Zwaanhilde.Valk, laat ons weggaan!Valk.Valk, laat ons weggaan!Weggaan? Waar naar toe?Is overal de wereld niet dezelfde?En vindt je niet aan ieders muur gehangen,In waarheids glas-en-lijst, dezelfde leugen?Neen, laat ons blijven, ’t mooie spel genietend,Tragi-comedie, harlekijnsvertooning,…Een volk datg’looft… wat alle menschenliegen!Zie Strooman en zijn vrouw, en Lind en Stuiver,Vertoonend ware liefde’s maskerade,Geloovig sprekend en in ’t hart de leugen,…Toch, in den grond zijn ’t waarlijk brave menschen!Zij liegen voor zichzelf en voor elkander;Maar aan die leugen zelf mag niemand raken;…En ieder vindt, al slingert soms zijn boot,Zich rijk als Croesus, zalig als een God;Zelf stuurden zij uit ’t Paradijs stroomàf,En bons! zaten zij vast op ’t hellezand;Maar niemand van hen merkt waar zij nu zitten,En ieder denkt in ’t Paradijs te toeven,En ieder glimlacht roerend ach en och;En komt dan Belzebub met bokkepoot,Gehoornd en brullend, spottend, schimpend, scheldend,…Dan stooten zij elkander zachtjes aan:Dat ’s Onze Lieve Heer; neem gauw je hoed af!Zwaanhilde(na een oogenblik nadenkend zwijgen).Hoe wondervol heeft mij een lieve handDen weg gewezen naar mijn lenteweelde,Het leven dat ik droomend voor mij zagZal ik van heden af mijn dagtaak noemen.O, goede God! hoe tastte ik in den blinde,…Toen bracht Gij licht,… toen liet Gij hèm mij vinden!(ziet Valk met stille teedere bewondering aan)Wat is dan toch je kracht, jij sterke eik,Die pal staat in den storm, die alles neervelt,En eenzaam staat, doch mij beschutten wil?…Valk.De kracht der waarheid, Zwaanhild;… die maakt moedig.Zwaanhilde(kijkt schuw naar het huis).Zij kwamen als verzoekers, allebei,Elk sprak uit naam van ééne helft der wereld.Eén vroeg of jonge liefde groeien konWanneer de ziel gebukt ging onder weelde?De ander vroeg: en hoe kan liefde levenAls niets dan armoede haar staat te wachten?’t Is vreeselijk … om zulk een leer te preekenAls waarheidswoord, en toch maar voort te leven!Valk.En als dat ons eens gold?Zwaanhilde.En als dat ons eens gold?Ons gold?… Wat dan?Wat kan iets uiterlijks daar dan toe doen?Ik heb je ’t al gezegd: zoo je wilt strijden,Dan zal ik met je staan of met je vallen.O, niets zoo licht als ’t bijbelsche gebodOm alles te verlaten, hèm te volgen,Den liefste, en met hem te gaan tot God.Valk(omarmt haar).Laat dan de stormen razen, woest geweldig!Wijstaanin ’t onweer; niemand kan ons vellen!(Mevr. Halm en Goudstad komen van rechts op den achtergrond. Valk en Zwaanhilde blijven in het tuinhuis staan).Goudstad(gedempt).Zie daar eens!Mevr.Halm(verrast).Zie daar eens!Samen!Goudstad.Zie daar eens! Samen!Twijfelt u nu nog?Mevr.Halm.Dat is toch …!Goudstad.Dat is toch …!O, ik heb het wel gemerktDat hij zoo stil iets voerde in zijn schild.Mevr.Halm(in zich zelf).Dat Zwaanhild sluw was, wie had dat gedacht?(levendig tegen Goudstad).Maar neen, dat g’loof ik niet …Goudstad.Maar neen, dat g’loof ik niet …Ik zal ’t bewijzen.Mevr.Halm.Nu daadlijk hier …?Goudstad.Nu daadlijk hier …?Terstond en zonder twijfel.Mevr.Halm(reikt hem de hand).God zij met u!Goudstad(ernstig).God zij met u!Dank u; dat ’s wellicht noodig.(komt naar voren).Mevr.Halm(kijkt om terwijl zij heengaat).Hoe ’t dan ook loopen mag, ’t kind wordt gelukkig.(gaat het huis in).Goudstad(nadert Valk).U heeft wel niet veel tijd?Valk.U heeft wel niet veel tijd?Nog een kwartier,Dan ga ik weg.Goudstad.Dan ga ik weg.O, dat is lang genoeg.Zwaanhilde(wil zich verwijderen).Vaarwel!Goudstad.Vaarwel!Neen, blijf!Zwaanhilde.Vaarwel! Neen, blijf!Ik?Goudstad.Vaarwel! Neen, blijf! Ik?Tot u geantwoord heeft;Want tusschen ons moet alles helder zijn;…Wij drieën moeten ronduit samen spreken.Valk(verrast).Wij drieën?Goudstad.Wij drieën?Ja,… laat open kaart ons spelen.Valk(onderdrukt een glimlach).’k Ben tot uw dienst.Goudstad.’k Ben tot uw dienst.Dat ’s goed. Het is omtrentEen half jaar nu dat ik u heb gekend;Wij keven …Valk.Wij keven …Ja.Goudstad.Wij keven … Ja.En waren ’t meestal òneens;Wij gaven elkaar vaak de volle laag;U stond als hoofdman van een hooge zaak,Ik was zoo maar een alledaagsche slover,En toch was ’t als een band, die ons verbondIn duizend lang vergeten oude dingenVan uit mijn eigen jeugd-gedachtenleven,Die door uw woorden werden opgewekt.Ja, ja. U kijkt mij aan; mijn grijzend haarWas ook eens golvend, zwaar en bruin eertijds,Mijn voorhoofd, dat door dagelijkschen arbeidNiet glad meer is, droeg ook niet altijd rimpels.Maar daarvan nu genoeg! ’k Ben zakenman …Valk(met lichten spot).U is ’t gezonde, practische verstand,Goudstad.En u is van de hoop de blijde zanger!(treedt tusschen hen beiden).Kijk, daarom, Valk en Zwaanhild, sta ik hier.Wij moeten spreken, want nabij is ’t uur,Valk(gespannen).Spreek dan!Goudstad(glimlachend).Spreek dan!Ik zei u gistren dat ik broeddeOp een gedicht …Valk.Op een gedicht …Reëel en praktisch.Goudstad(knikt langzaam).Op een gedicht … Reëel en praktisch.Ja!Valk.En als ’k u vroeg waaraan u stof ontleent …?Goudstad.(ziet Zwaanhilde even aan en keert zich weer tot Valk).Ja … op dezelfde stof viel onze keuze.Zwaanhilde.Nu ga ’k maar weg.Goudstad.Nu ga ’k maar weg.Neen, je moet alles hooren.Geen andre vrouw verzocht ik ooit zoo iets;Jou, Zwaanhild, heb ik grondig leeren kennen;Voor preutschheid is je mooie ziel te hoog.Ik zag je als kind, ontluiken als een bloem,En al wat ’k in een vrouw waardeer, bezat je;…Maar lang beschouwde ik je enkel als een dochter;…Nu vraag ik … of je worden wilt mijn bruid?(Zwaanhilde wijkt schuw terug).Valk(vat hem bij den arm).Zeg nu niets meer!Goudstad.Zeg nu niets meer!Blijf kalm; ik wacht háár antwoord.Vraag u ’t haar ook,… dan heeft zij vrije keus.Valk.Ik …?Goudstad(kijkt hem strak aan).Ik …?Ja. Het geldt nu voor ’t geluk drie levensTe bewaren … het mijne niet alleen.Speel geen comedie, dat geeft je toch niets;Want ben ik maar een alledaagsche werkerZoo kreeg ik toch een soort van helderziendheid.Ja, Valk, je hebt haar lief. ’k Zag zonder nijdDie jonge liefde groeien tot een bloem;Maar juist die overmoedig sterke liefde,Dieis het die Zwaanhilds geluk kan knakken.Valk(stuift op).Dat durft u zeggen!Goudstad(kalm).Dat durft u zeggen!Daartoe heb ik ’t recht.Als jij haar nu eens kreeg …Valk(uitdagend).Als jij haar nu eens kreeg …Wat dan?Goudstad(langzaam en met nadruk).Als jij haar nu eens kreeg … Wat dan?GesteldDat zij op dezen grond nu alles bouwde,En alles waagde op deze ééne kaart,…En ’s levens storm wegspoelde dezen grond,En ’t bloempje kwijnde in het winterduister?Valk(vergeet zich en roept uit).Onmooglijk!…Goudstad(kijkt hem beteekenisvol aan).Onmooglijk!…Ja; zoo dacht ik óók eertijds,Toen ’k jong was, zooals jij. In vroeger dagenHad ’k iemand lief;… gescheiden werden wij.Ik zag haar gistren weer;… niets is meer over.Valk.Hier, gistren?Goudstad(glimlacht ernstig).Hier, gistren?Hier. De vrouw van Strooman zag je …Valk.Wat?Was hetzij, die u …Goudstad.Wat?Was hetzij, die u …Die mij deed gloeien.Om haar heb ’k vele jaren lang getreurd,En al dien tijd stond zij in mijn herinringZooals zij was, het mooie, jonge meisje,Toen ’k haar ontmoette voor het allereerst.Nu gloei je beiden ook in blinden gloed,Nu zet je ook je leven op het spel,…Kijk, daarom roep ik je nu toe: voorzichtig!Wacht even en denkt na; ’t spel is gevaarlijk!Valk.Neen, ’k heb daar straks het heele theegezelschapMijn vast geloof gezegd, dat kan niet wijken.Goudstad(aanvullend).Dat vrije, echte liefde kan trotseerenGewoonte, ouderdom en nood en zorgen.Nu, ’t mag zoo zijn; ’t kan waar zijn; maar bekijkDe zaak nu ook eens van den andren kant.Wat liefde is, weet niemand te verklaren;Waarin dat blijde g’loof nu juist bestaat,Dat twee tot zalig één-zijn zijn gemaakt …Kijk, daarop antwoordt je geen mensch ter wereld.Maar ’t huwelijk is uit zijn aard iets praktisch,En evenzoo ’t engagement, mijn vriend;En ’t laat zich feitelijk heel goed bewijzenDat iemand is geschikt voordieendie.Maar liefde doet haar keus juistin den blinde,Die kiest zich niet eenhuisvrouw, maar eenmeisje;En als nu eens dat meisje niet geschikt isTotvrouwvoor je …?Valk(gespannen).Totvrouwvoor je …?Wat dan?Goudstad(haalt de schouders op).Totvrouwvoor je …? Wat dan?Dan is ’t verloren.Een goed engagement hangt niet van liefdeAlleen maar af; daar komt nog heel wat bij,Familieleden, die men lief heeft ook,En die men gaarne ook tevreden zien wil.En ’t huwlijk dan? Ja, dat is als een zeeVan vordringen en eischen, die helaas,Met liefde weinig meer te maken hebben.Hier eischt men huislijkheid en stille deugden,Hier eischt men keukenkennis en nog meer,Bescheidenheid, een juist gevoel van plicht,…En veel nog, dat in ’t bijzijn van de dameTot nadere bespreking ’k niet geschikt acht.Valk.En daarom?…Goudstad.En daarom?…Als ’k een raad je geven mag,Doe wat ervaring op; kijk rond in ’t leven,Waar elk jong paartje heeft den mond zoo volAlsof het millioenen had gekregen.Dan wordt er haastig maar op los getrouwd;Een nest gebouwd … nu kan ’t geluk niet òp;Zoo gaat ’t een tijdlang voort als in een roes;Maar dan komt de vervaldag;… hemel ja!Dan blijkt het heele huis een groot failliet!Failliet de rozen wangen van de vrouw,Failliet de bloesems van haar meisjesdroomen,Failliet de blijde overmoed van hèm,Failliet is alle gloed van vroeger dagen;Failliet, failliet het heele mooie nestje;Toch gingen deze twee het leven inAls liefdeshandelshuis der eerste klasse!Valk(hartstochtelijk).Dat is een leugen!Goudstad(onverstoorbaar).Dat is een leugen!Nog maar kort geledenWas het toch waarheid, ’t Was je eigen woord,Toen je hier stond, en ’t heele theegezelschapVersloeg. Toen klonk het ook: dat is gelogen!Van allen daar; nu, kwalijk neem ik ’t niet;Wij vinden ’t allen minder aangenaamVan dood te hooren spreken als wij ziek zijn.Zie Strooman, hij, die componeerde, dichtte,In zijn verliefden tijd, met geest en smaak;…Wien kan ’t verbazen dat de man zoo zakteToen zij in ’t huwlijk traden met zoo’n haast?Geschapen was zij voor hem alsgeliefde,…Maar ongeschikt was ze om zijnvrouwte zijn.En dan de klerk, die goede verzen schreef?Nauw was hij, bij de gratie, geëngageerd,Of uit was ’t met de heele rijmlarij;En sedert ligt ’s mans Muze plat ter neerDoor de juristerij in slaap gewiegd.Zoo zie je duidlijk …(ziet Zwaanhilde aan).Zoo zie je duidlijk …Heb je ’t koud?Zwaanhilde(zachtjes).Zoo zie je duidlijk … Heb je ’t koud?O neen.Valk(dwingt zich tot een spottenden toon).En als ’t dan altijd eindigt met een “min”Nooit met een “plus”,… waarom wil u dan stekenHet kapitaal dat u beheert, in zulkEen twijfelachtig zeekre loterij?Het lijkt haast of u ’t er voor houdt dat uSpeciaal voor een bankroet geschapen is?Goudstad.(kijkt hem aan, glimlachend en schudt het hoofd).Mijn overmoed’ge Valk,… bedwing je spot,…Op twee manieren kan men ’t nestje bouwen;’t Kan op krediet van mooie illusies steunen,Met wissels op een eindloos toekomstheil,En op een eeuwigheid van jeugd en leven,En op onmooglijkheid van jicht en snuif …Het kan ook steunen op twee rozenwangen,Op heldre oogen en op mooi lang haar,Op ’t vaste g’loof dat alles zoo zal blijvenEn ’t pruikenuurtje voor ons nooit zal slaan.En ’t kan ook steunen op gedweep en droomen,Op bloemenweelde in dorre woestenij,Op harten die heel ’t leven blijven kloppenAls toen zij beiden spraken ’t eerste ja.Hoe noemt men zaken doen als die?… Je weet het;…Dat noemt men humbug … humbug, lieve vrienden!Valk.Ik zie, u is gevaarlijk … een verzoeker,…U man van goud … misschien wel millionnair;Terwijl watikbezit in deze wereld,Straks door twee sjouwers weggedragen is.Goudstad(scherp).Wat meent u daarmee?Valk.Wat meent u daarmee?Dat ligt voor de hand;Want eensoliedegrondslag, kan ’k zoo denken,Beteekentgeld,… het toovermiddelgeld,Dat ’t hoofd van meen’ge weduwe op leeftijdMet tooi van gouden glorieglans omstraalt.Goudstad.O neen, die grondslag is toch nog wat beters.Dat is een stille, warme hartestroomVan achting, vriendschap, die een hart tot eerStrekt, evengoed als hartstochts jubelroes.’t Is een gevoel van graag volbrachte plichten,Van teedre zorg, en van een vredig thuis,Van zelfverloochning voor elkanders heil,Van waken dat geen enkle steen zal kwetsenDer uitverkoorne voet, waar zij ook gaat.Het is een zachte hand die heelt de wonden,’t Is mannekracht, die stil gewillig draagtHet evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar,’t Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht …Dat is watikje bieden kan, Zwaanhilde,Voor je geluksgebouw; antwoord mij nu.(Zwaanhilde doet hevige moeite om te spreken. Goudstad heft de hand afwerend op).Bedenk je wel, opdat ’t je niet berouwe!Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.Valk.En hoe weet u dan dat …Goudstad.En hoe weet u dan dat …Dat je haar lief hebt?Dat heb ’k gelezen in je oogen diep.Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse!(drukt hem de hand).Nu ga ’k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn.En durf je mij beloven op je woordTe zijn voor haar ook zulk een vriend voor ’t leven,Als ik het wezen kan,…(tot Zwaanhilde gewend).Als ik het wezen kan,…Nu goed, dan haal jeEen dikke streep door dat wat ik je bood.Dan overwin ik toch, in alle stilte;Als jij ’t geluk maar vindt; dàt is wat ’k wilde,(tegen Valk).En, ’t is waar ook,… je sprak daar straks van geld;Geloof mij, dat ’s toch meer dan klatergoud.Ik sta alleen, heb niemand in de wereld;Al wat het mijne is zal ’t jouwe wezen;Ik neem als zoon je aan en haar als dochter.Je weet, dicht bij de grens heb ik een landgoed;Daar ga ik heen. Jij richt je elders in,En is het jaar om, zien wij elkaar weder …Nu ken je mij; pleeg met je zelf nu raad,Vergeet niet dat de reis stroomafwaarts gaat,En dat geen spel is … geen genieten, zwelgen;…En nu, in ’s hemels naam,… nu moet je kiezen!(Hij gaat het huis in. Pauze. Valk en Zwaanhilde kijken elkander schuw aan).Valk.Je bent zoo bleek.Zwaanhilde.Je bent zoo bleek.En jij zoo stil.Valk.Je bent zoo bleek. En jij zoo stil.Ach ja.Zwaanhilde.Hij maakte ’t erg.Valk(in zichzelf).Hij maakte ’t erg.Mijn kracht ontnam hij mij.Zwaanhilde.Wat sloeg hij hard!Valk.Wat sloeg hij hard!Hij wist goed raak te treffen.Zwaanhilde.Het was of alles òm ons ging verzinken,(dichter bij hem).Wat waren wij toch rijk, rijk in elkander,Toen heel de wereld ons verlaten had,Toen we in ons denken stegen, als de golvenDer branding op het strand, in stillen nacht.Toen was er moed en kracht in onze zielen,En zagen we ons voor eeuwig al vereend;…Hij kwam met wereldsch goed, nam ons ’t geloof,En zaaide twijfel,… toen moest alles vallen!Valk(woest energisch).Ruk ’t alles uit je ziel! Wat hij gezegd heeftIs alles waar voor andren, niet voor ons!Zwaanhilde(schudt stil het hoofd).Het graan eenmaal door hagel neergeslagen,Kan nooit meer golven in den zomerwind.Valk(angstig hartstochtelijk).Ja, wij wel, Zwaanhild …!Zwaanhilde.Ja, wij wel, Zwaanhild …!Laat ookdiehoop varen;Wanneer je leugens zaait, dan oogst je tranen.Voor andren, zei je? En denk je dan nietDat iedereen eens dacht als jij en ik,Dathijde held was die den bliksem tartte,Dat hem geen storm ter neer zon kunnen slaan,En hem geen neev’len ver weg aan de kimmen,Ooit worden zouden tot een onweerswolk.Valk.De andren vroegen van het leven veel;Ik wil alléén je liefde, enkel die maar.Die andren schreeuwen ieder om het hardst …Ik zal je steunen stil op sterke armen.Zwaanhilde.Maar als dan toch die liefde eens bezweek,Die liefde, waar dan alles op moet rusten,…Bezit jij dan, wat tòch ’t geluk verzekert?Valk.Neen, met mijn liefde valt ook alles weg.Zwaanhilde.En durf je mij voor God heilig beloven,Dat die nooit als verwelkte bloem zal hangen,Maar geuren als van daag, en blijven bloeienJeheele leven?Valk(na een oogenblik).Jeheele leven?Dat zouheel langduren.Zwaanhilde(smartelijk).O “lang”, “heel lang”;… o droef armzalig woord!Wat wil dat zeggen, “lang”, waar ’t liefde geldt?Dat is haar vonnis, honigdauw op ’t graan.“Oneindig is de liefde in haar duur”…Dàt lied is onzin dus, in plaats daarvanMoet ’t heeten: “Eertijds had ik je eens lief”!(als door een machtige ingeving opgeheven).Neen; zóó zal onze dag niet ondergaan,Niet kwijnend achter avondwolken sterven;…Neen, ònze zon zal in haar vollen glansUitdooven op den middag, als een wonder!Valk(verschrikt).Wat wil je, Zwaanhild?Zwaanhilde.Wat wil je, Zwaanhild?Wij zijn lentekindren;En na die lente kome er nooit een herfst,Dat nooit de zanger zwijge in je ziel,Niet hunkrend smacht, naar waar hij werd geboren.Nadiezal niet de lijkwâ van den winterEens onze doode droomen dekken, kil:…En onze mooie, levensblije liefdeZal niet verkwijnen, niet allengs verzwakken,Zal sterven als zij leefde, jong en sterk!Valk(in diepe smart).Envervan jou … wat is mijn leven dàn?Zwaanhilde.Wat zou het zonder liefdebijmij zijn?Valk.Een thuis!Zwaanhilde.Een thuis!Waar het geluk den doodsstrijd streed.(krachtig).Jouw vrouw te zijn, dat was mij niet gegeven,Dat zie ik wel, dat voel en weet ik nu!De liefde als spel zou ’k wel in vreugde wagen,Door ’s levens ernst durf ik je ziel niet dragen.(dichterbij en met stijgenden gloed).Nu hebben wij gejuicht in lenteroes;Nu geen gedommel, niet slap nederliggen!Laat nu je geest opbruisend in gezangDoor ’t wereldruim met jonge goden vliegen!En kenterde dan onze toekomstboot,…Eén plank bleef boven water,…ikweet raad;Den koenen zwemmer wenken lichte kusten!Dat dan ’t geluk verzinke in ’t kille graf;Doch onze liefde zal, God zij geprezen,Toch ongedeerd die verre kust bereiken!Valk.O, ik begrijp je! Maar te scheiden zóó!Juist nu ons open staat de mooie wereld,…Hier, onder blauwen hemel, lenteluw,Denzelfden dag dat ons verbond gedoopt werd!Zwaanhilde.Juist dáárom moet het zijn. Want na dit uurKan ’t bergaf gaan alleen, niet meer bergop!En wee, als eens de dag des oordeels komtEn wij voor onzen hoogsten rechter staan,En als, rechtvaardig God, hij van ons eischtDen schat dien hij ons leende voor het leven …Sloot dan niet ’t antwoord zijn genade uit:“Dien hebben wij op weg naar ’t graf verloren!”Valk(met een krachtig besluit).Gooi weg je ring dan!Zwaanhilde(vurig).Gooi weg je ring dan!Zal ’k?Valk.Gooi weg je ring dan! Zal ’k?Ja! Ik begrijp je!Alleen op dezen weg kan ik je volgen!Zooals het graf voert naar het eeuwig leven,Wordt liefde ook ten leven eerst gewijdAls zij verlost van hartstochts wild begeeren,Bevrijd, als zielsherinring ons omzweeft!Gooi weg den ring, Zwaanhild!Zwaanhilde(juichend).Gooi weg den ring, Zwaanhild!Ik deed mijn plicht!Ik heb je ziel gevuld met zang en licht!Vlieg uit! Nu heb je krachtig je opgeheven,…En Zwaanhild heeft haar zwanenzang gezongen!(zij trekt den ring van haar vinger en drukt er een kus op).Duik neer, mijn droom, in diepe, zilte zee,Tot ’s werelds eind,… hier breng ’k mijn offer dan!(gaat naar den achtergrond, gooit den ring in de fjord en komt bij Valk terug met een stralend gezicht).Nu heb ik je verloren voor dit leven,…Maar voor de eeuwigheid heb ’k je gewonnen!Valk(met kracht).En nu aan ’t werk, wij beiden, elk voor zich!Op aarde moeten wij gescheiden gaan.Elk ga zijn weg, elk strijde zonder klagen.Ook ons beving de tijdkoorts, zonder strijdBegeerden wij der overwinning loon,De sabbathrust, maar zonder arbeidsdagen,Hoewel de eisch luidt;strijdenenontberen.Zwaanhilde.Maar treurend niet!Valk.Maar treurend niet!Neen,… met der waarheid moed.Ons dreigt geen dwaallicht uit den poel van straf;D’erinring, die ons erfdeel is voor ’t leven,Zal stralen licht, uit donker wolkgordijn,Staan als de regenboog in zeven kleuren,Als teeken des verbonds van ons met God.En in háár schijnsel neem jij òp je plichten …Zwaanhilde.Jij gaat bergop je dichterroeping volgen!Valk.Als dichter, ja, want dat is ieder man,In schoollokaal, of parlement of kerk,Een elk, in hoogen of geringen stand,Die bij zijn werk het ideaal in ’t oog houdt.Ja,bergopga ’k; ’t gevleugeld ros staat klaar;Ikweet, voor ’t leven is gewijd mijn taak!En nu, vaarwel!Zwaanhilde.En nu, vaarwel!Vaarwel!Valk(omarmt haar).En nu, vaarwel! Vaarwel!Eén kus!Zwaanhilde.En nu, vaarwel! Vaarwel! Eén kus!Den laatsten!(rukt zich los).Nu kan ik je verliezen voor dit leven!Valk.Al doofden alle wereldlichten uit,…De lichtgedachte leeft; want die is God,Zwaanhilde(gaat naar den achtergrond).Vaarwel!(gaat verder).Valk(zwaait zijn hoed).Vaarwel!(gaat verder).Vaarwel!… Toch roep ik juichend blij,Gods mooie liefde leve op aard’, hoera!(De deur wordt geopend. Valk gaat naar rechts; de jongere gasten komen naar buiten onder vroolijk lachen).De jonge meisjes.Nu gaan wij dansen!Een van hen.Nu gaan wij dansen!’t Leven is een dans!
