Soldier,souldžə, subst. soldaat, militair; bootafhouder (fig.);Soldierverb. als soldaat dienen; niet meer werken dan hoog noodig is:You won’tcome the old soldier overme= mij niet beetnemen;Togo for a soldier(=Togo (a-)soldiering) = onder dienst gaan;Soldier-like, Soldierly custom, discipline;Soldiership= krijgswezen, beleid.Soldo,soldou,Ital. munt van 2½ cent.Sole,soul, subst. zool, voetzool, grondvlak, tong (visch); adj. enkel, eenig, ongehuwd;Soleverb. van zolen voorzien:Sole heir;Sole-leather= zoolleer;Sole owner;Solely;Soleness.Solecism,solisizm, taalfout; ongerijmdheid;Solecistic(al)= onjuist, ontaalkundig;—verb.Solecize.Solemn,sol’m, plechtig, formeel, stijf; statig;Solemnness=Solemnity,səlemniti, plechtigheid, statigheid, deftigheid;Solemnization,soləmnizeiš’n, viering, heiliging;Solemnize,soləmnaiz, plechtig vieren, heiligen;Solemnly.Solen,soulən, zwaardscheede (weekdier).Solent (The),dhəsoul’nt, zeeëngte tusschenWightenHampshire.Soli,souli, solo’s.Solicit,səlisit, ernstig vragen, bidden, dingen naar:Tosolicit attention;Isolicit yourkind protection= beveel me aan in;Solicitant,səlisit’nt, subst. vrager, smeeker, dinger; adj. vragend, verzoekend;Solicitation,solisiteiš’n, verzoek, verlangen, uitnoodiging;Solicitor,səlisitə, procureur die, behalve bij enkele lagere (politie)rechtbanken, nooit als pleiter, doch alleen als raadsman optreedt;Solicitor-general= Procureur-Generaal;Solicitorship;Solicitous,səlisitɐs, bekommerd, bezorgd:I amsolicitous about (concerning, for)your welfare= bekommerd over; subst.Solicitousness=Solicitude,səlisitjûd, bezorgdheid, angst.Solid,solid, vast, massief,soliede, stevig, kubiek, krachtig, degelijk, eenstemmig (Solids= vaste lichamen):I studiedfor three solid hours= drie volle (dikke) uren;Toget solid with= tot overeenstemming komen met;Solidarity= gemeenschap in winst en verlies, gemeenschap van belangen, éénheid;Solidification= verdichting;Solidify,səlidifai, vast maken of worden, massief (degelijk) maken, verdichten:Solidified milk= gecondenseerde;Solidity,səliditi, vastheid, hardheid, stevigheid, dichtheid, soliditeit =Solidness.Soliloquize,səliləkwaiz, eene alléénspraak houden:Soliloquy,səliləkwi, alléénspraak.Soliped,soliped,Solipede,solipîd, eenhoevig dier; adj. Solipedous.Solitaire,solitêə, versiering uit één diamant[519]bestaande (dasspeld, manchetknoop, etc.), een spel dat men alléén kan spelen;Solitariness, subst. v.Solitary,solitəri, eenzaam, afgelegen, eenzelvig:Solitary confinement= eenzame opsluiting;Solitude,solitjûd, eenzaamheid, verlatenheid.Solo,soulou, (Meerv.SolosofSoli), solo:The threesolo vocalists;Soloist= solist.Solomon,soləm’n, Salomo:Solomon’s seal= salomonszegel; Solomonic;Solon,soul’n.Solstice,solstis, zonnestilstand;Solstitial,solstiš’l, tot een solstice behoorende.Solubility,soljubiliti, oplosbaarheid;Soluble,soljub’l, oplosbaar:Soluble glass= waterglas; subst.Solubleness;Solute,səl(j)ût, oplossen;Solution,səl(j)ûš’n, oplossing, verklaring, ontbinding;Solutive= laxeerend (middel).Solvability,solvəbiliti, oplosbaarheid:Solvable,solvəb’l, oplosbaar; subst.Solvableness;Solve,solv, uitleggen, verklaren, oplossen;Solvency= solvabiliteit;Solvent, subst. oplossende vloeistof; adj. oplossend, solvent:A solvent estate= goederen waaruit de schulden wel betaald kunnen worden.Solway,solwei.Soma,soumə, soort zwaluwwortel; een Indische plant, uit welker sappen een bedwelmende drank werd bereid.Sombre,sombə, somber, zwaarmoedig, dof, duister, donker v. tint; subst.Sombreness;Sombrous,sombrəs, donker, zwaarmoedig.Some,sɐm, eenige, zoowat, ongeveer:Some fiftyguilders= om en bij de;Let me have some of this= geef mij hier wat van;Some of these days= een dezer dagen;Is there any left? Yes, there is someleft= is er wat over? ja, er is wat over;Is he somebody?I tell you he is a nobody= is hij iemand van beteekenis?Some deal= in zekeren graad (mate);You must do itsomehow= op de een of andere wijze;Some-such= zulk een, dergelijke;There is something undefinable about him= hij heeft iets “ik en weet niet wat” aan zich;Sixty something= een dikke 60;You something villain= jij vervloekte schelm;I wouldn’t be you for something= niet voor nog zooveel in jou plaats zijn;You will repent of itsometime,I saidsometimesto him= er eens (te eeniger tijd) … soms;Sometime or other= te een of ander tijd;Sometime president of= voormalig;That issometime ago= al wat geleden;Let me have somewhat= geef mij wat;He issomewhat saucy= vrij brutaal;Somewhat under400 pages= iets minder dan;He issomewhere about sixteen= ± 16;I have laid itsomewherebut I cannot find itanywhere= ergens … nergens;Somewhere and somewhiles= ergens en somtijds.Somersault,sɐməsôlt(Somerset,sɐməset), salto mortale, duikeling.Somers,sɐməz;Somersetshire,sɐməsetšə;Somerville,sɐməvil.Somnambulism,somnambjulizm, slaapwandelen, somnambulisme;Somnambulist; adj.Somnambulistic(al).Somniferous,somnifərɐs,Somnific,somnifik, slaapwekkend.Somnipathy,somnipəthi, magnetische slaap.Somnolence, Somnolency,somnəlens(i), slaperigheid, slaapdronkenheid, slaapzucht;Somnolent= slaperig, slaapzuchtig.Son,sɐn, zoon:Son of a gun= lammeling; leuke baas;The Son of man= de Zoon des Menschen;Every Mother’s son= iedereen;Son-in-law= schoonzoon;Sonship.Sonance, Sonancy,soun’ns(i), klank, toon;Sonant, subst. stemhebbende letter; adj. klinkend.Sonata,sənɐ̂tə, sonate;Sonatina,sounətînə.Song,soŋ, lied, gezang, zang, poëzie, kleinigheid:Song of Solomon= Hooglied;Sacred song= gewijd gezang:Give us a song= zing eens wat;Iboughtthe picturefor a (mere) song= voor een appel en een ei;It’s the same song over again= het is altijd het oude liedje;Song-bird= zangvogel;Song-book= liederenboek;Song-writer= liederendichter;Songless;The feathered songsters;Songstress= zangeres, zangster.Soniferous,sənifərɐs, klinkend, klank voortbrengend.Sonnet,sonət, subst. sonnet;Sonnetverb. sonnetten dichten;Sonneteer,sonətîə, subst. sonnettendichter.Sonometer,sənomətə, klankmeter;Sonorific,sounərifik, klank voortbrengend;Sonorous,sənôrəs, welluidend, hel klinkend; subst.Sonorousness.Sonties,sontiz, alléén in:By God’s sonties= waarachtig (veroud.).Soodan,sûdân;Sooloo,sûlû:Sooloo Islands.Soon,sûn, weldra, spoedig, vlug:No soonerhad he seen me,than= nauwelijks.… of;The sooner the better= hoe eer hoe liever;Sooner or later= vroeg of laat;Soon got soon gone= zoo gewonnen zoo geronnen;I wouldjust as soonbe hanged= even lief;As soon ashe came= zoodra;I would sooner= wou liever.Soosoo,sûsû, dolfijn (van den Ganges).Soot,sut, subst. roet;Sootverb. met roet besmeren (mesten);Sootiness= roetachtigheid;Sootish= roeterig;Sooty= roetachtig, vuil.Sooth,sûth:For, In sooth= voorwaar;Soothsay= voorzèggen, voorspellen;Soothsayer= waarzegger;Soothsaying= voorspelling.Soothe,sûdh, vleien, liefkoozen, verzachten, tevreden stellen:Soother.Sop,sop, subst. iets ingedoopts of geweekts, sop(je), lekkerbeetje, een borrel (om iemand mee om te koopen); iets verzachtends;Sopverb. doopen, soppen, weeken:It wasa sop forthe rage of the nation= het stilde de woede der natie;I mustadminister a sop tomy creditors= moet zien te bevredigen;Sops-in-wine= soort anjelier; soort wijnappel;Sopper;Sopping=Soppy= doorweekt.Soph,sof, verk. vanSophister= student in zijn tweede jaar (=Junior soph) of derde jaar (=Senior soph) teCambridge, enSophomore= student in zijn tweede jaar (Amer.).Sophia,səfaiə;səfîə(stad).[520]Sophism,sofizm, drogrede;Sophist,sofist, sophist;Sophister= drogredenaar; student te Cambridge, ZieSoph:Sophistic(al),sofistik(’l), sophistisch;Sophisticate,sofistikeit, vervalschen, verknoeien; subst.Sophistication;Sophisticator= vervalscher;Sophistry,sofistri, sophisterij.Sophocles,sofəklîz.Sophomore,sofəmö. ZieSoph;Sophy,soufi.Soporiferous,so(u)pərifərɐs, slaapwekkend:Soporiferous medicine;Soporific, subst. en adj. slaapwekkend (middel);Soporous,soupərɐs,Soporose,soupərous, slaapwekkend, slaperig.Soprano,səprânou(Meerv.Sopranos, Soprani), sopraan.Sorb,söb, peer, lijsterbes, sorbenboom;Sorb-apple= vrucht daarvan, sorbepeer.Sorbet,söbət, sorbet, verkoelende (Oostersche) drank bestaande uit gestampte rozijnen met citroensap, etc.Sorcerer,sösərə, toovenaar;Sorceress= toovenares;Sorcery,sösəri, toovenarij.Sordes,södiz, uitwerpselen.Sordid,södid, vuil, laag, vrekkig; subst.Sordidness.Sordine,södîn, sordine.Sore,sö, subst. pijnlijke plek, rauwe wond, zweer, éénjarige valk, vierjarig hert; adj. pijnlijk, zeer, ontstoken, hevig, gevoelig, scherp; adv. zeer:Itopened the old sore= reet de oude wonde open (fig.);I have gota sore throat= pijn in de keel;Sore against my will= zeer tegen;Thepessimists and sore-heads= pessimisten en mopperaars;I amsorely (sadly) in want ofmoney= heb groot geldgebrek; subst.Soreness.Sorel,sor’l=Sorrel.Sorex,sôrəks, spitsmuis.Sorn,sön, zijn anker ergens neerleggen of gaan logeeren zonder genoodigd te zijn;Sornar= ongenoode gast.Sororicide,sərorisaid,sərôrisaid, zustermoord(enaar);We havefraternized or rather sororized= wij hebben ons verbroederd, of liever verzusterd.Sorrel,sor’l, subst. (klaver)zuring; rossige of roodbruine kleur, vos (paard); adj. rossig.Sorriness,sorinəs, droefheid, ellendigheid.Sorrow,sorou, subst. diepe smart, droefheid;Sorrowverb. treuren, smart lijden:TheSorrows of Werther;Every sorrow has its twin joy= de tweeling der smart is de vreugde;Hedrowned his sorrow in liquor= verzette zijne smart door drank;Iheard it to my sorrow= tot mijn leedwezen gehoord;Who goes a-borrowing goes a-sorrowing= borgen baart zorgen:Sorrowful= treurig, ellendig; subst.Sorrowfulness.Sorry,sori, bedroefd, armzalig:I am very sorry= het spijt me zéér;I am sorry to say= het spijt mij te moeten zeggen;I am sorry for what I have done= wat ik gedaan heb, spijt mij;Hemade a sorry figure= maakte eene armzalige figuur;Tobe in a sorry plight= ellendige toestand;It was aSorry sight= een treurig gezicht.Sort,söt, subst. soort, orde, stel, manier, rang, wijze;Sortverb. sorteeren, samenvoegen, zich vereenigen, overeenstemmen, passen:He isa bad sort= hij deugt niet;To bea good sort(Too good a sort for) = een beste vent (te goed voor);After a sort,In a sort,In some sort= eenigermate, om zoo te zeggen;All sorts and conditions of men= menschen van allerlei slag;Gossipof sorts= allerlei onbeduidende praatjes:A poetof sorts= een “stuk” dichter;Iam out of sorts= voel me niet lekker, ben niet monter, ben wat korzelig;We areout of sorts= hebben niet meer van die letter;We run upon sorts= wij moeten kolossaal veel van eene bepaalde lettersoort hebben;He sort of dumbfounded me= hij deed me zoowat versteld staan;You twoare well sorted= hoort net bij elkaar;I will notsort with such rogues= mij niet ophouden;Sorter= sorteerder.Sortes,sötîz, voorspellingen door het openslaan van een boek en ’t nemen van den eersten zin waarop het oog viel:He used to dip into the Aeneid,seeking sortes.Sortie,sötî,sötî, uitval.Sortilege,sötiledž, waarzeggen door loten.Sori,sôrai, vruchthoopje op varenbladeren; Enkelv.Sorus.Sot,sot, versufte dronkaard;Sotverb. zijn verstand verzuipen;Sottish= zot, verzopen; subst.Sottishness.Sotheby,sɐthbi,southbi.Soubrette,sûbret, soubrette.Souchong,sûšoŋ,sûšoŋ, zwarte thee.Souchy,sûtši, gekruide peterseliesaus bij visch.Soudan,sudân;Soudanese.Sough,sɐf,sau, subst. gesuis, zucht;Soughverb. zuchten, suizen:The sough of the bellows= het hijgen der blaasbalgen.Sought,sôt, imperf. en p. perf. vanto seek.Soul,soul, subst. ziel, hart, geest, verstand, neiging, wezen, moed:He isa good soul= een goeie ziel;The soul of a party= ziel (fig.);Not a soul can hear us= geen schepsel hoort ons;We neversee a soul here= geen “christenziel”;Cure of souls= zielezorg;I couldnot for the soul of meunderstand= mij ter wereld niet begrijpen;Upon my soul= bij mijne ziel;With all my soul= van ganscher harte;He is completely cowed by his wife anddares not (to) call his soul his own= hij durft geen boe of ba zeggen:God rest his soul= zijne ziel ruste in vrede;Tounburden one’s soul= zijn gemoed uitstorten;Soul-seller= zielverkooper;Soul-sick= zielsziek;Soulless= zonder hart of ziel.Sound,saund, subst. geluid, geschal, knal, klank of toon: sond of zeeëngte, luchtblaas (van een visch), inktvisch; sondeernaald (The Sound= de Sont); adj. gezond, volkomen gaaf, flink, krachtig, solide, sterk, gegrond, rechtmatig, onwrikbaar, vast in de leer;Soundverb. klinken, weerklinken, doen klinken, schallen, uitbazuinen, bekend maken, peilen, looden, sondeeren, onderzoeken, uithooren:We arrivedsafe and sound= gezond en wel;As sound as a (bell, colt) roach= zoo[521]gezond als een visch;Assound asleep as a church= zoo vast in slaap als een mol;Insound earnest= in vollen ernst;I feelon sound ground= op vasten bodem;Sound health= goede;Sound horse= zonder gebreken;Yours issound reasoning= gij redeneert gezond;He got asound thrashing= een duchtig pak ransel;Tosound the charge= blazen tot den aanval;His praise wassounded all over the country= werd uitgebazuind;Haveyou sounded him on (about, as to)that subject yet= hem daarover al eens gepolst;Sound-board= klankbord;Sound-hole= klank- of galmgat;Sounding= klinkend, welluidend; subst. klinken, peilen:Soundings= peilbare plaats(en) in den oceaan, looding;Toget on -s= ankergrond aanlooden;Welost our soundings= wij konden geen grond meer vinden, waren uit ons vaarwater (fig.);Westruck soundings=Got onsoundings;Totake soundings= looden;Sounding-board= klankbord;Sounding-line= schietlood, loodlijn;Sounding-post= plankje beneden den kam eener viool;Sounding-rod= peilstok;Soundless= stil, zonder klank, onpeilbaar, diep;Soundness= de gelijkheid, zuiverheid, gaafheid.Soup,sûp, soep:Portable soup= soeptablet;Soup-kitchen= soepkokerij;Soup-maigre,sûpmeigə, magere soep;Soup-plate;Soup-ticket= soepkaartje;Soup-tureen= soepterrine.Sour,sauə, adj.zuur, scherp, bitter, norsch, knorrig;Sourverb. zuur maken, verzuren, knorrig maken:That hassoured my joy= mijne vreugde vergald;Rye-breadsours on my stomach= van roggebrood krijg ik het zuur;Sour-crout (Sour-krout)= zuurkool;Sour-dock= veldzuring;Sour-dough= zuurdeeg, gist;Sour-faced= met een zuur gezicht;Sourish= zuurachtig;Sourness= zuurheid, etc.Source,sös, bron, oorzaak, oorsprong.Souse,saus, subst. pekel, de ooren en pooten van varkens in pekel, onderdompeling, het plotselinge neerschieten op;Souseverb. pekelen, onderdompelen, neerschieten op (upon) (van roofvogels); adv. plotseling, hevig.Soutane,sûtein, toog, soutane van Roomsche geestelijken.South,sauth, subst. zuiden, zuidelijke streken, zuidenwind; adj. zuid;Southverb. zich naar het Z. bewegen:South of the island= ten zuiden van het eiland;South-down, subst. en adj. (schaap) uit de duinstreken vanHampshireenSussex;South-east= subst. zuidoosten; adj. zuidoostelijk;South-easterly,South-eastern= zuidoostelijk;Southerly,sɐdhəli, zuidelijk;Southern,sɐdhən, zuidelijk:Southern Cross= zuiderkruis (sterrenbeeld);Southernwood= soort alsem;Southerner,sɐdhənə, bewoner van de Z. Staten der Amer. Unie;Southernmost= zuidelijkst;Southing,saudhing, subst. richting of beweging naar het Z.;Southward=sauthwəd, zuidwaarts(ch);Southwest, subst. zuidwesten; adj. zuidwestelijk;Southwester,southwestə,zuidwestenwind; zuidwester;South-westerly,South-western.Southam,saudh’m;Southampton,sauthamt’n,sɐdh(h)am(p)t’n;Southend,sauthend;Southey,saudhi,sɐdhə.Southron,sɐdhr’n, subst. bewoner van een zuidelijk gelegen land, naam door de Schotten aan Engelschen gegeven; adj. zuidelijk.Southwark,sɐdhək;Southwell,sauthwel,sɐdhəl.Sovereign,sovərin,sɐvərin, subst. heerscher, opperheer, souverein, monarch, E. goudstuk van 20shillings; adj. oppermachtig, heerschend, onovertroffen, grootste, krachtdadig:Sovereignty= oppermacht.Sow,sau, zeug; metaalklomp:Tohave (get, take) the right (wrong) sow by the ear= den rechte (verkeerde) te pakken hebben (krijgen);Sow-backed= met krommen rug;Sow-bread= varkensbrood (plant);Sow-thistle= moes, melkdistel.Sow,sou, zaaien, verspreiden, uitstrooien:Sowing-machine.Sowar,souâ,sauâ, inlandsch cavalerist (Brit. Ind.).Sowerby,sauəbi;Sowter,sautə.Soy,sôi, soja.Spa,spâ, minerale bron, badplaats:Togo to a spa= naar een badplaats gaan.Space,speis, subst. ruimte, wijdte, uitgebreidheid, duur, spatie;Spaceverb. spatiëeren (metout):For a space= voor een tijdje;Into space= in ’t niet;In space comes grace= komt tijd, komt raad;Spacious,speišəs, ruim, uitgestrekt:A spacious hall= ruime, groote zaal; subst.Spaciousness.Spaddle,spad’l, kleine spade, schopje.Spade,speid, subst. spade, schop (Spades= schoppenin ’t kaartspel), driejarig hert, ruin, gecastreerd dier;Spadeverb. graven, spitten:Ace, King, Queen, Knave of spades= schoppenaas, heer, enz.;Hecalls a spade a spade= noemt het kind bij zijn naam;In his speech hecalled spades something more than spades= droeg hij de waarheid wel wat al te naakt voor;Spade-bayonet= breede bajonet:Spade-guinea= schopjesguinje van 1787–1799 (wegens het schopvormig schild op de keerzijde);Spade-husbandry= bebouwing van ’t veld door diep omgraven;Spadeful.Spadiceous,spədišəs, kastanjebruin.Spadill(e),spədil, schoppenaas in omber en quadrille.Spahee, Spahi,spâhi, ruiter bij de vroegere Turksche lichte cavalerie; Algerijnsch cavalerist in Franschen dienst.Spain,spein, Spanje.Spake,speik, oud imperf. vanto speak.Spalding,spôldiŋ.Spalt,spôlt, toeslag bij ijzererts.Span,span, subst. span, korte tijd, span paarden, etc., spanning;Spanverb. spannen, overspannen, afspannen (met de vingers), goed bij elkaar passen (Amer.):A beautifulspan of black oxen= jok zwarte ossen;The Almighty has seen fit to shorten his span= hem vroeg van ons te nemen;Long span= 9 inch.;Short span= 7 inch.;Span-long= eene spanne lang;Span-roof= zadeldak;Spanner= spanner, ratel, schroefsleutel.[522]Span,span, Imp. vanto spin.Span,span:Span-clean= spiegelglad;Span-new=Spick-and-span-new= fonkel(splinter)nieuw.Spancel,spans’l, touw om de achterpooten van koeien of paarden te binden; ook verb.Spangle,spaŋg’l, subst. loovertje;Spangleverb. met loovertjes tooien of versieren:Spangled heavens= sterrenhemel;The sky wasspangled withluminous stars= bezaaid met.Spaniard,spanjəd, Spanjaard.Spaniel,spanj’l, subst. patrijshond, Bolognezer (Maltezer) schoothondje; lage vleier; adj. laag vleiend, kruipend.Spanish,spaniš, Spaansch:Spanish castle= luchtkasteel;Spanish chalk= kleermakerskrijt;Spanish fly;Spanish woman= Spaansche.Spank,spaŋk, subst. klap met de vlakke hand;Spankverb. met de open hand slaan, klappen; vlug loopen;Spanker= bezaan (scheepsterm); snel renpaard, iets buitengewoons, groote leugen, lange kerel;Spanker-boom= giek;Spanking= groot, grof, krachtig, kranig, flink, aanzienlijk, levendig, vlug:ASpanking breeze= krachtige bries;The grey wentat a spanking pace= liep er vlug over heen.Spar,spâ, subst. spar, rondhout, spaath, schijnstoot, vuistgevecht;Spars= rondhouten;Sparverb. de armen uitslaan bij het boksen, met de sporen slaan, redetwisten:He wassparring away like clockwork= sloeg er automatisch op los;Sparring-match= bokspartij;Sparry= spaathachtig.Sparable,sparəb’l, schoenspijker.Sparadrap,sparədrap, hechtpleister.Spare,spêə, adj. schraal, mager, dungezaaid, matig, spaarzaam, waarloos (scheepst.), overtollig, wat over is;Spareverb. sparen, over hebben, spaarzaam omgaan met, vergunnen, toestaan, kunnen missen, doen zonder, schenken, ontzien, nalaten, etc.:There wasroom enough and to spare= er was overvloed van ruimte;A spare anchor, sail= reserve (nood)anker of zeil;I have aspare bedroom= nog eene slaapkamer over;Spare cash= geld over;Aspare guest-bed-chamber= logeerkamer;He made itin his spare time= in zijne snipperuren;Have you any tickets to spare?