Spirt, spÉÌ‚t. ZieSpurt.Spiry,spairi, spits.Spit,spit, subst. (braad)spit, landtong, spadevol (spit), speeksel, koekoeksspog (v. het schuimbeestje), evenbeeld;Spitverb. aan het spit steken, doorboren, spuwen:That boy isthe (dead) very spit of his father= evenbeeld zijns vaders;He was spat upon (at)everywhere= men spuwde op (naar) hem;Spitbox=Spittoon;Spitfire= driftkop.Spitalfields,spit’lfîldz.Spitchcock,spîtÅ¡kok, subst. speetaal;Spitchcockverb. aal in de lengte splijten en braden.Spite,spait, subst. spijt, wrok, wrevel, kwaadaardigheid;Spiteverb. kwaadaardig dwarsboomen, krenken, kwellen:I did it(in) spite ofwarnings= ten spijt van;I[526]bear you a spite= koester wrevel (wrok) tegen u;Spiteful= spijtig, kwaadaardig; subst.Spitefulness.Spittle,spit’l, speeksel;Spittoon,spitûn, spuwbak, kwispeldoor.Splash,splaÅ¡, subst. bemoddering, plons, geplas, geklater;Splashverb. bespatten, beslijken, plassen, klateren:Hemade a big splash= baarde heel wat opzien;The undertaking is sureto make a splashin the book world= zal heel wat opzien baren;The splash of the great fountain= het klateren;Splash-board= spatbord;Splasher= spatbord;Splashy= modderig, slijkerig; chic.Splatter,splatÉ™, plassen, klateren;Splatter-dash= spektakel.Splay,splei, subst. binnenwaartsche verwijding v. eene opening; adj. buitenwaarts gekeerd, lomp, plomp;Splayverb. naar binnen verwijden;Splay-foot= buitenwaarts gekeerde voet;Splay-mouth= groote mond, scheeve mond;Splay-shouldered= kreupel.Spleen,splîn, milt, miltzucht, zwaarmoedigheid, wrok, toorn, haat:Tovent one’s spleen on= zijn wrok koelen aan;Spleen-sick= miltzuchtig, zwaarmoedig;Spleenful= toornig, gemelijk, zwaarmoedig =Spleenish=Spleeny.Splendent,splend’nt, schitterend;Splendid,splendid, prachtig, luisterrijk, rijk, weelderig, grootsch:We gaineda splendent victoryover the enemy= eene glansrijke overwinning; subst.Splendentness;Splendour,splendÉ™, pracht, praal, glans:Sun in splendour= de zon voorgesteld met menschengelaat en door stralen omringd (Herald.);Splendrous,splendrÉ™s, prachtig.Splenetic,splÉ™netik, gemelijk, slecht geluimd; subst. hypochonder;Splenic,splenik:Splenetic fever= miltvuur;Splenitis,splÉ™naitis, ontsteking van de milt.Splice,splais, subst. splitsing;Spliceverb. splitsen, trouwen:He ran over to Englandto get spliced= om te trouwen;Tosplice the main brace= bezaanschoot aantrekken (een extra oorlam geven).Splint,splint, splinter, spalk;Splinter,splintÉ™, subst. splinter;Splintverb. splinteren;Splinter-bar= zwengelhout;Splinter-proof= bomvrij;Splintery= uit splinters bestaande, als splinters, schilferig, met schilfers.Split,split, subst. scheur of barst, scheiding, verdeeling, scheuring, halve flesch; adj. gescheurd, verdeeld, gescheiden;Splitverb. scheuren, splijten, scheiden, bersten, (ver)klappen, stranden, mislukken:Split Infinitive= de door een bijw. gescheiden deelen v. eeninfinitive, zooals:Allow metoheartilycongratulateyou;Tosplit a bottle of wine= met zijn tweeën drinken;Two brandies and a soda split= en een fleschjesoda-watervoor 2 personen;Tosplit the difference= deelen;Tosplit one’s votes= op kandidaten van verschillende partijen stemmen;Wesplit (our sides) with laughing= barstten van lachen;The shipsplit on a rock= werd tegen eene rots verbrijzeld;He hassplit on a rock= is niet geslaagd, in zijne verwachtingen bedrogen;Tosplit upon= een medeschuldige verklappen;Split-peas(e)= spliterwten;Asplitting headache= razende, brekende hoofdpijn.Splosh,sploÅ¡, geld.Splotch,splotÅ¡, vlek, smet; adj.Splotchy.Splutter,splÉtÉ™, subst. gespat, gesputter, geraas, drukte;Splutterverb. spatten, sputteren:Mypen spluttered= spatte;Splutterer.Spoil,spôil, subst. buit, plundering, roof;Spoilverb. rooven, plunderen, bederven, schaden, verijdelen:The soup would have spoiled= zou bedorven zijn;Aspoiled child;Hespoiled me ofthe best furniture I had= beroofde mij van;He came in, and wasspoiling for a fight in a minute= en dadelijk jeukten hem de handen om te vechten;Spoil-sport= spelbederver;Spoiler.Spoke,spouk, spaak, sport, remketting:I’ll put a spoke in your wheel= eene spaak in het wiel steken.Spoke,spouk,Spoken,spouk’n, imp. en p.p. vanto speak:To bewell (ill) spoken= zich keurig (slecht) uitdrukken: (on)vriendelijke woorden gebruiken;Spokesman= woordvoerder, voorspraak.Spoliate,spoulieit, (be)rooven, plunderen; subst.Spoliation;Spoliator= roover, plunderaar.Spondaic,spondeiik, uit een spondeus bestaande;Spondee,spondî, spondeus.Sponge,spÉnž, subst. spons, gerezen deeg, spoor v. een hoefijzer, klaplooper, tafelschuimer, kanonwisscher;Spongeverb. (af)sponzen, uitwisschen, inzuigen, klaploopen; rijzen (van deeg):He chucked, threw up the sponge= hij gaf zich gewonnen;Let uspass a sponge over it= de spons er over halen (fig.);Sponge-cake= een spongieus gebak;Spongelet= sponsje;That fellow isa downright sponger= een echte klaplooper;Sponginess= sponsachtigheid;Sponging-house,spÉnžiÅ‹haus, huis van een gerechtsdienaar waar gijzelaars 24 uur werden gehouden om hun vrienden gelegenheid te geven voor hen te betalen;Spongy= sponsachtig.Sponsion,sponš’n, borgtocht.Sponsor,sponsÉ™, borg, peetvader, peetmoeder:The poor child wasbarely sponsored= had zoo te zeggen niemand, die het onder zijne vleugels nam;Tostand sponsor= borg (peet) zijn voor;He hadstood sponsor forher dramatic talent= had ontwikkeld;Sponsorial,sponsôriÉ™l, tot eensponsorbehoorende;Sponsorship.Spontaneity,spontÉ™nîiti, vrijwilligheid, eigen aandrift;Spontaneous,sponteinjÉ™s, vrijwillig, uit eigen beweging, spontaan, in ’t wild groeiend, zelf …:Spontaneous combustion= zelfont- en zelfverbranding;Spontaneous generation; subst.Spontaneousness.Spontoon,spontûn, soort kleine piek.Spoof,spûf, bedrog:Toplay spoof= bedriegen.Spook,spûk, spook;Spookverb. spoken.Spool,spûl, spoel, klos.Spoom,spûm, lenzen (scheepst.).Spoon,spûn, subst. lepel, kolfstok, sukkel; liefje;Spoonverb. met een lepel eten, vangen (met lepelhaak) “flirtenâ€, vrijen:To bepast the spoon= de kinderschoenen ontwassen;[527]Brought up with a spoon= met kunstmatig voedsel grootgebracht;Don’tstand staring like a spoon= sta daar niet zoo ezelachtig te gapen;He isdead spoons on the girl= hij is “smoorlijk†op het meisje;He isthe wooden spoon= hij is de laagste op de ranglijst bij het wiskundigHonours Exam.voor den B.A. graad te Cambridge;Dessert-spoon, Gravy-spoon, Table-spoon, Tea-spoon(inSport Slangrespectievelijk 10, 20, 15 en 5 duizend £);He has spooned herfor ever so long= hij heeft naar haar gevrijd;He had all the tackle, necessary forspooning pike= om snoek met een lepelhaak te vangen;Spoon-bill= lepelaar (zwemvogel);Spoon-diet= soep-dieet;Spoon-meat,Spoon-victuals,spûnvit’lz= lepelkost;Spoon-wort= gewoon lepelblad;Spoonful;Spoon(e)y, subst. sukkel, hals; adj. sullig, “smoorlijkâ€:He isspoon(e)y onher= vol verliefd op haar.Spoon-drift,spûndrift, opgejaagd, warrelend schuim.Spoor,spûə, subst. spoor (v. een dier);Spoorverb. een spoor volgen (Z. Afr.).Sporadic(al),spÉ™radik’l, verspreid, sporadisch voorkomend:Sporadic plants,Sporadic disease.Spore,spö, spoor (bijcryptogamen);Sporiferous,spÉ™riferÉs, sporen dragend.Sporran,spor’n, tasch of beurs der Hooglanders.Sport,spöt, subst. vermaak, spel, tijdverdrijf, scherts, (voorwerp van) spot, speeltuig (fig.), speling, sport;Sportverb. zich vermaken of verlustigen, spelen, geuren met, varieeren (biolog.):In (For) sport= uit de grap;Sport of nature= speling;That is sport to him= dat doet hij spelend;Hemade sport of (with)me= hield me voor ’t lapje;I won’tspoil sport= de spelbreker zijn;Tospoil a person’s sport= een streep door de rekening halen;Hesports a gold watchchain= geurt met een gouden horlogeketting;Sportful= vroolijk, dartel, uit de grap;Sporting:Sporting-dog= jachthond;I am nota sporting man= ben geen sportsman;Sporting-paper= sportblad;Sportive= vroolijk, speelsch, wat op sport betrekking heeft:Hissportive knowledgeis very wide= hij is vansportgeheel op de hoogte;Sportsman= iemand die aansportdoet, jager:Sportmanlike= zooals eensportsmanpast;Sportmanship= bedrevenheid in en liefde voor sport;Sportswoman= vrouw die aansportdoet.Spot,spot, subst. spat, vlek, smet, klad, plek(je), oog, acquit (bilj.);Spotverb. besmetten, bevlekken, marmeren, bespikkelen, acquit geven, herkennen, indentificeeren, ontdekken, snappen:Do iton the spot= onmiddellijk;That wentto the spot= die was raak;Dove-colour spotswith the rain= vlekt;I spotted itat once= ik snapte het dadelijk;HeattackedMr. “Spotsâ€with his sword= den luipaard;Spot-ball= de roode bal;Spot-hazard= stoppen van den rooden bal van ’t acquit in een der bovenzakken;Spot-price= naaste prijs;Spot-stroke= een serie vanSpot-hazards:Spotless= vlekkeloos; subst.Spotlessness;Spotted= gevlekt, bont:Spotted fever= vlektyphus;Spotter= detective, tramcontroleur (Amer.);Spottiness, subst. v.Spotty= vol vlekken, gespikkeld.Spousal,spauz’l, subst. huwelijk, bruiloft (gew. meerv.); adj. huwelijks - - -, echtelijk:Spousal ring= trouwring;Spouse,spauz, gemaal, gade:The spouse of Christ.Spout,spaut, subst. tuit, pijp, buis, spuit, waterstraal, soortliftvoor goederen (vooral in de pandjeshuizen);Spoutverb. uitgieten, spuiten, met vertoon of hoogdravend spreken (declameeren), verpanden:My watch isup the spout= is bij “Oome Janâ€;Hespouted some poetry of Byron= reciteerde (ironisch);If I had a gold watch,I would spout it like a shot= ging het dadelijk naar den lommerd;Spouter= hoogdravend redenaar of acteur; walvisch.Sprain,sprein, subst. verrekking, verstuiking;Sprainverb. verrekken, verstuiken:I havesprained my ankle= mijn enkel verstuikt.Sprang,spraÅ‹, imperf. van to spring.Sprat,sprat, sprot:Tothrow(Tofling away)a sprat to catch a whale= een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen.Sprawl,sprôl, languit en nonchalant (gaan) liggen, zich rekken, spartelen; onregelmatig ontplooien (v. cavalerie):Togo sprawling= languit neervallen.Spray,sprei, subst. schuim, sproeiregen, irrigator, sproeier; takje, rijsje; verb. (be)sproeien.Spread,spred, subst. uitgebreidheid, omvang, uitgestrektheid, ontplooiing, disch;Spreadverb. zich uitstrekken, verbreiden, ontplooien, verspreiden, dekken, spreiden, bijzetten, smeren:The pea-cock spreads his tail= pronkt;Yours is a good figure for our artist to spread himself on= aan uwe taille kan onze coupeur zijne kunst eens toonen (Amer.);You spread it thin= gij smeert de boterhammen dun;The report wasspread abroadeverywhere= werd overal bekend gemaakt;The table wasspread (over) with good cheer= het was een welvoorziene disch;Spread-eagle, subst. adelaar met uitgespreide vleugels (herald.); gebraden, opengesneden en met truffels opgediende vogel; adj. bombastisch, ijdel:Tomake a spread-eagle ofa person= voor de brits geven;Spread-eaglism= bombast, grootspraak; nationale bluf, chauvinisme (Amer.);Spreader= spatel.Spree,sprî, pret, drinkgelag:On the spree= aan den boemel:Berlin is a merry town, being alwayson the spree.Sprig,sprig, subst. takje, rijsje, stift;Sprigverb. m. takjes of bloemen versieren, spijkertjes slaan in;Spriggy= vol takjes of spruitjes.Spright,sprait, subst. geest, gesteldheid;Sprightverb. rondwaren, spoken;Sprightliness, subst. v.Sprightly= levendig; vroolijk, opgewekt, dartel.Spring,spriÅ‹, subst. sprong, veerkracht, veer, drijfveer, bron, lente, fontein;Springverb. springen, opspringen, ontspringen, voortkomen, opkomen, aanbreken, opschieten, doen springen, boren, opjagen (van wild):[528]The liontook a spring= deed in eens een sprong;Hesprang at us= sprong naar ons toe;The watersprings forth fromthe earth= borrelt uit den grond;He hadsprung fromthe people= was voortgekomen uit;All his faultsspring fromneglect= komen uit achteloosheid voort;The mountain-goatsprang on from rock to rock= sprong van rots tot rots;Plantsspring (up) from the earth= komen uit den grond;The diplomatsprang this treaty on the congress= verraste het congres met;The death of the heroine issprung upon the reader= de schrijver valt den lezer onverhoeds op het lijf met;Tospring a leak= een lek krijgen;The policesprang their rattles= sloegen hunne ratels op;Tospring a well= graven, boren;Spring-bed= springveermatras;Spring-board= springplank;Springbok= antilope (Z. Afr.);Spring-carriage= rijtuig op veeren;Spring-cart= karretje op veeren;Spring-chicken= piepkuiken;Spring-halt= hanespat (v. een paard);Spring-head= fontein, bron, oorsprong;Spring-mattress;Spring-tide(s)= springtij;Spring-time= lentetijd;Spring-wheat= zomertarwe;Springal,spriÅ‹g’l, spring-in-’t-veld;Springer= springer, opjager van wild, naam voorspringboken jonge dolfijn;Springiness= elasticiteit;Springing:Springing-board= springplank:Heused his position as a springing-boardto higher flights;Springy,spriÅ‹i, elastisch.Springe,sprinž, subst. strik, lus, valstrik;Springeverb. strikken, in een strik vangen.Sprinkle,spriÅ‹k’l, subst. gesprenkel, stofregen (=Sprinkle of rain);Sprinkleverb. (be)sprenkelen, sprengen, bestrooien, stofregenen:Tosprinkle the linen;The floor had beensprinkled with sand= met zand bestrooid;Sprinkler= sprengvat (-kwast);Sprinkling= sprenkeling, sprankel:Hehas got a sprinkling of Spanish= weet een hap en een snap van het Spaansch;There was a fair sprinklingfrom the twouniversities at the meeting= de beide hoogescholen waren op de bijeenkomst vrij goed vertegenwoordigd.Sprint,sprint, korte, snelle wedloop (=Sprint-race);Sprintverb. er hard van door gaan;Sprinter= deelnemer aan eenSprint-race.Sprit,sprit, subst. spriet, boegspriet;Spritsail= sprietzeil.Sprite,sprait, geest, kabouter.Sprod,sprod, zalm in het tweede jaar.Sprout,spraut, subst. spruit, loot;Sproutverb. (uit)spruiten,opschieten:Sprouts= spruitjes.Spruce,sprûs, subst. gewone spar; adj. netjes, keurig, vlug, piekfijn;Spruceverb. keurigjes opschikken of opflikken;Spruce-beer= jopenbier, bier waarbij de bladen en takjes van deSpruce-fir(soort spar), in plaats van hop worden gebruikt; subst.Spruceness= keurigheid.Spruit,sprût, stroompje:A little spruit or runnel of water(Z. Afrika).Sprung,sprÉÅ‹, part. perf. van to spring.Spry,sprai, levendig, vlug, wakker; bij-de-hand, glad (Am.):As spry as a lark= zoo vlug en vroolijk als een leeuwerik.Spud,spÉd, korte spade om wortels uit te graven, alles wat kort en dik is, dwerg, aardappel.Spume,spjûm, subst. schuim;Spumeverb. schuimen;Spumescence,spjûmes’ns, het schuimen;Spumescent,spjûmes’nt, schuimend;Spumous,spjûmÉ™s, schuimend, sponsig.Spun,spÉn, imperf. en p. perf. vanto spin:Spun butter= door een zeef geperste boter;Spun glass;Spun hay= gesponnen hooi (mil.);Spun silver;Spun yarn= schiemansgaren.Spunge,spÉnž. (ZieSponge):Her black gown wasspunged and turned and lengthened into something like decent mourning= werd geperst en gekeerd en verlengd tot ze een fatsoenlijke rouwjapon geleek.Spunk,spÉÅ‹k, tonder, zwam; vuur, geest;Spunkverb. ontvlammen:Man of spunk= driftkop;Spunky= vurig.Spur,spÉÌ‚, subst. spoor, prikkel, spoorslag, aansporing; hoofdwortel, uitlooper van een gebergte, sneb, kniestuk, moederkoren;Spurverb. de sporen geven, aanzetten, van sporen voorzien, zich haasten, snel rijden:Toclap(give, put, set)spurs to,Tostrike with the spurs= de sporen geven, aansporen;The horse did notobey the rider’s spur= luisterde niet naar de sporen;Towin one’s spurs= zijne sporen verdienen (fig.);He did not know what to sayon the spur of the moment= zoo gauw zou antwoorden;He acted on the spur of the moment= hij volgde zijne ingeving;He wasspurring on at the top of his speed= hij reed spoorslags voort;Spur-gall, subst. spoorwond;Spur-royal= gouden munt uit den tijd van Eduard VI;Spur-rowel= spoorraadje;Spur-way= rijpad;Spur-wheel= tandrad;Spurless;Spurred rye= moederkoren;Spurrer;Spurrier= sporenmaker.Spurge,spÉÌ‚dž, wolfsmelk;Spurge-laurel= laurierbladig peperboompje.Spurious,spûriÉ™s, onecht, valsch:Yoursis a spurious edition= is een nadruk;Spurious shillings; subst.Spuriousness.Spurling,spÉÌ‚liÅ‹, spiering, zeezwaluw;Spurling-line= lijn van het stuurrad naar den “verklikker†in de kajuit.Spurn,spÉÌ‚n, subst. smadelijke verwerping of behandeling;Spurnverb. verachten, versmaden:Ispurn doing this action= acht het beneden me dit te doen;Spurner.Spurry,spÉri.Spurt,spÉÌ‚t, subst. krachtige straal, aandrang, korte en plotselinge inspanning;Spurtverb. uitspuiten, zich plotseling tot het uiterste inspannen:I heardthe quick spurt of a matchand he lit another cigar= het plotseling knappen (knetteren) van een lucifer;He triedto get a spurt of work out ofme= trachtte gauw wat werk van mij gedaan te krijgen;Hemade (put on) a spurtand won= hij zette voor ’t laatst krachtig aan;He wasspurting for the goal= deed op het laatste moment krachtig zijn best om den eindpaal te bereiken.Sputter,spÉtÉ™, subst. gespat, herrie;Sputterverb. sputteren, spatten:Hesputtered at me= hij voer hevig tegen mij uit =Sputtered his gall;Sputterer.[529]Sputum,spjûtÉ™m, speeksel, fluim(en); meerv.Sputa.Spy,spai, subst. spion;Spyverb. in ’t oog krijgen, bespeuren, ontdekken, spionneeren, bespieden, navorschen:Don’tspy intoit= vorsch er niet naar;I Have not been able tospy it out= het uit te vorschen;Spy-boat= adviesjacht;Spy-glass= kijker;Spy-hole= kijkgat;Spy-mirror= spionnetje.Squab,skwob, subst. jonge duif, jong ding, soort van rustbank, kussen; adj. kort en dik, plomp, nog ongevederd;Squabverb. plomp neervallen; adv. plomp:Hefell squab into thepit= viel plompverloren;Squab-pie= duivenpastei;Squabbish= log, plomp.Squabble,skwob’l, subst. ruzie, gekrakeel, geharrewar;Squabbleverb. krakeelen, twisten, scheef zetten;Squabbler= ruziemaker.Squabby,skwobi=Squabbish.Squad,skwod, escouade, sectie, rot:Awkward squad= troep rekruten, nog niet genoeg geoefend om in de compagnieschool mee te doen;Servile squad= meiden en knechts (scherts.).Squadron,skwodr’n, troep soldaten, escadron, eskader;Squadronverb. totsquadronsvormen.Squalid,skwolid, vuil, erg smerig, armelijk; subst.Squalidity,skwoliditi=Squalidness.Squall,skwôl, subst. bui, windvlaag, gil;Squallverb. stormen, gillen:You maylook out for squalls= moogt op uw hoede zijn;Squaller= giller, gillend kind;Squally= stormachtig, buiig, dreigend:Squally weather= buiig.Squalor,skwolÉ™,skweilÉ™, vuilheid.Squamiferous,skwÉ™mifÉ™rÉs, geschubd;Squamiform,skweimiföm, schubvormig;Squamoid= schubbig;Squamose,skweimous,Squamous,skweimÉ™s, met schubben bedekt.Squander,skwondÉ™, verspillen, verkwisten, weggooien;Squanderer.Square,skwêə, subst. vierkant, plein (met een tuin in ’t midden), escadron, ruit, kwadraat, quadrille, winkelhaak, (glas)ruit (=Square of glass), carré; adj. vierkant, rechthoekig, juistpassend, eerlijk, billijk, quitte;Squareverb. vierkant maken, in carré opstellen, vierkant brassen, vereffenen, afrekenen met, in orde brengen, voegen, passen, zich in positie zetten, tot de tweede macht verheffen, etc.:Asquare of carpet= karpet;The square of a= a2;Tobring (raise) to a square= in ’t kwadraat verheffen;They areat squares= staan vierkant tegen elkaar over;We met each otheron the square= op voet van gelijkheid;He did everythingon the square= eerlijk en wel;To playon the square= eerlijk;How do the squares go?