HOOFDSTUK XV.GEWASSEN.De waarde in geld van de tabak, die in de Philippijnen groeit, wordt geschat op vier à vijf millioen dollars, d. i. één millioen pond sterling. Daarvan wordt bijna de helft verbruikt op de eilanden, een vierde wordt uitgevoerd in den vorm vancheroots(het gewone woord in het Oosten voor cigaren) en het overige wordt in bladeren en cigaren naar Spanje gezonden, hetgeen geschat wordt op eene jaarlijksche opbrengst van meer dan 800,000 dollars gemiddeld. De verkoop van tabak is een streng gouvernements-monopolie, maar de onmogelijkheid om eenig geschikt middel te vinden tot bescherming van dat monopolie is tastbaar zelfs voor den minst aandachtigen toeschouwer. De landman, die verpligt is al zijn product aan het gouvernement te leveren, zorgt eerst voor zich zelf en voor zijne buren, en wendt het beste van den oogst voor eigen gebruik aan. Buiten de hoofdplaats Manilla rookt men bijna niets anders dan decigarro ilegitimo, en op de hoofdplaats bemerkt men dikwijls, dat de plant niet is uit deestanco real. Van ambtenaren, die in staat zijn om het beste te verkrijgen van hetgeen het gouvernement ter markt brengt, kan men dikwijls een geschenk krijgen, dat aantoont dat zij zich met iets beter dan het beste kunnen bedienen. En als men met deverstandigsten van deempleadoser over spreekt, dan stemmen zij toe, dat de emancipatie van den producent, van den bewerker en van den verkooper, en de invoering van een eenvoudig regt veel voordeeliger voor de staats-inkomsten zou wezen, dan het tegenwoordige knellend en onmagtig stelsel van privilegie.De inkomsten van de tabak zijn verbazend toegenomen; zij bedroegen zuiverGemiddeld jaarlijks.van1782tot1785260,597dollars86,865van»1786tot»18004,950,101dollars»330,006van»1801tot»18157,228,071dollars»481,871van»1816tot»18308,403,368dollars»560,225van»1831tot»18353,707,164dollars»741,433van»1836tot»18394,990,011dollars»1,247,503Sedert dien tijd heeft het product meer dan vierdubbele waarde verkregen.In 1810 werden afgeleverd50,000balen (van twee aroba’s), waarvan Gapan 47,000 en Cagajan 2,000 opbragt. In 1841 leverde Cagajan 170,000 balen, Gapan 48,000 en Nieuw-Biscaje 34,000. Maar de productie nam verbazend toe, en zóó groot is deconsumptievan de inlanders, waarvan een groot deel geene regten betaalt, dat het niet gemakkelijk zou zijn om zelfs approximatief de hoeveelheid en de waarde van den geheelen tabaksoogst te schatten. Waar de fiscale autoriteiten zóó schaarsch en bedorven zijn;—waar de communicatie zoo gebrekkig en somtijds geheel afgebroken is;—waar groote streken land in het bezit zijn van stammen, die in het geheel niet of onvolkomen onderworpen zijn;—waar zelfs onder de meer beschaafde Indianen de eigendomsregten maar ruw zijn afgebakend en het burgerlijk gezag onvolkomen wordt gehandhaafd;—waar smokkelen, hoewel met eenig gevaar gepaard gaande, door bijna niemand als een vergrijp wordt beschouwd en de hoogste ambtenaren zelf cigaren van contrabande rooken en ze hunne gasten aanbieden, omdat ze zoo heerlijk zijn;—daar mag men wel onderstellen, dat losse wetten, losse zeden en losse practijken met elkander in harmonie zijn, en dat een staat van zaken, als die, welke in dePhilippijnen bestaat, er het noodzakelijk en onvermijdelijk gevolg van moet zijn. Het is genoeg, om de kosten van het ruwe materiaal te vergelijken met de waarde van het bereide artikel, om de groote winsten, die er mede behaald worden, te zien. Een quintaal tabak geeft 14 kisten, elk van1,000cigaren, waarvan de waarde tegen 6½ dollar per kist bedraagt ... 87.50 doll.Het quintaal tabak kost5.00doll.Bereiding5.25doll.»14 kisten tegen 2 realen3.50doll.»13.75doll.»Winst73.75doll.De cheroots (cigaren) worden in twee vormen vervaardigd;—die van de Havannah, waarvan het kleinste einde tot een punt wordt gedraaid,—of aan de beide einden afgesneden, de gewone Manilla-vorm. Er bestaan verschillende kwaliteiten van, zoo als: eerste grootte, 125 in een kistje—1ste Regalias, 1ste Caballeros en Londres; tweede grootte, 250 in een kistje—2de Regalias en 1ste Cortados, 2de Caballeros, 1ste Havannas (gewone grootte en die gewoonlijk in gebruik zijn, nos. 2 en 3 worden het meest gevraagd); 500 in een kistje—nos. 2, 3, 4 en 5 Havannas, 2 en 3 Cortados. Behalve deze worden er nog ongehoorde hoeveelheden papier-cigaren (cigarillos) door de inlanders verbruikt. Zij worden verkocht in pakjes van 25 tegen 5 cuartes; 30 tegen 5⅓ cuartes; 36 tegen 5 5⁄7 cuartes.De prijzen bij de estanco voor deze cigaren per kistje, zijn aldus:Imperialeseen kistje van125cigaren3,750dollars.Regal. en Caball.een»kistje»van»125cigaren»3,125dollars.»1 Hav. 1 Cortad.een»kistje»van»250cigaren»3,500dollars.»2Hav.»2Cortad.»een»kistje»van»500cigaren»4,000dollars.»3Hav.»3Cortad.»een»kistje»van»500cigaren»3,500dollars.»4Hav.»een»kistje»van»500cigaren»3,000dollars.»5Hav.»een»kistje»van»500cigaren»2,500dollars.»Londreseen»kistje»van»125cigaren»1,875dollars.»Naar deze laagste prijzen worden orders gegeven op de maandelijksche openbare verkoopingen. De vraag is zóó groot, dat men moeijelijk iets anders dan versche cigaren kan krijgen, die men 2 à 3 jaar moet bewaren, vóórdat zij goed zijn.De ontvangst van de tabak en de bereiding van de cigaren staan onder eene administratie, waarvan de hoofdzetel te Manilla is. De magazijnen beslaan eene onmetelijke uitgestrektheid en waarschijnlijk vinden wel 20,000 menschen bezigheid in de bereiding van dit artikel van weelde, om maar niet diegenen te noemen, welke bij de productie worden gebezigd. De provinciën, waar inrigtingen zijn voor de ontvangst van tabak, zijn Cagajan, La Isabela, Nieuw-Ecija, La Union, Abra en Cajan. De grootste cigaren-fabrieken zijn in Binondo (Manilla) en Cavite, gelegen in de provincie van dien naam.Fr. Blanco beschrijft volgenderwijs deNicotiana tabacumop de Philippijnen: «Het is eene jaarlijksche plant, ter hoogte van een’ vadem opgroeijende, die de tabak levert voor deestancos(régie). Hier, even als overal, verschillen de kwaliteit en smaak. Over het algemeen prefereert men de tabak van Gapan, maar die van de Pasy-districten, Laglag en Lambunao in Iloilo, van Maasin of Leyte, wordt om de fijne aroma verkozen, evenzeer als die van Cagajan, wanneer die eenige jaren oud is, daar zij anders, even als de tabak van het eiland Negros, den mond verbrandt. Het is een bedwelmingmiddel en veroorzaakt meermalen opzwellingen. Het rooken is niet ongezond en zelfs noodig in deze streken; zij verdrijft slijmachtigheid en is een heilmiddel voor de gevolgen der vocht en de ochtendmist; zij is dan alleen nadeelig voor de gezondheid, wanneer men er een onmatig gebruik van maakt. Snuif verdrijft de hoofdpijn en naargeestigheid. Een klein stukje gerookte tabak aan een stokje, voor den neus van de hagedis gehouden, die hier dechacon(waarschijnlijk de ghiko) genoemd wordt, veroorzaakt haren onmiddellijken dood. «Dit is eene wreede gewoonte» (voegt de pater er bij), daar dit insect zeer nuttig is; het vernielt toch een aantal andere schadelijke insecten; bovendien bevredigt zijn sissen den bijgeloovige, die denkt, dat gedurende den tijd dat het zijn geluid doet hooren, er geene aardbevingen of watervloeden zullen plaats hebben.»DeAlcalde-majorvan Cagajan zeide mij, dat hij in 1858 uit die provincie voor niet minder dan 2 millioen dollars aan waarde van tabak naar Manilla zond. Het is de beste soort van de Philippijnen en wordt in bladen naar de hoofdstad gezonden. Hijspreekt met zeer veel lof van het karakter der Indianen; hij zegt dat zij zelden oneerlijke daden plegen en dat men zeer gerust goederen door de provincie kan zenden. De hoeveelheid verzonden bladen bedroeg 300,000 balen, die in zeven kwaliteiten waren verdeeld, waarvan de prijzen van 2 tot 7 realen per quintaal beliepen en eene aanzienlijke winst opleverden. De tabak, die de inlanders gebruiken, is niet aan het monopolie onderhevig, en op mijne vraag hoeveel een cigaar in Cagajan kostte, luidde het antwoord: «Casi nada» (Bijna niets). Zij worden wel is waar niet zoo goed gerold als die van de gouvernements-tabak, maar de ruwe grondstof is toch de beste.In de navraag naar het belangrijke artikel koffij in Australië en Californië zal waarschijnlijk in den loop van tijd ruim door den Spaanschen Archipel voorzien worden. In de wijze van productie leveren de Philippijnen niets eigenaardigs op. Wanneer de grond is gezuiverd (op eene groote uitgestrektheid door vuur), wordt hij gedigt, de bodem bereid en na gedurende twee of drie dagen onder water gezet te zijn, worden de spruiten dan in de daartoe gemaakte gaatjes gestoken, waarna zij in het volgende jaar kunnen worden afgesneden. Het gebruik van de ploeg vermeerdert het product niet weinig. De kultuur van suiker breidt zich snel uit. De oogst heeft gewoonlijk van Maart tot Mei plaats. Vier groepen arbeiders worden daarvoor gebruikt; de snijders en karrevoerders in het veld, de slijpers en kokers in de fabrieken. In de wijze van behandelen zijn allengs verbeteringen ingevoerd, naar mate grooter kapitalisten en meer energieke aanplanters zich voordoen, terwijl de vestiging van raffinaderijen, die toeneemt, menige gelukkige verandering zal te weeg brengen. Vele ruwe suiker, die ik te Manilla zag afleveren om er brooden van te maken, zag er veeleer als modder dan wel als een kostbaar levensgenot uit. Hoezeer langzaam, gaan de verbeteringen toch voort, en de tegenwoordigheid van een aantal Chinezen in de verschillende afdeelingen van de fabrieken is daarvan wel het sterkste bewijs. Deze Chinesche werklieden bezitten gewoonlijk groote practische kennis. Zij komen meestal van Fokien, eene provincie, waarin de suiker-productie op groote schaal plaats heeft en waar men groote suiker-raffinaderijen vindt, het meest echter van de kandij-suiker, in welkenvorm de Chinezen gewoonlijk de suiker aankoopen ter consumptie, waarvoor zij ze dan tot poeder vermalen. Ik heb verscheidene uitgestrekte etablissementen te Chang-chow-foo, ongeveer 30 mijlen van Amoy, bezocht, zijnde eene haven, van waar veel uitgevoerd wordt.Er bestaan verscheidene soorten van het suikerriet. Dezambaleswordt tot voedingsmiddel gebruikt; deencarnado(roode),morada(purperkleurige),blanca(witte) enlistada(gestreepte), leveren de siroop voor de fabrieken. Het planten der spruiten geschiedt tusschen Februarij en Mei. Het onkruid wordt door de ploeg verdreven en de planten worden binnen tien of twaalf maanden rijp. In sommige provinciën worden hoeveelheden voor drie achtereenvolgende jaren gebouwd; in anderen laat men den grond een geheel jaar door rusten, waarin dan maïs of andere producten groeijen. Wanneer het afgesneden is, wordt het riet naar molens gebragt, die de inlanderskabajavannoemen, om vermalen te worden. De molens bestaan uit twee cylindrische steenen met tanden van het molave hout; een buffel draait het wiel en het sap wordt aan de kokers gezonden. De verbeteringen van het Westen zijn langzamerhand ingevoerd en een tal oeconomische vorderingen hierin gemaakt. Vermeerderde navraag, uitgebreider cultuur en bovenal de aanwending van grootere kapitalen en meerdere vlijt, zullen ongetwijfeld de Philippijnen tot een der grootste producerende landen maken. Er zijn vele tabellen gepubliceerd, waaruit blijkt dat de gemiddelde jaarlijksche winst op de koffijkultuur van 20 tot 30 pCt. en in sommige provinciën nog veel meer bedraagt.Rijst, die veel minder geproduceerd wordt, rekent men dat eene gemiddelde jaarlijksche winst van 12 à 20 pCt. oplevert; Turksch koren geeft eene gemiddelde winst van ongeveer 20 pCt.; die op kokosnoten kan ongeveer gelijk gesteld worden met de winst op rijst, maar de conditiën zijn zoo verschillend dat men hieromtrent moeijelijk eene bepaalde rekening kan maken. Men kan echter als vrij zeker aannemen, dat geld, met gewone voorzigtigheid in landbouw-producten gestoken, een interest van 20 à 30 pCt. oplevert.De consumptie van rijst is algemeen en het overschot van den oogst wordt op de Chinesche markt gebragt. De verschillendesoorten van rijst zijn door ons reeds vroeger besproken, maar men kan dit product onder de twee algemeene benamingen van water- enbergrijstclassificeren. De waterrijst wordt even als in Europa en Amerika verbouwd; het zaaijen van de drooge rijst heeft gewoonlijk vóór het zaaijen van de waterrijst, op het einde van Mei plaats. Zij is gewoonlijk breeduit op de heuvels geplant, moet zorgvuldig nagezien en gewied worden en wordt in 3 à 4½ maand rijp. Zij wordt aar voor aar ingeoogst.Fr. Blanco beschrijft vier soorten van water- (de agua) en vijf van bergrijst (secano). Van de eerste soort wordt delamujo(Oryza sativa lamujo) het meest verbouwd, vooral in Batangas. De getande rijst (Oryza aristata) groeit in Ilocos. Van de bergrijst wordt die,quinanda(Oryza sativa quinanda) genaamd, als de beste geacht. De bouw van de waterrijst begint met de bereiding van zaadgaatjes (semillero), waarin, bij het begin van den regen-mousson, het zaad wordt geworpen, na eene volkomene bezwangering van den grond met water, waarvan verscheidene duimen op de oppervlakte blijven liggen. Het ploegen en eggen levert eene massa vochtigen modder op. Gedurende het groeijen van het zaad, wordt de irrigatie voortgezet en na zes weken kan het gewas op de rijstvelden worden overgeplant. Mannen trekken gewoonlijk de planten uit en brengen die naar de velden over, waar vrouwen, op de knieën gelegen, de planten afzonderen en ze in gaatjes steken, die op geregelden afstand van ongeveer 5 duim van elkander verwijderd zijn. Men laat ze dan eenige dagen liggen om wortel te schieten, waarna de gronden op nieuw geïrrigeerd worden. De rijst groeit ter hoogte van iets meer dan een el en kan na verloop van vier maanden worden ingeoogst. Het is een gewoon gebruik om iedere aar afzonderlijk af te snijden met een instrument, waarvan de Indiaansche benamingjatapis. In sommige plaatsen wordt een sikkel gebruikt, dien menlilitnoemt. Aan den lilit bevindt zich een haak, waardoor verscheidene aren worden verzameld, die, met de linkerhand bijeen genomen, door de sikkel, in de regterhand, worden afgesneden. De oogst van waterrijst verschilt van dertig- tot tachtigvoudig.De bergrijst wordt breed uit gezaaid, nadat er geploegd en geëgd is, terwijl buffels worden gebruikt om het zaad in den grondte trappen. Somtijds wordt hiervoor meerdere zorg gedragen en maakt men gaatjes op geregelde afstanden, waarin drie of vier rijstkorrels worden geworpen. Eene zorgvuldige bebouwing en uitroeijing van onkruid moet eene honderdvoudige opbrengst geven.Pater Blanco beweert, dat een derde van den rijstoogst te loor gaat door de willekeurige en nonchalante wijze, waarop het rijp geworden bewerkt wordt.De Philippijnen leveren ongetwijfeld een groot veld voor de indigo-kultuur op, maar deze is verwaarloosd en men heeft niet genoeg zorg voor de fabricatie gedragen. De planters beweren dat men in Europa een vooroordeel heeft tegen indigo van Manilla; maar zulk een vooroordeel kan alleen uit de ondervinding ontstaan zijn en zou door grootere zorg van de zijde der planters, fabrikanten en exporteurs uit den weg geruimd kunnen worden. De oogst is nogtans onzeker en wordt dikwijls beschadigd of vernield door onstuimig weder en door verwoestingen der rupsen. Het zaad wordt breed-uit, onmiddellijk na het gematigde jaargetijde, geplant. Het groeit snel, maar het onkruid, dat te gelijker tijd opkomt, moet uitgeroeid worden. Het kan in de regenmaanden, meestal in Junij, worden ingeoogst. Al de noodige bewerkingen worden niet naar de verbeterde wijze van Britsch-Indië gemaakt, maar zoo als de Spanjaarden die ingevoerd hebben. De Indianen gebruiken, even als de Chinezen, de verw in zijnen vloeibaren toestand.De consumptie van den betelwortel is ongeloofelijk groot. Er bevinden zich in de stad Manilla 898 magazijnen en winkels, waarvan in 429 (of ongeveer de helft) geprepareerde betel of de grondstoffen tot bereiding daarvan worden verkocht. In twee magazijnen wordt het blad, waarin de areca-noot wordt gewikkeld, in ’t groot verkocht; men vindt 105 winkels voor dit artikel in het klein, terwijl men in 308 winkels voor onmiddellijk gebruik verkoopt de noot met de kalk voorzien van den bujo (blad van sirie), die dadelijk gebruikt wordt en eene nog grooter behoefte voor den inwoner is dan de rijst, die hij eet, of het water, dat hij drinkt.Van de areca