HOOFDSTUK XII.

HOOFDSTUK XII.GEESTELIJKE MAGT.Men heeft op de Philippijnen een aartsbisschoppelijke en drie bisschoppelijke zetels. Het aartsbisdom van Manilla werd in 1595 door Clement VII gesticht en door Philippus II met een jaarlijksch inkomen van 500,000 maravedis (ƒ2,400) begiftigd. Het bisdom van Nieuw-Segovia werd omstreeks denzelfden tijd gesticht en met eene gelijke som begiftigd. In 1859 was die zetel vacant. Het bisdom van Cebu werd in 1567, kort na de verovering van het eiland door de Spanjaarden, gesticht. Ook Nueva Caceres heeft een bisdom. De keuze van candidaten voor deze geestelijke eere-ambten is meestal overgelaten aan de godsdienstige broederschap, die het talrijkst is in het district waar eene plaats openvalt, terwijl de candidaat, wanneer hij door den Spaanschen souverein is goedgekeurd, door den Paus wordt bevestigd. Somtijds hebben wel benoemingen plaats gehad van een bisschop, die het moederland niet wenschte te verlaten, hetgeen, naar men mij zeide, tot het besluit geleid heeft geen bisschop meer te installeren dan nadat hij zijn zetel zal hebben bezet. De geestelijke magt is voornamelijk in handen van de monniken of de eigenlijke geestelijkheid. Men vindt betrekkelijk weinig wereldlijke priesters op de eilanden. De Dominikaner en Augustijner monniken hebben uitgestrekte bezittingen,vooral in de midden- en zuidelijkeprovinciën; de Franciscanen bevinden zich in het grootst getal in de noordelijke gewesten. Ik moet hier de meest mogelijke hulde en het loffelijkste getuigenis brengen aan de gastvrijheid en de bereidwilligheid der monniken gedurende mijne geheele reis. Overal werden de kloosters voor ons met de meeste vriendschappelijkheid geopend en ik schrijf het grootste gedeelte van het huldebewijs der Indianen toe aan de gulle ontvangst, die wij overal van wege de Spaansche geestelijken genoten. DeDominikanermonniken zijn belast met de zendingen te Fokien, in China en te Tonquin.De geschiedenis der geestelijkheid op de Philippijnen kenmerkt zich door bittere en somtijds bloedige geschillen van de kerk met de burgerlijke magt en door twisten van de geestelijke autoriteiten onder elkander. In het jaar 1710 verklaarden deDominikanenzich onafhankelijk van de verpligting om het kerspel te bezoeken. In een’ hunnerresolutiënwordt gezegd: «In deprovinciënhoudt men het voor eene zekerheid dat zulke bezoeken tot den ondergang der geestelijkheid zouden leiden en in deze meening werd reeds voor jaren gedeeld door vrome en ijverige geestelijken en hoogere prelaten, die in het gewest verblijf hielden.» In 1757 werden de Augustijner monniken (calzados) bedreigd met de verbeurdverklaring van hun eigendom, zoo zij de hoogere magt en de toelating van regtstreeks benoemde parochiale geestelijken miskenden, maar hun besluit was, dat zulk eene onderwerping «de ondergang van hunne instelling en het zedelijke verderf hunner zielen zou zijn.» In 1767 vaardigde Benedictus XIV een bul uit, waarbij op de erkenning van het koninklijk gezag werd aangedrongen, maar de Augustijnen bleven volharden. In 1775 werd bij koninklijk besluit te Madrid bepaald dat alle eigenlijke geestelijken zich moeten onderwerpen aan hun provinciaal in vraagstukkende vita et moribus; aan den bisschop in alle zaken van geestelijke administratie en aan den kapitein-generaal als onderkoning. Of de geestelijke tucht beter bewaard wordt door de tusschenkomst van de hoogere autoriteiten dan wel door de onafhankelijke werking onder elkander van de verschillende geestelijke orden, is eene vraag, waarover reeds veel gesproken is, maar het is een feit dat de monnik een ontzaggelijken en weinig beperkten invloed heeft op de plaats van zijnambt en dat, waar misbruiken bestaan, het zeer moeijelijk valt die na te gaan en het nog moeijelijker is straf toe te passen, waar het kwaad blijkt bedreven te zijn.Het kan niet ontkend worden dat, zooals Thomas de Comijn zich uitdrukt, «de zendelingen de eigenlijke veroveraars der Philippijnen waren; zij strekten intusschen niet den arm als krijgslieden uit, maar zij gaven wetten aan millioenen en, hoe verspreid ook, oefenden zij door eenheid van doel en van werkkring voortdurend gezag uit over talrijke menschenmassa’s.» Tot op den huidigen dag nog vindt men weinige kerspelen, waarin de gobernadorcillo, nadat hij een mandaat heeft bekomen van de burgerlijke magt, in gebreke blijft den monnik te raadplegen, terwijl de werkzaamheid van den Indiaanschen functionaris in het uitvoeren van den hem opgedragen last veel afhangt van de meening des geestelijken over het gegeven mandaat.Godsdienstigeprocessiënzijn de trots en de hartstogt der Filipinos en bij groote feesten verzamelen zij tallooze massa’s als vertooners en toeschouwers. De schitterendste dezer optogten zijn die, welke na zonsondergang plaats hebben, als wanneer eenige duizende personen brandende kaarsen dragen; de processie is dan soms eene mijl lang en bestaat uit alle militaire en civiele autoriteiten en de geestelijke ambtenaren, die met elkander wedijveren in de vertooning van hunnen ijver en ootmoed. Bij die gelegenheden maken prachtig gekleede beelden van de verschillende voorwerpen van vereering een belangrijk deel der plegtigheid uit. Men verzekerde mij, dat de waarde der juweelen, die het beeld vanNuestra Senora de la Imaculada Concepcionop haren feestdag droeg, meer dan 25,000 dollars beliep. Een aantal muziekcorpsen vergezellen den optogt. Een der aardigste gedeelten daarvan is het aantal kleine meisjes, allernetst in het wit gekleed, die achter sommige beelden der heiligen of depaliovan den aartsbisschop gaan. Eene dezerprocessiëntrok gedurende 40 minuten voort en was van eene onmetelijke lengte, terwijl langs den geheelen weg aan beide zijden dragers van waskaarsen gingen. De geestelijke orden schijnen een wedstrijd te voeren, wie van hen den meesten indruk en ontzag zal te weeg brengen. De beelden zijn in levensgrootte en in prachtige kleederen gestoken, die met versierselenals opgevuld zijn. Zij worden op de schouders van hunne vereerders gedragen, aldus een plate-form uitmakende, waarop zij aan de menigte worden tentoongesteld1.Deze godsdienstige plegtigheden, die zoo dierbaar voor en zoo karakteristiek aan de Filipinos zijn, wordenPentacasigenoemd.Iedereen schijnt daaraan deel te nemen, hetzij binnen of buiten ’s huis. Allen noodigen uit of worden uitgenoodigd en men is druk bezig met het bereiden van maaltijden of het versieren van kamers (met meubelen, die van alle kanten geleend worden; iets dat later op wederdienst aanspraak maakt); voorts met het bijeenzamelen van muzikanten; het opzoeken van vreemdelingen, terwijl bij dat alles de plaats vol leven en bedrijvigheid is.«Op den avond voor het feest,» zegt een inlandsche schrijver, terwijl hij melding maakt van hetgeen in de nabijheid van Manillaplaats had «is men in de pueblo druk bezig met het maken van toebereidselen. Op de straten worden schoone bogen van bamboe gemaakt, met beschilderd linnen bedekt, die verschillende bouworden aanduiden; sierlijkedraperiënworden over den boog gehangen, waarin zich verschillende openingen of vensters bevinden, om daarin bont opgesmukte lantarens te plaatsen (eene kunst, die ongetwijfeld overgenomen is van de Chinezen, welke daarin zeer ver gevorderd zijn). In de lantarens worden versierde beeldjes in voortdurende beweging gehouden door de warmte van den atmospheer. Bouquetten van kunstbloemen, vruchtengroepen en verschillende deviesen versieren de huizen, terwijl de plaatselijke muzikanten serenades brengen aan de priesters en de autoriteiten; de geheele bevolking begeeft zich voorts ter kerke voor de avonddienst. Dedalagas(meisjes) maken hare beste plunje gereed om aan de processie deel te nemen, waarin koninginnen en heiligen, benevens verschillende personen uit de H. Schrift, worden voorgesteld door de Zagalas of vrouwelijke personen uit de gezinnen, die dan fluweelen en gouden kleederen dragen, met al de juweelen versierd, die men kan vinden, en hoezeer nu het kostuum niet altijd van veel klassieke of historische kennis getuigt, is het toch zeer schoon en luisterrijk, doet het genoegen aan de dragers en wordt bewonderd en toegejuicht door de toeschouwers. Volksliederen worden, geaccompagneerd door de guitar, gezongen en de vrolijkheid duurt tot middernacht voort. Ten 8 ure van den volgenden morgen wordt de mis bijgewoond, eene preek gehouden en eene processie gemaakt, waarna allen zich naar hunne woningen begeven om de hitte van den dag te ontgaan, maar in de voornaamste woningen zijn maaltijden gereed voor iederen gast, die komen wil, terwijl eene groote verscheidenheid van Indiaansche spijzen op de tafel staan. Ten vier ure des namiddags komen de militairen met hunne muziek en gewoonlijk vereenigen de dorpsmuzikanten in het kerkkoor zich dan bij de kerk om de talrijke bezoekers uit de hoofdstad te verwelkomen. De menigte rijtuigen is dan zóó groot, dat zij niet door de straten mogen rijden, maar aan den ingang van den pueblo moeten verlaten worden, terwijl de dan uitstappende personen te voet naar de woningen moeten gaan, waar men hen uitgenoodigd heeft. Een groot aantal Spaanschemeisjes uit Manilla zit aan de vensters om de drukte te beschouwen. De straten zijn nu niet alleen gevuld met de fraai uitgedoschte inwoners, maar ook eene massa Indianen komt uit de binnenplaatsen om aan het feest deel te nemen. De inlandsche autoriteiten brengen nu, door muziek voorafgegaan, een bezoek in de verschillende huizen om de Zagalas bijeen te zamelen, die in hare koninklijke kleederen en met haar kroonen te voorschijn komen, met eene menigte volgelingen achter zich. Er heeft een groot vuurwerk plaats; raketten worden af- en ballons opgelaten en zoo gaat de processie naar de kerk. Het is een groote dag voor den gallera of het haanstrijdperk; het is tot stampens toe gevuld met drukke en opgewonden vertooners en toeschouwers; groote weddingschappen worden aangegaan; hutten omgeven de plaats, waar eten en drinken wordt verkocht en onder de délicatesses komengeroosterdespeenvarkentjes veel voor. De processie vertrekt gewoonlijk ten 6 ure. Allen, die er aan deelnemen, dragen een brandende waskaars; eerst de kinderen van het dorp; daarna de soldaten; vervolgens het beeld der Heilige Maagd, met een geleide van gesluijerde dames; daarop het beeld van den heilige van den dag of van de plaats, wiens wagen door een aantal dalagas in witte kleederen wordt gedragen, die guirlandes en kroonen van bloemen in de hand hebben en door de autoriteiten en den priester met zijn’ gouden kap gevolgd worden; nu een muziekkorps en cavalerie-soldaten; hierachter de hoofd-zagala, wier koninklijk kleed door acht of tien Indiaansche meisjes, in het wit gekleed en met bloemen versierd, wordt gedragen. Andere zagalas, voorstellende de Christelijke deugden, komen nu, als: Trouw, Hoop, Liefdadigheid met hare karakteristieke attributen. Somtijds zijn er ook karren bij, waarin tooneelen uit de Schrift door personen worden vertoond, terwijl anderen alle blijken van ootmoed ten toon spreiden. De processie trekt door de straten, tot dat het laat in den nacht is; dan worden de beelden weder naar de kerk gebragt en beginnen andere vermakelijkheden. De voornaamste gasten worden gelaten in een open, tijdelijk opgerigt gebouw, dat fraai gedrapeerd en schitterend verlicht is; in het midden staat eene groote tafel, met lekkernijen opgevuld en met bouquetten en pyramiden van bloemen versierd. De grootste eerbewijzen worden aan de geestelijken en daarna aan de andere bezoekers betoond,naar gelang van rang en positie. Daar de straten en huizen verlicht worden, zoodra de nacht aanbreekt, verzamelen de voornaamste inwoners hunne gasten daar en tegen 10 ure begint men met het ontsteken van vuurwerk en het oplaten van ballons, waarbij de concurrentie van de vuurwerkkunstenaars der hoofdstad ruim veld is overgelaten. De meeste pueblos rondom Manilla hebben hunne feestdagen en bij het wedijveren in het roemrijk maken van de plaatselijke heiligen en beschermers, trachten zijzelfsde hoofdstad