Iloilo.Dollars.Iloilo264,416Guimbal39,850———304,266Capiz.Capiz181,681Calwo114,124Ibajay7,095Batan15,147———318,047Antique.Antique18,866San José2,925Cagajancillo3,061Cûlasi1,199———26,051648,364Maar het meest vlugtige onderzoek van hetgeen de waarschijnlijke waarde der meer belangrijke uitgevoerde artikelen moet zijn, zelfs wanneer men de als waarschijnlijk aangenomen hoeveelheden in de voorafgaande cijfers aanneemt, leidt tot de conclusie dat de uitvoer naar Manilla uit de provincie Iloilo alleen moet gelijk staan met of meer bedragen dan het bedrag, dat deEstadisticaals de totale som voor de provinciën heeft gegeven.Wanneer men de hoeveelheden en waarde als volgt aanneemt, dan zijn de resultaten van:Dollars.Pina, zijde, hennep en andere fabrikaten400,000Tabak30,000quintals,gemiddeld3½ doll.105,000Padie30,000zakken,id.1doll.»30,000Suiker20,000pikols,id.3doll.»60,000Sapanhout33,000id.id.1doll.»33,000Hennep5,000id.id.5½doll.»27,500Huiden2,050id.totale waarde19,800Alle andere artikelen oppervlakkig geschat op45,000720,300Naar deze som, wanneer daarbij komt de uitvoer naar andere eilanden en provinciën, mag men veilig aannemen, dat de totale waarde van den uitvoer uit Iloilo niet veel minder bedraagt dan 800,000 dollars, een bedrag dat in het geheel niet buiten evenredigheid tot het aantal inwoners schijnt te staan. Uit deze cijfers blijkt, dat wanneer de uitvoer van Capiz op 700,000 en die van Antique op 70,000 dollars wordt berekend, de jaarlijksche uitvoer van Panay eene gezamenlijke waarde van meer dan 1,500,000 dollars bedraagt.Maar zelfs de onvolledige opgaven van deEstadisticakunnen eenig denkbeeld geven van de snelle vermeerdering in den uitvoer der drie provinciën. Zoo bedroeg b. v. in 1852 de waarde der producten uit Iloilo, Capiz en Antique 271,335; in 1853 302,605 en in 1854 648,369 dollars, gevende eene vermeerdering in 1854 van veel meer dan het dubbele bedrag in 1852. Te dien opzigte moet nog opgemerkt worden, dat het plaatselijke tolkantoor ongelukkig geene volledige bijzonderheden van den uitvoer van 1856 heeft opgeteekend, maar daarmede eerst in 1857 is begonnen. Deze bijzonderheden zijn intusschen van betrekkelijk minder gewigt dan die van regtstreeksche buitenlandsche verzendingen, die later de aandacht zullen trekken.De heer Loney schetst den tegenwoordigen toestand van den invoerhandel in Iloilo aldus:«Ofschoon welligt het grootste gedeelte der kleeding voor de bevolking van Panay door de inlandsche werktuigen wordt vervaardigd, wordt nog eene groote hoeveelheid Europesche goederen jaarlijks uit Manilla ingevoerd. Ik reken dat gemiddeld (voor zoo ver men dit kan doen bij volslagen gemis van eenige bepaalde opgaven) voor ongeveer 30 à 40,000 dollars per maand aan goederen naar de haven van Iloilo wordt gebragt door de mestizen en Chinesche handelaren, waarover achtereenvolgens op de grootere markten van Jaro, Molo, Oton, Mandurriao, enz. wordt beschikt, van waar een zeker gedeelte naar het binnenland gaat. Deze tak van handel wordt tot nog toe hoofdzakelijk gevoerd door de mestizen-handelaren van Molo en Jaro, die bij het doen hunner aankoopen van inlandsche goederen voor de Manilla-markt, zich daarmede (ten getale van zes tot tien, vijftien en somstwintig) in de kustvaartuigen inschepen, die naar de hoofdstad vertrekken. De opbrengst van deze speculatiën, die zij meestal in vreemde (vooral Britsche) manufacturen terugbrengen, worden tegen lage prijzen van de groote Chinesche winkeliers te Manilla verkocht. De verkoop van deze goederen in het klein heeft hier nog op de aloude wijze plaats, door ze namelijk op zekere bepaalde dagen van plaats tot plaats te brengen. Op deze wijze worden goederen, die heden op de wekelijksche mis of markt te Jaro verschijnen, achtereenvolgens te Molo, Mandurriao, Oton of Arévalo te koop aangeboden. Zij worden naar en van de verschillende pueblos gebragt in wagens, van sterke wielen voorziene rijtuigen, die door buffels en ossen worden getrokken,—eene wijze van vervoer, die gedurende het natte jaargetijde veel oponthoud en gevaar veroorzaakt. De Chinesche handelaren te Molo en eenige kleinhandelaren te Iloilo zijn echter begonnen voortdurende winkels te openen, en het is waarschijnlijk dat het aantal daarvan trapsgewijze in de provincie zal toenemen; daar intusschen de missen ook het centrale aantrekkingspunt zijn voor al de producten binnen zekeren kring van iedere pueblo, en daardoor veel volk bijeen brengen, zal het wekelijksche vervoer van stuk- en andere goederen van de eene naar de andere plaats altijd in groote hoeveelheid blijven voortduren. Ongeveer dertig Chinezen zijn bepaald te Molo gevestigd, alwaar zij meestal met anderen te Manilla in betrekking staan, hetzij als deelgenooten, dan wel als agenten, terwijl twee of drie zich te Jaro gevestigd hebben. Een zeker aantal houdt zich ook bezig met reizen naar en van Manilla met goederen, na te hebben gerealiseerd wat zij hier voor een nieuwen voorraad terug brengen, terwijl zij de opbrengst in geld of in producten nemen. Een der Chinesche handelaren te Molo, die wel voorzien wordt door de hoofdstad, koopt goederen tot een bedrag van 30,000 à 40,000 dollars per jaar. Ten gevolge echter van de te groote concurrentie tusschen elkander en de overige handelaren, kan ik, met het oog op de prijzen, waarvoor zij gewoonlijk verkoopen, niet denken dat hunne winsten in het algemeen zeer groot zijn. Het feit, dat de mestizen-handelaren hunne voorname winst in de pina-goederen zoeken, die zij naar Manilla voeren, en zich betrekkelijk weinig bekommerenom een voorschot te verkrijgen op de goederen die zij terug brengen, houden ook de prijzen laag, in vergelijking met den koers te Manilla.«Zoo als in de meeste provinciën, waar de Chinezen zijn doorgedrongen, bestaat er een meer of minder onderdrukt gevoel van vijandschap tegen hen van de zijde der inlanders en willen, zoowel de mestizen als de Spanjaarden, hen wel als smokkelaars beschouwen. Maar ofschoon het gouvernement te Manilla herhaaldelijk gepoogd heeft hen uit de provincie te verwijderen en hunne handelsoperatiën slechts tot Manillatebeperken, schijnt het niet genegen een maatregel te nemen, die blijken zou nadeelig te werken op den algemeenen handel van de kolonie. Het is waar, dat wanneer men een gedeelte der Chinezen er toe kon brengen landbouwers te worden (voor welk doel alleen zij oorspronkelijk in de provinciën werden toegelaten), groote voordeelen zouden ontstaan door vermeerderde productie; maar tot nog toe bevinden zij zich in het binnenland in te geringen getale om hen den grond op eene groote schaal te doen bebouwen, terwijl zij in kleine groepen niet genoegzaam beveiligd zouden zijn tegen de ongunstige gezindheid der inlanders.«De voornaamste artikelen van vreemde fabrikaten, die in deze provincie worden ingevoerd, zijn: handdoeken (gedrukte) met heldere kleuren, geweven en gedrukte kousen en sokken, ginghams, fantaisie-cambajas, effen drills, witte shirtings, grijze shirtings en grijze longcloths, grijze twills (29 duim, zoowel Amerikaansche als Engelsche), gebleekte twills, neteldoek, witte jaconets, gestreept mousseline, katoenen naaigaren, katoenen sarongs, katoenen twist, of garen en wollens (waarnaar niet veel navraag is). Er bestaat ook verkoop in kramerijen, glas- en aardewerk en andere kleinere artikelen.«Invoerregten worden in Iloilo geheven naar een tarief of volgens den marktprijs bij den invoer. Het zijn dezelfde als die te Manilla geheven worden, namelijk: voor de meeste soorten van vreemde goederen 14 pCt. wanneer zij in vreemde, en 7 pCt. als zij in Spaansche vaartuigen zijn aangevoerd. Hierop bestaan de volgende uitzonderingen: voor cambajas, ginghams, handdoeken enz. geheel van zwart, purper en blaauw, met of zonderwitten grond wordt 25 of 15 pCt., naar het genoemde verschil in de wijze van invoer; voor garens van dezelfde kleur 50 en 40 pCt.; voor roode, gele, rosé en groene garens geen regt, evenmin als voor werktuigen, goud en zilver, planten en zaden; voor opgemaakte kleederen, schoenen enz. wordt 50 en 40 pCt.; voor ale of porter in flesschen 25 en 20 pCt.; voor wijnen, likeuren en azijn 50 en 40 pCt. en voor sterke dranken 60 en 30 geheven.«Tropische producten, gelijk die van de Philippijnen, worden niet ter consumptie toegelaten, evenmin als vuurwapenen, zonder eene speciale vergunning.«Alle goederen mogen opgeslagen zijn tegen betaling van 1 pCt.«De uitvoerregten op alle soorten van producten naar vreemde havens zijn: 3 pCt. met vreemde en 1½ pCt. met Spaansche vaartuigen, met de volgende uitzonderingen: hennep betaalt aldus 2 en 1½ pCt.; schildpad, paarlemoer 1 pCt.; rijst 4½ en 1½ pCt.«Geene regten worden geheven van goederen, die langs de kust aankomen of vertrekken met kustvaartuigen.«Havenregten.—Geene speciale regten worden thans van vaartuigen geheven, die te Iloilo aankomen, maar men kan ze ongeveer gelijk stellen met de te Manilla geheven wordende, als: van vreemde vaartuigen die in ballast aankomen of vertrekken 18¾ c. per ton; met lading in- of uitwendig 34¾ per ton; met lading van binnen en van buiten 37½ c. per ton.«De arbeidsloonen zijn gematigd te Iloilo. Landbouwers ontvangen 12½ c. à 18¾ c. per dag; timmerlieden 18¾ à 25 c.; metselaars 25 c. per dag.«Versche provisie kan men tegen lage prijzen verkrijgen.«De gebruikelijke maten en gewigten voor de producten zijn: de quintal, van 4 arrobas of 100 ponden Spaansch, gelijkstaande met 101¾ Eng. ponden; de pikol van 100 catties of 140 Eng. ponden. De zak rijst (cavan de provincia) staat gelijk met 1½ zak van Manilla ofcavan del rey; hij weegt ongeveer 190 Eng. ponden en bedraagt in maat 8,997 kubiek duim. De pesada, waarmede men sapanhout verkoopt, weegt 13 arrobas,13 pond of ongeveer 2½ pikols.«De munt is geheel dezelfde als te Manilla, maar voor meestalle aankoopen worden zilveren dollars betaald, daar goud moeijelijk circuleert.«Uit het voorafgaande overzigt van den handel in deze haven zal men zien dat tegenwoordig, met een jaarlijkschen uitvoer van ongeveer 1600 vaten suiker, meer dan 2000 vaten sapanhout en 350 à 400 ton hennep, zij (met het oog op de hoeveelheid die vreemde schippers zouden kunnen verzekeren) de ladingen kunnen opleveren voor twee vreemde vaartuigen van tamelijk groote tonnemaat; en ten opzigte van de suiker, die de geheele lading van vreemde vaartuigen, die van hier vertrekken zal, uitmaken, zal de toevoer in het volgende jaar waarschijnlijk verdubbeld worden. Het meer gewigtige vraagstuk echter, met betrekking tot den vreemden handel van Iloilo, betreft niet de tegenwoordige hoeveelheid van productie (die nog zeer beperkt is), welke dit eiland kan opleveren, maar of men tot de bijeenvoering van de producten uit de naburige eilanden en provinciën in wezenlijkheid zal kunnen geraken.«Een overzigt van de feiten nopens de zuidelijke Philippijnen zou tot eene bevestigende conclusie schijnen te leiden. Met een gezamenlijken jaarlijkschen uitvoer van 4,000 vaten hennep uit Leyte en Samar, meer dan 5,000 vaten suiker uit Cebu, eene (snel toegenomen) productie van ongeveer 900 vaten suiker en 800 vaten hennep uit Negros en zonder nog den mogelijken toevoer van hennep te rekenen, die de zuidelijke Camerines en Albay zouden kunnen opleveren, (die verreweg het grootste gedeelte van den bestaanden uitvoer van hennep uit de Philippijnen produceren en, gedurende den noordoostelijken mousson, op korter afstand van Iloilo dan Manilla zijn), mag men gewis aannemen, dat, bij betrekkelijk gelijke prijzen die hier te verkrijgen zijn, Iloilo in den loop van tijden eene langzamerhand toenemende hoeveelheid van de producten zal tot zich trekken, die nu naar Manilla gaan. Men mag verder onderstellen dat Misamis (dat eene belangrijke hoeveelheid van opmerkelijk goede hennep oplevert), Caraga en de overige provinciën van Mindanao, ook in den loop van tijden hun aandeel zullen bijdragen in de producten, die men in eene haven kan verkrijgen, welke hunne handelaren op hunnen weg naar Manilla moeten voorbijtrekken, ofschoon de geheele ontwikkelingvan het verkeer der naburige eilanden met Iloilo grootendeels zal afhangen van het bedrag van Europesche invoergoederen, waarmede deze laatste haven langzamerhand hare nieuwe bezoekers zou kunnen voorzien. Ofschoon men de opinie van de inlanders zelven niet als een gids kan aannemen, kan zij eenigermate als eene aanwijzing dienen van hetgeen men kan verwachten. Bij het bespreken van het onderwerp met de eigenaars van de kleine vaartuigen, wier ladingen hennep naar Iloilo zijn gebragt, hebben zij dikwijls gezegd: «Als vreemde vaartuigen hier komen en hoogere prijzen geven, zou er veel meer hennep uit Leyte en Camarines naar Iloilo komen.»«Daar Cebu rijst en manufacturen voor eigene consumptie produceert, bestaat er tegenwoordig weinig communicatie daartusschen en Iloilo, maar het is verblijdend te vernemen dat een der deelhebbers van de meest ondernemende Spaansche firma op deze plaats het voornemen heeft zich zoowel naar Cebu als Leyte te begeven, ten einde, zoo mogelijk, eene handelsconnectie daar te stellen, met het oogpunt bovendien suiker en hennep naar dit gedeelte te verzenden.«Het is ook een gunstig teeken dat de handel der naburige eilanden meer en meer de aandacht trekt van sommige vreemde firma’s te Manilla. De Amerikaansche huizen (gewoonlijk de eerste in de ondernemingen van dien aard) hebben reeds, door Spaansche tusschenkomst, agentschappen te Negros, Leyte en Cebu opgerigt, tot aankoop van hennep en suiker, en uit Manilla wordt, op schijnbaar goede gronden, berigt dat een hunner laatstelijk eene som van 170,000 dollars voor dit doel heeft voorgeschoten, waarvan de verdeeling veel tot de vermeerdering zou bijdragen en dus indirect zou medewerken tot de toekomstige toeneming van den uitvoer uit Manilla.«Met het oog op de groote voordeelen, die uit de vestiging van liniën van kleine koopvaardijstoombooten tusschen de eilanden zouden voortvloeijen, is het feit dat het Gouvernement laatstelijk bevel heeft gegeven om de uitgebreide steenkool-districten in Cebu te beginnen te exploiteren, niet van gewigt ontbloot. Het onderwerp van stoomvaart in den Archipel trekt de aandacht te Manilla en het is niet onwaarschijnlijk dat binnen weinige jaren de eilandenop die wijze met elkander zullen zijn verbonden, die veel tot hun voordeel zal strekken.«Het had vooraf vermelding verdiend dat de reis van Iloilo naar Manilla gedurende den noord-oostelijken mousson (van November tot Maart) gewoonlijk de betere soort ravaartuigen in den handel van 10 tot 15 dagen en op terugreis van 4 tot 6 dagen ophoudt. Ten gevolge van de beschutting, die de eilandengroep, de Silanga uitmakende, en andere havens op den weg aanbieden, behoeven schepen hier niet (zoo als gewoonlijk tusschen de havens aan het noordelijke gedeelte van de meer opene kust van Luzon en de hoofdstad) het anker gedurende de stormachtige maanden van September tot November uit te werpen, en de communicatie met Manilla, hoezeer gedurende deze maanden minder druk, wordt zelden voor eenigen tijd geheel belemmerd. Gemiddeld verlaat een vaartuig de hoofdstad iedere acht of twaalf dagen.»Ik voeg hierbij eenige verdere extracten uit een verslag over den handel van 1858, die de heer Loney mij welwillend heeft afgestaan en het gewigt van de kultuur van Iloilo helder aantoont:«De invoerhandel, in regtstreeksch verkeer met Britsche en vreemde huizen, is in het afgeloopen jaar in eene mate vermeerderd, die niet kan worden verwacht. Vroeger bedroeg hij niet meer dan 7,000 dollars; maar nu is hij, gedurende een tijdvak van twee jaren, tot ruim 140,000 dollars gestegen en er bestaat uitzigt dat hij in de toekomst nog meer vermeerderen zal, wanneer het meer bekend zal worden dat eene aanzienlijke hoeveelheid manufacturen ter markt kan worden gebragt.«Ten gevolge van het bestaan van een voorraad vreemde artikelen in Iloilo, die door de inlandsche koopers als algemeene regel (en als een gevolg van de meer directe wijze waarop zij in hunne handen komen) tegen goedkooper prijzen dan in de Chinesche winkels te Manilla kunnen worden verkregen, hebben vele inlandsche en ook eenige Chinesche handelaren het voordeel hunne aankoopen te kunnen doen op de plaats zelve in plaats van te Manilla en sommige der eerste hebben zelfs de uitgaven niet te doen en het verlies van tijd niet te ondergaan, die zij vroeger verspilden in het gaan naar Manilla om voorraad op te doen, terwijl anderen niet zoo dikwijls meer als vroeger naar de hoofdstad reizenen hunne pina-goederen aan de zorg van vrienden en agenten toevertrouwen; dien ten gevolge begint de handel op eene minder verouderde wijze dan vroeger te worden gedreven, toen iedere kleinhandelaar zelf zijne goederen aanbragt, die hij tegen hooge prijzen van de Manilla-winkeliers heeft gekocht. Handelaren van Antique, van het eiland Negros en van Leyte vinden thans ook te Iloilo een voldoende voorraad goederen voor hunne behoeften. Een ander voordeelig gevolg is, dat zij, die in het groot te Iloilo koopen, hunne goederen aan de kleinhandelaren of aan hunne agenten kunnen afstaan, die ze in het binnenland tegen lager prijzen dan vroeger verkoopen. De goederen zijn dus door de goedkooper prijzen verkoopbaar op plaatsen in het binnenland van het eiland, waar men ze vroeger zelden kocht en een natuurlijk gevolg daarvan is eene belangrijke vermeerdering der consumptie. Het algemeene getuigenis van al de oudere ingezetenen in de provincie is, dat gedurende de laatste paar jaren eene opmerkelijke verandering heeft plaats gegrepen in de kleeding en in het algemeen in het uitwendige van de inwoners der grootere pueblos, hetgeen in groote mate aan het betrekkelijke gemak is te danken, waarmede zij artikelen verkrijgen die vroeger òf niet ingevoerd werden òf die om de hooge prijzen niet onder hun bereik vielen. In het inwendige der huizen is dezelfde verandering ook merkbaar in de meubelen en andere zaken en in het blijkbare verlangen om versierselen bij de noodige artikelen van huishoudelijk gebruik te voegen; en zij die overtuigd zijn van de wenschelijkheid om, bij den buitengewoon onverschilligen aard der inlanders, in hen eene zucht op te wekken tot verbetering van hunnen toestand en dien van hunne gezinnen, of dien van anderen na te streven, door binnen hun bereik te stellen de meer aantrekkelijke en nuttige artikelen van Europesche productie, zal te gelijker tijd in deze feiten de heilrijke strekking naar vermeerderden en goedkooper invoer zien.«Ten opzigte van de regten, die van den invoer worden geheven, moeten wij de meer of minder spoedige waarschijnlijkheid van directen invoer uit Europa of China naar Iloilo, in aanmerking nemen. Men behoeft slechts weinig bekend te zijn met den trapsgewijzen en langzamen gang der handelszaken om de traagheidte erkennen, waarmede zij voor nieuwe kanalen van communicatie geschikt wordt. Vooral is dit het geval ten opzigte van deze zuidelijke eilanden, ten gevolge van de afsluiting waarin zij met betrekking tot den handel werden gehouden en die zoo groot is dat men gerust kan zeggen, dat het eiland Panay, met zijne 750,000 inwoners, naauwelijks zelfs bij naam bekend is op eenige der handelsmarkten van Europa, Amerika en zelfs van Azië. Men behoeft er zich dus niet over te verwonderen, dat geene directe transactiën in den invoer hebben plaats gehad. Men moet in aanmerking nemen dat de jaren 1857–58 hoogst ongunstig voor nieuwe handelsbelangen van elken aard zijn geweest door den toenmaligen gedrukten toestand van den handel op alle markten ter wereld. Deze gedrukte toestand, ofschoon hij nog gevoeld wordt, oefent echter thans geen invloed meer uit en de Iloilo-markt zal onder anderen ongetwijfeld de aandacht trekken van Europesche fabrikanten en kapitalisten, ofschoon noodwendig eenige tijd zal moeten verloopen, vóórdat een voldoend aantal reeders kan gevonden worden om verzendingen te doen van zulk een verscheiden aard en sortering als noodig zouden zijn eene lading vol te maken, ten einde in de behoeften van Panay en de naburige eilanden te voorzien. Reeds zijn langs Manilla verzendingen aangekomen, die bijzonder voor de Iloilo-markt werden bestemd en deze omstandigheid en het feit dat de Manchestersche fabrikanten belang beginnen te stellen in de navraag van Iloilo, waarborgen stellig de verwachting dat het niet lang meer zal duren, dat verzendingen uit Europa langs Manilla op uitgebreide schaal zullen plaats hebben en den weg tot directe verscheping naar Iloilo zullen banen. Ofschoon het bijna nutteloos is in dergelijke gevallen voorspellingen te doen, waar zoo vele omstandigheden de ontwikkeling van eene nieuwe markt kunnen belemmeren of bevorderen, aarzel ik toch niet te verklaren dat het meer dan waarschijnlijk is, dat in den loop van twee jaren Spaansche vaartuigen direct uit Liverpool zullen komen of Manilla zullen aandoen en een gedeelte van hunne ladingen daar laten, waardoor meer bijzonder dan thans regtstreeksche uitvoer zal plaats hebben en de suikeroogst tot eene hoogte gebragt worden, die het aan de schepen, welke met stukgoederen aankomen, gemakkelijk zal maken, omladingen van suiker, sapanhout en huiden terug te nemen, alle welke producten—het behoeft niet gezegd te worden—te Iloilo veel goedkooper dan te Manilla kunnen worden verkregen.