Zwaanhilde.Valk, laat ons weggaan!Valk.Valk, laat ons weggaan!Weggaan? Waar naar toe?Is overal de wereld niet dezelfde?En vindt je niet aan ieders muur gehangen,In waarheids glas-en-lijst, dezelfde leugen?Neen, laat ons blijven, ’t mooie spel genietend,Tragi-comedie, harlekijnsvertooning,…Een volk datg’looft… wat alle menschenliegen!Zie Strooman en zijn vrouw, en Lind en Stuiver,Vertoonend ware liefde’s maskerade,Geloovig sprekend en in ’t hart de leugen,…Toch, in den grond zijn ’t waarlijk brave menschen!Zij liegen voor zichzelf en voor elkander;Maar aan die leugen zelf mag niemand raken;…En ieder vindt, al slingert soms zijn boot,Zich rijk als Croesus, zalig als een God;Zelf stuurden zij uit ’t Paradijs stroomàf,En bons! zaten zij vast op ’t hellezand;Maar niemand van hen merkt waar zij nu zitten,En ieder denkt in ’t Paradijs te toeven,En ieder glimlacht roerend ach en och;En komt dan Belzebub met bokkepoot,Gehoornd en brullend, spottend, schimpend, scheldend,…Dan stooten zij elkander zachtjes aan:Dat ’s Onze Lieve Heer; neem gauw je hoed af!Zwaanhilde(na een oogenblik nadenkend zwijgen).Hoe wondervol heeft mij een lieve handDen weg gewezen naar mijn lenteweelde,Het leven dat ik droomend voor mij zagZal ik van heden af mijn dagtaak noemen.O, goede God! hoe tastte ik in den blinde,…Toen bracht Gij licht,… toen liet Gij hèm mij vinden!(ziet Valk met stille teedere bewondering aan)Wat is dan toch je kracht, jij sterke eik,Die pal staat in den storm, die alles neervelt,En eenzaam staat, doch mij beschutten wil?…Valk.De kracht der waarheid, Zwaanhild;… die maakt moedig.Zwaanhilde(kijkt schuw naar het huis).Zij kwamen als verzoekers, allebei,Elk sprak uit naam van ééne helft der wereld.Eén vroeg of jonge liefde groeien konWanneer de ziel gebukt ging onder weelde?De ander vroeg: en hoe kan liefde levenAls niets dan armoede haar staat te wachten?’t Is vreeselijk … om zulk een leer te preekenAls waarheidswoord, en toch maar voort te leven!Valk.En als dat ons eens gold?Zwaanhilde.En als dat ons eens gold?Ons gold?… Wat dan?Wat kan iets uiterlijks daar dan toe doen?Ik heb je ’t al gezegd: zoo je wilt strijden,Dan zal ik met je staan of met je vallen.O, niets zoo licht als ’t bijbelsche gebodOm alles te verlaten, hèm te volgen,Den liefste, en met hem te gaan tot God.Valk(omarmt haar).Laat dan de stormen razen, woest geweldig!Wijstaanin ’t onweer; niemand kan ons vellen!(Mevr. Halm en Goudstad komen van rechts op den achtergrond. Valk en Zwaanhilde blijven in het tuinhuis staan).Goudstad(gedempt).Zie daar eens!Mevr.Halm(verrast).Zie daar eens!Samen!Goudstad.Zie daar eens! Samen!Twijfelt u nu nog?Mevr.Halm.Dat is toch …!Goudstad.Dat is toch …!O, ik heb het wel gemerktDat hij zoo stil iets voerde in zijn schild.Mevr.Halm(in zich zelf).Dat Zwaanhild sluw was, wie had dat gedacht?(levendig tegen Goudstad).Maar neen, dat g’loof ik niet …Goudstad.Maar neen, dat g’loof ik niet …Ik zal ’t bewijzen.Mevr.Halm.Nu daadlijk hier …?Goudstad.Nu daadlijk hier …?Terstond en zonder twijfel.Mevr.Halm(reikt hem de hand).God zij met u!Goudstad(ernstig).God zij met u!Dank u; dat ’s wellicht noodig.(komt naar voren).Mevr.Halm(kijkt om terwijl zij heengaat).Hoe ’t dan ook loopen mag, ’t kind wordt gelukkig.(gaat het huis in).Goudstad(nadert Valk).U heeft wel niet veel tijd?Valk.U heeft wel niet veel tijd?Nog een kwartier,Dan ga ik weg.Goudstad.Dan ga ik weg.O, dat is lang genoeg.Zwaanhilde(wil zich verwijderen).Vaarwel!Goudstad.Vaarwel!Neen, blijf!Zwaanhilde.Vaarwel! Neen, blijf!Ik?Goudstad.Vaarwel! Neen, blijf! Ik?Tot u geantwoord heeft;Want tusschen ons moet alles helder zijn;…Wij drieën moeten ronduit samen spreken.Valk(verrast).Wij drieën?Goudstad.Wij drieën?Ja,… laat open kaart ons spelen.Valk(onderdrukt een glimlach).’k Ben tot uw dienst.Goudstad.’k Ben tot uw dienst.Dat ’s goed. Het is omtrentEen half jaar nu dat ik u heb gekend;Wij keven …Valk.Wij keven …Ja.Goudstad.Wij keven … Ja.En waren ’t meestal òneens;Wij gaven elkaar vaak de volle laag;U stond als hoofdman van een hooge zaak,Ik was zoo maar een alledaagsche slover,En toch was ’t als een band, die ons verbondIn duizend lang vergeten oude dingenVan uit mijn eigen jeugd-gedachtenleven,Die door uw woorden werden opgewekt.Ja, ja. U kijkt mij aan; mijn grijzend haarWas ook eens golvend, zwaar en bruin eertijds,Mijn voorhoofd, dat door dagelijkschen arbeidNiet glad meer is, droeg ook niet altijd rimpels.Maar daarvan nu genoeg! ’k Ben zakenman …Valk(met lichten spot).U is ’t gezonde, practische verstand,Goudstad.En u is van de hoop de blijde zanger!(treedt tusschen hen beiden).Kijk, daarom, Valk en Zwaanhild, sta ik hier.Wij moeten spreken, want nabij is ’t uur,Valk(gespannen).Spreek dan!Goudstad(glimlachend).Spreek dan!Ik zei u gistren dat ik broeddeOp een gedicht …Valk.Op een gedicht …Reëel en praktisch.Goudstad(knikt langzaam).Op een gedicht … Reëel en praktisch.Ja!Valk.En als ’k u vroeg waaraan u stof ontleent …?Goudstad.(ziet Zwaanhilde even aan en keert zich weer tot Valk).Ja … op dezelfde stof viel onze keuze.Zwaanhilde.Nu ga ’k maar weg.Goudstad.Nu ga ’k maar weg.Neen, je moet alles hooren.Geen andre vrouw verzocht ik ooit zoo iets;Jou, Zwaanhild, heb ik grondig leeren kennen;Voor preutschheid is je mooie ziel te hoog.Ik zag je als kind, ontluiken als een bloem,En al wat ’k in een vrouw waardeer, bezat je;…Maar lang beschouwde ik je enkel als een dochter;…Nu vraag ik … of je worden wilt mijn bruid?(Zwaanhilde wijkt schuw terug).Valk(vat hem bij den arm).Zeg nu niets meer!Goudstad.Zeg nu niets meer!Blijf kalm; ik wacht háár antwoord.Vraag u ’t haar ook,… dan heeft zij vrije keus.Valk.Ik …?Goudstad(kijkt hem strak aan).Ik …?Ja. Het geldt nu voor ’t geluk drie levensTe bewaren … het mijne niet alleen.Speel geen comedie, dat geeft je toch niets;Want ben ik maar een alledaagsche werkerZoo kreeg ik toch een soort van helderziendheid.Ja, Valk, je hebt haar lief. ’k Zag zonder nijdDie jonge liefde groeien tot een bloem;Maar juist die overmoedig sterke liefde,Dieis het die Zwaanhilds geluk kan knakken.Valk(stuift op).Dat durft u zeggen!Goudstad(kalm).Dat durft u zeggen!Daartoe heb ik ’t recht.Als jij haar nu eens kreeg …Valk(uitdagend).Als jij haar nu eens kreeg …Wat dan?Goudstad(langzaam en met nadruk).Als jij haar nu eens kreeg … Wat dan?GesteldDat zij op dezen grond nu alles bouwde,En alles waagde op deze ééne kaart,…En ’s levens storm wegspoelde dezen grond,En ’t bloempje kwijnde in het winterduister?Valk(vergeet zich en roept uit).Onmooglijk!…Goudstad(kijkt hem beteekenisvol aan).Onmooglijk!…Ja; zoo dacht ik óók eertijds,Toen ’k jong was, zooals jij. In vroeger dagenHad ’k iemand lief;… gescheiden werden wij.Ik zag haar gistren weer;… niets is meer over.Valk.Hier, gistren?Goudstad(glimlacht ernstig).Hier, gistren?Hier. De vrouw van Strooman zag je …Valk.Wat?Was hetzij, die u …Goudstad.Wat?Was hetzij, die u …Die mij deed gloeien.Om haar heb ’k vele jaren lang getreurd,En al dien tijd stond zij in mijn herinringZooals zij was, het mooie, jonge meisje,Toen ’k haar ontmoette voor het allereerst.Nu gloei je beiden ook in blinden gloed,Nu zet je ook je leven op het spel,…Kijk, daarom roep ik je nu toe: voorzichtig!Wacht even en denkt na; ’t spel is gevaarlijk!Valk.Neen, ’k heb daar straks het heele theegezelschapMijn vast geloof gezegd, dat kan niet wijken.Goudstad(aanvullend).Dat vrije, echte liefde kan trotseerenGewoonte, ouderdom en nood en zorgen.Nu, ’t mag zoo zijn; ’t kan waar zijn; maar bekijkDe zaak nu ook eens van den andren kant.Wat liefde is, weet niemand te verklaren;Waarin dat blijde g’loof nu juist bestaat,Dat twee tot zalig één-zijn zijn gemaakt …Kijk, daarop antwoordt je geen mensch ter wereld.Maar ’t huwelijk is uit zijn aard iets praktisch,En evenzoo ’t engagement, mijn vriend;En ’t laat zich feitelijk heel goed bewijzenDat iemand is geschikt voordieendie.Maar liefde doet haar keus juistin den blinde,Die kiest zich niet eenhuisvrouw, maar eenmeisje;En als nu eens dat meisje niet geschikt isTotvrouwvoor je …?Valk(gespannen).Totvrouwvoor je …?Wat dan?Goudstad(haalt de schouders op).Totvrouwvoor je …? Wat dan?Dan is ’t verloren.Een goed engagement hangt niet van liefdeAlleen maar af; daar komt nog heel wat bij,Familieleden, die men lief heeft ook,En die men gaarne ook tevreden zien wil.En ’t huwlijk dan? Ja, dat is als een zeeVan vordringen en eischen, die helaas,Met liefde weinig meer te maken hebben.Hier eischt men huislijkheid en stille deugden,Hier eischt men keukenkennis en nog meer,Bescheidenheid, een juist gevoel van plicht,…En veel nog, dat in ’t bijzijn van de dameTot nadere bespreking ’k niet geschikt acht.Valk.En daarom?…Goudstad.En daarom?…Als ’k een raad je geven mag,Doe wat ervaring op; kijk rond in ’t leven,Waar elk jong paartje heeft den mond zoo volAlsof het millioenen had gekregen.Dan wordt er haastig maar op los getrouwd;Een nest gebouwd … nu kan ’t geluk niet òp;Zoo gaat ’t een tijdlang voort als in een roes;Maar dan komt de vervaldag;… hemel ja!Dan blijkt het heele huis een groot failliet!Failliet de rozen wangen van de vrouw,Failliet de bloesems van haar meisjesdroomen,Failliet de blijde overmoed van hèm,Failliet is alle gloed van vroeger dagen;Failliet, failliet het heele mooie nestje;Toch gingen deze twee het leven inAls liefdeshandelshuis der eerste klasse!Valk(hartstochtelijk).Dat is een leugen!Goudstad(onverstoorbaar).Dat is een leugen!Nog maar kort geledenWas het toch waarheid, ’t Was je eigen woord,Toen je hier stond, en ’t heele theegezelschapVersloeg. Toen klonk het ook: dat is gelogen!Van allen daar; nu, kwalijk neem ik ’t niet;Wij vinden ’t allen minder aangenaamVan dood te hooren spreken als wij ziek zijn.Zie Strooman, hij, die componeerde, dichtte,In zijn verliefden tijd, met geest en smaak;…Wien kan ’t verbazen dat de man zoo zakteToen zij in ’t huwlijk traden met zoo’n haast?Geschapen was zij voor hem alsgeliefde,…Maar ongeschikt was ze om zijnvrouwte zijn.En dan de klerk, die goede verzen schreef?Nauw was hij, bij de gratie, geëngageerd,Of uit was ’t met de heele rijmlarij;En sedert ligt ’s mans Muze plat ter neerDoor de juristerij in slaap gewiegd.Zoo zie je duidlijk …(ziet Zwaanhilde aan).Zoo zie je duidlijk …Heb je ’t koud?Zwaanhilde(zachtjes).Zoo zie je duidlijk … Heb je ’t koud?O neen.Valk(dwingt zich tot een spottenden toon).En als ’t dan altijd eindigt met een “min”Nooit met een “plus”,… waarom wil u dan stekenHet kapitaal dat u beheert, in zulkEen twijfelachtig zeekre loterij?Het lijkt haast of u ’t er voor houdt dat uSpeciaal voor een bankroet geschapen is?Goudstad.(kijkt hem aan, glimlachend en schudt het hoofd).Mijn overmoed’ge Valk,… bedwing je spot,…Op twee manieren kan men ’t nestje bouwen;’t Kan op krediet van mooie illusies steunen,Met wissels op een eindloos toekomstheil,En op een eeuwigheid van jeugd en leven,En op onmooglijkheid van jicht en snuif …Het kan ook steunen op twee rozenwangen,Op heldre oogen en op mooi lang haar,Op ’t vaste g’loof dat alles zoo zal blijvenEn ’t pruikenuurtje voor ons nooit zal slaan.En ’t kan ook steunen op gedweep en droomen,Op bloemenweelde in dorre woestenij,Op harten die heel ’t leven blijven kloppenAls toen zij beiden spraken ’t eerste ja.Hoe noemt men zaken doen als die?… Je weet het;…Dat noemt men humbug … humbug, lieve vrienden!Valk.Ik zie, u is gevaarlijk … een verzoeker,…U man van goud … misschien wel millionnair;Terwijl watikbezit in deze wereld,Straks door twee sjouwers weggedragen is.Goudstad(scherp).Wat meent u daarmee?Valk.Wat meent u daarmee?Dat ligt voor de hand;Want eensoliedegrondslag, kan ’k zoo denken,Beteekentgeld,… het toovermiddelgeld,Dat ’t hoofd van meen’ge weduwe op leeftijdMet tooi van gouden glorieglans omstraalt.Goudstad.O neen, die grondslag is toch nog wat beters.Dat is een stille, warme hartestroomVan achting, vriendschap, die een hart tot eerStrekt, evengoed als hartstochts jubelroes.’t Is een gevoel van graag volbrachte plichten,Van teedre zorg, en van een vredig thuis,Van zelfverloochning voor elkanders heil,Van waken dat geen enkle steen zal kwetsenDer uitverkoorne voet, waar zij ook gaat.Het is een zachte hand die heelt de wonden,’t Is mannekracht, die stil gewillig draagtHet evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar,’t Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht …Dat is watikje bieden kan, Zwaanhilde,Voor je geluksgebouw; antwoord mij nu.(Zwaanhilde doet hevige moeite om te spreken. Goudstad heft de hand afwerend op).Bedenk je wel, opdat ’t je niet berouwe!Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.Valk.En hoe weet u dan dat …Goudstad.En hoe weet u dan dat …Dat je haar lief hebt?Dat heb ’k gelezen in je oogen diep.Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse!(drukt hem de hand).Nu ga ’k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn.En durf je mij beloven op je woordTe zijn voor haar ook zulk een vriend voor ’t leven,Als ik het wezen kan,…(tot Zwaanhilde gewend).Als ik het wezen kan,…Nu goed, dan haal jeEen dikke streep door dat wat ik je bood.Dan overwin ik toch, in alle stilte;Als jij ’t geluk maar vindt; dàt is wat ’k wilde,(tegen Valk).En, ’t is waar ook,… je sprak daar straks van geld;Geloof mij, dat ’s toch meer dan klatergoud.Ik sta alleen, heb niemand in de wereld;Al wat het mijne is zal ’t jouwe wezen;Ik neem als zoon je aan en haar als dochter.Je weet, dicht bij de grens heb ik een landgoed;Daar ga ik heen. Jij richt je elders in,En is het jaar om, zien wij elkaar weder …Nu ken je mij; pleeg met je zelf nu raad,Vergeet niet dat de reis stroomafwaarts gaat,En dat geen spel is … geen genieten, zwelgen;…En nu, in ’s hemels naam,… nu moet je kiezen!(Hij gaat het huis in. Pauze. Valk en Zwaanhilde kijken elkander schuw aan).Valk.Je bent zoo bleek.Zwaanhilde.Je bent zoo bleek.En jij zoo stil.Valk.Je bent zoo bleek. En jij zoo stil.Ach ja.Zwaanhilde.Hij maakte ’t erg.Valk(in zichzelf).Hij maakte ’t erg.Mijn kracht ontnam hij mij.Zwaanhilde.Wat sloeg hij hard!Valk.Wat sloeg hij hard!Hij wist goed raak te treffen.Zwaanhilde.Het was of alles òm ons ging verzinken,(dichter bij hem).Wat waren wij toch rijk, rijk in elkander,Toen heel de wereld ons verlaten had,Toen we in ons denken stegen, als de golvenDer branding op het strand, in stillen nacht.Toen was er moed en kracht in onze zielen,En zagen we ons voor eeuwig al vereend;…Hij kwam met wereldsch goed, nam ons ’t geloof,En zaaide twijfel,… toen moest alles vallen!Valk(woest energisch).Ruk ’t alles uit je ziel! Wat hij gezegd heeftIs alles waar voor andren, niet voor ons!Zwaanhilde(schudt stil het hoofd).Het graan eenmaal door hagel neergeslagen,Kan nooit meer golven in den zomerwind.Valk(angstig hartstochtelijk).Ja, wij wel, Zwaanhild …!Zwaanhilde.Ja, wij wel, Zwaanhild …!Laat ookdiehoop varen;Wanneer je leugens zaait, dan oogst je tranen.Voor andren, zei je? En denk je dan nietDat iedereen eens dacht als jij en ik,Dathijde held was die den bliksem tartte,Dat hem geen storm ter neer zon kunnen slaan,En hem geen neev’len ver weg aan de kimmen,Ooit worden zouden tot een onweerswolk.Valk.De andren vroegen van het leven veel;Ik wil alléén je liefde, enkel die maar.Die andren schreeuwen ieder om het hardst …Ik zal je steunen stil op sterke armen.Zwaanhilde.Maar als dan toch die liefde eens bezweek,Die liefde, waar dan alles op moet rusten,…Bezit jij dan, wat tòch ’t geluk verzekert?Valk.Neen, met mijn liefde valt ook alles weg.Zwaanhilde.En durf je mij voor God heilig beloven,Dat die nooit als verwelkte bloem zal hangen,Maar geuren als van daag, en blijven bloeienJeheele leven?Valk(na een oogenblik).Jeheele leven?Dat zouheel langduren.Zwaanhilde(smartelijk).O “lang”, “heel lang”;… o droef armzalig woord!Wat wil dat zeggen, “lang”, waar ’t liefde geldt?Dat is haar vonnis, honigdauw op ’t graan.“Oneindig is de liefde in haar duur”…Dàt lied is onzin dus, in plaats daarvanMoet ’t heeten: “Eertijds had ik je eens lief”!(als door een machtige ingeving opgeheven).Neen; zóó zal onze dag niet ondergaan,Niet kwijnend achter avondwolken sterven;…Neen, ònze zon zal in haar vollen glansUitdooven op den middag, als een wonder!Valk(verschrikt).Wat wil je, Zwaanhild?Zwaanhilde.Wat wil je, Zwaanhild?Wij zijn lentekindren;En na die lente kome er nooit een herfst,Dat nooit de zanger zwijge in je ziel,Niet hunkrend smacht, naar waar hij werd geboren.Nadiezal niet de lijkwâ van den winterEens onze doode droomen dekken, kil:…En onze mooie, levensblije liefdeZal niet verkwijnen, niet allengs verzwakken,Zal sterven als zij leefde, jong en sterk!Valk(in diepe smart).Envervan jou … wat is mijn leven dàn?Zwaanhilde.Wat zou het zonder liefdebijmij zijn?Valk.Een thuis!Zwaanhilde.Een thuis!Waar het geluk den doodsstrijd streed.(krachtig).Jouw vrouw te zijn, dat was mij niet gegeven,Dat zie ik wel, dat voel en weet ik nu!De liefde als spel zou ’k wel in vreugde wagen,Door ’s levens ernst durf ik je ziel niet dragen.(dichterbij en met stijgenden gloed).Nu hebben wij gejuicht in lenteroes;Nu geen gedommel, niet slap nederliggen!Laat nu je geest opbruisend in gezangDoor ’t wereldruim met jonge goden vliegen!En kenterde dan onze toekomstboot,…Eén plank bleef boven water,…ikweet raad;Den koenen zwemmer wenken lichte kusten!Dat dan ’t geluk verzinke in ’t kille graf;Doch onze liefde zal, God zij geprezen,Toch ongedeerd die verre kust bereiken!Valk.O, ik begrijp je! Maar te scheiden zóó!Juist nu ons open staat de mooie wereld,…Hier, onder blauwen hemel, lenteluw,Denzelfden dag dat ons verbond gedoopt werd!Zwaanhilde.Juist dáárom moet het zijn. Want na dit uurKan ’t bergaf gaan alleen, niet meer bergop!En wee, als eens de dag des oordeels komtEn wij voor onzen hoogsten rechter staan,En als, rechtvaardig God, hij van ons eischtDen schat dien hij ons leende voor het leven …Sloot dan niet ’t antwoord zijn genade uit:“Dien hebben wij op weg naar ’t graf verloren!”Valk(met een krachtig besluit).Gooi weg je ring dan!Zwaanhilde(vurig).Gooi weg je ring dan!Zal ’k?Valk.Gooi weg je ring dan! Zal ’k?Ja! Ik begrijp je!Alleen op dezen weg kan ik je volgen!Zooals het graf voert naar het eeuwig leven,Wordt liefde ook ten leven eerst gewijdAls zij verlost van hartstochts wild begeeren,Bevrijd, als zielsherinring ons omzweeft!Gooi weg den ring, Zwaanhild!Zwaanhilde(juichend).Gooi weg den ring, Zwaanhild!Ik deed mijn plicht!Ik heb je ziel gevuld met zang en licht!Vlieg uit! Nu heb je krachtig je opgeheven,…En Zwaanhild heeft haar zwanenzang gezongen!(zij trekt den ring van haar vinger en drukt er een kus op).Duik neer, mijn droom, in diepe, zilte zee,Tot ’s werelds eind,… hier breng ’k mijn offer dan!(gaat naar den achtergrond, gooit den ring in de fjord en komt bij Valk terug met een stralend gezicht).Nu heb ik je verloren voor dit leven,…Maar voor de eeuwigheid heb ’k je gewonnen!Valk(met kracht).En nu aan ’t werk, wij beiden, elk voor zich!Op aarde moeten wij gescheiden gaan.Elk ga zijn weg, elk strijde zonder klagen.Ook ons beving de tijdkoorts, zonder strijdBegeerden wij der overwinning loon,De sabbathrust, maar zonder arbeidsdagen,Hoewel de eisch luidt;strijdenenontberen.Zwaanhilde.Maar treurend niet!Valk.Maar treurend niet!Neen,… met der waarheid moed.Ons dreigt geen dwaallicht uit den poel van straf;D’erinring, die ons erfdeel is voor ’t leven,Zal stralen licht, uit donker wolkgordijn,Staan als de regenboog in zeven kleuren,Als teeken des verbonds van ons met God.En in háár schijnsel neem jij òp je plichten …Zwaanhilde.Jij gaat bergop je dichterroeping volgen!Valk.Als dichter, ja, want dat is ieder man,In schoollokaal, of parlement of kerk,Een elk, in hoogen of geringen stand,Die bij zijn werk het ideaal in ’t oog houdt.Ja,bergopga ’k; ’t gevleugeld ros staat klaar;Ikweet, voor ’t leven is gewijd mijn taak!En nu, vaarwel!Zwaanhilde.En nu, vaarwel!Vaarwel!Valk(omarmt haar).En nu, vaarwel! Vaarwel!Eén kus!Zwaanhilde.En nu, vaarwel! Vaarwel! Eén kus!Den laatsten!(rukt zich los).Nu kan ik je verliezen voor dit leven!Valk.Al doofden alle wereldlichten uit,…De lichtgedachte leeft; want die is God,Zwaanhilde(gaat naar den achtergrond).Vaarwel!(gaat verder).Valk(zwaait zijn hoed).Vaarwel!(gaat verder).Vaarwel!… Toch roep ik juichend blij,Gods mooie liefde leve op aard’, hoera!(De deur wordt geopend. Valk gaat naar rechts; de jongere gasten komen naar buiten onder vroolijk lachen).De jonge meisjes.Nu gaan wij dansen!Een van hen.Nu gaan wij dansen!’t Leven is een dans!
