Chapter 32

Een Slaaf(komt op, zich de haren uittrekkend).’s Keizers witte paard is verdwenen!Een tweede Slaaf(komt op, zijn kleeren verscheurend).’s Keizers heilig gewaad is gestolen!Opzichter(komt op).Honderd slagen op de voetzoolKrijgt wie niet den dief kan vangen!(De soldaten stijgen te paard en galoppeeren in alle richtingen weg).Dageraad. Een boschje van palmen en acacia’s.Peer Gynt(op een boom met een afgebroken tak in de hand, houdt zich een troep apen van het lijf).Fataal! Een allerellendigste nacht!(slaat om zich heen).Nu gooien zij met vruchten. Neen, dat ’s wat anders.Akelige dieren zijn apen toch!Er staat wel geschreven: gij zult waken en vechten;Maar ik kan waarachtig niet; ik ben stijf en moe.(wordt weer geplaagd; ongeduldig).’k Moet zien dat ’k een eind aan die kwelling maak!’k Moet zien een van die kerels te vangen,Hem hangen en villen, en met zijn velBedek ik mijzelf, zoo goed als ’t gaat;Dan houden de andren mij voor een echten …Wat zijn wij menschen? Niet meer dan een zucht.En men moet zich wat voegen naar landsgebruik …Alweer een troep! Dat kruipt en krioelt …Ga je! Kischt! Zij doen of ze gek zijn.Had ik nu maar een verdwaalden staart!…Iets dat mij zoowat op ’n dier deed gelijken …Wat ’s dat? Nu hokken ze boven mijn hoofd …!(kijkt naar boven).Die oude,… zijn vuisten vol vuil of drek …!(kruipt angstig in elkaar en houdt zich een poosje stil. Deaap maakt een beweging; Peer Gynt begint te lokken en liefjes te praten als tegen een hond).Zoo,… ben je daar, jij oude Sim!Hij is braaf, ja, niet waar! Hij wil aangehaald worden!Hij zal niet gooien;… hij denkt er niet aan …Kent mij wel! Piep-piep! Wij zijn goede vrienden!Ai-ai! Hoor je wel dat ik je taal kan spreken?Sim en ik, wij zijn nog familie, niet waar?Morgen krijgt Sim wat lekkers, hoor …! Jij beest!Heel de lading over mij heen! Bah! Wat een smerigheid!..!Of was ’t eten misschien? Aan den smaak was ’t niet te kennen;Maar wat smaak betreft doet gewoonte het meest;Wie was ook weer de denker, die eens heeft gezegd:Men spuwt maar en moet hopen dat ’t wennen zal …?Daar heb je ook de jongen!(vecht en slaat).Daar heb je ook de jongen!’t Is toch al te gek,Dat de mensch, die toch heet heer der schepping,Zich genoodzaakt ziet tot …! Politie! politie!Gemeen was de oude, maar de jongen zijn erger!Vroege morgenstond. Een rotsachtige streek met uitzicht op de woestijn. Aan den eenen kant een bergkloof en een hol. Eendiefen eenhelerin de kloof met het paard en het gewaad van den keizer. Het paard, rijk opgetuigd, staat aan een steen vastgebonden.Ruitersin de verte.De Dief.Blinkende, flikkerendePunten van lansen,…Kijk! Kijk!De Heler.Ik voel al mijn kopIn ’t zand wegrollen.Wee! Wee!De Dief(kruist zijn armen over de borst).Mijn vader was ’n dief;Zijn zoon moet stelen.De Heler.Mijn vader was ’n heler;Zijn zoon moet helen.De Dief.Je lot moet je dragen;Je zelf moet je wezen.De Heler(luisterend).Voetstappen in ’t hout!Gauw weg! Maar waar?De Dief.Diep is het hol,En groot de Profeet!(Zij vluchten en laten hun buit in den steek. De ruiters verliezen zich in de verte).Peer Gynt(komt op, een fluitje van riet snijdend).Wat een verrukkelijke morgenstond!…De mestkever rolt zijn ballen van mest,De slak kruipt uit haar slakkenhuis.D’ochtendstond ja, heeft goud in den mond.Het is in den grond toch ’n merkwaardige macht,Die in ’t daglicht aldus de natuur heeft gelegd.Men voelt zich zoo kalm, voelt zijn moed weer groeien.Zou wel durven ’t desnoods met een os op te nemen …Wat een stilte in ’t rond! Ja, de landlijke vreugden …Onbegrijplijk toch dat ik ze vroeger versmaadde;Dat men zich opsluit in groote gebouwen,Om allerlei volk in huis te halen …Och, kijk, wat heeft ’t hagedisje het druk,Hapt maar en denkt verder aan niemendal!Wat een onschuld toch in ’t leven van zoo’n dier.Elk volgt zijns Scheppers gebod in gehoorzaamheid,Bewaart onvervreemdbaar zijn eigenaardigheid,Is zich zelf, zich zelf in spel en strijd,Zich zelf, zoo als het werd, toen voor ’t eerst het werd.(zet zijn lorgnet op).Een padde. Midden in een zandsteenblok.Versteening rondom. Alleen de kop er uit.Daar zit ze nu te kijken als door een ruit,Naar de wereld en is zich zelf … genoeg …(denkt na).Genoeg? Zich zelf …? Waar staat dat ook weer?Ik las het als jongen in ’n godsdienstig boek.Was ’t in den bijbel? Of in Salomons spreuken?Treurig; ik merk dat jaar op jaarMijn geheugen afneemt voor tijd en plaats.(gaat in de schaduw zitten).Hier is ’t lekker koel rusten … nu even uitblazen.Kijk, hier groeien varens. Eetbare wortels.(proeft er van).’t Is wel meer eten voor ’t redelooze vee;…Maar er staat geschreven: dwing je natuur!En verder staat er: hoogmoed moet men buigen.En wie zich vernedert zal worden verhoogd.(onrustig).Verhoogd? Ja, zeker, dat gebeurt met mij;…Iets anders laat zich onmogelijk denken.’t Fatum helpt mij wel dat ’k hier van daan kom,Zal ’t aanleggen zóó dat ik hooger stijg.Dit is een beproeving; later komt er verlossing,…Als de Heere mij maar gezond blijven laat.(schudt die gedachten van zich af, steekt een sigaret op, strekt zich uit en staart over de vlakte van de woestijn).Wat een onmetelijk, grenzenloos vlak.Heel in de verte wandelt een struis …Wat of toch Gods bedoeling kon zijnMet het scheppen van al dat leege en doode,Dat, wat ontbeert alle levensbronnen;Dat verzengde, dat niemand ten goede komt;…Dat stuk van de wereld, dat daar ligt braak;Dat lijk, dat nooit sinds het uur der schepping,Zijn Schepper zooveel als dank heeft gebracht!Waar dient het voor?… De natuur is verkwistend…Is dat de zee, daar in ’t oosten, dat vlakke,Daar schitt’rend? Neen, ’t is maar zinsbedrog,De zee is in ’t westen; daarachter, en hooger,Afgedamd door een glooiende heuvelrij.(een gedachte gaat door zijn hoofd).Afgedamd? Dus dan kon ik …! De heuvels zijn smal;Afgedamd? Een doorbraak maar, een kanaal,…Als een levensstroom zou het water zich stortenDoor de geul en vullen de gansche woestijn!Gauw zou dat heele gloeiende grafWorden een frissche, golvende zee.Tot eilanden werden dan de oasen,Groen rees de Atlas als noordlijke grens;Zeilschepen zouden, als vogels, doorklieven’t Pad, voor karavanen tot heden bestemd.Frissche lucht zou er verdrijven de heeteDampen,… uit wolken druppelen dauw;Stad aan stad zou er bouwen het volk,En gras zou er groeien om wuivende palmen.In ’t zuiden werd ’t land, achter Sahara’s muur,Een kustland met nieuwe, verjongde cultuur.Stoom zou er drijven Tomboektoe’s fabrieken;Bornoe werd ras gekoloniseerd;Veilig door Habes reed dan de exploratorIn zijn waggon naar den Boven-Nijl.Midden in zee, op een vette oase,Wil ’k overplanten het Noorsche ras;’t Bloed van mijn dalvolk is bijna vorstlijk;Kruising met ’t Arabische doet dan de rest.Rondom een bocht, op een rijzende kust,Zal ik de hoofdstad, Peeropolis, stichten.De wereld is afgeleefd! Nu komt de beurtAan Gyntiana, mijn jonge land!(springt op)Alleen maar kapitaal, dan is ’t gebeurd …Een gouden sleutel voor de poort der zee!’n Kruistocht tegen ’t doode! Kom! Open de zakkenO, schraper, door u angstvallig bewaakt.Men gloeit voor vrijheid in alle landen;…Als de ezel van Noach wil ’k over de wereldUitzenden een kreet, den bevrijdingsdoop brengenAan de heerlijke, zwoele, wordende stranden.Ik moet voort! Kapitaal uit het Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… de helft in ’t Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… mijn halve rijk voor een paard!(het paard hinnikt in de rotskloof).Een paard! En kleeren …! Juweelen,… en wapens!(komt naderbij).Onmooglijk! Ja, waarlijk …! Ik las wel eensErgens, dat willen kan bergen verzetten;…Maar dat het óók kan verzetten een paard …!Onzin! ’t Is mijn Fatum, dat hier een paard staat …“Ab esse ad posse” en wat verder mag volgen …(trekt de kleeren aan over de zijne en bekijkt zich).Sir Peter,… een Turk van top tot teen!Een mensch weet toch nooit wat er kan gebeuren …Spoed je, Grane, mijn klepper fier!(bestijgt het paard).Gouden pantoffels tot steun voor mijn voeten!Aan ’t paardentuig kent men de groote heeren!(hij galoppeert de woestijn in).Tent van Arabieren-opperhoofd, alleen-staand in een oase.Peer Gyntin zijn Turksche kleeding rustend op kussens. Hij drinkt koffie en rookt uit een lange pijp.Anitraen eentroepje meisjesdansen en zingen voor hem.Koor van Meisjes.De Profeet is gekomen!De Profeet, de heer, de alles wetende!Tot ons, tot ons is hij gekomen,Over de zandwoestijn rijdende!De Profeet, de heer, de nooit mistastende.Tot ons, tot ons is hij gekomen,Door de zandwoestijn zeilende!Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen!Anitra.Zijn klepper is blank als de melkstroom,Die golvend door ’t Paradijs vloeit.Zinkt op de knieën! Buigt ’t hoofd in ootmoed!Zijn oogen zijn sterren, blinkend en blijde.Maar geen schepsel verdraagtDen schitt’renden glans van dier sterren stralen!Door de zandzee kwam hij.Goud en paarlen ontsprongen aan zijn borst.Waar hij reed werd het licht.Achter hem werd het donker.Achter hem woedde Samoem,… werd dorheid.Hij, de heerlijke, kwam!Door de zandzee kwam hij,Versierd als een zoon der aarde,Kaba, Kaba, staat leeg;…Hij heeft ’t zelf verkondigd!Koor van Meisjes.Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen;(De meisjes dansen op gedempte muziek).Peer Gynt.Ik las eens gedrukt … en het woord is waar …“Niemand wordt profeet in zijn eigen land.”…Dit leven hier bevalt mij veel beterDan dat daarginds, onder Charlestowns reeders.Er was iets hols in die heele zaak,Iets vreemds, onzuivers, dat altijd bleef;…Ik voelde mij nooit recht op mijn gemak,En nooit zoo heelemaal man van ’t vak.Wat deed ik daar eigenlijk, vraag ik mij af?Als een molenpaard altijd maar in de zaken;Als ik het bedenk, kan ik ’t niet begrijpen;…Hetkwamzoo; dat is het heele geval …Zich zelf te zijn, gebaseerd op goud,Dat is als zijn huis te bouwen op zand.Voor ringen en kettingen en de rest,Kwisp’len de menschen en kruipen in ’t slijk;Zij nemen hun hoed af voor ’n dasspeld met kroon,Maar een ring of speld is toch niet de persoon …Profeet;… kijk, dat ’s een zuivre positie.Dan weet men op welken voet men staat.Gaat het òp, dan is men ’t tochzelf, die ontvangtDe hulde, en niet zijn pond sterling of shilling.Men is, wat men is, eenvoudig-weg;Geen toeval of kans is men dank verschuldigd,Men steunt ook niet op patent of vergunning …Profeet;… ja, dat is net iets voor mij.En ik werd het zoo uiterst onverwacht,…Uitsluitend doordat ik reed door de woestijn,En deze natuurkindren trof op mijn weg.De Profeet was gekomen; daarmee was ’t klaar.Het lag waarlijk niet in mijn plan te bedriegen;Profetisch te antwoorden is ook geen liegen,En terugtrekken kan ik mij altijd nog.Ik ben niet gebonden; dat is buiten kwestie;…’t Geheel is meer een persoonlijk geval;Ik kan gaan als ik kwam; mijn paard staat gereedIn ’t kort, ik ben meester van de positie.Anitra(nadert den ingang van de tent).Profeet en heerscher!Peer Gynt.Profeet en heerscher!Wat begeert mijn slavin?Anitra.Wachtend voor uw tent staan der vlakte zonen;Zij vragen uw aangezicht te mogen …Peer Gynt.Zij vragen uw aangezicht te mogen …Stop!Zeg hun, dat zij er maar gauw van doorgaan:Zeg hun, dat ’k van ver hun gebeden wel hoor.Voeg er bij, dat ik hier geen manvolk wil hebben!Mannen, mijn kind, zijn ellendig volk,…Echte smeerlappen, zoo als men het noemt!Anitra, je kunt niet begrijpen, mijn kind,Hoe gemeen … ik bedoel, hoe zondig zij zijn!…Nou ja; al genoeg. Danst voor mij, kindren!De Profeet wil droevig herdenken vergeten.De Meisjes(dansend).De Profeet is goed; de Profeet is bedroefdOver ’t kwaad bedreven door de zonen van ’t stof!De Profeet is mild; zijn mildheid zij geloofd;Hij opent voor zondaars zijn Paradijs!Peer Gynt(terwijl hij Anitra onder het dansen met de oogen volgt).Als trommelstokken zoo vlug gaan haar beenen.Jongens! ’t Is een lekker klein ding waarachtig.Zij heeft wel wat extravagante vormen,…Niet gansch overeenkomstig de eischen der schoonheid;Maar wat is schoonheid? Traditie alleen,…Een munt, enkel gangbaar naar plaats of tijd.En juist dat extravagante is aantreklijkAls je het normale door-en-door kent.Het gemiddelde wekt niet gauw meer een roes.Of overdreven gevuld, òf overdreven mager,Of beangstigend jong, òf afschrikkend oud;…Van ’t gemiddelde walg ik …Haar voeten … nou ja, munten niet uit door reinheid;Ook haar armen niet, dat ’s waar, vooral de ééne.Maar daar is ze in den grond toch niet minder om;Ik zou eerder zeggen, dat hoort er zoo bij …Anitra, hoor eens!Anitra(komt naderbij).Anitra, hoor eens!Uw slavin heeft gehoord!Peer Gynt.Je bent bekoorlijk, kind! De Profeet is ontroerd.Als je mij niet gelooven wilt, hoor dan ’t bewijs:Ik maak je tot Houri in het Paradijs!Anitra.Dat kan niet, heer!Peer Gynt.Dat kan niet, heer!Wat? Denk je dat ’t scherts is?Het is hooge ernst, zoo waar als ik leef, hoor.Anitra.Maar ik heb toch geen ziel.Peer Gynt.Maar ik heb toch geen ziel.Die krijg je wel!Anitra.Hoe dan, o heer?Peer Gynt.Hoe dan, o heer?Laat dat aan mij maar over;…Ik zal je opvoeding in handen nemen.Geen ziel! Ja, zeker, je bent wel erg dom,Zooals men ’t noemt. Dat heb ik met smart ondervonden.Maar toch, voor een ziel heb je nog wel plaats.Kom hier! Laat mij je hersenpan eens meten …Er is plaats; er is plaats; ja, dat dacht ik ook wel.’t Is waar,… heel diep zal je wel nooit leeren denken;En een heel groote ziel zal je ook niet krijgen;…Maar och, dat doet er ook eigenlijk niets toe;…Je zult zooveel krijgen, dat je niet beschaamd hoeft te staan …Anitra.De Profeet is goed …Peer Gynt.De Profeet is goed …Je aarzelt? Spreek!Anitra.Maar ik had nog liever …Peer Gynt.Maar ik had nog liever …Zeg op zonder dralen!Anitra.Ik geef niet zooveel om een ziel;… geef mij liever …Als ik ’t zeggen mag …Peer Gynt.Als ik ’t zeggen mag …Wat?Anitra(wijst op zijn tulband).Als ik ’t zeggen mag … Wat?Die mooie opaal!Peer Gynt(verrukt, terwijl hij haar het kleinood toereikt).Anitra! Eva’s ongekunstelde dochter!Magnetisch trek je me aan; ’k ben een man,En, zoo als staat bij een hoogberoemd schrijver:“Das ewig weibliche zieht uns an!”Maanlichte nacht. Palmenboschje vóór Anitra’s tent.Peer Gyntmet een Arabische luit in de hand zit onder een boom. Zijn haar en baard zijn geknipt; hij ziet er aanmerkelijk jonger uit.Peer Gynt(speelt en zingt).Gesloten heb ’k mijn ParadijsEn nam den sleutel mee;De Noorderbries mijn schip voortdreef,En schoone vrouwen aan het strandBeweenden hun verlies.Naar ’t Zuiden joeg door ’t zilte natDer baren, ’t vluchtend schip.Waar palmen wuiven mooi en fier,Omkransend luwe, blauwe baai,Stak ik mijn schip in brand.Toen steeg ik op een zandzee-schip …Vier beenen had dat schip;Het schuimde onder spoor en zweep …Ik ben een vogel, vang mij toch,…Zit tjilpend op een tak.Anitra, palmwijn ben je, zoet,Dat kan ’k getuigen nu!Ja zelfs Angorageiten-kaasIs nog maar half zoo lekker alsAnitra, schatje, jij!(hangt de luit over zijn schouder en komt nader).Stilte! Zou mijn liefje luistren?Hoorde zij mijn liedje wel?Gluurt zij achter de gordijnen,Niet in sluiers gedrapeerd?…Stil! Het klonk of met geweld daarVan een flesch de kurk afsprongNu alweer! En nog eenmaal!Liefdezuchten? Neen, gezang;…Neen, het is een hoorbaar snurken.Zoet geluid! Anitra sluimert!Nachtegaal, houd op met slaan!Of het zal je er naar vergaan,Als je ’t nog waagt met je fluiten …Doch, het zij zoo, zegt het boek.Nachtegaal is toch een zanger,Ach, ik ben het eveneens.Hij, als ik, vangt met zijn tonenTeedre harten, week en jong.Zwoele nacht en zoet gezangZijn ons beiden lief en gunstig;Als wij zingen, zijn wij beidenWij, Peer Gynt en nachtegaal.En juist dat zij slaapt, mijn liefje,Voert mijn liefderoes ten top;…Met de lippen aan den bekerZonder dat ik er van proef …!Maar daar is zij net, zoo waar!Beter toch maar dat zij kwam.Anitra(uit de tent).Riep mijn heer mij in den nacht?Peer Gynt.De Profeet, ja, heeft geroepen.Ik werd wakker straks door kattenDie een woeste drijfjacht hielden …Anitra.Ach, dat was geen drijfjacht, heer,’t Was iets van heel andren aard.Peer Gynt.Wat dan?Anitra.Wat dan?O, verschoon mij!Peer Gynt.Wat dan? O, verschoon mij!Spreek!Anitra.O, ’k moet blozen …Peer Gynt(dichterbij).O, ’k moet blozen …Was ’t misschien ookWatmijzoo geheel vervulde,Toen ik jou gaf mijn opaal?Anitra(verschrikt).Noemen u, o werelds schat,In één adem met een kat!Peer Gynt.Kind, op ’t punt van liefde staanSoms een kater en ’n ProfeetVrijwel op eenzelfde lijn.Anitra.Heer, uw schertsen vloeit als honingVan uw lippen.Peer Gynt.Van uw lippen.Lieve kind,Jij, als andre meisjes, ziet nooitGroote mannen als zij zijn.’k Hoû van schertsen, moet je weten,Met je beidjes zoo vooral.’k Ben verplicht door mijn positieTot een valschen schijn van ernst;Plichten maken mij gedwongen,Al die zorgen, dat gedoe,Dat ik heb met iedereen,Maakt mij vaak het leven zwaar:Doch dat ligt maar bovenop …Weg daarmee! In ’t tête-à-têteBen ik Peer,… ja dat ben ik.Hop, wij jagen den profeet weg,En hier ben ik zelf nu, Peer!(gaat onder een boom zitten en trekt haar naar zich toe).Kom, Anitra, laat ons rustenOnder groene palmenwaaiers!Ik zal fluistren, jij moet lachen;Later wislen wij de rollen;En terwijl ik lachend luisterFluister jij dan liefdewoordjes!Anitra(gaat voor zijn voeten liggen).Zoet als zang uw woorden klinken,Al begrijp ik lang niet alles.Zeg mij, heer, kan uwe dochter’n Ziel verkrijgen door te luistren?Peer Gynt.’n Ziel en weten, ’t licht des geestes,Zal je later wel geworden.Als het oosten rood-goud-glanzendMeldt: nu breekt er weer een dag aan,Geef ik jou, mijn liefje, lessen;O, je zult van alles leeren,Maar in nachtlijk stille urenWare ’t dwaasheid zoo ik wildeMet geleerdheid, duf, versleten,Als magister mij gedragen.Eigenlijk is ook de ziel nietWelbeschouwd, zoozeer de hoofdzaak.’t Is het hart, waar ’t meest op aan komt.Anitra.Spreek, o heer! Als ’k u hoor sprekenZie ’k een glans als van opalen!Peer Gynt.Al te scherpe geest is domheid;Lafheids knop ontbloeid, is boosheid;Overdreven waarheid isAverechtsche wijsheidstaal;Ja, mijn kind,… ’t is ongelogen,Er zijn menschen op de wereldMet een overvoerde ziel,Die tot klaarheid moeilijk komen.Ik heb er zoo een gekend,’n Parel uit den heelen hoop;En zelfs hij heeft ’t doel gemist tochIn ’t gedrang van ’t drukke leven.Zie je ’t zand rondom de oase?Wenk ik even met mijn tulband,Dwing ’k de wereldzee te vullenMet haar waatren heel de vlakte.Maar ik zou een domkop wezenAls ik nu schiep zee en landen.Weet je wat het is te leven?Anitra.Leer het mij!Peer Gynt.Leer het mij!Het is te zwevenDroogvoets met den tijdstroom mee,Gansch en eenig als zichzelf.Slechts als man van kracht kan ’k wezenHij, die ’k ben, mijn lieve kleintje!’n Oude valk verliest zijn veeren,’n Oude ram krijgt zwakke pooten.’n Oude vrouw verliest haar tanden’n Oude vent krijgt dorre handen,…Iedereen een dorre ziel.Jong zijn! Jong zijn! Ik wil heerschenAls een sultan, vurig, echt,…Niet aan Gyntiana’s kusten,Onder loofomrankte palmen,…Maar gegrondvest op de frischheidVan jonkvrouwlijke gedachten …Zie je nu, mijn lieve kindje,Waarom ik je uitverkorenEn je hartje zoo ontroerd heb?Waarom ik, om zoo te zeggen,Daar mijn kalifaat gesticht heb?Naarmijmoet gaan je verlangen.Almacht wil ik in mijn staat!Jij moet heel alleen van mij zijn.Ik wil ’t zijn die je gevangenHoudt, als goud en edelsteenen.Scheiden wij, is ’t leven niets meer,…Althans, dat wil zeggen: ’t jouwe!Heel je wezen, alle leegten,Zonder willen ja of neen,Wil ik weten vol van mij.’t Nachtlijk donker van je lokken,En al je bekoorlijkhedenMoeten … Babylonsche tuinen …Wenken mij tot sultansfeesten.Daarom is ’t ook nog zoo kwaad nietDat je hoofdje leeg maar blijft.Met een ziel wordt zelfbeschouwingTot een allereersten plicht.Wacht eens,… ’k krijg daar juist een inval:’k Zal je geven, als je ’t wilt,’n Mooien ring voor om je enkel;…Dat is ’t best voor allebei;Jij krijgtmijals ziel, en verderBlijft het alles … status quo.(Anitra snurkt).Wat? Zij slaapt! Zoo gleed dus allesLangs haar heen, wat ’k heb gezegd?…Neen; dat kenmerkt juist mijn macht,Want gewiegd door liefdewoordenZweeft zij weg in zoete droomen.(staat op en legt sieraden in haar schoot).Hier zijn ringen! Hier nog meer!Slaap, Anitra! Droom van Peer!Slaap! En op je keizers voorhoofdDrukte slapend jij de kroon!Peer won, enkel door zijn wezen,’n Keizerrijk in dezen nacht!Karavaanweg. De oase ver weg op den achtergrond.Peer Gyntop zijn witte paard, jaagt door de woestijn.Hij heeft Anitra vóór zich op het zadel.Anitra.Hoû op! Ik ga bijten …!Peer Gynt.Hoû op! Ik ga bijten …!Jij kleine schelm!Anitra.Wat wil u?Peer Gynt.Wat wil u?Wat? Spelen duifje en valk!’k Voer je weg! Ik bega dolle streken!Anitra.Schaam u! Een oude Profeet …!Peer Gynt.Schaam u! Een oude Profeet …!Malligheid!De Profeetisnog niet oud, kleine gans!Vind je dat dit dan op ouderdom wijst, zeg?Anitra.Laat los! ’k Wil naar huis!Peer Gynt.Laat los! ’k Wil naar huis!Nu ben je koket!Naar huis! Naar schoonpapa! Die is goed!Wij dolle vogels, de kooi ontvlogen,Wij komen hem nooit meer onder de oogen.En daarbij, mijn kind, op dezelfde plekMoet men nooit vertoeven te langen tijd;Men verliest dan in achting, hoe meer men bekend wordt;…Vooral als men komt als Profeet of zoo iets.Vluchtig moet men voorbij gaan, als een “bon mot”.’t Werd waarlijk al tijd dat ’t bezoek op zijn eind liep.Die woestijnzonen zijn onstandvastige zielen,Op ’t laatst al ontbraken gebeden en wierook.Anitra.Maar u is toch Profeet?Peer Gynt.Maar u is toch Profeet?Ik ben je keizer!(wil haar kussen).Kijk ’ns aan, hoe die kleine feeks van zich afbijt!Anitra.Geef mij den ring, dien u draagt aan uw vinger.Peer Gynt.Neem, lieve Anitra, den heelen boel!Anitra.Zoete zang zijn uw woorden! Liefelijk klinkend!Peer Gynt.Zalig, wie zoozeer bemind wordt als ik!Ik stijg af! Ik zal leiden het paard als je slaaf.(reikt haar de karwats en stijgt af).Ziezoo, mijn roosje, mijn heerlijke bloem;Hier wil ik loopen in zand en wind,Tot een zonnesteek mij treft en ik niet verder kan.Ik ben jong, Anitra, hoû dat in ’t oog!Neem het met mijn fratsen maar niet zoo nauw.Grappen uithalen is een teeken van jeugd!Als dus je hoofdje wat helderder was,Dan zou je begrijpen, mijn lieflijk juweel,Je liefste maakt grappen … ergo is hij jong!Anitra.Ja, u is jong. Heeft u nog meer ringen?Peer Gynt.Ja, niet waar? Daar; neem! Als een bok kan ik springen!Was hier wijnloof in de buurt, dan zou ’k mij bekransen.Ja, waarachtig ben ’k jong! Hopsa! ’k Ga dansen!(danst en zingt).Ik ben een gelukkig haantje!Pik mij, mijn lief kippetje!Hei! Hop! Laat mij trippelen;…Ik ben een gelukkig haantje!Anitra.U zweet er van, Profeet; ’k ben bang dat u zal smelten;…Geef mij dat zware, dat aan uw gordel bengelt.Peer Gynt.Teedre bezorgdheid! Hoû de beurs maar voor goed;…Zonder goud zijn minnende harten content!(danst en zingt weer).Jonge Peer Gynt is een dolleman;Hij weet niet op welken voet hij zal staan.Pah, zei Peer;… laat maar begaan!Jonge Peer Gynt is een dolleman!Anitra.Verruklijk is ’t den Profeet te zien dansen!Peer Gynt.Profeet? Malligheid!… Laat ons van kleeren wislen!Komaan! Trek uit!Anitra.Komaan! Trek uit!Uw kaftan is te lang,Uw gordel te wijd en uw kousen te nauw …Peer Gynt.Eh bien!(knielt neer).Eh bien!Maar doe mij een groot verdriet,Het is zoet te lijden, voor minnende harten!Hoor, als wij aankomen in mijn slot,…Anitra.In uw Paradijs;… is dat héél ver weg nog?