= hoe staat het met het spel (dam of schaak);That willbreak (no) squares= heeft niet veel te beduiden;Youmoved two squares= hebt eene ruit (bij dammen of schaken) overgesprongen;You will beset all squaresto-morrow morning= geheel op streek zijn;Everything is square and above board= is eerlijk en kan het licht lijden;Three-square,five-square, etc. = met drie, vijf, enz. gelijke zijden;The square man in the square hole= de rechte man op de rechte plaats;Square meal= stevig;Square number= het vierkant van een getal;Square party= gezelschap van4personen;Square root= vierkantswortel;I hada good square talkwith him= oprecht, eerlijk gesprek;It is notthe square thingto do so= billijk, eerlijk;Asquare setman= vierkante;I will see if I cancome square(=even)withyou= het u betaald kan zetten;He triedto square the circle= trachtte de quadratuur van den cirkel, d.i. het onmogelijke, te vinden of te doen;Let ussquare the constable= zien om te koopen;Tosquare difficulties= uit den weg ruimen;Hesquareed his enemy= overwon, maakte onschadelijk;I willsquare these fellows= afrekenen met;Theyards were squared= de ra’s werden vierkant gebrast;Hesquared himselfup to more than his usual height= verhief zich, rekte zich;Hesquared himself= zette zich in postuur;I willsquaremy behaviourbyyours= naar het uwe richten;After this I wassquared for a start on my own hook= was ik geschikt op eigen hand te beginnen;Though he might besquared to bolt,he could not besquared to do murder= al kon hij tot de vlucht, hij kon niet tot moord overgehaald worden;This does notsquare withwhat you told me= dat klopt niet met;How shall wesquareour duty to the Statewith our duty to God? = overeenbrengen met;Square-built= breedgeschouderd;Square-dealing= eerlijkheid, rechtschapenheid;Square-face= Hollandsche jenever;Square-rigged= met razeilen, fijn gekleed;Squaresail= razeil;Square-set=Square-built=Square-shouldered;Square-toed= pedant, ouderwetsch;Square-toes= pedant, ouderwetsch mensch; subst.Squareness;Squarish,skwêriÅ¡, ongeveer vierkant.Squarson,skâs’n,Squire, die te gelijk geestelijke der parochie is.Squash,skwoÅ¡, subst. iets zachts dat licht te kneuzen is, iets onrijps, onrijpe peulschil, schok of val van zachte dingen; pompoen;Squashverb. kneuzen, verpletteren, tot pulp maken of slaan;Squashy= zacht en week als pulp.Squat,skwot, subst. gehurkte houding, losse ertsmassa; adj. (neer)hurkend, kort, dik, plomp;Squatverb. neerhurken, zich zonder recht op land neerzetten:Asquat volume= dik (naar evenredigheid der lengte en breedte) deel;He was squatting like a frogon the other side of the fire= zat dik en opgeblazen als een kikker;Asquat-domed tower= met een als ineengedrongen koepel;Squatter= kolonist;Squatty= kort en dik.Squaw,skwô, vrouw (N. Amer. Indianen).Squeak,skwîk, subst. gegil, gepiep;Squeakverb. gillen, piepen:Wehad a narrow (near) squeak= ontkwamen ternauwernood;Squeaker= jonge vogel, wie of wat piept.Squeal,skwîl, subst. gil, geschreeuw (van varkens);Squealverb. gillen, schreeuwen.Squeamish,skwîmiÅ¡, walgend, overdreven kieskeurig; subst.Squeamishness.Squeegee,skwîdžî, gummi-zwabber.Squeezable,skwîzÉ™b’l= wat geperst of samengedrukt kan worden;Squeeze,skwîz, subst. druk, drukking, gedrang, afdruk, omhelzing;Squeezeverb. drukken, afdrukken,[530]persen, verpletteren, innig omarmen:Hegave my hand a parting squeeze= drukte mij tot afscheid de hand;My friend was squeezed into,and his place was filled by another= mijn vriend werd er uit gedrongen;Tosqueeze oneselfthrough a crowded street= zich een weg banen;Squeezer= drukker, harde slag, pers.Squelch,skwelÅ¡, subst. harde slag, smak;Squelchverb. verpletteren, onderdrukken, uitdooven:Thissquelchedanimosity= maakte een einde aan;He triedto squelch his wifeand failed= trachtte zijne vrouw tot onderwerping te krijgen.Squib,skwib, subst. voetzoeker; schotschrift;Squibverb. schotschriften schrijven, stekelig zijn, laten ontploffen, paffen.Squid,skwid, pijl-inktvisch.Squiggle,skwig’l, zich den mond spoelen; zich kronkelen (Amer.).Squill,skwil, sterhyacint, scilla; garnaalkreeft.Squint,skwint, subst. het scheel- of loensch zien, loensche blik, trek, zucht; adj. loensch, scheel, scheef;Squintverb. scheel zien, hellen;Squint-eyed= scheel, wantrouwend.Squire,skwaiÉ™, subst. schildknaap, landjonker, chaperon;Squireverb. als schildknaap dienen, vergezellen, geleiden:Squire of dames= saletjonker;Squirearchy,skwairâki, de gezamenlijke landjonkers of agrariërs en hun politieke invloed ± 1832 in het Lager Huis;Squireen,skwairîn, landjonkertje.Squirm,skwÉÌ‚m, kronkelen, kriewelen, klauteren.Squirrel,skwir’l, eekhorentje:Tohunt the squirrel= kat en muis spelen.Squirt,skwÉÌ‚t, subst. spruit, straal, parvenu, fat;Squirtverb. spuiten, uitspuiten:The oilkept squirting up= spoot met een krachtigen straal uit den grond.Stab,stab, subst. steek, boosaardige aanval of beleediging;Stabverb. doorsteken, doodsteken, stooten, steken naar, wonden, belasteren:Hestabbed my good name= gaf mijn goeden naam den doodsteek;Hestabbed at my heart= stak naar, doorstà k mijn hart;Thatstabbed me to the heart= griefde mij diep;Stabber= prikker, sluipmoordenaar.Stability,stÉ™biliti, stabiliteit, duurzaamheid, standvastigheid, soliditeit.Stable,steib’l, stabiel, duurzaam, standvastig; subst.Stableness.Stable,steib’l, subst. stal, renstal;Stableverb.stallen:They shut the stable-door after the steed is stolen= zij dempen den put als het kalf verdronken is;Stable-boy= staljongen (Stable-help);Stable-keeper= stalhouder;Stable-man= stalknecht;Stabling,steibliÅ‹, het stallen, stalling.Stablish,stabliÅ¡, verk. vanestablish.Stack,stak, subst. korenschoof, houtmijt (=108 cubic feet), opper, stapel, rot, groep naast elkander staande schoorsteenen, alleenstaande rots (op de Orkney Isl.);Stackverb. tot een hoop vormen, opstapelen, in rotten zetten:A stack of arms= een rot geweren;The soldiers were orderedto stack arms= de geweren aan rotten te zetten;Tostack shot= kogelstapels maken;Stack-yard= plaats voor hooimijt of graanschoven.Stadium,steidj’m, stadium, zekere maat (184 M.); één stadium lange renbaan.Stadtholder,stadhouldÉ™, stadhouder;Stadtholderate(stadhouldÉ™it),Stadtholdership.Staff,stâf, subst. stok, staf, steun, paal, schacht, notenbalk, personeel, bureau:Staff-of-life= brood;Staff-appointment= aanstelling bij den staf;Staff-college= soort krijgsschool (Passed the staff-college= de krijgsschool doorloopen);Staff-map;Staff-officer= stafofficier;Staff-wood= hout voor duigen.Stag,stag, (mannetjes)hert; os; mannetjesvos; woerd, speculant, shilling;Stagverb. speculeeren;Stag-beetle= vliegend hert;Stag-dinner= heerendiner;Staghound= hond voor de hertenjacht;Stag-party= heerenfuif.Stage,steidž, subst. tooneel, steiger, stellage, tribune, schouwplaats, station of pleisterplaats, phase, stage, etape, trap, graad, stadium, postwagen, dilligence;Stageverb. ten tooneele brengen, in scene brengen, in ’t openbaar tentoonstellen, met een postwagen reizen:To be on the stage= bij (op) het tooneel zijn;To bring (put) upon the stage= opvoeren;Toget up for the stage= bewerken voor;To go on the stage= bij het tooneel gaan;Toleave (quit) the stage= het tooneel verlaten (ookfig.);He was dressingby easy stages= dood op zijn gemak;The illness isin its first stage= eerste stadium;He contracted an imprudent passionfor horsing long stages= om lange ritten te doen vóór te pleisteren;The piece waswell staged= het stuk was goed gemonteerd;Stage-box= loge avant-scène;Stage-coach= dilligence;Stage-driver= koetsier eener dilligence;Stage-fright= tooneelvrees;Stage-manager= tooneeldirecteur, regisseur;Stage-painter= schilder van het decoratief;Stage-play= tooneelspel;Stage-player= tooneelspeler;Stage-right= recht van opvoering;Stage-struck= verzot op het tooneel;Thestage-waitsnever reached two minutes= pauzen tusschen de tooneelen;Stage-whisper= door een acteur terzijde gesproken woorden; luid gefluister;Stager= ervaren tooneelspeler, man van ervaring, slimmerd; postpaard;Stagery= tooneelvertooning, het spelen.Staggard,stagÉ™d, vierjarig hert.Stagger,stagÉ™, subst. plotseling wankelen, schok;Staggerverb. waggelen, wankelen, suizebollen, verbluffen, verbluft doen staan:Itgave me a stagger= het gaf me een schok;Staggers= kolder, duizeling, draaiziekte:Itgave me the blind staggers= deed me suizebollen;Such an assertionstaggers belief= is ongelooflijk;The price for our independence willstagger humanity= zal verstomd doen staan;I am fairlystaggered atwhat you say= verbaast mij ten hoogste;That’s a staggerer= dat is kras.Staging,steidžiÅ‹, tribune, stellage, het ondernemen van een diligence-dienst, monteering van een tooneelstuk.Stagirite,stadžirait, naam voor Aristoteles[531]naar zijne geboorteplaats;Stagira,stÉ™džairÉ™.Stagnancy,stagn’nsi, stilstand, malaise:Thestagnancyin the sugar-trade= “malaiseâ€;Stagnant,stagn’nt, stilstaand, flauw, stil;Stagnate,stagneit, stilstaan, flauw worden;Stagnation= stilstand, stremming, malaise.Stagy,steidži, theatraal.Staid,steid, kalm, vast, ernstig, solide:A staid journal= een ernstig blad; subst.Staidness.Stain,stein, subst. smet, vlek, schande, smaad;Stainverb. vlekken, tinten, verven, met figuren drukken, besmetten, bezoedelen:Astained floor= be- of geschilderde vloer;Stained glasswindows= beschilderde ramen;Stained paper-hangings= (bont)gekleurd behang;Stained wood= gebeitst hout;Stainer= verver, bezoedelaar;Stainless= smetteloos, onbesmet.Stair,stêə, trap, trede, graad;Stairs= trap, aanlegplaats:A flight of stairs,A pair of stairs= trap;A room two pair (of stairs) high= kamer op de tweede verdieping;Back-stairs= geheim, slinksch;He isdown stairs, up stairs= beneden, boven;A down-stair room= eene benedenkamer;Stair-carpet= traplooper;Staircase= trap;Grand staircase= hoofd- of eeretrap;Private staircase= geheime trap;Stair-rod (Stair-wire)= traproede;Stair-way= trap.Staith(e),steith, spoorlijn, om de kolen uit de wagens in schepen over te laden; kade, werf, pakhuis.Stake,steik, stok, staak, paal, paalwerk, brandstapel, martelaarschap; inzet, prijs, aandeel, belang;Stakeverb. met palen steunen of stutten, afpalen, met een paal doorsteken, stokken zetten bij, wedden, inzetten, als pand zetten:Your life isat stake= staat op het spel;He went to it as a beargoes to the stake= met loome schreden;Their fatherperished at the stake= stierf den marteldood op den brandstapel;Theyplayed for the stakes= speelden om den inzet;Toput to the stake= op ’t spel zetten;He hasswept the stakes= hij heeft den pot gewonnen;I stake my lifeon the truth of what I tell= ik verpand mijn leven er onder;Stake-head= paal in een lijnbaan om de touwen te steunen;Stake-holder= inzethouder, potbewaarder;Stake-net= staaknet.Stalactite,stÉ™laktait, druipsteen (kegel).Stalagmite,stÉ™lagmait, druipsteenvorming van den vloer af naar boven.Stale,steil, subst. ier (van paarden en runderen); adj. verschaald, oud, oudbakken, muf, afgejakkerd, flauw, verzwakt door te sterk trainen (=Gone stale);Staleverb. waardeloos maken, (laten) bederven, verflauwen, wateren (van paarden en runderen):Stale joke;Stale news;Stale wine;Togrow stale= zich afsloven, oud worden:The public hasgone stale on party politics= heeft genoeg van;Stalemate, subst. schaakmat;Stalemateverb. mat zetten, in ’t nauw brengen; subst.Staleness.Stalk,stôk, subst. stengel, steel, schacht; trotsche en statige gang;Stalkverb. voorzichtig besluipen; trotsch stappen, schrijden:Westalked the deer= beslopen de herten;Stalked plants= stengelplanten;Stalker= hij diestalks; soort van vischnet; trotsche stapper;Stalking:Stalking-horse= paard of paardevorm, waarachter de jager zich met zijn boog verborg; voorwendsel, masker, dekmantel;Stalkless= stengelloos.Stall,stôl, subst. stal, stalletje, kraam, afdeeling in eenStable; stoel van een domheer, stalles in een schouwburg;Stallverb. in een stal plaatsen, in den modder vastrijden (vastzitten); van zich afschuiven:Butcher’s stall;Tokeep a stall= met een stalletje staan;She would not bestalled off,and contended that her opinion was right= zich niet laten afschepen;Stall-feed= in den stal (met droog voeder) voederen;Stall-keeper= houder van een stalletje;Stallage= recht om met een kraam te staan, staan- of marktgeld (=Stall-money).Stallion,stalj’n, (dek)hengst;Stallion-fees= dekgelden.Stalwart,stôlwÉ™t,stalwÉ™t,stolwÉ™t, krachtig, flink, stoer, stoutmoedig, geducht; subst. kopstuk, hoofdman; subst.Stalwartness.Stamboul,stambûl.Stamen,steim’n, meeldraad.Stamina,staminÉ™, vaste deelen van een lichaam die dit tot steun dienen, weerstands- en volhardingsvermogen.Stamin,steimin, etamine.Staminiferous,staminifÉ™rÉs:Staminiferous flower= mannelijke bloem.Stammel,stam’l, soort v. wollen stof v. hardroode kleur.Stammer,stamÉ™, subst. gestamel;Stammerverb. stamelen, stotteren, aarzelend uitbrengen;Stammerer.Stamp,stamp, subst. stempel, zegel, postzegel, postmerk, merk, karakter, aard, prent (Stamps= papiergeld,Amer.), het stampen, ertsstamper;Stampverb. stempelen, zegelen, inprenten, een postzegel doen op; stampen, stampvoeten, onderdrukken:Of the right stamp= van het rechte soort;They are allof the same stamp= van dezelfde soort;Tohave (bear) the stamp of= den stempel dragen van;Tostamp on the mind= inprenten;The fire wasstamped out= werd uitgetrapt;Their nationality wasstamped out= vernietigd;We must try tostamp these abuses out= die misbruiken uit te roeien;Stamp Act= zegelwet;Stamp-album= postzegelalbum;Stamp-collection;Stamp-collector= (post)zegelverzamelaar;Stamp-duty= zegelrecht;Stamp-office= zegelkantoor;Stamper= stempel(aar).Stampede,stampîd, subst. plotselinge schrik, wilde vlucht, groote beroering;Stampedeverb. plotseling op de vlucht (doen) slaan:There wasa regular stampede of teachers to the sea-side= een ware uittocht.Stanch,stânÅ¡; ZieStaunch.Stanchion,stanš’n, steun, paal, stut, schoor.Stand,stand, subst. stand, stilstand, ophouding, halt, weerstand, verlegenheidrang, standertje, statief, onderstel, stomme, knecht, staanplaats (voor rijtuigen), stalletje, kraam, ton, stel, tribune;Standverb. staan, gaan staan, stilstaan, standhouden, bestaan,[532]van kracht zijn, vast zijn, berusten op, luiden, koersen, verdragen, dulden, opgewassen zijn tegen, doorstaan, staan voor, van belang of nut zijn, etc.:Then ministers wereat a stand= zaten met de handen in het haar;Tojump at a stand= met gesloten voeten springen;Thingscame to a sudden stand= toen stokten plotseling de zaken geheel;The troopsmade a stand againstthe enemies= hielden stand;Itake my standby you and on my right= sta u ter zijde en houd mij aan mijn recht;A stand of arms= geweer met toebehooren;Fiftystand of colourswere taken= standaarden (vaandels);A stand for bottles (casks);These townsare one night stands= in deze steden geven wij maar ééne voorstelling;Watch stand= horlogestandaard;Stand there= ga (blijf) daar staan;Itake the thing as it stands= zooals het is;I willstand you a bottle (a treat)= trakteer;Hestands six feetin his boots= hij is 6 voet lang;Tostand fire= standhouden onder vijandelijk vuur;Tostand one’s ground= standhouden, volhouden;I willstand you halves= sta je half;Istood the flowerpotin the window= zette den bloempot voor het raam;He stood my friend= toonde te zijn;Hestood sentenceon that count= had zich te verantwoorden wegens die aanklacht;I havestood sentryhere for ever so long= sta hier ik weet niet hoe lang al op post;Istood them a supper= onthaalde ze op een souper;Istood a supper for them= betaalde hun souper;Tostand the test= proef doorstaan;Tostand the tooth of ages= den tand des tijds weerstaan;Tostand trial= terecht staan;Tostand in awe of= ontzag hebben voor;That willstand in hand= uwe belangen bevorderen;Youstand in my light= staat me in den weg, werkt me tegen;This passagestands sorely in need ofcorrection= heeft ernstig verbetering noodig;The money willstand me in good stead= zal mij goed te pas komen;His hairsstand on end= rijzen te berge;It stands to reasonthat you cannot go there= het spreekt vanzelf:Tostand to make a profiton= kans hebben te verdienen op;He stood to winmuch in that case= hij had kans;Tostand affected= geneigd zijn;It stands agreed= is uitgemaakt;Stand aside= ga op zij;Stand clear= uit den weg!Tostand corrected= ongelijk bekennen;Hestands fair for(getting) that place= heeft veel kans;Tostand well (ill) with a person= op goeden (slechten) voet staan met;Hestood againstfearful odds= had een enorme overmacht tegen zich;Tostand by a person through thick and thin= met iemand meegaan door dik en dun;I will notstand byand see you offended= er geen getuige van zijn;You muststand by= u gereed houden;The witness was told tostand down= naar zijne plaats te gaan, te gaan zitten;Hestood forthis borough at the election= was candidaat voor dit district;Hestands forthat place= solliciteert naar;The shipstood forthe Atlantic= stak … in;Stand forth= kom naar voren;Hestood forth againsthis enemies= bood het hoofd aan;Westood fromthe shore= hielden van de kust af;The boatsstood in fromsea= koersten naar binnen;Hestood in withthe thief= maakte gemeene zaak met;Hestands off= houdt zich op een afstand;The shipstood off and on= hield nu eens van den wal af, en dan er weer op aan;You muststand onyour defence= je flink verdedigen;Don’tstand onceremonies= sta niet op;Tostand out= naar voren treden, uitsteken, uitkomen, in ’t oog springen, volharden, standhouden, staan op, uitstaan, zich terugtrekken:Stand outof my sight= ga uit mijne oogen;Tostand outto sea= zee kiezen;He higgles andstands outtill the shopman gives in= hij dingt en houdt vol;Tostand over= blijven staan, blijven liggen, onbetaald blijven;Istand to (by)what I said= blijf bij (houd vol);Theystood to their guns= wisten van geen wijken;Tostand towardsthe shore= aanhouden op;He hasstood undermany troubles= veel smart geleden;The whole peoplestood upto a man= stond op als één man;Istand up formy right= kom op voor;Theystood up(for the dance) = namen hunne plaats in, traden aan;Tostand upwith a lady= eene dame ten dans leiden;Tostand up to= krachtig weerstand bieden;She alwaysstood uponher dignity= stond op;Stand-by= toeverlaat;He isawfully stand-off= erg op een afstand;Stand-offish= op een afstand (fig.);Stand-ups=Stand-up collars= staande;It wasa stand-up fight= felle strijd;A stand-up supper= loopend souper;Stand-cask= ligger;Stand-fast= steunpunt;Stand-pipe= standpijp;Stand-point= standpunt;Stand-still= stilstand:Tocome to a stand-still= tot staan komen, stoppen;Stander= wie staat, etc.;SeveralStanders-by= omstanders. ZieStanding.Standard,standÉ™d, subst. standaard, vlag, normaal gewicht (sterkte, prijs, maat), gehalte, richtsnoer, graad; adj. vastgesteld, standaard - -:Standard of beauty= ideaal;Thestandard of length= de lengtestandaard of -éénheid;Standard-bearer= vaandeldrager;Standard clock;Standard works= standaardwerken.Standing,standiÅ‹, subst. stand, post, plaats, duur, rang, standplaats (voor rijtuigen, enz.); adj. vast, bepaald, vaststaand, stilstaand:She took him forhis standing= om zijn hoogen rang, positie;A debtof several years’ standing= die al eenige jaren oud is;Croniesof old standing= oude kameraden;There’s no standing it= dat is niet uit te staan;Standing army= staand leger;Standing dish= vaste schotel;He isa standing question= hij is een echte vraagal, hij vraagt altijd door;Standing rigging= staand want:I have noStanding room= plaats om te staan;Standing-stones= vóórhistorische, door menschen opgerichte steenen;Standing-out debts= achterstallige schulden.Stang,staÅ‹, lange paal of schacht:Toride the stang= op een paal door de plaats gedragen worden (oude straf voor mannen, die hun vrouw hadden geslagen).[533]Stanhope,stanhoup,stanÉ™p, licht vierwielig wagentje zonder kap;Stanhope-press= soort van drukpers.Stank,staÅ‹k, imperf. vanto stink.Stannary,stanÉ™ri, subst. tinmijn; adj. tot tinmijnen behoorende;Stannary-courts= rechtbank voor de tinmijnwerkers in Cornwall;Stannicacid;Stanniferous,stÉ™nifÉ™rÉs, tinhoudend.Stanza,stanzÉ™, vers.Staphyle,stafilî, huig.Staple,steip’l, subst. stapel, vezel of draad van wol, katoen, of vlas; stapelplaats, markt, voornaamste product of artikel, hoofdbestanddeel; kram; adj. vast, voornaamst;Stapleverb. de verschillende draden of soorten uitzoeken:That isthe staple amusementof our village= hoofdamusement;Staple goods= hoofdproducten;Staple-house;Staple-town;Staple-trade;Stapled= met een draad of vezel.Star,stâ, subst. ster (ookfig.), sterretje (*);Starverb. met sterren versieren, een stervormige breuk maken of vertoonen, gastvoorstellingen geven:Fixed, Falling, Flying, Shooting, Polar star= vaste (vallende, pool) ster;Tobe born under a lucky star;He isa star of the first magnitude= eene ster van de eerste grootte;If you don’t shut up,you see stars= krijg je er een, dat de vonken je uit de oogen springen;Ithank my star(s) for it= de hemel zij gedankt;Oh, my stars (and halters)= O goeie genade!The actor wasStarringin the provinces= gaf gastvoorstellingen;Star-blind= halfblind;Star-Chamber= voormalig gerechtshof te Westminster, dat naar eigen opvatting in plaats van volgens de wet vonniste, afgeschaft in 1640;Star-crossed= ongelukkig;Starfinch= roodstaartje;Starfish= zeester;Star-flower(=Star of Bethlehem) = vogelmelk;Star-fort= sterreschans;Star-gazer= sterrenwichelaar;Star-gazing= sterrenkijken; verstrooidheid;Starlight= sterrenlicht;Starlit= helder, door de sterren verlicht;Star-shoot= lichtbol; aardgelei of sterrenspeeksel;Star-spangled= met sterren bezaaid:TheStar-spangled (American) banner;Star-stone= variëteit van saffier;Star-trap= tooneelluik (waardoor een geest plotseling verschijnt en verdwijnt);Star-like;Starred= gesternd:Hisill (evil)-Starred father= zijn ongelukkige vader;Starriness, subst. v.Starry= met sterren bezaaid, schitterend, gelijk eene ster.