Zwaanhilde.Valk, laat ons weggaan!Valk.Valk, laat ons weggaan!Weggaan? Waar naar toe?Is overal de wereld niet dezelfde?En vindt je niet aan ieders muur gehangen,In waarheids glas-en-lijst, dezelfde leugen?Neen, laat ons blijven, ’t mooie spel genietend,Tragi-comedie, harlekijnsvertooning,…Een volk datg’looft… wat alle menschenliegen!Zie Strooman en zijn vrouw, en Lind en Stuiver,Vertoonend ware liefde’s maskerade,Geloovig sprekend en in ’t hart de leugen,…Toch, in den grond zijn ’t waarlijk brave menschen!Zij liegen voor zichzelf en voor elkander;Maar aan die leugen zelf mag niemand raken;…En ieder vindt, al slingert soms zijn boot,Zich rijk als Croesus, zalig als een God;Zelf stuurden zij uit ’t Paradijs stroomàf,En bons! zaten zij vast op ’t hellezand;Maar niemand van hen merkt waar zij nu zitten,En ieder denkt in ’t Paradijs te toeven,En ieder glimlacht roerend ach en och;En komt dan Belzebub met bokkepoot,Gehoornd en brullend, spottend, schimpend, scheldend,…Dan stooten zij elkander zachtjes aan:Dat ’s Onze Lieve Heer; neem gauw je hoed af!Zwaanhilde(na een oogenblik nadenkend zwijgen).Hoe wondervol heeft mij een lieve handDen weg gewezen naar mijn lenteweelde,Het leven dat ik droomend voor mij zagZal ik van heden af mijn dagtaak noemen.O, goede God! hoe tastte ik in den blinde,…Toen bracht Gij licht,… toen liet Gij hèm mij vinden!(ziet Valk met stille teedere bewondering aan)Wat is dan toch je kracht, jij sterke eik,Die pal staat in den storm, die alles neervelt,En eenzaam staat, doch mij beschutten wil?…Valk.De kracht der waarheid, Zwaanhild;… die maakt moedig.Zwaanhilde(kijkt schuw naar het huis).Zij kwamen als verzoekers, allebei,Elk sprak uit naam van ééne helft der wereld.Eén vroeg of jonge liefde groeien konWanneer de ziel gebukt ging onder weelde?De ander vroeg: en hoe kan liefde levenAls niets dan armoede haar staat te wachten?’t Is vreeselijk … om zulk een leer te preekenAls waarheidswoord, en toch maar voort te leven!Valk.En als dat ons eens gold?Zwaanhilde.En als dat ons eens gold?Ons gold?… Wat dan?Wat kan iets uiterlijks daar dan toe doen?Ik heb je ’t al gezegd: zoo je wilt strijden,Dan zal ik met je staan of met je vallen.O, niets zoo licht als ’t bijbelsche gebodOm alles te verlaten, hèm te volgen,Den liefste, en met hem te gaan tot God.Valk(omarmt haar).Laat dan de stormen razen, woest geweldig!Wijstaanin ’t onweer; niemand kan ons vellen!(Mevr. Halm en Goudstad komen van rechts op den achtergrond. Valk en Zwaanhilde blijven in het tuinhuis staan).Goudstad(gedempt).Zie daar eens!Mevr.Halm(verrast).Zie daar eens!Samen!Goudstad.Zie daar eens! Samen!Twijfelt u nu nog?Mevr.Halm.Dat is toch …!Goudstad.Dat is toch …!O, ik heb het wel gemerktDat hij zoo stil iets voerde in zijn schild.Mevr.Halm(in zich zelf).Dat Zwaanhild sluw was, wie had dat gedacht?(levendig tegen Goudstad).Maar neen, dat g’loof ik niet …Goudstad.Maar neen, dat g’loof ik niet …Ik zal ’t bewijzen.Mevr.Halm.Nu daadlijk hier …?Goudstad.Nu daadlijk hier …?Terstond en zonder twijfel.Mevr.Halm(reikt hem de hand).God zij met u!Goudstad(ernstig).God zij met u!Dank u; dat ’s wellicht noodig.(komt naar voren).Mevr.Halm(kijkt om terwijl zij heengaat).Hoe ’t dan ook loopen mag, ’t kind wordt gelukkig.(gaat het huis in).Goudstad(nadert Valk).U heeft wel niet veel tijd?Valk.U heeft wel niet veel tijd?Nog een kwartier,Dan ga ik weg.Goudstad.Dan ga ik weg.O, dat is lang genoeg.Zwaanhilde(wil zich verwijderen).Vaarwel!Goudstad.Vaarwel!Neen, blijf!Zwaanhilde.Vaarwel! Neen, blijf!Ik?Goudstad.Vaarwel! Neen, blijf! Ik?Tot u geantwoord heeft;Want tusschen ons moet alles helder zijn;…Wij drieën moeten ronduit samen spreken.Valk(verrast).Wij drieën?Goudstad.Wij drieën?Ja,… laat open kaart ons spelen.Valk(onderdrukt een glimlach).’k Ben tot uw dienst.Goudstad.’k Ben tot uw dienst.Dat ’s goed. Het is omtrentEen half jaar nu dat ik u heb gekend;Wij keven …Valk.Wij keven …Ja.Goudstad.Wij keven … Ja.En waren ’t meestal òneens;Wij gaven elkaar vaak de volle laag;U stond als hoofdman van een hooge zaak,Ik was zoo maar een alledaagsche slover,En toch was ’t als een band, die ons verbondIn duizend lang vergeten oude dingenVan uit mijn eigen jeugd-gedachtenleven,Die door uw woorden werden opgewekt.Ja, ja. U kijkt mij aan; mijn grijzend haarWas ook eens golvend, zwaar en bruin eertijds,Mijn voorhoofd, dat door dagelijkschen arbeidNiet glad meer is, droeg ook niet altijd rimpels.Maar daarvan nu genoeg! ’k Ben zakenman …Valk(met lichten spot).U is ’t gezonde, practische verstand,Goudstad.En u is van de hoop de blijde zanger!(treedt tusschen hen beiden).Kijk, daarom, Valk en Zwaanhild, sta ik hier.Wij moeten spreken, want nabij is ’t uur,Valk(gespannen).Spreek dan!Goudstad(glimlachend).Spreek dan!Ik zei u gistren dat ik broeddeOp een gedicht …Valk.Op een gedicht …Reëel en praktisch.Goudstad(knikt langzaam).Op een gedicht … Reëel en praktisch.Ja!Valk.En als ’k u vroeg waaraan u stof ontleent …?Goudstad.(ziet Zwaanhilde even aan en keert zich weer tot Valk).Ja … op dezelfde stof viel onze keuze.Zwaanhilde.Nu ga ’k maar weg.Goudstad.Nu ga ’k maar weg.Neen, je moet alles hooren.Geen andre vrouw verzocht ik ooit zoo iets;Jou, Zwaanhild, heb ik grondig leeren kennen;Voor preutschheid is je mooie ziel te hoog.Ik zag je als kind, ontluiken als een bloem,En al wat ’k in een vrouw waardeer, bezat je;…Maar lang beschouwde ik je enkel als een dochter;…Nu vraag ik … of je worden wilt mijn bruid?(Zwaanhilde wijkt schuw terug).Valk(vat hem bij den arm).Zeg nu niets meer!Goudstad.Zeg nu niets meer!Blijf kalm; ik wacht háár antwoord.Vraag u ’t haar ook,… dan heeft zij vrije keus.Valk.Ik …?Goudstad(kijkt hem strak aan).Ik …?Ja. Het geldt nu voor ’t geluk drie levensTe bewaren … het mijne niet alleen.Speel geen comedie, dat geeft je toch niets;Want ben ik maar een alledaagsche werkerZoo kreeg ik toch een soort van helderziendheid.Ja, Valk, je hebt haar lief. ’k Zag zonder nijdDie jonge liefde groeien tot een bloem;Maar juist die overmoedig sterke liefde,Dieis het die Zwaanhilds geluk kan knakken.Valk(stuift op).Dat durft u zeggen!Goudstad(kalm).Dat durft u zeggen!Daartoe heb ik ’t recht.Als jij haar nu eens kreeg …Valk(uitdagend).Als jij haar nu eens kreeg …Wat dan?Goudstad(langzaam en met nadruk).Als jij haar nu eens kreeg … Wat dan?GesteldDat zij op dezen grond nu alles bouwde,En alles waagde op deze ééne kaart,…En ’s levens storm wegspoelde dezen grond,En ’t bloempje kwijnde in het winterduister?Valk(vergeet zich en roept uit).Onmooglijk!…Goudstad(kijkt hem beteekenisvol aan).Onmooglijk!…Ja; zoo dacht ik óók eertijds,Toen ’k jong was, zooals jij. In vroeger dagenHad ’k iemand lief;… gescheiden werden wij.Ik zag haar gistren weer;… niets is meer over.Valk.Hier, gistren?Goudstad(glimlacht ernstig).Hier, gistren?Hier. De vrouw van Strooman zag je …Valk.Wat?Was hetzij, die u …Goudstad.Wat?Was hetzij, die u …Die mij deed gloeien.Om haar heb ’k vele jaren lang getreurd,En al dien tijd stond zij in mijn herinringZooals zij was, het mooie, jonge meisje,Toen ’k haar ontmoette voor het allereerst.Nu gloei je beiden ook in blinden gloed,Nu zet je ook je leven op het spel,…Kijk, daarom roep ik je nu toe: voorzichtig!Wacht even en denkt na; ’t spel is gevaarlijk!Valk.Neen, ’k heb daar straks het heele theegezelschapMijn vast geloof gezegd, dat kan niet wijken.Goudstad(aanvullend).Dat vrije, echte liefde kan trotseerenGewoonte, ouderdom en nood en zorgen.Nu, ’t mag zoo zijn; ’t kan waar zijn; maar bekijkDe zaak nu ook eens van den andren kant.Wat liefde is, weet niemand te verklaren;Waarin dat blijde g’loof nu juist bestaat,Dat twee tot zalig één-zijn zijn gemaakt …Kijk, daarop antwoordt je geen mensch ter wereld.Maar ’t huwelijk is uit zijn aard iets praktisch,En evenzoo ’t engagement, mijn vriend;En ’t laat zich feitelijk heel goed bewijzenDat iemand is geschikt voordieendie.Maar liefde doet haar keus juistin den blinde,Die kiest zich niet eenhuisvrouw, maar eenmeisje;En als nu eens dat meisje niet geschikt isTotvrouwvoor je …?Valk(gespannen).Totvrouwvoor je …?Wat dan?Goudstad(haalt de schouders op).Totvrouwvoor je …? Wat dan?Dan is ’t verloren.Een goed engagement hangt niet van liefdeAlleen maar af; daar komt nog heel wat bij,Familieleden, die men lief heeft ook,En die men gaarne ook tevreden zien wil.En ’t huwlijk dan? Ja, dat is als een zeeVan vordringen en eischen, die helaas,Met liefde weinig meer te maken hebben.Hier eischt men huislijkheid en stille deugden,Hier eischt men keukenkennis en nog meer,Bescheidenheid, een juist gevoel van plicht,…En veel nog, dat in ’t bijzijn van de dameTot nadere bespreking ’k niet geschikt acht.Valk.En daarom?…Goudstad.En daarom?…Als ’k een raad je geven mag,Doe wat ervaring op; kijk rond in ’t leven,Waar elk jong paartje heeft den mond zoo volAlsof het millioenen had gekregen.Dan wordt er haastig maar op los getrouwd;Een nest gebouwd … nu kan ’t geluk niet òp;Zoo gaat ’t een tijdlang voort als in een roes;Maar dan komt de vervaldag;… hemel ja!Dan blijkt het heele huis een groot failliet!Failliet de rozen wangen van de vrouw,Failliet de bloesems van haar meisjesdroomen,Failliet de blijde overmoed van hèm,Failliet is alle gloed van vroeger dagen;Failliet, failliet het heele mooie nestje;Toch gingen deze twee het leven inAls liefdeshandelshuis der eerste klasse!Valk(hartstochtelijk).Dat is een leugen!Goudstad(onverstoorbaar).Dat is een leugen!Nog maar kort geledenWas het toch waarheid, ’t Was je eigen woord,Toen je hier stond, en ’t heele theegezelschapVersloeg. Toen klonk het ook: dat is gelogen!Van allen daar; nu, kwalijk neem ik ’t niet;Wij vinden ’t allen minder aangenaamVan dood te hooren spreken als wij ziek zijn.Zie Strooman, hij, die componeerde, dichtte,In zijn verliefden tijd, met geest en smaak;…Wien kan ’t verbazen dat de man zoo zakteToen zij in ’t huwlijk traden met zoo’n haast?Geschapen was zij voor hem alsgeliefde,…Maar ongeschikt was ze om zijnvrouwte zijn.En dan de klerk, die goede verzen schreef?Nauw was hij, bij de gratie, geëngageerd,Of uit was ’t met de heele rijmlarij;En sedert ligt ’s mans Muze plat ter neerDoor de juristerij in slaap gewiegd.Zoo zie je duidlijk …(ziet Zwaanhilde aan).Zoo zie je duidlijk …Heb je ’t koud?Zwaanhilde(zachtjes).Zoo zie je duidlijk … Heb je ’t koud?O neen.Valk(dwingt zich tot een spottenden toon).En als ’t dan altijd eindigt met een “min”Nooit met een “plus”,… waarom wil u dan stekenHet kapitaal dat u beheert, in zulkEen twijfelachtig zeekre loterij?Het lijkt haast of u ’t er voor houdt dat uSpeciaal voor een bankroet geschapen is?Goudstad.(kijkt hem aan, glimlachend en schudt het hoofd).Mijn overmoed’ge Valk,… bedwing je spot,…Op twee manieren kan men ’t nestje bouwen;’t Kan op krediet van mooie illusies steunen,Met wissels op een eindloos toekomstheil,En op een eeuwigheid van jeugd en leven,En op onmooglijkheid van jicht en snuif …Het kan ook steunen op twee rozenwangen,Op heldre oogen en op mooi lang haar,Op ’t vaste g’loof dat alles zoo zal blijvenEn ’t pruikenuurtje voor ons nooit zal slaan.En ’t kan ook steunen op gedweep en droomen,Op bloemenweelde in dorre woestenij,Op harten die heel ’t leven blijven kloppenAls toen zij beiden spraken ’t eerste ja.Hoe noemt men zaken doen als die?… Je weet het;…Dat noemt men humbug … humbug, lieve vrienden!Valk.Ik zie, u is gevaarlijk … een verzoeker,…U man van goud … misschien wel millionnair;Terwijl watikbezit in deze wereld,Straks door twee sjouwers weggedragen is.Goudstad(scherp).Wat meent u daarmee?Valk.Wat meent u daarmee?Dat ligt voor de hand;Want eensoliedegrondslag, kan ’k zoo denken,Beteekentgeld,… het toovermiddelgeld,Dat ’t hoofd van meen’ge weduwe op leeftijdMet tooi van gouden glorieglans omstraalt.Goudstad.O neen, die grondslag is toch nog wat beters.Dat is een stille, warme hartestroomVan achting, vriendschap, die een hart tot eerStrekt, evengoed als hartstochts jubelroes.’t Is een gevoel van graag volbrachte plichten,Van teedre zorg, en van een vredig thuis,Van zelfverloochning voor elkanders heil,Van waken dat geen enkle steen zal kwetsenDer uitverkoorne voet, waar zij ook gaat.Het is een zachte hand die heelt de wonden,’t Is mannekracht, die stil gewillig draagtHet evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar,’t Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht …Dat is watikje bieden kan, Zwaanhilde,Voor je geluksgebouw; antwoord mij nu.(Zwaanhilde doet hevige moeite om te spreken. Goudstad heft de hand afwerend op).Bedenk je wel, opdat ’t je niet berouwe!Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.Valk.En hoe weet u dan dat …Goudstad.En hoe weet u dan dat …Dat je haar lief hebt?Dat heb ’k gelezen in je oogen diep.Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse!(drukt hem de hand).Nu ga ’k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn.En durf je mij beloven op je woordTe zijn voor haar ook zulk een vriend voor ’t leven,Als ik het wezen kan,…(tot Zwaanhilde gewend).Als ik het wezen kan,…Nu goed, dan haal jeEen dikke streep door dat wat ik je bood.Dan overwin ik toch, in alle stilte;Als jij ’t geluk maar vindt; dàt is wat ’k wilde,(tegen Valk).En, ’t is waar ook,… je sprak daar straks van geld;Geloof mij, dat ’s toch meer dan klatergoud.Ik sta alleen, heb niemand in de wereld;Al wat het mijne is zal ’t jouwe wezen;Ik neem als zoon je aan en haar als dochter.Je weet, dicht bij de grens heb ik een landgoed;Daar ga ik heen. Jij richt je elders in,En is het jaar om, zien wij elkaar weder …Nu ken je mij; pleeg met je zelf nu raad,Vergeet niet dat de reis stroomafwaarts gaat,En dat geen spel is … geen genieten, zwelgen;…En nu, in ’s hemels naam,… nu moet je kiezen!(Hij gaat het huis in. Pauze. Valk en Zwaanhilde kijken elkander schuw aan).Valk.Je bent zoo bleek.Zwaanhilde.Je bent zoo bleek.En jij zoo stil.Valk.Je bent zoo bleek. En jij zoo stil.Ach ja.Zwaanhilde.Hij maakte ’t erg.Valk(in zichzelf).Hij maakte ’t erg.Mijn kracht ontnam hij mij.Zwaanhilde.Wat sloeg hij hard!Valk.Wat sloeg hij hard!Hij wist goed raak te treffen.Zwaanhilde.Het was of alles òm ons ging verzinken,(dichter bij hem).Wat waren wij toch rijk, rijk in elkander,Toen heel de wereld ons verlaten had,Toen we in ons denken stegen, als de golvenDer branding op het strand, in stillen nacht.Toen was er moed en kracht in onze zielen,En zagen we ons voor eeuwig al vereend;…Hij kwam met wereldsch goed, nam ons ’t geloof,En zaaide twijfel,… toen moest alles vallen!Valk(woest energisch).Ruk ’t alles uit je ziel! Wat hij gezegd heeftIs alles waar voor andren, niet voor ons!Zwaanhilde(schudt stil het hoofd).Het graan eenmaal door hagel neergeslagen,Kan nooit meer golven in den zomerwind.Valk(angstig hartstochtelijk).Ja, wij wel, Zwaanhild …!Zwaanhilde.Ja, wij wel, Zwaanhild …!Laat ookdiehoop varen;Wanneer je leugens zaait, dan oogst je tranen.Voor andren, zei je? En denk je dan nietDat iedereen eens dacht als jij en ik,Dathijde held was die den bliksem tartte,Dat hem geen storm ter neer zon kunnen slaan,En hem geen neev’len ver weg aan de kimmen,Ooit worden zouden tot een onweerswolk.Valk.De andren vroegen van het leven veel;Ik wil alléén je liefde, enkel die maar.Die andren schreeuwen ieder om het hardst …Ik zal je steunen stil op sterke armen.Zwaanhilde.Maar als dan toch die liefde eens bezweek,Die liefde, waar dan alles op moet rusten,…Bezit jij dan, wat tòch ’t geluk verzekert?Valk.Neen, met mijn liefde valt ook alles weg.Zwaanhilde.En durf je mij voor God heilig beloven,Dat die nooit als verwelkte bloem zal hangen,Maar geuren als van daag, en blijven bloeienJeheele leven?Valk(na een oogenblik).Jeheele leven?Dat zouheel langduren.Zwaanhilde(smartelijk).O “lang”, “heel lang”;… o droef armzalig woord!Wat wil dat zeggen, “lang”, waar ’t liefde geldt?Dat is haar vonnis, honigdauw op ’t graan.“Oneindig is de liefde in haar duur”…Dàt lied is onzin dus, in plaats daarvanMoet ’t heeten: “Eertijds had ik je eens lief”!(als door een machtige ingeving opgeheven).Neen; zóó zal onze dag niet ondergaan,Niet kwijnend achter avondwolken sterven;…Neen, ònze zon zal in haar vollen glansUitdooven op den middag, als een wonder!Valk(verschrikt).Wat wil je, Zwaanhild?Zwaanhilde.Wat wil je, Zwaanhild?Wij zijn lentekindren;En na die lente kome er nooit een herfst,Dat nooit de zanger zwijge in je ziel,Niet hunkrend smacht, naar waar hij werd geboren.Nadiezal niet de lijkwâ van den winterEens onze doode droomen dekken, kil:…En onze mooie, levensblije liefdeZal niet verkwijnen, niet allengs verzwakken,Zal sterven als zij leefde, jong en sterk!Valk(in diepe smart).Envervan jou … wat is mijn leven dàn?Zwaanhilde.Wat zou het zonder liefdebijmij zijn?Valk.Een thuis!Zwaanhilde.Een thuis!Waar het geluk den doodsstrijd streed.