Een Slaaf(komt op, zich de haren uittrekkend).’s Keizers witte paard is verdwenen!Een tweede Slaaf(komt op, zijn kleeren verscheurend).’s Keizers heilig gewaad is gestolen!Opzichter(komt op).Honderd slagen op de voetzoolKrijgt wie niet den dief kan vangen!(De soldaten stijgen te paard en galoppeeren in alle richtingen weg).Dageraad. Een boschje van palmen en acacia’s.Peer Gynt(op een boom met een afgebroken tak in de hand, houdt zich een troep apen van het lijf).Fataal! Een allerellendigste nacht!(slaat om zich heen).Nu gooien zij met vruchten. Neen, dat ’s wat anders.Akelige dieren zijn apen toch!Er staat wel geschreven: gij zult waken en vechten;Maar ik kan waarachtig niet; ik ben stijf en moe.(wordt weer geplaagd; ongeduldig).’k Moet zien dat ’k een eind aan die kwelling maak!’k Moet zien een van die kerels te vangen,Hem hangen en villen, en met zijn velBedek ik mijzelf, zoo goed als ’t gaat;Dan houden de andren mij voor een echten …Wat zijn wij menschen? Niet meer dan een zucht.En men moet zich wat voegen naar landsgebruik …Alweer een troep! Dat kruipt en krioelt …Ga je! Kischt! Zij doen of ze gek zijn.Had ik nu maar een verdwaalden staart!…Iets dat mij zoowat op ’n dier deed gelijken …Wat ’s dat? Nu hokken ze boven mijn hoofd …!(kijkt naar boven).Die oude,… zijn vuisten vol vuil of drek …!(kruipt angstig in elkaar en houdt zich een poosje stil. Deaap maakt een beweging; Peer Gynt begint te lokken en liefjes te praten als tegen een hond).Zoo,… ben je daar, jij oude Sim!Hij is braaf, ja, niet waar! Hij wil aangehaald worden!Hij zal niet gooien;… hij denkt er niet aan …Kent mij wel! Piep-piep! Wij zijn goede vrienden!Ai-ai! Hoor je wel dat ik je taal kan spreken?Sim en ik, wij zijn nog familie, niet waar?Morgen krijgt Sim wat lekkers, hoor …! Jij beest!Heel de lading over mij heen! Bah! Wat een smerigheid!..!Of was ’t eten misschien? Aan den smaak was ’t niet te kennen;Maar wat smaak betreft doet gewoonte het meest;Wie was ook weer de denker, die eens heeft gezegd:Men spuwt maar en moet hopen dat ’t wennen zal …?Daar heb je ook de jongen!(vecht en slaat).Daar heb je ook de jongen!’t Is toch al te gek,Dat de mensch, die toch heet heer der schepping,Zich genoodzaakt ziet tot …! Politie! politie!Gemeen was de oude, maar de jongen zijn erger!Vroege morgenstond. Een rotsachtige streek met uitzicht op de woestijn. Aan den eenen kant een bergkloof en een hol. Eendiefen eenhelerin de kloof met het paard en het gewaad van den keizer. Het paard, rijk opgetuigd, staat aan een steen vastgebonden.Ruitersin de verte.De Dief.Blinkende, flikkerendePunten van lansen,…Kijk! Kijk!De Heler.Ik voel al mijn kopIn ’t zand wegrollen.Wee! Wee!De Dief(kruist zijn armen over de borst).Mijn vader was ’n dief;Zijn zoon moet stelen.De Heler.Mijn vader was ’n heler;Zijn zoon moet helen.De Dief.Je lot moet je dragen;Je zelf moet je wezen.De Heler(luisterend).Voetstappen in ’t hout!Gauw weg! Maar waar?De Dief.Diep is het hol,En groot de Profeet!(Zij vluchten en laten hun buit in den steek. De ruiters verliezen zich in de verte).Peer Gynt(komt op, een fluitje van riet snijdend).Wat een verrukkelijke morgenstond!…De mestkever rolt zijn ballen van mest,De slak kruipt uit haar slakkenhuis.D’ochtendstond ja, heeft goud in den mond.Het is in den grond toch ’n merkwaardige macht,Die in ’t daglicht aldus de natuur heeft gelegd.Men voelt zich zoo kalm, voelt zijn moed weer groeien.Zou wel durven ’t desnoods met een os op te nemen …Wat een stilte in ’t rond! Ja, de landlijke vreugden …Onbegrijplijk toch dat ik ze vroeger versmaadde;Dat men zich opsluit in groote gebouwen,Om allerlei volk in huis te halen …Och, kijk, wat heeft ’t hagedisje het druk,Hapt maar en denkt verder aan niemendal!Wat een onschuld toch in ’t leven van zoo’n dier.Elk volgt zijns Scheppers gebod in gehoorzaamheid,Bewaart onvervreemdbaar zijn eigenaardigheid,Is zich zelf, zich zelf in spel en strijd,Zich zelf, zoo als het werd, toen voor ’t eerst het werd.(zet zijn lorgnet op).Een padde. Midden in een zandsteenblok.Versteening rondom. Alleen de kop er uit.Daar zit ze nu te kijken als door een ruit,Naar de wereld en is zich zelf … genoeg …(denkt na).Genoeg? Zich zelf …? Waar staat dat ook weer?Ik las het als jongen in ’n godsdienstig boek.Was ’t in den bijbel? Of in Salomons spreuken?Treurig; ik merk dat jaar op jaarMijn geheugen afneemt voor tijd en plaats.(gaat in de schaduw zitten).Hier is ’t lekker koel rusten … nu even uitblazen.Kijk, hier groeien varens. Eetbare wortels.(proeft er van).’t Is wel meer eten voor ’t redelooze vee;…Maar er staat geschreven: dwing je natuur!En verder staat er: hoogmoed moet men buigen.En wie zich vernedert zal worden verhoogd.(onrustig).Verhoogd? Ja, zeker, dat gebeurt met mij;…Iets anders laat zich onmogelijk denken.’t Fatum helpt mij wel dat ’k hier van daan kom,Zal ’t aanleggen zóó dat ik hooger stijg.Dit is een beproeving; later komt er verlossing,…Als de Heere mij maar gezond blijven laat.(schudt die gedachten van zich af, steekt een sigaret op, strekt zich uit en staart over de vlakte van de woestijn).Wat een onmetelijk, grenzenloos vlak.Heel in de verte wandelt een struis …Wat of toch Gods bedoeling kon zijnMet het scheppen van al dat leege en doode,Dat, wat ontbeert alle levensbronnen;Dat verzengde, dat niemand ten goede komt;…Dat stuk van de wereld, dat daar ligt braak;Dat lijk, dat nooit sinds het uur der schepping,Zijn Schepper zooveel als dank heeft gebracht!Waar dient het voor?… De natuur is verkwistend…Is dat de zee, daar in ’t oosten, dat vlakke,Daar schitt’rend? Neen, ’t is maar zinsbedrog,De zee is in ’t westen; daarachter, en hooger,Afgedamd door een glooiende heuvelrij.(een gedachte gaat door zijn hoofd).Afgedamd? Dus dan kon ik …! De heuvels zijn smal;Afgedamd? Een doorbraak maar, een kanaal,…Als een levensstroom zou het water zich stortenDoor de geul en vullen de gansche woestijn!Gauw zou dat heele gloeiende grafWorden een frissche, golvende zee.Tot eilanden werden dan de oasen,Groen rees de Atlas als noordlijke grens;Zeilschepen zouden, als vogels, doorklieven’t Pad, voor karavanen tot heden bestemd.Frissche lucht zou er verdrijven de heeteDampen,… uit wolken druppelen dauw;Stad aan stad zou er bouwen het volk,En gras zou er groeien om wuivende palmen.In ’t zuiden werd ’t land, achter Sahara’s muur,Een kustland met nieuwe, verjongde cultuur.Stoom zou er drijven Tomboektoe’s fabrieken;Bornoe werd ras gekoloniseerd;Veilig door Habes reed dan de exploratorIn zijn waggon naar den Boven-Nijl.Midden in zee, op een vette oase,Wil ’k overplanten het Noorsche ras;’t Bloed van mijn dalvolk is bijna vorstlijk;Kruising met ’t Arabische doet dan de rest.Rondom een bocht, op een rijzende kust,Zal ik de hoofdstad, Peeropolis, stichten.De wereld is afgeleefd! Nu komt de beurtAan Gyntiana, mijn jonge land!(springt op)Alleen maar kapitaal, dan is ’t gebeurd …Een gouden sleutel voor de poort der zee!’n Kruistocht tegen ’t doode! Kom! Open de zakkenO, schraper, door u angstvallig bewaakt.Men gloeit voor vrijheid in alle landen;…Als de ezel van Noach wil ’k over de wereldUitzenden een kreet, den bevrijdingsdoop brengenAan de heerlijke, zwoele, wordende stranden.Ik moet voort! Kapitaal uit het Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… de helft in ’t Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… mijn halve rijk voor een paard!(het paard hinnikt in de rotskloof).Een paard! En kleeren …! Juweelen,… en wapens!(komt naderbij).Onmooglijk! Ja, waarlijk …! Ik las wel eensErgens, dat willen kan bergen verzetten;…Maar dat het óók kan verzetten een paard …!Onzin! ’t Is mijn Fatum, dat hier een paard staat …“Ab esse ad posse” en wat verder mag volgen …(trekt de kleeren aan over de zijne en bekijkt zich).Sir Peter,… een Turk van top tot teen!Een mensch weet toch nooit wat er kan gebeuren …Spoed je, Grane, mijn klepper fier!(bestijgt het paard).Gouden pantoffels tot steun voor mijn voeten!Aan ’t paardentuig kent men de groote heeren!(hij galoppeert de woestijn in).Tent van Arabieren-opperhoofd, alleen-staand in een oase.Peer Gyntin zijn Turksche kleeding rustend op kussens. Hij drinkt koffie en rookt uit een lange pijp.Anitraen eentroepje meisjesdansen en zingen voor hem.Koor van Meisjes.De Profeet is gekomen!De Profeet, de heer, de alles wetende!Tot ons, tot ons is hij gekomen,Over de zandwoestijn rijdende!De Profeet, de heer, de nooit mistastende.Tot ons, tot ons is hij gekomen,Door de zandwoestijn zeilende!Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen!Anitra.Zijn klepper is blank als de melkstroom,Die golvend door ’t Paradijs vloeit.Zinkt op de knieën! Buigt ’t hoofd in ootmoed!Zijn oogen zijn sterren, blinkend en blijde.Maar geen schepsel verdraagtDen schitt’renden glans van dier sterren stralen!Door de zandzee kwam hij.Goud en paarlen ontsprongen aan zijn borst.Waar hij reed werd het licht.Achter hem werd het donker.Achter hem woedde Samoem,… werd dorheid.Hij, de heerlijke, kwam!Door de zandzee kwam hij,Versierd als een zoon der aarde,Kaba, Kaba, staat leeg;…Hij heeft ’t zelf verkondigd!Koor van Meisjes.Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen;(De meisjes dansen op gedempte muziek).Peer Gynt.Ik las eens gedrukt … en het woord is waar …“Niemand wordt profeet in zijn eigen land.”…Dit leven hier bevalt mij veel beterDan dat daarginds, onder Charlestowns reeders.Er was iets hols in die heele zaak,Iets vreemds, onzuivers, dat altijd bleef;…Ik voelde mij nooit recht op mijn gemak,En nooit zoo heelemaal man van ’t vak.Wat deed ik daar eigenlijk, vraag ik mij af?Als een molenpaard altijd maar in de zaken;Als ik het bedenk, kan ik ’t niet begrijpen;…Hetkwamzoo; dat is het heele geval …Zich zelf te zijn, gebaseerd op goud,Dat is als zijn huis te bouwen op zand.Voor ringen en kettingen en de rest,Kwisp’len de menschen en kruipen in ’t slijk;Zij nemen hun hoed af voor ’n dasspeld met kroon,Maar een ring of speld is toch niet de persoon …Profeet;… kijk, dat ’s een zuivre positie.Dan weet men op welken voet men staat.Gaat het òp, dan is men ’t tochzelf, die ontvangtDe hulde, en niet zijn pond sterling of shilling.Men is, wat men is, eenvoudig-weg;Geen toeval of kans is men dank verschuldigd,Men steunt ook niet op patent of vergunning …Profeet;… ja, dat is net iets voor mij.En ik werd het zoo uiterst onverwacht,…Uitsluitend doordat ik reed door de woestijn,En deze natuurkindren trof op mijn weg.De Profeet was gekomen; daarmee was ’t klaar.Het lag waarlijk niet in mijn plan te bedriegen;Profetisch te antwoorden is ook geen liegen,En terugtrekken kan ik mij altijd nog.Ik ben niet gebonden; dat is buiten kwestie;…’t Geheel is meer een persoonlijk geval;Ik kan gaan als ik kwam; mijn paard staat gereedIn ’t kort, ik ben meester van de positie.Anitra(nadert den ingang van de tent).Profeet en heerscher!Peer Gynt.Profeet en heerscher!Wat begeert mijn slavin?Anitra.Wachtend voor uw tent staan der vlakte zonen;Zij vragen uw aangezicht te mogen …Peer Gynt.Zij vragen uw aangezicht te mogen …Stop!Zeg hun, dat zij er maar gauw van doorgaan:Zeg hun, dat ’k van ver hun gebeden wel hoor.Voeg er bij, dat ik hier geen manvolk wil hebben!Mannen, mijn kind, zijn ellendig volk,…Echte smeerlappen, zoo als men het noemt!Anitra, je kunt niet begrijpen, mijn kind,Hoe gemeen … ik bedoel, hoe zondig zij zijn!…Nou ja; al genoeg. Danst voor mij, kindren!De Profeet wil droevig herdenken vergeten.De Meisjes(dansend).De Profeet is goed; de Profeet is bedroefdOver ’t kwaad bedreven door de zonen van ’t stof!De Profeet is mild; zijn mildheid zij geloofd;Hij opent voor zondaars zijn Paradijs!Peer Gynt(terwijl hij Anitra onder het dansen met de oogen volgt).Als trommelstokken zoo vlug gaan haar beenen.Jongens! ’t Is een lekker klein ding waarachtig.Zij heeft wel wat extravagante vormen,…Niet gansch overeenkomstig de eischen der schoonheid;Maar wat is schoonheid? Traditie alleen,…Een munt, enkel gangbaar naar plaats of tijd.En juist dat extravagante is aantreklijkAls je het normale door-en-door kent.Het gemiddelde wekt niet gauw meer een roes.Of overdreven gevuld, òf overdreven mager,Of beangstigend jong, òf afschrikkend oud;…Van ’t gemiddelde walg ik …Haar voeten … nou ja, munten niet uit door reinheid;Ook haar armen niet, dat ’s waar, vooral de ééne.Maar daar is ze in den grond toch niet minder om;Ik zou eerder zeggen, dat hoort er zoo bij …Anitra, hoor eens!Anitra(komt naderbij).Anitra, hoor eens!Uw slavin heeft gehoord!Peer Gynt.Je bent bekoorlijk, kind! De Profeet is ontroerd.Als je mij niet gelooven wilt, hoor dan ’t bewijs:Ik maak je tot Houri in het Paradijs!Anitra.Dat kan niet, heer!Peer Gynt.Dat kan niet, heer!Wat? Denk je dat ’t scherts is?Het is hooge ernst, zoo waar als ik leef, hoor.Anitra.Maar ik heb toch geen ziel.Peer Gynt.Maar ik heb toch geen ziel.Die krijg je wel!Anitra.Hoe dan, o heer?Peer Gynt.Hoe dan, o heer?Laat dat aan mij maar over;…Ik zal je opvoeding in handen nemen.Geen ziel! Ja, zeker, je bent wel erg dom,Zooals men ’t noemt. Dat heb ik met smart ondervonden.Maar toch, voor een ziel heb je nog wel plaats.Kom hier! Laat mij je hersenpan eens meten …Er is plaats; er is plaats; ja, dat dacht ik ook wel.’t Is waar,… heel diep zal je wel nooit leeren denken;En een heel groote ziel zal je ook niet krijgen;…Maar och, dat doet er ook eigenlijk niets toe;…Je zult zooveel krijgen, dat je niet beschaamd hoeft te staan …Anitra.De Profeet is goed …Peer Gynt.De Profeet is goed …Je aarzelt? Spreek!Anitra.Maar ik had nog liever …Peer Gynt.Maar ik had nog liever …Zeg op zonder dralen!Anitra.Ik geef niet zooveel om een ziel;… geef mij liever …Als ik ’t zeggen mag …Peer Gynt.Als ik ’t zeggen mag …Wat?Anitra(wijst op zijn tulband).Als ik ’t zeggen mag … Wat?Die mooie opaal!Peer Gynt(verrukt, terwijl hij haar het kleinood toereikt).Anitra! Eva’s ongekunstelde dochter!Magnetisch trek je me aan; ’k ben een man,En, zoo als staat bij een hoogberoemd schrijver:“Das ewig weibliche zieht uns an!”Maanlichte nacht. Palmenboschje vóór Anitra’s tent.Peer Gyntmet een Arabische luit in de hand zit onder een boom. Zijn haar en baard zijn geknipt; hij ziet er aanmerkelijk jonger uit.Peer Gynt(speelt en zingt).Gesloten heb ’k mijn ParadijsEn nam den sleutel mee;De Noorderbries mijn schip voortdreef,En schoone vrouwen aan het strandBeweenden hun verlies.Naar ’t Zuiden joeg door ’t zilte natDer baren, ’t vluchtend schip.Waar palmen wuiven mooi en fier,Omkransend luwe, blauwe baai,Stak ik mijn schip in brand.Toen steeg ik op een zandzee-schip …Vier beenen had dat schip;Het schuimde onder spoor en zweep …Ik ben een vogel, vang mij toch,…Zit tjilpend op een tak.Anitra, palmwijn ben je, zoet,Dat kan ’k getuigen nu!Ja zelfs Angorageiten-kaasIs nog maar half zoo lekker alsAnitra, schatje, jij!(hangt de luit over zijn schouder en komt nader).Stilte! Zou mijn liefje luistren?Hoorde zij mijn liedje wel?Gluurt zij achter de gordijnen,Niet in sluiers gedrapeerd?…Stil! Het klonk of met geweld daarVan een flesch de kurk afsprongNu alweer! En nog eenmaal!Liefdezuchten? Neen, gezang;…Neen, het is een hoorbaar snurken.Zoet geluid! Anitra sluimert!Nachtegaal, houd op met slaan!Of het zal je er naar vergaan,Als je ’t nog waagt met je fluiten …Doch, het zij zoo, zegt het boek.Nachtegaal is toch een zanger,Ach, ik ben het eveneens.Hij, als ik, vangt met zijn tonenTeedre harten, week en jong.Zwoele nacht en zoet gezangZijn ons beiden lief en gunstig;Als wij zingen, zijn wij beidenWij, Peer Gynt en nachtegaal.En juist dat zij slaapt, mijn liefje,Voert mijn liefderoes ten top;…Met de lippen aan den bekerZonder dat ik er van proef …!Maar daar is zij net, zoo waar!Beter toch maar dat zij kwam.Anitra(uit de tent).Riep mijn heer mij in den nacht?Peer Gynt.De Profeet, ja, heeft geroepen.Ik werd wakker straks door kattenDie een woeste drijfjacht hielden …Anitra.Ach, dat was geen drijfjacht, heer,’t Was iets van heel andren aard.Peer Gynt.Wat dan?Anitra.Wat dan?O, verschoon mij!Peer Gynt.Wat dan? O, verschoon mij!Spreek!Anitra.O, ’k moet blozen …Peer Gynt(dichterbij).O, ’k moet blozen …Was ’t misschien ookWatmijzoo geheel vervulde,Toen ik jou gaf mijn opaal?Anitra(verschrikt).Noemen u, o werelds schat,In één adem met een kat!Peer Gynt.Kind, op ’t punt van liefde staanSoms een kater en ’n ProfeetVrijwel op eenzelfde lijn.Anitra.Heer, uw schertsen vloeit als honingVan uw lippen.Peer Gynt.Van uw lippen.Lieve kind,Jij, als andre meisjes, ziet nooitGroote mannen als zij zijn.’k Hoû van schertsen, moet je weten,Met je beidjes zoo vooral.’k Ben verplicht door mijn positieTot een valschen schijn van ernst;Plichten maken mij gedwongen,Al die zorgen, dat gedoe,Dat ik heb met iedereen,Maakt mij vaak het leven zwaar:Doch dat ligt maar bovenop …Weg daarmee! In ’t tête-à-têteBen ik Peer,… ja dat ben ik.Hop, wij jagen den profeet weg,En hier ben ik zelf nu, Peer!(gaat onder een boom zitten en trekt haar naar zich toe).Kom, Anitra, laat ons rustenOnder groene palmenwaaiers!Ik zal fluistren, jij moet lachen;Later wislen wij de rollen;En terwijl ik lachend luisterFluister jij dan liefdewoordjes!Anitra(gaat voor zijn voeten liggen).Zoet als zang uw woorden klinken,Al begrijp ik lang niet alles.Zeg mij, heer, kan uwe dochter’n Ziel verkrijgen door te luistren?Peer Gynt.’n Ziel en weten, ’t licht des geestes,Zal je later wel geworden.Als het oosten rood-goud-glanzendMeldt: nu breekt er weer een dag aan,Geef ik jou, mijn liefje, lessen;O, je zult van alles leeren,Maar in nachtlijk stille urenWare ’t dwaasheid zoo ik wildeMet geleerdheid, duf, versleten,Als magister mij gedragen.Eigenlijk is ook de ziel nietWelbeschouwd, zoozeer de hoofdzaak.’t Is het hart, waar ’t meest op aan komt.Anitra.Spreek, o heer! Als ’k u hoor sprekenZie ’k een glans als van opalen!Peer Gynt.Al te scherpe geest is domheid;Lafheids knop ontbloeid, is boosheid;Overdreven waarheid isAverechtsche wijsheidstaal;Ja, mijn kind,… ’t is ongelogen,Er zijn menschen op de wereldMet een overvoerde ziel,Die tot klaarheid moeilijk komen.Ik heb er zoo een gekend,’n Parel uit den heelen hoop;En zelfs hij heeft ’t doel gemist tochIn ’t gedrang van ’t drukke leven.Zie je ’t zand rondom de oase?Wenk ik even met mijn tulband,Dwing ’k de wereldzee te vullenMet haar waatren heel de vlakte.Maar ik zou een domkop wezenAls ik nu schiep zee en landen.Weet je wat het is te leven?Anitra.Leer het mij!Peer Gynt.Leer het mij!Het is te zwevenDroogvoets met den tijdstroom mee,Gansch en eenig als zichzelf.Slechts als man van kracht kan ’k wezenHij, die ’k ben, mijn lieve kleintje!’n Oude valk verliest zijn veeren,’n Oude ram krijgt zwakke pooten.’n Oude vrouw verliest haar tanden’n Oude vent krijgt dorre handen,…Iedereen een dorre ziel.Jong zijn! Jong zijn! Ik wil heerschenAls een sultan, vurig, echt,…Niet aan Gyntiana’s kusten,Onder loofomrankte palmen,…Maar gegrondvest op de frischheidVan jonkvrouwlijke gedachten …Zie je nu, mijn lieve kindje,Waarom ik je uitverkorenEn je hartje zoo ontroerd heb?Waarom ik, om zoo te zeggen,Daar mijn kalifaat gesticht heb?Naarmijmoet gaan je verlangen.Almacht wil ik in mijn staat!Jij moet heel alleen van mij zijn.Ik wil ’t zijn die je gevangenHoudt, als goud en edelsteenen.Scheiden wij, is ’t leven niets meer,…Althans, dat wil zeggen: ’t jouwe!Heel je wezen, alle leegten,Zonder willen ja of neen,Wil ik weten vol van mij.’t Nachtlijk donker van je lokken,En al je bekoorlijkhedenMoeten … Babylonsche tuinen …Wenken mij tot sultansfeesten.Daarom is ’t ook nog zoo kwaad nietDat je hoofdje leeg maar blijft.Met een ziel wordt zelfbeschouwingTot een allereersten plicht.Wacht eens,… ’k krijg daar juist een inval:’k Zal je geven, als je ’t wilt,’n Mooien ring voor om je enkel;…Dat is ’t best voor allebei;Jij krijgtmijals ziel, en verderBlijft het alles … status quo.(Anitra snurkt).Wat? Zij slaapt! Zoo gleed dus allesLangs haar heen, wat ’k heb gezegd?…Neen; dat kenmerkt juist mijn macht,Want gewiegd door liefdewoordenZweeft zij weg in zoete droomen.(staat op en legt sieraden in haar schoot).Hier zijn ringen! Hier nog meer!Slaap, Anitra! Droom van Peer!Slaap! En op je keizers voorhoofdDrukte slapend jij de kroon!Peer won, enkel door zijn wezen,’n Keizerrijk in dezen nacht!Karavaanweg. De oase ver weg op den achtergrond.Peer Gyntop zijn witte paard, jaagt door de woestijn.Hij heeft Anitra vóór zich op het zadel.Anitra.Hoû op! Ik ga bijten …!Peer Gynt.Hoû op! Ik ga bijten …!Jij kleine schelm!Anitra.Wat wil u?Peer Gynt.Wat wil u?Wat? Spelen duifje en valk!’k Voer je weg! Ik bega dolle streken!Anitra.Schaam u! Een oude Profeet …!Peer Gynt.Schaam u! Een oude Profeet …!Malligheid!De Profeetisnog niet oud, kleine gans!Vind je dat dit dan op ouderdom wijst, zeg?Anitra.Laat los! ’k Wil naar huis!Peer Gynt.Laat los! ’k Wil naar huis!Nu ben je koket!Naar huis! Naar schoonpapa! Die is goed!Wij dolle vogels, de kooi ontvlogen,Wij komen hem nooit meer onder de oogen.En daarbij, mijn kind, op dezelfde plekMoet men nooit vertoeven te langen tijd;Men verliest dan in achting, hoe meer men bekend wordt;…Vooral als men komt als Profeet of zoo iets.Vluchtig moet men voorbij gaan, als een “bon mot”.’t Werd waarlijk al tijd dat ’t bezoek op zijn eind liep.Die woestijnzonen zijn onstandvastige zielen,Op ’t laatst al ontbraken gebeden en wierook.Anitra.Maar u is toch Profeet?Peer Gynt.Maar u is toch Profeet?Ik ben je keizer!(wil haar kussen).Kijk ’ns aan, hoe die kleine feeks van zich afbijt!Anitra.Geef mij den ring, dien u draagt aan uw vinger.Peer Gynt.Neem, lieve Anitra, den heelen boel!Anitra.Zoete zang zijn uw woorden! Liefelijk klinkend!Peer Gynt.Zalig, wie zoozeer bemind wordt als ik!Ik stijg af! Ik zal leiden het paard als je slaaf.(reikt haar de karwats en stijgt af).Ziezoo, mijn roosje, mijn heerlijke bloem;Hier wil ik loopen in zand en wind,Tot een zonnesteek mij treft en ik niet verder kan.Ik ben jong, Anitra, hoû dat in ’t oog!Neem het met mijn fratsen maar niet zoo nauw.Grappen uithalen is een teeken van jeugd!Als dus je hoofdje wat helderder was,Dan zou je begrijpen, mijn lieflijk juweel,Je liefste maakt grappen … ergo is hij jong!Anitra.Ja, u is jong. Heeft u nog meer ringen?Peer Gynt.Ja, niet waar? Daar; neem! Als een bok kan ik springen!Was hier wijnloof in de buurt, dan zou ’k mij bekransen.Ja, waarachtig ben ’k jong! Hopsa! ’k Ga dansen!(danst en zingt).Ik ben een gelukkig haantje!Pik mij, mijn lief kippetje!Hei! Hop! Laat mij trippelen;…Ik ben een gelukkig haantje!Anitra.U zweet er van, Profeet; ’k ben bang dat u zal smelten;…Geef mij dat zware, dat aan uw gordel bengelt.Peer Gynt.Teedre bezorgdheid! Hoû de beurs maar voor goed;…Zonder goud zijn minnende harten content!(danst en zingt weer).Jonge Peer Gynt is een dolleman;Hij weet niet op welken voet hij zal staan.Pah, zei Peer;… laat maar begaan!Jonge Peer Gynt is een dolleman!Anitra.Verruklijk is ’t den Profeet te zien dansen!Peer Gynt.Profeet? Malligheid!… Laat ons van kleeren wislen!Komaan! Trek uit!Anitra.Komaan! Trek uit!Uw kaftan is te lang,Uw gordel te wijd en uw kousen te nauw …Peer Gynt.Eh bien!(knielt neer).Eh bien!Maar doe mij een groot verdriet,Het is zoet te lijden, voor minnende harten!Hoor, als wij aankomen in mijn slot,…Anitra.In uw Paradijs;… is dat héél ver weg nog?

