Beslaver,bislavə, bekwijlen; likken (fig.).Beslime,bislaim, met slijm bevuilen.Beslobber,bislobə, bekwijlen; likken (fig.).Beslubber,bislɐbə, bekwijlen.Besmear,bismîə, besmeren, bevuilen.Besmirch,bismɐ̂tš, bevuilen, bezoedelen.Besmut,bismɐt, (met roet) bevuilen.Besom,bîz’m, bezem, bezemkruid.Besot,bisot, dronken voeren, verdwazen;Besotted= dronken, aan den drank, dwaas (verliefd).Besought,bisôt, imp. en p.p. vanto beseech.Bespangle,bispaŋg’l, versieren (bezaaien) met loovertjes.Bespatter,bispatə, bespatten, bekladden.Bespeak,bispîk, subst. benefiet;Bespeakverb. vooraf bespreken, bestellen, beteekenen, verzoeken om, aanspreken, aankondigen, boeien:We were at a play last night:it was a bespeak;The bespeak partyoccupied two boxes= de dames en heeren die het stuk lieten spelen;Ibespeak the attentionof every man for our foreign affairs= vraag ieders aandacht;His languageBespeaks him a scholar= bewijst dat hij is;Bespeak bootmaker= op maat;Bespeak tailoringat ready-made prices= op maat doch tegenconfectieprijzen;Imperf.enP.P.=Bespoke,Bespoken.Besprinkle,bispriŋk’l, besprenkelen.Bess,bes, verkorting vanElizabeth.Bessemer,besəmə:Bessemer process= bessemeren, gietijzer onder hooge temperatuur smelten en er in gesmolten toestand lucht doorheen voeren;Bessemer steel.Best,best, subst. best; adj. best;Bestverb. overtreffen, beetnemen:Sunday best= Zondagskleeren;The best part of the week= grootste gedeelte;At (its) best= op zijn mooist, hoogstens;To see a personat his best= van zijn besten kant;To the best ofmy ability (belief)= zoo goed ik kan (naar mijn beste weten);Todo one’s best= zijn best doen;Toget (have) the best of= er het best afkomen, de overhand hebben;Tokeep the best (wine) to the end= het lekkerste (beste) voor het laatst bewaren;Tolook one’s best= op zijn voordeeligst;Tomake the best ofa bad bargain= zich er zoo goed mogelijk doorheen slaan;Tomake the best ofa chance= zooveel mogelijk partij trekken van;Tomake the best ofa bad husband= zich schikken in, verzoenen met het idee;Tomake the best of one’s way home= zich zoo snel mogelijk begeven;We hadperformed the best of our way= het grootste gedeelte afgelegd;Toplay one’s best;Tospeak for the best= om bestwil;Towear for best= voor best;Put your best foot forward;Best-maid= bruidsmeisje (Schotl.);Best-man= bruidsjonker;Best-pleased= ingenomen.[47]Bestead,bisted, van dienst zijn, helpen; past part. en adj. omgeven, geplaatst, gelegen:Hard bestead= in ’t nauw;Ill bestead= in moeielijken toestand.Bestial,bestj’l, beestachtig, zinnelijk;Bestiality= beestachtigheid, etc.;Bestialize= verdierlijken.Bestir,bisɐ̂, in vlugge en krachtige beweging brengen, roeren, inspannen:You must bestir yourself= u inspannen, voortmaken.Bestow,bistou, aanwenden, verleenen, werpen, schenken, besteden, opbergen;Bestowal=Bestowment= gave.Bestraddle,bistrad’l=Bestride.Bestrew,bistrû, bestrooien.Bestride,bistraid, schrijlings zitten op of staan over; stappen over, bestijgen; P.P.Bestridden; P. Imp.Bestrode.Bestud,bistɐd, metstudsof kno(o)pjes versieren.Bet,bet, subst. weddenschap, inzet;Betverb. wedden, eene weddenschap aangaan;It is an even bet= weddenschap met gelijken inzet;Hemade a betof a bowl of punch= wedde om;I’ll bet you ten pounds= ik wed met u om;You bet!(Amer.) = Zeker! Dat wed ik met je!Better (Bettor)= wedder;Betting-book= boekje voor het noteeren van weddenschappen;Betting-man= iemand, die wedrennen geregeld bezoekt om te wedden, gokker.Betake,biteik:Betake oneself to= zich begeven naar, zijn toevlucht nemen tot, zich bedienen van, aanvatten.Betel,bît’l, betel;Betelnut= betelnoot.Bethel,beth’l, heilige plek, kerk voordissentersof zeelui.Bethink,bithiŋk, (zich) herinneren, overwegen:Ibethought myself of itat the right moment;Hebethought of him= herinnerde zich zijner.Betide,bitaid, overkomen, geschieden:Woe betide you= wee u.Betime(s),bitaim(z), in tijds, weldra.Betoken,bitouk’n, aanduiden, voorspellen:That dark cloudbetokens a storm.Beton,bet’n, beton.Betony,betəni, betonie.Betook,bituk, imperf. vanto betake.Betray,bitrei, verraden, misleiden, bedriegen:Hebetrayed his ignorance= liet blijken;My head is all right, butmy legs betray me= geven het op (ik kan niet meer loopen of staan);Betrayal= verraad;Betrayer, verrader.Betroth,bitroudhofbitroth, verloven, beloven te huwen; tot bisschop aanstellen;Betrothal (Betrothment)= verloving;Betrothed, verloofde.Better,betə, adj. en adv.beter;Betterverb. overtreffen, verbeteren, beter worden:Better and better= al beter en beter;Betters= meerderen;All (so much) the better= des te beter;As long again and better= meer dan eens zoo lang;Two heads are better than one= twee weten meer dan een;Tobe better= beter zijn, zich beter bevinden;Is my father any better? Is your foot better? She would be better married= ’t was beter, dat zij getrouwd ware;Being better at stairsthan her husband= beter kunnende trappen klimmen;Tobe better off= zich in betere, gunstiger omstandigheden bevinden;Tobe the better for= in beteren toestand zijn;He wasthe better forthe sea-air;Tobecome, get, grow better= beter worden;Tochange for the better= ten goede;Toget, gain the betterof a person= iemand de baas, te slim af zijn;Togo one better= overtreffen;Tohave the betterof a person= iemand overtreffen, overwinnen;Youhad bettergo= deedt beter;Tomarry for better for worse= of het geluk of ongeluk moge brengen;Tothink better of it= zich bedenken, zich bezinnen;Thebetter half= de grootste helft; wederhelft (fig.);Bettermost= beste, voornaamste;Better part= grootste deel;Thebetter opinionis= we weten niet beter of;Tobetter oneself= zich verbeteren; een betere positie verwerven;Bettering, subst. verbetering; adj. verbeterend;Betterment= verbetering;Betterness= voortreffelijkheid, verbetering.Betty,beti, Betty; Jan Hen.Between,bitwîn, tusschen:They bought the housebetween them= met hun beiden;Between ourselves (you and me)= onder ons gezegd;Between this and then= tot zoolang;In between= in den tusschentijd;Between … and= zoowel door … als door;(Few and) far between= zeldzaam;Between-deck(s), subst. en adj. tusschendek(s);Betweenwhiles= nu en dan.Betwixt,bitwikst, tusschen:There’s many a slip ’Twixt the cup and the lip= tusschen bekerrand en lippen, kan u meen’ge kans ontglippen;It isBetwixt and between= zoo zoo, la la.Beulah,bjûlə;Bevan,bev’n.Bevel,bev’lsubst. winkelhaak, hoekmeter; adj. schuinsch, scherphoekig;Bevelverb. hoekig maken, schuin toeloopen:Bevel-angle= scherpe (of stompe) hoek.Beverage,bevəridž, drank.Beverley,bevəli;Bevis,bîvis.Bevy,bevi, vlucht, troep, gezelschap.Bewail,biweil, beklagen, beweenen; weeklagen;Bewailable= beklagenswaardig;Bewailing= gejammer.Beware,biwêə, oppassen, zich hoeden voor:Beware of the dog= wacht u voor;Beware them both, but most of all beware this boy= houd in ’t oog;Beware lest …pas op, dat niet.Beweep,biwîp, beweenen.Bewick,bjûik.Bewilder,biwildə, in de war brengen, verbijsteren;Bewilderedness,Bewilderment= verwarring.Bewitch,biwitš, beheksen, betooveren; subst.Bewitchery=Bewitchment.Bewray,birei, ontdekken, verraden:This poem bewrays itself asa translation= men ziet dadelijk, dat het vertaald is;Her dress bewrays her= toont duidelijk wat ze is.Beyond,bi-jond, verder dan, aan de andere zijde van, voorbij, boven, overtreffende:TheGreat Beyond= hiernamaals;It isbeyond me= mij te hoog, te moeielijk;Itgoes beyond my comprehension, powers, beyond me= mij te hoog;That isbeyond dispute= buiten[48]kijf;The better land isbeyond the tomb= aan de overzijde van;Youare beyond that handbook= het is te gemakkelijk voor u;Youhave got beyond that cheap violin= speelt te goed voor;Beyond words= niet om uit te drukken, sprakeloos;Togo beyondone= overtreffen, te slim af zijn;Togo beyond one’s depth= zoo ver gaan, dat men niet meer staan kan (ookfig.= te hoog gaan, te moeielijk worden);Tostay beyond one’s time= te lang blijven.Bezel,Bezil,bez’l, scherpe kant van een beitel; kas van een ring, waarin de steen zit; het gleufje, waarin het horlogeglas past.Bezoar,bîzöofbezö, bezoar of maagsteen.Biangular,bai-aŋgjulə, tweehoekig.Bias,baiəs, subst. eenzijdige verzwaring van den bal (bijBowling); schuine loop of snede; neiging, vooroordeel, voorliefde; adj. schuin, diagonaal;Biasverb. doen overhellen naar één zijde, vooringenomen doen zijn:There is an admirableabsence of biasin this paper= afwezigheid van vooringenomenheid;I have biased him;I amstrongly biased (in his favour)= voor (hem) ingenomen.Bib,bib, subst. slabbetje, borstlap (van een schortje), steenbolk;Bibverb. slurpen, pimpelen:Best bib and tucker= feestkleedij;A bibacious,baibeišəsfellow= aan den drank verslaafd;Bibacity= drankzucht;(Wine-)Bibber= (wijn)drinker, zuiper.Bible,baib’l, bijbel:Bible-clerk= student aan het Magdalen College te Oxford, die uit den bijbel moest voorlezen;Bible-oath= eed op den Bijbel;Bible Society= bijbelgenootschap;Biblical, bijbelsch;Biblicism, geloof aan den tekst der Schrift als eenige geloofsregel; bijbelkennis;Biblicist, letterknecht; bijbelkenner.Bibliographer,bibliogrəfə, bibliograaf;Bibliographical= bibliographisch;Bibliography= bibliographie;Bibliomancy,bibliomansi, voorspelling naar aanleiding van toevallig opgeslagen of open liggende teksten;Bibliomania,bibliəmeinjə, bibliomanie;Bibliomaniac= bibliomaan;Bibliophil(e),bibliəfil, boekenliefhebber of verzamelaar.Bibulous,bibjulɐs:Bibulous paper= vloeipapier.Bice,bais, bergblauw.Bicentenary,baisentənəri, subst. en adj. tweehonderdjarige (gedenkdag).Bicephalous,baisefəlɐs, tweehoofdig.Biceps,baisəps, tweehoofdige opperarmspier.Bicker,bikə, subst. strijd, twist;Bickerverb. kibbelen, twisten; flikkeren, zich slingeren; ratelen, klepperen.Bickern,bikən, aambeeld met twee punten.Biconjugate,baikonžugit, paarsgewijze.Bicorn(ed),baikön(d),Bicornous,baikönəs, tweehoornig.Bicycle,baisik’l, subst. rijwiel;Bicycleverb. wielrijden;Bicyclist= wielrijder.Bid,bid, subst. bod, poging;Bidverb. verzoeken, bevelen, aanbieden, voorstellen, wenschen, uitnoodigen, bieden op (for):The bookfell to my bid= werd mij toegeslagen;Tomake a bid for= moeite doen om te verkrijgen;Will youbid him walk in= verzoeken;Hebade them witness it= riep hen tot getuige;What’s bidfor this? = is geboden?The reserve price was not bidden;Tobid beads= den rozenkrans bidden;Tobid defianceto= tarten, trotseeren;Tobid fair= beloven, doen verwachten;Tobid good-day (bid-morning, farewell, welcome)= goeden dag zeggen etc.;Biddable= gehoorzaam, gezeggelijk;Bidder:The best (highest) bidder= meestbiedende;Bidding= het bieden, bod, bevel, uitnoodiging.Biddery-ware,bidəriwêə=Bidri biddery-ware, metalen voorwerpen uit Bidar, met zilver of goud ingelegd.Biddy,bidi, Bridget; Iersch dienstmeisje (Amer.); kiep (in:kiep! kiep!).Bide,baid, verblijven, verwijlen; afwachten, verbeiden, verdragen, uitstaan:I willbide my time;That flowerdoes not bide handling= kan niet tegen aanpakken;Let that bide= rusten.Bident,baidənt, gaffel;Bidental,Bidentate,baidentit, tweetandig.Bidet,bidet,bidei, klein paard; bidet.Biennial,baienj’l, tweejarig.Bier,bîə, draag-, lijkbaar:Bier right= baarrecht.Bifacial,baifeiš’lmet twee gelijke ruggelings verbonden zijden (of gezichten).Bifarious(ly),baifêriəs(li), in twee rijen.Biferous,bifərəs, tweemaal ’s jaars dragend.Biffin,bifin, een (vooral in Norfolk gekweekte) appel; platgedrukte en gedroogde appel.Biflorate,baiflôrit,Biflorous,baiflorəs, tweebloemig.Bifoliate,baifouljit, tweebladig.Bifold,baifould, tweevoudig, dubbel.Bifurcate,baifɐ̂keit, in twee takken verdeelen; adj.Bifurcate(d),baifɐ̂kit(id):Bifurcation, vertakking, splitsing,Bifurcous= in twee takken verdeeld.Big,big, dik, groot, zwaar, zwanger, vol, opgeblazen; voornaam, voortreffelijk (Amer.):Big Ben= de groote klok in ’t Parlementsgebouw;Big with= vol van, zwanger van;Toget big= groot worden (van kinderen);Tolook big= er verwaand of dreigend uitzien; den neus in den wind steken;Totalk big= een groot woord hebben;Big bugs= groote hanzen;Big guns= groote hanzen; groote kanselredenaars:That was his big gun= hooge troef, beste kaart (fig.);Big heart= edel, grootmoedig;Big man= man van invloed;Big pot= hooge oome:He is abig pot,and you are only a kettle;Big wig(=Big pot);Bigness= grootte, etc.Bigamist,bigəmist, iemand, die zich aanbigamieschuldig maakt;Bigamous= bigamistisch;Bigamy= bigamie.Biggin,bigin, filtreerkan; muts, kindermutsje.Biggonet,bigənət, begijnekap, nonnenkap.Bight,bait, baai, bocht (van een touw), buiging.Bignonia,bignounjə, trompetbloem.