= heb je nog over;Enough and to spare= volop;You need notspare costs= geene kosten te ontzien;I willspare you the trouble= u de moeite sparen;I cannotspare this workman= niet missen;Could youspare (me) your grammarfor half an hour? = uwe grammatica missen;He did notspare himself= ontzag zichzelf niet;The teacherdid not spare for his crying= sloeg maar toe, niettegenstaande zijn schreeuwen;Spare to speak, and spare to speed= een grienende hond krijgt iets, een zwijgende niets;Ever spare, ever bare= te veel bewaard is voor de kat bespaard;Sparerib= ribstuk;Spareness= magerheid. ZieSparing.Sparge,spâdž, besprenkelen.Sparing,spêriŋ:Sparing oftime= zuinig op;Sparing of words= karig met woorden;Sparing dinners= schrale diners.Spark,spâk, subst. vonk, sprank; vroolijke Frans, bluffer, minnaar;Sparkverb. het hof maken:He is buta dull spark= een echte suffer;No spark of feeling= geen greintje gevoel;The stoneemitted sparks= spatte vonken;His master was sparking within= zijn heer zat daarbinnen te “flirten”, te vrijen;Sparkle,spâk’l, subst. gefonkel, geflikker, glans;Sparkleverb. fonkelen, schitteren;Sparkling= fonkelend, schitterend, levendig:Sparkling wine= parelende, mousseerende.Sparling,spâliŋ, spiering, zeezwaluw.Sparrow,sparou, musch:Hedge sparrow= bastaard nachtegaal;Sparrow-bill= snavel van een musch; schoenspijker;Sparrow-grass= asperge;Sparrow-hawk= sperwer.Sparse,spâs, dun gezaaid of verspreid:The populationis sparse= woont verspreid; subst.Sparseness.Sparta,spâtə, Sparta;Spartan, subst. en adj. Spartaan(sch):Spartan broth;Spartan dog= bloedhond.Spasm,spazm, kramp, krampachtige poging;Spasmodic,spazmodik, krampachtig.Spat,spat, imperf. en p.p. perf vanto spit.Spat,spat, subst. zaad (v.oesters), jonge oesters;Spatverb. zaad schieten.Spat,spat, slobkous:He wasneatly spatted= had keurigespatsaan.Spatch-cock,spatškok, gedoode en onmiddellijk daarop gebraden haan.Spate,speit, plotseling opkomende overstrooming:Mountain streamsin spate= bergstroomen die hoog gezwollen zijn.Spatter,spatə, bespatten, spatten, bekladden, “sputteren” (bij het praten);Spatterdashes= slobkousen:Spattering-leather= spatkleed.Spatula,spatjulə(Spatule,spatjûl) spatel;Spatular,Spatulate= spatelvormig.Spavin,spavin, spat (bij paarden):Spavined.Spawn,spôn, subst. kuit, broed, gebroed (fig.);Spawnverb. kuitschieten, uitbroeden (fig.):This isthe latest spawn the press has cast= het jongste prul dat de pers heeft geleverd;Spawner= kuiter;Spawning grounds= plaatsen waar de visch kuit schiet.Speak,spîk, spreken, uitspreken, klinken, praaien, meedeelen:They do not speak now= spreken niet meer met elkaar;His life speaks hima man of sweet temper= zijn leven bewijst, dat;These two factsspeak the whole bookto the intelligent= lichten den goeden verstaander omtrent het geheele boek in;Tospeak one’s mind= zeggen waar het op staat;This speaks volumes= dit zegt meer dan boekdeelen vol;He was worth speaking fair= het was de moeite waard, mooi met hem te praten;He was a chivalrous man andspoke her fair= en sprak vriendelijk tot haar;Hespoke off-hand= voor de vuist;Theyspeak well ofhim= gunstig over;Tospeak at aperson= iemand (in zijne tegenwoordigheid) bespreken;Tospeak by word of mouth= zich mondeling uiten;The factspeaks for itself= is duidelijk genoeg:This winespeaks for itself= recommandeert zichzelf;He hasno fortune to speak of= zijn fortuin is niet noemenswaard;[523]Hespoke ofit at some length= er uitvoerig over;Speak out= spreek vrijelijk;Hespoke tome under his breath= fluisterde met mij;Hewants to be spoken to= moet eens een standje hebben;Speak up= spreek luid, vrij uit;We have alwaysspoken up forthe good qualities in his poetry= hebben het altijd opgenomen voor;Wespoke the shipoff Dover= praaiden;Speaker= spreker, voorzitter v. hetHouse of Commons:He isan excellent public speaker= uitstekend redenaar;Speakership= voorzitterschap;Speaking:Aspeaking likeness= sprekende;Speaking below the mark (within bounds)= ten minste;Speaking on the outside= ten hoogste;Speaking broadly, generally= in ’t algemeen gesproken;Speaking-trumpet= scheepsroeper;Speaking-tube= spreekbuis.Spear,spîə, subst. speer, lans, spriet;Spearverb. met lans of speer doorboren of dooden, hoog opschieten;Spear-grass= struikgras, kweekgras;Spear-hand= rechterhand van een ruiter;Spear-head= punt v. lans of speer;Spearman= lansknecht;Spearmint= groene munt;Spear-side= mannelijke lijn v. een geslacht;Spear-thistle= speervederdistel;Spear-wigeon= middelste zaagbek;GreaterSpear-wort= groote boterbloem;LesserSpear-wort= egelboterbloem.Spec,spek, verk. v.Speculation;Specs= verk. v.Spectacles; ook: oogen (schertsend).Special,speš’l, subst. persoon of zaak voor een bepaald doel aangewezen, extrablad extratrein; adj. bijzonder, buitengewoon, speciaal, extra, uitdrukkelijk, voortreffelijk:Extra special= extratijding;Thenewspaper specialsare not in it with you= de extratijdingen der couranten halen niet bij u;Special constable= burger, die bij bijzondere gelegenheden als politiedienaar wordt beëedigd en in dienst gesteld;Special train;Special verdict= vonnis der jury omtrent de feiten alleen;Specialist= specialiteit;Speciality,spešialiti, bijzonderheid, bijzonder geval:Chance brought him a speciality= het toeval speelde hem de gelegenheid in handen;Specialization= toewijding aan een bijzonder vak (van studie, etc.), aanwending of geschiktmaking van een bepaald orgaan voor bepaalde functiën;Specialize= wijden aan een bepaald vak of eene bepaalde functie;Specialty= specialiteit, bijzonder contract.Specie,spîši, baar geld, klinkende munt.Species,spîšîz, soort, geslacht:Species-monger= peuteraar.Specific,spəsifik, subst. onfeilbaar middel, middel voor eene bepaalde ziekte of pijn; adj. soortelijk, bepaald, onfeilbaar:A specific forthe toothache= onfeilbaar middel tegen;Specific gravity= soortelijk gewicht;Specific name= de naam van het geslacht of de familie;Specification= specificatie, nauwkeurige opgaaf van bijzonderheden;Specify,spesifai, in bijzonderheden vermelden, specificeeren.Specimen,spesim’n, proef, staaltje, exemplaar:Specimen-book= staalboek;Specimen-page= proefblad;Specimen-schemeof instruction= ontwerp-leerplan.Specious,spîšəs, schoonschijnend, plausibel; subst.Speciousness.Speck,spek, subst. vlek, smet, blaam, deeltje, stip; spek (v. walvisch);Speckverb. bespikkelen;Speckle, subst. spikkel;Speckleverb. bespikkelen;Speckled= gespikkeld; subst.Speckledness;Speckless= vlekkeloos.Spectacle,spektək’l, schouwspel, vertoon(ing):A pair of spectacles= een bril;Tolook through very roseate spectacles= door een erg rooskleurigen bril kijken (fig.);Hewears spectacles= draagt een bril;Spectacle-case= brillenhuisje;Spectacle-frame= montuur;Spectacle-glass;Spectacle-snake= brilslang.Spectacular,spektakjulə, bij wijze van schouwspel of vertooning;Spectator,spekteitə, toeschouwer;Spectatress, Spectatrix,spekteitrəs (spekteitriks), toeschouwster.Spectral,spektr’l, spookachtig, spook …; spectraal:Spectral analysis;Spectre,spektə, spook, geestverschijning:Thespectre of the salt= het spooksel van rang- en standverschil;The spectre self= de spookgestalte, het visioen.Spectroscope,spektrəskoup, spectroscoop;Spectrum,spektr’m, spectrum:Solar spectrum;Spectrum analysis= spectraal analyse.Specular,spekjulə, als een spiegel, spiegelend, spiegel …Speculate,spekjuleit, overpeinzen, bespiegelingen maken; speculeeren;Speculation,spekjuleiš’n, overpeinzing, bespiegeling; speculatie; een kaartspel;Speculative,spekjuleitiv, bespiegelend, theoretisch, speculatief:Speculative beet-market= termijnmarkt v. bietsuiker; subst.Speculativeness= ondernemingsgeest;Speculator,spekjuleitə, theoreticus; speculant.Speculum,spekjulɐm, metalen spiegel:Ear, Nose speculum;Speculum oculi= oogspiegel;Speculum oris= mondspiegel.Sped,sped, imperf. en p.p. vanto speed.Speech,spîtš, taal, spraak, redevoering:The parts of speech= rededeelen:Hedelivered (made) a brilliant speech= hield eene schitterende redevoering;No speechmaking, please= houd je redevoeringen voor je, alsjeblieft;Speech-day= jaarl. prijsuitdeeling in scholen met de van buiten geleerde lesjes der leerlingen;Speech-maker= redevoeringenhouder;Speechify= toespraken houden;Speechless= sprakeloos, stom;Speechless with amazement= stom van verbazing; subst.Speechlessness.Speed,spîd, subst. spoed, snelheid, bespoediging, voorspoed;Speedverb. haast maken, snellen, begunstigen, doen bloeien, uitvoeren, goed succes, of: het beste wenschen, varen:We were steaming onat full speed= met volle kracht;The horseman was spurring onat the top of his speed= spoorslags;Good speed= goed succes!How speeds life under your roof?= hoe vaar jullie allen;May God so speed me as I wish your welfare= moge God zóó met mij zijn als ik u het beste wensch;Tospeed the parting guest= een heilwensch toebrengen;Wesped onthrough the forest= snelden voort;Speedwell= eereprijs (plant);Speeder;Speedily=Speedy;Speediness[524]= spoed;Speedy= spoedig, haastig, snel.Spell,spel, subst. tooverformule, betoovering; aflossing, hulp, rust, arbeidsduur, wacht (op het schip), tijdje;Spellverb. betooveren, beschutten, beteekenen, spellen, ontcijferen; aflossen:Spell and spell= om de beurt;Totake spell and spell= elkaar aflossen;We hada spell of rainy weather= een tijd van regenachtig weer;He spoke for some minutesat a spell= achtereen;The birdie wasunder the serpent’s spell= kon van angst voor de slang niet weg, was door de slang als behekst;Tocast (lay, set) a spell on= betooveren, beheksen;He hadlaid the public mind under a spell= den geest van ’t volk betooverd;I canspell out this lessonif necessary= dit lesje met wat moeite lezen;How does it spell?hoe spelt men dat;It has become a proverb that Shakespearespells ruin= dat opvoeringen van de stukken van S. zwaar verlies opleveren;Spell-bound=Spell-stopped= betooverd;Speller:He isa bad speller= kan niet zonder spelfouten schrijven;Spelling:Spelling-bee= wedstrijd (gew. voor de aardigheid) in het spellen;Spelling-book= spelboek;Spelling reformfaddists= verwoede spellinghervormers.Spellicans,spelik’nz= staafjes van stroo, hout of ivoor, gebruikt bij het knibbelspel; dit spel zelf.Spelt,spelt, imperf. en p.p. vanto spell.Spelt,spelt, spelt.Spelter,speltə, ongezuiverd zink.Spencer,spensə, spencer.Spend,spend, uitgeven, verteren, doorbrengen, besteden, afmatten, uitputten, verliezen:Tospend and be spent= geld en krachten opofferen;Tospend one’s breath= te vergeefs praten;We were invited tospend the eveningthere,but spending the eveningdid not begin until 10= den avond door te brengen, maar de vroolijkheid begon eerst tegen 10;Tospend money ona garden= besteden aan;The horsehad spent its strength= was doodaf;Youspend your words in vain= je verspilt je woorden te vergeefs;Spender;Spendthrift= verkwister; adj. verkwistend.Spenser,spensə, Edm. Spenser;Spenserian,spensîriən:The Spenserian stanza= bepaalde versbouw van Spenser’sFaery Queene.Spent,spent, P. Imp. en P.P. van to spend, uitgegeven, afgemat, doodop:Aspent rifle-shot= matte kogel;A horsequite spent= doodop;Spent with hunger and fatigue= uitgeput.Sperm,spɐ̂m, zaad, kuit;Sperm-oil= spermaceti olie;Sperm-whale (Spermaceti-whale)= spermaceti walvisch, cachelot;Spermaceti,spɐ̂məsîti,spɐ̂məseti, spermaceti;Spermatozoon,spɐ̂mətəzou-on, spermatozoïde.Spew,spjû, braken.Spey,spei.Sphacelate,sfasileit, door koudvuur aangetast worden, versterven, wegvreten; subst.Sphacelation;Sphacelus,sfasilɐs, koudvuur, kanker, beeneter.Sphagnum,sfagn’m, veenmos.Sphenodon,sfînədon, hagedis (N.-Zeeland).Sphenoid,sfînôid, wigvormig:Sphenoid bone.Sphere,sfîə, subst. bol, hemellichaam, globe, kring, loopbaan, schijf, omvang, gebied, rang, klasse, lucht, hemelgewelf;Sphereverb. onder de hemellichamen plaatsen, rood maken:Sphere of action;Sphere of influence;To be summoned to awider sphere of usefulness(van predikanten);That isout of my sphere, within my sphere= ligt buiten (binnen) mijn gebied of (werk)kring;Sphere-melody,Sphere-music= de harmonie der sferen;Spherical,sferik’l, bolvormig:Spherical triangle= boldriehoek;Spherical trigonometry= boldriehoeksmeting;Sphericity,sfərisiti, bolvormigheid;Spheroid,sfîrôid, spheroïde.Sphinx,sfiŋks, sfinx.Spicate,spaikit=Spicous.Spice,spais, subst. specerij, bijsmaak, zweempje;Spiceverb. kruiden:He hasa spice of the wilfulin his character= is wat eigenzinnig;Spice-bush (Spice-wood)= benzoëboom;The Spice Islands= de Molukken;Spicery= specerijen in ’t algemeen, specerijbergplaats;Spiciness= kruiderigheid.Spick,spik, nagel, spijker:Spick-and-span= spiksplinternieuw.Spicous,spaikəs, arendragend.Spicular,spikjulə, met scherpe punten, gebaard;Spiculate,spikjulit, adj. bedekt met fijne punten;Spicule,spikjûl, (ijs)naald.Spicy,spaisi, geurig, pikant.Spider,spaidə, spin, driepoot:Tostep into the parlour of the spider= in de val loopen;Spider-catcher= muurkruiper;Spider-crab= zeespin;Spider-web= spinrag;Spider’s web= spinneweb.Spigot,spigət, zwikje (in een vat).Spike,spaik, subst. aar; lange spijker, nagel, pin, stekel, doorn;Spikeverb. vernagelen:This argumentspiked his battery= bracht hem tot zwijgen;Tospike guns= vernagelen;Spike-lavender= smalbladige lavendel;Spike-nail= lange nagel;Spike-team= driespan (Amer.);Spiked:Spiked fence= schutting met spijkers erop;Spiked helmet.Spikenard,spaiknâd,spaiknəd, nardus(olie).Spiky,spaiki, met scherpe punten.Spile,spail, pen, spil, staak, paal.Spill,spil, subst. fidibus; val, tuimeling; “krach”;Spillverb. storten, vergieten, morsen, doen vallen, omwerpen; bak brassen (scheepst.):Hetwisteda piece of paperinto a spill;Spills are of common occurrence= ongevallen komen vaak voor;Spilling-lines= geilijnen, gordingen. ZieSpilt.Spillikins. ZieSpellicans.Spilt,spilt, imp. en p. perf. vanto spill:It is no use crying over spilt milk= gedane zaken nemen geen keer.Spin,spin, subst. het spinnen of draaien, snelle, onafgebroken beweging, snelle rit of loop;Spinverb. spinnen, lang rekken, doen draaien, snel ronddraaien, zich snel voortbewegen, voortsnorren, zakken, etc.:Your life isnot worth the spin of a farthing= is geen duit waard;A spin on a bicycle= toertje;He wasspun at courting=[525]liep een blauwtje;He wasspun at the examination= hij zakte;I’m gladthat the prig has got spun= dat die verwaande fat den wind van voren kreeg, zakte;The carriage was seenspinning alongthe road= zag men voortsnorren;The blowsent him spinning back= deed hem achteruit vliegen;The bloodspun fromthe wound= gutste uit;Tospin round= ronddraaien;Tospin a top= zetten;I willspin you a yarn= een verhaal doen (gew. uit het zeemansleven);Spin-drift= nevel van opgewaaid schuim;Spin-text= langdradig prediker;Spinner= spinner, spinmachine, spinnekop:A capitalspinner of a yarn= verteller;Spinneret= spinklier;Spinnery= spinfabriek;Spinning:Spinning-jenny= spinmachine;Spinning-mill= spinfabriek;Spinning-wheel= spinnewiel.Spinaceous,spineišəs, tot de spinazieplanten behoorende;Spinach, Spinage,spinidž, spinazie:All gammon and spinach= allemaal bedriegerij.Spinal,spain’l, tot de ruggegraat behoorende:Spinal column= ruggegraat;Spinal consumption= ruggemergstering;Spinal cord (Spinal marrow)= ruggemerg;Spinal curvature= verkromming;Spine,spain, doorn, stekel, ruggegraat, rug.Spindle,spind’l, spoel, dunne en puntige as, spille-linie, dunne stengel:Her mouth is aspindle-editionof her uncle’s= de vrouwelijke pendant van;Spindle-legged,Spindle-shanked= met spillebeenen;Spindle-legs,Spindle-shanks= spillebeenen;Spindle-shaped= spoel- of spilvormig;Spindle-side= vrouwelijke (spille) linie.Spinescent,sp(a)ines’nt, doornachtig;Spiniferous,spainifərɐs, doornig, doornen hebbend.Spink,spiŋk, boekvink, schildvink.Spinnaker,spinəkə, groot bijzeil vanyachts.Spin(n)et,spinət, spinet.Spinn(e)y,spini, struikgewas, boschje.Spinose,spainous,spainous, doornig, vol doornen;Spinosity,spainositi, doornigheid, netelige kwestie;Spinous,spainəs=Spinose.Spinozism,spinouzism,spainəzizm, wijsgeerig stelsel van Spinoza;Spinozist= volgeling van S.Spinster,spinstə, jonge dochter, ongetrouwde vrouw; ook adj.;Spinsterhood=Spinstership.Spiny,spaini, doornig, moeielijk, delicaat.Spiracle,sp(a)irək’l, luchtgat, luchtbuis.Spiraea,spairîə, spiraea.Spiral,spair’l, subst. spiraal; adj. puntig, met eene spits, kronkelend, schroefvormig:Spiral spring= spiraalveer;Spiral staircase, stairway = wenteltrap.Spirant,spair’nt, schuringsgeluid.Spire,spaiə, subst. sprietje, halm, spits toeloopend voorwerp, top, torenspits, spiraallijn;Spireverb. zich verheffen als eene piramide of spits, uitspruiten, opschieten.Spires,spaiəz, Spiers.Spirit,spirit, subst. geest, leven, levenskracht, geestverschijning, spook, geestkracht, opgewektheid (gew. meervoud), aard, temperament; geestrijke dranken (steeds meerv.);Spiritverb. bezielen, aanvuren, in stilte wegvoeren of doen verdwijnen:The (Holy) Spirit= de H. Geest;Father, Sonand Spirit;Evil (Good) spirit= kwade (goede) geest;Public spirit= belangstelling in de publieke zaak;Spirit of the age (time)= tijdgeest;Spirit of turpentine;Spirit of wine;Animal spirits= opgewektheid;Ardent spirits= spiritualiën;Choice spirits= buitengewone geesten;To bein spirits= opgewekt, vroolijk; dronken;He wasin low, in high spirits= terneergeslagen, opgewekt;His flow of spiritswas wonderful= zijne vroolijkheid;You cannotraise a person’s spirits= iemand opmonteren;Sherecovered her spirits= kreeg haar bewustzijn terug;It wasspirited away= verdween ongemerkt;The servant wasspirited out of the country= in alle stilte buiten het land gebracht;Spirit-lamp= spirituslamp;Spirit-level= luchtbelwaterpas;Spirit-license= vergunning;Spirit-rapper= geloover inSpirit-rapping= spiritistische manifestaties, zooals geklop, het bewegen van tafels, enz.:She has gone stark mad on the spirit-rapping imposition= die spiritistische koolverkooperij heeft haar stapelgek gemaakt;Spirit-trade= handel in spiritualiën;Spirited= bezield, levendig, opgewekt:Dull-spirit= saai, suf;Ahigh-spiritman= fier;Low-spirit= terneergeslagen;Mean-spirit= laag;Narrow-spirit= bekrompen;Spiritism= spiritisme;Spiritist= spiritist;Spiritless= geesteloos, terneergeslagen, suf;Spiritual,spiritjuəl, geestelijk, onstoffelijk, verstandelijk:Spiritual adviser= geestelijk adviseur;Spiritual court= geestelijk gerechtshof;Spiritual wife= elke volgende vrouw na de eerste, bij de Mormonen;Spiritualism= geestelijke aard, leer dat geest geheel onderscheiden is van stof, spiritisme;Spiritualist= spiritist;Spiritualistic,spiritjuəlistik:Spiritualistic meetings= spiritistische bijeenkomsten;Spirituality,spiritjualiti, onstoffelijkheid, geestelijke aard;Spiritualities= inkomsten v. een bisschop;Spiritualization, subst. v.Spiritualize,spiritjuəlaiz, geestelijk maken, met geest bezielen, eene geestelijke beteekenis geven;Spirituous,spiritjuəs:Spirituous liquor= sterke drank;Spiritus= ademhaling; spiritus:Spiritus asper= geaspireerde letter;Spiritus lenis= niet geaspireerde letter;Spirometer,spairomətə, spirometer.