Spirt, spÉÌ‚t. ZieSpurt.Spiry,spairi, spits.Spit,spit, subst. (braad)spit, landtong, spadevol (spit), speeksel, koekoeksspog (v. het schuimbeestje), evenbeeld;Spitverb. aan het spit steken, doorboren, spuwen:That boy isthe (dead) very spit of his father= evenbeeld zijns vaders;He was spat upon (at)everywhere= men spuwde op (naar) hem;Spitbox=Spittoon;Spitfire= driftkop.Spitalfields,spit’lfîldz.Spitchcock,spîtÅ¡kok, subst. speetaal;Spitchcockverb. aal in de lengte splijten en braden.Spite,spait, subst. spijt, wrok, wrevel, kwaadaardigheid;Spiteverb. kwaadaardig dwarsboomen, krenken, kwellen:I did it(in) spite ofwarnings= ten spijt van;I[526]bear you a spite= koester wrevel (wrok) tegen u;Spiteful= spijtig, kwaadaardig; subst.Spitefulness.Spittle,spit’l, speeksel;Spittoon,spitûn, spuwbak, kwispeldoor.Splash,splaÅ¡, subst. bemoddering, plons, geplas, geklater;Splashverb. bespatten, beslijken, plassen, klateren:Hemade a big splash= baarde heel wat opzien;The undertaking is sureto make a splashin the book world= zal heel wat opzien baren;The splash of the great fountain= het klateren;Splash-board= spatbord;Splasher= spatbord;Splashy= modderig, slijkerig; chic.Splatter,splatÉ™, plassen, klateren;Splatter-dash= spektakel.Splay,splei, subst. binnenwaartsche verwijding v. eene opening; adj. buitenwaarts gekeerd, lomp, plomp;Splayverb. naar binnen verwijden;Splay-foot= buitenwaarts gekeerde voet;Splay-mouth= groote mond, scheeve mond;Splay-shouldered= kreupel.Spleen,splîn, milt, miltzucht, zwaarmoedigheid, wrok, toorn, haat:Tovent one’s spleen on= zijn wrok koelen aan;Spleen-sick= miltzuchtig, zwaarmoedig;Spleenful= toornig, gemelijk, zwaarmoedig =Spleenish=Spleeny.Splendent,splend’nt, schitterend;Splendid,splendid, prachtig, luisterrijk, rijk, weelderig, grootsch:We gaineda splendent victoryover the enemy= eene glansrijke overwinning; subst.Splendentness;Splendour,splendÉ™, pracht, praal, glans:Sun in splendour= de zon voorgesteld met menschengelaat en door stralen omringd (Herald.);Splendrous,splendrÉ™s, prachtig.Splenetic,splÉ™netik, gemelijk, slecht geluimd; subst. hypochonder;Splenic,splenik:Splenetic fever= miltvuur;Splenitis,splÉ™naitis, ontsteking van de milt.Splice,splais, subst. splitsing;Spliceverb. splitsen, trouwen:He ran over to Englandto get spliced= om te trouwen;Tosplice the main brace= bezaanschoot aantrekken (een extra oorlam geven).Splint,splint, splinter, spalk;Splinter,splintÉ™, subst. splinter;Splintverb. splinteren;Splinter-bar= zwengelhout;Splinter-proof= bomvrij;Splintery= uit splinters bestaande, als splinters, schilferig, met schilfers.Split,split, subst. scheur of barst, scheiding, verdeeling, scheuring, halve flesch; adj. gescheurd, verdeeld, gescheiden;Splitverb. scheuren, splijten, scheiden, bersten, (ver)klappen, stranden, mislukken:Split Infinitive= de door een bijw. gescheiden deelen v. eeninfinitive, zooals:Allow metoheartilycongratulateyou;Tosplit a bottle of wine= met zijn tweeën drinken;Two brandies and a soda split= en een fleschjesoda-watervoor 2 personen;Tosplit the difference= deelen;Tosplit one’s votes= op kandidaten van verschillende partijen stemmen;Wesplit (our sides) with laughing= barstten van lachen;The shipsplit on a rock= werd tegen eene rots verbrijzeld;He hassplit on a rock= is niet geslaagd, in zijne verwachtingen bedrogen;Tosplit upon= een medeschuldige verklappen;Split-peas(e)= spliterwten;Asplitting headache= razende, brekende hoofdpijn.Splosh,sploÅ¡, geld.Splotch,splotÅ¡, vlek, smet; adj.Splotchy.Splutter,splÉtÉ™, subst. gespat, gesputter, geraas, drukte;Splutterverb. spatten, sputteren:Mypen spluttered= spatte;Splutterer.Spoil,spôil, subst. buit, plundering, roof;Spoilverb. rooven, plunderen, bederven, schaden, verijdelen:The soup would have spoiled= zou bedorven zijn;Aspoiled child;Hespoiled me ofthe best furniture I had= beroofde mij van;He came in, and wasspoiling for a fight in a minute= en dadelijk jeukten hem de handen om te vechten;Spoil-sport= spelbederver;Spoiler.Spoke,spouk, spaak, sport, remketting:I’ll put a spoke in your wheel= eene spaak in het wiel steken.Spoke,spouk,Spoken,spouk’n, imp. en p.p. vanto speak:To bewell (ill) spoken= zich keurig (slecht) uitdrukken: (on)vriendelijke woorden gebruiken;Spokesman= woordvoerder, voorspraak.Spoliate,spoulieit, (be)rooven, plunderen; subst.Spoliation;Spoliator= roover, plunderaar.Spondaic,spondeiik, uit een spondeus bestaande;Spondee,spondî, spondeus.Sponge,spÉnž, subst. spons, gerezen deeg, spoor v. een hoefijzer, klaplooper, tafelschuimer, kanonwisscher;Spongeverb. (af)sponzen, uitwisschen, inzuigen, klaploopen; rijzen (van deeg):He chucked, threw up the sponge= hij gaf zich gewonnen;Let uspass a sponge over it= de spons er over halen (fig.);Sponge-cake= een spongieus gebak;Spongelet= sponsje;That fellow isa downright sponger= een echte klaplooper;Sponginess= sponsachtigheid;Sponging-house,spÉnžiÅ‹haus, huis van een gerechtsdienaar waar gijzelaars 24 uur werden gehouden om hun vrienden gelegenheid te geven voor hen te betalen;Spongy= sponsachtig.Sponsion,sponš’n, borgtocht.Sponsor,sponsÉ™, borg, peetvader, peetmoeder:The poor child wasbarely sponsored= had zoo te zeggen niemand, die het onder zijne vleugels nam;Tostand sponsor= borg (peet) zijn voor;He hadstood sponsor forher dramatic talent= had ontwikkeld;Sponsorial,sponsôriÉ™l, tot eensponsorbehoorende;Sponsorship.Spontaneity,spontÉ™nîiti, vrijwilligheid, eigen aandrift;Spontaneous,sponteinjÉ™s, vrijwillig, uit eigen beweging, spontaan, in ’t wild groeiend, zelf …:Spontaneous combustion= zelfont- en zelfverbranding;Spontaneous generation; subst.Spontaneousness.Spontoon,spontûn, soort kleine piek.Spoof,spûf, bedrog:Toplay spoof= bedriegen.Spook,spûk, spook;Spookverb. spoken.Spool,spûl, spoel, klos.Spoom,spûm, lenzen (scheepst.).Spoon,spûn, subst. lepel, kolfstok, sukkel; liefje;Spoonverb. met een lepel eten, vangen (met lepelhaak) “flirtenâ€, vrijen:To bepast the spoon= de kinderschoenen ontwassen;[527]Brought up with a spoon= met kunstmatig voedsel grootgebracht;Don’tstand staring like a spoon= sta daar niet zoo ezelachtig te gapen;He isdead spoons on the girl= hij is “smoorlijk†op het meisje;He isthe wooden spoon= hij is de laagste op de ranglijst bij het wiskundigHonours Exam.voor den B.A. graad te Cambridge;Dessert-spoon, Gravy-spoon, Table-spoon, Tea-spoon(inSport Slangrespectievelijk 10, 20, 15 en 5 duizend £);He has spooned herfor ever so long= hij heeft naar haar gevrijd;He had all the tackle, necessary forspooning pike= om snoek met een lepelhaak te vangen;Spoon-bill= lepelaar (zwemvogel);Spoon-diet= soep-dieet;Spoon-meat,Spoon-victuals,spûnvit’lz= lepelkost;Spoon-wort= gewoon lepelblad;Spoonful;Spoon(e)y, subst. sukkel, hals; adj. sullig, “smoorlijkâ€:He isspoon(e)y onher= vol verliefd op haar.Spoon-drift,spûndrift, opgejaagd, warrelend schuim.Spoor,spûə, subst. spoor (v. een dier);Spoorverb. een spoor volgen (Z. Afr.).Sporadic(al),spÉ™radik’l, verspreid, sporadisch voorkomend:Sporadic plants,Sporadic disease.Spore,spö, spoor (bijcryptogamen);Sporiferous,spÉ™riferÉs, sporen dragend.Sporran,spor’n, tasch of beurs der Hooglanders.Sport,spöt, subst. vermaak, spel, tijdverdrijf, scherts, (voorwerp van) spot, speeltuig (fig.), speling, sport;Sportverb. zich vermaken of verlustigen, spelen, geuren met, varieeren (biolog.):In (For) sport= uit de grap;Sport of nature= speling;That is sport to him= dat doet hij spelend;Hemade sport of (with)me= hield me voor ’t lapje;I won’tspoil sport= de spelbreker zijn;Tospoil a person’s sport= een streep door de rekening halen;Hesports a gold watchchain= geurt met een gouden horlogeketting;Sportful= vroolijk, dartel, uit de grap;Sporting:Sporting-dog= jachthond;I am nota sporting man= ben geen sportsman;Sporting-paper= sportblad;Sportive= vroolijk, speelsch, wat op sport betrekking heeft:Hissportive knowledgeis very wide= hij is vansportgeheel op de hoogte;Sportsman= iemand die aansportdoet, jager:Sportmanlike= zooals eensportsmanpast;Sportmanship= bedrevenheid in en liefde voor sport;Sportswoman= vrouw die aansportdoet.Spot,spot, subst. spat, vlek, smet, klad, plek(je), oog, acquit (bilj.);Spotverb. besmetten, bevlekken, marmeren, bespikkelen, acquit geven, herkennen, indentificeeren, ontdekken, snappen:Do iton the spot= onmiddellijk;That wentto the spot= die was raak;Dove-colour spotswith the rain= vlekt;I spotted itat once= ik snapte het dadelijk;HeattackedMr. “Spotsâ€with his sword= den luipaard;Spot-ball= de roode bal;Spot-hazard= stoppen van den rooden bal van ’t acquit in een der bovenzakken;Spot-price= naaste prijs;Spot-stroke= een serie vanSpot-hazards:Spotless= vlekkeloos; subst.Spotlessness;Spotted= gevlekt, bont:Spotted fever= vlektyphus;Spotter= detective, tramcontroleur (Amer.);Spottiness, subst. v.Spotty= vol vlekken, gespikkeld.Spousal,spauz’l, subst. huwelijk, bruiloft (gew. meerv.); adj. huwelijks - - -, echtelijk:Spousal ring= trouwring;Spouse,spauz, gemaal, gade:The spouse of Christ.Spout,spaut, subst. tuit, pijp, buis, spuit, waterstraal, soortliftvoor goederen (vooral in de pandjeshuizen);Spoutverb. uitgieten, spuiten, met vertoon of hoogdravend spreken (declameeren), verpanden:My watch isup the spout= is bij “Oome Janâ€;Hespouted some poetry of Byron= reciteerde (ironisch);If I had a gold watch,I would spout it like a shot= ging het dadelijk naar den lommerd;Spouter= hoogdravend redenaar of acteur; walvisch.Sprain,sprein, subst. verrekking, verstuiking;Sprainverb. verrekken, verstuiken:I havesprained my ankle= mijn enkel verstuikt.Sprang,spraÅ‹, imperf. van to spring.Sprat,sprat, sprot:Tothrow(Tofling away)a sprat to catch a whale= een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen.Sprawl,sprôl, languit en nonchalant (gaan) liggen, zich rekken, spartelen; onregelmatig ontplooien (v. cavalerie):Togo sprawling= languit neervallen.Spray,sprei, subst. schuim, sproeiregen, irrigator, sproeier; takje, rijsje; verb. (be)sproeien.Spread,spred, subst. uitgebreidheid, omvang, uitgestrektheid, ontplooiing, disch;Spreadverb. zich uitstrekken, verbreiden, ontplooien, verspreiden, dekken, spreiden, bijzetten, smeren:The pea-cock spreads his tail= pronkt;Yours is a good figure for our artist to spread himself on= aan uwe taille kan onze coupeur zijne kunst eens toonen (Amer.);You spread it thin= gij smeert de boterhammen dun;The report wasspread abroadeverywhere= werd overal bekend gemaakt;The table wasspread (over) with good cheer= het was een welvoorziene disch;Spread-eagle, subst. adelaar met uitgespreide vleugels (herald.); gebraden, opengesneden en met truffels opgediende vogel; adj. bombastisch, ijdel:Tomake a spread-eagle ofa person= voor de brits geven;Spread-eaglism= bombast, grootspraak; nationale bluf, chauvinisme (Amer.);Spreader= spatel.Spree,sprî, pret, drinkgelag:On the spree= aan den boemel:Berlin is a merry town, being alwayson the spree.Sprig,sprig, subst. takje, rijsje, stift;Sprigverb. m. takjes of bloemen versieren, spijkertjes slaan in;Spriggy= vol takjes of spruitjes.Spright,sprait, subst. geest, gesteldheid;Sprightverb. rondwaren, spoken;Sprightliness, subst. v.Sprightly= levendig; vroolijk, opgewekt, dartel.Spring,spriÅ‹, subst. sprong, veerkracht, veer, drijfveer, bron, lente, fontein;Springverb. springen, opspringen, ontspringen, voortkomen, opkomen, aanbreken, opschieten, doen springen, boren, opjagen (van wild):[528]The liontook a spring= deed in eens een sprong;Hesprang at us= sprong naar ons toe;The watersprings forth fromthe earth= borrelt uit den grond;He hadsprung fromthe people= was voortgekomen uit;All his faultsspring fromneglect= komen uit achteloosheid voort;The mountain-goatsprang on from rock to rock= sprong van rots tot rots;Plantsspring (up) from the earth= komen uit den grond;The diplomatsprang this treaty on the congress= verraste het congres met;The death of the heroine issprung upon the reader= de schrijver valt den lezer onverhoeds op het lijf met;Tospring a leak= een lek krijgen;The policesprang their rattles= sloegen hunne ratels op;Tospring a well= graven, boren;Spring-bed= springveermatras;Spring-board= springplank;Springbok= antilope (Z. Afr.);Spring-carriage= rijtuig op veeren;Spring-cart= karretje op veeren;Spring-chicken= piepkuiken;Spring-halt= hanespat (v. een paard);Spring-head= fontein, bron, oorsprong;Spring-mattress;Spring-tide(s)= springtij;Spring-time= lentetijd;Spring-wheat= zomertarwe;Springal,spriÅ‹g’l, spring-in-’t-veld;Springer= springer, opjager van wild, naam voorspringboken jonge dolfijn;Springiness= elasticiteit;Springing:Springing-board= springplank:Heused his position as a springing-boardto higher flights;Springy,spriÅ‹i, elastisch.Springe,sprinž, subst. strik, lus, valstrik;Springeverb. strikken, in een strik vangen.Sprinkle,spriÅ‹k’l, subst. gesprenkel, stofregen (=Sprinkle of rain);Sprinkleverb. (be)sprenkelen, sprengen, bestrooien, stofregenen:Tosprinkle the linen;The floor had beensprinkled with sand= met zand bestrooid;Sprinkler= sprengvat (-kwast);Sprinkling= sprenkeling, sprankel:Hehas got a sprinkling of Spanish= weet een hap en een snap van het Spaansch;There was a fair sprinklingfrom the twouniversities at the meeting= de beide hoogescholen waren op de bijeenkomst vrij goed vertegenwoordigd.Sprint,sprint, korte, snelle wedloop (=Sprint-race);Sprintverb. er hard van door gaan;Sprinter= deelnemer aan eenSprint-race.Sprit,sprit, subst. spriet, boegspriet;Spritsail= sprietzeil.Sprite,sprait, geest, kabouter.Sprod,sprod, zalm in het tweede jaar.Sprout,spraut, subst. spruit, loot;Sproutverb. (uit)spruiten,opschieten:Sprouts= spruitjes.Spruce,sprûs, subst. gewone spar; adj. netjes, keurig, vlug, piekfijn;Spruceverb. keurigjes opschikken of opflikken;Spruce-beer= jopenbier, bier waarbij de bladen en takjes van deSpruce-fir(soort spar), in plaats van hop worden gebruikt; subst.Spruceness= keurigheid.Spruit,sprût, stroompje:A little spruit or runnel of water(Z. Afrika).Sprung,sprÉÅ‹, part. perf. van to spring.Spry,sprai, levendig, vlug, wakker; bij-de-hand, glad (Am.):As spry as a lark= zoo vlug en vroolijk als een leeuwerik.Spud,spÉd, korte spade om wortels uit te graven, alles wat kort en dik is, dwerg, aardappel.Spume,spjûm, subst. schuim;Spumeverb. schuimen;Spumescence,spjûmes’ns, het schuimen;Spumescent,spjûmes’nt, schuimend;Spumous,spjûmÉ™s, schuimend, sponsig.Spun,spÉn, imperf. en p. perf. vanto spin:Spun butter= door een zeef geperste boter;Spun glass;Spun hay= gesponnen hooi (mil.);Spun silver;Spun yarn= schiemansgaren.Spunge,spÉnž. (ZieSponge):Her black gown wasspunged and turned and lengthened into something like decent mourning= werd geperst en gekeerd en verlengd tot ze een fatsoenlijke rouwjapon geleek.Spunk,spÉÅ‹k, tonder, zwam; vuur, geest;Spunkverb. ontvlammen:Man of spunk= driftkop;Spunky= vurig.Spur,spÉÌ‚, subst. spoor, prikkel, spoorslag, aansporing; hoofdwortel, uitlooper van een gebergte, sneb, kniestuk, moederkoren;Spurverb. de sporen geven, aanzetten, van sporen voorzien, zich haasten, snel rijden:Toclap(give, put, set)spurs to,Tostrike with the spurs= de sporen geven, aansporen;The horse did notobey the rider’s spur= luisterde niet naar de sporen;Towin one’s spurs= zijne sporen verdienen (fig.);He did not know what to sayon the spur of the moment= zoo gauw zou antwoorden;He acted on the spur of the moment= hij volgde zijne ingeving;He wasspurring on at the top of his speed= hij reed spoorslags voort;Spur-gall, subst. spoorwond;Spur-royal= gouden munt uit den tijd van Eduard VI;Spur-rowel= spoorraadje;Spur-way= rijpad;Spur-wheel= tandrad;Spurless;Spurred rye= moederkoren;Spurrer;Spurrier= sporenmaker.Spurge,spÉÌ‚dž, wolfsmelk;Spurge-laurel= laurierbladig peperboompje.Spurious,spûriÉ™s, onecht, valsch:Yoursis a spurious edition= is een nadruk;Spurious shillings; subst.Spuriousness.Spurling,spÉÌ‚liÅ‹, spiering, zeezwaluw;Spurling-line= lijn van het stuurrad naar den “verklikker†in de kajuit.Spurn,spÉÌ‚n, subst. smadelijke verwerping of behandeling;Spurnverb. verachten, versmaden:Ispurn doing this action= acht het beneden me dit te doen;Spurner.Spurry,spÉri.Spurt,spÉÌ‚t, subst. krachtige straal, aandrang, korte en plotselinge inspanning;Spurtverb. uitspuiten, zich plotseling tot het uiterste inspannen:I heardthe quick spurt of a matchand he lit another cigar= het plotseling knappen (knetteren) van een lucifer;He triedto get a spurt of work out ofme= trachtte gauw wat werk van mij gedaan te krijgen;Hemade (put on) a spurtand won= hij zette voor ’t laatst krachtig aan;He wasspurting for the goal= deed op het laatste moment krachtig zijn best om den eindpaal te bereiken.Sputter,spÉtÉ™, subst. gespat, herrie;Sputterverb. sputteren, spatten:Hesputtered at me= hij voer hevig tegen mij uit =Sputtered his gall;Sputterer.[529]Sputum,spjûtÉ™m, speeksel, fluim(en); meerv.Sputa.Spy,spai, subst. spion;Spyverb. in ’t oog krijgen, bespeuren, ontdekken, spionneeren, bespieden, navorschen:Don’tspy intoit= vorsch er niet naar;I Have not been able tospy it out= het uit te vorschen;Spy-boat= adviesjacht;Spy-glass= kijker;Spy-hole= kijkgat;Spy-mirror= spionnetje.Squab,skwob, subst. jonge duif, jong ding, soort van rustbank, kussen; adj. kort en dik, plomp, nog ongevederd;Squabverb. plomp neervallen; adv. plomp:Hefell squab into thepit= viel plompverloren;Squab-pie= duivenpastei;Squabbish= log, plomp.Squabble,skwob’l, subst. ruzie, gekrakeel, geharrewar;Squabbleverb. krakeelen, twisten, scheef zetten;Squabbler= ruziemaker.Squabby,skwobi=Squabbish.Squad,skwod, escouade, sectie, rot:Awkward squad= troep rekruten, nog niet genoeg geoefend om in de compagnieschool mee te doen;Servile squad= meiden en knechts (scherts.).Squadron,skwodr’n, troep soldaten, escadron, eskader;Squadronverb. totsquadronsvormen.Squalid,skwolid, vuil, erg smerig, armelijk; subst.Squalidity,skwoliditi=Squalidness.Squall,skwôl, subst. bui, windvlaag, gil;Squallverb. stormen, gillen:You maylook out for squalls= moogt op uw hoede zijn;Squaller= giller, gillend kind;Squally= stormachtig, buiig, dreigend:Squally weather= buiig.Squalor,skwolÉ™,skweilÉ™, vuilheid.Squamiferous,skwÉ™mifÉ™rÉs, geschubd;Squamiform,skweimiföm, schubvormig;Squamoid= schubbig;Squamose,skweimous,Squamous,skweimÉ™s, met schubben bedekt.Squander,skwondÉ™, verspillen, verkwisten, weggooien;Squanderer.Square,skwêə, subst. vierkant, plein (met een tuin in ’t midden), escadron, ruit, kwadraat, quadrille, winkelhaak, (glas)ruit (=Square of glass), carré; adj. vierkant, rechthoekig, juistpassend, eerlijk, billijk, quitte;Squareverb. vierkant maken, in carré opstellen, vierkant brassen, vereffenen, afrekenen met, in orde brengen, voegen, passen, zich in positie zetten, tot de tweede macht verheffen, etc.:Asquare of carpet= karpet;The square of a= a2;Tobring (raise) to a square= in ’t kwadraat verheffen;They areat squares= staan vierkant tegen elkaar over;We met each otheron the square= op voet van gelijkheid;He did everythingon the square= eerlijk en wel;To playon the square= eerlijk;How do the squares go?