«Het is ook waarschijnlijk dat spoediger regtstreeksche invoer uit China dan uit Europa zal plaats hebben. Het gebruik van ruwe Shangaï-zijde is veel grooter te Iloilo dan in eenige van de andere Philippijnsche provinciën en de consumptie bedraagt meer dan 30 pikols per maand, die gemiddeld 600 dollars zilver per pikol of wel 18,000 dollars per maand waardig zijn.«De uitvoerhandel van Iloilo regtstreeks naar vreemde markten is inderdaad de eerste gebeurtenis, waarvan het handelslot, om zoo te zeggen, van de Bisaja-eilanden afhangt. De voornaamste hinderpaal, behalve de bovengemelde, die het begin heeft vertraagd, was de buitengewoon geringe opbrengst van suiker. In 1855–56 bedroeg de oogst te Iloilo, daaronder eenige hoeveelheid uit het eiland Negros gerekend, naauwelijks 12,000 pikols en in plaats van te vermeerderen, is zij verminderd ten gevolge van de ontmoedigende werking der uiterst lage prijzen van 1,875 tot 2 dollars per pikol van 140 lbs., hetgeen alles was, wat men er voor kon krijgen, na de kosten van verzending naar Manilla te hebben ondergaan.In 1856–57 beliep de opbrengst, onder den prikkel van hoogere prijzen, 35,000 à 37,000 pikols. In 1857–58 hadden deze hooge prijzen een nog beter gevolg voor het planten van riet, en men berekende dat de oogst minstens 50,000 pikols zou opleveren; maar veel regenachtig weder deed de jaarlijksche opbrengst tot ongeveer 30,000 dalen. De oogst van 1858–59 is echter het gevaar van regen ontkomen en men berekent, dat hij ongeveer 80,000 pikols van Januarij tot Julij zal opleveren. Hij wordt zelfs wel op 100,000 pikols geschat, maar ik geloof dat hierin overdrijving bestaat.«Daar de opbrengst van suiker te Iloilo (ongerekend de oogst van Isla de Negros, die nu berekend wordt 30,000 pikols op te leveren en die van Antique, welke men op 20,000 pikols schat, beide zeer geschikt voor de markt van Iloilo) gelukkig het bovengemelde bedrag heeft bereikt, is regtstreeksche uitvoer van suiker nu mogelijk geworden en er worden toebereidselen gemaaktom regtstreeks naar Australië verzendingen te doen plaats hebben gedurende de eerste maanden van het volgende jaar.«Het bereiken van markten van consumptie langs den regtstreekschen weg, het vermijden van overscheping en van dubbele vrachtkosten, zijn punten, die uit een handelsoogpunt van het grootste belang zijn4. De zaken nu staan zoo, dat het des te meer noodig is, met opzigt tot den Philippijnschen handel, om deze punten in het oog te houden. Australië is nu, na Groot-Brittannië, de meest belangrijke markt voor de Philippijnsche suiker en bijzonder voor de ruwe Bisajaansche suiker van Iloilo en Cebu, die daar ter raffinering gebruikt worden en het zal ongetwijfeld spoedig de grootste consument van de suiker op deze eilanden zijn. In 1857 bedroeg de uitvoer van Iloilo- en Cebu-suiker van Manilla naar Australië respect. 18,178 en 51,519 pikols, terwijl naar al de andere markten en daaronder naar Groot-Brittannië 11,519 en 41,699 pikols werden verzonden; in hetzelfde jaar beliep de totale uitvoer van alle soorten van suiker naar Australië zelfs meer dan naar Groot-Brittannië, namelijk: 17,847 vaten of 285,552 pikols naar de eerste, tegen 16,675 vaten of 266,800 pikols naar de laatste markt. In dit jaar (1858) bedroeg de totale uitvoer van Manilla naar Australië, ten gevolge van een tekort in de Pampanga-oogst en de ontmoediging, die de hooge prijzen van 1857 aan de Australische invoerders berokkenden, slechts 9,038 vaten of 145,028 pikols.«Terzelfder tijd voorzien Mauritius, Java en Bengalen Australië met groote en toenemende hoeveelheden suiker, en Mauritius in het bijzonder, dat de groote voordeelen geniet van meerdere nabijheid (wat den tijd betreft) en van machines en andere benoodigdheden, die van veel beter hoedanigheid zijn dan die welke in de Philippijnen in gebruik zijn, voorziet de Australische markt van eene groote hoeveelheid gekristalliseerde en geele suiker, die in Sydney en Melbourne veel gezocht worden, waar de voortdurende toeneming van de bevolking en van de algemeene welvaart de navraag naar betere soorten suiker vermeerdert. In1857 kregen de Australische koloniën 24,000 vaten of 384,000 pikols suiker uit Mauritius, en de laatste verslagen doen voorzien, dat de verschepingen dit jaar naar dezelfde gedeelten 30,000 vaten of 480,000 pikols zullen bedragen. DePort Louis Commercial Gazettevan 10 Augustus 1858 zegt het navolgende: «Er is geen twijfel dat de tegenwoordige oogst 240 millioen pond, dat is 120,000 vaten (bijna 2 millioen pikols), zal bedragen, maar daar de Australische koloniën 24,000 van den laatsten oogst trokken, kunnen wij verwachten dat zij van dezen minstens 30,000 zullen nemen, daar onze gekristalliseerde en geele suikers daar meer gewild worden.» Hetzelfde dagblad van 27 October voegt er bij: «Deze gemakkelijkheid om voor de producten billijke prijzen te maken, heeft levendigheid aan de zaken bijgezet en de vooruitzigten van de kolonie verbeterd. Er zijn nu 150 vaartuigen in onze haven, die naar en van verschillende gedeelten der wereld laden en lossen. Op onze marine-etablissementen houdt men zich druk bezig met het herstellen van schepen van verschillende natiën, die zich gelukkig geacht hebben hier eene schuilplaats te kunnen vinden; onze uitgestrekte kaden zijn te klein voor onzen handel; de doelmatige nieuwe pakhuizen, die laatstelijk gebouwd zijn en tot de verfraaijing van onze haven zullen bijdragen, zijn gevuld met goederen en producten; onze bevolking is dit jaar met 25,000 immigranten vermeerderd, terwijl slechts 6,500 personen zijn vertrokken. Onze openbare inkomsten zijn belangrijk vermeerderd; de maatschappijen nemen in bloei toe; de landbouw is uitgebreid, suiker-machines en werken verbeterd en vermeerderd, en particuliere gebouwen in het voornaamste gedeelte der stad vergroot en uitwendig verbeterd.»«Gelukkig voor de Philippijnen, met het oog op hunne krachtiger mededingers, Mauritius, Java en Bengalen, zijn de mindere soorten van ruwe suikers van Iloilo, Capiz en Antique, Isla de Negros en Cebu, in gewone tijden, goedkooper dan die van eenige der laatste koloniën en dien ten gevolge meer geschikt ter raffinering; maar niets kan helderder dan de bovengenoemde feiten nopens den uitvoer van Mauritius, het groote gewigt doen uitkomen van hetopenhouden der wegen van uitvoervoorde ruwe Philippijnsche suikers naar Australië tegen de goedkoopst mogelijke prijzen voor de invoerders.«De grootere uitgestrektheid en de buitengewone vruchtbaarheid der Philippijnen, in vergelijking met Mauritius, moeten ten slotte, zoo geene kunstmatige hinderpalen op nieuw aan de productie van de eerste in den weg gelegd worden, tot de ontwikkeling leiden van meerdere suikeroogst dan die van de laatste kolonie.«De resultaten van de opening der havens van Soerabaja, Samarang en Cheribon en van andere op het eiland Java, zijn aanmoedigende omstandigheden, daar zij, onder meer gelijke voorbeelden, aantoonen van hoe groot gewigt Iloilo, als de centrale haven van de Bisajaansche eilanden, kan worden. Soerabaja en Samarang (en vooral de eerste), die gunstig nabij de hoofdplaatsen van productie zijn gelegen, voeren nu eene onmetelijke hoeveelheid producten uit en er worden orders voor de directe verscheping naar Europa van rijst, suiker, koffij, tabak en andere Javaansche producten door den telegraaf door de Bataviasche huizen aan hunne agenten in deze havens gegeven over een afstand van meer dan 350 mijlen. Ik kan voor het oogenblik niet meer doen dan kortelijk wijzen op het begin van uitvoer van hout voor gebouwen en meubelen van Iloilo en Antique naar China. Het Spaansche vaartuigSanta Justalaadde dit jaar eene groote lading hout voor Hongkong, die laatstelijk tegen 63½ cents per voet werd gekocht. Sedert is de prijs ten gevolge van de navraag voor den herbouw van Canton, in Hongkong gerezen en zijn toebereidselen gemaakt om andere ladingen met een groot vaartuig, hetzij Spaansch of buitenlandsch, naar China te verzenden; er bestaat veel uitzigt dat binnen kort eene groote trafiek in dit artikel zal komen, dat, gelijk wij reeds zeiden, van uitmuntende hoedanigheid, in groote hoeveelheid, goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar is bij Iloilo en de aangrenzende provincie Antique.«Vaartuigen, die de reis naar Iloilo uit Australië of van eenige plaats in het zuiden der Philippijnen maken, moeten, gedurende den Z. W. mousson, den archipel tusschen de eilanden Basilan en Zamboanga binnenvaren en, wanneer zij kaap Batalamponvoorbijgaan, in den omtrek van kaap Gorda blijven en het Murcielagos-eiland aandoen, om daardoor te vermijden om naar de westzijde te worden gedreven door de sterke stroomen, die van de Mindanao-kust opkomen gedurende de beide moussons.«Gedurende den N. O. mousson is het best een omweg te maken naar het oosten der Philippijnen en den archipel langs de straat van SanBernardinoin te varen. Deze moeten langs Samar en Masbate binnen gevaren worden. Vaartuigen, die van Manilla of van noordelijke havens komen, kunnen langs de Mindoro-passage gaan, maar zij moeten Don Claudio Monterio’s kaarten raadplegen. Na Tables en Romblon (waar eene uitmuntende haven is) te zijn gepasseerd, moet men de Silanga-eilanden aandoen, waarvoor het hooge eiland gelegen is,Suikerbrood(Pan de Azucar) genaamd. Gedurende den N. O. mousson moeten de vaartuigen zich tusschen de eilanden Jintotolo en het grootere Zapato (Schoen-eiland) houden, maar gedurende den zuidwestelijken tusschen Olivaja en het kleinere Zapato passeren. Het beste kanaal is tusschen Sicogon en Calaguan, maar de uitwendige en breeder passage tusschen de eilandgroepen en het eiland Negros, is verkieslijk voor groote vaartuigen. In den binnenweg is eene veilige ankerplaats. Te Bacuan en Apiton vindt men voorraad.«Het getij door de Silanga-eilanden en de Zeven Zonden stroomt drie of vier mijlen per uur en van de Zeven Zonden naar Iloilo dikwijls zes tot zeven mijlen per uur.»De bloei van den handel is zoo naauw verbonden met de algemeene welvaart en de vermeerdering van menschelijk geluk, dat men niet anders dan met belangstelling de resultaten kan beschouwen van eene wetgeving, die den handel van banden verlost en de industrie aanmoedigt, en het eiland Panay kan als een veelbelovend veld voor de toekomst beschouwd worden. Uit de jongste verslagen blijkt, dat de rietaanplant zeer snel in deze provincie is toegenomen, ten gevolge van de voortdurend hooge prijzen van de suiker en ook van het feit, dat de directe uitvoerhandel naar Australië is begonnen. De planters zien nu, dat de aankomst van vreemde vaartuigen tot eene voortdurende navraag voor hunne suiker zal leiden tegen betere prijzen, dan die zij vroeger op de markt te Manilla maakten, van waar, vóór deopening van de haven van Iloilo voor den vreemden handel, al de suiker van deze en de naburige provinciën moesten worden verscheept tegen groote onkosten door hooge vrachtprijzen, landings- en overschepingsregten, zee-assurantie, commissie, makelarij enz., al hetwelk nu door directe verscheping naar de plaats van productie wordt vermeld.«De prikkel aan de aanplant gegeven, heeft dit jaar eene vermeerdering in de opbrengst te weeg gebragt van 60,000 pikols (3,750 vaten) en te oordeelen naar de groote hoeveelheid riet, die voor den volgenden oogst wordt geplant, kan men verwachten dat in 1860 ongeveer 140,000 pikols (7,500 vaten) zullen worden geproduceerd, zonder de hoeveelheid te rekenen die de naburige provinciën Antique (30,000 pikols) en het eiland Negros (35,000 à 40,000 pikols) opleveren, uit welke beide plaatsen suiker wordt aangebragt en uitgevoerd.«Het verschil in de kosten van de suiker te Iloilo en Manilla bedraagt tegenwoordig 2 p. 16 sh. 5 d. per vat, vrij aan boord, zoo als blijkt uit de volgendeVERGELIJKENDE TABEL VAN KOSTEN.Te Manilla, 23 April 1859.Dollars.1 vat = 16 pikols à 3.87½ dollars62.00Uitvoerregten à 3 pCt1.86Ontvangst, inladen en verschepen, 27 cents per pikol4.32———6.1868.18Commissieloon (in fondsen) 2½ pCt.1.70Kosten vrij aan boord te Manilla69.88Idem te Iloilo55.71Verschil14.17Te Iloilo, 2 Mei 1859Dollars.1 vat = gelijk 16 pikols à 2.75 dollars44.00Uitvoerregt 3 pCt.1.32Ontvangst, inlading en inscheping, 20 cents per pikol (geen huurboot wordt te Iloilo toegelaten)3.20———4.5248.52Commissieloon 2½ pCt.1.2149.7312 pCt. kosten van zilver5.98Kosten te Iloilo vrij aan boord55.71Verschil 14.17 dollarspd. st. 3.1.5Minder voor vrachtkosten per vat, wanneer een vaartuig te Manilla naar Iloilo gaat laden0.5.0Kosten per vat, minder te Iloilopd. st. 2.16.5«Het eiland Panay, waarvan Iloilo de voornaamste haven is, is verdeeld in de drie provinciën Iloilo, Capiz en Antique, dierespectivelijk527,970, 143,713 en 77,639 inwoners bevatten, zijnde een totaal bedrag van 749,322, volgens de officiële bescheiden van 1858.«Britsch vice-consulaat voor Panay,«Iloilo, 2 Mei 1859. «N. LONEY.»Niettegenstaande de gunstige vooruitzigten voor den handel te Iloilo, is weinig of niets gedaan voor de verbetering van de haven of ter vergemakkelijking van de uitbreiding van haren handel. Er is geen havenhoofd, geen licht, geene aanwijzing van gevaarlijke plaatsen, ofschoon de Oton-ondiepte zich uitbreidt, en het van het grootste belang is dat het veilige kanaal aan de zeevaarders worde aangewezen. De laatste instructiën der marine (1859) zijn de volgende:«De haven van Iloilo, aan het zuidelijke strand van het Panay-eiland gelegen, ofschoon wel beschermd en van nature goed, is niet van inconveniënten ontbloot; zij kan echter gemakkelijk vermeden worden. Van eene goede kaart voorzien en als men vanhet noorden met eene loods nadert, kunnen groote vaartuigen veilig binnenvaren.«De diepte van het water aan den dam bij den ingang van de kreek of rivier Iloilo, bedraagt omtrent vijf vademen bij laag water, maar op korten afstand verder op vermindert zij tot 15 voet en dan wordt het weer dieper. Daar de hoogte van het getij zes voet bedraagt, kan een vaartuig van een diepgang van 16 tot 18 voet gemakkelijk in- en uitzeilen, en wanneer, zoo als is voorgesteld, eene maalmachine wordt gebruikt om den modder te verwijderen, die zich op de meer ondiepe plaatsen bij den ingang heeft opgehoopt, kunnen vaartuigen van elken diepgang hunne ladingen binnenwaarts voltooijen. Een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1857 een gedeelte van eene lading tabak binnen de kreek en voltooide de lading buitenwaarts.«Daar de oevers van de kreek van zachten modder zijn, bestaat er weinig of geen gevaar om vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalf mijl de kreek opvaart, die van eene halve tot drie kwart mijl in breedte verschilt, brengen de kustvaarders de goederen tot aan de woningen der reeders en hebben het voordeel te laden en te lossen aan de magazijnen, zonder het gebruik van booten. Van dit punt af loopt de kreek tot Molo, naar welke plaats kustvaartuigen vroeger konden gaan door eene ophaalbrug. Deze is echter versleten en daar de tegenwoordige brug geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de Molo-handelaren hunne magazijnen hebben overgebragt. Men is echter reeds beginnen te arbeiden aan eene nieuwe beweegbare brug voor den doortogt van vaartuigen.«Het eiland Guimaras vormt tegenover Iloilo een beschutten doortogt, die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, van 2½ tot 6 mijlen breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. De zuidelijke ingang tot deze passage wordt zeer belemmerd door de Oton-bank, die zich op belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en ongeveer eene mijl ver het doelmatige kanaal naar deze haven bekort tot eene breedte van ongeveer twee mijlen. Deze ondiepte is bijna een eiland geworden. Er bestaat echter geen hinderpaal voor groote vaartuigen gedurende dennoord-westelijken mousson (vooral als het kanaal wordt uitgebaggerd), daar de doortogt geheel zuiver is, terwijl zij in den noord-oostelijken mousson met het getij kunnen werken, omstreeks Guimaras blijvende (waarvan de kust zuiver is en diep water heeft), en zoo noodig aan het einde der ondiepte ankerende, die goeden vasten grond oplevert en waar men veilig nabij kan komen. Dit geheele gedeelte van de kust biedt dan ook eene veilige ankerplaats aan gedurende den noord-oostelijken mousson.«Wanneer het hard in het zuidelijke kanaal naar Iloilo waait kan een vaartuig gaan naar de haven van Bulnagar of Santa Ana, aan de zuidwestzijde van Guimaras, waartoe de toegang gemakkelijk is en die vaartuigen van de grootste tonnemaat kan bevatten; zij biedt eene goede schuilplaats aan onder bijna alle omstandigheden.«De kustvaartuigen gaan gewoonlijk van het noorden naar den noordelijken ingang tot Iloilo door de kleine, rijk van hout voorziene eilanden Gigantes, Sicogon, Pan de Azucar, Apiton enz., die gezamenlijk de Silanga genoemd worden, welke aan de noord-oostkust van Panay gelegen en op belangrijken afstand eene buitengewoon goede wijkplaats aanbiedt voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisangas zijn betrokken. Ofschoon zich echter onder deze eilanden eene uitmuntende ankerplaats bevindt, vooral te Pan de Azucar en Tagal, zou het toch voorzigtiger zijn voor groote schepen, ingeval men niet practisch bekend is met het getij, de stroomingen enz., het buitenwaartsche kanaal te kiezen tusschen de Silanga en het eiland Negros.«Na de Calabazos-rotsen en Papitas-ondiepte te zijn gepasseerd en het blokhuis van Banate in het gezigt te hebben (dat, even als vele andere op de Philippijnsche kusten is gebouwd ter beveiliging tegen de zeeroovers van de Soeloe-zee) moet men zuidelijk den koers houden, tot dat men eene groep van zeven merkwaardige rotsen, de Zeven Zonden genaamd, in het gezigt krijgt, die tusschen het noordelijk einde van Guimaras en het Panay-strand gelegen zijn; men moet dan direct daarnaar koers nemen en zorg dragen de Iguana-Bank te vermijden. Vaartuigen van tamelijken diepgang kunnen de kreek binnenvaren of, zoo zij te groot zijn, naar de oostzijde van het fort varen, waar zij tegen den wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn.«Een lichttoren, met een vast licht, zal op de Zeven Zonden en een ander op kaap Dumangas geplaatst worden. Ook zullen havenhoofden worden aangelegd langs het kanaal nabij de Iguana en Oton-ondiepten5.»Het laatste verslag van de scheepvaart in de haven van Iloilo komt in de onderstaande noot voor6.Iloilo biedt vele gemakken aan voor de daarstelling van werven, havenhoofden en landingsplaatsen, maar er zijn nog geene gebouwd. De toegang tot de rivier en hare geheele loop kunnen gemakkelijk gezuiverd worden, maar weinig of niets wordt er verrigt tot wegruiming van den opgehoopten modder.