Soldier,souldžə, subst. soldaat, militair; bootafhouder (fig.);Soldierverb. als soldaat dienen; niet meer werken dan hoog noodig is:You won’tcome the old soldier overme= mij niet beetnemen;Togo for a soldier(=Togo (a-)soldiering) = onder dienst gaan;Soldier-like, Soldierly custom, discipline;Soldiership= krijgswezen, beleid.Soldo,soldou,Ital. munt van 2½ cent.Sole,soul, subst. zool, voetzool, grondvlak, tong (visch); adj. enkel, eenig, ongehuwd;Soleverb. van zolen voorzien:Sole heir;Sole-leather= zoolleer;Sole owner;Solely;Soleness.Solecism,solisizm, taalfout; ongerijmdheid;Solecistic(al)= onjuist, ontaalkundig;—verb.Solecize.Solemn,sol’m, plechtig, formeel, stijf; statig;Solemnness=Solemnity,səlemniti, plechtigheid, statigheid, deftigheid;Solemnization,soləmnizeiš’n, viering, heiliging;Solemnize,soləmnaiz, plechtig vieren, heiligen;Solemnly.Solen,soulən, zwaardscheede (weekdier).Solent (The),dhəsoul’nt, zeeëngte tusschenWightenHampshire.Soli,souli, solo’s.Solicit,səlisit, ernstig vragen, bidden, dingen naar:Tosolicit attention;Isolicit yourkind protection= beveel me aan in;Solicitant,səlisit’nt, subst. vrager, smeeker, dinger; adj. vragend, verzoekend;Solicitation,solisiteiš’n, verzoek, verlangen, uitnoodiging;Solicitor,səlisitə, procureur die, behalve bij enkele lagere (politie)rechtbanken, nooit als pleiter, doch alleen als raadsman optreedt;Solicitor-general= Procureur-Generaal;Solicitorship;Solicitous,səlisitɐs, bekommerd, bezorgd:I amsolicitous about (concerning, for)your welfare= bekommerd over; subst.Solicitousness=Solicitude,səlisitjûd, bezorgdheid, angst.Solid,solid, vast, massief,soliede, stevig, kubiek, krachtig, degelijk, eenstemmig (Solids= vaste lichamen):I studiedfor three solid hours= drie volle (dikke) uren;Toget solid with= tot overeenstemming komen met;Solidarity= gemeenschap in winst en verlies, gemeenschap van belangen, éénheid;Solidification= verdichting;Solidify,səlidifai, vast maken of worden, massief (degelijk) maken, verdichten:Solidified milk= gecondenseerde;Solidity,səliditi, vastheid, hardheid, stevigheid, dichtheid, soliditeit =Solidness.Soliloquize,səliləkwaiz, eene alléénspraak houden:Soliloquy,səliləkwi, alléénspraak.Soliped,soliped,Solipede,solipîd, eenhoevig dier; adj. Solipedous.Solitaire,solitêə, versiering uit één diamant[519]bestaande (dasspeld, manchetknoop, etc.), een spel dat men alléén kan spelen;Solitariness, subst. v.Solitary,solitəri, eenzaam, afgelegen, eenzelvig:Solitary confinement= eenzame opsluiting;Solitude,solitjûd, eenzaamheid, verlatenheid.Solo,soulou, (Meerv.SolosofSoli), solo:The threesolo vocalists;Soloist= solist.Solomon,soləm’n, Salomo:Solomon’s seal= salomonszegel; Solomonic;Solon,soul’n.Solstice,solstis, zonnestilstand;Solstitial,solstiš’l, tot een solstice behoorende.Solubility,soljubiliti, oplosbaarheid;Soluble,soljub’l, oplosbaar:Soluble glass= waterglas; subst.Solubleness;Solute,səl(j)ût, oplossen;Solution,səl(j)ûš’n, oplossing, verklaring, ontbinding;Solutive= laxeerend (middel).Solvability,solvəbiliti, oplosbaarheid:Solvable,solvəb’l, oplosbaar; subst.Solvableness;Solve,solv, uitleggen, verklaren, oplossen;Solvency= solvabiliteit;Solvent, subst. oplossende vloeistof; adj. oplossend, solvent:A solvent estate= goederen waaruit de schulden wel betaald kunnen worden.Solway,solwei.Soma,soumə, soort zwaluwwortel; een Indische plant, uit welker sappen een bedwelmende drank werd bereid.Sombre,sombə, somber, zwaarmoedig, dof, duister, donker v. tint; subst.Sombreness;Sombrous,sombrəs, donker, zwaarmoedig.Some,sɐm, eenige, zoowat, ongeveer:Some fiftyguilders= om en bij de;Let me have some of this= geef mij hier wat van;Some of these days= een dezer dagen;Is there any left? Yes, there is someleft= is er wat over? ja, er is wat over;Is he somebody?I tell you he is a nobody= is hij iemand van beteekenis?Some deal= in zekeren graad (mate);You must do itsomehow= op de een of andere wijze;Some-such= zulk een, dergelijke;There is something undefinable about him= hij heeft iets “ik en weet niet wat” aan zich;Sixty something= een dikke 60;You something villain= jij vervloekte schelm;I wouldn’t be you for something= niet voor nog zooveel in jou plaats zijn;You will repent of itsometime,I saidsometimesto him= er eens (te eeniger tijd) … soms;Sometime or other= te een of ander tijd;Sometime president of= voormalig;That issometime ago= al wat geleden;Let me have somewhat= geef mij wat;He issomewhat saucy= vrij brutaal;Somewhat under400 pages= iets minder dan;He issomewhere about sixteen= ± 16;I have laid itsomewherebut I cannot find itanywhere= ergens … nergens;Somewhere and somewhiles= ergens en somtijds.Somersault,sɐməsôlt(Somerset,sɐməset), salto mortale, duikeling.Somers,sɐməz;Somersetshire,sɐməsetšə;Somerville,sɐməvil.Somnambulism,somnambjulizm, slaapwandelen, somnambulisme;Somnambulist; adj.Somnambulistic(al).Somniferous,somnifərɐs,Somnific,somnifik, slaapwekkend.Somnipathy,somnipəthi, magnetische slaap.Somnolence, Somnolency,somnəlens(i), slaperigheid, slaapdronkenheid, slaapzucht;Somnolent= slaperig, slaapzuchtig.Son,sɐn, zoon:Son of a gun= lammeling; leuke baas;The Son of man= de Zoon des Menschen;Every Mother’s son= iedereen;Son-in-law= schoonzoon;Sonship.Sonance, Sonancy,soun’ns(i), klank, toon;Sonant, subst. stemhebbende letter; adj. klinkend.Sonata,sənɐ̂tə, sonate;Sonatina,sounətînə.Song,soŋ, lied, gezang, zang, poëzie, kleinigheid:Song of Solomon= Hooglied;Sacred song= gewijd gezang:Give us a song= zing eens wat;Iboughtthe picturefor a (mere) song= voor een appel en een ei;It’s the same song over again= het is altijd het oude liedje;Song-bird= zangvogel;Song-book= liederenboek;Song-writer= liederendichter;Songless;The feathered songsters;Songstress= zangeres, zangster.Soniferous,sənifərɐs, klinkend, klank voortbrengend.Sonnet,sonət, subst. sonnet;Sonnetverb. sonnetten dichten;Sonneteer,sonətîə, subst. sonnettendichter.Sonometer,sənomətə, klankmeter;Sonorific,sounərifik, klank voortbrengend;Sonorous,sənôrəs, welluidend, hel klinkend; subst.Sonorousness.Sonties,sontiz, alléén in:By God’s sonties= waarachtig (veroud.).Soodan,sûdân;Sooloo,sûlû:Sooloo Islands.Soon,sûn, weldra, spoedig, vlug:No soonerhad he seen me,than= nauwelijks.… of;The sooner the better= hoe eer hoe liever;Sooner or later= vroeg of laat;Soon got soon gone= zoo gewonnen zoo geronnen;I wouldjust as soonbe hanged= even lief;As soon ashe came= zoodra;I would sooner= wou liever.Soosoo,sûsû, dolfijn (van den Ganges).Soot,sut, subst. roet;Sootverb. met roet besmeren (mesten);Sootiness= roetachtigheid;Sootish= roeterig;Sooty= roetachtig, vuil.Sooth,sûth:For, In sooth= voorwaar;Soothsay= voorzèggen, voorspellen;Soothsayer= waarzegger;Soothsaying= voorspelling.Soothe,sûdh, vleien, liefkoozen, verzachten, tevreden stellen:Soother.Sop,sop, subst. iets ingedoopts of geweekts, sop(je), lekkerbeetje, een borrel (om iemand mee om te koopen); iets verzachtends;Sopverb. doopen, soppen, weeken:It wasa sop forthe rage of the nation= het stilde de woede der natie;I mustadminister a sop tomy creditors= moet zien te bevredigen;Sops-in-wine= soort anjelier; soort wijnappel;Sopper;Sopping=Soppy= doorweekt.Soph,sof, verk. vanSophister= student in zijn tweede jaar (=Junior soph) of derde jaar (=Senior soph) teCambridge, enSophomore= student in zijn tweede jaar (Amer.).Sophia,səfaiə;səfîə(stad).[520]Sophism,sofizm, drogrede;Sophist,sofist, sophist;Sophister= drogredenaar; student te Cambridge, ZieSoph:Sophistic(al),sofistik(’l), sophistisch;Sophisticate,sofistikeit, vervalschen, verknoeien; subst.Sophistication;Sophisticator= vervalscher;Sophistry,sofistri, sophisterij.Sophocles,sofəklîz.Sophomore,sofəmö. ZieSoph;Sophy,soufi.Soporiferous,so(u)pərifərɐs, slaapwekkend:Soporiferous medicine;Soporific, subst. en adj. slaapwekkend (middel);Soporous,soupərɐs,Soporose,soupərous, slaapwekkend, slaperig.Soprano,səprânou(Meerv.Sopranos, Soprani), sopraan.Sorb,söb, peer, lijsterbes, sorbenboom;Sorb-apple= vrucht daarvan, sorbepeer.Sorbet,söbət, sorbet, verkoelende (Oostersche) drank bestaande uit gestampte rozijnen met citroensap, etc.Sorcerer,sösərə, toovenaar;Sorceress= toovenares;Sorcery,sösəri, toovenarij.Sordes,södiz, uitwerpselen.Sordid,södid, vuil, laag, vrekkig; subst.Sordidness.Sordine,södîn, sordine.Sore,sö, subst. pijnlijke plek, rauwe wond, zweer, éénjarige valk, vierjarig hert; adj. pijnlijk, zeer, ontstoken, hevig, gevoelig, scherp; adv. zeer:Itopened the old sore= reet de oude wonde open (fig.);I have gota sore throat= pijn in de keel;Sore against my will= zeer tegen;Thepessimists and sore-heads= pessimisten en mopperaars;I amsorely (sadly) in want ofmoney= heb groot geldgebrek; subst.Soreness.Sorel,sor’l=Sorrel.Sorex,sôrəks, spitsmuis.Sorn,sön, zijn anker ergens neerleggen of gaan logeeren zonder genoodigd te zijn;Sornar= ongenoode gast.Sororicide,sərorisaid,sərôrisaid, zustermoord(enaar);We havefraternized or rather sororized= wij hebben ons verbroederd, of liever verzusterd.Sorrel,sor’l, subst. (klaver)zuring; rossige of roodbruine kleur, vos (paard); adj. rossig.Sorriness,sorinəs, droefheid, ellendigheid.Sorrow,sorou, subst. diepe smart, droefheid;Sorrowverb. treuren, smart lijden:TheSorrows of Werther;Every sorrow has its twin joy= de tweeling der smart is de vreugde;Hedrowned his sorrow in liquor= verzette zijne smart door drank;Iheard it to my sorrow= tot mijn leedwezen gehoord;Who goes a-borrowing goes a-sorrowing= borgen baart zorgen:Sorrowful= treurig, ellendig; subst.Sorrowfulness.Sorry,sori, bedroefd, armzalig:I am very sorry= het spijt me zéér;I am sorry to say= het spijt mij te moeten zeggen;I am sorry for what I have done= wat ik gedaan heb, spijt mij;Hemade a sorry figure= maakte eene armzalige figuur;Tobe in a sorry plight= ellendige toestand;It was aSorry sight= een treurig gezicht.Sort,söt, subst. soort, orde, stel, manier, rang, wijze;Sortverb. sorteeren, samenvoegen, zich vereenigen, overeenstemmen, passen:He isa bad sort= hij deugt niet;To bea good sort(Too good a sort for) = een beste vent (te goed voor);After a sort,In a sort,In some sort= eenigermate, om zoo te zeggen;All sorts and conditions of men= menschen van allerlei slag;Gossipof sorts= allerlei onbeduidende praatjes:A poetof sorts= een “stuk” dichter;Iam out of sorts= voel me niet lekker, ben niet monter, ben wat korzelig;We areout of sorts= hebben niet meer van die letter;We run upon sorts= wij moeten kolossaal veel van eene bepaalde lettersoort hebben;He sort of dumbfounded me= hij deed me zoowat versteld staan;You twoare well sorted= hoort net bij elkaar;I will notsort with such rogues= mij niet ophouden;Sorter= sorteerder.Sortes,sötîz, voorspellingen door het openslaan van een boek en ’t nemen van den eersten zin waarop het oog viel:He used to dip into the Aeneid,seeking sortes.Sortie,sötî,sötî, uitval.Sortilege,sötiledž, waarzeggen door loten.Sori,sôrai, vruchthoopje op varenbladeren; Enkelv.Sorus.Sot,sot, versufte dronkaard;Sotverb. zijn verstand verzuipen;Sottish= zot, verzopen; subst.Sottishness.Sotheby,sɐthbi,southbi.Soubrette,sûbret, soubrette.Souchong,sûšoŋ,sûšoŋ, zwarte thee.Souchy,sûtši, gekruide peterseliesaus bij visch.Soudan,sudân;Soudanese.Sough,sɐf,sau, subst. gesuis, zucht;Soughverb. zuchten, suizen:The sough of the bellows= het hijgen der blaasbalgen.Sought,sôt, imperf. en p. perf. vanto seek.Soul,soul, subst. ziel, hart, geest, verstand, neiging, wezen, moed:He isa good soul= een goeie ziel;The soul of a party= ziel (fig.);Not a soul can hear us= geen schepsel hoort ons;We neversee a soul here= geen “christenziel”;Cure of souls= zielezorg;I couldnot for the soul of meunderstand= mij ter wereld niet begrijpen;Upon my soul= bij mijne ziel;With all my soul= van ganscher harte;He is completely cowed by his wife anddares not (to) call his soul his own= hij durft geen boe of ba zeggen:God rest his soul= zijne ziel ruste in vrede;Tounburden one’s soul= zijn gemoed uitstorten;Soul-seller= zielverkooper;Soul-sick= zielsziek;Soulless= zonder hart of ziel.Sound,saund, subst. geluid, geschal, knal, klank of toon: sond of zeeëngte, luchtblaas (van een visch), inktvisch; sondeernaald (The Sound= de Sont); adj. gezond, volkomen gaaf, flink, krachtig, solide, sterk, gegrond, rechtmatig, onwrikbaar, vast in de leer;Soundverb. klinken, weerklinken, doen klinken, schallen, uitbazuinen, bekend maken, peilen, looden, sondeeren, onderzoeken, uithooren:We arrivedsafe and sound= gezond en wel;As sound as a (bell, colt) roach= zoo[521]gezond als een visch;Assound asleep as a church= zoo vast in slaap als een mol;Insound earnest= in vollen ernst;I feelon sound ground= op vasten bodem;Sound health= goede;Sound horse= zonder gebreken;Yours issound reasoning= gij redeneert gezond;He got asound thrashing= een duchtig pak ransel;Tosound the charge= blazen tot den aanval;His praise wassounded all over the country= werd uitgebazuind;Haveyou sounded him on (about, as to)that subject yet= hem daarover al eens gepolst;Sound-board= klankbord;Sound-hole= klank- of galmgat;Sounding= klinkend, welluidend; subst. klinken, peilen:Soundings= peilbare plaats(en) in den oceaan, looding;Toget on -s= ankergrond aanlooden;Welost our soundings= wij konden geen grond meer vinden, waren uit ons vaarwater (fig.);Westruck soundings=Got onsoundings;Totake soundings= looden;Sounding-board= klankbord;Sounding-line= schietlood, loodlijn;Sounding-post= plankje beneden den kam eener viool;Sounding-rod= peilstok;Soundless= stil, zonder klank, onpeilbaar, diep;Soundness= de gelijkheid, zuiverheid, gaafheid.Soup,sûp, soep:Portable soup= soeptablet;Soup-kitchen= soepkokerij;Soup-maigre,sûpmeigə, magere soep;Soup-plate;Soup-ticket= soepkaartje;Soup-tureen= soepterrine.Sour,sauə, adj.zuur, scherp, bitter, norsch, knorrig;Sourverb. zuur maken, verzuren, knorrig maken:That hassoured my joy= mijne vreugde vergald;Rye-breadsours on my stomach= van roggebrood krijg ik het zuur;Sour-crout (Sour-krout)= zuurkool;Sour-dock= veldzuring;Sour-dough= zuurdeeg, gist;Sour-faced= met een zuur gezicht;Sourish= zuurachtig;Sourness= zuurheid, etc.Source,sös, bron, oorzaak, oorsprong.Souse,saus, subst. pekel, de ooren en pooten van varkens in pekel, onderdompeling, het plotselinge neerschieten op;Souseverb. pekelen, onderdompelen, neerschieten op (upon) (van roofvogels); adv. plotseling, hevig.Soutane,sûtein, toog, soutane van Roomsche geestelijken.South,sauth, subst. zuiden, zuidelijke streken, zuidenwind; adj. zuid;Southverb. zich naar het Z. bewegen:South of the island= ten zuiden van het eiland;South-down, subst. en adj. (schaap) uit de duinstreken vanHampshireenSussex;South-east= subst. zuidoosten; adj. zuidoostelijk;South-easterly,South-eastern= zuidoostelijk;Southerly,sɐdhəli, zuidelijk;Southern,sɐdhən, zuidelijk:Southern Cross= zuiderkruis (sterrenbeeld);Southernwood= soort alsem;Southerner,sɐdhənə, bewoner van de Z. Staten der Amer. Unie;Southernmost= zuidelijkst;Southing,saudhing, subst. richting of beweging naar het Z.;Southward=sauthwəd, zuidwaarts(ch);Southwest, subst. zuidwesten; adj. zuidwestelijk;Southwester,southwestə,zuidwestenwind; zuidwester;South-westerly,South-western.Southam,saudh’m;Southampton,sauthamt’n,sɐdh(h)am(p)t’n;Southend,sauthend;Southey,saudhi,sɐdhə.Southron,sɐdhr’n, subst. bewoner van een zuidelijk gelegen land, naam door de Schotten aan Engelschen gegeven; adj. zuidelijk.Southwark,sɐdhək;Southwell,sauthwel,sɐdhəl.Sovereign,sovərin,sɐvərin, subst. heerscher, opperheer, souverein, monarch, E. goudstuk van 20shillings; adj. oppermachtig, heerschend, onovertroffen, grootste, krachtdadig:Sovereignty= oppermacht.Sow,sau, zeug; metaalklomp:Tohave (get, take) the right (wrong) sow by the ear= den rechte (verkeerde) te pakken hebben (krijgen);Sow-backed= met krommen rug;Sow-bread= varkensbrood (plant);Sow-thistle= moes, melkdistel.Sow,sou, zaaien, verspreiden, uitstrooien:Sowing-machine.Sowar,souâ,sauâ, inlandsch cavalerist (Brit. Ind.).Sowerby,sauəbi;Sowter,sautə.Soy,sôi, soja.Spa,spâ, minerale bron, badplaats:Togo to a spa= naar een badplaats gaan.Space,speis, subst. ruimte, wijdte, uitgebreidheid, duur, spatie;Spaceverb. spatiëeren (metout):For a space= voor een tijdje;Into space= in ’t niet;In space comes grace= komt tijd, komt raad;Spacious,speišəs, ruim, uitgestrekt:A spacious hall= ruime, groote zaal; subst.Spaciousness.Spaddle,spad’l, kleine spade, schopje.Spade,speid, subst. spade, schop (Spades= schoppenin ’t kaartspel), driejarig hert, ruin, gecastreerd dier;Spadeverb. graven, spitten:Ace, King, Queen, Knave of spades= schoppenaas, heer, enz.;Hecalls a spade a spade= noemt het kind bij zijn naam;In his speech hecalled spades something more than spades= droeg hij de waarheid wel wat al te naakt voor;Spade-bayonet= breede bajonet:Spade-guinea= schopjesguinje van 1787–1799 (wegens het schopvormig schild op de keerzijde);Spade-husbandry= bebouwing van ’t veld door diep omgraven;Spadeful.Spadiceous,spədišəs, kastanjebruin.Spadill(e),spədil, schoppenaas in omber en quadrille.Spahee, Spahi,spâhi, ruiter bij de vroegere Turksche lichte cavalerie; Algerijnsch cavalerist in Franschen dienst.Spain,spein, Spanje.Spake,speik, oud imperf. vanto speak.Spalding,spôldiŋ.Spalt,spôlt, toeslag bij ijzererts.Span,span, subst. span, korte tijd, span paarden, etc., spanning;Spanverb. spannen, overspannen, afspannen (met de vingers), goed bij elkaar passen (Amer.):A beautifulspan of black oxen= jok zwarte ossen;The Almighty has seen fit to shorten his span= hem vroeg van ons te nemen;Long span= 9 inch.;Short span= 7 inch.;Span-long= eene spanne lang;Span-roof= zadeldak;Spanner= spanner, ratel, schroefsleutel.[522]Span,span, Imp. vanto spin.Span,span:Span-clean= spiegelglad;Span-new=Spick-and-span-new= fonkel(splinter)nieuw.Spancel,spans’l, touw om de achterpooten van koeien of paarden te binden; ook verb.Spangle,spaŋg’l, subst. loovertje;Spangleverb. met loovertjes tooien of versieren:Spangled heavens= sterrenhemel;The sky wasspangled withluminous stars= bezaaid met.Spaniard,spanjəd, Spanjaard.Spaniel,spanj’l, subst. patrijshond, Bolognezer (Maltezer) schoothondje; lage vleier; adj. laag vleiend, kruipend.Spanish,spaniš, Spaansch:Spanish castle= luchtkasteel;Spanish chalk= kleermakerskrijt;Spanish fly;Spanish woman= Spaansche.Spank,spaŋk, subst. klap met de vlakke hand;Spankverb. met de open hand slaan, klappen; vlug loopen;Spanker= bezaan (scheepsterm); snel renpaard, iets buitengewoons, groote leugen, lange kerel;Spanker-boom= giek;Spanking= groot, grof, krachtig, kranig, flink, aanzienlijk, levendig, vlug:ASpanking breeze= krachtige bries;The grey wentat a spanking pace= liep er vlug over heen.Spar,spâ, subst. spar, rondhout, spaath, schijnstoot, vuistgevecht;Spars= rondhouten;Sparverb. de armen uitslaan bij het boksen, met de sporen slaan, redetwisten:He wassparring away like clockwork= sloeg er automatisch op los;Sparring-match= bokspartij;Sparry= spaathachtig.Sparable,sparəb’l, schoenspijker.Sparadrap,sparədrap, hechtpleister.Spare,spêə, adj. schraal, mager, dungezaaid, matig, spaarzaam, waarloos (scheepst.), overtollig, wat over is;Spareverb. sparen, over hebben, spaarzaam omgaan met, vergunnen, toestaan, kunnen missen, doen zonder, schenken, ontzien, nalaten, etc.:There wasroom enough and to spare= er was overvloed van ruimte;A spare anchor, sail= reserve (nood)anker of zeil;I have aspare bedroom= nog eene slaapkamer over;Spare cash= geld over;Aspare guest-bed-chamber= logeerkamer;He made itin his spare time= in zijne snipperuren;Have you any tickets to spare?