Peer Gynt.O, zoo wat duizend mijlen …!Anitra.O, zoo wat duizend mijlen …!Te ver!Peer Gynt.Je krijgt daar de ziel, die ik je eerst heb beloofd.Anitra.Veel dank, maar ik red mij wel zonder ziel.Doch u vroeg om verdriet …Peer Gynt(staat op).Doch u vroeg om verdriet …Ja, bij mijn ziel!Hevig, maar kort,… voor een dag of twee, drie!Anitra.Anitra volgt uw gebod!… Wees gegroet!(Zij geeft hem een duchtigen slag met de karwats over zijn vingers en holt in vliegenden galop terug door de woestijn).Peer Gynt(staat een tijdlang als door den bliksem getroffen).Neen maar,… heb je nu toch ooit …!Zelfde plaats. Een uur later.Peer Gyntbedachtzaam en nadenkend, trekt zijn Turksche kleeren uit, stuk voor stuk. Het laatst haalt hij zijn reispetje uit zijn jaszak, zet het op, en staat weer in zijn Europeesche kleeding.Peer Gynt(terwijl hij den tulband ver van zich afgooit).Daar ligt de Turk dan, en hier sta ik!…Die heidensche boel deugt ook al niet.’t Was gelukkig, dat ’t mij alleen zat in de kleeren,En niet diep tot in ’t merg was doorgedrongen …Wat wou ik toch eigenlijk, vraag ik mij af?Een mensch doet toch ’t best als een christen te leven,Te versmaden het kleurige pauwenkleed,Zijn doen te steunen op wet en moraal,Zich zelf te zijn, en ten slotte te krijgenEen toespraak aan ’t graf en een krans op de kist.(doet eenige stappen).Dat deerntje,… het scheelde zoo waar maar een haar,Of door haar had ’k haast mijn verstand verloren.’k Ben een kabouter als ik nòg recht begrijpWat het was, dat zóó me in de war gebracht heeft.Nou goed: het is uit! Was één stap verderDe grap gegaan, was ’k belachlijk geworden.’k Heb gefaald. Och ja;… maar het is toch een troostDat ik faalde als gevolg van mijn valsche positie.Het was niet dezelfde persoon die nu viel.Het is eigenlijk dat: als-profeet-moeten-leven,Zoo gansch ontbloot van der werkzaamheid zout,Dat nu zich met weeë smaakloosheid wreekte.Een slechte betrekking profeet te zijn!In dat beroep moet je zweven in wolken;…Profetisch beschouwd heb je afgedaanZoodra als je optreedt nuchter en wakker.In zoover heb ik de rol volgehouden,Juist door dat gansje aldus te huldigen.Maar, dat laat niet na …(barst in lachen uit).Maar, dat laat niet na …O, als ik ’t bedenk!Met trip’len en dansen mijn dagen vertreuz’len,Zwemmen tégen den stroom al draaiend en kwisp’lend,Kozen bij snarenspel, spelen en zuchten,En eindigen als haan … met mij te laten plukken!Voorwaar, mijn doen was profeetachtig dol …Ja, plukken!… Jongens, wat bén ik geplukt;Nou; iets hield ik gelukkig nog achter de hand;Ik heb nog wat in Amerika, en wat in mijn zak;Ben dus nog niet tot den bedelstaf gebracht.En dit gemiddelde is in den grond het beste,Nu ben ik niet afhanklijk van koetsier of paarden;Ik heb niets te maken met koffers en karren;Kortom, zooals ’t heet, ik beheersch de positie …Welken weg moet ik kiezen? Vele staan mij nu open;En de keus doet een dwaas van een wijze onderscheiden.Mijn zakenmans-leven is ’n afgedaan hoofdstuk,Mijn minnarij is een afgelegd jasje.Tot den kreeftengang voel ik volstrekt geen lust:“Heen en terug, het is even lang;Er uit of er in, ’t is een zelfde gang,”…Zoo staat er, meen ’k, in een geestig geschrift …Dus weer iets nieuws; een verheffend werk,Een doel, dat het geld en de moeite loont.Mijn leven beschrijven, zonder iets te verbloemen …?’n Boek, dienend tot wegwijzer, desnoods als voorbeeld …?Of wacht …! ’k Heb den tijd gansch tot mijn beschikking …Als ’k eens de begeerigheid van vroeger tijden,Als een reizend geleerde ging bestudeeren …?Ja waarlijk; dàt is nu net iets voor mij!Kronieken las ik, toen ’k nog klein was,En wetenschap heb ik ook later beoefend …’k Zal volgen der menschheid oeroude baan!’k Zal drijven op den stroom der historie als ’n veer,Die weer doorleven, als in een droom,…Der helden strijd zien, voor wat groot is en goed,…Doch als toeschouwer maar, op een veilige plek,…Zien denkers vallen, martelaars sneven,Zien rijken stichten en rijken vergaan,…Zien wereldmomenten uit het kleine ontstaan …Kortom, ’k wil de heele historie afroomen …Ik moet zien mij een Becker aan te schaffen,En chronologisch te reizen zoo ver ik kan komen.’t Is waar … in geschiedenis ben ik niet sterk,En hoe ’t in elkaar zit begrijp ik nooit recht.Maar och! waar ’t uitgangspunt soms het gekst is,Wordt dikwijls de oorspronklijkste uitkomst verkregen …Hoe verheffend toch is ’t zich een doel te kiezen,En alles te willen om dat te bereiken!(stil aangedaan).Losmaken, scheuren familiebanden,Alles wat bindt aan magen en vrienden,…In de lucht laten vliegen je geld en goed,Zeggen zijn liefdegeluk goeden nacht,…Alles om te vinden der waarheid mysterie..(droogt een traan af).Dat is het kenmerk van ’n waar onderzoeker!’k Gevoel mij toch zoo bovenmatig gelukkigNú weet ik dan ’t raadsel van mijn bestemming.Nu maar mij er doorslaan, door dik en dun!’t Is wel te vergeven dat ik ’t hoofd hoog draagEn voel wat ik waard ben als man, Peer Gynt,Ook wel genaamd de keizer van ’t leven …De som van ’t verleden wil ik bezitten;Nooit meer loopen der levenden wegen;…Het heden is nog geen schoenzool waard;Zonder merg of pit is der mannen gedoe:Hun geest heeft geen vlucht, hun daden geen kracht;…(haalt de schouders op).En vrouwen,… dat ’s maar een poover geslacht!…Zomerdag. Hoog boven in ’t Noorden. Een hut in ’t bosch in de bergen. Open deur met een groot houten slot. Een rendiergewei boven de deur. Een troep geiten bij den muur van de hut staande.Een vrouw van middelbare jaren, blond en mooi, zit te spinnen buiten in den zonneschijn.De Vrouw(werpt een blik op den weg beneden en zingt).Misschien zullen winter en lente vergaan,En zomer en herfst met stervende blaân …Maar ééns zal je komen … mijn liefde gelooft!En wachten zal ik … dat heb ik beloofd.(lokt de geiten, spint en zingt weer).God helpe je, waar je op aarde ook gaat,God zegen je, als aan zijn voeten je staat!Hier zal ik wachten van jaar tot jaar …En wacht jij hier boven, dan vind ik je daar!In Egypte. Morgenschemering. De Memnonszuil in het zand.Peer Gyntkomt aanloopen en kijkt een oogenblik rond.Peer Gynt.Hier kon ik, gevoeglijk mijn tocht beginnen …Dus nu ben ’k Egyptenaar voor de verandring;Maar Egyptenaar, steunend op ’t Gyntsche ik;Later denk ik dan naar Assyrië te gaan.Te beginnen heelemaal met de schepping,Zou enkel tijdverlies na zich slepen;…’k Laat de bijbelsche historie er dus maar buiten,Het spoor dáárvan vind ’k toch altijd terug;En om, zooals ’t heet, ’t naadje van de kous te zoeken,Ligt buiten mijn plan en buiten mijn kunnen.(gaat op een steen zitten).Nu ga ik wat rusten en wachten, geduldig,Tot Memnon zijn morgenzang heeft voorgezongen.Na ’t ontbijt ga ik dan de Pyramide beklimmen;Heb ik tijd, ga ik later er ook nog eens binnen.Dan over land naar de Roode Zee;Misschien vind ik daar Koning Potifars graf …Dan ben ik Aziaat weer. In Babylon ga ’k zoekenDe wereldberoemde hangende tuinen,Te weten, ’t voornaamste spoor van cultuur.En dan met een sprong naar Troja’s muur.Van Troja is er directe verbindingOver zee, naar ’t heerlijke, oude Athene;…Daar wil ’k op de plaats zelf, goed bezienEn berijden, den pas dien Leonidas dekte;…Dan maak ’k mij vertrouwd met de beste filosofen,Zoek het huis op, waar Socrates stierf als offer …;Neen, ’t is waar ook,… daar wordt nu gevochten …!Nou, dan moet ’t Hellenisme maar blijven liggen.(kijkt op zijn horloge).’t Is toch al te gek dat ’k zoo lang moet wachtenVóór de zon opgaat. Mijn tijd is kort.Dus ’t oude Troja;… daar kwam ik van daan …(staat op en luistert).Wat is dat voor een wonderlijk ruischen en suizen?(Zonsopgang).De Memnonzuil(zingt).Uit Goddelijke asch verrijzen verjongendeVogels, zingende.Zeus, de Alwetende,Schiep hen als strijdenden.Wijsheidsuilen,Waar slapen mijn vogels?Gij moet sterven of raden’t Gezongen raadsel!Peer Gynt.Waarachtig,… klonk het niet of daar kwamGeluid uit de zuil! Dat was oudheidsmuziek.Ik hoorde het stijgen der stem en het dalen …Dit zal ik noteeren. Iets voor de geleerden.(noteert in zijn zakboekje):“De zuil zong. Ik hoorde duidlijk het geluid,Doch verstond van het lied de woorden niet heel goed.Het geheel was natuurlijk zinsbedrog.Anders niets belangrijks opgemerkt van daag.”(gaat verder).Bij het dorp Gizeh. De groote, in de rotsen uitgehouwen sfinx. In de verte de torens en minarets van Kaïro.Peer Gyntkomt op; hij bekijkt de sfinx aandachtig, dan door zijn lorgnet, dan door de holle hand.Peer Gynt.Waar ter wereld heb ik toch vroeger gezienIets, dat mij herinnert aan dit model?Want ’k héb ’t gezien ergens, in Noord of Zuid.Was het een persoon? En zoo ja dan, wie?Hij, Memnon, dat viel mij achterna in,Leek op den ouden Kabouterkoning,Zoo als hij zat daar, stijf en strak,Zijn zitvlak rustend op stompe zuilen …Maar hier, dit tweeslachtige wonderdier,Deze kruising, zoo vreemd, van leeuw en vrouw,…Zit mij dit ook uit een sprookje in ’t hoofd?Of herinner ik ’t mij uit de werkelijkheid?Uit een sprookje? Wacht, nu weet ik het weer!’t Is Böjgen, zoo waar, dien ik sloeg op zijn kop,…Dat ’s te zeggen, ik droomde … want ik lag te ijlen …(komt nader).Net dezelfde oogen; en dezelfde lippen;…Niet zoo dof, de oogen, wat meer geslepen;Maar verder in hoofdzaak vrijwel dezelfde …Zoo, zoo, jij Böjg; je lijkt op een leeuw,Als men je ziet van achtren en ontmoet over dag!Kan je nog wel raden? Dat zal ’k eens probeeren.Nu zal ’k eens zien of je weer antwoordt als laatst!(roept tegen de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Een Stem(achter de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Ach, Sfinx, wer bist du!Peer Gynt.Wat! De echo antwoordt in ’t Duitsch! Merkwaardig!De Stem.Wer bist du?Peer Gynt.Wer bist du?En spreekt het daarbij uitstekend!Die opmerking is van mij en nieuw.(noteert in zijn zakboekje:)“Echo in ’t Duitsch. Dialect van Berlijn.”Begriffenfeldt(komt van achter de sfinx te voorschijn).Een mensch!Peer Gynt.Een mensch!Ah zoo! ’t Washijdie sprak.(noteert weer:)“Kwam tot een ander besluit naderhand.”Begriffenfeldt(onder allerlei zenuwachtige gebaren).Mijnheer, excuseer …! Een levensvraag …!Wat voert u op heden juist hierheen?Peer Gynt.Een bezoek. Ik begroet een vriend uit mijn jeugd.Begriffenfeldt.Wat? De sfinx …?Peer Gynt.Wat? De sfinx …?Is een kennis uit vroeger tijd.Begriffenfeldt.Verbazend … En dat na dezen nacht!Mijn voorhoofd hamert! Ik vrees dat ’t zal barsten!Kent u de sfinx? Antwoord! Spreek! Kan u zeggenWat zij is?Peer Gynt.Wat zij is?Wat zij is? Ja, dat kan ik glad;Zij iszich zelf.Begriffenfeldt(opspringend).Zij iszich zelf.Ha, de oplossing flitsteAls ’n bliksemschicht daar!… Inderdaad? Weet u ’t vast?Zich zelf?Peer Gynt.Zich zelf?Ja, dat zei zij mij ten minste.Begriffenfeldt.Zich zelf! ’t Uur der omwenteling naakt!(neemt zijn hoed af).O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt.O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt, met verlof.Begriffenfeldt(met stille bewondering).Peer Gynt! Allegorisch! Dat was te verwachten …Peer Gynt! Dat wil zeggen: de onbekende,…De komende, wiens komst mij verkondigd was …Peer Gynt.Och, waarlijk? En komt u mij hier nu afhalen …?Begriffenfeldt.Peer Gynt! Diepzinnig! Raadselvol! Scherp!Ieder woord is een bron van diepe wijsheid!Wat is u?Peer Gynt(bescheiden).Wat is u?’k Heb altijd getracht te wezenMij zelf. En ovrigens, hier is mijn pas.Begriffenfeldt.Alweer dat raadselvolle woord op den bodem!(grijpt hem bij den pols).NaarKaïro! Der navorschers keizer is gevonden!Peer Gynt.Keizer?Begriffenfeldt.Keizer?Kom!Peer Gynt.Keizer? Kom!Ben ik waarlijk bekend …?Begriffenfeldt(terwijl hij hem meetrekt).Der navorschers keizer … op grondslag van het zelf!In Kaïro. Een groote binnenplaats met hooge muren, omgeven door gebouwen. Getraliede vensters; ijzeren kooien.Drie oppassersop de binnenplaats.Een vierdekomt op.De Komende.Schafmann, zeg eens, waar is de directeur?Een Oppasser.Van morgen heel vroeg al uitgereden.De Eerste.’k Geloof dat hem iets aakligs is overkomen;Want van nacht …De Tweede.Want van nacht …Sst, wees stil; hij is daar aan de deur!(Begriffenfeldt leidt Peer Gynt binnen, sluit de deur en steekt den sleutel in zijn zak).Peer Gynt(in zich zelf).In waarheid, een uiterst begaafde man;Bijna al wat hij zegt gaat boven mijn begrip.(kijkt rond).Dus dit hier is de geleerden-club?Begriffenfeldt.Hier zijn ze allen, de heele troep;…Een zeventig navorschers en geleerden,Sedert kort nog tot honderd en drie vermeerderd …(roept tegen de oppassers).Michel, Schlingelberg, Schafmann, Fuchs,…Gauw in je kooien, een, twee, drie!De Oppassers.Wij?Begriffenfeldt.Wij?Wie anders? Vooruit! vooruit!Draait rond de wereld, dan draaien wij mee.(dwingt ze in een kooi).Van daag is hij gekomen, de groote Peer;…De rest kan je wel begrijpen,… ik zeg verder niets meer.(sluit de kooi af en gooit den sleutel in een put).Peer Gynt.Maar, waarde heer dokter en directeur …?Begriffenfeldt.Niets van dat alles! Dat ben ik niet meer …Mijnheer Peer, kan u zwijgen? Ik moet mij uiten …Peer Gynt(in toenemende onrust).Wat is er?Begriffenfeldt.Wat is er?Beloof dat u niet zal beven.Peer Gynt.’k Zal mijn best doen …Begriffenfeldt(trekt hem in een hoek en fluistert).’k Zal mijn best doen …De volstrekte redeIs gistren gestorven precies om elf uur.Peer Gynt.God bewaar me …!Begriffenfeldt.God bewaar me …!Ja, dat is uiterst bedroevend,En dubbel onaangenaam in mijn positie,Want dit huis werd tot op dit uur nog beschouwdAls een gekkenhuis.Peer Gynt.Als een gekkenhuis.Wat! Als een gekkenhuis!Begriffenfeldt.Nu niet meer, begrijpt u!Peer Gynt(bleek en zachtjes).Nu niet meer, begrijpt u!Nú herken ik de plaats wel!En gek is die man;… en niemand weet het!(tracht weg te komen).Begriffenfeldt(volgt hem).Ik hoop ovrigens dat u mij heeft begrepen?Als ik zeg: zij is dood, dan is dat schijn.Zij ging van haar zelve … is uit haar vel gesprongen,…Net precies als deed wijlen Münchhausens vos.Peer Gynt.Een oogenblik maar …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Een oogenblik maar …Neen, het was als een aal;…Niet als een vos. Door het oog stak een naald;Zij spartelde hevig …Peer Gynt.Zij spartelde hevig …Waar vind ik een uitweg!Begriffenfeldt.Om haar hals heen een snee en, rits! naar beneden!Peer Gynt.Hij ’s gek! Volslagen krankzinnig nu!Begriffenfeldt.Eén ding is klaar, en laat zich niet verbloemen …Dit van-zich-zelf-gaan zal ten gevolge hebben,Een heelen omkeer te land en te zee.De personen, die vroeger krankzinnig heetten,Zijn gistren avond normaal geworden,Overeenkomstig ’t verstand in zijn nieuwe phase.En kijkt men dan verder de zaak goed aan,Dan volgt dus, dat juist op datzelfde uurDe zoogenaamd wijzen begonnen te razen.Peer Gynt.U noemde ’t woord uur; mijn tijd is kort …Begriffenfeldt.Uw tijd? ’t Is goed dat u daarvan spreekt!(opent een deur en roept).Er uit! Nu breekt aan de nieuwe tijd!De rede is dood. Leve Peer Gynt!Peer Gynt.Maar, mijn goede man …!(De krankzinnigen komen allengs naar buiten de binnenplaats op).Begriffenfeldt.Maar, mijn goede man …!Goêmorgen! Komt hier!Begroet der bevrijding morgenrood!Uw keizer staat vóór u!Peer Gynt.Uw keizer staat vóór u!Keizer?Begriffenfeldt.Uw keizer staat vóór u! Keizer?Gewis.Peer Gynt.Maar de eer is zoo groot, zoo gansch buitensporig …Begriffenfeldt.Ach, laat alle valsche bescheidenheid varenIn ’n uur als dit …Peer Gynt.In ’n uur als dit …Ja, maar gun mij toch tijd …!Neen, ik deug er niet voor; ik ben glad versuft al!Begriffenfeldt.Een man, die gehoord heeft der sfinx opinie?Die zichzelf is?Peer Gynt.Die zichzelf is?Daar zit juist de knoop, ja.Ik ben mijzelf in allen deele;Maar hier, zoover ’k begrijp, hier moetMen buiten zichzelf zijn, om zoo te zeggen.Begriffenfeldt.Wat? Buiten zichzelf? Neen, daar tast u mis!Hier is men zichzelf juist zonder genade,Volstrekt zichzelf, zonder ook maarietsanders;Men zeilt als zichzelf, vlak voor den wind.In ’t vat van zijn ik bergt een ieder zich op;In eigen gisting duikt hij naar den grond,…En sluit zich hermetisch met de prop van zijn ik;En dicht het hout in de bron van zijn ik.Niemand heeft tranen voor andermans smarten,Niemand gedachten voor andermans denken.Ons zelf, dat zijn wij in geest en geluiden,Ons zelf, tot den uitersten rand van de springplank …En dus, moet er keizer hier iemand worden,Is u voor den troon onze ware man.Peer Gynt.Ik wou dat de duivel …!Begriffenfeldt.Ik wou dat de duivel …!Maar goeden moed!Haast alles op aarde is nieuw in ’t begin.“Zichzelf”;… kom, hier zal ’k een voorbeeld u toonen,Ik kies maar het eerste het beste dat ’k zie …(tegen een sombere gedaante).Goêndag, Hoehoe! Wel, loop je, mijn zoon,Nog altijd maar rond in droefheids gewaad?Hoehoe.Kan ik anders, als mijn volk steedsOnvertolkt, vergeten sterft?(tegen Peer Gynt).U is vreemdling; wil u hooren?Peer Gynt(buigt).’t Zal me een eer zijn!Hoehoe.’t Zal me een eer zijn!Goed dan, luister …Als een bloemkrans, ver in ’t Oosten,Ligt de Malabaarsche kuststreek.Hollanders en PortugeezenHebben daar gebracht beschaving.Bovendien zijn daar nog massa’sVan de echte Malabaren.Zij, die onze taal verknoeiden,Zijn nu meester van het land daar;Maar in lang vervlogen tijdenHeerschte daar de Orang-oetan.Hij was heer van ’t bosch en meester;Vrij mocht hij daar dooden, brullen.Ongetemd natuurvoortbrengselGroeide en gaapte hij als zoodanig.Onbelemmerd mocht hij schreeuwen;Hij was in zijn rijk de heerscher …Maar toen kwam het juk der vreemdenOnze oerwoudstaal verwarren.’n Nacht van viermaal honderd jarenSloopte Orang-oetan’s krachten;En men weet, zoo lange nachtenHouden alle ontwikling tegen.’t Oergeluid van ’t woud verstomdeEn men hoorde niet meer brommen;…Zullen wij gedachten uitenMoeten wij dat doen met woorden.Welk een dwang voor alle standen!Hollanders en Portugeezen,Kleurlingen en Malabaren,Alles was het even lastig …’k Heb beproefd er voor te vechten,Voor onze oerwoudstaal, de echte,…’t Arme lijk te doen herleven,…’t Recht van ’t volk op schreeuwen steunend,…Zelf geschreeuwd, en aangetoond ook’t Nut er van in volksgezangen …Doch geen mensch waardeert mijn pogen …Mijn verdriet zal u begrijpen.Dank, dat u naar mij wou luistren;…Weet u raad, laat mij dien hooren!Peer Gynt(zachtjes).Geschreven staat er: men moet huilenMet de wolven, die in ’t bosch zijn.(luid).Waarde vriend, ik meen te wetenDat er in Marokko’s bosschenNog zijn Orang-oetantroepen,Levend zonder tolk of zangen;Hun geluid klonk Malabarisch!’t Ware mooi en exemplarisch,Als u nu, als andre grooten,Daarheen trok, uw volk ten bate …Hoehoe.Dank, dat u naar mij wou luistren!Ik zal doen wat u mij aanraadt.(met een plechtig gebaar).’t Oosten heeft zijn tolk verstooten!Orang-oetans heeft het Westen!(Af).Begriffenfeldt.Nu wàs hij zichzelf? Dàt zou ik meenen.Van zichzelf is hij vol, en alleen van dat ééne.Hij ’s zichzelf in alles wat hij van zich geeft,Zichzelfjuist krachtens zijn ván-zichzelf-zijn.Kom hier! Nu zal ’k u een ander wijzen,Sedert gistren niet minder behoorlijk verstandig.(tegen eenFellahdie een mummie op zijn rug draagt).Koning Apis, verheven heer, hoe gaat het?De Fellah(woest tegen Peer Gynt).Ben ’k koning Apis?Peer Gynt(schuift achter den dokter).Ben ’k koning Apis?Ik moet helaas bekennenDat ’k niet ben op de hoogte der omstandigheden.Maar ’k geloof toch, als ’k mag afgaan op den toon, dat …De Fellah.Nu lieg jij ook!Begriffenfeldt.Nu lieg jij ook!Laat uwe Hoogheid vertellen,Hoe dan de zaken staan.De Fellah.Hoe dan de zaken staan.Dat zal ik u zeggen.(wendt zich tot Peer Gynt).Zie je hem, dien ik hier op mijn rug draag?Koning Apis was eens zijn naam.Nu draagt hij den naam van mummie,En is dan ook heelemaal dood.Hij bouwde de Pyramiden,Beeldhouwde de groote sfinx,En streed, zooals zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.En daarom heeft heel EgypteAls ’n God hem geprezen hier,En vereerd hem in al zijn tempelsIn de afbeelding van een stier …Maarikben die koning Apis,Dat ’s zoo zeker als ’k hier sta;En als je dat niet begrijpt nog,Dan zal je ’t zien weldra.Koning Apis, die was op de jacht eens,En steeg even af, de held,En ging een oogenblik zittenTerzijde, op mijn voorvaders veld.Maar ’t veld dat de koning bemestte,Dat voedde mij met zijn graan;En eischt iemand meer bewijzen,’k Toon onzichtbare horens hem aan.En is ’t dan voor mij niet wanhopigDat niemand erkent mijn macht!’k Ben Apis naar recht van geboorte,Maar word als Fellah veracht.Kan een goeden raad je mij gevenO, doe het dan, zonder bedrog;…Wat moet ik doen om te wordenAls Apis, de Groote, nu nog?Peer Gynt.Uw Hoogheid bouw’ Pyramiden,Beeldhouwe een groote sfinx,En strijde, als zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.De Fellah.Ja, dat is een prachtig praatje!Een Fellah! Zoo’n kale luis!’k Heb mijn handen vol om mijn hut vrijTe houden van ’t rattengespuis.Ga, man,… ga, zoek naar wat beters,Wat groot maakt, geeft rust mij terug!En daarbij geheel mij gelijk maaktAan Apis, den held, op mijn rug!Peer Gynt.Als dan Uw Hoogheid zich ophing,En daarnà in der aarde schoot,Zich binnen de grenzen der doodkistOok hield als volslagen dood?De Fellah.Dat zal ik! Een strop voor mijn leven!Aan de galg dan met mijn huid …Aanvanklijk maakt ’t eenig verschil wel;Maar dat slijt mettertijd wel uit.(gaat heen en maakt toebereidselen om zich op te hangen).Begriffenfeldt.Dat was een persoonlijkheid, mijnheer,…Een man met methode …Peer Gynt.Een man met methode …Jawel, dat zie ’k …;Maar hij doet het waarachtig! God zij ons genadig!Ik word duiz’lig;… ’k voel in mijn hoofd al verwarring!Begriffenfeldt.Een overgangstoestand; dat duurt maar kort.Peer Gynt.Een overgang? Wat? Excuseer … ik moet weg …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Is u krankzinnig?Peer Gynt.Is u krankzinnig?Nog niet … God bewaar me!(Alarm.De minister Hoesseindringt vooruit door de menigte).Hoessein.Men zegt dat hier een keizer is gekomen van daag?(tegen Peer Gynt)Is u dat?
