Succulence, Succulency,sɐkjulens(i), sappigheid; adj.Succulent.Succumb,səkɐm(b), bezwijken.Succursal,səkɐ̂s’l:Succursal church= hulpkerk.Succussion,səkɐšən, schok.Such,sɐtš, zoodanig, zulk, zóó:Such a one= zoo een, zoo iemand;Such and such= die en die, eenige:Mr. such a one= mijnheer zoo-en-zoo;No such thing= niets daarvan;Such is life= zoo gaat het in het leven;Such was her virtue, that= zoo groot was;Such aswon’t believe me= zij, die;Take such measures as will be effective= neem uwe maatregelen zoodanig, dat ze;Suchlike= dergelijke.Suck,sɐk, subst. het zuigen, sterke drank, parasiet, kokinje;Suckverb. inzuigen, zuigen, uitzuigen (ookfig.), bedriegen (Amer.), zich vleiend indringen bij (up to):To give suck= zoogen;Tosuck ata cigar= zuigen aan;Suck in= inzuigen, opslorpen, beetnemen:It wasa suck-in= het was beetnemerij;Tosuck up= opzuigen;Sucker, subst. zuiger (ook van een plant), zuigleer;Suckverb. zuigers uitsnoeien;Sucket= suikerballetje:Sucking:Sucking-bottle;Sucking-bag= dot; zuigflesch;Sucking-calf;Sucking-pig= speenvarken;Sucking-pump;Sucking-valve;Suckle= zoogen;Suckling= zuigeling;Suction,sɐkš’n, zuigen, zuipen, drank:Sucktion-pipe= zuigpijp, zuigbuis;Sucktion-pump= zuigpomp;Suctorial,sɐktôriəl, zuig - -.Sudan,sûdân;Sudanese.Sudatorium,siudətôriəm, zweetbad;Sudatory,siûdətəri, zweetkamertje, zweetbad; adj. zweetafdrijvend.Sudden,sɐd’n, plotseling, onverwacht, snel, vlug:On a (the) sudden,All of a sudden= plotseling, in eens, onverhoeds; subst.Suddenness.Sudermania,siûdəmeinjə, Sudermanland;Sudetic,siudetik:Sudetic Mountains.Sudor,siûdə, zweet;Sudoriferous, zweetverwekkend;Sudorific, zweetafdrijvend (middel).Suds,sɐdz, zeepsop:We arein the suds= zitten er leelijk in;Toleave in the suds= in den steek laten;Tomake some soapsuds= wat zeepsop.Sue,sjû.Sue,siû, aanzoek doen om of dingen naar (de hand), recht of schadevergoeding zoeken, eischen, in rechten vervolgen, smeeken:The wife sued her husband on the plea of non-support= diende een aanklacht in op grond, dat de man haar niet onderhield of kon onderhouden;Hesued us fordamages= eischte schadevergoeding van ons;Hesued outa pardon for us= verzocht en verkreeg.Suet,siûət, nierenvet; adj.Suety.Suez,sûəz:Suez Canal.Suff,sɐf=Suffragette.Suffer,sɐfə, lijden, dragen, dulden, uithouden, toestaan, laten, straf ondergaan, boeten:Wesuffered chainsfor religion’s sake= we droegen ketenen;Tosuffer a change= ondergaan;Tosuffer losses= lijden;Tosuffer punishment= ondergaan;Tosuffer a reverse= tegenspoed hebben;Tosuffer wrong= lijden;You will have tosuffer forit= er voor moeten boeten;Don’tsuffer yourselfto be fooled= laat je niet versukkelen;Sufferable= draagbaar, toelaatbaar;Sufferance= smart, ellende, lijden, dulden, toestemming of verlof:He is hereon sufferance= wordt hier geduld;Sufferer= lijder, dulder, die toelaat:You’llbe the sufferer= zult er het slachtoffer van worden;Tobe a sufferer by= bij iets verliezen, te kort komen;Suffering= het lijden, verlies.Suffice,səfais,səfaiz, genoeg of voldoende zijn, voldoen:Suffice it to say= het zij voldoende te zeggen;Sufficiency,səfiš’nsi, voldoendheid, genoegzaamheid, voldoende voorraad, voldoende geschiktheid;Sufficient= voldoende, genoegzaam, ruim, geschikt, deugdelijk:Sufficient in law= rechtsgeldig;Sufficient reason= voldoende reden;You havedone sufficientto deserve a dinner= genoeg;Sufficient unto the day is the evil thereof= elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad (Matth. VI, 34).Suffix,sɐfiks, achtervoegsel.Suffix,səfiks, achtervoegen; subst.Suffixion.Suffocate,sɐfəkeit, (doen) stikken, smoren:It wassuffocatingly hotthere= stikkend heet;Suffocation= verstikking:Crammed to suffocation= stikvol;Suffocative= stikkend.Suffolk,sɐfək.Suffragan,sɐfrəgan, subst. en adj. suffragaan:Suffragan bishop= onderbisschop, wijbisschop.Suffrage,sɐfridž, stem; kiesrecht, stemming, goedkeuring:Extension of the suffrage= uitbreiding;Female suffrage;Household suffrage= huismanskiesrecht;Universal suffrage;[549]An advocate ofwoman (women’s) suffrage= voorstander van het vrouwenkiesrecht;Suffragette,sɐfrədžet, (hartstochtelijke) voorstandster v. het kiesrecht v. vrouwen;Suffrageverb. manifesteeren;Suffragist= voorstander van vrouwenkiesrecht.Suffuse,səfjûz, overgièten, spreiden over:She wasall suffused with blushes= blosjes kleurden hare kaken;Suffusion= verspreiding over, overgièting, blos.Sugar,šugə, suiker, vleierij, geld; adj. van suiker;Sugarverb. besuikeren, vergulden (fig.):Powdered sugar= poedersuiker;Refined sugar;A glass ofsugar and water= suikerwater;Sugar of lead= loodsuiker;I amnot made of sugar (-plums)= niet poeslief;Wesugared the trees= bestreken de boomen met een mengsel van rum en stroop (om daardoor de nachtvlinders te lokken en te vangen);Sugar-baker= suikerwerker; raffinadeur;Sugar-basin= suikerpot;Sugar-beet= suikerbiet;Sugar-candy= kandijsuiker;Sugar-cane= suikerriet;Sugar-caster= strooier;Sugar-house= suikerraffinaderij;Sugar-loaf= suikerbrood;Sugar-loaf hat= hoed in den vorm van een suikerbrood;Sugar-loaf waves= korte golven;Sugar-louse=Sugar-mite;Sugar-maple= suikerahorn;Sugar-mill= suikerfabriek, suikermolen;Sugar-mite= suikerworm;Sugar-orchard= aanleg vanSugar-maples;Sugar-planter= suikerplanter;Sugar-plantation= suikerplantage;Sugar-plum= suikerboon; vleierij, lievigheid;Sugar-refiner= suikerraffinadeur;Sugar-refinery= suikerraffinaderij;Sugar-spirit= rum;Sugar-tongs= suikertangetje;Sugariness, subst. v.Sugary= zoet, suikerachtig;Sugarless.Suggest,sədžest, ingeven, aan de hand doen, inblazen, opperen, suggereeren;Suggestion= ingeving, wenk, aansporing, inblazing, suggestie:At this suggestionthe manimmediatelywithdrew= toen hij dit hoorde (toen dit geopperd werd);I did iton your suggestion= op uw wenk of raad;Suggestive= opperend, een wenk gevend, wijzend (duidend) op, veelbeteekenend:Yours isa very suggestive present= veelbeteekenend, toepasselijk;Tobe suggestive of= wijzen op;In a French comedysuggestivenessis expected= kan men gewaagde toespelingen verwachten.Suicidal,siûisaid’l:Suicidal problem= zelfmat (schaakspel);Suicidal thoughts= gedachten van (aan) zelfmoord;Suicide,siûisaid, zelfmoord (ookfig.), zelfmoordenaar:Tosuicide oneself(=Tocommit suicide);Tobe suicided= zelfmoord laten begaan;Suicidism,siûisaidizm, neiging tot zelfmoord.Suit,siût, subst. rechtsgeding, verzoek, hofmakerij, aanzoek, stel, kleur (in het kaartspel), pak kleeren, kleeding;Suitverb. passen, voegen, betamen, geschikt zijn, overeenkomen, schikken:Civil suit= civiel proces;Criminal suit= strafzaak;Asuit of armour= complete wapenrusting;A suit of mourning= rouwpak;The housemaid gave notice,and the cook followed suit= en de keukenmeid eveneens;I played diamonds, and hecould not follow suit= kon niet bekennen;Suit yourself= zooals je wilt;That willexactly suit me, suit me down to the boots (ground)= dat is net wat ik hebben moet;Hesuited the action to the word= voegde de daad bij het woord;Such a behaviourdoes not suit you= voegt u niet;Suitability, subst. v.Suitable= gepast, voegzaam, geschikt; subst.Suitableness.Suite,swît, gevolg, reeks, stel:Suite of furniture= ameublement;A suite of rooms= eene suite.Suitor,siûtə, verzoeker, vrijer, minnaar, partij in een proces.Suk(e)y,s(i)ûki, theeketel; ook verk. vanSusan.Sulcate(d),sɐlkit(sɐlkiteitid), gegroefd, gespleten;Sulcus,sɐlkəs, voor, groef.Sulk,sɐlk, subst. booze luim:Sulkverb. in kwade luim zijn, pruilen:Tobe in a sulk (the sulks)= uit zijn humeur;Hestood out against her sulks and pouts= gaf niet toe aan hare luimen en haar pruilen;Sulkiness, subst. v.Sulky= gemelijk, pruilend.Sulky,sɐlki, licht tweewielig karretje bij wedrennen:Sulkyharrow= eg met zitplaats voor bestuurder.Sullen,sɐl’n, gemelijk, knorrig, norsch, naargeestig, vijandig, onaangenaam, eigenzinnig, halsstarrig, langzaam, traag, onheilspellend:Sullens= kwade bui; subst.Sullenness.Sully,sɐli, subst. smet, vlek;Sullyverb. besmetten, bemorsen, bezoedelen, bezwalken:Thatsullies your honour= bezoedelt uwe eer.Sulphonal,sɐlfən’l, sulfonal.Sulphur,sɐlfə, zwavel;Sulphurverb. met zwavel verbinden (bestrooien), zwavelen;Sulphur-springs= heete zwavelbronnen;Sulphurate,sɐlfjureit, met zwavel verbinden, zwavelen; subst.Sulphuration,sɐlfjureiš’n;Sulphureous,sɐlfjûriəs, zwavelig, zwavelhoudend; subst.Sulphureousness;Sulphuretted= gezwaveld:Sulphuretted-hydrogen= zwavelwaterstof;Sulphuric,sɐlfjûrik, zwavel …:Sulphuric acid= zwavelzuur;Sulphurization, subst. v.Sulphurize, zwavelen, vulcanizeeren.Sultan,sɐlt’n, Sultan;Sultana,sɐltânə,sɐlteinə, sultane;Sultanate,sɐltənit, sultanaat;Sultaness=Sultana;Sultanic,sɐltanik, van een sultan;Sultanship.Sultriness,sɐltrinəs, subst. v.Sultry,sɐltri, drukkend, zwoel.Sum,sɐm, subst. som, geheel, bedrag, inhoud, rekenvoorstel, toppunt;Sumverb. optellen, opsommen, resumeeren (up):Gross (Round) sum= ronde;The civil engineer’s advances are greatin the sum= de vooruitgang van den civiel-ingenieur is te zamen genomen groot;That isthe total sum ofmy experiences= het totaal;Thesum and substance= korte inhoud;Todo (make, work) a sum= maken;He is good at sums= kan goed sommen maken;He could notdo a sum in large divisions, in multiplication= geene groote deelingen en vermenigvuldigsom maken;It can’t be summed up in two words= laat zich niet zeggen;The judge’s summing-upwas lucid and impartial= ’s rechters resumé van het verhoor en de pleidooien.[550]Sumac(h),siûmak, sumak, pruikenboom.Sumatra,sumâtrə;Sumatran= (bew.) van S.Summarily,sɐmərili, in ’t kort, summier;Summarize= resumeeren;Summary,sɐməri, subst. korte inhoud, kort begrip, resumé; adj. beknopt, kort, snel, afgedaan:The judgegave a summary ofthe case=summing-up.Summation,səmeiš’n, het samentellen.Summer,sɐmə, subst. zomer; horizontale balk, kalf of bovendrempel, groote steenoverzuilen en pilaren, waarop de bovenbouw rust; adj. zomer.…, zomersch;Summerverb. den zomer doorbrengen, den zomer door laten weiden:We went fora brief summering in the country= voor een kort tijdje in den zomer buiten wonen;Tosummer and winter a person= van haver tot gort kennen;Indian summer= nazomer (in N. Amer.);St. Luke’s summer=St. Martin’s summer= zacht en mooi najaarsweer, voorspoed na ongelukken en rampen;One swallow does not make a summer;Summer-colts= golvende trillingen van heete lucht nabij den grond;Summer-fallow, subst. braakliggend land in den zomer;Summerverb. in den zomer braak laten liggen;Summer-house= tuinhuisje, zomerverblijf;Summer-lightning= weerlichten;Summer-time= zomertijd;Summer-wheat= zomertarwe;Summering= vroege appel of peer;Summery= zomersch.Summerset,sɐməset,Summersault,sɐməsôlt, buiteling.Summit,sɐmit, top, kam, kruin, hoogste punt;Summit-level= hoogste punt van eene spoorbaan, een kanaal, etc.Summon,sɐm’n, oproepen, dagvaarden, opeischen, zenden om;Summonverb. dagvaarden:Summons, subst. dagvaarding;A summons was issued (taken out) againsthim= hij werd voor het gerecht gedaagd;Toserve a summons on= een dagvaarding beteekenen;Summons me forthat if you like= dagvaard me hiervoor;Tosummon up one’s courage= zich vermannen;Summoner= deurwaarder.Sump,sɐmp, poel, mijnput, smeltkroes.Sumph,sɐmf, domkop; plof.Sumpter,sɐmptə, subst. pakpaard =Sumpter-horse.Sumptuary,sɐm(p)tjuəri, de uitgaven betreffende:Sumptuary edict, law= wet tegen te groote weelde;Sumptuous,sɐm(p)tjuəs, kostbaar, duur, weelderig, prachtig; subst.Sumptuousness.Sun,sɐn, subst. zon, zonneschijn, zonsopgang(ondergang);Sunverb. in de zon warmen, drogen of zitten:Thesun rises, declines, sets, goes down= de zon gaat op, daalt, gaat onder;Hehad the sun very much in his eyes= was erg dronken;I have gota touch of the sun= lichte zonnesteek;There is no new thing under the sSun= niets nieuws onder de zon;Sun-beam= zonnestraal;Sun-bird= zonnevogel;Sun-blind= zonneblind;Sun-bonnet= dames zomerhoed;Sun-bronzed;Sun-burn= roode vlek van het verbranden door de zon;Sun-burnt= door de zon verbrand, met sproeten;Sun-clad= in stralen gehuld;Sun-dew= zonnedauw;Sundial= zonnewijzer;Sundown= zonsondergang (Amer.) =Sunset(ting);Sun-dried= in de zon gedroogd;Sunfish= zonne(maan)visch;Sun-flower= zonnebloem;Sun-glass= brandglas;Sun-god;Sun-hat;Sun-heat;Sunlight= zonnelicht;Sunlit= verlicht door de zon;Sun-myth= zonnemythe;Sun-ray;Sunrise,Sunrising= zonsopgang, Oosten;Sun-rose= zonnekruid;Sunset gun= het avondschot;Sunshade= parasol, zeil of scherm;Sunshine= zonneschijn, voorspoed, opgewektheid:Tobe in the sunshine= beneveld zijn;Sunshiny= zonnig, schitterend;Sun-spot= zonnevlek;Sunstricken,Sunstruck= door een zonnesteek getroffen;Sunstroke= zonnesteek;Sun-up= zonsopgang (Amer.);Sunless= zonder zon, beschaduwd;Sunlike;Sunniness, subst. v.Sunny= zonnig, opgewekt, blijde:Sunny eyes= vriendelijke oogen;I amon the sunny side offifty= ik ben nog geen vijftig.Sunday,sɐnd(e)i, Zondag:A month of Sundays= lange en onbepaalde tijd;He was dressedin his Sunday best= in zijne mooie Zondagsche kleeren;Sunday citizen= zondagswandelaar;Sunday-out= uitgaanszondag;Sunday-school= Zondagsschool.Sunder,sɐndə, verb. scheiden, verdeelen; subst. slechts in de uitdrukking:In sunder= vanéén, in tweeën.Sundified,sɐndifaid, op zijn Zondags.Sundries,sɐndriz, diversen:Dealer in sundries= in galanterieën;Sundry= verscheidene, verschillende:All and sundry= alle gezamenlijk.Sung,sɐŋ, part. perf. vanto sing.Sunk,sɐŋk, part. perf. vanto sink;Sunken battery= verdekt opgestelde;Sunken face= ingevallen;Sunken rock= blinde klip.Sun(n),sɐn, Indische hennepplant;Sunn-hemp.Sunna,sɐnə, alle voorschriften van Mohamed die niet in den Koran staan;Sunnites,sɐnaits, orthodoxe Mahomedanen.Sup,sɐp, subst. slokje;Supverb. slurpen, soupeeren, een avondmaal verschaffen:I supped and dined themfor several weeks= ik zorgde voor hun avond- en middagmaal;Wesupped on cold beef= wij hadden koud rundvleesch voor het avondeten.Super,siûpə, verk. vanSupernumerary.Superable,siûpərəb’l, wat te overkomen is, overwinbaar.Superabound,siûpərəbaund, ruim, overvloedig zijn (metwith);Superabundance= groote overvloed;Superabundant= meer dan genoeg.Superadd,siûpərad, nog eraan toevoegen;Superaddition= het bijvoegen of bijgevoegde.Superannuate,siûpəranjueit, door ouderdom en zwakheid ongeschikt maken, zijn of verklaren, pensionneeren;Superannuated= verjaard, uitgediend, gepensionneerd:Superannuated officer; Superannuated spinsters= oude vrijsters;Superannuation,siûpəranjueiš’n, ongeschiktheid, pensionneering, pensioen;Superannuation act;Superannuation fund;Superannuation money (allowance).[551]Superb,siupɐ̂b, grootsch, prachtig, rijk, voortreffelijk; subst.Superbness.Supercargo,siûpəkâgou, supercargo (scheepsterm).Superciliary,siûpəsiljəri, boven de wenkbrauw(en);Supercilious,siûpəsiljəs, trotsch, aanmatigend, verwaand; subst.Superciliousness.Supereminence,siûpəreminens, buitengewone voortreffelijkheid; adj.Supereminent.Supererogation,siûpərerougeiš’n:Doctrine of Supererogation= leer, dat de goede werken van den eenen Christen aan de gezamenlijke Christenen ten goede komen;Works of supererogation= vrijwillige werken (boven hetgeen God van den Christen eischt), die den medechristenen ten goede komen;Supererogatory= meer dan de plicht eischt.Superexcellence,siûpəreksəlens, buitengewone voortreffelijkheid; adj.Superexcellent.Superficial,siûpəfiš’l, oppervlakkig, ondiep:Superficial measure= vlaktemaat;Superficiality,siûpəfišaliti=Superficialness;Superficies,siûpəfišîz, oppervlakte, buitenkant.Superfine,siûpəfain, allerfijnst; subst.Superfineness.Superfluity,siûpəflûiti, overtolligheid, overdaad;Superfluous,siupɐ̂fluəs, overtollig, overdadig; subst.Superfluousness.Superfrontal,siûpəfrɐnt’l, altaarlaken dat over het frontaal hangt.Superheat,siûpəhît, oververhitten.Superhuman,siûpəhjûm’n, bovenmenschelijk.Superincumbent,siûpərinkɐmb’nt, liggende op.Superinduce,siûpərindjûs, bij- of toevoegen; subst.Superinduction.Superintend,siûpərintend, het toezicht hebben op, controleeren;Superintendence,Superintendency= oppertoezicht;Superintendent= opzichter, inspecteur, directeur:Lady Superintendent= directrice;Superintendentship.Superior,siupîriə, subst. meerdere, superieur; adj. hooger, boven, opper, meer, verhevener:Superior courts= opperste gerechtshoven (Common Pleas, ExchequerenQueen’s Bench);Superior force (strength)= overmacht;Superior planets= planeten verder van de zon dan de aarde;Tobe superior to= staan boven;Superiority,siupîrioriti, meerderheid, voorrang, overmacht:Air of superiority.Superjacent,siûpədžeis’nt, liggende op (Geol.).Superlative,siupɐ̂lətiv, overtreffende, ongemeen, zeer voortreffelijk; subst. overtreffende trap; subst.Superlativeness.Supernacular,siûpənakjulə, heerlijk, lekker;Supernaculum,siûpenakjul’m, voortreffelijke drank, nagelproef:Todrink supernacular= een nagelproef doen.Supernal,siupɐ̂n’l, bovenste, hemelsch:She wassupernal in intelligence= haar geest was superieur.Supernatural,siûpənatšər’l, bovennatuurlijk, supernaturalistisch;Supernaturalism= bovennatuurlijke toestand, supernaturalisme;Supernaturalist;Supernaturalistic;Supernaturality=Supernaturalness.Supernumerary,siûpənjûmərəri, subst. ambtenaar of officier boven de formatie; figurant; adj. boven een bepaald getal.Superpose,siûpəpouz, leggen op; adj.Superposition.Superroyal,siûpərôiəl, formaat papier (49 bij 70 cM.; Amer. 56 bij 71 cM.).Supersaturate,siûpəsatjureit, oververzadigen; subst.Supersaturation.Superscribe,siûpəskraib, schrijven op of boven, adresseeren;Superscription= opschrift, adres.Supersede,siûpəsîd, afschaffen, opschorten, ter zijde stellen, vervangen, noodeloos maken:Tobe superseded in the command= van het bevel worden ontheven;Supersedeas,siûpəsîdias, bevel tot opschorting of schorsing;Supersedure,siûpəsîdjə, opschorting, afschaffing, schorsing.Supersensible,siûpəsensib’l, bovenzinnelijk =Supersensual,siûpəsenšuel.Supersession,siûpəseš’n=Supersedure.Superstition,siûpəstiš’n, bijgeloof, bijgeloovigheid, òverpreciesheid;Superstitious= bijgeloovig, overprecies, nauwgezet:Superstitious practices, uses= bijgeloovige praktijken; subst.Superstitiousness.Superstratum,siûpəstreit’m, bovenste laag.Superstructure,siûpəstrɐktjə, bovenbouw.Superterrestrial,siûpətərestriəl, bovenaardsch.Supervene,siûpəvîn, bijkomen, onverwacht gebeuren of er tusschen komen, verrassen;Supervenient,siûpəvînj’nt, bijkomend; subst.Supervention.Supervise,siûpəvaiz, het toezicht hebben of houden op, inspecteeren;Supervision,siûpəviž’n, opzicht, toezicht:Under police supervision (Supervision of the police)= onder voortdurend