Van de drie laatstelijk voor den vreemden handel geopende havens is Iloilo de meest belovende. De provincie Iloilo is eene der meest bevolkte van de Philippijnen. Zij bevat meer dan een half millioen inwoners, en ofschoon gedeelten van de provincie zeer dun bevolkt zijn, is er eene gemiddelde bevolking van meer dan 2000 inwoners per vierk. mijl. Behalve de pueblos die ik bezocht en waarvan ik een korte beschrijving zal geven, heeft Cabatuan 23,000, Miagao 31,000, Dumangas 25,000, Janiuay 22,000, Pototan 34,600 en verschillende andere meer dan 10,000 zielen. De provincie is niet alleen eene van de meest bevolkte, maar welligt de meest productive in den landbouw, de meest active in het fabriekwezen en de industrie en behoort onder de meest beschaafde der Philippijnen1. Zij bezit uitgestrekte en bebouwde vlakten en met boschland begroeide bergen;hare wegen behooren onder de beste, die ik op den Archipel heb gezien. Aan den ingang van het kanaal bevindt zich een aantal eilanden, genaamd de zeven (dood)zonden (los Siete Pecados). Het groote eiland Giumaras grenst ten zuiden van het kanaal; sommigen onzer bezochten het en keerden terug, verrukt over de uitgestrekte dropsteenen holen, die zij doorgingen, nadat zij ze niet zonder moeite bereikt hadden over de rotsen, door de bosschen en over de stroomen, die hun voortgaan belemmerden. De bosschen zijn vol wild en de rivier Cabatuan vloeit over van krokodillen. Er zijn vele beekjes en rivieren, die den bebouwer tot groote hulp strekken en wij vonden eene groote hoeveelheid vee. De ponies van Iloilo behooren onder de beste in den Archipel en men heeft de aandacht gevestigd op de schapenfokkerij. Er wordt veel zout gemaakt en er bestaat eene belangrijke visscherij vantripang(zeeslakken) en schildpadden, wegens de schillen. Het eiland is voorts zeer beroemd om de pina-fabrikatie, nipas en sinamays genaamd, waarvan sommige uiterst fijn en schoon zijn; zij worden in groote hoeveelheid uitgevoerd en zij zijn zelfs in Europa zeer vermaard.Bij de komst der Spanjaarden vonden zij het district bezet door beschilderde Indianen, vol bijgeloof, dat, niettegenstaande het onderrigt van de Augustijner-monniken, nog altijd voortheerscht, vooral ten tijde van openbare ongelukken. Zij behooren onder de best gevormde der Indianen, spreken een dialect van het Bisajaansch, dat zijHiligueynanoemen, maar in de meer verwijderde gedeelten komt een andere tongval, hetHalayo, meer voor. De Augustijnen bogen er op 50,000 familiën in 1566 te hebben bekeerd, maar zij konden hen niet bewegen hunne landen te bebouwen en hunne overproducten in te zamelen, en toen de sprinkhanen het district hadden verwoest, kwam meer dan de helft van de bevolking in de twee volgende jaren van honger om. Maar de zendelingen maakten geen vorderingen onder deNegritos, die in de woestere gedeelten van de bergachtige streken woonden en waarheen menigeen zich begaf, die zich aan de magt der vijanden wenschte te onttrekken. Deze wilden hebben niet zelden de dorpen aangevallen van de bekeerde Indianen, maar in latere jaren hebben zij het voorzigtiger en voordeeliger geacht daarheenhun was en pek te brengen en ze voor rijst en kleederen te ruilen. Zij hebben geen algemeenen bestuurder, maar iedere stam heeft zijn erkend hoofd, en men zegt, dat, wanneer zij tot de keus moeten overgaan van een opvolger voor een vertrokken hoofd, zij deputatiën naar de zendelingen zenden en deze hunnen raad en bijstand in hunne keus vragen. Vroeger werd het district dikwijls door zeeroovers aangevallen, die groote verwoestingen aanrigtten en verscheidene steden vernielden. In 1716 vielen de Hollanders de sterkte van Iloilo aan, doch werden gedwongen af te trekken na een belangrijk verlies aan dooden en gewonden. Er heeft eene groote vermeerdering in de bevolking plaats gehad, die in 1736 bedroeg, 67,708, in 1799, 176,901 en in 1845, 277,571 zielen; terwijl bij den laatsten census er 527,970 inwoners bleken te zijn, waarvan 174,874 belasting betalen. Er is een klein aantal Spanjaarden; daarentegen zijn er vele mestizen, waarvan de meestensangleyszijn, de afstammelingen van Chinesche vaders en inlandsche moeders. De vermeerdering van de bevolking moet groot zijn, daar de census in 1857, 17,675 geboorten en slechts 9,231 sterfgevallen gaven.Men komt naar Iloilo door een kanaal tusschen een zandbank (die bijna een mijl de grenzen overschreden heeft, in de kaarten aangegeven) en het eiland Guimaras. De stad schijnt nabij, als men ze nadert, maar de rivier, waardoor de vaartuigen komen, maakt eene belangrijke kronkeling en loopt rondom digt bij de stad. Wij ontdekten eene groote fortificatie, maar het kon voor ons geene salutschoten doen, en wij werden daardoor ontheven van den pligt om H. M. kruid te verschieten, maar zoo niet in den vorm van veel geraas makende groeten, betoonden de Spaansche autoriteiten toch de meeste hoffelijkheid jegens de officieren en het scheepsvolk van ons fregat, voor de dienst en het onderhoud waarvan al het mogelijke werd gedaan. Wij werden spoedig begroet door een heer van het Britsche vice-consulaat. De vice-consul keerde naar Iloilo terug, den dag na onze komst. Het zou inderdaad goed zijn, als alle Britsche ambtenaren zooveel bekwaamheid, kennis en geneigdheid om nuttig te zijn bezaten als wij in den heer Loney vonden, waaraan de handel van de Philippijnen in het algemeenen de haven van Iloilo in het bijzonder, groote verpligtingen heeft. Hem, meer dan een ander, is de ontwikkeling van den handel van Panay veel verschuldigd.Vooral van den gouverneur van Iloilo, kolonel José Maria Carlès, ondervond ik zeer veel goedheid. Hij ging onder eene treurige ramp gebukt—rampen komen overal op de wereld voor—het verlies van een eenigen en veelbelovenden zoon, die hem als gouverneur van de provincie voorgegaan en zoo algemeen bemind was, dat het volk ernstig bij den Kapitein-Generaal er op aandrong, dat de vader hem mogt opvolgen, hetgeen werd toegestaan. Het was treffend de verschillende blijken van de sympathie en het leedwezen des volks te zien, die den dood en de begrafenis van Don Emilio Carlès vergezelden, wien niet minder dan 50 rijtuigen naar zijn graf in Arévalo volgden. Ik ging meer dan eens met den treurenden vader door het dorp; ten tijde dat ik zelf onder hevige smarten gebukt ging, vond ik dien troost bij het herdenken van en de herinnering aan anderen van de deugden des overledenen. Deze zijn de beste monumenten, hoezeer zij niet op steenen tafels zijn geschreven.De principalia van Molo kwamen ons op een bal verzoeken, dat in het meeste genoegen afliep. De plaats is zeer nijver; zij was in oude tijden eene Chinesche kolonie en wordt nu bewoond door mestizen en hunne afstammelingen, waarvan de meeste met Chineesch bloed vermengd zijn. De pueblo telt 16,428 inwoners, waarvan 1,106 mestizen zijn. Het is eene der drukste steden van het eiland en alles ziet er voorspoedig en werkzaam uit. In sommige woningen vindt men in hetzelfde vertrek vele werktuigen, waarmede pina-stoffen worden vervaardigd. De plaats was bij gelegenheid van het bal schitterend geïllumineerd en de gobernadorcillo hield eene redevoering in het Spaansch, waarbij hij verklaarde dat de plaats zeer vereerd was door onze tegenwoordigheid, en dat de herinnering aan dezen dag hun lang zou bijblijven. Vele mestizen houden rijtuigen, die ter beschikking van onze vrienden werden gesteld en die zich bij den optogt voegden, toen wij met muziek en vuurwerk door de stad begeleid werden. Molo is een eiland, dat door twee beeken wordt gevormd en waarop men aan beide zijden over bruggen komt. Ik meen dat het eene der weinigeplaatsen is, die door een wereldlijken geestelijke worden bediend. Zij ligt vier mijlen van Iloilo, de weg is goed en men ziet vele Indiaansche huizen aan beide zijden van den weg. Achter bijna al deze vindt men tuinen, waarin plantanen, kokosnoten, broodvruchten, cacao, betel en andere gewassen groeijen. De suikerkultuur scheen uitgestrekt te zijn en men heeft vele padievelden benevens eene groote maïs-kultuur.De Gouverneur en Britsche vice-consul vergezelden ons op onze genoegelijke uitstapjes in het binnenland, waarbij wij sommige der meest bevolkte pueblos van de provinciën bezochten. Wij reisden in gemakkelijke rijtuigen, terwijl de monniken of de gobernadorcillos ons van versche paarden voorzagen; in de kloosters werden wij gewoonlijk ontvangen en wij vonden daar steeds het meest gastvrije onthaal. Wij hadden een dag bepaald om Janiuay te bezoeken en wij hielden eerst te Jaro, een pueblo van meer dan 22,000 zielen, halt. De wegen waren op de gewone wijze versierd; van de Indiaansche hutten wapperden de vlaggen, de principalia te paard kwamen tot ons geleide en de inlandsche muziekkorpsen vergezelden ons toen wij het volkrijke gedeelte der stad intraden en verlieten. Jaro wordt als de rijkste plaats op het eiland Panay geacht. Het werd in 1584 of 1585 gesticht. Op eenigen afstand rondom de plaats wordt veel verbouwd. Zij boogt op hare steenen brug, die meer dan 700 voet lang en 36 voet breed is. De bouw daarvan, even als de daarstelling van de uitmuntende wegen, die naar de pueblo geleiden, is men verschuldigd aan de milddadigheid van een’ geestelijke, die door zijn’ souverein wegens zijne vaderlandslievende opofferingen tot ridder werd gemaakt. Ofschoon het land vlak is, maakt het rijke gewas aan de oevers der stroomen en langs den hoogweg het landschap schilderachtig. Er worden vele fijne stoffen en katoen, pina en zijde vervaardigd. Deze fabrikaten worden te koop gebragt op eene wekelijksche markt, die donderdags gehouden en druk bezocht wordt door lieden uit alle deelen der provincie; zij is de grootste van de Iloilo-missen. Van Jaro begaven wij ons naar Santa Barbara, een pueblo van 23,000 zielen. Hier werden wij in het klooster derAugustijner-monnikenontvangen, in wier handen al de geestelijke ambten van Iloilo zich bevinden; aan een hunner haddenwij het genoegen om hem naar Manilla mede te nemen, waarheen hij zich moest begeven als afgevaardigde op de jaarlijksche vergadering van de broederschap. Hier bezochten ons andereAugustijner-monniken, die ons allen uitnoodigden van de gastvrijheid in hunne ruime kloosters gebruik te maken. Santa Barbara is eene nieuwerwetsche stad, die in 1759 is gebouwd en onder de speciale bescherming staat van den heilige, wiens naam zij draagt. Zij heeft in de algemeene welvaart der provincie gedeeld: in 1820 had zij geene fabrieken, maar zij heeft thans eene wekelijksche markt tot verkoop van de producten harer werktuigen, die hoofdzakelijk bestaan uit katoen, zeildoek, matrassen, dekens, enz. De bosschen leveren fijn timmerhout en materialen voor kabinetwerk en zijn gevuld met wilde bijen, wier was en honig een belangrijk artikel van trafiek vormen. De rijtuigen en paarden dermonnikenwaren uitmuntend. Onze volgende pleisterplaats was Cabatuan, dat iets grooter dan Santa Barbara is. Cabatuan werd in 1732 gesticht. Zij ligt aan de oevers van de rivier Tiguin, die somtijds bijna droog is en op andere tijden het land sterk overstroomt. De talrijke krokodillen maken het visschen onveilig en de scheepvaart zelfs van kleine booten wordt dikwijls afgebroken, hetzij door den overvloed, hetzij door het gebrek aan water. Er is veel productie van rijst en van kokosnoten-olie tot verlichting. Van Cabatuan gingen wij naar Janiuay, waarmede wij onze dagreize en ons bezoek in het binnenland eindigden. Deze plaats wordt op de oude kaarten der provincie Matagul genoemd en telt ongeveer hetzelfde aantal inwoners als Santa Barbara. Het klooster en de kerk staan op een eenigzins hoogen grond en leveren een schoon gezigt op over de pueblo en het omringende land. Vele vrouwen houden zich met den arbeid aan de werktuigen bezig, maar de landbouw is de voornaamste industrie van den omtrek. Wij hadden gehoopt den Dingle-berg te bezoeken, waarvan een der holen of grotten het aanzien moet hebben van een tempel van schilderachtigen bouw, met rots-kristal en massa’s marmer en albast versierd, die de wanden vormen, terwijl een ander hol uit graniet bestaat, waarvan men veel op deze plaats vindt,—maar wij moesten naar Iloilo terugkeeren om met voorname personaadjes aan een diner deel te nemen, dat, als gewoonlijk, door een bal werd gevolgd.Daar het huis van den gouverneur zich op eenigen afstand van de stad bevond, werden wij beleefd onthaald in dat van een der inlandsche kooplieden, lief aan de kade van de rivier gelegen. Verscheidenemonniken, die onze gastheeren geweest waren, vonden wij hier als gasten, en het gulle onthaal, dat wij hier ondervonden, regtvaardigde niet de voortdurende beleefde betuiging van leedwezen over het verschil in de ontvangst, de lompheden van de inlandsche bedienden (waarmede wij ons soms vermaakten) en het contrast tusschen de gemakken, die Europa en die welke eene afgelegene Spaansche kolonie op de Philippijnen konden aanbieden; maar er heerschten zulk eene gulheid, goed onthaal en vriendschappelijkheid, dat het onmogelijk was anders dan dankbaar en tevreden te zijn en wanneer wij op dit ondermaansche al doen wat wij kunnen, volbrengen wij ruim onzen pligt.Den volgenden dag maakten wij ons gereed voor een bezoek van de verschillende pueblos aan de kust, en vroeg in den morgen in onze rijtuigen stappende, kwamen wij door Molo en Arévalo naar Oton. Arévalo heeft eenige vermaardheid in de jaarboeken der Philippijnen en had een bijzonder belang voor den gouverneur, daar hier laatstelijk de genegenheid der Indianen voor zijn zoon gebleken was, wiens begrafenis zij met zooveel bijzondere bewijzen van sympathie en leedwezen hadden vereerd. Arévalo was vroeger de residentie van den gouverneur; zij werd in 1581 door Ronquillo gebouwd, die haar den naam van zijne geboorteplaats gaf. Door de Indianen geplunderd, door zeeroovers aangevallen en terwijl haar bestuur geheel was gedesorganiseerd, bleef het geruimen tijd verlaten, en daar de zetel der magt naar Iloilo is overgebragt, levert Arévalo niet veel levendigs op; er bevinden zich ongeveer 8,000 inwoners in dit district. Te Oton zagen wij van uit het Augustijner-klooster eene belangwekkende plegtigheid. Het was op een zondag en bij het verlaten van de kerk werden de inwoners bij trommelslag gewaarschuwd eene proclamatie van het Gouvernement te hooren lezen. Zij waren allen in hunne fraaiste kleederen, en mannen, vrouwen en kinderen vormden een kring rondom een der inlandsche Indiaansche autoriteiten, die, met luider stemme, in de Bisajaansche taal het document voorlas, dat hem bevolen was aan het volk mede tedeelen. Er heerschte eene volmaakte stilte gedurende de lezing en de menigte verspreidde zich rustig. Langs de kust zijn fortificatiën opgerigt en eene groote verscheidenheid van fabrikaten werd ons voorgelegd. Er worden veel Engelsche katoenen twist verkocht, die de schering van de meeste fabrikaten uitmaken2. Wij zagen zijden en katoenen dekens; verschillende soorten van gekleurde ginghams; weefsels, waarin de vezelen van de abaca en de pina met onze katoenen draden waren vermengd, waarvan de invoer echter tot de kleuren is beperkt, die de Indianen zelve niet kunnen verwen. Oton telt ongeveer 23,000 inwoners. Ik heb opgemerkt dat de evenredigheid van de geboorten tot de sterfgevallen ongeveer vier tot één staat, en dat terwijl er vijf geboorten op een huwelijk plaats hebben, er nog geen derde meer sterft dan huwt, zoodat de vermeerdering der bevolking zeer groot kan geacht worden. In 1818 bedroeg zij nog geene 9,000 zielen. Tigbauan, met zijne 21,000 inwoners, was onze volgende pleisterplaats. Zijn algemeen uitzigt gelijkt dat van Oton. Rijst is de voornaamste landbouw-productie, maar de vrouwen houden zich het meest bezig met het weven van stoffen, die op de markten in Albay en Camarines worden verkocht. Wij werden uit het Augustijner-klooster door een monnik van Giumbal vergezeld, die blijkbaar veel invloed uitoefende over zijne broeders en over de geheele gemeente. Zijne conversatie was onderhoudend en leerzaam. Hij had een fraai span paarden, een schoon rijtuig en hij besteedt zijne ruime inkomsten met edelmoedige milddadigheid. Om niet te herhalen wat reeds zoo dikwijls heeft plaats gehad, maakten de Indianen, gedurende onze geheele reis, feestdagen tot onze ontvangst, die overal het aanzien van publieke feesten hadden. Nadat de principalia ons tot de kloosters haddenvergezeld, ik hen bedankt en de gouverneur en de monnik hen hun afscheid gegeven hadden, werd een aantal jonge meisjes binnengebragt, wie de bediening van de tafel en van de gasten was opgedragen. Er lag eene vreemdsoortige afwisseling van nieuwsgierigheid, vrees en eerbied in haar gedrag, doch zij verzamelden zich rondom mijn armstoel; hare helderzwarte oogen zagen mij vragend aan en schenen mijne bevelen te vragen, terwijl eene, die wel eene kleine van den geestelijken vader scheen, haar hand in de krullen van mijn wit haar stak, die zij eenige bewondering waardig scheen te achten; maar de monnik zeide mij dat zij onder elkander vroegen hoe het mogelijk was dat ik een generaal en voornaam man kon zijn, terwijl ik toch geen goud op mijne kleederen droeg; ik was niet half zoo fraai gekleed als de ambtenaren, die zij gewoon waren te zien. Zij waren zeer fier op sommige pina-kleederen, die zij droegen, en de eene na de andere kwam bij mij om de fijnheid daarvan te laten zien. Zij droegen zorg mij van cigaren te voorzien en dat er licht gereed stond als de cigaar uitgebrand was, en toen wij aan onzen welvoorzienen maaltijd zaten, waren verscheidene bij de hand om de schotels weg te nemen, andere aan te brengen en toe te zien of wij wel voorzien waren van de lekkernijen van den dag. Op onzen terugweg naar Iloilo, vernamen wij dat de principalia van Molo ons in hunne rijtuigen naar onze woning zouden geleiden; zij wachtten ons op den grooten weg, zoodat wij te zamen eene geheele processie uitmaakten. Zij hadden vooraf kapitein Vansittart en de officieren derMagicienneop hun bal uitgenoodigd en velen wachtten, terwijl zij tot in den vroegen morgen dansten.Den volgenden dag verlieten wij Iloilo. De gouverneur en verschillende van de voornaamste lieden, waaronder zich eene groote groep Augustijner-monniken bevonden, vergezelden ons met muziek naar het schip. Drie luide uitroepen van een dankbaar hoerah deden zich van ons dek hooren en werden vriendschappelijk door onze gastheeren beantwoord en zoo wenschten wij Iloilo het vaarwel en voortdurend welzijn toe.Ik heb sir William Hooker, ten behoeve van het Museum der Koninklijke tuinen te Kew, zestig soorten van hout gezonden, dat in denoordelijke en westelijke districten van het eiland Panay en in de provincie Antigue groeit, waarvan de voornaamste zijn: hetmolave, het nuttigste en meest vaste van de Philippijnsche houtsoorten, dat voor alle bouwwerk wordt gebruikt;bancaluag, voor fijn werk;dungon, voor schepen en gebouwen;bagoarour, bouw- en kabinetwerk;lumati, eene soort van teak;guisoc, eene buigzame soort voor schepen en huizen;ipilheeft gelijke verdiensten;naga, dat op mahony gelijkt en voor meubelen wordt gebruikt;cansalod, planken voor vloeren;maguilomboy, voor hetzelfde doeleinde;duca,baslayan,oyacya, voor scheepsbouw;tipolo, voor muziek-instrumenten;lanipga, eene soort van ceder, dat voor graveer- en beeldhouwwerk wordt gebruikt;bayog, voor masten en raën;bancal, voor zolderingen en graveerwerk;malaguibuyo, voor vloeren;ogjayan, buigzaam voor verbindingen enz.;lanitan, voor guitars, violen enz.;janlaatan, voor meubelen;lauaan, voor schepen;basa, in groote blokken voor bouwwerk en schepen;talagtag, voor kabinetwerk;nino, de bast, die voor roode en gele kleurstof wordt gebruikt;bacan, bouten;panao, een medicinaal hout, dat de Indianen voor zeere oogen gebruiken;banate, eene fijne en sterke kist- en houtsoort, die voor biljard-queuen naar Europa is uitgevoerd;bancolinao, ebbenhout;casla, heeft eene vrucht, die op eene Fransche boon gelijkt, waarvan de olie door de inlanders voor hunne lampen wordt gebruikt;jaras, voor den bouw van huizen. Men zal opmerken, dat al deze hunne Indiaansche namen dragen, die de Spanjaarden ze gewoonlijk geven.Ten opzigte van den handelstoestand en de vooruitzigten daaromtrent van al de centrale en zuidelijke eilanden van den Philippijnschen Archipel, heb ik de meest gunstige bijzonderheden verkregen, die de vice-consul van Iloilo, de heer Loney, in 1857 aan den consul van Manilla heeft gegeven en waaraan ik het volgende ontleen.Dat gedeelte van de Philippijnen, die de Bisajas genoemd worden, kan men over het algemeen beschouwen als al de eilanden ten zuiden van Luzon omvattende, ofschoon, strikt genomen, zij alleen beslaan die van Samar, Leyte, Panay, Negros, Cebu, Bohol (met de onderhoorigheden Tablas, Romblon, Sibuyan, enz.) en vierprovinciën: Misamis, Caraga, Zamboanga en Nueva Guipuzcoa, van het belangrijke eiland Mindanao, na Luzon het schoonste en grootste van den Archipel.De administratie van de inkomsten der Bisajas was vroeger opgedragen aan een bijzonder bestuur (Gobierno Intendencia de Bisayas) in de stad Cebu gevestigd, doch daar deze administratie in 1849 is afgeschaft, staan al de provinciën, wat hare inkomsten betreft, nu gelijkelijk onder de contrôle van de super-intendencia te Manilla. Terwijl echter de provinciën en districten van Luzon (met uitzondering van Cavite, La Isabela, Nueva Viscaya, El Abra, San Mateo en La Union) door burgerlijke ambtenaren (alcaldes mayores) worden bestuurd, is het beheer over de Bisajas opgedragen aan militaire beambten (gobernadores militares y politicos) van den rang van kapitein tot kolonel, die bij vele gelegenheden worden bijgestaan door een luitenant-gouverneur, een civiel beambte en gewoonlijk door een regtsgeleerde, die kennis neemt van alle gewone civiele en criminele zaken.De groep der Bisajas wordt meestal door een ras bewoond, dat in alle hoofdtrekken op het Tagalog- en andere Maleische rassen van Luzon gelijkt. Hunne taal kan als een dialect van het Tagalogsch worden aangemerkt, ofschoon de klank harder is en het niet zoo woordenrijk, zoo verfijnd en aan grammaticale regels onderworpen is als deze laatste tongval. In het Bisajaansch vindt men meer Maleische woorden dan in de op Luzon gesproken dialecten. De inlanders van deze eilanden en die van Luzon verstaan elkander slecht, ofschoon hunne talen blijkbaar van dezelfde hoofdtaal zijn afgeleid.De Bisajas leveren een gehard, zeevarend volk, maar als regel kan eene algemeene neiging tot luiheid, die aan den Philippijnschen «Indiaan» wordt toegeschreven, in een welligt nog hoogeren graad worden toegeschreven aan de bewoners van de geheele zuidelijke groep, en maakt tegenwoordig, bij gemis aan eenige doelmatige middelen tot dwang, een der voornaamste hinderpalen uit tegen eene snellere uitbreiding van den landbouw door de invoering van Europeesch kapitaal.De Christen-bevolking van de Bisajas wordt gerekend als volgt:Samar118,000Leyte115,000Romblon16,600Panay:Capiz135,000Iloilo450,000Antique80,000Cebu en Bohol385,200Negros108,000Calamianes18,000Mindanao:Misamis44,500Carago (Surigao)15,300NieuwGuipuzcoa(Bislig enDavao)11,200Zamboanga12,000Totaal1,508,800Onder deze zijn niet begrepen de onafhankelijke stammen, die de bergen in het binnenland bewonen; men kan hun aantal eenigzins berekenen uit eene aanteekening van het aantal dergenen, welke in 1849 in de onderstaande provinciën hebben gewoond, als:Misamis66,000Samar25,964Leyte (niet met zekerheid bekend).Negros8,545Panay13,900Cebu4,903Totaal119,312De meeste niet-onderworpen stammen (vooral Mohammedanen) bewonen Mindanao, waarvan de totale bevolking algemeen op bijna een millioen zielen wordt berekend.Het eiland Panay, gunstig omstreeks het centrum van degroep der Bisajas gelegen, is aan zijn naaste punt, zijnde Potol—op 11° 48’ NB. en 122° WL. van Greenwich—180 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd. Het is bijna driehoekig gevormd en heeft eene uitgestrektheid van ongeveer 300 mijlen. Het is het vijfde in grootte van de Philippijnsche eilanden en volgt in dit opzigt op Luzon, dat 1,059, op Mindanao, dat 900, op Paragua, dat 420, en op Samar, dat 390 mijlen in omvang heeft, doch hoezeer kleiner dan de zoo even genoemde eilanden, is het, na Luzon, het meest bevolkte van den Archipel, wanneer Mindanao, met zijne onbekende bevolking van voormelde onafhankelijke stammen, daarbuiten gerekend wordt.Panay is verdeeld in de drie provinciën Capiz, Antique en Iloilo, die te zamen eene bevolking van ongeveer 665,000 zielen hebben.Capiz beslaat het geheele noordelijke gedeelte van de kust van Panay, een afstand van 77 mijlen. Zijne grenzen in het binnenland kunnen bepaald worden door een kromme lijn, die een weinig ten oosten van Punt Bulacan begint, langs de Pico de Arcangel, in de Siauragan-bergen, en westwaarts naar Pandan, aan de kust loopt. Zijne hoofdstad is Capiz, aan de rivier van dien naam gelegen. Ofschoon ten zuiden en ten westen door eene ongeregelde serie van bergketenen afgebroken, bestaat het grootste gedeelte van het grondgebied van Capiz uit uitgestrekte laag liggende vlakten, die rijst in groote hoeveelheid produceren. Het eiland bezit een paar goede havens, vooral die van Batan en Capiz zelf, aan de zamenvloeijing van de rivieren Panay en Capiz gelegen, biedt eene veilige ankerplaats aan. De belasting-betalende bevolking wordt officiëel op 135,000 zielen berekend.Antique neemt de westelijke zijde van het eiland in, langs eene uitgestrektheid van 84 mijlen—van punt Naso ten zuiden tot Pandan ten noorden—is van driehoekigen vorm en wordt aan het noorden door de provincie Capiz, ten zuiden en oosten door Iloilo en ten westen door de zee begrensd. Antique is zeer bergachtig en, betrekkelijk dun bevolkt, produceert het tegenwoordig niet veel voor den uitvoer, vooral ook omdat de meerdere ontwikkeling van zijne hulpbronnen wordt belemmerddoor het gebrek aan goede havens, waarvan het geen enkele langs de geheele linie van de kust bezit. Aan zijne hoofdstad en haven, San José de Buenavista, is een zeebreker in aanbouw, die, wanneer hij voltooid zal zijn, meerdere levendigheid aan den handel in de provincie zal bijzetten, omdat de vaartuigen hier dan het geheele jaar door zullen kunnen laden. Te San José nemen vreemde walvischvaarders en andere schepen niet zelden water en provisie in. Het aantal zijner inwoners, behalve deremontadosenmonteses, die de berg-districten bewonen, wordt op 80,000 zielen berekend.Iloilo strekt zich over het zuid-oostelijke gedeelte van het eiland uit, is mede driehoekig gevormd en grenst ten noorden aan Capiz, ten westen aan Antique en ten zuid-oosten aan den zeearm, waardoor het van het eiland Negros wordt gescheiden. Dit eiland, dat het grootste, rijkste en meest bevolkte der drie provinciën is, verdient meer bijzondere vermelding.Iloilo, de hoofdstad en de residentie van den gouverneur van het eiland, is 254 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd, en wordt door Spaansche hydrographen op 10° 48’ WL. van de middaglijn van San Bernardino geplaatst; het is nabij de zuid-oostelijke grens van het eiland, digt aan de zee, aan den oever van het enge kanaal gelegen, dat door het eiland Giumaras wordt gevormd, hetwelk tegenover Iloilo op een afstand van 2½ mijlen van het Panay-strand ligt. De stad is voornamelijk op lagen, moerassigen grond gelegen, en staat bloot aan den invloed van het getij; zij ligt deels tegenover de zee en deels langs den regter oever van eene kreek of inham, die naar Jaro leidt, en ontmoet, na een halven cirkel te beschrijven, op nieuw de zee bij Molo. Hoezeer de voornaamste zeehaven en zetel van het Gouvernement der provincie, is de bevolking niet zoo sterk als die van vele steden in de nabuurschap. Zij bedraagt tegenwoordig niet meer dan 7,500 zielen, terwijl die van Jaro, Molo en Oton, steden in de onmiddellijke nabijheid gelegen, respectievelijk 33,000, 15,000 en 20,000 zielen sterk zijn. Deze betrekkelijke schaarschheid van inwoners ontstaat hoofdzakelijk uit het gebrek aan ruimte voor verdere uitbreiding aan de enge landtong, waarop de stad hoofdzakelijk is gebouwd. Deze hinderpaal tegen de verdere vermeerderingvan de bevolking zou in den loop der tijden uit den weg geruimd kunnen worden, daar doeltreffende maatregelen zijn genomen om de bevolking meer landwaarts te brengen; onder anderen behooren daartoe de oprigting van een nieuw gouvernementshuis en publieke bureaux op een meer centraal punt; de voorgenomen verplaatsing van de tegenwoordige kerk naar eene meer voordeelige en opene plaats en het scheppen van nieuwe en meer directe wegen (thans in aanleg), die naar en van de naburige volkrijke steden leiden.Niettegenstaande het gebrek aan meerdere ruimte, is de grootte en de belangrijkheid der stad in de laatste jaren merkbaar toegenomen, terwijl het aantal Europesche inwoners, dat in 1840 slechts 3 bedroeg, in 1857, 31 in Iloilo en 30 in de overige steden der provincie beliep. De meesten dezer kwamen in de jaren 1855 en 1856 aan, en het gevolg van deze vermeerdering van Europeanen, hoezeer hun aantal nog klein is, toont zich reeds in de daarstelling van nieuwe gebouwen en de plannen tot oprigting van vele anderen. De rijzing van de waarde der eigendommen blijkt uit het feit, dat het huis, waarin het vice-consulaat is gevestigd en dat van hout met een palm-dak is gebouwd, voor 33 dollars per maand of ongeveer 80 pd. st. per jaar verhuurd wordt. De waarde van land ter bebouwing is ook in evenredigheid toegenomen.De bevolking der provincie wordt officiëel op 511,066 zielen aangegeven, maar er bestaat reden hier aan eene belangrijke overdrijving te denken en het getal op niet meer dan 400 à 450,000 te schatten.De haven van Iloilo, hoezeer wel beschermd en van nature goed, is niet van inconveniënten ontbloot; zij kunnen echter met weinig moeite verholpen worden en, voorzien van eene der uitmuntende kaarten door deComision Hidrografica(en wanneer men van het noorden komt met eene loods) kunnen groote schepen veilig binnenvaren.Het eiland Guimaras, dat 22 mijlen lang en 3 mijlen breed is, vormt tegenover Iloilo een beschutte passage, die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, 2½ à 6 mijlen breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. Het binnenkomen in deze passagevan het zuiden wordt voor een groot gedeelte beperkt door de Oton-ondiepte (Bajo de Oton), die zich op een belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en ter lengte van ongeveer eene mijl het doelmatige kanaal dààr tot eene breedte van ongeveer twee mijlen uitbreidt. Dit is intusschen geen hinderpaal voor groote schepen gedurende den zuidwest-mousson (vooral als het kanaal behoorlijk is uitgebaggerd), daar de passage geheel zuiver is, zoover het zich uitstrekt, terwijl bij een tegenwerkenden noord-oost-mousson zij zich kunnen doorwerken of slepen met het getij, als zij op Guimaras aanhouden, welks kust zuiver is en tot digtbij diep water heeft, zoodat zij, zoo noodig, aan het uiteinde van de ondiepte kunnen ankeren, die vasten grond aanbiedt en die men, daar zij uit zacht zand bestaat, veilig kan naderen. Deze geheele kust, door Guimaras, het Panay-strand en voor een belangrijk gedeelte door het eiland Negros beschermd, biedt eene veilige ankerplaats aan in den noord-oost-mousson, terwijl de schoone haven van Buluanga of Santa Ana, aan het zuidwestelijke gedeelte van Guimaras gelegen, die zeer geriefelijke toegangen heeft voor vaartuigen van de grootste tonnenmaat, in bijna alle omstandigheden eene schuilplaats aanbiedt. De kustvaartuigen naderen den tegenovergelegenen of noordelijken toegang gewoonlijk door de keten van kleine eilanden (Gigantes, Pan de Azucar, Sicogon, Apiton, enz.), gezamenlijk deSilangagenaamd, die aan de noordoost-kust van Panay gelegen zijn en eene uitmuntende wijkplaats langs een geruimen afstand aanbieden voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisajas gebruikt worden. Maar hoezeer onder deze eilanden goede ankerplaatsen zijn, vooral te Pan de Azucar en Tagu, zou het voor zwaar beladen vaartuigen voorzigtiger zijn, ingeval men niet practisch bekend is met het getij en de stroomen, het meer buitenwaarts gelegen kanaal tusschen de Silanga en het eiland Negros te nemen. Na de Calabazas-rotsen en Pepitas-ondiepte te zijn voorbijgevaren en het kasteel of blokhuis van Banate te hebben aangedaan (dat vroeger, even als vele andere, langs de Philippijnsche kusten is gebouwd, ter verdediging tegen de zeeroovers van de Soeloe-zee), wordt de koers zuidelijk genomen, tot dat een groep van zeven merkwaardige rotsen, de«zeven zonden» genaamd, in het gezigt komt, waarnaar men dan regtstreeks stevent, wel zorgende de Iguana-bank te vermijden, die naauwkeurig op de genoemde kaarten is aangeduid; ten zuiden van het Iloilo-fort kunnen dan vaartuigen van zekere tonnemaat de kreek binnengaan, of, zoo zij te groot zijn, naar de oostzijde van het fort stevenen, waar zij tegen den wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn. De diepte van het water aan den slagboom bij den ingang van de kreek, bedraagt ongeveer vijf vademen bij laag water; maar op weinig afstands verder, meer inwaarts, daalt het water tot vijftien voet bij laag water en wordt dan weder dieper. Daar de rijzing en daling zes voet bedraagt, kan een vaartuig van 300 ton, dat, geladen, een diepgang van 16 tot 18 voet heeft, gemakkelijk met eene volle lading passeren. Met eene maal-machine, die gebruikt wordt om den modder te verwijderen, dien men op de meer ondiepe plaatsen bij den ingang heeft laten ophoopen, kunnen schepen van bijna elke diepte hunne ladingen landinwaarts voltooijen. DeSanta Justa, een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1851 het gedeelte eener tabakslading in de kreek en het overige daar buiten.Het dient opgemerkt te worden dat, daar de banken der kreek uit zachten modder bestaan, men weinig of geen gevaar loopt vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalve mijl op de kreek is doorgevaren (die van 1 tot ¾ mijl in breedte verschilt en voldoende beschutting voor wind en zee aanbiedt), komen de kustvaartuigen tot bijna voor de woningen van de reeders en hebben het groote voordeel aan de pakhuizen te laden en te lossen zonder booten behoeven te gebruiken.Van dit punt af, strekt de kreek zich tot Molo uit. Vroeger was men gewoon met de kustvaartuigen zoo noodig tot Molo te varen, maar daar de ophaalbrug, waardoor de schepen gingen, versleten is en de tegenwoordige brug (die nu in slechten toestand verkeert) geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de handelaren van Molo hunne magazijnen hebben overgebragt.De uitvoerhandel van Iloilo, die zich tot nog toe tot de haven van Manilla en de naburige eilanden beperkte, wordt tegenwoordighoofdzakelijk gedreven door vier Spaansche firma’s, die te Iloilo wonen en de betere soort van inlandsche vaartuigen bezitten, die deze haven uitzeilen, maar er is ook nog een belangrijk aantal mestizen, voornamelijk van Chinesche afkomst, die in de naburige steden Molo en Jaro wonen en waarvan vele vaartuigen bezitten en belangrijke sommen in den handel bezigen.De voornaamste producten van uitvoer zijn tabaksbladeren, suiker, sapanhout, rijst in den bolster (of padie), hennep en huiden, behalve andere artikelen in geringer hoeveelheid, waaronder hoorn, beche-de-mer, paarlemoerschelpen, bijenwas, riet enz. en een groot aantal inlandsche gefabriceerde goederen. Blad- of ongefabriceerde tabak, is tegenwoordig het meest belangrijke