HOOFDSTUK XXII.

HOOFDSTUK XXII.BELASTINGEN.Tot het jaar 1784 waren de Philippijnen zoo improductief voor de Spaansche inkomsten, dat het deficit in de schatkist werd gedekt door eene jaarlijksche toelage van 250,000 dollars van het Mexicaansche gouvernement. Eene hoofdelijke belasting werd ongeregeld van de inlanders geïnd; even als een tolgeld (almojarifango) op den kleinen handel die bestond en een accijns (alcabala) op binnenlandschen verkoop. In het begin dezer eeuw intusschen leverden de Spaansch-Amerikaansche koloniën de gelden voor de militaire uitgaven van Manilla. In 1829 verkreeg de schatkist een onafhankelijken tak van administratie. Vermeerdering van de belasting-betalende bevolking, het tabaks- en wijnmonopolie, verlof van vreemdelingen om zich als kooplieden in de hoofdstad te vestigen, aanvraag naar inlandsche en verbruik van vreemde producten en eene algemeene neiging naar eene meer liberale staatkunde, leverden de gewone zegenrijke resultaten op en, ofschoon langzaam, zijn de Philippijnen tot een trap van voorspoed geklommen, die voor eene oneindige ontwikkeling vatbaar is.De hoofdelijke belasting ofschatting, die de inlanders betaalden, was de grondslag van het finantiële stelsel in de Philippijnen.Zij is de eenige directe belasting (behalve voor bijzondere gevallen), maakt geen onderscheid tusschen personen en eigendom, heeft de verdienste van een lang bestaan en wordt op eene wijze ingezameld, door de Indianen zelven aan de hand gegeven. Oorspronkelijk werd zij in producten geheven, doch met de waarde van een dollar (acht realen) gelijkgesteld; later werd zij tot een en een kwart dollar verhoogd en eindelijk hebben de monniken er 50 opcenten bijgevoegd, waarvan vier vijfden voor de Kerk en een vijfde voor handelsbelangen zijn bestemd.De belasting is thans verschuldigd door ieder volwassen persoon uit een gezin, tot den ouderdom van zestig jaren; de plaatselijke autoriteiten (cabezas de barangay), hunne vrouwen en oudste of een aangenomen zoon uitgezonderd. Een cabeza is belast met de inning van de belasting van zijne cabaceria, die gewoonlijk uit omstreeks vijftig personen bestaat. Er bestaan vele andere uitzonderingen, zoo als ontslagen soldaten en personen, die op bijzondere gronden ontheffing verzoeken, om niets te zeggen van de onzekere inningen van Indianen, die geen vaste verblijfplaats in steden of dorpen hebben en de zekere niet-inning van de wildere stammen. Buzeta rekent dat slechts 5 percent van de geheele bevolking de belasting betaalt. Buiten de geconcentreerde groepen van inlanders bestaat weinig contrôle; ook is de meest uitgebreide van de bestaande invloeden—de geestelijke—in het geheel niet geneigd den inner te helpen en daardoor het algemeen misnoegen op te wekken, vooral als de vorderingen van het klooster zijn erkend en in de behoeften van de Kerk voldoende is voorzien, hetgeen meestal het geval is. De monnik staat dikwijls tusschen de fiscale autoriteit en den Indiaanschen schuldenaar, en daar