politietoezicht;Supervisor,siûpəvaizə, opziener, inspecteur;Supervisorypower= bevoegdheid om toezicht te houden.Supination,siûpineiš’n, achteroverligging, ligging v. de hand met de palm naar boven.Supine,siûpain, supinum (gramm.).Supine,siupain, achteroverliggend, hellend; onverschillig, werkeloos; subst.Supineness.Supper,sɐpə, subst. avondeten, avondmaal:We havepartaken of the Lord’s Supper= aan het Avondmaal deelgenomen:Supper-time= tijd van avondeten;Supperless:Togo supperless= geen avondeten krijgen.Supplant,səplânt, verdringen, verdrijven, den voet lichten; subst.Supplantation;Supplanter.Supple,sɐp’l, adj. buigzaam, lenig, meegevend, meegaande, vleierig, kruipend;Suppleverb. buigzaam en lenig maken of worden, buigen (fig.), afrijden, zich schikken;Supple-jack= gladbladige paulinia; sterke en lenige wandelstok; subst.Suppleness.Supplement,sɐpliment, subst. toevoegsel, aanvulling, supplement, toelage;Supplementverb. aanvullen (sɐpliment);Supplemental, Supplementary,sɐpliment’l,sɐplimentəri, aanvullend, bijvoegend, bijgevoegd.Suppliant,sɐpliənt,Supplicant,sɐplikn’t, subst. smeeker, nederig verzoeker; adj. smeekend, verzoekend;Supplicate,sɐplikeit, smeeken, vragen, bidden:Supplication[552]= smeeking, smeekgebed;Supplicatory= smeekend.Supplier,səplaiə, verzorger, leverancier;Supply,səplai, subst. aanvulling, bijdrage, aanbod, voorziening, voorraad, versterking, vervanger;Supplyverb. aanvullen, verschaffen, voorzien, leveren, verzorgen, de plaats vervullen van:Demand and supply= vraag en aanbod;Supplies= benoodigdheden, versterking, toevoer, voorraad, de door het parlement aan de regeering toegestane gelden:The supplies were voted= de gelden werden toegestaan;They weresupplied withthe necessaries of life= voorzien van;Will yousupply my placefor a while? = mij vervangen;Tosupply a (felt) want= in eene (gevoelde) behoefte voorzien.Support,səpöt, subst. ondersteuning, onderstand, hulp, steun, onderhoud, verzorging, stut, onderstel, statief, voet, begeleiding;Supportverb. steunen, onderhouden, stutten, helpen, uithouden, volhouden, verdedigen, (goed) spelen, begeleiden, leven, lijden, dulden:He cannotsupport himself= zichzelf niet onderhouden;Sugar supports itself= is vast;I won’tsupport such insults= niet verdragen;Support arms= schouder ’t geweer;Supportable= verdraagbaar, steunbaar, houdbaar; subst.Supportableness;Supporter= steuner, helper, verdediger, voorspraak, aanhanger, verband, schilddrager (Herald).Supposable,səpouzəb’l, onderstelbaar, vermoedelijk; subst.Supposableness.Suppose,səpouz, onderstellen, vermoeden, voor waar aannemen, onderstellingen maken:Let it be supposed that… = laten we aannemen, dat …;Supposing this to be true= aangenomen dat dit waar is;Suppose we go= zouden we niet eens gaan?;That being supposed= in deze veronderstelling;They are soldiers, I suppose= het zullen wel zijn;I suppose= niet waar?Supposition,sɐpəziš’n, onderstelling, stelling, gissing, vermoeden:Suppositional,sɐpəzišən’l, vermoedelijk;Supposititious,səpozitišəs, ondergeschoven, onecht, nagemaakt, valsch:Supposititious case= aangenomen of ondersteld geval;Asupposititious child= ondergeschoven;Thesupposititious joysof basking in luxury= het twijfelachtig genot; subst.Supposititiousness;Suppositive,səpozitiv, subst. onderstellend woord; adj. ondersteld, onderstellend.Suppository,səpozitəri, zet- of steekpilletje.Suppress,səpres, onderdrukken, dempen, verhelen, weglaten, stelpen, stoppen, opheffen:The circulation of the letterswas suppressed= werd verhinderd;Suppresser;Suppressible= onderdrukbaar;Suppression= onderdrukking, weglating, verheling, stopping:The suppression of one lettermay give an entirely different sense= het weglaten van eene letter;Suppressionist= voorstander van onderdrukking (van den handel in sterke dranken);Suppressive= onderdrukkend, verbergend;Suppressor.Suppurate,sɐpjureit, zweeren, etteren;Suppuration= het etteren, etter;Suppurative, subst. en adj. ettering bevorderend (middel).Supra,siûprə, (in samenst.) boven, aan de andere zijde:Supra-axillary= boven den oksel;Supraclavicular= boven het sleutelbeen;Supracostal= boven of op de ribben;Supralapsarian= voorstander van een Calvinistische leer die de verkiezing vóór den zondenval stelt;Supramaxillary= boven de kaken;Supramundane= bovenaardsch, hemelsch;Suprarenal= boven de nieren;Suprascapular(y)= boven het schouderblad.Supremacy,siupreməsi, oppermacht:Oath of Supremacy= eed waarbij de oppermacht van den Engelschen souverein in geestelijke zaken erkend wordt.Supreme,siuprîm, hoogste, opperste:The Supreme= de Allerhoogste;His will ought to be supreme= zijn wil moet het hoogste zijn;Supreme command= opperbevel;Supreme Court of Judicature= het in 1875 gevestigde hof, waarin deHigh Court of Chancery, Courts of Queen’s Bench, Common Pleas, Exchequeren hetHigh Court of Admiralty, Court of Probate for Divorce and Matrimonial CasesenLondon Court of Bankruptcywerden vereenigd; het bestaat uit twee afdeelingen: hetHigh Court of Justiceen hetCourt of Appeal;Supreme folly= grootste dwaasheid;Torule supremely = de opperheerschappij hebben.Sura,sûrə, hoofdstuk van den koran.Surah,s(j)ûrə, soort van zijden stof.Sural,siûr’l, kuit …Surat,sûrat, sûrât, grof katoen (Voor-Indië).Surbase,sɐ̂beis, lijstwerk langs een zuilvoet;Surbased,sɐ̂beist:Surbased arch= elliptisch gewelf.Surcease,sɐ̂sîs, subst. ophouding, dood, staking;Surceaseverb. ophouden, een einde maken aan.Surcharge,sɐ̂tšɐ̂dž, overladen, te veel vragen, oververhitten; subst. overlading, overvraging, strafport, oververhitting, 2de of 3de hypotheek;Surcharger.Surcingle,sɐ̂siŋg’l,sɐ̂siŋg’l, zadelgordel, riem;Surcingleverb. met een gordel(riem) bevestigen.Surcoat,sɐ̂kout, overjas, wapenrok.Surd,sɐ̂d, subst. onmeetb. grootheid, zooals √ 2; adj. stemloos (van medeklinkers), onmeetbaar.Sure,šuə, zeker, ongetwijfeld, onfeilbaar:As sure as death and taxes= zoo zeker als 2 × 2;As sure as a gun= zoo zeker als wat =As sure as can be;He is a good fellowto be sure= buiten kijf;I am sureI shall not go= ik ga bepaald niet;I am sure I don’t know= ik weet het heusch niet;I won’t be sure= ik durf het niet zeker zeggen;He is surenot to come= hij komt bepaald niet;Be sure not to forget= denk er om;That’s sure enough= dat is vast en zeker;That’s him, sure enough= hij is het waarachtig;I willmake surewhere he is= mij vergewissen;Surefooted= vast van voet, stevig op de beenen, vertrouwbaar; subst.Surefootedness;I can do thatsurely= dat mag ik toch wel doen, he?Sureness= zekerheid;Surety= veiligheid, zekerheid, pand, borgtocht, gerustheid:Of a surety= zeer zeker;I’llbe surety foryou,be your surety= voor u instaan, borg[553]voor u zijn;Tostand surety= borg blijven;Suretyship= het borg zijn, borgschap.Surf,sɐ̂f, branding;Surf-boat= boot om mee door de branding te varen;Surf-duck (-scoter)= brileend; adj.Surfy.Surface,sɐ̂fis, subst. oppervlakte, buitenkant, uiterlijk, vlak; adj. oppervlakkig (=Surface-deep);Surfaceverb. eene zachte oppervlakte geven, glad wrijven: Her information is of the most surface kind = is zoo oppervlakkig mogelijk;Surface-man= wegwerker, lijnopzichter;Surface-survey= landmeten;Surface-water= overdag van de oppervlakte der aarde in een mijn dringend water.Surfeit,sɐ̂fit, subst. overlading, walging;Surfeitverb. (zich) de maag overladen; oververzadigd zijn:Surfeited withtoo much appetite= overladen (volgepropt) door.Surge,sɐ̂dž, subst. groote golf, stortzee;Surgeverb. golven, hooge baren vormen, een touw laten schrikken (scheepst.):The audiencesurged downthe corridors= stroomde.Surgeon,sɐ̂dž’n, heelmeester, chirurg:Royal College of Surgeons=Surgeons’ Hall= Kon. Instituut ter examineering van chirurgen;Surgeoncy= betrekking van arts (in leger of vloot);Surgery= heelkunde, operatiekamer, spreekkamer en apotheek van een dokter;Surgical,sɐ̂džik’l, heelkundig:Surgical instruments= chirurgische instrumenten.Suricate,siurikeit, palm eekhorentje.Surinam,sûrinâm, Suriname.Surliness,sɐ̂linəs, subst. v.Surly,sɐ̂li, norsch, knorrig, gemelijk, afsnauwend.Surmise,sɐ̂maiz, subst. vermoeden, gissing, argwaan;Surmiseverb. vermoeden, onderstellen;Surmiser.Surmount,sɐ̂maunt, te boven komen, overwinnen:A heavy gilt clubsurmounted by a crown= met een kroontje er op;A weathercock-surmounted cupola= koepeltje met een weerhaan er op;Surmountable= overkomelijk, verwinbaar;Surmounter.Surmulot,sɐ̂mjulot, groote woudrat.Surname,sɐ̂neim, subst. familienaam, bijnaam;Surnameverb. ooksɐ̂neim, een bijnaam geven, bij een bijnaam noemen.Surpass,sɐ̂pâs, overtreffen, te boven gaan:Surpassable= overtrefbaar;Surpassing= uitstekend, buitengewoon:A maidenof surpassing beauty= van weergalooze schoonheid.Surplice,sɐ̂plis, koorhemd, stool.Surplus,sɐ̂pləs, subst. overschot, toegift; adj. overtollig:In surplus= bovendien;Surplusage,sɐ̂pləsidž, overschot, groot aantal, overtolligheid:He hasa surplusage of daughters= eene heele collectie.Surprise,sɐ̂praiz, subst. verrassing, overrompeling;Surpriseverb. overrompelen, verrassen, ontstellen, verlegen maken:By surprise= bij verrassing;That was a surprise to me= dat verraste me zeer;I amsurprised atwhat you say= ik ben getroffen;The beggars surprised Brielle= verrasten;Tosurprise oneself= zich betrappen op;Surprise-party(in Amerika) = een troepje personen, dat ongenood in het huis van een gemeenschappelijken vriend komt, en waarvan ieder zijne bijdrage voor een souper levert;Surprise-visit= onverwacht (inspectie)bezoek;Surpriser;Surprising= verbazingwekkend, buitengewoon; subst.Surprisingness.Surrebut,sɐ̂ribɐt, voor de vijfde maal repliceeren (jur.);Surrebutter= vijfde wederantwoord;Surrejoin,sɐ̂ridžôin, voor de derde maal repliceeren;Surrejoinder= derde wederantwoord.Surrender,sərendə, subst. overgave, uitlevering;Surrenderverb. overgeven, uitleveren, afstaan, afstand doen, zich overgeven (aan):The townsurrendered tothe enemy at discretion= gaf zich over;Tosurrender upon terms= op voorwaarden;surrenderer.Surreptitious,sɐrəptišəs, op slinksche wijze, bedriegelijk, heimelijk:Surreptitious edition= nadruk.Surrey,sɐri.Surrogate,sɐrəgit, subst. plaatsvervanger;Surrogateship.Surround,səraund, subst. soort buffeljacht door omsingeling, de keten van jagers die omsingelt;Surroundverb. omringen, omsingelen, insluiten:Surrounding country=Surroundings= omgeving:London andits surroundings= zijne omgeving.Sursolid,sɐ̂solid, vijfde macht v. een getal.Surtax,sɐ̂taks, extra belasting.Surtax,sɐ̂taks, extra belasten.Surtout,sɐ̂tût, overjas.Surveillance,sɐ̂veil(j)’ns, toezicht.Survey,sɐ̂vei, overzicht, inspectie, taxatie, meting; douanedistrict (Amer.):Hetook a survey ofthe matter= nam op, onderzocht.Survey,sɐ̂vei, overzien, het toezicht houden op, nauwkeurig opnemen, scherp onderzoeken, meten (van land), peilen;Surveying-chain= meetketting;Surveyor= opziener, opzichter, administrateur, landmeter; verificateur (Amer.);Surveyorship.Survival,sɐ̂vaiv’l, het overlèven, het blijven bestaan, in leven blijven, laatst overgeblevene, overblijfsel:Survival of the fittest= het overlèven van de krachtigste individuen.Survive,sɐ̂vaiv, overlèven, nog leven, in leven blijven:He willsurvive his next birthday= zal nog halen;They are all dead, buthe survives= hij is er nog;Those who survive= de overlèvenden;Surviver, Survivor= langstlevende:Thesurvivors of the wreck= zij die er het leven hebben afgebracht;Survivorship= voordeel, dat den langstlevende toevalt.Susan,sûz’n,siûz’n, Suzanne, Suze;Susanna,s(j)uzanə, Susanna.Susceptibility,səseptibiliti, subst. v.Susceptible,səseptib’l, vatbaar, toegankelijk, gevoelig, teeder;Susceptibleness= teergevoeligheid;Susceptive,səseptiv, vatbaar, toegankelijk; subst.Susceptiveness.Suspect,səspekt, vermoeden, verdenken, wantrouwen, achterdocht koesteren, vreezen; subst. een verdacht persoon;Suspected= verdacht; subst.Suspectedness;Suspecter.Suspend,səspend, ophangen, hangen aan, opschorten, schorsen, doen ophouden, staken, suspendeeren, stremmen:The lampwas suspendedby a chain to the ceiling= hing;Tosuspend hostilities= schorsen;I wish tosuspend my judgment= op te schorten;The[554]officer was suspended= de ambtenaar werd geschorst;The firmsuspended payment= staakte hare betalingen;Tostand suspended= weifelen, in tweestrijd zijn;Suspenders= kous-ophouders, bretels:Suspendersthey were called,bracesnot being a parliamentary word= ze werdensuspendersgenoemd, aangezienbracesniet fatsoenlijk is;Suspense,səspens, onzekerheid, besluiteloosheid, uitstel:He wasin a mortal suspense= in doodelijken angst;Tokeep in suspense= in spanning of onzekerheid laten;Suspensible= zwevend;Suspension,səspenš’n, (op)hanging, ophouding, opschorting, uitstel, onzekerheid, schorsing, stremming, staking:Suspension of arms, of hostilities= eene staking der vijandelijkheden, een wapenstilstand;Suspension of pain;Suspension of payment;Suspension-bridge= hang- of kettingbrug;Suspensive= twijfelachtig, onzeker;Suspensor= breukband; suspensoir, zaadstreng;Suspensory= hangend, dragend.Suspicion,səspiš’n, achterdocht, vermoeden, verdenking, “schijntje” of kleinigheid;Suspicious,səspišəs, achterdochtig, verdacht:A suspicious frame of mind= achterdochtige aard; subst.Suspiciousness.Suspiration,sɐsp(a)ireiš’n, diepe ademhaling;Suspire= diep ademhalen.Susquehanna,sɐskwəhanə;Sussex,sɐsəks.Sustain,səstein, dragen, ondersteunen, schragen, volhouden, handhaven, lijden, dragen, helpen, bijstaan, onderhouden, verdedigen, beweren, aanhouden, verdragen:Tosustain authority= het gezag hoog houden;Tosustain a loss= lijden;Tosustain one’s part= zijn rol volhouden;This admirable spirit is sustained throughout the work= wordt het geheele werk door volgehouden;Sustainable= wat volgehouden, enz. kan worden;Sustainer;Sustainment= ondersteuning, etc.Sustenance,sɐstən’ns, onderhoud, levensmiddelen;Sustentation,sɐst’nteiš’n, steun, onderhoud:Sustentation fund= fonds ter verbetering van de traktementen der bedienaren van den godsdienst (vooral in deFree Church of Scotland).Susurrant,siusɐr’nt, fluisterend, zacht ruischend;Susurration,siûsəreiš’n, gefluister, geritsel;Susurrus,siusɐrəs, geruisch, gefluister.Sutherland,sɐdhəland.Sutler,sɐtlə, zoetelaar;Sutlership;Sut(t)ling,sɐtliŋ:Sut(t)ling-wench= marketentster, zoetelaarster.Suttee,sətî, verbranding der weduwe met haren overleden echtgenoot, weduwe die met haar overleden echtgenoot verbrand wordt;Sutteeism= vrijwillige vuurdood der weduwe.Suttle,sɐt’l:Suttle weight= netto gewicht.Sutural,siutjûr’l, naad..;Suture,siûtjuə, het naaien, zoom, naad.Suzerain(e),siûzərən, subst. leenheer, opperheer; adj. heerschend, machtig;Suzerainty.Swab,swob, subst. zwabber, wisscher; zuiplap;Swabverb. dweilen, zwabberen, afwisschen:You drunken swab= jij drankorgel;Heswabbed the perspirationfrom his face= veegde zich het zweet af;Swabber= zwabber (scheepst.).Swabia,sweibjə, Zwaben;Swabian= Zwaab(sch).Swad,swod, kort en dik persoon; pummel; klomp, massa (Amer.).Swaddle,swod’l, zwachtelen, inbakeren;Swaddler= scheldnaam aan Methodisten gegeven;Swaddling:Swaddling-bands=Swaddling-clothes=Swaddling-clouts= luren, pak (waarin een klein kind gewikkeld wordt).Swag,swag, subst. ongelijke of hortende beweging, doorzakking, gestolen goed, buit; ransel (Austral.);Swagverb. los en zwaar hangen, heen en weer slingeren;Swag-belly= iemand met een hangbuik;swagman= reizend gezel; houder van eenSwagshop= uitdragerij;Swagsman= heler.Swagger,swagə, subst. gebluf, ijdel snoeven, zwaaiende gang, rottinkje der Engelsche militairen (=Swagger-cane);Swaggerverb. snoeven, met gemaakte gewichtigheid rondstappen, schetteren:Swagger houses= huizen der “groote lui”;Swaggerer= bluffer, grootspreker, tiran.Swain,swein, jonge man, boerenknecht, (landelijk) minnaar.Swale,sweil, laag gelegen land (Amer.).Swallow,swolou, subst. zwaluw; keel, afgrond, vraatzucht, groote hap of slok;Swallowverb. verzwelgen, doorslikken, opslorpen, verteren, slikken (ookfig.):At one swallow= in één slok, hap;I won’tswallow such insults= zulke beleedigingen slik ik niet;Heswallowed all this nonsenselike gospel-truth= slikte;The poor fellow wasswallowed by the waves= werd verzwolgen;Swallow-fish= groote zeehaan;Swallow-tail= zwaluwstaart, rok, wimpel, vooruitgeschoven bastion;Swallow-tailed= met een zaluwstaart, gevorkt, met smal uitloopende slippen (als een rok):Swallow-tailed butterfly= koninginnepage;Swallower= verzwelger, gulzigaard.Swam,swam, imperf. vanto swim.Swamp,swomp, subst. moerassig of drassig land;Swampverb. in een moeras zinken, vol water loopen (van eene boot), doen zinken, overstroomen, overtreffen, het overwicht hebben, ruïneeren; in onoverkomelijke moeilijkheden geraken, ondergaan:The Chinamanswamps the labour-marketof America= overstroomt;We got swamped= wij kwamen er leelijk in te zitten, waren geruïneerd;Swamp-fever= moeraskoorts;Swamp-hickory=Noord-Amerik.hickory-noot;Swamp-honey-suckle= kleverige azalea;Swampy= moerassig, drassig.Swan,swon, zwaan:A black swan= een witte raaf (fig.);Swan-down,Swan’s down= zwanendons;Swanherd= hoeder;Swan-hopping(Swan-upping) = het merken van zwanen;Swan-shot= ganzenhagel;Swanskin= soort van gekeperd flanel, zwanevel;Swan-song= zwanenzang;Swanwort= soort van orchidee.Swang,swaŋ, laag gelegen grasland.Swank,swaŋk, bluf, opsnijderij.Swansea,swonsî.Swap,swop, subst. slag; ruil;Swapverb. neerploffen; ruilen, wisselen:I had a swap with him= ruilde;We fell toswapping notes[555]about customs in Germany= onze bevindingen uit te wisselen (te vergelijken);We smoked a final pipe, andswapped a final yarn= vertelden nog een laatst verhaal;Toget swapped= de bons krijgen.Swape,sweip, lang roer (bij een vlot); zwengel eener pomp;Swape-well= pomp.Sward,swöd, grasveld; huid, bast;Sward-cutter= ploeg (voor grasvelden), grasschaar.Sware,swêə, imperf. vanto swear(dichterl.).Swarm,swöm, subst. zwerm, dichte menigte;Swarmverb. zwermen (van bijen), krioelen, wemelen, zich verdringen; in een boom of mast klimmen (gew. metup):Swarming time(van bijen).Swarry,swori, verbastering vansoirée.Swart(h),swöt(h), zwart, donker;Swarth(i)ness, subst. v.Swarthy= getaand, bruin.Swash,swoš, subst. gepoch, gezwets, het “geuren” of bluffen; watergeklots of -gekabbel; adj. dronken; overrijp, murw; ovaal;Swashverb. klotsen, kabbelen; bluffen, zwetsen;Swash-buckler= schetteraar, bluffer, vechtersbaas =Swasher;Swashing= bluffend, zwaar neerploffend, verpletterend;Swashy= papperig.Swath,swôth, zwad, rij gemaaid en bijeengelegd gras of koren, wat eene zeis of maaimachine bereikt:Tocut a swath= gewichtig doen.