artikel en dat, hetwelk de Spaansche handelaren als het meest lucrative hebben bevonden. Zij koopen het van de kleine inlandsche planters en verzenden het naar Manilla tot uitsluitenden verkoop aan het Gouvernement, tegen prijzen die de factory-taxateurs bepalen, naarmate van de grootte en kwaliteit van het blad. Van Iloilo werden zoo wat 30,000 quintals in 1856 naar Manilla verscheept en van Capiz 20,000; ongeveer 50,000 quintals worden van de jaarlijks in Panay geproduceerde bladen uitgevoerd.De uitvoer van tabak naar Manilla, tot het jaar 1845, beliep in deze provincie niet meer dan 10,000 quintalen per jaar; maar nadat in dat jaar de agent van een firma uit Manilla de gewone lage prijzen, die de handelaren uit Iloilo betalen, van 10 realen tot een gemiddelden prijs van 20 tot 21 realen voor de drie eerste kwaliteiten had verhoogd, was de uitvoer spoedig tot 24,000 quintalen gestegen.Toen het gouvernement zijn aandacht op het toenemend gewigt van dit product had gevestigd, besloten de gouverneur en eenige inzamelaars een systeem van «collecion» in te voeren, gelijk de «colleciones» die te Cagajan, La Union en Nueva Ecija bestaan. Door dit systeem werd de aankoop van en de uitvoer naar Manilla der particuliere handelaren, ofschoon niet bepaald ontzegd, (zoo als in de evengenoemde provinciën) zóózeer benadeeld door de onbillijke mededinging met het gouvernement (waaraan de particuliere koopers ten laatste moesten verkoopen wat zij verscheepten),dat de totale uitvoer van Iloilo gedurende de zes jaren van 1848 tot 1853 van 25,000 tot 18,900 quintalen daalde. In dit laatste jaar werd de collecion ontbonden. In 1853 werd aan eene maatschappij, die zich te Madrid had gevormd, het uitsluitend privilegie toegestaan van de fabrikatie en uitvoer van cigaren en tabaksbladen naar vreemde markten. Een groot en uitgebreid steenen factorij-gebouw werd nabij Iloilo opgerigt, de fabrikatie van cigaren georganiseerd en aankoop van bladen gedaan, terwijl ten laatste de operatiën der maatschappij werden uitgestrekt tot den bouw van de plant in verschillende gedeelten van de provincie. Eene clausule in haar reglement belette de maatschappij echter de factorijen te Manilla, wanneer dit noodig was, van eene belangrijke jaarlijksche hoeveelheid tabaksbladen en cigaren te voorzien, zoo noodig gelijkstaande met het bedrag dat jaarlijks in de provincie uit andere bronnen werd verkregen. Dien ten gevolge werden de aanvragen voor de Manilla-factorijen (naar men zegt met voordacht vermeerderd door de vijandige gezindheid van den toenmaligen Intendente de Hacienda jegens de maatschappij) zoozeer uitgebreid, dat de maatschappij in werkelijkheid van de gelegenheid beroofd werd voor hare eigen rekening te handelen, en na een bestaan van ongeveer drie jaren moest zij ontbonden worden, met het verlies van een belangrijk gedeelte van het oorspronkelijk gestorte kapitaal. Zoo de autoriteiten van Manilla tot hare ontwikkeling hadden medegewerkt, dan waren de resultaten, hoezeer noodwendig belemmerd door het schadelijke beginsel, aan alle monopoliën verbonden, gunstiger geweest, daar, met de vrijheid tot fabrikatie van en verscheping naar vreemde markten, zij goede prijzen had kunnen maken en de kultuur van de tabaksplant uitbreiden. Een feit, in verband met dit onderwerp beschouwd, is dat een der Europeanen, die vroeger in dienst van de maatschappij was geweest, sedert cigaren voor lokaal verbruik had gefabriceerd, die hij tegen 8 dollars per duizend verkocht, terwijl zij bijna, zoo niet geheel, van dezelfde kwaliteit waren als de «Imperiales», die in de factorij te Manilla tegen 25 dollars worden gefabriceerd.Sedert 1853 en gedurende de operatiën van de maatschappij, zijn de aankoop en verscheping van tabak door particulierenweder op den ouden voet teruggebragt, en terwijl het op die wijze verscheepte bedrag gestadig, hoezeer zeer langzaam, is vermeerderd, zijn de prijzen weinig stijgende gebleven. De hoogste prijzen echter, die de plaatselijke handelaren de inlandsche planters kunnen aanbieden, zijn niet hoog genoeg om eene snelle uitbreiding der aanplant te verkrijgen, of de laatste er toe te leiden tijd en werk genoeg te besteden tot verbetering van de hoedanigheid der plant, waarvan de geschikte kultuur speciale aandacht vereischt en meer kapitaal en intelligentie, dan het in hunne magt is aan te wenden. De verschepers te Iloilo klagen over de arbitraire wijze, waarop de verdeeling der soorten te Manilla plaats vindt, en over het feit, dat, zelfs na aflevering van de tabak in de gouvernements-pakhuizen, zij geheel voor hunne risico wordt gehouden, tot dat zij onderzocht, herpakt en voor de verscheping naar Spanje gereed is. De uit Iloilo verzonden soorten worden verdeeld in de eerste (waarvan onder het tegenwoordige stelsel eene zeer kleine hoeveelheid wordt geproduceerd), tweede, derde, vierde en vijfde soort, en al wat de onderzoekers te Manilla van de vijfde soort afkeuren, wordt achtergehouden en verbrand, ofschoon aan den verkooper daarvoor geen tegemoetkoming wordt verleend. De prijzen, die de factorij voor de vermelde kwaliteiten geeft, zijn 7.75, 6.75, 5.25, 4 en 3 dollars per quintal respectievelijk. De plant wordt in Januarij gezaaid en het grootste gedeelte van den oogst komt in Mei en Junij binnen. De bodem van het grootste gedeelte der Bisajas is gunstig voor den groei van de tabak. Het eiland Negros produceerde vroeger ongeveer 8000 quintals, van zeer goede kwaliteit, die de handelaren van Iloilo, door middel van hunne agenten, gewoon waren te koopen van de onafhankelijke stammen in het binnenland, maar daar de maatregelen, door den tegenwoordigen gouverneur genomen om de laatsten te onderwerpen, in 1856 hebben geleid tot het verslaan van vele honderden en de verdwijning van de overigen, hebben de toevloeijingen uit die bron tegenwoordig opgehouden te bestaan. Cebu produceert ongeveer 15,000 quintalen van veel minder kwaliteit. Te Leyte, vooral in het district Moasin, groeit tabak van uitmuntende kwaliteit en kleur, maar zij wordt nietgenoeg geproduceerd om in groote hoeveelheid voor den uitvoer naar Manilla te worden gezonden, en wordt dien ten gevolge bijna uitsluitend in de Bisajas gebruikt, waar zij op hoogen prijs wordt gesteld. In Samar groeit ook tabak voor plaatselijk gebruik. De fabrikatie van cigaren is in de Bisajas vergund, doch niet ter verkoop te Manilla of elders.Voor het oogenblik heeft de uitvoer van tabak van Panay en de overige eilanden weinig direct belang voor Britsche of vreemde kooplieden, daar de transactiën met het Gouvernement, zoo als zij thans geleid worden, van geen bevredigenden aard zijn. Het behoeft intusschen niet gezegd te worden, dat, zoo het bestaande Gouvernements-monopolie werd afgeschaft en vervangen door een systeem van verpachting van landerijen, eene directe grondbelasting op de hoeveelheid die verbouwd wordt of een regt op den uitvoer, en zoo de vrije fabrikatie voor en directe verscheping naar eene vreemde markt werden vergund,—de uitvoer van Panay onmiddellijk van groot gewigt voor den vreemden handel zou worden. Daar de grond van een groot gedeelte van het eiland zeer goed voor de kultuur van de plant geschikt is, zou de uitvoer, onder den prikkel van veel hoogere prijzen en ten gevolge daarvan, de aanwending van meer en beter besteed kapitaal, vatbaar zijn voor groote uitbreiding, vooral wanneer, hetgeen hoogst waarschijnlijk het geval zou zijn, de kultuur door Europeanen werd ondernomen en het tegenwoordige systeem van bebouwing van kleine strooken door inlanders, plaats maakte voor kultuur op eene groote schaal, zoo als in Cuba. De voordeelen, die de inlandsche bevolking zouden ten deel vallen door de opening van meerdere bronnen van industrie, behoeven niet aangewezen te worden.De quaestie van de opheffing van het bestaande monopolie is van groot gewigt voor de Philippijnen en het is te hopen dat het Gouvernement te Madrid, aangemoedigd door de voordeelige resultaten van de opheffing in 1819 van het monopolie in Cuba, spoedig zal besluiten de zwarigheden te trachten uit den weg te ruimen, die thans de quaestie omgeven, vooral daar hare oplossing jaarlijks dringender en meer van de zijde èn van Europeanen èn van inlanders verlangd wordt.Suiker, als een artikel van uitvoer, mag gezegd worden tot nog toe betrekkelijk in de ontkieming te zijn. Uit een uittreksel van aanteekeningen van provinciale ladingen, die dagelijks door denBoletin Oficialvan Manilla worden gegeven, blijkt dat bijna 12,000 pikols in 1856 uit deze provincie naar Manilla gingen, waarvan men kan aannemen dat ongeveer 3,000 van de Isla de Negros werden overgebragt en naar de hoofdstad verzonden als Iloilo suiker. Zoo groot is de prikkel geweest, dien de hooge prijzen aan dit artikel hebben gegeven, dat de hoeveelheid, alleen uit Iloilo uitgevoerd, niet minder dan 20,000 pikols bedroeg, of, met bijdragen van Negros, ongeveer 25,000 pikols, of bijna 1,600 vaten, en zoo de tegenwoordige snelle uitbreiding of aanplant gedurende drie jaren in dezelfde mate voortging, zou het uitvoerbare bedrag in dien tijd, dewijl er geen gebrek aan geschikt land bestaat, bijna 80,000 pikols of 5,000 vaten bedragen, hetgeen nog voor verdere vermeerdering uit andere bronnen vatbaar is, zoo vreemde vaartuigen zouden beginnen in deze haven te laden3. Op het eiland Negros, van waar de reis zes tot tien uren duurt, en waarvan de grond buitengewoon vruchtbaar is en onmetelijke plekken bezit, die bijzonder geschikt zijn voor de suiker-kultuur, heeft eene gelijke uitbreiding der kultuur plaats, in spijt van den grooten hinderpaal, die de betrekkelijke schaarschte der bevolking veroorzaakt, en waardoor alleen deze provincie geen grootere hoeveelheid suiker en hennep voortbrengt dan eenige andere in de Philippijnen. Tegenwoordig produceert Negros ongeveer 14,000 pikols of bijna 900 vaten suiker, waarvan meer dan twee derden direct naar Manilla gaan en het overige langs den weg van Iloilo verzonden wordt. Er is bovendien nog eene goede bron, waaruit suiker (ingeval vreemde vaartuigen te Iloilo laden) zou kunnen worden geput op het aangrenzende eiland Cebu, dat meer dan 90,000 pikols of 5,695 ton produceert voor de Manilla-markt en slechts twee of drie dagen varens van Iloilo is verwijderd.De werking van den prikkel, door de tegenwoordige prijzen gegeven, zal men begrijpen, wanneer men in overweging neemtdat de waarde van Iloilo-suiker, die in vroegere jaren tot 1855 in het algemeen van 2 tot 2.10 dollars per pikol op de Manilla-markt had bedragen, nu 5.68¾ dollars per pikol te Manilla beloopt, tegen 3.2 tot 3.3 dollars, met 25 pCt. voor premie op zilver, of gelijk 4.06 tot 4.21½ dollars hier, en zoo lang de prijs te Manilla niet beneden 3 dollars per pikol van 140 pond daalt, zal de aanplant worden uitgebreid. In de laatste jaren was door de onevenredig lage prijzen, die te Manilla betaald werden, de suiker-kultuur in vele districten ter zijde gesteld als improductief, maar gedurende de jaren 1858 en 1859 is zij snel toegenomen, vooral sedert de invoering van een zuiniger soort van fornuis, waarin het uitgeperste riet in vrij aanzienlijke mate wordt gebruikt in plaats van het vele hout, dat vroeger verbruikt werd.De zeer gebrekkige wijze van behandeling door de inlandsche en mestizen-planters is oorzaak dat in Iloilo geen betere soort suiker wordt geproduceerd, en al wat naar Manilla wordt verzonden, kan men als «ordinair ruw» aanmerken, maar de korrel is gewoonlijk zeer goed en wanneer zij de verdere behandeling in Engeland en Australië ondergaat, levert zij fijne kandij op, die zeer gewild is voor het uitdampen in de Glasgow-raffinaderijen. Zoo een beter stelsel van vermaling en koken hier was ingevoerd, zou suiker van eene uitmuntende kwaliteit worden geproduceerd, en het is zeer te wenschen dat eenige Europeanen met voldoend kapitaal en ervaring etablissementen in deze nabijheid zouden oprigten. Tegenwoordig bestaat geen enkele ijzermolen op het eiland. De ongeraffineerde suiker van de Philippijnen op gewone tijden, zelfs onder de tegenwoordige gebrekkige en kostbare wijze van productie, wordt voor de goedkoopste in de wereld gehouden. De enkele Europeanen, die zich thans in dit gedeelte met de suikerkultuur bezig houden, zijn een Fransche planter te Negros, die uitmuntende suiker produceert (welke altijd ruim 1 dollar per pikol meer dan die van Iloilo gewoonlijk opbrengt), en een planter van dezelfde natie in die provincie, die laatstelijk op eene kleine schaal is begonnen.Wanneer men de bovenvermelde prijzen als basis neemt (4.21½ dollars hier tegen 5.68¾ dollars te Manilla), is het verschilten gunste van de plaats van productie nu 1.47¼ dollar per pikol, maar wanneer men aanneemt dat de vreemde exporteur die 47½ centen hier moet geven, ten einde een zoodanig gedeelte van den oogst te verzekeren als noodig zou zijn een vaartuig te beladen, zou er nog eene belangrijke winst van 1 dollar per pikol overblijven, of 17½ pCt. minder dan de kosten te Manilla. De vrachten naar Manilla, die tegenwoordig door de kustvaartuigen worden geladen, kosten 50 cents per pikol. De geheele suikeroogst wordt van Februarij tot Maart afgeleverd.Sapanhout wordt in belangrijke hoeveelheid uit de provincie Iloilo uitgevoerd. Het wordt hoofdzakelijk geproduceerd in de nabijheid van de zuidelijke kuststeden Guimbal, Miagao en San Joaquin (waarvan de verste twintig mijlen van Iloilo is verwijderd), van waar het grootste gedeelte ter zee naar Iloilo wordt verzonden voor den uitvoer naar Manilla en het overige direct uit Guimbal verscheept. In 1858 werden, volgens de onvolledige aanteekeningen van denBoletin Official, 32,723 pikols of 2,045 vaten naar Manilla en 789 pikols uit Antique verscheept.De hooge prijzen, die te Manilla betaald werden, hadden de vorming van nieuwe plantaadjes ten gevolge, waardoor de uitvoer nog meer zal toenemen. Eene groote hoeveelheid wordt jaarlijks naar Singapore en Amoy verzonden en maakt het geheel der lading van die vaartuigen uit, welke te Manilla naar eerstgenoemde haven wordt verzonden. De qualiteit van het Iloilo-sapanhout zou nog beter zijn, zoo de inlanders niet een groot gedeelte afsneden vóór dat de boomen voldoende gegroeid zijn. Wanneer men het behoorlijk laat ontwikkelen, moet het even goed of nog beter zijn dan dat van Misamis of Bolinao, die thans de beste kwaliteiten op de Manilla-markt brengen. Daar zoowel de verkoopers als de makelaars het hout zoo spoedig mogelijk na het afsnijden trachten af te leveren, moet het verlies aan gewigt op de reis naar Manilla somtijds meer dan 12 à 14 pCt. bedragen. De tegenwoordige prijs van het sapanhout, dat te Iloilo wordt afgeleverd, bedraagt, met inbegrip van 25 pCt. voor kosten van zilver, 1.08 dollars per pikol tegen den koers te Manilla van 1.75 tot 1.875 dollars, waarbij eene aanzienlijke tijdbesparing komt ten gunste van schepen, die hier voor eene vreemdemarkt laden. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 31.25 cts. per pikol.Hennep (zoogenaamd, ofschoon het in wezenlijkheid het product van eene soort plantaan is), die in Iloilo wordt geproduceerd, heeft meestal een langen, witten vezel, gelijk die op de Londensche markt als «Lupiz» bekend is, welke in de inlandsche fabrieken wordt gebruikt; men hecht er thans weinig aan als een artikel van uitvoer. Maar ofschoon Iloilo weinig of geene overproductie van hennep oplevert, brengen de kleine kustvaarders hier zoo wat 350 vaten uit de naburige eilanden en provinciën Leyte, Samar, Negros, Camarines en Albay, die op deze plaatsen in ruil voor de padie en de inlandsche goederen der provincie wordt genomen.Zoowel Leyte als Samar produceren tegenwoordig groote hoeveelheden uitmuntende hennep voor de Manilla-markt, vooral eerstgenoemd eiland, en de reis daarheen gedurende het grootste gedeelte van het jaar is zóó kort (tegenwoordig nemen vaartuigen aan in zes dagen daarheen te gaan en in twee dagen de terugreis te doen), dat, zoo de inlandsche handelaren een gereede markt te Iloilo zouden vinden, tegen prijzen, betrekkelijk gelijkstaande met die van Manilla, meer dan waarschijnlijk eene belangrijke hoeveelheid meer naar Iloilo in plaats van naar de hoofdstad zou worden verzonden.Op het eiland Negros neemt de productie zeer snel toe; een groote hoeveelheid werd gedurende 1858 geplant, daar verscheidene pueblos en districten stukken gronds voor meer dan 100,000 en 200,000 planten bezitten, die in de twee volgende jaren in gebruik zullen komen, en daar de plant merkwaardig is om hare groote voortteelende kracht, zou de te verkrijgen hoeveelheid jaarlijks in een dubbele verhouding vermeerderen. De uitvoer van hennep van het Isla de Negros bedraagt thans 13 à 14,000 pikols of ongeveer 850 vaten per jaar, vooral uit de haven vanDumaguete, aan de oostelijke zijde van het eiland.Wanneer men in aanmerking neemt dat in 1831 de geheele uitvoer van hennep uit de Philippijnen niet meer dan 346 vaten bedroeg, dat hij in 1837 reeds tot 3,585 vaten was gestegen, en dat gedurende het jaar 1856 niet minder dan22,000 vaten uit Manilla naar de Vereenigde Staten en Europa werden verzonden, dan zal men zich eenig denkbeeld kunnen vormen van de toekomstige resultaten van dit belangrijke artikel op het vruchtbare eiland Negros, zelfs bij den bestaanden, reeds genoemden hinderpaal van eene schaarsche bevolking. Ik hecht te meer aan de feiten betreffende Negros, omdat dit eiland door zijne onmiddellijke nabijheid, ingeval van regtstreekschen uitvoer uit Iloilo, als een integrerend deel kan beschouwd worden van het eiland Panay. De hennep, in 1858 uit Capiz verscheept, bedroeg 6,458 pikols of 400 ton, die vooral echter was vervaardigd van eene mindere soort, uit de vezelen van de pácul, een wilde soort van de plantaan. Daar deze mindere soort van hennep echter onvoldoende prijzen oplevert, meen ik dat de plant, die het echte artikel produceert, nu meer algemeen te Capiz wordt gecultiveerd. De koers van hennep hier mag op 5.375 dollars, of met 25 pCt. voor de kosten van zilver, op 6.715 dollars per pikol geschat worden, tegen den koers te Manilla van 7.75 à 8 dollars. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 50 cents per pikol.Rijst in den bolster of padie is een niet minder gewigtig artikel in den landbouw van Panay, ofschoon het thans van weinig werkelijk belang met betrekking tot den vreemden handel is. De jaarlijksche productie van de provincie Iloilo mag, hoezeer niets zekers daaromtrent bekend is, op 850,000 zakken worden geschat, waarvan waarschijnlijk 40,000 naar de naburige eilanden en Manilla worden uitgevoerd. Capiz produceert ongeveer 900,000 zakken en voert ongeveer 100,000 op dezelfde wijze uit. Antique draagt mede een belangrijke hoeveelheid bij voor de consumptie van het eiland en voert meer dan 15,000 zakken uit. Deze hoeveelheden echter moeten als gissingen beschouwd worden van het tegenwoordige bedrag van consumptie en verzending.De uitgevoerde padie wordt voornamelijk in kleine schoeners (pancosenbarotos) naar de naburige eilanden Leyte en Samar en ook naar Camarines en Albay verzonden, in ruil tegen hennep en kokosnotenolie (welke laatste te Leyte verkregen wordt), die òf naar Iloilo ter verkoop òf naar Manilla zijn verzonden. Als de prijzen in Manilla eene voldoende ruimte toelaten (diezij gewoonlijk het geheele jaar doen), dan wordt eenige padie in die rigting verzonden, welke een deel van de lading der vaartuigen uitmaakt, die naar de hoofdstad vertrekken. De uit Iloilo verscheepte padie wordt voornamelijk van de uitgestrekte vlakten van Dumangas, Zarraga, Pototan, Santa Barbara en Barotac-Viejo verkregen. Wanneer een groot gedeelte land tot bebouwing werd gebruikt, zou de vermeerderde opbrengst van deze graansoort geschikt zijn voor den uitvoer naar China, waarvoor vreemde vaartuigen konden worden gebruikt, daar zij voortdurend te Sual in Pangasinan zijn, en men kan gereedelijk aannemen dat in den loop der tijden schepen, die de haven van Iloilo bezoeken en naar China gaan, natuurlijk bij hunne ladingen een aandeel van rijst zullen voegen en daardoor de kultuur nog meer bevorderen. Thans is, ten gevolge van de schaarschte aan rijst in Camarines en Leyte, de prijs van padie te Iloilo tot 10 realen per provinciale zak gestegen, die gelijk staat met anderhalf van de maat (cavan del rey), welke te Manilla gebruikt wordt. De overige artikelen die uit Panay worden verscheept en eveneens van gewigt zijn voor den directen uitvoerhandel, zijn:Huiden van buffels en koeijen, waarvan de uitvoer in 1858 naar Manilla bedroeg 128 vaten van Iloilo, 60 van Capiz en 24 van Antique. De prijzen hier, die thans zeer hoog zijn, kunnen op 5 tot 8 dollars voor buffel- en 10 à 14 dollars voor koeijenhuiden per pikol gerekend worden.Horens.—Eene beperkte hoeveelheid uit de drie provinciën. Prijs van 2 à 3 dollars per pikol.Schelpen.—430 zakken werden in 1858 uit Capiz, 42 uit Antique en 33 uit Iloilo verscheept. Dit artikel, dat vroeger te Manilla 2.50 à 3 dollars per zak heeft gegolden, is later tot 15 dollars gerezen.Gomelastiek.—2,359 pikols of 147 vaten werden in 1858 van Capiz naar Manilla verzonden, waar men er gewoonlijk 1.50 tot 3 dollars per pikol voor betaalt.Paarlemoerschelpen.—Hiervan kan slechts een kleine hoeveelheid uit deze haven en uit Capiz verkregen worden; zij worden voornamelijk uit Soeloe, via Zamboanga, en uit de naburigeeilanden van de Silanga aangevoerd. Zij worden hier gewoonlijk op 18 à 22 dollars per pikol geschat.Rotting,—tot het pakken van producten te Manilla gebruikt; 401,000 werden in 1856 uit Capiz; 104,000 uit Iloilo en 97,000 uit Antique verzonden.Matten zakken, die uit het blad van den sago-palm vervaardigd en ook tot inpakking gebruikt worden; 155,850 werden in 1856 uit Capiz naar Manilla verzonden.Bijenwas.—Hiervan worden jaarlijks eenige weinige pikols uit de drie provinciën naar Manilla verzonden.Gutta-percha.—Eenige hoeveelheid van deze nuttige zelfstandigheid is van hier naar Manilla verzonden, maar, hetzij ten gevolge van bederf of wel door onbekendheid met de geschikte wijze van bereiding, er zijn geene aanmoedigende prijzen voor gemaakt. De boom die ze voortbrengt en die de Bisajersnatonoemen, komt in overvloed in deze provincie en in Guimaras voor, en zoo het de eigenlijkeIsonandra guttavan de Straits en van Borneo blijkt te zijn, zal het artikel later van groot gewigt worden. Het monopolie tot verscheping naar Manilla, aan Senor Elis geschonken, werkt nadeelig op de productie van dit artikel.Hout,—voor gebouwen en verschillende soorten van hout voor meubelen, komen in overvloed in Panay voor en de eilanden van de Silanga en Guimaras zijn bijzonder rijk aan goede boomen. Van daar wordt de toevoer naar Iloilo en de naburige steden verkregen, alsmede het voor den bouw van schepen benoodigde, die nu en dan te Guimaras worden gebouwd, waar nu (1857) een van 350 tonnemaat in aanbouw is, maar tot nog toe heeft men weinig acht geslagen op de onmetelijke hoeveelheid, die men kan verkrijgen.Van andere artikelen, die òf niet geschikt zijn voor Europesche markten, òf tot nog toe in onbeduidende hoeveelheden geproduceerd worden, wil ik alleen noemen: cacao, van uitmuntende kwaliteit, arrowroot, teer, waarvan eene belangrijke hoeveelheid naar Manilla wordt verzonden, tarwe, die veel in de hooger gelegene districten van het eiland groeit en waarvan 1,125 zakken in 1856 uit Iloilo en Antique werden verzonden; maïs,bêche-de-mer, gedroogde groenten (boonen enz. in groote hoeveelheid), sago, katoen, schildpad, dassen-huiden, gember en stofgoud.Gom, verwstoffen en droogerijen van verschillende soorten komen in overvloed in Panay voor, en er bestaat groote behoefte aan een wetenschappelijk onderzoek van de vele producten van dien aard, waarvan weinig of geen gebruik wordt gemaakt. Men moest zich herinneren dat de meeste der mindere bovengenoemde artikelen ook door de naburige eilanden geproduceerd worden en dus in groote hoeveelheden konden worden verkregen, wil men de verwachting dat Iloilo in groote mate het emporium van den handel der Bisajas zal worden, in de toekomst verwezenlijkt zien.Van den mineralen rijkdom van het eiland is weinig of niets met zekerheid bekend. Goud vindt men in de bedding van eene rivier nabij Abacá in deze provincie en bij Dumárao in Capiz. IJzer en kwikzilver moeten ontdekt zijn, het eerste op verschillende plaatsen van het eiland, en kolen zegt men dat in Antique bestaan, maar dit zijn punten waarop men tot nog toe weinig acht heeft geslagen. Op eene reis naar het binnenland met den gouverneur van Iloilo door de Silanga gedaan, langs het geheele noordoostelijke gedeelte van de provincie en tot de grenzen van Capiz, nabij Dumárao, werden den heer Loney verschillende soorten van mineraalstoffen vertoond, die blijkbaar veel ijzer bevatten. Met betrekking tot dezen togt bevestigt ook de getuigenis van den heer Loney, uit persoonlijke ondervinding, de berigten omtrent de vruchtbaarheid van het eiland en den handelsvoorspoed, die het in de toekomst schijnt te wachten. De wegen zijn in het algemeen tamelijk goed tot dat de hevige regens van Augustus tot October invallen; maar tegenwoordig bestaat er op vele plaatsen gebrek aan voldoende bruggen, hetgeen het vrije vervoer van producten naar de kust belemmert. Het eiland biedt geen groote oppervlakte genoeg aan tot daarstelling van belangrijke stroomen en de voornaamste en eenig belangrijke rivier in deze provincie, de Jalaur, die bij Dumangas in de zee uitloopt en door middel waarvan een groote hoeveelheid padie naar de kust verzonden en naar Iloilo overgebragt wordt, kan alleen in het drooge jaargetijde vaartuigen van zeer weinig diepgang dragen.Het stelsel van aankoop van producten te Iloilo bestaat, zoo als men in bijna alle provinciën gewoon is, in het gebruik van makelaars ofpersoneros, die de producten van de inlandsche en mestizen planters en handelaren in de verschillende pueblos in het binnenland en langs de kust koopen en een commissieloon van 5 pCt. op het afgeleverde bedrag ontvangen. Het is meestal noodzakelijk door middel van deze makelaars voorschotten te doen op de aanstaande oogst, ten einde van eenige hoeveelheid zeker te zijn, en aan zulke voorschotten is altijd eenige risico verbonden. De prijs, voor het artikel te ontvangen, wordt gewoonlijk bepaald op den tijd van de betaling van het voorschot en voor alle meerdere productie, die van den planter ontvangen wordt, wordt de loopende koers tijdens de aflevering algemeen aangenomen. Ingeval een voortdurende directe handel wordt gevestigd, is het mogelijk dat hij meer gelijk wordt aan dien van Manilla, d. i. dat schippers op de plaats zullen kunnen koopen van of contracteren met mestizen, Chinesche of Spaansche producenten, hetzij direct of voor een klein makelaarsloon. Daar bijna alle betalingen aan de inlanders in zilver geschieden—wijl zij nooit goud willen ontvangen—is het noodig fondsen hier te beleggen in eerstgenoemde muntspecie.Behalve de bovengenoemde natuurlijke producten brengt Panay eene groote hoeveelheid fabriekgoederen op, zoowel voor uitvoer als voor huisselijk gebruik. Van deze worden de grootste en beste gedeelten, die men onder de inlandsche benamingsinamaybegrijpt, van de teedere vezelen vervaardigd van het blad van den pijnappel (pina), hetzij zuiver of met uit China ingevoerde zijde vermengd en eene evenredige hoeveelheid van de fijnere soorten van de Britsche gefabriceerde katoenen draad. Daar de wijze van afscheiding der pina-vezelen en de sortering daarvan in knotten vóór de fabrikatie, zoo mede de fabrikatie zelve veel tijd en zorg vereischen, zijn de zuivere pina-weefsels betrekkelijk duur. Sommige van de fijnste soorten zijn zeer fijn geweven. Die met zijde vermengd, ofschoon niet zoo duurzaam, zijn goedkooper en hebben in latere jaren trapsgewijze de zuivere pina-fabrikatie vervangen, hoezeer de laatste nog veel gedragen worden door de meer vermogende inlanders en mestizen. Zijde wordt danook uit China in zulk eene hoeveelheid in deze provincie ingevoerd, dat, volgens den voornaamsten Chineschen handelaar in dit artikel te Manilla, eene waarde van 400,000 dollars jaarlijks uit de hoofdstad naar Iloilo wordt gezonden. De prijs van zijde is laatstelijk van 40 tot 45 dollars per chinanta of tien katties tot 80 en 90 dollars of van 450 tot 900 dollars per pikol gerezen.De meeste pina- en gemengde pina-, zijde- en katoen-fabrikaten worden tot hemden voor de mannen of tot korte jakjes of hemden voor de vrouwen gebruikt. De prijs verschilt aanmerkelijk, naarmate van de fijnheid of grofheid van het weefsel en het meerdere of mindere mengsel; zoo kosten sommige stukken voor manshemden wel 7 dollars (waarvan de waarde, zoo zij te Manilla fijn geborduurd worden, somtijds tot 50 of 100 dollars wordt opgevoerd) en de mindere soorten 50 cents tot 2 dollars per stuk van 4½ varas. Het gebloemde werk van deze fabrikaten is meestal van Europeesch katoenen naaigaren of gekleurd Duitsch en Engelsch garen en de strepen van getweernd of gekleurd garen en witte zijde. Goedkooper weefsels worden ook veel van hennep en andere vezelen vervaardigd, die ieder 2 à 4 realen kosten. Er worden ook vele gekleurde zijden en katoenen goederen gefabriceerd voor «sarongs» (gelijk die, vooral van Boegineesch fabrikaat, in den Maleischen Archipel worden gebruikt), Cambajas en zijden en katoenen hoofddoeken. De betere soort van zijden fabrikaten munten uit door soliditeit en fijnheid. Die van katoen worden meestal van Duitsch en Britsch gekleurde twist en van inlandsch garen gemaakt, dat uit katoen wordt gefabriceerd, dat in verschillende districten in deze provincie groeit en ook uit Luzon wordt ingevoerd. De fijnere soorten zijn goed en digt geweven en de ordinaire goedkoopere soorten tot meer algemeen gebruik geschikt. Kousen en sokken van katoen en gemengde zijde en katoen, worden in eenige hoeveelheid gefabriceerd, maar de Manchester en Glasgow gedrukte drills vervangen hen bijna als artikelen van algemeene consumptie. Onder de overige fabrikaten kan men tafelkleeden, servetten, handdoeken, dekens, katoenen beddedekens enz. noemen. Van borduurwerk, dat zoo veel in de industrie van de provinciën Bulacan en Manilla voorkomt, wordt weinig in Iloilo gedaan, metuitzondering van het bloemwerk dat op de uit veter- en netwerk vervaardigde mantilles, die veel gebruikt worden door de vrouwelijke bevolking, wanneer zij ter kerke gaat.Behalve de bovenvermelde goederen, wordt eene belangrijke hoeveelheid ruwe fabrikaten vervaardigd van het blad van de sago-palm of hennep en van andere vezelen. Deze zijn op de Manilla-markt bekend alsSaguran,GuinárasenMedrinaqueen worden naar de Vereenigde Staten en Spanje en in kleiner hoeveelheid naar Engeland verscheept. Saguran en guináras worden veel in de gouvernements-factorijen gebruikt ter inpakking van de tabaksbladeren, die naar Spanje worden gezonden. De prijs is van 25 tot 37½ dollars per pikol of 7½ tot 8 varas. Medrinaque is eenige jaren geleden in grootere hoeveelheid naar de Vereenigde Staten en Europa uitgevoerd, waar het hoofdzakelijk wordt gebruikt tot het stijven van kleederen, linnens enz. Dit artikel wordt voornamelijk te Samar, Leyte en Cebu vervaardigd, van waar het, bij direct vervoer, ter verscheping kan worden verkregen. De prijzen op de Manilla-markt bedragen voor Cebu 20 en Samar 18 dollars per 50 stuks.In aanmerking genomen, dat de Philippijnen veeleer eene landbouw- dan eene fabriekstreek zijn, mag men zeggen dat de weefproducten van Iloilo eene aanmerkelijke ontwikkeling hebben erlangd. Niets trekt meer de aandacht op de wekelijksche markten, die in de verschillende steden gehouden worden, dan de overvloed van de inlandsche ter verkoop aangeboden goederen en ook het aantal in werking zijnde werktuigen in de meeste steden en dorpen geeft stof tot bewondering. In bijna ieder gezin vindt men eene dezer machines, met een eenvoudig toestel, uit stukken bamboe zamengesteld en in de meeste huizen der mestizen en de gegoede Indianen, zijn zes tot twaalf werktuigen in het werk. Het geheele aantal in deze provincie wordt op 60,000 geschat, en ofschoon deze cijfers de tegenwoordige hoeveelheid welligt te hoog opgeven, kunnen zij niet veel minder zijn. Al het weefsel wordt door vrouwen verrigt, wier loon gewoonlijk 1 à 1.50 dollar per maand bedraagt. In het algemeen—en dit is eene handelwijs die ongelukkig maar te zeer in zwang is onder de inlanders in iederen tak van arbeid—worden deze bezoldigingen maanden lang vooruit betaald, en de arbeiders besteden dan soms jaren(worden eigenlijk werkelijke slaven gedurende langen tijd) voordat eene oorspronkelijk kleine schuld is afbetaald. Er zijn nog andere werksters, die van tijd tot tijd bezig zijn om de goederen in het werktuig «op te zetten»; daarmede kunnen zij 1 à 1.50 dollar per dag verdienen. Hierbij moet nog gevoegd worden, dat Capiz en Antique ook, in mindere hoeveelheid dan Iloilo, fabriekgoederen produceren.Niettegenstaande den toenemenden invoer van Europesche stukgoederen in Panay, is het een verblijdend verschijnsel, dat de hoeveelheid uitgevoerde gemengde pina-stoffen veeleer vermeerdert dan omgekeerd met de trapsgewijze toeneming van de algemeene bevolking en de vermeerderde middelen die zij verkrijgt door de snel toenemende ontwikkeling van de hulpbronnen der eilanden. Te oordeelen naar de waarde der hoeveelheden die door bijna elk vaartuig worden ingenomen, dat naar de haven van Manilla vertrekt, wordt de jaarlijksche uitvoer in die rigting niet te hoog geschat, als men dien op 400,000 dollars berekent. De goederen, onder dit bedrag begrepen, worden, men lette dit wel op, niet alleen in de stad en provincie Manilla gebruikt, maar komen ook in de consumptie voor van Pampanga, La Laguna, Camarines en andere provinciën van Luzon. Den uitvoer van pina naar de hoofdstad daaronder begrepen, wordt eene waarde van 30,000 dollars aan katoenen en zijden sarongs en handdoeken jaarlijks naar Camarines verzonden. Eenige hoeveelheid wordt ook naar Leyte en Samar uitgevoerd, doch zelfs eene approximative berekening van de waarde der op die wijze verscheepte goederen kan niet opgegeven worden. Men heeft hier zoo weinig acht geslagen op het onderwerp van statistiek, noch van de zijde der autoriteiten, noch van die der plaatselijke handelaren zelven, dat aan het slot van zijne aanteekening der voornaamste artikelen, die uit Panay worden uitgevoerd, de heer Loney het zelf betreurt niet in staat te zijn eene complete opgave van de gezamenlijke waarde te kunnen geven. DeEstadistica de Filipinas, in 1855 uitgegeven en te Manilla gecompileerd door deComision Central, voor dat doel benoemd, geeft van cijfers, die waarschijnlijk van de zeer onvoldoende tolregten zijn verkregen, de volgende opgaven voor de waarde van den invoer uit Panay naar Manilla in 1854:
Van de drie laatstelijk voor den vreemden handel geopende havens is Iloilo de meest belovende. De provincie Iloilo is eene der meest bevolkte van de Philippijnen. Zij bevat meer dan een half millioen inwoners, en ofschoon gedeelten van de provincie zeer dun bevolkt zijn, is er eene gemiddelde bevolking van meer dan 2000 inwoners per vierk. mijl. Behalve de pueblos die ik bezocht en waarvan ik een korte beschrijving zal geven, heeft Cabatuan 23,000, Miagao 31,000, Dumangas 25,000, Janiuay 22,000, Pototan 34,600 en verschillende andere meer dan 10,000 zielen. De provincie is niet alleen eene van de meest bevolkte, maar welligt de meest productive in den landbouw, de meest active in het fabriekwezen en de industrie en behoort onder de meest beschaafde der Philippijnen1. Zij bezit uitgestrekte en bebouwde vlakten en met boschland begroeide bergen;hare wegen behooren onder de beste, die ik op den Archipel heb gezien. Aan den ingang van het kanaal bevindt zich een aantal eilanden, genaamd de zeven (dood)zonden (los Siete Pecados). Het groote eiland Giumaras grenst ten zuiden van het kanaal; sommigen onzer bezochten het en keerden terug, verrukt over de uitgestrekte dropsteenen holen, die zij doorgingen, nadat zij ze niet zonder moeite bereikt hadden over de rotsen, door de bosschen en over de stroomen, die hun voortgaan belemmerden. De bosschen zijn vol wild en de rivier Cabatuan vloeit over van krokodillen. Er zijn vele beekjes en rivieren, die den bebouwer tot groote hulp strekken en wij vonden eene groote hoeveelheid vee. De ponies van Iloilo behooren onder de beste in den Archipel en men heeft de aandacht gevestigd op de schapenfokkerij. Er wordt veel zout gemaakt en er bestaat eene belangrijke visscherij vantripang(zeeslakken) en schildpadden, wegens de schillen. Het eiland is voorts zeer beroemd om de pina-fabrikatie, nipas en sinamays genaamd, waarvan sommige uiterst fijn en schoon zijn; zij worden in groote hoeveelheid uitgevoerd en zij zijn zelfs in Europa zeer vermaard.Bij de komst der Spanjaarden vonden zij het district bezet door beschilderde Indianen, vol bijgeloof, dat, niettegenstaande het onderrigt van de Augustijner-monniken, nog altijd voortheerscht, vooral ten tijde van openbare ongelukken. Zij behooren onder de best gevormde der Indianen, spreken een dialect van het Bisajaansch, dat zijHiligueynanoemen, maar in de meer verwijderde gedeelten komt een andere tongval, hetHalayo, meer voor. De Augustijnen bogen er op 50,000 familiën in 1566 te hebben bekeerd, maar zij konden hen niet bewegen hunne landen te bebouwen en hunne overproducten in te zamelen, en toen de sprinkhanen het district hadden verwoest, kwam meer dan de helft van de bevolking in de twee volgende jaren van honger om. Maar de zendelingen maakten geen vorderingen onder deNegritos, die in de woestere gedeelten van de bergachtige streken woonden en waarheen menigeen zich begaf, die zich aan de magt der vijanden wenschte te onttrekken. Deze wilden hebben niet zelden de dorpen aangevallen van de bekeerde Indianen, maar in latere jaren hebben zij het voorzigtiger en voordeeliger geacht daarheenhun was en pek te brengen en ze voor rijst en kleederen te ruilen. Zij hebben geen algemeenen bestuurder, maar iedere stam heeft zijn erkend hoofd, en men zegt, dat, wanneer zij tot de keus moeten overgaan van een opvolger voor een vertrokken hoofd, zij deputatiën naar de zendelingen zenden en deze hunnen raad en bijstand in hunne keus vragen. Vroeger werd het district dikwijls door zeeroovers aangevallen, die groote verwoestingen aanrigtten en verscheidene steden vernielden. In 1716 vielen de Hollanders de sterkte van Iloilo aan, doch werden gedwongen af te trekken na een belangrijk verlies aan dooden en gewonden. Er heeft eene groote vermeerdering in de bevolking plaats gehad, die in 1736 bedroeg, 67,708, in 1799, 176,901 en in 1845, 277,571 zielen; terwijl bij den laatsten census er 527,970 inwoners bleken te zijn, waarvan 174,874 belasting betalen. Er is een klein aantal Spanjaarden; daarentegen zijn er vele mestizen, waarvan de meestensangleyszijn, de afstammelingen van Chinesche vaders en inlandsche moeders. De vermeerdering van de bevolking moet groot zijn, daar de census in 1857, 17,675 geboorten en slechts 9,231 sterfgevallen gaven.Men komt naar Iloilo door een kanaal tusschen een zandbank (die bijna een mijl de grenzen overschreden heeft, in de kaarten aangegeven) en het eiland Guimaras. De stad schijnt nabij, als men ze nadert, maar de rivier, waardoor de vaartuigen komen, maakt eene belangrijke kronkeling en loopt rondom digt bij de stad. Wij ontdekten eene groote fortificatie, maar het kon voor ons geene salutschoten doen, en wij werden daardoor ontheven van den pligt om H. M. kruid te verschieten, maar zoo niet in den vorm van veel geraas makende groeten, betoonden de Spaansche autoriteiten toch de meeste hoffelijkheid jegens de officieren en het scheepsvolk van ons fregat, voor de dienst en het onderhoud waarvan al het mogelijke werd gedaan. Wij werden spoedig begroet door een heer van het Britsche vice-consulaat. De vice-consul keerde naar Iloilo terug, den dag na onze komst. Het zou inderdaad goed zijn, als alle Britsche ambtenaren zooveel bekwaamheid, kennis en geneigdheid om nuttig te zijn bezaten als wij in den heer Loney vonden, waaraan de handel van de Philippijnen in het algemeenen de haven van Iloilo in het bijzonder, groote verpligtingen heeft. Hem, meer dan een ander, is de ontwikkeling van den handel van Panay veel verschuldigd.Vooral van den gouverneur van Iloilo, kolonel José Maria Carlès, ondervond ik zeer veel goedheid. Hij ging onder eene treurige ramp gebukt—rampen komen overal op de wereld voor—het verlies van een eenigen en veelbelovenden zoon, die hem als gouverneur van de provincie voorgegaan en zoo algemeen bemind was, dat het volk ernstig bij den Kapitein-Generaal er op aandrong, dat de vader hem mogt opvolgen, hetgeen werd toegestaan. Het was treffend de verschillende blijken van de sympathie en het leedwezen des volks te zien, die den dood en de begrafenis van Don Emilio Carlès vergezelden, wien niet minder dan 50 rijtuigen naar zijn graf in Arévalo volgden. Ik ging meer dan eens met den treurenden vader door het dorp; ten tijde dat ik zelf onder hevige smarten gebukt ging, vond ik dien troost bij het herdenken van en de herinnering aan anderen van de deugden des overledenen. Deze zijn de beste monumenten, hoezeer zij niet op steenen tafels zijn geschreven.De principalia van Molo kwamen ons op een bal verzoeken, dat in het meeste genoegen afliep. De plaats is zeer nijver; zij was in oude tijden eene Chinesche kolonie en wordt nu bewoond door mestizen en hunne afstammelingen, waarvan de meeste met Chineesch bloed vermengd zijn. De pueblo telt 16,428 inwoners, waarvan 1,106 mestizen zijn. Het is eene der drukste steden van het eiland en alles ziet er voorspoedig en werkzaam uit. In sommige woningen vindt men in hetzelfde vertrek vele werktuigen, waarmede pina-stoffen worden vervaardigd. De plaats was bij gelegenheid van het bal schitterend geïllumineerd en de gobernadorcillo hield eene redevoering in het Spaansch, waarbij hij verklaarde dat de plaats zeer vereerd was door onze tegenwoordigheid, en dat de herinnering aan dezen dag hun lang zou bijblijven. Vele mestizen houden rijtuigen, die ter beschikking van onze vrienden werden gesteld en die zich bij den optogt voegden, toen wij met muziek en vuurwerk door de stad begeleid werden. Molo is een eiland, dat door twee beeken wordt gevormd en waarop men aan beide zijden over bruggen komt. Ik meen dat het eene der weinigeplaatsen is, die door een wereldlijken geestelijke worden bediend. Zij ligt vier mijlen van Iloilo, de weg is goed en men ziet vele Indiaansche huizen aan beide zijden van den weg. Achter bijna al deze vindt men tuinen, waarin plantanen, kokosnoten, broodvruchten, cacao, betel en andere gewassen groeijen. De suikerkultuur scheen uitgestrekt te zijn en men heeft vele padievelden benevens eene groote maïs-kultuur.De Gouverneur en Britsche vice-consul vergezelden ons op onze genoegelijke uitstapjes in het binnenland, waarbij wij sommige der meest bevolkte pueblos van de provinciën bezochten. Wij reisden in gemakkelijke rijtuigen, terwijl de monniken of de gobernadorcillos ons van versche paarden voorzagen; in de kloosters werden wij gewoonlijk ontvangen en wij vonden daar steeds het meest gastvrije onthaal. Wij hadden een dag bepaald om Janiuay te bezoeken en wij hielden eerst te Jaro, een pueblo van meer dan 22,000 zielen, halt. De wegen waren op de gewone wijze versierd; van de Indiaansche hutten wapperden de vlaggen, de principalia te paard kwamen tot ons geleide en de inlandsche muziekkorpsen vergezelden ons toen wij het volkrijke gedeelte der stad intraden en verlieten. Jaro wordt als de rijkste plaats op het eiland Panay geacht. Het werd in 1584 of 1585 gesticht. Op eenigen afstand rondom de plaats wordt veel verbouwd. Zij boogt op hare steenen brug, die meer dan 700 voet lang en 36 voet breed is. De bouw daarvan, even als de daarstelling van de uitmuntende wegen, die naar de pueblo geleiden, is men verschuldigd aan de milddadigheid van een’ geestelijke, die door zijn’ souverein wegens zijne vaderlandslievende opofferingen tot ridder werd gemaakt. Ofschoon het land vlak is, maakt het rijke gewas aan de oevers der stroomen en langs den hoogweg het landschap schilderachtig. Er worden vele fijne stoffen en katoen, pina en zijde vervaardigd. Deze fabrikaten worden te koop gebragt op eene wekelijksche markt, die donderdags gehouden en druk bezocht wordt door lieden uit alle deelen der provincie; zij is de grootste van de Iloilo-missen. Van Jaro begaven wij ons naar Santa Barbara, een pueblo van 23,000 zielen. Hier werden wij in het klooster derAugustijner-monnikenontvangen, in wier handen al de geestelijke ambten van Iloilo zich bevinden; aan een hunner haddenwij het genoegen om hem naar Manilla mede te nemen, waarheen hij zich moest begeven als afgevaardigde op de jaarlijksche vergadering van de broederschap. Hier bezochten ons andereAugustijner-monniken, die ons allen uitnoodigden van de gastvrijheid in hunne ruime kloosters gebruik te maken. Santa Barbara is eene nieuwerwetsche stad, die in 1759 is gebouwd en onder de speciale bescherming staat van den heilige, wiens naam zij draagt. Zij heeft in de algemeene welvaart der provincie gedeeld: in 1820 had zij geene fabrieken, maar zij heeft thans eene wekelijksche markt tot verkoop van de producten harer werktuigen, die hoofdzakelijk bestaan uit katoen, zeildoek, matrassen, dekens, enz. De bosschen leveren fijn timmerhout en materialen voor kabinetwerk en zijn gevuld met wilde bijen, wier was en honig een belangrijk artikel van trafiek vormen. De rijtuigen en paarden dermonnikenwaren uitmuntend. Onze volgende pleisterplaats was Cabatuan, dat iets grooter dan Santa Barbara is. Cabatuan werd in 1732 gesticht. Zij ligt aan de oevers van de rivier Tiguin, die somtijds bijna droog is en op andere tijden het land sterk overstroomt. De talrijke krokodillen maken het visschen onveilig en de scheepvaart zelfs van kleine booten wordt dikwijls afgebroken, hetzij door den overvloed, hetzij door het gebrek aan water. Er is veel productie van rijst en van kokosnoten-olie tot verlichting. Van Cabatuan gingen wij naar Janiuay, waarmede wij onze dagreize en ons bezoek in het binnenland eindigden. Deze plaats wordt op de oude kaarten der provincie Matagul genoemd en telt ongeveer hetzelfde aantal inwoners als Santa Barbara. Het klooster en de kerk staan op een eenigzins hoogen grond en leveren een schoon gezigt op over de pueblo en het omringende land. Vele vrouwen houden zich met den arbeid aan de werktuigen bezig, maar de landbouw is de voornaamste industrie van den omtrek. Wij hadden gehoopt den Dingle-berg te bezoeken, waarvan een der holen of grotten het aanzien moet hebben van een tempel van schilderachtigen bouw, met rots-kristal en massa’s marmer en albast versierd, die de wanden vormen, terwijl een ander hol uit graniet bestaat, waarvan men veel op deze plaats vindt,—maar wij moesten naar Iloilo terugkeeren om met voorname personaadjes aan een diner deel te nemen, dat, als gewoonlijk, door een bal werd gevolgd.Daar het huis van den gouverneur zich op eenigen afstand van de stad bevond, werden wij beleefd onthaald in dat van een der inlandsche kooplieden, lief aan de kade van de rivier gelegen. Verscheidenemonniken, die onze gastheeren geweest waren, vonden wij hier als gasten, en het gulle onthaal, dat wij hier ondervonden, regtvaardigde niet de voortdurende beleefde betuiging van leedwezen over het verschil in de ontvangst, de lompheden van de inlandsche bedienden (waarmede wij ons soms vermaakten) en het contrast tusschen de gemakken, die Europa en die welke eene afgelegene Spaansche kolonie op de Philippijnen konden aanbieden; maar er heerschten zulk eene gulheid, goed onthaal en vriendschappelijkheid, dat het onmogelijk was anders dan dankbaar en tevreden te zijn en wanneer wij op dit ondermaansche al doen wat wij kunnen, volbrengen wij ruim onzen pligt.Den volgenden dag maakten wij ons gereed voor een bezoek van de verschillende pueblos aan de kust, en vroeg in den morgen in onze rijtuigen stappende, kwamen wij door Molo en Arévalo naar Oton. Arévalo heeft eenige vermaardheid in de jaarboeken der Philippijnen en had een bijzonder belang voor den gouverneur, daar hier laatstelijk de genegenheid der Indianen voor zijn zoon gebleken was, wiens begrafenis zij met zooveel bijzondere bewijzen van sympathie en leedwezen hadden vereerd. Arévalo was vroeger de residentie van den gouverneur; zij werd in 1581 door Ronquillo gebouwd, die haar den naam van zijne geboorteplaats gaf. Door de Indianen geplunderd, door zeeroovers aangevallen en terwijl haar bestuur geheel was gedesorganiseerd, bleef het geruimen tijd verlaten, en daar de zetel der magt naar Iloilo is overgebragt, levert Arévalo niet veel levendigs op; er bevinden zich ongeveer 8,000 inwoners in dit district. Te Oton zagen wij van uit het Augustijner-klooster eene belangwekkende plegtigheid. Het was op een zondag en bij het verlaten van de kerk werden de inwoners bij trommelslag gewaarschuwd eene proclamatie van het Gouvernement te hooren lezen. Zij waren allen in hunne fraaiste kleederen, en mannen, vrouwen en kinderen vormden een kring rondom een der inlandsche Indiaansche autoriteiten, die, met luider stemme, in de Bisajaansche taal het document voorlas, dat hem bevolen was aan het volk mede tedeelen. Er heerschte eene volmaakte stilte gedurende de lezing en de menigte verspreidde zich rustig. Langs de kust zijn fortificatiën opgerigt en eene groote verscheidenheid van fabrikaten werd ons voorgelegd. Er worden veel Engelsche katoenen twist verkocht, die de schering van de meeste fabrikaten uitmaken2. Wij zagen zijden en katoenen dekens; verschillende soorten van gekleurde ginghams; weefsels, waarin de vezelen van de abaca en de pina met onze katoenen draden waren vermengd, waarvan de invoer echter tot de kleuren is beperkt, die de Indianen zelve niet kunnen verwen. Oton telt ongeveer 23,000 inwoners. Ik heb opgemerkt dat de evenredigheid van de geboorten tot de sterfgevallen ongeveer vier tot één staat, en dat terwijl er vijf geboorten op een huwelijk plaats hebben, er nog geen derde meer sterft dan huwt, zoodat de vermeerdering der bevolking zeer groot kan geacht worden. In 1818 bedroeg zij nog geene 9,000 zielen. Tigbauan, met zijne 21,000 inwoners, was onze volgende pleisterplaats. Zijn algemeen uitzigt gelijkt dat van Oton. Rijst is de voornaamste landbouw-productie, maar de vrouwen houden zich het meest bezig met het weven van stoffen, die op de markten in Albay en Camarines worden verkocht. Wij werden uit het Augustijner-klooster door een monnik van Giumbal vergezeld, die blijkbaar veel invloed uitoefende over zijne broeders en over de geheele gemeente. Zijne conversatie was onderhoudend en leerzaam. Hij had een fraai span paarden, een schoon rijtuig en hij besteedt zijne ruime inkomsten met edelmoedige milddadigheid. Om niet te herhalen wat reeds zoo dikwijls heeft plaats gehad, maakten de Indianen, gedurende onze geheele reis, feestdagen tot onze ontvangst, die overal het aanzien van publieke feesten hadden. Nadat de principalia ons tot de kloosters haddenvergezeld, ik hen bedankt en de gouverneur en de monnik hen hun afscheid gegeven hadden, werd een aantal jonge meisjes binnengebragt, wie de bediening van de tafel en van de gasten was opgedragen. Er lag eene vreemdsoortige afwisseling van nieuwsgierigheid, vrees en eerbied in haar gedrag, doch zij verzamelden zich rondom mijn armstoel; hare helderzwarte oogen zagen mij vragend aan en schenen mijne bevelen te vragen, terwijl eene, die wel eene kleine van den geestelijken vader scheen, haar hand in de krullen van mijn wit haar stak, die zij eenige bewondering waardig scheen te achten; maar de monnik zeide mij dat zij onder elkander vroegen hoe het mogelijk was dat ik een generaal en voornaam man kon zijn, terwijl ik toch geen goud op mijne kleederen droeg; ik was niet half zoo fraai gekleed als de ambtenaren, die zij gewoon waren te zien. Zij waren zeer fier op sommige pina-kleederen, die zij droegen, en de eene na de andere kwam bij mij om de fijnheid daarvan te laten zien. Zij droegen zorg mij van cigaren te voorzien en dat er licht gereed stond als de cigaar uitgebrand was, en toen wij aan onzen welvoorzienen maaltijd zaten, waren verscheidene bij de hand om de schotels weg te nemen, andere aan te brengen en toe te zien of wij wel voorzien waren van de lekkernijen van den dag. Op onzen terugweg naar Iloilo, vernamen wij dat de principalia van Molo ons in hunne rijtuigen naar onze woning zouden geleiden; zij wachtten ons op den grooten weg, zoodat wij te zamen eene geheele processie uitmaakten. Zij hadden vooraf kapitein Vansittart en de officieren derMagicienneop hun bal uitgenoodigd en velen wachtten, terwijl zij tot in den vroegen morgen dansten.Den volgenden dag verlieten wij Iloilo. De gouverneur en verschillende van de voornaamste lieden, waaronder zich eene groote groep Augustijner-monniken bevonden, vergezelden ons met muziek naar het schip. Drie luide uitroepen van een dankbaar hoerah deden zich van ons dek hooren en werden vriendschappelijk door onze gastheeren beantwoord en zoo wenschten wij Iloilo het vaarwel en voortdurend welzijn toe.Ik heb sir William Hooker, ten behoeve van het Museum der Koninklijke tuinen te Kew, zestig soorten van hout gezonden, dat in denoordelijke en westelijke districten van het eiland Panay en in de provincie Antigue groeit, waarvan de voornaamste zijn: hetmolave, het nuttigste en meest vaste van de Philippijnsche houtsoorten, dat voor alle bouwwerk wordt gebruikt;bancaluag, voor fijn werk;dungon, voor schepen en gebouwen;bagoarour, bouw- en kabinetwerk;lumati, eene soort van teak;guisoc, eene buigzame soort voor schepen en huizen;ipilheeft gelijke verdiensten;naga, dat op mahony gelijkt en voor meubelen wordt gebruikt;cansalod, planken voor vloeren;maguilomboy, voor hetzelfde doeleinde;duca,baslayan,oyacya, voor scheepsbouw;tipolo, voor muziek-instrumenten;lanipga, eene soort van ceder, dat voor graveer- en beeldhouwwerk wordt gebruikt;bayog, voor masten en raën;bancal, voor zolderingen en graveerwerk;malaguibuyo, voor vloeren;ogjayan, buigzaam voor verbindingen enz.;lanitan, voor guitars, violen enz.;janlaatan, voor meubelen;lauaan, voor schepen;basa, in groote blokken voor bouwwerk en schepen;talagtag, voor kabinetwerk;nino, de bast, die voor roode en gele kleurstof wordt gebruikt;bacan, bouten;panao, een medicinaal hout, dat de Indianen voor zeere oogen gebruiken;banate, eene fijne en sterke kist- en houtsoort, die voor biljard-queuen naar Europa is uitgevoerd;bancolinao, ebbenhout;casla, heeft eene vrucht, die op eene Fransche boon gelijkt, waarvan de olie door de inlanders voor hunne lampen wordt gebruikt;jaras, voor den bouw van huizen. Men zal opmerken, dat al deze hunne Indiaansche namen dragen, die de Spanjaarden ze gewoonlijk geven.Ten opzigte van den handelstoestand en de vooruitzigten daaromtrent van al de centrale en zuidelijke eilanden van den Philippijnschen Archipel, heb ik de meest gunstige bijzonderheden verkregen, die de vice-consul van Iloilo, de heer Loney, in 1857 aan den consul van Manilla heeft gegeven en waaraan ik het volgende ontleen.Dat gedeelte van de Philippijnen, die de Bisajas genoemd worden, kan men over het algemeen beschouwen als al de eilanden ten zuiden van Luzon omvattende, ofschoon, strikt genomen, zij alleen beslaan die van Samar, Leyte, Panay, Negros, Cebu, Bohol (met de onderhoorigheden Tablas, Romblon, Sibuyan, enz.) en vierprovinciën: Misamis, Caraga, Zamboanga en Nueva Guipuzcoa, van het belangrijke eiland Mindanao, na Luzon het schoonste en grootste van den Archipel.De administratie van de inkomsten der Bisajas was vroeger opgedragen aan een bijzonder bestuur (Gobierno Intendencia de Bisayas) in de stad Cebu gevestigd, doch daar deze administratie in 1849 is afgeschaft, staan al de provinciën, wat hare inkomsten betreft, nu gelijkelijk onder de contrôle van de super-intendencia te Manilla. Terwijl echter de provinciën en districten van Luzon (met uitzondering van Cavite, La Isabela, Nueva Viscaya, El Abra, San Mateo en La Union) door burgerlijke ambtenaren (alcaldes mayores) worden bestuurd, is het beheer over de Bisajas opgedragen aan militaire beambten (gobernadores militares y politicos) van den rang van kapitein tot kolonel, die bij vele gelegenheden worden bijgestaan door een luitenant-gouverneur, een civiel beambte en gewoonlijk door een regtsgeleerde, die kennis neemt van alle gewone civiele en criminele zaken.De groep der Bisajas wordt meestal door een ras bewoond, dat in alle hoofdtrekken op het Tagalog- en andere Maleische rassen van Luzon gelijkt. Hunne taal kan als een dialect van het Tagalogsch worden aangemerkt, ofschoon de klank harder is en het niet zoo woordenrijk, zoo verfijnd en aan grammaticale regels onderworpen is als deze laatste tongval. In het Bisajaansch vindt men meer Maleische woorden dan in de op Luzon gesproken dialecten. De inlanders van deze eilanden en die van Luzon verstaan elkander slecht, ofschoon hunne talen blijkbaar van dezelfde hoofdtaal zijn afgeleid.De Bisajas leveren een gehard, zeevarend volk, maar als regel kan eene algemeene neiging tot luiheid, die aan den Philippijnschen «Indiaan» wordt toegeschreven, in een welligt nog hoogeren graad worden toegeschreven aan de bewoners van de geheele zuidelijke groep, en maakt tegenwoordig, bij gemis aan eenige doelmatige middelen tot dwang, een der voornaamste hinderpalen uit tegen eene snellere uitbreiding van den landbouw door de invoering van Europeesch kapitaal.De Christen-bevolking van de Bisajas wordt gerekend als volgt:Samar118,000Leyte115,000Romblon16,600Panay:Capiz135,000Iloilo450,000Antique80,000Cebu en Bohol385,200Negros108,000Calamianes18,000Mindanao:Misamis44,500Carago (Surigao)15,300NieuwGuipuzcoa(Bislig enDavao)11,200Zamboanga12,000Totaal1,508,800Onder deze zijn niet begrepen de onafhankelijke stammen, die de bergen in het binnenland bewonen; men kan hun aantal eenigzins berekenen uit eene aanteekening van het aantal dergenen, welke in 1849 in de onderstaande provinciën hebben gewoond, als:Misamis66,000Samar25,964Leyte (niet met zekerheid bekend).Negros8,545Panay13,900Cebu4,903Totaal119,312De meeste niet-onderworpen stammen (vooral Mohammedanen) bewonen Mindanao, waarvan de totale bevolking algemeen op bijna een millioen zielen wordt berekend.Het eiland Panay, gunstig omstreeks het centrum van degroep der Bisajas gelegen, is aan zijn naaste punt, zijnde Potol—op 11° 48’ NB. en 122° WL. van Greenwich—180 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd. Het is bijna driehoekig gevormd en heeft eene uitgestrektheid van ongeveer 300 mijlen. Het is het vijfde in grootte van de Philippijnsche eilanden en volgt in dit opzigt op Luzon, dat 1,059, op Mindanao, dat 900, op Paragua, dat 420, en op Samar, dat 390 mijlen in omvang heeft, doch hoezeer kleiner dan de zoo even genoemde eilanden, is het, na Luzon, het meest bevolkte van den Archipel, wanneer Mindanao, met zijne onbekende bevolking van voormelde onafhankelijke stammen, daarbuiten gerekend wordt.Panay is verdeeld in de drie provinciën Capiz, Antique en Iloilo, die te zamen eene bevolking van ongeveer 665,000 zielen hebben.Capiz beslaat het geheele noordelijke gedeelte van de kust van Panay, een afstand van 77 mijlen. Zijne grenzen in het binnenland kunnen bepaald worden door een kromme lijn, die een weinig ten oosten van Punt Bulacan begint, langs de Pico de Arcangel, in de Siauragan-bergen, en westwaarts naar Pandan, aan de kust loopt. Zijne hoofdstad is Capiz, aan de rivier van dien naam gelegen. Ofschoon ten zuiden en ten westen door eene ongeregelde serie van bergketenen afgebroken, bestaat het grootste gedeelte van het grondgebied van Capiz uit uitgestrekte laag liggende vlakten, die rijst in groote hoeveelheid produceren. Het eiland bezit een paar goede havens, vooral die van Batan en Capiz zelf, aan de zamenvloeijing van de rivieren Panay en Capiz gelegen, biedt eene veilige ankerplaats aan. De belasting-betalende bevolking wordt officiëel op 135,000 zielen berekend.Antique neemt de westelijke zijde van het eiland in, langs eene uitgestrektheid van 84 mijlen—van punt Naso ten zuiden tot Pandan ten noorden—is van driehoekigen vorm en wordt aan het noorden door de provincie Capiz, ten zuiden en oosten door Iloilo en ten westen door de zee begrensd. Antique is zeer bergachtig en, betrekkelijk dun bevolkt, produceert het tegenwoordig niet veel voor den uitvoer, vooral ook omdat de meerdere ontwikkeling van zijne hulpbronnen wordt belemmerddoor het gebrek aan goede havens, waarvan het geen enkele langs de geheele linie van de kust bezit. Aan zijne hoofdstad en haven, San José de Buenavista, is een zeebreker in aanbouw, die, wanneer hij voltooid zal zijn, meerdere levendigheid aan den handel in de provincie zal bijzetten, omdat de vaartuigen hier dan het geheele jaar door zullen kunnen laden. Te San José nemen vreemde walvischvaarders en andere schepen niet zelden water en provisie in. Het aantal zijner inwoners, behalve deremontadosenmonteses, die de berg-districten bewonen, wordt op 80,000 zielen berekend.Iloilo strekt zich over het zuid-oostelijke gedeelte van het eiland uit, is mede driehoekig gevormd en grenst ten noorden aan Capiz, ten westen aan Antique en ten zuid-oosten aan den zeearm, waardoor het van het eiland Negros wordt gescheiden. Dit eiland, dat het grootste, rijkste en meest bevolkte der drie provinciën is, verdient meer bijzondere vermelding.Iloilo, de hoofdstad en de residentie van den gouverneur van het eiland, is 254 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd, en wordt door Spaansche hydrographen op 10° 48’ WL. van de middaglijn van San Bernardino geplaatst; het is nabij de zuid-oostelijke grens van het eiland, digt aan de zee, aan den oever van het enge kanaal gelegen, dat door het eiland Giumaras wordt gevormd, hetwelk tegenover Iloilo op een afstand van 2½ mijlen van het Panay-strand ligt. De stad is voornamelijk op lagen, moerassigen grond gelegen, en staat bloot aan den invloed van het getij; zij ligt deels tegenover de zee en deels langs den regter oever van eene kreek of inham, die naar Jaro leidt, en ontmoet, na een halven cirkel te beschrijven, op nieuw de zee bij Molo. Hoezeer de voornaamste zeehaven en zetel van het Gouvernement der provincie, is de bevolking niet zoo sterk als die van vele steden in de nabuurschap. Zij bedraagt tegenwoordig niet meer dan 7,500 zielen, terwijl die van Jaro, Molo en Oton, steden in de onmiddellijke nabijheid gelegen, respectievelijk 33,000, 15,000 en 20,000 zielen sterk zijn. Deze betrekkelijke schaarschheid van inwoners ontstaat hoofdzakelijk uit het gebrek aan ruimte voor verdere uitbreiding aan de enge landtong, waarop de stad hoofdzakelijk is gebouwd. Deze hinderpaal tegen de verdere vermeerderingvan de bevolking zou in den loop der tijden uit den weg geruimd kunnen worden, daar doeltreffende maatregelen zijn genomen om de bevolking meer landwaarts te brengen; onder anderen behooren daartoe de oprigting van een nieuw gouvernementshuis en publieke bureaux op een meer centraal punt; de voorgenomen verplaatsing van de tegenwoordige kerk naar eene meer voordeelige en opene plaats en het scheppen van nieuwe en meer directe wegen (thans in aanleg), die naar en van de naburige volkrijke steden leiden.Niettegenstaande het gebrek aan meerdere ruimte, is de grootte en de belangrijkheid der stad in de laatste jaren merkbaar toegenomen, terwijl het aantal Europesche inwoners, dat in 1840 slechts 3 bedroeg, in 1857, 31 in Iloilo en 30 in de overige steden der provincie beliep. De meesten dezer kwamen in de jaren 1855 en 1856 aan, en het gevolg van deze vermeerdering van Europeanen, hoezeer hun aantal nog klein is, toont zich reeds in de daarstelling van nieuwe gebouwen en de plannen tot oprigting van vele anderen. De rijzing van de waarde der eigendommen blijkt uit het feit, dat het huis, waarin het vice-consulaat is gevestigd en dat van hout met een palm-dak is gebouwd, voor 33 dollars per maand of ongeveer 80 pd. st. per jaar verhuurd wordt. De waarde van land ter bebouwing is ook in evenredigheid toegenomen.De bevolking der provincie wordt officiëel op 511,066 zielen aangegeven, maar er bestaat reden hier aan eene belangrijke overdrijving te denken en het getal op niet meer dan 400 à 450,000 te schatten.De haven van Iloilo, hoezeer wel beschermd en van nature goed, is niet van inconveniënten ontbloot; zij kunnen echter met weinig moeite verholpen worden en, voorzien van eene der uitmuntende kaarten door deComision Hidrografica(en wanneer men van het noorden komt met eene loods) kunnen groote schepen veilig binnenvaren.Het eiland Guimaras, dat 22 mijlen lang en 3 mijlen breed is, vormt tegenover Iloilo een beschutte passage, die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, 2½ à 6 mijlen breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. Het binnenkomen in deze passagevan het zuiden wordt voor een groot gedeelte beperkt door de Oton-ondiepte (Bajo de Oton), die zich op een belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en ter lengte van ongeveer eene mijl het doelmatige kanaal dààr tot eene breedte van ongeveer twee mijlen uitbreidt. Dit is intusschen geen hinderpaal voor groote schepen gedurende den zuidwest-mousson (vooral als het kanaal behoorlijk is uitgebaggerd), daar de passage geheel zuiver is, zoover het zich uitstrekt, terwijl bij een tegenwerkenden noord-oost-mousson zij zich kunnen doorwerken of slepen met het getij, als zij op Guimaras aanhouden, welks kust zuiver is en tot digtbij diep water heeft, zoodat zij, zoo noodig, aan het uiteinde van de ondiepte kunnen ankeren, die vasten grond aanbiedt en die men, daar zij uit zacht zand bestaat, veilig kan naderen. Deze geheele kust, door Guimaras, het Panay-strand en voor een belangrijk gedeelte door het eiland Negros beschermd, biedt eene veilige ankerplaats aan in den noord-oost-mousson, terwijl de schoone haven van Buluanga of Santa Ana, aan het zuidwestelijke gedeelte van Guimaras gelegen, die zeer geriefelijke toegangen heeft voor vaartuigen van de grootste tonnenmaat, in bijna alle omstandigheden eene schuilplaats aanbiedt. De kustvaartuigen naderen den tegenovergelegenen of noordelijken toegang gewoonlijk door de keten van kleine eilanden (Gigantes, Pan de Azucar, Sicogon, Apiton, enz.), gezamenlijk deSilangagenaamd, die aan de noordoost-kust van Panay gelegen zijn en eene uitmuntende wijkplaats langs een geruimen afstand aanbieden voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisajas gebruikt worden. Maar hoezeer onder deze eilanden goede ankerplaatsen zijn, vooral te Pan de Azucar en Tagu, zou het voor zwaar beladen vaartuigen voorzigtiger zijn, ingeval men niet practisch bekend is met het getij en de stroomen, het meer buitenwaarts gelegen kanaal tusschen de Silanga en het eiland Negros te nemen. Na de Calabazas-rotsen en Pepitas-ondiepte te zijn voorbijgevaren en het kasteel of blokhuis van Banate te hebben aangedaan (dat vroeger, even als vele andere, langs de Philippijnsche kusten is gebouwd, ter verdediging tegen de zeeroovers van de Soeloe-zee), wordt de koers zuidelijk genomen, tot dat een groep van zeven merkwaardige rotsen, de«zeven zonden» genaamd, in het gezigt komt, waarnaar men dan regtstreeks stevent, wel zorgende de Iguana-bank te vermijden, die naauwkeurig op de genoemde kaarten is aangeduid; ten zuiden van het Iloilo-fort kunnen dan vaartuigen van zekere tonnemaat de kreek binnengaan, of, zoo zij te groot zijn, naar de oostzijde van het fort stevenen, waar zij tegen den wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn. De diepte van het water aan den slagboom bij den ingang van de kreek, bedraagt ongeveer vijf vademen bij laag water; maar op weinig afstands verder, meer inwaarts, daalt het water tot vijftien voet bij laag water en wordt dan weder dieper. Daar de rijzing en daling zes voet bedraagt, kan een vaartuig van 300 ton, dat, geladen, een diepgang van 16 tot 18 voet heeft, gemakkelijk met eene volle lading passeren. Met eene maal-machine, die gebruikt wordt om den modder te verwijderen, dien men op de meer ondiepe plaatsen bij den ingang heeft laten ophoopen, kunnen schepen van bijna elke diepte hunne ladingen landinwaarts voltooijen. DeSanta Justa, een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1851 het gedeelte eener tabakslading in de kreek en het overige daar buiten.Het dient opgemerkt te worden dat, daar de banken der kreek uit zachten modder bestaan, men weinig of geen gevaar loopt vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalve mijl op de kreek is doorgevaren (die van 1 tot ¾ mijl in breedte verschilt en voldoende beschutting voor wind en zee aanbiedt), komen de kustvaartuigen tot bijna voor de woningen van de reeders en hebben het groote voordeel aan de pakhuizen te laden en te lossen zonder booten behoeven te gebruiken.Van dit punt af, strekt de kreek zich tot Molo uit. Vroeger was men gewoon met de kustvaartuigen zoo noodig tot Molo te varen, maar daar de ophaalbrug, waardoor de schepen gingen, versleten is en de tegenwoordige brug (die nu in slechten toestand verkeert) geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de handelaren van Molo hunne magazijnen hebben overgebragt.De uitvoerhandel van Iloilo, die zich tot nog toe tot de haven van Manilla en de naburige eilanden beperkte, wordt tegenwoordighoofdzakelijk gedreven door vier Spaansche firma’s, die te Iloilo wonen en de betere soort van inlandsche vaartuigen bezitten, die deze haven uitzeilen, maar er is ook nog een belangrijk aantal mestizen, voornamelijk van Chinesche afkomst, die in de naburige steden Molo en Jaro wonen en waarvan vele vaartuigen bezitten en belangrijke sommen in den handel bezigen.De voornaamste producten van uitvoer zijn tabaksbladeren, suiker, sapanhout, rijst in den bolster (of padie), hennep en huiden, behalve andere artikelen in geringer hoeveelheid, waaronder hoorn, beche-de-mer, paarlemoerschelpen, bijenwas, riet enz. en een groot aantal inlandsche gefabriceerde goederen. Blad- of ongefabriceerde tabak, is tegenwoordig het meest belangrijke artikel en dat, hetwelk de Spaansche handelaren als het meest lucrative hebben bevonden. Zij koopen het van de kleine inlandsche planters en verzenden het naar Manilla tot uitsluitenden verkoop aan het Gouvernement, tegen prijzen die de factory-taxateurs bepalen, naarmate van de grootte en kwaliteit van het blad. Van Iloilo werden zoo wat 30,000 quintals in 1856 naar Manilla verscheept en van Capiz 20,000; ongeveer 50,000 quintals worden van de jaarlijks in Panay geproduceerde bladen uitgevoerd.De uitvoer van tabak naar Manilla, tot het jaar 1845, beliep in deze provincie niet meer dan 10,000 quintalen per jaar; maar nadat in dat jaar de agent van een firma uit