[49]Bigot,bigət, bekrompen ijveraar, onverdraagzaam dweper;Bigoted= bigot, bijgeloovig, kwezelachtig, fanatiek;Bigotry, kwezelarij; blinde aanhankelijkheid, fanatieke ijver.Bijou,bîžû, juweel, kleinood.Bijugate,baidžugit,baidžûgit,Bijugous,baidžugɐs, met twee koppen in profiel, elkaar gedeeltelijk bedekkend; tweeparig.Bike,baik, subst. fiets;Bikeverb. fietsen.Bilander,biləndə,bailəndə, bijlander.Bilberry,bilbəri, soort v. blauwe boschbes.Bilbo,bilbou, Spaansche degen (van Bilboa,bilbouə, in Spanje);Bilboes,bilbouz, scheepsvoetboeien, verschuifbaar langs lange stangen.Bilboquet,bilbəket, bal met beker, waarin hij moet worden gevangen.Bile,bail, gal, bitterheid:Tostir up the bile= boos maken.Bilge,bildž, subst. buik (van een vat), buikdelling (zeeterm);Bilgeverb. een lek krijgen in de kim; buiken; lens pompen;Bilge-keel= kimkiel.Biliary,biljəri, gal - -; gallig:Biliary calculus= galsteen.Bilingual,bailiŋgwəl,Bilinguar,bailiŋgwə,Bilinguous,bailiŋgwəs, in twee talen, twee talen sprekend.Bilious,biljəs, gallig, galzuchtig; subst.Biliousness.Bilk,bilk, subst. bedrog, dwaasheid; bedrieger;Bilkverb. bedriegen, afzetten; zich heimelijk verwijderen, of verlaten:I don’t intend tobilk my lodgings;Bilker= afzetter.Bill,bil, aanklacht, wetsontwerp, wissel, biljet, nota, rekening, programma, lijst, rol, bankbiljet (Amer.); aanplakbiljet;Billverb. registreeren, aankondigen:Tomake out(= schrijven),pay, run up, send in, settle bills= rekeningen;Tobring in, drop, pass, reject a bill= wetsontwerp;Topost (up), to stick bills= biljetten aanplakken;Stick no bills!= hier niets aanplakken!He has abill in chanceryagainst you= eisch tot schadevergoeding bij deChancery Divisionvan hetHigh Court;To bring in (to find)a true bill= een aanklacht gegrond verklaren (Dit geschiedt door deGrand Jury, die de zaak dan verwijst naar dePetty Jury, die eenVerdictuitspreekt;—het ongegrond verklaren wordttoignoreoftothrow outgenoemd);It’s a true bill= (ongelukkig) maar al te waar (fig.);Shefills that bill exactly= voldoet precies aan die eischen;Bill of credit, kredietbrief;Bill of divorce= scheidbrief (Joodsche wet);Bill of entry= declaratie van inkomende rechten;Bill of exchange= wissel (Inland bill, Foreign bill, Forged bill);Bill of fare= menu;Bill of fares= tarief van vracht en vervoerprijzen;Bill of health= gezondheidspas;Bill of indemnity= acte v. schadeloosstelling;Bill of lading= vrachtbrief;Bill of mortality= sterfte-statistiek;Bill of Rights=Eng.grondwet 1689;Bill of sale= machtiging tot verkoop van roerend goed voor schulden;Wheneverhe saw a circus billed= door biljetten aangekondigd;Bill-board= aanplakbord;Bill-book= wisselboek;Bill-broker= makelaar in wissels;Bill-sticker= aanplakker.Bill,bil, snavel, ankerklauw, kromme snoeibijl, houweel, hellebaard;Billverb. trekkebekken, minnekoozen =Billing and cooing;Bill-hook= sikkelmes;Billman= hellebardier.Billet,bilət, subst. briefje, inkwartieringsbiljet, kwartier, baantje, dienst; blok hout, staaf;Billetverb. inkwartieren:Every bullet has its billet= heeft zijne bepaalde bestemming;Secretaryships andall such billets= baantjes;You havea very comfortable billet there= gemakkelijke betrekking;He charged upon the young man witha billet of wood;The regiment wasbilleted uponthe inhabitants;I wish I couldget you billeted onthat ship= geplaatst.Billiards,biljədz, biljardspel;Billiard-ball(Billiards-cloth;Billiards-cue;Billiards-hole=Billiards-pocket;Billiards-marker;Billiards-table);A game of billiards;To play at billiards.Billingsgate,biliŋzgit: (Billingsgate language) vischwijventaal; adj. plat, gemeen;Billingsgate pheasant= bokking.Billion,bilj’n, billioen (in Frankrijk en Amerika: 1000 × millioen).Billot,bilət, ongemunt goud of zilver (in staven of blokken).Billow,bilou, subst. baar;Billowverb. golven, opzwellen:The billow-and-breaker-beaten coast= de door golven en branding gebeukte kust;Billowy= ruw, golvend.Billy,bili, kameraad; stok, ploertendooder, (koffie)keteltje, zijden halsdoek; ook gemeenz. voorWilly, William;Billycock,bilikok, laag, rond en stijf hoedje van vilt (of stroo), “kaasbolletje”;Billy-boy= platboomd vaartuig;Billy-goat= bok.Biltong,biltoŋ, biltong (Zuid-Afr.).Bimana,bimənə,baimənə, tweehandigen;Bimanous,bimənɐs, ofbaimənɐs, tweehandig.Bimonthly,baimɐnthli, subst. en adj. tweemaandelijksch (tijdschrift).Bin,bin, subst. kist, trog, bak, wijnrek;Binverb. in eene kist, etc. bergen.Binary,bainəri, binair.Binate,bainit, paarsgewijs groeiend.Bind,baind, binden, verbinden, ontwikkelen, beperken, verplichten, bevestigen, hard maken, eene grens vormen, verplichten (volgens contract); subst. band, verbinding, ijzerhoudend leem; rank, hopstengel, 250 (Abind of eels):Bound downby contract= gebonden;This apprentice wasbound outto service= in dienst gedaan;He wasbound overto appear again before the court within a week= moest eene som gelds deponeeren, die hij verbeurde als hij niet verscheen;Tobind tosecrecy= geheimhouding doen beloven;Tobind upwounds= verbinden;That man is entirelybound up inhis work, studies, etc.= wordt geheel ingenomen door, gaat geheel op in;Binder= (boek)binder, band;Bindery= boekbinderij;Binding= band, verband, het binden:The snow is[50]less binding= pakt niet zoo goed meer;Bindweed= winde.Bine,bain, rank (van hop), hop.Binervate,bainɐ̂vit, met twee nerven.Bing,biŋ, hoop;Bingverb. ophoopen.Bin(n)acle,binək’l, kompashuisje.Binny,bini, barbeel (van den Nijl).Binocle,binok’l, binocle;Binocular= binoculair; binocle (=Binocles);Binoculate= binoculair.Binomial,bainoumj’l, binominaal; binomium:Binomial theorem= binomium v. Newton;Binominal,bainomin’l, met twee namen.Biograph,baiəgrâf= verbeterde kinematograaf;Biographer= biograaf;Biographic(al)= biographisch;Biography, biographie.Biological,baiəlodžik(’l), biologisch;Biologist, bioloog;Biology= biologie.Biparous,bipərɐs, tweelingen barend.Biped,baiped, subst. en adj. tweevoetig (dier);Bipedal,baipəd’l, adj. tweevoetig.Biplane,baiplein, tweedekker.Biquadratic,baikwədratik, 4emachts; vierdemacht.Birch,bɐ̂tš, berk, berkenroede, berken canoe (Amer.);Birchverb. met de roede straffen, ranselen; adj. berken =Birchen;Birch-broom= stalbezem.Bird,bɐ̂d, subst. vogel; lieveling:Birds Protection Act;Neither bird nor fish= geen vleesch en geen visch;Birds of a feather flock together= soort zoekt soort;The early bird catches the worm= de morgenstond heeft goud in den mond;Fine feathers make fine birds= kleeren maken den man;A little bird told me= ik heb er een muisje van hooren piepen;A bird in the hand is worth two in the bush= … beter dan tien in de lucht;It is an ill bird that fouls its own nest= wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht;Thebird has flown(ookfig.);To hit the bird in the eye= den spijker op den kop slaan;Tokill two birds with one stone (at one blow);Tolime one’s bird to the twig= lijmen, vangen, (fig.);Bird of Jove= adelaar;Bird of Juno= pauw;Bird of Minerva= uil;Bird of night= uil;Bird of passage= trekvogel;Bird of prey= roofvogel:Birdverb. vogels vangen of schieten;Bird-baiting= vangen met slagnet;Bird-batting= vangen met den lichtbak;Bird-boy= jongen, om vogels te verjagen;Bird-cage;Bird-call= fluitje (van den vogelaar);Bird-cherry= vogelkers;Bird-fancier= vogelliefhebber; vogelkoopman;Bird-lime= vogellijm;Bird-man, (Bird-catcher) = vogelaar;Bird’s-eye= subst. soort van tabak; adj. in vogelvlucht gezien:A bird’s eye viewof Cologne= Keulen in vogelvlucht;Bird’s eye wood= geaderd, gemarmerd hout;They wentbird’s-nesting= vogelnestjes uithalen;Nobody goes bird’s-nesting without a fall at times= wie wat onderneemt, struikelt wel eens;Bird-witted= vluchtig, van het een op het ander;Birdie= vogeltje; lieveling.Biretta=Beretta.Birmingham,bɐ̂miŋ’m,bɐ̂miŋham.Birth,bɐ̂th, geboorte, afkomst, oorsprong, stand, vrucht, jong:Togive birthto= bevallen, jongen werpen;Tokill at birth= in de wieg smoren (fig.);Toproduce two young ones at a birth= twee jongen werpen;He is an Englishmanby birth= van geboorte;New birth= wedergeboorte (fig.);Birth-certificate=Certificate of birth= geboorteakte;Birthday;Birth-hour;Birthplace;Birthright;Birth-roll= geboorteregister;Birth-sin= erfzonde.Biscay,biskei, Biscaje;Biscayan,biskeiən= (bewoner) van Biscaje.Biscuit,biskit, beschuit; biscuit (aardewerk); klein zacht broodje (Amer.).Bise,bîz,biz, N. (O.) wind in Zwitserland en Provence.Bisect,baisekt, in tweeën deelen;Bisection= halveering;Bisector= bisector.Bisexual,baisekšu’l, tweeslachtig.Bishop,bišəp, subst. bisschop; een warme drank; tournure of kussentje (Amer.); slabbetje; raadsheer (in het schaakspel); bisschopsmuts (hoornschelp); lievenheersbeestje;Bishopverb. bevestigen, bisschoppen benoemen, tot bisschop wijden; het gebit van een oud paard zóó opknappen, dat het jonger lijkt; beetnemen;Bishop’s-Bible= bijbelvertaling van 1568;Bishop’s-weed= zevenblad;Bishopess, vrouw van een Angl. bisschop;Bishopric= bisdom.Bison,b(a)is’n,biz’n, bison.Bissextile,bisekstil, schrikkeljaar; adj. bisextiel;Bissextile year.Bistre,bistə, bister, roetbruin.Bistoury,bisturi, opereermes.Bistort,bistöt, slangenwortel.Bit,bit, subst. boorijzer (boorspits), schaafijzer, baard v. een sleutel, gebit; beetje, hapje, kleinigheid, klein geldstuk:Not a bitof it= geen kwestie van;He isevery bitas good as you= in alle opzichten;I amnot a bit the wiser= ik ben geen haar wijzer;Bit by bit= stukje voor stukje;The coachmandraws bit= begint het paard in te houden;The horsegot the bitbetween his teeth and ran away;A six-penny bit= een munt van sixpence;A long bit= 15 cents (Amer.);A short bit= 10 cents (Amer.);Bit-bridle= stanggebit (van een paardetoom).Bitch,bitš, teef, wijfje; snol.Bite,bait, subst. beet, greep, mondvol, voedsel; streek, bedrog, afzetterij;Biteverb. bijten, steken, prikken, branden, grijpen, uitbijten, geeselen (fig.), bedriegen:His bark is worse than his bite= hij blaft harder dan hij bijt;He gave mea bite and a sup(ooksip) = wat te eten en te drinken;The biter bit= de bedrieger bedrogen;Once bit(ten) twice shy= een ezel stoot zich geen tweemaal aan den zelfden steen;Dead dogs don’t bite= doode honden bijten niet;Tobite the dust= in het stof bijten;Hebit his lip= beet op;Tobite one’s nails= nagelbijten;Hebit the thumb at me(ten teeken van verachting of uitdaging):Biter:He is no biter= hij bijt niet;Biting= bijtend, sarcastisch;Bitten= gebeten, geëtst (=[51]Bitten in):Frost-bitten= bevroren;Hunger-bitten= verhongerd;Tobe bitten with= verliefd op.Bithynia,bithinjə, Bithynië.Bitt,bit, subst. beting;Bittverb. om de beting leggen (scheepstermen).Bitten,bit’n, ZieBite.Bitter,bitə, bitter, scherp, pijnlijk, smartelijk; subst. bitter; slag om de beting;Bitters= bitter, maagbitter, bitter bier; tegenspoeden;Bitterverb. bitter maken:To the bitter end= tot het (droeve) einde;Bitter-almond, Bitter-apple (Bitter-gourd)= kolokwint;Bitter-sweet= bitterzoet; soort appel;Thebitter and the sweetof independence= lief en leed;Bitter-wort= gentiaanwortel:Bitterish= eenigszins bitter;Bitterness= bitterheid.Bittern,bitən, roerdomp; moederloog.Bitumen,bitjûm’n,bitjum’n, aardhars, aardpek;Bituminize= bitumineeren;Bituminous, aardpekachtig (aardpekhoudend).Bivalve,baivalv, met twee schelpen of kleppen; subst. mossel met twee schelpen, vrucht met twee kleppen;Bivalvous,baivalvəs,Bivalvular,baivalvjulə, tweekleppig, etc.Bivouac,bivwak,bivuak, subst. biv(ou)ak;Bivouacverb. bivakkeeren.Biweekly,baiwîkli,baiwîkli, subst. en adj. veertiendaagsch (tijdschrift); adv. om de 14 dagen.Biz,biz, verkorting voorBusiness.Bizarre,bizâ, bizar.Blab,blab, er uit flappen, wauwelen, verklikken; subst. snapper, wauwelaar, klikker =Blabber.Black,blak, zwart, donker, duister, grimmig, somber, treurig, ellendig, snood; subst. zwarte kleur, zwartsel, rouwkleeding, zwarte vlek, roos (bij het boogschieten), neger, zwartrok, roetdeeltje, scheldnaam, brand (in ’t koren);Blackverb. zwart maken, bevuilen, bezoedelen:Black as your hat,Black as a gipsy’s eyes,Black as ink,Black as a nigger-meeting;Black as November,Black as sables,Black as thunder;Lampblack= lampzwart;To bein a black temper= zoo nijdig als een spin;In black and white= zwart op wit = (To give)black on (and) white;Tobe in (put into) black= in het zwart (rouw) zijn (steken);Tobeat black and blue= bont en blauw;Tolook black= boos, nijdig;To beblack with people= zwart van menschen;He is not fitto black your boots= uwe schoenriemen te ontbinden;Blackamoor,blakəmûə, neger;Black art= zwarte kunst;Blackball, subst. zwarte bal (bij ’t stemmen); brand (in tarwe), zwartsel, schoensmeer;Blackballverb. tegenstemmen, uitsluiten;Black-band= soort van ijzersteen; rouwband;Black beer= Dantzigsch bier;Blackbeetle= kakkerlak;Blackberry= braambes:As plentiful as blackberries= zeer overvloedig;Blackbird= subst. meerle, gevangen neger;Blackbirdverb. negers vangen voor den slavenhandel;Blackboard= schoolbord;Blackboding= onheilspellend;Blackbook= rapport (onder Hendrik VIII) over de toenmalige kloosters; tooverboek; het zwarte boek, conduitelijst, lijst v. dubieuse debiteuren:I amin his black books= sta ongunstig bij hem aangeschreven;Black-browed= dreigend, norsch (fig.);Black-cap= zwarte muts door rechters bij het uitspreken van een doodvonnis opgezet; zwartkop koolmees, kapmeeuw; breedbladige lischdodde, zwarte framboos;Black cattle= zwart rundvee (Schotl.);Black-coat= zwartrok;Black-cock= korhaan;Black Country= de kolendistricten vanStafsh.enWarwsh.;Black-currant= zwarte aalbes;Black death= pest;To have ablack dog (monkey)on one’s back=To ride theblack donkey= slecht gemutst zijn;Black drop= laudanum droppel;Black earth= teelaarde;Black-edgednote-paper= met rouwrand;Black-faced= somber, donker;Black-fellow= Australische neger;Blackfoot= huwelijksbemiddelaar (Schotl.); N.A. Ind. stam;Black Forest= Zwarte Woud;Black-friar= Dominikaner;Blackguard,blagəd, subst. ploert, deugniet; adj. laag, gemeen; (ook:Blackguardly);Blackguardverb. op gemeene wijze beschimpen, gemeene taal van of tegen iemand gebruiken;Blackguardism= gemeen optreden;Black-hole, subst. cachot, hondegat;Black-holeverb. in het cachot zetten;Blacking= schoensmeer;Black-lead, subst. potlood;Black-leadverb. potlooden;Black-leg= klauwzeer, vlekkoorts; oplichter, bedrieger; onderkruiper:They actually black-legthem by cutting(het drukken der)prices;Black-letter= oud Gothische letter;Black-list= officieele lijst van bankroetiers of misdadigers; verb. op die lijst plaatsen;Black-mail= geldafpersing, brandschatting:Tolevy black-mail= geldafpersen, brandschatten;Black-mailverb. afpersen;Black Maria= dievenwagen;Blackmartin= muurzwaluw;BlackMonday= ongeluksdag, Paaschmaandag 1360; de eerste Maandag na de vacantie;Blackmonks= Benediktijner monniken;Black-mouthed= lasterend;Black night= (iron.) zwarte-rokkenavond; bijeenkomst voor heeren alleen;Black pudding= beuling;Black Rod= soort ceremoniemeester en intendant van het Hoogerhuis;Black Sea= Zwarte Zee;Black-sheep= schurftig schaap, deugniet; onderkruiper;Blacksmith= grofsmid;Black-thorn, sleedoorn;Black Watch= het 42e regiment Hooglanders;Blackwood= pokhout, rozenhout;Black-work= grof smidswerk;Blacken,blak’n= zwart maken of worden, bezoedelen, besmetten;Blackey= zwartje.Bladder,bladə, blaas, buil, blaar; windzak;Bladdered= opgeblazen;Bladdery= met blaren.Blade,bleid, subst. grasspriet, halm, blad, schep, plat gedeelte, lemmet, kling, zwaard, degen, vent, kerel;Bladeverb. van een lemmet voorzien, opsnijden, zwetsen;Blade-bone= schouderblad;Blade-smith= zwaardveger.Blain,blein, blaar, zweer; keeldroes.Blamable,bleiməb’l=Blameable;Blame,bleim, berispen, laken; subst. berisping:You are to blame= het is uw schuld;Tolay the blame on= ten laste leggen;No blame attaches to you= gij hebt geen schuld;Blameable, berispelijk; subst.Blameableness;Blameful= berispelijk; subst.Blamefulness;Blameless= onschuldig; subst.Blamelessness;Blameworthy= berispelijk; subst.Blameworthiness.Blancard,blaŋkəd, soort van Normandisch linnen.[52]Blanch,blânš, bleeken, laten trekken, vertinnen, (doen) verbleeken, verzachten (over);Blanchsubst. witte vlek, stuk erts:ToBlanch almonds= schillen;Blanch fever= bleekzucht;Blanching-liquor= bleekwater.Blanch(e),blânš, Bianca.Blanc-mange(r),bləmonž, blanc manger.Bland,bland, zacht, vriendelijk, minzaam; subst.Blandness.Blandiloquence,blandiləkw’ns= vleitaal;Blandiloquent= vleiend.Blandish,blandiš, vleien, streelen;Blandishment= vleitaal; liefkoozing.Blank,blaŋk, blanco, niet ingevuld, wit, blind, ledig, los, vruchteloos, volkomen, zuiver, rijmloos, mistroostig, verbluft, beschaamd; subst. blanco papier, leemte, niet, pauze, (doel)wit, muntplaatje;Blankverb. verlegen maken, verijdelen, aan ’t gezicht onttrekken, een euphem. uitdrukking voordamn:The voting-paperwas blank;I tell you sopoint-blank= in je gezicht;A lottery ticket that hasdrawn a blank= met een niet is uitgekomen (Verg.:Toprove blanks= met een niet uitkomen);Helooked blank= zag er beteuterd uit;Blank cartridge= losse patroon;Blank door= blinde deur;Blank practice= oefeningen met losse patronen;Blank shots= schoten met los kruit;Blank verse= niet rijmende verzen;Blank him!=Damn him!What the blankety blankdo you want to know for? = waarom voor den drommel?Blankness= witheid, enz.Blanket,blaŋkət, subst. deken;Blanketverb. jonassen; de loef afsteken:Toget between the blankets= onder de dekens kruipen;Toput a wet blanket on(Tothrow a wet blanket over) = koud water gieten op (fig.);Born on the wrong side of the blanket= onwettig;Blanketing= stof voor (wollen) dekens.Blare,blêə, subst. geloei, gebrul; verb. loeien, brullen:Blare of trumpets= trompetgeschal.Blarney,blâni, subst. grove vleitaal, geschetter; verb. vleien, bepraten, bedotten:Withyour gift of blarney= talent om te vleien;Toput the blarney overa person= inpakken door vleierij;Trythe three B’s:B(larney),B(lather) andB(unkum);He haskissed the blarney-stone= hij kan goed vleien en liegen.Blaspheme,blasfîm, godslasterlijke taal spreken, spotten;Blasphemer;Blasphemous, godslasterlijk;Blasphemy,blasfimi, godlasterlijke taal.Blast,blâst, subst. rukwind, harde wind, krachtige luchtstroom; stoot op een hoorn, vernietigende invloed op dieren of planten, pest, vloek, brand (in het koren), trommelzucht (bij schapen);Blastverb. vernietigen, verzengen, verdorren, laten springen, verijdelen, bederven, bezoedelen; ontploffen:TheBlast of Doom= de bazuin van het Laatste Oordeel;In full blast= in vollen gang;They blasted her character= bezoedelden;They blasted it abroad= maakten het ruchtbaar;Blast-furnace, hoogoven;Blast-pipe= vlampijp, afvoerpijp;Blasting-oil= nitroglycerine;Blasting-powder= mijnkruit.Blastoderm,blastədɐ̂m, kiemhuidje.Blatancy,bleit’nsi, drukte;Blatant,bleit’nt, druk, schreeuwerig:Blatant nonsense= groote onzin;Blatant nothings= onbeteekenend geschetter.Blather,bladhə, gezwets;Blatherverb. zwetsen;Blatherskite= zwetser (Amer.).Blatta,blatə, kakkerlak.Blatter,blatə, kletteren; snateren; subst. gekletter; gesnater.Blaze,bleiz, vlam, gloed, bles (op den kop van koe of paard), teeken op boomen (door verwijdering van den bovenbast);Blazeverb. vlammen, in gloed staan, (boomen) merken, verkondigen, bekend maken:The house wasin a blaze= in lichterlaaie;He sworelike blazes= hij vloekte verschrikkelijk;Go to blazes= loop naar de hel;How the blazescan you stand the head-work you do? = hoe drommel kunt gij dat met het hoofd werken zoo uithouden?What the blue blazes= wat weerlicht!Toblaze away= los branden, er op los werken (praten);The stars themselvesblaze forththe death of princes= kondigen der wereld aan;The newspapersblaze withhis name= zijn vol van;Blazer= snikheete dag; gekleurde, gestreepte sportjekker.Blazon,bleizn,bleiz’n, subst. blazoen, wapenschild, wapenkunde, voorstelling, bekendmaking, praal;Blazonverb. blazoeneeren, versieren, beschrijven, bekend maken, uitbazuinen;Blazoner= heraldicus, heraut, lofredenaar;Blazonment= wapenteekenen, kleurenpracht, uitbazuining;Blazonry= wapenkunde, wapenteeken, versiering met herald. figuren.Bleach,blîtš, bleeken, wit maken (worden);Bleacher= bleeker;Bleachery= bleekerij;Bleaching-liquid;Bleaching-powder;Bleaching-ground(=Bleach-field) = bleekveld.Bleak,blîk, subst. bliek.Bleak,blîk, kaal, ruw, guur, droevig;Bleakness= kaalheid, etc.Blear,blîə, adj. dof, zeer, druip - -;Blearverb. verduisteren, doen druipen, bevuilen:Toblear the eyes= om den tuin leiden;Blear-eye= druipoog;Blear-eyed= druipoogig;Blearedness= zeerheid; verduistering.Bleat,blît, subst, geblaat;Bleatverb. blaten.Bleb,bleb, luchtbel, blaartje, puistje.Bled,bled, imperf. en part. perf. vanto bleed.Bleed,blîd, bloeden, zijn bloed storten, aderlaten, (sap) aftappen, laten uitloopen:Tobleed freely= erg;To bleed white= uitzuigen (fig.);Hebleeds at the nose= uit den neus;Tobleed to death= doodbloeden;Tomake one bleed= laten bloeden (fig.).Blemish,blemiš, subst. vlek, smet, klad;Blemishverb. bevlekken, besmetten, bezwalken;Blemishless= vlekkeloos.Blench,blenš, terugdeinzen, wijken.Blend,blend, vermengen, zich vermengen, onmerkbaar in elkaar overgaan; subst. vermenging, mengsel:Theblended scentsof tea and coffee;This tea is a favourite blend;Blend-corn= tarwe en rogge dooréén verbouwd;Blend-water= nierziekte bij rundvee;Blender= menger.Blenheim,blen’m, een soortspaniel, bruin en wit gevlekt; edele appelsoort gekweekt[53]opBlenheim House, het kasteel van de hertogen van Marlborough =Blenheim orange.Blesbock,blesbok,Z.-Afr.antilope.Bless,bles, zegenen, heiligen, wijden, gelukkig maken, verheerlijken, gelukkig achten:Tobless oneself= zich gelukkig achten;Not to have a penny to bless oneself with= geen rooien duit bezitten;Bless me, no!