Succulence, Succulency,sɐkjulens(i), sappigheid; adj.Succulent.Succumb,səkɐm(b), bezwijken.Succursal,səkɐ̂s’l:Succursal church= hulpkerk.Succussion,səkɐšən, schok.Such,sɐtš, zoodanig, zulk, zóó:Such a one= zoo een, zoo iemand;Such and such= die en die, eenige:Mr. such a one= mijnheer zoo-en-zoo;No such thing= niets daarvan;Such is life= zoo gaat het in het leven;Such was her virtue, that= zoo groot was;Such aswon’t believe me= zij, die;Take such measures as will be effective= neem uwe maatregelen zoodanig, dat ze;Suchlike= dergelijke.Suck,sɐk, subst. het zuigen, sterke drank, parasiet, kokinje;Suckverb. inzuigen, zuigen, uitzuigen (ookfig.), bedriegen (Amer.), zich vleiend indringen bij (up to):To give suck= zoogen;Tosuck ata cigar= zuigen aan;Suck in= inzuigen, opslorpen, beetnemen:It wasa suck-in= het was beetnemerij;Tosuck up= opzuigen;Sucker, subst. zuiger (ook van een plant), zuigleer;Suckverb. zuigers uitsnoeien;Sucket= suikerballetje:Sucking:Sucking-bottle;Sucking-bag= dot; zuigflesch;Sucking-calf;Sucking-pig= speenvarken;Sucking-pump;Sucking-valve;Suckle= zoogen;Suckling= zuigeling;Suction,sɐkš’n, zuigen, zuipen, drank:Sucktion-pipe= zuigpijp, zuigbuis;Sucktion-pump= zuigpomp;Suctorial,sɐktôriəl, zuig - -.Sudan,sûdân;Sudanese.Sudatorium,siudətôriəm, zweetbad;Sudatory,siûdətəri, zweetkamertje, zweetbad; adj. zweetafdrijvend.Sudden,sɐd’n, plotseling, onverwacht, snel, vlug:On a (the) sudden,All of a sudden= plotseling, in eens, onverhoeds; subst.Suddenness.Sudermania,siûdəmeinjə, Sudermanland;Sudetic,siudetik:Sudetic Mountains.Sudor,siûdə, zweet;Sudoriferous, zweetverwekkend;Sudorific, zweetafdrijvend (middel).Suds,sɐdz, zeepsop:We arein the suds= zitten er leelijk in;Toleave in the suds= in den steek laten;Tomake some soapsuds= wat zeepsop.Sue,sjû.Sue,siû, aanzoek doen om of dingen naar (de hand), recht of schadevergoeding zoeken, eischen, in rechten vervolgen, smeeken:The wife sued her husband on the plea of non-support= diende een aanklacht in op grond, dat de man haar niet onderhield of kon onderhouden;Hesued us fordamages= eischte schadevergoeding van ons;Hesued outa pardon for us= verzocht en verkreeg.Suet,siûət, nierenvet; adj.Suety.Suez,sûəz:Suez Canal.Suff,sɐf=Suffragette.Suffer,sɐfə, lijden, dragen, dulden, uithouden, toestaan, laten, straf ondergaan, boeten:Wesuffered chainsfor religion’s sake= we droegen ketenen;Tosuffer a change= ondergaan;Tosuffer losses= lijden;Tosuffer punishment= ondergaan;Tosuffer a reverse= tegenspoed hebben;Tosuffer wrong= lijden;You will have tosuffer forit= er voor moeten boeten;Don’tsuffer yourselfto be fooled= laat je niet versukkelen;Sufferable= draagbaar, toelaatbaar;Sufferance= smart, ellende, lijden, dulden, toestemming of verlof:He is hereon sufferance= wordt hier geduld;Sufferer= lijder, dulder, die toelaat:You’llbe the sufferer= zult er het slachtoffer van worden;Tobe a sufferer by= bij iets verliezen, te kort komen;Suffering= het lijden, verlies.Suffice,səfais,səfaiz, genoeg of voldoende zijn, voldoen:Suffice it to say= het zij voldoende te zeggen;Sufficiency,səfiš’nsi, voldoendheid, genoegzaamheid, voldoende voorraad, voldoende geschiktheid;Sufficient= voldoende, genoegzaam, ruim, geschikt, deugdelijk:Sufficient in law= rechtsgeldig;Sufficient reason= voldoende reden;You havedone sufficientto deserve a dinner= genoeg;Sufficient unto the day is the evil thereof= elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad (Matth. VI, 34).Suffix,sɐfiks, achtervoegsel.Suffix,səfiks, achtervoegen; subst.Suffixion.Suffocate,sɐfəkeit, (doen) stikken, smoren:It wassuffocatingly hotthere= stikkend heet;Suffocation= verstikking:Crammed to suffocation= stikvol;Suffocative= stikkend.Suffolk,sɐfək.Suffragan,sɐfrəgan, subst. en adj. suffragaan:Suffragan bishop= onderbisschop, wijbisschop.Suffrage,sɐfridž, stem; kiesrecht, stemming, goedkeuring:Extension of the suffrage= uitbreiding;Female suffrage;Household suffrage= huismanskiesrecht;Universal suffrage;[549]An advocate ofwoman (women’s) suffrage= voorstander van het vrouwenkiesrecht;Suffragette,sɐfrədžet, (hartstochtelijke) voorstandster v. het kiesrecht v. vrouwen;Suffrageverb. manifesteeren;Suffragist= voorstander van vrouwenkiesrecht.Suffuse,səfjûz, overgièten, spreiden over:She wasall suffused with blushes= blosjes kleurden hare kaken;Suffusion= verspreiding over, overgièting, blos.Sugar,šugə, suiker, vleierij, geld; adj. van suiker;Sugarverb. besuikeren, vergulden (fig.):Powdered sugar= poedersuiker;Refined sugar;A glass ofsugar and water= suikerwater;Sugar of lead= loodsuiker;I amnot made of sugar (-plums)= niet poeslief;Wesugared the trees= bestreken de boomen met een mengsel van rum en stroop (om daardoor de nachtvlinders te lokken en te vangen);Sugar-baker= suikerwerker; raffinadeur;Sugar-basin= suikerpot;Sugar-beet= suikerbiet;Sugar-candy= kandijsuiker;Sugar-cane= suikerriet;Sugar-caster= strooier;Sugar-house= suikerraffinaderij;Sugar-loaf= suikerbrood;Sugar-loaf hat= hoed in den vorm van een suikerbrood;Sugar-loaf waves= korte golven;Sugar-louse=Sugar-mite;Sugar-maple= suikerahorn;Sugar-mill= suikerfabriek, suikermolen;Sugar-mite= suikerworm;Sugar-orchard= aanleg vanSugar-maples;Sugar-planter= suikerplanter;Sugar-plantation= suikerplantage;Sugar-plum= suikerboon; vleierij, lievigheid;Sugar-refiner= suikerraffinadeur;Sugar-refinery= suikerraffinaderij;Sugar-spirit= rum;Sugar-tongs= suikertangetje;Sugariness, subst. v.Sugary= zoet, suikerachtig;Sugarless.Suggest,sədžest, ingeven, aan de hand doen, inblazen, opperen, suggereeren;Suggestion= ingeving, wenk, aansporing, inblazing, suggestie:At this suggestionthe manimmediatelywithdrew= toen hij dit hoorde (toen dit geopperd werd);I did iton your suggestion= op uw wenk of raad;Suggestive= opperend, een wenk gevend, wijzend (duidend) op, veelbeteekenend:Yours isa very suggestive present= veelbeteekenend, toepasselijk;Tobe suggestive of= wijzen op;In a French comedysuggestivenessis expected= kan men gewaagde toespelingen verwachten.Suicidal,siûisaid’l:Suicidal problem= zelfmat (schaakspel);Suicidal thoughts= gedachten van (aan) zelfmoord;Suicide,siûisaid, zelfmoord (ookfig.), zelfmoordenaar:Tosuicide oneself(=Tocommit suicide);Tobe suicided= zelfmoord laten begaan;Suicidism,siûisaidizm, neiging tot zelfmoord.Suit,siût, subst. rechtsgeding, verzoek, hofmakerij, aanzoek, stel, kleur (in het kaartspel), pak kleeren, kleeding;Suitverb. passen, voegen, betamen, geschikt zijn, overeenkomen, schikken:Civil suit= civiel proces;Criminal suit= strafzaak;Asuit of armour= complete wapenrusting;A suit of mourning= rouwpak;The housemaid gave notice,and the cook followed suit= en de keukenmeid eveneens;I played diamonds, and hecould not follow suit= kon niet bekennen;Suit yourself= zooals je wilt;That willexactly suit me, suit me down to the boots (ground)= dat is net wat ik hebben moet;Hesuited the action to the word= voegde de daad bij het woord;Such a behaviourdoes not suit you= voegt u niet;Suitability, subst. v.Suitable= gepast, voegzaam, geschikt; subst.Suitableness.Suite,swît, gevolg, reeks, stel:Suite of furniture= ameublement;A suite of rooms= eene suite.Suitor,siûtə, verzoeker, vrijer, minnaar, partij in een proces.Suk(e)y,s(i)ûki, theeketel; ook verk. vanSusan.Sulcate(d),sɐlkit(sɐlkiteitid), gegroefd, gespleten;Sulcus,sɐlkəs, voor, groef.Sulk,sɐlk, subst. booze luim:Sulkverb. in kwade luim zijn, pruilen:Tobe in a sulk (the sulks)= uit zijn humeur;Hestood out against her sulks and pouts= gaf niet toe aan hare luimen en haar pruilen;Sulkiness, subst. v.Sulky= gemelijk, pruilend.Sulky,sɐlki, licht tweewielig karretje bij wedrennen:Sulkyharrow= eg met zitplaats voor bestuurder.Sullen,sɐl’n, gemelijk, knorrig, norsch, naargeestig, vijandig, onaangenaam, eigenzinnig, halsstarrig, langzaam, traag, onheilspellend:Sullens= kwade bui; subst.Sullenness.Sully,sɐli, subst. smet, vlek;Sullyverb. besmetten, bemorsen, bezoedelen, bezwalken:Thatsullies your honour= bezoedelt uwe eer.Sulphonal,sɐlfən’l, sulfonal.Sulphur,sɐlfə, zwavel;Sulphurverb. met zwavel verbinden (bestrooien), zwavelen;Sulphur-springs= heete zwavelbronnen;Sulphurate,sɐlfjureit, met zwavel verbinden, zwavelen; subst.Sulphuration,sɐlfjureiš’n;Sulphureous,sɐlfjûriəs, zwavelig, zwavelhoudend; subst.Sulphureousness;Sulphuretted= gezwaveld:Sulphuretted-hydrogen= zwavelwaterstof;Sulphuric,sɐlfjûrik, zwavel …:Sulphuric acid= zwavelzuur;Sulphurization, subst. v.Sulphurize, zwavelen, vulcanizeeren.Sultan,sɐlt’n, Sultan;Sultana,sɐltânə,sɐlteinə, sultane;Sultanate,sɐltənit, sultanaat;Sultaness=Sultana;Sultanic,sɐltanik, van een sultan;Sultanship.Sultriness,sɐltrinəs, subst. v.Sultry,sɐltri, drukkend, zwoel.Sum,sɐm, subst. som, geheel, bedrag, inhoud, rekenvoorstel, toppunt;Sumverb. optellen, opsommen, resumeeren (up):Gross (Round) sum= ronde;The civil engineer’s advances are greatin the sum= de vooruitgang van den civiel-ingenieur is te zamen genomen groot;That isthe total sum ofmy experiences= het totaal;Thesum and substance= korte inhoud;Todo (make, work) a sum= maken;He is good at sums= kan goed sommen maken;He could notdo a sum in large divisions, in multiplication= geene groote deelingen en vermenigvuldigsom maken;It can’t be summed up in two words= laat zich niet zeggen;The judge’s summing-upwas lucid and impartial= ’s rechters resumé van het verhoor en de pleidooien.[550]Sumac(h),siûmak, sumak, pruikenboom.Sumatra,sumâtrə;Sumatran= (bew.) van S.Summarily,sɐmərili, in ’t kort, summier;Summarize= resumeeren;Summary,sɐməri, subst. korte inhoud, kort begrip, resumé; adj. beknopt, kort, snel, afgedaan:The judgegave a summary ofthe case=summing-up.Summation,səmeiš’n, het samentellen.Summer,sɐmə, subst. zomer; horizontale balk, kalf of bovendrempel, groote steenoverzuilen en pilaren, waarop de bovenbouw rust; adj. zomer.…, zomersch;Summerverb. den zomer doorbrengen, den zomer door laten weiden:We went fora brief summering in the country= voor een kort tijdje in den zomer buiten wonen;Tosummer and winter a person= van haver tot gort kennen;Indian summer= nazomer (in N. Amer.);St. Luke’s summer=St. Martin’s summer= zacht en mooi najaarsweer, voorspoed na ongelukken en rampen;One swallow does not make a summer;Summer-colts= golvende trillingen van heete lucht nabij den grond;Summer-fallow, subst. braakliggend land in den zomer;Summerverb. in den zomer braak laten liggen;Summer-house= tuinhuisje, zomerverblijf;Summer-lightning= weerlichten;Summer-time= zomertijd;Summer-wheat= zomertarwe;Summering= vroege appel of peer;Summery= zomersch.Summerset,sɐməset,Summersault,sɐməsôlt, buiteling.Summit,sɐmit, top, kam, kruin, hoogste punt;Summit-level= hoogste punt van eene spoorbaan, een kanaal, etc.Summon,sɐm’n, oproepen, dagvaarden, opeischen, zenden om;Summonverb. dagvaarden:Summons, subst. dagvaarding;A summons was issued (taken out) againsthim= hij werd voor het gerecht gedaagd;Toserve a summons on= een dagvaarding beteekenen;Summons me forthat if you like= dagvaard me hiervoor;Tosummon up one’s courage= zich vermannen;Summoner= deurwaarder.Sump,sɐmp, poel, mijnput, smeltkroes.Sumph,sɐmf, domkop; plof.Sumpter,sɐmptə, subst. pakpaard =Sumpter-horse.Sumptuary,sɐm(p)tjuəri, de uitgaven betreffende:Sumptuary edict, law= wet tegen te groote weelde;Sumptuous,sɐm(p)tjuəs, kostbaar, duur, weelderig, prachtig; subst.Sumptuousness.Sun,sɐn, subst. zon, zonneschijn, zonsopgang(ondergang);Sunverb. in de zon warmen, drogen of zitten:Thesun rises, declines, sets, goes down= de zon gaat op, daalt, gaat onder;Hehad the sun very much in his eyes= was erg dronken;I have gota touch of the sun= lichte zonnesteek;There is no new thing under the sSun= niets nieuws onder de zon;Sun-beam= zonnestraal;Sun-bird= zonnevogel;Sun-blind= zonneblind;Sun-bonnet= dames zomerhoed;Sun-bronzed;Sun-burn= roode vlek van het verbranden door de zon;Sun-burnt= door de zon verbrand, met sproeten;Sun-clad= in stralen gehuld;Sun-dew= zonnedauw;Sundial= zonnewijzer;Sundown= zonsondergang (Amer.) =Sunset(ting);Sun-dried= in de zon gedroogd;Sunfish= zonne(maan)visch;Sun-flower= zonnebloem;Sun-glass= brandglas;Sun-god;Sun-hat;Sun-heat;Sunlight= zonnelicht;Sunlit= verlicht door de zon;Sun-myth= zonnemythe;Sun-ray;Sunrise,Sunrising= zonsopgang, Oosten;Sun-rose= zonnekruid;Sunset gun= het avondschot;Sunshade= parasol, zeil of scherm;Sunshine= zonneschijn, voorspoed, opgewektheid:Tobe in the sunshine= beneveld zijn;Sunshiny= zonnig, schitterend;Sun-spot= zonnevlek;Sunstricken,Sunstruck= door een zonnesteek getroffen;Sunstroke= zonnesteek;Sun-up= zonsopgang (Amer.);Sunless= zonder zon, beschaduwd;Sunlike;Sunniness, subst. v.Sunny= zonnig, opgewekt, blijde:Sunny eyes= vriendelijke oogen;I amon the sunny side offifty= ik ben nog geen vijftig.Sunday,sɐnd(e)i, Zondag:A month of Sundays= lange en onbepaalde tijd;He was dressedin his Sunday best= in zijne mooie Zondagsche kleeren;Sunday citizen= zondagswandelaar;Sunday-out= uitgaanszondag;Sunday-school= Zondagsschool.Sunder,sɐndə, verb. scheiden, verdeelen; subst. slechts in de uitdrukking:In sunder= vanéén, in tweeën.Sundified,sɐndifaid, op zijn Zondags.Sundries,sɐndriz, diversen:Dealer in sundries= in galanterieën;Sundry= verscheidene, verschillende:All and sundry= alle gezamenlijk.Sung,sɐŋ, part. perf. vanto sing.Sunk,sɐŋk, part. perf. vanto sink;Sunken battery= verdekt opgestelde;Sunken face= ingevallen;Sunken rock= blinde klip.Sun(n),sɐn, Indische hennepplant;Sunn-hemp.Sunna,sɐnə, alle voorschriften van Mohamed die niet in den Koran staan;Sunnites,sɐnaits, orthodoxe Mahomedanen.Sup,sɐp, subst. slokje;Supverb. slurpen, soupeeren, een avondmaal verschaffen:I supped and dined themfor several weeks= ik zorgde voor hun avond- en middagmaal;Wesupped on cold beef= wij hadden koud rundvleesch voor het avondeten.Super,siûpə, verk. vanSupernumerary.Superable,siûpərəb’l, wat te overkomen is, overwinbaar.Superabound,siûpərəbaund, ruim, overvloedig zijn (metwith);Superabundance= groote overvloed;Superabundant= meer dan genoeg.Superadd,siûpərad, nog eraan toevoegen;Superaddition= het bijvoegen of bijgevoegde.Superannuate,siûpəranjueit, door ouderdom en zwakheid ongeschikt maken, zijn of verklaren, pensionneeren;Superannuated= verjaard, uitgediend, gepensionneerd:Superannuated officer; Superannuated spinsters= oude vrijsters;Superannuation,siûpəranjueiš’n, ongeschiktheid, pensionneering, pensioen;Superannuation act;Superannuation fund;Superannuation money (allowance).[551]Superb,siupɐ̂b, grootsch, prachtig, rijk, voortreffelijk; subst.Superbness.Supercargo,siûpəkâgou, supercargo (scheepsterm).Superciliary,siûpəsiljəri, boven de wenkbrauw(en);Supercilious,siûpəsiljəs, trotsch, aanmatigend, verwaand; subst.Superciliousness.Supereminence,siûpəreminens, buitengewone voortreffelijkheid; adj.Supereminent.Supererogation,siûpərerougeiš’n:Doctrine of Supererogation= leer, dat de goede werken van den eenen Christen aan de gezamenlijke Christenen ten goede komen;Works of supererogation= vrijwillige werken (boven hetgeen God van den Christen eischt), die den medechristenen ten goede komen;Supererogatory= meer dan de plicht eischt.Superexcellence,siûpəreksəlens, buitengewone voortreffelijkheid; adj.Superexcellent.Superficial,siûpəfiš’l, oppervlakkig, ondiep:Superficial measure= vlaktemaat;Superficiality,siûpəfišaliti=Superficialness;Superficies,siûpəfišîz, oppervlakte, buitenkant.Superfine,siûpəfain, allerfijnst; subst.Superfineness.Superfluity,siûpəflûiti, overtolligheid, overdaad;Superfluous,siupɐ̂fluəs, overtollig, overdadig; subst.Superfluousness.Superfrontal,siûpəfrɐnt’l, altaarlaken dat over het frontaal hangt.Superheat,siûpəhît, oververhitten.Superhuman,siûpəhjûm’n, bovenmenschelijk.Superincumbent,siûpərinkɐmb’nt, liggende op.Superinduce,siûpərindjûs, bij- of toevoegen; subst.Superinduction.Superintend,siûpərintend, het toezicht hebben op, controleeren;Superintendence,Superintendency= oppertoezicht;Superintendent= opzichter, inspecteur, directeur:Lady Superintendent= directrice;Superintendentship.Superior,siupîriə, subst. meerdere, superieur; adj. hooger, boven, opper, meer, verhevener:Superior courts= opperste gerechtshoven (Common Pleas, ExchequerenQueen’s Bench);Superior force (strength)= overmacht;Superior planets= planeten verder van de zon dan de aarde;Tobe superior to= staan boven;Superiority,siupîrioriti, meerderheid, voorrang, overmacht:Air of superiority.Superjacent,siûpədžeis’nt, liggende op (Geol.).Superlative,siupɐ̂lətiv, overtreffende, ongemeen, zeer voortreffelijk; subst. overtreffende trap; subst.Superlativeness.Supernacular,siûpənakjulə, heerlijk, lekker;Supernaculum,siûpenakjul’m, voortreffelijke drank, nagelproef:Todrink supernacular= een nagelproef doen.Supernal,siupɐ̂n’l, bovenste, hemelsch:She wassupernal in intelligence= haar geest was superieur.Supernatural,siûpənatšər’l, bovennatuurlijk, supernaturalistisch;Supernaturalism= bovennatuurlijke toestand, supernaturalisme;Supernaturalist;Supernaturalistic;Supernaturality=Supernaturalness.Supernumerary,siûpənjûmərəri, subst. ambtenaar of officier boven de formatie; figurant; adj. boven een bepaald getal.Superpose,siûpəpouz, leggen op; adj.Superposition.Superroyal,siûpərôiəl, formaat papier (49 bij 70 cM.; Amer. 56 bij 71 cM.).Supersaturate,siûpəsatjureit, oververzadigen; subst.Supersaturation.Superscribe,siûpəskraib, schrijven op of boven, adresseeren;Superscription= opschrift, adres.Supersede,siûpəsîd, afschaffen, opschorten, ter zijde stellen, vervangen, noodeloos maken:Tobe superseded in the command= van het bevel worden ontheven;Supersedeas,siûpəsîdias, bevel tot opschorting of schorsing;Supersedure,siûpəsîdjə, opschorting, afschaffing, schorsing.Supersensible,siûpəsensib’l, bovenzinnelijk =Supersensual,siûpəsenšuel.Supersession,siûpəseš’n=Supersedure.Superstition,siûpəstiš’n, bijgeloof, bijgeloovigheid, òverpreciesheid;Superstitious= bijgeloovig, overprecies, nauwgezet:Superstitious practices, uses= bijgeloovige praktijken; subst.Superstitiousness.Superstratum,siûpəstreit’m, bovenste laag.Superstructure,siûpəstrɐktjə, bovenbouw.Superterrestrial,siûpətərestriəl, bovenaardsch.Supervene,siûpəvîn, bijkomen, onverwacht gebeuren of er tusschen komen, verrassen;Supervenient,siûpəvînj’nt, bijkomend; subst.Supervention.Supervise,siûpəvaiz, het toezicht hebben of houden op, inspecteeren;Supervision,siûpəviž’n, opzicht, toezicht:Under police supervision (Supervision of the police)= onder voortdurend