Een Slaaf(komt op, zich de haren uittrekkend).’s Keizers witte paard is verdwenen!Een tweede Slaaf(komt op, zijn kleeren verscheurend).’s Keizers heilig gewaad is gestolen!Opzichter(komt op).Honderd slagen op de voetzoolKrijgt wie niet den dief kan vangen!(De soldaten stijgen te paard en galoppeeren in alle richtingen weg).Dageraad. Een boschje van palmen en acacia’s.Peer Gynt(op een boom met een afgebroken tak in de hand, houdt zich een troep apen van het lijf).Fataal! Een allerellendigste nacht!(slaat om zich heen).Nu gooien zij met vruchten. Neen, dat ’s wat anders.Akelige dieren zijn apen toch!Er staat wel geschreven: gij zult waken en vechten;Maar ik kan waarachtig niet; ik ben stijf en moe.(wordt weer geplaagd; ongeduldig).’k Moet zien dat ’k een eind aan die kwelling maak!’k Moet zien een van die kerels te vangen,Hem hangen en villen, en met zijn velBedek ik mijzelf, zoo goed als ’t gaat;Dan houden de andren mij voor een echten …Wat zijn wij menschen? Niet meer dan een zucht.En men moet zich wat voegen naar landsgebruik …Alweer een troep! Dat kruipt en krioelt …Ga je! Kischt! Zij doen of ze gek zijn.Had ik nu maar een verdwaalden staart!…Iets dat mij zoowat op ’n dier deed gelijken …Wat ’s dat? Nu hokken ze boven mijn hoofd …!(kijkt naar boven).Die oude,… zijn vuisten vol vuil of drek …!(kruipt angstig in elkaar en houdt zich een poosje stil. Deaap maakt een beweging; Peer Gynt begint te lokken en liefjes te praten als tegen een hond).Zoo,… ben je daar, jij oude Sim!Hij is braaf, ja, niet waar! Hij wil aangehaald worden!Hij zal niet gooien;… hij denkt er niet aan …Kent mij wel! Piep-piep! Wij zijn goede vrienden!Ai-ai! Hoor je wel dat ik je taal kan spreken?Sim en ik, wij zijn nog familie, niet waar?Morgen krijgt Sim wat lekkers, hoor …! Jij beest!Heel de lading over mij heen! Bah! Wat een smerigheid!..!Of was ’t eten misschien? Aan den smaak was ’t niet te kennen;Maar wat smaak betreft doet gewoonte het meest;Wie was ook weer de denker, die eens heeft gezegd:Men spuwt maar en moet hopen dat ’t wennen zal …?Daar heb je ook de jongen!(vecht en slaat).Daar heb je ook de jongen!’t Is toch al te gek,Dat de mensch, die toch heet heer der schepping,Zich genoodzaakt ziet tot …! Politie! politie!Gemeen was de oude, maar de jongen zijn erger!Vroege morgenstond. Een rotsachtige streek met uitzicht op de woestijn. Aan den eenen kant een bergkloof en een hol. Eendiefen eenhelerin de kloof met het paard en het gewaad van den keizer. Het paard, rijk opgetuigd, staat aan een steen vastgebonden.Ruitersin de verte.De Dief.Blinkende, flikkerendePunten van lansen,…Kijk! Kijk!De Heler.Ik voel al mijn kopIn ’t zand wegrollen.Wee! Wee!De Dief(kruist zijn armen over de borst).Mijn vader was ’n dief;Zijn zoon moet stelen.De Heler.Mijn vader was ’n heler;Zijn zoon moet helen.De Dief.Je lot moet je dragen;Je zelf moet je wezen.De Heler(luisterend).Voetstappen in ’t hout!Gauw weg! Maar waar?De Dief.Diep is het hol,En groot de Profeet!(Zij vluchten en laten hun buit in den steek. De ruiters verliezen zich in de verte).Peer Gynt(komt op, een fluitje van riet snijdend).Wat een verrukkelijke morgenstond!…De mestkever rolt zijn ballen van mest,De slak kruipt uit haar slakkenhuis.D’ochtendstond ja, heeft goud in den mond.Het is in den grond toch ’n merkwaardige macht,Die in ’t daglicht aldus de natuur heeft gelegd.Men voelt zich zoo kalm, voelt zijn moed weer groeien.Zou wel durven ’t desnoods met een os op te nemen …Wat een stilte in ’t rond! Ja, de landlijke vreugden …Onbegrijplijk toch dat ik ze vroeger versmaadde;Dat men zich opsluit in groote gebouwen,Om allerlei volk in huis te halen …Och, kijk, wat heeft ’t hagedisje het druk,Hapt maar en denkt verder aan niemendal!Wat een onschuld toch in ’t leven van zoo’n dier.Elk volgt zijns Scheppers gebod in gehoorzaamheid,Bewaart onvervreemdbaar zijn eigenaardigheid,Is zich zelf, zich zelf in spel en strijd,Zich zelf, zoo als het werd, toen voor ’t eerst het werd.(zet zijn lorgnet op).Een padde. Midden in een zandsteenblok.Versteening rondom. Alleen de kop er uit.Daar zit ze nu te kijken als door een ruit,Naar de wereld en is zich zelf … genoeg …(denkt na).Genoeg? Zich zelf …? Waar staat dat ook weer?Ik las het als jongen in ’n godsdienstig boek.Was ’t in den bijbel? Of in Salomons spreuken?Treurig; ik merk dat jaar op jaarMijn geheugen afneemt voor tijd en plaats.(gaat in de schaduw zitten).Hier is ’t lekker koel rusten … nu even uitblazen.Kijk, hier groeien varens. Eetbare wortels.(proeft er van).’t Is wel meer eten voor ’t redelooze vee;…Maar er staat geschreven: dwing je natuur!En verder staat er: hoogmoed moet men buigen.En wie zich vernedert zal worden verhoogd.(onrustig).Verhoogd? Ja, zeker, dat gebeurt met mij;…Iets anders laat zich onmogelijk denken.’t Fatum helpt mij wel dat ’k hier van daan kom,Zal ’t aanleggen zóó dat ik hooger stijg.Dit is een beproeving; later komt er verlossing,…Als de Heere mij maar gezond blijven laat.(schudt die gedachten van zich af, steekt een sigaret op, strekt zich uit en staart over de vlakte van de woestijn).Wat een onmetelijk, grenzenloos vlak.Heel in de verte wandelt een struis …Wat of toch Gods bedoeling kon zijnMet het scheppen van al dat leege en doode,Dat, wat ontbeert alle levensbronnen;Dat verzengde, dat niemand ten goede komt;…Dat stuk van de wereld, dat daar ligt braak;Dat lijk, dat nooit sinds het uur der schepping,Zijn Schepper zooveel als dank heeft gebracht!Waar dient het voor?… De natuur is verkwistend…Is dat de zee, daar in ’t oosten, dat vlakke,Daar schitt’rend? Neen, ’t is maar zinsbedrog,De zee is in ’t westen; daarachter, en hooger,Afgedamd door een glooiende heuvelrij.(een gedachte gaat door zijn hoofd).Afgedamd? Dus dan kon ik …! De heuvels zijn smal;Afgedamd? Een doorbraak maar, een kanaal,…Als een levensstroom zou het water zich stortenDoor de geul en vullen de gansche woestijn!Gauw zou dat heele gloeiende grafWorden een frissche, golvende zee.Tot eilanden werden dan de oasen,Groen rees de Atlas als noordlijke grens;Zeilschepen zouden, als vogels, doorklieven’t Pad, voor karavanen tot heden bestemd.Frissche lucht zou er verdrijven de heeteDampen,… uit wolken druppelen dauw;Stad aan stad zou er bouwen het volk,En gras zou er groeien om wuivende palmen.In ’t zuiden werd ’t land, achter Sahara’s muur,Een kustland met nieuwe, verjongde cultuur.Stoom zou er drijven Tomboektoe’s fabrieken;Bornoe werd ras gekoloniseerd;Veilig door Habes reed dan de exploratorIn zijn waggon naar den Boven-Nijl.Midden in zee, op een vette oase,Wil ’k overplanten het Noorsche ras;’t Bloed van mijn dalvolk is bijna vorstlijk;Kruising met ’t Arabische doet dan de rest.Rondom een bocht, op een rijzende kust,Zal ik de hoofdstad, Peeropolis, stichten.De wereld is afgeleefd! Nu komt de beurtAan Gyntiana, mijn jonge land!(springt op)Alleen maar kapitaal, dan is ’t gebeurd …Een gouden sleutel voor de poort der zee!’n Kruistocht tegen ’t doode! Kom! Open de zakkenO, schraper, door u angstvallig bewaakt.Men gloeit voor vrijheid in alle landen;…Als de ezel van Noach wil ’k over de wereldUitzenden een kreet, den bevrijdingsdoop brengenAan de heerlijke, zwoele, wordende stranden.Ik moet voort! Kapitaal uit het Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… de helft in ’t Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… mijn halve rijk voor een paard!(het paard hinnikt in de rotskloof).Een paard! En kleeren …! Juweelen,… en wapens!(komt naderbij).Onmooglijk! Ja, waarlijk …! Ik las wel eensErgens, dat willen kan bergen verzetten;…Maar dat het óók kan verzetten een paard …!Onzin! ’t Is mijn Fatum, dat hier een paard staat …“Ab esse ad posse” en wat verder mag volgen …(trekt de kleeren aan over de zijne en bekijkt zich).Sir Peter,… een Turk van top tot teen!Een mensch weet toch nooit wat er kan gebeuren …Spoed je, Grane, mijn klepper fier!(bestijgt het paard).Gouden pantoffels tot steun voor mijn voeten!Aan ’t paardentuig kent men de groote heeren!(hij galoppeert de woestijn in).Tent van Arabieren-opperhoofd, alleen-staand in een oase.Peer Gyntin zijn Turksche kleeding rustend op kussens. Hij drinkt koffie en rookt uit een lange pijp.Anitraen eentroepje meisjesdansen en zingen voor hem.Koor van Meisjes.De Profeet is gekomen!De Profeet, de heer, de alles wetende!Tot ons, tot ons is hij gekomen,Over de zandwoestijn rijdende!De Profeet, de heer, de nooit mistastende.Tot ons, tot ons is hij gekomen,Door de zandwoestijn zeilende!Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen!Anitra.Zijn klepper is blank als de melkstroom,Die golvend door ’t Paradijs vloeit.Zinkt op de knieën! Buigt ’t hoofd in ootmoed!Zijn oogen zijn sterren, blinkend en blijde.Maar geen schepsel verdraagtDen schitt’renden glans van dier sterren stralen!Door de zandzee kwam hij.Goud en paarlen ontsprongen aan zijn borst.Waar hij reed werd het licht.Achter hem werd het donker.Achter hem woedde Samoem,… werd dorheid.Hij, de heerlijke, kwam!Door de zandzee kwam hij,Versierd als een zoon der aarde,Kaba, Kaba, staat leeg;…Hij heeft ’t zelf verkondigd!Koor van Meisjes.Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen;(De meisjes dansen op gedempte muziek).Peer Gynt.Ik las eens gedrukt … en het woord is waar …“Niemand wordt profeet in zijn eigen land.”…Dit leven hier bevalt mij veel beterDan dat daarginds, onder Charlestowns reeders.Er was iets hols in die heele zaak,Iets vreemds, onzuivers, dat altijd bleef;…Ik voelde mij nooit recht op mijn gemak,En nooit zoo heelemaal man van ’t vak.Wat deed ik daar eigenlijk, vraag ik mij af?Als een molenpaard altijd maar in de zaken;Als ik het bedenk, kan ik ’t niet begrijpen;…Hetkwamzoo; dat is het heele geval …Zich zelf te zijn, gebaseerd op goud,Dat is als zijn huis te bouwen op zand.Voor ringen en kettingen en de rest,Kwisp’len de menschen en kruipen in ’t slijk;Zij nemen hun hoed af voor ’n dasspeld met kroon,Maar een ring of speld is toch niet de persoon …Profeet;… kijk, dat ’s een zuivre positie.Dan weet men op welken voet men staat.Gaat het òp, dan is men ’t tochzelf, die ontvangtDe hulde, en niet zijn pond sterling of shilling.Men is, wat men is, eenvoudig-weg;Geen toeval of kans is men dank verschuldigd,Men steunt ook niet op patent of vergunning …Profeet;… ja, dat is net iets voor mij.En ik werd het zoo uiterst onverwacht,…Uitsluitend doordat ik reed door de woestijn,En deze natuurkindren trof op mijn weg.De Profeet was gekomen; daarmee was ’t klaar.Het lag waarlijk niet in mijn plan te bedriegen;Profetisch te antwoorden is ook geen liegen,En terugtrekken kan ik mij altijd nog.Ik ben niet gebonden; dat is buiten kwestie;…’t Geheel is meer een persoonlijk geval;Ik kan gaan als ik kwam; mijn paard staat gereedIn ’t kort, ik ben meester van de positie.Anitra(nadert den ingang van de tent).Profeet en heerscher!Peer Gynt.Profeet en heerscher!Wat begeert mijn slavin?Anitra.Wachtend voor uw tent staan der vlakte zonen;Zij vragen uw aangezicht te mogen …Peer Gynt.Zij vragen uw aangezicht te mogen …Stop!Zeg hun, dat zij er maar gauw van doorgaan:Zeg hun, dat ’k van ver hun gebeden wel hoor.Voeg er bij, dat ik hier geen manvolk wil hebben!Mannen, mijn kind, zijn ellendig volk,…Echte smeerlappen, zoo als men het noemt!Anitra, je kunt niet begrijpen, mijn kind,Hoe gemeen … ik bedoel, hoe zondig zij zijn!…Nou ja; al genoeg. Danst voor mij, kindren!De Profeet wil droevig herdenken vergeten.De Meisjes(dansend).De Profeet is goed; de Profeet is bedroefdOver ’t kwaad bedreven door de zonen van ’t stof!De Profeet is mild; zijn mildheid zij geloofd;Hij opent voor zondaars zijn Paradijs!Peer Gynt(terwijl hij Anitra onder het dansen met de oogen volgt).Als trommelstokken zoo vlug gaan haar beenen.Jongens! ’t Is een lekker klein ding waarachtig.Zij heeft wel wat extravagante vormen,…Niet gansch overeenkomstig de eischen der schoonheid;Maar wat is schoonheid? Traditie alleen,…Een munt, enkel gangbaar naar plaats of tijd.En juist dat extravagante is aantreklijkAls je het normale door-en-door kent.Het gemiddelde wekt niet gauw meer een roes.Of overdreven gevuld, òf overdreven mager,Of beangstigend jong, òf afschrikkend oud;…Van ’t gemiddelde walg ik …Haar voeten … nou ja, munten niet uit door reinheid;Ook haar armen niet, dat ’s waar, vooral de ééne.Maar daar is ze in den grond toch niet minder om;Ik zou eerder zeggen, dat hoort er zoo bij …Anitra, hoor eens!Anitra(komt naderbij).Anitra, hoor eens!Uw slavin heeft gehoord!Peer Gynt.Je bent bekoorlijk, kind! De Profeet is ontroerd.Als je mij niet gelooven wilt, hoor dan ’t bewijs:Ik maak je tot Houri in het Paradijs!Anitra.Dat kan niet, heer!Peer Gynt.Dat kan niet, heer!Wat? Denk je dat ’t scherts is?Het is hooge ernst, zoo waar als ik leef, hoor.Anitra.Maar ik heb toch geen ziel.Peer Gynt.Maar ik heb toch geen ziel.Die krijg je wel!Anitra.Hoe dan, o heer?Peer Gynt.Hoe dan, o heer?Laat dat aan mij maar over;…Ik zal je opvoeding in handen nemen.Geen ziel! Ja, zeker, je bent wel erg dom,Zooals men ’t noemt. Dat heb ik met smart ondervonden.Maar toch, voor een ziel heb je nog wel plaats.Kom hier! Laat mij je hersenpan eens meten …Er is plaats; er is plaats; ja, dat dacht ik ook wel.’t Is waar,… heel diep zal je wel nooit leeren denken;En een heel groote ziel zal je ook niet krijgen;…Maar och, dat doet er ook eigenlijk niets toe;…Je zult zooveel krijgen, dat je niet beschaamd hoeft te staan …Anitra.De Profeet is goed …Peer Gynt.De Profeet is goed …Je aarzelt? Spreek!Anitra.Maar ik had nog liever …Peer Gynt.Maar ik had nog liever …Zeg op zonder dralen!Anitra.Ik geef niet zooveel om een ziel;… geef mij liever …Als ik ’t zeggen mag …Peer Gynt.Als ik ’t zeggen mag …Wat?Anitra(wijst op zijn tulband).Als ik ’t zeggen mag … Wat?Die mooie opaal!Peer Gynt(verrukt, terwijl hij haar het kleinood toereikt).Anitra! Eva’s ongekunstelde dochter!Magnetisch trek je me aan; ’k ben een man,En, zoo als staat bij een hoogberoemd schrijver:“Das ewig weibliche zieht uns an!”Maanlichte nacht. Palmenboschje vóór Anitra’s tent.Peer Gyntmet een Arabische luit in de hand zit onder een boom. Zijn haar en baard zijn geknipt; hij ziet er aanmerkelijk jonger uit.Peer Gynt(speelt en zingt).Gesloten heb ’k mijn ParadijsEn nam den sleutel mee;De Noorderbries mijn schip voortdreef,En schoone vrouwen aan het strandBeweenden hun verlies.Naar ’t Zuiden joeg door ’t zilte natDer baren, ’t vluchtend schip.Waar palmen wuiven mooi en fier,Omkransend luwe, blauwe baai,Stak ik mijn schip in brand.Toen steeg ik op een zandzee-schip …Vier beenen had dat schip;Het schuimde onder spoor en zweep …Ik ben een vogel, vang mij toch,…Zit tjilpend op een tak.Anitra, palmwijn ben je, zoet,Dat kan ’k getuigen nu!Ja zelfs Angorageiten-kaasIs nog maar half zoo lekker alsAnitra, schatje, jij!(hangt de luit over zijn schouder en komt nader).Stilte! Zou mijn liefje luistren?Hoorde zij mijn liedje wel?Gluurt zij achter de gordijnen,Niet in sluiers gedrapeerd?…Stil! Het klonk of met geweld daarVan een flesch de kurk afsprongNu alweer! En nog eenmaal!Liefdezuchten? Neen, gezang;…Neen, het is een hoorbaar snurken.Zoet geluid! Anitra sluimert!Nachtegaal, houd op met slaan!Of het zal je er naar vergaan,Als je ’t nog waagt met je fluiten …Doch, het zij zoo, zegt het boek.Nachtegaal is toch een zanger,Ach, ik ben het eveneens.Hij, als ik, vangt met zijn tonenTeedre harten, week en jong.Zwoele nacht en zoet gezangZijn ons beiden lief en gunstig;Als wij zingen, zijn wij beidenWij, Peer Gynt en nachtegaal.En juist dat zij slaapt, mijn liefje,Voert mijn liefderoes ten top;…Met de lippen aan den bekerZonder dat ik er van proef …!Maar daar is zij net, zoo waar!Beter toch maar dat zij kwam.Anitra(uit de tent).Riep mijn heer mij in den nacht?Peer Gynt.De Profeet, ja, heeft geroepen.Ik werd wakker straks door kattenDie een woeste drijfjacht hielden …Anitra.Ach, dat was geen drijfjacht, heer,’t Was iets van heel andren aard.Peer Gynt.Wat dan?Anitra.Wat dan?O, verschoon mij!Peer Gynt.Wat dan? O, verschoon mij!Spreek!Anitra.O, ’k moet blozen …Peer Gynt(dichterbij).O, ’k moet blozen …Was ’t misschien ookWatmijzoo geheel vervulde,Toen ik jou gaf mijn opaal?Anitra(verschrikt).Noemen u, o werelds schat,In één adem met een kat!Peer Gynt.Kind, op ’t punt van liefde staanSoms een kater en ’n ProfeetVrijwel op eenzelfde lijn.Anitra.Heer, uw schertsen vloeit als honingVan uw lippen.Peer Gynt.Van uw lippen.Lieve kind,Jij, als andre meisjes, ziet nooitGroote mannen als zij zijn.’k Hoû van schertsen, moet je weten,Met je beidjes zoo vooral.’k Ben verplicht door mijn positieTot een valschen schijn van ernst;Plichten maken mij gedwongen,Al die zorgen, dat gedoe,Dat ik heb met iedereen,Maakt mij vaak het leven zwaar:Doch dat ligt maar bovenop …Weg daarmee! In ’t tête-à-têteBen ik Peer,… ja dat ben ik.Hop, wij jagen den profeet weg,En hier ben ik zelf nu, Peer!(gaat onder een boom zitten en trekt haar naar zich toe).Kom, Anitra, laat ons rustenOnder groene palmenwaaiers!Ik zal fluistren, jij moet lachen;Later wislen wij de rollen;En terwijl ik lachend luisterFluister jij dan liefdewoordjes!Anitra(gaat voor zijn voeten liggen).Zoet als zang uw woorden klinken,Al begrijp ik lang niet alles.Zeg mij, heer, kan uwe dochter’n Ziel verkrijgen door te luistren?Peer Gynt.’n Ziel en weten, ’t licht des geestes,Zal je later wel geworden.Als het oosten rood-goud-glanzendMeldt: nu breekt er weer een dag aan,Geef ik jou, mijn liefje, lessen;O, je zult van alles leeren,Maar in nachtlijk stille urenWare ’t dwaasheid zoo ik wildeMet geleerdheid, duf, versleten,Als magister mij gedragen.Eigenlijk is ook de ziel nietWelbeschouwd, zoozeer de hoofdzaak.’t Is het hart, waar ’t meest op aan komt.Anitra.Spreek, o heer! Als ’k u hoor sprekenZie ’k een glans als van opalen!Peer Gynt.Al te scherpe geest is domheid;Lafheids knop ontbloeid, is boosheid;Overdreven waarheid isAverechtsche wijsheidstaal;Ja, mijn kind,… ’t is ongelogen,Er zijn menschen op de wereldMet een overvoerde ziel,Die tot klaarheid moeilijk komen.Ik heb er zoo een gekend,’n Parel uit den heelen hoop;En zelfs hij heeft ’t doel gemist tochIn ’t gedrang van ’t drukke leven.Zie je ’t zand rondom de oase?Wenk ik even met mijn tulband,Dwing ’k de wereldzee te vullenMet haar waatren heel de vlakte.Maar ik zou een domkop wezenAls ik nu schiep zee en landen.Weet je wat het is te leven?Anitra.Leer het mij!Peer Gynt.Leer het mij!Het is te zwevenDroogvoets met den tijdstroom mee,Gansch en eenig als zichzelf.Slechts als man van kracht kan ’k wezenHij, die ’k ben, mijn lieve kleintje!’n Oude valk verliest zijn veeren,’n Oude ram krijgt zwakke pooten.’n Oude vrouw verliest haar tanden’n Oude vent krijgt dorre handen,…Iedereen een dorre ziel.Jong zijn! Jong zijn! Ik wil heerschenAls een sultan, vurig, echt,…Niet aan Gyntiana’s kusten,Onder loofomrankte palmen,…Maar gegrondvest op de frischheidVan jonkvrouwlijke gedachten …Zie je nu, mijn lieve kindje,Waarom ik je uitverkorenEn je hartje zoo ontroerd heb?Waarom ik, om zoo te zeggen,Daar mijn kalifaat gesticht heb?Naarmijmoet gaan je verlangen.Almacht wil ik in mijn staat!Jij moet heel alleen van mij zijn.Ik wil ’t zijn die je gevangenHoudt, als goud en edelsteenen.Scheiden wij, is ’t leven niets meer,…Althans, dat wil zeggen: ’t jouwe!Heel je wezen, alle leegten,Zonder willen ja of neen,Wil ik weten vol van mij.’t Nachtlijk donker van je lokken,En al je bekoorlijkhedenMoeten … Babylonsche tuinen …Wenken mij tot sultansfeesten.Daarom is ’t ook nog zoo kwaad nietDat je hoofdje leeg maar blijft.Met een ziel wordt zelfbeschouwingTot een allereersten plicht.Wacht eens,… ’k krijg daar juist een inval:’k Zal je geven, als je ’t wilt,’n Mooien ring voor om je enkel;…Dat is ’t best voor allebei;Jij krijgtmijals ziel, en verderBlijft het alles … status quo.(Anitra snurkt).Wat? Zij slaapt! Zoo gleed dus allesLangs haar heen, wat ’k heb gezegd?…Neen; dat kenmerkt juist mijn macht,Want gewiegd door liefdewoordenZweeft zij weg in zoete droomen.(staat op en legt sieraden in haar schoot).Hier zijn ringen! Hier nog meer!Slaap, Anitra! Droom van Peer!Slaap! En op je keizers voorhoofdDrukte slapend jij de kroon!Peer won, enkel door zijn wezen,’n Keizerrijk in dezen nacht!Karavaanweg. De oase ver weg op den achtergrond.Peer Gyntop zijn witte paard, jaagt door de woestijn.Hij heeft Anitra vóór zich op het zadel.Anitra.Hoû op! Ik ga bijten …!Peer Gynt.Hoû op! Ik ga bijten …!Jij kleine schelm!Anitra.Wat wil u?Peer Gynt.Wat wil u?Wat? Spelen duifje en valk!’k Voer je weg! Ik bega dolle streken!Anitra.Schaam u! Een oude Profeet …!Peer Gynt.Schaam u! Een oude Profeet …!Malligheid!De Profeetisnog niet oud, kleine gans!Vind je dat dit dan op ouderdom wijst, zeg?Anitra.Laat los! ’k Wil naar huis!Peer Gynt.Laat los! ’k Wil naar huis!Nu ben je koket!Naar huis! Naar schoonpapa! Die is goed!Wij dolle vogels, de kooi ontvlogen,Wij komen hem nooit meer onder de oogen.En daarbij, mijn kind, op dezelfde plekMoet men nooit vertoeven te langen tijd;Men verliest dan in achting, hoe meer men bekend wordt;…Vooral als men komt als Profeet of zoo iets.Vluchtig moet men voorbij gaan, als een “bon mot”.’t Werd waarlijk al tijd dat ’t bezoek op zijn eind liep.Die woestijnzonen zijn onstandvastige zielen,Op ’t laatst al ontbraken gebeden en wierook.Anitra.Maar u is toch Profeet?Peer Gynt.Maar u is toch Profeet?Ik ben je keizer!(wil haar kussen).Kijk ’ns aan, hoe die kleine feeks van zich afbijt!Anitra.Geef mij den ring, dien u draagt aan uw vinger.Peer Gynt.Neem, lieve Anitra, den heelen boel!Anitra.Zoete zang zijn uw woorden! Liefelijk klinkend!Peer Gynt.Zalig, wie zoozeer bemind wordt als ik!Ik stijg af! Ik zal leiden het paard als je slaaf.(reikt haar de karwats en stijgt af).Ziezoo, mijn roosje, mijn heerlijke bloem;Hier wil ik loopen in zand en wind,Tot een zonnesteek mij treft en ik niet verder kan.Ik ben jong, Anitra, hoû dat in ’t oog!Neem het met mijn fratsen maar niet zoo nauw.Grappen uithalen is een teeken van jeugd!Als dus je hoofdje wat helderder was,Dan zou je begrijpen, mijn lieflijk juweel,Je liefste maakt grappen … ergo is hij jong!Anitra.Ja, u is jong. Heeft u nog meer ringen?Peer Gynt.Ja, niet waar? Daar; neem! Als een bok kan ik springen!Was hier wijnloof in de buurt, dan zou ’k mij bekransen.Ja, waarachtig ben ’k jong! Hopsa! ’k Ga dansen!(danst en zingt).Ik ben een gelukkig haantje!Pik mij, mijn lief kippetje!Hei! Hop! Laat mij trippelen;…Ik ben een gelukkig haantje!Anitra.U zweet er van, Profeet; ’k ben bang dat u zal smelten;…Geef mij dat zware, dat aan uw gordel bengelt.Peer Gynt.Teedre bezorgdheid! Hoû de beurs maar voor goed;…Zonder goud zijn minnende harten content!(danst en zingt weer).Jonge Peer Gynt is een dolleman;Hij weet niet op welken voet hij zal staan.Pah, zei Peer;… laat maar begaan!Jonge Peer Gynt is een dolleman!Anitra.Verruklijk is ’t den Profeet te zien dansen!Peer Gynt.Profeet? Malligheid!… Laat ons van kleeren wislen!Komaan! Trek uit!Anitra.Komaan! Trek uit!Uw kaftan is te lang,Uw gordel te wijd en uw kousen te nauw …Peer Gynt.Eh bien!(knielt neer).Eh bien!Maar doe mij een groot verdriet,Het is zoet te lijden, voor minnende harten!Hoor, als wij aankomen in mijn slot,…Anitra.In uw Paradijs;… is dat héél ver weg nog?