voorbij te streven. Santa Cruz, eene rijke en volkrijke plaats, verheugt zich in de bescherming van den H. Stanislas en spreidt verder de meeste pracht ten toon, waarin de inwoners van Manilla een werkzaam aandeel nemen. De feestdag der Chinezen is die van den H. Nicolaas in Guadalupe. Tondo heeft zijne bijzondere feesten. Binondo is groot en prachtig op den dag van «Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans van den H. Dominicus.» Sampaloc viert «Onze Vrouw van Loreto.» Santa Ana vereert «Onze Vrouw van de Verlatenen» (de los desamparados). Pandacan heeft zijne feesten ter eere van «den heiligen naam van Jezus» en de pracht daarvan verhoogt de liefelijkheid der plaats. St. Sebastiaan houdt den optogt met zijn zilveren wagen, waarin «Onze Vrouw van Carmel» statig wordt rondgedragen. De schorsingen, die door de regenmaanden, de vasten en door vele andere belemmeringen plaats hebben, worden vergoed door de buitengewoneceremoniënen festiviteiten en andere katholieke vreugdedagen. Alleen de lijst van al dezefiestaszou bladzijden beslaan en ik had het geluk de eilanden juist in een tijd te bezoeken, dat ik de gelegenheid had menige dier karakteristieke vertooningen bij te wonen.»De weelde der monniken en van sommige monniken-orden op de eilanden is dikwijls en natuurlijk een onderwerp van verwijt geweest. De inkomsten, die zij trekken, zijn op sommige plaatsen zeer belangrijk, in verwijderde districten beloopen zij zelfs 8 à 9 duizend dollars per jaar, soms meer, zooals in de volkrijke pueblos als Binondo. Sommige dezer gemeenten bezetten ook groote stukken gronds, waarvan de administratie op bepaalde vergaderingen, in de hoofdstad gehouden, wordt gecontroleerd, bij welke gelegenheid de menschen uit de verschillendeprovinciënen van dezelfde broederschap, verslag moeten doen van hun beheer ende algemeene belangen der broederschap bediscussiëren. De besparingen der monniken komen na hunnen dood aan de kloosters, maar zij beschikken er bij hun leven zonder veel moeite over.Wij hebben reeds gezegd dat de staatkunde der monniken op de Philippijnen daarin bestaat om den Indiaan langs een pad van bloemen naar den hemel te geleiden. Hij zal weinig berisping van zijn’ geestelijken vader ondervinden, wanneer hij de godsdienstige plegtigheden getrouw waarneemt, zijne bijdragen aan kerk en staat geregeld schenkt en die openlijke blijken van eerbied en ootmoed betoont, die de vertegenwoordigers der Godheid als hunne wettige erfenis eischen; maar er bevinden zich ook vele doornen onder de rozen van, en veel hinderpalen op dien hemelschen weg en eens zal de tijd komen dat hooger en edeler streven dan thans den armen onbeschermden, of weinig beschermden Indiaan bezielt, zijn’ levensgedrag zal leiden.De persoonlijke beleefdheden, de gulle ontvangst en de talrijke attenties, die ik van de monniken overal op de Philippijnen ondervond, moeten mij natuurlijk gunstig voor hen doen stemmen. Ik vond onder hen inderdaad mannen, die liefde en eer waardig zijn, sommigen zelfs van groote geestontwikkeling, maar letterkundige beschaving en wetenschappelijke kennis zijn zeldzame zaken onder hen. Steeds bezig met hunne eigene belangen, weten zij weinig van de wereldsche zaken. Politiek, geographie, geschiedenis hebben geene bekoorlijkheid voor hen die, zoo zij al den lust tot studeren hadden, in hunne afzondering en uitsluiting weinig gelegenheid daartoe zouden hebben. Hunne kloosters zijn schier paleizen met uitgebreide hoven, gronden en tuinen; hunne inkomsten dikwijls groot. Hoezeer hunne leefwijze over het algemeen sober en eenvoudig is, houden velen schoone rijtuigen en hebben de beste paarden van de plaats; zij worden meestal door eene ootmoedige en bijgeloovige bevolking omgeven, op wier hoop en vrees, gedachten en gevoelens zij een invloed uitoefenen, die betooverend zou worden genoemd, wanneer hunne geloovigen dien niet goddelijk achtten. Deze invloed is ongetwijfeld grootendeels verkregen door den heldenmoed, den arbeid, het lijden en de opofferingen van de vroegere zendelingen en door de goed georganiseerde hierarchie van de Roomsche kerk, wier vertakkingen zich tot deuiterste punten uitstrekken waar slechts een vorm of schijn van het Christendom kan worden ontwaard. Boekdeelen op boekdeelen—de uitgebreide verhalen van de handelingen der verschillende godsdienstige orden zijn voor Protestantsche lezers weinig bekenden—vullen de boekzalen van deze gestichten, die de verzamelplaatsen zijn van hunne godsdienstige historie.De meest invloedrijke broederschap op de Philippijnen is die der Augustijnen (Agostinos Calzados), die met de verzorging van meer dan anderhalf millioen zielen belast zijn. De barrevoetgaande Augustijnen (Agostinos DescalzosofRecoletos) oefenen over ongeveer een derde van dat aantal gezag uit. Dan volgen de Dominikanen in rang, wier vereenigingen niet minder talrijk zijn dan die der barrevoetgaande Augustijners. Vervolgens komen de Franciscanen, die met de Dominicanen in de uitgestrektheid van hun gezag gelijk staan. Afgescheiden van de monnikenorden en de hoogere geestelijke autoriteiten, bestaat er slechts een klein aantal parochiale en wereldlijke geestelijken in de Philippijnen.Bij gelegenheid van installatie onder het «koninklijk zegel» hebben de plegtiglieden plaats in de kerk der Augustijnen, de oudste in Manilla, waar ook de regements-vaandels worden ingewijd en andere publieke feesten gevierd. Aan deze kerk is een klooster verbonden. De geregelde Augustijnen en de Recoletos hebben beiden geldelijke toelagen van den Staat. De Franciscanen staan naast de Augustijnen, wat betreft het aantal hunner geestelijkheid.Eene bron van invloed, die de monniken bezitten en waarvan eene menigte burgerlijke ambtenaren is uitgesloten, bestaat in het meesterschap van de inlandsche talen. Al de voorbereidendestudiënvan geestelijke aspiranten zijn aan dit onderwerp gewijd. Het lijdt geen twijfel dat het dagelijksch verkeer met het Indiaansche volk hun daarin wel te stade komt, daar zij steeds in gesprek daarmede zijn, terwijl zij naauw bekend zijn met hunne belangen. Een der beste middelen om het gezag der burgerlijke departementen te verhoogen zou bestaan in de aanmoediging, aan de ambtenaren te geven tot het verkrijgen van de kennis der inlandsche talen. Ik meen dat het Spaansch nergens dan in de hoofdstad van de predikstoelen gesproken wordt. In vele pueblos vindt men geen enkelen Indiaan, die Castiliaansch verstaat, zoodat de priester dikwijls de eenige tolktusschen het gouvernement en de gemeente is en, zooals de maatschappij thans is georganiseerd, een noodzakelijke tolk. Men moet hier in het oog houden, dat de verschillende leden van godsdienstige broederschappen door sterker banden en een krachtiger en meer invloedrijke organisatie aan elkander gehecht zijn, dan eenige officiele hierarchie onder burgers, zoodat het gouvernement geenerlei medewerking van de priesterschap kan verwachten, waar het geldt de vermindering van geestelijke magt of gezag, hoezeer de onderwerping van dat gezag aan den Staat en de beperking daarvan, overal waar het zich in het algemeen welzijn mengt, eene groote noodzakelijkheid en een gewigtig op te lossen vraagstuk in de Philippijnen is. Maar hier juist is hetKatholiekekarakter van het gouvernement zelf eene zeer groote en bijna onoverkomelijke zwarigheid. Niets is den Spanjaard dierbaarder dan zijne godsdienst; zijne orthodoxie is zijn trots en roem en op dezen grondslag bouwt de Roomsche kerk natuurlijk haar politiek gezag en kan zij haar alles overheerschenden invloed met den geheelen werkkring van het civiel gouvernement ineenmengen. De Hollanders hebben in hunnekoloniënmet zulk eene zwarigheid niet te kampen.De Kapitein-Generaal heeft de goedheid gehad mij de jongste opgaven te geven van de geestelijkecorporatiënop de Philippijnen tot op 1859. Zij zijn de volgende:BelastingschuldigenZielen.Doop.Huwelijk.Sterfgevallen.Recoletos.Aartsbisdom Manilla.29.899122.8425.3351.1663.334provincie Zebu.90.701454.27918.5594.1666.500Totaal120.600577.12123.8945.3329.834Franciskanen.Aartsbisdom Manilla.60.936227.8667.9881.9237.896Bisdom Nieuw-Caceres.72.477289.0129.9572.5057.020Bisdom Zebu.57.778237.5839.9412.2604.691Totaal191.191754.46127.8866.68819.607Augustijnen.Aartsbisdom Manilla.162.749678.79128.8266.19420.669Bisdom Ilocos.85.574357.21815.7754.2188.383Bisdom Zebu.136.642607.82127.0494.04916.361Totaal384.9651.643.83071.65014.46145.413Dominikanen.Aartsbisdom Manilla.20.80374.8433.2306032.806Nieuw-Segovia.77.314352.7501.3743.9099.216Totaal98.117427.5934.6044.51212.022DeDominikanenzijn belast met de zendingen in de provincie Fokien in China en Tonquin. Zij deden in 1857 plaats hebben: in Fokien 11.034 belijdenissen en 10.476communiën; 1.973 doopplegtigheden van kinderen en 213 van volwassenen, 284 huwelijken en 288 bevestigingen. In Oostersch Tonquin: 3.283 doopplegtigheden van kinderen en 302 van volwassenen;4.424laatste oliesels,64.052belijdenissen, 60.167communiënen 658 huwelijken. In Midden-Tonquin: 5.776 doopen van kinderen en 400 van volwassenen; 32.229 zalvingen; 141.961 belijdenissen; 131.438communiënen 1.532 huwelijken.1Het is welligt niet onaardig de volgende bijzonderheden mede te deelen als een model van zulk eene processie, die echter lang niet eene van de grootste is.Programma van de processie der Heilige Begrafenis, uit de kerk van San Domingo gaande en daarheen langs de hoofdstraten van Manilla terugkeerende:Burgerwachten te paard.Dragers van brandende waskaarsen langs de processie.Militairen, onder hunne resp. hoofden en kleuren.Carabiniers van de Hacienda, met 8 kaarsen.Compagnie ingenieurs met 8 kaarsen.Carabiniers voor de openbare veiligheid met 8 kaarsen.Cavalerie (lanciers) met 32 kaarsen.Infanterie (Bourbon) met 32 kaarsen.Idem (Princesa) met 32 kaarsen.Idem (Infante) met 32 kaarsen.Idem (Fernando VII) met 32 kaarsen.Artillerie-brigade no. 1 met 32 kaarsen.Idem no. 2 met 32 kaarsen.Infanterie (Rey) met 32 kaarsen.Boeren met waskaarsen.Officieren van de zee- en landmagt en ambtenaren.Collegeantenvan St. Jan van Lateraan.Wereldlijke geestelijkheid.Broederschap van St. Domingo.Twee rijen der Zusterschap (Beatas).Het midden der processie bestond uit:Een muziekkorps der infanterie (Rey).Standaard.Tien voorstellingen van het Lijden, op bepaalde afstanden door de geestelijkheid gedragen.Zes collegeanten van St. Jan van Lateraan, met cirios (groote waskaarsen).Het beeld van Johannes den Evangelist.Elf voorstellingen van het Lijden, door de geestelijkheid voorgesteld.Zes collegeanten van St. Jan met cirios.Beeld van St. Maria van Magdalena.Muziekkorps der infanterie (Ferdinand VII).Tien voorstellingen van het Lijden, als boven.Muziek-koor, hetMisererezingende.Acht collegeanten van St. Thomas met cirios.Wagen, waarinde Heergedragen wordt.Ter zijde van den wagen achthellebaardiersmet lijkhellebaarden.Muziek van de infanterie (no. 7).Pallium (palio) door collegeanten van St. Jan van Lateraan gedragen.Broederschap der begrafenis, in een halven cirkel.Zes collegeanten van St. Jan van Lateraan, met cirios.Beeld van Santa Maria Salomé.Zes collegeanten van St. Thomas met cirios.Beeld van Santa Maria Jacoba.Muziekkoor, hetStabat Materzingende.Zes collegeanten van St. Thomas in eene rij met waskaarsen.Beeld van Onze Lieve Vrouw de los Dolores.Pallium, door zes collegeanten van St. Thomas gedragen.Preste (hoogmis-vierder) in zijn zwarten kap, met twee kosters ter regter- en linkerzijde.Z. E. de Gouverneur-Generaal; aan zijne linkerhand de Luitenant-Gouverneur, aan de regterhand de prior van St. Domingo, president van de Broederschap der Heilige Begrafenis, welke laatste al de hooge autoriteiten van de eilanden voorafgaan, die in volle kostuum door de hoofd-officieren der zee- en landmagt worden gevolgd.Brigade Europesche artillerie, met officieren.Trommelslagers (de trommels bekleed), de treurmarsch slaande.Treurmuziek.Europesche brigade, met omgekeerde geweren.Eskorte van den kapitein-Generaal te paard.NOTA.In deze godsdienstige processie worde de meest mogelijke orde bewaard.↑

