PERSONEN:

PERSONEN:Aase, de weduwe van een boer.Peer Gynt, haar zoon.Twee oude vrouwen, met korenzakken.Aslak, een smid.Bruiloftsgasten.De Keukenmeester.De Speelman enz.Een nieuw aangekomen boerenechtpaar.Solvejgen de kleineHelga, hun dochters.De Boer vanHaegstad.Ingrid, zijne dochter.De Bruidegom en zijn ouders.Drie berghut-meiden.Een in ’t groen gekleede vrouw.De Koning van Dovre.Een Hofkabouter. Verschillende andere Kabouters.Jeugdige Kabouters van beiderlei kunne. Een paar Heksen, Aardgeesten, Dwergen, Aardmannetjes, enz.Een leelijke Jongen.Een Stem in het duister.Vogelgeschreeuw.Kari, een boerenvrouw.MisterCotton, MonsieurBallon, die Herren vonEberkopfenTrumpeterstraale, reizigers.Een dief en een heler.Anitra, de dochter van een Bedoeïnen-stamhoofd.Arabieren, Slavinnen, dansende Meisjes, enz.De Memnonzuil (zingende) en de Sfinx van Gizeh (zwijgende figuur).BegriffenfeldtProfessor, dr. Phil., directeur van het Krankzinnigengesticht te Kaïro.Hoehoe, een taalhervormer van de kust van Malabar.Hoessein, een Oostersch Minister.Een Fellah met een koningsmummie. Verscheidene krankzinnigen met hun oppassers.Een Noorsch Scheepskapitein en de bemanning van zijn schip.Een vreemde Passagier.Een Geestelijke.Een Begrafenisstoet.Een Ambtenaar.Een Knoopengieter.Een magere persoon.De handeling, die plaats heeft in ’t begin der 19de eeuw, en eindigt omstreeks het jaar 1860, wordt gedeeltelijk afgespeeld in het Gudbransdal en zijn bergen, gedeeltelijk aan de kust van Marokko, in de Saharawoestijn, in het gekkenhuis te Kaïro, op zee, enz.EERSTE BEDRIJF.Een helling met loofboomen bij Aase’s hoeve. Een beek stroomt schuimend naar beneden. Aan den anderen kant een oude molen. Warme zomerdag.Peer Gynt, een forsch gebouwde jonge man van twintig jaar komt het voetpad af. Aase, zijn moeder, klein en tenger, komt achter hem aan. Zij is boos en kijft.Aase.Peer, je liegt!Peer Gynt(zonder stil te staan).Peer, je liegt!Dat doe ik niet!Aase.Zoo; nou zweer dan dat ’t zoo is!Peer Gynt.Waarom zweren?Aase.Waarom zweren?Och, je durft niet!’t Is weer alles leugenpraat!Peer Gynt(blijft staan).’t Is de waarheid … woord voor woord!Aase(vlak voor hem).En je schaamt je niet voor mij?Loopt van huis maar weken langJuist in de’allerdrukste tijden,Om te jagen in de bergen,…Komt thuis met gescheurden pels,Half gekleed en zonder wild;…En ten slot zou je wel denkenMij je jagers-leugenpraatZoo maar op de mouw te spelden!…Wel, waar was ’t dat je den bok zag?Peer Gynt.Op den Gendin.Aase(lacht spottend).Op den Gendin.Juist, jawel!Peer Gynt.Scherp blies daar de wind van daan;Achter kreupelhout verborgenGroef hij in de harde sneeuwNaar wat mos …Aase(als voren).Naar wat mos …Ja, juist, jawel!Peer Gynt.’k Hield mijn adem in, stil luistrend,Hoorde ’t knarsen van zijn hoef,Zag van één gewei de takken.Toen, voorzichtig, tusschen steenen,Sloop ik op mijn buik vooruit.Daar verborgen gluurde ik opwaarts;…Zulk een bok, zoo mooi en vet,Zag je van je leven niet!Aase.Neen, dat zal wel niet!Peer Gynt.Neen, dat zal wel niet!Eén knal!En, bons! lag de bok ter aarde.Maar zoodra hij nedervielZat ik op zijn rug al schrijlings,Greep hem bij zijn linkeroor,Haalde juist mijn mes al uitOm ’t hem in den nek te steken;…Hei! daar gaat hij aan het schreeuwen,Staat pardoes weer op zijn pooten,Werpt naar achteren zijn geweiDat ’k verlies mijn mes en schede;Pakt als in een schroef mijn lenden,Slaat zijn horens om mijn beenenDat ’k als in een tang geklemd zit,…En zoo rent hij met een vaartRechtstreeks over Gendinskam!Aase(onwillekeurig).Goede hemel …!Peer Gynt.Goede hemel …!Heb je wel eensOoit den Gendinskam gezien?’n Halve mijl is die wel lang,Smal … niet breeder dan een zeis,Over gletschers, losse steenen,Scherpe kanten, grauw en steil,Kan je zien aan beide kanten’t Zwarte water in de diepteSlapend, meer dan dertienhonderdEl omlaag, den berg insluitend …Daarlangs stoven hij en ikPijlsnel voort door weer en wind.Nooit bereed ik nog zoo’n beestje!Midden door die wilde vaart’n Knett’ren als van zonnevonken.Arendsruggen zwommen bruinIn het duizeldiepe ruim,Halfweg tusschen ons en ’t water,…Dreven dan weer weg, als schuim.Drijfijs brak er aan de kanten,Doch ’t geluid was niet te hooren;Draaikolks-feeën dansten maarZingend, zwierend in het rond,Voor mijn oogen, en mijn ooren!Aase(duizelig).O God, sta mij bij!Peer Gynt.O God, sta mij bij!Op eens,Op een vreeslijk steile plek,Vliegt daar plotseling een sneeuwhoenUit de spleet waarin het zat,Fladdert kakelend, verschrikt,Op, vlak voor den bok zijn pooten.Die maakt snel half-rechtsomkeert,Jaagt dan met een reuzensprongNaar beneden in de diepte!(Aase wankelt en grijpt naar een boomstam. Peer Gynt gaat voort).Achter ons de zwarte steilte,Onder ons een grondloos diep!Eerst ging ’t door een laag van nevels,Toen door ’n heelen zwerm van meeuwen,Die naar alle kanten vluchtend,Krijschend uit elkander stoven.Voort maar weer! Voort naar beneden!Maar van uit de diepte schemertWit iets, als een rendiersborst …’t Was ons eigen beeld, o moeder,Dat, opstijgend uit het bergmeer,Naar de oppervlakte stormdeIn een even wilde vaartAls die ons joeg naar beneden.Aase(snakt naar adem).Peer! God help’ mij …! Zeg het gauw!Peer Gynt.Bok van boven, bok van ondren,Stooten gelijktijdig samen,Dat het schuim ons wit bespatte.Ja, daar lagen wij te spartlen …Na een poosje toch bereiktenWij een plekje waar wij landden,’t Rendier zwom, ik aan hem hangend;…Ik ging huiswaarts …Aase.Ik ging huiswaarts …En de bok dan?Peer Gynt.Die loopt zeker nog wel rond;…(knipt met de vingers, draait op zijn hielen en voegt er bij:)Pak hem, als je ’m nog kunt krijgen.Aase.En je nek is niet gebroken?Beide beenen brak je niet?En je ruggegraat is heel?O, mijn God,… ik loof en dank uDat mijn zoon gij hebt beschermd …Wel is toch je broek aan flarden;Maar dat is niet van beteeknisAls men denkt wat er veel ergersKòn gebeuren op zoo’n tocht …!(houdt plotseling stil, kijkt hem aan met open mond en groote oogen,kan een heelen tijd geen woorden vinden, en barst eindelijk uit:)O jij duivels-leugenaar!Goede God, wat kan jij liegen!Ik herinner ’t mij nu weer,Heb het al gehoord als meisje.Gudbrand Glesne is ’t gebeurd …Maar niet jou …Peer Gynt.Maar niet jou …Jawel, mij ook.’t Kan wel meer dan ééns gebeuren.Aase(nijdig).Ja, een leugen kan je draaienOm-en-om, versierd, vermooid,In een gloednieuw pak gestokenDat geen mensen haar meer herkent.En dàt heb jij nu gedaan;Alles groot en wild gemaakt,Opgesierd met arendsruggen …En met al die andre fratsen —Hier wat bij en daar wat af —Maak je iemand zoo van streek,Dat een mensch niet meer herkentWat hij jaren lang al wist!Peer Gynt.Als een ander zoo iets zei’k Zou hem ongenadig rans’len!Aase(huilend).Och God, was ik toch maar dood;Lag ik toch maar onder de aarde!Tranen noch gebeden helpen,…Peer, je bent en blijft verloren!Peer Gynt.Lieve moedertje, och toe,…Ja, je hebt volmaakt gelijk,…Wees nu maar weer goed …Aase.Wees nu maar weer goed …Och, zwijg toch!Kan ik zoo maar daadlijk goed zijn,Met een beest als jij tot zoon?Is ’t voor mij, een arme weduw’Zonder steun, geen bitter leed dan?Altijd schande maar tot loon!(schreit weer)Wat bleef er voor ons nog overVan grootvaders rijke dagen?Waar zijn al de zakken geldVan den ouden Rasmus Gynt?Vader bracht het geld aan ’t rollen,…Strooide ’t rond als ware ’t zand,Kocht maar grond in ’t heele land,Reed er met vergulde karren …Waar is alles wat verdaan werdBij het groote winterfeest,Toen de gasten flesschen, glazenNeer maar kwakten op de planken!Peer Gynt.Sneeuw van ’t vorig jaar, waar is die?Aase.Hoû toch je brutalen mond!Kijk eens rond! Om ’t andre raam isEr geen heele glasruit meer.Hek en schutting zijn bezweken,’t Vee staat maar in weer en wind,Veld en akker liggen braak,Iedre maand moet ik beleenen …Peer Gynt.Hou toch op met dat gezeur!Dikwijls als ’t geluk eens uitbleefKwam het in galop terug weer!Aase.Waar dàt groeide is zout gestrooid nu!Maar jij bent een kerel, jij,…Altijd kranig en brutaal,Welbespraakt als toen de priester —Die van Kopenhagen kwamEn je naar je doopnaam vroeg —Zwoer dat menig volbloed prinsjeZulk een naam zou willen dragen.En tot dank gaf toen je vaderPaard en slede hem present nog,Voor zijn allervriendlijkst woord …Ja; toen was hier pret genoeg!Proost, kaptein en al hun aanhangHingen dagelijks hier om,Etend, drinkend om het hardst.Maar in nood kent men zijn vrienden,’t Werd hier alles leeg en stilVan den dag, dat “Jon de geldzak”Met zijn mars de wereld introk.(droogt haar oogen af met haar schort).Och, jij bent nu groot en sterk tochJij moest staf en steun en hulp zijnVoor je arme oude moeder,…Jij moest hoeve en huis besturen,Zorgen dat er niets verviel;…(huilt weer).Lieve God, wat ik aan jou hadAl die jaren lang, schavuit!Bij den haard blijf je thuis liggen,Wentelt rond in asch en kolen;In het dorp jaag je al de meisjesUit de danszaal als je komt,…Maakt mij overal te schande,Vecht met d’ergste vechtersbazen …Peer Gynt(loopt weg).Schei toch uit.Aase(loopt hem na).Schei toch uit.Kan jij ’t ontkennenDat je nommer één geweest bentToen er zoo gevochten is laatst,Ginds te Lunde … waar je elkanderGingt te lijf als dolle honden?Of was jij ’t niet die smid Aslak’sArm ontwricht heb op dien dag …Of was ’t soms één vinger maar?Peer Gynt.Wie bracht je die praatjes thuis?Aase(nijdig).Buurvrouw hoorde het gejammer!Peer Gynt(wrijft zijn elleboog).Ja, maar schreeuwen deed ik zelf.Aase.Jij?Peer Gynt.Jij?Jawel …ikkreeg de klappen.Aase.Wat?Peer Gynt.Wat?Die kan je raken, hoor!Aase.Wie dat?Peer Gynt.Wie dat?Wel, dien Aslak, meen ik.Aase.Foei toch, foei! ’k Moest op je spuwen!Zoo’n opsnijder, zoo’n slampamper,’n Zuiplap, een aartsleugenaar,Liet jij je door zoo’n vent slaan?(huilt weer).Schande heb ’k al veel geleden;Maar dat dit gebeuren moestIs wel de ergste spotternij.Al is hij dan nog zoo’n baas;…Moet jij dan de minste zijn?Peer Gynt.Of ik klop krijg, of d’r op sla …Jamren moet je toch altijd.(lacht).Troost je moeder …Aase.Troost je moeder …Was ’t een leugenNou alweer?Peer Gynt.Nou alweer?Ja, dezen keer.Droog dus maar je tranen af;…(balt zijn linkerhand).Kijk,… met deze knijptang hierHield ’k den heelen smid gebogen;(balt de rechterhand).En dit vuistje was mijn hamer …Aase.O, jij rekel, brengt je moederNog in ’t graf met je gedrag!Peer Gynt.Neen, hoor, jij bent beter waard;Twintig duizend maal wat beters;Lieve, booze moeder mijn,Kom, vertrouw maar op mijn woord,Heel het dorp zal je nog eeren,Wacht maar tot ik eens iets groots …Waarlijk groots volbrengen zal.Aase(spottend).Jij!Peer Gynt.Jij!Wie weet wat kan gebeuren!Aase.Werd je nog maar eens zoo wijsDat je zelf weer dicht kon makenAl de scheuren in je broek!Peer Gynt(nijdig).Koning zal ik worden, keizer!Aase.Lieve God, daar gaat zijn laatsteRestje van gezond verstand!Peer Gynt.Ja, ’t gebeurt! Heb maar geduld!Aase.“Heb geduld, dan wordt je prins,”Heet het, als ’k mij niet vergis!Peer Gynt.Wacht maar, moeder!Aase.Wacht maar, moeder!Hoû je mond!Stapelgek ben je gewoon …Trouwens, eerlijk moet ik zeggen,Als je niet zoo dag aan dagDolle streken deedt, en loog,Was je goed terecht gekomen.Die van Haegstad mocht je wel;Die had jij best kunnen krijgenAls je ’t goed hadt aangelegd …Peer Gynt.Denk je?Aase.Denk je?D’oude heeft geen kracht meerOm zijn dochter te weerstaan;Wel is hij een echte stijfkop,Maar zij, Ingrid, geeft geen kamp ook;En waarzijgaat, strompelt hijBrommend haar wel achterna dan.(begint weer te schreien).Och, mijn Peer, een schatrijk meisje,…’n Boerendochter! Denk eens aan,…Als je ’t wijzer aangelegd hadtWas je al haar bruidegom,…Jij, die nu hier loopt in lompen!Peer Gynt(snel).Kom, ik ga het jawoord halen!Aase.Waar?Peer Gynt.Waar?Op Haegstad!Aase.Waar? Op Haegstad!Arme jij;Dat is uit, die vrijerij!Peer Gynt.En waarom?Aase.En waarom?’t Is om te huilen!Nu is het te laat … verspeeld al …Peer Gynt.Zoo?Aase(snikkend).Zoo?Toen jij ginds in de bergenDoor de lucht reedt op je rendier,Heeft Mads Moën haar gekregen!Peer Gynt.Wat? Dat vrouwenschrikbeeld! Hij!…Aase.Ja, zij neemt hem nu tot man.Peer Gynt.Wacht mij hier tot ik een paard spanVoor de kar …(wil weggaan).Aase.Voor de kar …Maak maar geen drukte.Morgen vieren zij al bruiloft …Peer Gynt.Poeh!… maar ik kom nog van avond!Aase.Schaam je; wil je dat zij ook nogJe belachen en bespotten?Peer Gynt.Stil maar. Alles gaat wel goed.(jodelt en lacht tegelijkertijd).Heisa, zeg! De kar blijft hier;’t Paard te halen duurt te lang …(tilt haar op).Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Neen, op mijn armenDraag ik je naar ’t bruiloftshuis!(waadt door de beek).Aase.Help! Och Heer wees mij genadig!Wij verdrinken …Peer Gynt.Wij verdrinken …Neen, mij wachtEen veel hoogre dood …Aase.Een veel hoogre dood …Jawel;Jij komt aan de galg terecht!(trekt hem aan zijn haar).O, jij monster!Peer Gynt.O, jij monster!Zit nu stil,’t Is hier glad, de grond is glibb’rig.Aase.Ezel!Peer Gynt.Ezel!Ja, je mag wel schelden,Dat brengt niemand van de wijs.Zoo; nu krabb’len wij weer op …Aase.Hoû mij vast toch!Peer Gynt.Hoû mij vast toch!Heisa, hop!Nu wordt ’t Peer-en-rendier spelen;…(galoppeert).Ik ben ’t rendier, jij bent Peer!Aase.O, ik voel mezelf niet meer!Peer Gynt.Zie je, nu zijn wij de beek door;…(komt aan land).Zoo, geef nu je bok een kus:Dat is voor den voerman ’t loon …Aase(geeft hem een oorvijg).Ziedaar voor den voerman!Peer Gynt.Ziedaar voor den voerman!Au!Dat ’s een al te karig loon!Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Eerst naar de hoeve.Wees mijn voorspraak. Je bent handig;Spreek met hem, den ouden gek;Zeg hem dat Mads Moën niets waard is …Aase.Laat me los!Peer Gynt.Laat me los!En zeg hem ookWat Peer voor een kerel is.Aase.Ja, daar kan je vast op aan!’k Zal een boekje opendoen,’k Zal een mooi tafreel ophangenVan je fratsen en je streken …Peer Gynt.Zoo?Aase(spartelt van kwaadheid).Zoo?Ik zal niet eerder zwijgenVóór de boer den hond op je afjaagt,Alsof jij een schooier was!Peer Gynt.Hm; dan zal ik maar alleen gaan.Aase.Goed, maar ik kom je achterna!Peer Gynt.Moederlief, dat kan je niet …Aase.Denk je niet? Ik ben zoo woestDat ’k wel steenen kon vermorz’len!Grind zou ’k kunnen eten, bah!Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Als je belooft nu …Aase.Niets! ik wil mee naar den boer toe,Weten zal hij wie je bent!Peer Gynt.Neen, dan moet je wachten hier.Aase.’k Wil niet! Ik wil mee naar boven!Peer Gynt.Dat gebeurt niet.Aase.Dat gebeurt niet.Wat is dat nu?Peer Gynt.’k Zet je op ’t dak hier van den molen(Zet er haar op. Aase gilt).Aase.Haal me er af!Peer Gynt.Haal me er af!Als je wilt luistren …?Aase.Klets niet!Peer Gynt.Klets niet!Moeder wees toch wijs …Aase(gooit naar hem met een graszode).Haal me er af, Peer, gauw … terstond!Peer Gynt.Als ik durfde deed ik ’t zeker.(dichterbij).Blijf nu stil en rustig zitten.Ga niet spart’len met je beenen,Ruk en pluk niet aan de steenen,…Anders, denk er aan, zou ’t mis gaan …Zou je vallen.Aase.Zou je vallen.O, jij beest!Peer Gynt.Niet zoo spart’len!Aase.Niet zoo spart’len!O, ik wouDat de grond je op kon slokken!Peer Gynt.Schaam je toch!Aase.Schaam je toch!Och wat!Peer Gynt.Schaam je toch! Och wat!Geef lieverMij je zegen op mijn tocht mee.Wil je? Zeg?Aase.Ik zal je rans’len,Al ben jij ook nog zoo’n baas!Peer Gynt.Nou, tot ziens dan, moederlief!Zit maar stil, ik blijf niet lang weg.(gaat heen, maar keert zich om, steekt zijn vinger vermanend op en zegt):Denk er aan dat je niet spartelt!(af).Aase.Peer!… Och God, nu loopt hij weg!Bokkerijder! Leugenbrok!Zal je komen!… Neen, daar gaat hijEr van door …!(schreeuwend:)Er van door …!Help! ik word duiz’lig!(Twee oude vrouwen met zakken op den rug komen het pad af naar den molen).Eerste oude Vrouw.Hèh? Wie schreeuwt daar?Aase.Hèh? Wie schreeuwt daar?Ik! hier, ik!Tweede oude Vrouw.Aase! Wel,… wat zit je hoog …?Aase.Dit beteekent nog niet veel …Als ’t nog lang duurt vaar ’k ten hemel!Eerste oude Vrouw.Goede reis dan!Aase.Goede reis dan!Haal een ladder;’k Wil er af! Dat duivelsjong …Tweede oude Vrouw.Wie, je zoon?Aase.Wie, je zoon?Ja, wat hij uithaaltHeb je dan nu eens gezien.Eerste oude Vrouw.Wij getuigen.Aase.Wij getuigen.Help mij maar eens;Want naar Haegstad moet ik gauw nu …Eerste oude Vrouw.Is hij dáár?Tweede oude Vrouw.Is hij dáár?Dan kan je lachen;Want de smid zou ook daar komen.Aase(wringt de handen).Lieve God, mijn arme jongen!Wie weet of ze hem niet doodslaan!Eerste oude Vrouw.Ja, zoo iets kan licht gebeuren;Troost je dan maar dat ’t zijn lot was!Tweede oude Vrouw.Zij is dol van woede en angst.(roept naar boven).Ejvind, Anders! Komt eens hier!Een Mannenstem.Wat is ’t dan?Tweede oude Vrouw.Wat is ’t dan?Kijk, moeder AaseHeeft Peer Gynt op ’t dak gezet daar!…Een kleine hoogte met struiken en hei. Daar achter, door een hekje afgescheiden, loopt de weg.Peer Gynt komt een voetpad op, loopt snel naar het hekje toe, blijft staan en kijkt uit waar het uitzicht zich opent.Peer Gynt.Daar ligt Haegstad. Nu zal ’k gauw klaar zijn.(klimt half over het hekje heen; dan bedenkt hij zich).Wie weet of Ingrid wel alleen zit thuis?(beschut zijn oogen en kijkt uit).Neen. ’t Wemelt er van luî met geschenken.’t Is misschien ’t verstandigst als ik maar omkeer.(trekt zijn been weer terug).Altijd fluisteren ze achter je rug,En spotten dat ’t brandt dwars door je ziel heen.(gaat eenige stappen terug en plukt zonder nadenken blaren af).Als je nu maar iets sterks had te drinken,Of als je ’m kon poetsen onbemerkt …Of als niemand je kende … Vooral iets sterksZou goed zijn, dan schrijnt het lachen zoo fel niet.(Kijkt opeens als verschrikt rond; dan verbergt hij zich tusschen de struiken. Eenige menschen met eetwaren-geschenken gaan voorbij en dalen dan af naar het bruiloftshuis).Een Man.Zijn vader was een zuiplap en zijn moeder is niet wijs.Een Vrouw.Nou, dan is ’t ook geen wonder dat de jongen is ’n dwaas.(De menschen gaan verder. Even daarna komt Peer Gynt te voorschijn en kijkt hen rood van schaamte na).Peer Gynt(zachtjes).Hadden die het over mij?(met een woedend gebaar).Hadden die het over mij?Och, laat ze praten!Zij kunnen mij daarmee geen kop kleiner maken.(Laat zich neervallen in de hei, ligt langen tijd op zijn rug met de handen onder zijn hoofd in de lucht te staren).Wat een zonderlinge wolk! ’t Lijkt wel een paard.En een man zit er op,… en zadel en teugels …Daar achter rijdt een heks op een bezemsteel.(Lacht stil in zich zelf).Dat ’s moeder. Zij zit te schreeuwen en scheldt: beestVan een Peer!…(Even later sluit hij de oogen).Van een Peer!…Ja, nu is zij bang …Peer Gynt rijdt voorop, en een heele troep volgt hem …’t Tuig is verzilverd, goudglanzend de hoeven.Zelf draagt hij handschoenen, sabel en schede,’n Mantel heel lang en met voering van zijde.Dapper zijn zij die vertrouwend hem volgen.Geen één toch zit er als hij in het zadel,Geen één toch straalt er als hij in het zonlicht.Menschen staan ginds aan het hek bij elkander,Nemen hun hoed af en staren naar boven;Nijgende vrouwen ook. Allen erkennenKeizer Peer Gynt en zijn duizenden mannen.Onder hem schittren als kiezelsteenenZilveren munten, die strooide op den weg hij.Allen in ’t dorp zijn rijk nu als graven.Peer Gynt rijdt er dwars door de lucht over zee heen!Engelands prins staat aan ’t strand hem te wachten;Evenzoo doen alle Engelsche meisjes.Engelands grooten en Engelands keizer,Waar Peer voorbij rijdt, staan op van hun zetels.De kroon van zijn hoofd neemt de keizer af, zeggend.…Smid Aslak(tegen eenige anderen terwijl zij aan de andere zijde van het hekje voorbij gaan).Kijk dáár eens, Peer Gynt, dat dronken zwijn!Peer Gynt(komt half overeind).Wat, Keizer!De Smid(leunt over het hek, sarrend:)Wat, Keizer!Sta toch op, jongenlief!Peer Gynt.Wat duivel! De smid! Zeg? Wat mot jij nou?De Smid(tegen de anderen:)Z’n roes van Lunde zit hem nog in den kop.Peer Gynt(springt op).Ga nou maar dóór, hè!De Smid.Ga nou maar dóór, hè!Ik ga al, ja!Maar zeg, waar kom jij nu ’t laatst van daan?Zes weken weg … behekst in de bergen?Peer Gynt.Ja, smid, ’k heb wonderlijke dingen gedaan!De Smid(knipoogt tegen de anderen).Laat eens hooren, Peer!Peer Gynt.Dat gaat niemand aan.De Smid(na een oogenblikje).Ga je nu naar Haegstad?Peer Gynt.Ga je nu naar Haegstad?Neen.De Smid.Ga je nu naar Haegstad? Neen.Men zeiDat vroeger jij die meid daarginder wel mocht.Peer Gynt.Jij zwarte raaf …!De Smid(wijkt een beetje terug).Jij zwarte raaf …!Word nou niet kwaad, Peer;Heeft Ingrid jou versmaad, er zijn ’r nog meer …;Er komen daar jonkies en weeuwen allebei …Peer Gynt.Loop naar de hel!De Smid.Loop naar de hel!Kom, licht wil ’r een je nog hebben …Goên avond! Ik zal vast de bruid van je groeten.(af, lachend en fluisterend).Peer Gynt(kijkt hem een poos na, maakt een minachtend gebaar en keert zich half om).Voor mijn part kan die Haegstad-meid trouwenMet wien ze lust heeft, ’t Raakt mij geen zier!(kijkt langs zijn beenen).M’n broek aan flarden. Smerig en kaal,…Had ik maar iets nieuws om aan te trekken.(stampt op den grond).Kon ik maar met één rake greepHun eens die minachting uit ’t hart rukken!(kijkt plotseling in het rond).Wat is dàt? Wie staat daar te grinniken ginds?Hm, het leek mij toch net … Neen er was toch niemand …’k Ga naar moeder thuis.(gaat den weg op, maar blijft weer staan en luistert naar den kant van het feesthuis).’k Ga naar moeder thuis.Nu begint de dans!(staart en luistert; gaat stap voor stap weer terug; zijn oogen schitteren; hij wrijft langs zijn beenen).Wat een gewemel van meiden! Zes … acht wel de man!O, haal mij de duivel,… daar doe ik aan mee!…Maar moeder, die nog zit op het molendak …(weer dwalen zijn oogen naar beneden; hij springt en lacht).Heisa, de halling1dolt over de wei heen!Ja, die Guttorm speelt flink er op los!Dat stampt en dat bruist als een vallende stroom.En dan die troep heerlijke, frissche meiden!…Ja, haal mij de duivel, daar doe ik aan mee!(is met één sprong over het hek en holt naar beneden).Het voorplein op Haegstad. Op den achtergrond het woonhuis. Vele gasten. Op het grasveld wordt levendig doorgedanst. De speelman zit op een tafel. De keukenmeester staat in de deur. Keukenmeisjes loopen af en aan tusschen de verschillende gebouwen; oudere menschen zitten hier en daar samen te praten.Een Vrouw(gaat bij een troepje zitten dat op eenige balken is neer gezegen).O, de bruid? Ja, die huilt wel een beetje,Maar wie neemt daar nu notitie van.De Keukenmeester(in een ander groepje).Hier is wat te drinken, lieve menschen.Een Man.Dank den gever; maar je schenkt wel wat veel.Een Jongkerel(tegen den fiedelaar, terwijl hij voorbij stuift met een meisje aan de hand).Heisa, Guttorm, strijk wat je kunt maar!Het Meisje.Strijk dat het klinkt ver over de weiden!Meisjes(in een kring om een jongen die danst).Mooi was die sprong!Een Meisje.Mooi was die sprong!Hij is los in de knieën!De Jongen(dansend).Hier is ’t ver van den muur en hoog de zoldring!De Bruidegom(komt grienend naar zijn vader toe, die met een paar anderen staat te praten, en trekt hem aan zijn buis).Zij wil niet, vader; zij is zoo stug!De Vader.Wat wil ze niet?De Bruidegom.Wat wil ze niet?Zij heeft zich opgesloten.De Vader.Nou, zie dan den sleutel te vinden.De Bruidegom.Ik weet hier den weg niet.De Vader.Ik weet hier den weg niet.Je bent een uil!(keert zich weer tot de anderen. De bruidegom slentert weg over het voorplein).Een Jongen(van de achterzijde van het huis).Meisjes! Nu zal het pas goed gaan worden!Peer Gynt is gekomen!De Smid(die er zoo even bij gekomen is).Peer Gynt is gekomen!Wie bracht hem hier?De Keukenmeester.Peer Gynt is gekomen! Wie bracht hem hier?Niemand.(gaat naar het huis toe).De Smid(tegen de meisjes).Als hij tegen je spreekt, hoor dan niet naar hem!Een Meisje(tegen de anderen:)Neen; wij doen net of wij hem niet kennen.Peer Gynt(komt verhit en opgewonden aan, blijft midden voor den zwerm staan en klapt in de handen).Wie van jullie kan het flinkste draaien?Een enkele(op wie hij toetreedt).Ik niet.Een andere(evenzoo).Ik niet.En ik niet.Een Derde.Ik niet. En ik niet.Nou, ik zeker ook niet.Peer Gynt(tegen een vierde:)Kom jij dan maar, tot een beetre zich aanmeldt.Het Meisje(keert zich om).Ik heb geen tijd.Peer Gynt(tegen een vijfde:)Ik heb geen tijd.Jij dan!Het Meisje(terwijl zij wegloopt:)Ik heb geen tijd. Jij dan!Ik moet naar huis.Peer Gynt.Van avond? Ben je nou heelemaal mal.De Smid(even later, halfluid:)Peer, daar gaat zij dansen met een ouwe.Peer Gynt(wendt zich snel tot een ouderen man).Waar zijn zij die nog vrij zijn?De Man.Waar zijn zij die nog vrij zijn?Zoek zelf maar.(gaat heen).(Peer Gynt is opeens stil geworden. Hij gluurt schuw onderuit naar de groep. Allen kijken naar hem, maar niemand zegt iets. Hij gaat naar andere groepjes toe. Waar hij komt wordt het stil; als hij zich verwijdert, glimlachen zij en kijken hem na).Peer Gynt(zachtjes).Blikken, gedachten en lachjes als pijlen,Dat krast en knarst als zaaghout onder vijlen!(Hij sluipt langs het hek. Solvejg, met de kleine Helga aan de hand, komt het voorplein op, vergezeld van haar ouders).Een Man(tegen een anderen, dicht bij Peer Gynt).Dat zijn de nieuwe menschen.De Andere.Dat zijn de nieuwe menschen.Die luî daar?De Eerste.Komen uit het Westen.De Andere.Komen uit het Westen.Juist! Jawel.Peer Gynt(treedt de komenden in den weg, wijst op Solvejg en vraagt aan den man:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?De Man(zacht:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?Zeker; maar eerstMoeten wij de menschen binnen begroeten.(zij gaan binnen).De Keukenmeester(tegen Peer Gynt, terwijl hij hem te drinken aanbiedt:)Als je hier bent moet je de kruik eens aanspreken!Peer Gynt(kijkt onafgewend naar de binnengaanden).Dank je; ’k wil dansen. Ik heb nu geen dorst.(De keukenmeester gaat weg; Peer Gynt kijkt naar het huis en lacht).Hoe blank! Neen, zoo iets zag ik nog nooit!Keek neer op haar schoenen en haar witte schortje …!En terwijl hield zij moeders schortpunt vast,En droeg een kerkboek in een doek gewikkeld …!Ik moet dat meisje zien.(wil de kamer in).Een Jongen(komt met verscheidenen er uit).Ik moet dat meisje zien.Wel, Peer, ga je al wegVan ’t dansen?Peer Gynt.Van ’t dansen?Neen.De Jongen.Van ’t dansen? Neen.Maar dan loop je verkeerd.(pakt hem bij den schouder om hem om te draaien).Peer Gynt.Laat mij toch voorbij!De Jongen.Laat mij toch voorbij!Ben je bang voor den smid soms?Peer Gynt.Ik bang?De Jongen.Ik bang?Ja, je weet wel hoe ’t laatst ging te Lunde?(het troepje gaat lachend weg naar de dansenden).Solvejg(in de deur).Jij bent vast de jongen, die wilde dansen?Peer Gynt.Ja, dat ben ik; was je dat al vergeten?(neemt haar bij de hand).Kom dan!Solvejg.Kom dan!Maar niet te lang, zegt moeder!Peer Gynt.Zegt moeder? Ben jij dan van gistren, zeg?Solvejg.Je lacht me uit …!Peer Gynt.Je lacht me uit …!Je bent toch al volwassen;Hoe oud ben je?Solvejg.Hoe oud ben je?’k Ben aangenomen in ’t voorjaar.Peer Gynt.Zeg hoe je heet, dan praten wij gezelliger.Solvejg.Mijn naam is Solvejg. En jij, hoe heet jij?Peer Gynt.Peer Gynt.Solvejg(trekt haar hand terug).Peer Gynt.O hemel!Peer Gynt.Peer Gynt. O hemel!Wat moet dàt nu?Solvejg.Mijn kouseband is los; dien moet ik vaster gaan binden.(loopt weg).De Bruidegom(trekt zijn moeder aan haar rok).Moeder, zij wil niet!De Moeder.Moeder, zij wil niet!Wil zij niet? Wat?De Bruidegom.Zij wil niet!De Moeder.Zij wil niet!Wat dan?De Bruidegom.Zij wil niet! Wat dan?Den sleutel omdraaien.De Vader(zachtjes en nijdig).Zij moesten jou aan de ruif vastbinden!De Moeder.Och, brom maar niet. Sukkel! ’t Komt wel terecht.(zij gaan weg).Een Jongkerel(die met een heelen troep van de dansplaats komt).’n Slok brandewijn, Peer?Peer Gynt.’n Slok brandewijn, Peer?Neen.De Jongkerel.’n Slok brandewijn, Peer? Neen.’n Slokje maar?Peer Gynt(kijkt hem donker aan).Heb je dan wat?De Jongkerel.Heb je dan wat?Dat kon wel gebeuren.(haalt een zakflesch te voorschijn en drinkt).Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Peer Gynt.Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Laat ’ns proeven.(drinkt)Een Tweede.Nu moet je ook eens drinken met mij.Peer Gynt.Neen!Dezelfde.Neen!Och kom, wees nou niet zoo flauw, zeg!Kom Peer, drink!Peer Gynt.Kom Peer, drink!Geef mij dan een dropje.(drinkt weer).Een Meisje(halfluid:)Kom, laat ons gaan.Peer Gynt.Kom, laat ons gaan.Ben je bang voor mij, deern?Een Derde Jongkerel.Wie is nou niet bang voor jou?Een Vierde.Wie is nou niet bang voor jou?Je toondeLaatst nog te Lunde ons wat van je kunsten.Peer Gynt.’k Kan meer nog dan dat, als ik eerst maar eens los kom!Eerste Jongkerel(fluisterend:)Nu komt hij op dreef!Verscheidenen(vormen een kring om hem heen).Nu komt hij op dreef!Vertel; vertel!Wat kan je?Peer Gynt.Wat kan je?Ja, morgen …!Anderen.Wat kan je? Ja, morgen …!Neen, van avond nog, Peer!Een Meisje.Kan je toov’ren Peer?Peer Gynt.Kan je toov’ren Peer?’k Kan den duivel bezweren!Een Man.Dat kon grootmoeder ook al, vóór ik bestond!Peer Gynt.Leugens! Watikkan dat kan niemand anders.Ik heb hem één keer toch gejaagd in een noot.Die was wormstekig, zie je!Verscheidenen(lachend).Die was wormstekig, zie je!Dat laat zich begrijpen!Peer Gynt.Hij vloekte en jankte en wilde mij gevenAlles en nòg wat …Eén uit den hoop.Alles en nòg wat …Maar hij moest er in?Peer Gynt.Dat spreekt. Ik stopte ’t gat dicht met een pen.O! Dat was me een gebrom en gerommel!Een Meisje.Verbeeld je!Peer Gynt.Verbeeld je!’t Was net het gegons van een hommel.Het Meisje.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Peer Gynt.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Neen.Nu is hij lang al weer er van door.Het iszijnschuld dat Aslak zoo ’t land aan mij heeft.Een Jongkerel.Hoe zoo?Peer Gynt.Hoe zoo?’k Ging naar de smidse en vroegOf hij de noot voor mij wilde kraken?“Welzeker!” Hij legde ze neer op het aambeeld;Maar Aslak pakt erg hardhandig aan;…En slaat er terstond op met zijn hamer …Een Stem uit de menigte.Sloeg hij hem morsdood toen?Peer Gynt.Sloeg hij hem morsdood toen?Hij sloeg als een man.Maar slim was de ander, en stoof als een brandDwars door het dak heen en scheurde den wand.Verscheidenen.En Aslak …?Peer Gynt.En Aslak …?Stond met gebrande handen.Sedert dien dag mag hij mij niet lijden.(algemeen gelach).Enkelen.Die mop is wel goed!Anderen.Die mop is wel goed!Dat is wel zijn beste!Peer Gynt.Denk jullie dat ik wat verzin?Een Man.Denk jullie dat ik wat verzin?O neen,Dat is niet noodig; ik ken al het meesteVan vroeger …Peer Gynt.Van vroeger …Leugens! ’t Ismijgebeurd!De Man.Net zoo als alles.Peer Gynt(met een handzwaai).Net zoo als alles.Wat! Ik kan rijdenDwars door de lucht heen op wilde paarden!Och, ik kan allerlei dingen doen, weet je.(weer schaterend gelach).Een uit de bende.Rijd eens door de lucht, Peer!Velen.Rijd eens door de lucht, Peer!Toe ja, Peer Gynt …Peer Gynt.Je hoeft er niet zoo om te bedelen, zeg.Ik zal rijden als een stormwind over jullie allen!’t Heele kersspel zal nog te voet mij vallen!Een oudere Man.Nu is hij stapelgek al.Een Tweede.Nu is hij stapelgek al.Stuk vee!Een Derde.Opsnijder!Een Vierde.Opsnijder!Leugenbrok!Peer Gynt(dreigt hen).Opsnijder! Leugenbrok!Wacht maar, jawel!Een Man(halfdronken).Ja wacht; jou krijgen wij wel eens te pakken!Verscheidenen.Dan slaan wij je murw! En ’n paar blauwe oogen!(De troep verspreidt zich, de ouderen kwaad, de jongeren spottend en lachend).De Bruidegom(vlak bij hem).Zeg Peer, is het waar, kan je door de lucht rijden?Peer Gynt(kort).Zeker, Mads! Geloof maar dat ik wat mans ben.De Bruidegom.Heb je dan ook den mantel, die maakt onzichtbaar?Peer Gynt.Den hoed, bedoel je? Ja, dien heb ik ook.(keert zich van hem af. Solvejg gaat over de dansplaats met Helga aan de hand).(Peer Gynt naar hen toe, met stralende oogen).Solvejg! O, ’t is goed dat je komt, hoor!(grijpt haar pols).Nu zal ik je draaien lustig in ’t rond!Solvejg.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Waarom?Solvejg.Laat mij los! Waarom?Je bent zoo wild.Peer Gynt.Ook het rendier is wild, als de zomer nadert.Kom toch, deern, en wees niet zoo dwars!Solvejg(trekt haar arm terug).’k Durf niet.Peer Gynt.’k Durf niet.Waarom niet?Solvejg.’k Durf niet. Waarom niet?Je hebt gedronken.(gaat met Helga weg).Peer Gynt.Je mes moest je hun kunnen stekenDwars door hun korpus … allemaal!De Bruidegom(stoot hem aan met zijn elleboog).Kan jij mij niet bij mijn bruid binnen laten?Peer Gynt(verstrooid).Je bruid? Waar is die?De Bruidegom.Je bruid? Waar is die?In ’t blokhuis.Peer Gynt.Je bruid? Waar is die? In ’t blokhuis.Zoo, zoo.De Bruidegom.Och toe, Peer Gynt, doe jij eens je best!Peer Gynt.Neen, jij moet ’t zonder mijn hulp klaar spelen.(een gedachte gaat hem door het hoofd; hij zegt zachtjes en heftig:)Ingrid in ’t blokhuis!(nadert Solvejg).Ingrid in ’t blokhuis!Heb jij je bedacht, zeg?(Solvejg wil doorgaan, hij treedt haar in den weg).Je schaamt je omdat ik wel een schooier lijk.Solvejg(haastig).Dat doe ik niet, neen, en dat ’s ook niet waar!Peer Gynt.Jawel, en ’n beetje heb ik ’m òm;Maar dat was uit nijd, omdat jij mij afwees.Kom nou!Solvejg.Kom nou!’k Mag niet, al zou ik wel willen!Peer Gynt.Voor wie ben je bang?Solvejg.Voor wie ben je bang?Voor vader ’t meest.Peer Gynt.Vader? O, dat is zeker zoo’n stille!Die ’t hoofd laat hangen? Of niet soms, zeg?Solvejg.Wat moet ik zeggen?Peer Gynt.Wat moet ik zeggen?Hoor je tot de vromen?Je vader, je moeder, en ook jij?Nou, kan je niet spreken?Solvejg.Nou, kan je niet spreken?Laat mij met rust.Peer Gynt.Neen!(gedempt maar heftig en bangmakend:)Neen!Ik kom bij je als een booze geest!Ik kom voor je bed staan, als de klok twaalf slaat van nacht.Hoor je dan om je heen blazen en sissen,Dan hoef je niet te denken dat het maar de kat is.Dat benikdan! Ik tap je bloed af in een kop;En je kleine zusje eet ik heelemaal op;Ja, je moet ’t maar weten dat ik ’s nachts een weerwolf ben.’k Zal je bijten in je lenden, je rug …(slaat plotseling over en smeekt als in angst:)Dans met mij, Solvejg!Solvejg(kijkt hem donker aan).Dans met mij, Solvejg!Hè, dat was slecht!(gaat de kamer binnen).De Bruidegom(komt weer aangeslenterd).Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Peer Gynt.Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Dat ’s goed!(Zij gaan achter het huis. Op ’t zelfde oogenblik komt er een heele troep van de dansplaats; de meesten zijn dronken. Drukte en lawaai, Solvejg en Helga komen met hun ouders en een aantal oudere gasten aan de deur).De Keukenmeester(tegen den smid die vooraan staat in den troep:)Bedaard!De Smid(trekt zijn buis uit).Bedaard!Neen, nu moet ’t maar uitgemaaktWorden, Peer Gynt of ik moet ’t veld maar ruimen.Eenigen.Ja, laat ze eens vechten!Anderen.Ja, laat ze eens vechten!Neen, enkel razen!De Smid.Woorden doen niets; de vuist moet het doen.Solvejg’s Vader.Kalm toch, man!Helga.Kalm toch, man!Moeder, gaan ze ’m slaan?Een Jongkerel.Laat ons liever pret maken over zijn leugens.Een Tweede.’m Jagen van de dansvloer!Een Derde.’m Jagen van de dansvloer!’m Spuwen in zijn bakkes!Een Vierde(tegen den smid:)Blijf jij er bij, zeg?De Smid(gooit zijn buis uit).Blijf jij er bij, zeg?’t Beest wordt geslacht, hoor!Solvejgs Moeder(tegen Solvejg:)Nou zie je eens hoe ze dien vent hier achten.Aase(komt met een stok in de hand).Is Peer mijn zoon hier? Want nou krijgt hij slaag;’k Geef hem een rammeling die hem heugen zal!De Smid(stroopt zijn hemdsmouwen op).Voor zoo’n schavuit is ’n stok veel te zacht.Sommigen.Aslak zal ’m raken.Anderen.Aslak zal ’m raken.’m Beuken!De Smid(spuwt in zijn handen en knikt Aase toe).Aslak zal ’m raken. ’m Beuken!’k Hang hem op!Aase.Wat! Ophangen, Peer! Probeer ’t als je durft;…Tanden en nagels heeftAasenog wel!Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!De Bruidegom(komt hard aangeloopen).Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!Wel, godallemachtig!Kom, vader, moeder,…!De Vader.Kom, vader, moeder,…!Wat is er te doen?De Bruidegom.Peer Gynt heeft …!Aase(gilt).Peer Gynt heeft …!Hebben ze ’m doodgeslagen?De Bruidegom.Neen, Peer Gynt …! Kijkt daar eens op den berg..De Menigte.Met de bruid!Aase(laat den stok vallen).Met de bruid!Zoo’n schoelje!De Smid(als uit de lucht gevallen).Met de bruid! Zoo’n schoelje!Tegen de steilste kantenKlautert de kerel op als een geit!De Bruidegom(huilend).Hij draagt haar, moeder, als een beer een zwijn!Aase(maakt een dreigend gebaar tegen hem).O, viel je er maar af, dat je …(gilt in angst:)O, viel je er maar af, dat je …Wees toch voorzichtig!De Boer van Haegstad(komt blootshoofds en bleek van woede:)Ik draai hem den nek om voor deze streek!Aase.God neen! ’k Mag sterven als ik dat laat begaan!EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF.