geeft Pater Blanco, in zijneFlora de Filipinas, het volgende berigt: «Deze soort van palm, waarmede iedereenbekend is en die, even als de vrucht, door de Indianenbongawordt genoemd, groeit tot de gemiddelde hoogte van den kokosnotenboom op. De stam is aan de basis dunner dan bovenaan, zeer regt op, terwijl er zich verscheidene rondten aan bevinden door de vereeniging der bladen, voor dat zij afvallen, als zij tot eene zekere hoogte gegroeid zijn. Het gebruik van de noot, die eenigzins kleiner is dan een kippenei, is wel bekend. Als er gebrek is aan de bonga, gebruiken de Indianen de bast van de guava of van de antipolo (Artocarpus). Met kalk en het peperblad vermengd, maakt zij het speeksel rood. De Indianen gebruiken dit speeksel voor hunne kinderen als een middel tegen de koliek en de werking van de koude lucht. Rijp zijnde, is de vrucht rood en kan zij, naar ik meen, als een roode verwstof gebruikt worden. Met koperrood maakt het een zwart kleursel uit, maar in minderen graad dan die van de aroma. Het lagere gedeelte der bladeren,talupacgenaamd, is zeer zuiver, breed, wit en buigzaam; zij dienen uitmuntend om iets in te wikkelen en strekken tot veel nuttige doeleinden. De spruiten worden gezouten en gegeten en smaken zeer goed; maar als zij afgesneden worden sterft de boom.»Pater Blanco zegt van de sirie (Pimenta betel), waarvan de bladen tot omhulsels voor de areca-noot en kalk worden gebruikt: «Deze plant is algemeen bekend, ten gevolge van het veelvuldige gebruik van de betel ofbujo, zooals de Spanjaarden de betel noemen. Die van Pasay, nabij Manilla, wordt als goed erkend; die van Banang, in Batangas, is de beste van die provincie en waarschijnlijk boven de betel van Pasay te verkiezen. De boom vereischt een eenigzins zandachtigen bodem; maar wanneer hij, zooals in Pasay, te zandachtig is, verhelpt men dit door visch of den bast van deAjonjoli(Turksch koren), of van andere olieachtige vruchten als mest te gebruiken. De boom moet veelmalen van water worden voorzien. De wortels worden na een jaar vernieuwd, maar wanneer men ze laat doorgroeijen, komen bloemen als de litlit (Piper obliquum) voort. De vrucht wordt door de inlandersporogenoemd. Van denPiper parvifoliumwordt een bedwelmende drank gemaakt. De Indianen gebruiken de bladen als een voorbehoedmiddel tegen de cholera. Al de soorten vanPiperzijn nuttig tegen slangenvergift. De wond wordt eerst gekorven, en òf het sap òf de gekooktebladen van de plant daarop gelegd en dikwijls verwisseld. «Ik werd eens ontboden»—zegt de schrijver van deFlora van de Antillen—«bij een neger, die door een slang in de dij gebeten was. Het gif had reeds verschrikkelijke verwoestingen gemaakt. Alle hulpmiddelen der kunst hadden niets gebaat. Thans verscheen een neger en vroeg bladen, ten einde de gewone wijze van genezing toe te passen. Daar geen hoop op herstel meer scheen te bestaan, aarzelde ik niet. In weinige oogenblikken werd de voortgang van het gif gestuit door het eenvoudige gebruik vanPiper procumbens. Bij de derde maal was de genezing voltooid.»Van de gewassen der Philippijnen mag de bamboe het uitgebreidste, het nuttigste en het schoonste genoemd worden. De gracieuse groepen van Canas (zijnde de Spaansche benaming; in het Tagaleesch heet het Bocaui) behooren onder de bekoorlijkste sieraden van het eiland en zijn met kwistige hand en in groote verscheidenheid aan de oevers van stroomen en rivieren, op heuvels en in vlakten verspreid, digt bij de woonplaatsen der inlanders. Het gedruisch der ligte takken, die bij het minste koeltje bewogen worden, geeft eene voortdurende levendigheid aan het landschap, terwijl zij tot dagelijksch gebruik voor het volk dienen. DeBambus arundogroeit hoog op en zijn riet bedraagt soms meer dan 8 duim in middellijn. Men vindt er wel eens een kleine steen,tabaxirgenaamd, in, waaraan de Indianen wonderlijke geneeskundige hoedanigheden toeschrijven. DeBambus lumampaoen delimazijn zoo hard, dat het hout gebruikt wordt om brons te polijsten. De bamboes dient tot velerlei gebruik: voor het voedsel van mensch en dier; tot de wapens, waarmede men hun het leven ontneemt; voor de huishoudelijke gemakken; voor de benoodigdheden tot den arbeid; voor den bouw van bruggen, die soms honderde voeten lang zijn en waarover zwaar geschut gerust kan trekken; voor scheeps- en bouwwerk; voor schuilplaatsen, voor woningen en alle soorten van huishoudelijke zaken; voor vaatwerk van alle grootte om te bewaren en buizen om water of andere vloeistoffen te leiden; voor matten, voor palissaden, voor schavotten, voor muziek-instrumenten, zelfs tot orgels in de kerken; voor honderdlei voorwerpen van vermaak, kortom voor alle benoodigdheden des levens. Op deze ruwe stof maakt de ruwe kunstenaar zijne proeven; takken, stammen,wortels, bladen, alles heeft zijn nut. Er bestaat eene weelderige productie van, die echter nog zeer vermeerderd kon worden door zaaibedden en snoeijen. Sommige bamboes groeijen zeer hoog op. Die, welke de inlanderscauajang totooen de Spanjaardencañaespinonoemen, bereikt eene hoogte van 40 tot 50 voet, terwijl de stam meer dan 8 duim in middellijn bedraagt. Een der gedeelten daarvan kan somtijds twee maatjes haver bevatten. Eene infusie van deze bamboe is vergiftig voor dieren, maar de bladen worden door paarden en rundvee gegeten, terwijl de jonge spruiten tot salade voor menschen dienen. Decauajang quiling(cañamachovan de Spanjaarden) groeit tot eene hoogte van ongeveer 40 voet, terwijl de stam de grootte van een mansarm heeft. De dikte van den bast en de geringe holte maken deze soort tot de sterkste; zij wordt gebruikt om lasten op de schouders te dragen; een vierde van den geheelen stok, ter lengte van twee el, in tweeën gespleten, kan een grooter gewigt dragen dan een man. Het riet heeft eene buigzaamheid dat den last voor den drager verligt. De verschillende soorten van de bamboe zijn moeijelijk te tellen. Het inwendige van de osin levert eene witte zelfstandigheid op, dat tot geneesmiddel voor ziekten van deuriënen van het oog dient.Ik heb eens hooren zeggen dat het kristallen paleis bij London met verschillende voorwerpen van bamboe kon worden gevuld. Uitgenomen het glas, kon het paleis zelf alleen uit deze grondstof zijn vervaardigd, en de opzigters van het gebouw met kleederen, hoeden en strafwerktuigen van bamboe worden voorzien. De boomen zouden een botanischen tuin met in verscheidenheid en schoonheid uitmuntende vormen en kleuren vullen, en zoo schilder- en dichtkunst, waarin de bamboe eene voorname plaats bekleedt, wierden toegelaten, zouden de zalen van de Louvre niet toereikend zijn voor de schilderijen en rollen van bamboe.De verschillende soorten van riet, rottingen en dergelijke van deCalamus-familie, zijn van groot gewigt en hebben veel waarde. Depalasanis dikwijls 300 voet lang en in Mindanao moet men er van driemaal deze lengte gevonden hebben. Zij worden voor koorden en kabels gebruikt; maar daar de vezels verdeeld kunnen worden, tot een zeer fijnen draad toe, worden zij tot fijne weefsels bearbeid, waarvan sommige, in den vorm van sigarenkokers en hoeden, totontzagchelijke prijzen worden verkocht. Wanneer zij niet aan rook blootstaan, zijn de vezelen zeer duurzaam en kunnen de insekten weêrstand bieden.De inlandsche benaming voor hennep isanabo; de Spaanschecanamo; maar de ruwe stof, die in den handel als manilla-hennep bekend is, wordt in de Philippijnen, volgens de Indische benaming,abacagenoemd. Het is een zeer belangrijk artikel van uitvoer geworden. In het jaar 1858 toch werden niet minder dan 25,000 tonnen uit Manilla alleen naar vreemde landen verscheept. Van deze hoeveelheid ontving Groot-Brittannië ongeveer een vierde, en het overige gedeelte ging naar de Vereenigde Staten. Naast suiker en tabak neemt de hennep de eerste plaats op de lijst der uitgevoerde producten in. Zij wordt niet alleen voor touwwerk, maar ook in de weeffabrieken gebruikt. Het is de vezel van eene plantaansoort—deMusa trogloditarum textoria.—Dampier zegt, dat zij alleen op het eiland Mindanao voorkomt; maar zij groeit daar tegenwoordig in onbeduidende hoeveelheid tegenover de productie van Luzon, Panay en andere eilanden van den Archipel. Naar de fijnere kwaliteiten is een belangrijke vraag voor de weverij en deze worden, in den regel, zorgvuldiger behandeld. Zij neemt gemakkelijk roode en blaauwe verw aan; hiervoor neemt men demorindaenmarsdenia, inlandsche planten. Men zegt, dat de vrucht kan gegeten worden, maar ik heb ze nergens op die wijze zien gebruiken en geloof ook niet, dat zij met de beste der heerlijke plantanen van de Philippijnen kan wedijveren. Pater Blanco zegt, dat van deze niet minder dan 57 soorten bestaan. De inlandsche benaming issaguing. Er zijn curieuse traditiën aan deze vrucht verbonden. De Arabieren zeggen dat zij in de wereld is gebragt door Allah, toen de Profeet zijne tanden verloor en niet langer de dadel kon nuttigen. Zij wordt somtijds Adams voorschoot genoemd, in de veronderstelling dat Adam en Eva met de bladen van deze plant hunne naaktheid hebben bedekt. Zij wordt algemeen gebruikt, zoowel raauw als op verschillende wijzen gekookt.De koffij-kultuur zou zeer uitgebreid kunnen worden. Voor dit, en trouwens voor elk tropisch product, bestaat naauwelijks eene grens voor de door niemandtoegeëigendelanden, die tot de productie daarvan geschikt zijn. Sommige soorten der koffij zijn vanuitmuntende kwaliteit, bijna niet te onderscheiden van die uit Arabie, ofschoon over het algemeen is zij minder goed.Er bestaat inderdaad een merkwaardig contrast tusschen de groote verbeteringen, die in den Nederlandschen Archipel en de Britsche koloniën, Ceylon bijv., hebben plaats gehad en de stagnatie, door de te stationnaire gewoonten van den Indiaanschen producent, veroorzaakt. Hij let weinig op eene goede keus van den bodem, de temperatuur of hoogte van den grond, de keus van het zaad, de snoeijing van den boom, de verzorging van de vrucht, de afscheiding van de buitenbasten en andere bijzonderheden, die tot de betrekkelijk geringe uitbreiding van de koffij-productie kunnen gerekend worden bij te dragen, vooral als men de ontzaggelijk toegenomen vraag naar dat artikel in aanmerking neemt en de wonderbaarlijke ontwikkeling van die kultuur in Nederlandsch Indië, Ceylon en elders.De qualiteit van de cacao is uitmuntend en ik heb nergens beter chocolade gedronken dan op de Philippijnen, maar de boom wordt meestal tot eigen gebruik van de eigenaars geplant. Vooral in de kloosters zijn de monniken trotsch op hunne chocolade, die onder hun toezigt en uit vruchten van hunne eigene gronden en tuinen wordt bereid. De keuze van grond en plaats vereischt hierbij eenige aandacht; verder wordt de vrucht ingezameld als zij rijp is en behoeft, na het afnemen van den buitenbast, slechts in de zon gedroogd te worden.De vrucht wordt in November gezaaid en de schaduw van den banaan dient tot hare bescherming. De cacao van Zebu moet even goed zijn als die van de Caracas. Op het eiland Negros bestaat eene groote productie van zelf. De Indiaan slurpt de cacao in suikersap op en op vele plaatsen wordt de drank tweemaal daags genuttigd.De aanvoer van katoen is eene van de meest belangrijke kwestiën, voor zoover de Engelsche fabriek-bevolking betreft, en ik was verwonderd over de bekrompenheid, deparva sapientia, die zoo velen betoond hebben, welke hunne aandacht aan dit onderwerp hebben gewijd. De verwachting dat hetNegerland(Afrika) in staat zal zijn het bestaandevacuumin het aanbod aan te vullen, is eene ijdele hoop, ontstaande uit de onbekendheidmet het karakter en de gewoonten van de inlandsche stammen, die in teleurstelling en kwelling zal eindigen. Het vermogen van Britsch Indië is groot en de elementen van welslagen worden daar gevonden; maar het vermogen van China is veel grooter en ik meen dat, zoo in twee of drie jaren China in staat was om ruwe zijde tot eene waarde van tien millioen pond sterling naar de markt te verzenden en onmiddellijk in het gebrek aan Europeschen voorraad te voorzien, wij dan ook uit China later een onbeperkten toevoer van ruw katoen kunnen voorzien; thans reeds worden meer dan 350 millioen zielen van zijn eigen volk door zijne katoenvelden gekleed. De prijzen in China zijn bijna gelijk met die van Indië, zoodat, ofschoon daardoor een invoer tot eene jaarlijksche waarde van 2 of 3 millioen pond sterling in de zuidelijke provinciën van China kan plaats hebben, van invoer in het Noorden bijna geene sprake kan zijn. De qualiteit, de wijze van kultuur, van reinigen, van pakken, alles is voor groote verbeteringen vatbaar; hunne belangen zullen de Chinezen wijs maken, zoodat de Yang-tse-Kiang het kanaal tot oplossing van de katoen-kwestie kan worden.Er bestaat geene bepaalde reden waarom katoenen wol niet op grootere schaal uit de Philippijnen wordt uitgevoerd. Zij wordt goedkoop geproduceerd en kan volgen op den oogst van de bergrijst. Er is een binnenlandsche aanvraag voor, die den planter schijnt te bevredigen, daar katoen bijna opgehouden heeft een artikel van vreemden handel te zijn. De stapel wordt gezegd klein te zijn. De plant groeit jaarlijks en levert den oogst binnen twee of drie maanden, nadat zij gezaaid is. Zij wordt in de middagzon ingezameld, voordat de regen-mousson invalt, die de plant en het zaad vernielt.Kokosnotenboomen (Cocos nucifera), die de TagalezenNiocnoemen, dragen veel bij tot sieraad, gemak en de welvaart voor de inlanders. Stam, tak, blad en vrucht, alles strekt tot nut. Van het sap worden olie, wijn en geestrijke dranken gemaakt. De bast wordt voor run en touw gebruikt; de schil van de kokos wordt uitgeperst en in verschillende vormen gesneden voor lepels, koppen en huishoudelijkebenoodigdheden; de gebrande schil dient om zwart te verwen. De stam maakt dikwijls den vorm, de bladen hetdak van de Indiaansche huizen uit. De vezelen der bladen worden tot kleederen verwerkt; die van de vrucht tot borstels. Het merg wordt gegeten of in gebakken gedaan, terwijl aan de melk zeer veel geneeskracht wordt toegekend. De wortel dient,geroosterd, tot genezing van dysenterie.Een Spaansche schrijver zegt dat een Indiaan niets dan zijncocal(kokostuin) behoeft om gemakkelijk te leven. De boom geeft hem water, wijn, olie, azijn, voedsel, touw, koppen, borstels, bouwmaterialen, zwarte verw, zeep, dak voor zijn huis, touwen voor zijn’ rozenkranzen, paklinnen, roode verw, medicijnen, pleister voor wonden, licht, vuur en verscheiden andere benoodigdheden. Na zeven jaar levert zij vruchten op. Deze goede natuurgaven mogen al niet de helpers en bevorderaars zijn der beschaving, toch dienen zij tot vergoeding die het woeste leven dragelijk, en zoo al niet genotrijk, bijna gelukkig maakt.Tegenwoordig groeit slechts eene zeer kleine hoeveelheid peper, ofschoon dit vroeger een der hoogst geschatte producten der eilanden was. Men zegt dat de Indianen al hunne peper-plantaadjes vernielden, ten gevolge van bedrog, jegens hen door de kooplieden uit Manilla gepleegd.Pogingen om sommige der meer kostbare specerijen in te voeren, als kaneel en noten-muskaat, zijn niet geslaagd.Vruchten vindt men in overvloed. Er zijn niet minder dan 57 soorten van den banaan. De Manilla mango is overal in de Oost beroemd. Men vindt vele soorten van oranje-appelen, ananassen in groote hoeveelheid, guavas, rozen-appelen, terwijl men de mangostan in Mindanao heeft. De chico is de geliefkoosde vrucht van den winter; zij heeft veel overeenkomst met den medlar en is uitvoeriger beschreven in het anders onvolledige werk, deFloravan Pater Blanco.Onder de rijkdommen van de Philippijnsche eilanden, bekleeden de boomen der bosschen eene voorname plaats. Eene verzameling van 350 soorten werd gezonden naar de wereld-tentoonstelling van Londen, in den vorm van prisma’s. In het jaar 1858 publiceerde kolonel Valdes een verslag over den aard en de deugdelijkheid van het Philippijnsche hout voor woningen (maderas de construccion). De stukken, waarmede men proeven deed, warendobbelsteenen van 1 duim en kegels van een vierk. duim en 1 el breedte. Het hout werd een jaar lang gedroogd. Met elke soort werden vijf proeven genomen en de gemiddelde resultaten op het rapport gebragt1.1Het werk van den heer Bowring bevat de tabellen, uit het bedoelde rapport van kolonel Valdes uitgetrokken. Wij laten die achterwege.(Vertaler.)↑