HOOFDSTUK XII.GEESTELIJKE MAGT.Men heeft op de Philippijnen een aartsbisschoppelijke en drie bisschoppelijke zetels. Het aartsbisdom van Manilla werd in 1595 door Clement VII gesticht en door Philippus II met een jaarlijksch inkomen van 500,000 maravedis (ƒ2,400) begiftigd. Het bisdom van Nieuw-Segovia werd omstreeks denzelfden tijd gesticht en met eene gelijke som begiftigd. In 1859 was die zetel vacant. Het bisdom van Cebu werd in 1567, kort na de verovering van het eiland door de Spanjaarden, gesticht. Ook Nueva Caceres heeft een bisdom. De keuze van candidaten voor deze geestelijke eere-ambten is meestal overgelaten aan de godsdienstige broederschap, die het talrijkst is in het district waar eene plaats openvalt, terwijl de candidaat, wanneer hij door den Spaanschen souverein is goedgekeurd, door den Paus wordt bevestigd. Somtijds hebben wel benoemingen plaats gehad van een bisschop, die het moederland niet wenschte te verlaten, hetgeen, naar men mij zeide, tot het besluit geleid heeft geen bisschop meer te installeren dan nadat hij zijn zetel zal hebben bezet. De geestelijke magt is voornamelijk in handen van de monniken of de eigenlijke geestelijkheid. Men vindt betrekkelijk weinig wereldlijke priesters op de eilanden. De Dominikaner en Augustijner monniken hebben uitgestrekte bezittingen,vooral in de midden- en zuidelijkeprovinciën; de Franciscanen bevinden zich in het grootst getal in de noordelijke gewesten. Ik moet hier de meest mogelijke hulde en het loffelijkste getuigenis brengen aan de gastvrijheid en de bereidwilligheid der monniken gedurende mijne geheele reis. Overal werden de kloosters voor ons met de meeste vriendschappelijkheid geopend en ik schrijf het grootste gedeelte van het huldebewijs der Indianen toe aan de gulle ontvangst, die wij overal van wege de Spaansche geestelijken genoten. DeDominikanermonniken zijn belast met de zendingen te Fokien, in China en te Tonquin.De geschiedenis der geestelijkheid op de Philippijnen kenmerkt zich door bittere en somtijds bloedige geschillen van de kerk met de burgerlijke magt en door twisten van de geestelijke autoriteiten onder elkander. In het jaar 1710 verklaarden deDominikanenzich onafhankelijk van de verpligting om het kerspel te bezoeken. In een’ hunnerresolutiënwordt gezegd: «In deprovinciënhoudt men het voor eene zekerheid dat zulke bezoeken tot den ondergang der geestelijkheid zouden leiden en in deze meening werd reeds voor jaren gedeeld door vrome en ijverige geestelijken en hoogere prelaten, die in het gewest verblijf hielden.» In 1757 werden de Augustijner monniken (calzados) bedreigd met de verbeurdverklaring van hun eigendom, zoo zij de hoogere magt en de toelating van regtstreeks benoemde parochiale geestelijken miskenden, maar hun besluit was, dat zulk eene onderwerping «de ondergang van hunne instelling en het zedelijke verderf hunner zielen zou zijn.» In 1767 vaardigde Benedictus XIV een bul uit, waarbij op de erkenning van het koninklijk gezag werd aangedrongen, maar de Augustijnen bleven volharden. In 1775 werd bij koninklijk besluit te Madrid bepaald dat alle eigenlijke geestelijken zich moeten onderwerpen aan hun provinciaal in vraagstukkende vita et moribus; aan den bisschop in alle zaken van geestelijke administratie en aan den kapitein-generaal als onderkoning. Of de geestelijke tucht beter bewaard wordt door de tusschenkomst van de hoogere autoriteiten dan wel door de onafhankelijke werking onder elkander van de verschillende geestelijke orden, is eene vraag, waarover reeds veel gesproken is, maar het is een feit dat de monnik een ontzaggelijken en weinig beperkten invloed heeft op de plaats van zijnambt en dat, waar misbruiken bestaan, het zeer moeijelijk valt die na te gaan en het nog moeijelijker is straf toe te passen, waar het kwaad blijkt bedreven te zijn.Het kan niet ontkend worden dat, zooals Thomas de Comijn zich uitdrukt, «de zendelingen de eigenlijke veroveraars der Philippijnen waren; zij strekten intusschen niet den arm als krijgslieden uit, maar zij gaven wetten aan millioenen en, hoe verspreid ook, oefenden zij door eenheid van doel en van werkkring voortdurend gezag uit over talrijke menschenmassa’s.» Tot op den huidigen dag nog vindt men weinige kerspelen, waarin de gobernadorcillo, nadat hij een mandaat heeft bekomen van de burgerlijke magt, in gebreke blijft den monnik te raadplegen, terwijl de werkzaamheid van den Indiaanschen functionaris in het uitvoeren van den hem opgedragen last veel afhangt van de meening des geestelijken over het gegeven mandaat.Godsdienstigeprocessiënzijn de trots en de hartstogt der Filipinos en bij groote feesten verzamelen zij tallooze massa’s als vertooners en toeschouwers. De schitterendste dezer optogten zijn die, welke na zonsondergang plaats hebben, als wanneer eenige duizende personen brandende kaarsen dragen; de processie is dan soms eene mijl lang en bestaat uit alle militaire en civiele autoriteiten en de geestelijke ambtenaren, die met elkander wedijveren in de vertooning van hunnen ijver en ootmoed. Bij die gelegenheden maken prachtig gekleede beelden van de verschillende voorwerpen van vereering een belangrijk deel der plegtigheid uit. Men verzekerde mij, dat de waarde der juweelen, die het beeld vanNuestra Senora de la Imaculada Concepcionop haren feestdag droeg, meer dan 25,000 dollars beliep. Een aantal muziekcorpsen vergezellen den optogt. Een der aardigste gedeelten daarvan is het aantal kleine meisjes, allernetst in het wit gekleed, die achter sommige beelden der heiligen of depaliovan den aartsbisschop gaan. Eene dezerprocessiëntrok gedurende 40 minuten voort en was van eene onmetelijke lengte, terwijl langs den geheelen weg aan beide zijden dragers van waskaarsen gingen. De geestelijke orden schijnen een wedstrijd te voeren, wie van hen den meesten indruk en ontzag zal te weeg brengen. De beelden zijn in levensgrootte en in prachtige kleederen gestoken, die met versierselenals opgevuld zijn. Zij worden op de schouders van hunne vereerders gedragen, aldus een plate-form uitmakende, waarop zij aan de menigte worden tentoongesteld1.Deze godsdienstige plegtigheden, die zoo dierbaar voor en zoo karakteristiek aan de Filipinos zijn, wordenPentacasigenoemd.Iedereen schijnt daaraan deel te nemen, hetzij binnen of buiten ’s huis. Allen noodigen uit of worden uitgenoodigd en men is druk bezig met het bereiden van maaltijden of het versieren van kamers (met meubelen, die van alle kanten geleend worden; iets dat later op wederdienst aanspraak maakt); voorts met het bijeenzamelen van muzikanten; het opzoeken van vreemdelingen, terwijl bij dat alles de plaats vol leven en bedrijvigheid is.«Op den avond voor het feest,» zegt een inlandsche schrijver, terwijl hij melding maakt van hetgeen in de nabijheid van Manillaplaats had «is men in de pueblo druk bezig met het maken van toebereidselen. Op de straten worden schoone bogen van bamboe gemaakt, met beschilderd linnen bedekt, die verschillende bouworden aanduiden; sierlijkedraperiënworden over den boog gehangen, waarin zich verschillende openingen of vensters bevinden, om daarin bont opgesmukte lantarens te plaatsen (eene kunst, die ongetwijfeld overgenomen is van de Chinezen, welke daarin zeer ver gevorderd zijn). In de lantarens worden versierde beeldjes in voortdurende beweging gehouden door de warmte van den atmospheer. Bouquetten van kunstbloemen, vruchtengroepen en verschillende deviesen versieren de huizen, terwijl de plaatselijke muzikanten serenades brengen aan de priesters en de autoriteiten; de geheele bevolking begeeft zich voorts ter kerke voor de avonddienst. Dedalagas(meisjes) maken hare beste plunje gereed om aan de processie deel te nemen, waarin koninginnen en heiligen, benevens verschillende personen uit de H. Schrift, worden voorgesteld door de Zagalas of vrouwelijke personen uit de gezinnen, die dan fluweelen en gouden kleederen dragen, met al de juweelen versierd, die men kan vinden, en hoezeer nu het kostuum niet altijd van veel klassieke of historische kennis getuigt, is het toch zeer schoon en luisterrijk, doet het genoegen aan de dragers en wordt bewonderd en toegejuicht door de toeschouwers. Volksliederen worden, geaccompagneerd door de guitar, gezongen en de vrolijkheid duurt tot middernacht voort. Ten 8 ure van den volgenden morgen wordt de mis bijgewoond, eene preek gehouden en eene processie gemaakt, waarna allen zich naar hunne woningen begeven om de hitte van den dag te ontgaan, maar in de voornaamste woningen zijn maaltijden gereed voor iederen gast, die komen wil, terwijl eene groote verscheidenheid van Indiaansche spijzen op de tafel staan. Ten vier ure des namiddags komen de militairen met hunne muziek en gewoonlijk vereenigen de dorpsmuzikanten in het kerkkoor zich dan bij de kerk om de talrijke bezoekers uit de hoofdstad te verwelkomen. De menigte rijtuigen is dan zóó groot, dat zij niet door de straten mogen rijden, maar aan den ingang van den pueblo moeten verlaten worden, terwijl de dan uitstappende personen te voet naar de woningen moeten gaan, waar men hen uitgenoodigd heeft. Een groot aantal Spaanschemeisjes uit Manilla zit aan de vensters om de drukte te beschouwen. De straten zijn nu niet alleen gevuld met de fraai uitgedoschte inwoners, maar ook eene massa Indianen komt uit de binnenplaatsen om aan het feest deel te nemen. De inlandsche autoriteiten brengen nu, door muziek voorafgegaan, een bezoek in de verschillende huizen om de Zagalas bijeen te zamelen, die in hare koninklijke kleederen en met haar kroonen te voorschijn komen, met eene menigte volgelingen achter zich. Er heeft een groot vuurwerk plaats; raketten worden af- en ballons opgelaten en zoo gaat de processie naar de kerk. Het is een groote dag voor den gallera of het haanstrijdperk; het is tot stampens toe gevuld met drukke en opgewonden vertooners en toeschouwers; groote weddingschappen worden aangegaan; hutten omgeven de plaats, waar eten en drinken wordt verkocht en onder de délicatesses komengeroosterdespeenvarkentjes veel voor. De processie vertrekt gewoonlijk ten 6 ure. Allen, die er aan deelnemen, dragen een brandende waskaars; eerst de kinderen van het dorp; daarna de soldaten; vervolgens het beeld der Heilige Maagd, met een geleide van gesluijerde dames; daarop het beeld van den heilige van den dag of van de plaats, wiens wagen door een aantal dalagas in witte kleederen wordt gedragen, die guirlandes en kroonen van bloemen in de hand hebben en door de autoriteiten en den priester met zijn’ gouden kap gevolgd worden; nu een muziekkorps en cavalerie-soldaten; hierachter de hoofd-zagala, wier koninklijk kleed door acht of tien Indiaansche meisjes, in het wit gekleed en met bloemen versierd, wordt gedragen. Andere zagalas, voorstellende de Christelijke deugden, komen nu, als: Trouw, Hoop, Liefdadigheid met hare karakteristieke attributen. Somtijds zijn er ook karren bij, waarin tooneelen uit de Schrift door personen worden vertoond, terwijl anderen alle blijken van ootmoed ten toon spreiden. De processie trekt door de straten, tot dat het laat in den nacht is; dan worden de beelden weder naar de kerk gebragt en beginnen andere vermakelijkheden. De voornaamste gasten worden gelaten in een open, tijdelijk opgerigt gebouw, dat fraai gedrapeerd en schitterend verlicht is; in het midden staat eene groote tafel, met lekkernijen opgevuld en met bouquetten en pyramiden van bloemen versierd. De grootste eerbewijzen worden aan de geestelijken en daarna aan de andere bezoekers betoond,naar gelang van rang en positie. Daar de straten en huizen verlicht worden, zoodra de nacht aanbreekt, verzamelen de voornaamste inwoners hunne gasten daar en tegen 10 ure begint men met het ontsteken van vuurwerk en het oplaten van ballons, waarbij de concurrentie van de vuurwerkkunstenaars der hoofdstad ruim veld is overgelaten. De meeste pueblos rondom Manilla hebben hunne feestdagen en bij het wedijveren in het roemrijk maken van de plaatselijke heiligen en beschermers, trachten zijzelfsde hoofdstad voorbij te streven. Santa Cruz, eene rijke en volkrijke plaats, verheugt zich in de bescherming van den H. Stanislas en spreidt verder de meeste pracht ten toon, waarin de inwoners van Manilla een werkzaam aandeel nemen. De feestdag der Chinezen is die van den H. Nicolaas in Guadalupe. Tondo heeft zijne bijzondere feesten. Binondo is groot en prachtig op den dag van «Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans van den H. Dominicus.» Sampaloc viert «Onze Vrouw van Loreto.» Santa Ana vereert «Onze Vrouw van de Verlatenen» (de los desamparados). Pandacan heeft zijne feesten ter eere van «den heiligen naam van Jezus» en de pracht daarvan verhoogt de liefelijkheid der plaats. St. Sebastiaan houdt den optogt met zijn zilveren wagen, waarin «Onze Vrouw van Carmel» statig wordt rondgedragen. De schorsingen, die door de regenmaanden, de vasten en door vele andere belemmeringen plaats hebben, worden vergoed door de buitengewoneceremoniënen festiviteiten en andere katholieke vreugdedagen. Alleen de lijst van al dezefiestaszou bladzijden beslaan en ik had het geluk de eilanden juist in een tijd te bezoeken, dat ik de gelegenheid had menige dier karakteristieke vertooningen bij te wonen.»De weelde der monniken en van sommige monniken-orden op de eilanden is dikwijls en natuurlijk een onderwerp van verwijt geweest. De inkomsten, die zij trekken, zijn op sommige plaatsen zeer belangrijk, in verwijderde districten beloopen zij zelfs 8 à 9 duizend dollars per jaar, soms meer, zooals in de volkrijke pueblos als Binondo. Sommige dezer gemeenten bezetten ook groote stukken gronds, waarvan de administratie op bepaalde vergaderingen, in de hoofdstad gehouden, wordt gecontroleerd, bij welke gelegenheid de menschen uit de verschillendeprovinciënen van dezelfde broederschap, verslag moeten doen van hun beheer ende algemeene belangen der broederschap bediscussiëren. De besparingen der monniken komen na hunnen dood aan de kloosters, maar zij beschikken er bij hun leven zonder veel moeite over.Wij hebben reeds gezegd dat de staatkunde der monniken op de Philippijnen daarin bestaat om den Indiaan langs een pad van bloemen naar den hemel te geleiden. Hij zal weinig berisping van zijn’ geestelijken vader ondervinden, wanneer hij de godsdienstige plegtigheden getrouw waarneemt, zijne bijdragen aan kerk en staat geregeld schenkt en die openlijke blijken van eerbied en ootmoed betoont, die de vertegenwoordigers der Godheid als hunne wettige erfenis eischen; maar er bevinden zich ook vele doornen onder de rozen van, en veel hinderpalen op dien hemelschen weg en eens zal de tijd komen dat hooger en edeler streven dan thans den armen onbeschermden, of weinig beschermden Indiaan bezielt, zijn’ levensgedrag zal leiden.De persoonlijke beleefdheden, de gulle ontvangst en de talrijke attenties, die ik van de monniken overal op de Philippijnen ondervond, moeten mij natuurlijk gunstig voor hen doen stemmen. Ik vond onder hen inderdaad mannen, die liefde en eer waardig zijn, sommigen zelfs van groote geestontwikkeling, maar letterkundige beschaving en wetenschappelijke kennis zijn zeldzame zaken onder hen. Steeds bezig met hunne eigene belangen, weten zij weinig van de wereldsche zaken. Politiek, geographie, geschiedenis hebben geene bekoorlijkheid voor hen die, zoo zij al den lust tot studeren hadden, in hunne afzondering en uitsluiting weinig gelegenheid daartoe zouden hebben. Hunne kloosters zijn schier paleizen met uitgebreide hoven, gronden en tuinen; hunne inkomsten dikwijls groot. Hoezeer hunne leefwijze over het algemeen sober en eenvoudig is, houden velen schoone rijtuigen en hebben de beste paarden van de plaats; zij worden meestal door eene ootmoedige en bijgeloovige bevolking omgeven, op wier hoop en vrees, gedachten en gevoelens zij een invloed uitoefenen, die betooverend zou worden genoemd, wanneer hunne geloovigen dien niet goddelijk achtten. Deze invloed is ongetwijfeld grootendeels verkregen door den heldenmoed, den arbeid, het lijden en de opofferingen van de vroegere zendelingen en door de goed georganiseerde hierarchie van de Roomsche kerk, wier vertakkingen zich tot deuiterste punten uitstrekken waar slechts een vorm of schijn van het Christendom kan worden ontwaard. Boekdeelen op boekdeelen—de uitgebreide verhalen van de handelingen der verschillende godsdienstige orden zijn voor Protestantsche lezers weinig bekenden—vullen de boekzalen van deze gestichten, die de verzamelplaatsen zijn van hunne godsdienstige historie.De meest invloedrijke broederschap op de Philippijnen is die der Augustijnen (Agostinos Calzados), die met de verzorging van meer dan anderhalf millioen zielen belast zijn. De barrevoetgaande Augustijnen (Agostinos DescalzosofRecoletos) oefenen over ongeveer een derde van dat aantal gezag uit. Dan volgen de Dominikanen in rang, wier vereenigingen niet minder talrijk zijn dan die der barrevoetgaande Augustijners. Vervolgens komen de Franciscanen, die met de Dominicanen in de uitgestrektheid van hun gezag gelijk staan. Afgescheiden van de monnikenorden en de hoogere geestelijke autoriteiten, bestaat er slechts een klein aantal parochiale en wereldlijke geestelijken in de Philippijnen.Bij gelegenheid van installatie onder het «koninklijk zegel» hebben de plegtiglieden plaats in de kerk der Augustijnen, de oudste in Manilla, waar ook de regements-vaandels worden ingewijd en andere publieke feesten gevierd. Aan deze kerk is een klooster verbonden. De geregelde Augustijnen en de Recoletos hebben beiden geldelijke toelagen van den Staat. De Franciscanen staan naast de Augustijnen, wat betreft het aantal hunner geestelijkheid.Eene bron van invloed, die de monniken bezitten en waarvan eene menigte burgerlijke ambtenaren is uitgesloten, bestaat in het meesterschap van de inlandsche talen. Al de voorbereidendestudiënvan geestelijke aspiranten zijn aan dit onderwerp gewijd. Het lijdt geen twijfel dat het dagelijksch verkeer met het Indiaansche volk hun daarin wel te stade komt, daar zij steeds in gesprek daarmede zijn, terwijl zij naauw bekend zijn met hunne belangen. Een der beste middelen om het gezag der burgerlijke departementen te verhoogen zou bestaan in de aanmoediging, aan de ambtenaren te geven tot het verkrijgen van de kennis der inlandsche talen. Ik meen dat het Spaansch nergens dan in de hoofdstad van de predikstoelen gesproken wordt. In vele pueblos vindt men geen enkelen Indiaan, die Castiliaansch verstaat, zoodat de priester dikwijls de eenige tolktusschen het gouvernement en de gemeente is en, zooals de maatschappij thans is georganiseerd, een noodzakelijke tolk. Men moet hier in het oog houden, dat de verschillende leden van godsdienstige broederschappen door sterker banden en een krachtiger en meer invloedrijke organisatie aan elkander gehecht zijn, dan eenige officiele hierarchie onder burgers, zoodat het gouvernement geenerlei medewerking van de priesterschap kan verwachten, waar het geldt de vermindering van geestelijke magt of gezag, hoezeer de onderwerping van dat gezag aan den Staat en de beperking daarvan, overal waar het zich in het algemeen welzijn mengt, eene groote noodzakelijkheid en een gewigtig op te lossen vraagstuk in de Philippijnen is. Maar hier juist is hetKatholiekekarakter van het gouvernement zelf eene zeer groote en bijna onoverkomelijke zwarigheid. Niets is den Spanjaard dierbaarder dan zijne godsdienst; zijne orthodoxie is zijn trots en roem en op dezen grondslag bouwt de Roomsche kerk natuurlijk haar politiek gezag en kan zij haar alles overheerschenden invloed met den geheelen werkkring van het civiel gouvernement ineenmengen. De Hollanders hebben in hunnekoloniënmet zulk eene zwarigheid niet te kampen.De Kapitein-Generaal heeft de goedheid gehad mij de jongste opgaven te geven van de geestelijkecorporatiënop de Philippijnen tot op 1859. Zij zijn de volgende:BelastingschuldigenZielen.Doop.Huwelijk.Sterfgevallen.Recoletos.Aartsbisdom Manilla.29.899122.8425.3351.1663.334provincie Zebu.90.701454.27918.5594.1666.500Totaal120.600577.12123.8945.3329.834Franciskanen.Aartsbisdom Manilla.60.936227.8667.9881.9237.896Bisdom Nieuw-Caceres.72.477289.0129.9572.5057.020Bisdom Zebu.57.778237.5839.9412.2604.691Totaal191.191754.46127.8866.68819.607Augustijnen.Aartsbisdom Manilla.162.749678.79128.8266.19420.669Bisdom Ilocos.85.574357.21815.7754.2188.383Bisdom Zebu.136.642607.82127.0494.04916.361Totaal384.9651.643.83071.65014.46145.413Dominikanen.Aartsbisdom Manilla.20.80374.8433.2306032.806Nieuw-Segovia.77.314352.7501.3743.9099.216Totaal98.117427.5934.6044.51212.022DeDominikanenzijn belast met de zendingen in de provincie Fokien in China en Tonquin. Zij deden in 1857 plaats hebben: in Fokien 11.034 belijdenissen en 10.476communiën; 1.973 doopplegtigheden van kinderen en 213 van volwassenen, 284 huwelijken en 288 bevestigingen. In Oostersch Tonquin: 3.283 doopplegtigheden van kinderen en 302 van volwassenen;4.424laatste oliesels,64.052belijdenissen, 60.167communiënen 658 huwelijken. In Midden-Tonquin: 5.776 doopen van kinderen en 400 van volwassenen; 32.229 zalvingen; 141.961 belijdenissen; 131.438communiënen 1.532 huwelijken.1Het is welligt niet onaardig de volgende bijzonderheden mede te deelen als een model van zulk eene processie, die echter lang niet eene van de grootste is.Programma van de processie der Heilige Begrafenis, uit de kerk van San Domingo gaande en daarheen langs de hoofdstraten van Manilla terugkeerende:Burgerwachten te paard.Dragers van brandende waskaarsen langs de processie.Militairen, onder hunne resp. hoofden en kleuren.Carabiniers van de Hacienda, met 8 kaarsen.Compagnie ingenieurs met 8 kaarsen.Carabiniers voor de openbare veiligheid met 8 kaarsen.Cavalerie (lanciers) met 32 kaarsen.Infanterie (Bourbon) met 32 kaarsen.Idem (Princesa) met 32 kaarsen.Idem (Infante) met 32 kaarsen.Idem (Fernando VII) met 32 kaarsen.Artillerie-brigade no. 1 met 32 kaarsen.Idem no. 2 met 32 kaarsen.Infanterie (Rey) met 32 kaarsen.Boeren met waskaarsen.Officieren van de zee- en landmagt en ambtenaren.Collegeantenvan St. Jan van Lateraan.Wereldlijke geestelijkheid.Broederschap van St. Domingo.Twee rijen der Zusterschap (Beatas).Het midden der processie bestond uit:Een muziekkorps der infanterie (Rey).Standaard.Tien voorstellingen van het Lijden, op bepaalde afstanden door de geestelijkheid gedragen.Zes collegeanten van St. Jan van Lateraan, met cirios (groote waskaarsen).Het beeld van Johannes den Evangelist.Elf voorstellingen van het Lijden, door de geestelijkheid voorgesteld.Zes collegeanten van St. Jan met cirios.Beeld van St. Maria van Magdalena.Muziekkorps der infanterie (Ferdinand VII).Tien voorstellingen van het Lijden, als boven.Muziek-koor, hetMisererezingende.Acht collegeanten van St. Thomas met cirios.Wagen, waarinde Heergedragen wordt.Ter zijde van den wagen achthellebaardiersmet lijkhellebaarden.Muziek van de infanterie (no. 7).Pallium (palio) door collegeanten van St. Jan van Lateraan gedragen.Broederschap der begrafenis, in een halven cirkel.Zes collegeanten van St. Jan van Lateraan, met cirios.Beeld van Santa Maria Salomé.Zes collegeanten van St. Thomas met cirios.Beeld van Santa Maria Jacoba.Muziekkoor, hetStabat Materzingende.Zes collegeanten van St. Thomas in eene rij met waskaarsen.Beeld van Onze Lieve Vrouw de los Dolores.Pallium, door zes collegeanten van St. Thomas gedragen.Preste (hoogmis-vierder) in zijn zwarten kap, met twee kosters ter regter- en linkerzijde.Z. E. de Gouverneur-Generaal; aan zijne linkerhand de Luitenant-Gouverneur, aan de regterhand de prior van St. Domingo, president van de Broederschap der Heilige Begrafenis, welke laatste al de hooge autoriteiten van de eilanden voorafgaan, die in volle kostuum door de hoofd-officieren der zee- en landmagt worden gevolgd.Brigade Europesche artillerie, met officieren.Trommelslagers (de trommels bekleed), de treurmarsch slaande.Treurmuziek.Europesche brigade, met omgekeerde geweren.Eskorte van den kapitein-Generaal te paard.NOTA.In deze godsdienstige processie worde de meest mogelijke orde bewaard.↑

HOOFDSTUK XII.GEESTELIJKE MAGT.

Men heeft op de Philippijnen een aartsbisschoppelijke en drie bisschoppelijke zetels. Het aartsbisdom van Manilla werd in 1595 door Clement VII gesticht en door Philippus II met een jaarlijksch inkomen van 500,000 maravedis (ƒ2,400) begiftigd. Het bisdom van Nieuw-Segovia werd omstreeks denzelfden tijd gesticht en met eene gelijke som begiftigd. In 1859 was die zetel vacant. Het bisdom van Cebu werd in 1567, kort na de verovering van het eiland door de Spanjaarden, gesticht. Ook Nueva Caceres heeft een bisdom. De keuze van candidaten voor deze geestelijke eere-ambten is meestal overgelaten aan de godsdienstige broederschap, die het talrijkst is in het district waar eene plaats openvalt, terwijl de candidaat, wanneer hij door den Spaanschen souverein is goedgekeurd, door den Paus wordt bevestigd. Somtijds hebben wel benoemingen plaats gehad van een bisschop, die het moederland niet wenschte te verlaten, hetgeen, naar men mij zeide, tot het besluit geleid heeft geen bisschop meer te installeren dan nadat hij zijn zetel zal hebben bezet. De geestelijke magt is voornamelijk in handen van de monniken of de eigenlijke geestelijkheid. Men vindt betrekkelijk weinig wereldlijke priesters op de eilanden. De Dominikaner en Augustijner monniken hebben uitgestrekte bezittingen,vooral in de midden- en zuidelijkeprovinciën; de Franciscanen bevinden zich in het grootst getal in de noordelijke gewesten. Ik moet hier de meest mogelijke hulde en het loffelijkste getuigenis brengen aan de gastvrijheid en de bereidwilligheid der monniken gedurende mijne geheele reis. Overal werden de kloosters voor ons met de meeste vriendschappelijkheid geopend en ik schrijf het grootste gedeelte van het huldebewijs der Indianen toe aan de gulle ontvangst, die wij overal van wege de Spaansche geestelijken genoten. DeDominikanermonniken zijn belast met de zendingen te Fokien, in China en te Tonquin.De geschiedenis der geestelijkheid op de Philippijnen kenmerkt zich door bittere en somtijds bloedige geschillen van de kerk met de burgerlijke magt en door twisten van de geestelijke autoriteiten onder elkander. In het jaar 1710 verklaarden deDominikanenzich onafhankelijk van de verpligting om het kerspel te bezoeken. In een’ hunnerresolutiënwordt gezegd: «In deprovinciënhoudt men het voor eene zekerheid dat zulke bezoeken tot den ondergang der geestelijkheid zouden leiden en in deze meening werd reeds voor jaren gedeeld door vrome en ijverige geestelijken en hoogere prelaten, die in het gewest verblijf hielden.» In 1757 werden de Augustijner monniken (calzados) bedreigd met de verbeurdverklaring van hun eigendom, zoo zij de hoogere magt en de toelating van regtstreeks benoemde parochiale geestelijken miskenden, maar hun besluit was, dat zulk eene onderwerping «de ondergang van hunne instelling en het zedelijke verderf hunner zielen zou zijn.» In 1767 vaardigde Benedictus XIV een bul uit, waarbij op de erkenning van het koninklijk gezag werd aangedrongen, maar de Augustijnen bleven volharden. In 1775 werd bij koninklijk besluit te Madrid bepaald dat alle eigenlijke geestelijken zich moeten onderwerpen aan hun provinciaal in vraagstukkende vita et moribus; aan den bisschop in alle zaken van geestelijke administratie en aan den kapitein-generaal als onderkoning. Of de geestelijke tucht beter bewaard wordt door de tusschenkomst van de hoogere autoriteiten dan wel door de onafhankelijke werking onder elkander van de verschillende geestelijke orden, is eene vraag, waarover reeds veel gesproken is, maar het is een feit dat de monnik een ontzaggelijken en weinig beperkten invloed heeft op de plaats van zijnambt en dat, waar misbruiken bestaan, het zeer moeijelijk valt die na te gaan en het nog moeijelijker is straf toe te passen, waar het kwaad blijkt bedreven te zijn.Het kan niet ontkend worden dat, zooals Thomas de Comijn zich uitdrukt, «de zendelingen de eigenlijke veroveraars der Philippijnen waren; zij strekten intusschen niet den arm als krijgslieden uit, maar zij gaven wetten aan millioenen en, hoe verspreid ook, oefenden zij door eenheid van doel en van werkkring voortdurend gezag uit over talrijke menschenmassa’s.» Tot op den huidigen dag nog vindt men weinige kerspelen, waarin de gobernadorcillo, nadat hij een mandaat heeft bekomen van de burgerlijke magt, in gebreke blijft den monnik te raadplegen, terwijl de werkzaamheid van den Indiaanschen functionaris in het uitvoeren van den hem opgedragen last veel afhangt van de meening des geestelijken over het gegeven mandaat.Godsdienstigeprocessiënzijn de trots en de hartstogt der Filipinos en bij groote feesten verzamelen zij tallooze massa’s als vertooners en toeschouwers. De schitterendste dezer optogten zijn die, welke na zonsondergang plaats hebben, als wanneer eenige duizende personen brandende kaarsen dragen; de processie is dan soms eene mijl lang en bestaat uit alle militaire en civiele autoriteiten en de geestelijke ambtenaren, die met elkander wedijveren in de vertooning van hunnen ijver en ootmoed. Bij die gelegenheden maken prachtig gekleede beelden van de verschillende voorwerpen van vereering een belangrijk deel der plegtigheid uit. Men verzekerde mij, dat de waarde der juweelen, die het beeld vanNuestra Senora de la Imaculada Concepcionop haren feestdag droeg, meer dan 25,000 dollars beliep. Een aantal muziekcorpsen vergezellen den optogt. Een der aardigste gedeelten daarvan is het aantal kleine meisjes, allernetst in het wit gekleed, die achter sommige beelden der heiligen of depaliovan den aartsbisschop gaan. Eene dezerprocessiëntrok gedurende 40 minuten voort en was van eene onmetelijke lengte, terwijl langs den geheelen weg aan beide zijden dragers van waskaarsen gingen. De geestelijke orden schijnen een wedstrijd te voeren, wie van hen den meesten indruk en ontzag zal te weeg brengen. De beelden zijn in levensgrootte en in prachtige kleederen gestoken, die met versierselenals opgevuld zijn. Zij worden op de schouders van hunne vereerders gedragen, aldus een plate-form uitmakende, waarop zij aan de menigte worden tentoongesteld1.Deze godsdienstige plegtigheden, die zoo dierbaar voor en zoo karakteristiek aan de Filipinos zijn, wordenPentacasigenoemd.Iedereen schijnt daaraan deel te nemen, hetzij binnen of buiten ’s huis. Allen noodigen uit of worden uitgenoodigd en men is druk bezig met het bereiden van maaltijden of het versieren van kamers (met meubelen, die van alle kanten geleend worden; iets dat later op wederdienst aanspraak maakt); voorts met het bijeenzamelen van muzikanten; het opzoeken van vreemdelingen, terwijl bij dat alles de plaats vol leven en bedrijvigheid is.«Op den avond voor het feest,» zegt een inlandsche schrijver, terwijl hij melding maakt van hetgeen in de nabijheid van Manillaplaats had «is men in de pueblo druk bezig met het maken van toebereidselen. Op de straten worden schoone bogen van bamboe gemaakt, met beschilderd linnen bedekt, die verschillende bouworden aanduiden; sierlijkedraperiënworden over den boog gehangen, waarin zich verschillende openingen of vensters bevinden, om daarin bont opgesmukte lantarens te plaatsen (eene kunst, die ongetwijfeld overgenomen is van de Chinezen, welke daarin zeer ver gevorderd zijn). In de lantarens worden versierde beeldjes in voortdurende beweging gehouden door de warmte van den atmospheer. Bouquetten van kunstbloemen, vruchtengroepen en verschillende deviesen versieren de huizen, terwijl de plaatselijke muzikanten serenades brengen aan de priesters en de autoriteiten; de geheele bevolking begeeft zich voorts ter kerke voor de avonddienst. Dedalagas(meisjes) maken hare beste plunje gereed om aan de processie deel te nemen, waarin koninginnen en heiligen, benevens verschillende personen uit de H. Schrift, worden voorgesteld door de Zagalas of vrouwelijke personen uit de gezinnen, die dan fluweelen en gouden kleederen dragen, met al de juweelen versierd, die men kan vinden, en hoezeer nu het kostuum niet altijd van veel klassieke of historische kennis getuigt, is het toch zeer schoon en luisterrijk, doet het genoegen aan de dragers en wordt bewonderd en toegejuicht door de toeschouwers. Volksliederen worden, geaccompagneerd door de guitar, gezongen en de vrolijkheid duurt tot middernacht voort. Ten 8 ure van den volgenden morgen wordt de mis bijgewoond, eene preek gehouden en eene processie gemaakt, waarna allen zich naar hunne woningen begeven om de hitte van den dag te ontgaan, maar in de voornaamste woningen zijn maaltijden gereed voor iederen gast, die komen wil, terwijl eene groote verscheidenheid van Indiaansche spijzen op de tafel staan. Ten vier ure des namiddags komen de militairen met hunne muziek en gewoonlijk vereenigen de dorpsmuzikanten in het kerkkoor zich dan bij de kerk om de talrijke bezoekers uit de hoofdstad te verwelkomen. De menigte rijtuigen is dan zóó groot, dat zij niet door de straten mogen rijden, maar aan den ingang van den pueblo moeten verlaten worden, terwijl de dan uitstappende personen te voet naar de woningen moeten gaan, waar men hen uitgenoodigd heeft. Een groot aantal Spaanschemeisjes uit Manilla zit aan de vensters om de drukte te beschouwen. De straten zijn nu niet alleen gevuld met de fraai uitgedoschte inwoners, maar ook eene massa Indianen komt uit de binnenplaatsen om aan het feest deel te nemen. De inlandsche autoriteiten brengen nu, door muziek voorafgegaan, een bezoek in de verschillende huizen om de Zagalas bijeen te zamelen, die in hare koninklijke kleederen en met haar kroonen te voorschijn komen, met eene menigte volgelingen achter zich. Er heeft een groot vuurwerk plaats; raketten worden af- en ballons opgelaten en zoo gaat de processie naar de kerk. Het is een groote dag voor den gallera of het haanstrijdperk; het is tot stampens toe gevuld met drukke en opgewonden vertooners en toeschouwers; groote weddingschappen worden aangegaan; hutten omgeven de plaats, waar eten en drinken wordt verkocht en onder de délicatesses komengeroosterdespeenvarkentjes veel voor. De processie vertrekt gewoonlijk ten 6 ure. Allen, die er aan deelnemen, dragen een brandende waskaars; eerst de kinderen van het dorp; daarna de soldaten; vervolgens het beeld der Heilige Maagd, met een geleide van gesluijerde dames; daarop het beeld van den heilige van den dag of van de plaats, wiens wagen door een aantal dalagas in witte kleederen wordt gedragen, die guirlandes en kroonen van bloemen in de hand hebben en door de autoriteiten en den priester met zijn’ gouden kap gevolgd worden; nu een muziekkorps en cavalerie-soldaten; hierachter de hoofd-zagala, wier koninklijk kleed door acht of tien Indiaansche meisjes, in het wit gekleed en met bloemen versierd, wordt gedragen. Andere zagalas, voorstellende de Christelijke deugden, komen nu, als: Trouw, Hoop, Liefdadigheid met hare karakteristieke attributen. Somtijds zijn er ook karren bij, waarin tooneelen uit de Schrift door personen worden vertoond, terwijl anderen alle blijken van ootmoed ten toon spreiden. De processie trekt door de straten, tot dat het laat in den nacht is; dan worden de beelden weder naar de kerk gebragt en beginnen andere vermakelijkheden. De voornaamste gasten worden gelaten in een open, tijdelijk opgerigt gebouw, dat fraai gedrapeerd en schitterend verlicht is; in het midden staat eene groote tafel, met lekkernijen opgevuld en met bouquetten en pyramiden van bloemen versierd. De grootste eerbewijzen worden aan de geestelijken en daarna aan de andere bezoekers betoond,naar gelang van rang en positie. Daar de straten en huizen verlicht worden, zoodra de nacht aanbreekt, verzamelen de voornaamste inwoners hunne gasten daar en tegen 10 ure begint men met het ontsteken van vuurwerk en het oplaten van ballons, waarbij de concurrentie van de vuurwerkkunstenaars der hoofdstad ruim veld is overgelaten. De meeste pueblos rondom Manilla hebben hunne feestdagen en bij het wedijveren in het roemrijk maken van de plaatselijke heiligen en beschermers, trachten zijzelfsde hoofdstad voorbij te streven. Santa Cruz, eene rijke en volkrijke plaats, verheugt zich in de bescherming van den H. Stanislas en spreidt verder de meeste pracht ten toon, waarin de inwoners van Manilla een werkzaam aandeel nemen. De feestdag der Chinezen is die van den H. Nicolaas in Guadalupe. Tondo heeft zijne bijzondere feesten. Binondo is groot en prachtig op den dag van «Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans van den H. Dominicus.» Sampaloc viert «Onze Vrouw van Loreto.» Santa Ana vereert «Onze Vrouw van de Verlatenen» (de los desamparados). Pandacan heeft zijne feesten ter eere van «den heiligen naam van Jezus» en de pracht daarvan verhoogt de liefelijkheid der plaats. St. Sebastiaan houdt den optogt met zijn zilveren wagen, waarin «Onze Vrouw van Carmel» statig wordt rondgedragen. De schorsingen, die door de regenmaanden, de vasten en door vele andere belemmeringen plaats hebben, worden vergoed door de buitengewoneceremoniënen festiviteiten en andere katholieke vreugdedagen. Alleen de lijst van al dezefiestaszou bladzijden beslaan en ik had het geluk de eilanden juist in een tijd te bezoeken, dat ik de gelegenheid had menige dier karakteristieke vertooningen bij te wonen.»De weelde der monniken en van sommige monniken-orden op de eilanden is dikwijls en natuurlijk een onderwerp van verwijt geweest. De inkomsten, die zij trekken, zijn op sommige plaatsen zeer belangrijk, in verwijderde districten beloopen zij zelfs 8 à 9 duizend dollars per jaar, soms meer, zooals in de volkrijke pueblos als Binondo. Sommige dezer gemeenten bezetten ook groote stukken gronds, waarvan de administratie op bepaalde vergaderingen, in de hoofdstad gehouden, wordt gecontroleerd, bij welke gelegenheid de menschen uit de verschillendeprovinciënen van dezelfde broederschap, verslag moeten doen van hun beheer ende algemeene belangen der broederschap bediscussiëren. De besparingen der monniken komen na hunnen dood aan de kloosters, maar zij beschikken er bij hun leven zonder veel moeite over.Wij hebben reeds gezegd dat de staatkunde der monniken op de Philippijnen daarin bestaat om den Indiaan langs een pad van bloemen naar den hemel te geleiden. Hij zal weinig berisping van zijn’ geestelijken vader ondervinden, wanneer hij de godsdienstige plegtigheden getrouw waarneemt, zijne bijdragen aan kerk en staat geregeld schenkt en die openlijke blijken van eerbied en ootmoed betoont, die de vertegenwoordigers der Godheid als hunne wettige erfenis eischen; maar er bevinden zich ook vele doornen onder de rozen van, en veel hinderpalen op dien hemelschen weg en eens zal de tijd komen dat hooger en edeler streven dan thans den armen onbeschermden, of weinig beschermden Indiaan bezielt, zijn’ levensgedrag zal leiden.De persoonlijke beleefdheden, de gulle ontvangst en de talrijke attenties, die ik van de monniken overal op de Philippijnen ondervond, moeten mij natuurlijk gunstig voor hen doen stemmen. Ik vond onder hen inderdaad mannen, die liefde en eer waardig zijn, sommigen zelfs van groote geestontwikkeling, maar letterkundige beschaving en wetenschappelijke kennis zijn zeldzame zaken onder hen. Steeds bezig met hunne eigene belangen, weten zij weinig van de wereldsche zaken. Politiek, geographie, geschiedenis hebben geene bekoorlijkheid voor hen die, zoo zij al den lust tot studeren hadden, in hunne afzondering en uitsluiting weinig gelegenheid daartoe zouden hebben. Hunne kloosters zijn schier paleizen met uitgebreide hoven, gronden en tuinen; hunne inkomsten dikwijls groot. Hoezeer hunne leefwijze over het algemeen sober en eenvoudig is, houden velen schoone rijtuigen en hebben de beste paarden van de plaats; zij worden meestal door eene ootmoedige en bijgeloovige bevolking omgeven, op wier hoop en vrees, gedachten en gevoelens zij een invloed uitoefenen, die betooverend zou worden genoemd, wanneer hunne geloovigen dien niet goddelijk achtten. Deze invloed is ongetwijfeld grootendeels verkregen door den heldenmoed, den arbeid, het lijden en de opofferingen van de vroegere zendelingen en door de goed georganiseerde hierarchie van de Roomsche kerk, wier vertakkingen zich tot deuiterste punten uitstrekken waar slechts een vorm of schijn van het Christendom kan worden ontwaard. Boekdeelen op boekdeelen—de uitgebreide verhalen van de handelingen der verschillende godsdienstige orden zijn voor Protestantsche lezers weinig bekenden—vullen de boekzalen van deze gestichten, die de verzamelplaatsen zijn van hunne godsdienstige historie.De meest invloedrijke broederschap op de Philippijnen is die der Augustijnen (Agostinos Calzados), die met de verzorging van meer dan anderhalf millioen zielen belast zijn. De barrevoetgaande Augustijnen (Agostinos DescalzosofRecoletos) oefenen over ongeveer een derde van dat aantal gezag uit. Dan volgen de Dominikanen in rang, wier vereenigingen niet minder talrijk zijn dan die der barrevoetgaande Augustijners. Vervolgens komen de Franciscanen, die met de Dominicanen in de uitgestrektheid van hun gezag gelijk staan. Afgescheiden van de monnikenorden en de hoogere geestelijke autoriteiten, bestaat er slechts een klein aantal parochiale en wereldlijke geestelijken in de Philippijnen.Bij gelegenheid van installatie onder het «koninklijk zegel» hebben de plegtiglieden plaats in de kerk der Augustijnen, de oudste in Manilla, waar ook de regements-vaandels worden ingewijd en andere publieke feesten gevierd. Aan deze kerk is een klooster verbonden. De geregelde Augustijnen en de Recoletos hebben beiden geldelijke toelagen van den Staat. De Franciscanen staan naast de Augustijnen, wat betreft het aantal hunner geestelijkheid.Eene bron van invloed, die de monniken bezitten en waarvan eene menigte burgerlijke ambtenaren is uitgesloten, bestaat in het meesterschap van de inlandsche talen. Al de voorbereidendestudiënvan geestelijke aspiranten zijn aan dit onderwerp gewijd. Het lijdt geen twijfel dat het dagelijksch verkeer met het Indiaansche volk hun daarin wel te stade komt, daar zij steeds in gesprek daarmede zijn, terwijl zij naauw bekend zijn met hunne belangen. Een der beste middelen om het gezag der burgerlijke departementen te verhoogen zou bestaan in de aanmoediging, aan de ambtenaren te geven tot het verkrijgen van de kennis der inlandsche talen. Ik meen dat het Spaansch nergens dan in de hoofdstad van de predikstoelen gesproken wordt. In vele pueblos vindt men geen enkelen Indiaan, die Castiliaansch verstaat, zoodat de priester dikwijls de eenige tolktusschen het gouvernement en de gemeente is en, zooals de maatschappij thans is georganiseerd, een noodzakelijke tolk. Men moet hier in het oog houden, dat de verschillende leden van godsdienstige broederschappen door sterker banden en een krachtiger en meer invloedrijke organisatie aan elkander gehecht zijn, dan eenige officiele hierarchie onder burgers, zoodat het gouvernement geenerlei medewerking van de priesterschap kan verwachten, waar het geldt de vermindering van geestelijke magt of gezag, hoezeer de onderwerping van dat gezag aan den Staat en de beperking daarvan, overal waar het zich in het algemeen welzijn mengt, eene groote noodzakelijkheid en een gewigtig op te lossen vraagstuk in de Philippijnen is. Maar hier juist is hetKatholiekekarakter van het gouvernement zelf eene zeer groote en bijna onoverkomelijke zwarigheid. Niets is den Spanjaard dierbaarder dan zijne godsdienst; zijne orthodoxie is zijn trots en roem en op dezen grondslag bouwt de Roomsche kerk natuurlijk haar politiek gezag en kan zij haar alles overheerschenden invloed met den geheelen werkkring van het civiel gouvernement ineenmengen. De Hollanders hebben in hunnekoloniënmet zulk eene zwarigheid niet te kampen.De Kapitein-Generaal heeft de goedheid gehad mij de jongste opgaven te geven van de geestelijkecorporatiënop de Philippijnen tot op 1859. Zij zijn de volgende:BelastingschuldigenZielen.Doop.Huwelijk.Sterfgevallen.Recoletos.Aartsbisdom Manilla.29.899122.8425.3351.1663.334provincie Zebu.90.701454.27918.5594.1666.500Totaal120.600577.12123.8945.3329.834Franciskanen.Aartsbisdom Manilla.60.936227.8667.9881.9237.896Bisdom Nieuw-Caceres.72.477289.0129.9572.5057.020Bisdom Zebu.57.778237.5839.9412.2604.691Totaal191.191754.46127.8866.68819.607Augustijnen.Aartsbisdom Manilla.162.749678.79128.8266.19420.669Bisdom Ilocos.85.574357.21815.7754.2188.383Bisdom Zebu.136.642607.82127.0494.04916.361Totaal384.9651.643.83071.65014.46145.413Dominikanen.Aartsbisdom Manilla.20.80374.8433.2306032.806Nieuw-Segovia.77.314352.7501.3743.9099.216Totaal98.117427.5934.6044.51212.022DeDominikanenzijn belast met de zendingen in de provincie Fokien in China en Tonquin. Zij deden in 1857 plaats hebben: in Fokien 11.034 belijdenissen en 10.476communiën; 1.973 doopplegtigheden van kinderen en 213 van volwassenen, 284 huwelijken en 288 bevestigingen. In Oostersch Tonquin: 3.283 doopplegtigheden van kinderen en 302 van volwassenen;4.424laatste oliesels,64.052belijdenissen, 60.167communiënen 658 huwelijken. In Midden-Tonquin: 5.776 doopen van kinderen en 400 van volwassenen; 32.229 zalvingen; 141.961 belijdenissen; 131.438communiënen 1.532 huwelijken.

Men heeft op de Philippijnen een aartsbisschoppelijke en drie bisschoppelijke zetels. Het aartsbisdom van Manilla werd in 1595 door Clement VII gesticht en door Philippus II met een jaarlijksch inkomen van 500,000 maravedis (ƒ2,400) begiftigd. Het bisdom van Nieuw-Segovia werd omstreeks denzelfden tijd gesticht en met eene gelijke som begiftigd. In 1859 was die zetel vacant. Het bisdom van Cebu werd in 1567, kort na de verovering van het eiland door de Spanjaarden, gesticht. Ook Nueva Caceres heeft een bisdom. De keuze van candidaten voor deze geestelijke eere-ambten is meestal overgelaten aan de godsdienstige broederschap, die het talrijkst is in het district waar eene plaats openvalt, terwijl de candidaat, wanneer hij door den Spaanschen souverein is goedgekeurd, door den Paus wordt bevestigd. Somtijds hebben wel benoemingen plaats gehad van een bisschop, die het moederland niet wenschte te verlaten, hetgeen, naar men mij zeide, tot het besluit geleid heeft geen bisschop meer te installeren dan nadat hij zijn zetel zal hebben bezet. De geestelijke magt is voornamelijk in handen van de monniken of de eigenlijke geestelijkheid. Men vindt betrekkelijk weinig wereldlijke priesters op de eilanden. De Dominikaner en Augustijner monniken hebben uitgestrekte bezittingen,vooral in de midden- en zuidelijkeprovinciën; de Franciscanen bevinden zich in het grootst getal in de noordelijke gewesten. Ik moet hier de meest mogelijke hulde en het loffelijkste getuigenis brengen aan de gastvrijheid en de bereidwilligheid der monniken gedurende mijne geheele reis. Overal werden de kloosters voor ons met de meeste vriendschappelijkheid geopend en ik schrijf het grootste gedeelte van het huldebewijs der Indianen toe aan de gulle ontvangst, die wij overal van wege de Spaansche geestelijken genoten. DeDominikanermonniken zijn belast met de zendingen te Fokien, in China en te Tonquin.

De geschiedenis der geestelijkheid op de Philippijnen kenmerkt zich door bittere en somtijds bloedige geschillen van de kerk met de burgerlijke magt en door twisten van de geestelijke autoriteiten onder elkander. In het jaar 1710 verklaarden deDominikanenzich onafhankelijk van de verpligting om het kerspel te bezoeken. In een’ hunnerresolutiënwordt gezegd: «In deprovinciënhoudt men het voor eene zekerheid dat zulke bezoeken tot den ondergang der geestelijkheid zouden leiden en in deze meening werd reeds voor jaren gedeeld door vrome en ijverige geestelijken en hoogere prelaten, die in het gewest verblijf hielden.» In 1757 werden de Augustijner monniken (calzados) bedreigd met de verbeurdverklaring van hun eigendom, zoo zij de hoogere magt en de toelating van regtstreeks benoemde parochiale geestelijken miskenden, maar hun besluit was, dat zulk eene onderwerping «de ondergang van hunne instelling en het zedelijke verderf hunner zielen zou zijn.» In 1767 vaardigde Benedictus XIV een bul uit, waarbij op de erkenning van het koninklijk gezag werd aangedrongen, maar de Augustijnen bleven volharden. In 1775 werd bij koninklijk besluit te Madrid bepaald dat alle eigenlijke geestelijken zich moeten onderwerpen aan hun provinciaal in vraagstukkende vita et moribus; aan den bisschop in alle zaken van geestelijke administratie en aan den kapitein-generaal als onderkoning. Of de geestelijke tucht beter bewaard wordt door de tusschenkomst van de hoogere autoriteiten dan wel door de onafhankelijke werking onder elkander van de verschillende geestelijke orden, is eene vraag, waarover reeds veel gesproken is, maar het is een feit dat de monnik een ontzaggelijken en weinig beperkten invloed heeft op de plaats van zijnambt en dat, waar misbruiken bestaan, het zeer moeijelijk valt die na te gaan en het nog moeijelijker is straf toe te passen, waar het kwaad blijkt bedreven te zijn.

Het kan niet ontkend worden dat, zooals Thomas de Comijn zich uitdrukt, «de zendelingen de eigenlijke veroveraars der Philippijnen waren; zij strekten intusschen niet den arm als krijgslieden uit, maar zij gaven wetten aan millioenen en, hoe verspreid ook, oefenden zij door eenheid van doel en van werkkring voortdurend gezag uit over talrijke menschenmassa’s.» Tot op den huidigen dag nog vindt men weinige kerspelen, waarin de gobernadorcillo, nadat hij een mandaat heeft bekomen van de burgerlijke magt, in gebreke blijft den monnik te raadplegen, terwijl de werkzaamheid van den Indiaanschen functionaris in het uitvoeren van den hem opgedragen last veel afhangt van de meening des geestelijken over het gegeven mandaat.

Godsdienstigeprocessiënzijn de trots en de hartstogt der Filipinos en bij groote feesten verzamelen zij tallooze massa’s als vertooners en toeschouwers. De schitterendste dezer optogten zijn die, welke na zonsondergang plaats hebben, als wanneer eenige duizende personen brandende kaarsen dragen; de processie is dan soms eene mijl lang en bestaat uit alle militaire en civiele autoriteiten en de geestelijke ambtenaren, die met elkander wedijveren in de vertooning van hunnen ijver en ootmoed. Bij die gelegenheden maken prachtig gekleede beelden van de verschillende voorwerpen van vereering een belangrijk deel der plegtigheid uit. Men verzekerde mij, dat de waarde der juweelen, die het beeld vanNuestra Senora de la Imaculada Concepcionop haren feestdag droeg, meer dan 25,000 dollars beliep. Een aantal muziekcorpsen vergezellen den optogt. Een der aardigste gedeelten daarvan is het aantal kleine meisjes, allernetst in het wit gekleed, die achter sommige beelden der heiligen of depaliovan den aartsbisschop gaan. Eene dezerprocessiëntrok gedurende 40 minuten voort en was van eene onmetelijke lengte, terwijl langs den geheelen weg aan beide zijden dragers van waskaarsen gingen. De geestelijke orden schijnen een wedstrijd te voeren, wie van hen den meesten indruk en ontzag zal te weeg brengen. De beelden zijn in levensgrootte en in prachtige kleederen gestoken, die met versierselenals opgevuld zijn. Zij worden op de schouders van hunne vereerders gedragen, aldus een plate-form uitmakende, waarop zij aan de menigte worden tentoongesteld1.

Deze godsdienstige plegtigheden, die zoo dierbaar voor en zoo karakteristiek aan de Filipinos zijn, wordenPentacasigenoemd.Iedereen schijnt daaraan deel te nemen, hetzij binnen of buiten ’s huis. Allen noodigen uit of worden uitgenoodigd en men is druk bezig met het bereiden van maaltijden of het versieren van kamers (met meubelen, die van alle kanten geleend worden; iets dat later op wederdienst aanspraak maakt); voorts met het bijeenzamelen van muzikanten; het opzoeken van vreemdelingen, terwijl bij dat alles de plaats vol leven en bedrijvigheid is.

«Op den avond voor het feest,» zegt een inlandsche schrijver, terwijl hij melding maakt van hetgeen in de nabijheid van Manillaplaats had «is men in de pueblo druk bezig met het maken van toebereidselen. Op de straten worden schoone bogen van bamboe gemaakt, met beschilderd linnen bedekt, die verschillende bouworden aanduiden; sierlijkedraperiënworden over den boog gehangen, waarin zich verschillende openingen of vensters bevinden, om daarin bont opgesmukte lantarens te plaatsen (eene kunst, die ongetwijfeld overgenomen is van de Chinezen, welke daarin zeer ver gevorderd zijn). In de lantarens worden versierde beeldjes in voortdurende beweging gehouden door de warmte van den atmospheer. Bouquetten van kunstbloemen, vruchtengroepen en verschillende deviesen versieren de huizen, terwijl de plaatselijke muzikanten serenades brengen aan de priesters en de autoriteiten; de geheele bevolking begeeft zich voorts ter kerke voor de avonddienst. Dedalagas(meisjes) maken hare beste plunje gereed om aan de processie deel te nemen, waarin koninginnen en heiligen, benevens verschillende personen uit de H. Schrift, worden voorgesteld door de Zagalas of vrouwelijke personen uit de gezinnen, die dan fluweelen en gouden kleederen dragen, met al de juweelen versierd, die men kan vinden, en hoezeer nu het kostuum niet altijd van veel klassieke of historische kennis getuigt, is het toch zeer schoon en luisterrijk, doet het genoegen aan de dragers en wordt bewonderd en toegejuicht door de toeschouwers. Volksliederen worden, geaccompagneerd door de guitar, gezongen en de vrolijkheid duurt tot middernacht voort. Ten 8 ure van den volgenden morgen wordt de mis bijgewoond, eene preek gehouden en eene processie gemaakt, waarna allen zich naar hunne woningen begeven om de hitte van den dag te ontgaan, maar in de voornaamste woningen zijn maaltijden gereed voor iederen gast, die komen wil, terwijl eene groote verscheidenheid van Indiaansche spijzen op de tafel staan. Ten vier ure des namiddags komen de militairen met hunne muziek en gewoonlijk vereenigen de dorpsmuzikanten in het kerkkoor zich dan bij de kerk om de talrijke bezoekers uit de hoofdstad te verwelkomen. De menigte rijtuigen is dan zóó groot, dat zij niet door de straten mogen rijden, maar aan den ingang van den pueblo moeten verlaten worden, terwijl de dan uitstappende personen te voet naar de woningen moeten gaan, waar men hen uitgenoodigd heeft. Een groot aantal Spaanschemeisjes uit Manilla zit aan de vensters om de drukte te beschouwen. De straten zijn nu niet alleen gevuld met de fraai uitgedoschte inwoners, maar ook eene massa Indianen komt uit de binnenplaatsen om aan het feest deel te nemen. De inlandsche autoriteiten brengen nu, door muziek voorafgegaan, een bezoek in de verschillende huizen om de Zagalas bijeen te zamelen, die in hare koninklijke kleederen en met haar kroonen te voorschijn komen, met eene menigte volgelingen achter zich. Er heeft een groot vuurwerk plaats; raketten worden af- en ballons opgelaten en zoo gaat de processie naar de kerk. Het is een groote dag voor den gallera of het haanstrijdperk; het is tot stampens toe gevuld met drukke en opgewonden vertooners en toeschouwers; groote weddingschappen worden aangegaan; hutten omgeven de plaats, waar eten en drinken wordt verkocht en onder de délicatesses komengeroosterdespeenvarkentjes veel voor. De processie vertrekt gewoonlijk ten 6 ure. Allen, die er aan deelnemen, dragen een brandende waskaars; eerst de kinderen van het dorp; daarna de soldaten; vervolgens het beeld der Heilige Maagd, met een geleide van gesluijerde dames; daarop het beeld van den heilige van den dag of van de plaats, wiens wagen door een aantal dalagas in witte kleederen wordt gedragen, die guirlandes en kroonen van bloemen in de hand hebben en door de autoriteiten en den priester met zijn’ gouden kap gevolgd worden; nu een muziekkorps en cavalerie-soldaten; hierachter de hoofd-zagala, wier koninklijk kleed door acht of tien Indiaansche meisjes, in het wit gekleed en met bloemen versierd, wordt gedragen. Andere zagalas, voorstellende de Christelijke deugden, komen nu, als: Trouw, Hoop, Liefdadigheid met hare karakteristieke attributen. Somtijds zijn er ook karren bij, waarin tooneelen uit de Schrift door personen worden vertoond, terwijl anderen alle blijken van ootmoed ten toon spreiden. De processie trekt door de straten, tot dat het laat in den nacht is; dan worden de beelden weder naar de kerk gebragt en beginnen andere vermakelijkheden. De voornaamste gasten worden gelaten in een open, tijdelijk opgerigt gebouw, dat fraai gedrapeerd en schitterend verlicht is; in het midden staat eene groote tafel, met lekkernijen opgevuld en met bouquetten en pyramiden van bloemen versierd. De grootste eerbewijzen worden aan de geestelijken en daarna aan de andere bezoekers betoond,naar gelang van rang en positie. Daar de straten en huizen verlicht worden, zoodra de nacht aanbreekt, verzamelen de voornaamste inwoners hunne gasten daar en tegen 10 ure begint men met het ontsteken van vuurwerk en het oplaten van ballons, waarbij de concurrentie van de vuurwerkkunstenaars der hoofdstad ruim veld is overgelaten. De meeste pueblos rondom Manilla hebben hunne feestdagen en bij het wedijveren in het roemrijk maken van de plaatselijke heiligen en beschermers, trachten zijzelfsde hoofdstad voorbij te streven. Santa Cruz, eene rijke en volkrijke plaats, verheugt zich in de bescherming van den H. Stanislas en spreidt verder de meeste pracht ten toon, waarin de inwoners van Manilla een werkzaam aandeel nemen. De feestdag der Chinezen is die van den H. Nicolaas in Guadalupe. Tondo heeft zijne bijzondere feesten. Binondo is groot en prachtig op den dag van «Onze Lieve Vrouw van den Rozenkrans van den H. Dominicus.» Sampaloc viert «Onze Vrouw van Loreto.» Santa Ana vereert «Onze Vrouw van de Verlatenen» (de los desamparados). Pandacan heeft zijne feesten ter eere van «den heiligen naam van Jezus» en de pracht daarvan verhoogt de liefelijkheid der plaats. St. Sebastiaan houdt den optogt met zijn zilveren wagen, waarin «Onze Vrouw van Carmel» statig wordt rondgedragen. De schorsingen, die door de regenmaanden, de vasten en door vele andere belemmeringen plaats hebben, worden vergoed door de buitengewoneceremoniënen festiviteiten en andere katholieke vreugdedagen. Alleen de lijst van al dezefiestaszou bladzijden beslaan en ik had het geluk de eilanden juist in een tijd te bezoeken, dat ik de gelegenheid had menige dier karakteristieke vertooningen bij te wonen.»

De weelde der monniken en van sommige monniken-orden op de eilanden is dikwijls en natuurlijk een onderwerp van verwijt geweest. De inkomsten, die zij trekken, zijn op sommige plaatsen zeer belangrijk, in verwijderde districten beloopen zij zelfs 8 à 9 duizend dollars per jaar, soms meer, zooals in de volkrijke pueblos als Binondo. Sommige dezer gemeenten bezetten ook groote stukken gronds, waarvan de administratie op bepaalde vergaderingen, in de hoofdstad gehouden, wordt gecontroleerd, bij welke gelegenheid de menschen uit de verschillendeprovinciënen van dezelfde broederschap, verslag moeten doen van hun beheer ende algemeene belangen der broederschap bediscussiëren. De besparingen der monniken komen na hunnen dood aan de kloosters, maar zij beschikken er bij hun leven zonder veel moeite over.

Wij hebben reeds gezegd dat de staatkunde der monniken op de Philippijnen daarin bestaat om den Indiaan langs een pad van bloemen naar den hemel te geleiden. Hij zal weinig berisping van zijn’ geestelijken vader ondervinden, wanneer hij de godsdienstige plegtigheden getrouw waarneemt, zijne bijdragen aan kerk en staat geregeld schenkt en die openlijke blijken van eerbied en ootmoed betoont, die de vertegenwoordigers der Godheid als hunne wettige erfenis eischen; maar er bevinden zich ook vele doornen onder de rozen van, en veel hinderpalen op dien hemelschen weg en eens zal de tijd komen dat hooger en edeler streven dan thans den armen onbeschermden, of weinig beschermden Indiaan bezielt, zijn’ levensgedrag zal leiden.

De persoonlijke beleefdheden, de gulle ontvangst en de talrijke attenties, die ik van de monniken overal op de Philippijnen ondervond, moeten mij natuurlijk gunstig voor hen doen stemmen. Ik vond onder hen inderdaad mannen, die liefde en eer waardig zijn, sommigen zelfs van groote geestontwikkeling, maar letterkundige beschaving en wetenschappelijke kennis zijn zeldzame zaken onder hen. Steeds bezig met hunne eigene belangen, weten zij weinig van de wereldsche zaken. Politiek, geographie, geschiedenis hebben geene bekoorlijkheid voor hen die, zoo zij al den lust tot studeren hadden, in hunne afzondering en uitsluiting weinig gelegenheid daartoe zouden hebben. Hunne kloosters zijn schier paleizen met uitgebreide hoven, gronden en tuinen; hunne inkomsten dikwijls groot. Hoezeer hunne leefwijze over het algemeen sober en eenvoudig is, houden velen schoone rijtuigen en hebben de beste paarden van de plaats; zij worden meestal door eene ootmoedige en bijgeloovige bevolking omgeven, op wier hoop en vrees, gedachten en gevoelens zij een invloed uitoefenen, die betooverend zou worden genoemd, wanneer hunne geloovigen dien niet goddelijk achtten. Deze invloed is ongetwijfeld grootendeels verkregen door den heldenmoed, den arbeid, het lijden en de opofferingen van de vroegere zendelingen en door de goed georganiseerde hierarchie van de Roomsche kerk, wier vertakkingen zich tot deuiterste punten uitstrekken waar slechts een vorm of schijn van het Christendom kan worden ontwaard. Boekdeelen op boekdeelen—de uitgebreide verhalen van de handelingen der verschillende godsdienstige orden zijn voor Protestantsche lezers weinig bekenden—vullen de boekzalen van deze gestichten, die de verzamelplaatsen zijn van hunne godsdienstige historie.

De meest invloedrijke broederschap op de Philippijnen is die der Augustijnen (Agostinos Calzados), die met de verzorging van meer dan anderhalf millioen zielen belast zijn. De barrevoetgaande Augustijnen (Agostinos DescalzosofRecoletos) oefenen over ongeveer een derde van dat aantal gezag uit. Dan volgen de Dominikanen in rang, wier vereenigingen niet minder talrijk zijn dan die der barrevoetgaande Augustijners. Vervolgens komen de Franciscanen, die met de Dominicanen in de uitgestrektheid van hun gezag gelijk staan. Afgescheiden van de monnikenorden en de hoogere geestelijke autoriteiten, bestaat er slechts een klein aantal parochiale en wereldlijke geestelijken in de Philippijnen.

Bij gelegenheid van installatie onder het «koninklijk zegel» hebben de plegtiglieden plaats in de kerk der Augustijnen, de oudste in Manilla, waar ook de regements-vaandels worden ingewijd en andere publieke feesten gevierd. Aan deze kerk is een klooster verbonden. De geregelde Augustijnen en de Recoletos hebben beiden geldelijke toelagen van den Staat. De Franciscanen staan naast de Augustijnen, wat betreft het aantal hunner geestelijkheid.

Eene bron van invloed, die de monniken bezitten en waarvan eene menigte burgerlijke ambtenaren is uitgesloten, bestaat in het meesterschap van de inlandsche talen. Al de voorbereidendestudiënvan geestelijke aspiranten zijn aan dit onderwerp gewijd. Het lijdt geen twijfel dat het dagelijksch verkeer met het Indiaansche volk hun daarin wel te stade komt, daar zij steeds in gesprek daarmede zijn, terwijl zij naauw bekend zijn met hunne belangen. Een der beste middelen om het gezag der burgerlijke departementen te verhoogen zou bestaan in de aanmoediging, aan de ambtenaren te geven tot het verkrijgen van de kennis der inlandsche talen. Ik meen dat het Spaansch nergens dan in de hoofdstad van de predikstoelen gesproken wordt. In vele pueblos vindt men geen enkelen Indiaan, die Castiliaansch verstaat, zoodat de priester dikwijls de eenige tolktusschen het gouvernement en de gemeente is en, zooals de maatschappij thans is georganiseerd, een noodzakelijke tolk. Men moet hier in het oog houden, dat de verschillende leden van godsdienstige broederschappen door sterker banden en een krachtiger en meer invloedrijke organisatie aan elkander gehecht zijn, dan eenige officiele hierarchie onder burgers, zoodat het gouvernement geenerlei medewerking van de priesterschap kan verwachten, waar het geldt de vermindering van geestelijke magt of gezag, hoezeer de onderwerping van dat gezag aan den Staat en de beperking daarvan, overal waar het zich in het algemeen welzijn mengt, eene groote noodzakelijkheid en een gewigtig op te lossen vraagstuk in de Philippijnen is. Maar hier juist is hetKatholiekekarakter van het gouvernement zelf eene zeer groote en bijna onoverkomelijke zwarigheid. Niets is den Spanjaard dierbaarder dan zijne godsdienst; zijne orthodoxie is zijn trots en roem en op dezen grondslag bouwt de Roomsche kerk natuurlijk haar politiek gezag en kan zij haar alles overheerschenden invloed met den geheelen werkkring van het civiel gouvernement ineenmengen. De Hollanders hebben in hunnekoloniënmet zulk eene zwarigheid niet te kampen.

De Kapitein-Generaal heeft de goedheid gehad mij de jongste opgaven te geven van de geestelijkecorporatiënop de Philippijnen tot op 1859. Zij zijn de volgende:

BelastingschuldigenZielen.Doop.Huwelijk.Sterfgevallen.Recoletos.Aartsbisdom Manilla.29.899122.8425.3351.1663.334provincie Zebu.90.701454.27918.5594.1666.500Totaal120.600577.12123.8945.3329.834Franciskanen.Aartsbisdom Manilla.60.936227.8667.9881.9237.896Bisdom Nieuw-Caceres.72.477289.0129.9572.5057.020Bisdom Zebu.57.778237.5839.9412.2604.691Totaal191.191754.46127.8866.68819.607Augustijnen.Aartsbisdom Manilla.162.749678.79128.8266.19420.669Bisdom Ilocos.85.574357.21815.7754.2188.383Bisdom Zebu.136.642607.82127.0494.04916.361Totaal384.9651.643.83071.65014.46145.413Dominikanen.Aartsbisdom Manilla.20.80374.8433.2306032.806Nieuw-Segovia.77.314352.7501.3743.9099.216Totaal98.117427.5934.6044.51212.022

DeDominikanenzijn belast met de zendingen in de provincie Fokien in China en Tonquin. Zij deden in 1857 plaats hebben: in Fokien 11.034 belijdenissen en 10.476communiën; 1.973 doopplegtigheden van kinderen en 213 van volwassenen, 284 huwelijken en 288 bevestigingen. In Oostersch Tonquin: 3.283 doopplegtigheden van kinderen en 302 van volwassenen;4.424laatste oliesels,64.052belijdenissen, 60.167communiënen 658 huwelijken. In Midden-Tonquin: 5.776 doopen van kinderen en 400 van volwassenen; 32.229 zalvingen; 141.961 belijdenissen; 131.438communiënen 1.532 huwelijken.

1Het is welligt niet onaardig de volgende bijzonderheden mede te deelen als een model van zulk eene processie, die echter lang niet eene van de grootste is.Programma van de processie der Heilige Begrafenis, uit de kerk van San Domingo gaande en daarheen langs de hoofdstraten van Manilla terugkeerende:Burgerwachten te paard.Dragers van brandende waskaarsen langs de processie.Militairen, onder hunne resp. hoofden en kleuren.Carabiniers van de Hacienda, met 8 kaarsen.Compagnie ingenieurs met 8 kaarsen.Carabiniers voor de openbare veiligheid met 8 kaarsen.Cavalerie (lanciers) met 32 kaarsen.Infanterie (Bourbon) met 32 kaarsen.Idem (Princesa) met 32 kaarsen.Idem (Infante) met 32 kaarsen.Idem (Fernando VII) met 32 kaarsen.Artillerie-brigade no. 1 met 32 kaarsen.Idem no. 2 met 32 kaarsen.Infanterie (Rey) met 32 kaarsen.Boeren met waskaarsen.Officieren van de zee- en landmagt en ambtenaren.Collegeantenvan St. Jan van Lateraan.Wereldlijke geestelijkheid.Broederschap van St. Domingo.Twee rijen der Zusterschap (Beatas).Het midden der processie bestond uit:Een muziekkorps der infanterie (Rey).Standaard.Tien voorstellingen van het Lijden, op bepaalde afstanden door de geestelijkheid gedragen.Zes collegeanten van St. Jan van Lateraan, met cirios (groote waskaarsen).Het beeld van Johannes den Evangelist.Elf voorstellingen van het Lijden, door de geestelijkheid voorgesteld.Zes collegeanten van St. Jan met cirios.Beeld van St. Maria van Magdalena.Muziekkorps der infanterie (Ferdinand VII).Tien voorstellingen van het Lijden, als boven.Muziek-koor, hetMisererezingende.Acht collegeanten van St. Thomas met cirios.Wagen, waarinde Heergedragen wordt.Ter zijde van den wagen achthellebaardiersmet lijkhellebaarden.Muziek van de infanterie (no. 7).Pallium (palio) door collegeanten van St. Jan van Lateraan gedragen.Broederschap der begrafenis, in een halven cirkel.Zes collegeanten van St. Jan van Lateraan, met cirios.Beeld van Santa Maria Salomé.Zes collegeanten van St. Thomas met cirios.Beeld van Santa Maria Jacoba.Muziekkoor, hetStabat Materzingende.Zes collegeanten van St. Thomas in eene rij met waskaarsen.Beeld van Onze Lieve Vrouw de los Dolores.Pallium, door zes collegeanten van St. Thomas gedragen.Preste (hoogmis-vierder) in zijn zwarten kap, met twee kosters ter regter- en linkerzijde.Z. E. de Gouverneur-Generaal; aan zijne linkerhand de Luitenant-Gouverneur, aan de regterhand de prior van St. Domingo, president van de Broederschap der Heilige Begrafenis, welke laatste al de hooge autoriteiten van de eilanden voorafgaan, die in volle kostuum door de hoofd-officieren der zee- en landmagt worden gevolgd.Brigade Europesche artillerie, met officieren.Trommelslagers (de trommels bekleed), de treurmarsch slaande.Treurmuziek.Europesche brigade, met omgekeerde geweren.Eskorte van den kapitein-Generaal te paard.NOTA.In deze godsdienstige processie worde de meest mogelijke orde bewaard.↑

1Het is welligt niet onaardig de volgende bijzonderheden mede te deelen als een model van zulk eene processie, die echter lang niet eene van de grootste is.

Programma van de processie der Heilige Begrafenis, uit de kerk van San Domingo gaande en daarheen langs de hoofdstraten van Manilla terugkeerende:

NOTA.In deze godsdienstige processie worde de meest mogelijke orde bewaard.↑


Back to IndexNext