PERSONEN:Aase, de weduwe van een boer.Peer Gynt, haar zoon.Twee oude vrouwen, met korenzakken.Aslak, een smid.Bruiloftsgasten.De Keukenmeester.De Speelman enz.Een nieuw aangekomen boerenechtpaar.Solvejgen de kleineHelga, hun dochters.De Boer vanHaegstad.Ingrid, zijne dochter.De Bruidegom en zijn ouders.Drie berghut-meiden.Een in ’t groen gekleede vrouw.De Koning van Dovre.Een Hofkabouter. Verschillende andere Kabouters.Jeugdige Kabouters van beiderlei kunne. Een paar Heksen, Aardgeesten, Dwergen, Aardmannetjes, enz.Een leelijke Jongen.Een Stem in het duister.Vogelgeschreeuw.Kari, een boerenvrouw.MisterCotton, MonsieurBallon, die Herren vonEberkopfenTrumpeterstraale, reizigers.Een dief en een heler.Anitra, de dochter van een Bedoeïnen-stamhoofd.Arabieren, Slavinnen, dansende Meisjes, enz.De Memnonzuil (zingende) en de Sfinx van Gizeh (zwijgende figuur).BegriffenfeldtProfessor, dr. Phil., directeur van het Krankzinnigengesticht te Kaïro.Hoehoe, een taalhervormer van de kust van Malabar.Hoessein, een Oostersch Minister.Een Fellah met een koningsmummie. Verscheidene krankzinnigen met hun oppassers.Een Noorsch Scheepskapitein en de bemanning van zijn schip.Een vreemde Passagier.Een Geestelijke.Een Begrafenisstoet.Een Ambtenaar.Een Knoopengieter.Een magere persoon.De handeling, die plaats heeft in ’t begin der 19de eeuw, en eindigt omstreeks het jaar 1860, wordt gedeeltelijk afgespeeld in het Gudbransdal en zijn bergen, gedeeltelijk aan de kust van Marokko, in de Saharawoestijn, in het gekkenhuis te Kaïro, op zee, enz.EERSTE BEDRIJF.Een helling met loofboomen bij Aase’s hoeve. Een beek stroomt schuimend naar beneden. Aan den anderen kant een oude molen. Warme zomerdag.Peer Gynt, een forsch gebouwde jonge man van twintig jaar komt het voetpad af. Aase, zijn moeder, klein en tenger, komt achter hem aan. Zij is boos en kijft.Aase.Peer, je liegt!Peer Gynt(zonder stil te staan).Peer, je liegt!Dat doe ik niet!Aase.Zoo; nou zweer dan dat ’t zoo is!Peer Gynt.Waarom zweren?Aase.Waarom zweren?Och, je durft niet!’t Is weer alles leugenpraat!Peer Gynt(blijft staan).’t Is de waarheid … woord voor woord!Aase(vlak voor hem).En je schaamt je niet voor mij?Loopt van huis maar weken langJuist in de’allerdrukste tijden,Om te jagen in de bergen,…Komt thuis met gescheurden pels,Half gekleed en zonder wild;…En ten slot zou je wel denkenMij je jagers-leugenpraatZoo maar op de mouw te spelden!…Wel, waar was ’t dat je den bok zag?Peer Gynt.Op den Gendin.Aase(lacht spottend).Op den Gendin.Juist, jawel!Peer Gynt.Scherp blies daar de wind van daan;Achter kreupelhout verborgenGroef hij in de harde sneeuwNaar wat mos …Aase(als voren).Naar wat mos …Ja, juist, jawel!Peer Gynt.’k Hield mijn adem in, stil luistrend,Hoorde ’t knarsen van zijn hoef,Zag van één gewei de takken.Toen, voorzichtig, tusschen steenen,Sloop ik op mijn buik vooruit.Daar verborgen gluurde ik opwaarts;…Zulk een bok, zoo mooi en vet,Zag je van je leven niet!Aase.Neen, dat zal wel niet!Peer Gynt.Neen, dat zal wel niet!Eén knal!En, bons! lag de bok ter aarde.Maar zoodra hij nedervielZat ik op zijn rug al schrijlings,Greep hem bij zijn linkeroor,Haalde juist mijn mes al uitOm ’t hem in den nek te steken;…Hei! daar gaat hij aan het schreeuwen,Staat pardoes weer op zijn pooten,Werpt naar achteren zijn geweiDat ’k verlies mijn mes en schede;Pakt als in een schroef mijn lenden,Slaat zijn horens om mijn beenenDat ’k als in een tang geklemd zit,…En zoo rent hij met een vaartRechtstreeks over Gendinskam!Aase(onwillekeurig).Goede hemel …!Peer Gynt.Goede hemel …!Heb je wel eensOoit den Gendinskam gezien?’n Halve mijl is die wel lang,Smal … niet breeder dan een zeis,Over gletschers, losse steenen,Scherpe kanten, grauw en steil,Kan je zien aan beide kanten’t Zwarte water in de diepteSlapend, meer dan dertienhonderdEl omlaag, den berg insluitend …Daarlangs stoven hij en ikPijlsnel voort door weer en wind.Nooit bereed ik nog zoo’n beestje!Midden door die wilde vaart’n Knett’ren als van zonnevonken.Arendsruggen zwommen bruinIn het duizeldiepe ruim,Halfweg tusschen ons en ’t water,…Dreven dan weer weg, als schuim.Drijfijs brak er aan de kanten,Doch ’t geluid was niet te hooren;Draaikolks-feeën dansten maarZingend, zwierend in het rond,Voor mijn oogen, en mijn ooren!Aase(duizelig).O God, sta mij bij!Peer Gynt.O God, sta mij bij!Op eens,Op een vreeslijk steile plek,Vliegt daar plotseling een sneeuwhoenUit de spleet waarin het zat,Fladdert kakelend, verschrikt,Op, vlak voor den bok zijn pooten.Die maakt snel half-rechtsomkeert,Jaagt dan met een reuzensprongNaar beneden in de diepte!(Aase wankelt en grijpt naar een boomstam. Peer Gynt gaat voort).Achter ons de zwarte steilte,Onder ons een grondloos diep!Eerst ging ’t door een laag van nevels,Toen door ’n heelen zwerm van meeuwen,Die naar alle kanten vluchtend,Krijschend uit elkander stoven.Voort maar weer! Voort naar beneden!Maar van uit de diepte schemertWit iets, als een rendiersborst …’t Was ons eigen beeld, o moeder,Dat, opstijgend uit het bergmeer,Naar de oppervlakte stormdeIn een even wilde vaartAls die ons joeg naar beneden.Aase(snakt naar adem).Peer! God help’ mij …! Zeg het gauw!Peer Gynt.Bok van boven, bok van ondren,Stooten gelijktijdig samen,Dat het schuim ons wit bespatte.Ja, daar lagen wij te spartlen …Na een poosje toch bereiktenWij een plekje waar wij landden,’t Rendier zwom, ik aan hem hangend;…Ik ging huiswaarts …Aase.Ik ging huiswaarts …En de bok dan?Peer Gynt.Die loopt zeker nog wel rond;…(knipt met de vingers, draait op zijn hielen en voegt er bij:)Pak hem, als je ’m nog kunt krijgen.Aase.En je nek is niet gebroken?Beide beenen brak je niet?En je ruggegraat is heel?O, mijn God,… ik loof en dank uDat mijn zoon gij hebt beschermd …Wel is toch je broek aan flarden;Maar dat is niet van beteeknisAls men denkt wat er veel ergersKòn gebeuren op zoo’n tocht …!(houdt plotseling stil, kijkt hem aan met open mond en groote oogen,kan een heelen tijd geen woorden vinden, en barst eindelijk uit:)O jij duivels-leugenaar!Goede God, wat kan jij liegen!Ik herinner ’t mij nu weer,Heb het al gehoord als meisje.Gudbrand Glesne is ’t gebeurd …Maar niet jou …Peer Gynt.Maar niet jou …Jawel, mij ook.’t Kan wel meer dan ééns gebeuren.Aase(nijdig).Ja, een leugen kan je draaienOm-en-om, versierd, vermooid,In een gloednieuw pak gestokenDat geen mensen haar meer herkent.En dàt heb jij nu gedaan;Alles groot en wild gemaakt,Opgesierd met arendsruggen …En met al die andre fratsen —Hier wat bij en daar wat af —Maak je iemand zoo van streek,Dat een mensch niet meer herkentWat hij jaren lang al wist!Peer Gynt.Als een ander zoo iets zei’k Zou hem ongenadig rans’len!Aase(huilend).Och God, was ik toch maar dood;Lag ik toch maar onder de aarde!Tranen noch gebeden helpen,…Peer, je bent en blijft verloren!Peer Gynt.Lieve moedertje, och toe,…Ja, je hebt volmaakt gelijk,…Wees nu maar weer goed …Aase.Wees nu maar weer goed …Och, zwijg toch!Kan ik zoo maar daadlijk goed zijn,Met een beest als jij tot zoon?Is ’t voor mij, een arme weduw’Zonder steun, geen bitter leed dan?Altijd schande maar tot loon!(schreit weer)Wat bleef er voor ons nog overVan grootvaders rijke dagen?Waar zijn al de zakken geldVan den ouden Rasmus Gynt?Vader bracht het geld aan ’t rollen,…Strooide ’t rond als ware ’t zand,Kocht maar grond in ’t heele land,Reed er met vergulde karren …Waar is alles wat verdaan werdBij het groote winterfeest,Toen de gasten flesschen, glazenNeer maar kwakten op de planken!Peer Gynt.Sneeuw van ’t vorig jaar, waar is die?Aase.Hoû toch je brutalen mond!Kijk eens rond! Om ’t andre raam isEr geen heele glasruit meer.Hek en schutting zijn bezweken,’t Vee staat maar in weer en wind,Veld en akker liggen braak,Iedre maand moet ik beleenen …Peer Gynt.Hou toch op met dat gezeur!Dikwijls als ’t geluk eens uitbleefKwam het in galop terug weer!Aase.Waar dàt groeide is zout gestrooid nu!Maar jij bent een kerel, jij,…Altijd kranig en brutaal,Welbespraakt als toen de priester —Die van Kopenhagen kwamEn je naar je doopnaam vroeg —Zwoer dat menig volbloed prinsjeZulk een naam zou willen dragen.En tot dank gaf toen je vaderPaard en slede hem present nog,Voor zijn allervriendlijkst woord …Ja; toen was hier pret genoeg!Proost, kaptein en al hun aanhangHingen dagelijks hier om,Etend, drinkend om het hardst.Maar in nood kent men zijn vrienden,’t Werd hier alles leeg en stilVan den dag, dat “Jon de geldzak”Met zijn mars de wereld introk.(droogt haar oogen af met haar schort).Och, jij bent nu groot en sterk tochJij moest staf en steun en hulp zijnVoor je arme oude moeder,…Jij moest hoeve en huis besturen,Zorgen dat er niets verviel;…(huilt weer).Lieve God, wat ik aan jou hadAl die jaren lang, schavuit!Bij den haard blijf je thuis liggen,Wentelt rond in asch en kolen;In het dorp jaag je al de meisjesUit de danszaal als je komt,…Maakt mij overal te schande,Vecht met d’ergste vechtersbazen …Peer Gynt(loopt weg).Schei toch uit.Aase(loopt hem na).Schei toch uit.Kan jij ’t ontkennenDat je nommer één geweest bentToen er zoo gevochten is laatst,Ginds te Lunde … waar je elkanderGingt te lijf als dolle honden?Of was jij ’t niet die smid Aslak’sArm ontwricht heb op dien dag …Of was ’t soms één vinger maar?Peer Gynt.Wie bracht je die praatjes thuis?Aase(nijdig).Buurvrouw hoorde het gejammer!Peer Gynt(wrijft zijn elleboog).Ja, maar schreeuwen deed ik zelf.Aase.Jij?Peer Gynt.Jij?Jawel …ikkreeg de klappen.Aase.Wat?Peer Gynt.Wat?Die kan je raken, hoor!Aase.Wie dat?Peer Gynt.Wie dat?Wel, dien Aslak, meen ik.Aase.Foei toch, foei! ’k Moest op je spuwen!Zoo’n opsnijder, zoo’n slampamper,’n Zuiplap, een aartsleugenaar,Liet jij je door zoo’n vent slaan?(huilt weer).Schande heb ’k al veel geleden;Maar dat dit gebeuren moestIs wel de ergste spotternij.Al is hij dan nog zoo’n baas;…Moet jij dan de minste zijn?Peer Gynt.Of ik klop krijg, of d’r op sla …Jamren moet je toch altijd.(lacht).Troost je moeder …Aase.Troost je moeder …Was ’t een leugenNou alweer?Peer Gynt.Nou alweer?Ja, dezen keer.Droog dus maar je tranen af;…(balt zijn linkerhand).Kijk,… met deze knijptang hierHield ’k den heelen smid gebogen;(balt de rechterhand).En dit vuistje was mijn hamer …Aase.O, jij rekel, brengt je moederNog in ’t graf met je gedrag!Peer Gynt.Neen, hoor, jij bent beter waard;Twintig duizend maal wat beters;Lieve, booze moeder mijn,Kom, vertrouw maar op mijn woord,Heel het dorp zal je nog eeren,Wacht maar tot ik eens iets groots …Waarlijk groots volbrengen zal.Aase(spottend).Jij!Peer Gynt.Jij!Wie weet wat kan gebeuren!Aase.Werd je nog maar eens zoo wijsDat je zelf weer dicht kon makenAl de scheuren in je broek!Peer Gynt(nijdig).Koning zal ik worden, keizer!Aase.Lieve God, daar gaat zijn laatsteRestje van gezond verstand!Peer Gynt.Ja, ’t gebeurt! Heb maar geduld!Aase.“Heb geduld, dan wordt je prins,”Heet het, als ’k mij niet vergis!Peer Gynt.Wacht maar, moeder!Aase.Wacht maar, moeder!Hoû je mond!Stapelgek ben je gewoon …Trouwens, eerlijk moet ik zeggen,Als je niet zoo dag aan dagDolle streken deedt, en loog,Was je goed terecht gekomen.Die van Haegstad mocht je wel;Die had jij best kunnen krijgenAls je ’t goed hadt aangelegd …Peer Gynt.Denk je?Aase.Denk je?D’oude heeft geen kracht meerOm zijn dochter te weerstaan;Wel is hij een echte stijfkop,Maar zij, Ingrid, geeft geen kamp ook;En waarzijgaat, strompelt hijBrommend haar wel achterna dan.(begint weer te schreien).Och, mijn Peer, een schatrijk meisje,…’n Boerendochter! Denk eens aan,…Als je ’t wijzer aangelegd hadtWas je al haar bruidegom,…Jij, die nu hier loopt in lompen!Peer Gynt(snel).Kom, ik ga het jawoord halen!Aase.Waar?Peer Gynt.Waar?Op Haegstad!Aase.Waar? Op Haegstad!Arme jij;Dat is uit, die vrijerij!Peer Gynt.En waarom?Aase.En waarom?’t Is om te huilen!Nu is het te laat … verspeeld al …Peer Gynt.Zoo?Aase(snikkend).Zoo?Toen jij ginds in de bergenDoor de lucht reedt op je rendier,Heeft Mads Moën haar gekregen!Peer Gynt.Wat? Dat vrouwenschrikbeeld! Hij!…Aase.Ja, zij neemt hem nu tot man.Peer Gynt.Wacht mij hier tot ik een paard spanVoor de kar …(wil weggaan).Aase.Voor de kar …Maak maar geen drukte.Morgen vieren zij al bruiloft …Peer Gynt.Poeh!… maar ik kom nog van avond!Aase.Schaam je; wil je dat zij ook nogJe belachen en bespotten?Peer Gynt.Stil maar. Alles gaat wel goed.(jodelt en lacht tegelijkertijd).Heisa, zeg! De kar blijft hier;’t Paard te halen duurt te lang …(tilt haar op).Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Neen, op mijn armenDraag ik je naar ’t bruiloftshuis!(waadt door de beek).Aase.Help! Och Heer wees mij genadig!Wij verdrinken …Peer Gynt.Wij verdrinken …Neen, mij wachtEen veel hoogre dood …Aase.Een veel hoogre dood …Jawel;Jij komt aan de galg terecht!(trekt hem aan zijn haar).O, jij monster!Peer Gynt.O, jij monster!Zit nu stil,’t Is hier glad, de grond is glibb’rig.Aase.Ezel!Peer Gynt.Ezel!Ja, je mag wel schelden,Dat brengt niemand van de wijs.Zoo; nu krabb’len wij weer op …Aase.Hoû mij vast toch!Peer Gynt.Hoû mij vast toch!Heisa, hop!Nu wordt ’t Peer-en-rendier spelen;…(galoppeert).Ik ben ’t rendier, jij bent Peer!Aase.O, ik voel mezelf niet meer!Peer Gynt.Zie je, nu zijn wij de beek door;…(komt aan land).Zoo, geef nu je bok een kus:Dat is voor den voerman ’t loon …Aase(geeft hem een oorvijg).Ziedaar voor den voerman!Peer Gynt.Ziedaar voor den voerman!Au!Dat ’s een al te karig loon!Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Eerst naar de hoeve.Wees mijn voorspraak. Je bent handig;Spreek met hem, den ouden gek;Zeg hem dat Mads Moën niets waard is …Aase.Laat me los!Peer Gynt.Laat me los!En zeg hem ookWat Peer voor een kerel is.Aase.Ja, daar kan je vast op aan!’k Zal een boekje opendoen,’k Zal een mooi tafreel ophangenVan je fratsen en je streken …Peer Gynt.Zoo?Aase(spartelt van kwaadheid).Zoo?Ik zal niet eerder zwijgenVóór de boer den hond op je afjaagt,Alsof jij een schooier was!Peer Gynt.Hm; dan zal ik maar alleen gaan.Aase.Goed, maar ik kom je achterna!Peer Gynt.Moederlief, dat kan je niet …Aase.Denk je niet? Ik ben zoo woestDat ’k wel steenen kon vermorz’len!Grind zou ’k kunnen eten, bah!Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Als je belooft nu …Aase.Niets! ik wil mee naar den boer toe,Weten zal hij wie je bent!Peer Gynt.Neen, dan moet je wachten hier.Aase.’k Wil niet! Ik wil mee naar boven!Peer Gynt.Dat gebeurt niet.Aase.Dat gebeurt niet.Wat is dat nu?Peer Gynt.’k Zet je op ’t dak hier van den molen(Zet er haar op. Aase gilt).Aase.Haal me er af!Peer Gynt.Haal me er af!Als je wilt luistren …?Aase.Klets niet!Peer Gynt.Klets niet!Moeder wees toch wijs …Aase(gooit naar hem met een graszode).Haal me er af, Peer, gauw … terstond!Peer Gynt.Als ik durfde deed ik ’t zeker.(dichterbij).Blijf nu stil en rustig zitten.Ga niet spart’len met je beenen,Ruk en pluk niet aan de steenen,…Anders, denk er aan, zou ’t mis gaan …Zou je vallen.Aase.Zou je vallen.O, jij beest!Peer Gynt.Niet zoo spart’len!Aase.Niet zoo spart’len!O, ik wouDat de grond je op kon slokken!Peer Gynt.Schaam je toch!Aase.Schaam je toch!Och wat!Peer Gynt.Schaam je toch! Och wat!Geef lieverMij je zegen op mijn tocht mee.Wil je? Zeg?Aase.Ik zal je rans’len,Al ben jij ook nog zoo’n baas!Peer Gynt.Nou, tot ziens dan, moederlief!Zit maar stil, ik blijf niet lang weg.(gaat heen, maar keert zich om, steekt zijn vinger vermanend op en zegt):Denk er aan dat je niet spartelt!(af).Aase.Peer!… Och God, nu loopt hij weg!Bokkerijder! Leugenbrok!Zal je komen!… Neen, daar gaat hijEr van door …!(schreeuwend:)Er van door …!Help! ik word duiz’lig!(Twee oude vrouwen met zakken op den rug komen het pad af naar den molen).Eerste oude Vrouw.Hèh? Wie schreeuwt daar?Aase.Hèh? Wie schreeuwt daar?Ik! hier, ik!Tweede oude Vrouw.Aase! Wel,… wat zit je hoog …?Aase.Dit beteekent nog niet veel …Als ’t nog lang duurt vaar ’k ten hemel!Eerste oude Vrouw.Goede reis dan!Aase.Goede reis dan!Haal een ladder;’k Wil er af! Dat duivelsjong …Tweede oude Vrouw.Wie, je zoon?Aase.Wie, je zoon?Ja, wat hij uithaaltHeb je dan nu eens gezien.Eerste oude Vrouw.Wij getuigen.Aase.Wij getuigen.Help mij maar eens;Want naar Haegstad moet ik gauw nu …Eerste oude Vrouw.Is hij dáár?Tweede oude Vrouw.Is hij dáár?Dan kan je lachen;Want de smid zou ook daar komen.Aase(wringt de handen).Lieve God, mijn arme jongen!Wie weet of ze hem niet doodslaan!Eerste oude Vrouw.Ja, zoo iets kan licht gebeuren;Troost je dan maar dat ’t zijn lot was!Tweede oude Vrouw.Zij is dol van woede en angst.(roept naar boven).Ejvind, Anders! Komt eens hier!Een Mannenstem.Wat is ’t dan?Tweede oude Vrouw.Wat is ’t dan?Kijk, moeder AaseHeeft Peer Gynt op ’t dak gezet daar!…Een kleine hoogte met struiken en hei. Daar achter, door een hekje afgescheiden, loopt de weg.Peer Gynt komt een voetpad op, loopt snel naar het hekje toe, blijft staan en kijkt uit waar het uitzicht zich opent.Peer Gynt.Daar ligt Haegstad. Nu zal ’k gauw klaar zijn.(klimt half over het hekje heen; dan bedenkt hij zich).Wie weet of Ingrid wel alleen zit thuis?(beschut zijn oogen en kijkt uit).Neen. ’t Wemelt er van luî met geschenken.’t Is misschien ’t verstandigst als ik maar omkeer.(trekt zijn been weer terug).Altijd fluisteren ze achter je rug,En spotten dat ’t brandt dwars door je ziel heen.(gaat eenige stappen terug en plukt zonder nadenken blaren af).Als je nu maar iets sterks had te drinken,Of als je ’m kon poetsen onbemerkt …Of als niemand je kende … Vooral iets sterksZou goed zijn, dan schrijnt het lachen zoo fel niet.(Kijkt opeens als verschrikt rond; dan verbergt hij zich tusschen de struiken. Eenige menschen met eetwaren-geschenken gaan voorbij en dalen dan af naar het bruiloftshuis).Een Man.Zijn vader was een zuiplap en zijn moeder is niet wijs.Een Vrouw.Nou, dan is ’t ook geen wonder dat de jongen is ’n dwaas.(De menschen gaan verder. Even daarna komt Peer Gynt te voorschijn en kijkt hen rood van schaamte na).Peer Gynt(zachtjes).Hadden die het over mij?(met een woedend gebaar).Hadden die het over mij?Och, laat ze praten!Zij kunnen mij daarmee geen kop kleiner maken.(Laat zich neervallen in de hei, ligt langen tijd op zijn rug met de handen onder zijn hoofd in de lucht te staren).Wat een zonderlinge wolk! ’t Lijkt wel een paard.En een man zit er op,… en zadel en teugels …Daar achter rijdt een heks op een bezemsteel.(Lacht stil in zich zelf).Dat ’s moeder. Zij zit te schreeuwen en scheldt: beestVan een Peer!…(Even later sluit hij de oogen).Van een Peer!…Ja, nu is zij bang …Peer Gynt rijdt voorop, en een heele troep volgt hem …’t Tuig is verzilverd, goudglanzend de hoeven.Zelf draagt hij handschoenen, sabel en schede,’n Mantel heel lang en met voering van zijde.Dapper zijn zij die vertrouwend hem volgen.Geen één toch zit er als hij in het zadel,Geen één toch straalt er als hij in het zonlicht.Menschen staan ginds aan het hek bij elkander,Nemen hun hoed af en staren naar boven;Nijgende vrouwen ook. Allen erkennenKeizer Peer Gynt en zijn duizenden mannen.Onder hem schittren als kiezelsteenenZilveren munten, die strooide op den weg hij.Allen in ’t dorp zijn rijk nu als graven.Peer Gynt rijdt er dwars door de lucht over zee heen!Engelands prins staat aan ’t strand hem te wachten;Evenzoo doen alle Engelsche meisjes.Engelands grooten en Engelands keizer,Waar Peer voorbij rijdt, staan op van hun zetels.De kroon van zijn hoofd neemt de keizer af, zeggend.…Smid Aslak(tegen eenige anderen terwijl zij aan de andere zijde van het hekje voorbij gaan).Kijk dáár eens, Peer Gynt, dat dronken zwijn!Peer Gynt(komt half overeind).Wat, Keizer!De Smid(leunt over het hek, sarrend:)Wat, Keizer!Sta toch op, jongenlief!Peer Gynt.Wat duivel! De smid! Zeg? Wat mot jij nou?De Smid(tegen de anderen:)Z’n roes van Lunde zit hem nog in den kop.Peer Gynt(springt op).Ga nou maar dóór, hè!De Smid.Ga nou maar dóór, hè!Ik ga al, ja!Maar zeg, waar kom jij nu ’t laatst van daan?Zes weken weg … behekst in de bergen?Peer Gynt.Ja, smid, ’k heb wonderlijke dingen gedaan!De Smid(knipoogt tegen de anderen).Laat eens hooren, Peer!Peer Gynt.Dat gaat niemand aan.De Smid(na een oogenblikje).Ga je nu naar Haegstad?Peer Gynt.Ga je nu naar Haegstad?Neen.De Smid.Ga je nu naar Haegstad? Neen.Men zeiDat vroeger jij die meid daarginder wel mocht.Peer Gynt.Jij zwarte raaf …!De Smid(wijkt een beetje terug).Jij zwarte raaf …!Word nou niet kwaad, Peer;Heeft Ingrid jou versmaad, er zijn ’r nog meer …;Er komen daar jonkies en weeuwen allebei …Peer Gynt.Loop naar de hel!De Smid.Loop naar de hel!Kom, licht wil ’r een je nog hebben …Goên avond! Ik zal vast de bruid van je groeten.(af, lachend en fluisterend).Peer Gynt(kijkt hem een poos na, maakt een minachtend gebaar en keert zich half om).Voor mijn part kan die Haegstad-meid trouwenMet wien ze lust heeft, ’t Raakt mij geen zier!(kijkt langs zijn beenen).M’n broek aan flarden. Smerig en kaal,…Had ik maar iets nieuws om aan te trekken.(stampt op den grond).Kon ik maar met één rake greepHun eens die minachting uit ’t hart rukken!(kijkt plotseling in het rond).Wat is dàt? Wie staat daar te grinniken ginds?Hm, het leek mij toch net … Neen er was toch niemand …’k Ga naar moeder thuis.(gaat den weg op, maar blijft weer staan en luistert naar den kant van het feesthuis).’k Ga naar moeder thuis.Nu begint de dans!(staart en luistert; gaat stap voor stap weer terug; zijn oogen schitteren; hij wrijft langs zijn beenen).Wat een gewemel van meiden! Zes … acht wel de man!O, haal mij de duivel,… daar doe ik aan mee!…Maar moeder, die nog zit op het molendak …(weer dwalen zijn oogen naar beneden; hij springt en lacht).Heisa, de halling1dolt over de wei heen!Ja, die Guttorm speelt flink er op los!Dat stampt en dat bruist als een vallende stroom.En dan die troep heerlijke, frissche meiden!…Ja, haal mij de duivel, daar doe ik aan mee!(is met één sprong over het hek en holt naar beneden).Het voorplein op Haegstad. Op den achtergrond het woonhuis. Vele gasten. Op het grasveld wordt levendig doorgedanst. De speelman zit op een tafel. De keukenmeester staat in de deur. Keukenmeisjes loopen af en aan tusschen de verschillende gebouwen; oudere menschen zitten hier en daar samen te praten.Een Vrouw(gaat bij een troepje zitten dat op eenige balken is neer gezegen).O, de bruid? Ja, die huilt wel een beetje,Maar wie neemt daar nu notitie van.De Keukenmeester(in een ander groepje).Hier is wat te drinken, lieve menschen.Een Man.Dank den gever; maar je schenkt wel wat veel.Een Jongkerel(tegen den fiedelaar, terwijl hij voorbij stuift met een meisje aan de hand).Heisa, Guttorm, strijk wat je kunt maar!Het Meisje.Strijk dat het klinkt ver over de weiden!Meisjes(in een kring om een jongen die danst).Mooi was die sprong!Een Meisje.Mooi was die sprong!Hij is los in de knieën!De Jongen(dansend).Hier is ’t ver van den muur en hoog de zoldring!De Bruidegom(komt grienend naar zijn vader toe, die met een paar anderen staat te praten, en trekt hem aan zijn buis).Zij wil niet, vader; zij is zoo stug!De Vader.Wat wil ze niet?De Bruidegom.Wat wil ze niet?Zij heeft zich opgesloten.De Vader.Nou, zie dan den sleutel te vinden.De Bruidegom.Ik weet hier den weg niet.De Vader.Ik weet hier den weg niet.Je bent een uil!(keert zich weer tot de anderen. De bruidegom slentert weg over het voorplein).Een Jongen(van de achterzijde van het huis).Meisjes! Nu zal het pas goed gaan worden!Peer Gynt is gekomen!De Smid(die er zoo even bij gekomen is).Peer Gynt is gekomen!Wie bracht hem hier?De Keukenmeester.Peer Gynt is gekomen! Wie bracht hem hier?Niemand.(gaat naar het huis toe).De Smid(tegen de meisjes).Als hij tegen je spreekt, hoor dan niet naar hem!Een Meisje(tegen de anderen:)Neen; wij doen net of wij hem niet kennen.Peer Gynt(komt verhit en opgewonden aan, blijft midden voor den zwerm staan en klapt in de handen).Wie van jullie kan het flinkste draaien?Een enkele(op wie hij toetreedt).Ik niet.Een andere(evenzoo).Ik niet.En ik niet.Een Derde.Ik niet. En ik niet.Nou, ik zeker ook niet.Peer Gynt(tegen een vierde:)Kom jij dan maar, tot een beetre zich aanmeldt.Het Meisje(keert zich om).Ik heb geen tijd.Peer Gynt(tegen een vijfde:)Ik heb geen tijd.Jij dan!Het Meisje(terwijl zij wegloopt:)Ik heb geen tijd. Jij dan!Ik moet naar huis.Peer Gynt.Van avond? Ben je nou heelemaal mal.De Smid(even later, halfluid:)Peer, daar gaat zij dansen met een ouwe.Peer Gynt(wendt zich snel tot een ouderen man).Waar zijn zij die nog vrij zijn?De Man.Waar zijn zij die nog vrij zijn?Zoek zelf maar.(gaat heen).(Peer Gynt is opeens stil geworden. Hij gluurt schuw onderuit naar de groep. Allen kijken naar hem, maar niemand zegt iets. Hij gaat naar andere groepjes toe. Waar hij komt wordt het stil; als hij zich verwijdert, glimlachen zij en kijken hem na).Peer Gynt(zachtjes).Blikken, gedachten en lachjes als pijlen,Dat krast en knarst als zaaghout onder vijlen!(Hij sluipt langs het hek. Solvejg, met de kleine Helga aan de hand, komt het voorplein op, vergezeld van haar ouders).Een Man(tegen een anderen, dicht bij Peer Gynt).Dat zijn de nieuwe menschen.De Andere.Dat zijn de nieuwe menschen.Die luî daar?De Eerste.Komen uit het Westen.De Andere.Komen uit het Westen.Juist! Jawel.Peer Gynt(treedt de komenden in den weg, wijst op Solvejg en vraagt aan den man:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?De Man(zacht:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?Zeker; maar eerstMoeten wij de menschen binnen begroeten.(zij gaan binnen).De Keukenmeester(tegen Peer Gynt, terwijl hij hem te drinken aanbiedt:)Als je hier bent moet je de kruik eens aanspreken!Peer Gynt(kijkt onafgewend naar de binnengaanden).Dank je; ’k wil dansen. Ik heb nu geen dorst.(De keukenmeester gaat weg; Peer Gynt kijkt naar het huis en lacht).Hoe blank! Neen, zoo iets zag ik nog nooit!Keek neer op haar schoenen en haar witte schortje …!En terwijl hield zij moeders schortpunt vast,En droeg een kerkboek in een doek gewikkeld …!Ik moet dat meisje zien.(wil de kamer in).Een Jongen(komt met verscheidenen er uit).Ik moet dat meisje zien.Wel, Peer, ga je al wegVan ’t dansen?Peer Gynt.Van ’t dansen?Neen.De Jongen.Van ’t dansen? Neen.Maar dan loop je verkeerd.(pakt hem bij den schouder om hem om te draaien).Peer Gynt.Laat mij toch voorbij!De Jongen.Laat mij toch voorbij!Ben je bang voor den smid soms?Peer Gynt.Ik bang?De Jongen.Ik bang?Ja, je weet wel hoe ’t laatst ging te Lunde?(het troepje gaat lachend weg naar de dansenden).Solvejg(in de deur).Jij bent vast de jongen, die wilde dansen?Peer Gynt.Ja, dat ben ik; was je dat al vergeten?(neemt haar bij de hand).Kom dan!Solvejg.Kom dan!Maar niet te lang, zegt moeder!Peer Gynt.Zegt moeder? Ben jij dan van gistren, zeg?Solvejg.Je lacht me uit …!Peer Gynt.Je lacht me uit …!Je bent toch al volwassen;Hoe oud ben je?Solvejg.Hoe oud ben je?’k Ben aangenomen in ’t voorjaar.Peer Gynt.Zeg hoe je heet, dan praten wij gezelliger.Solvejg.Mijn naam is Solvejg. En jij, hoe heet jij?Peer Gynt.Peer Gynt.Solvejg(trekt haar hand terug).Peer Gynt.O hemel!Peer Gynt.Peer Gynt. O hemel!Wat moet dàt nu?Solvejg.Mijn kouseband is los; dien moet ik vaster gaan binden.(loopt weg).De Bruidegom(trekt zijn moeder aan haar rok).Moeder, zij wil niet!De Moeder.Moeder, zij wil niet!Wil zij niet? Wat?De Bruidegom.Zij wil niet!De Moeder.Zij wil niet!Wat dan?De Bruidegom.Zij wil niet! Wat dan?Den sleutel omdraaien.De Vader(zachtjes en nijdig).Zij moesten jou aan de ruif vastbinden!De Moeder.Och, brom maar niet. Sukkel! ’t Komt wel terecht.(zij gaan weg).Een Jongkerel(die met een heelen troep van de dansplaats komt).’n Slok brandewijn, Peer?Peer Gynt.’n Slok brandewijn, Peer?Neen.De Jongkerel.’n Slok brandewijn, Peer? Neen.’n Slokje maar?Peer Gynt(kijkt hem donker aan).Heb je dan wat?De Jongkerel.Heb je dan wat?Dat kon wel gebeuren.(haalt een zakflesch te voorschijn en drinkt).Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Peer Gynt.Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Laat ’ns proeven.(drinkt)Een Tweede.Nu moet je ook eens drinken met mij.Peer Gynt.Neen!Dezelfde.Neen!Och kom, wees nou niet zoo flauw, zeg!Kom Peer, drink!Peer Gynt.Kom Peer, drink!Geef mij dan een dropje.(drinkt weer).Een Meisje(halfluid:)Kom, laat ons gaan.Peer Gynt.Kom, laat ons gaan.Ben je bang voor mij, deern?Een Derde Jongkerel.Wie is nou niet bang voor jou?Een Vierde.Wie is nou niet bang voor jou?Je toondeLaatst nog te Lunde ons wat van je kunsten.Peer Gynt.’k Kan meer nog dan dat, als ik eerst maar eens los kom!Eerste Jongkerel(fluisterend:)Nu komt hij op dreef!Verscheidenen(vormen een kring om hem heen).Nu komt hij op dreef!Vertel; vertel!Wat kan je?Peer Gynt.Wat kan je?Ja, morgen …!Anderen.Wat kan je? Ja, morgen …!Neen, van avond nog, Peer!Een Meisje.Kan je toov’ren Peer?Peer Gynt.Kan je toov’ren Peer?’k Kan den duivel bezweren!Een Man.Dat kon grootmoeder ook al, vóór ik bestond!Peer Gynt.Leugens! Watikkan dat kan niemand anders.Ik heb hem één keer toch gejaagd in een noot.Die was wormstekig, zie je!Verscheidenen(lachend).Die was wormstekig, zie je!Dat laat zich begrijpen!Peer Gynt.Hij vloekte en jankte en wilde mij gevenAlles en nòg wat …Eén uit den hoop.Alles en nòg wat …Maar hij moest er in?Peer Gynt.Dat spreekt. Ik stopte ’t gat dicht met een pen.O! Dat was me een gebrom en gerommel!Een Meisje.Verbeeld je!Peer Gynt.Verbeeld je!’t Was net het gegons van een hommel.Het Meisje.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Peer Gynt.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Neen.Nu is hij lang al weer er van door.Het iszijnschuld dat Aslak zoo ’t land aan mij heeft.Een Jongkerel.Hoe zoo?Peer Gynt.Hoe zoo?’k Ging naar de smidse en vroegOf hij de noot voor mij wilde kraken?“Welzeker!” Hij legde ze neer op het aambeeld;Maar Aslak pakt erg hardhandig aan;…En slaat er terstond op met zijn hamer …Een Stem uit de menigte.Sloeg hij hem morsdood toen?Peer Gynt.Sloeg hij hem morsdood toen?Hij sloeg als een man.Maar slim was de ander, en stoof als een brandDwars door het dak heen en scheurde den wand.Verscheidenen.En Aslak …?Peer Gynt.En Aslak …?Stond met gebrande handen.Sedert dien dag mag hij mij niet lijden.(algemeen gelach).Enkelen.Die mop is wel goed!Anderen.Die mop is wel goed!Dat is wel zijn beste!Peer Gynt.Denk jullie dat ik wat verzin?Een Man.Denk jullie dat ik wat verzin?O neen,Dat is niet noodig; ik ken al het meesteVan vroeger …Peer Gynt.Van vroeger …Leugens! ’t Ismijgebeurd!De Man.Net zoo als alles.Peer Gynt(met een handzwaai).Net zoo als alles.Wat! Ik kan rijdenDwars door de lucht heen op wilde paarden!Och, ik kan allerlei dingen doen, weet je.(weer schaterend gelach).Een uit de bende.Rijd eens door de lucht, Peer!Velen.Rijd eens door de lucht, Peer!Toe ja, Peer Gynt …Peer Gynt.Je hoeft er niet zoo om te bedelen, zeg.Ik zal rijden als een stormwind over jullie allen!’t Heele kersspel zal nog te voet mij vallen!Een oudere Man.Nu is hij stapelgek al.Een Tweede.Nu is hij stapelgek al.Stuk vee!Een Derde.Opsnijder!Een Vierde.Opsnijder!Leugenbrok!Peer Gynt(dreigt hen).Opsnijder! Leugenbrok!Wacht maar, jawel!Een Man(halfdronken).Ja wacht; jou krijgen wij wel eens te pakken!Verscheidenen.Dan slaan wij je murw! En ’n paar blauwe oogen!(De troep verspreidt zich, de ouderen kwaad, de jongeren spottend en lachend).De Bruidegom(vlak bij hem).Zeg Peer, is het waar, kan je door de lucht rijden?Peer Gynt(kort).Zeker, Mads! Geloof maar dat ik wat mans ben.De Bruidegom.Heb je dan ook den mantel, die maakt onzichtbaar?Peer Gynt.Den hoed, bedoel je? Ja, dien heb ik ook.(keert zich van hem af. Solvejg gaat over de dansplaats met Helga aan de hand).(Peer Gynt naar hen toe, met stralende oogen).Solvejg! O, ’t is goed dat je komt, hoor!(grijpt haar pols).Nu zal ik je draaien lustig in ’t rond!Solvejg.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Waarom?Solvejg.Laat mij los! Waarom?Je bent zoo wild.Peer Gynt.Ook het rendier is wild, als de zomer nadert.Kom toch, deern, en wees niet zoo dwars!Solvejg(trekt haar arm terug).’k Durf niet.Peer Gynt.’k Durf niet.Waarom niet?Solvejg.’k Durf niet. Waarom niet?Je hebt gedronken.(gaat met Helga weg).Peer Gynt.Je mes moest je hun kunnen stekenDwars door hun korpus … allemaal!De Bruidegom(stoot hem aan met zijn elleboog).Kan jij mij niet bij mijn bruid binnen laten?Peer Gynt(verstrooid).Je bruid? Waar is die?De Bruidegom.Je bruid? Waar is die?In ’t blokhuis.Peer Gynt.Je bruid? Waar is die? In ’t blokhuis.Zoo, zoo.De Bruidegom.Och toe, Peer Gynt, doe jij eens je best!Peer Gynt.Neen, jij moet ’t zonder mijn hulp klaar spelen.(een gedachte gaat hem door het hoofd; hij zegt zachtjes en heftig:)Ingrid in ’t blokhuis!(nadert Solvejg).Ingrid in ’t blokhuis!Heb jij je bedacht, zeg?(Solvejg wil doorgaan, hij treedt haar in den weg).Je schaamt je omdat ik wel een schooier lijk.Solvejg(haastig).Dat doe ik niet, neen, en dat ’s ook niet waar!Peer Gynt.Jawel, en ’n beetje heb ik ’m òm;Maar dat was uit nijd, omdat jij mij afwees.Kom nou!Solvejg.Kom nou!’k Mag niet, al zou ik wel willen!Peer Gynt.Voor wie ben je bang?Solvejg.Voor wie ben je bang?Voor vader ’t meest.Peer Gynt.Vader? O, dat is zeker zoo’n stille!Die ’t hoofd laat hangen? Of niet soms, zeg?Solvejg.Wat moet ik zeggen?Peer Gynt.Wat moet ik zeggen?Hoor je tot de vromen?Je vader, je moeder, en ook jij?Nou, kan je niet spreken?Solvejg.Nou, kan je niet spreken?Laat mij met rust.Peer Gynt.Neen!(gedempt maar heftig en bangmakend:)Neen!Ik kom bij je als een booze geest!Ik kom voor je bed staan, als de klok twaalf slaat van nacht.Hoor je dan om je heen blazen en sissen,Dan hoef je niet te denken dat het maar de kat is.Dat benikdan! Ik tap je bloed af in een kop;En je kleine zusje eet ik heelemaal op;Ja, je moet ’t maar weten dat ik ’s nachts een weerwolf ben.’k Zal je bijten in je lenden, je rug …(slaat plotseling over en smeekt als in angst:)Dans met mij, Solvejg!Solvejg(kijkt hem donker aan).Dans met mij, Solvejg!Hè, dat was slecht!(gaat de kamer binnen).De Bruidegom(komt weer aangeslenterd).Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Peer Gynt.Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Dat ’s goed!(Zij gaan achter het huis. Op ’t zelfde oogenblik komt er een heele troep van de dansplaats; de meesten zijn dronken. Drukte en lawaai, Solvejg en Helga komen met hun ouders en een aantal oudere gasten aan de deur).De Keukenmeester(tegen den smid die vooraan staat in den troep:)Bedaard!De Smid(trekt zijn buis uit).Bedaard!Neen, nu moet ’t maar uitgemaaktWorden, Peer Gynt of ik moet ’t veld maar ruimen.Eenigen.Ja, laat ze eens vechten!Anderen.Ja, laat ze eens vechten!Neen, enkel razen!De Smid.Woorden doen niets; de vuist moet het doen.Solvejg’s Vader.Kalm toch, man!Helga.Kalm toch, man!Moeder, gaan ze ’m slaan?Een Jongkerel.Laat ons liever pret maken over zijn leugens.Een Tweede.’m Jagen van de dansvloer!Een Derde.’m Jagen van de dansvloer!’m Spuwen in zijn bakkes!Een Vierde(tegen den smid:)Blijf jij er bij, zeg?De Smid(gooit zijn buis uit).Blijf jij er bij, zeg?’t Beest wordt geslacht, hoor!Solvejgs Moeder(tegen Solvejg:)Nou zie je eens hoe ze dien vent hier achten.Aase(komt met een stok in de hand).Is Peer mijn zoon hier? Want nou krijgt hij slaag;’k Geef hem een rammeling die hem heugen zal!De Smid(stroopt zijn hemdsmouwen op).Voor zoo’n schavuit is ’n stok veel te zacht.Sommigen.Aslak zal ’m raken.Anderen.Aslak zal ’m raken.’m Beuken!De Smid(spuwt in zijn handen en knikt Aase toe).Aslak zal ’m raken. ’m Beuken!’k Hang hem op!Aase.Wat! Ophangen, Peer! Probeer ’t als je durft;…Tanden en nagels heeftAasenog wel!Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!De Bruidegom(komt hard aangeloopen).Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!Wel, godallemachtig!Kom, vader, moeder,…!De Vader.Kom, vader, moeder,…!Wat is er te doen?De Bruidegom.Peer Gynt heeft …!Aase(gilt).Peer Gynt heeft …!Hebben ze ’m doodgeslagen?De Bruidegom.Neen, Peer Gynt …! Kijkt daar eens op den berg..De Menigte.Met de bruid!Aase(laat den stok vallen).Met de bruid!Zoo’n schoelje!De Smid(als uit de lucht gevallen).Met de bruid! Zoo’n schoelje!Tegen de steilste kantenKlautert de kerel op als een geit!De Bruidegom(huilend).Hij draagt haar, moeder, als een beer een zwijn!Aase(maakt een dreigend gebaar tegen hem).O, viel je er maar af, dat je …(gilt in angst:)O, viel je er maar af, dat je …Wees toch voorzichtig!De Boer van Haegstad(komt blootshoofds en bleek van woede:)Ik draai hem den nek om voor deze streek!Aase.God neen! ’k Mag sterven als ik dat laat begaan!EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF.