= hoe staat het met het spel (dam of schaak);That willbreak (no) squares= heeft niet veel te beduiden;Youmoved two squares= hebt eene ruit (bij dammen of schaken) overgesprongen;You will beset all squaresto-morrow morning= geheel op streek zijn;Everything is square and above board= is eerlijk en kan het licht lijden;Three-square,five-square, etc. = met drie, vijf, enz. gelijke zijden;The square man in the square hole= de rechte man op de rechte plaats;Square meal= stevig;Square number= het vierkant van een getal;Square party= gezelschap van4personen;Square root= vierkantswortel;I hada good square talkwith him= oprecht, eerlijk gesprek;It is notthe square thingto do so= billijk, eerlijk;Asquare setman= vierkante;I will see if I cancome square(=even)withyou= het u betaald kan zetten;He triedto square the circle= trachtte de quadratuur van den cirkel, d.i. het onmogelijke, te vinden of te doen;Let ussquare the constable= zien om te koopen;Tosquare difficulties= uit den weg ruimen;Hesquareed his enemy= overwon, maakte onschadelijk;I willsquare these fellows= afrekenen met;Theyards were squared= de ra’s werden vierkant gebrast;Hesquared himselfup to more than his usual height= verhief zich, rekte zich;Hesquared himself= zette zich in postuur;I willsquaremy behaviourbyyours= naar het uwe richten;After this I wassquared for a start on my own hook= was ik geschikt op eigen hand te beginnen;Though he might besquared to bolt,he could not besquared to do murder= al kon hij tot de vlucht, hij kon niet tot moord overgehaald worden;This does notsquare withwhat you told me= dat klopt niet met;How shall wesquareour duty to the Statewith our duty to God? = overeenbrengen met;Square-built= breedgeschouderd;Square-dealing= eerlijkheid, rechtschapenheid;Square-face= Hollandsche jenever;Square-rigged= met razeilen, fijn gekleed;Squaresail= razeil;Square-set=Square-built=Square-shouldered;Square-toed= pedant, ouderwetsch;Square-toes= pedant, ouderwetsch mensch; subst.Squareness;Squarish,skwêriÅ¡, ongeveer vierkant.Squarson,skâs’n,Squire, die te gelijk geestelijke der parochie is.Squash,skwoÅ¡, subst. iets zachts dat licht te kneuzen is, iets onrijps, onrijpe peulschil, schok of val van zachte dingen; pompoen;Squashverb. kneuzen, verpletteren, tot pulp maken of slaan;Squashy= zacht en week als pulp.Squat,skwot, subst. gehurkte houding, losse ertsmassa; adj. (neer)hurkend, kort, dik, plomp;Squatverb. neerhurken, zich zonder recht op land neerzetten:Asquat volume= dik (naar evenredigheid der lengte en breedte) deel;He was squatting like a frogon the other side of the fire= zat dik en opgeblazen als een kikker;Asquat-domed tower= met een als ineengedrongen koepel;Squatter= kolonist;Squatty= kort en dik.Squaw,skwô, vrouw (N. Amer. Indianen).Squeak,skwîk, subst. gegil, gepiep;Squeakverb. gillen, piepen:Wehad a narrow (near) squeak= ontkwamen ternauwernood;Squeaker= jonge vogel, wie of wat piept.Squeal,skwîl, subst. gil, geschreeuw (van varkens);Squealverb. gillen, schreeuwen.Squeamish,skwîmiÅ¡, walgend, overdreven kieskeurig; subst.Squeamishness.Squeegee,skwîdžî, gummi-zwabber.Squeezable,skwîzÉ™b’l= wat geperst of samengedrukt kan worden;Squeeze,skwîz, subst. druk, drukking, gedrang, afdruk, omhelzing;Squeezeverb. drukken, afdrukken,[530]persen, verpletteren, innig omarmen:Hegave my hand a parting squeeze= drukte mij tot afscheid de hand;My friend was squeezed into,and his place was filled by another= mijn vriend werd er uit gedrongen;Tosqueeze oneselfthrough a crowded street= zich een weg banen;Squeezer= drukker, harde slag, pers.Squelch,skwelÅ¡, subst. harde slag, smak;Squelchverb. verpletteren, onderdrukken, uitdooven:Thissquelchedanimosity= maakte een einde aan;He triedto squelch his wifeand failed= trachtte zijne vrouw tot onderwerping te krijgen.Squib,skwib, subst. voetzoeker; schotschrift;Squibverb. schotschriften schrijven, stekelig zijn, laten ontploffen, paffen.Squid,skwid, pijl-inktvisch.Squiggle,skwig’l, zich den mond spoelen; zich kronkelen (Amer.).Squill,skwil, sterhyacint, scilla; garnaalkreeft.Squint,skwint, subst. het scheel- of loensch zien, loensche blik, trek, zucht; adj. loensch, scheel, scheef;Squintverb. scheel zien, hellen;Squint-eyed= scheel, wantrouwend.Squire,skwaiÉ™, subst. schildknaap, landjonker, chaperon;Squireverb. als schildknaap dienen, vergezellen, geleiden:Squire of dames= saletjonker;Squirearchy,skwairâki, de gezamenlijke landjonkers of agrariërs en hun politieke invloed ± 1832 in het Lager Huis;Squireen,skwairîn, landjonkertje.Squirm,skwÉÌ‚m, kronkelen, kriewelen, klauteren.Squirrel,skwir’l, eekhorentje:Tohunt the squirrel= kat en muis spelen.Squirt,skwÉÌ‚t, subst. spruit, straal, parvenu, fat;Squirtverb. spuiten, uitspuiten:The oilkept squirting up= spoot met een krachtigen straal uit den grond.Stab,stab, subst. steek, boosaardige aanval of beleediging;Stabverb. doorsteken, doodsteken, stooten, steken naar, wonden, belasteren:Hestabbed my good name= gaf mijn goeden naam den doodsteek;Hestabbed at my heart= stak naar, doorstà k mijn hart;Thatstabbed me to the heart= griefde mij diep;Stabber= prikker, sluipmoordenaar.Stability,stÉ™biliti, stabiliteit, duurzaamheid, standvastigheid, soliditeit.Stable,steib’l, stabiel, duurzaam, standvastig; subst.Stableness.Stable,steib’l, subst. stal, renstal;Stableverb.stallen:They shut the stable-door after the steed is stolen= zij dempen den put als het kalf verdronken is;Stable-boy= staljongen (Stable-help);Stable-keeper= stalhouder;Stable-man= stalknecht;Stabling,steibliÅ‹, het stallen, stalling.Stablish,stabliÅ¡, verk. vanestablish.Stack,stak, subst. korenschoof, houtmijt (=108 cubic feet), opper, stapel, rot, groep naast elkander staande schoorsteenen, alleenstaande rots (op de Orkney Isl.);Stackverb. tot een hoop vormen, opstapelen, in rotten zetten:A stack of arms= een rot geweren;The soldiers were orderedto stack arms= de geweren aan rotten te zetten;Tostack shot= kogelstapels maken;Stack-yard= plaats voor hooimijt of graanschoven.Stadium,steidj’m, stadium, zekere maat (184 M.); één stadium lange renbaan.Stadtholder,stadhouldÉ™, stadhouder;Stadtholderate(stadhouldÉ™it),Stadtholdership.Staff,stâf, subst. stok, staf, steun, paal, schacht, notenbalk, personeel, bureau:Staff-of-life= brood;Staff-appointment= aanstelling bij den staf;Staff-college= soort krijgsschool (Passed the staff-college= de krijgsschool doorloopen);Staff-map;Staff-officer= stafofficier;Staff-wood= hout voor duigen.Stag,stag, (mannetjes)hert; os; mannetjesvos; woerd, speculant, shilling;Stagverb. speculeeren;Stag-beetle= vliegend hert;Stag-dinner= heerendiner;Staghound= hond voor de hertenjacht;Stag-party= heerenfuif.Stage,steidž, subst. tooneel, steiger, stellage, tribune, schouwplaats, station of pleisterplaats, phase, stage, etape, trap, graad, stadium, postwagen, dilligence;Stageverb. ten tooneele brengen, in scene brengen, in ’t openbaar tentoonstellen, met een postwagen reizen:To be on the stage= bij (op) het tooneel zijn;To bring (put) upon the stage= opvoeren;Toget up for the stage= bewerken voor;To go on the stage= bij het tooneel gaan;Toleave (quit) the stage= het tooneel verlaten (ookfig.);He was dressingby easy stages= dood op zijn gemak;The illness isin its first stage= eerste stadium;He contracted an imprudent passionfor horsing long stages= om lange ritten te doen vóór te pleisteren;The piece waswell staged= het stuk was goed gemonteerd;Stage-box= loge avant-scène;Stage-coach= dilligence;Stage-driver= koetsier eener dilligence;Stage-fright= tooneelvrees;Stage-manager= tooneeldirecteur, regisseur;Stage-painter= schilder van het decoratief;Stage-play= tooneelspel;Stage-player= tooneelspeler;Stage-right= recht van opvoering;Stage-struck= verzot op het tooneel;Thestage-waitsnever reached two minutes= pauzen tusschen de tooneelen;Stage-whisper= door een acteur terzijde gesproken woorden; luid gefluister;Stager= ervaren tooneelspeler, man van ervaring, slimmerd; postpaard;Stagery= tooneelvertooning, het spelen.Staggard,stagÉ™d, vierjarig hert.Stagger,stagÉ™, subst. plotseling wankelen, schok;Staggerverb. waggelen, wankelen, suizebollen, verbluffen, verbluft doen staan:Itgave me a stagger= het gaf me een schok;Staggers= kolder, duizeling, draaiziekte:Itgave me the blind staggers= deed me suizebollen;Such an assertionstaggers belief= is ongelooflijk;The price for our independence willstagger humanity= zal verstomd doen staan;I am fairlystaggered atwhat you say= verbaast mij ten hoogste;That’s a staggerer= dat is kras.Staging,steidžiÅ‹, tribune, stellage, het ondernemen van een diligence-dienst, monteering van een tooneelstuk.Stagirite,stadžirait, naam voor Aristoteles[531]naar zijne geboorteplaats;Stagira,stÉ™džairÉ™.Stagnancy,stagn’nsi, stilstand, malaise:Thestagnancyin the sugar-trade= “malaiseâ€;Stagnant,stagn’nt, stilstaand, flauw, stil;Stagnate,stagneit, stilstaan, flauw worden;Stagnation= stilstand, stremming, malaise.Stagy,steidži, theatraal.Staid,steid, kalm, vast, ernstig, solide:A staid journal= een ernstig blad; subst.Staidness.Stain,stein, subst. smet, vlek, schande, smaad;Stainverb. vlekken, tinten, verven, met figuren drukken, besmetten, bezoedelen:Astained floor= be- of geschilderde vloer;Stained glasswindows= beschilderde ramen;Stained paper-hangings= (bont)gekleurd behang;Stained wood= gebeitst hout;Stainer= verver, bezoedelaar;Stainless= smetteloos, onbesmet.Stair,stêə, trap, trede, graad;Stairs= trap, aanlegplaats:A flight of stairs,A pair of stairs= trap;A room two pair (of stairs) high= kamer op de tweede verdieping;Back-stairs= geheim, slinksch;He isdown stairs, up stairs= beneden, boven;A down-stair room= eene benedenkamer;Stair-carpet= traplooper;Staircase= trap;Grand staircase= hoofd- of eeretrap;Private staircase= geheime trap;Stair-rod (Stair-wire)= traproede;Stair-way= trap.Staith(e),steith, spoorlijn, om de kolen uit de wagens in schepen over te laden; kade, werf, pakhuis.Stake,steik, stok, staak, paal, paalwerk, brandstapel, martelaarschap; inzet, prijs, aandeel, belang;Stakeverb. met palen steunen of stutten, afpalen, met een paal doorsteken, stokken zetten bij, wedden, inzetten, als pand zetten:Your life isat stake= staat op het spel;He went to it as a beargoes to the stake= met loome schreden;Their fatherperished at the stake= stierf den marteldood op den brandstapel;Theyplayed for the stakes= speelden om den inzet;Toput to the stake= op ’t spel zetten;He hasswept the stakes= hij heeft den pot gewonnen;I stake my lifeon the truth of what I tell= ik verpand mijn leven er onder;Stake-head= paal in een lijnbaan om de touwen te steunen;Stake-holder= inzethouder, potbewaarder;Stake-net= staaknet.Stalactite,stÉ™laktait, druipsteen (kegel).Stalagmite,stÉ™lagmait, druipsteenvorming van den vloer af naar boven.Stale,steil, subst. ier (van paarden en runderen); adj. verschaald, oud, oudbakken, muf, afgejakkerd, flauw, verzwakt door te sterk trainen (=Gone stale);Staleverb. waardeloos maken, (laten) bederven, verflauwen, wateren (van paarden en runderen):Stale joke;Stale news;Stale wine;Togrow stale= zich afsloven, oud worden:The public hasgone stale on party politics= heeft genoeg van;Stalemate, subst. schaakmat;Stalemateverb. mat zetten, in ’t nauw brengen; subst.Staleness.Stalk,stôk, subst. stengel, steel, schacht; trotsche en statige gang;Stalkverb. voorzichtig besluipen; trotsch stappen, schrijden:Westalked the deer= beslopen de herten;Stalked plants= stengelplanten;Stalker= hij diestalks; soort van vischnet; trotsche stapper;Stalking:Stalking-horse= paard of paardevorm, waarachter de jager zich met zijn boog verborg; voorwendsel, masker, dekmantel;Stalkless= stengelloos.Stall,stôl, subst. stal, stalletje, kraam, afdeeling in eenStable; stoel van een domheer, stalles in een schouwburg;Stallverb. in een stal plaatsen, in den modder vastrijden (vastzitten); van zich afschuiven:Butcher’s stall;Tokeep a stall= met een stalletje staan;She would not bestalled off,and contended that her opinion was right= zich niet laten afschepen;Stall-feed= in den stal (met droog voeder) voederen;Stall-keeper= houder van een stalletje;Stallage= recht om met een kraam te staan, staan- of marktgeld (=Stall-money).Stallion,stalj’n, (dek)hengst;Stallion-fees= dekgelden.Stalwart,stôlwÉ™t,stalwÉ™t,stolwÉ™t, krachtig, flink, stoer, stoutmoedig, geducht; subst. kopstuk, hoofdman; subst.Stalwartness.Stamboul,stambûl.Stamen,steim’n, meeldraad.Stamina,staminÉ™, vaste deelen van een lichaam die dit tot steun dienen, weerstands- en volhardingsvermogen.Stamin,steimin, etamine.Staminiferous,staminifÉ™rÉs:Staminiferous flower= mannelijke bloem.Stammel,stam’l, soort v. wollen stof v. hardroode kleur.Stammer,stamÉ™, subst. gestamel;Stammerverb. stamelen, stotteren, aarzelend uitbrengen;Stammerer.Stamp,stamp, subst. stempel, zegel, postzegel, postmerk, merk, karakter, aard, prent (Stamps= papiergeld,Amer.), het stampen, ertsstamper;Stampverb. stempelen, zegelen, inprenten, een postzegel doen op; stampen, stampvoeten, onderdrukken:Of the right stamp= van het rechte soort;They are allof the same stamp= van dezelfde soort;Tohave (bear) the stamp of= den stempel dragen van;Tostamp on the mind= inprenten;The fire wasstamped out= werd uitgetrapt;Their nationality wasstamped out= vernietigd;We must try tostamp these abuses out= die misbruiken uit te roeien;Stamp Act= zegelwet;Stamp-album= postzegelalbum;Stamp-collection;Stamp-collector= (post)zegelverzamelaar;Stamp-duty= zegelrecht;Stamp-office= zegelkantoor;Stamper= stempel(aar).Stampede,stampîd, subst. plotselinge schrik, wilde vlucht, groote beroering;Stampedeverb. plotseling op de vlucht (doen) slaan:There wasa regular stampede of teachers to the sea-side= een ware uittocht.Stanch,stânÅ¡; ZieStaunch.Stanchion,stanš’n, steun, paal, stut, schoor.Stand,stand, subst. stand, stilstand, ophouding, halt, weerstand, verlegenheidrang, standertje, statief, onderstel, stomme, knecht, staanplaats (voor rijtuigen), stalletje, kraam, ton, stel, tribune;Standverb. staan, gaan staan, stilstaan, standhouden, bestaan,[532]van kracht zijn, vast zijn, berusten op, luiden, koersen, verdragen, dulden, opgewassen zijn tegen, doorstaan, staan voor, van belang of nut zijn, etc.:Then ministers wereat a stand= zaten met de handen in het haar;Tojump at a stand= met gesloten voeten springen;Thingscame to a sudden stand= toen stokten plotseling de zaken geheel;The troopsmade a stand againstthe enemies= hielden stand;Itake my standby you and on my right= sta u ter zijde en houd mij aan mijn recht;A stand of arms= geweer met toebehooren;Fiftystand of colourswere taken= standaarden (vaandels);A stand for bottles (casks);These townsare one night stands= in deze steden geven wij maar ééne voorstelling;Watch stand= horlogestandaard;Stand there= ga (blijf) daar staan;Itake the thing as it stands= zooals het is;I willstand you a bottle (a treat)= trakteer;Hestands six feetin his boots= hij is 6 voet lang;Tostand fire= standhouden onder vijandelijk vuur;Tostand one’s ground= standhouden, volhouden;I willstand you halves= sta je half;Istood the flowerpotin the window= zette den bloempot voor het raam;He stood my friend= toonde te zijn;Hestood sentenceon that count= had zich te verantwoorden wegens die aanklacht;I havestood sentryhere for ever so long= sta hier ik weet niet hoe lang al op post;Istood them a supper= onthaalde ze op een souper;Istood a supper for them= betaalde hun souper;Tostand the test= proef doorstaan;Tostand the tooth of ages= den tand des tijds weerstaan;Tostand trial= terecht staan;Tostand in awe of= ontzag hebben voor;That willstand in hand= uwe belangen bevorderen;Youstand in my light= staat me in den weg, werkt me tegen;This passagestands sorely in need ofcorrection= heeft ernstig verbetering noodig;The money willstand me in good stead= zal mij goed te pas komen;His hairsstand on end= rijzen te berge;It stands to reasonthat you cannot go there= het spreekt vanzelf:Tostand to make a profiton= kans hebben te verdienen op;He stood to winmuch in that case= hij had kans;Tostand affected= geneigd zijn;It stands agreed= is uitgemaakt;Stand aside= ga op zij;Stand clear= uit den weg!Tostand corrected= ongelijk bekennen;Hestands fair for(getting) that place= heeft veel kans;Tostand well (ill) with a person= op goeden (slechten) voet staan met;Hestood againstfearful odds= had een enorme overmacht tegen zich;Tostand by a person through thick and thin= met iemand meegaan door dik en dun;I will notstand byand see you offended= er geen getuige van zijn;You muststand by= u gereed houden;The witness was told tostand down= naar zijne plaats te gaan, te gaan zitten;Hestood forthis borough at the election= was candidaat voor dit district;Hestands forthat place= solliciteert naar;The shipstood forthe Atlantic= stak … in;Stand forth= kom naar voren;Hestood forth againsthis enemies= bood het hoofd aan;Westood fromthe shore= hielden van de kust af;The boatsstood in fromsea= koersten naar binnen;Hestood in withthe thief= maakte gemeene zaak met;Hestands off= houdt zich op een afstand;The shipstood off and on= hield nu eens van den wal af, en dan er weer op aan;You muststand onyour defence= je flink verdedigen;Don’tstand onceremonies= sta niet op;Tostand out= naar voren treden, uitsteken, uitkomen, in ’t oog springen, volharden, standhouden, staan op, uitstaan, zich terugtrekken:Stand outof my sight= ga uit mijne oogen;Tostand outto sea= zee kiezen;He higgles andstands outtill the shopman gives in= hij dingt en houdt vol;Tostand over= blijven staan, blijven liggen, onbetaald blijven;Istand to (by)what I said= blijf bij (houd vol);Theystood to their guns= wisten van geen wijken;Tostand towardsthe shore= aanhouden op;He hasstood undermany troubles= veel smart geleden;The whole peoplestood upto a man= stond op als één man;Istand up formy right= kom op voor;Theystood up(for the dance) = namen hunne plaats in, traden aan;Tostand upwith a lady= eene dame ten dans leiden;Tostand up to= krachtig weerstand bieden;She alwaysstood uponher dignity= stond op;Stand-by= toeverlaat;He isawfully stand-off= erg op een afstand;Stand-offish= op een afstand (fig.);Stand-ups=Stand-up collars= staande;It wasa stand-up fight= felle strijd;A stand-up supper= loopend souper;Stand-cask= ligger;Stand-fast= steunpunt;Stand-pipe= standpijp;Stand-point= standpunt;Stand-still= stilstand:Tocome to a stand-still= tot staan komen, stoppen;Stander= wie staat, etc.;SeveralStanders-by= omstanders. ZieStanding.Standard,standÉ™d, subst. standaard, vlag, normaal gewicht (sterkte, prijs, maat), gehalte, richtsnoer, graad; adj. vastgesteld, standaard - -:Standard of beauty= ideaal;Thestandard of length= de lengtestandaard of -éénheid;Standard-bearer= vaandeldrager;Standard clock;Standard works= standaardwerken.Standing,standiÅ‹, subst. stand, post, plaats, duur, rang, standplaats (voor rijtuigen, enz.); adj. vast, bepaald, vaststaand, stilstaand:She took him forhis standing= om zijn hoogen rang, positie;A debtof several years’ standing= die al eenige jaren oud is;Croniesof old standing= oude kameraden;There’s no standing it= dat is niet uit te staan;Standing army= staand leger;Standing dish= vaste schotel;He isa standing question= hij is een echte vraagal, hij vraagt altijd door;Standing rigging= staand want:I have noStanding room= plaats om te staan;Standing-stones= vóórhistorische, door menschen opgerichte steenen;Standing-out debts= achterstallige schulden.Stang,staÅ‹, lange paal of schacht:Toride the stang= op een paal door de plaats gedragen worden (oude straf voor mannen, die hun vrouw hadden geslagen).[533]Stanhope,stanhoup,stanÉ™p, licht vierwielig wagentje zonder kap;Stanhope-press= soort van drukpers.Stank,staÅ‹k, imperf. vanto stink.Stannary,stanÉ™ri, subst. tinmijn; adj. tot tinmijnen behoorende;Stannary-courts= rechtbank voor de tinmijnwerkers in Cornwall;Stannicacid;Stanniferous,stÉ™nifÉ™rÉs, tinhoudend.Stanza,stanzÉ™, vers.Staphyle,stafilî, huig.Staple,steip’l, subst. stapel, vezel of draad van wol, katoen, of vlas; stapelplaats, markt, voornaamste product of artikel, hoofdbestanddeel; kram; adj. vast, voornaamst;Stapleverb. de verschillende draden of soorten uitzoeken:That isthe staple amusementof our village= hoofdamusement;Staple goods= hoofdproducten;Staple-house;Staple-town;Staple-trade;Stapled= met een draad of vezel.Star,stâ, subst. ster (ookfig.), sterretje (*);Starverb. met sterren versieren, een stervormige breuk maken of vertoonen, gastvoorstellingen geven:Fixed, Falling, Flying, Shooting, Polar star= vaste (vallende, pool) ster;Tobe born under a lucky star;He isa star of the first magnitude= eene ster van de eerste grootte;If you don’t shut up,you see stars= krijg je er een, dat de vonken je uit de oogen springen;Ithank my star(s) for it= de hemel zij gedankt;Oh, my stars (and halters)= O goeie genade!The actor wasStarringin the provinces= gaf gastvoorstellingen;Star-blind= halfblind;Star-Chamber= voormalig gerechtshof te Westminster, dat naar eigen opvatting in plaats van volgens de wet vonniste, afgeschaft in 1640;Star-crossed= ongelukkig;Starfinch= roodstaartje;Starfish= zeester;Star-flower(=Star of Bethlehem) = vogelmelk;Star-fort= sterreschans;Star-gazer= sterrenwichelaar;Star-gazing= sterrenkijken; verstrooidheid;Starlight= sterrenlicht;Starlit= helder, door de sterren verlicht;Star-shoot= lichtbol; aardgelei of sterrenspeeksel;Star-spangled= met sterren bezaaid:TheStar-spangled (American) banner;Star-stone= variëteit van saffier;Star-trap= tooneelluik (waardoor een geest plotseling verschijnt en verdwijnt);Star-like;Starred= gesternd:Hisill (evil)-Starred father= zijn ongelukkige vader;Starriness, subst. v.Starry= met sterren bezaaid, schitterend, gelijk eene ster.