Iloilo.Dollars.Iloilo264,416Guimbal39,850———304,266Capiz.Capiz181,681Calwo114,124Ibajay7,095Batan15,147———318,047Antique.Antique18,866San José2,925Cagajancillo3,061Cûlasi1,199———26,051648,364Maar het meest vlugtige onderzoek van hetgeen de waarschijnlijke waarde der meer belangrijke uitgevoerde artikelen moet zijn, zelfs wanneer men de als waarschijnlijk aangenomen hoeveelheden in de voorafgaande cijfers aanneemt, leidt tot de conclusie dat de uitvoer naar Manilla uit de provincie Iloilo alleen moet gelijk staan met of meer bedragen dan het bedrag, dat deEstadisticaals de totale som voor de provinciën heeft gegeven.Wanneer men de hoeveelheden en waarde als volgt aanneemt, dan zijn de resultaten van:Dollars.Pina, zijde, hennep en andere fabrikaten400,000Tabak30,000quintals,gemiddeld3½ doll.105,000Padie30,000zakken,id.1doll.»30,000Suiker20,000pikols,id.3doll.»60,000Sapanhout33,000id.id.1doll.»33,000Hennep5,000id.id.5½doll.»27,500Huiden2,050id.totale waarde19,800Alle andere artikelen oppervlakkig geschat op45,000720,300Naar deze som, wanneer daarbij komt de uitvoer naar andere eilanden en provinciën, mag men veilig aannemen, dat de totale waarde van den uitvoer uit Iloilo niet veel minder bedraagt dan 800,000 dollars, een bedrag dat in het geheel niet buiten evenredigheid tot het aantal inwoners schijnt te staan. Uit deze cijfers blijkt, dat wanneer de uitvoer van Capiz op 700,000 en die van Antique op 70,000 dollars wordt berekend, de jaarlijksche uitvoer van Panay eene gezamenlijke waarde van meer dan 1,500,000 dollars bedraagt.Maar zelfs de onvolledige opgaven van deEstadisticakunnen eenig denkbeeld geven van de snelle vermeerdering in den uitvoer der drie provinciën. Zoo bedroeg b. v. in 1852 de waarde der producten uit Iloilo, Capiz en Antique 271,335; in 1853 302,605 en in 1854 648,369 dollars, gevende eene vermeerdering in 1854 van veel meer dan het dubbele bedrag in 1852. Te dien opzigte moet nog opgemerkt worden, dat het plaatselijke tolkantoor ongelukkig geene volledige bijzonderheden van den uitvoer van 1856 heeft opgeteekend, maar daarmede eerst in 1857 is begonnen. Deze bijzonderheden zijn intusschen van betrekkelijk minder gewigt dan die van regtstreeksche buitenlandsche verzendingen, die later de aandacht zullen trekken.De heer Loney schetst den tegenwoordigen toestand van den invoerhandel in Iloilo aldus:«Ofschoon welligt het grootste gedeelte der kleeding voor de bevolking van Panay door de inlandsche werktuigen wordt vervaardigd, wordt nog eene groote hoeveelheid Europesche goederen jaarlijks uit Manilla ingevoerd. Ik reken dat gemiddeld (voor zoo ver men dit kan doen bij volslagen gemis van eenige bepaalde opgaven) voor ongeveer 30 à 40,000 dollars per maand aan goederen naar de haven van Iloilo wordt gebragt door de mestizen en Chinesche handelaren, waarover achtereenvolgens op de grootere markten van Jaro, Molo, Oton, Mandurriao, enz. wordt beschikt, van waar een zeker gedeelte naar het binnenland gaat. Deze tak van handel wordt tot nog toe hoofdzakelijk gevoerd door de mestizen-handelaren van Molo en Jaro, die bij het doen hunner aankoopen van inlandsche goederen voor de Manilla-markt, zich daarmede (ten getale van zes tot tien, vijftien en somstwintig) in de kustvaartuigen inschepen, die naar de hoofdstad vertrekken. De opbrengst van deze speculatiën, die zij meestal in vreemde (vooral Britsche) manufacturen terugbrengen, worden tegen lage prijzen van de groote Chinesche winkeliers te Manilla verkocht. De verkoop van deze goederen in het klein heeft hier nog op de aloude wijze plaats, door ze namelijk op zekere bepaalde dagen van plaats tot plaats te brengen. Op deze wijze worden goederen, die heden op de wekelijksche mis of markt te Jaro verschijnen, achtereenvolgens te Molo, Mandurriao, Oton of Arévalo te koop aangeboden. Zij worden naar en van de verschillende pueblos gebragt in wagens, van sterke wielen voorziene rijtuigen, die door buffels en ossen worden getrokken,—eene wijze van vervoer, die gedurende het natte jaargetijde veel oponthoud en gevaar veroorzaakt. De Chinesche handelaren te Molo en eenige kleinhandelaren te Iloilo zijn echter begonnen voortdurende winkels te openen, en het is waarschijnlijk dat het aantal daarvan trapsgewijze in de provincie zal toenemen; daar intusschen de missen ook het centrale aantrekkingspunt zijn voor al de producten binnen zekeren kring van iedere pueblo, en daardoor veel volk bijeen brengen, zal het wekelijksche vervoer van stuk- en andere goederen van de eene naar de andere plaats altijd in groote hoeveelheid blijven voortduren. Ongeveer dertig Chinezen zijn bepaald te Molo gevestigd, alwaar zij meestal met anderen te Manilla in betrekking staan, hetzij als deelgenooten, dan wel als agenten, terwijl twee of drie zich te Jaro gevestigd hebben. Een zeker aantal houdt zich ook bezig met reizen naar en van Manilla met goederen, na te hebben gerealiseerd wat zij hier voor een nieuwen voorraad terug brengen, terwijl zij de opbrengst in geld of in producten nemen. Een der Chinesche handelaren te Molo, die wel voorzien wordt door de hoofdstad, koopt goederen tot een bedrag van 30,000 à 40,000 dollars per jaar. Ten gevolge echter van de te groote concurrentie tusschen elkander en de overige handelaren, kan ik, met het oog op de prijzen, waarvoor zij gewoonlijk verkoopen, niet denken dat hunne winsten in het algemeen zeer groot zijn. Het feit, dat de mestizen-handelaren hunne voorname winst in de pina-goederen zoeken, die zij naar Manilla voeren, en zich betrekkelijk weinig bekommerenom een voorschot te verkrijgen op de goederen die zij terug brengen, houden ook de prijzen laag, in vergelijking met den koers te Manilla.«Zoo als in de meeste provinciën, waar de Chinezen zijn doorgedrongen, bestaat er een meer of minder onderdrukt gevoel van vijandschap tegen hen van de zijde der inlanders en willen, zoowel de mestizen als de Spanjaarden, hen wel als smokkelaars beschouwen. Maar ofschoon het gouvernement te Manilla herhaaldelijk gepoogd heeft hen uit de provincie te verwijderen en hunne handelsoperatiën slechts tot Manillatebeperken, schijnt het niet genegen een maatregel te nemen, die blijken zou nadeelig te werken op den algemeenen handel van de kolonie. Het is waar, dat wanneer men een gedeelte der Chinezen er toe kon brengen landbouwers te worden (voor welk doel alleen zij oorspronkelijk in de provinciën werden toegelaten), groote voordeelen zouden ontstaan door vermeerderde productie; maar tot nog toe bevinden zij zich in het binnenland in te geringen getale om hen den grond op eene groote schaal te doen bebouwen, terwijl zij in kleine groepen niet genoegzaam beveiligd zouden zijn tegen de ongunstige gezindheid der inlanders.«De voornaamste artikelen van vreemde fabrikaten, die in deze provincie worden ingevoerd, zijn: handdoeken (gedrukte) met heldere kleuren, geweven en gedrukte kousen en sokken, ginghams, fantaisie-cambajas, effen drills, witte shirtings, grijze shirtings en grijze longcloths, grijze twills (29 duim, zoowel Amerikaansche als Engelsche), gebleekte twills, neteldoek, witte jaconets, gestreept mousseline, katoenen naaigaren, katoenen sarongs, katoenen twist, of garen en wollens (waarnaar niet veel navraag is). Er bestaat ook verkoop in kramerijen, glas- en aardewerk en andere kleinere artikelen.«Invoerregten worden in Iloilo geheven naar een tarief of volgens den marktprijs bij den invoer. Het zijn dezelfde als die te Manilla geheven worden, namelijk: voor de meeste soorten van vreemde goederen 14 pCt. wanneer zij in vreemde, en 7 pCt. als zij in Spaansche vaartuigen zijn aangevoerd. Hierop bestaan de volgende uitzonderingen: voor cambajas, ginghams, handdoeken enz. geheel van zwart, purper en blaauw, met of zonderwitten grond wordt 25 of 15 pCt., naar het genoemde verschil in de wijze van invoer; voor garens van dezelfde kleur 50 en 40 pCt.; voor roode, gele, rosé en groene garens geen regt, evenmin als voor werktuigen, goud en zilver, planten en zaden; voor opgemaakte kleederen, schoenen enz. wordt 50 en 40 pCt.; voor ale of porter in flesschen 25 en 20 pCt.; voor wijnen, likeuren en azijn 50 en 40 pCt. en voor sterke dranken 60 en 30 geheven.«Tropische producten, gelijk die van de Philippijnen, worden niet ter consumptie toegelaten, evenmin als vuurwapenen, zonder eene speciale vergunning.«Alle goederen mogen opgeslagen zijn tegen betaling van 1 pCt.«De uitvoerregten op alle soorten van producten naar vreemde havens zijn: 3 pCt. met vreemde en 1½ pCt. met Spaansche vaartuigen, met de volgende uitzonderingen: hennep betaalt aldus 2 en 1½ pCt.; schildpad, paarlemoer 1 pCt.; rijst 4½ en 1½ pCt.«Geene regten worden geheven van goederen, die langs de kust aankomen of vertrekken met kustvaartuigen.«Havenregten.—Geene speciale regten worden thans van vaartuigen geheven, die te Iloilo aankomen, maar men kan ze ongeveer gelijk stellen met de te Manilla geheven wordende, als: van vreemde vaartuigen die in ballast aankomen of vertrekken 18¾ c. per ton; met lading in- of uitwendig 34¾ per ton; met lading van binnen en van buiten 37½ c. per ton.«De arbeidsloonen zijn gematigd te Iloilo. Landbouwers ontvangen 12½ c. à 18¾ c. per dag; timmerlieden 18¾ à 25 c.; metselaars 25 c. per dag.«Versche provisie kan men tegen lage prijzen verkrijgen.«De gebruikelijke maten en gewigten voor de producten zijn: de quintal, van 4 arrobas of 100 ponden Spaansch, gelijkstaande met 101¾ Eng. ponden; de pikol van 100 catties of 140 Eng. ponden. De zak rijst (cavan de provincia) staat gelijk met 1½ zak van Manilla ofcavan del rey; hij weegt ongeveer 190 Eng. ponden en bedraagt in maat 8,997 kubiek duim. De pesada, waarmede men sapanhout verkoopt, weegt 13 arrobas,13 pond of ongeveer 2½ pikols.«De munt is geheel dezelfde als te Manilla, maar voor meestalle aankoopen worden zilveren dollars betaald, daar goud moeijelijk circuleert.«Uit het voorafgaande overzigt van den handel in deze haven zal men zien dat tegenwoordig, met een jaarlijkschen uitvoer van ongeveer 1600 vaten suiker, meer dan 2000 vaten sapanhout en 350 à 400 ton hennep, zij (met het oog op de hoeveelheid die vreemde schippers zouden kunnen verzekeren) de ladingen kunnen opleveren voor twee vreemde vaartuigen van tamelijk groote tonnemaat; en ten opzigte van de suiker, die de geheele lading van vreemde vaartuigen, die van hier vertrekken zal, uitmaken, zal de toevoer in het volgende jaar waarschijnlijk verdubbeld worden. Het meer gewigtige vraagstuk echter, met betrekking tot den vreemden handel van Iloilo, betreft niet de tegenwoordige hoeveelheid van productie (die nog zeer beperkt is), welke dit eiland kan opleveren, maar of men tot de bijeenvoering van de producten uit de naburige eilanden en provinciën in wezenlijkheid zal kunnen geraken.«Een overzigt van de feiten nopens de zuidelijke Philippijnen zou tot eene bevestigende conclusie schijnen te leiden. Met een gezamenlijken jaarlijkschen uitvoer van 4,000 vaten hennep uit Leyte en Samar, meer dan 5,000 vaten suiker uit Cebu, eene (snel toegenomen) productie van ongeveer 900 vaten suiker en 800 vaten hennep uit Negros en zonder nog den mogelijken toevoer van hennep te rekenen, die de zuidelijke Camerines en Albay zouden kunnen opleveren, (die verreweg het grootste gedeelte van den bestaanden uitvoer van hennep uit de Philippijnen produceren en, gedurende den noordoostelijken mousson, op korter afstand van Iloilo dan Manilla zijn), mag men gewis aannemen, dat, bij betrekkelijk gelijke prijzen die hier te verkrijgen zijn, Iloilo in den loop van tijden eene langzamerhand toenemende hoeveelheid van de producten zal tot zich trekken, die nu naar Manilla gaan. Men mag verder onderstellen dat Misamis (dat eene belangrijke hoeveelheid van opmerkelijk goede hennep oplevert), Caraga en de overige provinciën van Mindanao, ook in den loop van tijden hun aandeel zullen bijdragen in de producten, die men in eene haven kan verkrijgen, welke hunne handelaren op hunnen weg naar Manilla moeten voorbijtrekken, ofschoon de geheele ontwikkelingvan het verkeer der naburige eilanden met Iloilo grootendeels zal afhangen van het bedrag van Europesche invoergoederen, waarmede deze laatste haven langzamerhand hare nieuwe bezoekers zou kunnen voorzien. Ofschoon men de opinie van de inlanders zelven niet als een gids kan aannemen, kan zij eenigermate als eene aanwijzing dienen van hetgeen men kan verwachten. Bij het bespreken van het onderwerp met de eigenaars van de kleine vaartuigen, wier ladingen hennep naar Iloilo zijn gebragt, hebben zij dikwijls gezegd: «Als vreemde vaartuigen hier komen en hoogere prijzen geven, zou er veel meer hennep uit Leyte en Camarines naar Iloilo komen.»«Daar Cebu rijst en manufacturen voor eigene consumptie produceert, bestaat er tegenwoordig weinig communicatie daartusschen en Iloilo, maar het is verblijdend te vernemen dat een der deelhebbers van de meest ondernemende Spaansche firma op deze plaats het voornemen heeft zich zoowel naar Cebu als Leyte te begeven, ten einde, zoo mogelijk, eene handelsconnectie daar te stellen, met het oogpunt bovendien suiker en hennep naar dit gedeelte te verzenden.«Het is ook een gunstig teeken dat de handel der naburige eilanden meer en meer de aandacht trekt van sommige vreemde firma’s te Manilla. De Amerikaansche huizen (gewoonlijk de eerste in de ondernemingen van dien aard) hebben reeds, door Spaansche tusschenkomst, agentschappen te Negros, Leyte en Cebu opgerigt, tot aankoop van hennep en suiker, en uit Manilla wordt, op schijnbaar goede gronden, berigt dat een hunner laatstelijk eene som van 170,000 dollars voor dit doel heeft voorgeschoten, waarvan de verdeeling veel tot de vermeerdering zou bijdragen en dus indirect zou medewerken tot de toekomstige toeneming van den uitvoer uit Manilla.«Met het oog op de groote voordeelen, die uit de vestiging van liniën van kleine koopvaardijstoombooten tusschen de eilanden zouden voortvloeijen, is het feit dat het Gouvernement laatstelijk bevel heeft gegeven om de uitgebreide steenkool-districten in Cebu te beginnen te exploiteren, niet van gewigt ontbloot. Het onderwerp van stoomvaart in den Archipel trekt de aandacht te Manilla en het is niet onwaarschijnlijk dat binnen weinige jaren de eilandenop die wijze met elkander zullen zijn verbonden, die veel tot hun voordeel zal strekken.«Het had vooraf vermelding verdiend dat de reis van Iloilo naar Manilla gedurende den noord-oostelijken mousson (van November tot Maart) gewoonlijk de betere soort ravaartuigen in den handel van 10 tot 15 dagen en op terugreis van 4 tot 6 dagen ophoudt. Ten gevolge van de beschutting, die de eilandengroep, de Silanga uitmakende, en andere havens op den weg aanbieden, behoeven schepen hier niet (zoo als gewoonlijk tusschen de havens aan het noordelijke gedeelte van de meer opene kust van Luzon en de hoofdstad) het anker gedurende de stormachtige maanden van September tot November uit te werpen, en de communicatie met Manilla, hoezeer gedurende deze maanden minder druk, wordt zelden voor eenigen tijd geheel belemmerd. Gemiddeld verlaat een vaartuig de hoofdstad iedere acht of twaalf dagen.»Ik voeg hierbij eenige verdere extracten uit een verslag over den handel van 1858, die de heer Loney mij welwillend heeft afgestaan en het gewigt van de kultuur van Iloilo helder aantoont:«De invoerhandel, in regtstreeksch verkeer met Britsche en vreemde huizen, is in het afgeloopen jaar in eene mate vermeerderd, die niet kan worden verwacht. Vroeger bedroeg hij niet meer dan 7,000 dollars; maar nu is hij, gedurende een tijdvak van twee jaren, tot ruim 140,000 dollars gestegen en er bestaat uitzigt dat hij in de toekomst nog meer vermeerderen zal, wanneer het meer bekend zal worden dat eene aanzienlijke hoeveelheid manufacturen ter markt kan worden gebragt.«Ten gevolge van het bestaan van een voorraad vreemde artikelen in Iloilo, die door de inlandsche koopers als algemeene regel (en als een gevolg van de meer directe wijze waarop zij in hunne handen komen) tegen goedkooper prijzen dan in de Chinesche winkels te Manilla kunnen worden verkregen, hebben vele inlandsche en ook eenige Chinesche handelaren het voordeel hunne aankoopen te kunnen doen op de plaats zelve in plaats van te Manilla en sommige der eerste hebben zelfs de uitgaven niet te doen en het verlies van tijd niet te ondergaan, die zij vroeger verspilden in het gaan naar Manilla om voorraad op te doen, terwijl anderen niet zoo dikwijls meer als vroeger naar de hoofdstad reizenen hunne pina-goederen aan de zorg van vrienden en agenten toevertrouwen; dien ten gevolge begint de handel op eene minder verouderde wijze dan vroeger te worden gedreven, toen iedere kleinhandelaar zelf zijne goederen aanbragt, die hij tegen hooge prijzen van de Manilla-winkeliers heeft gekocht. Handelaren van Antique, van het eiland Negros en van Leyte vinden thans ook te Iloilo een voldoende voorraad goederen voor hunne behoeften. Een ander voordeelig gevolg is, dat zij, die in het groot te Iloilo koopen, hunne goederen aan de kleinhandelaren of aan hunne agenten kunnen afstaan, die ze in het binnenland tegen lager prijzen dan vroeger verkoopen. De goederen zijn dus door de goedkooper prijzen verkoopbaar op plaatsen in het binnenland van het eiland, waar men ze vroeger zelden kocht en een natuurlijk gevolg daarvan is eene belangrijke vermeerdering der consumptie. Het algemeene getuigenis van al de oudere ingezetenen in de provincie is, dat gedurende de laatste paar jaren eene opmerkelijke verandering heeft plaats gegrepen in de kleeding en in het algemeen in het uitwendige van de inwoners der grootere pueblos, hetgeen in groote mate aan het betrekkelijke gemak is te danken, waarmede zij artikelen verkrijgen die vroeger òf niet ingevoerd werden òf die om de hooge prijzen niet onder hun bereik vielen. In het inwendige der huizen is dezelfde verandering ook merkbaar in de meubelen en andere zaken en in het blijkbare verlangen om versierselen bij de noodige artikelen van huishoudelijk gebruik te voegen; en zij die overtuigd zijn van de wenschelijkheid om, bij den buitengewoon onverschilligen aard der inlanders, in hen eene zucht op te wekken tot verbetering van hunnen toestand en dien van hunne gezinnen, of dien van anderen na te streven, door binnen hun bereik te stellen de meer aantrekkelijke en nuttige artikelen van Europesche productie, zal te gelijker tijd in deze feiten de heilrijke strekking naar vermeerderden en goedkooper invoer zien.«Ten opzigte van de regten, die van den invoer worden geheven, moeten wij de meer of minder spoedige waarschijnlijkheid van directen invoer uit Europa of China naar Iloilo, in aanmerking nemen. Men behoeft slechts weinig bekend te zijn met den trapsgewijzen en langzamen gang der handelszaken om de traagheidte erkennen, waarmede zij voor nieuwe kanalen van communicatie geschikt wordt. Vooral is dit het geval ten opzigte van deze zuidelijke eilanden, ten gevolge van de afsluiting waarin zij met betrekking tot den handel werden gehouden en die zoo groot is dat men gerust kan zeggen, dat het eiland Panay, met zijne 750,000 inwoners, naauwelijks zelfs bij naam bekend is op eenige der handelsmarkten van Europa, Amerika en zelfs van Azië. Men behoeft er zich dus niet over te verwonderen, dat geene directe transactiën in den invoer hebben plaats gehad. Men moet in aanmerking nemen dat de jaren 1857–58 hoogst ongunstig voor nieuwe handelsbelangen van elken aard zijn geweest door den toenmaligen gedrukten toestand van den handel op alle markten ter wereld. Deze gedrukte toestand, ofschoon hij nog gevoeld wordt, oefent echter thans geen invloed meer uit en de Iloilo-markt zal onder anderen ongetwijfeld de aandacht trekken van Europesche fabrikanten en kapitalisten, ofschoon noodwendig eenige tijd zal moeten verloopen, vóórdat een voldoend aantal reeders kan gevonden worden om verzendingen te doen van zulk een verscheiden aard en sortering als noodig zouden zijn eene lading vol te maken, ten einde in de behoeften van Panay en de naburige eilanden te voorzien. Reeds zijn langs Manilla verzendingen aangekomen, die bijzonder voor de Iloilo-markt werden bestemd en deze omstandigheid en het feit dat de Manchestersche fabrikanten belang beginnen te stellen in de navraag van Iloilo, waarborgen stellig de verwachting dat het niet lang meer zal duren, dat verzendingen uit Europa langs Manilla op uitgebreide schaal zullen plaats hebben en den weg tot directe verscheping naar Iloilo zullen banen. Ofschoon het bijna nutteloos is in dergelijke gevallen voorspellingen te doen, waar zoo vele omstandigheden de ontwikkeling van eene nieuwe markt kunnen belemmeren of bevorderen, aarzel ik toch niet te verklaren dat het meer dan waarschijnlijk is, dat in den loop van twee jaren Spaansche vaartuigen direct uit Liverpool zullen komen of Manilla zullen aandoen en een gedeelte van hunne ladingen daar laten, waardoor meer bijzonder dan thans regtstreeksche uitvoer zal plaats hebben en de suikeroogst tot eene hoogte gebragt worden, die het aan de schepen, welke met stukgoederen aankomen, gemakkelijk zal maken, omladingen van suiker, sapanhout en huiden terug te nemen, alle welke producten—het behoeft niet gezegd te worden—te Iloilo veel goedkooper dan te Manilla kunnen worden verkregen.