HOOFDSTUK XV.GEWASSEN.De waarde in geld van de tabak, die in de Philippijnen groeit, wordt geschat op vier à vijf millioen dollars, d. i. één millioen pond sterling. Daarvan wordt bijna de helft verbruikt op de eilanden, een vierde wordt uitgevoerd in den vorm vancheroots(het gewone woord in het Oosten voor cigaren) en het overige wordt in bladeren en cigaren naar Spanje gezonden, hetgeen geschat wordt op eene jaarlijksche opbrengst van meer dan 800,000 dollars gemiddeld. De verkoop van tabak is een streng gouvernements-monopolie, maar de onmogelijkheid om eenig geschikt middel te vinden tot bescherming van dat monopolie is tastbaar zelfs voor den minst aandachtigen toeschouwer. De landman, die verpligt is al zijn product aan het gouvernement te leveren, zorgt eerst voor zich zelf en voor zijne buren, en wendt het beste van den oogst voor eigen gebruik aan. Buiten de hoofdplaats Manilla rookt men bijna niets anders dan decigarro ilegitimo, en op de hoofdplaats bemerkt men dikwijls, dat de plant niet is uit deestanco real. Van ambtenaren, die in staat zijn om het beste te verkrijgen van hetgeen het gouvernement ter markt brengt, kan men dikwijls een geschenk krijgen, dat aantoont dat zij zich met iets beter dan het beste kunnen bedienen. En als men met deverstandigsten van deempleadoser over spreekt, dan stemmen zij toe, dat de emancipatie van den producent, van den bewerker en van den verkooper, en de invoering van een eenvoudig regt veel voordeeliger voor de staats-inkomsten zou wezen, dan het tegenwoordige knellend en onmagtig stelsel van privilegie.De inkomsten van de tabak zijn verbazend toegenomen; zij bedroegen zuiverGemiddeld jaarlijks.van1782tot1785260,597dollars86,865van»1786tot»18004,950,101dollars»330,006van»1801tot»18157,228,071dollars»481,871van»1816tot»18308,403,368dollars»560,225van»1831tot»18353,707,164dollars»741,433van»1836tot»18394,990,011dollars»1,247,503Sedert dien tijd heeft het product meer dan vierdubbele waarde verkregen.In 1810 werden afgeleverd50,000balen (van twee aroba’s), waarvan Gapan 47,000 en Cagajan 2,000 opbragt. In 1841 leverde Cagajan 170,000 balen, Gapan 48,000 en Nieuw-Biscaje 34,000. Maar de productie nam verbazend toe, en zóó groot is deconsumptievan de inlanders, waarvan een groot deel geene regten betaalt, dat het niet gemakkelijk zou zijn om zelfs approximatief de hoeveelheid en de waarde van den geheelen tabaksoogst te schatten. Waar de fiscale autoriteiten zóó schaarsch en bedorven zijn;—waar de communicatie zoo gebrekkig en somtijds geheel afgebroken is;—waar groote streken land in het bezit zijn van stammen, die in het geheel niet of onvolkomen onderworpen zijn;—waar zelfs onder de meer beschaafde Indianen de eigendomsregten maar ruw zijn afgebakend en het burgerlijk gezag onvolkomen wordt gehandhaafd;—waar smokkelen, hoewel met eenig gevaar gepaard gaande, door bijna niemand als een vergrijp wordt beschouwd en de hoogste ambtenaren zelf cigaren van contrabande rooken en ze hunne gasten aanbieden, omdat ze zoo heerlijk zijn;—daar mag men wel onderstellen, dat losse wetten, losse zeden en losse practijken met elkander in harmonie zijn, en dat een staat van zaken, als die, welke in dePhilippijnen bestaat, er het noodzakelijk en onvermijdelijk gevolg van moet zijn. Het is genoeg, om de kosten van het ruwe materiaal te vergelijken met de waarde van het bereide artikel, om de groote winsten, die er mede behaald worden, te zien. Een quintaal tabak geeft 14 kisten, elk van1,000cigaren, waarvan de waarde tegen 6½ dollar per kist bedraagt ... 87.50 doll.Het quintaal tabak kost5.00doll.Bereiding5.25doll.»14 kisten tegen 2 realen3.50doll.»13.75doll.»Winst73.75doll.De cheroots (cigaren) worden in twee vormen vervaardigd;—die van de Havannah, waarvan het kleinste einde tot een punt wordt gedraaid,—of aan de beide einden afgesneden, de gewone Manilla-vorm. Er bestaan verschillende kwaliteiten van, zoo als: eerste grootte, 125 in een kistje—1ste Regalias, 1ste Caballeros en Londres; tweede grootte, 250 in een kistje—2de Regalias en 1ste Cortados, 2de Caballeros, 1ste Havannas (gewone grootte en die gewoonlijk in gebruik zijn, nos. 2 en 3 worden het meest gevraagd); 500 in een kistje—nos. 2, 3, 4 en 5 Havannas, 2 en 3 Cortados. Behalve deze worden er nog ongehoorde hoeveelheden papier-cigaren (cigarillos) door de inlanders verbruikt. Zij worden verkocht in pakjes van 25 tegen 5 cuartes; 30 tegen 5⅓ cuartes; 36 tegen 5 5⁄7 cuartes.De prijzen bij de estanco voor deze cigaren per kistje, zijn aldus:Imperialeseen kistje van125cigaren3,750dollars.Regal. en Caball.een»kistje»van»125cigaren»3,125dollars.»1 Hav. 1 Cortad.een»kistje»van»250cigaren»3,500dollars.»2Hav.»2Cortad.»een»kistje»van»500cigaren»4,000dollars.»3Hav.»3Cortad.»een»kistje»van»500cigaren»3,500dollars.»4Hav.»een»kistje»van»500cigaren»3,000dollars.»5Hav.»een»kistje»van»500cigaren»2,500dollars.»Londreseen»kistje»van»125cigaren»1,875dollars.»Naar deze laagste prijzen worden orders gegeven op de maandelijksche openbare verkoopingen. De vraag is zóó groot, dat men moeijelijk iets anders dan versche cigaren kan krijgen, die men 2 à 3 jaar moet bewaren, vóórdat zij goed zijn.De ontvangst van de tabak en de bereiding van de cigaren staan onder eene administratie, waarvan de hoofdzetel te Manilla is. De magazijnen beslaan eene onmetelijke uitgestrektheid en waarschijnlijk vinden wel 20,000 menschen bezigheid in de bereiding van dit artikel van weelde, om maar niet diegenen te noemen, welke bij de productie worden gebezigd. De provinciën, waar inrigtingen zijn voor de ontvangst van tabak, zijn Cagajan, La Isabela, Nieuw-Ecija, La Union, Abra en Cajan. De grootste cigaren-fabrieken zijn in Binondo (Manilla) en Cavite, gelegen in de provincie van dien naam.Fr. Blanco beschrijft volgenderwijs deNicotiana tabacumop de Philippijnen: «Het is eene jaarlijksche plant, ter hoogte van een’ vadem opgroeijende, die de tabak levert voor deestancos(régie). Hier, even als overal, verschillen de kwaliteit en smaak. Over het algemeen prefereert men de tabak van Gapan, maar die van de Pasy-districten, Laglag en Lambunao in Iloilo, van Maasin of Leyte, wordt om de fijne aroma verkozen, evenzeer als die van Cagajan, wanneer die eenige jaren oud is, daar zij anders, even als de tabak van het eiland Negros, den mond verbrandt. Het is een bedwelmingmiddel en veroorzaakt meermalen opzwellingen. Het rooken is niet ongezond en zelfs noodig in deze streken; zij verdrijft slijmachtigheid en is een heilmiddel voor de gevolgen der vocht en de ochtendmist; zij is dan alleen nadeelig voor de gezondheid, wanneer men er een onmatig gebruik van maakt. Snuif verdrijft de hoofdpijn en naargeestigheid. Een klein stukje gerookte tabak aan een stokje, voor den neus van de hagedis gehouden, die hier dechacon(waarschijnlijk de ghiko) genoemd wordt, veroorzaakt haren onmiddellijken dood. «Dit is eene wreede gewoonte» (voegt de pater er bij), daar dit insect zeer nuttig is; het vernielt toch een aantal andere schadelijke insecten; bovendien bevredigt zijn sissen den bijgeloovige, die denkt, dat gedurende den tijd dat het zijn geluid doet hooren, er geene aardbevingen of watervloeden zullen plaats hebben.»DeAlcalde-majorvan Cagajan zeide mij, dat hij in 1858 uit die provincie voor niet minder dan 2 millioen dollars aan waarde van tabak naar Manilla zond. Het is de beste soort van de Philippijnen en wordt in bladen naar de hoofdstad gezonden. Hijspreekt met zeer veel lof van het karakter der Indianen; hij zegt dat zij zelden oneerlijke daden plegen en dat men zeer gerust goederen door de provincie kan zenden. De hoeveelheid verzonden bladen bedroeg 300,000 balen, die in zeven kwaliteiten waren verdeeld, waarvan de prijzen van 2 tot 7 realen per quintaal beliepen en eene aanzienlijke winst opleverden. De tabak, die de inlanders gebruiken, is niet aan het monopolie onderhevig, en op mijne vraag hoeveel een cigaar in Cagajan kostte, luidde het antwoord: «Casi nada» (Bijna niets). Zij worden wel is waar niet zoo goed gerold als die van de gouvernements-tabak, maar de ruwe grondstof is toch de beste.In de navraag naar het belangrijke artikel koffij in Australië en Californië zal waarschijnlijk in den loop van tijd ruim door den Spaanschen Archipel voorzien worden. In de wijze van productie leveren de Philippijnen niets eigenaardigs op. Wanneer de grond is gezuiverd (op eene groote uitgestrektheid door vuur), wordt hij gedigt, de bodem bereid en na gedurende twee of drie dagen onder water gezet te zijn, worden de spruiten dan in de daartoe gemaakte gaatjes gestoken, waarna zij in het volgende jaar kunnen worden afgesneden. Het gebruik van de ploeg vermeerdert het product niet weinig. De kultuur van suiker breidt zich snel uit. De oogst heeft gewoonlijk van Maart tot Mei plaats. Vier groepen arbeiders worden daarvoor gebruikt; de snijders en karrevoerders in het veld, de slijpers en kokers in de fabrieken. In de wijze van behandelen zijn allengs verbeteringen ingevoerd, naar mate grooter kapitalisten en meer energieke aanplanters zich voordoen, terwijl de vestiging van raffinaderijen, die toeneemt, menige gelukkige verandering zal te weeg brengen. Vele ruwe suiker, die ik te Manilla zag afleveren om er brooden van te maken, zag er veeleer als modder dan wel als een kostbaar levensgenot uit. Hoezeer langzaam, gaan de verbeteringen toch voort, en de tegenwoordigheid van een aantal Chinezen in de verschillende afdeelingen van de fabrieken is daarvan wel het sterkste bewijs. Deze Chinesche werklieden bezitten gewoonlijk groote practische kennis. Zij komen meestal van Fokien, eene provincie, waarin de suiker-productie op groote schaal plaats heeft en waar men groote suiker-raffinaderijen vindt, het meest echter van de kandij-suiker, in welkenvorm de Chinezen gewoonlijk de suiker aankoopen ter consumptie, waarvoor zij ze dan tot poeder vermalen. Ik heb verscheidene uitgestrekte etablissementen te Chang-chow-foo, ongeveer 30 mijlen van Amoy, bezocht, zijnde eene haven, van waar veel uitgevoerd wordt.Er bestaan verscheidene soorten van het suikerriet. Dezambaleswordt tot voedingsmiddel gebruikt; deencarnado(roode),morada(purperkleurige),blanca(witte) enlistada(gestreepte), leveren de siroop voor de fabrieken. Het planten der spruiten geschiedt tusschen Februarij en Mei. Het onkruid wordt door de ploeg verdreven en de planten worden binnen tien of twaalf maanden rijp. In sommige provinciën worden hoeveelheden voor drie achtereenvolgende jaren gebouwd; in anderen laat men den grond een geheel jaar door rusten, waarin dan maïs of andere producten groeijen. Wanneer het afgesneden is, wordt het riet naar molens gebragt, die de inlanderskabajavannoemen, om vermalen te worden. De molens bestaan uit twee cylindrische steenen met tanden van het molave hout; een buffel draait het wiel en het sap wordt aan de kokers gezonden. De verbeteringen van het Westen zijn langzamerhand ingevoerd en een tal oeconomische vorderingen hierin gemaakt. Vermeerderde navraag, uitgebreider cultuur en bovenal de aanwending van grootere kapitalen en meerdere vlijt, zullen ongetwijfeld de Philippijnen tot een der grootste producerende landen maken. Er zijn vele tabellen gepubliceerd, waaruit blijkt dat de gemiddelde jaarlijksche winst op de koffijkultuur van 20 tot 30 pCt. en in sommige provinciën nog veel meer bedraagt.Rijst, die veel minder geproduceerd wordt, rekent men dat eene gemiddelde jaarlijksche winst van 12 à 20 pCt. oplevert; Turksch koren geeft eene gemiddelde winst van ongeveer 20 pCt.; die op kokosnoten kan ongeveer gelijk gesteld worden met de winst op rijst, maar de conditiën zijn zoo verschillend dat men hieromtrent moeijelijk eene bepaalde rekening kan maken. Men kan echter als vrij zeker aannemen, dat geld, met gewone voorzigtigheid in landbouw-producten gestoken, een interest van 20 à 30 pCt. oplevert.De consumptie van rijst is algemeen en het overschot van den oogst wordt op de Chinesche markt gebragt. De verschillendesoorten van rijst zijn door ons reeds vroeger besproken, maar men kan dit product onder de twee algemeene benamingen van water- enbergrijstclassificeren. De waterrijst wordt even als in Europa en Amerika verbouwd; het zaaijen van de drooge rijst heeft gewoonlijk vóór het zaaijen van de waterrijst, op het einde van Mei plaats. Zij is gewoonlijk breeduit op de heuvels geplant, moet zorgvuldig nagezien en gewied worden en wordt in 3 à 4½ maand rijp. Zij wordt aar voor aar ingeoogst.Fr. Blanco beschrijft vier soorten van water- (de agua) en vijf van bergrijst (secano). Van de eerste soort wordt delamujo(Oryza sativa lamujo) het meest verbouwd, vooral in Batangas. De getande rijst (Oryza aristata) groeit in Ilocos. Van de bergrijst wordt die,quinanda(Oryza sativa quinanda) genaamd, als de beste geacht. De bouw van de waterrijst begint met de bereiding van zaadgaatjes (semillero), waarin, bij het begin van den regen-mousson, het zaad wordt geworpen, na eene volkomene bezwangering van den grond met water, waarvan verscheidene duimen op de oppervlakte blijven liggen. Het ploegen en eggen levert eene massa vochtigen modder op. Gedurende het groeijen van het zaad, wordt de irrigatie voortgezet en na zes weken kan het gewas op de rijstvelden worden overgeplant. Mannen trekken gewoonlijk de planten uit en brengen die naar de velden over, waar vrouwen, op de knieën gelegen, de planten afzonderen en ze in gaatjes steken, die op geregelden afstand van ongeveer 5 duim van elkander verwijderd zijn. Men laat ze dan eenige dagen liggen om wortel te schieten, waarna de gronden op nieuw geïrrigeerd worden. De rijst groeit ter hoogte van iets meer dan een el en kan na verloop van vier maanden worden ingeoogst. Het is een gewoon gebruik om iedere aar afzonderlijk af te snijden met een instrument, waarvan de Indiaansche benamingjatapis. In sommige plaatsen wordt een sikkel gebruikt, dien menlilitnoemt. Aan den lilit bevindt zich een haak, waardoor verscheidene aren worden verzameld, die, met de linkerhand bijeen genomen, door de sikkel, in de regterhand, worden afgesneden. De oogst van waterrijst verschilt van dertig- tot tachtigvoudig.De bergrijst wordt breed uit gezaaid, nadat er geploegd en geëgd is, terwijl buffels worden gebruikt om het zaad in den grondte trappen. Somtijds wordt hiervoor meerdere zorg gedragen en maakt men gaatjes op geregelde afstanden, waarin drie of vier rijstkorrels worden geworpen. Eene zorgvuldige bebouwing en uitroeijing van onkruid moet eene honderdvoudige opbrengst geven.Pater Blanco beweert, dat een derde van den rijstoogst te loor gaat door de willekeurige en nonchalante wijze, waarop het rijp geworden bewerkt wordt.De Philippijnen leveren ongetwijfeld een groot veld voor de indigo-kultuur op, maar deze is verwaarloosd en men heeft niet genoeg zorg voor de fabricatie gedragen. De planters beweren dat men in Europa een vooroordeel heeft tegen indigo van Manilla; maar zulk een vooroordeel kan alleen uit de ondervinding ontstaan zijn en zou door grootere zorg van de zijde der planters, fabrikanten en exporteurs uit den weg geruimd kunnen worden. De oogst is nogtans onzeker en wordt dikwijls beschadigd of vernield door onstuimig weder en door verwoestingen der rupsen. Het zaad wordt breed-uit, onmiddellijk na het gematigde jaargetijde, geplant. Het groeit snel, maar het onkruid, dat te gelijker tijd opkomt, moet uitgeroeid worden. Het kan in de regenmaanden, meestal in Junij, worden ingeoogst. Al de noodige bewerkingen worden niet naar de verbeterde wijze van Britsch-Indië gemaakt, maar zoo als de Spanjaarden die ingevoerd hebben. De Indianen gebruiken, even als de Chinezen, de verw in zijnen vloeibaren toestand.De consumptie van den betelwortel is ongeloofelijk groot. Er bevinden zich in de stad Manilla 898 magazijnen en winkels, waarvan in 429 (of ongeveer de helft) geprepareerde betel of de grondstoffen tot bereiding daarvan worden verkocht. In twee magazijnen wordt het blad, waarin de areca-noot wordt gewikkeld, in ’t groot verkocht; men vindt 105 winkels voor dit artikel in het klein, terwijl men in 308 winkels voor onmiddellijk gebruik verkoopt de noot met de kalk voorzien van den bujo (blad van sirie), die dadelijk gebruikt wordt en eene nog grooter behoefte voor den inwoner is dan de rijst, die hij eet, of het water, dat hij drinkt.Van de areca geeft Pater