Een Slaaf(komt op, zich de haren uittrekkend).’s Keizers witte paard is verdwenen!Een tweede Slaaf(komt op, zijn kleeren verscheurend).’s Keizers heilig gewaad is gestolen!Opzichter(komt op).Honderd slagen op de voetzoolKrijgt wie niet den dief kan vangen!(De soldaten stijgen te paard en galoppeeren in alle richtingen weg).Dageraad. Een boschje van palmen en acacia’s.Peer Gynt(op een boom met een afgebroken tak in de hand, houdt zich een troep apen van het lijf).Fataal! Een allerellendigste nacht!(slaat om zich heen).Nu gooien zij met vruchten. Neen, dat ’s wat anders.Akelige dieren zijn apen toch!Er staat wel geschreven: gij zult waken en vechten;Maar ik kan waarachtig niet; ik ben stijf en moe.(wordt weer geplaagd; ongeduldig).’k Moet zien dat ’k een eind aan die kwelling maak!’k Moet zien een van die kerels te vangen,Hem hangen en villen, en met zijn velBedek ik mijzelf, zoo goed als ’t gaat;Dan houden de andren mij voor een echten …Wat zijn wij menschen? Niet meer dan een zucht.En men moet zich wat voegen naar landsgebruik …Alweer een troep! Dat kruipt en krioelt …Ga je! Kischt! Zij doen of ze gek zijn.Had ik nu maar een verdwaalden staart!…Iets dat mij zoowat op ’n dier deed gelijken …Wat ’s dat? Nu hokken ze boven mijn hoofd …!(kijkt naar boven).Die oude,… zijn vuisten vol vuil of drek …!(kruipt angstig in elkaar en houdt zich een poosje stil. Deaap maakt een beweging; Peer Gynt begint te lokken en liefjes te praten als tegen een hond).Zoo,… ben je daar, jij oude Sim!Hij is braaf, ja, niet waar! Hij wil aangehaald worden!Hij zal niet gooien;… hij denkt er niet aan …Kent mij wel! Piep-piep! Wij zijn goede vrienden!Ai-ai! Hoor je wel dat ik je taal kan spreken?Sim en ik, wij zijn nog familie, niet waar?Morgen krijgt Sim wat lekkers, hoor …! Jij beest!Heel de lading over mij heen! Bah! Wat een smerigheid!..!Of was ’t eten misschien? Aan den smaak was ’t niet te kennen;Maar wat smaak betreft doet gewoonte het meest;Wie was ook weer de denker, die eens heeft gezegd:Men spuwt maar en moet hopen dat ’t wennen zal …?Daar heb je ook de jongen!(vecht en slaat).Daar heb je ook de jongen!’t Is toch al te gek,Dat de mensch, die toch heet heer der schepping,Zich genoodzaakt ziet tot …! Politie! politie!Gemeen was de oude, maar de jongen zijn erger!Vroege morgenstond. Een rotsachtige streek met uitzicht op de woestijn. Aan den eenen kant een bergkloof en een hol. Eendiefen eenhelerin de kloof met het paard en het gewaad van den keizer. Het paard, rijk opgetuigd, staat aan een steen vastgebonden.Ruitersin de verte.De Dief.Blinkende, flikkerendePunten van lansen,…Kijk! Kijk!De Heler.Ik voel al mijn kopIn ’t zand wegrollen.Wee! Wee!De Dief(kruist zijn armen over de borst).Mijn vader was ’n dief;Zijn zoon moet stelen.De Heler.Mijn vader was ’n heler;Zijn zoon moet helen.De Dief.Je lot moet je dragen;Je zelf moet je wezen.De Heler(luisterend).Voetstappen in ’t hout!Gauw weg! Maar waar?De Dief.Diep is het hol,En groot de Profeet!(Zij vluchten en laten hun buit in den steek. De ruiters verliezen zich in de verte).Peer Gynt(komt op, een fluitje van riet snijdend).Wat een verrukkelijke morgenstond!…De mestkever rolt zijn ballen van mest,De slak kruipt uit haar slakkenhuis.D’ochtendstond ja, heeft goud in den mond.Het is in den grond toch ’n merkwaardige macht,Die in ’t daglicht aldus de natuur heeft gelegd.Men voelt zich zoo kalm, voelt zijn moed weer groeien.Zou wel durven ’t desnoods met een os op te nemen …Wat een stilte in ’t rond! Ja, de landlijke vreugden …Onbegrijplijk toch dat ik ze vroeger versmaadde;Dat men zich opsluit in groote gebouwen,Om allerlei volk in huis te halen …Och, kijk, wat heeft ’t hagedisje het druk,Hapt maar en denkt verder aan niemendal!Wat een onschuld toch in ’t leven van zoo’n dier.Elk volgt zijns Scheppers gebod in gehoorzaamheid,Bewaart onvervreemdbaar zijn eigenaardigheid,Is zich zelf, zich zelf in spel en strijd,Zich zelf, zoo als het werd, toen voor ’t eerst het werd.(zet zijn lorgnet op).Een padde. Midden in een zandsteenblok.Versteening rondom. Alleen de kop er uit.Daar zit ze nu te kijken als door een ruit,Naar de wereld en is zich zelf … genoeg …(denkt na).Genoeg? Zich zelf …? Waar staat dat ook weer?Ik las het als jongen in ’n godsdienstig boek.Was ’t in den bijbel? Of in Salomons spreuken?Treurig; ik merk dat jaar op jaarMijn geheugen afneemt voor tijd en plaats.(gaat in de schaduw zitten).Hier is ’t lekker koel rusten … nu even uitblazen.Kijk, hier groeien varens. Eetbare wortels.(proeft er van).’t Is wel meer eten voor ’t redelooze vee;…Maar er staat geschreven: dwing je natuur!En verder staat er: hoogmoed moet men buigen.En wie zich vernedert zal worden verhoogd.(onrustig).Verhoogd? Ja, zeker, dat gebeurt met mij;…Iets anders laat zich onmogelijk denken.’t Fatum helpt mij wel dat ’k hier van daan kom,Zal ’t aanleggen zóó dat ik hooger stijg.Dit is een beproeving; later komt er verlossing,…Als de Heere mij maar gezond blijven laat.(schudt die gedachten van zich af, steekt een sigaret op, strekt zich uit en staart over de vlakte van de woestijn).Wat een onmetelijk, grenzenloos vlak.Heel in de verte wandelt een struis …Wat of toch Gods bedoeling kon zijnMet het scheppen van al dat leege en doode,Dat, wat ontbeert alle levensbronnen;Dat verzengde, dat niemand ten goede komt;…Dat stuk van de wereld, dat daar ligt braak;Dat lijk, dat nooit sinds het uur der schepping,Zijn Schepper zooveel als dank heeft gebracht!Waar dient het voor?… De natuur is verkwistend…Is dat de zee, daar in ’t oosten, dat vlakke,Daar schitt’rend? Neen, ’t is maar zinsbedrog,De zee is in ’t westen; daarachter, en hooger,Afgedamd door een glooiende heuvelrij.(een gedachte gaat door zijn hoofd).Afgedamd? Dus dan kon ik …! De heuvels zijn smal;Afgedamd? Een doorbraak maar, een kanaal,…Als een levensstroom zou het water zich stortenDoor de geul en vullen de gansche woestijn!Gauw zou dat heele gloeiende grafWorden een frissche, golvende zee.Tot eilanden werden dan de oasen,Groen rees de Atlas als noordlijke grens;Zeilschepen zouden, als vogels, doorklieven’t Pad, voor karavanen tot heden bestemd.Frissche lucht zou er verdrijven de heeteDampen,… uit wolken druppelen dauw;Stad aan stad zou er bouwen het volk,En gras zou er groeien om wuivende palmen.In ’t zuiden werd ’t land, achter Sahara’s muur,Een kustland met nieuwe, verjongde cultuur.Stoom zou er drijven Tomboektoe’s fabrieken;Bornoe werd ras gekoloniseerd;Veilig door Habes reed dan de exploratorIn zijn waggon naar den Boven-Nijl.Midden in zee, op een vette oase,Wil ’k overplanten het Noorsche ras;’t Bloed van mijn dalvolk is bijna vorstlijk;Kruising met ’t Arabische doet dan de rest.Rondom een bocht, op een rijzende kust,Zal ik de hoofdstad, Peeropolis, stichten.De wereld is afgeleefd! Nu komt de beurtAan Gyntiana, mijn jonge land!(springt op)Alleen maar kapitaal, dan is ’t gebeurd …Een gouden sleutel voor de poort der zee!’n Kruistocht tegen ’t doode! Kom! Open de zakkenO, schraper, door u angstvallig bewaakt.Men gloeit voor vrijheid in alle landen;…Als de ezel van Noach wil ’k over de wereldUitzenden een kreet, den bevrijdingsdoop brengenAan de heerlijke, zwoele, wordende stranden.Ik moet voort! Kapitaal uit het Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… de helft in ’t Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… mijn halve rijk voor een paard!(het paard hinnikt in de rotskloof).Een paard! En kleeren …! Juweelen,… en wapens!(komt naderbij).Onmooglijk! Ja, waarlijk …! Ik las wel eensErgens, dat willen kan bergen verzetten;…Maar dat het óók kan verzetten een paard …!Onzin! ’t Is mijn Fatum, dat hier een paard staat …“Ab esse ad posse” en wat verder mag volgen …(trekt de kleeren aan over de zijne en bekijkt zich).Sir Peter,… een Turk van top tot teen!Een mensch weet toch nooit wat er kan gebeuren …Spoed je, Grane, mijn klepper fier!(bestijgt het paard).Gouden pantoffels tot steun voor mijn voeten!Aan ’t paardentuig kent men de groote heeren!(hij galoppeert de woestijn in).Tent van Arabieren-opperhoofd, alleen-staand in een oase.Peer Gyntin zijn Turksche kleeding rustend op kussens. Hij drinkt koffie en rookt uit een lange pijp.Anitraen eentroepje meisjesdansen en zingen voor hem.Koor van Meisjes.De Profeet is gekomen!De Profeet, de heer, de alles wetende!Tot ons, tot ons is hij gekomen,Over de zandwoestijn rijdende!De Profeet, de heer, de nooit mistastende.Tot ons, tot ons is hij gekomen,Door de zandwoestijn zeilende!Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen!Anitra.Zijn klepper is blank als de melkstroom,Die golvend door ’t Paradijs vloeit.Zinkt op de knieën! Buigt ’t hoofd in ootmoed!Zijn oogen zijn sterren, blinkend en blijde.Maar geen schepsel verdraagtDen schitt’renden glans van dier sterren stralen!Door de zandzee kwam hij.Goud en paarlen ontsprongen aan zijn borst.Waar hij reed werd het licht.Achter hem werd het donker.Achter hem woedde Samoem,… werd dorheid.Hij, de heerlijke, kwam!Door de zandzee kwam hij,Versierd als een zoon der aarde,Kaba, Kaba, staat leeg;…Hij heeft ’t zelf verkondigd!Koor van Meisjes.Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen;(De meisjes dansen op gedempte muziek).Peer Gynt.Ik las eens gedrukt … en het woord is waar …“Niemand wordt profeet in zijn eigen land.”…Dit leven hier bevalt mij veel beterDan dat daarginds, onder Charlestowns reeders.Er was iets hols in die heele zaak,Iets vreemds, onzuivers, dat altijd bleef;…Ik voelde mij nooit recht op mijn gemak,En nooit zoo heelemaal man van ’t vak.Wat deed ik daar eigenlijk, vraag ik mij af?Als een molenpaard altijd maar in de zaken;Als ik het bedenk, kan ik ’t niet begrijpen;…Hetkwamzoo; dat is het heele geval …Zich zelf te zijn, gebaseerd op goud,Dat is als zijn huis te bouwen op zand.Voor ringen en kettingen en de rest,Kwisp’len de menschen en kruipen in ’t slijk;Zij nemen hun hoed af voor ’n dasspeld met kroon,Maar een ring of speld is toch niet de persoon …Profeet;… kijk, dat ’s een zuivre positie.Dan weet men op welken voet men staat.Gaat het òp, dan is men ’t tochzelf, die ontvangtDe hulde, en niet zijn pond sterling of shilling.Men is, wat men is, eenvoudig-weg;Geen toeval of kans is men dank verschuldigd,Men steunt ook niet op patent of vergunning …Profeet;… ja, dat is net iets voor mij.En ik werd het zoo uiterst onverwacht,…Uitsluitend doordat ik reed door de woestijn,En deze natuurkindren trof op mijn weg.De Profeet was gekomen; daarmee was ’t klaar.Het lag waarlijk niet in mijn plan te bedriegen;Profetisch te antwoorden is ook geen liegen,En terugtrekken kan ik mij altijd nog.Ik ben niet gebonden; dat is buiten kwestie;…’t Geheel is meer een persoonlijk geval;Ik kan gaan als ik kwam; mijn paard staat gereedIn ’t kort, ik ben meester van de positie.Anitra(nadert den ingang van de tent).Profeet en heerscher!Peer Gynt.Profeet en heerscher!Wat begeert mijn slavin?Anitra.Wachtend voor uw tent staan der vlakte zonen;Zij vragen uw aangezicht te mogen …Peer Gynt.Zij vragen uw aangezicht te mogen …Stop!Zeg hun, dat zij er maar gauw van doorgaan:Zeg hun, dat ’k van ver hun gebeden wel hoor.Voeg er bij, dat ik hier geen manvolk wil hebben!Mannen, mijn kind, zijn ellendig volk,…Echte smeerlappen, zoo als men het noemt!Anitra, je kunt niet begrijpen, mijn kind,Hoe gemeen … ik bedoel, hoe zondig zij zijn!…Nou ja; al genoeg. Danst voor mij, kindren!De Profeet wil droevig herdenken vergeten.De Meisjes(dansend).De Profeet is goed; de Profeet is bedroefdOver ’t kwaad bedreven door de zonen van ’t stof!De Profeet is mild; zijn mildheid zij geloofd;Hij opent voor zondaars zijn Paradijs!Peer Gynt(terwijl hij Anitra onder het dansen met de oogen volgt).Als trommelstokken zoo vlug gaan haar beenen.Jongens! ’t Is een lekker klein ding waarachtig.Zij heeft wel wat extravagante vormen,…Niet gansch overeenkomstig de eischen der schoonheid;Maar wat is schoonheid? Traditie alleen,…Een munt, enkel gangbaar naar plaats of tijd.En juist dat extravagante is aantreklijkAls je het normale door-en-door kent.Het gemiddelde wekt niet gauw meer een roes.Of overdreven gevuld, òf overdreven mager,Of beangstigend jong, òf afschrikkend oud;…Van ’t gemiddelde walg ik …Haar voeten … nou ja, munten niet uit door reinheid;Ook haar armen niet, dat ’s waar, vooral de ééne.Maar daar is ze in den grond toch niet minder om;Ik zou eerder zeggen, dat hoort er zoo bij …Anitra, hoor eens!Anitra(komt naderbij).Anitra, hoor eens!Uw slavin heeft gehoord!Peer Gynt.Je bent bekoorlijk, kind! De Profeet is ontroerd.Als je mij niet gelooven wilt, hoor dan ’t bewijs:Ik maak je tot Houri in het Paradijs!Anitra.Dat kan niet, heer!Peer Gynt.Dat kan niet, heer!Wat? Denk je dat ’t scherts is?Het is hooge ernst, zoo waar als ik leef, hoor.Anitra.Maar ik heb toch geen ziel.Peer Gynt.Maar ik heb toch geen ziel.Die krijg je wel!Anitra.Hoe dan, o heer?Peer Gynt.Hoe dan, o heer?Laat dat aan mij maar over;…Ik zal je opvoeding in handen nemen.Geen ziel! Ja, zeker, je bent wel erg dom,Zooals men ’t noemt. Dat heb ik met smart ondervonden.Maar toch, voor een ziel heb je nog wel plaats.Kom hier! Laat mij je hersenpan eens meten …Er is plaats; er is plaats; ja, dat dacht ik ook wel.’t Is waar,… heel diep zal je wel nooit leeren denken;En een heel groote ziel zal je ook niet krijgen;…Maar och, dat doet er ook eigenlijk niets toe;…Je zult zooveel krijgen, dat je niet beschaamd hoeft te staan …Anitra.De Profeet is goed …Peer Gynt.De Profeet is goed …Je aarzelt? Spreek!Anitra.Maar ik had nog liever …Peer Gynt.Maar ik had nog liever …Zeg op zonder dralen!Anitra.Ik geef niet zooveel om een ziel;… geef mij liever …Als ik ’t zeggen mag …Peer Gynt.Als ik ’t zeggen mag …Wat?Anitra(wijst op zijn tulband).Als ik ’t zeggen mag … Wat?Die mooie opaal!Peer Gynt(verrukt, terwijl hij haar het kleinood toereikt).Anitra! Eva’s ongekunstelde dochter!Magnetisch trek je me aan; ’k ben een man,En, zoo als staat bij een hoogberoemd schrijver:“Das ewig weibliche zieht uns an!”Maanlichte nacht. Palmenboschje vóór Anitra’s tent.Peer Gyntmet een Arabische luit in de hand zit onder een boom. Zijn haar en baard zijn geknipt; hij ziet er aanmerkelijk jonger uit.Peer Gynt(speelt en zingt).Gesloten heb ’k mijn ParadijsEn nam den sleutel mee;De Noorderbries mijn schip voortdreef,En schoone vrouwen aan het strandBeweenden hun verlies.Naar ’t Zuiden joeg door ’t zilte natDer baren, ’t vluchtend schip.Waar palmen wuiven mooi en fier,Omkransend luwe, blauwe baai,Stak ik mijn schip in brand.Toen steeg ik op een zandzee-schip …Vier beenen had dat schip;Het schuimde onder spoor en zweep …Ik ben een vogel, vang mij toch,…Zit tjilpend op een tak.Anitra, palmwijn ben je, zoet,Dat kan ’k getuigen nu!Ja zelfs Angorageiten-kaasIs nog maar half zoo lekker alsAnitra, schatje, jij!(hangt de luit over zijn schouder en komt nader).Stilte! Zou mijn liefje luistren?Hoorde zij mijn liedje wel?Gluurt zij achter de gordijnen,Niet in sluiers gedrapeerd?…Stil! Het klonk of met geweld daarVan een flesch de kurk afsprongNu alweer! En nog eenmaal!Liefdezuchten? Neen, gezang;…Neen, het is een hoorbaar snurken.Zoet geluid! Anitra sluimert!Nachtegaal, houd op met slaan!Of het zal je er naar vergaan,Als je ’t nog waagt met je fluiten …Doch, het zij zoo, zegt het boek.Nachtegaal is toch een zanger,Ach, ik ben het eveneens.Hij, als ik, vangt met zijn tonenTeedre harten, week en jong.Zwoele nacht en zoet gezangZijn ons beiden lief en gunstig;Als wij zingen, zijn wij beidenWij, Peer Gynt en nachtegaal.En juist dat zij slaapt, mijn liefje,Voert mijn liefderoes ten top;…Met de lippen aan den bekerZonder dat ik er van proef …!Maar daar is zij net, zoo waar!Beter toch maar dat zij kwam.Anitra(uit de tent).Riep mijn heer mij in den nacht?Peer Gynt.De Profeet, ja, heeft geroepen.Ik werd wakker straks door kattenDie een woeste drijfjacht hielden …Anitra.Ach, dat was geen drijfjacht, heer,’t Was iets van heel andren aard.Peer Gynt.Wat dan?Anitra.Wat dan?O, verschoon mij!Peer Gynt.Wat dan? O, verschoon mij!Spreek!Anitra.O, ’k moet blozen …Peer Gynt(dichterbij).O, ’k moet blozen …Was ’t misschien ookWatmijzoo geheel vervulde,Toen ik jou gaf mijn opaal?Anitra(verschrikt).Noemen u, o werelds schat,In één adem met een kat!Peer Gynt.Kind, op ’t punt van liefde staanSoms een kater en ’n ProfeetVrijwel op eenzelfde lijn.Anitra.Heer, uw schertsen vloeit als honingVan uw lippen.Peer Gynt.Van uw lippen.Lieve kind,Jij, als andre meisjes, ziet nooitGroote mannen als zij zijn.’k Hoû van schertsen, moet je weten,Met je beidjes zoo vooral.’k Ben verplicht door mijn positieTot een valschen schijn van ernst;Plichten maken mij gedwongen,Al die zorgen, dat gedoe,Dat ik heb met iedereen,Maakt mij vaak het leven zwaar:Doch dat ligt maar bovenop …Weg daarmee! In ’t tête-à-têteBen ik Peer,… ja dat ben ik.Hop, wij jagen den profeet weg,En hier ben ik zelf nu, Peer!(gaat onder een boom zitten en trekt haar naar zich toe).Kom, Anitra, laat ons rustenOnder groene palmenwaaiers!Ik zal fluistren, jij moet lachen;Later wislen wij de rollen;En terwijl ik lachend luisterFluister jij dan liefdewoordjes!Anitra(gaat voor zijn voeten liggen).Zoet als zang uw woorden klinken,Al begrijp ik lang niet alles.Zeg mij, heer, kan uwe dochter’n Ziel verkrijgen door te luistren?Peer Gynt.’n Ziel en weten, ’t licht des geestes,Zal je later wel geworden.Als het oosten rood-goud-glanzendMeldt: nu breekt er weer een dag aan,Geef ik jou, mijn liefje, lessen;O, je zult van alles leeren,Maar in nachtlijk stille urenWare ’t dwaasheid zoo ik wildeMet geleerdheid, duf, versleten,Als magister mij gedragen.Eigenlijk is ook de ziel nietWelbeschouwd, zoozeer de hoofdzaak.’t Is het hart, waar ’t meest op aan komt.Anitra.Spreek, o heer! Als ’k u hoor sprekenZie ’k een glans als van opalen!Peer Gynt.Al te scherpe geest is domheid;Lafheids knop ontbloeid, is boosheid;Overdreven waarheid isAverechtsche wijsheidstaal;Ja, mijn kind,… ’t is ongelogen,Er zijn menschen op de wereldMet een overvoerde ziel,Die tot klaarheid moeilijk komen.Ik heb er zoo een gekend,’n Parel uit den heelen hoop;En zelfs hij heeft ’t doel gemist tochIn ’t gedrang van ’t drukke leven.Zie je ’t zand rondom de oase?Wenk ik even met mijn tulband,Dwing ’k de wereldzee te vullenMet haar waatren heel de vlakte.Maar ik zou een domkop wezenAls ik nu schiep zee en landen.Weet je wat het is te leven?Anitra.Leer het mij!Peer Gynt.Leer het mij!Het is te zwevenDroogvoets met den tijdstroom mee,Gansch en eenig als zichzelf.Slechts als man van kracht kan ’k wezenHij, die ’k ben, mijn lieve kleintje!’n Oude valk verliest zijn veeren,’n Oude ram krijgt zwakke pooten.’n Oude vrouw verliest haar tanden’n Oude vent krijgt dorre handen,…Iedereen een dorre ziel.Jong zijn! Jong zijn! Ik wil heerschenAls een sultan, vurig, echt,…Niet aan Gyntiana’s kusten,Onder loofomrankte palmen,…Maar gegrondvest op de frischheidVan jonkvrouwlijke gedachten …Zie je nu, mijn lieve kindje,Waarom ik je uitverkorenEn je hartje zoo ontroerd heb?Waarom ik, om zoo te zeggen,Daar mijn kalifaat gesticht heb?Naarmijmoet gaan je verlangen.Almacht wil ik in mijn staat!Jij moet heel alleen van mij zijn.Ik wil ’t zijn die je gevangenHoudt, als goud en edelsteenen.Scheiden wij, is ’t leven niets meer,…Althans, dat wil zeggen: ’t jouwe!Heel je wezen, alle leegten,Zonder willen ja of neen,Wil ik weten vol van mij.’t Nachtlijk donker van je lokken,En al je bekoorlijkhedenMoeten … Babylonsche tuinen …Wenken mij tot sultansfeesten.Daarom is ’t ook nog zoo kwaad nietDat je hoofdje leeg maar blijft.Met een ziel wordt zelfbeschouwingTot een allereersten plicht.Wacht eens,… ’k krijg daar juist een inval:’k Zal je geven, als je ’t wilt,’n Mooien ring voor om je enkel;…Dat is ’t best voor allebei;Jij krijgtmijals ziel, en verderBlijft het alles … status quo.(Anitra snurkt).Wat? Zij slaapt! Zoo gleed dus allesLangs haar heen, wat ’k heb gezegd?…Neen; dat kenmerkt juist mijn macht,Want gewiegd door liefdewoordenZweeft zij weg in zoete droomen.(staat op en legt sieraden in haar schoot).Hier zijn ringen! Hier nog meer!Slaap, Anitra! Droom van Peer!Slaap! En op je keizers voorhoofdDrukte slapend jij de kroon!Peer won, enkel door zijn wezen,’n Keizerrijk in dezen nacht!Karavaanweg. De oase ver weg op den achtergrond.Peer Gyntop zijn witte paard, jaagt door de woestijn.Hij heeft Anitra vóór zich op het zadel.Anitra.Hoû op! Ik ga bijten …!Peer Gynt.Hoû op! Ik ga bijten …!Jij kleine schelm!Anitra.Wat wil u?Peer Gynt.Wat wil u?Wat? Spelen duifje en valk!’k Voer je weg! Ik bega dolle streken!Anitra.Schaam u! Een oude Profeet …!Peer Gynt.Schaam u! Een oude Profeet …!Malligheid!De Profeetisnog niet oud, kleine gans!Vind je dat dit dan op ouderdom wijst, zeg?Anitra.Laat los! ’k Wil naar huis!Peer Gynt.Laat los! ’k Wil naar huis!Nu ben je koket!Naar huis! Naar schoonpapa! Die is goed!Wij dolle vogels, de kooi ontvlogen,Wij komen hem nooit meer onder de oogen.En daarbij, mijn kind, op dezelfde plekMoet men nooit vertoeven te langen tijd;Men verliest dan in achting, hoe meer men bekend wordt;…Vooral als men komt als Profeet of zoo iets.Vluchtig moet men voorbij gaan, als een “bon mot”.’t Werd waarlijk al tijd dat ’t bezoek op zijn eind liep.Die woestijnzonen zijn onstandvastige zielen,Op ’t laatst al ontbraken gebeden en wierook.Anitra.Maar u is toch Profeet?Peer Gynt.Maar u is toch Profeet?Ik ben je keizer!(wil haar kussen).Kijk ’ns aan, hoe die kleine feeks van zich afbijt!Anitra.Geef mij den ring, dien u draagt aan uw vinger.Peer Gynt.Neem, lieve Anitra, den heelen boel!Anitra.Zoete zang zijn uw woorden! Liefelijk klinkend!Peer Gynt.Zalig, wie zoozeer bemind wordt als ik!Ik stijg af! Ik zal leiden het paard als je slaaf.(reikt haar de karwats en stijgt af).Ziezoo, mijn roosje, mijn heerlijke bloem;Hier wil ik loopen in zand en wind,Tot een zonnesteek mij treft en ik niet verder kan.Ik ben jong, Anitra, hoû dat in ’t oog!Neem het met mijn fratsen maar niet zoo nauw.Grappen uithalen is een teeken van jeugd!Als dus je hoofdje wat helderder was,Dan zou je begrijpen, mijn lieflijk juweel,Je liefste maakt grappen … ergo is hij jong!Anitra.Ja, u is jong. Heeft u nog meer ringen?Peer Gynt.Ja, niet waar? Daar; neem! Als een bok kan ik springen!Was hier wijnloof in de buurt, dan zou ’k mij bekransen.Ja, waarachtig ben ’k jong! Hopsa! ’k Ga dansen!(danst en zingt).Ik ben een gelukkig haantje!Pik mij, mijn lief kippetje!Hei! Hop! Laat mij trippelen;…Ik ben een gelukkig haantje!Anitra.U zweet er van, Profeet; ’k ben bang dat u zal smelten;…Geef mij dat zware, dat aan uw gordel bengelt.Peer Gynt.Teedre bezorgdheid! Hoû de beurs maar voor goed;…Zonder goud zijn minnende harten content!(danst en zingt weer).Jonge Peer Gynt is een dolleman;Hij weet niet op welken voet hij zal staan.Pah, zei Peer;… laat maar begaan!Jonge Peer Gynt is een dolleman!Anitra.Verruklijk is ’t den Profeet te zien dansen!Peer Gynt.Profeet? Malligheid!… Laat ons van kleeren wislen!Komaan! Trek uit!Anitra.Komaan! Trek uit!Uw kaftan is te lang,Uw gordel te wijd en uw kousen te nauw …Peer Gynt.Eh bien!(knielt neer).Eh bien!Maar doe mij een groot verdriet,Het is zoet te lijden, voor minnende harten!Hoor, als wij aankomen in mijn slot,…Anitra.In uw Paradijs;… is dat héél ver weg nog?