Spirt, spÉÌ‚t. ZieSpurt.Spiry,spairi, spits.Spit,spit, subst. (braad)spit, landtong, spadevol (spit), speeksel, koekoeksspog (v. het schuimbeestje), evenbeeld;Spitverb. aan het spit steken, doorboren, spuwen:That boy isthe (dead) very spit of his father= evenbeeld zijns vaders;He was spat upon (at)everywhere= men spuwde op (naar) hem;Spitbox=Spittoon;Spitfire= driftkop.Spitalfields,spit’lfîldz.Spitchcock,spîtÅ¡kok, subst. speetaal;Spitchcockverb. aal in de lengte splijten en braden.Spite,spait, subst. spijt, wrok, wrevel, kwaadaardigheid;Spiteverb. kwaadaardig dwarsboomen, krenken, kwellen:I did it(in) spite ofwarnings= ten spijt van;I[526]bear you a spite= koester wrevel (wrok) tegen u;Spiteful= spijtig, kwaadaardig; subst.Spitefulness.Spittle,spit’l, speeksel;Spittoon,spitûn, spuwbak, kwispeldoor.Splash,splaÅ¡, subst. bemoddering, plons, geplas, geklater;Splashverb. bespatten, beslijken, plassen, klateren:Hemade a big splash= baarde heel wat opzien;The undertaking is sureto make a splashin the book world= zal heel wat opzien baren;The splash of the great fountain= het klateren;Splash-board= spatbord;Splasher= spatbord;Splashy= modderig, slijkerig; chic.Splatter,splatÉ™, plassen, klateren;Splatter-dash= spektakel.Splay,splei, subst. binnenwaartsche verwijding v. eene opening; adj. buitenwaarts gekeerd, lomp, plomp;Splayverb. naar binnen verwijden;Splay-foot= buitenwaarts gekeerde voet;Splay-mouth= groote mond, scheeve mond;Splay-shouldered= kreupel.Spleen,splîn, milt, miltzucht, zwaarmoedigheid, wrok, toorn, haat:Tovent one’s spleen on= zijn wrok koelen aan;Spleen-sick= miltzuchtig, zwaarmoedig;Spleenful= toornig, gemelijk, zwaarmoedig =Spleenish=Spleeny.Splendent,splend’nt, schitterend;Splendid,splendid, prachtig, luisterrijk, rijk, weelderig, grootsch:We gaineda splendent victoryover the enemy= eene glansrijke overwinning; subst.Splendentness;Splendour,splendÉ™, pracht, praal, glans:Sun in splendour= de zon voorgesteld met menschengelaat en door stralen omringd (Herald.);Splendrous,splendrÉ™s, prachtig.Splenetic,splÉ™netik, gemelijk, slecht geluimd; subst. hypochonder;Splenic,splenik:Splenetic fever= miltvuur;Splenitis,splÉ™naitis, ontsteking van de milt.Splice,splais, subst. splitsing;Spliceverb. splitsen, trouwen:He ran over to Englandto get spliced= om te trouwen;Tosplice the main brace= bezaanschoot aantrekken (een extra oorlam geven).Splint,splint, splinter, spalk;Splinter,splintÉ™, subst. splinter;Splintverb. splinteren;Splinter-bar= zwengelhout;Splinter-proof= bomvrij;Splintery= uit splinters bestaande, als splinters, schilferig, met schilfers.Split,split, subst. scheur of barst, scheiding, verdeeling, scheuring, halve flesch; adj. gescheurd, verdeeld, gescheiden;Splitverb. scheuren, splijten, scheiden, bersten, (ver)klappen, stranden, mislukken:Split Infinitive= de door een bijw. gescheiden deelen v. eeninfinitive, zooals:Allow metoheartilycongratulateyou;Tosplit a bottle of wine= met zijn tweeën drinken;Two brandies and a soda split= en een fleschjesoda-watervoor 2 personen;Tosplit the difference= deelen;Tosplit one’s votes= op kandidaten van verschillende partijen stemmen;Wesplit (our sides) with laughing= barstten van lachen;The shipsplit on a rock= werd tegen eene rots verbrijzeld;He hassplit on a rock= is niet geslaagd, in zijne verwachtingen bedrogen;Tosplit upon= een medeschuldige verklappen;Split-peas(e)= spliterwten;Asplitting headache= razende, brekende hoofdpijn.Splosh,sploÅ¡, geld.Splotch,splotÅ¡, vlek, smet; adj.Splotchy.Splutter,splÉtÉ™, subst. gespat, gesputter, geraas, drukte;Splutterverb. spatten, sputteren:Mypen spluttered= spatte;Splutterer.Spoil,spôil, subst. buit, plundering, roof;Spoilverb. rooven, plunderen, bederven, schaden, verijdelen:The soup would have spoiled= zou bedorven zijn;Aspoiled child;Hespoiled me ofthe best furniture I had= beroofde mij van;He came in, and wasspoiling for a fight in a minute= en dadelijk jeukten hem de handen om te vechten;Spoil-sport= spelbederver;Spoiler.Spoke,spouk, spaak, sport, remketting:I’ll put a spoke in your wheel= eene spaak in het wiel steken.Spoke,spouk,Spoken,spouk’n, imp. en p.p. vanto speak:To bewell (ill) spoken= zich keurig (slecht) uitdrukken: (on)vriendelijke woorden gebruiken;Spokesman= woordvoerder, voorspraak.Spoliate,spoulieit, (be)rooven, plunderen; subst.Spoliation;Spoliator= roover, plunderaar.Spondaic,spondeiik, uit een spondeus bestaande;Spondee,spondî, spondeus.Sponge,spÉnž, subst. spons, gerezen deeg, spoor v. een hoefijzer, klaplooper, tafelschuimer, kanonwisscher;Spongeverb. (af)sponzen, uitwisschen, inzuigen, klaploopen; rijzen (van deeg):He chucked, threw up the sponge= hij gaf zich gewonnen;Let uspass a sponge over it= de spons er over halen (fig.);Sponge-cake= een spongieus gebak;Spongelet= sponsje;That fellow isa downright sponger= een echte klaplooper;Sponginess= sponsachtigheid;Sponging-house,spÉnžiÅ‹haus, huis van een gerechtsdienaar waar gijzelaars 24 uur werden gehouden om hun vrienden gelegenheid te geven voor hen te betalen;Spongy= sponsachtig.Sponsion,sponš’n, borgtocht.Sponsor,sponsÉ™, borg, peetvader, peetmoeder:The poor child wasbarely sponsored= had zoo te zeggen niemand, die het onder zijne vleugels nam;Tostand sponsor= borg (peet) zijn voor;He hadstood sponsor forher dramatic talent= had ontwikkeld;Sponsorial,sponsôriÉ™l, tot eensponsorbehoorende;Sponsorship.Spontaneity,spontÉ™nîiti, vrijwilligheid, eigen aandrift;Spontaneous,sponteinjÉ™s, vrijwillig, uit eigen beweging, spontaan, in ’t wild groeiend, zelf …:Spontaneous combustion= zelfont- en zelfverbranding;Spontaneous generation; subst.Spontaneousness.Spontoon,spontûn, soort kleine piek.Spoof,spûf, bedrog:Toplay spoof= bedriegen.Spook,spûk, spook;Spookverb. spoken.Spool,spûl, spoel, klos.Spoom,spûm, lenzen (scheepst.).Spoon,spûn, subst. lepel, kolfstok, sukkel; liefje;Spoonverb. met een lepel eten, vangen (met lepelhaak) “flirtenâ€, vrijen:To bepast the spoon= de kinderschoenen ontwassen;[527]Brought up with a spoon= met kunstmatig voedsel grootgebracht;Don’tstand staring like a spoon= sta daar niet zoo ezelachtig te gapen;He isdead spoons on the girl= hij is “smoorlijk†op het meisje;He isthe wooden spoon= hij is de laagste op de ranglijst bij het wiskundigHonours Exam.voor den B.A. graad te Cambridge;Dessert-spoon, Gravy-spoon, Table-spoon, Tea-spoon(inSport Slangrespectievelijk 10, 20, 15 en 5 duizend £);He has spooned herfor ever so long= hij heeft naar haar gevrijd;He had all the tackle, necessary forspooning pike= om snoek met een lepelhaak te vangen;Spoon-bill= lepelaar (zwemvogel);Spoon-diet= soep-dieet;Spoon-meat,Spoon-victuals,spûnvit’lz= lepelkost;Spoon-wort= gewoon lepelblad;Spoonful;Spoon(e)y, subst. sukkel, hals; adj. sullig, “smoorlijkâ€:He isspoon(e)y onher= vol verliefd op haar.Spoon-drift,spûndrift, opgejaagd, warrelend schuim.Spoor,spûə, subst. spoor (v. een dier);Spoorverb. een spoor volgen (Z. Afr.).Sporadic(al),spÉ™radik’l, verspreid, sporadisch voorkomend:Sporadic plants,Sporadic disease.Spore,spö, spoor (bijcryptogamen);Sporiferous,spÉ™riferÉs, sporen dragend.Sporran,spor’n, tasch of beurs der Hooglanders.Sport,spöt, subst. vermaak, spel, tijdverdrijf, scherts, (voorwerp van) spot, speeltuig (fig.), speling, sport;Sportverb. zich vermaken of verlustigen, spelen, geuren met, varieeren (biolog.):In (For) sport= uit de grap;Sport of nature= speling;That is sport to him= dat doet hij spelend;Hemade sport of (with)me= hield me voor ’t lapje;I won’tspoil sport= de spelbreker zijn;Tospoil a person’s sport= een streep door de rekening halen;Hesports a gold watchchain= geurt met een gouden horlogeketting;Sportful= vroolijk, dartel, uit de grap;Sporting:Sporting-dog= jachthond;I am nota sporting man= ben geen sportsman;Sporting-paper= sportblad;Sportive= vroolijk, speelsch, wat op sport betrekking heeft:Hissportive knowledgeis very wide= hij is vansportgeheel op de hoogte;Sportsman= iemand die aansportdoet, jager:Sportmanlike= zooals eensportsmanpast;Sportmanship= bedrevenheid in en liefde voor sport;Sportswoman= vrouw die aansportdoet.Spot,spot, subst. spat, vlek, smet, klad, plek(je), oog, acquit (bilj.);Spotverb. besmetten, bevlekken, marmeren, bespikkelen, acquit geven, herkennen, indentificeeren, ontdekken, snappen:Do iton the spot= onmiddellijk;That wentto the spot= die was raak;Dove-colour spotswith the rain= vlekt;I spotted itat once= ik snapte het dadelijk;HeattackedMr. “Spotsâ€with his sword= den luipaard;Spot-ball= de roode bal;Spot-hazard= stoppen van den rooden bal van ’t acquit in een der bovenzakken;Spot-price= naaste prijs;Spot-stroke= een serie vanSpot-hazards:Spotless= vlekkeloos; subst.Spotlessness;Spotted= gevlekt, bont:Spotted fever= vlektyphus;Spotter= detective, tramcontroleur (Amer.);Spottiness, subst. v.Spotty= vol vlekken, gespikkeld.Spousal,spauz’l, subst. huwelijk, bruiloft (gew. meerv.); adj. huwelijks - - -, echtelijk:Spousal ring= trouwring;Spouse,spauz, gemaal, gade:The spouse of Christ.Spout,spaut, subst. tuit, pijp, buis, spuit, waterstraal, soortliftvoor goederen (vooral in de pandjeshuizen);Spoutverb. uitgieten, spuiten, met vertoon of hoogdravend spreken (declameeren), verpanden:My watch isup the spout= is bij “Oome Janâ€;Hespouted some poetry of Byron= reciteerde (ironisch);If I had a gold watch,I would spout it like a shot= ging het dadelijk naar den lommerd;Spouter= hoogdravend redenaar of acteur; walvisch.Sprain,sprein, subst. verrekking, verstuiking;Sprainverb. verrekken, verstuiken:I havesprained my ankle= mijn enkel verstuikt.Sprang,spraÅ‹, imperf. van to spring.Sprat,sprat, sprot:Tothrow(Tofling away)a sprat to catch a whale= een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen.Sprawl,sprôl, languit en nonchalant (gaan) liggen, zich rekken, spartelen; onregelmatig ontplooien (v. cavalerie):Togo sprawling= languit neervallen.Spray,sprei, subst. schuim, sproeiregen, irrigator, sproeier; takje, rijsje; verb. (be)sproeien.Spread,spred, subst. uitgebreidheid, omvang, uitgestrektheid, ontplooiing, disch;Spreadverb. zich uitstrekken, verbreiden, ontplooien, verspreiden, dekken, spreiden, bijzetten, smeren:The pea-cock spreads his tail= pronkt;Yours is a good figure for our artist to spread himself on= aan uwe taille kan onze coupeur zijne kunst eens toonen (Amer.);You spread it thin= gij smeert de boterhammen dun;The report wasspread abroadeverywhere= werd overal bekend gemaakt;The table wasspread (over) with good cheer= het was een welvoorziene disch;Spread-eagle, subst. adelaar met uitgespreide vleugels (herald.); gebraden, opengesneden en met truffels opgediende vogel; adj. bombastisch, ijdel:Tomake a spread-eagle ofa person= voor de brits geven;Spread-eaglism= bombast, grootspraak; nationale bluf, chauvinisme (Amer.);Spreader= spatel.Spree,sprî, pret, drinkgelag:On the spree= aan den boemel:Berlin is a merry town, being alwayson the spree.Sprig,sprig, subst. takje, rijsje, stift;Sprigverb. m. takjes of bloemen versieren, spijkertjes slaan in;Spriggy= vol takjes of spruitjes.Spright,sprait, subst. geest, gesteldheid;Sprightverb. rondwaren, spoken;Sprightliness, subst. v.Sprightly= levendig; vroolijk, opgewekt, dartel.Spring,spriÅ‹, subst. sprong, veerkracht, veer, drijfveer, bron, lente, fontein;Springverb. springen, opspringen, ontspringen, voortkomen, opkomen, aanbreken, opschieten, doen springen, boren, opjagen (van wild):[528]The liontook a spring= deed in eens een sprong;Hesprang at us= sprong naar ons toe;The watersprings forth fromthe earth= borrelt uit den grond;He hadsprung fromthe people= was voortgekomen uit;All his faultsspring fromneglect= komen uit achteloosheid voort;The mountain-goatsprang on from rock to rock= sprong van rots tot rots;Plantsspring (up) from the earth= komen uit den grond;The diplomatsprang this treaty on the congress= verraste het congres met;The death of the heroine issprung upon the reader= de schrijver valt den lezer onverhoeds op het lijf met;Tospring a leak= een lek krijgen;The policesprang their rattles= sloegen hunne ratels op;Tospring a well= graven, boren;Spring-bed= springveermatras;Spring-board= springplank;Springbok= antilope (Z. Afr.);Spring-carriage= rijtuig op veeren;Spring-cart= karretje op veeren;Spring-chicken= piepkuiken;Spring-halt= hanespat (v. een paard);Spring-head= fontein, bron, oorsprong;Spring-mattress;Spring-tide(s)= springtij;Spring-time= lentetijd;Spring-wheat= zomertarwe;Springal,spriÅ‹g’l, spring-in-’t-veld;Springer= springer, opjager van wild, naam voorspringboken jonge dolfijn;Springiness= elasticiteit;Springing:Springing-board= springplank:Heused his position as a springing-boardto higher flights;Springy,spriÅ‹i, elastisch.Springe,sprinž, subst. strik, lus, valstrik;Springeverb. strikken, in een strik vangen.Sprinkle,spriÅ‹k’l, subst. gesprenkel, stofregen (=Sprinkle of rain);Sprinkleverb. (be)sprenkelen, sprengen, bestrooien, stofregenen:Tosprinkle the linen;The floor had beensprinkled with sand= met zand bestrooid;Sprinkler= sprengvat (-kwast);Sprinkling= sprenkeling, sprankel:Hehas got a sprinkling of Spanish= weet een hap en een snap van het Spaansch;There was a fair sprinklingfrom the twouniversities at the meeting= de beide hoogescholen waren op de bijeenkomst vrij goed vertegenwoordigd.Sprint,sprint, korte, snelle wedloop (=Sprint-race);Sprintverb. er hard van door gaan;Sprinter= deelnemer aan eenSprint-race.Sprit,sprit, subst. spriet, boegspriet;Spritsail= sprietzeil.Sprite,sprait, geest, kabouter.Sprod,sprod, zalm in het tweede jaar.Sprout,spraut, subst. spruit, loot;Sproutverb. (uit)spruiten,opschieten:Sprouts= spruitjes.Spruce,sprûs, subst. gewone spar; adj. netjes, keurig, vlug, piekfijn;Spruceverb. keurigjes opschikken of opflikken;Spruce-beer= jopenbier, bier waarbij de bladen en takjes van deSpruce-fir(soort spar), in plaats van hop worden gebruikt; subst.Spruceness= keurigheid.Spruit,sprût, stroompje:A little spruit or runnel of water(Z. Afrika).Sprung,sprÉÅ‹, part. perf. van to spring.Spry,sprai, levendig, vlug, wakker; bij-de-hand, glad (Am.):As spry as a lark= zoo vlug en vroolijk als een leeuwerik.Spud,spÉd, korte spade om wortels uit te graven, alles wat kort en dik is, dwerg, aardappel.Spume,spjûm, subst. schuim;Spumeverb. schuimen;Spumescence,spjûmes’ns, het schuimen;Spumescent,spjûmes’nt, schuimend;Spumous,spjûmÉ™s, schuimend, sponsig.Spun,spÉn, imperf. en p. perf. vanto spin:Spun butter= door een zeef geperste boter;Spun glass;Spun hay= gesponnen hooi (mil.);Spun silver;Spun yarn= schiemansgaren.Spunge,spÉnž. (ZieSponge):Her black gown wasspunged and turned and lengthened into something like decent mourning= werd geperst en gekeerd en verlengd tot ze een fatsoenlijke rouwjapon geleek.Spunk,spÉÅ‹k, tonder, zwam; vuur, geest;Spunkverb. ontvlammen:Man of spunk= driftkop;Spunky= vurig.Spur,spÉÌ‚, subst. spoor, prikkel, spoorslag, aansporing; hoofdwortel, uitlooper van een gebergte, sneb, kniestuk, moederkoren;Spurverb. de sporen geven, aanzetten, van sporen voorzien, zich haasten, snel rijden:Toclap(give, put, set)spurs to,Tostrike with the spurs= de sporen geven, aansporen;The horse did notobey the rider’s spur= luisterde niet naar de sporen;Towin one’s spurs= zijne sporen verdienen (fig.);He did not know what to sayon the spur of the moment= zoo gauw zou antwoorden;He acted on the spur of the moment= hij volgde zijne ingeving;He wasspurring on at the top of his speed= hij reed spoorslags voort;Spur-gall, subst. spoorwond;Spur-royal= gouden munt uit den tijd van Eduard VI;Spur-rowel= spoorraadje;Spur-way= rijpad;Spur-wheel= tandrad;Spurless;Spurred rye= moederkoren;Spurrer;Spurrier= sporenmaker.Spurge,spÉÌ‚dž, wolfsmelk;Spurge-laurel= laurierbladig peperboompje.Spurious,spûriÉ™s, onecht, valsch:Yoursis a spurious edition= is een nadruk;Spurious shillings; subst.Spuriousness.Spurling,spÉÌ‚liÅ‹, spiering, zeezwaluw;Spurling-line= lijn van het stuurrad naar den “verklikker†in de kajuit.Spurn,spÉÌ‚n, subst. smadelijke verwerping of behandeling;Spurnverb. verachten, versmaden:Ispurn doing this action= acht het beneden me dit te doen;Spurner.Spurry,spÉri.Spurt,spÉÌ‚t, subst. krachtige straal, aandrang, korte en plotselinge inspanning;Spurtverb. uitspuiten, zich plotseling tot het uiterste inspannen:I heardthe quick spurt of a matchand he lit another cigar= het plotseling knappen (knetteren) van een lucifer;He triedto get a spurt of work out ofme= trachtte gauw wat werk van mij gedaan te krijgen;Hemade (put on) a spurtand won= hij zette voor ’t laatst krachtig aan;He wasspurting for the goal= deed op het laatste moment krachtig zijn best om den eindpaal te bereiken.Sputter,spÉtÉ™, subst. gespat, herrie;Sputterverb. sputteren, spatten:Hesputtered at me= hij voer hevig tegen mij uit =Sputtered his gall;Sputterer.[529]Sputum,spjûtÉ™m, speeksel, fluim(en); meerv.Sputa.Spy,spai, subst. spion;Spyverb. in ’t oog krijgen, bespeuren, ontdekken, spionneeren, bespieden, navorschen:Don’tspy intoit= vorsch er niet naar;I Have not been able tospy it out= het uit te vorschen;Spy-boat= adviesjacht;Spy-glass= kijker;Spy-hole= kijkgat;Spy-mirror= spionnetje.Squab,skwob, subst. jonge duif, jong ding, soort van rustbank, kussen; adj. kort en dik, plomp, nog ongevederd;Squabverb. plomp neervallen; adv. plomp:Hefell squab into thepit= viel plompverloren;Squab-pie= duivenpastei;Squabbish= log, plomp.Squabble,skwob’l, subst. ruzie, gekrakeel, geharrewar;Squabbleverb. krakeelen, twisten, scheef zetten;Squabbler= ruziemaker.Squabby,skwobi=Squabbish.Squad,skwod, escouade, sectie, rot:Awkward squad= troep rekruten, nog niet genoeg geoefend om in de compagnieschool mee te doen;Servile squad= meiden en knechts (scherts.).Squadron,skwodr’n, troep soldaten, escadron, eskader;Squadronverb. totsquadronsvormen.Squalid,skwolid, vuil, erg smerig, armelijk; subst.Squalidity,skwoliditi=Squalidness.Squall,skwôl, subst. bui, windvlaag, gil;Squallverb. stormen, gillen:You maylook out for squalls= moogt op uw hoede zijn;Squaller= giller, gillend kind;Squally= stormachtig, buiig, dreigend:Squally weather= buiig.Squalor,skwolÉ™,skweilÉ™, vuilheid.Squamiferous,skwÉ™mifÉ™rÉs, geschubd;Squamiform,skweimiföm, schubvormig;Squamoid= schubbig;Squamose,skweimous,Squamous,skweimÉ™s, met schubben bedekt.Squander,skwondÉ™, verspillen, verkwisten, weggooien;Squanderer.Square,skwêə, subst. vierkant, plein (met een tuin in ’t midden), escadron, ruit, kwadraat, quadrille, winkelhaak, (glas)ruit (=Square of glass), carré; adj. vierkant, rechthoekig, juistpassend, eerlijk, billijk, quitte;Squareverb. vierkant maken, in carré opstellen, vierkant brassen, vereffenen, afrekenen met, in orde brengen, voegen, passen, zich in positie zetten, tot de tweede macht verheffen, etc.:Asquare of carpet= karpet;The square of a= a2;Tobring (raise) to a square= in ’t kwadraat verheffen;They areat squares= staan vierkant tegen elkaar over;We met each otheron the square= op voet van gelijkheid;He did everythingon the square= eerlijk en wel;To playon the square= eerlijk;How do the squares go?