Blanco, in zijneFlora de Filipinas, het volgende berigt: «Deze soort van palm, waarmede iedereenbekend is en die, even als de vrucht, door de Indianenbongawordt genoemd, groeit tot de gemiddelde hoogte van den kokosnotenboom op. De stam is aan de basis dunner dan bovenaan, zeer regt op, terwijl er zich verscheidene rondten aan bevinden door de vereeniging der bladen, voor dat zij afvallen, als zij tot eene zekere hoogte gegroeid zijn. Het gebruik van de noot, die eenigzins kleiner is dan een kippenei, is wel bekend. Als er gebrek is aan de bonga, gebruiken de Indianen de bast van de guava of van de antipolo (Artocarpus). Met kalk en het peperblad vermengd, maakt zij het speeksel rood. De Indianen gebruiken dit speeksel voor hunne kinderen als een middel tegen de koliek en de werking van de koude lucht. Rijp zijnde, is de vrucht rood en kan zij, naar ik meen, als een roode verwstof gebruikt worden. Met koperrood maakt het een zwart kleursel uit, maar in minderen graad dan die van de aroma. Het lagere gedeelte der bladeren,talupacgenaamd, is zeer zuiver, breed, wit en buigzaam; zij dienen uitmuntend om iets in te wikkelen en strekken tot veel nuttige doeleinden. De spruiten worden gezouten en gegeten en smaken zeer goed; maar als zij afgesneden worden sterft de boom.»Pater Blanco zegt van de sirie (Pimenta betel), waarvan de bladen tot omhulsels voor de areca-noot en kalk worden gebruikt: «Deze plant is algemeen bekend, ten gevolge van het veelvuldige gebruik van de betel ofbujo, zooals de Spanjaarden de betel noemen. Die van Pasay, nabij Manilla, wordt als goed erkend; die van Banang, in Batangas, is de beste van die provincie en waarschijnlijk boven de betel van Pasay te verkiezen. De boom vereischt een eenigzins zandachtigen bodem; maar wanneer hij, zooals in Pasay, te zandachtig is, verhelpt men dit door visch of den bast van deAjonjoli(Turksch koren), of van andere olieachtige vruchten als mest te gebruiken. De boom moet veelmalen van water worden voorzien. De wortels worden na een jaar vernieuwd, maar wanneer men ze laat doorgroeijen, komen bloemen als de litlit (Piper obliquum) voort. De vrucht wordt door de inlandersporogenoemd. Van denPiper parvifoliumwordt een bedwelmende drank gemaakt. De Indianen gebruiken de bladen als een voorbehoedmiddel tegen de cholera. Al de soorten vanPiperzijn nuttig tegen slangenvergift. De wond wordt eerst gekorven, en òf het sap òf de gekooktebladen van de plant daarop gelegd en dikwijls verwisseld. «Ik werd eens ontboden»—zegt de schrijver van deFlora van de Antillen—«bij een neger, die door een slang in de dij gebeten was. Het gif had reeds verschrikkelijke verwoestingen gemaakt. Alle hulpmiddelen der kunst hadden niets gebaat. Thans verscheen een neger en vroeg bladen, ten einde de gewone wijze van genezing toe te passen. Daar geen hoop op herstel meer scheen te bestaan, aarzelde ik niet. In weinige oogenblikken werd de voortgang van het gif gestuit door het eenvoudige gebruik vanPiper procumbens. Bij de derde maal was de genezing voltooid.»Van de gewassen der Philippijnen mag de bamboe het uitgebreidste, het nuttigste en het schoonste genoemd worden. De gracieuse groepen van Canas (zijnde de Spaansche benaming; in het Tagaleesch heet het Bocaui) behooren onder de bekoorlijkste sieraden van het eiland en zijn met kwistige hand en in groote verscheidenheid aan de oevers van stroomen en rivieren, op heuvels en in vlakten verspreid, digt bij de woonplaatsen der inlanders. Het gedruisch der ligte takken, die bij het minste koeltje bewogen worden, geeft eene voortdurende levendigheid aan het landschap, terwijl zij tot dagelijksch gebruik voor het volk dienen. DeBambus arundogroeit hoog op en zijn riet bedraagt soms meer dan 8 duim in middellijn. Men vindt er wel eens een kleine steen,tabaxirgenaamd, in, waaraan de Indianen wonderlijke geneeskundige hoedanigheden toeschrijven. DeBambus lumampaoen delimazijn zoo hard, dat het hout gebruikt wordt om brons te polijsten. De bamboes dient tot velerlei gebruik: voor het voedsel van mensch en dier; tot de wapens, waarmede men hun het leven ontneemt; voor de huishoudelijke gemakken; voor de benoodigdheden tot den arbeid; voor den bouw van bruggen, die soms honderde voeten lang zijn en waarover zwaar geschut gerust kan trekken; voor scheeps- en bouwwerk; voor schuilplaatsen, voor woningen en alle soorten van huishoudelijke zaken; voor vaatwerk van alle grootte om te bewaren en buizen om water of andere vloeistoffen te leiden; voor matten, voor palissaden, voor schavotten, voor muziek-instrumenten, zelfs tot orgels in de kerken; voor honderdlei voorwerpen van vermaak, kortom voor alle benoodigdheden des levens. Op deze ruwe stof maakt de ruwe kunstenaar zijne proeven; takken, stammen,wortels, bladen, alles heeft zijn nut. Er bestaat eene weelderige productie van, die echter nog zeer vermeerderd kon worden door zaaibedden en snoeijen. Sommige bamboes groeijen zeer hoog op. Die, welke de inlanderscauajang totooen de Spanjaardencañaespinonoemen, bereikt eene hoogte van 40 tot 50 voet, terwijl de stam meer dan 8 duim in middellijn bedraagt. Een der gedeelten daarvan kan somtijds twee maatjes haver bevatten. Eene infusie van deze bamboe is vergiftig voor dieren, maar de bladen worden door paarden en rundvee gegeten, terwijl de jonge spruiten tot salade voor menschen dienen. Decauajang quiling(cañamachovan de Spanjaarden) groeit tot eene hoogte van ongeveer 40 voet, terwijl de stam de grootte van een mansarm heeft. De dikte van den bast en de geringe holte maken deze soort tot de sterkste; zij wordt gebruikt om lasten op de schouders te dragen; een vierde van den geheelen stok, ter lengte van twee el, in tweeën gespleten, kan een grooter gewigt dragen dan een man. Het riet heeft eene buigzaamheid dat den last voor den drager verligt. De verschillende soorten van de bamboe zijn moeijelijk te tellen. Het inwendige van de osin levert eene witte zelfstandigheid op, dat tot geneesmiddel voor ziekten van deuriënen van het oog dient.Ik heb eens hooren zeggen dat het kristallen paleis bij London met verschillende voorwerpen van bamboe kon worden gevuld. Uitgenomen het glas, kon het paleis zelf alleen uit deze grondstof zijn vervaardigd, en de opzigters van het gebouw met kleederen, hoeden en strafwerktuigen van bamboe worden voorzien. De boomen zouden een botanischen tuin met in verscheidenheid en schoonheid uitmuntende vormen en kleuren vullen, en zoo schilder- en dichtkunst, waarin de bamboe eene voorname plaats bekleedt, wierden toegelaten, zouden de zalen van de Louvre niet toereikend zijn voor de schilderijen en rollen van bamboe.De verschillende soorten van riet, rottingen en dergelijke van deCalamus-familie, zijn van groot gewigt en hebben veel waarde. Depalasanis dikwijls 300 voet lang en in Mindanao moet men er van driemaal deze lengte gevonden hebben. Zij worden voor koorden en kabels gebruikt; maar daar de vezels verdeeld kunnen worden, tot een zeer fijnen draad toe, worden zij tot fijne weefsels bearbeid, waarvan sommige, in den vorm van sigarenkokers en hoeden, totontzagchelijke prijzen worden verkocht. Wanneer zij niet aan rook blootstaan, zijn de vezelen zeer duurzaam en kunnen de insekten weêrstand bieden.De inlandsche benaming voor hennep isanabo; de Spaanschecanamo; maar de ruwe stof, die in den handel als manilla-hennep bekend is, wordt in de Philippijnen, volgens de Indische benaming,abacagenoemd. Het is een zeer belangrijk artikel van uitvoer geworden. In het jaar 1858 toch werden niet minder dan 25,000 tonnen uit Manilla alleen naar vreemde landen verscheept. Van deze hoeveelheid ontving Groot-Brittannië ongeveer een vierde, en het overige gedeelte ging naar de Vereenigde Staten. Naast suiker en tabak neemt de hennep de eerste plaats op de lijst der uitgevoerde producten in. Zij wordt niet alleen voor touwwerk, maar ook in de weeffabrieken gebruikt. Het is de vezel van eene plantaansoort—deMusa trogloditarum textoria.—Dampier zegt, dat zij alleen op het eiland Mindanao voorkomt; maar zij groeit daar tegenwoordig in onbeduidende hoeveelheid tegenover de productie van Luzon, Panay en andere eilanden van den Archipel. Naar de fijnere kwaliteiten is een belangrijke vraag voor de weverij en deze worden, in den regel, zorgvuldiger behandeld. Zij neemt gemakkelijk roode en blaauwe verw aan; hiervoor neemt men demorindaenmarsdenia, inlandsche planten. Men zegt, dat de vrucht kan gegeten worden, maar ik heb ze nergens op die wijze zien gebruiken en geloof ook niet, dat zij met de beste der heerlijke plantanen van de Philippijnen kan wedijveren. Pater Blanco zegt, dat van deze niet minder dan 57 soorten bestaan. De inlandsche benaming issaguing. Er zijn curieuse traditiën aan deze vrucht verbonden. De Arabieren zeggen dat zij in de wereld is gebragt door Allah, toen de Profeet zijne tanden verloor en niet langer de dadel kon nuttigen. Zij wordt somtijds Adams voorschoot genoemd, in de veronderstelling dat Adam en Eva met de bladen van deze plant hunne naaktheid hebben bedekt. Zij wordt algemeen gebruikt, zoowel raauw als op verschillende wijzen gekookt.De koffij-kultuur zou zeer uitgebreid kunnen worden. Voor dit, en trouwens voor elk tropisch product, bestaat naauwelijks eene grens voor de door niemandtoegeëigendelanden, die tot de productie daarvan geschikt zijn. Sommige soorten der koffij zijn vanuitmuntende kwaliteit, bijna niet te onderscheiden van die uit Arabie, ofschoon over het algemeen is zij minder goed.Er bestaat inderdaad een merkwaardig contrast tusschen de groote verbeteringen, die in den Nederlandschen Archipel en de Britsche koloniën, Ceylon bijv., hebben plaats gehad en de stagnatie, door de te stationnaire gewoonten van den Indiaanschen producent, veroorzaakt. Hij let weinig op eene goede keus van den bodem, de temperatuur of hoogte van den grond, de keus van het zaad, de snoeijing van den boom, de verzorging van de vrucht, de afscheiding van de buitenbasten en andere bijzonderheden, die tot de betrekkelijk geringe uitbreiding van de koffij-productie kunnen gerekend worden bij te dragen, vooral als men de ontzaggelijk toegenomen vraag naar dat artikel in aanmerking neemt en de wonderbaarlijke ontwikkeling van die kultuur in Nederlandsch Indië, Ceylon en elders.De qualiteit van de cacao is uitmuntend en ik heb nergens beter chocolade gedronken dan op de Philippijnen, maar de boom wordt meestal tot eigen gebruik van de eigenaars geplant. Vooral in de kloosters zijn de monniken trotsch op hunne chocolade, die onder hun toezigt en uit vruchten van hunne eigene gronden en tuinen wordt bereid. De keuze van grond en plaats vereischt hierbij eenige aandacht; verder wordt de vrucht ingezameld als zij rijp is en behoeft, na het afnemen van den buitenbast, slechts in de zon gedroogd te worden.De vrucht wordt in November gezaaid en de schaduw van den banaan dient tot hare bescherming. De cacao van Zebu moet even goed zijn als die van de Caracas. Op het eiland Negros bestaat eene groote productie van zelf. De Indiaan slurpt de cacao in suikersap op en op vele plaatsen wordt de drank tweemaal daags genuttigd.De aanvoer van katoen is eene van de meest belangrijke kwestiën, voor zoover de Engelsche fabriek-bevolking betreft, en ik was verwonderd over de bekrompenheid, deparva sapientia, die zoo velen betoond hebben, welke hunne aandacht aan dit onderwerp hebben gewijd. De verwachting dat hetNegerland(Afrika) in staat zal zijn het bestaandevacuumin het aanbod aan te vullen, is eene ijdele hoop, ontstaande uit de onbekendheidmet het karakter en de gewoonten van de inlandsche stammen, die in teleurstelling en kwelling zal eindigen. Het vermogen van Britsch Indië is groot en de elementen van welslagen worden daar gevonden; maar het vermogen van China is veel grooter en ik meen dat, zoo in twee of drie jaren China in staat was om ruwe zijde tot eene waarde van tien millioen pond sterling naar de markt te verzenden en onmiddellijk in het gebrek aan Europeschen voorraad te voorzien, wij dan ook uit China later een onbeperkten toevoer van ruw katoen kunnen voorzien; thans reeds worden meer dan 350 millioen zielen van zijn eigen volk door zijne katoenvelden gekleed. De prijzen in China zijn bijna gelijk met die van Indië, zoodat, ofschoon daardoor een invoer tot eene jaarlijksche waarde van 2 of 3 millioen pond sterling in de zuidelijke provinciën van China kan plaats hebben, van invoer in het Noorden bijna geene sprake kan zijn. De qualiteit, de wijze van kultuur, van reinigen, van pakken, alles is voor groote verbeteringen vatbaar; hunne belangen zullen de Chinezen wijs maken, zoodat de Yang-tse-Kiang het kanaal tot oplossing van de katoen-kwestie kan worden.Er bestaat geene bepaalde reden waarom katoenen wol niet op grootere schaal uit de Philippijnen wordt uitgevoerd. Zij wordt goedkoop geproduceerd en kan volgen op den oogst van de bergrijst. Er is een binnenlandsche aanvraag voor, die den planter schijnt te bevredigen, daar katoen bijna opgehouden heeft een artikel van vreemden handel te zijn. De stapel wordt gezegd klein te zijn. De plant groeit jaarlijks en levert den oogst binnen twee of drie maanden, nadat zij gezaaid is. Zij wordt in de middagzon ingezameld, voordat de regen-mousson invalt, die de plant en het zaad vernielt.Kokosnotenboomen (Cocos nucifera), die de TagalezenNiocnoemen, dragen veel bij tot sieraad, gemak en de welvaart voor de inlanders. Stam, tak, blad en vrucht, alles strekt tot nut. Van het sap worden olie, wijn en geestrijke dranken gemaakt. De bast wordt voor run en touw gebruikt; de schil van de kokos wordt uitgeperst en in verschillende vormen gesneden voor lepels, koppen en huishoudelijkebenoodigdheden; de gebrande schil dient om zwart te verwen. De stam maakt dikwijls den vorm, de bladen hetdak van de Indiaansche huizen uit. De vezelen der bladen worden tot kleederen verwerkt; die van de vrucht tot borstels. Het merg wordt gegeten of in gebakken gedaan, terwijl aan de melk zeer veel geneeskracht wordt toegekend. De wortel dient,geroosterd, tot genezing van dysenterie.Een Spaansche schrijver zegt dat een Indiaan niets dan zijncocal(kokostuin) behoeft om gemakkelijk te leven. De boom geeft hem water, wijn, olie, azijn, voedsel, touw, koppen, borstels, bouwmaterialen, zwarte verw, zeep, dak voor zijn huis, touwen voor zijn’ rozenkranzen, paklinnen, roode verw, medicijnen, pleister voor wonden, licht, vuur en verscheiden andere benoodigdheden. Na zeven jaar levert zij vruchten op. Deze goede natuurgaven mogen al niet de helpers en bevorderaars zijn der beschaving, toch dienen zij tot vergoeding die het woeste leven dragelijk, en zoo al niet genotrijk, bijna gelukkig maakt.Tegenwoordig groeit slechts eene zeer kleine hoeveelheid peper, ofschoon dit vroeger een der hoogst geschatte producten der eilanden was. Men zegt dat de Indianen al hunne peper-plantaadjes vernielden, ten gevolge van bedrog, jegens hen door de kooplieden uit Manilla gepleegd.Pogingen om sommige der meer kostbare specerijen in te voeren, als kaneel en noten-muskaat, zijn niet geslaagd.Vruchten vindt men in overvloed. Er zijn niet minder dan 57 soorten van den banaan. De Manilla mango is overal in de Oost beroemd. Men vindt vele soorten van oranje-appelen, ananassen in groote hoeveelheid, guavas, rozen-appelen, terwijl men de mangostan in Mindanao heeft. De chico is de geliefkoosde vrucht van den winter; zij heeft veel overeenkomst met den medlar en is uitvoeriger beschreven in het anders onvolledige werk, deFloravan Pater Blanco.Onder de rijkdommen van de Philippijnsche eilanden, bekleeden de boomen der bosschen eene voorname plaats. Eene verzameling van 350 soorten werd gezonden naar de wereld-tentoonstelling van Londen, in den vorm van prisma’s. In het jaar 1858 publiceerde kolonel Valdes een verslag over den aard en de deugdelijkheid van het Philippijnsche hout voor woningen (maderas de construccion). De stukken, waarmede men proeven deed, warendobbelsteenen van 1 duim en kegels van een vierk. duim en 1 el breedte. Het hout werd een jaar lang gedroogd. Met elke soort werden vijf proeven genomen en de gemiddelde resultaten op het rapport gebragt1.1Het werk van den heer Bowring bevat de tabellen, uit het bedoelde rapport van kolonel Valdes uitgetrokken. Wij laten die achterwege.(Vertaler.)↑
HOOFDSTUK XV.GEWASSEN.