Een Slaaf(komt op, zich de haren uittrekkend).’s Keizers witte paard is verdwenen!Een tweede Slaaf(komt op, zijn kleeren verscheurend).’s Keizers heilig gewaad is gestolen!Opzichter(komt op).Honderd slagen op de voetzoolKrijgt wie niet den dief kan vangen!(De soldaten stijgen te paard en galoppeeren in alle richtingen weg).Dageraad. Een boschje van palmen en acacia’s.Peer Gynt(op een boom met een afgebroken tak in de hand, houdt zich een troep apen van het lijf).Fataal! Een allerellendigste nacht!(slaat om zich heen).Nu gooien zij met vruchten. Neen, dat ’s wat anders.Akelige dieren zijn apen toch!Er staat wel geschreven: gij zult waken en vechten;Maar ik kan waarachtig niet; ik ben stijf en moe.(wordt weer geplaagd; ongeduldig).’k Moet zien dat ’k een eind aan die kwelling maak!’k Moet zien een van die kerels te vangen,Hem hangen en villen, en met zijn velBedek ik mijzelf, zoo goed als ’t gaat;Dan houden de andren mij voor een echten …Wat zijn wij menschen? Niet meer dan een zucht.En men moet zich wat voegen naar landsgebruik …Alweer een troep! Dat kruipt en krioelt …Ga je! Kischt! Zij doen of ze gek zijn.Had ik nu maar een verdwaalden staart!…Iets dat mij zoowat op ’n dier deed gelijken …Wat ’s dat? Nu hokken ze boven mijn hoofd …!(kijkt naar boven).Die oude,… zijn vuisten vol vuil of drek …!(kruipt angstig in elkaar en houdt zich een poosje stil. Deaap maakt een beweging; Peer Gynt begint te lokken en liefjes te praten als tegen een hond).Zoo,… ben je daar, jij oude Sim!Hij is braaf, ja, niet waar! Hij wil aangehaald worden!Hij zal niet gooien;… hij denkt er niet aan …Kent mij wel! Piep-piep! Wij zijn goede vrienden!Ai-ai! Hoor je wel dat ik je taal kan spreken?Sim en ik, wij zijn nog familie, niet waar?Morgen krijgt Sim wat lekkers, hoor …! Jij beest!Heel de lading over mij heen! Bah! Wat een smerigheid!..!Of was ’t eten misschien? Aan den smaak was ’t niet te kennen;Maar wat smaak betreft doet gewoonte het meest;Wie was ook weer de denker, die eens heeft gezegd:Men spuwt maar en moet hopen dat ’t wennen zal …?Daar heb je ook de jongen!(vecht en slaat).Daar heb je ook de jongen!’t Is toch al te gek,Dat de mensch, die toch heet heer der schepping,Zich genoodzaakt ziet tot …! Politie! politie!Gemeen was de oude, maar de jongen zijn erger!Vroege morgenstond. Een rotsachtige streek met uitzicht op de woestijn. Aan den eenen kant een bergkloof en een hol. Eendiefen eenhelerin de kloof met het paard en het gewaad van den keizer. Het paard, rijk opgetuigd, staat aan een steen vastgebonden.Ruitersin de verte.De Dief.Blinkende, flikkerendePunten van lansen,…Kijk! Kijk!De Heler.Ik voel al mijn kopIn ’t zand wegrollen.Wee! Wee!De Dief(kruist zijn armen over de borst).Mijn vader was ’n dief;Zijn zoon moet stelen.De Heler.Mijn vader was ’n heler;Zijn zoon moet helen.De Dief.Je lot moet je dragen;Je zelf moet je wezen.De Heler(luisterend).Voetstappen in ’t hout!Gauw weg! Maar waar?De Dief.Diep is het hol,En groot de Profeet!(Zij vluchten en laten hun buit in den steek. De ruiters verliezen zich in de verte).Peer Gynt(komt op, een fluitje van riet snijdend).Wat een verrukkelijke morgenstond!…De mestkever rolt zijn ballen van mest,De slak kruipt uit haar slakkenhuis.D’ochtendstond ja, heeft goud in den mond.Het is in den grond toch ’n merkwaardige macht,Die in ’t daglicht aldus de natuur heeft gelegd.Men voelt zich zoo kalm, voelt zijn moed weer groeien.Zou wel durven ’t desnoods met een os op te nemen …Wat een stilte in ’t rond! Ja, de landlijke vreugden …Onbegrijplijk toch dat ik ze vroeger versmaadde;Dat men zich opsluit in groote gebouwen,Om allerlei volk in huis te halen …Och, kijk, wat heeft ’t hagedisje het druk,Hapt maar en denkt verder aan niemendal!Wat een onschuld toch in ’t leven van zoo’n dier.Elk volgt zijns Scheppers gebod in gehoorzaamheid,Bewaart onvervreemdbaar zijn eigenaardigheid,Is zich zelf, zich zelf in spel en strijd,Zich zelf, zoo als het werd, toen voor ’t eerst het werd.(zet zijn lorgnet op).Een padde. Midden in een zandsteenblok.Versteening rondom. Alleen de kop er uit.Daar zit ze nu te kijken als door een ruit,Naar de wereld en is zich zelf … genoeg …(denkt na).Genoeg? Zich zelf …? Waar staat dat ook weer?Ik las het als jongen in ’n godsdienstig boek.Was ’t in den bijbel? Of in Salomons spreuken?Treurig; ik merk dat jaar op jaarMijn geheugen afneemt voor tijd en plaats.(gaat in de schaduw zitten).Hier is ’t lekker koel rusten … nu even uitblazen.Kijk, hier groeien varens. Eetbare wortels.(proeft er van).’t Is wel meer eten voor ’t redelooze vee;…Maar er staat geschreven: dwing je natuur!En verder staat er: hoogmoed moet men buigen.En wie zich vernedert zal worden verhoogd.(onrustig).Verhoogd? Ja, zeker, dat gebeurt met mij;…Iets anders laat zich onmogelijk denken.’t Fatum helpt mij wel dat ’k hier van daan kom,Zal ’t aanleggen zóó dat ik hooger stijg.Dit is een beproeving; later komt er verlossing,…Als de Heere mij maar gezond blijven laat.(schudt die gedachten van zich af, steekt een sigaret op, strekt zich uit en staart over de vlakte van de woestijn).Wat een onmetelijk, grenzenloos vlak.Heel in de verte wandelt een struis …Wat of toch Gods bedoeling kon zijnMet het scheppen van al dat leege en doode,Dat, wat ontbeert alle levensbronnen;Dat verzengde, dat niemand ten goede komt;…Dat stuk van de wereld, dat daar ligt braak;Dat lijk, dat nooit sinds het uur der schepping,Zijn Schepper zooveel als dank heeft gebracht!Waar dient het voor?… De natuur is verkwistend…Is dat de zee, daar in ’t oosten, dat vlakke,Daar schitt’rend? Neen, ’t is maar zinsbedrog,De zee is in ’t westen; daarachter, en hooger,Afgedamd door een glooiende heuvelrij.(een gedachte gaat door zijn hoofd).Afgedamd? Dus dan kon ik …! De heuvels zijn smal;Afgedamd? Een doorbraak maar, een kanaal,…Als een levensstroom zou het water zich stortenDoor de geul en vullen de gansche woestijn!Gauw zou dat heele gloeiende grafWorden een frissche, golvende zee.Tot eilanden werden dan de oasen,Groen rees de Atlas als noordlijke grens;Zeilschepen zouden, als vogels, doorklieven’t Pad, voor karavanen tot heden bestemd.Frissche lucht zou er verdrijven de heeteDampen,… uit wolken druppelen dauw;Stad aan stad zou er bouwen het volk,En gras zou er groeien om wuivende palmen.In ’t zuiden werd ’t land, achter Sahara’s muur,Een kustland met nieuwe, verjongde cultuur.Stoom zou er drijven Tomboektoe’s fabrieken;Bornoe werd ras gekoloniseerd;Veilig door Habes reed dan de exploratorIn zijn waggon naar den Boven-Nijl.Midden in zee, op een vette oase,Wil ’k overplanten het Noorsche ras;’t Bloed van mijn dalvolk is bijna vorstlijk;Kruising met ’t Arabische doet dan de rest.Rondom een bocht, op een rijzende kust,Zal ik de hoofdstad, Peeropolis, stichten.De wereld is afgeleefd! Nu komt de beurtAan Gyntiana, mijn jonge land!(springt op)Alleen maar kapitaal, dan is ’t gebeurd …Een gouden sleutel voor de poort der zee!’n Kruistocht tegen ’t doode! Kom! Open de zakkenO, schraper, door u angstvallig bewaakt.Men gloeit voor vrijheid in alle landen;…Als de ezel van Noach wil ’k over de wereldUitzenden een kreet, den bevrijdingsdoop brengenAan de heerlijke, zwoele, wordende stranden.Ik moet voort! Kapitaal uit het Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… de helft in ’t Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… mijn halve rijk voor een paard!(het paard hinnikt in de rotskloof).Een paard! En kleeren …! Juweelen,… en wapens!(komt naderbij).Onmooglijk! Ja, waarlijk …! Ik las wel eensErgens, dat willen kan bergen verzetten;…Maar dat het óók kan verzetten een paard …!Onzin! ’t Is mijn Fatum, dat hier een paard staat …“Ab esse ad posse” en wat verder mag volgen …(trekt de kleeren aan over de zijne en bekijkt zich).Sir Peter,… een Turk van top tot teen!Een mensch weet toch nooit wat er kan gebeuren …Spoed je, Grane, mijn klepper fier!(bestijgt het paard).Gouden pantoffels tot steun voor mijn voeten!Aan ’t paardentuig kent men de groote heeren!(hij galoppeert de woestijn in).Tent van Arabieren-opperhoofd, alleen-staand in een oase.Peer Gyntin zijn Turksche kleeding rustend op kussens. Hij drinkt koffie en rookt uit een lange pijp.Anitraen eentroepje meisjesdansen en zingen voor hem.Koor van Meisjes.De Profeet is gekomen!De Profeet, de heer, de alles wetende!Tot ons, tot ons is hij gekomen,Over de zandwoestijn rijdende!De Profeet, de heer, de nooit mistastende.Tot ons, tot ons is hij gekomen,Door de zandwoestijn zeilende!Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen!Anitra.Zijn klepper is blank als de melkstroom,Die golvend door ’t Paradijs vloeit.Zinkt op de knieën! Buigt ’t hoofd in ootmoed!Zijn oogen zijn sterren, blinkend en blijde.Maar geen schepsel verdraagtDen schitt’renden glans van dier sterren stralen!Door de zandzee kwam hij.Goud en paarlen ontsprongen aan zijn borst.Waar hij reed werd het licht.Achter hem werd het donker.Achter hem woedde Samoem,… werd dorheid.Hij, de heerlijke, kwam!Door de zandzee kwam hij,Versierd als een zoon der aarde,Kaba, Kaba, staat leeg;…Hij heeft ’t zelf verkondigd!Koor van Meisjes.Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen;(De meisjes dansen op gedempte muziek).Peer Gynt.Ik las eens gedrukt … en het woord is waar …“Niemand wordt profeet in zijn eigen land.”…Dit leven hier bevalt mij veel beterDan dat daarginds, onder Charlestowns reeders.Er was iets hols in die heele zaak,Iets vreemds, onzuivers, dat altijd bleef;…Ik voelde mij nooit recht op mijn gemak,En nooit zoo heelemaal man van ’t vak.Wat deed ik daar eigenlijk, vraag ik mij af?Als een molenpaard altijd maar in de zaken;Als ik het bedenk, kan ik ’t niet begrijpen;…Hetkwamzoo; dat is het heele geval …Zich zelf te zijn, gebaseerd op goud,Dat is als zijn huis te bouwen op zand.Voor ringen en kettingen en de rest,Kwisp’len de menschen en kruipen in ’t slijk;Zij nemen hun hoed af voor ’n dasspeld met kroon,Maar een ring of speld is toch niet de persoon …Profeet;… kijk, dat ’s een zuivre positie.Dan weet men op welken voet men staat.Gaat het òp, dan is men ’t tochzelf, die ontvangtDe hulde, en niet zijn pond sterling of shilling.Men is, wat men is, eenvoudig-weg;Geen toeval of kans is men dank verschuldigd,Men steunt ook niet op patent of vergunning …Profeet;… ja, dat is net iets voor mij.En ik werd het zoo uiterst onverwacht,…Uitsluitend doordat ik reed door de woestijn,En deze natuurkindren trof op mijn weg.De Profeet was gekomen; daarmee was ’t klaar.Het lag waarlijk niet in mijn plan te bedriegen;Profetisch te antwoorden is ook geen liegen,En terugtrekken kan ik mij altijd nog.Ik ben niet gebonden; dat is buiten kwestie;…’t Geheel is meer een persoonlijk geval;Ik kan gaan als ik kwam; mijn paard staat gereedIn ’t kort, ik ben meester van de positie.Anitra(nadert den ingang van de tent).Profeet en heerscher!Peer Gynt.Profeet en heerscher!Wat begeert mijn slavin?Anitra.Wachtend voor uw tent staan der vlakte zonen;Zij vragen uw aangezicht te mogen …Peer Gynt.Zij vragen uw aangezicht te mogen …Stop!Zeg hun, dat zij er maar gauw van doorgaan:Zeg hun, dat ’k van ver hun gebeden wel hoor.Voeg er bij, dat ik hier geen manvolk wil hebben!Mannen, mijn kind, zijn ellendig volk,…Echte smeerlappen, zoo als men het noemt!Anitra, je kunt niet begrijpen, mijn kind,Hoe gemeen … ik bedoel, hoe zondig zij zijn!…Nou ja; al genoeg. Danst voor mij, kindren!De Profeet wil droevig herdenken vergeten.De Meisjes(dansend).De Profeet is goed; de Profeet is bedroefdOver ’t kwaad bedreven door de zonen van ’t stof!De Profeet is mild; zijn mildheid zij geloofd;Hij opent voor zondaars zijn Paradijs!Peer Gynt(terwijl hij Anitra onder het dansen met de oogen volgt).Als trommelstokken zoo vlug gaan haar beenen.Jongens! ’t Is een lekker klein ding waarachtig.Zij heeft wel wat extravagante vormen,…Niet gansch overeenkomstig de eischen der schoonheid;Maar wat is schoonheid? Traditie alleen,…Een munt, enkel gangbaar naar plaats of tijd.En juist dat extravagante is aantreklijkAls je het normale door-en-door kent.Het gemiddelde wekt niet gauw meer een roes.Of overdreven gevuld, òf overdreven mager,Of beangstigend jong, òf afschrikkend oud;…Van ’t gemiddelde walg ik …Haar voeten … nou ja, munten niet uit door reinheid;Ook haar armen niet, dat ’s waar, vooral de ééne.Maar daar is ze in den grond toch niet minder om;Ik zou eerder zeggen, dat hoort er zoo bij …Anitra, hoor eens!Anitra(komt naderbij).Anitra, hoor eens!Uw slavin heeft gehoord!Peer Gynt.Je bent bekoorlijk, kind! De Profeet is ontroerd.Als je mij niet gelooven wilt, hoor dan ’t bewijs:Ik maak je tot Houri in het Paradijs!Anitra.Dat kan niet, heer!Peer Gynt.Dat kan niet, heer!Wat? Denk je dat ’t scherts is?Het is hooge ernst, zoo waar als ik leef, hoor.Anitra.Maar ik heb toch geen ziel.Peer Gynt.Maar ik heb toch geen ziel.Die krijg je wel!Anitra.Hoe dan, o heer?Peer Gynt.Hoe dan, o heer?Laat dat aan mij maar over;…Ik zal je opvoeding in handen nemen.Geen ziel! Ja, zeker, je bent wel erg dom,Zooals men ’t noemt. Dat heb ik met smart ondervonden.Maar toch, voor een ziel heb je nog wel plaats.Kom hier! Laat mij je hersenpan eens meten …Er is plaats; er is plaats; ja, dat dacht ik ook wel.’t Is waar,… heel diep zal je wel nooit leeren denken;En een heel groote ziel zal je ook niet krijgen;…Maar och, dat doet er ook eigenlijk niets toe;…Je zult zooveel krijgen, dat je niet beschaamd hoeft te staan …Anitra.De Profeet is goed …Peer Gynt.De Profeet is goed …Je aarzelt? Spreek!Anitra.Maar ik had nog liever …Peer Gynt.Maar ik had nog liever …Zeg op zonder dralen!Anitra.Ik geef niet zooveel om een ziel;… geef mij liever …Als ik ’t zeggen mag …Peer Gynt.Als ik ’t zeggen mag …Wat?Anitra(wijst op zijn tulband).Als ik ’t zeggen mag … Wat?Die mooie opaal!Peer Gynt(verrukt, terwijl hij haar het kleinood toereikt).Anitra! Eva’s ongekunstelde dochter!Magnetisch trek je me aan; ’k ben een man,En, zoo als staat bij een hoogberoemd schrijver:“Das ewig weibliche zieht uns an!”Maanlichte nacht. Palmenboschje vóór Anitra’s tent.Peer Gyntmet een Arabische luit in de hand zit onder een boom. Zijn haar en baard zijn geknipt; hij ziet er aanmerkelijk jonger uit.Peer Gynt(speelt en zingt).Gesloten heb ’k mijn ParadijsEn nam den sleutel mee;De Noorderbries mijn schip voortdreef,En schoone vrouwen aan het strandBeweenden hun verlies.Naar ’t Zuiden joeg door ’t zilte natDer baren, ’t vluchtend schip.Waar palmen wuiven mooi en fier,Omkransend luwe, blauwe baai,Stak ik mijn schip in brand.Toen steeg ik op een zandzee-schip …Vier beenen had dat schip;Het schuimde onder spoor en zweep …Ik ben een vogel, vang mij toch,…Zit tjilpend op een tak.Anitra, palmwijn ben je, zoet,Dat kan ’k getuigen nu!Ja zelfs Angorageiten-kaasIs nog maar half zoo lekker alsAnitra, schatje, jij!(hangt de luit over zijn schouder en komt nader).Stilte! Zou mijn liefje luistren?Hoorde zij mijn liedje wel?Gluurt zij achter de gordijnen,Niet in sluiers gedrapeerd?…Stil! Het klonk of met geweld daarVan een flesch de kurk afsprongNu alweer! En nog eenmaal!Liefdezuchten? Neen, gezang;…Neen, het is een hoorbaar snurken.Zoet geluid! Anitra sluimert!Nachtegaal, houd op met slaan!Of het zal je er naar vergaan,Als je ’t nog waagt met je fluiten …Doch, het zij zoo, zegt het boek.Nachtegaal is toch een zanger,Ach, ik ben het eveneens.Hij, als ik, vangt met zijn tonenTeedre harten, week en jong.Zwoele nacht en zoet gezangZijn ons beiden lief en gunstig;Als wij zingen, zijn wij beidenWij, Peer Gynt en nachtegaal.En juist dat zij slaapt, mijn liefje,Voert mijn liefderoes ten top;…Met de lippen aan den bekerZonder dat ik er van proef …!Maar daar is zij net, zoo waar!Beter toch maar dat zij kwam.Anitra(uit de tent).Riep mijn heer mij in den nacht?Peer Gynt.De Profeet, ja, heeft geroepen.Ik werd wakker straks door kattenDie een woeste drijfjacht hielden …Anitra.Ach, dat was geen drijfjacht, heer,’t Was iets van heel andren aard.Peer Gynt.Wat dan?Anitra.Wat dan?O, verschoon mij!Peer Gynt.Wat dan? O, verschoon mij!Spreek!Anitra.O, ’k moet blozen …Peer Gynt(dichterbij).O, ’k moet blozen …Was ’t misschien ookWatmijzoo geheel vervulde,Toen ik jou gaf mijn opaal?Anitra(verschrikt).Noemen u, o werelds schat,In één adem met een kat!Peer Gynt.Kind, op ’t punt van liefde staanSoms een kater en ’n ProfeetVrijwel op eenzelfde lijn.Anitra.Heer, uw schertsen vloeit als honingVan uw lippen.Peer Gynt.Van uw lippen.Lieve kind,Jij, als andre meisjes, ziet nooitGroote mannen als zij zijn.’k Hoû van schertsen, moet je weten,Met je beidjes zoo vooral.’k Ben verplicht door mijn positieTot een valschen schijn van ernst;Plichten maken mij gedwongen,Al die zorgen, dat gedoe,Dat ik heb met iedereen,Maakt mij vaak het leven zwaar:Doch dat ligt maar bovenop …Weg daarmee! In ’t tête-à-têteBen ik Peer,… ja dat ben ik.Hop, wij jagen den profeet weg,En hier ben ik zelf nu, Peer!(gaat onder een boom zitten en trekt haar naar zich toe).Kom, Anitra, laat ons rustenOnder groene palmenwaaiers!Ik zal fluistren, jij moet lachen;Later wislen wij de rollen;En terwijl ik lachend luisterFluister jij dan liefdewoordjes!Anitra(gaat voor zijn voeten liggen).Zoet als zang uw woorden klinken,Al begrijp ik lang niet alles.Zeg mij, heer, kan uwe dochter’n Ziel verkrijgen door te luistren?Peer Gynt.’n Ziel en weten, ’t licht des geestes,Zal je later wel geworden.Als het oosten rood-goud-glanzendMeldt: nu breekt er weer een dag aan,Geef ik jou, mijn liefje, lessen;O, je zult van alles leeren,Maar in nachtlijk stille urenWare ’t dwaasheid zoo ik wildeMet geleerdheid, duf, versleten,Als magister mij gedragen.Eigenlijk is ook de ziel nietWelbeschouwd, zoozeer de hoofdzaak.’t Is het hart, waar ’t meest op aan komt.Anitra.Spreek, o heer! Als ’k u hoor sprekenZie ’k een glans als van opalen!Peer Gynt.Al te scherpe geest is domheid;Lafheids knop ontbloeid, is boosheid;Overdreven waarheid isAverechtsche wijsheidstaal;Ja, mijn kind,… ’t is ongelogen,Er zijn menschen op de wereldMet een overvoerde ziel,Die tot klaarheid moeilijk komen.Ik heb er zoo een gekend,’n Parel uit den heelen hoop;En zelfs hij heeft ’t doel gemist tochIn ’t gedrang van ’t drukke leven.Zie je ’t zand rondom de oase?Wenk ik even met mijn tulband,Dwing ’k de wereldzee te vullenMet haar waatren heel de vlakte.Maar ik zou een domkop wezenAls ik nu schiep zee en landen.Weet je wat het is te leven?Anitra.Leer het mij!Peer Gynt.Leer het mij!Het is te zwevenDroogvoets met den tijdstroom mee,Gansch en eenig als zichzelf.Slechts als man van kracht kan ’k wezenHij, die ’k ben, mijn lieve kleintje!’n Oude valk verliest zijn veeren,’n Oude ram krijgt zwakke pooten.’n Oude vrouw verliest haar tanden’n Oude vent krijgt dorre handen,…Iedereen een dorre ziel.Jong zijn! Jong zijn! Ik wil heerschenAls een sultan, vurig, echt,…Niet aan Gyntiana’s kusten,Onder loofomrankte palmen,…Maar gegrondvest op de frischheidVan jonkvrouwlijke gedachten …Zie je nu, mijn lieve kindje,Waarom ik je uitverkorenEn je hartje zoo ontroerd heb?Waarom ik, om zoo te zeggen,Daar mijn kalifaat gesticht heb?Naarmijmoet gaan je verlangen.Almacht wil ik in mijn staat!Jij moet heel alleen van mij zijn.Ik wil ’t zijn die je gevangenHoudt, als goud en edelsteenen.Scheiden wij, is ’t leven niets meer,…Althans, dat wil zeggen: ’t jouwe!Heel je wezen, alle leegten,Zonder willen ja of neen,Wil ik weten vol van mij.’t Nachtlijk donker van je lokken,En al je bekoorlijkhedenMoeten … Babylonsche tuinen …Wenken mij tot sultansfeesten.Daarom is ’t ook nog zoo kwaad nietDat je hoofdje leeg maar blijft.Met een ziel wordt zelfbeschouwingTot een allereersten plicht.Wacht eens,… ’k krijg daar juist een inval:’k Zal je geven, als je ’t wilt,’n Mooien ring voor om je enkel;…Dat is ’t best voor allebei;Jij krijgtmijals ziel, en verderBlijft het alles … status quo.(Anitra snurkt).Wat? Zij slaapt! Zoo gleed dus allesLangs haar heen, wat ’k heb gezegd?…Neen; dat kenmerkt juist mijn macht,Want gewiegd door liefdewoordenZweeft zij weg in zoete droomen.(staat op en legt sieraden in haar schoot).Hier zijn ringen! Hier nog meer!Slaap, Anitra! Droom van Peer!Slaap! En op je keizers voorhoofdDrukte slapend jij de kroon!Peer won, enkel door zijn wezen,’n Keizerrijk in dezen nacht!Karavaanweg. De oase ver weg op den achtergrond.Peer Gyntop zijn witte paard, jaagt door de woestijn.Hij heeft Anitra vóór zich op het zadel.Anitra.Hoû op! Ik ga bijten …!Peer Gynt.Hoû op! Ik ga bijten …!Jij kleine schelm!Anitra.Wat wil u?Peer Gynt.Wat wil u?Wat? Spelen duifje en valk!’k Voer je weg! Ik bega dolle streken!Anitra.Schaam u! Een oude Profeet …!Peer Gynt.Schaam u! Een oude Profeet …!Malligheid!De Profeetisnog niet oud, kleine gans!Vind je dat dit dan op ouderdom wijst, zeg?Anitra.Laat los! ’k Wil naar huis!Peer Gynt.Laat los! ’k Wil naar huis!Nu ben je koket!Naar huis! Naar schoonpapa! Die is goed!Wij dolle vogels, de kooi ontvlogen,Wij komen hem nooit meer onder de oogen.En daarbij, mijn kind, op dezelfde plekMoet men nooit vertoeven te langen tijd;Men verliest dan in achting, hoe meer men bekend wordt;…Vooral als men komt als Profeet of zoo iets.Vluchtig moet men voorbij gaan, als een “bon mot”.’t Werd waarlijk al tijd dat ’t bezoek op zijn eind liep.Die woestijnzonen zijn onstandvastige zielen,Op ’t laatst al ontbraken gebeden en wierook.Anitra.Maar u is toch Profeet?Peer Gynt.Maar u is toch Profeet?Ik ben je keizer!(wil haar kussen).Kijk ’ns aan, hoe die kleine feeks van zich afbijt!Anitra.Geef mij den ring, dien u draagt aan uw vinger.Peer Gynt.Neem, lieve Anitra, den heelen boel!Anitra.Zoete zang zijn uw woorden! Liefelijk klinkend!Peer Gynt.Zalig, wie zoozeer bemind wordt als ik!Ik stijg af! Ik zal leiden het paard als je slaaf.(reikt haar de karwats en stijgt af).Ziezoo, mijn roosje, mijn heerlijke bloem;Hier wil ik loopen in zand en wind,Tot een zonnesteek mij treft en ik niet verder kan.Ik ben jong, Anitra, hoû dat in ’t oog!Neem het met mijn fratsen maar niet zoo nauw.Grappen uithalen is een teeken van jeugd!Als dus je hoofdje wat helderder was,Dan zou je begrijpen, mijn lieflijk juweel,Je liefste maakt grappen … ergo is hij jong!Anitra.Ja, u is jong. Heeft u nog meer ringen?Peer Gynt.Ja, niet waar? Daar; neem! Als een bok kan ik springen!Was hier wijnloof in de buurt, dan zou ’k mij bekransen.Ja, waarachtig ben ’k jong! Hopsa! ’k Ga dansen!(danst en zingt).Ik ben een gelukkig haantje!Pik mij, mijn lief kippetje!Hei! Hop! Laat mij trippelen;…Ik ben een gelukkig haantje!Anitra.U zweet er van, Profeet; ’k ben bang dat u zal smelten;…Geef mij dat zware, dat aan uw gordel bengelt.Peer Gynt.Teedre bezorgdheid! Hoû de beurs maar voor goed;…Zonder goud zijn minnende harten content!(danst en zingt weer).Jonge Peer Gynt is een dolleman;Hij weet niet op welken voet hij zal staan.Pah, zei Peer;… laat maar begaan!Jonge Peer Gynt is een dolleman!Anitra.Verruklijk is ’t den Profeet te zien dansen!Peer Gynt.Profeet? Malligheid!… Laat ons van kleeren wislen!Komaan! Trek uit!Anitra.Komaan! Trek uit!Uw kaftan is te lang,Uw gordel te wijd en uw kousen te nauw …Peer Gynt.Eh bien!(knielt neer).Eh bien!Maar doe mij een groot verdriet,Het is zoet te lijden, voor minnende harten!Hoor, als wij aankomen in mijn slot,…Anitra.In uw Paradijs;… is dat héél ver weg nog?