politietoezicht;Supervisor,siûpəvaizə, opziener, inspecteur;Supervisorypower= bevoegdheid om toezicht te houden.Supination,siûpineiš’n, achteroverligging, ligging v. de hand met de palm naar boven.Supine,siûpain, supinum (gramm.).Supine,siupain, achteroverliggend, hellend; onverschillig, werkeloos; subst.Supineness.Supper,sɐpə, subst. avondeten, avondmaal:We havepartaken of the Lord’s Supper= aan het Avondmaal deelgenomen:Supper-time= tijd van avondeten;Supperless:Togo supperless= geen avondeten krijgen.Supplant,səplânt, verdringen, verdrijven, den voet lichten; subst.Supplantation;Supplanter.Supple,sɐp’l, adj. buigzaam, lenig, meegevend, meegaande, vleierig, kruipend;Suppleverb. buigzaam en lenig maken of worden, buigen (fig.), afrijden, zich schikken;Supple-jack= gladbladige paulinia; sterke en lenige wandelstok; subst.Suppleness.Supplement,sɐpliment, subst. toevoegsel, aanvulling, supplement, toelage;Supplementverb. aanvullen (sɐpliment);Supplemental, Supplementary,sɐpliment’l,sɐplimentəri, aanvullend, bijvoegend, bijgevoegd.Suppliant,sɐpliənt,Supplicant,sɐplikn’t, subst. smeeker, nederig verzoeker; adj. smeekend, verzoekend;Supplicate,sɐplikeit, smeeken, vragen, bidden:Supplication[552]= smeeking, smeekgebed;Supplicatory= smeekend.Supplier,səplaiə, verzorger, leverancier;Supply,səplai, subst. aanvulling, bijdrage, aanbod, voorziening, voorraad, versterking, vervanger;Supplyverb. aanvullen, verschaffen, voorzien, leveren, verzorgen, de plaats vervullen van:Demand and supply= vraag en aanbod;Supplies= benoodigdheden, versterking, toevoer, voorraad, de door het parlement aan de regeering toegestane gelden:The supplies were voted= de gelden werden toegestaan;They weresupplied withthe necessaries of life= voorzien van;Will yousupply my placefor a while? = mij vervangen;Tosupply a (felt) want= in eene (gevoelde) behoefte voorzien.Support,səpöt, subst. ondersteuning, onderstand, hulp, steun, onderhoud, verzorging, stut, onderstel, statief, voet, begeleiding;Supportverb. steunen, onderhouden, stutten, helpen, uithouden, volhouden, verdedigen, (goed) spelen, begeleiden, leven, lijden, dulden:He cannotsupport himself= zichzelf niet onderhouden;Sugar supports itself= is vast;I won’tsupport such insults= niet verdragen;Support arms= schouder ’t geweer;Supportable= verdraagbaar, steunbaar, houdbaar; subst.Supportableness;Supporter= steuner, helper, verdediger, voorspraak, aanhanger, verband, schilddrager (Herald).Supposable,səpouzəb’l, onderstelbaar, vermoedelijk; subst.Supposableness.Suppose,səpouz, onderstellen, vermoeden, voor waar aannemen, onderstellingen maken:Let it be supposed that… = laten we aannemen, dat …;Supposing this to be true= aangenomen dat dit waar is;Suppose we go= zouden we niet eens gaan?;That being supposed= in deze veronderstelling;They are soldiers, I suppose= het zullen wel zijn;I suppose= niet waar?Supposition,sɐpəziš’n, onderstelling, stelling, gissing, vermoeden:Suppositional,sɐpəzišən’l, vermoedelijk;Supposititious,səpozitišəs, ondergeschoven, onecht, nagemaakt, valsch:Supposititious case= aangenomen of ondersteld geval;Asupposititious child= ondergeschoven;Thesupposititious joysof basking in luxury= het twijfelachtig genot; subst.Supposititiousness;Suppositive,səpozitiv, subst. onderstellend woord; adj. ondersteld, onderstellend.Suppository,səpozitəri, zet- of steekpilletje.Suppress,səpres, onderdrukken, dempen, verhelen, weglaten, stelpen, stoppen, opheffen:The circulation of the letterswas suppressed= werd verhinderd;Suppresser;Suppressible= onderdrukbaar;Suppression= onderdrukking, weglating, verheling, stopping:The suppression of one lettermay give an entirely different sense= het weglaten van eene letter;Suppressionist= voorstander van onderdrukking (van den handel in sterke dranken);Suppressive= onderdrukkend, verbergend;Suppressor.Suppurate,sɐpjureit, zweeren, etteren;Suppuration= het etteren, etter;Suppurative, subst. en adj. ettering bevorderend (middel).Supra,siûprə, (in samenst.) boven, aan de andere zijde:Supra-axillary= boven den oksel;Supraclavicular= boven het sleutelbeen;Supracostal= boven of op de ribben;Supralapsarian= voorstander van een Calvinistische leer die de verkiezing vóór den zondenval stelt;Supramaxillary= boven de kaken;Supramundane= bovenaardsch, hemelsch;Suprarenal= boven de nieren;Suprascapular(y)= boven het schouderblad.Supremacy,siupreməsi, oppermacht:Oath of Supremacy= eed waarbij de oppermacht van den Engelschen souverein in geestelijke zaken erkend wordt.Supreme,siuprîm, hoogste, opperste:The Supreme= de Allerhoogste;His will ought to be supreme= zijn wil moet het hoogste zijn;Supreme command= opperbevel;Supreme Court of Judicature= het in 1875 gevestigde hof, waarin deHigh Court of Chancery, Courts of Queen’s Bench, Common Pleas, Exchequeren hetHigh Court of Admiralty, Court of Probate for Divorce and Matrimonial CasesenLondon Court of Bankruptcywerden vereenigd; het bestaat uit twee afdeelingen: hetHigh Court of Justiceen hetCourt of Appeal;Supreme folly= grootste dwaasheid;Torule supremely = de opperheerschappij hebben.Sura,sûrə, hoofdstuk van den koran.Surah,s(j)ûrə, soort van zijden stof.Sural,siûr’l, kuit …Surat,sûrat, sûrât, grof katoen (Voor-Indië).Surbase,sɐ̂beis, lijstwerk langs een zuilvoet;Surbased,sɐ̂beist:Surbased arch= elliptisch gewelf.Surcease,sɐ̂sîs, subst. ophouding, dood, staking;Surceaseverb. ophouden, een einde maken aan.Surcharge,sɐ̂tšɐ̂dž, overladen, te veel vragen, oververhitten; subst. overlading, overvraging, strafport, oververhitting, 2de of 3de hypotheek;Surcharger.Surcingle,sɐ̂siŋg’l,sɐ̂siŋg’l, zadelgordel, riem;Surcingleverb. met een gordel(riem) bevestigen.Surcoat,sɐ̂kout, overjas, wapenrok.Surd,sɐ̂d, subst. onmeetb. grootheid, zooals √ 2; adj. stemloos (van medeklinkers), onmeetbaar.Sure,šuə, zeker, ongetwijfeld, onfeilbaar:As sure as death and taxes= zoo zeker als 2 × 2;As sure as a gun= zoo zeker als wat =As sure as can be;He is a good fellowto be sure= buiten kijf;I am sureI shall not go= ik ga bepaald niet;I am sure I don’t know= ik weet het heusch niet;I won’t be sure= ik durf het niet zeker zeggen;He is surenot to come= hij komt bepaald niet;Be sure not to forget= denk er om;That’s sure enough= dat is vast en zeker;That’s him, sure enough= hij is het waarachtig;I willmake surewhere he is= mij vergewissen;Surefooted= vast van voet, stevig op de beenen, vertrouwbaar; subst.Surefootedness;I can do thatsurely= dat mag ik toch wel doen, he?Sureness= zekerheid;Surety= veiligheid, zekerheid, pand, borgtocht, gerustheid:Of a surety= zeer zeker;I’llbe surety foryou,be your surety= voor u instaan, borg[553]voor u zijn;Tostand surety= borg blijven;Suretyship= het borg zijn, borgschap.Surf,sɐ̂f, branding;Surf-boat= boot om mee door de branding te varen;Surf-duck (-scoter)= brileend; adj.Surfy.Surface,sɐ̂fis, subst. oppervlakte, buitenkant, uiterlijk, vlak; adj. oppervlakkig (=Surface-deep);Surfaceverb. eene zachte oppervlakte geven, glad wrijven: Her information is of the most surface kind = is zoo oppervlakkig mogelijk;Surface-man= wegwerker, lijnopzichter;Surface-survey= landmeten;Surface-water= overdag van de oppervlakte der aarde in een mijn dringend water.Surfeit,sɐ̂fit, subst. overlading, walging;Surfeitverb. (zich) de maag overladen; oververzadigd zijn:Surfeited withtoo much appetite= overladen (volgepropt) door.Surge,sɐ̂dž, subst. groote golf, stortzee;Surgeverb. golven, hooge baren vormen, een touw laten schrikken (scheepst.):The audiencesurged downthe corridors= stroomde.Surgeon,sɐ̂dž’n, heelmeester, chirurg:Royal College of Surgeons=Surgeons’ Hall= Kon. Instituut ter examineering van chirurgen;Surgeoncy= betrekking van arts (in leger of vloot);Surgery= heelkunde, operatiekamer, spreekkamer en apotheek van een dokter;Surgical,sɐ̂džik’l, heelkundig:Surgical instruments= chirurgische instrumenten.Suricate,siurikeit, palm eekhorentje.Surinam,sûrinâm, Suriname.Surliness,sɐ̂linəs, subst. v.Surly,sɐ̂li, norsch, knorrig, gemelijk, afsnauwend.Surmise,sɐ̂maiz, subst. vermoeden, gissing, argwaan;Surmiseverb. vermoeden, onderstellen;Surmiser.Surmount,sɐ̂maunt, te boven komen, overwinnen:A heavy gilt clubsurmounted by a crown= met een kroontje er op;A weathercock-surmounted cupola= koepeltje met een weerhaan er op;Surmountable= overkomelijk, verwinbaar;Surmounter.Surmulot,sɐ̂mjulot, groote woudrat.Surname,sɐ̂neim, subst. familienaam, bijnaam;Surnameverb. ooksɐ̂neim, een bijnaam geven, bij een bijnaam noemen.Surpass,sɐ̂pâs, overtreffen, te boven gaan:Surpassable= overtrefbaar;Surpassing= uitstekend, buitengewoon:A maidenof surpassing beauty= van weergalooze schoonheid.Surplice,sɐ̂plis, koorhemd, stool.Surplus,sɐ̂pləs, subst. overschot, toegift; adj. overtollig:In surplus= bovendien;Surplusage,sɐ̂pləsidž, overschot, groot aantal, overtolligheid:He hasa surplusage of daughters= eene heele collectie.Surprise,sɐ̂praiz, subst. verrassing, overrompeling;Surpriseverb. overrompelen, verrassen, ontstellen, verlegen maken:By surprise= bij verrassing;That was a surprise to me= dat verraste me zeer;I amsurprised atwhat you say= ik ben getroffen;The beggars surprised Brielle= verrasten;Tosurprise oneself= zich betrappen op;Surprise-party(in Amerika) = een troepje personen, dat ongenood in het huis van een gemeenschappelijken vriend komt, en waarvan ieder zijne bijdrage voor een souper levert;Surprise-visit= onverwacht (inspectie)bezoek;Surpriser;Surprising= verbazingwekkend, buitengewoon; subst.Surprisingness.Surrebut,sɐ̂ribɐt, voor de vijfde maal repliceeren (jur.);Surrebutter= vijfde wederantwoord;Surrejoin,sɐ̂ridžôin, voor de derde maal repliceeren;Surrejoinder= derde wederantwoord.Surrender,sərendə, subst. overgave, uitlevering;Surrenderverb. overgeven, uitleveren, afstaan, afstand doen, zich overgeven (aan):The townsurrendered tothe enemy at discretion= gaf zich over;Tosurrender upon terms= op voorwaarden;surrenderer.Surreptitious,sɐrəptišəs, op slinksche wijze, bedriegelijk, heimelijk:Surreptitious edition= nadruk.Surrey,sɐri.Surrogate,sɐrəgit, subst. plaatsvervanger;Surrogateship.Surround,səraund, subst. soort buffeljacht door omsingeling, de keten van jagers die omsingelt;Surroundverb. omringen, omsingelen, insluiten:Surrounding country=Surroundings= omgeving:London andits surroundings= zijne omgeving.Sursolid,sɐ̂solid, vijfde macht v. een getal.Surtax,sɐ̂taks, extra belasting.Surtax,sɐ̂taks, extra belasten.Surtout,sɐ̂tût, overjas.Surveillance,sɐ̂veil(j)’ns, toezicht.Survey,sɐ̂vei, overzicht, inspectie, taxatie, meting; douanedistrict (Amer.):Hetook a survey ofthe matter= nam op, onderzocht.Survey,sɐ̂vei, overzien, het toezicht houden op, nauwkeurig opnemen, scherp onderzoeken, meten (van land), peilen;Surveying-chain= meetketting;Surveyor= opziener, opzichter, administrateur, landmeter; verificateur (Amer.);Surveyorship.Survival,sɐ̂vaiv’l, het overlèven, het blijven bestaan, in leven blijven, laatst overgeblevene, overblijfsel:Survival of the fittest= het overlèven van de krachtigste individuen.Survive,sɐ̂vaiv, overlèven, nog leven, in leven blijven:He willsurvive his next birthday= zal nog halen;They are all dead, buthe survives= hij is er nog;Those who survive= de overlèvenden;Surviver, Survivor= langstlevende:Thesurvivors of the wreck= zij die er het leven hebben afgebracht;Survivorship= voordeel, dat den langstlevende toevalt.Susan,sûz’n,siûz’n, Suzanne, Suze;Susanna,s(j)uzanə, Susanna.Susceptibility,səseptibiliti, subst. v.Susceptible,səseptib’l, vatbaar, toegankelijk, gevoelig, teeder;Susceptibleness= teergevoeligheid;Susceptive,səseptiv, vatbaar, toegankelijk; subst.Susceptiveness.Suspect,səspekt, vermoeden, verdenken, wantrouwen, achterdocht koesteren, vreezen; subst. een verdacht persoon;Suspected= verdacht; subst.Suspectedness;Suspecter.Suspend,səspend, ophangen, hangen aan, opschorten, schorsen, doen ophouden, staken, suspendeeren, stremmen:The lampwas suspendedby a chain to the ceiling= hing;Tosuspend hostilities= schorsen;I wish tosuspend my judgment= op te schorten;The[554]officer was suspended= de ambtenaar werd geschorst;The firmsuspended payment= staakte hare betalingen;Tostand suspended= weifelen, in tweestrijd zijn;Suspenders= kous-ophouders, bretels:Suspendersthey were called,bracesnot being a parliamentary word= ze werdensuspendersgenoemd, aangezienbracesniet fatsoenlijk is;Suspense,səspens, onzekerheid, besluiteloosheid, uitstel:He wasin a mortal suspense= in doodelijken angst;Tokeep in suspense= in spanning of onzekerheid laten;Suspensible= zwevend;Suspension,səspenš’n, (op)hanging, ophouding, opschorting, uitstel, onzekerheid, schorsing, stremming, staking:Suspension of arms, of hostilities= eene staking der vijandelijkheden, een wapenstilstand;Suspension of pain;Suspension of payment;Suspension-bridge= hang- of kettingbrug;Suspensive= twijfelachtig, onzeker;Suspensor= breukband; suspensoir, zaadstreng;Suspensory= hangend, dragend.Suspicion,səspiš’n, achterdocht, vermoeden, verdenking, “schijntje” of kleinigheid;Suspicious,səspišəs, achterdochtig, verdacht:A suspicious frame of mind= achterdochtige aard; subst.Suspiciousness.Suspiration,sɐsp(a)ireiš’n, diepe ademhaling;Suspire= diep ademhalen.Susquehanna,sɐskwəhanə;Sussex,sɐsəks.Sustain,səstein, dragen, ondersteunen, schragen, volhouden, handhaven, lijden, dragen, helpen, bijstaan, onderhouden, verdedigen, beweren, aanhouden, verdragen:Tosustain authority= het gezag hoog houden;Tosustain a loss= lijden;Tosustain one’s part= zijn rol volhouden;This admirable spirit is sustained throughout the work= wordt het geheele werk door volgehouden;Sustainable= wat volgehouden, enz. kan worden;Sustainer;Sustainment= ondersteuning, etc.Sustenance,sɐstən’ns, onderhoud, levensmiddelen;Sustentation,sɐst’nteiš’n, steun, onderhoud:Sustentation fund= fonds ter verbetering van de traktementen der bedienaren van den godsdienst (vooral in deFree Church of Scotland).Susurrant,siusɐr’nt, fluisterend, zacht ruischend;Susurration,siûsəreiš’n, gefluister, geritsel;Susurrus,siusɐrəs, geruisch, gefluister.Sutherland,sɐdhəland.Sutler,sɐtlə, zoetelaar;Sutlership;Sut(t)ling,sɐtliŋ:Sut(t)ling-wench= marketentster, zoetelaarster.Suttee,sətî, verbranding der weduwe met haren overleden echtgenoot, weduwe die met haar overleden echtgenoot verbrand wordt;Sutteeism= vrijwillige vuurdood der weduwe.Suttle,sɐt’l:Suttle weight= netto gewicht.Sutural,siutjûr’l, naad..;Suture,siûtjuə, het naaien, zoom, naad.Suzerain(e),siûzərən, subst. leenheer, opperheer; adj. heerschend, machtig;Suzerainty.Swab,swob, subst. zwabber, wisscher; zuiplap;Swabverb. dweilen, zwabberen, afwisschen:You drunken swab= jij drankorgel;Heswabbed the perspirationfrom his face= veegde zich het zweet af;Swabber= zwabber (scheepst.).Swabia,sweibjə, Zwaben;Swabian= Zwaab(sch).Swad,swod, kort en dik persoon; pummel; klomp, massa (Amer.).Swaddle,swod’l, zwachtelen, inbakeren;Swaddler= scheldnaam aan Methodisten gegeven;Swaddling:Swaddling-bands=Swaddling-clothes=Swaddling-clouts= luren, pak (waarin een klein kind gewikkeld wordt).Swag,swag, subst. ongelijke of hortende beweging, doorzakking, gestolen goed, buit; ransel (Austral.);Swagverb. los en zwaar hangen, heen en weer slingeren;Swag-belly= iemand met een hangbuik;swagman= reizend gezel; houder van eenSwagshop= uitdragerij;Swagsman= heler.Swagger,swagə, subst. gebluf, ijdel snoeven, zwaaiende gang, rottinkje der Engelsche militairen (=Swagger-cane);Swaggerverb. snoeven, met gemaakte gewichtigheid rondstappen, schetteren:Swagger houses= huizen der “groote lui”;Swaggerer= bluffer, grootspreker, tiran.Swain,swein, jonge man, boerenknecht, (landelijk) minnaar.Swale,sweil, laag gelegen land (Amer.).Swallow,swolou, subst. zwaluw; keel, afgrond, vraatzucht, groote hap of slok;Swallowverb. verzwelgen, doorslikken, opslorpen, verteren, slikken (ookfig.):At one swallow= in één slok, hap;I won’tswallow such insults= zulke beleedigingen slik ik niet;Heswallowed all this nonsenselike gospel-truth= slikte;The poor fellow wasswallowed by the waves= werd verzwolgen;Swallow-fish= groote zeehaan;Swallow-tail= zwaluwstaart, rok, wimpel, vooruitgeschoven bastion;Swallow-tailed= met een zaluwstaart, gevorkt, met smal uitloopende slippen (als een rok):Swallow-tailed butterfly= koninginnepage;Swallower= verzwelger, gulzigaard.Swam,swam, imperf. vanto swim.Swamp,swomp, subst. moerassig of drassig land;Swampverb. in een moeras zinken, vol water loopen (van eene boot), doen zinken, overstroomen, overtreffen, het overwicht hebben, ruïneeren; in onoverkomelijke moeilijkheden geraken, ondergaan:The Chinamanswamps the labour-marketof America= overstroomt;We got swamped= wij kwamen er leelijk in te zitten, waren geruïneerd;Swamp-fever= moeraskoorts;Swamp-hickory=Noord-Amerik.hickory-noot;Swamp-honey-suckle= kleverige azalea;Swampy= moerassig, drassig.Swan,swon, zwaan:A black swan= een witte raaf (fig.);Swan-down,Swan’s down= zwanendons;Swanherd= hoeder;Swan-hopping(Swan-upping) = het merken van zwanen;Swan-shot= ganzenhagel;Swanskin= soort van gekeperd flanel, zwanevel;Swan-song= zwanenzang;Swanwort= soort van orchidee.Swang,swaŋ, laag gelegen grasland.Swank,swaŋk, bluf, opsnijderij.Swansea,swonsî.Swap,swop, subst. slag; ruil;Swapverb. neerploffen; ruilen, wisselen:I had a swap with him= ruilde;We fell toswapping notes[555]about customs in Germany= onze bevindingen uit te wisselen (te vergelijken);We smoked a final pipe, andswapped a final yarn= vertelden nog een laatst verhaal;Toget swapped= de bons krijgen.Swape,sweip, lang roer (bij een vlot); zwengel eener pomp;Swape-well= pomp.Sward,swöd, grasveld; huid, bast;Sward-cutter= ploeg (voor grasvelden), grasschaar.Sware,swêə, imperf. vanto swear(dichterl.).Swarm,swöm, subst. zwerm, dichte menigte;Swarmverb. zwermen (van bijen), krioelen, wemelen, zich verdringen; in een boom of mast klimmen (gew. metup):Swarming time(van bijen).Swarry,swori, verbastering vansoirée.Swart(h),swöt(h), zwart, donker;Swarth(i)ness, subst. v.Swarthy= getaand, bruin.Swash,swoš, subst. gepoch, gezwets, het “geuren” of bluffen; watergeklots of -gekabbel; adj. dronken; overrijp, murw; ovaal;Swashverb. klotsen, kabbelen; bluffen, zwetsen;Swash-buckler= schetteraar, bluffer, vechtersbaas =Swasher;Swashing= bluffend, zwaar neerploffend, verpletterend;Swashy= papperig.Swath,swôth, zwad, rij gemaaid en bijeengelegd gras of koren, wat eene zeis of maaimachine bereikt:Tocut a swath= gewichtig doen.