PERSONEN:Aase, de weduwe van een boer.Peer Gynt, haar zoon.Twee oude vrouwen, met korenzakken.Aslak, een smid.Bruiloftsgasten.De Keukenmeester.De Speelman enz.Een nieuw aangekomen boerenechtpaar.Solvejgen de kleineHelga, hun dochters.De Boer vanHaegstad.Ingrid, zijne dochter.De Bruidegom en zijn ouders.Drie berghut-meiden.Een in ’t groen gekleede vrouw.De Koning van Dovre.Een Hofkabouter. Verschillende andere Kabouters.Jeugdige Kabouters van beiderlei kunne. Een paar Heksen, Aardgeesten, Dwergen, Aardmannetjes, enz.Een leelijke Jongen.Een Stem in het duister.Vogelgeschreeuw.Kari, een boerenvrouw.MisterCotton, MonsieurBallon, die Herren vonEberkopfenTrumpeterstraale, reizigers.Een dief en een heler.Anitra, de dochter van een Bedoeïnen-stamhoofd.Arabieren, Slavinnen, dansende Meisjes, enz.De Memnonzuil (zingende) en de Sfinx van Gizeh (zwijgende figuur).BegriffenfeldtProfessor, dr. Phil., directeur van het Krankzinnigengesticht te Kaïro.Hoehoe, een taalhervormer van de kust van Malabar.Hoessein, een Oostersch Minister.Een Fellah met een koningsmummie. Verscheidene krankzinnigen met hun oppassers.Een Noorsch Scheepskapitein en de bemanning van zijn schip.Een vreemde Passagier.Een Geestelijke.Een Begrafenisstoet.Een Ambtenaar.Een Knoopengieter.Een magere persoon.De handeling, die plaats heeft in ’t begin der 19de eeuw, en eindigt omstreeks het jaar 1860, wordt gedeeltelijk afgespeeld in het Gudbransdal en zijn bergen, gedeeltelijk aan de kust van Marokko, in de Saharawoestijn, in het gekkenhuis te Kaïro, op zee, enz.EERSTE BEDRIJF.Een helling met loofboomen bij Aase’s hoeve. Een beek stroomt schuimend naar beneden. Aan den anderen kant een oude molen. Warme zomerdag.Peer Gynt, een forsch gebouwde jonge man van twintig jaar komt het voetpad af. Aase, zijn moeder, klein en tenger, komt achter hem aan. Zij is boos en kijft.Aase.Peer, je liegt!Peer Gynt(zonder stil te staan).Peer, je liegt!Dat doe ik niet!Aase.Zoo; nou zweer dan dat ’t zoo is!Peer Gynt.Waarom zweren?Aase.Waarom zweren?Och, je durft niet!’t Is weer alles leugenpraat!Peer Gynt(blijft staan).’t Is de waarheid … woord voor woord!Aase(vlak voor hem).En je schaamt je niet voor mij?Loopt van huis maar weken langJuist in de’allerdrukste tijden,Om te jagen in de bergen,…Komt thuis met gescheurden pels,Half gekleed en zonder wild;…En ten slot zou je wel denkenMij je jagers-leugenpraatZoo maar op de mouw te spelden!…Wel, waar was ’t dat je den bok zag?Peer Gynt.Op den Gendin.Aase(lacht spottend).Op den Gendin.Juist, jawel!Peer Gynt.Scherp blies daar de wind van daan;Achter kreupelhout verborgenGroef hij in de harde sneeuwNaar wat mos …Aase(als voren).Naar wat mos …Ja, juist, jawel!Peer Gynt.’k Hield mijn adem in, stil luistrend,Hoorde ’t knarsen van zijn hoef,Zag van één gewei de takken.Toen, voorzichtig, tusschen steenen,Sloop ik op mijn buik vooruit.Daar verborgen gluurde ik opwaarts;…Zulk een bok, zoo mooi en vet,Zag je van je leven niet!Aase.Neen, dat zal wel niet!Peer Gynt.Neen, dat zal wel niet!Eén knal!En, bons! lag de bok ter aarde.Maar zoodra hij nedervielZat ik op zijn rug al schrijlings,Greep hem bij zijn linkeroor,Haalde juist mijn mes al uitOm ’t hem in den nek te steken;…Hei! daar gaat hij aan het schreeuwen,Staat pardoes weer op zijn pooten,Werpt naar achteren zijn geweiDat ’k verlies mijn mes en schede;Pakt als in een schroef mijn lenden,Slaat zijn horens om mijn beenenDat ’k als in een tang geklemd zit,…En zoo rent hij met een vaartRechtstreeks over Gendinskam!Aase(onwillekeurig).Goede hemel …!Peer Gynt.Goede hemel …!Heb je wel eensOoit den Gendinskam gezien?’n Halve mijl is die wel lang,Smal … niet breeder dan een zeis,Over gletschers, losse steenen,Scherpe kanten, grauw en steil,Kan je zien aan beide kanten’t Zwarte water in de diepteSlapend, meer dan dertienhonderdEl omlaag, den berg insluitend …Daarlangs stoven hij en ikPijlsnel voort door weer en wind.Nooit bereed ik nog zoo’n beestje!Midden door die wilde vaart’n Knett’ren als van zonnevonken.Arendsruggen zwommen bruinIn het duizeldiepe ruim,Halfweg tusschen ons en ’t water,…Dreven dan weer weg, als schuim.Drijfijs brak er aan de kanten,Doch ’t geluid was niet te hooren;Draaikolks-feeën dansten maarZingend, zwierend in het rond,Voor mijn oogen, en mijn ooren!Aase(duizelig).O God, sta mij bij!Peer Gynt.O God, sta mij bij!Op eens,Op een vreeslijk steile plek,Vliegt daar plotseling een sneeuwhoenUit de spleet waarin het zat,Fladdert kakelend, verschrikt,Op, vlak voor den bok zijn pooten.Die maakt snel half-rechtsomkeert,Jaagt dan met een reuzensprongNaar beneden in de diepte!(Aase wankelt en grijpt naar een boomstam. Peer Gynt gaat voort).Achter ons de zwarte steilte,Onder ons een grondloos diep!Eerst ging ’t door een laag van nevels,Toen door ’n heelen zwerm van meeuwen,Die naar alle kanten vluchtend,Krijschend uit elkander stoven.Voort maar weer! Voort naar beneden!Maar van uit de diepte schemertWit iets, als een rendiersborst …’t Was ons eigen beeld, o moeder,Dat, opstijgend uit het bergmeer,Naar de oppervlakte stormdeIn een even wilde vaartAls die ons joeg naar beneden.Aase(snakt naar adem).Peer! God help’ mij …! Zeg het gauw!Peer Gynt.Bok van boven, bok van ondren,Stooten gelijktijdig samen,Dat het schuim ons wit bespatte.Ja, daar lagen wij te spartlen …Na een poosje toch bereiktenWij een plekje waar wij landden,’t Rendier zwom, ik aan hem hangend;…Ik ging huiswaarts …Aase.Ik ging huiswaarts …En de bok dan?Peer Gynt.Die loopt zeker nog wel rond;…(knipt met de vingers, draait op zijn hielen en voegt er bij:)Pak hem, als je ’m nog kunt krijgen.Aase.En je nek is niet gebroken?Beide beenen brak je niet?En je ruggegraat is heel?O, mijn God,… ik loof en dank uDat mijn zoon gij hebt beschermd …Wel is toch je broek aan flarden;Maar dat is niet van beteeknisAls men denkt wat er veel ergersKòn gebeuren op zoo’n tocht …!(houdt plotseling stil, kijkt hem aan met open mond en groote oogen,kan een heelen tijd geen woorden vinden, en barst eindelijk uit:)O jij duivels-leugenaar!Goede God, wat kan jij liegen!Ik herinner ’t mij nu weer,Heb het al gehoord als meisje.Gudbrand Glesne is ’t gebeurd …Maar niet jou …Peer Gynt.Maar niet jou …Jawel, mij ook.’t Kan wel meer dan ééns gebeuren.Aase(nijdig).Ja, een leugen kan je draaienOm-en-om, versierd, vermooid,In een gloednieuw pak gestokenDat geen mensen haar meer herkent.En dàt heb jij nu gedaan;Alles groot en wild gemaakt,Opgesierd met arendsruggen …En met al die andre fratsen —Hier wat bij en daar wat af —Maak je iemand zoo van streek,Dat een mensch niet meer herkentWat hij jaren lang al wist!Peer Gynt.Als een ander zoo iets zei’k Zou hem ongenadig rans’len!Aase(huilend).Och God, was ik toch maar dood;Lag ik toch maar onder de aarde!Tranen noch gebeden helpen,…Peer, je bent en blijft verloren!Peer Gynt.Lieve moedertje, och toe,…Ja, je hebt volmaakt gelijk,…Wees nu maar weer goed …Aase.Wees nu maar weer goed …Och, zwijg toch!Kan ik zoo maar daadlijk goed zijn,Met een beest als jij tot zoon?Is ’t voor mij, een arme weduw’Zonder steun, geen bitter leed dan?Altijd schande maar tot loon!(schreit weer)Wat bleef er voor ons nog overVan grootvaders rijke dagen?Waar zijn al de zakken geldVan den ouden Rasmus Gynt?Vader bracht het geld aan ’t rollen,…Strooide ’t rond als ware ’t zand,Kocht maar grond in ’t heele land,Reed er met vergulde karren …Waar is alles wat verdaan werdBij het groote winterfeest,Toen de gasten flesschen, glazenNeer maar kwakten op de planken!Peer Gynt.Sneeuw van ’t vorig jaar, waar is die?Aase.Hoû toch je brutalen mond!Kijk eens rond! Om ’t andre raam isEr geen heele glasruit meer.Hek en schutting zijn bezweken,’t Vee staat maar in weer en wind,Veld en akker liggen braak,Iedre maand moet ik beleenen …Peer Gynt.Hou toch op met dat gezeur!Dikwijls als ’t geluk eens uitbleefKwam het in galop terug weer!Aase.Waar dàt groeide is zout gestrooid nu!Maar jij bent een kerel, jij,…Altijd kranig en brutaal,Welbespraakt als toen de priester —Die van Kopenhagen kwamEn je naar je doopnaam vroeg —Zwoer dat menig volbloed prinsjeZulk een naam zou willen dragen.En tot dank gaf toen je vaderPaard en slede hem present nog,Voor zijn allervriendlijkst woord …Ja; toen was hier pret genoeg!Proost, kaptein en al hun aanhangHingen dagelijks hier om,Etend, drinkend om het hardst.Maar in nood kent men zijn vrienden,’t Werd hier alles leeg en stilVan den dag, dat “Jon de geldzak”Met zijn mars de wereld introk.(droogt haar oogen af met haar schort).Och, jij bent nu groot en sterk tochJij moest staf en steun en hulp zijnVoor je arme oude moeder,…Jij moest hoeve en huis besturen,Zorgen dat er niets verviel;…(huilt weer).Lieve God, wat ik aan jou hadAl die jaren lang, schavuit!Bij den haard blijf je thuis liggen,Wentelt rond in asch en kolen;In het dorp jaag je al de meisjesUit de danszaal als je komt,…Maakt mij overal te schande,Vecht met d’ergste vechtersbazen …Peer Gynt(loopt weg).Schei toch uit.Aase(loopt hem na).Schei toch uit.Kan jij ’t ontkennenDat je nommer één geweest bentToen er zoo gevochten is laatst,Ginds te Lunde … waar je elkanderGingt te lijf als dolle honden?Of was jij ’t niet die smid Aslak’sArm ontwricht heb op dien dag …Of was ’t soms één vinger maar?Peer Gynt.Wie bracht je die praatjes thuis?Aase(nijdig).Buurvrouw hoorde het gejammer!Peer Gynt(wrijft zijn elleboog).Ja, maar schreeuwen deed ik zelf.Aase.Jij?Peer Gynt.Jij?Jawel …ikkreeg de klappen.Aase.Wat?Peer Gynt.Wat?Die kan je raken, hoor!Aase.Wie dat?Peer Gynt.Wie dat?Wel, dien Aslak, meen ik.Aase.Foei toch, foei! ’k Moest op je spuwen!Zoo’n opsnijder, zoo’n slampamper,’n Zuiplap, een aartsleugenaar,Liet jij je door zoo’n vent slaan?(huilt weer).Schande heb ’k al veel geleden;Maar dat dit gebeuren moestIs wel de ergste spotternij.Al is hij dan nog zoo’n baas;…Moet jij dan de minste zijn?Peer Gynt.Of ik klop krijg, of d’r op sla …Jamren moet je toch altijd.(lacht).Troost je moeder …Aase.Troost je moeder …Was ’t een leugenNou alweer?Peer Gynt.Nou alweer?Ja, dezen keer.Droog dus maar je tranen af;…(balt zijn linkerhand).Kijk,… met deze knijptang hierHield ’k den heelen smid gebogen;(balt de rechterhand).En dit vuistje was mijn hamer …Aase.O, jij rekel, brengt je moederNog in ’t graf met je gedrag!Peer Gynt.Neen, hoor, jij bent beter waard;Twintig duizend maal wat beters;Lieve, booze moeder mijn,Kom, vertrouw maar op mijn woord,Heel het dorp zal je nog eeren,Wacht maar tot ik eens iets groots …Waarlijk groots volbrengen zal.Aase(spottend).Jij!Peer Gynt.Jij!Wie weet wat kan gebeuren!Aase.Werd je nog maar eens zoo wijsDat je zelf weer dicht kon makenAl de scheuren in je broek!Peer Gynt(nijdig).Koning zal ik worden, keizer!Aase.Lieve God, daar gaat zijn laatsteRestje van gezond verstand!Peer Gynt.Ja, ’t gebeurt! Heb maar geduld!Aase.“Heb geduld, dan wordt je prins,”Heet het, als ’k mij niet vergis!Peer Gynt.Wacht maar, moeder!Aase.Wacht maar, moeder!Hoû je mond!Stapelgek ben je gewoon …Trouwens, eerlijk moet ik zeggen,Als je niet zoo dag aan dagDolle streken deedt, en loog,Was je goed terecht gekomen.Die van Haegstad mocht je wel;Die had jij best kunnen krijgenAls je ’t goed hadt aangelegd …Peer Gynt.Denk je?Aase.Denk je?D’oude heeft geen kracht meerOm zijn dochter te weerstaan;Wel is hij een echte stijfkop,Maar zij, Ingrid, geeft geen kamp ook;En waarzijgaat, strompelt hijBrommend haar wel achterna dan.(begint weer te schreien).Och, mijn Peer, een schatrijk meisje,…’n Boerendochter! Denk eens aan,…Als je ’t wijzer aangelegd hadtWas je al haar bruidegom,…Jij, die nu hier loopt in lompen!Peer Gynt(snel).Kom, ik ga het jawoord halen!Aase.Waar?Peer Gynt.Waar?Op Haegstad!Aase.Waar? Op Haegstad!Arme jij;Dat is uit, die vrijerij!Peer Gynt.En waarom?Aase.En waarom?’t Is om te huilen!Nu is het te laat … verspeeld al …Peer Gynt.Zoo?Aase(snikkend).Zoo?Toen jij ginds in de bergenDoor de lucht reedt op je rendier,Heeft Mads Moën haar gekregen!Peer Gynt.Wat? Dat vrouwenschrikbeeld! Hij!…Aase.Ja, zij neemt hem nu tot man.Peer Gynt.Wacht mij hier tot ik een paard spanVoor de kar …(wil weggaan).Aase.Voor de kar …Maak maar geen drukte.Morgen vieren zij al bruiloft …Peer Gynt.Poeh!… maar ik kom nog van avond!Aase.Schaam je; wil je dat zij ook nogJe belachen en bespotten?Peer Gynt.Stil maar. Alles gaat wel goed.(jodelt en lacht tegelijkertijd).Heisa, zeg! De kar blijft hier;’t Paard te halen duurt te lang …(tilt haar op).Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Neen, op mijn armenDraag ik je naar ’t bruiloftshuis!(waadt door de beek).Aase.Help! Och Heer wees mij genadig!Wij verdrinken …Peer Gynt.Wij verdrinken …Neen, mij wachtEen veel hoogre dood …Aase.Een veel hoogre dood …Jawel;Jij komt aan de galg terecht!(trekt hem aan zijn haar).O, jij monster!Peer Gynt.O, jij monster!Zit nu stil,’t Is hier glad, de grond is glibb’rig.Aase.Ezel!Peer Gynt.Ezel!Ja, je mag wel schelden,Dat brengt niemand van de wijs.Zoo; nu krabb’len wij weer op …Aase.Hoû mij vast toch!Peer Gynt.Hoû mij vast toch!Heisa, hop!Nu wordt ’t Peer-en-rendier spelen;…(galoppeert).Ik ben ’t rendier, jij bent Peer!Aase.O, ik voel mezelf niet meer!Peer Gynt.Zie je, nu zijn wij de beek door;…(komt aan land).Zoo, geef nu je bok een kus:Dat is voor den voerman ’t loon …Aase(geeft hem een oorvijg).Ziedaar voor den voerman!Peer Gynt.Ziedaar voor den voerman!Au!Dat ’s een al te karig loon!Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Eerst naar de hoeve.Wees mijn voorspraak. Je bent handig;Spreek met hem, den ouden gek;Zeg hem dat Mads Moën niets waard is …Aase.Laat me los!Peer Gynt.Laat me los!En zeg hem ookWat Peer voor een kerel is.Aase.Ja, daar kan je vast op aan!’k Zal een boekje opendoen,’k Zal een mooi tafreel ophangenVan je fratsen en je streken …Peer Gynt.Zoo?Aase(spartelt van kwaadheid).Zoo?Ik zal niet eerder zwijgenVóór de boer den hond op je afjaagt,Alsof jij een schooier was!Peer Gynt.Hm; dan zal ik maar alleen gaan.Aase.Goed, maar ik kom je achterna!Peer Gynt.Moederlief, dat kan je niet …Aase.Denk je niet? Ik ben zoo woestDat ’k wel steenen kon vermorz’len!Grind zou ’k kunnen eten, bah!Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Als je belooft nu …Aase.Niets! ik wil mee naar den boer toe,Weten zal hij wie je bent!Peer Gynt.Neen, dan moet je wachten hier.Aase.’k Wil niet! Ik wil mee naar boven!Peer Gynt.Dat gebeurt niet.Aase.Dat gebeurt niet.Wat is dat nu?Peer Gynt.’k Zet je op ’t dak hier van den molen(Zet er haar op. Aase gilt).Aase.Haal me er af!Peer Gynt.Haal me er af!Als je wilt luistren …?Aase.Klets niet!Peer Gynt.Klets niet!Moeder wees toch wijs …Aase(gooit naar hem met een graszode).Haal me er af, Peer, gauw … terstond!Peer Gynt.Als ik durfde deed ik ’t zeker.(dichterbij).Blijf nu stil en rustig zitten.Ga niet spart’len met je beenen,Ruk en pluk niet aan de steenen,…Anders, denk er aan, zou ’t mis gaan …Zou je vallen.Aase.Zou je vallen.O, jij beest!Peer Gynt.Niet zoo spart’len!Aase.Niet zoo spart’len!O, ik wouDat de grond je op kon slokken!Peer Gynt.Schaam je toch!Aase.Schaam je toch!Och wat!Peer Gynt.Schaam je toch! Och wat!Geef lieverMij je zegen op mijn tocht mee.Wil je? Zeg?Aase.Ik zal je rans’len,Al ben jij ook nog zoo’n baas!Peer Gynt.Nou, tot ziens dan, moederlief!Zit maar stil, ik blijf niet lang weg.(gaat heen, maar keert zich om, steekt zijn vinger vermanend op en zegt):Denk er aan dat je niet spartelt!(af).Aase.Peer!… Och God, nu loopt hij weg!Bokkerijder! Leugenbrok!Zal je komen!… Neen, daar gaat hijEr van door …!(schreeuwend:)Er van door …!Help! ik word duiz’lig!(Twee oude vrouwen met zakken op den rug komen het pad af naar den molen).Eerste oude Vrouw.Hèh? Wie schreeuwt daar?Aase.Hèh? Wie schreeuwt daar?Ik! hier, ik!Tweede oude Vrouw.Aase! Wel,… wat zit je hoog …?Aase.Dit beteekent nog niet veel …Als ’t nog lang duurt vaar ’k ten hemel!Eerste oude Vrouw.Goede reis dan!Aase.Goede reis dan!Haal een ladder;’k Wil er af! Dat duivelsjong …Tweede oude Vrouw.Wie, je zoon?Aase.Wie, je zoon?Ja, wat hij uithaaltHeb je dan nu eens gezien.Eerste oude Vrouw.Wij getuigen.Aase.Wij getuigen.Help mij maar eens;Want naar Haegstad moet ik gauw nu …Eerste oude Vrouw.Is hij dáár?Tweede oude Vrouw.Is hij dáár?Dan kan je lachen;Want de smid zou ook daar komen.Aase(wringt de handen).Lieve God, mijn arme jongen!Wie weet of ze hem niet doodslaan!Eerste oude Vrouw.Ja, zoo iets kan licht gebeuren;Troost je dan maar dat ’t zijn lot was!Tweede oude Vrouw.Zij is dol van woede en angst.(roept naar boven).Ejvind, Anders! Komt eens hier!Een Mannenstem.Wat is ’t dan?Tweede oude Vrouw.Wat is ’t dan?Kijk, moeder AaseHeeft Peer Gynt op ’t dak gezet daar!…Een kleine hoogte met struiken en hei. Daar achter, door een hekje afgescheiden, loopt de weg.Peer Gynt komt een voetpad op, loopt snel naar het hekje toe, blijft staan en kijkt uit waar het uitzicht zich opent.Peer Gynt.Daar ligt Haegstad. Nu zal ’k gauw klaar zijn.(klimt half over het hekje heen; dan bedenkt hij zich).Wie weet of Ingrid wel alleen zit thuis?(beschut zijn oogen en kijkt uit).Neen. ’t Wemelt er van luî met geschenken.’t Is misschien ’t verstandigst als ik maar omkeer.(trekt zijn been weer terug).Altijd fluisteren ze achter je rug,En spotten dat ’t brandt dwars door je ziel heen.(gaat eenige stappen terug en plukt zonder nadenken blaren af).Als je nu maar iets sterks had te drinken,Of als je ’m kon poetsen onbemerkt …Of als niemand je kende … Vooral iets sterksZou goed zijn, dan schrijnt het lachen zoo fel niet.(Kijkt opeens als verschrikt rond; dan verbergt hij zich tusschen de struiken. Eenige menschen met eetwaren-geschenken gaan voorbij en dalen dan af naar het bruiloftshuis).Een Man.Zijn vader was een zuiplap en zijn moeder is niet wijs.Een Vrouw.Nou, dan is ’t ook geen wonder dat de jongen is ’n dwaas.(De menschen gaan verder. Even daarna komt Peer Gynt te voorschijn en kijkt hen rood van schaamte na).Peer Gynt(zachtjes).Hadden die het over mij?(met een woedend gebaar).Hadden die het over mij?Och, laat ze praten!Zij kunnen mij daarmee geen kop kleiner maken.(Laat zich neervallen in de hei, ligt langen tijd op zijn rug met de handen onder zijn hoofd in de lucht te staren).Wat een zonderlinge wolk! ’t Lijkt wel een paard.En een man zit er op,… en zadel en teugels …Daar achter rijdt een heks op een bezemsteel.(Lacht stil in zich zelf).Dat ’s moeder. Zij zit te schreeuwen en scheldt: beestVan een Peer!…(Even later sluit hij de oogen).Van een Peer!…Ja, nu is zij bang …Peer Gynt rijdt voorop, en een heele troep volgt hem …’t Tuig is verzilverd, goudglanzend de hoeven.Zelf draagt hij handschoenen, sabel en schede,’n Mantel heel lang en met voering van zijde.Dapper zijn zij die vertrouwend hem volgen.Geen één toch zit er als hij in het zadel,Geen één toch straalt er als hij in het zonlicht.Menschen staan ginds aan het hek bij elkander,Nemen hun hoed af en staren naar boven;Nijgende vrouwen ook. Allen erkennenKeizer Peer Gynt en zijn duizenden mannen.Onder hem schittren als kiezelsteenenZilveren munten, die strooide op den weg hij.Allen in ’t dorp zijn rijk nu als graven.Peer Gynt rijdt er dwars door de lucht over zee heen!Engelands prins staat aan ’t strand hem te wachten;Evenzoo doen alle Engelsche meisjes.Engelands grooten en Engelands keizer,Waar Peer voorbij rijdt, staan op van hun zetels.De kroon van zijn hoofd neemt de keizer af, zeggend.…Smid Aslak(tegen eenige anderen terwijl zij aan de andere zijde van het hekje voorbij gaan).Kijk dáár eens, Peer Gynt, dat dronken zwijn!Peer Gynt(komt half overeind).Wat, Keizer!De Smid(leunt over het hek, sarrend:)Wat, Keizer!Sta toch op, jongenlief!Peer Gynt.Wat duivel! De smid! Zeg? Wat mot jij nou?De Smid(tegen de anderen:)Z’n roes van Lunde zit hem nog in den kop.Peer Gynt(springt op).Ga nou maar dóór, hè!De Smid.Ga nou maar dóór, hè!Ik ga al, ja!Maar zeg, waar kom jij nu ’t laatst van daan?Zes weken weg … behekst in de bergen?Peer Gynt.Ja, smid, ’k heb wonderlijke dingen gedaan!De Smid(knipoogt tegen de anderen).Laat eens hooren, Peer!Peer Gynt.Dat gaat niemand aan.De Smid(na een oogenblikje).Ga je nu naar Haegstad?Peer Gynt.Ga je nu naar Haegstad?Neen.De Smid.Ga je nu naar Haegstad? Neen.Men zeiDat vroeger jij die meid daarginder wel mocht.Peer Gynt.Jij zwarte raaf …!De Smid(wijkt een beetje terug).Jij zwarte raaf …!Word nou niet kwaad, Peer;Heeft Ingrid jou versmaad, er zijn ’r nog meer …;Er komen daar jonkies en weeuwen allebei …Peer Gynt.Loop naar de hel!De Smid.Loop naar de hel!Kom, licht wil ’r een je nog hebben …Goên avond! Ik zal vast de bruid van je groeten.(af, lachend en fluisterend).Peer Gynt(kijkt hem een poos na, maakt een minachtend gebaar en keert zich half om).Voor mijn part kan die Haegstad-meid trouwenMet wien ze lust heeft, ’t Raakt mij geen zier!(kijkt langs zijn beenen).M’n broek aan flarden. Smerig en kaal,…Had ik maar iets nieuws om aan te trekken.(stampt op den grond).Kon ik maar met één rake greepHun eens die minachting uit ’t hart rukken!(kijkt plotseling in het rond).Wat is dàt? Wie staat daar te grinniken ginds?Hm, het leek mij toch net … Neen er was toch niemand …’k Ga naar moeder thuis.(gaat den weg op, maar blijft weer staan en luistert naar den kant van het feesthuis).’k Ga naar moeder thuis.Nu begint de dans!(staart en luistert; gaat stap voor stap weer terug; zijn oogen schitteren; hij wrijft langs zijn beenen).Wat een gewemel van meiden! Zes … acht wel de man!O, haal mij de duivel,… daar doe ik aan mee!…Maar moeder, die nog zit op het molendak …(weer dwalen zijn oogen naar beneden; hij springt en lacht).Heisa, de halling1dolt over de wei heen!Ja, die Guttorm speelt flink er op los!Dat stampt en dat bruist als een vallende stroom.En dan die troep heerlijke, frissche meiden!…Ja, haal mij de duivel, daar doe ik aan mee!(is met één sprong over het hek en holt naar beneden).Het voorplein op Haegstad. Op den achtergrond het woonhuis. Vele gasten. Op het grasveld wordt levendig doorgedanst. De speelman zit op een tafel. De keukenmeester staat in de deur. Keukenmeisjes loopen af en aan tusschen de verschillende gebouwen; oudere menschen zitten hier en daar samen te praten.Een Vrouw(gaat bij een troepje zitten dat op eenige balken is neer gezegen).O, de bruid? Ja, die huilt wel een beetje,Maar wie neemt daar nu notitie van.De Keukenmeester(in een ander groepje).Hier is wat te drinken, lieve menschen.Een Man.Dank den gever; maar je schenkt wel wat veel.Een Jongkerel(tegen den fiedelaar, terwijl hij voorbij stuift met een meisje aan de hand).Heisa, Guttorm, strijk wat je kunt maar!Het Meisje.Strijk dat het klinkt ver over de weiden!Meisjes(in een kring om een jongen die danst).Mooi was die sprong!Een Meisje.Mooi was die sprong!Hij is los in de knieën!De Jongen(dansend).Hier is ’t ver van den muur en hoog de zoldring!De Bruidegom(komt grienend naar zijn vader toe, die met een paar anderen staat te praten, en trekt hem aan zijn buis).Zij wil niet, vader; zij is zoo stug!De Vader.Wat wil ze niet?De Bruidegom.Wat wil ze niet?Zij heeft zich opgesloten.De Vader.Nou, zie dan den sleutel te vinden.De Bruidegom.Ik weet hier den weg niet.De Vader.Ik weet hier den weg niet.Je bent een uil!(keert zich weer tot de anderen. De bruidegom slentert weg over het voorplein).Een Jongen(van de achterzijde van het huis).Meisjes! Nu zal het pas goed gaan worden!Peer Gynt is gekomen!De Smid(die er zoo even bij gekomen is).Peer Gynt is gekomen!Wie bracht hem hier?De Keukenmeester.Peer Gynt is gekomen! Wie bracht hem hier?Niemand.(gaat naar het huis toe).De Smid(tegen de meisjes).Als hij tegen je spreekt, hoor dan niet naar hem!Een Meisje(tegen de anderen:)Neen; wij doen net of wij hem niet kennen.Peer Gynt(komt verhit en opgewonden aan, blijft midden voor den zwerm staan en klapt in de handen).Wie van jullie kan het flinkste draaien?Een enkele(op wie hij toetreedt).Ik niet.Een andere(evenzoo).Ik niet.En ik niet.Een Derde.Ik niet. En ik niet.Nou, ik zeker ook niet.Peer Gynt(tegen een vierde:)Kom jij dan maar, tot een beetre zich aanmeldt.Het Meisje(keert zich om).Ik heb geen tijd.Peer Gynt(tegen een vijfde:)Ik heb geen tijd.Jij dan!Het Meisje(terwijl zij wegloopt:)Ik heb geen tijd. Jij dan!Ik moet naar huis.Peer Gynt.Van avond? Ben je nou heelemaal mal.De Smid(even later, halfluid:)Peer, daar gaat zij dansen met een ouwe.Peer Gynt(wendt zich snel tot een ouderen man).Waar zijn zij die nog vrij zijn?De Man.Waar zijn zij die nog vrij zijn?Zoek zelf maar.(gaat heen).(Peer Gynt is opeens stil geworden. Hij gluurt schuw onderuit naar de groep. Allen kijken naar hem, maar niemand zegt iets. Hij gaat naar andere groepjes toe. Waar hij komt wordt het stil; als hij zich verwijdert, glimlachen zij en kijken hem na).Peer Gynt(zachtjes).Blikken, gedachten en lachjes als pijlen,Dat krast en knarst als zaaghout onder vijlen!(Hij sluipt langs het hek. Solvejg, met de kleine Helga aan de hand, komt het voorplein op, vergezeld van haar ouders).Een Man(tegen een anderen, dicht bij Peer Gynt).Dat zijn de nieuwe menschen.De Andere.Dat zijn de nieuwe menschen.Die luî daar?De Eerste.Komen uit het Westen.De Andere.Komen uit het Westen.Juist! Jawel.Peer Gynt(treedt de komenden in den weg, wijst op Solvejg en vraagt aan den man:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?De Man(zacht:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?Zeker; maar eerstMoeten wij de menschen binnen begroeten.(zij gaan binnen).De Keukenmeester(tegen Peer Gynt, terwijl hij hem te drinken aanbiedt:)Als je hier bent moet je de kruik eens aanspreken!Peer Gynt(kijkt onafgewend naar de binnengaanden).Dank je; ’k wil dansen. Ik heb nu geen dorst.(De keukenmeester gaat weg; Peer Gynt kijkt naar het huis en lacht).Hoe blank! Neen, zoo iets zag ik nog nooit!Keek neer op haar schoenen en haar witte schortje …!En terwijl hield zij moeders schortpunt vast,En droeg een kerkboek in een doek gewikkeld …!Ik moet dat meisje zien.(wil de kamer in).Een Jongen(komt met verscheidenen er uit).Ik moet dat meisje zien.Wel, Peer, ga je al wegVan ’t dansen?Peer Gynt.Van ’t dansen?Neen.De Jongen.Van ’t dansen? Neen.Maar dan loop je verkeerd.(pakt hem bij den schouder om hem om te draaien).Peer Gynt.Laat mij toch voorbij!De Jongen.Laat mij toch voorbij!Ben je bang voor den smid soms?Peer Gynt.Ik bang?De Jongen.Ik bang?Ja, je weet wel hoe ’t laatst ging te Lunde?(het troepje gaat lachend weg naar de dansenden).Solvejg(in de deur).Jij bent vast de jongen, die wilde dansen?Peer Gynt.Ja, dat ben ik; was je dat al vergeten?(neemt haar bij de hand).Kom dan!Solvejg.Kom dan!Maar niet te lang, zegt moeder!Peer Gynt.Zegt moeder? Ben jij dan van gistren, zeg?Solvejg.Je lacht me uit …!Peer Gynt.Je lacht me uit …!Je bent toch al volwassen;Hoe oud ben je?Solvejg.Hoe oud ben je?’k Ben aangenomen in ’t voorjaar.Peer Gynt.Zeg hoe je heet, dan praten wij gezelliger.Solvejg.Mijn naam is Solvejg. En jij, hoe heet jij?Peer Gynt.Peer Gynt.Solvejg(trekt haar hand terug).Peer Gynt.O hemel!Peer Gynt.Peer Gynt. O hemel!Wat moet dàt nu?Solvejg.Mijn kouseband is los; dien moet ik vaster gaan binden.(loopt weg).De Bruidegom(trekt zijn moeder aan haar rok).Moeder, zij wil niet!De Moeder.Moeder, zij wil niet!Wil zij niet? Wat?De Bruidegom.Zij wil niet!De Moeder.Zij wil niet!Wat dan?De Bruidegom.Zij wil niet! Wat dan?Den sleutel omdraaien.De Vader(zachtjes en nijdig).Zij moesten jou aan de ruif vastbinden!De Moeder.Och, brom maar niet. Sukkel! ’t Komt wel terecht.(zij gaan weg).Een Jongkerel(die met een heelen troep van de dansplaats komt).’n Slok brandewijn, Peer?Peer Gynt.’n Slok brandewijn, Peer?Neen.De Jongkerel.’n Slok brandewijn, Peer? Neen.’n Slokje maar?Peer Gynt(kijkt hem donker aan).Heb je dan wat?De Jongkerel.Heb je dan wat?Dat kon wel gebeuren.(haalt een zakflesch te voorschijn en drinkt).Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Peer Gynt.Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Laat ’ns proeven.(drinkt)Een Tweede.Nu moet je ook eens drinken met mij.Peer Gynt.Neen!Dezelfde.Neen!Och kom, wees nou niet zoo flauw, zeg!Kom Peer, drink!Peer Gynt.Kom Peer, drink!Geef mij dan een dropje.(drinkt weer).Een Meisje(halfluid:)Kom, laat ons gaan.Peer Gynt.Kom, laat ons gaan.Ben je bang voor mij, deern?Een Derde Jongkerel.Wie is nou niet bang voor jou?Een Vierde.Wie is nou niet bang voor jou?Je toondeLaatst nog te Lunde ons wat van je kunsten.Peer Gynt.’k Kan meer nog dan dat, als ik eerst maar eens los kom!Eerste Jongkerel(fluisterend:)Nu komt hij op dreef!Verscheidenen(vormen een kring om hem heen).Nu komt hij op dreef!Vertel; vertel!Wat kan je?Peer Gynt.Wat kan je?Ja, morgen …!Anderen.Wat kan je? Ja, morgen …!Neen, van avond nog, Peer!Een Meisje.Kan je toov’ren Peer?Peer Gynt.Kan je toov’ren Peer?’k Kan den duivel bezweren!Een Man.Dat kon grootmoeder ook al, vóór ik bestond!Peer Gynt.Leugens! Watikkan dat kan niemand anders.Ik heb hem één keer toch gejaagd in een noot.Die was wormstekig, zie je!Verscheidenen(lachend).Die was wormstekig, zie je!Dat laat zich begrijpen!Peer Gynt.Hij vloekte en jankte en wilde mij gevenAlles en nòg wat …Eén uit den hoop.Alles en nòg wat …Maar hij moest er in?Peer Gynt.Dat spreekt. Ik stopte ’t gat dicht met een pen.O! Dat was me een gebrom en gerommel!Een Meisje.Verbeeld je!Peer Gynt.Verbeeld je!’t Was net het gegons van een hommel.Het Meisje.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Peer Gynt.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Neen.Nu is hij lang al weer er van door.Het iszijnschuld dat Aslak zoo ’t land aan mij heeft.Een Jongkerel.Hoe zoo?Peer Gynt.Hoe zoo?’k Ging naar de smidse en vroegOf hij de noot voor mij wilde kraken?“Welzeker!” Hij legde ze neer op het aambeeld;Maar Aslak pakt erg hardhandig aan;…En slaat er terstond op met zijn hamer …Een Stem uit de menigte.Sloeg hij hem morsdood toen?Peer Gynt.Sloeg hij hem morsdood toen?Hij sloeg als een man.Maar slim was de ander, en stoof als een brandDwars door het dak heen en scheurde den wand.Verscheidenen.En Aslak …?Peer Gynt.En Aslak …?Stond met gebrande handen.Sedert dien dag mag hij mij niet lijden.(algemeen gelach).Enkelen.Die mop is wel goed!Anderen.Die mop is wel goed!Dat is wel zijn beste!Peer Gynt.Denk jullie dat ik wat verzin?Een Man.Denk jullie dat ik wat verzin?O neen,Dat is niet noodig; ik ken al het meesteVan vroeger …Peer Gynt.Van vroeger …Leugens! ’t Ismijgebeurd!De Man.Net zoo als alles.Peer Gynt(met een handzwaai).Net zoo als alles.Wat! Ik kan rijdenDwars door de lucht heen op wilde paarden!Och, ik kan allerlei dingen doen, weet je.(weer schaterend gelach).Een uit de bende.Rijd eens door de lucht, Peer!Velen.Rijd eens door de lucht, Peer!Toe ja, Peer Gynt …Peer Gynt.Je hoeft er niet zoo om te bedelen, zeg.Ik zal rijden als een stormwind over jullie allen!’t Heele kersspel zal nog te voet mij vallen!Een oudere Man.Nu is hij stapelgek al.Een Tweede.Nu is hij stapelgek al.Stuk vee!Een Derde.Opsnijder!Een Vierde.Opsnijder!Leugenbrok!Peer Gynt(dreigt hen).Opsnijder! Leugenbrok!Wacht maar, jawel!Een Man(halfdronken).Ja wacht; jou krijgen wij wel eens te pakken!Verscheidenen.Dan slaan wij je murw! En ’n paar blauwe oogen!(De troep verspreidt zich, de ouderen kwaad, de jongeren spottend en lachend).De Bruidegom(vlak bij hem).Zeg Peer, is het waar, kan je door de lucht rijden?Peer Gynt(kort).Zeker, Mads! Geloof maar dat ik wat mans ben.De Bruidegom.Heb je dan ook den mantel, die maakt onzichtbaar?Peer Gynt.Den hoed, bedoel je? Ja, dien heb ik ook.(keert zich van hem af. Solvejg gaat over de dansplaats met Helga aan de hand).(Peer Gynt naar hen toe, met stralende oogen).Solvejg! O, ’t is goed dat je komt, hoor!(grijpt haar pols).Nu zal ik je draaien lustig in ’t rond!Solvejg.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Waarom?Solvejg.Laat mij los! Waarom?Je bent zoo wild.Peer Gynt.Ook het rendier is wild, als de zomer nadert.Kom toch, deern, en wees niet zoo dwars!Solvejg(trekt haar arm terug).’k Durf niet.Peer Gynt.’k Durf niet.Waarom niet?Solvejg.’k Durf niet. Waarom niet?Je hebt gedronken.(gaat met Helga weg).Peer Gynt.Je mes moest je hun kunnen stekenDwars door hun korpus … allemaal!De Bruidegom(stoot hem aan met zijn elleboog).Kan jij mij niet bij mijn bruid binnen laten?Peer Gynt(verstrooid).Je bruid? Waar is die?De Bruidegom.Je bruid? Waar is die?In ’t blokhuis.Peer Gynt.Je bruid? Waar is die? In ’t blokhuis.Zoo, zoo.De Bruidegom.Och toe, Peer Gynt, doe jij eens je best!Peer Gynt.Neen, jij moet ’t zonder mijn hulp klaar spelen.(een gedachte gaat hem door het hoofd; hij zegt zachtjes en heftig:)Ingrid in ’t blokhuis!(nadert Solvejg).Ingrid in ’t blokhuis!Heb jij je bedacht, zeg?(Solvejg wil doorgaan, hij treedt haar in den weg).Je schaamt je omdat ik wel een schooier lijk.Solvejg(haastig).Dat doe ik niet, neen, en dat ’s ook niet waar!Peer Gynt.Jawel, en ’n beetje heb ik ’m òm;Maar dat was uit nijd, omdat jij mij afwees.Kom nou!Solvejg.Kom nou!’k Mag niet, al zou ik wel willen!Peer Gynt.Voor wie ben je bang?Solvejg.Voor wie ben je bang?Voor vader ’t meest.Peer Gynt.Vader? O, dat is zeker zoo’n stille!Die ’t hoofd laat hangen? Of niet soms, zeg?Solvejg.Wat moet ik zeggen?Peer Gynt.Wat moet ik zeggen?Hoor je tot de vromen?Je vader, je moeder, en ook jij?Nou, kan je niet spreken?Solvejg.Nou, kan je niet spreken?Laat mij met rust.Peer Gynt.Neen!(gedempt maar heftig en bangmakend:)Neen!Ik kom bij je als een booze geest!Ik kom voor je bed staan, als de klok twaalf slaat van nacht.Hoor je dan om je heen blazen en sissen,Dan hoef je niet te denken dat het maar de kat is.Dat benikdan! Ik tap je bloed af in een kop;En je kleine zusje eet ik heelemaal op;Ja, je moet ’t maar weten dat ik ’s nachts een weerwolf ben.’k Zal je bijten in je lenden, je rug …(slaat plotseling over en smeekt als in angst:)Dans met mij, Solvejg!Solvejg(kijkt hem donker aan).Dans met mij, Solvejg!Hè, dat was slecht!(gaat de kamer binnen).De Bruidegom(komt weer aangeslenterd).Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Peer Gynt.Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Dat ’s goed!(Zij gaan achter het huis. Op ’t zelfde oogenblik komt er een heele troep van de dansplaats; de meesten zijn dronken. Drukte en lawaai, Solvejg en Helga komen met hun ouders en een aantal oudere gasten aan de deur).De Keukenmeester(tegen den smid die vooraan staat in den troep:)Bedaard!De Smid(trekt zijn buis uit).Bedaard!Neen, nu moet ’t maar uitgemaaktWorden, Peer Gynt of ik moet ’t veld maar ruimen.Eenigen.Ja, laat ze eens vechten!Anderen.Ja, laat ze eens vechten!Neen, enkel razen!De Smid.Woorden doen niets; de vuist moet het doen.Solvejg’s Vader.Kalm toch, man!Helga.Kalm toch, man!Moeder, gaan ze ’m slaan?Een Jongkerel.Laat ons liever pret maken over zijn leugens.Een Tweede.’m Jagen van de dansvloer!Een Derde.’m Jagen van de dansvloer!’m Spuwen in zijn bakkes!Een Vierde(tegen den smid:)Blijf jij er bij, zeg?De Smid(gooit zijn buis uit).Blijf jij er bij, zeg?’t Beest wordt geslacht, hoor!Solvejgs Moeder(tegen Solvejg:)Nou zie je eens hoe ze dien vent hier achten.Aase(komt met een stok in de hand).Is Peer mijn zoon hier? Want nou krijgt hij slaag;’k Geef hem een rammeling die hem heugen zal!De Smid(stroopt zijn hemdsmouwen op).Voor zoo’n schavuit is ’n stok veel te zacht.Sommigen.Aslak zal ’m raken.Anderen.Aslak zal ’m raken.’m Beuken!De Smid(spuwt in zijn handen en knikt Aase toe).Aslak zal ’m raken. ’m Beuken!’k Hang hem op!Aase.Wat! Ophangen, Peer! Probeer ’t als je durft;…Tanden en nagels heeftAasenog wel!Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!De Bruidegom(komt hard aangeloopen).Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!Wel, godallemachtig!Kom, vader, moeder,…!De Vader.Kom, vader, moeder,…!Wat is er te doen?De Bruidegom.Peer Gynt heeft …!Aase(gilt).Peer Gynt heeft …!Hebben ze ’m doodgeslagen?De Bruidegom.Neen, Peer Gynt …! Kijkt daar eens op den berg..De Menigte.Met de bruid!Aase(laat den stok vallen).Met de bruid!Zoo’n schoelje!De Smid(als uit de lucht gevallen).Met de bruid! Zoo’n schoelje!Tegen de steilste kantenKlautert de kerel op als een geit!De Bruidegom(huilend).Hij draagt haar, moeder, als een beer een zwijn!Aase(maakt een dreigend gebaar tegen hem).O, viel je er maar af, dat je …(gilt in angst:)O, viel je er maar af, dat je …Wees toch voorzichtig!De Boer van Haegstad(komt blootshoofds en bleek van woede:)Ik draai hem den nek om voor deze streek!Aase.God neen! ’k Mag sterven als ik dat laat begaan!EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF.