Een Slaaf(komt op, zich de haren uittrekkend).’s Keizers witte paard is verdwenen!

Een Slaaf(komt op, zich de haren uittrekkend).

’s Keizers witte paard is verdwenen!

Een tweede Slaaf(komt op, zijn kleeren verscheurend).’s Keizers heilig gewaad is gestolen!

Een tweede Slaaf(komt op, zijn kleeren verscheurend).

’s Keizers heilig gewaad is gestolen!

Opzichter(komt op).Honderd slagen op de voetzoolKrijgt wie niet den dief kan vangen!

Opzichter(komt op).

Honderd slagen op de voetzool

Krijgt wie niet den dief kan vangen!

(De soldaten stijgen te paard en galoppeeren in alle richtingen weg).

Dageraad. Een boschje van palmen en acacia’s.

Peer Gynt(op een boom met een afgebroken tak in de hand, houdt zich een troep apen van het lijf).Fataal! Een allerellendigste nacht!(slaat om zich heen).Nu gooien zij met vruchten. Neen, dat ’s wat anders.Akelige dieren zijn apen toch!Er staat wel geschreven: gij zult waken en vechten;Maar ik kan waarachtig niet; ik ben stijf en moe.(wordt weer geplaagd; ongeduldig).’k Moet zien dat ’k een eind aan die kwelling maak!’k Moet zien een van die kerels te vangen,Hem hangen en villen, en met zijn velBedek ik mijzelf, zoo goed als ’t gaat;Dan houden de andren mij voor een echten …Wat zijn wij menschen? Niet meer dan een zucht.En men moet zich wat voegen naar landsgebruik …Alweer een troep! Dat kruipt en krioelt …Ga je! Kischt! Zij doen of ze gek zijn.Had ik nu maar een verdwaalden staart!…Iets dat mij zoowat op ’n dier deed gelijken …Wat ’s dat? Nu hokken ze boven mijn hoofd …!(kijkt naar boven).Die oude,… zijn vuisten vol vuil of drek …!(kruipt angstig in elkaar en houdt zich een poosje stil. Deaap maakt een beweging; Peer Gynt begint te lokken en liefjes te praten als tegen een hond).Zoo,… ben je daar, jij oude Sim!Hij is braaf, ja, niet waar! Hij wil aangehaald worden!Hij zal niet gooien;… hij denkt er niet aan …Kent mij wel! Piep-piep! Wij zijn goede vrienden!Ai-ai! Hoor je wel dat ik je taal kan spreken?Sim en ik, wij zijn nog familie, niet waar?Morgen krijgt Sim wat lekkers, hoor …! Jij beest!Heel de lading over mij heen! Bah! Wat een smerigheid!..!Of was ’t eten misschien? Aan den smaak was ’t niet te kennen;Maar wat smaak betreft doet gewoonte het meest;Wie was ook weer de denker, die eens heeft gezegd:Men spuwt maar en moet hopen dat ’t wennen zal …?Daar heb je ook de jongen!(vecht en slaat).Daar heb je ook de jongen!’t Is toch al te gek,Dat de mensch, die toch heet heer der schepping,Zich genoodzaakt ziet tot …! Politie! politie!Gemeen was de oude, maar de jongen zijn erger!

Peer Gynt(op een boom met een afgebroken tak in de hand, houdt zich een troep apen van het lijf).

Fataal! Een allerellendigste nacht!(slaat om zich heen).

Nu gooien zij met vruchten. Neen, dat ’s wat anders.

Akelige dieren zijn apen toch!

Er staat wel geschreven: gij zult waken en vechten;

Maar ik kan waarachtig niet; ik ben stijf en moe.

(wordt weer geplaagd; ongeduldig).

’k Moet zien dat ’k een eind aan die kwelling maak!

’k Moet zien een van die kerels te vangen,

Hem hangen en villen, en met zijn vel

Bedek ik mijzelf, zoo goed als ’t gaat;

Dan houden de andren mij voor een echten …

Wat zijn wij menschen? Niet meer dan een zucht.

En men moet zich wat voegen naar landsgebruik …

Alweer een troep! Dat kruipt en krioelt …

Ga je! Kischt! Zij doen of ze gek zijn.

Had ik nu maar een verdwaalden staart!…

Iets dat mij zoowat op ’n dier deed gelijken …

Wat ’s dat? Nu hokken ze boven mijn hoofd …!

(kijkt naar boven).

Die oude,… zijn vuisten vol vuil of drek …!

(kruipt angstig in elkaar en houdt zich een poosje stil. Deaap maakt een beweging; Peer Gynt begint te lokken en liefjes te praten als tegen een hond).

Zoo,… ben je daar, jij oude Sim!

Hij is braaf, ja, niet waar! Hij wil aangehaald worden!

Hij zal niet gooien;… hij denkt er niet aan …

Kent mij wel! Piep-piep! Wij zijn goede vrienden!

Ai-ai! Hoor je wel dat ik je taal kan spreken?

Sim en ik, wij zijn nog familie, niet waar?

Morgen krijgt Sim wat lekkers, hoor …! Jij beest!

Heel de lading over mij heen! Bah! Wat een smerigheid!..!

Of was ’t eten misschien? Aan den smaak was ’t niet te kennen;

Maar wat smaak betreft doet gewoonte het meest;

Wie was ook weer de denker, die eens heeft gezegd:

Men spuwt maar en moet hopen dat ’t wennen zal …?

Daar heb je ook de jongen!(vecht en slaat).

Daar heb je ook de jongen!’t Is toch al te gek,

Dat de mensch, die toch heet heer der schepping,

Zich genoodzaakt ziet tot …! Politie! politie!

Gemeen was de oude, maar de jongen zijn erger!

Vroege morgenstond. Een rotsachtige streek met uitzicht op de woestijn. Aan den eenen kant een bergkloof en een hol. Eendiefen eenhelerin de kloof met het paard en het gewaad van den keizer. Het paard, rijk opgetuigd, staat aan een steen vastgebonden.Ruitersin de verte.

De Dief.Blinkende, flikkerendePunten van lansen,…Kijk! Kijk!

De Dief.

Blinkende, flikkerende

Punten van lansen,…

Kijk! Kijk!

De Heler.Ik voel al mijn kopIn ’t zand wegrollen.Wee! Wee!

De Heler.

Ik voel al mijn kop

In ’t zand wegrollen.

Wee! Wee!

De Dief(kruist zijn armen over de borst).Mijn vader was ’n dief;Zijn zoon moet stelen.

De Dief(kruist zijn armen over de borst).

Mijn vader was ’n dief;

Zijn zoon moet stelen.

De Heler.Mijn vader was ’n heler;Zijn zoon moet helen.

De Heler.

Mijn vader was ’n heler;

Zijn zoon moet helen.

De Dief.Je lot moet je dragen;Je zelf moet je wezen.

De Dief.

Je lot moet je dragen;

Je zelf moet je wezen.

De Heler(luisterend).Voetstappen in ’t hout!Gauw weg! Maar waar?

De Heler(luisterend).

Voetstappen in ’t hout!

Gauw weg! Maar waar?

De Dief.Diep is het hol,En groot de Profeet!

De Dief.

Diep is het hol,

En groot de Profeet!

(Zij vluchten en laten hun buit in den steek. De ruiters verliezen zich in de verte).