Peer Gynt.O, zoo wat duizend mijlen …!Anitra.O, zoo wat duizend mijlen …!Te ver!Peer Gynt.Je krijgt daar de ziel, die ik je eerst heb beloofd.Anitra.Veel dank, maar ik red mij wel zonder ziel.Doch u vroeg om verdriet …Peer Gynt(staat op).Doch u vroeg om verdriet …Ja, bij mijn ziel!Hevig, maar kort,… voor een dag of twee, drie!Anitra.Anitra volgt uw gebod!… Wees gegroet!(Zij geeft hem een duchtigen slag met de karwats over zijn vingers en holt in vliegenden galop terug door de woestijn).Peer Gynt(staat een tijdlang als door den bliksem getroffen).Neen maar,… heb je nu toch ooit …!Zelfde plaats. Een uur later.Peer Gyntbedachtzaam en nadenkend, trekt zijn Turksche kleeren uit, stuk voor stuk. Het laatst haalt hij zijn reispetje uit zijn jaszak, zet het op, en staat weer in zijn Europeesche kleeding.Peer Gynt(terwijl hij den tulband ver van zich afgooit).Daar ligt de Turk dan, en hier sta ik!…Die heidensche boel deugt ook al niet.’t Was gelukkig, dat ’t mij alleen zat in de kleeren,En niet diep tot in ’t merg was doorgedrongen …Wat wou ik toch eigenlijk, vraag ik mij af?Een mensch doet toch ’t best als een christen te leven,Te versmaden het kleurige pauwenkleed,Zijn doen te steunen op wet en moraal,Zich zelf te zijn, en ten slotte te krijgenEen toespraak aan ’t graf en een krans op de kist.(doet eenige stappen).Dat deerntje,… het scheelde zoo waar maar een haar,Of door haar had ’k haast mijn verstand verloren.’k Ben een kabouter als ik nòg recht begrijpWat het was, dat zóó me in de war gebracht heeft.Nou goed: het is uit! Was één stap verderDe grap gegaan, was ’k belachlijk geworden.’k Heb gefaald. Och ja;… maar het is toch een troostDat ik faalde als gevolg van mijn valsche positie.Het was niet dezelfde persoon die nu viel.Het is eigenlijk dat: als-profeet-moeten-leven,Zoo gansch ontbloot van der werkzaamheid zout,Dat nu zich met weeë smaakloosheid wreekte.Een slechte betrekking profeet te zijn!In dat beroep moet je zweven in wolken;…Profetisch beschouwd heb je afgedaanZoodra als je optreedt nuchter en wakker.In zoover heb ik de rol volgehouden,Juist door dat gansje aldus te huldigen.Maar, dat laat niet na …(barst in lachen uit).Maar, dat laat niet na …O, als ik ’t bedenk!Met trip’len en dansen mijn dagen vertreuz’len,Zwemmen tégen den stroom al draaiend en kwisp’lend,Kozen bij snarenspel, spelen en zuchten,En eindigen als haan … met mij te laten plukken!Voorwaar, mijn doen was profeetachtig dol …Ja, plukken!… Jongens, wat bén ik geplukt;Nou; iets hield ik gelukkig nog achter de hand;Ik heb nog wat in Amerika, en wat in mijn zak;Ben dus nog niet tot den bedelstaf gebracht.En dit gemiddelde is in den grond het beste,Nu ben ik niet afhanklijk van koetsier of paarden;Ik heb niets te maken met koffers en karren;Kortom, zooals ’t heet, ik beheersch de positie …Welken weg moet ik kiezen? Vele staan mij nu open;En de keus doet een dwaas van een wijze onderscheiden.Mijn zakenmans-leven is ’n afgedaan hoofdstuk,Mijn minnarij is een afgelegd jasje.Tot den kreeftengang voel ik volstrekt geen lust:“Heen en terug, het is even lang;Er uit of er in, ’t is een zelfde gang,”…Zoo staat er, meen ’k, in een geestig geschrift …Dus weer iets nieuws; een verheffend werk,Een doel, dat het geld en de moeite loont.Mijn leven beschrijven, zonder iets te verbloemen …?’n Boek, dienend tot wegwijzer, desnoods als voorbeeld …?Of wacht …! ’k Heb den tijd gansch tot mijn beschikking …Als ’k eens de begeerigheid van vroeger tijden,Als een reizend geleerde ging bestudeeren …?Ja waarlijk; dàt is nu net iets voor mij!Kronieken las ik, toen ’k nog klein was,En wetenschap heb ik ook later beoefend …’k Zal volgen der menschheid oeroude baan!’k Zal drijven op den stroom der historie als ’n veer,Die weer doorleven, als in een droom,…Der helden strijd zien, voor wat groot is en goed,…Doch als toeschouwer maar, op een veilige plek,…Zien denkers vallen, martelaars sneven,Zien rijken stichten en rijken vergaan,…Zien wereldmomenten uit het kleine ontstaan …Kortom, ’k wil de heele historie afroomen …Ik moet zien mij een Becker aan te schaffen,En chronologisch te reizen zoo ver ik kan komen.’t Is waar … in geschiedenis ben ik niet sterk,En hoe ’t in elkaar zit begrijp ik nooit recht.Maar och! waar ’t uitgangspunt soms het gekst is,Wordt dikwijls de oorspronklijkste uitkomst verkregen …Hoe verheffend toch is ’t zich een doel te kiezen,En alles te willen om dat te bereiken!(stil aangedaan).Losmaken, scheuren familiebanden,Alles wat bindt aan magen en vrienden,…In de lucht laten vliegen je geld en goed,Zeggen zijn liefdegeluk goeden nacht,…Alles om te vinden der waarheid mysterie..(droogt een traan af).Dat is het kenmerk van ’n waar onderzoeker!’k Gevoel mij toch zoo bovenmatig gelukkigNú weet ik dan ’t raadsel van mijn bestemming.Nu maar mij er doorslaan, door dik en dun!’t Is wel te vergeven dat ik ’t hoofd hoog draagEn voel wat ik waard ben als man, Peer Gynt,Ook wel genaamd de keizer van ’t leven …De som van ’t verleden wil ik bezitten;Nooit meer loopen der levenden wegen;…Het heden is nog geen schoenzool waard;Zonder merg of pit is der mannen gedoe:Hun geest heeft geen vlucht, hun daden geen kracht;…(haalt de schouders op).En vrouwen,… dat ’s maar een poover geslacht!…Zomerdag. Hoog boven in ’t Noorden. Een hut in ’t bosch in de bergen. Open deur met een groot houten slot. Een rendiergewei boven de deur. Een troep geiten bij den muur van de hut staande.Een vrouw van middelbare jaren, blond en mooi, zit te spinnen buiten in den zonneschijn.De Vrouw(werpt een blik op den weg beneden en zingt).Misschien zullen winter en lente vergaan,En zomer en herfst met stervende blaân …Maar ééns zal je komen … mijn liefde gelooft!En wachten zal ik … dat heb ik beloofd.(lokt de geiten, spint en zingt weer).God helpe je, waar je op aarde ook gaat,God zegen je, als aan zijn voeten je staat!Hier zal ik wachten van jaar tot jaar …En wacht jij hier boven, dan vind ik je daar!In Egypte. Morgenschemering. De Memnonszuil in het zand.Peer Gyntkomt aanloopen en kijkt een oogenblik rond.Peer Gynt.Hier kon ik, gevoeglijk mijn tocht beginnen …Dus nu ben ’k Egyptenaar voor de verandring;Maar Egyptenaar, steunend op ’t Gyntsche ik;Later denk ik dan naar Assyrië te gaan.Te beginnen heelemaal met de schepping,Zou enkel tijdverlies na zich slepen;…’k Laat de bijbelsche historie er dus maar buiten,Het spoor dáárvan vind ’k toch altijd terug;En om, zooals ’t heet, ’t naadje van de kous te zoeken,Ligt buiten mijn plan en buiten mijn kunnen.(gaat op een steen zitten).Nu ga ik wat rusten en wachten, geduldig,Tot Memnon zijn morgenzang heeft voorgezongen.Na ’t ontbijt ga ik dan de Pyramide beklimmen;Heb ik tijd, ga ik later er ook nog eens binnen.Dan over land naar de Roode Zee;Misschien vind ik daar Koning Potifars graf …Dan ben ik Aziaat weer. In Babylon ga ’k zoekenDe wereldberoemde hangende tuinen,Te weten, ’t voornaamste spoor van cultuur.En dan met een sprong naar Troja’s muur.Van Troja is er directe verbindingOver zee, naar ’t heerlijke, oude Athene;…Daar wil ’k op de plaats zelf, goed bezienEn berijden, den pas dien Leonidas dekte;…Dan maak ’k mij vertrouwd met de beste filosofen,Zoek het huis op, waar Socrates stierf als offer …;Neen, ’t is waar ook,… daar wordt nu gevochten …!Nou, dan moet ’t Hellenisme maar blijven liggen.(kijkt op zijn horloge).’t Is toch al te gek dat ’k zoo lang moet wachtenVóór de zon opgaat. Mijn tijd is kort.Dus ’t oude Troja;… daar kwam ik van daan …(staat op en luistert).Wat is dat voor een wonderlijk ruischen en suizen?(Zonsopgang).De Memnonzuil(zingt).Uit Goddelijke asch verrijzen verjongendeVogels, zingende.Zeus, de Alwetende,Schiep hen als strijdenden.Wijsheidsuilen,Waar slapen mijn vogels?Gij moet sterven of raden’t Gezongen raadsel!Peer Gynt.Waarachtig,… klonk het niet of daar kwamGeluid uit de zuil! Dat was oudheidsmuziek.Ik hoorde het stijgen der stem en het dalen …Dit zal ik noteeren. Iets voor de geleerden.(noteert in zijn zakboekje):“De zuil zong. Ik hoorde duidlijk het geluid,Doch verstond van het lied de woorden niet heel goed.Het geheel was natuurlijk zinsbedrog.Anders niets belangrijks opgemerkt van daag.”(gaat verder).Bij het dorp Gizeh. De groote, in de rotsen uitgehouwen sfinx. In de verte de torens en minarets van Kaïro.Peer Gyntkomt op; hij bekijkt de sfinx aandachtig, dan door zijn lorgnet, dan door de holle hand.Peer Gynt.Waar ter wereld heb ik toch vroeger gezienIets, dat mij herinnert aan dit model?Want ’k héb ’t gezien ergens, in Noord of Zuid.Was het een persoon? En zoo ja dan, wie?Hij, Memnon, dat viel mij achterna in,Leek op den ouden Kabouterkoning,Zoo als hij zat daar, stijf en strak,Zijn zitvlak rustend op stompe zuilen …Maar hier, dit tweeslachtige wonderdier,Deze kruising, zoo vreemd, van leeuw en vrouw,…Zit mij dit ook uit een sprookje in ’t hoofd?Of herinner ik ’t mij uit de werkelijkheid?Uit een sprookje? Wacht, nu weet ik het weer!’t Is Böjgen, zoo waar, dien ik sloeg op zijn kop,…Dat ’s te zeggen, ik droomde … want ik lag te ijlen …(komt nader).Net dezelfde oogen; en dezelfde lippen;…Niet zoo dof, de oogen, wat meer geslepen;Maar verder in hoofdzaak vrijwel dezelfde …Zoo, zoo, jij Böjg; je lijkt op een leeuw,Als men je ziet van achtren en ontmoet over dag!Kan je nog wel raden? Dat zal ’k eens probeeren.Nu zal ’k eens zien of je weer antwoordt als laatst!(roept tegen de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Een Stem(achter de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Ach, Sfinx, wer bist du!Peer Gynt.Wat! De echo antwoordt in ’t Duitsch! Merkwaardig!De Stem.Wer bist du?Peer Gynt.Wer bist du?En spreekt het daarbij uitstekend!Die opmerking is van mij en nieuw.(noteert in zijn zakboekje:)“Echo in ’t Duitsch. Dialect van Berlijn.”Begriffenfeldt(komt van achter de sfinx te voorschijn).Een mensch!Peer Gynt.Een mensch!Ah zoo! ’t Washijdie sprak.(noteert weer:)“Kwam tot een ander besluit naderhand.”Begriffenfeldt(onder allerlei zenuwachtige gebaren).Mijnheer, excuseer …! Een levensvraag …!Wat voert u op heden juist hierheen?Peer Gynt.Een bezoek. Ik begroet een vriend uit mijn jeugd.Begriffenfeldt.Wat? De sfinx …?Peer Gynt.Wat? De sfinx …?Is een kennis uit vroeger tijd.Begriffenfeldt.Verbazend … En dat na dezen nacht!Mijn voorhoofd hamert! Ik vrees dat ’t zal barsten!Kent u de sfinx? Antwoord! Spreek! Kan u zeggenWat zij is?Peer Gynt.Wat zij is?Wat zij is? Ja, dat kan ik glad;Zij iszich zelf.Begriffenfeldt(opspringend).Zij iszich zelf.Ha, de oplossing flitsteAls ’n bliksemschicht daar!… Inderdaad? Weet u ’t vast?Zich zelf?Peer Gynt.Zich zelf?Ja, dat zei zij mij ten minste.Begriffenfeldt.Zich zelf! ’t Uur der omwenteling naakt!(neemt zijn hoed af).O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt.O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt, met verlof.Begriffenfeldt(met stille bewondering).Peer Gynt! Allegorisch! Dat was te verwachten …Peer Gynt! Dat wil zeggen: de onbekende,…De komende, wiens komst mij verkondigd was …Peer Gynt.Och, waarlijk? En komt u mij hier nu afhalen …?Begriffenfeldt.Peer Gynt! Diepzinnig! Raadselvol! Scherp!Ieder woord is een bron van diepe wijsheid!Wat is u?Peer Gynt(bescheiden).Wat is u?’k Heb altijd getracht te wezenMij zelf. En ovrigens, hier is mijn pas.Begriffenfeldt.Alweer dat raadselvolle woord op den bodem!(grijpt hem bij den pols).NaarKaïro! Der navorschers keizer is gevonden!Peer Gynt.Keizer?Begriffenfeldt.Keizer?Kom!Peer Gynt.Keizer? Kom!Ben ik waarlijk bekend …?Begriffenfeldt(terwijl hij hem meetrekt).Der navorschers keizer … op grondslag van het zelf!In Kaïro. Een groote binnenplaats met hooge muren, omgeven door gebouwen. Getraliede vensters; ijzeren kooien.Drie oppassersop de binnenplaats.Een vierdekomt op.De Komende.Schafmann, zeg eens, waar is de directeur?Een Oppasser.Van morgen heel vroeg al uitgereden.De Eerste.’k Geloof dat hem iets aakligs is overkomen;Want van nacht …De Tweede.Want van nacht …Sst, wees stil; hij is daar aan de deur!(Begriffenfeldt leidt Peer Gynt binnen, sluit de deur en steekt den sleutel in zijn zak).Peer Gynt(in zich zelf).In waarheid, een uiterst begaafde man;Bijna al wat hij zegt gaat boven mijn begrip.(kijkt rond).Dus dit hier is de geleerden-club?Begriffenfeldt.Hier zijn ze allen, de heele troep;…Een zeventig navorschers en geleerden,Sedert kort nog tot honderd en drie vermeerderd …(roept tegen de oppassers).Michel, Schlingelberg, Schafmann, Fuchs,…Gauw in je kooien, een, twee, drie!De Oppassers.Wij?Begriffenfeldt.Wij?Wie anders? Vooruit! vooruit!Draait rond de wereld, dan draaien wij mee.(dwingt ze in een kooi).Van daag is hij gekomen, de groote Peer;…De rest kan je wel begrijpen,… ik zeg verder niets meer.(sluit de kooi af en gooit den sleutel in een put).Peer Gynt.Maar, waarde heer dokter en directeur …?Begriffenfeldt.Niets van dat alles! Dat ben ik niet meer …Mijnheer Peer, kan u zwijgen? Ik moet mij uiten …Peer Gynt(in toenemende onrust).Wat is er?Begriffenfeldt.Wat is er?Beloof dat u niet zal beven.Peer Gynt.’k Zal mijn best doen …Begriffenfeldt(trekt hem in een hoek en fluistert).’k Zal mijn best doen …De volstrekte redeIs gistren gestorven precies om elf uur.Peer Gynt.God bewaar me …!Begriffenfeldt.God bewaar me …!Ja, dat is uiterst bedroevend,En dubbel onaangenaam in mijn positie,Want dit huis werd tot op dit uur nog beschouwdAls een gekkenhuis.Peer Gynt.Als een gekkenhuis.Wat! Als een gekkenhuis!Begriffenfeldt.Nu niet meer, begrijpt u!Peer Gynt(bleek en zachtjes).Nu niet meer, begrijpt u!Nú herken ik de plaats wel!En gek is die man;… en niemand weet het!(tracht weg te komen).Begriffenfeldt(volgt hem).Ik hoop ovrigens dat u mij heeft begrepen?Als ik zeg: zij is dood, dan is dat schijn.Zij ging van haar zelve … is uit haar vel gesprongen,…Net precies als deed wijlen Münchhausens vos.Peer Gynt.Een oogenblik maar …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Een oogenblik maar …Neen, het was als een aal;…Niet als een vos. Door het oog stak een naald;Zij spartelde hevig …Peer Gynt.Zij spartelde hevig …Waar vind ik een uitweg!Begriffenfeldt.Om haar hals heen een snee en, rits! naar beneden!Peer Gynt.Hij ’s gek! Volslagen krankzinnig nu!Begriffenfeldt.Eén ding is klaar, en laat zich niet verbloemen …Dit van-zich-zelf-gaan zal ten gevolge hebben,Een heelen omkeer te land en te zee.De personen, die vroeger krankzinnig heetten,Zijn gistren avond normaal geworden,Overeenkomstig ’t verstand in zijn nieuwe phase.En kijkt men dan verder de zaak goed aan,Dan volgt dus, dat juist op datzelfde uurDe zoogenaamd wijzen begonnen te razen.Peer Gynt.U noemde ’t woord uur; mijn tijd is kort …Begriffenfeldt.Uw tijd? ’t Is goed dat u daarvan spreekt!(opent een deur en roept).Er uit! Nu breekt aan de nieuwe tijd!De rede is dood. Leve Peer Gynt!Peer Gynt.Maar, mijn goede man …!(De krankzinnigen komen allengs naar buiten de binnenplaats op).Begriffenfeldt.Maar, mijn goede man …!Goêmorgen! Komt hier!Begroet der bevrijding morgenrood!Uw keizer staat vóór u!Peer Gynt.Uw keizer staat vóór u!Keizer?Begriffenfeldt.Uw keizer staat vóór u! Keizer?Gewis.Peer Gynt.Maar de eer is zoo groot, zoo gansch buitensporig …Begriffenfeldt.Ach, laat alle valsche bescheidenheid varenIn ’n uur als dit …Peer Gynt.In ’n uur als dit …Ja, maar gun mij toch tijd …!Neen, ik deug er niet voor; ik ben glad versuft al!Begriffenfeldt.Een man, die gehoord heeft der sfinx opinie?Die zichzelf is?Peer Gynt.Die zichzelf is?Daar zit juist de knoop, ja.Ik ben mijzelf in allen deele;Maar hier, zoover ’k begrijp, hier moetMen buiten zichzelf zijn, om zoo te zeggen.Begriffenfeldt.Wat? Buiten zichzelf? Neen, daar tast u mis!Hier is men zichzelf juist zonder genade,Volstrekt zichzelf, zonder ook maarietsanders;Men zeilt als zichzelf, vlak voor den wind.In ’t vat van zijn ik bergt een ieder zich op;In eigen gisting duikt hij naar den grond,…En sluit zich hermetisch met de prop van zijn ik;En dicht het hout in de bron van zijn ik.Niemand heeft tranen voor andermans smarten,Niemand gedachten voor andermans denken.Ons zelf, dat zijn wij in geest en geluiden,Ons zelf, tot den uitersten rand van de springplank …En dus, moet er keizer hier iemand worden,Is u voor den troon onze ware man.Peer Gynt.Ik wou dat de duivel …!Begriffenfeldt.Ik wou dat de duivel …!Maar goeden moed!Haast alles op aarde is nieuw in ’t begin.“Zichzelf”;… kom, hier zal ’k een voorbeeld u toonen,Ik kies maar het eerste het beste dat ’k zie …(tegen een sombere gedaante).Goêndag, Hoehoe! Wel, loop je, mijn zoon,Nog altijd maar rond in droefheids gewaad?Hoehoe.Kan ik anders, als mijn volk steedsOnvertolkt, vergeten sterft?(tegen Peer Gynt).U is vreemdling; wil u hooren?Peer Gynt(buigt).’t Zal me een eer zijn!Hoehoe.’t Zal me een eer zijn!Goed dan, luister …Als een bloemkrans, ver in ’t Oosten,Ligt de Malabaarsche kuststreek.Hollanders en PortugeezenHebben daar gebracht beschaving.Bovendien zijn daar nog massa’sVan de echte Malabaren.Zij, die onze taal verknoeiden,Zijn nu meester van het land daar;Maar in lang vervlogen tijdenHeerschte daar de Orang-oetan.Hij was heer van ’t bosch en meester;Vrij mocht hij daar dooden, brullen.Ongetemd natuurvoortbrengselGroeide en gaapte hij als zoodanig.Onbelemmerd mocht hij schreeuwen;Hij was in zijn rijk de heerscher …Maar toen kwam het juk der vreemdenOnze oerwoudstaal verwarren.’n Nacht van viermaal honderd jarenSloopte Orang-oetan’s krachten;En men weet, zoo lange nachtenHouden alle ontwikling tegen.’t Oergeluid van ’t woud verstomdeEn men hoorde niet meer brommen;…Zullen wij gedachten uitenMoeten wij dat doen met woorden.Welk een dwang voor alle standen!Hollanders en Portugeezen,Kleurlingen en Malabaren,Alles was het even lastig …’k Heb beproefd er voor te vechten,Voor onze oerwoudstaal, de echte,…’t Arme lijk te doen herleven,…’t Recht van ’t volk op schreeuwen steunend,…Zelf geschreeuwd, en aangetoond ook’t Nut er van in volksgezangen …Doch geen mensch waardeert mijn pogen …Mijn verdriet zal u begrijpen.Dank, dat u naar mij wou luistren;…Weet u raad, laat mij dien hooren!Peer Gynt(zachtjes).Geschreven staat er: men moet huilenMet de wolven, die in ’t bosch zijn.(luid).Waarde vriend, ik meen te wetenDat er in Marokko’s bosschenNog zijn Orang-oetantroepen,Levend zonder tolk of zangen;Hun geluid klonk Malabarisch!’t Ware mooi en exemplarisch,Als u nu, als andre grooten,Daarheen trok, uw volk ten bate …Hoehoe.Dank, dat u naar mij wou luistren!Ik zal doen wat u mij aanraadt.(met een plechtig gebaar).’t Oosten heeft zijn tolk verstooten!Orang-oetans heeft het Westen!(Af).Begriffenfeldt.Nu wàs hij zichzelf? Dàt zou ik meenen.Van zichzelf is hij vol, en alleen van dat ééne.Hij ’s zichzelf in alles wat hij van zich geeft,Zichzelfjuist krachtens zijn ván-zichzelf-zijn.Kom hier! Nu zal ’k u een ander wijzen,Sedert gistren niet minder behoorlijk verstandig.(tegen eenFellahdie een mummie op zijn rug draagt).Koning Apis, verheven heer, hoe gaat het?De Fellah(woest tegen Peer Gynt).Ben ’k koning Apis?Peer Gynt(schuift achter den dokter).Ben ’k koning Apis?Ik moet helaas bekennenDat ’k niet ben op de hoogte der omstandigheden.Maar ’k geloof toch, als ’k mag afgaan op den toon, dat …De Fellah.Nu lieg jij ook!Begriffenfeldt.Nu lieg jij ook!Laat uwe Hoogheid vertellen,Hoe dan de zaken staan.De Fellah.Hoe dan de zaken staan.Dat zal ik u zeggen.(wendt zich tot Peer Gynt).Zie je hem, dien ik hier op mijn rug draag?Koning Apis was eens zijn naam.Nu draagt hij den naam van mummie,En is dan ook heelemaal dood.Hij bouwde de Pyramiden,Beeldhouwde de groote sfinx,En streed, zooals zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.En daarom heeft heel EgypteAls ’n God hem geprezen hier,En vereerd hem in al zijn tempelsIn de afbeelding van een stier …Maarikben die koning Apis,Dat ’s zoo zeker als ’k hier sta;En als je dat niet begrijpt nog,Dan zal je ’t zien weldra.Koning Apis, die was op de jacht eens,En steeg even af, de held,En ging een oogenblik zittenTerzijde, op mijn voorvaders veld.Maar ’t veld dat de koning bemestte,Dat voedde mij met zijn graan;En eischt iemand meer bewijzen,’k Toon onzichtbare horens hem aan.En is ’t dan voor mij niet wanhopigDat niemand erkent mijn macht!’k Ben Apis naar recht van geboorte,Maar word als Fellah veracht.Kan een goeden raad je mij gevenO, doe het dan, zonder bedrog;…Wat moet ik doen om te wordenAls Apis, de Groote, nu nog?Peer Gynt.Uw Hoogheid bouw’ Pyramiden,Beeldhouwe een groote sfinx,En strijde, als zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.De Fellah.Ja, dat is een prachtig praatje!Een Fellah! Zoo’n kale luis!’k Heb mijn handen vol om mijn hut vrijTe houden van ’t rattengespuis.Ga, man,… ga, zoek naar wat beters,Wat groot maakt, geeft rust mij terug!En daarbij geheel mij gelijk maaktAan Apis, den held, op mijn rug!Peer Gynt.Als dan Uw Hoogheid zich ophing,En daarnà in der aarde schoot,Zich binnen de grenzen der doodkistOok hield als volslagen dood?De Fellah.Dat zal ik! Een strop voor mijn leven!Aan de galg dan met mijn huid …Aanvanklijk maakt ’t eenig verschil wel;Maar dat slijt mettertijd wel uit.(gaat heen en maakt toebereidselen om zich op te hangen).Begriffenfeldt.Dat was een persoonlijkheid, mijnheer,…Een man met methode …Peer Gynt.Een man met methode …Jawel, dat zie ’k …;Maar hij doet het waarachtig! God zij ons genadig!Ik word duiz’lig;… ’k voel in mijn hoofd al verwarring!Begriffenfeldt.Een overgangstoestand; dat duurt maar kort.Peer Gynt.Een overgang? Wat? Excuseer … ik moet weg …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Is u krankzinnig?Peer Gynt.Is u krankzinnig?Nog niet … God bewaar me!(Alarm.De minister Hoesseindringt vooruit door de menigte).Hoessein.Men zegt dat hier een keizer is gekomen van daag?(tegen Peer Gynt)Is u dat?