Succulence, Succulency,sɐkjulens(i), sappigheid; adj.Succulent.Succumb,səkɐm(b), bezwijken.Succursal,səkɐ̂s’l:Succursal church= hulpkerk.Succussion,səkɐšən, schok.Such,sɐtš, zoodanig, zulk, zóó:Such a one= zoo een, zoo iemand;Such and such= die en die, eenige:Mr. such a one= mijnheer zoo-en-zoo;No such thing= niets daarvan;Such is life= zoo gaat het in het leven;Such was her virtue, that= zoo groot was;Such aswon’t believe me= zij, die;Take such measures as will be effective= neem uwe maatregelen zoodanig, dat ze;Suchlike= dergelijke.Suck,sɐk, subst. het zuigen, sterke drank, parasiet, kokinje;Suckverb. inzuigen, zuigen, uitzuigen (ookfig.), bedriegen (Amer.), zich vleiend indringen bij (up to):To give suck= zoogen;Tosuck ata cigar= zuigen aan;Suck in= inzuigen, opslorpen, beetnemen:It wasa suck-in= het was beetnemerij;Tosuck up= opzuigen;Sucker, subst. zuiger (ook van een plant), zuigleer;Suckverb. zuigers uitsnoeien;Sucket= suikerballetje:Sucking:Sucking-bottle;Sucking-bag= dot; zuigflesch;Sucking-calf;Sucking-pig= speenvarken;Sucking-pump;Sucking-valve;Suckle= zoogen;Suckling= zuigeling;Suction,sɐkš’n, zuigen, zuipen, drank:Sucktion-pipe= zuigpijp, zuigbuis;Sucktion-pump= zuigpomp;Suctorial,sɐktôriəl, zuig - -.Sudan,sûdân;Sudanese.Sudatorium,siudətôriəm, zweetbad;Sudatory,siûdətəri, zweetkamertje, zweetbad; adj. zweetafdrijvend.Sudden,sɐd’n, plotseling, onverwacht, snel, vlug:On a (the) sudden,All of a sudden= plotseling, in eens, onverhoeds; subst.Suddenness.Sudermania,siûdəmeinjə, Sudermanland;Sudetic,siudetik:Sudetic Mountains.Sudor,siûdə, zweet;Sudoriferous, zweetverwekkend;Sudorific, zweetafdrijvend (middel).Suds,sɐdz, zeepsop:We arein the suds= zitten er leelijk in;Toleave in the suds= in den steek laten;Tomake some soapsuds= wat zeepsop.Sue,sjû.Sue,siû, aanzoek doen om of dingen naar (de hand), recht of schadevergoeding zoeken, eischen, in rechten vervolgen, smeeken:The wife sued her husband on the plea of non-support= diende een aanklacht in op grond, dat de man haar niet onderhield of kon onderhouden;Hesued us fordamages= eischte schadevergoeding van ons;Hesued outa pardon for us= verzocht en verkreeg.Suet,siûət, nierenvet; adj.Suety.Suez,sûəz:Suez Canal.Suff,sɐf=Suffragette.Suffer,sɐfə, lijden, dragen, dulden, uithouden, toestaan, laten, straf ondergaan, boeten:Wesuffered chainsfor religion’s sake= we droegen ketenen;Tosuffer a change= ondergaan;Tosuffer losses= lijden;Tosuffer punishment= ondergaan;Tosuffer a reverse= tegenspoed hebben;Tosuffer wrong= lijden;You will have tosuffer forit= er voor moeten boeten;Don’tsuffer yourselfto be fooled= laat je niet versukkelen;Sufferable= draagbaar, toelaatbaar;Sufferance= smart, ellende, lijden, dulden, toestemming of verlof:He is hereon sufferance= wordt hier geduld;Sufferer= lijder, dulder, die toelaat:You’llbe the sufferer= zult er het slachtoffer van worden;Tobe a sufferer by= bij iets verliezen, te kort komen;Suffering= het lijden, verlies.Suffice,səfais,səfaiz, genoeg of voldoende zijn, voldoen:Suffice it to say= het zij voldoende te zeggen;Sufficiency,səfiš’nsi, voldoendheid, genoegzaamheid, voldoende voorraad, voldoende geschiktheid;Sufficient= voldoende, genoegzaam, ruim, geschikt, deugdelijk:Sufficient in law= rechtsgeldig;Sufficient reason= voldoende reden;You havedone sufficientto deserve a dinner= genoeg;Sufficient unto the day is the evil thereof= elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad (Matth. VI, 34).Suffix,sɐfiks, achtervoegsel.Suffix,səfiks, achtervoegen; subst.Suffixion.Suffocate,sɐfəkeit, (doen) stikken, smoren:It wassuffocatingly hotthere= stikkend heet;Suffocation= verstikking:Crammed to suffocation= stikvol;Suffocative= stikkend.Suffolk,sɐfək.Suffragan,sɐfrəgan, subst. en adj. suffragaan:Suffragan bishop= onderbisschop, wijbisschop.Suffrage,sɐfridž, stem; kiesrecht, stemming, goedkeuring:Extension of the suffrage= uitbreiding;Female suffrage;Household suffrage= huismanskiesrecht;Universal suffrage;[549]An advocate ofwoman (women’s) suffrage= voorstander van het vrouwenkiesrecht;Suffragette,sɐfrədžet, (hartstochtelijke) voorstandster v. het kiesrecht v. vrouwen;Suffrageverb. manifesteeren;Suffragist= voorstander van vrouwenkiesrecht.Suffuse,səfjûz, overgièten, spreiden over:She wasall suffused with blushes= blosjes kleurden hare kaken;Suffusion= verspreiding over, overgièting, blos.Sugar,šugə, suiker, vleierij, geld; adj. van suiker;Sugarverb. besuikeren, vergulden (fig.):Powdered sugar= poedersuiker;Refined sugar;A glass ofsugar and water= suikerwater;Sugar of lead= loodsuiker;I amnot made of sugar (-plums)= niet poeslief;Wesugared the trees= bestreken de boomen met een mengsel van rum en stroop (om daardoor de nachtvlinders te lokken en te vangen);Sugar-baker= suikerwerker; raffinadeur;Sugar-basin= suikerpot;Sugar-beet= suikerbiet;Sugar-candy= kandijsuiker;Sugar-cane= suikerriet;Sugar-caster= strooier;Sugar-house= suikerraffinaderij;Sugar-loaf= suikerbrood;Sugar-loaf hat= hoed in den vorm van een suikerbrood;Sugar-loaf waves= korte golven;Sugar-louse=Sugar-mite;Sugar-maple= suikerahorn;Sugar-mill= suikerfabriek, suikermolen;Sugar-mite= suikerworm;Sugar-orchard= aanleg vanSugar-maples;Sugar-planter= suikerplanter;Sugar-plantation= suikerplantage;Sugar-plum= suikerboon; vleierij, lievigheid;Sugar-refiner= suikerraffinadeur;Sugar-refinery= suikerraffinaderij;Sugar-spirit= rum;Sugar-tongs= suikertangetje;Sugariness, subst. v.Sugary= zoet, suikerachtig;Sugarless.Suggest,sədžest, ingeven, aan de hand doen, inblazen, opperen, suggereeren;Suggestion= ingeving, wenk, aansporing, inblazing, suggestie:At this suggestionthe manimmediatelywithdrew= toen hij dit hoorde (toen dit geopperd werd);I did iton your suggestion= op uw wenk of raad;Suggestive= opperend, een wenk gevend, wijzend (duidend) op, veelbeteekenend:Yours isa very suggestive present= veelbeteekenend, toepasselijk;Tobe suggestive of= wijzen op;In a French comedysuggestivenessis expected= kan men gewaagde toespelingen verwachten.Suicidal,siûisaid’l:Suicidal problem= zelfmat (schaakspel);Suicidal thoughts= gedachten van (aan) zelfmoord;Suicide,siûisaid, zelfmoord (ookfig.), zelfmoordenaar:Tosuicide oneself(=Tocommit suicide);Tobe suicided= zelfmoord laten begaan;Suicidism,siûisaidizm, neiging tot zelfmoord.Suit,siût, subst. rechtsgeding, verzoek, hofmakerij, aanzoek, stel, kleur (in het kaartspel), pak kleeren, kleeding;Suitverb. passen, voegen, betamen, geschikt zijn, overeenkomen, schikken:Civil suit= civiel proces;Criminal suit= strafzaak;Asuit of armour= complete wapenrusting;A suit of mourning= rouwpak;The housemaid gave notice,and the cook followed suit= en de keukenmeid eveneens;I played diamonds, and hecould not follow suit= kon niet bekennen;Suit yourself= zooals je wilt;That willexactly suit me, suit me down to the boots (ground)= dat is net wat ik hebben moet;Hesuited the action to the word= voegde de daad bij het woord;Such a behaviourdoes not suit you= voegt u niet;Suitability, subst. v.Suitable= gepast, voegzaam, geschikt; subst.Suitableness.Suite,swît, gevolg, reeks, stel:Suite of furniture= ameublement;A suite of rooms= eene suite.Suitor,siûtə, verzoeker, vrijer, minnaar, partij in een proces.Suk(e)y,s(i)ûki, theeketel; ook verk. vanSusan.Sulcate(d),sɐlkit(sɐlkiteitid), gegroefd, gespleten;Sulcus,sɐlkəs, voor, groef.Sulk,sɐlk, subst. booze luim:Sulkverb. in kwade luim zijn, pruilen:Tobe in a sulk (the sulks)= uit zijn humeur;Hestood out against her sulks and pouts= gaf niet toe aan hare luimen en haar pruilen;Sulkiness, subst. v.Sulky= gemelijk, pruilend.Sulky,sɐlki, licht tweewielig karretje bij wedrennen:Sulkyharrow= eg met zitplaats voor bestuurder.Sullen,sɐl’n, gemelijk, knorrig, norsch, naargeestig, vijandig, onaangenaam, eigenzinnig, halsstarrig, langzaam, traag, onheilspellend:Sullens= kwade bui; subst.Sullenness.Sully,sɐli, subst. smet, vlek;Sullyverb. besmetten, bemorsen, bezoedelen, bezwalken:Thatsullies your honour= bezoedelt uwe eer.Sulphonal,sɐlfən’l, sulfonal.Sulphur,sɐlfə, zwavel;Sulphurverb. met zwavel verbinden (bestrooien), zwavelen;Sulphur-springs= heete zwavelbronnen;Sulphurate,sɐlfjureit, met zwavel verbinden, zwavelen; subst.Sulphuration,sɐlfjureiš’n;Sulphureous,sɐlfjûriəs, zwavelig, zwavelhoudend; subst.Sulphureousness;Sulphuretted= gezwaveld:Sulphuretted-hydrogen= zwavelwaterstof;Sulphuric,sɐlfjûrik, zwavel …:Sulphuric acid= zwavelzuur;Sulphurization, subst. v.Sulphurize, zwavelen, vulcanizeeren.Sultan,sɐlt’n, Sultan;Sultana,sɐltânə,sɐlteinə, sultane;Sultanate,sɐltənit, sultanaat;Sultaness=Sultana;Sultanic,sɐltanik, van een sultan;Sultanship.Sultriness,sɐltrinəs, subst. v.Sultry,sɐltri, drukkend, zwoel.Sum,sɐm, subst. som, geheel, bedrag, inhoud, rekenvoorstel, toppunt;Sumverb. optellen, opsommen, resumeeren (up):Gross (Round) sum= ronde;The civil engineer’s advances are greatin the sum= de vooruitgang van den civiel-ingenieur is te zamen genomen groot;That isthe total sum ofmy experiences= het totaal;Thesum and substance= korte inhoud;Todo (make, work) a sum= maken;He is good at sums= kan goed sommen maken;He could notdo a sum in large divisions, in multiplication= geene groote deelingen en vermenigvuldigsom maken;It can’t be summed up in two words= laat zich niet zeggen;The judge’s summing-upwas lucid and impartial= ’s rechters resumé van het verhoor en de pleidooien.[550]Sumac(h),siûmak, sumak, pruikenboom.Sumatra,sumâtrə;Sumatran= (bew.) van S.Summarily,sɐmərili, in ’t kort, summier;Summarize= resumeeren;Summary,sɐməri, subst. korte inhoud, kort begrip, resumé; adj. beknopt, kort, snel, afgedaan:The judgegave a summary ofthe case=summing-up.Summation,səmeiš’n, het samentellen.Summer,sɐmə, subst. zomer; horizontale balk, kalf of bovendrempel, groote steenoverzuilen en pilaren, waarop de bovenbouw rust; adj. zomer.…, zomersch;Summerverb. den zomer doorbrengen, den zomer door laten weiden:We went fora brief summering in the country= voor een kort tijdje in den zomer buiten wonen;Tosummer and winter a person= van haver tot gort kennen;Indian summer= nazomer (in N. Amer.);St. Luke’s summer=St. Martin’s summer= zacht en mooi najaarsweer, voorspoed na ongelukken en rampen;One swallow does not make a summer;Summer-colts= golvende trillingen van heete lucht nabij den grond;Summer-fallow, subst. braakliggend land in den zomer;Summerverb. in den zomer braak laten liggen;Summer-house= tuinhuisje, zomerverblijf;Summer-lightning= weerlichten;Summer-time= zomertijd;Summer-wheat= zomertarwe;Summering= vroege appel of peer;Summery= zomersch.Summerset,sɐməset,Summersault,sɐməsôlt, buiteling.Summit,sɐmit, top, kam, kruin, hoogste punt;Summit-level= hoogste punt van eene spoorbaan, een kanaal, etc.Summon,sɐm’n, oproepen, dagvaarden, opeischen, zenden om;Summonverb. dagvaarden:Summons, subst. dagvaarding;A summons was issued (taken out) againsthim= hij werd voor het gerecht gedaagd;Toserve a summons on= een dagvaarding beteekenen;Summons me forthat if you like= dagvaard me hiervoor;Tosummon up one’s courage= zich vermannen;Summoner= deurwaarder.Sump,sɐmp, poel, mijnput, smeltkroes.Sumph,sɐmf, domkop; plof.Sumpter,sɐmptə, subst. pakpaard =Sumpter-horse.Sumptuary,sɐm(p)tjuəri, de uitgaven betreffende:Sumptuary edict, law= wet tegen te groote weelde;Sumptuous,sɐm(p)tjuəs, kostbaar, duur, weelderig, prachtig; subst.Sumptuousness.Sun,sɐn, subst. zon, zonneschijn, zonsopgang(ondergang);Sunverb. in de zon warmen, drogen of zitten:Thesun rises, declines, sets, goes down= de zon gaat op, daalt, gaat onder;Hehad the sun very much in his eyes= was erg dronken;I have gota touch of the sun= lichte zonnesteek;There is no new thing under the sSun= niets nieuws onder de zon;Sun-beam= zonnestraal;Sun-bird= zonnevogel;Sun-blind= zonneblind;Sun-bonnet= dames zomerhoed;Sun-bronzed;Sun-burn= roode vlek van het verbranden door de zon;Sun-burnt= door de zon verbrand, met sproeten;Sun-clad= in stralen gehuld;Sun-dew= zonnedauw;Sundial= zonnewijzer;Sundown= zonsondergang (Amer.) =Sunset(ting);Sun-dried= in de zon gedroogd;Sunfish= zonne(maan)visch;Sun-flower= zonnebloem;Sun-glass= brandglas;Sun-god;Sun-hat;Sun-heat;Sunlight= zonnelicht;Sunlit= verlicht door de zon;Sun-myth= zonnemythe;Sun-ray;Sunrise,Sunrising= zonsopgang, Oosten;Sun-rose= zonnekruid;Sunset gun= het avondschot;Sunshade= parasol, zeil of scherm;Sunshine= zonneschijn, voorspoed, opgewektheid:Tobe in the sunshine= beneveld zijn;Sunshiny= zonnig, schitterend;Sun-spot= zonnevlek;Sunstricken,Sunstruck= door een zonnesteek getroffen;Sunstroke= zonnesteek;Sun-up= zonsopgang (Amer.);Sunless= zonder zon, beschaduwd;Sunlike;Sunniness, subst. v.Sunny= zonnig, opgewekt, blijde:Sunny eyes= vriendelijke oogen;I amon the sunny side offifty= ik ben nog geen vijftig.Sunday,sɐnd(e)i, Zondag:A month of Sundays= lange en onbepaalde tijd;He was dressedin his Sunday best= in zijne mooie Zondagsche kleeren;Sunday citizen= zondagswandelaar;Sunday-out= uitgaanszondag;Sunday-school= Zondagsschool.Sunder,sɐndə, verb. scheiden, verdeelen; subst. slechts in de uitdrukking:In sunder= vanéén, in tweeën.Sundified,sɐndifaid, op zijn Zondags.Sundries,sɐndriz, diversen:Dealer in sundries= in galanterieën;Sundry= verscheidene, verschillende:All and sundry= alle gezamenlijk.Sung,sɐŋ, part. perf. vanto sing.Sunk,sɐŋk, part. perf. vanto sink;Sunken battery= verdekt opgestelde;Sunken face= ingevallen;Sunken rock= blinde klip.Sun(n),sɐn, Indische hennepplant;Sunn-hemp.Sunna,sɐnə, alle voorschriften van Mohamed die niet in den Koran staan;Sunnites,sɐnaits, orthodoxe Mahomedanen.Sup,sɐp, subst. slokje;Supverb. slurpen, soupeeren, een avondmaal verschaffen:I supped and dined themfor several weeks= ik zorgde voor hun avond- en middagmaal;Wesupped on cold beef= wij hadden koud rundvleesch voor het avondeten.Super,siûpə, verk. vanSupernumerary.Superable,siûpərəb’l, wat te overkomen is, overwinbaar.Superabound,siûpərəbaund, ruim, overvloedig zijn (metwith);Superabundance= groote overvloed;Superabundant= meer dan genoeg.Superadd,siûpərad, nog eraan toevoegen;Superaddition= het bijvoegen of bijgevoegde.Superannuate,siûpəranjueit, door ouderdom en zwakheid ongeschikt maken, zijn of verklaren, pensionneeren;Superannuated= verjaard, uitgediend, gepensionneerd:Superannuated officer; Superannuated spinsters= oude vrijsters;Superannuation,siûpəranjueiš’n, ongeschiktheid, pensionneering, pensioen;Superannuation act;Superannuation fund;Superannuation money (allowance).[551]Superb,siupɐ̂b, grootsch, prachtig, rijk, voortreffelijk; subst.Superbness.Supercargo,siûpəkâgou, supercargo (scheepsterm).Superciliary,siûpəsiljəri, boven de wenkbrauw(en);Supercilious,siûpəsiljəs, trotsch, aanmatigend, verwaand; subst.Superciliousness.Supereminence,siûpəreminens, buitengewone voortreffelijkheid; adj.Supereminent.Supererogation,siûpərerougeiš’n:Doctrine of Supererogation= leer, dat de goede werken van den eenen Christen aan de gezamenlijke Christenen ten goede komen;Works of supererogation= vrijwillige werken (boven hetgeen God van den Christen eischt), die den medechristenen ten goede komen;Supererogatory= meer dan de plicht eischt.Superexcellence,siûpəreksəlens, buitengewone voortreffelijkheid; adj.Superexcellent.Superficial,siûpəfiš’l, oppervlakkig, ondiep:Superficial measure= vlaktemaat;Superficiality,siûpəfišaliti=Superficialness;Superficies,siûpəfišîz, oppervlakte, buitenkant.Superfine,siûpəfain, allerfijnst; subst.Superfineness.Superfluity,siûpəflûiti, overtolligheid, overdaad;Superfluous,siupɐ̂fluəs, overtollig, overdadig; subst.Superfluousness.Superfrontal,siûpəfrɐnt’l, altaarlaken dat over het frontaal hangt.Superheat,siûpəhît, oververhitten.Superhuman,siûpəhjûm’n, bovenmenschelijk.Superincumbent,siûpərinkɐmb’nt, liggende op.Superinduce,siûpərindjûs, bij- of toevoegen; subst.Superinduction.Superintend,siûpərintend, het toezicht hebben op, controleeren;Superintendence,Superintendency= oppertoezicht;Superintendent= opzichter, inspecteur, directeur:Lady Superintendent= directrice;Superintendentship.Superior,siupîriə, subst. meerdere, superieur; adj. hooger, boven, opper, meer, verhevener:Superior courts= opperste gerechtshoven (Common Pleas, ExchequerenQueen’s Bench);Superior force (strength)= overmacht;Superior planets= planeten verder van de zon dan de aarde;Tobe superior to= staan boven;Superiority,siupîrioriti, meerderheid, voorrang, overmacht:Air of superiority.Superjacent,siûpədžeis’nt, liggende op (Geol.).Superlative,siupɐ̂lətiv, overtreffende, ongemeen, zeer voortreffelijk; subst. overtreffende trap; subst.Superlativeness.Supernacular,siûpənakjulə, heerlijk, lekker;Supernaculum,siûpenakjul’m, voortreffelijke drank, nagelproef:Todrink supernacular= een nagelproef doen.Supernal,siupɐ̂n’l, bovenste, hemelsch:She wassupernal in intelligence= haar geest was superieur.Supernatural,siûpənatšər’l, bovennatuurlijk, supernaturalistisch;Supernaturalism= bovennatuurlijke toestand, supernaturalisme;Supernaturalist;Supernaturalistic;Supernaturality=Supernaturalness.Supernumerary,siûpənjûmərəri, subst. ambtenaar of officier boven de formatie; figurant; adj. boven een bepaald getal.Superpose,siûpəpouz, leggen op; adj.Superposition.Superroyal,siûpərôiəl, formaat papier (49 bij 70 cM.; Amer. 56 bij 71 cM.).Supersaturate,siûpəsatjureit, oververzadigen; subst.Supersaturation.Superscribe,siûpəskraib, schrijven op of boven, adresseeren;Superscription= opschrift, adres.Supersede,siûpəsîd, afschaffen, opschorten, ter zijde stellen, vervangen, noodeloos maken:Tobe superseded in the command= van het bevel worden ontheven;Supersedeas,siûpəsîdias, bevel tot opschorting of schorsing;Supersedure,siûpəsîdjə, opschorting, afschaffing, schorsing.Supersensible,siûpəsensib’l, bovenzinnelijk =Supersensual,siûpəsenšuel.Supersession,siûpəseš’n=Supersedure.Superstition,siûpəstiš’n, bijgeloof, bijgeloovigheid, òverpreciesheid;Superstitious= bijgeloovig, overprecies, nauwgezet:Superstitious practices, uses= bijgeloovige praktijken; subst.Superstitiousness.Superstratum,siûpəstreit’m, bovenste laag.Superstructure,siûpəstrɐktjə, bovenbouw.Superterrestrial,siûpətərestriəl, bovenaardsch.Supervene,siûpəvîn, bijkomen, onverwacht gebeuren of er tusschen komen, verrassen;Supervenient,siûpəvînj’nt, bijkomend; subst.Supervention.Supervise,siûpəvaiz, het toezicht hebben of houden op, inspecteeren;Supervision,siûpəviž’n, opzicht, toezicht:Under police supervision (Supervision of the police)= onder voortdurend politietoezicht;Supervisor,siûpəvaizə, opziener, inspecteur;Supervisorypower= bevoegdheid