zijn voornaamste streven is populair onder zijne kudde te zijn, ondersteunt hij, wanneer zijne eigene verwachtingen zijn voldaan, natuurlijk zwak den inner der belasting. De monnik heeft een groot direct belang in de geldbelasting, zoowel in het sanctorum als in de tienden; maar de Indiaan heeft vele middelen om den pater tevreden te stellen, en laat die niet achterwege, terwijl de invloed van den geestelijke niet alleen domineert, maar voortdurend tegenwoordig en in gestadige werking is. Bij een besluit van 1835 is aan deIndianen vergund de belasting in goederen te betalen, doch tegen zoo ellendig lage prijzen, dat ik meen dat de betalingen thans naauwelijks anders dan in klinkend metaal geschieden. Het tegenwoordig geheven bedrag wordt geschat als volgt:Voor het Gouvernement10realen.Voor de tienden1realen.»Gemeentefondsen (caja de communidad)1realen.»Sanctorum (kerk)3realen.»15realen of 1⅞ dollar.Tegen 54 stuivers per dollar maakt dit dus eene hoofdelijke belasting van ruim vijf gulden per hoofd.DeSangleys(mestizen van Chineschen oorsprong) betalen 20 realen Gouvernements-belasting of 25 realen in het geheel, zijnde ongeveer 8½ gulden.Er bestaan eenige bijzondere belastingen voor plaatselijke voorwerpen, doch het bedrag is niet groot.De Chinezen werden bijzonder gekozen als de slagtoffers van den belasting-inner en, in aanmerking genomen het algemeen geringe bedrag der belasting, en dat de Chinezen op de Philippijnen werden uitgenoodigd onder verzekering van alle bescherming en als een zeer gewigtig element voor de ontwikkeling van het land, zal men toegeven dat het besluit van 1828 vrij ligt werkt. Het verdeelt Chinesche kolonisten in drie klassen:Kooplieden die eene maandelijksche belasting betalen van 10 dollars27p. st.0per jaar.Winkeliers die maandelijks 4 dollars betalen10p.»st.»»16per»jaar.»Alle anderen die 2 dollars per maand betalen5p.»st.»»8per»jaar.»Wanneer zij zich hieraan niet onderwerpen en ongehuwd zijn, mogen zij het land binnen zes maanden verlaten of de waarde der belasting in arbeid betalen, en na drie maanden in de betaling der belasting achterlijk te zijn gebleven, zijn zij aan eene boete van 2 realen per dag onderworpen. Tijdens de uitvaardiging van het besluit bevonden zich 5708 Chinezen in de hoofdstad, waarvan onmiddellijk 800 zich naar China begaven, terwijl 1083 naar de bergen vlugtten en heusch ontvangen en beschermd werdendoor de inlanders; 453 werden tot de openbare werken veroordeeld, terwijl de overigen in zulk een staat van ontevredenheid en ellende bleven, dat de intendant in 1831 een krachtig vertoog ten hunnen behoeve aan het gouvernement indiende en in 1834 magtiging werd verleend om de geheele fiscale wetgeving ten opzigte der Chinezen te wijzigen.De Chinezen, die in Manilla aanlanden, hetzij als zeelieden of als kolonisten, zijn verpligt een publiek gebouw te bewonen, deAlcaiceria de San Fernandogenaamd, waarvoor betaling wordt gevorderd en de voordeelen daaruit voortvloeijende komen aan den staat.