Manilla de gewone lage prijzen, die de handelaren uit Iloilo betalen, van 10 realen tot een gemiddelden prijs van 20 tot 21 realen voor de drie eerste kwaliteiten had verhoogd, was de uitvoer spoedig tot 24,000 quintalen gestegen.Toen het gouvernement zijn aandacht op het toenemend gewigt van dit product had gevestigd, besloten de gouverneur en eenige inzamelaars een systeem van «collecion» in te voeren, gelijk de «colleciones» die te Cagajan, La Union en Nueva Ecija bestaan. Door dit systeem werd de aankoop van en de uitvoer naar Manilla der particuliere handelaren, ofschoon niet bepaald ontzegd, (zoo als in de evengenoemde provinciën) zóózeer benadeeld door de onbillijke mededinging met het gouvernement (waaraan de particuliere koopers ten laatste moesten verkoopen wat zij verscheepten),dat de totale uitvoer van Iloilo gedurende de zes jaren van 1848 tot 1853 van 25,000 tot 18,900 quintalen daalde. In dit laatste jaar werd de collecion ontbonden. In 1853 werd aan eene maatschappij, die zich te Madrid had gevormd, het uitsluitend privilegie toegestaan van de fabrikatie en uitvoer van cigaren en tabaksbladen naar vreemde markten. Een groot en uitgebreid steenen factorij-gebouw werd nabij Iloilo opgerigt, de fabrikatie van cigaren georganiseerd en aankoop van bladen gedaan, terwijl ten laatste de operatiën der maatschappij werden uitgestrekt tot den bouw van de plant in verschillende gedeelten van de provincie. Eene clausule in haar reglement belette de maatschappij echter de factorijen te Manilla, wanneer dit noodig was, van eene belangrijke jaarlijksche hoeveelheid tabaksbladen en cigaren te voorzien, zoo noodig gelijkstaande met het bedrag dat jaarlijks in de provincie uit andere bronnen werd verkregen. Dien ten gevolge werden de aanvragen voor de Manilla-factorijen (naar men zegt met voordacht vermeerderd door de vijandige gezindheid van den toenmaligen Intendente de Hacienda jegens de maatschappij) zoozeer uitgebreid, dat de maatschappij in werkelijkheid van de gelegenheid beroofd werd voor hare eigen rekening te handelen, en na een bestaan van ongeveer drie jaren moest zij ontbonden worden, met het verlies van een belangrijk gedeelte van het oorspronkelijk gestorte kapitaal. Zoo de autoriteiten van Manilla tot hare ontwikkeling hadden medegewerkt, dan waren de resultaten, hoezeer noodwendig belemmerd door het schadelijke beginsel, aan alle monopoliën verbonden, gunstiger geweest, daar, met de vrijheid tot fabrikatie van en verscheping naar vreemde markten, zij goede prijzen had kunnen maken en de kultuur van de tabaksplant uitbreiden. Een feit, in verband met dit onderwerp beschouwd, is dat een der Europeanen, die vroeger in dienst van de maatschappij was geweest, sedert cigaren voor lokaal verbruik had gefabriceerd, die hij tegen 8 dollars per duizend verkocht, terwijl zij bijna, zoo niet geheel, van dezelfde kwaliteit waren als de «Imperiales», die in de factorij te Manilla tegen 25 dollars worden gefabriceerd.Sedert 1853 en gedurende de operatiën van de maatschappij, zijn de aankoop en verscheping van tabak door particulierenweder op den ouden voet teruggebragt, en terwijl het op die wijze verscheepte bedrag gestadig, hoezeer zeer langzaam, is vermeerderd, zijn de prijzen weinig stijgende gebleven. De hoogste prijzen echter, die de plaatselijke handelaren de inlandsche planters kunnen aanbieden, zijn niet hoog genoeg om eene snelle uitbreiding der aanplant te verkrijgen, of de laatste er toe te leiden tijd en werk genoeg te besteden tot verbetering van de hoedanigheid der plant, waarvan de geschikte kultuur speciale aandacht vereischt en meer kapitaal en intelligentie, dan het in hunne magt is aan te wenden. De verschepers te Iloilo klagen over de arbitraire wijze, waarop de verdeeling der soorten te Manilla plaats vindt, en over het feit, dat, zelfs na aflevering van de tabak in de gouvernements-pakhuizen, zij geheel voor hunne risico wordt gehouden, tot dat zij onderzocht, herpakt en voor de verscheping naar Spanje gereed is. De uit Iloilo verzonden soorten worden verdeeld in de eerste (waarvan onder het tegenwoordige stelsel eene zeer kleine hoeveelheid wordt geproduceerd), tweede, derde, vierde en vijfde soort, en al wat de onderzoekers te Manilla van de vijfde soort afkeuren, wordt achtergehouden en verbrand, ofschoon aan den verkooper daarvoor geen tegemoetkoming wordt verleend. De prijzen, die de factorij voor de vermelde kwaliteiten geeft, zijn 7.75, 6.75, 5.25, 4 en 3 dollars per quintal respectievelijk. De plant wordt in Januarij gezaaid en het grootste gedeelte van den oogst komt in Mei en Junij binnen. De bodem van het grootste gedeelte der Bisajas is gunstig voor den groei van de tabak. Het eiland Negros produceerde vroeger ongeveer 8000 quintals, van zeer goede kwaliteit, die de handelaren van Iloilo, door middel van hunne agenten, gewoon waren te koopen van de onafhankelijke stammen in het binnenland, maar daar de maatregelen, door den tegenwoordigen gouverneur genomen om de laatsten te onderwerpen, in 1856 hebben geleid tot het verslaan van vele honderden en de verdwijning van de overigen, hebben de toevloeijingen uit die bron tegenwoordig opgehouden te bestaan. Cebu produceert ongeveer 15,000 quintalen van veel minder kwaliteit. Te Leyte, vooral in het district Moasin, groeit tabak van uitmuntende kwaliteit en kleur, maar zij wordt nietgenoeg geproduceerd om in groote hoeveelheid voor den uitvoer naar Manilla te worden gezonden, en wordt dien ten gevolge bijna uitsluitend in de Bisajas gebruikt, waar zij op hoogen prijs wordt gesteld. In Samar groeit ook tabak voor plaatselijk gebruik. De fabrikatie van cigaren is in de Bisajas vergund, doch niet ter verkoop te Manilla of elders.Voor het oogenblik heeft de uitvoer van tabak van Panay en de overige eilanden weinig direct belang voor Britsche of vreemde kooplieden, daar de transactiën met het Gouvernement, zoo als zij thans geleid worden, van geen bevredigenden aard zijn. Het behoeft intusschen niet gezegd te worden, dat, zoo het bestaande Gouvernements-monopolie werd afgeschaft en vervangen door een systeem van verpachting van landerijen, eene directe grondbelasting op de hoeveelheid die verbouwd wordt of een regt op den uitvoer, en zoo de vrije fabrikatie voor en directe verscheping naar eene vreemde markt werden vergund,—de uitvoer van Panay onmiddellijk van groot gewigt voor den vreemden handel zou worden. Daar de grond van een groot gedeelte van het eiland zeer goed voor de kultuur van de plant geschikt is, zou de uitvoer, onder den prikkel van veel hoogere prijzen en ten gevolge daarvan, de aanwending van meer en beter besteed kapitaal, vatbaar zijn voor groote uitbreiding, vooral wanneer, hetgeen hoogst waarschijnlijk het geval zou zijn, de kultuur door Europeanen werd ondernomen en het tegenwoordige systeem van bebouwing van kleine strooken door inlanders, plaats maakte voor kultuur op eene groote schaal, zoo als in Cuba. De voordeelen, die de inlandsche bevolking zouden ten deel vallen door de opening van meerdere bronnen van industrie, behoeven niet aangewezen te worden.De quaestie van de opheffing van het bestaande monopolie is van groot gewigt voor de Philippijnen en het is te hopen dat het Gouvernement te Madrid, aangemoedigd door de voordeelige resultaten van de opheffing in 1819 van het monopolie in Cuba, spoedig zal besluiten de zwarigheden te trachten uit den weg te ruimen, die thans de quaestie omgeven, vooral daar hare oplossing jaarlijks dringender en meer van de zijde èn van Europeanen èn van inlanders verlangd wordt.Suiker, als een artikel van uitvoer, mag gezegd worden tot nog toe betrekkelijk in de ontkieming te zijn. Uit een uittreksel van aanteekeningen van provinciale ladingen, die dagelijks door denBoletin Oficialvan Manilla worden gegeven, blijkt dat bijna 12,000 pikols in 1856 uit deze provincie naar Manilla gingen, waarvan men kan aannemen dat ongeveer 3,000 van de Isla de Negros werden overgebragt en naar de hoofdstad verzonden als Iloilo suiker. Zoo groot is de prikkel geweest, dien de hooge prijzen aan dit artikel hebben gegeven, dat de hoeveelheid, alleen uit Iloilo uitgevoerd, niet minder dan 20,000 pikols bedroeg, of, met bijdragen van Negros, ongeveer 25,000 pikols, of bijna 1,600 vaten, en zoo de tegenwoordige snelle uitbreiding of aanplant gedurende drie jaren in dezelfde mate voortging, zou het uitvoerbare bedrag in dien tijd, dewijl er geen gebrek aan geschikt land bestaat, bijna 80,000 pikols of 5,000 vaten bedragen, hetgeen nog voor verdere vermeerdering uit andere bronnen vatbaar is, zoo vreemde vaartuigen zouden beginnen in deze haven te laden3. Op het eiland Negros, van waar de reis zes tot tien uren duurt, en waarvan de grond buitengewoon vruchtbaar is en onmetelijke plekken bezit, die bijzonder geschikt zijn voor de suiker-kultuur, heeft eene gelijke uitbreiding der kultuur plaats, in spijt van den grooten hinderpaal, die de betrekkelijke schaarschte der bevolking veroorzaakt, en waardoor alleen deze provincie geen grootere hoeveelheid suiker en hennep voortbrengt dan eenige andere in de Philippijnen. Tegenwoordig produceert Negros ongeveer 14,000 pikols of bijna 900 vaten suiker, waarvan meer dan twee derden direct naar Manilla gaan en het overige langs den weg van Iloilo verzonden wordt. Er is bovendien nog eene goede bron, waaruit suiker (ingeval vreemde vaartuigen te Iloilo laden) zou kunnen worden geput op het aangrenzende eiland Cebu, dat meer dan 90,000 pikols of 5,695 ton produceert voor de Manilla-markt en slechts twee of drie dagen varens van Iloilo is verwijderd.De werking van den prikkel, door de tegenwoordige prijzen gegeven, zal men begrijpen, wanneer men in overweging neemtdat de waarde van Iloilo-suiker, die in vroegere jaren tot 1855 in het algemeen van 2 tot 2.10 dollars per pikol op de Manilla-markt had bedragen, nu 5.68¾ dollars per pikol te Manilla beloopt, tegen 3.2 tot 3.3 dollars, met 25 pCt. voor premie op zilver, of gelijk 4.06 tot 4.21½ dollars hier, en zoo lang de prijs te Manilla niet beneden 3 dollars per pikol van 140 pond daalt, zal de aanplant worden uitgebreid. In de laatste jaren was door de onevenredig lage prijzen, die te Manilla betaald werden, de suiker-kultuur in vele districten ter zijde gesteld als improductief, maar gedurende de jaren 1858 en 1859 is zij snel toegenomen, vooral sedert de invoering van een zuiniger soort van fornuis, waarin het uitgeperste riet in vrij aanzienlijke mate wordt gebruikt in plaats van het vele hout, dat vroeger verbruikt werd.De zeer gebrekkige wijze van behandeling door de inlandsche en mestizen-planters is oorzaak dat in Iloilo geen betere soort suiker wordt geproduceerd, en al wat naar Manilla wordt verzonden, kan men als «ordinair ruw» aanmerken, maar de korrel is gewoonlijk zeer goed en wanneer zij de verdere behandeling in Engeland en Australië ondergaat, levert zij fijne kandij op, die zeer gewild is voor het uitdampen in de Glasgow-raffinaderijen. Zoo een beter stelsel van vermaling en koken hier was ingevoerd, zou suiker van eene uitmuntende kwaliteit worden geproduceerd, en het is zeer te wenschen dat eenige Europeanen met voldoend kapitaal en ervaring etablissementen in deze nabijheid zouden oprigten. Tegenwoordig bestaat geen enkele ijzermolen op het eiland. De ongeraffineerde suiker van de Philippijnen op gewone tijden, zelfs onder de tegenwoordige gebrekkige en kostbare wijze van productie, wordt voor de goedkoopste in de wereld gehouden. De enkele Europeanen, die zich thans in dit gedeelte met de suikerkultuur bezig houden, zijn een Fransche planter te Negros, die uitmuntende suiker produceert (welke altijd ruim 1 dollar per pikol meer dan die van Iloilo gewoonlijk opbrengt), en een planter van dezelfde natie in die provincie, die laatstelijk op eene kleine schaal is begonnen.Wanneer men de bovenvermelde prijzen als basis neemt (4.21½ dollars hier tegen 5.68¾ dollars te Manilla), is het verschilten gunste van de plaats van productie nu 1.47¼ dollar per pikol, maar wanneer men aanneemt dat de vreemde exporteur die 47½ centen hier moet geven, ten einde een zoodanig gedeelte van den oogst te verzekeren als noodig zou zijn een vaartuig te beladen, zou er nog eene belangrijke winst van 1 dollar per pikol overblijven, of 17½ pCt. minder dan de kosten te Manilla. De vrachten naar Manilla, die tegenwoordig door de kustvaartuigen worden geladen, kosten 50 cents per pikol. De geheele suikeroogst wordt van Februarij tot Maart afgeleverd.Sapanhout wordt in belangrijke hoeveelheid uit de provincie Iloilo uitgevoerd. Het wordt hoofdzakelijk geproduceerd in de nabijheid van de zuidelijke kuststeden Guimbal, Miagao en San Joaquin (waarvan de verste twintig mijlen van Iloilo is verwijderd), van waar het grootste gedeelte ter zee naar Iloilo wordt verzonden voor den uitvoer naar Manilla en het overige direct uit Guimbal verscheept. In 1858 werden, volgens de onvolledige aanteekeningen van denBoletin Official, 32,723 pikols of 2,045 vaten naar Manilla en 789 pikols uit Antique verscheept.De hooge prijzen, die te Manilla betaald werden, hadden de vorming van nieuwe plantaadjes ten gevolge, waardoor de uitvoer nog meer zal toenemen. Eene groote hoeveelheid wordt jaarlijks naar Singapore en Amoy verzonden en maakt het geheel der lading van die vaartuigen uit, welke te Manilla naar eerstgenoemde haven wordt verzonden. De qualiteit van het Iloilo-sapanhout zou nog beter zijn, zoo de inlanders niet een groot gedeelte afsneden vóór dat de boomen voldoende gegroeid zijn. Wanneer men het behoorlijk laat ontwikkelen, moet het even goed of nog beter zijn dan dat van Misamis of Bolinao, die thans de beste kwaliteiten op de Manilla-markt brengen. Daar zoowel de verkoopers als de makelaars het hout zoo spoedig mogelijk na het afsnijden trachten af te leveren, moet het verlies aan gewigt op de reis naar Manilla somtijds meer dan 12 à 14 pCt. bedragen. De tegenwoordige prijs van het sapanhout, dat te Iloilo wordt afgeleverd, bedraagt, met inbegrip van 25 pCt. voor kosten van zilver, 1.08 dollars per pikol tegen den koers te Manilla van 1.75 tot 1.875 dollars, waarbij eene aanzienlijke tijdbesparing komt ten gunste van schepen, die hier voor eene vreemdemarkt laden. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 31.25 cts. per pikol.Hennep (zoogenaamd, ofschoon het in wezenlijkheid het product van eene soort plantaan is), die in Iloilo wordt geproduceerd, heeft meestal een langen, witten vezel, gelijk die op de Londensche markt als «Lupiz» bekend is, welke in de inlandsche fabrieken wordt gebruikt; men hecht er thans weinig aan als een artikel van uitvoer. Maar ofschoon Iloilo weinig of geene overproductie van hennep oplevert, brengen de kleine kustvaarders hier zoo wat 350 vaten uit de naburige eilanden en provinciën Leyte, Samar, Negros, Camarines en Albay, die op deze plaatsen in ruil voor de padie en de inlandsche goederen der provincie wordt genomen.Zoowel Leyte als Samar produceren tegenwoordig groote hoeveelheden uitmuntende hennep voor de Manilla-markt, vooral eerstgenoemd eiland, en de reis daarheen gedurende het grootste gedeelte van het jaar is zóó kort (tegenwoordig nemen vaartuigen aan in zes dagen daarheen te gaan en in twee dagen de terugreis te doen), dat, zoo de inlandsche handelaren een gereede markt te Iloilo zouden vinden, tegen prijzen, betrekkelijk gelijkstaande met die van Manilla, meer dan waarschijnlijk eene belangrijke hoeveelheid meer naar Iloilo in plaats van naar de hoofdstad zou worden verzonden.Op het eiland Negros neemt de productie zeer snel toe; een groote hoeveelheid werd gedurende 1858 geplant, daar verscheidene pueblos en districten stukken gronds voor meer dan 100,000 en 200,000 planten bezitten, die in de twee volgende jaren in gebruik zullen komen, en daar de plant merkwaardig is om hare groote voortteelende kracht, zou de te verkrijgen hoeveelheid jaarlijks in een dubbele verhouding vermeerderen. De uitvoer van hennep van het Isla de Negros bedraagt thans 13 à 14,000 pikols of ongeveer 850 vaten per jaar, vooral uit de haven vanDumaguete, aan de oostelijke zijde van het eiland.Wanneer men in aanmerking neemt dat in 1831 de geheele uitvoer van hennep uit de Philippijnen niet meer dan 346 vaten bedroeg, dat hij in 1837 reeds tot 3,585 vaten was gestegen, en dat gedurende het jaar 1856 niet minder dan22,000 vaten uit Manilla naar de Vereenigde Staten en Europa werden verzonden, dan zal men zich eenig denkbeeld kunnen vormen van de toekomstige resultaten van dit belangrijke artikel op het vruchtbare eiland Negros, zelfs bij den bestaanden, reeds genoemden hinderpaal van eene schaarsche bevolking. Ik hecht te meer aan de feiten betreffende Negros, omdat dit eiland door zijne onmiddellijke nabijheid, ingeval van regtstreekschen uitvoer uit Iloilo, als een integrerend deel kan beschouwd worden van het eiland Panay. De hennep, in 1858 uit Capiz verscheept, bedroeg 6,458 pikols of 400 ton, die vooral echter was vervaardigd van eene mindere soort, uit de vezelen van de pácul, een wilde soort van de plantaan. Daar deze mindere soort van hennep echter onvoldoende prijzen oplevert, meen ik dat de plant, die het echte artikel produceert, nu meer algemeen te Capiz wordt gecultiveerd. De koers van hennep hier mag op 5.375 dollars, of met 25 pCt. voor de kosten van zilver, op 6.715 dollars per pikol geschat worden, tegen den koers te Manilla van 7.75 à 8 dollars. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 50 cents per pikol.Rijst in den bolster of padie is een niet minder gewigtig artikel in den landbouw van Panay, ofschoon het thans van weinig werkelijk belang met betrekking tot den vreemden handel is. De jaarlijksche productie van de provincie Iloilo mag, hoezeer niets zekers daaromtrent bekend is, op 850,000 zakken worden geschat, waarvan waarschijnlijk 40,000 naar de naburige eilanden en Manilla worden uitgevoerd. Capiz produceert ongeveer 900,000 zakken en voert ongeveer 100,000 op dezelfde wijze uit. Antique draagt mede een belangrijke hoeveelheid bij voor de consumptie van het eiland en voert meer dan 15,000 zakken uit. Deze hoeveelheden echter moeten als gissingen beschouwd worden van het tegenwoordige bedrag van consumptie en verzending.De uitgevoerde padie wordt voornamelijk in kleine schoeners (pancosenbarotos) naar de naburige eilanden Leyte en Samar en ook naar Camarines en Albay verzonden, in ruil tegen hennep en kokosnotenolie (welke laatste te Leyte verkregen wordt), die òf naar Iloilo ter verkoop òf naar Manilla zijn verzonden. Als de prijzen in Manilla eene voldoende ruimte toelaten (diezij gewoonlijk het geheele jaar doen), dan wordt eenige padie in die rigting verzonden, welke een deel van de lading der vaartuigen uitmaakt, die naar de hoofdstad vertrekken. De uit Iloilo verscheepte padie wordt voornamelijk van de uitgestrekte vlakten van Dumangas, Zarraga, Pototan, Santa Barbara en Barotac-Viejo verkregen. Wanneer een groot gedeelte land tot bebouwing werd gebruikt, zou de vermeerderde opbrengst van deze graansoort geschikt zijn voor den uitvoer naar China, waarvoor vreemde vaartuigen konden worden gebruikt, daar zij voortdurend te Sual in Pangasinan zijn, en men kan gereedelijk aannemen dat in den loop der tijden schepen, die de haven van Iloilo bezoeken en naar China gaan, natuurlijk bij hunne ladingen een aandeel van rijst zullen voegen en daardoor de kultuur nog meer bevorderen. Thans is, ten gevolge van de schaarschte aan rijst in Camarines en Leyte, de prijs van padie te Iloilo tot 10 realen per provinciale zak gestegen, die gelijk staat met anderhalf van de maat (cavan del rey), welke te Manilla gebruikt wordt. De overige artikelen die uit Panay worden verscheept en eveneens van gewigt zijn voor den directen uitvoerhandel, zijn:Huiden van buffels en koeijen, waarvan de uitvoer in 1858 naar Manilla bedroeg 128 vaten van Iloilo, 60 van Capiz en 24 van Antique. De prijzen hier, die thans zeer hoog zijn, kunnen op 5 tot 8 dollars voor buffel- en 10 à 14 dollars voor koeijenhuiden per pikol gerekend worden.Horens.—Eene beperkte hoeveelheid uit de drie provinciën. Prijs van 2 à 3 dollars per pikol.Schelpen.—430 zakken werden in 1858 uit Capiz, 42 uit Antique en 33 uit Iloilo verscheept. Dit artikel, dat vroeger te Manilla 2.50 à 3 dollars per zak heeft gegolden, is later tot 15 dollars gerezen.Gomelastiek.—2,359 pikols of 147 vaten werden in 1858 van Capiz naar Manilla verzonden, waar men er gewoonlijk 1.50 tot 3 dollars per pikol voor betaalt.Paarlemoerschelpen.—Hiervan kan slechts een kleine hoeveelheid uit deze haven en uit Capiz verkregen worden; zij worden voornamelijk uit Soeloe, via Zamboanga, en uit de naburigeeilanden van de Silanga aangevoerd. Zij worden hier gewoonlijk op 18 à 22 dollars per pikol geschat.Rotting,—tot het pakken van producten te Manilla gebruikt; 401,000 werden in 1856 uit Capiz; 104,000 uit Iloilo en 97,000 uit Antique verzonden.Matten zakken, die uit het blad van den sago-palm vervaardigd en ook tot inpakking gebruikt worden; 155,850 werden in 1856 uit Capiz naar Manilla verzonden.Bijenwas.—Hiervan worden jaarlijks eenige weinige pikols uit de drie provinciën naar Manilla verzonden.Gutta-percha.—Eenige hoeveelheid van deze nuttige zelfstandigheid is van hier naar Manilla verzonden, maar, hetzij ten gevolge van bederf of wel door onbekendheid met de geschikte wijze van bereiding, er zijn geene aanmoedigende prijzen voor gemaakt. De boom die ze voortbrengt en die de Bisajersnatonoemen, komt in overvloed in deze provincie en in Guimaras voor, en zoo het de eigenlijkeIsonandra guttavan de Straits en van Borneo blijkt te zijn, zal het artikel later van groot gewigt worden. Het monopolie tot verscheping naar Manilla, aan Senor Elis geschonken, werkt nadeelig op de productie van dit artikel.Hout,—voor gebouwen en verschillende soorten van hout voor meubelen, komen in overvloed in Panay voor en de eilanden van de Silanga en Guimaras zijn bijzonder rijk aan goede boomen. Van daar wordt de toevoer naar Iloilo en de naburige steden verkregen, alsmede het voor den bouw van schepen benoodigde, die nu en dan te Guimaras worden gebouwd, waar nu (1857) een van 350 tonnemaat in aanbouw is, maar tot nog toe heeft men weinig acht geslagen op de onmetelijke hoeveelheid, die men kan verkrijgen.Van andere artikelen, die òf niet geschikt zijn voor Europesche markten, òf tot nog toe in onbeduidende hoeveelheden geproduceerd worden, wil ik alleen noemen: cacao, van uitmuntende kwaliteit, arrowroot, teer, waarvan eene belangrijke hoeveelheid naar Manilla wordt verzonden, tarwe, die veel in de hooger gelegene districten van het eiland groeit en waarvan 1,125 zakken in 1856 uit Iloilo en Antique werden verzonden; maïs,bêche-de-mer, gedroogde groenten (boonen enz. in groote hoeveelheid), sago, katoen, schildpad, dassen-huiden, gember en stofgoud.Gom, verwstoffen en droogerijen van verschillende soorten komen in overvloed in Panay voor, en er bestaat groote behoefte aan een wetenschappelijk onderzoek van de vele producten van dien aard, waarvan weinig of geen gebruik wordt gemaakt. Men moest zich herinneren dat de meeste der mindere bovengenoemde artikelen ook door de naburige eilanden geproduceerd worden en dus in groote hoeveelheden konden worden verkregen, wil men de verwachting dat Iloilo in groote mate het emporium van den handel der Bisajas zal worden, in de toekomst verwezenlijkt zien.Van den mineralen rijkdom van het eiland is weinig of niets met zekerheid bekend. Goud vindt men in de bedding van eene rivier nabij Abacá in deze provincie en bij Dumárao in Capiz. IJzer en kwikzilver moeten ontdekt zijn, het eerste op verschillende plaatsen van het eiland, en kolen zegt men dat in Antique bestaan, maar dit zijn punten waarop men tot nog toe weinig acht heeft geslagen. Op eene reis naar het binnenland met den gouverneur van Iloilo door de Silanga gedaan, langs het geheele noordoostelijke gedeelte van de provincie en tot de grenzen van Capiz, nabij Dumárao, werden den heer Loney verschillende soorten van mineraalstoffen vertoond, die blijkbaar veel ijzer bevatten. Met betrekking tot dezen togt bevestigt ook de getuigenis van den heer Loney, uit persoonlijke ondervinding, de berigten omtrent de vruchtbaarheid van het eiland en den handelsvoorspoed, die het in de toekomst schijnt te wachten. De wegen zijn in het algemeen tamelijk goed tot dat de hevige regens van Augustus tot October invallen; maar tegenwoordig bestaat er op vele plaatsen gebrek aan voldoende bruggen, hetgeen het vrije vervoer van producten naar de kust belemmert. Het eiland biedt geen groote oppervlakte genoeg aan tot daarstelling van belangrijke stroomen en de voornaamste en eenig belangrijke rivier in deze provincie, de Jalaur, die bij Dumangas in de zee uitloopt en door middel waarvan een groote hoeveelheid padie naar de kust verzonden en naar Iloilo overgebragt wordt, kan alleen in het drooge jaargetijde vaartuigen van zeer weinig diepgang dragen.Het stelsel van aankoop van producten te Iloilo bestaat, zoo als men in bijna alle provinciën gewoon is, in het gebruik van makelaars ofpersoneros, die de producten van de inlandsche en mestizen planters en handelaren in de verschillende pueblos in het binnenland en langs de kust koopen en een commissieloon van 5 pCt. op het afgeleverde bedrag ontvangen. Het is meestal noodzakelijk door middel van deze makelaars voorschotten te doen op de aanstaande oogst, ten einde van eenige hoeveelheid zeker te zijn, en aan zulke voorschotten is altijd eenige risico verbonden. De prijs, voor het artikel te ontvangen, wordt gewoonlijk bepaald op den tijd van de betaling van het voorschot en voor alle meerdere productie, die van den planter ontvangen wordt, wordt de loopende koers tijdens de aflevering algemeen aangenomen. Ingeval een voortdurende directe handel wordt gevestigd, is het mogelijk dat hij meer gelijk wordt aan dien van Manilla, d. i. dat schippers op de plaats zullen kunnen koopen van of contracteren met mestizen, Chinesche of Spaansche producenten, hetzij direct of voor een klein makelaarsloon. Daar bijna alle betalingen aan de inlanders in zilver geschieden—wijl zij nooit goud willen ontvangen—is het noodig fondsen hier te beleggen in eerstgenoemde muntspecie.Behalve de bovengenoemde natuurlijke producten brengt Panay eene groote hoeveelheid fabriekgoederen op, zoowel voor uitvoer als voor huisselijk gebruik. Van deze worden de grootste en beste gedeelten, die men onder de inlandsche benamingsinamaybegrijpt, van de teedere vezelen vervaardigd van het blad van den pijnappel (pina), hetzij zuiver of met uit China ingevoerde zijde vermengd en eene evenredige hoeveelheid van de fijnere soorten van de Britsche gefabriceerde katoenen draad. Daar de wijze van afscheiding der pina-vezelen en de sortering daarvan in knotten vóór de fabrikatie, zoo mede de fabrikatie zelve veel tijd en zorg vereischen, zijn de zuivere pina-weefsels betrekkelijk duur. Sommige van de fijnste soorten zijn zeer fijn geweven. Die met zijde vermengd, ofschoon niet zoo duurzaam, zijn goedkooper en hebben in latere jaren trapsgewijze de zuivere pina-fabrikatie vervangen, hoezeer de laatste nog veel gedragen worden door de meer vermogende inlanders en mestizen. Zijde wordt danook uit China in zulk eene hoeveelheid in deze provincie ingevoerd, dat, volgens den voornaamsten Chineschen handelaar in dit artikel te Manilla, eene waarde van 400,000 dollars jaarlijks uit de hoofdstad naar Iloilo wordt gezonden. De prijs van zijde is laatstelijk van 40 tot 45 dollars per chinanta of tien katties tot 80 en 90 dollars of van 450 tot 900 dollars per pikol gerezen.De meeste pina- en gemengde pina-, zijde- en katoen-fabrikaten worden tot hemden voor de mannen of tot korte jakjes of hemden voor de vrouwen gebruikt. De prijs verschilt aanmerkelijk, naarmate van de fijnheid of grofheid van het weefsel en het meerdere of mindere mengsel; zoo kosten sommige stukken voor manshemden wel 7 dollars (waarvan de waarde, zoo zij te Manilla fijn geborduurd worden, somtijds tot 50 of 100 dollars wordt opgevoerd) en de mindere soorten 50 cents tot 2 dollars per stuk van 4½ varas. Het gebloemde werk van deze fabrikaten is meestal van Europeesch katoenen naaigaren of gekleurd Duitsch en Engelsch garen en de strepen van getweernd of gekleurd garen en witte zijde. Goedkooper weefsels worden ook veel van hennep en andere vezelen vervaardigd, die ieder 2 à 4 realen kosten. Er worden ook vele gekleurde zijden en katoenen goederen gefabriceerd voor «sarongs» (gelijk die, vooral van Boegineesch fabrikaat, in den Maleischen Archipel worden gebruikt), Cambajas en zijden en katoenen hoofddoeken. De betere soort van zijden fabrikaten munten uit door soliditeit en fijnheid. Die van katoen worden meestal van Duitsch en Britsch gekleurde twist en van inlandsch garen gemaakt, dat uit katoen wordt gefabriceerd, dat in verschillende districten in deze provincie groeit en ook uit Luzon wordt ingevoerd. De fijnere soorten zijn goed en digt geweven en de ordinaire goedkoopere soorten tot meer algemeen gebruik geschikt. Kousen en sokken van katoen en gemengde zijde en katoen, worden in eenige hoeveelheid gefabriceerd, maar de Manchester en Glasgow gedrukte drills vervangen hen bijna als artikelen van algemeene consumptie. Onder de overige fabrikaten kan men tafelkleeden, servetten, handdoeken, dekens, katoenen beddedekens enz. noemen. Van borduurwerk, dat zoo veel in de industrie van de provinciën Bulacan en Manilla voorkomt, wordt weinig in Iloilo gedaan, metuitzondering van het bloemwerk dat op de uit veter- en netwerk vervaardigde mantilles, die veel gebruikt worden door de vrouwelijke bevolking, wanneer zij ter kerke gaat.Behalve de bovenvermelde goederen, wordt eene belangrijke hoeveelheid ruwe fabrikaten vervaardigd van het blad van de sago-palm of hennep en van andere vezelen. Deze zijn op de Manilla-markt bekend alsSaguran,GuinárasenMedrinaqueen worden naar de Vereenigde Staten en Spanje en in kleiner hoeveelheid naar Engeland verscheept. Saguran en guináras worden veel in de gouvernements-factorijen gebruikt ter inpakking van de tabaksbladeren, die naar Spanje worden gezonden. De prijs is van 25 tot 37½ dollars per pikol of 7½ tot 8 varas. Medrinaque is eenige jaren geleden in grootere hoeveelheid naar de Vereenigde Staten en Europa uitgevoerd, waar het hoofdzakelijk wordt gebruikt tot het stijven van kleederen, linnens enz. Dit artikel wordt voornamelijk te Samar, Leyte en Cebu vervaardigd, van waar het, bij direct vervoer, ter verscheping kan worden verkregen. De prijzen op de Manilla-markt bedragen voor Cebu 20 en Samar 18 dollars per 50 stuks.In aanmerking genomen, dat de Philippijnen veeleer eene landbouw- dan eene fabriekstreek zijn, mag men zeggen dat de weefproducten van Iloilo eene aanmerkelijke ontwikkeling hebben erlangd. Niets trekt meer de aandacht op de wekelijksche markten, die in de verschillende steden gehouden worden, dan de overvloed van de inlandsche ter verkoop aangeboden goederen en ook het aantal in werking zijnde werktuigen in de meeste steden en dorpen geeft stof tot bewondering. In bijna ieder gezin vindt men eene dezer machines, met een eenvoudig toestel, uit stukken bamboe zamengesteld en in de meeste huizen der mestizen en de gegoede Indianen, zijn zes tot twaalf werktuigen in het werk. Het geheele aantal in deze provincie wordt op 60,000 geschat, en ofschoon deze cijfers de tegenwoordige hoeveelheid welligt te hoog opgeven, kunnen zij niet veel minder zijn. Al het weefsel wordt door vrouwen verrigt, wier loon gewoonlijk 1 à 1.50 dollar per maand bedraagt. In het algemeen—en dit is eene handelwijs die ongelukkig maar te zeer in zwang is onder de inlanders in iederen tak van arbeid—worden deze bezoldigingen maanden lang vooruit betaald, en de arbeiders besteden dan soms jaren(worden eigenlijk werkelijke slaven gedurende langen tijd) voordat eene oorspronkelijk kleine schuld is afbetaald. Er zijn nog andere werksters, die van tijd tot tijd bezig zijn om de goederen in het werktuig «op te zetten»; daarmede kunnen zij 1 à 1.50 dollar per dag verdienen. Hierbij moet nog gevoegd worden, dat Capiz en Antique ook, in mindere hoeveelheid dan Iloilo, fabriekgoederen produceren.Niettegenstaande den toenemenden invoer van Europesche stukgoederen in Panay, is het een verblijdend verschijnsel, dat de hoeveelheid uitgevoerde gemengde pina-stoffen veeleer vermeerdert dan omgekeerd met de trapsgewijze toeneming van de algemeene bevolking en de vermeerderde middelen die zij verkrijgt door de snel toenemende ontwikkeling van de hulpbronnen der eilanden. Te oordeelen naar de waarde der hoeveelheden die door bijna elk vaartuig worden ingenomen, dat naar de haven van Manilla vertrekt, wordt de jaarlijksche uitvoer in die rigting niet te hoog geschat, als men dien op 400,000 dollars berekent. De goederen, onder dit bedrag begrepen, worden, men lette dit wel op, niet alleen in de stad en provincie Manilla gebruikt, maar komen ook in de consumptie voor van Pampanga, La Laguna, Camarines en andere provinciën van Luzon. Den uitvoer van pina naar de hoofdstad daaronder begrepen, wordt eene waarde van 30,000 dollars aan katoenen en zijden sarongs en handdoeken jaarlijks naar Camarines verzonden. Eenige hoeveelheid wordt ook naar Leyte en Samar uitgevoerd, doch zelfs eene approximative berekening van de waarde der op die wijze verscheepte goederen kan niet opgegeven worden. Men heeft hier zoo weinig acht geslagen op het onderwerp van statistiek, noch van de zijde der autoriteiten, noch van die der plaatselijke handelaren zelven, dat aan het slot van zijne aanteekening der voornaamste artikelen, die uit Panay worden uitgevoerd, de heer Loney het zelf betreurt niet in staat te zijn eene complete opgave van de gezamenlijke waarde te kunnen geven. DeEstadistica de Filipinas, in 1855 uitgegeven en te Manilla gecompileerd door deComision Central, voor dat doel benoemd, geeft van cijfers, die waarschijnlijk van de zeer onvoldoende tolregten zijn verkregen, de volgende opgaven voor de waarde van den invoer uit Panay naar Manilla in 1854:
Van de drie laatstelijk voor den vreemden handel geopende havens is Iloilo de meest belovende. De provincie Iloilo is eene der meest bevolkte van de Philippijnen. Zij bevat meer dan een half millioen inwoners, en ofschoon gedeelten van de provincie zeer dun bevolkt zijn, is er eene gemiddelde bevolking van meer dan 2000 inwoners per vierk. mijl. Behalve de pueblos die ik bezocht en waarvan ik een korte beschrijving zal geven, heeft Cabatuan 23,000, Miagao 31,000, Dumangas 25,000, Janiuay 22,000, Pototan 34,600 en verschillende andere meer dan 10,000 zielen. De provincie is niet alleen eene van de meest bevolkte, maar welligt de meest productive in den landbouw, de meest active in het fabriekwezen en de industrie en behoort onder de meest beschaafde der Philippijnen1. Zij bezit uitgestrekte en bebouwde vlakten en met boschland begroeide bergen;hare wegen behooren onder de beste, die ik op den Archipel heb gezien. Aan den ingang van het kanaal bevindt zich een aantal eilanden, genaamd de zeven (dood)zonden (los Siete Pecados). Het groote eiland Giumaras grenst ten zuiden van het kanaal; sommigen onzer bezochten het en keerden terug, verrukt over de uitgestrekte dropsteenen holen, die zij doorgingen, nadat zij ze niet zonder moeite bereikt hadden over de rotsen, door de bosschen en over de stroomen, die hun voortgaan belemmerden. De bosschen zijn vol wild en de rivier Cabatuan vloeit over van krokodillen. Er zijn vele beekjes en rivieren, die den bebouwer tot groote hulp strekken en wij vonden eene groote hoeveelheid vee. De ponies van Iloilo behooren onder de beste in den Archipel en men heeft de aandacht gevestigd op de schapenfokkerij. Er wordt veel zout gemaakt en er bestaat eene belangrijke visscherij vantripang(zeeslakken) en schildpadden, wegens de schillen. Het eiland is voorts zeer beroemd om de pina-fabrikatie, nipas en sinamays genaamd, waarvan sommige uiterst fijn en schoon zijn; zij worden in groote hoeveelheid uitgevoerd en zij zijn zelfs in Europa zeer vermaard.Bij de komst der Spanjaarden vonden zij het district bezet door beschilderde Indianen, vol bijgeloof, dat, niettegenstaande het onderrigt van de Augustijner-monniken, nog altijd voortheerscht, vooral ten tijde van openbare ongelukken. Zij behooren onder de best gevormde der Indianen, spreken een dialect van het Bisajaansch, dat zijHiligueynanoemen, maar in de meer verwijderde gedeelten komt een andere tongval, hetHalayo, meer voor. De Augustijnen bogen er op 50,000 familiën in 1566 te hebben bekeerd, maar zij konden hen niet bewegen hunne landen te bebouwen en hunne overproducten in te zamelen, en toen de sprinkhanen het district hadden verwoest, kwam meer dan de helft van de bevolking in de twee volgende jaren van honger om. Maar de zendelingen maakten geen vorderingen onder deNegritos, die in de woestere gedeelten van de bergachtige streken woonden en waarheen menigeen zich begaf, die zich aan de magt der vijanden wenschte te onttrekken. Deze wilden hebben niet zelden de dorpen aangevallen van de bekeerde Indianen, maar in latere jaren hebben zij het voorzigtiger en voordeeliger geacht daarheenhun was en pek te brengen en ze voor rijst en kleederen te ruilen. Zij hebben geen algemeenen bestuurder, maar iedere stam heeft zijn erkend hoofd, en men zegt, dat, wanneer zij tot de keus moeten overgaan van een opvolger voor een vertrokken hoofd, zij deputatiën naar de zendelingen zenden en deze hunnen raad en bijstand in hunne keus vragen. Vroeger werd het district dikwijls door zeeroovers aangevallen, die groote verwoestingen aanrigtten en verscheidene steden vernielden. In 1716 vielen de Hollanders de sterkte van Iloilo aan, doch werden gedwongen af te trekken na een belangrijk verlies aan dooden en gewonden. Er heeft eene groote vermeerdering in de bevolking plaats gehad, die in 1736 bedroeg, 67,708, in 1799, 176,901 en in 1845, 277,571 zielen; terwijl bij den laatsten census er 527,970 inwoners bleken te zijn, waarvan 174,874 belasting betalen. Er is een klein aantal Spanjaarden; daarentegen zijn er vele mestizen, waarvan de meestensangleyszijn, de afstammelingen van Chinesche vaders en inlandsche moeders. De vermeerdering van de bevolking moet groot zijn, daar de census in 1857, 17,675 geboorten en slechts 9,231 sterfgevallen gaven.Men komt naar Iloilo door een kanaal tusschen een zandbank (die bijna een mijl de grenzen overschreden heeft, in de kaarten aangegeven) en het eiland Guimaras. De stad schijnt nabij, als men ze nadert, maar de rivier, waardoor de vaartuigen komen, maakt eene belangrijke kronkeling en loopt rondom digt bij de stad. Wij ontdekten eene groote fortificatie, maar het kon voor ons geene salutschoten doen, en wij werden daardoor ontheven van den pligt om H. M. kruid te verschieten, maar zoo niet in den vorm van veel geraas makende groeten, betoonden de Spaansche autoriteiten toch de meeste hoffelijkheid jegens de officieren en het scheepsvolk van ons fregat, voor de dienst en het onderhoud waarvan al het mogelijke werd gedaan. Wij werden spoedig begroet door een heer van het Britsche vice-consulaat. De vice-consul keerde naar Iloilo terug, den dag na onze komst. Het zou inderdaad goed zijn, als alle Britsche ambtenaren zooveel bekwaamheid, kennis en geneigdheid om nuttig te zijn bezaten als wij in den heer Loney vonden, waaraan de handel van de Philippijnen in het algemeenen de haven van Iloilo in het bijzonder, groote verpligtingen heeft. Hem, meer dan een ander, is de ontwikkeling van den handel van Panay veel verschuldigd.Vooral van den gouverneur van Iloilo, kolonel José Maria Carlès, ondervond ik zeer veel goedheid. Hij ging onder eene treurige ramp gebukt—rampen komen overal op de wereld voor—het verlies van een eenigen en veelbelovenden zoon, die hem als gouverneur van de provincie voorgegaan en zoo algemeen bemind was, dat het volk ernstig bij den Kapitein-Generaal er op aandrong, dat de vader hem mogt opvolgen, hetgeen werd toegestaan. Het was treffend de verschillende blijken van de sympathie en het leedwezen des volks te zien, die den dood en de begrafenis van Don Emilio Carlès vergezelden, wien niet minder dan 50 rijtuigen naar zijn graf in Arévalo volgden. Ik ging meer dan eens met den treurenden vader door het dorp; ten tijde dat ik zelf onder hevige smarten gebukt ging, vond ik dien troost bij het herdenken van en de herinnering aan anderen van de deugden des overledenen. Deze zijn de beste monumenten, hoezeer zij niet op steenen tafels zijn geschreven.De principalia van Molo kwamen ons op een bal verzoeken, dat in het meeste genoegen afliep. De plaats is zeer nijver; zij was in oude tijden eene Chinesche kolonie en wordt nu bewoond door mestizen en hunne afstammelingen, waarvan de meeste met Chineesch bloed vermengd zijn. De pueblo telt 16,428 inwoners, waarvan 1,106 mestizen zijn. Het is eene der drukste steden van het eiland en alles ziet er voorspoedig en werkzaam uit. In sommige woningen vindt men in hetzelfde vertrek vele werktuigen, waarmede pina-stoffen worden vervaardigd. De plaats was bij gelegenheid van het bal schitterend geïllumineerd en de gobernadorcillo hield eene redevoering in het Spaansch, waarbij hij verklaarde dat de plaats zeer vereerd was door onze tegenwoordigheid, en dat de herinnering aan dezen dag hun lang zou bijblijven. Vele mestizen houden rijtuigen, die ter beschikking van onze vrienden werden gesteld en die zich bij den optogt voegden, toen wij met muziek en vuurwerk door de stad begeleid werden. Molo is een eiland, dat door twee beeken wordt gevormd en waarop men aan beide zijden over bruggen komt. Ik meen dat het eene der weinigeplaatsen is, die door een wereldlijken geestelijke worden bediend. Zij ligt vier mijlen van Iloilo, de weg is goed en men ziet vele Indiaansche huizen aan beide zijden van den weg. Achter bijna al deze vindt men tuinen, waarin plantanen, kokosnoten, broodvruchten, cacao, betel en andere gewassen groeijen. De suikerkultuur scheen uitgestrekt te zijn en men heeft vele padievelden benevens eene groote maïs-kultuur.De Gouverneur en Britsche vice-consul vergezelden ons op onze genoegelijke uitstapjes in het binnenland, waarbij wij sommige der meest bevolkte pueblos van de provinciën bezochten. Wij reisden in gemakkelijke rijtuigen, terwijl de monniken of de gobernadorcillos ons van versche paarden voorzagen; in de kloosters werden wij gewoonlijk ontvangen en wij vonden daar steeds het meest gastvrije onthaal. Wij hadden een dag bepaald om Janiuay te bezoeken en wij hielden eerst te Jaro, een pueblo van meer dan 22,000 zielen, halt. De wegen waren op de gewone wijze versierd; van de Indiaansche hutten wapperden de vlaggen, de principalia te paard kwamen tot ons geleide en de inlandsche muziekkorpsen vergezelden ons toen wij het volkrijke gedeelte der stad intraden en verlieten. Jaro wordt als de rijkste plaats op het eiland Panay geacht. Het werd in 1584 of 1585 gesticht. Op eenigen afstand rondom de plaats wordt veel verbouwd. Zij boogt op hare steenen brug, die meer dan 700 voet lang en 36 voet breed is. De bouw daarvan, even als de daarstelling van de uitmuntende wegen, die naar de pueblo geleiden, is men verschuldigd aan de milddadigheid van een’ geestelijke, die door zijn’ souverein wegens zijne vaderlandslievende opofferingen tot ridder werd gemaakt. Ofschoon het land vlak is, maakt het rijke gewas aan de oevers der stroomen en langs den hoogweg het landschap schilderachtig. Er worden vele fijne stoffen en katoen, pina en zijde vervaardigd. Deze fabrikaten worden te koop gebragt op eene wekelijksche markt, die donderdags gehouden en druk bezocht wordt door lieden uit alle deelen der provincie; zij is de grootste van de Iloilo-missen. Van Jaro begaven wij ons naar Santa Barbara, een pueblo van 23,000 zielen. Hier werden wij in het klooster derAugustijner-monnikenontvangen, in wier handen al de geestelijke ambten van Iloilo zich bevinden; aan een hunner haddenwij het genoegen om hem naar Manilla mede te nemen, waarheen hij zich moest begeven als afgevaardigde op de jaarlijksche vergadering van de broederschap. Hier bezochten ons andereAugustijner-monniken, die ons allen uitnoodigden van de gastvrijheid in hunne ruime kloosters gebruik te maken. Santa Barbara is eene nieuwerwetsche stad, die in 1759 is gebouwd en onder de speciale bescherming staat van den heilige, wiens naam zij draagt. Zij heeft in de algemeene welvaart der provincie gedeeld: in 1820 had zij geene fabrieken, maar zij heeft thans eene wekelijksche markt tot verkoop van de producten harer werktuigen, die hoofdzakelijk bestaan uit katoen, zeildoek, matrassen, dekens, enz. De bosschen leveren fijn timmerhout en materialen voor kabinetwerk en zijn gevuld met wilde bijen, wier was en honig een belangrijk artikel van trafiek vormen. De rijtuigen en paarden dermonnikenwaren uitmuntend. Onze volgende pleisterplaats was Cabatuan, dat iets grooter dan Santa Barbara is. Cabatuan werd in 1732 gesticht. Zij ligt aan de oevers van de rivier Tiguin, die somtijds bijna droog is en op andere tijden het land sterk overstroomt. De talrijke krokodillen maken het visschen onveilig en de scheepvaart zelfs van kleine booten wordt dikwijls afgebroken, hetzij door den overvloed, hetzij door het gebrek aan water. Er is veel productie van rijst en van kokosnoten-olie tot verlichting. Van Cabatuan gingen wij naar Janiuay, waarmede wij onze dagreize en ons bezoek in het binnenland eindigden. Deze plaats wordt op de oude kaarten der provincie Matagul genoemd en telt ongeveer hetzelfde aantal inwoners als Santa Barbara. Het klooster en de kerk staan op een eenigzins hoogen grond en leveren een schoon gezigt op over de pueblo en het omringende land. Vele vrouwen houden zich met den arbeid aan de werktuigen bezig, maar de landbouw is de voornaamste industrie van den omtrek. Wij hadden gehoopt den Dingle-berg te bezoeken, waarvan een der holen of grotten het aanzien moet hebben van een tempel van schilderachtigen bouw, met rots-kristal en massa’s marmer en albast versierd, die de wanden vormen, terwijl een ander hol uit graniet bestaat, waarvan men veel op deze plaats vindt,—maar wij moesten naar Iloilo terugkeeren om met voorname personaadjes aan een diner deel te nemen, dat, als gewoonlijk, door een bal werd gevolgd.Daar het huis van den gouverneur zich op eenigen afstand van de stad bevond, werden wij beleefd onthaald in dat van een der inlandsche kooplieden, lief aan de kade van de rivier gelegen. Verscheidenemonniken, die onze gastheeren geweest waren, vonden wij hier als gasten, en het gulle onthaal, dat wij hier ondervonden, regtvaardigde niet de voortdurende beleefde betuiging van leedwezen over het verschil in de ontvangst, de lompheden van de inlandsche bedienden (waarmede wij ons soms vermaakten) en het contrast tusschen de gemakken, die Europa en die welke eene afgelegene Spaansche kolonie op de Philippijnen konden aanbieden; maar er heerschten zulk eene gulheid, goed onthaal en vriendschappelijkheid, dat het onmogelijk was anders dan dankbaar en tevreden te zijn en wanneer wij op dit ondermaansche al doen wat wij kunnen, volbrengen wij ruim onzen pligt.Den volgenden dag maakten wij ons gereed voor een bezoek van de verschillende pueblos aan de kust, en vroeg in den morgen in onze rijtuigen stappende, kwamen wij door Molo en Arévalo naar Oton. Arévalo heeft eenige vermaardheid in de jaarboeken der Philippijnen en had een bijzonder belang voor den gouverneur, daar hier laatstelijk de genegenheid der Indianen voor zijn zoon gebleken was, wiens begrafenis zij met zooveel bijzondere bewijzen van sympathie en leedwezen hadden vereerd. Arévalo was vroeger de residentie van den gouverneur; zij werd in 1581 door Ronquillo gebouwd, die haar den naam van zijne geboorteplaats gaf. Door de Indianen geplunderd, door zeeroovers aangevallen en terwijl haar bestuur geheel was gedesorganiseerd, bleef het geruimen tijd verlaten, en daar de zetel der magt naar Iloilo is overgebragt, levert Arévalo niet veel levendigs op; er bevinden zich ongeveer 8,000 inwoners in dit district. Te Oton zagen wij van uit het Augustijner-klooster eene belangwekkende plegtigheid. Het was op een zondag en bij het verlaten van de kerk werden de inwoners bij trommelslag gewaarschuwd eene proclamatie van het Gouvernement te hooren lezen. Zij waren allen in hunne fraaiste kleederen, en mannen, vrouwen en kinderen vormden een kring rondom een der inlandsche Indiaansche autoriteiten, die, met luider stemme, in de Bisajaansche taal het document voorlas, dat hem bevolen was aan het volk mede tedeelen. Er heerschte eene volmaakte stilte gedurende de lezing en de menigte verspreidde zich rustig. Langs de kust zijn fortificatiën opgerigt en eene groote verscheidenheid van fabrikaten werd ons voorgelegd. Er worden veel Engelsche katoenen twist verkocht, die de schering van de meeste fabrikaten uitmaken2. Wij zagen zijden en katoenen dekens; verschillende soorten van gekleurde ginghams; weefsels, waarin de vezelen van de abaca en de pina met onze katoenen draden waren vermengd, waarvan de invoer echter tot de kleuren is beperkt, die de Indianen zelve niet kunnen verwen. Oton telt ongeveer 23,000 inwoners. Ik heb opgemerkt dat de evenredigheid van de geboorten tot de sterfgevallen ongeveer vier tot één staat, en dat terwijl er vijf geboorten op een huwelijk plaats hebben, er nog geen derde meer sterft dan huwt, zoodat de vermeerdering der bevolking zeer groot kan geacht worden. In 1818 bedroeg zij nog geene 9,000 zielen. Tigbauan, met zijne 21,000 inwoners, was onze volgende pleisterplaats. Zijn algemeen uitzigt gelijkt dat van Oton. Rijst is de voornaamste landbouw-productie, maar de vrouwen houden zich het meest bezig met het weven van stoffen, die op de markten in Albay en Camarines worden verkocht. Wij werden uit het Augustijner-klooster door een monnik van Giumbal vergezeld, die blijkbaar veel invloed uitoefende over zijne broeders en over de geheele gemeente. Zijne conversatie was onderhoudend en leerzaam. Hij had een fraai span paarden, een schoon rijtuig en hij besteedt zijne ruime inkomsten met edelmoedige milddadigheid. Om niet te herhalen wat reeds zoo dikwijls heeft plaats gehad, maakten de Indianen, gedurende onze geheele reis, feestdagen tot onze ontvangst, die overal het aanzien van publieke feesten hadden. Nadat de principalia ons tot de kloosters haddenvergezeld, ik hen bedankt en de gouverneur en de monnik hen hun afscheid gegeven hadden, werd een aantal jonge meisjes binnengebragt, wie de bediening van de tafel en van de gasten was opgedragen. Er lag eene vreemdsoortige afwisseling van nieuwsgierigheid, vrees en eerbied in haar gedrag, doch zij verzamelden zich rondom mijn armstoel; hare helderzwarte oogen zagen mij vragend aan en schenen mijne bevelen te vragen, terwijl eene, die wel eene kleine van den geestelijken vader scheen, haar hand in de krullen van mijn wit haar stak, die zij eenige bewondering waardig scheen te achten; maar de monnik zeide mij dat zij onder elkander vroegen hoe het mogelijk was dat ik een generaal en voornaam man kon zijn, terwijl ik toch geen goud op mijne kleederen droeg; ik was niet half zoo fraai gekleed als de ambtenaren, die zij gewoon waren te zien. Zij waren zeer fier op sommige pina-kleederen, die zij droegen, en de eene na de andere kwam bij mij om de fijnheid daarvan te laten zien. Zij droegen zorg mij van cigaren te voorzien en dat er licht gereed stond als de cigaar uitgebrand was, en toen wij aan onzen welvoorzienen maaltijd zaten, waren verscheidene bij de hand om de schotels weg te nemen, andere aan te brengen en toe te zien of wij wel voorzien waren van de lekkernijen van den dag. Op onzen terugweg naar Iloilo, vernamen wij dat de principalia van Molo ons in hunne rijtuigen naar onze woning zouden geleiden; zij wachtten ons op den grooten weg, zoodat wij te zamen eene geheele processie uitmaakten. Zij hadden vooraf kapitein Vansittart en de officieren derMagicienneop hun bal uitgenoodigd en velen wachtten, terwijl zij tot in den vroegen morgen dansten.Den volgenden dag verlieten wij Iloilo. De gouverneur en verschillende van de voornaamste lieden, waaronder zich eene groote groep Augustijner-monniken bevonden, vergezelden ons met muziek naar het schip. Drie luide uitroepen van een dankbaar hoerah deden zich van ons dek hooren en werden vriendschappelijk door onze gastheeren beantwoord en zoo wenschten wij Iloilo het vaarwel en voortdurend welzijn toe.Ik heb sir William Hooker, ten behoeve van het Museum der Koninklijke tuinen te Kew, zestig soorten van hout gezonden, dat in denoordelijke en westelijke districten van het eiland Panay en in de provincie Antigue groeit, waarvan de voornaamste zijn: hetmolave, het nuttigste en meest vaste van de Philippijnsche houtsoorten, dat voor alle bouwwerk wordt gebruikt;bancaluag, voor fijn werk;dungon, voor schepen en gebouwen;bagoarour, bouw- en kabinetwerk;lumati, eene soort van teak;guisoc, eene buigzame soort voor schepen en huizen;ipilheeft gelijke verdiensten;naga, dat op mahony gelijkt en voor meubelen wordt gebruikt;cansalod, planken voor vloeren;maguilomboy, voor hetzelfde doeleinde;duca,baslayan,oyacya, voor scheepsbouw;tipolo, voor muziek-instrumenten;lanipga, eene soort van ceder, dat voor graveer- en beeldhouwwerk wordt gebruikt;bayog, voor masten en raën;bancal, voor zolderingen en graveerwerk;malaguibuyo, voor vloeren;ogjayan, buigzaam voor verbindingen enz.;lanitan, voor guitars, violen enz.;janlaatan, voor meubelen;lauaan, voor schepen;basa, in groote blokken voor bouwwerk en schepen;talagtag, voor kabinetwerk;nino, de bast, die voor roode en gele kleurstof wordt gebruikt;bacan, bouten;panao, een medicinaal hout, dat de Indianen voor zeere oogen gebruiken;banate, eene fijne en sterke kist- en houtsoort, die voor biljard-queuen naar Europa is uitgevoerd;bancolinao, ebbenhout;casla, heeft eene vrucht, die op eene Fransche boon gelijkt, waarvan de olie door de inlanders voor hunne lampen wordt gebruikt;jaras, voor den bouw van huizen. Men zal opmerken, dat al deze hunne Indiaansche namen dragen, die de Spanjaarden ze gewoonlijk geven.Ten opzigte van den handelstoestand en de vooruitzigten daaromtrent van al de centrale en zuidelijke eilanden van den Philippijnschen Archipel, heb ik de meest gunstige bijzonderheden verkregen, die de vice-consul van Iloilo, de heer Loney, in 1857 aan den consul van Manilla heeft gegeven en waaraan ik het volgende ontleen.Dat gedeelte van de Philippijnen, die de Bisajas genoemd worden, kan men over het algemeen beschouwen als al de eilanden ten zuiden van Luzon omvattende, ofschoon, strikt genomen, zij alleen beslaan die van Samar, Leyte, Panay, Negros, Cebu, Bohol (met de onderhoorigheden Tablas, Romblon, Sibuyan, enz.) en vierprovinciën: Misamis, Caraga, Zamboanga en Nueva Guipuzcoa, van het belangrijke eiland Mindanao, na Luzon het schoonste en grootste van den Archipel.De administratie van de inkomsten der Bisajas was vroeger opgedragen aan een bijzonder bestuur (Gobierno Intendencia de Bisayas) in de stad Cebu gevestigd, doch daar deze administratie in 1849 is afgeschaft, staan al de provinciën, wat hare inkomsten betreft, nu gelijkelijk onder de contrôle van de super-intendencia te Manilla. Terwijl echter de provinciën en districten van Luzon (met uitzondering van Cavite, La Isabela, Nueva Viscaya, El Abra, San Mateo en La Union) door burgerlijke ambtenaren (alcaldes mayores) worden bestuurd, is het beheer over de Bisajas opgedragen aan militaire beambten (gobernadores militares y politicos) van den rang van kapitein tot kolonel, die bij vele gelegenheden worden bijgestaan door een luitenant-gouverneur, een civiel beambte en gewoonlijk door een regtsgeleerde, die kennis neemt van alle gewone civiele en criminele zaken.De groep der Bisajas wordt meestal door een ras bewoond, dat in alle hoofdtrekken op het Tagalog- en andere Maleische rassen van Luzon gelijkt. Hunne taal kan als een dialect van het Tagalogsch worden aangemerkt, ofschoon de klank harder is en het niet zoo woordenrijk, zoo verfijnd en aan grammaticale regels onderworpen is als deze laatste tongval. In het Bisajaansch vindt men meer Maleische woorden dan in de op Luzon gesproken dialecten. De inlanders van deze eilanden en die van Luzon verstaan elkander slecht, ofschoon hunne talen blijkbaar van dezelfde hoofdtaal zijn afgeleid.De Bisajas leveren een gehard, zeevarend volk, maar als regel kan eene algemeene neiging tot luiheid, die aan den Philippijnschen «Indiaan» wordt toegeschreven, in een welligt nog hoogeren graad worden toegeschreven aan de bewoners van de geheele zuidelijke groep, en maakt tegenwoordig, bij gemis aan eenige doelmatige middelen tot dwang, een der voornaamste hinderpalen uit tegen eene snellere uitbreiding van den landbouw door de invoering van Europeesch kapitaal.De Christen-bevolking van de Bisajas wordt gerekend als volgt:Samar118,000Leyte115,000Romblon16,600Panay:Capiz135,000Iloilo450,000Antique80,000Cebu en Bohol385,200Negros108,000Calamianes18,000Mindanao:Misamis44,500Carago (Surigao)15,300NieuwGuipuzcoa(Bislig enDavao)11,200Zamboanga12,000Totaal1,508,800Onder deze zijn niet begrepen de onafhankelijke stammen, die de bergen in het binnenland bewonen; men kan hun aantal eenigzins berekenen uit eene aanteekening van het aantal dergenen, welke in 1849 in de onderstaande provinciën hebben gewoond, als:Misamis66,000Samar25,964Leyte (niet met zekerheid bekend).Negros8,545Panay13,900Cebu4,903Totaal119,312De meeste niet-onderworpen stammen (vooral Mohammedanen) bewonen Mindanao, waarvan de totale bevolking algemeen op bijna een millioen zielen wordt berekend.Het eiland Panay, gunstig omstreeks het centrum van degroep der Bisajas gelegen, is aan zijn naaste punt, zijnde Potol—op 11° 48’ NB. en 122° WL. van Greenwich—180 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd. Het is bijna driehoekig gevormd en heeft eene uitgestrektheid van ongeveer 300 mijlen. Het is het vijfde in grootte van de Philippijnsche eilanden en volgt in dit opzigt op Luzon, dat 1,059, op Mindanao, dat 900, op Paragua, dat 420, en op Samar, dat 390 mijlen in omvang heeft, doch hoezeer kleiner dan de zoo even genoemde eilanden, is het, na Luzon, het meest bevolkte van den Archipel, wanneer Mindanao, met zijne onbekende bevolking van voormelde onafhankelijke stammen, daarbuiten gerekend wordt.Panay is verdeeld in de drie provinciën Capiz, Antique en Iloilo, die te zamen eene bevolking van ongeveer 665,000 zielen hebben.Capiz beslaat het geheele noordelijke gedeelte van de kust van Panay, een afstand van 77 mijlen. Zijne grenzen in het binnenland kunnen bepaald worden door een kromme lijn, die een weinig ten oosten van Punt Bulacan begint, langs de Pico de Arcangel, in de Siauragan-bergen, en westwaarts naar Pandan, aan de kust loopt. Zijne hoofdstad is Capiz, aan de rivier van dien naam gelegen. Ofschoon ten zuiden en ten westen door eene ongeregelde serie van bergketenen afgebroken, bestaat het grootste gedeelte van het grondgebied van Capiz uit uitgestrekte laag liggende vlakten, die rijst in groote hoeveelheid produceren. Het eiland bezit een paar goede havens, vooral die van Batan en Capiz zelf, aan de zamenvloeijing van de rivieren Panay en Capiz gelegen, biedt eene veilige ankerplaats aan. De belasting-betalende bevolking wordt officiëel op 135,000 zielen berekend.Antique neemt de westelijke zijde van het eiland in, langs eene uitgestrektheid van 84 mijlen—van punt Naso ten zuiden tot Pandan ten noorden—is van driehoekigen vorm en wordt aan het noorden door de provincie Capiz, ten zuiden en oosten door Iloilo en ten westen door de zee begrensd. Antique is zeer bergachtig en, betrekkelijk dun bevolkt, produceert het tegenwoordig niet veel voor den uitvoer, vooral ook omdat de meerdere ontwikkeling van zijne hulpbronnen wordt belemmerddoor het gebrek aan goede havens, waarvan het geen enkele langs de geheele linie van de kust bezit. Aan zijne hoofdstad en haven, San José de Buenavista, is een zeebreker in aanbouw, die, wanneer hij voltooid zal zijn, meerdere levendigheid aan den handel in de provincie zal bijzetten, omdat de vaartuigen hier dan het geheele jaar door zullen kunnen laden. Te San José nemen vreemde walvischvaarders en andere schepen niet zelden water en provisie in. Het aantal zijner inwoners, behalve deremontadosenmonteses, die de berg-districten bewonen, wordt op 80,000 zielen berekend.Iloilo strekt zich over het zuid-oostelijke gedeelte van het eiland uit, is mede driehoekig gevormd en grenst ten noorden aan Capiz, ten westen aan Antique en ten zuid-oosten aan den zeearm, waardoor het van het eiland Negros wordt gescheiden. Dit eiland, dat het grootste, rijkste en meest bevolkte der drie provinciën is, verdient meer bijzondere vermelding.Iloilo, de hoofdstad en de residentie van den gouverneur van het eiland, is 254 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd, en wordt door Spaansche hydrographen op 10° 48’ WL. van de middaglijn van San Bernardino geplaatst; het is nabij de zuid-oostelijke grens van het eiland, digt aan de zee, aan den oever van het enge kanaal gelegen, dat door het eiland Giumaras wordt gevormd, hetwelk tegenover Iloilo op een afstand van 2½ mijlen van het Panay-strand ligt. De stad is voornamelijk op lagen, moerassigen grond gelegen, en staat bloot aan den invloed van het getij; zij ligt deels tegenover de zee en deels langs den regter oever van eene kreek of inham, die naar Jaro leidt, en ontmoet, na een halven cirkel te beschrijven, op nieuw de zee bij Molo. Hoezeer de voornaamste zeehaven en zetel van het Gouvernement der provincie, is de bevolking niet zoo sterk als die van vele steden in de nabuurschap. Zij bedraagt tegenwoordig niet meer dan 7,500 zielen, terwijl die van Jaro, Molo en Oton, steden in de onmiddellijke nabijheid gelegen, respectievelijk 33,000, 15,000 en 20,000 zielen sterk zijn. Deze betrekkelijke schaarschheid van inwoners ontstaat hoofdzakelijk uit het gebrek aan ruimte voor verdere uitbreiding aan de enge landtong, waarop de stad hoofdzakelijk is gebouwd. Deze hinderpaal tegen de verdere vermeerderingvan de bevolking zou in den loop der tijden uit den weg geruimd kunnen worden, daar doeltreffende maatregelen zijn genomen om de bevolking meer landwaarts te brengen; onder anderen behooren daartoe de oprigting van een nieuw gouvernementshuis en publieke bureaux op een meer centraal punt; de voorgenomen verplaatsing van de tegenwoordige kerk naar eene meer voordeelige en opene plaats en het scheppen van nieuwe en meer directe wegen (thans in aanleg), die naar en van de naburige volkrijke steden leiden.Niettegenstaande het gebrek aan meerdere ruimte, is de grootte en de belangrijkheid der stad in de laatste jaren merkbaar toegenomen, terwijl het aantal Europesche inwoners, dat in 1840 slechts 3 bedroeg, in 1857, 31 in Iloilo en 30 in de overige steden der provincie beliep. De meesten dezer kwamen in de jaren 1855 en 1856 aan, en het gevolg van deze vermeerdering van Europeanen, hoezeer hun aantal nog klein is, toont zich reeds in de daarstelling van nieuwe gebouwen en de plannen tot oprigting van vele anderen. De rijzing van de waarde der eigendommen blijkt uit het feit, dat het huis, waarin het vice-consulaat is gevestigd en dat van hout met een palm-dak is gebouwd, voor 33 dollars per maand of ongeveer 80 pd. st. per jaar verhuurd wordt. De waarde van land ter bebouwing is ook in evenredigheid toegenomen.De bevolking der provincie wordt officiëel op 511,066 zielen aangegeven, maar er bestaat reden hier aan eene belangrijke overdrijving te denken en het getal op niet meer dan 400 à 450,000 te schatten.De haven van Iloilo, hoezeer wel beschermd en van nature goed, is niet van inconveniënten ontbloot; zij kunnen echter met weinig moeite verholpen worden en, voorzien van eene der uitmuntende kaarten door deComision Hidrografica(en wanneer men van het noorden komt met eene loods) kunnen groote schepen veilig binnenvaren.Het eiland Guimaras, dat 22 mijlen lang en 3 mijlen breed is, vormt tegenover Iloilo een beschutte passage, die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, 2½ à 6 mijlen breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. Het binnenkomen in deze passagevan het zuiden wordt voor een groot gedeelte beperkt door de Oton-ondiepte (Bajo de Oton), die zich op een belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en ter lengte van ongeveer eene mijl het doelmatige kanaal dààr tot eene breedte van ongeveer twee mijlen uitbreidt. Dit is intusschen geen hinderpaal voor groote schepen gedurende den zuidwest-mousson (vooral als het kanaal behoorlijk is uitgebaggerd), daar de passage geheel zuiver is, zoover het zich uitstrekt, terwijl bij een tegenwerkenden noord-oost-mousson zij zich kunnen doorwerken of slepen met het getij, als zij op Guimaras aanhouden, welks kust zuiver is en tot digtbij diep water heeft, zoodat zij, zoo noodig, aan het uiteinde van de ondiepte kunnen ankeren, die vasten grond aanbiedt en die men, daar zij uit zacht zand bestaat, veilig kan naderen. Deze geheele kust, door Guimaras, het Panay-strand en voor een belangrijk gedeelte door het eiland Negros beschermd, biedt eene veilige ankerplaats aan in den noord-oost-mousson, terwijl de schoone haven van Buluanga of Santa Ana, aan het zuidwestelijke gedeelte van Guimaras gelegen, die zeer geriefelijke toegangen heeft voor vaartuigen van de grootste tonnenmaat, in bijna alle omstandigheden eene schuilplaats aanbiedt. De kustvaartuigen naderen den tegenovergelegenen of noordelijken toegang gewoonlijk door de keten van kleine eilanden (Gigantes, Pan de Azucar, Sicogon, Apiton, enz.), gezamenlijk deSilangagenaamd, die aan de noordoost-kust van Panay gelegen zijn en eene uitmuntende wijkplaats langs een geruimen afstand aanbieden voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisajas gebruikt worden. Maar hoezeer onder deze eilanden goede ankerplaatsen zijn, vooral te Pan de Azucar en Tagu, zou het voor zwaar beladen vaartuigen voorzigtiger zijn, ingeval men niet practisch bekend is met het getij en de stroomen, het meer buitenwaarts gelegen kanaal tusschen de Silanga en het eiland Negros te nemen. Na de Calabazas-rotsen en Pepitas-ondiepte te zijn voorbijgevaren en het kasteel of blokhuis van Banate te hebben aangedaan (dat vroeger, even als vele andere, langs de Philippijnsche kusten is gebouwd, ter verdediging tegen de zeeroovers van de Soeloe-zee), wordt de koers zuidelijk genomen, tot dat een groep van zeven merkwaardige rotsen, de«zeven zonden» genaamd, in het gezigt komt, waarnaar men dan regtstreeks stevent, wel zorgende de Iguana-bank te vermijden, die naauwkeurig op de genoemde kaarten is aangeduid; ten zuiden van het Iloilo-fort kunnen dan vaartuigen van zekere tonnemaat de kreek binnengaan, of, zoo zij te groot zijn, naar de oostzijde van het fort stevenen, waar zij tegen den wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn. De diepte van het water aan den slagboom bij den ingang van de kreek, bedraagt ongeveer vijf vademen bij laag water; maar op weinig afstands verder, meer inwaarts, daalt het water tot vijftien voet bij laag water en wordt dan weder dieper. Daar de rijzing en daling zes voet bedraagt, kan een vaartuig van 300 ton, dat, geladen, een diepgang van 16 tot 18 voet heeft, gemakkelijk met eene volle lading passeren. Met eene maal-machine, die gebruikt wordt om den modder te verwijderen, dien men op de meer ondiepe plaatsen bij den ingang heeft laten ophoopen, kunnen schepen van bijna elke diepte hunne ladingen landinwaarts voltooijen. DeSanta Justa, een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1851 het gedeelte eener tabakslading in de kreek en het overige daar buiten.Het dient opgemerkt te worden dat, daar de banken der kreek uit zachten modder bestaan, men weinig of geen gevaar loopt vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalve mijl op de kreek is doorgevaren (die van 1 tot ¾ mijl in breedte verschilt en voldoende beschutting voor wind en zee aanbiedt), komen de kustvaartuigen tot bijna voor de woningen van de reeders en hebben het groote voordeel aan de pakhuizen te laden en te lossen zonder booten behoeven te gebruiken.Van dit punt af, strekt de kreek zich tot Molo uit. Vroeger was men gewoon met de kustvaartuigen zoo noodig tot Molo te varen, maar daar de ophaalbrug, waardoor de schepen gingen, versleten is en de tegenwoordige brug (die nu in slechten toestand verkeert) geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de handelaren van Molo hunne magazijnen hebben overgebragt.De uitvoerhandel van Iloilo, die zich tot nog toe tot de haven van Manilla en de naburige eilanden beperkte, wordt tegenwoordighoofdzakelijk gedreven door vier Spaansche firma’s, die te Iloilo wonen en de betere soort van inlandsche vaartuigen bezitten, die deze haven uitzeilen, maar er is ook nog een belangrijk aantal mestizen, voornamelijk van Chinesche afkomst, die in de naburige steden Molo en Jaro wonen en waarvan vele vaartuigen bezitten en belangrijke sommen in den handel bezigen.De voornaamste producten van uitvoer zijn tabaksbladeren, suiker, sapanhout, rijst in den bolster (of padie), hennep en huiden, behalve andere artikelen in geringer hoeveelheid, waaronder hoorn, beche-de-mer, paarlemoerschelpen, bijenwas, riet enz. en een groot aantal inlandsche gefabriceerde goederen. Blad- of ongefabriceerde tabak, is tegenwoordig het meest belangrijke artikel en dat, hetwelk de Spaansche handelaren als het meest lucrative hebben bevonden. Zij koopen het van de kleine inlandsche planters en verzenden het naar Manilla tot uitsluitenden verkoop aan het Gouvernement, tegen prijzen die de factory-taxateurs bepalen, naarmate van de grootte en kwaliteit van het blad. Van Iloilo werden zoo wat 30,000 quintals in 1856 naar Manilla verscheept en van Capiz 20,000; ongeveer 50,000 quintals worden van de jaarlijks in Panay geproduceerde bladen uitgevoerd.De uitvoer van tabak naar Manilla, tot het jaar 1845, beliep in deze provincie niet meer dan 10,000 quintalen per jaar; maar nadat in dat jaar de agent van een firma uit Manilla de gewone lage prijzen, die de handelaren uit Iloilo betalen, van 10 realen tot een gemiddelden prijs van 20 tot 21 realen voor de drie eerste kwaliteiten had verhoogd, was de uitvoer spoedig tot 24,000 quintalen gestegen.Toen het gouvernement zijn aandacht op het toenemend gewigt van dit product had gevestigd, besloten de gouverneur en eenige inzamelaars een systeem van «collecion» in te voeren, gelijk de «colleciones» die te Cagajan, La Union en Nueva Ecija bestaan. Door dit systeem werd de aankoop van en de uitvoer naar Manilla der particuliere handelaren, ofschoon niet bepaald ontzegd, (zoo als in de evengenoemde provinciën) zóózeer benadeeld door