PERSONEN:Aase, de weduwe van een boer.Peer Gynt, haar zoon.Twee oude vrouwen, met korenzakken.Aslak, een smid.Bruiloftsgasten.De Keukenmeester.De Speelman enz.Een nieuw aangekomen boerenechtpaar.Solvejgen de kleineHelga, hun dochters.De Boer vanHaegstad.Ingrid, zijne dochter.De Bruidegom en zijn ouders.Drie berghut-meiden.Een in ’t groen gekleede vrouw.De Koning van Dovre.Een Hofkabouter. Verschillende andere Kabouters.Jeugdige Kabouters van beiderlei kunne. Een paar Heksen, Aardgeesten, Dwergen, Aardmannetjes, enz.Een leelijke Jongen.Een Stem in het duister.Vogelgeschreeuw.Kari, een boerenvrouw.MisterCotton, MonsieurBallon, die Herren vonEberkopfenTrumpeterstraale, reizigers.Een dief en een heler.Anitra, de dochter van een Bedoeïnen-stamhoofd.Arabieren, Slavinnen, dansende Meisjes, enz.De Memnonzuil (zingende) en de Sfinx van Gizeh (zwijgende figuur).BegriffenfeldtProfessor, dr. Phil., directeur van het Krankzinnigengesticht te Kaïro.Hoehoe, een taalhervormer van de kust van Malabar.Hoessein, een Oostersch Minister.Een Fellah met een koningsmummie. Verscheidene krankzinnigen met hun oppassers.Een Noorsch Scheepskapitein en de bemanning van zijn schip.Een vreemde Passagier.Een Geestelijke.Een Begrafenisstoet.Een Ambtenaar.Een Knoopengieter.Een magere persoon.De handeling, die plaats heeft in ’t begin der 19de eeuw, en eindigt omstreeks het jaar 1860, wordt gedeeltelijk afgespeeld in het Gudbransdal en zijn bergen, gedeeltelijk aan de kust van Marokko, in de Saharawoestijn, in het gekkenhuis te Kaïro, op zee, enz.

PERSONEN:Aase, de weduwe van een boer.Peer Gynt, haar zoon.Twee oude vrouwen, met korenzakken.Aslak, een smid.Bruiloftsgasten.De Keukenmeester.De Speelman enz.Een nieuw aangekomen boerenechtpaar.Solvejgen de kleineHelga, hun dochters.De Boer vanHaegstad.Ingrid, zijne dochter.De Bruidegom en zijn ouders.Drie berghut-meiden.Een in ’t groen gekleede vrouw.De Koning van Dovre.Een Hofkabouter. Verschillende andere Kabouters.Jeugdige Kabouters van beiderlei kunne. Een paar Heksen, Aardgeesten, Dwergen, Aardmannetjes, enz.Een leelijke Jongen.Een Stem in het duister.Vogelgeschreeuw.Kari, een boerenvrouw.MisterCotton, MonsieurBallon, die Herren vonEberkopfenTrumpeterstraale, reizigers.Een dief en een heler.Anitra, de dochter van een Bedoeïnen-stamhoofd.Arabieren, Slavinnen, dansende Meisjes, enz.De Memnonzuil (zingende) en de Sfinx van Gizeh (zwijgende figuur).BegriffenfeldtProfessor, dr. Phil., directeur van het Krankzinnigengesticht te Kaïro.Hoehoe, een taalhervormer van de kust van Malabar.Hoessein, een Oostersch Minister.Een Fellah met een koningsmummie. Verscheidene krankzinnigen met hun oppassers.Een Noorsch Scheepskapitein en de bemanning van zijn schip.Een vreemde Passagier.Een Geestelijke.Een Begrafenisstoet.Een Ambtenaar.Een Knoopengieter.Een magere persoon.De handeling, die plaats heeft in ’t begin der 19de eeuw, en eindigt omstreeks het jaar 1860, wordt gedeeltelijk afgespeeld in het Gudbransdal en zijn bergen, gedeeltelijk aan de kust van Marokko, in de Saharawoestijn, in het gekkenhuis te Kaïro, op zee, enz.

De handeling, die plaats heeft in ’t begin der 19de eeuw, en eindigt omstreeks het jaar 1860, wordt gedeeltelijk afgespeeld in het Gudbransdal en zijn bergen, gedeeltelijk aan de kust van Marokko, in de Saharawoestijn, in het gekkenhuis te Kaïro, op zee, enz.

EERSTE BEDRIJF.Een helling met loofboomen bij Aase’s hoeve. Een beek stroomt schuimend naar beneden. Aan den anderen kant een oude molen. Warme zomerdag.Peer Gynt, een forsch gebouwde jonge man van twintig jaar komt het voetpad af. Aase, zijn moeder, klein en tenger, komt achter hem aan. Zij is boos en kijft.Aase.Peer, je liegt!Peer Gynt(zonder stil te staan).Peer, je liegt!Dat doe ik niet!Aase.Zoo; nou zweer dan dat ’t zoo is!Peer Gynt.Waarom zweren?Aase.Waarom zweren?Och, je durft niet!’t Is weer alles leugenpraat!Peer Gynt(blijft staan).’t Is de waarheid … woord voor woord!Aase(vlak voor hem).En je schaamt je niet voor mij?Loopt van huis maar weken langJuist in de’allerdrukste tijden,Om te jagen in de bergen,…Komt thuis met gescheurden pels,Half gekleed en zonder wild;…En ten slot zou je wel denkenMij je jagers-leugenpraatZoo maar op de mouw te spelden!…Wel, waar was ’t dat je den bok zag?Peer Gynt.Op den Gendin.Aase(lacht spottend).Op den Gendin.Juist, jawel!Peer Gynt.Scherp blies daar de wind van daan;Achter kreupelhout verborgenGroef hij in de harde sneeuwNaar wat mos …Aase(als voren).Naar wat mos …Ja, juist, jawel!Peer Gynt.’k Hield mijn adem in, stil luistrend,Hoorde ’t knarsen van zijn hoef,Zag van één gewei de takken.Toen, voorzichtig, tusschen steenen,Sloop ik op mijn buik vooruit.Daar verborgen gluurde ik opwaarts;…Zulk een bok, zoo mooi en vet,Zag je van je leven niet!Aase.Neen, dat zal wel niet!Peer Gynt.Neen, dat zal wel niet!Eén knal!En, bons! lag de bok ter aarde.Maar zoodra hij nedervielZat ik op zijn rug al schrijlings,Greep hem bij zijn linkeroor,Haalde juist mijn mes al uitOm ’t hem in den nek te steken;…Hei! daar gaat hij aan het schreeuwen,Staat pardoes weer op zijn pooten,Werpt naar achteren zijn geweiDat ’k verlies mijn mes en schede;Pakt als in een schroef mijn lenden,Slaat zijn horens om mijn beenenDat ’k als in een tang geklemd zit,…En zoo rent hij met een vaartRechtstreeks over Gendinskam!Aase(onwillekeurig).Goede hemel …!Peer Gynt.Goede hemel …!Heb je wel eensOoit den Gendinskam gezien?’n Halve mijl is die wel lang,Smal … niet breeder dan een zeis,Over gletschers, losse steenen,Scherpe kanten, grauw en steil,Kan je zien aan beide kanten’t Zwarte water in de diepteSlapend, meer dan dertienhonderdEl omlaag, den berg insluitend …Daarlangs stoven hij en ikPijlsnel voort door weer en wind.Nooit bereed ik nog zoo’n beestje!Midden door die wilde vaart’n Knett’ren als van zonnevonken.Arendsruggen zwommen bruinIn het duizeldiepe ruim,Halfweg tusschen ons en ’t water,…Dreven dan weer weg, als schuim.Drijfijs brak er aan de kanten,Doch ’t geluid was niet te hooren;Draaikolks-feeën dansten maarZingend, zwierend in het rond,Voor mijn oogen, en mijn ooren!Aase(duizelig).O God, sta mij bij!Peer Gynt.O God, sta mij bij!Op eens,Op een vreeslijk steile plek,Vliegt daar plotseling een sneeuwhoenUit de spleet waarin het zat,Fladdert kakelend, verschrikt,Op, vlak voor den bok zijn pooten.Die maakt snel half-rechtsomkeert,Jaagt dan met een reuzensprongNaar beneden in de diepte!(Aase wankelt en grijpt naar een boomstam. Peer Gynt gaat voort).Achter ons de zwarte steilte,Onder ons een grondloos diep!Eerst ging ’t door een laag van nevels,Toen door ’n heelen zwerm van meeuwen,Die naar alle kanten vluchtend,Krijschend uit elkander stoven.Voort maar weer! Voort naar beneden!Maar van uit de diepte schemertWit iets, als een rendiersborst …’t Was ons eigen beeld, o moeder,Dat, opstijgend uit het bergmeer,Naar de oppervlakte stormdeIn een even wilde vaartAls die ons joeg naar beneden.Aase(snakt naar adem).Peer! God help’ mij …! Zeg het gauw!Peer Gynt.Bok van boven, bok van ondren,Stooten gelijktijdig samen,Dat het schuim ons wit bespatte.Ja, daar lagen wij te spartlen …Na een poosje toch bereiktenWij een plekje waar wij landden,’t Rendier zwom, ik aan hem hangend;…Ik ging huiswaarts …Aase.Ik ging huiswaarts …En de bok dan?Peer Gynt.Die loopt zeker nog wel rond;…(knipt met de vingers, draait op zijn hielen en voegt er bij:)Pak hem, als je ’m nog kunt krijgen.Aase.En je nek is niet gebroken?Beide beenen brak je niet?En je ruggegraat is heel?O, mijn God,… ik loof en dank uDat mijn zoon gij hebt beschermd …Wel is toch je broek aan flarden;Maar dat is niet van beteeknisAls men denkt wat er veel ergersKòn gebeuren op zoo’n tocht …!(houdt plotseling stil, kijkt hem aan met open mond en groote oogen,kan een heelen tijd geen woorden vinden, en barst eindelijk uit:)O jij duivels-leugenaar!Goede God, wat kan jij liegen!Ik herinner ’t mij nu weer,Heb het al gehoord als meisje.Gudbrand Glesne is ’t gebeurd …Maar niet jou …Peer Gynt.Maar niet jou …Jawel, mij ook.’t Kan wel meer dan ééns gebeuren.Aase(nijdig).Ja, een leugen kan je draaienOm-en-om, versierd, vermooid,In een gloednieuw pak gestokenDat geen mensen haar meer herkent.En dàt heb jij nu gedaan;Alles groot en wild gemaakt,Opgesierd met arendsruggen …En met al die andre fratsen —Hier wat bij en daar wat af —Maak je iemand zoo van streek,Dat een mensch niet meer herkentWat hij jaren lang al wist!Peer Gynt.Als een ander zoo iets zei’k Zou hem ongenadig rans’len!Aase(huilend).Och God, was ik toch maar dood;Lag ik toch maar onder de aarde!Tranen noch gebeden helpen,…Peer, je bent en blijft verloren!Peer Gynt.Lieve moedertje, och toe,…Ja, je hebt volmaakt gelijk,…Wees nu maar weer goed …Aase.Wees nu maar weer goed …Och, zwijg toch!Kan ik zoo maar daadlijk goed zijn,Met een beest als jij tot zoon?Is ’t voor mij, een arme weduw’Zonder steun, geen bitter leed dan?Altijd schande maar tot loon!(schreit weer)Wat bleef er voor ons nog overVan grootvaders rijke dagen?Waar zijn al de zakken geldVan den ouden Rasmus Gynt?Vader bracht het geld aan ’t rollen,…Strooide ’t rond als ware ’t zand,Kocht maar grond in ’t heele land,Reed er met vergulde karren …Waar is alles wat verdaan werdBij het groote winterfeest,Toen de gasten flesschen, glazenNeer maar kwakten op de planken!Peer Gynt.Sneeuw van ’t vorig jaar, waar is die?Aase.Hoû toch je brutalen mond!Kijk eens rond! Om ’t andre raam isEr geen heele glasruit meer.Hek en schutting zijn bezweken,’t Vee staat maar in weer en wind,Veld en akker liggen braak,Iedre maand moet ik beleenen …Peer Gynt.Hou toch op met dat gezeur!Dikwijls als ’t geluk eens uitbleefKwam het in galop terug weer!Aase.Waar dàt groeide is zout gestrooid nu!Maar jij bent een kerel, jij,…Altijd kranig en brutaal,Welbespraakt als toen de priester —Die van Kopenhagen kwamEn je naar je doopnaam vroeg —Zwoer dat menig volbloed prinsjeZulk een naam zou willen dragen.En tot dank gaf toen je vaderPaard en slede hem present nog,Voor zijn allervriendlijkst woord …Ja; toen was hier pret genoeg!Proost, kaptein en al hun aanhangHingen dagelijks hier om,Etend, drinkend om het hardst.Maar in nood kent men zijn vrienden,’t Werd hier alles leeg en stilVan den dag, dat “Jon de geldzak”Met zijn mars de wereld introk.(droogt haar oogen af met haar schort).Och, jij bent nu groot en sterk tochJij moest staf en steun en hulp zijnVoor je arme oude moeder,…Jij moest hoeve en huis besturen,Zorgen dat er niets verviel;…(huilt weer).Lieve God, wat ik aan jou hadAl die jaren lang, schavuit!Bij den haard blijf je thuis liggen,Wentelt rond in asch en kolen;In het dorp jaag je al de meisjesUit de danszaal als je komt,…Maakt mij overal te schande,Vecht met d’ergste vechtersbazen …Peer Gynt(loopt weg).Schei toch uit.Aase(loopt hem na).Schei toch uit.Kan jij ’t ontkennenDat je nommer één geweest bentToen er zoo gevochten is laatst,Ginds te Lunde … waar je elkanderGingt te lijf als dolle honden?Of was jij ’t niet die smid Aslak’sArm ontwricht heb op dien dag …Of was ’t soms één vinger maar?Peer Gynt.Wie bracht je die praatjes thuis?Aase(nijdig).Buurvrouw hoorde het gejammer!Peer Gynt(wrijft zijn elleboog).Ja, maar schreeuwen deed ik zelf.Aase.Jij?Peer Gynt.Jij?Jawel …ikkreeg de klappen.Aase.Wat?Peer Gynt.Wat?Die kan je raken, hoor!Aase.Wie dat?Peer Gynt.Wie dat?Wel, dien Aslak, meen ik.Aase.Foei toch, foei! ’k Moest op je spuwen!Zoo’n opsnijder, zoo’n slampamper,’n Zuiplap, een aartsleugenaar,Liet jij je door zoo’n vent slaan?(huilt weer).Schande heb ’k al veel geleden;Maar dat dit gebeuren moestIs wel de ergste spotternij.Al is hij dan nog zoo’n baas;…Moet jij dan de minste zijn?Peer Gynt.Of ik klop krijg, of d’r op sla …Jamren moet je toch altijd.(lacht).Troost je moeder …Aase.Troost je moeder …Was ’t een leugenNou alweer?Peer Gynt.Nou alweer?Ja, dezen keer.Droog dus maar je tranen af;…(balt zijn linkerhand).Kijk,… met deze knijptang hierHield ’k den heelen smid gebogen;(balt de rechterhand).En dit vuistje was mijn hamer …Aase.O, jij rekel, brengt je moederNog in ’t graf met je gedrag!Peer Gynt.Neen, hoor, jij bent beter waard;Twintig duizend maal wat beters;Lieve, booze moeder mijn,Kom, vertrouw maar op mijn woord,Heel het dorp zal je nog eeren,Wacht maar tot ik eens iets groots …Waarlijk groots volbrengen zal.Aase(spottend).Jij!Peer Gynt.Jij!Wie weet wat kan gebeuren!Aase.Werd je nog maar eens zoo wijsDat je zelf weer dicht kon makenAl de scheuren in je broek!Peer Gynt(nijdig).Koning zal ik worden, keizer!Aase.Lieve God, daar gaat zijn laatsteRestje van gezond verstand!Peer Gynt.Ja, ’t gebeurt! Heb maar geduld!Aase.“Heb geduld, dan wordt je prins,”Heet het, als ’k mij niet vergis!Peer Gynt.Wacht maar, moeder!Aase.Wacht maar, moeder!Hoû je mond!Stapelgek ben je gewoon …Trouwens, eerlijk moet ik zeggen,Als je niet zoo dag aan dagDolle streken deedt, en loog,Was je goed terecht gekomen.Die van Haegstad mocht je wel;Die had jij best kunnen krijgenAls je ’t goed hadt aangelegd …Peer Gynt.Denk je?Aase.Denk je?D’oude heeft geen kracht meerOm zijn dochter te weerstaan;Wel is hij een echte stijfkop,Maar zij, Ingrid, geeft geen kamp ook;En waarzijgaat, strompelt hijBrommend haar wel achterna dan.(begint weer te schreien).Och, mijn Peer, een schatrijk meisje,…’n Boerendochter! Denk eens aan,…Als je ’t wijzer aangelegd hadtWas je al haar bruidegom,…Jij, die nu hier loopt in lompen!Peer Gynt(snel).Kom, ik ga het jawoord halen!Aase.Waar?Peer Gynt.Waar?Op Haegstad!Aase.Waar? Op Haegstad!Arme jij;Dat is uit, die vrijerij!Peer Gynt.En waarom?Aase.En waarom?’t Is om te huilen!Nu is het te laat … verspeeld al …Peer Gynt.Zoo?Aase(snikkend).Zoo?Toen jij ginds in de bergenDoor de lucht reedt op je rendier,Heeft Mads Moën haar gekregen!Peer Gynt.Wat? Dat vrouwenschrikbeeld! Hij!…Aase.Ja, zij neemt hem nu tot man.Peer Gynt.Wacht mij hier tot ik een paard spanVoor de kar …(wil weggaan).Aase.Voor de kar …Maak maar geen drukte.Morgen vieren zij al bruiloft …Peer Gynt.Poeh!… maar ik kom nog van avond!Aase.Schaam je; wil je dat zij ook nogJe belachen en bespotten?Peer Gynt.Stil maar. Alles gaat wel goed.(jodelt en lacht tegelijkertijd).Heisa, zeg! De kar blijft hier;’t Paard te halen duurt te lang …(tilt haar op).Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Neen, op mijn armenDraag ik je naar ’t bruiloftshuis!(waadt door de beek).Aase.Help! Och Heer wees mij genadig!Wij verdrinken …Peer Gynt.Wij verdrinken …Neen, mij wachtEen veel hoogre dood …Aase.Een veel hoogre dood …Jawel;Jij komt aan de galg terecht!(trekt hem aan zijn haar).O, jij monster!Peer Gynt.O, jij monster!Zit nu stil,’t Is hier glad, de grond is glibb’rig.Aase.Ezel!Peer Gynt.Ezel!Ja, je mag wel schelden,Dat brengt niemand van de wijs.Zoo; nu krabb’len wij weer op …Aase.Hoû mij vast toch!Peer Gynt.Hoû mij vast toch!Heisa, hop!Nu wordt ’t Peer-en-rendier spelen;…(galoppeert).Ik ben ’t rendier, jij bent Peer!Aase.O, ik voel mezelf niet meer!Peer Gynt.Zie je, nu zijn wij de beek door;…(komt aan land).Zoo, geef nu je bok een kus:Dat is voor den voerman ’t loon …Aase(geeft hem een oorvijg).Ziedaar voor den voerman!Peer Gynt.Ziedaar voor den voerman!Au!Dat ’s een al te karig loon!Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Eerst naar de hoeve.Wees mijn voorspraak. Je bent handig;Spreek met hem, den ouden gek;Zeg hem dat Mads Moën niets waard is …Aase.Laat me los!Peer Gynt.Laat me los!En zeg hem ookWat Peer voor een kerel is.Aase.Ja, daar kan je vast op aan!’k Zal een boekje opendoen,’k Zal een mooi tafreel ophangenVan je fratsen en je streken …Peer Gynt.Zoo?Aase(spartelt van kwaadheid).Zoo?Ik zal niet eerder zwijgenVóór de boer den hond op je afjaagt,Alsof jij een schooier was!Peer Gynt.Hm; dan zal ik maar alleen gaan.Aase.Goed, maar ik kom je achterna!Peer Gynt.Moederlief, dat kan je niet …Aase.Denk je niet? Ik ben zoo woestDat ’k wel steenen kon vermorz’len!Grind zou ’k kunnen eten, bah!Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Als je belooft nu …Aase.Niets! ik wil mee naar den boer toe,Weten zal hij wie je bent!Peer Gynt.Neen, dan moet je wachten hier.Aase.’k Wil niet! Ik wil mee naar boven!Peer Gynt.Dat gebeurt niet.Aase.Dat gebeurt niet.Wat is dat nu?Peer Gynt.’k Zet je op ’t dak hier van den molen(Zet er haar op. Aase gilt).Aase.Haal me er af!Peer Gynt.Haal me er af!Als je wilt luistren …?Aase.Klets niet!Peer Gynt.Klets niet!Moeder wees toch wijs …Aase(gooit naar hem met een graszode).Haal me er af, Peer, gauw … terstond!Peer Gynt.Als ik durfde deed ik ’t zeker.(dichterbij).Blijf nu stil en rustig zitten.Ga niet spart’len met je beenen,Ruk en pluk niet aan de steenen,…Anders, denk er aan, zou ’t mis gaan …Zou je vallen.Aase.Zou je vallen.O, jij beest!Peer Gynt.Niet zoo spart’len!Aase.Niet zoo spart’len!O, ik wouDat de grond je op kon slokken!Peer Gynt.Schaam je toch!Aase.Schaam je toch!Och wat!Peer Gynt.Schaam je toch! Och wat!Geef lieverMij je zegen op mijn tocht mee.Wil je? Zeg?Aase.Ik zal je rans’len,Al ben jij ook nog zoo’n baas!Peer Gynt.Nou, tot ziens dan, moederlief!Zit maar stil, ik blijf niet lang weg.(gaat heen, maar keert zich om, steekt zijn vinger vermanend op en zegt):Denk er aan dat je niet spartelt!(af).Aase.Peer!… Och God, nu loopt hij weg!Bokkerijder! Leugenbrok!Zal je komen!… Neen, daar gaat hijEr van door …!(schreeuwend:)Er van door …!Help! ik word duiz’lig!(Twee oude vrouwen met zakken op den rug komen het pad af naar den molen).Eerste oude Vrouw.Hèh? Wie schreeuwt daar?Aase.Hèh? Wie schreeuwt daar?Ik! hier, ik!Tweede oude Vrouw.Aase! Wel,… wat zit je hoog …?Aase.Dit beteekent nog niet veel …Als ’t nog lang duurt vaar ’k ten hemel!Eerste oude Vrouw.Goede reis dan!Aase.Goede reis dan!Haal een ladder;’k Wil er af! Dat duivelsjong …Tweede oude Vrouw.Wie, je zoon?Aase.Wie, je zoon?Ja, wat hij uithaaltHeb je dan nu eens gezien.Eerste oude Vrouw.Wij getuigen.Aase.Wij getuigen.Help mij maar eens;Want naar Haegstad moet ik gauw nu …Eerste oude Vrouw.Is hij dáár?Tweede oude Vrouw.Is hij dáár?Dan kan je lachen;Want de smid zou ook daar komen.Aase(wringt de handen).Lieve God, mijn arme jongen!Wie weet of ze hem niet doodslaan!Eerste oude Vrouw.Ja, zoo iets kan licht gebeuren;Troost je dan maar dat ’t zijn lot was!Tweede oude Vrouw.Zij is dol van woede en angst.(roept naar boven).Ejvind, Anders! Komt eens hier!Een Mannenstem.Wat is ’t dan?Tweede oude Vrouw.Wat is ’t dan?Kijk, moeder AaseHeeft Peer Gynt op ’t dak gezet daar!…Een kleine hoogte met struiken en hei. Daar achter, door een hekje afgescheiden, loopt de weg.Peer Gynt komt een voetpad op, loopt snel naar het hekje toe, blijft staan en kijkt uit waar het uitzicht zich opent.Peer Gynt.Daar ligt Haegstad. Nu zal ’k gauw klaar zijn.(klimt half over het hekje heen; dan bedenkt hij zich).Wie weet of Ingrid wel alleen zit thuis?(beschut zijn oogen en kijkt uit).Neen. ’t Wemelt er van luî met geschenken.’t Is misschien ’t verstandigst als ik maar omkeer.(trekt zijn been weer terug).Altijd fluisteren ze achter je rug,En spotten dat ’t brandt dwars door je ziel heen.(gaat eenige stappen terug en plukt zonder nadenken blaren af).Als je nu maar iets sterks had te drinken,Of als je ’m kon poetsen onbemerkt …Of als niemand je kende … Vooral iets sterksZou goed zijn, dan schrijnt het lachen zoo fel niet.(Kijkt opeens als verschrikt rond; dan verbergt hij zich tusschen de struiken. Eenige menschen met eetwaren-geschenken gaan voorbij en dalen dan af naar het bruiloftshuis).Een Man.Zijn vader was een zuiplap en zijn moeder is niet wijs.Een Vrouw.Nou, dan is ’t ook geen wonder dat de jongen is ’n dwaas.(De menschen gaan verder. Even daarna komt Peer Gynt te voorschijn en kijkt hen rood van schaamte na).Peer Gynt(zachtjes).Hadden die het over mij?(met een woedend gebaar).Hadden die het over mij?Och, laat ze praten!Zij kunnen mij daarmee geen kop kleiner maken.(Laat zich neervallen in de hei, ligt langen tijd op zijn rug met de handen onder zijn hoofd in de lucht te staren).Wat een zonderlinge wolk! ’t Lijkt wel een paard.En een man zit er op,… en zadel en teugels …Daar achter rijdt een heks op een bezemsteel.(Lacht stil in zich zelf).Dat ’s moeder. Zij zit te schreeuwen en scheldt: beestVan een Peer!…(Even later sluit hij de oogen).Van een Peer!…Ja, nu is zij bang …Peer Gynt rijdt voorop, en een heele troep volgt hem …’t Tuig is verzilverd, goudglanzend de hoeven.Zelf draagt hij handschoenen, sabel en schede,’n Mantel heel lang en met voering van zijde.Dapper zijn zij die vertrouwend hem volgen.Geen één toch zit er als hij in het zadel,Geen één toch straalt er als hij in het zonlicht.Menschen staan ginds aan het hek bij elkander,Nemen hun hoed af en staren naar boven;Nijgende vrouwen ook. Allen erkennenKeizer Peer Gynt en zijn duizenden mannen.Onder hem schittren als kiezelsteenenZilveren munten, die strooide op den weg hij.Allen in ’t dorp zijn rijk nu als graven.Peer Gynt rijdt er dwars door de lucht over zee heen!Engelands prins staat aan ’t strand hem te wachten;Evenzoo doen alle Engelsche meisjes.Engelands grooten en Engelands keizer,Waar Peer voorbij rijdt, staan op van hun zetels.De kroon van zijn hoofd neemt de keizer af, zeggend.…Smid Aslak(tegen eenige anderen terwijl zij aan de andere zijde van het hekje voorbij gaan).Kijk dáár eens, Peer Gynt, dat dronken zwijn!Peer Gynt(komt half overeind).Wat, Keizer!De Smid(leunt over het hek, sarrend:)Wat, Keizer!Sta toch op, jongenlief!Peer Gynt.Wat duivel! De smid! Zeg? Wat mot jij nou?De Smid(tegen de anderen:)Z’n roes van Lunde zit hem nog in den kop.Peer Gynt(springt op).Ga nou maar dóór, hè!De Smid.Ga nou maar dóór, hè!Ik ga al, ja!Maar zeg, waar kom jij nu ’t laatst van daan?Zes weken weg … behekst in de bergen?Peer Gynt.Ja, smid, ’k heb wonderlijke dingen gedaan!De Smid(knipoogt tegen de anderen).Laat eens hooren, Peer!Peer Gynt.Dat gaat niemand aan.De Smid(na een oogenblikje).Ga je nu naar Haegstad?Peer Gynt.Ga je nu naar Haegstad?Neen.De Smid.Ga je nu naar Haegstad? Neen.Men zeiDat vroeger jij die meid daarginder wel mocht.Peer Gynt.Jij zwarte raaf …!De Smid(wijkt een beetje terug).Jij zwarte raaf …!Word nou niet kwaad, Peer;Heeft Ingrid jou versmaad, er zijn ’r nog meer …;Er komen daar jonkies en weeuwen allebei …Peer Gynt.Loop naar de hel!De Smid.Loop naar de hel!Kom, licht wil ’r een je nog hebben …Goên avond! Ik zal vast de bruid van je groeten.(af, lachend en fluisterend).Peer Gynt(kijkt hem een poos na, maakt een minachtend gebaar en keert zich half om).Voor mijn part kan die Haegstad-meid trouwenMet wien ze lust heeft, ’t Raakt mij geen zier!(kijkt langs zijn beenen).M’n broek aan flarden. Smerig en kaal,…Had ik maar iets nieuws om aan te trekken.(stampt op den grond).Kon ik maar met één rake greepHun eens die minachting uit ’t hart rukken!(kijkt plotseling in het rond).Wat is dàt? Wie staat daar te grinniken ginds?Hm, het leek mij toch net … Neen er was toch niemand …’k Ga naar moeder thuis.(gaat den weg op, maar blijft weer staan en luistert naar den kant van het feesthuis).’k Ga naar moeder thuis.Nu begint de dans!(staart en luistert; gaat stap voor stap weer terug; zijn oogen schitteren; hij wrijft langs zijn beenen).Wat een gewemel van meiden! Zes … acht wel de man!O, haal mij de duivel,… daar doe ik aan mee!…Maar moeder, die nog zit op het molendak …(weer dwalen zijn oogen naar beneden; hij springt en lacht).Heisa, de halling1dolt over de wei heen!Ja, die Guttorm speelt flink er op los!Dat stampt en dat bruist als een vallende stroom.En dan die troep heerlijke, frissche meiden!…Ja, haal mij de duivel, daar doe ik aan mee!(is met één sprong over het hek en holt naar beneden).Het voorplein op Haegstad. Op den achtergrond het woonhuis. Vele gasten. Op het grasveld wordt levendig doorgedanst. De speelman zit op een tafel. De keukenmeester staat in de deur. Keukenmeisjes loopen af en aan tusschen de verschillende gebouwen; oudere menschen zitten hier en daar samen te praten.Een Vrouw(gaat bij een troepje zitten dat op eenige balken is neer gezegen).O, de bruid? Ja, die huilt wel een beetje,Maar wie neemt daar nu notitie van.De Keukenmeester(in een ander groepje).Hier is wat te drinken, lieve menschen.Een Man.Dank den gever; maar je schenkt wel wat veel.Een Jongkerel(tegen den fiedelaar, terwijl hij voorbij stuift met een meisje aan de hand).Heisa, Guttorm, strijk wat je kunt maar!Het Meisje.Strijk dat het klinkt ver over de weiden!Meisjes(in een kring om een jongen die danst).Mooi was die sprong!Een Meisje.Mooi was die sprong!Hij is los in de knieën!De Jongen(dansend).Hier is ’t ver van den muur en hoog de zoldring!De Bruidegom(komt grienend naar zijn vader toe, die met een paar anderen staat te praten, en trekt hem aan zijn buis).Zij wil niet, vader; zij is zoo stug!De Vader.Wat wil ze niet?De Bruidegom.Wat wil ze niet?Zij heeft zich opgesloten.De Vader.Nou, zie dan den sleutel te vinden.De Bruidegom.Ik weet hier den weg niet.De Vader.Ik weet hier den weg niet.Je bent een uil!(keert zich weer tot de anderen. De bruidegom slentert weg over het voorplein).Een Jongen(van de achterzijde van het huis).Meisjes! Nu zal het pas goed gaan worden!Peer Gynt is gekomen!De Smid(die er zoo even bij gekomen is).Peer Gynt is gekomen!Wie bracht hem hier?De Keukenmeester.Peer Gynt is gekomen! Wie bracht hem hier?Niemand.(gaat naar het huis toe).De Smid(tegen de meisjes).Als hij tegen je spreekt, hoor dan niet naar hem!Een Meisje(tegen de anderen:)Neen; wij doen net of wij hem niet kennen.Peer Gynt(komt verhit en opgewonden aan, blijft midden voor den zwerm staan en klapt in de handen).Wie van jullie kan het flinkste draaien?Een enkele(op wie hij toetreedt).Ik niet.Een andere(evenzoo).Ik niet.En ik niet.Een Derde.Ik niet. En ik niet.Nou, ik zeker ook niet.Peer Gynt(tegen een vierde:)Kom jij dan maar, tot een beetre zich aanmeldt.Het Meisje(keert zich om).Ik heb geen tijd.Peer Gynt(tegen een vijfde:)Ik heb geen tijd.Jij dan!Het Meisje(terwijl zij wegloopt:)Ik heb geen tijd. Jij dan!Ik moet naar huis.Peer Gynt.Van avond? Ben je nou heelemaal mal.De Smid(even later, halfluid:)Peer, daar gaat zij dansen met een ouwe.Peer Gynt(wendt zich snel tot een ouderen man).Waar zijn zij die nog vrij zijn?De Man.Waar zijn zij die nog vrij zijn?Zoek zelf maar.(gaat heen).(Peer Gynt is opeens stil geworden. Hij gluurt schuw onderuit naar de groep. Allen kijken naar hem, maar niemand zegt iets. Hij gaat naar andere groepjes toe. Waar hij komt wordt het stil; als hij zich verwijdert, glimlachen zij en kijken hem na).Peer Gynt(zachtjes).Blikken, gedachten en lachjes als pijlen,Dat krast en knarst als zaaghout onder vijlen!(Hij sluipt langs het hek. Solvejg, met de kleine Helga aan de hand, komt het voorplein op, vergezeld van haar ouders).Een Man(tegen een anderen, dicht bij Peer Gynt).Dat zijn de nieuwe menschen.De Andere.Dat zijn de nieuwe menschen.Die luî daar?De Eerste.Komen uit het Westen.De Andere.Komen uit het Westen.Juist! Jawel.Peer Gynt(treedt de komenden in den weg, wijst op Solvejg en vraagt aan den man:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?De Man(zacht:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?Zeker; maar eerstMoeten wij de menschen binnen begroeten.(zij gaan binnen).De Keukenmeester(tegen Peer Gynt, terwijl hij hem te drinken aanbiedt:)Als je hier bent moet je de kruik eens aanspreken!Peer Gynt(kijkt onafgewend naar de binnengaanden).Dank je; ’k wil dansen. Ik heb nu geen dorst.(De keukenmeester gaat weg; Peer Gynt kijkt naar het huis en lacht).Hoe blank! Neen, zoo iets zag ik nog nooit!Keek neer op haar schoenen en haar witte schortje …!En terwijl hield zij moeders schortpunt vast,En droeg een kerkboek in een doek gewikkeld …!Ik moet dat meisje zien.(wil de kamer in).Een Jongen(komt met verscheidenen er uit).Ik moet dat meisje zien.Wel, Peer, ga je al wegVan ’t dansen?Peer Gynt.Van ’t dansen?Neen.De Jongen.Van ’t dansen? Neen.Maar dan loop je verkeerd.(pakt hem bij den schouder om hem om te draaien).Peer Gynt.Laat mij toch voorbij!De Jongen.Laat mij toch voorbij!Ben je bang voor den smid soms?Peer Gynt.Ik bang?De Jongen.Ik bang?Ja, je weet wel hoe ’t laatst ging te Lunde?(het troepje gaat lachend weg naar de dansenden).Solvejg(in de deur).Jij bent vast de jongen, die wilde dansen?Peer Gynt.Ja, dat ben ik; was je dat al vergeten?(neemt haar bij de hand).Kom dan!Solvejg.Kom dan!Maar niet te lang, zegt moeder!Peer Gynt.Zegt moeder? Ben jij dan van gistren, zeg?Solvejg.Je lacht me uit …!Peer Gynt.Je lacht me uit …!Je bent toch al volwassen;Hoe oud ben je?Solvejg.Hoe oud ben je?’k Ben aangenomen in ’t voorjaar.Peer Gynt.Zeg hoe je heet, dan praten wij gezelliger.Solvejg.Mijn naam is Solvejg. En jij, hoe heet jij?Peer Gynt.Peer Gynt.Solvejg(trekt haar hand terug).Peer Gynt.O hemel!Peer Gynt.Peer Gynt. O hemel!Wat moet dàt nu?Solvejg.Mijn kouseband is los; dien moet ik vaster gaan binden.(loopt weg).De Bruidegom(trekt zijn moeder aan haar rok).Moeder, zij wil niet!De Moeder.Moeder, zij wil niet!Wil zij niet? Wat?De Bruidegom.Zij wil niet!De Moeder.Zij wil niet!Wat dan?De Bruidegom.Zij wil niet! Wat dan?Den sleutel omdraaien.De Vader(zachtjes en nijdig).Zij moesten jou aan de ruif vastbinden!De Moeder.Och, brom maar niet. Sukkel! ’t Komt wel terecht.(zij gaan weg).Een Jongkerel(die met een heelen troep van de dansplaats komt).’n Slok brandewijn, Peer?Peer Gynt.’n Slok brandewijn, Peer?Neen.De Jongkerel.’n Slok brandewijn, Peer? Neen.’n Slokje maar?Peer Gynt(kijkt hem donker aan).Heb je dan wat?De Jongkerel.Heb je dan wat?Dat kon wel gebeuren.(haalt een zakflesch te voorschijn en drinkt).Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Peer Gynt.Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Laat ’ns proeven.(drinkt)Een Tweede.Nu moet je ook eens drinken met mij.Peer Gynt.Neen!Dezelfde.Neen!Och kom, wees nou niet zoo flauw, zeg!Kom Peer, drink!Peer Gynt.Kom Peer, drink!Geef mij dan een dropje.(drinkt weer).Een Meisje(halfluid:)Kom, laat ons gaan.Peer Gynt.Kom, laat ons gaan.Ben je bang voor mij, deern?Een Derde Jongkerel.Wie is nou niet bang voor jou?Een Vierde.Wie is nou niet bang voor jou?Je toondeLaatst nog te Lunde ons wat van je kunsten.Peer Gynt.’k Kan meer nog dan dat, als ik eerst maar eens los kom!Eerste Jongkerel(fluisterend:)Nu komt hij op dreef!Verscheidenen(vormen een kring om hem heen).Nu komt hij op dreef!Vertel; vertel!Wat kan je?Peer Gynt.Wat kan je?Ja, morgen …!Anderen.Wat kan je? Ja, morgen …!Neen, van avond nog, Peer!Een Meisje.Kan je toov’ren Peer?Peer Gynt.Kan je toov’ren Peer?’k Kan den duivel bezweren!Een Man.Dat kon grootmoeder ook al, vóór ik bestond!Peer Gynt.Leugens! Watikkan dat kan niemand anders.Ik heb hem één keer toch gejaagd in een noot.Die was wormstekig, zie je!Verscheidenen(lachend).Die was wormstekig, zie je!Dat laat zich begrijpen!Peer Gynt.Hij vloekte en jankte en wilde mij gevenAlles en nòg wat …Eén uit den hoop.Alles en nòg wat …Maar hij moest er in?Peer Gynt.Dat spreekt. Ik stopte ’t gat dicht met een pen.O! Dat was me een gebrom en gerommel!Een Meisje.Verbeeld je!Peer Gynt.Verbeeld je!’t Was net het gegons van een hommel.Het Meisje.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Peer Gynt.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Neen.Nu is hij lang al weer er van door.Het iszijnschuld dat Aslak zoo ’t land aan mij heeft.Een Jongkerel.Hoe zoo?Peer Gynt.Hoe zoo?’k Ging naar de smidse en vroegOf hij de noot voor mij wilde kraken?“Welzeker!” Hij legde ze neer op het aambeeld;Maar Aslak pakt erg hardhandig aan;…En slaat er terstond op met zijn hamer …Een Stem uit de menigte.Sloeg hij hem morsdood toen?Peer Gynt.Sloeg hij hem morsdood toen?Hij sloeg als een man.Maar slim was de ander, en stoof als een brandDwars door het dak heen en scheurde den wand.Verscheidenen.En Aslak …?Peer Gynt.En Aslak …?Stond met gebrande handen.Sedert dien dag mag hij mij niet lijden.(algemeen gelach).Enkelen.Die mop is wel goed!Anderen.Die mop is wel goed!Dat is wel zijn beste!Peer Gynt.Denk jullie dat ik wat verzin?Een Man.Denk jullie dat ik wat verzin?O neen,Dat is niet noodig; ik ken al het meesteVan vroeger …Peer Gynt.Van vroeger …Leugens! ’t Ismijgebeurd!De Man.Net zoo als alles.Peer Gynt(met een handzwaai).Net zoo als alles.Wat! Ik kan rijdenDwars door de lucht heen op wilde paarden!Och, ik kan allerlei dingen doen, weet je.(weer schaterend gelach).Een uit de bende.Rijd eens door de lucht, Peer!Velen.Rijd eens door de lucht, Peer!Toe ja, Peer Gynt …Peer Gynt.Je hoeft er niet zoo om te bedelen, zeg.Ik zal rijden als een stormwind over jullie allen!’t Heele kersspel zal nog te voet mij vallen!Een oudere Man.Nu is hij stapelgek al.Een Tweede.Nu is hij stapelgek al.Stuk vee!Een Derde.Opsnijder!Een Vierde.Opsnijder!Leugenbrok!Peer Gynt(dreigt hen).Opsnijder! Leugenbrok!Wacht maar, jawel!Een Man(halfdronken).Ja wacht; jou krijgen wij wel eens te pakken!Verscheidenen.Dan slaan wij je murw! En ’n paar blauwe oogen!(De troep verspreidt zich, de ouderen kwaad, de jongeren spottend en lachend).De Bruidegom(vlak bij hem).Zeg Peer, is het waar, kan je door de lucht rijden?Peer Gynt(kort).Zeker, Mads! Geloof maar dat ik wat mans ben.De Bruidegom.Heb je dan ook den mantel, die maakt onzichtbaar?Peer Gynt.Den hoed, bedoel je? Ja, dien heb ik ook.(keert zich van hem af. Solvejg gaat over de dansplaats met Helga aan de hand).(Peer Gynt naar hen toe, met stralende oogen).Solvejg! O, ’t is goed dat je komt, hoor!(grijpt haar pols).Nu zal ik je draaien lustig in ’t rond!Solvejg.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Waarom?Solvejg.Laat mij los! Waarom?Je bent zoo wild.Peer Gynt.Ook het rendier is wild, als de zomer nadert.Kom toch, deern, en wees niet zoo dwars!Solvejg(trekt haar arm terug).’k Durf niet.Peer Gynt.’k Durf niet.Waarom niet?Solvejg.’k Durf niet. Waarom niet?Je hebt gedronken.(gaat met Helga weg).Peer Gynt.Je mes moest je hun kunnen stekenDwars door hun korpus … allemaal!De Bruidegom(stoot hem aan met zijn elleboog).Kan jij mij niet bij mijn bruid binnen laten?Peer Gynt(verstrooid).Je bruid? Waar is die?De Bruidegom.Je bruid? Waar is die?In ’t blokhuis.Peer Gynt.Je bruid? Waar is die? In ’t blokhuis.Zoo, zoo.De Bruidegom.Och toe, Peer Gynt, doe jij eens je best!Peer Gynt.Neen, jij moet ’t zonder mijn hulp klaar spelen.(een gedachte gaat hem door het hoofd; hij zegt zachtjes en heftig:)Ingrid in ’t blokhuis!(nadert Solvejg).Ingrid in ’t blokhuis!Heb jij je bedacht, zeg?(Solvejg wil doorgaan, hij treedt haar in den weg).Je schaamt je omdat ik wel een schooier lijk.Solvejg(haastig).Dat doe ik niet, neen, en dat ’s ook niet waar!Peer Gynt.Jawel, en ’n beetje heb ik ’m òm;Maar dat was uit nijd, omdat jij mij afwees.Kom nou!Solvejg.Kom nou!’k Mag niet, al zou ik wel willen!Peer Gynt.Voor wie ben je bang?Solvejg.Voor wie ben je bang?Voor vader ’t meest.Peer Gynt.Vader? O, dat is zeker zoo’n stille!Die ’t hoofd laat hangen? Of niet soms, zeg?Solvejg.Wat moet ik zeggen?Peer Gynt.Wat moet ik zeggen?Hoor je tot de vromen?Je vader, je moeder, en ook jij?Nou, kan je niet spreken?Solvejg.Nou, kan je niet spreken?Laat mij met rust.Peer Gynt.Neen!(gedempt maar heftig en bangmakend:)Neen!Ik kom bij je als een booze geest!Ik kom voor je bed staan, als de klok twaalf slaat van nacht.Hoor je dan om je heen blazen en sissen,Dan hoef je niet te denken dat het maar de kat is.Dat benikdan! Ik tap je bloed af in een kop;En je kleine zusje eet ik heelemaal op;Ja, je moet ’t maar weten dat ik ’s nachts een weerwolf ben.’k Zal je bijten in je lenden, je rug …(slaat plotseling over en smeekt als in angst:)Dans met mij, Solvejg!Solvejg(kijkt hem donker aan).Dans met mij, Solvejg!Hè, dat was slecht!(gaat de kamer binnen).De Bruidegom(komt weer aangeslenterd).Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Peer Gynt.Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Dat ’s goed!(Zij gaan achter het huis. Op ’t zelfde oogenblik komt er een heele troep van de dansplaats; de meesten zijn dronken. Drukte en lawaai, Solvejg en Helga komen met hun ouders en een aantal oudere gasten aan de deur).De Keukenmeester(tegen den smid die vooraan staat in den troep:)Bedaard!De Smid(trekt zijn buis uit).Bedaard!Neen, nu moet ’t maar uitgemaaktWorden, Peer Gynt of ik moet ’t veld maar ruimen.Eenigen.Ja, laat ze eens vechten!Anderen.Ja, laat ze eens vechten!Neen, enkel razen!De Smid.Woorden doen niets; de vuist moet het doen.Solvejg’s Vader.Kalm toch, man!Helga.Kalm toch, man!Moeder, gaan ze ’m slaan?Een Jongkerel.Laat ons liever pret maken over zijn leugens.Een Tweede.’m Jagen van de dansvloer!Een Derde.’m Jagen van de dansvloer!’m Spuwen in zijn bakkes!Een Vierde(tegen den smid:)Blijf jij er bij, zeg?De Smid(gooit zijn buis uit).Blijf jij er bij, zeg?’t Beest wordt geslacht, hoor!Solvejgs Moeder(tegen Solvejg:)Nou zie je eens hoe ze dien vent hier achten.Aase(komt met een stok in de hand).Is Peer mijn zoon hier? Want nou krijgt hij slaag;’k Geef hem een rammeling die hem heugen zal!De Smid(stroopt zijn hemdsmouwen op).Voor zoo’n schavuit is ’n stok veel te zacht.Sommigen.Aslak zal ’m raken.Anderen.Aslak zal ’m raken.’m Beuken!De Smid(spuwt in zijn handen en knikt Aase toe).Aslak zal ’m raken. ’m Beuken!’k Hang hem op!Aase.Wat! Ophangen, Peer! Probeer ’t als je durft;…Tanden en nagels heeftAasenog wel!Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!De Bruidegom(komt hard aangeloopen).Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!Wel, godallemachtig!Kom, vader, moeder,…!De Vader.Kom, vader, moeder,…!Wat is er te doen?De Bruidegom.Peer Gynt heeft …!Aase(gilt).Peer Gynt heeft …!Hebben ze ’m doodgeslagen?De Bruidegom.Neen, Peer Gynt …! Kijkt daar eens op den berg..De Menigte.Met de bruid!Aase(laat den stok vallen).Met de bruid!Zoo’n schoelje!De Smid(als uit de lucht gevallen).Met de bruid! Zoo’n schoelje!Tegen de steilste kantenKlautert de kerel op als een geit!De Bruidegom(huilend).Hij draagt haar, moeder, als een beer een zwijn!Aase(maakt een dreigend gebaar tegen hem).O, viel je er maar af, dat je …(gilt in angst:)O, viel je er maar af, dat je …Wees toch voorzichtig!De Boer van Haegstad(komt blootshoofds en bleek van woede:)Ik draai hem den nek om voor deze streek!Aase.God neen! ’k Mag sterven als ik dat laat begaan!EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF.

EERSTE BEDRIJF.Een helling met loofboomen bij Aase’s hoeve. Een beek stroomt schuimend naar beneden. Aan den anderen kant een oude molen. Warme zomerdag.Peer Gynt, een forsch gebouwde jonge man van twintig jaar komt het voetpad af. Aase, zijn moeder, klein en tenger, komt achter hem aan. Zij is boos en kijft.Aase.Peer, je liegt!Peer Gynt(zonder stil te staan).Peer, je liegt!Dat doe ik niet!Aase.Zoo; nou zweer dan dat ’t zoo is!Peer Gynt.Waarom zweren?Aase.Waarom zweren?Och, je durft niet!’t Is weer alles leugenpraat!Peer Gynt(blijft staan).’t Is de waarheid … woord voor woord!Aase(vlak voor hem).En je schaamt je niet voor mij?Loopt van huis maar weken langJuist in de’allerdrukste tijden,Om te jagen in de bergen,…Komt thuis met gescheurden pels,Half gekleed en zonder wild;…En ten slot zou je wel denkenMij je jagers-leugenpraatZoo maar op de mouw te spelden!…Wel, waar was ’t dat je den bok zag?Peer Gynt.Op den Gendin.Aase(lacht spottend).Op den Gendin.Juist, jawel!Peer Gynt.Scherp blies daar de wind van daan;Achter kreupelhout verborgenGroef hij in de harde sneeuwNaar wat mos …Aase(als voren).Naar wat mos …Ja, juist, jawel!Peer Gynt.’k Hield mijn adem in, stil luistrend,Hoorde ’t knarsen van zijn hoef,Zag van één gewei de takken.Toen, voorzichtig, tusschen steenen,Sloop ik op mijn buik vooruit.Daar verborgen gluurde ik opwaarts;…Zulk een bok, zoo mooi en vet,Zag je van je leven niet!Aase.Neen, dat zal wel niet!Peer Gynt.Neen, dat zal wel niet!Eén knal!En, bons! lag de bok ter aarde.Maar zoodra hij nedervielZat ik op zijn rug al schrijlings,Greep hem bij zijn linkeroor,Haalde juist mijn mes al uitOm ’t hem in den nek te steken;…Hei! daar gaat hij aan het schreeuwen,Staat pardoes weer op zijn pooten,Werpt naar achteren zijn geweiDat ’k verlies mijn mes en schede;Pakt als in een schroef mijn lenden,Slaat zijn horens om mijn beenenDat ’k als in een tang geklemd zit,…En zoo rent hij met een vaartRechtstreeks over Gendinskam!Aase(onwillekeurig).Goede hemel …!Peer Gynt.Goede hemel …!Heb je wel eensOoit den Gendinskam gezien?’n Halve mijl is die wel lang,Smal … niet breeder dan een zeis,Over gletschers, losse steenen,Scherpe kanten, grauw en steil,Kan je zien aan beide kanten’t Zwarte water in de diepteSlapend, meer dan dertienhonderdEl omlaag, den berg insluitend …Daarlangs stoven hij en ikPijlsnel voort door weer en wind.Nooit bereed ik nog zoo’n beestje!Midden door die wilde vaart’n Knett’ren als van zonnevonken.Arendsruggen zwommen bruinIn het duizeldiepe ruim,Halfweg tusschen ons en ’t water,…Dreven dan weer weg, als schuim.Drijfijs brak er aan de kanten,Doch ’t geluid was niet te hooren;Draaikolks-feeën dansten maarZingend, zwierend in het rond,Voor mijn oogen, en mijn ooren!Aase(duizelig).O God, sta mij bij!Peer Gynt.O God, sta mij bij!Op eens,Op een vreeslijk steile plek,Vliegt daar plotseling een sneeuwhoenUit de spleet waarin het zat,Fladdert kakelend, verschrikt,Op, vlak voor den bok zijn pooten.Die maakt snel half-rechtsomkeert,Jaagt dan met een reuzensprongNaar beneden in de diepte!(Aase wankelt en grijpt naar een boomstam. Peer Gynt gaat voort).Achter ons de zwarte steilte,Onder ons een grondloos diep!Eerst ging ’t door een laag van nevels,Toen door ’n heelen zwerm van meeuwen,Die naar alle kanten vluchtend,Krijschend uit elkander stoven.Voort maar weer! Voort naar beneden!Maar van uit de diepte schemertWit iets, als een rendiersborst …’t Was ons eigen beeld, o moeder,Dat, opstijgend uit het bergmeer,Naar de oppervlakte stormdeIn een even wilde vaartAls die ons joeg naar beneden.Aase(snakt naar adem).Peer! God help’ mij …! Zeg het gauw!Peer Gynt.Bok van boven, bok van ondren,Stooten gelijktijdig samen,Dat het schuim ons wit bespatte.Ja, daar lagen wij te spartlen …Na een poosje toch bereiktenWij een plekje waar wij landden,’t Rendier zwom, ik aan hem hangend;…Ik ging huiswaarts …Aase.Ik ging huiswaarts …En de bok dan?Peer Gynt.Die loopt zeker nog wel rond;…(knipt met de vingers, draait op zijn hielen en voegt er bij:)Pak hem, als je ’m nog kunt krijgen.Aase.En je nek is niet gebroken?Beide beenen brak je niet?En je ruggegraat is heel?O, mijn God,… ik loof en dank uDat mijn zoon gij hebt beschermd …Wel is toch je broek aan flarden;Maar dat is niet van beteeknisAls men denkt wat er veel ergersKòn gebeuren op zoo’n tocht …!(houdt plotseling stil, kijkt hem aan met open mond en groote oogen,kan een heelen tijd geen woorden vinden, en barst eindelijk uit:)O jij duivels-leugenaar!Goede God, wat kan jij liegen!Ik herinner ’t mij nu weer,Heb het al gehoord als meisje.Gudbrand Glesne is ’t gebeurd …Maar niet jou …Peer Gynt.Maar niet jou …Jawel, mij ook.’t Kan wel meer dan ééns gebeuren.Aase(nijdig).Ja, een leugen kan je draaienOm-en-om, versierd, vermooid,In een gloednieuw pak gestokenDat geen mensen haar meer herkent.En dàt heb jij nu gedaan;Alles groot en wild gemaakt,Opgesierd met arendsruggen …En met al die andre fratsen —Hier wat bij en daar wat af —Maak je iemand zoo van streek,Dat een mensch niet meer herkentWat hij jaren lang al wist!Peer Gynt.Als een ander zoo iets zei’k Zou hem ongenadig rans’len!Aase(huilend).Och God, was ik toch maar dood;Lag ik toch maar onder de aarde!Tranen noch gebeden helpen,…Peer, je bent en blijft verloren!Peer Gynt.Lieve moedertje, och toe,…Ja, je hebt volmaakt gelijk,…Wees nu maar weer goed …Aase.Wees nu maar weer goed …Och, zwijg toch!Kan ik zoo maar daadlijk goed zijn,Met een beest als jij tot zoon?Is ’t voor mij, een arme weduw’Zonder steun, geen bitter leed dan?Altijd schande maar tot loon!(schreit weer)Wat bleef er voor ons nog overVan grootvaders rijke dagen?Waar zijn al de zakken geldVan den ouden Rasmus Gynt?Vader bracht het geld aan ’t rollen,…Strooide ’t rond als ware ’t zand,Kocht maar grond in ’t heele land,Reed er met vergulde karren …Waar is alles wat verdaan werdBij het groote winterfeest,Toen de gasten flesschen, glazenNeer maar kwakten op de planken!Peer Gynt.Sneeuw van ’t vorig jaar, waar is die?Aase.Hoû toch je brutalen mond!Kijk eens rond! Om ’t andre raam isEr geen heele glasruit meer.Hek en schutting zijn bezweken,’t Vee staat maar in weer en wind,Veld en akker liggen braak,Iedre maand moet ik beleenen …Peer Gynt.Hou toch op met dat gezeur!Dikwijls als ’t geluk eens uitbleefKwam het in galop terug weer!Aase.Waar dàt groeide is zout gestrooid nu!Maar jij bent een kerel, jij,…Altijd kranig en brutaal,Welbespraakt als toen de priester —Die van Kopenhagen kwamEn je naar je doopnaam vroeg —Zwoer dat menig volbloed prinsjeZulk een naam zou willen dragen.En tot dank gaf toen je vaderPaard en slede hem present nog,Voor zijn allervriendlijkst woord …Ja; toen was hier pret genoeg!Proost, kaptein en al hun aanhangHingen dagelijks hier om,Etend, drinkend om het hardst.Maar in nood kent men zijn vrienden,’t Werd hier alles leeg en stilVan den dag, dat “Jon de geldzak”Met zijn mars de wereld introk.(droogt haar oogen af met haar schort).Och, jij bent nu groot en sterk tochJij moest staf en steun en hulp zijnVoor je arme oude moeder,…Jij moest hoeve en huis besturen,Zorgen dat er niets verviel;…(huilt weer).Lieve God, wat ik aan jou hadAl die jaren lang, schavuit!Bij den haard blijf je thuis liggen,Wentelt rond in asch en kolen;In het dorp jaag je al de meisjesUit de danszaal als je komt,…Maakt mij overal te schande,Vecht met d’ergste vechtersbazen …Peer Gynt(loopt weg).Schei toch uit.Aase(loopt hem na).Schei toch uit.Kan jij ’t ontkennenDat je nommer één geweest bentToen er zoo gevochten is laatst,Ginds te Lunde … waar je elkanderGingt te lijf als dolle honden?Of was jij ’t niet die smid Aslak’sArm ontwricht heb op dien dag …Of was ’t soms één vinger maar?Peer Gynt.Wie bracht je die praatjes thuis?Aase(nijdig).Buurvrouw hoorde het gejammer!Peer Gynt(wrijft zijn elleboog).Ja, maar schreeuwen deed ik zelf.Aase.Jij?Peer Gynt.Jij?Jawel …ikkreeg de klappen.Aase.Wat?Peer Gynt.Wat?Die kan je raken, hoor!Aase.Wie dat?Peer Gynt.Wie dat?Wel, dien Aslak, meen ik.Aase.Foei toch, foei! ’k Moest op je spuwen!Zoo’n opsnijder, zoo’n slampamper,’n Zuiplap, een aartsleugenaar,Liet jij je door zoo’n vent slaan?(huilt weer).Schande heb ’k al veel geleden;Maar dat dit gebeuren moestIs wel de ergste spotternij.Al is hij dan nog zoo’n baas;…Moet jij dan de minste zijn?Peer Gynt.Of ik klop krijg, of d’r op sla …Jamren moet je toch altijd.(lacht).Troost je moeder …Aase.Troost je moeder …Was ’t een leugenNou alweer?Peer Gynt.Nou alweer?Ja, dezen keer.Droog dus maar je tranen af;…(balt zijn linkerhand).Kijk,… met deze knijptang hierHield ’k den heelen smid gebogen;(balt de rechterhand).En dit vuistje was mijn hamer …Aase.O, jij rekel, brengt je moederNog in ’t graf met je gedrag!Peer Gynt.Neen, hoor, jij bent beter waard;Twintig duizend maal wat beters;Lieve, booze moeder mijn,Kom, vertrouw maar op mijn woord,Heel het dorp zal je nog eeren,Wacht maar tot ik eens iets groots …Waarlijk groots volbrengen zal.Aase(spottend).Jij!Peer Gynt.Jij!Wie weet wat kan gebeuren!Aase.Werd je nog maar eens zoo wijsDat je zelf weer dicht kon makenAl de scheuren in je broek!Peer Gynt(nijdig).Koning zal ik worden, keizer!Aase.Lieve God, daar gaat zijn laatsteRestje van gezond verstand!Peer Gynt.Ja, ’t gebeurt! Heb maar geduld!Aase.“Heb geduld, dan wordt je prins,”Heet het, als ’k mij niet vergis!Peer Gynt.Wacht maar, moeder!Aase.Wacht maar, moeder!Hoû je mond!Stapelgek ben je gewoon …Trouwens, eerlijk moet ik zeggen,Als je niet zoo dag aan dagDolle streken deedt, en loog,Was je goed terecht gekomen.Die van Haegstad mocht je wel;Die had jij best kunnen krijgenAls je ’t goed hadt aangelegd …Peer Gynt.Denk je?Aase.Denk je?D’oude heeft geen kracht meerOm zijn dochter te weerstaan;Wel is hij een echte stijfkop,Maar zij, Ingrid, geeft geen kamp ook;En waarzijgaat, strompelt hijBrommend haar wel achterna dan.(begint weer te schreien).Och, mijn Peer, een schatrijk meisje,…’n Boerendochter! Denk eens aan,…Als je ’t wijzer aangelegd hadtWas je al haar bruidegom,…Jij, die nu hier loopt in lompen!Peer Gynt(snel).Kom, ik ga het jawoord halen!Aase.Waar?Peer Gynt.Waar?Op Haegstad!Aase.Waar? Op Haegstad!Arme jij;Dat is uit, die vrijerij!Peer Gynt.En waarom?Aase.En waarom?’t Is om te huilen!Nu is het te laat … verspeeld al …Peer Gynt.Zoo?Aase(snikkend).Zoo?Toen jij ginds in de bergenDoor de lucht reedt op je rendier,Heeft Mads Moën haar gekregen!Peer Gynt.Wat? Dat vrouwenschrikbeeld! Hij!…Aase.Ja, zij neemt hem nu tot man.Peer Gynt.Wacht mij hier tot ik een paard spanVoor de kar …(wil weggaan).Aase.Voor de kar …Maak maar geen drukte.Morgen vieren zij al bruiloft …Peer Gynt.Poeh!… maar ik kom nog van avond!Aase.Schaam je; wil je dat zij ook nogJe belachen en bespotten?Peer Gynt.Stil maar. Alles gaat wel goed.(jodelt en lacht tegelijkertijd).Heisa, zeg! De kar blijft hier;’t Paard te halen duurt te lang …(tilt haar op).Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Neen, op mijn armenDraag ik je naar ’t bruiloftshuis!(waadt door de beek).Aase.Help! Och Heer wees mij genadig!Wij verdrinken …Peer Gynt.Wij verdrinken …Neen, mij wachtEen veel hoogre dood …Aase.Een veel hoogre dood …Jawel;Jij komt aan de galg terecht!(trekt hem aan zijn haar).O, jij monster!Peer Gynt.O, jij monster!Zit nu stil,’t Is hier glad, de grond is glibb’rig.Aase.Ezel!Peer Gynt.Ezel!Ja, je mag wel schelden,Dat brengt niemand van de wijs.Zoo; nu krabb’len wij weer op …Aase.Hoû mij vast toch!Peer Gynt.Hoû mij vast toch!Heisa, hop!Nu wordt ’t Peer-en-rendier spelen;…(galoppeert).Ik ben ’t rendier, jij bent Peer!Aase.O, ik voel mezelf niet meer!Peer Gynt.Zie je, nu zijn wij de beek door;…(komt aan land).Zoo, geef nu je bok een kus:Dat is voor den voerman ’t loon …Aase(geeft hem een oorvijg).Ziedaar voor den voerman!Peer Gynt.Ziedaar voor den voerman!Au!Dat ’s een al te karig loon!Aase.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Eerst naar de hoeve.Wees mijn voorspraak. Je bent handig;Spreek met hem, den ouden gek;Zeg hem dat Mads Moën niets waard is …Aase.Laat me los!Peer Gynt.Laat me los!En zeg hem ookWat Peer voor een kerel is.Aase.Ja, daar kan je vast op aan!’k Zal een boekje opendoen,’k Zal een mooi tafreel ophangenVan je fratsen en je streken …Peer Gynt.Zoo?Aase(spartelt van kwaadheid).Zoo?Ik zal niet eerder zwijgenVóór de boer den hond op je afjaagt,Alsof jij een schooier was!Peer Gynt.Hm; dan zal ik maar alleen gaan.Aase.Goed, maar ik kom je achterna!Peer Gynt.Moederlief, dat kan je niet …Aase.Denk je niet? Ik ben zoo woestDat ’k wel steenen kon vermorz’len!Grind zou ’k kunnen eten, bah!Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Als je belooft nu …Aase.Niets! ik wil mee naar den boer toe,Weten zal hij wie je bent!Peer Gynt.Neen, dan moet je wachten hier.Aase.’k Wil niet! Ik wil mee naar boven!Peer Gynt.Dat gebeurt niet.Aase.Dat gebeurt niet.Wat is dat nu?Peer Gynt.’k Zet je op ’t dak hier van den molen(Zet er haar op. Aase gilt).Aase.Haal me er af!Peer Gynt.Haal me er af!Als je wilt luistren …?Aase.Klets niet!Peer Gynt.Klets niet!Moeder wees toch wijs …Aase(gooit naar hem met een graszode).Haal me er af, Peer, gauw … terstond!Peer Gynt.Als ik durfde deed ik ’t zeker.(dichterbij).Blijf nu stil en rustig zitten.Ga niet spart’len met je beenen,Ruk en pluk niet aan de steenen,…Anders, denk er aan, zou ’t mis gaan …Zou je vallen.Aase.Zou je vallen.O, jij beest!Peer Gynt.Niet zoo spart’len!Aase.Niet zoo spart’len!O, ik wouDat de grond je op kon slokken!Peer Gynt.Schaam je toch!Aase.Schaam je toch!Och wat!Peer Gynt.Schaam je toch! Och wat!Geef lieverMij je zegen op mijn tocht mee.Wil je? Zeg?Aase.Ik zal je rans’len,Al ben jij ook nog zoo’n baas!Peer Gynt.Nou, tot ziens dan, moederlief!Zit maar stil, ik blijf niet lang weg.(gaat heen, maar keert zich om, steekt zijn vinger vermanend op en zegt):Denk er aan dat je niet spartelt!(af).Aase.Peer!… Och God, nu loopt hij weg!Bokkerijder! Leugenbrok!Zal je komen!… Neen, daar gaat hijEr van door …!(schreeuwend:)Er van door …!Help! ik word duiz’lig!(Twee oude vrouwen met zakken op den rug komen het pad af naar den molen).Eerste oude Vrouw.Hèh? Wie schreeuwt daar?Aase.Hèh? Wie schreeuwt daar?Ik! hier, ik!Tweede oude Vrouw.Aase! Wel,… wat zit je hoog …?Aase.Dit beteekent nog niet veel …Als ’t nog lang duurt vaar ’k ten hemel!Eerste oude Vrouw.Goede reis dan!Aase.Goede reis dan!Haal een ladder;’k Wil er af! Dat duivelsjong …Tweede oude Vrouw.Wie, je zoon?Aase.Wie, je zoon?Ja, wat hij uithaaltHeb je dan nu eens gezien.Eerste oude Vrouw.Wij getuigen.Aase.Wij getuigen.Help mij maar eens;Want naar Haegstad moet ik gauw nu …Eerste oude Vrouw.Is hij dáár?Tweede oude Vrouw.Is hij dáár?Dan kan je lachen;Want de smid zou ook daar komen.Aase(wringt de handen).Lieve God, mijn arme jongen!Wie weet of ze hem niet doodslaan!Eerste oude Vrouw.Ja, zoo iets kan licht gebeuren;Troost je dan maar dat ’t zijn lot was!Tweede oude Vrouw.Zij is dol van woede en angst.(roept naar boven).Ejvind, Anders! Komt eens hier!Een Mannenstem.Wat is ’t dan?Tweede oude Vrouw.Wat is ’t dan?Kijk, moeder AaseHeeft Peer Gynt op ’t dak gezet daar!…Een kleine hoogte met struiken en hei. Daar achter, door een hekje afgescheiden, loopt de weg.Peer Gynt komt een voetpad op, loopt snel naar het hekje toe, blijft staan en kijkt uit waar het uitzicht zich opent.Peer Gynt.Daar ligt Haegstad. Nu zal ’k gauw klaar zijn.(klimt half over het hekje heen; dan bedenkt hij zich).Wie weet of Ingrid wel alleen zit thuis?(beschut zijn oogen en kijkt uit).Neen. ’t Wemelt er van luî met geschenken.’t Is misschien ’t verstandigst als ik maar omkeer.(trekt zijn been weer terug).Altijd fluisteren ze achter je rug,En spotten dat ’t brandt dwars door je ziel heen.(gaat eenige stappen terug en plukt zonder nadenken blaren af).Als je nu maar iets sterks had te drinken,Of als je ’m kon poetsen onbemerkt …Of als niemand je kende … Vooral iets sterksZou goed zijn, dan schrijnt het lachen zoo fel niet.(Kijkt opeens als verschrikt rond; dan verbergt hij zich tusschen de struiken. Eenige menschen met eetwaren-geschenken gaan voorbij en dalen dan af naar het bruiloftshuis).Een Man.Zijn vader was een zuiplap en zijn moeder is niet wijs.Een Vrouw.Nou, dan is ’t ook geen wonder dat de jongen is ’n dwaas.(De menschen gaan verder. Even daarna komt Peer Gynt te voorschijn en kijkt hen rood van schaamte na).Peer Gynt(zachtjes).Hadden die het over mij?(met een woedend gebaar).Hadden die het over mij?Och, laat ze praten!Zij kunnen mij daarmee geen kop kleiner maken.(Laat zich neervallen in de hei, ligt langen tijd op zijn rug met de handen onder zijn hoofd in de lucht te staren).Wat een zonderlinge wolk! ’t Lijkt wel een paard.En een man zit er op,… en zadel en teugels …Daar achter rijdt een heks op een bezemsteel.(Lacht stil in zich zelf).Dat ’s moeder. Zij zit te schreeuwen en scheldt: beestVan een Peer!…(Even later sluit hij de oogen).Van een Peer!…Ja, nu is zij bang …Peer Gynt rijdt voorop, en een heele troep volgt hem …’t Tuig is verzilverd, goudglanzend de hoeven.Zelf draagt hij handschoenen, sabel en schede,’n Mantel heel lang en met voering van zijde.Dapper zijn zij die vertrouwend hem volgen.Geen één toch zit er als hij in het zadel,Geen één toch straalt er als hij in het zonlicht.Menschen staan ginds aan het hek bij elkander,Nemen hun hoed af en staren naar boven;Nijgende vrouwen ook. Allen erkennenKeizer Peer Gynt en zijn duizenden mannen.Onder hem schittren als kiezelsteenenZilveren munten, die strooide op den weg hij.Allen in ’t dorp zijn rijk nu als graven.Peer Gynt rijdt er dwars door de lucht over zee heen!Engelands prins staat aan ’t strand hem te wachten;Evenzoo doen alle Engelsche meisjes.Engelands grooten en Engelands keizer,Waar Peer voorbij rijdt, staan op van hun zetels.De kroon van zijn hoofd neemt de keizer af, zeggend.…Smid Aslak(tegen eenige anderen terwijl zij aan de andere zijde van het hekje voorbij gaan).Kijk dáár eens, Peer Gynt, dat dronken zwijn!Peer Gynt(komt half overeind).Wat, Keizer!De Smid(leunt over het hek, sarrend:)Wat, Keizer!Sta toch op, jongenlief!Peer Gynt.Wat duivel! De smid! Zeg? Wat mot jij nou?De Smid(tegen de anderen:)Z’n roes van Lunde zit hem nog in den kop.Peer Gynt(springt op).Ga nou maar dóór, hè!De Smid.Ga nou maar dóór, hè!Ik ga al, ja!Maar zeg, waar kom jij nu ’t laatst van daan?Zes weken weg … behekst in de bergen?Peer Gynt.Ja, smid, ’k heb wonderlijke dingen gedaan!De Smid(knipoogt tegen de anderen).Laat eens hooren, Peer!Peer Gynt.Dat gaat niemand aan.De Smid(na een oogenblikje).Ga je nu naar Haegstad?Peer Gynt.Ga je nu naar Haegstad?Neen.De Smid.Ga je nu naar Haegstad? Neen.Men zeiDat vroeger jij die meid daarginder wel mocht.Peer Gynt.Jij zwarte raaf …!De Smid(wijkt een beetje terug).Jij zwarte raaf …!Word nou niet kwaad, Peer;Heeft Ingrid jou versmaad, er zijn ’r nog meer …;Er komen daar jonkies en weeuwen allebei …Peer Gynt.Loop naar de hel!De Smid.Loop naar de hel!Kom, licht wil ’r een je nog hebben …Goên avond! Ik zal vast de bruid van je groeten.(af, lachend en fluisterend).Peer Gynt(kijkt hem een poos na, maakt een minachtend gebaar en keert zich half om).Voor mijn part kan die Haegstad-meid trouwenMet wien ze lust heeft, ’t Raakt mij geen zier!(kijkt langs zijn beenen).M’n broek aan flarden. Smerig en kaal,…Had ik maar iets nieuws om aan te trekken.(stampt op den grond).Kon ik maar met één rake greepHun eens die minachting uit ’t hart rukken!(kijkt plotseling in het rond).Wat is dàt? Wie staat daar te grinniken ginds?Hm, het leek mij toch net … Neen er was toch niemand …’k Ga naar moeder thuis.(gaat den weg op, maar blijft weer staan en luistert naar den kant van het feesthuis).’k Ga naar moeder thuis.Nu begint de dans!(staart en luistert; gaat stap voor stap weer terug; zijn oogen schitteren; hij wrijft langs zijn beenen).Wat een gewemel van meiden! Zes … acht wel de man!O, haal mij de duivel,… daar doe ik aan mee!…Maar moeder, die nog zit op het molendak …(weer dwalen zijn oogen naar beneden; hij springt en lacht).Heisa, de halling1dolt over de wei heen!Ja, die Guttorm speelt flink er op los!Dat stampt en dat bruist als een vallende stroom.En dan die troep heerlijke, frissche meiden!…Ja, haal mij de duivel, daar doe ik aan mee!(is met één sprong over het hek en holt naar beneden).Het voorplein op Haegstad. Op den achtergrond het woonhuis. Vele gasten. Op het grasveld wordt levendig doorgedanst. De speelman zit op een tafel. De keukenmeester staat in de deur. Keukenmeisjes loopen af en aan tusschen de verschillende gebouwen; oudere menschen zitten hier en daar samen te praten.Een Vrouw(gaat bij een troepje zitten dat op eenige balken is neer gezegen).O, de bruid? Ja, die huilt wel een beetje,Maar wie neemt daar nu notitie van.De Keukenmeester(in een ander groepje).Hier is wat te drinken, lieve menschen.Een Man.Dank den gever; maar je schenkt wel wat veel.Een Jongkerel(tegen den fiedelaar, terwijl hij voorbij stuift met een meisje aan de hand).Heisa, Guttorm, strijk wat je kunt maar!Het Meisje.Strijk dat het klinkt ver over de weiden!Meisjes(in een kring om een jongen die danst).Mooi was die sprong!Een Meisje.Mooi was die sprong!Hij is los in de knieën!De Jongen(dansend).Hier is ’t ver van den muur en hoog de zoldring!De Bruidegom(komt grienend naar zijn vader toe, die met een paar anderen staat te praten, en trekt hem aan zijn buis).Zij wil niet, vader; zij is zoo stug!De Vader.Wat wil ze niet?De Bruidegom.Wat wil ze niet?Zij heeft zich opgesloten.De Vader.Nou, zie dan den sleutel te vinden.De Bruidegom.Ik weet hier den weg niet.De Vader.Ik weet hier den weg niet.Je bent een uil!(keert zich weer tot de anderen. De bruidegom slentert weg over het voorplein).Een Jongen(van de achterzijde van het huis).Meisjes! Nu zal het pas goed gaan worden!Peer Gynt is gekomen!De Smid(die er zoo even bij gekomen is).Peer Gynt is gekomen!Wie bracht hem hier?De Keukenmeester.Peer Gynt is gekomen! Wie bracht hem hier?Niemand.(gaat naar het huis toe).De Smid(tegen de meisjes).Als hij tegen je spreekt, hoor dan niet naar hem!Een Meisje(tegen de anderen:)Neen; wij doen net of wij hem niet kennen.Peer Gynt(komt verhit en opgewonden aan, blijft midden voor den zwerm staan en klapt in de handen).Wie van jullie kan het flinkste draaien?Een enkele(op wie hij toetreedt).Ik niet.Een andere(evenzoo).Ik niet.En ik niet.Een Derde.Ik niet. En ik niet.Nou, ik zeker ook niet.Peer Gynt(tegen een vierde:)Kom jij dan maar, tot een beetre zich aanmeldt.Het Meisje(keert zich om).Ik heb geen tijd.Peer Gynt(tegen een vijfde:)Ik heb geen tijd.Jij dan!Het Meisje(terwijl zij wegloopt:)Ik heb geen tijd. Jij dan!Ik moet naar huis.Peer Gynt.Van avond? Ben je nou heelemaal mal.De Smid(even later, halfluid:)Peer, daar gaat zij dansen met een ouwe.Peer Gynt(wendt zich snel tot een ouderen man).Waar zijn zij die nog vrij zijn?De Man.Waar zijn zij die nog vrij zijn?Zoek zelf maar.(gaat heen).(Peer Gynt is opeens stil geworden. Hij gluurt schuw onderuit naar de groep. Allen kijken naar hem, maar niemand zegt iets. Hij gaat naar andere groepjes toe. Waar hij komt wordt het stil; als hij zich verwijdert, glimlachen zij en kijken hem na).Peer Gynt(zachtjes).Blikken, gedachten en lachjes als pijlen,Dat krast en knarst als zaaghout onder vijlen!(Hij sluipt langs het hek. Solvejg, met de kleine Helga aan de hand, komt het voorplein op, vergezeld van haar ouders).Een Man(tegen een anderen, dicht bij Peer Gynt).Dat zijn de nieuwe menschen.De Andere.Dat zijn de nieuwe menschen.Die luî daar?De Eerste.Komen uit het Westen.De Andere.Komen uit het Westen.Juist! Jawel.Peer Gynt(treedt de komenden in den weg, wijst op Solvejg en vraagt aan den man:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?De Man(zacht:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?Zeker; maar eerstMoeten wij de menschen binnen begroeten.(zij gaan binnen).De Keukenmeester(tegen Peer Gynt, terwijl hij hem te drinken aanbiedt:)Als je hier bent moet je de kruik eens aanspreken!Peer Gynt(kijkt onafgewend naar de binnengaanden).Dank je; ’k wil dansen. Ik heb nu geen dorst.(De keukenmeester gaat weg; Peer Gynt kijkt naar het huis en lacht).Hoe blank! Neen, zoo iets zag ik nog nooit!Keek neer op haar schoenen en haar witte schortje …!En terwijl hield zij moeders schortpunt vast,En droeg een kerkboek in een doek gewikkeld …!Ik moet dat meisje zien.(wil de kamer in).Een Jongen(komt met verscheidenen er uit).Ik moet dat meisje zien.Wel, Peer, ga je al wegVan ’t dansen?Peer Gynt.Van ’t dansen?Neen.De Jongen.Van ’t dansen? Neen.Maar dan loop je verkeerd.(pakt hem bij den schouder om hem om te draaien).Peer Gynt.Laat mij toch voorbij!De Jongen.Laat mij toch voorbij!Ben je bang voor den smid soms?Peer Gynt.Ik bang?De Jongen.Ik bang?Ja, je weet wel hoe ’t laatst ging te Lunde?(het troepje gaat lachend weg naar de dansenden).Solvejg(in de deur).Jij bent vast de jongen, die wilde dansen?Peer Gynt.Ja, dat ben ik; was je dat al vergeten?(neemt haar bij de hand).Kom dan!Solvejg.Kom dan!Maar niet te lang, zegt moeder!Peer Gynt.Zegt moeder? Ben jij dan van gistren, zeg?Solvejg.Je lacht me uit …!Peer Gynt.Je lacht me uit …!Je bent toch al volwassen;Hoe oud ben je?Solvejg.Hoe oud ben je?’k Ben aangenomen in ’t voorjaar.Peer Gynt.Zeg hoe je heet, dan praten wij gezelliger.Solvejg.Mijn naam is Solvejg. En jij, hoe heet jij?Peer Gynt.Peer Gynt.Solvejg(trekt haar hand terug).Peer Gynt.O hemel!Peer Gynt.Peer Gynt. O hemel!Wat moet dàt nu?Solvejg.Mijn kouseband is los; dien moet ik vaster gaan binden.(loopt weg).De Bruidegom(trekt zijn moeder aan haar rok).Moeder, zij wil niet!De Moeder.Moeder, zij wil niet!Wil zij niet? Wat?De Bruidegom.Zij wil niet!De Moeder.Zij wil niet!Wat dan?De Bruidegom.Zij wil niet! Wat dan?Den sleutel omdraaien.De Vader(zachtjes en nijdig).Zij moesten jou aan de ruif vastbinden!De Moeder.Och, brom maar niet. Sukkel! ’t Komt wel terecht.(zij gaan weg).Een Jongkerel(die met een heelen troep van de dansplaats komt).’n Slok brandewijn, Peer?Peer Gynt.’n Slok brandewijn, Peer?Neen.De Jongkerel.’n Slok brandewijn, Peer? Neen.’n Slokje maar?Peer Gynt(kijkt hem donker aan).Heb je dan wat?De Jongkerel.Heb je dan wat?Dat kon wel gebeuren.(haalt een zakflesch te voorschijn en drinkt).Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Peer Gynt.Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Laat ’ns proeven.(drinkt)Een Tweede.Nu moet je ook eens drinken met mij.Peer Gynt.Neen!Dezelfde.Neen!Och kom, wees nou niet zoo flauw, zeg!Kom Peer, drink!Peer Gynt.Kom Peer, drink!Geef mij dan een dropje.(drinkt weer).Een Meisje(halfluid:)Kom, laat ons gaan.Peer Gynt.Kom, laat ons gaan.Ben je bang voor mij, deern?Een Derde Jongkerel.Wie is nou niet bang voor jou?Een Vierde.Wie is nou niet bang voor jou?Je toondeLaatst nog te Lunde ons wat van je kunsten.Peer Gynt.’k Kan meer nog dan dat, als ik eerst maar eens los kom!Eerste Jongkerel(fluisterend:)Nu komt hij op dreef!Verscheidenen(vormen een kring om hem heen).Nu komt hij op dreef!Vertel; vertel!Wat kan je?Peer Gynt.Wat kan je?Ja, morgen …!Anderen.Wat kan je? Ja, morgen …!Neen, van avond nog, Peer!Een Meisje.Kan je toov’ren Peer?Peer Gynt.Kan je toov’ren Peer?’k Kan den duivel bezweren!Een Man.Dat kon grootmoeder ook al, vóór ik bestond!Peer Gynt.Leugens! Watikkan dat kan niemand anders.Ik heb hem één keer toch gejaagd in een noot.Die was wormstekig, zie je!Verscheidenen(lachend).Die was wormstekig, zie je!Dat laat zich begrijpen!Peer Gynt.Hij vloekte en jankte en wilde mij gevenAlles en nòg wat …Eén uit den hoop.Alles en nòg wat …Maar hij moest er in?Peer Gynt.Dat spreekt. Ik stopte ’t gat dicht met een pen.O! Dat was me een gebrom en gerommel!Een Meisje.Verbeeld je!Peer Gynt.Verbeeld je!’t Was net het gegons van een hommel.Het Meisje.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Peer Gynt.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Neen.Nu is hij lang al weer er van door.Het iszijnschuld dat Aslak zoo ’t land aan mij heeft.Een Jongkerel.Hoe zoo?Peer Gynt.Hoe zoo?’k Ging naar de smidse en vroegOf hij de noot voor mij wilde kraken?“Welzeker!” Hij legde ze neer op het aambeeld;Maar Aslak pakt erg hardhandig aan;…En slaat er terstond op met zijn hamer …Een Stem uit de menigte.Sloeg hij hem morsdood toen?Peer Gynt.Sloeg hij hem morsdood toen?Hij sloeg als een man.Maar slim was de ander, en stoof als een brandDwars door het dak heen en scheurde den wand.Verscheidenen.En Aslak …?Peer Gynt.En Aslak …?Stond met gebrande handen.Sedert dien dag mag hij mij niet lijden.(algemeen gelach).Enkelen.Die mop is wel goed!Anderen.Die mop is wel goed!Dat is wel zijn beste!Peer Gynt.Denk jullie dat ik wat verzin?Een Man.Denk jullie dat ik wat verzin?O neen,Dat is niet noodig; ik ken al het meesteVan vroeger …Peer Gynt.Van vroeger …Leugens! ’t Ismijgebeurd!De Man.Net zoo als alles.Peer Gynt(met een handzwaai).Net zoo als alles.Wat! Ik kan rijdenDwars door de lucht heen op wilde paarden!Och, ik kan allerlei dingen doen, weet je.(weer schaterend gelach).Een uit de bende.Rijd eens door de lucht, Peer!Velen.Rijd eens door de lucht, Peer!Toe ja, Peer Gynt …Peer Gynt.Je hoeft er niet zoo om te bedelen, zeg.Ik zal rijden als een stormwind over jullie allen!’t Heele kersspel zal nog te voet mij vallen!Een oudere Man.Nu is hij stapelgek al.Een Tweede.Nu is hij stapelgek al.Stuk vee!Een Derde.Opsnijder!Een Vierde.Opsnijder!Leugenbrok!Peer Gynt(dreigt hen).Opsnijder! Leugenbrok!Wacht maar, jawel!Een Man(halfdronken).Ja wacht; jou krijgen wij wel eens te pakken!Verscheidenen.Dan slaan wij je murw! En ’n paar blauwe oogen!(De troep verspreidt zich, de ouderen kwaad, de jongeren spottend en lachend).De Bruidegom(vlak bij hem).Zeg Peer, is het waar, kan je door de lucht rijden?Peer Gynt(kort).Zeker, Mads! Geloof maar dat ik wat mans ben.De Bruidegom.Heb je dan ook den mantel, die maakt onzichtbaar?Peer Gynt.Den hoed, bedoel je? Ja, dien heb ik ook.(keert zich van hem af. Solvejg gaat over de dansplaats met Helga aan de hand).(Peer Gynt naar hen toe, met stralende oogen).Solvejg! O, ’t is goed dat je komt, hoor!(grijpt haar pols).Nu zal ik je draaien lustig in ’t rond!Solvejg.Laat mij los!Peer Gynt.Laat mij los!Waarom?Solvejg.Laat mij los! Waarom?Je bent zoo wild.Peer Gynt.Ook het rendier is wild, als de zomer nadert.Kom toch, deern, en wees niet zoo dwars!Solvejg(trekt haar arm terug).’k Durf niet.Peer Gynt.’k Durf niet.Waarom niet?Solvejg.’k Durf niet. Waarom niet?Je hebt gedronken.(gaat met Helga weg).Peer Gynt.Je mes moest je hun kunnen stekenDwars door hun korpus … allemaal!De Bruidegom(stoot hem aan met zijn elleboog).Kan jij mij niet bij mijn bruid binnen laten?Peer Gynt(verstrooid).Je bruid? Waar is die?De Bruidegom.Je bruid? Waar is die?In ’t blokhuis.Peer Gynt.Je bruid? Waar is die? In ’t blokhuis.Zoo, zoo.De Bruidegom.Och toe, Peer Gynt, doe jij eens je best!Peer Gynt.Neen, jij moet ’t zonder mijn hulp klaar spelen.(een gedachte gaat hem door het hoofd; hij zegt zachtjes en heftig:)Ingrid in ’t blokhuis!(nadert Solvejg).Ingrid in ’t blokhuis!Heb jij je bedacht, zeg?(Solvejg wil doorgaan, hij treedt haar in den weg).Je schaamt je omdat ik wel een schooier lijk.Solvejg(haastig).Dat doe ik niet, neen, en dat ’s ook niet waar!Peer Gynt.Jawel, en ’n beetje heb ik ’m òm;Maar dat was uit nijd, omdat jij mij afwees.Kom nou!Solvejg.Kom nou!’k Mag niet, al zou ik wel willen!Peer Gynt.Voor wie ben je bang?Solvejg.Voor wie ben je bang?Voor vader ’t meest.Peer Gynt.Vader? O, dat is zeker zoo’n stille!Die ’t hoofd laat hangen? Of niet soms, zeg?Solvejg.Wat moet ik zeggen?Peer Gynt.Wat moet ik zeggen?Hoor je tot de vromen?Je vader, je moeder, en ook jij?Nou, kan je niet spreken?Solvejg.Nou, kan je niet spreken?Laat mij met rust.Peer Gynt.Neen!(gedempt maar heftig en bangmakend:)Neen!Ik kom bij je als een booze geest!Ik kom voor je bed staan, als de klok twaalf slaat van nacht.Hoor je dan om je heen blazen en sissen,Dan hoef je niet te denken dat het maar de kat is.Dat benikdan! Ik tap je bloed af in een kop;En je kleine zusje eet ik heelemaal op;Ja, je moet ’t maar weten dat ik ’s nachts een weerwolf ben.’k Zal je bijten in je lenden, je rug …(slaat plotseling over en smeekt als in angst:)Dans met mij, Solvejg!Solvejg(kijkt hem donker aan).Dans met mij, Solvejg!Hè, dat was slecht!(gaat de kamer binnen).De Bruidegom(komt weer aangeslenterd).Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Peer Gynt.Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Dat ’s goed!(Zij gaan achter het huis. Op ’t zelfde oogenblik komt er een heele troep van de dansplaats; de meesten zijn dronken. Drukte en lawaai, Solvejg en Helga komen met hun ouders en een aantal oudere gasten aan de deur).De Keukenmeester(tegen den smid die vooraan staat in den troep:)Bedaard!De Smid(trekt zijn buis uit).Bedaard!Neen, nu moet ’t maar uitgemaaktWorden, Peer Gynt of ik moet ’t veld maar ruimen.Eenigen.Ja, laat ze eens vechten!Anderen.Ja, laat ze eens vechten!Neen, enkel razen!De Smid.Woorden doen niets; de vuist moet het doen.Solvejg’s Vader.Kalm toch, man!Helga.Kalm toch, man!Moeder, gaan ze ’m slaan?Een Jongkerel.Laat ons liever pret maken over zijn leugens.Een Tweede.’m Jagen van de dansvloer!Een Derde.’m Jagen van de dansvloer!’m Spuwen in zijn bakkes!Een Vierde(tegen den smid:)Blijf jij er bij, zeg?De Smid(gooit zijn buis uit).Blijf jij er bij, zeg?’t Beest wordt geslacht, hoor!Solvejgs Moeder(tegen Solvejg:)Nou zie je eens hoe ze dien vent hier achten.Aase(komt met een stok in de hand).Is Peer mijn zoon hier? Want nou krijgt hij slaag;’k Geef hem een rammeling die hem heugen zal!De Smid(stroopt zijn hemdsmouwen op).Voor zoo’n schavuit is ’n stok veel te zacht.Sommigen.Aslak zal ’m raken.Anderen.Aslak zal ’m raken.’m Beuken!De Smid(spuwt in zijn handen en knikt Aase toe).Aslak zal ’m raken. ’m Beuken!’k Hang hem op!Aase.Wat! Ophangen, Peer! Probeer ’t als je durft;…Tanden en nagels heeftAasenog wel!Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!De Bruidegom(komt hard aangeloopen).Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!Wel, godallemachtig!Kom, vader, moeder,…!De Vader.Kom, vader, moeder,…!Wat is er te doen?De Bruidegom.Peer Gynt heeft …!Aase(gilt).Peer Gynt heeft …!Hebben ze ’m doodgeslagen?De Bruidegom.Neen, Peer Gynt …! Kijkt daar eens op den berg..De Menigte.Met de bruid!Aase(laat den stok vallen).Met de bruid!Zoo’n schoelje!De Smid(als uit de lucht gevallen).Met de bruid! Zoo’n schoelje!Tegen de steilste kantenKlautert de kerel op als een geit!De Bruidegom(huilend).Hij draagt haar, moeder, als een beer een zwijn!Aase(maakt een dreigend gebaar tegen hem).O, viel je er maar af, dat je …(gilt in angst:)O, viel je er maar af, dat je …Wees toch voorzichtig!De Boer van Haegstad(komt blootshoofds en bleek van woede:)Ik draai hem den nek om voor deze streek!Aase.God neen! ’k Mag sterven als ik dat laat begaan!EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF.

Een helling met loofboomen bij Aase’s hoeve. Een beek stroomt schuimend naar beneden. Aan den anderen kant een oude molen. Warme zomerdag.

Peer Gynt, een forsch gebouwde jonge man van twintig jaar komt het voetpad af. Aase, zijn moeder, klein en tenger, komt achter hem aan. Zij is boos en kijft.

Aase.Peer, je liegt!

Aase.

Peer, je liegt!

Peer Gynt(zonder stil te staan).Peer, je liegt!Dat doe ik niet!

Peer Gynt(zonder stil te staan).

Peer, je liegt!Dat doe ik niet!

Aase.Zoo; nou zweer dan dat ’t zoo is!

Aase.

Zoo; nou zweer dan dat ’t zoo is!

Peer Gynt.Waarom zweren?

Peer Gynt.

Waarom zweren?

Aase.Waarom zweren?Och, je durft niet!’t Is weer alles leugenpraat!

Aase.

Waarom zweren?Och, je durft niet!

’t Is weer alles leugenpraat!

Peer Gynt(blijft staan).’t Is de waarheid … woord voor woord!

Peer Gynt(blijft staan).

’t Is de waarheid … woord voor woord!

Aase(vlak voor hem).En je schaamt je niet voor mij?Loopt van huis maar weken langJuist in de’allerdrukste tijden,Om te jagen in de bergen,…Komt thuis met gescheurden pels,Half gekleed en zonder wild;…En ten slot zou je wel denkenMij je jagers-leugenpraatZoo maar op de mouw te spelden!…Wel, waar was ’t dat je den bok zag?

Aase(vlak voor hem).

En je schaamt je niet voor mij?

Loopt van huis maar weken lang

Juist in de’allerdrukste tijden,

Om te jagen in de bergen,…

Komt thuis met gescheurden pels,

Half gekleed en zonder wild;…

En ten slot zou je wel denken

Mij je jagers-leugenpraat

Zoo maar op de mouw te spelden!…

Wel, waar was ’t dat je den bok zag?

Peer Gynt.Op den Gendin.

Peer Gynt.

Op den Gendin.

Aase(lacht spottend).Op den Gendin.Juist, jawel!

Aase(lacht spottend).

Op den Gendin.Juist, jawel!

Peer Gynt.Scherp blies daar de wind van daan;Achter kreupelhout verborgenGroef hij in de harde sneeuwNaar wat mos …

Peer Gynt.

Scherp blies daar de wind van daan;

Achter kreupelhout verborgen

Groef hij in de harde sneeuw

Naar wat mos …

Aase(als voren).Naar wat mos …Ja, juist, jawel!

Aase(als voren).

Naar wat mos …Ja, juist, jawel!

Peer Gynt.’k Hield mijn adem in, stil luistrend,Hoorde ’t knarsen van zijn hoef,Zag van één gewei de takken.Toen, voorzichtig, tusschen steenen,Sloop ik op mijn buik vooruit.Daar verborgen gluurde ik opwaarts;…Zulk een bok, zoo mooi en vet,Zag je van je leven niet!

Peer Gynt.

’k Hield mijn adem in, stil luistrend,

Hoorde ’t knarsen van zijn hoef,

Zag van één gewei de takken.

Toen, voorzichtig, tusschen steenen,

Sloop ik op mijn buik vooruit.

Daar verborgen gluurde ik opwaarts;…

Zulk een bok, zoo mooi en vet,

Zag je van je leven niet!

Aase.Neen, dat zal wel niet!

Aase.

Neen, dat zal wel niet!

Peer Gynt.Neen, dat zal wel niet!Eén knal!En, bons! lag de bok ter aarde.Maar zoodra hij nedervielZat ik op zijn rug al schrijlings,Greep hem bij zijn linkeroor,Haalde juist mijn mes al uitOm ’t hem in den nek te steken;…Hei! daar gaat hij aan het schreeuwen,Staat pardoes weer op zijn pooten,Werpt naar achteren zijn geweiDat ’k verlies mijn mes en schede;Pakt als in een schroef mijn lenden,Slaat zijn horens om mijn beenenDat ’k als in een tang geklemd zit,…En zoo rent hij met een vaartRechtstreeks over Gendinskam!

Peer Gynt.

Neen, dat zal wel niet!Eén knal!

En, bons! lag de bok ter aarde.

Maar zoodra hij nederviel

Zat ik op zijn rug al schrijlings,

Greep hem bij zijn linkeroor,

Haalde juist mijn mes al uit

Om ’t hem in den nek te steken;…

Hei! daar gaat hij aan het schreeuwen,

Staat pardoes weer op zijn pooten,

Werpt naar achteren zijn gewei

Dat ’k verlies mijn mes en schede;

Pakt als in een schroef mijn lenden,

Slaat zijn horens om mijn beenen

Dat ’k als in een tang geklemd zit,…

En zoo rent hij met een vaart

Rechtstreeks over Gendinskam!

Aase(onwillekeurig).Goede hemel …!

Aase(onwillekeurig).

Goede hemel …!

Peer Gynt.Goede hemel …!Heb je wel eensOoit den Gendinskam gezien?’n Halve mijl is die wel lang,Smal … niet breeder dan een zeis,Over gletschers, losse steenen,Scherpe kanten, grauw en steil,Kan je zien aan beide kanten’t Zwarte water in de diepteSlapend, meer dan dertienhonderdEl omlaag, den berg insluitend …Daarlangs stoven hij en ikPijlsnel voort door weer en wind.Nooit bereed ik nog zoo’n beestje!Midden door die wilde vaart’n Knett’ren als van zonnevonken.Arendsruggen zwommen bruinIn het duizeldiepe ruim,Halfweg tusschen ons en ’t water,…Dreven dan weer weg, als schuim.Drijfijs brak er aan de kanten,Doch ’t geluid was niet te hooren;Draaikolks-feeën dansten maarZingend, zwierend in het rond,Voor mijn oogen, en mijn ooren!

Peer Gynt.

Goede hemel …!Heb je wel eens

Ooit den Gendinskam gezien?

’n Halve mijl is die wel lang,

Smal … niet breeder dan een zeis,

Over gletschers, losse steenen,

Scherpe kanten, grauw en steil,

Kan je zien aan beide kanten

’t Zwarte water in de diepte

Slapend, meer dan dertienhonderd

El omlaag, den berg insluitend …

Daarlangs stoven hij en ik

Pijlsnel voort door weer en wind.

Nooit bereed ik nog zoo’n beestje!

Midden door die wilde vaart

’n Knett’ren als van zonnevonken.

Arendsruggen zwommen bruin

In het duizeldiepe ruim,

Halfweg tusschen ons en ’t water,…

Dreven dan weer weg, als schuim.

Drijfijs brak er aan de kanten,

Doch ’t geluid was niet te hooren;

Draaikolks-feeën dansten maar

Zingend, zwierend in het rond,

Voor mijn oogen, en mijn ooren!

Aase(duizelig).O God, sta mij bij!

Aase(duizelig).

O God, sta mij bij!

Peer Gynt.O God, sta mij bij!Op eens,Op een vreeslijk steile plek,Vliegt daar plotseling een sneeuwhoenUit de spleet waarin het zat,Fladdert kakelend, verschrikt,Op, vlak voor den bok zijn pooten.Die maakt snel half-rechtsomkeert,Jaagt dan met een reuzensprongNaar beneden in de diepte!(Aase wankelt en grijpt naar een boomstam. Peer Gynt gaat voort).Achter ons de zwarte steilte,Onder ons een grondloos diep!Eerst ging ’t door een laag van nevels,Toen door ’n heelen zwerm van meeuwen,Die naar alle kanten vluchtend,Krijschend uit elkander stoven.Voort maar weer! Voort naar beneden!Maar van uit de diepte schemertWit iets, als een rendiersborst …’t Was ons eigen beeld, o moeder,Dat, opstijgend uit het bergmeer,Naar de oppervlakte stormdeIn een even wilde vaartAls die ons joeg naar beneden.

Peer Gynt.

O God, sta mij bij!Op eens,

Op een vreeslijk steile plek,

Vliegt daar plotseling een sneeuwhoen

Uit de spleet waarin het zat,

Fladdert kakelend, verschrikt,

Op, vlak voor den bok zijn pooten.

Die maakt snel half-rechtsomkeert,

Jaagt dan met een reuzensprong

Naar beneden in de diepte!

(Aase wankelt en grijpt naar een boomstam. Peer Gynt gaat voort).

Achter ons de zwarte steilte,

Onder ons een grondloos diep!

Eerst ging ’t door een laag van nevels,

Toen door ’n heelen zwerm van meeuwen,

Die naar alle kanten vluchtend,

Krijschend uit elkander stoven.

Voort maar weer! Voort naar beneden!

Maar van uit de diepte schemert

Wit iets, als een rendiersborst …

’t Was ons eigen beeld, o moeder,

Dat, opstijgend uit het bergmeer,

Naar de oppervlakte stormde

In een even wilde vaart

Als die ons joeg naar beneden.

Aase(snakt naar adem).Peer! God help’ mij …! Zeg het gauw!

Aase(snakt naar adem).

Peer! God help’ mij …! Zeg het gauw!

Peer Gynt.Bok van boven, bok van ondren,Stooten gelijktijdig samen,Dat het schuim ons wit bespatte.Ja, daar lagen wij te spartlen …Na een poosje toch bereiktenWij een plekje waar wij landden,’t Rendier zwom, ik aan hem hangend;…Ik ging huiswaarts …

Peer Gynt.

Bok van boven, bok van ondren,

Stooten gelijktijdig samen,

Dat het schuim ons wit bespatte.

Ja, daar lagen wij te spartlen …

Na een poosje toch bereikten

Wij een plekje waar wij landden,

’t Rendier zwom, ik aan hem hangend;…

Ik ging huiswaarts …

Aase.Ik ging huiswaarts …En de bok dan?

Aase.

Ik ging huiswaarts …En de bok dan?

Peer Gynt.Die loopt zeker nog wel rond;…(knipt met de vingers, draait op zijn hielen en voegt er bij:)Pak hem, als je ’m nog kunt krijgen.

Peer Gynt.

Die loopt zeker nog wel rond;…

(knipt met de vingers, draait op zijn hielen en voegt er bij:)

Pak hem, als je ’m nog kunt krijgen.

Aase.En je nek is niet gebroken?Beide beenen brak je niet?En je ruggegraat is heel?O, mijn God,… ik loof en dank uDat mijn zoon gij hebt beschermd …Wel is toch je broek aan flarden;Maar dat is niet van beteeknisAls men denkt wat er veel ergersKòn gebeuren op zoo’n tocht …!(houdt plotseling stil, kijkt hem aan met open mond en groote oogen,kan een heelen tijd geen woorden vinden, en barst eindelijk uit:)O jij duivels-leugenaar!Goede God, wat kan jij liegen!Ik herinner ’t mij nu weer,Heb het al gehoord als meisje.Gudbrand Glesne is ’t gebeurd …Maar niet jou …

Aase.

En je nek is niet gebroken?

Beide beenen brak je niet?

En je ruggegraat is heel?

O, mijn God,… ik loof en dank u

Dat mijn zoon gij hebt beschermd …

Wel is toch je broek aan flarden;

Maar dat is niet van beteeknis

Als men denkt wat er veel ergers

Kòn gebeuren op zoo’n tocht …!

(houdt plotseling stil, kijkt hem aan met open mond en groote oogen,kan een heelen tijd geen woorden vinden, en barst eindelijk uit:)

O jij duivels-leugenaar!

Goede God, wat kan jij liegen!

Ik herinner ’t mij nu weer,

Heb het al gehoord als meisje.

Gudbrand Glesne is ’t gebeurd …

Maar niet jou …

Peer Gynt.Maar niet jou …Jawel, mij ook.’t Kan wel meer dan ééns gebeuren.

Peer Gynt.

Maar niet jou …Jawel, mij ook.

’t Kan wel meer dan ééns gebeuren.

Aase(nijdig).Ja, een leugen kan je draaienOm-en-om, versierd, vermooid,In een gloednieuw pak gestokenDat geen mensen haar meer herkent.En dàt heb jij nu gedaan;Alles groot en wild gemaakt,Opgesierd met arendsruggen …En met al die andre fratsen —Hier wat bij en daar wat af —Maak je iemand zoo van streek,Dat een mensch niet meer herkentWat hij jaren lang al wist!

Aase(nijdig).

Ja, een leugen kan je draaien

Om-en-om, versierd, vermooid,

In een gloednieuw pak gestoken

Dat geen mensen haar meer herkent.

En dàt heb jij nu gedaan;

Alles groot en wild gemaakt,

Opgesierd met arendsruggen …

En met al die andre fratsen —

Hier wat bij en daar wat af —

Maak je iemand zoo van streek,

Dat een mensch niet meer herkent

Wat hij jaren lang al wist!

Peer Gynt.Als een ander zoo iets zei’k Zou hem ongenadig rans’len!

Peer Gynt.

Als een ander zoo iets zei

’k Zou hem ongenadig rans’len!

Aase(huilend).Och God, was ik toch maar dood;Lag ik toch maar onder de aarde!Tranen noch gebeden helpen,…Peer, je bent en blijft verloren!

Aase(huilend).

Och God, was ik toch maar dood;

Lag ik toch maar onder de aarde!

Tranen noch gebeden helpen,…

Peer, je bent en blijft verloren!

Peer Gynt.Lieve moedertje, och toe,…Ja, je hebt volmaakt gelijk,…Wees nu maar weer goed …

Peer Gynt.

Lieve moedertje, och toe,…

Ja, je hebt volmaakt gelijk,…

Wees nu maar weer goed …

Aase.Wees nu maar weer goed …Och, zwijg toch!Kan ik zoo maar daadlijk goed zijn,Met een beest als jij tot zoon?Is ’t voor mij, een arme weduw’Zonder steun, geen bitter leed dan?Altijd schande maar tot loon!(schreit weer)Wat bleef er voor ons nog overVan grootvaders rijke dagen?Waar zijn al de zakken geldVan den ouden Rasmus Gynt?Vader bracht het geld aan ’t rollen,…Strooide ’t rond als ware ’t zand,Kocht maar grond in ’t heele land,Reed er met vergulde karren …Waar is alles wat verdaan werdBij het groote winterfeest,Toen de gasten flesschen, glazenNeer maar kwakten op de planken!

Aase.

Wees nu maar weer goed …Och, zwijg toch!

Kan ik zoo maar daadlijk goed zijn,

Met een beest als jij tot zoon?

Is ’t voor mij, een arme weduw’

Zonder steun, geen bitter leed dan?

Altijd schande maar tot loon!(schreit weer)

Wat bleef er voor ons nog over

Van grootvaders rijke dagen?

Waar zijn al de zakken geld

Van den ouden Rasmus Gynt?

Vader bracht het geld aan ’t rollen,…

Strooide ’t rond als ware ’t zand,

Kocht maar grond in ’t heele land,

Reed er met vergulde karren …

Waar is alles wat verdaan werd

Bij het groote winterfeest,

Toen de gasten flesschen, glazen

Neer maar kwakten op de planken!

Peer Gynt.Sneeuw van ’t vorig jaar, waar is die?

Peer Gynt.

Sneeuw van ’t vorig jaar, waar is die?

Aase.Hoû toch je brutalen mond!Kijk eens rond! Om ’t andre raam isEr geen heele glasruit meer.Hek en schutting zijn bezweken,’t Vee staat maar in weer en wind,Veld en akker liggen braak,Iedre maand moet ik beleenen …

Aase.

Hoû toch je brutalen mond!

Kijk eens rond! Om ’t andre raam is

Er geen heele glasruit meer.

Hek en schutting zijn bezweken,

’t Vee staat maar in weer en wind,

Veld en akker liggen braak,

Iedre maand moet ik beleenen …

Peer Gynt.Hou toch op met dat gezeur!Dikwijls als ’t geluk eens uitbleefKwam het in galop terug weer!

Peer Gynt.

Hou toch op met dat gezeur!

Dikwijls als ’t geluk eens uitbleef

Kwam het in galop terug weer!

Aase.Waar dàt groeide is zout gestrooid nu!Maar jij bent een kerel, jij,…Altijd kranig en brutaal,Welbespraakt als toen de priester —Die van Kopenhagen kwamEn je naar je doopnaam vroeg —Zwoer dat menig volbloed prinsjeZulk een naam zou willen dragen.En tot dank gaf toen je vaderPaard en slede hem present nog,Voor zijn allervriendlijkst woord …Ja; toen was hier pret genoeg!Proost, kaptein en al hun aanhangHingen dagelijks hier om,Etend, drinkend om het hardst.Maar in nood kent men zijn vrienden,’t Werd hier alles leeg en stilVan den dag, dat “Jon de geldzak”Met zijn mars de wereld introk.(droogt haar oogen af met haar schort).Och, jij bent nu groot en sterk tochJij moest staf en steun en hulp zijnVoor je arme oude moeder,…Jij moest hoeve en huis besturen,Zorgen dat er niets verviel;…(huilt weer).Lieve God, wat ik aan jou hadAl die jaren lang, schavuit!Bij den haard blijf je thuis liggen,Wentelt rond in asch en kolen;In het dorp jaag je al de meisjesUit de danszaal als je komt,…Maakt mij overal te schande,Vecht met d’ergste vechtersbazen …

Aase.

Waar dàt groeide is zout gestrooid nu!

Maar jij bent een kerel, jij,…

Altijd kranig en brutaal,

Welbespraakt als toen de priester —

Die van Kopenhagen kwam

En je naar je doopnaam vroeg —

Zwoer dat menig volbloed prinsje

Zulk een naam zou willen dragen.

En tot dank gaf toen je vader

Paard en slede hem present nog,

Voor zijn allervriendlijkst woord …

Ja; toen was hier pret genoeg!

Proost, kaptein en al hun aanhang

Hingen dagelijks hier om,

Etend, drinkend om het hardst.

Maar in nood kent men zijn vrienden,

’t Werd hier alles leeg en stil

Van den dag, dat “Jon de geldzak”

Met zijn mars de wereld introk.

(droogt haar oogen af met haar schort).

Och, jij bent nu groot en sterk toch

Jij moest staf en steun en hulp zijn

Voor je arme oude moeder,…

Jij moest hoeve en huis besturen,

Zorgen dat er niets verviel;…

(huilt weer).

Lieve God, wat ik aan jou had

Al die jaren lang, schavuit!

Bij den haard blijf je thuis liggen,

Wentelt rond in asch en kolen;

In het dorp jaag je al de meisjes

Uit de danszaal als je komt,…

Maakt mij overal te schande,

Vecht met d’ergste vechtersbazen …

Peer Gynt(loopt weg).Schei toch uit.

Peer Gynt(loopt weg).

Schei toch uit.

Aase(loopt hem na).Schei toch uit.Kan jij ’t ontkennenDat je nommer één geweest bentToen er zoo gevochten is laatst,Ginds te Lunde … waar je elkanderGingt te lijf als dolle honden?Of was jij ’t niet die smid Aslak’sArm ontwricht heb op dien dag …Of was ’t soms één vinger maar?

Aase(loopt hem na).

Schei toch uit.Kan jij ’t ontkennen

Dat je nommer één geweest bent

Toen er zoo gevochten is laatst,

Ginds te Lunde … waar je elkander

Gingt te lijf als dolle honden?

Of was jij ’t niet die smid Aslak’s

Arm ontwricht heb op dien dag …

Of was ’t soms één vinger maar?

Peer Gynt.Wie bracht je die praatjes thuis?

Peer Gynt.

Wie bracht je die praatjes thuis?

Aase(nijdig).Buurvrouw hoorde het gejammer!

Aase(nijdig).

Buurvrouw hoorde het gejammer!

Peer Gynt(wrijft zijn elleboog).Ja, maar schreeuwen deed ik zelf.

Peer Gynt(wrijft zijn elleboog).

Ja, maar schreeuwen deed ik zelf.

Aase.Jij?

Aase.

Jij?

Peer Gynt.Jij?Jawel …ikkreeg de klappen.

Peer Gynt.

Jij?Jawel …ikkreeg de klappen.

Aase.Wat?

Aase.

Wat?

Peer Gynt.Wat?Die kan je raken, hoor!

Peer Gynt.

Wat?Die kan je raken, hoor!

Aase.Wie dat?

Aase.

Wie dat?

Peer Gynt.Wie dat?Wel, dien Aslak, meen ik.

Peer Gynt.

Wie dat?Wel, dien Aslak, meen ik.

Aase.Foei toch, foei! ’k Moest op je spuwen!Zoo’n opsnijder, zoo’n slampamper,’n Zuiplap, een aartsleugenaar,Liet jij je door zoo’n vent slaan?(huilt weer).Schande heb ’k al veel geleden;Maar dat dit gebeuren moestIs wel de ergste spotternij.Al is hij dan nog zoo’n baas;…Moet jij dan de minste zijn?

Aase.

Foei toch, foei! ’k Moest op je spuwen!

Zoo’n opsnijder, zoo’n slampamper,

’n Zuiplap, een aartsleugenaar,

Liet jij je door zoo’n vent slaan?

(huilt weer).

Schande heb ’k al veel geleden;

Maar dat dit gebeuren moest

Is wel de ergste spotternij.

Al is hij dan nog zoo’n baas;…

Moet jij dan de minste zijn?

Peer Gynt.Of ik klop krijg, of d’r op sla …Jamren moet je toch altijd.(lacht).Troost je moeder …

Peer Gynt.

Of ik klop krijg, of d’r op sla …

Jamren moet je toch altijd.

(lacht).

Troost je moeder …

Aase.Troost je moeder …Was ’t een leugenNou alweer?

Aase.

Troost je moeder …Was ’t een leugen

Nou alweer?

Peer Gynt.Nou alweer?Ja, dezen keer.Droog dus maar je tranen af;…(balt zijn linkerhand).Kijk,… met deze knijptang hierHield ’k den heelen smid gebogen;(balt de rechterhand).En dit vuistje was mijn hamer …

Peer Gynt.

Nou alweer?Ja, dezen keer.

Droog dus maar je tranen af;…

(balt zijn linkerhand).

Kijk,… met deze knijptang hier

Hield ’k den heelen smid gebogen;

(balt de rechterhand).

En dit vuistje was mijn hamer …

Aase.O, jij rekel, brengt je moederNog in ’t graf met je gedrag!

Aase.

O, jij rekel, brengt je moeder

Nog in ’t graf met je gedrag!

Peer Gynt.Neen, hoor, jij bent beter waard;Twintig duizend maal wat beters;Lieve, booze moeder mijn,Kom, vertrouw maar op mijn woord,Heel het dorp zal je nog eeren,Wacht maar tot ik eens iets groots …Waarlijk groots volbrengen zal.

Peer Gynt.

Neen, hoor, jij bent beter waard;

Twintig duizend maal wat beters;

Lieve, booze moeder mijn,

Kom, vertrouw maar op mijn woord,

Heel het dorp zal je nog eeren,

Wacht maar tot ik eens iets groots …

Waarlijk groots volbrengen zal.

Aase(spottend).Jij!

Aase(spottend).

Jij!

Peer Gynt.Jij!Wie weet wat kan gebeuren!

Peer Gynt.

Jij!Wie weet wat kan gebeuren!

Aase.Werd je nog maar eens zoo wijsDat je zelf weer dicht kon makenAl de scheuren in je broek!

Aase.

Werd je nog maar eens zoo wijs

Dat je zelf weer dicht kon maken

Al de scheuren in je broek!

Peer Gynt(nijdig).Koning zal ik worden, keizer!

Peer Gynt(nijdig).

Koning zal ik worden, keizer!

Aase.Lieve God, daar gaat zijn laatsteRestje van gezond verstand!

Aase.

Lieve God, daar gaat zijn laatste

Restje van gezond verstand!

Peer Gynt.Ja, ’t gebeurt! Heb maar geduld!

Peer Gynt.

Ja, ’t gebeurt! Heb maar geduld!

Aase.“Heb geduld, dan wordt je prins,”Heet het, als ’k mij niet vergis!

Aase.

“Heb geduld, dan wordt je prins,”

Heet het, als ’k mij niet vergis!

Peer Gynt.Wacht maar, moeder!

Peer Gynt.

Wacht maar, moeder!

Aase.Wacht maar, moeder!Hoû je mond!Stapelgek ben je gewoon …Trouwens, eerlijk moet ik zeggen,Als je niet zoo dag aan dagDolle streken deedt, en loog,Was je goed terecht gekomen.Die van Haegstad mocht je wel;Die had jij best kunnen krijgenAls je ’t goed hadt aangelegd …

Aase.

Wacht maar, moeder!Hoû je mond!

Stapelgek ben je gewoon …

Trouwens, eerlijk moet ik zeggen,

Als je niet zoo dag aan dag

Dolle streken deedt, en loog,

Was je goed terecht gekomen.

Die van Haegstad mocht je wel;

Die had jij best kunnen krijgen

Als je ’t goed hadt aangelegd …

Peer Gynt.Denk je?

Peer Gynt.

Denk je?

Aase.Denk je?D’oude heeft geen kracht meerOm zijn dochter te weerstaan;Wel is hij een echte stijfkop,Maar zij, Ingrid, geeft geen kamp ook;En waarzijgaat, strompelt hijBrommend haar wel achterna dan.(begint weer te schreien).Och, mijn Peer, een schatrijk meisje,…’n Boerendochter! Denk eens aan,…Als je ’t wijzer aangelegd hadtWas je al haar bruidegom,…Jij, die nu hier loopt in lompen!

Aase.

Denk je?D’oude heeft geen kracht meer

Om zijn dochter te weerstaan;

Wel is hij een echte stijfkop,

Maar zij, Ingrid, geeft geen kamp ook;

En waarzijgaat, strompelt hij

Brommend haar wel achterna dan.

(begint weer te schreien).

Och, mijn Peer, een schatrijk meisje,…

’n Boerendochter! Denk eens aan,…

Als je ’t wijzer aangelegd hadt

Was je al haar bruidegom,…

Jij, die nu hier loopt in lompen!

Peer Gynt(snel).Kom, ik ga het jawoord halen!

Peer Gynt(snel).

Kom, ik ga het jawoord halen!

Aase.Waar?

Aase.

Waar?

Peer Gynt.Waar?Op Haegstad!

Peer Gynt.

Waar?Op Haegstad!

Aase.Waar? Op Haegstad!Arme jij;Dat is uit, die vrijerij!

Aase.

Waar? Op Haegstad!Arme jij;

Dat is uit, die vrijerij!

Peer Gynt.En waarom?

Peer Gynt.

En waarom?

Aase.En waarom?’t Is om te huilen!Nu is het te laat … verspeeld al …

Aase.

En waarom?’t Is om te huilen!

Nu is het te laat … verspeeld al …

Peer Gynt.Zoo?

Peer Gynt.

Zoo?

Aase(snikkend).Zoo?Toen jij ginds in de bergenDoor de lucht reedt op je rendier,Heeft Mads Moën haar gekregen!

Aase(snikkend).

Zoo?Toen jij ginds in de bergen

Door de lucht reedt op je rendier,

Heeft Mads Moën haar gekregen!

Peer Gynt.Wat? Dat vrouwenschrikbeeld! Hij!…

Peer Gynt.

Wat? Dat vrouwenschrikbeeld! Hij!…

Aase.Ja, zij neemt hem nu tot man.

Aase.

Ja, zij neemt hem nu tot man.

Peer Gynt.Wacht mij hier tot ik een paard spanVoor de kar …(wil weggaan).

Peer Gynt.

Wacht mij hier tot ik een paard span

Voor de kar …(wil weggaan).

Aase.Voor de kar …Maak maar geen drukte.Morgen vieren zij al bruiloft …

Aase.

Voor de kar …Maak maar geen drukte.

Morgen vieren zij al bruiloft …

Peer Gynt.Poeh!… maar ik kom nog van avond!

Peer Gynt.

Poeh!… maar ik kom nog van avond!

Aase.Schaam je; wil je dat zij ook nogJe belachen en bespotten?

Aase.

Schaam je; wil je dat zij ook nog

Je belachen en bespotten?

Peer Gynt.Stil maar. Alles gaat wel goed.(jodelt en lacht tegelijkertijd).Heisa, zeg! De kar blijft hier;’t Paard te halen duurt te lang …

Peer Gynt.

Stil maar. Alles gaat wel goed.

(jodelt en lacht tegelijkertijd).

Heisa, zeg! De kar blijft hier;

’t Paard te halen duurt te lang …

(tilt haar op).

Aase.Laat mij los!

Aase.

Laat mij los!

Peer Gynt.Laat mij los!Neen, op mijn armenDraag ik je naar ’t bruiloftshuis!

Peer Gynt.

Laat mij los!Neen, op mijn armen

Draag ik je naar ’t bruiloftshuis!

(waadt door de beek).

Aase.Help! Och Heer wees mij genadig!Wij verdrinken …

Aase.

Help! Och Heer wees mij genadig!

Wij verdrinken …

Peer Gynt.Wij verdrinken …Neen, mij wachtEen veel hoogre dood …

Peer Gynt.

Wij verdrinken …Neen, mij wacht

Een veel hoogre dood …

Aase.Een veel hoogre dood …Jawel;Jij komt aan de galg terecht!(trekt hem aan zijn haar).O, jij monster!

Aase.

Een veel hoogre dood …Jawel;

Jij komt aan de galg terecht!

(trekt hem aan zijn haar).

O, jij monster!

Peer Gynt.O, jij monster!Zit nu stil,’t Is hier glad, de grond is glibb’rig.

Peer Gynt.

O, jij monster!Zit nu stil,

’t Is hier glad, de grond is glibb’rig.

Aase.Ezel!

Aase.

Ezel!

Peer Gynt.Ezel!Ja, je mag wel schelden,Dat brengt niemand van de wijs.Zoo; nu krabb’len wij weer op …

Peer Gynt.

Ezel!Ja, je mag wel schelden,

Dat brengt niemand van de wijs.

Zoo; nu krabb’len wij weer op …

Aase.Hoû mij vast toch!

Aase.

Hoû mij vast toch!

Peer Gynt.Hoû mij vast toch!Heisa, hop!Nu wordt ’t Peer-en-rendier spelen;…(galoppeert).Ik ben ’t rendier, jij bent Peer!

Peer Gynt.

Hoû mij vast toch!Heisa, hop!

Nu wordt ’t Peer-en-rendier spelen;…

(galoppeert).

Ik ben ’t rendier, jij bent Peer!

Aase.O, ik voel mezelf niet meer!

Aase.

O, ik voel mezelf niet meer!

Peer Gynt.Zie je, nu zijn wij de beek door;…(komt aan land).Zoo, geef nu je bok een kus:Dat is voor den voerman ’t loon …

Peer Gynt.

Zie je, nu zijn wij de beek door;…

(komt aan land).

Zoo, geef nu je bok een kus:

Dat is voor den voerman ’t loon …

Aase(geeft hem een oorvijg).Ziedaar voor den voerman!

Aase(geeft hem een oorvijg).

Ziedaar voor den voerman!

Peer Gynt.Ziedaar voor den voerman!Au!Dat ’s een al te karig loon!

Peer Gynt.

Ziedaar voor den voerman!Au!

Dat ’s een al te karig loon!

Aase.Laat mij los!

Aase.

Laat mij los!

Peer Gynt.Laat mij los!Eerst naar de hoeve.Wees mijn voorspraak. Je bent handig;Spreek met hem, den ouden gek;Zeg hem dat Mads Moën niets waard is …

Peer Gynt.

Laat mij los!Eerst naar de hoeve.

Wees mijn voorspraak. Je bent handig;

Spreek met hem, den ouden gek;

Zeg hem dat Mads Moën niets waard is …

Aase.Laat me los!

Aase.

Laat me los!

Peer Gynt.Laat me los!En zeg hem ookWat Peer voor een kerel is.

Peer Gynt.

Laat me los!En zeg hem ook

Wat Peer voor een kerel is.

Aase.Ja, daar kan je vast op aan!’k Zal een boekje opendoen,’k Zal een mooi tafreel ophangenVan je fratsen en je streken …

Aase.

Ja, daar kan je vast op aan!

’k Zal een boekje opendoen,

’k Zal een mooi tafreel ophangen

Van je fratsen en je streken …

Peer Gynt.Zoo?

Peer Gynt.

Zoo?

Aase(spartelt van kwaadheid).Zoo?Ik zal niet eerder zwijgenVóór de boer den hond op je afjaagt,Alsof jij een schooier was!

Aase(spartelt van kwaadheid).

Zoo?Ik zal niet eerder zwijgen

Vóór de boer den hond op je afjaagt,

Alsof jij een schooier was!

Peer Gynt.Hm; dan zal ik maar alleen gaan.

Peer Gynt.

Hm; dan zal ik maar alleen gaan.

Aase.Goed, maar ik kom je achterna!

Aase.

Goed, maar ik kom je achterna!

Peer Gynt.Moederlief, dat kan je niet …

Peer Gynt.

Moederlief, dat kan je niet …

Aase.Denk je niet? Ik ben zoo woestDat ’k wel steenen kon vermorz’len!Grind zou ’k kunnen eten, bah!Laat mij los!

Aase.

Denk je niet? Ik ben zoo woest

Dat ’k wel steenen kon vermorz’len!

Grind zou ’k kunnen eten, bah!

Laat mij los!

Peer Gynt.Laat mij los!Als je belooft nu …

Peer Gynt.

Laat mij los!Als je belooft nu …

Aase.Niets! ik wil mee naar den boer toe,Weten zal hij wie je bent!

Aase.

Niets! ik wil mee naar den boer toe,

Weten zal hij wie je bent!

Peer Gynt.Neen, dan moet je wachten hier.

Peer Gynt.

Neen, dan moet je wachten hier.

Aase.’k Wil niet! Ik wil mee naar boven!

Aase.

’k Wil niet! Ik wil mee naar boven!

Peer Gynt.Dat gebeurt niet.

Peer Gynt.

Dat gebeurt niet.

Aase.Dat gebeurt niet.Wat is dat nu?

Aase.

Dat gebeurt niet.Wat is dat nu?

Peer Gynt.’k Zet je op ’t dak hier van den molen

Peer Gynt.

’k Zet je op ’t dak hier van den molen

(Zet er haar op. Aase gilt).

Aase.Haal me er af!

Aase.

Haal me er af!

Peer Gynt.Haal me er af!Als je wilt luistren …?

Peer Gynt.

Haal me er af!Als je wilt luistren …?

Aase.Klets niet!

Aase.

Klets niet!

Peer Gynt.Klets niet!Moeder wees toch wijs …

Peer Gynt.

Klets niet!Moeder wees toch wijs …

Aase(gooit naar hem met een graszode).Haal me er af, Peer, gauw … terstond!

Aase(gooit naar hem met een graszode).

Haal me er af, Peer, gauw … terstond!

Peer Gynt.Als ik durfde deed ik ’t zeker.(dichterbij).Blijf nu stil en rustig zitten.Ga niet spart’len met je beenen,Ruk en pluk niet aan de steenen,…Anders, denk er aan, zou ’t mis gaan …Zou je vallen.

Peer Gynt.

Als ik durfde deed ik ’t zeker.

(dichterbij).

Blijf nu stil en rustig zitten.

Ga niet spart’len met je beenen,

Ruk en pluk niet aan de steenen,…

Anders, denk er aan, zou ’t mis gaan …

Zou je vallen.

Aase.Zou je vallen.O, jij beest!

Aase.

Zou je vallen.O, jij beest!

Peer Gynt.Niet zoo spart’len!

Peer Gynt.

Niet zoo spart’len!

Aase.Niet zoo spart’len!O, ik wouDat de grond je op kon slokken!

Aase.

Niet zoo spart’len!O, ik wou

Dat de grond je op kon slokken!

Peer Gynt.Schaam je toch!

Peer Gynt.

Schaam je toch!

Aase.Schaam je toch!Och wat!

Aase.

Schaam je toch!Och wat!

Peer Gynt.Schaam je toch! Och wat!Geef lieverMij je zegen op mijn tocht mee.Wil je? Zeg?

Peer Gynt.

Schaam je toch! Och wat!Geef liever

Mij je zegen op mijn tocht mee.

Wil je? Zeg?

Aase.Ik zal je rans’len,Al ben jij ook nog zoo’n baas!

Aase.

Ik zal je rans’len,

Al ben jij ook nog zoo’n baas!

Peer Gynt.Nou, tot ziens dan, moederlief!Zit maar stil, ik blijf niet lang weg.(gaat heen, maar keert zich om, steekt zijn vinger vermanend op en zegt):Denk er aan dat je niet spartelt!

Peer Gynt.

Nou, tot ziens dan, moederlief!

Zit maar stil, ik blijf niet lang weg.

(gaat heen, maar keert zich om, steekt zijn vinger vermanend op en zegt):

Denk er aan dat je niet spartelt!

(af).

Aase.Peer!… Och God, nu loopt hij weg!Bokkerijder! Leugenbrok!Zal je komen!… Neen, daar gaat hijEr van door …!(schreeuwend:)Er van door …!Help! ik word duiz’lig!

Aase.

Peer!… Och God, nu loopt hij weg!

Bokkerijder! Leugenbrok!

Zal je komen!… Neen, daar gaat hij

Er van door …!

(schreeuwend:)

Er van door …!Help! ik word duiz’lig!

(Twee oude vrouwen met zakken op den rug komen het pad af naar den molen).

Eerste oude Vrouw.Hèh? Wie schreeuwt daar?

Eerste oude Vrouw.

Hèh? Wie schreeuwt daar?

Aase.Hèh? Wie schreeuwt daar?Ik! hier, ik!

Aase.

Hèh? Wie schreeuwt daar?Ik! hier, ik!

Tweede oude Vrouw.Aase! Wel,… wat zit je hoog …?

Tweede oude Vrouw.

Aase! Wel,… wat zit je hoog …?

Aase.Dit beteekent nog niet veel …Als ’t nog lang duurt vaar ’k ten hemel!

Aase.

Dit beteekent nog niet veel …

Als ’t nog lang duurt vaar ’k ten hemel!

Eerste oude Vrouw.Goede reis dan!

Eerste oude Vrouw.

Goede reis dan!

Aase.Goede reis dan!Haal een ladder;’k Wil er af! Dat duivelsjong …

Aase.

Goede reis dan!Haal een ladder;

’k Wil er af! Dat duivelsjong …

Tweede oude Vrouw.Wie, je zoon?

Tweede oude Vrouw.

Wie, je zoon?

Aase.Wie, je zoon?Ja, wat hij uithaaltHeb je dan nu eens gezien.

Aase.

Wie, je zoon?Ja, wat hij uithaalt

Heb je dan nu eens gezien.

Eerste oude Vrouw.Wij getuigen.

Eerste oude Vrouw.

Wij getuigen.

Aase.Wij getuigen.Help mij maar eens;Want naar Haegstad moet ik gauw nu …

Aase.

Wij getuigen.Help mij maar eens;

Want naar Haegstad moet ik gauw nu …

Eerste oude Vrouw.Is hij dáár?

Eerste oude Vrouw.

Is hij dáár?

Tweede oude Vrouw.Is hij dáár?Dan kan je lachen;Want de smid zou ook daar komen.

Tweede oude Vrouw.

Is hij dáár?Dan kan je lachen;

Want de smid zou ook daar komen.

Aase(wringt de handen).Lieve God, mijn arme jongen!Wie weet of ze hem niet doodslaan!

Aase(wringt de handen).

Lieve God, mijn arme jongen!

Wie weet of ze hem niet doodslaan!

Eerste oude Vrouw.Ja, zoo iets kan licht gebeuren;Troost je dan maar dat ’t zijn lot was!

Eerste oude Vrouw.

Ja, zoo iets kan licht gebeuren;

Troost je dan maar dat ’t zijn lot was!

Tweede oude Vrouw.Zij is dol van woede en angst.(roept naar boven).Ejvind, Anders! Komt eens hier!

Tweede oude Vrouw.

Zij is dol van woede en angst.

(roept naar boven).

Ejvind, Anders! Komt eens hier!

Een Mannenstem.Wat is ’t dan?

Een Mannenstem.

Wat is ’t dan?

Tweede oude Vrouw.Wat is ’t dan?Kijk, moeder AaseHeeft Peer Gynt op ’t dak gezet daar!…

Tweede oude Vrouw.

Wat is ’t dan?Kijk, moeder Aase

Heeft Peer Gynt op ’t dak gezet daar!…

Een kleine hoogte met struiken en hei. Daar achter, door een hekje afgescheiden, loopt de weg.

Peer Gynt komt een voetpad op, loopt snel naar het hekje toe, blijft staan en kijkt uit waar het uitzicht zich opent.

Peer Gynt.Daar ligt Haegstad. Nu zal ’k gauw klaar zijn.(klimt half over het hekje heen; dan bedenkt hij zich).Wie weet of Ingrid wel alleen zit thuis?(beschut zijn oogen en kijkt uit).Neen. ’t Wemelt er van luî met geschenken.’t Is misschien ’t verstandigst als ik maar omkeer.(trekt zijn been weer terug).Altijd fluisteren ze achter je rug,En spotten dat ’t brandt dwars door je ziel heen.(gaat eenige stappen terug en plukt zonder nadenken blaren af).Als je nu maar iets sterks had te drinken,Of als je ’m kon poetsen onbemerkt …Of als niemand je kende … Vooral iets sterksZou goed zijn, dan schrijnt het lachen zoo fel niet.

Peer Gynt.

Daar ligt Haegstad. Nu zal ’k gauw klaar zijn.

(klimt half over het hekje heen; dan bedenkt hij zich).

Wie weet of Ingrid wel alleen zit thuis?

(beschut zijn oogen en kijkt uit).

Neen. ’t Wemelt er van luî met geschenken.

’t Is misschien ’t verstandigst als ik maar omkeer.

(trekt zijn been weer terug).

Altijd fluisteren ze achter je rug,

En spotten dat ’t brandt dwars door je ziel heen.

(gaat eenige stappen terug en plukt zonder nadenken blaren af).

Als je nu maar iets sterks had te drinken,

Of als je ’m kon poetsen onbemerkt …

Of als niemand je kende … Vooral iets sterks

Zou goed zijn, dan schrijnt het lachen zoo fel niet.

(Kijkt opeens als verschrikt rond; dan verbergt hij zich tusschen de struiken. Eenige menschen met eetwaren-geschenken gaan voorbij en dalen dan af naar het bruiloftshuis).

Een Man.Zijn vader was een zuiplap en zijn moeder is niet wijs.

Een Man.

Zijn vader was een zuiplap en zijn moeder is niet wijs.

Een Vrouw.Nou, dan is ’t ook geen wonder dat de jongen is ’n dwaas.(De menschen gaan verder. Even daarna komt Peer Gynt te voorschijn en kijkt hen rood van schaamte na).

Een Vrouw.

Nou, dan is ’t ook geen wonder dat de jongen is ’n dwaas.

(De menschen gaan verder. Even daarna komt Peer Gynt te voorschijn en kijkt hen rood van schaamte na).

Peer Gynt(zachtjes).Hadden die het over mij?(met een woedend gebaar).Hadden die het over mij?Och, laat ze praten!Zij kunnen mij daarmee geen kop kleiner maken.(Laat zich neervallen in de hei, ligt langen tijd op zijn rug met de handen onder zijn hoofd in de lucht te staren).Wat een zonderlinge wolk! ’t Lijkt wel een paard.En een man zit er op,… en zadel en teugels …Daar achter rijdt een heks op een bezemsteel.(Lacht stil in zich zelf).Dat ’s moeder. Zij zit te schreeuwen en scheldt: beestVan een Peer!…(Even later sluit hij de oogen).Van een Peer!…Ja, nu is zij bang …Peer Gynt rijdt voorop, en een heele troep volgt hem …’t Tuig is verzilverd, goudglanzend de hoeven.Zelf draagt hij handschoenen, sabel en schede,’n Mantel heel lang en met voering van zijde.Dapper zijn zij die vertrouwend hem volgen.Geen één toch zit er als hij in het zadel,Geen één toch straalt er als hij in het zonlicht.Menschen staan ginds aan het hek bij elkander,Nemen hun hoed af en staren naar boven;Nijgende vrouwen ook. Allen erkennenKeizer Peer Gynt en zijn duizenden mannen.Onder hem schittren als kiezelsteenenZilveren munten, die strooide op den weg hij.Allen in ’t dorp zijn rijk nu als graven.Peer Gynt rijdt er dwars door de lucht over zee heen!Engelands prins staat aan ’t strand hem te wachten;Evenzoo doen alle Engelsche meisjes.Engelands grooten en Engelands keizer,Waar Peer voorbij rijdt, staan op van hun zetels.De kroon van zijn hoofd neemt de keizer af, zeggend.…

Peer Gynt(zachtjes).

Hadden die het over mij?(met een woedend gebaar).

Hadden die het over mij?Och, laat ze praten!

Zij kunnen mij daarmee geen kop kleiner maken.

(Laat zich neervallen in de hei, ligt langen tijd op zijn rug met de handen onder zijn hoofd in de lucht te staren).

Wat een zonderlinge wolk! ’t Lijkt wel een paard.

En een man zit er op,… en zadel en teugels …

Daar achter rijdt een heks op een bezemsteel.

(Lacht stil in zich zelf).

Dat ’s moeder. Zij zit te schreeuwen en scheldt: beest

Van een Peer!…

(Even later sluit hij de oogen).

Van een Peer!…Ja, nu is zij bang …

Peer Gynt rijdt voorop, en een heele troep volgt hem …

’t Tuig is verzilverd, goudglanzend de hoeven.

Zelf draagt hij handschoenen, sabel en schede,

’n Mantel heel lang en met voering van zijde.

Dapper zijn zij die vertrouwend hem volgen.

Geen één toch zit er als hij in het zadel,

Geen één toch straalt er als hij in het zonlicht.

Menschen staan ginds aan het hek bij elkander,

Nemen hun hoed af en staren naar boven;

Nijgende vrouwen ook. Allen erkennen

Keizer Peer Gynt en zijn duizenden mannen.

Onder hem schittren als kiezelsteenen

Zilveren munten, die strooide op den weg hij.

Allen in ’t dorp zijn rijk nu als graven.

Peer Gynt rijdt er dwars door de lucht over zee heen!

Engelands prins staat aan ’t strand hem te wachten;

Evenzoo doen alle Engelsche meisjes.

Engelands grooten en Engelands keizer,

Waar Peer voorbij rijdt, staan op van hun zetels.

De kroon van zijn hoofd neemt de keizer af, zeggend.…

Smid Aslak(tegen eenige anderen terwijl zij aan de andere zijde van het hekje voorbij gaan).Kijk dáár eens, Peer Gynt, dat dronken zwijn!

Smid Aslak(tegen eenige anderen terwijl zij aan de andere zijde van het hekje voorbij gaan).

Kijk dáár eens, Peer Gynt, dat dronken zwijn!

Peer Gynt(komt half overeind).Wat, Keizer!

Peer Gynt(komt half overeind).

Wat, Keizer!

De Smid(leunt over het hek, sarrend:)Wat, Keizer!Sta toch op, jongenlief!

De Smid(leunt over het hek, sarrend:)

Wat, Keizer!Sta toch op, jongenlief!

Peer Gynt.Wat duivel! De smid! Zeg? Wat mot jij nou?

Peer Gynt.

Wat duivel! De smid! Zeg? Wat mot jij nou?

De Smid(tegen de anderen:)Z’n roes van Lunde zit hem nog in den kop.

De Smid(tegen de anderen:)

Z’n roes van Lunde zit hem nog in den kop.

Peer Gynt(springt op).Ga nou maar dóór, hè!

Peer Gynt(springt op).

Ga nou maar dóór, hè!

De Smid.Ga nou maar dóór, hè!Ik ga al, ja!Maar zeg, waar kom jij nu ’t laatst van daan?Zes weken weg … behekst in de bergen?

De Smid.

Ga nou maar dóór, hè!Ik ga al, ja!

Maar zeg, waar kom jij nu ’t laatst van daan?

Zes weken weg … behekst in de bergen?

Peer Gynt.Ja, smid, ’k heb wonderlijke dingen gedaan!

Peer Gynt.

Ja, smid, ’k heb wonderlijke dingen gedaan!

De Smid(knipoogt tegen de anderen).Laat eens hooren, Peer!

De Smid(knipoogt tegen de anderen).

Laat eens hooren, Peer!

Peer Gynt.Dat gaat niemand aan.

Peer Gynt.

Dat gaat niemand aan.

De Smid(na een oogenblikje).Ga je nu naar Haegstad?

De Smid(na een oogenblikje).

Ga je nu naar Haegstad?

Peer Gynt.Ga je nu naar Haegstad?Neen.

Peer Gynt.

Ga je nu naar Haegstad?Neen.

De Smid.Ga je nu naar Haegstad? Neen.Men zeiDat vroeger jij die meid daarginder wel mocht.

De Smid.

Ga je nu naar Haegstad? Neen.Men zei

Dat vroeger jij die meid daarginder wel mocht.

Peer Gynt.Jij zwarte raaf …!

Peer Gynt.

Jij zwarte raaf …!

De Smid(wijkt een beetje terug).Jij zwarte raaf …!Word nou niet kwaad, Peer;Heeft Ingrid jou versmaad, er zijn ’r nog meer …;Er komen daar jonkies en weeuwen allebei …

De Smid(wijkt een beetje terug).

Jij zwarte raaf …!Word nou niet kwaad, Peer;

Heeft Ingrid jou versmaad, er zijn ’r nog meer …;

Er komen daar jonkies en weeuwen allebei …

Peer Gynt.Loop naar de hel!

Peer Gynt.

Loop naar de hel!

De Smid.Loop naar de hel!Kom, licht wil ’r een je nog hebben …Goên avond! Ik zal vast de bruid van je groeten.

De Smid.

Loop naar de hel!Kom, licht wil ’r een je nog hebben …

Goên avond! Ik zal vast de bruid van je groeten.

(af, lachend en fluisterend).