(krachtig).Jouw vrouw te zijn, dat was mij niet gegeven,Dat zie ik wel, dat voel en weet ik nu!De liefde als spel zou ’k wel in vreugde wagen,Door ’s levens ernst durf ik je ziel niet dragen.(dichterbij en met stijgenden gloed).Nu hebben wij gejuicht in lenteroes;Nu geen gedommel, niet slap nederliggen!Laat nu je geest opbruisend in gezangDoor ’t wereldruim met jonge goden vliegen!En kenterde dan onze toekomstboot,…Eén plank bleef boven water,…ikweet raad;Den koenen zwemmer wenken lichte kusten!Dat dan ’t geluk verzinke in ’t kille graf;Doch onze liefde zal, God zij geprezen,Toch ongedeerd die verre kust bereiken!Valk.O, ik begrijp je! Maar te scheiden zóó!Juist nu ons open staat de mooie wereld,…Hier, onder blauwen hemel, lenteluw,Denzelfden dag dat ons verbond gedoopt werd!Zwaanhilde.Juist dáárom moet het zijn. Want na dit uurKan ’t bergaf gaan alleen, niet meer bergop!En wee, als eens de dag des oordeels komtEn wij voor onzen hoogsten rechter staan,En als, rechtvaardig God, hij van ons eischtDen schat dien hij ons leende voor het leven …Sloot dan niet ’t antwoord zijn genade uit:“Dien hebben wij op weg naar ’t graf verloren!”Valk(met een krachtig besluit).Gooi weg je ring dan!Zwaanhilde(vurig).Gooi weg je ring dan!Zal ’k?Valk.Gooi weg je ring dan! Zal ’k?Ja! Ik begrijp je!Alleen op dezen weg kan ik je volgen!Zooals het graf voert naar het eeuwig leven,Wordt liefde ook ten leven eerst gewijdAls zij verlost van hartstochts wild begeeren,Bevrijd, als zielsherinring ons omzweeft!Gooi weg den ring, Zwaanhild!Zwaanhilde(juichend).Gooi weg den ring, Zwaanhild!Ik deed mijn plicht!Ik heb je ziel gevuld met zang en licht!Vlieg uit! Nu heb je krachtig je opgeheven,…En Zwaanhild heeft haar zwanenzang gezongen!(zij trekt den ring van haar vinger en drukt er een kus op).Duik neer, mijn droom, in diepe, zilte zee,Tot ’s werelds eind,… hier breng ’k mijn offer dan!(gaat naar den achtergrond, gooit den ring in de fjord en komt bij Valk terug met een stralend gezicht).Nu heb ik je verloren voor dit leven,…Maar voor de eeuwigheid heb ’k je gewonnen!Valk(met kracht).En nu aan ’t werk, wij beiden, elk voor zich!Op aarde moeten wij gescheiden gaan.Elk ga zijn weg, elk strijde zonder klagen.Ook ons beving de tijdkoorts, zonder strijdBegeerden wij der overwinning loon,De sabbathrust, maar zonder arbeidsdagen,Hoewel de eisch luidt;strijdenenontberen.Zwaanhilde.Maar treurend niet!Valk.Maar treurend niet!Neen,… met der waarheid moed.Ons dreigt geen dwaallicht uit den poel van straf;D’erinring, die ons erfdeel is voor ’t leven,Zal stralen licht, uit donker wolkgordijn,Staan als de regenboog in zeven kleuren,Als teeken des verbonds van ons met God.En in háár schijnsel neem jij òp je plichten …Zwaanhilde.Jij gaat bergop je dichterroeping volgen!Valk.Als dichter, ja, want dat is ieder man,In schoollokaal, of parlement of kerk,Een elk, in hoogen of geringen stand,Die bij zijn werk het ideaal in ’t oog houdt.Ja,bergopga ’k; ’t gevleugeld ros staat klaar;Ikweet, voor ’t leven is gewijd mijn taak!En nu, vaarwel!Zwaanhilde.En nu, vaarwel!Vaarwel!Valk(omarmt haar).En nu, vaarwel! Vaarwel!Eén kus!Zwaanhilde.En nu, vaarwel! Vaarwel! Eén kus!Den laatsten!(rukt zich los).Nu kan ik je verliezen voor dit leven!Valk.Al doofden alle wereldlichten uit,…De lichtgedachte leeft; want die is God,Zwaanhilde(gaat naar den achtergrond).Vaarwel!(gaat verder).Valk(zwaait zijn hoed).Vaarwel!(gaat verder).Vaarwel!… Toch roep ik juichend blij,Gods mooie liefde leve op aard’, hoera!(De deur wordt geopend. Valk gaat naar rechts; de jongere gasten komen naar buiten onder vroolijk lachen).De jonge meisjes.Nu gaan wij dansen!Een van hen.Nu gaan wij dansen!’t Leven is een dans!
Zwaanhilde.Valk, laat ons weggaan!Valk.Valk, laat ons weggaan!Weggaan? Waar naar toe?Is overal de wereld niet dezelfde?En vindt je niet aan ieders muur gehangen,In waarheids glas-en-lijst, dezelfde leugen?Neen, laat ons blijven, ’t mooie spel genietend,Tragi-comedie, harlekijnsvertooning,…Een volk datg’looft… wat alle menschenliegen!Zie Strooman en zijn vrouw, en Lind en Stuiver,Vertoonend ware liefde’s maskerade,Geloovig sprekend en in ’t hart de leugen,…Toch, in den grond zijn ’t waarlijk brave menschen!Zij liegen voor zichzelf en voor elkander;Maar aan die leugen zelf mag niemand raken;…En ieder vindt, al slingert soms zijn boot,Zich rijk als Croesus, zalig als een God;Zelf stuurden zij uit ’t Paradijs stroomàf,En bons! zaten zij vast op ’t hellezand;Maar niemand van hen merkt waar zij nu zitten,En ieder denkt in ’t Paradijs te toeven,En ieder glimlacht roerend ach en och;En komt dan Belzebub met bokkepoot,Gehoornd en brullend, spottend, schimpend, scheldend,…Dan stooten zij elkander zachtjes aan:Dat ’s Onze Lieve Heer; neem gauw je hoed af!Zwaanhilde(na een oogenblik nadenkend zwijgen).Hoe wondervol heeft mij een lieve handDen weg gewezen naar mijn lenteweelde,Het leven dat ik droomend voor mij zagZal ik van heden af mijn dagtaak noemen.O, goede God! hoe tastte ik in den blinde,…Toen bracht Gij licht,… toen liet Gij hèm mij vinden!(ziet Valk met stille teedere bewondering aan)Wat is dan toch je kracht, jij sterke eik,Die pal staat in den storm, die alles neervelt,En eenzaam staat, doch mij beschutten wil?…Valk.De kracht der waarheid, Zwaanhild;… die maakt moedig.Zwaanhilde(kijkt schuw naar het huis).Zij kwamen als verzoekers, allebei,Elk sprak uit naam van ééne helft der wereld.Eén vroeg of jonge liefde groeien konWanneer de ziel gebukt ging onder weelde?De ander vroeg: en hoe kan liefde levenAls niets dan armoede haar staat te wachten?’t Is vreeselijk … om zulk een leer te preekenAls waarheidswoord, en toch maar voort te leven!Valk.En als dat ons eens gold?Zwaanhilde.En als dat ons eens gold?Ons gold?… Wat dan?Wat kan iets uiterlijks daar dan toe doen?Ik heb je ’t al gezegd: zoo je wilt strijden,Dan zal ik met je staan of met je vallen.O, niets zoo licht als ’t bijbelsche gebodOm alles te verlaten, hèm te volgen,Den liefste, en met hem te gaan tot God.Valk(omarmt haar).Laat dan de stormen razen, woest geweldig!Wijstaanin ’t onweer; niemand kan ons vellen!(Mevr. Halm en Goudstad komen van rechts op den achtergrond. Valk en Zwaanhilde blijven in het tuinhuis staan).Goudstad(gedempt).Zie daar eens!Mevr.Halm(verrast).Zie daar eens!Samen!Goudstad.Zie daar eens! Samen!Twijfelt u nu nog?Mevr.Halm.Dat is toch …!Goudstad.Dat is toch …!O, ik heb het wel gemerktDat hij zoo stil iets voerde in zijn schild.Mevr.Halm(in zich zelf).Dat Zwaanhild sluw was, wie had dat gedacht?(levendig tegen Goudstad).Maar neen, dat g’loof ik niet …Goudstad.Maar neen, dat g’loof ik niet …Ik zal ’t bewijzen.Mevr.Halm.Nu daadlijk hier …?Goudstad.Nu daadlijk hier …?Terstond en zonder twijfel.Mevr.Halm(reikt hem de hand).God zij met u!Goudstad(ernstig).God zij met u!Dank u; dat ’s wellicht noodig.(komt naar voren).Mevr.Halm(kijkt om terwijl zij heengaat).Hoe ’t dan ook loopen mag, ’t kind wordt gelukkig.(gaat het huis in).Goudstad(nadert Valk).U heeft wel niet veel tijd?Valk.U heeft wel niet veel tijd?Nog een kwartier,Dan ga ik weg.Goudstad.Dan ga ik weg.O, dat is lang genoeg.Zwaanhilde(wil zich verwijderen).Vaarwel!Goudstad.Vaarwel!Neen, blijf!Zwaanhilde.Vaarwel! Neen, blijf!Ik?Goudstad.Vaarwel! Neen, blijf! Ik?Tot u geantwoord heeft;Want tusschen ons moet alles helder zijn;…Wij drieën moeten ronduit samen spreken.Valk(verrast).Wij drieën?Goudstad.Wij drieën?Ja,… laat open kaart ons spelen.Valk(onderdrukt een glimlach).’k Ben tot uw dienst.Goudstad.’k Ben tot uw dienst.Dat ’s goed. Het is omtrentEen half jaar nu dat ik u heb gekend;Wij keven …Valk.Wij keven …Ja.Goudstad.Wij keven … Ja.En waren ’t meestal òneens;Wij gaven elkaar vaak de volle laag;U stond als hoofdman van een hooge zaak,Ik was zoo maar een alledaagsche slover,En toch was ’t als een band, die ons verbondIn duizend lang vergeten oude dingenVan uit mijn eigen jeugd-gedachtenleven,Die door uw woorden werden opgewekt.Ja, ja. U kijkt mij aan; mijn grijzend haarWas ook eens golvend, zwaar en bruin eertijds,Mijn voorhoofd, dat door dagelijkschen arbeidNiet glad meer is, droeg ook niet altijd rimpels.Maar daarvan nu genoeg! ’k Ben zakenman …Valk(met lichten spot).U is ’t gezonde, practische verstand,Goudstad.En u is van de hoop de blijde zanger!(treedt tusschen hen beiden).Kijk, daarom, Valk en Zwaanhild, sta ik hier.Wij moeten spreken, want nabij is ’t uur,Valk(gespannen).Spreek dan!Goudstad(glimlachend).Spreek dan!Ik zei u gistren dat ik broeddeOp een gedicht …Valk.Op een gedicht …Reëel en praktisch.Goudstad(knikt langzaam).Op een gedicht … Reëel en praktisch.Ja!Valk.En als ’k u vroeg waaraan u stof ontleent …?Goudstad.(ziet Zwaanhilde even aan en keert zich weer tot Valk).Ja … op dezelfde stof viel onze keuze.Zwaanhilde.Nu ga ’k maar weg.Goudstad.Nu ga ’k maar weg.Neen, je moet alles hooren.Geen andre vrouw verzocht ik ooit zoo iets;Jou, Zwaanhild, heb ik grondig leeren kennen;Voor preutschheid is je mooie ziel te hoog.Ik zag je als kind, ontluiken als een bloem,En al wat ’k in een vrouw waardeer, bezat je;…Maar lang beschouwde ik je enkel als een dochter;…Nu vraag ik … of je worden wilt mijn bruid?(Zwaanhilde wijkt schuw terug).Valk(vat hem bij den arm).Zeg nu niets meer!Goudstad.Zeg nu niets meer!Blijf kalm; ik wacht háár antwoord.Vraag u ’t haar ook,… dan heeft zij vrije keus.Valk.Ik …?Goudstad(kijkt hem strak aan).Ik …?Ja. Het geldt nu voor ’t geluk drie levensTe bewaren … het mijne niet alleen.Speel geen comedie, dat geeft je toch niets;Want ben ik maar een alledaagsche werkerZoo kreeg ik toch een soort van helderziendheid.Ja, Valk, je hebt haar lief. ’k Zag zonder nijdDie jonge liefde groeien tot een bloem;Maar juist die overmoedig sterke liefde,Dieis het die Zwaanhilds geluk kan knakken.Valk(stuift op).Dat durft u zeggen!Goudstad(kalm).Dat durft u zeggen!Daartoe heb ik ’t recht.Als jij haar nu eens kreeg …Valk(uitdagend).Als jij haar nu eens kreeg …Wat dan?Goudstad(langzaam en met nadruk).Als jij haar nu eens kreeg … Wat dan?GesteldDat zij op dezen grond nu alles bouwde,En alles waagde op deze ééne kaart,…En ’s levens storm wegspoelde dezen grond,En ’t bloempje kwijnde in het winterduister?Valk(vergeet zich en roept uit).Onmooglijk!…Goudstad(kijkt hem beteekenisvol aan).Onmooglijk!…Ja; zoo dacht ik óók eertijds,Toen ’k jong was, zooals jij. In vroeger dagenHad ’k iemand lief;… gescheiden werden wij.Ik zag haar gistren weer;… niets is meer over.Valk.Hier, gistren?Goudstad(glimlacht ernstig).Hier, gistren?Hier. De vrouw van Strooman zag je …Valk.Wat?Was hetzij, die u …Goudstad.Wat?Was hetzij, die u …Die mij deed gloeien.Om haar heb ’k vele jaren lang getreurd,En al dien tijd stond zij in mijn herinringZooals zij was, het mooie, jonge meisje,Toen ’k haar ontmoette voor het allereerst.Nu gloei je beiden ook in blinden gloed,Nu zet je ook je leven op het spel,…Kijk, daarom roep ik je nu toe: voorzichtig!Wacht even en denkt na; ’t spel is gevaarlijk!Valk.Neen, ’k heb daar straks het heele theegezelschapMijn vast geloof gezegd, dat kan niet wijken.Goudstad(aanvullend).Dat vrije, echte liefde kan trotseerenGewoonte, ouderdom en nood en zorgen.Nu, ’t mag zoo zijn; ’t kan waar zijn; maar bekijkDe zaak nu ook eens van den andren kant.Wat liefde is, weet niemand te verklaren;Waarin dat blijde g’loof nu juist bestaat,Dat twee tot zalig één-zijn zijn gemaakt …Kijk, daarop antwoordt je geen mensch ter wereld.Maar ’t huwelijk is uit zijn aard iets praktisch,En evenzoo ’t engagement, mijn vriend;En ’t laat zich feitelijk heel goed bewijzenDat iemand is geschikt voordieendie.Maar liefde doet haar keus juistin den blinde,Die kiest zich niet eenhuisvrouw, maar eenmeisje;En als nu eens dat meisje niet geschikt isTotvrouwvoor je …?Valk(gespannen).Totvrouwvoor je …?Wat dan?Goudstad(haalt de schouders op).Totvrouwvoor je …? Wat dan?Dan is ’t verloren.Een goed engagement hangt niet van liefdeAlleen maar af; daar komt nog heel wat bij,Familieleden, die men lief heeft ook,En die men gaarne ook tevreden zien wil.En ’t huwlijk dan? Ja, dat is als een zeeVan vordringen en eischen, die helaas,Met liefde weinig meer te maken hebben.Hier eischt men huislijkheid en stille deugden,Hier eischt men keukenkennis en nog meer,Bescheidenheid, een juist gevoel van plicht,…En veel nog, dat in ’t bijzijn van de dameTot nadere bespreking ’k niet geschikt acht.Valk.En daarom?…Goudstad.En daarom?…Als ’k een raad je geven mag,Doe wat ervaring op; kijk rond in ’t leven,Waar elk jong paartje heeft den mond zoo volAlsof het millioenen had gekregen.Dan wordt er haastig maar op los getrouwd;Een nest gebouwd … nu kan ’t geluk niet òp;Zoo gaat ’t een tijdlang voort als in een roes;Maar dan komt de vervaldag;… hemel ja!Dan blijkt het heele huis een groot failliet!Failliet de rozen wangen van de vrouw,Failliet de bloesems van haar meisjesdroomen,Failliet de blijde overmoed van hèm,Failliet is alle gloed van vroeger dagen;Failliet, failliet het heele mooie nestje;Toch gingen deze twee het leven inAls liefdeshandelshuis der eerste klasse!Valk(hartstochtelijk).Dat is een leugen!Goudstad(onverstoorbaar).Dat is een leugen!Nog maar kort geledenWas het toch waarheid, ’t Was je eigen woord,Toen je hier stond, en ’t heele theegezelschapVersloeg. Toen klonk het ook: dat is gelogen!Van allen daar; nu, kwalijk neem ik ’t niet;Wij vinden ’t allen minder aangenaamVan dood te hooren spreken als wij ziek zijn.Zie Strooman, hij, die componeerde, dichtte,In zijn verliefden tijd, met geest en smaak;…Wien kan ’t verbazen dat de man zoo zakteToen zij in ’t huwlijk traden met zoo’n haast?Geschapen was zij voor hem alsgeliefde,…Maar ongeschikt was ze om zijnvrouwte zijn.En dan de klerk, die goede verzen schreef?Nauw was hij, bij de gratie, geëngageerd,Of uit was ’t met de heele rijmlarij;En sedert ligt ’s mans Muze plat ter neerDoor de juristerij in slaap gewiegd.Zoo zie je duidlijk …(ziet Zwaanhilde aan).Zoo zie je duidlijk …Heb je ’t koud?Zwaanhilde(zachtjes).Zoo zie je duidlijk … Heb je ’t koud?O neen.Valk(dwingt zich tot een spottenden toon).En als ’t dan altijd eindigt met een “min”Nooit met een “plus”,… waarom wil u dan stekenHet kapitaal dat u beheert, in zulkEen twijfelachtig zeekre loterij?Het lijkt haast of u ’t er voor houdt dat uSpeciaal voor een bankroet geschapen is?Goudstad.(kijkt hem aan, glimlachend en schudt het hoofd).Mijn overmoed’ge Valk,… bedwing je spot,…Op twee manieren kan men ’t nestje bouwen;’t Kan op krediet van mooie illusies steunen,Met wissels op een eindloos toekomstheil,En op een eeuwigheid van jeugd en leven,En op onmooglijkheid van jicht en snuif …Het kan ook steunen op twee rozenwangen,Op heldre oogen en op mooi lang haar,Op ’t vaste g’loof dat alles zoo zal blijvenEn ’t pruikenuurtje voor ons nooit zal slaan.En ’t kan ook steunen op gedweep en droomen,Op bloemenweelde in dorre woestenij,Op harten die heel ’t leven blijven kloppenAls toen zij beiden spraken ’t eerste ja.Hoe noemt men zaken doen als die?… Je weet het;…Dat noemt men humbug … humbug, lieve vrienden!Valk.Ik zie, u is gevaarlijk … een verzoeker,…U man van goud … misschien wel millionnair;Terwijl watikbezit in deze wereld,Straks door twee sjouwers weggedragen is.Goudstad(scherp).Wat meent u daarmee?Valk.Wat meent u daarmee?Dat ligt voor de hand;Want eensoliedegrondslag, kan ’k zoo denken,Beteekentgeld,… het toovermiddelgeld,Dat ’t hoofd van meen’ge weduwe op leeftijdMet tooi van gouden glorieglans omstraalt.Goudstad.O neen, die grondslag is toch nog wat beters.Dat is een stille, warme hartestroomVan achting, vriendschap, die een hart tot eerStrekt, evengoed als hartstochts jubelroes.’t Is een gevoel van graag volbrachte plichten,Van teedre zorg, en van een vredig thuis,Van zelfverloochning voor elkanders heil,Van waken dat geen enkle steen zal kwetsenDer uitverkoorne voet, waar zij ook gaat.Het is een zachte hand die heelt de wonden,’t Is mannekracht, die stil gewillig draagtHet evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar,’t Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht …Dat is watikje bieden kan, Zwaanhilde,Voor je geluksgebouw; antwoord mij nu.(Zwaanhilde doet hevige moeite om te spreken. Goudstad heft de hand afwerend op).Bedenk je wel, opdat ’t je niet berouwe!Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.Valk.En hoe weet u dan dat …Goudstad.En hoe weet u dan dat …Dat je haar lief hebt?Dat heb ’k gelezen in je oogen diep.Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse!(drukt hem de hand).Nu ga ’k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn.En durf je mij beloven op je woordTe zijn voor haar ook zulk een vriend voor ’t leven,Als ik het wezen kan,…(tot Zwaanhilde gewend).Als ik het wezen kan,…Nu goed, dan haal jeEen dikke streep door dat wat ik je bood.Dan overwin ik toch, in alle stilte;Als jij ’t geluk maar vindt; dàt is wat ’k wilde,(tegen Valk).En, ’t is waar ook,… je sprak daar straks van geld;Geloof mij, dat ’s toch meer dan klatergoud.Ik sta alleen, heb niemand in de wereld;Al wat het mijne is zal ’t jouwe wezen;Ik neem als zoon je aan en haar als dochter.Je weet, dicht bij de grens heb ik een landgoed;Daar ga ik heen. Jij richt je elders in,En is het jaar om, zien wij elkaar weder …Nu ken je mij; pleeg met je zelf nu raad,Vergeet niet dat de reis stroomafwaarts gaat,En dat geen spel is … geen genieten, zwelgen;…En nu, in ’s hemels naam,… nu moet je kiezen!(Hij gaat het huis in. Pauze. Valk en Zwaanhilde kijken elkander schuw aan).Valk.Je bent zoo bleek.Zwaanhilde.Je bent zoo bleek.En jij zoo stil.Valk.Je bent zoo bleek. En jij zoo stil.Ach ja.Zwaanhilde.Hij maakte ’t erg.Valk(in zichzelf).Hij maakte ’t erg.Mijn kracht ontnam hij mij.Zwaanhilde.Wat sloeg hij hard!Valk.Wat sloeg hij hard!Hij wist goed raak te treffen.Zwaanhilde.Het was of alles òm ons ging verzinken,(dichter bij hem).Wat waren wij toch rijk, rijk in elkander,Toen heel de wereld ons verlaten had,Toen we in ons denken stegen, als de golvenDer branding op het strand, in stillen nacht.Toen was er moed en kracht in onze zielen,En zagen we ons voor eeuwig al vereend;…Hij kwam met wereldsch goed, nam ons ’t geloof,En zaaide twijfel,… toen moest alles vallen!Valk(woest energisch).Ruk ’t alles uit je ziel! Wat hij gezegd heeftIs alles waar voor andren, niet voor ons!Zwaanhilde(schudt stil het hoofd).Het graan eenmaal door hagel neergeslagen,Kan nooit meer golven in den zomerwind.Valk(angstig hartstochtelijk).Ja, wij wel, Zwaanhild …!Zwaanhilde.Ja, wij wel, Zwaanhild …!Laat ookdiehoop varen;Wanneer je leugens zaait, dan oogst je tranen.Voor andren, zei je? En denk je dan nietDat iedereen eens dacht als jij en ik,Dathijde held was die den bliksem tartte,Dat hem geen storm ter neer zon kunnen slaan,En hem geen neev’len ver weg aan de kimmen,Ooit worden zouden tot een onweerswolk.Valk.De andren vroegen van het leven veel;Ik wil alléén je liefde, enkel die maar.Die andren schreeuwen ieder om het hardst …Ik zal je steunen stil op sterke armen.Zwaanhilde.Maar als dan toch die liefde eens bezweek,Die liefde, waar dan alles op moet rusten,…Bezit jij dan, wat tòch ’t geluk verzekert?Valk.Neen, met mijn liefde valt ook alles weg.Zwaanhilde.En durf je mij voor God heilig beloven,Dat die nooit als verwelkte bloem zal hangen,Maar geuren als van daag, en blijven bloeienJeheele leven?Valk(na een oogenblik).Jeheele leven?Dat zouheel langduren.Zwaanhilde(smartelijk).O “lang”, “heel lang”;… o droef armzalig woord!Wat wil dat zeggen, “lang”, waar ’t liefde geldt?Dat is haar vonnis, honigdauw op ’t graan.“Oneindig is de liefde in haar duur”…Dàt lied is onzin dus, in plaats daarvanMoet ’t heeten: “Eertijds had ik je eens lief”!(als door een machtige ingeving opgeheven).Neen; zóó zal onze dag niet ondergaan,Niet kwijnend achter avondwolken sterven;…Neen, ònze zon zal in haar vollen glansUitdooven op den middag, als een wonder!Valk(verschrikt).Wat wil je, Zwaanhild?Zwaanhilde.Wat wil je, Zwaanhild?Wij zijn lentekindren;En na die lente kome er nooit een herfst,Dat nooit de zanger zwijge in je ziel,Niet hunkrend smacht, naar waar hij werd geboren.Nadiezal niet de lijkwâ van den winterEens onze doode droomen dekken, kil:…En onze mooie, levensblije liefdeZal niet verkwijnen, niet allengs verzwakken,Zal sterven als zij leefde, jong en sterk!Valk(in diepe smart).Envervan jou … wat is mijn leven dàn?Zwaanhilde.Wat zou het zonder liefdebijmij zijn?Valk.Een thuis!Zwaanhilde.Een thuis!Waar het geluk den doodsstrijd streed.(krachtig).Jouw vrouw te zijn, dat was mij niet gegeven,Dat zie ik wel, dat voel en weet ik nu!De liefde als spel zou ’k wel in vreugde wagen,Door ’s levens ernst durf ik je ziel niet dragen.(dichterbij en met stijgenden gloed).Nu hebben wij gejuicht in lenteroes;Nu geen gedommel, niet slap nederliggen!Laat nu je geest opbruisend in gezangDoor ’t wereldruim met jonge goden vliegen!En kenterde dan onze toekomstboot,…Eén plank bleef boven water,…ikweet raad;Den koenen zwemmer wenken lichte kusten!Dat dan ’t geluk verzinke in ’t kille graf;Doch onze liefde zal, God zij geprezen,Toch ongedeerd die verre kust bereiken!Valk.O, ik begrijp je! Maar te scheiden zóó!Juist nu ons open staat de mooie wereld,…Hier, onder blauwen hemel, lenteluw,Denzelfden dag dat ons verbond gedoopt werd!Zwaanhilde.Juist dáárom moet het zijn. Want na dit uurKan ’t bergaf gaan alleen, niet meer bergop!En wee, als eens de dag des oordeels komtEn wij voor onzen hoogsten rechter staan,En als, rechtvaardig God, hij van ons eischtDen schat dien hij ons leende voor het leven …Sloot dan niet ’t antwoord zijn genade uit:“Dien hebben wij op weg naar ’t graf verloren!”Valk(met een krachtig besluit).Gooi weg je ring dan!Zwaanhilde(vurig).Gooi weg je ring dan!Zal ’k?Valk.Gooi weg je ring dan! Zal ’k?Ja! Ik begrijp je!Alleen op dezen weg kan ik je volgen!Zooals het graf voert naar het eeuwig leven,Wordt liefde ook ten leven eerst gewijdAls zij verlost van hartstochts wild begeeren,Bevrijd, als zielsherinring ons omzweeft!Gooi weg den ring, Zwaanhild!Zwaanhilde(juichend).Gooi weg den ring, Zwaanhild!Ik deed mijn plicht!Ik heb je ziel gevuld met zang en licht!Vlieg uit! Nu heb je krachtig je opgeheven,…En Zwaanhild heeft haar zwanenzang gezongen!(zij trekt den ring van haar vinger en drukt er een kus op).Duik neer, mijn droom, in diepe, zilte zee,Tot ’s werelds eind,… hier breng ’k mijn offer dan!(gaat naar den achtergrond, gooit den ring in de fjord en komt bij Valk terug met een stralend gezicht).Nu heb ik je verloren voor dit leven,…Maar voor de eeuwigheid heb ’k je gewonnen!Valk(met kracht).En nu aan ’t werk, wij beiden, elk voor zich!Op aarde moeten wij gescheiden gaan.Elk ga zijn weg, elk strijde zonder klagen.Ook ons beving de tijdkoorts, zonder strijdBegeerden wij der overwinning loon,De sabbathrust, maar zonder arbeidsdagen,Hoewel de eisch luidt;strijdenenontberen.Zwaanhilde.Maar treurend niet!Valk.Maar treurend niet!Neen,… met der waarheid moed.Ons dreigt geen dwaallicht uit den poel van straf;D’erinring, die ons erfdeel is voor ’t leven,Zal stralen licht, uit donker wolkgordijn,Staan als de regenboog in zeven kleuren,Als teeken des verbonds van ons met God.En in háár schijnsel neem jij òp je plichten …Zwaanhilde.Jij gaat bergop je dichterroeping volgen!Valk.Als dichter, ja, want dat is ieder man,In schoollokaal, of parlement of kerk,Een elk, in hoogen of geringen stand,Die bij zijn werk het ideaal in ’t oog houdt.Ja,bergopga ’k; ’t gevleugeld ros staat klaar;Ikweet, voor ’t leven is gewijd mijn taak!En nu, vaarwel!Zwaanhilde.En nu, vaarwel!Vaarwel!Valk(omarmt haar).En nu, vaarwel! Vaarwel!Eén kus!Zwaanhilde.En nu, vaarwel! Vaarwel! Eén kus!Den laatsten!(rukt zich los).Nu kan ik je verliezen voor dit leven!Valk.Al doofden alle wereldlichten uit,…De lichtgedachte leeft; want die is God,Zwaanhilde(gaat naar den achtergrond).Vaarwel!(gaat verder).Valk(zwaait zijn hoed).Vaarwel!(gaat verder).Vaarwel!… Toch roep ik juichend blij,Gods mooie liefde leve op aard’, hoera!(De deur wordt geopend. Valk gaat naar rechts; de jongere gasten komen naar buiten onder vroolijk lachen).De jonge meisjes.Nu gaan wij dansen!Een van hen.Nu gaan wij dansen!’t Leven is een dans!
Zwaanhilde.Valk, laat ons weggaan!Valk.Valk, laat ons weggaan!Weggaan? Waar naar toe?Is overal de wereld niet dezelfde?En vindt je niet aan ieders muur gehangen,In waarheids glas-en-lijst, dezelfde leugen?Neen, laat ons blijven, ’t mooie spel genietend,Tragi-comedie, harlekijnsvertooning,…Een volk datg’looft… wat alle menschenliegen!Zie Strooman en zijn vrouw, en Lind en Stuiver,Vertoonend ware liefde’s maskerade,Geloovig sprekend en in ’t hart de leugen,…Toch, in den grond zijn ’t waarlijk brave menschen!Zij liegen voor zichzelf en voor elkander;Maar aan die leugen zelf mag niemand raken;…En ieder vindt, al slingert soms zijn boot,Zich rijk als Croesus, zalig als een God;Zelf stuurden zij uit ’t Paradijs stroomàf,En bons! zaten zij vast op ’t hellezand;Maar niemand van hen merkt waar zij nu zitten,En ieder denkt in ’t Paradijs te toeven,En ieder glimlacht roerend ach en och;En komt dan Belzebub met bokkepoot,Gehoornd en brullend, spottend, schimpend, scheldend,…Dan stooten zij elkander zachtjes aan:Dat ’s Onze Lieve Heer; neem gauw je hoed af!Zwaanhilde(na een oogenblik nadenkend zwijgen).Hoe wondervol heeft mij een lieve handDen weg gewezen naar mijn lenteweelde,Het leven dat ik droomend voor mij zagZal ik van heden af mijn dagtaak noemen.O, goede God! hoe tastte ik in den blinde,…Toen bracht Gij licht,… toen liet Gij hèm mij vinden!(ziet Valk met stille teedere bewondering aan)Wat is dan toch je kracht, jij sterke eik,Die pal staat in den storm, die alles neervelt,En eenzaam staat, doch mij beschutten wil?…Valk.De kracht der waarheid, Zwaanhild;… die maakt moedig.Zwaanhilde(kijkt schuw naar het huis).Zij kwamen als verzoekers, allebei,Elk sprak uit naam van ééne helft der wereld.Eén vroeg of jonge liefde groeien konWanneer de ziel gebukt ging onder weelde?De ander vroeg: en hoe kan liefde levenAls niets dan armoede haar staat te wachten?’t Is vreeselijk … om zulk een leer te preekenAls waarheidswoord, en toch maar voort te leven!Valk.En als dat ons eens gold?Zwaanhilde.En als dat ons eens gold?Ons gold?… Wat dan?Wat kan iets uiterlijks daar dan toe doen?Ik heb je ’t al gezegd: zoo je wilt strijden,Dan zal ik met je staan of met je vallen.O, niets zoo licht als ’t bijbelsche gebodOm alles te verlaten, hèm te volgen,Den liefste, en met hem te gaan tot God.Valk(omarmt haar).Laat dan de stormen razen, woest geweldig!Wijstaanin ’t onweer; niemand kan ons vellen!(Mevr. Halm en Goudstad komen van rechts op den achtergrond. Valk en Zwaanhilde blijven in het tuinhuis staan).Goudstad(gedempt).Zie daar eens!Mevr.Halm(verrast).Zie daar eens!Samen!Goudstad.Zie daar eens! Samen!Twijfelt u nu nog?Mevr.Halm.Dat is toch …!Goudstad.Dat is toch …!O, ik heb het wel gemerktDat hij zoo stil iets voerde in zijn schild.Mevr.Halm(in zich zelf).Dat Zwaanhild sluw was, wie had dat gedacht?(levendig tegen Goudstad).Maar neen, dat g’loof ik niet …Goudstad.Maar neen, dat g’loof ik niet …Ik zal ’t bewijzen.Mevr.Halm.Nu daadlijk hier …?Goudstad.Nu daadlijk hier …?Terstond en zonder twijfel.Mevr.Halm(reikt hem de hand).God zij met u!Goudstad(ernstig).God zij met u!Dank u; dat ’s wellicht noodig.(komt naar voren).Mevr.Halm(kijkt om terwijl zij heengaat).Hoe ’t dan ook loopen mag, ’t kind wordt gelukkig.(gaat het huis in).Goudstad(nadert Valk).U heeft wel niet veel tijd?Valk.U heeft wel niet veel tijd?Nog een kwartier,Dan ga ik weg.Goudstad.Dan ga ik weg.O, dat is lang genoeg.Zwaanhilde(wil zich verwijderen).Vaarwel!Goudstad.Vaarwel!Neen, blijf!Zwaanhilde.Vaarwel! Neen, blijf!Ik?Goudstad.Vaarwel! Neen, blijf! Ik?Tot u geantwoord heeft;Want tusschen ons moet alles helder zijn;…Wij drieën moeten ronduit samen spreken.Valk(verrast).Wij drieën?Goudstad.Wij drieën?Ja,… laat open kaart ons spelen.Valk(onderdrukt een glimlach).’k Ben tot uw dienst.Goudstad.’k Ben tot uw dienst.Dat ’s goed. Het is omtrentEen half jaar nu dat ik u heb gekend;Wij keven …Valk.Wij keven …Ja.Goudstad.Wij keven … Ja.En waren ’t meestal òneens;Wij gaven elkaar vaak de volle laag;U stond als hoofdman van een hooge zaak,Ik was zoo maar een alledaagsche slover,En toch was ’t als een band, die ons verbondIn duizend lang vergeten oude dingenVan uit mijn eigen jeugd-gedachtenleven,Die door uw woorden werden opgewekt.Ja, ja. U kijkt mij aan; mijn grijzend haarWas ook eens golvend, zwaar en bruin eertijds,Mijn voorhoofd, dat door dagelijkschen arbeidNiet glad meer is, droeg ook niet altijd rimpels.Maar daarvan nu genoeg! ’k Ben zakenman …Valk(met lichten spot).U is ’t gezonde, practische verstand,Goudstad.En u is van de hoop de blijde zanger!(treedt tusschen hen beiden).Kijk, daarom, Valk en Zwaanhild, sta ik hier.Wij moeten spreken, want nabij is ’t uur,Valk(gespannen).Spreek dan!Goudstad(glimlachend).Spreek dan!Ik zei u gistren dat ik broeddeOp een gedicht …Valk.Op een gedicht …Reëel en praktisch.Goudstad(knikt langzaam).Op een gedicht … Reëel en praktisch.Ja!Valk.En als ’k u vroeg waaraan u stof ontleent …?Goudstad.(ziet Zwaanhilde even aan en keert zich weer tot Valk).Ja … op dezelfde stof viel onze keuze.Zwaanhilde.Nu ga ’k maar weg.Goudstad.Nu ga ’k maar weg.Neen, je moet alles hooren.Geen andre vrouw verzocht ik ooit zoo iets;Jou, Zwaanhild, heb ik grondig leeren kennen;Voor preutschheid is je mooie ziel te hoog.Ik zag je als kind, ontluiken als een bloem,En al wat ’k in een vrouw waardeer, bezat je;…Maar lang beschouwde ik je enkel als een dochter;…Nu vraag ik … of je worden wilt mijn bruid?(Zwaanhilde wijkt schuw terug).Valk(vat hem bij den arm).Zeg nu niets meer!Goudstad.Zeg nu niets meer!Blijf kalm; ik wacht háár antwoord.Vraag u ’t haar ook,… dan heeft zij vrije keus.Valk.Ik …?Goudstad(kijkt hem strak aan).Ik …?Ja. Het geldt nu voor ’t geluk drie levensTe bewaren … het mijne niet alleen.Speel geen comedie, dat geeft je toch niets;Want ben ik maar een alledaagsche werkerZoo kreeg ik toch een soort van helderziendheid.Ja, Valk, je hebt haar lief. ’k Zag zonder nijdDie jonge liefde groeien tot een bloem;Maar juist die overmoedig sterke liefde,Dieis het die Zwaanhilds geluk kan knakken.Valk(stuift op).Dat durft u zeggen!Goudstad(kalm).Dat durft u zeggen!Daartoe heb ik ’t recht.Als jij haar nu eens kreeg …Valk(uitdagend).Als jij haar nu eens kreeg …Wat dan?Goudstad(langzaam en met nadruk).Als jij haar nu eens kreeg … Wat dan?GesteldDat zij op dezen grond nu alles bouwde,En alles waagde op deze ééne kaart,…En ’s levens storm wegspoelde dezen grond,En ’t bloempje kwijnde in het winterduister?Valk(vergeet zich en roept uit).Onmooglijk!…Goudstad(kijkt hem beteekenisvol aan).Onmooglijk!…Ja; zoo dacht ik óók eertijds,Toen ’k jong was, zooals jij. In vroeger dagenHad ’k iemand lief;… gescheiden werden wij.Ik zag haar gistren weer;… niets is meer over.Valk.Hier, gistren?Goudstad(glimlacht ernstig).Hier, gistren?Hier. De vrouw van Strooman zag je …Valk.Wat?Was hetzij, die u …Goudstad.Wat?Was hetzij, die u …Die mij deed gloeien.Om haar heb ’k vele jaren lang getreurd,En al dien tijd stond zij in mijn herinringZooals zij was, het mooie, jonge meisje,Toen ’k haar ontmoette voor het allereerst.Nu gloei je beiden ook in blinden gloed,Nu zet je ook je leven op het spel,…Kijk, daarom roep ik je nu toe: voorzichtig!Wacht even en denkt na; ’t spel is gevaarlijk!Valk.Neen, ’k heb daar straks het heele theegezelschapMijn vast geloof gezegd, dat kan niet wijken.Goudstad(aanvullend).Dat vrije, echte liefde kan trotseerenGewoonte, ouderdom en nood en zorgen.Nu, ’t mag zoo zijn; ’t kan waar zijn; maar bekijkDe zaak nu ook eens van den andren kant.Wat liefde is, weet niemand te verklaren;Waarin dat blijde g’loof nu juist bestaat,Dat twee tot zalig één-zijn zijn gemaakt …Kijk, daarop antwoordt je geen mensch ter wereld.Maar ’t huwelijk is uit zijn aard iets praktisch,En evenzoo ’t engagement, mijn vriend;En ’t laat zich feitelijk heel goed bewijzenDat iemand is geschikt voordieendie.Maar liefde doet haar keus juistin den blinde,Die kiest zich niet eenhuisvrouw, maar eenmeisje;En als nu eens dat meisje niet geschikt isTotvrouwvoor je …?Valk(gespannen).Totvrouwvoor je …?Wat dan?Goudstad(haalt de schouders op).Totvrouwvoor je …? Wat dan?Dan is ’t verloren.Een goed engagement hangt niet van liefdeAlleen maar af; daar komt nog heel wat bij,Familieleden, die men lief heeft ook,En die men gaarne ook tevreden zien wil.En ’t huwlijk dan? Ja, dat is als een zeeVan vordringen en eischen, die helaas,Met liefde weinig meer te maken hebben.Hier eischt men huislijkheid en stille deugden,Hier eischt men keukenkennis en nog meer,Bescheidenheid, een juist gevoel van plicht,…En veel nog, dat in ’t bijzijn van de dameTot nadere bespreking ’k niet geschikt acht.Valk.En daarom?…Goudstad.En daarom?