De waarde in geld van de tabak, die in de Philippijnen groeit, wordt geschat op vier à vijf millioen dollars, d. i. één millioen pond sterling. Daarvan wordt bijna de helft verbruikt op de eilanden, een vierde wordt uitgevoerd in den vorm vancheroots(het gewone woord in het Oosten voor cigaren) en het overige wordt in bladeren en cigaren naar Spanje gezonden, hetgeen geschat wordt op eene jaarlijksche opbrengst van meer dan 800,000 dollars gemiddeld. De verkoop van tabak is een streng gouvernements-monopolie, maar de onmogelijkheid om eenig geschikt middel te vinden tot bescherming van dat monopolie is tastbaar zelfs voor den minst aandachtigen toeschouwer. De landman, die verpligt is al zijn product aan het gouvernement te leveren, zorgt eerst voor zich zelf en voor zijne buren, en wendt het beste van den oogst voor eigen gebruik aan. Buiten de hoofdplaats Manilla rookt men bijna niets anders dan decigarro ilegitimo, en op de hoofdplaats bemerkt men dikwijls, dat de plant niet is uit deestanco real. Van ambtenaren, die in staat zijn om het beste te verkrijgen van hetgeen het gouvernement ter markt brengt, kan men dikwijls een geschenk krijgen, dat aantoont dat zij zich met iets beter dan het beste kunnen bedienen. En als men met deverstandigsten van deempleadoser over spreekt, dan stemmen zij toe, dat de emancipatie van den producent, van den bewerker en van den verkooper, en de invoering van een eenvoudig regt veel voordeeliger voor de staats-inkomsten zou wezen, dan het tegenwoordige knellend en onmagtig stelsel van privilegie.De inkomsten van de tabak zijn verbazend toegenomen; zij bedroegen zuiverGemiddeld jaarlijks.van1782tot1785260,597dollars86,865van»1786tot»18004,950,101dollars»330,006van»1801tot»18157,228,071dollars»481,871van»1816tot»18308,403,368dollars»560,225van»1831tot»18353,707,164dollars»741,433van»1836tot»18394,990,011dollars»1,247,503Sedert dien tijd heeft het product meer dan vierdubbele waarde verkregen.In 1810 werden afgeleverd50,000balen (van twee aroba’s), waarvan Gapan 47,000 en Cagajan 2,000 opbragt. In 1841 leverde Cagajan 170,000 balen, Gapan 48,000 en Nieuw-Biscaje 34,000. Maar de productie nam verbazend toe, en zóó groot is deconsumptievan de inlanders, waarvan een groot deel geene regten betaalt, dat het niet gemakkelijk zou zijn om zelfs approximatief de hoeveelheid en de waarde van den geheelen tabaksoogst te schatten. Waar de fiscale autoriteiten zóó schaarsch en bedorven zijn;—waar de communicatie zoo gebrekkig en somtijds geheel afgebroken is;—waar groote streken land in het bezit zijn van stammen, die in het geheel niet of onvolkomen onderworpen zijn;—waar zelfs onder de meer beschaafde Indianen de eigendomsregten maar ruw zijn afgebakend en het burgerlijk gezag onvolkomen wordt gehandhaafd;—waar smokkelen, hoewel met eenig gevaar gepaard gaande, door bijna niemand als een vergrijp wordt beschouwd en de hoogste ambtenaren zelf cigaren van contrabande rooken en ze hunne gasten aanbieden, omdat ze zoo heerlijk zijn;—daar mag men wel onderstellen, dat losse wetten, losse zeden en losse practijken met elkander in harmonie zijn, en dat een staat van zaken, als die, welke in dePhilippijnen bestaat, er het noodzakelijk en onvermijdelijk gevolg van moet zijn. Het is genoeg, om de kosten van het ruwe materiaal te vergelijken met de waarde van het bereide artikel, om de groote winsten, die er mede behaald worden, te zien. Een quintaal tabak geeft 14 kisten, elk van1,000cigaren, waarvan de waarde tegen 6½ dollar per kist bedraagt ... 87.50 doll.Het quintaal tabak kost5.00doll.Bereiding5.25doll.»14 kisten tegen 2 realen3.50doll.»13.75doll.»Winst73.75doll.De cheroots (cigaren) worden in twee vormen vervaardigd;—die van de Havannah, waarvan het kleinste einde tot een punt wordt gedraaid,—of aan de beide einden afgesneden, de gewone Manilla-vorm. Er bestaan verschillende kwaliteiten van, zoo als: eerste grootte, 125 in een kistje—1ste Regalias, 1ste Caballeros en Londres; tweede grootte, 250 in een kistje—2de Regalias en 1ste Cortados, 2de Caballeros, 1ste Havannas (gewone grootte en die gewoonlijk in gebruik zijn, nos. 2 en 3 worden het meest gevraagd); 500 in een kistje—nos. 2, 3, 4 en 5 Havannas, 2 en 3 Cortados. Behalve deze worden er nog ongehoorde hoeveelheden papier-cigaren (cigarillos) door de inlanders verbruikt. Zij worden verkocht in pakjes van 25 tegen 5 cuartes; 30 tegen 5⅓ cuartes; 36 tegen 5 5⁄7 cuartes.De prijzen bij de estanco voor deze cigaren per kistje, zijn aldus:Imperialeseen kistje van125cigaren3,750dollars.Regal. en Caball.een»kistje»van»125cigaren»3,125dollars.»1 Hav. 1 Cortad.een»kistje»van»250cigaren»3,500dollars.»2Hav.»2Cortad.»een»kistje»van»500cigaren»4,000dollars.»3Hav.»3Cortad.»een»kistje»van»500cigaren»3,500dollars.»4Hav.»een»kistje»van»500cigaren»3,000dollars.»5Hav.»een»kistje»van»500cigaren»2,500dollars.»Londreseen»kistje»van»125cigaren»1,875dollars.»Naar deze laagste prijzen worden orders gegeven op de maandelijksche openbare verkoopingen. De vraag is zóó groot, dat men moeijelijk iets anders dan versche cigaren kan krijgen, die men 2 à 3 jaar moet bewaren, vóórdat zij goed zijn.De ontvangst van de tabak en de bereiding van de cigaren staan onder eene administratie, waarvan de hoofdzetel te Manilla is. De magazijnen beslaan eene onmetelijke uitgestrektheid en waarschijnlijk vinden wel 20,000 menschen bezigheid in de bereiding van dit artikel van weelde, om maar niet diegenen te noemen, welke bij de productie worden gebezigd. De provinciën, waar inrigtingen zijn voor de ontvangst van tabak, zijn Cagajan, La Isabela, Nieuw-Ecija, La Union, Abra en Cajan. De grootste cigaren-fabrieken zijn in Binondo (Manilla) en Cavite, gelegen in de provincie van dien naam.Fr. Blanco beschrijft volgenderwijs deNicotiana tabacumop de Philippijnen: «Het is eene jaarlijksche plant, ter hoogte van een’ vadem opgroeijende, die de tabak levert voor deestancos(régie). Hier, even als overal, verschillen de kwaliteit en smaak. Over het algemeen prefereert men de tabak van Gapan, maar die van de Pasy-districten, Laglag en Lambunao in Iloilo, van Maasin of Leyte, wordt om de fijne aroma verkozen, evenzeer als die van Cagajan, wanneer die eenige jaren oud is, daar zij anders, even als de tabak van het eiland Negros, den mond verbrandt. Het is een bedwelmingmiddel en veroorzaakt meermalen opzwellingen. Het rooken is niet ongezond en zelfs noodig in deze streken; zij verdrijft slijmachtigheid en is een heilmiddel voor de gevolgen der vocht en de ochtendmist; zij is dan alleen nadeelig voor de gezondheid, wanneer men er een onmatig gebruik van maakt. Snuif verdrijft de hoofdpijn en naargeestigheid. Een klein stukje gerookte tabak aan een stokje, voor den neus van de hagedis gehouden, die hier dechacon(waarschijnlijk de ghiko) genoemd wordt, veroorzaakt haren onmiddellijken dood. «Dit is eene wreede gewoonte» (voegt de pater er bij), daar dit insect zeer nuttig is; het vernielt toch een aantal andere schadelijke insecten; bovendien bevredigt zijn sissen den bijgeloovige, die denkt, dat gedurende den tijd dat het zijn geluid doet hooren, er geene aardbevingen of watervloeden zullen plaats hebben.»DeAlcalde-majorvan Cagajan zeide mij, dat hij in 1858 uit die provincie voor niet minder dan 2 millioen dollars aan waarde van tabak naar Manilla zond. Het is de beste soort van de Philippijnen en wordt in bladen naar de hoofdstad gezonden. Hijspreekt met zeer veel lof van het karakter der Indianen; hij zegt dat zij zelden oneerlijke daden plegen en dat men zeer gerust goederen door de provincie kan zenden. De hoeveelheid verzonden bladen bedroeg 300,000 balen, die in zeven kwaliteiten waren verdeeld, waarvan de prijzen van 2 tot 7 realen per quintaal beliepen en eene aanzienlijke winst opleverden. De tabak, die de inlanders gebruiken, is niet aan het monopolie onderhevig, en op mijne vraag hoeveel een cigaar in Cagajan kostte, luidde het antwoord: «Casi nada» (Bijna niets). Zij worden wel is waar niet zoo goed gerold als die van de gouvernements-tabak, maar de ruwe grondstof is toch de beste.In de navraag naar het belangrijke artikel koffij in Australië en Californië zal waarschijnlijk in den loop van tijd ruim door den Spaanschen Archipel voorzien worden. In de wijze van productie leveren de Philippijnen niets eigenaardigs op. Wanneer de grond is gezuiverd (op eene groote uitgestrektheid door vuur), wordt hij gedigt, de bodem bereid en na gedurende twee of drie dagen onder water gezet te zijn, worden de spruiten dan in de daartoe gemaakte gaatjes gestoken, waarna zij in het volgende jaar kunnen worden afgesneden. Het gebruik van de ploeg vermeerdert het product niet weinig. De kultuur van suiker breidt zich snel uit. De oogst heeft gewoonlijk van Maart tot Mei plaats. Vier groepen arbeiders worden daarvoor gebruikt; de snijders en karrevoerders in het veld, de slijpers en kokers in de fabrieken. In de wijze van behandelen zijn allengs verbeteringen ingevoerd, naar mate grooter kapitalisten en meer energieke aanplanters zich voordoen, terwijl de vestiging van raffinaderijen, die toeneemt, menige gelukkige verandering zal te weeg brengen. Vele ruwe suiker, die ik te Manilla zag afleveren om er brooden van te maken, zag er veeleer als modder dan wel als een kostbaar levensgenot uit. Hoezeer langzaam, gaan de verbeteringen toch voort, en de tegenwoordigheid van een aantal Chinezen in de verschillende afdeelingen van de fabrieken is daarvan wel het sterkste bewijs. Deze Chinesche werklieden bezitten gewoonlijk groote practische kennis. Zij komen meestal van Fokien, eene provincie, waarin de suiker-productie op groote schaal plaats heeft en waar men groote suiker-raffinaderijen vindt, het meest echter van de kandij-suiker, in welkenvorm de Chinezen gewoonlijk de suiker aankoopen ter consumptie, waarvoor zij ze dan tot poeder vermalen. Ik heb verscheidene uitgestrekte etablissementen te Chang-chow-foo, ongeveer 30 mijlen van Amoy, bezocht, zijnde eene haven, van waar veel uitgevoerd wordt.Er bestaan verscheidene soorten van het suikerriet. Dezambaleswordt tot voedingsmiddel gebruikt; deencarnado(roode),morada(purperkleurige),blanca(witte) enlistada(gestreepte), leveren de siroop voor de fabrieken. Het planten der spruiten geschiedt tusschen Februarij en Mei. Het onkruid wordt door de ploeg verdreven en de planten worden binnen tien of twaalf maanden rijp. In sommige provinciën worden hoeveelheden voor drie achtereenvolgende jaren gebouwd; in anderen laat men den grond een geheel jaar door rusten, waarin dan maïs of andere producten groeijen. Wanneer het afgesneden is, wordt het riet naar molens gebragt, die de inlanderskabajavannoemen, om vermalen te worden. De molens bestaan uit twee cylindrische steenen met tanden van het molave hout; een buffel draait het wiel en het sap wordt aan de kokers gezonden. De verbeteringen van het Westen zijn langzamerhand ingevoerd en een tal oeconomische vorderingen hierin gemaakt. Vermeerderde navraag, uitgebreider cultuur en bovenal de aanwending van grootere kapitalen en meerdere vlijt, zullen ongetwijfeld de Philippijnen tot een der grootste producerende landen maken. Er zijn vele tabellen gepubliceerd, waaruit blijkt dat de gemiddelde jaarlijksche winst op de koffijkultuur van 20 tot 30 pCt. en in sommige provinciën nog veel meer bedraagt.Rijst, die veel minder geproduceerd wordt, rekent men dat eene gemiddelde jaarlijksche winst van 12 à 20 pCt. oplevert; Turksch koren geeft eene gemiddelde winst van ongeveer 20 pCt.; die op kokosnoten kan ongeveer gelijk gesteld worden met de winst op rijst, maar de conditiën zijn zoo verschillend dat men hieromtrent moeijelijk eene bepaalde rekening kan maken. Men kan echter als vrij zeker aannemen, dat geld, met gewone voorzigtigheid in landbouw-producten gestoken, een interest van 20 à 30 pCt. oplevert.De consumptie van rijst is algemeen en het overschot van den oogst wordt op de Chinesche markt gebragt. De verschillendesoorten van rijst zijn door ons reeds vroeger besproken, maar men kan dit product onder de twee algemeene benamingen van water- enbergrijstclassificeren. De waterrijst wordt even als in Europa en Amerika verbouwd; het zaaijen van de drooge rijst heeft gewoonlijk vóór het zaaijen van de waterrijst, op het einde van Mei plaats. Zij is gewoonlijk breeduit op de heuvels geplant, moet zorgvuldig nagezien en gewied worden en wordt in 3 à 4½ maand rijp. Zij wordt aar voor aar ingeoogst.Fr. Blanco beschrijft vier soorten van water- (de agua) en vijf van bergrijst (secano). Van de eerste soort wordt delamujo(Oryza sativa lamujo) het meest verbouwd, vooral in Batangas. De getande rijst (Oryza aristata) groeit in Ilocos. Van de bergrijst wordt die,quinanda(Oryza sativa quinanda) genaamd, als de beste geacht. De bouw van de waterrijst begint met de bereiding van zaadgaatjes (semillero), waarin, bij het begin van den regen-mousson, het zaad wordt geworpen, na eene volkomene bezwangering van den grond met water, waarvan verscheidene duimen op de oppervlakte blijven liggen. Het ploegen en eggen levert eene massa vochtigen modder op. Gedurende het groeijen van het zaad, wordt de irrigatie voortgezet en na zes weken kan het gewas op de rijstvelden worden overgeplant. Mannen trekken gewoonlijk de planten uit en brengen die naar de velden over, waar vrouwen, op de knieën gelegen, de planten afzonderen en ze in gaatjes steken, die op geregelden afstand van ongeveer 5 duim van elkander verwijderd zijn. Men laat ze dan eenige dagen liggen om wortel te schieten, waarna de gronden op nieuw geïrrigeerd worden. De rijst groeit ter hoogte van iets meer dan een el en kan na verloop van vier maanden worden ingeoogst. Het is een gewoon gebruik om iedere aar afzonderlijk af te snijden met een instrument, waarvan de Indiaansche benamingjatapis. In sommige plaatsen wordt een sikkel gebruikt, dien menlilitnoemt. Aan den lilit bevindt zich een haak, waardoor verscheidene aren worden verzameld, die, met de linkerhand bijeen genomen, door de sikkel, in de regterhand, worden afgesneden. De oogst van waterrijst verschilt van dertig- tot tachtigvoudig.De bergrijst wordt breed uit gezaaid, nadat er geploegd en geëgd is, terwijl buffels worden gebruikt om het zaad in den grondte trappen. Somtijds wordt hiervoor meerdere zorg gedragen en maakt men gaatjes op geregelde afstanden, waarin drie of vier rijstkorrels worden geworpen. Eene zorgvuldige bebouwing en uitroeijing van onkruid moet eene honderdvoudige opbrengst geven.Pater Blanco beweert, dat een derde van den rijstoogst te loor gaat door de willekeurige en nonchalante wijze, waarop het rijp geworden bewerkt wordt.De Philippijnen leveren ongetwijfeld een groot veld voor de indigo-kultuur op, maar deze is verwaarloosd en men heeft niet genoeg zorg voor de fabricatie gedragen. De planters beweren dat men in Europa een vooroordeel heeft tegen indigo van Manilla; maar zulk een vooroordeel kan alleen uit de ondervinding ontstaan zijn en zou door grootere zorg van de zijde der planters, fabrikanten en exporteurs uit den weg geruimd kunnen worden. De oogst is nogtans onzeker en wordt dikwijls beschadigd of vernield door onstuimig weder en door verwoestingen der rupsen. Het zaad wordt breed-uit, onmiddellijk na het gematigde jaargetijde, geplant. Het groeit snel, maar het onkruid, dat te gelijker tijd opkomt, moet uitgeroeid worden. Het kan in de regenmaanden, meestal in Junij, worden ingeoogst. Al de noodige bewerkingen worden niet naar de verbeterde wijze van Britsch-Indië gemaakt, maar zoo als de Spanjaarden die ingevoerd hebben. De Indianen gebruiken, even als de Chinezen, de verw in zijnen vloeibaren toestand.De consumptie van den betelwortel is ongeloofelijk groot. Er bevinden zich in de stad Manilla 898 magazijnen en winkels, waarvan in 429 (of ongeveer de helft) geprepareerde betel of de grondstoffen tot bereiding daarvan worden verkocht. In twee magazijnen wordt het blad, waarin de areca-noot wordt gewikkeld, in ’t groot verkocht; men vindt 105 winkels voor dit artikel in het klein, terwijl men in 308 winkels voor onmiddellijk gebruik verkoopt de noot met de kalk voorzien van den bujo (blad van sirie), die dadelijk gebruikt wordt en eene nog grooter behoefte voor den inwoner is