= om den drommel niet!Bless my eyes (soul)= sapperloot!A blessed man= gezegend, gelukkig;A blessed fool= groote gek;He wasblessed ina fair daughter= gezegend met;Theabode of the blessed (of bliss)= der gelukzaligen;Of blessed memory= zaliger gedachtenis;The whole blessed day= de lieve lange dag;Blessedness:To live in single blessedness= ongetrouwd zijn (iron.);Blessing= zegen, zegening, gave, geschenk, gunst;Toask a blessing= bidden vóór den maaltijd; een zegen afsmeeken.Blet,blet, subst. overrijpheid van vruchten, rotte plek:Bletverb. rotte plekken hebben.Blether,bledhə(ZieBlather).Blight,blait, subst. meeldauw, brand, vorst; soort bladluis; pestlucht; bederf:Blightverb. doen verdorren, verwelken; vernietigen, bederven:Potato-blight(=Blight-rot) = aardappelziekte;Blighter= snaak, lammeling.Blind,blaind, blind, bedekt, verborgen, duister, onbezonnen, valsch, onbestelbaar; subst. ophaalgordijn, blind, vensterluik, oogklep (ookBlindergenoemd), blinddoek, voorwendsel, uitvlucht, blindeering;Blindverb. verblinden, verduisteren, bedriegen:Among the blind the one-eyed blinkard reigns= is Éénoog Koning;Blind of an eye= blind aan een der oogen;Blind tohis interests= blind voor;That proposal wasa mere blind= voorwendsel;Roller blinds= rolluiken;Venetian blinds= jalouzieën;Wire blinds= horretjes;Blind alley= zak;Blind bargain= kat in den zak (fig.);Blind business= voorgewend (bijv. eenbarber’s shop, die eenbetting-houseblijkt te zijn);Blind-coal, glanskool;Blind door;Blind-drunk= stomdronken;Blindfold, subst.:Your egotism isa blindfold tohis virtues= maakt u blind voor; adj. geblinddoekt;Blindfoldverb. blinddoeken;Blind-Harry (Blindman’s-buff)= blindekoe, blindemannetje;Blind letter= onbestelbare brief (Blindmen, Blindofficers, Blindreaders= ambtenaren bij het bureau daarvan);Blindman’s holiday= de tijd voordat het licht wordt opgestoken;Blind-shell= granaat zonder springlading; niet gesprongen granaat;To get on one’sblind side= iemand in zijn zwak tasten;Blind-staggers= beroerte:It gave me the blind-staggers= ik kreeg er een beroerte van op mijn lijf;Blind-worm= hazelworm;Toblind oneselfto the truth= de oogen sluiten voor;Blindage= blindeering;Blindness= blindheid.Blink,bliŋk, subst. blik, oogwenk, knipoogje, glans, weerschijn v. ijsvelden, ijsberg;Blinkverb. gluren, knipoogen, glanzen; ontduiken, ontwijken:Toblink a question= ontwijken.Blinkard,bliŋkəd, kortzichtig; subst. bijziende persoon, sufferd:Hisblinkard generation= (ver)blind geslacht.Blinkers,bliŋkəz, oogkleppen.Bliss,blis, zaligheid;Blissful(ness) = zalig(heid).Blister,blistə, subst. blaar, trekpleister;Blisterverb. blaren krijgen, blaren trekken, eene trekpleister leggen op;Blister-beetle (Blister-fly)= Spaansche vlieg;Blister-plaster= trekpleister;Blistery= met blaren.Blite,blait, sapkelk, Goede Hendrik.Blithe,blaidh, vroolijk, blijde =Blithesome.Blizzard,blizəd, koude sneeuwstorm in N.-Amerika; moeielijke vraag, “harde noot” (Amer.).Bloat,blout, (doen) opzwellen, opblazen, ijdel maken, rooken (van visch);Bloatedness= opgezwollenheid, opgeblazenheid.Bloater,bloutə, bokking.
Beslaver,bislavə, bekwijlen; likken (fig.).Beslime,bislaim, met slijm bevuilen.Beslobber,bislobə, bekwijlen; likken (fig.).Beslubber,bislɐbə, bekwijlen.Besmear,bismîə, besmeren, bevuilen.Besmirch,bismɐ̂tš, bevuilen, bezoedelen.Besmut,bismɐt, (met roet) bevuilen.Besom,bîz’m, bezem, bezemkruid.Besot,bisot, dronken voeren, verdwazen;Besotted= dronken, aan den drank, dwaas (verliefd).Besought,bisôt, imp. en p.p. vanto beseech.Bespangle,bispaŋg’l, versieren (bezaaien) met loovertjes.Bespatter,bispatə, bespatten, bekladden.Bespeak,bispîk, subst. benefiet;Bespeakverb. vooraf bespreken, bestellen, beteekenen, verzoeken om, aanspreken, aankondigen, boeien:We were at a play last night:it was a bespeak;The bespeak partyoccupied two boxes= de dames en heeren die het stuk lieten spelen;Ibespeak the attentionof every man for our foreign affairs= vraag ieders aandacht;His languageBespeaks him a scholar= bewijst dat hij is;Bespeak bootmaker= op maat;Bespeak tailoringat ready-made prices= op maat doch tegenconfectieprijzen;Imperf.enP.P.=Bespoke,Bespoken.Besprinkle,bispriŋk’l, besprenkelen.Bess,bes, verkorting vanElizabeth.Bessemer,besəmə:Bessemer process= bessemeren, gietijzer onder hooge temperatuur smelten en er in gesmolten toestand lucht doorheen voeren;Bessemer steel.Best,best, subst. best; adj. best;Bestverb. overtreffen, beetnemen:Sunday best= Zondagskleeren;The best part of the week= grootste gedeelte;At (its) best= op zijn mooist, hoogstens;To see a personat his best= van zijn besten kant;To the best ofmy ability (belief)= zoo goed ik kan (naar mijn beste weten);Todo one’s best= zijn best doen;Toget (have) the best of= er het best afkomen, de overhand hebben;Tokeep the best (wine) to the end= het lekkerste (beste) voor het laatst bewaren;Tolook one’s best= op zijn voordeeligst;Tomake the best ofa bad bargain= zich er zoo goed mogelijk doorheen slaan;Tomake the best ofa chance= zooveel mogelijk partij trekken van;Tomake the best ofa bad husband= zich schikken in, verzoenen met het idee;Tomake the best of one’s way home= zich zoo snel mogelijk begeven;We hadperformed the best of our way= het grootste gedeelte afgelegd;Toplay one’s best;Tospeak for the best= om bestwil;Towear for best= voor best;Put your best foot forward;Best-maid= bruidsmeisje (Schotl.);Best-man= bruidsjonker;Best-pleased= ingenomen.[47]Bestead,bisted, van dienst zijn, helpen; past part. en adj. omgeven, geplaatst, gelegen:Hard bestead= in ’t nauw;Ill bestead= in moeielijken toestand.Bestial,bestj’l, beestachtig, zinnelijk;Bestiality= beestachtigheid, etc.;Bestialize= verdierlijken.Bestir,bisɐ̂, in vlugge en krachtige beweging brengen, roeren, inspannen:You must bestir yourself= u inspannen, voortmaken.Bestow,bistou, aanwenden, verleenen, werpen, schenken, besteden, opbergen;Bestowal=Bestowment= gave.Bestraddle,bistrad’l=Bestride.Bestrew,bistrû, bestrooien.Bestride,bistraid, schrijlings zitten op of staan over; stappen over, bestijgen; P.P.Bestridden; P. Imp.Bestrode.Bestud,bistɐd, metstudsof kno(o)pjes versieren.Bet,bet, subst. weddenschap, inzet;Betverb. wedden, eene weddenschap aangaan;It is an even bet= weddenschap met gelijken inzet;Hemade a betof a bowl of punch= wedde om;I’ll bet you ten pounds= ik wed met u om;You bet!(Amer.) = Zeker! Dat wed ik met je!Better (Bettor)= wedder;Betting-book= boekje voor het noteeren van weddenschappen;Betting-man= iemand, die wedrennen geregeld bezoekt om te wedden, gokker.Betake,biteik:Betake oneself to= zich begeven naar, zijn toevlucht nemen tot, zich bedienen van, aanvatten.Betel,bît’l, betel;Betelnut= betelnoot.Bethel,beth’l, heilige plek, kerk voordissentersof zeelui.Bethink,bithiŋk, (zich) herinneren, overwegen:Ibethought myself of itat the right moment;Hebethought of him= herinnerde zich zijner.Betide,bitaid, overkomen, geschieden:Woe betide you= wee u.Betime(s),bitaim(z), in tijds, weldra.Betoken,bitouk’n, aanduiden, voorspellen:That dark cloudbetokens a storm.Beton,bet’n, beton.Betony,betəni, betonie.Betook,bituk, imperf. vanto betake.Betray,bitrei, verraden, misleiden, bedriegen:Hebetrayed his ignorance= liet blijken;My head is all right, butmy legs betray me= geven het op (ik kan niet meer loopen of staan);Betrayal= verraad;Betrayer, verrader.Betroth,bitroudhofbitroth, verloven, beloven te huwen; tot bisschop aanstellen;Betrothal (Betrothment)= verloving;Betrothed, verloofde.Better,betə, adj. en adv.beter;Betterverb. overtreffen, verbeteren, beter worden:Better and better= al beter en beter;Betters= meerderen;All (so much) the better= des te beter;As long again and better= meer dan eens zoo lang;Two heads are better than one= twee weten meer dan een;Tobe better= beter zijn, zich beter bevinden;Is my father any better? Is your foot better? She would be better married= ’t was beter, dat zij getrouwd ware;Being better at stairsthan her husband= beter kunnende trappen klimmen;Tobe better off= zich in betere, gunstiger omstandigheden bevinden;Tobe the better for= in beteren toestand zijn;He wasthe better forthe sea-air;Tobecome, get, grow better= beter worden;Tochange for the better= ten goede;Toget, gain the betterof a person= iemand de baas, te slim af zijn;Togo one better= overtreffen;Tohave the betterof a person= iemand overtreffen, overwinnen;Youhad bettergo= deedt beter;Tomarry for better for worse= of het geluk of ongeluk moge brengen;Tothink better of it= zich bedenken, zich bezinnen;Thebetter half= de grootste helft; wederhelft (fig.);Bettermost= beste, voornaamste;Better part= grootste deel;Thebetter opinionis= we weten niet beter of;Tobetter oneself= zich verbeteren; een betere positie verwerven;Bettering, subst. verbetering; adj. verbeterend;Betterment= verbetering;Betterness= voortreffelijkheid, verbetering.Betty,beti, Betty; Jan Hen.Between,bitwîn, tusschen:They bought the housebetween them= met hun beiden;Between ourselves (you and me)= onder ons gezegd;Between this and then= tot zoolang;In between= in den tusschentijd;Between … and= zoowel door … als door;(Few and) far between= zeldzaam;Between-deck(s), subst. en adj. tusschendek(s);Betweenwhiles= nu en dan.Betwixt,bitwikst, tusschen:There’s many a slip ’Twixt the cup and the lip= tusschen bekerrand en lippen, kan u meen’ge kans ontglippen;It isBetwixt and between= zoo zoo, la la.Beulah,bjûlə;Bevan,bev’n.Bevel,bev’lsubst. winkelhaak, hoekmeter; adj. schuinsch, scherphoekig;Bevelverb. hoekig maken, schuin toeloopen:Bevel-angle= scherpe (of stompe) hoek.Beverage,bevəridž, drank.Beverley,bevəli;Bevis,bîvis.Bevy,bevi, vlucht, troep, gezelschap.Bewail,biweil, beklagen, beweenen; weeklagen;Bewailable= beklagenswaardig;Bewailing= gejammer.Beware,biwêə, oppassen, zich hoeden voor:Beware of the dog= wacht u voor;Beware them both, but most of all beware this boy= houd in ’t oog;Beware lest …pas op, dat niet.Beweep,biwîp, beweenen.Bewick,bjûik.Bewilder,biwildə, in de war brengen, verbijsteren;Bewilderedness,Bewilderment= verwarring.Bewitch,biwitš, beheksen, betooveren; subst.Bewitchery=Bewitchment.Bewray,birei, ontdekken, verraden:This poem bewrays itself asa translation= men ziet dadelijk, dat het vertaald is;Her dress bewrays her= toont duidelijk wat ze is.Beyond,bi-jond, verder dan, aan de andere zijde van, voorbij, boven, overtreffende:TheGreat Beyond= hiernamaals;It isbeyond me= mij te hoog, te moeielijk;Itgoes beyond my comprehension, powers, beyond me= mij te hoog;That isbeyond dispute= buiten[48]kijf;The better land isbeyond the tomb= aan de overzijde van;Youare beyond that handbook= het is te gemakkelijk voor u;Youhave got beyond that cheap violin= speelt te goed voor;Beyond words= niet om uit te drukken, sprakeloos;Togo beyondone= overtreffen, te slim af zijn;Togo beyond one’s depth= zoo ver gaan, dat men niet meer staan kan (ookfig.= te hoog gaan, te moeielijk worden);Tostay beyond one’s time= te lang blijven.Bezel,Bezil,bez’l, scherpe kant van een beitel; kas van een ring, waarin de steen zit; het gleufje, waarin het horlogeglas past.Bezoar,bîzöofbezö, bezoar of maagsteen.Biangular,bai-aŋgjulə, tweehoekig.Bias,baiəs, subst. eenzijdige verzwaring van den bal (bijBowling); schuine loop of snede; neiging, vooroordeel, voorliefde; adj. schuin, diagonaal;Biasverb. doen overhellen naar één zijde, vooringenomen doen zijn:There is an admirableabsence of biasin this paper= afwezigheid van vooringenomenheid;I have biased him;I amstrongly biased (in his favour)= voor (hem) ingenomen.Bib,bib, subst. slabbetje, borstlap (van een schortje), steenbolk;Bibverb. slurpen, pimpelen:Best bib and tucker= feestkleedij;A bibacious,baibeišəsfellow= aan den drank verslaafd;Bibacity= drankzucht;(Wine-)Bibber= (wijn)drinker, zuiper.Bible,baib’l, bijbel:Bible-clerk= student aan het Magdalen College te Oxford, die uit den bijbel moest voorlezen;Bible-oath= eed op den Bijbel;Bible Society= bijbelgenootschap;Biblical, bijbelsch;Biblicism, geloof aan den tekst der Schrift als eenige geloofsregel; bijbelkennis;Biblicist, letterknecht; bijbelkenner.Bibliographer,bibliogrəfə, bibliograaf;Bibliographical= bibliographisch;Bibliography= bibliographie;Bibliomancy,bibliomansi, voorspelling naar aanleiding van toevallig opgeslagen of open liggende teksten;Bibliomania,bibliəmeinjə, bibliomanie;Bibliomaniac= bibliomaan;Bibliophil(e),bibliəfil, boekenliefhebber of verzamelaar.Bibulous,bibjulɐs:Bibulous paper= vloeipapier.Bice,bais, bergblauw.Bicentenary,baisentənəri, subst. en adj. tweehonderdjarige (gedenkdag).Bicephalous,baisefəlɐs, tweehoofdig.Biceps,baisəps, tweehoofdige opperarmspier.Bicker,bikə, subst. strijd, twist;Bickerverb. kibbelen, twisten; flikkeren, zich slingeren; ratelen, klepperen.Bickern,bikən, aambeeld met twee punten.Biconjugate,baikonžugit, paarsgewijze.Bicorn(ed),baikön(d),Bicornous,baikönəs, tweehoornig.Bicycle,baisik’l, subst. rijwiel;Bicycleverb. wielrijden;Bicyclist= wielrijder.Bid,bid, subst. bod, poging;Bidverb. verzoeken, bevelen, aanbieden, voorstellen, wenschen, uitnoodigen, bieden