…Als ’k een raad je geven mag,Doe wat ervaring op; kijk rond in ’t leven,Waar elk jong paartje heeft den mond zoo volAlsof het millioenen had gekregen.Dan wordt er haastig maar op los getrouwd;Een nest gebouwd … nu kan ’t geluk niet òp;Zoo gaat ’t een tijdlang voort als in een roes;Maar dan komt de vervaldag;… hemel ja!Dan blijkt het heele huis een groot failliet!Failliet de rozen wangen van de vrouw,Failliet de bloesems van haar meisjesdroomen,Failliet de blijde overmoed van hèm,Failliet is alle gloed van vroeger dagen;Failliet, failliet het heele mooie nestje;Toch gingen deze twee het leven inAls liefdeshandelshuis der eerste klasse!Valk(hartstochtelijk).Dat is een leugen!Goudstad(onverstoorbaar).Dat is een leugen!Nog maar kort geledenWas het toch waarheid, ’t Was je eigen woord,Toen je hier stond, en ’t heele theegezelschapVersloeg. Toen klonk het ook: dat is gelogen!Van allen daar; nu, kwalijk neem ik ’t niet;Wij vinden ’t allen minder aangenaamVan dood te hooren spreken als wij ziek zijn.Zie Strooman, hij, die componeerde, dichtte,In zijn verliefden tijd, met geest en smaak;…Wien kan ’t verbazen dat de man zoo zakteToen zij in ’t huwlijk traden met zoo’n haast?Geschapen was zij voor hem alsgeliefde,…Maar ongeschikt was ze om zijnvrouwte zijn.En dan de klerk, die goede verzen schreef?Nauw was hij, bij de gratie, geëngageerd,Of uit was ’t met de heele rijmlarij;En sedert ligt ’s mans Muze plat ter neerDoor de juristerij in slaap gewiegd.Zoo zie je duidlijk …(ziet Zwaanhilde aan).Zoo zie je duidlijk …Heb je ’t koud?Zwaanhilde(zachtjes).Zoo zie je duidlijk … Heb je ’t koud?O neen.Valk(dwingt zich tot een spottenden toon).En als ’t dan altijd eindigt met een “min”Nooit met een “plus”,… waarom wil u dan stekenHet kapitaal dat u beheert, in zulkEen twijfelachtig zeekre loterij?Het lijkt haast of u ’t er voor houdt dat uSpeciaal voor een bankroet geschapen is?Goudstad.(kijkt hem aan, glimlachend en schudt het hoofd).Mijn overmoed’ge Valk,… bedwing je spot,…Op twee manieren kan men ’t nestje bouwen;’t Kan op krediet van mooie illusies steunen,Met wissels op een eindloos toekomstheil,En op een eeuwigheid van jeugd en leven,En op onmooglijkheid van jicht en snuif …Het kan ook steunen op twee rozenwangen,Op heldre oogen en op mooi lang haar,Op ’t vaste g’loof dat alles zoo zal blijvenEn ’t pruikenuurtje voor ons nooit zal slaan.En ’t kan ook steunen op gedweep en droomen,Op bloemenweelde in dorre woestenij,Op harten die heel ’t leven blijven kloppenAls toen zij beiden spraken ’t eerste ja.Hoe noemt men zaken doen als die?… Je weet het;…Dat noemt men humbug … humbug, lieve vrienden!Valk.Ik zie, u is gevaarlijk … een verzoeker,…U man van goud … misschien wel millionnair;Terwijl watikbezit in deze wereld,Straks door twee sjouwers weggedragen is.Goudstad(scherp).Wat meent u daarmee?Valk.Wat meent u daarmee?Dat ligt voor de hand;Want eensoliedegrondslag, kan ’k zoo denken,Beteekentgeld,… het toovermiddelgeld,Dat ’t hoofd van meen’ge weduwe op leeftijdMet tooi van gouden glorieglans omstraalt.Goudstad.O neen, die grondslag is toch nog wat beters.Dat is een stille, warme hartestroomVan achting, vriendschap, die een hart tot eerStrekt, evengoed als hartstochts jubelroes.’t Is een gevoel van graag volbrachte plichten,Van teedre zorg, en van een vredig thuis,Van zelfverloochning voor elkanders heil,Van waken dat geen enkle steen zal kwetsenDer uitverkoorne voet, waar zij ook gaat.Het is een zachte hand die heelt de wonden,’t Is mannekracht, die stil gewillig draagtHet evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar,’t Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht …Dat is watikje bieden kan, Zwaanhilde,Voor je geluksgebouw; antwoord mij nu.(Zwaanhilde doet hevige moeite om te spreken. Goudstad heft de hand afwerend op).Bedenk je wel, opdat ’t je niet berouwe!Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.Valk.En hoe weet u dan dat …Goudstad.En hoe weet u dan dat …Dat je haar lief hebt?Dat heb ’k gelezen in je oogen diep.Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse!(drukt hem de hand).Nu ga ’k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn.En durf je mij beloven op je woordTe zijn voor haar ook zulk een vriend voor ’t leven,Als ik het wezen kan,…(tot Zwaanhilde gewend).Als ik het wezen kan,…Nu goed, dan haal jeEen dikke streep door dat wat ik je bood.Dan overwin ik toch, in alle stilte;Als jij ’t geluk maar vindt; dàt is wat ’k wilde,(tegen Valk).En, ’t is waar ook,… je sprak daar straks van geld;Geloof mij, dat ’s toch meer dan klatergoud.Ik sta alleen, heb niemand in de wereld;Al wat het mijne is zal ’t jouwe wezen;Ik neem als zoon je aan en haar als dochter.Je weet, dicht bij de grens heb ik een landgoed;Daar ga ik heen. Jij richt je elders in,En is het jaar om, zien wij elkaar weder …Nu ken je mij; pleeg met je zelf nu raad,Vergeet niet dat de reis stroomafwaarts gaat,En dat geen spel is … geen genieten, zwelgen;…En nu, in ’s hemels naam,… nu moet je kiezen!(Hij gaat het huis in. Pauze. Valk en Zwaanhilde kijken elkander schuw aan).Valk.Je bent zoo bleek.Zwaanhilde.Je bent zoo bleek.En jij zoo stil.Valk.Je bent zoo bleek. En jij zoo stil.Ach ja.Zwaanhilde.Hij maakte ’t erg.Valk(in zichzelf).Hij maakte ’t erg.Mijn kracht ontnam hij mij.Zwaanhilde.Wat sloeg hij hard!Valk.Wat sloeg hij hard!Hij wist goed raak te treffen.Zwaanhilde.Het was of alles òm ons ging verzinken,(dichter bij hem).Wat waren wij toch rijk, rijk in elkander,Toen heel de wereld ons verlaten had,Toen we in ons denken stegen, als de golvenDer branding op het strand, in stillen nacht.Toen was er moed en kracht in onze zielen,En zagen we ons voor eeuwig al vereend;…Hij kwam met wereldsch goed, nam ons ’t geloof,En zaaide twijfel,… toen moest alles vallen!Valk(woest energisch).Ruk ’t alles uit je ziel! Wat hij gezegd heeftIs alles waar voor andren, niet voor ons!Zwaanhilde(schudt stil het hoofd).Het graan eenmaal door hagel neergeslagen,Kan nooit meer golven in den zomerwind.Valk(angstig hartstochtelijk).Ja, wij wel, Zwaanhild …!Zwaanhilde.Ja, wij wel, Zwaanhild …!Laat ookdiehoop varen;Wanneer je leugens zaait, dan oogst je tranen.Voor andren, zei je? En denk je dan nietDat iedereen eens dacht als jij en ik,Dathijde held was die den bliksem tartte,Dat hem geen storm ter neer zon kunnen slaan,En hem geen neev’len ver weg aan de kimmen,Ooit worden zouden tot een onweerswolk.Valk.De andren vroegen van het leven veel;Ik wil alléén je liefde, enkel die maar.Die andren schreeuwen ieder om het hardst …Ik zal je steunen stil op sterke armen.Zwaanhilde.Maar als dan toch die liefde eens bezweek,Die liefde, waar dan alles op moet rusten,…Bezit jij dan, wat tòch ’t geluk verzekert?Valk.Neen, met mijn liefde valt ook alles weg.Zwaanhilde.En durf je mij voor God heilig beloven,Dat die nooit als verwelkte bloem zal hangen,Maar geuren als van daag, en blijven bloeienJeheele leven?Valk(na een oogenblik).Jeheele leven?Dat zouheel langduren.Zwaanhilde(smartelijk).O “lang”, “heel lang”;… o droef armzalig woord!Wat wil dat zeggen, “lang”, waar ’t liefde geldt?Dat is haar vonnis, honigdauw op ’t graan.“Oneindig is de liefde in haar duur”…Dàt lied is onzin dus, in plaats daarvanMoet ’t heeten: “Eertijds had ik je eens lief”!(als door een machtige ingeving opgeheven).Neen; zóó zal onze dag niet ondergaan,Niet kwijnend achter avondwolken sterven;…Neen, ònze zon zal in haar vollen glansUitdooven op den middag, als een wonder!Valk(verschrikt).Wat wil je, Zwaanhild?Zwaanhilde.Wat wil je, Zwaanhild?Wij zijn lentekindren;En na die lente kome er nooit een herfst,Dat nooit de zanger zwijge in je ziel,Niet hunkrend smacht, naar waar hij werd geboren.Nadiezal niet de lijkwâ van den winterEens onze doode droomen dekken, kil:…En onze mooie, levensblije liefdeZal niet verkwijnen, niet allengs verzwakken,Zal sterven als zij leefde, jong en sterk!Valk(in diepe smart).Envervan jou … wat is mijn leven dàn?Zwaanhilde.Wat zou het zonder liefdebijmij zijn?Valk.Een thuis!Zwaanhilde.Een thuis!Waar het geluk den doodsstrijd streed.(krachtig).Jouw vrouw te zijn, dat was mij niet gegeven,Dat zie ik wel, dat voel en weet ik nu!De liefde als spel zou ’k wel in vreugde wagen,Door ’s levens ernst durf ik je ziel niet dragen.(dichterbij en met stijgenden gloed).Nu hebben wij gejuicht in lenteroes;Nu geen gedommel, niet slap nederliggen!Laat nu je geest opbruisend in gezangDoor ’t wereldruim met jonge goden vliegen!En kenterde dan onze toekomstboot,…Eén plank bleef boven water,…ikweet raad;Den koenen zwemmer wenken lichte kusten!Dat dan ’t geluk verzinke in ’t kille graf;Doch onze liefde zal, God zij geprezen,Toch ongedeerd die verre kust bereiken!Valk.O, ik begrijp je! Maar te scheiden zóó!Juist nu ons open staat de mooie wereld,…Hier, onder blauwen hemel, lenteluw,Denzelfden dag dat ons verbond gedoopt werd!Zwaanhilde.Juist dáárom moet het zijn. Want na dit uurKan ’t bergaf gaan alleen, niet meer bergop!En wee, als eens de dag des oordeels komtEn wij voor onzen hoogsten rechter staan,En als, rechtvaardig God, hij van ons eischtDen schat dien hij ons leende voor het leven …Sloot dan niet ’t antwoord zijn genade uit:“Dien hebben wij op weg naar ’t graf verloren!”Valk(met een krachtig besluit).Gooi weg je ring dan!Zwaanhilde(vurig).Gooi weg je ring dan!Zal ’k?Valk.Gooi weg je ring dan! Zal ’k?Ja! Ik begrijp je!Alleen op dezen weg kan ik je volgen!Zooals het graf voert naar het eeuwig leven,Wordt liefde ook ten leven eerst gewijdAls zij verlost van hartstochts wild begeeren,Bevrijd, als zielsherinring ons omzweeft!Gooi weg den ring, Zwaanhild!Zwaanhilde(juichend).Gooi weg den ring, Zwaanhild!Ik deed mijn plicht!Ik heb je ziel gevuld met zang en licht!Vlieg uit! Nu heb je krachtig je opgeheven,…En Zwaanhild heeft haar zwanenzang gezongen!(zij trekt den ring van haar vinger en drukt er een kus op).Duik neer, mijn droom, in diepe, zilte zee,Tot ’s werelds eind,… hier breng ’k mijn offer dan!(gaat naar den achtergrond, gooit den ring in de fjord en komt bij Valk terug met een stralend gezicht).Nu heb ik je verloren voor dit leven,…Maar voor de eeuwigheid heb ’k je gewonnen!Valk(met kracht).En nu aan ’t werk, wij beiden, elk voor zich!Op aarde moeten wij gescheiden gaan.Elk ga zijn weg, elk strijde zonder klagen.Ook ons beving de tijdkoorts, zonder strijdBegeerden wij der overwinning loon,De sabbathrust, maar zonder arbeidsdagen,Hoewel de eisch luidt;strijdenenontberen.Zwaanhilde.Maar treurend niet!Valk.Maar treurend niet!Neen,… met der waarheid moed.Ons dreigt geen dwaallicht uit den poel van straf;D’erinring, die ons erfdeel is voor ’t leven,Zal stralen licht, uit donker wolkgordijn,Staan als de regenboog in zeven kleuren,Als teeken des verbonds van ons met God.En in háár schijnsel neem jij òp je plichten …Zwaanhilde.Jij gaat bergop je dichterroeping volgen!Valk.Als dichter, ja, want dat is ieder man,In schoollokaal, of parlement of kerk,Een elk, in hoogen of geringen stand,Die bij zijn werk het ideaal in ’t oog houdt.Ja,bergopga ’k; ’t gevleugeld ros staat klaar;Ikweet, voor ’t leven is gewijd mijn taak!En nu, vaarwel!Zwaanhilde.En nu, vaarwel!Vaarwel!Valk(omarmt haar).En nu, vaarwel! Vaarwel!Eén kus!Zwaanhilde.En nu, vaarwel! Vaarwel! Eén kus!Den laatsten!(rukt zich los).Nu kan ik je verliezen voor dit leven!Valk.Al doofden alle wereldlichten uit,…De lichtgedachte leeft; want die is God,Zwaanhilde(gaat naar den achtergrond).Vaarwel!(gaat verder).Valk(zwaait zijn hoed).Vaarwel!(gaat verder).Vaarwel!… Toch roep ik juichend blij,Gods mooie liefde leve op aard’, hoera!(De deur wordt geopend. Valk gaat naar rechts; de jongere gasten komen naar buiten onder vroolijk lachen).De jonge meisjes.Nu gaan wij dansen!Een van hen.Nu gaan wij dansen!’t Leven is een dans!
Zwaanhilde.Valk, laat ons weggaan!
Zwaanhilde.
Valk, laat ons weggaan!
Valk.Valk, laat ons weggaan!Weggaan? Waar naar toe?Is overal de wereld niet dezelfde?En vindt je niet aan ieders muur gehangen,In waarheids glas-en-lijst, dezelfde leugen?Neen, laat ons blijven, ’t mooie spel genietend,Tragi-comedie, harlekijnsvertooning,…Een volk datg’looft… wat alle menschenliegen!Zie Strooman en zijn vrouw, en Lind en Stuiver,Vertoonend ware liefde’s maskerade,Geloovig sprekend en in ’t hart de leugen,…Toch, in den grond zijn ’t waarlijk brave menschen!Zij liegen voor zichzelf en voor elkander;Maar aan die leugen zelf mag niemand raken;…En ieder vindt, al slingert soms zijn boot,Zich rijk als Croesus, zalig als een God;Zelf stuurden zij uit ’t Paradijs stroomàf,En bons! zaten zij vast op ’t hellezand;Maar niemand van hen merkt waar zij nu zitten,En ieder denkt in ’t Paradijs te toeven,En ieder glimlacht roerend ach en och;En komt dan Belzebub met bokkepoot,Gehoornd en brullend, spottend, schimpend, scheldend,…Dan stooten zij elkander zachtjes aan:Dat ’s Onze Lieve Heer; neem gauw je hoed af!
Valk.
Valk, laat ons weggaan!Weggaan? Waar naar toe?
Is overal de wereld niet dezelfde?
En vindt je niet aan ieders muur gehangen,
In waarheids glas-en-lijst, dezelfde leugen?
Neen, laat ons blijven, ’t mooie spel genietend,
Tragi-comedie, harlekijnsvertooning,…
Een volk datg’looft… wat alle menschenliegen!
Zie Strooman en zijn vrouw, en Lind en Stuiver,
Vertoonend ware liefde’s maskerade,
Geloovig sprekend en in ’t hart de leugen,…
Toch, in den grond zijn ’t waarlijk brave menschen!
Zij liegen voor zichzelf en voor elkander;
Maar aan die leugen zelf mag niemand raken;…
En ieder vindt, al slingert soms zijn boot,
Zich rijk als Croesus, zalig als een God;
Zelf stuurden zij uit ’t Paradijs stroomàf,
En bons! zaten zij vast op ’t hellezand;
Maar niemand van hen merkt waar zij nu zitten,
En ieder denkt in ’t Paradijs te toeven,
En ieder glimlacht roerend ach en och;
En komt dan Belzebub met bokkepoot,
Gehoornd en brullend, spottend, schimpend, scheldend,…
Dan stooten zij elkander zachtjes aan:
Dat ’s Onze Lieve Heer; neem gauw je hoed af!
Zwaanhilde(na een oogenblik nadenkend zwijgen).Hoe wondervol heeft mij een lieve handDen weg gewezen naar mijn lenteweelde,Het leven dat ik droomend voor mij zagZal ik van heden af mijn dagtaak noemen.O, goede God! hoe tastte ik in den blinde,…Toen bracht Gij licht,… toen liet Gij hèm mij vinden!(ziet Valk met stille teedere bewondering aan)Wat is dan toch je kracht, jij sterke eik,Die pal staat in den storm, die alles neervelt,En eenzaam staat, doch mij beschutten wil?…
Zwaanhilde(na een oogenblik nadenkend zwijgen).
Hoe wondervol heeft mij een lieve hand
Den weg gewezen naar mijn lenteweelde,
Het leven dat ik droomend voor mij zag
Zal ik van heden af mijn dagtaak noemen.
O, goede God! hoe tastte ik in den blinde,…
Toen bracht Gij licht,… toen liet Gij hèm mij vinden!
(ziet Valk met stille teedere bewondering aan)
Wat is dan toch je kracht, jij sterke eik,
Die pal staat in den storm, die alles neervelt,
En eenzaam staat, doch mij beschutten wil?…
Valk.De kracht der waarheid, Zwaanhild;… die maakt moedig.
Valk.
De kracht der waarheid, Zwaanhild;… die maakt moedig.
Zwaanhilde(kijkt schuw naar het huis).Zij kwamen als verzoekers, allebei,Elk sprak uit naam van ééne helft der wereld.Eén vroeg of jonge liefde groeien konWanneer de ziel gebukt ging onder weelde?De ander vroeg: en hoe kan liefde levenAls niets dan armoede haar staat te wachten?’t Is vreeselijk … om zulk een leer te preekenAls waarheidswoord, en toch maar voort te leven!
Zwaanhilde(kijkt schuw naar het huis).
Zij kwamen als verzoekers, allebei,
Elk sprak uit naam van ééne helft der wereld.
Eén vroeg of jonge liefde groeien kon
Wanneer de ziel gebukt ging onder weelde?
De ander vroeg: en hoe kan liefde leven
Als niets dan armoede haar staat te wachten?
’t Is vreeselijk … om zulk een leer te preeken
Als waarheidswoord, en toch maar voort te leven!
Valk.En als dat ons eens gold?
Valk.
En als dat ons eens gold?
Zwaanhilde.En als dat ons eens gold?Ons gold?… Wat dan?Wat kan iets uiterlijks daar dan toe doen?Ik heb je ’t al gezegd: zoo je wilt strijden,Dan zal ik met je staan of met je vallen.O, niets zoo licht als ’t bijbelsche gebodOm alles te verlaten, hèm te volgen,Den liefste, en met hem te gaan tot God.
Zwaanhilde.
En als dat ons eens gold?Ons gold?… Wat dan?
Wat kan iets uiterlijks daar dan toe doen?
Ik heb je ’t al gezegd: zoo je wilt strijden,
Dan zal ik met je staan of met je vallen.
O, niets zoo licht als ’t bijbelsche gebod
Om alles te verlaten, hèm te volgen,
Den liefste, en met hem te gaan tot God.
Valk(omarmt haar).Laat dan de stormen razen, woest geweldig!Wijstaanin ’t onweer; niemand kan ons vellen!
Valk(omarmt haar).
Laat dan de stormen razen, woest geweldig!
Wijstaanin ’t onweer; niemand kan ons vellen!
(Mevr. Halm en Goudstad komen van rechts op den achtergrond. Valk en Zwaanhilde blijven in het tuinhuis staan).
Goudstad(gedempt).Zie daar eens!
Goudstad(gedempt).
Zie daar eens!
Mevr.Halm(verrast).Zie daar eens!Samen!
Mevr.Halm(verrast).
Zie daar eens!Samen!
Goudstad.Zie daar eens! Samen!Twijfelt u nu nog?
Goudstad.
Zie daar eens! Samen!Twijfelt u nu nog?
Mevr.Halm.Dat is toch …!
Mevr.Halm.
Dat is toch …!
Goudstad.Dat is toch …!O, ik heb het wel gemerktDat hij zoo stil iets voerde in zijn schild.
Goudstad.
Dat is toch …!O, ik heb het wel gemerkt
Dat hij zoo stil iets voerde in zijn schild.
Mevr.Halm(in zich zelf).Dat Zwaanhild sluw was, wie had dat gedacht?(levendig tegen Goudstad).Maar neen, dat g’loof ik niet …
Mevr.Halm(in zich zelf).
Dat Zwaanhild sluw was, wie had dat gedacht?(levendig tegen Goudstad).
Maar neen, dat g’loof ik niet …
Goudstad.Maar neen, dat g’loof ik niet …Ik zal ’t bewijzen.
Goudstad.
Maar neen, dat g’loof ik niet …Ik zal ’t bewijzen.