«Het is ook waarschijnlijk dat spoediger regtstreeksche invoer uit China dan uit Europa zal plaats hebben. Het gebruik van ruwe Shangaï-zijde is veel grooter te Iloilo dan in eenige van de andere Philippijnsche provinciën en de consumptie bedraagt meer dan 30 pikols per maand, die gemiddeld 600 dollars zilver per pikol of wel 18,000 dollars per maand waardig zijn.«De uitvoerhandel van Iloilo regtstreeks naar vreemde markten is inderdaad de eerste gebeurtenis, waarvan het handelslot, om zoo te zeggen, van de Bisaja-eilanden afhangt. De voornaamste hinderpaal, behalve de bovengemelde, die het begin heeft vertraagd, was de buitengewoon geringe opbrengst van suiker. In 1855–56 bedroeg de oogst te Iloilo, daaronder eenige hoeveelheid uit het eiland Negros gerekend, naauwelijks 12,000 pikols en in plaats van te vermeerderen, is zij verminderd ten gevolge van de ontmoedigende werking der uiterst lage prijzen van 1,875 tot 2 dollars per pikol van 140 lbs., hetgeen alles was, wat men er voor kon krijgen, na de kosten van verzending naar Manilla te hebben ondergaan.In 1856–57 beliep de opbrengst, onder den prikkel van hoogere prijzen, 35,000 à 37,000 pikols. In 1857–58 hadden deze hooge prijzen een nog beter gevolg voor het planten van riet, en men berekende dat de oogst minstens 50,000 pikols zou opleveren; maar veel regenachtig weder deed de jaarlijksche opbrengst tot ongeveer 30,000 dalen. De oogst van 1858–59 is echter het gevaar van regen ontkomen en men berekent, dat hij ongeveer 80,000 pikols van Januarij tot Julij zal opleveren. Hij wordt zelfs wel op 100,000 pikols geschat, maar ik geloof dat hierin overdrijving bestaat.«Daar de opbrengst van suiker te Iloilo (ongerekend de oogst van Isla de Negros, die nu berekend wordt 30,000 pikols op te leveren en die van Antique, welke men op 20,000 pikols schat, beide zeer geschikt voor de markt van Iloilo) gelukkig het bovengemelde bedrag heeft bereikt, is regtstreeksche uitvoer van suiker nu mogelijk geworden en er worden toebereidselen gemaaktom regtstreeks naar Australië verzendingen te doen plaats hebben gedurende de eerste maanden van het volgende jaar.«Het bereiken van markten van consumptie langs den regtstreekschen weg, het vermijden van overscheping en van dubbele vrachtkosten, zijn punten, die uit een handelsoogpunt van het grootste belang zijn4. De zaken nu staan zoo, dat het des te meer noodig is, met opzigt tot den Philippijnschen handel, om deze punten in het oog te houden. Australië is nu, na Groot-Brittannië, de meest belangrijke markt voor de Philippijnsche suiker en bijzonder voor de ruwe Bisajaansche suiker van Iloilo en Cebu, die daar ter raffinering gebruikt worden en het zal ongetwijfeld spoedig de grootste consument van de suiker op deze eilanden zijn. In 1857 bedroeg de uitvoer van Iloilo- en Cebu-suiker van Manilla naar Australië respect. 18,178 en 51,519 pikols, terwijl naar al de andere markten en daaronder naar Groot-Brittannië 11,519 en 41,699 pikols werden verzonden; in hetzelfde jaar beliep de totale uitvoer van alle soorten van suiker naar Australië zelfs meer dan naar Groot-Brittannië, namelijk: 17,847 vaten of 285,552 pikols naar de eerste, tegen 16,675 vaten of 266,800 pikols naar de laatste markt. In dit jaar (1858) bedroeg de totale uitvoer van Manilla naar Australië, ten gevolge van een tekort in de Pampanga-oogst en de ontmoediging, die de hooge prijzen van 1857 aan de Australische invoerders berokkenden, slechts 9,038 vaten of 145,028 pikols.«Terzelfder tijd voorzien Mauritius, Java en Bengalen Australië met groote en toenemende hoeveelheden suiker, en Mauritius in het bijzonder, dat de groote voordeelen geniet van meerdere nabijheid (wat den tijd betreft) en van machines en andere benoodigdheden, die van veel beter hoedanigheid zijn dan die welke in de Philippijnen in gebruik zijn, voorziet de Australische markt van eene groote hoeveelheid gekristalliseerde en geele suiker, die in Sydney en Melbourne veel gezocht worden, waar de voortdurende toeneming van de bevolking en van de algemeene welvaart de navraag naar betere soorten suiker vermeerdert. In1857 kregen de Australische koloniën 24,000 vaten of 384,000 pikols suiker uit Mauritius, en de laatste verslagen doen voorzien, dat de verschepingen dit jaar naar dezelfde gedeelten 30,000 vaten of 480,000 pikols zullen bedragen. DePort Louis Commercial Gazettevan 10 Augustus 1858 zegt het navolgende: «Er is geen twijfel dat de tegenwoordige oogst 240 millioen pond, dat is 120,000 vaten (bijna 2 millioen pikols), zal bedragen, maar daar de Australische koloniën 24,000 van den laatsten oogst trokken, kunnen wij verwachten dat zij van dezen minstens 30,000 zullen nemen, daar onze gekristalliseerde en geele suikers daar meer gewild worden.» Hetzelfde dagblad van 27 October voegt er bij: «Deze gemakkelijkheid om voor de producten billijke prijzen te maken, heeft levendigheid aan de zaken bijgezet en de vooruitzigten van de kolonie verbeterd. Er zijn nu 150 vaartuigen in onze haven, die naar en van verschillende gedeelten der wereld laden en lossen. Op onze marine-etablissementen houdt men zich druk bezig met het herstellen van schepen van verschillende natiën, die zich gelukkig geacht hebben hier eene schuilplaats te kunnen vinden; onze uitgestrekte kaden zijn te klein voor onzen handel; de doelmatige nieuwe pakhuizen, die laatstelijk gebouwd zijn en tot de verfraaijing van onze haven zullen bijdragen, zijn gevuld met goederen en producten; onze bevolking is dit jaar met 25,000 immigranten vermeerderd, terwijl slechts 6,500 personen zijn vertrokken. Onze openbare inkomsten zijn belangrijk vermeerderd; de maatschappijen nemen in bloei toe; de landbouw is uitgebreid, suiker-machines en werken verbeterd en vermeerderd, en particuliere gebouwen in het voornaamste gedeelte der stad vergroot en uitwendig verbeterd.»«Gelukkig voor de Philippijnen, met het oog op hunne krachtiger mededingers, Mauritius, Java en Bengalen, zijn de mindere soorten van ruwe suikers van Iloilo, Capiz en Antique, Isla de Negros en Cebu, in gewone tijden, goedkooper dan die van eenige der laatste koloniën en dien ten gevolge meer geschikt ter raffinering; maar niets kan helderder dan de bovengenoemde feiten nopens den uitvoer van Mauritius, het groote gewigt doen uitkomen van hetopenhouden der wegen van uitvoervoorde ruwe Philippijnsche suikers naar Australië tegen de goedkoopst mogelijke prijzen voor de invoerders.«De grootere uitgestrektheid en de buitengewone vruchtbaarheid der Philippijnen, in vergelijking met Mauritius, moeten ten slotte, zoo geene kunstmatige hinderpalen op nieuw aan de productie van de eerste in den weg gelegd worden, tot de ontwikkeling leiden van meerdere suikeroogst dan die van de laatste kolonie.«De resultaten van de opening der havens van Soerabaja, Samarang en Cheribon en van andere op het eiland Java, zijn aanmoedigende omstandigheden, daar zij, onder meer gelijke voorbeelden, aantoonen van hoe groot gewigt Iloilo, als de centrale haven van de Bisajaansche eilanden, kan worden. Soerabaja en Samarang (en vooral de eerste), die gunstig nabij de hoofdplaatsen van productie zijn gelegen, voeren nu eene onmetelijke hoeveelheid producten uit en er worden orders voor de directe verscheping naar Europa van rijst, suiker, koffij, tabak en andere Javaansche producten door den telegraaf door de Bataviasche huizen aan hunne agenten in deze havens gegeven over een afstand van meer dan 350 mijlen. Ik kan voor het oogenblik niet meer doen dan kortelijk wijzen op het begin van uitvoer van hout voor gebouwen en meubelen van Iloilo en Antique naar China. Het Spaansche vaartuigSanta Justalaadde dit jaar eene groote lading hout voor Hongkong, die laatstelijk tegen 63½ cents per voet werd gekocht. Sedert is de prijs ten gevolge van de navraag voor den herbouw van Canton, in Hongkong gerezen en zijn toebereidselen gemaakt om andere ladingen met een groot vaartuig, hetzij Spaansch of buitenlandsch, naar China te verzenden; er bestaat veel uitzigt dat binnen kort eene groote trafiek in dit artikel zal komen, dat, gelijk wij reeds zeiden, van uitmuntende hoedanigheid, in groote hoeveelheid, goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar is bij Iloilo en de aangrenzende provincie Antique.«Vaartuigen, die de reis naar Iloilo uit Australië of van eenige plaats in het zuiden der Philippijnen maken, moeten, gedurende den Z. W. mousson, den archipel tusschen de eilanden Basilan en Zamboanga binnenvaren en, wanneer zij kaap Batalamponvoorbijgaan, in den omtrek van kaap Gorda blijven en het Murcielagos-eiland aandoen, om daardoor te vermijden om naar de westzijde te worden gedreven door de sterke stroomen, die van de Mindanao-kust opkomen gedurende de beide moussons.«Gedurende den N. O. mousson is het best een omweg te maken naar het oosten der Philippijnen en den archipel langs de straat van SanBernardinoin te varen. Deze moeten langs Samar en Masbate binnen gevaren worden. Vaartuigen, die van Manilla of van noordelijke havens komen, kunnen langs de Mindoro-passage gaan, maar zij moeten Don Claudio Monterio’s kaarten raadplegen. Na Tables en Romblon (waar eene uitmuntende haven is) te zijn gepasseerd, moet men de Silanga-eilanden aandoen, waarvoor het hooge eiland gelegen is,Suikerbrood(Pan de Azucar) genaamd. Gedurende den N. O. mousson moeten de vaartuigen zich tusschen de eilanden Jintotolo en het grootere Zapato (Schoen-eiland) houden, maar gedurende den zuidwestelijken tusschen Olivaja en het kleinere Zapato passeren. Het beste kanaal is tusschen Sicogon en Calaguan, maar de uitwendige en breeder passage tusschen de eilandgroepen en het eiland Negros, is verkieslijk voor groote vaartuigen. In den binnenweg is eene veilige ankerplaats. Te Bacuan en Apiton vindt men voorraad.«Het getij door de Silanga-eilanden en de Zeven Zonden stroomt drie of vier mijlen per uur en van de Zeven Zonden naar Iloilo dikwijls zes tot zeven mijlen per uur.»De bloei van den handel is zoo naauw verbonden met de algemeene welvaart en de vermeerdering van menschelijk geluk, dat men niet anders dan met belangstelling de resultaten kan beschouwen van eene wetgeving, die den handel van banden verlost en de industrie aanmoedigt, en het eiland Panay kan als een veelbelovend veld voor de toekomst beschouwd worden. Uit de jongste verslagen blijkt, dat de rietaanplant zeer snel in deze provincie is toegenomen, ten gevolge van de voortdurend hooge prijzen van de suiker en ook van het feit, dat de directe uitvoerhandel naar Australië is begonnen. De planters zien nu, dat de aankomst van vreemde vaartuigen tot eene voortdurende navraag voor hunne suiker zal leiden tegen betere prijzen, dan die zij vroeger op de markt te Manilla maakten, van waar, vóór deopening van de haven van Iloilo voor den vreemden handel, al de suiker van deze en de naburige provinciën moesten worden verscheept tegen groote onkosten door hooge vrachtprijzen, landings- en overschepingsregten, zee-assurantie, commissie, makelarij enz., al hetwelk nu door directe verscheping naar de plaats van productie wordt vermeld.«De prikkel aan de aanplant gegeven, heeft dit jaar eene vermeerdering in de opbrengst te weeg gebragt van 60,000 pikols (3,750 vaten) en te oordeelen naar de groote hoeveelheid riet, die voor den volgenden oogst wordt geplant, kan men verwachten dat in 1860 ongeveer 140,000 pikols (7,500 vaten) zullen worden geproduceerd, zonder de hoeveelheid te rekenen die de naburige provinciën Antique (30,000 pikols) en het eiland Negros (35,000 à 40,000 pikols) opleveren, uit welke beide plaatsen suiker wordt aangebragt en uitgevoerd.«Het verschil in de kosten van de suiker te Iloilo en Manilla bedraagt tegenwoordig 2 p. 16 sh. 5 d. per vat, vrij aan boord, zoo als blijkt uit de volgendeVERGELIJKENDE TABEL VAN KOSTEN.Te Manilla, 23 April 1859.Dollars.1 vat = 16 pikols à 3.87½ dollars62.00Uitvoerregten à 3 pCt1.86Ontvangst, inladen en verschepen, 27 cents per pikol4.32———6.1868.18Commissieloon (in fondsen) 2½ pCt.1.70Kosten vrij aan boord te Manilla69.88Idem te Iloilo55.71Verschil14.17Te Iloilo, 2 Mei 1859Dollars.1 vat = gelijk 16 pikols à 2.75 dollars44.00Uitvoerregt 3 pCt.1.32Ontvangst, inlading en inscheping, 20 cents per pikol (geen huurboot wordt te Iloilo toegelaten)3.20———4.5248.52Commissieloon 2½ pCt.1.2149.7312 pCt. kosten van zilver5.98Kosten te Iloilo vrij aan boord55.71Verschil 14.17 dollarspd. st. 3.1.5Minder voor vrachtkosten per vat, wanneer een vaartuig te Manilla naar Iloilo gaat laden0.5.0Kosten per vat, minder te Iloilopd. st. 2.16.5«Het eiland Panay, waarvan Iloilo de voornaamste haven is, is verdeeld in de drie provinciën Iloilo, Capiz en Antique, dierespectivelijk527,970, 143,713 en 77,639 inwoners bevatten, zijnde een totaal bedrag van 749,322, volgens de officiële bescheiden van 1858.«Britsch vice-consulaat voor Panay,«Iloilo, 2 Mei 1859. «N. LONEY.»Niettegenstaande de gunstige vooruitzigten voor den handel te Iloilo, is weinig of niets gedaan voor de verbetering van de haven of ter vergemakkelijking van de uitbreiding van haren handel. Er is geen havenhoofd, geen licht, geene aanwijzing van gevaarlijke plaatsen, ofschoon de Oton-ondiepte zich uitbreidt, en het van het grootste belang is dat het veilige kanaal aan de zeevaarders worde aangewezen. De laatste instructiën der marine (1859) zijn de volgende:«De haven van Iloilo, aan het zuidelijke strand van het Panay-eiland gelegen, ofschoon wel beschermd en van nature goed, is niet van inconveniënten ontbloot; zij kan echter gemakkelijk vermeden worden. Van eene goede kaart voorzien en als men vanhet noorden met eene loods nadert, kunnen groote vaartuigen veilig binnenvaren.«De diepte van het water aan den dam bij den ingang van de kreek of rivier Iloilo, bedraagt omtrent vijf vademen bij laag water, maar op korten afstand verder op vermindert zij tot 15 voet en dan wordt het weer dieper. Daar de hoogte van het getij zes voet bedraagt, kan een vaartuig van een diepgang van 16 tot 18 voet gemakkelijk in- en uitzeilen, en wanneer, zoo als is voorgesteld, eene maalmachine wordt gebruikt om den modder te verwijderen, die zich op de meer ondiepe plaatsen bij den ingang heeft opgehoopt, kunnen vaartuigen van elken diepgang hunne ladingen binnenwaarts voltooijen. Een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1857 een gedeelte van eene lading tabak binnen de kreek en voltooide de lading buitenwaarts.«Daar de oevers van de kreek van zachten modder zijn, bestaat er weinig of geen gevaar om vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalf mijl de kreek opvaart, die van eene halve tot drie kwart mijl in breedte verschilt, brengen de kustvaarders de goederen tot aan de woningen der reeders en hebben het voordeel te laden en te lossen aan de magazijnen, zonder het gebruik van booten. Van dit punt af loopt de kreek tot Molo, naar welke plaats kustvaartuigen vroeger konden gaan door eene ophaalbrug. Deze is echter versleten en daar de tegenwoordige brug geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de Molo-handelaren hunne magazijnen hebben overgebragt. Men is echter reeds beginnen te arbeiden aan eene nieuwe beweegbare brug voor den doortogt van vaartuigen.«Het eiland Guimaras vormt tegenover Iloilo een beschutten doortogt, die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, van 2½ tot 6 mijlen breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. De zuidelijke ingang tot deze passage wordt zeer belemmerd door de Oton-bank, die zich op belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en ongeveer eene mijl ver het doelmatige kanaal naar deze haven bekort tot eene breedte van ongeveer twee mijlen. Deze ondiepte is bijna een eiland geworden. Er bestaat echter geen hinderpaal voor groote vaartuigen gedurende dennoord-westelijken mousson (vooral als het kanaal wordt uitgebaggerd), daar de doortogt geheel zuiver is, terwijl zij in den noord-oostelijken mousson met het getij kunnen werken, omstreeks Guimaras blijvende (waarvan de kust zuiver is en diep water heeft), en zoo noodig aan het einde der ondiepte ankerende, die goeden vasten grond oplevert en waar men veilig nabij kan komen. Dit geheele gedeelte van de kust biedt dan ook eene veilige ankerplaats aan gedurende den noord-oostelijken mousson.«Wanneer het hard in het zuidelijke kanaal naar Iloilo waait kan een vaartuig gaan naar de haven van Bulnagar of Santa Ana, aan de zuidwestzijde van Guimaras, waartoe de toegang gemakkelijk is en die vaartuigen van de grootste tonnemaat kan bevatten; zij biedt eene goede schuilplaats aan onder bijna alle omstandigheden.«De kustvaartuigen gaan gewoonlijk van het noorden naar den noordelijken ingang tot Iloilo door de kleine, rijk van hout voorziene eilanden Gigantes, Sicogon, Pan de Azucar, Apiton enz., die gezamenlijk de Silanga genoemd worden, welke aan de noord-oostkust van Panay gelegen en op belangrijken afstand eene buitengewoon goede wijkplaats aanbiedt voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisangas zijn betrokken. Ofschoon zich echter onder deze eilanden eene uitmuntende ankerplaats bevindt, vooral te Pan de Azucar en Tagal, zou het toch voorzigtiger zijn voor groote schepen, ingeval men niet practisch bekend is met het getij, de stroomingen enz., het buitenwaartsche kanaal te kiezen tusschen de Silanga en het eiland Negros.«Na de Calabazos-rotsen en Papitas-ondiepte te zijn gepasseerd en het blokhuis van Banate in het gezigt te hebben (dat, even als vele andere op de Philippijnsche kusten is gebouwd ter beveiliging tegen de zeeroovers van de Soeloe-zee) moet men zuidelijk den koers houden, tot dat men eene groep van zeven merkwaardige rotsen, de Zeven Zonden genaamd, in het gezigt krijgt, die tusschen het noordelijk einde van Guimaras en het Panay-strand gelegen zijn; men moet dan direct daarnaar koers nemen en zorg dragen de Iguana-Bank te vermijden. Vaartuigen van tamelijken diepgang kunnen de kreek binnenvaren of, zoo zij te groot zijn, naar de oostzijde van het fort varen, waar zij tegen den wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn.«Een lichttoren, met een vast licht, zal op de Zeven Zonden en een ander op kaap Dumangas geplaatst worden. Ook zullen havenhoofden worden aangelegd langs het kanaal nabij de Iguana en Oton-ondiepten5.»Het laatste verslag van de scheepvaart in de haven van Iloilo komt in de onderstaande noot voor6.Iloilo biedt vele gemakken aan voor de daarstelling van werven, havenhoofden en landingsplaatsen, maar er zijn nog geene gebouwd. De toegang tot de rivier en hare geheele loop kunnen gemakkelijk gezuiverd worden, maar weinig of niets wordt er verrigt tot wegruiming van den opgehoopten modder.