Peer Gynt(kijkt hem een poos na, maakt een minachtend gebaar en keert zich half om).Voor mijn part kan die Haegstad-meid trouwenMet wien ze lust heeft, ’t Raakt mij geen zier!(kijkt langs zijn beenen).M’n broek aan flarden. Smerig en kaal,…Had ik maar iets nieuws om aan te trekken.(stampt op den grond).Kon ik maar met één rake greepHun eens die minachting uit ’t hart rukken!(kijkt plotseling in het rond).Wat is dàt? Wie staat daar te grinniken ginds?Hm, het leek mij toch net … Neen er was toch niemand …’k Ga naar moeder thuis.(gaat den weg op, maar blijft weer staan en luistert naar den kant van het feesthuis).’k Ga naar moeder thuis.Nu begint de dans!(staart en luistert; gaat stap voor stap weer terug; zijn oogen schitteren; hij wrijft langs zijn beenen).Wat een gewemel van meiden! Zes … acht wel de man!O, haal mij de duivel,… daar doe ik aan mee!…Maar moeder, die nog zit op het molendak …(weer dwalen zijn oogen naar beneden; hij springt en lacht).Heisa, de halling1dolt over de wei heen!Ja, die Guttorm speelt flink er op los!Dat stampt en dat bruist als een vallende stroom.En dan die troep heerlijke, frissche meiden!…Ja, haal mij de duivel, daar doe ik aan mee!

Peer Gynt(kijkt hem een poos na, maakt een minachtend gebaar en keert zich half om).

Voor mijn part kan die Haegstad-meid trouwen

Met wien ze lust heeft, ’t Raakt mij geen zier!

(kijkt langs zijn beenen).

M’n broek aan flarden. Smerig en kaal,…

Had ik maar iets nieuws om aan te trekken.

(stampt op den grond).

Kon ik maar met één rake greep

Hun eens die minachting uit ’t hart rukken!

(kijkt plotseling in het rond).

Wat is dàt? Wie staat daar te grinniken ginds?

Hm, het leek mij toch net … Neen er was toch niemand …

’k Ga naar moeder thuis.

(gaat den weg op, maar blijft weer staan en luistert naar den kant van het feesthuis).

’k Ga naar moeder thuis.Nu begint de dans!

(staart en luistert; gaat stap voor stap weer terug; zijn oogen schitteren; hij wrijft langs zijn beenen).

Wat een gewemel van meiden! Zes … acht wel de man!

O, haal mij de duivel,… daar doe ik aan mee!…

Maar moeder, die nog zit op het molendak …

(weer dwalen zijn oogen naar beneden; hij springt en lacht).

Heisa, de halling1dolt over de wei heen!

Ja, die Guttorm speelt flink er op los!

Dat stampt en dat bruist als een vallende stroom.

En dan die troep heerlijke, frissche meiden!…

Ja, haal mij de duivel, daar doe ik aan mee!

(is met één sprong over het hek en holt naar beneden).

Het voorplein op Haegstad. Op den achtergrond het woonhuis. Vele gasten. Op het grasveld wordt levendig doorgedanst. De speelman zit op een tafel. De keukenmeester staat in de deur. Keukenmeisjes loopen af en aan tusschen de verschillende gebouwen; oudere menschen zitten hier en daar samen te praten.

Een Vrouw(gaat bij een troepje zitten dat op eenige balken is neer gezegen).O, de bruid? Ja, die huilt wel een beetje,Maar wie neemt daar nu notitie van.

Een Vrouw(gaat bij een troepje zitten dat op eenige balken is neer gezegen).

O, de bruid? Ja, die huilt wel een beetje,

Maar wie neemt daar nu notitie van.

De Keukenmeester(in een ander groepje).Hier is wat te drinken, lieve menschen.

De Keukenmeester(in een ander groepje).

Hier is wat te drinken, lieve menschen.

Een Man.Dank den gever; maar je schenkt wel wat veel.

Een Man.

Dank den gever; maar je schenkt wel wat veel.

Een Jongkerel(tegen den fiedelaar, terwijl hij voorbij stuift met een meisje aan de hand).Heisa, Guttorm, strijk wat je kunt maar!

Een Jongkerel(tegen den fiedelaar, terwijl hij voorbij stuift met een meisje aan de hand).

Heisa, Guttorm, strijk wat je kunt maar!

Het Meisje.Strijk dat het klinkt ver over de weiden!

Het Meisje.

Strijk dat het klinkt ver over de weiden!

Meisjes(in een kring om een jongen die danst).Mooi was die sprong!

Meisjes(in een kring om een jongen die danst).

Mooi was die sprong!

Een Meisje.Mooi was die sprong!Hij is los in de knieën!

Een Meisje.

Mooi was die sprong!Hij is los in de knieën!

De Jongen(dansend).Hier is ’t ver van den muur en hoog de zoldring!

De Jongen(dansend).

Hier is ’t ver van den muur en hoog de zoldring!

De Bruidegom(komt grienend naar zijn vader toe, die met een paar anderen staat te praten, en trekt hem aan zijn buis).Zij wil niet, vader; zij is zoo stug!

De Bruidegom(komt grienend naar zijn vader toe, die met een paar anderen staat te praten, en trekt hem aan zijn buis).

Zij wil niet, vader; zij is zoo stug!

De Vader.Wat wil ze niet?

De Vader.

Wat wil ze niet?

De Bruidegom.Wat wil ze niet?Zij heeft zich opgesloten.

De Bruidegom.

Wat wil ze niet?Zij heeft zich opgesloten.

De Vader.Nou, zie dan den sleutel te vinden.

De Vader.

Nou, zie dan den sleutel te vinden.

De Bruidegom.Ik weet hier den weg niet.

De Bruidegom.

Ik weet hier den weg niet.

De Vader.Ik weet hier den weg niet.Je bent een uil!

De Vader.

Ik weet hier den weg niet.Je bent een uil!

(keert zich weer tot de anderen. De bruidegom slentert weg over het voorplein).

Een Jongen(van de achterzijde van het huis).Meisjes! Nu zal het pas goed gaan worden!Peer Gynt is gekomen!

Een Jongen(van de achterzijde van het huis).

Meisjes! Nu zal het pas goed gaan worden!

Peer Gynt is gekomen!

De Smid(die er zoo even bij gekomen is).Peer Gynt is gekomen!Wie bracht hem hier?

De Smid(die er zoo even bij gekomen is).

Peer Gynt is gekomen!Wie bracht hem hier?

De Keukenmeester.Peer Gynt is gekomen! Wie bracht hem hier?Niemand.

De Keukenmeester.

Peer Gynt is gekomen! Wie bracht hem hier?Niemand.

(gaat naar het huis toe).

De Smid(tegen de meisjes).Als hij tegen je spreekt, hoor dan niet naar hem!

De Smid(tegen de meisjes).

Als hij tegen je spreekt, hoor dan niet naar hem!

Een Meisje(tegen de anderen:)Neen; wij doen net of wij hem niet kennen.

Een Meisje(tegen de anderen:)

Neen; wij doen net of wij hem niet kennen.

Peer Gynt(komt verhit en opgewonden aan, blijft midden voor den zwerm staan en klapt in de handen).Wie van jullie kan het flinkste draaien?

Peer Gynt(komt verhit en opgewonden aan, blijft midden voor den zwerm staan en klapt in de handen).

Wie van jullie kan het flinkste draaien?

Een enkele(op wie hij toetreedt).Ik niet.

Een enkele(op wie hij toetreedt).

Ik niet.

Een andere(evenzoo).Ik niet.En ik niet.

Een andere(evenzoo).

Ik niet.En ik niet.

Een Derde.Ik niet. En ik niet.Nou, ik zeker ook niet.

Een Derde.

Ik niet. En ik niet.Nou, ik zeker ook niet.

Peer Gynt(tegen een vierde:)Kom jij dan maar, tot een beetre zich aanmeldt.

Peer Gynt(tegen een vierde:)

Kom jij dan maar, tot een beetre zich aanmeldt.

Het Meisje(keert zich om).Ik heb geen tijd.

Het Meisje(keert zich om).

Ik heb geen tijd.

Peer Gynt(tegen een vijfde:)Ik heb geen tijd.Jij dan!

Peer Gynt(tegen een vijfde:)

Ik heb geen tijd.Jij dan!

Het Meisje(terwijl zij wegloopt:)Ik heb geen tijd. Jij dan!Ik moet naar huis.

Het Meisje(terwijl zij wegloopt:)

Ik heb geen tijd. Jij dan!Ik moet naar huis.

Peer Gynt.Van avond? Ben je nou heelemaal mal.

Peer Gynt.

Van avond? Ben je nou heelemaal mal.

De Smid(even later, halfluid:)Peer, daar gaat zij dansen met een ouwe.

De Smid(even later, halfluid:)

Peer, daar gaat zij dansen met een ouwe.

Peer Gynt(wendt zich snel tot een ouderen man).Waar zijn zij die nog vrij zijn?

Peer Gynt(wendt zich snel tot een ouderen man).

Waar zijn zij die nog vrij zijn?

De Man.Waar zijn zij die nog vrij zijn?Zoek zelf maar.(gaat heen).

De Man.

Waar zijn zij die nog vrij zijn?Zoek zelf maar.(gaat heen).

(Peer Gynt is opeens stil geworden. Hij gluurt schuw onderuit naar de groep. Allen kijken naar hem, maar niemand zegt iets. Hij gaat naar andere groepjes toe. Waar hij komt wordt het stil; als hij zich verwijdert, glimlachen zij en kijken hem na).

Peer Gynt(zachtjes).Blikken, gedachten en lachjes als pijlen,Dat krast en knarst als zaaghout onder vijlen!

Peer Gynt(zachtjes).

Blikken, gedachten en lachjes als pijlen,

Dat krast en knarst als zaaghout onder vijlen!

(Hij sluipt langs het hek. Solvejg, met de kleine Helga aan de hand, komt het voorplein op, vergezeld van haar ouders).

Een Man(tegen een anderen, dicht bij Peer Gynt).Dat zijn de nieuwe menschen.

Een Man(tegen een anderen, dicht bij Peer Gynt).

Dat zijn de nieuwe menschen.

De Andere.Dat zijn de nieuwe menschen.Die luî daar?

De Andere.

Dat zijn de nieuwe menschen.Die luî daar?

De Eerste.Komen uit het Westen.

De Eerste.

Komen uit het Westen.

De Andere.Komen uit het Westen.Juist! Jawel.

De Andere.

Komen uit het Westen.Juist! Jawel.

Peer Gynt(treedt de komenden in den weg, wijst op Solvejg en vraagt aan den man:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?

Peer Gynt(treedt de komenden in den weg, wijst op Solvejg en vraagt aan den man:)

Mag ’k met je dochter dansen, zeg?

De Man(zacht:)Mag ’k met je dochter dansen, zeg?Zeker; maar eerstMoeten wij de menschen binnen begroeten.

De Man(zacht:)

Mag ’k met je dochter dansen, zeg?Zeker; maar eerst

Moeten wij de menschen binnen begroeten.

(zij gaan binnen).

De Keukenmeester(tegen Peer Gynt, terwijl hij hem te drinken aanbiedt:)Als je hier bent moet je de kruik eens aanspreken!

De Keukenmeester(tegen Peer Gynt, terwijl hij hem te drinken aanbiedt:)

Als je hier bent moet je de kruik eens aanspreken!

Peer Gynt(kijkt onafgewend naar de binnengaanden).Dank je; ’k wil dansen. Ik heb nu geen dorst.(De keukenmeester gaat weg; Peer Gynt kijkt naar het huis en lacht).Hoe blank! Neen, zoo iets zag ik nog nooit!Keek neer op haar schoenen en haar witte schortje …!En terwijl hield zij moeders schortpunt vast,En droeg een kerkboek in een doek gewikkeld …!Ik moet dat meisje zien.(wil de kamer in).

Peer Gynt(kijkt onafgewend naar de binnengaanden).

Dank je; ’k wil dansen. Ik heb nu geen dorst.

(De keukenmeester gaat weg; Peer Gynt kijkt naar het huis en lacht).

Hoe blank! Neen, zoo iets zag ik nog nooit!

Keek neer op haar schoenen en haar witte schortje …!

En terwijl hield zij moeders schortpunt vast,

En droeg een kerkboek in een doek gewikkeld …!

Ik moet dat meisje zien.(wil de kamer in).

Een Jongen(komt met verscheidenen er uit).Ik moet dat meisje zien.Wel, Peer, ga je al wegVan ’t dansen?

Een Jongen(komt met verscheidenen er uit).

Ik moet dat meisje zien.Wel, Peer, ga je al weg

Van ’t dansen?

Peer Gynt.Van ’t dansen?Neen.

Peer Gynt.

Van ’t dansen?Neen.

De Jongen.Van ’t dansen? Neen.Maar dan loop je verkeerd.

De Jongen.

Van ’t dansen? Neen.Maar dan loop je verkeerd.

(pakt hem bij den schouder om hem om te draaien).

Peer Gynt.Laat mij toch voorbij!

Peer Gynt.

Laat mij toch voorbij!

De Jongen.Laat mij toch voorbij!Ben je bang voor den smid soms?

De Jongen.

Laat mij toch voorbij!Ben je bang voor den smid soms?

Peer Gynt.Ik bang?

Peer Gynt.

Ik bang?

De Jongen.Ik bang?Ja, je weet wel hoe ’t laatst ging te Lunde?

De Jongen.

Ik bang?Ja, je weet wel hoe ’t laatst ging te Lunde?

(het troepje gaat lachend weg naar de dansenden).

Solvejg(in de deur).Jij bent vast de jongen, die wilde dansen?

Solvejg(in de deur).

Jij bent vast de jongen, die wilde dansen?

Peer Gynt.Ja, dat ben ik; was je dat al vergeten?(neemt haar bij de hand).Kom dan!

Peer Gynt.

Ja, dat ben ik; was je dat al vergeten?(neemt haar bij de hand).

Kom dan!

Solvejg.Kom dan!Maar niet te lang, zegt moeder!

Solvejg.

Kom dan!Maar niet te lang, zegt moeder!

Peer Gynt.Zegt moeder? Ben jij dan van gistren, zeg?

Peer Gynt.

Zegt moeder? Ben jij dan van gistren, zeg?

Solvejg.Je lacht me uit …!

Solvejg.

Je lacht me uit …!

Peer Gynt.Je lacht me uit …!Je bent toch al volwassen;Hoe oud ben je?

Peer Gynt.

Je lacht me uit …!Je bent toch al volwassen;

Hoe oud ben je?

Solvejg.Hoe oud ben je?’k Ben aangenomen in ’t voorjaar.

Solvejg.

Hoe oud ben je?’k Ben aangenomen in ’t voorjaar.

Peer Gynt.Zeg hoe je heet, dan praten wij gezelliger.

Peer Gynt.

Zeg hoe je heet, dan praten wij gezelliger.

Solvejg.Mijn naam is Solvejg. En jij, hoe heet jij?

Solvejg.

Mijn naam is Solvejg. En jij, hoe heet jij?

Peer Gynt.Peer Gynt.

Peer Gynt.

Peer Gynt.

Solvejg(trekt haar hand terug).Peer Gynt.O hemel!

Solvejg(trekt haar hand terug).

Peer Gynt.O hemel!

Peer Gynt.Peer Gynt. O hemel!Wat moet dàt nu?

Peer Gynt.

Peer Gynt. O hemel!Wat moet dàt nu?

Solvejg.Mijn kouseband is los; dien moet ik vaster gaan binden.

Solvejg.

Mijn kouseband is los; dien moet ik vaster gaan binden.

(loopt weg).

De Bruidegom(trekt zijn moeder aan haar rok).Moeder, zij wil niet!

De Bruidegom(trekt zijn moeder aan haar rok).

Moeder, zij wil niet!

De Moeder.Moeder, zij wil niet!Wil zij niet? Wat?

De Moeder.

Moeder, zij wil niet!Wil zij niet? Wat?

De Bruidegom.Zij wil niet!

De Bruidegom.

Zij wil niet!

De Moeder.Zij wil niet!Wat dan?

De Moeder.

Zij wil niet!Wat dan?

De Bruidegom.Zij wil niet! Wat dan?Den sleutel omdraaien.

De Bruidegom.

Zij wil niet! Wat dan?Den sleutel omdraaien.

De Vader(zachtjes en nijdig).Zij moesten jou aan de ruif vastbinden!

De Vader(zachtjes en nijdig).

Zij moesten jou aan de ruif vastbinden!

De Moeder.Och, brom maar niet. Sukkel! ’t Komt wel terecht.

De Moeder.

Och, brom maar niet. Sukkel! ’t Komt wel terecht.

(zij gaan weg).

Een Jongkerel(die met een heelen troep van de dansplaats komt).’n Slok brandewijn, Peer?

Een Jongkerel(die met een heelen troep van de dansplaats komt).

’n Slok brandewijn, Peer?

Peer Gynt.’n Slok brandewijn, Peer?Neen.

Peer Gynt.

’n Slok brandewijn, Peer?Neen.

De Jongkerel.’n Slok brandewijn, Peer? Neen.’n Slokje maar?

De Jongkerel.

’n Slok brandewijn, Peer? Neen.’n Slokje maar?

Peer Gynt(kijkt hem donker aan).Heb je dan wat?

Peer Gynt(kijkt hem donker aan).

Heb je dan wat?

De Jongkerel.Heb je dan wat?Dat kon wel gebeuren.(haalt een zakflesch te voorschijn en drinkt).Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?

De Jongkerel.

Heb je dan wat?Dat kon wel gebeuren.

(haalt een zakflesch te voorschijn en drinkt).

Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?

Peer Gynt.Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Laat ’ns proeven.(drinkt)

Peer Gynt.

Wat dat ’n mensch òpknapt!… Nou?Laat ’ns proeven.(drinkt)

Een Tweede.Nu moet je ook eens drinken met mij.

Een Tweede.

Nu moet je ook eens drinken met mij.

Peer Gynt.Neen!

Peer Gynt.

Neen!

Dezelfde.Neen!Och kom, wees nou niet zoo flauw, zeg!Kom Peer, drink!

Dezelfde.

Neen!Och kom, wees nou niet zoo flauw, zeg!

Kom Peer, drink!

Peer Gynt.Kom Peer, drink!Geef mij dan een dropje.(drinkt weer).

Peer Gynt.

Kom Peer, drink!Geef mij dan een dropje.(drinkt weer).

Een Meisje(halfluid:)Kom, laat ons gaan.

Een Meisje(halfluid:)

Kom, laat ons gaan.

Peer Gynt.Kom, laat ons gaan.Ben je bang voor mij, deern?

Peer Gynt.

Kom, laat ons gaan.Ben je bang voor mij, deern?

Een Derde Jongkerel.Wie is nou niet bang voor jou?

Een Derde Jongkerel.

Wie is nou niet bang voor jou?

Een Vierde.Wie is nou niet bang voor jou?Je toondeLaatst nog te Lunde ons wat van je kunsten.

Een Vierde.

Wie is nou niet bang voor jou?Je toonde

Laatst nog te Lunde ons wat van je kunsten.

Peer Gynt.’k Kan meer nog dan dat, als ik eerst maar eens los kom!

Peer Gynt.

’k Kan meer nog dan dat, als ik eerst maar eens los kom!

Eerste Jongkerel(fluisterend:)Nu komt hij op dreef!

Eerste Jongkerel(fluisterend:)

Nu komt hij op dreef!

Verscheidenen(vormen een kring om hem heen).Nu komt hij op dreef!Vertel; vertel!Wat kan je?

Verscheidenen(vormen een kring om hem heen).

Nu komt hij op dreef!Vertel; vertel!

Wat kan je?

Peer Gynt.Wat kan je?Ja, morgen …!

Peer Gynt.

Wat kan je?Ja, morgen …!

Anderen.Wat kan je? Ja, morgen …!Neen, van avond nog, Peer!

Anderen.

Wat kan je? Ja, morgen …!Neen, van avond nog, Peer!

Een Meisje.Kan je toov’ren Peer?

Een Meisje.

Kan je toov’ren Peer?

Peer Gynt.Kan je toov’ren Peer?’k Kan den duivel bezweren!

Peer Gynt.

Kan je toov’ren Peer?’k Kan den duivel bezweren!

Een Man.Dat kon grootmoeder ook al, vóór ik bestond!

Een Man.

Dat kon grootmoeder ook al, vóór ik bestond!

Peer Gynt.Leugens! Watikkan dat kan niemand anders.Ik heb hem één keer toch gejaagd in een noot.Die was wormstekig, zie je!

Peer Gynt.

Leugens! Watikkan dat kan niemand anders.

Ik heb hem één keer toch gejaagd in een noot.

Die was wormstekig, zie je!

Verscheidenen(lachend).Die was wormstekig, zie je!Dat laat zich begrijpen!

Verscheidenen(lachend).

Die was wormstekig, zie je!Dat laat zich begrijpen!

Peer Gynt.Hij vloekte en jankte en wilde mij gevenAlles en nòg wat …

Peer Gynt.

Hij vloekte en jankte en wilde mij geven

Alles en nòg wat …

Eén uit den hoop.Alles en nòg wat …Maar hij moest er in?

Eén uit den hoop.

Alles en nòg wat …Maar hij moest er in?

Peer Gynt.Dat spreekt. Ik stopte ’t gat dicht met een pen.O! Dat was me een gebrom en gerommel!

Peer Gynt.

Dat spreekt. Ik stopte ’t gat dicht met een pen.

O! Dat was me een gebrom en gerommel!

Een Meisje.Verbeeld je!

Een Meisje.

Verbeeld je!

Peer Gynt.Verbeeld je!’t Was net het gegons van een hommel.

Peer Gynt.

Verbeeld je!’t Was net het gegons van een hommel.

Het Meisje.Zit hij nu nog in die noot, zeg?

Het Meisje.

Zit hij nu nog in die noot, zeg?

Peer Gynt.Zit hij nu nog in die noot, zeg?Neen.Nu is hij lang al weer er van door.Het iszijnschuld dat Aslak zoo ’t land aan mij heeft.

Peer Gynt.

Zit hij nu nog in die noot, zeg?Neen.

Nu is hij lang al weer er van door.

Het iszijnschuld dat Aslak zoo ’t land aan mij heeft.

Een Jongkerel.Hoe zoo?

Een Jongkerel.

Hoe zoo?

Peer Gynt.Hoe zoo?’k Ging naar de smidse en vroegOf hij de noot voor mij wilde kraken?“Welzeker!” Hij legde ze neer op het aambeeld;Maar Aslak pakt erg hardhandig aan;…En slaat er terstond op met zijn hamer …

Peer Gynt.

Hoe zoo?’k Ging naar de smidse en vroeg

Of hij de noot voor mij wilde kraken?

“Welzeker!” Hij legde ze neer op het aambeeld;

Maar Aslak pakt erg hardhandig aan;…

En slaat er terstond op met zijn hamer …

Een Stem uit de menigte.Sloeg hij hem morsdood toen?

Een Stem uit de menigte.

Sloeg hij hem morsdood toen?

Peer Gynt.Sloeg hij hem morsdood toen?Hij sloeg als een man.Maar slim was de ander, en stoof als een brandDwars door het dak heen en scheurde den wand.

Peer Gynt.

Sloeg hij hem morsdood toen?Hij sloeg als een man.

Maar slim was de ander, en stoof als een brand

Dwars door het dak heen en scheurde den wand.

Verscheidenen.En Aslak …?

Verscheidenen.

En Aslak …?

Peer Gynt.En Aslak …?Stond met gebrande handen.Sedert dien dag mag hij mij niet lijden.

Peer Gynt.

En Aslak …?Stond met gebrande handen.

Sedert dien dag mag hij mij niet lijden.

(algemeen gelach).

Enkelen.Die mop is wel goed!

Enkelen.

Die mop is wel goed!

Anderen.Die mop is wel goed!Dat is wel zijn beste!

Anderen.

Die mop is wel goed!Dat is wel zijn beste!

Peer Gynt.Denk jullie dat ik wat verzin?

Peer Gynt.

Denk jullie dat ik wat verzin?

Een Man.Denk jullie dat ik wat verzin?O neen,Dat is niet noodig; ik ken al het meesteVan vroeger …

Een Man.

Denk jullie dat ik wat verzin?O neen,

Dat is niet noodig; ik ken al het meeste

Van vroeger …

Peer Gynt.Van vroeger …Leugens! ’t Ismijgebeurd!

Peer Gynt.

Van vroeger …Leugens! ’t Ismijgebeurd!

De Man.Net zoo als alles.

De Man.

Net zoo als alles.

Peer Gynt(met een handzwaai).Net zoo als alles.Wat! Ik kan rijdenDwars door de lucht heen op wilde paarden!Och, ik kan allerlei dingen doen, weet je.

Peer Gynt(met een handzwaai).

Net zoo als alles.Wat! Ik kan rijden

Dwars door de lucht heen op wilde paarden!

Och, ik kan allerlei dingen doen, weet je.

(weer schaterend gelach).

Een uit de bende.Rijd eens door de lucht, Peer!

Een uit de bende.

Rijd eens door de lucht, Peer!

Velen.Rijd eens door de lucht, Peer!Toe ja, Peer Gynt …

Velen.

Rijd eens door de lucht, Peer!Toe ja, Peer Gynt …

Peer Gynt.Je hoeft er niet zoo om te bedelen, zeg.Ik zal rijden als een stormwind over jullie allen!’t Heele kersspel zal nog te voet mij vallen!

Peer Gynt.

Je hoeft er niet zoo om te bedelen, zeg.

Ik zal rijden als een stormwind over jullie allen!

’t Heele kersspel zal nog te voet mij vallen!

Een oudere Man.Nu is hij stapelgek al.

Een oudere Man.

Nu is hij stapelgek al.

Een Tweede.Nu is hij stapelgek al.Stuk vee!

Een Tweede.

Nu is hij stapelgek al.Stuk vee!

Een Derde.Opsnijder!

Een Derde.

Opsnijder!

Een Vierde.Opsnijder!Leugenbrok!

Een Vierde.

Opsnijder!Leugenbrok!

Peer Gynt(dreigt hen).Opsnijder! Leugenbrok!Wacht maar, jawel!

Peer Gynt(dreigt hen).

Opsnijder! Leugenbrok!Wacht maar, jawel!

Een Man(halfdronken).Ja wacht; jou krijgen wij wel eens te pakken!

Een Man(halfdronken).

Ja wacht; jou krijgen wij wel eens te pakken!

Verscheidenen.Dan slaan wij je murw! En ’n paar blauwe oogen!

Verscheidenen.

Dan slaan wij je murw! En ’n paar blauwe oogen!

(De troep verspreidt zich, de ouderen kwaad, de jongeren spottend en lachend).

De Bruidegom(vlak bij hem).Zeg Peer, is het waar, kan je door de lucht rijden?

De Bruidegom(vlak bij hem).

Zeg Peer, is het waar, kan je door de lucht rijden?

Peer Gynt(kort).Zeker, Mads! Geloof maar dat ik wat mans ben.

Peer Gynt(kort).

Zeker, Mads! Geloof maar dat ik wat mans ben.

De Bruidegom.Heb je dan ook den mantel, die maakt onzichtbaar?

De Bruidegom.

Heb je dan ook den mantel, die maakt onzichtbaar?

Peer Gynt.Den hoed, bedoel je? Ja, dien heb ik ook.(keert zich van hem af. Solvejg gaat over de dansplaats met Helga aan de hand).(Peer Gynt naar hen toe, met stralende oogen).Solvejg! O, ’t is goed dat je komt, hoor!(grijpt haar pols).Nu zal ik je draaien lustig in ’t rond!

Peer Gynt.

Den hoed, bedoel je? Ja, dien heb ik ook.

(keert zich van hem af. Solvejg gaat over de dansplaats met Helga aan de hand).

(Peer Gynt naar hen toe, met stralende oogen).

Solvejg! O, ’t is goed dat je komt, hoor!(grijpt haar pols).

Nu zal ik je draaien lustig in ’t rond!

Solvejg.Laat mij los!

Solvejg.

Laat mij los!

Peer Gynt.Laat mij los!Waarom?

Peer Gynt.

Laat mij los!Waarom?

Solvejg.Laat mij los! Waarom?Je bent zoo wild.

Solvejg.

Laat mij los! Waarom?Je bent zoo wild.

Peer Gynt.Ook het rendier is wild, als de zomer nadert.Kom toch, deern, en wees niet zoo dwars!

Peer Gynt.

Ook het rendier is wild, als de zomer nadert.

Kom toch, deern, en wees niet zoo dwars!

Solvejg(trekt haar arm terug).’k Durf niet.

Solvejg(trekt haar arm terug).

’k Durf niet.

Peer Gynt.’k Durf niet.Waarom niet?

Peer Gynt.

’k Durf niet.Waarom niet?

Solvejg.’k Durf niet. Waarom niet?Je hebt gedronken.

Solvejg.

’k Durf niet. Waarom niet?Je hebt gedronken.

(gaat met Helga weg).

Peer Gynt.Je mes moest je hun kunnen stekenDwars door hun korpus … allemaal!

Peer Gynt.

Je mes moest je hun kunnen steken

Dwars door hun korpus … allemaal!

De Bruidegom(stoot hem aan met zijn elleboog).Kan jij mij niet bij mijn bruid binnen laten?

De Bruidegom(stoot hem aan met zijn elleboog).

Kan jij mij niet bij mijn bruid binnen laten?

Peer Gynt(verstrooid).Je bruid? Waar is die?

Peer Gynt(verstrooid).

Je bruid? Waar is die?

De Bruidegom.Je bruid? Waar is die?In ’t blokhuis.

De Bruidegom.

Je bruid? Waar is die?In ’t blokhuis.

Peer Gynt.Je bruid? Waar is die? In ’t blokhuis.Zoo, zoo.

Peer Gynt.

Je bruid? Waar is die? In ’t blokhuis.Zoo, zoo.

De Bruidegom.Och toe, Peer Gynt, doe jij eens je best!

De Bruidegom.

Och toe, Peer Gynt, doe jij eens je best!

Peer Gynt.Neen, jij moet ’t zonder mijn hulp klaar spelen.(een gedachte gaat hem door het hoofd; hij zegt zachtjes en heftig:)Ingrid in ’t blokhuis!(nadert Solvejg).Ingrid in ’t blokhuis!Heb jij je bedacht, zeg?(Solvejg wil doorgaan, hij treedt haar in den weg).Je schaamt je omdat ik wel een schooier lijk.

Peer Gynt.

Neen, jij moet ’t zonder mijn hulp klaar spelen.

(een gedachte gaat hem door het hoofd; hij zegt zachtjes en heftig:)

Ingrid in ’t blokhuis!(nadert Solvejg).

Ingrid in ’t blokhuis!Heb jij je bedacht, zeg?

(Solvejg wil doorgaan, hij treedt haar in den weg).

Je schaamt je omdat ik wel een schooier lijk.

Solvejg(haastig).Dat doe ik niet, neen, en dat ’s ook niet waar!

Solvejg(haastig).

Dat doe ik niet, neen, en dat ’s ook niet waar!

Peer Gynt.Jawel, en ’n beetje heb ik ’m òm;Maar dat was uit nijd, omdat jij mij afwees.Kom nou!

Peer Gynt.

Jawel, en ’n beetje heb ik ’m òm;

Maar dat was uit nijd, omdat jij mij afwees.

Kom nou!

Solvejg.Kom nou!’k Mag niet, al zou ik wel willen!

Solvejg.

Kom nou!’k Mag niet, al zou ik wel willen!

Peer Gynt.Voor wie ben je bang?

Peer Gynt.

Voor wie ben je bang?

Solvejg.Voor wie ben je bang?Voor vader ’t meest.

Solvejg.

Voor wie ben je bang?Voor vader ’t meest.

Peer Gynt.Vader? O, dat is zeker zoo’n stille!Die ’t hoofd laat hangen? Of niet soms, zeg?

Peer Gynt.

Vader? O, dat is zeker zoo’n stille!

Die ’t hoofd laat hangen? Of niet soms, zeg?

Solvejg.Wat moet ik zeggen?

Solvejg.

Wat moet ik zeggen?

Peer Gynt.Wat moet ik zeggen?Hoor je tot de vromen?Je vader, je moeder, en ook jij?Nou, kan je niet spreken?

Peer Gynt.

Wat moet ik zeggen?Hoor je tot de vromen?

Je vader, je moeder, en ook jij?

Nou, kan je niet spreken?

Solvejg.Nou, kan je niet spreken?Laat mij met rust.

Solvejg.

Nou, kan je niet spreken?Laat mij met rust.

Peer Gynt.Neen!(gedempt maar heftig en bangmakend:)Neen!Ik kom bij je als een booze geest!Ik kom voor je bed staan, als de klok twaalf slaat van nacht.Hoor je dan om je heen blazen en sissen,Dan hoef je niet te denken dat het maar de kat is.Dat benikdan! Ik tap je bloed af in een kop;En je kleine zusje eet ik heelemaal op;Ja, je moet ’t maar weten dat ik ’s nachts een weerwolf ben.’k Zal je bijten in je lenden, je rug …(slaat plotseling over en smeekt als in angst:)Dans met mij, Solvejg!

Peer Gynt.

Neen!(gedempt maar heftig en bangmakend:)

Neen!Ik kom bij je als een booze geest!

Ik kom voor je bed staan, als de klok twaalf slaat van nacht.

Hoor je dan om je heen blazen en sissen,

Dan hoef je niet te denken dat het maar de kat is.

Dat benikdan! Ik tap je bloed af in een kop;

En je kleine zusje eet ik heelemaal op;

Ja, je moet ’t maar weten dat ik ’s nachts een weerwolf ben.

’k Zal je bijten in je lenden, je rug …

(slaat plotseling over en smeekt als in angst:)

Dans met mij, Solvejg!

Solvejg(kijkt hem donker aan).Dans met mij, Solvejg!Hè, dat was slecht!

Solvejg(kijkt hem donker aan).

Dans met mij, Solvejg!Hè, dat was slecht!

(gaat de kamer binnen).

De Bruidegom(komt weer aangeslenterd).Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!

De Bruidegom(komt weer aangeslenterd).

Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!

Peer Gynt.Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Dat ’s goed!

Peer Gynt.

Je krijgt van mij een koe, als je me helpt!Dat ’s goed!

(Zij gaan achter het huis. Op ’t zelfde oogenblik komt er een heele troep van de dansplaats; de meesten zijn dronken. Drukte en lawaai, Solvejg en Helga komen met hun ouders en een aantal oudere gasten aan de deur).

De Keukenmeester(tegen den smid die vooraan staat in den troep:)Bedaard!

De Keukenmeester(tegen den smid die vooraan staat in den troep:)

Bedaard!

De Smid(trekt zijn buis uit).Bedaard!Neen, nu moet ’t maar uitgemaaktWorden, Peer Gynt of ik moet ’t veld maar ruimen.

De Smid(trekt zijn buis uit).

Bedaard!Neen, nu moet ’t maar uitgemaakt

Worden, Peer Gynt of ik moet ’t veld maar ruimen.

Eenigen.Ja, laat ze eens vechten!

Eenigen.

Ja, laat ze eens vechten!

Anderen.Ja, laat ze eens vechten!Neen, enkel razen!

Anderen.

Ja, laat ze eens vechten!Neen, enkel razen!

De Smid.Woorden doen niets; de vuist moet het doen.

De Smid.

Woorden doen niets; de vuist moet het doen.

Solvejg’s Vader.Kalm toch, man!

Solvejg’s Vader.

Kalm toch, man!

Helga.Kalm toch, man!Moeder, gaan ze ’m slaan?

Helga.

Kalm toch, man!Moeder, gaan ze ’m slaan?

Een Jongkerel.Laat ons liever pret maken over zijn leugens.

Een Jongkerel.

Laat ons liever pret maken over zijn leugens.

Een Tweede.’m Jagen van de dansvloer!

Een Tweede.

’m Jagen van de dansvloer!

Een Derde.’m Jagen van de dansvloer!’m Spuwen in zijn bakkes!

Een Derde.

’m Jagen van de dansvloer!’m Spuwen in zijn bakkes!

Een Vierde(tegen den smid:)Blijf jij er bij, zeg?

Een Vierde(tegen den smid:)

Blijf jij er bij, zeg?

De Smid(gooit zijn buis uit).Blijf jij er bij, zeg?’t Beest wordt geslacht, hoor!

De Smid(gooit zijn buis uit).

Blijf jij er bij, zeg?’t Beest wordt geslacht, hoor!

Solvejgs Moeder(tegen Solvejg:)Nou zie je eens hoe ze dien vent hier achten.

Solvejgs Moeder(tegen Solvejg:)

Nou zie je eens hoe ze dien vent hier achten.

Aase(komt met een stok in de hand).Is Peer mijn zoon hier? Want nou krijgt hij slaag;’k Geef hem een rammeling die hem heugen zal!

Aase(komt met een stok in de hand).

Is Peer mijn zoon hier? Want nou krijgt hij slaag;

’k Geef hem een rammeling die hem heugen zal!

De Smid(stroopt zijn hemdsmouwen op).Voor zoo’n schavuit is ’n stok veel te zacht.

De Smid(stroopt zijn hemdsmouwen op).

Voor zoo’n schavuit is ’n stok veel te zacht.

Sommigen.Aslak zal ’m raken.

Sommigen.

Aslak zal ’m raken.

Anderen.Aslak zal ’m raken.’m Beuken!

Anderen.

Aslak zal ’m raken.’m Beuken!

De Smid(spuwt in zijn handen en knikt Aase toe).Aslak zal ’m raken. ’m Beuken!’k Hang hem op!

De Smid(spuwt in zijn handen en knikt Aase toe).

Aslak zal ’m raken. ’m Beuken!’k Hang hem op!

Aase.Wat! Ophangen, Peer! Probeer ’t als je durft;…Tanden en nagels heeftAasenog wel!Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!

Aase.

Wat! Ophangen, Peer! Probeer ’t als je durft;…

Tanden en nagels heeftAasenog wel!

Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!

De Bruidegom(komt hard aangeloopen).Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!Wel, godallemachtig!Kom, vader, moeder,…!

De Bruidegom(komt hard aangeloopen).

Waar is hij?(roept over de dansvloer)Peer!Wel, godallemachtig!

Kom, vader, moeder,…!

De Vader.Kom, vader, moeder,…!Wat is er te doen?

De Vader.

Kom, vader, moeder,…!Wat is er te doen?

De Bruidegom.Peer Gynt heeft …!

De Bruidegom.

Peer Gynt heeft …!

Aase(gilt).Peer Gynt heeft …!Hebben ze ’m doodgeslagen?

Aase(gilt).

Peer Gynt heeft …!Hebben ze ’m doodgeslagen?

De Bruidegom.Neen, Peer Gynt …! Kijkt daar eens op den berg..

De Bruidegom.

Neen, Peer Gynt …! Kijkt daar eens op den berg..

De Menigte.Met de bruid!

De Menigte.

Met de bruid!

Aase(laat den stok vallen).Met de bruid!Zoo’n schoelje!

Aase(laat den stok vallen).

Met de bruid!Zoo’n schoelje!

De Smid(als uit de lucht gevallen).Met de bruid! Zoo’n schoelje!Tegen de steilste kantenKlautert de kerel op als een geit!

De Smid(als uit de lucht gevallen).

Met de bruid! Zoo’n schoelje!Tegen de steilste kanten

Klautert de kerel op als een geit!

De Bruidegom(huilend).Hij draagt haar, moeder, als een beer een zwijn!

De Bruidegom(huilend).

Hij draagt haar, moeder, als een beer een zwijn!

Aase(maakt een dreigend gebaar tegen hem).O, viel je er maar af, dat je …(gilt in angst:)O, viel je er maar af, dat je …Wees toch voorzichtig!

Aase(maakt een dreigend gebaar tegen hem).

O, viel je er maar af, dat je …(gilt in angst:)

O, viel je er maar af, dat je …Wees toch voorzichtig!

De Boer van Haegstad(komt blootshoofds en bleek van woede:)Ik draai hem den nek om voor deze streek!

De Boer van Haegstad(komt blootshoofds en bleek van woede:)

Ik draai hem den nek om voor deze streek!

Aase.God neen! ’k Mag sterven als ik dat laat begaan!

Aase.

God neen! ’k Mag sterven als ik dat laat begaan!

EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF.


Back to IndexNext