= heb je nog over;Enough and to spare= volop;You need notspare costs= geene kosten te ontzien;I willspare you the trouble= u de moeite sparen;I cannotspare this workman= niet missen;Could youspare (me) your grammarfor half an hour? = uwe grammatica missen;He did notspare himself= ontzag zichzelf niet;The teacherdid not spare for his crying= sloeg maar toe, niettegenstaande zijn schreeuwen;Spare to speak, and spare to speed= een grienende hond krijgt iets, een zwijgende niets;Ever spare, ever bare= te veel bewaard is voor de kat bespaard;Sparerib= ribstuk;Spareness= magerheid. ZieSparing.Sparge,spâdž, besprenkelen.Sparing,spêriŋ:Sparing oftime= zuinig op;Sparing of words= karig met woorden;Sparing dinners= schrale diners.Spark,spâk, subst. vonk, sprank; vroolijke Frans, bluffer, minnaar;Sparkverb. het hof maken:He is buta dull spark= een echte suffer;No spark of feeling= geen greintje gevoel;The stoneemitted sparks= spatte vonken;His master was sparking within= zijn heer zat daarbinnen te “flirten”, te vrijen;Sparkle,spâk’l, subst. gefonkel, geflikker, glans;Sparkleverb. fonkelen, schitteren;Sparkling= fonkelend, schitterend, levendig:Sparkling wine= parelende, mousseerende.Sparling,spâliŋ, spiering, zeezwaluw.Sparrow,sparou, musch:Hedge sparrow= bastaard nachtegaal;Sparrow-bill= snavel van een musch; schoenspijker;Sparrow-grass= asperge;Sparrow-hawk= sperwer.Sparse,spâs, dun gezaaid of verspreid:The populationis sparse= woont verspreid; subst.Sparseness.Sparta,spâtə, Sparta;Spartan, subst. en adj. Spartaan(sch):Spartan broth;Spartan dog= bloedhond.Spasm,spazm, kramp, krampachtige poging;Spasmodic,spazmodik, krampachtig.Spat,spat, imperf. en p.p. perf vanto spit.Spat,spat, subst. zaad (v.oesters), jonge oesters;Spatverb. zaad schieten.Spat,spat, slobkous:He wasneatly spatted= had keurigespatsaan.Spatch-cock,spatškok, gedoode en onmiddellijk daarop gebraden haan.Spate,speit, plotseling opkomende overstrooming:Mountain streamsin spate= bergstroomen die hoog gezwollen zijn.Spatter,spatə, bespatten, spatten, bekladden, “sputteren” (bij het praten);Spatterdashes= slobkousen:Spattering-leather= spatkleed.Spatula,spatjulə(Spatule,spatjûl) spatel;Spatular,Spatulate= spatelvormig.Spavin,spavin, spat (bij paarden):Spavined.Spawn,spôn, subst. kuit, broed, gebroed (fig.);Spawnverb. kuitschieten, uitbroeden (fig.):This isthe latest spawn the press has cast= het jongste prul dat de pers heeft geleverd;Spawner= kuiter;Spawning grounds= plaatsen waar de visch kuit schiet.Speak,spîk, spreken, uitspreken, klinken, praaien, meedeelen:They do not speak now= spreken niet meer met elkaar;His life speaks hima man of sweet temper= zijn leven bewijst, dat;These two factsspeak the whole bookto the intelligent= lichten den goeden verstaander omtrent het geheele boek in;Tospeak one’s mind= zeggen waar het op staat;This speaks volumes= dit zegt meer dan boekdeelen vol;He was worth speaking fair= het was de moeite waard, mooi met hem te praten;He was a chivalrous man andspoke her fair= en sprak vriendelijk tot haar;Hespoke off-hand= voor de vuist;Theyspeak well ofhim= gunstig over;Tospeak at aperson= iemand (in zijne tegenwoordigheid) bespreken;Tospeak by word of mouth= zich mondeling uiten;The factspeaks for itself= is duidelijk genoeg:This winespeaks for itself= recommandeert zichzelf;He hasno fortune to speak of= zijn fortuin is niet noemenswaard;[523]Hespoke ofit at some length= er uitvoerig over;Speak out= spreek vrijelijk;Hespoke tome under his breath= fluisterde met mij;Hewants to be spoken to= moet eens een standje hebben;Speak up= spreek luid, vrij uit;We have alwaysspoken up forthe good qualities in his poetry= hebben het altijd opgenomen voor;Wespoke the shipoff Dover= praaiden;Speaker= spreker, voorzitter v. hetHouse of Commons:He isan excellent public speaker= uitstekend redenaar;Speakership= voorzitterschap;Speaking:Aspeaking likeness= sprekende;Speaking below the mark (within bounds)= ten minste;Speaking on the outside= ten hoogste;Speaking broadly, generally= in ’t algemeen gesproken;Speaking-trumpet= scheepsroeper;Speaking-tube= spreekbuis.Spear,spîə, subst. speer, lans, spriet;Spearverb. met lans of speer doorboren of dooden, hoog opschieten;Spear-grass= struikgras, kweekgras;Spear-hand= rechterhand van een ruiter;Spear-head= punt v. lans of speer;Spearman= lansknecht;Spearmint= groene munt;Spear-side= mannelijke lijn v. een geslacht;Spear-thistle= speervederdistel;Spear-wigeon= middelste zaagbek;GreaterSpear-wort= groote boterbloem;LesserSpear-wort= egelboterbloem.Spec,spek, verk. v.Speculation;Specs= verk. v.Spectacles; ook: oogen (schertsend).Special,speš’l, subst. persoon of zaak voor een bepaald doel aangewezen, extrablad extratrein; adj. bijzonder, buitengewoon, speciaal, extra, uitdrukkelijk, voortreffelijk:Extra special= extratijding;Thenewspaper specialsare not in it with you= de extratijdingen der couranten halen niet bij u;Special constable= burger, die bij bijzondere gelegenheden als politiedienaar wordt beëedigd en in dienst gesteld;Special train;Special verdict= vonnis der jury omtrent de feiten alleen;Specialist= specialiteit;Speciality,spešialiti, bijzonderheid, bijzonder geval:Chance brought him a speciality= het toeval speelde hem de gelegenheid in handen;Specialization= toewijding aan een bijzonder vak (van studie, etc.), aanwending of geschiktmaking van een bepaald orgaan voor bepaalde functiën;Specialize= wijden aan een bepaald vak of eene bepaalde functie;Specialty= specialiteit, bijzonder contract.Specie,spîši, baar geld, klinkende munt.Species,spîšîz, soort, geslacht:Species-monger= peuteraar.Specific,spəsifik, subst. onfeilbaar middel, middel voor eene bepaalde ziekte of pijn; adj. soortelijk, bepaald, onfeilbaar:A specific forthe toothache= onfeilbaar middel tegen;Specific gravity= soortelijk gewicht;Specific name= de naam van het geslacht of de familie;Specification= specificatie, nauwkeurige opgaaf van bijzonderheden;Specify,spesifai, in bijzonderheden vermelden, specificeeren.Specimen,spesim’n, proef, staaltje, exemplaar:Specimen-book= staalboek;Specimen-page= proefblad;Specimen-schemeof instruction= ontwerp-leerplan.Specious,spîšəs, schoonschijnend, plausibel; subst.Speciousness.Speck,spek, subst. vlek, smet, blaam, deeltje, stip; spek (v. walvisch);Speckverb. bespikkelen;Speckle, subst. spikkel;Speckleverb. bespikkelen;Speckled= gespikkeld; subst.Speckledness;Speckless= vlekkeloos.Spectacle,spektək’l, schouwspel, vertoon(ing):A pair of spectacles= een bril;Tolook through very roseate spectacles= door een erg rooskleurigen bril kijken (fig.);Hewears spectacles= draagt een bril;Spectacle-case= brillenhuisje;Spectacle-frame= montuur;Spectacle-glass;Spectacle-snake= brilslang.Spectacular,spektakjulə, bij wijze van schouwspel of vertooning;Spectator,spekteitə, toeschouwer;Spectatress, Spectatrix,spekteitrəs (spekteitriks), toeschouwster.Spectral,spektr’l, spookachtig, spook …; spectraal:Spectral analysis;Spectre,spektə, spook, geestverschijning:Thespectre of the salt= het spooksel van rang- en standverschil;The spectre self= de spookgestalte, het visioen.Spectroscope,spektrəskoup, spectroscoop;Spectrum,spektr’m, spectrum:Solar spectrum;Spectrum analysis= spectraal analyse.Specular,spekjulə, als een spiegel, spiegelend, spiegel …Speculate,spekjuleit, overpeinzen, bespiegelingen maken; speculeeren;Speculation,spekjuleiš’n, overpeinzing, bespiegeling; speculatie; een kaartspel;Speculative,spekjuleitiv, bespiegelend, theoretisch, speculatief:Speculative beet-market= termijnmarkt v. bietsuiker; subst.Speculativeness= ondernemingsgeest;Speculator,spekjuleitə, theoreticus; speculant.Speculum,spekjulɐm, metalen spiegel:Ear, Nose speculum;Speculum oculi= oogspiegel;Speculum oris= mondspiegel.Sped,sped, imperf. en p.p. vanto speed.Speech,spîtš, taal, spraak, redevoering:The parts of speech= rededeelen:Hedelivered (made) a brilliant speech= hield eene schitterende redevoering;No speechmaking, please= houd je redevoeringen voor je, alsjeblieft;Speech-day= jaarl. prijsuitdeeling in scholen met de van buiten geleerde lesjes der leerlingen;Speech-maker= redevoeringenhouder;Speechify= toespraken houden;Speechless= sprakeloos, stom;Speechless with amazement= stom van verbazing; subst.Speechlessness.Speed,spîd, subst. spoed, snelheid, bespoediging, voorspoed;Speedverb. haast maken, snellen, begunstigen, doen bloeien, uitvoeren, goed succes, of: het beste wenschen, varen:We were steaming onat full speed= met volle kracht;The horseman was spurring onat the top of his speed= spoorslags;Good speed= goed succes!How speeds life under your roof?= hoe vaar jullie allen;May God so speed me as I wish your welfare= moge God zóó met mij zijn als ik u het beste wensch;Tospeed the parting guest= een heilwensch toebrengen;Wesped onthrough the forest= snelden voort;Speedwell= eereprijs (plant);Speeder;Speedily=Speedy;Speediness[524]= spoed;Speedy= spoedig, haastig, snel.Spell,spel, subst. tooverformule, betoovering; aflossing, hulp, rust, arbeidsduur, wacht (op het schip), tijdje;Spellverb. betooveren, beschutten, beteekenen, spellen, ontcijferen; aflossen:Spell and spell= om de beurt;Totake spell and spell= elkaar aflossen;We hada spell of rainy weather= een tijd van regenachtig weer;He spoke for some minutesat a spell= achtereen;The birdie wasunder the serpent’s spell= kon van angst voor de slang niet weg, was door de slang als behekst;Tocast (lay, set) a spell on= betooveren, beheksen;He hadlaid the public mind under a spell= den geest van ’t volk betooverd;I canspell out this lessonif necessary= dit lesje met wat moeite lezen;How does it spell?hoe spelt men dat;It has become a proverb that Shakespearespells ruin= dat opvoeringen van de stukken van S. zwaar verlies opleveren;Spell-bound=Spell-stopped= betooverd;Speller:He isa bad speller= kan niet zonder spelfouten schrijven;Spelling:Spelling-bee= wedstrijd (gew. voor de aardigheid) in het spellen;Spelling-book= spelboek;Spelling reformfaddists= verwoede spellinghervormers.Spellicans,spelik’nz= staafjes van stroo, hout of ivoor, gebruikt bij het knibbelspel; dit spel zelf.Spelt,spelt, imperf. en p.p. vanto spell.Spelt,spelt, spelt.Spelter,speltə, ongezuiverd zink.Spencer,spensə, spencer.Spend,spend, uitgeven, verteren, doorbrengen, besteden, afmatten, uitputten, verliezen:Tospend and be spent= geld en krachten opofferen;Tospend one’s breath= te vergeefs praten;We were invited tospend the eveningthere,but spending the eveningdid not begin until 10= den avond door te brengen, maar de vroolijkheid begon eerst tegen 10;Tospend money ona garden= besteden aan;The horsehad spent its strength= was doodaf;Youspend your words in vain= je verspilt je woorden te vergeefs;Spender;Spendthrift= verkwister; adj. verkwistend.Spenser,spensə, Edm. Spenser;Spenserian,spensîriən:The Spenserian stanza= bepaalde versbouw van Spenser’sFaery Queene.Spent,spent, P. Imp. en P.P. van to spend, uitgegeven, afgemat, doodop:Aspent rifle-shot= matte kogel;A horsequite spent= doodop;Spent with hunger and fatigue= uitgeput.Sperm,spɐ̂m, zaad, kuit;Sperm-oil= spermaceti olie;Sperm-whale (Spermaceti-whale)= spermaceti walvisch, cachelot;Spermaceti,spɐ̂məsîti,spɐ̂məseti, spermaceti;Spermatozoon,spɐ̂mətəzou-on, spermatozoïde.Spew,spjû, braken.Spey,spei.Sphacelate,sfasileit, door koudvuur aangetast worden, versterven, wegvreten; subst.Sphacelation;Sphacelus,sfasilɐs, koudvuur, kanker, beeneter.Sphagnum,sfagn’m, veenmos.Sphenodon,sfînədon, hagedis (N.-Zeeland).Sphenoid,sfînôid, wigvormig:Sphenoid bone.Sphere,sfîə, subst. bol, hemellichaam, globe, kring, loopbaan, schijf, omvang, gebied, rang, klasse, lucht, hemelgewelf;Sphereverb. onder de hemellichamen plaatsen, rood maken:Sphere of action;Sphere of influence;To be summoned to awider sphere of usefulness(van predikanten);That isout of my sphere, within my sphere= ligt buiten (binnen) mijn gebied of (werk)kring;Sphere-melody,Sphere-music= de harmonie der sferen;Spherical,sferik’l, bolvormig:Spherical triangle= boldriehoek;Spherical trigonometry= boldriehoeksmeting;Sphericity,sfərisiti, bolvormigheid;Spheroid,sfîrôid, spheroïde.Sphinx,sfiŋks, sfinx.Spicate,spaikit=Spicous.Spice,spais, subst. specerij, bijsmaak, zweempje;Spiceverb. kruiden:He hasa spice of the wilfulin his character= is wat eigenzinnig;Spice-bush (Spice-wood)= benzoëboom;The Spice Islands= de Molukken;Spicery= specerijen in ’t algemeen, specerijbergplaats;Spiciness= kruiderigheid.Spick,spik, nagel, spijker:Spick-and-span= spiksplinternieuw.Spicous,spaikəs, arendragend.Spicular,spikjulə, met scherpe punten, gebaard;Spiculate,spikjulit, adj. bedekt met fijne punten;Spicule,spikjûl, (ijs)naald.Spicy,spaisi, geurig, pikant.Spider,spaidə, spin, driepoot:Tostep into the parlour of the spider= in de val loopen;Spider-catcher= muurkruiper;Spider-crab= zeespin;Spider-web= spinrag;Spider’s web= spinneweb.Spigot,spigət, zwikje (in een vat).Spike,spaik, subst. aar; lange spijker, nagel, pin, stekel, doorn;Spikeverb. vernagelen:This argumentspiked his battery= bracht hem tot zwijgen;Tospike guns= vernagelen;Spike-lavender= smalbladige lavendel;Spike-nail= lange nagel;Spike-team= driespan (Amer.);Spiked:Spiked fence= schutting met spijkers erop;Spiked helmet.Spikenard,spaiknâd,spaiknəd, nardus(olie).Spiky,spaiki, met scherpe punten.Spile,spail, pen, spil, staak, paal.Spill,spil, subst. fidibus; val, tuimeling; “krach”;Spillverb. storten, vergieten, morsen, doen vallen, omwerpen; bak brassen (scheepst.):Hetwisteda piece of paperinto a spill;Spills are of common occurrence= ongevallen komen vaak voor;Spilling-lines= geilijnen, gordingen. ZieSpilt.Spillikins. ZieSpellicans.Spilt,spilt, imp. en p. perf. vanto spill:It is no use crying over spilt milk= gedane zaken nemen geen keer.Spin,spin, subst. het spinnen of draaien, snelle, onafgebroken beweging, snelle rit of loop;Spinverb. spinnen, lang rekken, doen draaien, snel ronddraaien, zich snel voortbewegen, voortsnorren, zakken, etc.:Your life isnot worth the spin of a farthing= is geen duit waard;A spin on a bicycle= toertje;He wasspun at courting=[525]liep een blauwtje;He wasspun at the examination= hij zakte;I’m gladthat the prig has got spun= dat die verwaande fat den wind van voren kreeg, zakte;The carriage was seenspinning alongthe road= zag men voortsnorren;The blowsent him spinning back= deed hem achteruit vliegen;The bloodspun fromthe wound= gutste uit;Tospin round= ronddraaien;Tospin a top= zetten;I willspin you a yarn= een verhaal doen (gew. uit het zeemansleven);Spin-drift= nevel van opgewaaid schuim;Spin-text= langdradig prediker;Spinner= spinner, spinmachine, spinnekop:A capitalspinner of a yarn= verteller;Spinneret= spinklier;Spinnery= spinfabriek;Spinning:Spinning-jenny= spinmachine;Spinning-mill= spinfabriek;Spinning-wheel= spinnewiel.Spinaceous,spineišəs, tot de spinazieplanten behoorende;Spinach, Spinage,spinidž, spinazie:All gammon and spinach= allemaal bedriegerij.Spinal,spain’l, tot de ruggegraat behoorende:Spinal column= ruggegraat;Spinal consumption= ruggemergstering;Spinal cord (Spinal marrow)= ruggemerg;Spinal curvature= verkromming;Spine,spain, doorn, stekel, ruggegraat, rug.Spindle,spind’l, spoel, dunne en puntige as, spille-linie, dunne stengel:Her mouth is aspindle-editionof her uncle’s= de vrouwelijke pendant van;Spindle-legged,Spindle-shanked= met spillebeenen;Spindle-legs,Spindle-shanks= spillebeenen;Spindle-shaped= spoel- of spilvormig;Spindle-side= vrouwelijke (spille) linie.Spinescent,sp(a)ines’nt, doornachtig;Spiniferous,spainifərɐs, doornig, doornen hebbend.Spink,spiŋk, boekvink, schildvink.Spinnaker,spinəkə, groot bijzeil vanyachts.Spin(n)et,spinət, spinet.Spinn(e)y,spini, struikgewas, boschje.Spinose,spainous,spainous, doornig, vol doornen;Spinosity,spainositi, doornigheid, netelige kwestie;Spinous,spainəs=Spinose.Spinozism,spinouzism,spainəzizm, wijsgeerig stelsel van Spinoza;Spinozist= volgeling van S.Spinster,spinstə, jonge dochter, ongetrouwde vrouw; ook adj.;Spinsterhood=Spinstership.Spiny,spaini, doornig, moeielijk, delicaat.Spiracle,sp(a)irək’l, luchtgat, luchtbuis.Spiraea,spairîə, spiraea.Spiral,spair’l, subst. spiraal; adj. puntig, met eene spits, kronkelend, schroefvormig:Spiral spring= spiraalveer;Spiral staircase, stairway = wenteltrap.Spirant,spair’nt, schuringsgeluid.Spire,spaiə, subst. sprietje, halm, spits toeloopend voorwerp, top, torenspits, spiraallijn;Spireverb. zich verheffen als eene piramide of spits, uitspruiten, opschieten.Spires,spaiəz, Spiers.Spirit,spirit, subst. geest, leven, levenskracht, geestverschijning, spook, geestkracht, opgewektheid (gew. meervoud), aard, temperament; geestrijke dranken (steeds meerv.);Spiritverb. bezielen, aanvuren, in stilte wegvoeren of doen verdwijnen:The (Holy) Spirit= de H. Geest;Father, Sonand Spirit;Evil (Good) spirit= kwade (goede) geest;Public spirit= belangstelling in de publieke zaak;Spirit of the age (time)= tijdgeest;Spirit of turpentine;Spirit of wine;Animal spirits= opgewektheid;Ardent spirits= spiritualiën;Choice spirits= buitengewone geesten;To bein spirits= opgewekt, vroolijk; dronken;He wasin low, in high spirits= terneergeslagen, opgewekt;His flow of spiritswas wonderful= zijne vroolijkheid;You cannotraise a person’s spirits= iemand opmonteren;Sherecovered her spirits= kreeg haar bewustzijn terug;It wasspirited away= verdween ongemerkt;The servant wasspirited out of the country= in alle stilte buiten het land gebracht;Spirit-lamp= spirituslamp;Spirit-level= luchtbelwaterpas;Spirit-license= vergunning;Spirit-rapper= geloover inSpirit-rapping= spiritistische manifestaties, zooals geklop, het bewegen van tafels, enz.:She has gone stark mad on the spirit-rapping imposition= die spiritistische koolverkooperij heeft haar stapelgek gemaakt;Spirit-trade= handel in spiritualiën;Spirited= bezield, levendig, opgewekt:Dull-spirit= saai, suf;Ahigh-spiritman= fier;Low-spirit= terneergeslagen;Mean-spirit= laag;Narrow-spirit= bekrompen;Spiritism= spiritisme;Spiritist= spiritist;Spiritless= geesteloos, terneergeslagen, suf;Spiritual,spiritjuəl, geestelijk, onstoffelijk, verstandelijk:Spiritual adviser= geestelijk adviseur;Spiritual court= geestelijk gerechtshof;Spiritual wife= elke volgende vrouw na de eerste, bij de Mormonen;Spiritualism= geestelijke aard, leer dat geest geheel onderscheiden is van stof, spiritisme;Spiritualist= spiritist;Spiritualistic,spiritjuəlistik:Spiritualistic meetings= spiritistische bijeenkomsten;Spirituality,spiritjualiti, onstoffelijkheid, geestelijke aard;Spiritualities= inkomsten v. een bisschop;Spiritualization, subst. v.Spiritualize,spiritjuəlaiz, geestelijk maken, met geest bezielen, eene geestelijke beteekenis geven;Spirituous,spiritjuəs:Spirituous liquor= sterke drank;Spiritus= ademhaling; spiritus:Spiritus asper= geaspireerde letter;Spiritus lenis= niet geaspireerde letter;Spirometer,spairomətə, spirometer.