Peer Gynt.O, zoo wat duizend mijlen …!Anitra.O, zoo wat duizend mijlen …!Te ver!Peer Gynt.Je krijgt daar de ziel, die ik je eerst heb beloofd.Anitra.Veel dank, maar ik red mij wel zonder ziel.Doch u vroeg om verdriet …Peer Gynt(staat op).Doch u vroeg om verdriet …Ja, bij mijn ziel!Hevig, maar kort,… voor een dag of twee, drie!Anitra.Anitra volgt uw gebod!… Wees gegroet!(Zij geeft hem een duchtigen slag met de karwats over zijn vingers en holt in vliegenden galop terug door de woestijn).Peer Gynt(staat een tijdlang als door den bliksem getroffen).Neen maar,… heb je nu toch ooit …!Zelfde plaats. Een uur later.Peer Gyntbedachtzaam en nadenkend, trekt zijn Turksche kleeren uit, stuk voor stuk. Het laatst haalt hij zijn reispetje uit zijn jaszak, zet het op, en staat weer in zijn Europeesche kleeding.Peer Gynt(terwijl hij den tulband ver van zich afgooit).Daar ligt de Turk dan, en hier sta ik!…Die heidensche boel deugt ook al niet.’t Was gelukkig, dat ’t mij alleen zat in de kleeren,En niet diep tot in ’t merg was doorgedrongen …Wat wou ik toch eigenlijk, vraag ik mij af?Een mensch doet toch ’t best als een christen te leven,Te versmaden het kleurige pauwenkleed,Zijn doen te steunen op wet en moraal,Zich zelf te zijn, en ten slotte te krijgenEen toespraak aan ’t graf en een krans op de kist.(doet eenige stappen).Dat deerntje,… het scheelde zoo waar maar een haar,Of door haar had ’k haast mijn verstand verloren.’k Ben een kabouter als ik nòg recht begrijpWat het was, dat zóó me in de war gebracht heeft.Nou goed: het is uit! Was één stap verderDe grap gegaan, was ’k belachlijk geworden.’k Heb gefaald. Och ja;… maar het is toch een troostDat ik faalde als gevolg van mijn valsche positie.Het was niet dezelfde persoon die nu viel.Het is eigenlijk dat: als-profeet-moeten-leven,Zoo gansch ontbloot van der werkzaamheid zout,Dat nu zich met weeë smaakloosheid wreekte.Een slechte betrekking profeet te zijn!In dat beroep moet je zweven in wolken;…Profetisch beschouwd heb je afgedaanZoodra als je optreedt nuchter en wakker.In zoover heb ik de rol volgehouden,Juist door dat gansje aldus te huldigen.Maar, dat laat niet na …(barst in lachen uit).Maar, dat laat niet na …O, als ik ’t bedenk!Met trip’len en dansen mijn dagen vertreuz’len,Zwemmen tégen den stroom al draaiend en kwisp’lend,Kozen bij snarenspel, spelen en zuchten,En eindigen als haan … met mij te laten plukken!Voorwaar, mijn doen was profeetachtig dol …Ja, plukken!… Jongens, wat bén ik geplukt;Nou; iets hield ik gelukkig nog achter de hand;Ik heb nog wat in Amerika, en wat in mijn zak;Ben dus nog niet tot den bedelstaf gebracht.En dit gemiddelde is in den grond het beste,Nu ben ik niet afhanklijk van koetsier of paarden;Ik heb niets te maken met koffers en karren;Kortom, zooals ’t heet, ik beheersch de positie …Welken weg moet ik kiezen? Vele staan mij nu open;En de keus doet een dwaas van een wijze onderscheiden.Mijn zakenmans-leven is ’n afgedaan hoofdstuk,Mijn minnarij is een afgelegd jasje.Tot den kreeftengang voel ik volstrekt geen lust:“Heen en terug, het is even lang;Er uit of er in, ’t is een zelfde gang,”…Zoo staat er, meen ’k, in een geestig geschrift …Dus weer iets nieuws; een verheffend werk,Een doel, dat het geld en de moeite loont.Mijn leven beschrijven, zonder iets te verbloemen …?’n Boek, dienend tot wegwijzer, desnoods als voorbeeld …?Of wacht …! ’k Heb den tijd gansch tot mijn beschikking …Als ’k eens de begeerigheid van vroeger tijden,Als een reizend geleerde ging bestudeeren …?Ja waarlijk; dàt is nu net iets voor mij!Kronieken las ik, toen ’k nog klein was,En wetenschap heb ik ook later beoefend …’k Zal volgen der menschheid oeroude baan!’k Zal drijven op den stroom der historie als ’n veer,Die weer doorleven, als in een droom,…Der helden strijd zien, voor wat groot is en goed,…Doch als toeschouwer maar, op een veilige plek,…Zien denkers vallen, martelaars sneven,Zien rijken stichten en rijken vergaan,…Zien wereldmomenten uit het kleine ontstaan …Kortom, ’k wil de heele historie afroomen …Ik moet zien mij een Becker aan te schaffen,En chronologisch te reizen zoo ver ik kan komen.’t Is waar … in geschiedenis ben ik niet sterk,En hoe ’t in elkaar zit begrijp ik nooit recht.Maar och! waar ’t uitgangspunt soms het gekst is,Wordt dikwijls de oorspronklijkste uitkomst verkregen …Hoe verheffend toch is ’t zich een doel te kiezen,En alles te willen om dat te bereiken!(stil aangedaan).Losmaken, scheuren familiebanden,Alles wat bindt aan magen en vrienden,…In de lucht laten vliegen je geld en goed,Zeggen zijn liefdegeluk goeden nacht,…Alles om te vinden der waarheid mysterie..(droogt een traan af).Dat is het kenmerk van ’n waar onderzoeker!’k Gevoel mij toch zoo bovenmatig gelukkigNú weet ik dan ’t raadsel van mijn bestemming.Nu maar mij er doorslaan, door dik en dun!’t Is wel te vergeven dat ik ’t hoofd hoog draagEn voel wat ik waard ben als man, Peer Gynt,Ook wel genaamd de keizer van ’t leven …De som van ’t verleden wil ik bezitten;Nooit meer loopen der levenden wegen;…Het heden is nog geen schoenzool waard;Zonder merg of pit is der mannen gedoe:Hun geest heeft geen vlucht, hun daden geen kracht;…(haalt de schouders op).En vrouwen,… dat ’s maar een poover geslacht!…Zomerdag. Hoog boven in ’t Noorden. Een hut in ’t bosch in de bergen. Open deur met een groot houten slot. Een rendiergewei boven de deur. Een troep geiten bij den muur van de hut staande.Een vrouw van middelbare jaren, blond en mooi, zit te spinnen buiten in den zonneschijn.De Vrouw(werpt een blik op den weg beneden en zingt).Misschien zullen winter en lente vergaan,En zomer en herfst met stervende blaân …Maar ééns zal je komen … mijn liefde gelooft!En wachten zal ik … dat heb ik beloofd.(lokt de geiten, spint en zingt weer).God helpe je, waar je op aarde ook gaat,God zegen je, als aan zijn voeten je staat!Hier zal ik wachten van jaar tot jaar …En wacht jij hier boven, dan vind ik je daar!In Egypte. Morgenschemering. De Memnonszuil in het zand.Peer Gyntkomt aanloopen en kijkt een oogenblik rond.Peer Gynt.Hier kon ik, gevoeglijk mijn tocht beginnen …Dus nu ben ’k Egyptenaar voor de verandring;Maar Egyptenaar, steunend op ’t Gyntsche ik;Later denk ik dan naar Assyrië te gaan.Te beginnen heelemaal met de schepping,Zou enkel tijdverlies na zich slepen;…’k Laat de bijbelsche historie er dus maar buiten,Het spoor dáárvan vind ’k toch altijd terug;En om, zooals ’t heet, ’t naadje van de kous te zoeken,Ligt buiten mijn plan en buiten mijn kunnen.(gaat op een steen zitten).Nu ga ik wat rusten en wachten, geduldig,Tot Memnon zijn morgenzang heeft voorgezongen.Na ’t ontbijt ga ik dan de Pyramide beklimmen;Heb ik tijd, ga ik later er ook nog eens binnen.Dan over land naar de Roode Zee;Misschien vind ik daar Koning Potifars graf …Dan ben ik Aziaat weer. In Babylon ga ’k zoekenDe wereldberoemde hangende tuinen,Te weten, ’t voornaamste spoor van cultuur.En dan met een sprong naar Troja’s muur.Van Troja is er directe verbindingOver zee, naar ’t heerlijke, oude Athene;…Daar wil ’k op de plaats zelf, goed bezienEn berijden, den pas dien Leonidas dekte;…Dan maak ’k mij vertrouwd met de beste filosofen,Zoek het huis op, waar Socrates stierf als offer …;Neen, ’t is waar ook,… daar wordt nu gevochten …!Nou, dan moet ’t Hellenisme maar blijven liggen.(kijkt op zijn horloge).’t Is toch al te gek dat ’k zoo lang moet wachtenVóór de zon opgaat. Mijn tijd is kort.Dus ’t oude Troja;… daar kwam ik van daan …(staat op en luistert).Wat is dat voor een wonderlijk ruischen en suizen?(Zonsopgang).De Memnonzuil(zingt).Uit Goddelijke asch verrijzen verjongendeVogels, zingende.Zeus, de Alwetende,Schiep hen als strijdenden.Wijsheidsuilen,Waar slapen mijn vogels?Gij moet sterven of raden’t Gezongen raadsel!Peer Gynt.Waarachtig,… klonk het niet of daar kwamGeluid uit de zuil! Dat was oudheidsmuziek.Ik hoorde het stijgen der stem en het dalen …Dit zal ik noteeren. Iets voor de geleerden.(noteert in zijn zakboekje):“De zuil zong. Ik hoorde duidlijk het geluid,Doch verstond van het lied de woorden niet heel goed.Het geheel was natuurlijk zinsbedrog.Anders niets belangrijks opgemerkt van daag.”(gaat verder).Bij het dorp Gizeh. De groote, in de rotsen uitgehouwen sfinx. In de verte de torens en minarets van Kaïro.Peer Gyntkomt op; hij bekijkt de sfinx aandachtig, dan door zijn lorgnet, dan door de holle hand.Peer Gynt.Waar ter wereld heb ik toch vroeger gezienIets, dat mij herinnert aan dit model?Want ’k héb ’t gezien ergens, in Noord of Zuid.Was het een persoon? En zoo ja dan, wie?Hij, Memnon, dat viel mij achterna in,Leek op den ouden Kabouterkoning,Zoo als hij zat daar, stijf en strak,Zijn zitvlak rustend op stompe zuilen …Maar hier, dit tweeslachtige wonderdier,Deze kruising, zoo vreemd, van leeuw en vrouw,…Zit mij dit ook uit een sprookje in ’t hoofd?Of herinner ik ’t mij uit de werkelijkheid?Uit een sprookje? Wacht, nu weet ik het weer!’t Is Böjgen, zoo waar, dien ik sloeg op zijn kop,…Dat ’s te zeggen, ik droomde … want ik lag te ijlen …(komt nader).Net dezelfde oogen; en dezelfde lippen;…Niet zoo dof, de oogen, wat meer geslepen;Maar verder in hoofdzaak vrijwel dezelfde …Zoo, zoo, jij Böjg; je lijkt op een leeuw,Als men je ziet van achtren en ontmoet over dag!Kan je nog wel raden? Dat zal ’k eens probeeren.Nu zal ’k eens zien of je weer antwoordt als laatst!(roept tegen de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Een Stem(achter de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Ach, Sfinx, wer bist du!Peer Gynt.Wat! De echo antwoordt in ’t Duitsch! Merkwaardig!De Stem.Wer bist du?Peer Gynt.Wer bist du?En spreekt het daarbij uitstekend!Die opmerking is van mij en nieuw.(noteert in zijn zakboekje:)“Echo in ’t Duitsch. Dialect van Berlijn.”Begriffenfeldt(komt van achter de sfinx te voorschijn).Een mensch!Peer Gynt.Een mensch!Ah zoo! ’t Washijdie sprak.(noteert weer:)“Kwam tot een ander besluit naderhand.”Begriffenfeldt(onder allerlei zenuwachtige gebaren).Mijnheer, excuseer …! Een levensvraag …!Wat voert u op heden juist hierheen?Peer Gynt.Een bezoek. Ik begroet een vriend uit mijn jeugd.Begriffenfeldt.Wat? De sfinx …?Peer Gynt.Wat? De sfinx …?Is een kennis uit vroeger tijd.Begriffenfeldt.Verbazend … En dat na dezen nacht!Mijn voorhoofd hamert! Ik vrees dat ’t zal barsten!Kent u de sfinx? Antwoord! Spreek! Kan u zeggenWat zij is?Peer Gynt.Wat zij is?Wat zij is? Ja, dat kan ik glad;Zij iszich zelf.Begriffenfeldt(opspringend).Zij iszich zelf.Ha, de oplossing flitsteAls ’n bliksemschicht daar!… Inderdaad? Weet u ’t vast?Zich zelf?Peer Gynt.Zich zelf?Ja, dat zei zij mij ten minste.Begriffenfeldt.Zich zelf! ’t Uur der omwenteling naakt!(neemt zijn hoed af).O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt.O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt, met verlof.Begriffenfeldt(met stille bewondering).Peer Gynt! Allegorisch! Dat was te verwachten …Peer Gynt! Dat wil zeggen: de onbekende,…De komende, wiens komst mij verkondigd was …Peer Gynt.Och, waarlijk? En komt u mij hier nu afhalen …?Begriffenfeldt.Peer Gynt! Diepzinnig! Raadselvol! Scherp!Ieder woord is een bron van diepe wijsheid!Wat is u?Peer Gynt(bescheiden).Wat is u?’k Heb altijd getracht te wezenMij zelf. En ovrigens, hier is mijn pas.Begriffenfeldt.Alweer dat raadselvolle woord op den bodem!(grijpt hem bij den pols).NaarKaïro! Der navorschers keizer is gevonden!Peer Gynt.Keizer?Begriffenfeldt.Keizer?Kom!Peer Gynt.Keizer? Kom!Ben ik waarlijk bekend …?Begriffenfeldt(terwijl hij hem meetrekt).Der navorschers keizer … op grondslag van het zelf!In Kaïro. Een groote binnenplaats met hooge muren, omgeven door gebouwen. Getraliede vensters; ijzeren kooien.Drie oppassersop de binnenplaats.Een vierdekomt op.De Komende.Schafmann, zeg eens, waar is de directeur?Een Oppasser.Van morgen heel vroeg al uitgereden.De Eerste.’k Geloof dat hem iets aakligs is overkomen;Want van nacht …De Tweede.Want van nacht …Sst, wees stil; hij is daar aan de deur!(Begriffenfeldt leidt Peer Gynt binnen, sluit de deur en steekt den sleutel in zijn zak).Peer Gynt(in zich zelf).In waarheid, een uiterst begaafde man;Bijna al wat hij zegt gaat boven mijn begrip.(kijkt rond).Dus dit hier is de geleerden-club?Begriffenfeldt.Hier zijn ze allen, de heele troep;…Een zeventig navorschers en geleerden,Sedert kort nog tot honderd en drie vermeerderd …(roept tegen de oppassers).Michel, Schlingelberg, Schafmann, Fuchs,…Gauw in je kooien, een, twee, drie!De Oppassers.Wij?Begriffenfeldt.Wij?Wie anders? Vooruit! vooruit!Draait rond de wereld, dan draaien wij mee.(dwingt ze in een kooi).Van daag is hij gekomen, de groote Peer;…De rest kan je wel begrijpen,… ik zeg verder niets meer.(sluit de kooi af en gooit den sleutel in een put).Peer Gynt.Maar, waarde heer dokter en directeur …?Begriffenfeldt.Niets van dat alles! Dat ben ik niet meer …Mijnheer Peer, kan u zwijgen? Ik moet mij uiten …Peer Gynt(in toenemende onrust).Wat is er?Begriffenfeldt.Wat is er?Beloof dat u niet zal beven.Peer Gynt.’k Zal mijn best doen …Begriffenfeldt(trekt hem in een hoek en fluistert).’k Zal mijn best doen …De volstrekte redeIs gistren gestorven precies om elf uur.Peer Gynt.God bewaar me …!Begriffenfeldt.God bewaar me …!Ja, dat is uiterst bedroevend,En dubbel onaangenaam in mijn positie,Want dit huis werd tot op dit uur nog beschouwdAls een gekkenhuis.Peer Gynt.Als een gekkenhuis.Wat! Als een gekkenhuis!Begriffenfeldt.Nu niet meer, begrijpt u!Peer Gynt(bleek en zachtjes).Nu niet meer, begrijpt u!Nú herken ik de plaats wel!En gek is die man;… en niemand weet het!(tracht weg te komen).Begriffenfeldt(volgt hem).Ik hoop ovrigens dat u mij heeft begrepen?Als ik zeg: zij is dood, dan is dat schijn.Zij ging van haar zelve … is uit haar vel gesprongen,…Net precies als deed wijlen Münchhausens vos.Peer Gynt.Een oogenblik maar …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Een oogenblik maar …Neen, het was als een aal;…Niet als een vos. Door het oog stak een naald;Zij spartelde hevig …Peer Gynt.Zij spartelde hevig …Waar vind ik een uitweg!Begriffenfeldt.Om haar hals heen een snee en, rits! naar beneden!Peer Gynt.Hij ’s gek! Volslagen krankzinnig nu!Begriffenfeldt.Eén ding is klaar, en laat zich niet verbloemen …Dit van-zich-zelf-gaan zal ten gevolge hebben,Een heelen omkeer te land en te zee.De personen, die vroeger krankzinnig heetten,Zijn gistren avond normaal geworden,Overeenkomstig ’t verstand in zijn nieuwe phase.En kijkt men dan verder de zaak goed aan,Dan volgt dus, dat juist op datzelfde uurDe zoogenaamd wijzen begonnen te razen.Peer Gynt.U noemde ’t woord uur; mijn tijd is kort …Begriffenfeldt.Uw tijd? ’t Is goed dat u daarvan spreekt!(opent een deur en roept).Er uit! Nu breekt aan de nieuwe tijd!De rede is dood. Leve Peer Gynt!Peer Gynt.Maar, mijn goede man …!(De krankzinnigen komen allengs naar buiten de binnenplaats op).Begriffenfeldt.Maar, mijn goede man …!Goêmorgen! Komt hier!Begroet der bevrijding morgenrood!Uw keizer staat vóór u!Peer Gynt.Uw keizer staat vóór u!Keizer?Begriffenfeldt.Uw keizer staat vóór u! Keizer?Gewis.Peer Gynt.Maar de eer is zoo groot, zoo gansch buitensporig …Begriffenfeldt.Ach, laat alle valsche bescheidenheid varenIn ’n uur als dit …Peer Gynt.In ’n uur als dit …Ja, maar gun mij toch tijd …!Neen, ik deug er niet voor; ik ben glad versuft al!Begriffenfeldt.Een man, die gehoord heeft der sfinx opinie?Die zichzelf is?Peer Gynt.Die zichzelf is?Daar zit juist de knoop, ja.Ik ben mijzelf in allen deele;Maar hier, zoover ’k begrijp, hier moetMen buiten zichzelf zijn, om zoo te zeggen.Begriffenfeldt.Wat? Buiten zichzelf? Neen, daar tast u mis!Hier is men zichzelf juist zonder genade,Volstrekt zichzelf, zonder ook maarietsanders;Men zeilt als zichzelf, vlak voor den wind.In ’t vat van zijn ik bergt een ieder zich op;In eigen gisting duikt hij naar den grond,…En sluit zich hermetisch met de prop van zijn ik;En dicht het hout in de bron van zijn ik.Niemand heeft tranen voor andermans smarten,Niemand gedachten voor andermans denken.Ons zelf, dat zijn wij in geest en geluiden,Ons zelf, tot den uitersten rand van de springplank …En dus, moet er keizer hier iemand worden,Is u voor den troon onze ware man.Peer Gynt.Ik wou dat de duivel …!Begriffenfeldt.Ik wou dat de duivel …!Maar goeden moed!Haast alles op aarde is nieuw in ’t begin.“Zichzelf”;… kom, hier zal ’k een voorbeeld u toonen,Ik kies maar het eerste het beste dat ’k zie …(tegen een sombere gedaante).Goêndag, Hoehoe! Wel, loop je, mijn zoon,Nog altijd maar rond in droefheids gewaad?Hoehoe.Kan ik anders, als mijn volk steedsOnvertolkt, vergeten sterft?(tegen Peer Gynt).U is vreemdling; wil u hooren?Peer Gynt(buigt).’t Zal me een eer zijn!Hoehoe.’t Zal me een eer zijn!Goed dan, luister …Als een bloemkrans, ver in ’t Oosten,Ligt de Malabaarsche kuststreek.Hollanders en PortugeezenHebben daar gebracht beschaving.Bovendien zijn daar nog massa’sVan de echte Malabaren.Zij, die onze taal verknoeiden,Zijn nu meester van het land daar;Maar in lang vervlogen tijdenHeerschte daar de Orang-oetan.Hij was heer van ’t bosch en meester;Vrij mocht hij daar dooden, brullen.Ongetemd natuurvoortbrengselGroeide en gaapte hij als zoodanig.Onbelemmerd mocht hij schreeuwen;Hij was in zijn rijk de heerscher …Maar toen kwam het juk der vreemdenOnze oerwoudstaal verwarren.’n Nacht van viermaal honderd jarenSloopte Orang-oetan’s krachten;En men weet, zoo lange nachtenHouden alle ontwikling tegen.’t Oergeluid van ’t woud verstomdeEn men hoorde niet meer brommen;…Zullen wij gedachten uitenMoeten wij dat doen met woorden.Welk een dwang voor alle standen!Hollanders en Portugeezen,Kleurlingen en Malabaren,Alles was het even lastig …’k Heb beproefd er voor te vechten,Voor onze oerwoudstaal, de echte,…’t Arme lijk te doen herleven,…’t Recht van ’t volk op schreeuwen steunend,…Zelf geschreeuwd, en aangetoond ook’t Nut er van in volksgezangen …Doch geen mensch waardeert mijn pogen …Mijn verdriet zal u begrijpen.Dank, dat u naar mij wou luistren;…Weet u raad, laat mij dien hooren!Peer Gynt(zachtjes).Geschreven staat er: men moet huilenMet de wolven, die in ’t bosch zijn.