op (for):The bookfell to my bid= werd mij toegeslagen;Tomake a bid for= moeite doen om te verkrijgen;Will youbid him walk in= verzoeken;Hebade them witness it= riep hen tot getuige;What’s bidfor this? = is geboden?The reserve price was not bidden;Tobid beads= den rozenkrans bidden;Tobid defianceto= tarten, trotseeren;Tobid fair= beloven, doen verwachten;Tobid good-day (bid-morning, farewell, welcome)= goeden dag zeggen etc.;Biddable= gehoorzaam, gezeggelijk;Bidder:The best (highest) bidder= meestbiedende;Bidding= het bieden, bod, bevel, uitnoodiging.Biddery-ware,bidəriwêə=Bidri biddery-ware, metalen voorwerpen uit Bidar, met zilver of goud ingelegd.Biddy,bidi, Bridget; Iersch dienstmeisje (Amer.); kiep (in:kiep! kiep!).Bide,baid, verblijven, verwijlen; afwachten, verbeiden, verdragen, uitstaan:I willbide my time;That flowerdoes not bide handling= kan niet tegen aanpakken;Let that bide= rusten.Bident,baidənt, gaffel;Bidental,Bidentate,baidentit, tweetandig.Bidet,bidet,bidei, klein paard; bidet.Biennial,baienj’l, tweejarig.Bier,bîə, draag-, lijkbaar:Bier right= baarrecht.Bifacial,baifeiš’lmet twee gelijke ruggelings verbonden zijden (of gezichten).Bifarious(ly),baifêriəs(li), in twee rijen.Biferous,bifərəs, tweemaal ’s jaars dragend.Biffin,bifin, een (vooral in Norfolk gekweekte) appel; platgedrukte en gedroogde appel.Biflorate,baiflôrit,Biflorous,baiflorəs, tweebloemig.Bifoliate,baifouljit, tweebladig.Bifold,baifould, tweevoudig, dubbel.Bifurcate,baifɐ̂keit, in twee takken verdeelen; adj.Bifurcate(d),baifɐ̂kit(id):Bifurcation, vertakking, splitsing,Bifurcous= in twee takken verdeeld.Big,big, dik, groot, zwaar, zwanger, vol, opgeblazen; voornaam, voortreffelijk (Amer.):Big Ben= de groote klok in ’t Parlementsgebouw;Big with= vol van, zwanger van;Toget big= groot worden (van kinderen);Tolook big= er verwaand of dreigend uitzien; den neus in den wind steken;Totalk big= een groot woord hebben;Big bugs= groote hanzen;Big guns= groote hanzen; groote kanselredenaars:That was his big gun= hooge troef, beste kaart (fig.);Big heart= edel, grootmoedig;Big man= man van invloed;Big pot= hooge oome:He is abig pot,and you are only a kettle;Big wig(=Big pot);Bigness= grootte, etc.Bigamist,bigəmist, iemand, die zich aanbigamieschuldig maakt;Bigamous= bigamistisch;Bigamy= bigamie.Biggin,bigin, filtreerkan; muts, kindermutsje.Biggonet,bigənət, begijnekap, nonnenkap.Bight,bait, baai, bocht (van een touw), buiging.Bignonia,bignounjə, trompetbloem.[49]Bigot,bigət, bekrompen ijveraar, onverdraagzaam dweper;Bigoted= bigot, bijgeloovig, kwezelachtig, fanatiek;Bigotry, kwezelarij; blinde aanhankelijkheid, fanatieke ijver.Bijou,bîžû, juweel, kleinood.Bijugate,baidžugit,baidžûgit,Bijugous,baidžugɐs, met twee koppen in profiel, elkaar gedeeltelijk bedekkend; tweeparig.Bike,baik, subst. fiets;Bikeverb. fietsen.Bilander,biləndə,bailəndə, bijlander.Bilberry,bilbəri, soort v. blauwe boschbes.Bilbo,bilbou, Spaansche degen (van Bilboa,bilbouə, in Spanje);Bilboes,bilbouz, scheepsvoetboeien, verschuifbaar langs lange stangen.Bilboquet,bilbəket, bal met beker, waarin hij moet worden gevangen.Bile,bail, gal, bitterheid:Tostir up the bile= boos maken.Bilge,bildž, subst. buik (van een vat), buikdelling (zeeterm);Bilgeverb. een lek krijgen in de kim; buiken; lens pompen;Bilge-keel= kimkiel.Biliary,biljəri, gal - -; gallig:Biliary calculus= galsteen.Bilingual,bailiŋgwəl,Bilinguar,bailiŋgwə,Bilinguous,bailiŋgwəs, in twee talen, twee talen sprekend.Bilious,biljəs, gallig, galzuchtig; subst.Biliousness.Bilk,bilk, subst. bedrog, dwaasheid; bedrieger;Bilkverb. bedriegen, afzetten; zich heimelijk verwijderen, of verlaten:I don’t intend tobilk my lodgings;Bilker= afzetter.Bill,bil, aanklacht, wetsontwerp, wissel, biljet, nota, rekening, programma, lijst, rol, bankbiljet (Amer.); aanplakbiljet;Billverb. registreeren, aankondigen:Tomake out(= schrijven),pay, run up, send in, settle bills= rekeningen;Tobring in, drop, pass, reject a bill= wetsontwerp;Topost (up), to stick bills= biljetten aanplakken;Stick no bills!= hier niets aanplakken!He has abill in chanceryagainst you= eisch tot schadevergoeding bij deChancery Divisionvan hetHigh Court;To bring in (to find)a true bill= een aanklacht gegrond verklaren (Dit geschiedt door deGrand Jury, die de zaak dan verwijst naar dePetty Jury, die eenVerdictuitspreekt;—het ongegrond verklaren wordttoignoreoftothrow outgenoemd);It’s a true bill= (ongelukkig) maar al te waar (fig.);Shefills that bill exactly= voldoet precies aan die eischen;Bill of credit, kredietbrief;Bill of divorce= scheidbrief (Joodsche wet);Bill of entry= declaratie van inkomende rechten;Bill of exchange= wissel (Inland bill, Foreign bill, Forged bill);Bill of fare= menu;Bill of fares= tarief van vracht en vervoerprijzen;Bill of health= gezondheidspas;Bill of indemnity= acte v. schadeloosstelling;Bill of lading= vrachtbrief;Bill of mortality= sterfte-statistiek;Bill of Rights=Eng.grondwet 1689;Bill of sale= machtiging tot verkoop van roerend goed voor schulden;Wheneverhe saw a circus billed= door biljetten aangekondigd;Bill-board= aanplakbord;Bill-book= wisselboek;Bill-broker= makelaar in wissels;Bill-sticker= aanplakker.Bill,bil, snavel, ankerklauw, kromme snoeibijl, houweel, hellebaard;Billverb. trekkebekken, minnekoozen =Billing and cooing;Bill-hook= sikkelmes;Billman= hellebardier.Billet,bilət, subst. briefje, inkwartieringsbiljet, kwartier, baantje, dienst; blok hout, staaf;Billetverb. inkwartieren:Every bullet has its billet= heeft zijne bepaalde bestemming;Secretaryships andall such billets= baantjes;You havea very comfortable billet there= gemakkelijke betrekking;He charged upon the young man witha billet of wood;The regiment wasbilleted uponthe inhabitants;I wish I couldget you billeted onthat ship= geplaatst.Billiards,biljədz, biljardspel;Billiard-ball(Billiards-cloth;Billiards-cue;Billiards-hole=Billiards-pocket;Billiards-marker;Billiards-table);A game of billiards;To play at billiards.Billingsgate,biliŋzgit: (Billingsgate language) vischwijventaal; adj. plat, gemeen;Billingsgate pheasant= bokking.Billion,bilj’n, billioen (in Frankrijk en Amerika: 1000 × millioen).Billot,bilət, ongemunt goud of zilver (in staven of blokken).Billow,bilou, subst. baar;Billowverb. golven, opzwellen:The billow-and-breaker-beaten coast= de door golven en branding gebeukte kust;Billowy= ruw, golvend.Billy,bili, kameraad; stok, ploertendooder, (koffie)keteltje, zijden halsdoek; ook gemeenz. voorWilly, William;Billycock,bilikok, laag, rond en stijf hoedje van vilt (of stroo), “kaasbolletje”;Billy-boy= platboomd vaartuig;Billy-goat= bok.Biltong,biltoŋ, biltong (Zuid-Afr.).Bimana,bimənə,baimənə, tweehandigen;Bimanous,bimənɐs, ofbaimənɐs, tweehandig.Bimonthly,baimɐnthli, subst. en adj. tweemaandelijksch (tijdschrift).Bin,bin, subst. kist, trog, bak, wijnrek;Binverb. in eene kist, etc. bergen.Binary,bainəri, binair.Binate,bainit, paarsgewijs groeiend.Bind,baind, binden, verbinden, ontwikkelen, beperken, verplichten, bevestigen, hard maken, eene grens vormen, verplichten (volgens contract); subst. band, verbinding, ijzerhoudend leem; rank, hopstengel, 250 (Abind of eels):Bound downby contract= gebonden;This apprentice wasbound outto service= in dienst gedaan;He wasbound overto appear again before the court within a week= moest eene som gelds deponeeren, die hij verbeurde als hij niet verscheen;Tobind tosecrecy= geheimhouding doen beloven;Tobind upwounds= verbinden;That man is entirelybound up inhis work, studies, etc.= wordt geheel ingenomen door, gaat geheel op in;Binder= (boek)binder, band;Bindery= boekbinderij;Binding= band, verband, het binden:The snow is[50]less binding= pakt niet zoo goed meer;Bindweed= winde.Bine,bain, rank (van hop), hop.Binervate,bainɐ̂vit, met twee nerven.Bing,biŋ, hoop;Bingverb. ophoopen.Bin(n)acle,binək’l, kompashuisje.Binny,bini, barbeel (van den Nijl).Binocle,binok’l, binocle;Binocular= binoculair; binocle (=Binocles);Binoculate= binoculair.Binomial,bainoumj’l, binominaal; binomium:Binomial theorem= binomium v. Newton;Binominal,bainomin’l, met twee namen.Biograph,baiəgrâf= verbeterde kinematograaf;Biographer= biograaf;Biographic(al)= biographisch;Biography, biographie.Biological,baiəlodžik(’l), biologisch;Biologist, bioloog;Biology= biologie.Biparous,bipərɐs, tweelingen barend.Biped,baiped, subst. en adj. tweevoetig (dier);Bipedal,baipəd’l, adj. tweevoetig.Biplane,baiplein, tweedekker.Biquadratic,baikwədratik, 4emachts; vierdemacht.Birch,bɐ̂tš, berk, berkenroede, berken canoe (Amer.);Birchverb. met de roede straffen, ranselen; adj. berken =Birchen;Birch-broom= stalbezem.Bird,bɐ̂d, subst. vogel; lieveling:Birds Protection Act;Neither bird nor fish= geen vleesch en geen visch;Birds of a feather flock together= soort zoekt soort;The early bird catches the worm= de morgenstond heeft goud in den mond;Fine feathers make fine birds= kleeren maken den man;A little bird told me= ik heb er een muisje van hooren piepen;A bird in the hand is worth two in the bush= … beter dan tien in de lucht;It is an ill bird that fouls its own nest= wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht;Thebird has flown(ookfig.);To hit the bird in the eye= den spijker op den kop slaan;Tokill two birds with one stone (at one blow);Tolime one’s bird to the twig= lijmen, vangen, (fig.);Bird of Jove= adelaar;Bird of Juno= pauw;Bird of Minerva= uil;Bird of night= uil;Bird of passage= trekvogel;Bird of prey= roofvogel:Birdverb. vogels vangen of schieten;Bird-baiting= vangen met slagnet;Bird-batting= vangen met den lichtbak;Bird-boy= jongen, om vogels te verjagen;Bird-cage;Bird-call= fluitje (van den vogelaar);Bird-cherry= vogelkers;Bird-fancier= vogelliefhebber; vogelkoopman;Bird-lime= vogellijm;Bird-man, (Bird-catcher) = vogelaar;Bird’s-eye= subst. soort van tabak; adj. in vogelvlucht gezien:A bird’s eye viewof Cologne= Keulen in vogelvlucht;Bird’s eye wood= geaderd, gemarmerd hout;They wentbird’s-nesting= vogelnestjes uithalen;Nobody goes bird’s-nesting without a fall at times= wie wat onderneemt, struikelt wel eens;Bird-witted= vluchtig, van het een op het ander;Birdie= vogeltje; lieveling.Biretta=Beretta.Birmingham,bɐ̂miŋ’m,bɐ̂miŋham.Birth,bɐ̂th, geboorte, afkomst, oorsprong, stand, vrucht, jong:Togive birthto= bevallen, jongen werpen;Tokill at birth= in de wieg smoren (fig.);Toproduce two young ones at a birth= twee jongen werpen;He is an Englishmanby birth= van geboorte;New birth= wedergeboorte (fig.);Birth-certificate=Certificate of birth= geboorteakte;Birthday;Birth-hour;Birthplace;Birthright;Birth-roll= geboorteregister;Birth-sin= erfzonde.Biscay,biskei, Biscaje;Biscayan,biskeiən= (bewoner) van Biscaje.Biscuit,biskit, beschuit; biscuit (aardewerk); klein zacht broodje (Amer.).Bise,bîz,biz, N. (O.) wind in Zwitserland en Provence.Bisect,baisekt, in tweeën deelen;Bisection= halveering;Bisector= bisector.Bisexual,baisekšu’l, tweeslachtig.Bishop,bišəp, subst. bisschop; een warme drank; tournure of kussentje (Amer.); slabbetje; raadsheer (in het schaakspel); bisschopsmuts (hoornschelp); lievenheersbeestje;Bishopverb. bevestigen, bisschoppen benoemen, tot bisschop wijden; het gebit van een oud paard zóó opknappen, dat het jonger lijkt; beetnemen;Bishop’s-Bible= bijbelvertaling van 1568;Bishop’s-weed= zevenblad;Bishopess, vrouw van een Angl. bisschop;Bishopric= bisdom.Bison,b(a)is’n,biz’n, bison.Bissextile,bisekstil, schrikkeljaar; adj. bisextiel;Bissextile year.Bistre,bistə, bister, roetbruin.Bistoury,bisturi, opereermes.Bistort,bistöt, slangenwortel.Bit,bit, subst. boorijzer (boorspits), schaafijzer, baard v. een