Soldier,souldžə, subst. soldaat, militair; bootafhouder (fig.);Soldierverb. als soldaat dienen; niet meer werken dan hoog noodig is:You won’tcome the old soldier overme= mij niet beetnemen;Togo for a soldier(=Togo (a-)soldiering) = onder dienst gaan;Soldier-like, Soldierly custom, discipline;Soldiership= krijgswezen, beleid.Soldo,soldou,Ital. munt van 2½ cent.Sole,soul, subst. zool, voetzool, grondvlak, tong (visch); adj. enkel, eenig, ongehuwd;Soleverb. van zolen voorzien:Sole heir;Sole-leather= zoolleer;Sole owner;Solely;Soleness.Solecism,solisizm, taalfout; ongerijmdheid;Solecistic(al)= onjuist, ontaalkundig;—verb.Solecize.Solemn,sol’m, plechtig, formeel, stijf; statig;Solemnness=Solemnity,səlemniti, plechtigheid, statigheid, deftigheid;Solemnization,soləmnizeiš’n, viering, heiliging;Solemnize,soləmnaiz, plechtig vieren, heiligen;Solemnly.Solen,soulən, zwaardscheede (weekdier).Solent (The),dhəsoul’nt, zeeëngte tusschenWightenHampshire.Soli,souli, solo’s.Solicit,səlisit, ernstig vragen, bidden, dingen naar:Tosolicit attention;Isolicit yourkind protection= beveel me aan in;Solicitant,səlisit’nt, subst. vrager, smeeker, dinger; adj. vragend, verzoekend;Solicitation,solisiteiš’n, verzoek, verlangen, uitnoodiging;Solicitor,səlisitə, procureur die, behalve bij enkele lagere (politie)rechtbanken, nooit als pleiter, doch alleen als raadsman optreedt;Solicitor-general= Procureur-Generaal;Solicitorship;Solicitous,səlisitɐs, bekommerd, bezorgd:I amsolicitous about (concerning, for)your welfare= bekommerd over; subst.Solicitousness=Solicitude,səlisitjûd, bezorgdheid, angst.Solid,solid, vast, massief,soliede, stevig, kubiek, krachtig, degelijk, eenstemmig (Solids= vaste lichamen):I studiedfor three solid hours= drie volle (dikke) uren;Toget solid with= tot overeenstemming komen met;Solidarity= gemeenschap in winst en verlies, gemeenschap van belangen, éénheid;Solidification= verdichting;Solidify,səlidifai, vast maken of worden, massief (degelijk) maken, verdichten:Solidified milk= gecondenseerde;Solidity,səliditi, vastheid, hardheid, stevigheid, dichtheid, soliditeit =Solidness.Soliloquize,səliləkwaiz, eene alléénspraak houden:Soliloquy,səliləkwi, alléénspraak.Soliped,soliped,Solipede,solipîd, eenhoevig dier; adj. Solipedous.Solitaire,solitêə, versiering uit één diamant[519]bestaande (dasspeld, manchetknoop, etc.), een spel dat men alléén kan spelen;Solitariness, subst. v.Solitary,solitəri, eenzaam, afgelegen, eenzelvig:Solitary confinement= eenzame opsluiting;Solitude,solitjûd, eenzaamheid, verlatenheid.Solo,soulou, (Meerv.SolosofSoli), solo:The threesolo vocalists;Soloist= solist.Solomon,soləm’n, Salomo:Solomon’s seal= salomonszegel; Solomonic;Solon,soul’n.Solstice,solstis, zonnestilstand;Solstitial,solstiš’l, tot een solstice behoorende.Solubility,soljubiliti, oplosbaarheid;Soluble,soljub’l, oplosbaar:Soluble glass= waterglas; subst.Solubleness;Solute,səl(j)ût, oplossen;Solution,səl(j)ûš’n, oplossing, verklaring, ontbinding;Solutive= laxeerend (middel).Solvability,solvəbiliti, oplosbaarheid:Solvable,solvəb’l, oplosbaar; subst.Solvableness;Solve,solv, uitleggen, verklaren, oplossen;Solvency= solvabiliteit;Solvent, subst. oplossende vloeistof; adj. oplossend, solvent:A solvent estate= goederen waaruit de schulden wel betaald kunnen worden.Solway,solwei.Soma,soumə, soort zwaluwwortel; een Indische plant, uit welker sappen een bedwelmende drank werd bereid.Sombre,sombə, somber, zwaarmoedig, dof, duister, donker v. tint; subst.Sombreness;Sombrous,sombrəs, donker, zwaarmoedig.Some,sɐm, eenige, zoowat, ongeveer:Some fiftyguilders= om en bij de;Let me have some of this= geef mij hier wat van;Some of these days= een dezer dagen;Is there any left? Yes, there is someleft= is er wat over? ja, er is wat over;Is he somebody?I tell you he is a nobody= is hij iemand van beteekenis?Some deal= in zekeren graad (mate);You must do itsomehow= op de een of andere wijze;Some-such= zulk een, dergelijke;There is something undefinable about him= hij heeft iets “ik en weet niet wat” aan zich;Sixty something= een dikke 60;You something villain= jij vervloekte schelm;I wouldn’t be you for something= niet voor nog zooveel in jou plaats zijn;You will repent of itsometime,I saidsometimesto him= er eens (te eeniger tijd) … soms;Sometime or other= te een of ander tijd;Sometime president of= voormalig;That issometime ago= al wat geleden;Let me have somewhat= geef mij wat;He issomewhat saucy= vrij brutaal;Somewhat under400 pages= iets minder dan;He issomewhere about sixteen= ± 16;I have laid itsomewherebut I cannot find itanywhere= ergens … nergens;Somewhere and somewhiles= ergens en somtijds.Somersault,sɐməsôlt(Somerset,sɐməset), salto mortale, duikeling.Somers,sɐməz;Somersetshire,sɐməsetšə;Somerville,sɐməvil.Somnambulism,somnambjulizm, slaapwandelen, somnambulisme;Somnambulist; adj.Somnambulistic(al).Somniferous,somnifərɐs,Somnific,somnifik, slaapwekkend.Somnipathy,somnipəthi, magnetische slaap.Somnolence, Somnolency,somnəlens(i), slaperigheid, slaapdronkenheid, slaapzucht;Somnolent= slaperig, slaapzuchtig.Son,sɐn, zoon:Son of a gun= lammeling; leuke baas;The Son of man= de Zoon des Menschen;Every Mother’s son= iedereen;Son-in-law= schoonzoon;Sonship.Sonance, Sonancy,soun’ns(i), klank, toon;Sonant, subst. stemhebbende letter; adj. klinkend.Sonata,sənɐ̂tə, sonate;Sonatina,sounətînə.Song,soŋ, lied, gezang, zang, poëzie, kleinigheid:Song of Solomon= Hooglied;Sacred song= gewijd gezang:Give us a song= zing eens wat;Iboughtthe picturefor a (mere) song= voor een appel en een ei;It’s the same song over again= het is altijd het oude liedje;Song-bird= zangvogel;Song-book= liederenboek;Song-writer= liederendichter;Songless;The feathered songsters;Songstress= zangeres, zangster.Soniferous,sənifərɐs, klinkend, klank voortbrengend.Sonnet,sonət, subst. sonnet;Sonnetverb. sonnetten dichten;Sonneteer,sonətîə, subst. sonnettendichter.Sonometer,sənomətə, klankmeter;Sonorific,sounərifik, klank voortbrengend;Sonorous,sənôrəs, welluidend, hel klinkend; subst.Sonorousness.Sonties,sontiz, alléén in:By God’s sonties= waarachtig (veroud.).Soodan,sûdân;Sooloo,sûlû:Sooloo Islands.Soon,sûn, weldra, spoedig, vlug:No soonerhad he seen me,than= nauwelijks.… of;The sooner the better= hoe eer hoe liever;Sooner or later= vroeg of laat;Soon got soon gone= zoo gewonnen zoo geronnen;I wouldjust as soonbe hanged= even lief;As soon ashe came= zoodra;I would sooner= wou liever.Soosoo,sûsû, dolfijn (van den Ganges).Soot,sut, subst. roet;Sootverb. met roet besmeren (mesten);Sootiness= roetachtigheid;Sootish= roeterig;Sooty= roetachtig, vuil.Sooth,sûth:For, In sooth= voorwaar;Soothsay= voorzèggen, voorspellen;Soothsayer= waarzegger;Soothsaying= voorspelling.Soothe,sûdh, vleien, liefkoozen, verzachten, tevreden stellen:Soother.Sop,sop, subst. iets ingedoopts of geweekts, sop(je), lekkerbeetje, een borrel (om iemand mee om te koopen); iets verzachtends;Sopverb. doopen, soppen, weeken:It wasa sop forthe rage of the nation= het stilde de woede der natie;I mustadminister a sop tomy creditors= moet zien te bevredigen;Sops-in-wine= soort anjelier; soort wijnappel;Sopper;Sopping=Soppy= doorweekt.Soph,sof, verk. vanSophister= student in zijn tweede jaar (=Junior soph) of derde jaar (=Senior soph) teCambridge, enSophomore= student in zijn tweede jaar (Amer.).Sophia,səfaiə;səfîə(stad).[520]Sophism,sofizm, drogrede;Sophist,sofist, sophist;Sophister= drogredenaar; student te Cambridge, ZieSoph:Sophistic(al),sofistik(’l), sophistisch;Sophisticate,sofistikeit, vervalschen, verknoeien; subst.Sophistication;Sophisticator= vervalscher;Sophistry,sofistri, sophisterij.Sophocles,sofəklîz.Sophomore,sofəmö. ZieSoph;Sophy,soufi.Soporiferous,so(u)pərifərɐs, slaapwekkend:Soporiferous medicine;Soporific, subst. en adj. slaapwekkend (middel);Soporous,soupərɐs,Soporose,soupərous, slaapwekkend, slaperig.Soprano,səprânou(Meerv.Sopranos, Soprani), sopraan.Sorb,söb, peer, lijsterbes, sorbenboom;Sorb-apple= vrucht daarvan, sorbepeer.Sorbet,söbət, sorbet, verkoelende (Oostersche) drank bestaande uit gestampte rozijnen met citroensap, etc.Sorcerer,sösərə, toovenaar;Sorceress= toovenares;Sorcery,sösəri, toovenarij.Sordes,södiz, uitwerpselen.Sordid,södid, vuil, laag, vrekkig; subst.Sordidness.Sordine,södîn, sordine.Sore,sö, subst. pijnlijke plek, rauwe wond, zweer, éénjarige valk, vierjarig hert; adj. pijnlijk, zeer, ontstoken, hevig, gevoelig, scherp; adv. zeer:Itopened the old sore= reet de oude wonde open (fig.);I have gota sore throat= pijn in de keel;Sore against my will= zeer tegen;Thepessimists and sore-heads= pessimisten en mopperaars;I amsorely (sadly) in want ofmoney= heb groot geldgebrek; subst.Soreness.Sorel,sor’l=Sorrel.Sorex,sôrəks, spitsmuis.Sorn,sön, zijn anker ergens neerleggen of gaan logeeren zonder genoodigd te zijn;Sornar= ongenoode gast.Sororicide,sərorisaid,sərôrisaid, zustermoord(enaar);We havefraternized or rather sororized= wij hebben ons verbroederd, of liever verzusterd.Sorrel,sor’l, subst. (klaver)zuring; rossige of roodbruine kleur, vos (paard); adj. rossig.Sorriness,sorinəs, droefheid, ellendigheid.Sorrow,sorou, subst. diepe smart, droefheid;Sorrowverb. treuren, smart lijden:TheSorrows of Werther;Every sorrow has its twin joy= de tweeling der smart is de vreugde;Hedrowned his sorrow in liquor= verzette zijne smart door drank;Iheard it to my sorrow= tot mijn leedwezen gehoord;Who goes a-borrowing goes a-sorrowing= borgen baart zorgen:Sorrowful= treurig, ellendig; subst.Sorrowfulness.Sorry,sori, bedroefd, armzalig:I am very sorry= het spijt me zéér;I am sorry to say= het spijt mij te moeten zeggen;I am sorry for what I have done= wat ik gedaan heb, spijt mij;Hemade a sorry figure= maakte eene armzalige figuur;Tobe in a sorry plight= ellendige toestand;It was aSorry sight= een treurig gezicht.Sort,söt, subst. soort, orde, stel, manier, rang, wijze;Sortverb. sorteeren, samenvoegen, zich vereenigen, overeenstemmen, passen:He isa bad sort= hij deugt niet;To bea good sort(Too good a sort for) = een beste vent (te goed voor);After a sort,In a sort,In some sort= eenigermate, om zoo te zeggen;All sorts and conditions of men= menschen van allerlei slag;Gossipof sorts= allerlei onbeduidende praatjes:A poetof sorts= een “stuk” dichter;Iam out of sorts= voel me niet lekker, ben niet monter, ben wat korzelig;We areout of sorts= hebben niet meer van die letter;We run upon sorts= wij moeten kolossaal veel van eene bepaalde lettersoort hebben;He sort of dumbfounded me= hij deed me zoowat versteld staan;You twoare well sorted= hoort net bij elkaar;I will notsort with such rogues= mij niet ophouden;Sorter= sorteerder.Sortes,sötîz, voorspellingen door het openslaan van een boek en ’t nemen van den eersten zin waarop het oog viel:He used to dip into the Aeneid,seeking sortes.Sortie,sötî,sötî, uitval.Sortilege,sötiledž, waarzeggen door loten.Sori,sôrai, vruchthoopje op varenbladeren; Enkelv.Sorus.Sot,sot, versufte dronkaard;Sotverb. zijn verstand verzuipen;Sottish= zot, verzopen; subst.Sottishness.Sotheby,sɐthbi,southbi.Soubrette,sûbret, soubrette.Souchong,sûšoŋ,sûšoŋ, zwarte thee.Souchy,sûtši, gekruide peterseliesaus bij visch.Soudan,sudân;Soudanese.Sough,sɐf,sau, subst. gesuis, zucht;Soughverb. zuchten, suizen:The sough of the bellows= het hijgen der blaasbalgen.Sought,sôt, imperf. en p. perf. vanto seek.Soul,soul, subst. ziel, hart, geest, verstand, neiging, wezen, moed:He isa good soul= een goeie ziel;The soul of a party= ziel (fig.);Not a soul can hear us= geen schepsel hoort ons;We neversee a soul here= geen “christenziel”;Cure of souls= zielezorg;I couldnot for the soul of meunderstand= mij ter wereld niet begrijpen;Upon my soul= bij mijne ziel;With all my soul= van ganscher harte;He is completely cowed by his wife anddares not (to) call his soul his own= hij durft geen boe of ba zeggen:God rest his soul= zijne ziel ruste in vrede;Tounburden one’s soul= zijn gemoed uitstorten;Soul-seller= zielverkooper;Soul-sick= zielsziek;Soulless= zonder hart of ziel.Sound,saund, subst. geluid, geschal, knal, klank of toon: sond of zeeëngte, luchtblaas (van een visch), inktvisch; sondeernaald (The Sound= de Sont); adj. gezond, volkomen gaaf, flink, krachtig, solide, sterk, gegrond, rechtmatig, onwrikbaar, vast in de leer;Soundverb. klinken, weerklinken, doen klinken, schallen, uitbazuinen, bekend maken, peilen, looden, sondeeren, onderzoeken, uithooren:We arrivedsafe and sound= gezond en wel;As sound as a (bell, colt) roach= zoo[521]gezond als een visch;Assound asleep as a church= zoo vast in slaap als een mol;Insound earnest= in vollen ernst;I feelon sound ground= op vasten bodem;Sound health= goede;Sound horse= zonder gebreken;Yours issound reasoning= gij redeneert gezond;He got asound thrashing= een duchtig pak ransel;Tosound the charge= blazen tot den aanval;His praise wassounded all over the country= werd uitgebazuind;Haveyou sounded him on (about, as to)that subject yet= hem daarover al eens gepolst;Sound-board= klankbord;Sound-hole= klank- of galmgat;Sounding= klinkend, welluidend; subst. klinken, peilen:Soundings= peilbare plaats(en) in den oceaan, looding;Toget on -s= ankergrond aanlooden;Welost our soundings= wij konden geen grond meer vinden, waren uit ons vaarwater (fig.);Westruck soundings=Got onsoundings;Totake soundings= looden;Sounding-board= klankbord;Sounding-line= schietlood, loodlijn;Sounding-post= plankje beneden den kam eener viool;Sounding-rod= peilstok;Soundless= stil, zonder klank, onpeilbaar, diep;Soundness= de gelijkheid, zuiverheid, gaafheid.Soup,sûp, soep:Portable soup= soeptablet;Soup-kitchen= soepkokerij;Soup-maigre,sûpmeigə, magere soep;Soup-plate;Soup-ticket= soepkaartje;Soup-tureen= soepterrine.Sour,sauə, adj.zuur, scherp, bitter, norsch, knorrig;Sourverb. zuur maken, verzuren, knorrig maken:That hassoured my joy= mijne vreugde vergald;Rye-breadsours on my stomach= van roggebrood krijg ik het zuur;Sour-crout (Sour-krout)= zuurkool;Sour-dock= veldzuring;Sour-dough= zuurdeeg, gist;Sour-faced= met een zuur gezicht;Sourish= zuurachtig;Sourness= zuurheid, etc.Source,sös, bron, oorzaak, oorsprong.Souse,saus, subst. pekel, de ooren en pooten van varkens in pekel, onderdompeling, het plotselinge neerschieten op;Souseverb. pekelen, onderdompelen, neerschieten op (upon) (van roofvogels); adv. plotseling, hevig.Soutane,sûtein, toog, soutane van Roomsche geestelijken.South,sauth, subst. zuiden, zuidelijke streken, zuidenwind; adj. zuid;Southverb. zich naar het Z. bewegen:South of the island= ten zuiden van het eiland;South-down, subst. en adj. (schaap) uit de duinstreken vanHampshireenSussex;South-east= subst. zuidoosten; adj. zuidoostelijk;South-easterly,South-eastern= zuidoostelijk;Southerly,sɐdhəli, zuidelijk;Southern,sɐdhən, zuidelijk:Southern Cross= zuiderkruis (sterrenbeeld);Southernwood= soort alsem;Southerner,sɐdhənə, bewoner van de Z. Staten der Amer. Unie;Southernmost= zuidelijkst;Southing,saudhing, subst. richting of beweging naar het Z.;Southward=sauthwəd, zuidwaarts(ch);Southwest, subst. zuidwesten; adj. zuidwestelijk;Southwester,southwestə,zuidwestenwind; zuidwester;South-westerly,South-western.Southam,saudh’m;Southampton,sauthamt’n,sɐdh(h)am(p)t’n;Southend,sauthend;Southey,saudhi,sɐdhə.Southron,sɐdhr’n, subst. bewoner van een zuidelijk gelegen land, naam door de Schotten aan Engelschen gegeven; adj. zuidelijk.Southwark,sɐdhək;Southwell,sauthwel,sɐdhəl.Sovereign,sovərin,sɐvərin, subst. heerscher, opperheer, souverein, monarch, E. goudstuk van 20shillings; adj. oppermachtig, heerschend, onovertroffen, grootste, krachtdadig:Sovereignty= oppermacht.Sow,sau, zeug; metaalklomp:Tohave (get, take) the right (wrong) sow by the ear= den rechte (verkeerde) te pakken hebben (krijgen);Sow-backed= met krommen rug;Sow-bread= varkensbrood (plant);Sow-thistle= moes, melkdistel.Sow,sou, zaaien, verspreiden, uitstrooien:Sowing-machine.Sowar,souâ,sauâ, inlandsch cavalerist (Brit. Ind.).Sowerby,sauəbi;Sowter,sautə.Soy,sôi, soja.Spa,spâ, minerale bron, badplaats:Togo to a spa= naar een badplaats gaan.Space,speis, subst. ruimte, wijdte, uitgebreidheid, duur, spatie;Spaceverb. spatiëeren (metout):For a space= voor een tijdje;Into space= in ’t niet;In space comes grace= komt tijd, komt raad;Spacious,speišəs, ruim, uitgestrekt:A spacious hall= ruime, groote zaal; subst.Spaciousness.Spaddle,spad’l, kleine spade, schopje.Spade,speid, subst. spade, schop (Spades= schoppenin ’t kaartspel), driejarig hert, ruin, gecastreerd dier;Spadeverb. graven, spitten:Ace, King, Queen, Knave of spades= schoppenaas, heer, enz.;Hecalls a spade a spade= noemt het kind bij zijn naam;In his speech hecalled spades something more than spades= droeg hij de waarheid wel wat al te naakt voor;Spade-bayonet= breede bajonet:Spade-guinea= schopjesguinje van 1787–1799 (wegens het schopvormig schild op de keerzijde);Spade-husbandry= bebouwing van ’t veld door diep omgraven;Spadeful.Spadiceous,spədišəs, kastanjebruin.Spadill(e),spədil, schoppenaas in omber en quadrille.Spahee, Spahi,spâhi, ruiter bij de vroegere Turksche lichte cavalerie; Algerijnsch cavalerist in Franschen dienst.Spain,spein, Spanje.Spake,speik, oud imperf. vanto speak.Spalding,spôldiŋ.Spalt,spôlt, toeslag bij ijzererts.Span,span, subst. span, korte tijd, span paarden, etc., spanning;Spanverb. spannen, overspannen, afspannen (met de vingers), goed bij elkaar passen (Amer.):A beautifulspan of black oxen= jok zwarte ossen;The Almighty has seen fit to shorten his span= hem vroeg van ons te nemen;Long span= 9 inch.;Short span= 7 inch.;Span-long= eene spanne lang;Span-roof= zadeldak;Spanner= spanner, ratel, schroefsleutel.[522]Span,span, Imp. vanto spin.Span,span:Span-clean= spiegelglad;Span-new=Spick-and-span-new= fonkel(splinter)nieuw.Spancel,spans’l, touw om de achterpooten van koeien of paarden te binden; ook verb.Spangle,spaŋg’l, subst. loovertje;Spangleverb. met loovertjes tooien of versieren:Spangled heavens= sterrenhemel;The sky wasspangled withluminous stars= bezaaid met.Spaniard,spanjəd, Spanjaard.Spaniel,spanj’l, subst. patrijshond, Bolognezer (Maltezer) schoothondje; lage vleier; adj. laag vleiend, kruipend.Spanish,spaniš, Spaansch:Spanish castle= luchtkasteel;Spanish chalk= kleermakerskrijt;Spanish fly;Spanish woman= Spaansche.Spank,spaŋk, subst. klap met de vlakke hand;Spankverb. met de open hand slaan, klappen; vlug loopen;Spanker= bezaan (scheepsterm); snel renpaard, iets buitengewoons, groote leugen, lange kerel;Spanker-boom= giek;Spanking= groot, grof, krachtig, kranig, flink, aanzienlijk, levendig, vlug:ASpanking breeze= krachtige bries;The grey wentat a spanking pace= liep er vlug over heen.Spar,spâ, subst. spar, rondhout, spaath, schijnstoot, vuistgevecht;Spars= rondhouten;Sparverb. de armen uitslaan bij het boksen, met de sporen slaan, redetwisten:He wassparring away like clockwork= sloeg er automatisch op los;Sparring-match= bokspartij;Sparry= spaathachtig.Sparable,sparəb’l, schoenspijker.Sparadrap,sparədrap, hechtpleister.Spare,spêə, adj. schraal, mager, dungezaaid, matig, spaarzaam, waarloos (scheepst.), overtollig, wat over is;Spareverb. sparen, over hebben, spaarzaam omgaan met, vergunnen, toestaan, kunnen missen, doen zonder, schenken, ontzien, nalaten, etc.:There wasroom enough and to spare= er was overvloed van ruimte;A spare anchor, sail= reserve (nood)anker of zeil;I have aspare bedroom= nog eene slaapkamer over;Spare cash= geld over;Aspare guest-bed-chamber= logeerkamer;He made itin his spare time= in zijne snipperuren;Have you any tickets to spare?