(luid).Waarde vriend, ik meen te wetenDat er in Marokko’s bosschenNog zijn Orang-oetantroepen,Levend zonder tolk of zangen;Hun geluid klonk Malabarisch!’t Ware mooi en exemplarisch,Als u nu, als andre grooten,Daarheen trok, uw volk ten bate …Hoehoe.Dank, dat u naar mij wou luistren!Ik zal doen wat u mij aanraadt.(met een plechtig gebaar).’t Oosten heeft zijn tolk verstooten!Orang-oetans heeft het Westen!(Af).Begriffenfeldt.Nu wàs hij zichzelf? Dàt zou ik meenen.Van zichzelf is hij vol, en alleen van dat ééne.Hij ’s zichzelf in alles wat hij van zich geeft,Zichzelfjuist krachtens zijn ván-zichzelf-zijn.Kom hier! Nu zal ’k u een ander wijzen,Sedert gistren niet minder behoorlijk verstandig.(tegen eenFellahdie een mummie op zijn rug draagt).Koning Apis, verheven heer, hoe gaat het?De Fellah(woest tegen Peer Gynt).Ben ’k koning Apis?Peer Gynt(schuift achter den dokter).Ben ’k koning Apis?Ik moet helaas bekennenDat ’k niet ben op de hoogte der omstandigheden.Maar ’k geloof toch, als ’k mag afgaan op den toon, dat …De Fellah.Nu lieg jij ook!Begriffenfeldt.Nu lieg jij ook!Laat uwe Hoogheid vertellen,Hoe dan de zaken staan.De Fellah.Hoe dan de zaken staan.Dat zal ik u zeggen.(wendt zich tot Peer Gynt).Zie je hem, dien ik hier op mijn rug draag?Koning Apis was eens zijn naam.Nu draagt hij den naam van mummie,En is dan ook heelemaal dood.Hij bouwde de Pyramiden,Beeldhouwde de groote sfinx,En streed, zooals zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.En daarom heeft heel EgypteAls ’n God hem geprezen hier,En vereerd hem in al zijn tempelsIn de afbeelding van een stier …Maarikben die koning Apis,Dat ’s zoo zeker als ’k hier sta;En als je dat niet begrijpt nog,Dan zal je ’t zien weldra.Koning Apis, die was op de jacht eens,En steeg even af, de held,En ging een oogenblik zittenTerzijde, op mijn voorvaders veld.Maar ’t veld dat de koning bemestte,Dat voedde mij met zijn graan;En eischt iemand meer bewijzen,’k Toon onzichtbare horens hem aan.En is ’t dan voor mij niet wanhopigDat niemand erkent mijn macht!’k Ben Apis naar recht van geboorte,Maar word als Fellah veracht.Kan een goeden raad je mij gevenO, doe het dan, zonder bedrog;…Wat moet ik doen om te wordenAls Apis, de Groote, nu nog?Peer Gynt.Uw Hoogheid bouw’ Pyramiden,Beeldhouwe een groote sfinx,En strijde, als zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.De Fellah.Ja, dat is een prachtig praatje!Een Fellah! Zoo’n kale luis!’k Heb mijn handen vol om mijn hut vrijTe houden van ’t rattengespuis.Ga, man,… ga, zoek naar wat beters,Wat groot maakt, geeft rust mij terug!En daarbij geheel mij gelijk maaktAan Apis, den held, op mijn rug!Peer Gynt.Als dan Uw Hoogheid zich ophing,En daarnà in der aarde schoot,Zich binnen de grenzen der doodkistOok hield als volslagen dood?De Fellah.Dat zal ik! Een strop voor mijn leven!Aan de galg dan met mijn huid …Aanvanklijk maakt ’t eenig verschil wel;Maar dat slijt mettertijd wel uit.(gaat heen en maakt toebereidselen om zich op te hangen).Begriffenfeldt.Dat was een persoonlijkheid, mijnheer,…Een man met methode …Peer Gynt.Een man met methode …Jawel, dat zie ’k …;Maar hij doet het waarachtig! God zij ons genadig!Ik word duiz’lig;… ’k voel in mijn hoofd al verwarring!Begriffenfeldt.Een overgangstoestand; dat duurt maar kort.Peer Gynt.Een overgang? Wat? Excuseer … ik moet weg …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Is u krankzinnig?Peer Gynt.Is u krankzinnig?Nog niet … God bewaar me!(Alarm.De minister Hoesseindringt vooruit door de menigte).Hoessein.Men zegt dat hier een keizer is gekomen van daag?(tegen Peer Gynt)Is u dat?
Peer Gynt.O, zoo wat duizend mijlen …!Anitra.O, zoo wat duizend mijlen …!Te ver!Peer Gynt.Je krijgt daar de ziel, die ik je eerst heb beloofd.Anitra.Veel dank, maar ik red mij wel zonder ziel.Doch u vroeg om verdriet …Peer Gynt(staat op).Doch u vroeg om verdriet …Ja, bij mijn ziel!Hevig, maar kort,… voor een dag of twee, drie!Anitra.Anitra volgt uw gebod!… Wees gegroet!(Zij geeft hem een duchtigen slag met de karwats over zijn vingers en holt in vliegenden galop terug door de woestijn).Peer Gynt(staat een tijdlang als door den bliksem getroffen).Neen maar,… heb je nu toch ooit …!Zelfde plaats. Een uur later.Peer Gyntbedachtzaam en nadenkend, trekt zijn Turksche kleeren uit, stuk voor stuk. Het laatst haalt hij zijn reispetje uit zijn jaszak, zet het op, en staat weer in zijn Europeesche kleeding.Peer Gynt(terwijl hij den tulband ver van zich afgooit).Daar ligt de Turk dan, en hier sta ik!…Die heidensche boel deugt ook al niet.’t Was gelukkig, dat ’t mij alleen zat in de kleeren,En niet diep tot in ’t merg was doorgedrongen …Wat wou ik toch eigenlijk, vraag ik mij af?Een mensch doet toch ’t best als een christen te leven,Te versmaden het kleurige pauwenkleed,Zijn doen te steunen op wet en moraal,Zich zelf te zijn, en ten slotte te krijgenEen toespraak aan ’t graf en een krans op de kist.(doet eenige stappen).Dat deerntje,… het scheelde zoo waar maar een haar,Of door haar had ’k haast mijn verstand verloren.’k Ben een kabouter als ik nòg recht begrijpWat het was, dat zóó me in de war gebracht heeft.Nou goed: het is uit! Was één stap verderDe grap gegaan, was ’k belachlijk geworden.’k Heb gefaald. Och ja;… maar het is toch een troostDat ik faalde als gevolg van mijn valsche positie.Het was niet dezelfde persoon die nu viel.Het is eigenlijk dat: als-profeet-moeten-leven,Zoo gansch ontbloot van der werkzaamheid zout,Dat nu zich met weeë smaakloosheid wreekte.Een slechte betrekking profeet te zijn!In dat beroep moet je zweven in wolken;…Profetisch beschouwd heb je afgedaanZoodra als je optreedt nuchter en wakker.In zoover heb ik de rol volgehouden,Juist door dat gansje aldus te huldigen.Maar, dat laat niet na …(barst in lachen uit).Maar, dat laat niet na …O, als ik ’t bedenk!Met trip’len en dansen mijn dagen vertreuz’len,Zwemmen tégen den stroom al draaiend en kwisp’lend,Kozen bij snarenspel, spelen en zuchten,En eindigen als haan … met mij te laten plukken!Voorwaar, mijn doen was profeetachtig dol …Ja, plukken!… Jongens, wat bén ik geplukt;Nou; iets hield ik gelukkig nog achter de hand;Ik heb nog wat in Amerika, en wat in mijn zak;Ben dus nog niet tot den bedelstaf gebracht.En dit gemiddelde is in den grond het beste,Nu ben ik niet afhanklijk van koetsier of paarden;Ik heb niets te maken met koffers en karren;Kortom, zooals ’t heet, ik beheersch de positie …Welken weg moet ik kiezen? Vele staan mij nu open;En de keus doet een dwaas van een wijze onderscheiden.Mijn zakenmans-leven is ’n afgedaan hoofdstuk,Mijn minnarij is een afgelegd jasje.Tot den kreeftengang voel ik volstrekt geen lust:“Heen en terug, het is even lang;Er uit of er in, ’t is een zelfde gang,”…Zoo staat er, meen ’k, in een geestig geschrift …Dus weer iets nieuws; een verheffend werk,Een doel, dat het geld en de moeite loont.Mijn leven beschrijven, zonder iets te verbloemen …?’n Boek, dienend tot wegwijzer, desnoods als voorbeeld …?Of wacht …! ’k Heb den tijd gansch tot mijn beschikking …Als ’k eens de begeerigheid van vroeger tijden,Als een reizend geleerde ging bestudeeren …?Ja waarlijk; dàt is nu net iets voor mij!Kronieken las ik, toen ’k nog klein was,En wetenschap heb ik ook later beoefend …’k Zal volgen der menschheid oeroude baan!’k Zal drijven op den stroom der historie als ’n veer,Die weer doorleven, als in een droom,…Der helden strijd zien, voor wat groot is en goed,…Doch als toeschouwer maar, op een veilige plek,…Zien denkers vallen, martelaars sneven,Zien rijken stichten en rijken vergaan,…Zien wereldmomenten uit het kleine ontstaan …Kortom, ’k wil de heele historie afroomen …Ik moet zien mij een Becker aan te schaffen,En chronologisch te reizen zoo ver ik kan komen.’t Is waar … in geschiedenis ben ik niet sterk,En hoe ’t in elkaar zit begrijp ik nooit recht.Maar och! waar ’t uitgangspunt soms het gekst is,Wordt dikwijls de oorspronklijkste uitkomst verkregen …Hoe verheffend toch is ’t zich een doel te kiezen,En alles te willen om dat te bereiken!(stil aangedaan).Losmaken, scheuren familiebanden,Alles wat bindt aan magen en vrienden,…In de lucht laten vliegen je geld en goed,Zeggen zijn liefdegeluk goeden nacht,…Alles om te vinden der waarheid mysterie..(droogt een traan af).Dat is het kenmerk van ’n waar onderzoeker!’k Gevoel mij toch zoo bovenmatig gelukkigNú weet ik dan ’t raadsel van mijn bestemming.Nu maar mij er doorslaan, door dik en dun!’t Is wel te vergeven dat ik ’t hoofd hoog draagEn voel wat ik waard ben als man, Peer Gynt,Ook wel genaamd de keizer van ’t leven …De som van ’t verleden wil ik bezitten;Nooit meer loopen der levenden wegen;…Het heden is nog geen schoenzool waard;Zonder merg of pit is der mannen gedoe:Hun geest heeft geen vlucht, hun daden geen kracht;…(haalt de schouders op).En vrouwen,… dat ’s maar een poover geslacht!…Zomerdag. Hoog boven in ’t Noorden. Een hut in ’t bosch in de bergen. Open deur met een groot houten slot. Een rendiergewei boven de deur. Een troep geiten bij den muur van de hut staande.Een vrouw van middelbare jaren, blond en mooi, zit te spinnen buiten in den zonneschijn.De Vrouw(werpt een blik op den weg beneden en zingt).Misschien zullen winter en lente vergaan,En zomer en herfst met stervende blaân …Maar ééns zal je komen … mijn liefde gelooft!En wachten zal ik … dat heb ik beloofd.(lokt de geiten, spint en zingt weer).God helpe je, waar je op aarde ook gaat,God zegen je, als aan zijn voeten je staat!Hier zal ik wachten van jaar tot jaar …En wacht jij hier boven, dan vind ik je daar!In Egypte. Morgenschemering. De Memnonszuil in het zand.Peer Gyntkomt aanloopen en kijkt een oogenblik rond.Peer Gynt.Hier kon ik, gevoeglijk mijn tocht beginnen …Dus nu ben ’k Egyptenaar voor de verandring;Maar Egyptenaar, steunend op ’t Gyntsche ik;Later denk ik dan naar Assyrië te gaan.Te beginnen heelemaal met de schepping,Zou enkel tijdverlies na zich slepen;…’k Laat de bijbelsche historie er dus maar buiten,Het spoor dáárvan vind ’k toch altijd terug;En om, zooals ’t heet, ’t naadje van de kous te zoeken,Ligt buiten mijn plan en buiten mijn kunnen.(gaat op een steen zitten).Nu ga ik wat rusten en wachten, geduldig,Tot Memnon zijn morgenzang heeft voorgezongen.Na ’t ontbijt ga ik dan de Pyramide beklimmen;Heb ik tijd, ga ik later er ook nog eens binnen.Dan over land naar de Roode Zee;Misschien vind ik daar Koning Potifars graf …Dan ben ik Aziaat weer. In Babylon ga ’k zoekenDe wereldberoemde hangende tuinen,Te weten, ’t voornaamste spoor van cultuur.En dan met een sprong naar Troja’s muur.Van Troja is er directe verbindingOver zee, naar ’t heerlijke, oude Athene;…Daar wil ’k op de plaats zelf, goed bezienEn berijden, den pas dien Leonidas dekte;…Dan maak ’k mij vertrouwd met de beste filosofen,Zoek het huis op, waar Socrates stierf als offer …;Neen, ’t is waar ook,… daar wordt nu gevochten …!Nou, dan moet ’t Hellenisme maar blijven liggen.(kijkt op zijn horloge).’t Is toch al te gek dat ’k zoo lang moet wachtenVóór de zon opgaat. Mijn tijd is kort.Dus ’t oude Troja;… daar kwam ik van daan …(staat op en luistert).Wat is dat voor een wonderlijk ruischen en suizen?(Zonsopgang).De Memnonzuil(zingt).Uit Goddelijke asch verrijzen verjongendeVogels, zingende.Zeus, de Alwetende,Schiep hen als strijdenden.Wijsheidsuilen,Waar slapen mijn vogels?Gij moet sterven of raden’t Gezongen raadsel!Peer Gynt.Waarachtig,… klonk het niet of daar kwamGeluid uit de zuil! Dat was oudheidsmuziek.Ik hoorde het stijgen der stem en het dalen …Dit zal ik noteeren. Iets voor de geleerden.(noteert in zijn zakboekje):“De zuil zong. Ik hoorde duidlijk het geluid,Doch verstond van het lied de woorden niet heel goed.Het geheel was natuurlijk zinsbedrog.Anders niets belangrijks opgemerkt van daag.”(gaat verder).Bij het dorp Gizeh. De groote, in de rotsen uitgehouwen sfinx. In de verte de torens en minarets van Kaïro.Peer Gyntkomt op; hij bekijkt de sfinx aandachtig, dan door zijn lorgnet, dan door de holle hand.Peer Gynt.Waar ter wereld heb ik toch vroeger gezienIets, dat mij herinnert aan dit model?Want ’k héb ’t gezien ergens, in Noord of Zuid.Was het een persoon? En zoo ja dan, wie?Hij, Memnon, dat viel mij achterna in,Leek op den ouden Kabouterkoning,Zoo als hij zat daar, stijf en strak,Zijn zitvlak rustend op stompe zuilen …Maar hier, dit tweeslachtige wonderdier,Deze kruising, zoo vreemd, van leeuw en vrouw,…Zit mij dit ook uit een sprookje in ’t hoofd?Of herinner ik ’t mij uit de werkelijkheid?Uit een sprookje? Wacht, nu weet ik het weer!’t Is Böjgen, zoo waar, dien ik sloeg op zijn kop,…Dat ’s te zeggen, ik droomde … want ik lag te ijlen …(komt nader).Net dezelfde oogen; en dezelfde lippen;…Niet zoo dof, de oogen, wat meer geslepen;Maar verder in hoofdzaak vrijwel dezelfde …Zoo, zoo, jij Böjg; je lijkt op een leeuw,Als men je ziet van achtren en ontmoet over dag!Kan je nog wel raden? Dat zal ’k eens probeeren.Nu zal ’k eens zien of je weer antwoordt als laatst!(roept tegen de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Een Stem(achter de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Ach, Sfinx, wer bist du!Peer Gynt.Wat! De echo antwoordt in ’t Duitsch! Merkwaardig!De Stem.Wer bist du?Peer Gynt.Wer bist du?En spreekt het daarbij uitstekend!Die opmerking is van mij en nieuw.(noteert in zijn zakboekje:)“Echo in ’t Duitsch. Dialect van Berlijn.”Begriffenfeldt(komt van achter de sfinx te voorschijn).Een mensch!Peer Gynt.Een mensch!Ah zoo! ’t Washijdie sprak.(noteert weer:)“Kwam tot een ander besluit naderhand.”Begriffenfeldt(onder allerlei zenuwachtige gebaren).Mijnheer, excuseer …! Een levensvraag …!Wat voert u op heden juist hierheen?Peer Gynt.Een bezoek. Ik begroet een vriend uit mijn jeugd.Begriffenfeldt.Wat? De sfinx …?Peer Gynt.Wat? De sfinx …?Is een kennis uit vroeger tijd.Begriffenfeldt.Verbazend … En dat na dezen nacht!Mijn voorhoofd hamert! Ik vrees dat ’t zal barsten!Kent u de sfinx? Antwoord! Spreek! Kan u zeggenWat zij is?Peer Gynt.Wat zij is?Wat zij is? Ja, dat kan ik glad;Zij iszich zelf.Begriffenfeldt(opspringend).Zij iszich zelf.Ha, de oplossing flitsteAls ’n bliksemschicht daar!… Inderdaad? Weet u ’t vast?Zich zelf?Peer Gynt.Zich zelf?Ja, dat zei zij mij ten minste.Begriffenfeldt.Zich zelf! ’t Uur der omwenteling naakt!(neemt zijn hoed af).O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt.O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt, met verlof.Begriffenfeldt(met stille bewondering).Peer Gynt! Allegorisch! Dat was te verwachten …Peer Gynt! Dat wil zeggen: de onbekende,…De komende, wiens komst mij verkondigd was …Peer Gynt.Och, waarlijk? En komt u mij hier nu afhalen …?Begriffenfeldt.Peer Gynt! Diepzinnig! Raadselvol! Scherp!Ieder woord is een bron van diepe wijsheid!Wat is u?Peer Gynt(bescheiden).Wat is u?’k Heb altijd getracht te wezenMij zelf. En ovrigens, hier is mijn pas.Begriffenfeldt.Alweer dat raadselvolle woord op den bodem!(grijpt hem bij den pols).NaarKaïro! Der navorschers keizer is gevonden!Peer Gynt.Keizer?Begriffenfeldt.Keizer?Kom!Peer Gynt.Keizer? Kom!Ben ik waarlijk bekend …?Begriffenfeldt(terwijl hij hem meetrekt).Der navorschers keizer … op grondslag van het zelf!In Kaïro. Een groote binnenplaats met hooge muren, omgeven door gebouwen. Getraliede vensters; ijzeren kooien.Drie oppassersop de binnenplaats.Een vierdekomt op.De Komende.Schafmann, zeg eens, waar is de directeur?Een Oppasser.Van morgen heel vroeg al uitgereden.De Eerste.’k Geloof dat hem iets aakligs is overkomen;Want van nacht …De Tweede.Want van nacht …Sst, wees stil; hij is daar aan de deur!(Begriffenfeldt leidt Peer Gynt binnen, sluit de deur en steekt den sleutel in zijn zak).Peer Gynt(in zich zelf).In waarheid, een uiterst begaafde man;Bijna al wat hij zegt gaat boven mijn begrip.(kijkt rond).Dus dit hier is de geleerden-club?Begriffenfeldt.Hier zijn ze allen, de heele troep;…Een zeventig navorschers en geleerden,Sedert kort nog tot honderd en drie vermeerderd …(roept tegen de oppassers).Michel, Schlingelberg, Schafmann, Fuchs,…Gauw in je kooien, een, twee, drie!De Oppassers.Wij?Begriffenfeldt.Wij?Wie anders? Vooruit! vooruit!Draait rond de wereld, dan draaien wij mee.(dwingt ze in een kooi).Van daag is hij gekomen, de groote Peer;…De rest kan je wel begrijpen,… ik zeg verder niets meer.(sluit de kooi af en gooit den sleutel in een put).Peer Gynt.Maar, waarde heer dokter en directeur …?Begriffenfeldt.Niets van dat alles! Dat ben ik niet meer …Mijnheer Peer, kan u zwijgen? Ik moet mij uiten …Peer Gynt(in toenemende onrust).Wat is er?Begriffenfeldt.Wat is er?Beloof dat u niet zal beven.Peer Gynt.’k Zal mijn best doen …Begriffenfeldt(trekt hem in een hoek en fluistert).’k Zal mijn best doen …De volstrekte redeIs gistren gestorven precies om elf uur.Peer Gynt.God bewaar me …!Begriffenfeldt.God bewaar me …!Ja, dat is uiterst bedroevend,En dubbel onaangenaam in mijn positie,Want dit huis werd tot op dit uur nog beschouwdAls een gekkenhuis.Peer Gynt.Als een gekkenhuis.Wat! Als een gekkenhuis!Begriffenfeldt.Nu niet meer, begrijpt u!Peer Gynt(bleek en zachtjes).Nu niet meer, begrijpt u!Nú herken ik de plaats wel!En gek is die man;… en niemand weet het!