om toezicht te houden.Supination,siûpineiš’n, achteroverligging, ligging v. de hand met de palm naar boven.Supine,siûpain, supinum (gramm.).Supine,siupain, achteroverliggend, hellend; onverschillig, werkeloos; subst.Supineness.Supper,sɐpə, subst. avondeten, avondmaal:We havepartaken of the Lord’s Supper= aan het Avondmaal deelgenomen:Supper-time= tijd van avondeten;Supperless:Togo supperless= geen avondeten krijgen.Supplant,səplânt, verdringen, verdrijven, den voet lichten; subst.Supplantation;Supplanter.Supple,sɐp’l, adj. buigzaam, lenig, meegevend, meegaande, vleierig, kruipend;Suppleverb. buigzaam en lenig maken of worden, buigen (fig.), afrijden, zich schikken;Supple-jack= gladbladige paulinia; sterke en lenige wandelstok; subst.Suppleness.Supplement,sɐpliment, subst. toevoegsel, aanvulling, supplement, toelage;Supplementverb. aanvullen (sɐpliment);Supplemental, Supplementary,sɐpliment’l,sɐplimentəri, aanvullend, bijvoegend, bijgevoegd.Suppliant,sɐpliənt,Supplicant,sɐplikn’t, subst. smeeker, nederig verzoeker; adj. smeekend, verzoekend;Supplicate,sɐplikeit, smeeken, vragen, bidden:Supplication[552]= smeeking, smeekgebed;Supplicatory= smeekend.Supplier,səplaiə, verzorger, leverancier;Supply,səplai, subst. aanvulling, bijdrage, aanbod, voorziening, voorraad, versterking, vervanger;Supplyverb. aanvullen, verschaffen, voorzien, leveren, verzorgen, de plaats vervullen van:Demand and supply= vraag en aanbod;Supplies= benoodigdheden, versterking, toevoer, voorraad, de door het parlement aan de regeering toegestane gelden:The supplies were voted= de gelden werden toegestaan;They weresupplied withthe necessaries of life= voorzien van;Will yousupply my placefor a while? = mij vervangen;Tosupply a (felt) want= in eene (gevoelde) behoefte voorzien.Support,səpöt, subst. ondersteuning, onderstand, hulp, steun, onderhoud, verzorging, stut, onderstel, statief, voet, begeleiding;Supportverb. steunen, onderhouden, stutten, helpen, uithouden, volhouden, verdedigen, (goed) spelen, begeleiden, leven, lijden, dulden:He cannotsupport himself= zichzelf niet onderhouden;Sugar supports itself= is vast;I won’tsupport such insults= niet verdragen;Support arms= schouder ’t geweer;Supportable= verdraagbaar, steunbaar, houdbaar; subst.Supportableness;Supporter= steuner, helper, verdediger, voorspraak, aanhanger, verband, schilddrager (Herald).Supposable,səpouzəb’l, onderstelbaar, vermoedelijk; subst.Supposableness.Suppose,səpouz, onderstellen, vermoeden, voor waar aannemen, onderstellingen maken:Let it be supposed that… = laten we aannemen, dat …;Supposing this to be true= aangenomen dat dit waar is;Suppose we go= zouden we niet eens gaan?;That being supposed= in deze veronderstelling;They are soldiers, I suppose= het zullen wel zijn;I suppose= niet waar?Supposition,sɐpəziš’n, onderstelling, stelling, gissing, vermoeden:Suppositional,sɐpəzišən’l, vermoedelijk;Supposititious,səpozitišəs, ondergeschoven, onecht, nagemaakt, valsch:Supposititious case= aangenomen of ondersteld geval;Asupposititious child= ondergeschoven;Thesupposititious joysof basking in luxury= het twijfelachtig genot; subst.Supposititiousness;Suppositive,səpozitiv, subst. onderstellend woord; adj. ondersteld, onderstellend.Suppository,səpozitəri, zet- of steekpilletje.Suppress,səpres, onderdrukken, dempen, verhelen, weglaten, stelpen, stoppen, opheffen:The circulation of the letterswas suppressed= werd verhinderd;Suppresser;Suppressible= onderdrukbaar;Suppression= onderdrukking, weglating, verheling, stopping:The suppression of one lettermay give an entirely different sense= het weglaten van eene letter;Suppressionist= voorstander van onderdrukking (van den handel in sterke dranken);Suppressive= onderdrukkend, verbergend;Suppressor.Suppurate,sɐpjureit, zweeren, etteren;Suppuration= het etteren, etter;Suppurative, subst. en adj. ettering bevorderend (middel).Supra,siûprə, (in samenst.) boven, aan de andere zijde:Supra-axillary= boven den oksel;Supraclavicular= boven het sleutelbeen;Supracostal= boven of op de ribben;Supralapsarian= voorstander van een Calvinistische leer die de verkiezing vóór den zondenval stelt;Supramaxillary= boven de kaken;Supramundane= bovenaardsch, hemelsch;Suprarenal= boven de nieren;Suprascapular(y)= boven het schouderblad.Supremacy,siupreməsi, oppermacht:Oath of Supremacy= eed waarbij de oppermacht van den Engelschen souverein in geestelijke zaken erkend wordt.Supreme,siuprîm, hoogste, opperste:The Supreme= de Allerhoogste;His will ought to be supreme= zijn wil moet het hoogste zijn;Supreme command= opperbevel;Supreme Court of Judicature= het in 1875 gevestigde hof, waarin deHigh Court of Chancery, Courts of Queen’s Bench, Common Pleas, Exchequeren hetHigh Court of Admiralty, Court of Probate for Divorce and Matrimonial CasesenLondon Court of Bankruptcywerden vereenigd; het bestaat uit twee afdeelingen: hetHigh Court of Justiceen hetCourt of Appeal;Supreme folly= grootste dwaasheid;Torule supremely = de opperheerschappij hebben.Sura,sûrə, hoofdstuk van den koran.Surah,s(j)ûrə, soort van zijden stof.Sural,siûr’l, kuit …Surat,sûrat, sûrât, grof katoen (Voor-Indië).Surbase,sɐ̂beis, lijstwerk langs een zuilvoet;Surbased,sɐ̂beist:Surbased arch= elliptisch gewelf.Surcease,sɐ̂sîs, subst. ophouding, dood, staking;Surceaseverb. ophouden, een einde maken aan.Surcharge,sɐ̂tšɐ̂dž, overladen, te veel vragen, oververhitten; subst. overlading, overvraging, strafport, oververhitting, 2de of 3de hypotheek;Surcharger.Surcingle,sɐ̂siŋg’l,sɐ̂siŋg’l, zadelgordel, riem;Surcingleverb. met een gordel(riem) bevestigen.Surcoat,sɐ̂kout, overjas, wapenrok.Surd,sɐ̂d, subst. onmeetb. grootheid, zooals √ 2; adj. stemloos (van medeklinkers), onmeetbaar.Sure,šuə, zeker, ongetwijfeld, onfeilbaar:As sure as death and taxes= zoo zeker als 2 × 2;As sure as a gun= zoo zeker als wat =As sure as can be;He is a good fellowto be sure= buiten kijf;I am sureI shall not go= ik ga bepaald niet;I am sure I don’t know= ik weet het heusch niet;I won’t be sure= ik durf het niet zeker zeggen;He is surenot to come= hij komt bepaald niet;Be sure not to forget= denk er om;That’s sure enough= dat is vast en zeker;That’s him, sure enough= hij is het waarachtig;I willmake surewhere he is= mij vergewissen;Surefooted= vast van voet, stevig op de beenen, vertrouwbaar; subst.Surefootedness;I can do thatsurely= dat mag ik toch wel doen, he?Sureness= zekerheid;Surety= veiligheid, zekerheid, pand, borgtocht, gerustheid:Of a surety= zeer zeker;I’llbe surety foryou,be your surety= voor u instaan, borg[553]voor u zijn;Tostand surety= borg blijven;Suretyship= het borg zijn, borgschap.Surf,sɐ̂f, branding;Surf-boat= boot om mee door de branding te varen;Surf-duck (-scoter)= brileend; adj.Surfy.Surface,sɐ̂fis, subst. oppervlakte, buitenkant, uiterlijk, vlak; adj. oppervlakkig (=Surface-deep);Surfaceverb. eene zachte oppervlakte geven, glad wrijven: Her information is of the most surface kind = is zoo oppervlakkig mogelijk;Surface-man= wegwerker, lijnopzichter;Surface-survey= landmeten;Surface-water= overdag van de oppervlakte der aarde in een mijn dringend water.Surfeit,sɐ̂fit, subst. overlading, walging;Surfeitverb. (zich) de maag overladen; oververzadigd zijn:Surfeited withtoo much appetite= overladen (volgepropt) door.Surge,sɐ̂dž, subst. groote golf, stortzee;Surgeverb. golven, hooge baren vormen, een touw laten schrikken (scheepst.):The audiencesurged downthe corridors= stroomde.Surgeon,sɐ̂dž’n, heelmeester, chirurg:Royal College of Surgeons=Surgeons’ Hall= Kon. Instituut ter examineering van chirurgen;Surgeoncy= betrekking van arts (in leger of vloot);Surgery= heelkunde, operatiekamer, spreekkamer en apotheek van een dokter;Surgical,sɐ̂džik’l, heelkundig:Surgical instruments= chirurgische instrumenten.Suricate,siurikeit, palm eekhorentje.Surinam,sûrinâm, Suriname.Surliness,sɐ̂linəs, subst. v.Surly,sɐ̂li, norsch, knorrig, gemelijk, afsnauwend.Surmise,sɐ̂maiz, subst. vermoeden, gissing, argwaan;Surmiseverb. vermoeden, onderstellen;Surmiser.Surmount,sɐ̂maunt, te boven komen, overwinnen:A heavy gilt clubsurmounted by a crown= met een kroontje er op;A weathercock-surmounted cupola= koepeltje met een weerhaan er op;Surmountable= overkomelijk, verwinbaar;Surmounter.Surmulot,sɐ̂mjulot, groote woudrat.Surname,sɐ̂neim, subst. familienaam, bijnaam;Surnameverb. ooksɐ̂neim, een bijnaam geven, bij een bijnaam noemen.Surpass,sɐ̂pâs, overtreffen, te boven gaan:Surpassable= overtrefbaar;Surpassing= uitstekend, buitengewoon:A maidenof surpassing beauty= van weergalooze schoonheid.Surplice,sɐ̂plis, koorhemd, stool.Surplus,sɐ̂pləs, subst. overschot, toegift; adj. overtollig:In surplus= bovendien;Surplusage,sɐ̂pləsidž, overschot, groot aantal, overtolligheid:He hasa surplusage of daughters= eene heele collectie.Surprise,sɐ̂praiz, subst. verrassing, overrompeling;Surpriseverb. overrompelen, verrassen, ontstellen, verlegen maken:By surprise= bij verrassing;That was a surprise to me= dat verraste me zeer;I amsurprised atwhat you say= ik ben getroffen;The beggars surprised Brielle= verrasten;Tosurprise oneself= zich betrappen op;Surprise-party(in Amerika) = een troepje personen, dat ongenood in het huis van een gemeenschappelijken vriend komt, en waarvan ieder zijne bijdrage voor een souper levert;Surprise-visit= onverwacht (inspectie)bezoek;Surpriser;Surprising= verbazingwekkend, buitengewoon; subst.Surprisingness.Surrebut,sɐ̂ribɐt, voor de vijfde maal repliceeren (jur.);Surrebutter= vijfde wederantwoord;Surrejoin,sɐ̂ridžôin, voor de derde maal repliceeren;Surrejoinder= derde wederantwoord.Surrender,sərendə, subst. overgave, uitlevering;Surrenderverb. overgeven, uitleveren, afstaan, afstand doen, zich overgeven (aan):The townsurrendered tothe enemy at discretion= gaf zich over;Tosurrender upon terms= op voorwaarden;surrenderer.Surreptitious,sɐrəptišəs, op slinksche wijze, bedriegelijk, heimelijk:Surreptitious edition= nadruk.Surrey,sɐri.Surrogate,sɐrəgit, subst. plaatsvervanger;Surrogateship.Surround,səraund, subst. soort buffeljacht door omsingeling, de keten van jagers die omsingelt;Surroundverb. omringen, omsingelen, insluiten:Surrounding country=Surroundings= omgeving:London andits surroundings= zijne omgeving.Sursolid,sɐ̂solid, vijfde macht v. een getal.Surtax,sɐ̂taks, extra belasting.Surtax,sɐ̂taks, extra belasten.Surtout,sɐ̂tût, overjas.Surveillance,sɐ̂veil(j)’ns, toezicht.Survey,sɐ̂vei, overzicht, inspectie, taxatie, meting; douanedistrict (Amer.):Hetook a survey ofthe matter= nam op, onderzocht.Survey,sɐ̂vei, overzien, het toezicht houden op, nauwkeurig opnemen, scherp onderzoeken, meten (van land), peilen;Surveying-chain= meetketting;Surveyor= opziener, opzichter, administrateur, landmeter; verificateur (Amer.);Surveyorship.Survival,sɐ̂vaiv’l, het overlèven, het blijven bestaan, in leven blijven, laatst overgeblevene, overblijfsel:Survival of the fittest= het overlèven van de krachtigste individuen.Survive,sɐ̂vaiv, overlèven, nog leven, in leven blijven:He willsurvive his next birthday= zal nog halen;They are all dead, buthe survives= hij is er nog;Those who survive= de overlèvenden;Surviver, Survivor= langstlevende:Thesurvivors of the wreck= zij die er het leven hebben afgebracht;Survivorship= voordeel, dat den langstlevende toevalt.Susan,sûz’n,siûz’n, Suzanne, Suze;Susanna,s(j)uzanə, Susanna.Susceptibility,səseptibiliti, subst. v.Susceptible,səseptib’l, vatbaar, toegankelijk, gevoelig, teeder;Susceptibleness= teergevoeligheid;Susceptive,səseptiv, vatbaar, toegankelijk; subst.Susceptiveness.Suspect,səspekt, vermoeden, verdenken, wantrouwen, achterdocht koesteren, vreezen; subst. een verdacht persoon;Suspected= verdacht; subst.Suspectedness;Suspecter.Suspend,səspend, ophangen, hangen aan, opschorten, schorsen, doen ophouden, staken, suspendeeren, stremmen:The lampwas suspendedby a chain to the ceiling= hing;Tosuspend hostilities= schorsen;I wish tosuspend my judgment= op te schorten;The[554]officer was suspended= de ambtenaar werd geschorst;The firmsuspended payment= staakte hare betalingen;Tostand suspended= weifelen, in tweestrijd zijn;Suspenders= kous-ophouders, bretels:Suspendersthey were called,bracesnot being a parliamentary word= ze werdensuspendersgenoemd, aangezienbracesniet fatsoenlijk is;Suspense,səspens, onzekerheid, besluiteloosheid, uitstel:He wasin a mortal suspense= in doodelijken angst;Tokeep in suspense= in spanning of onzekerheid laten;Suspensible= zwevend;Suspension,səspenš’n, (op)hanging, ophouding, opschorting, uitstel, onzekerheid, schorsing, stremming, staking:Suspension of arms, of hostilities= eene staking der vijandelijkheden, een wapenstilstand;Suspension of pain;Suspension of payment;Suspension-bridge= hang- of kettingbrug;Suspensive= twijfelachtig, onzeker;Suspensor= breukband; suspensoir, zaadstreng;Suspensory= hangend, dragend.Suspicion,səspiš’n, achterdocht, vermoeden, verdenking, “schijntje” of kleinigheid;Suspicious,səspišəs, achterdochtig, verdacht:A suspicious frame of mind= achterdochtige aard; subst.Suspiciousness.Suspiration,sɐsp(a)ireiš’n, diepe ademhaling;Suspire= diep ademhalen.Susquehanna,sɐskwəhanə;Sussex,sɐsəks.Sustain,səstein, dragen, ondersteunen, schragen, volhouden, handhaven, lijden, dragen, helpen, bijstaan, onderhouden, verdedigen, beweren, aanhouden, verdragen:Tosustain authority= het gezag hoog houden;Tosustain a loss= lijden;Tosustain one’s part= zijn rol volhouden;This admirable spirit is sustained throughout the work= wordt het geheele werk door volgehouden;Sustainable= wat volgehouden, enz. kan worden;Sustainer;Sustainment= ondersteuning, etc.Sustenance,sɐstən’ns, onderhoud, levensmiddelen;Sustentation,sɐst’nteiš’n, steun, onderhoud:Sustentation fund= fonds ter verbetering van de traktementen der bedienaren van den godsdienst (vooral in deFree Church of Scotland).Susurrant,siusɐr’nt, fluisterend, zacht ruischend;Susurration,siûsəreiš’n, gefluister, geritsel;Susurrus,siusɐrəs, geruisch, gefluister.Sutherland,sɐdhəland.Sutler,sɐtlə, zoetelaar;Sutlership;Sut(t)ling,sɐtliŋ:Sut(t)ling-wench= marketentster, zoetelaarster.Suttee,sətî, verbranding der weduwe met haren overleden echtgenoot, weduwe die met haar overleden echtgenoot verbrand wordt;Sutteeism= vrijwillige vuurdood der weduwe.Suttle,sɐt’l:Suttle weight= netto gewicht.Sutural,siutjûr’l, naad..;Suture,siûtjuə, het naaien, zoom, naad.Suzerain(e),siûzərən, subst. leenheer, opperheer; adj. heerschend, machtig;Suzerainty.Swab,swob, subst. zwabber, wisscher; zuiplap;Swabverb. dweilen, zwabberen, afwisschen:You drunken swab= jij drankorgel;Heswabbed the perspirationfrom his face= veegde zich het zweet af;Swabber= zwabber (scheepst.).Swabia,sweibjə, Zwaben;Swabian= Zwaab(sch).Swad,swod, kort en dik persoon; pummel; klomp, massa (Amer.).Swaddle,swod’l, zwachtelen, inbakeren;Swaddler= scheldnaam aan Methodisten gegeven;Swaddling:Swaddling-bands=Swaddling-clothes=Swaddling-clouts= luren, pak (waarin een klein kind gewikkeld wordt).Swag,swag, subst. ongelijke of hortende beweging, doorzakking, gestolen goed, buit; ransel (Austral.);Swagverb. los en zwaar hangen, heen en weer slingeren;Swag-belly= iemand met een hangbuik;swagman= reizend gezel; houder van eenSwagshop= uitdragerij;Swagsman= heler.Swagger,swagə, subst. gebluf, ijdel snoeven, zwaaiende gang, rottinkje der Engelsche militairen (=Swagger-cane);Swaggerverb. snoeven, met gemaakte gewichtigheid rondstappen, schetteren:Swagger houses= huizen der “groote lui”;Swaggerer= bluffer, grootspreker, tiran.Swain,swein, jonge man, boerenknecht, (landelijk) minnaar.Swale,sweil, laag gelegen land (Amer.).Swallow,swolou, subst. zwaluw; keel, afgrond, vraatzucht, groote hap of slok;Swallowverb. verzwelgen, doorslikken, opslorpen, verteren, slikken (ookfig.):At one swallow= in één slok, hap;I won’tswallow such insults= zulke beleedigingen slik ik niet;Heswallowed all this nonsenselike gospel-truth= slikte;The poor fellow wasswallowed by the waves= werd verzwolgen;Swallow-fish= groote zeehaan;Swallow-tail= zwaluwstaart, rok, wimpel, vooruitgeschoven bastion;Swallow-tailed= met een zaluwstaart, gevorkt, met smal uitloopende slippen (als een rok):Swallow-tailed butterfly= koninginnepage;Swallower= verzwelger, gulzigaard.Swam,swam, imperf. vanto swim.Swamp,swomp, subst. moerassig of drassig land;Swampverb. in een moeras zinken, vol water loopen (van eene boot), doen zinken, overstroomen, overtreffen, het overwicht hebben, ruïneeren; in onoverkomelijke moeilijkheden geraken, ondergaan:The Chinamanswamps the labour-marketof America= overstroomt;We got swamped= wij kwamen er leelijk in te zitten, waren geruïneerd;Swamp-fever= moeraskoorts;Swamp-hickory=Noord-Amerik.hickory-noot;Swamp-honey-suckle= kleverige azalea;Swampy= moerassig, drassig.Swan,swon, zwaan:A black swan= een witte raaf (fig.);Swan-down,Swan’s down= zwanendons;Swanherd= hoeder;Swan-hopping(Swan-upping) = het merken van zwanen;Swan-shot= ganzenhagel;Swanskin= soort van gekeperd flanel, zwanevel;Swan-song= zwanenzang;Swanwort= soort van orchidee.Swang,swaŋ, laag gelegen grasland.Swank,swaŋk, bluf, opsnijderij.Swansea,swonsî.Swap,swop, subst. slag; ruil;Swapverb. neerploffen; ruilen, wisselen:I had a swap with him= ruilde;We fell toswapping notes[555]about customs in Germany= onze bevindingen uit te wisselen (te vergelijken);We smoked a final pipe, andswapped a final yarn= vertelden nog een laatst verhaal;Toget swapped= de bons krijgen.Swape,sweip, lang roer (bij een vlot); zwengel eener pomp;Swape-well= pomp.Sward,swöd, grasveld; huid, bast;Sward-cutter= ploeg (voor grasvelden), grasschaar.Sware,swêə, imperf. vanto swear(dichterl.).Swarm,swöm, subst. zwerm, dichte menigte;Swarmverb. zwermen (van bijen), krioelen, wemelen, zich verdringen; in een boom of mast klimmen (gew. metup):Swarming time(van bijen).Swarry,swori, verbastering vansoirée.Swart(h),swöt(h), zwart, donker;Swarth(i)ness, subst. v.Swarthy= getaand, bruin.Swash,swoš, subst. gepoch, gezwets, het “geuren” of bluffen; watergeklots of -gekabbel; adj. dronken; overrijp, murw; ovaal;Swashverb. klotsen, kabbelen; bluffen, zwetsen;Swash-buckler= schetteraar, bluffer, vechtersbaas =Swasher;Swashing= bluffend, zwaar neerploffend, verpletterend;Swashy= papperig.Swath,swôth, zwad, rij gemaaid en bijeengelegd gras of koren, wat eene zeis of maaimachine bereikt:Tocut a swath= gewichtig doen.
Succulence, Succulency,sɐkjulens(i), sappigheid; adj.Succulent.
Succumb,səkɐm(b), bezwijken.
Succursal,səkɐ̂s’l:Succursal church= hulpkerk.
Succussion,səkɐšən, schok.