dan de rijst, die hij eet, of het water, dat hij drinkt.Van de areca geeft Pater Blanco, in zijneFlora de Filipinas, het volgende berigt: «Deze soort van palm, waarmede iedereenbekend is en die, even als de vrucht, door de Indianenbongawordt genoemd, groeit tot de gemiddelde hoogte van den kokosnotenboom op. De stam is aan de basis dunner dan bovenaan, zeer regt op, terwijl er zich verscheidene rondten aan bevinden door de vereeniging der bladen, voor dat zij afvallen, als zij tot eene zekere hoogte gegroeid zijn. Het gebruik van de noot, die eenigzins kleiner is dan een kippenei, is wel bekend. Als er gebrek is aan de bonga, gebruiken de Indianen de bast van de guava of van de antipolo (Artocarpus). Met kalk en het peperblad vermengd, maakt zij het speeksel rood. De Indianen gebruiken dit speeksel voor hunne kinderen als een middel tegen de koliek en de werking van de koude lucht. Rijp zijnde, is de vrucht rood en kan zij, naar ik meen, als een roode verwstof gebruikt worden. Met koperrood maakt het een zwart kleursel uit, maar in minderen graad dan die van de aroma. Het lagere gedeelte der bladeren,talupacgenaamd, is zeer zuiver, breed, wit en buigzaam; zij dienen uitmuntend om iets in te wikkelen en strekken tot veel nuttige doeleinden. De spruiten worden gezouten en gegeten en smaken zeer goed; maar als zij afgesneden worden sterft de boom.»Pater Blanco zegt van de sirie (Pimenta betel), waarvan de bladen tot omhulsels voor de areca-noot en kalk worden gebruikt: «Deze plant is algemeen bekend, ten gevolge van het veelvuldige gebruik van de betel ofbujo, zooals de Spanjaarden de betel noemen. Die van Pasay, nabij Manilla, wordt als goed erkend; die van Banang, in Batangas, is de beste van die provincie en waarschijnlijk boven de betel van Pasay te verkiezen. De boom vereischt een eenigzins zandachtigen bodem; maar wanneer hij, zooals in Pasay, te zandachtig is, verhelpt men dit door visch of den bast van deAjonjoli(Turksch koren), of van andere olieachtige vruchten als mest te gebruiken. De boom moet veelmalen van water worden voorzien. De wortels worden na een jaar vernieuwd, maar wanneer men ze laat doorgroeijen, komen bloemen als de litlit (Piper obliquum) voort. De vrucht wordt door de inlandersporogenoemd. Van denPiper parvifoliumwordt een bedwelmende drank gemaakt. De Indianen gebruiken de bladen als een voorbehoedmiddel tegen de cholera. Al de soorten vanPiperzijn nuttig tegen slangenvergift. De wond wordt eerst gekorven, en òf het sap òf de gekooktebladen van de plant daarop gelegd en dikwijls verwisseld. «Ik werd eens ontboden»—zegt de schrijver van deFlora van de Antillen—«bij een neger, die door een slang in de dij gebeten was. Het gif had reeds verschrikkelijke verwoestingen gemaakt. Alle hulpmiddelen der kunst hadden niets gebaat. Thans verscheen een neger en vroeg bladen, ten einde de gewone wijze van genezing toe te passen. Daar geen hoop op herstel meer scheen te bestaan, aarzelde ik niet. In weinige oogenblikken werd de voortgang van het gif gestuit door het eenvoudige gebruik vanPiper procumbens. Bij de derde maal was de genezing voltooid.»Van de gewassen der Philippijnen mag de bamboe het uitgebreidste, het nuttigste en het schoonste genoemd worden. De gracieuse groepen van Canas (zijnde de Spaansche benaming; in het Tagaleesch heet het Bocaui) behooren onder de bekoorlijkste sieraden van het eiland en zijn met kwistige hand en in groote verscheidenheid aan de oevers van stroomen en rivieren, op heuvels en in vlakten verspreid, digt bij de woonplaatsen der inlanders. Het gedruisch der ligte takken, die bij het minste koeltje bewogen worden, geeft eene voortdurende levendigheid aan het landschap, terwijl zij tot dagelijksch gebruik voor het volk dienen. DeBambus arundogroeit hoog op en zijn riet bedraagt soms meer dan 8 duim in middellijn. Men vindt er wel eens een kleine steen,tabaxirgenaamd, in, waaraan de Indianen wonderlijke geneeskundige hoedanigheden toeschrijven. DeBambus lumampaoen delimazijn zoo hard, dat het hout gebruikt wordt om brons te polijsten. De bamboes dient tot velerlei gebruik: voor het voedsel van mensch en dier; tot de wapens, waarmede men hun het leven ontneemt; voor de huishoudelijke gemakken; voor de benoodigdheden tot den arbeid; voor den bouw van bruggen, die soms honderde voeten lang zijn en waarover zwaar geschut gerust kan trekken; voor scheeps- en bouwwerk; voor schuilplaatsen, voor woningen en alle soorten van huishoudelijke zaken; voor vaatwerk van alle grootte om te bewaren en buizen om water of andere vloeistoffen te leiden; voor matten, voor palissaden, voor schavotten, voor muziek-instrumenten, zelfs tot orgels in de kerken; voor honderdlei voorwerpen van vermaak, kortom voor alle benoodigdheden des levens. Op deze ruwe stof maakt de ruwe kunstenaar zijne proeven; takken, stammen,wortels, bladen, alles heeft zijn nut. Er bestaat eene weelderige productie van, die echter nog zeer vermeerderd kon worden door zaaibedden en snoeijen. Sommige bamboes groeijen zeer hoog op. Die, welke de inlanderscauajang totooen de Spanjaardencañaespinonoemen, bereikt eene hoogte van 40 tot 50 voet, terwijl de stam meer dan 8 duim in middellijn bedraagt. Een der gedeelten daarvan kan somtijds twee maatjes haver bevatten. Eene infusie van deze bamboe is vergiftig voor dieren, maar de bladen worden door paarden en rundvee gegeten, terwijl de jonge spruiten tot salade voor menschen dienen. Decauajang quiling(cañamachovan de Spanjaarden) groeit tot eene hoogte van ongeveer 40 voet, terwijl de stam de grootte van een mansarm heeft. De dikte van den bast en de geringe holte maken deze soort tot de sterkste; zij wordt gebruikt om lasten op de schouders te dragen; een vierde van den geheelen stok, ter lengte van twee el, in tweeën gespleten, kan een grooter gewigt dragen dan een man. Het riet heeft eene buigzaamheid dat den last voor den drager verligt. De verschillende soorten van de bamboe zijn moeijelijk te tellen. Het inwendige van de osin levert eene witte zelfstandigheid op, dat tot geneesmiddel voor ziekten van deuriënen van het oog dient.Ik heb eens hooren zeggen dat het kristallen paleis bij London met verschillende voorwerpen van bamboe kon worden gevuld. Uitgenomen het glas, kon het paleis zelf alleen uit deze grondstof zijn vervaardigd, en de opzigters van het gebouw met kleederen, hoeden en strafwerktuigen van bamboe worden voorzien. De boomen zouden een botanischen tuin met in verscheidenheid en schoonheid uitmuntende vormen en kleuren vullen, en zoo schilder- en dichtkunst, waarin de bamboe eene voorname plaats bekleedt, wierden toegelaten, zouden de zalen van de Louvre niet toereikend zijn voor de schilderijen en rollen van bamboe.De verschillende soorten van riet, rottingen en dergelijke van deCalamus-familie, zijn van groot gewigt en hebben veel waarde. Depalasanis dikwijls 300 voet lang en in Mindanao moet men er van driemaal deze lengte gevonden hebben. Zij worden voor koorden en kabels gebruikt; maar daar de vezels verdeeld kunnen worden, tot een zeer fijnen draad toe, worden zij tot fijne weefsels bearbeid, waarvan sommige, in den vorm van sigarenkokers en hoeden, totontzagchelijke prijzen worden verkocht. Wanneer zij niet aan rook blootstaan, zijn de vezelen zeer duurzaam en kunnen de insekten weêrstand bieden.De inlandsche benaming voor hennep isanabo; de Spaanschecanamo; maar de ruwe stof, die in den handel als manilla-hennep bekend is, wordt in de Philippijnen, volgens de Indische benaming,abacagenoemd. Het is een zeer belangrijk artikel van uitvoer geworden. In het jaar 1858 toch werden niet minder dan 25,000 tonnen uit Manilla alleen naar vreemde landen verscheept. Van deze hoeveelheid ontving Groot-Brittannië ongeveer een vierde, en het overige gedeelte ging naar de Vereenigde Staten. Naast suiker en tabak neemt de hennep de eerste plaats op de lijst der uitgevoerde producten in. Zij wordt niet alleen voor touwwerk, maar ook in de weeffabrieken gebruikt. Het is de vezel van eene plantaansoort—deMusa trogloditarum textoria.—Dampier zegt, dat zij alleen op het eiland Mindanao voorkomt; maar zij groeit daar tegenwoordig in onbeduidende hoeveelheid tegenover de productie van Luzon, Panay en andere eilanden van den Archipel. Naar de fijnere kwaliteiten is een belangrijke vraag voor de weverij en deze worden, in den regel, zorgvuldiger behandeld. Zij neemt gemakkelijk roode en blaauwe verw aan; hiervoor neemt men demorindaenmarsdenia, inlandsche planten. Men zegt, dat de vrucht kan gegeten worden, maar ik heb ze nergens op die wijze zien gebruiken en geloof ook niet, dat zij met de beste der heerlijke plantanen van de Philippijnen kan wedijveren. Pater Blanco zegt, dat van deze niet minder dan 57 soorten bestaan. De inlandsche benaming issaguing. Er zijn curieuse traditiën aan deze vrucht verbonden. De Arabieren zeggen dat zij in de wereld is gebragt door Allah, toen de Profeet zijne tanden verloor en niet langer de dadel kon nuttigen. Zij wordt somtijds Adams voorschoot genoemd, in de veronderstelling dat Adam en Eva met de bladen van deze plant hunne naaktheid hebben bedekt. Zij wordt algemeen gebruikt, zoowel raauw als op verschillende wijzen gekookt.De koffij-kultuur zou zeer uitgebreid kunnen worden. Voor dit, en trouwens voor elk tropisch product, bestaat naauwelijks eene grens voor de door niemandtoegeëigendelanden, die tot de productie daarvan geschikt zijn. Sommige soorten der koffij zijn vanuitmuntende kwaliteit, bijna niet te onderscheiden van die uit Arabie, ofschoon over het algemeen is zij minder goed.Er bestaat inderdaad een merkwaardig contrast tusschen de groote verbeteringen, die in den Nederlandschen Archipel en de Britsche koloniën, Ceylon bijv., hebben plaats gehad en de stagnatie, door de te stationnaire gewoonten van den Indiaanschen producent, veroorzaakt. Hij let weinig op eene goede keus van den bodem, de temperatuur of hoogte van den grond, de keus van het zaad, de snoeijing van den boom, de verzorging van de vrucht, de afscheiding van de buitenbasten en andere bijzonderheden, die tot de betrekkelijk geringe uitbreiding van de koffij-productie kunnen gerekend worden bij te dragen, vooral als men de ontzaggelijk toegenomen vraag naar dat artikel in aanmerking neemt en de wonderbaarlijke ontwikkeling van die kultuur in Nederlandsch Indië, Ceylon en elders.De qualiteit van de cacao is uitmuntend en ik heb nergens beter chocolade gedronken dan op de Philippijnen, maar de boom wordt meestal tot eigen gebruik van de eigenaars geplant. Vooral in de kloosters zijn de monniken trotsch op hunne chocolade, die onder hun toezigt en uit vruchten van hunne eigene gronden en tuinen wordt bereid. De keuze van grond en plaats vereischt hierbij eenige aandacht; verder wordt de vrucht ingezameld als zij rijp is en behoeft, na het afnemen van den buitenbast, slechts in de zon gedroogd te worden.De vrucht wordt in November gezaaid en de schaduw van den banaan dient tot hare bescherming. De cacao van Zebu moet even goed zijn als die van de Caracas. Op het eiland Negros bestaat eene groote productie van zelf. De Indiaan slurpt de cacao in suikersap op en op vele plaatsen wordt de drank tweemaal daags genuttigd.De aanvoer van katoen is eene van de meest belangrijke kwestiën, voor zoover de Engelsche fabriek-bevolking betreft, en ik was verwonderd over de bekrompenheid, deparva sapientia, die zoo velen betoond hebben, welke hunne aandacht aan dit onderwerp hebben gewijd. De verwachting dat hetNegerland(Afrika) in staat zal zijn het bestaandevacuumin het aanbod aan te vullen, is eene ijdele hoop, ontstaande uit de onbekendheidmet het karakter en de gewoonten van de inlandsche stammen, die in teleurstelling en kwelling zal eindigen. Het vermogen van Britsch Indië is groot en de elementen van welslagen worden daar gevonden; maar het vermogen van China is veel grooter en ik meen dat, zoo in twee of drie jaren China in staat was om ruwe zijde tot eene waarde van tien millioen pond sterling naar de markt te verzenden en onmiddellijk in het gebrek aan Europeschen voorraad te voorzien, wij dan ook uit China later een onbeperkten toevoer van ruw katoen kunnen voorzien; thans reeds worden meer dan 350 millioen zielen van zijn eigen volk door zijne katoenvelden gekleed. De prijzen in China zijn bijna gelijk met die van Indië, zoodat, ofschoon daardoor een invoer tot eene jaarlijksche waarde van 2 of 3 millioen pond sterling in de zuidelijke provinciën van China kan plaats hebben, van invoer in het Noorden bijna geene sprake kan zijn. De qualiteit, de wijze van kultuur, van reinigen, van pakken, alles is voor groote verbeteringen vatbaar; hunne belangen zullen de Chinezen wijs maken, zoodat de Yang-tse-Kiang het kanaal tot oplossing van de katoen-kwestie kan worden.Er bestaat geene bepaalde reden waarom katoenen wol niet op grootere schaal uit de Philippijnen wordt uitgevoerd. Zij wordt goedkoop geproduceerd en kan volgen op den oogst van de bergrijst. Er is een binnenlandsche aanvraag voor, die den planter schijnt te bevredigen, daar katoen bijna opgehouden heeft een artikel van vreemden handel te zijn. De stapel wordt gezegd klein te zijn. De plant groeit jaarlijks en levert den oogst binnen twee of drie maanden, nadat zij gezaaid is. Zij wordt in de middagzon ingezameld, voordat de regen-mousson invalt, die de plant en het zaad vernielt.Kokosnotenboomen (Cocos nucifera), die de TagalezenNiocnoemen, dragen veel bij tot sieraad, gemak en de welvaart voor de inlanders. Stam, tak, blad en vrucht, alles strekt tot nut. Van het sap worden olie, wijn en geestrijke dranken gemaakt. De bast wordt voor run en touw gebruikt; de schil van de kokos wordt uitgeperst en in verschillende vormen gesneden voor lepels, koppen en huishoudelijkebenoodigdheden; de gebrande schil dient om zwart te verwen. De stam maakt dikwijls den vorm, de bladen hetdak van de Indiaansche huizen uit. De vezelen der bladen worden tot kleederen verwerkt; die van de vrucht tot borstels. Het merg wordt gegeten of in gebakken gedaan, terwijl aan de melk zeer veel geneeskracht wordt toegekend. De wortel dient,geroosterd, tot genezing van dysenterie.Een Spaansche schrijver zegt dat een Indiaan niets dan zijncocal(kokostuin) behoeft om gemakkelijk te leven. De boom geeft hem water, wijn, olie, azijn, voedsel, touw, koppen, borstels, bouwmaterialen, zwarte verw, zeep, dak voor zijn huis, touwen voor zijn’ rozenkranzen, paklinnen, roode verw, medicijnen, pleister voor wonden, licht, vuur en verscheiden andere benoodigdheden. Na zeven jaar levert zij vruchten op. Deze goede natuurgaven mogen al niet de helpers en bevorderaars zijn der beschaving, toch dienen zij tot vergoeding die het woeste leven dragelijk, en zoo al niet genotrijk, bijna gelukkig maakt.Tegenwoordig groeit slechts eene zeer kleine hoeveelheid peper, ofschoon dit vroeger een der hoogst geschatte producten der eilanden was. Men zegt dat de Indianen al hunne peper-plantaadjes vernielden, ten gevolge van bedrog, jegens hen door de kooplieden uit Manilla gepleegd.Pogingen om sommige der meer kostbare specerijen in te voeren, als kaneel en noten-muskaat, zijn niet geslaagd.Vruchten vindt men in overvloed. Er zijn niet minder dan 57 soorten van den banaan. De Manilla mango is overal in de Oost beroemd. Men vindt vele soorten van oranje-appelen, ananassen in groote hoeveelheid, guavas, rozen-appelen, terwijl men de mangostan in Mindanao heeft. De chico is de geliefkoosde vrucht van den winter; zij heeft veel overeenkomst met den medlar en is uitvoeriger beschreven in het anders onvolledige werk, deFloravan Pater Blanco.Onder de rijkdommen van de Philippijnsche eilanden, bekleeden de boomen der bosschen eene voorname plaats. Eene verzameling van 350 soorten werd gezonden naar de wereld-tentoonstelling van Londen, in den vorm van prisma’s. In het jaar 1858 publiceerde kolonel Valdes een verslag over den aard en de deugdelijkheid van het Philippijnsche hout voor woningen (maderas de construccion). De stukken, waarmede men proeven deed, warendobbelsteenen van 1 duim en kegels van een vierk. duim en 1 el breedte. Het hout werd een jaar lang gedroogd. Met elke soort werden vijf proeven genomen en de gemiddelde resultaten op het rapport gebragt1.