= heb je nog over;Enough and to spare= volop;You need notspare costs= geene kosten te ontzien;I willspare you the trouble= u de moeite sparen;I cannotspare this workman= niet missen;Could youspare (me) your grammarfor half an hour? = uwe grammatica missen;He did notspare himself= ontzag zichzelf niet;The teacherdid not spare for his crying= sloeg maar toe, niettegenstaande zijn schreeuwen;Spare to speak, and spare to speed= een grienende hond krijgt iets, een zwijgende niets;Ever spare, ever bare= te veel bewaard is voor de kat bespaard;Sparerib= ribstuk;Spareness= magerheid. ZieSparing.Sparge,spâdž, besprenkelen.Sparing,spêriŋ:Sparing oftime= zuinig op;Sparing of words= karig met woorden;Sparing dinners= schrale diners.Spark,spâk, subst. vonk, sprank; vroolijke Frans, bluffer, minnaar;Sparkverb. het hof maken:He is buta dull spark= een echte suffer;No spark of feeling= geen greintje gevoel;The stoneemitted sparks= spatte vonken;His master was sparking within= zijn heer zat daarbinnen te “flirten”, te vrijen;Sparkle,spâk’l, subst. gefonkel, geflikker, glans;Sparkleverb. fonkelen, schitteren;Sparkling= fonkelend, schitterend, levendig:Sparkling wine= parelende, mousseerende.Sparling,spâliŋ, spiering, zeezwaluw.Sparrow,sparou, musch:Hedge sparrow= bastaard nachtegaal;Sparrow-bill= snavel van een musch; schoenspijker;Sparrow-grass= asperge;Sparrow-hawk= sperwer.Sparse,spâs, dun gezaaid of verspreid:The populationis sparse= woont verspreid; subst.Sparseness.Sparta,spâtə, Sparta;Spartan, subst. en adj. Spartaan(sch):Spartan broth;Spartan dog= bloedhond.Spasm,spazm, kramp, krampachtige poging;Spasmodic,spazmodik, krampachtig.Spat,spat, imperf. en p.p. perf vanto spit.Spat,spat, subst. zaad (v.oesters), jonge oesters;Spatverb. zaad schieten.Spat,spat, slobkous:He wasneatly spatted= had keurigespatsaan.Spatch-cock,spatškok, gedoode en onmiddellijk daarop gebraden haan.Spate,speit, plotseling opkomende overstrooming:Mountain streamsin spate= bergstroomen die hoog gezwollen zijn.Spatter,spatə, bespatten, spatten, bekladden, “sputteren” (bij het praten);Spatterdashes= slobkousen:Spattering-leather= spatkleed.Spatula,spatjulə(Spatule,spatjûl) spatel;Spatular,Spatulate= spatelvormig.Spavin,spavin, spat (bij paarden):Spavined.Spawn,spôn, subst. kuit, broed, gebroed (fig.);Spawnverb. kuitschieten, uitbroeden (fig.):This isthe latest spawn the press has cast= het jongste prul dat de pers heeft geleverd;Spawner= kuiter;Spawning grounds= plaatsen waar de visch kuit schiet.Speak,spîk, spreken, uitspreken, klinken, praaien, meedeelen:They do not speak now= spreken niet meer met elkaar;His life speaks hima man of sweet temper= zijn leven bewijst, dat;These two factsspeak the whole bookto the intelligent= lichten den goeden verstaander omtrent het geheele boek in;Tospeak one’s mind= zeggen waar het op staat;This speaks volumes= dit zegt meer dan boekdeelen vol;He was worth speaking fair= het was de moeite waard, mooi met hem te praten;He was a chivalrous man andspoke her fair= en sprak vriendelijk tot haar;Hespoke off-hand= voor de vuist;Theyspeak well ofhim= gunstig over;Tospeak at aperson= iemand (in zijne tegenwoordigheid) bespreken;Tospeak by word of mouth= zich mondeling uiten;The factspeaks for itself= is duidelijk genoeg:This winespeaks for itself= recommandeert zichzelf;He hasno fortune to speak of= zijn fortuin is niet noemenswaard;[523]Hespoke ofit at some length= er uitvoerig over;Speak out= spreek vrijelijk;Hespoke tome under his breath= fluisterde met mij;Hewants to be spoken to= moet eens een standje hebben;Speak up= spreek luid, vrij uit;We have alwaysspoken up forthe good qualities in his poetry= hebben het altijd opgenomen voor;Wespoke the shipoff Dover= praaiden;Speaker= spreker, voorzitter v. hetHouse of Commons:He isan excellent public speaker= uitstekend redenaar;Speakership= voorzitterschap;Speaking:Aspeaking likeness= sprekende;Speaking below the mark (within bounds)= ten minste;Speaking on the outside= ten hoogste;Speaking broadly, generally= in ’t algemeen gesproken;Speaking-trumpet= scheepsroeper;Speaking-tube= spreekbuis.Spear,spîə, subst. speer, lans, spriet;Spearverb. met lans of speer doorboren of dooden, hoog opschieten;Spear-grass= struikgras, kweekgras;Spear-hand= rechterhand van een ruiter;Spear-head= punt v. lans of speer;Spearman= lansknecht;Spearmint= groene munt;Spear-side= mannelijke lijn v. een geslacht;Spear-thistle= speervederdistel;Spear-wigeon= middelste zaagbek;GreaterSpear-wort= groote boterbloem;LesserSpear-wort= egelboterbloem.Spec,spek, verk. v.Speculation;Specs= verk. v.Spectacles; ook: oogen (schertsend).Special,speš’l, subst. persoon of zaak voor een bepaald doel aangewezen, extrablad extratrein; adj. bijzonder, buitengewoon, speciaal, extra, uitdrukkelijk, voortreffelijk:Extra special= extratijding;Thenewspaper specialsare not in it with you= de extratijdingen der couranten halen niet bij u;Special constable= burger, die bij bijzondere gelegenheden als politiedienaar wordt beëedigd en in dienst gesteld;Special train;Special verdict= vonnis der jury omtrent de feiten alleen;Specialist= specialiteit;Speciality,spešialiti, bijzonderheid, bijzonder geval:Chance brought him a speciality= het toeval speelde hem de gelegenheid in handen;Specialization= toewijding aan een bijzonder vak (van studie, etc.), aanwending of geschiktmaking van een bepaald orgaan voor bepaalde functiën;Specialize= wijden aan een bepaald vak of eene bepaalde functie;Specialty= specialiteit, bijzonder contract.Specie,spîši, baar geld, klinkende munt.Species,spîšîz, soort, geslacht:Species-monger= peuteraar.Specific,spəsifik, subst. onfeilbaar middel, middel voor eene bepaalde ziekte of pijn; adj. soortelijk, bepaald, onfeilbaar:A specific forthe toothache= onfeilbaar middel tegen;Specific gravity= soortelijk gewicht;Specific name= de naam van het geslacht of de familie;Specification= specificatie, nauwkeurige opgaaf van bijzonderheden;Specify,spesifai, in bijzonderheden vermelden, specificeeren.Specimen,spesim’n, proef, staaltje, exemplaar:Specimen-book= staalboek;Specimen-page= proefblad;Specimen-schemeof instruction= ontwerp-leerplan.Specious,spîšəs, schoonschijnend, plausibel; subst.Speciousness.Speck,spek, subst. vlek, smet, blaam, deeltje, stip; spek (v. walvisch);Speckverb. bespikkelen;Speckle, subst. spikkel;Speckleverb. bespikkelen;Speckled= gespikkeld; subst.Speckledness;Speckless= vlekkeloos.Spectacle,spektək’l, schouwspel, vertoon(ing):A pair of spectacles= een bril;Tolook through very roseate spectacles= door een erg rooskleurigen bril kijken (fig.);Hewears spectacles= draagt een bril;Spectacle-case= brillenhuisje;Spectacle-frame= montuur;Spectacle-glass;Spectacle-snake= brilslang.Spectacular,spektakjulə, bij wijze van schouwspel of vertooning;Spectator,spekteitə, toeschouwer;Spectatress, Spectatrix,spekteitrəs (spekteitriks), toeschouwster.Spectral,spektr’l, spookachtig, spook …; spectraal:Spectral analysis;Spectre,spektə, spook, geestverschijning:Thespectre of the salt= het spooksel van rang- en standverschil;The spectre self= de spookgestalte, het visioen.Spectroscope,spektrəskoup, spectroscoop;Spectrum,spektr’m, spectrum:Solar spectrum;Spectrum analysis= spectraal analyse.Specular,spekjulə, als een spiegel, spiegelend, spiegel …Speculate,spekjuleit, overpeinzen, bespiegelingen maken; speculeeren;Speculation,spekjuleiš’n, overpeinzing, bespiegeling; speculatie; een kaartspel;Speculative,spekjuleitiv, bespiegelend, theoretisch, speculatief:Speculative beet-market= termijnmarkt v. bietsuiker; subst.Speculativeness= ondernemingsgeest;Speculator,spekjuleitə, theoreticus; speculant.Speculum,spekjulɐm, metalen spiegel:Ear, Nose speculum;Speculum oculi= oogspiegel;Speculum oris= mondspiegel.Sped,sped, imperf. en p.p. vanto speed.Speech,spîtš, taal, spraak, redevoering:The parts of speech= rededeelen:Hedelivered (made) a brilliant speech= hield eene schitterende redevoering;No speechmaking, please= houd je redevoeringen voor je, alsjeblieft;Speech-day= jaarl. prijsuitdeeling in scholen met de van buiten geleerde lesjes der leerlingen;Speech-maker= redevoeringenhouder;Speechify= toespraken houden;Speechless= sprakeloos, stom;Speechless with amazement= stom van verbazing; subst.Speechlessness.Speed,spîd, subst. spoed, snelheid, bespoediging, voorspoed;Speedverb. haast maken, snellen, begunstigen, doen bloeien, uitvoeren, goed succes, of: het beste wenschen, varen:We were steaming onat full speed= met volle kracht;The horseman was spurring onat the top of his speed= spoorslags;Good speed= goed succes!How speeds life under your roof?= hoe vaar jullie allen;May God so speed me as I wish your welfare= moge God zóó met mij zijn als ik u het beste wensch;Tospeed the parting guest= een heilwensch toebrengen;Wesped onthrough the forest= snelden voort;Speedwell= eereprijs (plant);Speeder;Speedily=Speedy;Speediness[524]= spoed;Speedy= spoedig, haastig, snel.Spell,spel, subst. tooverformule, betoovering; aflossing, hulp, rust, arbeidsduur, wacht (op het schip), tijdje;Spellverb. betooveren, beschutten, beteekenen, spellen, ontcijferen; aflossen:Spell and spell= om de beurt;Totake spell and spell= elkaar aflossen;We hada spell of rainy weather= een tijd van regenachtig weer;He spoke for some minutesat a spell= achtereen;The birdie wasunder the serpent’s spell= kon van angst voor de slang niet weg, was door de slang als behekst;Tocast (lay, set) a spell on= betooveren, beheksen;He hadlaid the public mind under a spell= den geest van ’t volk betooverd;I canspell out this lessonif necessary= dit lesje met wat moeite lezen;How does it spell?hoe spelt men dat;It has become a proverb that Shakespearespells ruin= dat opvoeringen van de stukken van S. zwaar verlies opleveren;Spell-bound=Spell-stopped= betooverd;Speller:He isa bad speller= kan niet zonder spelfouten schrijven;Spelling:Spelling-bee= wedstrijd (gew. voor de aardigheid) in het spellen;Spelling-book= spelboek;Spelling reformfaddists= verwoede spellinghervormers.Spellicans,spelik’nz= staafjes van stroo, hout of ivoor, gebruikt bij het knibbelspel; dit spel zelf.Spelt,spelt, imperf. en p.p. vanto spell.Spelt,spelt, spelt.Spelter,speltə, ongezuiverd zink.Spencer,spensə, spencer.Spend,spend, uitgeven, verteren, doorbrengen, besteden, afmatten, uitputten, verliezen:Tospend and be spent= geld en krachten opofferen;Tospend one’s breath= te vergeefs praten;We were invited tospend the eveningthere,but spending the eveningdid not begin until 10= den avond door te brengen, maar de vroolijkheid begon eerst tegen 10;Tospend money ona garden= besteden aan;The horsehad spent its strength= was doodaf;Youspend your words in vain= je verspilt je woorden te vergeefs;Spender;Spendthrift= verkwister; adj. verkwistend.Spenser,spensə, Edm. Spenser;Spenserian,spensîriən:The Spenserian stanza= bepaalde versbouw van Spenser’sFaery Queene.Spent,spent, P. Imp. en P.P. van to spend, uitgegeven, afgemat, doodop:Aspent rifle-shot= matte kogel;A horsequite spent= doodop;Spent with hunger and fatigue= uitgeput.Sperm,spɐ̂m, zaad, kuit;Sperm-oil= spermaceti olie;Sperm-whale (Spermaceti-whale)= spermaceti walvisch, cachelot;Spermaceti,spɐ̂məsîti,spɐ̂məseti, spermaceti;Spermatozoon,spɐ̂mətəzou-on, spermatozoïde.Spew,spjû, braken.Spey,spei.Sphacelate,sfasileit, door koudvuur aangetast worden, versterven, wegvreten; subst.Sphacelation;Sphacelus,sfasilɐs, koudvuur, kanker, beeneter.Sphagnum,sfagn’m, veenmos.Sphenodon,sfînədon, hagedis (N.-Zeeland).Sphenoid,sfînôid, wigvormig:Sphenoid bone.Sphere,sfîə, subst. bol, hemellichaam, globe, kring, loopbaan, schijf, omvang, gebied, rang, klasse, lucht, hemelgewelf;Sphereverb. onder de hemellichamen plaatsen, rood maken:Sphere of action;Sphere of influence;To be summoned to awider sphere of usefulness(van predikanten);That isout of my sphere, within my sphere= ligt buiten (binnen) mijn gebied of (werk)kring;Sphere-melody,Sphere-music= de harmonie der sferen;Spherical,sferik’l, bolvormig:Spherical triangle= boldriehoek;Spherical trigonometry= boldriehoeksmeting;Sphericity,sfərisiti, bolvormigheid;Spheroid,sfîrôid, spheroïde.Sphinx,sfiŋks, sfinx.Spicate,spaikit=Spicous.Spice,spais, subst. specerij, bijsmaak, zweempje;Spiceverb. kruiden:He hasa spice of the wilfulin his character= is wat eigenzinnig;Spice-bush (Spice-wood)= benzoëboom;The Spice Islands= de Molukken;Spicery= specerijen in ’t algemeen, specerijbergplaats;Spiciness= kruiderigheid.Spick,spik, nagel, spijker:Spick-and-span= spiksplinternieuw.Spicous,spaikəs, arendragend.Spicular,spikjulə, met scherpe punten, gebaard;Spiculate,spikjulit, adj. bedekt met fijne punten;Spicule,spikjûl, (ijs)naald.Spicy,spaisi, geurig, pikant.Spider,spaidə, spin, driepoot:Tostep into the parlour of the spider= in de val loopen;Spider-catcher= muurkruiper;Spider-crab= zeespin;Spider-web= spinrag;Spider’s web= spinneweb.Spigot,spigət, zwikje (in een vat).Spike,spaik, subst. aar; lange spijker, nagel, pin, stekel, doorn;Spikeverb. vernagelen:This argumentspiked his battery= bracht hem tot zwijgen;Tospike guns= vernagelen;Spike-lavender= smalbladige lavendel;Spike-nail= lange nagel;Spike-team= driespan (Amer.);Spiked:Spiked fence= schutting met spijkers erop;Spiked helmet.Spikenard,spaiknâd,spaiknəd, nardus(olie).Spiky,spaiki, met scherpe punten.Spile,spail, pen, spil, staak, paal.Spill,spil, subst. fidibus; val, tuimeling; “krach”;Spillverb. storten, vergieten, morsen, doen vallen, omwerpen; bak brassen (scheepst.):Hetwisteda piece of paperinto a spill;Spills are of common occurrence= ongevallen komen vaak voor;Spilling-lines= geilijnen, gordingen. ZieSpilt.Spillikins. ZieSpellicans.Spilt,spilt, imp. en p. perf. vanto spill:It is no use crying over spilt milk= gedane zaken nemen geen keer.Spin,spin, subst. het spinnen of draaien, snelle, onafgebroken beweging, snelle rit of loop;Spinverb. spinnen, lang rekken, doen draaien, snel ronddraaien, zich snel voortbewegen, voortsnorren, zakken, etc.:Your life isnot worth the spin of a farthing= is geen duit waard;A spin on a bicycle= toertje;He wasspun at courting=[525]liep een blauwtje;He wasspun at the examination= hij zakte;I’m gladthat the prig has got spun= dat die verwaande fat den wind van voren kreeg, zakte;The carriage was seenspinning alongthe road= zag men voortsnorren;The blowsent him spinning back= deed hem achteruit vliegen;The bloodspun fromthe wound= gutste uit;Tospin round= ronddraaien;Tospin a top= zetten;I willspin you a yarn= een verhaal doen (gew. uit het zeemansleven);Spin-drift= nevel van opgewaaid schuim;Spin-text= langdradig prediker;Spinner= spinner, spinmachine, spinnekop:A capitalspinner of a yarn= verteller;Spinneret= spinklier;Spinnery= spinfabriek;Spinning:Spinning-jenny= spinmachine;Spinning-mill= spinfabriek;Spinning-wheel= spinnewiel.Spinaceous,spineišəs, tot de spinazieplanten behoorende;Spinach, Spinage,spinidž, spinazie:All gammon and spinach= allemaal bedriegerij.Spinal,spain’l, tot de ruggegraat behoorende:Spinal column= ruggegraat;Spinal consumption= ruggemergstering;Spinal cord (Spinal marrow)= ruggemerg;Spinal curvature= verkromming;Spine,spain, doorn, stekel, ruggegraat, rug.Spindle,spind’l, spoel, dunne en puntige as, spille-linie, dunne stengel:Her mouth is aspindle-editionof her uncle’s= de vrouwelijke pendant van;Spindle-legged,Spindle-shanked= met spillebeenen;Spindle-legs,Spindle-shanks= spillebeenen;Spindle-shaped= spoel- of spilvormig;Spindle-side= vrouwelijke (spille) linie.Spinescent,sp(a)ines’nt, doornachtig;Spiniferous,spainifərɐs, doornig, doornen hebbend.Spink,spiŋk, boekvink, schildvink.Spinnaker,spinəkə, groot bijzeil vanyachts.Spin(n)et,spinət, spinet.Spinn(e)y,spini, struikgewas, boschje.Spinose,spainous,spainous, doornig, vol doornen;Spinosity,spainositi, doornigheid, netelige kwestie;Spinous,spainəs=Spinose.Spinozism,spinouzism,spainəzizm, wijsgeerig stelsel van Spinoza;Spinozist= volgeling van S.Spinster,spinstə, jonge dochter, ongetrouwde vrouw; ook adj.;Spinsterhood=Spinstership.Spiny,spaini, doornig, moeielijk, delicaat.Spiracle,sp(a)irək’l, luchtgat, luchtbuis.Spiraea,spairîə, spiraea.Spiral,spair’l, subst. spiraal; adj. puntig, met eene spits, kronkelend, schroefvormig:Spiral spring= spiraalveer;Spiral staircase, stairway = wenteltrap.Spirant,spair’nt, schuringsgeluid.Spire,spaiə, subst. sprietje, halm, spits toeloopend voorwerp, top, torenspits, spiraallijn;Spireverb. zich verheffen als eene piramide of spits, uitspruiten, opschieten.Spires,spaiəz, Spiers.Spirit,spirit, subst. geest, leven, levenskracht, geestverschijning, spook, geestkracht, opgewektheid (gew. meervoud), aard, temperament; geestrijke dranken (steeds meerv.);Spiritverb. bezielen, aanvuren, in stilte wegvoeren of doen verdwijnen:The (Holy) Spirit= de H. Geest;Father, Sonand Spirit;Evil (Good) spirit= kwade (goede) geest;Public spirit= belangstelling in de publieke zaak;Spirit of the age (time)= tijdgeest;Spirit of turpentine;Spirit of wine;Animal spirits= opgewektheid;Ardent spirits= spiritualiën;Choice spirits= buitengewone geesten;To bein spirits= opgewekt, vroolijk; dronken;He wasin low, in high spirits= terneergeslagen, opgewekt;His flow of spiritswas wonderful= zijne vroolijkheid;You cannotraise a person’s spirits= iemand opmonteren;Sherecovered her spirits= kreeg haar bewustzijn terug;It wasspirited away= verdween ongemerkt;The servant wasspirited out of the country= in alle stilte buiten het land gebracht;Spirit-lamp= spirituslamp;Spirit-level= luchtbelwaterpas;Spirit-license= vergunning;Spirit-rapper= geloover inSpirit-rapping= spiritistische manifestaties, zooals geklop, het bewegen van tafels, enz.:She has gone stark mad on the spirit-rapping imposition= die spiritistische koolverkooperij heeft haar stapelgek gemaakt;Spirit-trade= handel in spiritualiën;Spirited= bezield, levendig, opgewekt:Dull-spirit= saai, suf;Ahigh-spiritman= fier;Low-spirit= terneergeslagen;Mean-spirit= laag;Narrow-spirit= bekrompen;Spiritism= spiritisme;Spiritist= spiritist;Spiritless= geesteloos, terneergeslagen, suf;Spiritual,spiritjuəl, geestelijk, onstoffelijk, verstandelijk:Spiritual adviser= geestelijk adviseur;Spiritual court= geestelijk gerechtshof;Spiritual wife= elke volgende vrouw na de eerste, bij de Mormonen;Spiritualism= geestelijke aard, leer dat geest geheel onderscheiden is van stof, spiritisme;Spiritualist= spiritist;Spiritualistic,spiritjuəlistik:Spiritualistic meetings= spiritistische bijeenkomsten;Spirituality,spiritjualiti, onstoffelijkheid, geestelijke aard;Spiritualities= inkomsten v. een bisschop;Spiritualization, subst. v.Spiritualize,spiritjuəlaiz, geestelijk maken, met geest bezielen, eene geestelijke beteekenis geven;Spirituous,spiritjuəs:Spirituous liquor= sterke drank;Spiritus= ademhaling; spiritus:Spiritus asper= geaspireerde letter;Spiritus lenis= niet geaspireerde letter;Spirometer,spairomətə, spirometer.
Soldier,souldžə, subst. soldaat, militair; bootafhouder (fig.);Soldierverb. als soldaat dienen; niet meer werken dan hoog noodig is:You won’tcome the old soldier overme= mij niet beetnemen;Togo for a soldier(=Togo (a-)soldiering) = onder dienst gaan;Soldier-like, Soldierly custom, discipline;Soldiership= krijgswezen, beleid.