Peer Gynt(komt op, een fluitje van riet snijdend).Wat een verrukkelijke morgenstond!…De mestkever rolt zijn ballen van mest,De slak kruipt uit haar slakkenhuis.D’ochtendstond ja, heeft goud in den mond.Het is in den grond toch ’n merkwaardige macht,Die in ’t daglicht aldus de natuur heeft gelegd.Men voelt zich zoo kalm, voelt zijn moed weer groeien.Zou wel durven ’t desnoods met een os op te nemen …Wat een stilte in ’t rond! Ja, de landlijke vreugden …Onbegrijplijk toch dat ik ze vroeger versmaadde;Dat men zich opsluit in groote gebouwen,Om allerlei volk in huis te halen …Och, kijk, wat heeft ’t hagedisje het druk,Hapt maar en denkt verder aan niemendal!Wat een onschuld toch in ’t leven van zoo’n dier.Elk volgt zijns Scheppers gebod in gehoorzaamheid,Bewaart onvervreemdbaar zijn eigenaardigheid,Is zich zelf, zich zelf in spel en strijd,Zich zelf, zoo als het werd, toen voor ’t eerst het werd.(zet zijn lorgnet op).Een padde. Midden in een zandsteenblok.Versteening rondom. Alleen de kop er uit.Daar zit ze nu te kijken als door een ruit,Naar de wereld en is zich zelf … genoeg …(denkt na).Genoeg? Zich zelf …? Waar staat dat ook weer?Ik las het als jongen in ’n godsdienstig boek.Was ’t in den bijbel? Of in Salomons spreuken?Treurig; ik merk dat jaar op jaarMijn geheugen afneemt voor tijd en plaats.(gaat in de schaduw zitten).Hier is ’t lekker koel rusten … nu even uitblazen.Kijk, hier groeien varens. Eetbare wortels.(proeft er van).’t Is wel meer eten voor ’t redelooze vee;…Maar er staat geschreven: dwing je natuur!En verder staat er: hoogmoed moet men buigen.En wie zich vernedert zal worden verhoogd.(onrustig).Verhoogd? Ja, zeker, dat gebeurt met mij;…Iets anders laat zich onmogelijk denken.’t Fatum helpt mij wel dat ’k hier van daan kom,Zal ’t aanleggen zóó dat ik hooger stijg.Dit is een beproeving; later komt er verlossing,…Als de Heere mij maar gezond blijven laat.(schudt die gedachten van zich af, steekt een sigaret op, strekt zich uit en staart over de vlakte van de woestijn).Wat een onmetelijk, grenzenloos vlak.Heel in de verte wandelt een struis …Wat of toch Gods bedoeling kon zijnMet het scheppen van al dat leege en doode,Dat, wat ontbeert alle levensbronnen;Dat verzengde, dat niemand ten goede komt;…Dat stuk van de wereld, dat daar ligt braak;Dat lijk, dat nooit sinds het uur der schepping,Zijn Schepper zooveel als dank heeft gebracht!Waar dient het voor?… De natuur is verkwistend…Is dat de zee, daar in ’t oosten, dat vlakke,Daar schitt’rend? Neen, ’t is maar zinsbedrog,De zee is in ’t westen; daarachter, en hooger,Afgedamd door een glooiende heuvelrij.(een gedachte gaat door zijn hoofd).Afgedamd? Dus dan kon ik …! De heuvels zijn smal;Afgedamd? Een doorbraak maar, een kanaal,…Als een levensstroom zou het water zich stortenDoor de geul en vullen de gansche woestijn!Gauw zou dat heele gloeiende grafWorden een frissche, golvende zee.Tot eilanden werden dan de oasen,Groen rees de Atlas als noordlijke grens;Zeilschepen zouden, als vogels, doorklieven’t Pad, voor karavanen tot heden bestemd.Frissche lucht zou er verdrijven de heeteDampen,… uit wolken druppelen dauw;Stad aan stad zou er bouwen het volk,En gras zou er groeien om wuivende palmen.In ’t zuiden werd ’t land, achter Sahara’s muur,Een kustland met nieuwe, verjongde cultuur.Stoom zou er drijven Tomboektoe’s fabrieken;Bornoe werd ras gekoloniseerd;Veilig door Habes reed dan de exploratorIn zijn waggon naar den Boven-Nijl.Midden in zee, op een vette oase,Wil ’k overplanten het Noorsche ras;’t Bloed van mijn dalvolk is bijna vorstlijk;Kruising met ’t Arabische doet dan de rest.Rondom een bocht, op een rijzende kust,Zal ik de hoofdstad, Peeropolis, stichten.De wereld is afgeleefd! Nu komt de beurtAan Gyntiana, mijn jonge land!(springt op)Alleen maar kapitaal, dan is ’t gebeurd …Een gouden sleutel voor de poort der zee!’n Kruistocht tegen ’t doode! Kom! Open de zakkenO, schraper, door u angstvallig bewaakt.Men gloeit voor vrijheid in alle landen;…Als de ezel van Noach wil ’k over de wereldUitzenden een kreet, den bevrijdingsdoop brengenAan de heerlijke, zwoele, wordende stranden.Ik moet voort! Kapitaal uit het Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… de helft in ’t Oosten of ’t Westen!Mijn rijk,… mijn halve rijk voor een paard!(het paard hinnikt in de rotskloof).Een paard! En kleeren …! Juweelen,… en wapens!(komt naderbij).Onmooglijk! Ja, waarlijk …! Ik las wel eensErgens, dat willen kan bergen verzetten;…Maar dat het óók kan verzetten een paard …!Onzin! ’t Is mijn Fatum, dat hier een paard staat …“Ab esse ad posse” en wat verder mag volgen …(trekt de kleeren aan over de zijne en bekijkt zich).Sir Peter,… een Turk van top tot teen!Een mensch weet toch nooit wat er kan gebeuren …Spoed je, Grane, mijn klepper fier!(bestijgt het paard).Gouden pantoffels tot steun voor mijn voeten!Aan ’t paardentuig kent men de groote heeren!

Peer Gynt(komt op, een fluitje van riet snijdend).

Wat een verrukkelijke morgenstond!…

De mestkever rolt zijn ballen van mest,

De slak kruipt uit haar slakkenhuis.

D’ochtendstond ja, heeft goud in den mond.

Het is in den grond toch ’n merkwaardige macht,

Die in ’t daglicht aldus de natuur heeft gelegd.

Men voelt zich zoo kalm, voelt zijn moed weer groeien.

Zou wel durven ’t desnoods met een os op te nemen …

Wat een stilte in ’t rond! Ja, de landlijke vreugden …

Onbegrijplijk toch dat ik ze vroeger versmaadde;

Dat men zich opsluit in groote gebouwen,

Om allerlei volk in huis te halen …

Och, kijk, wat heeft ’t hagedisje het druk,

Hapt maar en denkt verder aan niemendal!

Wat een onschuld toch in ’t leven van zoo’n dier.

Elk volgt zijns Scheppers gebod in gehoorzaamheid,

Bewaart onvervreemdbaar zijn eigenaardigheid,

Is zich zelf, zich zelf in spel en strijd,

Zich zelf, zoo als het werd, toen voor ’t eerst het werd.

(zet zijn lorgnet op).

Een padde. Midden in een zandsteenblok.

Versteening rondom. Alleen de kop er uit.

Daar zit ze nu te kijken als door een ruit,

Naar de wereld en is zich zelf … genoeg …(denkt na).

Genoeg? Zich zelf …? Waar staat dat ook weer?

Ik las het als jongen in ’n godsdienstig boek.

Was ’t in den bijbel? Of in Salomons spreuken?

Treurig; ik merk dat jaar op jaar

Mijn geheugen afneemt voor tijd en plaats.

(gaat in de schaduw zitten).

Hier is ’t lekker koel rusten … nu even uitblazen.

Kijk, hier groeien varens. Eetbare wortels.(proeft er van).

’t Is wel meer eten voor ’t redelooze vee;…

Maar er staat geschreven: dwing je natuur!

En verder staat er: hoogmoed moet men buigen.

En wie zich vernedert zal worden verhoogd.(onrustig).

Verhoogd? Ja, zeker, dat gebeurt met mij;…

Iets anders laat zich onmogelijk denken.

’t Fatum helpt mij wel dat ’k hier van daan kom,

Zal ’t aanleggen zóó dat ik hooger stijg.

Dit is een beproeving; later komt er verlossing,…

Als de Heere mij maar gezond blijven laat.

(schudt die gedachten van zich af, steekt een sigaret op, strekt zich uit en staart over de vlakte van de woestijn).

Wat een onmetelijk, grenzenloos vlak.

Heel in de verte wandelt een struis …

Wat of toch Gods bedoeling kon zijn

Met het scheppen van al dat leege en doode,

Dat, wat ontbeert alle levensbronnen;

Dat verzengde, dat niemand ten goede komt;…

Dat stuk van de wereld, dat daar ligt braak;

Dat lijk, dat nooit sinds het uur der schepping,

Zijn Schepper zooveel als dank heeft gebracht!

Waar dient het voor?… De natuur is verkwistend…

Is dat de zee, daar in ’t oosten, dat vlakke,

Daar schitt’rend? Neen, ’t is maar zinsbedrog,

De zee is in ’t westen; daarachter, en hooger,

Afgedamd door een glooiende heuvelrij.

(een gedachte gaat door zijn hoofd).

Afgedamd? Dus dan kon ik …! De heuvels zijn smal;

Afgedamd? Een doorbraak maar, een kanaal,…

Als een levensstroom zou het water zich storten

Door de geul en vullen de gansche woestijn!

Gauw zou dat heele gloeiende graf

Worden een frissche, golvende zee.

Tot eilanden werden dan de oasen,

Groen rees de Atlas als noordlijke grens;

Zeilschepen zouden, als vogels, doorklieven

’t Pad, voor karavanen tot heden bestemd.

Frissche lucht zou er verdrijven de heete

Dampen,… uit wolken druppelen dauw;

Stad aan stad zou er bouwen het volk,

En gras zou er groeien om wuivende palmen.

In ’t zuiden werd ’t land, achter Sahara’s muur,

Een kustland met nieuwe, verjongde cultuur.

Stoom zou er drijven Tomboektoe’s fabrieken;

Bornoe werd ras gekoloniseerd;

Veilig door Habes reed dan de explorator

In zijn waggon naar den Boven-Nijl.

Midden in zee, op een vette oase,

Wil ’k overplanten het Noorsche ras;

’t Bloed van mijn dalvolk is bijna vorstlijk;

Kruising met ’t Arabische doet dan de rest.

Rondom een bocht, op een rijzende kust,

Zal ik de hoofdstad, Peeropolis, stichten.

De wereld is afgeleefd! Nu komt de beurt

Aan Gyntiana, mijn jonge land!

(springt op)

Alleen maar kapitaal, dan is ’t gebeurd …

Een gouden sleutel voor de poort der zee!

’n Kruistocht tegen ’t doode! Kom! Open de zakken

O, schraper, door u angstvallig bewaakt.

Men gloeit voor vrijheid in alle landen;…

Als de ezel van Noach wil ’k over de wereld

Uitzenden een kreet, den bevrijdingsdoop brengen

Aan de heerlijke, zwoele, wordende stranden.

Ik moet voort! Kapitaal uit het Oosten of ’t Westen!

Mijn rijk,… de helft in ’t Oosten of ’t Westen!

Mijn rijk,… mijn halve rijk voor een paard!

(het paard hinnikt in de rotskloof).

Een paard! En kleeren …! Juweelen,… en wapens!

(komt naderbij).

Onmooglijk! Ja, waarlijk …! Ik las wel eens

Ergens, dat willen kan bergen verzetten;…

Maar dat het óók kan verzetten een paard …!

Onzin! ’t Is mijn Fatum, dat hier een paard staat …

“Ab esse ad posse” en wat verder mag volgen …

(trekt de kleeren aan over de zijne en bekijkt zich).

Sir Peter,… een Turk van top tot teen!

Een mensch weet toch nooit wat er kan gebeuren …

Spoed je, Grane, mijn klepper fier!

(bestijgt het paard).

Gouden pantoffels tot steun voor mijn voeten!

Aan ’t paardentuig kent men de groote heeren!

(hij galoppeert de woestijn in).

Tent van Arabieren-opperhoofd, alleen-staand in een oase.Peer Gyntin zijn Turksche kleeding rustend op kussens. Hij drinkt koffie en rookt uit een lange pijp.Anitraen eentroepje meisjesdansen en zingen voor hem.

Koor van Meisjes.De Profeet is gekomen!De Profeet, de heer, de alles wetende!Tot ons, tot ons is hij gekomen,Over de zandwoestijn rijdende!De Profeet, de heer, de nooit mistastende.Tot ons, tot ons is hij gekomen,Door de zandwoestijn zeilende!Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen!

Koor van Meisjes.

De Profeet is gekomen!

De Profeet, de heer, de alles wetende!

Tot ons, tot ons is hij gekomen,

Over de zandwoestijn rijdende!

De Profeet, de heer, de nooit mistastende.

Tot ons, tot ons is hij gekomen,

Door de zandwoestijn zeilende!

Roert fluiten en trommels,

De Profeet, de Profeet is gekomen!

Anitra.Zijn klepper is blank als de melkstroom,Die golvend door ’t Paradijs vloeit.Zinkt op de knieën! Buigt ’t hoofd in ootmoed!Zijn oogen zijn sterren, blinkend en blijde.Maar geen schepsel verdraagtDen schitt’renden glans van dier sterren stralen!Door de zandzee kwam hij.Goud en paarlen ontsprongen aan zijn borst.Waar hij reed werd het licht.Achter hem werd het donker.Achter hem woedde Samoem,… werd dorheid.Hij, de heerlijke, kwam!Door de zandzee kwam hij,Versierd als een zoon der aarde,Kaba, Kaba, staat leeg;…Hij heeft ’t zelf verkondigd!

Anitra.

Zijn klepper is blank als de melkstroom,

Die golvend door ’t Paradijs vloeit.

Zinkt op de knieën! Buigt ’t hoofd in ootmoed!

Zijn oogen zijn sterren, blinkend en blijde.

Maar geen schepsel verdraagt

Den schitt’renden glans van dier sterren stralen!

Door de zandzee kwam hij.

Goud en paarlen ontsprongen aan zijn borst.

Waar hij reed werd het licht.

Achter hem werd het donker.

Achter hem woedde Samoem,… werd dorheid.

Hij, de heerlijke, kwam!

Door de zandzee kwam hij,

Versierd als een zoon der aarde,

Kaba, Kaba, staat leeg;…

Hij heeft ’t zelf verkondigd!

Koor van Meisjes.Roert fluiten en trommels,De Profeet, de Profeet is gekomen;

Koor van Meisjes.

Roert fluiten en trommels,

De Profeet, de Profeet is gekomen;

(De meisjes dansen op gedempte muziek).

Peer Gynt.Ik las eens gedrukt … en het woord is waar …“Niemand wordt profeet in zijn eigen land.”…Dit leven hier bevalt mij veel beterDan dat daarginds, onder Charlestowns reeders.Er was iets hols in die heele zaak,Iets vreemds, onzuivers, dat altijd bleef;…Ik voelde mij nooit recht op mijn gemak,En nooit zoo heelemaal man van ’t vak.Wat deed ik daar eigenlijk, vraag ik mij af?Als een molenpaard altijd maar in de zaken;Als ik het bedenk, kan ik ’t niet begrijpen;…Hetkwamzoo; dat is het heele geval …Zich zelf te zijn, gebaseerd op goud,Dat is als zijn huis te bouwen op zand.Voor ringen en kettingen en de rest,Kwisp’len de menschen en kruipen in ’t slijk;Zij nemen hun hoed af voor ’n dasspeld met kroon,Maar een ring of speld is toch niet de persoon …Profeet;… kijk, dat ’s een zuivre positie.Dan weet men op welken voet men staat.Gaat het òp, dan is men ’t tochzelf, die ontvangtDe hulde, en niet zijn pond sterling of shilling.Men is, wat men is, eenvoudig-weg;Geen toeval of kans is men dank verschuldigd,Men steunt ook niet op patent of vergunning …Profeet;… ja, dat is net iets voor mij.En ik werd het zoo uiterst onverwacht,…Uitsluitend doordat ik reed door de woestijn,En deze natuurkindren trof op mijn weg.De Profeet was gekomen; daarmee was ’t klaar.Het lag waarlijk niet in mijn plan te bedriegen;Profetisch te antwoorden is ook geen liegen,En terugtrekken kan ik mij altijd nog.Ik ben niet gebonden; dat is buiten kwestie;…’t Geheel is meer een persoonlijk geval;Ik kan gaan als ik kwam; mijn paard staat gereedIn ’t kort, ik ben meester van de positie.

Peer Gynt.

Ik las eens gedrukt … en het woord is waar …

“Niemand wordt profeet in zijn eigen land.”…

Dit leven hier bevalt mij veel beter

Dan dat daarginds, onder Charlestowns reeders.

Er was iets hols in die heele zaak,

Iets vreemds, onzuivers, dat altijd bleef;…

Ik voelde mij nooit recht op mijn gemak,

En nooit zoo heelemaal man van ’t vak.

Wat deed ik daar eigenlijk, vraag ik mij af?

Als een molenpaard altijd maar in de zaken;

Als ik het bedenk, kan ik ’t niet begrijpen;…

Hetkwamzoo; dat is het heele geval …

Zich zelf te zijn, gebaseerd op goud,

Dat is als zijn huis te bouwen op zand.

Voor ringen en kettingen en de rest,

Kwisp’len de menschen en kruipen in ’t slijk;

Zij nemen hun hoed af voor ’n dasspeld met kroon,

Maar een ring of speld is toch niet de persoon …

Profeet;… kijk, dat ’s een zuivre positie.

Dan weet men op welken voet men staat.

Gaat het òp, dan is men ’t tochzelf, die ontvangt

De hulde, en niet zijn pond sterling of shilling.

Men is, wat men is, eenvoudig-weg;

Geen toeval of kans is men dank verschuldigd,

Men steunt ook niet op patent of vergunning …

Profeet;… ja, dat is net iets voor mij.

En ik werd het zoo uiterst onverwacht,…

Uitsluitend doordat ik reed door de woestijn,

En deze natuurkindren trof op mijn weg.

De Profeet was gekomen; daarmee was ’t klaar.

Het lag waarlijk niet in mijn plan te bedriegen;

Profetisch te antwoorden is ook geen liegen,

En terugtrekken kan ik mij altijd nog.

Ik ben niet gebonden; dat is buiten kwestie;…

’t Geheel is meer een persoonlijk geval;

Ik kan gaan als ik kwam; mijn paard staat gereed

In ’t kort, ik ben meester van de positie.

Anitra(nadert den ingang van de tent).Profeet en heerscher!

Anitra(nadert den ingang van de tent).

Profeet en heerscher!

Peer Gynt.Profeet en heerscher!Wat begeert mijn slavin?

Peer Gynt.

Profeet en heerscher!Wat begeert mijn slavin?

Anitra.Wachtend voor uw tent staan der vlakte zonen;Zij vragen uw aangezicht te mogen …

Anitra.

Wachtend voor uw tent staan der vlakte zonen;

Zij vragen uw aangezicht te mogen …

Peer Gynt.Zij vragen uw aangezicht te mogen …Stop!Zeg hun, dat zij er maar gauw van doorgaan:Zeg hun, dat ’k van ver hun gebeden wel hoor.Voeg er bij, dat ik hier geen manvolk wil hebben!Mannen, mijn kind, zijn ellendig volk,…Echte smeerlappen, zoo als men het noemt!Anitra, je kunt niet begrijpen, mijn kind,Hoe gemeen … ik bedoel, hoe zondig zij zijn!…Nou ja; al genoeg. Danst voor mij, kindren!De Profeet wil droevig herdenken vergeten.

Peer Gynt.

Zij vragen uw aangezicht te mogen …Stop!

Zeg hun, dat zij er maar gauw van doorgaan:

Zeg hun, dat ’k van ver hun gebeden wel hoor.

Voeg er bij, dat ik hier geen manvolk wil hebben!

Mannen, mijn kind, zijn ellendig volk,…

Echte smeerlappen, zoo als men het noemt!

Anitra, je kunt niet begrijpen, mijn kind,

Hoe gemeen … ik bedoel, hoe zondig zij zijn!…

Nou ja; al genoeg. Danst voor mij, kindren!

De Profeet wil droevig herdenken vergeten.

De Meisjes(dansend).De Profeet is goed; de Profeet is bedroefdOver ’t kwaad bedreven door de zonen van ’t stof!De Profeet is mild; zijn mildheid zij geloofd;Hij opent voor zondaars zijn Paradijs!

De Meisjes(dansend).

De Profeet is goed; de Profeet is bedroefd

Over ’t kwaad bedreven door de zonen van ’t stof!

De Profeet is mild; zijn mildheid zij geloofd;

Hij opent voor zondaars zijn Paradijs!

Peer Gynt(terwijl hij Anitra onder het dansen met de oogen volgt).Als trommelstokken zoo vlug gaan haar beenen.Jongens! ’t Is een lekker klein ding waarachtig.Zij heeft wel wat extravagante vormen,…Niet gansch overeenkomstig de eischen der schoonheid;Maar wat is schoonheid? Traditie alleen,…Een munt, enkel gangbaar naar plaats of tijd.En juist dat extravagante is aantreklijkAls je het normale door-en-door kent.Het gemiddelde wekt niet gauw meer een roes.Of overdreven gevuld, òf overdreven mager,Of beangstigend jong, òf afschrikkend oud;…Van ’t gemiddelde walg ik …Haar voeten … nou ja, munten niet uit door reinheid;Ook haar armen niet, dat ’s waar, vooral de ééne.Maar daar is ze in den grond toch niet minder om;Ik zou eerder zeggen, dat hoort er zoo bij …Anitra, hoor eens!

Peer Gynt(terwijl hij Anitra onder het dansen met de oogen volgt).

Als trommelstokken zoo vlug gaan haar beenen.

Jongens! ’t Is een lekker klein ding waarachtig.

Zij heeft wel wat extravagante vormen,…

Niet gansch overeenkomstig de eischen der schoonheid;

Maar wat is schoonheid? Traditie alleen,…

Een munt, enkel gangbaar naar plaats of tijd.

En juist dat extravagante is aantreklijk

Als je het normale door-en-door kent.

Het gemiddelde wekt niet gauw meer een roes.

Of overdreven gevuld, òf overdreven mager,

Of beangstigend jong, òf afschrikkend oud;…

Van ’t gemiddelde walg ik …

Haar voeten … nou ja, munten niet uit door reinheid;

Ook haar armen niet, dat ’s waar, vooral de ééne.

Maar daar is ze in den grond toch niet minder om;

Ik zou eerder zeggen, dat hoort er zoo bij …

Anitra, hoor eens!

Anitra(komt naderbij).Anitra, hoor eens!Uw slavin heeft gehoord!

Anitra(komt naderbij).

Anitra, hoor eens!Uw slavin heeft gehoord!

Peer Gynt.Je bent bekoorlijk, kind! De Profeet is ontroerd.Als je mij niet gelooven wilt, hoor dan ’t bewijs:Ik maak je tot Houri in het Paradijs!

Peer Gynt.

Je bent bekoorlijk, kind! De Profeet is ontroerd.

Als je mij niet gelooven wilt, hoor dan ’t bewijs:

Ik maak je tot Houri in het Paradijs!

Anitra.Dat kan niet, heer!

Anitra.

Dat kan niet, heer!

Peer Gynt.Dat kan niet, heer!Wat? Denk je dat ’t scherts is?Het is hooge ernst, zoo waar als ik leef, hoor.

Peer Gynt.

Dat kan niet, heer!Wat? Denk je dat ’t scherts is?

Het is hooge ernst, zoo waar als ik leef, hoor.

Anitra.Maar ik heb toch geen ziel.

Anitra.

Maar ik heb toch geen ziel.

Peer Gynt.Maar ik heb toch geen ziel.Die krijg je wel!

Peer Gynt.

Maar ik heb toch geen ziel.Die krijg je wel!

Anitra.Hoe dan, o heer?

Anitra.

Hoe dan, o heer?

Peer Gynt.Hoe dan, o heer?Laat dat aan mij maar over;…Ik zal je opvoeding in handen nemen.Geen ziel! Ja, zeker, je bent wel erg dom,Zooals men ’t noemt. Dat heb ik met smart ondervonden.Maar toch, voor een ziel heb je nog wel plaats.Kom hier! Laat mij je hersenpan eens meten …Er is plaats; er is plaats; ja, dat dacht ik ook wel.’t Is waar,… heel diep zal je wel nooit leeren denken;En een heel groote ziel zal je ook niet krijgen;…Maar och, dat doet er ook eigenlijk niets toe;…Je zult zooveel krijgen, dat je niet beschaamd hoeft te staan …

Peer Gynt.

Hoe dan, o heer?Laat dat aan mij maar over;…

Ik zal je opvoeding in handen nemen.

Geen ziel! Ja, zeker, je bent wel erg dom,

Zooals men ’t noemt. Dat heb ik met smart ondervonden.

Maar toch, voor een ziel heb je nog wel plaats.

Kom hier! Laat mij je hersenpan eens meten …

Er is plaats; er is plaats; ja, dat dacht ik ook wel.

’t Is waar,… heel diep zal je wel nooit leeren denken;

En een heel groote ziel zal je ook niet krijgen;…

Maar och, dat doet er ook eigenlijk niets toe;…

Je zult zooveel krijgen, dat je niet beschaamd hoeft te staan …

Anitra.De Profeet is goed …

Anitra.

De Profeet is goed …

Peer Gynt.De Profeet is goed …Je aarzelt? Spreek!

Peer Gynt.

De Profeet is goed …Je aarzelt? Spreek!

Anitra.Maar ik had nog liever …

Anitra.

Maar ik had nog liever …

Peer Gynt.Maar ik had nog liever …Zeg op zonder dralen!

Peer Gynt.

Maar ik had nog liever …Zeg op zonder dralen!

Anitra.Ik geef niet zooveel om een ziel;… geef mij liever …Als ik ’t zeggen mag …

Anitra.