De waarde in geld van de tabak, die in de Philippijnen groeit, wordt geschat op vier à vijf millioen dollars, d. i. één millioen pond sterling. Daarvan wordt bijna de helft verbruikt op de eilanden, een vierde wordt uitgevoerd in den vorm vancheroots(het gewone woord in het Oosten voor cigaren) en het overige wordt in bladeren en cigaren naar Spanje gezonden, hetgeen geschat wordt op eene jaarlijksche opbrengst van meer dan 800,000 dollars gemiddeld. De verkoop van tabak is een streng gouvernements-monopolie, maar de onmogelijkheid om eenig geschikt middel te vinden tot bescherming van dat monopolie is tastbaar zelfs voor den minst aandachtigen toeschouwer. De landman, die verpligt is al zijn product aan het gouvernement te leveren, zorgt eerst voor zich zelf en voor zijne buren, en wendt het beste van den oogst voor eigen gebruik aan. Buiten de hoofdplaats Manilla rookt men bijna niets anders dan decigarro ilegitimo, en op de hoofdplaats bemerkt men dikwijls, dat de plant niet is uit deestanco real. Van ambtenaren, die in staat zijn om het beste te verkrijgen van hetgeen het gouvernement ter markt brengt, kan men dikwijls een geschenk krijgen, dat aantoont dat zij zich met iets beter dan het beste kunnen bedienen. En als men met deverstandigsten van deempleadoser over spreekt, dan stemmen zij toe, dat de emancipatie van den producent, van den bewerker en van den verkooper, en de invoering van een eenvoudig regt veel voordeeliger voor de staats-inkomsten zou wezen, dan het tegenwoordige knellend en onmagtig stelsel van privilegie.
De inkomsten van de tabak zijn verbazend toegenomen; zij bedroegen zuiver
Gemiddeld jaarlijks.van1782tot1785260,597dollars86,865van»1786tot»18004,950,101dollars»330,006van»1801tot»18157,228,071dollars»481,871van»1816tot»18308,403,368dollars»560,225van»1831tot»18353,707,164dollars»741,433van»1836tot»18394,990,011dollars»1,247,503
Sedert dien tijd heeft het product meer dan vierdubbele waarde verkregen.
In 1810 werden afgeleverd50,000balen (van twee aroba’s), waarvan Gapan 47,000 en Cagajan 2,000 opbragt. In 1841 leverde Cagajan 170,000 balen, Gapan 48,000 en Nieuw-Biscaje 34,000. Maar de productie nam verbazend toe, en zóó groot is deconsumptievan de inlanders, waarvan een groot deel geene regten betaalt, dat het niet gemakkelijk zou zijn om zelfs approximatief de hoeveelheid en de waarde van den geheelen tabaksoogst te schatten. Waar de fiscale autoriteiten zóó schaarsch en bedorven zijn;—waar de communicatie zoo gebrekkig en somtijds geheel afgebroken is;—waar groote streken land in het bezit zijn van stammen, die in het geheel niet of onvolkomen onderworpen zijn;—waar zelfs onder de meer beschaafde Indianen de eigendomsregten maar ruw zijn afgebakend en het burgerlijk gezag onvolkomen wordt gehandhaafd;—waar smokkelen, hoewel met eenig gevaar gepaard gaande, door bijna niemand als een vergrijp wordt beschouwd en de hoogste ambtenaren zelf cigaren van contrabande rooken en ze hunne gasten aanbieden, omdat ze zoo heerlijk zijn;—daar mag men wel onderstellen, dat losse wetten, losse zeden en losse practijken met elkander in harmonie zijn, en dat een staat van zaken, als die, welke in dePhilippijnen bestaat, er het noodzakelijk en onvermijdelijk gevolg van moet zijn. Het is genoeg, om de kosten van het ruwe materiaal te vergelijken met de waarde van het bereide artikel, om de groote winsten, die er mede behaald worden, te zien. Een quintaal tabak geeft 14 kisten, elk van1,000cigaren, waarvan de waarde tegen 6½ dollar per kist bedraagt ... 87.50 doll.
Het quintaal tabak kost5.00doll.Bereiding5.25doll.»14 kisten tegen 2 realen3.50doll.»13.75doll.»Winst73.75doll.
De cheroots (cigaren) worden in twee vormen vervaardigd;—die van de Havannah, waarvan het kleinste einde tot een punt wordt gedraaid,—of aan de beide einden afgesneden, de gewone Manilla-vorm. Er bestaan verschillende kwaliteiten van, zoo als: eerste grootte, 125 in een kistje—1ste Regalias, 1ste Caballeros en Londres; tweede grootte, 250 in een kistje—2de Regalias en 1ste Cortados, 2de Caballeros, 1ste Havannas (gewone grootte en die gewoonlijk in gebruik zijn, nos. 2 en 3 worden het meest gevraagd); 500 in een kistje—nos. 2, 3, 4 en 5 Havannas, 2 en 3 Cortados. Behalve deze worden er nog ongehoorde hoeveelheden papier-cigaren (cigarillos) door de inlanders verbruikt. Zij worden verkocht in pakjes van 25 tegen 5 cuartes; 30 tegen 5⅓ cuartes; 36 tegen 5 5⁄7 cuartes.
De prijzen bij de estanco voor deze cigaren per kistje, zijn aldus:
Imperialeseen kistje van125cigaren3,750dollars.Regal. en Caball.een»kistje»van»125cigaren»3,125dollars.»1 Hav. 1 Cortad.een»kistje»van»250cigaren»3,500dollars.»2Hav.»2Cortad.»een»kistje»van»500cigaren»4,000dollars.»3Hav.»3Cortad.»een»kistje»van»500cigaren»3,500dollars.»4Hav.»een»kistje»van»500cigaren»3,000dollars.»5Hav.»een»kistje»van»500cigaren»2,500dollars.»Londreseen»kistje»van»125cigaren»1,875dollars.»
Naar deze laagste prijzen worden orders gegeven op de maandelijksche openbare verkoopingen. De vraag is zóó groot, dat men moeijelijk iets anders dan versche cigaren kan krijgen, die men 2 à 3 jaar moet bewaren, vóórdat zij goed zijn.
De ontvangst van de tabak en de bereiding van de cigaren staan onder eene administratie, waarvan de hoofdzetel te Manilla is. De magazijnen beslaan eene onmetelijke uitgestrektheid en waarschijnlijk vinden wel 20,000 menschen bezigheid in de bereiding van dit artikel van weelde, om maar niet diegenen te noemen, welke bij de productie worden gebezigd. De provinciën, waar inrigtingen zijn voor de ontvangst van tabak, zijn Cagajan, La Isabela, Nieuw-Ecija, La Union, Abra en Cajan. De grootste cigaren-fabrieken zijn in Binondo (Manilla) en Cavite, gelegen in de provincie van dien naam.
Fr. Blanco beschrijft volgenderwijs deNicotiana tabacumop de Philippijnen: «Het is eene jaarlijksche plant, ter hoogte van een’ vadem opgroeijende, die de tabak levert voor deestancos(régie). Hier, even als overal, verschillen de kwaliteit en smaak. Over het algemeen prefereert men de tabak van Gapan, maar die van de Pasy-districten, Laglag en Lambunao in Iloilo, van Maasin of Leyte, wordt om de fijne aroma verkozen, evenzeer als die van Cagajan, wanneer die eenige jaren oud is, daar zij anders, even als de tabak van het eiland Negros, den mond verbrandt. Het is een bedwelmingmiddel en veroorzaakt meermalen opzwellingen. Het rooken is niet ongezond en zelfs noodig in deze streken; zij verdrijft slijmachtigheid en is een heilmiddel voor de gevolgen der vocht en de ochtendmist; zij is dan alleen nadeelig voor de gezondheid, wanneer men er een onmatig gebruik van maakt. Snuif verdrijft de hoofdpijn en naargeestigheid. Een klein stukje gerookte tabak aan een stokje, voor den neus van de hagedis gehouden, die hier dechacon(waarschijnlijk de ghiko) genoemd wordt, veroorzaakt haren onmiddellijken dood. «Dit is eene wreede gewoonte» (voegt de pater er bij), daar dit insect zeer nuttig is; het vernielt toch een aantal andere schadelijke insecten; bovendien bevredigt zijn sissen den bijgeloovige, die denkt, dat gedurende den tijd dat het zijn geluid doet hooren, er geene aardbevingen of watervloeden zullen plaats hebben.»
DeAlcalde-majorvan Cagajan zeide mij, dat hij in 1858 uit die provincie voor niet minder dan 2 millioen dollars aan waarde van tabak naar Manilla zond. Het is de beste soort van de Philippijnen en wordt in bladen naar de hoofdstad gezonden. Hijspreekt met zeer veel lof van het karakter der Indianen; hij zegt dat zij zelden oneerlijke daden plegen en dat men zeer gerust goederen door de provincie kan zenden. De hoeveelheid verzonden bladen bedroeg 300,000 balen, die in zeven kwaliteiten waren verdeeld, waarvan de prijzen van 2 tot 7 realen per quintaal beliepen en eene aanzienlijke winst opleverden. De tabak, die de inlanders gebruiken, is niet aan het monopolie onderhevig, en op mijne vraag hoeveel een cigaar in Cagajan kostte, luidde het antwoord: «Casi nada» (Bijna niets). Zij worden wel is waar niet zoo goed gerold als die van de gouvernements-tabak, maar de ruwe grondstof is toch de beste.
In de navraag naar het belangrijke artikel koffij in Australië en Californië zal waarschijnlijk in den loop van tijd ruim door den Spaanschen Archipel voorzien worden. In de wijze van productie leveren de Philippijnen niets eigenaardigs op. Wanneer de grond is gezuiverd (op eene groote uitgestrektheid door vuur), wordt hij gedigt, de bodem bereid en na gedurende twee of drie dagen onder water gezet te zijn, worden de spruiten dan in de daartoe gemaakte gaatjes gestoken, waarna zij in het volgende jaar kunnen worden afgesneden. Het gebruik van de ploeg vermeerdert het product niet weinig. De kultuur van suiker breidt zich snel uit. De oogst heeft gewoonlijk van Maart tot Mei plaats. Vier groepen arbeiders worden daarvoor gebruikt; de snijders en karrevoerders in het veld, de slijpers en kokers in de fabrieken. In de wijze van behandelen zijn allengs verbeteringen ingevoerd, naar mate grooter kapitalisten en meer energieke aanplanters zich voordoen, terwijl de vestiging van raffinaderijen, die toeneemt, menige gelukkige verandering zal te weeg brengen. Vele ruwe suiker, die ik te Manilla zag afleveren om er brooden van te maken, zag er veeleer als modder dan wel als een kostbaar levensgenot uit. Hoezeer langzaam, gaan de verbeteringen toch voort, en de tegenwoordigheid van een aantal Chinezen in de verschillende afdeelingen van de fabrieken is daarvan wel het sterkste bewijs. Deze Chinesche werklieden bezitten gewoonlijk groote practische kennis. Zij komen meestal van Fokien, eene provincie, waarin de suiker-productie op groote schaal plaats heeft en waar men groote suiker-raffinaderijen vindt, het meest echter van de kandij-suiker, in welkenvorm de Chinezen gewoonlijk de suiker aankoopen ter consumptie, waarvoor zij ze dan tot poeder vermalen. Ik heb verscheidene uitgestrekte etablissementen te Chang-chow-foo, ongeveer 30 mijlen van Amoy, bezocht, zijnde eene haven, van waar veel uitgevoerd wordt.
Er bestaan verscheidene soorten van het suikerriet. Dezambaleswordt tot voedingsmiddel gebruikt; deencarnado(roode),morada(purperkleurige),blanca(witte) enlistada(gestreepte), leveren de siroop voor de fabrieken. Het planten der spruiten geschiedt tusschen Februarij en Mei. Het onkruid wordt door de ploeg verdreven en de planten worden binnen tien of twaalf maanden rijp. In sommige provinciën worden hoeveelheden voor drie achtereenvolgende jaren gebouwd; in anderen laat men den grond een geheel jaar door rusten, waarin dan maïs of andere producten groeijen. Wanneer het afgesneden is, wordt het riet naar molens gebragt, die de inlanderskabajavannoemen, om vermalen te worden. De molens bestaan uit twee cylindrische steenen met tanden van het molave hout; een buffel draait het wiel en het sap wordt aan de kokers gezonden. De verbeteringen van het Westen zijn langzamerhand ingevoerd en een tal oeconomische vorderingen hierin gemaakt. Vermeerderde navraag, uitgebreider cultuur en bovenal de aanwending van grootere kapitalen en meerdere vlijt, zullen ongetwijfeld de Philippijnen tot een der grootste producerende landen maken. Er zijn vele tabellen gepubliceerd, waaruit blijkt dat de gemiddelde jaarlijksche winst op de koffijkultuur van 20 tot 30 pCt. en in sommige provinciën nog veel meer bedraagt.
Rijst, die veel minder geproduceerd wordt, rekent men dat eene gemiddelde jaarlijksche winst van 12 à 20 pCt. oplevert; Turksch koren geeft eene gemiddelde winst van ongeveer 20 pCt.; die op kokosnoten kan ongeveer gelijk gesteld worden met de winst op rijst, maar de conditiën zijn zoo verschillend dat men hieromtrent moeijelijk eene bepaalde rekening kan maken. Men kan echter als vrij zeker aannemen, dat geld, met gewone voorzigtigheid in landbouw-producten gestoken, een interest van 20 à 30 pCt. oplevert.
De consumptie van rijst is algemeen en het overschot van den oogst wordt op de Chinesche markt gebragt. De verschillendesoorten van rijst zijn door ons reeds vroeger besproken, maar men kan dit product onder de twee algemeene benamingen van water- enbergrijstclassificeren. De waterrijst wordt even als in Europa en Amerika verbouwd; het zaaijen van de drooge rijst heeft gewoonlijk vóór het zaaijen van de waterrijst, op het einde van Mei plaats. Zij is gewoonlijk breeduit op de heuvels geplant, moet zorgvuldig nagezien en gewied worden en wordt in 3 à 4½ maand rijp. Zij wordt aar voor aar ingeoogst.
Fr. Blanco beschrijft vier soorten van water- (de agua) en vijf van bergrijst (secano). Van de eerste soort wordt delamujo(Oryza sativa lamujo) het meest verbouwd, vooral in Batangas. De getande rijst (Oryza aristata) groeit in Ilocos. Van de bergrijst wordt die,quinanda(Oryza sativa quinanda) genaamd, als de beste geacht. De bouw van de waterrijst begint met de bereiding van zaadgaatjes (semillero), waarin, bij het begin van den regen-mousson, het zaad wordt geworpen, na eene volkomene bezwangering van den grond met water, waarvan verscheidene duimen op de oppervlakte blijven liggen. Het ploegen en eggen levert eene massa vochtigen modder op. Gedurende het groeijen van het zaad, wordt de irrigatie voortgezet en na zes weken kan het gewas op de rijstvelden worden overgeplant. Mannen trekken gewoonlijk de planten uit en brengen die naar de velden over, waar vrouwen, op de knieën gelegen, de planten afzonderen en ze in gaatjes steken, die op geregelden afstand van ongeveer 5 duim van elkander verwijderd zijn. Men laat ze dan eenige dagen liggen om wortel te schieten, waarna de gronden op nieuw geïrrigeerd worden. De rijst groeit ter hoogte van iets meer dan een el en kan na verloop van vier maanden worden ingeoogst. Het is een gewoon gebruik om iedere aar afzonderlijk af te snijden met een instrument, waarvan de Indiaansche benamingjatapis. In sommige plaatsen wordt een sikkel gebruikt, dien menlilitnoemt. Aan den lilit bevindt zich een haak, waardoor verscheidene aren worden verzameld, die, met de linkerhand bijeen genomen, door de sikkel, in de regterhand, worden afgesneden. De oogst van waterrijst verschilt van dertig- tot tachtigvoudig.
De bergrijst wordt breed uit gezaaid, nadat er geploegd en geëgd is, terwijl buffels worden gebruikt om het zaad in den grondte trappen. Somtijds wordt hiervoor meerdere zorg gedragen en maakt men gaatjes op geregelde afstanden, waarin drie of vier rijstkorrels worden geworpen. Eene zorgvuldige bebouwing en uitroeijing van onkruid moet eene honderdvoudige opbrengst geven.
Pater Blanco beweert, dat een derde van den rijstoogst te loor gaat door de willekeurige en nonchalante wijze, waarop het rijp geworden bewerkt wordt.
De Philippijnen leveren ongetwijfeld een groot veld voor de indigo-kultuur op, maar deze is verwaarloosd en men heeft niet genoeg zorg voor de fabricatie gedragen. De planters beweren dat men in Europa een vooroordeel heeft tegen indigo van Manilla; maar zulk een vooroordeel kan alleen uit de ondervinding ontstaan zijn en zou door grootere zorg van de zijde der planters, fabrikanten en exporteurs uit den weg geruimd kunnen worden. De oogst is nogtans onzeker en wordt dikwijls beschadigd of vernield door onstuimig weder en door verwoestingen der rupsen. Het zaad wordt breed-uit, onmiddellijk na het gematigde jaargetijde, geplant. Het groeit snel, maar het onkruid, dat te gelijker tijd opkomt, moet uitgeroeid worden. Het kan in de regenmaanden, meestal in Junij, worden ingeoogst. Al de noodige bewerkingen worden niet naar de verbeterde wijze van Britsch-Indië gemaakt, maar zoo als de Spanjaarden die ingevoerd hebben. De Indianen gebruiken, even als de Chinezen, de verw in zijnen vloeibaren toestand.
De consumptie van den betelwortel is ongeloofelijk groot. Er bevinden zich in de stad Manilla 898 magazijnen en winkels, waarvan in 429 (of ongeveer de helft) geprepareerde betel of de grondstoffen tot bereiding daarvan worden verkocht. In twee magazijnen wordt het blad, waarin de areca-noot wordt gewikkeld, in ’t groot verkocht; men vindt 105 winkels voor dit artikel in het klein, terwijl men in 308 winkels voor onmiddellijk gebruik verkoopt de noot met de kalk voorzien van den bujo (blad van sirie), die dadelijk gebruikt wordt en eene nog grooter behoefte voor den inwoner is dan de rijst, die hij eet, of het water, dat hij drinkt.