Soldo,soldou,Ital. munt van 2½ cent.
Sole,soul, subst. zool, voetzool, grondvlak, tong (visch); adj. enkel, eenig, ongehuwd;Soleverb. van zolen voorzien:Sole heir;Sole-leather= zoolleer;Sole owner;Solely;Soleness.
Solecism,solisizm, taalfout; ongerijmdheid;Solecistic(al)= onjuist, ontaalkundig;—verb.Solecize.
Solemn,sol’m, plechtig, formeel, stijf; statig;Solemnness=Solemnity,səlemniti, plechtigheid, statigheid, deftigheid;Solemnization,soləmnizeiš’n, viering, heiliging;Solemnize,soləmnaiz, plechtig vieren, heiligen;Solemnly.
Solen,soulən, zwaardscheede (weekdier).
Solent (The),dhəsoul’nt, zeeëngte tusschenWightenHampshire.
Soli,souli, solo’s.
Solicit,səlisit, ernstig vragen, bidden, dingen naar:Tosolicit attention;Isolicit yourkind protection= beveel me aan in;Solicitant,səlisit’nt, subst. vrager, smeeker, dinger; adj. vragend, verzoekend;Solicitation,solisiteiš’n, verzoek, verlangen, uitnoodiging;Solicitor,səlisitə, procureur die, behalve bij enkele lagere (politie)rechtbanken, nooit als pleiter, doch alleen als raadsman optreedt;Solicitor-general= Procureur-Generaal;Solicitorship;Solicitous,səlisitɐs, bekommerd, bezorgd:I amsolicitous about (concerning, for)your welfare= bekommerd over; subst.Solicitousness=Solicitude,səlisitjûd, bezorgdheid, angst.
Solid,solid, vast, massief,soliede, stevig, kubiek, krachtig, degelijk, eenstemmig (Solids= vaste lichamen):I studiedfor three solid hours= drie volle (dikke) uren;Toget solid with= tot overeenstemming komen met;Solidarity= gemeenschap in winst en verlies, gemeenschap van belangen, éénheid;Solidification= verdichting;Solidify,səlidifai, vast maken of worden, massief (degelijk) maken, verdichten:Solidified milk= gecondenseerde;Solidity,səliditi, vastheid, hardheid, stevigheid, dichtheid, soliditeit =Solidness.
Soliloquize,səliləkwaiz, eene alléénspraak houden:Soliloquy,səliləkwi, alléénspraak.
Soliped,soliped,Solipede,solipîd, eenhoevig dier; adj. Solipedous.
Solitaire,solitêə, versiering uit één diamant[519]bestaande (dasspeld, manchetknoop, etc.), een spel dat men alléén kan spelen;Solitariness, subst. v.Solitary,solitəri, eenzaam, afgelegen, eenzelvig:Solitary confinement= eenzame opsluiting;Solitude,solitjûd, eenzaamheid, verlatenheid.
Solo,soulou, (Meerv.SolosofSoli), solo:The threesolo vocalists;Soloist= solist.
Solomon,soləm’n, Salomo:Solomon’s seal= salomonszegel; Solomonic;Solon,soul’n.
Solstice,solstis, zonnestilstand;Solstitial,solstiš’l, tot een solstice behoorende.
Solubility,soljubiliti, oplosbaarheid;Soluble,soljub’l, oplosbaar:Soluble glass= waterglas; subst.Solubleness;Solute,səl(j)ût, oplossen;Solution,səl(j)ûš’n, oplossing, verklaring, ontbinding;Solutive= laxeerend (middel).
Solvability,solvəbiliti, oplosbaarheid:Solvable,solvəb’l, oplosbaar; subst.Solvableness;Solve,solv, uitleggen, verklaren, oplossen;Solvency= solvabiliteit;Solvent, subst. oplossende vloeistof; adj. oplossend, solvent:A solvent estate= goederen waaruit de schulden wel betaald kunnen worden.
Solway,solwei.
Soma,soumə, soort zwaluwwortel; een Indische plant, uit welker sappen een bedwelmende drank werd bereid.
Sombre,sombə, somber, zwaarmoedig, dof, duister, donker v. tint; subst.Sombreness;Sombrous,sombrəs, donker, zwaarmoedig.
Some,sɐm, eenige, zoowat, ongeveer:Some fiftyguilders= om en bij de;Let me have some of this= geef mij hier wat van;Some of these days= een dezer dagen;Is there any left? Yes, there is someleft= is er wat over? ja, er is wat over;Is he somebody?I tell you he is a nobody= is hij iemand van beteekenis?Some deal= in zekeren graad (mate);You must do itsomehow= op de een of andere wijze;Some-such= zulk een, dergelijke;There is something undefinable about him= hij heeft iets “ik en weet niet wat” aan zich;Sixty something= een dikke 60;You something villain= jij vervloekte schelm;I wouldn’t be you for something= niet voor nog zooveel in jou plaats zijn;You will repent of itsometime,I saidsometimesto him= er eens (te eeniger tijd) … soms;Sometime or other= te een of ander tijd;Sometime president of= voormalig;That issometime ago= al wat geleden;Let me have somewhat= geef mij wat;He issomewhat saucy= vrij brutaal;Somewhat under400 pages= iets minder dan;He issomewhere about sixteen= ± 16;I have laid itsomewherebut I cannot find itanywhere= ergens … nergens;Somewhere and somewhiles= ergens en somtijds.
Somersault,sɐməsôlt(Somerset,sɐməset), salto mortale, duikeling.
Somers,sɐməz;Somersetshire,sɐməsetšə;Somerville,sɐməvil.
Somnambulism,somnambjulizm, slaapwandelen, somnambulisme;Somnambulist; adj.Somnambulistic(al).
Somniferous,somnifərɐs,Somnific,somnifik, slaapwekkend.
Somnipathy,somnipəthi, magnetische slaap.
Somnolence, Somnolency,somnəlens(i), slaperigheid, slaapdronkenheid, slaapzucht;Somnolent= slaperig, slaapzuchtig.
Son,sɐn, zoon:Son of a gun= lammeling; leuke baas;The Son of man= de Zoon des Menschen;Every Mother’s son= iedereen;Son-in-law= schoonzoon;Sonship.
Sonance, Sonancy,soun’ns(i), klank, toon;Sonant, subst. stemhebbende letter; adj. klinkend.
Sonata,sənɐ̂tə, sonate;Sonatina,sounətînə.
Song,soŋ, lied, gezang, zang, poëzie, kleinigheid:Song of Solomon= Hooglied;Sacred song= gewijd gezang:Give us a song= zing eens wat;Iboughtthe picturefor a (mere) song= voor een appel en een ei;It’s the same song over again= het is altijd het oude liedje;Song-bird= zangvogel;Song-book= liederenboek;Song-writer= liederendichter;Songless;The feathered songsters;Songstress= zangeres, zangster.
Soniferous,sənifərɐs, klinkend, klank voortbrengend.
Sonnet,sonət, subst. sonnet;Sonnetverb. sonnetten dichten;Sonneteer,sonətîə, subst. sonnettendichter.
Sonometer,sənomətə, klankmeter;Sonorific,sounərifik, klank voortbrengend;Sonorous,sənôrəs, welluidend, hel klinkend; subst.Sonorousness.
Sonties,sontiz, alléén in:By God’s sonties= waarachtig (veroud.).
Soodan,sûdân;Sooloo,sûlû:Sooloo Islands.
Soon,sûn, weldra, spoedig, vlug:No soonerhad he seen me,than= nauwelijks.… of;The sooner the better= hoe eer hoe liever;Sooner or later= vroeg of laat;Soon got soon gone= zoo gewonnen zoo geronnen;I wouldjust as soonbe hanged= even lief;As soon ashe came= zoodra;I would sooner= wou liever.
Soosoo,sûsû, dolfijn (van den Ganges).
Soot,sut, subst. roet;Sootverb. met roet besmeren (mesten);Sootiness= roetachtigheid;Sootish= roeterig;Sooty= roetachtig, vuil.
Sooth,sûth:For, In sooth= voorwaar;Soothsay= voorzèggen, voorspellen;Soothsayer= waarzegger;Soothsaying= voorspelling.
Soothe,sûdh, vleien, liefkoozen, verzachten, tevreden stellen:Soother.
Sop,sop, subst. iets ingedoopts of geweekts, sop(je), lekkerbeetje, een borrel (om iemand mee om te koopen); iets verzachtends;Sopverb. doopen, soppen, weeken:It wasa sop forthe rage of the nation= het stilde de woede der natie;I mustadminister a sop tomy creditors= moet zien te bevredigen;Sops-in-wine= soort anjelier; soort wijnappel;Sopper;Sopping=Soppy= doorweekt.
Soph,sof, verk. vanSophister= student in zijn tweede jaar (=Junior soph) of derde jaar (=Senior soph) teCambridge, enSophomore= student in zijn tweede jaar (Amer.).
Sophia,səfaiə;səfîə(stad).[520]
Sophism,sofizm, drogrede;Sophist,sofist, sophist;Sophister= drogredenaar; student te Cambridge, ZieSoph:Sophistic(al),sofistik(’l), sophistisch;Sophisticate,sofistikeit, vervalschen, verknoeien; subst.Sophistication;Sophisticator= vervalscher;Sophistry,sofistri, sophisterij.
Sophocles,sofəklîz.
Sophomore,sofəmö. ZieSoph;Sophy,soufi.
Soporiferous,so(u)pərifərɐs, slaapwekkend:Soporiferous medicine;Soporific, subst. en adj. slaapwekkend (middel);Soporous,soupərɐs,Soporose,soupərous, slaapwekkend, slaperig.
Soprano,səprânou(Meerv.Sopranos, Soprani), sopraan.
Sorb,söb, peer, lijsterbes, sorbenboom;Sorb-apple= vrucht daarvan, sorbepeer.
Sorbet,söbət, sorbet, verkoelende (Oostersche) drank bestaande uit gestampte rozijnen met citroensap, etc.
Sorcerer,sösərə, toovenaar;Sorceress= toovenares;Sorcery,sösəri, toovenarij.
Sordes,södiz, uitwerpselen.
Sordid,södid, vuil, laag, vrekkig; subst.Sordidness.
Sordine,södîn, sordine.
Sore,sö, subst. pijnlijke plek, rauwe wond, zweer, éénjarige valk, vierjarig hert; adj. pijnlijk, zeer, ontstoken, hevig, gevoelig, scherp; adv. zeer:Itopened the old sore= reet de oude wonde open (fig.);I have gota sore throat= pijn in de keel;Sore against my will= zeer tegen;Thepessimists and sore-heads= pessimisten en mopperaars;I amsorely (sadly) in want ofmoney= heb groot geldgebrek; subst.Soreness.
Sorel,sor’l=Sorrel.
Sorex,sôrəks, spitsmuis.
Sorn,sön, zijn anker ergens neerleggen of gaan logeeren zonder genoodigd te zijn;Sornar= ongenoode gast.
Sororicide,sərorisaid,sərôrisaid, zustermoord(enaar);We havefraternized or rather sororized= wij hebben ons verbroederd, of liever verzusterd.
Sorrel,sor’l, subst. (klaver)zuring; rossige of roodbruine kleur, vos (paard); adj. rossig.
Sorriness,sorinəs, droefheid, ellendigheid.
Sorrow,sorou, subst. diepe smart, droefheid;Sorrowverb. treuren, smart lijden:TheSorrows of Werther;Every sorrow has its twin joy= de tweeling der smart is de vreugde;Hedrowned his sorrow in liquor= verzette zijne smart door drank;Iheard it to my sorrow= tot mijn leedwezen gehoord;Who goes a-borrowing goes a-sorrowing= borgen baart zorgen:Sorrowful= treurig, ellendig; subst.Sorrowfulness.
Sorry,sori, bedroefd, armzalig:I am very sorry= het spijt me zéér;I am sorry to say= het spijt mij te moeten zeggen;I am sorry for what I have done= wat ik gedaan heb, spijt mij;Hemade a sorry figure= maakte eene armzalige figuur;Tobe in a sorry plight= ellendige toestand;It was aSorry sight= een treurig gezicht.
Sort,söt, subst. soort, orde, stel, manier, rang, wijze;Sortverb. sorteeren, samenvoegen, zich vereenigen, overeenstemmen, passen:He isa bad sort= hij deugt niet;To bea good sort(Too good a sort for) = een beste vent (te goed voor);After a sort,In a sort,In some sort= eenigermate, om zoo te zeggen;All sorts and conditions of men= menschen van allerlei slag;Gossipof sorts= allerlei onbeduidende praatjes:A poetof sorts= een “stuk” dichter;Iam out of sorts= voel me niet lekker, ben niet monter, ben wat korzelig;We areout of sorts= hebben niet meer van die letter;We run upon sorts= wij moeten kolossaal veel van eene bepaalde lettersoort hebben;He sort of dumbfounded me= hij deed me zoowat versteld staan;You twoare well sorted= hoort net bij elkaar;I will notsort with such rogues= mij niet ophouden;Sorter= sorteerder.
Sortes,sötîz, voorspellingen door het openslaan van een boek en ’t nemen van den eersten zin waarop het oog viel:He used to dip into the Aeneid,seeking sortes.
Sortie,sötî,sötî, uitval.
Sortilege,sötiledž, waarzeggen door loten.
Sori,sôrai, vruchthoopje op varenbladeren; Enkelv.Sorus.
Sot,sot, versufte dronkaard;Sotverb. zijn verstand verzuipen;Sottish= zot, verzopen; subst.Sottishness.
Sotheby,sɐthbi,southbi.
Soubrette,sûbret, soubrette.
Souchong,sûšoŋ,sûšoŋ, zwarte thee.
Souchy,sûtši, gekruide peterseliesaus bij visch.
Soudan,sudân;Soudanese.
Sough,sɐf,sau, subst. gesuis, zucht;Soughverb. zuchten, suizen:The sough of the bellows= het hijgen der blaasbalgen.
Sought,sôt, imperf. en p. perf. vanto seek.
Soul,soul, subst. ziel, hart, geest, verstand, neiging, wezen, moed:He isa good soul= een goeie ziel;The soul of a party= ziel (fig.);Not a soul can hear us= geen schepsel hoort ons;We neversee a soul here= geen “christenziel”;Cure of souls= zielezorg;I couldnot for the soul of meunderstand= mij ter wereld niet begrijpen;Upon my soul= bij mijne ziel;With all my soul= van ganscher harte;He is completely cowed by his wife anddares not (to) call his soul his own= hij durft geen boe of ba zeggen:God rest his soul= zijne ziel ruste in vrede;Tounburden one’s soul= zijn gemoed uitstorten;Soul-seller= zielverkooper;Soul-sick= zielsziek;Soulless= zonder hart of ziel.
Sound,saund, subst. geluid, geschal, knal, klank of toon: sond of zeeëngte, luchtblaas (van een visch), inktvisch; sondeernaald (The Sound= de Sont); adj. gezond, volkomen gaaf, flink, krachtig, solide, sterk, gegrond, rechtmatig, onwrikbaar, vast in de leer;Soundverb. klinken, weerklinken, doen klinken, schallen, uitbazuinen, bekend maken, peilen, looden, sondeeren, onderzoeken, uithooren:We arrivedsafe and sound= gezond en wel;As sound as a (bell, colt) roach= zoo[521]gezond als een visch;Assound asleep as a church= zoo vast in slaap als een mol;Insound earnest= in vollen ernst;I feelon sound ground= op vasten bodem;Sound health= goede;Sound horse= zonder gebreken;Yours issound reasoning= gij redeneert gezond;He got asound thrashing= een duchtig pak ransel;Tosound the charge= blazen tot den aanval;His praise wassounded all over the country= werd uitgebazuind;Haveyou sounded him on (about, as to)that subject yet= hem daarover al eens gepolst;Sound-board= klankbord;Sound-hole= klank- of galmgat;Sounding= klinkend, welluidend; subst. klinken, peilen:Soundings= peilbare plaats(en) in den oceaan, looding;Toget on -s= ankergrond aanlooden;Welost our soundings= wij konden geen grond meer vinden, waren uit ons vaarwater (fig.);Westruck soundings=Got onsoundings;Totake soundings= looden;Sounding-board= klankbord;Sounding-line= schietlood, loodlijn;Sounding-post= plankje beneden den kam eener viool;Sounding-rod= peilstok;Soundless= stil, zonder klank, onpeilbaar, diep;Soundness= de gelijkheid, zuiverheid, gaafheid.
Soup,sûp, soep:Portable soup= soeptablet;Soup-kitchen= soepkokerij;Soup-maigre,sûpmeigə, magere soep;Soup-plate;Soup-ticket= soepkaartje;Soup-tureen= soepterrine.
Sour,sauə, adj.zuur, scherp, bitter, norsch, knorrig;Sourverb. zuur maken, verzuren, knorrig maken:That hassoured my joy= mijne vreugde vergald;Rye-breadsours on my stomach= van roggebrood krijg ik het zuur;Sour-crout (Sour-krout)= zuurkool;Sour-dock= veldzuring;Sour-dough= zuurdeeg, gist;Sour-faced= met een zuur gezicht;Sourish= zuurachtig;Sourness= zuurheid, etc.
Source,sös, bron, oorzaak, oorsprong.
Souse,saus, subst. pekel, de ooren en pooten van varkens in pekel, onderdompeling, het plotselinge neerschieten op;Souseverb. pekelen, onderdompelen, neerschieten op (upon) (van roofvogels); adv. plotseling, hevig.
Soutane,sûtein, toog, soutane van Roomsche geestelijken.
South,sauth, subst. zuiden, zuidelijke streken, zuidenwind; adj. zuid;Southverb. zich naar het Z. bewegen:South of the island= ten zuiden van het eiland;South-down, subst. en adj. (schaap) uit de duinstreken vanHampshireenSussex;South-east= subst. zuidoosten; adj. zuidoostelijk;South-easterly,South-eastern= zuidoostelijk;Southerly,sɐdhəli, zuidelijk;Southern,sɐdhən, zuidelijk:Southern Cross= zuiderkruis (sterrenbeeld);Southernwood= soort alsem;Southerner,sɐdhənə, bewoner van de Z. Staten der Amer. Unie;Southernmost= zuidelijkst;Southing,saudhing, subst. richting of beweging naar het Z.;Southward=sauthwəd, zuidwaarts(ch);Southwest, subst. zuidwesten; adj. zuidwestelijk;Southwester,southwestə,zuidwestenwind; zuidwester;South-westerly,South-western.
Southam,saudh’m;Southampton,sauthamt’n,sɐdh(h)am(p)t’n;Southend,sauthend;Southey,saudhi,sɐdhə.
Southron,sɐdhr’n, subst. bewoner van een zuidelijk gelegen land, naam door de Schotten aan Engelschen gegeven; adj. zuidelijk.
Southwark,sɐdhək;Southwell,sauthwel,sɐdhəl.
Sovereign,sovərin,sɐvərin, subst. heerscher, opperheer, souverein, monarch, E. goudstuk van 20shillings; adj. oppermachtig, heerschend, onovertroffen, grootste, krachtdadig:Sovereignty= oppermacht.
Sow,sau, zeug; metaalklomp:Tohave (get, take) the right (wrong) sow by the ear= den rechte (verkeerde) te pakken hebben (krijgen);Sow-backed= met krommen rug;Sow-bread= varkensbrood (plant);Sow-thistle= moes, melkdistel.
Sow,sou, zaaien, verspreiden, uitstrooien:Sowing-machine.
Sowar,souâ,sauâ, inlandsch cavalerist (Brit. Ind.).
Sowerby,sauəbi;Sowter,sautə.
Soy,sôi, soja.
Spa,spâ, minerale bron, badplaats:Togo to a spa= naar een badplaats gaan.
Space,speis, subst. ruimte, wijdte, uitgebreidheid, duur, spatie;Spaceverb. spatiëeren (metout):For a space= voor een tijdje;Into space= in ’t niet;In space comes grace= komt tijd, komt raad;Spacious,speišəs, ruim, uitgestrekt:A spacious hall= ruime, groote zaal; subst.Spaciousness.
Spaddle,spad’l, kleine spade, schopje.
Spade,speid, subst. spade, schop (Spades= schoppenin ’t kaartspel), driejarig hert, ruin, gecastreerd dier;Spadeverb. graven, spitten:Ace, King, Queen, Knave of spades= schoppenaas, heer, enz.;Hecalls a spade a spade= noemt het kind bij zijn naam;In his speech hecalled spades something more than spades= droeg hij de waarheid wel wat al te naakt voor;Spade-bayonet= breede bajonet:Spade-guinea= schopjesguinje van 1787–1799 (wegens het schopvormig schild op de keerzijde);Spade-husbandry= bebouwing van ’t veld door diep omgraven;Spadeful.
Spadiceous,spədišəs, kastanjebruin.
Spadill(e),spədil, schoppenaas in omber en quadrille.
Spahee, Spahi,spâhi, ruiter bij de vroegere Turksche lichte cavalerie; Algerijnsch cavalerist in Franschen dienst.
Spain,spein, Spanje.
Spake,speik, oud imperf. vanto speak.
Spalding,spôldiŋ.
Spalt,spôlt, toeslag bij ijzererts.
Span,span, subst. span, korte tijd, span paarden, etc., spanning;Spanverb. spannen, overspannen, afspannen (met de vingers), goed bij elkaar passen (Amer.):A beautifulspan of black oxen= jok zwarte ossen;The Almighty has seen fit to shorten his span= hem vroeg van ons te nemen;Long span= 9 inch.;Short span= 7 inch.;Span-long= eene spanne lang;Span-roof= zadeldak;Spanner= spanner, ratel, schroefsleutel.[522]
Span,span, Imp. vanto spin.
Span,span:Span-clean= spiegelglad;Span-new=Spick-and-span-new= fonkel(splinter)nieuw.
Spancel,spans’l, touw om de achterpooten van koeien of paarden te binden; ook verb.
Spangle,spaŋg’l, subst. loovertje;Spangleverb. met loovertjes tooien of versieren:Spangled heavens= sterrenhemel;The sky wasspangled withluminous stars= bezaaid met.
Spaniard,spanjəd, Spanjaard.
Spaniel,spanj’l, subst. patrijshond, Bolognezer (Maltezer) schoothondje; lage vleier; adj. laag vleiend, kruipend.
Spanish,spaniš, Spaansch:Spanish castle= luchtkasteel;Spanish chalk= kleermakerskrijt;Spanish fly;Spanish woman= Spaansche.
Spank,spaŋk, subst. klap met de vlakke hand;Spankverb. met de open hand slaan, klappen; vlug loopen;Spanker= bezaan (scheepsterm); snel renpaard, iets buitengewoons, groote leugen, lange kerel;Spanker-boom= giek;Spanking= groot, grof, krachtig, kranig, flink, aanzienlijk, levendig, vlug:ASpanking breeze= krachtige bries;The grey wentat a spanking pace= liep er vlug over heen.
Spar,spâ, subst. spar, rondhout, spaath, schijnstoot, vuistgevecht;Spars= rondhouten;Sparverb. de armen uitslaan bij het boksen, met de sporen slaan, redetwisten:He wassparring away like clockwork= sloeg er automatisch op los;Sparring-match= bokspartij;Sparry= spaathachtig.
Sparable,sparəb’l, schoenspijker.