HOOFDSTUK XXII.BELASTINGEN.Tot het jaar 1784 waren de Philippijnen zoo improductief voor de Spaansche inkomsten, dat het deficit in de schatkist werd gedekt door eene jaarlijksche toelage van 250,000 dollars van het Mexicaansche gouvernement. Eene hoofdelijke belasting werd ongeregeld van de inlanders geïnd; even als een tolgeld (almojarifango) op den kleinen handel die bestond en een accijns (alcabala) op binnenlandschen verkoop. In het begin dezer eeuw intusschen leverden de Spaansch-Amerikaansche koloniën de gelden voor de militaire uitgaven van Manilla. In 1829 verkreeg de schatkist een onafhankelijken tak van administratie. Vermeerdering van de belasting-betalende bevolking, het tabaks- en wijnmonopolie, verlof van vreemdelingen om zich als kooplieden in de hoofdstad te vestigen, aanvraag naar inlandsche en verbruik van vreemde producten en eene algemeene neiging naar eene meer liberale staatkunde, leverden de gewone zegenrijke resultaten op en, ofschoon langzaam, zijn de Philippijnen tot een trap van voorspoed geklommen, die voor eene oneindige ontwikkeling vatbaar is.De hoofdelijke belasting ofschatting, die de inlanders betaalden, was de grondslag van het finantiële stelsel in de Philippijnen.Zij is de eenige directe belasting (behalve voor bijzondere gevallen), maakt geen onderscheid tusschen personen en eigendom, heeft de verdienste van een lang bestaan en wordt op eene wijze ingezameld, door de Indianen zelven aan de hand gegeven. Oorspronkelijk werd zij in producten geheven, doch met de waarde van een dollar (acht realen) gelijkgesteld; later werd zij tot een en een kwart dollar verhoogd en eindelijk hebben de monniken er 50 opcenten bijgevoegd, waarvan vier vijfden voor de Kerk en een vijfde voor handelsbelangen zijn bestemd.De belasting is thans verschuldigd door ieder volwassen persoon uit een gezin, tot den ouderdom van zestig jaren; de plaatselijke autoriteiten (cabezas de barangay), hunne vrouwen en oudste of een aangenomen zoon uitgezonderd. Een cabeza is belast met de inning van de belasting van zijne cabaceria, die gewoonlijk uit omstreeks vijftig personen bestaat. Er bestaan vele andere uitzonderingen, zoo als ontslagen soldaten en personen, die op bijzondere gronden ontheffing verzoeken, om niets te zeggen van de onzekere inningen van Indianen, die geen vaste verblijfplaats in steden of dorpen hebben en de zekere niet-inning van de wildere stammen. Buzeta rekent dat slechts 5 percent van de geheele bevolking de belasting betaalt. Buiten de geconcentreerde groepen van inlanders bestaat weinig contrôle; ook is de meest uitgebreide van de bestaande invloeden—de geestelijke—in het geheel niet geneigd den inner te helpen en daardoor het algemeen misnoegen op te wekken, vooral als de vorderingen van het klooster zijn erkend en in de behoeften van de Kerk voldoende is voorzien, hetgeen meestal het geval is. De monnik staat dikwijls tusschen de fiscale autoriteit en den Indiaanschen schuldenaar, en daar zijn voornaamste streven is populair onder zijne kudde te zijn, ondersteunt hij, wanneer zijne eigene verwachtingen zijn voldaan, natuurlijk zwak den inner der belasting. De monnik heeft een groot direct belang in de geldbelasting, zoowel in het sanctorum als in de tienden; maar de Indiaan heeft vele middelen om den pater tevreden te stellen, en laat die niet achterwege, terwijl de invloed van den geestelijke niet alleen domineert, maar voortdurend tegenwoordig en in gestadige werking is. Bij een besluit van 1835 is aan deIndianen vergund de belasting in goederen te betalen, doch tegen zoo ellendig lage prijzen, dat ik meen dat de betalingen thans naauwelijks anders dan in klinkend metaal geschieden. Het tegenwoordig geheven bedrag wordt geschat als volgt:Voor het Gouvernement10realen.Voor de tienden1realen.»Gemeentefondsen (caja de communidad)1realen.»Sanctorum (kerk)3realen.»15realen of 1⅞ dollar.Tegen 54 stuivers per dollar maakt dit dus eene hoofdelijke belasting van ruim vijf gulden per hoofd.DeSangleys(mestizen van Chineschen oorsprong) betalen 20 realen Gouvernements-belasting of 25 realen in het geheel, zijnde ongeveer 8½ gulden.Er bestaan eenige bijzondere belastingen voor plaatselijke voorwerpen, doch het bedrag is niet groot.De Chinezen werden bijzonder gekozen als de slagtoffers van den belasting-inner en, in aanmerking genomen het algemeen geringe bedrag der belasting, en dat de Chinezen op de Philippijnen werden uitgenoodigd onder verzekering van alle bescherming en als een zeer gewigtig element voor de ontwikkeling van het land, zal men toegeven dat het besluit van 1828 vrij ligt werkt. Het verdeelt Chinesche kolonisten in drie klassen:Kooplieden die eene maandelijksche belasting betalen van 10 dollars27p. st.0per jaar.Winkeliers die maandelijks 4 dollars betalen10p.»st.»»16per»jaar.»Alle anderen die 2 dollars per maand betalen5p.»st.»»8per»jaar.»Wanneer zij zich hieraan niet onderwerpen en ongehuwd zijn, mogen zij het land binnen zes maanden verlaten of de waarde der belasting in arbeid betalen, en na drie maanden in de betaling der belasting achterlijk te zijn gebleven, zijn zij aan eene boete van 2 realen per dag onderworpen. Tijdens de uitvaardiging van het besluit bevonden zich 5708 Chinezen in de hoofdstad, waarvan onmiddellijk 800 zich naar China begaven, terwijl 1083 naar de bergen vlugtten en heusch ontvangen en beschermd werdendoor de inlanders; 453 werden tot de openbare werken veroordeeld, terwijl de overigen in zulk een staat van ontevredenheid en ellende bleven, dat de intendant in 1831 een krachtig vertoog ten hunnen behoeve aan het gouvernement indiende en in 1834 magtiging werd verleend om de geheele fiscale wetgeving ten opzigte der Chinezen te wijzigen.De Chinezen, die in Manilla aanlanden, hetzij als zeelieden of als kolonisten, zijn verpligt een publiek gebouw te bewonen, deAlcaiceria de San Fernandogenaamd, waarvoor betaling wordt gevorderd en de voordeelen daaruit voortvloeijende komen aan den staat.

