die er voortdurend zwervende aangetroffen worden.De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. (Bladz. 80).De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. (Bladz.80).De eigenlijke stad—het werd reeds gezegd—heeft een bepaald Spaansch uiterlijk, de huizen hebben vensters, die door zwaar traliewerk verdedigd worden; zij bezitten in hun binnengedeelte de traditioneele patio. De patio is eene binnenplaats, die door slanke zuilenrijen omgeven, met grillige luifels en gebeeldhouwde balkons, fraai en sierlijk alsof zij altaarkasten moeten voorstellen, versierd is.Somwijlen, bij voorbeeld des Zondags of bij andere feestelijke gelegenheden, ontsnapt de inhoud van die huizen en stort zich op de straten der stad uit. Dan ontwaart het oog een zonderling mengelmoes van senoras, van negerinnen en mulatinnen, van Indiaansche vrouwen, van vrouwen met gemengd bloed; van negers, van negerkinderen, van Engelsche dames, van gentlemen, van eerwaarde predikanten, van monniken en van Roomsche priesters. En bijna allen hebben een sigarette in den mond, zelfs als zij zich naar den Calvarieberg begeven. En dit is toch de naam van de hoofd-parochie-kerk van Sint Augustijn, welker klokkengelui zich bijna onafgebroken, sedert het midden der zeventiende eeuw, het tijdperk van de voltooiing van die Godswoning, doet hooren.Wij mogen hier niet overslaan, maar moeten wel degelijk aan de vergetelheid ontrukken de marktplaatsen, die zeer rijkelijk voorzien zijn, van groentewaren, van visch, van pluimvee, van varkens, van lammeren—die men op verlangen van den kooper, zoo maar zonder omslag ten aanschouwe van de marktgangers afmaakt, slacht en vilt—van eieren, van rijst, van gekookte bananen, van »frijolen,” eene soort kleine boonen, die gekookt gevent worden, eindelijk van alle keerkringsvruchten als: ananassen, dadels, olijven, manga’s, granaatappelen, goyaven, vijgen, oranjeappelen, citroenen, perziken, maranons en zoo voort, en dat alles zoo goedkoop als maar mogelijk en denkbaar is, en waardoor het leven zoo veraangenaamd en vergemakkelijkt wordt op dit gedeelte van het Floridasche grondgebied.Wat den dienst der openbare reiniging betreft, deze werd gewoonlijk niet door benden straatvegers, zooals in onze Nederlandsche steden geschiedt, maar door geheele vluchten valken verricht, die onder de bescherming der wet staan; want er worden groote boeten bedreigd tegen hen, die het durven bestaan, die nuttige vogels te dooden. Deze verslinden alles, zelfs adders en slangen, en het moet erkend worden, dat het aantal van dat ongedierte, in weerwil van de vraatzucht dier valken, nog maar al te aanzienlijk in Florida is.Het groen ontbreekt niet bij de huizenblokken, die het geheel der stad uitmaken. Bij de kruispunten der niet al te talrijke straten, erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld,alwaar boomgroepen zich verheffen, die met hare breeduitgespreide takken en hare dichte loofkruinen de daken der woningen beschaduwen en waarin geheele scharen van veelkleurige wilde papegaaien en lorries bijna onophoudelijk snateren.Onder die gewassen zijn de palmboomen het rijkst vertegenwoordigd. Op hunne hooge en slanke stammen wiegelt hunne bladerenkruin in de bries, niet ongelijk aan de waaiers in de hand der senora’s of aan de Hindoesche panka’s, die heen en weer bewogen worden, teneinde door een verfrisschenden luchtstroom, koelte en levenslust te verspreiden.Hier en daar verheffen zich eenige eiken, die door de lianen- en glycinen-ranken als met festoenen omgeven worden. Hier en daar worden ook geheele boschjes van die reusachtige cactus-soorten ontwaard, welker voet en welker stammen als het ware eene ondoordringbare terreinafscheiding vormen.Dat alles is vroolijk, opwekkend, verrukkelijk voor het oog, en zou dat nog meer zijn, wanneer het den valken believen mocht, den openbaren reinigings-dienst meer nauwgezet waar te nemen en te volbrengen; want het moet erkend worden, dat die dieren niet met de werktuigkundige straatveegborstels kunnen vergeleken worden.Men vindt te Sint Augustijn slechts eene sigarenfabriek en een of twee houtzaagmolens, en eene fabriek van terpentijn. De stad bezit meer een handeldrijvend dan een industrieel karakter. Van daar worden uit- of ingevoerd: melasse of stroopsuiker, granen, katoen, indigo, harssoorten, timmer- en schrijnwerkershout, gezouten, gerookte en versche visch, zout, rottan- en gomsoorten.In gewone tijden heeft de haven een vrij levendig verkeer door het binnenkomen en uitstevenen der stoombooten, die de kustvaart uitoefenen, en tot overvoer der koopmanswaren en der reizigers gebezigd worden, tusschen de verschillende havenplaatsen van den Atlantischen Oceaan en de Golf van Mexico.Sint Augustijn is de zetel van een der zes rechtbanken, die in den staat Florida gevestigd zijn.Wat haar verdedigings-vermogen betreft, tegen eene aanranding van de landzijde of tegen een aanval van de zeezijde, dat bestaat slechts uit eene versterking, het fort Marion of Sint Markus genaamd. Dit was eene militaire inrichting, die van de zeventiende eeuw dagteekende en geheel en al in Castiliaanschen stijltrant gebouwd was. Vauban, Cormontaigne, Coehoorn, de Roo van Alderwerelt, of Todtleben zouden er voorzeker den neus voor opgetrokken hebben, dat is waar; maar van een anderen kant wekte dat fort met zijnen toren, zijne bastions, zijne halve manen, zijne courtinen, zijne ravelijnen, zijne reduits, zijne escarpen en contrescarpen,zijne glacis en zijne in- en uitspringende wapenplaatsen, zijne machicoulis, zijne verzameling van antiek wapentuig, zijne oude mortieren en kanonstukken, die oneindig gevaarlijker waren voor hunne bedieningsmanschappen dan voor de vijanden, toch de bewondering op van de archeologen en de zoo dwaze oudheidkundigen.Het was juist dat fort, hetwelk het garnizoen der geconfedereerden bij het naderen der federalistische flottilje van den Commodore Dupont in allerijl ontruimd had, hoewel het Floridasche gouvernement ettelijke jaren vóór het uitbreken van den oorlog er niet voor teruggedeinsd was nogal gelden te besteden om het in beter verdedigbaren toestand te brengen.Na den aftocht van de militie-troepen hadden de bewoners van Sint Augustijn niet geaarzeld, om de sterkte aan de zeemacht van den Commodore Dupont over te geven, die er zoodoende zonder slag of stoot bezit van nam.Intusschen had de rechtsvervolging, die tegen den Spanjaard Texar ingesteld was, nogal opzien in het graafschap Sint Jan gebaard. Het scheen dat zijne gevangenneming het laatste tafereel zoude zijn in den strijd tusschen dien kerel van verdachte zeden en verdachten oorsprong, met de familie Burbank.De ontvoering van het kleine meisje en van de mestische vrouw Zermah was wel geschikt voorwaar, om de openbare meening te verontrusten en hartstochtelijk in beweging te brengen. Daarenboven, diezelfde openbare meening was zeer ten gunste van de eigenaren van de plantage Camdless-Bay geneigd.Niemand twijfelde er aan, dat Texar de ontwerper, zoo niet de uitvoerder van dien aanslag was. Hij wekte zelfs de nieuwsgierigheid der meest onverschilligen op, om te vernemen hoe die kerel zich uit die netelige zaak zou trekken en of hij thans zijne straf niet erlangen zoude voor al de misdrijven, waarvan men hem sedert lang betichtte.De ontvoering der bevolking te Sint Augustijn zou dus waarschijnlijk zeer belangrijk wezen. De eigenaren der rondom gelegen plantages stroomden er heen. De gerezen quaestie was wel van dien aard, om hen onmiddellijk belang in te boezemen, daar een der hoofdpunten van de acte van beschuldiging den overval en de plundering van het domein van Camdless-Bay gold.Andere etablissementen waren ook verwoest geworden door gewapende benden der Zuidelijken, en het zou nu moeten blijken uit welk oogpunt het federalistische gouvernement die misdaden, tegen het gemeene recht onder bescherming van de partij der afscheidingsstaatkunde gepleegd, zoude beschouwen.InCity Hôtel, de voornaamste inrichting van dien aard te Sint Augustijn, hadden een groot aantal bezoekers, die hunne sympathiekegevoelens voor de familie Burbank niet onder stoelen of banken verborgen, hunnen intrek genomen.Dat hôtel zou een nog grooter aantal gasten hebben kunnen bevatten. Want inderdaad, er kon niets meer doelmatigs ingericht of uitgedacht worden, dan dit uitgestrekte huis, gebouwd in den stijl der zestiende eeuw. Het was de oude woning van den corrégidor en prijkte nog met hare puerta of voornaamste deur, die rijkelijk met beeldhouwwerk versierd was, met hare breede »sala,” of eersalon, met hare binnenplaats, door eene colonade omgeven, welker zuilen met festoenen van passiebloemen omgeven waren, met hare ruime verandah, waartoe men van uit verschillende smaakvol en degelijk gemeubileerde kamers toegang erlangde; terwijl die binnenplaats, welker lambriseeringen onder smaragd en goudgeelkleurige schakeeringen verdwenen, volgens Spaansche mode met miradoren versierd was, die tegen de muren aangebracht waren en allerwege springende fonteinen lieten ontwaren, die frischheid aanbrachten en de fijne graszoden onderhielden en drenkten en zoo eene patio daarstelde, die eene vrij uitgestrekte oppervlakte besloeg en rondom door hooge muren omgeven was. Het was in een woord een soort van caravanserail, die slechts door vermogende lieden betrokken werd.Het was daar in datCity Hôteldat master James Burbank, zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard en zijne dochter Alice hunnen intrek sedert den vorigen dag genomen hadden.Het spreekt van zelf, dat de mulat Mars hen vergezelde.Na hunne vruchtelooze poging bij Texar in de gevangenis te Jacksonville, waren master James Burbank en zijn zoon Gilbert naar Castle-House teruggekeerd.Toen de familie vernam, dat de Spanjaard hardnekkig weigerde eenige inlichting te geven met betrekking tot de verdwijning van de kleine Dy en van Zermah, begreep zij dat de laatste hoop verdwenen was.Intusschen bracht toch de tijding, dat Texar ter zake van het voorgevallene op de plantage Camdless-Bay voor eene militaire rechtbank zoude verschijnen, leniging bij de opgelegde smarten en angsten aan. Wanneer de aterling zich onder het gewicht van eene veroordeeling zoude gevoelen—en die kon toch volgens ieders meening niet uitblijven—dan zou hij zich wel tot spreken genoopt gevoelen, daar hij dan noodzakelijk zou moeten begrijpen, dat zijne vrijheid, ja zijn leven van zijne openhartigheid zoude afhangen. Ja, bekennen zou hij dan wel. Zoo troostte men zich op Castle-House.Miss Alice Stannard zou in dat geding als de voornaamste bezwarende getuige voor den Spanjaard optreden.En inderdaad, zij bevond zich bij de Marino-Kreek juist op hetoogenblik toen Zermah den naam van Texar uitriep. Daarenboven had het jonge meisje den ellendeling bepaaldelijk in het schuitje, waarmede de ontvoering plaats had, herkend. Miss Alice Stannard bereidde zich dan ook voor, om naar Sint Augustijn te vertrekken. Haar vader, master Walter Stannard, zou haar met zijn vrienden master James Burbank en den zee-officier Gilbert Burbank, die door den Auditeur militair voor den krijgsraad gedagvaard waren, derwaarts vergezellen.Mars had verzocht met hen te mogen gaan. Als echtgenoot van Zermah wilde hij tegenwoordig zijn, wanneer men den Spanjaard dat geheim zou ontwringen, dat hem alleen bekend was.En wanneer dat gelukt zoude zijn, dan zouden master James Burbank, zijn zoon Gilbert en hij Mars niets anders meer te verrichten hebben, dan de twee gevangenen in ontvangst te nemen uit de handen van hen, die hen op bevel van Texar achter slot hielden.In den namiddag van den 16denMaart vertrokken master James Burbank met zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard, zijne dochter miss Alice Stannard en Mars van Castle-House, na afscheid van mevrouw Burbank en van master Edward Carrol genomen te hebben.Aan de pier van Camdless-Bay waren zij aan boord van een dier stoomvaartuigen gegaan, die den dienst op de Sint-Johnrivier verrichtten, en waren vervolgens bij de aanlegplaats van Piccolata aan wal gestapt, vandaar waren zij met een »stage”, een soort van tweespannig maar hoogst eenvoudig rijtuig, langs een bochtigen weg, die voerde door een hoog opgaand woud van eikenboomen, van cypressen en van plataanboomen, die op dit gedeelte van het grondgebied van den Staat Florida aangetroffen worden, afgereden. De weg was slecht onderhouden en veroorloofde dus eene snelle reis niet.Zij kwamen evenwel vóór het middernachtsuur te Sint Augustijn aan, alwaar zij eene behoorlijke gastvrijheid in de vertrekken vanCity Hôtelvonden.De lezer mag zich evenwel niet verbeelden, dat Texar door alle zijne partijgangers verlaten was. In geenen deele. Hij telde nog vele volgers onder de mindere kolonisten van het graafschap. Deze waren nog steeds doldriftige en hartstochtelijke slavenhoudersgezinden.Toen die partijgangers daarenboven bemerkten, dat zij ter zake van de oproerige tooneelen te Jacksonville niet zouden vervolgd worden, hadden zij weer moed gevat en besloten hun opperhoofd niet in den steek te laten. Velen hunner hadden dan ook onder elkander afgesproken, te Sint Augustijn bijeen te komen.Het is waar, dat men hen in het patio vanCity Hôtelniet moestgaan zoeken. Maar het ontbrak in de stad niet aan kroegen, ook niet aan »tiendas”, waar de Spaansche mestiezen en de Creeks zoo wat alles wat eetbaar, drinkbaar en rookbaar is, te koop aanbieden. Daar schoolden die lieden, welke het uitschot der bevolking vormden en niet veel aan achtbaarheid te verliezen hadden, te zamen en brachten den tijd door met luidruchtige gesprekken ten gunste van Texar te houden.Op dat tijdstip bevond de Commodore Dupont zich niet te Sint Augustijn. Hij had waarlijk wel wat anders te doen. Hij hield zich toch onledig met de toegangs-vaarwaters tot de kust, die voor den sluikhandel in oorlogsbenoodigdheden gesloten moesten blijven, te blokkeeren.De troepen, die hij evenwel na de overgave van het fort Marion ontscheept had, waren sterk genoeg om de stad nadrukkelijk in bedwang te houden. Geen aanvallende beweging van den kant der zuidelijke legermacht of van den kant der militie-troepen van het graafschap, die op den anderen oever van de Sint John overgegaan en in vollen aftocht waren, was te duchten.En wanneer de partijgangers van Texar zouden gepoogd hebben om de bevolking van Sint Augustijn in opstand te brengen, om de stad aan de macht der federalistische autoriteiten te ontrukken, dan zou de beweging in hare geboorte dadelijk gesmoord kunnen worden.Wat den Spanjaard betreft, deze was aan boord van een der kanonneerbooten van den commandant Stevens van Jacksonville naar Piccolata vervoerd geworden.Van Piccolata was hij onder geleide van een sterke dekking naar Sint Augustijn overgebracht en daar in een der bomvrije cellen van het fort opgesloten, waaruit eene ontvluchting tot de onmogelijkheden moest gerekend worden.Daarenboven, daar hij zelf verzocht had om terecht te staan, dacht hij waarschijnlijk niet aan eene ontsnapping. Zijne partijgenooten waren daaromtrent niet onkundig gelaten.Wanneer hij evenwel ditmaal veroordeeld mocht worden, dan zouden zij in overweging nemen, wat zij ten gunste van zijne ontvluchting te doen hadden.Tot dien tijd moesten zij zich rustig houden. Daarop kwam het voorshands op aan. Dat begrepen zij.Bij afwezigheid van den Commodore Dupont, vervulde de kolonel Gardner, een oud beproefd krijgsman, de functie van plaatselijken militairen commandant der stad. Deze was ook aangewezen om den zetel van voorzitter te bekleeden in den Krijgsraad, die geroepen was recht over Texar in een der zalen van het fort Marion te spreken.Die kolonel was toevallig dezelfde chef, die de inname van de havenplaats Fernandina bestuurde, en hij was het, die de bevelen uitvaardigde, ten gevolge waarvan de vluchtelingen, die bij den aanval op den spoortrein door de kanonneerbootOttawakrijgsgevangen gemaakt waren, gedurende acht-en-veertig uren van hunne vrijheid beroofd waren gebleven, alvorens in vrijheid gesteld te worden. Het is noodzakelijk die bijzonderheid hier in herinnering te brengen.De zitting van den Krijgsraad begon tegen elf uren in den ochtend.Eene talrijke menigte had in de gerechtszaal plaats genomen. En onder dat gedeelte daarvan, dat zich het luidruchtigst betoonde, kon men de vurigste vrienden en partijgangers van den Spanjaard tellen.Master James Burbank, de luitenant Gilbert Burbank, master Walter Stannard, miss Alice Stannard en Mars zaten natuurlijk in de bank der getuigen.Wat men toen reeds zag, was dat er aan den kant der verdediging geene getuigen waren. Het scheen alsof de Spanjaard het der moeite niet waard geacht had, om tegengetuigen te doen oproepen. Was dat werkelijk veronachtzaming of nalatigheid van zijn kant? Of had hij zich in de onmogelijkheid gesteld gezien om een enkelen getuige, die een woord in zijn voordeel kon doen hooren, te voorschijn te brengen? Dat zou men weldra vernemen.In ieder geval, het scheen dat de uitslag van het geding onmogelijk betwijfeld kon worden.Toch had een niet te omschrijven voorgevoel in het brein van master James Burbank post gevat. Had hij niet reeds eenmaal in diezelfde stad Sint Augustijn, een klacht tegen den Spanjaard Texar ingebracht? En was het hem toen niet gelukt door het opwerpen van een onverklaarbaar maar niet te wraken alibi aan het vonnis der gerechtigheid te ontkomen? De invloed van dat voorval moest zich onmiskenbaar op het aanwezige publiek doen gevoelen; want het was nog slechts weinige weken geleden, dat het voorgekomen was.Texar werd, zoodra de leden van den Krijgsraad in de zaal verschenen waren en zitting genomen hadden, door agenten binnengebracht. Men bracht hem naar de bank der beschuldigden, waarop hij zonder trekken of blozen plaats nam.Het scheen, dat geen enkele aangelegenheid of bijzonderheid in staat zoude zijn hem te dwingen zijne gewone onbeschaamdheid en zijne uittartende houding te laten varen. Hij had slechts een minachtende glimlach voor zijne rechters over; terwijl hij zijne vrienden, die hij in de gerechtszaal ontwaarde, met een stoutmoedigen blik begroette en master James Burbank met een beleedigend gebaar, dat van diepen haat getuigde, bejegende.De marktplaats te Sint Augustijn. (Bladz. 90.)De marktplaats te Sint Augustijn. (Bladz.90.)Zoo trad hij binnen, zoo nam hij plaats en zoo bleef hij totdat kolonel Gardner tot het verhoor overging.Master James Burbank, zijn zoon Gilbert en Mars konden tegenover den man, die hen zooveel onheil berokkend had, en die hen nog zooveel ongeluk en leed kon berokkenen, niet dan met moeite hunne verontwaardiging bedwingen. Dat is wel te begrijpen, niet waar?Het verhoor begon met de gebruikelijke vragen volgens het rechterlijk formulier, om de identiteit van den beklaagde te constateeren.»Hoe is uw naam?” vroeg kolonel Gardner.»Texar.”»Hoe oud zijt gij?”»Vijf en-dertig jaren.”»Waar zijt gij geboren?”De beschuldigde antwoordde op die vraag niet. Hij scheen zich te bedenken of zich te beraden.»Waar zijt gij geboren, Texar?” herhaalde kolonel Gardner met nadruk.»Dat weet ik niet.”»Weet gij dat niet?”»Neen.”»Gij kent dus uw vaderland niet?”»Ik weet alleen, dat ik in Mexico geboren ben. Waar, is mij evenwel onbekend.”»Waar woont gij?”»Te Jacksonville.”»Te Jacksonville?”»Ja, in de tienda van Torillo.”»Ik vraag u waar gij thans woont?”»Een ander verblijf heb ik niet.”Het zal onzen lezers voorzeker wel begrijpelijk voorkomen, dat master James Burbank en zijne vrienden het hart in de borstkas voelden kloppen, toen zij dat antwoord vernamen, dat op een toon gegeven werd, die genoegzaam aanduidde, dat de beschuldigde vast besloten was, zich volstrekt niet over de plaats zijns verblijfs uit te laten.En inderdaad, Texar bleef, in weerwil van het aandringen door den voorzitter der rechtbank, bij zijne bewering volharden, dat hij geen vast verblijf had. Hij gaf te verstaan, dat hij een nomaad, een rondzwerver was, een woudlooper in de onmetelijke bosschen van het grondgebied van den Staat Florida, een vertrouweling van de cypressenwouden, die daarin onder het dak der hutten sliep, van het wild leefde, dat hem zijn geweer en ook zijne valstrikken opleverden, en nu eens overvloed had en dan weer gebrek leed.Iets anders was er in waarheid niet uit hem te halen, hoeveel moeite er ook aangewend werd.»Het zij zoo,” antwoordde kolonel Gardner eindelijk in arrenmoede. »Wat kan het ons trouwens, alles wel beschouwd, ook schelen.”»Inderdaad, wat kan het u schelen?” antwoordde Texar stoutmoedig en uittartend.»Met uw verlof,” meende Gilbert Burbank te moeten inbrengen. »Volgens mij...”Hij kon evenwel niet verder, want de Spanjaard vervolgde onverstoorbaar:»Laten wij aannemen, kolonel Gardner, als u dat bevredigen kan, dat ik thans in het fort Marion, waar ik wederrechtelijk opgesloten ben en van mijne vrijheid beroofd word, gedomicilieerd ben. Dat is dus uitgemaakt, niet waar?”De voorzitter van den krijgsraad trok de schouders ongeduldig op, maar antwoordde niet.»Waarvan word ik beschuldigd, als je blieft?” ging Texar voort, alsof hij zich reeds van het begin van het geding tot taak stelde het verhoor te willen leiden. »Het schijnt dat men met twee maten meet.”»Texar,” hernam kolonel Gardner, »gij wordt niet vervolgd wegens de staatkundige gebeurtenissen, die te Jacksonville voorgevallen zijn.”»Niet?” zei Texar hoonend. »Het heeft er toch allen schijn van.”»De Commodore Dupont heeft eene proclamatie uitgevaardigd,” vervolgde de voorzitter van den krijgsraad, »waarbij uitdrukkelijk verklaard wordt, dat het gouvernement van Washington geenszins zijne tusschenkomst omtrent de plaatselijke omwentelingen, waardoor de regelmatige autoriteiten door andere magistraten, welke ook, werden verdrongen, wenscht uit te breiden. De Staat Florida is weer onder de federalistische vlag teruggebracht, en het gouvernement der Vereenigde Staten zal zich weldra onledig houden met eene nieuwe organisatie voor de heronderworpen landstreek.”»Maar, wanneer ik niet vervolgd word wegens het omverwerpen van de regeering van Jacksonville, waarbij ik eenstemmig gehandeld heb met het grootste gedeelte der bevolking,” vroeg de Spanjaard, »om welke reden word ik dan voor dezen krijgsraad terechtgesteld?”»Weet gij dat niet?”»Neen.”»Dat is slechts eene rol, die gij speelt, Texar. Kunt gij de reden niet gissen?”»Neen, nogmaals neen.”»Welnu, dan zal ik het u zeggen. Ik zal tegemoet komen aan uwe volgens mij voorgewende onwetendheid.”»Ik luister, kolonel.”»Er zijn misdaden gepleegd,” vervolgde de voorzitter van den krijgsraad, »misdaden tegen het gemeene recht, gedurende het tijdvak, dat gij de functie van eersten magistraat waarnaamt.”»Welke zijn die misdaden?”»Men beschuldigt u,” ging kolonel Gardner voort, »het schuim der bevolking tot het bedrijven dier misdaden aangezet te hebben.”»Maar welke misdaden, kolonel?”»Vooreerst geldt het de plundering van de plantage Camdless-Bay, die door eene bende boosdoeners aangevallen en overrompeld is.”»Meent ge?” vroeg Texar leuk.»Me dunkt, dat dit feit vaststaat,” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.»Behoudens dat die bende boosdoeners, zooals gij ze noemt,” hernam Texar, »vergezeld was door eene afdeeling soldaten, die door een officier van de militie-troepen aangevoerd werd.”»Het is mogelijk, Texar; maar er is gewapenderhand geplunderd, er heeft brandstichting plaats gehad, en dat alles is geschied ten opzichte van de woning van een planter, die het recht had en daarvan dan ook gebruik gemaakt heeft, om zich tegen dergelijke geweldenarijen te verzetten.”»Het recht?” vroeg de Spanjaard heftig en toornig.»Ja zeker, het recht,” antwoordde kolonel Gardner.»Het recht kon niet gerekend worden aan den kant te zijn van hem, die weigerde aan de bevelen te gehoorzamen van eene regeering, die wettig ingesteld was,” hernam Texar.»Hoe? Ge durft?”