= hoe staat het met het spel (dam of schaak);That willbreak (no) squares= heeft niet veel te beduiden;Youmoved two squares= hebt eene ruit (bij dammen of schaken) overgesprongen;You will beset all squaresto-morrow morning= geheel op streek zijn;Everything is square and above board= is eerlijk en kan het licht lijden;Three-square,five-square, etc. = met drie, vijf, enz. gelijke zijden;The square man in the square hole= de rechte man op de rechte plaats;Square meal= stevig;Square number= het vierkant van een getal;Square party= gezelschap van4personen;Square root= vierkantswortel;I hada good square talkwith him= oprecht, eerlijk gesprek;It is notthe square thingto do so= billijk, eerlijk;Asquare setman= vierkante;I will see if I cancome square(=even)withyou= het u betaald kan zetten;He triedto square the circle= trachtte de quadratuur van den cirkel, d.i. het onmogelijke, te vinden of te doen;Let ussquare the constable= zien om te koopen;Tosquare difficulties= uit den weg ruimen;Hesquareed his enemy= overwon, maakte onschadelijk;I willsquare these fellows= afrekenen met;Theyards were squared= de ra’s werden vierkant gebrast;Hesquared himselfup to more than his usual height= verhief zich, rekte zich;Hesquared himself= zette zich in postuur;I willsquaremy behaviourbyyours= naar het uwe richten;After this I wassquared for a start on my own hook= was ik geschikt op eigen hand te beginnen;Though he might besquared to bolt,he could not besquared to do murder= al kon hij tot de vlucht, hij kon niet tot moord overgehaald worden;This does notsquare withwhat you told me= dat klopt niet met;How shall wesquareour duty to the Statewith our duty to God? = overeenbrengen met;Square-built= breedgeschouderd;Square-dealing= eerlijkheid, rechtschapenheid;Square-face= Hollandsche jenever;Square-rigged= met razeilen, fijn gekleed;Squaresail= razeil;Square-set=Square-built=Square-shouldered;Square-toed= pedant, ouderwetsch;Square-toes= pedant, ouderwetsch mensch; subst.Squareness;Squarish,skwêriÅ¡, ongeveer vierkant.Squarson,skâs’n,Squire, die te gelijk geestelijke der parochie is.Squash,skwoÅ¡, subst. iets zachts dat licht te kneuzen is, iets onrijps, onrijpe peulschil, schok of val van zachte dingen; pompoen;Squashverb. kneuzen, verpletteren, tot pulp maken of slaan;Squashy= zacht en week als pulp.Squat,skwot, subst. gehurkte houding, losse ertsmassa; adj. (neer)hurkend, kort, dik, plomp;Squatverb. neerhurken, zich zonder recht op land neerzetten:Asquat volume= dik (naar evenredigheid der lengte en breedte) deel;He was squatting like a frogon the other side of the fire= zat dik en opgeblazen als een kikker;Asquat-domed tower= met een als ineengedrongen koepel;Squatter= kolonist;Squatty= kort en dik.Squaw,skwô, vrouw (N. Amer. Indianen).Squeak,skwîk, subst. gegil, gepiep;Squeakverb. gillen, piepen:Wehad a narrow (near) squeak= ontkwamen ternauwernood;Squeaker= jonge vogel, wie of wat piept.Squeal,skwîl, subst. gil, geschreeuw (van varkens);Squealverb. gillen, schreeuwen.Squeamish,skwîmiÅ¡, walgend, overdreven kieskeurig; subst.Squeamishness.Squeegee,skwîdžî, gummi-zwabber.Squeezable,skwîzÉ™b’l= wat geperst of samengedrukt kan worden;Squeeze,skwîz, subst. druk, drukking, gedrang, afdruk, omhelzing;Squeezeverb. drukken, afdrukken,[530]persen, verpletteren, innig omarmen:Hegave my hand a parting squeeze= drukte mij tot afscheid de hand;My friend was squeezed into,and his place was filled by another= mijn vriend werd er uit gedrongen;Tosqueeze oneselfthrough a crowded street= zich een weg banen;Squeezer= drukker, harde slag, pers.Squelch,skwelÅ¡, subst. harde slag, smak;Squelchverb. verpletteren, onderdrukken, uitdooven:Thissquelchedanimosity= maakte een einde aan;He triedto squelch his wifeand failed= trachtte zijne vrouw tot onderwerping te krijgen.Squib,skwib, subst. voetzoeker; schotschrift;Squibverb. schotschriften schrijven, stekelig zijn, laten ontploffen, paffen.Squid,skwid, pijl-inktvisch.Squiggle,skwig’l, zich den mond spoelen; zich kronkelen (Amer.).Squill,skwil, sterhyacint, scilla; garnaalkreeft.Squint,skwint, subst. het scheel- of loensch zien, loensche blik, trek, zucht; adj. loensch, scheel, scheef;Squintverb. scheel zien, hellen;Squint-eyed= scheel, wantrouwend.Squire,skwaiÉ™, subst. schildknaap, landjonker, chaperon;Squireverb. als schildknaap dienen, vergezellen, geleiden:Squire of dames= saletjonker;Squirearchy,skwairâki, de gezamenlijke landjonkers of agrariërs en hun politieke invloed ± 1832 in het Lager Huis;Squireen,skwairîn, landjonkertje.Squirm,skwÉÌ‚m, kronkelen, kriewelen, klauteren.Squirrel,skwir’l, eekhorentje:Tohunt the squirrel= kat en muis spelen.Squirt,skwÉÌ‚t, subst. spruit, straal, parvenu, fat;Squirtverb. spuiten, uitspuiten:The oilkept squirting up= spoot met een krachtigen straal uit den grond.Stab,stab, subst. steek, boosaardige aanval of beleediging;Stabverb. doorsteken, doodsteken, stooten, steken naar, wonden, belasteren:Hestabbed my good name= gaf mijn goeden naam den doodsteek;Hestabbed at my heart= stak naar, doorstà k mijn hart;Thatstabbed me to the heart= griefde mij diep;Stabber= prikker, sluipmoordenaar.Stability,stÉ™biliti, stabiliteit, duurzaamheid, standvastigheid, soliditeit.Stable,steib’l, stabiel, duurzaam, standvastig; subst.Stableness.Stable,steib’l, subst. stal, renstal;Stableverb.stallen:They shut the stable-door after the steed is stolen= zij dempen den put als het kalf verdronken is;Stable-boy= staljongen (Stable-help);Stable-keeper= stalhouder;Stable-man= stalknecht;Stabling,steibliÅ‹, het stallen, stalling.Stablish,stabliÅ¡, verk. vanestablish.Stack,stak, subst. korenschoof, houtmijt (=108 cubic feet), opper, stapel, rot, groep naast elkander staande schoorsteenen, alleenstaande rots (op de Orkney Isl.);Stackverb. tot een hoop vormen, opstapelen, in rotten zetten:A stack of arms= een rot geweren;The soldiers were orderedto stack arms= de geweren aan rotten te zetten;Tostack shot= kogelstapels maken;Stack-yard= plaats voor hooimijt of graanschoven.Stadium,steidj’m, stadium, zekere maat (184 M.); één stadium lange renbaan.Stadtholder,stadhouldÉ™, stadhouder;Stadtholderate(stadhouldÉ™it),Stadtholdership.Staff,stâf, subst. stok, staf, steun, paal, schacht, notenbalk, personeel, bureau:Staff-of-life= brood;Staff-appointment= aanstelling bij den staf;Staff-college= soort krijgsschool (Passed the staff-college= de krijgsschool doorloopen);Staff-map;Staff-officer= stafofficier;Staff-wood= hout voor duigen.Stag,stag, (mannetjes)hert; os; mannetjesvos; woerd, speculant, shilling;Stagverb. speculeeren;Stag-beetle= vliegend hert;Stag-dinner= heerendiner;Staghound= hond voor de hertenjacht;Stag-party= heerenfuif.Stage,steidž, subst. tooneel, steiger, stellage, tribune, schouwplaats, station of pleisterplaats, phase, stage, etape, trap, graad, stadium, postwagen, dilligence;Stageverb. ten tooneele brengen, in scene brengen, in ’t openbaar tentoonstellen, met een postwagen reizen:To be on the stage= bij (op) het tooneel zijn;To bring (put) upon the stage= opvoeren;Toget up for the stage= bewerken voor;To go on the stage= bij het tooneel gaan;Toleave (quit) the stage= het tooneel verlaten (ookfig.);He was dressingby easy stages= dood op zijn gemak;The illness isin its first stage= eerste stadium;He contracted an imprudent passionfor horsing long stages= om lange ritten te doen vóór te pleisteren;The piece waswell staged= het stuk was goed gemonteerd;Stage-box= loge avant-scène;Stage-coach= dilligence;Stage-driver= koetsier eener dilligence;Stage-fright= tooneelvrees;Stage-manager= tooneeldirecteur, regisseur;Stage-painter= schilder van het decoratief;Stage-play= tooneelspel;Stage-player= tooneelspeler;Stage-right= recht van opvoering;Stage-struck= verzot op het tooneel;Thestage-waitsnever reached two minutes= pauzen tusschen de tooneelen;Stage-whisper= door een acteur terzijde gesproken woorden; luid gefluister;Stager= ervaren tooneelspeler, man van ervaring, slimmerd; postpaard;Stagery= tooneelvertooning, het spelen.Staggard,stagÉ™d, vierjarig hert.Stagger,stagÉ™, subst. plotseling wankelen, schok;Staggerverb. waggelen, wankelen, suizebollen, verbluffen, verbluft doen staan:Itgave me a stagger= het gaf me een schok;Staggers= kolder, duizeling, draaiziekte:Itgave me the blind staggers= deed me suizebollen;Such an assertionstaggers belief= is ongelooflijk;The price for our independence willstagger humanity= zal verstomd doen staan;I am fairlystaggered atwhat you say= verbaast mij ten hoogste;That’s a staggerer= dat is kras.Staging,steidžiÅ‹, tribune, stellage, het ondernemen van een diligence-dienst, monteering van een tooneelstuk.Stagirite,stadžirait, naam voor Aristoteles[531]naar zijne geboorteplaats;Stagira,stÉ™džairÉ™.Stagnancy,stagn’nsi, stilstand, malaise:Thestagnancyin the sugar-trade= “malaiseâ€;Stagnant,stagn’nt, stilstaand, flauw, stil;Stagnate,stagneit, stilstaan, flauw worden;Stagnation= stilstand, stremming, malaise.Stagy,steidži, theatraal.Staid,steid, kalm, vast, ernstig, solide:A staid journal= een ernstig blad; subst.Staidness.Stain,stein, subst. smet, vlek, schande, smaad;Stainverb. vlekken, tinten, verven, met figuren drukken, besmetten, bezoedelen:Astained floor= be- of geschilderde vloer;Stained glasswindows= beschilderde ramen;Stained paper-hangings= (bont)gekleurd behang;Stained wood= gebeitst hout;Stainer= verver, bezoedelaar;Stainless= smetteloos, onbesmet.Stair,stêə, trap, trede, graad;Stairs= trap, aanlegplaats:A flight of stairs,A pair of stairs= trap;A room two pair (of stairs) high= kamer op de tweede verdieping;Back-stairs= geheim, slinksch;He isdown stairs, up stairs= beneden, boven;A down-stair room= eene benedenkamer;Stair-carpet= traplooper;Staircase= trap;Grand staircase= hoofd- of eeretrap;Private staircase= geheime trap;Stair-rod (Stair-wire)= traproede;Stair-way= trap.Staith(e),steith, spoorlijn, om de kolen uit de wagens in schepen over te laden; kade, werf, pakhuis.Stake,steik, stok, staak, paal, paalwerk, brandstapel, martelaarschap; inzet, prijs, aandeel, belang;Stakeverb. met palen steunen of stutten, afpalen, met een paal doorsteken, stokken zetten bij, wedden, inzetten, als pand zetten:Your life isat stake= staat op het spel;He went to it as a beargoes to the stake= met loome schreden;Their fatherperished at the stake= stierf den marteldood op den brandstapel;Theyplayed for the stakes= speelden om den inzet;Toput to the stake= op ’t spel zetten;He hasswept the stakes= hij heeft den pot gewonnen;I stake my lifeon the truth of what I tell= ik verpand mijn leven er onder;Stake-head= paal in een lijnbaan om de touwen te steunen;Stake-holder= inzethouder, potbewaarder;Stake-net= staaknet.Stalactite,stÉ™laktait, druipsteen (kegel).Stalagmite,stÉ™lagmait, druipsteenvorming van den vloer af naar boven.Stale,steil, subst. ier (van paarden en runderen); adj. verschaald, oud, oudbakken, muf, afgejakkerd, flauw, verzwakt door te sterk trainen (=Gone stale);Staleverb. waardeloos maken, (laten) bederven, verflauwen, wateren (van paarden en runderen):Stale joke;Stale news;Stale wine;Togrow stale= zich afsloven, oud worden:The public hasgone stale on party politics= heeft genoeg van;Stalemate, subst. schaakmat;Stalemateverb. mat zetten, in ’t nauw brengen; subst.Staleness.Stalk,stôk, subst. stengel, steel, schacht; trotsche en statige gang;Stalkverb. voorzichtig besluipen; trotsch stappen, schrijden:Westalked the deer= beslopen de herten;Stalked plants= stengelplanten;Stalker= hij diestalks; soort van vischnet; trotsche stapper;Stalking:Stalking-horse= paard of paardevorm, waarachter de jager zich met zijn boog verborg; voorwendsel, masker, dekmantel;Stalkless= stengelloos.Stall,stôl, subst. stal, stalletje, kraam, afdeeling in eenStable; stoel van een domheer, stalles in een schouwburg;Stallverb. in een stal plaatsen, in den modder vastrijden (vastzitten); van zich afschuiven:Butcher’s stall;Tokeep a stall= met een stalletje staan;She would not bestalled off,and contended that her opinion was right= zich niet laten afschepen;Stall-feed= in den stal (met droog voeder) voederen;Stall-keeper= houder van een stalletje;Stallage= recht om met een kraam te staan, staan- of marktgeld (=Stall-money).Stallion,stalj’n, (dek)hengst;Stallion-fees= dekgelden.Stalwart,stôlwÉ™t,stalwÉ™t,stolwÉ™t, krachtig, flink, stoer, stoutmoedig, geducht; subst. kopstuk, hoofdman; subst.Stalwartness.Stamboul,stambûl.Stamen,steim’n, meeldraad.Stamina,staminÉ™, vaste deelen van een lichaam die dit tot steun dienen, weerstands- en volhardingsvermogen.Stamin,steimin, etamine.Staminiferous,staminifÉ™rÉs:Staminiferous flower= mannelijke bloem.Stammel,stam’l, soort v. wollen stof v. hardroode kleur.Stammer,stamÉ™, subst. gestamel;Stammerverb. stamelen, stotteren, aarzelend uitbrengen;Stammerer.Stamp,stamp, subst. stempel, zegel, postzegel, postmerk, merk, karakter, aard, prent (Stamps= papiergeld,Amer.), het stampen, ertsstamper;Stampverb. stempelen, zegelen, inprenten, een postzegel doen op; stampen, stampvoeten, onderdrukken:Of the right stamp= van het rechte soort;They are allof the same stamp= van dezelfde soort;Tohave (bear) the stamp of= den stempel dragen van;Tostamp on the mind= inprenten;The fire wasstamped out= werd uitgetrapt;Their nationality wasstamped out= vernietigd;We must try tostamp these abuses out= die misbruiken uit te roeien;Stamp Act= zegelwet;Stamp-album= postzegelalbum;Stamp-collection;Stamp-collector= (post)zegelverzamelaar;Stamp-duty= zegelrecht;Stamp-office= zegelkantoor;Stamper= stempel(aar).Stampede,stampîd, subst. plotselinge schrik, wilde vlucht, groote beroering;Stampedeverb. plotseling op de vlucht (doen) slaan:There wasa regular stampede of teachers to the sea-side= een ware uittocht.Stanch,stânÅ¡; ZieStaunch.Stanchion,stanš’n, steun, paal, stut, schoor.Stand,stand, subst. stand, stilstand, ophouding, halt, weerstand, verlegenheidrang, standertje, statief, onderstel, stomme, knecht, staanplaats (voor rijtuigen), stalletje, kraam, ton, stel, tribune;Standverb. staan, gaan staan, stilstaan, standhouden, bestaan,[532]van kracht zijn, vast zijn, berusten op, luiden, koersen, verdragen, dulden, opgewassen zijn tegen, doorstaan, staan voor, van belang of nut zijn, etc.:Then ministers wereat a stand= zaten met de handen in het haar;Tojump at a stand= met gesloten voeten springen;Thingscame to a sudden stand= toen stokten plotseling de zaken geheel;The troopsmade a stand againstthe enemies= hielden stand;Itake my standby you and on my right= sta u ter zijde en houd mij aan mijn recht;A stand of arms= geweer met toebehooren;Fiftystand of colourswere taken= standaarden (vaandels);A stand for bottles (casks);These townsare one night stands= in deze steden geven wij maar ééne voorstelling;Watch stand= horlogestandaard;Stand there= ga (blijf) daar staan;Itake the thing as it stands= zooals het is;I willstand you a bottle (a treat)= trakteer;Hestands six feetin his boots= hij is 6 voet lang;Tostand fire= standhouden onder vijandelijk vuur;Tostand one’s ground= standhouden, volhouden;I willstand you halves= sta je half;Istood the flowerpotin the window= zette den bloempot voor het raam;He stood my friend= toonde te zijn;Hestood sentenceon that count= had zich te verantwoorden wegens die aanklacht;I havestood sentryhere for ever so long= sta hier ik weet niet hoe lang al op post;Istood them a supper= onthaalde ze op een souper;Istood a supper for them= betaalde hun souper;Tostand the test= proef doorstaan;Tostand the tooth of ages= den tand des tijds weerstaan;Tostand trial= terecht staan;Tostand in awe of= ontzag hebben voor;That willstand in hand= uwe belangen bevorderen;Youstand in my light= staat me in den weg, werkt me tegen;This passagestands sorely in need ofcorrection= heeft ernstig verbetering noodig;The money willstand me in good stead= zal mij goed te pas komen;His hairsstand on end= rijzen te berge;It stands to reasonthat you cannot go there= het spreekt vanzelf:Tostand to make a profiton= kans hebben te verdienen op;He stood to winmuch in that case= hij had kans;Tostand affected= geneigd zijn;It stands agreed= is uitgemaakt;Stand aside= ga op zij;Stand clear= uit den weg!Tostand corrected= ongelijk bekennen;Hestands fair for(getting) that place= heeft veel kans;Tostand well (ill) with a person= op goeden (slechten) voet staan met;Hestood againstfearful odds= had een enorme overmacht tegen zich;Tostand by a person through thick and thin= met iemand meegaan door dik en dun;I will notstand byand see you offended= er geen getuige van zijn;You muststand by= u gereed houden;The witness was told tostand down= naar zijne plaats te gaan, te gaan zitten;Hestood forthis borough at the election= was candidaat voor dit district;Hestands forthat place= solliciteert naar;The shipstood forthe Atlantic= stak … in;Stand forth= kom naar voren;Hestood forth againsthis enemies= bood het hoofd aan;Westood fromthe shore= hielden van de kust af;The boatsstood in fromsea= koersten naar binnen;Hestood in withthe thief= maakte gemeene zaak met;Hestands off= houdt zich op een afstand;The shipstood off and on= hield nu eens van den wal af, en dan er weer op aan;You muststand onyour defence= je flink verdedigen;Don’tstand onceremonies= sta niet op;Tostand out= naar voren treden, uitsteken, uitkomen, in ’t oog springen, volharden, standhouden, staan op, uitstaan, zich terugtrekken:Stand outof my sight= ga uit mijne oogen;Tostand outto sea= zee kiezen;He higgles andstands outtill the shopman gives in= hij dingt en houdt vol;Tostand over= blijven staan, blijven liggen, onbetaald blijven;Istand to (by)what I said= blijf bij (houd vol);Theystood to their guns= wisten van geen wijken;Tostand towardsthe shore= aanhouden op;He hasstood undermany troubles= veel smart geleden;The whole peoplestood upto a man= stond op als één man;Istand up formy right= kom op voor;Theystood up(for the dance) = namen hunne plaats in, traden aan;Tostand upwith a lady= eene dame ten dans leiden;Tostand up to= krachtig weerstand bieden;She alwaysstood uponher dignity= stond op;Stand-by= toeverlaat;He isawfully stand-off= erg op een afstand;Stand-offish= op een afstand (fig.);Stand-ups=Stand-up collars= staande;It wasa stand-up fight= felle strijd;A stand-up supper= loopend souper;Stand-cask= ligger;Stand-fast= steunpunt;Stand-pipe= standpijp;Stand-point= standpunt;Stand-still= stilstand:Tocome to a stand-still= tot staan komen, stoppen;Stander= wie staat, etc.;SeveralStanders-by= omstanders. ZieStanding.Standard,standÉ™d, subst. standaard, vlag, normaal gewicht (sterkte, prijs, maat), gehalte, richtsnoer, graad; adj. vastgesteld, standaard - -:Standard of beauty= ideaal;Thestandard of length= de lengtestandaard of -éénheid;Standard-bearer= vaandeldrager;Standard clock;Standard works= standaardwerken.Standing,standiÅ‹, subst. stand, post, plaats, duur, rang, standplaats (voor rijtuigen, enz.); adj. vast, bepaald, vaststaand, stilstaand:She took him forhis standing= om zijn hoogen rang, positie;A debtof several years’ standing= die al eenige jaren oud is;Croniesof old standing= oude kameraden;There’s no standing it= dat is niet uit te staan;Standing army= staand leger;Standing dish= vaste schotel;He isa standing question= hij is een echte vraagal, hij vraagt altijd door;Standing rigging= staand want:I have noStanding room= plaats om te staan;Standing-stones= vóórhistorische, door menschen opgerichte steenen;Standing-out debts= achterstallige schulden.Stang,staÅ‹, lange paal of schacht:Toride the stang= op een paal door de plaats gedragen worden (oude straf voor mannen, die hun vrouw hadden geslagen).[533]Stanhope,stanhoup,stanÉ™p, licht vierwielig wagentje zonder kap;Stanhope-press= soort van drukpers.Stank,staÅ‹k, imperf. vanto stink.Stannary,stanÉ™ri, subst. tinmijn; adj. tot tinmijnen behoorende;Stannary-courts= rechtbank voor de tinmijnwerkers in Cornwall;Stannicacid;Stanniferous,stÉ™nifÉ™rÉs, tinhoudend.Stanza,stanzÉ™, vers.Staphyle,stafilî, huig.Staple,steip’l, subst. stapel, vezel of draad van wol, katoen, of vlas; stapelplaats, markt, voornaamste product of artikel, hoofdbestanddeel; kram; adj. vast, voornaamst;Stapleverb. de verschillende draden of soorten uitzoeken:That isthe staple amusementof our village= hoofdamusement;Staple goods= hoofdproducten;Staple-house;Staple-town;Staple-trade;Stapled= met een draad of vezel.Star,stâ, subst. ster (ookfig.), sterretje (*);Starverb. met sterren versieren, een stervormige breuk maken of vertoonen, gastvoorstellingen geven:Fixed, Falling, Flying, Shooting, Polar star= vaste (vallende, pool) ster;Tobe born under a lucky star;He isa star of the first magnitude= eene ster van de eerste grootte;If you don’t shut up,you see stars= krijg je er een, dat de vonken je uit de oogen springen;Ithank my star(s) for it= de hemel zij gedankt;Oh, my stars (and halters)= O goeie genade!The actor wasStarringin the provinces= gaf gastvoorstellingen;Star-blind= halfblind;Star-Chamber= voormalig gerechtshof te Westminster, dat naar eigen opvatting in plaats van volgens de wet vonniste, afgeschaft in 1640;Star-crossed= ongelukkig;Starfinch= roodstaartje;Starfish= zeester;Star-flower(=Star of Bethlehem) = vogelmelk;Star-fort= sterreschans;Star-gazer= sterrenwichelaar;Star-gazing= sterrenkijken; verstrooidheid;Starlight= sterrenlicht;Starlit= helder, door de sterren verlicht;Star-shoot= lichtbol; aardgelei of sterrenspeeksel;Star-spangled= met sterren bezaaid:TheStar-spangled (American) banner;Star-stone= variëteit van saffier;Star-trap= tooneelluik (waardoor een geest plotseling verschijnt en verdwijnt);Star-like;Starred= gesternd:Hisill (evil)-Starred father= zijn ongelukkige vader;Starriness, subst. v.Starry= met sterren bezaaid, schitterend, gelijk eene ster.
Spirt, spÉÌ‚t. ZieSpurt.