HOOFDSTUK XXII.BELASTINGEN.

Tot het jaar 1784 waren de Philippijnen zoo improductief voor de Spaansche inkomsten, dat het deficit in de schatkist werd gedekt door eene jaarlijksche toelage van 250,000 dollars van het Mexicaansche gouvernement. Eene hoofdelijke belasting werd ongeregeld van de inlanders geïnd; even als een tolgeld (almojarifango) op den kleinen handel die bestond en een accijns (alcabala) op binnenlandschen verkoop. In het begin dezer eeuw intusschen leverden de Spaansch-Amerikaansche koloniën de gelden voor de militaire uitgaven van Manilla. In 1829 verkreeg de schatkist een onafhankelijken tak van administratie. Vermeerdering van de belasting-betalende bevolking, het tabaks- en wijnmonopolie, verlof van vreemdelingen om zich als kooplieden in de hoofdstad te vestigen, aanvraag naar inlandsche en verbruik van vreemde producten en eene algemeene neiging naar eene meer liberale staatkunde, leverden de gewone zegenrijke resultaten op en, ofschoon langzaam, zijn de Philippijnen tot een trap van voorspoed geklommen, die voor eene oneindige ontwikkeling vatbaar is.De hoofdelijke belasting ofschatting, die de inlanders betaalden, was de grondslag van het finantiële stelsel in de Philippijnen.Zij is de eenige directe belasting (behalve voor bijzondere gevallen), maakt geen onderscheid tusschen personen en eigendom, heeft de verdienste van een lang bestaan en wordt op eene wijze ingezameld, door de Indianen zelven aan de hand gegeven. Oorspronkelijk werd zij in producten geheven, doch met de waarde van een dollar (acht realen) gelijkgesteld; later werd zij tot een en een kwart dollar verhoogd en eindelijk hebben de monniken er 50 opcenten bijgevoegd, waarvan vier vijfden voor de Kerk en een vijfde voor handelsbelangen zijn bestemd.De belasting is thans verschuldigd door ieder volwassen persoon uit een gezin, tot den ouderdom van zestig jaren; de plaatselijke autoriteiten (cabezas de barangay), hunne vrouwen en oudste of een aangenomen zoon uitgezonderd. Een cabeza is belast met de inning van de belasting van zijne cabaceria, die gewoonlijk uit omstreeks vijftig personen bestaat. Er bestaan vele andere uitzonderingen, zoo als ontslagen soldaten en personen, die op bijzondere gronden ontheffing verzoeken, om niets te zeggen van de onzekere inningen van Indianen, die geen vaste verblijfplaats in steden of dorpen hebben en de zekere niet-inning van de wildere stammen. Buzeta rekent dat slechts 5 percent van de geheele bevolking de belasting betaalt. Buiten de geconcentreerde groepen van inlanders bestaat weinig contrôle; ook is de meest uitgebreide van de bestaande invloeden—de geestelijke—in het geheel niet geneigd den inner te helpen en daardoor het algemeen misnoegen op te wekken, vooral als de vorderingen van het klooster zijn erkend en in de behoeften van de Kerk voldoende is voorzien, hetgeen meestal het geval is. De monnik staat dikwijls tusschen de fiscale autoriteit en den Indiaanschen schuldenaar, en daar zijn voornaamste streven is populair onder zijne kudde te zijn, ondersteunt hij, wanneer zijne eigene verwachtingen zijn voldaan, natuurlijk zwak den inner der belasting. De monnik heeft een groot direct belang in de geldbelasting, zoowel in het sanctorum als in de tienden; maar de Indiaan heeft vele middelen om den pater tevreden te stellen, en laat die niet achterwege, terwijl de invloed van den geestelijke niet alleen domineert, maar voortdurend tegenwoordig en in gestadige werking is. Bij een besluit van 1835 is aan deIndianen vergund de belasting in goederen te betalen, doch tegen zoo ellendig lage prijzen, dat ik meen dat de betalingen thans naauwelijks anders dan in klinkend metaal geschieden. Het tegenwoordig geheven bedrag wordt geschat als volgt:Voor het Gouvernement10realen.Voor de tienden1realen.»Gemeentefondsen (caja de communidad)1realen.»Sanctorum (kerk)3realen.»15realen of 1⅞ dollar.Tegen 54 stuivers per dollar maakt dit dus eene hoofdelijke belasting van ruim vijf gulden per hoofd.DeSangleys(mestizen van Chineschen oorsprong) betalen 20 realen Gouvernements-belasting of 25 realen in het geheel, zijnde ongeveer 8½ gulden.Er bestaan eenige bijzondere belastingen voor plaatselijke voorwerpen, doch het bedrag is niet groot.De Chinezen werden bijzonder gekozen als de slagtoffers van den belasting-inner en, in aanmerking genomen het algemeen geringe bedrag der belasting, en dat de Chinezen op de Philippijnen werden uitgenoodigd onder verzekering van alle bescherming en als een zeer gewigtig element voor de ontwikkeling van het land, zal men toegeven dat het besluit van 1828 vrij ligt werkt. Het verdeelt Chinesche kolonisten in drie klassen:Kooplieden die eene maandelijksche belasting betalen van 10 dollars27p. st.0per jaar.Winkeliers die maandelijks 4 dollars betalen10p.»st.»»16per»jaar.»Alle anderen die 2 dollars per maand betalen5p.»st.»»8per»jaar.»Wanneer zij zich hieraan niet onderwerpen en ongehuwd zijn, mogen zij het land binnen zes maanden verlaten of de waarde der belasting in arbeid betalen, en na drie maanden in de betaling der belasting achterlijk te zijn gebleven, zijn zij aan eene boete van 2 realen per dag onderworpen. Tijdens de uitvaardiging van het besluit bevonden zich 5708 Chinezen in de hoofdstad, waarvan onmiddellijk 800 zich naar China begaven, terwijl 1083 naar de bergen vlugtten en heusch ontvangen en beschermd werdendoor de inlanders; 453 werden tot de openbare werken veroordeeld, terwijl de overigen in zulk een staat van ontevredenheid en ellende bleven, dat de intendant in 1831 een krachtig vertoog ten hunnen behoeve aan het gouvernement indiende en in 1834 magtiging werd verleend om de geheele fiscale wetgeving ten opzigte der Chinezen te wijzigen.De Chinezen, die in Manilla aanlanden, hetzij als zeelieden of als kolonisten, zijn verpligt een publiek gebouw te bewonen, deAlcaiceria de San Fernandogenaamd, waarvoor betaling wordt gevorderd en de voordeelen daaruit voortvloeijende komen aan den staat.

Tot het jaar 1784 waren de Philippijnen zoo improductief voor de Spaansche inkomsten, dat het deficit in de schatkist werd gedekt door eene jaarlijksche toelage van 250,000 dollars van het Mexicaansche gouvernement. Eene hoofdelijke belasting werd ongeregeld van de inlanders geïnd; even als een tolgeld (almojarifango) op den kleinen handel die bestond en een accijns (alcabala) op binnenlandschen verkoop. In het begin dezer eeuw intusschen leverden de Spaansch-Amerikaansche koloniën de gelden voor de militaire uitgaven van Manilla. In 1829 verkreeg de schatkist een onafhankelijken tak van administratie. Vermeerdering van de belasting-betalende bevolking, het tabaks- en wijnmonopolie, verlof van vreemdelingen om zich als kooplieden in de hoofdstad te vestigen, aanvraag naar inlandsche en verbruik van vreemde producten en eene algemeene neiging naar eene meer liberale staatkunde, leverden de gewone zegenrijke resultaten op en, ofschoon langzaam, zijn de Philippijnen tot een trap van voorspoed geklommen, die voor eene oneindige ontwikkeling vatbaar is.

De hoofdelijke belasting ofschatting, die de inlanders betaalden, was de grondslag van het finantiële stelsel in de Philippijnen.Zij is de eenige directe belasting (behalve voor bijzondere gevallen), maakt geen onderscheid tusschen personen en eigendom, heeft de verdienste van een lang bestaan en wordt op eene wijze ingezameld, door de Indianen zelven aan de hand gegeven. Oorspronkelijk werd zij in producten geheven, doch met de waarde van een dollar (acht realen) gelijkgesteld; later werd zij tot een en een kwart dollar verhoogd en eindelijk hebben de monniken er 50 opcenten bijgevoegd, waarvan vier vijfden voor de Kerk en een vijfde voor handelsbelangen zijn bestemd.

De belasting is thans verschuldigd door ieder volwassen persoon uit een gezin, tot den ouderdom van zestig jaren; de plaatselijke autoriteiten (cabezas de barangay), hunne vrouwen en oudste of een aangenomen zoon uitgezonderd. Een cabeza is belast met de inning van de belasting van zijne cabaceria, die gewoonlijk uit omstreeks vijftig personen bestaat. Er bestaan vele andere uitzonderingen, zoo als ontslagen soldaten en personen, die op bijzondere gronden ontheffing verzoeken, om niets te zeggen van de onzekere inningen van Indianen, die geen vaste verblijfplaats in steden of dorpen hebben en de zekere niet-inning van de wildere stammen. Buzeta rekent dat slechts 5 percent van de geheele bevolking de belasting betaalt. Buiten de geconcentreerde groepen van inlanders bestaat weinig contrôle; ook is de meest uitgebreide van de bestaande invloeden—de geestelijke—in het geheel niet geneigd den inner te helpen en daardoor het algemeen misnoegen op te wekken, vooral als de vorderingen van het klooster zijn erkend en in de behoeften van de Kerk voldoende is voorzien, hetgeen meestal het geval is. De monnik staat dikwijls tusschen de fiscale autoriteit en den Indiaanschen schuldenaar, en daar zijn voornaamste streven is populair onder zijne kudde te zijn, ondersteunt hij, wanneer zijne eigene verwachtingen zijn voldaan, natuurlijk zwak den inner der belasting. De monnik heeft een groot direct belang in de geldbelasting, zoowel in het sanctorum als in de tienden; maar de Indiaan heeft vele middelen om den pater tevreden te stellen, en laat die niet achterwege, terwijl de invloed van den geestelijke niet alleen domineert, maar voortdurend tegenwoordig en in gestadige werking is. Bij een besluit van 1835 is aan deIndianen vergund de belasting in goederen te betalen, doch tegen zoo ellendig lage prijzen, dat ik meen dat de betalingen thans naauwelijks anders dan in klinkend metaal geschieden. Het tegenwoordig geheven bedrag wordt geschat als volgt:

Voor het Gouvernement10realen.Voor de tienden1realen.»Gemeentefondsen (caja de communidad)1realen.»Sanctorum (kerk)3realen.»15realen of 1⅞ dollar.

Tegen 54 stuivers per dollar maakt dit dus eene hoofdelijke belasting van ruim vijf gulden per hoofd.

DeSangleys(mestizen van Chineschen oorsprong) betalen 20 realen Gouvernements-belasting of 25 realen in het geheel, zijnde ongeveer 8½ gulden.

Er bestaan eenige bijzondere belastingen voor plaatselijke voorwerpen, doch het bedrag is niet groot.

De Chinezen werden bijzonder gekozen als de slagtoffers van den belasting-inner en, in aanmerking genomen het algemeen geringe bedrag der belasting, en dat de Chinezen op de Philippijnen werden uitgenoodigd onder verzekering van alle bescherming en als een zeer gewigtig element voor de ontwikkeling van het land, zal men toegeven dat het besluit van 1828 vrij ligt werkt. Het verdeelt Chinesche kolonisten in drie klassen:

Kooplieden die eene maandelijksche belasting betalen van 10 dollars27p. st.0per jaar.Winkeliers die maandelijks 4 dollars betalen10p.»st.»»16per»jaar.»Alle anderen die 2 dollars per maand betalen5p.»st.»»8per»jaar.»

Wanneer zij zich hieraan niet onderwerpen en ongehuwd zijn, mogen zij het land binnen zes maanden verlaten of de waarde der belasting in arbeid betalen, en na drie maanden in de betaling der belasting achterlijk te zijn gebleven, zijn zij aan eene boete van 2 realen per dag onderworpen. Tijdens de uitvaardiging van het besluit bevonden zich 5708 Chinezen in de hoofdstad, waarvan onmiddellijk 800 zich naar China begaven, terwijl 1083 naar de bergen vlugtten en heusch ontvangen en beschermd werdendoor de inlanders; 453 werden tot de openbare werken veroordeeld, terwijl de overigen in zulk een staat van ontevredenheid en ellende bleven, dat de intendant in 1831 een krachtig vertoog ten hunnen behoeve aan het gouvernement indiende en in 1834 magtiging werd verleend om de geheele fiscale wetgeving ten opzigte der Chinezen te wijzigen.

De Chinezen, die in Manilla aanlanden, hetzij als zeelieden of als kolonisten, zijn verpligt een publiek gebouw te bewonen, deAlcaiceria de San Fernandogenaamd, waarvoor betaling wordt gevorderd en de voordeelen daaruit voortvloeijende komen aan den staat.


Back to IndexNext