sleutel, gebit; beetje, hapje, kleinigheid, klein geldstuk:Not a bitof it= geen kwestie van;He isevery bitas good as you= in alle opzichten;I amnot a bit the wiser= ik ben geen haar wijzer;Bit by bit= stukje voor stukje;The coachmandraws bit= begint het paard in te houden;The horsegot the bitbetween his teeth and ran away;A six-penny bit= een munt van sixpence;A long bit= 15 cents (Amer.);A short bit= 10 cents (Amer.);Bit-bridle= stanggebit (van een paardetoom).Bitch,bitš, teef, wijfje; snol.Bite,bait, subst. beet, greep, mondvol, voedsel; streek, bedrog, afzetterij;Biteverb. bijten, steken, prikken, branden, grijpen, uitbijten, geeselen (fig.), bedriegen:His bark is worse than his bite= hij blaft harder dan hij bijt;He gave mea bite and a sup(ooksip) = wat te eten en te drinken;The biter bit= de bedrieger bedrogen;Once bit(ten) twice shy= een ezel stoot zich geen tweemaal aan den zelfden steen;Dead dogs don’t bite= doode honden bijten niet;Tobite the dust= in het stof bijten;Hebit his lip= beet op;Tobite one’s nails= nagelbijten;Hebit the thumb at me(ten teeken van verachting of uitdaging):Biter:He is no biter= hij bijt niet;Biting= bijtend, sarcastisch;Bitten= gebeten, geëtst (=[51]Bitten in):Frost-bitten= bevroren;Hunger-bitten= verhongerd;Tobe bitten with= verliefd op.Bithynia,bithinjə, Bithynië.Bitt,bit, subst. beting;Bittverb. om de beting leggen (scheepstermen).Bitten,bit’n, ZieBite.Bitter,bitə, bitter, scherp, pijnlijk, smartelijk; subst. bitter; slag om de beting;Bitters= bitter, maagbitter, bitter bier; tegenspoeden;Bitterverb. bitter maken:To the bitter end= tot het (droeve) einde;Bitter-almond, Bitter-apple (Bitter-gourd)= kolokwint;Bitter-sweet= bitterzoet; soort appel;Thebitter and the sweetof independence= lief en leed;Bitter-wort= gentiaanwortel:Bitterish= eenigszins bitter;Bitterness= bitterheid.Bittern,bitən, roerdomp; moederloog.Bitumen,bitjûm’n,bitjum’n, aardhars, aardpek;Bituminize= bitumineeren;Bituminous, aardpekachtig (aardpekhoudend).Bivalve,baivalv, met twee schelpen of kleppen; subst. mossel met twee schelpen, vrucht met twee kleppen;Bivalvous,baivalvəs,Bivalvular,baivalvjulə, tweekleppig, etc.Bivouac,bivwak,bivuak, subst. biv(ou)ak;Bivouacverb. bivakkeeren.Biweekly,baiwîkli,baiwîkli, subst. en adj. veertiendaagsch (tijdschrift); adv. om de 14 dagen.Biz,biz, verkorting voorBusiness.Bizarre,bizâ, bizar.Blab,blab, er uit flappen, wauwelen, verklikken; subst. snapper, wauwelaar, klikker =Blabber.Black,blak, zwart, donker, duister, grimmig, somber, treurig, ellendig, snood; subst. zwarte kleur, zwartsel, rouwkleeding, zwarte vlek, roos (bij het boogschieten), neger, zwartrok, roetdeeltje, scheldnaam, brand (in ’t koren);Blackverb. zwart maken, bevuilen, bezoedelen:Black as your hat,Black as a gipsy’s eyes,Black as ink,Black as a nigger-meeting;Black as November,Black as sables,Black as thunder;Lampblack= lampzwart;To bein a black temper= zoo nijdig als een spin;In black and white= zwart op wit = (To give)black on (and) white;Tobe in (put into) black= in het zwart (rouw) zijn (steken);Tobeat black and blue= bont en blauw;Tolook black= boos, nijdig;To beblack with people= zwart van menschen;He is not fitto black your boots= uwe schoenriemen te ontbinden;Blackamoor,blakəmûə, neger;Black art= zwarte kunst;Blackball, subst. zwarte bal (bij ’t stemmen); brand (in tarwe), zwartsel, schoensmeer;Blackballverb. tegenstemmen, uitsluiten;Black-band= soort van ijzersteen; rouwband;Black beer= Dantzigsch bier;Blackbeetle= kakkerlak;Blackberry= braambes:As plentiful as blackberries= zeer overvloedig;Blackbird= subst. meerle, gevangen neger;Blackbirdverb. negers vangen voor den slavenhandel;Blackboard= schoolbord;Blackboding= onheilspellend;Blackbook= rapport (onder Hendrik VIII) over de toenmalige kloosters; tooverboek; het zwarte boek, conduitelijst, lijst v. dubieuse debiteuren:I amin his black books= sta ongunstig bij hem aangeschreven;Black-browed= dreigend, norsch (fig.);Black-cap= zwarte muts door rechters bij het uitspreken van een doodvonnis opgezet; zwartkop koolmees, kapmeeuw; breedbladige lischdodde, zwarte framboos;Black cattle= zwart rundvee (Schotl.);Black-coat= zwartrok;Black-cock= korhaan;Black Country= de kolendistricten vanStafsh.enWarwsh.;Black-currant= zwarte aalbes;Black death= pest;To have ablack dog (monkey)on one’s back=To ride theblack donkey= slecht gemutst zijn;Black drop= laudanum droppel;Black earth= teelaarde;Black-edgednote-paper= met rouwrand;Black-faced= somber, donker;Black-fellow= Australische neger;Blackfoot= huwelijksbemiddelaar (Schotl.); N.A. Ind. stam;Black Forest= Zwarte Woud;Black-friar= Dominikaner;Blackguard,blagəd, subst. ploert, deugniet; adj. laag, gemeen; (ook:Blackguardly);Blackguardverb. op gemeene wijze beschimpen, gemeene taal van of tegen iemand gebruiken;Blackguardism= gemeen optreden;Black-hole, subst. cachot, hondegat;Black-holeverb. in het cachot zetten;Blacking= schoensmeer;Black-lead, subst. potlood;Black-leadverb. potlooden;Black-leg= klauwzeer, vlekkoorts; oplichter, bedrieger; onderkruiper:They actually black-legthem by cutting(het drukken der)prices;Black-letter= oud Gothische letter;Black-list= officieele lijst van bankroetiers of misdadigers; verb. op die lijst plaatsen;Black-mail= geldafpersing, brandschatting:Tolevy black-mail= geldafpersen, brandschatten;Black-mailverb. afpersen;Black Maria= dievenwagen;Blackmartin= muurzwaluw;BlackMonday= ongeluksdag, Paaschmaandag 1360; de eerste Maandag na de vacantie;Blackmonks= Benediktijner monniken;Black-mouthed= lasterend;Black night= (iron.) zwarte-rokkenavond; bijeenkomst voor heeren alleen;Black pudding= beuling;Black Rod= soort ceremoniemeester en intendant van het Hoogerhuis;Black Sea= Zwarte Zee;Black-sheep= schurftig schaap, deugniet; onderkruiper;Blacksmith= grofsmid;Black-thorn, sleedoorn;Black Watch= het 42e regiment Hooglanders;Blackwood= pokhout, rozenhout;Black-work= grof smidswerk;Blacken,blak’n= zwart maken of worden, bezoedelen, besmetten;Blackey= zwartje.Bladder,bladə, blaas, buil, blaar; windzak;Bladdered= opgeblazen;Bladdery= met blaren.Blade,bleid, subst. grasspriet, halm, blad, schep, plat gedeelte, lemmet, kling, zwaard, degen, vent, kerel;Bladeverb. van een lemmet voorzien, opsnijden, zwetsen;Blade-bone= schouderblad;Blade-smith= zwaardveger.Blain,blein, blaar, zweer; keeldroes.Blamable,bleiməb’l=Blameable;Blame,bleim, berispen, laken; subst. berisping:You are to blame= het is uw schuld;Tolay the blame on= ten laste leggen;No blame attaches to you= gij hebt geen schuld;Blameable, berispelijk; subst.Blameableness;Blameful= berispelijk; subst.Blamefulness;Blameless= onschuldig; subst.Blamelessness;Blameworthy= berispelijk; subst.Blameworthiness.Blancard,blaŋkəd, soort van Normandisch linnen.[52]Blanch,blânš, bleeken, laten trekken, vertinnen, (doen) verbleeken, verzachten (over);Blanchsubst. witte vlek, stuk erts:ToBlanch almonds= schillen;Blanch fever= bleekzucht;Blanching-liquor= bleekwater.Blanch(e),blânš, Bianca.Blanc-mange(r),bləmonž, blanc manger.Bland,bland, zacht, vriendelijk, minzaam; subst.Blandness.Blandiloquence,blandiləkw’ns= vleitaal;Blandiloquent= vleiend.Blandish,blandiš, vleien, streelen;Blandishment= vleitaal; liefkoozing.Blank,blaŋk, blanco, niet ingevuld, wit, blind, ledig, los, vruchteloos, volkomen, zuiver, rijmloos, mistroostig, verbluft, beschaamd; subst. blanco papier, leemte, niet, pauze, (doel)wit, muntplaatje;Blankverb. verlegen maken, verijdelen, aan ’t gezicht onttrekken, een euphem. uitdrukking voordamn:The voting-paperwas blank;I tell you sopoint-blank= in je gezicht;A lottery ticket that hasdrawn a blank= met een niet is uitgekomen (Verg.:Toprove blanks= met een niet uitkomen);Helooked blank= zag er beteuterd uit;Blank cartridge= losse patroon;Blank door= blinde deur;Blank practice= oefeningen met losse patronen;Blank shots= schoten met los kruit;Blank verse= niet rijmende verzen;Blank him!=Damn him!What the blankety blankdo you want to know for? = waarom voor den drommel?Blankness= witheid, enz.Blanket,blaŋkət, subst. deken;Blanketverb. jonassen; de loef afsteken:Toget between the blankets= onder de dekens kruipen;Toput a wet blanket on(Tothrow a wet blanket over) = koud water gieten op (fig.);Born on the wrong side of the blanket= onwettig;Blanketing= stof voor (wollen) dekens.Blare,blêə, subst. geloei, gebrul; verb. loeien, brullen:Blare of trumpets= trompetgeschal.Blarney,blâni, subst. grove vleitaal, geschetter; verb. vleien, bepraten, bedotten:Withyour gift of blarney= talent om te vleien;Toput the blarney overa person= inpakken door vleierij;Trythe three B’s:B(larney),B(lather) andB(unkum);He haskissed the blarney-stone= hij kan goed vleien en liegen.Blaspheme,blasfîm, godslasterlijke taal spreken, spotten;Blasphemer;Blasphemous, godslasterlijk;Blasphemy,blasfimi, godlasterlijke taal.Blast,blâst, subst. rukwind, harde wind, krachtige luchtstroom; stoot op een hoorn, vernietigende invloed op dieren of planten, pest, vloek, brand (in het koren), trommelzucht (bij schapen);Blastverb. vernietigen, verzengen, verdorren, laten springen, verijdelen, bederven, bezoedelen; ontploffen:TheBlast of Doom= de bazuin van het Laatste Oordeel;In full blast= in vollen gang;They blasted her character= bezoedelden;They blasted it abroad= maakten het ruchtbaar;Blast-furnace, hoogoven;Blast-pipe= vlampijp, afvoerpijp;Blasting-oil= nitroglycerine;Blasting-powder= mijnkruit.Blastoderm,blastədɐ̂m, kiemhuidje.Blatancy,bleit’nsi, drukte;Blatant,bleit’nt, druk, schreeuwerig:Blatant nonsense= groote onzin;Blatant nothings= onbeteekenend geschetter.Blather,bladhə, gezwets;Blatherverb. zwetsen;Blatherskite= zwetser (Amer.).Blatta,blatə, kakkerlak.Blatter,blatə, kletteren; snateren; subst. gekletter; gesnater.Blaze,bleiz, vlam, gloed, bles (op den kop van koe of paard), teeken op boomen (door verwijdering van den bovenbast);Blazeverb. vlammen, in gloed staan, (boomen) merken, verkondigen, bekend maken:The house wasin a blaze= in lichterlaaie;He sworelike blazes= hij vloekte verschrikkelijk;Go to blazes= loop naar de hel;How the blazescan you stand the head-work you do? = hoe drommel kunt gij dat met het hoofd werken zoo uithouden?What the blue blazes= wat weerlicht!Toblaze away= los branden, er op los werken (praten);The stars themselvesblaze forththe death of princes= kondigen der wereld aan;The newspapersblaze withhis name= zijn vol van;Blazer= snikheete dag; gekleurde, gestreepte sportjekker.Blazon,bleizn,bleiz’n, subst. blazoen, wapenschild, wapenkunde, voorstelling, bekendmaking, praal;Blazonverb. blazoeneeren, versieren, beschrijven, bekend maken, uitbazuinen;Blazoner= heraldicus, heraut, lofredenaar;Blazonment= wapenteekenen, kleurenpracht, uitbazuining;Blazonry= wapenkunde, wapenteeken, versiering met herald. figuren.Bleach,blîtš, bleeken, wit maken (worden);Bleacher= bleeker;Bleachery= bleekerij;Bleaching-liquid;Bleaching-powder;Bleaching-ground(=Bleach-field) = bleekveld.Bleak,blîk, subst. bliek.Bleak,blîk, kaal, ruw, guur, droevig;Bleakness= kaalheid, etc.Blear,blîə, adj. dof, zeer, druip - -;Blearverb. verduisteren, doen druipen, bevuilen:Toblear the eyes= om den tuin leiden;Blear-eye= druipoog;Blear-eyed= druipoogig;Blearedness= zeerheid; verduistering.Bleat,blît, subst, geblaat;Bleatverb. blaten.Bleb,bleb, luchtbel, blaartje, puistje.Bled,bled, imperf. en part. perf. vanto bleed.Bleed,blîd, bloeden, zijn bloed storten, aderlaten, (sap) aftappen, laten uitloopen:Tobleed freely= erg;To bleed white= uitzuigen (fig.);Hebleeds at the nose= uit den neus;Tobleed to death= doodbloeden;Tomake one bleed= laten bloeden (fig.).Blemish,blemiš, subst. vlek, smet, klad;Blemishverb. bevlekken, besmetten, bezwalken;Blemishless= vlekkeloos.Blench,blenš, terugdeinzen, wijken.Blend,blend, vermengen, zich vermengen, onmerkbaar in elkaar overgaan; subst. vermenging, mengsel:Theblended scentsof tea and coffee;This tea is a favourite blend;Blend-corn= tarwe en rogge dooréén verbouwd;Blend-water= nierziekte bij rundvee;Blender= menger.Blenheim,blen’m, een soortspaniel, bruin en wit gevlekt; edele appelsoort gekweekt[53]opBlenheim House, het kasteel van de hertogen van Marlborough =Blenheim orange.Blesbock,blesbok,Z.