Iloilo.Dollars.Iloilo264,416Guimbal39,850———304,266Capiz.Capiz181,681Calwo114,124Ibajay7,095Batan15,147———318,047Antique.Antique18,866San José2,925Cagajancillo3,061Cûlasi1,199———26,051648,364Maar het meest vlugtige onderzoek van hetgeen de waarschijnlijke waarde der meer belangrijke uitgevoerde artikelen moet zijn, zelfs wanneer men de als waarschijnlijk aangenomen hoeveelheden in de voorafgaande cijfers aanneemt, leidt tot de conclusie dat de uitvoer naar Manilla uit de provincie Iloilo alleen moet gelijk staan met of meer bedragen dan het bedrag, dat deEstadisticaals de totale som voor de provinciën heeft gegeven.Wanneer men de hoeveelheden en waarde als volgt aanneemt, dan zijn de resultaten van:Dollars.Pina, zijde, hennep en andere fabrikaten400,000Tabak30,000quintals,gemiddeld3½ doll.105,000Padie30,000zakken,id.1doll.»30,000Suiker20,000pikols,id.3doll.»60,000Sapanhout33,000id.id.1doll.»33,000Hennep5,000id.id.5½doll.»27,500Huiden2,050id.totale waarde19,800Alle andere artikelen oppervlakkig geschat op45,000720,300Naar deze som, wanneer daarbij komt de uitvoer naar andere eilanden en provinciën, mag men veilig aannemen, dat de totale waarde van den uitvoer uit Iloilo niet veel minder bedraagt dan 800,000 dollars, een bedrag dat in het geheel niet buiten evenredigheid tot het aantal inwoners schijnt te staan. Uit deze cijfers blijkt, dat wanneer de uitvoer van Capiz op 700,000 en die van Antique op 70,000 dollars wordt berekend, de jaarlijksche uitvoer van Panay eene gezamenlijke waarde van meer dan 1,500,000 dollars bedraagt.Maar zelfs de onvolledige opgaven van deEstadisticakunnen eenig denkbeeld geven van de snelle vermeerdering in den uitvoer der drie provinciën. Zoo bedroeg b. v. in 1852 de waarde der producten uit Iloilo, Capiz en Antique 271,335; in 1853 302,605 en in 1854 648,369 dollars, gevende eene vermeerdering in 1854 van veel meer dan het dubbele bedrag in 1852. Te dien opzigte moet nog opgemerkt worden, dat het plaatselijke tolkantoor ongelukkig geene volledige bijzonderheden van den uitvoer van 1856 heeft opgeteekend, maar daarmede eerst in 1857 is begonnen. Deze bijzonderheden zijn intusschen van betrekkelijk minder gewigt dan die van regtstreeksche buitenlandsche verzendingen, die later de aandacht zullen trekken.De heer Loney schetst den tegenwoordigen toestand van den invoerhandel in Iloilo aldus:«Ofschoon welligt het grootste gedeelte der kleeding voor de bevolking van Panay door de inlandsche werktuigen wordt vervaardigd, wordt nog eene groote hoeveelheid Europesche goederen jaarlijks uit Manilla ingevoerd. Ik reken dat gemiddeld (voor zoo ver men dit kan doen bij volslagen gemis van eenige bepaalde opgaven) voor ongeveer 30 à 40,000 dollars per maand aan goederen naar de haven van Iloilo wordt gebragt door de mestizen en Chinesche handelaren, waarover achtereenvolgens op de grootere markten van Jaro, Molo, Oton, Mandurriao, enz. wordt beschikt, van waar een zeker gedeelte naar het binnenland gaat. Deze tak van handel wordt tot nog toe hoofdzakelijk gevoerd door de mestizen-handelaren van Molo en Jaro, die bij het doen hunner aankoopen van inlandsche goederen voor de Manilla-markt, zich daarmede (ten getale van zes tot tien, vijftien en somstwintig) in de kustvaartuigen inschepen, die naar de hoofdstad vertrekken. De opbrengst van deze speculatiën, die zij meestal in vreemde (vooral Britsche) manufacturen terugbrengen, worden tegen lage prijzen van de groote Chinesche winkeliers te Manilla verkocht. De verkoop van deze goederen in het klein heeft hier nog op de aloude wijze plaats, door ze namelijk op zekere bepaalde dagen van plaats tot plaats te brengen. Op deze wijze worden goederen, die heden op de wekelijksche mis of markt te Jaro verschijnen, achtereenvolgens te Molo, Mandurriao, Oton of Arévalo te koop aangeboden. Zij worden naar en van de verschillende pueblos gebragt in wagens, van sterke wielen voorziene rijtuigen, die door buffels en ossen worden getrokken,—eene wijze van vervoer, die gedurende het natte jaargetijde veel oponthoud en gevaar veroorzaakt. De Chinesche handelaren te Molo en eenige kleinhandelaren te Iloilo zijn echter begonnen voortdurende winkels te openen, en het is waarschijnlijk dat het aantal daarvan trapsgewijze in de provincie zal toenemen; daar intusschen de missen ook het centrale aantrekkingspunt zijn voor al de producten binnen zekeren kring van iedere pueblo, en daardoor veel volk bijeen brengen, zal het wekelijksche vervoer van stuk- en andere goederen van de eene naar de andere plaats altijd in groote hoeveelheid blijven voortduren. Ongeveer dertig Chinezen zijn bepaald te Molo gevestigd, alwaar zij meestal met anderen te Manilla in betrekking staan, hetzij als deelgenooten, dan wel als agenten, terwijl twee of drie zich te Jaro gevestigd hebben. Een zeker aantal houdt zich ook bezig met reizen naar en van Manilla met goederen, na te hebben gerealiseerd wat zij hier voor een nieuwen voorraad terug brengen, terwijl zij de opbrengst in geld of in producten nemen. Een der Chinesche handelaren te Molo, die wel voorzien wordt door de hoofdstad, koopt goederen tot een bedrag van 30,000 à 40,000 dollars per jaar. Ten gevolge echter van de te groote concurrentie tusschen elkander en de overige handelaren, kan ik, met het oog op de prijzen, waarvoor zij gewoonlijk verkoopen, niet denken dat hunne winsten in het algemeen zeer groot zijn. Het feit, dat de mestizen-handelaren hunne voorname winst in de pina-goederen zoeken, die zij naar Manilla voeren, en zich betrekkelijk weinig bekommerenom een voorschot te verkrijgen op de goederen die zij terug brengen, houden ook de prijzen laag, in vergelijking met den koers te Manilla.«Zoo als in de meeste provinciën, waar de Chinezen zijn doorgedrongen, bestaat er een meer of minder onderdrukt gevoel van vijandschap tegen hen van de zijde der inlanders en willen, zoowel de mestizen als de Spanjaarden, hen wel als smokkelaars beschouwen. Maar ofschoon het gouvernement te Manilla herhaaldelijk gepoogd heeft hen uit de provincie te verwijderen en hunne handelsoperatiën slechts tot Manillatebeperken, schijnt het niet genegen een maatregel te nemen, die blijken zou nadeelig te werken op den algemeenen handel van de kolonie. Het is waar, dat wanneer men een gedeelte der Chinezen er toe kon brengen landbouwers te worden (voor welk doel alleen zij oorspronkelijk in de provinciën werden toegelaten), groote voordeelen zouden ontstaan door vermeerderde productie; maar tot nog toe bevinden zij zich in het binnenland in te geringen getale om hen den grond op eene groote schaal te doen bebouwen, terwijl zij in kleine groepen niet genoegzaam beveiligd zouden zijn tegen de ongunstige gezindheid der inlanders.«De voornaamste artikelen van vreemde fabrikaten, die in deze provincie worden ingevoerd, zijn: handdoeken (gedrukte) met heldere kleuren, geweven en gedrukte kousen en sokken, ginghams, fantaisie-cambajas, effen drills, witte shirtings, grijze shirtings en grijze longcloths, grijze twills (29 duim, zoowel Amerikaansche als Engelsche), gebleekte twills, neteldoek, witte jaconets, gestreept mousseline, katoenen naaigaren, katoenen sarongs, katoenen twist, of garen en wollens (waarnaar niet veel navraag is). Er bestaat ook verkoop in kramerijen, glas- en aardewerk en andere kleinere artikelen.«Invoerregten worden in Iloilo geheven naar een tarief of volgens den marktprijs bij den invoer. Het zijn dezelfde als die te Manilla geheven worden, namelijk: voor de meeste soorten van vreemde goederen 14 pCt. wanneer zij in vreemde, en 7 pCt. als zij in Spaansche vaartuigen zijn aangevoerd. Hierop bestaan de volgende uitzonderingen: voor cambajas, ginghams, handdoeken enz. geheel van zwart, purper en blaauw, met of zonderwitten grond wordt 25 of 15 pCt., naar het genoemde verschil in de wijze van invoer; voor garens van dezelfde kleur 50 en 40 pCt.; voor roode, gele, rosé en groene garens geen regt, evenmin als voor werktuigen, goud en zilver, planten en zaden; voor opgemaakte kleederen, schoenen enz. wordt 50 en 40 pCt.; voor ale of porter in flesschen 25 en 20 pCt.; voor wijnen, likeuren en azijn 50 en 40 pCt. en voor sterke dranken 60 en 30 geheven.«Tropische producten, gelijk die van de Philippijnen, worden niet ter consumptie toegelaten, evenmin als vuurwapenen, zonder eene speciale vergunning.«Alle goederen mogen opgeslagen zijn tegen betaling van 1 pCt.«De uitvoerregten op alle soorten van producten naar vreemde havens zijn: 3 pCt. met vreemde en 1½ pCt. met Spaansche vaartuigen, met de volgende uitzonderingen: hennep betaalt aldus 2 en 1½ pCt.; schildpad, paarlemoer 1 pCt.; rijst 4½ en 1½ pCt.«Geene regten worden geheven van goederen, die langs de kust aankomen of vertrekken met kustvaartuigen.«Havenregten.—Geene speciale regten worden thans van vaartuigen geheven, die te Iloilo aankomen, maar men kan ze ongeveer gelijk stellen met de te Manilla geheven wordende, als: van vreemde vaartuigen die in ballast aankomen of vertrekken 18¾ c. per ton; met lading in- of uitwendig 34¾ per ton; met lading van binnen en van buiten 37½ c. per ton.«De arbeidsloonen zijn gematigd te Iloilo. Landbouwers ontvangen 12½ c. à 18¾ c. per dag; timmerlieden 18¾ à 25 c.; metselaars 25 c. per dag.«Versche provisie kan men tegen lage prijzen verkrijgen.«De gebruikelijke maten en gewigten voor de producten zijn: de quintal, van 4 arrobas of 100 ponden Spaansch, gelijkstaande met 101¾ Eng. ponden; de pikol van 100 catties of 140 Eng. ponden. De zak rijst (cavan de provincia) staat gelijk met 1½ zak van Manilla ofcavan del rey; hij weegt ongeveer 190 Eng. ponden en bedraagt in maat 8,997 kubiek duim. De pesada, waarmede men sapanhout verkoopt, weegt 13 arrobas,13 pond of ongeveer 2½ pikols.«De munt is geheel dezelfde als te Manilla, maar voor meestalle aankoopen worden zilveren dollars betaald, daar goud moeijelijk circuleert.«Uit het voorafgaande overzigt van den handel in deze haven zal men zien dat tegenwoordig, met een jaarlijkschen uitvoer van ongeveer 1600 vaten suiker, meer dan 2000 vaten sapanhout en 350 à 400 ton hennep, zij (met het oog op de hoeveelheid die vreemde schippers zouden kunnen verzekeren) de ladingen kunnen opleveren voor twee vreemde vaartuigen van tamelijk groote tonnemaat; en ten opzigte van de suiker, die de geheele lading van vreemde vaartuigen, die van hier vertrekken zal, uitmaken, zal de toevoer in het volgende jaar waarschijnlijk verdubbeld worden. Het meer gewigtige vraagstuk echter, met betrekking tot den vreemden handel van Iloilo, betreft niet de tegenwoordige hoeveelheid van productie (die nog zeer beperkt is), welke dit eiland kan opleveren, maar of men tot de bijeenvoering van de producten uit de naburige eilanden en provinciën in wezenlijkheid zal kunnen geraken.«Een overzigt van de feiten nopens de zuidelijke Philippijnen zou tot eene bevestigende conclusie schijnen te leiden. Met een gezamenlijken jaarlijkschen uitvoer van 4,000 vaten hennep uit Leyte en Samar, meer dan 5,000 vaten suiker uit Cebu, eene (snel toegenomen) productie van ongeveer 900 vaten suiker en 800 vaten hennep uit Negros en zonder nog den mogelijken toevoer van hennep te rekenen, die de zuidelijke Camerines en Albay zouden kunnen opleveren, (die verreweg het grootste gedeelte van den bestaanden uitvoer van hennep uit de Philippijnen produceren en, gedurende den noordoostelijken mousson, op korter afstand van Iloilo dan Manilla zijn), mag men gewis aannemen, dat, bij betrekkelijk gelijke prijzen die hier te verkrijgen zijn, Iloilo in den loop van tijden eene langzamerhand toenemende hoeveelheid van de producten zal tot zich trekken, die nu naar Manilla gaan. Men mag verder onderstellen dat Misamis (dat eene belangrijke hoeveelheid van opmerkelijk goede hennep oplevert), Caraga en de overige provinciën van Mindanao, ook in den loop van tijden hun aandeel zullen bijdragen in de producten, die men in eene haven kan verkrijgen, welke hunne handelaren op hunnen weg naar Manilla moeten voorbijtrekken, ofschoon de geheele ontwikkelingvan het verkeer der naburige eilanden met Iloilo grootendeels zal afhangen van het bedrag van Europesche invoergoederen, waarmede deze laatste haven langzamerhand hare nieuwe bezoekers zou kunnen voorzien. Ofschoon men de opinie van de inlanders zelven niet als een gids kan aannemen, kan zij eenigermate als eene aanwijzing dienen van hetgeen men kan verwachten. Bij het bespreken van het onderwerp met de eigenaars van de kleine vaartuigen, wier ladingen hennep naar Iloilo zijn gebragt, hebben zij dikwijls gezegd: «Als vreemde vaartuigen hier komen en hoogere prijzen geven, zou er veel meer hennep uit Leyte en Camarines naar Iloilo komen.»«Daar Cebu rijst en manufacturen voor eigene consumptie produceert, bestaat er tegenwoordig weinig communicatie daartusschen en Iloilo, maar het is verblijdend te vernemen dat een der deelhebbers van de meest ondernemende Spaansche firma op deze plaats het voornemen heeft zich zoowel naar Cebu als Leyte te begeven, ten einde, zoo mogelijk, eene handelsconnectie daar te stellen, met het oogpunt bovendien suiker en hennep naar dit gedeelte te verzenden.«Het is ook een gunstig teeken dat de handel der naburige eilanden meer en meer de aandacht trekt van sommige vreemde firma’s te Manilla. De Amerikaansche huizen (gewoonlijk de eerste in de ondernemingen van dien aard) hebben reeds, door Spaansche tusschenkomst, agentschappen te Negros, Leyte en Cebu opgerigt, tot aankoop van hennep en suiker, en uit Manilla wordt, op schijnbaar goede gronden, berigt dat een hunner laatstelijk eene som van 170,000 dollars voor dit doel heeft voorgeschoten, waarvan de verdeeling veel tot de vermeerdering zou bijdragen en dus indirect zou medewerken tot de toekomstige toeneming van den uitvoer uit Manilla.«Met het oog op de groote voordeelen, die uit de vestiging van liniën van kleine koopvaardijstoombooten tusschen de eilanden zouden voortvloeijen, is het feit dat het Gouvernement laatstelijk bevel heeft gegeven om de uitgebreide steenkool-districten in Cebu te beginnen te exploiteren, niet van gewigt ontbloot. Het onderwerp van stoomvaart in den Archipel trekt de aandacht te Manilla en het is niet onwaarschijnlijk dat binnen weinige jaren de eilandenop die wijze met elkander zullen zijn verbonden, die veel tot hun voordeel zal strekken.«Het had vooraf vermelding verdiend dat de reis van Iloilo naar Manilla gedurende den noord-oostelijken mousson (van November tot Maart) gewoonlijk de betere soort ravaartuigen in den handel van 10 tot 15 dagen en op terugreis van 4 tot 6 dagen ophoudt. Ten gevolge van de beschutting, die de eilandengroep, de Silanga uitmakende, en andere havens op den weg aanbieden, behoeven schepen hier niet (zoo als gewoonlijk tusschen de havens aan het noordelijke gedeelte van de meer opene kust van Luzon en de hoofdstad) het anker gedurende de stormachtige maanden van September tot November uit te werpen, en de communicatie met Manilla, hoezeer gedurende deze maanden minder druk, wordt zelden voor eenigen tijd geheel belemmerd. Gemiddeld verlaat een vaartuig de hoofdstad iedere acht of twaalf dagen.»Ik voeg hierbij eenige verdere extracten uit een verslag over den handel van 1858, die de heer Loney mij welwillend heeft afgestaan en het gewigt van de kultuur van Iloilo helder aantoont:«De invoerhandel, in regtstreeksch verkeer met Britsche en vreemde huizen, is in het afgeloopen jaar in eene mate vermeerderd, die niet kan worden verwacht. Vroeger bedroeg hij niet meer dan 7,000 dollars; maar nu is hij, gedurende een tijdvak van twee jaren, tot ruim 140,000 dollars gestegen en er bestaat uitzigt dat hij in de toekomst nog meer vermeerderen zal, wanneer het meer bekend zal worden dat eene aanzienlijke hoeveelheid manufacturen ter markt kan worden gebragt.«Ten gevolge van het bestaan van een voorraad vreemde artikelen in Iloilo, die door de inlandsche koopers als algemeene regel (en als een gevolg van de meer directe wijze waarop zij in hunne handen komen) tegen goedkooper prijzen dan in de Chinesche winkels te Manilla kunnen worden verkregen, hebben vele inlandsche en ook eenige Chinesche handelaren het voordeel hunne aankoopen te kunnen doen op de plaats zelve in plaats van te Manilla en sommige der eerste hebben zelfs de uitgaven niet te doen en het verlies van tijd niet te ondergaan, die zij vroeger verspilden in het gaan naar Manilla om voorraad op te doen, terwijl anderen niet zoo dikwijls meer als vroeger naar de hoofdstad reizenen hunne pina-goederen aan de zorg van vrienden en agenten toevertrouwen; dien ten gevolge begint de handel op eene minder verouderde wijze dan vroeger te worden gedreven, toen iedere kleinhandelaar zelf zijne goederen aanbragt, die hij tegen hooge prijzen van de Manilla-winkeliers heeft gekocht. Handelaren van Antique, van het eiland Negros en van Leyte vinden thans ook te Iloilo een voldoende voorraad goederen voor hunne behoeften. Een ander voordeelig gevolg is, dat zij, die in het groot te Iloilo koopen, hunne goederen aan de kleinhandelaren of aan hunne agenten kunnen afstaan, die ze in het binnenland tegen lager prijzen dan vroeger verkoopen. De goederen zijn dus door de goedkooper prijzen verkoopbaar op plaatsen in het binnenland van het eiland, waar men ze vroeger zelden kocht en een natuurlijk gevolg daarvan is eene belangrijke vermeerdering der consumptie. Het algemeene getuigenis van al de oudere ingezetenen in de provincie is, dat gedurende de laatste paar jaren eene opmerkelijke verandering heeft plaats gegrepen in de kleeding en in het algemeen in het uitwendige van de inwoners der grootere pueblos, hetgeen in groote mate aan het betrekkelijke gemak is te danken, waarmede zij artikelen verkrijgen die vroeger òf niet ingevoerd werden òf die om de hooge prijzen niet onder hun bereik vielen. In het inwendige der huizen is dezelfde verandering ook merkbaar in de meubelen en andere zaken en in het blijkbare verlangen om versierselen bij de noodige artikelen van huishoudelijk gebruik te voegen; en zij die overtuigd zijn van de wenschelijkheid om, bij den buitengewoon onverschilligen aard der inlanders, in hen eene zucht op te wekken tot verbetering van hunnen toestand en dien van hunne gezinnen, of dien van anderen na te streven, door binnen hun bereik te stellen de meer aantrekkelijke en nuttige artikelen van Europesche productie, zal te gelijker tijd in deze feiten de heilrijke strekking naar vermeerderden en goedkooper invoer zien.«Ten opzigte van de regten, die van den invoer worden geheven, moeten wij de meer of minder spoedige waarschijnlijkheid van directen invoer uit Europa of China naar Iloilo, in aanmerking nemen. Men behoeft slechts weinig bekend te zijn met den trapsgewijzen en langzamen gang der handelszaken om de traagheidte erkennen, waarmede zij voor nieuwe kanalen van communicatie geschikt wordt. Vooral is dit het geval ten opzigte van deze zuidelijke eilanden, ten gevolge van de afsluiting waarin zij met betrekking tot den handel werden gehouden en die zoo groot is dat men gerust kan zeggen, dat het eiland Panay, met zijne 750,000 inwoners, naauwelijks zelfs bij naam bekend is op eenige der handelsmarkten van Europa, Amerika en zelfs van Azië. Men behoeft er zich dus niet over te verwonderen, dat geene directe transactiën in den invoer hebben plaats gehad. Men moet in aanmerking nemen dat de jaren 1857–58 hoogst ongunstig voor nieuwe handelsbelangen van elken aard zijn geweest door den toenmaligen gedrukten toestand van den handel op alle markten ter wereld. Deze gedrukte toestand, ofschoon hij nog gevoeld wordt, oefent echter thans geen invloed meer uit en de Iloilo-markt zal onder anderen ongetwijfeld de aandacht trekken van Europesche fabrikanten en kapitalisten, ofschoon noodwendig eenige tijd zal moeten verloopen, vóórdat een voldoend aantal reeders kan gevonden worden om verzendingen te doen van zulk een verscheiden aard en sortering als noodig zouden zijn eene lading vol te maken, ten einde in de behoeften van Panay en de naburige eilanden te voorzien. Reeds zijn langs Manilla verzendingen aangekomen, die bijzonder voor de Iloilo-markt werden bestemd en deze omstandigheid en het feit dat de Manchestersche fabrikanten belang beginnen te stellen in de navraag van Iloilo, waarborgen stellig de verwachting dat het niet lang meer zal duren, dat verzendingen uit Europa langs Manilla op uitgebreide schaal zullen plaats hebben en den weg tot directe verscheping naar Iloilo zullen banen. Ofschoon het bijna nutteloos is in dergelijke gevallen voorspellingen te doen, waar zoo vele omstandigheden de ontwikkeling van eene nieuwe markt kunnen belemmeren of bevorderen, aarzel ik toch niet te verklaren dat het meer dan waarschijnlijk is, dat in den loop van twee jaren Spaansche vaartuigen direct uit Liverpool zullen komen of Manilla zullen aandoen en een gedeelte van hunne ladingen daar laten, waardoor meer bijzonder dan thans regtstreeksche uitvoer zal plaats hebben en de suikeroogst tot eene hoogte gebragt worden, die het aan de schepen, welke met stukgoederen aankomen, gemakkelijk zal maken, omladingen van suiker, sapanhout en huiden terug te nemen, alle welke producten—het behoeft niet gezegd te worden—te Iloilo veel goedkooper dan te Manilla kunnen worden verkregen.