III.DE STAD.HET OUDE VIANEN.Groote mannen, die in vroegere eeuwen teVianenzijn geboren en ook in de laatst afgeloopene aldaar het eerste levenslicht aanschouwden, en, hetzij, daarna gestorven, of als nog in leven zijn, ook de zoodanige, die in deze stad, gedurende eenigen tijd hun verblijf hebben gehouden.Men zal, wanneer men de geschiedenis van vroegeren en lateren leeftijd raadpleegt, de opmerking maken, dat, niet zelden Godgeleerden, Staatsmannen en Krijgshelden, van uitstekende verdiensten, en de zulken, die met meer dan gewonen goeden uitslag zich, hetzij op de schilderkunst toegelegd, de dichtkunst beoefend, of zich door letterkundigen roem in de geleerde wereld onderscheiding verworven hebben, in kleine steden of vlekken, of op onaanzienlijke dorpen geboren werden. Werd niet onze onsterfelijkeBoerhave, die zich door zijne diepe ervaring in de geneeskunst eene Europeêsche vermaardheid heeft verkregen, in het dorpVoorhout, nabijLeiden, ter wereld gebragt? Was nietStratfordaanden Avon, de wieg en bakermat vanAlbionsvoortreffelijksten dichterWilliam Shakespeare, en mag niet het nederigBrouwershavener trotsch op zijn, dat het aan den Prins onzer Vaderlandsche dichters, en den als staatsman zoo uitstekenden RaadpensionarisJacob Catsdeszelfs aanzijn gaf? Staat het niet daarom o grooteRembrand! bij de roemvermelding der zonen vanAppelles, met gouden letteren geboekstaafd, en getuigen nog niet, ten huidigen dage, en doek en paneel, wie eenmaal Hollandsch eerste schilder was, maar werd gij ook niet juist daarom, in onderscheiding van de overige leden van uw geslachtvan Rijnbijgenaamd, omdat het zoo schilderachtig aan dien stroom gelegen dorpje, het bevalligKoudekerk, het te vertellen weet, dat gij eenmaal als knaapje aan des Rijnstrooms boorden speeldet en gindsche boerenwoning u als zuigeling had zien geboren worden.En gij oJoure! vroeger naauwlijks opgemerkt onder de geringste van Frieslands gehuchten, zoudt gij u niet verheffen op uwenBorger, uitstekend godgeleerde, voortreffelijk kanselredenaar en dichter tevens, gijVlissingenop uwenBellami, niet minder danBorger, der zanggodinnen voedsterzoon?En gij o Lekstad; zoo beroemd in de geschiedenis van ons Vaderland, zoudt ook gij geen roem mogen dragen op voortreffelijke mannen, die, zoo vele eeuwen geleden, u hunne geboorteplaats mogten noemen, werd gij niet vereeuwigd door uweBrederodes, te genoegzaam in ’s lands historie blaân vermeld, dan dat ik nog vernieuwde lauwren aan hunnen krans zoude behoeven te hechten, waart gij het niet, die reeds in het jaar 1583 aanJacobus Triglandiusheteerste levenslicht deed aanschouwen! uit Roomsch-Katholijke ouders geboren, en in die zelfde godsdienst opgevoed, ging hij al rasch tot de protestantsche geloofsbelijdenis over, hij aanvaardde ter zelfder tijd het predikambt en werd in den jare 1606 teStolwijken daarna in 1610 teAmsterdamtot Leeraar beroepen. In beide gemeenten achtereenvolgende verkondigde hij het Evangelie tot in 1634, met zoo veel roems, en ontwikkelde zich al meer en meer als zulk een welsprekend kansel-redenaar, dat curatoren der Hoogeschool teLeiden, hem met algemeene goedkeuring, den eersten leerstoel in de godgeleerde faculteit aanboden; steeds betoonde hij zich een ijverig tegenstander der Remonstrantsche gevoelens te zijn, en verwierf zich als zoodanig, onder zijne geloofsgenooten geenen geringen aanhang.Op één en zeventigjarigen ouderdom verliet hij in het jaar 1654 het tooneel dezes levens; de geleerdeJohannes Coccejussprak zijne lijkrede uit en vermeldde in dezelve al die uitstekende hoedanigheden, die den waardigenTriglandiusversierd hadden; van hoogst belangrijken inhoud zijn de godgeleerde werken, die hij heeft nagelaten; hij schreef kerkelijke geschiedenissen (gerigt tegenJ. Uittenbogaert).Leiden1650—detrina Dei gratia.Amst.1636—deEpiscopatu Contra Nicolaum Videlium—Amst.1642 en nog ten huidigen dage worden niet zelden ’s mans geschriften geraadpleegd.Niet minder geleerd, danTriglandius, wasWilhelmus Janszoon, (Janssonius), bijgenaamdvan Vianen, ten einde; op deze wijze den naam van zijne geboorteplaats van geslacht tot geslacht te doen overgaan; vroeger Hoogleeraar inde wijsbegeerte in het collegie van hetCastrumteLeuven, werd hij daarna ter zelfder stede, eerst Plebaan van de St. Pieterskerk aldaar, en later Hoogleeraar in de Godgeleerdheid, hij stichtte eene beurs in het collegie van hetCastrumééne in dat vanStandoncken twee in het groote collegie; hij stierf op den 20 November 1529 en werd in de St. Pieterskerk teLeuvenbegraven.Ik doe hier het grafschrift volgen, bij hetwelk hij als van zich zelven gewagende, aldus sprekend wordt ingevoerd.Urbe Viana ortus, Guilielmus nomine magna,Castrensem rexi sedulitate scholam,Hinc doctor legis divinae, pabula Pastor,Praebueram, Pavi, qui sacra templa Petri,Pauperibusmoriens, studiisque alimenta reliqui,Plurima, apud superos, hinc mihi parte quies.Het was ook de grooteDaniel Heinsiusdie, na volbragte staatkundige loopbaan, den avond van zijn leven teVianenheeft gesleten; het schijnt intusschen, dat hij nog vóór zijnen dood gedurende eenige tijd teLeidenzijn verblijf heeft gehouden, alwaar hij op den 25 Februarij 1655 is overleden, waarom hij in de kerk teVianenis begraven, blijkt wel uit de grafzerk, onder welke zijne assche rust, maar niet uit de geschiedenis, immers schrijver dezes heeft daarvan geene sporen kunnen vinden.Heinsiuswas geboren teGend, op den 30 Mei 1580. Hij werd gehouden voor den geleerdsten en vindingrijksten dichter der zeventiende eeuw; de nederduitsche letterkunde heeftdoor hem eenen bijzonderen voorrang boven de Duitsche verkregen, maar meer nog dan dichter wasHeinsiusgroot als Staatsman; hij woonde in de jaren 1618 en 1619 als afgevaardigde der Staten-Generaal de Dordsche synode bij; hij mogt zich beroemen, de vriend vanScaligerenDousate zijn.Gustaaf Adolph, Koning vanZweden, benoemde hem om zijne veelvuldige geleerde schriften tot zijnen geschiedschrijver, en PausUrbanusVIII noodigde hem uit naarRome, om van zijn geleerd onderhoud voordeel te kunnen trekken.Wij moeten hier ter plaatse mede gewag maken van den in de wijsbegeerteende wis- en sterrekunde zoo ervarenenJan Frederik Hennert, die na verkregen eervol ontslag als Hoogleeraar aan de universiteit teUtrecht, gedurende eenen geruimen tijd zijnotium cum dignitateteVianenheeft doorgebragt en daarna weder naarUtrechtterug gekeerd, op den 30 Maart 1810, in het 80stejaar zijns levens aldaar is ontslapen.Te regt mag ookVianenzich verheffen, de geboorteplaats te zijn geweest vanWillem Anton Ockerse, wiens staatkundige loopbaan, in de vroegere dagen van omwentelingen en staatsberoeringen te wel uit de geschiedenis van dien tijd bekend is, dan dat de bijzonderheden daarvan ter dezer plaatse behoeven herhaald te worden, het moge intusschen gezegd zijn, dat hij in dat belangrijk tijdvak zich steeds als man van eer, en met regtschapenheid heeft gedragen. Hij zag teVianenhet eerste levenslicht in het jaar 1760 en ontsliep te’s Gravenhageop den 19 Januarij 1816. Menigvuldig en van hoogstbelangrijken inhoud zijn de door hem geschrevenewerken, dezelve dragen den stempel van grondige kennis, juist oordeel, scherpzinnigheid, onpartijdigheid, zachtheid en liefde; wij noemen hier als eenige onder allen, de resultaten van zijn zestig jarig leven, zijne karakterkunde, en meer andere geschriften; de naam vanOckerseis mede tot de nakomelingschap overgegaan, door de letter- en dichtkundige verdiensten van ’s mans waardige zuster, VrouweAntoinetta Ockerse, weduweJ. P. Klein. Hare oden en elegien, de gedachten bij het graf vanRobbert Blair, en de bijbel, eene bron van Goddelijk onderrigt voor den mensch in zijne dagelijksche levensbetrekkingen, hebben heerlijke proeven opgeleverd van haar rein, godsdienstig gevoel en hare bekwaamheid ook in den prozastijl. Zij was geboren in 1763, enoverleedteLeidenop den 25 December 1828.Na nu van de dooden gewaagd te hebben, rust op ons nog de taak, vermelding te doen van twee waardige mannen, die Vianen hunne vaderstad mogen noemen, ik bedoel Mr.Maurits Cornelis van Hallen Mr.Johannes op den Hooff.Maurits Cornelis van Hall! wie is er, onder de zoodanige, die menschenwaarde, regtsgeleerdheid, statenkennis, letterkunde en archaeologie, gevoel en smaak voor de dichtkunst, en wat meer zegt, adelaarsvlugt in de beoefening derzelve, op hoogen prijs weten te schatten, wie is er onder de zoodanige, die dien naam niet met eerbied noemt?Maurits Cornelis van Hallwerd op den 4 Februarij 1768 teVianengeboren; niet lang was het metVan Hall, als knaapje,ludere par impar, equitare in arundine longa;al rasch en naauwlijks den jongelings leefdtijd ingetreden, ontbrandde in hem de zucht naar de wetenschappen, en, hetstudia adolescentiam aluntwerd zijne leuze.Hij verliet dan ook spoedig zijne vaderstad, en toog op naar de Hoogeschool, alwaar hij zijne studiën aanvaardde; dat hij ijverig en naauwgezet was in het woekeren met zijnen tijd, kan niet betwist worden, hoe zoude ook het gebouw van zijnen uitstekenden roem zoo hoog kunnen zijn opgetrokken geworden, wanneer de fundamenten niet goed gelegd waren; wars van alle uitspattingen, der studerende jeugd meermalen eigen, liet hij nimmer eenig collegie onbezocht en schonk het grootst gedeelte van den dag aan letterkundigen arbeid, en hij mogt de gulden spreuk, die ook die was van eenen eerbiedwaardigen Romein de zijne makennulla dies sine linea;Van Hallwas student, zoo als men zulks behoort te zijn, en hij ontving den doctoralen hoed met luister. Eerevol betrad hij den weg, die naar den tempel van Themis leidt. Hij werd advokaat; dat hij onder deze een der voortreffelijkste was van zijnen tijd, getuigen de jaarboeken der Amsterdamsche pleitzaal.Demostheneszijner eeuw sprak hij voor de mannen van het regt, zoo als weleerCicerovoor de beschrevene vaders sprak, en deDejotarussenenCatilina’svonden in hem, deze eenen warmen verdediger, gene eenen moedigen bestrijder, zoo als eertijds die van het oudeRomeeenen zoodanigen in hunnenMarcus Tulliusvonden.Van Hallwas Patriot in de verhevene beteekenis van het woord, zoo als het den echten vaderlander kenmerkt, republikein, zoo als het, tijdens de Romeinsche adelaren den optogt derlegioenen openden, deScaevola’s, deBrutussen, deMetellussenwaren.Van Hallwas de vriend des volks, het volk bragt hem wederkeerig eene onbepaalde hulde toe.Toen eenmaal in het volkrijkAmsterdameen geweldig oproer dreigde uit te barsten, en het teugelloos gemeen wet en regt met voeten zoude hebben getreden, steegVan Hallte paard, drong door de menigte heen en kluisterde, door éénen wenk, de hyéne der anarchie in onverbreekbare banden.Zoo onwaardeerbaar nuttig wasVan Hallvoor zijn vaderland!Van Hallwas geschiedschrijver en dichter; geschiedschrijver alsTacitus, dichter alsFlaccus.Wie, die geschiedkunde waardeert, en dichtkunst op hoogen prijs stelt, heeft niet gelezen, watVan Hallgeschreven heeft?Wij noemen, onder vele zijner geschiedkundige werken, het leven van den Admiraalvan Kingsbergen, de verdediging van GraafHendrik van Brederodeen het echt klassiek werk, over den dood vanPliniusden jongeren, zoo noodlottig bedolven onder de lavastroomen en aschregens, toen door deze de uit marmer en graniet gebouwde stedenHerculaneumenPompejioverstelpt werden.Van Hallwas dichter!Hoe—viert hem dan geen Jubellied,Der voor zijn harp geknielde menigt,Die, als ten eedlen kamp vereenigd,Hem de offers van haar hulde biedt?Maar neen, verganklijk is ’t arduinEen eerzuil rijst in onze hartenDie de almacht van den tijd zal tarten.Geen welkbre lauwer sier zijn kruin!VoorzekerPindarusvan Nederland! is zulk een’ eerzuil in onze harten voor u gerezen! deze toch is duurzamer dan metaal; (aere perennius). Wat al schatten van dichterlijk genie zijn niet in uwe menigvuldige werken verborgen! En hoe veel verscheidenheidkenmerktniet dezelve! Minder verdienste heeft de dichter, die zich tot één genre van poëzij bepaalt,Van Hallvereenigde in zich alle.MiltonenTasso,DanteenPetrarca, FlaccusenMaro, kweelde hij dan eens lieflijk op zijne veldfluit een teeder herderslied (gracili modulatus avena), bezong hij dan weder het zalig en rustig landleven, terwijl hij meermalen, door geestdrift vervoerd, beurtlings met sterke kleuren menschelijke hartstogten en daden wist af te malen, of als een andereTyrtaeuseen krijgslied aanhief, of zich in de dagen der kruistogten verdiepende, als minnezanger vermomd, voor de geliefde van zijn hart, de snaren zijner luit wist te tokkelen.Steeds pogende nuttig te zijn, en bevorderlijk aan al wat het gebouw der Maatschappij tot Nut van het Algemeen konde schragen, maakte hij zich bijzonder verdienstelijk als hoofdbestuurder derzelve; voortreffelijk waren zijne redevoeringen, door hem bij de opening der algemeene vergaderingen dier Maatschappij uitgesproken:Van Hallwas een man van eene groote zelfstandigheid; hij bleef zich zelven, als staatsman gelijk, onder de republiek en het staatsbewind, en onder den zachtmoedigen scepter vanLodewijkden Goeden (eenen tweedenLouisle debonnaire voorwaar!) en in dat hagchelijk tijdvak, toen de man vanCorsikazijne proconsuls en satrapen, als zoo vele gieren, op ons vaderlijk erfdeel deed nederstrijken, om ’s dwingelandsnoodlottige bevelen uit te voeren, en goed en bloed van een wel eer zoo gelukkig volk aan den overheerscher cijnsbaar te maken.Onwrikbaar als de ceder, deed hij de staatsorkanen om zich heen woelen; en het mogt van hem gezegd zijn;si fractus illabatur orbis, impavidum ferient ruinae!Van Hallhad zich zelven gevormd, van daar die manhafte taal, die hij wist te spreken, als het pas gaf;Van Hall, was steedsVan Hall, en hij mogt zeggen:’k Ben ’t al mij zelf verpligt, en niets aan kunst’narijen.Zoo verVan Halltot in de dagen der verlossing van het Fransche juk, de laatste dagen van 1813.Toen in die laatste dagen, in die dagen die zulk een belangrijk blad beslaan, in de geschiedenis van den man des bloeds, de zon van voorspoed voor dezen begon te tanen, toen overwinning op overwinning op de Fransche adelaren het weldadig bestier eener regtvaardige voorzienigheid kenmerkten, toen de vlammen van het Kremlin in de oude stad der Czaren bloedrood ten hemel stegen en de slaande hand Gods, bij den terugtocht over deBeresinalijken op lijken stapelde, was het naauwlijks, dat hij zich met de vlugt konde redden, en knarsetandende van woede het paleis der Tuilleriën bereiken.Al spoedig waren ook de verbondene mogendhedenParijsbinnen gerukt, en hadden den verwaten dwingeland in onverbreekbare ketenen geslagen; de afstand van de kroon werd teFontainebleaugeteekend, nog eenige weinige uren, en de Northumberland kliefde de baren en bragtBonapartenaarElbaover. Van dien oogenblik af aan dagteekende zich ook Neêrlands bevrijding.De laatst overgebleven telg van den VijfdenWillem, door vroegere Fransche overheersching, achttien jaren geleden uit zijn vaderland verdreven, en gedurende die tijd als balling rondgezworven,verliet het gastvrij verblijf hetwelk der Britten edelmoedigheid hem op het vorstelijkHampton-Courthad aangeboden.De drie mannen in de geschiedenis der Nederlanden met eerbied genoemd, de nooit volprezenGijsbert Karel, benevens de GravenVan der DuinenVan Stirumvergezelden Oranje naar de voorvaderlijke stranden; de geliefde Prins aanvaardde als Souverein Vorst het roer van Staat, en aanvankelijk met deze waardigheid bekleed werd hij kort daarna als Neêrlands eerste Koning uitgeroepen.Uit alle oorden des lands toog men op naar’s Gravenhage, en verdrong zich telken reize met toenemende geestdrift in de gehoorzaal, om aanWillemden Eerste gepaste hulde toe te brengen.Maurits Cornelis van Hallbleef mede niet achter; de roem zijner verdiensten was hem vooruitgegaan en toen hij aan den Vorst werd voorgesteld, was het dezen reeds bekend, wieVan Hallwas.Minzaam was de ontvangst, en niets vuriger verlangende dan aan hem eenig blijk van onderscheiding te geven, benoemde de Vorst hem, bij de instelling der Orde van den Nederlandschen Leeuw, tot Ridder dier Orde, en bood den verdienstelijken man daarna het lidmaatschap in de tweede Kamer der Staten Generaal aan, voor welk eereblijkVan Hallmoest bedanken, om dat dringende beletselen daarvoor in den weg waren.Intusschen namVan Hallmeer en meer in gunst bij den Koning toe. In 1831 werd hij Staatsraad en President van de Arrondissements Regtbank teAmsterdam, en het is tot op den huidigen dag, dat hij, inmiddels tot Commandeur der Leeuwen-Orde verheven, het voorzitterschap, hem opgedragen, met gepaste waardigheid bekleedt.Zoo mogt ik danVan Hallmalen, ik mogt vermelden, wie hij was, van zijne jeugd af, tot in zijnen grijzen ouderdom, ik mogt het voor de nakomelingschap in de geschiedrol van ons vaderland doen bewaard blijven, datVianenook aan dezen grooten man het eerste levenslicht heeft doen aanschouwen.Maar hoe wuft zoude mijne eerbetooning zijn aanVan Hall, als Regtsgeleerden, als Staatsman, als Geschiedschrijver en als Dichter, wanneer ik bij dezelve niet voegen mogt,Van Hall, heeft zich gedurende de tijdvakken van zijn leven, steeds betoond een geloovig Christen te zijn.Eindigen wij deze onze vermelding van waardige en verdienstelijke mannen, die in vroegere eeuwen, en ook nog in de laatst afgeloopene, als zoo vele paarlen aan de kroon vanVianensstedemaagd schitterden, met gewag te maken van den voortreffelijken Regtsgeleerden, Mr.Johannes op den Hooff.Ook deze strekte, na volbragten akademischen leeftijd, al rasch der Amsterdamsche pleitzaal ten sieraad en gaf gedurende dat tijdvak vroeg reeds blijken van die krachtige ontwikkeling, die hem meer en meer kenmerkte en van hemverwachten deed, dat eene nog meer verhevene loopbaan hem verbeidde; hem werd dan ook al spoedig eene plaats aangewezen in de Tweede Kamer der Staten Generaal. ’s Mans diepe ervaring in de zaken van het regt deed het van hem te gemoet zien, dat hij nog in hoogeren kring aan zijn vaderland nuttig konde zijn. Meermalen als verdediger der wet opgetreden, werd weldra de eervolle taak hem opgelegd, de handhaver derzelve te worden. De Koning benoemde hem tot vice-President van den Hoogen Raad der Nederlanden, voorwaar eene bijzondere onderscheiding, alzoo de overige Raadslieden in die aanzienlijke vergadering alleen uit leden van Geregtshoven, of Regtbanken werden gekozen. HoeOp den Hooffde waardigheid van zijn ambt weet te handhaven, en hoe eervol hij den tabbaard draagt, zal hem wel door niemand worden betwist; de edele zelfsvoldoening van naauwgezette pligtsbetrachting doet zijne borst nog hooger kloppen, dan het ridderlint hetwelk die borst versiert.Gaan wij nu van het oude tot het hedendaagscheVianenover; wij zullen, boven eenige andere rubrieken, die welligt tot teregtwijzing kunnen verstrekken den gepasten voorrang geven aan de godsdienstige gezindheden, en wel in de eerste plaats aan de Godsdienst der Hervormden, welke door den waardigen PredikantVan Duijllverkondigd wordt.HET HEDENDAAGSCHE VIANEN.GODSDIENSTIGE GEZINDHEDEN.HERVORMDE GODSDIENST.De predikant van Duijll.Toen in het jaar 1807 de diepgeleerdeCornelis Swaving, de man, die meer dan één hem aangeboden Hoogleeraarsambt met nederigheid en als met zijne eigene verdiensten onbekend, had van de hand gewezen, de man, van wien de jaarboeken vanTeijlersGodgeleerd Genootschap zouden kunnen getuigen, hoe menigmaal hij voor zijne voortreffelijke beantwoording van uitgeloofde prijsvragen met den gouden eerpenning en daar aan verbonden roem is bekroond geworden, als Predikant teNaardenstierf, gaf weinig tijds daarna de niet minder geleerdeHendrik Herman Donker Curtius, in leven Predikant teArnhemeene levensbeschrijving van hem in het licht, welke hij met deze woorden deed eindigen, «en deze man stierf teNaarden!» wanneer ook eenmaal, dat spade zijn moge! de assche van den waardigenVan Duijlltot die zijner vaderen zal zijn vergaderd, dan voorzeker ook zal de lofrede, die op hem zal worden gehouden met de woorden mogen eindigen, «en deze man stierf teVianen.»Gerrit van Duijllwerd als Student tot Evangelie-dienaargevormd door het onderwijs van mannen, alsRhunkenius,Van de Wijnpersse,Lusac,Rau,BroesenVan der Palm, Hoogleeraren aan ’s lands Hoogeschool teLeiden.Na volbragte studien werd hij in het jaar 1799 beroepen tot Predikant teBeusichem, daarna in het jaar 1808, als zoodanig teHoogeveeninDrentheen eindelijk in het jaar 1815, als Herder en Leeraar teVianen, inZuid-Holland, terwijl hij in den loop van zijne vijftigjarige Evangeliedienst, beroepings-brieven ontving uitWasperveen, inDrentheenSchoonhoveninZuid-Hollanden hem de Koninklijke collatie vanAssenwerd aangeboden.Gedurende ruim vijf en dertig jaren al zoo vervuldeVan Duijllhet Prediktambt met ijver en naauwgezetheid, leerende en stichtende, volgens de zuivere leer van het Christendom en verkondigende in welsprekende en overtuigende kanseltaalJezusen dien gekruist; dat hij in die voortreffelijke hoedanigheden vele, die afgedwaald waren tot den herdersstal heeft terug gebragt, spreekt van zelve; hoe hoog moet hem het hart niet kloppen, wanneer hij, aan den avond van zijn leven op zijne tot op heden volbragte loopbaan terug ziet.Men kan en magVan Duijllonder de geleerden tellen. Hij is de latijnsche taal volkomen magtig en heeft de voornaamste schrijvers in dezelve gelezen; hij vereenigt diep gevoel met kiesschen smaak; in het gezellig verkeer is hij onwaardeerbaar, vrolijke scherts, voor zoo verre die in zijne betrekking pas geeft, is hem eigen, en, als humorist zoude men hem bijSwift, ofLaurence Sternekunnen vergelijken.DatVan Duijllbeoefenaar der dichtkunst is, moge blijken uit de voortbrengselen zijner muse, die ik hier zal aanhalen.Toen hij nog Predikant teHoogeveenzijnde, gedurende eenigen tijd op zijne eerste standplaatsBeusichemvertoefde, werden aldaar bij den noodlottigen watersnood in het jaar 1809, achttien lijken, droevige slachtoffers van dien vreeslijken ramp in één en hetzelfde graf begraven. Eene gedenkzuil werd op hetzelve opgerigt.Van Duijll, diep getroffen over den treurigen dood, die de ongelukkigen in den vloed gevonden hadden, en die gedeeltelijk tot zijne vroegere gemeente hadden behoord, boezemde zijn leedgevoel uit in de volgende dichtregelen, die op den kolom uitgehouwen aan de nakomelingsschap het treffende van den ramp, maar niet minder het dichterlijk genie van den waardigen Geestelijke verkondigden.Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.Toen hij in den jare 1810 teHoogeveenhet leeraarsambt vervulde enLodewijk Napoleon, die te dier tijd over het KoninkrijkHollandden vredelievenden scepter zwaaide, het LandschapDrenthebezocht, en ookHoogeveenmet deszelfs tegenwoordigheid vereerde, maakte medeVan Duijll, als Predikant zijne opwachting bij den Vorst, die te regt een vader zijner onderdanen mogt genaamd worden, die overal hulp toebragt, waar het pas gaf, en overal, waar hij kwam, sporen zijner weldadigheid achter liet.Van Duijll, gevraagd, of hij ook iets in het belang zijner gemeente begeerde, gaf de behoefte derzelve aan een werkhuis te kennen, in hetwelk behoeftige gehuisvest en verpleegd mogten worden, die met de handen den kost konden verdienen.Lodewijkgaf gehoor aan de doeltreffende voordragt van den waardigen Leeraar en schonk twintig duizend guldens tot dat edel doel;Van Duijllstichtte het gebouw, en ten einde den roem van den weldadigen Vorst te vereeuwigen, vervaardigde hij hetnavolgenddichtstuk, hetwelk hij in den voorgevel van hetzelve op eenen daartoe ingevoegden marmersteen deed uithouwen.Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligtDen vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.Voorts treft men vanVan Duijllmeer dan een voortreffelijk dichtstuk in onderscheidene maandwerken van vroegere dagen aan.Op den 29 December 1849 verjaardeVanDuijllsvijftigjarige Predikdienst, die op den 4 Maart 1850 door de ringbroeders en meer andere gasten van rang en aanzien in zijne woning plegtig gevierd werd.De gemeente bood aan den grijzen Christen-Leeraar, onder meer andere geschenken eenen in zilver gemonteerden prachtbijbel aan, versierd met symboolen, op de Godsdienst toepasselijk.Een in de kalligraphie begaafd jongeling JonkheerRom Kraijenhofvervaardigde ter eere van den nestor der Evangeliedienaars een voortreffelijk penneschrift op het halve eeuwfeest van ’s mans Predikambts vervulling toepasselijk, in hetwelk het genie en de smaak van den kunstenaar doorstralen.Ten slotte moet hier worden aangeteekend, datVianenaan den PredikantVan Duijllhet leggen van de Schipbrug over de rivier deLekte danken heeft, die de stad met het daar tegen over liggend grondgebied der ProvincieUtrechtverbindt.ToenVan Duijllbij de grondlegging van de Wilhelmina’s Sluis teVianen, zich mede onder de door den nu wijlen den Inspecteur Generaal van den Waterstaat, den HeerJan Blanken Jansz.tot het bijwonen dier plegtigheid genoodigden bevondt, had hij de eer, aldaar mede den Gouverneur der ProvincieUtrecht, BaronVan Tuijll van Serooskerken, onder de genoodigden te ontmoeten. Deze zich beklagende over de moeijelijkheid en langwijligheid der overvaart over de rivier deLekvóór de stadVianen, merkteVan Duijllaan, dat het dan nu welligt het oogenblik zoude zijn, om dit bezwaar door het leggen eener Schipbrug uit den wegte ruimen, daar al de autoriteiten tegenwoordig waren, die deswege een voorstel aan Z. M. den Koning,WillemI konden doen.Zulks gaf aanleiding tot een mondgesprek tusschen den Heer Gouverneur vanZuid-Holland, GraafVan der Duijn van Benthorn en Maasdam, nu mede ten grave, en welgemelden Inspecteur Generaal, bij hetwelk mede het advies der daar bij tegenwoordige Heeren Mr.Maurits Cornelis van Hall,President der Arrondissements-Regtbank teAmsterdamen Mr.Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, destijds Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, en President van het Hoog-Geregtshof, nu van den Hoogen Raad der Nederlanden, werd ingeroepen.Het voorstel werd met algemeene stemmen goedgekeurd, de voordragt werd met spoed en aandrang aan den Koning gezonden en in Maart 1840 rolden reeds de rijtuigen en gingen de voetgangers over den nu gelegden Schipbrug; aanVan Duijllintusschen mag men deméritevan hetà proposdank weten, welke hem door niemand betwist kan worden.SECTE DER AFGESCHEIDENEN.Er bestaat teVianen, zoo als op zoo vele andere plaatsen in ons vaderland, eene gemeente van Christelijke Afgescheidenen; zonder zich in Godsdienstige geschillen in te laten, behoort men eenen ieder in zijne gevoelens te eerbiedigen, wij vermelden hier alzoo ook deze gemeente, aanwelks hoofd de braveC. Glindermanstaat, die des zondags avonds in vromen zin zijne medebroeders te leeren en te stichten tracht.GODSDIENST DER ROOMSCH KATHOLIJKEN.De leer van het Christendom schrijft liefde en verdraagzaamheid voor; men lezeJoh. 13, vs. 34 en 35,1 Cor. 13en zoo vele andere toepasselijke bijbelteksten; van dit grondbeginsel uitgaande en den braven en godsdienstigen Roomsch Katholijken even hoogschattende, als den Hervormden, die de leer vanJezusvolgt en in beoefening brengt, wordt bij deze door mij ook aangeteekend, dat de Roomsch Katholijke Pastoor, de eerwaarde HeerA. G. van Damzijne gemeente leert en sticht, dat hij het heilig altaar bedient, zoo als het den Leeraar en Priester voegt, en den weg der zaligheid verkondigt aan allen, die in den Verlosser gelooven en zich aan de voeten van het kruis nederleggen.GODSDIENST DER ISRAËLIETEN.Ook de Godsdienstoefening der Israëlieten verdient vermeld te worden; er bevinden zich inVianenacht Joodsche huisgezinnen, die op hunnen Sabbath in eene daartoe wel ingerigteSynagoge, nog onlangs vernieuwd, uitgebreid enverbeterd, bijéénkomen: aan het hoofd dierSynagogestaat de VoorzangerOlman, die bij zijne geloofsgenooten niet alleen, maar ook bij alle Christenen geëerd en geacht is.OPVOEDING EN ONDERWIJS DER JEUGD.De onderwijzer Stuart.De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadjeVianenverwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De Kostschool, aan welks hoofd de kundigeStuartstaat, behoort in de eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam vanles sciences exactesbestempeld wordt, inzonderheid het lievelings vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit, dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil est, nisiquod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt, en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap, al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor de school vanEuclideskunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd, hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is, daartoeopleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd, zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren zijnen schedel sieren, niet aanStuartte danken hebben, dat hij de gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die ten huidigen dage teVianende lessen van den begaafdenStuarthoort, reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen, van zich als van eenenDe RuijterofTurennezal doen gewagen. Voorwaar het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.De onderwijzer van Weigerden.Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafdenVan Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles hangt af van demethodus docendien van de begaafdheid, om zijn talent aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezitVan Weigerdenin den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men behoeft slechts eene wijle tijds in ’s mans school vertoefd te hebben, om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig gelegd waren, trouwens de heerVan Weigerdenop den Weesdijk teVianen, is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat oudersuit den hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch, de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heerVan Weigerdenheeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken; zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, alsafgevaardigdeter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs teArnhembij een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs, dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want eentoastdoor hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius vanGelderlandmogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige man antwoordde: «een schoolmeester uitVianen.»De kostschoolhouderessen Bullot en la Cave.Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken,gepaard aan eene godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de JonkvrouwenBullotenLa Cavegehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN.Concert de Harmonie.De Toonkunst wordt teVianenmet eenen bijzonderen goeden uitslag beoefend; de kundige en smaakvolle PianistDietz, die tevens onderwijs in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de Roosten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is, spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich van elders teVianenzijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie vanBeethovenof eeneCavatinevanMendels-Sohn Bartholdymetden besten uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.Dat aan zulk een geheel de naam vanHarmoniemet regt kan gegeven worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, datVianenhetConcertde Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen mag tellen.De afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen.In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij voor de beoefening der Toonkunst, als aanEuterpetoegewijd, mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die, welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte en doet ons aanTollens,Van den BerghofTen Katedenken, en niet zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of electriciteit en dekunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te weeg gebragt, dat er ook mannen inVianenworden gevonden, die met regt den naam van Physici dragen mogen.Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst teVianenin goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje, van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heerVan Lom, die dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende van ’s mans heuschheid heeft men dan ook geen’ oogenblik geaarseld, die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel als een belangrijk sieraad te plaatsen.Geneesheeren, Heel- en Vroedmeester en Artsenijmengers.De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is inVianenmeer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen, de heerenWincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen drukkende, beiden waardige zonen vanHippocrates, die zachtzinnigheid, aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde zieken weten te paren.Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte land in den omtrek, mag de heerC. A. G. van Effengenoemd worden; als Priester vanLucinaverstaat hij grondig zijnenBaudelocque, als wondheeler zijnenStrohmeijer; in deze laatste betrekking deed hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den tiendaagschen veldtogt.De heerVan Effenis tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich aan hem aan de heerenBrouwer,Vos van ZalingenenMeijlinck, alle hun vak volkomen meester en metApollokunnende zeggen, «herbarum subjecta potentia nobis».Letterkunde, Boekhandel, Leesbibliotheek, en Leesgezelschappen.Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet onbedrevenenDiepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden, want tochalleboeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburigUtrecht, of van elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime keus en houdt uau courantvan de literatuur van den dag. Bij al deze gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreveneinde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den PredikantVan Duijllen den NotarisBroekman; hunne welberadene keus voor alles, wat de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam en nuttig tijdverdrijf.HET POSTKANTOOR.De correspondentie van en opVianenis tamelijk belangrijk; de dagelijksche consumtie, in al wat tot levens onderhoud vereischt wordt, geeft tot veel nering aanleiding; winkelwaren van allerlei aard toch moeten van elders ontboden worden. Voeg hierbij menige tak van nijverheid, die hier gedreven wordt, meer dan eene fabrijk, die hier en in den omtrek gevestigd is, terwijl inzonderheid de Regering en de Hoofd-ambtenaren, die hier hunne functien uitoefenen bijna postdagelijks met de residentie en andere steden in ons Vaderland corresponderen. Vandaar dan ook, dat de directie van het Postkantoor teVianengedurende een gedeelte van den dag ijverig werkzaam is, om het publiek te bedienen; zulks geschiedt met eene bijzondere accuratesse, en wanneer de post is aangekomen, zal geen inwoner vanVianeneen half uur naar zijnen brief of brieven behoeven te wachten. Het beheer van het Postkantoor is opgedragen aan den hoogstbeleefden en welwillenden Directeur den heer Mr.H. M. van Eck, daarin geadsisteerd door zijnen geagreëerden den heerHeijman, en hetgeen boven van de promptitude op dat Postkantoor staat opgeteekend, zal dan ook de lofvermelding van voornoemde heeren uitmaken.FABRIEKEN.Oliën- en Smeerfabriek van J. P. Jannette Walen en Comp.In de maand December 1848, werd inVianendoorJ. P. Jannette Walen, onder de firmaVan WalenenComp., opgerigt eene fabriek van Oliën en Smeren. Aan deze fabriek is naderhand bij brevet van Zijne Majesteit, KoningWillemIII toegekend den titel van Koninklijk Nederlandsche en de vergunning geschonken, het Koninklijk Nederlandsch wapen te voeren. De genoemde oliën en smeren zijn bestemd ten gebruike van stoomwerktuigen, spinnerijen, ijzergieterijen en alle soorten van vervoermiddelen, voorts worden in dezelve vervaardigd harts-oliën, gezuiverde hartsen, zoo mede fijnere oliën voor Horologiemakers, enz. enz.Dat het debiet van deze artikelen en de verzending van dezelve, zoowel naar vele oorden in ons Vaderland, als buiten hetzelve aanzienlijk is, spreekt van zelve; de fabriek vereischt veler handen arbeid en verschaft aan menigen handwerksman den kost, zoodat men dezelve als eene belangrijke bron van welvaart voor de stadVianenmag beschouwen.Hoepmakerij of fabriek van Hoepels van den heer Johan Cambier.Even buiten de stadVianenis door den heerJohan Cambier,sedert een aantal jaren, eene fabriek van hoepels opgerigt. Deze fabriek heeft bijzonder veel vertier. Het fabrikaat wordt, even als dat uit de bovenvermelde, zoowel binnen- als buitenlands verzonden, zoodat ook deze fabriek onder de nijvere volksklasse, veel welvaart verspreidt.De Vrouwen-Vereeniging Arbeid en Liefde, bestierd door de Jonkvrouwen Fabricius en Wincler.Ziet gij daar, in dat huishoudelijk vertrek die jeugdige echtgenoote, te midden van zoo vele edele maagden, rondom den gezelligen arbeidsdisch gezeten, en zich vlijtig onledig houdende met het vervaardigen van kleedingstukken voor behoeftige vrouwen en kinderen.Thans tot dit weldadig doel bij één vergaderd zijn het nu niet meer de bevallige dochteren vanTerpsichorè, die zoo onlangs nog in de danszaal op ligte brozen door rappe jongelingen ten reie werden geleid; het zijn de deugdzame en van menschenliefde doordrongene kinderen vanTabittha Dorkas, die waardige discipelinne der apostelen, die in de heilige schrift staat aangeteekend, als vol zijnde van goede werken en aalmoesen, die zij uitdeelde.Hoe verheven is niet het oogmerk, hetwelk zij trachten te bereiken; arbeid en liefde zijn hare leuze; zij arbeiden vlijtig voort, ten einde te kunnen geraken tot die uitoefening van liefde, die het verlangen is van hare harten; de zegen des Heeren rust op haar! De schamele weduwe, hetnaakte weesje worden door haar gekleed, en in de hutten der armen weergalmt het lied der dankbaarheid en der vreugde, ter harer eere gezongen.Op welk een eerbiedwaardig standpunt staat niet de vrouw, wanneer zij zich harer bestemming waardig gedraagt, voorzeker aan haar, die zoodanig eene bestemming bereikt heeft, mag Engelenwaarde worden toegeschreven.Op zulke vrouwen mag worden toegepast hetgeenSchillerzingt:«Ehret die Frauen, sie flechten und webenHimmlische Rosen in ’s irdische Leben.»Verre van ons die wufte dochterenEva’s, die alleen met ervaring weten te spreken van het jongste blijspel, hetwelk zij hebben bijgewoond, die aan eene dubbelzinnige charade eene juiste uitlegging weten te geven, en, vervuld met den roman van den dag, van niets dan van ijdele begoochelingen droomen kunnen, terwijl zij de wezenlijke pligten verzuimen, die aan het meisje, zoo als het zijn moet, zijn opgelegd.Maar zulke dochteren worden inVianenniet aangetroffen; eenvoudigheid van zeden en reine deugd kenmerken dezelve, en de jeugdige schoone, die in den gezelligen kring, in beschaafdheid van manieren en goeden toon uitmunt, kan men niet zelden in hare woning aantreffen, eene verstandige bezorging van het huishoudelijke pligtmatig ter harte nemende,en, wanneer het pas geeft, zich werkzaamheden getroostende, over welke eene hoovaardige salet-juffer zich schamen zoude. Moge nimmer eenige verbastering van zedeneene treurige ommezijde van dit Tafereel zien geboren worden, maar daarvoor waarborgt ons de goede genius, die hier ter stede over de opvoeding der jeugd steeds wakende is.VRIJMETSELAARS-LOGE.Lust het u, wanneer gij tot de ingewijden behoort, in statigen ommetogt in uwen mystieken pelgrimsmantel gewikkeld, niet ongelijk aan eenen bedevaartganger naar het heilige graf, of een Maltheser Ridder, met uwe medebroeders den verloren acaciatak te helpen opzoeken, of eene wijle tijds tusschen de kolommen J. en B. te vertoeven; welaan begeef u dan, wanneer het feest is, en de altaren voor deugd en menschenliefde rooken, naar het tot een verheven doel wel ingerigt gebouw op den Kortendijk en klop daar, met uw diploma in de hand, drie maal drie malen aan de deur van den gewijden tempel; gij zult welkom zijn; men zal uw verlangen aan den Grootmeester der Orde te kennen geven, men zal u begeleiden tot aan de voeten van den throon, op welken hij met gepaste waardigheid zetelt, en gij wordt, nadat men zich van uwe identiteit als broeder zal vergewist hebben, met hartelijkewelwillendheidtot de werkzaamheden toegelaten, terwijl u handschoenen en schootsvel, blank en rein, als het symbool van zuiverheid der bedoelingen, benevens winkelhaak en truweel zullen worden aangeboden. Gij ontmoet dan, als deelgenoot aan de geheimen, die weleer die vanIsisenOsiriswaren, in den heiligen broederkring, menigeninwoner van het stadje, dien gij vroeger onopgemerkt, in deszelfs straten zijt voorbijgegaan, of hier of elders hebt ontmoet, hij drukt u hartelijk de hand, terwijl gij straks met hem en de overige gasten aan den feestdisch het «in diesen heiligen Hallen kennt man die Rache nicht» of het «par trois fois trois mes frères» zult aanheffen.Broederliefde! verheven woord! woord van gewigtige beteekenis! Zijt gijl. mijne broeders! allen daarvan wel diep doordrongen?! Zorg, ik bezweer het u, dat dit woord voor uw lieden geen ijdele klank zij, zorg, dat gij niet vreezen moet, dat schietlood en compas u beschuldigend in de handen zullen beven, en het alziend oog, dat in den gevel des tempels prijkt, en uwe werken gadeslaat, zich van u zal afwenden en de hamerslagen, die anders welluidend weergalmen, dof zullen klinken, en dof zullen weerkaatst worden.Broederliefde! woord des vredes! moge uwe stem, in deszelfs verhevene en eigendommelijke beteekenis steeds gehoord worden, daar, waar de star in het oosten flonkert, moge geen eenig broeder zich zijner roeping onwaardig gedragen! Moge aan niemand hunner verwijtend worden toegefluisterd «procul hinc, procul ite profani!» moge een ieder hunner het heilig woord steeds onbevangen durven uitspreken en de arbeiders aan den tempel van dien koning, uit de gewijde geschiedenis, die door zijne wijsheid de geheele wereld met verbazing vervulde, zich, door zuivere en onvervalschte broedermin, de goedkeuring van den opperbouwmeester van het heelal waardig maken!LOGEMENTEN.Wanneer de reiziger, die soms teVianendeszelfs nachtverblijf zoude willen houden, in de stoomboot of op de diligence, metFrontinmogt hebben gezongen:«Qu’on est heureux de trouver en voyage,Un bon souper et surtout un bon lit.»zal hij, wanneer hij, in de Roos, het Zwijnshoofd, het Hof van Brederode, of het Roode Hert, zijnen intrek mogt hebben genomen, aan zijnen wensch voldoening erlangen, en, hoezeer hij in die logementen wel niet die comforts zal aantreffen, welke teBaden-Badenzum Zähringer Hof, teLondenin het Hôtel Mivart, te’s Gravenhagein den Ouden Doelen, of teAntwerpenau Grand Laboureurgevonden worden, niettemin, wanneer hij eenen smakelijken avondmaaltijd heeft gehouden, of op een goed bed uitgerust, van de billijke prijs der gemaakte vertering zeer tevreden zijn en zijne reis vrolijk en opgeruimd vervolgen.
III.DE STAD.HET OUDE VIANEN.Groote mannen, die in vroegere eeuwen teVianenzijn geboren en ook in de laatst afgeloopene aldaar het eerste levenslicht aanschouwden, en, hetzij, daarna gestorven, of als nog in leven zijn, ook de zoodanige, die in deze stad, gedurende eenigen tijd hun verblijf hebben gehouden.Men zal, wanneer men de geschiedenis van vroegeren en lateren leeftijd raadpleegt, de opmerking maken, dat, niet zelden Godgeleerden, Staatsmannen en Krijgshelden, van uitstekende verdiensten, en de zulken, die met meer dan gewonen goeden uitslag zich, hetzij op de schilderkunst toegelegd, de dichtkunst beoefend, of zich door letterkundigen roem in de geleerde wereld onderscheiding verworven hebben, in kleine steden of vlekken, of op onaanzienlijke dorpen geboren werden. Werd niet onze onsterfelijkeBoerhave, die zich door zijne diepe ervaring in de geneeskunst eene Europeêsche vermaardheid heeft verkregen, in het dorpVoorhout, nabijLeiden, ter wereld gebragt? Was nietStratfordaanden Avon, de wieg en bakermat vanAlbionsvoortreffelijksten dichterWilliam Shakespeare, en mag niet het nederigBrouwershavener trotsch op zijn, dat het aan den Prins onzer Vaderlandsche dichters, en den als staatsman zoo uitstekenden RaadpensionarisJacob Catsdeszelfs aanzijn gaf? Staat het niet daarom o grooteRembrand! bij de roemvermelding der zonen vanAppelles, met gouden letteren geboekstaafd, en getuigen nog niet, ten huidigen dage, en doek en paneel, wie eenmaal Hollandsch eerste schilder was, maar werd gij ook niet juist daarom, in onderscheiding van de overige leden van uw geslachtvan Rijnbijgenaamd, omdat het zoo schilderachtig aan dien stroom gelegen dorpje, het bevalligKoudekerk, het te vertellen weet, dat gij eenmaal als knaapje aan des Rijnstrooms boorden speeldet en gindsche boerenwoning u als zuigeling had zien geboren worden.En gij oJoure! vroeger naauwlijks opgemerkt onder de geringste van Frieslands gehuchten, zoudt gij u niet verheffen op uwenBorger, uitstekend godgeleerde, voortreffelijk kanselredenaar en dichter tevens, gijVlissingenop uwenBellami, niet minder danBorger, der zanggodinnen voedsterzoon?En gij o Lekstad; zoo beroemd in de geschiedenis van ons Vaderland, zoudt ook gij geen roem mogen dragen op voortreffelijke mannen, die, zoo vele eeuwen geleden, u hunne geboorteplaats mogten noemen, werd gij niet vereeuwigd door uweBrederodes, te genoegzaam in ’s lands historie blaân vermeld, dan dat ik nog vernieuwde lauwren aan hunnen krans zoude behoeven te hechten, waart gij het niet, die reeds in het jaar 1583 aanJacobus Triglandiusheteerste levenslicht deed aanschouwen! uit Roomsch-Katholijke ouders geboren, en in die zelfde godsdienst opgevoed, ging hij al rasch tot de protestantsche geloofsbelijdenis over, hij aanvaardde ter zelfder tijd het predikambt en werd in den jare 1606 teStolwijken daarna in 1610 teAmsterdamtot Leeraar beroepen. In beide gemeenten achtereenvolgende verkondigde hij het Evangelie tot in 1634, met zoo veel roems, en ontwikkelde zich al meer en meer als zulk een welsprekend kansel-redenaar, dat curatoren der Hoogeschool teLeiden, hem met algemeene goedkeuring, den eersten leerstoel in de godgeleerde faculteit aanboden; steeds betoonde hij zich een ijverig tegenstander der Remonstrantsche gevoelens te zijn, en verwierf zich als zoodanig, onder zijne geloofsgenooten geenen geringen aanhang.Op één en zeventigjarigen ouderdom verliet hij in het jaar 1654 het tooneel dezes levens; de geleerdeJohannes Coccejussprak zijne lijkrede uit en vermeldde in dezelve al die uitstekende hoedanigheden, die den waardigenTriglandiusversierd hadden; van hoogst belangrijken inhoud zijn de godgeleerde werken, die hij heeft nagelaten; hij schreef kerkelijke geschiedenissen (gerigt tegenJ. Uittenbogaert).Leiden1650—detrina Dei gratia.Amst.1636—deEpiscopatu Contra Nicolaum Videlium—Amst.1642 en nog ten huidigen dage worden niet zelden ’s mans geschriften geraadpleegd.Niet minder geleerd, danTriglandius, wasWilhelmus Janszoon, (Janssonius), bijgenaamdvan Vianen, ten einde; op deze wijze den naam van zijne geboorteplaats van geslacht tot geslacht te doen overgaan; vroeger Hoogleeraar inde wijsbegeerte in het collegie van hetCastrumteLeuven, werd hij daarna ter zelfder stede, eerst Plebaan van de St. Pieterskerk aldaar, en later Hoogleeraar in de Godgeleerdheid, hij stichtte eene beurs in het collegie van hetCastrumééne in dat vanStandoncken twee in het groote collegie; hij stierf op den 20 November 1529 en werd in de St. Pieterskerk teLeuvenbegraven.Ik doe hier het grafschrift volgen, bij hetwelk hij als van zich zelven gewagende, aldus sprekend wordt ingevoerd.Urbe Viana ortus, Guilielmus nomine magna,Castrensem rexi sedulitate scholam,Hinc doctor legis divinae, pabula Pastor,Praebueram, Pavi, qui sacra templa Petri,Pauperibusmoriens, studiisque alimenta reliqui,Plurima, apud superos, hinc mihi parte quies.Het was ook de grooteDaniel Heinsiusdie, na volbragte staatkundige loopbaan, den avond van zijn leven teVianenheeft gesleten; het schijnt intusschen, dat hij nog vóór zijnen dood gedurende eenige tijd teLeidenzijn verblijf heeft gehouden, alwaar hij op den 25 Februarij 1655 is overleden, waarom hij in de kerk teVianenis begraven, blijkt wel uit de grafzerk, onder welke zijne assche rust, maar niet uit de geschiedenis, immers schrijver dezes heeft daarvan geene sporen kunnen vinden.Heinsiuswas geboren teGend, op den 30 Mei 1580. Hij werd gehouden voor den geleerdsten en vindingrijksten dichter der zeventiende eeuw; de nederduitsche letterkunde heeftdoor hem eenen bijzonderen voorrang boven de Duitsche verkregen, maar meer nog dan dichter wasHeinsiusgroot als Staatsman; hij woonde in de jaren 1618 en 1619 als afgevaardigde der Staten-Generaal de Dordsche synode bij; hij mogt zich beroemen, de vriend vanScaligerenDousate zijn.Gustaaf Adolph, Koning vanZweden, benoemde hem om zijne veelvuldige geleerde schriften tot zijnen geschiedschrijver, en PausUrbanusVIII noodigde hem uit naarRome, om van zijn geleerd onderhoud voordeel te kunnen trekken.Wij moeten hier ter plaatse mede gewag maken van den in de wijsbegeerteende wis- en sterrekunde zoo ervarenenJan Frederik Hennert, die na verkregen eervol ontslag als Hoogleeraar aan de universiteit teUtrecht, gedurende eenen geruimen tijd zijnotium cum dignitateteVianenheeft doorgebragt en daarna weder naarUtrechtterug gekeerd, op den 30 Maart 1810, in het 80stejaar zijns levens aldaar is ontslapen.Te regt mag ookVianenzich verheffen, de geboorteplaats te zijn geweest vanWillem Anton Ockerse, wiens staatkundige loopbaan, in de vroegere dagen van omwentelingen en staatsberoeringen te wel uit de geschiedenis van dien tijd bekend is, dan dat de bijzonderheden daarvan ter dezer plaatse behoeven herhaald te worden, het moge intusschen gezegd zijn, dat hij in dat belangrijk tijdvak zich steeds als man van eer, en met regtschapenheid heeft gedragen. Hij zag teVianenhet eerste levenslicht in het jaar 1760 en ontsliep te’s Gravenhageop den 19 Januarij 1816. Menigvuldig en van hoogstbelangrijken inhoud zijn de door hem geschrevenewerken, dezelve dragen den stempel van grondige kennis, juist oordeel, scherpzinnigheid, onpartijdigheid, zachtheid en liefde; wij noemen hier als eenige onder allen, de resultaten van zijn zestig jarig leven, zijne karakterkunde, en meer andere geschriften; de naam vanOckerseis mede tot de nakomelingschap overgegaan, door de letter- en dichtkundige verdiensten van ’s mans waardige zuster, VrouweAntoinetta Ockerse, weduweJ. P. Klein. Hare oden en elegien, de gedachten bij het graf vanRobbert Blair, en de bijbel, eene bron van Goddelijk onderrigt voor den mensch in zijne dagelijksche levensbetrekkingen, hebben heerlijke proeven opgeleverd van haar rein, godsdienstig gevoel en hare bekwaamheid ook in den prozastijl. Zij was geboren in 1763, enoverleedteLeidenop den 25 December 1828.Na nu van de dooden gewaagd te hebben, rust op ons nog de taak, vermelding te doen van twee waardige mannen, die Vianen hunne vaderstad mogen noemen, ik bedoel Mr.Maurits Cornelis van Hallen Mr.Johannes op den Hooff.Maurits Cornelis van Hall! wie is er, onder de zoodanige, die menschenwaarde, regtsgeleerdheid, statenkennis, letterkunde en archaeologie, gevoel en smaak voor de dichtkunst, en wat meer zegt, adelaarsvlugt in de beoefening derzelve, op hoogen prijs weten te schatten, wie is er onder de zoodanige, die dien naam niet met eerbied noemt?Maurits Cornelis van Hallwerd op den 4 Februarij 1768 teVianengeboren; niet lang was het metVan Hall, als knaapje,ludere par impar, equitare in arundine longa;al rasch en naauwlijks den jongelings leefdtijd ingetreden, ontbrandde in hem de zucht naar de wetenschappen, en, hetstudia adolescentiam aluntwerd zijne leuze.Hij verliet dan ook spoedig zijne vaderstad, en toog op naar de Hoogeschool, alwaar hij zijne studiën aanvaardde; dat hij ijverig en naauwgezet was in het woekeren met zijnen tijd, kan niet betwist worden, hoe zoude ook het gebouw van zijnen uitstekenden roem zoo hoog kunnen zijn opgetrokken geworden, wanneer de fundamenten niet goed gelegd waren; wars van alle uitspattingen, der studerende jeugd meermalen eigen, liet hij nimmer eenig collegie onbezocht en schonk het grootst gedeelte van den dag aan letterkundigen arbeid, en hij mogt de gulden spreuk, die ook die was van eenen eerbiedwaardigen Romein de zijne makennulla dies sine linea;Van Hallwas student, zoo als men zulks behoort te zijn, en hij ontving den doctoralen hoed met luister. Eerevol betrad hij den weg, die naar den tempel van Themis leidt. Hij werd advokaat; dat hij onder deze een der voortreffelijkste was van zijnen tijd, getuigen de jaarboeken der Amsterdamsche pleitzaal.Demostheneszijner eeuw sprak hij voor de mannen van het regt, zoo als weleerCicerovoor de beschrevene vaders sprak, en deDejotarussenenCatilina’svonden in hem, deze eenen warmen verdediger, gene eenen moedigen bestrijder, zoo als eertijds die van het oudeRomeeenen zoodanigen in hunnenMarcus Tulliusvonden.Van Hallwas Patriot in de verhevene beteekenis van het woord, zoo als het den echten vaderlander kenmerkt, republikein, zoo als het, tijdens de Romeinsche adelaren den optogt derlegioenen openden, deScaevola’s, deBrutussen, deMetellussenwaren.Van Hallwas de vriend des volks, het volk bragt hem wederkeerig eene onbepaalde hulde toe.Toen eenmaal in het volkrijkAmsterdameen geweldig oproer dreigde uit te barsten, en het teugelloos gemeen wet en regt met voeten zoude hebben getreden, steegVan Hallte paard, drong door de menigte heen en kluisterde, door éénen wenk, de hyéne der anarchie in onverbreekbare banden.Zoo onwaardeerbaar nuttig wasVan Hallvoor zijn vaderland!Van Hallwas geschiedschrijver en dichter; geschiedschrijver alsTacitus, dichter alsFlaccus.Wie, die geschiedkunde waardeert, en dichtkunst op hoogen prijs stelt, heeft niet gelezen, watVan Hallgeschreven heeft?Wij noemen, onder vele zijner geschiedkundige werken, het leven van den Admiraalvan Kingsbergen, de verdediging van GraafHendrik van Brederodeen het echt klassiek werk, over den dood vanPliniusden jongeren, zoo noodlottig bedolven onder de lavastroomen en aschregens, toen door deze de uit marmer en graniet gebouwde stedenHerculaneumenPompejioverstelpt werden.Van Hallwas dichter!Hoe—viert hem dan geen Jubellied,Der voor zijn harp geknielde menigt,Die, als ten eedlen kamp vereenigd,Hem de offers van haar hulde biedt?Maar neen, verganklijk is ’t arduinEen eerzuil rijst in onze hartenDie de almacht van den tijd zal tarten.Geen welkbre lauwer sier zijn kruin!VoorzekerPindarusvan Nederland! is zulk een’ eerzuil in onze harten voor u gerezen! deze toch is duurzamer dan metaal; (aere perennius). Wat al schatten van dichterlijk genie zijn niet in uwe menigvuldige werken verborgen! En hoe veel verscheidenheidkenmerktniet dezelve! Minder verdienste heeft de dichter, die zich tot één genre van poëzij bepaalt,Van Hallvereenigde in zich alle.MiltonenTasso,DanteenPetrarca, FlaccusenMaro, kweelde hij dan eens lieflijk op zijne veldfluit een teeder herderslied (gracili modulatus avena), bezong hij dan weder het zalig en rustig landleven, terwijl hij meermalen, door geestdrift vervoerd, beurtlings met sterke kleuren menschelijke hartstogten en daden wist af te malen, of als een andereTyrtaeuseen krijgslied aanhief, of zich in de dagen der kruistogten verdiepende, als minnezanger vermomd, voor de geliefde van zijn hart, de snaren zijner luit wist te tokkelen.Steeds pogende nuttig te zijn, en bevorderlijk aan al wat het gebouw der Maatschappij tot Nut van het Algemeen konde schragen, maakte hij zich bijzonder verdienstelijk als hoofdbestuurder derzelve; voortreffelijk waren zijne redevoeringen, door hem bij de opening der algemeene vergaderingen dier Maatschappij uitgesproken:Van Hallwas een man van eene groote zelfstandigheid; hij bleef zich zelven, als staatsman gelijk, onder de republiek en het staatsbewind, en onder den zachtmoedigen scepter vanLodewijkden Goeden (eenen tweedenLouisle debonnaire voorwaar!) en in dat hagchelijk tijdvak, toen de man vanCorsikazijne proconsuls en satrapen, als zoo vele gieren, op ons vaderlijk erfdeel deed nederstrijken, om ’s dwingelandsnoodlottige bevelen uit te voeren, en goed en bloed van een wel eer zoo gelukkig volk aan den overheerscher cijnsbaar te maken.Onwrikbaar als de ceder, deed hij de staatsorkanen om zich heen woelen; en het mogt van hem gezegd zijn;si fractus illabatur orbis, impavidum ferient ruinae!Van Hallhad zich zelven gevormd, van daar die manhafte taal, die hij wist te spreken, als het pas gaf;Van Hall, was steedsVan Hall, en hij mogt zeggen:’k Ben ’t al mij zelf verpligt, en niets aan kunst’narijen.Zoo verVan Halltot in de dagen der verlossing van het Fransche juk, de laatste dagen van 1813.Toen in die laatste dagen, in die dagen die zulk een belangrijk blad beslaan, in de geschiedenis van den man des bloeds, de zon van voorspoed voor dezen begon te tanen, toen overwinning op overwinning op de Fransche adelaren het weldadig bestier eener regtvaardige voorzienigheid kenmerkten, toen de vlammen van het Kremlin in de oude stad der Czaren bloedrood ten hemel stegen en de slaande hand Gods, bij den terugtocht over deBeresinalijken op lijken stapelde, was het naauwlijks, dat hij zich met de vlugt konde redden, en knarsetandende van woede het paleis der Tuilleriën bereiken.Al spoedig waren ook de verbondene mogendhedenParijsbinnen gerukt, en hadden den verwaten dwingeland in onverbreekbare ketenen geslagen; de afstand van de kroon werd teFontainebleaugeteekend, nog eenige weinige uren, en de Northumberland kliefde de baren en bragtBonapartenaarElbaover. Van dien oogenblik af aan dagteekende zich ook Neêrlands bevrijding.De laatst overgebleven telg van den VijfdenWillem, door vroegere Fransche overheersching, achttien jaren geleden uit zijn vaderland verdreven, en gedurende die tijd als balling rondgezworven,verliet het gastvrij verblijf hetwelk der Britten edelmoedigheid hem op het vorstelijkHampton-Courthad aangeboden.De drie mannen in de geschiedenis der Nederlanden met eerbied genoemd, de nooit volprezenGijsbert Karel, benevens de GravenVan der DuinenVan Stirumvergezelden Oranje naar de voorvaderlijke stranden; de geliefde Prins aanvaardde als Souverein Vorst het roer van Staat, en aanvankelijk met deze waardigheid bekleed werd hij kort daarna als Neêrlands eerste Koning uitgeroepen.Uit alle oorden des lands toog men op naar’s Gravenhage, en verdrong zich telken reize met toenemende geestdrift in de gehoorzaal, om aanWillemden Eerste gepaste hulde toe te brengen.Maurits Cornelis van Hallbleef mede niet achter; de roem zijner verdiensten was hem vooruitgegaan en toen hij aan den Vorst werd voorgesteld, was het dezen reeds bekend, wieVan Hallwas.Minzaam was de ontvangst, en niets vuriger verlangende dan aan hem eenig blijk van onderscheiding te geven, benoemde de Vorst hem, bij de instelling der Orde van den Nederlandschen Leeuw, tot Ridder dier Orde, en bood den verdienstelijken man daarna het lidmaatschap in de tweede Kamer der Staten Generaal aan, voor welk eereblijkVan Hallmoest bedanken, om dat dringende beletselen daarvoor in den weg waren.Intusschen namVan Hallmeer en meer in gunst bij den Koning toe. In 1831 werd hij Staatsraad en President van de Arrondissements Regtbank teAmsterdam, en het is tot op den huidigen dag, dat hij, inmiddels tot Commandeur der Leeuwen-Orde verheven, het voorzitterschap, hem opgedragen, met gepaste waardigheid bekleedt.Zoo mogt ik danVan Hallmalen, ik mogt vermelden, wie hij was, van zijne jeugd af, tot in zijnen grijzen ouderdom, ik mogt het voor de nakomelingschap in de geschiedrol van ons vaderland doen bewaard blijven, datVianenook aan dezen grooten man het eerste levenslicht heeft doen aanschouwen.Maar hoe wuft zoude mijne eerbetooning zijn aanVan Hall, als Regtsgeleerden, als Staatsman, als Geschiedschrijver en als Dichter, wanneer ik bij dezelve niet voegen mogt,Van Hall, heeft zich gedurende de tijdvakken van zijn leven, steeds betoond een geloovig Christen te zijn.Eindigen wij deze onze vermelding van waardige en verdienstelijke mannen, die in vroegere eeuwen, en ook nog in de laatst afgeloopene, als zoo vele paarlen aan de kroon vanVianensstedemaagd schitterden, met gewag te maken van den voortreffelijken Regtsgeleerden, Mr.Johannes op den Hooff.Ook deze strekte, na volbragten akademischen leeftijd, al rasch der Amsterdamsche pleitzaal ten sieraad en gaf gedurende dat tijdvak vroeg reeds blijken van die krachtige ontwikkeling, die hem meer en meer kenmerkte en van hemverwachten deed, dat eene nog meer verhevene loopbaan hem verbeidde; hem werd dan ook al spoedig eene plaats aangewezen in de Tweede Kamer der Staten Generaal. ’s Mans diepe ervaring in de zaken van het regt deed het van hem te gemoet zien, dat hij nog in hoogeren kring aan zijn vaderland nuttig konde zijn. Meermalen als verdediger der wet opgetreden, werd weldra de eervolle taak hem opgelegd, de handhaver derzelve te worden. De Koning benoemde hem tot vice-President van den Hoogen Raad der Nederlanden, voorwaar eene bijzondere onderscheiding, alzoo de overige Raadslieden in die aanzienlijke vergadering alleen uit leden van Geregtshoven, of Regtbanken werden gekozen. HoeOp den Hooffde waardigheid van zijn ambt weet te handhaven, en hoe eervol hij den tabbaard draagt, zal hem wel door niemand worden betwist; de edele zelfsvoldoening van naauwgezette pligtsbetrachting doet zijne borst nog hooger kloppen, dan het ridderlint hetwelk die borst versiert.Gaan wij nu van het oude tot het hedendaagscheVianenover; wij zullen, boven eenige andere rubrieken, die welligt tot teregtwijzing kunnen verstrekken den gepasten voorrang geven aan de godsdienstige gezindheden, en wel in de eerste plaats aan de Godsdienst der Hervormden, welke door den waardigen PredikantVan Duijllverkondigd wordt.HET HEDENDAAGSCHE VIANEN.GODSDIENSTIGE GEZINDHEDEN.HERVORMDE GODSDIENST.De predikant van Duijll.Toen in het jaar 1807 de diepgeleerdeCornelis Swaving, de man, die meer dan één hem aangeboden Hoogleeraarsambt met nederigheid en als met zijne eigene verdiensten onbekend, had van de hand gewezen, de man, van wien de jaarboeken vanTeijlersGodgeleerd Genootschap zouden kunnen getuigen, hoe menigmaal hij voor zijne voortreffelijke beantwoording van uitgeloofde prijsvragen met den gouden eerpenning en daar aan verbonden roem is bekroond geworden, als Predikant teNaardenstierf, gaf weinig tijds daarna de niet minder geleerdeHendrik Herman Donker Curtius, in leven Predikant teArnhemeene levensbeschrijving van hem in het licht, welke hij met deze woorden deed eindigen, «en deze man stierf teNaarden!» wanneer ook eenmaal, dat spade zijn moge! de assche van den waardigenVan Duijlltot die zijner vaderen zal zijn vergaderd, dan voorzeker ook zal de lofrede, die op hem zal worden gehouden met de woorden mogen eindigen, «en deze man stierf teVianen.»Gerrit van Duijllwerd als Student tot Evangelie-dienaargevormd door het onderwijs van mannen, alsRhunkenius,Van de Wijnpersse,Lusac,Rau,BroesenVan der Palm, Hoogleeraren aan ’s lands Hoogeschool teLeiden.Na volbragte studien werd hij in het jaar 1799 beroepen tot Predikant teBeusichem, daarna in het jaar 1808, als zoodanig teHoogeveeninDrentheen eindelijk in het jaar 1815, als Herder en Leeraar teVianen, inZuid-Holland, terwijl hij in den loop van zijne vijftigjarige Evangeliedienst, beroepings-brieven ontving uitWasperveen, inDrentheenSchoonhoveninZuid-Hollanden hem de Koninklijke collatie vanAssenwerd aangeboden.Gedurende ruim vijf en dertig jaren al zoo vervuldeVan Duijllhet Prediktambt met ijver en naauwgezetheid, leerende en stichtende, volgens de zuivere leer van het Christendom en verkondigende in welsprekende en overtuigende kanseltaalJezusen dien gekruist; dat hij in die voortreffelijke hoedanigheden vele, die afgedwaald waren tot den herdersstal heeft terug gebragt, spreekt van zelve; hoe hoog moet hem het hart niet kloppen, wanneer hij, aan den avond van zijn leven op zijne tot op heden volbragte loopbaan terug ziet.Men kan en magVan Duijllonder de geleerden tellen. Hij is de latijnsche taal volkomen magtig en heeft de voornaamste schrijvers in dezelve gelezen; hij vereenigt diep gevoel met kiesschen smaak; in het gezellig verkeer is hij onwaardeerbaar, vrolijke scherts, voor zoo verre die in zijne betrekking pas geeft, is hem eigen, en, als humorist zoude men hem bijSwift, ofLaurence Sternekunnen vergelijken.DatVan Duijllbeoefenaar der dichtkunst is, moge blijken uit de voortbrengselen zijner muse, die ik hier zal aanhalen.Toen hij nog Predikant teHoogeveenzijnde, gedurende eenigen tijd op zijne eerste standplaatsBeusichemvertoefde, werden aldaar bij den noodlottigen watersnood in het jaar 1809, achttien lijken, droevige slachtoffers van dien vreeslijken ramp in één en hetzelfde graf begraven. Eene gedenkzuil werd op hetzelve opgerigt.Van Duijll, diep getroffen over den treurigen dood, die de ongelukkigen in den vloed gevonden hadden, en die gedeeltelijk tot zijne vroegere gemeente hadden behoord, boezemde zijn leedgevoel uit in de volgende dichtregelen, die op den kolom uitgehouwen aan de nakomelingsschap het treffende van den ramp, maar niet minder het dichterlijk genie van den waardigen Geestelijke verkondigden.Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.Toen hij in den jare 1810 teHoogeveenhet leeraarsambt vervulde enLodewijk Napoleon, die te dier tijd over het KoninkrijkHollandden vredelievenden scepter zwaaide, het LandschapDrenthebezocht, en ookHoogeveenmet deszelfs tegenwoordigheid vereerde, maakte medeVan Duijll, als Predikant zijne opwachting bij den Vorst, die te regt een vader zijner onderdanen mogt genaamd worden, die overal hulp toebragt, waar het pas gaf, en overal, waar hij kwam, sporen zijner weldadigheid achter liet.Van Duijll, gevraagd, of hij ook iets in het belang zijner gemeente begeerde, gaf de behoefte derzelve aan een werkhuis te kennen, in hetwelk behoeftige gehuisvest en verpleegd mogten worden, die met de handen den kost konden verdienen.Lodewijkgaf gehoor aan de doeltreffende voordragt van den waardigen Leeraar en schonk twintig duizend guldens tot dat edel doel;Van Duijllstichtte het gebouw, en ten einde den roem van den weldadigen Vorst te vereeuwigen, vervaardigde hij hetnavolgenddichtstuk, hetwelk hij in den voorgevel van hetzelve op eenen daartoe ingevoegden marmersteen deed uithouwen.Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligtDen vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.Voorts treft men vanVan Duijllmeer dan een voortreffelijk dichtstuk in onderscheidene maandwerken van vroegere dagen aan.Op den 29 December 1849 verjaardeVanDuijllsvijftigjarige Predikdienst, die op den 4 Maart 1850 door de ringbroeders en meer andere gasten van rang en aanzien in zijne woning plegtig gevierd werd.De gemeente bood aan den grijzen Christen-Leeraar, onder meer andere geschenken eenen in zilver gemonteerden prachtbijbel aan, versierd met symboolen, op de Godsdienst toepasselijk.Een in de kalligraphie begaafd jongeling JonkheerRom Kraijenhofvervaardigde ter eere van den nestor der Evangeliedienaars een voortreffelijk penneschrift op het halve eeuwfeest van ’s mans Predikambts vervulling toepasselijk, in hetwelk het genie en de smaak van den kunstenaar doorstralen.Ten slotte moet hier worden aangeteekend, datVianenaan den PredikantVan Duijllhet leggen van de Schipbrug over de rivier deLekte danken heeft, die de stad met het daar tegen over liggend grondgebied der ProvincieUtrechtverbindt.ToenVan Duijllbij de grondlegging van de Wilhelmina’s Sluis teVianen, zich mede onder de door den nu wijlen den Inspecteur Generaal van den Waterstaat, den HeerJan Blanken Jansz.tot het bijwonen dier plegtigheid genoodigden bevondt, had hij de eer, aldaar mede den Gouverneur der ProvincieUtrecht, BaronVan Tuijll van Serooskerken, onder de genoodigden te ontmoeten. Deze zich beklagende over de moeijelijkheid en langwijligheid der overvaart over de rivier deLekvóór de stadVianen, merkteVan Duijllaan, dat het dan nu welligt het oogenblik zoude zijn, om dit bezwaar door het leggen eener Schipbrug uit den wegte ruimen, daar al de autoriteiten tegenwoordig waren, die deswege een voorstel aan Z. M. den Koning,WillemI konden doen.Zulks gaf aanleiding tot een mondgesprek tusschen den Heer Gouverneur vanZuid-Holland, GraafVan der Duijn van Benthorn en Maasdam, nu mede ten grave, en welgemelden Inspecteur Generaal, bij hetwelk mede het advies der daar bij tegenwoordige Heeren Mr.Maurits Cornelis van Hall,President der Arrondissements-Regtbank teAmsterdamen Mr.Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, destijds Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, en President van het Hoog-Geregtshof, nu van den Hoogen Raad der Nederlanden, werd ingeroepen.Het voorstel werd met algemeene stemmen goedgekeurd, de voordragt werd met spoed en aandrang aan den Koning gezonden en in Maart 1840 rolden reeds de rijtuigen en gingen de voetgangers over den nu gelegden Schipbrug; aanVan Duijllintusschen mag men deméritevan hetà proposdank weten, welke hem door niemand betwist kan worden.SECTE DER AFGESCHEIDENEN.Er bestaat teVianen, zoo als op zoo vele andere plaatsen in ons vaderland, eene gemeente van Christelijke Afgescheidenen; zonder zich in Godsdienstige geschillen in te laten, behoort men eenen ieder in zijne gevoelens te eerbiedigen, wij vermelden hier alzoo ook deze gemeente, aanwelks hoofd de braveC. Glindermanstaat, die des zondags avonds in vromen zin zijne medebroeders te leeren en te stichten tracht.GODSDIENST DER ROOMSCH KATHOLIJKEN.De leer van het Christendom schrijft liefde en verdraagzaamheid voor; men lezeJoh. 13, vs. 34 en 35,1 Cor. 13en zoo vele andere toepasselijke bijbelteksten; van dit grondbeginsel uitgaande en den braven en godsdienstigen Roomsch Katholijken even hoogschattende, als den Hervormden, die de leer vanJezusvolgt en in beoefening brengt, wordt bij deze door mij ook aangeteekend, dat de Roomsch Katholijke Pastoor, de eerwaarde HeerA. G. van Damzijne gemeente leert en sticht, dat hij het heilig altaar bedient, zoo als het den Leeraar en Priester voegt, en den weg der zaligheid verkondigt aan allen, die in den Verlosser gelooven en zich aan de voeten van het kruis nederleggen.GODSDIENST DER ISRAËLIETEN.Ook de Godsdienstoefening der Israëlieten verdient vermeld te worden; er bevinden zich inVianenacht Joodsche huisgezinnen, die op hunnen Sabbath in eene daartoe wel ingerigteSynagoge, nog onlangs vernieuwd, uitgebreid enverbeterd, bijéénkomen: aan het hoofd dierSynagogestaat de VoorzangerOlman, die bij zijne geloofsgenooten niet alleen, maar ook bij alle Christenen geëerd en geacht is.OPVOEDING EN ONDERWIJS DER JEUGD.De onderwijzer Stuart.De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadjeVianenverwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De Kostschool, aan welks hoofd de kundigeStuartstaat, behoort in de eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam vanles sciences exactesbestempeld wordt, inzonderheid het lievelings vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit, dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil est, nisiquod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt, en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap, al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor de school vanEuclideskunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd, hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is, daartoeopleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd, zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren zijnen schedel sieren, niet aanStuartte danken hebben, dat hij de gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die ten huidigen dage teVianende lessen van den begaafdenStuarthoort, reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen, van zich als van eenenDe RuijterofTurennezal doen gewagen. Voorwaar het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.De onderwijzer van Weigerden.Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafdenVan Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles hangt af van demethodus docendien van de begaafdheid, om zijn talent aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezitVan Weigerdenin den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men behoeft slechts eene wijle tijds in ’s mans school vertoefd te hebben, om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig gelegd waren, trouwens de heerVan Weigerdenop den Weesdijk teVianen, is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat oudersuit den hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch, de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heerVan Weigerdenheeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken; zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, alsafgevaardigdeter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs teArnhembij een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs, dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want eentoastdoor hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius vanGelderlandmogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige man antwoordde: «een schoolmeester uitVianen.»De kostschoolhouderessen Bullot en la Cave.Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken,gepaard aan eene godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de JonkvrouwenBullotenLa Cavegehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN.Concert de Harmonie.De Toonkunst wordt teVianenmet eenen bijzonderen goeden uitslag beoefend; de kundige en smaakvolle PianistDietz, die tevens onderwijs in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de Roosten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is, spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich van elders teVianenzijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie vanBeethovenof eeneCavatinevanMendels-Sohn Bartholdymetden besten uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.Dat aan zulk een geheel de naam vanHarmoniemet regt kan gegeven worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, datVianenhetConcertde Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen mag tellen.De afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen.In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij voor de beoefening der Toonkunst, als aanEuterpetoegewijd, mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die, welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte en doet ons aanTollens,Van den BerghofTen Katedenken, en niet zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of electriciteit en dekunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te weeg gebragt, dat er ook mannen inVianenworden gevonden, die met regt den naam van Physici dragen mogen.Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst teVianenin goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje, van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heerVan Lom, die dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende van ’s mans heuschheid heeft men dan ook geen’ oogenblik geaarseld, die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel als een belangrijk sieraad te plaatsen.Geneesheeren, Heel- en Vroedmeester en Artsenijmengers.De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is inVianenmeer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen, de heerenWincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen drukkende, beiden waardige zonen vanHippocrates, die zachtzinnigheid, aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde zieken weten te paren.Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte land in den omtrek, mag de heerC. A. G. van Effengenoemd worden; als Priester vanLucinaverstaat hij grondig zijnenBaudelocque, als wondheeler zijnenStrohmeijer; in deze laatste betrekking deed hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den tiendaagschen veldtogt.De heerVan Effenis tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich aan hem aan de heerenBrouwer,Vos van ZalingenenMeijlinck, alle hun vak volkomen meester en metApollokunnende zeggen, «herbarum subjecta potentia nobis».Letterkunde, Boekhandel, Leesbibliotheek, en Leesgezelschappen.Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet onbedrevenenDiepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden, want tochalleboeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburigUtrecht, of van elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime keus en houdt uau courantvan de literatuur van den dag. Bij al deze gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreveneinde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den PredikantVan Duijllen den NotarisBroekman; hunne welberadene keus voor alles, wat de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam en nuttig tijdverdrijf.HET POSTKANTOOR.De correspondentie van en opVianenis tamelijk belangrijk; de dagelijksche consumtie, in al wat tot levens onderhoud vereischt wordt, geeft tot veel nering aanleiding; winkelwaren van allerlei aard toch moeten van elders ontboden worden. Voeg hierbij menige tak van nijverheid, die hier gedreven wordt, meer dan eene fabrijk, die hier en in den omtrek gevestigd is, terwijl inzonderheid de Regering en de Hoofd-ambtenaren, die hier hunne functien uitoefenen bijna postdagelijks met de residentie en andere steden in ons Vaderland corresponderen. Vandaar dan ook, dat de directie van het Postkantoor teVianengedurende een gedeelte van den dag ijverig werkzaam is, om het publiek te bedienen; zulks geschiedt met eene bijzondere accuratesse, en wanneer de post is aangekomen, zal geen inwoner vanVianeneen half uur naar zijnen brief of brieven behoeven te wachten. Het beheer van het Postkantoor is opgedragen aan den hoogstbeleefden en welwillenden Directeur den heer Mr.H. M. van Eck, daarin geadsisteerd door zijnen geagreëerden den heerHeijman, en hetgeen boven van de promptitude op dat Postkantoor staat opgeteekend, zal dan ook de lofvermelding van voornoemde heeren uitmaken.FABRIEKEN.Oliën- en Smeerfabriek van J. P. Jannette Walen en Comp.In de maand December 1848, werd inVianendoorJ. P. Jannette Walen, onder de firmaVan WalenenComp., opgerigt eene fabriek van Oliën en Smeren. Aan deze fabriek is naderhand bij brevet van Zijne Majesteit, KoningWillemIII toegekend den titel van Koninklijk Nederlandsche en de vergunning geschonken, het Koninklijk Nederlandsch wapen te voeren. De genoemde oliën en smeren zijn bestemd ten gebruike van stoomwerktuigen, spinnerijen, ijzergieterijen en alle soorten van vervoermiddelen, voorts worden in dezelve vervaardigd harts-oliën, gezuiverde hartsen, zoo mede fijnere oliën voor Horologiemakers, enz. enz.Dat het debiet van deze artikelen en de verzending van dezelve, zoowel naar vele oorden in ons Vaderland, als buiten hetzelve aanzienlijk is, spreekt van zelve; de fabriek vereischt veler handen arbeid en verschaft aan menigen handwerksman den kost, zoodat men dezelve als eene belangrijke bron van welvaart voor de stadVianenmag beschouwen.Hoepmakerij of fabriek van Hoepels van den heer Johan Cambier.Even buiten de stadVianenis door den heerJohan Cambier,sedert een aantal jaren, eene fabriek van hoepels opgerigt. Deze fabriek heeft bijzonder veel vertier. Het fabrikaat wordt, even als dat uit de bovenvermelde, zoowel binnen- als buitenlands verzonden, zoodat ook deze fabriek onder de nijvere volksklasse, veel welvaart verspreidt.De Vrouwen-Vereeniging Arbeid en Liefde, bestierd door de Jonkvrouwen Fabricius en Wincler.Ziet gij daar, in dat huishoudelijk vertrek die jeugdige echtgenoote, te midden van zoo vele edele maagden, rondom den gezelligen arbeidsdisch gezeten, en zich vlijtig onledig houdende met het vervaardigen van kleedingstukken voor behoeftige vrouwen en kinderen.Thans tot dit weldadig doel bij één vergaderd zijn het nu niet meer de bevallige dochteren vanTerpsichorè, die zoo onlangs nog in de danszaal op ligte brozen door rappe jongelingen ten reie werden geleid; het zijn de deugdzame en van menschenliefde doordrongene kinderen vanTabittha Dorkas, die waardige discipelinne der apostelen, die in de heilige schrift staat aangeteekend, als vol zijnde van goede werken en aalmoesen, die zij uitdeelde.Hoe verheven is niet het oogmerk, hetwelk zij trachten te bereiken; arbeid en liefde zijn hare leuze; zij arbeiden vlijtig voort, ten einde te kunnen geraken tot die uitoefening van liefde, die het verlangen is van hare harten; de zegen des Heeren rust op haar! De schamele weduwe, hetnaakte weesje worden door haar gekleed, en in de hutten der armen weergalmt het lied der dankbaarheid en der vreugde, ter harer eere gezongen.Op welk een eerbiedwaardig standpunt staat niet de vrouw, wanneer zij zich harer bestemming waardig gedraagt, voorzeker aan haar, die zoodanig eene bestemming bereikt heeft, mag Engelenwaarde worden toegeschreven.Op zulke vrouwen mag worden toegepast hetgeenSchillerzingt:«Ehret die Frauen, sie flechten und webenHimmlische Rosen in ’s irdische Leben.»Verre van ons die wufte dochterenEva’s, die alleen met ervaring weten te spreken van het jongste blijspel, hetwelk zij hebben bijgewoond, die aan eene dubbelzinnige charade eene juiste uitlegging weten te geven, en, vervuld met den roman van den dag, van niets dan van ijdele begoochelingen droomen kunnen, terwijl zij de wezenlijke pligten verzuimen, die aan het meisje, zoo als het zijn moet, zijn opgelegd.Maar zulke dochteren worden inVianenniet aangetroffen; eenvoudigheid van zeden en reine deugd kenmerken dezelve, en de jeugdige schoone, die in den gezelligen kring, in beschaafdheid van manieren en goeden toon uitmunt, kan men niet zelden in hare woning aantreffen, eene verstandige bezorging van het huishoudelijke pligtmatig ter harte nemende,en, wanneer het pas geeft, zich werkzaamheden getroostende, over welke eene hoovaardige salet-juffer zich schamen zoude. Moge nimmer eenige verbastering van zedeneene treurige ommezijde van dit Tafereel zien geboren worden, maar daarvoor waarborgt ons de goede genius, die hier ter stede over de opvoeding der jeugd steeds wakende is.VRIJMETSELAARS-LOGE.Lust het u, wanneer gij tot de ingewijden behoort, in statigen ommetogt in uwen mystieken pelgrimsmantel gewikkeld, niet ongelijk aan eenen bedevaartganger naar het heilige graf, of een Maltheser Ridder, met uwe medebroeders den verloren acaciatak te helpen opzoeken, of eene wijle tijds tusschen de kolommen J. en B. te vertoeven; welaan begeef u dan, wanneer het feest is, en de altaren voor deugd en menschenliefde rooken, naar het tot een verheven doel wel ingerigt gebouw op den Kortendijk en klop daar, met uw diploma in de hand, drie maal drie malen aan de deur van den gewijden tempel; gij zult welkom zijn; men zal uw verlangen aan den Grootmeester der Orde te kennen geven, men zal u begeleiden tot aan de voeten van den throon, op welken hij met gepaste waardigheid zetelt, en gij wordt, nadat men zich van uwe identiteit als broeder zal vergewist hebben, met hartelijkewelwillendheidtot de werkzaamheden toegelaten, terwijl u handschoenen en schootsvel, blank en rein, als het symbool van zuiverheid der bedoelingen, benevens winkelhaak en truweel zullen worden aangeboden. Gij ontmoet dan, als deelgenoot aan de geheimen, die weleer die vanIsisenOsiriswaren, in den heiligen broederkring, menigeninwoner van het stadje, dien gij vroeger onopgemerkt, in deszelfs straten zijt voorbijgegaan, of hier of elders hebt ontmoet, hij drukt u hartelijk de hand, terwijl gij straks met hem en de overige gasten aan den feestdisch het «in diesen heiligen Hallen kennt man die Rache nicht» of het «par trois fois trois mes frères» zult aanheffen.Broederliefde! verheven woord! woord van gewigtige beteekenis! Zijt gijl. mijne broeders! allen daarvan wel diep doordrongen?! Zorg, ik bezweer het u, dat dit woord voor uw lieden geen ijdele klank zij, zorg, dat gij niet vreezen moet, dat schietlood en compas u beschuldigend in de handen zullen beven, en het alziend oog, dat in den gevel des tempels prijkt, en uwe werken gadeslaat, zich van u zal afwenden en de hamerslagen, die anders welluidend weergalmen, dof zullen klinken, en dof zullen weerkaatst worden.Broederliefde! woord des vredes! moge uwe stem, in deszelfs verhevene en eigendommelijke beteekenis steeds gehoord worden, daar, waar de star in het oosten flonkert, moge geen eenig broeder zich zijner roeping onwaardig gedragen! Moge aan niemand hunner verwijtend worden toegefluisterd «procul hinc, procul ite profani!» moge een ieder hunner het heilig woord steeds onbevangen durven uitspreken en de arbeiders aan den tempel van dien koning, uit de gewijde geschiedenis, die door zijne wijsheid de geheele wereld met verbazing vervulde, zich, door zuivere en onvervalschte broedermin, de goedkeuring van den opperbouwmeester van het heelal waardig maken!LOGEMENTEN.Wanneer de reiziger, die soms teVianendeszelfs nachtverblijf zoude willen houden, in de stoomboot of op de diligence, metFrontinmogt hebben gezongen:«Qu’on est heureux de trouver en voyage,Un bon souper et surtout un bon lit.»zal hij, wanneer hij, in de Roos, het Zwijnshoofd, het Hof van Brederode, of het Roode Hert, zijnen intrek mogt hebben genomen, aan zijnen wensch voldoening erlangen, en, hoezeer hij in die logementen wel niet die comforts zal aantreffen, welke teBaden-Badenzum Zähringer Hof, teLondenin het Hôtel Mivart, te’s Gravenhagein den Ouden Doelen, of teAntwerpenau Grand Laboureurgevonden worden, niettemin, wanneer hij eenen smakelijken avondmaaltijd heeft gehouden, of op een goed bed uitgerust, van de billijke prijs der gemaakte vertering zeer tevreden zijn en zijne reis vrolijk en opgeruimd vervolgen.
III.DE STAD.HET OUDE VIANEN.Groote mannen, die in vroegere eeuwen teVianenzijn geboren en ook in de laatst afgeloopene aldaar het eerste levenslicht aanschouwden, en, hetzij, daarna gestorven, of als nog in leven zijn, ook de zoodanige, die in deze stad, gedurende eenigen tijd hun verblijf hebben gehouden.Men zal, wanneer men de geschiedenis van vroegeren en lateren leeftijd raadpleegt, de opmerking maken, dat, niet zelden Godgeleerden, Staatsmannen en Krijgshelden, van uitstekende verdiensten, en de zulken, die met meer dan gewonen goeden uitslag zich, hetzij op de schilderkunst toegelegd, de dichtkunst beoefend, of zich door letterkundigen roem in de geleerde wereld onderscheiding verworven hebben, in kleine steden of vlekken, of op onaanzienlijke dorpen geboren werden. Werd niet onze onsterfelijkeBoerhave, die zich door zijne diepe ervaring in de geneeskunst eene Europeêsche vermaardheid heeft verkregen, in het dorpVoorhout, nabijLeiden, ter wereld gebragt? Was nietStratfordaanden Avon, de wieg en bakermat vanAlbionsvoortreffelijksten dichterWilliam Shakespeare, en mag niet het nederigBrouwershavener trotsch op zijn, dat het aan den Prins onzer Vaderlandsche dichters, en den als staatsman zoo uitstekenden RaadpensionarisJacob Catsdeszelfs aanzijn gaf? Staat het niet daarom o grooteRembrand! bij de roemvermelding der zonen vanAppelles, met gouden letteren geboekstaafd, en getuigen nog niet, ten huidigen dage, en doek en paneel, wie eenmaal Hollandsch eerste schilder was, maar werd gij ook niet juist daarom, in onderscheiding van de overige leden van uw geslachtvan Rijnbijgenaamd, omdat het zoo schilderachtig aan dien stroom gelegen dorpje, het bevalligKoudekerk, het te vertellen weet, dat gij eenmaal als knaapje aan des Rijnstrooms boorden speeldet en gindsche boerenwoning u als zuigeling had zien geboren worden.En gij oJoure! vroeger naauwlijks opgemerkt onder de geringste van Frieslands gehuchten, zoudt gij u niet verheffen op uwenBorger, uitstekend godgeleerde, voortreffelijk kanselredenaar en dichter tevens, gijVlissingenop uwenBellami, niet minder danBorger, der zanggodinnen voedsterzoon?En gij o Lekstad; zoo beroemd in de geschiedenis van ons Vaderland, zoudt ook gij geen roem mogen dragen op voortreffelijke mannen, die, zoo vele eeuwen geleden, u hunne geboorteplaats mogten noemen, werd gij niet vereeuwigd door uweBrederodes, te genoegzaam in ’s lands historie blaân vermeld, dan dat ik nog vernieuwde lauwren aan hunnen krans zoude behoeven te hechten, waart gij het niet, die reeds in het jaar 1583 aanJacobus Triglandiusheteerste levenslicht deed aanschouwen! uit Roomsch-Katholijke ouders geboren, en in die zelfde godsdienst opgevoed, ging hij al rasch tot de protestantsche geloofsbelijdenis over, hij aanvaardde ter zelfder tijd het predikambt en werd in den jare 1606 teStolwijken daarna in 1610 teAmsterdamtot Leeraar beroepen. In beide gemeenten achtereenvolgende verkondigde hij het Evangelie tot in 1634, met zoo veel roems, en ontwikkelde zich al meer en meer als zulk een welsprekend kansel-redenaar, dat curatoren der Hoogeschool teLeiden, hem met algemeene goedkeuring, den eersten leerstoel in de godgeleerde faculteit aanboden; steeds betoonde hij zich een ijverig tegenstander der Remonstrantsche gevoelens te zijn, en verwierf zich als zoodanig, onder zijne geloofsgenooten geenen geringen aanhang.Op één en zeventigjarigen ouderdom verliet hij in het jaar 1654 het tooneel dezes levens; de geleerdeJohannes Coccejussprak zijne lijkrede uit en vermeldde in dezelve al die uitstekende hoedanigheden, die den waardigenTriglandiusversierd hadden; van hoogst belangrijken inhoud zijn de godgeleerde werken, die hij heeft nagelaten; hij schreef kerkelijke geschiedenissen (gerigt tegenJ. Uittenbogaert).Leiden1650—detrina Dei gratia.Amst.1636—deEpiscopatu Contra Nicolaum Videlium—Amst.1642 en nog ten huidigen dage worden niet zelden ’s mans geschriften geraadpleegd.Niet minder geleerd, danTriglandius, wasWilhelmus Janszoon, (Janssonius), bijgenaamdvan Vianen, ten einde; op deze wijze den naam van zijne geboorteplaats van geslacht tot geslacht te doen overgaan; vroeger Hoogleeraar inde wijsbegeerte in het collegie van hetCastrumteLeuven, werd hij daarna ter zelfder stede, eerst Plebaan van de St. Pieterskerk aldaar, en later Hoogleeraar in de Godgeleerdheid, hij stichtte eene beurs in het collegie van hetCastrumééne in dat vanStandoncken twee in het groote collegie; hij stierf op den 20 November 1529 en werd in de St. Pieterskerk teLeuvenbegraven.Ik doe hier het grafschrift volgen, bij hetwelk hij als van zich zelven gewagende, aldus sprekend wordt ingevoerd.Urbe Viana ortus, Guilielmus nomine magna,Castrensem rexi sedulitate scholam,Hinc doctor legis divinae, pabula Pastor,Praebueram, Pavi, qui sacra templa Petri,Pauperibusmoriens, studiisque alimenta reliqui,Plurima, apud superos, hinc mihi parte quies.Het was ook de grooteDaniel Heinsiusdie, na volbragte staatkundige loopbaan, den avond van zijn leven teVianenheeft gesleten; het schijnt intusschen, dat hij nog vóór zijnen dood gedurende eenige tijd teLeidenzijn verblijf heeft gehouden, alwaar hij op den 25 Februarij 1655 is overleden, waarom hij in de kerk teVianenis begraven, blijkt wel uit de grafzerk, onder welke zijne assche rust, maar niet uit de geschiedenis, immers schrijver dezes heeft daarvan geene sporen kunnen vinden.Heinsiuswas geboren teGend, op den 30 Mei 1580. Hij werd gehouden voor den geleerdsten en vindingrijksten dichter der zeventiende eeuw; de nederduitsche letterkunde heeftdoor hem eenen bijzonderen voorrang boven de Duitsche verkregen, maar meer nog dan dichter wasHeinsiusgroot als Staatsman; hij woonde in de jaren 1618 en 1619 als afgevaardigde der Staten-Generaal de Dordsche synode bij; hij mogt zich beroemen, de vriend vanScaligerenDousate zijn.Gustaaf Adolph, Koning vanZweden, benoemde hem om zijne veelvuldige geleerde schriften tot zijnen geschiedschrijver, en PausUrbanusVIII noodigde hem uit naarRome, om van zijn geleerd onderhoud voordeel te kunnen trekken.Wij moeten hier ter plaatse mede gewag maken van den in de wijsbegeerteende wis- en sterrekunde zoo ervarenenJan Frederik Hennert, die na verkregen eervol ontslag als Hoogleeraar aan de universiteit teUtrecht, gedurende eenen geruimen tijd zijnotium cum dignitateteVianenheeft doorgebragt en daarna weder naarUtrechtterug gekeerd, op den 30 Maart 1810, in het 80stejaar zijns levens aldaar is ontslapen.Te regt mag ookVianenzich verheffen, de geboorteplaats te zijn geweest vanWillem Anton Ockerse, wiens staatkundige loopbaan, in de vroegere dagen van omwentelingen en staatsberoeringen te wel uit de geschiedenis van dien tijd bekend is, dan dat de bijzonderheden daarvan ter dezer plaatse behoeven herhaald te worden, het moge intusschen gezegd zijn, dat hij in dat belangrijk tijdvak zich steeds als man van eer, en met regtschapenheid heeft gedragen. Hij zag teVianenhet eerste levenslicht in het jaar 1760 en ontsliep te’s Gravenhageop den 19 Januarij 1816. Menigvuldig en van hoogstbelangrijken inhoud zijn de door hem geschrevenewerken, dezelve dragen den stempel van grondige kennis, juist oordeel, scherpzinnigheid, onpartijdigheid, zachtheid en liefde; wij noemen hier als eenige onder allen, de resultaten van zijn zestig jarig leven, zijne karakterkunde, en meer andere geschriften; de naam vanOckerseis mede tot de nakomelingschap overgegaan, door de letter- en dichtkundige verdiensten van ’s mans waardige zuster, VrouweAntoinetta Ockerse, weduweJ. P. Klein. Hare oden en elegien, de gedachten bij het graf vanRobbert Blair, en de bijbel, eene bron van Goddelijk onderrigt voor den mensch in zijne dagelijksche levensbetrekkingen, hebben heerlijke proeven opgeleverd van haar rein, godsdienstig gevoel en hare bekwaamheid ook in den prozastijl. Zij was geboren in 1763, enoverleedteLeidenop den 25 December 1828.Na nu van de dooden gewaagd te hebben, rust op ons nog de taak, vermelding te doen van twee waardige mannen, die Vianen hunne vaderstad mogen noemen, ik bedoel Mr.Maurits Cornelis van Hallen Mr.Johannes op den Hooff.Maurits Cornelis van Hall! wie is er, onder de zoodanige, die menschenwaarde, regtsgeleerdheid, statenkennis, letterkunde en archaeologie, gevoel en smaak voor de dichtkunst, en wat meer zegt, adelaarsvlugt in de beoefening derzelve, op hoogen prijs weten te schatten, wie is er onder de zoodanige, die dien naam niet met eerbied noemt?Maurits Cornelis van Hallwerd op den 4 Februarij 1768 teVianengeboren; niet lang was het metVan Hall, als knaapje,ludere par impar, equitare in arundine longa;al rasch en naauwlijks den jongelings leefdtijd ingetreden, ontbrandde in hem de zucht naar de wetenschappen, en, hetstudia adolescentiam aluntwerd zijne leuze.Hij verliet dan ook spoedig zijne vaderstad, en toog op naar de Hoogeschool, alwaar hij zijne studiën aanvaardde; dat hij ijverig en naauwgezet was in het woekeren met zijnen tijd, kan niet betwist worden, hoe zoude ook het gebouw van zijnen uitstekenden roem zoo hoog kunnen zijn opgetrokken geworden, wanneer de fundamenten niet goed gelegd waren; wars van alle uitspattingen, der studerende jeugd meermalen eigen, liet hij nimmer eenig collegie onbezocht en schonk het grootst gedeelte van den dag aan letterkundigen arbeid, en hij mogt de gulden spreuk, die ook die was van eenen eerbiedwaardigen Romein de zijne makennulla dies sine linea;Van Hallwas student, zoo als men zulks behoort te zijn, en hij ontving den doctoralen hoed met luister. Eerevol betrad hij den weg, die naar den tempel van Themis leidt. Hij werd advokaat; dat hij onder deze een der voortreffelijkste was van zijnen tijd, getuigen de jaarboeken der Amsterdamsche pleitzaal.Demostheneszijner eeuw sprak hij voor de mannen van het regt, zoo als weleerCicerovoor de beschrevene vaders sprak, en deDejotarussenenCatilina’svonden in hem, deze eenen warmen verdediger, gene eenen moedigen bestrijder, zoo als eertijds die van het oudeRomeeenen zoodanigen in hunnenMarcus Tulliusvonden.Van Hallwas Patriot in de verhevene beteekenis van het woord, zoo als het den echten vaderlander kenmerkt, republikein, zoo als het, tijdens de Romeinsche adelaren den optogt derlegioenen openden, deScaevola’s, deBrutussen, deMetellussenwaren.Van Hallwas de vriend des volks, het volk bragt hem wederkeerig eene onbepaalde hulde toe.Toen eenmaal in het volkrijkAmsterdameen geweldig oproer dreigde uit te barsten, en het teugelloos gemeen wet en regt met voeten zoude hebben getreden, steegVan Hallte paard, drong door de menigte heen en kluisterde, door éénen wenk, de hyéne der anarchie in onverbreekbare banden.Zoo onwaardeerbaar nuttig wasVan Hallvoor zijn vaderland!Van Hallwas geschiedschrijver en dichter; geschiedschrijver alsTacitus, dichter alsFlaccus.Wie, die geschiedkunde waardeert, en dichtkunst op hoogen prijs stelt, heeft niet gelezen, watVan Hallgeschreven heeft?Wij noemen, onder vele zijner geschiedkundige werken, het leven van den Admiraalvan Kingsbergen, de verdediging van GraafHendrik van Brederodeen het echt klassiek werk, over den dood vanPliniusden jongeren, zoo noodlottig bedolven onder de lavastroomen en aschregens, toen door deze de uit marmer en graniet gebouwde stedenHerculaneumenPompejioverstelpt werden.Van Hallwas dichter!Hoe—viert hem dan geen Jubellied,Der voor zijn harp geknielde menigt,Die, als ten eedlen kamp vereenigd,Hem de offers van haar hulde biedt?Maar neen, verganklijk is ’t arduinEen eerzuil rijst in onze hartenDie de almacht van den tijd zal tarten.Geen welkbre lauwer sier zijn kruin!VoorzekerPindarusvan Nederland! is zulk een’ eerzuil in onze harten voor u gerezen! deze toch is duurzamer dan metaal; (aere perennius). Wat al schatten van dichterlijk genie zijn niet in uwe menigvuldige werken verborgen! En hoe veel verscheidenheidkenmerktniet dezelve! Minder verdienste heeft de dichter, die zich tot één genre van poëzij bepaalt,Van Hallvereenigde in zich alle.MiltonenTasso,DanteenPetrarca, FlaccusenMaro, kweelde hij dan eens lieflijk op zijne veldfluit een teeder herderslied (gracili modulatus avena), bezong hij dan weder het zalig en rustig landleven, terwijl hij meermalen, door geestdrift vervoerd, beurtlings met sterke kleuren menschelijke hartstogten en daden wist af te malen, of als een andereTyrtaeuseen krijgslied aanhief, of zich in de dagen der kruistogten verdiepende, als minnezanger vermomd, voor de geliefde van zijn hart, de snaren zijner luit wist te tokkelen.Steeds pogende nuttig te zijn, en bevorderlijk aan al wat het gebouw der Maatschappij tot Nut van het Algemeen konde schragen, maakte hij zich bijzonder verdienstelijk als hoofdbestuurder derzelve; voortreffelijk waren zijne redevoeringen, door hem bij de opening der algemeene vergaderingen dier Maatschappij uitgesproken:Van Hallwas een man van eene groote zelfstandigheid; hij bleef zich zelven, als staatsman gelijk, onder de republiek en het staatsbewind, en onder den zachtmoedigen scepter vanLodewijkden Goeden (eenen tweedenLouisle debonnaire voorwaar!) en in dat hagchelijk tijdvak, toen de man vanCorsikazijne proconsuls en satrapen, als zoo vele gieren, op ons vaderlijk erfdeel deed nederstrijken, om ’s dwingelandsnoodlottige bevelen uit te voeren, en goed en bloed van een wel eer zoo gelukkig volk aan den overheerscher cijnsbaar te maken.Onwrikbaar als de ceder, deed hij de staatsorkanen om zich heen woelen; en het mogt van hem gezegd zijn;si fractus illabatur orbis, impavidum ferient ruinae!Van Hallhad zich zelven gevormd, van daar die manhafte taal, die hij wist te spreken, als het pas gaf;Van Hall, was steedsVan Hall, en hij mogt zeggen:’k Ben ’t al mij zelf verpligt, en niets aan kunst’narijen.Zoo verVan Halltot in de dagen der verlossing van het Fransche juk, de laatste dagen van 1813.Toen in die laatste dagen, in die dagen die zulk een belangrijk blad beslaan, in de geschiedenis van den man des bloeds, de zon van voorspoed voor dezen begon te tanen, toen overwinning op overwinning op de Fransche adelaren het weldadig bestier eener regtvaardige voorzienigheid kenmerkten, toen de vlammen van het Kremlin in de oude stad der Czaren bloedrood ten hemel stegen en de slaande hand Gods, bij den terugtocht over deBeresinalijken op lijken stapelde, was het naauwlijks, dat hij zich met de vlugt konde redden, en knarsetandende van woede het paleis der Tuilleriën bereiken.Al spoedig waren ook de verbondene mogendhedenParijsbinnen gerukt, en hadden den verwaten dwingeland in onverbreekbare ketenen geslagen; de afstand van de kroon werd teFontainebleaugeteekend, nog eenige weinige uren, en de Northumberland kliefde de baren en bragtBonapartenaarElbaover. Van dien oogenblik af aan dagteekende zich ook Neêrlands bevrijding.De laatst overgebleven telg van den VijfdenWillem, door vroegere Fransche overheersching, achttien jaren geleden uit zijn vaderland verdreven, en gedurende die tijd als balling rondgezworven,verliet het gastvrij verblijf hetwelk der Britten edelmoedigheid hem op het vorstelijkHampton-Courthad aangeboden.De drie mannen in de geschiedenis der Nederlanden met eerbied genoemd, de nooit volprezenGijsbert Karel, benevens de GravenVan der DuinenVan Stirumvergezelden Oranje naar de voorvaderlijke stranden; de geliefde Prins aanvaardde als Souverein Vorst het roer van Staat, en aanvankelijk met deze waardigheid bekleed werd hij kort daarna als Neêrlands eerste Koning uitgeroepen.Uit alle oorden des lands toog men op naar’s Gravenhage, en verdrong zich telken reize met toenemende geestdrift in de gehoorzaal, om aanWillemden Eerste gepaste hulde toe te brengen.Maurits Cornelis van Hallbleef mede niet achter; de roem zijner verdiensten was hem vooruitgegaan en toen hij aan den Vorst werd voorgesteld, was het dezen reeds bekend, wieVan Hallwas.Minzaam was de ontvangst, en niets vuriger verlangende dan aan hem eenig blijk van onderscheiding te geven, benoemde de Vorst hem, bij de instelling der Orde van den Nederlandschen Leeuw, tot Ridder dier Orde, en bood den verdienstelijken man daarna het lidmaatschap in de tweede Kamer der Staten Generaal aan, voor welk eereblijkVan Hallmoest bedanken, om dat dringende beletselen daarvoor in den weg waren.Intusschen namVan Hallmeer en meer in gunst bij den Koning toe. In 1831 werd hij Staatsraad en President van de Arrondissements Regtbank teAmsterdam, en het is tot op den huidigen dag, dat hij, inmiddels tot Commandeur der Leeuwen-Orde verheven, het voorzitterschap, hem opgedragen, met gepaste waardigheid bekleedt.Zoo mogt ik danVan Hallmalen, ik mogt vermelden, wie hij was, van zijne jeugd af, tot in zijnen grijzen ouderdom, ik mogt het voor de nakomelingschap in de geschiedrol van ons vaderland doen bewaard blijven, datVianenook aan dezen grooten man het eerste levenslicht heeft doen aanschouwen.Maar hoe wuft zoude mijne eerbetooning zijn aanVan Hall, als Regtsgeleerden, als Staatsman, als Geschiedschrijver en als Dichter, wanneer ik bij dezelve niet voegen mogt,Van Hall, heeft zich gedurende de tijdvakken van zijn leven, steeds betoond een geloovig Christen te zijn.Eindigen wij deze onze vermelding van waardige en verdienstelijke mannen, die in vroegere eeuwen, en ook nog in de laatst afgeloopene, als zoo vele paarlen aan de kroon vanVianensstedemaagd schitterden, met gewag te maken van den voortreffelijken Regtsgeleerden, Mr.Johannes op den Hooff.Ook deze strekte, na volbragten akademischen leeftijd, al rasch der Amsterdamsche pleitzaal ten sieraad en gaf gedurende dat tijdvak vroeg reeds blijken van die krachtige ontwikkeling, die hem meer en meer kenmerkte en van hemverwachten deed, dat eene nog meer verhevene loopbaan hem verbeidde; hem werd dan ook al spoedig eene plaats aangewezen in de Tweede Kamer der Staten Generaal. ’s Mans diepe ervaring in de zaken van het regt deed het van hem te gemoet zien, dat hij nog in hoogeren kring aan zijn vaderland nuttig konde zijn. Meermalen als verdediger der wet opgetreden, werd weldra de eervolle taak hem opgelegd, de handhaver derzelve te worden. De Koning benoemde hem tot vice-President van den Hoogen Raad der Nederlanden, voorwaar eene bijzondere onderscheiding, alzoo de overige Raadslieden in die aanzienlijke vergadering alleen uit leden van Geregtshoven, of Regtbanken werden gekozen. HoeOp den Hooffde waardigheid van zijn ambt weet te handhaven, en hoe eervol hij den tabbaard draagt, zal hem wel door niemand worden betwist; de edele zelfsvoldoening van naauwgezette pligtsbetrachting doet zijne borst nog hooger kloppen, dan het ridderlint hetwelk die borst versiert.Gaan wij nu van het oude tot het hedendaagscheVianenover; wij zullen, boven eenige andere rubrieken, die welligt tot teregtwijzing kunnen verstrekken den gepasten voorrang geven aan de godsdienstige gezindheden, en wel in de eerste plaats aan de Godsdienst der Hervormden, welke door den waardigen PredikantVan Duijllverkondigd wordt.HET HEDENDAAGSCHE VIANEN.GODSDIENSTIGE GEZINDHEDEN.HERVORMDE GODSDIENST.De predikant van Duijll.Toen in het jaar 1807 de diepgeleerdeCornelis Swaving, de man, die meer dan één hem aangeboden Hoogleeraarsambt met nederigheid en als met zijne eigene verdiensten onbekend, had van de hand gewezen, de man, van wien de jaarboeken vanTeijlersGodgeleerd Genootschap zouden kunnen getuigen, hoe menigmaal hij voor zijne voortreffelijke beantwoording van uitgeloofde prijsvragen met den gouden eerpenning en daar aan verbonden roem is bekroond geworden, als Predikant teNaardenstierf, gaf weinig tijds daarna de niet minder geleerdeHendrik Herman Donker Curtius, in leven Predikant teArnhemeene levensbeschrijving van hem in het licht, welke hij met deze woorden deed eindigen, «en deze man stierf teNaarden!» wanneer ook eenmaal, dat spade zijn moge! de assche van den waardigenVan Duijlltot die zijner vaderen zal zijn vergaderd, dan voorzeker ook zal de lofrede, die op hem zal worden gehouden met de woorden mogen eindigen, «en deze man stierf teVianen.»Gerrit van Duijllwerd als Student tot Evangelie-dienaargevormd door het onderwijs van mannen, alsRhunkenius,Van de Wijnpersse,Lusac,Rau,BroesenVan der Palm, Hoogleeraren aan ’s lands Hoogeschool teLeiden.Na volbragte studien werd hij in het jaar 1799 beroepen tot Predikant teBeusichem, daarna in het jaar 1808, als zoodanig teHoogeveeninDrentheen eindelijk in het jaar 1815, als Herder en Leeraar teVianen, inZuid-Holland, terwijl hij in den loop van zijne vijftigjarige Evangeliedienst, beroepings-brieven ontving uitWasperveen, inDrentheenSchoonhoveninZuid-Hollanden hem de Koninklijke collatie vanAssenwerd aangeboden.Gedurende ruim vijf en dertig jaren al zoo vervuldeVan Duijllhet Prediktambt met ijver en naauwgezetheid, leerende en stichtende, volgens de zuivere leer van het Christendom en verkondigende in welsprekende en overtuigende kanseltaalJezusen dien gekruist; dat hij in die voortreffelijke hoedanigheden vele, die afgedwaald waren tot den herdersstal heeft terug gebragt, spreekt van zelve; hoe hoog moet hem het hart niet kloppen, wanneer hij, aan den avond van zijn leven op zijne tot op heden volbragte loopbaan terug ziet.Men kan en magVan Duijllonder de geleerden tellen. Hij is de latijnsche taal volkomen magtig en heeft de voornaamste schrijvers in dezelve gelezen; hij vereenigt diep gevoel met kiesschen smaak; in het gezellig verkeer is hij onwaardeerbaar, vrolijke scherts, voor zoo verre die in zijne betrekking pas geeft, is hem eigen, en, als humorist zoude men hem bijSwift, ofLaurence Sternekunnen vergelijken.DatVan Duijllbeoefenaar der dichtkunst is, moge blijken uit de voortbrengselen zijner muse, die ik hier zal aanhalen.Toen hij nog Predikant teHoogeveenzijnde, gedurende eenigen tijd op zijne eerste standplaatsBeusichemvertoefde, werden aldaar bij den noodlottigen watersnood in het jaar 1809, achttien lijken, droevige slachtoffers van dien vreeslijken ramp in één en hetzelfde graf begraven. Eene gedenkzuil werd op hetzelve opgerigt.Van Duijll, diep getroffen over den treurigen dood, die de ongelukkigen in den vloed gevonden hadden, en die gedeeltelijk tot zijne vroegere gemeente hadden behoord, boezemde zijn leedgevoel uit in de volgende dichtregelen, die op den kolom uitgehouwen aan de nakomelingsschap het treffende van den ramp, maar niet minder het dichterlijk genie van den waardigen Geestelijke verkondigden.Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.Toen hij in den jare 1810 teHoogeveenhet leeraarsambt vervulde enLodewijk Napoleon, die te dier tijd over het KoninkrijkHollandden vredelievenden scepter zwaaide, het LandschapDrenthebezocht, en ookHoogeveenmet deszelfs tegenwoordigheid vereerde, maakte medeVan Duijll, als Predikant zijne opwachting bij den Vorst, die te regt een vader zijner onderdanen mogt genaamd worden, die overal hulp toebragt, waar het pas gaf, en overal, waar hij kwam, sporen zijner weldadigheid achter liet.Van Duijll, gevraagd, of hij ook iets in het belang zijner gemeente begeerde, gaf de behoefte derzelve aan een werkhuis te kennen, in hetwelk behoeftige gehuisvest en verpleegd mogten worden, die met de handen den kost konden verdienen.Lodewijkgaf gehoor aan de doeltreffende voordragt van den waardigen Leeraar en schonk twintig duizend guldens tot dat edel doel;Van Duijllstichtte het gebouw, en ten einde den roem van den weldadigen Vorst te vereeuwigen, vervaardigde hij hetnavolgenddichtstuk, hetwelk hij in den voorgevel van hetzelve op eenen daartoe ingevoegden marmersteen deed uithouwen.Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligtDen vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.Voorts treft men vanVan Duijllmeer dan een voortreffelijk dichtstuk in onderscheidene maandwerken van vroegere dagen aan.Op den 29 December 1849 verjaardeVanDuijllsvijftigjarige Predikdienst, die op den 4 Maart 1850 door de ringbroeders en meer andere gasten van rang en aanzien in zijne woning plegtig gevierd werd.De gemeente bood aan den grijzen Christen-Leeraar, onder meer andere geschenken eenen in zilver gemonteerden prachtbijbel aan, versierd met symboolen, op de Godsdienst toepasselijk.Een in de kalligraphie begaafd jongeling JonkheerRom Kraijenhofvervaardigde ter eere van den nestor der Evangeliedienaars een voortreffelijk penneschrift op het halve eeuwfeest van ’s mans Predikambts vervulling toepasselijk, in hetwelk het genie en de smaak van den kunstenaar doorstralen.Ten slotte moet hier worden aangeteekend, datVianenaan den PredikantVan Duijllhet leggen van de Schipbrug over de rivier deLekte danken heeft, die de stad met het daar tegen over liggend grondgebied der ProvincieUtrechtverbindt.ToenVan Duijllbij de grondlegging van de Wilhelmina’s Sluis teVianen, zich mede onder de door den nu wijlen den Inspecteur Generaal van den Waterstaat, den HeerJan Blanken Jansz.tot het bijwonen dier plegtigheid genoodigden bevondt, had hij de eer, aldaar mede den Gouverneur der ProvincieUtrecht, BaronVan Tuijll van Serooskerken, onder de genoodigden te ontmoeten. Deze zich beklagende over de moeijelijkheid en langwijligheid der overvaart over de rivier deLekvóór de stadVianen, merkteVan Duijllaan, dat het dan nu welligt het oogenblik zoude zijn, om dit bezwaar door het leggen eener Schipbrug uit den wegte ruimen, daar al de autoriteiten tegenwoordig waren, die deswege een voorstel aan Z. M. den Koning,WillemI konden doen.Zulks gaf aanleiding tot een mondgesprek tusschen den Heer Gouverneur vanZuid-Holland, GraafVan der Duijn van Benthorn en Maasdam, nu mede ten grave, en welgemelden Inspecteur Generaal, bij hetwelk mede het advies der daar bij tegenwoordige Heeren Mr.Maurits Cornelis van Hall,President der Arrondissements-Regtbank teAmsterdamen Mr.Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, destijds Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, en President van het Hoog-Geregtshof, nu van den Hoogen Raad der Nederlanden, werd ingeroepen.Het voorstel werd met algemeene stemmen goedgekeurd, de voordragt werd met spoed en aandrang aan den Koning gezonden en in Maart 1840 rolden reeds de rijtuigen en gingen de voetgangers over den nu gelegden Schipbrug; aanVan Duijllintusschen mag men deméritevan hetà proposdank weten, welke hem door niemand betwist kan worden.SECTE DER AFGESCHEIDENEN.Er bestaat teVianen, zoo als op zoo vele andere plaatsen in ons vaderland, eene gemeente van Christelijke Afgescheidenen; zonder zich in Godsdienstige geschillen in te laten, behoort men eenen ieder in zijne gevoelens te eerbiedigen, wij vermelden hier alzoo ook deze gemeente, aanwelks hoofd de braveC. Glindermanstaat, die des zondags avonds in vromen zin zijne medebroeders te leeren en te stichten tracht.GODSDIENST DER ROOMSCH KATHOLIJKEN.De leer van het Christendom schrijft liefde en verdraagzaamheid voor; men lezeJoh. 13, vs. 34 en 35,1 Cor. 13en zoo vele andere toepasselijke bijbelteksten; van dit grondbeginsel uitgaande en den braven en godsdienstigen Roomsch Katholijken even hoogschattende, als den Hervormden, die de leer vanJezusvolgt en in beoefening brengt, wordt bij deze door mij ook aangeteekend, dat de Roomsch Katholijke Pastoor, de eerwaarde HeerA. G. van Damzijne gemeente leert en sticht, dat hij het heilig altaar bedient, zoo als het den Leeraar en Priester voegt, en den weg der zaligheid verkondigt aan allen, die in den Verlosser gelooven en zich aan de voeten van het kruis nederleggen.GODSDIENST DER ISRAËLIETEN.Ook de Godsdienstoefening der Israëlieten verdient vermeld te worden; er bevinden zich inVianenacht Joodsche huisgezinnen, die op hunnen Sabbath in eene daartoe wel ingerigteSynagoge, nog onlangs vernieuwd, uitgebreid enverbeterd, bijéénkomen: aan het hoofd dierSynagogestaat de VoorzangerOlman, die bij zijne geloofsgenooten niet alleen, maar ook bij alle Christenen geëerd en geacht is.OPVOEDING EN ONDERWIJS DER JEUGD.De onderwijzer Stuart.De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadjeVianenverwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De Kostschool, aan welks hoofd de kundigeStuartstaat, behoort in de eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam vanles sciences exactesbestempeld wordt, inzonderheid het lievelings vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit, dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil est, nisiquod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt, en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap, al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor de school vanEuclideskunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd, hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is, daartoeopleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd, zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren zijnen schedel sieren, niet aanStuartte danken hebben, dat hij de gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die ten huidigen dage teVianende lessen van den begaafdenStuarthoort, reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen, van zich als van eenenDe RuijterofTurennezal doen gewagen. Voorwaar het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.De onderwijzer van Weigerden.Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafdenVan Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles hangt af van demethodus docendien van de begaafdheid, om zijn talent aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezitVan Weigerdenin den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men behoeft slechts eene wijle tijds in ’s mans school vertoefd te hebben, om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig gelegd waren, trouwens de heerVan Weigerdenop den Weesdijk teVianen, is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat oudersuit den hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch, de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heerVan Weigerdenheeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken; zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, alsafgevaardigdeter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs teArnhembij een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs, dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want eentoastdoor hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius vanGelderlandmogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige man antwoordde: «een schoolmeester uitVianen.»De kostschoolhouderessen Bullot en la Cave.Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken,gepaard aan eene godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de JonkvrouwenBullotenLa Cavegehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN.Concert de Harmonie.De Toonkunst wordt teVianenmet eenen bijzonderen goeden uitslag beoefend; de kundige en smaakvolle PianistDietz, die tevens onderwijs in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de Roosten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is, spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich van elders teVianenzijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie vanBeethovenof eeneCavatinevanMendels-Sohn Bartholdymetden besten uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.Dat aan zulk een geheel de naam vanHarmoniemet regt kan gegeven worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, datVianenhetConcertde Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen mag tellen.De afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen.In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij voor de beoefening der Toonkunst, als aanEuterpetoegewijd, mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die, welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte en doet ons aanTollens,Van den BerghofTen Katedenken, en niet zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of electriciteit en dekunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te weeg gebragt, dat er ook mannen inVianenworden gevonden, die met regt den naam van Physici dragen mogen.Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst teVianenin goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje, van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heerVan Lom, die dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende van ’s mans heuschheid heeft men dan ook geen’ oogenblik geaarseld, die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel als een belangrijk sieraad te plaatsen.Geneesheeren, Heel- en Vroedmeester en Artsenijmengers.De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is inVianenmeer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen, de heerenWincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen drukkende, beiden waardige zonen vanHippocrates, die zachtzinnigheid, aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde zieken weten te paren.Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte land in den omtrek, mag de heerC. A. G. van Effengenoemd worden; als Priester vanLucinaverstaat hij grondig zijnenBaudelocque, als wondheeler zijnenStrohmeijer; in deze laatste betrekking deed hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den tiendaagschen veldtogt.De heerVan Effenis tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich aan hem aan de heerenBrouwer,Vos van ZalingenenMeijlinck, alle hun vak volkomen meester en metApollokunnende zeggen, «herbarum subjecta potentia nobis».Letterkunde, Boekhandel, Leesbibliotheek, en Leesgezelschappen.Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet onbedrevenenDiepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden, want tochalleboeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburigUtrecht, of van elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime keus en houdt uau courantvan de literatuur van den dag. Bij al deze gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreveneinde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den PredikantVan Duijllen den NotarisBroekman; hunne welberadene keus voor alles, wat de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam en nuttig tijdverdrijf.HET POSTKANTOOR.De correspondentie van en opVianenis tamelijk belangrijk; de dagelijksche consumtie, in al wat tot levens onderhoud vereischt wordt, geeft tot veel nering aanleiding; winkelwaren van allerlei aard toch moeten van elders ontboden worden. Voeg hierbij menige tak van nijverheid, die hier gedreven wordt, meer dan eene fabrijk, die hier en in den omtrek gevestigd is, terwijl inzonderheid de Regering en de Hoofd-ambtenaren, die hier hunne functien uitoefenen bijna postdagelijks met de residentie en andere steden in ons Vaderland corresponderen. Vandaar dan ook, dat de directie van het Postkantoor teVianengedurende een gedeelte van den dag ijverig werkzaam is, om het publiek te bedienen; zulks geschiedt met eene bijzondere accuratesse, en wanneer de post is aangekomen, zal geen inwoner vanVianeneen half uur naar zijnen brief of brieven behoeven te wachten. Het beheer van het Postkantoor is opgedragen aan den hoogstbeleefden en welwillenden Directeur den heer Mr.H. M. van Eck, daarin geadsisteerd door zijnen geagreëerden den heerHeijman, en hetgeen boven van de promptitude op dat Postkantoor staat opgeteekend, zal dan ook de lofvermelding van voornoemde heeren uitmaken.FABRIEKEN.Oliën- en Smeerfabriek van J. P. Jannette Walen en Comp.In de maand December 1848, werd inVianendoorJ. P. Jannette Walen, onder de firmaVan WalenenComp., opgerigt eene fabriek van Oliën en Smeren. Aan deze fabriek is naderhand bij brevet van Zijne Majesteit, KoningWillemIII toegekend den titel van Koninklijk Nederlandsche en de vergunning geschonken, het Koninklijk Nederlandsch wapen te voeren. De genoemde oliën en smeren zijn bestemd ten gebruike van stoomwerktuigen, spinnerijen, ijzergieterijen en alle soorten van vervoermiddelen, voorts worden in dezelve vervaardigd harts-oliën, gezuiverde hartsen, zoo mede fijnere oliën voor Horologiemakers, enz. enz.Dat het debiet van deze artikelen en de verzending van dezelve, zoowel naar vele oorden in ons Vaderland, als buiten hetzelve aanzienlijk is, spreekt van zelve; de fabriek vereischt veler handen arbeid en verschaft aan menigen handwerksman den kost, zoodat men dezelve als eene belangrijke bron van welvaart voor de stadVianenmag beschouwen.Hoepmakerij of fabriek van Hoepels van den heer Johan Cambier.Even buiten de stadVianenis door den heerJohan Cambier,sedert een aantal jaren, eene fabriek van hoepels opgerigt. Deze fabriek heeft bijzonder veel vertier. Het fabrikaat wordt, even als dat uit de bovenvermelde, zoowel binnen- als buitenlands verzonden, zoodat ook deze fabriek onder de nijvere volksklasse, veel welvaart verspreidt.De Vrouwen-Vereeniging Arbeid en Liefde, bestierd door de Jonkvrouwen Fabricius en Wincler.Ziet gij daar, in dat huishoudelijk vertrek die jeugdige echtgenoote, te midden van zoo vele edele maagden, rondom den gezelligen arbeidsdisch gezeten, en zich vlijtig onledig houdende met het vervaardigen van kleedingstukken voor behoeftige vrouwen en kinderen.Thans tot dit weldadig doel bij één vergaderd zijn het nu niet meer de bevallige dochteren vanTerpsichorè, die zoo onlangs nog in de danszaal op ligte brozen door rappe jongelingen ten reie werden geleid; het zijn de deugdzame en van menschenliefde doordrongene kinderen vanTabittha Dorkas, die waardige discipelinne der apostelen, die in de heilige schrift staat aangeteekend, als vol zijnde van goede werken en aalmoesen, die zij uitdeelde.Hoe verheven is niet het oogmerk, hetwelk zij trachten te bereiken; arbeid en liefde zijn hare leuze; zij arbeiden vlijtig voort, ten einde te kunnen geraken tot die uitoefening van liefde, die het verlangen is van hare harten; de zegen des Heeren rust op haar! De schamele weduwe, hetnaakte weesje worden door haar gekleed, en in de hutten der armen weergalmt het lied der dankbaarheid en der vreugde, ter harer eere gezongen.Op welk een eerbiedwaardig standpunt staat niet de vrouw, wanneer zij zich harer bestemming waardig gedraagt, voorzeker aan haar, die zoodanig eene bestemming bereikt heeft, mag Engelenwaarde worden toegeschreven.Op zulke vrouwen mag worden toegepast hetgeenSchillerzingt:«Ehret die Frauen, sie flechten und webenHimmlische Rosen in ’s irdische Leben.»Verre van ons die wufte dochterenEva’s, die alleen met ervaring weten te spreken van het jongste blijspel, hetwelk zij hebben bijgewoond, die aan eene dubbelzinnige charade eene juiste uitlegging weten te geven, en, vervuld met den roman van den dag, van niets dan van ijdele begoochelingen droomen kunnen, terwijl zij de wezenlijke pligten verzuimen, die aan het meisje, zoo als het zijn moet, zijn opgelegd.Maar zulke dochteren worden inVianenniet aangetroffen; eenvoudigheid van zeden en reine deugd kenmerken dezelve, en de jeugdige schoone, die in den gezelligen kring, in beschaafdheid van manieren en goeden toon uitmunt, kan men niet zelden in hare woning aantreffen, eene verstandige bezorging van het huishoudelijke pligtmatig ter harte nemende,en, wanneer het pas geeft, zich werkzaamheden getroostende, over welke eene hoovaardige salet-juffer zich schamen zoude. Moge nimmer eenige verbastering van zedeneene treurige ommezijde van dit Tafereel zien geboren worden, maar daarvoor waarborgt ons de goede genius, die hier ter stede over de opvoeding der jeugd steeds wakende is.VRIJMETSELAARS-LOGE.Lust het u, wanneer gij tot de ingewijden behoort, in statigen ommetogt in uwen mystieken pelgrimsmantel gewikkeld, niet ongelijk aan eenen bedevaartganger naar het heilige graf, of een Maltheser Ridder, met uwe medebroeders den verloren acaciatak te helpen opzoeken, of eene wijle tijds tusschen de kolommen J. en B. te vertoeven; welaan begeef u dan, wanneer het feest is, en de altaren voor deugd en menschenliefde rooken, naar het tot een verheven doel wel ingerigt gebouw op den Kortendijk en klop daar, met uw diploma in de hand, drie maal drie malen aan de deur van den gewijden tempel; gij zult welkom zijn; men zal uw verlangen aan den Grootmeester der Orde te kennen geven, men zal u begeleiden tot aan de voeten van den throon, op welken hij met gepaste waardigheid zetelt, en gij wordt, nadat men zich van uwe identiteit als broeder zal vergewist hebben, met hartelijkewelwillendheidtot de werkzaamheden toegelaten, terwijl u handschoenen en schootsvel, blank en rein, als het symbool van zuiverheid der bedoelingen, benevens winkelhaak en truweel zullen worden aangeboden. Gij ontmoet dan, als deelgenoot aan de geheimen, die weleer die vanIsisenOsiriswaren, in den heiligen broederkring, menigeninwoner van het stadje, dien gij vroeger onopgemerkt, in deszelfs straten zijt voorbijgegaan, of hier of elders hebt ontmoet, hij drukt u hartelijk de hand, terwijl gij straks met hem en de overige gasten aan den feestdisch het «in diesen heiligen Hallen kennt man die Rache nicht» of het «par trois fois trois mes frères» zult aanheffen.Broederliefde! verheven woord! woord van gewigtige beteekenis! Zijt gijl. mijne broeders! allen daarvan wel diep doordrongen?! Zorg, ik bezweer het u, dat dit woord voor uw lieden geen ijdele klank zij, zorg, dat gij niet vreezen moet, dat schietlood en compas u beschuldigend in de handen zullen beven, en het alziend oog, dat in den gevel des tempels prijkt, en uwe werken gadeslaat, zich van u zal afwenden en de hamerslagen, die anders welluidend weergalmen, dof zullen klinken, en dof zullen weerkaatst worden.Broederliefde! woord des vredes! moge uwe stem, in deszelfs verhevene en eigendommelijke beteekenis steeds gehoord worden, daar, waar de star in het oosten flonkert, moge geen eenig broeder zich zijner roeping onwaardig gedragen! Moge aan niemand hunner verwijtend worden toegefluisterd «procul hinc, procul ite profani!» moge een ieder hunner het heilig woord steeds onbevangen durven uitspreken en de arbeiders aan den tempel van dien koning, uit de gewijde geschiedenis, die door zijne wijsheid de geheele wereld met verbazing vervulde, zich, door zuivere en onvervalschte broedermin, de goedkeuring van den opperbouwmeester van het heelal waardig maken!LOGEMENTEN.Wanneer de reiziger, die soms teVianendeszelfs nachtverblijf zoude willen houden, in de stoomboot of op de diligence, metFrontinmogt hebben gezongen:«Qu’on est heureux de trouver en voyage,Un bon souper et surtout un bon lit.»zal hij, wanneer hij, in de Roos, het Zwijnshoofd, het Hof van Brederode, of het Roode Hert, zijnen intrek mogt hebben genomen, aan zijnen wensch voldoening erlangen, en, hoezeer hij in die logementen wel niet die comforts zal aantreffen, welke teBaden-Badenzum Zähringer Hof, teLondenin het Hôtel Mivart, te’s Gravenhagein den Ouden Doelen, of teAntwerpenau Grand Laboureurgevonden worden, niettemin, wanneer hij eenen smakelijken avondmaaltijd heeft gehouden, of op een goed bed uitgerust, van de billijke prijs der gemaakte vertering zeer tevreden zijn en zijne reis vrolijk en opgeruimd vervolgen.
HET OUDE VIANEN.Groote mannen, die in vroegere eeuwen teVianenzijn geboren en ook in de laatst afgeloopene aldaar het eerste levenslicht aanschouwden, en, hetzij, daarna gestorven, of als nog in leven zijn, ook de zoodanige, die in deze stad, gedurende eenigen tijd hun verblijf hebben gehouden.Men zal, wanneer men de geschiedenis van vroegeren en lateren leeftijd raadpleegt, de opmerking maken, dat, niet zelden Godgeleerden, Staatsmannen en Krijgshelden, van uitstekende verdiensten, en de zulken, die met meer dan gewonen goeden uitslag zich, hetzij op de schilderkunst toegelegd, de dichtkunst beoefend, of zich door letterkundigen roem in de geleerde wereld onderscheiding verworven hebben, in kleine steden of vlekken, of op onaanzienlijke dorpen geboren werden. Werd niet onze onsterfelijkeBoerhave, die zich door zijne diepe ervaring in de geneeskunst eene Europeêsche vermaardheid heeft verkregen, in het dorpVoorhout, nabijLeiden, ter wereld gebragt? Was nietStratfordaanden Avon, de wieg en bakermat vanAlbionsvoortreffelijksten dichterWilliam Shakespeare, en mag niet het nederigBrouwershavener trotsch op zijn, dat het aan den Prins onzer Vaderlandsche dichters, en den als staatsman zoo uitstekenden RaadpensionarisJacob Catsdeszelfs aanzijn gaf? Staat het niet daarom o grooteRembrand! bij de roemvermelding der zonen vanAppelles, met gouden letteren geboekstaafd, en getuigen nog niet, ten huidigen dage, en doek en paneel, wie eenmaal Hollandsch eerste schilder was, maar werd gij ook niet juist daarom, in onderscheiding van de overige leden van uw geslachtvan Rijnbijgenaamd, omdat het zoo schilderachtig aan dien stroom gelegen dorpje, het bevalligKoudekerk, het te vertellen weet, dat gij eenmaal als knaapje aan des Rijnstrooms boorden speeldet en gindsche boerenwoning u als zuigeling had zien geboren worden.En gij oJoure! vroeger naauwlijks opgemerkt onder de geringste van Frieslands gehuchten, zoudt gij u niet verheffen op uwenBorger, uitstekend godgeleerde, voortreffelijk kanselredenaar en dichter tevens, gijVlissingenop uwenBellami, niet minder danBorger, der zanggodinnen voedsterzoon?En gij o Lekstad; zoo beroemd in de geschiedenis van ons Vaderland, zoudt ook gij geen roem mogen dragen op voortreffelijke mannen, die, zoo vele eeuwen geleden, u hunne geboorteplaats mogten noemen, werd gij niet vereeuwigd door uweBrederodes, te genoegzaam in ’s lands historie blaân vermeld, dan dat ik nog vernieuwde lauwren aan hunnen krans zoude behoeven te hechten, waart gij het niet, die reeds in het jaar 1583 aanJacobus Triglandiusheteerste levenslicht deed aanschouwen! uit Roomsch-Katholijke ouders geboren, en in die zelfde godsdienst opgevoed, ging hij al rasch tot de protestantsche geloofsbelijdenis over, hij aanvaardde ter zelfder tijd het predikambt en werd in den jare 1606 teStolwijken daarna in 1610 teAmsterdamtot Leeraar beroepen. In beide gemeenten achtereenvolgende verkondigde hij het Evangelie tot in 1634, met zoo veel roems, en ontwikkelde zich al meer en meer als zulk een welsprekend kansel-redenaar, dat curatoren der Hoogeschool teLeiden, hem met algemeene goedkeuring, den eersten leerstoel in de godgeleerde faculteit aanboden; steeds betoonde hij zich een ijverig tegenstander der Remonstrantsche gevoelens te zijn, en verwierf zich als zoodanig, onder zijne geloofsgenooten geenen geringen aanhang.Op één en zeventigjarigen ouderdom verliet hij in het jaar 1654 het tooneel dezes levens; de geleerdeJohannes Coccejussprak zijne lijkrede uit en vermeldde in dezelve al die uitstekende hoedanigheden, die den waardigenTriglandiusversierd hadden; van hoogst belangrijken inhoud zijn de godgeleerde werken, die hij heeft nagelaten; hij schreef kerkelijke geschiedenissen (gerigt tegenJ. Uittenbogaert).Leiden1650—detrina Dei gratia.Amst.1636—deEpiscopatu Contra Nicolaum Videlium—Amst.1642 en nog ten huidigen dage worden niet zelden ’s mans geschriften geraadpleegd.Niet minder geleerd, danTriglandius, wasWilhelmus Janszoon, (Janssonius), bijgenaamdvan Vianen, ten einde; op deze wijze den naam van zijne geboorteplaats van geslacht tot geslacht te doen overgaan; vroeger Hoogleeraar inde wijsbegeerte in het collegie van hetCastrumteLeuven, werd hij daarna ter zelfder stede, eerst Plebaan van de St. Pieterskerk aldaar, en later Hoogleeraar in de Godgeleerdheid, hij stichtte eene beurs in het collegie van hetCastrumééne in dat vanStandoncken twee in het groote collegie; hij stierf op den 20 November 1529 en werd in de St. Pieterskerk teLeuvenbegraven.Ik doe hier het grafschrift volgen, bij hetwelk hij als van zich zelven gewagende, aldus sprekend wordt ingevoerd.Urbe Viana ortus, Guilielmus nomine magna,Castrensem rexi sedulitate scholam,Hinc doctor legis divinae, pabula Pastor,Praebueram, Pavi, qui sacra templa Petri,Pauperibusmoriens, studiisque alimenta reliqui,Plurima, apud superos, hinc mihi parte quies.Het was ook de grooteDaniel Heinsiusdie, na volbragte staatkundige loopbaan, den avond van zijn leven teVianenheeft gesleten; het schijnt intusschen, dat hij nog vóór zijnen dood gedurende eenige tijd teLeidenzijn verblijf heeft gehouden, alwaar hij op den 25 Februarij 1655 is overleden, waarom hij in de kerk teVianenis begraven, blijkt wel uit de grafzerk, onder welke zijne assche rust, maar niet uit de geschiedenis, immers schrijver dezes heeft daarvan geene sporen kunnen vinden.Heinsiuswas geboren teGend, op den 30 Mei 1580. Hij werd gehouden voor den geleerdsten en vindingrijksten dichter der zeventiende eeuw; de nederduitsche letterkunde heeftdoor hem eenen bijzonderen voorrang boven de Duitsche verkregen, maar meer nog dan dichter wasHeinsiusgroot als Staatsman; hij woonde in de jaren 1618 en 1619 als afgevaardigde der Staten-Generaal de Dordsche synode bij; hij mogt zich beroemen, de vriend vanScaligerenDousate zijn.Gustaaf Adolph, Koning vanZweden, benoemde hem om zijne veelvuldige geleerde schriften tot zijnen geschiedschrijver, en PausUrbanusVIII noodigde hem uit naarRome, om van zijn geleerd onderhoud voordeel te kunnen trekken.Wij moeten hier ter plaatse mede gewag maken van den in de wijsbegeerteende wis- en sterrekunde zoo ervarenenJan Frederik Hennert, die na verkregen eervol ontslag als Hoogleeraar aan de universiteit teUtrecht, gedurende eenen geruimen tijd zijnotium cum dignitateteVianenheeft doorgebragt en daarna weder naarUtrechtterug gekeerd, op den 30 Maart 1810, in het 80stejaar zijns levens aldaar is ontslapen.Te regt mag ookVianenzich verheffen, de geboorteplaats te zijn geweest vanWillem Anton Ockerse, wiens staatkundige loopbaan, in de vroegere dagen van omwentelingen en staatsberoeringen te wel uit de geschiedenis van dien tijd bekend is, dan dat de bijzonderheden daarvan ter dezer plaatse behoeven herhaald te worden, het moge intusschen gezegd zijn, dat hij in dat belangrijk tijdvak zich steeds als man van eer, en met regtschapenheid heeft gedragen. Hij zag teVianenhet eerste levenslicht in het jaar 1760 en ontsliep te’s Gravenhageop den 19 Januarij 1816. Menigvuldig en van hoogstbelangrijken inhoud zijn de door hem geschrevenewerken, dezelve dragen den stempel van grondige kennis, juist oordeel, scherpzinnigheid, onpartijdigheid, zachtheid en liefde; wij noemen hier als eenige onder allen, de resultaten van zijn zestig jarig leven, zijne karakterkunde, en meer andere geschriften; de naam vanOckerseis mede tot de nakomelingschap overgegaan, door de letter- en dichtkundige verdiensten van ’s mans waardige zuster, VrouweAntoinetta Ockerse, weduweJ. P. Klein. Hare oden en elegien, de gedachten bij het graf vanRobbert Blair, en de bijbel, eene bron van Goddelijk onderrigt voor den mensch in zijne dagelijksche levensbetrekkingen, hebben heerlijke proeven opgeleverd van haar rein, godsdienstig gevoel en hare bekwaamheid ook in den prozastijl. Zij was geboren in 1763, enoverleedteLeidenop den 25 December 1828.Na nu van de dooden gewaagd te hebben, rust op ons nog de taak, vermelding te doen van twee waardige mannen, die Vianen hunne vaderstad mogen noemen, ik bedoel Mr.Maurits Cornelis van Hallen Mr.Johannes op den Hooff.Maurits Cornelis van Hall! wie is er, onder de zoodanige, die menschenwaarde, regtsgeleerdheid, statenkennis, letterkunde en archaeologie, gevoel en smaak voor de dichtkunst, en wat meer zegt, adelaarsvlugt in de beoefening derzelve, op hoogen prijs weten te schatten, wie is er onder de zoodanige, die dien naam niet met eerbied noemt?Maurits Cornelis van Hallwerd op den 4 Februarij 1768 teVianengeboren; niet lang was het metVan Hall, als knaapje,ludere par impar, equitare in arundine longa;al rasch en naauwlijks den jongelings leefdtijd ingetreden, ontbrandde in hem de zucht naar de wetenschappen, en, hetstudia adolescentiam aluntwerd zijne leuze.Hij verliet dan ook spoedig zijne vaderstad, en toog op naar de Hoogeschool, alwaar hij zijne studiën aanvaardde; dat hij ijverig en naauwgezet was in het woekeren met zijnen tijd, kan niet betwist worden, hoe zoude ook het gebouw van zijnen uitstekenden roem zoo hoog kunnen zijn opgetrokken geworden, wanneer de fundamenten niet goed gelegd waren; wars van alle uitspattingen, der studerende jeugd meermalen eigen, liet hij nimmer eenig collegie onbezocht en schonk het grootst gedeelte van den dag aan letterkundigen arbeid, en hij mogt de gulden spreuk, die ook die was van eenen eerbiedwaardigen Romein de zijne makennulla dies sine linea;Van Hallwas student, zoo als men zulks behoort te zijn, en hij ontving den doctoralen hoed met luister. Eerevol betrad hij den weg, die naar den tempel van Themis leidt. Hij werd advokaat; dat hij onder deze een der voortreffelijkste was van zijnen tijd, getuigen de jaarboeken der Amsterdamsche pleitzaal.Demostheneszijner eeuw sprak hij voor de mannen van het regt, zoo als weleerCicerovoor de beschrevene vaders sprak, en deDejotarussenenCatilina’svonden in hem, deze eenen warmen verdediger, gene eenen moedigen bestrijder, zoo als eertijds die van het oudeRomeeenen zoodanigen in hunnenMarcus Tulliusvonden.Van Hallwas Patriot in de verhevene beteekenis van het woord, zoo als het den echten vaderlander kenmerkt, republikein, zoo als het, tijdens de Romeinsche adelaren den optogt derlegioenen openden, deScaevola’s, deBrutussen, deMetellussenwaren.Van Hallwas de vriend des volks, het volk bragt hem wederkeerig eene onbepaalde hulde toe.Toen eenmaal in het volkrijkAmsterdameen geweldig oproer dreigde uit te barsten, en het teugelloos gemeen wet en regt met voeten zoude hebben getreden, steegVan Hallte paard, drong door de menigte heen en kluisterde, door éénen wenk, de hyéne der anarchie in onverbreekbare banden.Zoo onwaardeerbaar nuttig wasVan Hallvoor zijn vaderland!Van Hallwas geschiedschrijver en dichter; geschiedschrijver alsTacitus, dichter alsFlaccus.Wie, die geschiedkunde waardeert, en dichtkunst op hoogen prijs stelt, heeft niet gelezen, watVan Hallgeschreven heeft?Wij noemen, onder vele zijner geschiedkundige werken, het leven van den Admiraalvan Kingsbergen, de verdediging van GraafHendrik van Brederodeen het echt klassiek werk, over den dood vanPliniusden jongeren, zoo noodlottig bedolven onder de lavastroomen en aschregens, toen door deze de uit marmer en graniet gebouwde stedenHerculaneumenPompejioverstelpt werden.Van Hallwas dichter!Hoe—viert hem dan geen Jubellied,Der voor zijn harp geknielde menigt,Die, als ten eedlen kamp vereenigd,Hem de offers van haar hulde biedt?Maar neen, verganklijk is ’t arduinEen eerzuil rijst in onze hartenDie de almacht van den tijd zal tarten.Geen welkbre lauwer sier zijn kruin!VoorzekerPindarusvan Nederland! is zulk een’ eerzuil in onze harten voor u gerezen! deze toch is duurzamer dan metaal; (aere perennius). Wat al schatten van dichterlijk genie zijn niet in uwe menigvuldige werken verborgen! En hoe veel verscheidenheidkenmerktniet dezelve! Minder verdienste heeft de dichter, die zich tot één genre van poëzij bepaalt,Van Hallvereenigde in zich alle.MiltonenTasso,DanteenPetrarca, FlaccusenMaro, kweelde hij dan eens lieflijk op zijne veldfluit een teeder herderslied (gracili modulatus avena), bezong hij dan weder het zalig en rustig landleven, terwijl hij meermalen, door geestdrift vervoerd, beurtlings met sterke kleuren menschelijke hartstogten en daden wist af te malen, of als een andereTyrtaeuseen krijgslied aanhief, of zich in de dagen der kruistogten verdiepende, als minnezanger vermomd, voor de geliefde van zijn hart, de snaren zijner luit wist te tokkelen.Steeds pogende nuttig te zijn, en bevorderlijk aan al wat het gebouw der Maatschappij tot Nut van het Algemeen konde schragen, maakte hij zich bijzonder verdienstelijk als hoofdbestuurder derzelve; voortreffelijk waren zijne redevoeringen, door hem bij de opening der algemeene vergaderingen dier Maatschappij uitgesproken:Van Hallwas een man van eene groote zelfstandigheid; hij bleef zich zelven, als staatsman gelijk, onder de republiek en het staatsbewind, en onder den zachtmoedigen scepter vanLodewijkden Goeden (eenen tweedenLouisle debonnaire voorwaar!) en in dat hagchelijk tijdvak, toen de man vanCorsikazijne proconsuls en satrapen, als zoo vele gieren, op ons vaderlijk erfdeel deed nederstrijken, om ’s dwingelandsnoodlottige bevelen uit te voeren, en goed en bloed van een wel eer zoo gelukkig volk aan den overheerscher cijnsbaar te maken.Onwrikbaar als de ceder, deed hij de staatsorkanen om zich heen woelen; en het mogt van hem gezegd zijn;si fractus illabatur orbis, impavidum ferient ruinae!Van Hallhad zich zelven gevormd, van daar die manhafte taal, die hij wist te spreken, als het pas gaf;Van Hall, was steedsVan Hall, en hij mogt zeggen:’k Ben ’t al mij zelf verpligt, en niets aan kunst’narijen.Zoo verVan Halltot in de dagen der verlossing van het Fransche juk, de laatste dagen van 1813.Toen in die laatste dagen, in die dagen die zulk een belangrijk blad beslaan, in de geschiedenis van den man des bloeds, de zon van voorspoed voor dezen begon te tanen, toen overwinning op overwinning op de Fransche adelaren het weldadig bestier eener regtvaardige voorzienigheid kenmerkten, toen de vlammen van het Kremlin in de oude stad der Czaren bloedrood ten hemel stegen en de slaande hand Gods, bij den terugtocht over deBeresinalijken op lijken stapelde, was het naauwlijks, dat hij zich met de vlugt konde redden, en knarsetandende van woede het paleis der Tuilleriën bereiken.Al spoedig waren ook de verbondene mogendhedenParijsbinnen gerukt, en hadden den verwaten dwingeland in onverbreekbare ketenen geslagen; de afstand van de kroon werd teFontainebleaugeteekend, nog eenige weinige uren, en de Northumberland kliefde de baren en bragtBonapartenaarElbaover. Van dien oogenblik af aan dagteekende zich ook Neêrlands bevrijding.De laatst overgebleven telg van den VijfdenWillem, door vroegere Fransche overheersching, achttien jaren geleden uit zijn vaderland verdreven, en gedurende die tijd als balling rondgezworven,verliet het gastvrij verblijf hetwelk der Britten edelmoedigheid hem op het vorstelijkHampton-Courthad aangeboden.De drie mannen in de geschiedenis der Nederlanden met eerbied genoemd, de nooit volprezenGijsbert Karel, benevens de GravenVan der DuinenVan Stirumvergezelden Oranje naar de voorvaderlijke stranden; de geliefde Prins aanvaardde als Souverein Vorst het roer van Staat, en aanvankelijk met deze waardigheid bekleed werd hij kort daarna als Neêrlands eerste Koning uitgeroepen.Uit alle oorden des lands toog men op naar’s Gravenhage, en verdrong zich telken reize met toenemende geestdrift in de gehoorzaal, om aanWillemden Eerste gepaste hulde toe te brengen.Maurits Cornelis van Hallbleef mede niet achter; de roem zijner verdiensten was hem vooruitgegaan en toen hij aan den Vorst werd voorgesteld, was het dezen reeds bekend, wieVan Hallwas.Minzaam was de ontvangst, en niets vuriger verlangende dan aan hem eenig blijk van onderscheiding te geven, benoemde de Vorst hem, bij de instelling der Orde van den Nederlandschen Leeuw, tot Ridder dier Orde, en bood den verdienstelijken man daarna het lidmaatschap in de tweede Kamer der Staten Generaal aan, voor welk eereblijkVan Hallmoest bedanken, om dat dringende beletselen daarvoor in den weg waren.Intusschen namVan Hallmeer en meer in gunst bij den Koning toe. In 1831 werd hij Staatsraad en President van de Arrondissements Regtbank teAmsterdam, en het is tot op den huidigen dag, dat hij, inmiddels tot Commandeur der Leeuwen-Orde verheven, het voorzitterschap, hem opgedragen, met gepaste waardigheid bekleedt.Zoo mogt ik danVan Hallmalen, ik mogt vermelden, wie hij was, van zijne jeugd af, tot in zijnen grijzen ouderdom, ik mogt het voor de nakomelingschap in de geschiedrol van ons vaderland doen bewaard blijven, datVianenook aan dezen grooten man het eerste levenslicht heeft doen aanschouwen.Maar hoe wuft zoude mijne eerbetooning zijn aanVan Hall, als Regtsgeleerden, als Staatsman, als Geschiedschrijver en als Dichter, wanneer ik bij dezelve niet voegen mogt,Van Hall, heeft zich gedurende de tijdvakken van zijn leven, steeds betoond een geloovig Christen te zijn.Eindigen wij deze onze vermelding van waardige en verdienstelijke mannen, die in vroegere eeuwen, en ook nog in de laatst afgeloopene, als zoo vele paarlen aan de kroon vanVianensstedemaagd schitterden, met gewag te maken van den voortreffelijken Regtsgeleerden, Mr.Johannes op den Hooff.Ook deze strekte, na volbragten akademischen leeftijd, al rasch der Amsterdamsche pleitzaal ten sieraad en gaf gedurende dat tijdvak vroeg reeds blijken van die krachtige ontwikkeling, die hem meer en meer kenmerkte en van hemverwachten deed, dat eene nog meer verhevene loopbaan hem verbeidde; hem werd dan ook al spoedig eene plaats aangewezen in de Tweede Kamer der Staten Generaal. ’s Mans diepe ervaring in de zaken van het regt deed het van hem te gemoet zien, dat hij nog in hoogeren kring aan zijn vaderland nuttig konde zijn. Meermalen als verdediger der wet opgetreden, werd weldra de eervolle taak hem opgelegd, de handhaver derzelve te worden. De Koning benoemde hem tot vice-President van den Hoogen Raad der Nederlanden, voorwaar eene bijzondere onderscheiding, alzoo de overige Raadslieden in die aanzienlijke vergadering alleen uit leden van Geregtshoven, of Regtbanken werden gekozen. HoeOp den Hooffde waardigheid van zijn ambt weet te handhaven, en hoe eervol hij den tabbaard draagt, zal hem wel door niemand worden betwist; de edele zelfsvoldoening van naauwgezette pligtsbetrachting doet zijne borst nog hooger kloppen, dan het ridderlint hetwelk die borst versiert.Gaan wij nu van het oude tot het hedendaagscheVianenover; wij zullen, boven eenige andere rubrieken, die welligt tot teregtwijzing kunnen verstrekken den gepasten voorrang geven aan de godsdienstige gezindheden, en wel in de eerste plaats aan de Godsdienst der Hervormden, welke door den waardigen PredikantVan Duijllverkondigd wordt.
HET OUDE VIANEN.Groote mannen, die in vroegere eeuwen teVianenzijn geboren en ook in de laatst afgeloopene aldaar het eerste levenslicht aanschouwden, en, hetzij, daarna gestorven, of als nog in leven zijn, ook de zoodanige, die in deze stad, gedurende eenigen tijd hun verblijf hebben gehouden.
Groote mannen, die in vroegere eeuwen teVianenzijn geboren en ook in de laatst afgeloopene aldaar het eerste levenslicht aanschouwden, en, hetzij, daarna gestorven, of als nog in leven zijn, ook de zoodanige, die in deze stad, gedurende eenigen tijd hun verblijf hebben gehouden.
Groote mannen, die in vroegere eeuwen teVianenzijn geboren en ook in de laatst afgeloopene aldaar het eerste levenslicht aanschouwden, en, hetzij, daarna gestorven, of als nog in leven zijn, ook de zoodanige, die in deze stad, gedurende eenigen tijd hun verblijf hebben gehouden.
Men zal, wanneer men de geschiedenis van vroegeren en lateren leeftijd raadpleegt, de opmerking maken, dat, niet zelden Godgeleerden, Staatsmannen en Krijgshelden, van uitstekende verdiensten, en de zulken, die met meer dan gewonen goeden uitslag zich, hetzij op de schilderkunst toegelegd, de dichtkunst beoefend, of zich door letterkundigen roem in de geleerde wereld onderscheiding verworven hebben, in kleine steden of vlekken, of op onaanzienlijke dorpen geboren werden. Werd niet onze onsterfelijkeBoerhave, die zich door zijne diepe ervaring in de geneeskunst eene Europeêsche vermaardheid heeft verkregen, in het dorpVoorhout, nabijLeiden, ter wereld gebragt? Was nietStratfordaanden Avon, de wieg en bakermat vanAlbionsvoortreffelijksten dichterWilliam Shakespeare, en mag niet het nederigBrouwershavener trotsch op zijn, dat het aan den Prins onzer Vaderlandsche dichters, en den als staatsman zoo uitstekenden RaadpensionarisJacob Catsdeszelfs aanzijn gaf? Staat het niet daarom o grooteRembrand! bij de roemvermelding der zonen vanAppelles, met gouden letteren geboekstaafd, en getuigen nog niet, ten huidigen dage, en doek en paneel, wie eenmaal Hollandsch eerste schilder was, maar werd gij ook niet juist daarom, in onderscheiding van de overige leden van uw geslachtvan Rijnbijgenaamd, omdat het zoo schilderachtig aan dien stroom gelegen dorpje, het bevalligKoudekerk, het te vertellen weet, dat gij eenmaal als knaapje aan des Rijnstrooms boorden speeldet en gindsche boerenwoning u als zuigeling had zien geboren worden.En gij oJoure! vroeger naauwlijks opgemerkt onder de geringste van Frieslands gehuchten, zoudt gij u niet verheffen op uwenBorger, uitstekend godgeleerde, voortreffelijk kanselredenaar en dichter tevens, gijVlissingenop uwenBellami, niet minder danBorger, der zanggodinnen voedsterzoon?En gij o Lekstad; zoo beroemd in de geschiedenis van ons Vaderland, zoudt ook gij geen roem mogen dragen op voortreffelijke mannen, die, zoo vele eeuwen geleden, u hunne geboorteplaats mogten noemen, werd gij niet vereeuwigd door uweBrederodes, te genoegzaam in ’s lands historie blaân vermeld, dan dat ik nog vernieuwde lauwren aan hunnen krans zoude behoeven te hechten, waart gij het niet, die reeds in het jaar 1583 aanJacobus Triglandiusheteerste levenslicht deed aanschouwen! uit Roomsch-Katholijke ouders geboren, en in die zelfde godsdienst opgevoed, ging hij al rasch tot de protestantsche geloofsbelijdenis over, hij aanvaardde ter zelfder tijd het predikambt en werd in den jare 1606 teStolwijken daarna in 1610 teAmsterdamtot Leeraar beroepen. In beide gemeenten achtereenvolgende verkondigde hij het Evangelie tot in 1634, met zoo veel roems, en ontwikkelde zich al meer en meer als zulk een welsprekend kansel-redenaar, dat curatoren der Hoogeschool teLeiden, hem met algemeene goedkeuring, den eersten leerstoel in de godgeleerde faculteit aanboden; steeds betoonde hij zich een ijverig tegenstander der Remonstrantsche gevoelens te zijn, en verwierf zich als zoodanig, onder zijne geloofsgenooten geenen geringen aanhang.Op één en zeventigjarigen ouderdom verliet hij in het jaar 1654 het tooneel dezes levens; de geleerdeJohannes Coccejussprak zijne lijkrede uit en vermeldde in dezelve al die uitstekende hoedanigheden, die den waardigenTriglandiusversierd hadden; van hoogst belangrijken inhoud zijn de godgeleerde werken, die hij heeft nagelaten; hij schreef kerkelijke geschiedenissen (gerigt tegenJ. Uittenbogaert).Leiden1650—detrina Dei gratia.Amst.1636—deEpiscopatu Contra Nicolaum Videlium—Amst.1642 en nog ten huidigen dage worden niet zelden ’s mans geschriften geraadpleegd.Niet minder geleerd, danTriglandius, wasWilhelmus Janszoon, (Janssonius), bijgenaamdvan Vianen, ten einde; op deze wijze den naam van zijne geboorteplaats van geslacht tot geslacht te doen overgaan; vroeger Hoogleeraar inde wijsbegeerte in het collegie van hetCastrumteLeuven, werd hij daarna ter zelfder stede, eerst Plebaan van de St. Pieterskerk aldaar, en later Hoogleeraar in de Godgeleerdheid, hij stichtte eene beurs in het collegie van hetCastrumééne in dat vanStandoncken twee in het groote collegie; hij stierf op den 20 November 1529 en werd in de St. Pieterskerk teLeuvenbegraven.Ik doe hier het grafschrift volgen, bij hetwelk hij als van zich zelven gewagende, aldus sprekend wordt ingevoerd.Urbe Viana ortus, Guilielmus nomine magna,Castrensem rexi sedulitate scholam,Hinc doctor legis divinae, pabula Pastor,Praebueram, Pavi, qui sacra templa Petri,Pauperibusmoriens, studiisque alimenta reliqui,Plurima, apud superos, hinc mihi parte quies.Het was ook de grooteDaniel Heinsiusdie, na volbragte staatkundige loopbaan, den avond van zijn leven teVianenheeft gesleten; het schijnt intusschen, dat hij nog vóór zijnen dood gedurende eenige tijd teLeidenzijn verblijf heeft gehouden, alwaar hij op den 25 Februarij 1655 is overleden, waarom hij in de kerk teVianenis begraven, blijkt wel uit de grafzerk, onder welke zijne assche rust, maar niet uit de geschiedenis, immers schrijver dezes heeft daarvan geene sporen kunnen vinden.Heinsiuswas geboren teGend, op den 30 Mei 1580. Hij werd gehouden voor den geleerdsten en vindingrijksten dichter der zeventiende eeuw; de nederduitsche letterkunde heeftdoor hem eenen bijzonderen voorrang boven de Duitsche verkregen, maar meer nog dan dichter wasHeinsiusgroot als Staatsman; hij woonde in de jaren 1618 en 1619 als afgevaardigde der Staten-Generaal de Dordsche synode bij; hij mogt zich beroemen, de vriend vanScaligerenDousate zijn.Gustaaf Adolph, Koning vanZweden, benoemde hem om zijne veelvuldige geleerde schriften tot zijnen geschiedschrijver, en PausUrbanusVIII noodigde hem uit naarRome, om van zijn geleerd onderhoud voordeel te kunnen trekken.Wij moeten hier ter plaatse mede gewag maken van den in de wijsbegeerteende wis- en sterrekunde zoo ervarenenJan Frederik Hennert, die na verkregen eervol ontslag als Hoogleeraar aan de universiteit teUtrecht, gedurende eenen geruimen tijd zijnotium cum dignitateteVianenheeft doorgebragt en daarna weder naarUtrechtterug gekeerd, op den 30 Maart 1810, in het 80stejaar zijns levens aldaar is ontslapen.Te regt mag ookVianenzich verheffen, de geboorteplaats te zijn geweest vanWillem Anton Ockerse, wiens staatkundige loopbaan, in de vroegere dagen van omwentelingen en staatsberoeringen te wel uit de geschiedenis van dien tijd bekend is, dan dat de bijzonderheden daarvan ter dezer plaatse behoeven herhaald te worden, het moge intusschen gezegd zijn, dat hij in dat belangrijk tijdvak zich steeds als man van eer, en met regtschapenheid heeft gedragen. Hij zag teVianenhet eerste levenslicht in het jaar 1760 en ontsliep te’s Gravenhageop den 19 Januarij 1816. Menigvuldig en van hoogstbelangrijken inhoud zijn de door hem geschrevenewerken, dezelve dragen den stempel van grondige kennis, juist oordeel, scherpzinnigheid, onpartijdigheid, zachtheid en liefde; wij noemen hier als eenige onder allen, de resultaten van zijn zestig jarig leven, zijne karakterkunde, en meer andere geschriften; de naam vanOckerseis mede tot de nakomelingschap overgegaan, door de letter- en dichtkundige verdiensten van ’s mans waardige zuster, VrouweAntoinetta Ockerse, weduweJ. P. Klein. Hare oden en elegien, de gedachten bij het graf vanRobbert Blair, en de bijbel, eene bron van Goddelijk onderrigt voor den mensch in zijne dagelijksche levensbetrekkingen, hebben heerlijke proeven opgeleverd van haar rein, godsdienstig gevoel en hare bekwaamheid ook in den prozastijl. Zij was geboren in 1763, enoverleedteLeidenop den 25 December 1828.Na nu van de dooden gewaagd te hebben, rust op ons nog de taak, vermelding te doen van twee waardige mannen, die Vianen hunne vaderstad mogen noemen, ik bedoel Mr.Maurits Cornelis van Hallen Mr.Johannes op den Hooff.Maurits Cornelis van Hall! wie is er, onder de zoodanige, die menschenwaarde, regtsgeleerdheid, statenkennis, letterkunde en archaeologie, gevoel en smaak voor de dichtkunst, en wat meer zegt, adelaarsvlugt in de beoefening derzelve, op hoogen prijs weten te schatten, wie is er onder de zoodanige, die dien naam niet met eerbied noemt?Maurits Cornelis van Hallwerd op den 4 Februarij 1768 teVianengeboren; niet lang was het metVan Hall, als knaapje,ludere par impar, equitare in arundine longa;al rasch en naauwlijks den jongelings leefdtijd ingetreden, ontbrandde in hem de zucht naar de wetenschappen, en, hetstudia adolescentiam aluntwerd zijne leuze.Hij verliet dan ook spoedig zijne vaderstad, en toog op naar de Hoogeschool, alwaar hij zijne studiën aanvaardde; dat hij ijverig en naauwgezet was in het woekeren met zijnen tijd, kan niet betwist worden, hoe zoude ook het gebouw van zijnen uitstekenden roem zoo hoog kunnen zijn opgetrokken geworden, wanneer de fundamenten niet goed gelegd waren; wars van alle uitspattingen, der studerende jeugd meermalen eigen, liet hij nimmer eenig collegie onbezocht en schonk het grootst gedeelte van den dag aan letterkundigen arbeid, en hij mogt de gulden spreuk, die ook die was van eenen eerbiedwaardigen Romein de zijne makennulla dies sine linea;Van Hallwas student, zoo als men zulks behoort te zijn, en hij ontving den doctoralen hoed met luister. Eerevol betrad hij den weg, die naar den tempel van Themis leidt. Hij werd advokaat; dat hij onder deze een der voortreffelijkste was van zijnen tijd, getuigen de jaarboeken der Amsterdamsche pleitzaal.Demostheneszijner eeuw sprak hij voor de mannen van het regt, zoo als weleerCicerovoor de beschrevene vaders sprak, en deDejotarussenenCatilina’svonden in hem, deze eenen warmen verdediger, gene eenen moedigen bestrijder, zoo als eertijds die van het oudeRomeeenen zoodanigen in hunnenMarcus Tulliusvonden.Van Hallwas Patriot in de verhevene beteekenis van het woord, zoo als het den echten vaderlander kenmerkt, republikein, zoo als het, tijdens de Romeinsche adelaren den optogt derlegioenen openden, deScaevola’s, deBrutussen, deMetellussenwaren.Van Hallwas de vriend des volks, het volk bragt hem wederkeerig eene onbepaalde hulde toe.Toen eenmaal in het volkrijkAmsterdameen geweldig oproer dreigde uit te barsten, en het teugelloos gemeen wet en regt met voeten zoude hebben getreden, steegVan Hallte paard, drong door de menigte heen en kluisterde, door éénen wenk, de hyéne der anarchie in onverbreekbare banden.Zoo onwaardeerbaar nuttig wasVan Hallvoor zijn vaderland!Van Hallwas geschiedschrijver en dichter; geschiedschrijver alsTacitus, dichter alsFlaccus.Wie, die geschiedkunde waardeert, en dichtkunst op hoogen prijs stelt, heeft niet gelezen, watVan Hallgeschreven heeft?Wij noemen, onder vele zijner geschiedkundige werken, het leven van den Admiraalvan Kingsbergen, de verdediging van GraafHendrik van Brederodeen het echt klassiek werk, over den dood vanPliniusden jongeren, zoo noodlottig bedolven onder de lavastroomen en aschregens, toen door deze de uit marmer en graniet gebouwde stedenHerculaneumenPompejioverstelpt werden.Van Hallwas dichter!Hoe—viert hem dan geen Jubellied,Der voor zijn harp geknielde menigt,Die, als ten eedlen kamp vereenigd,Hem de offers van haar hulde biedt?Maar neen, verganklijk is ’t arduinEen eerzuil rijst in onze hartenDie de almacht van den tijd zal tarten.Geen welkbre lauwer sier zijn kruin!VoorzekerPindarusvan Nederland! is zulk een’ eerzuil in onze harten voor u gerezen! deze toch is duurzamer dan metaal; (aere perennius). Wat al schatten van dichterlijk genie zijn niet in uwe menigvuldige werken verborgen! En hoe veel verscheidenheidkenmerktniet dezelve! Minder verdienste heeft de dichter, die zich tot één genre van poëzij bepaalt,Van Hallvereenigde in zich alle.MiltonenTasso,DanteenPetrarca, FlaccusenMaro, kweelde hij dan eens lieflijk op zijne veldfluit een teeder herderslied (gracili modulatus avena), bezong hij dan weder het zalig en rustig landleven, terwijl hij meermalen, door geestdrift vervoerd, beurtlings met sterke kleuren menschelijke hartstogten en daden wist af te malen, of als een andereTyrtaeuseen krijgslied aanhief, of zich in de dagen der kruistogten verdiepende, als minnezanger vermomd, voor de geliefde van zijn hart, de snaren zijner luit wist te tokkelen.Steeds pogende nuttig te zijn, en bevorderlijk aan al wat het gebouw der Maatschappij tot Nut van het Algemeen konde schragen, maakte hij zich bijzonder verdienstelijk als hoofdbestuurder derzelve; voortreffelijk waren zijne redevoeringen, door hem bij de opening der algemeene vergaderingen dier Maatschappij uitgesproken:Van Hallwas een man van eene groote zelfstandigheid; hij bleef zich zelven, als staatsman gelijk, onder de republiek en het staatsbewind, en onder den zachtmoedigen scepter vanLodewijkden Goeden (eenen tweedenLouisle debonnaire voorwaar!) en in dat hagchelijk tijdvak, toen de man vanCorsikazijne proconsuls en satrapen, als zoo vele gieren, op ons vaderlijk erfdeel deed nederstrijken, om ’s dwingelandsnoodlottige bevelen uit te voeren, en goed en bloed van een wel eer zoo gelukkig volk aan den overheerscher cijnsbaar te maken.Onwrikbaar als de ceder, deed hij de staatsorkanen om zich heen woelen; en het mogt van hem gezegd zijn;si fractus illabatur orbis, impavidum ferient ruinae!Van Hallhad zich zelven gevormd, van daar die manhafte taal, die hij wist te spreken, als het pas gaf;Van Hall, was steedsVan Hall, en hij mogt zeggen:’k Ben ’t al mij zelf verpligt, en niets aan kunst’narijen.Zoo verVan Halltot in de dagen der verlossing van het Fransche juk, de laatste dagen van 1813.Toen in die laatste dagen, in die dagen die zulk een belangrijk blad beslaan, in de geschiedenis van den man des bloeds, de zon van voorspoed voor dezen begon te tanen, toen overwinning op overwinning op de Fransche adelaren het weldadig bestier eener regtvaardige voorzienigheid kenmerkten, toen de vlammen van het Kremlin in de oude stad der Czaren bloedrood ten hemel stegen en de slaande hand Gods, bij den terugtocht over deBeresinalijken op lijken stapelde, was het naauwlijks, dat hij zich met de vlugt konde redden, en knarsetandende van woede het paleis der Tuilleriën bereiken.Al spoedig waren ook de verbondene mogendhedenParijsbinnen gerukt, en hadden den verwaten dwingeland in onverbreekbare ketenen geslagen; de afstand van de kroon werd teFontainebleaugeteekend, nog eenige weinige uren, en de Northumberland kliefde de baren en bragtBonapartenaarElbaover. Van dien oogenblik af aan dagteekende zich ook Neêrlands bevrijding.De laatst overgebleven telg van den VijfdenWillem, door vroegere Fransche overheersching, achttien jaren geleden uit zijn vaderland verdreven, en gedurende die tijd als balling rondgezworven,verliet het gastvrij verblijf hetwelk der Britten edelmoedigheid hem op het vorstelijkHampton-Courthad aangeboden.De drie mannen in de geschiedenis der Nederlanden met eerbied genoemd, de nooit volprezenGijsbert Karel, benevens de GravenVan der DuinenVan Stirumvergezelden Oranje naar de voorvaderlijke stranden; de geliefde Prins aanvaardde als Souverein Vorst het roer van Staat, en aanvankelijk met deze waardigheid bekleed werd hij kort daarna als Neêrlands eerste Koning uitgeroepen.Uit alle oorden des lands toog men op naar’s Gravenhage, en verdrong zich telken reize met toenemende geestdrift in de gehoorzaal, om aanWillemden Eerste gepaste hulde toe te brengen.Maurits Cornelis van Hallbleef mede niet achter; de roem zijner verdiensten was hem vooruitgegaan en toen hij aan den Vorst werd voorgesteld, was het dezen reeds bekend, wieVan Hallwas.Minzaam was de ontvangst, en niets vuriger verlangende dan aan hem eenig blijk van onderscheiding te geven, benoemde de Vorst hem, bij de instelling der Orde van den Nederlandschen Leeuw, tot Ridder dier Orde, en bood den verdienstelijken man daarna het lidmaatschap in de tweede Kamer der Staten Generaal aan, voor welk eereblijkVan Hallmoest bedanken, om dat dringende beletselen daarvoor in den weg waren.Intusschen namVan Hallmeer en meer in gunst bij den Koning toe. In 1831 werd hij Staatsraad en President van de Arrondissements Regtbank teAmsterdam, en het is tot op den huidigen dag, dat hij, inmiddels tot Commandeur der Leeuwen-Orde verheven, het voorzitterschap, hem opgedragen, met gepaste waardigheid bekleedt.Zoo mogt ik danVan Hallmalen, ik mogt vermelden, wie hij was, van zijne jeugd af, tot in zijnen grijzen ouderdom, ik mogt het voor de nakomelingschap in de geschiedrol van ons vaderland doen bewaard blijven, datVianenook aan dezen grooten man het eerste levenslicht heeft doen aanschouwen.Maar hoe wuft zoude mijne eerbetooning zijn aanVan Hall, als Regtsgeleerden, als Staatsman, als Geschiedschrijver en als Dichter, wanneer ik bij dezelve niet voegen mogt,Van Hall, heeft zich gedurende de tijdvakken van zijn leven, steeds betoond een geloovig Christen te zijn.Eindigen wij deze onze vermelding van waardige en verdienstelijke mannen, die in vroegere eeuwen, en ook nog in de laatst afgeloopene, als zoo vele paarlen aan de kroon vanVianensstedemaagd schitterden, met gewag te maken van den voortreffelijken Regtsgeleerden, Mr.Johannes op den Hooff.Ook deze strekte, na volbragten akademischen leeftijd, al rasch der Amsterdamsche pleitzaal ten sieraad en gaf gedurende dat tijdvak vroeg reeds blijken van die krachtige ontwikkeling, die hem meer en meer kenmerkte en van hemverwachten deed, dat eene nog meer verhevene loopbaan hem verbeidde; hem werd dan ook al spoedig eene plaats aangewezen in de Tweede Kamer der Staten Generaal. ’s Mans diepe ervaring in de zaken van het regt deed het van hem te gemoet zien, dat hij nog in hoogeren kring aan zijn vaderland nuttig konde zijn. Meermalen als verdediger der wet opgetreden, werd weldra de eervolle taak hem opgelegd, de handhaver derzelve te worden. De Koning benoemde hem tot vice-President van den Hoogen Raad der Nederlanden, voorwaar eene bijzondere onderscheiding, alzoo de overige Raadslieden in die aanzienlijke vergadering alleen uit leden van Geregtshoven, of Regtbanken werden gekozen. HoeOp den Hooffde waardigheid van zijn ambt weet te handhaven, en hoe eervol hij den tabbaard draagt, zal hem wel door niemand worden betwist; de edele zelfsvoldoening van naauwgezette pligtsbetrachting doet zijne borst nog hooger kloppen, dan het ridderlint hetwelk die borst versiert.Gaan wij nu van het oude tot het hedendaagscheVianenover; wij zullen, boven eenige andere rubrieken, die welligt tot teregtwijzing kunnen verstrekken den gepasten voorrang geven aan de godsdienstige gezindheden, en wel in de eerste plaats aan de Godsdienst der Hervormden, welke door den waardigen PredikantVan Duijllverkondigd wordt.
Men zal, wanneer men de geschiedenis van vroegeren en lateren leeftijd raadpleegt, de opmerking maken, dat, niet zelden Godgeleerden, Staatsmannen en Krijgshelden, van uitstekende verdiensten, en de zulken, die met meer dan gewonen goeden uitslag zich, hetzij op de schilderkunst toegelegd, de dichtkunst beoefend, of zich door letterkundigen roem in de geleerde wereld onderscheiding verworven hebben, in kleine steden of vlekken, of op onaanzienlijke dorpen geboren werden. Werd niet onze onsterfelijkeBoerhave, die zich door zijne diepe ervaring in de geneeskunst eene Europeêsche vermaardheid heeft verkregen, in het dorpVoorhout, nabijLeiden, ter wereld gebragt? Was nietStratfordaanden Avon, de wieg en bakermat vanAlbionsvoortreffelijksten dichterWilliam Shakespeare, en mag niet het nederigBrouwershavener trotsch op zijn, dat het aan den Prins onzer Vaderlandsche dichters, en den als staatsman zoo uitstekenden RaadpensionarisJacob Catsdeszelfs aanzijn gaf? Staat het niet daarom o grooteRembrand! bij de roemvermelding der zonen vanAppelles, met gouden letteren geboekstaafd, en getuigen nog niet, ten huidigen dage, en doek en paneel, wie eenmaal Hollandsch eerste schilder was, maar werd gij ook niet juist daarom, in onderscheiding van de overige leden van uw geslachtvan Rijnbijgenaamd, omdat het zoo schilderachtig aan dien stroom gelegen dorpje, het bevalligKoudekerk, het te vertellen weet, dat gij eenmaal als knaapje aan des Rijnstrooms boorden speeldet en gindsche boerenwoning u als zuigeling had zien geboren worden.
En gij oJoure! vroeger naauwlijks opgemerkt onder de geringste van Frieslands gehuchten, zoudt gij u niet verheffen op uwenBorger, uitstekend godgeleerde, voortreffelijk kanselredenaar en dichter tevens, gijVlissingenop uwenBellami, niet minder danBorger, der zanggodinnen voedsterzoon?
En gij o Lekstad; zoo beroemd in de geschiedenis van ons Vaderland, zoudt ook gij geen roem mogen dragen op voortreffelijke mannen, die, zoo vele eeuwen geleden, u hunne geboorteplaats mogten noemen, werd gij niet vereeuwigd door uweBrederodes, te genoegzaam in ’s lands historie blaân vermeld, dan dat ik nog vernieuwde lauwren aan hunnen krans zoude behoeven te hechten, waart gij het niet, die reeds in het jaar 1583 aanJacobus Triglandiusheteerste levenslicht deed aanschouwen! uit Roomsch-Katholijke ouders geboren, en in die zelfde godsdienst opgevoed, ging hij al rasch tot de protestantsche geloofsbelijdenis over, hij aanvaardde ter zelfder tijd het predikambt en werd in den jare 1606 teStolwijken daarna in 1610 teAmsterdamtot Leeraar beroepen. In beide gemeenten achtereenvolgende verkondigde hij het Evangelie tot in 1634, met zoo veel roems, en ontwikkelde zich al meer en meer als zulk een welsprekend kansel-redenaar, dat curatoren der Hoogeschool teLeiden, hem met algemeene goedkeuring, den eersten leerstoel in de godgeleerde faculteit aanboden; steeds betoonde hij zich een ijverig tegenstander der Remonstrantsche gevoelens te zijn, en verwierf zich als zoodanig, onder zijne geloofsgenooten geenen geringen aanhang.
Op één en zeventigjarigen ouderdom verliet hij in het jaar 1654 het tooneel dezes levens; de geleerdeJohannes Coccejussprak zijne lijkrede uit en vermeldde in dezelve al die uitstekende hoedanigheden, die den waardigenTriglandiusversierd hadden; van hoogst belangrijken inhoud zijn de godgeleerde werken, die hij heeft nagelaten; hij schreef kerkelijke geschiedenissen (gerigt tegenJ. Uittenbogaert).Leiden1650—detrina Dei gratia.Amst.1636—deEpiscopatu Contra Nicolaum Videlium—Amst.1642 en nog ten huidigen dage worden niet zelden ’s mans geschriften geraadpleegd.
Niet minder geleerd, danTriglandius, wasWilhelmus Janszoon, (Janssonius), bijgenaamdvan Vianen, ten einde; op deze wijze den naam van zijne geboorteplaats van geslacht tot geslacht te doen overgaan; vroeger Hoogleeraar inde wijsbegeerte in het collegie van hetCastrumteLeuven, werd hij daarna ter zelfder stede, eerst Plebaan van de St. Pieterskerk aldaar, en later Hoogleeraar in de Godgeleerdheid, hij stichtte eene beurs in het collegie van hetCastrumééne in dat vanStandoncken twee in het groote collegie; hij stierf op den 20 November 1529 en werd in de St. Pieterskerk teLeuvenbegraven.
Ik doe hier het grafschrift volgen, bij hetwelk hij als van zich zelven gewagende, aldus sprekend wordt ingevoerd.
Urbe Viana ortus, Guilielmus nomine magna,Castrensem rexi sedulitate scholam,Hinc doctor legis divinae, pabula Pastor,Praebueram, Pavi, qui sacra templa Petri,Pauperibusmoriens, studiisque alimenta reliqui,Plurima, apud superos, hinc mihi parte quies.
Urbe Viana ortus, Guilielmus nomine magna,
Castrensem rexi sedulitate scholam,
Hinc doctor legis divinae, pabula Pastor,
Praebueram, Pavi, qui sacra templa Petri,
Pauperibusmoriens, studiisque alimenta reliqui,
Plurima, apud superos, hinc mihi parte quies.
Het was ook de grooteDaniel Heinsiusdie, na volbragte staatkundige loopbaan, den avond van zijn leven teVianenheeft gesleten; het schijnt intusschen, dat hij nog vóór zijnen dood gedurende eenige tijd teLeidenzijn verblijf heeft gehouden, alwaar hij op den 25 Februarij 1655 is overleden, waarom hij in de kerk teVianenis begraven, blijkt wel uit de grafzerk, onder welke zijne assche rust, maar niet uit de geschiedenis, immers schrijver dezes heeft daarvan geene sporen kunnen vinden.
Heinsiuswas geboren teGend, op den 30 Mei 1580. Hij werd gehouden voor den geleerdsten en vindingrijksten dichter der zeventiende eeuw; de nederduitsche letterkunde heeftdoor hem eenen bijzonderen voorrang boven de Duitsche verkregen, maar meer nog dan dichter wasHeinsiusgroot als Staatsman; hij woonde in de jaren 1618 en 1619 als afgevaardigde der Staten-Generaal de Dordsche synode bij; hij mogt zich beroemen, de vriend vanScaligerenDousate zijn.Gustaaf Adolph, Koning vanZweden, benoemde hem om zijne veelvuldige geleerde schriften tot zijnen geschiedschrijver, en PausUrbanusVIII noodigde hem uit naarRome, om van zijn geleerd onderhoud voordeel te kunnen trekken.
Wij moeten hier ter plaatse mede gewag maken van den in de wijsbegeerteende wis- en sterrekunde zoo ervarenenJan Frederik Hennert, die na verkregen eervol ontslag als Hoogleeraar aan de universiteit teUtrecht, gedurende eenen geruimen tijd zijnotium cum dignitateteVianenheeft doorgebragt en daarna weder naarUtrechtterug gekeerd, op den 30 Maart 1810, in het 80stejaar zijns levens aldaar is ontslapen.
Te regt mag ookVianenzich verheffen, de geboorteplaats te zijn geweest vanWillem Anton Ockerse, wiens staatkundige loopbaan, in de vroegere dagen van omwentelingen en staatsberoeringen te wel uit de geschiedenis van dien tijd bekend is, dan dat de bijzonderheden daarvan ter dezer plaatse behoeven herhaald te worden, het moge intusschen gezegd zijn, dat hij in dat belangrijk tijdvak zich steeds als man van eer, en met regtschapenheid heeft gedragen. Hij zag teVianenhet eerste levenslicht in het jaar 1760 en ontsliep te’s Gravenhageop den 19 Januarij 1816. Menigvuldig en van hoogstbelangrijken inhoud zijn de door hem geschrevenewerken, dezelve dragen den stempel van grondige kennis, juist oordeel, scherpzinnigheid, onpartijdigheid, zachtheid en liefde; wij noemen hier als eenige onder allen, de resultaten van zijn zestig jarig leven, zijne karakterkunde, en meer andere geschriften; de naam vanOckerseis mede tot de nakomelingschap overgegaan, door de letter- en dichtkundige verdiensten van ’s mans waardige zuster, VrouweAntoinetta Ockerse, weduweJ. P. Klein. Hare oden en elegien, de gedachten bij het graf vanRobbert Blair, en de bijbel, eene bron van Goddelijk onderrigt voor den mensch in zijne dagelijksche levensbetrekkingen, hebben heerlijke proeven opgeleverd van haar rein, godsdienstig gevoel en hare bekwaamheid ook in den prozastijl. Zij was geboren in 1763, enoverleedteLeidenop den 25 December 1828.
Na nu van de dooden gewaagd te hebben, rust op ons nog de taak, vermelding te doen van twee waardige mannen, die Vianen hunne vaderstad mogen noemen, ik bedoel Mr.Maurits Cornelis van Hallen Mr.Johannes op den Hooff.
Maurits Cornelis van Hall! wie is er, onder de zoodanige, die menschenwaarde, regtsgeleerdheid, statenkennis, letterkunde en archaeologie, gevoel en smaak voor de dichtkunst, en wat meer zegt, adelaarsvlugt in de beoefening derzelve, op hoogen prijs weten te schatten, wie is er onder de zoodanige, die dien naam niet met eerbied noemt?
Maurits Cornelis van Hallwerd op den 4 Februarij 1768 teVianengeboren; niet lang was het metVan Hall, als knaapje,ludere par impar, equitare in arundine longa;al rasch en naauwlijks den jongelings leefdtijd ingetreden, ontbrandde in hem de zucht naar de wetenschappen, en, hetstudia adolescentiam aluntwerd zijne leuze.
Hij verliet dan ook spoedig zijne vaderstad, en toog op naar de Hoogeschool, alwaar hij zijne studiën aanvaardde; dat hij ijverig en naauwgezet was in het woekeren met zijnen tijd, kan niet betwist worden, hoe zoude ook het gebouw van zijnen uitstekenden roem zoo hoog kunnen zijn opgetrokken geworden, wanneer de fundamenten niet goed gelegd waren; wars van alle uitspattingen, der studerende jeugd meermalen eigen, liet hij nimmer eenig collegie onbezocht en schonk het grootst gedeelte van den dag aan letterkundigen arbeid, en hij mogt de gulden spreuk, die ook die was van eenen eerbiedwaardigen Romein de zijne makennulla dies sine linea;Van Hallwas student, zoo als men zulks behoort te zijn, en hij ontving den doctoralen hoed met luister. Eerevol betrad hij den weg, die naar den tempel van Themis leidt. Hij werd advokaat; dat hij onder deze een der voortreffelijkste was van zijnen tijd, getuigen de jaarboeken der Amsterdamsche pleitzaal.
Demostheneszijner eeuw sprak hij voor de mannen van het regt, zoo als weleerCicerovoor de beschrevene vaders sprak, en deDejotarussenenCatilina’svonden in hem, deze eenen warmen verdediger, gene eenen moedigen bestrijder, zoo als eertijds die van het oudeRomeeenen zoodanigen in hunnenMarcus Tulliusvonden.
Van Hallwas Patriot in de verhevene beteekenis van het woord, zoo als het den echten vaderlander kenmerkt, republikein, zoo als het, tijdens de Romeinsche adelaren den optogt derlegioenen openden, deScaevola’s, deBrutussen, deMetellussenwaren.Van Hallwas de vriend des volks, het volk bragt hem wederkeerig eene onbepaalde hulde toe.
Toen eenmaal in het volkrijkAmsterdameen geweldig oproer dreigde uit te barsten, en het teugelloos gemeen wet en regt met voeten zoude hebben getreden, steegVan Hallte paard, drong door de menigte heen en kluisterde, door éénen wenk, de hyéne der anarchie in onverbreekbare banden.
Zoo onwaardeerbaar nuttig wasVan Hallvoor zijn vaderland!
Van Hallwas geschiedschrijver en dichter; geschiedschrijver alsTacitus, dichter alsFlaccus.
Wie, die geschiedkunde waardeert, en dichtkunst op hoogen prijs stelt, heeft niet gelezen, watVan Hallgeschreven heeft?
Wij noemen, onder vele zijner geschiedkundige werken, het leven van den Admiraalvan Kingsbergen, de verdediging van GraafHendrik van Brederodeen het echt klassiek werk, over den dood vanPliniusden jongeren, zoo noodlottig bedolven onder de lavastroomen en aschregens, toen door deze de uit marmer en graniet gebouwde stedenHerculaneumenPompejioverstelpt werden.
Van Hallwas dichter!
Hoe—viert hem dan geen Jubellied,Der voor zijn harp geknielde menigt,Die, als ten eedlen kamp vereenigd,Hem de offers van haar hulde biedt?Maar neen, verganklijk is ’t arduinEen eerzuil rijst in onze hartenDie de almacht van den tijd zal tarten.Geen welkbre lauwer sier zijn kruin!
Hoe—viert hem dan geen Jubellied,
Der voor zijn harp geknielde menigt,
Die, als ten eedlen kamp vereenigd,
Hem de offers van haar hulde biedt?
Maar neen, verganklijk is ’t arduin
Een eerzuil rijst in onze harten
Die de almacht van den tijd zal tarten.
Geen welkbre lauwer sier zijn kruin!
VoorzekerPindarusvan Nederland! is zulk een’ eerzuil in onze harten voor u gerezen! deze toch is duurzamer dan metaal; (aere perennius). Wat al schatten van dichterlijk genie zijn niet in uwe menigvuldige werken verborgen! En hoe veel verscheidenheidkenmerktniet dezelve! Minder verdienste heeft de dichter, die zich tot één genre van poëzij bepaalt,Van Hallvereenigde in zich alle.
MiltonenTasso,DanteenPetrarca, FlaccusenMaro, kweelde hij dan eens lieflijk op zijne veldfluit een teeder herderslied (gracili modulatus avena), bezong hij dan weder het zalig en rustig landleven, terwijl hij meermalen, door geestdrift vervoerd, beurtlings met sterke kleuren menschelijke hartstogten en daden wist af te malen, of als een andereTyrtaeuseen krijgslied aanhief, of zich in de dagen der kruistogten verdiepende, als minnezanger vermomd, voor de geliefde van zijn hart, de snaren zijner luit wist te tokkelen.
Steeds pogende nuttig te zijn, en bevorderlijk aan al wat het gebouw der Maatschappij tot Nut van het Algemeen konde schragen, maakte hij zich bijzonder verdienstelijk als hoofdbestuurder derzelve; voortreffelijk waren zijne redevoeringen, door hem bij de opening der algemeene vergaderingen dier Maatschappij uitgesproken:
Van Hallwas een man van eene groote zelfstandigheid; hij bleef zich zelven, als staatsman gelijk, onder de republiek en het staatsbewind, en onder den zachtmoedigen scepter vanLodewijkden Goeden (eenen tweedenLouisle debonnaire voorwaar!) en in dat hagchelijk tijdvak, toen de man vanCorsikazijne proconsuls en satrapen, als zoo vele gieren, op ons vaderlijk erfdeel deed nederstrijken, om ’s dwingelandsnoodlottige bevelen uit te voeren, en goed en bloed van een wel eer zoo gelukkig volk aan den overheerscher cijnsbaar te maken.
Onwrikbaar als de ceder, deed hij de staatsorkanen om zich heen woelen; en het mogt van hem gezegd zijn;si fractus illabatur orbis, impavidum ferient ruinae!
Van Hallhad zich zelven gevormd, van daar die manhafte taal, die hij wist te spreken, als het pas gaf;Van Hall, was steedsVan Hall, en hij mogt zeggen:
’k Ben ’t al mij zelf verpligt, en niets aan kunst’narijen.
Zoo verVan Halltot in de dagen der verlossing van het Fransche juk, de laatste dagen van 1813.
Toen in die laatste dagen, in die dagen die zulk een belangrijk blad beslaan, in de geschiedenis van den man des bloeds, de zon van voorspoed voor dezen begon te tanen, toen overwinning op overwinning op de Fransche adelaren het weldadig bestier eener regtvaardige voorzienigheid kenmerkten, toen de vlammen van het Kremlin in de oude stad der Czaren bloedrood ten hemel stegen en de slaande hand Gods, bij den terugtocht over deBeresinalijken op lijken stapelde, was het naauwlijks, dat hij zich met de vlugt konde redden, en knarsetandende van woede het paleis der Tuilleriën bereiken.
Al spoedig waren ook de verbondene mogendhedenParijsbinnen gerukt, en hadden den verwaten dwingeland in onverbreekbare ketenen geslagen; de afstand van de kroon werd teFontainebleaugeteekend, nog eenige weinige uren, en de Northumberland kliefde de baren en bragtBonapartenaarElbaover. Van dien oogenblik af aan dagteekende zich ook Neêrlands bevrijding.
De laatst overgebleven telg van den VijfdenWillem, door vroegere Fransche overheersching, achttien jaren geleden uit zijn vaderland verdreven, en gedurende die tijd als balling rondgezworven,verliet het gastvrij verblijf hetwelk der Britten edelmoedigheid hem op het vorstelijkHampton-Courthad aangeboden.
De drie mannen in de geschiedenis der Nederlanden met eerbied genoemd, de nooit volprezenGijsbert Karel, benevens de GravenVan der DuinenVan Stirumvergezelden Oranje naar de voorvaderlijke stranden; de geliefde Prins aanvaardde als Souverein Vorst het roer van Staat, en aanvankelijk met deze waardigheid bekleed werd hij kort daarna als Neêrlands eerste Koning uitgeroepen.
Uit alle oorden des lands toog men op naar’s Gravenhage, en verdrong zich telken reize met toenemende geestdrift in de gehoorzaal, om aanWillemden Eerste gepaste hulde toe te brengen.
Maurits Cornelis van Hallbleef mede niet achter; de roem zijner verdiensten was hem vooruitgegaan en toen hij aan den Vorst werd voorgesteld, was het dezen reeds bekend, wieVan Hallwas.
Minzaam was de ontvangst, en niets vuriger verlangende dan aan hem eenig blijk van onderscheiding te geven, benoemde de Vorst hem, bij de instelling der Orde van den Nederlandschen Leeuw, tot Ridder dier Orde, en bood den verdienstelijken man daarna het lidmaatschap in de tweede Kamer der Staten Generaal aan, voor welk eereblijkVan Hallmoest bedanken, om dat dringende beletselen daarvoor in den weg waren.
Intusschen namVan Hallmeer en meer in gunst bij den Koning toe. In 1831 werd hij Staatsraad en President van de Arrondissements Regtbank teAmsterdam, en het is tot op den huidigen dag, dat hij, inmiddels tot Commandeur der Leeuwen-Orde verheven, het voorzitterschap, hem opgedragen, met gepaste waardigheid bekleedt.
Zoo mogt ik danVan Hallmalen, ik mogt vermelden, wie hij was, van zijne jeugd af, tot in zijnen grijzen ouderdom, ik mogt het voor de nakomelingschap in de geschiedrol van ons vaderland doen bewaard blijven, datVianenook aan dezen grooten man het eerste levenslicht heeft doen aanschouwen.
Maar hoe wuft zoude mijne eerbetooning zijn aanVan Hall, als Regtsgeleerden, als Staatsman, als Geschiedschrijver en als Dichter, wanneer ik bij dezelve niet voegen mogt,Van Hall, heeft zich gedurende de tijdvakken van zijn leven, steeds betoond een geloovig Christen te zijn.
Eindigen wij deze onze vermelding van waardige en verdienstelijke mannen, die in vroegere eeuwen, en ook nog in de laatst afgeloopene, als zoo vele paarlen aan de kroon vanVianensstedemaagd schitterden, met gewag te maken van den voortreffelijken Regtsgeleerden, Mr.Johannes op den Hooff.
Ook deze strekte, na volbragten akademischen leeftijd, al rasch der Amsterdamsche pleitzaal ten sieraad en gaf gedurende dat tijdvak vroeg reeds blijken van die krachtige ontwikkeling, die hem meer en meer kenmerkte en van hemverwachten deed, dat eene nog meer verhevene loopbaan hem verbeidde; hem werd dan ook al spoedig eene plaats aangewezen in de Tweede Kamer der Staten Generaal. ’s Mans diepe ervaring in de zaken van het regt deed het van hem te gemoet zien, dat hij nog in hoogeren kring aan zijn vaderland nuttig konde zijn. Meermalen als verdediger der wet opgetreden, werd weldra de eervolle taak hem opgelegd, de handhaver derzelve te worden. De Koning benoemde hem tot vice-President van den Hoogen Raad der Nederlanden, voorwaar eene bijzondere onderscheiding, alzoo de overige Raadslieden in die aanzienlijke vergadering alleen uit leden van Geregtshoven, of Regtbanken werden gekozen. HoeOp den Hooffde waardigheid van zijn ambt weet te handhaven, en hoe eervol hij den tabbaard draagt, zal hem wel door niemand worden betwist; de edele zelfsvoldoening van naauwgezette pligtsbetrachting doet zijne borst nog hooger kloppen, dan het ridderlint hetwelk die borst versiert.
Gaan wij nu van het oude tot het hedendaagscheVianenover; wij zullen, boven eenige andere rubrieken, die welligt tot teregtwijzing kunnen verstrekken den gepasten voorrang geven aan de godsdienstige gezindheden, en wel in de eerste plaats aan de Godsdienst der Hervormden, welke door den waardigen PredikantVan Duijllverkondigd wordt.
HET HEDENDAAGSCHE VIANEN.GODSDIENSTIGE GEZINDHEDEN.HERVORMDE GODSDIENST.De predikant van Duijll.Toen in het jaar 1807 de diepgeleerdeCornelis Swaving, de man, die meer dan één hem aangeboden Hoogleeraarsambt met nederigheid en als met zijne eigene verdiensten onbekend, had van de hand gewezen, de man, van wien de jaarboeken vanTeijlersGodgeleerd Genootschap zouden kunnen getuigen, hoe menigmaal hij voor zijne voortreffelijke beantwoording van uitgeloofde prijsvragen met den gouden eerpenning en daar aan verbonden roem is bekroond geworden, als Predikant teNaardenstierf, gaf weinig tijds daarna de niet minder geleerdeHendrik Herman Donker Curtius, in leven Predikant teArnhemeene levensbeschrijving van hem in het licht, welke hij met deze woorden deed eindigen, «en deze man stierf teNaarden!» wanneer ook eenmaal, dat spade zijn moge! de assche van den waardigenVan Duijlltot die zijner vaderen zal zijn vergaderd, dan voorzeker ook zal de lofrede, die op hem zal worden gehouden met de woorden mogen eindigen, «en deze man stierf teVianen.»Gerrit van Duijllwerd als Student tot Evangelie-dienaargevormd door het onderwijs van mannen, alsRhunkenius,Van de Wijnpersse,Lusac,Rau,BroesenVan der Palm, Hoogleeraren aan ’s lands Hoogeschool teLeiden.Na volbragte studien werd hij in het jaar 1799 beroepen tot Predikant teBeusichem, daarna in het jaar 1808, als zoodanig teHoogeveeninDrentheen eindelijk in het jaar 1815, als Herder en Leeraar teVianen, inZuid-Holland, terwijl hij in den loop van zijne vijftigjarige Evangeliedienst, beroepings-brieven ontving uitWasperveen, inDrentheenSchoonhoveninZuid-Hollanden hem de Koninklijke collatie vanAssenwerd aangeboden.Gedurende ruim vijf en dertig jaren al zoo vervuldeVan Duijllhet Prediktambt met ijver en naauwgezetheid, leerende en stichtende, volgens de zuivere leer van het Christendom en verkondigende in welsprekende en overtuigende kanseltaalJezusen dien gekruist; dat hij in die voortreffelijke hoedanigheden vele, die afgedwaald waren tot den herdersstal heeft terug gebragt, spreekt van zelve; hoe hoog moet hem het hart niet kloppen, wanneer hij, aan den avond van zijn leven op zijne tot op heden volbragte loopbaan terug ziet.Men kan en magVan Duijllonder de geleerden tellen. Hij is de latijnsche taal volkomen magtig en heeft de voornaamste schrijvers in dezelve gelezen; hij vereenigt diep gevoel met kiesschen smaak; in het gezellig verkeer is hij onwaardeerbaar, vrolijke scherts, voor zoo verre die in zijne betrekking pas geeft, is hem eigen, en, als humorist zoude men hem bijSwift, ofLaurence Sternekunnen vergelijken.DatVan Duijllbeoefenaar der dichtkunst is, moge blijken uit de voortbrengselen zijner muse, die ik hier zal aanhalen.Toen hij nog Predikant teHoogeveenzijnde, gedurende eenigen tijd op zijne eerste standplaatsBeusichemvertoefde, werden aldaar bij den noodlottigen watersnood in het jaar 1809, achttien lijken, droevige slachtoffers van dien vreeslijken ramp in één en hetzelfde graf begraven. Eene gedenkzuil werd op hetzelve opgerigt.Van Duijll, diep getroffen over den treurigen dood, die de ongelukkigen in den vloed gevonden hadden, en die gedeeltelijk tot zijne vroegere gemeente hadden behoord, boezemde zijn leedgevoel uit in de volgende dichtregelen, die op den kolom uitgehouwen aan de nakomelingsschap het treffende van den ramp, maar niet minder het dichterlijk genie van den waardigen Geestelijke verkondigden.Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.Toen hij in den jare 1810 teHoogeveenhet leeraarsambt vervulde enLodewijk Napoleon, die te dier tijd over het KoninkrijkHollandden vredelievenden scepter zwaaide, het LandschapDrenthebezocht, en ookHoogeveenmet deszelfs tegenwoordigheid vereerde, maakte medeVan Duijll, als Predikant zijne opwachting bij den Vorst, die te regt een vader zijner onderdanen mogt genaamd worden, die overal hulp toebragt, waar het pas gaf, en overal, waar hij kwam, sporen zijner weldadigheid achter liet.Van Duijll, gevraagd, of hij ook iets in het belang zijner gemeente begeerde, gaf de behoefte derzelve aan een werkhuis te kennen, in hetwelk behoeftige gehuisvest en verpleegd mogten worden, die met de handen den kost konden verdienen.Lodewijkgaf gehoor aan de doeltreffende voordragt van den waardigen Leeraar en schonk twintig duizend guldens tot dat edel doel;Van Duijllstichtte het gebouw, en ten einde den roem van den weldadigen Vorst te vereeuwigen, vervaardigde hij hetnavolgenddichtstuk, hetwelk hij in den voorgevel van hetzelve op eenen daartoe ingevoegden marmersteen deed uithouwen.Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligtDen vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.Voorts treft men vanVan Duijllmeer dan een voortreffelijk dichtstuk in onderscheidene maandwerken van vroegere dagen aan.Op den 29 December 1849 verjaardeVanDuijllsvijftigjarige Predikdienst, die op den 4 Maart 1850 door de ringbroeders en meer andere gasten van rang en aanzien in zijne woning plegtig gevierd werd.De gemeente bood aan den grijzen Christen-Leeraar, onder meer andere geschenken eenen in zilver gemonteerden prachtbijbel aan, versierd met symboolen, op de Godsdienst toepasselijk.Een in de kalligraphie begaafd jongeling JonkheerRom Kraijenhofvervaardigde ter eere van den nestor der Evangeliedienaars een voortreffelijk penneschrift op het halve eeuwfeest van ’s mans Predikambts vervulling toepasselijk, in hetwelk het genie en de smaak van den kunstenaar doorstralen.Ten slotte moet hier worden aangeteekend, datVianenaan den PredikantVan Duijllhet leggen van de Schipbrug over de rivier deLekte danken heeft, die de stad met het daar tegen over liggend grondgebied der ProvincieUtrechtverbindt.ToenVan Duijllbij de grondlegging van de Wilhelmina’s Sluis teVianen, zich mede onder de door den nu wijlen den Inspecteur Generaal van den Waterstaat, den HeerJan Blanken Jansz.tot het bijwonen dier plegtigheid genoodigden bevondt, had hij de eer, aldaar mede den Gouverneur der ProvincieUtrecht, BaronVan Tuijll van Serooskerken, onder de genoodigden te ontmoeten. Deze zich beklagende over de moeijelijkheid en langwijligheid der overvaart over de rivier deLekvóór de stadVianen, merkteVan Duijllaan, dat het dan nu welligt het oogenblik zoude zijn, om dit bezwaar door het leggen eener Schipbrug uit den wegte ruimen, daar al de autoriteiten tegenwoordig waren, die deswege een voorstel aan Z. M. den Koning,WillemI konden doen.Zulks gaf aanleiding tot een mondgesprek tusschen den Heer Gouverneur vanZuid-Holland, GraafVan der Duijn van Benthorn en Maasdam, nu mede ten grave, en welgemelden Inspecteur Generaal, bij hetwelk mede het advies der daar bij tegenwoordige Heeren Mr.Maurits Cornelis van Hall,President der Arrondissements-Regtbank teAmsterdamen Mr.Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, destijds Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, en President van het Hoog-Geregtshof, nu van den Hoogen Raad der Nederlanden, werd ingeroepen.Het voorstel werd met algemeene stemmen goedgekeurd, de voordragt werd met spoed en aandrang aan den Koning gezonden en in Maart 1840 rolden reeds de rijtuigen en gingen de voetgangers over den nu gelegden Schipbrug; aanVan Duijllintusschen mag men deméritevan hetà proposdank weten, welke hem door niemand betwist kan worden.SECTE DER AFGESCHEIDENEN.Er bestaat teVianen, zoo als op zoo vele andere plaatsen in ons vaderland, eene gemeente van Christelijke Afgescheidenen; zonder zich in Godsdienstige geschillen in te laten, behoort men eenen ieder in zijne gevoelens te eerbiedigen, wij vermelden hier alzoo ook deze gemeente, aanwelks hoofd de braveC. Glindermanstaat, die des zondags avonds in vromen zin zijne medebroeders te leeren en te stichten tracht.GODSDIENST DER ROOMSCH KATHOLIJKEN.De leer van het Christendom schrijft liefde en verdraagzaamheid voor; men lezeJoh. 13, vs. 34 en 35,1 Cor. 13en zoo vele andere toepasselijke bijbelteksten; van dit grondbeginsel uitgaande en den braven en godsdienstigen Roomsch Katholijken even hoogschattende, als den Hervormden, die de leer vanJezusvolgt en in beoefening brengt, wordt bij deze door mij ook aangeteekend, dat de Roomsch Katholijke Pastoor, de eerwaarde HeerA. G. van Damzijne gemeente leert en sticht, dat hij het heilig altaar bedient, zoo als het den Leeraar en Priester voegt, en den weg der zaligheid verkondigt aan allen, die in den Verlosser gelooven en zich aan de voeten van het kruis nederleggen.GODSDIENST DER ISRAËLIETEN.Ook de Godsdienstoefening der Israëlieten verdient vermeld te worden; er bevinden zich inVianenacht Joodsche huisgezinnen, die op hunnen Sabbath in eene daartoe wel ingerigteSynagoge, nog onlangs vernieuwd, uitgebreid enverbeterd, bijéénkomen: aan het hoofd dierSynagogestaat de VoorzangerOlman, die bij zijne geloofsgenooten niet alleen, maar ook bij alle Christenen geëerd en geacht is.
HET HEDENDAAGSCHE VIANEN.
GODSDIENSTIGE GEZINDHEDEN.HERVORMDE GODSDIENST.De predikant van Duijll.Toen in het jaar 1807 de diepgeleerdeCornelis Swaving, de man, die meer dan één hem aangeboden Hoogleeraarsambt met nederigheid en als met zijne eigene verdiensten onbekend, had van de hand gewezen, de man, van wien de jaarboeken vanTeijlersGodgeleerd Genootschap zouden kunnen getuigen, hoe menigmaal hij voor zijne voortreffelijke beantwoording van uitgeloofde prijsvragen met den gouden eerpenning en daar aan verbonden roem is bekroond geworden, als Predikant teNaardenstierf, gaf weinig tijds daarna de niet minder geleerdeHendrik Herman Donker Curtius, in leven Predikant teArnhemeene levensbeschrijving van hem in het licht, welke hij met deze woorden deed eindigen, «en deze man stierf teNaarden!» wanneer ook eenmaal, dat spade zijn moge! de assche van den waardigenVan Duijlltot die zijner vaderen zal zijn vergaderd, dan voorzeker ook zal de lofrede, die op hem zal worden gehouden met de woorden mogen eindigen, «en deze man stierf teVianen.»Gerrit van Duijllwerd als Student tot Evangelie-dienaargevormd door het onderwijs van mannen, alsRhunkenius,Van de Wijnpersse,Lusac,Rau,BroesenVan der Palm, Hoogleeraren aan ’s lands Hoogeschool teLeiden.Na volbragte studien werd hij in het jaar 1799 beroepen tot Predikant teBeusichem, daarna in het jaar 1808, als zoodanig teHoogeveeninDrentheen eindelijk in het jaar 1815, als Herder en Leeraar teVianen, inZuid-Holland, terwijl hij in den loop van zijne vijftigjarige Evangeliedienst, beroepings-brieven ontving uitWasperveen, inDrentheenSchoonhoveninZuid-Hollanden hem de Koninklijke collatie vanAssenwerd aangeboden.Gedurende ruim vijf en dertig jaren al zoo vervuldeVan Duijllhet Prediktambt met ijver en naauwgezetheid, leerende en stichtende, volgens de zuivere leer van het Christendom en verkondigende in welsprekende en overtuigende kanseltaalJezusen dien gekruist; dat hij in die voortreffelijke hoedanigheden vele, die afgedwaald waren tot den herdersstal heeft terug gebragt, spreekt van zelve; hoe hoog moet hem het hart niet kloppen, wanneer hij, aan den avond van zijn leven op zijne tot op heden volbragte loopbaan terug ziet.Men kan en magVan Duijllonder de geleerden tellen. Hij is de latijnsche taal volkomen magtig en heeft de voornaamste schrijvers in dezelve gelezen; hij vereenigt diep gevoel met kiesschen smaak; in het gezellig verkeer is hij onwaardeerbaar, vrolijke scherts, voor zoo verre die in zijne betrekking pas geeft, is hem eigen, en, als humorist zoude men hem bijSwift, ofLaurence Sternekunnen vergelijken.DatVan Duijllbeoefenaar der dichtkunst is, moge blijken uit de voortbrengselen zijner muse, die ik hier zal aanhalen.Toen hij nog Predikant teHoogeveenzijnde, gedurende eenigen tijd op zijne eerste standplaatsBeusichemvertoefde, werden aldaar bij den noodlottigen watersnood in het jaar 1809, achttien lijken, droevige slachtoffers van dien vreeslijken ramp in één en hetzelfde graf begraven. Eene gedenkzuil werd op hetzelve opgerigt.Van Duijll, diep getroffen over den treurigen dood, die de ongelukkigen in den vloed gevonden hadden, en die gedeeltelijk tot zijne vroegere gemeente hadden behoord, boezemde zijn leedgevoel uit in de volgende dichtregelen, die op den kolom uitgehouwen aan de nakomelingsschap het treffende van den ramp, maar niet minder het dichterlijk genie van den waardigen Geestelijke verkondigden.Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.Toen hij in den jare 1810 teHoogeveenhet leeraarsambt vervulde enLodewijk Napoleon, die te dier tijd over het KoninkrijkHollandden vredelievenden scepter zwaaide, het LandschapDrenthebezocht, en ookHoogeveenmet deszelfs tegenwoordigheid vereerde, maakte medeVan Duijll, als Predikant zijne opwachting bij den Vorst, die te regt een vader zijner onderdanen mogt genaamd worden, die overal hulp toebragt, waar het pas gaf, en overal, waar hij kwam, sporen zijner weldadigheid achter liet.Van Duijll, gevraagd, of hij ook iets in het belang zijner gemeente begeerde, gaf de behoefte derzelve aan een werkhuis te kennen, in hetwelk behoeftige gehuisvest en verpleegd mogten worden, die met de handen den kost konden verdienen.Lodewijkgaf gehoor aan de doeltreffende voordragt van den waardigen Leeraar en schonk twintig duizend guldens tot dat edel doel;Van Duijllstichtte het gebouw, en ten einde den roem van den weldadigen Vorst te vereeuwigen, vervaardigde hij hetnavolgenddichtstuk, hetwelk hij in den voorgevel van hetzelve op eenen daartoe ingevoegden marmersteen deed uithouwen.Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligtDen vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.Voorts treft men vanVan Duijllmeer dan een voortreffelijk dichtstuk in onderscheidene maandwerken van vroegere dagen aan.Op den 29 December 1849 verjaardeVanDuijllsvijftigjarige Predikdienst, die op den 4 Maart 1850 door de ringbroeders en meer andere gasten van rang en aanzien in zijne woning plegtig gevierd werd.De gemeente bood aan den grijzen Christen-Leeraar, onder meer andere geschenken eenen in zilver gemonteerden prachtbijbel aan, versierd met symboolen, op de Godsdienst toepasselijk.Een in de kalligraphie begaafd jongeling JonkheerRom Kraijenhofvervaardigde ter eere van den nestor der Evangeliedienaars een voortreffelijk penneschrift op het halve eeuwfeest van ’s mans Predikambts vervulling toepasselijk, in hetwelk het genie en de smaak van den kunstenaar doorstralen.Ten slotte moet hier worden aangeteekend, datVianenaan den PredikantVan Duijllhet leggen van de Schipbrug over de rivier deLekte danken heeft, die de stad met het daar tegen over liggend grondgebied der ProvincieUtrechtverbindt.ToenVan Duijllbij de grondlegging van de Wilhelmina’s Sluis teVianen, zich mede onder de door den nu wijlen den Inspecteur Generaal van den Waterstaat, den HeerJan Blanken Jansz.tot het bijwonen dier plegtigheid genoodigden bevondt, had hij de eer, aldaar mede den Gouverneur der ProvincieUtrecht, BaronVan Tuijll van Serooskerken, onder de genoodigden te ontmoeten. Deze zich beklagende over de moeijelijkheid en langwijligheid der overvaart over de rivier deLekvóór de stadVianen, merkteVan Duijllaan, dat het dan nu welligt het oogenblik zoude zijn, om dit bezwaar door het leggen eener Schipbrug uit den wegte ruimen, daar al de autoriteiten tegenwoordig waren, die deswege een voorstel aan Z. M. den Koning,WillemI konden doen.Zulks gaf aanleiding tot een mondgesprek tusschen den Heer Gouverneur vanZuid-Holland, GraafVan der Duijn van Benthorn en Maasdam, nu mede ten grave, en welgemelden Inspecteur Generaal, bij hetwelk mede het advies der daar bij tegenwoordige Heeren Mr.Maurits Cornelis van Hall,President der Arrondissements-Regtbank teAmsterdamen Mr.Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, destijds Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, en President van het Hoog-Geregtshof, nu van den Hoogen Raad der Nederlanden, werd ingeroepen.Het voorstel werd met algemeene stemmen goedgekeurd, de voordragt werd met spoed en aandrang aan den Koning gezonden en in Maart 1840 rolden reeds de rijtuigen en gingen de voetgangers over den nu gelegden Schipbrug; aanVan Duijllintusschen mag men deméritevan hetà proposdank weten, welke hem door niemand betwist kan worden.SECTE DER AFGESCHEIDENEN.Er bestaat teVianen, zoo als op zoo vele andere plaatsen in ons vaderland, eene gemeente van Christelijke Afgescheidenen; zonder zich in Godsdienstige geschillen in te laten, behoort men eenen ieder in zijne gevoelens te eerbiedigen, wij vermelden hier alzoo ook deze gemeente, aanwelks hoofd de braveC. Glindermanstaat, die des zondags avonds in vromen zin zijne medebroeders te leeren en te stichten tracht.GODSDIENST DER ROOMSCH KATHOLIJKEN.De leer van het Christendom schrijft liefde en verdraagzaamheid voor; men lezeJoh. 13, vs. 34 en 35,1 Cor. 13en zoo vele andere toepasselijke bijbelteksten; van dit grondbeginsel uitgaande en den braven en godsdienstigen Roomsch Katholijken even hoogschattende, als den Hervormden, die de leer vanJezusvolgt en in beoefening brengt, wordt bij deze door mij ook aangeteekend, dat de Roomsch Katholijke Pastoor, de eerwaarde HeerA. G. van Damzijne gemeente leert en sticht, dat hij het heilig altaar bedient, zoo als het den Leeraar en Priester voegt, en den weg der zaligheid verkondigt aan allen, die in den Verlosser gelooven en zich aan de voeten van het kruis nederleggen.GODSDIENST DER ISRAËLIETEN.Ook de Godsdienstoefening der Israëlieten verdient vermeld te worden; er bevinden zich inVianenacht Joodsche huisgezinnen, die op hunnen Sabbath in eene daartoe wel ingerigteSynagoge, nog onlangs vernieuwd, uitgebreid enverbeterd, bijéénkomen: aan het hoofd dierSynagogestaat de VoorzangerOlman, die bij zijne geloofsgenooten niet alleen, maar ook bij alle Christenen geëerd en geacht is.
GODSDIENSTIGE GEZINDHEDEN.
HERVORMDE GODSDIENST.De predikant van Duijll.Toen in het jaar 1807 de diepgeleerdeCornelis Swaving, de man, die meer dan één hem aangeboden Hoogleeraarsambt met nederigheid en als met zijne eigene verdiensten onbekend, had van de hand gewezen, de man, van wien de jaarboeken vanTeijlersGodgeleerd Genootschap zouden kunnen getuigen, hoe menigmaal hij voor zijne voortreffelijke beantwoording van uitgeloofde prijsvragen met den gouden eerpenning en daar aan verbonden roem is bekroond geworden, als Predikant teNaardenstierf, gaf weinig tijds daarna de niet minder geleerdeHendrik Herman Donker Curtius, in leven Predikant teArnhemeene levensbeschrijving van hem in het licht, welke hij met deze woorden deed eindigen, «en deze man stierf teNaarden!» wanneer ook eenmaal, dat spade zijn moge! de assche van den waardigenVan Duijlltot die zijner vaderen zal zijn vergaderd, dan voorzeker ook zal de lofrede, die op hem zal worden gehouden met de woorden mogen eindigen, «en deze man stierf teVianen.»Gerrit van Duijllwerd als Student tot Evangelie-dienaargevormd door het onderwijs van mannen, alsRhunkenius,Van de Wijnpersse,Lusac,Rau,BroesenVan der Palm, Hoogleeraren aan ’s lands Hoogeschool teLeiden.Na volbragte studien werd hij in het jaar 1799 beroepen tot Predikant teBeusichem, daarna in het jaar 1808, als zoodanig teHoogeveeninDrentheen eindelijk in het jaar 1815, als Herder en Leeraar teVianen, inZuid-Holland, terwijl hij in den loop van zijne vijftigjarige Evangeliedienst, beroepings-brieven ontving uitWasperveen, inDrentheenSchoonhoveninZuid-Hollanden hem de Koninklijke collatie vanAssenwerd aangeboden.Gedurende ruim vijf en dertig jaren al zoo vervuldeVan Duijllhet Prediktambt met ijver en naauwgezetheid, leerende en stichtende, volgens de zuivere leer van het Christendom en verkondigende in welsprekende en overtuigende kanseltaalJezusen dien gekruist; dat hij in die voortreffelijke hoedanigheden vele, die afgedwaald waren tot den herdersstal heeft terug gebragt, spreekt van zelve; hoe hoog moet hem het hart niet kloppen, wanneer hij, aan den avond van zijn leven op zijne tot op heden volbragte loopbaan terug ziet.Men kan en magVan Duijllonder de geleerden tellen. Hij is de latijnsche taal volkomen magtig en heeft de voornaamste schrijvers in dezelve gelezen; hij vereenigt diep gevoel met kiesschen smaak; in het gezellig verkeer is hij onwaardeerbaar, vrolijke scherts, voor zoo verre die in zijne betrekking pas geeft, is hem eigen, en, als humorist zoude men hem bijSwift, ofLaurence Sternekunnen vergelijken.DatVan Duijllbeoefenaar der dichtkunst is, moge blijken uit de voortbrengselen zijner muse, die ik hier zal aanhalen.Toen hij nog Predikant teHoogeveenzijnde, gedurende eenigen tijd op zijne eerste standplaatsBeusichemvertoefde, werden aldaar bij den noodlottigen watersnood in het jaar 1809, achttien lijken, droevige slachtoffers van dien vreeslijken ramp in één en hetzelfde graf begraven. Eene gedenkzuil werd op hetzelve opgerigt.Van Duijll, diep getroffen over den treurigen dood, die de ongelukkigen in den vloed gevonden hadden, en die gedeeltelijk tot zijne vroegere gemeente hadden behoord, boezemde zijn leedgevoel uit in de volgende dichtregelen, die op den kolom uitgehouwen aan de nakomelingsschap het treffende van den ramp, maar niet minder het dichterlijk genie van den waardigen Geestelijke verkondigden.Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.Toen hij in den jare 1810 teHoogeveenhet leeraarsambt vervulde enLodewijk Napoleon, die te dier tijd over het KoninkrijkHollandden vredelievenden scepter zwaaide, het LandschapDrenthebezocht, en ookHoogeveenmet deszelfs tegenwoordigheid vereerde, maakte medeVan Duijll, als Predikant zijne opwachting bij den Vorst, die te regt een vader zijner onderdanen mogt genaamd worden, die overal hulp toebragt, waar het pas gaf, en overal, waar hij kwam, sporen zijner weldadigheid achter liet.Van Duijll, gevraagd, of hij ook iets in het belang zijner gemeente begeerde, gaf de behoefte derzelve aan een werkhuis te kennen, in hetwelk behoeftige gehuisvest en verpleegd mogten worden, die met de handen den kost konden verdienen.Lodewijkgaf gehoor aan de doeltreffende voordragt van den waardigen Leeraar en schonk twintig duizend guldens tot dat edel doel;Van Duijllstichtte het gebouw, en ten einde den roem van den weldadigen Vorst te vereeuwigen, vervaardigde hij hetnavolgenddichtstuk, hetwelk hij in den voorgevel van hetzelve op eenen daartoe ingevoegden marmersteen deed uithouwen.Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligtDen vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.Voorts treft men vanVan Duijllmeer dan een voortreffelijk dichtstuk in onderscheidene maandwerken van vroegere dagen aan.Op den 29 December 1849 verjaardeVanDuijllsvijftigjarige Predikdienst, die op den 4 Maart 1850 door de ringbroeders en meer andere gasten van rang en aanzien in zijne woning plegtig gevierd werd.De gemeente bood aan den grijzen Christen-Leeraar, onder meer andere geschenken eenen in zilver gemonteerden prachtbijbel aan, versierd met symboolen, op de Godsdienst toepasselijk.Een in de kalligraphie begaafd jongeling JonkheerRom Kraijenhofvervaardigde ter eere van den nestor der Evangeliedienaars een voortreffelijk penneschrift op het halve eeuwfeest van ’s mans Predikambts vervulling toepasselijk, in hetwelk het genie en de smaak van den kunstenaar doorstralen.Ten slotte moet hier worden aangeteekend, datVianenaan den PredikantVan Duijllhet leggen van de Schipbrug over de rivier deLekte danken heeft, die de stad met het daar tegen over liggend grondgebied der ProvincieUtrechtverbindt.ToenVan Duijllbij de grondlegging van de Wilhelmina’s Sluis teVianen, zich mede onder de door den nu wijlen den Inspecteur Generaal van den Waterstaat, den HeerJan Blanken Jansz.tot het bijwonen dier plegtigheid genoodigden bevondt, had hij de eer, aldaar mede den Gouverneur der ProvincieUtrecht, BaronVan Tuijll van Serooskerken, onder de genoodigden te ontmoeten. Deze zich beklagende over de moeijelijkheid en langwijligheid der overvaart over de rivier deLekvóór de stadVianen, merkteVan Duijllaan, dat het dan nu welligt het oogenblik zoude zijn, om dit bezwaar door het leggen eener Schipbrug uit den wegte ruimen, daar al de autoriteiten tegenwoordig waren, die deswege een voorstel aan Z. M. den Koning,WillemI konden doen.Zulks gaf aanleiding tot een mondgesprek tusschen den Heer Gouverneur vanZuid-Holland, GraafVan der Duijn van Benthorn en Maasdam, nu mede ten grave, en welgemelden Inspecteur Generaal, bij hetwelk mede het advies der daar bij tegenwoordige Heeren Mr.Maurits Cornelis van Hall,President der Arrondissements-Regtbank teAmsterdamen Mr.Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, destijds Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, en President van het Hoog-Geregtshof, nu van den Hoogen Raad der Nederlanden, werd ingeroepen.Het voorstel werd met algemeene stemmen goedgekeurd, de voordragt werd met spoed en aandrang aan den Koning gezonden en in Maart 1840 rolden reeds de rijtuigen en gingen de voetgangers over den nu gelegden Schipbrug; aanVan Duijllintusschen mag men deméritevan hetà proposdank weten, welke hem door niemand betwist kan worden.
HERVORMDE GODSDIENST.
De predikant van Duijll.Toen in het jaar 1807 de diepgeleerdeCornelis Swaving, de man, die meer dan één hem aangeboden Hoogleeraarsambt met nederigheid en als met zijne eigene verdiensten onbekend, had van de hand gewezen, de man, van wien de jaarboeken vanTeijlersGodgeleerd Genootschap zouden kunnen getuigen, hoe menigmaal hij voor zijne voortreffelijke beantwoording van uitgeloofde prijsvragen met den gouden eerpenning en daar aan verbonden roem is bekroond geworden, als Predikant teNaardenstierf, gaf weinig tijds daarna de niet minder geleerdeHendrik Herman Donker Curtius, in leven Predikant teArnhemeene levensbeschrijving van hem in het licht, welke hij met deze woorden deed eindigen, «en deze man stierf teNaarden!» wanneer ook eenmaal, dat spade zijn moge! de assche van den waardigenVan Duijlltot die zijner vaderen zal zijn vergaderd, dan voorzeker ook zal de lofrede, die op hem zal worden gehouden met de woorden mogen eindigen, «en deze man stierf teVianen.»Gerrit van Duijllwerd als Student tot Evangelie-dienaargevormd door het onderwijs van mannen, alsRhunkenius,Van de Wijnpersse,Lusac,Rau,BroesenVan der Palm, Hoogleeraren aan ’s lands Hoogeschool teLeiden.Na volbragte studien werd hij in het jaar 1799 beroepen tot Predikant teBeusichem, daarna in het jaar 1808, als zoodanig teHoogeveeninDrentheen eindelijk in het jaar 1815, als Herder en Leeraar teVianen, inZuid-Holland, terwijl hij in den loop van zijne vijftigjarige Evangeliedienst, beroepings-brieven ontving uitWasperveen, inDrentheenSchoonhoveninZuid-Hollanden hem de Koninklijke collatie vanAssenwerd aangeboden.Gedurende ruim vijf en dertig jaren al zoo vervuldeVan Duijllhet Prediktambt met ijver en naauwgezetheid, leerende en stichtende, volgens de zuivere leer van het Christendom en verkondigende in welsprekende en overtuigende kanseltaalJezusen dien gekruist; dat hij in die voortreffelijke hoedanigheden vele, die afgedwaald waren tot den herdersstal heeft terug gebragt, spreekt van zelve; hoe hoog moet hem het hart niet kloppen, wanneer hij, aan den avond van zijn leven op zijne tot op heden volbragte loopbaan terug ziet.Men kan en magVan Duijllonder de geleerden tellen. Hij is de latijnsche taal volkomen magtig en heeft de voornaamste schrijvers in dezelve gelezen; hij vereenigt diep gevoel met kiesschen smaak; in het gezellig verkeer is hij onwaardeerbaar, vrolijke scherts, voor zoo verre die in zijne betrekking pas geeft, is hem eigen, en, als humorist zoude men hem bijSwift, ofLaurence Sternekunnen vergelijken.DatVan Duijllbeoefenaar der dichtkunst is, moge blijken uit de voortbrengselen zijner muse, die ik hier zal aanhalen.Toen hij nog Predikant teHoogeveenzijnde, gedurende eenigen tijd op zijne eerste standplaatsBeusichemvertoefde, werden aldaar bij den noodlottigen watersnood in het jaar 1809, achttien lijken, droevige slachtoffers van dien vreeslijken ramp in één en hetzelfde graf begraven. Eene gedenkzuil werd op hetzelve opgerigt.Van Duijll, diep getroffen over den treurigen dood, die de ongelukkigen in den vloed gevonden hadden, en die gedeeltelijk tot zijne vroegere gemeente hadden behoord, boezemde zijn leedgevoel uit in de volgende dichtregelen, die op den kolom uitgehouwen aan de nakomelingsschap het treffende van den ramp, maar niet minder het dichterlijk genie van den waardigen Geestelijke verkondigden.Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.Toen hij in den jare 1810 teHoogeveenhet leeraarsambt vervulde enLodewijk Napoleon, die te dier tijd over het KoninkrijkHollandden vredelievenden scepter zwaaide, het LandschapDrenthebezocht, en ookHoogeveenmet deszelfs tegenwoordigheid vereerde, maakte medeVan Duijll, als Predikant zijne opwachting bij den Vorst, die te regt een vader zijner onderdanen mogt genaamd worden, die overal hulp toebragt, waar het pas gaf, en overal, waar hij kwam, sporen zijner weldadigheid achter liet.Van Duijll, gevraagd, of hij ook iets in het belang zijner gemeente begeerde, gaf de behoefte derzelve aan een werkhuis te kennen, in hetwelk behoeftige gehuisvest en verpleegd mogten worden, die met de handen den kost konden verdienen.Lodewijkgaf gehoor aan de doeltreffende voordragt van den waardigen Leeraar en schonk twintig duizend guldens tot dat edel doel;Van Duijllstichtte het gebouw, en ten einde den roem van den weldadigen Vorst te vereeuwigen, vervaardigde hij hetnavolgenddichtstuk, hetwelk hij in den voorgevel van hetzelve op eenen daartoe ingevoegden marmersteen deed uithouwen.Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligtDen vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.Voorts treft men vanVan Duijllmeer dan een voortreffelijk dichtstuk in onderscheidene maandwerken van vroegere dagen aan.Op den 29 December 1849 verjaardeVanDuijllsvijftigjarige Predikdienst, die op den 4 Maart 1850 door de ringbroeders en meer andere gasten van rang en aanzien in zijne woning plegtig gevierd werd.De gemeente bood aan den grijzen Christen-Leeraar, onder meer andere geschenken eenen in zilver gemonteerden prachtbijbel aan, versierd met symboolen, op de Godsdienst toepasselijk.Een in de kalligraphie begaafd jongeling JonkheerRom Kraijenhofvervaardigde ter eere van den nestor der Evangeliedienaars een voortreffelijk penneschrift op het halve eeuwfeest van ’s mans Predikambts vervulling toepasselijk, in hetwelk het genie en de smaak van den kunstenaar doorstralen.Ten slotte moet hier worden aangeteekend, datVianenaan den PredikantVan Duijllhet leggen van de Schipbrug over de rivier deLekte danken heeft, die de stad met het daar tegen over liggend grondgebied der ProvincieUtrechtverbindt.ToenVan Duijllbij de grondlegging van de Wilhelmina’s Sluis teVianen, zich mede onder de door den nu wijlen den Inspecteur Generaal van den Waterstaat, den HeerJan Blanken Jansz.tot het bijwonen dier plegtigheid genoodigden bevondt, had hij de eer, aldaar mede den Gouverneur der ProvincieUtrecht, BaronVan Tuijll van Serooskerken, onder de genoodigden te ontmoeten. Deze zich beklagende over de moeijelijkheid en langwijligheid der overvaart over de rivier deLekvóór de stadVianen, merkteVan Duijllaan, dat het dan nu welligt het oogenblik zoude zijn, om dit bezwaar door het leggen eener Schipbrug uit den wegte ruimen, daar al de autoriteiten tegenwoordig waren, die deswege een voorstel aan Z. M. den Koning,WillemI konden doen.Zulks gaf aanleiding tot een mondgesprek tusschen den Heer Gouverneur vanZuid-Holland, GraafVan der Duijn van Benthorn en Maasdam, nu mede ten grave, en welgemelden Inspecteur Generaal, bij hetwelk mede het advies der daar bij tegenwoordige Heeren Mr.Maurits Cornelis van Hall,President der Arrondissements-Regtbank teAmsterdamen Mr.Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, destijds Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, en President van het Hoog-Geregtshof, nu van den Hoogen Raad der Nederlanden, werd ingeroepen.Het voorstel werd met algemeene stemmen goedgekeurd, de voordragt werd met spoed en aandrang aan den Koning gezonden en in Maart 1840 rolden reeds de rijtuigen en gingen de voetgangers over den nu gelegden Schipbrug; aanVan Duijllintusschen mag men deméritevan hetà proposdank weten, welke hem door niemand betwist kan worden.
De predikant van Duijll.
Toen in het jaar 1807 de diepgeleerdeCornelis Swaving, de man, die meer dan één hem aangeboden Hoogleeraarsambt met nederigheid en als met zijne eigene verdiensten onbekend, had van de hand gewezen, de man, van wien de jaarboeken vanTeijlersGodgeleerd Genootschap zouden kunnen getuigen, hoe menigmaal hij voor zijne voortreffelijke beantwoording van uitgeloofde prijsvragen met den gouden eerpenning en daar aan verbonden roem is bekroond geworden, als Predikant teNaardenstierf, gaf weinig tijds daarna de niet minder geleerdeHendrik Herman Donker Curtius, in leven Predikant teArnhemeene levensbeschrijving van hem in het licht, welke hij met deze woorden deed eindigen, «en deze man stierf teNaarden!» wanneer ook eenmaal, dat spade zijn moge! de assche van den waardigenVan Duijlltot die zijner vaderen zal zijn vergaderd, dan voorzeker ook zal de lofrede, die op hem zal worden gehouden met de woorden mogen eindigen, «en deze man stierf teVianen.»
Gerrit van Duijllwerd als Student tot Evangelie-dienaargevormd door het onderwijs van mannen, alsRhunkenius,Van de Wijnpersse,Lusac,Rau,BroesenVan der Palm, Hoogleeraren aan ’s lands Hoogeschool teLeiden.
Na volbragte studien werd hij in het jaar 1799 beroepen tot Predikant teBeusichem, daarna in het jaar 1808, als zoodanig teHoogeveeninDrentheen eindelijk in het jaar 1815, als Herder en Leeraar teVianen, inZuid-Holland, terwijl hij in den loop van zijne vijftigjarige Evangeliedienst, beroepings-brieven ontving uitWasperveen, inDrentheenSchoonhoveninZuid-Hollanden hem de Koninklijke collatie vanAssenwerd aangeboden.
Gedurende ruim vijf en dertig jaren al zoo vervuldeVan Duijllhet Prediktambt met ijver en naauwgezetheid, leerende en stichtende, volgens de zuivere leer van het Christendom en verkondigende in welsprekende en overtuigende kanseltaalJezusen dien gekruist; dat hij in die voortreffelijke hoedanigheden vele, die afgedwaald waren tot den herdersstal heeft terug gebragt, spreekt van zelve; hoe hoog moet hem het hart niet kloppen, wanneer hij, aan den avond van zijn leven op zijne tot op heden volbragte loopbaan terug ziet.
Men kan en magVan Duijllonder de geleerden tellen. Hij is de latijnsche taal volkomen magtig en heeft de voornaamste schrijvers in dezelve gelezen; hij vereenigt diep gevoel met kiesschen smaak; in het gezellig verkeer is hij onwaardeerbaar, vrolijke scherts, voor zoo verre die in zijne betrekking pas geeft, is hem eigen, en, als humorist zoude men hem bijSwift, ofLaurence Sternekunnen vergelijken.
DatVan Duijllbeoefenaar der dichtkunst is, moge blijken uit de voortbrengselen zijner muse, die ik hier zal aanhalen.
Toen hij nog Predikant teHoogeveenzijnde, gedurende eenigen tijd op zijne eerste standplaatsBeusichemvertoefde, werden aldaar bij den noodlottigen watersnood in het jaar 1809, achttien lijken, droevige slachtoffers van dien vreeslijken ramp in één en hetzelfde graf begraven. Eene gedenkzuil werd op hetzelve opgerigt.Van Duijll, diep getroffen over den treurigen dood, die de ongelukkigen in den vloed gevonden hadden, en die gedeeltelijk tot zijne vroegere gemeente hadden behoord, boezemde zijn leedgevoel uit in de volgende dichtregelen, die op den kolom uitgehouwen aan de nakomelingsschap het treffende van den ramp, maar niet minder het dichterlijk genie van den waardigen Geestelijke verkondigden.
Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.
Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.
Hier rust in ’t somber graf een achttien tal van lijken,
De prooi des watersvloeds, het kenmerk van den nood,
Diens onvergeetbren nachts, die dijk en dam deed wijken,
Toen het ijs, door storm gevoerd, verwoesting spreidde en dood.
Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.
Toen huis, en berg en schuur, daar dreven op de golven,
Toen koe en paard en mensch daar zonken in dien plas,
Toen zelfs de laatste hoop scheen in dien vloed bedolven,
Zoo God met Vorst en Volk ons niet ten redder was.
Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.
Toef hier een wijle tijds, aanschouw deez’ vruchtbre oorden,
En zeg «’t geen is en was, ’t is alles ijdelheid»
Neen, stort een dankbre traan, zoo ze ooit uw oog bekoorden,
Daar ’t al in zaal’ger oord, den vriend der deugd verbeidt.
Toen hij in den jare 1810 teHoogeveenhet leeraarsambt vervulde enLodewijk Napoleon, die te dier tijd over het KoninkrijkHollandden vredelievenden scepter zwaaide, het LandschapDrenthebezocht, en ookHoogeveenmet deszelfs tegenwoordigheid vereerde, maakte medeVan Duijll, als Predikant zijne opwachting bij den Vorst, die te regt een vader zijner onderdanen mogt genaamd worden, die overal hulp toebragt, waar het pas gaf, en overal, waar hij kwam, sporen zijner weldadigheid achter liet.Van Duijll, gevraagd, of hij ook iets in het belang zijner gemeente begeerde, gaf de behoefte derzelve aan een werkhuis te kennen, in hetwelk behoeftige gehuisvest en verpleegd mogten worden, die met de handen den kost konden verdienen.
Lodewijkgaf gehoor aan de doeltreffende voordragt van den waardigen Leeraar en schonk twintig duizend guldens tot dat edel doel;Van Duijllstichtte het gebouw, en ten einde den roem van den weldadigen Vorst te vereeuwigen, vervaardigde hij hetnavolgenddichtstuk, hetwelk hij in den voorgevel van hetzelve op eenen daartoe ingevoegden marmersteen deed uithouwen.
Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligtDen vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.
Door ’t liefderijk geschenk van Hollands eersten Koning,
Vindt hier de schaamle wees en zwakke grijs een woning,
Terwijl de nijverheiduitdankbaarheid en pligt
Den vaderlijken Vorst de schoonste eerzuil sticht.
Voorts treft men vanVan Duijllmeer dan een voortreffelijk dichtstuk in onderscheidene maandwerken van vroegere dagen aan.
Op den 29 December 1849 verjaardeVanDuijllsvijftigjarige Predikdienst, die op den 4 Maart 1850 door de ringbroeders en meer andere gasten van rang en aanzien in zijne woning plegtig gevierd werd.
De gemeente bood aan den grijzen Christen-Leeraar, onder meer andere geschenken eenen in zilver gemonteerden prachtbijbel aan, versierd met symboolen, op de Godsdienst toepasselijk.
Een in de kalligraphie begaafd jongeling JonkheerRom Kraijenhofvervaardigde ter eere van den nestor der Evangeliedienaars een voortreffelijk penneschrift op het halve eeuwfeest van ’s mans Predikambts vervulling toepasselijk, in hetwelk het genie en de smaak van den kunstenaar doorstralen.
Ten slotte moet hier worden aangeteekend, datVianenaan den PredikantVan Duijllhet leggen van de Schipbrug over de rivier deLekte danken heeft, die de stad met het daar tegen over liggend grondgebied der ProvincieUtrechtverbindt.
ToenVan Duijllbij de grondlegging van de Wilhelmina’s Sluis teVianen, zich mede onder de door den nu wijlen den Inspecteur Generaal van den Waterstaat, den HeerJan Blanken Jansz.tot het bijwonen dier plegtigheid genoodigden bevondt, had hij de eer, aldaar mede den Gouverneur der ProvincieUtrecht, BaronVan Tuijll van Serooskerken, onder de genoodigden te ontmoeten. Deze zich beklagende over de moeijelijkheid en langwijligheid der overvaart over de rivier deLekvóór de stadVianen, merkteVan Duijllaan, dat het dan nu welligt het oogenblik zoude zijn, om dit bezwaar door het leggen eener Schipbrug uit den wegte ruimen, daar al de autoriteiten tegenwoordig waren, die deswege een voorstel aan Z. M. den Koning,WillemI konden doen.
Zulks gaf aanleiding tot een mondgesprek tusschen den Heer Gouverneur vanZuid-Holland, GraafVan der Duijn van Benthorn en Maasdam, nu mede ten grave, en welgemelden Inspecteur Generaal, bij hetwelk mede het advies der daar bij tegenwoordige Heeren Mr.Maurits Cornelis van Hall,President der Arrondissements-Regtbank teAmsterdamen Mr.Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven, destijds Lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal, en President van het Hoog-Geregtshof, nu van den Hoogen Raad der Nederlanden, werd ingeroepen.
Het voorstel werd met algemeene stemmen goedgekeurd, de voordragt werd met spoed en aandrang aan den Koning gezonden en in Maart 1840 rolden reeds de rijtuigen en gingen de voetgangers over den nu gelegden Schipbrug; aanVan Duijllintusschen mag men deméritevan hetà proposdank weten, welke hem door niemand betwist kan worden.
SECTE DER AFGESCHEIDENEN.Er bestaat teVianen, zoo als op zoo vele andere plaatsen in ons vaderland, eene gemeente van Christelijke Afgescheidenen; zonder zich in Godsdienstige geschillen in te laten, behoort men eenen ieder in zijne gevoelens te eerbiedigen, wij vermelden hier alzoo ook deze gemeente, aanwelks hoofd de braveC. Glindermanstaat, die des zondags avonds in vromen zin zijne medebroeders te leeren en te stichten tracht.
SECTE DER AFGESCHEIDENEN.
Er bestaat teVianen, zoo als op zoo vele andere plaatsen in ons vaderland, eene gemeente van Christelijke Afgescheidenen; zonder zich in Godsdienstige geschillen in te laten, behoort men eenen ieder in zijne gevoelens te eerbiedigen, wij vermelden hier alzoo ook deze gemeente, aanwelks hoofd de braveC. Glindermanstaat, die des zondags avonds in vromen zin zijne medebroeders te leeren en te stichten tracht.
Er bestaat teVianen, zoo als op zoo vele andere plaatsen in ons vaderland, eene gemeente van Christelijke Afgescheidenen; zonder zich in Godsdienstige geschillen in te laten, behoort men eenen ieder in zijne gevoelens te eerbiedigen, wij vermelden hier alzoo ook deze gemeente, aanwelks hoofd de braveC. Glindermanstaat, die des zondags avonds in vromen zin zijne medebroeders te leeren en te stichten tracht.
GODSDIENST DER ROOMSCH KATHOLIJKEN.De leer van het Christendom schrijft liefde en verdraagzaamheid voor; men lezeJoh. 13, vs. 34 en 35,1 Cor. 13en zoo vele andere toepasselijke bijbelteksten; van dit grondbeginsel uitgaande en den braven en godsdienstigen Roomsch Katholijken even hoogschattende, als den Hervormden, die de leer vanJezusvolgt en in beoefening brengt, wordt bij deze door mij ook aangeteekend, dat de Roomsch Katholijke Pastoor, de eerwaarde HeerA. G. van Damzijne gemeente leert en sticht, dat hij het heilig altaar bedient, zoo als het den Leeraar en Priester voegt, en den weg der zaligheid verkondigt aan allen, die in den Verlosser gelooven en zich aan de voeten van het kruis nederleggen.
GODSDIENST DER ROOMSCH KATHOLIJKEN.
De leer van het Christendom schrijft liefde en verdraagzaamheid voor; men lezeJoh. 13, vs. 34 en 35,1 Cor. 13en zoo vele andere toepasselijke bijbelteksten; van dit grondbeginsel uitgaande en den braven en godsdienstigen Roomsch Katholijken even hoogschattende, als den Hervormden, die de leer vanJezusvolgt en in beoefening brengt, wordt bij deze door mij ook aangeteekend, dat de Roomsch Katholijke Pastoor, de eerwaarde HeerA. G. van Damzijne gemeente leert en sticht, dat hij het heilig altaar bedient, zoo als het den Leeraar en Priester voegt, en den weg der zaligheid verkondigt aan allen, die in den Verlosser gelooven en zich aan de voeten van het kruis nederleggen.
De leer van het Christendom schrijft liefde en verdraagzaamheid voor; men lezeJoh. 13, vs. 34 en 35,1 Cor. 13en zoo vele andere toepasselijke bijbelteksten; van dit grondbeginsel uitgaande en den braven en godsdienstigen Roomsch Katholijken even hoogschattende, als den Hervormden, die de leer vanJezusvolgt en in beoefening brengt, wordt bij deze door mij ook aangeteekend, dat de Roomsch Katholijke Pastoor, de eerwaarde HeerA. G. van Damzijne gemeente leert en sticht, dat hij het heilig altaar bedient, zoo als het den Leeraar en Priester voegt, en den weg der zaligheid verkondigt aan allen, die in den Verlosser gelooven en zich aan de voeten van het kruis nederleggen.
GODSDIENST DER ISRAËLIETEN.Ook de Godsdienstoefening der Israëlieten verdient vermeld te worden; er bevinden zich inVianenacht Joodsche huisgezinnen, die op hunnen Sabbath in eene daartoe wel ingerigteSynagoge, nog onlangs vernieuwd, uitgebreid enverbeterd, bijéénkomen: aan het hoofd dierSynagogestaat de VoorzangerOlman, die bij zijne geloofsgenooten niet alleen, maar ook bij alle Christenen geëerd en geacht is.
GODSDIENST DER ISRAËLIETEN.
Ook de Godsdienstoefening der Israëlieten verdient vermeld te worden; er bevinden zich inVianenacht Joodsche huisgezinnen, die op hunnen Sabbath in eene daartoe wel ingerigteSynagoge, nog onlangs vernieuwd, uitgebreid enverbeterd, bijéénkomen: aan het hoofd dierSynagogestaat de VoorzangerOlman, die bij zijne geloofsgenooten niet alleen, maar ook bij alle Christenen geëerd en geacht is.
Ook de Godsdienstoefening der Israëlieten verdient vermeld te worden; er bevinden zich inVianenacht Joodsche huisgezinnen, die op hunnen Sabbath in eene daartoe wel ingerigteSynagoge, nog onlangs vernieuwd, uitgebreid enverbeterd, bijéénkomen: aan het hoofd dierSynagogestaat de VoorzangerOlman, die bij zijne geloofsgenooten niet alleen, maar ook bij alle Christenen geëerd en geacht is.
OPVOEDING EN ONDERWIJS DER JEUGD.De onderwijzer Stuart.De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadjeVianenverwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De Kostschool, aan welks hoofd de kundigeStuartstaat, behoort in de eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam vanles sciences exactesbestempeld wordt, inzonderheid het lievelings vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit, dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil est, nisiquod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt, en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap, al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor de school vanEuclideskunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd, hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is, daartoeopleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd, zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren zijnen schedel sieren, niet aanStuartte danken hebben, dat hij de gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die ten huidigen dage teVianende lessen van den begaafdenStuarthoort, reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen, van zich als van eenenDe RuijterofTurennezal doen gewagen. Voorwaar het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.De onderwijzer van Weigerden.Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafdenVan Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles hangt af van demethodus docendien van de begaafdheid, om zijn talent aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezitVan Weigerdenin den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men behoeft slechts eene wijle tijds in ’s mans school vertoefd te hebben, om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig gelegd waren, trouwens de heerVan Weigerdenop den Weesdijk teVianen, is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat oudersuit den hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch, de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heerVan Weigerdenheeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken; zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, alsafgevaardigdeter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs teArnhembij een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs, dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want eentoastdoor hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius vanGelderlandmogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige man antwoordde: «een schoolmeester uitVianen.»De kostschoolhouderessen Bullot en la Cave.Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken,gepaard aan eene godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de JonkvrouwenBullotenLa Cavegehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.
OPVOEDING EN ONDERWIJS DER JEUGD.De onderwijzer Stuart.De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadjeVianenverwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De Kostschool, aan welks hoofd de kundigeStuartstaat, behoort in de eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam vanles sciences exactesbestempeld wordt, inzonderheid het lievelings vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit, dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil est, nisiquod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt, en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap, al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor de school vanEuclideskunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd, hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is, daartoeopleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd, zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren zijnen schedel sieren, niet aanStuartte danken hebben, dat hij de gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die ten huidigen dage teVianende lessen van den begaafdenStuarthoort, reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen, van zich als van eenenDe RuijterofTurennezal doen gewagen. Voorwaar het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.De onderwijzer van Weigerden.Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafdenVan Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles hangt af van demethodus docendien van de begaafdheid, om zijn talent aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezitVan Weigerdenin den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men behoeft slechts eene wijle tijds in ’s mans school vertoefd te hebben, om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig gelegd waren, trouwens de heerVan Weigerdenop den Weesdijk teVianen, is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat oudersuit den hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch, de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heerVan Weigerdenheeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken; zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, alsafgevaardigdeter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs teArnhembij een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs, dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want eentoastdoor hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius vanGelderlandmogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige man antwoordde: «een schoolmeester uitVianen.»De kostschoolhouderessen Bullot en la Cave.Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken,gepaard aan eene godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de JonkvrouwenBullotenLa Cavegehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.
De onderwijzer Stuart.De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadjeVianenverwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De Kostschool, aan welks hoofd de kundigeStuartstaat, behoort in de eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam vanles sciences exactesbestempeld wordt, inzonderheid het lievelings vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit, dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil est, nisiquod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt, en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap, al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor de school vanEuclideskunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd, hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is, daartoeopleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd, zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren zijnen schedel sieren, niet aanStuartte danken hebben, dat hij de gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die ten huidigen dage teVianende lessen van den begaafdenStuarthoort, reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen, van zich als van eenenDe RuijterofTurennezal doen gewagen. Voorwaar het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.
De onderwijzer Stuart.
De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadjeVianenverwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De Kostschool, aan welks hoofd de kundigeStuartstaat, behoort in de eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam vanles sciences exactesbestempeld wordt, inzonderheid het lievelings vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit, dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil est, nisiquod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt, en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap, al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor de school vanEuclideskunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd, hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is, daartoeopleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd, zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren zijnen schedel sieren, niet aanStuartte danken hebben, dat hij de gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die ten huidigen dage teVianende lessen van den begaafdenStuarthoort, reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen, van zich als van eenenDe RuijterofTurennezal doen gewagen. Voorwaar het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.
De opvoeding en het onderwijs zijn verre van in het stadjeVianenverwaarloosd te worden; dezelve zijn toevertrouwd aan mannen van verstand en begaafdheid, die voorzeker niet behoeven achter te staan voor leermeesters, die men in grootere steden aantreft. De Kostschool, aan welks hoofd de kundigeStuartstaat, behoort in de eerste plaats genaamd te worden; de Nederduitsche, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen worden op dezelve grondig onderwezen, terwijl de Wiskunde, die voortreffelijke wetenschap, die de voedstermoeder van zoo vele andere nuttige kundigheden is, op vaste en onwrikbare gronden steunt, en alzoo te regt door de Franschen met den naam vanles sciences exactesbestempeld wordt, inzonderheid het lievelings vak is van den Hoofdonderwijzer, die de bijzondere begaafdheid bezit, dezelve mede te deelen aan de zoodanige, wier verstand en bevatting daarvoor rijp zijn geworden, want het zegt weinig, in eenige wetenschap ervaren te zijn, wanneer men die ervarenheid niet op zijne leerlingen weet over te brengen, zoodanig dat dezelve er diep van doordrongen zijn, te regt zegt daarom een Latijnsch schrijver «Scire tuum nihil est, nisiquod tu scis, etiam sciat alter,» een spreekwoord, in het welk wel veel waarheid, maar weinig zuivere latiniteit doorstraalt, en waarvan de beteekenis is, dat het niets afdoet, of de meester het al weet, maar dat deze moet zorgen, dat ook de discipel er mede bekend worde. Trouwens niet vele worden er onder de jongelingschap, al is dezelve op andere punten niet onbedreven, gevonden, die voor de school vanEuclideskunnen worden opgeleid. Gepaste hulde alzoo aan hem, die de gronden der mathesis en algebra stelselmatig te onderwijzen weet, en alzoo dat gedeelte der nederlandsche jeugd, hetwelk voor het elders gegeven wordend hooger onderwijs, in al dat geen, waardoor men den krijgsman en den zeeheld vormt, bestemd is, daartoeopleidt: hoe menig dapper veldheer en manhaftig vlootvoogd, zal het, na verloop van eene halve eeuw, wanneer grijsheid en lauweren zijnen schedel sieren, niet aanStuartte danken hebben, dat hij de gronden tot de vervulling van zulk eene gewigtige bestemming bij hem gelegd heeft, en welligt treft men zelfs onder de schooljeugd, die ten huidigen dage teVianende lessen van den begaafdenStuarthoort, reeds menig bevattelijk knaapje aan, dat nog, na verloop van eeuwen, van zich als van eenenDe RuijterofTurennezal doen gewagen. Voorwaar het wordt niet genoegzaam opgemerkt, wat de maatschappij verschuldigd is aan hen, die de jeugd vormen en tot hooger doel opleiden.
De onderwijzer van Weigerden.Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafdenVan Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles hangt af van demethodus docendien van de begaafdheid, om zijn talent aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezitVan Weigerdenin den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men behoeft slechts eene wijle tijds in ’s mans school vertoefd te hebben, om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig gelegd waren, trouwens de heerVan Weigerdenop den Weesdijk teVianen, is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat oudersuit den hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch, de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heerVan Weigerdenheeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken; zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, alsafgevaardigdeter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs teArnhembij een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs, dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want eentoastdoor hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius vanGelderlandmogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige man antwoordde: «een schoolmeester uitVianen.»
De onderwijzer van Weigerden.
Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafdenVan Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles hangt af van demethodus docendien van de begaafdheid, om zijn talent aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezitVan Weigerdenin den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men behoeft slechts eene wijle tijds in ’s mans school vertoefd te hebben, om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig gelegd waren, trouwens de heerVan Weigerdenop den Weesdijk teVianen, is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat oudersuit den hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch, de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heerVan Weigerdenheeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken; zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, alsafgevaardigdeter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs teArnhembij een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs, dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want eentoastdoor hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius vanGelderlandmogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige man antwoordde: «een schoolmeester uitVianen.»
Niet minder hulde behoort te worden toegebragt aan den begaafdenVan Weigerden, die aan het jongere, aankomende geslacht onderwijs geeft in de nederduitsche taal, de schrijf- en cijferkunst: het moge gezegd zijn, dat de wezenlijke waarde van den man van verdiensten niet moet worden afgemeten naar den rang, dien hij in de maatschappij bekleedt. De geringste dorps-schoolmeester kan soms beter voor zijn vak berekend zijn, dan de geleerdste Professor voor het zijne; alles hangt af van demethodus docendien van de begaafdheid, om zijn talent aan anderen te kunnen mede deelen, en dit talent bezitVan Weigerdenin den hoogsten graad. Voeg hierbij de maat van beschaving, tot welke de beoefening der fraaije letteren hem heeft opgevoerd en welke niet weinig toebrengt tot de zedelijke opvoeding zijner scholieren; men behoeft slechts eene wijle tijds in ’s mans school vertoefd te hebben, om niet te hebben opgemerkt, welke orde in dezelve heerscht en hoe de onderwijzer de geschiktheid bezit, om met minzaamheid, maar tevens onder den invloed van waardig gezag de kinderen bevattelijk te leeren lezen, schrijven en rekenen; wat zoude een scholarch van hoogeren rang met kweekelingen kunnen aanvangen, wier eerste gronden niet doelmatig gelegd waren, trouwens de heerVan Weigerdenop den Weesdijk teVianen, is aan het hoofd van de stads-school niet op zijne plaats en gewis verbeidt hem eene waardigere bestemming; het bewijs ook, dat zulks eenmaal het geval moet worden, is daarin gelegen, dat oudersuit den hoogstbeschaafden stand aanvankelijk reeds aan hem de opvoeding en het onderwijs hunner kinderen hebben toevertrouwd, die zulks in zijne woning, die daartoe bijzonder goed is ingerigt, als kost-jongelieden genieten; het spreekt alzoo wel van zelve, dat de instructie zich hier niet tot het leeren lezen, schrijven en rekenen bepaalt, maar zich mede uitstrekt tot het onderwijs in het Fransch, Engelsch en Hoogduitsch, de Aardrijkskunde en de Geschiedenis, terwijl eene godsdienstige en zedelijke opvoeding mede niet verzuimd worden. De heerVan Weigerdenheeft eene bijzondere begaafdheid, om in het publiek te spreken; zijne redevoeringen in de afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen getuigen hiervan, en nog onlangs gaf hij, alsafgevaardigdeter vergadering der Commissie voor het lager onderwijs teArnhembij een gekomen, aan den maaltijd te dier gelegenheid gehouden, het bewijs, dat de taal voor de vuist hem mede niet vreemd is, want eentoastdoor hem op het welzijn van Gelderlands hoofdstad ingesteld trok zoodanig de aandacht der aanwezende gasten, dat de archivarius vanGelderlandmogt vragen, «wie was die spreker?» waarop de eenvoudige en nederige man antwoordde: «een schoolmeester uitVianen.»
De kostschoolhouderessen Bullot en la Cave.Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken,gepaard aan eene godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de JonkvrouwenBullotenLa Cavegehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.
De kostschoolhouderessen Bullot en la Cave.
Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken,gepaard aan eene godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de JonkvrouwenBullotenLa Cavegehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.
Het voortreffelijk Instituut voor het onderwijs van Jonge Jufvrouwen in talen, huishoudkunde en vrouwelijke handwerken,gepaard aan eene godsdienstige en zedelijke opvoeding, door de JonkvrouwenBullotenLa Cavegehouden, biedt aan ouders, ook elders woonachtig, eene geschikte gelegenheid aan, om derzelver dochteren tot nuttige leden der maatschappij op te leiden, en wanneer zulks derzelver bestemming mogt zijn, brave echtgenooten en zorgvuldige moeders te doen worden.
KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN.Concert de Harmonie.De Toonkunst wordt teVianenmet eenen bijzonderen goeden uitslag beoefend; de kundige en smaakvolle PianistDietz, die tevens onderwijs in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de Roosten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is, spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich van elders teVianenzijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie vanBeethovenof eeneCavatinevanMendels-Sohn Bartholdymetden besten uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.Dat aan zulk een geheel de naam vanHarmoniemet regt kan gegeven worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, datVianenhetConcertde Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen mag tellen.De afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen.In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij voor de beoefening der Toonkunst, als aanEuterpetoegewijd, mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die, welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte en doet ons aanTollens,Van den BerghofTen Katedenken, en niet zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of electriciteit en dekunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te weeg gebragt, dat er ook mannen inVianenworden gevonden, die met regt den naam van Physici dragen mogen.Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst teVianenin goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje, van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heerVan Lom, die dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende van ’s mans heuschheid heeft men dan ook geen’ oogenblik geaarseld, die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel als een belangrijk sieraad te plaatsen.Geneesheeren, Heel- en Vroedmeester en Artsenijmengers.De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is inVianenmeer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen, de heerenWincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen drukkende, beiden waardige zonen vanHippocrates, die zachtzinnigheid, aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde zieken weten te paren.Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte land in den omtrek, mag de heerC. A. G. van Effengenoemd worden; als Priester vanLucinaverstaat hij grondig zijnenBaudelocque, als wondheeler zijnenStrohmeijer; in deze laatste betrekking deed hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den tiendaagschen veldtogt.De heerVan Effenis tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich aan hem aan de heerenBrouwer,Vos van ZalingenenMeijlinck, alle hun vak volkomen meester en metApollokunnende zeggen, «herbarum subjecta potentia nobis».Letterkunde, Boekhandel, Leesbibliotheek, en Leesgezelschappen.Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet onbedrevenenDiepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden, want tochalleboeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburigUtrecht, of van elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime keus en houdt uau courantvan de literatuur van den dag. Bij al deze gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreveneinde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den PredikantVan Duijllen den NotarisBroekman; hunne welberadene keus voor alles, wat de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam en nuttig tijdverdrijf.
KUNSTEN EN WETENSCHAPPEN.Concert de Harmonie.De Toonkunst wordt teVianenmet eenen bijzonderen goeden uitslag beoefend; de kundige en smaakvolle PianistDietz, die tevens onderwijs in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de Roosten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is, spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich van elders teVianenzijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie vanBeethovenof eeneCavatinevanMendels-Sohn Bartholdymetden besten uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.Dat aan zulk een geheel de naam vanHarmoniemet regt kan gegeven worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, datVianenhetConcertde Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen mag tellen.De afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen.In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij voor de beoefening der Toonkunst, als aanEuterpetoegewijd, mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die, welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte en doet ons aanTollens,Van den BerghofTen Katedenken, en niet zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of electriciteit en dekunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te weeg gebragt, dat er ook mannen inVianenworden gevonden, die met regt den naam van Physici dragen mogen.Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst teVianenin goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje, van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heerVan Lom, die dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende van ’s mans heuschheid heeft men dan ook geen’ oogenblik geaarseld, die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel als een belangrijk sieraad te plaatsen.Geneesheeren, Heel- en Vroedmeester en Artsenijmengers.De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is inVianenmeer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen, de heerenWincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen drukkende, beiden waardige zonen vanHippocrates, die zachtzinnigheid, aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde zieken weten te paren.Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte land in den omtrek, mag de heerC. A. G. van Effengenoemd worden; als Priester vanLucinaverstaat hij grondig zijnenBaudelocque, als wondheeler zijnenStrohmeijer; in deze laatste betrekking deed hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den tiendaagschen veldtogt.De heerVan Effenis tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich aan hem aan de heerenBrouwer,Vos van ZalingenenMeijlinck, alle hun vak volkomen meester en metApollokunnende zeggen, «herbarum subjecta potentia nobis».Letterkunde, Boekhandel, Leesbibliotheek, en Leesgezelschappen.Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet onbedrevenenDiepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden, want tochalleboeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburigUtrecht, of van elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime keus en houdt uau courantvan de literatuur van den dag. Bij al deze gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreveneinde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den PredikantVan Duijllen den NotarisBroekman; hunne welberadene keus voor alles, wat de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam en nuttig tijdverdrijf.
Concert de Harmonie.De Toonkunst wordt teVianenmet eenen bijzonderen goeden uitslag beoefend; de kundige en smaakvolle PianistDietz, die tevens onderwijs in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de Roosten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is, spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich van elders teVianenzijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie vanBeethovenof eeneCavatinevanMendels-Sohn Bartholdymetden besten uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.Dat aan zulk een geheel de naam vanHarmoniemet regt kan gegeven worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, datVianenhetConcertde Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen mag tellen.
Concert de Harmonie.
De Toonkunst wordt teVianenmet eenen bijzonderen goeden uitslag beoefend; de kundige en smaakvolle PianistDietz, die tevens onderwijs in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de Roosten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is, spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich van elders teVianenzijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie vanBeethovenof eeneCavatinevanMendels-Sohn Bartholdymetden besten uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.Dat aan zulk een geheel de naam vanHarmoniemet regt kan gegeven worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, datVianenhetConcertde Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen mag tellen.
De Toonkunst wordt teVianenmet eenen bijzonderen goeden uitslag beoefend; de kundige en smaakvolle PianistDietz, die tevens onderwijs in het fluit- en vioolspelen geeft, heeft sedert verscheidene jaren begaafde discipelen en discipelinnen gevormd, uit welke sommige door eigene oefening het inderdaad tot eenen zekeren trap van volmaaktheid gebragt hebben, zoodanig, dat aan hen de naam van Virtuozen niet mag ontzegd worden; dat daardoor het orkest op het wekelijksch winter-concert, in de fraaije zaal, die het logement de Roosten sieraad strekt, gehouden wordende, bijzonder wel bezet is, spreekt van zelve; het personeel, door hetwelk dit orkest gevormd wordt, versterkt zich van tijd tot tijd door dilettanten, die zich van elders teVianenzijn komen neerzetten, zoodat het doorgaans aan geen genoegzaam getal deelnemende ontbreekt, om eene Symphonie vanBeethovenof eeneCavatinevanMendels-Sohn Bartholdymetden besten uitslag uit te voeren, terwijl ook de vokale muzijk, doorgaans het lievelings-talent van het schoone geslacht, een genoegzaam getal zangeressen oplevert, om de koren te vervullen.
Dat aan zulk een geheel de naam vanHarmoniemet regt kan gegeven worden, spreekt van zelve, en het is dan ook daarom, datVianenhetConcertde Harmonie onder deszelfs. lievelings-uitspanningen mag tellen.
De afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen.In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij voor de beoefening der Toonkunst, als aanEuterpetoegewijd, mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die, welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte en doet ons aanTollens,Van den BerghofTen Katedenken, en niet zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of electriciteit en dekunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te weeg gebragt, dat er ook mannen inVianenworden gevonden, die met regt den naam van Physici dragen mogen.Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst teVianenin goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje, van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heerVan Lom, die dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende van ’s mans heuschheid heeft men dan ook geen’ oogenblik geaarseld, die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel als een belangrijk sieraad te plaatsen.
De afdeeling der maatschappij tot Nut van het Algemeen.
In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij voor de beoefening der Toonkunst, als aanEuterpetoegewijd, mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die, welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte en doet ons aanTollens,Van den BerghofTen Katedenken, en niet zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of electriciteit en dekunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te weeg gebragt, dat er ook mannen inVianenworden gevonden, die met regt den naam van Physici dragen mogen.Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst teVianenin goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje, van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heerVan Lom, die dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende van ’s mans heuschheid heeft men dan ook geen’ oogenblik geaarseld, die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel als een belangrijk sieraad te plaatsen.
In dezelfde zaal, van welke wij boven gewaagden, en die wij voor de beoefening der Toonkunst, als aanEuterpetoegewijd, mogen beschouwen, vergaderen maandelijks de Leden, uitmakende de afdeeling van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen, voorwaar eene meer deftige bijeenkomst, alwaar de taal der wijsheid, door meer bedaagden uitgesproken, gehoord wordt; daar worden verhandelingen gedaan en bijdragen geleverd, niet minder belangrijk, dan die, welke men elders in geleerde genootschappen hoort, daar beklimt nu en dan een begaafd dichter, die ter zijner tijd in de raadzaal den evenaar der geregtigheid weet te houden, het spreekgestoelte en doet ons aanTollens,Van den BerghofTen Katedenken, en niet zelden ook herinneren ons de natuurkundige proeven, door luchtpomp of electriciteit en dekunst, om ligchamen uit de onderscheidene rijken der natuur beurtelings af te scheiden, of te zaam te verbinden, te weeg gebragt, dat er ook mannen inVianenworden gevonden, die met regt den naam van Physici dragen mogen.
Ten bewijze, dat ook het onderwijs in de teekenkunst teVianenin goede handen is, moge strekken het fraaije litographische plaatje, van hetwelk de teekening is vervaardigd door den heerVan Lom, die dezelve welwillend aan schrijver dezer heeft afgestaan. Gebruik makende van ’s mans heuschheid heeft men dan ook geen’ oogenblik geaarseld, die teekening in steendruk te doen brengen en tegenover den titel als een belangrijk sieraad te plaatsen.
Geneesheeren, Heel- en Vroedmeester en Artsenijmengers.De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is inVianenmeer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen, de heerenWincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen drukkende, beiden waardige zonen vanHippocrates, die zachtzinnigheid, aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde zieken weten te paren.Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte land in den omtrek, mag de heerC. A. G. van Effengenoemd worden; als Priester vanLucinaverstaat hij grondig zijnenBaudelocque, als wondheeler zijnenStrohmeijer; in deze laatste betrekking deed hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den tiendaagschen veldtogt.De heerVan Effenis tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich aan hem aan de heerenBrouwer,Vos van ZalingenenMeijlinck, alle hun vak volkomen meester en metApollokunnende zeggen, «herbarum subjecta potentia nobis».
Geneesheeren, Heel- en Vroedmeester en Artsenijmengers.
De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is inVianenmeer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen, de heerenWincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen drukkende, beiden waardige zonen vanHippocrates, die zachtzinnigheid, aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde zieken weten te paren.Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte land in den omtrek, mag de heerC. A. G. van Effengenoemd worden; als Priester vanLucinaverstaat hij grondig zijnenBaudelocque, als wondheeler zijnenStrohmeijer; in deze laatste betrekking deed hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den tiendaagschen veldtogt.De heerVan Effenis tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich aan hem aan de heerenBrouwer,Vos van ZalingenenMeijlinck, alle hun vak volkomen meester en metApollokunnende zeggen, «herbarum subjecta potentia nobis».
De genezing van ziekten, benevens de hulp door de Heel- en Vroedkunde aan lijders en bijstand behoevende vrouwen toe te brengen, is inVianenmeer dan genoegzaam gewaarborgd; het stadje telt twee kundige artsen, de heerenWincler, vader en zoon; de eerste in de praktijk grijs geworden, de laatste met den besten uitslag zijns vaders voetstappen drukkende, beiden waardige zonen vanHippocrates, die zachtzinnigheid, aan kloekheid in de behandeling der aan hunne zorg toevertrouwde zieken weten te paren.
Als Heel- en Vroedmeester, zoo voor de stad, als voor het platte land in den omtrek, mag de heerC. A. G. van Effengenoemd worden; als Priester vanLucinaverstaat hij grondig zijnenBaudelocque, als wondheeler zijnenStrohmeijer; in deze laatste betrekking deed hij veel ondervinding op in de militaire hospitalen, gedurende den tiendaagschen veldtogt.
De heerVan Effenis tevens Apotheker, als zoodanige sluiten zich aan hem aan de heerenBrouwer,Vos van ZalingenenMeijlinck, alle hun vak volkomen meester en metApollokunnende zeggen, «herbarum subjecta potentia nobis».
Letterkunde, Boekhandel, Leesbibliotheek, en Leesgezelschappen.Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet onbedrevenenDiepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden, want tochalleboeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburigUtrecht, of van elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime keus en houdt uau courantvan de literatuur van den dag. Bij al deze gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreveneinde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den PredikantVan Duijllen den NotarisBroekman; hunne welberadene keus voor alles, wat de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam en nuttig tijdverdrijf.
Letterkunde, Boekhandel, Leesbibliotheek, en Leesgezelschappen.
Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet onbedrevenenDiepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden, want tochalleboeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburigUtrecht, of van elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime keus en houdt uau courantvan de literatuur van den dag. Bij al deze gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreveneinde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den PredikantVan Duijllen den NotarisBroekman; hunne welberadene keus voor alles, wat de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam en nuttig tijdverdrijf.
Begeert gij voedsel voor uwen geest? Wilt gij lezen? Treedt dan in den welvoorzienen boekwinkel van den gedienstigen en in zijn vak niet onbedrevenenDiepenbroek; hij zal u geven, wat gij begeert, ingeval gij het boek wilt koopen, en is hetzelve al niet bij hem voorhanden, want tochalleboeken kan men in den boekwinkel van een klein stadje niet verlangen, hij zal het voor u uit het naburigUtrecht, of van elders ontbieden. Zijne Leesbibliotheek geeft u daarenboven eene ruime keus en houdt uau courantvan de literatuur van den dag. Bij al deze gelegenheden, om nuttig uwen tijd te besteden, en u verpozing van andere werkzaamheden te verschaffen, voegen zich mede ten voorschreveneinde, twee leesgezelschappen, onder het bestier van den PredikantVan Duijllen den NotarisBroekman; hunne welberadene keus voor alles, wat de moderne letterkunde betreft, waarborgt de medeleden een aangenaam en nuttig tijdverdrijf.
HET POSTKANTOOR.De correspondentie van en opVianenis tamelijk belangrijk; de dagelijksche consumtie, in al wat tot levens onderhoud vereischt wordt, geeft tot veel nering aanleiding; winkelwaren van allerlei aard toch moeten van elders ontboden worden. Voeg hierbij menige tak van nijverheid, die hier gedreven wordt, meer dan eene fabrijk, die hier en in den omtrek gevestigd is, terwijl inzonderheid de Regering en de Hoofd-ambtenaren, die hier hunne functien uitoefenen bijna postdagelijks met de residentie en andere steden in ons Vaderland corresponderen. Vandaar dan ook, dat de directie van het Postkantoor teVianengedurende een gedeelte van den dag ijverig werkzaam is, om het publiek te bedienen; zulks geschiedt met eene bijzondere accuratesse, en wanneer de post is aangekomen, zal geen inwoner vanVianeneen half uur naar zijnen brief of brieven behoeven te wachten. Het beheer van het Postkantoor is opgedragen aan den hoogstbeleefden en welwillenden Directeur den heer Mr.H. M. van Eck, daarin geadsisteerd door zijnen geagreëerden den heerHeijman, en hetgeen boven van de promptitude op dat Postkantoor staat opgeteekend, zal dan ook de lofvermelding van voornoemde heeren uitmaken.
HET POSTKANTOOR.
De correspondentie van en opVianenis tamelijk belangrijk; de dagelijksche consumtie, in al wat tot levens onderhoud vereischt wordt, geeft tot veel nering aanleiding; winkelwaren van allerlei aard toch moeten van elders ontboden worden. Voeg hierbij menige tak van nijverheid, die hier gedreven wordt, meer dan eene fabrijk, die hier en in den omtrek gevestigd is, terwijl inzonderheid de Regering en de Hoofd-ambtenaren, die hier hunne functien uitoefenen bijna postdagelijks met de residentie en andere steden in ons Vaderland corresponderen. Vandaar dan ook, dat de directie van het Postkantoor teVianengedurende een gedeelte van den dag ijverig werkzaam is, om het publiek te bedienen; zulks geschiedt met eene bijzondere accuratesse, en wanneer de post is aangekomen, zal geen inwoner vanVianeneen half uur naar zijnen brief of brieven behoeven te wachten. Het beheer van het Postkantoor is opgedragen aan den hoogstbeleefden en welwillenden Directeur den heer Mr.H. M. van Eck, daarin geadsisteerd door zijnen geagreëerden den heerHeijman, en hetgeen boven van de promptitude op dat Postkantoor staat opgeteekend, zal dan ook de lofvermelding van voornoemde heeren uitmaken.
De correspondentie van en opVianenis tamelijk belangrijk; de dagelijksche consumtie, in al wat tot levens onderhoud vereischt wordt, geeft tot veel nering aanleiding; winkelwaren van allerlei aard toch moeten van elders ontboden worden. Voeg hierbij menige tak van nijverheid, die hier gedreven wordt, meer dan eene fabrijk, die hier en in den omtrek gevestigd is, terwijl inzonderheid de Regering en de Hoofd-ambtenaren, die hier hunne functien uitoefenen bijna postdagelijks met de residentie en andere steden in ons Vaderland corresponderen. Vandaar dan ook, dat de directie van het Postkantoor teVianengedurende een gedeelte van den dag ijverig werkzaam is, om het publiek te bedienen; zulks geschiedt met eene bijzondere accuratesse, en wanneer de post is aangekomen, zal geen inwoner vanVianeneen half uur naar zijnen brief of brieven behoeven te wachten. Het beheer van het Postkantoor is opgedragen aan den hoogstbeleefden en welwillenden Directeur den heer Mr.H. M. van Eck, daarin geadsisteerd door zijnen geagreëerden den heerHeijman, en hetgeen boven van de promptitude op dat Postkantoor staat opgeteekend, zal dan ook de lofvermelding van voornoemde heeren uitmaken.
FABRIEKEN.Oliën- en Smeerfabriek van J. P. Jannette Walen en Comp.In de maand December 1848, werd inVianendoorJ. P. Jannette Walen, onder de firmaVan WalenenComp., opgerigt eene fabriek van Oliën en Smeren. Aan deze fabriek is naderhand bij brevet van Zijne Majesteit, KoningWillemIII toegekend den titel van Koninklijk Nederlandsche en de vergunning geschonken, het Koninklijk Nederlandsch wapen te voeren. De genoemde oliën en smeren zijn bestemd ten gebruike van stoomwerktuigen, spinnerijen, ijzergieterijen en alle soorten van vervoermiddelen, voorts worden in dezelve vervaardigd harts-oliën, gezuiverde hartsen, zoo mede fijnere oliën voor Horologiemakers, enz. enz.Dat het debiet van deze artikelen en de verzending van dezelve, zoowel naar vele oorden in ons Vaderland, als buiten hetzelve aanzienlijk is, spreekt van zelve; de fabriek vereischt veler handen arbeid en verschaft aan menigen handwerksman den kost, zoodat men dezelve als eene belangrijke bron van welvaart voor de stadVianenmag beschouwen.Hoepmakerij of fabriek van Hoepels van den heer Johan Cambier.Even buiten de stadVianenis door den heerJohan Cambier,sedert een aantal jaren, eene fabriek van hoepels opgerigt. Deze fabriek heeft bijzonder veel vertier. Het fabrikaat wordt, even als dat uit de bovenvermelde, zoowel binnen- als buitenlands verzonden, zoodat ook deze fabriek onder de nijvere volksklasse, veel welvaart verspreidt.De Vrouwen-Vereeniging Arbeid en Liefde, bestierd door de Jonkvrouwen Fabricius en Wincler.Ziet gij daar, in dat huishoudelijk vertrek die jeugdige echtgenoote, te midden van zoo vele edele maagden, rondom den gezelligen arbeidsdisch gezeten, en zich vlijtig onledig houdende met het vervaardigen van kleedingstukken voor behoeftige vrouwen en kinderen.Thans tot dit weldadig doel bij één vergaderd zijn het nu niet meer de bevallige dochteren vanTerpsichorè, die zoo onlangs nog in de danszaal op ligte brozen door rappe jongelingen ten reie werden geleid; het zijn de deugdzame en van menschenliefde doordrongene kinderen vanTabittha Dorkas, die waardige discipelinne der apostelen, die in de heilige schrift staat aangeteekend, als vol zijnde van goede werken en aalmoesen, die zij uitdeelde.Hoe verheven is niet het oogmerk, hetwelk zij trachten te bereiken; arbeid en liefde zijn hare leuze; zij arbeiden vlijtig voort, ten einde te kunnen geraken tot die uitoefening van liefde, die het verlangen is van hare harten; de zegen des Heeren rust op haar! De schamele weduwe, hetnaakte weesje worden door haar gekleed, en in de hutten der armen weergalmt het lied der dankbaarheid en der vreugde, ter harer eere gezongen.Op welk een eerbiedwaardig standpunt staat niet de vrouw, wanneer zij zich harer bestemming waardig gedraagt, voorzeker aan haar, die zoodanig eene bestemming bereikt heeft, mag Engelenwaarde worden toegeschreven.Op zulke vrouwen mag worden toegepast hetgeenSchillerzingt:«Ehret die Frauen, sie flechten und webenHimmlische Rosen in ’s irdische Leben.»Verre van ons die wufte dochterenEva’s, die alleen met ervaring weten te spreken van het jongste blijspel, hetwelk zij hebben bijgewoond, die aan eene dubbelzinnige charade eene juiste uitlegging weten te geven, en, vervuld met den roman van den dag, van niets dan van ijdele begoochelingen droomen kunnen, terwijl zij de wezenlijke pligten verzuimen, die aan het meisje, zoo als het zijn moet, zijn opgelegd.Maar zulke dochteren worden inVianenniet aangetroffen; eenvoudigheid van zeden en reine deugd kenmerken dezelve, en de jeugdige schoone, die in den gezelligen kring, in beschaafdheid van manieren en goeden toon uitmunt, kan men niet zelden in hare woning aantreffen, eene verstandige bezorging van het huishoudelijke pligtmatig ter harte nemende,en, wanneer het pas geeft, zich werkzaamheden getroostende, over welke eene hoovaardige salet-juffer zich schamen zoude. Moge nimmer eenige verbastering van zedeneene treurige ommezijde van dit Tafereel zien geboren worden, maar daarvoor waarborgt ons de goede genius, die hier ter stede over de opvoeding der jeugd steeds wakende is.
FABRIEKEN.Oliën- en Smeerfabriek van J. P. Jannette Walen en Comp.In de maand December 1848, werd inVianendoorJ. P. Jannette Walen, onder de firmaVan WalenenComp., opgerigt eene fabriek van Oliën en Smeren. Aan deze fabriek is naderhand bij brevet van Zijne Majesteit, KoningWillemIII toegekend den titel van Koninklijk Nederlandsche en de vergunning geschonken, het Koninklijk Nederlandsch wapen te voeren. De genoemde oliën en smeren zijn bestemd ten gebruike van stoomwerktuigen, spinnerijen, ijzergieterijen en alle soorten van vervoermiddelen, voorts worden in dezelve vervaardigd harts-oliën, gezuiverde hartsen, zoo mede fijnere oliën voor Horologiemakers, enz. enz.Dat het debiet van deze artikelen en de verzending van dezelve, zoowel naar vele oorden in ons Vaderland, als buiten hetzelve aanzienlijk is, spreekt van zelve; de fabriek vereischt veler handen arbeid en verschaft aan menigen handwerksman den kost, zoodat men dezelve als eene belangrijke bron van welvaart voor de stadVianenmag beschouwen.Hoepmakerij of fabriek van Hoepels van den heer Johan Cambier.Even buiten de stadVianenis door den heerJohan Cambier,sedert een aantal jaren, eene fabriek van hoepels opgerigt. Deze fabriek heeft bijzonder veel vertier. Het fabrikaat wordt, even als dat uit de bovenvermelde, zoowel binnen- als buitenlands verzonden, zoodat ook deze fabriek onder de nijvere volksklasse, veel welvaart verspreidt.De Vrouwen-Vereeniging Arbeid en Liefde, bestierd door de Jonkvrouwen Fabricius en Wincler.Ziet gij daar, in dat huishoudelijk vertrek die jeugdige echtgenoote, te midden van zoo vele edele maagden, rondom den gezelligen arbeidsdisch gezeten, en zich vlijtig onledig houdende met het vervaardigen van kleedingstukken voor behoeftige vrouwen en kinderen.Thans tot dit weldadig doel bij één vergaderd zijn het nu niet meer de bevallige dochteren vanTerpsichorè, die zoo onlangs nog in de danszaal op ligte brozen door rappe jongelingen ten reie werden geleid; het zijn de deugdzame en van menschenliefde doordrongene kinderen vanTabittha Dorkas, die waardige discipelinne der apostelen, die in de heilige schrift staat aangeteekend, als vol zijnde van goede werken en aalmoesen, die zij uitdeelde.Hoe verheven is niet het oogmerk, hetwelk zij trachten te bereiken; arbeid en liefde zijn hare leuze; zij arbeiden vlijtig voort, ten einde te kunnen geraken tot die uitoefening van liefde, die het verlangen is van hare harten; de zegen des Heeren rust op haar! De schamele weduwe, hetnaakte weesje worden door haar gekleed, en in de hutten der armen weergalmt het lied der dankbaarheid en der vreugde, ter harer eere gezongen.Op welk een eerbiedwaardig standpunt staat niet de vrouw, wanneer zij zich harer bestemming waardig gedraagt, voorzeker aan haar, die zoodanig eene bestemming bereikt heeft, mag Engelenwaarde worden toegeschreven.Op zulke vrouwen mag worden toegepast hetgeenSchillerzingt:«Ehret die Frauen, sie flechten und webenHimmlische Rosen in ’s irdische Leben.»Verre van ons die wufte dochterenEva’s, die alleen met ervaring weten te spreken van het jongste blijspel, hetwelk zij hebben bijgewoond, die aan eene dubbelzinnige charade eene juiste uitlegging weten te geven, en, vervuld met den roman van den dag, van niets dan van ijdele begoochelingen droomen kunnen, terwijl zij de wezenlijke pligten verzuimen, die aan het meisje, zoo als het zijn moet, zijn opgelegd.Maar zulke dochteren worden inVianenniet aangetroffen; eenvoudigheid van zeden en reine deugd kenmerken dezelve, en de jeugdige schoone, die in den gezelligen kring, in beschaafdheid van manieren en goeden toon uitmunt, kan men niet zelden in hare woning aantreffen, eene verstandige bezorging van het huishoudelijke pligtmatig ter harte nemende,en, wanneer het pas geeft, zich werkzaamheden getroostende, over welke eene hoovaardige salet-juffer zich schamen zoude. Moge nimmer eenige verbastering van zedeneene treurige ommezijde van dit Tafereel zien geboren worden, maar daarvoor waarborgt ons de goede genius, die hier ter stede over de opvoeding der jeugd steeds wakende is.
Oliën- en Smeerfabriek van J. P. Jannette Walen en Comp.In de maand December 1848, werd inVianendoorJ. P. Jannette Walen, onder de firmaVan WalenenComp., opgerigt eene fabriek van Oliën en Smeren. Aan deze fabriek is naderhand bij brevet van Zijne Majesteit, KoningWillemIII toegekend den titel van Koninklijk Nederlandsche en de vergunning geschonken, het Koninklijk Nederlandsch wapen te voeren. De genoemde oliën en smeren zijn bestemd ten gebruike van stoomwerktuigen, spinnerijen, ijzergieterijen en alle soorten van vervoermiddelen, voorts worden in dezelve vervaardigd harts-oliën, gezuiverde hartsen, zoo mede fijnere oliën voor Horologiemakers, enz. enz.Dat het debiet van deze artikelen en de verzending van dezelve, zoowel naar vele oorden in ons Vaderland, als buiten hetzelve aanzienlijk is, spreekt van zelve; de fabriek vereischt veler handen arbeid en verschaft aan menigen handwerksman den kost, zoodat men dezelve als eene belangrijke bron van welvaart voor de stadVianenmag beschouwen.
Oliën- en Smeerfabriek van J. P. Jannette Walen en Comp.
In de maand December 1848, werd inVianendoorJ. P. Jannette Walen, onder de firmaVan WalenenComp., opgerigt eene fabriek van Oliën en Smeren. Aan deze fabriek is naderhand bij brevet van Zijne Majesteit, KoningWillemIII toegekend den titel van Koninklijk Nederlandsche en de vergunning geschonken, het Koninklijk Nederlandsch wapen te voeren. De genoemde oliën en smeren zijn bestemd ten gebruike van stoomwerktuigen, spinnerijen, ijzergieterijen en alle soorten van vervoermiddelen, voorts worden in dezelve vervaardigd harts-oliën, gezuiverde hartsen, zoo mede fijnere oliën voor Horologiemakers, enz. enz.Dat het debiet van deze artikelen en de verzending van dezelve, zoowel naar vele oorden in ons Vaderland, als buiten hetzelve aanzienlijk is, spreekt van zelve; de fabriek vereischt veler handen arbeid en verschaft aan menigen handwerksman den kost, zoodat men dezelve als eene belangrijke bron van welvaart voor de stadVianenmag beschouwen.
In de maand December 1848, werd inVianendoorJ. P. Jannette Walen, onder de firmaVan WalenenComp., opgerigt eene fabriek van Oliën en Smeren. Aan deze fabriek is naderhand bij brevet van Zijne Majesteit, KoningWillemIII toegekend den titel van Koninklijk Nederlandsche en de vergunning geschonken, het Koninklijk Nederlandsch wapen te voeren. De genoemde oliën en smeren zijn bestemd ten gebruike van stoomwerktuigen, spinnerijen, ijzergieterijen en alle soorten van vervoermiddelen, voorts worden in dezelve vervaardigd harts-oliën, gezuiverde hartsen, zoo mede fijnere oliën voor Horologiemakers, enz. enz.
Dat het debiet van deze artikelen en de verzending van dezelve, zoowel naar vele oorden in ons Vaderland, als buiten hetzelve aanzienlijk is, spreekt van zelve; de fabriek vereischt veler handen arbeid en verschaft aan menigen handwerksman den kost, zoodat men dezelve als eene belangrijke bron van welvaart voor de stadVianenmag beschouwen.
Hoepmakerij of fabriek van Hoepels van den heer Johan Cambier.Even buiten de stadVianenis door den heerJohan Cambier,sedert een aantal jaren, eene fabriek van hoepels opgerigt. Deze fabriek heeft bijzonder veel vertier. Het fabrikaat wordt, even als dat uit de bovenvermelde, zoowel binnen- als buitenlands verzonden, zoodat ook deze fabriek onder de nijvere volksklasse, veel welvaart verspreidt.
Hoepmakerij of fabriek van Hoepels van den heer Johan Cambier.
Even buiten de stadVianenis door den heerJohan Cambier,sedert een aantal jaren, eene fabriek van hoepels opgerigt. Deze fabriek heeft bijzonder veel vertier. Het fabrikaat wordt, even als dat uit de bovenvermelde, zoowel binnen- als buitenlands verzonden, zoodat ook deze fabriek onder de nijvere volksklasse, veel welvaart verspreidt.
Even buiten de stadVianenis door den heerJohan Cambier,sedert een aantal jaren, eene fabriek van hoepels opgerigt. Deze fabriek heeft bijzonder veel vertier. Het fabrikaat wordt, even als dat uit de bovenvermelde, zoowel binnen- als buitenlands verzonden, zoodat ook deze fabriek onder de nijvere volksklasse, veel welvaart verspreidt.
De Vrouwen-Vereeniging Arbeid en Liefde, bestierd door de Jonkvrouwen Fabricius en Wincler.Ziet gij daar, in dat huishoudelijk vertrek die jeugdige echtgenoote, te midden van zoo vele edele maagden, rondom den gezelligen arbeidsdisch gezeten, en zich vlijtig onledig houdende met het vervaardigen van kleedingstukken voor behoeftige vrouwen en kinderen.Thans tot dit weldadig doel bij één vergaderd zijn het nu niet meer de bevallige dochteren vanTerpsichorè, die zoo onlangs nog in de danszaal op ligte brozen door rappe jongelingen ten reie werden geleid; het zijn de deugdzame en van menschenliefde doordrongene kinderen vanTabittha Dorkas, die waardige discipelinne der apostelen, die in de heilige schrift staat aangeteekend, als vol zijnde van goede werken en aalmoesen, die zij uitdeelde.Hoe verheven is niet het oogmerk, hetwelk zij trachten te bereiken; arbeid en liefde zijn hare leuze; zij arbeiden vlijtig voort, ten einde te kunnen geraken tot die uitoefening van liefde, die het verlangen is van hare harten; de zegen des Heeren rust op haar! De schamele weduwe, hetnaakte weesje worden door haar gekleed, en in de hutten der armen weergalmt het lied der dankbaarheid en der vreugde, ter harer eere gezongen.Op welk een eerbiedwaardig standpunt staat niet de vrouw, wanneer zij zich harer bestemming waardig gedraagt, voorzeker aan haar, die zoodanig eene bestemming bereikt heeft, mag Engelenwaarde worden toegeschreven.Op zulke vrouwen mag worden toegepast hetgeenSchillerzingt:«Ehret die Frauen, sie flechten und webenHimmlische Rosen in ’s irdische Leben.»Verre van ons die wufte dochterenEva’s, die alleen met ervaring weten te spreken van het jongste blijspel, hetwelk zij hebben bijgewoond, die aan eene dubbelzinnige charade eene juiste uitlegging weten te geven, en, vervuld met den roman van den dag, van niets dan van ijdele begoochelingen droomen kunnen, terwijl zij de wezenlijke pligten verzuimen, die aan het meisje, zoo als het zijn moet, zijn opgelegd.Maar zulke dochteren worden inVianenniet aangetroffen; eenvoudigheid van zeden en reine deugd kenmerken dezelve, en de jeugdige schoone, die in den gezelligen kring, in beschaafdheid van manieren en goeden toon uitmunt, kan men niet zelden in hare woning aantreffen, eene verstandige bezorging van het huishoudelijke pligtmatig ter harte nemende,en, wanneer het pas geeft, zich werkzaamheden getroostende, over welke eene hoovaardige salet-juffer zich schamen zoude. Moge nimmer eenige verbastering van zedeneene treurige ommezijde van dit Tafereel zien geboren worden, maar daarvoor waarborgt ons de goede genius, die hier ter stede over de opvoeding der jeugd steeds wakende is.
De Vrouwen-Vereeniging Arbeid en Liefde, bestierd door de Jonkvrouwen Fabricius en Wincler.
Ziet gij daar, in dat huishoudelijk vertrek die jeugdige echtgenoote, te midden van zoo vele edele maagden, rondom den gezelligen arbeidsdisch gezeten, en zich vlijtig onledig houdende met het vervaardigen van kleedingstukken voor behoeftige vrouwen en kinderen.Thans tot dit weldadig doel bij één vergaderd zijn het nu niet meer de bevallige dochteren vanTerpsichorè, die zoo onlangs nog in de danszaal op ligte brozen door rappe jongelingen ten reie werden geleid; het zijn de deugdzame en van menschenliefde doordrongene kinderen vanTabittha Dorkas, die waardige discipelinne der apostelen, die in de heilige schrift staat aangeteekend, als vol zijnde van goede werken en aalmoesen, die zij uitdeelde.Hoe verheven is niet het oogmerk, hetwelk zij trachten te bereiken; arbeid en liefde zijn hare leuze; zij arbeiden vlijtig voort, ten einde te kunnen geraken tot die uitoefening van liefde, die het verlangen is van hare harten; de zegen des Heeren rust op haar! De schamele weduwe, hetnaakte weesje worden door haar gekleed, en in de hutten der armen weergalmt het lied der dankbaarheid en der vreugde, ter harer eere gezongen.Op welk een eerbiedwaardig standpunt staat niet de vrouw, wanneer zij zich harer bestemming waardig gedraagt, voorzeker aan haar, die zoodanig eene bestemming bereikt heeft, mag Engelenwaarde worden toegeschreven.Op zulke vrouwen mag worden toegepast hetgeenSchillerzingt:«Ehret die Frauen, sie flechten und webenHimmlische Rosen in ’s irdische Leben.»Verre van ons die wufte dochterenEva’s, die alleen met ervaring weten te spreken van het jongste blijspel, hetwelk zij hebben bijgewoond, die aan eene dubbelzinnige charade eene juiste uitlegging weten te geven, en, vervuld met den roman van den dag, van niets dan van ijdele begoochelingen droomen kunnen, terwijl zij de wezenlijke pligten verzuimen, die aan het meisje, zoo als het zijn moet, zijn opgelegd.Maar zulke dochteren worden inVianenniet aangetroffen; eenvoudigheid van zeden en reine deugd kenmerken dezelve, en de jeugdige schoone, die in den gezelligen kring, in beschaafdheid van manieren en goeden toon uitmunt, kan men niet zelden in hare woning aantreffen, eene verstandige bezorging van het huishoudelijke pligtmatig ter harte nemende,en, wanneer het pas geeft, zich werkzaamheden getroostende, over welke eene hoovaardige salet-juffer zich schamen zoude. Moge nimmer eenige verbastering van zedeneene treurige ommezijde van dit Tafereel zien geboren worden, maar daarvoor waarborgt ons de goede genius, die hier ter stede over de opvoeding der jeugd steeds wakende is.
Ziet gij daar, in dat huishoudelijk vertrek die jeugdige echtgenoote, te midden van zoo vele edele maagden, rondom den gezelligen arbeidsdisch gezeten, en zich vlijtig onledig houdende met het vervaardigen van kleedingstukken voor behoeftige vrouwen en kinderen.
Thans tot dit weldadig doel bij één vergaderd zijn het nu niet meer de bevallige dochteren vanTerpsichorè, die zoo onlangs nog in de danszaal op ligte brozen door rappe jongelingen ten reie werden geleid; het zijn de deugdzame en van menschenliefde doordrongene kinderen vanTabittha Dorkas, die waardige discipelinne der apostelen, die in de heilige schrift staat aangeteekend, als vol zijnde van goede werken en aalmoesen, die zij uitdeelde.
Hoe verheven is niet het oogmerk, hetwelk zij trachten te bereiken; arbeid en liefde zijn hare leuze; zij arbeiden vlijtig voort, ten einde te kunnen geraken tot die uitoefening van liefde, die het verlangen is van hare harten; de zegen des Heeren rust op haar! De schamele weduwe, hetnaakte weesje worden door haar gekleed, en in de hutten der armen weergalmt het lied der dankbaarheid en der vreugde, ter harer eere gezongen.
Op welk een eerbiedwaardig standpunt staat niet de vrouw, wanneer zij zich harer bestemming waardig gedraagt, voorzeker aan haar, die zoodanig eene bestemming bereikt heeft, mag Engelenwaarde worden toegeschreven.
Op zulke vrouwen mag worden toegepast hetgeenSchillerzingt:
«Ehret die Frauen, sie flechten und webenHimmlische Rosen in ’s irdische Leben.»
«Ehret die Frauen, sie flechten und weben
Himmlische Rosen in ’s irdische Leben.»
Verre van ons die wufte dochterenEva’s, die alleen met ervaring weten te spreken van het jongste blijspel, hetwelk zij hebben bijgewoond, die aan eene dubbelzinnige charade eene juiste uitlegging weten te geven, en, vervuld met den roman van den dag, van niets dan van ijdele begoochelingen droomen kunnen, terwijl zij de wezenlijke pligten verzuimen, die aan het meisje, zoo als het zijn moet, zijn opgelegd.
Maar zulke dochteren worden inVianenniet aangetroffen; eenvoudigheid van zeden en reine deugd kenmerken dezelve, en de jeugdige schoone, die in den gezelligen kring, in beschaafdheid van manieren en goeden toon uitmunt, kan men niet zelden in hare woning aantreffen, eene verstandige bezorging van het huishoudelijke pligtmatig ter harte nemende,en, wanneer het pas geeft, zich werkzaamheden getroostende, over welke eene hoovaardige salet-juffer zich schamen zoude. Moge nimmer eenige verbastering van zedeneene treurige ommezijde van dit Tafereel zien geboren worden, maar daarvoor waarborgt ons de goede genius, die hier ter stede over de opvoeding der jeugd steeds wakende is.
VRIJMETSELAARS-LOGE.Lust het u, wanneer gij tot de ingewijden behoort, in statigen ommetogt in uwen mystieken pelgrimsmantel gewikkeld, niet ongelijk aan eenen bedevaartganger naar het heilige graf, of een Maltheser Ridder, met uwe medebroeders den verloren acaciatak te helpen opzoeken, of eene wijle tijds tusschen de kolommen J. en B. te vertoeven; welaan begeef u dan, wanneer het feest is, en de altaren voor deugd en menschenliefde rooken, naar het tot een verheven doel wel ingerigt gebouw op den Kortendijk en klop daar, met uw diploma in de hand, drie maal drie malen aan de deur van den gewijden tempel; gij zult welkom zijn; men zal uw verlangen aan den Grootmeester der Orde te kennen geven, men zal u begeleiden tot aan de voeten van den throon, op welken hij met gepaste waardigheid zetelt, en gij wordt, nadat men zich van uwe identiteit als broeder zal vergewist hebben, met hartelijkewelwillendheidtot de werkzaamheden toegelaten, terwijl u handschoenen en schootsvel, blank en rein, als het symbool van zuiverheid der bedoelingen, benevens winkelhaak en truweel zullen worden aangeboden. Gij ontmoet dan, als deelgenoot aan de geheimen, die weleer die vanIsisenOsiriswaren, in den heiligen broederkring, menigeninwoner van het stadje, dien gij vroeger onopgemerkt, in deszelfs straten zijt voorbijgegaan, of hier of elders hebt ontmoet, hij drukt u hartelijk de hand, terwijl gij straks met hem en de overige gasten aan den feestdisch het «in diesen heiligen Hallen kennt man die Rache nicht» of het «par trois fois trois mes frères» zult aanheffen.Broederliefde! verheven woord! woord van gewigtige beteekenis! Zijt gijl. mijne broeders! allen daarvan wel diep doordrongen?! Zorg, ik bezweer het u, dat dit woord voor uw lieden geen ijdele klank zij, zorg, dat gij niet vreezen moet, dat schietlood en compas u beschuldigend in de handen zullen beven, en het alziend oog, dat in den gevel des tempels prijkt, en uwe werken gadeslaat, zich van u zal afwenden en de hamerslagen, die anders welluidend weergalmen, dof zullen klinken, en dof zullen weerkaatst worden.Broederliefde! woord des vredes! moge uwe stem, in deszelfs verhevene en eigendommelijke beteekenis steeds gehoord worden, daar, waar de star in het oosten flonkert, moge geen eenig broeder zich zijner roeping onwaardig gedragen! Moge aan niemand hunner verwijtend worden toegefluisterd «procul hinc, procul ite profani!» moge een ieder hunner het heilig woord steeds onbevangen durven uitspreken en de arbeiders aan den tempel van dien koning, uit de gewijde geschiedenis, die door zijne wijsheid de geheele wereld met verbazing vervulde, zich, door zuivere en onvervalschte broedermin, de goedkeuring van den opperbouwmeester van het heelal waardig maken!
VRIJMETSELAARS-LOGE.
Lust het u, wanneer gij tot de ingewijden behoort, in statigen ommetogt in uwen mystieken pelgrimsmantel gewikkeld, niet ongelijk aan eenen bedevaartganger naar het heilige graf, of een Maltheser Ridder, met uwe medebroeders den verloren acaciatak te helpen opzoeken, of eene wijle tijds tusschen de kolommen J. en B. te vertoeven; welaan begeef u dan, wanneer het feest is, en de altaren voor deugd en menschenliefde rooken, naar het tot een verheven doel wel ingerigt gebouw op den Kortendijk en klop daar, met uw diploma in de hand, drie maal drie malen aan de deur van den gewijden tempel; gij zult welkom zijn; men zal uw verlangen aan den Grootmeester der Orde te kennen geven, men zal u begeleiden tot aan de voeten van den throon, op welken hij met gepaste waardigheid zetelt, en gij wordt, nadat men zich van uwe identiteit als broeder zal vergewist hebben, met hartelijkewelwillendheidtot de werkzaamheden toegelaten, terwijl u handschoenen en schootsvel, blank en rein, als het symbool van zuiverheid der bedoelingen, benevens winkelhaak en truweel zullen worden aangeboden. Gij ontmoet dan, als deelgenoot aan de geheimen, die weleer die vanIsisenOsiriswaren, in den heiligen broederkring, menigeninwoner van het stadje, dien gij vroeger onopgemerkt, in deszelfs straten zijt voorbijgegaan, of hier of elders hebt ontmoet, hij drukt u hartelijk de hand, terwijl gij straks met hem en de overige gasten aan den feestdisch het «in diesen heiligen Hallen kennt man die Rache nicht» of het «par trois fois trois mes frères» zult aanheffen.Broederliefde! verheven woord! woord van gewigtige beteekenis! Zijt gijl. mijne broeders! allen daarvan wel diep doordrongen?! Zorg, ik bezweer het u, dat dit woord voor uw lieden geen ijdele klank zij, zorg, dat gij niet vreezen moet, dat schietlood en compas u beschuldigend in de handen zullen beven, en het alziend oog, dat in den gevel des tempels prijkt, en uwe werken gadeslaat, zich van u zal afwenden en de hamerslagen, die anders welluidend weergalmen, dof zullen klinken, en dof zullen weerkaatst worden.Broederliefde! woord des vredes! moge uwe stem, in deszelfs verhevene en eigendommelijke beteekenis steeds gehoord worden, daar, waar de star in het oosten flonkert, moge geen eenig broeder zich zijner roeping onwaardig gedragen! Moge aan niemand hunner verwijtend worden toegefluisterd «procul hinc, procul ite profani!» moge een ieder hunner het heilig woord steeds onbevangen durven uitspreken en de arbeiders aan den tempel van dien koning, uit de gewijde geschiedenis, die door zijne wijsheid de geheele wereld met verbazing vervulde, zich, door zuivere en onvervalschte broedermin, de goedkeuring van den opperbouwmeester van het heelal waardig maken!
Lust het u, wanneer gij tot de ingewijden behoort, in statigen ommetogt in uwen mystieken pelgrimsmantel gewikkeld, niet ongelijk aan eenen bedevaartganger naar het heilige graf, of een Maltheser Ridder, met uwe medebroeders den verloren acaciatak te helpen opzoeken, of eene wijle tijds tusschen de kolommen J. en B. te vertoeven; welaan begeef u dan, wanneer het feest is, en de altaren voor deugd en menschenliefde rooken, naar het tot een verheven doel wel ingerigt gebouw op den Kortendijk en klop daar, met uw diploma in de hand, drie maal drie malen aan de deur van den gewijden tempel; gij zult welkom zijn; men zal uw verlangen aan den Grootmeester der Orde te kennen geven, men zal u begeleiden tot aan de voeten van den throon, op welken hij met gepaste waardigheid zetelt, en gij wordt, nadat men zich van uwe identiteit als broeder zal vergewist hebben, met hartelijkewelwillendheidtot de werkzaamheden toegelaten, terwijl u handschoenen en schootsvel, blank en rein, als het symbool van zuiverheid der bedoelingen, benevens winkelhaak en truweel zullen worden aangeboden. Gij ontmoet dan, als deelgenoot aan de geheimen, die weleer die vanIsisenOsiriswaren, in den heiligen broederkring, menigeninwoner van het stadje, dien gij vroeger onopgemerkt, in deszelfs straten zijt voorbijgegaan, of hier of elders hebt ontmoet, hij drukt u hartelijk de hand, terwijl gij straks met hem en de overige gasten aan den feestdisch het «in diesen heiligen Hallen kennt man die Rache nicht» of het «par trois fois trois mes frères» zult aanheffen.
Broederliefde! verheven woord! woord van gewigtige beteekenis! Zijt gijl. mijne broeders! allen daarvan wel diep doordrongen?! Zorg, ik bezweer het u, dat dit woord voor uw lieden geen ijdele klank zij, zorg, dat gij niet vreezen moet, dat schietlood en compas u beschuldigend in de handen zullen beven, en het alziend oog, dat in den gevel des tempels prijkt, en uwe werken gadeslaat, zich van u zal afwenden en de hamerslagen, die anders welluidend weergalmen, dof zullen klinken, en dof zullen weerkaatst worden.
Broederliefde! woord des vredes! moge uwe stem, in deszelfs verhevene en eigendommelijke beteekenis steeds gehoord worden, daar, waar de star in het oosten flonkert, moge geen eenig broeder zich zijner roeping onwaardig gedragen! Moge aan niemand hunner verwijtend worden toegefluisterd «procul hinc, procul ite profani!» moge een ieder hunner het heilig woord steeds onbevangen durven uitspreken en de arbeiders aan den tempel van dien koning, uit de gewijde geschiedenis, die door zijne wijsheid de geheele wereld met verbazing vervulde, zich, door zuivere en onvervalschte broedermin, de goedkeuring van den opperbouwmeester van het heelal waardig maken!
LOGEMENTEN.Wanneer de reiziger, die soms teVianendeszelfs nachtverblijf zoude willen houden, in de stoomboot of op de diligence, metFrontinmogt hebben gezongen:«Qu’on est heureux de trouver en voyage,Un bon souper et surtout un bon lit.»zal hij, wanneer hij, in de Roos, het Zwijnshoofd, het Hof van Brederode, of het Roode Hert, zijnen intrek mogt hebben genomen, aan zijnen wensch voldoening erlangen, en, hoezeer hij in die logementen wel niet die comforts zal aantreffen, welke teBaden-Badenzum Zähringer Hof, teLondenin het Hôtel Mivart, te’s Gravenhagein den Ouden Doelen, of teAntwerpenau Grand Laboureurgevonden worden, niettemin, wanneer hij eenen smakelijken avondmaaltijd heeft gehouden, of op een goed bed uitgerust, van de billijke prijs der gemaakte vertering zeer tevreden zijn en zijne reis vrolijk en opgeruimd vervolgen.
LOGEMENTEN.
Wanneer de reiziger, die soms teVianendeszelfs nachtverblijf zoude willen houden, in de stoomboot of op de diligence, metFrontinmogt hebben gezongen:«Qu’on est heureux de trouver en voyage,Un bon souper et surtout un bon lit.»zal hij, wanneer hij, in de Roos, het Zwijnshoofd, het Hof van Brederode, of het Roode Hert, zijnen intrek mogt hebben genomen, aan zijnen wensch voldoening erlangen, en, hoezeer hij in die logementen wel niet die comforts zal aantreffen, welke teBaden-Badenzum Zähringer Hof, teLondenin het Hôtel Mivart, te’s Gravenhagein den Ouden Doelen, of teAntwerpenau Grand Laboureurgevonden worden, niettemin, wanneer hij eenen smakelijken avondmaaltijd heeft gehouden, of op een goed bed uitgerust, van de billijke prijs der gemaakte vertering zeer tevreden zijn en zijne reis vrolijk en opgeruimd vervolgen.
Wanneer de reiziger, die soms teVianendeszelfs nachtverblijf zoude willen houden, in de stoomboot of op de diligence, metFrontinmogt hebben gezongen:
«Qu’on est heureux de trouver en voyage,Un bon souper et surtout un bon lit.»
«Qu’on est heureux de trouver en voyage,
Un bon souper et surtout un bon lit.»
zal hij, wanneer hij, in de Roos, het Zwijnshoofd, het Hof van Brederode, of het Roode Hert, zijnen intrek mogt hebben genomen, aan zijnen wensch voldoening erlangen, en, hoezeer hij in die logementen wel niet die comforts zal aantreffen, welke teBaden-Badenzum Zähringer Hof, teLondenin het Hôtel Mivart, te’s Gravenhagein den Ouden Doelen, of teAntwerpenau Grand Laboureurgevonden worden, niettemin, wanneer hij eenen smakelijken avondmaaltijd heeft gehouden, of op een goed bed uitgerust, van de billijke prijs der gemaakte vertering zeer tevreden zijn en zijne reis vrolijk en opgeruimd vervolgen.