Spiry,spairi, spits.
Spit,spit, subst. (braad)spit, landtong, spadevol (spit), speeksel, koekoeksspog (v. het schuimbeestje), evenbeeld;Spitverb. aan het spit steken, doorboren, spuwen:That boy isthe (dead) very spit of his father= evenbeeld zijns vaders;He was spat upon (at)everywhere= men spuwde op (naar) hem;Spitbox=Spittoon;Spitfire= driftkop.
Spitalfields,spit’lfîldz.
Spitchcock,spîtškok, subst. speetaal;Spitchcockverb. aal in de lengte splijten en braden.
Spite,spait, subst. spijt, wrok, wrevel, kwaadaardigheid;Spiteverb. kwaadaardig dwarsboomen, krenken, kwellen:I did it(in) spite ofwarnings= ten spijt van;I[526]bear you a spite= koester wrevel (wrok) tegen u;Spiteful= spijtig, kwaadaardig; subst.Spitefulness.
Spittle,spit’l, speeksel;Spittoon,spitûn, spuwbak, kwispeldoor.
Splash,splaš, subst. bemoddering, plons, geplas, geklater;Splashverb. bespatten, beslijken, plassen, klateren:Hemade a big splash= baarde heel wat opzien;The undertaking is sureto make a splashin the book world= zal heel wat opzien baren;The splash of the great fountain= het klateren;Splash-board= spatbord;Splasher= spatbord;Splashy= modderig, slijkerig; chic.
Splatter,splatÉ™, plassen, klateren;Splatter-dash= spektakel.
Splay,splei, subst. binnenwaartsche verwijding v. eene opening; adj. buitenwaarts gekeerd, lomp, plomp;Splayverb. naar binnen verwijden;Splay-foot= buitenwaarts gekeerde voet;Splay-mouth= groote mond, scheeve mond;Splay-shouldered= kreupel.
Spleen,splîn, milt, miltzucht, zwaarmoedigheid, wrok, toorn, haat:Tovent one’s spleen on= zijn wrok koelen aan;Spleen-sick= miltzuchtig, zwaarmoedig;Spleenful= toornig, gemelijk, zwaarmoedig =Spleenish=Spleeny.
Splendent,splend’nt, schitterend;Splendid,splendid, prachtig, luisterrijk, rijk, weelderig, grootsch:We gaineda splendent victoryover the enemy= eene glansrijke overwinning; subst.Splendentness;Splendour,splendə, pracht, praal, glans:Sun in splendour= de zon voorgesteld met menschengelaat en door stralen omringd (Herald.);Splendrous,splendrəs, prachtig.
Splenetic,splənetik, gemelijk, slecht geluimd; subst. hypochonder;Splenic,splenik:Splenetic fever= miltvuur;Splenitis,splənaitis, ontsteking van de milt.
Splice,splais, subst. splitsing;Spliceverb. splitsen, trouwen:He ran over to Englandto get spliced= om te trouwen;Tosplice the main brace= bezaanschoot aantrekken (een extra oorlam geven).
Splint,splint, splinter, spalk;Splinter,splintÉ™, subst. splinter;Splintverb. splinteren;Splinter-bar= zwengelhout;Splinter-proof= bomvrij;Splintery= uit splinters bestaande, als splinters, schilferig, met schilfers.
Split,split, subst. scheur of barst, scheiding, verdeeling, scheuring, halve flesch; adj. gescheurd, verdeeld, gescheiden;Splitverb. scheuren, splijten, scheiden, bersten, (ver)klappen, stranden, mislukken:Split Infinitive= de door een bijw. gescheiden deelen v. eeninfinitive, zooals:Allow metoheartilycongratulateyou;Tosplit a bottle of wine= met zijn tweeën drinken;Two brandies and a soda split= en een fleschjesoda-watervoor 2 personen;Tosplit the difference= deelen;Tosplit one’s votes= op kandidaten van verschillende partijen stemmen;Wesplit (our sides) with laughing= barstten van lachen;The shipsplit on a rock= werd tegen eene rots verbrijzeld;He hassplit on a rock= is niet geslaagd, in zijne verwachtingen bedrogen;Tosplit upon= een medeschuldige verklappen;Split-peas(e)= spliterwten;Asplitting headache= razende, brekende hoofdpijn.
Splosh,sploš, geld.
Splotch,splotš, vlek, smet; adj.Splotchy.
Splutter,splÉtÉ™, subst. gespat, gesputter, geraas, drukte;Splutterverb. spatten, sputteren:Mypen spluttered= spatte;Splutterer.
Spoil,spôil, subst. buit, plundering, roof;Spoilverb. rooven, plunderen, bederven, schaden, verijdelen:The soup would have spoiled= zou bedorven zijn;Aspoiled child;Hespoiled me ofthe best furniture I had= beroofde mij van;He came in, and wasspoiling for a fight in a minute= en dadelijk jeukten hem de handen om te vechten;Spoil-sport= spelbederver;Spoiler.
Spoke,spouk, spaak, sport, remketting:I’ll put a spoke in your wheel= eene spaak in het wiel steken.
Spoke,spouk,Spoken,spouk’n, imp. en p.p. vanto speak:To bewell (ill) spoken= zich keurig (slecht) uitdrukken: (on)vriendelijke woorden gebruiken;Spokesman= woordvoerder, voorspraak.
Spoliate,spoulieit, (be)rooven, plunderen; subst.Spoliation;Spoliator= roover, plunderaar.
Spondaic,spondeiik, uit een spondeus bestaande;Spondee,spondî, spondeus.
Sponge,spÉnž, subst. spons, gerezen deeg, spoor v. een hoefijzer, klaplooper, tafelschuimer, kanonwisscher;Spongeverb. (af)sponzen, uitwisschen, inzuigen, klaploopen; rijzen (van deeg):He chucked, threw up the sponge= hij gaf zich gewonnen;Let uspass a sponge over it= de spons er over halen (fig.);Sponge-cake= een spongieus gebak;Spongelet= sponsje;That fellow isa downright sponger= een echte klaplooper;Sponginess= sponsachtigheid;Sponging-house,spÉnžiÅ‹haus, huis van een gerechtsdienaar waar gijzelaars 24 uur werden gehouden om hun vrienden gelegenheid te geven voor hen te betalen;Spongy= sponsachtig.
Sponsion,sponš’n, borgtocht.
Sponsor,sponsə, borg, peetvader, peetmoeder:The poor child wasbarely sponsored= had zoo te zeggen niemand, die het onder zijne vleugels nam;Tostand sponsor= borg (peet) zijn voor;He hadstood sponsor forher dramatic talent= had ontwikkeld;Sponsorial,sponsôriəl, tot eensponsorbehoorende;Sponsorship.
Spontaneity,spontənîiti, vrijwilligheid, eigen aandrift;Spontaneous,sponteinjəs, vrijwillig, uit eigen beweging, spontaan, in ’t wild groeiend, zelf …:Spontaneous combustion= zelfont- en zelfverbranding;Spontaneous generation; subst.Spontaneousness.
Spontoon,spontûn, soort kleine piek.
Spoof,spûf, bedrog:Toplay spoof= bedriegen.
Spook,spûk, spook;Spookverb. spoken.
Spool,spûl, spoel, klos.
Spoom,spûm, lenzen (scheepst.).
Spoon,spûn, subst. lepel, kolfstok, sukkel; liefje;Spoonverb. met een lepel eten, vangen (met lepelhaak) “flirtenâ€, vrijen:To bepast the spoon= de kinderschoenen ontwassen;[527]Brought up with a spoon= met kunstmatig voedsel grootgebracht;Don’tstand staring like a spoon= sta daar niet zoo ezelachtig te gapen;He isdead spoons on the girl= hij is “smoorlijk†op het meisje;He isthe wooden spoon= hij is de laagste op de ranglijst bij het wiskundigHonours Exam.voor den B.A. graad te Cambridge;Dessert-spoon, Gravy-spoon, Table-spoon, Tea-spoon(inSport Slangrespectievelijk 10, 20, 15 en 5 duizend £);He has spooned herfor ever so long= hij heeft naar haar gevrijd;He had all the tackle, necessary forspooning pike= om snoek met een lepelhaak te vangen;Spoon-bill= lepelaar (zwemvogel);Spoon-diet= soep-dieet;Spoon-meat,Spoon-victuals,spûnvit’lz= lepelkost;Spoon-wort= gewoon lepelblad;Spoonful;Spoon(e)y, subst. sukkel, hals; adj. sullig, “smoorlijkâ€:He isspoon(e)y onher= vol verliefd op haar.
Spoon-drift,spûndrift, opgejaagd, warrelend schuim.
Spoor,spûə, subst. spoor (v. een dier);Spoorverb. een spoor volgen (Z. Afr.).
Sporadic(al),spəradik’l, verspreid, sporadisch voorkomend:Sporadic plants,Sporadic disease.
Spore,spö, spoor (bijcryptogamen);Sporiferous,spÉ™riferÉs, sporen dragend.
Sporran,spor’n, tasch of beurs der Hooglanders.
Sport,spöt, subst. vermaak, spel, tijdverdrijf, scherts, (voorwerp van) spot, speeltuig (fig.), speling, sport;Sportverb. zich vermaken of verlustigen, spelen, geuren met, varieeren (biolog.):In (For) sport= uit de grap;Sport of nature= speling;That is sport to him= dat doet hij spelend;Hemade sport of (with)me= hield me voor ’t lapje;I won’tspoil sport= de spelbreker zijn;Tospoil a person’s sport= een streep door de rekening halen;Hesports a gold watchchain= geurt met een gouden horlogeketting;Sportful= vroolijk, dartel, uit de grap;Sporting:Sporting-dog= jachthond;I am nota sporting man= ben geen sportsman;Sporting-paper= sportblad;Sportive= vroolijk, speelsch, wat op sport betrekking heeft:Hissportive knowledgeis very wide= hij is vansportgeheel op de hoogte;Sportsman= iemand die aansportdoet, jager:Sportmanlike= zooals eensportsmanpast;Sportmanship= bedrevenheid in en liefde voor sport;Sportswoman= vrouw die aansportdoet.
Spot,spot, subst. spat, vlek, smet, klad, plek(je), oog, acquit (bilj.);Spotverb. besmetten, bevlekken, marmeren, bespikkelen, acquit geven, herkennen, indentificeeren, ontdekken, snappen:Do iton the spot= onmiddellijk;That wentto the spot= die was raak;Dove-colour spotswith the rain= vlekt;I spotted itat once= ik snapte het dadelijk;HeattackedMr. “Spotsâ€with his sword= den luipaard;Spot-ball= de roode bal;Spot-hazard= stoppen van den rooden bal van ’t acquit in een der bovenzakken;Spot-price= naaste prijs;Spot-stroke= een serie vanSpot-hazards:Spotless= vlekkeloos; subst.Spotlessness;Spotted= gevlekt, bont:Spotted fever= vlektyphus;Spotter= detective, tramcontroleur (Amer.);Spottiness, subst. v.Spotty= vol vlekken, gespikkeld.
Spousal,spauz’l, subst. huwelijk, bruiloft (gew. meerv.); adj. huwelijks - - -, echtelijk:Spousal ring= trouwring;Spouse,spauz, gemaal, gade:The spouse of Christ.
Spout,spaut, subst. tuit, pijp, buis, spuit, waterstraal, soortliftvoor goederen (vooral in de pandjeshuizen);Spoutverb. uitgieten, spuiten, met vertoon of hoogdravend spreken (declameeren), verpanden:My watch isup the spout= is bij “Oome Janâ€;Hespouted some poetry of Byron= reciteerde (ironisch);If I had a gold watch,I would spout it like a shot= ging het dadelijk naar den lommerd;Spouter= hoogdravend redenaar of acteur; walvisch.
Sprain,sprein, subst. verrekking, verstuiking;Sprainverb. verrekken, verstuiken:I havesprained my ankle= mijn enkel verstuikt.
Sprang,spraŋ, imperf. van to spring.
Sprat,sprat, sprot:Tothrow(Tofling away)a sprat to catch a whale= een spiering uitwerpen om een kabeljauw te vangen.
Sprawl,sprôl, languit en nonchalant (gaan) liggen, zich rekken, spartelen; onregelmatig ontplooien (v. cavalerie):Togo sprawling= languit neervallen.
Spray,sprei, subst. schuim, sproeiregen, irrigator, sproeier; takje, rijsje; verb. (be)sproeien.
Spread,spred, subst. uitgebreidheid, omvang, uitgestrektheid, ontplooiing, disch;Spreadverb. zich uitstrekken, verbreiden, ontplooien, verspreiden, dekken, spreiden, bijzetten, smeren:The pea-cock spreads his tail= pronkt;Yours is a good figure for our artist to spread himself on= aan uwe taille kan onze coupeur zijne kunst eens toonen (Amer.);You spread it thin= gij smeert de boterhammen dun;The report wasspread abroadeverywhere= werd overal bekend gemaakt;The table wasspread (over) with good cheer= het was een welvoorziene disch;Spread-eagle, subst. adelaar met uitgespreide vleugels (herald.); gebraden, opengesneden en met truffels opgediende vogel; adj. bombastisch, ijdel:Tomake a spread-eagle ofa person= voor de brits geven;Spread-eaglism= bombast, grootspraak; nationale bluf, chauvinisme (Amer.);Spreader= spatel.
Spree,sprî, pret, drinkgelag:On the spree= aan den boemel:Berlin is a merry town, being alwayson the spree.
Sprig,sprig, subst. takje, rijsje, stift;Sprigverb. m. takjes of bloemen versieren, spijkertjes slaan in;Spriggy= vol takjes of spruitjes.
Spright,sprait, subst. geest, gesteldheid;Sprightverb. rondwaren, spoken;Sprightliness, subst. v.Sprightly= levendig; vroolijk, opgewekt, dartel.
Spring,spriŋ, subst. sprong, veerkracht, veer, drijfveer, bron, lente, fontein;Springverb. springen, opspringen, ontspringen, voortkomen, opkomen, aanbreken, opschieten, doen springen, boren, opjagen (van wild):[528]The liontook a spring= deed in eens een sprong;Hesprang at us= sprong naar ons toe;The watersprings forth fromthe earth= borrelt uit den grond;He hadsprung fromthe people= was voortgekomen uit;All his faultsspring fromneglect= komen uit achteloosheid voort;The mountain-goatsprang on from rock to rock= sprong van rots tot rots;Plantsspring (up) from the earth= komen uit den grond;The diplomatsprang this treaty on the congress= verraste het congres met;The death of the heroine issprung upon the reader= de schrijver valt den lezer onverhoeds op het lijf met;Tospring a leak= een lek krijgen;The policesprang their rattles= sloegen hunne ratels op;Tospring a well= graven, boren;Spring-bed= springveermatras;Spring-board= springplank;Springbok= antilope (Z. Afr.);Spring-carriage= rijtuig op veeren;Spring-cart= karretje op veeren;Spring-chicken= piepkuiken;Spring-halt= hanespat (v. een paard);Spring-head= fontein, bron, oorsprong;Spring-mattress;Spring-tide(s)= springtij;Spring-time= lentetijd;Spring-wheat= zomertarwe;Springal,spriŋg’l, spring-in-’t-veld;Springer= springer, opjager van wild, naam voorspringboken jonge dolfijn;Springiness= elasticiteit;Springing:Springing-board= springplank:Heused his position as a springing-boardto higher flights;Springy,spriŋi, elastisch.
Springe,sprinž, subst. strik, lus, valstrik;Springeverb. strikken, in een strik vangen.
Sprinkle,spriŋk’l, subst. gesprenkel, stofregen (=Sprinkle of rain);Sprinkleverb. (be)sprenkelen, sprengen, bestrooien, stofregenen:Tosprinkle the linen;The floor had beensprinkled with sand= met zand bestrooid;Sprinkler= sprengvat (-kwast);Sprinkling= sprenkeling, sprankel:Hehas got a sprinkling of Spanish= weet een hap en een snap van het Spaansch;There was a fair sprinklingfrom the twouniversities at the meeting= de beide hoogescholen waren op de bijeenkomst vrij goed vertegenwoordigd.
Sprint,sprint, korte, snelle wedloop (=Sprint-race);Sprintverb. er hard van door gaan;Sprinter= deelnemer aan eenSprint-race.
Sprit,sprit, subst. spriet, boegspriet;Spritsail= sprietzeil.
Sprite,sprait, geest, kabouter.
Sprod,sprod, zalm in het tweede jaar.
Sprout,spraut, subst. spruit, loot;Sproutverb. (uit)spruiten,opschieten:Sprouts= spruitjes.
Spruce,sprûs, subst. gewone spar; adj. netjes, keurig, vlug, piekfijn;Spruceverb. keurigjes opschikken of opflikken;Spruce-beer= jopenbier, bier waarbij de bladen en takjes van deSpruce-fir(soort spar), in plaats van hop worden gebruikt; subst.Spruceness= keurigheid.
Spruit,sprût, stroompje:A little spruit or runnel of water(Z. Afrika).
Sprung,sprÉÅ‹, part. perf. van to spring.
Spry,sprai, levendig, vlug, wakker; bij-de-hand, glad (Am.):As spry as a lark= zoo vlug en vroolijk als een leeuwerik.
Spud,spÉd, korte spade om wortels uit te graven, alles wat kort en dik is, dwerg, aardappel.
Spume,spjûm, subst. schuim;Spumeverb. schuimen;Spumescence,spjûmes’ns, het schuimen;Spumescent,spjûmes’nt, schuimend;Spumous,spjûməs, schuimend, sponsig.
Spun,spÉn, imperf. en p. perf. vanto spin:Spun butter= door een zeef geperste boter;Spun glass;Spun hay= gesponnen hooi (mil.);Spun silver;Spun yarn= schiemansgaren.
Spunge,spÉnž. (ZieSponge):Her black gown wasspunged and turned and lengthened into something like decent mourning= werd geperst en gekeerd en verlengd tot ze een fatsoenlijke rouwjapon geleek.
Spunk,spÉÅ‹k, tonder, zwam; vuur, geest;Spunkverb. ontvlammen:Man of spunk= driftkop;Spunky= vurig.
Spur,spÉÌ‚, subst. spoor, prikkel, spoorslag, aansporing; hoofdwortel, uitlooper van een gebergte, sneb, kniestuk, moederkoren;Spurverb. de sporen geven, aanzetten, van sporen voorzien, zich haasten, snel rijden:Toclap(give, put, set)spurs to,Tostrike with the spurs= de sporen geven, aansporen;The horse did notobey the rider’s spur= luisterde niet naar de sporen;Towin one’s spurs= zijne sporen verdienen (fig.);He did not know what to sayon the spur of the moment= zoo gauw zou antwoorden;He acted on the spur of the moment= hij volgde zijne ingeving;He wasspurring on at the top of his speed= hij reed spoorslags voort;Spur-gall, subst. spoorwond;Spur-royal= gouden munt uit den tijd van Eduard VI;Spur-rowel= spoorraadje;Spur-way= rijpad;Spur-wheel= tandrad;Spurless;Spurred rye= moederkoren;Spurrer;Spurrier= sporenmaker.
Spurge,spÉÌ‚dž, wolfsmelk;Spurge-laurel= laurierbladig peperboompje.
Spurious,spûriəs, onecht, valsch:Yoursis a spurious edition= is een nadruk;Spurious shillings; subst.Spuriousness.
Spurling,spÉÌ‚liÅ‹, spiering, zeezwaluw;Spurling-line= lijn van het stuurrad naar den “verklikker†in de kajuit.
Spurn,spÉÌ‚n, subst. smadelijke verwerping of behandeling;Spurnverb. verachten, versmaden:Ispurn doing this action= acht het beneden me dit te doen;Spurner.
Spurry,spÉri.
Spurt,spÉÌ‚t, subst. krachtige straal, aandrang, korte en plotselinge inspanning;Spurtverb. uitspuiten, zich plotseling tot het uiterste inspannen:I heardthe quick spurt of a matchand he lit another cigar= het plotseling knappen (knetteren) van een lucifer;He triedto get a spurt of work out ofme= trachtte gauw wat werk van mij gedaan te krijgen;Hemade (put on) a spurtand won= hij zette voor ’t laatst krachtig aan;He wasspurting for the goal= deed op het laatste moment krachtig zijn best om den eindpaal te bereiken.
Sputter,spÉtÉ™, subst. gespat, herrie;Sputterverb. sputteren, spatten:Hesputtered at me= hij voer hevig tegen mij uit =Sputtered his gall;Sputterer.[529]
Sputum,spjûtəm, speeksel, fluim(en); meerv.Sputa.
Spy,spai, subst. spion;Spyverb. in ’t oog krijgen, bespeuren, ontdekken, spionneeren, bespieden, navorschen:Don’tspy intoit= vorsch er niet naar;I Have not been able tospy it out= het uit te vorschen;Spy-boat= adviesjacht;Spy-glass= kijker;Spy-hole= kijkgat;Spy-mirror= spionnetje.
Squab,skwob, subst. jonge duif, jong ding, soort van rustbank, kussen; adj. kort en dik, plomp, nog ongevederd;Squabverb. plomp neervallen; adv. plomp:Hefell squab into thepit= viel plompverloren;Squab-pie= duivenpastei;Squabbish= log, plomp.
Squabble,skwob’l, subst. ruzie, gekrakeel, geharrewar;Squabbleverb. krakeelen, twisten, scheef zetten;Squabbler= ruziemaker.
Squabby,skwobi=Squabbish.
Squad,skwod, escouade, sectie, rot:Awkward squad= troep rekruten, nog niet genoeg geoefend om in de compagnieschool mee te doen;Servile squad= meiden en knechts (scherts.).
Squadron,skwodr’n, troep soldaten, escadron, eskader;Squadronverb. totsquadronsvormen.
Squalid,skwolid, vuil, erg smerig, armelijk; subst.Squalidity,skwoliditi=Squalidness.
Squall,skwôl, subst. bui, windvlaag, gil;Squallverb. stormen, gillen:You maylook out for squalls= moogt op uw hoede zijn;Squaller= giller, gillend kind;Squally= stormachtig, buiig, dreigend:Squally weather= buiig.
Squalor,skwolÉ™,skweilÉ™, vuilheid.
Squamiferous,skwÉ™mifÉ™rÉs, geschubd;Squamiform,skweimiföm, schubvormig;Squamoid= schubbig;Squamose,skweimous,Squamous,skweimÉ™s, met schubben bedekt.
Squander,skwondÉ™, verspillen, verkwisten, weggooien;Squanderer.
Square,skwêə, subst. vierkant, plein (met een tuin in ’t midden), escadron, ruit, kwadraat, quadrille, winkelhaak, (glas)ruit (=Square of glass), carré; adj. vierkant, rechthoekig, juistpassend, eerlijk, billijk, quitte;Squareverb. vierkant maken, in carré opstellen, vierkant brassen, vereffenen, afrekenen met, in orde brengen, voegen, passen, zich in positie zetten, tot de tweede macht verheffen, etc.:Asquare of carpet= karpet;The square of a= a2;Tobring (raise) to a square= in ’t kwadraat verheffen;They areat squares= staan vierkant tegen elkaar over;We met each otheron the square= op voet van gelijkheid;He did everythingon the square= eerlijk en wel;To playon the square= eerlijk;How do the squares go?= hoe staat het met het spel (dam of schaak);That willbreak (no) squares= heeft niet veel te beduiden;Youmoved two squares= hebt eene ruit (bij dammen of schaken) overgesprongen;You will beset all squaresto-morrow morning= geheel op streek zijn;Everything is square and above board= is eerlijk en kan het licht lijden;Three-square,five-square, etc. = met drie, vijf, enz. gelijke zijden;The square man in the square hole= de rechte man op de rechte plaats;Square meal= stevig;Square number= het vierkant van een getal;Square party= gezelschap van4personen;Square root= vierkantswortel;I hada good square talkwith him= oprecht, eerlijk gesprek;It is notthe square thingto do so= billijk, eerlijk;Asquare setman= vierkante;I will see if I cancome square(=even)withyou= het u betaald kan zetten;He triedto square the circle= trachtte de quadratuur van den cirkel, d.i. het onmogelijke, te vinden of te doen;Let ussquare the constable= zien om te koopen;Tosquare difficulties= uit den weg ruimen;Hesquareed his enemy= overwon, maakte onschadelijk;I willsquare these fellows= afrekenen met;Theyards were squared= de ra’s werden vierkant gebrast;Hesquared himselfup to more than his usual height= verhief zich, rekte zich;Hesquared himself= zette zich in postuur;I willsquaremy behaviourbyyours= naar het uwe richten;After this I wassquared for a start on my own hook= was ik geschikt op eigen hand te beginnen;Though he might besquared to bolt,he could not besquared to do murder= al kon hij tot de vlucht, hij kon niet tot moord overgehaald worden;This does notsquare withwhat you told me= dat klopt niet met;How shall wesquareour duty to the Statewith our duty to God? = overeenbrengen met;Square-built= breedgeschouderd;Square-dealing= eerlijkheid, rechtschapenheid;Square-face= Hollandsche jenever;Square-rigged= met razeilen, fijn gekleed;Squaresail= razeil;Square-set=Square-built=Square-shouldered;Square-toed= pedant, ouderwetsch;Square-toes= pedant, ouderwetsch mensch; subst.Squareness;Squarish,skwêriš, ongeveer vierkant.