Ik geef niet zooveel om een ziel;… geef mij liever …

Als ik ’t zeggen mag …

Peer Gynt.Als ik ’t zeggen mag …Wat?

Peer Gynt.

Als ik ’t zeggen mag …Wat?

Anitra(wijst op zijn tulband).Als ik ’t zeggen mag … Wat?Die mooie opaal!

Anitra(wijst op zijn tulband).

Als ik ’t zeggen mag … Wat?Die mooie opaal!

Peer Gynt(verrukt, terwijl hij haar het kleinood toereikt).Anitra! Eva’s ongekunstelde dochter!Magnetisch trek je me aan; ’k ben een man,En, zoo als staat bij een hoogberoemd schrijver:“Das ewig weibliche zieht uns an!”

Peer Gynt(verrukt, terwijl hij haar het kleinood toereikt).

Anitra! Eva’s ongekunstelde dochter!

Magnetisch trek je me aan; ’k ben een man,

En, zoo als staat bij een hoogberoemd schrijver:

“Das ewig weibliche zieht uns an!”

Maanlichte nacht. Palmenboschje vóór Anitra’s tent.Peer Gyntmet een Arabische luit in de hand zit onder een boom. Zijn haar en baard zijn geknipt; hij ziet er aanmerkelijk jonger uit.

Peer Gynt(speelt en zingt).Gesloten heb ’k mijn ParadijsEn nam den sleutel mee;De Noorderbries mijn schip voortdreef,En schoone vrouwen aan het strandBeweenden hun verlies.Naar ’t Zuiden joeg door ’t zilte natDer baren, ’t vluchtend schip.Waar palmen wuiven mooi en fier,Omkransend luwe, blauwe baai,Stak ik mijn schip in brand.Toen steeg ik op een zandzee-schip …Vier beenen had dat schip;Het schuimde onder spoor en zweep …Ik ben een vogel, vang mij toch,…Zit tjilpend op een tak.Anitra, palmwijn ben je, zoet,Dat kan ’k getuigen nu!Ja zelfs Angorageiten-kaasIs nog maar half zoo lekker alsAnitra, schatje, jij!(hangt de luit over zijn schouder en komt nader).Stilte! Zou mijn liefje luistren?Hoorde zij mijn liedje wel?Gluurt zij achter de gordijnen,Niet in sluiers gedrapeerd?…Stil! Het klonk of met geweld daarVan een flesch de kurk afsprongNu alweer! En nog eenmaal!Liefdezuchten? Neen, gezang;…Neen, het is een hoorbaar snurken.Zoet geluid! Anitra sluimert!Nachtegaal, houd op met slaan!Of het zal je er naar vergaan,Als je ’t nog waagt met je fluiten …Doch, het zij zoo, zegt het boek.Nachtegaal is toch een zanger,Ach, ik ben het eveneens.Hij, als ik, vangt met zijn tonenTeedre harten, week en jong.Zwoele nacht en zoet gezangZijn ons beiden lief en gunstig;Als wij zingen, zijn wij beidenWij, Peer Gynt en nachtegaal.En juist dat zij slaapt, mijn liefje,Voert mijn liefderoes ten top;…Met de lippen aan den bekerZonder dat ik er van proef …!Maar daar is zij net, zoo waar!Beter toch maar dat zij kwam.

Peer Gynt(speelt en zingt).

Gesloten heb ’k mijn Paradijs

En nam den sleutel mee;

De Noorderbries mijn schip voortdreef,

En schoone vrouwen aan het strand

Beweenden hun verlies.

Naar ’t Zuiden joeg door ’t zilte nat

Der baren, ’t vluchtend schip.

Waar palmen wuiven mooi en fier,

Omkransend luwe, blauwe baai,

Stak ik mijn schip in brand.

Toen steeg ik op een zandzee-schip …

Vier beenen had dat schip;

Het schuimde onder spoor en zweep …

Ik ben een vogel, vang mij toch,…

Zit tjilpend op een tak.

Anitra, palmwijn ben je, zoet,

Dat kan ’k getuigen nu!

Ja zelfs Angorageiten-kaas

Is nog maar half zoo lekker als

Anitra, schatje, jij!

(hangt de luit over zijn schouder en komt nader).

Stilte! Zou mijn liefje luistren?

Hoorde zij mijn liedje wel?

Gluurt zij achter de gordijnen,

Niet in sluiers gedrapeerd?…

Stil! Het klonk of met geweld daar

Van een flesch de kurk afsprong

Nu alweer! En nog eenmaal!

Liefdezuchten? Neen, gezang;…

Neen, het is een hoorbaar snurken.

Zoet geluid! Anitra sluimert!

Nachtegaal, houd op met slaan!

Of het zal je er naar vergaan,

Als je ’t nog waagt met je fluiten …

Doch, het zij zoo, zegt het boek.

Nachtegaal is toch een zanger,

Ach, ik ben het eveneens.

Hij, als ik, vangt met zijn tonen

Teedre harten, week en jong.

Zwoele nacht en zoet gezang

Zijn ons beiden lief en gunstig;

Als wij zingen, zijn wij beiden

Wij, Peer Gynt en nachtegaal.

En juist dat zij slaapt, mijn liefje,

Voert mijn liefderoes ten top;…

Met de lippen aan den beker

Zonder dat ik er van proef …!

Maar daar is zij net, zoo waar!

Beter toch maar dat zij kwam.

Anitra(uit de tent).Riep mijn heer mij in den nacht?

Anitra(uit de tent).

Riep mijn heer mij in den nacht?

Peer Gynt.De Profeet, ja, heeft geroepen.Ik werd wakker straks door kattenDie een woeste drijfjacht hielden …

Peer Gynt.

De Profeet, ja, heeft geroepen.

Ik werd wakker straks door katten

Die een woeste drijfjacht hielden …

Anitra.Ach, dat was geen drijfjacht, heer,’t Was iets van heel andren aard.

Anitra.

Ach, dat was geen drijfjacht, heer,

’t Was iets van heel andren aard.

Peer Gynt.Wat dan?

Peer Gynt.

Wat dan?

Anitra.Wat dan?O, verschoon mij!

Anitra.

Wat dan?O, verschoon mij!

Peer Gynt.Wat dan? O, verschoon mij!Spreek!

Peer Gynt.

Wat dan? O, verschoon mij!Spreek!

Anitra.O, ’k moet blozen …

Anitra.

O, ’k moet blozen …

Peer Gynt(dichterbij).O, ’k moet blozen …Was ’t misschien ookWatmijzoo geheel vervulde,Toen ik jou gaf mijn opaal?

Peer Gynt(dichterbij).

O, ’k moet blozen …Was ’t misschien ook

Watmijzoo geheel vervulde,

Toen ik jou gaf mijn opaal?

Anitra(verschrikt).Noemen u, o werelds schat,In één adem met een kat!

Anitra(verschrikt).

Noemen u, o werelds schat,

In één adem met een kat!

Peer Gynt.Kind, op ’t punt van liefde staanSoms een kater en ’n ProfeetVrijwel op eenzelfde lijn.

Peer Gynt.

Kind, op ’t punt van liefde staan

Soms een kater en ’n Profeet

Vrijwel op eenzelfde lijn.

Anitra.Heer, uw schertsen vloeit als honingVan uw lippen.

Anitra.

Heer, uw schertsen vloeit als honing

Van uw lippen.

Peer Gynt.Van uw lippen.Lieve kind,Jij, als andre meisjes, ziet nooitGroote mannen als zij zijn.’k Hoû van schertsen, moet je weten,Met je beidjes zoo vooral.’k Ben verplicht door mijn positieTot een valschen schijn van ernst;Plichten maken mij gedwongen,Al die zorgen, dat gedoe,Dat ik heb met iedereen,Maakt mij vaak het leven zwaar:Doch dat ligt maar bovenop …Weg daarmee! In ’t tête-à-têteBen ik Peer,… ja dat ben ik.Hop, wij jagen den profeet weg,En hier ben ik zelf nu, Peer!(gaat onder een boom zitten en trekt haar naar zich toe).Kom, Anitra, laat ons rustenOnder groene palmenwaaiers!Ik zal fluistren, jij moet lachen;Later wislen wij de rollen;En terwijl ik lachend luisterFluister jij dan liefdewoordjes!

Peer Gynt.

Van uw lippen.Lieve kind,

Jij, als andre meisjes, ziet nooit

Groote mannen als zij zijn.

’k Hoû van schertsen, moet je weten,

Met je beidjes zoo vooral.

’k Ben verplicht door mijn positie

Tot een valschen schijn van ernst;

Plichten maken mij gedwongen,

Al die zorgen, dat gedoe,

Dat ik heb met iedereen,

Maakt mij vaak het leven zwaar:

Doch dat ligt maar bovenop …

Weg daarmee! In ’t tête-à-tête

Ben ik Peer,… ja dat ben ik.

Hop, wij jagen den profeet weg,

En hier ben ik zelf nu, Peer!

(gaat onder een boom zitten en trekt haar naar zich toe).

Kom, Anitra, laat ons rusten

Onder groene palmenwaaiers!

Ik zal fluistren, jij moet lachen;

Later wislen wij de rollen;

En terwijl ik lachend luister

Fluister jij dan liefdewoordjes!

Anitra(gaat voor zijn voeten liggen).Zoet als zang uw woorden klinken,Al begrijp ik lang niet alles.Zeg mij, heer, kan uwe dochter’n Ziel verkrijgen door te luistren?

Anitra(gaat voor zijn voeten liggen).

Zoet als zang uw woorden klinken,

Al begrijp ik lang niet alles.

Zeg mij, heer, kan uwe dochter

’n Ziel verkrijgen door te luistren?

Peer Gynt.’n Ziel en weten, ’t licht des geestes,Zal je later wel geworden.Als het oosten rood-goud-glanzendMeldt: nu breekt er weer een dag aan,Geef ik jou, mijn liefje, lessen;O, je zult van alles leeren,Maar in nachtlijk stille urenWare ’t dwaasheid zoo ik wildeMet geleerdheid, duf, versleten,Als magister mij gedragen.Eigenlijk is ook de ziel nietWelbeschouwd, zoozeer de hoofdzaak.’t Is het hart, waar ’t meest op aan komt.

Peer Gynt.

’n Ziel en weten, ’t licht des geestes,

Zal je later wel geworden.

Als het oosten rood-goud-glanzend

Meldt: nu breekt er weer een dag aan,

Geef ik jou, mijn liefje, lessen;

O, je zult van alles leeren,

Maar in nachtlijk stille uren

Ware ’t dwaasheid zoo ik wilde

Met geleerdheid, duf, versleten,

Als magister mij gedragen.

Eigenlijk is ook de ziel niet

Welbeschouwd, zoozeer de hoofdzaak.

’t Is het hart, waar ’t meest op aan komt.

Anitra.Spreek, o heer! Als ’k u hoor sprekenZie ’k een glans als van opalen!

Anitra.

Spreek, o heer! Als ’k u hoor spreken

Zie ’k een glans als van opalen!

Peer Gynt.Al te scherpe geest is domheid;Lafheids knop ontbloeid, is boosheid;Overdreven waarheid isAverechtsche wijsheidstaal;Ja, mijn kind,… ’t is ongelogen,Er zijn menschen op de wereldMet een overvoerde ziel,Die tot klaarheid moeilijk komen.Ik heb er zoo een gekend,’n Parel uit den heelen hoop;En zelfs hij heeft ’t doel gemist tochIn ’t gedrang van ’t drukke leven.Zie je ’t zand rondom de oase?Wenk ik even met mijn tulband,Dwing ’k de wereldzee te vullenMet haar waatren heel de vlakte.Maar ik zou een domkop wezenAls ik nu schiep zee en landen.Weet je wat het is te leven?

Peer Gynt.

Al te scherpe geest is domheid;

Lafheids knop ontbloeid, is boosheid;

Overdreven waarheid is

Averechtsche wijsheidstaal;

Ja, mijn kind,… ’t is ongelogen,

Er zijn menschen op de wereld

Met een overvoerde ziel,

Die tot klaarheid moeilijk komen.

Ik heb er zoo een gekend,

’n Parel uit den heelen hoop;

En zelfs hij heeft ’t doel gemist toch

In ’t gedrang van ’t drukke leven.

Zie je ’t zand rondom de oase?

Wenk ik even met mijn tulband,

Dwing ’k de wereldzee te vullen

Met haar waatren heel de vlakte.

Maar ik zou een domkop wezen

Als ik nu schiep zee en landen.

Weet je wat het is te leven?

Anitra.Leer het mij!

Anitra.

Leer het mij!

Peer Gynt.Leer het mij!Het is te zwevenDroogvoets met den tijdstroom mee,Gansch en eenig als zichzelf.Slechts als man van kracht kan ’k wezenHij, die ’k ben, mijn lieve kleintje!’n Oude valk verliest zijn veeren,’n Oude ram krijgt zwakke pooten.’n Oude vrouw verliest haar tanden’n Oude vent krijgt dorre handen,…Iedereen een dorre ziel.Jong zijn! Jong zijn! Ik wil heerschenAls een sultan, vurig, echt,…Niet aan Gyntiana’s kusten,Onder loofomrankte palmen,…Maar gegrondvest op de frischheidVan jonkvrouwlijke gedachten …Zie je nu, mijn lieve kindje,Waarom ik je uitverkorenEn je hartje zoo ontroerd heb?Waarom ik, om zoo te zeggen,Daar mijn kalifaat gesticht heb?Naarmijmoet gaan je verlangen.Almacht wil ik in mijn staat!Jij moet heel alleen van mij zijn.Ik wil ’t zijn die je gevangenHoudt, als goud en edelsteenen.Scheiden wij, is ’t leven niets meer,…Althans, dat wil zeggen: ’t jouwe!Heel je wezen, alle leegten,Zonder willen ja of neen,Wil ik weten vol van mij.’t Nachtlijk donker van je lokken,En al je bekoorlijkhedenMoeten … Babylonsche tuinen …Wenken mij tot sultansfeesten.Daarom is ’t ook nog zoo kwaad nietDat je hoofdje leeg maar blijft.Met een ziel wordt zelfbeschouwingTot een allereersten plicht.Wacht eens,… ’k krijg daar juist een inval:’k Zal je geven, als je ’t wilt,’n Mooien ring voor om je enkel;…Dat is ’t best voor allebei;Jij krijgtmijals ziel, en verderBlijft het alles … status quo.(Anitra snurkt).Wat? Zij slaapt! Zoo gleed dus allesLangs haar heen, wat ’k heb gezegd?…Neen; dat kenmerkt juist mijn macht,Want gewiegd door liefdewoordenZweeft zij weg in zoete droomen.(staat op en legt sieraden in haar schoot).Hier zijn ringen! Hier nog meer!Slaap, Anitra! Droom van Peer!Slaap! En op je keizers voorhoofdDrukte slapend jij de kroon!Peer won, enkel door zijn wezen,’n Keizerrijk in dezen nacht!

Peer Gynt.

Leer het mij!Het is te zweven

Droogvoets met den tijdstroom mee,

Gansch en eenig als zichzelf.

Slechts als man van kracht kan ’k wezen

Hij, die ’k ben, mijn lieve kleintje!

’n Oude valk verliest zijn veeren,

’n Oude ram krijgt zwakke pooten.

’n Oude vrouw verliest haar tanden

’n Oude vent krijgt dorre handen,…

Iedereen een dorre ziel.

Jong zijn! Jong zijn! Ik wil heerschen

Als een sultan, vurig, echt,…

Niet aan Gyntiana’s kusten,

Onder loofomrankte palmen,…

Maar gegrondvest op de frischheid

Van jonkvrouwlijke gedachten …

Zie je nu, mijn lieve kindje,

Waarom ik je uitverkoren

En je hartje zoo ontroerd heb?

Waarom ik, om zoo te zeggen,

Daar mijn kalifaat gesticht heb?

Naarmijmoet gaan je verlangen.

Almacht wil ik in mijn staat!

Jij moet heel alleen van mij zijn.

Ik wil ’t zijn die je gevangen

Houdt, als goud en edelsteenen.

Scheiden wij, is ’t leven niets meer,…

Althans, dat wil zeggen: ’t jouwe!

Heel je wezen, alle leegten,

Zonder willen ja of neen,

Wil ik weten vol van mij.

’t Nachtlijk donker van je lokken,

En al je bekoorlijkheden

Moeten … Babylonsche tuinen …

Wenken mij tot sultansfeesten.

Daarom is ’t ook nog zoo kwaad niet

Dat je hoofdje leeg maar blijft.

Met een ziel wordt zelfbeschouwing

Tot een allereersten plicht.

Wacht eens,… ’k krijg daar juist een inval:

’k Zal je geven, als je ’t wilt,

’n Mooien ring voor om je enkel;…

Dat is ’t best voor allebei;

Jij krijgtmijals ziel, en verder

Blijft het alles … status quo.

(Anitra snurkt).

Wat? Zij slaapt! Zoo gleed dus alles

Langs haar heen, wat ’k heb gezegd?…

Neen; dat kenmerkt juist mijn macht,

Want gewiegd door liefdewoorden

Zweeft zij weg in zoete droomen.

(staat op en legt sieraden in haar schoot).

Hier zijn ringen! Hier nog meer!

Slaap, Anitra! Droom van Peer!

Slaap! En op je keizers voorhoofd

Drukte slapend jij de kroon!

Peer won, enkel door zijn wezen,

’n Keizerrijk in dezen nacht!

Karavaanweg. De oase ver weg op den achtergrond.Peer Gyntop zijn witte paard, jaagt door de woestijn.Hij heeft Anitra vóór zich op het zadel.

Anitra.Hoû op! Ik ga bijten …!

Anitra.

Hoû op! Ik ga bijten …!

Peer Gynt.Hoû op! Ik ga bijten …!Jij kleine schelm!

Peer Gynt.

Hoû op! Ik ga bijten …!Jij kleine schelm!

Anitra.Wat wil u?

Anitra.

Wat wil u?

Peer Gynt.Wat wil u?Wat? Spelen duifje en valk!’k Voer je weg! Ik bega dolle streken!

Peer Gynt.

Wat wil u?Wat? Spelen duifje en valk!

’k Voer je weg! Ik bega dolle streken!

Anitra.Schaam u! Een oude Profeet …!

Anitra.

Schaam u! Een oude Profeet …!

Peer Gynt.Schaam u! Een oude Profeet …!Malligheid!De Profeetisnog niet oud, kleine gans!Vind je dat dit dan op ouderdom wijst, zeg?

Peer Gynt.

Schaam u! Een oude Profeet …!Malligheid!

De Profeetisnog niet oud, kleine gans!

Vind je dat dit dan op ouderdom wijst, zeg?

Anitra.Laat los! ’k Wil naar huis!

Anitra.

Laat los! ’k Wil naar huis!

Peer Gynt.Laat los! ’k Wil naar huis!Nu ben je koket!Naar huis! Naar schoonpapa! Die is goed!Wij dolle vogels, de kooi ontvlogen,Wij komen hem nooit meer onder de oogen.En daarbij, mijn kind, op dezelfde plekMoet men nooit vertoeven te langen tijd;Men verliest dan in achting, hoe meer men bekend wordt;…Vooral als men komt als Profeet of zoo iets.Vluchtig moet men voorbij gaan, als een “bon mot”.’t Werd waarlijk al tijd dat ’t bezoek op zijn eind liep.Die woestijnzonen zijn onstandvastige zielen,Op ’t laatst al ontbraken gebeden en wierook.

Peer Gynt.

Laat los! ’k Wil naar huis!Nu ben je koket!

Naar huis! Naar schoonpapa! Die is goed!

Wij dolle vogels, de kooi ontvlogen,

Wij komen hem nooit meer onder de oogen.

En daarbij, mijn kind, op dezelfde plek

Moet men nooit vertoeven te langen tijd;

Men verliest dan in achting, hoe meer men bekend wordt;…

Vooral als men komt als Profeet of zoo iets.

Vluchtig moet men voorbij gaan, als een “bon mot”.

’t Werd waarlijk al tijd dat ’t bezoek op zijn eind liep.

Die woestijnzonen zijn onstandvastige zielen,

Op ’t laatst al ontbraken gebeden en wierook.

Anitra.Maar u is toch Profeet?

Anitra.

Maar u is toch Profeet?

Peer Gynt.Maar u is toch Profeet?Ik ben je keizer!(wil haar kussen).Kijk ’ns aan, hoe die kleine feeks van zich afbijt!

Peer Gynt.

Maar u is toch Profeet?Ik ben je keizer!

(wil haar kussen).

Kijk ’ns aan, hoe die kleine feeks van zich afbijt!

Anitra.Geef mij den ring, dien u draagt aan uw vinger.

Anitra.

Geef mij den ring, dien u draagt aan uw vinger.

Peer Gynt.Neem, lieve Anitra, den heelen boel!

Peer Gynt.

Neem, lieve Anitra, den heelen boel!

Anitra.Zoete zang zijn uw woorden! Liefelijk klinkend!

Anitra.

Zoete zang zijn uw woorden! Liefelijk klinkend!

Peer Gynt.Zalig, wie zoozeer bemind wordt als ik!Ik stijg af! Ik zal leiden het paard als je slaaf.(reikt haar de karwats en stijgt af).Ziezoo, mijn roosje, mijn heerlijke bloem;Hier wil ik loopen in zand en wind,Tot een zonnesteek mij treft en ik niet verder kan.Ik ben jong, Anitra, hoû dat in ’t oog!Neem het met mijn fratsen maar niet zoo nauw.Grappen uithalen is een teeken van jeugd!Als dus je hoofdje wat helderder was,Dan zou je begrijpen, mijn lieflijk juweel,Je liefste maakt grappen … ergo is hij jong!

Peer Gynt.

Zalig, wie zoozeer bemind wordt als ik!

Ik stijg af! Ik zal leiden het paard als je slaaf.

(reikt haar de karwats en stijgt af).

Ziezoo, mijn roosje, mijn heerlijke bloem;

Hier wil ik loopen in zand en wind,

Tot een zonnesteek mij treft en ik niet verder kan.

Ik ben jong, Anitra, hoû dat in ’t oog!

Neem het met mijn fratsen maar niet zoo nauw.

Grappen uithalen is een teeken van jeugd!

Als dus je hoofdje wat helderder was,

Dan zou je begrijpen, mijn lieflijk juweel,

Je liefste maakt grappen … ergo is hij jong!

Anitra.Ja, u is jong. Heeft u nog meer ringen?

Anitra.

Ja, u is jong. Heeft u nog meer ringen?

Peer Gynt.Ja, niet waar? Daar; neem! Als een bok kan ik springen!Was hier wijnloof in de buurt, dan zou ’k mij bekransen.Ja, waarachtig ben ’k jong! Hopsa! ’k Ga dansen!(danst en zingt).Ik ben een gelukkig haantje!Pik mij, mijn lief kippetje!Hei! Hop! Laat mij trippelen;…Ik ben een gelukkig haantje!

Peer Gynt.

Ja, niet waar? Daar; neem! Als een bok kan ik springen!

Was hier wijnloof in de buurt, dan zou ’k mij bekransen.

Ja, waarachtig ben ’k jong! Hopsa! ’k Ga dansen!

(danst en zingt).

Ik ben een gelukkig haantje!

Pik mij, mijn lief kippetje!

Hei! Hop! Laat mij trippelen;…

Ik ben een gelukkig haantje!

Anitra.U zweet er van, Profeet; ’k ben bang dat u zal smelten;…Geef mij dat zware, dat aan uw gordel bengelt.

Anitra.

U zweet er van, Profeet; ’k ben bang dat u zal smelten;…

Geef mij dat zware, dat aan uw gordel bengelt.

Peer Gynt.Teedre bezorgdheid! Hoû de beurs maar voor goed;…Zonder goud zijn minnende harten content!(danst en zingt weer).Jonge Peer Gynt is een dolleman;Hij weet niet op welken voet hij zal staan.Pah, zei Peer;… laat maar begaan!Jonge Peer Gynt is een dolleman!

Peer Gynt.

Teedre bezorgdheid! Hoû de beurs maar voor goed;…

Zonder goud zijn minnende harten content!

(danst en zingt weer).

Jonge Peer Gynt is een dolleman;

Hij weet niet op welken voet hij zal staan.

Pah, zei Peer;… laat maar begaan!

Jonge Peer Gynt is een dolleman!

Anitra.Verruklijk is ’t den Profeet te zien dansen!

Anitra.

Verruklijk is ’t den Profeet te zien dansen!

Peer Gynt.Profeet? Malligheid!… Laat ons van kleeren wislen!Komaan! Trek uit!

Peer Gynt.

Profeet? Malligheid!… Laat ons van kleeren wislen!

Komaan! Trek uit!

Anitra.Komaan! Trek uit!Uw kaftan is te lang,Uw gordel te wijd en uw kousen te nauw …

Anitra.

Komaan! Trek uit!Uw kaftan is te lang,

Uw gordel te wijd en uw kousen te nauw …

Peer Gynt.Eh bien!(knielt neer).Eh bien!Maar doe mij een groot verdriet,Het is zoet te lijden, voor minnende harten!Hoor, als wij aankomen in mijn slot,…

Peer Gynt.

Eh bien!(knielt neer).

Eh bien!Maar doe mij een groot verdriet,

Het is zoet te lijden, voor minnende harten!

Hoor, als wij aankomen in mijn slot,…

Anitra.In uw Paradijs;… is dat héél ver weg nog?

Anitra.

In uw Paradijs;… is dat héél ver weg nog?


Back to IndexNext