«Het is ook waarschijnlijk dat spoediger regtstreeksche invoer uit China dan uit Europa zal plaats hebben. Het gebruik van ruwe Shangaï-zijde is veel grooter te Iloilo dan in eenige van de andere Philippijnsche provinciën en de consumptie bedraagt meer dan 30 pikols per maand, die gemiddeld 600 dollars zilver per pikol of wel 18,000 dollars per maand waardig zijn.«De uitvoerhandel van Iloilo regtstreeks naar vreemde markten is inderdaad de eerste gebeurtenis, waarvan het handelslot, om zoo te zeggen, van de Bisaja-eilanden afhangt. De voornaamste hinderpaal, behalve de bovengemelde, die het begin heeft vertraagd, was de buitengewoon geringe opbrengst van suiker. In 1855–56 bedroeg de oogst te Iloilo, daaronder eenige hoeveelheid uit het eiland Negros gerekend, naauwelijks 12,000 pikols en in plaats van te vermeerderen, is zij verminderd ten gevolge van de ontmoedigende werking der uiterst lage prijzen van 1,875 tot 2 dollars per pikol van 140 lbs., hetgeen alles was, wat men er voor kon krijgen, na de kosten van verzending naar Manilla te hebben ondergaan.In 1856–57 beliep de opbrengst, onder den prikkel van hoogere prijzen, 35,000 à 37,000 pikols. In 1857–58 hadden deze hooge prijzen een nog beter gevolg voor het planten van riet, en men berekende dat de oogst minstens 50,000 pikols zou opleveren; maar veel regenachtig weder deed de jaarlijksche opbrengst tot ongeveer 30,000 dalen. De oogst van 1858–59 is echter het gevaar van regen ontkomen en men berekent, dat hij ongeveer 80,000 pikols van Januarij tot Julij zal opleveren. Hij wordt zelfs wel op 100,000 pikols geschat, maar ik geloof dat hierin overdrijving bestaat.«Daar de opbrengst van suiker te Iloilo (ongerekend de oogst van Isla de Negros, die nu berekend wordt 30,000 pikols op te leveren en die van Antique, welke men op 20,000 pikols schat, beide zeer geschikt voor de markt van Iloilo) gelukkig het bovengemelde bedrag heeft bereikt, is regtstreeksche uitvoer van suiker nu mogelijk geworden en er worden toebereidselen gemaaktom regtstreeks naar Australië verzendingen te doen plaats hebben gedurende de eerste maanden van het volgende jaar.«Het bereiken van markten van consumptie langs den regtstreekschen weg, het vermijden van overscheping en van dubbele vrachtkosten, zijn punten, die uit een handelsoogpunt van het grootste belang zijn4. De zaken nu staan zoo, dat het des te meer noodig is, met opzigt tot den Philippijnschen handel, om deze punten in het oog te houden. Australië is nu, na Groot-Brittannië, de meest belangrijke markt voor de Philippijnsche suiker en bijzonder voor de ruwe Bisajaansche suiker van Iloilo en Cebu, die daar ter raffinering gebruikt worden en het zal ongetwijfeld spoedig de grootste consument van de suiker op deze eilanden zijn. In 1857 bedroeg de uitvoer van Iloilo- en Cebu-suiker van Manilla naar Australië respect. 18,178 en 51,519 pikols, terwijl naar al de andere markten en daaronder naar Groot-Brittannië 11,519 en 41,699 pikols werden verzonden; in hetzelfde jaar beliep de totale uitvoer van alle soorten van suiker naar Australië zelfs meer dan naar Groot-Brittannië, namelijk: 17,847 vaten of 285,552 pikols naar de eerste, tegen 16,675 vaten of 266,800 pikols naar de laatste markt. In dit jaar (1858) bedroeg de totale uitvoer van Manilla naar Australië, ten gevolge van een tekort in de Pampanga-oogst en de ontmoediging, die de hooge prijzen van 1857 aan de Australische invoerders berokkenden, slechts 9,038 vaten of 145,028 pikols.«Terzelfder tijd voorzien Mauritius, Java en Bengalen Australië met groote en toenemende hoeveelheden suiker, en Mauritius in het bijzonder, dat de groote voordeelen geniet van meerdere nabijheid (wat den tijd betreft) en van machines en andere benoodigdheden, die van veel beter hoedanigheid zijn dan die welke in de Philippijnen in gebruik zijn, voorziet de Australische markt van eene groote hoeveelheid gekristalliseerde en geele suiker, die in Sydney en Melbourne veel gezocht worden, waar de voortdurende toeneming van de bevolking en van de algemeene welvaart de navraag naar betere soorten suiker vermeerdert. In1857 kregen de Australische koloniën 24,000 vaten of 384,000 pikols suiker uit Mauritius, en de laatste verslagen doen voorzien, dat de verschepingen dit jaar naar dezelfde gedeelten 30,000 vaten of 480,000 pikols zullen bedragen. DePort Louis Commercial Gazettevan 10 Augustus 1858 zegt het navolgende: «Er is geen twijfel dat de tegenwoordige oogst 240 millioen pond, dat is 120,000 vaten (bijna 2 millioen pikols), zal bedragen, maar daar de Australische koloniën 24,000 van den laatsten oogst trokken, kunnen wij verwachten dat zij van dezen minstens 30,000 zullen nemen, daar onze gekristalliseerde en geele suikers daar meer gewild worden.» Hetzelfde dagblad van 27 October voegt er bij: «Deze gemakkelijkheid om voor de producten billijke prijzen te maken, heeft levendigheid aan de zaken bijgezet en de vooruitzigten van de kolonie verbeterd. Er zijn nu 150 vaartuigen in onze haven, die naar en van verschillende gedeelten der wereld laden en lossen. Op onze marine-etablissementen houdt men zich druk bezig met het herstellen van schepen van verschillende natiën, die zich gelukkig geacht hebben hier eene schuilplaats te kunnen vinden; onze uitgestrekte kaden zijn te klein voor onzen handel; de doelmatige nieuwe pakhuizen, die laatstelijk gebouwd zijn en tot de verfraaijing van onze haven zullen bijdragen, zijn gevuld met goederen en producten; onze bevolking is dit jaar met 25,000 immigranten vermeerderd, terwijl slechts 6,500 personen zijn vertrokken. Onze openbare inkomsten zijn belangrijk vermeerderd; de maatschappijen nemen in bloei toe; de landbouw is uitgebreid, suiker-machines en werken verbeterd en vermeerderd, en particuliere gebouwen in het voornaamste gedeelte der stad vergroot en uitwendig verbeterd.»«Gelukkig voor de Philippijnen, met het oog op hunne krachtiger mededingers, Mauritius, Java en Bengalen, zijn de mindere soorten van ruwe suikers van Iloilo, Capiz en Antique, Isla de Negros en Cebu, in gewone tijden, goedkooper dan die van eenige der laatste koloniën en dien ten gevolge meer geschikt ter raffinering; maar niets kan helderder dan de bovengenoemde feiten nopens den uitvoer van Mauritius, het groote gewigt doen uitkomen van hetopenhouden der wegen van uitvoervoorde ruwe Philippijnsche suikers naar Australië tegen de goedkoopst mogelijke prijzen voor de invoerders.«De grootere uitgestrektheid en de buitengewone vruchtbaarheid der Philippijnen, in vergelijking met Mauritius, moeten ten slotte, zoo geene kunstmatige hinderpalen op nieuw aan de productie van de eerste in den weg gelegd worden, tot de ontwikkeling leiden van meerdere suikeroogst dan die van de laatste kolonie.«De resultaten van de opening der havens van Soerabaja, Samarang en Cheribon en van andere op het eiland Java, zijn aanmoedigende omstandigheden, daar zij, onder meer gelijke voorbeelden, aantoonen van hoe groot gewigt Iloilo, als de centrale haven van de Bisajaansche eilanden, kan worden. Soerabaja en Samarang (en vooral de eerste), die gunstig nabij de hoofdplaatsen van productie zijn gelegen, voeren nu eene onmetelijke hoeveelheid producten uit en er worden orders voor de directe verscheping naar Europa van rijst, suiker, koffij, tabak en andere Javaansche producten door den telegraaf door de Bataviasche huizen aan hunne agenten in deze havens gegeven over een afstand van meer dan 350 mijlen. Ik kan voor het oogenblik niet meer doen dan kortelijk wijzen op het begin van uitvoer van hout voor gebouwen en meubelen van Iloilo en Antique naar China. Het Spaansche vaartuigSanta Justalaadde dit jaar eene groote lading hout voor Hongkong, die laatstelijk tegen 63½ cents per voet werd gekocht. Sedert is de prijs ten gevolge van de navraag voor den herbouw van Canton, in Hongkong gerezen en zijn toebereidselen gemaakt om andere ladingen met een groot vaartuig, hetzij Spaansch of buitenlandsch, naar China te verzenden; er bestaat veel uitzigt dat binnen kort eene groote trafiek in dit artikel zal komen, dat, gelijk wij reeds zeiden, van uitmuntende hoedanigheid, in groote hoeveelheid, goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar is bij Iloilo en de aangrenzende provincie Antique.«Vaartuigen, die de reis naar Iloilo uit Australië of van eenige plaats in het zuiden der Philippijnen maken, moeten, gedurende den Z. W. mousson, den archipel tusschen de eilanden Basilan en Zamboanga binnenvaren en, wanneer zij kaap Batalamponvoorbijgaan, in den omtrek van kaap Gorda blijven en het Murcielagos-eiland aandoen, om daardoor te vermijden om naar de westzijde te worden gedreven door de sterke stroomen, die van de Mindanao-kust opkomen gedurende de beide moussons.«Gedurende den N. O. mousson is het best een omweg te maken naar het oosten der Philippijnen en den archipel langs de straat van SanBernardinoin te varen. Deze moeten langs Samar en Masbate binnen gevaren worden. Vaartuigen, die van Manilla of van noordelijke havens komen, kunnen langs de Mindoro-passage gaan, maar zij moeten Don Claudio Monterio’s kaarten raadplegen. Na Tables en Romblon (waar eene uitmuntende haven is) te zijn gepasseerd, moet men de Silanga-eilanden aandoen, waarvoor het hooge eiland gelegen is,Suikerbrood(Pan de Azucar) genaamd. Gedurende den N. O. mousson moeten de vaartuigen zich tusschen de eilanden Jintotolo en het grootere Zapato (Schoen-eiland) houden, maar gedurende den zuidwestelijken tusschen Olivaja en het kleinere Zapato passeren. Het beste kanaal is tusschen Sicogon en Calaguan, maar de uitwendige en breeder passage tusschen de eilandgroepen en het eiland Negros, is verkieslijk voor groote vaartuigen. In den binnenweg is eene veilige ankerplaats. Te Bacuan en Apiton vindt men voorraad.«Het getij door de Silanga-eilanden en de Zeven Zonden stroomt drie of vier mijlen per uur en van de Zeven Zonden naar Iloilo dikwijls zes tot zeven mijlen per uur.»De bloei van den handel is zoo naauw verbonden met de algemeene welvaart en de vermeerdering van menschelijk geluk, dat men niet anders dan met belangstelling de resultaten kan beschouwen van eene wetgeving, die den handel van banden verlost en de industrie aanmoedigt, en het eiland Panay kan als een veelbelovend veld voor de toekomst beschouwd worden. Uit de jongste verslagen blijkt, dat de rietaanplant zeer snel in deze provincie is toegenomen, ten gevolge van de voortdurend hooge prijzen van de suiker en ook van het feit, dat de directe uitvoerhandel naar Australië is begonnen. De planters zien nu, dat de aankomst van vreemde vaartuigen tot eene voortdurende navraag voor hunne suiker zal leiden tegen betere prijzen, dan die zij vroeger op de markt te Manilla maakten, van waar, vóór deopening van de haven van Iloilo voor den vreemden handel, al de suiker van deze en de naburige provinciën moesten worden verscheept tegen groote onkosten door hooge vrachtprijzen, landings- en overschepingsregten, zee-assurantie, commissie, makelarij enz., al hetwelk nu door directe verscheping naar de plaats van productie wordt vermeld.«De prikkel aan de aanplant gegeven, heeft dit jaar eene vermeerdering in de opbrengst te weeg gebragt van 60,000 pikols (3,750 vaten) en te oordeelen naar de groote hoeveelheid riet, die voor den volgenden oogst wordt geplant, kan men verwachten dat in 1860 ongeveer 140,000 pikols (7,500 vaten) zullen worden geproduceerd, zonder de hoeveelheid te rekenen die de naburige provinciën Antique (30,000 pikols) en het eiland Negros (35,000 à 40,000 pikols) opleveren, uit welke beide plaatsen suiker wordt aangebragt en uitgevoerd.«Het verschil in de kosten van de suiker te Iloilo en Manilla bedraagt tegenwoordig 2 p. 16 sh. 5 d. per vat, vrij aan boord, zoo als blijkt uit de volgendeVERGELIJKENDE TABEL VAN KOSTEN.Te Manilla, 23 April 1859.Dollars.1 vat = 16 pikols à 3.87½ dollars62.00Uitvoerregten à 3 pCt1.86Ontvangst, inladen en verschepen, 27 cents per pikol4.32———6.1868.18Commissieloon (in fondsen) 2½ pCt.1.70Kosten vrij aan boord te Manilla69.88Idem te Iloilo55.71Verschil14.17Te Iloilo, 2 Mei 1859Dollars.1 vat = gelijk 16 pikols à 2.75 dollars44.00Uitvoerregt 3 pCt.1.32Ontvangst, inlading en inscheping, 20 cents per pikol (geen huurboot wordt te Iloilo toegelaten)3.20———4.5248.52Commissieloon 2½ pCt.1.2149.7312 pCt. kosten van zilver5.98Kosten te Iloilo vrij aan boord55.71Verschil 14.17 dollarspd. st. 3.1.5Minder voor vrachtkosten per vat, wanneer een vaartuig te Manilla naar Iloilo gaat laden0.5.0Kosten per vat, minder te Iloilopd. st. 2.16.5«Het eiland Panay, waarvan Iloilo de voornaamste haven is, is verdeeld in de drie provinciën Iloilo, Capiz en Antique, dierespectivelijk527,970, 143,713 en 77,639 inwoners bevatten, zijnde een totaal bedrag van 749,322, volgens de officiële bescheiden van 1858.«Britsch vice-consulaat voor Panay,«Iloilo, 2 Mei 1859. «N. LONEY.»Niettegenstaande de gunstige vooruitzigten voor den handel te Iloilo, is weinig of niets gedaan voor de verbetering van de haven of ter vergemakkelijking van de uitbreiding van haren handel. Er is geen havenhoofd, geen licht, geene aanwijzing van gevaarlijke plaatsen, ofschoon de Oton-ondiepte zich uitbreidt, en het van het grootste belang is dat het veilige kanaal aan de zeevaarders worde aangewezen. De laatste instructiën der marine (1859) zijn de volgende:«De haven van Iloilo, aan het zuidelijke strand van het Panay-eiland gelegen, ofschoon wel beschermd en van nature goed, is niet van inconveniënten ontbloot; zij kan echter gemakkelijk vermeden worden. Van eene goede kaart voorzien en als men vanhet noorden met eene loods nadert, kunnen groote vaartuigen veilig binnenvaren.«De diepte van het water aan den dam bij den ingang van de kreek of rivier Iloilo, bedraagt omtrent vijf vademen bij laag water, maar op korten afstand verder op vermindert zij tot 15 voet en dan wordt het weer dieper. Daar de hoogte van het getij zes voet bedraagt, kan een vaartuig van een diepgang van 16 tot 18 voet gemakkelijk in- en uitzeilen, en wanneer, zoo als is voorgesteld, eene maalmachine wordt gebruikt om den modder te verwijderen, die zich op de meer ondiepe plaatsen bij den ingang heeft opgehoopt, kunnen vaartuigen van elken diepgang hunne ladingen binnenwaarts voltooijen. Een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1857 een gedeelte van eene lading tabak binnen de kreek en voltooide de lading buitenwaarts.«Daar de oevers van de kreek van zachten modder zijn, bestaat er weinig of geen gevaar om vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalf mijl de kreek opvaart, die van eene halve tot drie kwart mijl in breedte verschilt, brengen de kustvaarders de goederen tot aan de woningen der reeders en hebben het voordeel te laden en te lossen aan de magazijnen, zonder het gebruik van booten. Van dit punt af loopt de kreek tot Molo, naar welke plaats kustvaartuigen vroeger konden gaan door eene ophaalbrug. Deze is echter versleten en daar de tegenwoordige brug geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de Molo-handelaren hunne magazijnen hebben overgebragt. Men is echter reeds beginnen te arbeiden aan eene nieuwe beweegbare brug voor den doortogt van vaartuigen.«Het eiland Guimaras vormt tegenover Iloilo een beschutten doortogt, die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, van 2½ tot 6 mijlen breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. De zuidelijke ingang tot deze passage wordt zeer belemmerd door de Oton-bank, die zich op belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en ongeveer eene mijl ver het doelmatige kanaal naar deze haven bekort tot eene breedte van ongeveer twee mijlen. Deze ondiepte is bijna een eiland geworden. Er bestaat echter geen hinderpaal voor groote vaartuigen gedurende dennoord-westelijken mousson (vooral als het kanaal wordt uitgebaggerd), daar de doortogt geheel zuiver is, terwijl zij in den noord-oostelijken mousson met het getij kunnen werken, omstreeks Guimaras blijvende (waarvan de kust zuiver is en diep water heeft), en zoo noodig aan het einde der ondiepte ankerende, die goeden vasten grond oplevert en waar men veilig nabij kan komen. Dit geheele gedeelte van de kust biedt dan ook eene veilige ankerplaats aan gedurende den noord-oostelijken mousson.«Wanneer het hard in het zuidelijke kanaal naar Iloilo waait kan een vaartuig gaan naar de haven van Bulnagar of Santa Ana, aan de zuidwestzijde van Guimaras, waartoe de toegang gemakkelijk is en die vaartuigen van de grootste tonnemaat kan bevatten; zij biedt eene goede schuilplaats aan onder bijna alle omstandigheden.«De kustvaartuigen gaan gewoonlijk van het noorden naar den noordelijken ingang tot Iloilo door de kleine, rijk van hout voorziene eilanden Gigantes, Sicogon, Pan de Azucar, Apiton enz., die gezamenlijk de Silanga genoemd worden, welke aan de noord-oostkust van Panay gelegen en op belangrijken afstand eene buitengewoon goede wijkplaats aanbiedt voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisangas zijn betrokken. Ofschoon zich echter onder deze eilanden eene uitmuntende ankerplaats bevindt, vooral te Pan de Azucar en Tagal, zou het toch voorzigtiger zijn voor groote schepen, ingeval men niet practisch bekend is met het getij, de stroomingen enz., het buitenwaartsche kanaal te kiezen tusschen de Silanga en het eiland Negros.«Na de Calabazos-rotsen en Papitas-ondiepte te zijn gepasseerd en het blokhuis van Banate in het gezigt te hebben (dat, even als vele andere op de Philippijnsche kusten is gebouwd ter beveiliging tegen de zeeroovers van de Soeloe-zee) moet men zuidelijk den koers houden, tot dat men eene groep van zeven merkwaardige rotsen, de Zeven Zonden genaamd, in het gezigt krijgt, die tusschen het noordelijk einde van Guimaras en het Panay-strand gelegen zijn; men moet dan direct daarnaar koers nemen en zorg dragen de Iguana-Bank te vermijden. Vaartuigen van tamelijken diepgang kunnen de kreek binnenvaren of, zoo zij te groot zijn, naar de oostzijde van het fort varen, waar zij tegen den wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn.«Een lichttoren, met een vast licht, zal op de Zeven Zonden en een ander op kaap Dumangas geplaatst worden. Ook zullen havenhoofden worden aangelegd langs het kanaal nabij de Iguana en Oton-ondiepten5.»Het laatste verslag van de scheepvaart in de haven van Iloilo komt in de onderstaande noot voor6.Iloilo biedt vele gemakken aan voor de daarstelling van werven, havenhoofden en landingsplaatsen, maar er zijn nog geene gebouwd. De toegang tot de rivier en hare geheele loop kunnen gemakkelijk gezuiverd worden, maar weinig of niets wordt er verrigt tot wegruiming van den opgehoopten modder.
Iloilo.Dollars.Iloilo264,416Guimbal39,850———304,266Capiz.Capiz181,681Calwo114,124Ibajay7,095Batan15,147———318,047Antique.Antique18,866San José2,925Cagajancillo3,061Cûlasi1,199———26,051648,364
Maar het meest vlugtige onderzoek van hetgeen de waarschijnlijke waarde der meer belangrijke uitgevoerde artikelen moet zijn, zelfs wanneer men de als waarschijnlijk aangenomen hoeveelheden in de voorafgaande cijfers aanneemt, leidt tot de conclusie dat de uitvoer naar Manilla uit de provincie Iloilo alleen moet gelijk staan met of meer bedragen dan het bedrag, dat deEstadisticaals de totale som voor de provinciën heeft gegeven.