Mevr.Halm.Nu daadlijk hier …?
Mevr.Halm.
Nu daadlijk hier …?
Goudstad.Nu daadlijk hier …?Terstond en zonder twijfel.
Goudstad.
Nu daadlijk hier …?Terstond en zonder twijfel.
Mevr.Halm(reikt hem de hand).God zij met u!
Mevr.Halm(reikt hem de hand).
God zij met u!
Goudstad(ernstig).God zij met u!Dank u; dat ’s wellicht noodig.(komt naar voren).
Goudstad(ernstig).
God zij met u!Dank u; dat ’s wellicht noodig.(komt naar voren).
Mevr.Halm(kijkt om terwijl zij heengaat).Hoe ’t dan ook loopen mag, ’t kind wordt gelukkig.(gaat het huis in).
Mevr.Halm(kijkt om terwijl zij heengaat).
Hoe ’t dan ook loopen mag, ’t kind wordt gelukkig.(gaat het huis in).
Goudstad(nadert Valk).U heeft wel niet veel tijd?
Goudstad(nadert Valk).
U heeft wel niet veel tijd?
Valk.U heeft wel niet veel tijd?Nog een kwartier,Dan ga ik weg.
Valk.
U heeft wel niet veel tijd?Nog een kwartier,
Dan ga ik weg.
Goudstad.Dan ga ik weg.O, dat is lang genoeg.
Goudstad.
Dan ga ik weg.O, dat is lang genoeg.
Zwaanhilde(wil zich verwijderen).Vaarwel!
Zwaanhilde(wil zich verwijderen).
Vaarwel!
Goudstad.Vaarwel!Neen, blijf!
Goudstad.
Vaarwel!Neen, blijf!
Zwaanhilde.Vaarwel! Neen, blijf!Ik?
Zwaanhilde.
Vaarwel! Neen, blijf!Ik?
Goudstad.Vaarwel! Neen, blijf! Ik?Tot u geantwoord heeft;Want tusschen ons moet alles helder zijn;…Wij drieën moeten ronduit samen spreken.
Goudstad.
Vaarwel! Neen, blijf! Ik?Tot u geantwoord heeft;
Want tusschen ons moet alles helder zijn;…
Wij drieën moeten ronduit samen spreken.
Valk(verrast).Wij drieën?
Valk(verrast).
Wij drieën?
Goudstad.Wij drieën?Ja,… laat open kaart ons spelen.
Goudstad.
Wij drieën?Ja,… laat open kaart ons spelen.
Valk(onderdrukt een glimlach).’k Ben tot uw dienst.
Valk(onderdrukt een glimlach).
’k Ben tot uw dienst.
Goudstad.’k Ben tot uw dienst.Dat ’s goed. Het is omtrentEen half jaar nu dat ik u heb gekend;Wij keven …
Goudstad.
’k Ben tot uw dienst.Dat ’s goed. Het is omtrent
Een half jaar nu dat ik u heb gekend;
Wij keven …
Valk.Wij keven …Ja.
Valk.
Wij keven …Ja.
Goudstad.Wij keven … Ja.En waren ’t meestal òneens;Wij gaven elkaar vaak de volle laag;U stond als hoofdman van een hooge zaak,Ik was zoo maar een alledaagsche slover,En toch was ’t als een band, die ons verbondIn duizend lang vergeten oude dingenVan uit mijn eigen jeugd-gedachtenleven,Die door uw woorden werden opgewekt.Ja, ja. U kijkt mij aan; mijn grijzend haarWas ook eens golvend, zwaar en bruin eertijds,Mijn voorhoofd, dat door dagelijkschen arbeidNiet glad meer is, droeg ook niet altijd rimpels.Maar daarvan nu genoeg! ’k Ben zakenman …
Goudstad.
Wij keven … Ja.En waren ’t meestal òneens;
Wij gaven elkaar vaak de volle laag;
U stond als hoofdman van een hooge zaak,
Ik was zoo maar een alledaagsche slover,
En toch was ’t als een band, die ons verbond
In duizend lang vergeten oude dingen
Van uit mijn eigen jeugd-gedachtenleven,
Die door uw woorden werden opgewekt.
Ja, ja. U kijkt mij aan; mijn grijzend haar
Was ook eens golvend, zwaar en bruin eertijds,
Mijn voorhoofd, dat door dagelijkschen arbeid
Niet glad meer is, droeg ook niet altijd rimpels.
Maar daarvan nu genoeg! ’k Ben zakenman …
Valk(met lichten spot).U is ’t gezonde, practische verstand,
Valk(met lichten spot).
U is ’t gezonde, practische verstand,
Goudstad.En u is van de hoop de blijde zanger!(treedt tusschen hen beiden).Kijk, daarom, Valk en Zwaanhild, sta ik hier.Wij moeten spreken, want nabij is ’t uur,
Goudstad.
En u is van de hoop de blijde zanger!
(treedt tusschen hen beiden).
Kijk, daarom, Valk en Zwaanhild, sta ik hier.
Wij moeten spreken, want nabij is ’t uur,
Valk(gespannen).Spreek dan!
Valk(gespannen).
Spreek dan!
Goudstad(glimlachend).Spreek dan!Ik zei u gistren dat ik broeddeOp een gedicht …
Goudstad(glimlachend).
Spreek dan!Ik zei u gistren dat ik broedde
Op een gedicht …
Valk.Op een gedicht …Reëel en praktisch.
Valk.
Op een gedicht …Reëel en praktisch.
Goudstad(knikt langzaam).Op een gedicht … Reëel en praktisch.Ja!
Goudstad(knikt langzaam).
Op een gedicht … Reëel en praktisch.Ja!
Valk.En als ’k u vroeg waaraan u stof ontleent …?
Valk.
En als ’k u vroeg waaraan u stof ontleent …?
Goudstad.(ziet Zwaanhilde even aan en keert zich weer tot Valk).Ja … op dezelfde stof viel onze keuze.
Goudstad.
(ziet Zwaanhilde even aan en keert zich weer tot Valk).
Ja … op dezelfde stof viel onze keuze.
Zwaanhilde.Nu ga ’k maar weg.
Zwaanhilde.
Nu ga ’k maar weg.
Goudstad.Nu ga ’k maar weg.Neen, je moet alles hooren.Geen andre vrouw verzocht ik ooit zoo iets;Jou, Zwaanhild, heb ik grondig leeren kennen;Voor preutschheid is je mooie ziel te hoog.Ik zag je als kind, ontluiken als een bloem,En al wat ’k in een vrouw waardeer, bezat je;…Maar lang beschouwde ik je enkel als een dochter;…Nu vraag ik … of je worden wilt mijn bruid?
Goudstad.
Nu ga ’k maar weg.Neen, je moet alles hooren.
Geen andre vrouw verzocht ik ooit zoo iets;
Jou, Zwaanhild, heb ik grondig leeren kennen;
Voor preutschheid is je mooie ziel te hoog.
Ik zag je als kind, ontluiken als een bloem,
En al wat ’k in een vrouw waardeer, bezat je;…
Maar lang beschouwde ik je enkel als een dochter;…
Nu vraag ik … of je worden wilt mijn bruid?
(Zwaanhilde wijkt schuw terug).
Valk(vat hem bij den arm).Zeg nu niets meer!
Valk(vat hem bij den arm).
Zeg nu niets meer!
Goudstad.Zeg nu niets meer!Blijf kalm; ik wacht háár antwoord.Vraag u ’t haar ook,… dan heeft zij vrije keus.
Goudstad.
Zeg nu niets meer!Blijf kalm; ik wacht háár antwoord.
Vraag u ’t haar ook,… dan heeft zij vrije keus.
Valk.Ik …?
Valk.
Ik …?
Goudstad(kijkt hem strak aan).Ik …?Ja. Het geldt nu voor ’t geluk drie levensTe bewaren … het mijne niet alleen.Speel geen comedie, dat geeft je toch niets;Want ben ik maar een alledaagsche werkerZoo kreeg ik toch een soort van helderziendheid.Ja, Valk, je hebt haar lief. ’k Zag zonder nijdDie jonge liefde groeien tot een bloem;Maar juist die overmoedig sterke liefde,Dieis het die Zwaanhilds geluk kan knakken.
Goudstad(kijkt hem strak aan).
Ik …?Ja. Het geldt nu voor ’t geluk drie levens
Te bewaren … het mijne niet alleen.
Speel geen comedie, dat geeft je toch niets;
Want ben ik maar een alledaagsche werker
Zoo kreeg ik toch een soort van helderziendheid.
Ja, Valk, je hebt haar lief. ’k Zag zonder nijd
Die jonge liefde groeien tot een bloem;
Maar juist die overmoedig sterke liefde,
Dieis het die Zwaanhilds geluk kan knakken.
Valk(stuift op).Dat durft u zeggen!
Valk(stuift op).
Dat durft u zeggen!
Goudstad(kalm).Dat durft u zeggen!Daartoe heb ik ’t recht.Als jij haar nu eens kreeg …
Goudstad(kalm).
Dat durft u zeggen!Daartoe heb ik ’t recht.
Als jij haar nu eens kreeg …
Valk(uitdagend).Als jij haar nu eens kreeg …Wat dan?
Valk(uitdagend).
Als jij haar nu eens kreeg …Wat dan?
Goudstad(langzaam en met nadruk).Als jij haar nu eens kreeg … Wat dan?GesteldDat zij op dezen grond nu alles bouwde,En alles waagde op deze ééne kaart,…En ’s levens storm wegspoelde dezen grond,En ’t bloempje kwijnde in het winterduister?
Goudstad(langzaam en met nadruk).
Als jij haar nu eens kreeg … Wat dan?Gesteld
Dat zij op dezen grond nu alles bouwde,
En alles waagde op deze ééne kaart,…
En ’s levens storm wegspoelde dezen grond,
En ’t bloempje kwijnde in het winterduister?
Valk(vergeet zich en roept uit).Onmooglijk!…
Valk(vergeet zich en roept uit).
Onmooglijk!…
Goudstad(kijkt hem beteekenisvol aan).Onmooglijk!…Ja; zoo dacht ik óók eertijds,Toen ’k jong was, zooals jij. In vroeger dagenHad ’k iemand lief;… gescheiden werden wij.Ik zag haar gistren weer;… niets is meer over.
Goudstad(kijkt hem beteekenisvol aan).
Onmooglijk!…Ja; zoo dacht ik óók eertijds,
Toen ’k jong was, zooals jij. In vroeger dagen
Had ’k iemand lief;… gescheiden werden wij.
Ik zag haar gistren weer;… niets is meer over.
Valk.Hier, gistren?
Valk.
Hier, gistren?
Goudstad(glimlacht ernstig).Hier, gistren?Hier. De vrouw van Strooman zag je …
Goudstad(glimlacht ernstig).
Hier, gistren?Hier. De vrouw van Strooman zag je …
Valk.Wat?Was hetzij, die u …
Valk.
Wat?Was hetzij, die u …
Goudstad.Wat?Was hetzij, die u …Die mij deed gloeien.Om haar heb ’k vele jaren lang getreurd,En al dien tijd stond zij in mijn herinringZooals zij was, het mooie, jonge meisje,Toen ’k haar ontmoette voor het allereerst.Nu gloei je beiden ook in blinden gloed,Nu zet je ook je leven op het spel,…Kijk, daarom roep ik je nu toe: voorzichtig!Wacht even en denkt na; ’t spel is gevaarlijk!
Goudstad.
Wat?Was hetzij, die u …Die mij deed gloeien.
Om haar heb ’k vele jaren lang getreurd,
En al dien tijd stond zij in mijn herinring
Zooals zij was, het mooie, jonge meisje,
Toen ’k haar ontmoette voor het allereerst.
Nu gloei je beiden ook in blinden gloed,
Nu zet je ook je leven op het spel,…
Kijk, daarom roep ik je nu toe: voorzichtig!
Wacht even en denkt na; ’t spel is gevaarlijk!
Valk.Neen, ’k heb daar straks het heele theegezelschapMijn vast geloof gezegd, dat kan niet wijken.
Valk.
Neen, ’k heb daar straks het heele theegezelschap
Mijn vast geloof gezegd, dat kan niet wijken.
Goudstad(aanvullend).Dat vrije, echte liefde kan trotseerenGewoonte, ouderdom en nood en zorgen.Nu, ’t mag zoo zijn; ’t kan waar zijn; maar bekijkDe zaak nu ook eens van den andren kant.Wat liefde is, weet niemand te verklaren;Waarin dat blijde g’loof nu juist bestaat,Dat twee tot zalig één-zijn zijn gemaakt …Kijk, daarop antwoordt je geen mensch ter wereld.Maar ’t huwelijk is uit zijn aard iets praktisch,En evenzoo ’t engagement, mijn vriend;En ’t laat zich feitelijk heel goed bewijzenDat iemand is geschikt voordieendie.Maar liefde doet haar keus juistin den blinde,Die kiest zich niet eenhuisvrouw, maar eenmeisje;En als nu eens dat meisje niet geschikt isTotvrouwvoor je …?
Goudstad(aanvullend).
Dat vrije, echte liefde kan trotseeren
Gewoonte, ouderdom en nood en zorgen.
Nu, ’t mag zoo zijn; ’t kan waar zijn; maar bekijk
De zaak nu ook eens van den andren kant.
Wat liefde is, weet niemand te verklaren;
Waarin dat blijde g’loof nu juist bestaat,
Dat twee tot zalig één-zijn zijn gemaakt …
Kijk, daarop antwoordt je geen mensch ter wereld.
Maar ’t huwelijk is uit zijn aard iets praktisch,
En evenzoo ’t engagement, mijn vriend;
En ’t laat zich feitelijk heel goed bewijzen
Dat iemand is geschikt voordieendie.
Maar liefde doet haar keus juistin den blinde,
Die kiest zich niet eenhuisvrouw, maar eenmeisje;
En als nu eens dat meisje niet geschikt is
Totvrouwvoor je …?
Valk(gespannen).Totvrouwvoor je …?Wat dan?
Valk(gespannen).
Totvrouwvoor je …?Wat dan?
Goudstad(haalt de schouders op).Totvrouwvoor je …? Wat dan?Dan is ’t verloren.Een goed engagement hangt niet van liefdeAlleen maar af; daar komt nog heel wat bij,Familieleden, die men lief heeft ook,En die men gaarne ook tevreden zien wil.En ’t huwlijk dan? Ja, dat is als een zeeVan vordringen en eischen, die helaas,Met liefde weinig meer te maken hebben.Hier eischt men huislijkheid en stille deugden,Hier eischt men keukenkennis en nog meer,Bescheidenheid, een juist gevoel van plicht,…En veel nog, dat in ’t bijzijn van de dameTot nadere bespreking ’k niet geschikt acht.
Goudstad(haalt de schouders op).
Totvrouwvoor je …? Wat dan?Dan is ’t verloren.
Een goed engagement hangt niet van liefde
Alleen maar af; daar komt nog heel wat bij,
Familieleden, die men lief heeft ook,
En die men gaarne ook tevreden zien wil.
En ’t huwlijk dan? Ja, dat is als een zee
Van vordringen en eischen, die helaas,
Met liefde weinig meer te maken hebben.
Hier eischt men huislijkheid en stille deugden,
Hier eischt men keukenkennis en nog meer,
Bescheidenheid, een juist gevoel van plicht,…
En veel nog, dat in ’t bijzijn van de dame
Tot nadere bespreking ’k niet geschikt acht.
Valk.En daarom?…
Valk.
En daarom?…
Goudstad.En daarom?…Als ’k een raad je geven mag,Doe wat ervaring op; kijk rond in ’t leven,Waar elk jong paartje heeft den mond zoo volAlsof het millioenen had gekregen.Dan wordt er haastig maar op los getrouwd;Een nest gebouwd … nu kan ’t geluk niet òp;Zoo gaat ’t een tijdlang voort als in een roes;Maar dan komt de vervaldag;… hemel ja!Dan blijkt het heele huis een groot failliet!Failliet de rozen wangen van de vrouw,Failliet de bloesems van haar meisjesdroomen,Failliet de blijde overmoed van hèm,Failliet is alle gloed van vroeger dagen;Failliet, failliet het heele mooie nestje;Toch gingen deze twee het leven inAls liefdeshandelshuis der eerste klasse!
Goudstad.
En daarom?…Als ’k een raad je geven mag,
Doe wat ervaring op; kijk rond in ’t leven,
Waar elk jong paartje heeft den mond zoo vol
Alsof het millioenen had gekregen.
Dan wordt er haastig maar op los getrouwd;
Een nest gebouwd … nu kan ’t geluk niet òp;
Zoo gaat ’t een tijdlang voort als in een roes;
Maar dan komt de vervaldag;… hemel ja!
Dan blijkt het heele huis een groot failliet!
Failliet de rozen wangen van de vrouw,
Failliet de bloesems van haar meisjesdroomen,
Failliet de blijde overmoed van hèm,
Failliet is alle gloed van vroeger dagen;
Failliet, failliet het heele mooie nestje;
Toch gingen deze twee het leven in
Als liefdeshandelshuis der eerste klasse!
Valk(hartstochtelijk).Dat is een leugen!
Valk(hartstochtelijk).
Dat is een leugen!
Goudstad(onverstoorbaar).Dat is een leugen!Nog maar kort geledenWas het toch waarheid, ’t Was je eigen woord,Toen je hier stond, en ’t heele theegezelschapVersloeg. Toen klonk het ook: dat is gelogen!Van allen daar; nu, kwalijk neem ik ’t niet;Wij vinden ’t allen minder aangenaamVan dood te hooren spreken als wij ziek zijn.Zie Strooman, hij, die componeerde, dichtte,In zijn verliefden tijd, met geest en smaak;…Wien kan ’t verbazen dat de man zoo zakteToen zij in ’t huwlijk traden met zoo’n haast?Geschapen was zij voor hem alsgeliefde,…Maar ongeschikt was ze om zijnvrouwte zijn.En dan de klerk, die goede verzen schreef?Nauw was hij, bij de gratie, geëngageerd,Of uit was ’t met de heele rijmlarij;En sedert ligt ’s mans Muze plat ter neerDoor de juristerij in slaap gewiegd.Zoo zie je duidlijk …(ziet Zwaanhilde aan).Zoo zie je duidlijk …Heb je ’t koud?
Goudstad(onverstoorbaar).
Dat is een leugen!Nog maar kort geleden
Was het toch waarheid, ’t Was je eigen woord,
Toen je hier stond, en ’t heele theegezelschap
Versloeg. Toen klonk het ook: dat is gelogen!
Van allen daar; nu, kwalijk neem ik ’t niet;
Wij vinden ’t allen minder aangenaam
Van dood te hooren spreken als wij ziek zijn.
Zie Strooman, hij, die componeerde, dichtte,
In zijn verliefden tijd, met geest en smaak;…
Wien kan ’t verbazen dat de man zoo zakte
Toen zij in ’t huwlijk traden met zoo’n haast?
Geschapen was zij voor hem alsgeliefde,…
Maar ongeschikt was ze om zijnvrouwte zijn.
En dan de klerk, die goede verzen schreef?
Nauw was hij, bij de gratie, geëngageerd,
Of uit was ’t met de heele rijmlarij;
En sedert ligt ’s mans Muze plat ter neer
Door de juristerij in slaap gewiegd.
Zoo zie je duidlijk …(ziet Zwaanhilde aan).
Zoo zie je duidlijk …Heb je ’t koud?
Zwaanhilde(zachtjes).Zoo zie je duidlijk … Heb je ’t koud?O neen.
Zwaanhilde(zachtjes).
Zoo zie je duidlijk … Heb je ’t koud?O neen.
Valk(dwingt zich tot een spottenden toon).En als ’t dan altijd eindigt met een “min”Nooit met een “plus”,… waarom wil u dan stekenHet kapitaal dat u beheert, in zulkEen twijfelachtig zeekre loterij?Het lijkt haast of u ’t er voor houdt dat uSpeciaal voor een bankroet geschapen is?
Valk(dwingt zich tot een spottenden toon).
En als ’t dan altijd eindigt met een “min”
Nooit met een “plus”,… waarom wil u dan steken
Het kapitaal dat u beheert, in zulk
Een twijfelachtig zeekre loterij?
Het lijkt haast of u ’t er voor houdt dat u
Speciaal voor een bankroet geschapen is?
Goudstad.(kijkt hem aan, glimlachend en schudt het hoofd).Mijn overmoed’ge Valk,… bedwing je spot,…Op twee manieren kan men ’t nestje bouwen;’t Kan op krediet van mooie illusies steunen,Met wissels op een eindloos toekomstheil,En op een eeuwigheid van jeugd en leven,En op onmooglijkheid van jicht en snuif …Het kan ook steunen op twee rozenwangen,Op heldre oogen en op mooi lang haar,Op ’t vaste g’loof dat alles zoo zal blijvenEn ’t pruikenuurtje voor ons nooit zal slaan.En ’t kan ook steunen op gedweep en droomen,Op bloemenweelde in dorre woestenij,Op harten die heel ’t leven blijven kloppenAls toen zij beiden spraken ’t eerste ja.Hoe noemt men zaken doen als die?… Je weet het;…Dat noemt men humbug … humbug, lieve vrienden!
Goudstad.
(kijkt hem aan, glimlachend en schudt het hoofd).
Mijn overmoed’ge Valk,… bedwing je spot,…
Op twee manieren kan men ’t nestje bouwen;
’t Kan op krediet van mooie illusies steunen,
Met wissels op een eindloos toekomstheil,
En op een eeuwigheid van jeugd en leven,
En op onmooglijkheid van jicht en snuif …
Het kan ook steunen op twee rozenwangen,
Op heldre oogen en op mooi lang haar,
Op ’t vaste g’loof dat alles zoo zal blijven
En ’t pruikenuurtje voor ons nooit zal slaan.
En ’t kan ook steunen op gedweep en droomen,
Op bloemenweelde in dorre woestenij,
Op harten die heel ’t leven blijven kloppen
Als toen zij beiden spraken ’t eerste ja.
Hoe noemt men zaken doen als die?… Je weet het;…
Dat noemt men humbug … humbug, lieve vrienden!
Valk.Ik zie, u is gevaarlijk … een verzoeker,…U man van goud … misschien wel millionnair;Terwijl watikbezit in deze wereld,Straks door twee sjouwers weggedragen is.
Valk.
Ik zie, u is gevaarlijk … een verzoeker,…
U man van goud … misschien wel millionnair;
Terwijl watikbezit in deze wereld,
Straks door twee sjouwers weggedragen is.
Goudstad(scherp).Wat meent u daarmee?
Goudstad(scherp).
Wat meent u daarmee?