-Afr.antilope.Bless,bles, zegenen, heiligen, wijden, gelukkig maken, verheerlijken, gelukkig achten:Tobless oneself= zich gelukkig achten;Not to have a penny to bless oneself with= geen rooien duit bezitten;Bless me, no!= om den drommel niet!Bless my eyes (soul)= sapperloot!A blessed man= gezegend, gelukkig;A blessed fool= groote gek;He wasblessed ina fair daughter= gezegend met;Theabode of the blessed (of bliss)= der gelukzaligen;Of blessed memory= zaliger gedachtenis;The whole blessed day= de lieve lange dag;Blessedness:To live in single blessedness= ongetrouwd zijn (iron.);Blessing= zegen, zegening, gave, geschenk, gunst;Toask a blessing= bidden vóór den maaltijd; een zegen afsmeeken.Blet,blet, subst. overrijpheid van vruchten, rotte plek:Bletverb. rotte plekken hebben.Blether,bledhə(ZieBlather).Blight,blait, subst. meeldauw, brand, vorst; soort bladluis; pestlucht; bederf:Blightverb. doen verdorren, verwelken; vernietigen, bederven:Potato-blight(=Blight-rot) = aardappelziekte;Blighter= snaak, lammeling.Blind,blaind, blind, bedekt, verborgen, duister, onbezonnen, valsch, onbestelbaar; subst. ophaalgordijn, blind, vensterluik, oogklep (ookBlindergenoemd), blinddoek, voorwendsel, uitvlucht, blindeering;Blindverb. verblinden, verduisteren, bedriegen:Among the blind the one-eyed blinkard reigns= is Éénoog Koning;Blind of an eye= blind aan een der oogen;Blind tohis interests= blind voor;That proposal wasa mere blind= voorwendsel;Roller blinds= rolluiken;Venetian blinds= jalouzieën;Wire blinds= horretjes;Blind alley= zak;Blind bargain= kat in den zak (fig.);Blind business= voorgewend (bijv. eenbarber’s shop, die eenbetting-houseblijkt te zijn);Blind-coal, glanskool;Blind door;Blind-drunk= stomdronken;Blindfold, subst.:Your egotism isa blindfold tohis virtues= maakt u blind voor; adj. geblinddoekt;Blindfoldverb. blinddoeken;Blind-Harry (Blindman’s-buff)= blindekoe, blindemannetje;Blind letter= onbestelbare brief (Blindmen, Blindofficers, Blindreaders= ambtenaren bij het bureau daarvan);Blindman’s holiday= de tijd voordat het licht wordt opgestoken;Blind-shell= granaat zonder springlading; niet gesprongen granaat;To get on one’sblind side= iemand in zijn zwak tasten;Blind-staggers= beroerte:It gave me the blind-staggers= ik kreeg er een beroerte van op mijn lijf;Blind-worm= hazelworm;Toblind oneselfto the truth= de oogen sluiten voor;Blindage= blindeering;Blindness= blindheid.Blink,bliŋk, subst. blik, oogwenk, knipoogje, glans, weerschijn v. ijsvelden, ijsberg;Blinkverb. gluren, knipoogen, glanzen; ontduiken, ontwijken:Toblink a question= ontwijken.Blinkard,bliŋkəd, kortzichtig; subst. bijziende persoon, sufferd:Hisblinkard generation= (ver)blind geslacht.Blinkers,bliŋkəz, oogkleppen.Bliss,blis, zaligheid;Blissful(ness) = zalig(heid).Blister,blistə, subst. blaar, trekpleister;Blisterverb. blaren krijgen, blaren trekken, eene trekpleister leggen op;Blister-beetle (Blister-fly)= Spaansche vlieg;Blister-plaster= trekpleister;Blistery= met blaren.Blite,blait, sapkelk, Goede Hendrik.Blithe,blaidh, vroolijk, blijde =Blithesome.Blizzard,blizəd, koude sneeuwstorm in N.-Amerika; moeielijke vraag, “harde noot” (Amer.).Bloat,blout, (doen) opzwellen, opblazen, ijdel maken, rooken (van visch);Bloatedness= opgezwollenheid, opgeblazenheid.Bloater,bloutə, bokking.
Beslaver,bislavə, bekwijlen; likken (fig.).Beslime,bislaim, met slijm bevuilen.Beslobber,bislobə, bekwijlen; likken (fig.).Beslubber,bislɐbə, bekwijlen.Besmear,bismîə, besmeren, bevuilen.Besmirch,bismɐ̂tš, bevuilen, bezoedelen.Besmut,bismɐt, (met roet) bevuilen.Besom,bîz’m, bezem, bezemkruid.Besot,bisot, dronken voeren, verdwazen;Besotted= dronken, aan den drank, dwaas (verliefd).Besought,bisôt, imp. en p.p. vanto beseech.Bespangle,bispaŋg’l, versieren (bezaaien) met loovertjes.Bespatter,bispatə, bespatten, bekladden.Bespeak,bispîk, subst. benefiet;Bespeakverb. vooraf bespreken, bestellen, beteekenen, verzoeken om, aanspreken, aankondigen, boeien:We were at a play last night:it was a bespeak;The bespeak partyoccupied two boxes= de dames en heeren die het stuk lieten spelen;Ibespeak the attentionof every man for our foreign affairs= vraag ieders aandacht;His languageBespeaks him a scholar= bewijst dat hij is;Bespeak bootmaker= op maat;Bespeak tailoringat ready-made prices= op maat doch tegenconfectieprijzen;Imperf.enP.P.=Bespoke,Bespoken.Besprinkle,bispriŋk’l, besprenkelen.Bess,bes, verkorting vanElizabeth.Bessemer,besəmə:Bessemer process= bessemeren, gietijzer onder hooge temperatuur smelten en er in gesmolten toestand lucht doorheen voeren;Bessemer steel.Best,best, subst. best; adj. best;Bestverb. overtreffen, beetnemen:Sunday best= Zondagskleeren;The best part of the week= grootste gedeelte;At (its) best= op zijn mooist, hoogstens;To see a personat his best= van zijn besten kant;To the best ofmy ability (belief)= zoo goed ik kan (naar mijn beste weten);Todo one’s best= zijn best doen;Toget (have) the best of= er het best afkomen, de overhand hebben;Tokeep the best (wine) to the end= het lekkerste (beste) voor het laatst bewaren;Tolook one’s best= op zijn voordeeligst;Tomake the best ofa bad bargain= zich er zoo goed mogelijk doorheen slaan;Tomake the best ofa chance= zooveel mogelijk partij trekken van;Tomake the best ofa bad husband= zich schikken in, verzoenen met het idee;Tomake the best of one’s way home= zich zoo snel mogelijk begeven;We hadperformed the best of our way= het grootste gedeelte afgelegd;Toplay one’s best;Tospeak for the best= om bestwil;Towear for best= voor best;Put your best foot forward;Best-maid= bruidsmeisje (Schotl.);Best-man= bruidsjonker;Best-pleased= ingenomen.[47]Bestead,bisted, van dienst zijn, helpen; past part. en adj. omgeven, geplaatst, gelegen:Hard bestead= in ’t nauw;Ill bestead= in moeielijken toestand.Bestial,bestj’l, beestachtig, zinnelijk;Bestiality= beestachtigheid, etc.;Bestialize= verdierlijken.Bestir,bisɐ̂, in vlugge en krachtige beweging brengen, roeren, inspannen:You must bestir yourself= u inspannen, voortmaken.Bestow,bistou, aanwenden, verleenen, werpen, schenken, besteden, opbergen;Bestowal=Bestowment= gave.Bestraddle,bistrad’l=Bestride.Bestrew,bistrû, bestrooien.Bestride,bistraid, schrijlings zitten op of staan over; stappen over, bestijgen; P.P.Bestridden; P. Imp.Bestrode.Bestud,bistɐd, metstudsof kno(o)pjes versieren.Bet,bet, subst. weddenschap, inzet;Betverb. wedden, eene weddenschap aangaan;It is an even bet= weddenschap met gelijken inzet;Hemade a betof a bowl of punch= wedde om;I’ll bet you ten pounds= ik wed met u om;You bet!(Amer.) = Zeker! Dat wed ik met je!Better (Bettor)= wedder;Betting-book= boekje voor het noteeren van weddenschappen;Betting-man= iemand, die wedrennen geregeld bezoekt om te wedden, gokker.Betake,biteik:Betake oneself to= zich begeven naar, zijn toevlucht nemen tot, zich bedienen van, aanvatten.Betel,bît’l, betel;Betelnut= betelnoot.Bethel,beth’l, heilige plek, kerk voordissentersof zeelui.Bethink,bithiŋk, (zich) herinneren, overwegen:Ibethought myself of itat the right moment;Hebethought of him= herinnerde zich zijner.Betide,bitaid, overkomen, geschieden:Woe betide you= wee u.Betime(s),bitaim(z), in tijds, weldra.Betoken,bitouk’n, aanduiden, voorspellen:That dark cloudbetokens a storm.Beton,bet’n, beton.Betony,betəni, betonie.Betook,bituk, imperf. vanto betake.Betray,bitrei, verraden, misleiden, bedriegen:Hebetrayed his ignorance= liet blijken;My head is all right, butmy legs betray me= geven het op (ik kan niet meer loopen of staan);Betrayal= verraad;Betrayer, verrader.Betroth,bitroudhofbitroth, verloven, beloven te huwen; tot bisschop aanstellen;Betrothal (Betrothment)= verloving;Betrothed, verloofde.Better,betə, adj. en adv.beter;Betterverb. overtreffen, verbeteren, beter worden:Better and better= al beter en beter;Betters= meerderen;All (so much) the better= des te beter;As long again and better= meer dan eens zoo lang;Two heads are better than one= twee weten meer dan een;Tobe better= beter zijn, zich beter bevinden;Is my father any better? Is your foot better? She would be better married= ’t was beter, dat zij getrouwd ware;Being better at stairsthan her husband= beter kunnende trappen klimmen;Tobe better off= zich in betere, gunstiger omstandigheden bevinden;Tobe the better for= in beteren toestand zijn;He wasthe better forthe sea-air;Tobecome, get, grow better= beter worden;Tochange for the better= ten goede;Toget, gain the betterof a person= iemand de baas, te slim af zijn;Togo one better= overtreffen;Tohave the betterof a person= iemand overtreffen, overwinnen;Youhad bettergo= deedt beter;Tomarry for better for worse= of het geluk of ongeluk moge brengen;Tothink better of it= zich bedenken, zich bezinnen;Thebetter half= de grootste helft; wederhelft (fig.);Bettermost= beste, voornaamste;Better part= grootste deel;Thebetter opinionis= we weten niet beter of;Tobetter oneself= zich verbeteren; een betere positie verwerven;Bettering, subst. verbetering; adj. verbeterend;Betterment= verbetering;Betterness= voortreffelijkheid, verbetering.Betty,beti, Betty; Jan Hen.Between,bitwîn, tusschen:They bought the housebetween them= met hun beiden;Between ourselves (you and me)= onder ons gezegd;Between this and then= tot zoolang;In between= in den tusschentijd;Between … and= zoowel door … als door;(Few and) far between= zeldzaam;Between-deck(s), subst. en adj. tusschendek(s);Betweenwhiles= nu en dan.Betwixt,bitwikst, tusschen:There’s many a slip ’Twixt the cup and the lip= tusschen bekerrand en lippen, kan u meen’ge kans ontglippen;It isBetwixt and between= zoo zoo, la la.Beulah,bjûlə;Bevan,bev’n.Bevel,bev’lsubst. winkelhaak, hoekmeter; adj. schuinsch, scherphoekig;Bevelverb. hoekig maken, schuin toeloopen:Bevel-angle= scherpe (of stompe) hoek.Beverage,bevəridž, drank.Beverley,bevəli;Bevis,bîvis.Bevy,bevi, vlucht, troep, gezelschap.Bewail,biweil, beklagen, beweenen; weeklagen;Bewailable= beklagenswaardig;Bewailing= gejammer.Beware,biwêə, oppassen, zich hoeden voor:Beware of the dog= wacht u voor;Beware them both, but most of all beware this boy= houd in ’t oog;Beware lest …pas op, dat niet.Beweep,biwîp, beweenen.Bewick,bjûik.Bewilder,biwildə, in de war brengen, verbijsteren;Bewilderedness,Bewilderment= verwarring.Bewitch,biwitš, beheksen, betooveren; subst.Bewitchery=Bewitchment.Bewray,birei, ontdekken, verraden:This poem bewrays itself asa translation= men ziet dadelijk, dat het vertaald is;Her dress bewrays her= toont duidelijk wat ze is.Beyond,bi-jond, verder dan, aan de andere zijde van, voorbij, boven, overtreffende:TheGreat Beyond= hiernamaals;It isbeyond me= mij te hoog, te moeielijk;Itgoes beyond my comprehension, powers, beyond me= mij te hoog;That isbeyond dispute= buiten[48]kijf;The better land isbeyond the tomb= aan de overzijde van;Youare beyond that handbook= het is te gemakkelijk voor u;Youhave got beyond that cheap violin= speelt te goed voor;Beyond words= niet om uit te drukken, sprakeloos;Togo beyondone= overtreffen, te slim af zijn;Togo beyond one’s depth= zoo ver gaan, dat men niet meer staan kan (ookfig.