(tracht weg te komen).Begriffenfeldt(volgt hem).Ik hoop ovrigens dat u mij heeft begrepen?Als ik zeg: zij is dood, dan is dat schijn.Zij ging van haar zelve … is uit haar vel gesprongen,…Net precies als deed wijlen Münchhausens vos.Peer Gynt.Een oogenblik maar …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Een oogenblik maar …Neen, het was als een aal;…Niet als een vos. Door het oog stak een naald;Zij spartelde hevig …Peer Gynt.Zij spartelde hevig …Waar vind ik een uitweg!Begriffenfeldt.Om haar hals heen een snee en, rits! naar beneden!Peer Gynt.Hij ’s gek! Volslagen krankzinnig nu!Begriffenfeldt.Eén ding is klaar, en laat zich niet verbloemen …Dit van-zich-zelf-gaan zal ten gevolge hebben,Een heelen omkeer te land en te zee.De personen, die vroeger krankzinnig heetten,Zijn gistren avond normaal geworden,Overeenkomstig ’t verstand in zijn nieuwe phase.En kijkt men dan verder de zaak goed aan,Dan volgt dus, dat juist op datzelfde uurDe zoogenaamd wijzen begonnen te razen.Peer Gynt.U noemde ’t woord uur; mijn tijd is kort …Begriffenfeldt.Uw tijd? ’t Is goed dat u daarvan spreekt!(opent een deur en roept).Er uit! Nu breekt aan de nieuwe tijd!De rede is dood. Leve Peer Gynt!Peer Gynt.Maar, mijn goede man …!(De krankzinnigen komen allengs naar buiten de binnenplaats op).Begriffenfeldt.Maar, mijn goede man …!Goêmorgen! Komt hier!Begroet der bevrijding morgenrood!Uw keizer staat vóór u!Peer Gynt.Uw keizer staat vóór u!Keizer?Begriffenfeldt.Uw keizer staat vóór u! Keizer?Gewis.Peer Gynt.Maar de eer is zoo groot, zoo gansch buitensporig …Begriffenfeldt.Ach, laat alle valsche bescheidenheid varenIn ’n uur als dit …Peer Gynt.In ’n uur als dit …Ja, maar gun mij toch tijd …!Neen, ik deug er niet voor; ik ben glad versuft al!Begriffenfeldt.Een man, die gehoord heeft der sfinx opinie?Die zichzelf is?Peer Gynt.Die zichzelf is?Daar zit juist de knoop, ja.Ik ben mijzelf in allen deele;Maar hier, zoover ’k begrijp, hier moetMen buiten zichzelf zijn, om zoo te zeggen.Begriffenfeldt.Wat? Buiten zichzelf? Neen, daar tast u mis!Hier is men zichzelf juist zonder genade,Volstrekt zichzelf, zonder ook maarietsanders;Men zeilt als zichzelf, vlak voor den wind.In ’t vat van zijn ik bergt een ieder zich op;In eigen gisting duikt hij naar den grond,…En sluit zich hermetisch met de prop van zijn ik;En dicht het hout in de bron van zijn ik.Niemand heeft tranen voor andermans smarten,Niemand gedachten voor andermans denken.Ons zelf, dat zijn wij in geest en geluiden,Ons zelf, tot den uitersten rand van de springplank …En dus, moet er keizer hier iemand worden,Is u voor den troon onze ware man.Peer Gynt.Ik wou dat de duivel …!Begriffenfeldt.Ik wou dat de duivel …!Maar goeden moed!Haast alles op aarde is nieuw in ’t begin.“Zichzelf”;… kom, hier zal ’k een voorbeeld u toonen,Ik kies maar het eerste het beste dat ’k zie …(tegen een sombere gedaante).Goêndag, Hoehoe! Wel, loop je, mijn zoon,Nog altijd maar rond in droefheids gewaad?Hoehoe.Kan ik anders, als mijn volk steedsOnvertolkt, vergeten sterft?(tegen Peer Gynt).U is vreemdling; wil u hooren?Peer Gynt(buigt).’t Zal me een eer zijn!Hoehoe.’t Zal me een eer zijn!Goed dan, luister …Als een bloemkrans, ver in ’t Oosten,Ligt de Malabaarsche kuststreek.Hollanders en PortugeezenHebben daar gebracht beschaving.Bovendien zijn daar nog massa’sVan de echte Malabaren.Zij, die onze taal verknoeiden,Zijn nu meester van het land daar;Maar in lang vervlogen tijdenHeerschte daar de Orang-oetan.Hij was heer van ’t bosch en meester;Vrij mocht hij daar dooden, brullen.Ongetemd natuurvoortbrengselGroeide en gaapte hij als zoodanig.Onbelemmerd mocht hij schreeuwen;Hij was in zijn rijk de heerscher …Maar toen kwam het juk der vreemdenOnze oerwoudstaal verwarren.’n Nacht van viermaal honderd jarenSloopte Orang-oetan’s krachten;En men weet, zoo lange nachtenHouden alle ontwikling tegen.’t Oergeluid van ’t woud verstomdeEn men hoorde niet meer brommen;…Zullen wij gedachten uitenMoeten wij dat doen met woorden.Welk een dwang voor alle standen!Hollanders en Portugeezen,Kleurlingen en Malabaren,Alles was het even lastig …’k Heb beproefd er voor te vechten,Voor onze oerwoudstaal, de echte,…’t Arme lijk te doen herleven,…’t Recht van ’t volk op schreeuwen steunend,…Zelf geschreeuwd, en aangetoond ook’t Nut er van in volksgezangen …Doch geen mensch waardeert mijn pogen …Mijn verdriet zal u begrijpen.Dank, dat u naar mij wou luistren;…Weet u raad, laat mij dien hooren!Peer Gynt(zachtjes).Geschreven staat er: men moet huilenMet de wolven, die in ’t bosch zijn.(luid).Waarde vriend, ik meen te wetenDat er in Marokko’s bosschenNog zijn Orang-oetantroepen,Levend zonder tolk of zangen;Hun geluid klonk Malabarisch!’t Ware mooi en exemplarisch,Als u nu, als andre grooten,Daarheen trok, uw volk ten bate …Hoehoe.Dank, dat u naar mij wou luistren!Ik zal doen wat u mij aanraadt.(met een plechtig gebaar).’t Oosten heeft zijn tolk verstooten!Orang-oetans heeft het Westen!(Af).Begriffenfeldt.Nu wàs hij zichzelf? Dàt zou ik meenen.Van zichzelf is hij vol, en alleen van dat ééne.Hij ’s zichzelf in alles wat hij van zich geeft,Zichzelfjuist krachtens zijn ván-zichzelf-zijn.Kom hier! Nu zal ’k u een ander wijzen,Sedert gistren niet minder behoorlijk verstandig.(tegen eenFellahdie een mummie op zijn rug draagt).Koning Apis, verheven heer, hoe gaat het?De Fellah(woest tegen Peer Gynt).Ben ’k koning Apis?Peer Gynt(schuift achter den dokter).Ben ’k koning Apis?Ik moet helaas bekennenDat ’k niet ben op de hoogte der omstandigheden.Maar ’k geloof toch, als ’k mag afgaan op den toon, dat …De Fellah.Nu lieg jij ook!Begriffenfeldt.Nu lieg jij ook!Laat uwe Hoogheid vertellen,Hoe dan de zaken staan.De Fellah.Hoe dan de zaken staan.Dat zal ik u zeggen.(wendt zich tot Peer Gynt).Zie je hem, dien ik hier op mijn rug draag?Koning Apis was eens zijn naam.Nu draagt hij den naam van mummie,En is dan ook heelemaal dood.Hij bouwde de Pyramiden,Beeldhouwde de groote sfinx,En streed, zooals zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.En daarom heeft heel EgypteAls ’n God hem geprezen hier,En vereerd hem in al zijn tempelsIn de afbeelding van een stier …Maarikben die koning Apis,Dat ’s zoo zeker als ’k hier sta;En als je dat niet begrijpt nog,Dan zal je ’t zien weldra.Koning Apis, die was op de jacht eens,En steeg even af, de held,En ging een oogenblik zittenTerzijde, op mijn voorvaders veld.Maar ’t veld dat de koning bemestte,Dat voedde mij met zijn graan;En eischt iemand meer bewijzen,’k Toon onzichtbare horens hem aan.En is ’t dan voor mij niet wanhopigDat niemand erkent mijn macht!’k Ben Apis naar recht van geboorte,Maar word als Fellah veracht.Kan een goeden raad je mij gevenO, doe het dan, zonder bedrog;…Wat moet ik doen om te wordenAls Apis, de Groote, nu nog?Peer Gynt.Uw Hoogheid bouw’ Pyramiden,Beeldhouwe een groote sfinx,En strijde, als zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.De Fellah.Ja, dat is een prachtig praatje!Een Fellah! Zoo’n kale luis!’k Heb mijn handen vol om mijn hut vrijTe houden van ’t rattengespuis.Ga, man,… ga, zoek naar wat beters,Wat groot maakt, geeft rust mij terug!En daarbij geheel mij gelijk maaktAan Apis, den held, op mijn rug!Peer Gynt.Als dan Uw Hoogheid zich ophing,En daarnà in der aarde schoot,Zich binnen de grenzen der doodkistOok hield als volslagen dood?De Fellah.Dat zal ik! Een strop voor mijn leven!Aan de galg dan met mijn huid …Aanvanklijk maakt ’t eenig verschil wel;Maar dat slijt mettertijd wel uit.(gaat heen en maakt toebereidselen om zich op te hangen).Begriffenfeldt.Dat was een persoonlijkheid, mijnheer,…Een man met methode …Peer Gynt.Een man met methode …Jawel, dat zie ’k …;Maar hij doet het waarachtig! God zij ons genadig!Ik word duiz’lig;… ’k voel in mijn hoofd al verwarring!Begriffenfeldt.Een overgangstoestand; dat duurt maar kort.Peer Gynt.Een overgang? Wat? Excuseer … ik moet weg …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Is u krankzinnig?Peer Gynt.Is u krankzinnig?Nog niet … God bewaar me!(Alarm.De minister Hoesseindringt vooruit door de menigte).Hoessein.Men zegt dat hier een keizer is gekomen van daag?(tegen Peer Gynt)Is u dat?
Peer Gynt.O, zoo wat duizend mijlen …!Anitra.O, zoo wat duizend mijlen …!Te ver!Peer Gynt.Je krijgt daar de ziel, die ik je eerst heb beloofd.Anitra.Veel dank, maar ik red mij wel zonder ziel.Doch u vroeg om verdriet …Peer Gynt(staat op).Doch u vroeg om verdriet …Ja, bij mijn ziel!Hevig, maar kort,… voor een dag of twee, drie!Anitra.Anitra volgt uw gebod!… Wees gegroet!(Zij geeft hem een duchtigen slag met de karwats over zijn vingers en holt in vliegenden galop terug door de woestijn).Peer Gynt(staat een tijdlang als door den bliksem getroffen).Neen maar,… heb je nu toch ooit …!Zelfde plaats. Een uur later.Peer Gyntbedachtzaam en nadenkend, trekt zijn Turksche kleeren uit, stuk voor stuk. Het laatst haalt hij zijn reispetje uit zijn jaszak, zet het op, en staat weer in zijn Europeesche kleeding.Peer Gynt(terwijl hij den tulband ver van zich afgooit).Daar ligt de Turk dan, en hier sta ik!…Die heidensche boel deugt ook al niet.’t Was gelukkig, dat ’t mij alleen zat in de kleeren,En niet diep tot in ’t merg was doorgedrongen …Wat wou ik toch eigenlijk, vraag ik mij af?Een mensch doet toch ’t best als een christen te leven,Te versmaden het kleurige pauwenkleed,Zijn doen te steunen op wet en moraal,Zich zelf te zijn, en ten slotte te krijgenEen toespraak aan ’t graf en een krans op de kist.(doet eenige stappen).Dat deerntje,… het scheelde zoo waar maar een haar,Of door haar had ’k haast mijn verstand verloren.’k Ben een kabouter als ik nòg recht begrijpWat het was, dat zóó me in de war gebracht heeft.Nou goed: het is uit! Was één stap verderDe grap gegaan, was ’k belachlijk geworden.’k Heb gefaald. Och ja;… maar het is toch een troostDat ik faalde als gevolg van mijn valsche positie.Het was niet dezelfde persoon die nu viel.Het is eigenlijk dat: als-profeet-moeten-leven,Zoo gansch ontbloot van der werkzaamheid zout,Dat nu zich met weeë smaakloosheid wreekte.Een slechte betrekking profeet te zijn!In dat beroep moet je zweven in wolken;…Profetisch beschouwd heb je afgedaanZoodra als je optreedt nuchter en wakker.In zoover heb ik de rol volgehouden,Juist door dat gansje aldus te huldigen.Maar, dat laat niet na …(barst in lachen uit).Maar, dat laat niet na …O, als ik ’t bedenk!Met trip’len en dansen mijn dagen vertreuz’len,Zwemmen tégen den stroom al draaiend en kwisp’lend,Kozen bij snarenspel, spelen en zuchten,En eindigen als haan … met mij te laten plukken!Voorwaar, mijn doen was profeetachtig dol …Ja, plukken!… Jongens, wat bén ik geplukt;Nou; iets hield ik gelukkig nog achter de hand;Ik heb nog wat in Amerika, en wat in mijn zak;Ben dus nog niet tot den bedelstaf gebracht.En dit gemiddelde is in den grond het beste,Nu ben ik niet afhanklijk van koetsier of paarden;Ik heb niets te maken met koffers en karren;Kortom, zooals ’t heet, ik beheersch de positie …Welken weg moet ik kiezen? Vele staan mij nu open;En de keus doet een dwaas van een wijze onderscheiden.Mijn zakenmans-leven is ’n afgedaan hoofdstuk,Mijn minnarij is een afgelegd jasje.Tot den kreeftengang voel ik volstrekt geen lust:“Heen en terug, het is even lang;Er uit of er in, ’t is een zelfde gang,”…Zoo staat er, meen ’k, in een geestig geschrift …Dus weer iets nieuws; een verheffend werk,Een doel, dat het geld en de moeite loont.Mijn leven beschrijven, zonder iets te verbloemen …?’n Boek, dienend tot wegwijzer, desnoods als voorbeeld …?Of wacht …! ’k Heb den tijd gansch tot mijn beschikking …Als ’k eens de begeerigheid van vroeger tijden,Als een reizend geleerde ging bestudeeren …?Ja waarlijk; dàt is nu net iets voor mij!Kronieken las ik, toen ’k nog klein was,En wetenschap heb ik ook later beoefend …’k Zal volgen der menschheid oeroude baan!’k Zal drijven op den stroom der historie als ’n veer,Die weer doorleven, als in een droom,…Der helden strijd zien, voor wat groot is en goed,…Doch als toeschouwer maar, op een veilige plek,…Zien denkers vallen, martelaars sneven,Zien rijken stichten en rijken vergaan,…Zien wereldmomenten uit het kleine ontstaan …Kortom, ’k wil de heele historie afroomen …Ik moet zien mij een Becker aan te schaffen,En chronologisch te reizen zoo ver ik kan komen.’t Is waar … in geschiedenis ben ik niet sterk,En hoe ’t in elkaar zit begrijp ik nooit recht.Maar och! waar ’t uitgangspunt soms het gekst is,Wordt dikwijls de oorspronklijkste uitkomst verkregen …Hoe verheffend toch is ’t zich een doel te kiezen,En alles te willen om dat te bereiken!(stil aangedaan).Losmaken, scheuren familiebanden,Alles wat bindt aan magen en vrienden,…In de lucht laten vliegen je geld en goed,Zeggen zijn liefdegeluk goeden nacht,…Alles om te vinden der waarheid mysterie..(droogt een traan af).Dat is het kenmerk van ’n waar onderzoeker!’k Gevoel mij toch zoo bovenmatig gelukkigNú weet ik dan ’t raadsel van mijn bestemming.Nu maar mij er doorslaan, door dik en dun!’t Is wel te vergeven dat ik ’t hoofd hoog draagEn voel wat ik waard ben als man, Peer Gynt,Ook wel genaamd de keizer van ’t leven …De som van ’t verleden wil ik bezitten;Nooit meer loopen der levenden wegen;…Het heden is nog geen schoenzool waard;Zonder merg of pit is der mannen gedoe:Hun geest heeft geen vlucht, hun daden geen kracht;…(haalt de schouders op).En vrouwen,… dat ’s maar een poover geslacht!…Zomerdag. Hoog boven in ’t Noorden. Een hut in ’t bosch in de bergen. Open deur met een groot houten slot. Een rendiergewei boven de deur. Een troep geiten bij den muur van de hut staande.Een vrouw van middelbare jaren, blond en mooi, zit te spinnen buiten in den zonneschijn.De Vrouw(werpt een blik op den weg beneden en zingt).Misschien zullen winter en lente vergaan,En zomer en herfst met stervende blaân …Maar ééns zal je komen … mijn liefde gelooft!En wachten zal ik … dat heb ik beloofd.(lokt de geiten, spint en zingt weer).God helpe je, waar je op aarde ook gaat,God zegen je, als aan zijn voeten je staat!Hier zal ik wachten van jaar tot jaar …En wacht jij hier boven, dan vind ik je daar!In Egypte. Morgenschemering. De Memnonszuil in het zand.Peer Gyntkomt aanloopen en kijkt een oogenblik rond.Peer Gynt.Hier kon ik, gevoeglijk mijn tocht beginnen …Dus nu ben ’k Egyptenaar voor de verandring;Maar Egyptenaar, steunend op ’t Gyntsche ik;Later denk ik dan naar Assyrië te gaan.Te beginnen heelemaal met de schepping,Zou enkel tijdverlies na zich slepen;…’k Laat de bijbelsche historie er dus maar buiten,Het spoor dáárvan vind ’k toch altijd terug;En om, zooals ’t heet, ’t naadje van de kous te zoeken,Ligt buiten mijn plan en buiten mijn kunnen.(gaat op een steen zitten).Nu ga ik wat rusten en wachten, geduldig,Tot Memnon zijn morgenzang heeft voorgezongen.Na ’t ontbijt ga ik dan de Pyramide beklimmen;Heb ik tijd, ga ik later er ook nog eens binnen.Dan over land naar de Roode Zee;Misschien vind ik daar Koning Potifars graf …Dan ben ik Aziaat weer. In Babylon ga ’k zoekenDe wereldberoemde hangende tuinen,Te weten, ’t voornaamste spoor van cultuur.En dan met een sprong naar Troja’s muur.Van Troja is er directe verbindingOver zee, naar ’t heerlijke, oude Athene;…Daar wil ’k op de plaats zelf, goed bezienEn berijden, den pas dien Leonidas dekte;…Dan maak ’k mij vertrouwd met de beste filosofen,Zoek het huis op, waar Socrates stierf als offer …;Neen, ’t is waar ook,… daar wordt nu gevochten …!Nou, dan moet ’t Hellenisme maar blijven liggen.(kijkt op zijn horloge).’t Is toch al te gek dat ’k zoo lang moet wachtenVóór de zon opgaat. Mijn tijd is kort.Dus ’t oude Troja;… daar kwam ik van daan …(staat op en luistert).Wat is dat voor een wonderlijk ruischen en suizen?(Zonsopgang).De Memnonzuil(zingt).Uit Goddelijke asch verrijzen verjongendeVogels, zingende.Zeus, de Alwetende,Schiep hen als strijdenden.Wijsheidsuilen,Waar slapen mijn vogels?Gij moet sterven of raden’t Gezongen raadsel!Peer Gynt.Waarachtig,… klonk het niet of daar kwamGeluid uit de zuil! Dat was oudheidsmuziek.Ik hoorde het stijgen der stem en het dalen …Dit zal ik noteeren. Iets voor de geleerden.(noteert in zijn zakboekje):“De zuil zong. Ik hoorde duidlijk het geluid,Doch verstond van het lied de woorden niet heel goed.Het geheel was natuurlijk zinsbedrog.Anders niets belangrijks opgemerkt van daag.”(gaat verder).Bij het dorp Gizeh. De groote, in de rotsen uitgehouwen sfinx. In de verte de torens en minarets van Kaïro.Peer Gyntkomt op; hij bekijkt de sfinx aandachtig, dan door zijn lorgnet, dan door de holle hand.Peer Gynt.Waar ter wereld heb ik toch vroeger gezienIets, dat mij herinnert aan dit model?Want ’k héb ’t gezien ergens, in Noord of Zuid.Was het een persoon? En zoo ja dan, wie?Hij, Memnon, dat viel mij achterna in,Leek op den ouden Kabouterkoning,Zoo als hij zat daar, stijf en strak,Zijn zitvlak rustend op stompe zuilen …Maar hier, dit tweeslachtige wonderdier,Deze kruising, zoo vreemd, van leeuw en vrouw,…Zit mij dit ook uit een sprookje in ’t hoofd?Of herinner ik ’t mij uit de werkelijkheid?Uit een sprookje? Wacht, nu weet ik het weer!’t Is Böjgen, zoo waar, dien ik sloeg op zijn kop,…Dat ’s te zeggen, ik droomde … want ik lag te ijlen …(komt nader).Net dezelfde oogen; en dezelfde lippen;…Niet zoo dof, de oogen, wat meer geslepen;Maar verder in hoofdzaak vrijwel dezelfde …Zoo, zoo, jij Böjg; je lijkt op een leeuw,Als men je ziet van achtren en ontmoet over dag!Kan je nog wel raden? Dat zal ’k eens probeeren.Nu zal ’k eens zien of je weer antwoordt als laatst!(roept tegen de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Een Stem(achter de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Ach, Sfinx, wer bist du!Peer Gynt.Wat! De echo antwoordt in ’t Duitsch! Merkwaardig!De Stem.Wer bist du?Peer Gynt.Wer bist du?En spreekt het daarbij uitstekend!Die opmerking is van mij en nieuw.(noteert in zijn zakboekje:)“Echo in ’t Duitsch. Dialect van Berlijn.”Begriffenfeldt(komt van achter de sfinx te voorschijn).Een mensch!Peer Gynt.Een mensch!Ah zoo! ’t Washijdie sprak.