Sparadrap,sparədrap, hechtpleister.
Spare,spêə, adj. schraal, mager, dungezaaid, matig, spaarzaam, waarloos (scheepst.), overtollig, wat over is;Spareverb. sparen, over hebben, spaarzaam omgaan met, vergunnen, toestaan, kunnen missen, doen zonder, schenken, ontzien, nalaten, etc.:There wasroom enough and to spare= er was overvloed van ruimte;A spare anchor, sail= reserve (nood)anker of zeil;I have aspare bedroom= nog eene slaapkamer over;Spare cash= geld over;Aspare guest-bed-chamber= logeerkamer;He made itin his spare time= in zijne snipperuren;Have you any tickets to spare?= heb je nog over;Enough and to spare= volop;You need notspare costs= geene kosten te ontzien;I willspare you the trouble= u de moeite sparen;I cannotspare this workman= niet missen;Could youspare (me) your grammarfor half an hour? = uwe grammatica missen;He did notspare himself= ontzag zichzelf niet;The teacherdid not spare for his crying= sloeg maar toe, niettegenstaande zijn schreeuwen;Spare to speak, and spare to speed= een grienende hond krijgt iets, een zwijgende niets;Ever spare, ever bare= te veel bewaard is voor de kat bespaard;Sparerib= ribstuk;Spareness= magerheid. ZieSparing.
Sparge,spâdž, besprenkelen.
Sparing,spêriŋ:Sparing oftime= zuinig op;Sparing of words= karig met woorden;Sparing dinners= schrale diners.
Spark,spâk, subst. vonk, sprank; vroolijke Frans, bluffer, minnaar;Sparkverb. het hof maken:He is buta dull spark= een echte suffer;No spark of feeling= geen greintje gevoel;The stoneemitted sparks= spatte vonken;His master was sparking within= zijn heer zat daarbinnen te “flirten”, te vrijen;Sparkle,spâk’l, subst. gefonkel, geflikker, glans;Sparkleverb. fonkelen, schitteren;Sparkling= fonkelend, schitterend, levendig:Sparkling wine= parelende, mousseerende.
Sparling,spâliŋ, spiering, zeezwaluw.
Sparrow,sparou, musch:Hedge sparrow= bastaard nachtegaal;Sparrow-bill= snavel van een musch; schoenspijker;Sparrow-grass= asperge;Sparrow-hawk= sperwer.
Sparse,spâs, dun gezaaid of verspreid:The populationis sparse= woont verspreid; subst.Sparseness.
Sparta,spâtə, Sparta;Spartan, subst. en adj. Spartaan(sch):Spartan broth;Spartan dog= bloedhond.
Spasm,spazm, kramp, krampachtige poging;Spasmodic,spazmodik, krampachtig.
Spat,spat, imperf. en p.p. perf vanto spit.
Spat,spat, subst. zaad (v.oesters), jonge oesters;Spatverb. zaad schieten.
Spat,spat, slobkous:He wasneatly spatted= had keurigespatsaan.
Spatch-cock,spatškok, gedoode en onmiddellijk daarop gebraden haan.
Spate,speit, plotseling opkomende overstrooming:Mountain streamsin spate= bergstroomen die hoog gezwollen zijn.
Spatter,spatə, bespatten, spatten, bekladden, “sputteren” (bij het praten);Spatterdashes= slobkousen:Spattering-leather= spatkleed.
Spatula,spatjulə(Spatule,spatjûl) spatel;Spatular,Spatulate= spatelvormig.
Spavin,spavin, spat (bij paarden):Spavined.
Spawn,spôn, subst. kuit, broed, gebroed (fig.);Spawnverb. kuitschieten, uitbroeden (fig.):This isthe latest spawn the press has cast= het jongste prul dat de pers heeft geleverd;Spawner= kuiter;Spawning grounds= plaatsen waar de visch kuit schiet.
Speak,spîk, spreken, uitspreken, klinken, praaien, meedeelen:They do not speak now= spreken niet meer met elkaar;His life speaks hima man of sweet temper= zijn leven bewijst, dat;These two factsspeak the whole bookto the intelligent= lichten den goeden verstaander omtrent het geheele boek in;Tospeak one’s mind= zeggen waar het op staat;This speaks volumes= dit zegt meer dan boekdeelen vol;He was worth speaking fair= het was de moeite waard, mooi met hem te praten;He was a chivalrous man andspoke her fair= en sprak vriendelijk tot haar;Hespoke off-hand= voor de vuist;Theyspeak well ofhim= gunstig over;Tospeak at aperson= iemand (in zijne tegenwoordigheid) bespreken;Tospeak by word of mouth= zich mondeling uiten;The factspeaks for itself= is duidelijk genoeg:This winespeaks for itself= recommandeert zichzelf;He hasno fortune to speak of= zijn fortuin is niet noemenswaard;[523]Hespoke ofit at some length= er uitvoerig over;Speak out= spreek vrijelijk;Hespoke tome under his breath= fluisterde met mij;Hewants to be spoken to= moet eens een standje hebben;Speak up= spreek luid, vrij uit;We have alwaysspoken up forthe good qualities in his poetry= hebben het altijd opgenomen voor;Wespoke the shipoff Dover= praaiden;Speaker= spreker, voorzitter v. hetHouse of Commons:He isan excellent public speaker= uitstekend redenaar;Speakership= voorzitterschap;Speaking:Aspeaking likeness= sprekende;Speaking below the mark (within bounds)= ten minste;Speaking on the outside= ten hoogste;Speaking broadly, generally= in ’t algemeen gesproken;Speaking-trumpet= scheepsroeper;Speaking-tube= spreekbuis.
Spear,spîə, subst. speer, lans, spriet;Spearverb. met lans of speer doorboren of dooden, hoog opschieten;Spear-grass= struikgras, kweekgras;Spear-hand= rechterhand van een ruiter;Spear-head= punt v. lans of speer;Spearman= lansknecht;Spearmint= groene munt;Spear-side= mannelijke lijn v. een geslacht;Spear-thistle= speervederdistel;Spear-wigeon= middelste zaagbek;GreaterSpear-wort= groote boterbloem;LesserSpear-wort= egelboterbloem.
Spec,spek, verk. v.Speculation;Specs= verk. v.Spectacles; ook: oogen (schertsend).
Special,speš’l, subst. persoon of zaak voor een bepaald doel aangewezen, extrablad extratrein; adj. bijzonder, buitengewoon, speciaal, extra, uitdrukkelijk, voortreffelijk:Extra special= extratijding;Thenewspaper specialsare not in it with you= de extratijdingen der couranten halen niet bij u;Special constable= burger, die bij bijzondere gelegenheden als politiedienaar wordt beëedigd en in dienst gesteld;Special train;Special verdict= vonnis der jury omtrent de feiten alleen;Specialist= specialiteit;Speciality,spešialiti, bijzonderheid, bijzonder geval:Chance brought him a speciality= het toeval speelde hem de gelegenheid in handen;Specialization= toewijding aan een bijzonder vak (van studie, etc.), aanwending of geschiktmaking van een bepaald orgaan voor bepaalde functiën;Specialize= wijden aan een bepaald vak of eene bepaalde functie;Specialty= specialiteit, bijzonder contract.
Specie,spîši, baar geld, klinkende munt.
Species,spîšîz, soort, geslacht:Species-monger= peuteraar.
Specific,spəsifik, subst. onfeilbaar middel, middel voor eene bepaalde ziekte of pijn; adj. soortelijk, bepaald, onfeilbaar:A specific forthe toothache= onfeilbaar middel tegen;Specific gravity= soortelijk gewicht;Specific name= de naam van het geslacht of de familie;Specification= specificatie, nauwkeurige opgaaf van bijzonderheden;Specify,spesifai, in bijzonderheden vermelden, specificeeren.
Specimen,spesim’n, proef, staaltje, exemplaar:Specimen-book= staalboek;Specimen-page= proefblad;Specimen-schemeof instruction= ontwerp-leerplan.
Specious,spîšəs, schoonschijnend, plausibel; subst.Speciousness.
Speck,spek, subst. vlek, smet, blaam, deeltje, stip; spek (v. walvisch);Speckverb. bespikkelen;Speckle, subst. spikkel;Speckleverb. bespikkelen;Speckled= gespikkeld; subst.Speckledness;Speckless= vlekkeloos.
Spectacle,spektək’l, schouwspel, vertoon(ing):A pair of spectacles= een bril;Tolook through very roseate spectacles= door een erg rooskleurigen bril kijken (fig.);Hewears spectacles= draagt een bril;Spectacle-case= brillenhuisje;Spectacle-frame= montuur;Spectacle-glass;Spectacle-snake= brilslang.
Spectacular,spektakjulə, bij wijze van schouwspel of vertooning;Spectator,spekteitə, toeschouwer;Spectatress, Spectatrix,spekteitrəs (spekteitriks), toeschouwster.
Spectral,spektr’l, spookachtig, spook …; spectraal:Spectral analysis;Spectre,spektə, spook, geestverschijning:Thespectre of the salt= het spooksel van rang- en standverschil;The spectre self= de spookgestalte, het visioen.
Spectroscope,spektrəskoup, spectroscoop;Spectrum,spektr’m, spectrum:Solar spectrum;Spectrum analysis= spectraal analyse.
Specular,spekjulə, als een spiegel, spiegelend, spiegel …
Speculate,spekjuleit, overpeinzen, bespiegelingen maken; speculeeren;Speculation,spekjuleiš’n, overpeinzing, bespiegeling; speculatie; een kaartspel;Speculative,spekjuleitiv, bespiegelend, theoretisch, speculatief:Speculative beet-market= termijnmarkt v. bietsuiker; subst.Speculativeness= ondernemingsgeest;Speculator,spekjuleitə, theoreticus; speculant.
Speculum,spekjulɐm, metalen spiegel:Ear, Nose speculum;Speculum oculi= oogspiegel;Speculum oris= mondspiegel.
Sped,sped, imperf. en p.p. vanto speed.
Speech,spîtš, taal, spraak, redevoering:The parts of speech= rededeelen:Hedelivered (made) a brilliant speech= hield eene schitterende redevoering;No speechmaking, please= houd je redevoeringen voor je, alsjeblieft;Speech-day= jaarl. prijsuitdeeling in scholen met de van buiten geleerde lesjes der leerlingen;Speech-maker= redevoeringenhouder;Speechify= toespraken houden;Speechless= sprakeloos, stom;Speechless with amazement= stom van verbazing; subst.Speechlessness.
Speed,spîd, subst. spoed, snelheid, bespoediging, voorspoed;Speedverb. haast maken, snellen, begunstigen, doen bloeien, uitvoeren, goed succes, of: het beste wenschen, varen:We were steaming onat full speed= met volle kracht;The horseman was spurring onat the top of his speed= spoorslags;Good speed= goed succes!How speeds life under your roof?= hoe vaar jullie allen;May God so speed me as I wish your welfare= moge God zóó met mij zijn als ik u het beste wensch;Tospeed the parting guest= een heilwensch toebrengen;Wesped onthrough the forest= snelden voort;Speedwell= eereprijs (plant);Speeder;Speedily=Speedy;Speediness[524]= spoed;Speedy= spoedig, haastig, snel.
Spell,spel, subst. tooverformule, betoovering; aflossing, hulp, rust, arbeidsduur, wacht (op het schip), tijdje;Spellverb. betooveren, beschutten, beteekenen, spellen, ontcijferen; aflossen:Spell and spell= om de beurt;Totake spell and spell= elkaar aflossen;We hada spell of rainy weather= een tijd van regenachtig weer;He spoke for some minutesat a spell= achtereen;The birdie wasunder the serpent’s spell= kon van angst voor de slang niet weg, was door de slang als behekst;Tocast (lay, set) a spell on= betooveren, beheksen;He hadlaid the public mind under a spell= den geest van ’t volk betooverd;I canspell out this lessonif necessary= dit lesje met wat moeite lezen;How does it spell?hoe spelt men dat;It has become a proverb that Shakespearespells ruin= dat opvoeringen van de stukken van S. zwaar verlies opleveren;Spell-bound=Spell-stopped= betooverd;Speller:He isa bad speller= kan niet zonder spelfouten schrijven;Spelling:Spelling-bee= wedstrijd (gew. voor de aardigheid) in het spellen;Spelling-book= spelboek;Spelling reformfaddists= verwoede spellinghervormers.
Spellicans,spelik’nz= staafjes van stroo, hout of ivoor, gebruikt bij het knibbelspel; dit spel zelf.
Spelt,spelt, imperf. en p.p. vanto spell.
Spelt,spelt, spelt.
Spelter,speltə, ongezuiverd zink.
Spencer,spensə, spencer.
Spend,spend, uitgeven, verteren, doorbrengen, besteden, afmatten, uitputten, verliezen:Tospend and be spent= geld en krachten opofferen;Tospend one’s breath= te vergeefs praten;We were invited tospend the eveningthere,but spending the eveningdid not begin until 10= den avond door te brengen, maar de vroolijkheid begon eerst tegen 10;Tospend money ona garden= besteden aan;The horsehad spent its strength= was doodaf;Youspend your words in vain= je verspilt je woorden te vergeefs;Spender;Spendthrift= verkwister; adj. verkwistend.
Spenser,spensə, Edm. Spenser;Spenserian,spensîriən:The Spenserian stanza= bepaalde versbouw van Spenser’sFaery Queene.
Spent,spent, P. Imp. en P.P. van to spend, uitgegeven, afgemat, doodop:Aspent rifle-shot= matte kogel;A horsequite spent= doodop;Spent with hunger and fatigue= uitgeput.
Sperm,spɐ̂m, zaad, kuit;Sperm-oil= spermaceti olie;Sperm-whale (Spermaceti-whale)= spermaceti walvisch, cachelot;Spermaceti,spɐ̂məsîti,spɐ̂məseti, spermaceti;Spermatozoon,spɐ̂mətəzou-on, spermatozoïde.
Spew,spjû, braken.
Spey,spei.
Sphacelate,sfasileit, door koudvuur aangetast worden, versterven, wegvreten; subst.Sphacelation;Sphacelus,sfasilɐs, koudvuur, kanker, beeneter.
Sphagnum,sfagn’m, veenmos.
Sphenodon,sfînədon, hagedis (N.-Zeeland).
Sphenoid,sfînôid, wigvormig:Sphenoid bone.
Sphere,sfîə, subst. bol, hemellichaam, globe, kring, loopbaan, schijf, omvang, gebied, rang, klasse, lucht, hemelgewelf;Sphereverb. onder de hemellichamen plaatsen, rood maken:Sphere of action;Sphere of influence;To be summoned to awider sphere of usefulness(van predikanten);That isout of my sphere, within my sphere= ligt buiten (binnen) mijn gebied of (werk)kring;Sphere-melody,Sphere-music= de harmonie der sferen;Spherical,sferik’l, bolvormig:Spherical triangle= boldriehoek;Spherical trigonometry= boldriehoeksmeting;Sphericity,sfərisiti, bolvormigheid;Spheroid,sfîrôid, spheroïde.
Sphinx,sfiŋks, sfinx.
Spicate,spaikit=Spicous.
Spice,spais, subst. specerij, bijsmaak, zweempje;Spiceverb. kruiden:He hasa spice of the wilfulin his character= is wat eigenzinnig;Spice-bush (Spice-wood)= benzoëboom;The Spice Islands= de Molukken;Spicery= specerijen in ’t algemeen, specerijbergplaats;Spiciness= kruiderigheid.
Spick,spik, nagel, spijker:Spick-and-span= spiksplinternieuw.
Spicous,spaikəs, arendragend.
Spicular,spikjulə, met scherpe punten, gebaard;Spiculate,spikjulit, adj. bedekt met fijne punten;Spicule,spikjûl, (ijs)naald.
Spicy,spaisi, geurig, pikant.
Spider,spaidə, spin, driepoot:Tostep into the parlour of the spider= in de val loopen;Spider-catcher= muurkruiper;Spider-crab= zeespin;Spider-web= spinrag;Spider’s web= spinneweb.
Spigot,spigət, zwikje (in een vat).
Spike,spaik, subst. aar; lange spijker, nagel, pin, stekel, doorn;Spikeverb. vernagelen:This argumentspiked his battery= bracht hem tot zwijgen;Tospike guns= vernagelen;Spike-lavender= smalbladige lavendel;Spike-nail= lange nagel;Spike-team= driespan (Amer.);Spiked:Spiked fence= schutting met spijkers erop;Spiked helmet.
Spikenard,spaiknâd,spaiknəd, nardus(olie).
Spiky,spaiki, met scherpe punten.
Spile,spail, pen, spil, staak, paal.
Spill,spil, subst. fidibus; val, tuimeling; “krach”;Spillverb. storten, vergieten, morsen, doen vallen, omwerpen; bak brassen (scheepst.):Hetwisteda piece of paperinto a spill;Spills are of common occurrence= ongevallen komen vaak voor;Spilling-lines= geilijnen, gordingen. ZieSpilt.
Spillikins. ZieSpellicans.
Spilt,spilt, imp. en p. perf. vanto spill:It is no use crying over spilt milk= gedane zaken nemen geen keer.
Spin,spin, subst. het spinnen of draaien, snelle, onafgebroken beweging, snelle rit of loop;Spinverb. spinnen, lang rekken, doen draaien, snel ronddraaien, zich snel voortbewegen, voortsnorren, zakken, etc.:Your life isnot worth the spin of a farthing= is geen duit waard;A spin on a bicycle= toertje;He wasspun at courting=[525]liep een blauwtje;He wasspun at the examination= hij zakte;I’m gladthat the prig has got spun= dat die verwaande fat den wind van voren kreeg, zakte;The carriage was seenspinning alongthe road= zag men voortsnorren;The blowsent him spinning back= deed hem achteruit vliegen;The bloodspun fromthe wound= gutste uit;Tospin round= ronddraaien;Tospin a top= zetten;I willspin you a yarn= een verhaal doen (gew. uit het zeemansleven);Spin-drift= nevel van opgewaaid schuim;Spin-text= langdradig prediker;Spinner= spinner, spinmachine, spinnekop:A capitalspinner of a yarn= verteller;Spinneret= spinklier;Spinnery= spinfabriek;Spinning:Spinning-jenny= spinmachine;Spinning-mill= spinfabriek;Spinning-wheel= spinnewiel.
Spinaceous,spineišəs, tot de spinazieplanten behoorende;Spinach, Spinage,spinidž, spinazie:All gammon and spinach= allemaal bedriegerij.
Spinal,spain’l, tot de ruggegraat behoorende:Spinal column= ruggegraat;Spinal consumption= ruggemergstering;Spinal cord (Spinal marrow)= ruggemerg;Spinal curvature= verkromming;Spine,spain, doorn, stekel, ruggegraat, rug.
Spindle,spind’l, spoel, dunne en puntige as, spille-linie, dunne stengel:Her mouth is aspindle-editionof her uncle’s= de vrouwelijke pendant van;Spindle-legged,Spindle-shanked= met spillebeenen;Spindle-legs,Spindle-shanks= spillebeenen;Spindle-shaped= spoel- of spilvormig;Spindle-side= vrouwelijke (spille) linie.
Spinescent,sp(a)ines’nt, doornachtig;Spiniferous,spainifərɐs, doornig, doornen hebbend.
Spink,spiŋk, boekvink, schildvink.
Spinnaker,spinəkə, groot bijzeil vanyachts.
Spin(n)et,spinət, spinet.
Spinn(e)y,spini, struikgewas, boschje.
Spinose,spainous,spainous, doornig, vol doornen;Spinosity,spainositi, doornigheid, netelige kwestie;Spinous,spainəs=Spinose.
Spinozism,spinouzism,spainəzizm, wijsgeerig stelsel van Spinoza;Spinozist= volgeling van S.
Spinster,spinstə, jonge dochter, ongetrouwde vrouw; ook adj.;Spinsterhood=Spinstership.
Spiny,spaini, doornig, moeielijk, delicaat.
Spiracle,sp(a)irək’l, luchtgat, luchtbuis.
Spiraea,spairîə, spiraea.
Spiral,spair’l, subst. spiraal; adj. puntig, met eene spits, kronkelend, schroefvormig:Spiral spring= spiraalveer;Spiral staircase, stairway = wenteltrap.
Spirant,spair’nt, schuringsgeluid.
Spire,spaiə, subst. sprietje, halm, spits toeloopend voorwerp, top, torenspits, spiraallijn;Spireverb. zich verheffen als eene piramide of spits, uitspruiten, opschieten.
Spires,spaiəz, Spiers.
Spirit,spirit, subst. geest, leven, levenskracht, geestverschijning, spook, geestkracht, opgewektheid (gew. meervoud), aard, temperament; geestrijke dranken (steeds meerv.);Spiritverb. bezielen, aanvuren, in stilte wegvoeren of doen verdwijnen:The (Holy) Spirit= de H. Geest;Father, Sonand Spirit;Evil (Good) spirit= kwade (goede) geest;Public spirit= belangstelling in de publieke zaak;Spirit of the age (time)= tijdgeest;Spirit of turpentine;Spirit of wine;Animal spirits= opgewektheid;Ardent spirits= spiritualiën;Choice spirits= buitengewone geesten;To bein spirits= opgewekt, vroolijk; dronken;He wasin low, in high spirits= terneergeslagen, opgewekt;His flow of spiritswas wonderful= zijne vroolijkheid;You cannotraise a person’s spirits= iemand opmonteren;Sherecovered her spirits= kreeg haar bewustzijn terug;It wasspirited away= verdween ongemerkt;The servant wasspirited out of the country= in alle stilte buiten het land gebracht;Spirit-lamp= spirituslamp;Spirit-level= luchtbelwaterpas;Spirit-license= vergunning;Spirit-rapper= geloover inSpirit-rapping= spiritistische manifestaties, zooals geklop, het bewegen van tafels, enz.:She has gone stark mad on the spirit-rapping imposition= die spiritistische koolverkooperij heeft haar stapelgek gemaakt;Spirit-trade= handel in spiritualiën;Spirited= bezield, levendig, opgewekt:Dull-spirit= saai, suf;Ahigh-spiritman= fier;Low-spirit= terneergeslagen;Mean-spirit= laag;Narrow-spirit= bekrompen;Spiritism= spiritisme;Spiritist= spiritist;Spiritless= geesteloos, terneergeslagen, suf;Spiritual,spiritjuəl, geestelijk, onstoffelijk, verstandelijk:Spiritual adviser= geestelijk adviseur;Spiritual court= geestelijk gerechtshof;Spiritual wife= elke volgende vrouw na de eerste, bij de Mormonen;Spiritualism= geestelijke aard, leer dat geest geheel onderscheiden is van stof, spiritisme;Spiritualist= spiritist;Spiritualistic,spiritjuəlistik:Spiritualistic meetings= spiritistische bijeenkomsten;Spirituality,spiritjualiti, onstoffelijkheid, geestelijke aard;Spiritualities= inkomsten v. een bisschop;Spiritualization, subst. v.Spiritualize,spiritjuəlaiz, geestelijk maken, met geest bezielen, eene geestelijke beteekenis geven;Spirituous,spiritjuəs:Spirituous liquor= sterke drank;Spiritus= ademhaling; spiritus:Spiritus asper= geaspireerde letter;Spiritus lenis= niet geaspireerde letter;Spirometer,spairomətə, spirometer.