de onbillijke mededinging met het gouvernement (waaraan de particuliere koopers ten laatste moesten verkoopen wat zij verscheepten),dat de totale uitvoer van Iloilo gedurende de zes jaren van 1848 tot 1853 van 25,000 tot 18,900 quintalen daalde. In dit laatste jaar werd de collecion ontbonden. In 1853 werd aan eene maatschappij, die zich te Madrid had gevormd, het uitsluitend privilegie toegestaan van de fabrikatie en uitvoer van cigaren en tabaksbladen naar vreemde markten. Een groot en uitgebreid steenen factorij-gebouw werd nabij Iloilo opgerigt, de fabrikatie van cigaren georganiseerd en aankoop van bladen gedaan, terwijl ten laatste de operatiën der maatschappij werden uitgestrekt tot den bouw van de plant in verschillende gedeelten van de provincie. Eene clausule in haar reglement belette de maatschappij echter de factorijen te Manilla, wanneer dit noodig was, van eene belangrijke jaarlijksche hoeveelheid tabaksbladen en cigaren te voorzien, zoo noodig gelijkstaande met het bedrag dat jaarlijks in de provincie uit andere bronnen werd verkregen. Dien ten gevolge werden de aanvragen voor de Manilla-factorijen (naar men zegt met voordacht vermeerderd door de vijandige gezindheid van den toenmaligen Intendente de Hacienda jegens de maatschappij) zoozeer uitgebreid, dat de maatschappij in werkelijkheid van de gelegenheid beroofd werd voor hare eigen rekening te handelen, en na een bestaan van ongeveer drie jaren moest zij ontbonden worden, met het verlies van een belangrijk gedeelte van het oorspronkelijk gestorte kapitaal. Zoo de autoriteiten van Manilla tot hare ontwikkeling hadden medegewerkt, dan waren de resultaten, hoezeer noodwendig belemmerd door het schadelijke beginsel, aan alle monopoliën verbonden, gunstiger geweest, daar, met de vrijheid tot fabrikatie van en verscheping naar vreemde markten, zij goede prijzen had kunnen maken en de kultuur van de tabaksplant uitbreiden. Een feit, in verband met dit onderwerp beschouwd, is dat een der Europeanen, die vroeger in dienst van de maatschappij was geweest, sedert cigaren voor lokaal verbruik had gefabriceerd, die hij tegen 8 dollars per duizend verkocht, terwijl zij bijna, zoo niet geheel, van dezelfde kwaliteit waren als de «Imperiales», die in de factorij te Manilla tegen 25 dollars worden gefabriceerd.Sedert 1853 en gedurende de operatiën van de maatschappij, zijn de aankoop en verscheping van tabak door particulierenweder op den ouden voet teruggebragt, en terwijl het op die wijze verscheepte bedrag gestadig, hoezeer zeer langzaam, is vermeerderd, zijn de prijzen weinig stijgende gebleven. De hoogste prijzen echter, die de plaatselijke handelaren de inlandsche planters kunnen aanbieden, zijn niet hoog genoeg om eene snelle uitbreiding der aanplant te verkrijgen, of de laatste er toe te leiden tijd en werk genoeg te besteden tot verbetering van de hoedanigheid der plant, waarvan de geschikte kultuur speciale aandacht vereischt en meer kapitaal en intelligentie, dan het in hunne magt is aan te wenden. De verschepers te Iloilo klagen over de arbitraire wijze, waarop de verdeeling der soorten te Manilla plaats vindt, en over het feit, dat, zelfs na aflevering van de tabak in de gouvernements-pakhuizen, zij geheel voor hunne risico wordt gehouden, tot dat zij onderzocht, herpakt en voor de verscheping naar Spanje gereed is. De uit Iloilo verzonden soorten worden verdeeld in de eerste (waarvan onder het tegenwoordige stelsel eene zeer kleine hoeveelheid wordt geproduceerd), tweede, derde, vierde en vijfde soort, en al wat de onderzoekers te Manilla van de vijfde soort afkeuren, wordt achtergehouden en verbrand, ofschoon aan den verkooper daarvoor geen tegemoetkoming wordt verleend. De prijzen, die de factorij voor de vermelde kwaliteiten geeft, zijn 7.75, 6.75, 5.25, 4 en 3 dollars per quintal respectievelijk. De plant wordt in Januarij gezaaid en het grootste gedeelte van den oogst komt in Mei en Junij binnen. De bodem van het grootste gedeelte der Bisajas is gunstig voor den groei van de tabak. Het eiland Negros produceerde vroeger ongeveer 8000 quintals, van zeer goede kwaliteit, die de handelaren van Iloilo, door middel van hunne agenten, gewoon waren te koopen van de onafhankelijke stammen in het binnenland, maar daar de maatregelen, door den tegenwoordigen gouverneur genomen om de laatsten te onderwerpen, in 1856 hebben geleid tot het verslaan van vele honderden en de verdwijning van de overigen, hebben de toevloeijingen uit die bron tegenwoordig opgehouden te bestaan. Cebu produceert ongeveer 15,000 quintalen van veel minder kwaliteit. Te Leyte, vooral in het district Moasin, groeit tabak van uitmuntende kwaliteit en kleur, maar zij wordt nietgenoeg geproduceerd om in groote hoeveelheid voor den uitvoer naar Manilla te worden gezonden, en wordt dien ten gevolge bijna uitsluitend in de Bisajas gebruikt, waar zij op hoogen prijs wordt gesteld. In Samar groeit ook tabak voor plaatselijk gebruik. De fabrikatie van cigaren is in de Bisajas vergund, doch niet ter verkoop te Manilla of elders.Voor het oogenblik heeft de uitvoer van tabak van Panay en de overige eilanden weinig direct belang voor Britsche of vreemde kooplieden, daar de transactiën met het Gouvernement, zoo als zij thans geleid worden, van geen bevredigenden aard zijn. Het behoeft intusschen niet gezegd te worden, dat, zoo het bestaande Gouvernements-monopolie werd afgeschaft en vervangen door een systeem van verpachting van landerijen, eene directe grondbelasting op de hoeveelheid die verbouwd wordt of een regt op den uitvoer, en zoo de vrije fabrikatie voor en directe verscheping naar eene vreemde markt werden vergund,—de uitvoer van Panay onmiddellijk van groot gewigt voor den vreemden handel zou worden. Daar de grond van een groot gedeelte van het eiland zeer goed voor de kultuur van de plant geschikt is, zou de uitvoer, onder den prikkel van veel hoogere prijzen en ten gevolge daarvan, de aanwending van meer en beter besteed kapitaal, vatbaar zijn voor groote uitbreiding, vooral wanneer, hetgeen hoogst waarschijnlijk het geval zou zijn, de kultuur door Europeanen werd ondernomen en het tegenwoordige systeem van bebouwing van kleine strooken door inlanders, plaats maakte voor kultuur op eene groote schaal, zoo als in Cuba. De voordeelen, die de inlandsche bevolking zouden ten deel vallen door de opening van meerdere bronnen van industrie, behoeven niet aangewezen te worden.De quaestie van de opheffing van het bestaande monopolie is van groot gewigt voor de Philippijnen en het is te hopen dat het Gouvernement te Madrid, aangemoedigd door de voordeelige resultaten van de opheffing in 1819 van het monopolie in Cuba, spoedig zal besluiten de zwarigheden te trachten uit den weg te ruimen, die thans de quaestie omgeven, vooral daar hare oplossing jaarlijks dringender en meer van de zijde èn van Europeanen èn van inlanders verlangd wordt.Suiker, als een artikel van uitvoer, mag gezegd worden tot nog toe betrekkelijk in de ontkieming te zijn. Uit een uittreksel van aanteekeningen van provinciale ladingen, die dagelijks door denBoletin Oficialvan Manilla worden gegeven, blijkt dat bijna 12,000 pikols in 1856 uit deze provincie naar Manilla gingen, waarvan men kan aannemen dat ongeveer 3,000 van de Isla de Negros werden overgebragt en naar de hoofdstad verzonden als Iloilo suiker. Zoo groot is de prikkel geweest, dien de hooge prijzen aan dit artikel hebben gegeven, dat de hoeveelheid, alleen uit Iloilo uitgevoerd, niet minder dan 20,000 pikols bedroeg, of, met bijdragen van Negros, ongeveer 25,000 pikols, of bijna 1,600 vaten, en zoo de tegenwoordige snelle uitbreiding of aanplant gedurende drie jaren in dezelfde mate voortging, zou het uitvoerbare bedrag in dien tijd, dewijl er geen gebrek aan geschikt land bestaat, bijna 80,000 pikols of 5,000 vaten bedragen, hetgeen nog voor verdere vermeerdering uit andere bronnen vatbaar is, zoo vreemde vaartuigen zouden beginnen in deze haven te laden3. Op het eiland Negros, van waar de reis zes tot tien uren duurt, en waarvan de grond buitengewoon vruchtbaar is en onmetelijke plekken bezit, die bijzonder geschikt zijn voor de suiker-kultuur, heeft eene gelijke uitbreiding der kultuur plaats, in spijt van den grooten hinderpaal, die de betrekkelijke schaarschte der bevolking veroorzaakt, en waardoor alleen deze provincie geen grootere hoeveelheid suiker en hennep voortbrengt dan eenige andere in de Philippijnen. Tegenwoordig produceert Negros ongeveer 14,000 pikols of bijna 900 vaten suiker, waarvan meer dan twee derden direct naar Manilla gaan en het overige langs den weg van Iloilo verzonden wordt. Er is bovendien nog eene goede bron, waaruit suiker (ingeval vreemde vaartuigen te Iloilo laden) zou kunnen worden geput op het aangrenzende eiland Cebu, dat meer dan 90,000 pikols of 5,695 ton produceert voor de Manilla-markt en slechts twee of drie dagen varens van Iloilo is verwijderd.De werking van den prikkel, door de tegenwoordige prijzen gegeven, zal men begrijpen, wanneer men in overweging neemtdat de waarde van Iloilo-suiker, die in vroegere jaren tot 1855 in het algemeen van 2 tot 2.10 dollars per pikol op de Manilla-markt had bedragen, nu 5.68¾ dollars per pikol te Manilla beloopt, tegen 3.2 tot 3.3 dollars, met 25 pCt. voor premie op zilver, of gelijk 4.06 tot 4.21½ dollars hier, en zoo lang de prijs te Manilla niet beneden 3 dollars per pikol van 140 pond daalt, zal de aanplant worden uitgebreid. In de laatste jaren was door de onevenredig lage prijzen, die te Manilla betaald werden, de suiker-kultuur in vele districten ter zijde gesteld als improductief, maar gedurende de jaren 1858 en 1859 is zij snel toegenomen, vooral sedert de invoering van een zuiniger soort van fornuis, waarin het uitgeperste riet in vrij aanzienlijke mate wordt gebruikt in plaats van het vele hout, dat vroeger verbruikt werd.De zeer gebrekkige wijze van behandeling door de inlandsche en mestizen-planters is oorzaak dat in Iloilo geen betere soort suiker wordt geproduceerd, en al wat naar Manilla wordt verzonden, kan men als «ordinair ruw» aanmerken, maar de korrel is gewoonlijk zeer goed en wanneer zij de verdere behandeling in Engeland en Australië ondergaat, levert zij fijne kandij op, die zeer gewild is voor het uitdampen in de Glasgow-raffinaderijen. Zoo een beter stelsel van vermaling en koken hier was ingevoerd, zou suiker van eene uitmuntende kwaliteit worden geproduceerd, en het is zeer te wenschen dat eenige Europeanen met voldoend kapitaal en ervaring etablissementen in deze nabijheid zouden oprigten. Tegenwoordig bestaat geen enkele ijzermolen op het eiland. De ongeraffineerde suiker van de Philippijnen op gewone tijden, zelfs onder de tegenwoordige gebrekkige en kostbare wijze van productie, wordt voor de goedkoopste in de wereld gehouden. De enkele Europeanen, die zich thans in dit gedeelte met de suikerkultuur bezig houden, zijn een Fransche planter te Negros, die uitmuntende suiker produceert (welke altijd ruim 1 dollar per pikol meer dan die van Iloilo gewoonlijk opbrengt), en een planter van dezelfde natie in die provincie, die laatstelijk op eene kleine schaal is begonnen.Wanneer men de bovenvermelde prijzen als basis neemt (4.21½ dollars hier tegen 5.68¾ dollars te Manilla), is het verschilten gunste van de plaats van productie nu 1.47¼ dollar per pikol, maar wanneer men aanneemt dat de vreemde exporteur die 47½ centen hier moet geven, ten einde een zoodanig gedeelte van den oogst te verzekeren als noodig zou zijn een vaartuig te beladen, zou er nog eene belangrijke winst van 1 dollar per pikol overblijven, of 17½ pCt. minder dan de kosten te Manilla. De vrachten naar Manilla, die tegenwoordig door de kustvaartuigen worden geladen, kosten 50 cents per pikol. De geheele suikeroogst wordt van Februarij tot Maart afgeleverd.Sapanhout wordt in belangrijke hoeveelheid uit de provincie Iloilo uitgevoerd. Het wordt hoofdzakelijk geproduceerd in de nabijheid van de zuidelijke kuststeden Guimbal, Miagao en San Joaquin (waarvan de verste twintig mijlen van Iloilo is verwijderd), van waar het grootste gedeelte ter zee naar Iloilo wordt verzonden voor den uitvoer naar Manilla en het overige direct uit Guimbal verscheept. In 1858 werden, volgens de onvolledige aanteekeningen van denBoletin Official, 32,723 pikols of 2,045 vaten naar Manilla en 789 pikols uit Antique verscheept.De hooge prijzen, die te Manilla betaald werden, hadden de vorming van nieuwe plantaadjes ten gevolge, waardoor de uitvoer nog meer zal toenemen. Eene groote hoeveelheid wordt jaarlijks naar Singapore en Amoy verzonden en maakt het geheel der lading van die vaartuigen uit, welke te Manilla naar eerstgenoemde haven wordt verzonden. De qualiteit van het Iloilo-sapanhout zou nog beter zijn, zoo de inlanders niet een groot gedeelte afsneden vóór dat de boomen voldoende gegroeid zijn. Wanneer men het behoorlijk laat ontwikkelen, moet het even goed of nog beter zijn dan dat van Misamis of Bolinao, die thans de beste kwaliteiten op de Manilla-markt brengen. Daar zoowel de verkoopers als de makelaars het hout zoo spoedig mogelijk na het afsnijden trachten af te leveren, moet het verlies aan gewigt op de reis naar Manilla somtijds meer dan 12 à 14 pCt. bedragen. De tegenwoordige prijs van het sapanhout, dat te Iloilo wordt afgeleverd, bedraagt, met inbegrip van 25 pCt. voor kosten van zilver, 1.08 dollars per pikol tegen den koers te Manilla van 1.75 tot 1.875 dollars, waarbij eene aanzienlijke tijdbesparing komt ten gunste van schepen, die hier voor eene vreemdemarkt laden. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 31.25 cts. per pikol.Hennep (zoogenaamd, ofschoon het in wezenlijkheid het product van eene soort plantaan is), die in Iloilo wordt geproduceerd, heeft meestal een langen, witten vezel, gelijk die op de Londensche markt als «Lupiz» bekend is, welke in de inlandsche fabrieken wordt gebruikt; men hecht er thans weinig aan als een artikel van uitvoer. Maar ofschoon Iloilo weinig of geene overproductie van hennep oplevert, brengen de kleine kustvaarders hier zoo wat 350 vaten uit de naburige eilanden en provinciën Leyte, Samar, Negros, Camarines en Albay, die op deze plaatsen in ruil voor de padie en de inlandsche goederen der provincie wordt genomen.Zoowel Leyte als Samar produceren tegenwoordig groote hoeveelheden uitmuntende hennep voor de Manilla-markt, vooral eerstgenoemd eiland, en de reis daarheen gedurende het grootste gedeelte van het jaar is zóó kort (tegenwoordig nemen vaartuigen aan in zes dagen daarheen te gaan en in twee dagen de terugreis te doen), dat, zoo de inlandsche handelaren een gereede markt te Iloilo zouden vinden, tegen prijzen, betrekkelijk gelijkstaande met die van Manilla, meer dan waarschijnlijk eene belangrijke hoeveelheid meer naar Iloilo in plaats van naar de hoofdstad zou worden verzonden.Op het eiland Negros neemt de productie zeer snel toe; een groote hoeveelheid werd gedurende 1858 geplant, daar verscheidene pueblos en districten stukken gronds voor meer dan 100,000 en 200,000 planten bezitten, die in de twee volgende jaren in gebruik zullen komen, en daar de plant merkwaardig is om hare groote voortteelende kracht, zou de te verkrijgen hoeveelheid jaarlijks in een dubbele verhouding vermeerderen. De uitvoer van hennep van het Isla de Negros bedraagt thans 13 à 14,000 pikols of ongeveer 850 vaten per jaar, vooral uit de haven vanDumaguete, aan de oostelijke zijde van het eiland.Wanneer men in aanmerking neemt dat in 1831 de geheele uitvoer van hennep uit de Philippijnen niet meer dan 346 vaten bedroeg, dat hij in 1837 reeds tot 3,585 vaten was gestegen, en dat gedurende het jaar 1856 niet minder dan22,000 vaten uit Manilla naar de Vereenigde Staten en Europa werden verzonden, dan zal men zich eenig denkbeeld kunnen vormen van de toekomstige resultaten van dit belangrijke artikel op het vruchtbare eiland Negros, zelfs bij den bestaanden, reeds genoemden hinderpaal van eene schaarsche bevolking. Ik hecht te meer aan de feiten betreffende Negros, omdat dit eiland door zijne onmiddellijke nabijheid, ingeval van regtstreekschen uitvoer uit Iloilo, als een integrerend deel kan beschouwd worden van het eiland Panay. De hennep, in 1858 uit Capiz verscheept, bedroeg 6,458 pikols of 400 ton, die vooral echter was vervaardigd van eene mindere soort, uit de vezelen van de pácul, een wilde soort van de plantaan. Daar deze mindere soort van hennep echter onvoldoende prijzen oplevert, meen ik dat de plant, die het echte artikel produceert, nu meer algemeen te Capiz wordt gecultiveerd. De koers van hennep hier mag op 5.375 dollars, of met 25 pCt. voor de kosten van zilver, op 6.715 dollars per pikol geschat worden, tegen den koers te Manilla van 7.75 à 8 dollars. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 50 cents per pikol.Rijst in den bolster of padie is een niet minder gewigtig artikel in den landbouw van Panay, ofschoon het thans van weinig werkelijk belang met betrekking tot den vreemden handel is. De jaarlijksche productie van de provincie Iloilo mag, hoezeer niets zekers daaromtrent bekend is, op 850,000 zakken worden geschat, waarvan waarschijnlijk 40,000 naar de naburige eilanden en Manilla worden uitgevoerd. Capiz produceert ongeveer 900,000 zakken en voert ongeveer 100,000 op dezelfde wijze uit. Antique draagt mede een belangrijke hoeveelheid bij voor de consumptie van het eiland en voert meer dan 15,000 zakken uit. Deze hoeveelheden echter moeten als gissingen beschouwd worden van het tegenwoordige bedrag van consumptie en verzending.De uitgevoerde padie wordt voornamelijk in kleine schoeners (pancosenbarotos) naar de naburige eilanden Leyte en Samar en ook naar Camarines en Albay verzonden, in ruil tegen hennep en kokosnotenolie (welke laatste te Leyte verkregen wordt), die òf naar Iloilo ter verkoop òf naar Manilla zijn verzonden. Als de prijzen in Manilla eene voldoende ruimte toelaten (diezij gewoonlijk het geheele jaar doen), dan wordt eenige padie in die rigting verzonden, welke een deel van de lading der vaartuigen uitmaakt, die naar de hoofdstad vertrekken. De uit Iloilo verscheepte padie wordt voornamelijk van de uitgestrekte vlakten van Dumangas, Zarraga, Pototan, Santa Barbara en Barotac-Viejo verkregen. Wanneer een groot gedeelte land tot bebouwing werd gebruikt, zou de vermeerderde opbrengst van deze graansoort geschikt zijn voor den uitvoer naar China, waarvoor vreemde vaartuigen konden worden gebruikt, daar zij voortdurend te Sual in Pangasinan zijn, en men kan gereedelijk aannemen dat in den loop der tijden schepen, die de haven van Iloilo bezoeken en naar China gaan, natuurlijk bij hunne ladingen een aandeel van rijst zullen voegen en daardoor de kultuur nog meer bevorderen. Thans is, ten gevolge van de schaarschte aan rijst in Camarines en Leyte, de prijs van padie te Iloilo tot 10 realen per provinciale zak gestegen, die gelijk staat met anderhalf van de maat (cavan del rey), welke te Manilla gebruikt wordt. De overige artikelen die uit Panay worden verscheept en eveneens van gewigt zijn voor den directen uitvoerhandel, zijn:Huiden van buffels en koeijen, waarvan de uitvoer in 1858 naar Manilla bedroeg 128 vaten van Iloilo, 60 van Capiz en 24 van Antique. De prijzen hier, die thans zeer hoog zijn, kunnen op 5 tot 8 dollars voor buffel- en 10 à 14 dollars voor koeijenhuiden per pikol gerekend worden.Horens.—Eene beperkte hoeveelheid uit de drie provinciën. Prijs van 2 à 3 dollars per pikol.Schelpen.—430 zakken werden in 1858 uit Capiz, 42 uit Antique en 33 uit Iloilo verscheept. Dit artikel, dat vroeger te Manilla 2.50 à 3 dollars per zak heeft gegolden, is later tot 15 dollars gerezen.Gomelastiek.—2,359 pikols of 147 vaten werden in 1858 van Capiz naar Manilla verzonden, waar men er gewoonlijk 1.50 tot 3 dollars per pikol voor betaalt.Paarlemoerschelpen.—Hiervan kan slechts een kleine hoeveelheid uit deze haven en uit Capiz verkregen worden; zij worden voornamelijk uit Soeloe, via Zamboanga, en uit de naburigeeilanden van de Silanga aangevoerd. Zij worden hier gewoonlijk op 18 à 22 dollars per pikol geschat.Rotting,—tot het pakken van producten te Manilla gebruikt; 401,000 werden in 1856 uit Capiz; 104,000 uit Iloilo en 97,000 uit Antique verzonden.Matten zakken, die uit het blad van den sago-palm vervaardigd en ook tot inpakking gebruikt worden; 155,850 werden in 1856 uit Capiz naar Manilla verzonden.Bijenwas.—Hiervan worden jaarlijks eenige weinige pikols uit de drie provinciën naar Manilla verzonden.Gutta-percha.—Eenige hoeveelheid van deze nuttige zelfstandigheid is van hier naar Manilla verzonden, maar, hetzij ten gevolge van bederf of wel door onbekendheid met de geschikte wijze van bereiding, er zijn geene aanmoedigende prijzen voor gemaakt. De boom die ze voortbrengt en die de Bisajersnatonoemen, komt in overvloed in deze provincie en in Guimaras voor, en zoo het de eigenlijkeIsonandra guttavan de Straits en van Borneo blijkt te zijn, zal het artikel later van groot gewigt worden. Het monopolie tot verscheping naar Manilla, aan Senor Elis geschonken, werkt nadeelig op de productie van dit artikel.Hout,—voor gebouwen en verschillende soorten van hout voor meubelen, komen in overvloed in Panay voor en de eilanden van de Silanga en Guimaras zijn bijzonder rijk aan goede boomen. Van daar wordt de toevoer naar Iloilo en de naburige steden verkregen, alsmede het voor den bouw van schepen benoodigde, die nu en dan te Guimaras worden gebouwd, waar nu (1857) een van 350 tonnemaat in aanbouw is, maar tot nog toe heeft men weinig acht geslagen op de onmetelijke hoeveelheid, die men kan verkrijgen.Van andere artikelen, die òf niet geschikt zijn voor Europesche markten, òf tot nog toe in onbeduidende hoeveelheden geproduceerd worden, wil ik alleen noemen: cacao, van uitmuntende kwaliteit, arrowroot, teer, waarvan eene belangrijke hoeveelheid naar Manilla wordt verzonden, tarwe, die veel in de hooger gelegene districten van het eiland groeit en waarvan 1,125 zakken in 1856 uit Iloilo en Antique werden verzonden; maïs,bêche-de-mer, gedroogde groenten (boonen enz. in groote hoeveelheid), sago, katoen, schildpad, dassen-huiden, gember en stofgoud.Gom, verwstoffen en droogerijen van verschillende soorten komen in overvloed in Panay voor, en er bestaat groote behoefte aan een wetenschappelijk onderzoek van de vele producten van dien aard, waarvan weinig of geen gebruik wordt gemaakt. Men moest zich herinneren dat de meeste der mindere bovengenoemde artikelen ook door de naburige eilanden geproduceerd worden en dus in groote hoeveelheden konden worden verkregen, wil men de verwachting dat Iloilo in groote mate het emporium van den handel der Bisajas zal worden, in de toekomst verwezenlijkt zien.Van den mineralen rijkdom van het eiland is weinig of niets met zekerheid bekend. Goud vindt men in de bedding van eene rivier nabij Abacá in deze provincie en bij Dumárao in Capiz. IJzer en kwikzilver moeten ontdekt zijn, het eerste op verschillende plaatsen van het eiland, en kolen zegt men dat in Antique bestaan, maar dit zijn punten waarop men tot nog toe weinig acht heeft geslagen. Op eene reis naar het binnenland met den gouverneur van Iloilo door de Silanga gedaan, langs het geheele noordoostelijke gedeelte van de provincie en tot de grenzen van Capiz, nabij Dumárao, werden den heer Loney verschillende soorten van mineraalstoffen vertoond, die blijkbaar veel ijzer bevatten. Met betrekking tot dezen togt bevestigt ook de getuigenis van den heer Loney, uit persoonlijke ondervinding, de berigten omtrent de vruchtbaarheid van het eiland en den handelsvoorspoed, die het in de toekomst schijnt te wachten. De wegen zijn in het algemeen tamelijk goed tot dat de hevige regens van Augustus tot October invallen; maar tegenwoordig bestaat er op vele plaatsen gebrek aan voldoende bruggen, hetgeen het vrije vervoer van producten naar de kust belemmert. Het eiland biedt geen groote oppervlakte genoeg aan tot daarstelling van belangrijke stroomen en de voornaamste en eenig belangrijke rivier in deze provincie, de Jalaur, die bij Dumangas in de zee uitloopt en door middel waarvan een groote hoeveelheid padie naar de kust verzonden en naar Iloilo overgebragt wordt, kan alleen in het drooge jaargetijde vaartuigen van zeer weinig diepgang dragen.Het stelsel van aankoop van producten te Iloilo bestaat, zoo als men in bijna alle provinciën gewoon is, in het gebruik van makelaars ofpersoneros, die de producten van de inlandsche en mestizen planters en handelaren in de verschillende pueblos in het binnenland en langs de kust koopen en een commissieloon van 5 pCt. op het afgeleverde bedrag ontvangen. Het is meestal noodzakelijk door middel van deze makelaars voorschotten te doen op de aanstaande oogst, ten einde van eenige hoeveelheid zeker te zijn, en aan zulke voorschotten is altijd eenige risico verbonden. De prijs, voor het artikel te ontvangen, wordt gewoonlijk bepaald op den tijd van de betaling van het voorschot en voor alle meerdere productie, die van den planter ontvangen wordt, wordt de loopende koers tijdens de aflevering algemeen aangenomen. Ingeval een voortdurende directe handel wordt gevestigd, is het mogelijk dat hij meer gelijk wordt aan dien van Manilla, d. i. dat schippers op de plaats zullen kunnen koopen van of contracteren met mestizen, Chinesche of Spaansche producenten, hetzij direct of voor een klein makelaarsloon. Daar bijna alle betalingen aan de inlanders in zilver geschieden—wijl zij nooit goud willen ontvangen—is het noodig fondsen hier te beleggen in eerstgenoemde muntspecie.Behalve de bovengenoemde natuurlijke producten brengt Panay eene groote hoeveelheid fabriekgoederen op, zoowel voor uitvoer als voor huisselijk gebruik. Van deze worden de grootste en beste gedeelten, die men onder de inlandsche benamingsinamaybegrijpt, van de teedere vezelen vervaardigd van het blad van den pijnappel (pina), hetzij zuiver of met uit China ingevoerde zijde vermengd en eene evenredige hoeveelheid van de fijnere soorten van de Britsche gefabriceerde katoenen draad. Daar de wijze van afscheiding der pina-vezelen en de sortering daarvan in knotten vóór de fabrikatie, zoo mede de fabrikatie zelve veel tijd en zorg vereischen, zijn de zuivere pina-weefsels betrekkelijk duur. Sommige van de fijnste soorten zijn zeer fijn geweven. Die met zijde vermengd, ofschoon niet zoo duurzaam, zijn goedkooper en hebben in latere jaren trapsgewijze de zuivere pina-fabrikatie vervangen, hoezeer de laatste nog veel gedragen worden door de meer vermogende inlanders en mestizen. Zijde wordt danook uit China in zulk eene hoeveelheid in deze provincie ingevoerd, dat, volgens den voornaamsten Chineschen handelaar in dit artikel te Manilla, eene waarde van 400,000 dollars jaarlijks uit de hoofdstad naar Iloilo wordt gezonden. De prijs van zijde is laatstelijk van 40 tot 45 dollars per chinanta of tien katties tot 80 en 90 dollars of van 450 tot 900 dollars per pikol gerezen.De meeste pina- en gemengde pina-, zijde- en katoen-fabrikaten worden tot hemden voor de mannen of tot korte jakjes of hemden voor de vrouwen gebruikt. De prijs verschilt aanmerkelijk, naarmate van de fijnheid of grofheid van het weefsel en het meerdere of mindere mengsel; zoo kosten sommige stukken voor manshemden wel 7 dollars (waarvan de waarde, zoo zij te Manilla fijn geborduurd worden, somtijds tot 50 of 100 dollars wordt opgevoerd) en de mindere soorten 50 cents tot 2 dollars per stuk van 4½ varas. Het gebloemde werk van deze fabrikaten is meestal van Europeesch katoenen naaigaren of gekleurd Duitsch en Engelsch garen en de strepen van getweernd of gekleurd garen en witte zijde. Goedkooper weefsels worden ook veel van hennep en andere vezelen vervaardigd, die ieder 2 à 4 realen kosten. Er worden ook vele gekleurde zijden en katoenen goederen gefabriceerd voor «sarongs» (gelijk die, vooral van Boegineesch fabrikaat, in den Maleischen Archipel worden gebruikt), Cambajas en zijden en katoenen hoofddoeken. De betere soort van zijden fabrikaten munten uit door soliditeit en fijnheid. Die van katoen worden meestal van Duitsch en Britsch gekleurde twist en van inlandsch garen gemaakt, dat uit katoen wordt gefabriceerd, dat in verschillende districten in deze provincie groeit en ook uit Luzon wordt ingevoerd. De fijnere soorten zijn goed en digt geweven en de ordinaire goedkoopere soorten tot meer algemeen gebruik geschikt. Kousen en sokken van katoen en gemengde zijde en katoen, worden in eenige hoeveelheid gefabriceerd, maar de Manchester en Glasgow gedrukte drills vervangen hen bijna als artikelen van algemeene consumptie. Onder de overige fabrikaten kan men tafelkleeden, servetten, handdoeken, dekens, katoenen beddedekens enz. noemen. Van borduurwerk, dat zoo veel in de industrie van de provinciën Bulacan en Manilla voorkomt, wordt weinig in Iloilo gedaan, metuitzondering van het bloemwerk dat op de uit veter- en netwerk vervaardigde mantilles, die veel gebruikt worden door de vrouwelijke bevolking, wanneer zij ter kerke gaat.Behalve de bovenvermelde goederen, wordt eene belangrijke hoeveelheid ruwe fabrikaten vervaardigd van het blad van de sago-palm of hennep en van andere vezelen. Deze zijn op de Manilla-markt bekend alsSaguran,GuinárasenMedrinaqueen worden naar de Vereenigde Staten en Spanje en in kleiner hoeveelheid naar Engeland verscheept. Saguran en guináras worden veel in de gouvernements-factorijen gebruikt ter inpakking van de tabaksbladeren, die naar Spanje worden gezonden. De prijs is van 25 tot 37½ dollars per pikol of 7½ tot 8 varas. Medrinaque is eenige jaren geleden in grootere hoeveelheid naar de Vereenigde Staten en Europa uitgevoerd, waar het hoofdzakelijk wordt gebruikt tot het stijven van kleederen, linnens enz. Dit artikel wordt voornamelijk te Samar, Leyte en Cebu vervaardigd, van waar het, bij direct vervoer, ter verscheping kan worden verkregen. De prijzen op de Manilla-markt bedragen voor Cebu 20 en Samar 18 dollars per 50 stuks.In aanmerking genomen, dat de Philippijnen veeleer eene landbouw- dan eene fabriekstreek zijn, mag men zeggen dat de weefproducten van Iloilo eene aanmerkelijke ontwikkeling hebben erlangd. Niets trekt meer de aandacht op de wekelijksche markten, die in de verschillende steden gehouden worden, dan de overvloed van de inlandsche ter verkoop aangeboden goederen en ook het aantal in werking zijnde werktuigen in de meeste steden en dorpen geeft stof tot bewondering. In bijna ieder gezin vindt men eene dezer machines, met een eenvoudig toestel, uit stukken bamboe zamengesteld en in de meeste huizen der mestizen en de gegoede Indianen, zijn zes tot twaalf werktuigen in het werk. Het geheele aantal in deze provincie wordt op 60,000 geschat, en ofschoon deze cijfers de tegenwoordige hoeveelheid welligt te hoog opgeven, kunnen zij niet veel minder zijn. Al het weefsel wordt door vrouwen verrigt, wier loon gewoonlijk 1 à 1.50 dollar per maand bedraagt. In het algemeen—en dit is eene handelwijs die ongelukkig maar te zeer in zwang is onder de inlanders in iederen tak van arbeid—worden deze bezoldigingen maanden lang vooruit betaald, en de arbeiders besteden dan soms jaren(worden eigenlijk werkelijke slaven gedurende langen tijd) voordat eene oorspronkelijk kleine schuld is afbetaald. Er zijn nog andere werksters, die van tijd tot tijd bezig zijn om de goederen in het werktuig «op te zetten»; daarmede kunnen zij 1 à 1.50 dollar per dag verdienen. Hierbij moet nog gevoegd worden, dat Capiz en Antique ook, in mindere hoeveelheid dan Iloilo, fabriekgoederen produceren.Niettegenstaande den toenemenden invoer van Europesche stukgoederen in Panay, is het een verblijdend verschijnsel, dat de hoeveelheid uitgevoerde gemengde pina-stoffen veeleer vermeerdert dan omgekeerd met de trapsgewijze toeneming van de algemeene bevolking en de vermeerderde middelen die zij verkrijgt door de snel toenemende ontwikkeling van de hulpbronnen der eilanden. Te oordeelen naar de waarde der hoeveelheden die door bijna elk vaartuig worden ingenomen, dat naar de haven van Manilla vertrekt, wordt de jaarlijksche uitvoer in die rigting niet te hoog geschat, als men dien op 400,000 dollars berekent. De goederen, onder dit bedrag begrepen, worden, men lette dit wel op, niet alleen in de stad en provincie Manilla gebruikt, maar komen ook in de consumptie voor van Pampanga, La Laguna, Camarines en andere provinciën van Luzon. Den uitvoer van pina naar de hoofdstad daaronder begrepen, wordt eene waarde van 30,000 dollars aan katoenen en zijden sarongs en handdoeken jaarlijks naar Camarines verzonden. Eenige hoeveelheid wordt ook naar Leyte en Samar uitgevoerd, doch zelfs eene approximative berekening van de waarde der op die wijze verscheepte goederen kan niet opgegeven worden. Men heeft hier zoo weinig acht geslagen op het onderwerp van statistiek, noch van de zijde der autoriteiten, noch van die der plaatselijke handelaren zelven, dat aan het slot van zijne aanteekening der voornaamste artikelen, die uit Panay worden uitgevoerd, de heer Loney het zelf betreurt niet in staat te zijn eene complete opgave van de gezamenlijke waarde te kunnen geven. DeEstadistica de Filipinas, in 1855 uitgegeven en te Manilla gecompileerd door deComision Central, voor dat doel benoemd, geeft van cijfers, die waarschijnlijk van de zeer onvoldoende tolregten zijn verkregen, de volgende opgaven voor de waarde van den invoer uit Panay naar Manilla in 1854:
Van de drie laatstelijk voor den vreemden handel geopende havens is Iloilo de meest belovende. De provincie Iloilo is eene der meest bevolkte van de Philippijnen. Zij bevat meer dan een half millioen inwoners, en ofschoon gedeelten van de provincie zeer dun bevolkt zijn, is er eene gemiddelde bevolking van meer dan 2000 inwoners per vierk. mijl. Behalve de pueblos die ik bezocht en waarvan ik een korte beschrijving zal geven, heeft Cabatuan 23,000, Miagao 31,000, Dumangas 25,000, Janiuay 22,000, Pototan 34,600 en verschillende andere meer dan 10,000 zielen. De provincie is niet alleen eene van de meest bevolkte, maar welligt de meest productive in den landbouw, de meest active in het fabriekwezen en de industrie en behoort onder de meest beschaafde der Philippijnen1. Zij bezit uitgestrekte en bebouwde vlakten en met boschland begroeide bergen;hare wegen behooren onder de beste, die ik op den Archipel heb gezien. Aan den ingang van het kanaal bevindt zich een aantal eilanden, genaamd de zeven (dood)zonden (los Siete Pecados). Het groote eiland Giumaras grenst ten zuiden van het kanaal; sommigen onzer bezochten het en keerden terug, verrukt over de uitgestrekte dropsteenen holen, die zij doorgingen, nadat zij ze niet zonder moeite bereikt hadden over de rotsen, door de bosschen en over de stroomen, die hun voortgaan belemmerden. De bosschen zijn vol wild en de rivier Cabatuan vloeit over van krokodillen. Er zijn vele beekjes en rivieren, die den bebouwer tot groote hulp strekken en wij vonden eene groote hoeveelheid vee. De ponies van Iloilo behooren onder de beste in den Archipel en men heeft de aandacht gevestigd op de schapenfokkerij. Er wordt veel zout gemaakt en er bestaat eene belangrijke visscherij vantripang(zeeslakken) en schildpadden, wegens de schillen. Het eiland is voorts zeer beroemd om de pina-fabrikatie, nipas en sinamays genaamd, waarvan sommige uiterst fijn en schoon zijn; zij worden in groote hoeveelheid uitgevoerd en zij zijn zelfs in Europa zeer vermaard.