(noteert weer:)“Kwam tot een ander besluit naderhand.”Begriffenfeldt(onder allerlei zenuwachtige gebaren).Mijnheer, excuseer …! Een levensvraag …!Wat voert u op heden juist hierheen?Peer Gynt.Een bezoek. Ik begroet een vriend uit mijn jeugd.Begriffenfeldt.Wat? De sfinx …?Peer Gynt.Wat? De sfinx …?Is een kennis uit vroeger tijd.Begriffenfeldt.Verbazend … En dat na dezen nacht!Mijn voorhoofd hamert! Ik vrees dat ’t zal barsten!Kent u de sfinx? Antwoord! Spreek! Kan u zeggenWat zij is?Peer Gynt.Wat zij is?Wat zij is? Ja, dat kan ik glad;Zij iszich zelf.Begriffenfeldt(opspringend).Zij iszich zelf.Ha, de oplossing flitsteAls ’n bliksemschicht daar!… Inderdaad? Weet u ’t vast?Zich zelf?Peer Gynt.Zich zelf?Ja, dat zei zij mij ten minste.Begriffenfeldt.Zich zelf! ’t Uur der omwenteling naakt!(neemt zijn hoed af).O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt.O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt, met verlof.Begriffenfeldt(met stille bewondering).Peer Gynt! Allegorisch! Dat was te verwachten …Peer Gynt! Dat wil zeggen: de onbekende,…De komende, wiens komst mij verkondigd was …Peer Gynt.Och, waarlijk? En komt u mij hier nu afhalen …?Begriffenfeldt.Peer Gynt! Diepzinnig! Raadselvol! Scherp!Ieder woord is een bron van diepe wijsheid!Wat is u?Peer Gynt(bescheiden).Wat is u?’k Heb altijd getracht te wezenMij zelf. En ovrigens, hier is mijn pas.Begriffenfeldt.Alweer dat raadselvolle woord op den bodem!(grijpt hem bij den pols).NaarKaïro! Der navorschers keizer is gevonden!Peer Gynt.Keizer?Begriffenfeldt.Keizer?Kom!Peer Gynt.Keizer? Kom!Ben ik waarlijk bekend …?Begriffenfeldt(terwijl hij hem meetrekt).Der navorschers keizer … op grondslag van het zelf!In Kaïro. Een groote binnenplaats met hooge muren, omgeven door gebouwen. Getraliede vensters; ijzeren kooien.Drie oppassersop de binnenplaats.Een vierdekomt op.De Komende.Schafmann, zeg eens, waar is de directeur?Een Oppasser.Van morgen heel vroeg al uitgereden.De Eerste.’k Geloof dat hem iets aakligs is overkomen;Want van nacht …De Tweede.Want van nacht …Sst, wees stil; hij is daar aan de deur!(Begriffenfeldt leidt Peer Gynt binnen, sluit de deur en steekt den sleutel in zijn zak).Peer Gynt(in zich zelf).In waarheid, een uiterst begaafde man;Bijna al wat hij zegt gaat boven mijn begrip.(kijkt rond).Dus dit hier is de geleerden-club?Begriffenfeldt.Hier zijn ze allen, de heele troep;…Een zeventig navorschers en geleerden,Sedert kort nog tot honderd en drie vermeerderd …(roept tegen de oppassers).Michel, Schlingelberg, Schafmann, Fuchs,…Gauw in je kooien, een, twee, drie!De Oppassers.Wij?Begriffenfeldt.Wij?Wie anders? Vooruit! vooruit!Draait rond de wereld, dan draaien wij mee.(dwingt ze in een kooi).Van daag is hij gekomen, de groote Peer;…De rest kan je wel begrijpen,… ik zeg verder niets meer.(sluit de kooi af en gooit den sleutel in een put).Peer Gynt.Maar, waarde heer dokter en directeur …?Begriffenfeldt.Niets van dat alles! Dat ben ik niet meer …Mijnheer Peer, kan u zwijgen? Ik moet mij uiten …Peer Gynt(in toenemende onrust).Wat is er?Begriffenfeldt.Wat is er?Beloof dat u niet zal beven.Peer Gynt.’k Zal mijn best doen …Begriffenfeldt(trekt hem in een hoek en fluistert).’k Zal mijn best doen …De volstrekte redeIs gistren gestorven precies om elf uur.Peer Gynt.God bewaar me …!Begriffenfeldt.God bewaar me …!Ja, dat is uiterst bedroevend,En dubbel onaangenaam in mijn positie,Want dit huis werd tot op dit uur nog beschouwdAls een gekkenhuis.Peer Gynt.Als een gekkenhuis.Wat! Als een gekkenhuis!Begriffenfeldt.Nu niet meer, begrijpt u!Peer Gynt(bleek en zachtjes).Nu niet meer, begrijpt u!Nú herken ik de plaats wel!En gek is die man;… en niemand weet het!(tracht weg te komen).Begriffenfeldt(volgt hem).Ik hoop ovrigens dat u mij heeft begrepen?Als ik zeg: zij is dood, dan is dat schijn.Zij ging van haar zelve … is uit haar vel gesprongen,…Net precies als deed wijlen Münchhausens vos.Peer Gynt.Een oogenblik maar …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Een oogenblik maar …Neen, het was als een aal;…Niet als een vos. Door het oog stak een naald;Zij spartelde hevig …Peer Gynt.Zij spartelde hevig …Waar vind ik een uitweg!Begriffenfeldt.Om haar hals heen een snee en, rits! naar beneden!Peer Gynt.Hij ’s gek! Volslagen krankzinnig nu!Begriffenfeldt.Eén ding is klaar, en laat zich niet verbloemen …Dit van-zich-zelf-gaan zal ten gevolge hebben,Een heelen omkeer te land en te zee.De personen, die vroeger krankzinnig heetten,Zijn gistren avond normaal geworden,Overeenkomstig ’t verstand in zijn nieuwe phase.En kijkt men dan verder de zaak goed aan,Dan volgt dus, dat juist op datzelfde uurDe zoogenaamd wijzen begonnen te razen.Peer Gynt.U noemde ’t woord uur; mijn tijd is kort …Begriffenfeldt.Uw tijd? ’t Is goed dat u daarvan spreekt!(opent een deur en roept).Er uit! Nu breekt aan de nieuwe tijd!De rede is dood. Leve Peer Gynt!Peer Gynt.Maar, mijn goede man …!(De krankzinnigen komen allengs naar buiten de binnenplaats op).Begriffenfeldt.Maar, mijn goede man …!Goêmorgen! Komt hier!Begroet der bevrijding morgenrood!Uw keizer staat vóór u!Peer Gynt.Uw keizer staat vóór u!Keizer?Begriffenfeldt.Uw keizer staat vóór u! Keizer?Gewis.Peer Gynt.Maar de eer is zoo groot, zoo gansch buitensporig …Begriffenfeldt.Ach, laat alle valsche bescheidenheid varenIn ’n uur als dit …Peer Gynt.In ’n uur als dit …Ja, maar gun mij toch tijd …!Neen, ik deug er niet voor; ik ben glad versuft al!Begriffenfeldt.Een man, die gehoord heeft der sfinx opinie?Die zichzelf is?Peer Gynt.Die zichzelf is?Daar zit juist de knoop, ja.Ik ben mijzelf in allen deele;Maar hier, zoover ’k begrijp, hier moetMen buiten zichzelf zijn, om zoo te zeggen.Begriffenfeldt.Wat? Buiten zichzelf? Neen, daar tast u mis!Hier is men zichzelf juist zonder genade,Volstrekt zichzelf, zonder ook maarietsanders;Men zeilt als zichzelf, vlak voor den wind.In ’t vat van zijn ik bergt een ieder zich op;In eigen gisting duikt hij naar den grond,…En sluit zich hermetisch met de prop van zijn ik;En dicht het hout in de bron van zijn ik.Niemand heeft tranen voor andermans smarten,Niemand gedachten voor andermans denken.Ons zelf, dat zijn wij in geest en geluiden,Ons zelf, tot den uitersten rand van de springplank …En dus, moet er keizer hier iemand worden,Is u voor den troon onze ware man.Peer Gynt.Ik wou dat de duivel …!Begriffenfeldt.Ik wou dat de duivel …!Maar goeden moed!Haast alles op aarde is nieuw in ’t begin.“Zichzelf”;… kom, hier zal ’k een voorbeeld u toonen,Ik kies maar het eerste het beste dat ’k zie …(tegen een sombere gedaante).Goêndag, Hoehoe! Wel, loop je, mijn zoon,Nog altijd maar rond in droefheids gewaad?Hoehoe.Kan ik anders, als mijn volk steedsOnvertolkt, vergeten sterft?(tegen Peer Gynt).U is vreemdling; wil u hooren?Peer Gynt(buigt).’t Zal me een eer zijn!Hoehoe.’t Zal me een eer zijn!Goed dan, luister …Als een bloemkrans, ver in ’t Oosten,Ligt de Malabaarsche kuststreek.Hollanders en PortugeezenHebben daar gebracht beschaving.Bovendien zijn daar nog massa’sVan de echte Malabaren.Zij, die onze taal verknoeiden,Zijn nu meester van het land daar;Maar in lang vervlogen tijdenHeerschte daar de Orang-oetan.Hij was heer van ’t bosch en meester;Vrij mocht hij daar dooden, brullen.Ongetemd natuurvoortbrengselGroeide en gaapte hij als zoodanig.Onbelemmerd mocht hij schreeuwen;Hij was in zijn rijk de heerscher …Maar toen kwam het juk der vreemdenOnze oerwoudstaal verwarren.’n Nacht van viermaal honderd jarenSloopte Orang-oetan’s krachten;En men weet, zoo lange nachtenHouden alle ontwikling tegen.’t Oergeluid van ’t woud verstomdeEn men hoorde niet meer brommen;…Zullen wij gedachten uitenMoeten wij dat doen met woorden.Welk een dwang voor alle standen!Hollanders en Portugeezen,Kleurlingen en Malabaren,Alles was het even lastig …’k Heb beproefd er voor te vechten,Voor onze oerwoudstaal, de echte,…’t Arme lijk te doen herleven,…’t Recht van ’t volk op schreeuwen steunend,…Zelf geschreeuwd, en aangetoond ook’t Nut er van in volksgezangen …Doch geen mensch waardeert mijn pogen …Mijn verdriet zal u begrijpen.Dank, dat u naar mij wou luistren;…Weet u raad, laat mij dien hooren!Peer Gynt(zachtjes).Geschreven staat er: men moet huilenMet de wolven, die in ’t bosch zijn.(luid).Waarde vriend, ik meen te wetenDat er in Marokko’s bosschenNog zijn Orang-oetantroepen,Levend zonder tolk of zangen;Hun geluid klonk Malabarisch!’t Ware mooi en exemplarisch,Als u nu, als andre grooten,Daarheen trok, uw volk ten bate …Hoehoe.Dank, dat u naar mij wou luistren!Ik zal doen wat u mij aanraadt.(met een plechtig gebaar).’t Oosten heeft zijn tolk verstooten!Orang-oetans heeft het Westen!(Af).Begriffenfeldt.Nu wàs hij zichzelf? Dàt zou ik meenen.Van zichzelf is hij vol, en alleen van dat ééne.Hij ’s zichzelf in alles wat hij van zich geeft,Zichzelfjuist krachtens zijn ván-zichzelf-zijn.Kom hier! Nu zal ’k u een ander wijzen,Sedert gistren niet minder behoorlijk verstandig.(tegen eenFellahdie een mummie op zijn rug draagt).Koning Apis, verheven heer, hoe gaat het?De Fellah(woest tegen Peer Gynt).Ben ’k koning Apis?Peer Gynt(schuift achter den dokter).Ben ’k koning Apis?Ik moet helaas bekennenDat ’k niet ben op de hoogte der omstandigheden.Maar ’k geloof toch, als ’k mag afgaan op den toon, dat …De Fellah.Nu lieg jij ook!Begriffenfeldt.Nu lieg jij ook!Laat uwe Hoogheid vertellen,Hoe dan de zaken staan.De Fellah.Hoe dan de zaken staan.Dat zal ik u zeggen.(wendt zich tot Peer Gynt).Zie je hem, dien ik hier op mijn rug draag?Koning Apis was eens zijn naam.Nu draagt hij den naam van mummie,En is dan ook heelemaal dood.Hij bouwde de Pyramiden,Beeldhouwde de groote sfinx,En streed, zooals zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.En daarom heeft heel EgypteAls ’n God hem geprezen hier,En vereerd hem in al zijn tempelsIn de afbeelding van een stier …Maarikben die koning Apis,Dat ’s zoo zeker als ’k hier sta;En als je dat niet begrijpt nog,Dan zal je ’t zien weldra.Koning Apis, die was op de jacht eens,En steeg even af, de held,En ging een oogenblik zittenTerzijde, op mijn voorvaders veld.Maar ’t veld dat de koning bemestte,Dat voedde mij met zijn graan;En eischt iemand meer bewijzen,’k Toon onzichtbare horens hem aan.En is ’t dan voor mij niet wanhopigDat niemand erkent mijn macht!’k Ben Apis naar recht van geboorte,Maar word als Fellah veracht.Kan een goeden raad je mij gevenO, doe het dan, zonder bedrog;…Wat moet ik doen om te wordenAls Apis, de Groote, nu nog?Peer Gynt.Uw Hoogheid bouw’ Pyramiden,Beeldhouwe een groote sfinx,En strijde, als zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.De Fellah.Ja, dat is een prachtig praatje!Een Fellah! Zoo’n kale luis!’k Heb mijn handen vol om mijn hut vrijTe houden van ’t rattengespuis.Ga, man,… ga, zoek naar wat beters,Wat groot maakt, geeft rust mij terug!En daarbij geheel mij gelijk maaktAan Apis, den held, op mijn rug!Peer Gynt.Als dan Uw Hoogheid zich ophing,En daarnà in der aarde schoot,Zich binnen de grenzen der doodkistOok hield als volslagen dood?De Fellah.Dat zal ik! Een strop voor mijn leven!Aan de galg dan met mijn huid …Aanvanklijk maakt ’t eenig verschil wel;Maar dat slijt mettertijd wel uit.(gaat heen en maakt toebereidselen om zich op te hangen).Begriffenfeldt.Dat was een persoonlijkheid, mijnheer,…Een man met methode …Peer Gynt.Een man met methode …Jawel, dat zie ’k …;Maar hij doet het waarachtig! God zij ons genadig!Ik word duiz’lig;… ’k voel in mijn hoofd al verwarring!Begriffenfeldt.Een overgangstoestand; dat duurt maar kort.Peer Gynt.Een overgang? Wat? Excuseer … ik moet weg …Begriffenfeldt(houdt hem vast).Is u krankzinnig?Peer Gynt.Is u krankzinnig?Nog niet … God bewaar me!(Alarm.De minister Hoesseindringt vooruit door de menigte).Hoessein.Men zegt dat hier een keizer is gekomen van daag?(tegen Peer Gynt)Is u dat?
Peer Gynt.O, zoo wat duizend mijlen …!
Peer Gynt.
O, zoo wat duizend mijlen …!
Anitra.O, zoo wat duizend mijlen …!Te ver!
Anitra.
O, zoo wat duizend mijlen …!Te ver!
Peer Gynt.Je krijgt daar de ziel, die ik je eerst heb beloofd.
Peer Gynt.
Je krijgt daar de ziel, die ik je eerst heb beloofd.
Anitra.Veel dank, maar ik red mij wel zonder ziel.Doch u vroeg om verdriet …
Anitra.
Veel dank, maar ik red mij wel zonder ziel.
Doch u vroeg om verdriet …
Peer Gynt(staat op).Doch u vroeg om verdriet …Ja, bij mijn ziel!Hevig, maar kort,… voor een dag of twee, drie!
Peer Gynt(staat op).
Doch u vroeg om verdriet …Ja, bij mijn ziel!
Hevig, maar kort,… voor een dag of twee, drie!
Anitra.Anitra volgt uw gebod!… Wees gegroet!
Anitra.
Anitra volgt uw gebod!… Wees gegroet!
(Zij geeft hem een duchtigen slag met de karwats over zijn vingers en holt in vliegenden galop terug door de woestijn).
Peer Gynt(staat een tijdlang als door den bliksem getroffen).Neen maar,… heb je nu toch ooit …!
Peer Gynt(staat een tijdlang als door den bliksem getroffen).
Neen maar,… heb je nu toch ooit …!
Zelfde plaats. Een uur later.
Peer Gyntbedachtzaam en nadenkend, trekt zijn Turksche kleeren uit, stuk voor stuk. Het laatst haalt hij zijn reispetje uit zijn jaszak, zet het op, en staat weer in zijn Europeesche kleeding.
Peer Gynt(terwijl hij den tulband ver van zich afgooit).Daar ligt de Turk dan, en hier sta ik!…Die heidensche boel deugt ook al niet.’t Was gelukkig, dat ’t mij alleen zat in de kleeren,En niet diep tot in ’t merg was doorgedrongen …Wat wou ik toch eigenlijk, vraag ik mij af?Een mensch doet toch ’t best als een christen te leven,Te versmaden het kleurige pauwenkleed,Zijn doen te steunen op wet en moraal,Zich zelf te zijn, en ten slotte te krijgenEen toespraak aan ’t graf en een krans op de kist.(doet eenige stappen).Dat deerntje,… het scheelde zoo waar maar een haar,Of door haar had ’k haast mijn verstand verloren.’k Ben een kabouter als ik nòg recht begrijpWat het was, dat zóó me in de war gebracht heeft.Nou goed: het is uit! Was één stap verderDe grap gegaan, was ’k belachlijk geworden.’k Heb gefaald. Och ja;… maar het is toch een troostDat ik faalde als gevolg van mijn valsche positie.Het was niet dezelfde persoon die nu viel.Het is eigenlijk dat: als-profeet-moeten-leven,Zoo gansch ontbloot van der werkzaamheid zout,Dat nu zich met weeë smaakloosheid wreekte.Een slechte betrekking profeet te zijn!In dat beroep moet je zweven in wolken;…Profetisch beschouwd heb je afgedaanZoodra als je optreedt nuchter en wakker.In zoover heb ik de rol volgehouden,Juist door dat gansje aldus te huldigen.Maar, dat laat niet na …(barst in lachen uit).Maar, dat laat niet na …O, als ik ’t bedenk!Met trip’len en dansen mijn dagen vertreuz’len,Zwemmen tégen den stroom al draaiend en kwisp’lend,Kozen bij snarenspel, spelen en zuchten,En eindigen als haan … met mij te laten plukken!Voorwaar, mijn doen was profeetachtig dol …Ja, plukken!… Jongens, wat bén ik geplukt;Nou; iets hield ik gelukkig nog achter de hand;Ik heb nog wat in Amerika, en wat in mijn zak;Ben dus nog niet tot den bedelstaf gebracht.En dit gemiddelde is in den grond het beste,Nu ben ik niet afhanklijk van koetsier of paarden;Ik heb niets te maken met koffers en karren;Kortom, zooals ’t heet, ik beheersch de positie …Welken weg moet ik kiezen? Vele staan mij nu open;En de keus doet een dwaas van een wijze onderscheiden.Mijn zakenmans-leven is ’n afgedaan hoofdstuk,Mijn minnarij is een afgelegd jasje.Tot den kreeftengang voel ik volstrekt geen lust:“Heen en terug, het is even lang;Er uit of er in, ’t is een zelfde gang,”…Zoo staat er, meen ’k, in een geestig geschrift …Dus weer iets nieuws; een verheffend werk,Een doel, dat het geld en de moeite loont.Mijn leven beschrijven, zonder iets te verbloemen …?’n Boek, dienend tot wegwijzer, desnoods als voorbeeld …?Of wacht …! ’k Heb den tijd gansch tot mijn beschikking …Als ’k eens de begeerigheid van vroeger tijden,Als een reizend geleerde ging bestudeeren …?Ja waarlijk; dàt is nu net iets voor mij!Kronieken las ik, toen ’k nog klein was,En wetenschap heb ik ook later beoefend …’k Zal volgen der menschheid oeroude baan!’k Zal drijven op den stroom der historie als ’n veer,Die weer doorleven, als in een droom,…Der helden strijd zien, voor wat groot is en goed,…Doch als toeschouwer maar, op een veilige plek,…Zien denkers vallen, martelaars sneven,Zien rijken stichten en rijken vergaan,…Zien wereldmomenten uit het kleine ontstaan …Kortom, ’k wil de heele historie afroomen …Ik moet zien mij een Becker aan te schaffen,En chronologisch te reizen zoo ver ik kan komen.’t Is waar … in geschiedenis ben ik niet sterk,En hoe ’t in elkaar zit begrijp ik nooit recht.Maar och! waar ’t uitgangspunt soms het gekst is,Wordt dikwijls de oorspronklijkste uitkomst verkregen …Hoe verheffend toch is ’t zich een doel te kiezen,En alles te willen om dat te bereiken!(stil aangedaan).Losmaken, scheuren familiebanden,Alles wat bindt aan magen en vrienden,…In de lucht laten vliegen je geld en goed,Zeggen zijn liefdegeluk goeden nacht,…Alles om te vinden der waarheid mysterie..(droogt een traan af).Dat is het kenmerk van ’n waar onderzoeker!’k Gevoel mij toch zoo bovenmatig gelukkigNú weet ik dan ’t raadsel van mijn bestemming.Nu maar mij er doorslaan, door dik en dun!’t Is wel te vergeven dat ik ’t hoofd hoog draagEn voel wat ik waard ben als man, Peer Gynt,Ook wel genaamd de keizer van ’t leven …De som van ’t verleden wil ik bezitten;Nooit meer loopen der levenden wegen;…Het heden is nog geen schoenzool waard;Zonder merg of pit is der mannen gedoe:Hun geest heeft geen vlucht, hun daden geen kracht;…(haalt de schouders op).En vrouwen,… dat ’s maar een poover geslacht!…
Peer Gynt(terwijl hij den tulband ver van zich afgooit).
Daar ligt de Turk dan, en hier sta ik!…
Die heidensche boel deugt ook al niet.