Valk.Wat meent u daarmee?Dat ligt voor de hand;Want eensoliedegrondslag, kan ’k zoo denken,Beteekentgeld,… het toovermiddelgeld,Dat ’t hoofd van meen’ge weduwe op leeftijdMet tooi van gouden glorieglans omstraalt.
Valk.
Wat meent u daarmee?Dat ligt voor de hand;
Want eensoliedegrondslag, kan ’k zoo denken,
Beteekentgeld,… het toovermiddelgeld,
Dat ’t hoofd van meen’ge weduwe op leeftijd
Met tooi van gouden glorieglans omstraalt.
Goudstad.O neen, die grondslag is toch nog wat beters.Dat is een stille, warme hartestroomVan achting, vriendschap, die een hart tot eerStrekt, evengoed als hartstochts jubelroes.’t Is een gevoel van graag volbrachte plichten,Van teedre zorg, en van een vredig thuis,Van zelfverloochning voor elkanders heil,Van waken dat geen enkle steen zal kwetsenDer uitverkoorne voet, waar zij ook gaat.Het is een zachte hand die heelt de wonden,’t Is mannekracht, die stil gewillig draagtHet evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar,’t Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht …Dat is watikje bieden kan, Zwaanhilde,Voor je geluksgebouw; antwoord mij nu.(Zwaanhilde doet hevige moeite om te spreken. Goudstad heft de hand afwerend op).Bedenk je wel, opdat ’t je niet berouwe!Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.
Goudstad.
O neen, die grondslag is toch nog wat beters.
Dat is een stille, warme hartestroom
Van achting, vriendschap, die een hart tot eer
Strekt, evengoed als hartstochts jubelroes.
’t Is een gevoel van graag volbrachte plichten,
Van teedre zorg, en van een vredig thuis,
Van zelfverloochning voor elkanders heil,
Van waken dat geen enkle steen zal kwetsen
Der uitverkoorne voet, waar zij ook gaat.
Het is een zachte hand die heelt de wonden,
’t Is mannekracht, die stil gewillig draagt
Het evenwicht, niet door den tijd verstoorbaar,
’t Is de arm, een trouwe steun, die opheft zacht …
Dat is watikje bieden kan, Zwaanhilde,
Voor je geluksgebouw; antwoord mij nu.
(Zwaanhilde doet hevige moeite om te spreken. Goudstad heft de hand afwerend op).
Bedenk je wel, opdat ’t je niet berouwe!
Kies tusschen ons nu, vrij en welbewust.
Valk.En hoe weet u dan dat …
Valk.
En hoe weet u dan dat …
Goudstad.En hoe weet u dan dat …Dat je haar lief hebt?Dat heb ’k gelezen in je oogen diep.Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse!(drukt hem de hand).Nu ga ’k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn.En durf je mij beloven op je woordTe zijn voor haar ook zulk een vriend voor ’t leven,Als ik het wezen kan,…(tot Zwaanhilde gewend).Als ik het wezen kan,…Nu goed, dan haal jeEen dikke streep door dat wat ik je bood.Dan overwin ik toch, in alle stilte;Als jij ’t geluk maar vindt; dàt is wat ’k wilde,(tegen Valk).En, ’t is waar ook,… je sprak daar straks van geld;Geloof mij, dat ’s toch meer dan klatergoud.Ik sta alleen, heb niemand in de wereld;Al wat het mijne is zal ’t jouwe wezen;Ik neem als zoon je aan en haar als dochter.Je weet, dicht bij de grens heb ik een landgoed;Daar ga ik heen. Jij richt je elders in,En is het jaar om, zien wij elkaar weder …Nu ken je mij; pleeg met je zelf nu raad,Vergeet niet dat de reis stroomafwaarts gaat,En dat geen spel is … geen genieten, zwelgen;…En nu, in ’s hemels naam,… nu moet je kiezen!
Goudstad.
En hoe weet u dan dat …Dat je haar lief hebt?
Dat heb ’k gelezen in je oogen diep.
Kom, zeg het haar nu ook, dat zij beslisse!(drukt hem de hand).
Nu ga ’k naar binnen. Laat het spel nu uit zijn.
En durf je mij beloven op je woord
Te zijn voor haar ook zulk een vriend voor ’t leven,
Als ik het wezen kan,…(tot Zwaanhilde gewend).
Als ik het wezen kan,…Nu goed, dan haal je
Een dikke streep door dat wat ik je bood.
Dan overwin ik toch, in alle stilte;
Als jij ’t geluk maar vindt; dàt is wat ’k wilde,(tegen Valk).
En, ’t is waar ook,… je sprak daar straks van geld;
Geloof mij, dat ’s toch meer dan klatergoud.
Ik sta alleen, heb niemand in de wereld;
Al wat het mijne is zal ’t jouwe wezen;
Ik neem als zoon je aan en haar als dochter.
Je weet, dicht bij de grens heb ik een landgoed;
Daar ga ik heen. Jij richt je elders in,
En is het jaar om, zien wij elkaar weder …
Nu ken je mij; pleeg met je zelf nu raad,
Vergeet niet dat de reis stroomafwaarts gaat,
En dat geen spel is … geen genieten, zwelgen;…
En nu, in ’s hemels naam,… nu moet je kiezen!
(Hij gaat het huis in. Pauze. Valk en Zwaanhilde kijken elkander schuw aan).
Valk.Je bent zoo bleek.
Valk.
Je bent zoo bleek.
Zwaanhilde.Je bent zoo bleek.En jij zoo stil.
Zwaanhilde.
Je bent zoo bleek.En jij zoo stil.
Valk.Je bent zoo bleek. En jij zoo stil.Ach ja.
Valk.
Je bent zoo bleek. En jij zoo stil.Ach ja.
Zwaanhilde.Hij maakte ’t erg.
Zwaanhilde.
Hij maakte ’t erg.
Valk(in zichzelf).Hij maakte ’t erg.Mijn kracht ontnam hij mij.
Valk(in zichzelf).
Hij maakte ’t erg.Mijn kracht ontnam hij mij.
Zwaanhilde.Wat sloeg hij hard!
Zwaanhilde.
Wat sloeg hij hard!
Valk.Wat sloeg hij hard!Hij wist goed raak te treffen.
Valk.
Wat sloeg hij hard!Hij wist goed raak te treffen.
Zwaanhilde.Het was of alles òm ons ging verzinken,(dichter bij hem).Wat waren wij toch rijk, rijk in elkander,Toen heel de wereld ons verlaten had,Toen we in ons denken stegen, als de golvenDer branding op het strand, in stillen nacht.Toen was er moed en kracht in onze zielen,En zagen we ons voor eeuwig al vereend;…Hij kwam met wereldsch goed, nam ons ’t geloof,En zaaide twijfel,… toen moest alles vallen!
Zwaanhilde.
Het was of alles òm ons ging verzinken,(dichter bij hem).
Wat waren wij toch rijk, rijk in elkander,
Toen heel de wereld ons verlaten had,
Toen we in ons denken stegen, als de golven
Der branding op het strand, in stillen nacht.
Toen was er moed en kracht in onze zielen,
En zagen we ons voor eeuwig al vereend;…
Hij kwam met wereldsch goed, nam ons ’t geloof,
En zaaide twijfel,… toen moest alles vallen!
Valk(woest energisch).Ruk ’t alles uit je ziel! Wat hij gezegd heeftIs alles waar voor andren, niet voor ons!
Valk(woest energisch).
Ruk ’t alles uit je ziel! Wat hij gezegd heeft
Is alles waar voor andren, niet voor ons!
Zwaanhilde(schudt stil het hoofd).Het graan eenmaal door hagel neergeslagen,Kan nooit meer golven in den zomerwind.
Zwaanhilde(schudt stil het hoofd).
Het graan eenmaal door hagel neergeslagen,
Kan nooit meer golven in den zomerwind.
Valk(angstig hartstochtelijk).Ja, wij wel, Zwaanhild …!
Valk(angstig hartstochtelijk).
Ja, wij wel, Zwaanhild …!
Zwaanhilde.Ja, wij wel, Zwaanhild …!Laat ookdiehoop varen;Wanneer je leugens zaait, dan oogst je tranen.Voor andren, zei je? En denk je dan nietDat iedereen eens dacht als jij en ik,Dathijde held was die den bliksem tartte,Dat hem geen storm ter neer zon kunnen slaan,En hem geen neev’len ver weg aan de kimmen,Ooit worden zouden tot een onweerswolk.
Zwaanhilde.
Ja, wij wel, Zwaanhild …!Laat ookdiehoop varen;
Wanneer je leugens zaait, dan oogst je tranen.
Voor andren, zei je? En denk je dan niet
Dat iedereen eens dacht als jij en ik,
Dathijde held was die den bliksem tartte,
Dat hem geen storm ter neer zon kunnen slaan,
En hem geen neev’len ver weg aan de kimmen,
Ooit worden zouden tot een onweerswolk.
Valk.De andren vroegen van het leven veel;Ik wil alléén je liefde, enkel die maar.Die andren schreeuwen ieder om het hardst …Ik zal je steunen stil op sterke armen.
Valk.
De andren vroegen van het leven veel;
Ik wil alléén je liefde, enkel die maar.
Die andren schreeuwen ieder om het hardst …
Ik zal je steunen stil op sterke armen.
Zwaanhilde.Maar als dan toch die liefde eens bezweek,Die liefde, waar dan alles op moet rusten,…Bezit jij dan, wat tòch ’t geluk verzekert?
Zwaanhilde.
Maar als dan toch die liefde eens bezweek,
Die liefde, waar dan alles op moet rusten,…
Bezit jij dan, wat tòch ’t geluk verzekert?
Valk.Neen, met mijn liefde valt ook alles weg.
Valk.
Neen, met mijn liefde valt ook alles weg.
Zwaanhilde.En durf je mij voor God heilig beloven,Dat die nooit als verwelkte bloem zal hangen,Maar geuren als van daag, en blijven bloeienJeheele leven?
Zwaanhilde.
En durf je mij voor God heilig beloven,
Dat die nooit als verwelkte bloem zal hangen,
Maar geuren als van daag, en blijven bloeien
Jeheele leven?
Valk(na een oogenblik).Jeheele leven?Dat zouheel langduren.
Valk(na een oogenblik).
Jeheele leven?Dat zouheel langduren.
Zwaanhilde(smartelijk).O “lang”, “heel lang”;… o droef armzalig woord!Wat wil dat zeggen, “lang”, waar ’t liefde geldt?Dat is haar vonnis, honigdauw op ’t graan.“Oneindig is de liefde in haar duur”…Dàt lied is onzin dus, in plaats daarvanMoet ’t heeten: “Eertijds had ik je eens lief”!(als door een machtige ingeving opgeheven).Neen; zóó zal onze dag niet ondergaan,Niet kwijnend achter avondwolken sterven;…Neen, ònze zon zal in haar vollen glansUitdooven op den middag, als een wonder!
Zwaanhilde(smartelijk).
O “lang”, “heel lang”;… o droef armzalig woord!
Wat wil dat zeggen, “lang”, waar ’t liefde geldt?
Dat is haar vonnis, honigdauw op ’t graan.
“Oneindig is de liefde in haar duur”…
Dàt lied is onzin dus, in plaats daarvan
Moet ’t heeten: “Eertijds had ik je eens lief”!
(als door een machtige ingeving opgeheven).
Neen; zóó zal onze dag niet ondergaan,
Niet kwijnend achter avondwolken sterven;…
Neen, ònze zon zal in haar vollen glans
Uitdooven op den middag, als een wonder!
Valk(verschrikt).Wat wil je, Zwaanhild?
Valk(verschrikt).
Wat wil je, Zwaanhild?
Zwaanhilde.Wat wil je, Zwaanhild?Wij zijn lentekindren;En na die lente kome er nooit een herfst,Dat nooit de zanger zwijge in je ziel,Niet hunkrend smacht, naar waar hij werd geboren.Nadiezal niet de lijkwâ van den winterEens onze doode droomen dekken, kil:…En onze mooie, levensblije liefdeZal niet verkwijnen, niet allengs verzwakken,Zal sterven als zij leefde, jong en sterk!
Zwaanhilde.
Wat wil je, Zwaanhild?Wij zijn lentekindren;
En na die lente kome er nooit een herfst,
Dat nooit de zanger zwijge in je ziel,
Niet hunkrend smacht, naar waar hij werd geboren.
Nadiezal niet de lijkwâ van den winter
Eens onze doode droomen dekken, kil:…
En onze mooie, levensblije liefde
Zal niet verkwijnen, niet allengs verzwakken,
Zal sterven als zij leefde, jong en sterk!
Valk(in diepe smart).Envervan jou … wat is mijn leven dàn?
Valk(in diepe smart).
Envervan jou … wat is mijn leven dàn?
Zwaanhilde.Wat zou het zonder liefdebijmij zijn?
Zwaanhilde.
Wat zou het zonder liefdebijmij zijn?
Valk.Een thuis!
Valk.
Een thuis!
Zwaanhilde.Een thuis!Waar het geluk den doodsstrijd streed.(krachtig).Jouw vrouw te zijn, dat was mij niet gegeven,Dat zie ik wel, dat voel en weet ik nu!De liefde als spel zou ’k wel in vreugde wagen,Door ’s levens ernst durf ik je ziel niet dragen.(dichterbij en met stijgenden gloed).Nu hebben wij gejuicht in lenteroes;Nu geen gedommel, niet slap nederliggen!Laat nu je geest opbruisend in gezangDoor ’t wereldruim met jonge goden vliegen!En kenterde dan onze toekomstboot,…Eén plank bleef boven water,…ikweet raad;Den koenen zwemmer wenken lichte kusten!Dat dan ’t geluk verzinke in ’t kille graf;Doch onze liefde zal, God zij geprezen,Toch ongedeerd die verre kust bereiken!
Zwaanhilde.
Een thuis!Waar het geluk den doodsstrijd streed.(krachtig).
Jouw vrouw te zijn, dat was mij niet gegeven,
Dat zie ik wel, dat voel en weet ik nu!
De liefde als spel zou ’k wel in vreugde wagen,
Door ’s levens ernst durf ik je ziel niet dragen.
(dichterbij en met stijgenden gloed).
Nu hebben wij gejuicht in lenteroes;
Nu geen gedommel, niet slap nederliggen!
Laat nu je geest opbruisend in gezang
Door ’t wereldruim met jonge goden vliegen!
En kenterde dan onze toekomstboot,…
Eén plank bleef boven water,…ikweet raad;
Den koenen zwemmer wenken lichte kusten!
Dat dan ’t geluk verzinke in ’t kille graf;
Doch onze liefde zal, God zij geprezen,
Toch ongedeerd die verre kust bereiken!
Valk.O, ik begrijp je! Maar te scheiden zóó!Juist nu ons open staat de mooie wereld,…Hier, onder blauwen hemel, lenteluw,Denzelfden dag dat ons verbond gedoopt werd!
Valk.
O, ik begrijp je! Maar te scheiden zóó!
Juist nu ons open staat de mooie wereld,…
Hier, onder blauwen hemel, lenteluw,
Denzelfden dag dat ons verbond gedoopt werd!
Zwaanhilde.Juist dáárom moet het zijn. Want na dit uurKan ’t bergaf gaan alleen, niet meer bergop!En wee, als eens de dag des oordeels komtEn wij voor onzen hoogsten rechter staan,En als, rechtvaardig God, hij van ons eischtDen schat dien hij ons leende voor het leven …Sloot dan niet ’t antwoord zijn genade uit:“Dien hebben wij op weg naar ’t graf verloren!”
Zwaanhilde.
Juist dáárom moet het zijn. Want na dit uur
Kan ’t bergaf gaan alleen, niet meer bergop!
En wee, als eens de dag des oordeels komt
En wij voor onzen hoogsten rechter staan,
En als, rechtvaardig God, hij van ons eischt
Den schat dien hij ons leende voor het leven …
Sloot dan niet ’t antwoord zijn genade uit:
“Dien hebben wij op weg naar ’t graf verloren!”
Valk(met een krachtig besluit).Gooi weg je ring dan!
Valk(met een krachtig besluit).
Gooi weg je ring dan!
Zwaanhilde(vurig).Gooi weg je ring dan!Zal ’k?
Zwaanhilde(vurig).
Gooi weg je ring dan!Zal ’k?
Valk.Gooi weg je ring dan! Zal ’k?Ja! Ik begrijp je!Alleen op dezen weg kan ik je volgen!Zooals het graf voert naar het eeuwig leven,Wordt liefde ook ten leven eerst gewijdAls zij verlost van hartstochts wild begeeren,Bevrijd, als zielsherinring ons omzweeft!Gooi weg den ring, Zwaanhild!
Valk.
Gooi weg je ring dan! Zal ’k?Ja! Ik begrijp je!
Alleen op dezen weg kan ik je volgen!
Zooals het graf voert naar het eeuwig leven,
Wordt liefde ook ten leven eerst gewijd
Als zij verlost van hartstochts wild begeeren,
Bevrijd, als zielsherinring ons omzweeft!
Gooi weg den ring, Zwaanhild!
Zwaanhilde(juichend).Gooi weg den ring, Zwaanhild!Ik deed mijn plicht!Ik heb je ziel gevuld met zang en licht!Vlieg uit! Nu heb je krachtig je opgeheven,…En Zwaanhild heeft haar zwanenzang gezongen!(zij trekt den ring van haar vinger en drukt er een kus op).Duik neer, mijn droom, in diepe, zilte zee,Tot ’s werelds eind,… hier breng ’k mijn offer dan!(gaat naar den achtergrond, gooit den ring in de fjord en komt bij Valk terug met een stralend gezicht).Nu heb ik je verloren voor dit leven,…Maar voor de eeuwigheid heb ’k je gewonnen!
Zwaanhilde(juichend).
Gooi weg den ring, Zwaanhild!Ik deed mijn plicht!
Ik heb je ziel gevuld met zang en licht!
Vlieg uit! Nu heb je krachtig je opgeheven,…
En Zwaanhild heeft haar zwanenzang gezongen!
(zij trekt den ring van haar vinger en drukt er een kus op).
Duik neer, mijn droom, in diepe, zilte zee,
Tot ’s werelds eind,… hier breng ’k mijn offer dan!
(gaat naar den achtergrond, gooit den ring in de fjord en komt bij Valk terug met een stralend gezicht).
Nu heb ik je verloren voor dit leven,…
Maar voor de eeuwigheid heb ’k je gewonnen!
Valk(met kracht).En nu aan ’t werk, wij beiden, elk voor zich!Op aarde moeten wij gescheiden gaan.Elk ga zijn weg, elk strijde zonder klagen.Ook ons beving de tijdkoorts, zonder strijdBegeerden wij der overwinning loon,De sabbathrust, maar zonder arbeidsdagen,Hoewel de eisch luidt;strijdenenontberen.
Valk(met kracht).
En nu aan ’t werk, wij beiden, elk voor zich!
Op aarde moeten wij gescheiden gaan.
Elk ga zijn weg, elk strijde zonder klagen.
Ook ons beving de tijdkoorts, zonder strijd
Begeerden wij der overwinning loon,
De sabbathrust, maar zonder arbeidsdagen,
Hoewel de eisch luidt;strijdenenontberen.
Zwaanhilde.Maar treurend niet!
Zwaanhilde.
Maar treurend niet!
Valk.Maar treurend niet!Neen,… met der waarheid moed.Ons dreigt geen dwaallicht uit den poel van straf;D’erinring, die ons erfdeel is voor ’t leven,Zal stralen licht, uit donker wolkgordijn,Staan als de regenboog in zeven kleuren,Als teeken des verbonds van ons met God.En in háár schijnsel neem jij òp je plichten …
Valk.
Maar treurend niet!Neen,… met der waarheid moed.
Ons dreigt geen dwaallicht uit den poel van straf;
D’erinring, die ons erfdeel is voor ’t leven,
Zal stralen licht, uit donker wolkgordijn,
Staan als de regenboog in zeven kleuren,
Als teeken des verbonds van ons met God.
En in háár schijnsel neem jij òp je plichten …
Zwaanhilde.Jij gaat bergop je dichterroeping volgen!
Zwaanhilde.
Jij gaat bergop je dichterroeping volgen!
Valk.Als dichter, ja, want dat is ieder man,In schoollokaal, of parlement of kerk,Een elk, in hoogen of geringen stand,Die bij zijn werk het ideaal in ’t oog houdt.Ja,bergopga ’k; ’t gevleugeld ros staat klaar;Ikweet, voor ’t leven is gewijd mijn taak!En nu, vaarwel!
Valk.
Als dichter, ja, want dat is ieder man,
In schoollokaal, of parlement of kerk,
Een elk, in hoogen of geringen stand,
Die bij zijn werk het ideaal in ’t oog houdt.
Ja,bergopga ’k; ’t gevleugeld ros staat klaar;
Ikweet, voor ’t leven is gewijd mijn taak!
En nu, vaarwel!
Zwaanhilde.En nu, vaarwel!Vaarwel!
Zwaanhilde.
En nu, vaarwel!Vaarwel!
Valk(omarmt haar).En nu, vaarwel! Vaarwel!Eén kus!
Valk(omarmt haar).
En nu, vaarwel! Vaarwel!Eén kus!
Zwaanhilde.En nu, vaarwel! Vaarwel! Eén kus!Den laatsten!(rukt zich los).Nu kan ik je verliezen voor dit leven!
Zwaanhilde.
En nu, vaarwel! Vaarwel! Eén kus!Den laatsten!(rukt zich los).
Nu kan ik je verliezen voor dit leven!
Valk.Al doofden alle wereldlichten uit,…De lichtgedachte leeft; want die is God,
Valk.
Al doofden alle wereldlichten uit,…
De lichtgedachte leeft; want die is God,
Zwaanhilde(gaat naar den achtergrond).Vaarwel!(gaat verder).
Zwaanhilde(gaat naar den achtergrond).
Vaarwel!(gaat verder).
Valk(zwaait zijn hoed).Vaarwel!(gaat verder).Vaarwel!… Toch roep ik juichend blij,Gods mooie liefde leve op aard’, hoera!
Valk(zwaait zijn hoed).
Vaarwel!(gaat verder).Vaarwel!… Toch roep ik juichend blij,
Gods mooie liefde leve op aard’, hoera!
(De deur wordt geopend. Valk gaat naar rechts; de jongere gasten komen naar buiten onder vroolijk lachen).
De jonge meisjes.Nu gaan wij dansen!
De jonge meisjes.
Nu gaan wij dansen!
Een van hen.Nu gaan wij dansen!’t Leven is een dans!
Een van hen.
Nu gaan wij dansen!’t Leven is een dans!