Wanneer men de hoeveelheden en waarde als volgt aanneemt, dan zijn de resultaten van:
Dollars.Pina, zijde, hennep en andere fabrikaten400,000Tabak30,000quintals,gemiddeld3½ doll.105,000Padie30,000zakken,id.1doll.»30,000Suiker20,000pikols,id.3doll.»60,000Sapanhout33,000id.id.1doll.»33,000Hennep5,000id.id.5½doll.»27,500Huiden2,050id.totale waarde19,800Alle andere artikelen oppervlakkig geschat op45,000720,300
Naar deze som, wanneer daarbij komt de uitvoer naar andere eilanden en provinciën, mag men veilig aannemen, dat de totale waarde van den uitvoer uit Iloilo niet veel minder bedraagt dan 800,000 dollars, een bedrag dat in het geheel niet buiten evenredigheid tot het aantal inwoners schijnt te staan. Uit deze cijfers blijkt, dat wanneer de uitvoer van Capiz op 700,000 en die van Antique op 70,000 dollars wordt berekend, de jaarlijksche uitvoer van Panay eene gezamenlijke waarde van meer dan 1,500,000 dollars bedraagt.
Maar zelfs de onvolledige opgaven van deEstadisticakunnen eenig denkbeeld geven van de snelle vermeerdering in den uitvoer der drie provinciën. Zoo bedroeg b. v. in 1852 de waarde der producten uit Iloilo, Capiz en Antique 271,335; in 1853 302,605 en in 1854 648,369 dollars, gevende eene vermeerdering in 1854 van veel meer dan het dubbele bedrag in 1852. Te dien opzigte moet nog opgemerkt worden, dat het plaatselijke tolkantoor ongelukkig geene volledige bijzonderheden van den uitvoer van 1856 heeft opgeteekend, maar daarmede eerst in 1857 is begonnen. Deze bijzonderheden zijn intusschen van betrekkelijk minder gewigt dan die van regtstreeksche buitenlandsche verzendingen, die later de aandacht zullen trekken.
De heer Loney schetst den tegenwoordigen toestand van den invoerhandel in Iloilo aldus:
«Ofschoon welligt het grootste gedeelte der kleeding voor de bevolking van Panay door de inlandsche werktuigen wordt vervaardigd, wordt nog eene groote hoeveelheid Europesche goederen jaarlijks uit Manilla ingevoerd. Ik reken dat gemiddeld (voor zoo ver men dit kan doen bij volslagen gemis van eenige bepaalde opgaven) voor ongeveer 30 à 40,000 dollars per maand aan goederen naar de haven van Iloilo wordt gebragt door de mestizen en Chinesche handelaren, waarover achtereenvolgens op de grootere markten van Jaro, Molo, Oton, Mandurriao, enz. wordt beschikt, van waar een zeker gedeelte naar het binnenland gaat. Deze tak van handel wordt tot nog toe hoofdzakelijk gevoerd door de mestizen-handelaren van Molo en Jaro, die bij het doen hunner aankoopen van inlandsche goederen voor de Manilla-markt, zich daarmede (ten getale van zes tot tien, vijftien en somstwintig) in de kustvaartuigen inschepen, die naar de hoofdstad vertrekken. De opbrengst van deze speculatiën, die zij meestal in vreemde (vooral Britsche) manufacturen terugbrengen, worden tegen lage prijzen van de groote Chinesche winkeliers te Manilla verkocht. De verkoop van deze goederen in het klein heeft hier nog op de aloude wijze plaats, door ze namelijk op zekere bepaalde dagen van plaats tot plaats te brengen. Op deze wijze worden goederen, die heden op de wekelijksche mis of markt te Jaro verschijnen, achtereenvolgens te Molo, Mandurriao, Oton of Arévalo te koop aangeboden. Zij worden naar en van de verschillende pueblos gebragt in wagens, van sterke wielen voorziene rijtuigen, die door buffels en ossen worden getrokken,—eene wijze van vervoer, die gedurende het natte jaargetijde veel oponthoud en gevaar veroorzaakt. De Chinesche handelaren te Molo en eenige kleinhandelaren te Iloilo zijn echter begonnen voortdurende winkels te openen, en het is waarschijnlijk dat het aantal daarvan trapsgewijze in de provincie zal toenemen; daar intusschen de missen ook het centrale aantrekkingspunt zijn voor al de producten binnen zekeren kring van iedere pueblo, en daardoor veel volk bijeen brengen, zal het wekelijksche vervoer van stuk- en andere goederen van de eene naar de andere plaats altijd in groote hoeveelheid blijven voortduren. Ongeveer dertig Chinezen zijn bepaald te Molo gevestigd, alwaar zij meestal met anderen te Manilla in betrekking staan, hetzij als deelgenooten, dan wel als agenten, terwijl twee of drie zich te Jaro gevestigd hebben. Een zeker aantal houdt zich ook bezig met reizen naar en van Manilla met goederen, na te hebben gerealiseerd wat zij hier voor een nieuwen voorraad terug brengen, terwijl zij de opbrengst in geld of in producten nemen. Een der Chinesche handelaren te Molo, die wel voorzien wordt door de hoofdstad, koopt goederen tot een bedrag van 30,000 à 40,000 dollars per jaar. Ten gevolge echter van de te groote concurrentie tusschen elkander en de overige handelaren, kan ik, met het oog op de prijzen, waarvoor zij gewoonlijk verkoopen, niet denken dat hunne winsten in het algemeen zeer groot zijn. Het feit, dat de mestizen-handelaren hunne voorname winst in de pina-goederen zoeken, die zij naar Manilla voeren, en zich betrekkelijk weinig bekommerenom een voorschot te verkrijgen op de goederen die zij terug brengen, houden ook de prijzen laag, in vergelijking met den koers te Manilla.
«Zoo als in de meeste provinciën, waar de Chinezen zijn doorgedrongen, bestaat er een meer of minder onderdrukt gevoel van vijandschap tegen hen van de zijde der inlanders en willen, zoowel de mestizen als de Spanjaarden, hen wel als smokkelaars beschouwen. Maar ofschoon het gouvernement te Manilla herhaaldelijk gepoogd heeft hen uit de provincie te verwijderen en hunne handelsoperatiën slechts tot Manillatebeperken, schijnt het niet genegen een maatregel te nemen, die blijken zou nadeelig te werken op den algemeenen handel van de kolonie. Het is waar, dat wanneer men een gedeelte der Chinezen er toe kon brengen landbouwers te worden (voor welk doel alleen zij oorspronkelijk in de provinciën werden toegelaten), groote voordeelen zouden ontstaan door vermeerderde productie; maar tot nog toe bevinden zij zich in het binnenland in te geringen getale om hen den grond op eene groote schaal te doen bebouwen, terwijl zij in kleine groepen niet genoegzaam beveiligd zouden zijn tegen de ongunstige gezindheid der inlanders.
«De voornaamste artikelen van vreemde fabrikaten, die in deze provincie worden ingevoerd, zijn: handdoeken (gedrukte) met heldere kleuren, geweven en gedrukte kousen en sokken, ginghams, fantaisie-cambajas, effen drills, witte shirtings, grijze shirtings en grijze longcloths, grijze twills (29 duim, zoowel Amerikaansche als Engelsche), gebleekte twills, neteldoek, witte jaconets, gestreept mousseline, katoenen naaigaren, katoenen sarongs, katoenen twist, of garen en wollens (waarnaar niet veel navraag is). Er bestaat ook verkoop in kramerijen, glas- en aardewerk en andere kleinere artikelen.
«Invoerregten worden in Iloilo geheven naar een tarief of volgens den marktprijs bij den invoer. Het zijn dezelfde als die te Manilla geheven worden, namelijk: voor de meeste soorten van vreemde goederen 14 pCt. wanneer zij in vreemde, en 7 pCt. als zij in Spaansche vaartuigen zijn aangevoerd. Hierop bestaan de volgende uitzonderingen: voor cambajas, ginghams, handdoeken enz. geheel van zwart, purper en blaauw, met of zonderwitten grond wordt 25 of 15 pCt., naar het genoemde verschil in de wijze van invoer; voor garens van dezelfde kleur 50 en 40 pCt.; voor roode, gele, rosé en groene garens geen regt, evenmin als voor werktuigen, goud en zilver, planten en zaden; voor opgemaakte kleederen, schoenen enz. wordt 50 en 40 pCt.; voor ale of porter in flesschen 25 en 20 pCt.; voor wijnen, likeuren en azijn 50 en 40 pCt. en voor sterke dranken 60 en 30 geheven.
«Tropische producten, gelijk die van de Philippijnen, worden niet ter consumptie toegelaten, evenmin als vuurwapenen, zonder eene speciale vergunning.
«Alle goederen mogen opgeslagen zijn tegen betaling van 1 pCt.
«De uitvoerregten op alle soorten van producten naar vreemde havens zijn: 3 pCt. met vreemde en 1½ pCt. met Spaansche vaartuigen, met de volgende uitzonderingen: hennep betaalt aldus 2 en 1½ pCt.; schildpad, paarlemoer 1 pCt.; rijst 4½ en 1½ pCt.
«Geene regten worden geheven van goederen, die langs de kust aankomen of vertrekken met kustvaartuigen.
«Havenregten.—Geene speciale regten worden thans van vaartuigen geheven, die te Iloilo aankomen, maar men kan ze ongeveer gelijk stellen met de te Manilla geheven wordende, als: van vreemde vaartuigen die in ballast aankomen of vertrekken 18¾ c. per ton; met lading in- of uitwendig 34¾ per ton; met lading van binnen en van buiten 37½ c. per ton.
«De arbeidsloonen zijn gematigd te Iloilo. Landbouwers ontvangen 12½ c. à 18¾ c. per dag; timmerlieden 18¾ à 25 c.; metselaars 25 c. per dag.
«Versche provisie kan men tegen lage prijzen verkrijgen.
«De gebruikelijke maten en gewigten voor de producten zijn: de quintal, van 4 arrobas of 100 ponden Spaansch, gelijkstaande met 101¾ Eng. ponden; de pikol van 100 catties of 140 Eng. ponden. De zak rijst (cavan de provincia) staat gelijk met 1½ zak van Manilla ofcavan del rey; hij weegt ongeveer 190 Eng. ponden en bedraagt in maat 8,997 kubiek duim. De pesada, waarmede men sapanhout verkoopt, weegt 13 arrobas,13 pond of ongeveer 2½ pikols.
«De munt is geheel dezelfde als te Manilla, maar voor meestalle aankoopen worden zilveren dollars betaald, daar goud moeijelijk circuleert.
«Uit het voorafgaande overzigt van den handel in deze haven zal men zien dat tegenwoordig, met een jaarlijkschen uitvoer van ongeveer 1600 vaten suiker, meer dan 2000 vaten sapanhout en 350 à 400 ton hennep, zij (met het oog op de hoeveelheid die vreemde schippers zouden kunnen verzekeren) de ladingen kunnen opleveren voor twee vreemde vaartuigen van tamelijk groote tonnemaat; en ten opzigte van de suiker, die de geheele lading van vreemde vaartuigen, die van hier vertrekken zal, uitmaken, zal de toevoer in het volgende jaar waarschijnlijk verdubbeld worden. Het meer gewigtige vraagstuk echter, met betrekking tot den vreemden handel van Iloilo, betreft niet de tegenwoordige hoeveelheid van productie (die nog zeer beperkt is), welke dit eiland kan opleveren, maar of men tot de bijeenvoering van de producten uit de naburige eilanden en provinciën in wezenlijkheid zal kunnen geraken.
«Een overzigt van de feiten nopens de zuidelijke Philippijnen zou tot eene bevestigende conclusie schijnen te leiden. Met een gezamenlijken jaarlijkschen uitvoer van 4,000 vaten hennep uit Leyte en Samar, meer dan 5,000 vaten suiker uit Cebu, eene (snel toegenomen) productie van ongeveer 900 vaten suiker en 800 vaten hennep uit Negros en zonder nog den mogelijken toevoer van hennep te rekenen, die de zuidelijke Camerines en Albay zouden kunnen opleveren, (die verreweg het grootste gedeelte van den bestaanden uitvoer van hennep uit de Philippijnen produceren en, gedurende den noordoostelijken mousson, op korter afstand van Iloilo dan Manilla zijn), mag men gewis aannemen, dat, bij betrekkelijk gelijke prijzen die hier te verkrijgen zijn, Iloilo in den loop van tijden eene langzamerhand toenemende hoeveelheid van de producten zal tot zich trekken, die nu naar Manilla gaan. Men mag verder onderstellen dat Misamis (dat eene belangrijke hoeveelheid van opmerkelijk goede hennep oplevert), Caraga en de overige provinciën van Mindanao, ook in den loop van tijden hun aandeel zullen bijdragen in de producten, die men in eene haven kan verkrijgen, welke hunne handelaren op hunnen weg naar Manilla moeten voorbijtrekken, ofschoon de geheele ontwikkelingvan het verkeer der naburige eilanden met Iloilo grootendeels zal afhangen van het bedrag van Europesche invoergoederen, waarmede deze laatste haven langzamerhand hare nieuwe bezoekers zou kunnen voorzien. Ofschoon men de opinie van de inlanders zelven niet als een gids kan aannemen, kan zij eenigermate als eene aanwijzing dienen van hetgeen men kan verwachten. Bij het bespreken van het onderwerp met de eigenaars van de kleine vaartuigen, wier ladingen hennep naar Iloilo zijn gebragt, hebben zij dikwijls gezegd: «Als vreemde vaartuigen hier komen en hoogere prijzen geven, zou er veel meer hennep uit Leyte en Camarines naar Iloilo komen.»
«Daar Cebu rijst en manufacturen voor eigene consumptie produceert, bestaat er tegenwoordig weinig communicatie daartusschen en Iloilo, maar het is verblijdend te vernemen dat een der deelhebbers van de meest ondernemende Spaansche firma op deze plaats het voornemen heeft zich zoowel naar Cebu als Leyte te begeven, ten einde, zoo mogelijk, eene handelsconnectie daar te stellen, met het oogpunt bovendien suiker en hennep naar dit gedeelte te verzenden.
«Het is ook een gunstig teeken dat de handel der naburige eilanden meer en meer de aandacht trekt van sommige vreemde firma’s te Manilla. De Amerikaansche huizen (gewoonlijk de eerste in de ondernemingen van dien aard) hebben reeds, door Spaansche tusschenkomst, agentschappen te Negros, Leyte en Cebu opgerigt, tot aankoop van hennep en suiker, en uit Manilla wordt, op schijnbaar goede gronden, berigt dat een hunner laatstelijk eene som van 170,000 dollars voor dit doel heeft voorgeschoten, waarvan de verdeeling veel tot de vermeerdering zou bijdragen en dus indirect zou medewerken tot de toekomstige toeneming van den uitvoer uit Manilla.
«Met het oog op de groote voordeelen, die uit de vestiging van liniën van kleine koopvaardijstoombooten tusschen de eilanden zouden voortvloeijen, is het feit dat het Gouvernement laatstelijk bevel heeft gegeven om de uitgebreide steenkool-districten in Cebu te beginnen te exploiteren, niet van gewigt ontbloot. Het onderwerp van stoomvaart in den Archipel trekt de aandacht te Manilla en het is niet onwaarschijnlijk dat binnen weinige jaren de eilandenop die wijze met elkander zullen zijn verbonden, die veel tot hun voordeel zal strekken.
«Het had vooraf vermelding verdiend dat de reis van Iloilo naar Manilla gedurende den noord-oostelijken mousson (van November tot Maart) gewoonlijk de betere soort ravaartuigen in den handel van 10 tot 15 dagen en op terugreis van 4 tot 6 dagen ophoudt. Ten gevolge van de beschutting, die de eilandengroep, de Silanga uitmakende, en andere havens op den weg aanbieden, behoeven schepen hier niet (zoo als gewoonlijk tusschen de havens aan het noordelijke gedeelte van de meer opene kust van Luzon en de hoofdstad) het anker gedurende de stormachtige maanden van September tot November uit te werpen, en de communicatie met Manilla, hoezeer gedurende deze maanden minder druk, wordt zelden voor eenigen tijd geheel belemmerd. Gemiddeld verlaat een vaartuig de hoofdstad iedere acht of twaalf dagen.»
Ik voeg hierbij eenige verdere extracten uit een verslag over den handel van 1858, die de heer Loney mij welwillend heeft afgestaan en het gewigt van de kultuur van Iloilo helder aantoont:
«De invoerhandel, in regtstreeksch verkeer met Britsche en vreemde huizen, is in het afgeloopen jaar in eene mate vermeerderd, die niet kan worden verwacht. Vroeger bedroeg hij niet meer dan 7,000 dollars; maar nu is hij, gedurende een tijdvak van twee jaren, tot ruim 140,000 dollars gestegen en er bestaat uitzigt dat hij in de toekomst nog meer vermeerderen zal, wanneer het meer bekend zal worden dat eene aanzienlijke hoeveelheid manufacturen ter markt kan worden gebragt.
«Ten gevolge van het bestaan van een voorraad vreemde artikelen in Iloilo, die door de inlandsche koopers als algemeene regel (en als een gevolg van de meer directe wijze waarop zij in hunne handen komen) tegen goedkooper prijzen dan in de Chinesche winkels te Manilla kunnen worden verkregen, hebben vele inlandsche en ook eenige Chinesche handelaren het voordeel hunne aankoopen te kunnen doen op de plaats zelve in plaats van te Manilla en sommige der eerste hebben zelfs de uitgaven niet te doen en het verlies van tijd niet te ondergaan, die zij vroeger verspilden in het gaan naar Manilla om voorraad op te doen, terwijl anderen niet zoo dikwijls meer als vroeger naar de hoofdstad reizenen hunne pina-goederen aan de zorg van vrienden en agenten toevertrouwen; dien ten gevolge begint de handel op eene minder verouderde wijze dan vroeger te worden gedreven, toen iedere kleinhandelaar zelf zijne goederen aanbragt, die hij tegen hooge prijzen van de Manilla-winkeliers heeft gekocht. Handelaren van Antique, van het eiland Negros en van Leyte vinden thans ook te Iloilo een voldoende voorraad goederen voor hunne behoeften. Een ander voordeelig gevolg is, dat zij, die in het groot te Iloilo koopen, hunne goederen aan de kleinhandelaren of aan hunne agenten kunnen afstaan, die ze in het binnenland tegen lager prijzen dan vroeger verkoopen. De goederen zijn dus door de goedkooper prijzen verkoopbaar op plaatsen in het binnenland van het eiland, waar men ze vroeger zelden kocht en een natuurlijk gevolg daarvan is eene belangrijke vermeerdering der consumptie. Het algemeene getuigenis van al de oudere ingezetenen in de provincie is, dat gedurende de laatste paar jaren eene opmerkelijke verandering heeft plaats gegrepen in de kleeding en in het algemeen in het uitwendige van de inwoners der grootere pueblos, hetgeen in groote mate aan het betrekkelijke gemak is te danken, waarmede zij artikelen verkrijgen die vroeger òf niet ingevoerd werden òf die om de hooge prijzen niet onder hun bereik vielen. In het inwendige der huizen is dezelfde verandering ook merkbaar in de meubelen en andere zaken en in het blijkbare verlangen om versierselen bij de noodige artikelen van huishoudelijk gebruik te voegen; en zij die overtuigd zijn van de wenschelijkheid om, bij den buitengewoon onverschilligen aard der inlanders, in hen eene zucht op te wekken tot verbetering van hunnen toestand en dien van hunne gezinnen, of dien van anderen na te streven, door binnen hun bereik te stellen de meer aantrekkelijke en nuttige artikelen van Europesche productie, zal te gelijker tijd in deze feiten de heilrijke strekking naar vermeerderden en goedkooper invoer zien.
«Ten opzigte van de regten, die van den invoer worden geheven, moeten wij de meer of minder spoedige waarschijnlijkheid van directen invoer uit Europa of China naar Iloilo, in aanmerking nemen. Men behoeft slechts weinig bekend te zijn met den trapsgewijzen en langzamen gang der handelszaken om de traagheidte erkennen, waarmede zij voor nieuwe kanalen van communicatie geschikt wordt. Vooral is dit het geval ten opzigte van deze zuidelijke eilanden, ten gevolge van de afsluiting waarin zij met betrekking tot den handel werden gehouden en die zoo groot is dat men gerust kan zeggen, dat het eiland Panay, met zijne 750,000 inwoners, naauwelijks zelfs bij naam bekend is op eenige der handelsmarkten van Europa, Amerika en zelfs van Azië. Men behoeft er zich dus niet over te verwonderen, dat geene directe transactiën in den invoer hebben plaats gehad. Men moet in aanmerking nemen dat de jaren 1857–58 hoogst ongunstig voor nieuwe handelsbelangen van elken aard zijn geweest door den toenmaligen gedrukten toestand van den handel op alle markten ter wereld. Deze gedrukte toestand, ofschoon hij nog gevoeld wordt, oefent echter thans geen invloed meer uit en de Iloilo-markt zal onder anderen ongetwijfeld de aandacht trekken van Europesche fabrikanten en kapitalisten, ofschoon noodwendig eenige tijd zal moeten verloopen, vóórdat een voldoend aantal reeders kan gevonden worden om verzendingen te doen van zulk een verscheiden aard en sortering als noodig zouden zijn eene lading vol te maken, ten einde in de behoeften van Panay en de naburige eilanden te voorzien. Reeds zijn langs Manilla verzendingen aangekomen, die bijzonder voor de Iloilo-markt werden bestemd en deze omstandigheid en het feit dat de Manchestersche fabrikanten belang beginnen te stellen in de navraag van Iloilo, waarborgen stellig de verwachting dat het niet lang meer zal duren, dat verzendingen uit Europa langs Manilla op uitgebreide schaal zullen plaats hebben en den weg tot directe verscheping naar Iloilo zullen banen. Ofschoon het bijna nutteloos is in dergelijke gevallen voorspellingen te doen, waar zoo vele omstandigheden de ontwikkeling van eene nieuwe markt kunnen belemmeren of bevorderen, aarzel ik toch niet te verklaren dat het meer dan waarschijnlijk is, dat in den loop van twee jaren Spaansche vaartuigen direct uit Liverpool zullen komen of Manilla zullen aandoen en een gedeelte van hunne ladingen daar laten, waardoor meer bijzonder dan thans regtstreeksche uitvoer zal plaats hebben en de suikeroogst tot eene hoogte gebragt worden, die het aan de schepen, welke met stukgoederen aankomen, gemakkelijk zal maken, omladingen van suiker, sapanhout en huiden terug te nemen, alle welke producten—het behoeft niet gezegd te worden—te Iloilo veel goedkooper dan te Manilla kunnen worden verkregen.
«Het is ook waarschijnlijk dat spoediger regtstreeksche invoer uit China dan uit Europa zal plaats hebben. Het gebruik van ruwe Shangaï-zijde is veel grooter te Iloilo dan in eenige van de andere Philippijnsche provinciën en de consumptie bedraagt meer dan 30 pikols per maand, die gemiddeld 600 dollars zilver per pikol of wel 18,000 dollars per maand waardig zijn.
«De uitvoerhandel van Iloilo regtstreeks naar vreemde markten is inderdaad de eerste gebeurtenis, waarvan het handelslot, om zoo te zeggen, van de Bisaja-eilanden afhangt. De voornaamste hinderpaal, behalve de bovengemelde, die het begin heeft vertraagd, was de buitengewoon geringe opbrengst van suiker. In 1855–56 bedroeg de oogst te Iloilo, daaronder eenige hoeveelheid uit het eiland Negros gerekend, naauwelijks 12,000 pikols en in plaats van te vermeerderen, is zij verminderd ten gevolge van de ontmoedigende werking der uiterst lage prijzen van 1,875 tot 2 dollars per pikol van 140 lbs., hetgeen alles was, wat men er voor kon krijgen, na de kosten van verzending naar Manilla te hebben ondergaan.In 1856–57 beliep de opbrengst, onder den prikkel van hoogere prijzen, 35,000 à 37,000 pikols. In 1857–58 hadden deze hooge prijzen een nog beter gevolg voor het planten van riet, en men berekende dat de oogst minstens 50,000 pikols zou opleveren; maar veel regenachtig weder deed de jaarlijksche opbrengst tot ongeveer 30,000 dalen. De oogst van 1858–59 is echter het gevaar van regen ontkomen en men berekent, dat hij ongeveer 80,000 pikols van Januarij tot Julij zal opleveren. Hij wordt zelfs wel op 100,000 pikols geschat, maar ik geloof dat hierin overdrijving bestaat.
«Daar de opbrengst van suiker te Iloilo (ongerekend de oogst van Isla de Negros, die nu berekend wordt 30,000 pikols op te leveren en die van Antique, welke men op 20,000 pikols schat, beide zeer geschikt voor de markt van Iloilo) gelukkig het bovengemelde bedrag heeft bereikt, is regtstreeksche uitvoer van suiker nu mogelijk geworden en er worden toebereidselen gemaaktom regtstreeks naar Australië verzendingen te doen plaats hebben gedurende de eerste maanden van het volgende jaar.
«Het bereiken van markten van consumptie langs den regtstreekschen weg, het vermijden van overscheping en van dubbele vrachtkosten, zijn punten, die uit een handelsoogpunt van het grootste belang zijn4. De zaken nu staan zoo, dat het des te meer noodig is, met opzigt tot den Philippijnschen handel, om deze punten in het oog te houden. Australië is nu, na Groot-Brittannië, de meest belangrijke markt voor de Philippijnsche suiker en bijzonder voor de ruwe Bisajaansche suiker van Iloilo en Cebu, die daar ter raffinering gebruikt worden en het zal ongetwijfeld spoedig de grootste consument van de suiker op deze eilanden zijn. In 1857 bedroeg de uitvoer van Iloilo- en Cebu-suiker van Manilla naar Australië respect. 18,178 en 51,519 pikols, terwijl naar al de andere markten en daaronder naar Groot-Brittannië 11,519 en 41,699 pikols werden verzonden; in hetzelfde jaar beliep de totale uitvoer van alle soorten van suiker naar Australië zelfs meer dan naar Groot-Brittannië, namelijk: 17,847 vaten of 285,552 pikols naar de eerste, tegen 16,675 vaten of 266,800 pikols naar de laatste markt. In dit jaar (1858) bedroeg de totale uitvoer van Manilla naar Australië, ten gevolge van een tekort in de Pampanga-oogst en de ontmoediging, die de hooge prijzen van 1857 aan de Australische invoerders berokkenden, slechts 9,038 vaten of 145,028 pikols.
«Terzelfder tijd voorzien Mauritius, Java en Bengalen Australië met groote en toenemende hoeveelheden suiker, en Mauritius in het bijzonder, dat de groote voordeelen geniet van meerdere nabijheid (wat den tijd betreft) en van machines en andere benoodigdheden, die van veel beter hoedanigheid zijn dan die welke in de Philippijnen in gebruik zijn, voorziet de Australische markt van eene groote hoeveelheid gekristalliseerde en geele suiker, die in Sydney en Melbourne veel gezocht worden, waar de voortdurende toeneming van de bevolking en van de algemeene welvaart de navraag naar betere soorten suiker vermeerdert. In1857 kregen de Australische koloniën 24,000 vaten of 384,000 pikols suiker uit Mauritius, en de laatste verslagen doen voorzien, dat de verschepingen dit jaar naar dezelfde gedeelten 30,000 vaten of 480,000 pikols zullen bedragen. DePort Louis Commercial Gazettevan 10 Augustus 1858 zegt het navolgende: «Er is geen twijfel dat de tegenwoordige oogst 240 millioen pond, dat is 120,000 vaten (bijna 2 millioen pikols), zal bedragen, maar daar de Australische koloniën 24,000 van den laatsten oogst trokken, kunnen wij verwachten dat zij van dezen minstens 30,000 zullen nemen, daar onze gekristalliseerde en geele suikers daar meer gewild worden.» Hetzelfde dagblad van 27 October voegt er bij: «Deze gemakkelijkheid om voor de producten billijke prijzen te maken, heeft levendigheid aan de zaken bijgezet en de vooruitzigten van de kolonie verbeterd. Er zijn nu 150 vaartuigen in onze haven, die naar en van verschillende gedeelten der wereld laden en lossen. Op onze marine-etablissementen houdt men zich druk bezig met het herstellen van schepen van verschillende natiën, die zich gelukkig geacht hebben hier eene schuilplaats te kunnen vinden; onze uitgestrekte kaden zijn te klein voor onzen handel; de doelmatige nieuwe pakhuizen, die laatstelijk gebouwd zijn en tot de verfraaijing van onze haven zullen bijdragen, zijn gevuld met goederen en producten; onze bevolking is dit jaar met 25,000 immigranten vermeerderd, terwijl slechts 6,500 personen zijn vertrokken. Onze openbare inkomsten zijn belangrijk vermeerderd; de maatschappijen nemen in bloei toe; de landbouw is uitgebreid, suiker-machines en werken verbeterd en vermeerderd, en particuliere gebouwen in het voornaamste gedeelte der stad vergroot en uitwendig verbeterd.»
«Gelukkig voor de Philippijnen, met het oog op hunne krachtiger mededingers, Mauritius, Java en Bengalen, zijn de mindere soorten van ruwe suikers van Iloilo, Capiz en Antique, Isla de Negros en Cebu, in gewone tijden, goedkooper dan die van eenige der laatste koloniën en dien ten gevolge meer geschikt ter raffinering; maar niets kan helderder dan de bovengenoemde feiten nopens den uitvoer van Mauritius, het groote gewigt doen uitkomen van hetopenhouden der wegen van uitvoervoorde ruwe Philippijnsche suikers naar Australië tegen de goedkoopst mogelijke prijzen voor de invoerders.
«De grootere uitgestrektheid en de buitengewone vruchtbaarheid der Philippijnen, in vergelijking met Mauritius, moeten ten slotte, zoo geene kunstmatige hinderpalen op nieuw aan de productie van de eerste in den weg gelegd worden, tot de ontwikkeling leiden van meerdere suikeroogst dan die van de laatste kolonie.
«De resultaten van de opening der havens van Soerabaja, Samarang en Cheribon en van andere op het eiland Java, zijn aanmoedigende omstandigheden, daar zij, onder meer gelijke voorbeelden, aantoonen van hoe groot gewigt Iloilo, als de centrale haven van de Bisajaansche eilanden, kan worden. Soerabaja en Samarang (en vooral de eerste), die gunstig nabij de hoofdplaatsen van productie zijn gelegen, voeren nu eene onmetelijke hoeveelheid producten uit en er worden orders voor de directe verscheping naar Europa van rijst, suiker, koffij, tabak en andere Javaansche producten door den telegraaf door de Bataviasche huizen aan hunne agenten in deze havens gegeven over een afstand van meer dan 350 mijlen. Ik kan voor het oogenblik niet meer doen dan kortelijk wijzen op het begin van uitvoer van hout voor gebouwen en meubelen van Iloilo en Antique naar China. Het Spaansche vaartuigSanta Justalaadde dit jaar eene groote lading hout voor Hongkong, die laatstelijk tegen 63½ cents per voet werd gekocht. Sedert is de prijs ten gevolge van de navraag voor den herbouw van Canton, in Hongkong gerezen en zijn toebereidselen gemaakt om andere ladingen met een groot vaartuig, hetzij Spaansch of buitenlandsch, naar China te verzenden; er bestaat veel uitzigt dat binnen kort eene groote trafiek in dit artikel zal komen, dat, gelijk wij reeds zeiden, van uitmuntende hoedanigheid, in groote hoeveelheid, goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar is bij Iloilo en de aangrenzende provincie Antique.
«Vaartuigen, die de reis naar Iloilo uit Australië of van eenige plaats in het zuiden der Philippijnen maken, moeten, gedurende den Z. W. mousson, den archipel tusschen de eilanden Basilan en Zamboanga binnenvaren en, wanneer zij kaap Batalamponvoorbijgaan, in den omtrek van kaap Gorda blijven en het Murcielagos-eiland aandoen, om daardoor te vermijden om naar de westzijde te worden gedreven door de sterke stroomen, die van de Mindanao-kust opkomen gedurende de beide moussons.
«Gedurende den N. O. mousson is het best een omweg te maken naar het oosten der Philippijnen en den archipel langs de straat van SanBernardinoin te varen. Deze moeten langs Samar en Masbate binnen gevaren worden. Vaartuigen, die van Manilla of van noordelijke havens komen, kunnen langs de Mindoro-passage gaan, maar zij moeten Don Claudio Monterio’s kaarten raadplegen. Na Tables en Romblon (waar eene uitmuntende haven is) te zijn gepasseerd, moet men de Silanga-eilanden aandoen, waarvoor het hooge eiland gelegen is,Suikerbrood(Pan de Azucar) genaamd. Gedurende den N. O. mousson moeten de vaartuigen zich tusschen de eilanden Jintotolo en het grootere Zapato (Schoen-eiland) houden, maar gedurende den zuidwestelijken tusschen Olivaja en het kleinere Zapato passeren. Het beste kanaal is tusschen Sicogon en Calaguan, maar de uitwendige en breeder passage tusschen de eilandgroepen en het eiland Negros, is verkieslijk voor groote vaartuigen. In den binnenweg is eene veilige ankerplaats. Te Bacuan en Apiton vindt men voorraad.
«Het getij door de Silanga-eilanden en de Zeven Zonden stroomt drie of vier mijlen per uur en van de Zeven Zonden naar Iloilo dikwijls zes tot zeven mijlen per uur.»
De bloei van den handel is zoo naauw verbonden met de algemeene welvaart en de vermeerdering van menschelijk geluk, dat men niet anders dan met belangstelling de resultaten kan beschouwen van eene wetgeving, die den handel van banden verlost en de industrie aanmoedigt, en het eiland Panay kan als een veelbelovend veld voor de toekomst beschouwd worden. Uit de jongste verslagen blijkt, dat de rietaanplant zeer snel in deze provincie is toegenomen, ten gevolge van de voortdurend hooge prijzen van de suiker en ook van het feit, dat de directe uitvoerhandel naar Australië is begonnen. De planters zien nu, dat de aankomst van vreemde vaartuigen tot eene voortdurende navraag voor hunne suiker zal leiden tegen betere prijzen, dan die zij vroeger op de markt te Manilla maakten, van waar, vóór deopening van de haven van Iloilo voor den vreemden handel, al de suiker van deze en de naburige provinciën moesten worden verscheept tegen groote onkosten door hooge vrachtprijzen, landings- en overschepingsregten, zee-assurantie, commissie, makelarij enz., al hetwelk nu door directe verscheping naar de plaats van productie wordt vermeld.
«De prikkel aan de aanplant gegeven, heeft dit jaar eene vermeerdering in de opbrengst te weeg gebragt van 60,000 pikols (3,750 vaten) en te oordeelen naar de groote hoeveelheid riet, die voor den volgenden oogst wordt geplant, kan men verwachten dat in 1860 ongeveer 140,000 pikols (7,500 vaten) zullen worden geproduceerd, zonder de hoeveelheid te rekenen die de naburige provinciën Antique (30,000 pikols) en het eiland Negros (35,000 à 40,000 pikols) opleveren, uit welke beide plaatsen suiker wordt aangebragt en uitgevoerd.
«Het verschil in de kosten van de suiker te Iloilo en Manilla bedraagt tegenwoordig 2 p. 16 sh. 5 d. per vat, vrij aan boord, zoo als blijkt uit de volgende
VERGELIJKENDE TABEL VAN KOSTEN.
Te Manilla, 23 April 1859.Dollars.1 vat = 16 pikols à 3.87½ dollars62.00Uitvoerregten à 3 pCt1.86Ontvangst, inladen en verschepen, 27 cents per pikol4.32———6.1868.18Commissieloon (in fondsen) 2½ pCt.1.70Kosten vrij aan boord te Manilla69.88Idem te Iloilo55.71Verschil14.17Te Iloilo, 2 Mei 1859Dollars.1 vat = gelijk 16 pikols à 2.75 dollars44.00Uitvoerregt 3 pCt.1.32Ontvangst, inlading en inscheping, 20 cents per pikol (geen huurboot wordt te Iloilo toegelaten)3.20———4.5248.52Commissieloon 2½ pCt.1.2149.7312 pCt. kosten van zilver5.98Kosten te Iloilo vrij aan boord55.71Verschil 14.17 dollarspd. st. 3.1.5Minder voor vrachtkosten per vat, wanneer een vaartuig te Manilla naar Iloilo gaat laden0.5.0Kosten per vat, minder te Iloilopd. st. 2.16.5
«Het eiland Panay, waarvan Iloilo de voornaamste haven is, is verdeeld in de drie provinciën Iloilo, Capiz en Antique, dierespectivelijk527,970, 143,713 en 77,639 inwoners bevatten, zijnde een totaal bedrag van 749,322, volgens de officiële bescheiden van 1858.
«Britsch vice-consulaat voor Panay,
«Iloilo, 2 Mei 1859. «N. LONEY.»
Niettegenstaande de gunstige vooruitzigten voor den handel te Iloilo, is weinig of niets gedaan voor de verbetering van de haven of ter vergemakkelijking van de uitbreiding van haren handel. Er is geen havenhoofd, geen licht, geene aanwijzing van gevaarlijke plaatsen, ofschoon de Oton-ondiepte zich uitbreidt, en het van het grootste belang is dat het veilige kanaal aan de zeevaarders worde aangewezen. De laatste instructiën der marine (1859) zijn de volgende:
«De haven van Iloilo, aan het zuidelijke strand van het Panay-eiland gelegen, ofschoon wel beschermd en van nature goed, is niet van inconveniënten ontbloot; zij kan echter gemakkelijk vermeden worden. Van eene goede kaart voorzien en als men vanhet noorden met eene loods nadert, kunnen groote vaartuigen veilig binnenvaren.
«De diepte van het water aan den dam bij den ingang van de kreek of rivier Iloilo, bedraagt omtrent vijf vademen bij laag water, maar op korten afstand verder op vermindert zij tot 15 voet en dan wordt het weer dieper. Daar de hoogte van het getij zes voet bedraagt, kan een vaartuig van een diepgang van 16 tot 18 voet gemakkelijk in- en uitzeilen, en wanneer, zoo als is voorgesteld, eene maalmachine wordt gebruikt om den modder te verwijderen, die zich op de meer ondiepe plaatsen bij den ingang heeft opgehoopt, kunnen vaartuigen van elken diepgang hunne ladingen binnenwaarts voltooijen. Een Spaansch schip van 700 ton, laadde in 1857 een gedeelte van eene lading tabak binnen de kreek en voltooide de lading buitenwaarts.
«Daar de oevers van de kreek van zachten modder zijn, bestaat er weinig of geen gevaar om vast te raken. Wanneer men ongeveer anderhalf mijl de kreek opvaart, die van eene halve tot drie kwart mijl in breedte verschilt, brengen de kustvaarders de goederen tot aan de woningen der reeders en hebben het voordeel te laden en te lossen aan de magazijnen, zonder het gebruik van booten. Van dit punt af loopt de kreek tot Molo, naar welke plaats kustvaartuigen vroeger konden gaan door eene ophaalbrug. Deze is echter versleten en daar de tegenwoordige brug geene middelen van doortogt aanbiedt, blijven zij te Iloilo, waar de Molo-handelaren hunne magazijnen hebben overgebragt. Men is echter reeds beginnen te arbeiden aan eene nieuwe beweegbare brug voor den doortogt van vaartuigen.
«Het eiland Guimaras vormt tegenover Iloilo een beschutten doortogt, die ongeveer noordelijk en zuidelijk loopt, van 2½ tot 6 mijlen breed is, diep water en eene goede ankerplaats heeft. De zuidelijke ingang tot deze passage wordt zeer belemmerd door de Oton-bank, die zich op belangrijken afstand van het Panay-strand uitstrekt en ongeveer eene mijl ver het doelmatige kanaal naar deze haven bekort tot eene breedte van ongeveer twee mijlen. Deze ondiepte is bijna een eiland geworden. Er bestaat echter geen hinderpaal voor groote vaartuigen gedurende dennoord-westelijken mousson (vooral als het kanaal wordt uitgebaggerd), daar de doortogt geheel zuiver is, terwijl zij in den noord-oostelijken mousson met het getij kunnen werken, omstreeks Guimaras blijvende (waarvan de kust zuiver is en diep water heeft), en zoo noodig aan het einde der ondiepte ankerende, die goeden vasten grond oplevert en waar men veilig nabij kan komen. Dit geheele gedeelte van de kust biedt dan ook eene veilige ankerplaats aan gedurende den noord-oostelijken mousson.
«Wanneer het hard in het zuidelijke kanaal naar Iloilo waait kan een vaartuig gaan naar de haven van Bulnagar of Santa Ana, aan de zuidwestzijde van Guimaras, waartoe de toegang gemakkelijk is en die vaartuigen van de grootste tonnemaat kan bevatten; zij biedt eene goede schuilplaats aan onder bijna alle omstandigheden.
«De kustvaartuigen gaan gewoonlijk van het noorden naar den noordelijken ingang tot Iloilo door de kleine, rijk van hout voorziene eilanden Gigantes, Sicogon, Pan de Azucar, Apiton enz., die gezamenlijk de Silanga genoemd worden, welke aan de noord-oostkust van Panay gelegen en op belangrijken afstand eene buitengewoon goede wijkplaats aanbiedt voor vaartuigen, die in den handel met Manilla en de meest zuidelijke Bisangas zijn betrokken. Ofschoon zich echter onder deze eilanden eene uitmuntende ankerplaats bevindt, vooral te Pan de Azucar en Tagal, zou het toch voorzigtiger zijn voor groote schepen, ingeval men niet practisch bekend is met het getij, de stroomingen enz., het buitenwaartsche kanaal te kiezen tusschen de Silanga en het eiland Negros.
«Na de Calabazos-rotsen en Papitas-ondiepte te zijn gepasseerd en het blokhuis van Banate in het gezigt te hebben (dat, even als vele andere op de Philippijnsche kusten is gebouwd ter beveiliging tegen de zeeroovers van de Soeloe-zee) moet men zuidelijk den koers houden, tot dat men eene groep van zeven merkwaardige rotsen, de Zeven Zonden genaamd, in het gezigt krijgt, die tusschen het noordelijk einde van Guimaras en het Panay-strand gelegen zijn; men moet dan direct daarnaar koers nemen en zorg dragen de Iguana-Bank te vermijden. Vaartuigen van tamelijken diepgang kunnen de kreek binnenvaren of, zoo zij te groot zijn, naar de oostzijde van het fort varen, waar zij tegen den wind en de gestrengheid van het getij beschut zijn.
«Een lichttoren, met een vast licht, zal op de Zeven Zonden en een ander op kaap Dumangas geplaatst worden. Ook zullen havenhoofden worden aangelegd langs het kanaal nabij de Iguana en Oton-ondiepten5.»
Het laatste verslag van de scheepvaart in de haven van Iloilo komt in de onderstaande noot voor6.
Iloilo biedt vele gemakken aan voor de daarstelling van werven, havenhoofden en landingsplaatsen, maar er zijn nog geene gebouwd. De toegang tot de rivier en hare geheele loop kunnen gemakkelijk gezuiverd worden, maar weinig of niets wordt er verrigt tot wegruiming van den opgehoopten modder.