’t Was gelukkig, dat ’t mij alleen zat in de kleeren,
En niet diep tot in ’t merg was doorgedrongen …
Wat wou ik toch eigenlijk, vraag ik mij af?
Een mensch doet toch ’t best als een christen te leven,
Te versmaden het kleurige pauwenkleed,
Zijn doen te steunen op wet en moraal,
Zich zelf te zijn, en ten slotte te krijgen
Een toespraak aan ’t graf en een krans op de kist.
(doet eenige stappen).
Dat deerntje,… het scheelde zoo waar maar een haar,
Of door haar had ’k haast mijn verstand verloren.
’k Ben een kabouter als ik nòg recht begrijp
Wat het was, dat zóó me in de war gebracht heeft.
Nou goed: het is uit! Was één stap verder
De grap gegaan, was ’k belachlijk geworden.
’k Heb gefaald. Och ja;… maar het is toch een troost
Dat ik faalde als gevolg van mijn valsche positie.
Het was niet dezelfde persoon die nu viel.
Het is eigenlijk dat: als-profeet-moeten-leven,
Zoo gansch ontbloot van der werkzaamheid zout,
Dat nu zich met weeë smaakloosheid wreekte.
Een slechte betrekking profeet te zijn!
In dat beroep moet je zweven in wolken;…
Profetisch beschouwd heb je afgedaan
Zoodra als je optreedt nuchter en wakker.
In zoover heb ik de rol volgehouden,
Juist door dat gansje aldus te huldigen.
Maar, dat laat niet na …
(barst in lachen uit).
Maar, dat laat niet na …O, als ik ’t bedenk!
Met trip’len en dansen mijn dagen vertreuz’len,
Zwemmen tégen den stroom al draaiend en kwisp’lend,
Kozen bij snarenspel, spelen en zuchten,
En eindigen als haan … met mij te laten plukken!
Voorwaar, mijn doen was profeetachtig dol …
Ja, plukken!… Jongens, wat bén ik geplukt;
Nou; iets hield ik gelukkig nog achter de hand;
Ik heb nog wat in Amerika, en wat in mijn zak;
Ben dus nog niet tot den bedelstaf gebracht.
En dit gemiddelde is in den grond het beste,
Nu ben ik niet afhanklijk van koetsier of paarden;
Ik heb niets te maken met koffers en karren;
Kortom, zooals ’t heet, ik beheersch de positie …
Welken weg moet ik kiezen? Vele staan mij nu open;
En de keus doet een dwaas van een wijze onderscheiden.
Mijn zakenmans-leven is ’n afgedaan hoofdstuk,
Mijn minnarij is een afgelegd jasje.
Tot den kreeftengang voel ik volstrekt geen lust:
“Heen en terug, het is even lang;
Er uit of er in, ’t is een zelfde gang,”…
Zoo staat er, meen ’k, in een geestig geschrift …
Dus weer iets nieuws; een verheffend werk,
Een doel, dat het geld en de moeite loont.
Mijn leven beschrijven, zonder iets te verbloemen …?
’n Boek, dienend tot wegwijzer, desnoods als voorbeeld …?
Of wacht …! ’k Heb den tijd gansch tot mijn beschikking …
Als ’k eens de begeerigheid van vroeger tijden,
Als een reizend geleerde ging bestudeeren …?
Ja waarlijk; dàt is nu net iets voor mij!
Kronieken las ik, toen ’k nog klein was,
En wetenschap heb ik ook later beoefend …
’k Zal volgen der menschheid oeroude baan!
’k Zal drijven op den stroom der historie als ’n veer,
Die weer doorleven, als in een droom,…
Der helden strijd zien, voor wat groot is en goed,…
Doch als toeschouwer maar, op een veilige plek,…
Zien denkers vallen, martelaars sneven,
Zien rijken stichten en rijken vergaan,…
Zien wereldmomenten uit het kleine ontstaan …
Kortom, ’k wil de heele historie afroomen …
Ik moet zien mij een Becker aan te schaffen,
En chronologisch te reizen zoo ver ik kan komen.
’t Is waar … in geschiedenis ben ik niet sterk,
En hoe ’t in elkaar zit begrijp ik nooit recht.
Maar och! waar ’t uitgangspunt soms het gekst is,
Wordt dikwijls de oorspronklijkste uitkomst verkregen …
Hoe verheffend toch is ’t zich een doel te kiezen,
En alles te willen om dat te bereiken!
(stil aangedaan).
Losmaken, scheuren familiebanden,
Alles wat bindt aan magen en vrienden,…
In de lucht laten vliegen je geld en goed,
Zeggen zijn liefdegeluk goeden nacht,…
Alles om te vinden der waarheid mysterie..
(droogt een traan af).
Dat is het kenmerk van ’n waar onderzoeker!
’k Gevoel mij toch zoo bovenmatig gelukkig
Nú weet ik dan ’t raadsel van mijn bestemming.
Nu maar mij er doorslaan, door dik en dun!
’t Is wel te vergeven dat ik ’t hoofd hoog draag
En voel wat ik waard ben als man, Peer Gynt,
Ook wel genaamd de keizer van ’t leven …
De som van ’t verleden wil ik bezitten;
Nooit meer loopen der levenden wegen;…
Het heden is nog geen schoenzool waard;
Zonder merg of pit is der mannen gedoe:
Hun geest heeft geen vlucht, hun daden geen kracht;…
(haalt de schouders op).
En vrouwen,… dat ’s maar een poover geslacht!…
Zomerdag. Hoog boven in ’t Noorden. Een hut in ’t bosch in de bergen. Open deur met een groot houten slot. Een rendiergewei boven de deur. Een troep geiten bij den muur van de hut staande.
Een vrouw van middelbare jaren, blond en mooi, zit te spinnen buiten in den zonneschijn.
De Vrouw(werpt een blik op den weg beneden en zingt).Misschien zullen winter en lente vergaan,En zomer en herfst met stervende blaân …Maar ééns zal je komen … mijn liefde gelooft!En wachten zal ik … dat heb ik beloofd.(lokt de geiten, spint en zingt weer).God helpe je, waar je op aarde ook gaat,God zegen je, als aan zijn voeten je staat!Hier zal ik wachten van jaar tot jaar …En wacht jij hier boven, dan vind ik je daar!
De Vrouw(werpt een blik op den weg beneden en zingt).
Misschien zullen winter en lente vergaan,
En zomer en herfst met stervende blaân …
Maar ééns zal je komen … mijn liefde gelooft!
En wachten zal ik … dat heb ik beloofd.
(lokt de geiten, spint en zingt weer).
God helpe je, waar je op aarde ook gaat,
God zegen je, als aan zijn voeten je staat!
Hier zal ik wachten van jaar tot jaar …
En wacht jij hier boven, dan vind ik je daar!
In Egypte. Morgenschemering. De Memnonszuil in het zand.Peer Gyntkomt aanloopen en kijkt een oogenblik rond.
Peer Gynt.Hier kon ik, gevoeglijk mijn tocht beginnen …Dus nu ben ’k Egyptenaar voor de verandring;Maar Egyptenaar, steunend op ’t Gyntsche ik;Later denk ik dan naar Assyrië te gaan.Te beginnen heelemaal met de schepping,Zou enkel tijdverlies na zich slepen;…’k Laat de bijbelsche historie er dus maar buiten,Het spoor dáárvan vind ’k toch altijd terug;En om, zooals ’t heet, ’t naadje van de kous te zoeken,Ligt buiten mijn plan en buiten mijn kunnen.(gaat op een steen zitten).Nu ga ik wat rusten en wachten, geduldig,Tot Memnon zijn morgenzang heeft voorgezongen.Na ’t ontbijt ga ik dan de Pyramide beklimmen;Heb ik tijd, ga ik later er ook nog eens binnen.Dan over land naar de Roode Zee;Misschien vind ik daar Koning Potifars graf …Dan ben ik Aziaat weer. In Babylon ga ’k zoekenDe wereldberoemde hangende tuinen,Te weten, ’t voornaamste spoor van cultuur.En dan met een sprong naar Troja’s muur.Van Troja is er directe verbindingOver zee, naar ’t heerlijke, oude Athene;…Daar wil ’k op de plaats zelf, goed bezienEn berijden, den pas dien Leonidas dekte;…Dan maak ’k mij vertrouwd met de beste filosofen,Zoek het huis op, waar Socrates stierf als offer …;Neen, ’t is waar ook,… daar wordt nu gevochten …!Nou, dan moet ’t Hellenisme maar blijven liggen.(kijkt op zijn horloge).’t Is toch al te gek dat ’k zoo lang moet wachtenVóór de zon opgaat. Mijn tijd is kort.Dus ’t oude Troja;… daar kwam ik van daan …(staat op en luistert).Wat is dat voor een wonderlijk ruischen en suizen?
Peer Gynt.
Hier kon ik, gevoeglijk mijn tocht beginnen …
Dus nu ben ’k Egyptenaar voor de verandring;
Maar Egyptenaar, steunend op ’t Gyntsche ik;
Later denk ik dan naar Assyrië te gaan.
Te beginnen heelemaal met de schepping,
Zou enkel tijdverlies na zich slepen;…
’k Laat de bijbelsche historie er dus maar buiten,
Het spoor dáárvan vind ’k toch altijd terug;
En om, zooals ’t heet, ’t naadje van de kous te zoeken,
Ligt buiten mijn plan en buiten mijn kunnen.
(gaat op een steen zitten).
Nu ga ik wat rusten en wachten, geduldig,
Tot Memnon zijn morgenzang heeft voorgezongen.
Na ’t ontbijt ga ik dan de Pyramide beklimmen;
Heb ik tijd, ga ik later er ook nog eens binnen.
Dan over land naar de Roode Zee;
Misschien vind ik daar Koning Potifars graf …
Dan ben ik Aziaat weer. In Babylon ga ’k zoeken
De wereldberoemde hangende tuinen,
Te weten, ’t voornaamste spoor van cultuur.
En dan met een sprong naar Troja’s muur.
Van Troja is er directe verbinding
Over zee, naar ’t heerlijke, oude Athene;…
Daar wil ’k op de plaats zelf, goed bezien
En berijden, den pas dien Leonidas dekte;…
Dan maak ’k mij vertrouwd met de beste filosofen,
Zoek het huis op, waar Socrates stierf als offer …;
Neen, ’t is waar ook,… daar wordt nu gevochten …!
Nou, dan moet ’t Hellenisme maar blijven liggen.
(kijkt op zijn horloge).
’t Is toch al te gek dat ’k zoo lang moet wachten
Vóór de zon opgaat. Mijn tijd is kort.
Dus ’t oude Troja;… daar kwam ik van daan …
(staat op en luistert).
Wat is dat voor een wonderlijk ruischen en suizen?
(Zonsopgang).
De Memnonzuil(zingt).Uit Goddelijke asch verrijzen verjongendeVogels, zingende.Zeus, de Alwetende,Schiep hen als strijdenden.Wijsheidsuilen,Waar slapen mijn vogels?Gij moet sterven of raden’t Gezongen raadsel!
De Memnonzuil(zingt).
Uit Goddelijke asch verrijzen verjongende
Vogels, zingende.
Zeus, de Alwetende,
Schiep hen als strijdenden.
Wijsheidsuilen,
Waar slapen mijn vogels?
Gij moet sterven of raden
’t Gezongen raadsel!
Peer Gynt.Waarachtig,… klonk het niet of daar kwamGeluid uit de zuil! Dat was oudheidsmuziek.Ik hoorde het stijgen der stem en het dalen …Dit zal ik noteeren. Iets voor de geleerden.(noteert in zijn zakboekje):“De zuil zong. Ik hoorde duidlijk het geluid,Doch verstond van het lied de woorden niet heel goed.Het geheel was natuurlijk zinsbedrog.Anders niets belangrijks opgemerkt van daag.”
Peer Gynt.
Waarachtig,… klonk het niet of daar kwam
Geluid uit de zuil! Dat was oudheidsmuziek.
Ik hoorde het stijgen der stem en het dalen …
Dit zal ik noteeren. Iets voor de geleerden.
(noteert in zijn zakboekje):
“De zuil zong. Ik hoorde duidlijk het geluid,
Doch verstond van het lied de woorden niet heel goed.
Het geheel was natuurlijk zinsbedrog.
Anders niets belangrijks opgemerkt van daag.”
(gaat verder).
Bij het dorp Gizeh. De groote, in de rotsen uitgehouwen sfinx. In de verte de torens en minarets van Kaïro.
Peer Gyntkomt op; hij bekijkt de sfinx aandachtig, dan door zijn lorgnet, dan door de holle hand.
Peer Gynt.Waar ter wereld heb ik toch vroeger gezienIets, dat mij herinnert aan dit model?Want ’k héb ’t gezien ergens, in Noord of Zuid.Was het een persoon? En zoo ja dan, wie?Hij, Memnon, dat viel mij achterna in,Leek op den ouden Kabouterkoning,Zoo als hij zat daar, stijf en strak,Zijn zitvlak rustend op stompe zuilen …Maar hier, dit tweeslachtige wonderdier,Deze kruising, zoo vreemd, van leeuw en vrouw,…Zit mij dit ook uit een sprookje in ’t hoofd?Of herinner ik ’t mij uit de werkelijkheid?Uit een sprookje? Wacht, nu weet ik het weer!’t Is Böjgen, zoo waar, dien ik sloeg op zijn kop,…Dat ’s te zeggen, ik droomde … want ik lag te ijlen …(komt nader).Net dezelfde oogen; en dezelfde lippen;…Niet zoo dof, de oogen, wat meer geslepen;Maar verder in hoofdzaak vrijwel dezelfde …Zoo, zoo, jij Böjg; je lijkt op een leeuw,Als men je ziet van achtren en ontmoet over dag!Kan je nog wel raden? Dat zal ’k eens probeeren.Nu zal ’k eens zien of je weer antwoordt als laatst!(roept tegen de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?
Peer Gynt.
Waar ter wereld heb ik toch vroeger gezien
Iets, dat mij herinnert aan dit model?
Want ’k héb ’t gezien ergens, in Noord of Zuid.
Was het een persoon? En zoo ja dan, wie?
Hij, Memnon, dat viel mij achterna in,
Leek op den ouden Kabouterkoning,
Zoo als hij zat daar, stijf en strak,
Zijn zitvlak rustend op stompe zuilen …
Maar hier, dit tweeslachtige wonderdier,
Deze kruising, zoo vreemd, van leeuw en vrouw,…
Zit mij dit ook uit een sprookje in ’t hoofd?
Of herinner ik ’t mij uit de werkelijkheid?
Uit een sprookje? Wacht, nu weet ik het weer!
’t Is Böjgen, zoo waar, dien ik sloeg op zijn kop,…
Dat ’s te zeggen, ik droomde … want ik lag te ijlen …
(komt nader).
Net dezelfde oogen; en dezelfde lippen;…
Niet zoo dof, de oogen, wat meer geslepen;
Maar verder in hoofdzaak vrijwel dezelfde …
Zoo, zoo, jij Böjg; je lijkt op een leeuw,
Als men je ziet van achtren en ontmoet over dag!
Kan je nog wel raden? Dat zal ’k eens probeeren.
Nu zal ’k eens zien of je weer antwoordt als laatst!
(roept tegen de sfinx).
Zeg, Böjg, wie ben je?
Een Stem(achter de sfinx).Zeg, Böjg, wie ben je?Ach, Sfinx, wer bist du!
Een Stem(achter de sfinx).
Zeg, Böjg, wie ben je?Ach, Sfinx, wer bist du!
Peer Gynt.Wat! De echo antwoordt in ’t Duitsch! Merkwaardig!
Peer Gynt.
Wat! De echo antwoordt in ’t Duitsch! Merkwaardig!
De Stem.Wer bist du?
De Stem.
Wer bist du?
Peer Gynt.Wer bist du?En spreekt het daarbij uitstekend!Die opmerking is van mij en nieuw.(noteert in zijn zakboekje:)“Echo in ’t Duitsch. Dialect van Berlijn.”
Peer Gynt.
Wer bist du?En spreekt het daarbij uitstekend!
Die opmerking is van mij en nieuw.
(noteert in zijn zakboekje:)
“Echo in ’t Duitsch. Dialect van Berlijn.”
Begriffenfeldt(komt van achter de sfinx te voorschijn).Een mensch!
Begriffenfeldt(komt van achter de sfinx te voorschijn).
Een mensch!
Peer Gynt.Een mensch!Ah zoo! ’t Washijdie sprak.(noteert weer:)“Kwam tot een ander besluit naderhand.”
Peer Gynt.
Een mensch!Ah zoo! ’t Washijdie sprak.
(noteert weer:)
“Kwam tot een ander besluit naderhand.”
Begriffenfeldt(onder allerlei zenuwachtige gebaren).Mijnheer, excuseer …! Een levensvraag …!Wat voert u op heden juist hierheen?
Begriffenfeldt(onder allerlei zenuwachtige gebaren).
Mijnheer, excuseer …! Een levensvraag …!
Wat voert u op heden juist hierheen?
Peer Gynt.Een bezoek. Ik begroet een vriend uit mijn jeugd.
Peer Gynt.
Een bezoek. Ik begroet een vriend uit mijn jeugd.
Begriffenfeldt.Wat? De sfinx …?
Begriffenfeldt.
Wat? De sfinx …?
Peer Gynt.Wat? De sfinx …?Is een kennis uit vroeger tijd.
Peer Gynt.
Wat? De sfinx …?Is een kennis uit vroeger tijd.
Begriffenfeldt.Verbazend … En dat na dezen nacht!Mijn voorhoofd hamert! Ik vrees dat ’t zal barsten!Kent u de sfinx? Antwoord! Spreek! Kan u zeggenWat zij is?
Begriffenfeldt.
Verbazend … En dat na dezen nacht!
Mijn voorhoofd hamert! Ik vrees dat ’t zal barsten!
Kent u de sfinx? Antwoord! Spreek! Kan u zeggen
Wat zij is?
Peer Gynt.Wat zij is?Wat zij is? Ja, dat kan ik glad;Zij iszich zelf.
Peer Gynt.
Wat zij is?Wat zij is? Ja, dat kan ik glad;
Zij iszich zelf.
Begriffenfeldt(opspringend).Zij iszich zelf.Ha, de oplossing flitsteAls ’n bliksemschicht daar!… Inderdaad? Weet u ’t vast?Zich zelf?
Begriffenfeldt(opspringend).
Zij iszich zelf.Ha, de oplossing flitste
Als ’n bliksemschicht daar!… Inderdaad? Weet u ’t vast?
Zich zelf?
Peer Gynt.Zich zelf?Ja, dat zei zij mij ten minste.
Peer Gynt.
Zich zelf?Ja, dat zei zij mij ten minste.
Begriffenfeldt.Zich zelf! ’t Uur der omwenteling naakt!(neemt zijn hoed af).O, uw naam, bitte sehr?
Begriffenfeldt.
Zich zelf! ’t Uur der omwenteling naakt!
(neemt zijn hoed af).
O, uw naam, bitte sehr?
Peer Gynt.O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt, met verlof.
Peer Gynt.
O, uw naam, bitte sehr?Peer Gynt, met verlof.
Begriffenfeldt(met stille bewondering).Peer Gynt! Allegorisch! Dat was te verwachten …Peer Gynt! Dat wil zeggen: de onbekende,…De komende, wiens komst mij verkondigd was …
Begriffenfeldt(met stille bewondering).
Peer Gynt! Allegorisch! Dat was te verwachten …
Peer Gynt! Dat wil zeggen: de onbekende,…
De komende, wiens komst mij verkondigd was …
Peer Gynt.Och, waarlijk? En komt u mij hier nu afhalen …?
Peer Gynt.
Och, waarlijk? En komt u mij hier nu afhalen …?
Begriffenfeldt.Peer Gynt! Diepzinnig! Raadselvol! Scherp!Ieder woord is een bron van diepe wijsheid!Wat is u?
Begriffenfeldt.
Peer Gynt! Diepzinnig! Raadselvol! Scherp!
Ieder woord is een bron van diepe wijsheid!
Wat is u?
Peer Gynt(bescheiden).Wat is u?’k Heb altijd getracht te wezenMij zelf. En ovrigens, hier is mijn pas.
Peer Gynt(bescheiden).
Wat is u?’k Heb altijd getracht te wezen
Mij zelf. En ovrigens, hier is mijn pas.
Begriffenfeldt.Alweer dat raadselvolle woord op den bodem!(grijpt hem bij den pols).NaarKaïro! Der navorschers keizer is gevonden!
Begriffenfeldt.
Alweer dat raadselvolle woord op den bodem!
(grijpt hem bij den pols).
NaarKaïro! Der navorschers keizer is gevonden!
Peer Gynt.Keizer?
Peer Gynt.
Keizer?
Begriffenfeldt.Keizer?Kom!
Begriffenfeldt.
Keizer?Kom!
Peer Gynt.Keizer? Kom!Ben ik waarlijk bekend …?
Peer Gynt.
Keizer? Kom!Ben ik waarlijk bekend …?
Begriffenfeldt(terwijl hij hem meetrekt).Der navorschers keizer … op grondslag van het zelf!
Begriffenfeldt(terwijl hij hem meetrekt).
Der navorschers keizer … op grondslag van het zelf!
In Kaïro. Een groote binnenplaats met hooge muren, omgeven door gebouwen. Getraliede vensters; ijzeren kooien.
Drie oppassersop de binnenplaats.Een vierdekomt op.
De Komende.Schafmann, zeg eens, waar is de directeur?
De Komende.
Schafmann, zeg eens, waar is de directeur?
Een Oppasser.Van morgen heel vroeg al uitgereden.
Een Oppasser.
Van morgen heel vroeg al uitgereden.
De Eerste.’k Geloof dat hem iets aakligs is overkomen;Want van nacht …
De Eerste.
’k Geloof dat hem iets aakligs is overkomen;
Want van nacht …
De Tweede.Want van nacht …Sst, wees stil; hij is daar aan de deur!
De Tweede.
Want van nacht …Sst, wees stil; hij is daar aan de deur!
(Begriffenfeldt leidt Peer Gynt binnen, sluit de deur en steekt den sleutel in zijn zak).
Peer Gynt(in zich zelf).In waarheid, een uiterst begaafde man;Bijna al wat hij zegt gaat boven mijn begrip.(kijkt rond).Dus dit hier is de geleerden-club?
Peer Gynt(in zich zelf).
In waarheid, een uiterst begaafde man;
Bijna al wat hij zegt gaat boven mijn begrip.
(kijkt rond).
Dus dit hier is de geleerden-club?
Begriffenfeldt.Hier zijn ze allen, de heele troep;…Een zeventig navorschers en geleerden,Sedert kort nog tot honderd en drie vermeerderd …(roept tegen de oppassers).Michel, Schlingelberg, Schafmann, Fuchs,…Gauw in je kooien, een, twee, drie!
Begriffenfeldt.
Hier zijn ze allen, de heele troep;…
Een zeventig navorschers en geleerden,
Sedert kort nog tot honderd en drie vermeerderd …
(roept tegen de oppassers).
Michel, Schlingelberg, Schafmann, Fuchs,…
Gauw in je kooien, een, twee, drie!
De Oppassers.Wij?
De Oppassers.
Wij?
Begriffenfeldt.Wij?Wie anders? Vooruit! vooruit!Draait rond de wereld, dan draaien wij mee.(dwingt ze in een kooi).Van daag is hij gekomen, de groote Peer;…De rest kan je wel begrijpen,… ik zeg verder niets meer.
Begriffenfeldt.
Wij?Wie anders? Vooruit! vooruit!