Bij de komst der Spanjaarden vonden zij het district bezet door beschilderde Indianen, vol bijgeloof, dat, niettegenstaande het onderrigt van de Augustijner-monniken, nog altijd voortheerscht, vooral ten tijde van openbare ongelukken. Zij behooren onder de best gevormde der Indianen, spreken een dialect van het Bisajaansch, dat zijHiligueynanoemen, maar in de meer verwijderde gedeelten komt een andere tongval, hetHalayo, meer voor. De Augustijnen bogen er op 50,000 familiën in 1566 te hebben bekeerd, maar zij konden hen niet bewegen hunne landen te bebouwen en hunne overproducten in te zamelen, en toen de sprinkhanen het district hadden verwoest, kwam meer dan de helft van de bevolking in de twee volgende jaren van honger om. Maar de zendelingen maakten geen vorderingen onder deNegritos, die in de woestere gedeelten van de bergachtige streken woonden en waarheen menigeen zich begaf, die zich aan de magt der vijanden wenschte te onttrekken. Deze wilden hebben niet zelden de dorpen aangevallen van de bekeerde Indianen, maar in latere jaren hebben zij het voorzigtiger en voordeeliger geacht daarheenhun was en pek te brengen en ze voor rijst en kleederen te ruilen. Zij hebben geen algemeenen bestuurder, maar iedere stam heeft zijn erkend hoofd, en men zegt, dat, wanneer zij tot de keus moeten overgaan van een opvolger voor een vertrokken hoofd, zij deputatiën naar de zendelingen zenden en deze hunnen raad en bijstand in hunne keus vragen. Vroeger werd het district dikwijls door zeeroovers aangevallen, die groote verwoestingen aanrigtten en verscheidene steden vernielden. In 1716 vielen de Hollanders de sterkte van Iloilo aan, doch werden gedwongen af te trekken na een belangrijk verlies aan dooden en gewonden. Er heeft eene groote vermeerdering in de bevolking plaats gehad, die in 1736 bedroeg, 67,708, in 1799, 176,901 en in 1845, 277,571 zielen; terwijl bij den laatsten census er 527,970 inwoners bleken te zijn, waarvan 174,874 belasting betalen. Er is een klein aantal Spanjaarden; daarentegen zijn er vele mestizen, waarvan de meestensangleyszijn, de afstammelingen van Chinesche vaders en inlandsche moeders. De vermeerdering van de bevolking moet groot zijn, daar de census in 1857, 17,675 geboorten en slechts 9,231 sterfgevallen gaven.
Men komt naar Iloilo door een kanaal tusschen een zandbank (die bijna een mijl de grenzen overschreden heeft, in de kaarten aangegeven) en het eiland Guimaras. De stad schijnt nabij, als men ze nadert, maar de rivier, waardoor de vaartuigen komen, maakt eene belangrijke kronkeling en loopt rondom digt bij de stad. Wij ontdekten eene groote fortificatie, maar het kon voor ons geene salutschoten doen, en wij werden daardoor ontheven van den pligt om H. M. kruid te verschieten, maar zoo niet in den vorm van veel geraas makende groeten, betoonden de Spaansche autoriteiten toch de meeste hoffelijkheid jegens de officieren en het scheepsvolk van ons fregat, voor de dienst en het onderhoud waarvan al het mogelijke werd gedaan. Wij werden spoedig begroet door een heer van het Britsche vice-consulaat. De vice-consul keerde naar Iloilo terug, den dag na onze komst. Het zou inderdaad goed zijn, als alle Britsche ambtenaren zooveel bekwaamheid, kennis en geneigdheid om nuttig te zijn bezaten als wij in den heer Loney vonden, waaraan de handel van de Philippijnen in het algemeenen de haven van Iloilo in het bijzonder, groote verpligtingen heeft. Hem, meer dan een ander, is de ontwikkeling van den handel van Panay veel verschuldigd.
Vooral van den gouverneur van Iloilo, kolonel José Maria Carlès, ondervond ik zeer veel goedheid. Hij ging onder eene treurige ramp gebukt—rampen komen overal op de wereld voor—het verlies van een eenigen en veelbelovenden zoon, die hem als gouverneur van de provincie voorgegaan en zoo algemeen bemind was, dat het volk ernstig bij den Kapitein-Generaal er op aandrong, dat de vader hem mogt opvolgen, hetgeen werd toegestaan. Het was treffend de verschillende blijken van de sympathie en het leedwezen des volks te zien, die den dood en de begrafenis van Don Emilio Carlès vergezelden, wien niet minder dan 50 rijtuigen naar zijn graf in Arévalo volgden. Ik ging meer dan eens met den treurenden vader door het dorp; ten tijde dat ik zelf onder hevige smarten gebukt ging, vond ik dien troost bij het herdenken van en de herinnering aan anderen van de deugden des overledenen. Deze zijn de beste monumenten, hoezeer zij niet op steenen tafels zijn geschreven.
De principalia van Molo kwamen ons op een bal verzoeken, dat in het meeste genoegen afliep. De plaats is zeer nijver; zij was in oude tijden eene Chinesche kolonie en wordt nu bewoond door mestizen en hunne afstammelingen, waarvan de meeste met Chineesch bloed vermengd zijn. De pueblo telt 16,428 inwoners, waarvan 1,106 mestizen zijn. Het is eene der drukste steden van het eiland en alles ziet er voorspoedig en werkzaam uit. In sommige woningen vindt men in hetzelfde vertrek vele werktuigen, waarmede pina-stoffen worden vervaardigd. De plaats was bij gelegenheid van het bal schitterend geïllumineerd en de gobernadorcillo hield eene redevoering in het Spaansch, waarbij hij verklaarde dat de plaats zeer vereerd was door onze tegenwoordigheid, en dat de herinnering aan dezen dag hun lang zou bijblijven. Vele mestizen houden rijtuigen, die ter beschikking van onze vrienden werden gesteld en die zich bij den optogt voegden, toen wij met muziek en vuurwerk door de stad begeleid werden. Molo is een eiland, dat door twee beeken wordt gevormd en waarop men aan beide zijden over bruggen komt. Ik meen dat het eene der weinigeplaatsen is, die door een wereldlijken geestelijke worden bediend. Zij ligt vier mijlen van Iloilo, de weg is goed en men ziet vele Indiaansche huizen aan beide zijden van den weg. Achter bijna al deze vindt men tuinen, waarin plantanen, kokosnoten, broodvruchten, cacao, betel en andere gewassen groeijen. De suikerkultuur scheen uitgestrekt te zijn en men heeft vele padievelden benevens eene groote maïs-kultuur.
De Gouverneur en Britsche vice-consul vergezelden ons op onze genoegelijke uitstapjes in het binnenland, waarbij wij sommige der meest bevolkte pueblos van de provinciën bezochten. Wij reisden in gemakkelijke rijtuigen, terwijl de monniken of de gobernadorcillos ons van versche paarden voorzagen; in de kloosters werden wij gewoonlijk ontvangen en wij vonden daar steeds het meest gastvrije onthaal. Wij hadden een dag bepaald om Janiuay te bezoeken en wij hielden eerst te Jaro, een pueblo van meer dan 22,000 zielen, halt. De wegen waren op de gewone wijze versierd; van de Indiaansche hutten wapperden de vlaggen, de principalia te paard kwamen tot ons geleide en de inlandsche muziekkorpsen vergezelden ons toen wij het volkrijke gedeelte der stad intraden en verlieten. Jaro wordt als de rijkste plaats op het eiland Panay geacht. Het werd in 1584 of 1585 gesticht. Op eenigen afstand rondom de plaats wordt veel verbouwd. Zij boogt op hare steenen brug, die meer dan 700 voet lang en 36 voet breed is. De bouw daarvan, even als de daarstelling van de uitmuntende wegen, die naar de pueblo geleiden, is men verschuldigd aan de milddadigheid van een’ geestelijke, die door zijn’ souverein wegens zijne vaderlandslievende opofferingen tot ridder werd gemaakt. Ofschoon het land vlak is, maakt het rijke gewas aan de oevers der stroomen en langs den hoogweg het landschap schilderachtig. Er worden vele fijne stoffen en katoen, pina en zijde vervaardigd. Deze fabrikaten worden te koop gebragt op eene wekelijksche markt, die donderdags gehouden en druk bezocht wordt door lieden uit alle deelen der provincie; zij is de grootste van de Iloilo-missen. Van Jaro begaven wij ons naar Santa Barbara, een pueblo van 23,000 zielen. Hier werden wij in het klooster derAugustijner-monnikenontvangen, in wier handen al de geestelijke ambten van Iloilo zich bevinden; aan een hunner haddenwij het genoegen om hem naar Manilla mede te nemen, waarheen hij zich moest begeven als afgevaardigde op de jaarlijksche vergadering van de broederschap. Hier bezochten ons andereAugustijner-monniken, die ons allen uitnoodigden van de gastvrijheid in hunne ruime kloosters gebruik te maken. Santa Barbara is eene nieuwerwetsche stad, die in 1759 is gebouwd en onder de speciale bescherming staat van den heilige, wiens naam zij draagt. Zij heeft in de algemeene welvaart der provincie gedeeld: in 1820 had zij geene fabrieken, maar zij heeft thans eene wekelijksche markt tot verkoop van de producten harer werktuigen, die hoofdzakelijk bestaan uit katoen, zeildoek, matrassen, dekens, enz. De bosschen leveren fijn timmerhout en materialen voor kabinetwerk en zijn gevuld met wilde bijen, wier was en honig een belangrijk artikel van trafiek vormen. De rijtuigen en paarden dermonnikenwaren uitmuntend. Onze volgende pleisterplaats was Cabatuan, dat iets grooter dan Santa Barbara is. Cabatuan werd in 1732 gesticht. Zij ligt aan de oevers van de rivier Tiguin, die somtijds bijna droog is en op andere tijden het land sterk overstroomt. De talrijke krokodillen maken het visschen onveilig en de scheepvaart zelfs van kleine booten wordt dikwijls afgebroken, hetzij door den overvloed, hetzij door het gebrek aan water. Er is veel productie van rijst en van kokosnoten-olie tot verlichting. Van Cabatuan gingen wij naar Janiuay, waarmede wij onze dagreize en ons bezoek in het binnenland eindigden. Deze plaats wordt op de oude kaarten der provincie Matagul genoemd en telt ongeveer hetzelfde aantal inwoners als Santa Barbara. Het klooster en de kerk staan op een eenigzins hoogen grond en leveren een schoon gezigt op over de pueblo en het omringende land. Vele vrouwen houden zich met den arbeid aan de werktuigen bezig, maar de landbouw is de voornaamste industrie van den omtrek. Wij hadden gehoopt den Dingle-berg te bezoeken, waarvan een der holen of grotten het aanzien moet hebben van een tempel van schilderachtigen bouw, met rots-kristal en massa’s marmer en albast versierd, die de wanden vormen, terwijl een ander hol uit graniet bestaat, waarvan men veel op deze plaats vindt,—maar wij moesten naar Iloilo terugkeeren om met voorname personaadjes aan een diner deel te nemen, dat, als gewoonlijk, door een bal werd gevolgd.Daar het huis van den gouverneur zich op eenigen afstand van de stad bevond, werden wij beleefd onthaald in dat van een der inlandsche kooplieden, lief aan de kade van de rivier gelegen. Verscheidenemonniken, die onze gastheeren geweest waren, vonden wij hier als gasten, en het gulle onthaal, dat wij hier ondervonden, regtvaardigde niet de voortdurende beleefde betuiging van leedwezen over het verschil in de ontvangst, de lompheden van de inlandsche bedienden (waarmede wij ons soms vermaakten) en het contrast tusschen de gemakken, die Europa en die welke eene afgelegene Spaansche kolonie op de Philippijnen konden aanbieden; maar er heerschten zulk eene gulheid, goed onthaal en vriendschappelijkheid, dat het onmogelijk was anders dan dankbaar en tevreden te zijn en wanneer wij op dit ondermaansche al doen wat wij kunnen, volbrengen wij ruim onzen pligt.
Den volgenden dag maakten wij ons gereed voor een bezoek van de verschillende pueblos aan de kust, en vroeg in den morgen in onze rijtuigen stappende, kwamen wij door Molo en Arévalo naar Oton. Arévalo heeft eenige vermaardheid in de jaarboeken der Philippijnen en had een bijzonder belang voor den gouverneur, daar hier laatstelijk de genegenheid der Indianen voor zijn zoon gebleken was, wiens begrafenis zij met zooveel bijzondere bewijzen van sympathie en leedwezen hadden vereerd. Arévalo was vroeger de residentie van den gouverneur; zij werd in 1581 door Ronquillo gebouwd, die haar den naam van zijne geboorteplaats gaf. Door de Indianen geplunderd, door zeeroovers aangevallen en terwijl haar bestuur geheel was gedesorganiseerd, bleef het geruimen tijd verlaten, en daar de zetel der magt naar Iloilo is overgebragt, levert Arévalo niet veel levendigs op; er bevinden zich ongeveer 8,000 inwoners in dit district. Te Oton zagen wij van uit het Augustijner-klooster eene belangwekkende plegtigheid. Het was op een zondag en bij het verlaten van de kerk werden de inwoners bij trommelslag gewaarschuwd eene proclamatie van het Gouvernement te hooren lezen. Zij waren allen in hunne fraaiste kleederen, en mannen, vrouwen en kinderen vormden een kring rondom een der inlandsche Indiaansche autoriteiten, die, met luider stemme, in de Bisajaansche taal het document voorlas, dat hem bevolen was aan het volk mede tedeelen. Er heerschte eene volmaakte stilte gedurende de lezing en de menigte verspreidde zich rustig. Langs de kust zijn fortificatiën opgerigt en eene groote verscheidenheid van fabrikaten werd ons voorgelegd. Er worden veel Engelsche katoenen twist verkocht, die de schering van de meeste fabrikaten uitmaken2. Wij zagen zijden en katoenen dekens; verschillende soorten van gekleurde ginghams; weefsels, waarin de vezelen van de abaca en de pina met onze katoenen draden waren vermengd, waarvan de invoer echter tot de kleuren is beperkt, die de Indianen zelve niet kunnen verwen. Oton telt ongeveer 23,000 inwoners. Ik heb opgemerkt dat de evenredigheid van de geboorten tot de sterfgevallen ongeveer vier tot één staat, en dat terwijl er vijf geboorten op een huwelijk plaats hebben, er nog geen derde meer sterft dan huwt, zoodat de vermeerdering der bevolking zeer groot kan geacht worden. In 1818 bedroeg zij nog geene 9,000 zielen. Tigbauan, met zijne 21,000 inwoners, was onze volgende pleisterplaats. Zijn algemeen uitzigt gelijkt dat van Oton. Rijst is de voornaamste landbouw-productie, maar de vrouwen houden zich het meest bezig met het weven van stoffen, die op de markten in Albay en Camarines worden verkocht. Wij werden uit het Augustijner-klooster door een monnik van Giumbal vergezeld, die blijkbaar veel invloed uitoefende over zijne broeders en over de geheele gemeente. Zijne conversatie was onderhoudend en leerzaam. Hij had een fraai span paarden, een schoon rijtuig en hij besteedt zijne ruime inkomsten met edelmoedige milddadigheid. Om niet te herhalen wat reeds zoo dikwijls heeft plaats gehad, maakten de Indianen, gedurende onze geheele reis, feestdagen tot onze ontvangst, die overal het aanzien van publieke feesten hadden. Nadat de principalia ons tot de kloosters haddenvergezeld, ik hen bedankt en de gouverneur en de monnik hen hun afscheid gegeven hadden, werd een aantal jonge meisjes binnengebragt, wie de bediening van de tafel en van de gasten was opgedragen. Er lag eene vreemdsoortige afwisseling van nieuwsgierigheid, vrees en eerbied in haar gedrag, doch zij verzamelden zich rondom mijn armstoel; hare helderzwarte oogen zagen mij vragend aan en schenen mijne bevelen te vragen, terwijl eene, die wel eene kleine van den geestelijken vader scheen, haar hand in de krullen van mijn wit haar stak, die zij eenige bewondering waardig scheen te achten; maar de monnik zeide mij dat zij onder elkander vroegen hoe het mogelijk was dat ik een generaal en voornaam man kon zijn, terwijl ik toch geen goud op mijne kleederen droeg; ik was niet half zoo fraai gekleed als de ambtenaren, die zij gewoon waren te zien. Zij waren zeer fier op sommige pina-kleederen, die zij droegen, en de eene na de andere kwam bij mij om de fijnheid daarvan te laten zien. Zij droegen zorg mij van cigaren te voorzien en dat er licht gereed stond als de cigaar uitgebrand was, en toen wij aan onzen welvoorzienen maaltijd zaten, waren verscheidene bij de hand om de schotels weg te nemen, andere aan te brengen en toe te zien of wij wel voorzien waren van de lekkernijen van den dag. Op onzen terugweg naar Iloilo, vernamen wij dat de principalia van Molo ons in hunne rijtuigen naar onze woning zouden geleiden; zij wachtten ons op den grooten weg, zoodat wij te zamen eene geheele processie uitmaakten. Zij hadden vooraf kapitein Vansittart en de officieren derMagicienneop hun bal uitgenoodigd en velen wachtten, terwijl zij tot in den vroegen morgen dansten.
Den volgenden dag verlieten wij Iloilo. De gouverneur en verschillende van de voornaamste lieden, waaronder zich eene groote groep Augustijner-monniken bevonden, vergezelden ons met muziek naar het schip. Drie luide uitroepen van een dankbaar hoerah deden zich van ons dek hooren en werden vriendschappelijk door onze gastheeren beantwoord en zoo wenschten wij Iloilo het vaarwel en voortdurend welzijn toe.
Ik heb sir William Hooker, ten behoeve van het Museum der Koninklijke tuinen te Kew, zestig soorten van hout gezonden, dat in denoordelijke en westelijke districten van het eiland Panay en in de provincie Antigue groeit, waarvan de voornaamste zijn: hetmolave, het nuttigste en meest vaste van de Philippijnsche houtsoorten, dat voor alle bouwwerk wordt gebruikt;bancaluag, voor fijn werk;dungon, voor schepen en gebouwen;bagoarour, bouw- en kabinetwerk;lumati, eene soort van teak;guisoc, eene buigzame soort voor schepen en huizen;ipilheeft gelijke verdiensten;naga, dat op mahony gelijkt en voor meubelen wordt gebruikt;cansalod, planken voor vloeren;maguilomboy, voor hetzelfde doeleinde;duca,baslayan,oyacya, voor scheepsbouw;tipolo, voor muziek-instrumenten;lanipga, eene soort van ceder, dat voor graveer- en beeldhouwwerk wordt gebruikt;bayog, voor masten en raën;bancal, voor zolderingen en graveerwerk;malaguibuyo, voor vloeren;ogjayan, buigzaam voor verbindingen enz.;lanitan, voor guitars, violen enz.;janlaatan, voor meubelen;lauaan, voor schepen;basa, in groote blokken voor bouwwerk en schepen;talagtag, voor kabinetwerk;nino, de bast, die voor roode en gele kleurstof wordt gebruikt;bacan, bouten;panao, een medicinaal hout, dat de Indianen voor zeere oogen gebruiken;banate, eene fijne en sterke kist- en houtsoort, die voor biljard-queuen naar Europa is uitgevoerd;bancolinao, ebbenhout;casla, heeft eene vrucht, die op eene Fransche boon gelijkt, waarvan de olie door de inlanders voor hunne lampen wordt gebruikt;jaras, voor den bouw van huizen. Men zal opmerken, dat al deze hunne Indiaansche namen dragen, die de Spanjaarden ze gewoonlijk geven.
Ten opzigte van den handelstoestand en de vooruitzigten daaromtrent van al de centrale en zuidelijke eilanden van den Philippijnschen Archipel, heb ik de meest gunstige bijzonderheden verkregen, die de vice-consul van Iloilo, de heer Loney, in 1857 aan den consul van Manilla heeft gegeven en waaraan ik het volgende ontleen.
Dat gedeelte van de Philippijnen, die de Bisajas genoemd worden, kan men over het algemeen beschouwen als al de eilanden ten zuiden van Luzon omvattende, ofschoon, strikt genomen, zij alleen beslaan die van Samar, Leyte, Panay, Negros, Cebu, Bohol (met de onderhoorigheden Tablas, Romblon, Sibuyan, enz.) en vierprovinciën: Misamis, Caraga, Zamboanga en Nueva Guipuzcoa, van het belangrijke eiland Mindanao, na Luzon het schoonste en grootste van den Archipel.
De administratie van de inkomsten der Bisajas was vroeger opgedragen aan een bijzonder bestuur (Gobierno Intendencia de Bisayas) in de stad Cebu gevestigd, doch daar deze administratie in 1849 is afgeschaft, staan al de provinciën, wat hare inkomsten betreft, nu gelijkelijk onder de contrôle van de super-intendencia te Manilla. Terwijl echter de provinciën en districten van Luzon (met uitzondering van Cavite, La Isabela, Nueva Viscaya, El Abra, San Mateo en La Union) door burgerlijke ambtenaren (alcaldes mayores) worden bestuurd, is het beheer over de Bisajas opgedragen aan militaire beambten (gobernadores militares y politicos) van den rang van kapitein tot kolonel, die bij vele gelegenheden worden bijgestaan door een luitenant-gouverneur, een civiel beambte en gewoonlijk door een regtsgeleerde, die kennis neemt van alle gewone civiele en criminele zaken.
De groep der Bisajas wordt meestal door een ras bewoond, dat in alle hoofdtrekken op het Tagalog- en andere Maleische rassen van Luzon gelijkt. Hunne taal kan als een dialect van het Tagalogsch worden aangemerkt, ofschoon de klank harder is en het niet zoo woordenrijk, zoo verfijnd en aan grammaticale regels onderworpen is als deze laatste tongval. In het Bisajaansch vindt men meer Maleische woorden dan in de op Luzon gesproken dialecten. De inlanders van deze eilanden en die van Luzon verstaan elkander slecht, ofschoon hunne talen blijkbaar van dezelfde hoofdtaal zijn afgeleid.
De Bisajas leveren een gehard, zeevarend volk, maar als regel kan eene algemeene neiging tot luiheid, die aan den Philippijnschen «Indiaan» wordt toegeschreven, in een welligt nog hoogeren graad worden toegeschreven aan de bewoners van de geheele zuidelijke groep, en maakt tegenwoordig, bij gemis aan eenige doelmatige middelen tot dwang, een der voornaamste hinderpalen uit tegen eene snellere uitbreiding van den landbouw door de invoering van Europeesch kapitaal.
De Christen-bevolking van de Bisajas wordt gerekend als volgt:
Samar118,000Leyte115,000Romblon16,600Panay:Capiz135,000Iloilo450,000Antique80,000Cebu en Bohol385,200Negros108,000Calamianes18,000Mindanao:Misamis44,500Carago (Surigao)15,300NieuwGuipuzcoa(Bislig enDavao)11,200Zamboanga12,000Totaal1,508,800
Onder deze zijn niet begrepen de onafhankelijke stammen, die de bergen in het binnenland bewonen; men kan hun aantal eenigzins berekenen uit eene aanteekening van het aantal dergenen, welke in 1849 in de onderstaande provinciën hebben gewoond, als:
Misamis66,000Samar25,964Leyte (niet met zekerheid bekend).Negros8,545Panay13,900Cebu4,903Totaal119,312
De meeste niet-onderworpen stammen (vooral Mohammedanen) bewonen Mindanao, waarvan de totale bevolking algemeen op bijna een millioen zielen wordt berekend.
Het eiland Panay, gunstig omstreeks het centrum van degroep der Bisajas gelegen, is aan zijn naaste punt, zijnde Potol—op 11° 48’ NB. en 122° WL. van Greenwich—180 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd. Het is bijna driehoekig gevormd en heeft eene uitgestrektheid van ongeveer 300 mijlen. Het is het vijfde in grootte van de Philippijnsche eilanden en volgt in dit opzigt op Luzon, dat 1,059, op Mindanao, dat 900, op Paragua, dat 420, en op Samar, dat 390 mijlen in omvang heeft, doch hoezeer kleiner dan de zoo even genoemde eilanden, is het, na Luzon, het meest bevolkte van den Archipel, wanneer Mindanao, met zijne onbekende bevolking van voormelde onafhankelijke stammen, daarbuiten gerekend wordt.
Panay is verdeeld in de drie provinciën Capiz, Antique en Iloilo, die te zamen eene bevolking van ongeveer 665,000 zielen hebben.
Capiz beslaat het geheele noordelijke gedeelte van de kust van Panay, een afstand van 77 mijlen. Zijne grenzen in het binnenland kunnen bepaald worden door een kromme lijn, die een weinig ten oosten van Punt Bulacan begint, langs de Pico de Arcangel, in de Siauragan-bergen, en westwaarts naar Pandan, aan de kust loopt. Zijne hoofdstad is Capiz, aan de rivier van dien naam gelegen. Ofschoon ten zuiden en ten westen door eene ongeregelde serie van bergketenen afgebroken, bestaat het grootste gedeelte van het grondgebied van Capiz uit uitgestrekte laag liggende vlakten, die rijst in groote hoeveelheid produceren. Het eiland bezit een paar goede havens, vooral die van Batan en Capiz zelf, aan de zamenvloeijing van de rivieren Panay en Capiz gelegen, biedt eene veilige ankerplaats aan. De belasting-betalende bevolking wordt officiëel op 135,000 zielen berekend.
Antique neemt de westelijke zijde van het eiland in, langs eene uitgestrektheid van 84 mijlen—van punt Naso ten zuiden tot Pandan ten noorden—is van driehoekigen vorm en wordt aan het noorden door de provincie Capiz, ten zuiden en oosten door Iloilo en ten westen door de zee begrensd. Antique is zeer bergachtig en, betrekkelijk dun bevolkt, produceert het tegenwoordig niet veel voor den uitvoer, vooral ook omdat de meerdere ontwikkeling van zijne hulpbronnen wordt belemmerddoor het gebrek aan goede havens, waarvan het geen enkele langs de geheele linie van de kust bezit. Aan zijne hoofdstad en haven, San José de Buenavista, is een zeebreker in aanbouw, die, wanneer hij voltooid zal zijn, meerdere levendigheid aan den handel in de provincie zal bijzetten, omdat de vaartuigen hier dan het geheele jaar door zullen kunnen laden. Te San José nemen vreemde walvischvaarders en andere schepen niet zelden water en provisie in. Het aantal zijner inwoners, behalve deremontadosenmonteses, die de berg-districten bewonen, wordt op 80,000 zielen berekend.
Iloilo strekt zich over het zuid-oostelijke gedeelte van het eiland uit, is mede driehoekig gevormd en grenst ten noorden aan Capiz, ten westen aan Antique en ten zuid-oosten aan den zeearm, waardoor het van het eiland Negros wordt gescheiden. Dit eiland, dat het grootste, rijkste en meest bevolkte der drie provinciën is, verdient meer bijzondere vermelding.
Iloilo, de hoofdstad en de residentie van den gouverneur van het eiland, is 254 mijlen in een regte lijn van Manilla verwijderd, en wordt door Spaansche hydrographen op 10° 48’ WL. van de middaglijn van San Bernardino geplaatst; het is nabij de zuid-oostelijke grens van het eiland, digt aan de zee, aan den oever van het enge kanaal gelegen, dat door het eiland Giumaras wordt gevormd, hetwelk tegenover Iloilo op een afstand van 2½ mijlen van het Panay-strand ligt. De stad is voornamelijk op lagen, moerassigen grond gelegen, en staat bloot aan den invloed van het getij; zij ligt deels tegenover de zee en deels langs den regter oever van eene kreek of inham, die naar Jaro leidt, en ontmoet, na een halven cirkel te beschrijven, op nieuw de zee bij Molo. Hoezeer de voornaamste zeehaven en zetel van het Gouvernement der provincie, is de bevolking niet zoo sterk als die van vele steden in de nabuurschap. Zij bedraagt tegenwoordig niet meer dan 7,500 zielen, terwijl die van Jaro, Molo en Oton, steden in de onmiddellijke nabijheid gelegen, respectievelijk 33,000, 15,000 en 20,000 zielen sterk zijn. Deze betrekkelijke schaarschheid van inwoners ontstaat hoofdzakelijk uit het gebrek aan ruimte voor verdere uitbreiding aan de enge landtong, waarop de stad hoofdzakelijk is gebouwd. Deze hinderpaal tegen de verdere vermeerderingvan de bevolking zou in den loop der tijden uit den weg geruimd kunnen worden, daar doeltreffende maatregelen zijn genomen om de bevolking meer landwaarts te brengen; onder anderen behooren daartoe de oprigting van een nieuw gouvernementshuis en publieke bureaux op een meer centraal punt; de voorgenomen verplaatsing van de tegenwoordige kerk naar eene meer voordeelige en opene plaats en het scheppen van nieuwe en meer directe wegen (thans in aanleg), die naar en van de naburige volkrijke steden leiden.
Niettegenstaande het gebrek aan meerdere ruimte, is de grootte en de belangrijkheid der stad in de laatste jaren merkbaar toegenomen, terwijl het aantal Europesche inwoners, dat in 1840 slechts 3 bedroeg, in 1857, 31 in Iloilo en 30 in de overige steden der provincie beliep. De meesten dezer kwamen in de jaren 1855 en 1856 aan, en het gevolg van deze vermeerdering van Europeanen, hoezeer hun aantal nog klein is, toont zich reeds in de daarstelling van nieuwe gebouwen en de plannen tot oprigting van vele anderen. De rijzing van de waarde der eigendommen blijkt uit het feit, dat het huis, waarin het vice-consulaat is gevestigd en dat van hout met een palm-dak is gebouwd, voor 33 dollars per maand of ongeveer 80 pd. st. per jaar verhuurd wordt. De waarde van land ter bebouwing is ook in evenredigheid toegenomen.
De bevolking der provincie wordt officiëel op 511,066 zielen aangegeven, maar er bestaat reden hier aan eene belangrijke overdrijving te denken en het getal op niet meer dan 400 à 450,000 te schatten.
De haven van Iloilo, hoezeer wel beschermd en van nature goed, is niet van inconveniënten ontbloot; zij kunnen echter met weinig moeite verholpen worden en, voorzien van eene der uitmuntende kaarten door deComision Hidrografica(en wanneer men van het noorden komt met eene loods) kunnen groote schepen veilig binnenvaren.
Het eiland Guimaras, dat 22 mijlen lang en 3 mijlen breed is, vormt tegenover Iloilo een beschutte passage, die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, 2½ à 6 mijlen breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. Het binnenkomen in deze passagevan het zuiden wordt voor een groot gedeelte beperkt door de Oton-ondiepte (Bajo de Oton), die zich op een belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en ter lengte van ongeveer eene mijl het doelmatige kanaal dààr tot eene breedte van ongeveer twee mijlen uitbreidt. Dit is intusschen geen hinderpaal voor groote schepen gedurende den zuidwest-mousson (vooral als het kanaal behoorlijk is uitgebaggerd), daar de passage geheel zuiver is, zoover het zich uitstrekt, terwijl bij een tegenwerkenden noord-oost-mousson zij zich kunnen doorwerken of slepen met het getij, als zij op Guimaras aanhouden, welks kust zuiver is en tot digtbij diep water heeft, zoodat zij, zoo noodig, aan het uiteinde van de ondiepte kunnen ankeren, die vasten grond aanbiedt en die men, daar zij uit zacht zand bestaat, veilig kan naderen. Deze geheele kust, door Guimaras, het Panay-strand en voor een belangrijk gedeelte door het eiland Negros beschermd, biedt eene veilige ankerplaats aan in den noord-oost-mousson, terwijl de schoone haven van Buluanga of Santa Ana, aan het zuidwestelijke gedeelte van Guimaras gelegen, die zeer geriefelijke toegangen heeft voor vaartuigen van de grootste tonnenmaat, in bijna alle omstandigheden eene schuilplaats aanbiedt. De kustvaartuigen naderen den tegenovergelegenen of noordelijken toegang gewoonlijk door de keten van kleine eilanden (Gigantes, Pan de Azucar, Sicogon, Apiton, enz.), gezamenlijk deSilangagenaamd, die aan de noordoost-kust van Panay gelegen zijn en eene uitmuntende wijkplaats langs een geruimen afstand aanbieden voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisajas gebruikt worden. Maar hoezeer onder deze eilanden goede ankerplaatsen zijn, vooral te Pan de Azucar en Tagu, zou het voor zwaar beladen vaartuigen voorzigtiger zijn, ingeval men niet practisch bekend is met het getij en de stroomen, het meer buitenwaarts gelegen kanaal tusschen de Silanga en het eiland Negros te nemen. Na de Calabazas-rotsen en Pepitas-ondiepte te zijn voorbijgevaren en het kasteel of blokhuis van Banate te hebben aangedaan (dat vroeger, even als vele andere, langs de Philippijnsche kusten is gebouwd, ter verdediging tegen de zeeroovers van de Soeloe-zee), wordt de koers zuidelijk genomen, tot dat een groep van zeven merkwaardige rotsen, de«zeven zonden» genaamd, in het gezigt komt, waarnaar men dan regtstreeks stevent, wel zorgende de Iguana-bank te vermijden, die naauwkeurig op de genoemde kaarten is aangeduid; ten zuiden van het Iloilo-fort kunnen dan vaartuigen van zekere tonnemaat de kreek binnengaan, of, zoo zij te groot zijn, naar de oostzijde van het fort stevenen, waar zij tegen den wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn. De diepte van het water aan den slagboom bij den ingang van de kreek, bedraagt ongeveer vijf vademen bij laag water; maar op weinig afstands verder, meer inwaarts, daalt het water tot vijftien voet bij laag water en wordt dan weder dieper. Daar de rijzing en daling zes voet bedraagt, kan een vaartuig van 300 ton, dat, geladen, een diepgang van 16 tot 18 voet heeft, gemakkelijk met eene volle lading passeren. Met eene maal-machine, die gebruikt wordt om den modder te verwijderen, dien men op de meer ondiepe plaatsen bij den ingang heeft laten ophoopen, kunnen schepen van bijna elke diepte hunne ladingen landinwaarts voltooijen. DeSanta Justa, een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1851 het gedeelte eener tabakslading in de kreek en het overige daar buiten.
Het dient opgemerkt te worden dat, daar de banken der kreek uit zachten modder bestaan, men weinig of geen gevaar loopt vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalve mijl op de kreek is doorgevaren (die van 1 tot ¾ mijl in breedte verschilt en voldoende beschutting voor wind en zee aanbiedt), komen de kustvaartuigen tot bijna voor de woningen van de reeders en hebben het groote voordeel aan de pakhuizen te laden en te lossen zonder booten behoeven te gebruiken.
Van dit punt af, strekt de kreek zich tot Molo uit. Vroeger was men gewoon met de kustvaartuigen zoo noodig tot Molo te varen, maar daar de ophaalbrug, waardoor de schepen gingen, versleten is en de tegenwoordige brug (die nu in slechten toestand verkeert) geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de handelaren van Molo hunne magazijnen hebben overgebragt.
De uitvoerhandel van Iloilo, die zich tot nog toe tot de haven van Manilla en de naburige eilanden beperkte, wordt tegenwoordighoofdzakelijk gedreven door vier Spaansche firma’s, die te Iloilo wonen en de betere soort van inlandsche vaartuigen bezitten, die deze haven uitzeilen, maar er is ook nog een belangrijk aantal mestizen, voornamelijk van Chinesche afkomst, die in de naburige steden Molo en Jaro wonen en waarvan vele vaartuigen bezitten en belangrijke sommen in den handel bezigen.
De voornaamste producten van uitvoer zijn tabaksbladeren, suiker, sapanhout, rijst in den bolster (of padie), hennep en huiden, behalve andere artikelen in geringer hoeveelheid, waaronder hoorn, beche-de-mer, paarlemoerschelpen, bijenwas, riet enz. en een groot aantal inlandsche gefabriceerde goederen. Blad- of ongefabriceerde tabak, is tegenwoordig het meest belangrijke artikel en dat, hetwelk de Spaansche handelaren als het meest lucrative hebben bevonden. Zij koopen het van de kleine inlandsche planters en verzenden het naar Manilla tot uitsluitenden verkoop aan het Gouvernement, tegen prijzen die de factory-taxateurs bepalen, naarmate van de grootte en kwaliteit van het blad. Van Iloilo werden zoo wat 30,000 quintals in 1856 naar Manilla verscheept en van Capiz 20,000; ongeveer 50,000 quintals worden van de jaarlijks in Panay geproduceerde bladen uitgevoerd.