...»James Burbank—daar het hem geldt—had zijne slaven in vrijheid gesteld,” vervolgde de Spanjaard, »en had daardoor de openbare meening die in Florida heerscht, en die evenals in het meerendeel der Zuidelijke Staten van de Unie voor het behoud der slavernij gestemd is, aanstoot gegeven, ja haar getart.”»Maar, Texar....”»Die daad,” ging deze voort, »kon de grootste rampen op de andere plantages ten gevolge hebben, daar zij de negers als het ware tot opstand verlokte. Het bestuur van Jacksonville besloot toen, dat het in de gegeven omstandigheden tusschenbeiden moest treden. Indien het de akte van invrijheidstelling, zoo onvoorzichtig door master James Burbank uitgevaardigd en afgekondigd, niet met nietigheid heeft geslagen, zoo wilde het toch de noodlottige gevolgen daarvan voorkomen, door de vrijgestelde slaven buiten het grondgebied van den Staat te zetten. Toen master James Burbank weigerde dat bevel op te volgen, was het bestuur verplichtzijn toevlucht tot geweld te nemen, en ziedaar de reden waarom de militie-troepen, waarbij zich een gedeelte van de bevolking aansloot, gezonden werden, om de vroegere slaven van Camdless-Bay uit elkander te jagen.”Erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld. (Bladz. 91.)Erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld. (Bladz.91.)»Texar,” antwoordde kolonel Gardner, »het oogpunt waaruit gij de gepleegde daden van geweld schijnt te beschouwen, kan door den krijgsraad niet gedeeld worden.”»Ja, dat was wel te verwachten,” sprak de Spanjaard met smadelijken glimlach, »maar gij zult mij toch moeten toegeven, dat dit het ware oogpunt is, waaruit de handeling dient beschouwd te worden.”»Volstrekt niet, Texar,” hernam de voorzitter van den krijgsraad.»Ik zou uw argument wel eens willen hooren, kolonel Gardner, om uw gevoelen te staven.”»Ziehier. Master James Burbank, die afkomstig is uit de Staten van het Noorden, heeft volkomen van zijn recht gebruik gemaakt, toen hij aan het personeel zijner plantage de vrijheid schonk. Niets kan dus ter verontschuldiging dienen of aanleiding geven om ten aanzien der uitspattingen, die op zijn landgoed gepleegd zijn, verzachtende omstandigheden aan te voeren of te bepleiten.”»Ik begin in te zien,” hernam Texar, »dat ik mijn tijd zoude verbeuzelen, wanneer ik poogde mijne denkwijze dienaangaande voor den krijgsraad uiteen te zetten.”»Dat is mijne meening ook,” antwoordde de kolonel.»Het bestuur van Jacksonville heeft gemeend goed te handelen met te bevelen zooals geschied is.”»Dat is mogelijk, maar....”»Is men nu voornemens mij als voorzitter van dat bestuur te vervolgen, en wil men de verantwoordelijkheid zijner daden op mij doen neerkomen?”»Ja, op u, Texar!”»Dat is niet billijk. Vergun mij dat ik dat openlijk betuig.”»Ja, op u,” herhaalde kolonel Gardner, »op u, die niet alleen voorzitter van dat bestuur geweest zijt, maar u bovendien in persoon aan het hoofd gesteld hebt van de bende plunderaars, stroopers en brandstichters, die over Camdless-Bay losgelaten werden.”»Ik?”»Ja, gij!”»Bewijs dat!” antwoordde Texar koel.»Geduld,” zei de voorzitter.»Is er een getuige aan te voeren,” vroeg de Spanjaard, »die mij gezien heeft te midden der burgers en der militie-troepen, die afgezonden waren om de bevelen van het bestuur ten uitvoer te leggen?”»Geduld!” herhaalde de president van den krijgsraad.Hij noodigde toen master James Burbank uit, om mededeeling te doen van hetgeen hij wist.Deze verhaalde de feiten, gepleegd sedert het oogenblik dat Texar en zijne partijgenooten de rechtmatige regeeringsleden van Jacksonville verjaagd en zich van hunne zetels meester gemaakt hadden. Hij wees met nadruk op de houding en de gedraging van den beschuldigde, die alles in het werk gesteld had, om het schuim der bevolking tegen de plantage op te hitsen.Toen hem evenwel kolonel Gardner de pertinente vraag stelde, of hij Texar persoonlijk gezien had onder de aanvallers van Camdless-Bay, was hij verplicht een ontkennend antwoord te geven.De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat inderdaad, toen John Bruce, de afgezant van masterHarvey, er in geslaagd was binnen Castle House te geraken en door master James Burbank ondervraagd werd, hij niet kon zeggen of de Spanjaard zich aan het hoofd van die bende boosdoeners gesteld had.»In ieder geval,” ging de eigenaar van Camdless-Bay voort, »bestaat er bij niemand twijfel, dat op hem de geheele verantwoordelijkheid voor die misdaad komt. Hij heeft de onderste lagen der bevolking aangezet, om de plantage te verwoesten, en het heeft van hem niet afgehangen dat Castle House, mijn eigen woning, niet in brand gestoken en een prooi der vlammen geworden is, waarbij dan al de verdedigers omgekomen zouden zijn. Ja, hij had de hand in dat alles; en wij zullen hem ook weervinden bij een nog misdadiger misdrijf.”Master James Burbank zweeg toen.Alvorens toch tot het feit der ontvoering te kunnen overgaan, was het betamelijk, dat eerst dit gedeelte der beschuldiging, die op den aanval van Camdless-Bay betrekking had, afgehandeld werd.»Dus,” hernam kolonel Gardner, terwijl hij het woord tot den Spanjaard richtte, »gij zijt van meening, dat u slechts een gedeelte van de verantwoordelijkheid behoort, welke in haar geheel ten aanzien der gegeven bevelen op het bestuur moet drukken?”»Juist. Dat is geheel en al mijne meening.”»En gij blijft volhouden, dat gij niet aan het hoofd der aanvallers stondt, die Camdless-Bay aangetast hebben?”»Ja, dat houd ik vol,” antwoordde Texar.»Dat is niet vol te houden!” riep master James Burbank uit.»Geen enkele getuige,” ging de Spanjaard voort, »kan bevestigen dat hij mij daar gezien heeft.”»O!” kreet Mars.»Neen, ik bevond mij destijds niet te midden van de moedige burgers, die toen hun bloed veil hadden om de bevelen van hun bestuur ten uitvoer te doen leggen.”»Maar waar...?” wilde kolonel Gardner vragen.Maar Texar liet hem daartoe den tijd niet. Hij vervolgde opgewonden maar met allen nadruk:»Laat mij er bij voegen, dat ik dien dag zelfs afwezig van de hoofdplaats Jacksonville was.”»Ja!...” antwoordde master James Burbank, »dat is mogelijk, ja zelfs waarschijnlijk.”De eigenaar van Camdless-Bay meende het middel gevonden te hebben, om het eerste gedeelte der beschuldiging tegen Texar aan de tweede vast te knoopen.»Dat is niet alleen mogelijk, dat is niet alleen waarschijnlijk,” antwoordde de Spanjaard met de meeste klem; »maar dat is onwraakbaar zeker.”»Maar, als het waar is, dat gij u niet bij de plunderaars van Camdless-Bay bevondt,” hernam master James Burbank, »dan vond dat zijne reden in de omstandigheid, dat gij u in de Marino-Kreek bevondt, om daar de gelegenheid af te wachten eene andere misdaad te kunnen uitvoeren.”»Een andere misdaad?”»Ja, een andere misdaad, Texar!”»Ik ben evenmin bij de Marino-Kreek geweest,” antwoordde Texar onverstoorbaar kalm, »als ik bij den aanval op Camdless-Bay, evenmin als ik toen te Jacksonville geweest ben!”»Dat is boud gesproken,” zei master James Burbank toornig.»Zeer boud, dat weet ik,” hernam de Spanjaard, »maar ik tart ieder het tegendeel te bewijzen.”De lezer heeft voorzeker niet vergeten, dat John Bruce insgelijks bij de gemelde gelegenheid aan master James Burbank verklaard had, dat, hoewel Texar zich niet bij de aanvallers van de plantage bevonden had, hij zich evenmin gedurende de laatste tweemaal vier-en-twintig uren, dat wil zeggen van den tweeden tot den vierden Maart, te Jacksonville vertoond had.Die omstandigheid bracht den kolonel Gardner, als voorzitter van den krijgsraad er toe, den beschuldigde de navolgende vraag te stellen:»Als gij dien dag niet te Jacksonville geweest zijt, wilt gij ons dan mededeelen waar gij wèl geweest zijt?”»Zeker wil ik dat.”»Welnu, wij luisteren.”»Ja, maar dat zal ik nu niet mededeelen,” hernam Texar. »Alles op zijn tijd.”»Gij weigert dus?”Texar werd, zoodra de leden van den krijgsraad zitting hadden genomen, naar binnen gebracht. (Bladz. 96.)Texar werd, zoodra de leden van den krijgsraad zitting hadden genomen, naar binnen gebracht. (Bladz.96.)»Alles op zijn tijd, kolonel,” antwoordde de Spanjaard eenvoudig en op rustigen toon. »Het komt mij voor het oogenblik voldoendevoor, dat ik aangetoond heb, dat ik persoonlijk aan den aanval op de plantagenietdeelgenomen heb. Is dat uw oordeel ook niet?”»Ja, maar...”»En thans, kolonel, wenschte ik te weten, waarvan ik nog beschuldigd word?”Texar stond daar met de armen over de borst gekruist, wierp een nog onbeschaamder blik dan ooit op zijne beschuldigers, en scheen hen in het aangezicht te tarten.De beschuldiging evenwel liet zich niet lang wachten. Het was kolonel Gardner, die haar uitsprak, en het scheen ditmaal dat het den Spanjaard moeite zou kosten om haar te ontzenuwen.»Gij zijt dus niet te Jacksonville geweest?” vroeg hij.»Neen, kolonel.”»Ook niet te Camdless-Bay?”»Ook niet, kolonel.”»Maar dan zal de openbare aanklager gerechtigd zijn om te beweren, dat gij toen in de Marino-Kreek waart.”»In de Marino-Kreek?”»Ja.”»Wat zou ik daar uit te voeren hebben gehad, mag ik wel vragen?”»Gij hebt er ontvoerd of doen ontvoeren een meisje, een kind, Diana Burbank, de dochter van master Burbank, en hare kindermeid, de mestische vrouw Zermah, de echtgenoote van den mesties Mars, hier tegenwoordig, die dat kleine meisje vergezelde.”»O! beschuldigt men mij van die ontvoering?...” vroeg Texar op hoonend spotachtigen toon.»Ja!... U!...” riepen master James Burbank, Gilbert Burbank en Mars, die zich niet meer bedwingen konden, tegelijkertijd uit.»En waarom zou ik dat gedaan hebben,” hernam Texar, »en niet iemand anders?”»Omdat gij er belang bij hadt die misdaad te bedrijven,” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.»Maar welk belang?”»Welk belang?”»Ja, ik vraag, welk belang ik bij die ontvoering kon hebben?”»Gij meendet u op de familie Burbank te moeten wreken.”»Mij te moeten wreken?”»Ja, zoo denk ik. Master James Burbank heeft u verscheidene malen aangeklaagd. Het is u wel is waar telkenmale gelukt, u door middel van onverklaarbare alibi’s vrij te pleiten, waardoor gij eene veroordeeling ontgaan zijt; maar herhaaldelijk hebt gij openlijk het voornemen te kennen gegeven, u over uwe beschuldigers te zullen wreken.”»Ja, dat is zoo,” viel Texar den voorzitter van den krijgsraad in de rede. »Ja, er bestaat tusschen James Burbank en mij een innige haat, dat ontken ik geenszins. Dat ik er belang bij had hem het hart te verscheuren, door zijn geliefd kind te doen verdwijnen, dat ontken ik evenmin. Maar tusschen den wensch en de uitvoering der daad bestaat een zeer groot verschil.”»Jawel, Texar, maar...” wilde kolonel Gardner zeggen.De Spanjaard vervolgde evenwel spoedig, als ware hij gejaagd:»Is er een getuige, die mij gezien heeft?”»Ja!” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.»En die is?” was de vraag van den onverlaat.De kolonel verzocht toen miss Alice Stannard hare getuigenis onder eede af te leggen.Miss Alice Stannard deed den eed en verklaarde daarbij de waarheid, niets dan de waarheid en de geheele waarheid te zullen zeggen, waarna zij het verhaal leverde van hetgeen bij de Marino-Kreek in den bewusten nacht voorgevallen was. Zij was daarbij zeer ontroerd, en verscheidene malen was zij, door hare gevoelens overmand, genoodzaakt het relaas af te breken. Maar zij was ondubbelzinnig duidelijk en bevestigend in hare verklaringen.Toen zij en mevrouw Burbank buiten de onderaardsche gang traden, had zij Zermah een naam hooren roepen en die naam was die van Texar. Beiden hadden zich, nadat zij op de lijken der vermoorde negers gestuitwaren, in allerijl naar den waterkant begeven. Twee sloepen verlieten toen den rivieroever. In de eene lagen de slachtoffers gekneveld, in de andere stond Texar rechtop op de achterplecht. En bij den weerschijn van de brandende gebouwen van Camdless-Bay, die zich tot aan de Sint John uitstrekte, had miss Alice Stannard den Spanjaard herkend.»Is dat zoo?” vroeg kolonel Gardner. »Hebt gij Texar duidelijk herkend?”»Ja, duidelijk.”»Denk er om dat gij een eed gedaan hebt.”»Ja, ik heb hem herkend, ik ben gereed dat andermaal onder eede te bevestigen!”Na die zoo afdoende verklaring, kon er geen twijfel meer bestaan omtrent Texar’s schuld. Duidelijker had niet kunnen getuigd worden. En toch konden master James Burbank, zijne vrienden en het geheele talrijke publiek, dat de zitting van den krijgsraad bijwoonde, waarnemen, dat de beschuldigde volstrekt niet uit het veld geslagen was, ja dat hij zijne geheele onbeschaamdheid behouden had.»Wat hebt gij tegen deze getuigenis in te brengen, Texar?” vroeg de voorzitter van de militaire rechtbank.»Wat ik daartegen in te brengen heb?...” vroeg de Spanjaard met een minachtenden glimlach.De kolonel knikte met het hoofd.»Wel eenvoudig dit,” vervolgde de beschuldigde. »Wel verre van mij de gedachte, om miss Alice Stannard te beschuldigen van het afleggen van valsche getuigenis. Ik zal haar evenmin ten laste leggen, dat zij zich dienstbaar stelt aan de gevoelens van haat der familie Burbank jegens mij, door onder eede te bevestigen, dat ik de bewerker zoude zijn van die ontvoering, waarvan ik eerst sedert mijne inhechtenisneming heb kennis gekregen. Ik verklaar daartegenover, dat zij zich vergist als zij getuigt dat zij mij rechtop staande in een der vaartuigen gezien heeft, die toen den oever van de Marino-Kreek verlieten.”»Maar aangenomen,” viel kolonel Gardner hier den beschuldigde in de rede, »aangenomen, dat miss Alice Stannard zich op dat punt vergist, dan kan zij toch niet dwalen bij de verklaring, dat zij Zermah gehoord heeft, die uitriep: »te hulp... het is Texar!”” De Spanjaard glimlachte hatelijk.»Welnu, wat hebt gij daarop te antwoorden?” vroeg de voorzitter van den krijgsraad.»Eenvoudig, dat wanneer miss Alice Stannard zich niet vergist heeft, dan is het Zermah, die het deed. Ziedaar alles. Voor mij is dat duidelijk als de dag.”»Zermah zou geroepen hebben: »het is Texar!” en gij zoudt het niet geweest zijn, die bij de ontvoering tegenwoordig waart? Dat is ongeloofelijk!”»En toch is het zoo.”»Ik zeg u dat gij iets onaanneembaars beweert. Hoort ge: iets onaanneembaars!”»En ik herhaal: toch is het zoo. Ik ben niet in het vaartuig geweest; ik ben zelfs niet in de Marino-Kreek geweest. Ik kan niet anders verklaren.”»Maar dat moet gij bewijzen.”»Mij dunkt, dat is de verkeerde wereld!”»Hoe meent gij?”»Niet de beschuldigde moet zijne onschuld, maar de beschuldigers moeten hunne aanklacht bewijzen.”»In ieder ander geval, hebt ge gelijk; maar in het tegenwoordige...”»Kom-aan,” zei de Spanjaard luchthartig. »Ik wil u uwe taak verlichten, kolonel.”»Wat bedoelt gij?”»Ik zal het bewijs leveren, wat gij van mij verlangt. Niets zal mij gemakkelijker vallen.”»Weer een alibi?”»Zooals ge zegt,” antwoordde Texar koeltjes.Bij dit antwoord klonk een spotachtige lach in de zaal; een gemurmel, dat twijfel verried, werd vernomen. De openbare meening was niet gunstig voor den beschuldigde.»Texar,” vroeg kolonel Gardner, »daar gij u andermaal op een alibi beroept, vraag ik u of gij het bewijs daarvan kunt leveren?”»Ja, gemakkelijk,” antwoordde de Spanjaard, »en tot dat einde behoef ik u, kolonel Gardner, slechts ééne vraag te stellen. Meer niet.”»Aan mij?”»Ja, aan u.”»Spreek, ik luister.”»Kolonel Gardner, waart gij het niet, die tijdens de inname van Fernandina en van het fort Clinch door de Noordelijken, het bevel voerdet over de debarkementstroepen?”»Wat heeft die vraag met deze zaak te maken?”»Antwoord, ik verzoek er u om.”»Ja, inderdaad, ik voerde dat bevel.”»Dan hebt gij voorzeker niet vergeten, dat een spoortrein, die naar Cedar Keys vluchtte, op de brug, die het eiland Amelia met den vasten wal verbindt, door de kanonneerbootOttawaaangevallen werd?”»Ja, dat herinner ik mij zeer goed,” antwoordde de kolonel na een oogenblik nadenken.»Welnu, de achterste wagen van dien trein kreeg op die brug een ongeval. Of een kanonskogel de koppelschroef en de verbindingskettingen verbrijzelde, weet ik niet. Dat ben ik nimmer te weten gekomen. Maar genoeg zij het, dat die wagen achterbleef en met zijn inhoud, altemaal vluchtelingen, in handen der federalistische troepen viel.”»Maar wat doet dat alles ter zake?” riep de voorzitter van den krijgsraad ongeduldig uit.»Dat zult gij dadelijk zien, kolonel. Geduld dus.”»Ga voort.”»En aan die vluchtelingen, welke toen krijgsgevangen gemaakt werden en wier namen en signalement men toen zorgvuldig opgeteekend heeft, werd eerst tweemaal vier-en-twintig uren later de vrijheid hergeven.”»Ja, dat alles weet ik,” antwoordde kolonel Gardner, »maar ik zie niet in wat die episode uit den oorlog met uwe tegenwoordige zaak te maken heeft?”»Niet?”»Neen!”»Wel, het is toch dood-eenvoudig.”»Laat hooren.”»Ik behoorde onder die krijgsgevangenen, kolonel.”»Gij?”»Ja, ik!”Een nieuw gemor, dat nog meer afkeuring kenteekende, liet zich bij het vernemen van die zoo onverwachte verklaring in de zaal andermaal vernemen.»Dus,” ging de Spanjaard onverstoorbaar kalm voort, alsof het zijn persoon niet gold. »Dus, daar de krijgsgevangenen van den 2dentot den 4denMaart scherp bewaakt en niet uit het oog verloren zijn, en de overval van de plantage Camdless-Bay in den nacht van den 3denMaart heeft plaats gehad, zoo is het daadwerkelijk onmogelijk, dat ik er de aanvoerder van ben geweest.”»Maar hoe verklaart gij dan de stellige herkenning van miss Alice Stannard?” vroeg de kolonel.»Moet ik die verklaring leveren, kolonel?” vroeg de Spanjaard niet zonder aanmatiging.»Neen, maar toch....”»Volgens mij, als gij op mijne meening staat,” ging Texar onverstoorbaar kalm voort, »volgens mij kan miss Alice Stannard onmogelijk gehoord hebben, dat Zermah mijn naam geroepen heeft. Volgens mij kan zij mij niet op het vaartuig gezien hebben, dat zich van de Marino-Kreek verwijderde.”»En waarom niet?” vroeg master James Burbank, trillende van woede.Hij begreep dat hier de justitie weer een rad voor de oogen gedraaid werd.»Hebt gij het dan niet gehoord?” vroeg Texar verwonderd. »Ik zei toch straks, dat ik in die oogenblikken krijgsgevangen door de Noordelijken gemaakt was en in verzekerde bewaring gehouden werd.”»Dat is onwaar,” riep master James Burbank uit. »Dat kan onmogelijk zoo zijn!...”»En toch is het zoo,” grinnikte de Spanjaard.»En ik zweer,” zei miss Alice Stannard, »ik zweer dat ik dien man in eigen persoon gezien en dat ik hem behoorlijk herkend heb!”»Mij dunkt,” zei Texar, »dat dit gemakkelijk uit te maken is.”»Hoe bedoelt gij?” vroeg kolonel Gardner.»Mijnneenstaat tegenover hetjavan mejuffrouw Alice Stannard, niet waar?”De voorzitter van den krijgsraad knikte toestemmend.»Welnu, raadpleeg de sterktestaten der krijgsgevangenen.”»Zeer juist,” antwoordde de kolonel.Onmiddellijk deed hij de stukken halen, die betrekking hadden op de krijgsgevangenen, welke dien dag van de inneming vanFernandina, in den spoortrein naar Cedar-Keys gevangen genomen waren.Gelukkig waren die ter beschikking van den Commodore Dupont gesteld. Men bracht ze in de gerechtszaal, en toen kon geconstateerd worden, dat de naam Texar en ook zijn signalement op de bedoelde sterktestaten voorkwamen.Er bleef dus geen twijfel meer over.De Spanjaard kon onmogelijk de ontvoering van de kleine Dy en van Zermah, waarvan men hem beschuldigde, gepleegd hebben. Miss Alice Stannard had zich vergist, toen zij gemeend had hem te herkennen. Hij kon onmogelijk dien avond in de Marino-Kreek geweest zijn. Zijne afwezigheid gedurende tweemaal vier en twintig uren van de hoofdplaats Jacksonville, vond thans hare natuurlijke verklaring, daar hij zich juist gedurende dien tijd als krijgsgevangene aan boord van een der oorlogsvaartuigen van het smaldeel der Noordelijken bevond.Het was om in vertwijfeling te geraken!Dus ook ditmaal slaagde Texar er in, zich door een niet te ontzenuwen alibi, dat daarenboven nog door een officieel stuk gesteund en bevestigd werd, schoon te wasschen van de misdaad, die hem ten laste gelegd werd. Men werd er waarlijk toe gebracht, zich in gemoede af te vragen, of er bij de vroeger ingebrachte beschuldigingen tegen den Spanjaard, geene klaarblijkelijke vergissing had plaats gegrepen, zooals men dan toch nu genoodzaakt was te erkennen, dat plaats gehad had bij de dubbele aanklacht van den aanslag op de plantage Camdless-Bay geleid en de ontvoering der twee vrouwen gepleegd te hebben.Master James Burbank, Gilbert Burbank, miss Alice Stannard en Mars gevoelden zich door dien uitslag van het geding zeer ter neer geslagen.Die Texar, die ellendeling, die aterling ontsnapte hen andermaal, want van nu af kon de uitspraak van den krijgsraad niet twijfelachtig meer zijn. En... ijselijke gedachte!... hoe zou men nu vernemen wat er van de kleine Dy en van Zermah geworden was? Wat zou hare toekomst wezen?Zoo als verwacht kon worden, werd Texar, op grond van gebrek aan bewijs, van de beide beschuldigingen wegens plundering en ontvoering van minderjarigen, vrijgesproken. Hij verliet dan ook met opgeheven hoofde de gerechtszaal, omstuwd door zijne vrienden en partijgangers, die luide kreten van toejuichingen lieten vernemen.Dienzelfden avond verliet Texar Sint Augustijn, en niemand zou hebben kunnen onthullen, naar welk oord van den Staat Florida hij zijne schreden gericht had, om daar zijn geheimzinnig, avontuurlijk leven te hervatten.
Sint Augustijn is een der oudste steden van Noord-Amerika en dagteekent reeds van de vijftiende eeuw.
Zij is de hoofdplaats van het graafschap Sint Jan, hetwelk van luttele beteekenis is, daar het, hoe uitgestrekt zijn grondgebied ook al is, geen drie duizend inwoners telt.
Sint Augustijn is van Spaanschen oorsprong en is nagenoeg hetzelfde gebleven, wat zij weleer was, althans zij heeft er al het uiterlijke van behouden.
De stad verheft zich op het uiteinde van een der kust-eilanden. De oorlogsvaartuigen en de koopvaardijschepen vinden in hare haven, die uitmuntend tegen windvlagen uit volle zee, die zoo veelvuldig op die gevaarlijke kust van den Staat Florida bulderen, gedekt is, een veilige toevlucht. Intusschen moet erkend worden, dat om binnen die haven te komen, de schepen het gevaarlijke vaarwater moeten doorstevenen, hetwelk door de kolken en wielingen van den golfstroom bij haren ingang gevormd wordt.
De straten van Sint Augustijn zijn, evenals dat bij andere steden in de heete zone gelegen en derhalve aan het loodrecht invallen der zonnestralen blootgesteld, aangetroffen wordt, zeer smal. Door de richting dier straten en door de zeebries, die er geregeld des ochtends en des avonds den dampkring komt verfrisschen, bezit deze stad, die voor de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, wat Nizza of Mentone, onder den liefelijken hemel van Provence gelegen, voor Frankrijk is, een uiterst gematigd klimaat.
Het is voornamelijk in het havenkwartier en in de straten die er aan grenzen, dat de bevolking zich het dichtst saamgepakt heeft.
De voorsteden met hare weinige woningen, die slechts eene dakbedekking van palmbladeren hebben, met hare ellendige hutten, verkeeren in een staat van verlatenheid en eenzaamheid die volmaakt zou kunnen heeten, zonder de honden, de varkens, de koeien en de geiten, die er voortdurend zwervende aangetroffen worden.
De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. (Bladz. 80).De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. (Bladz.80).
De commandant Stevens ontving James Burbank en zijn zoon Gilbert op waardige wijze. (Bladz.80).
De eigenlijke stad—het werd reeds gezegd—heeft een bepaald Spaansch uiterlijk, de huizen hebben vensters, die door zwaar traliewerk verdedigd worden; zij bezitten in hun binnengedeelte de traditioneele patio. De patio is eene binnenplaats, die door slanke zuilenrijen omgeven, met grillige luifels en gebeeldhouwde balkons, fraai en sierlijk alsof zij altaarkasten moeten voorstellen, versierd is.
Somwijlen, bij voorbeeld des Zondags of bij andere feestelijke gelegenheden, ontsnapt de inhoud van die huizen en stort zich op de straten der stad uit. Dan ontwaart het oog een zonderling mengelmoes van senoras, van negerinnen en mulatinnen, van Indiaansche vrouwen, van vrouwen met gemengd bloed; van negers, van negerkinderen, van Engelsche dames, van gentlemen, van eerwaarde predikanten, van monniken en van Roomsche priesters. En bijna allen hebben een sigarette in den mond, zelfs als zij zich naar den Calvarieberg begeven. En dit is toch de naam van de hoofd-parochie-kerk van Sint Augustijn, welker klokkengelui zich bijna onafgebroken, sedert het midden der zeventiende eeuw, het tijdperk van de voltooiing van die Godswoning, doet hooren.
Wij mogen hier niet overslaan, maar moeten wel degelijk aan de vergetelheid ontrukken de marktplaatsen, die zeer rijkelijk voorzien zijn, van groentewaren, van visch, van pluimvee, van varkens, van lammeren—die men op verlangen van den kooper, zoo maar zonder omslag ten aanschouwe van de marktgangers afmaakt, slacht en vilt—van eieren, van rijst, van gekookte bananen, van »frijolen,” eene soort kleine boonen, die gekookt gevent worden, eindelijk van alle keerkringsvruchten als: ananassen, dadels, olijven, manga’s, granaatappelen, goyaven, vijgen, oranjeappelen, citroenen, perziken, maranons en zoo voort, en dat alles zoo goedkoop als maar mogelijk en denkbaar is, en waardoor het leven zoo veraangenaamd en vergemakkelijkt wordt op dit gedeelte van het Floridasche grondgebied.
Wat den dienst der openbare reiniging betreft, deze werd gewoonlijk niet door benden straatvegers, zooals in onze Nederlandsche steden geschiedt, maar door geheele vluchten valken verricht, die onder de bescherming der wet staan; want er worden groote boeten bedreigd tegen hen, die het durven bestaan, die nuttige vogels te dooden. Deze verslinden alles, zelfs adders en slangen, en het moet erkend worden, dat het aantal van dat ongedierte, in weerwil van de vraatzucht dier valken, nog maar al te aanzienlijk in Florida is.
Het groen ontbreekt niet bij de huizenblokken, die het geheel der stad uitmaken. Bij de kruispunten der niet al te talrijke straten, erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld,alwaar boomgroepen zich verheffen, die met hare breeduitgespreide takken en hare dichte loofkruinen de daken der woningen beschaduwen en waarin geheele scharen van veelkleurige wilde papegaaien en lorries bijna onophoudelijk snateren.
Onder die gewassen zijn de palmboomen het rijkst vertegenwoordigd. Op hunne hooge en slanke stammen wiegelt hunne bladerenkruin in de bries, niet ongelijk aan de waaiers in de hand der senora’s of aan de Hindoesche panka’s, die heen en weer bewogen worden, teneinde door een verfrisschenden luchtstroom, koelte en levenslust te verspreiden.
Hier en daar verheffen zich eenige eiken, die door de lianen- en glycinen-ranken als met festoenen omgeven worden. Hier en daar worden ook geheele boschjes van die reusachtige cactus-soorten ontwaard, welker voet en welker stammen als het ware eene ondoordringbare terreinafscheiding vormen.
Dat alles is vroolijk, opwekkend, verrukkelijk voor het oog, en zou dat nog meer zijn, wanneer het den valken believen mocht, den openbaren reinigings-dienst meer nauwgezet waar te nemen en te volbrengen; want het moet erkend worden, dat die dieren niet met de werktuigkundige straatveegborstels kunnen vergeleken worden.
Men vindt te Sint Augustijn slechts eene sigarenfabriek en een of twee houtzaagmolens, en eene fabriek van terpentijn. De stad bezit meer een handeldrijvend dan een industrieel karakter. Van daar worden uit- of ingevoerd: melasse of stroopsuiker, granen, katoen, indigo, harssoorten, timmer- en schrijnwerkershout, gezouten, gerookte en versche visch, zout, rottan- en gomsoorten.
In gewone tijden heeft de haven een vrij levendig verkeer door het binnenkomen en uitstevenen der stoombooten, die de kustvaart uitoefenen, en tot overvoer der koopmanswaren en der reizigers gebezigd worden, tusschen de verschillende havenplaatsen van den Atlantischen Oceaan en de Golf van Mexico.
Sint Augustijn is de zetel van een der zes rechtbanken, die in den staat Florida gevestigd zijn.
Wat haar verdedigings-vermogen betreft, tegen eene aanranding van de landzijde of tegen een aanval van de zeezijde, dat bestaat slechts uit eene versterking, het fort Marion of Sint Markus genaamd. Dit was eene militaire inrichting, die van de zeventiende eeuw dagteekende en geheel en al in Castiliaanschen stijltrant gebouwd was. Vauban, Cormontaigne, Coehoorn, de Roo van Alderwerelt, of Todtleben zouden er voorzeker den neus voor opgetrokken hebben, dat is waar; maar van een anderen kant wekte dat fort met zijnen toren, zijne bastions, zijne halve manen, zijne courtinen, zijne ravelijnen, zijne reduits, zijne escarpen en contrescarpen,zijne glacis en zijne in- en uitspringende wapenplaatsen, zijne machicoulis, zijne verzameling van antiek wapentuig, zijne oude mortieren en kanonstukken, die oneindig gevaarlijker waren voor hunne bedieningsmanschappen dan voor de vijanden, toch de bewondering op van de archeologen en de zoo dwaze oudheidkundigen.
Het was juist dat fort, hetwelk het garnizoen der geconfedereerden bij het naderen der federalistische flottilje van den Commodore Dupont in allerijl ontruimd had, hoewel het Floridasche gouvernement ettelijke jaren vóór het uitbreken van den oorlog er niet voor teruggedeinsd was nogal gelden te besteden om het in beter verdedigbaren toestand te brengen.
Na den aftocht van de militie-troepen hadden de bewoners van Sint Augustijn niet geaarzeld, om de sterkte aan de zeemacht van den Commodore Dupont over te geven, die er zoodoende zonder slag of stoot bezit van nam.
Intusschen had de rechtsvervolging, die tegen den Spanjaard Texar ingesteld was, nogal opzien in het graafschap Sint Jan gebaard. Het scheen dat zijne gevangenneming het laatste tafereel zoude zijn in den strijd tusschen dien kerel van verdachte zeden en verdachten oorsprong, met de familie Burbank.
De ontvoering van het kleine meisje en van de mestische vrouw Zermah was wel geschikt voorwaar, om de openbare meening te verontrusten en hartstochtelijk in beweging te brengen. Daarenboven, diezelfde openbare meening was zeer ten gunste van de eigenaren van de plantage Camdless-Bay geneigd.
Niemand twijfelde er aan, dat Texar de ontwerper, zoo niet de uitvoerder van dien aanslag was. Hij wekte zelfs de nieuwsgierigheid der meest onverschilligen op, om te vernemen hoe die kerel zich uit die netelige zaak zou trekken en of hij thans zijne straf niet erlangen zoude voor al de misdrijven, waarvan men hem sedert lang betichtte.
De ontvoering der bevolking te Sint Augustijn zou dus waarschijnlijk zeer belangrijk wezen. De eigenaren der rondom gelegen plantages stroomden er heen. De gerezen quaestie was wel van dien aard, om hen onmiddellijk belang in te boezemen, daar een der hoofdpunten van de acte van beschuldiging den overval en de plundering van het domein van Camdless-Bay gold.
Andere etablissementen waren ook verwoest geworden door gewapende benden der Zuidelijken, en het zou nu moeten blijken uit welk oogpunt het federalistische gouvernement die misdaden, tegen het gemeene recht onder bescherming van de partij der afscheidingsstaatkunde gepleegd, zoude beschouwen.
InCity Hôtel, de voornaamste inrichting van dien aard te Sint Augustijn, hadden een groot aantal bezoekers, die hunne sympathiekegevoelens voor de familie Burbank niet onder stoelen of banken verborgen, hunnen intrek genomen.
Dat hôtel zou een nog grooter aantal gasten hebben kunnen bevatten. Want inderdaad, er kon niets meer doelmatigs ingericht of uitgedacht worden, dan dit uitgestrekte huis, gebouwd in den stijl der zestiende eeuw. Het was de oude woning van den corrégidor en prijkte nog met hare puerta of voornaamste deur, die rijkelijk met beeldhouwwerk versierd was, met hare breede »sala,” of eersalon, met hare binnenplaats, door eene colonade omgeven, welker zuilen met festoenen van passiebloemen omgeven waren, met hare ruime verandah, waartoe men van uit verschillende smaakvol en degelijk gemeubileerde kamers toegang erlangde; terwijl die binnenplaats, welker lambriseeringen onder smaragd en goudgeelkleurige schakeeringen verdwenen, volgens Spaansche mode met miradoren versierd was, die tegen de muren aangebracht waren en allerwege springende fonteinen lieten ontwaren, die frischheid aanbrachten en de fijne graszoden onderhielden en drenkten en zoo eene patio daarstelde, die eene vrij uitgestrekte oppervlakte besloeg en rondom door hooge muren omgeven was. Het was in een woord een soort van caravanserail, die slechts door vermogende lieden betrokken werd.
Het was daar in datCity Hôteldat master James Burbank, zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard en zijne dochter Alice hunnen intrek sedert den vorigen dag genomen hadden.
Het spreekt van zelf, dat de mulat Mars hen vergezelde.
Na hunne vruchtelooze poging bij Texar in de gevangenis te Jacksonville, waren master James Burbank en zijn zoon Gilbert naar Castle-House teruggekeerd.
Toen de familie vernam, dat de Spanjaard hardnekkig weigerde eenige inlichting te geven met betrekking tot de verdwijning van de kleine Dy en van Zermah, begreep zij dat de laatste hoop verdwenen was.
Intusschen bracht toch de tijding, dat Texar ter zake van het voorgevallene op de plantage Camdless-Bay voor eene militaire rechtbank zoude verschijnen, leniging bij de opgelegde smarten en angsten aan. Wanneer de aterling zich onder het gewicht van eene veroordeeling zoude gevoelen—en die kon toch volgens ieders meening niet uitblijven—dan zou hij zich wel tot spreken genoopt gevoelen, daar hij dan noodzakelijk zou moeten begrijpen, dat zijne vrijheid, ja zijn leven van zijne openhartigheid zoude afhangen. Ja, bekennen zou hij dan wel. Zoo troostte men zich op Castle-House.
Miss Alice Stannard zou in dat geding als de voornaamste bezwarende getuige voor den Spanjaard optreden.
En inderdaad, zij bevond zich bij de Marino-Kreek juist op hetoogenblik toen Zermah den naam van Texar uitriep. Daarenboven had het jonge meisje den ellendeling bepaaldelijk in het schuitje, waarmede de ontvoering plaats had, herkend. Miss Alice Stannard bereidde zich dan ook voor, om naar Sint Augustijn te vertrekken. Haar vader, master Walter Stannard, zou haar met zijn vrienden master James Burbank en den zee-officier Gilbert Burbank, die door den Auditeur militair voor den krijgsraad gedagvaard waren, derwaarts vergezellen.
Mars had verzocht met hen te mogen gaan. Als echtgenoot van Zermah wilde hij tegenwoordig zijn, wanneer men den Spanjaard dat geheim zou ontwringen, dat hem alleen bekend was.
En wanneer dat gelukt zoude zijn, dan zouden master James Burbank, zijn zoon Gilbert en hij Mars niets anders meer te verrichten hebben, dan de twee gevangenen in ontvangst te nemen uit de handen van hen, die hen op bevel van Texar achter slot hielden.
In den namiddag van den 16denMaart vertrokken master James Burbank met zijn zoon Gilbert, master Walter Stannard, zijne dochter miss Alice Stannard en Mars van Castle-House, na afscheid van mevrouw Burbank en van master Edward Carrol genomen te hebben.
Aan de pier van Camdless-Bay waren zij aan boord van een dier stoomvaartuigen gegaan, die den dienst op de Sint-Johnrivier verrichtten, en waren vervolgens bij de aanlegplaats van Piccolata aan wal gestapt, vandaar waren zij met een »stage”, een soort van tweespannig maar hoogst eenvoudig rijtuig, langs een bochtigen weg, die voerde door een hoog opgaand woud van eikenboomen, van cypressen en van plataanboomen, die op dit gedeelte van het grondgebied van den Staat Florida aangetroffen worden, afgereden. De weg was slecht onderhouden en veroorloofde dus eene snelle reis niet.
Zij kwamen evenwel vóór het middernachtsuur te Sint Augustijn aan, alwaar zij eene behoorlijke gastvrijheid in de vertrekken vanCity Hôtelvonden.
De lezer mag zich evenwel niet verbeelden, dat Texar door alle zijne partijgangers verlaten was. In geenen deele. Hij telde nog vele volgers onder de mindere kolonisten van het graafschap. Deze waren nog steeds doldriftige en hartstochtelijke slavenhoudersgezinden.
Toen die partijgangers daarenboven bemerkten, dat zij ter zake van de oproerige tooneelen te Jacksonville niet zouden vervolgd worden, hadden zij weer moed gevat en besloten hun opperhoofd niet in den steek te laten. Velen hunner hadden dan ook onder elkander afgesproken, te Sint Augustijn bijeen te komen.
Het is waar, dat men hen in het patio vanCity Hôtelniet moestgaan zoeken. Maar het ontbrak in de stad niet aan kroegen, ook niet aan »tiendas”, waar de Spaansche mestiezen en de Creeks zoo wat alles wat eetbaar, drinkbaar en rookbaar is, te koop aanbieden. Daar schoolden die lieden, welke het uitschot der bevolking vormden en niet veel aan achtbaarheid te verliezen hadden, te zamen en brachten den tijd door met luidruchtige gesprekken ten gunste van Texar te houden.
Op dat tijdstip bevond de Commodore Dupont zich niet te Sint Augustijn. Hij had waarlijk wel wat anders te doen. Hij hield zich toch onledig met de toegangs-vaarwaters tot de kust, die voor den sluikhandel in oorlogsbenoodigdheden gesloten moesten blijven, te blokkeeren.
De troepen, die hij evenwel na de overgave van het fort Marion ontscheept had, waren sterk genoeg om de stad nadrukkelijk in bedwang te houden. Geen aanvallende beweging van den kant der zuidelijke legermacht of van den kant der militie-troepen van het graafschap, die op den anderen oever van de Sint John overgegaan en in vollen aftocht waren, was te duchten.
En wanneer de partijgangers van Texar zouden gepoogd hebben om de bevolking van Sint Augustijn in opstand te brengen, om de stad aan de macht der federalistische autoriteiten te ontrukken, dan zou de beweging in hare geboorte dadelijk gesmoord kunnen worden.
Wat den Spanjaard betreft, deze was aan boord van een der kanonneerbooten van den commandant Stevens van Jacksonville naar Piccolata vervoerd geworden.
Van Piccolata was hij onder geleide van een sterke dekking naar Sint Augustijn overgebracht en daar in een der bomvrije cellen van het fort opgesloten, waaruit eene ontvluchting tot de onmogelijkheden moest gerekend worden.
Daarenboven, daar hij zelf verzocht had om terecht te staan, dacht hij waarschijnlijk niet aan eene ontsnapping. Zijne partijgenooten waren daaromtrent niet onkundig gelaten.
Wanneer hij evenwel ditmaal veroordeeld mocht worden, dan zouden zij in overweging nemen, wat zij ten gunste van zijne ontvluchting te doen hadden.
Tot dien tijd moesten zij zich rustig houden. Daarop kwam het voorshands op aan. Dat begrepen zij.
Bij afwezigheid van den Commodore Dupont, vervulde de kolonel Gardner, een oud beproefd krijgsman, de functie van plaatselijken militairen commandant der stad. Deze was ook aangewezen om den zetel van voorzitter te bekleeden in den Krijgsraad, die geroepen was recht over Texar in een der zalen van het fort Marion te spreken.
Die kolonel was toevallig dezelfde chef, die de inname van de havenplaats Fernandina bestuurde, en hij was het, die de bevelen uitvaardigde, ten gevolge waarvan de vluchtelingen, die bij den aanval op den spoortrein door de kanonneerbootOttawakrijgsgevangen gemaakt waren, gedurende acht-en-veertig uren van hunne vrijheid beroofd waren gebleven, alvorens in vrijheid gesteld te worden. Het is noodzakelijk die bijzonderheid hier in herinnering te brengen.
De zitting van den Krijgsraad begon tegen elf uren in den ochtend.
Eene talrijke menigte had in de gerechtszaal plaats genomen. En onder dat gedeelte daarvan, dat zich het luidruchtigst betoonde, kon men de vurigste vrienden en partijgangers van den Spanjaard tellen.
Master James Burbank, de luitenant Gilbert Burbank, master Walter Stannard, miss Alice Stannard en Mars zaten natuurlijk in de bank der getuigen.
Wat men toen reeds zag, was dat er aan den kant der verdediging geene getuigen waren. Het scheen alsof de Spanjaard het der moeite niet waard geacht had, om tegengetuigen te doen oproepen. Was dat werkelijk veronachtzaming of nalatigheid van zijn kant? Of had hij zich in de onmogelijkheid gesteld gezien om een enkelen getuige, die een woord in zijn voordeel kon doen hooren, te voorschijn te brengen? Dat zou men weldra vernemen.
In ieder geval, het scheen dat de uitslag van het geding onmogelijk betwijfeld kon worden.
Toch had een niet te omschrijven voorgevoel in het brein van master James Burbank post gevat. Had hij niet reeds eenmaal in diezelfde stad Sint Augustijn, een klacht tegen den Spanjaard Texar ingebracht? En was het hem toen niet gelukt door het opwerpen van een onverklaarbaar maar niet te wraken alibi aan het vonnis der gerechtigheid te ontkomen? De invloed van dat voorval moest zich onmiskenbaar op het aanwezige publiek doen gevoelen; want het was nog slechts weinige weken geleden, dat het voorgekomen was.
Texar werd, zoodra de leden van den Krijgsraad in de zaal verschenen waren en zitting genomen hadden, door agenten binnengebracht. Men bracht hem naar de bank der beschuldigden, waarop hij zonder trekken of blozen plaats nam.
Het scheen, dat geen enkele aangelegenheid of bijzonderheid in staat zoude zijn hem te dwingen zijne gewone onbeschaamdheid en zijne uittartende houding te laten varen. Hij had slechts een minachtende glimlach voor zijne rechters over; terwijl hij zijne vrienden, die hij in de gerechtszaal ontwaarde, met een stoutmoedigen blik begroette en master James Burbank met een beleedigend gebaar, dat van diepen haat getuigde, bejegende.
De marktplaats te Sint Augustijn. (Bladz. 90.)De marktplaats te Sint Augustijn. (Bladz.90.)
De marktplaats te Sint Augustijn. (Bladz.90.)
Zoo trad hij binnen, zoo nam hij plaats en zoo bleef hij totdat kolonel Gardner tot het verhoor overging.
Master James Burbank, zijn zoon Gilbert en Mars konden tegenover den man, die hen zooveel onheil berokkend had, en die hen nog zooveel ongeluk en leed kon berokkenen, niet dan met moeite hunne verontwaardiging bedwingen. Dat is wel te begrijpen, niet waar?
Het verhoor begon met de gebruikelijke vragen volgens het rechterlijk formulier, om de identiteit van den beklaagde te constateeren.
»Hoe is uw naam?” vroeg kolonel Gardner.
»Texar.”
»Hoe oud zijt gij?”
»Vijf en-dertig jaren.”
»Waar zijt gij geboren?”
De beschuldigde antwoordde op die vraag niet. Hij scheen zich te bedenken of zich te beraden.
»Waar zijt gij geboren, Texar?” herhaalde kolonel Gardner met nadruk.
»Dat weet ik niet.”
»Weet gij dat niet?”
»Neen.”
»Gij kent dus uw vaderland niet?”
»Ik weet alleen, dat ik in Mexico geboren ben. Waar, is mij evenwel onbekend.”
»Waar woont gij?”
»Te Jacksonville.”
»Te Jacksonville?”
»Ja, in de tienda van Torillo.”
»Ik vraag u waar gij thans woont?”
»Een ander verblijf heb ik niet.”
Het zal onzen lezers voorzeker wel begrijpelijk voorkomen, dat master James Burbank en zijne vrienden het hart in de borstkas voelden kloppen, toen zij dat antwoord vernamen, dat op een toon gegeven werd, die genoegzaam aanduidde, dat de beschuldigde vast besloten was, zich volstrekt niet over de plaats zijns verblijfs uit te laten.
En inderdaad, Texar bleef, in weerwil van het aandringen door den voorzitter der rechtbank, bij zijne bewering volharden, dat hij geen vast verblijf had. Hij gaf te verstaan, dat hij een nomaad, een rondzwerver was, een woudlooper in de onmetelijke bosschen van het grondgebied van den Staat Florida, een vertrouweling van de cypressenwouden, die daarin onder het dak der hutten sliep, van het wild leefde, dat hem zijn geweer en ook zijne valstrikken opleverden, en nu eens overvloed had en dan weer gebrek leed.
Iets anders was er in waarheid niet uit hem te halen, hoeveel moeite er ook aangewend werd.
»Het zij zoo,” antwoordde kolonel Gardner eindelijk in arrenmoede. »Wat kan het ons trouwens, alles wel beschouwd, ook schelen.”
»Inderdaad, wat kan het u schelen?” antwoordde Texar stoutmoedig en uittartend.
»Met uw verlof,” meende Gilbert Burbank te moeten inbrengen. »Volgens mij...”
Hij kon evenwel niet verder, want de Spanjaard vervolgde onverstoorbaar:
»Laten wij aannemen, kolonel Gardner, als u dat bevredigen kan, dat ik thans in het fort Marion, waar ik wederrechtelijk opgesloten ben en van mijne vrijheid beroofd word, gedomicilieerd ben. Dat is dus uitgemaakt, niet waar?”
De voorzitter van den krijgsraad trok de schouders ongeduldig op, maar antwoordde niet.
»Waarvan word ik beschuldigd, als je blieft?” ging Texar voort, alsof hij zich reeds van het begin van het geding tot taak stelde het verhoor te willen leiden. »Het schijnt dat men met twee maten meet.”
»Texar,” hernam kolonel Gardner, »gij wordt niet vervolgd wegens de staatkundige gebeurtenissen, die te Jacksonville voorgevallen zijn.”
»Niet?” zei Texar hoonend. »Het heeft er toch allen schijn van.”
»De Commodore Dupont heeft eene proclamatie uitgevaardigd,” vervolgde de voorzitter van den krijgsraad, »waarbij uitdrukkelijk verklaard wordt, dat het gouvernement van Washington geenszins zijne tusschenkomst omtrent de plaatselijke omwentelingen, waardoor de regelmatige autoriteiten door andere magistraten, welke ook, werden verdrongen, wenscht uit te breiden. De Staat Florida is weer onder de federalistische vlag teruggebracht, en het gouvernement der Vereenigde Staten zal zich weldra onledig houden met eene nieuwe organisatie voor de heronderworpen landstreek.”
»Maar, wanneer ik niet vervolgd word wegens het omverwerpen van de regeering van Jacksonville, waarbij ik eenstemmig gehandeld heb met het grootste gedeelte der bevolking,” vroeg de Spanjaard, »om welke reden word ik dan voor dezen krijgsraad terechtgesteld?”
»Weet gij dat niet?”
»Neen.”
»Dat is slechts eene rol, die gij speelt, Texar. Kunt gij de reden niet gissen?”
»Neen, nogmaals neen.”
»Welnu, dan zal ik het u zeggen. Ik zal tegemoet komen aan uwe volgens mij voorgewende onwetendheid.”
»Ik luister, kolonel.”
»Er zijn misdaden gepleegd,” vervolgde de voorzitter van den krijgsraad, »misdaden tegen het gemeene recht, gedurende het tijdvak, dat gij de functie van eersten magistraat waarnaamt.”
»Welke zijn die misdaden?”
»Men beschuldigt u,” ging kolonel Gardner voort, »het schuim der bevolking tot het bedrijven dier misdaden aangezet te hebben.”
»Maar welke misdaden, kolonel?”
»Vooreerst geldt het de plundering van de plantage Camdless-Bay, die door eene bende boosdoeners aangevallen en overrompeld is.”
»Meent ge?” vroeg Texar leuk.
»Me dunkt, dat dit feit vaststaat,” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.
»Behoudens dat die bende boosdoeners, zooals gij ze noemt,” hernam Texar, »vergezeld was door eene afdeeling soldaten, die door een officier van de militie-troepen aangevoerd werd.”
»Het is mogelijk, Texar; maar er is gewapenderhand geplunderd, er heeft brandstichting plaats gehad, en dat alles is geschied ten opzichte van de woning van een planter, die het recht had en daarvan dan ook gebruik gemaakt heeft, om zich tegen dergelijke geweldenarijen te verzetten.”
»Het recht?” vroeg de Spanjaard heftig en toornig.
»Ja zeker, het recht,” antwoordde kolonel Gardner.
»Het recht kon niet gerekend worden aan den kant te zijn van hem, die weigerde aan de bevelen te gehoorzamen van eene regeering, die wettig ingesteld was,” hernam Texar.
»Hoe? Ge durft?”...
»James Burbank—daar het hem geldt—had zijne slaven in vrijheid gesteld,” vervolgde de Spanjaard, »en had daardoor de openbare meening die in Florida heerscht, en die evenals in het meerendeel der Zuidelijke Staten van de Unie voor het behoud der slavernij gestemd is, aanstoot gegeven, ja haar getart.”
»Maar, Texar....”
»Die daad,” ging deze voort, »kon de grootste rampen op de andere plantages ten gevolge hebben, daar zij de negers als het ware tot opstand verlokte. Het bestuur van Jacksonville besloot toen, dat het in de gegeven omstandigheden tusschenbeiden moest treden. Indien het de akte van invrijheidstelling, zoo onvoorzichtig door master James Burbank uitgevaardigd en afgekondigd, niet met nietigheid heeft geslagen, zoo wilde het toch de noodlottige gevolgen daarvan voorkomen, door de vrijgestelde slaven buiten het grondgebied van den Staat te zetten. Toen master James Burbank weigerde dat bevel op te volgen, was het bestuur verplichtzijn toevlucht tot geweld te nemen, en ziedaar de reden waarom de militie-troepen, waarbij zich een gedeelte van de bevolking aansloot, gezonden werden, om de vroegere slaven van Camdless-Bay uit elkander te jagen.”
Erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld. (Bladz. 91.)Erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld. (Bladz.91.)
Erlangt de blik veelal een meer uitgestrekt waarnemingsveld. (Bladz.91.)
»Texar,” antwoordde kolonel Gardner, »het oogpunt waaruit gij de gepleegde daden van geweld schijnt te beschouwen, kan door den krijgsraad niet gedeeld worden.”
»Ja, dat was wel te verwachten,” sprak de Spanjaard met smadelijken glimlach, »maar gij zult mij toch moeten toegeven, dat dit het ware oogpunt is, waaruit de handeling dient beschouwd te worden.”
»Volstrekt niet, Texar,” hernam de voorzitter van den krijgsraad.
»Ik zou uw argument wel eens willen hooren, kolonel Gardner, om uw gevoelen te staven.”
»Ziehier. Master James Burbank, die afkomstig is uit de Staten van het Noorden, heeft volkomen van zijn recht gebruik gemaakt, toen hij aan het personeel zijner plantage de vrijheid schonk. Niets kan dus ter verontschuldiging dienen of aanleiding geven om ten aanzien der uitspattingen, die op zijn landgoed gepleegd zijn, verzachtende omstandigheden aan te voeren of te bepleiten.”
»Ik begin in te zien,” hernam Texar, »dat ik mijn tijd zoude verbeuzelen, wanneer ik poogde mijne denkwijze dienaangaande voor den krijgsraad uiteen te zetten.”
»Dat is mijne meening ook,” antwoordde de kolonel.
»Het bestuur van Jacksonville heeft gemeend goed te handelen met te bevelen zooals geschied is.”
»Dat is mogelijk, maar....”
»Is men nu voornemens mij als voorzitter van dat bestuur te vervolgen, en wil men de verantwoordelijkheid zijner daden op mij doen neerkomen?”
»Ja, op u, Texar!”
»Dat is niet billijk. Vergun mij dat ik dat openlijk betuig.”
»Ja, op u,” herhaalde kolonel Gardner, »op u, die niet alleen voorzitter van dat bestuur geweest zijt, maar u bovendien in persoon aan het hoofd gesteld hebt van de bende plunderaars, stroopers en brandstichters, die over Camdless-Bay losgelaten werden.”
»Ik?”
»Ja, gij!”
»Bewijs dat!” antwoordde Texar koel.
»Geduld,” zei de voorzitter.
»Is er een getuige aan te voeren,” vroeg de Spanjaard, »die mij gezien heeft te midden der burgers en der militie-troepen, die afgezonden waren om de bevelen van het bestuur ten uitvoer te leggen?”
»Geduld!” herhaalde de president van den krijgsraad.
Hij noodigde toen master James Burbank uit, om mededeeling te doen van hetgeen hij wist.
Deze verhaalde de feiten, gepleegd sedert het oogenblik dat Texar en zijne partijgenooten de rechtmatige regeeringsleden van Jacksonville verjaagd en zich van hunne zetels meester gemaakt hadden. Hij wees met nadruk op de houding en de gedraging van den beschuldigde, die alles in het werk gesteld had, om het schuim der bevolking tegen de plantage op te hitsen.
Toen hem evenwel kolonel Gardner de pertinente vraag stelde, of hij Texar persoonlijk gezien had onder de aanvallers van Camdless-Bay, was hij verplicht een ontkennend antwoord te geven.
De lezer zal wel niet vergeten hebben, dat inderdaad, toen John Bruce, de afgezant van masterHarvey, er in geslaagd was binnen Castle House te geraken en door master James Burbank ondervraagd werd, hij niet kon zeggen of de Spanjaard zich aan het hoofd van die bende boosdoeners gesteld had.
»In ieder geval,” ging de eigenaar van Camdless-Bay voort, »bestaat er bij niemand twijfel, dat op hem de geheele verantwoordelijkheid voor die misdaad komt. Hij heeft de onderste lagen der bevolking aangezet, om de plantage te verwoesten, en het heeft van hem niet afgehangen dat Castle House, mijn eigen woning, niet in brand gestoken en een prooi der vlammen geworden is, waarbij dan al de verdedigers omgekomen zouden zijn. Ja, hij had de hand in dat alles; en wij zullen hem ook weervinden bij een nog misdadiger misdrijf.”
Master James Burbank zweeg toen.
Alvorens toch tot het feit der ontvoering te kunnen overgaan, was het betamelijk, dat eerst dit gedeelte der beschuldiging, die op den aanval van Camdless-Bay betrekking had, afgehandeld werd.
»Dus,” hernam kolonel Gardner, terwijl hij het woord tot den Spanjaard richtte, »gij zijt van meening, dat u slechts een gedeelte van de verantwoordelijkheid behoort, welke in haar geheel ten aanzien der gegeven bevelen op het bestuur moet drukken?”
»Juist. Dat is geheel en al mijne meening.”
»En gij blijft volhouden, dat gij niet aan het hoofd der aanvallers stondt, die Camdless-Bay aangetast hebben?”
»Ja, dat houd ik vol,” antwoordde Texar.
»Dat is niet vol te houden!” riep master James Burbank uit.
»Geen enkele getuige,” ging de Spanjaard voort, »kan bevestigen dat hij mij daar gezien heeft.”
»O!” kreet Mars.
»Neen, ik bevond mij destijds niet te midden van de moedige burgers, die toen hun bloed veil hadden om de bevelen van hun bestuur ten uitvoer te doen leggen.”
»Maar waar...?” wilde kolonel Gardner vragen.
Maar Texar liet hem daartoe den tijd niet. Hij vervolgde opgewonden maar met allen nadruk:
»Laat mij er bij voegen, dat ik dien dag zelfs afwezig van de hoofdplaats Jacksonville was.”
»Ja!...” antwoordde master James Burbank, »dat is mogelijk, ja zelfs waarschijnlijk.”
De eigenaar van Camdless-Bay meende het middel gevonden te hebben, om het eerste gedeelte der beschuldiging tegen Texar aan de tweede vast te knoopen.
»Dat is niet alleen mogelijk, dat is niet alleen waarschijnlijk,” antwoordde de Spanjaard met de meeste klem; »maar dat is onwraakbaar zeker.”
»Maar, als het waar is, dat gij u niet bij de plunderaars van Camdless-Bay bevondt,” hernam master James Burbank, »dan vond dat zijne reden in de omstandigheid, dat gij u in de Marino-Kreek bevondt, om daar de gelegenheid af te wachten eene andere misdaad te kunnen uitvoeren.”
»Een andere misdaad?”
»Ja, een andere misdaad, Texar!”
»Ik ben evenmin bij de Marino-Kreek geweest,” antwoordde Texar onverstoorbaar kalm, »als ik bij den aanval op Camdless-Bay, evenmin als ik toen te Jacksonville geweest ben!”
»Dat is boud gesproken,” zei master James Burbank toornig.
»Zeer boud, dat weet ik,” hernam de Spanjaard, »maar ik tart ieder het tegendeel te bewijzen.”
De lezer heeft voorzeker niet vergeten, dat John Bruce insgelijks bij de gemelde gelegenheid aan master James Burbank verklaard had, dat, hoewel Texar zich niet bij de aanvallers van de plantage bevonden had, hij zich evenmin gedurende de laatste tweemaal vier-en-twintig uren, dat wil zeggen van den tweeden tot den vierden Maart, te Jacksonville vertoond had.
Die omstandigheid bracht den kolonel Gardner, als voorzitter van den krijgsraad er toe, den beschuldigde de navolgende vraag te stellen:
»Als gij dien dag niet te Jacksonville geweest zijt, wilt gij ons dan mededeelen waar gij wèl geweest zijt?”
»Zeker wil ik dat.”
»Welnu, wij luisteren.”
»Ja, maar dat zal ik nu niet mededeelen,” hernam Texar. »Alles op zijn tijd.”
»Gij weigert dus?”
Texar werd, zoodra de leden van den krijgsraad zitting hadden genomen, naar binnen gebracht. (Bladz. 96.)Texar werd, zoodra de leden van den krijgsraad zitting hadden genomen, naar binnen gebracht. (Bladz.96.)
Texar werd, zoodra de leden van den krijgsraad zitting hadden genomen, naar binnen gebracht. (Bladz.96.)
»Alles op zijn tijd, kolonel,” antwoordde de Spanjaard eenvoudig en op rustigen toon. »Het komt mij voor het oogenblik voldoendevoor, dat ik aangetoond heb, dat ik persoonlijk aan den aanval op de plantagenietdeelgenomen heb. Is dat uw oordeel ook niet?”
»Ja, maar...”
»En thans, kolonel, wenschte ik te weten, waarvan ik nog beschuldigd word?”
Texar stond daar met de armen over de borst gekruist, wierp een nog onbeschaamder blik dan ooit op zijne beschuldigers, en scheen hen in het aangezicht te tarten.
De beschuldiging evenwel liet zich niet lang wachten. Het was kolonel Gardner, die haar uitsprak, en het scheen ditmaal dat het den Spanjaard moeite zou kosten om haar te ontzenuwen.
»Gij zijt dus niet te Jacksonville geweest?” vroeg hij.
»Neen, kolonel.”
»Ook niet te Camdless-Bay?”
»Ook niet, kolonel.”
»Maar dan zal de openbare aanklager gerechtigd zijn om te beweren, dat gij toen in de Marino-Kreek waart.”
»In de Marino-Kreek?”
»Ja.”
»Wat zou ik daar uit te voeren hebben gehad, mag ik wel vragen?”
»Gij hebt er ontvoerd of doen ontvoeren een meisje, een kind, Diana Burbank, de dochter van master Burbank, en hare kindermeid, de mestische vrouw Zermah, de echtgenoote van den mesties Mars, hier tegenwoordig, die dat kleine meisje vergezelde.”
»O! beschuldigt men mij van die ontvoering?...” vroeg Texar op hoonend spotachtigen toon.
»Ja!... U!...” riepen master James Burbank, Gilbert Burbank en Mars, die zich niet meer bedwingen konden, tegelijkertijd uit.
»En waarom zou ik dat gedaan hebben,” hernam Texar, »en niet iemand anders?”
»Omdat gij er belang bij hadt die misdaad te bedrijven,” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.
»Maar welk belang?”
»Welk belang?”
»Ja, ik vraag, welk belang ik bij die ontvoering kon hebben?”
»Gij meendet u op de familie Burbank te moeten wreken.”
»Mij te moeten wreken?”
»Ja, zoo denk ik. Master James Burbank heeft u verscheidene malen aangeklaagd. Het is u wel is waar telkenmale gelukt, u door middel van onverklaarbare alibi’s vrij te pleiten, waardoor gij eene veroordeeling ontgaan zijt; maar herhaaldelijk hebt gij openlijk het voornemen te kennen gegeven, u over uwe beschuldigers te zullen wreken.”
»Ja, dat is zoo,” viel Texar den voorzitter van den krijgsraad in de rede. »Ja, er bestaat tusschen James Burbank en mij een innige haat, dat ontken ik geenszins. Dat ik er belang bij had hem het hart te verscheuren, door zijn geliefd kind te doen verdwijnen, dat ontken ik evenmin. Maar tusschen den wensch en de uitvoering der daad bestaat een zeer groot verschil.”