Such,sɐtš, zoodanig, zulk, zóó:Such a one= zoo een, zoo iemand;Such and such= die en die, eenige:Mr. such a one= mijnheer zoo-en-zoo;No such thing= niets daarvan;Such is life= zoo gaat het in het leven;Such was her virtue, that= zoo groot was;Such aswon’t believe me= zij, die;Take such measures as will be effective= neem uwe maatregelen zoodanig, dat ze;Suchlike= dergelijke.
Suck,sɐk, subst. het zuigen, sterke drank, parasiet, kokinje;Suckverb. inzuigen, zuigen, uitzuigen (ookfig.), bedriegen (Amer.), zich vleiend indringen bij (up to):To give suck= zoogen;Tosuck ata cigar= zuigen aan;Suck in= inzuigen, opslorpen, beetnemen:It wasa suck-in= het was beetnemerij;Tosuck up= opzuigen;Sucker, subst. zuiger (ook van een plant), zuigleer;Suckverb. zuigers uitsnoeien;Sucket= suikerballetje:Sucking:Sucking-bottle;Sucking-bag= dot; zuigflesch;Sucking-calf;Sucking-pig= speenvarken;Sucking-pump;Sucking-valve;Suckle= zoogen;Suckling= zuigeling;Suction,sɐkš’n, zuigen, zuipen, drank:Sucktion-pipe= zuigpijp, zuigbuis;Sucktion-pump= zuigpomp;Suctorial,sɐktôriəl, zuig - -.
Sudan,sûdân;Sudanese.
Sudatorium,siudətôriəm, zweetbad;Sudatory,siûdətəri, zweetkamertje, zweetbad; adj. zweetafdrijvend.
Sudden,sɐd’n, plotseling, onverwacht, snel, vlug:On a (the) sudden,All of a sudden= plotseling, in eens, onverhoeds; subst.Suddenness.
Sudermania,siûdəmeinjə, Sudermanland;
Sudetic,siudetik:Sudetic Mountains.
Sudor,siûdə, zweet;Sudoriferous, zweetverwekkend;Sudorific, zweetafdrijvend (middel).
Suds,sɐdz, zeepsop:We arein the suds= zitten er leelijk in;Toleave in the suds= in den steek laten;Tomake some soapsuds= wat zeepsop.
Sue,sjû.
Sue,siû, aanzoek doen om of dingen naar (de hand), recht of schadevergoeding zoeken, eischen, in rechten vervolgen, smeeken:The wife sued her husband on the plea of non-support= diende een aanklacht in op grond, dat de man haar niet onderhield of kon onderhouden;Hesued us fordamages= eischte schadevergoeding van ons;Hesued outa pardon for us= verzocht en verkreeg.
Suet,siûət, nierenvet; adj.Suety.
Suez,sûəz:Suez Canal.
Suff,sɐf=Suffragette.
Suffer,sɐfə, lijden, dragen, dulden, uithouden, toestaan, laten, straf ondergaan, boeten:Wesuffered chainsfor religion’s sake= we droegen ketenen;Tosuffer a change= ondergaan;Tosuffer losses= lijden;Tosuffer punishment= ondergaan;Tosuffer a reverse= tegenspoed hebben;Tosuffer wrong= lijden;You will have tosuffer forit= er voor moeten boeten;Don’tsuffer yourselfto be fooled= laat je niet versukkelen;Sufferable= draagbaar, toelaatbaar;Sufferance= smart, ellende, lijden, dulden, toestemming of verlof:He is hereon sufferance= wordt hier geduld;Sufferer= lijder, dulder, die toelaat:You’llbe the sufferer= zult er het slachtoffer van worden;Tobe a sufferer by= bij iets verliezen, te kort komen;Suffering= het lijden, verlies.
Suffice,səfais,səfaiz, genoeg of voldoende zijn, voldoen:Suffice it to say= het zij voldoende te zeggen;Sufficiency,səfiš’nsi, voldoendheid, genoegzaamheid, voldoende voorraad, voldoende geschiktheid;Sufficient= voldoende, genoegzaam, ruim, geschikt, deugdelijk:Sufficient in law= rechtsgeldig;Sufficient reason= voldoende reden;You havedone sufficientto deserve a dinner= genoeg;Sufficient unto the day is the evil thereof= elke dag heeft genoeg aan zijn zelfs kwaad (Matth. VI, 34).
Suffix,sɐfiks, achtervoegsel.
Suffix,səfiks, achtervoegen; subst.Suffixion.
Suffocate,sɐfəkeit, (doen) stikken, smoren:It wassuffocatingly hotthere= stikkend heet;Suffocation= verstikking:Crammed to suffocation= stikvol;Suffocative= stikkend.
Suffolk,sɐfək.
Suffragan,sɐfrəgan, subst. en adj. suffragaan:Suffragan bishop= onderbisschop, wijbisschop.
Suffrage,sɐfridž, stem; kiesrecht, stemming, goedkeuring:Extension of the suffrage= uitbreiding;Female suffrage;Household suffrage= huismanskiesrecht;Universal suffrage;[549]An advocate ofwoman (women’s) suffrage= voorstander van het vrouwenkiesrecht;Suffragette,sɐfrədžet, (hartstochtelijke) voorstandster v. het kiesrecht v. vrouwen;Suffrageverb. manifesteeren;Suffragist= voorstander van vrouwenkiesrecht.
Suffuse,səfjûz, overgièten, spreiden over:She wasall suffused with blushes= blosjes kleurden hare kaken;Suffusion= verspreiding over, overgièting, blos.
Sugar,šugə, suiker, vleierij, geld; adj. van suiker;Sugarverb. besuikeren, vergulden (fig.):Powdered sugar= poedersuiker;Refined sugar;A glass ofsugar and water= suikerwater;Sugar of lead= loodsuiker;I amnot made of sugar (-plums)= niet poeslief;Wesugared the trees= bestreken de boomen met een mengsel van rum en stroop (om daardoor de nachtvlinders te lokken en te vangen);Sugar-baker= suikerwerker; raffinadeur;Sugar-basin= suikerpot;Sugar-beet= suikerbiet;Sugar-candy= kandijsuiker;Sugar-cane= suikerriet;Sugar-caster= strooier;Sugar-house= suikerraffinaderij;Sugar-loaf= suikerbrood;Sugar-loaf hat= hoed in den vorm van een suikerbrood;Sugar-loaf waves= korte golven;Sugar-louse=Sugar-mite;Sugar-maple= suikerahorn;Sugar-mill= suikerfabriek, suikermolen;Sugar-mite= suikerworm;Sugar-orchard= aanleg vanSugar-maples;Sugar-planter= suikerplanter;Sugar-plantation= suikerplantage;Sugar-plum= suikerboon; vleierij, lievigheid;Sugar-refiner= suikerraffinadeur;Sugar-refinery= suikerraffinaderij;Sugar-spirit= rum;Sugar-tongs= suikertangetje;Sugariness, subst. v.Sugary= zoet, suikerachtig;Sugarless.
Suggest,sədžest, ingeven, aan de hand doen, inblazen, opperen, suggereeren;Suggestion= ingeving, wenk, aansporing, inblazing, suggestie:At this suggestionthe manimmediatelywithdrew= toen hij dit hoorde (toen dit geopperd werd);I did iton your suggestion= op uw wenk of raad;Suggestive= opperend, een wenk gevend, wijzend (duidend) op, veelbeteekenend:Yours isa very suggestive present= veelbeteekenend, toepasselijk;Tobe suggestive of= wijzen op;In a French comedysuggestivenessis expected= kan men gewaagde toespelingen verwachten.
Suicidal,siûisaid’l:Suicidal problem= zelfmat (schaakspel);Suicidal thoughts= gedachten van (aan) zelfmoord;Suicide,siûisaid, zelfmoord (ookfig.), zelfmoordenaar:Tosuicide oneself(=Tocommit suicide);Tobe suicided= zelfmoord laten begaan;Suicidism,siûisaidizm, neiging tot zelfmoord.
Suit,siût, subst. rechtsgeding, verzoek, hofmakerij, aanzoek, stel, kleur (in het kaartspel), pak kleeren, kleeding;Suitverb. passen, voegen, betamen, geschikt zijn, overeenkomen, schikken:Civil suit= civiel proces;Criminal suit= strafzaak;Asuit of armour= complete wapenrusting;A suit of mourning= rouwpak;The housemaid gave notice,and the cook followed suit= en de keukenmeid eveneens;I played diamonds, and hecould not follow suit= kon niet bekennen;Suit yourself= zooals je wilt;That willexactly suit me, suit me down to the boots (ground)= dat is net wat ik hebben moet;Hesuited the action to the word= voegde de daad bij het woord;Such a behaviourdoes not suit you= voegt u niet;Suitability, subst. v.Suitable= gepast, voegzaam, geschikt; subst.Suitableness.
Suite,swît, gevolg, reeks, stel:Suite of furniture= ameublement;A suite of rooms= eene suite.
Suitor,siûtə, verzoeker, vrijer, minnaar, partij in een proces.
Suk(e)y,s(i)ûki, theeketel; ook verk. vanSusan.
Sulcate(d),sɐlkit(sɐlkiteitid), gegroefd, gespleten;Sulcus,sɐlkəs, voor, groef.
Sulk,sɐlk, subst. booze luim:Sulkverb. in kwade luim zijn, pruilen:Tobe in a sulk (the sulks)= uit zijn humeur;Hestood out against her sulks and pouts= gaf niet toe aan hare luimen en haar pruilen;Sulkiness, subst. v.Sulky= gemelijk, pruilend.
Sulky,sɐlki, licht tweewielig karretje bij wedrennen:Sulkyharrow= eg met zitplaats voor bestuurder.
Sullen,sɐl’n, gemelijk, knorrig, norsch, naargeestig, vijandig, onaangenaam, eigenzinnig, halsstarrig, langzaam, traag, onheilspellend:Sullens= kwade bui; subst.Sullenness.
Sully,sɐli, subst. smet, vlek;Sullyverb. besmetten, bemorsen, bezoedelen, bezwalken:Thatsullies your honour= bezoedelt uwe eer.
Sulphonal,sɐlfən’l, sulfonal.
Sulphur,sɐlfə, zwavel;Sulphurverb. met zwavel verbinden (bestrooien), zwavelen;Sulphur-springs= heete zwavelbronnen;Sulphurate,sɐlfjureit, met zwavel verbinden, zwavelen; subst.Sulphuration,sɐlfjureiš’n;Sulphureous,sɐlfjûriəs, zwavelig, zwavelhoudend; subst.Sulphureousness;Sulphuretted= gezwaveld:Sulphuretted-hydrogen= zwavelwaterstof;Sulphuric,sɐlfjûrik, zwavel …:Sulphuric acid= zwavelzuur;Sulphurization, subst. v.Sulphurize, zwavelen, vulcanizeeren.
Sultan,sɐlt’n, Sultan;Sultana,sɐltânə,sɐlteinə, sultane;Sultanate,sɐltənit, sultanaat;Sultaness=Sultana;Sultanic,sɐltanik, van een sultan;Sultanship.
Sultriness,sɐltrinəs, subst. v.Sultry,sɐltri, drukkend, zwoel.
Sum,sɐm, subst. som, geheel, bedrag, inhoud, rekenvoorstel, toppunt;Sumverb. optellen, opsommen, resumeeren (up):Gross (Round) sum= ronde;The civil engineer’s advances are greatin the sum= de vooruitgang van den civiel-ingenieur is te zamen genomen groot;That isthe total sum ofmy experiences= het totaal;Thesum and substance= korte inhoud;Todo (make, work) a sum= maken;He is good at sums= kan goed sommen maken;He could notdo a sum in large divisions, in multiplication= geene groote deelingen en vermenigvuldigsom maken;It can’t be summed up in two words= laat zich niet zeggen;The judge’s summing-upwas lucid and impartial= ’s rechters resumé van het verhoor en de pleidooien.[550]
Sumac(h),siûmak, sumak, pruikenboom.
Sumatra,sumâtrə;Sumatran= (bew.) van S.
Summarily,sɐmərili, in ’t kort, summier;Summarize= resumeeren;Summary,sɐməri, subst. korte inhoud, kort begrip, resumé; adj. beknopt, kort, snel, afgedaan:The judgegave a summary ofthe case=summing-up.
Summation,səmeiš’n, het samentellen.
Summer,sɐmə, subst. zomer; horizontale balk, kalf of bovendrempel, groote steenoverzuilen en pilaren, waarop de bovenbouw rust; adj. zomer.…, zomersch;Summerverb. den zomer doorbrengen, den zomer door laten weiden:We went fora brief summering in the country= voor een kort tijdje in den zomer buiten wonen;Tosummer and winter a person= van haver tot gort kennen;Indian summer= nazomer (in N. Amer.);St. Luke’s summer=St. Martin’s summer= zacht en mooi najaarsweer, voorspoed na ongelukken en rampen;One swallow does not make a summer;Summer-colts= golvende trillingen van heete lucht nabij den grond;Summer-fallow, subst. braakliggend land in den zomer;Summerverb. in den zomer braak laten liggen;Summer-house= tuinhuisje, zomerverblijf;Summer-lightning= weerlichten;Summer-time= zomertijd;Summer-wheat= zomertarwe;Summering= vroege appel of peer;Summery= zomersch.
Summerset,sɐməset,Summersault,sɐməsôlt, buiteling.
Summit,sɐmit, top, kam, kruin, hoogste punt;Summit-level= hoogste punt van eene spoorbaan, een kanaal, etc.
Summon,sɐm’n, oproepen, dagvaarden, opeischen, zenden om;Summonverb. dagvaarden:Summons, subst. dagvaarding;A summons was issued (taken out) againsthim= hij werd voor het gerecht gedaagd;Toserve a summons on= een dagvaarding beteekenen;Summons me forthat if you like= dagvaard me hiervoor;Tosummon up one’s courage= zich vermannen;Summoner= deurwaarder.
Sump,sɐmp, poel, mijnput, smeltkroes.
Sumph,sɐmf, domkop; plof.
Sumpter,sɐmptə, subst. pakpaard =Sumpter-horse.
Sumptuary,sɐm(p)tjuəri, de uitgaven betreffende:Sumptuary edict, law= wet tegen te groote weelde;Sumptuous,sɐm(p)tjuəs, kostbaar, duur, weelderig, prachtig; subst.Sumptuousness.
Sun,sɐn, subst. zon, zonneschijn, zonsopgang(ondergang);Sunverb. in de zon warmen, drogen of zitten:Thesun rises, declines, sets, goes down= de zon gaat op, daalt, gaat onder;Hehad the sun very much in his eyes= was erg dronken;I have gota touch of the sun= lichte zonnesteek;There is no new thing under the sSun= niets nieuws onder de zon;Sun-beam= zonnestraal;Sun-bird= zonnevogel;Sun-blind= zonneblind;Sun-bonnet= dames zomerhoed;Sun-bronzed;Sun-burn= roode vlek van het verbranden door de zon;Sun-burnt= door de zon verbrand, met sproeten;Sun-clad= in stralen gehuld;Sun-dew= zonnedauw;Sundial= zonnewijzer;Sundown= zonsondergang (Amer.) =Sunset(ting);Sun-dried= in de zon gedroogd;Sunfish= zonne(maan)visch;Sun-flower= zonnebloem;Sun-glass= brandglas;Sun-god;Sun-hat;Sun-heat;Sunlight= zonnelicht;Sunlit= verlicht door de zon;Sun-myth= zonnemythe;Sun-ray;Sunrise,Sunrising= zonsopgang, Oosten;Sun-rose= zonnekruid;Sunset gun= het avondschot;Sunshade= parasol, zeil of scherm;Sunshine= zonneschijn, voorspoed, opgewektheid:Tobe in the sunshine= beneveld zijn;Sunshiny= zonnig, schitterend;Sun-spot= zonnevlek;Sunstricken,Sunstruck= door een zonnesteek getroffen;Sunstroke= zonnesteek;Sun-up= zonsopgang (Amer.);Sunless= zonder zon, beschaduwd;Sunlike;Sunniness, subst. v.Sunny= zonnig, opgewekt, blijde:Sunny eyes= vriendelijke oogen;I amon the sunny side offifty= ik ben nog geen vijftig.
Sunday,sɐnd(e)i, Zondag:A month of Sundays= lange en onbepaalde tijd;He was dressedin his Sunday best= in zijne mooie Zondagsche kleeren;Sunday citizen= zondagswandelaar;Sunday-out= uitgaanszondag;Sunday-school= Zondagsschool.
Sunder,sɐndə, verb. scheiden, verdeelen; subst. slechts in de uitdrukking:In sunder= vanéén, in tweeën.
Sundified,sɐndifaid, op zijn Zondags.
Sundries,sɐndriz, diversen:Dealer in sundries= in galanterieën;Sundry= verscheidene, verschillende:All and sundry= alle gezamenlijk.
Sung,sɐŋ, part. perf. vanto sing.
Sunk,sɐŋk, part. perf. vanto sink;Sunken battery= verdekt opgestelde;Sunken face= ingevallen;Sunken rock= blinde klip.
Sun(n),sɐn, Indische hennepplant;Sunn-hemp.
Sunna,sɐnə, alle voorschriften van Mohamed die niet in den Koran staan;Sunnites,sɐnaits, orthodoxe Mahomedanen.
Sup,sɐp, subst. slokje;Supverb. slurpen, soupeeren, een avondmaal verschaffen:I supped and dined themfor several weeks= ik zorgde voor hun avond- en middagmaal;Wesupped on cold beef= wij hadden koud rundvleesch voor het avondeten.
Super,siûpə, verk. vanSupernumerary.
Superable,siûpərəb’l, wat te overkomen is, overwinbaar.
Superabound,siûpərəbaund, ruim, overvloedig zijn (metwith);Superabundance= groote overvloed;Superabundant= meer dan genoeg.
Superadd,siûpərad, nog eraan toevoegen;Superaddition= het bijvoegen of bijgevoegde.
Superannuate,siûpəranjueit, door ouderdom en zwakheid ongeschikt maken, zijn of verklaren, pensionneeren;Superannuated= verjaard, uitgediend, gepensionneerd:Superannuated officer; Superannuated spinsters= oude vrijsters;Superannuation,siûpəranjueiš’n, ongeschiktheid, pensionneering, pensioen;Superannuation act;Superannuation fund;Superannuation money (allowance).[551]
Superb,siupɐ̂b, grootsch, prachtig, rijk, voortreffelijk; subst.Superbness.
Supercargo,siûpəkâgou, supercargo (scheepsterm).
Superciliary,siûpəsiljəri, boven de wenkbrauw(en);Supercilious,siûpəsiljəs, trotsch, aanmatigend, verwaand; subst.Superciliousness.
Supereminence,siûpəreminens, buitengewone voortreffelijkheid; adj.Supereminent.
Supererogation,siûpərerougeiš’n:Doctrine of Supererogation= leer, dat de goede werken van den eenen Christen aan de gezamenlijke Christenen ten goede komen;Works of supererogation= vrijwillige werken (boven hetgeen God van den Christen eischt), die den medechristenen ten goede komen;Supererogatory= meer dan de plicht eischt.
Superexcellence,siûpəreksəlens, buitengewone voortreffelijkheid; adj.Superexcellent.
Superficial,siûpəfiš’l, oppervlakkig, ondiep:Superficial measure= vlaktemaat;Superficiality,siûpəfišaliti=Superficialness;Superficies,siûpəfišîz, oppervlakte, buitenkant.
Superfine,siûpəfain, allerfijnst; subst.Superfineness.
Superfluity,siûpəflûiti, overtolligheid, overdaad;Superfluous,siupɐ̂fluəs, overtollig, overdadig; subst.Superfluousness.
Superfrontal,siûpəfrɐnt’l, altaarlaken dat over het frontaal hangt.
Superheat,siûpəhît, oververhitten.
Superhuman,siûpəhjûm’n, bovenmenschelijk.
Superincumbent,siûpərinkɐmb’nt, liggende op.
Superinduce,siûpərindjûs, bij- of toevoegen; subst.Superinduction.
Superintend,siûpərintend, het toezicht hebben op, controleeren;Superintendence,Superintendency= oppertoezicht;Superintendent= opzichter, inspecteur, directeur:Lady Superintendent= directrice;Superintendentship.
Superior,siupîriə, subst. meerdere, superieur; adj. hooger, boven, opper, meer, verhevener:Superior courts= opperste gerechtshoven (Common Pleas, ExchequerenQueen’s Bench);Superior force (strength)= overmacht;Superior planets= planeten verder van de zon dan de aarde;Tobe superior to= staan boven;Superiority,siupîrioriti, meerderheid, voorrang, overmacht:Air of superiority.
Superjacent,siûpədžeis’nt, liggende op (Geol.).
Superlative,siupɐ̂lətiv, overtreffende, ongemeen, zeer voortreffelijk; subst. overtreffende trap; subst.Superlativeness.
Supernacular,siûpənakjulə, heerlijk, lekker;Supernaculum,siûpenakjul’m, voortreffelijke drank, nagelproef:Todrink supernacular= een nagelproef doen.
Supernal,siupɐ̂n’l, bovenste, hemelsch:She wassupernal in intelligence= haar geest was superieur.
Supernatural,siûpənatšər’l, bovennatuurlijk, supernaturalistisch;Supernaturalism= bovennatuurlijke toestand, supernaturalisme;Supernaturalist;Supernaturalistic;Supernaturality=Supernaturalness.
Supernumerary,siûpənjûmərəri, subst. ambtenaar of officier boven de formatie; figurant; adj. boven een bepaald getal.
Superpose,siûpəpouz, leggen op; adj.Superposition.
Superroyal,siûpərôiəl, formaat papier (49 bij 70 cM.; Amer. 56 bij 71 cM.).
Supersaturate,siûpəsatjureit, oververzadigen; subst.Supersaturation.
Superscribe,siûpəskraib, schrijven op of boven, adresseeren;Superscription= opschrift, adres.
Supersede,siûpəsîd, afschaffen, opschorten, ter zijde stellen, vervangen, noodeloos maken:Tobe superseded in the command= van het bevel worden ontheven;Supersedeas,siûpəsîdias, bevel tot opschorting of schorsing;Supersedure,siûpəsîdjə, opschorting, afschaffing, schorsing.
Supersensible,siûpəsensib’l, bovenzinnelijk =Supersensual,siûpəsenšuel.
Supersession,siûpəseš’n=Supersedure.
Superstition,siûpəstiš’n, bijgeloof, bijgeloovigheid, òverpreciesheid;Superstitious= bijgeloovig, overprecies, nauwgezet:Superstitious practices, uses= bijgeloovige praktijken; subst.Superstitiousness.
Superstratum,siûpəstreit’m, bovenste laag.
Superstructure,siûpəstrɐktjə, bovenbouw.
Superterrestrial,siûpətərestriəl, bovenaardsch.
Supervene,siûpəvîn, bijkomen, onverwacht gebeuren of er tusschen komen, verrassen;Supervenient,siûpəvînj’nt, bijkomend; subst.Supervention.