De uitvoer van tabak naar Manilla, tot het jaar 1845, beliep in deze provincie niet meer dan 10,000 quintalen per jaar; maar nadat in dat jaar de agent van een firma uit Manilla de gewone lage prijzen, die de handelaren uit Iloilo betalen, van 10 realen tot een gemiddelden prijs van 20 tot 21 realen voor de drie eerste kwaliteiten had verhoogd, was de uitvoer spoedig tot 24,000 quintalen gestegen.
Toen het gouvernement zijn aandacht op het toenemend gewigt van dit product had gevestigd, besloten de gouverneur en eenige inzamelaars een systeem van «collecion» in te voeren, gelijk de «colleciones» die te Cagajan, La Union en Nueva Ecija bestaan. Door dit systeem werd de aankoop van en de uitvoer naar Manilla der particuliere handelaren, ofschoon niet bepaald ontzegd, (zoo als in de evengenoemde provinciën) zóózeer benadeeld door de onbillijke mededinging met het gouvernement (waaraan de particuliere koopers ten laatste moesten verkoopen wat zij verscheepten),dat de totale uitvoer van Iloilo gedurende de zes jaren van 1848 tot 1853 van 25,000 tot 18,900 quintalen daalde. In dit laatste jaar werd de collecion ontbonden. In 1853 werd aan eene maatschappij, die zich te Madrid had gevormd, het uitsluitend privilegie toegestaan van de fabrikatie en uitvoer van cigaren en tabaksbladen naar vreemde markten. Een groot en uitgebreid steenen factorij-gebouw werd nabij Iloilo opgerigt, de fabrikatie van cigaren georganiseerd en aankoop van bladen gedaan, terwijl ten laatste de operatiën der maatschappij werden uitgestrekt tot den bouw van de plant in verschillende gedeelten van de provincie. Eene clausule in haar reglement belette de maatschappij echter de factorijen te Manilla, wanneer dit noodig was, van eene belangrijke jaarlijksche hoeveelheid tabaksbladen en cigaren te voorzien, zoo noodig gelijkstaande met het bedrag dat jaarlijks in de provincie uit andere bronnen werd verkregen. Dien ten gevolge werden de aanvragen voor de Manilla-factorijen (naar men zegt met voordacht vermeerderd door de vijandige gezindheid van den toenmaligen Intendente de Hacienda jegens de maatschappij) zoozeer uitgebreid, dat de maatschappij in werkelijkheid van de gelegenheid beroofd werd voor hare eigen rekening te handelen, en na een bestaan van ongeveer drie jaren moest zij ontbonden worden, met het verlies van een belangrijk gedeelte van het oorspronkelijk gestorte kapitaal. Zoo de autoriteiten van Manilla tot hare ontwikkeling hadden medegewerkt, dan waren de resultaten, hoezeer noodwendig belemmerd door het schadelijke beginsel, aan alle monopoliën verbonden, gunstiger geweest, daar, met de vrijheid tot fabrikatie van en verscheping naar vreemde markten, zij goede prijzen had kunnen maken en de kultuur van de tabaksplant uitbreiden. Een feit, in verband met dit onderwerp beschouwd, is dat een der Europeanen, die vroeger in dienst van de maatschappij was geweest, sedert cigaren voor lokaal verbruik had gefabriceerd, die hij tegen 8 dollars per duizend verkocht, terwijl zij bijna, zoo niet geheel, van dezelfde kwaliteit waren als de «Imperiales», die in de factorij te Manilla tegen 25 dollars worden gefabriceerd.
Sedert 1853 en gedurende de operatiën van de maatschappij, zijn de aankoop en verscheping van tabak door particulierenweder op den ouden voet teruggebragt, en terwijl het op die wijze verscheepte bedrag gestadig, hoezeer zeer langzaam, is vermeerderd, zijn de prijzen weinig stijgende gebleven. De hoogste prijzen echter, die de plaatselijke handelaren de inlandsche planters kunnen aanbieden, zijn niet hoog genoeg om eene snelle uitbreiding der aanplant te verkrijgen, of de laatste er toe te leiden tijd en werk genoeg te besteden tot verbetering van de hoedanigheid der plant, waarvan de geschikte kultuur speciale aandacht vereischt en meer kapitaal en intelligentie, dan het in hunne magt is aan te wenden. De verschepers te Iloilo klagen over de arbitraire wijze, waarop de verdeeling der soorten te Manilla plaats vindt, en over het feit, dat, zelfs na aflevering van de tabak in de gouvernements-pakhuizen, zij geheel voor hunne risico wordt gehouden, tot dat zij onderzocht, herpakt en voor de verscheping naar Spanje gereed is. De uit Iloilo verzonden soorten worden verdeeld in de eerste (waarvan onder het tegenwoordige stelsel eene zeer kleine hoeveelheid wordt geproduceerd), tweede, derde, vierde en vijfde soort, en al wat de onderzoekers te Manilla van de vijfde soort afkeuren, wordt achtergehouden en verbrand, ofschoon aan den verkooper daarvoor geen tegemoetkoming wordt verleend. De prijzen, die de factorij voor de vermelde kwaliteiten geeft, zijn 7.75, 6.75, 5.25, 4 en 3 dollars per quintal respectievelijk. De plant wordt in Januarij gezaaid en het grootste gedeelte van den oogst komt in Mei en Junij binnen. De bodem van het grootste gedeelte der Bisajas is gunstig voor den groei van de tabak. Het eiland Negros produceerde vroeger ongeveer 8000 quintals, van zeer goede kwaliteit, die de handelaren van Iloilo, door middel van hunne agenten, gewoon waren te koopen van de onafhankelijke stammen in het binnenland, maar daar de maatregelen, door den tegenwoordigen gouverneur genomen om de laatsten te onderwerpen, in 1856 hebben geleid tot het verslaan van vele honderden en de verdwijning van de overigen, hebben de toevloeijingen uit die bron tegenwoordig opgehouden te bestaan. Cebu produceert ongeveer 15,000 quintalen van veel minder kwaliteit. Te Leyte, vooral in het district Moasin, groeit tabak van uitmuntende kwaliteit en kleur, maar zij wordt nietgenoeg geproduceerd om in groote hoeveelheid voor den uitvoer naar Manilla te worden gezonden, en wordt dien ten gevolge bijna uitsluitend in de Bisajas gebruikt, waar zij op hoogen prijs wordt gesteld. In Samar groeit ook tabak voor plaatselijk gebruik. De fabrikatie van cigaren is in de Bisajas vergund, doch niet ter verkoop te Manilla of elders.
Voor het oogenblik heeft de uitvoer van tabak van Panay en de overige eilanden weinig direct belang voor Britsche of vreemde kooplieden, daar de transactiën met het Gouvernement, zoo als zij thans geleid worden, van geen bevredigenden aard zijn. Het behoeft intusschen niet gezegd te worden, dat, zoo het bestaande Gouvernements-monopolie werd afgeschaft en vervangen door een systeem van verpachting van landerijen, eene directe grondbelasting op de hoeveelheid die verbouwd wordt of een regt op den uitvoer, en zoo de vrije fabrikatie voor en directe verscheping naar eene vreemde markt werden vergund,—de uitvoer van Panay onmiddellijk van groot gewigt voor den vreemden handel zou worden. Daar de grond van een groot gedeelte van het eiland zeer goed voor de kultuur van de plant geschikt is, zou de uitvoer, onder den prikkel van veel hoogere prijzen en ten gevolge daarvan, de aanwending van meer en beter besteed kapitaal, vatbaar zijn voor groote uitbreiding, vooral wanneer, hetgeen hoogst waarschijnlijk het geval zou zijn, de kultuur door Europeanen werd ondernomen en het tegenwoordige systeem van bebouwing van kleine strooken door inlanders, plaats maakte voor kultuur op eene groote schaal, zoo als in Cuba. De voordeelen, die de inlandsche bevolking zouden ten deel vallen door de opening van meerdere bronnen van industrie, behoeven niet aangewezen te worden.
De quaestie van de opheffing van het bestaande monopolie is van groot gewigt voor de Philippijnen en het is te hopen dat het Gouvernement te Madrid, aangemoedigd door de voordeelige resultaten van de opheffing in 1819 van het monopolie in Cuba, spoedig zal besluiten de zwarigheden te trachten uit den weg te ruimen, die thans de quaestie omgeven, vooral daar hare oplossing jaarlijks dringender en meer van de zijde èn van Europeanen èn van inlanders verlangd wordt.
Suiker, als een artikel van uitvoer, mag gezegd worden tot nog toe betrekkelijk in de ontkieming te zijn. Uit een uittreksel van aanteekeningen van provinciale ladingen, die dagelijks door denBoletin Oficialvan Manilla worden gegeven, blijkt dat bijna 12,000 pikols in 1856 uit deze provincie naar Manilla gingen, waarvan men kan aannemen dat ongeveer 3,000 van de Isla de Negros werden overgebragt en naar de hoofdstad verzonden als Iloilo suiker. Zoo groot is de prikkel geweest, dien de hooge prijzen aan dit artikel hebben gegeven, dat de hoeveelheid, alleen uit Iloilo uitgevoerd, niet minder dan 20,000 pikols bedroeg, of, met bijdragen van Negros, ongeveer 25,000 pikols, of bijna 1,600 vaten, en zoo de tegenwoordige snelle uitbreiding of aanplant gedurende drie jaren in dezelfde mate voortging, zou het uitvoerbare bedrag in dien tijd, dewijl er geen gebrek aan geschikt land bestaat, bijna 80,000 pikols of 5,000 vaten bedragen, hetgeen nog voor verdere vermeerdering uit andere bronnen vatbaar is, zoo vreemde vaartuigen zouden beginnen in deze haven te laden3. Op het eiland Negros, van waar de reis zes tot tien uren duurt, en waarvan de grond buitengewoon vruchtbaar is en onmetelijke plekken bezit, die bijzonder geschikt zijn voor de suiker-kultuur, heeft eene gelijke uitbreiding der kultuur plaats, in spijt van den grooten hinderpaal, die de betrekkelijke schaarschte der bevolking veroorzaakt, en waardoor alleen deze provincie geen grootere hoeveelheid suiker en hennep voortbrengt dan eenige andere in de Philippijnen. Tegenwoordig produceert Negros ongeveer 14,000 pikols of bijna 900 vaten suiker, waarvan meer dan twee derden direct naar Manilla gaan en het overige langs den weg van Iloilo verzonden wordt. Er is bovendien nog eene goede bron, waaruit suiker (ingeval vreemde vaartuigen te Iloilo laden) zou kunnen worden geput op het aangrenzende eiland Cebu, dat meer dan 90,000 pikols of 5,695 ton produceert voor de Manilla-markt en slechts twee of drie dagen varens van Iloilo is verwijderd.
De werking van den prikkel, door de tegenwoordige prijzen gegeven, zal men begrijpen, wanneer men in overweging neemtdat de waarde van Iloilo-suiker, die in vroegere jaren tot 1855 in het algemeen van 2 tot 2.10 dollars per pikol op de Manilla-markt had bedragen, nu 5.68¾ dollars per pikol te Manilla beloopt, tegen 3.2 tot 3.3 dollars, met 25 pCt. voor premie op zilver, of gelijk 4.06 tot 4.21½ dollars hier, en zoo lang de prijs te Manilla niet beneden 3 dollars per pikol van 140 pond daalt, zal de aanplant worden uitgebreid. In de laatste jaren was door de onevenredig lage prijzen, die te Manilla betaald werden, de suiker-kultuur in vele districten ter zijde gesteld als improductief, maar gedurende de jaren 1858 en 1859 is zij snel toegenomen, vooral sedert de invoering van een zuiniger soort van fornuis, waarin het uitgeperste riet in vrij aanzienlijke mate wordt gebruikt in plaats van het vele hout, dat vroeger verbruikt werd.
De zeer gebrekkige wijze van behandeling door de inlandsche en mestizen-planters is oorzaak dat in Iloilo geen betere soort suiker wordt geproduceerd, en al wat naar Manilla wordt verzonden, kan men als «ordinair ruw» aanmerken, maar de korrel is gewoonlijk zeer goed en wanneer zij de verdere behandeling in Engeland en Australië ondergaat, levert zij fijne kandij op, die zeer gewild is voor het uitdampen in de Glasgow-raffinaderijen. Zoo een beter stelsel van vermaling en koken hier was ingevoerd, zou suiker van eene uitmuntende kwaliteit worden geproduceerd, en het is zeer te wenschen dat eenige Europeanen met voldoend kapitaal en ervaring etablissementen in deze nabijheid zouden oprigten. Tegenwoordig bestaat geen enkele ijzermolen op het eiland. De ongeraffineerde suiker van de Philippijnen op gewone tijden, zelfs onder de tegenwoordige gebrekkige en kostbare wijze van productie, wordt voor de goedkoopste in de wereld gehouden. De enkele Europeanen, die zich thans in dit gedeelte met de suikerkultuur bezig houden, zijn een Fransche planter te Negros, die uitmuntende suiker produceert (welke altijd ruim 1 dollar per pikol meer dan die van Iloilo gewoonlijk opbrengt), en een planter van dezelfde natie in die provincie, die laatstelijk op eene kleine schaal is begonnen.
Wanneer men de bovenvermelde prijzen als basis neemt (4.21½ dollars hier tegen 5.68¾ dollars te Manilla), is het verschilten gunste van de plaats van productie nu 1.47¼ dollar per pikol, maar wanneer men aanneemt dat de vreemde exporteur die 47½ centen hier moet geven, ten einde een zoodanig gedeelte van den oogst te verzekeren als noodig zou zijn een vaartuig te beladen, zou er nog eene belangrijke winst van 1 dollar per pikol overblijven, of 17½ pCt. minder dan de kosten te Manilla. De vrachten naar Manilla, die tegenwoordig door de kustvaartuigen worden geladen, kosten 50 cents per pikol. De geheele suikeroogst wordt van Februarij tot Maart afgeleverd.
Sapanhout wordt in belangrijke hoeveelheid uit de provincie Iloilo uitgevoerd. Het wordt hoofdzakelijk geproduceerd in de nabijheid van de zuidelijke kuststeden Guimbal, Miagao en San Joaquin (waarvan de verste twintig mijlen van Iloilo is verwijderd), van waar het grootste gedeelte ter zee naar Iloilo wordt verzonden voor den uitvoer naar Manilla en het overige direct uit Guimbal verscheept. In 1858 werden, volgens de onvolledige aanteekeningen van denBoletin Official, 32,723 pikols of 2,045 vaten naar Manilla en 789 pikols uit Antique verscheept.
De hooge prijzen, die te Manilla betaald werden, hadden de vorming van nieuwe plantaadjes ten gevolge, waardoor de uitvoer nog meer zal toenemen. Eene groote hoeveelheid wordt jaarlijks naar Singapore en Amoy verzonden en maakt het geheel der lading van die vaartuigen uit, welke te Manilla naar eerstgenoemde haven wordt verzonden. De qualiteit van het Iloilo-sapanhout zou nog beter zijn, zoo de inlanders niet een groot gedeelte afsneden vóór dat de boomen voldoende gegroeid zijn. Wanneer men het behoorlijk laat ontwikkelen, moet het even goed of nog beter zijn dan dat van Misamis of Bolinao, die thans de beste kwaliteiten op de Manilla-markt brengen. Daar zoowel de verkoopers als de makelaars het hout zoo spoedig mogelijk na het afsnijden trachten af te leveren, moet het verlies aan gewigt op de reis naar Manilla somtijds meer dan 12 à 14 pCt. bedragen. De tegenwoordige prijs van het sapanhout, dat te Iloilo wordt afgeleverd, bedraagt, met inbegrip van 25 pCt. voor kosten van zilver, 1.08 dollars per pikol tegen den koers te Manilla van 1.75 tot 1.875 dollars, waarbij eene aanzienlijke tijdbesparing komt ten gunste van schepen, die hier voor eene vreemdemarkt laden. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 31.25 cts. per pikol.
Hennep (zoogenaamd, ofschoon het in wezenlijkheid het product van eene soort plantaan is), die in Iloilo wordt geproduceerd, heeft meestal een langen, witten vezel, gelijk die op de Londensche markt als «Lupiz» bekend is, welke in de inlandsche fabrieken wordt gebruikt; men hecht er thans weinig aan als een artikel van uitvoer. Maar ofschoon Iloilo weinig of geene overproductie van hennep oplevert, brengen de kleine kustvaarders hier zoo wat 350 vaten uit de naburige eilanden en provinciën Leyte, Samar, Negros, Camarines en Albay, die op deze plaatsen in ruil voor de padie en de inlandsche goederen der provincie wordt genomen.
Zoowel Leyte als Samar produceren tegenwoordig groote hoeveelheden uitmuntende hennep voor de Manilla-markt, vooral eerstgenoemd eiland, en de reis daarheen gedurende het grootste gedeelte van het jaar is zóó kort (tegenwoordig nemen vaartuigen aan in zes dagen daarheen te gaan en in twee dagen de terugreis te doen), dat, zoo de inlandsche handelaren een gereede markt te Iloilo zouden vinden, tegen prijzen, betrekkelijk gelijkstaande met die van Manilla, meer dan waarschijnlijk eene belangrijke hoeveelheid meer naar Iloilo in plaats van naar de hoofdstad zou worden verzonden.
Op het eiland Negros neemt de productie zeer snel toe; een groote hoeveelheid werd gedurende 1858 geplant, daar verscheidene pueblos en districten stukken gronds voor meer dan 100,000 en 200,000 planten bezitten, die in de twee volgende jaren in gebruik zullen komen, en daar de plant merkwaardig is om hare groote voortteelende kracht, zou de te verkrijgen hoeveelheid jaarlijks in een dubbele verhouding vermeerderen. De uitvoer van hennep van het Isla de Negros bedraagt thans 13 à 14,000 pikols of ongeveer 850 vaten per jaar, vooral uit de haven vanDumaguete, aan de oostelijke zijde van het eiland.
Wanneer men in aanmerking neemt dat in 1831 de geheele uitvoer van hennep uit de Philippijnen niet meer dan 346 vaten bedroeg, dat hij in 1837 reeds tot 3,585 vaten was gestegen, en dat gedurende het jaar 1856 niet minder dan22,000 vaten uit Manilla naar de Vereenigde Staten en Europa werden verzonden, dan zal men zich eenig denkbeeld kunnen vormen van de toekomstige resultaten van dit belangrijke artikel op het vruchtbare eiland Negros, zelfs bij den bestaanden, reeds genoemden hinderpaal van eene schaarsche bevolking. Ik hecht te meer aan de feiten betreffende Negros, omdat dit eiland door zijne onmiddellijke nabijheid, ingeval van regtstreekschen uitvoer uit Iloilo, als een integrerend deel kan beschouwd worden van het eiland Panay. De hennep, in 1858 uit Capiz verscheept, bedroeg 6,458 pikols of 400 ton, die vooral echter was vervaardigd van eene mindere soort, uit de vezelen van de pácul, een wilde soort van de plantaan. Daar deze mindere soort van hennep echter onvoldoende prijzen oplevert, meen ik dat de plant, die het echte artikel produceert, nu meer algemeen te Capiz wordt gecultiveerd. De koers van hennep hier mag op 5.375 dollars, of met 25 pCt. voor de kosten van zilver, op 6.715 dollars per pikol geschat worden, tegen den koers te Manilla van 7.75 à 8 dollars. De vrachtprijzen naar Manilla bedragen 50 cents per pikol.
Rijst in den bolster of padie is een niet minder gewigtig artikel in den landbouw van Panay, ofschoon het thans van weinig werkelijk belang met betrekking tot den vreemden handel is. De jaarlijksche productie van de provincie Iloilo mag, hoezeer niets zekers daaromtrent bekend is, op 850,000 zakken worden geschat, waarvan waarschijnlijk 40,000 naar de naburige eilanden en Manilla worden uitgevoerd. Capiz produceert ongeveer 900,000 zakken en voert ongeveer 100,000 op dezelfde wijze uit. Antique draagt mede een belangrijke hoeveelheid bij voor de consumptie van het eiland en voert meer dan 15,000 zakken uit. Deze hoeveelheden echter moeten als gissingen beschouwd worden van het tegenwoordige bedrag van consumptie en verzending.
De uitgevoerde padie wordt voornamelijk in kleine schoeners (pancosenbarotos) naar de naburige eilanden Leyte en Samar en ook naar Camarines en Albay verzonden, in ruil tegen hennep en kokosnotenolie (welke laatste te Leyte verkregen wordt), die òf naar Iloilo ter verkoop òf naar Manilla zijn verzonden. Als de prijzen in Manilla eene voldoende ruimte toelaten (diezij gewoonlijk het geheele jaar doen), dan wordt eenige padie in die rigting verzonden, welke een deel van de lading der vaartuigen uitmaakt, die naar de hoofdstad vertrekken. De uit Iloilo verscheepte padie wordt voornamelijk van de uitgestrekte vlakten van Dumangas, Zarraga, Pototan, Santa Barbara en Barotac-Viejo verkregen. Wanneer een groot gedeelte land tot bebouwing werd gebruikt, zou de vermeerderde opbrengst van deze graansoort geschikt zijn voor den uitvoer naar China, waarvoor vreemde vaartuigen konden worden gebruikt, daar zij voortdurend te Sual in Pangasinan zijn, en men kan gereedelijk aannemen dat in den loop der tijden schepen, die de haven van Iloilo bezoeken en naar China gaan, natuurlijk bij hunne ladingen een aandeel van rijst zullen voegen en daardoor de kultuur nog meer bevorderen. Thans is, ten gevolge van de schaarschte aan rijst in Camarines en Leyte, de prijs van padie te Iloilo tot 10 realen per provinciale zak gestegen, die gelijk staat met anderhalf van de maat (cavan del rey), welke te Manilla gebruikt wordt. De overige artikelen die uit Panay worden verscheept en eveneens van gewigt zijn voor den directen uitvoerhandel, zijn:
Huiden van buffels en koeijen, waarvan de uitvoer in 1858 naar Manilla bedroeg 128 vaten van Iloilo, 60 van Capiz en 24 van Antique. De prijzen hier, die thans zeer hoog zijn, kunnen op 5 tot 8 dollars voor buffel- en 10 à 14 dollars voor koeijenhuiden per pikol gerekend worden.
Horens.—Eene beperkte hoeveelheid uit de drie provinciën. Prijs van 2 à 3 dollars per pikol.
Schelpen.—430 zakken werden in 1858 uit Capiz, 42 uit Antique en 33 uit Iloilo verscheept. Dit artikel, dat vroeger te Manilla 2.50 à 3 dollars per zak heeft gegolden, is later tot 15 dollars gerezen.
Gomelastiek.—2,359 pikols of 147 vaten werden in 1858 van Capiz naar Manilla verzonden, waar men er gewoonlijk 1.50 tot 3 dollars per pikol voor betaalt.
Paarlemoerschelpen.—Hiervan kan slechts een kleine hoeveelheid uit deze haven en uit Capiz verkregen worden; zij worden voornamelijk uit Soeloe, via Zamboanga, en uit de naburigeeilanden van de Silanga aangevoerd. Zij worden hier gewoonlijk op 18 à 22 dollars per pikol geschat.
Rotting,—tot het pakken van producten te Manilla gebruikt; 401,000 werden in 1856 uit Capiz; 104,000 uit Iloilo en 97,000 uit Antique verzonden.
Matten zakken, die uit het blad van den sago-palm vervaardigd en ook tot inpakking gebruikt worden; 155,850 werden in 1856 uit Capiz naar Manilla verzonden.
Bijenwas.—Hiervan worden jaarlijks eenige weinige pikols uit de drie provinciën naar Manilla verzonden.
Gutta-percha.—Eenige hoeveelheid van deze nuttige zelfstandigheid is van hier naar Manilla verzonden, maar, hetzij ten gevolge van bederf of wel door onbekendheid met de geschikte wijze van bereiding, er zijn geene aanmoedigende prijzen voor gemaakt. De boom die ze voortbrengt en die de Bisajersnatonoemen, komt in overvloed in deze provincie en in Guimaras voor, en zoo het de eigenlijkeIsonandra guttavan de Straits en van Borneo blijkt te zijn, zal het artikel later van groot gewigt worden. Het monopolie tot verscheping naar Manilla, aan Senor Elis geschonken, werkt nadeelig op de productie van dit artikel.
Hout,—voor gebouwen en verschillende soorten van hout voor meubelen, komen in overvloed in Panay voor en de eilanden van de Silanga en Guimaras zijn bijzonder rijk aan goede boomen. Van daar wordt de toevoer naar Iloilo en de naburige steden verkregen, alsmede het voor den bouw van schepen benoodigde, die nu en dan te Guimaras worden gebouwd, waar nu (1857) een van 350 tonnemaat in aanbouw is, maar tot nog toe heeft men weinig acht geslagen op de onmetelijke hoeveelheid, die men kan verkrijgen.
Van andere artikelen, die òf niet geschikt zijn voor Europesche markten, òf tot nog toe in onbeduidende hoeveelheden geproduceerd worden, wil ik alleen noemen: cacao, van uitmuntende kwaliteit, arrowroot, teer, waarvan eene belangrijke hoeveelheid naar Manilla wordt verzonden, tarwe, die veel in de hooger gelegene districten van het eiland groeit en waarvan 1,125 zakken in 1856 uit Iloilo en Antique werden verzonden; maïs,bêche-de-mer, gedroogde groenten (boonen enz. in groote hoeveelheid), sago, katoen, schildpad, dassen-huiden, gember en stofgoud.
Gom, verwstoffen en droogerijen van verschillende soorten komen in overvloed in Panay voor, en er bestaat groote behoefte aan een wetenschappelijk onderzoek van de vele producten van dien aard, waarvan weinig of geen gebruik wordt gemaakt. Men moest zich herinneren dat de meeste der mindere bovengenoemde artikelen ook door de naburige eilanden geproduceerd worden en dus in groote hoeveelheden konden worden verkregen, wil men de verwachting dat Iloilo in groote mate het emporium van den handel der Bisajas zal worden, in de toekomst verwezenlijkt zien.
Van den mineralen rijkdom van het eiland is weinig of niets met zekerheid bekend. Goud vindt men in de bedding van eene rivier nabij Abacá in deze provincie en bij Dumárao in Capiz. IJzer en kwikzilver moeten ontdekt zijn, het eerste op verschillende plaatsen van het eiland, en kolen zegt men dat in Antique bestaan, maar dit zijn punten waarop men tot nog toe weinig acht heeft geslagen. Op eene reis naar het binnenland met den gouverneur van Iloilo door de Silanga gedaan, langs het geheele noordoostelijke gedeelte van de provincie en tot de grenzen van Capiz, nabij Dumárao, werden den heer Loney verschillende soorten van mineraalstoffen vertoond, die blijkbaar veel ijzer bevatten. Met betrekking tot dezen togt bevestigt ook de getuigenis van den heer Loney, uit persoonlijke ondervinding, de berigten omtrent de vruchtbaarheid van het eiland en den handelsvoorspoed, die het in de toekomst schijnt te wachten. De wegen zijn in het algemeen tamelijk goed tot dat de hevige regens van Augustus tot October invallen; maar tegenwoordig bestaat er op vele plaatsen gebrek aan voldoende bruggen, hetgeen het vrije vervoer van producten naar de kust belemmert. Het eiland biedt geen groote oppervlakte genoeg aan tot daarstelling van belangrijke stroomen en de voornaamste en eenig belangrijke rivier in deze provincie, de Jalaur, die bij Dumangas in de zee uitloopt en door middel waarvan een groote hoeveelheid padie naar de kust verzonden en naar Iloilo overgebragt wordt, kan alleen in het drooge jaargetijde vaartuigen van zeer weinig diepgang dragen.
Het stelsel van aankoop van producten te Iloilo bestaat, zoo als men in bijna alle provinciën gewoon is, in het gebruik van makelaars ofpersoneros, die de producten van de inlandsche en mestizen planters en handelaren in de verschillende pueblos in het binnenland en langs de kust koopen en een commissieloon van 5 pCt. op het afgeleverde bedrag ontvangen. Het is meestal noodzakelijk door middel van deze makelaars voorschotten te doen op de aanstaande oogst, ten einde van eenige hoeveelheid zeker te zijn, en aan zulke voorschotten is altijd eenige risico verbonden. De prijs, voor het artikel te ontvangen, wordt gewoonlijk bepaald op den tijd van de betaling van het voorschot en voor alle meerdere productie, die van den planter ontvangen wordt, wordt de loopende koers tijdens de aflevering algemeen aangenomen. Ingeval een voortdurende directe handel wordt gevestigd, is het mogelijk dat hij meer gelijk wordt aan dien van Manilla, d. i. dat schippers op de plaats zullen kunnen koopen van of contracteren met mestizen, Chinesche of Spaansche producenten, hetzij direct of voor een klein makelaarsloon. Daar bijna alle betalingen aan de inlanders in zilver geschieden—wijl zij nooit goud willen ontvangen—is het noodig fondsen hier te beleggen in eerstgenoemde muntspecie.
Behalve de bovengenoemde natuurlijke producten brengt Panay eene groote hoeveelheid fabriekgoederen op, zoowel voor uitvoer als voor huisselijk gebruik. Van deze worden de grootste en beste gedeelten, die men onder de inlandsche benamingsinamaybegrijpt, van de teedere vezelen vervaardigd van het blad van den pijnappel (pina), hetzij zuiver of met uit China ingevoerde zijde vermengd en eene evenredige hoeveelheid van de fijnere soorten van de Britsche gefabriceerde katoenen draad. Daar de wijze van afscheiding der pina-vezelen en de sortering daarvan in knotten vóór de fabrikatie, zoo mede de fabrikatie zelve veel tijd en zorg vereischen, zijn de zuivere pina-weefsels betrekkelijk duur. Sommige van de fijnste soorten zijn zeer fijn geweven. Die met zijde vermengd, ofschoon niet zoo duurzaam, zijn goedkooper en hebben in latere jaren trapsgewijze de zuivere pina-fabrikatie vervangen, hoezeer de laatste nog veel gedragen worden door de meer vermogende inlanders en mestizen. Zijde wordt danook uit China in zulk eene hoeveelheid in deze provincie ingevoerd, dat, volgens den voornaamsten Chineschen handelaar in dit artikel te Manilla, eene waarde van 400,000 dollars jaarlijks uit de hoofdstad naar Iloilo wordt gezonden. De prijs van zijde is laatstelijk van 40 tot 45 dollars per chinanta of tien katties tot 80 en 90 dollars of van 450 tot 900 dollars per pikol gerezen.
De meeste pina- en gemengde pina-, zijde- en katoen-fabrikaten worden tot hemden voor de mannen of tot korte jakjes of hemden voor de vrouwen gebruikt. De prijs verschilt aanmerkelijk, naarmate van de fijnheid of grofheid van het weefsel en het meerdere of mindere mengsel; zoo kosten sommige stukken voor manshemden wel 7 dollars (waarvan de waarde, zoo zij te Manilla fijn geborduurd worden, somtijds tot 50 of 100 dollars wordt opgevoerd) en de mindere soorten 50 cents tot 2 dollars per stuk van 4½ varas. Het gebloemde werk van deze fabrikaten is meestal van Europeesch katoenen naaigaren of gekleurd Duitsch en Engelsch garen en de strepen van getweernd of gekleurd garen en witte zijde. Goedkooper weefsels worden ook veel van hennep en andere vezelen vervaardigd, die ieder 2 à 4 realen kosten. Er worden ook vele gekleurde zijden en katoenen goederen gefabriceerd voor «sarongs» (gelijk die, vooral van Boegineesch fabrikaat, in den Maleischen Archipel worden gebruikt), Cambajas en zijden en katoenen hoofddoeken. De betere soort van zijden fabrikaten munten uit door soliditeit en fijnheid. Die van katoen worden meestal van Duitsch en Britsch gekleurde twist en van inlandsch garen gemaakt, dat uit katoen wordt gefabriceerd, dat in verschillende districten in deze provincie groeit en ook uit Luzon wordt ingevoerd. De fijnere soorten zijn goed en digt geweven en de ordinaire goedkoopere soorten tot meer algemeen gebruik geschikt. Kousen en sokken van katoen en gemengde zijde en katoen, worden in eenige hoeveelheid gefabriceerd, maar de Manchester en Glasgow gedrukte drills vervangen hen bijna als artikelen van algemeene consumptie. Onder de overige fabrikaten kan men tafelkleeden, servetten, handdoeken, dekens, katoenen beddedekens enz. noemen. Van borduurwerk, dat zoo veel in de industrie van de provinciën Bulacan en Manilla voorkomt, wordt weinig in Iloilo gedaan, metuitzondering van het bloemwerk dat op de uit veter- en netwerk vervaardigde mantilles, die veel gebruikt worden door de vrouwelijke bevolking, wanneer zij ter kerke gaat.
Behalve de bovenvermelde goederen, wordt eene belangrijke hoeveelheid ruwe fabrikaten vervaardigd van het blad van de sago-palm of hennep en van andere vezelen. Deze zijn op de Manilla-markt bekend alsSaguran,GuinárasenMedrinaqueen worden naar de Vereenigde Staten en Spanje en in kleiner hoeveelheid naar Engeland verscheept. Saguran en guináras worden veel in de gouvernements-factorijen gebruikt ter inpakking van de tabaksbladeren, die naar Spanje worden gezonden. De prijs is van 25 tot 37½ dollars per pikol of 7½ tot 8 varas. Medrinaque is eenige jaren geleden in grootere hoeveelheid naar de Vereenigde Staten en Europa uitgevoerd, waar het hoofdzakelijk wordt gebruikt tot het stijven van kleederen, linnens enz. Dit artikel wordt voornamelijk te Samar, Leyte en Cebu vervaardigd, van waar het, bij direct vervoer, ter verscheping kan worden verkregen. De prijzen op de Manilla-markt bedragen voor Cebu 20 en Samar 18 dollars per 50 stuks.
In aanmerking genomen, dat de Philippijnen veeleer eene landbouw- dan eene fabriekstreek zijn, mag men zeggen dat de weefproducten van Iloilo eene aanmerkelijke ontwikkeling hebben erlangd. Niets trekt meer de aandacht op de wekelijksche markten, die in de verschillende steden gehouden worden, dan de overvloed van de inlandsche ter verkoop aangeboden goederen en ook het aantal in werking zijnde werktuigen in de meeste steden en dorpen geeft stof tot bewondering. In bijna ieder gezin vindt men eene dezer machines, met een eenvoudig toestel, uit stukken bamboe zamengesteld en in de meeste huizen der mestizen en de gegoede Indianen, zijn zes tot twaalf werktuigen in het werk. Het geheele aantal in deze provincie wordt op 60,000 geschat, en ofschoon deze cijfers de tegenwoordige hoeveelheid welligt te hoog opgeven, kunnen zij niet veel minder zijn. Al het weefsel wordt door vrouwen verrigt, wier loon gewoonlijk 1 à 1.50 dollar per maand bedraagt. In het algemeen—en dit is eene handelwijs die ongelukkig maar te zeer in zwang is onder de inlanders in iederen tak van arbeid—worden deze bezoldigingen maanden lang vooruit betaald, en de arbeiders besteden dan soms jaren(worden eigenlijk werkelijke slaven gedurende langen tijd) voordat eene oorspronkelijk kleine schuld is afbetaald. Er zijn nog andere werksters, die van tijd tot tijd bezig zijn om de goederen in het werktuig «op te zetten»; daarmede kunnen zij 1 à 1.50 dollar per dag verdienen. Hierbij moet nog gevoegd worden, dat Capiz en Antique ook, in mindere hoeveelheid dan Iloilo, fabriekgoederen produceren.
Niettegenstaande den toenemenden invoer van Europesche stukgoederen in Panay, is het een verblijdend verschijnsel, dat de hoeveelheid uitgevoerde gemengde pina-stoffen veeleer vermeerdert dan omgekeerd met de trapsgewijze toeneming van de algemeene bevolking en de vermeerderde middelen die zij verkrijgt door de snel toenemende ontwikkeling van de hulpbronnen der eilanden. Te oordeelen naar de waarde der hoeveelheden die door bijna elk vaartuig worden ingenomen, dat naar de haven van Manilla vertrekt, wordt de jaarlijksche uitvoer in die rigting niet te hoog geschat, als men dien op 400,000 dollars berekent. De goederen, onder dit bedrag begrepen, worden, men lette dit wel op, niet alleen in de stad en provincie Manilla gebruikt, maar komen ook in de consumptie voor van Pampanga, La Laguna, Camarines en andere provinciën van Luzon. Den uitvoer van pina naar de hoofdstad daaronder begrepen, wordt eene waarde van 30,000 dollars aan katoenen en zijden sarongs en handdoeken jaarlijks naar Camarines verzonden. Eenige hoeveelheid wordt ook naar Leyte en Samar uitgevoerd, doch zelfs eene approximative berekening van de waarde der op die wijze verscheepte goederen kan niet opgegeven worden. Men heeft hier zoo weinig acht geslagen op het onderwerp van statistiek, noch van de zijde der autoriteiten, noch van die der plaatselijke handelaren zelven, dat aan het slot van zijne aanteekening der voornaamste artikelen, die uit Panay worden uitgevoerd, de heer Loney het zelf betreurt niet in staat te zijn eene complete opgave van de gezamenlijke waarde te kunnen geven. DeEstadistica de Filipinas, in 1855 uitgegeven en te Manilla gecompileerd door deComision Central, voor dat doel benoemd, geeft van cijfers, die waarschijnlijk van de zeer onvoldoende tolregten zijn verkregen, de volgende opgaven voor de waarde van den invoer uit Panay naar Manilla in 1854: