HOOFDSTUK XIII.

HOOFDSTUK XIII.TALEN.Het Tagaleesch en Bisajaansch zijn de meest verspreide talen op de Philippijnen, maar elk dezer heeft zulk eene verscheidenheid van tongvallen, dat de inwoners van verschillende eilanden en districten dikwijls voor elkander niet verstaanbaar zijn en dat is nog minder het geval bij de inlandsche stammen, die de bergdistricten bewonen. De meest opmerkelijke verscheidenheden zijn de dialecten van Pampangas, Zambal, Pangasinan, Ilocos, Cagajan, Camarines, Batanes en Chamorro, die allen aan eene van de beide hoofdtakken ontleend zijn. Maar de talen der onbekeerde Indianen wijken geheel af en hebben weinig verwantschap met elkander. Van de bovenbedoelde bestaan dertig verschillende tongvallen. De verwantschap tusschen en de aard van de Tagalesche en Bisajaansche talen kan men het best opmaken uit eene vergelijking van het «Onze Vader» in elk der beide, met eene woordelijke vertaling daarvan:Tagaleesch.Ama nanim1Vader onze (van ons)sungma2zijtsa langit ca3in den hemel Gijsambahin4geheiligd (zij)angdengalannaammo;Uw;mupakomesatotanimonsanghetcahariankoningrijkmo;Uw;sundingeschiedeang loolde wilmoUwditohiersaoplupaaardeparagelijknainsadenlangit;hemel;bigianmogegeven (zij)caminonsngai-onnunangdeanimonzecaninrijstsavanarao-arao5alle dagenatenpatauarvin-movergeven (zij)camisonsnangdeanimgonzemanga-otangschuldenparagelijknangalspagpasawatvergeven (zijn)nanimonssadienangagcacaotonwelke schulden hebben begaansajegensanim;ons;atenhunag-molaat nietcamingonsipahivntolot6vallensa toeso;in verzoeking;atenyadia-moverloscamisonssavanditanallemasama.kwaad.Bisajaansch.AmahanVadernamuonzengadieitotatzijtcagijsa langit,in den hemel,ipapagdayat7geheiligd zijandeimongUwngalan;naam;moanhi8komecanamuntot onsanhetimongUwpagcahadi9;koningrijk;tumancungeschiedeandeimongUwbuotwildinhihiersiopyutaaardemaingungelijksa langit;in den hemel;ihataggegevenmo(zij)damsinonsandecanunrijstnamunonzesa matagarvlao,op elken dag,ugenpavadinvergevenmo10zijcanironssandemga-salaschuldennamu,onze,maingungelijkginuara10vergevennamunonssandezemganacasalaschuldendanum;tegen ons;ngan diri imoniet door Utugotantoegelaten (zij)camionsmahologvallensainmanga-panulaiverzoekingensavanamunonzemanga caauai11;vijanden;apanookbaricun-moverlos (zij)camionssavanmanga-marautkwaadngatanan.alle.Een woordenboek van de Tagalesche taal werd in 1613 door Pater San Buenaventura uitgegeven en een folioVocabulariodoor Fr. Domingo de los Santos, te Sampaloc (Manilla) in 1794. Dit woordenboek bestaat uit ongeveer 11.000 uitdrukkingen; daar ieder woord zoovele beteekenissen heeft, zoo bedraagt het tegenwoordige aantal Tagalesche woorden naauwelijks meer dan 3,500. De voorbeelden van ieders verschillende uitlegging zijn ontelbaar.Een anderVocabulario de la Lengua Tagala, door «verscheidene vrome en geleerde personen» nagezien en in orde gebragt door deJezuïtenpaters Juan de Noceda en Petro de San Lucar, werd in 1832 te Valladolid uitgegeven. De uitgever zegt hartelijk gewenscht te hebben van de taak ontlast te worden, maar de «blinde gehoorzaamheid» aan zijn’ superieur verschuldigd, dwong hem voort te gaan. «Er kunnen—zegt hij—geene regels gesteld worden voor de juiste grammaticale uitspraak van de taal, van wege de uitzonderingen en de uitzonderingen op die uitzonderingen. De verwarring tusschen bedrijvende en lijdende deelwoorden is een labyrinth, dat men niet kan doorkomen. Er bestaan meer boeken over de taal (artes)—berigt hij—dan over eenige doode of levende taal.» Hij heeft niet minder dan 37 geraadpleegd, waaronder de eerste plaats moet worden toegekend aan den Tagaleschen Demosthenes (pater Francis de San José), aan wiens nasporingen niemand iets goeds kan toevoegen. Hij zegt al de wortels te hebben aangegeven, maar niet hunne vertakkingen, die onmogelijk zijn te volgen. Maar deVocabulariois zeer gunstig beoordeeld door den «Visitador» als «een adelaar in zijne vlugt» en «eene zon in haren glans». Het mogt drie duizend nieuwe woorden aan dit woordenboek hebben toegevoegd. De uitgever zelf is zedig genoeg en zegt slechts een drup in den Oceaan te hebben gestort. Pater Noceda heeft zich dertig jaren met de bewerking van het boek bezig gehouden, dat in menige hand is geweest; hij wilde geen woord opnemen vóórdat «twaalf Indianen» hem hadden verzekerd dat hij de ware beteekenis had gevonden. Hij wilde niet minder nemen, want was hij van zijn’ regel afgeweken en had hij het aantal verminderd; wie weet, vraagt hij, met welk een gering gezag hij zich tevreden zou hebben gesteld? Het lijdt geen twijfel dat het geheel onmogelijk was volkomen synoniemen tevinden tusschen zoo ongelijke talen als het Castiliaansch en Tagaleesch, en dat de wortel van een woord, waarnaar de uitgever zocht, dikwijls verloren geraakt in de afleidingen, zamenstellingen en toevoegsels, waarvan het omgeven is, zonder een vasten grondslag te hebben. En na dat alles kan men de vraag stellen: Wat is de Tagalesche taal? Die der bergen verschilt veel van die in de dalen; de tongval van den Comingtang wijkt af van die der Tingues.Het woord Tagala, dat somtijds Tagal, Tagalo of Tagaloc geschreven wordt, is, naar mijne meening, afgeleid vanTaga,inlander. Taga Madjajdjay is een inlander van Madjajdjay. Een goede Christen wordtang manga taga langit, een inlander van den hemel genoemd, en het is eene gewone verwensching, wanneer men tot iemand zegt: «Taga infierno,» hetgeen beteekent: «Gij moest een inlander van de hel zijn.»De Tagalesche taal is niet gemakkelijk te leeren. Een Spaansch spreekwoord zegt dan men noodig heeftun ano de arte y dos di bahaque: een jaar taalkunde en twee vanbahaque.Bahaqueis de inlandsche kleeding. De monniken verzekerden mij dat zij verscheidene jaren moesten verblijf houden vóór dat zij in het Tagaleesch konden prediken; en in vele kloosters wordt meestal in de inlandsche tongvallen gesproken, dewijl er weinig gelegenheid bestaat om in het Spaansch te spreken.De vereeniging van naam- en werkwoorden tot een enkel woord en de moeijelijkheden om de wortels van elk derzelve te bepalen, wordt uit verlegenheid gedaan, daar de armoede aan woorden vele beteekenissen aan dezelfde uitdrukkingen doet geven. Zoo beteekentayao: genoeg, voorbijgaan van koopwaren, duurte, en is tevens een verwonderingsteeken;bababeteekent: vischhaak, baard, longen, toevallig, afwijking;bobo: een net, smelten, verschrikken, verspillen;alangalang: hoffelijkheid, hoogheid, waardigheid. Van daar dan ook de voortdurende herhalingen van hetzelfde woord.Aboabo: mist;alaala: herinneringen;ngalangala: paleis;galagala: lijm;dilidili: twijfel;hasahasa: een visch.Zoo wordt een groot aantal Tagalesche woorden gebruikt om een werkwoord in zijn verschillende toepassingen voor te stellen, waarin het moeijelijk is eenigen gemeenen wortel of een schijn van gelijkenis te vinden. Noceda heeft voor het werkwoordgeven(darinhet Spaansch) 140 woorden in het Tagaleesch; voor (meter) plaatsen, bestaan 41 vormen; voor (hacer) doen, 126. De stand van de maan wordt door twaalf uitdrukkingen voorgesteld, waarvan in slechts twee het Tagaleesch woord voor maan voorkomt.Het behoeft bijna niet gezegd te worden, dat eene zoo ruwe taal als de Tagalesche nooit het kanaal voor wetenschappelijke of philosophische kennis kan worden. Toch beweert Mallat dat zij rijk, welluidend, vol uitdrukking is en, zoo zij werd aangemoedigd, spoedig eene letterkunde zou bezitten, waardig naast die van andere Europeschenatiënte staan!Een folio-woordenboek van de Bisajaansche en Spaansche talen, zooals zij op het eiland Panay gesproken worden, is in 1841 te Manilla uitgegeven en geschreven door pater Alonzo de Mentrida. Die voor de Spaansche en Bisajaansche talen, door pater Julian Martin, werd in het volgende jaar uitgegeven.De letterse,f,renzontbreken en de eenige klank, die niet door het Engelsche alphabet wordt aangegeven, is deng. De Tagalesche Indianen gebruiken de letterpin plaats van def, die zij niet kunnen uitspreken. Zoo zeggen zij:ParancisovoorFrancisco,palsovoorfalso,pinovoorfinoenz. Deris geheel onuitspreekbaar voor de Tagalezen. Zij veranderen die inden maken zich dikwijls belagchelijk door de misvattingen, daaruit ontstaande. Dezwordt door desvervangen, die niet aan den Castiliaanschen klank beantwoordt, welke door het Engelschethwordt voorgesteld.In verscheideneprovinciënvan Spanje intusschen is de Castiliaansche uitspraak van dezniet aangenomen. Er bestaat in het Tagaleesch geen klinker tusschenaeni, zooals in het Spaansch door de lettere.Bij het onderwijs in het Tagalesche alphabet, wordt het woordyaou, zijnde het aanwijzend voornaamwoord, achter de letter geplaatst, die door den klinkerawordt gevolgd en de letter herhaald, als:Aa yaou(a);baba yaou(b);caca yaou(c);dada yaou(d);gaga yaou(g);haha yaou(h);lala yaou(l);mama yaou(m);nana yaou(n);nganga yaou(ng);papa yaou(p);sasa yaou(s);tata yaou(t);vava yaou; (v). Dengis eene zamenstelling van de Spaanschenmetg.Naamwoorden hebben in het Tagaleesch geene naamvallen, getallenof geslacht. Werkwoorden hebben onbepaalde-, tegenwoordige-, verledene-, toekomende- en gebiedende tijden, maar zij worden niet veranderd door de persoonlijke voornaamwoorden. Onder meer bijzonderheden kan opgemerkt worden, dat geen bedrijvend werkwoord met de letterbkan beginnen. Sommige der tusschenwerpsels, en er zijn er vele in het Tagaleesch, zijn van verschillende geslachten.Hoe leelijk!tot een man gerigt, is:paetog!tot eene vrouw:paetag!»De Tagalezen gebruiken den tweeden persoon enkelvoudicaoofco, wanneer zij onder elkander spreken, maar voegen er het woordpobij, als bewijs van eerbied. Tegenover eene vrouw wordt het woordpoweggelaten, maar eene vrouw gebruikt dit woord wel tegenover een’ man. De persoonlijke voornaamwoorden volgen in plaats van de werkwoorden en naamwoorden vooraf te gaan, alsnapa aco: ik zeg;napa suja: het is goed.Een kenmerk van de taal is dat het lijdende werkwoord over het algemeen in plaats van het bedrijvende wordt gebruikt. Een Tagalees zal niet zeggen: «Jan bemint Maria,» maar «Maria wordt door Jan bemind.» Fr. de los Santos zegt, dat het netter is het bedrijvende dan het lijdende werkwoord te gebruiken, maar in de godsdienstige boeken, door de monniken uitgegeven, is de gewone schrijfwijze: «Het wordt door God gezegd», «het wordt door Christus geleerd», enz.Ofschoon het Tagaleesch niet rijk aan woorden is, dewijl dezelfde uitdrukking soms verschillende beteekenissen heeft, bestaat er veel bezwaar in de zamenstelling. Pater Verduga intusschen geeft eene lijst van verscheidene soorten van werkwoorden, met aanwijzingen van de naamwoorden naar de regels van de Europesche taalkunde.Bij het aannemen van Spaansche woorden vereenvoudigen en verkorten de Tagalezen die dikwijls; bijvoorbeeld voorzapato(schoen) gebruiken zij alleenpato;Lingovoor Domingo;bavay,caballo(paard). Het verkleinwoord van Maria isMariangui; daarvanAngui, de gewone benaming voor Marie.In het woordenboek vind ik in de taal slechts 35 monosyllaben, als:a,ab,an,ang,at,ay,ca(met dertien verschillende beteekenissen, als: een getal (1), een persoonlijk voornaamwoord (zij), vier zelfstandige naamwoorden, als: zaak, medgezel, schrik,afgetrokken; een werkwoord: gaan, en de overige bijvoegelijke, bijwoordelijke en andere termen),cay,co,con,cun,di,din,ga,ha,i,in,is,ma(met achttien beteekenissen, waaronder vier zelfstandige naamwoorden, acht werkwoorden en vier bijvoegelijke naamwoorden),man,mi,mo,na,nga,o,oy,pa(met zeven beteekenissen),po,sa,sang,si,sing,ta,yaenyi.Horologiënzijn zeldzaam onder de Indianen en de tijd wordt niet door de uren van den klok aangeduid, maar door de gewone gebeurtenissen van den dag. De Mas geeft niet minder dan 23 verschillende taalvormen voor de aanduiding van verschillende verdeelingen, de eene langer, de andere korter, van de vierentwintig uren, zooals: duisternis-verdwijning; dageraad-aanbreking; licht-aankomst (magumagana); de zon komt spoedig op (sisilang na ang arao); volle dag (arao na); zon opgekomen; haan-kraaijen; (zon) hoogte van de as; hoogte een speer (van de horizon); middag; zonsondergang; zon opkomt (lung mononna); Ave Maria-tijd; duisternis; donkerheid; kinderslaaptijd;animasgeluid; bijna middernacht; middernacht; over middernacht (mababao sa haling gaby). Deze spreekwijze verschilt op onderscheidene plaatsen. Daar het luiden der bellen en het slaan der klokken door de Spanjaarden is ingevoerd, moeten de meeste dezer termen voor dien tijd zijn gebruikt.Herhalingen van dezelfde lettergreep hebben in de Tagalesche en Bisajaansche talen plaats. Zij zijn niet noodzakelijk aan meervoud onderworpen, maar duiden dikwijls eene reeks of vervolg aan, alslavay lavay, slavernij (voortdurend werk); ingilingil, het gehuil van een’ hond;ngingiyao ngingiyao, het gemaauw van eene kat;cococococan, eene hen, die hare kuikens roept;pocto pocto, oneven, onregelmatig (hiervoor bestaat een Devonshirsch woordscory, dat dezelfde beteekenis heeft);timbon timbon, opeenstapelen;punit punit, lompen;angao angao, een oneindig getal;aling aling, veranderlijk;caval caval, onzeker. Sommige Spaansche woorden worden verdubbeld, ten einde de verwarring met inlandsche uitdrukkingen te vermijden, alsdondonvoordon. Deze herhalingen zijn een noodzakelijk gevolg van het klein aantal oorspronkelijke woorden.Hoe opmerkelijk de armoede der taal is, vindt men eene groote verscheidenheid van beteekenissen voor zekere voorwerpen. Rijst bijv., in den bast ispalay(Maleischpadi); vóór het overplanten,botobor; wanneer zij begint te ontspruitenbuticas; als de aar verschijnt,basag; in een vergevorderden staat,maimota; als zij geheel rijp in de aar is,bongana; als zij door den wind wordt nedergeslagen of onder het gewigt van de aar neerhangt,dajapa; vroege rijst,cavato; brokkel-rijst,lagquitan;slecht gevormd in het graan,popong; gezuiverde maar niet van de bast ontdane rijst,loba; gezuiverde rijst,bigas; bedorven rijst,binlor; grond-rijst,digas;geroosterderijst,binusa; bloemrijst,binuladac; rijst-pastei,pilipieg; fracasseé-rijst,sinaing; op eene andere wijze gereed gemaakte rijst,soman. Er bestaan niet minder dan 19 woorden voor verscheidenheden van hetzelfde voorwerp. Evenzoo met werkwoorden, als: binden,tali; rondbinden,lingquis; een gordel binden,babat; de handen binden,gapus; iemand den nek binden,tobong; met een strik binden,hasohaso; rond een put binden,baat; een ligchaam opbinden,balacas; aan het eind van eene beurs binden,pogong; op eene mand binden,bilit; twee stokken te zamen binden,pangcol; op eene deur binden,gacot; op een bundel (als van stokken) binden,bigquis; graanschoven opbinden,tangcas; een levend wezen opbinden,niquit; de planken van een’ vloer zamenbinden,gilaguir; een tijdelijk band,bilaguir; verscheidene malen met een knoop rondbinden,balaguil; digtbinden,jaguis; bamboes binden,dalin; een rekening optrekken,pangajla. Van deze 21 werkwoorden is de wortel van bijna geen enkel in een zelfstandig naamwoord te vinden. Voor rijst bestaan niet minder dan 65 woorden in het Bisajaansch; voor bamboe 20.Er bestaan een aantal namen voor den krokodil.Buajadrukt het denkbeeld uit van zijnen groei uit het ei tot het volwassen dier, als wanneer hijbuajang cotoo, een ware krokodil, wordt genoemd. Voor goud heeft men niet minder dan vijftien benamingen, die de verschillende hoedanigheden aanwijzen.Juan de Noceda geeft 29 woorden aan ter vertaling vanmirar(zien); 42 voormeter(zetten); 27 voormenear(bewegen); maar synoniemen vindt men moeijelijk in talen, die geene verwantschap met elkander hebben, vooral wanneer men eenig abstract denkbeeld wil uitdrukken.In familiebetrekkingen is het geslachtswoord voor broedercolovong; oudere broedercacang; als er slechts drie zijn, wordt detweedecolovong, de derdebongsogenoemd; zijn er meer dan drie, dan heet de tweedesumonor, de derdecolovong. Tweelingbroeders noemt mencambal.Anacis de geslachtsnaam voor zoon; een eenige zoon heetbogtong; de eerstgeborenepanganai; de jongstebongso; een pleegzoonjnaanac.Magamabeteekent vader met zoon;magcunaamavader met pleegzoon;nagpapaama, hij die een ander verkeerdelijk zijn vader noemt;pinanamahaneen ten onregte genoemd vader;maanac, vader of moeder van verscheidene kinderen;maganac, vader, moeder en gezin van vele kinderen;caanactilic, de zoons van twee weduwnaars;magcaaangenomen broeders.Eene gewone ironieke uitdrukking is:Catalastasan mo aya a(Hoe erg knap!)De Indiaansche benaming voor het hoofd van eenbarrioof dorp, isdato, maar het woord, dat tegenwoordig meer gebruikt wordt is het Castiliaanschecabeza, zoodat de Indiaan over het algemeen deze inlandsche autoriteitcabeza sa balangainoemt. Het Tagalesche woord voor de hoofdplaats van een district isdojo; in het Castiliaansch,cabazera.Het woordcantaris aangenomen voorkerkmuziek, maar men heeft hiervoor vele van de oude Indiaansche woorden behouden, als:Pinanan umbitanan ang patai: zij zingen den doodzang;dajao: de victorie-zang;hunchet gezang der vogelen. Het geraas van de ghiko-hagedis wordthaloticticgenoemd.Het volgende kan als een staaltje dienen van Tagalesche veellettergrepige woorden:Anagnalalàquizoon.Ananababaidochter.Cababulaánangliegen.Malanuingiologdonder.Pagsisisilijden.PaghahanducanPagsisingsinganvinger.Pagpapahopaperen.Palajanglajanganverslinden.Panganganjajajammer.Sangtinacpande wereld.Solonmangajokomeet; uitwaseming.Magbabacastrijder; vanbacalicht.TagupagbacaTangcastancasantakkebosch.Masaquit angmangapilipis ancomijn hoofd doet zeer.IlahampasinguitaIk zal u slaan (gij zult door mij geslagen worden).GuiguisingincataIk zal u bewaken (gij zult door mij bewaakt worden).Magpasavalabanhanganeeuwigdurend.Pananangpahatajatrouw.Mapagpaunbabaobedriegelijk.Mapagpalamaraondankbaar.Ongelijke getallen worden in het Tagaleeschgangsal; gelijke getallentocolgenoemd:Bevestigend, ja!Oo, tango.Ontkennend, neen!Di; dili; houag; dakan.Vele Maleische woorden komen, sommige in hunnen zuiveren, andere in een verbasterden zin, niet alleen in het Tagaleesch en Bisajaansch, maar ook in andere tongvallen van de Philippijnen voor.12Zoo heeft men:Langit, hemel;puti, wit;mata,oog;vata, steenen;moera, goedkoop en vele anderen. Slechts weinig veranderd zijn:ditavoorlina, taal;babivoorbabuy, big;hagin(Tagaleesch) enhangin(Bisajaansch) voorangin, wind;masaguitvoorsakit, ziek;patayvoormati(Maleisch);mat, dood;nagcasama, in gezelschap;matacutvoortakot, vrees;ulanvoorudian, regen; en eenige anderen. Het Maleische woordtuan, dat geacht beteekent en gewoonlijk gebruikt wordt om de gehoorzaamheid en den ootmoed te kennen te geven van den spreker aan den aangesproken persoon, wordt door de Tagalezen meestal in een ironieken zin gebruikt.Ay touan co!Een waarlijk achtenswaardig man! «Tuanmij niet» staat gelijk met: «weg met uw onzin.»De monniken hebben de meeste Castiliaansche woorden van Griekschen en Latijnschen oorsprong ingevoerd voor de belijdenis van de Katholieke eeredienst of de viering van hare godsdienstigeritussen, waarvoor men slechts weinige uitdrukkingen in de oorspronkelijke talen vindt.Het langdurig bezit van vele gedeelten der Philippijnen door stammen, die het Mohammedanisme belijden, in aanmerking genomen, is het aantal gewone Arabische woorden klein. Ik hoordesalamvoor groet;malin, meester;arrac,wijn of geestrijke dranken;arraesvoorreis, kapitein. En onder de Muselmannen van Mindanao waren:Islam,koran,rassoel(profeet),bismillah,kitaben andere woorden, onmiddellijk in verband staande met het Islamismus, zeer algemeen.Het eenige Chineesche woord dat algemeen in gebruik is, issampan, eene kleine boot; letterlijk beteekent dit woord drie planken.Vele klanken in het Tagaleesch zijn geheel Engelsch.Toobigis water, enasin, zout, door de Indiaansche bedienden over tafel uitgesproken, trof mij eenigzins; ik kon niet vinden waarin de bedoelde buitensporigheden of de begane zonde lag. De meeste monniken spreken de inlandsche tongvallen vloeijend; zij prediken nooit in eenige andere taal en daar de meesten hunner geheel omgeven zijn door de Indiaansche bevolking, zoodat zij zelden hunne oorspronkelijke spaansche taal spreken, is het niet te verwonderen dat zij van de Indiaansche tongvallen met veel gemak gebruik maken. De meeste bestaande taal- en woordenboeken werden door geestelijken geschreven, om de voortplanting der Christelijke leerstellingen te bevorderen en kleine werken (allen over godsdienstige onderwerpen) zijn tot onderrigt van het volk geschreven. Ik kon niet ontdekken dat zij eenige historische opgaven oftraditiënuit de oudheid bevatten.Hoe meer mijne aandacht tot de studie van de tongvallen in verre landen werd getrokken, zooveel te meer werd ik getroffen door de ongerijmde denkbeelden entheoriën, welke zoo algemeen zijn geworden ten opzigte van de afleiding en verwantschap van talen. De Biscajers houden vol dat hun Euscaarsche tongval de taal voor Adam en Eva in het paradijs en bijgevolg de algemeene taal van den eersten man en de oorsprong van alle andere is geweest. Meer dan een Cimber heeft dezelfde eer voor het Welsh gevorderd, daarbij er op aandringende dat al de dialecten van de wereld van het Cimbersch zijn afgeleid. Maar het zou moeijelijk zijn te bewijzen dat een enkel woord van voor den zondvloed in onze tijden is overgekomen. Verkeer en handel schijnen de eenige kanalen te zijn waardoor elkgedeelte van de taal van elke natie of stam in het woordenboek van eene andere is gekomen. Men zegt dat het woordzaktot de meeste verwarring hebben aanleiding gegeven. Een Fransche schrijver beweert dat het ’t eenige woord is, dat men uit de Babelsche spraakverwarring heeft behouden, ten einde de regten van eigendom in de algemeene anarchie mogten geëerbiedigd blijven. In de lagere getallen van verwijderde tongvallen bestaat vele en zonderlinge verwantschap, hetgeen kan worden toegeschreven aan het vele gebruik, dat men er in handelsaangelegenheden van maakte. Wilden, die geene eigene benamingen voor de hunne hebben, hebben meermalen de hoogere cijfergetallen aangenomen van beschaafde natiën, waarvan het vele gebruik van het woordlacvoor 10,000 tot voorbeeld kan dienen.Monsteris bij handelsnatiën, met kleine afwijkingen, het bijna algemeen aangenomen woord voor staal; evenzeer de woordenrekening,datumen dergelijke. Hoe vele zeetermen zijn niet van Nederlanders, hoe vele krijgskundige benamingen van Frankrijk, hoevele uitdrukkingen in verband tot spoorwegen, stoomvaart en industrie uit het Engelsch, overgenomen! Het Justiniaansche wetboek heeft al de Europesche talen met volzinnen uit de Romeinsche wet voorzien. Aan de Katholieke missiën kan men in de tongvallen van bekeerde natiën bijna geheel hunne godsdienstige woordenrijkdom toeschrijven. In de gemakkelijke combinatie van de Grieksche taal heeft de wetenschap onschatbare hulpbronnen gevonden. De Engelsche koloniën vergrooten voortdurend den overvloed van het moederland, en er bestaat niet (zoo als in Frankrijk) weêrzin tegen de invoering van nuttige, hoezeer minder noodige, woorden. Bentham plagt te zeggen, dat dezuiverheidvan eene taal en dearmoedevan eene taal bijna synoniem waren.Onder de blijken van vooruitgang, die zich in onzen tijd voordoen, behoort niet alleen de trapsgewijze vervanging van de lagere door de opkomst van de hoogere menschenrassen, maar is een niet minder merkwaardig feit de verdwijning van ruwe en onvolmaakte tongvallen, die plaats maken voor meer doeltreffende werktuigen van vooruitgang en beschaving, welke men in de talen van geciviliseerde natiën vindt. De pogingen, die men aangewend heeft om de woordenrijkdom van gevorderde kunsten en wetenschappenin talen in te voeren welke nog op een lagen trap van beschaving staan, zijn ongelukkig mislukt. Men kan in barbaarsche tempels geene geschikte plaats vinden om de schoone stukken van het beschaafd genie voor beeldhouwwerk aan te brengen. De ruwe kleederen van de wilden kunnen zoo gemakkelijk niet in het reine werkmanspak van den gegoeden kunstenaar herschapen worden. En toch kan niets meer tot de welvaart van het menschdom toebrengen, dan dat de middelen van mondeling verkeer worden uitgebreid, en dat eenige weinige ver verspreide talen (zoo niet ééne algemeene taal, welker de invoering een ijdele droom mag worden genoemd) in den loop der tijden een doelmatig middel van verkeer voor de geheele wereld worden.De verzen der Tagalezen tellen twaalf lettergrepen. Zij hebben den Spaanschen klank, maar de woorden worden reeds als rijm beschouwd, als zij slechts met denzelfden klinker of medeklinker eindigen.De Indiaan kan altijd zijne verzen zingen, als hij ze reciteert, hetgeen trouwens een algemeen aangenomen Aziatische gewoonte is. De San tze King of het drie-lettergrepig gezang, dat meestal als leerboek op de scholen in China wordt gebruikt, zingt men altijd en de versificatie en muziek komen het geheugen hierin natuurlijk te hulp. De muziek van het lied, dat de Tagalezen zingen om kinderen stil te houden, dehelehelegenaamd, gelijkt, volgens de Mas, op die der Arabieren.131Persoonlijke voornaamwoorden zijn:aco: ik;anim: wij. In het Tagaleesch zijn geene bezittelijke voornaamwoorden; men gebruikt daarvoor den genitivus van de persoonlijke.↑2Um, zijn;ungma: gij zijt.↑3Caofycao, persoonlijk voornaamwoord: gij, volgt altijd op het werkwoord;mois de genitivus.↑4Samba, aanbidden, heiligen;sambahin, de toek. tijd.↑5Arao, Zon of dag.↑6Tolot, toelaten te ontgaan.↑7Dayat, heiligen, loven; de toek. tijd wordt dooripapagweder gegeven.↑8Vananchi, bijwoord: hier.↑9Vanhadi: koning.↑10Vanuara; vergiffenis.↑11Vanauai, twisten.↑12De verhandeling van John Crawfurd in zijn Maleische grammatica.↑13De Engelsche schrijver deelt hierbij alsNOTEmede, dat het hoofdstuk, door hem oorspronkelijk geschreven over de taal der Philippijnen, met zoovele andere zijner manuscripten, door de schipbreuk van deAlmain de Roode zee is verloren geraakt, terwijl het nog overgeblevene geheel onleesbaar is. Hij verontschuldigt zich, wanneer hij in zijne opgaven hieromtrent te kort mogt hebben geschoten, daar hem verdere bouwstoffen in Engeland ontbraken.Vert.↑

HOOFDSTUK XIII.TALEN.Het Tagaleesch en Bisajaansch zijn de meest verspreide talen op de Philippijnen, maar elk dezer heeft zulk eene verscheidenheid van tongvallen, dat de inwoners van verschillende eilanden en districten dikwijls voor elkander niet verstaanbaar zijn en dat is nog minder het geval bij de inlandsche stammen, die de bergdistricten bewonen. De meest opmerkelijke verscheidenheden zijn de dialecten van Pampangas, Zambal, Pangasinan, Ilocos, Cagajan, Camarines, Batanes en Chamorro, die allen aan eene van de beide hoofdtakken ontleend zijn. Maar de talen der onbekeerde Indianen wijken geheel af en hebben weinig verwantschap met elkander. Van de bovenbedoelde bestaan dertig verschillende tongvallen. De verwantschap tusschen en de aard van de Tagalesche en Bisajaansche talen kan men het best opmaken uit eene vergelijking van het «Onze Vader» in elk der beide, met eene woordelijke vertaling daarvan:Tagaleesch.Ama nanim1Vader onze (van ons)sungma2zijtsa langit ca3in den hemel Gijsambahin4geheiligd (zij)angdengalannaammo;Uw;mupakomesatotanimonsanghetcahariankoningrijkmo;Uw;sundingeschiedeang loolde wilmoUwditohiersaoplupaaardeparagelijknainsadenlangit;hemel;bigianmogegeven (zij)caminonsngai-onnunangdeanimonzecaninrijstsavanarao-arao5alle dagenatenpatauarvin-movergeven (zij)camisonsnangdeanimgonzemanga-otangschuldenparagelijknangalspagpasawatvergeven (zijn)nanimonssadienangagcacaotonwelke schulden hebben begaansajegensanim;ons;atenhunag-molaat nietcamingonsipahivntolot6vallensa toeso;in verzoeking;atenyadia-moverloscamisonssavanditanallemasama.kwaad.Bisajaansch.AmahanVadernamuonzengadieitotatzijtcagijsa langit,in den hemel,ipapagdayat7geheiligd zijandeimongUwngalan;naam;moanhi8komecanamuntot onsanhetimongUwpagcahadi9;koningrijk;tumancungeschiedeandeimongUwbuotwildinhihiersiopyutaaardemaingungelijksa langit;in den hemel;ihataggegevenmo(zij)damsinonsandecanunrijstnamunonzesa matagarvlao,op elken dag,ugenpavadinvergevenmo10zijcanironssandemga-salaschuldennamu,onze,maingungelijkginuara10vergevennamunonssandezemganacasalaschuldendanum;tegen ons;ngan diri imoniet door Utugotantoegelaten (zij)camionsmahologvallensainmanga-panulaiverzoekingensavanamunonzemanga caauai11;vijanden;apanookbaricun-moverlos (zij)camionssavanmanga-marautkwaadngatanan.alle.Een woordenboek van de Tagalesche taal werd in 1613 door Pater San Buenaventura uitgegeven en een folioVocabulariodoor Fr. Domingo de los Santos, te Sampaloc (Manilla) in 1794. Dit woordenboek bestaat uit ongeveer 11.000 uitdrukkingen; daar ieder woord zoovele beteekenissen heeft, zoo bedraagt het tegenwoordige aantal Tagalesche woorden naauwelijks meer dan 3,500. De voorbeelden van ieders verschillende uitlegging zijn ontelbaar.Een anderVocabulario de la Lengua Tagala, door «verscheidene vrome en geleerde personen» nagezien en in orde gebragt door deJezuïtenpaters Juan de Noceda en Petro de San Lucar, werd in 1832 te Valladolid uitgegeven. De uitgever zegt hartelijk gewenscht te hebben van de taak ontlast te worden, maar de «blinde gehoorzaamheid» aan zijn’ superieur verschuldigd, dwong hem voort te gaan. «Er kunnen—zegt hij—geene regels gesteld worden voor de juiste grammaticale uitspraak van de taal, van wege de uitzonderingen en de uitzonderingen op die uitzonderingen. De verwarring tusschen bedrijvende en lijdende deelwoorden is een labyrinth, dat men niet kan doorkomen. Er bestaan meer boeken over de taal (artes)—berigt hij—dan over eenige doode of levende taal.» Hij heeft niet minder dan 37 geraadpleegd, waaronder de eerste plaats moet worden toegekend aan den Tagaleschen Demosthenes (pater Francis de San José), aan wiens nasporingen niemand iets goeds kan toevoegen. Hij zegt al de wortels te hebben aangegeven, maar niet hunne vertakkingen, die onmogelijk zijn te volgen. Maar deVocabulariois zeer gunstig beoordeeld door den «Visitador» als «een adelaar in zijne vlugt» en «eene zon in haren glans». Het mogt drie duizend nieuwe woorden aan dit woordenboek hebben toegevoegd. De uitgever zelf is zedig genoeg en zegt slechts een drup in den Oceaan te hebben gestort. Pater Noceda heeft zich dertig jaren met de bewerking van het boek bezig gehouden, dat in menige hand is geweest; hij wilde geen woord opnemen vóórdat «twaalf Indianen» hem hadden verzekerd dat hij de ware beteekenis had gevonden. Hij wilde niet minder nemen, want was hij van zijn’ regel afgeweken en had hij het aantal verminderd; wie weet, vraagt hij, met welk een gering gezag hij zich tevreden zou hebben gesteld? Het lijdt geen twijfel dat het geheel onmogelijk was volkomen synoniemen tevinden tusschen zoo ongelijke talen als het Castiliaansch en Tagaleesch, en dat de wortel van een woord, waarnaar de uitgever zocht, dikwijls verloren geraakt in de afleidingen, zamenstellingen en toevoegsels, waarvan het omgeven is, zonder een vasten grondslag te hebben. En na dat alles kan men de vraag stellen: Wat is de Tagalesche taal? Die der bergen verschilt veel van die in de dalen; de tongval van den Comingtang wijkt af van die der Tingues.Het woord Tagala, dat somtijds Tagal, Tagalo of Tagaloc geschreven wordt, is, naar mijne meening, afgeleid vanTaga,inlander. Taga Madjajdjay is een inlander van Madjajdjay. Een goede Christen wordtang manga taga langit, een inlander van den hemel genoemd, en het is eene gewone verwensching, wanneer men tot iemand zegt: «Taga infierno,» hetgeen beteekent: «Gij moest een inlander van de hel zijn.»De Tagalesche taal is niet gemakkelijk te leeren. Een Spaansch spreekwoord zegt dan men noodig heeftun ano de arte y dos di bahaque: een jaar taalkunde en twee vanbahaque.Bahaqueis de inlandsche kleeding. De monniken verzekerden mij dat zij verscheidene jaren moesten verblijf houden vóór dat zij in het Tagaleesch konden prediken; en in vele kloosters wordt meestal in de inlandsche tongvallen gesproken, dewijl er weinig gelegenheid bestaat om in het Spaansch te spreken.De vereeniging van naam- en werkwoorden tot een enkel woord en de moeijelijkheden om de wortels van elk derzelve te bepalen, wordt uit verlegenheid gedaan, daar de armoede aan woorden vele beteekenissen aan dezelfde uitdrukkingen doet geven. Zoo beteekentayao: genoeg, voorbijgaan van koopwaren, duurte, en is tevens een verwonderingsteeken;bababeteekent: vischhaak, baard, longen, toevallig, afwijking;bobo: een net, smelten, verschrikken, verspillen;alangalang: hoffelijkheid, hoogheid, waardigheid. Van daar dan ook de voortdurende herhalingen van hetzelfde woord.Aboabo: mist;alaala: herinneringen;ngalangala: paleis;galagala: lijm;dilidili: twijfel;hasahasa: een visch.Zoo wordt een groot aantal Tagalesche woorden gebruikt om een werkwoord in zijn verschillende toepassingen voor te stellen, waarin het moeijelijk is eenigen gemeenen wortel of een schijn van gelijkenis te vinden. Noceda heeft voor het werkwoordgeven(darinhet Spaansch) 140 woorden in het Tagaleesch; voor (meter) plaatsen, bestaan 41 vormen; voor (hacer) doen, 126. De stand van de maan wordt door twaalf uitdrukkingen voorgesteld, waarvan in slechts twee het Tagaleesch woord voor maan voorkomt.Het behoeft bijna niet gezegd te worden, dat eene zoo ruwe taal als de Tagalesche nooit het kanaal voor wetenschappelijke of philosophische kennis kan worden. Toch beweert Mallat dat zij rijk, welluidend, vol uitdrukking is en, zoo zij werd aangemoedigd, spoedig eene letterkunde zou bezitten, waardig naast die van andere Europeschenatiënte staan!Een folio-woordenboek van de Bisajaansche en Spaansche talen, zooals zij op het eiland Panay gesproken worden, is in 1841 te Manilla uitgegeven en geschreven door pater Alonzo de Mentrida. Die voor de Spaansche en Bisajaansche talen, door pater Julian Martin, werd in het volgende jaar uitgegeven.De letterse,f,renzontbreken en de eenige klank, die niet door het Engelsche alphabet wordt aangegeven, is deng. De Tagalesche Indianen gebruiken de letterpin plaats van def, die zij niet kunnen uitspreken. Zoo zeggen zij:ParancisovoorFrancisco,palsovoorfalso,pinovoorfinoenz. Deris geheel onuitspreekbaar voor de Tagalezen. Zij veranderen die inden maken zich dikwijls belagchelijk door de misvattingen, daaruit ontstaande. Dezwordt door desvervangen, die niet aan den Castiliaanschen klank beantwoordt, welke door het Engelschethwordt voorgesteld.In verscheideneprovinciënvan Spanje intusschen is de Castiliaansche uitspraak van dezniet aangenomen. Er bestaat in het Tagaleesch geen klinker tusschenaeni, zooals in het Spaansch door de lettere.Bij het onderwijs in het Tagalesche alphabet, wordt het woordyaou, zijnde het aanwijzend voornaamwoord, achter de letter geplaatst, die door den klinkerawordt gevolgd en de letter herhaald, als:Aa yaou(a);baba yaou(b);caca yaou(c);dada yaou(d);gaga yaou(g);haha yaou(h);lala yaou(l);mama yaou(m);nana yaou(n);nganga yaou(ng);papa yaou(p);sasa yaou(s);tata yaou(t);vava yaou; (v). Dengis eene zamenstelling van de Spaanschenmetg.Naamwoorden hebben in het Tagaleesch geene naamvallen, getallenof geslacht. Werkwoorden hebben onbepaalde-, tegenwoordige-, verledene-, toekomende- en gebiedende tijden, maar zij worden niet veranderd door de persoonlijke voornaamwoorden. Onder meer bijzonderheden kan opgemerkt worden, dat geen bedrijvend werkwoord met de letterbkan beginnen. Sommige der tusschenwerpsels, en er zijn er vele in het Tagaleesch, zijn van verschillende geslachten.Hoe leelijk!tot een man gerigt, is:paetog!tot eene vrouw:paetag!»De Tagalezen gebruiken den tweeden persoon enkelvoudicaoofco, wanneer zij onder elkander spreken, maar voegen er het woordpobij, als bewijs van eerbied. Tegenover eene vrouw wordt het woordpoweggelaten, maar eene vrouw gebruikt dit woord wel tegenover een’ man. De persoonlijke voornaamwoorden volgen in plaats van de werkwoorden en naamwoorden vooraf te gaan, alsnapa aco: ik zeg;napa suja: het is goed.Een kenmerk van de taal is dat het lijdende werkwoord over het algemeen in plaats van het bedrijvende wordt gebruikt. Een Tagalees zal niet zeggen: «Jan bemint Maria,» maar «Maria wordt door Jan bemind.» Fr. de los Santos zegt, dat het netter is het bedrijvende dan het lijdende werkwoord te gebruiken, maar in de godsdienstige boeken, door de monniken uitgegeven, is de gewone schrijfwijze: «Het wordt door God gezegd», «het wordt door Christus geleerd», enz.Ofschoon het Tagaleesch niet rijk aan woorden is, dewijl dezelfde uitdrukking soms verschillende beteekenissen heeft, bestaat er veel bezwaar in de zamenstelling. Pater Verduga intusschen geeft eene lijst van verscheidene soorten van werkwoorden, met aanwijzingen van de naamwoorden naar de regels van de Europesche taalkunde.Bij het aannemen van Spaansche woorden vereenvoudigen en verkorten de Tagalezen die dikwijls; bijvoorbeeld voorzapato(schoen) gebruiken zij alleenpato;Lingovoor Domingo;bavay,caballo(paard). Het verkleinwoord van Maria isMariangui; daarvanAngui, de gewone benaming voor Marie.In het woordenboek vind ik in de taal slechts 35 monosyllaben, als:a,ab,an,ang,at,ay,ca(met dertien verschillende beteekenissen, als: een getal (1), een persoonlijk voornaamwoord (zij), vier zelfstandige naamwoorden, als: zaak, medgezel, schrik,afgetrokken; een werkwoord: gaan, en de overige bijvoegelijke, bijwoordelijke en andere termen),cay,co,con,cun,di,din,ga,ha,i,in,is,ma(met achttien beteekenissen, waaronder vier zelfstandige naamwoorden, acht werkwoorden en vier bijvoegelijke naamwoorden),man,mi,mo,na,nga,o,oy,pa(met zeven beteekenissen),po,sa,sang,si,sing,ta,yaenyi.Horologiënzijn zeldzaam onder de Indianen en de tijd wordt niet door de uren van den klok aangeduid, maar door de gewone gebeurtenissen van den dag. De Mas geeft niet minder dan 23 verschillende taalvormen voor de aanduiding van verschillende verdeelingen, de eene langer, de andere korter, van de vierentwintig uren, zooals: duisternis-verdwijning; dageraad-aanbreking; licht-aankomst (magumagana); de zon komt spoedig op (sisilang na ang arao); volle dag (arao na); zon opgekomen; haan-kraaijen; (zon) hoogte van de as; hoogte een speer (van de horizon); middag; zonsondergang; zon opkomt (lung mononna); Ave Maria-tijd; duisternis; donkerheid; kinderslaaptijd;animasgeluid; bijna middernacht; middernacht; over middernacht (mababao sa haling gaby). Deze spreekwijze verschilt op onderscheidene plaatsen. Daar het luiden der bellen en het slaan der klokken door de Spanjaarden is ingevoerd, moeten de meeste dezer termen voor dien tijd zijn gebruikt.Herhalingen van dezelfde lettergreep hebben in de Tagalesche en Bisajaansche talen plaats. Zij zijn niet noodzakelijk aan meervoud onderworpen, maar duiden dikwijls eene reeks of vervolg aan, alslavay lavay, slavernij (voortdurend werk); ingilingil, het gehuil van een’ hond;ngingiyao ngingiyao, het gemaauw van eene kat;cococococan, eene hen, die hare kuikens roept;pocto pocto, oneven, onregelmatig (hiervoor bestaat een Devonshirsch woordscory, dat dezelfde beteekenis heeft);timbon timbon, opeenstapelen;punit punit, lompen;angao angao, een oneindig getal;aling aling, veranderlijk;caval caval, onzeker. Sommige Spaansche woorden worden verdubbeld, ten einde de verwarring met inlandsche uitdrukkingen te vermijden, alsdondonvoordon. Deze herhalingen zijn een noodzakelijk gevolg van het klein aantal oorspronkelijke woorden.Hoe opmerkelijk de armoede der taal is, vindt men eene groote verscheidenheid van beteekenissen voor zekere voorwerpen. Rijst bijv., in den bast ispalay(Maleischpadi); vóór het overplanten,botobor; wanneer zij begint te ontspruitenbuticas; als de aar verschijnt,basag; in een vergevorderden staat,maimota; als zij geheel rijp in de aar is,bongana; als zij door den wind wordt nedergeslagen of onder het gewigt van de aar neerhangt,dajapa; vroege rijst,cavato; brokkel-rijst,lagquitan;slecht gevormd in het graan,popong; gezuiverde maar niet van de bast ontdane rijst,loba; gezuiverde rijst,bigas; bedorven rijst,binlor; grond-rijst,digas;geroosterderijst,binusa; bloemrijst,binuladac; rijst-pastei,pilipieg; fracasseé-rijst,sinaing; op eene andere wijze gereed gemaakte rijst,soman. Er bestaan niet minder dan 19 woorden voor verscheidenheden van hetzelfde voorwerp. Evenzoo met werkwoorden, als: binden,tali; rondbinden,lingquis; een gordel binden,babat; de handen binden,gapus; iemand den nek binden,tobong; met een strik binden,hasohaso; rond een put binden,baat; een ligchaam opbinden,balacas; aan het eind van eene beurs binden,pogong; op eene mand binden,bilit; twee stokken te zamen binden,pangcol; op eene deur binden,gacot; op een bundel (als van stokken) binden,bigquis; graanschoven opbinden,tangcas; een levend wezen opbinden,niquit; de planken van een’ vloer zamenbinden,gilaguir; een tijdelijk band,bilaguir; verscheidene malen met een knoop rondbinden,balaguil; digtbinden,jaguis; bamboes binden,dalin; een rekening optrekken,pangajla. Van deze 21 werkwoorden is de wortel van bijna geen enkel in een zelfstandig naamwoord te vinden. Voor rijst bestaan niet minder dan 65 woorden in het Bisajaansch; voor bamboe 20.Er bestaan een aantal namen voor den krokodil.Buajadrukt het denkbeeld uit van zijnen groei uit het ei tot het volwassen dier, als wanneer hijbuajang cotoo, een ware krokodil, wordt genoemd. Voor goud heeft men niet minder dan vijftien benamingen, die de verschillende hoedanigheden aanwijzen.Juan de Noceda geeft 29 woorden aan ter vertaling vanmirar(zien); 42 voormeter(zetten); 27 voormenear(bewegen); maar synoniemen vindt men moeijelijk in talen, die geene verwantschap met elkander hebben, vooral wanneer men eenig abstract denkbeeld wil uitdrukken.In familiebetrekkingen is het geslachtswoord voor broedercolovong; oudere broedercacang; als er slechts drie zijn, wordt detweedecolovong, de derdebongsogenoemd; zijn er meer dan drie, dan heet de tweedesumonor, de derdecolovong. Tweelingbroeders noemt mencambal.Anacis de geslachtsnaam voor zoon; een eenige zoon heetbogtong; de eerstgeborenepanganai; de jongstebongso; een pleegzoonjnaanac.Magamabeteekent vader met zoon;magcunaamavader met pleegzoon;nagpapaama, hij die een ander verkeerdelijk zijn vader noemt;pinanamahaneen ten onregte genoemd vader;maanac, vader of moeder van verscheidene kinderen;maganac, vader, moeder en gezin van vele kinderen;caanactilic, de zoons van twee weduwnaars;magcaaangenomen broeders.Eene gewone ironieke uitdrukking is:Catalastasan mo aya a(Hoe erg knap!)De Indiaansche benaming voor het hoofd van eenbarrioof dorp, isdato, maar het woord, dat tegenwoordig meer gebruikt wordt is het Castiliaanschecabeza, zoodat de Indiaan over het algemeen deze inlandsche autoriteitcabeza sa balangainoemt. Het Tagalesche woord voor de hoofdplaats van een district isdojo; in het Castiliaansch,cabazera.Het woordcantaris aangenomen voorkerkmuziek, maar men heeft hiervoor vele van de oude Indiaansche woorden behouden, als:Pinanan umbitanan ang patai: zij zingen den doodzang;dajao: de victorie-zang;hunchet gezang der vogelen. Het geraas van de ghiko-hagedis wordthaloticticgenoemd.Het volgende kan als een staaltje dienen van Tagalesche veellettergrepige woorden:Anagnalalàquizoon.Ananababaidochter.Cababulaánangliegen.Malanuingiologdonder.Pagsisisilijden.PaghahanducanPagsisingsinganvinger.Pagpapahopaperen.Palajanglajanganverslinden.Panganganjajajammer.Sangtinacpande wereld.Solonmangajokomeet; uitwaseming.Magbabacastrijder; vanbacalicht.TagupagbacaTangcastancasantakkebosch.Masaquit angmangapilipis ancomijn hoofd doet zeer.IlahampasinguitaIk zal u slaan (gij zult door mij geslagen worden).GuiguisingincataIk zal u bewaken (gij zult door mij bewaakt worden).Magpasavalabanhanganeeuwigdurend.Pananangpahatajatrouw.Mapagpaunbabaobedriegelijk.Mapagpalamaraondankbaar.Ongelijke getallen worden in het Tagaleeschgangsal; gelijke getallentocolgenoemd:Bevestigend, ja!Oo, tango.Ontkennend, neen!Di; dili; houag; dakan.Vele Maleische woorden komen, sommige in hunnen zuiveren, andere in een verbasterden zin, niet alleen in het Tagaleesch en Bisajaansch, maar ook in andere tongvallen van de Philippijnen voor.12Zoo heeft men:Langit, hemel;puti, wit;mata,oog;vata, steenen;moera, goedkoop en vele anderen. Slechts weinig veranderd zijn:ditavoorlina, taal;babivoorbabuy, big;hagin(Tagaleesch) enhangin(Bisajaansch) voorangin, wind;masaguitvoorsakit, ziek;patayvoormati(Maleisch);mat, dood;nagcasama, in gezelschap;matacutvoortakot, vrees;ulanvoorudian, regen; en eenige anderen. Het Maleische woordtuan, dat geacht beteekent en gewoonlijk gebruikt wordt om de gehoorzaamheid en den ootmoed te kennen te geven van den spreker aan den aangesproken persoon, wordt door de Tagalezen meestal in een ironieken zin gebruikt.Ay touan co!Een waarlijk achtenswaardig man! «Tuanmij niet» staat gelijk met: «weg met uw onzin.»De monniken hebben de meeste Castiliaansche woorden van Griekschen en Latijnschen oorsprong ingevoerd voor de belijdenis van de Katholieke eeredienst of de viering van hare godsdienstigeritussen, waarvoor men slechts weinige uitdrukkingen in de oorspronkelijke talen vindt.Het langdurig bezit van vele gedeelten der Philippijnen door stammen, die het Mohammedanisme belijden, in aanmerking genomen, is het aantal gewone Arabische woorden klein. Ik hoordesalamvoor groet;malin, meester;arrac,wijn of geestrijke dranken;arraesvoorreis, kapitein. En onder de Muselmannen van Mindanao waren:Islam,koran,rassoel(profeet),bismillah,kitaben andere woorden, onmiddellijk in verband staande met het Islamismus, zeer algemeen.Het eenige Chineesche woord dat algemeen in gebruik is, issampan, eene kleine boot; letterlijk beteekent dit woord drie planken.Vele klanken in het Tagaleesch zijn geheel Engelsch.Toobigis water, enasin, zout, door de Indiaansche bedienden over tafel uitgesproken, trof mij eenigzins; ik kon niet vinden waarin de bedoelde buitensporigheden of de begane zonde lag. De meeste monniken spreken de inlandsche tongvallen vloeijend; zij prediken nooit in eenige andere taal en daar de meesten hunner geheel omgeven zijn door de Indiaansche bevolking, zoodat zij zelden hunne oorspronkelijke spaansche taal spreken, is het niet te verwonderen dat zij van de Indiaansche tongvallen met veel gemak gebruik maken. De meeste bestaande taal- en woordenboeken werden door geestelijken geschreven, om de voortplanting der Christelijke leerstellingen te bevorderen en kleine werken (allen over godsdienstige onderwerpen) zijn tot onderrigt van het volk geschreven. Ik kon niet ontdekken dat zij eenige historische opgaven oftraditiënuit de oudheid bevatten.Hoe meer mijne aandacht tot de studie van de tongvallen in verre landen werd getrokken, zooveel te meer werd ik getroffen door de ongerijmde denkbeelden entheoriën, welke zoo algemeen zijn geworden ten opzigte van de afleiding en verwantschap van talen. De Biscajers houden vol dat hun Euscaarsche tongval de taal voor Adam en Eva in het paradijs en bijgevolg de algemeene taal van den eersten man en de oorsprong van alle andere is geweest. Meer dan een Cimber heeft dezelfde eer voor het Welsh gevorderd, daarbij er op aandringende dat al de dialecten van de wereld van het Cimbersch zijn afgeleid. Maar het zou moeijelijk zijn te bewijzen dat een enkel woord van voor den zondvloed in onze tijden is overgekomen. Verkeer en handel schijnen de eenige kanalen te zijn waardoor elkgedeelte van de taal van elke natie of stam in het woordenboek van eene andere is gekomen. Men zegt dat het woordzaktot de meeste verwarring hebben aanleiding gegeven. Een Fransche schrijver beweert dat het ’t eenige woord is, dat men uit de Babelsche spraakverwarring heeft behouden, ten einde de regten van eigendom in de algemeene anarchie mogten geëerbiedigd blijven. In de lagere getallen van verwijderde tongvallen bestaat vele en zonderlinge verwantschap, hetgeen kan worden toegeschreven aan het vele gebruik, dat men er in handelsaangelegenheden van maakte. Wilden, die geene eigene benamingen voor de hunne hebben, hebben meermalen de hoogere cijfergetallen aangenomen van beschaafde natiën, waarvan het vele gebruik van het woordlacvoor 10,000 tot voorbeeld kan dienen.Monsteris bij handelsnatiën, met kleine afwijkingen, het bijna algemeen aangenomen woord voor staal; evenzeer de woordenrekening,datumen dergelijke. Hoe vele zeetermen zijn niet van Nederlanders, hoe vele krijgskundige benamingen van Frankrijk, hoevele uitdrukkingen in verband tot spoorwegen, stoomvaart en industrie uit het Engelsch, overgenomen! Het Justiniaansche wetboek heeft al de Europesche talen met volzinnen uit de Romeinsche wet voorzien. Aan de Katholieke missiën kan men in de tongvallen van bekeerde natiën bijna geheel hunne godsdienstige woordenrijkdom toeschrijven. In de gemakkelijke combinatie van de Grieksche taal heeft de wetenschap onschatbare hulpbronnen gevonden. De Engelsche koloniën vergrooten voortdurend den overvloed van het moederland, en er bestaat niet (zoo als in Frankrijk) weêrzin tegen de invoering van nuttige, hoezeer minder noodige, woorden. Bentham plagt te zeggen, dat dezuiverheidvan eene taal en dearmoedevan eene taal bijna synoniem waren.Onder de blijken van vooruitgang, die zich in onzen tijd voordoen, behoort niet alleen de trapsgewijze vervanging van de lagere door de opkomst van de hoogere menschenrassen, maar is een niet minder merkwaardig feit de verdwijning van ruwe en onvolmaakte tongvallen, die plaats maken voor meer doeltreffende werktuigen van vooruitgang en beschaving, welke men in de talen van geciviliseerde natiën vindt. De pogingen, die men aangewend heeft om de woordenrijkdom van gevorderde kunsten en wetenschappenin talen in te voeren welke nog op een lagen trap van beschaving staan, zijn ongelukkig mislukt. Men kan in barbaarsche tempels geene geschikte plaats vinden om de schoone stukken van het beschaafd genie voor beeldhouwwerk aan te brengen. De ruwe kleederen van de wilden kunnen zoo gemakkelijk niet in het reine werkmanspak van den gegoeden kunstenaar herschapen worden. En toch kan niets meer tot de welvaart van het menschdom toebrengen, dan dat de middelen van mondeling verkeer worden uitgebreid, en dat eenige weinige ver verspreide talen (zoo niet ééne algemeene taal, welker de invoering een ijdele droom mag worden genoemd) in den loop der tijden een doelmatig middel van verkeer voor de geheele wereld worden.De verzen der Tagalezen tellen twaalf lettergrepen. Zij hebben den Spaanschen klank, maar de woorden worden reeds als rijm beschouwd, als zij slechts met denzelfden klinker of medeklinker eindigen.De Indiaan kan altijd zijne verzen zingen, als hij ze reciteert, hetgeen trouwens een algemeen aangenomen Aziatische gewoonte is. De San tze King of het drie-lettergrepig gezang, dat meestal als leerboek op de scholen in China wordt gebruikt, zingt men altijd en de versificatie en muziek komen het geheugen hierin natuurlijk te hulp. De muziek van het lied, dat de Tagalezen zingen om kinderen stil te houden, dehelehelegenaamd, gelijkt, volgens de Mas, op die der Arabieren.131Persoonlijke voornaamwoorden zijn:aco: ik;anim: wij. In het Tagaleesch zijn geene bezittelijke voornaamwoorden; men gebruikt daarvoor den genitivus van de persoonlijke.↑2Um, zijn;ungma: gij zijt.↑3Caofycao, persoonlijk voornaamwoord: gij, volgt altijd op het werkwoord;mois de genitivus.↑4Samba, aanbidden, heiligen;sambahin, de toek. tijd.↑5Arao, Zon of dag.↑6Tolot, toelaten te ontgaan.↑7Dayat, heiligen, loven; de toek. tijd wordt dooripapagweder gegeven.↑8Vananchi, bijwoord: hier.↑9Vanhadi: koning.↑10Vanuara; vergiffenis.↑11Vanauai, twisten.↑12De verhandeling van John Crawfurd in zijn Maleische grammatica.↑13De Engelsche schrijver deelt hierbij alsNOTEmede, dat het hoofdstuk, door hem oorspronkelijk geschreven over de taal der Philippijnen, met zoovele andere zijner manuscripten, door de schipbreuk van deAlmain de Roode zee is verloren geraakt, terwijl het nog overgeblevene geheel onleesbaar is. Hij verontschuldigt zich, wanneer hij in zijne opgaven hieromtrent te kort mogt hebben geschoten, daar hem verdere bouwstoffen in Engeland ontbraken.Vert.↑

HOOFDSTUK XIII.TALEN.

Het Tagaleesch en Bisajaansch zijn de meest verspreide talen op de Philippijnen, maar elk dezer heeft zulk eene verscheidenheid van tongvallen, dat de inwoners van verschillende eilanden en districten dikwijls voor elkander niet verstaanbaar zijn en dat is nog minder het geval bij de inlandsche stammen, die de bergdistricten bewonen. De meest opmerkelijke verscheidenheden zijn de dialecten van Pampangas, Zambal, Pangasinan, Ilocos, Cagajan, Camarines, Batanes en Chamorro, die allen aan eene van de beide hoofdtakken ontleend zijn. Maar de talen der onbekeerde Indianen wijken geheel af en hebben weinig verwantschap met elkander. Van de bovenbedoelde bestaan dertig verschillende tongvallen. De verwantschap tusschen en de aard van de Tagalesche en Bisajaansche talen kan men het best opmaken uit eene vergelijking van het «Onze Vader» in elk der beide, met eene woordelijke vertaling daarvan:Tagaleesch.Ama nanim1Vader onze (van ons)sungma2zijtsa langit ca3in den hemel Gijsambahin4geheiligd (zij)angdengalannaammo;Uw;mupakomesatotanimonsanghetcahariankoningrijkmo;Uw;sundingeschiedeang loolde wilmoUwditohiersaoplupaaardeparagelijknainsadenlangit;hemel;bigianmogegeven (zij)caminonsngai-onnunangdeanimonzecaninrijstsavanarao-arao5alle dagenatenpatauarvin-movergeven (zij)camisonsnangdeanimgonzemanga-otangschuldenparagelijknangalspagpasawatvergeven (zijn)nanimonssadienangagcacaotonwelke schulden hebben begaansajegensanim;ons;atenhunag-molaat nietcamingonsipahivntolot6vallensa toeso;in verzoeking;atenyadia-moverloscamisonssavanditanallemasama.kwaad.Bisajaansch.AmahanVadernamuonzengadieitotatzijtcagijsa langit,in den hemel,ipapagdayat7geheiligd zijandeimongUwngalan;naam;moanhi8komecanamuntot onsanhetimongUwpagcahadi9;koningrijk;tumancungeschiedeandeimongUwbuotwildinhihiersiopyutaaardemaingungelijksa langit;in den hemel;ihataggegevenmo(zij)damsinonsandecanunrijstnamunonzesa matagarvlao,op elken dag,ugenpavadinvergevenmo10zijcanironssandemga-salaschuldennamu,onze,maingungelijkginuara10vergevennamunonssandezemganacasalaschuldendanum;tegen ons;ngan diri imoniet door Utugotantoegelaten (zij)camionsmahologvallensainmanga-panulaiverzoekingensavanamunonzemanga caauai11;vijanden;apanookbaricun-moverlos (zij)camionssavanmanga-marautkwaadngatanan.alle.Een woordenboek van de Tagalesche taal werd in 1613 door Pater San Buenaventura uitgegeven en een folioVocabulariodoor Fr. Domingo de los Santos, te Sampaloc (Manilla) in 1794. Dit woordenboek bestaat uit ongeveer 11.000 uitdrukkingen; daar ieder woord zoovele beteekenissen heeft, zoo bedraagt het tegenwoordige aantal Tagalesche woorden naauwelijks meer dan 3,500. De voorbeelden van ieders verschillende uitlegging zijn ontelbaar.Een anderVocabulario de la Lengua Tagala, door «verscheidene vrome en geleerde personen» nagezien en in orde gebragt door deJezuïtenpaters Juan de Noceda en Petro de San Lucar, werd in 1832 te Valladolid uitgegeven. De uitgever zegt hartelijk gewenscht te hebben van de taak ontlast te worden, maar de «blinde gehoorzaamheid» aan zijn’ superieur verschuldigd, dwong hem voort te gaan. «Er kunnen—zegt hij—geene regels gesteld worden voor de juiste grammaticale uitspraak van de taal, van wege de uitzonderingen en de uitzonderingen op die uitzonderingen. De verwarring tusschen bedrijvende en lijdende deelwoorden is een labyrinth, dat men niet kan doorkomen. Er bestaan meer boeken over de taal (artes)—berigt hij—dan over eenige doode of levende taal.» Hij heeft niet minder dan 37 geraadpleegd, waaronder de eerste plaats moet worden toegekend aan den Tagaleschen Demosthenes (pater Francis de San José), aan wiens nasporingen niemand iets goeds kan toevoegen. Hij zegt al de wortels te hebben aangegeven, maar niet hunne vertakkingen, die onmogelijk zijn te volgen. Maar deVocabulariois zeer gunstig beoordeeld door den «Visitador» als «een adelaar in zijne vlugt» en «eene zon in haren glans». Het mogt drie duizend nieuwe woorden aan dit woordenboek hebben toegevoegd. De uitgever zelf is zedig genoeg en zegt slechts een drup in den Oceaan te hebben gestort. Pater Noceda heeft zich dertig jaren met de bewerking van het boek bezig gehouden, dat in menige hand is geweest; hij wilde geen woord opnemen vóórdat «twaalf Indianen» hem hadden verzekerd dat hij de ware beteekenis had gevonden. Hij wilde niet minder nemen, want was hij van zijn’ regel afgeweken en had hij het aantal verminderd; wie weet, vraagt hij, met welk een gering gezag hij zich tevreden zou hebben gesteld? Het lijdt geen twijfel dat het geheel onmogelijk was volkomen synoniemen tevinden tusschen zoo ongelijke talen als het Castiliaansch en Tagaleesch, en dat de wortel van een woord, waarnaar de uitgever zocht, dikwijls verloren geraakt in de afleidingen, zamenstellingen en toevoegsels, waarvan het omgeven is, zonder een vasten grondslag te hebben. En na dat alles kan men de vraag stellen: Wat is de Tagalesche taal? Die der bergen verschilt veel van die in de dalen; de tongval van den Comingtang wijkt af van die der Tingues.Het woord Tagala, dat somtijds Tagal, Tagalo of Tagaloc geschreven wordt, is, naar mijne meening, afgeleid vanTaga,inlander. Taga Madjajdjay is een inlander van Madjajdjay. Een goede Christen wordtang manga taga langit, een inlander van den hemel genoemd, en het is eene gewone verwensching, wanneer men tot iemand zegt: «Taga infierno,» hetgeen beteekent: «Gij moest een inlander van de hel zijn.»De Tagalesche taal is niet gemakkelijk te leeren. Een Spaansch spreekwoord zegt dan men noodig heeftun ano de arte y dos di bahaque: een jaar taalkunde en twee vanbahaque.Bahaqueis de inlandsche kleeding. De monniken verzekerden mij dat zij verscheidene jaren moesten verblijf houden vóór dat zij in het Tagaleesch konden prediken; en in vele kloosters wordt meestal in de inlandsche tongvallen gesproken, dewijl er weinig gelegenheid bestaat om in het Spaansch te spreken.De vereeniging van naam- en werkwoorden tot een enkel woord en de moeijelijkheden om de wortels van elk derzelve te bepalen, wordt uit verlegenheid gedaan, daar de armoede aan woorden vele beteekenissen aan dezelfde uitdrukkingen doet geven. Zoo beteekentayao: genoeg, voorbijgaan van koopwaren, duurte, en is tevens een verwonderingsteeken;bababeteekent: vischhaak, baard, longen, toevallig, afwijking;bobo: een net, smelten, verschrikken, verspillen;alangalang: hoffelijkheid, hoogheid, waardigheid. Van daar dan ook de voortdurende herhalingen van hetzelfde woord.Aboabo: mist;alaala: herinneringen;ngalangala: paleis;galagala: lijm;dilidili: twijfel;hasahasa: een visch.Zoo wordt een groot aantal Tagalesche woorden gebruikt om een werkwoord in zijn verschillende toepassingen voor te stellen, waarin het moeijelijk is eenigen gemeenen wortel of een schijn van gelijkenis te vinden. Noceda heeft voor het werkwoordgeven(darinhet Spaansch) 140 woorden in het Tagaleesch; voor (meter) plaatsen, bestaan 41 vormen; voor (hacer) doen, 126. De stand van de maan wordt door twaalf uitdrukkingen voorgesteld, waarvan in slechts twee het Tagaleesch woord voor maan voorkomt.Het behoeft bijna niet gezegd te worden, dat eene zoo ruwe taal als de Tagalesche nooit het kanaal voor wetenschappelijke of philosophische kennis kan worden. Toch beweert Mallat dat zij rijk, welluidend, vol uitdrukking is en, zoo zij werd aangemoedigd, spoedig eene letterkunde zou bezitten, waardig naast die van andere Europeschenatiënte staan!Een folio-woordenboek van de Bisajaansche en Spaansche talen, zooals zij op het eiland Panay gesproken worden, is in 1841 te Manilla uitgegeven en geschreven door pater Alonzo de Mentrida. Die voor de Spaansche en Bisajaansche talen, door pater Julian Martin, werd in het volgende jaar uitgegeven.De letterse,f,renzontbreken en de eenige klank, die niet door het Engelsche alphabet wordt aangegeven, is deng. De Tagalesche Indianen gebruiken de letterpin plaats van def, die zij niet kunnen uitspreken. Zoo zeggen zij:ParancisovoorFrancisco,palsovoorfalso,pinovoorfinoenz. Deris geheel onuitspreekbaar voor de Tagalezen. Zij veranderen die inden maken zich dikwijls belagchelijk door de misvattingen, daaruit ontstaande. Dezwordt door desvervangen, die niet aan den Castiliaanschen klank beantwoordt, welke door het Engelschethwordt voorgesteld.In verscheideneprovinciënvan Spanje intusschen is de Castiliaansche uitspraak van dezniet aangenomen. Er bestaat in het Tagaleesch geen klinker tusschenaeni, zooals in het Spaansch door de lettere.Bij het onderwijs in het Tagalesche alphabet, wordt het woordyaou, zijnde het aanwijzend voornaamwoord, achter de letter geplaatst, die door den klinkerawordt gevolgd en de letter herhaald, als:Aa yaou(a);baba yaou(b);caca yaou(c);dada yaou(d);gaga yaou(g);haha yaou(h);lala yaou(l);mama yaou(m);nana yaou(n);nganga yaou(ng);papa yaou(p);sasa yaou(s);tata yaou(t);vava yaou; (v). Dengis eene zamenstelling van de Spaanschenmetg.Naamwoorden hebben in het Tagaleesch geene naamvallen, getallenof geslacht. Werkwoorden hebben onbepaalde-, tegenwoordige-, verledene-, toekomende- en gebiedende tijden, maar zij worden niet veranderd door de persoonlijke voornaamwoorden. Onder meer bijzonderheden kan opgemerkt worden, dat geen bedrijvend werkwoord met de letterbkan beginnen. Sommige der tusschenwerpsels, en er zijn er vele in het Tagaleesch, zijn van verschillende geslachten.Hoe leelijk!tot een man gerigt, is:paetog!tot eene vrouw:paetag!»De Tagalezen gebruiken den tweeden persoon enkelvoudicaoofco, wanneer zij onder elkander spreken, maar voegen er het woordpobij, als bewijs van eerbied. Tegenover eene vrouw wordt het woordpoweggelaten, maar eene vrouw gebruikt dit woord wel tegenover een’ man. De persoonlijke voornaamwoorden volgen in plaats van de werkwoorden en naamwoorden vooraf te gaan, alsnapa aco: ik zeg;napa suja: het is goed.Een kenmerk van de taal is dat het lijdende werkwoord over het algemeen in plaats van het bedrijvende wordt gebruikt. Een Tagalees zal niet zeggen: «Jan bemint Maria,» maar «Maria wordt door Jan bemind.» Fr. de los Santos zegt, dat het netter is het bedrijvende dan het lijdende werkwoord te gebruiken, maar in de godsdienstige boeken, door de monniken uitgegeven, is de gewone schrijfwijze: «Het wordt door God gezegd», «het wordt door Christus geleerd», enz.Ofschoon het Tagaleesch niet rijk aan woorden is, dewijl dezelfde uitdrukking soms verschillende beteekenissen heeft, bestaat er veel bezwaar in de zamenstelling. Pater Verduga intusschen geeft eene lijst van verscheidene soorten van werkwoorden, met aanwijzingen van de naamwoorden naar de regels van de Europesche taalkunde.Bij het aannemen van Spaansche woorden vereenvoudigen en verkorten de Tagalezen die dikwijls; bijvoorbeeld voorzapato(schoen) gebruiken zij alleenpato;Lingovoor Domingo;bavay,caballo(paard). Het verkleinwoord van Maria isMariangui; daarvanAngui, de gewone benaming voor Marie.In het woordenboek vind ik in de taal slechts 35 monosyllaben, als:a,ab,an,ang,at,ay,ca(met dertien verschillende beteekenissen, als: een getal (1), een persoonlijk voornaamwoord (zij), vier zelfstandige naamwoorden, als: zaak, medgezel, schrik,afgetrokken; een werkwoord: gaan, en de overige bijvoegelijke, bijwoordelijke en andere termen),cay,co,con,cun,di,din,ga,ha,i,in,is,ma(met achttien beteekenissen, waaronder vier zelfstandige naamwoorden, acht werkwoorden en vier bijvoegelijke naamwoorden),man,mi,mo,na,nga,o,oy,pa(met zeven beteekenissen),po,sa,sang,si,sing,ta,yaenyi.Horologiënzijn zeldzaam onder de Indianen en de tijd wordt niet door de uren van den klok aangeduid, maar door de gewone gebeurtenissen van den dag. De Mas geeft niet minder dan 23 verschillende taalvormen voor de aanduiding van verschillende verdeelingen, de eene langer, de andere korter, van de vierentwintig uren, zooals: duisternis-verdwijning; dageraad-aanbreking; licht-aankomst (magumagana); de zon komt spoedig op (sisilang na ang arao); volle dag (arao na); zon opgekomen; haan-kraaijen; (zon) hoogte van de as; hoogte een speer (van de horizon); middag; zonsondergang; zon opkomt (lung mononna); Ave Maria-tijd; duisternis; donkerheid; kinderslaaptijd;animasgeluid; bijna middernacht; middernacht; over middernacht (mababao sa haling gaby). Deze spreekwijze verschilt op onderscheidene plaatsen. Daar het luiden der bellen en het slaan der klokken door de Spanjaarden is ingevoerd, moeten de meeste dezer termen voor dien tijd zijn gebruikt.Herhalingen van dezelfde lettergreep hebben in de Tagalesche en Bisajaansche talen plaats. Zij zijn niet noodzakelijk aan meervoud onderworpen, maar duiden dikwijls eene reeks of vervolg aan, alslavay lavay, slavernij (voortdurend werk); ingilingil, het gehuil van een’ hond;ngingiyao ngingiyao, het gemaauw van eene kat;cococococan, eene hen, die hare kuikens roept;pocto pocto, oneven, onregelmatig (hiervoor bestaat een Devonshirsch woordscory, dat dezelfde beteekenis heeft);timbon timbon, opeenstapelen;punit punit, lompen;angao angao, een oneindig getal;aling aling, veranderlijk;caval caval, onzeker. Sommige Spaansche woorden worden verdubbeld, ten einde de verwarring met inlandsche uitdrukkingen te vermijden, alsdondonvoordon. Deze herhalingen zijn een noodzakelijk gevolg van het klein aantal oorspronkelijke woorden.Hoe opmerkelijk de armoede der taal is, vindt men eene groote verscheidenheid van beteekenissen voor zekere voorwerpen. Rijst bijv., in den bast ispalay(Maleischpadi); vóór het overplanten,botobor; wanneer zij begint te ontspruitenbuticas; als de aar verschijnt,basag; in een vergevorderden staat,maimota; als zij geheel rijp in de aar is,bongana; als zij door den wind wordt nedergeslagen of onder het gewigt van de aar neerhangt,dajapa; vroege rijst,cavato; brokkel-rijst,lagquitan;slecht gevormd in het graan,popong; gezuiverde maar niet van de bast ontdane rijst,loba; gezuiverde rijst,bigas; bedorven rijst,binlor; grond-rijst,digas;geroosterderijst,binusa; bloemrijst,binuladac; rijst-pastei,pilipieg; fracasseé-rijst,sinaing; op eene andere wijze gereed gemaakte rijst,soman. Er bestaan niet minder dan 19 woorden voor verscheidenheden van hetzelfde voorwerp. Evenzoo met werkwoorden, als: binden,tali; rondbinden,lingquis; een gordel binden,babat; de handen binden,gapus; iemand den nek binden,tobong; met een strik binden,hasohaso; rond een put binden,baat; een ligchaam opbinden,balacas; aan het eind van eene beurs binden,pogong; op eene mand binden,bilit; twee stokken te zamen binden,pangcol; op eene deur binden,gacot; op een bundel (als van stokken) binden,bigquis; graanschoven opbinden,tangcas; een levend wezen opbinden,niquit; de planken van een’ vloer zamenbinden,gilaguir; een tijdelijk band,bilaguir; verscheidene malen met een knoop rondbinden,balaguil; digtbinden,jaguis; bamboes binden,dalin; een rekening optrekken,pangajla. Van deze 21 werkwoorden is de wortel van bijna geen enkel in een zelfstandig naamwoord te vinden. Voor rijst bestaan niet minder dan 65 woorden in het Bisajaansch; voor bamboe 20.Er bestaan een aantal namen voor den krokodil.Buajadrukt het denkbeeld uit van zijnen groei uit het ei tot het volwassen dier, als wanneer hijbuajang cotoo, een ware krokodil, wordt genoemd. Voor goud heeft men niet minder dan vijftien benamingen, die de verschillende hoedanigheden aanwijzen.Juan de Noceda geeft 29 woorden aan ter vertaling vanmirar(zien); 42 voormeter(zetten); 27 voormenear(bewegen); maar synoniemen vindt men moeijelijk in talen, die geene verwantschap met elkander hebben, vooral wanneer men eenig abstract denkbeeld wil uitdrukken.In familiebetrekkingen is het geslachtswoord voor broedercolovong; oudere broedercacang; als er slechts drie zijn, wordt detweedecolovong, de derdebongsogenoemd; zijn er meer dan drie, dan heet de tweedesumonor, de derdecolovong. Tweelingbroeders noemt mencambal.Anacis de geslachtsnaam voor zoon; een eenige zoon heetbogtong; de eerstgeborenepanganai; de jongstebongso; een pleegzoonjnaanac.Magamabeteekent vader met zoon;magcunaamavader met pleegzoon;nagpapaama, hij die een ander verkeerdelijk zijn vader noemt;pinanamahaneen ten onregte genoemd vader;maanac, vader of moeder van verscheidene kinderen;maganac, vader, moeder en gezin van vele kinderen;caanactilic, de zoons van twee weduwnaars;magcaaangenomen broeders.Eene gewone ironieke uitdrukking is:Catalastasan mo aya a(Hoe erg knap!)De Indiaansche benaming voor het hoofd van eenbarrioof dorp, isdato, maar het woord, dat tegenwoordig meer gebruikt wordt is het Castiliaanschecabeza, zoodat de Indiaan over het algemeen deze inlandsche autoriteitcabeza sa balangainoemt. Het Tagalesche woord voor de hoofdplaats van een district isdojo; in het Castiliaansch,cabazera.Het woordcantaris aangenomen voorkerkmuziek, maar men heeft hiervoor vele van de oude Indiaansche woorden behouden, als:Pinanan umbitanan ang patai: zij zingen den doodzang;dajao: de victorie-zang;hunchet gezang der vogelen. Het geraas van de ghiko-hagedis wordthaloticticgenoemd.Het volgende kan als een staaltje dienen van Tagalesche veellettergrepige woorden:Anagnalalàquizoon.Ananababaidochter.Cababulaánangliegen.Malanuingiologdonder.Pagsisisilijden.PaghahanducanPagsisingsinganvinger.Pagpapahopaperen.Palajanglajanganverslinden.Panganganjajajammer.Sangtinacpande wereld.Solonmangajokomeet; uitwaseming.Magbabacastrijder; vanbacalicht.TagupagbacaTangcastancasantakkebosch.Masaquit angmangapilipis ancomijn hoofd doet zeer.IlahampasinguitaIk zal u slaan (gij zult door mij geslagen worden).GuiguisingincataIk zal u bewaken (gij zult door mij bewaakt worden).Magpasavalabanhanganeeuwigdurend.Pananangpahatajatrouw.Mapagpaunbabaobedriegelijk.Mapagpalamaraondankbaar.Ongelijke getallen worden in het Tagaleeschgangsal; gelijke getallentocolgenoemd:Bevestigend, ja!Oo, tango.Ontkennend, neen!Di; dili; houag; dakan.Vele Maleische woorden komen, sommige in hunnen zuiveren, andere in een verbasterden zin, niet alleen in het Tagaleesch en Bisajaansch, maar ook in andere tongvallen van de Philippijnen voor.12Zoo heeft men:Langit, hemel;puti, wit;mata,oog;vata, steenen;moera, goedkoop en vele anderen. Slechts weinig veranderd zijn:ditavoorlina, taal;babivoorbabuy, big;hagin(Tagaleesch) enhangin(Bisajaansch) voorangin, wind;masaguitvoorsakit, ziek;patayvoormati(Maleisch);mat, dood;nagcasama, in gezelschap;matacutvoortakot, vrees;ulanvoorudian, regen; en eenige anderen. Het Maleische woordtuan, dat geacht beteekent en gewoonlijk gebruikt wordt om de gehoorzaamheid en den ootmoed te kennen te geven van den spreker aan den aangesproken persoon, wordt door de Tagalezen meestal in een ironieken zin gebruikt.Ay touan co!Een waarlijk achtenswaardig man! «Tuanmij niet» staat gelijk met: «weg met uw onzin.»De monniken hebben de meeste Castiliaansche woorden van Griekschen en Latijnschen oorsprong ingevoerd voor de belijdenis van de Katholieke eeredienst of de viering van hare godsdienstigeritussen, waarvoor men slechts weinige uitdrukkingen in de oorspronkelijke talen vindt.Het langdurig bezit van vele gedeelten der Philippijnen door stammen, die het Mohammedanisme belijden, in aanmerking genomen, is het aantal gewone Arabische woorden klein. Ik hoordesalamvoor groet;malin, meester;arrac,wijn of geestrijke dranken;arraesvoorreis, kapitein. En onder de Muselmannen van Mindanao waren:Islam,koran,rassoel(profeet),bismillah,kitaben andere woorden, onmiddellijk in verband staande met het Islamismus, zeer algemeen.Het eenige Chineesche woord dat algemeen in gebruik is, issampan, eene kleine boot; letterlijk beteekent dit woord drie planken.Vele klanken in het Tagaleesch zijn geheel Engelsch.Toobigis water, enasin, zout, door de Indiaansche bedienden over tafel uitgesproken, trof mij eenigzins; ik kon niet vinden waarin de bedoelde buitensporigheden of de begane zonde lag. De meeste monniken spreken de inlandsche tongvallen vloeijend; zij prediken nooit in eenige andere taal en daar de meesten hunner geheel omgeven zijn door de Indiaansche bevolking, zoodat zij zelden hunne oorspronkelijke spaansche taal spreken, is het niet te verwonderen dat zij van de Indiaansche tongvallen met veel gemak gebruik maken. De meeste bestaande taal- en woordenboeken werden door geestelijken geschreven, om de voortplanting der Christelijke leerstellingen te bevorderen en kleine werken (allen over godsdienstige onderwerpen) zijn tot onderrigt van het volk geschreven. Ik kon niet ontdekken dat zij eenige historische opgaven oftraditiënuit de oudheid bevatten.Hoe meer mijne aandacht tot de studie van de tongvallen in verre landen werd getrokken, zooveel te meer werd ik getroffen door de ongerijmde denkbeelden entheoriën, welke zoo algemeen zijn geworden ten opzigte van de afleiding en verwantschap van talen. De Biscajers houden vol dat hun Euscaarsche tongval de taal voor Adam en Eva in het paradijs en bijgevolg de algemeene taal van den eersten man en de oorsprong van alle andere is geweest. Meer dan een Cimber heeft dezelfde eer voor het Welsh gevorderd, daarbij er op aandringende dat al de dialecten van de wereld van het Cimbersch zijn afgeleid. Maar het zou moeijelijk zijn te bewijzen dat een enkel woord van voor den zondvloed in onze tijden is overgekomen. Verkeer en handel schijnen de eenige kanalen te zijn waardoor elkgedeelte van de taal van elke natie of stam in het woordenboek van eene andere is gekomen. Men zegt dat het woordzaktot de meeste verwarring hebben aanleiding gegeven. Een Fransche schrijver beweert dat het ’t eenige woord is, dat men uit de Babelsche spraakverwarring heeft behouden, ten einde de regten van eigendom in de algemeene anarchie mogten geëerbiedigd blijven. In de lagere getallen van verwijderde tongvallen bestaat vele en zonderlinge verwantschap, hetgeen kan worden toegeschreven aan het vele gebruik, dat men er in handelsaangelegenheden van maakte. Wilden, die geene eigene benamingen voor de hunne hebben, hebben meermalen de hoogere cijfergetallen aangenomen van beschaafde natiën, waarvan het vele gebruik van het woordlacvoor 10,000 tot voorbeeld kan dienen.Monsteris bij handelsnatiën, met kleine afwijkingen, het bijna algemeen aangenomen woord voor staal; evenzeer de woordenrekening,datumen dergelijke. Hoe vele zeetermen zijn niet van Nederlanders, hoe vele krijgskundige benamingen van Frankrijk, hoevele uitdrukkingen in verband tot spoorwegen, stoomvaart en industrie uit het Engelsch, overgenomen! Het Justiniaansche wetboek heeft al de Europesche talen met volzinnen uit de Romeinsche wet voorzien. Aan de Katholieke missiën kan men in de tongvallen van bekeerde natiën bijna geheel hunne godsdienstige woordenrijkdom toeschrijven. In de gemakkelijke combinatie van de Grieksche taal heeft de wetenschap onschatbare hulpbronnen gevonden. De Engelsche koloniën vergrooten voortdurend den overvloed van het moederland, en er bestaat niet (zoo als in Frankrijk) weêrzin tegen de invoering van nuttige, hoezeer minder noodige, woorden. Bentham plagt te zeggen, dat dezuiverheidvan eene taal en dearmoedevan eene taal bijna synoniem waren.Onder de blijken van vooruitgang, die zich in onzen tijd voordoen, behoort niet alleen de trapsgewijze vervanging van de lagere door de opkomst van de hoogere menschenrassen, maar is een niet minder merkwaardig feit de verdwijning van ruwe en onvolmaakte tongvallen, die plaats maken voor meer doeltreffende werktuigen van vooruitgang en beschaving, welke men in de talen van geciviliseerde natiën vindt. De pogingen, die men aangewend heeft om de woordenrijkdom van gevorderde kunsten en wetenschappenin talen in te voeren welke nog op een lagen trap van beschaving staan, zijn ongelukkig mislukt. Men kan in barbaarsche tempels geene geschikte plaats vinden om de schoone stukken van het beschaafd genie voor beeldhouwwerk aan te brengen. De ruwe kleederen van de wilden kunnen zoo gemakkelijk niet in het reine werkmanspak van den gegoeden kunstenaar herschapen worden. En toch kan niets meer tot de welvaart van het menschdom toebrengen, dan dat de middelen van mondeling verkeer worden uitgebreid, en dat eenige weinige ver verspreide talen (zoo niet ééne algemeene taal, welker de invoering een ijdele droom mag worden genoemd) in den loop der tijden een doelmatig middel van verkeer voor de geheele wereld worden.De verzen der Tagalezen tellen twaalf lettergrepen. Zij hebben den Spaanschen klank, maar de woorden worden reeds als rijm beschouwd, als zij slechts met denzelfden klinker of medeklinker eindigen.De Indiaan kan altijd zijne verzen zingen, als hij ze reciteert, hetgeen trouwens een algemeen aangenomen Aziatische gewoonte is. De San tze King of het drie-lettergrepig gezang, dat meestal als leerboek op de scholen in China wordt gebruikt, zingt men altijd en de versificatie en muziek komen het geheugen hierin natuurlijk te hulp. De muziek van het lied, dat de Tagalezen zingen om kinderen stil te houden, dehelehelegenaamd, gelijkt, volgens de Mas, op die der Arabieren.13

Het Tagaleesch en Bisajaansch zijn de meest verspreide talen op de Philippijnen, maar elk dezer heeft zulk eene verscheidenheid van tongvallen, dat de inwoners van verschillende eilanden en districten dikwijls voor elkander niet verstaanbaar zijn en dat is nog minder het geval bij de inlandsche stammen, die de bergdistricten bewonen. De meest opmerkelijke verscheidenheden zijn de dialecten van Pampangas, Zambal, Pangasinan, Ilocos, Cagajan, Camarines, Batanes en Chamorro, die allen aan eene van de beide hoofdtakken ontleend zijn. Maar de talen der onbekeerde Indianen wijken geheel af en hebben weinig verwantschap met elkander. Van de bovenbedoelde bestaan dertig verschillende tongvallen. De verwantschap tusschen en de aard van de Tagalesche en Bisajaansche talen kan men het best opmaken uit eene vergelijking van het «Onze Vader» in elk der beide, met eene woordelijke vertaling daarvan:

Tagaleesch.

Bisajaansch.

Een woordenboek van de Tagalesche taal werd in 1613 door Pater San Buenaventura uitgegeven en een folioVocabulariodoor Fr. Domingo de los Santos, te Sampaloc (Manilla) in 1794. Dit woordenboek bestaat uit ongeveer 11.000 uitdrukkingen; daar ieder woord zoovele beteekenissen heeft, zoo bedraagt het tegenwoordige aantal Tagalesche woorden naauwelijks meer dan 3,500. De voorbeelden van ieders verschillende uitlegging zijn ontelbaar.

Een anderVocabulario de la Lengua Tagala, door «verscheidene vrome en geleerde personen» nagezien en in orde gebragt door deJezuïtenpaters Juan de Noceda en Petro de San Lucar, werd in 1832 te Valladolid uitgegeven. De uitgever zegt hartelijk gewenscht te hebben van de taak ontlast te worden, maar de «blinde gehoorzaamheid» aan zijn’ superieur verschuldigd, dwong hem voort te gaan. «Er kunnen—zegt hij—geene regels gesteld worden voor de juiste grammaticale uitspraak van de taal, van wege de uitzonderingen en de uitzonderingen op die uitzonderingen. De verwarring tusschen bedrijvende en lijdende deelwoorden is een labyrinth, dat men niet kan doorkomen. Er bestaan meer boeken over de taal (artes)—berigt hij—dan over eenige doode of levende taal.» Hij heeft niet minder dan 37 geraadpleegd, waaronder de eerste plaats moet worden toegekend aan den Tagaleschen Demosthenes (pater Francis de San José), aan wiens nasporingen niemand iets goeds kan toevoegen. Hij zegt al de wortels te hebben aangegeven, maar niet hunne vertakkingen, die onmogelijk zijn te volgen. Maar deVocabulariois zeer gunstig beoordeeld door den «Visitador» als «een adelaar in zijne vlugt» en «eene zon in haren glans». Het mogt drie duizend nieuwe woorden aan dit woordenboek hebben toegevoegd. De uitgever zelf is zedig genoeg en zegt slechts een drup in den Oceaan te hebben gestort. Pater Noceda heeft zich dertig jaren met de bewerking van het boek bezig gehouden, dat in menige hand is geweest; hij wilde geen woord opnemen vóórdat «twaalf Indianen» hem hadden verzekerd dat hij de ware beteekenis had gevonden. Hij wilde niet minder nemen, want was hij van zijn’ regel afgeweken en had hij het aantal verminderd; wie weet, vraagt hij, met welk een gering gezag hij zich tevreden zou hebben gesteld? Het lijdt geen twijfel dat het geheel onmogelijk was volkomen synoniemen tevinden tusschen zoo ongelijke talen als het Castiliaansch en Tagaleesch, en dat de wortel van een woord, waarnaar de uitgever zocht, dikwijls verloren geraakt in de afleidingen, zamenstellingen en toevoegsels, waarvan het omgeven is, zonder een vasten grondslag te hebben. En na dat alles kan men de vraag stellen: Wat is de Tagalesche taal? Die der bergen verschilt veel van die in de dalen; de tongval van den Comingtang wijkt af van die der Tingues.

Het woord Tagala, dat somtijds Tagal, Tagalo of Tagaloc geschreven wordt, is, naar mijne meening, afgeleid vanTaga,inlander. Taga Madjajdjay is een inlander van Madjajdjay. Een goede Christen wordtang manga taga langit, een inlander van den hemel genoemd, en het is eene gewone verwensching, wanneer men tot iemand zegt: «Taga infierno,» hetgeen beteekent: «Gij moest een inlander van de hel zijn.»

De Tagalesche taal is niet gemakkelijk te leeren. Een Spaansch spreekwoord zegt dan men noodig heeftun ano de arte y dos di bahaque: een jaar taalkunde en twee vanbahaque.Bahaqueis de inlandsche kleeding. De monniken verzekerden mij dat zij verscheidene jaren moesten verblijf houden vóór dat zij in het Tagaleesch konden prediken; en in vele kloosters wordt meestal in de inlandsche tongvallen gesproken, dewijl er weinig gelegenheid bestaat om in het Spaansch te spreken.

De vereeniging van naam- en werkwoorden tot een enkel woord en de moeijelijkheden om de wortels van elk derzelve te bepalen, wordt uit verlegenheid gedaan, daar de armoede aan woorden vele beteekenissen aan dezelfde uitdrukkingen doet geven. Zoo beteekentayao: genoeg, voorbijgaan van koopwaren, duurte, en is tevens een verwonderingsteeken;bababeteekent: vischhaak, baard, longen, toevallig, afwijking;bobo: een net, smelten, verschrikken, verspillen;alangalang: hoffelijkheid, hoogheid, waardigheid. Van daar dan ook de voortdurende herhalingen van hetzelfde woord.Aboabo: mist;alaala: herinneringen;ngalangala: paleis;galagala: lijm;dilidili: twijfel;hasahasa: een visch.

Zoo wordt een groot aantal Tagalesche woorden gebruikt om een werkwoord in zijn verschillende toepassingen voor te stellen, waarin het moeijelijk is eenigen gemeenen wortel of een schijn van gelijkenis te vinden. Noceda heeft voor het werkwoordgeven(darinhet Spaansch) 140 woorden in het Tagaleesch; voor (meter) plaatsen, bestaan 41 vormen; voor (hacer) doen, 126. De stand van de maan wordt door twaalf uitdrukkingen voorgesteld, waarvan in slechts twee het Tagaleesch woord voor maan voorkomt.

Het behoeft bijna niet gezegd te worden, dat eene zoo ruwe taal als de Tagalesche nooit het kanaal voor wetenschappelijke of philosophische kennis kan worden. Toch beweert Mallat dat zij rijk, welluidend, vol uitdrukking is en, zoo zij werd aangemoedigd, spoedig eene letterkunde zou bezitten, waardig naast die van andere Europeschenatiënte staan!

Een folio-woordenboek van de Bisajaansche en Spaansche talen, zooals zij op het eiland Panay gesproken worden, is in 1841 te Manilla uitgegeven en geschreven door pater Alonzo de Mentrida. Die voor de Spaansche en Bisajaansche talen, door pater Julian Martin, werd in het volgende jaar uitgegeven.

De letterse,f,renzontbreken en de eenige klank, die niet door het Engelsche alphabet wordt aangegeven, is deng. De Tagalesche Indianen gebruiken de letterpin plaats van def, die zij niet kunnen uitspreken. Zoo zeggen zij:ParancisovoorFrancisco,palsovoorfalso,pinovoorfinoenz. Deris geheel onuitspreekbaar voor de Tagalezen. Zij veranderen die inden maken zich dikwijls belagchelijk door de misvattingen, daaruit ontstaande. Dezwordt door desvervangen, die niet aan den Castiliaanschen klank beantwoordt, welke door het Engelschethwordt voorgesteld.

In verscheideneprovinciënvan Spanje intusschen is de Castiliaansche uitspraak van dezniet aangenomen. Er bestaat in het Tagaleesch geen klinker tusschenaeni, zooals in het Spaansch door de lettere.

Bij het onderwijs in het Tagalesche alphabet, wordt het woordyaou, zijnde het aanwijzend voornaamwoord, achter de letter geplaatst, die door den klinkerawordt gevolgd en de letter herhaald, als:Aa yaou(a);baba yaou(b);caca yaou(c);dada yaou(d);gaga yaou(g);haha yaou(h);lala yaou(l);mama yaou(m);nana yaou(n);nganga yaou(ng);papa yaou(p);sasa yaou(s);tata yaou(t);vava yaou; (v). Dengis eene zamenstelling van de Spaanschenmetg.

Naamwoorden hebben in het Tagaleesch geene naamvallen, getallenof geslacht. Werkwoorden hebben onbepaalde-, tegenwoordige-, verledene-, toekomende- en gebiedende tijden, maar zij worden niet veranderd door de persoonlijke voornaamwoorden. Onder meer bijzonderheden kan opgemerkt worden, dat geen bedrijvend werkwoord met de letterbkan beginnen. Sommige der tusschenwerpsels, en er zijn er vele in het Tagaleesch, zijn van verschillende geslachten.Hoe leelijk!tot een man gerigt, is:paetog!tot eene vrouw:paetag!»

De Tagalezen gebruiken den tweeden persoon enkelvoudicaoofco, wanneer zij onder elkander spreken, maar voegen er het woordpobij, als bewijs van eerbied. Tegenover eene vrouw wordt het woordpoweggelaten, maar eene vrouw gebruikt dit woord wel tegenover een’ man. De persoonlijke voornaamwoorden volgen in plaats van de werkwoorden en naamwoorden vooraf te gaan, alsnapa aco: ik zeg;napa suja: het is goed.

Een kenmerk van de taal is dat het lijdende werkwoord over het algemeen in plaats van het bedrijvende wordt gebruikt. Een Tagalees zal niet zeggen: «Jan bemint Maria,» maar «Maria wordt door Jan bemind.» Fr. de los Santos zegt, dat het netter is het bedrijvende dan het lijdende werkwoord te gebruiken, maar in de godsdienstige boeken, door de monniken uitgegeven, is de gewone schrijfwijze: «Het wordt door God gezegd», «het wordt door Christus geleerd», enz.

Ofschoon het Tagaleesch niet rijk aan woorden is, dewijl dezelfde uitdrukking soms verschillende beteekenissen heeft, bestaat er veel bezwaar in de zamenstelling. Pater Verduga intusschen geeft eene lijst van verscheidene soorten van werkwoorden, met aanwijzingen van de naamwoorden naar de regels van de Europesche taalkunde.

Bij het aannemen van Spaansche woorden vereenvoudigen en verkorten de Tagalezen die dikwijls; bijvoorbeeld voorzapato(schoen) gebruiken zij alleenpato;Lingovoor Domingo;bavay,caballo(paard). Het verkleinwoord van Maria isMariangui; daarvanAngui, de gewone benaming voor Marie.

In het woordenboek vind ik in de taal slechts 35 monosyllaben, als:a,ab,an,ang,at,ay,ca(met dertien verschillende beteekenissen, als: een getal (1), een persoonlijk voornaamwoord (zij), vier zelfstandige naamwoorden, als: zaak, medgezel, schrik,afgetrokken; een werkwoord: gaan, en de overige bijvoegelijke, bijwoordelijke en andere termen),cay,co,con,cun,di,din,ga,ha,i,in,is,ma(met achttien beteekenissen, waaronder vier zelfstandige naamwoorden, acht werkwoorden en vier bijvoegelijke naamwoorden),man,mi,mo,na,nga,o,oy,pa(met zeven beteekenissen),po,sa,sang,si,sing,ta,yaenyi.

Horologiënzijn zeldzaam onder de Indianen en de tijd wordt niet door de uren van den klok aangeduid, maar door de gewone gebeurtenissen van den dag. De Mas geeft niet minder dan 23 verschillende taalvormen voor de aanduiding van verschillende verdeelingen, de eene langer, de andere korter, van de vierentwintig uren, zooals: duisternis-verdwijning; dageraad-aanbreking; licht-aankomst (magumagana); de zon komt spoedig op (sisilang na ang arao); volle dag (arao na); zon opgekomen; haan-kraaijen; (zon) hoogte van de as; hoogte een speer (van de horizon); middag; zonsondergang; zon opkomt (lung mononna); Ave Maria-tijd; duisternis; donkerheid; kinderslaaptijd;animasgeluid; bijna middernacht; middernacht; over middernacht (mababao sa haling gaby). Deze spreekwijze verschilt op onderscheidene plaatsen. Daar het luiden der bellen en het slaan der klokken door de Spanjaarden is ingevoerd, moeten de meeste dezer termen voor dien tijd zijn gebruikt.

Herhalingen van dezelfde lettergreep hebben in de Tagalesche en Bisajaansche talen plaats. Zij zijn niet noodzakelijk aan meervoud onderworpen, maar duiden dikwijls eene reeks of vervolg aan, alslavay lavay, slavernij (voortdurend werk); ingilingil, het gehuil van een’ hond;ngingiyao ngingiyao, het gemaauw van eene kat;cococococan, eene hen, die hare kuikens roept;pocto pocto, oneven, onregelmatig (hiervoor bestaat een Devonshirsch woordscory, dat dezelfde beteekenis heeft);timbon timbon, opeenstapelen;punit punit, lompen;angao angao, een oneindig getal;aling aling, veranderlijk;caval caval, onzeker. Sommige Spaansche woorden worden verdubbeld, ten einde de verwarring met inlandsche uitdrukkingen te vermijden, alsdondonvoordon. Deze herhalingen zijn een noodzakelijk gevolg van het klein aantal oorspronkelijke woorden.

Hoe opmerkelijk de armoede der taal is, vindt men eene groote verscheidenheid van beteekenissen voor zekere voorwerpen. Rijst bijv., in den bast ispalay(Maleischpadi); vóór het overplanten,botobor; wanneer zij begint te ontspruitenbuticas; als de aar verschijnt,basag; in een vergevorderden staat,maimota; als zij geheel rijp in de aar is,bongana; als zij door den wind wordt nedergeslagen of onder het gewigt van de aar neerhangt,dajapa; vroege rijst,cavato; brokkel-rijst,lagquitan;slecht gevormd in het graan,popong; gezuiverde maar niet van de bast ontdane rijst,loba; gezuiverde rijst,bigas; bedorven rijst,binlor; grond-rijst,digas;geroosterderijst,binusa; bloemrijst,binuladac; rijst-pastei,pilipieg; fracasseé-rijst,sinaing; op eene andere wijze gereed gemaakte rijst,soman. Er bestaan niet minder dan 19 woorden voor verscheidenheden van hetzelfde voorwerp. Evenzoo met werkwoorden, als: binden,tali; rondbinden,lingquis; een gordel binden,babat; de handen binden,gapus; iemand den nek binden,tobong; met een strik binden,hasohaso; rond een put binden,baat; een ligchaam opbinden,balacas; aan het eind van eene beurs binden,pogong; op eene mand binden,bilit; twee stokken te zamen binden,pangcol; op eene deur binden,gacot; op een bundel (als van stokken) binden,bigquis; graanschoven opbinden,tangcas; een levend wezen opbinden,niquit; de planken van een’ vloer zamenbinden,gilaguir; een tijdelijk band,bilaguir; verscheidene malen met een knoop rondbinden,balaguil; digtbinden,jaguis; bamboes binden,dalin; een rekening optrekken,pangajla. Van deze 21 werkwoorden is de wortel van bijna geen enkel in een zelfstandig naamwoord te vinden. Voor rijst bestaan niet minder dan 65 woorden in het Bisajaansch; voor bamboe 20.

Er bestaan een aantal namen voor den krokodil.Buajadrukt het denkbeeld uit van zijnen groei uit het ei tot het volwassen dier, als wanneer hijbuajang cotoo, een ware krokodil, wordt genoemd. Voor goud heeft men niet minder dan vijftien benamingen, die de verschillende hoedanigheden aanwijzen.

Juan de Noceda geeft 29 woorden aan ter vertaling vanmirar(zien); 42 voormeter(zetten); 27 voormenear(bewegen); maar synoniemen vindt men moeijelijk in talen, die geene verwantschap met elkander hebben, vooral wanneer men eenig abstract denkbeeld wil uitdrukken.

In familiebetrekkingen is het geslachtswoord voor broedercolovong; oudere broedercacang; als er slechts drie zijn, wordt detweedecolovong, de derdebongsogenoemd; zijn er meer dan drie, dan heet de tweedesumonor, de derdecolovong. Tweelingbroeders noemt mencambal.Anacis de geslachtsnaam voor zoon; een eenige zoon heetbogtong; de eerstgeborenepanganai; de jongstebongso; een pleegzoonjnaanac.Magamabeteekent vader met zoon;magcunaamavader met pleegzoon;nagpapaama, hij die een ander verkeerdelijk zijn vader noemt;pinanamahaneen ten onregte genoemd vader;maanac, vader of moeder van verscheidene kinderen;maganac, vader, moeder en gezin van vele kinderen;caanactilic, de zoons van twee weduwnaars;magcaaangenomen broeders.

Eene gewone ironieke uitdrukking is:Catalastasan mo aya a(Hoe erg knap!)

De Indiaansche benaming voor het hoofd van eenbarrioof dorp, isdato, maar het woord, dat tegenwoordig meer gebruikt wordt is het Castiliaanschecabeza, zoodat de Indiaan over het algemeen deze inlandsche autoriteitcabeza sa balangainoemt. Het Tagalesche woord voor de hoofdplaats van een district isdojo; in het Castiliaansch,cabazera.

Het woordcantaris aangenomen voorkerkmuziek, maar men heeft hiervoor vele van de oude Indiaansche woorden behouden, als:Pinanan umbitanan ang patai: zij zingen den doodzang;dajao: de victorie-zang;hunchet gezang der vogelen. Het geraas van de ghiko-hagedis wordthaloticticgenoemd.

Het volgende kan als een staaltje dienen van Tagalesche veellettergrepige woorden:

Anagnalalàquizoon.Ananababaidochter.Cababulaánangliegen.Malanuingiologdonder.Pagsisisilijden.PaghahanducanPagsisingsinganvinger.Pagpapahopaperen.Palajanglajanganverslinden.Panganganjajajammer.Sangtinacpande wereld.Solonmangajokomeet; uitwaseming.Magbabacastrijder; vanbacalicht.TagupagbacaTangcastancasantakkebosch.Masaquit angmangapilipis ancomijn hoofd doet zeer.IlahampasinguitaIk zal u slaan (gij zult door mij geslagen worden).GuiguisingincataIk zal u bewaken (gij zult door mij bewaakt worden).Magpasavalabanhanganeeuwigdurend.Pananangpahatajatrouw.Mapagpaunbabaobedriegelijk.Mapagpalamaraondankbaar.

Ongelijke getallen worden in het Tagaleeschgangsal; gelijke getallentocolgenoemd:

Bevestigend, ja!Oo, tango.Ontkennend, neen!Di; dili; houag; dakan.

Vele Maleische woorden komen, sommige in hunnen zuiveren, andere in een verbasterden zin, niet alleen in het Tagaleesch en Bisajaansch, maar ook in andere tongvallen van de Philippijnen voor.12Zoo heeft men:Langit, hemel;puti, wit;mata,oog;vata, steenen;moera, goedkoop en vele anderen. Slechts weinig veranderd zijn:ditavoorlina, taal;babivoorbabuy, big;hagin(Tagaleesch) enhangin(Bisajaansch) voorangin, wind;masaguitvoorsakit, ziek;patayvoormati(Maleisch);mat, dood;nagcasama, in gezelschap;matacutvoortakot, vrees;ulanvoorudian, regen; en eenige anderen. Het Maleische woordtuan, dat geacht beteekent en gewoonlijk gebruikt wordt om de gehoorzaamheid en den ootmoed te kennen te geven van den spreker aan den aangesproken persoon, wordt door de Tagalezen meestal in een ironieken zin gebruikt.Ay touan co!Een waarlijk achtenswaardig man! «Tuanmij niet» staat gelijk met: «weg met uw onzin.»

De monniken hebben de meeste Castiliaansche woorden van Griekschen en Latijnschen oorsprong ingevoerd voor de belijdenis van de Katholieke eeredienst of de viering van hare godsdienstigeritussen, waarvoor men slechts weinige uitdrukkingen in de oorspronkelijke talen vindt.

Het langdurig bezit van vele gedeelten der Philippijnen door stammen, die het Mohammedanisme belijden, in aanmerking genomen, is het aantal gewone Arabische woorden klein. Ik hoordesalamvoor groet;malin, meester;arrac,wijn of geestrijke dranken;arraesvoorreis, kapitein. En onder de Muselmannen van Mindanao waren:Islam,koran,rassoel(profeet),bismillah,kitaben andere woorden, onmiddellijk in verband staande met het Islamismus, zeer algemeen.

Het eenige Chineesche woord dat algemeen in gebruik is, issampan, eene kleine boot; letterlijk beteekent dit woord drie planken.

Vele klanken in het Tagaleesch zijn geheel Engelsch.Toobigis water, enasin, zout, door de Indiaansche bedienden over tafel uitgesproken, trof mij eenigzins; ik kon niet vinden waarin de bedoelde buitensporigheden of de begane zonde lag. De meeste monniken spreken de inlandsche tongvallen vloeijend; zij prediken nooit in eenige andere taal en daar de meesten hunner geheel omgeven zijn door de Indiaansche bevolking, zoodat zij zelden hunne oorspronkelijke spaansche taal spreken, is het niet te verwonderen dat zij van de Indiaansche tongvallen met veel gemak gebruik maken. De meeste bestaande taal- en woordenboeken werden door geestelijken geschreven, om de voortplanting der Christelijke leerstellingen te bevorderen en kleine werken (allen over godsdienstige onderwerpen) zijn tot onderrigt van het volk geschreven. Ik kon niet ontdekken dat zij eenige historische opgaven oftraditiënuit de oudheid bevatten.

Hoe meer mijne aandacht tot de studie van de tongvallen in verre landen werd getrokken, zooveel te meer werd ik getroffen door de ongerijmde denkbeelden entheoriën, welke zoo algemeen zijn geworden ten opzigte van de afleiding en verwantschap van talen. De Biscajers houden vol dat hun Euscaarsche tongval de taal voor Adam en Eva in het paradijs en bijgevolg de algemeene taal van den eersten man en de oorsprong van alle andere is geweest. Meer dan een Cimber heeft dezelfde eer voor het Welsh gevorderd, daarbij er op aandringende dat al de dialecten van de wereld van het Cimbersch zijn afgeleid. Maar het zou moeijelijk zijn te bewijzen dat een enkel woord van voor den zondvloed in onze tijden is overgekomen. Verkeer en handel schijnen de eenige kanalen te zijn waardoor elkgedeelte van de taal van elke natie of stam in het woordenboek van eene andere is gekomen. Men zegt dat het woordzaktot de meeste verwarring hebben aanleiding gegeven. Een Fransche schrijver beweert dat het ’t eenige woord is, dat men uit de Babelsche spraakverwarring heeft behouden, ten einde de regten van eigendom in de algemeene anarchie mogten geëerbiedigd blijven. In de lagere getallen van verwijderde tongvallen bestaat vele en zonderlinge verwantschap, hetgeen kan worden toegeschreven aan het vele gebruik, dat men er in handelsaangelegenheden van maakte. Wilden, die geene eigene benamingen voor de hunne hebben, hebben meermalen de hoogere cijfergetallen aangenomen van beschaafde natiën, waarvan het vele gebruik van het woordlacvoor 10,000 tot voorbeeld kan dienen.Monsteris bij handelsnatiën, met kleine afwijkingen, het bijna algemeen aangenomen woord voor staal; evenzeer de woordenrekening,datumen dergelijke. Hoe vele zeetermen zijn niet van Nederlanders, hoe vele krijgskundige benamingen van Frankrijk, hoevele uitdrukkingen in verband tot spoorwegen, stoomvaart en industrie uit het Engelsch, overgenomen! Het Justiniaansche wetboek heeft al de Europesche talen met volzinnen uit de Romeinsche wet voorzien. Aan de Katholieke missiën kan men in de tongvallen van bekeerde natiën bijna geheel hunne godsdienstige woordenrijkdom toeschrijven. In de gemakkelijke combinatie van de Grieksche taal heeft de wetenschap onschatbare hulpbronnen gevonden. De Engelsche koloniën vergrooten voortdurend den overvloed van het moederland, en er bestaat niet (zoo als in Frankrijk) weêrzin tegen de invoering van nuttige, hoezeer minder noodige, woorden. Bentham plagt te zeggen, dat dezuiverheidvan eene taal en dearmoedevan eene taal bijna synoniem waren.

Onder de blijken van vooruitgang, die zich in onzen tijd voordoen, behoort niet alleen de trapsgewijze vervanging van de lagere door de opkomst van de hoogere menschenrassen, maar is een niet minder merkwaardig feit de verdwijning van ruwe en onvolmaakte tongvallen, die plaats maken voor meer doeltreffende werktuigen van vooruitgang en beschaving, welke men in de talen van geciviliseerde natiën vindt. De pogingen, die men aangewend heeft om de woordenrijkdom van gevorderde kunsten en wetenschappenin talen in te voeren welke nog op een lagen trap van beschaving staan, zijn ongelukkig mislukt. Men kan in barbaarsche tempels geene geschikte plaats vinden om de schoone stukken van het beschaafd genie voor beeldhouwwerk aan te brengen. De ruwe kleederen van de wilden kunnen zoo gemakkelijk niet in het reine werkmanspak van den gegoeden kunstenaar herschapen worden. En toch kan niets meer tot de welvaart van het menschdom toebrengen, dan dat de middelen van mondeling verkeer worden uitgebreid, en dat eenige weinige ver verspreide talen (zoo niet ééne algemeene taal, welker de invoering een ijdele droom mag worden genoemd) in den loop der tijden een doelmatig middel van verkeer voor de geheele wereld worden.

De verzen der Tagalezen tellen twaalf lettergrepen. Zij hebben den Spaanschen klank, maar de woorden worden reeds als rijm beschouwd, als zij slechts met denzelfden klinker of medeklinker eindigen.

De Indiaan kan altijd zijne verzen zingen, als hij ze reciteert, hetgeen trouwens een algemeen aangenomen Aziatische gewoonte is. De San tze King of het drie-lettergrepig gezang, dat meestal als leerboek op de scholen in China wordt gebruikt, zingt men altijd en de versificatie en muziek komen het geheugen hierin natuurlijk te hulp. De muziek van het lied, dat de Tagalezen zingen om kinderen stil te houden, dehelehelegenaamd, gelijkt, volgens de Mas, op die der Arabieren.13

1Persoonlijke voornaamwoorden zijn:aco: ik;anim: wij. In het Tagaleesch zijn geene bezittelijke voornaamwoorden; men gebruikt daarvoor den genitivus van de persoonlijke.↑2Um, zijn;ungma: gij zijt.↑3Caofycao, persoonlijk voornaamwoord: gij, volgt altijd op het werkwoord;mois de genitivus.↑4Samba, aanbidden, heiligen;sambahin, de toek. tijd.↑5Arao, Zon of dag.↑6Tolot, toelaten te ontgaan.↑7Dayat, heiligen, loven; de toek. tijd wordt dooripapagweder gegeven.↑8Vananchi, bijwoord: hier.↑9Vanhadi: koning.↑10Vanuara; vergiffenis.↑11Vanauai, twisten.↑12De verhandeling van John Crawfurd in zijn Maleische grammatica.↑13De Engelsche schrijver deelt hierbij alsNOTEmede, dat het hoofdstuk, door hem oorspronkelijk geschreven over de taal der Philippijnen, met zoovele andere zijner manuscripten, door de schipbreuk van deAlmain de Roode zee is verloren geraakt, terwijl het nog overgeblevene geheel onleesbaar is. Hij verontschuldigt zich, wanneer hij in zijne opgaven hieromtrent te kort mogt hebben geschoten, daar hem verdere bouwstoffen in Engeland ontbraken.Vert.↑

1Persoonlijke voornaamwoorden zijn:aco: ik;anim: wij. In het Tagaleesch zijn geene bezittelijke voornaamwoorden; men gebruikt daarvoor den genitivus van de persoonlijke.↑

2Um, zijn;ungma: gij zijt.↑

3Caofycao, persoonlijk voornaamwoord: gij, volgt altijd op het werkwoord;mois de genitivus.↑

4Samba, aanbidden, heiligen;sambahin, de toek. tijd.↑

5Arao, Zon of dag.↑

6Tolot, toelaten te ontgaan.↑

7Dayat, heiligen, loven; de toek. tijd wordt dooripapagweder gegeven.↑

8Vananchi, bijwoord: hier.↑

9Vanhadi: koning.↑

10Vanuara; vergiffenis.↑

11Vanauai, twisten.↑

12De verhandeling van John Crawfurd in zijn Maleische grammatica.↑

13De Engelsche schrijver deelt hierbij alsNOTEmede, dat het hoofdstuk, door hem oorspronkelijk geschreven over de taal der Philippijnen, met zoovele andere zijner manuscripten, door de schipbreuk van deAlmain de Roode zee is verloren geraakt, terwijl het nog overgeblevene geheel onleesbaar is. Hij verontschuldigt zich, wanneer hij in zijne opgaven hieromtrent te kort mogt hebben geschoten, daar hem verdere bouwstoffen in Engeland ontbraken.

Vert.↑


Back to IndexNext