Van de areca geeft Pater Blanco, in zijneFlora de Filipinas, het volgende berigt: «Deze soort van palm, waarmede iedereenbekend is en die, even als de vrucht, door de Indianenbongawordt genoemd, groeit tot de gemiddelde hoogte van den kokosnotenboom op. De stam is aan de basis dunner dan bovenaan, zeer regt op, terwijl er zich verscheidene rondten aan bevinden door de vereeniging der bladen, voor dat zij afvallen, als zij tot eene zekere hoogte gegroeid zijn. Het gebruik van de noot, die eenigzins kleiner is dan een kippenei, is wel bekend. Als er gebrek is aan de bonga, gebruiken de Indianen de bast van de guava of van de antipolo (Artocarpus). Met kalk en het peperblad vermengd, maakt zij het speeksel rood. De Indianen gebruiken dit speeksel voor hunne kinderen als een middel tegen de koliek en de werking van de koude lucht. Rijp zijnde, is de vrucht rood en kan zij, naar ik meen, als een roode verwstof gebruikt worden. Met koperrood maakt het een zwart kleursel uit, maar in minderen graad dan die van de aroma. Het lagere gedeelte der bladeren,talupacgenaamd, is zeer zuiver, breed, wit en buigzaam; zij dienen uitmuntend om iets in te wikkelen en strekken tot veel nuttige doeleinden. De spruiten worden gezouten en gegeten en smaken zeer goed; maar als zij afgesneden worden sterft de boom.»
Pater Blanco zegt van de sirie (Pimenta betel), waarvan de bladen tot omhulsels voor de areca-noot en kalk worden gebruikt: «Deze plant is algemeen bekend, ten gevolge van het veelvuldige gebruik van de betel ofbujo, zooals de Spanjaarden de betel noemen. Die van Pasay, nabij Manilla, wordt als goed erkend; die van Banang, in Batangas, is de beste van die provincie en waarschijnlijk boven de betel van Pasay te verkiezen. De boom vereischt een eenigzins zandachtigen bodem; maar wanneer hij, zooals in Pasay, te zandachtig is, verhelpt men dit door visch of den bast van deAjonjoli(Turksch koren), of van andere olieachtige vruchten als mest te gebruiken. De boom moet veelmalen van water worden voorzien. De wortels worden na een jaar vernieuwd, maar wanneer men ze laat doorgroeijen, komen bloemen als de litlit (Piper obliquum) voort. De vrucht wordt door de inlandersporogenoemd. Van denPiper parvifoliumwordt een bedwelmende drank gemaakt. De Indianen gebruiken de bladen als een voorbehoedmiddel tegen de cholera. Al de soorten vanPiperzijn nuttig tegen slangenvergift. De wond wordt eerst gekorven, en òf het sap òf de gekooktebladen van de plant daarop gelegd en dikwijls verwisseld. «Ik werd eens ontboden»—zegt de schrijver van deFlora van de Antillen—«bij een neger, die door een slang in de dij gebeten was. Het gif had reeds verschrikkelijke verwoestingen gemaakt. Alle hulpmiddelen der kunst hadden niets gebaat. Thans verscheen een neger en vroeg bladen, ten einde de gewone wijze van genezing toe te passen. Daar geen hoop op herstel meer scheen te bestaan, aarzelde ik niet. In weinige oogenblikken werd de voortgang van het gif gestuit door het eenvoudige gebruik vanPiper procumbens. Bij de derde maal was de genezing voltooid.»
Van de gewassen der Philippijnen mag de bamboe het uitgebreidste, het nuttigste en het schoonste genoemd worden. De gracieuse groepen van Canas (zijnde de Spaansche benaming; in het Tagaleesch heet het Bocaui) behooren onder de bekoorlijkste sieraden van het eiland en zijn met kwistige hand en in groote verscheidenheid aan de oevers van stroomen en rivieren, op heuvels en in vlakten verspreid, digt bij de woonplaatsen der inlanders. Het gedruisch der ligte takken, die bij het minste koeltje bewogen worden, geeft eene voortdurende levendigheid aan het landschap, terwijl zij tot dagelijksch gebruik voor het volk dienen. DeBambus arundogroeit hoog op en zijn riet bedraagt soms meer dan 8 duim in middellijn. Men vindt er wel eens een kleine steen,tabaxirgenaamd, in, waaraan de Indianen wonderlijke geneeskundige hoedanigheden toeschrijven. DeBambus lumampaoen delimazijn zoo hard, dat het hout gebruikt wordt om brons te polijsten. De bamboes dient tot velerlei gebruik: voor het voedsel van mensch en dier; tot de wapens, waarmede men hun het leven ontneemt; voor de huishoudelijke gemakken; voor de benoodigdheden tot den arbeid; voor den bouw van bruggen, die soms honderde voeten lang zijn en waarover zwaar geschut gerust kan trekken; voor scheeps- en bouwwerk; voor schuilplaatsen, voor woningen en alle soorten van huishoudelijke zaken; voor vaatwerk van alle grootte om te bewaren en buizen om water of andere vloeistoffen te leiden; voor matten, voor palissaden, voor schavotten, voor muziek-instrumenten, zelfs tot orgels in de kerken; voor honderdlei voorwerpen van vermaak, kortom voor alle benoodigdheden des levens. Op deze ruwe stof maakt de ruwe kunstenaar zijne proeven; takken, stammen,wortels, bladen, alles heeft zijn nut. Er bestaat eene weelderige productie van, die echter nog zeer vermeerderd kon worden door zaaibedden en snoeijen. Sommige bamboes groeijen zeer hoog op. Die, welke de inlanderscauajang totooen de Spanjaardencañaespinonoemen, bereikt eene hoogte van 40 tot 50 voet, terwijl de stam meer dan 8 duim in middellijn bedraagt. Een der gedeelten daarvan kan somtijds twee maatjes haver bevatten. Eene infusie van deze bamboe is vergiftig voor dieren, maar de bladen worden door paarden en rundvee gegeten, terwijl de jonge spruiten tot salade voor menschen dienen. Decauajang quiling(cañamachovan de Spanjaarden) groeit tot eene hoogte van ongeveer 40 voet, terwijl de stam de grootte van een mansarm heeft. De dikte van den bast en de geringe holte maken deze soort tot de sterkste; zij wordt gebruikt om lasten op de schouders te dragen; een vierde van den geheelen stok, ter lengte van twee el, in tweeën gespleten, kan een grooter gewigt dragen dan een man. Het riet heeft eene buigzaamheid dat den last voor den drager verligt. De verschillende soorten van de bamboe zijn moeijelijk te tellen. Het inwendige van de osin levert eene witte zelfstandigheid op, dat tot geneesmiddel voor ziekten van deuriënen van het oog dient.
Ik heb eens hooren zeggen dat het kristallen paleis bij London met verschillende voorwerpen van bamboe kon worden gevuld. Uitgenomen het glas, kon het paleis zelf alleen uit deze grondstof zijn vervaardigd, en de opzigters van het gebouw met kleederen, hoeden en strafwerktuigen van bamboe worden voorzien. De boomen zouden een botanischen tuin met in verscheidenheid en schoonheid uitmuntende vormen en kleuren vullen, en zoo schilder- en dichtkunst, waarin de bamboe eene voorname plaats bekleedt, wierden toegelaten, zouden de zalen van de Louvre niet toereikend zijn voor de schilderijen en rollen van bamboe.
De verschillende soorten van riet, rottingen en dergelijke van deCalamus-familie, zijn van groot gewigt en hebben veel waarde. Depalasanis dikwijls 300 voet lang en in Mindanao moet men er van driemaal deze lengte gevonden hebben. Zij worden voor koorden en kabels gebruikt; maar daar de vezels verdeeld kunnen worden, tot een zeer fijnen draad toe, worden zij tot fijne weefsels bearbeid, waarvan sommige, in den vorm van sigarenkokers en hoeden, totontzagchelijke prijzen worden verkocht. Wanneer zij niet aan rook blootstaan, zijn de vezelen zeer duurzaam en kunnen de insekten weêrstand bieden.
De inlandsche benaming voor hennep isanabo; de Spaanschecanamo; maar de ruwe stof, die in den handel als manilla-hennep bekend is, wordt in de Philippijnen, volgens de Indische benaming,abacagenoemd. Het is een zeer belangrijk artikel van uitvoer geworden. In het jaar 1858 toch werden niet minder dan 25,000 tonnen uit Manilla alleen naar vreemde landen verscheept. Van deze hoeveelheid ontving Groot-Brittannië ongeveer een vierde, en het overige gedeelte ging naar de Vereenigde Staten. Naast suiker en tabak neemt de hennep de eerste plaats op de lijst der uitgevoerde producten in. Zij wordt niet alleen voor touwwerk, maar ook in de weeffabrieken gebruikt. Het is de vezel van eene plantaansoort—deMusa trogloditarum textoria.—Dampier zegt, dat zij alleen op het eiland Mindanao voorkomt; maar zij groeit daar tegenwoordig in onbeduidende hoeveelheid tegenover de productie van Luzon, Panay en andere eilanden van den Archipel. Naar de fijnere kwaliteiten is een belangrijke vraag voor de weverij en deze worden, in den regel, zorgvuldiger behandeld. Zij neemt gemakkelijk roode en blaauwe verw aan; hiervoor neemt men demorindaenmarsdenia, inlandsche planten. Men zegt, dat de vrucht kan gegeten worden, maar ik heb ze nergens op die wijze zien gebruiken en geloof ook niet, dat zij met de beste der heerlijke plantanen van de Philippijnen kan wedijveren. Pater Blanco zegt, dat van deze niet minder dan 57 soorten bestaan. De inlandsche benaming issaguing. Er zijn curieuse traditiën aan deze vrucht verbonden. De Arabieren zeggen dat zij in de wereld is gebragt door Allah, toen de Profeet zijne tanden verloor en niet langer de dadel kon nuttigen. Zij wordt somtijds Adams voorschoot genoemd, in de veronderstelling dat Adam en Eva met de bladen van deze plant hunne naaktheid hebben bedekt. Zij wordt algemeen gebruikt, zoowel raauw als op verschillende wijzen gekookt.
De koffij-kultuur zou zeer uitgebreid kunnen worden. Voor dit, en trouwens voor elk tropisch product, bestaat naauwelijks eene grens voor de door niemandtoegeëigendelanden, die tot de productie daarvan geschikt zijn. Sommige soorten der koffij zijn vanuitmuntende kwaliteit, bijna niet te onderscheiden van die uit Arabie, ofschoon over het algemeen is zij minder goed.
Er bestaat inderdaad een merkwaardig contrast tusschen de groote verbeteringen, die in den Nederlandschen Archipel en de Britsche koloniën, Ceylon bijv., hebben plaats gehad en de stagnatie, door de te stationnaire gewoonten van den Indiaanschen producent, veroorzaakt. Hij let weinig op eene goede keus van den bodem, de temperatuur of hoogte van den grond, de keus van het zaad, de snoeijing van den boom, de verzorging van de vrucht, de afscheiding van de buitenbasten en andere bijzonderheden, die tot de betrekkelijk geringe uitbreiding van de koffij-productie kunnen gerekend worden bij te dragen, vooral als men de ontzaggelijk toegenomen vraag naar dat artikel in aanmerking neemt en de wonderbaarlijke ontwikkeling van die kultuur in Nederlandsch Indië, Ceylon en elders.
De qualiteit van de cacao is uitmuntend en ik heb nergens beter chocolade gedronken dan op de Philippijnen, maar de boom wordt meestal tot eigen gebruik van de eigenaars geplant. Vooral in de kloosters zijn de monniken trotsch op hunne chocolade, die onder hun toezigt en uit vruchten van hunne eigene gronden en tuinen wordt bereid. De keuze van grond en plaats vereischt hierbij eenige aandacht; verder wordt de vrucht ingezameld als zij rijp is en behoeft, na het afnemen van den buitenbast, slechts in de zon gedroogd te worden.
De vrucht wordt in November gezaaid en de schaduw van den banaan dient tot hare bescherming. De cacao van Zebu moet even goed zijn als die van de Caracas. Op het eiland Negros bestaat eene groote productie van zelf. De Indiaan slurpt de cacao in suikersap op en op vele plaatsen wordt de drank tweemaal daags genuttigd.
De aanvoer van katoen is eene van de meest belangrijke kwestiën, voor zoover de Engelsche fabriek-bevolking betreft, en ik was verwonderd over de bekrompenheid, deparva sapientia, die zoo velen betoond hebben, welke hunne aandacht aan dit onderwerp hebben gewijd. De verwachting dat hetNegerland(Afrika) in staat zal zijn het bestaandevacuumin het aanbod aan te vullen, is eene ijdele hoop, ontstaande uit de onbekendheidmet het karakter en de gewoonten van de inlandsche stammen, die in teleurstelling en kwelling zal eindigen. Het vermogen van Britsch Indië is groot en de elementen van welslagen worden daar gevonden; maar het vermogen van China is veel grooter en ik meen dat, zoo in twee of drie jaren China in staat was om ruwe zijde tot eene waarde van tien millioen pond sterling naar de markt te verzenden en onmiddellijk in het gebrek aan Europeschen voorraad te voorzien, wij dan ook uit China later een onbeperkten toevoer van ruw katoen kunnen voorzien; thans reeds worden meer dan 350 millioen zielen van zijn eigen volk door zijne katoenvelden gekleed. De prijzen in China zijn bijna gelijk met die van Indië, zoodat, ofschoon daardoor een invoer tot eene jaarlijksche waarde van 2 of 3 millioen pond sterling in de zuidelijke provinciën van China kan plaats hebben, van invoer in het Noorden bijna geene sprake kan zijn. De qualiteit, de wijze van kultuur, van reinigen, van pakken, alles is voor groote verbeteringen vatbaar; hunne belangen zullen de Chinezen wijs maken, zoodat de Yang-tse-Kiang het kanaal tot oplossing van de katoen-kwestie kan worden.
Er bestaat geene bepaalde reden waarom katoenen wol niet op grootere schaal uit de Philippijnen wordt uitgevoerd. Zij wordt goedkoop geproduceerd en kan volgen op den oogst van de bergrijst. Er is een binnenlandsche aanvraag voor, die den planter schijnt te bevredigen, daar katoen bijna opgehouden heeft een artikel van vreemden handel te zijn. De stapel wordt gezegd klein te zijn. De plant groeit jaarlijks en levert den oogst binnen twee of drie maanden, nadat zij gezaaid is. Zij wordt in de middagzon ingezameld, voordat de regen-mousson invalt, die de plant en het zaad vernielt.
Kokosnotenboomen (Cocos nucifera), die de TagalezenNiocnoemen, dragen veel bij tot sieraad, gemak en de welvaart voor de inlanders. Stam, tak, blad en vrucht, alles strekt tot nut. Van het sap worden olie, wijn en geestrijke dranken gemaakt. De bast wordt voor run en touw gebruikt; de schil van de kokos wordt uitgeperst en in verschillende vormen gesneden voor lepels, koppen en huishoudelijkebenoodigdheden; de gebrande schil dient om zwart te verwen. De stam maakt dikwijls den vorm, de bladen hetdak van de Indiaansche huizen uit. De vezelen der bladen worden tot kleederen verwerkt; die van de vrucht tot borstels. Het merg wordt gegeten of in gebakken gedaan, terwijl aan de melk zeer veel geneeskracht wordt toegekend. De wortel dient,geroosterd, tot genezing van dysenterie.
Een Spaansche schrijver zegt dat een Indiaan niets dan zijncocal(kokostuin) behoeft om gemakkelijk te leven. De boom geeft hem water, wijn, olie, azijn, voedsel, touw, koppen, borstels, bouwmaterialen, zwarte verw, zeep, dak voor zijn huis, touwen voor zijn’ rozenkranzen, paklinnen, roode verw, medicijnen, pleister voor wonden, licht, vuur en verscheiden andere benoodigdheden. Na zeven jaar levert zij vruchten op. Deze goede natuurgaven mogen al niet de helpers en bevorderaars zijn der beschaving, toch dienen zij tot vergoeding die het woeste leven dragelijk, en zoo al niet genotrijk, bijna gelukkig maakt.
Tegenwoordig groeit slechts eene zeer kleine hoeveelheid peper, ofschoon dit vroeger een der hoogst geschatte producten der eilanden was. Men zegt dat de Indianen al hunne peper-plantaadjes vernielden, ten gevolge van bedrog, jegens hen door de kooplieden uit Manilla gepleegd.
Pogingen om sommige der meer kostbare specerijen in te voeren, als kaneel en noten-muskaat, zijn niet geslaagd.
Vruchten vindt men in overvloed. Er zijn niet minder dan 57 soorten van den banaan. De Manilla mango is overal in de Oost beroemd. Men vindt vele soorten van oranje-appelen, ananassen in groote hoeveelheid, guavas, rozen-appelen, terwijl men de mangostan in Mindanao heeft. De chico is de geliefkoosde vrucht van den winter; zij heeft veel overeenkomst met den medlar en is uitvoeriger beschreven in het anders onvolledige werk, deFloravan Pater Blanco.
Onder de rijkdommen van de Philippijnsche eilanden, bekleeden de boomen der bosschen eene voorname plaats. Eene verzameling van 350 soorten werd gezonden naar de wereld-tentoonstelling van Londen, in den vorm van prisma’s. In het jaar 1858 publiceerde kolonel Valdes een verslag over den aard en de deugdelijkheid van het Philippijnsche hout voor woningen (maderas de construccion). De stukken, waarmede men proeven deed, warendobbelsteenen van 1 duim en kegels van een vierk. duim en 1 el breedte. Het hout werd een jaar lang gedroogd. Met elke soort werden vijf proeven genomen en de gemiddelde resultaten op het rapport gebragt1.
1Het werk van den heer Bowring bevat de tabellen, uit het bedoelde rapport van kolonel Valdes uitgetrokken. Wij laten die achterwege.(Vertaler.)↑
1Het werk van den heer Bowring bevat de tabellen, uit het bedoelde rapport van kolonel Valdes uitgetrokken. Wij laten die achterwege.
(Vertaler.)↑