Squarson,skâs’n,Squire, die te gelijk geestelijke der parochie is.
Squash,skwoš, subst. iets zachts dat licht te kneuzen is, iets onrijps, onrijpe peulschil, schok of val van zachte dingen; pompoen;Squashverb. kneuzen, verpletteren, tot pulp maken of slaan;Squashy= zacht en week als pulp.
Squat,skwot, subst. gehurkte houding, losse ertsmassa; adj. (neer)hurkend, kort, dik, plomp;Squatverb. neerhurken, zich zonder recht op land neerzetten:Asquat volume= dik (naar evenredigheid der lengte en breedte) deel;He was squatting like a frogon the other side of the fire= zat dik en opgeblazen als een kikker;Asquat-domed tower= met een als ineengedrongen koepel;Squatter= kolonist;Squatty= kort en dik.
Squaw,skwô, vrouw (N. Amer. Indianen).
Squeak,skwîk, subst. gegil, gepiep;Squeakverb. gillen, piepen:Wehad a narrow (near) squeak= ontkwamen ternauwernood;Squeaker= jonge vogel, wie of wat piept.
Squeal,skwîl, subst. gil, geschreeuw (van varkens);Squealverb. gillen, schreeuwen.
Squeamish,skwîmiš, walgend, overdreven kieskeurig; subst.Squeamishness.
Squeegee,skwîdžî, gummi-zwabber.
Squeezable,skwîzəb’l= wat geperst of samengedrukt kan worden;Squeeze,skwîz, subst. druk, drukking, gedrang, afdruk, omhelzing;Squeezeverb. drukken, afdrukken,[530]persen, verpletteren, innig omarmen:Hegave my hand a parting squeeze= drukte mij tot afscheid de hand;My friend was squeezed into,and his place was filled by another= mijn vriend werd er uit gedrongen;Tosqueeze oneselfthrough a crowded street= zich een weg banen;Squeezer= drukker, harde slag, pers.
Squelch,skwelš, subst. harde slag, smak;Squelchverb. verpletteren, onderdrukken, uitdooven:Thissquelchedanimosity= maakte een einde aan;He triedto squelch his wifeand failed= trachtte zijne vrouw tot onderwerping te krijgen.
Squib,skwib, subst. voetzoeker; schotschrift;Squibverb. schotschriften schrijven, stekelig zijn, laten ontploffen, paffen.
Squid,skwid, pijl-inktvisch.
Squiggle,skwig’l, zich den mond spoelen; zich kronkelen (Amer.).
Squill,skwil, sterhyacint, scilla; garnaalkreeft.
Squint,skwint, subst. het scheel- of loensch zien, loensche blik, trek, zucht; adj. loensch, scheel, scheef;Squintverb. scheel zien, hellen;Squint-eyed= scheel, wantrouwend.
Squire,skwaiə, subst. schildknaap, landjonker, chaperon;Squireverb. als schildknaap dienen, vergezellen, geleiden:Squire of dames= saletjonker;Squirearchy,skwairâki, de gezamenlijke landjonkers of agrariërs en hun politieke invloed ± 1832 in het Lager Huis;Squireen,skwairîn, landjonkertje.
Squirm,skwÉÌ‚m, kronkelen, kriewelen, klauteren.
Squirrel,skwir’l, eekhorentje:Tohunt the squirrel= kat en muis spelen.
Squirt,skwÉÌ‚t, subst. spruit, straal, parvenu, fat;Squirtverb. spuiten, uitspuiten:The oilkept squirting up= spoot met een krachtigen straal uit den grond.
Stab,stab, subst. steek, boosaardige aanval of beleediging;Stabverb. doorsteken, doodsteken, stooten, steken naar, wonden, belasteren:Hestabbed my good name= gaf mijn goeden naam den doodsteek;Hestabbed at my heart= stak naar, doorstà k mijn hart;Thatstabbed me to the heart= griefde mij diep;Stabber= prikker, sluipmoordenaar.
Stability,stəbiliti, stabiliteit, duurzaamheid, standvastigheid, soliditeit.
Stable,steib’l, stabiel, duurzaam, standvastig; subst.Stableness.
Stable,steib’l, subst. stal, renstal;Stableverb.stallen:They shut the stable-door after the steed is stolen= zij dempen den put als het kalf verdronken is;Stable-boy= staljongen (Stable-help);Stable-keeper= stalhouder;Stable-man= stalknecht;Stabling,steibliŋ, het stallen, stalling.
Stablish,stabliš, verk. vanestablish.
Stack,stak, subst. korenschoof, houtmijt (=108 cubic feet), opper, stapel, rot, groep naast elkander staande schoorsteenen, alleenstaande rots (op de Orkney Isl.);Stackverb. tot een hoop vormen, opstapelen, in rotten zetten:A stack of arms= een rot geweren;The soldiers were orderedto stack arms= de geweren aan rotten te zetten;Tostack shot= kogelstapels maken;Stack-yard= plaats voor hooimijt of graanschoven.
Stadium,steidj’m, stadium, zekere maat (184 M.); één stadium lange renbaan.
Stadtholder,stadhouldə, stadhouder;Stadtholderate(stadhouldəit),Stadtholdership.
Staff,stâf, subst. stok, staf, steun, paal, schacht, notenbalk, personeel, bureau:Staff-of-life= brood;Staff-appointment= aanstelling bij den staf;Staff-college= soort krijgsschool (Passed the staff-college= de krijgsschool doorloopen);Staff-map;Staff-officer= stafofficier;Staff-wood= hout voor duigen.
Stag,stag, (mannetjes)hert; os; mannetjesvos; woerd, speculant, shilling;Stagverb. speculeeren;Stag-beetle= vliegend hert;Stag-dinner= heerendiner;Staghound= hond voor de hertenjacht;Stag-party= heerenfuif.
Stage,steidž, subst. tooneel, steiger, stellage, tribune, schouwplaats, station of pleisterplaats, phase, stage, etape, trap, graad, stadium, postwagen, dilligence;Stageverb. ten tooneele brengen, in scene brengen, in ’t openbaar tentoonstellen, met een postwagen reizen:To be on the stage= bij (op) het tooneel zijn;To bring (put) upon the stage= opvoeren;Toget up for the stage= bewerken voor;To go on the stage= bij het tooneel gaan;Toleave (quit) the stage= het tooneel verlaten (ookfig.);He was dressingby easy stages= dood op zijn gemak;The illness isin its first stage= eerste stadium;He contracted an imprudent passionfor horsing long stages= om lange ritten te doen vóór te pleisteren;The piece waswell staged= het stuk was goed gemonteerd;Stage-box= loge avant-scène;Stage-coach= dilligence;Stage-driver= koetsier eener dilligence;Stage-fright= tooneelvrees;Stage-manager= tooneeldirecteur, regisseur;Stage-painter= schilder van het decoratief;Stage-play= tooneelspel;Stage-player= tooneelspeler;Stage-right= recht van opvoering;Stage-struck= verzot op het tooneel;Thestage-waitsnever reached two minutes= pauzen tusschen de tooneelen;Stage-whisper= door een acteur terzijde gesproken woorden; luid gefluister;Stager= ervaren tooneelspeler, man van ervaring, slimmerd; postpaard;Stagery= tooneelvertooning, het spelen.
Staggard,stagəd, vierjarig hert.
Stagger,stagə, subst. plotseling wankelen, schok;Staggerverb. waggelen, wankelen, suizebollen, verbluffen, verbluft doen staan:Itgave me a stagger= het gaf me een schok;Staggers= kolder, duizeling, draaiziekte:Itgave me the blind staggers= deed me suizebollen;Such an assertionstaggers belief= is ongelooflijk;The price for our independence willstagger humanity= zal verstomd doen staan;I am fairlystaggered atwhat you say= verbaast mij ten hoogste;That’s a staggerer= dat is kras.
Staging,steidžiŋ, tribune, stellage, het ondernemen van een diligence-dienst, monteering van een tooneelstuk.
Stagirite,stadžirait, naam voor Aristoteles[531]naar zijne geboorteplaats;Stagira,stədžairə.
Stagnancy,stagn’nsi, stilstand, malaise:Thestagnancyin the sugar-trade= “malaiseâ€;Stagnant,stagn’nt, stilstaand, flauw, stil;Stagnate,stagneit, stilstaan, flauw worden;Stagnation= stilstand, stremming, malaise.
Stagy,steidži, theatraal.
Staid,steid, kalm, vast, ernstig, solide:A staid journal= een ernstig blad; subst.Staidness.
Stain,stein, subst. smet, vlek, schande, smaad;Stainverb. vlekken, tinten, verven, met figuren drukken, besmetten, bezoedelen:Astained floor= be- of geschilderde vloer;Stained glasswindows= beschilderde ramen;Stained paper-hangings= (bont)gekleurd behang;Stained wood= gebeitst hout;Stainer= verver, bezoedelaar;Stainless= smetteloos, onbesmet.
Stair,stêə, trap, trede, graad;Stairs= trap, aanlegplaats:A flight of stairs,A pair of stairs= trap;A room two pair (of stairs) high= kamer op de tweede verdieping;Back-stairs= geheim, slinksch;He isdown stairs, up stairs= beneden, boven;A down-stair room= eene benedenkamer;Stair-carpet= traplooper;Staircase= trap;Grand staircase= hoofd- of eeretrap;Private staircase= geheime trap;Stair-rod (Stair-wire)= traproede;Stair-way= trap.
Staith(e),steith, spoorlijn, om de kolen uit de wagens in schepen over te laden; kade, werf, pakhuis.
Stake,steik, stok, staak, paal, paalwerk, brandstapel, martelaarschap; inzet, prijs, aandeel, belang;Stakeverb. met palen steunen of stutten, afpalen, met een paal doorsteken, stokken zetten bij, wedden, inzetten, als pand zetten:Your life isat stake= staat op het spel;He went to it as a beargoes to the stake= met loome schreden;Their fatherperished at the stake= stierf den marteldood op den brandstapel;Theyplayed for the stakes= speelden om den inzet;Toput to the stake= op ’t spel zetten;He hasswept the stakes= hij heeft den pot gewonnen;I stake my lifeon the truth of what I tell= ik verpand mijn leven er onder;Stake-head= paal in een lijnbaan om de touwen te steunen;Stake-holder= inzethouder, potbewaarder;Stake-net= staaknet.
Stalactite,stəlaktait, druipsteen (kegel).
Stalagmite,stəlagmait, druipsteenvorming van den vloer af naar boven.
Stale,steil, subst. ier (van paarden en runderen); adj. verschaald, oud, oudbakken, muf, afgejakkerd, flauw, verzwakt door te sterk trainen (=Gone stale);Staleverb. waardeloos maken, (laten) bederven, verflauwen, wateren (van paarden en runderen):Stale joke;Stale news;Stale wine;Togrow stale= zich afsloven, oud worden:The public hasgone stale on party politics= heeft genoeg van;Stalemate, subst. schaakmat;Stalemateverb. mat zetten, in ’t nauw brengen; subst.Staleness.
Stalk,stôk, subst. stengel, steel, schacht; trotsche en statige gang;Stalkverb. voorzichtig besluipen; trotsch stappen, schrijden:Westalked the deer= beslopen de herten;Stalked plants= stengelplanten;Stalker= hij diestalks; soort van vischnet; trotsche stapper;Stalking:Stalking-horse= paard of paardevorm, waarachter de jager zich met zijn boog verborg; voorwendsel, masker, dekmantel;Stalkless= stengelloos.
Stall,stôl, subst. stal, stalletje, kraam, afdeeling in eenStable; stoel van een domheer, stalles in een schouwburg;Stallverb. in een stal plaatsen, in den modder vastrijden (vastzitten); van zich afschuiven:Butcher’s stall;Tokeep a stall= met een stalletje staan;She would not bestalled off,and contended that her opinion was right= zich niet laten afschepen;Stall-feed= in den stal (met droog voeder) voederen;Stall-keeper= houder van een stalletje;Stallage= recht om met een kraam te staan, staan- of marktgeld (=Stall-money).
Stallion,stalj’n, (dek)hengst;Stallion-fees= dekgelden.
Stalwart,stôlwət,stalwət,stolwət, krachtig, flink, stoer, stoutmoedig, geducht; subst. kopstuk, hoofdman; subst.Stalwartness.
Stamboul,stambûl.
Stamen,steim’n, meeldraad.
Stamina,staminÉ™, vaste deelen van een lichaam die dit tot steun dienen, weerstands- en volhardingsvermogen.
Stamin,steimin, etamine.
Staminiferous,staminifÉ™rÉs:Staminiferous flower= mannelijke bloem.
Stammel,stam’l, soort v. wollen stof v. hardroode kleur.
Stammer,stamÉ™, subst. gestamel;Stammerverb. stamelen, stotteren, aarzelend uitbrengen;Stammerer.
Stamp,stamp, subst. stempel, zegel, postzegel, postmerk, merk, karakter, aard, prent (Stamps= papiergeld,Amer.), het stampen, ertsstamper;Stampverb. stempelen, zegelen, inprenten, een postzegel doen op; stampen, stampvoeten, onderdrukken:Of the right stamp= van het rechte soort;They are allof the same stamp= van dezelfde soort;Tohave (bear) the stamp of= den stempel dragen van;Tostamp on the mind= inprenten;The fire wasstamped out= werd uitgetrapt;Their nationality wasstamped out= vernietigd;We must try tostamp these abuses out= die misbruiken uit te roeien;Stamp Act= zegelwet;Stamp-album= postzegelalbum;Stamp-collection;Stamp-collector= (post)zegelverzamelaar;Stamp-duty= zegelrecht;Stamp-office= zegelkantoor;Stamper= stempel(aar).
Stampede,stampîd, subst. plotselinge schrik, wilde vlucht, groote beroering;Stampedeverb. plotseling op de vlucht (doen) slaan:There wasa regular stampede of teachers to the sea-side= een ware uittocht.
Stanch,stânš; ZieStaunch.
Stanchion,stanš’n, steun, paal, stut, schoor.
Stand,stand, subst. stand, stilstand, ophouding, halt, weerstand, verlegenheidrang, standertje, statief, onderstel, stomme, knecht, staanplaats (voor rijtuigen), stalletje, kraam, ton, stel, tribune;Standverb. staan, gaan staan, stilstaan, standhouden, bestaan,[532]van kracht zijn, vast zijn, berusten op, luiden, koersen, verdragen, dulden, opgewassen zijn tegen, doorstaan, staan voor, van belang of nut zijn, etc.:Then ministers wereat a stand= zaten met de handen in het haar;Tojump at a stand= met gesloten voeten springen;Thingscame to a sudden stand= toen stokten plotseling de zaken geheel;The troopsmade a stand againstthe enemies= hielden stand;Itake my standby you and on my right= sta u ter zijde en houd mij aan mijn recht;A stand of arms= geweer met toebehooren;Fiftystand of colourswere taken= standaarden (vaandels);A stand for bottles (casks);These townsare one night stands= in deze steden geven wij maar ééne voorstelling;Watch stand= horlogestandaard;Stand there= ga (blijf) daar staan;Itake the thing as it stands= zooals het is;I willstand you a bottle (a treat)= trakteer;Hestands six feetin his boots= hij is 6 voet lang;Tostand fire= standhouden onder vijandelijk vuur;Tostand one’s ground= standhouden, volhouden;I willstand you halves= sta je half;Istood the flowerpotin the window= zette den bloempot voor het raam;He stood my friend= toonde te zijn;Hestood sentenceon that count= had zich te verantwoorden wegens die aanklacht;I havestood sentryhere for ever so long= sta hier ik weet niet hoe lang al op post;Istood them a supper= onthaalde ze op een souper;Istood a supper for them= betaalde hun souper;Tostand the test= proef doorstaan;Tostand the tooth of ages= den tand des tijds weerstaan;Tostand trial= terecht staan;Tostand in awe of= ontzag hebben voor;That willstand in hand= uwe belangen bevorderen;Youstand in my light= staat me in den weg, werkt me tegen;This passagestands sorely in need ofcorrection= heeft ernstig verbetering noodig;The money willstand me in good stead= zal mij goed te pas komen;His hairsstand on end= rijzen te berge;It stands to reasonthat you cannot go there= het spreekt vanzelf:Tostand to make a profiton= kans hebben te verdienen op;He stood to winmuch in that case= hij had kans;Tostand affected= geneigd zijn;It stands agreed= is uitgemaakt;Stand aside= ga op zij;Stand clear= uit den weg!Tostand corrected= ongelijk bekennen;Hestands fair for(getting) that place= heeft veel kans;Tostand well (ill) with a person= op goeden (slechten) voet staan met;Hestood againstfearful odds= had een enorme overmacht tegen zich;Tostand by a person through thick and thin= met iemand meegaan door dik en dun;I will notstand byand see you offended= er geen getuige van zijn;You muststand by= u gereed houden;The witness was told tostand down= naar zijne plaats te gaan, te gaan zitten;Hestood forthis borough at the election= was candidaat voor dit district;Hestands forthat place= solliciteert naar;The shipstood forthe Atlantic= stak … in;Stand forth= kom naar voren;Hestood forth againsthis enemies= bood het hoofd aan;Westood fromthe shore= hielden van de kust af;The boatsstood in fromsea= koersten naar binnen;Hestood in withthe thief= maakte gemeene zaak met;Hestands off= houdt zich op een afstand;The shipstood off and on= hield nu eens van den wal af, en dan er weer op aan;You muststand onyour defence= je flink verdedigen;Don’tstand onceremonies= sta niet op;Tostand out= naar voren treden, uitsteken, uitkomen, in ’t oog springen, volharden, standhouden, staan op, uitstaan, zich terugtrekken:Stand outof my sight= ga uit mijne oogen;Tostand outto sea= zee kiezen;He higgles andstands outtill the shopman gives in= hij dingt en houdt vol;Tostand over= blijven staan, blijven liggen, onbetaald blijven;Istand to (by)what I said= blijf bij (houd vol);Theystood to their guns= wisten van geen wijken;Tostand towardsthe shore= aanhouden op;He hasstood undermany troubles= veel smart geleden;The whole peoplestood upto a man= stond op als één man;Istand up formy right= kom op voor;Theystood up(for the dance) = namen hunne plaats in, traden aan;Tostand upwith a lady= eene dame ten dans leiden;Tostand up to= krachtig weerstand bieden;She alwaysstood uponher dignity= stond op;Stand-by= toeverlaat;He isawfully stand-off= erg op een afstand;Stand-offish= op een afstand (fig.);Stand-ups=Stand-up collars= staande;It wasa stand-up fight= felle strijd;A stand-up supper= loopend souper;Stand-cask= ligger;Stand-fast= steunpunt;Stand-pipe= standpijp;Stand-point= standpunt;Stand-still= stilstand:Tocome to a stand-still= tot staan komen, stoppen;Stander= wie staat, etc.;SeveralStanders-by= omstanders. ZieStanding.
Standard,standəd, subst. standaard, vlag, normaal gewicht (sterkte, prijs, maat), gehalte, richtsnoer, graad; adj. vastgesteld, standaard - -:Standard of beauty= ideaal;Thestandard of length= de lengtestandaard of -éénheid;Standard-bearer= vaandeldrager;Standard clock;Standard works= standaardwerken.
Standing,standiŋ, subst. stand, post, plaats, duur, rang, standplaats (voor rijtuigen, enz.); adj. vast, bepaald, vaststaand, stilstaand:She took him forhis standing= om zijn hoogen rang, positie;A debtof several years’ standing= die al eenige jaren oud is;Croniesof old standing= oude kameraden;There’s no standing it= dat is niet uit te staan;Standing army= staand leger;Standing dish= vaste schotel;He isa standing question= hij is een echte vraagal, hij vraagt altijd door;Standing rigging= staand want:I have noStanding room= plaats om te staan;Standing-stones= vóórhistorische, door menschen opgerichte steenen;Standing-out debts= achterstallige schulden.
Stang,staŋ, lange paal of schacht:Toride the stang= op een paal door de plaats gedragen worden (oude straf voor mannen, die hun vrouw hadden geslagen).[533]
Stanhope,stanhoup,stanəp, licht vierwielig wagentje zonder kap;Stanhope-press= soort van drukpers.
Stank,staŋk, imperf. vanto stink.
Stannary,stanÉ™ri, subst. tinmijn; adj. tot tinmijnen behoorende;Stannary-courts= rechtbank voor de tinmijnwerkers in Cornwall;Stannicacid;Stanniferous,stÉ™nifÉ™rÉs, tinhoudend.
Stanza,stanzÉ™, vers.
Staphyle,stafilî, huig.
Staple,steip’l, subst. stapel, vezel of draad van wol, katoen, of vlas; stapelplaats, markt, voornaamste product of artikel, hoofdbestanddeel; kram; adj. vast, voornaamst;Stapleverb. de verschillende draden of soorten uitzoeken:That isthe staple amusementof our village= hoofdamusement;Staple goods= hoofdproducten;Staple-house;Staple-town;Staple-trade;Stapled= met een draad of vezel.
Star,stâ, subst. ster (ookfig.), sterretje (*);Starverb. met sterren versieren, een stervormige breuk maken of vertoonen, gastvoorstellingen geven:Fixed, Falling, Flying, Shooting, Polar star= vaste (vallende, pool) ster;Tobe born under a lucky star;He isa star of the first magnitude= eene ster van de eerste grootte;If you don’t shut up,you see stars= krijg je er een, dat de vonken je uit de oogen springen;Ithank my star(s) for it= de hemel zij gedankt;Oh, my stars (and halters)= O goeie genade!The actor wasStarringin the provinces= gaf gastvoorstellingen;Star-blind= halfblind;Star-Chamber= voormalig gerechtshof te Westminster, dat naar eigen opvatting in plaats van volgens de wet vonniste, afgeschaft in 1640;Star-crossed= ongelukkig;Starfinch= roodstaartje;Starfish= zeester;Star-flower(=Star of Bethlehem) = vogelmelk;Star-fort= sterreschans;Star-gazer= sterrenwichelaar;Star-gazing= sterrenkijken; verstrooidheid;Starlight= sterrenlicht;Starlit= helder, door de sterren verlicht;Star-shoot= lichtbol; aardgelei of sterrenspeeksel;Star-spangled= met sterren bezaaid:TheStar-spangled (American) banner;Star-stone= variëteit van saffier;Star-trap= tooneelluik (waardoor een geest plotseling verschijnt en verdwijnt);Star-like;Starred= gesternd:Hisill (evil)-Starred father= zijn ongelukkige vader;Starriness, subst. v.Starry= met sterren bezaaid, schitterend, gelijk eene ster.