Supervise,siûpəvaiz, het toezicht hebben of houden op, inspecteeren;Supervision,siûpəviž’n, opzicht, toezicht:Under police supervision (Supervision of the police)= onder voortdurend politietoezicht;Supervisor,siûpəvaizə, opziener, inspecteur;Supervisorypower= bevoegdheid om toezicht te houden.
Supination,siûpineiš’n, achteroverligging, ligging v. de hand met de palm naar boven.
Supine,siûpain, supinum (gramm.).
Supine,siupain, achteroverliggend, hellend; onverschillig, werkeloos; subst.Supineness.
Supper,sɐpə, subst. avondeten, avondmaal:We havepartaken of the Lord’s Supper= aan het Avondmaal deelgenomen:Supper-time= tijd van avondeten;Supperless:Togo supperless= geen avondeten krijgen.
Supplant,səplânt, verdringen, verdrijven, den voet lichten; subst.Supplantation;Supplanter.
Supple,sɐp’l, adj. buigzaam, lenig, meegevend, meegaande, vleierig, kruipend;Suppleverb. buigzaam en lenig maken of worden, buigen (fig.), afrijden, zich schikken;Supple-jack= gladbladige paulinia; sterke en lenige wandelstok; subst.Suppleness.
Supplement,sɐpliment, subst. toevoegsel, aanvulling, supplement, toelage;Supplementverb. aanvullen (sɐpliment);Supplemental, Supplementary,sɐpliment’l,sɐplimentəri, aanvullend, bijvoegend, bijgevoegd.
Suppliant,sɐpliənt,Supplicant,sɐplikn’t, subst. smeeker, nederig verzoeker; adj. smeekend, verzoekend;Supplicate,sɐplikeit, smeeken, vragen, bidden:Supplication[552]= smeeking, smeekgebed;Supplicatory= smeekend.
Supplier,səplaiə, verzorger, leverancier;Supply,səplai, subst. aanvulling, bijdrage, aanbod, voorziening, voorraad, versterking, vervanger;Supplyverb. aanvullen, verschaffen, voorzien, leveren, verzorgen, de plaats vervullen van:Demand and supply= vraag en aanbod;Supplies= benoodigdheden, versterking, toevoer, voorraad, de door het parlement aan de regeering toegestane gelden:The supplies were voted= de gelden werden toegestaan;They weresupplied withthe necessaries of life= voorzien van;Will yousupply my placefor a while? = mij vervangen;Tosupply a (felt) want= in eene (gevoelde) behoefte voorzien.
Support,səpöt, subst. ondersteuning, onderstand, hulp, steun, onderhoud, verzorging, stut, onderstel, statief, voet, begeleiding;Supportverb. steunen, onderhouden, stutten, helpen, uithouden, volhouden, verdedigen, (goed) spelen, begeleiden, leven, lijden, dulden:He cannotsupport himself= zichzelf niet onderhouden;Sugar supports itself= is vast;I won’tsupport such insults= niet verdragen;Support arms= schouder ’t geweer;Supportable= verdraagbaar, steunbaar, houdbaar; subst.Supportableness;Supporter= steuner, helper, verdediger, voorspraak, aanhanger, verband, schilddrager (Herald).
Supposable,səpouzəb’l, onderstelbaar, vermoedelijk; subst.Supposableness.
Suppose,səpouz, onderstellen, vermoeden, voor waar aannemen, onderstellingen maken:Let it be supposed that… = laten we aannemen, dat …;Supposing this to be true= aangenomen dat dit waar is;Suppose we go= zouden we niet eens gaan?;That being supposed= in deze veronderstelling;They are soldiers, I suppose= het zullen wel zijn;I suppose= niet waar?
Supposition,sɐpəziš’n, onderstelling, stelling, gissing, vermoeden:Suppositional,sɐpəzišən’l, vermoedelijk;Supposititious,səpozitišəs, ondergeschoven, onecht, nagemaakt, valsch:Supposititious case= aangenomen of ondersteld geval;Asupposititious child= ondergeschoven;Thesupposititious joysof basking in luxury= het twijfelachtig genot; subst.Supposititiousness;Suppositive,səpozitiv, subst. onderstellend woord; adj. ondersteld, onderstellend.
Suppository,səpozitəri, zet- of steekpilletje.
Suppress,səpres, onderdrukken, dempen, verhelen, weglaten, stelpen, stoppen, opheffen:The circulation of the letterswas suppressed= werd verhinderd;Suppresser;Suppressible= onderdrukbaar;Suppression= onderdrukking, weglating, verheling, stopping:The suppression of one lettermay give an entirely different sense= het weglaten van eene letter;Suppressionist= voorstander van onderdrukking (van den handel in sterke dranken);Suppressive= onderdrukkend, verbergend;Suppressor.
Suppurate,sɐpjureit, zweeren, etteren;Suppuration= het etteren, etter;Suppurative, subst. en adj. ettering bevorderend (middel).
Supra,siûprə, (in samenst.) boven, aan de andere zijde:Supra-axillary= boven den oksel;Supraclavicular= boven het sleutelbeen;Supracostal= boven of op de ribben;Supralapsarian= voorstander van een Calvinistische leer die de verkiezing vóór den zondenval stelt;Supramaxillary= boven de kaken;Supramundane= bovenaardsch, hemelsch;Suprarenal= boven de nieren;Suprascapular(y)= boven het schouderblad.
Supremacy,siupreməsi, oppermacht:Oath of Supremacy= eed waarbij de oppermacht van den Engelschen souverein in geestelijke zaken erkend wordt.
Supreme,siuprîm, hoogste, opperste:The Supreme= de Allerhoogste;His will ought to be supreme= zijn wil moet het hoogste zijn;Supreme command= opperbevel;Supreme Court of Judicature= het in 1875 gevestigde hof, waarin deHigh Court of Chancery, Courts of Queen’s Bench, Common Pleas, Exchequeren hetHigh Court of Admiralty, Court of Probate for Divorce and Matrimonial CasesenLondon Court of Bankruptcywerden vereenigd; het bestaat uit twee afdeelingen: hetHigh Court of Justiceen hetCourt of Appeal;Supreme folly= grootste dwaasheid;Torule supremely = de opperheerschappij hebben.
Sura,sûrə, hoofdstuk van den koran.
Surah,s(j)ûrə, soort van zijden stof.
Sural,siûr’l, kuit …
Surat,sûrat, sûrât, grof katoen (Voor-Indië).
Surbase,sɐ̂beis, lijstwerk langs een zuilvoet;Surbased,sɐ̂beist:Surbased arch= elliptisch gewelf.
Surcease,sɐ̂sîs, subst. ophouding, dood, staking;Surceaseverb. ophouden, een einde maken aan.
Surcharge,sɐ̂tšɐ̂dž, overladen, te veel vragen, oververhitten; subst. overlading, overvraging, strafport, oververhitting, 2de of 3de hypotheek;Surcharger.
Surcingle,sɐ̂siŋg’l,sɐ̂siŋg’l, zadelgordel, riem;Surcingleverb. met een gordel(riem) bevestigen.
Surcoat,sɐ̂kout, overjas, wapenrok.
Surd,sɐ̂d, subst. onmeetb. grootheid, zooals √ 2; adj. stemloos (van medeklinkers), onmeetbaar.
Sure,šuə, zeker, ongetwijfeld, onfeilbaar:As sure as death and taxes= zoo zeker als 2 × 2;As sure as a gun= zoo zeker als wat =As sure as can be;He is a good fellowto be sure= buiten kijf;I am sureI shall not go= ik ga bepaald niet;I am sure I don’t know= ik weet het heusch niet;I won’t be sure= ik durf het niet zeker zeggen;He is surenot to come= hij komt bepaald niet;Be sure not to forget= denk er om;That’s sure enough= dat is vast en zeker;That’s him, sure enough= hij is het waarachtig;I willmake surewhere he is= mij vergewissen;Surefooted= vast van voet, stevig op de beenen, vertrouwbaar; subst.Surefootedness;I can do thatsurely= dat mag ik toch wel doen, he?Sureness= zekerheid;Surety= veiligheid, zekerheid, pand, borgtocht, gerustheid:Of a surety= zeer zeker;I’llbe surety foryou,be your surety= voor u instaan, borg[553]voor u zijn;Tostand surety= borg blijven;Suretyship= het borg zijn, borgschap.
Surf,sɐ̂f, branding;Surf-boat= boot om mee door de branding te varen;Surf-duck (-scoter)= brileend; adj.Surfy.
Surface,sɐ̂fis, subst. oppervlakte, buitenkant, uiterlijk, vlak; adj. oppervlakkig (=Surface-deep);Surfaceverb. eene zachte oppervlakte geven, glad wrijven: Her information is of the most surface kind = is zoo oppervlakkig mogelijk;Surface-man= wegwerker, lijnopzichter;Surface-survey= landmeten;Surface-water= overdag van de oppervlakte der aarde in een mijn dringend water.
Surfeit,sɐ̂fit, subst. overlading, walging;Surfeitverb. (zich) de maag overladen; oververzadigd zijn:Surfeited withtoo much appetite= overladen (volgepropt) door.
Surge,sɐ̂dž, subst. groote golf, stortzee;Surgeverb. golven, hooge baren vormen, een touw laten schrikken (scheepst.):The audiencesurged downthe corridors= stroomde.
Surgeon,sɐ̂dž’n, heelmeester, chirurg:Royal College of Surgeons=Surgeons’ Hall= Kon. Instituut ter examineering van chirurgen;Surgeoncy= betrekking van arts (in leger of vloot);Surgery= heelkunde, operatiekamer, spreekkamer en apotheek van een dokter;Surgical,sɐ̂džik’l, heelkundig:Surgical instruments= chirurgische instrumenten.
Suricate,siurikeit, palm eekhorentje.
Surinam,sûrinâm, Suriname.
Surliness,sɐ̂linəs, subst. v.Surly,sɐ̂li, norsch, knorrig, gemelijk, afsnauwend.
Surmise,sɐ̂maiz, subst. vermoeden, gissing, argwaan;Surmiseverb. vermoeden, onderstellen;Surmiser.
Surmount,sɐ̂maunt, te boven komen, overwinnen:A heavy gilt clubsurmounted by a crown= met een kroontje er op;A weathercock-surmounted cupola= koepeltje met een weerhaan er op;Surmountable= overkomelijk, verwinbaar;Surmounter.
Surmulot,sɐ̂mjulot, groote woudrat.
Surname,sɐ̂neim, subst. familienaam, bijnaam;Surnameverb. ooksɐ̂neim, een bijnaam geven, bij een bijnaam noemen.
Surpass,sɐ̂pâs, overtreffen, te boven gaan:Surpassable= overtrefbaar;Surpassing= uitstekend, buitengewoon:A maidenof surpassing beauty= van weergalooze schoonheid.
Surplice,sɐ̂plis, koorhemd, stool.
Surplus,sɐ̂pləs, subst. overschot, toegift; adj. overtollig:In surplus= bovendien;Surplusage,sɐ̂pləsidž, overschot, groot aantal, overtolligheid:He hasa surplusage of daughters= eene heele collectie.
Surprise,sɐ̂praiz, subst. verrassing, overrompeling;Surpriseverb. overrompelen, verrassen, ontstellen, verlegen maken:By surprise= bij verrassing;That was a surprise to me= dat verraste me zeer;I amsurprised atwhat you say= ik ben getroffen;The beggars surprised Brielle= verrasten;Tosurprise oneself= zich betrappen op;Surprise-party(in Amerika) = een troepje personen, dat ongenood in het huis van een gemeenschappelijken vriend komt, en waarvan ieder zijne bijdrage voor een souper levert;Surprise-visit= onverwacht (inspectie)bezoek;Surpriser;Surprising= verbazingwekkend, buitengewoon; subst.Surprisingness.
Surrebut,sɐ̂ribɐt, voor de vijfde maal repliceeren (jur.);Surrebutter= vijfde wederantwoord;Surrejoin,sɐ̂ridžôin, voor de derde maal repliceeren;Surrejoinder= derde wederantwoord.
Surrender,sərendə, subst. overgave, uitlevering;Surrenderverb. overgeven, uitleveren, afstaan, afstand doen, zich overgeven (aan):The townsurrendered tothe enemy at discretion= gaf zich over;Tosurrender upon terms= op voorwaarden;surrenderer.
Surreptitious,sɐrəptišəs, op slinksche wijze, bedriegelijk, heimelijk:Surreptitious edition= nadruk.
Surrey,sɐri.
Surrogate,sɐrəgit, subst. plaatsvervanger;Surrogateship.
Surround,səraund, subst. soort buffeljacht door omsingeling, de keten van jagers die omsingelt;Surroundverb. omringen, omsingelen, insluiten:Surrounding country=Surroundings= omgeving:London andits surroundings= zijne omgeving.
Sursolid,sɐ̂solid, vijfde macht v. een getal.
Surtax,sɐ̂taks, extra belasting.
Surtax,sɐ̂taks, extra belasten.
Surtout,sɐ̂tût, overjas.
Surveillance,sɐ̂veil(j)’ns, toezicht.
Survey,sɐ̂vei, overzicht, inspectie, taxatie, meting; douanedistrict (Amer.):Hetook a survey ofthe matter= nam op, onderzocht.
Survey,sɐ̂vei, overzien, het toezicht houden op, nauwkeurig opnemen, scherp onderzoeken, meten (van land), peilen;Surveying-chain= meetketting;Surveyor= opziener, opzichter, administrateur, landmeter; verificateur (Amer.);Surveyorship.
Survival,sɐ̂vaiv’l, het overlèven, het blijven bestaan, in leven blijven, laatst overgeblevene, overblijfsel:Survival of the fittest= het overlèven van de krachtigste individuen.
Survive,sɐ̂vaiv, overlèven, nog leven, in leven blijven:He willsurvive his next birthday= zal nog halen;They are all dead, buthe survives= hij is er nog;Those who survive= de overlèvenden;Surviver, Survivor= langstlevende:Thesurvivors of the wreck= zij die er het leven hebben afgebracht;Survivorship= voordeel, dat den langstlevende toevalt.
Susan,sûz’n,siûz’n, Suzanne, Suze;Susanna,s(j)uzanə, Susanna.
Susceptibility,səseptibiliti, subst. v.Susceptible,səseptib’l, vatbaar, toegankelijk, gevoelig, teeder;Susceptibleness= teergevoeligheid;Susceptive,səseptiv, vatbaar, toegankelijk; subst.Susceptiveness.
Suspect,səspekt, vermoeden, verdenken, wantrouwen, achterdocht koesteren, vreezen; subst. een verdacht persoon;Suspected= verdacht; subst.Suspectedness;Suspecter.
Suspend,səspend, ophangen, hangen aan, opschorten, schorsen, doen ophouden, staken, suspendeeren, stremmen:The lampwas suspendedby a chain to the ceiling= hing;Tosuspend hostilities= schorsen;I wish tosuspend my judgment= op te schorten;The[554]officer was suspended= de ambtenaar werd geschorst;The firmsuspended payment= staakte hare betalingen;Tostand suspended= weifelen, in tweestrijd zijn;Suspenders= kous-ophouders, bretels:Suspendersthey were called,bracesnot being a parliamentary word= ze werdensuspendersgenoemd, aangezienbracesniet fatsoenlijk is;Suspense,səspens, onzekerheid, besluiteloosheid, uitstel:He wasin a mortal suspense= in doodelijken angst;Tokeep in suspense= in spanning of onzekerheid laten;Suspensible= zwevend;Suspension,səspenš’n, (op)hanging, ophouding, opschorting, uitstel, onzekerheid, schorsing, stremming, staking:Suspension of arms, of hostilities= eene staking der vijandelijkheden, een wapenstilstand;Suspension of pain;Suspension of payment;Suspension-bridge= hang- of kettingbrug;Suspensive= twijfelachtig, onzeker;Suspensor= breukband; suspensoir, zaadstreng;Suspensory= hangend, dragend.
Suspicion,səspiš’n, achterdocht, vermoeden, verdenking, “schijntje” of kleinigheid;Suspicious,səspišəs, achterdochtig, verdacht:A suspicious frame of mind= achterdochtige aard; subst.Suspiciousness.
Suspiration,sɐsp(a)ireiš’n, diepe ademhaling;Suspire= diep ademhalen.
Susquehanna,sɐskwəhanə;Sussex,sɐsəks.
Sustain,səstein, dragen, ondersteunen, schragen, volhouden, handhaven, lijden, dragen, helpen, bijstaan, onderhouden, verdedigen, beweren, aanhouden, verdragen:Tosustain authority= het gezag hoog houden;Tosustain a loss= lijden;Tosustain one’s part= zijn rol volhouden;This admirable spirit is sustained throughout the work= wordt het geheele werk door volgehouden;Sustainable= wat volgehouden, enz. kan worden;Sustainer;Sustainment= ondersteuning, etc.Sustenance,sɐstən’ns, onderhoud, levensmiddelen;Sustentation,sɐst’nteiš’n, steun, onderhoud:Sustentation fund= fonds ter verbetering van de traktementen der bedienaren van den godsdienst (vooral in deFree Church of Scotland).
Susurrant,siusɐr’nt, fluisterend, zacht ruischend;Susurration,siûsəreiš’n, gefluister, geritsel;Susurrus,siusɐrəs, geruisch, gefluister.
Sutherland,sɐdhəland.
Sutler,sɐtlə, zoetelaar;Sutlership;Sut(t)ling,sɐtliŋ:Sut(t)ling-wench= marketentster, zoetelaarster.
Suttee,sətî, verbranding der weduwe met haren overleden echtgenoot, weduwe die met haar overleden echtgenoot verbrand wordt;Sutteeism= vrijwillige vuurdood der weduwe.
Suttle,sɐt’l:Suttle weight= netto gewicht.
Sutural,siutjûr’l, naad..;Suture,siûtjuə, het naaien, zoom, naad.
Suzerain(e),siûzərən, subst. leenheer, opperheer; adj. heerschend, machtig;Suzerainty.
Swab,swob, subst. zwabber, wisscher; zuiplap;Swabverb. dweilen, zwabberen, afwisschen:You drunken swab= jij drankorgel;Heswabbed the perspirationfrom his face= veegde zich het zweet af;Swabber= zwabber (scheepst.).
Swabia,sweibjə, Zwaben;Swabian= Zwaab(sch).
Swad,swod, kort en dik persoon; pummel; klomp, massa (Amer.).
Swaddle,swod’l, zwachtelen, inbakeren;Swaddler= scheldnaam aan Methodisten gegeven;Swaddling:Swaddling-bands=Swaddling-clothes=Swaddling-clouts= luren, pak (waarin een klein kind gewikkeld wordt).
Swag,swag, subst. ongelijke of hortende beweging, doorzakking, gestolen goed, buit; ransel (Austral.);Swagverb. los en zwaar hangen, heen en weer slingeren;Swag-belly= iemand met een hangbuik;swagman= reizend gezel; houder van eenSwagshop= uitdragerij;Swagsman= heler.
Swagger,swagə, subst. gebluf, ijdel snoeven, zwaaiende gang, rottinkje der Engelsche militairen (=Swagger-cane);Swaggerverb. snoeven, met gemaakte gewichtigheid rondstappen, schetteren:Swagger houses= huizen der “groote lui”;Swaggerer= bluffer, grootspreker, tiran.
Swain,swein, jonge man, boerenknecht, (landelijk) minnaar.
Swale,sweil, laag gelegen land (Amer.).
Swallow,swolou, subst. zwaluw; keel, afgrond, vraatzucht, groote hap of slok;Swallowverb. verzwelgen, doorslikken, opslorpen, verteren, slikken (ookfig.):At one swallow= in één slok, hap;I won’tswallow such insults= zulke beleedigingen slik ik niet;Heswallowed all this nonsenselike gospel-truth= slikte;The poor fellow wasswallowed by the waves= werd verzwolgen;Swallow-fish= groote zeehaan;Swallow-tail= zwaluwstaart, rok, wimpel, vooruitgeschoven bastion;Swallow-tailed= met een zaluwstaart, gevorkt, met smal uitloopende slippen (als een rok):Swallow-tailed butterfly= koninginnepage;Swallower= verzwelger, gulzigaard.
Swam,swam, imperf. vanto swim.
Swamp,swomp, subst. moerassig of drassig land;Swampverb. in een moeras zinken, vol water loopen (van eene boot), doen zinken, overstroomen, overtreffen, het overwicht hebben, ruïneeren; in onoverkomelijke moeilijkheden geraken, ondergaan:The Chinamanswamps the labour-marketof America= overstroomt;We got swamped= wij kwamen er leelijk in te zitten, waren geruïneerd;Swamp-fever= moeraskoorts;Swamp-hickory=Noord-Amerik.hickory-noot;Swamp-honey-suckle= kleverige azalea;Swampy= moerassig, drassig.
Swan,swon, zwaan:A black swan= een witte raaf (fig.);Swan-down,Swan’s down= zwanendons;Swanherd= hoeder;Swan-hopping(Swan-upping) = het merken van zwanen;Swan-shot= ganzenhagel;Swanskin= soort van gekeperd flanel, zwanevel;Swan-song= zwanenzang;Swanwort= soort van orchidee.
Swang,swaŋ, laag gelegen grasland.
Swank,swaŋk, bluf, opsnijderij.
Swansea,swonsî.
Swap,swop, subst. slag; ruil;Swapverb. neerploffen; ruilen, wisselen:I had a swap with him= ruilde;We fell toswapping notes[555]about customs in Germany= onze bevindingen uit te wisselen (te vergelijken);We smoked a final pipe, andswapped a final yarn= vertelden nog een laatst verhaal;Toget swapped= de bons krijgen.
Swape,sweip, lang roer (bij een vlot); zwengel eener pomp;Swape-well= pomp.
Sward,swöd, grasveld; huid, bast;Sward-cutter= ploeg (voor grasvelden), grasschaar.
Sware,swêə, imperf. vanto swear(dichterl.).
Swarm,swöm, subst. zwerm, dichte menigte;Swarmverb. zwermen (van bijen), krioelen, wemelen, zich verdringen; in een boom of mast klimmen (gew. metup):Swarming time(van bijen).
Swarry,swori, verbastering vansoirée.
Swart(h),swöt(h), zwart, donker;Swarth(i)ness, subst. v.Swarthy= getaand, bruin.
Swash,swoš, subst. gepoch, gezwets, het “geuren” of bluffen; watergeklots of -gekabbel; adj. dronken; overrijp, murw; ovaal;Swashverb. klotsen, kabbelen; bluffen, zwetsen;Swash-buckler= schetteraar, bluffer, vechtersbaas =Swasher;Swashing= bluffend, zwaar neerploffend, verpletterend;Swashy= papperig.
Swath,swôth, zwad, rij gemaaid en bijeengelegd gras of koren, wat eene zeis of maaimachine bereikt:Tocut a swath= gewichtig doen.