Draait rond de wereld, dan draaien wij mee.
(dwingt ze in een kooi).
Van daag is hij gekomen, de groote Peer;…
De rest kan je wel begrijpen,… ik zeg verder niets meer.
(sluit de kooi af en gooit den sleutel in een put).
Peer Gynt.Maar, waarde heer dokter en directeur …?
Peer Gynt.
Maar, waarde heer dokter en directeur …?
Begriffenfeldt.Niets van dat alles! Dat ben ik niet meer …Mijnheer Peer, kan u zwijgen? Ik moet mij uiten …
Begriffenfeldt.
Niets van dat alles! Dat ben ik niet meer …
Mijnheer Peer, kan u zwijgen? Ik moet mij uiten …
Peer Gynt(in toenemende onrust).Wat is er?
Peer Gynt(in toenemende onrust).
Wat is er?
Begriffenfeldt.Wat is er?Beloof dat u niet zal beven.
Begriffenfeldt.
Wat is er?Beloof dat u niet zal beven.
Peer Gynt.’k Zal mijn best doen …
Peer Gynt.
’k Zal mijn best doen …
Begriffenfeldt(trekt hem in een hoek en fluistert).’k Zal mijn best doen …De volstrekte redeIs gistren gestorven precies om elf uur.
Begriffenfeldt(trekt hem in een hoek en fluistert).
’k Zal mijn best doen …De volstrekte rede
Is gistren gestorven precies om elf uur.
Peer Gynt.God bewaar me …!
Peer Gynt.
God bewaar me …!
Begriffenfeldt.God bewaar me …!Ja, dat is uiterst bedroevend,En dubbel onaangenaam in mijn positie,Want dit huis werd tot op dit uur nog beschouwdAls een gekkenhuis.
Begriffenfeldt.
God bewaar me …!Ja, dat is uiterst bedroevend,
En dubbel onaangenaam in mijn positie,
Want dit huis werd tot op dit uur nog beschouwd
Als een gekkenhuis.
Peer Gynt.Als een gekkenhuis.Wat! Als een gekkenhuis!
Peer Gynt.
Als een gekkenhuis.Wat! Als een gekkenhuis!
Begriffenfeldt.Nu niet meer, begrijpt u!
Begriffenfeldt.
Nu niet meer, begrijpt u!
Peer Gynt(bleek en zachtjes).Nu niet meer, begrijpt u!Nú herken ik de plaats wel!En gek is die man;… en niemand weet het!
Peer Gynt(bleek en zachtjes).
Nu niet meer, begrijpt u!Nú herken ik de plaats wel!
En gek is die man;… en niemand weet het!
(tracht weg te komen).
Begriffenfeldt(volgt hem).Ik hoop ovrigens dat u mij heeft begrepen?Als ik zeg: zij is dood, dan is dat schijn.Zij ging van haar zelve … is uit haar vel gesprongen,…Net precies als deed wijlen Münchhausens vos.
Begriffenfeldt(volgt hem).
Ik hoop ovrigens dat u mij heeft begrepen?
Als ik zeg: zij is dood, dan is dat schijn.
Zij ging van haar zelve … is uit haar vel gesprongen,…
Net precies als deed wijlen Münchhausens vos.
Peer Gynt.Een oogenblik maar …
Peer Gynt.
Een oogenblik maar …
Begriffenfeldt(houdt hem vast).Een oogenblik maar …Neen, het was als een aal;…Niet als een vos. Door het oog stak een naald;Zij spartelde hevig …
Begriffenfeldt(houdt hem vast).
Een oogenblik maar …Neen, het was als een aal;…
Niet als een vos. Door het oog stak een naald;
Zij spartelde hevig …
Peer Gynt.Zij spartelde hevig …Waar vind ik een uitweg!
Peer Gynt.
Zij spartelde hevig …Waar vind ik een uitweg!
Begriffenfeldt.Om haar hals heen een snee en, rits! naar beneden!
Begriffenfeldt.
Om haar hals heen een snee en, rits! naar beneden!
Peer Gynt.Hij ’s gek! Volslagen krankzinnig nu!
Peer Gynt.
Hij ’s gek! Volslagen krankzinnig nu!
Begriffenfeldt.Eén ding is klaar, en laat zich niet verbloemen …Dit van-zich-zelf-gaan zal ten gevolge hebben,Een heelen omkeer te land en te zee.De personen, die vroeger krankzinnig heetten,Zijn gistren avond normaal geworden,Overeenkomstig ’t verstand in zijn nieuwe phase.En kijkt men dan verder de zaak goed aan,Dan volgt dus, dat juist op datzelfde uurDe zoogenaamd wijzen begonnen te razen.
Begriffenfeldt.
Eén ding is klaar, en laat zich niet verbloemen …
Dit van-zich-zelf-gaan zal ten gevolge hebben,
Een heelen omkeer te land en te zee.
De personen, die vroeger krankzinnig heetten,
Zijn gistren avond normaal geworden,
Overeenkomstig ’t verstand in zijn nieuwe phase.
En kijkt men dan verder de zaak goed aan,
Dan volgt dus, dat juist op datzelfde uur
De zoogenaamd wijzen begonnen te razen.
Peer Gynt.U noemde ’t woord uur; mijn tijd is kort …
Peer Gynt.
U noemde ’t woord uur; mijn tijd is kort …
Begriffenfeldt.Uw tijd? ’t Is goed dat u daarvan spreekt!(opent een deur en roept).Er uit! Nu breekt aan de nieuwe tijd!De rede is dood. Leve Peer Gynt!
Begriffenfeldt.
Uw tijd? ’t Is goed dat u daarvan spreekt!
(opent een deur en roept).
Er uit! Nu breekt aan de nieuwe tijd!
De rede is dood. Leve Peer Gynt!
Peer Gynt.Maar, mijn goede man …!
Peer Gynt.
Maar, mijn goede man …!
(De krankzinnigen komen allengs naar buiten de binnenplaats op).
Begriffenfeldt.Maar, mijn goede man …!Goêmorgen! Komt hier!Begroet der bevrijding morgenrood!Uw keizer staat vóór u!
Begriffenfeldt.
Maar, mijn goede man …!Goêmorgen! Komt hier!
Begroet der bevrijding morgenrood!
Uw keizer staat vóór u!
Peer Gynt.Uw keizer staat vóór u!Keizer?
Peer Gynt.
Uw keizer staat vóór u!Keizer?
Begriffenfeldt.Uw keizer staat vóór u! Keizer?Gewis.
Begriffenfeldt.
Uw keizer staat vóór u! Keizer?Gewis.
Peer Gynt.Maar de eer is zoo groot, zoo gansch buitensporig …
Peer Gynt.
Maar de eer is zoo groot, zoo gansch buitensporig …
Begriffenfeldt.Ach, laat alle valsche bescheidenheid varenIn ’n uur als dit …
Begriffenfeldt.
Ach, laat alle valsche bescheidenheid varen
In ’n uur als dit …
Peer Gynt.In ’n uur als dit …Ja, maar gun mij toch tijd …!Neen, ik deug er niet voor; ik ben glad versuft al!
Peer Gynt.
In ’n uur als dit …Ja, maar gun mij toch tijd …!
Neen, ik deug er niet voor; ik ben glad versuft al!
Begriffenfeldt.Een man, die gehoord heeft der sfinx opinie?Die zichzelf is?
Begriffenfeldt.
Een man, die gehoord heeft der sfinx opinie?
Die zichzelf is?
Peer Gynt.Die zichzelf is?Daar zit juist de knoop, ja.Ik ben mijzelf in allen deele;Maar hier, zoover ’k begrijp, hier moetMen buiten zichzelf zijn, om zoo te zeggen.
Peer Gynt.
Die zichzelf is?Daar zit juist de knoop, ja.
Ik ben mijzelf in allen deele;
Maar hier, zoover ’k begrijp, hier moet
Men buiten zichzelf zijn, om zoo te zeggen.
Begriffenfeldt.Wat? Buiten zichzelf? Neen, daar tast u mis!Hier is men zichzelf juist zonder genade,Volstrekt zichzelf, zonder ook maarietsanders;Men zeilt als zichzelf, vlak voor den wind.In ’t vat van zijn ik bergt een ieder zich op;In eigen gisting duikt hij naar den grond,…En sluit zich hermetisch met de prop van zijn ik;En dicht het hout in de bron van zijn ik.Niemand heeft tranen voor andermans smarten,Niemand gedachten voor andermans denken.Ons zelf, dat zijn wij in geest en geluiden,Ons zelf, tot den uitersten rand van de springplank …En dus, moet er keizer hier iemand worden,Is u voor den troon onze ware man.
Begriffenfeldt.
Wat? Buiten zichzelf? Neen, daar tast u mis!
Hier is men zichzelf juist zonder genade,
Volstrekt zichzelf, zonder ook maarietsanders;
Men zeilt als zichzelf, vlak voor den wind.
In ’t vat van zijn ik bergt een ieder zich op;
In eigen gisting duikt hij naar den grond,…
En sluit zich hermetisch met de prop van zijn ik;
En dicht het hout in de bron van zijn ik.
Niemand heeft tranen voor andermans smarten,
Niemand gedachten voor andermans denken.
Ons zelf, dat zijn wij in geest en geluiden,
Ons zelf, tot den uitersten rand van de springplank …
En dus, moet er keizer hier iemand worden,
Is u voor den troon onze ware man.
Peer Gynt.Ik wou dat de duivel …!
Peer Gynt.
Ik wou dat de duivel …!
Begriffenfeldt.Ik wou dat de duivel …!Maar goeden moed!Haast alles op aarde is nieuw in ’t begin.“Zichzelf”;… kom, hier zal ’k een voorbeeld u toonen,Ik kies maar het eerste het beste dat ’k zie …(tegen een sombere gedaante).Goêndag, Hoehoe! Wel, loop je, mijn zoon,Nog altijd maar rond in droefheids gewaad?
Begriffenfeldt.
Ik wou dat de duivel …!Maar goeden moed!
Haast alles op aarde is nieuw in ’t begin.
“Zichzelf”;… kom, hier zal ’k een voorbeeld u toonen,
Ik kies maar het eerste het beste dat ’k zie …
(tegen een sombere gedaante).
Goêndag, Hoehoe! Wel, loop je, mijn zoon,
Nog altijd maar rond in droefheids gewaad?
Hoehoe.Kan ik anders, als mijn volk steedsOnvertolkt, vergeten sterft?(tegen Peer Gynt).U is vreemdling; wil u hooren?
Hoehoe.
Kan ik anders, als mijn volk steeds
Onvertolkt, vergeten sterft?(tegen Peer Gynt).
U is vreemdling; wil u hooren?
Peer Gynt(buigt).’t Zal me een eer zijn!
Peer Gynt(buigt).
’t Zal me een eer zijn!
Hoehoe.’t Zal me een eer zijn!Goed dan, luister …Als een bloemkrans, ver in ’t Oosten,Ligt de Malabaarsche kuststreek.Hollanders en PortugeezenHebben daar gebracht beschaving.Bovendien zijn daar nog massa’sVan de echte Malabaren.Zij, die onze taal verknoeiden,Zijn nu meester van het land daar;Maar in lang vervlogen tijdenHeerschte daar de Orang-oetan.Hij was heer van ’t bosch en meester;Vrij mocht hij daar dooden, brullen.Ongetemd natuurvoortbrengselGroeide en gaapte hij als zoodanig.Onbelemmerd mocht hij schreeuwen;Hij was in zijn rijk de heerscher …Maar toen kwam het juk der vreemdenOnze oerwoudstaal verwarren.’n Nacht van viermaal honderd jarenSloopte Orang-oetan’s krachten;En men weet, zoo lange nachtenHouden alle ontwikling tegen.’t Oergeluid van ’t woud verstomdeEn men hoorde niet meer brommen;…Zullen wij gedachten uitenMoeten wij dat doen met woorden.Welk een dwang voor alle standen!Hollanders en Portugeezen,Kleurlingen en Malabaren,Alles was het even lastig …’k Heb beproefd er voor te vechten,Voor onze oerwoudstaal, de echte,…’t Arme lijk te doen herleven,…’t Recht van ’t volk op schreeuwen steunend,…Zelf geschreeuwd, en aangetoond ook’t Nut er van in volksgezangen …Doch geen mensch waardeert mijn pogen …Mijn verdriet zal u begrijpen.Dank, dat u naar mij wou luistren;…Weet u raad, laat mij dien hooren!
Hoehoe.
’t Zal me een eer zijn!Goed dan, luister …
Als een bloemkrans, ver in ’t Oosten,
Ligt de Malabaarsche kuststreek.
Hollanders en Portugeezen
Hebben daar gebracht beschaving.
Bovendien zijn daar nog massa’s
Van de echte Malabaren.
Zij, die onze taal verknoeiden,
Zijn nu meester van het land daar;
Maar in lang vervlogen tijden
Heerschte daar de Orang-oetan.
Hij was heer van ’t bosch en meester;
Vrij mocht hij daar dooden, brullen.
Ongetemd natuurvoortbrengsel
Groeide en gaapte hij als zoodanig.
Onbelemmerd mocht hij schreeuwen;
Hij was in zijn rijk de heerscher …
Maar toen kwam het juk der vreemden
Onze oerwoudstaal verwarren.
’n Nacht van viermaal honderd jaren
Sloopte Orang-oetan’s krachten;
En men weet, zoo lange nachten
Houden alle ontwikling tegen.
’t Oergeluid van ’t woud verstomde
En men hoorde niet meer brommen;…
Zullen wij gedachten uiten
Moeten wij dat doen met woorden.
Welk een dwang voor alle standen!
Hollanders en Portugeezen,
Kleurlingen en Malabaren,
Alles was het even lastig …
’k Heb beproefd er voor te vechten,
Voor onze oerwoudstaal, de echte,…
’t Arme lijk te doen herleven,…
’t Recht van ’t volk op schreeuwen steunend,…
Zelf geschreeuwd, en aangetoond ook
’t Nut er van in volksgezangen …
Doch geen mensch waardeert mijn pogen …
Mijn verdriet zal u begrijpen.
Dank, dat u naar mij wou luistren;…
Weet u raad, laat mij dien hooren!
Peer Gynt(zachtjes).Geschreven staat er: men moet huilenMet de wolven, die in ’t bosch zijn.(luid).Waarde vriend, ik meen te wetenDat er in Marokko’s bosschenNog zijn Orang-oetantroepen,Levend zonder tolk of zangen;Hun geluid klonk Malabarisch!’t Ware mooi en exemplarisch,Als u nu, als andre grooten,Daarheen trok, uw volk ten bate …
Peer Gynt(zachtjes).
Geschreven staat er: men moet huilen
Met de wolven, die in ’t bosch zijn.
(luid).
Waarde vriend, ik meen te weten
Dat er in Marokko’s bosschen
Nog zijn Orang-oetantroepen,
Levend zonder tolk of zangen;
Hun geluid klonk Malabarisch!
’t Ware mooi en exemplarisch,
Als u nu, als andre grooten,
Daarheen trok, uw volk ten bate …
Hoehoe.Dank, dat u naar mij wou luistren!Ik zal doen wat u mij aanraadt.(met een plechtig gebaar).’t Oosten heeft zijn tolk verstooten!Orang-oetans heeft het Westen!(Af).
Hoehoe.
Dank, dat u naar mij wou luistren!
Ik zal doen wat u mij aanraadt.
(met een plechtig gebaar).
’t Oosten heeft zijn tolk verstooten!
Orang-oetans heeft het Westen!(Af).
Begriffenfeldt.Nu wàs hij zichzelf? Dàt zou ik meenen.Van zichzelf is hij vol, en alleen van dat ééne.Hij ’s zichzelf in alles wat hij van zich geeft,Zichzelfjuist krachtens zijn ván-zichzelf-zijn.Kom hier! Nu zal ’k u een ander wijzen,Sedert gistren niet minder behoorlijk verstandig.(tegen eenFellahdie een mummie op zijn rug draagt).Koning Apis, verheven heer, hoe gaat het?
Begriffenfeldt.
Nu wàs hij zichzelf? Dàt zou ik meenen.
Van zichzelf is hij vol, en alleen van dat ééne.
Hij ’s zichzelf in alles wat hij van zich geeft,
Zichzelfjuist krachtens zijn ván-zichzelf-zijn.
Kom hier! Nu zal ’k u een ander wijzen,
Sedert gistren niet minder behoorlijk verstandig.
(tegen eenFellahdie een mummie op zijn rug draagt).
Koning Apis, verheven heer, hoe gaat het?
De Fellah(woest tegen Peer Gynt).Ben ’k koning Apis?
De Fellah(woest tegen Peer Gynt).
Ben ’k koning Apis?
Peer Gynt(schuift achter den dokter).Ben ’k koning Apis?Ik moet helaas bekennenDat ’k niet ben op de hoogte der omstandigheden.Maar ’k geloof toch, als ’k mag afgaan op den toon, dat …
Peer Gynt(schuift achter den dokter).
Ben ’k koning Apis?Ik moet helaas bekennen
Dat ’k niet ben op de hoogte der omstandigheden.
Maar ’k geloof toch, als ’k mag afgaan op den toon, dat …
De Fellah.Nu lieg jij ook!
De Fellah.
Nu lieg jij ook!
Begriffenfeldt.Nu lieg jij ook!Laat uwe Hoogheid vertellen,Hoe dan de zaken staan.
Begriffenfeldt.
Nu lieg jij ook!Laat uwe Hoogheid vertellen,
Hoe dan de zaken staan.
De Fellah.Hoe dan de zaken staan.Dat zal ik u zeggen.(wendt zich tot Peer Gynt).Zie je hem, dien ik hier op mijn rug draag?Koning Apis was eens zijn naam.Nu draagt hij den naam van mummie,En is dan ook heelemaal dood.Hij bouwde de Pyramiden,Beeldhouwde de groote sfinx,En streed, zooals zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.En daarom heeft heel EgypteAls ’n God hem geprezen hier,En vereerd hem in al zijn tempelsIn de afbeelding van een stier …Maarikben die koning Apis,Dat ’s zoo zeker als ’k hier sta;En als je dat niet begrijpt nog,Dan zal je ’t zien weldra.Koning Apis, die was op de jacht eens,En steeg even af, de held,En ging een oogenblik zittenTerzijde, op mijn voorvaders veld.Maar ’t veld dat de koning bemestte,Dat voedde mij met zijn graan;En eischt iemand meer bewijzen,’k Toon onzichtbare horens hem aan.En is ’t dan voor mij niet wanhopigDat niemand erkent mijn macht!’k Ben Apis naar recht van geboorte,Maar word als Fellah veracht.Kan een goeden raad je mij gevenO, doe het dan, zonder bedrog;…Wat moet ik doen om te wordenAls Apis, de Groote, nu nog?
De Fellah.
Hoe dan de zaken staan.Dat zal ik u zeggen.
(wendt zich tot Peer Gynt).
Zie je hem, dien ik hier op mijn rug draag?
Koning Apis was eens zijn naam.
Nu draagt hij den naam van mummie,
En is dan ook heelemaal dood.
Hij bouwde de Pyramiden,
Beeldhouwde de groote sfinx,
En streed, zooals zegt de dokter,
Met de Turken, rechts en links.
En daarom heeft heel Egypte
Als ’n God hem geprezen hier,
En vereerd hem in al zijn tempels
In de afbeelding van een stier …
Maarikben die koning Apis,
Dat ’s zoo zeker als ’k hier sta;
En als je dat niet begrijpt nog,
Dan zal je ’t zien weldra.
Koning Apis, die was op de jacht eens,
En steeg even af, de held,
En ging een oogenblik zitten
Terzijde, op mijn voorvaders veld.
Maar ’t veld dat de koning bemestte,
Dat voedde mij met zijn graan;
En eischt iemand meer bewijzen,
’k Toon onzichtbare horens hem aan.
En is ’t dan voor mij niet wanhopig
Dat niemand erkent mijn macht!
’k Ben Apis naar recht van geboorte,
Maar word als Fellah veracht.
Kan een goeden raad je mij geven
O, doe het dan, zonder bedrog;…
Wat moet ik doen om te worden
Als Apis, de Groote, nu nog?
Peer Gynt.Uw Hoogheid bouw’ Pyramiden,Beeldhouwe een groote sfinx,En strijde, als zegt de dokter,Met de Turken, rechts en links.
Peer Gynt.
Uw Hoogheid bouw’ Pyramiden,
Beeldhouwe een groote sfinx,
En strijde, als zegt de dokter,
Met de Turken, rechts en links.
De Fellah.Ja, dat is een prachtig praatje!Een Fellah! Zoo’n kale luis!’k Heb mijn handen vol om mijn hut vrijTe houden van ’t rattengespuis.Ga, man,… ga, zoek naar wat beters,Wat groot maakt, geeft rust mij terug!En daarbij geheel mij gelijk maaktAan Apis, den held, op mijn rug!
De Fellah.
Ja, dat is een prachtig praatje!
Een Fellah! Zoo’n kale luis!
’k Heb mijn handen vol om mijn hut vrij
Te houden van ’t rattengespuis.
Ga, man,… ga, zoek naar wat beters,
Wat groot maakt, geeft rust mij terug!
En daarbij geheel mij gelijk maakt
Aan Apis, den held, op mijn rug!
Peer Gynt.Als dan Uw Hoogheid zich ophing,En daarnà in der aarde schoot,Zich binnen de grenzen der doodkistOok hield als volslagen dood?
Peer Gynt.
Als dan Uw Hoogheid zich ophing,
En daarnà in der aarde schoot,
Zich binnen de grenzen der doodkist
Ook hield als volslagen dood?
De Fellah.Dat zal ik! Een strop voor mijn leven!Aan de galg dan met mijn huid …Aanvanklijk maakt ’t eenig verschil wel;Maar dat slijt mettertijd wel uit.
De Fellah.
Dat zal ik! Een strop voor mijn leven!
Aan de galg dan met mijn huid …
Aanvanklijk maakt ’t eenig verschil wel;
Maar dat slijt mettertijd wel uit.
(gaat heen en maakt toebereidselen om zich op te hangen).
Begriffenfeldt.Dat was een persoonlijkheid, mijnheer,…Een man met methode …
Begriffenfeldt.
Dat was een persoonlijkheid, mijnheer,…
Een man met methode …
Peer Gynt.Een man met methode …Jawel, dat zie ’k …;Maar hij doet het waarachtig! God zij ons genadig!Ik word duiz’lig;… ’k voel in mijn hoofd al verwarring!
Peer Gynt.
Een man met methode …Jawel, dat zie ’k …;
Maar hij doet het waarachtig! God zij ons genadig!
Ik word duiz’lig;… ’k voel in mijn hoofd al verwarring!
Begriffenfeldt.Een overgangstoestand; dat duurt maar kort.
Begriffenfeldt.
Een overgangstoestand; dat duurt maar kort.
Peer Gynt.Een overgang? Wat? Excuseer … ik moet weg …
Peer Gynt.
Een overgang? Wat? Excuseer … ik moet weg …
Begriffenfeldt(houdt hem vast).Is u krankzinnig?
Begriffenfeldt(houdt hem vast).
Is u krankzinnig?
Peer Gynt.Is u krankzinnig?Nog niet … God bewaar me!
Peer Gynt.
Is u krankzinnig?Nog niet … God bewaar me!
(Alarm.De minister Hoesseindringt vooruit door de menigte).
Hoessein.Men zegt dat hier een keizer is gekomen van daag?(tegen Peer Gynt)Is u dat?
Hoessein.
Men zegt dat hier een keizer is gekomen van daag?
(tegen Peer Gynt)
Is u dat?