»Jawel, Texar, maar...” wilde kolonel Gardner zeggen.
De Spanjaard vervolgde evenwel spoedig, als ware hij gejaagd:
»Is er een getuige, die mij gezien heeft?”
»Ja!” antwoordde de voorzitter van den krijgsraad.
»En die is?” was de vraag van den onverlaat.
De kolonel verzocht toen miss Alice Stannard hare getuigenis onder eede af te leggen.
Miss Alice Stannard deed den eed en verklaarde daarbij de waarheid, niets dan de waarheid en de geheele waarheid te zullen zeggen, waarna zij het verhaal leverde van hetgeen bij de Marino-Kreek in den bewusten nacht voorgevallen was. Zij was daarbij zeer ontroerd, en verscheidene malen was zij, door hare gevoelens overmand, genoodzaakt het relaas af te breken. Maar zij was ondubbelzinnig duidelijk en bevestigend in hare verklaringen.
Toen zij en mevrouw Burbank buiten de onderaardsche gang traden, had zij Zermah een naam hooren roepen en die naam was die van Texar. Beiden hadden zich, nadat zij op de lijken der vermoorde negers gestuitwaren, in allerijl naar den waterkant begeven. Twee sloepen verlieten toen den rivieroever. In de eene lagen de slachtoffers gekneveld, in de andere stond Texar rechtop op de achterplecht. En bij den weerschijn van de brandende gebouwen van Camdless-Bay, die zich tot aan de Sint John uitstrekte, had miss Alice Stannard den Spanjaard herkend.
»Is dat zoo?” vroeg kolonel Gardner. »Hebt gij Texar duidelijk herkend?”
»Ja, duidelijk.”
»Denk er om dat gij een eed gedaan hebt.”
»Ja, ik heb hem herkend, ik ben gereed dat andermaal onder eede te bevestigen!”
Na die zoo afdoende verklaring, kon er geen twijfel meer bestaan omtrent Texar’s schuld. Duidelijker had niet kunnen getuigd worden. En toch konden master James Burbank, zijne vrienden en het geheele talrijke publiek, dat de zitting van den krijgsraad bijwoonde, waarnemen, dat de beschuldigde volstrekt niet uit het veld geslagen was, ja dat hij zijne geheele onbeschaamdheid behouden had.
»Wat hebt gij tegen deze getuigenis in te brengen, Texar?” vroeg de voorzitter van de militaire rechtbank.
»Wat ik daartegen in te brengen heb?...” vroeg de Spanjaard met een minachtenden glimlach.
De kolonel knikte met het hoofd.
»Wel eenvoudig dit,” vervolgde de beschuldigde. »Wel verre van mij de gedachte, om miss Alice Stannard te beschuldigen van het afleggen van valsche getuigenis. Ik zal haar evenmin ten laste leggen, dat zij zich dienstbaar stelt aan de gevoelens van haat der familie Burbank jegens mij, door onder eede te bevestigen, dat ik de bewerker zoude zijn van die ontvoering, waarvan ik eerst sedert mijne inhechtenisneming heb kennis gekregen. Ik verklaar daartegenover, dat zij zich vergist als zij getuigt dat zij mij rechtop staande in een der vaartuigen gezien heeft, die toen den oever van de Marino-Kreek verlieten.”
»Maar aangenomen,” viel kolonel Gardner hier den beschuldigde in de rede, »aangenomen, dat miss Alice Stannard zich op dat punt vergist, dan kan zij toch niet dwalen bij de verklaring, dat zij Zermah gehoord heeft, die uitriep: »te hulp... het is Texar!”” De Spanjaard glimlachte hatelijk.
»Welnu, wat hebt gij daarop te antwoorden?” vroeg de voorzitter van den krijgsraad.
»Eenvoudig, dat wanneer miss Alice Stannard zich niet vergist heeft, dan is het Zermah, die het deed. Ziedaar alles. Voor mij is dat duidelijk als de dag.”
»Zermah zou geroepen hebben: »het is Texar!” en gij zoudt het niet geweest zijn, die bij de ontvoering tegenwoordig waart? Dat is ongeloofelijk!”
»En toch is het zoo.”
»Ik zeg u dat gij iets onaanneembaars beweert. Hoort ge: iets onaanneembaars!”
»En ik herhaal: toch is het zoo. Ik ben niet in het vaartuig geweest; ik ben zelfs niet in de Marino-Kreek geweest. Ik kan niet anders verklaren.”
»Maar dat moet gij bewijzen.”
»Mij dunkt, dat is de verkeerde wereld!”
»Hoe meent gij?”
»Niet de beschuldigde moet zijne onschuld, maar de beschuldigers moeten hunne aanklacht bewijzen.”
»In ieder ander geval, hebt ge gelijk; maar in het tegenwoordige...”
»Kom-aan,” zei de Spanjaard luchthartig. »Ik wil u uwe taak verlichten, kolonel.”
»Wat bedoelt gij?”
»Ik zal het bewijs leveren, wat gij van mij verlangt. Niets zal mij gemakkelijker vallen.”
»Weer een alibi?”
»Zooals ge zegt,” antwoordde Texar koeltjes.
Bij dit antwoord klonk een spotachtige lach in de zaal; een gemurmel, dat twijfel verried, werd vernomen. De openbare meening was niet gunstig voor den beschuldigde.
»Texar,” vroeg kolonel Gardner, »daar gij u andermaal op een alibi beroept, vraag ik u of gij het bewijs daarvan kunt leveren?”
»Ja, gemakkelijk,” antwoordde de Spanjaard, »en tot dat einde behoef ik u, kolonel Gardner, slechts ééne vraag te stellen. Meer niet.”
»Aan mij?”
»Ja, aan u.”
»Spreek, ik luister.”
»Kolonel Gardner, waart gij het niet, die tijdens de inname van Fernandina en van het fort Clinch door de Noordelijken, het bevel voerdet over de debarkementstroepen?”
»Wat heeft die vraag met deze zaak te maken?”
»Antwoord, ik verzoek er u om.”
»Ja, inderdaad, ik voerde dat bevel.”
»Dan hebt gij voorzeker niet vergeten, dat een spoortrein, die naar Cedar Keys vluchtte, op de brug, die het eiland Amelia met den vasten wal verbindt, door de kanonneerbootOttawaaangevallen werd?”
»Ja, dat herinner ik mij zeer goed,” antwoordde de kolonel na een oogenblik nadenken.
»Welnu, de achterste wagen van dien trein kreeg op die brug een ongeval. Of een kanonskogel de koppelschroef en de verbindingskettingen verbrijzelde, weet ik niet. Dat ben ik nimmer te weten gekomen. Maar genoeg zij het, dat die wagen achterbleef en met zijn inhoud, altemaal vluchtelingen, in handen der federalistische troepen viel.”
»Maar wat doet dat alles ter zake?” riep de voorzitter van den krijgsraad ongeduldig uit.
»Dat zult gij dadelijk zien, kolonel. Geduld dus.”
»Ga voort.”
»En aan die vluchtelingen, welke toen krijgsgevangen gemaakt werden en wier namen en signalement men toen zorgvuldig opgeteekend heeft, werd eerst tweemaal vier-en-twintig uren later de vrijheid hergeven.”
»Ja, dat alles weet ik,” antwoordde kolonel Gardner, »maar ik zie niet in wat die episode uit den oorlog met uwe tegenwoordige zaak te maken heeft?”
»Niet?”
»Neen!”
»Wel, het is toch dood-eenvoudig.”
»Laat hooren.”
»Ik behoorde onder die krijgsgevangenen, kolonel.”
»Gij?”
»Ja, ik!”
Een nieuw gemor, dat nog meer afkeuring kenteekende, liet zich bij het vernemen van die zoo onverwachte verklaring in de zaal andermaal vernemen.
»Dus,” ging de Spanjaard onverstoorbaar kalm voort, alsof het zijn persoon niet gold. »Dus, daar de krijgsgevangenen van den 2dentot den 4denMaart scherp bewaakt en niet uit het oog verloren zijn, en de overval van de plantage Camdless-Bay in den nacht van den 3denMaart heeft plaats gehad, zoo is het daadwerkelijk onmogelijk, dat ik er de aanvoerder van ben geweest.”
»Maar hoe verklaart gij dan de stellige herkenning van miss Alice Stannard?” vroeg de kolonel.
»Moet ik die verklaring leveren, kolonel?” vroeg de Spanjaard niet zonder aanmatiging.
»Neen, maar toch....”
»Volgens mij, als gij op mijne meening staat,” ging Texar onverstoorbaar kalm voort, »volgens mij kan miss Alice Stannard onmogelijk gehoord hebben, dat Zermah mijn naam geroepen heeft. Volgens mij kan zij mij niet op het vaartuig gezien hebben, dat zich van de Marino-Kreek verwijderde.”
»En waarom niet?” vroeg master James Burbank, trillende van woede.
Hij begreep dat hier de justitie weer een rad voor de oogen gedraaid werd.
»Hebt gij het dan niet gehoord?” vroeg Texar verwonderd. »Ik zei toch straks, dat ik in die oogenblikken krijgsgevangen door de Noordelijken gemaakt was en in verzekerde bewaring gehouden werd.”
»Dat is onwaar,” riep master James Burbank uit. »Dat kan onmogelijk zoo zijn!...”
»En toch is het zoo,” grinnikte de Spanjaard.
»En ik zweer,” zei miss Alice Stannard, »ik zweer dat ik dien man in eigen persoon gezien en dat ik hem behoorlijk herkend heb!”
»Mij dunkt,” zei Texar, »dat dit gemakkelijk uit te maken is.”
»Hoe bedoelt gij?” vroeg kolonel Gardner.
»Mijnneenstaat tegenover hetjavan mejuffrouw Alice Stannard, niet waar?”
De voorzitter van den krijgsraad knikte toestemmend.
»Welnu, raadpleeg de sterktestaten der krijgsgevangenen.”
»Zeer juist,” antwoordde de kolonel.
Onmiddellijk deed hij de stukken halen, die betrekking hadden op de krijgsgevangenen, welke dien dag van de inneming vanFernandina, in den spoortrein naar Cedar-Keys gevangen genomen waren.
Gelukkig waren die ter beschikking van den Commodore Dupont gesteld. Men bracht ze in de gerechtszaal, en toen kon geconstateerd worden, dat de naam Texar en ook zijn signalement op de bedoelde sterktestaten voorkwamen.
Er bleef dus geen twijfel meer over.
De Spanjaard kon onmogelijk de ontvoering van de kleine Dy en van Zermah, waarvan men hem beschuldigde, gepleegd hebben. Miss Alice Stannard had zich vergist, toen zij gemeend had hem te herkennen. Hij kon onmogelijk dien avond in de Marino-Kreek geweest zijn. Zijne afwezigheid gedurende tweemaal vier en twintig uren van de hoofdplaats Jacksonville, vond thans hare natuurlijke verklaring, daar hij zich juist gedurende dien tijd als krijgsgevangene aan boord van een der oorlogsvaartuigen van het smaldeel der Noordelijken bevond.
Het was om in vertwijfeling te geraken!
Dus ook ditmaal slaagde Texar er in, zich door een niet te ontzenuwen alibi, dat daarenboven nog door een officieel stuk gesteund en bevestigd werd, schoon te wasschen van de misdaad, die hem ten laste gelegd werd. Men werd er waarlijk toe gebracht, zich in gemoede af te vragen, of er bij de vroeger ingebrachte beschuldigingen tegen den Spanjaard, geene klaarblijkelijke vergissing had plaats gegrepen, zooals men dan toch nu genoodzaakt was te erkennen, dat plaats gehad had bij de dubbele aanklacht van den aanslag op de plantage Camdless-Bay geleid en de ontvoering der twee vrouwen gepleegd te hebben.
Master James Burbank, Gilbert Burbank, miss Alice Stannard en Mars gevoelden zich door dien uitslag van het geding zeer ter neer geslagen.
Die Texar, die ellendeling, die aterling ontsnapte hen andermaal, want van nu af kon de uitspraak van den krijgsraad niet twijfelachtig meer zijn. En... ijselijke gedachte!... hoe zou men nu vernemen wat er van de kleine Dy en van Zermah geworden was? Wat zou hare toekomst wezen?
Zoo als verwacht kon worden, werd Texar, op grond van gebrek aan bewijs, van de beide beschuldigingen wegens plundering en ontvoering van minderjarigen, vrijgesproken. Hij verliet dan ook met opgeheven hoofde de gerechtszaal, omstuwd door zijne vrienden en partijgangers, die luide kreten van toejuichingen lieten vernemen.
Dienzelfden avond verliet Texar Sint Augustijn, en niemand zou hebben kunnen onthullen, naar welk oord van den Staat Florida hij zijne schreden gericht had, om daar zijn geheimzinnig, avontuurlijk leven te hervatten.