= te hoog gaan, te moeielijk worden);Tostay beyond one’s time= te lang blijven.Bezel,Bezil,bez’l, scherpe kant van een beitel; kas van een ring, waarin de steen zit; het gleufje, waarin het horlogeglas past.Bezoar,bîzöofbezö, bezoar of maagsteen.Biangular,bai-aŋgjulə, tweehoekig.Bias,baiəs, subst. eenzijdige verzwaring van den bal (bijBowling); schuine loop of snede; neiging, vooroordeel, voorliefde; adj. schuin, diagonaal;Biasverb. doen overhellen naar één zijde, vooringenomen doen zijn:There is an admirableabsence of biasin this paper= afwezigheid van vooringenomenheid;I have biased him;I amstrongly biased (in his favour)= voor (hem) ingenomen.Bib,bib, subst. slabbetje, borstlap (van een schortje), steenbolk;Bibverb. slurpen, pimpelen:Best bib and tucker= feestkleedij;A bibacious,baibeišəsfellow= aan den drank verslaafd;Bibacity= drankzucht;(Wine-)Bibber= (wijn)drinker, zuiper.Bible,baib’l, bijbel:Bible-clerk= student aan het Magdalen College te Oxford, die uit den bijbel moest voorlezen;Bible-oath= eed op den Bijbel;Bible Society= bijbelgenootschap;Biblical, bijbelsch;Biblicism, geloof aan den tekst der Schrift als eenige geloofsregel; bijbelkennis;Biblicist, letterknecht; bijbelkenner.Bibliographer,bibliogrəfə, bibliograaf;Bibliographical= bibliographisch;Bibliography= bibliographie;Bibliomancy,bibliomansi, voorspelling naar aanleiding van toevallig opgeslagen of open liggende teksten;Bibliomania,bibliəmeinjə, bibliomanie;Bibliomaniac= bibliomaan;Bibliophil(e),bibliəfil, boekenliefhebber of verzamelaar.Bibulous,bibjulɐs:Bibulous paper= vloeipapier.Bice,bais, bergblauw.Bicentenary,baisentənəri, subst. en adj. tweehonderdjarige (gedenkdag).Bicephalous,baisefəlɐs, tweehoofdig.Biceps,baisəps, tweehoofdige opperarmspier.Bicker,bikə, subst. strijd, twist;Bickerverb. kibbelen, twisten; flikkeren, zich slingeren; ratelen, klepperen.Bickern,bikən, aambeeld met twee punten.Biconjugate,baikonžugit, paarsgewijze.Bicorn(ed),baikön(d),Bicornous,baikönəs, tweehoornig.Bicycle,baisik’l, subst. rijwiel;Bicycleverb. wielrijden;Bicyclist= wielrijder.Bid,bid, subst. bod, poging;Bidverb. verzoeken, bevelen, aanbieden, voorstellen, wenschen, uitnoodigen, bieden op (for):The bookfell to my bid= werd mij toegeslagen;Tomake a bid for= moeite doen om te verkrijgen;Will youbid him walk in= verzoeken;Hebade them witness it= riep hen tot getuige;What’s bidfor this? = is geboden?The reserve price was not bidden;Tobid beads= den rozenkrans bidden;Tobid defianceto= tarten, trotseeren;Tobid fair= beloven, doen verwachten;Tobid good-day (bid-morning, farewell, welcome)= goeden dag zeggen etc.;Biddable= gehoorzaam, gezeggelijk;Bidder:The best (highest) bidder= meestbiedende;Bidding= het bieden, bod, bevel, uitnoodiging.Biddery-ware,bidəriwêə=Bidri biddery-ware, metalen voorwerpen uit Bidar, met zilver of goud ingelegd.Biddy,bidi, Bridget; Iersch dienstmeisje (Amer.); kiep (in:kiep! kiep!).Bide,baid, verblijven, verwijlen; afwachten, verbeiden, verdragen, uitstaan:I willbide my time;That flowerdoes not bide handling= kan niet tegen aanpakken;Let that bide= rusten.Bident,baidənt, gaffel;Bidental,Bidentate,baidentit, tweetandig.Bidet,bidet,bidei, klein paard; bidet.Biennial,baienj’l, tweejarig.Bier,bîə, draag-, lijkbaar:Bier right= baarrecht.Bifacial,baifeiš’lmet twee gelijke ruggelings verbonden zijden (of gezichten).Bifarious(ly),baifêriəs(li), in twee rijen.Biferous,bifərəs, tweemaal ’s jaars dragend.Biffin,bifin, een (vooral in Norfolk gekweekte) appel; platgedrukte en gedroogde appel.Biflorate,baiflôrit,Biflorous,baiflorəs, tweebloemig.Bifoliate,baifouljit, tweebladig.Bifold,baifould, tweevoudig, dubbel.Bifurcate,baifɐ̂keit, in twee takken verdeelen; adj.Bifurcate(d),baifɐ̂kit(id):Bifurcation, vertakking, splitsing,Bifurcous= in twee takken verdeeld.Big,big, dik, groot, zwaar, zwanger, vol, opgeblazen; voornaam, voortreffelijk (Amer.):Big Ben= de groote klok in ’t Parlementsgebouw;Big with= vol van, zwanger van;Toget big= groot worden (van kinderen);Tolook big= er verwaand of dreigend uitzien; den neus in den wind steken;Totalk big= een groot woord hebben;Big bugs= groote hanzen;Big guns= groote hanzen; groote kanselredenaars:That was his big gun= hooge troef, beste kaart (fig.);Big heart= edel, grootmoedig;Big man= man van invloed;Big pot= hooge oome:He is abig pot,and you are only a kettle;Big wig(=Big pot);Bigness= grootte, etc.Bigamist,bigəmist, iemand, die zich aanbigamieschuldig maakt;Bigamous= bigamistisch;Bigamy= bigamie.Biggin,bigin, filtreerkan; muts, kindermutsje.Biggonet,bigənət, begijnekap, nonnenkap.Bight,bait, baai, bocht (van een touw), buiging.Bignonia,bignounjə, trompetbloem.[49]Bigot,bigət, bekrompen ijveraar, onverdraagzaam dweper;Bigoted= bigot, bijgeloovig, kwezelachtig, fanatiek;Bigotry, kwezelarij; blinde aanhankelijkheid, fanatieke ijver.Bijou,bîžû, juweel, kleinood.Bijugate,baidžugit,baidžûgit,Bijugous,baidžugɐs, met twee koppen in profiel, elkaar gedeeltelijk bedekkend; tweeparig.Bike,baik, subst. fiets;Bikeverb. fietsen.Bilander,biləndə,bailəndə, bijlander.Bilberry,bilbəri, soort v. blauwe boschbes.Bilbo,bilbou, Spaansche degen (van Bilboa,bilbouə, in Spanje);Bilboes,bilbouz, scheepsvoetboeien, verschuifbaar langs lange stangen.Bilboquet,bilbəket, bal met beker, waarin hij moet worden gevangen.Bile,bail, gal, bitterheid:Tostir up the bile= boos maken.Bilge,bildž, subst. buik (van een vat), buikdelling (zeeterm);Bilgeverb. een lek krijgen in de kim; buiken; lens pompen;Bilge-keel= kimkiel.Biliary,biljəri, gal - -; gallig:Biliary calculus= galsteen.Bilingual,bailiŋgwəl,Bilinguar,bailiŋgwə,Bilinguous,bailiŋgwəs, in twee talen, twee talen sprekend.Bilious,biljəs, gallig, galzuchtig; subst.Biliousness.Bilk,bilk, subst. bedrog, dwaasheid; bedrieger;Bilkverb. bedriegen, afzetten; zich heimelijk verwijderen, of verlaten:I don’t intend tobilk my lodgings;Bilker= afzetter.Bill,bil, aanklacht, wetsontwerp, wissel, biljet, nota, rekening, programma, lijst, rol, bankbiljet (Amer.); aanplakbiljet;Billverb. registreeren, aankondigen:Tomake out(= schrijven),pay, run up, send in, settle bills= rekeningen;Tobring in, drop, pass, reject a bill= wetsontwerp;Topost (up), to stick bills= biljetten aanplakken;Stick no bills!= hier niets aanplakken!He has abill in chanceryagainst you= eisch tot schadevergoeding bij deChancery Divisionvan hetHigh Court;To bring in (to find)a true bill= een aanklacht gegrond verklaren (Dit geschiedt door deGrand Jury, die de zaak dan verwijst naar dePetty Jury, die eenVerdictuitspreekt;—het ongegrond verklaren wordttoignoreoftothrow outgenoemd);It’s a true bill= (ongelukkig) maar al te waar (fig.);Shefills that bill exactly= voldoet precies aan die eischen;Bill of credit, kredietbrief;Bill of divorce= scheidbrief (Joodsche wet);Bill of entry= declaratie van inkomende rechten;Bill of exchange= wissel (Inland bill, Foreign bill, Forged bill);Bill of fare= menu;Bill of fares= tarief van vracht en vervoerprijzen;Bill of health= gezondheidspas;Bill of indemnity= acte v. schadeloosstelling;Bill of lading= vrachtbrief;Bill of mortality= sterfte-statistiek;Bill of Rights=Eng.grondwet 1689;Bill of sale= machtiging tot verkoop van roerend goed voor schulden;Wheneverhe saw a circus billed= door biljetten aangekondigd;Bill-board= aanplakbord;Bill-book= wisselboek;Bill-broker= makelaar in wissels;Bill-sticker= aanplakker.Bill,bil, snavel, ankerklauw, kromme snoeibijl, houweel, hellebaard;Billverb. trekkebekken, minnekoozen =Billing and cooing;Bill-hook= sikkelmes;Billman= hellebardier.Billet,bilət, subst. briefje, inkwartieringsbiljet, kwartier, baantje, dienst; blok hout, staaf;Billetverb. inkwartieren:Every bullet has its billet= heeft zijne bepaalde bestemming;Secretaryships andall such billets= baantjes;You havea very comfortable billet there= gemakkelijke betrekking;He charged upon the young man witha billet of wood;The regiment wasbilleted uponthe inhabitants;I wish I couldget you billeted onthat ship= geplaatst.Billiards,biljədz, biljardspel;Billiard-ball(Billiards-cloth;Billiards-cue;Billiards-hole=Billiards-pocket;Billiards-marker;Billiards-table);A game of billiards;To play at billiards.Billingsgate,biliŋzgit: (Billingsgate language) vischwijventaal; adj. plat, gemeen;Billingsgate pheasant= bokking.Billion,bilj’n, billioen (in Frankrijk en Amerika: 1000 × millioen).Billot,bilət, ongemunt goud of zilver (in staven of blokken).Billow,bilou, subst. baar;Billowverb. golven, opzwellen:The billow-and-breaker-beaten coast= de door golven en branding gebeukte kust;Billowy= ruw, golvend.Billy,bili, kameraad; stok, ploertendooder, (koffie)keteltje, zijden halsdoek; ook gemeenz. voorWilly, William;Billycock,bilikok, laag, rond en stijf hoedje van vilt (of stroo), “kaasbolletje”;Billy-boy= platboomd vaartuig;Billy-goat= bok.Biltong,biltoŋ, biltong (Zuid-Afr.).Bimana,bimənə,baimənə, tweehandigen;Bimanous,bimənɐs, ofbaimənɐs, tweehandig.Bimonthly,baimɐnthli, subst. en adj. tweemaandelijksch (tijdschrift).Bin,bin, subst. kist, trog, bak, wijnrek;Binverb. in eene kist, etc. bergen.Binary,bainəri, binair.Binate,bainit, paarsgewijs groeiend.Bind,baind, binden, verbinden, ontwikkelen, beperken, verplichten, bevestigen, hard maken, eene grens vormen, verplichten (volgens contract); subst. band, verbinding, ijzerhoudend leem; rank, hopstengel, 250 (Abind of eels):Bound downby contract= gebonden;This apprentice wasbound outto service= in dienst gedaan;He wasbound overto appear again before the court within a week= moest eene som gelds deponeeren, die hij verbeurde als hij niet verscheen;Tobind tosecrecy= geheimhouding doen beloven;Tobind upwounds= verbinden;That man is entirelybound up inhis work, studies, etc.= wordt geheel ingenomen door, gaat geheel op in;Binder= (boek)binder, band;Bindery= boekbinderij;Binding= band, verband, het binden:The snow is[50]less binding= pakt niet zoo goed meer;Bindweed= winde.Bine,bain, rank (van hop), hop.Binervate,bainɐ̂vit, met twee nerven.Bing,biŋ, hoop;Bingverb. ophoopen.Bin(n)acle,binək’l, kompashuisje.Binny,bini, barbeel (van den Nijl).Binocle,binok’l, binocle;Binocular= binoculair; binocle (=Binocles);Binoculate= binoculair.Binomial,bainoumj’l, binominaal; binomium:Binomial theorem= binomium v. Newton;Binominal,bainomin’l, met twee namen.Biograph,baiəgrâf= verbeterde kinematograaf;Biographer= biograaf;Biographic(al)= biographisch;Biography, biographie.Biological,baiəlodžik(’l), biologisch;Biologist, bioloog;Biology= biologie.Biparous,bipərɐs, tweelingen barend.Biped,baiped, subst. en adj. tweevoetig (dier);Bipedal,baipəd’l, adj. tweevoetig.Biplane,baiplein, tweedekker.Biquadratic,baikwədratik, 4emachts; vierdemacht.Birch,bɐ̂tš, berk, berkenroede, berken canoe (Amer.);Birchverb. met de roede straffen, ranselen; adj. berken =Birchen;Birch-broom= stalbezem.Bird,bɐ̂d, subst. vogel; lieveling:Birds Protection Act;Neither bird nor fish= geen vleesch en geen visch;Birds of a feather flock together= soort zoekt soort;The early bird catches the worm= de morgenstond heeft goud in den mond;Fine feathers make fine birds= kleeren maken den man;A little bird told me= ik heb er een muisje van hooren piepen;A bird in the hand is worth two in the bush= … beter dan tien in de lucht;It is an ill bird that fouls its own nest= wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht;Thebird has flown(ookfig.);To hit the bird in the eye= den spijker op den kop slaan;Tokill two birds with one stone (at one blow);Tolime one’s bird to the twig= lijmen, vangen, (fig.);Bird of Jove= adelaar;Bird of Juno= pauw;Bird of Minerva= uil;Bird of night= uil;Bird of passage= trekvogel;Bird of prey= roofvogel:Birdverb. vogels vangen of schieten;Bird-baiting= vangen met slagnet;Bird-batting= vangen met den lichtbak;Bird-boy= jongen, om vogels te verjagen;Bird-cage;Bird-call= fluitje (van den vogelaar);Bird-cherry= vogelkers;Bird-fancier= vogelliefhebber; vogelkoopman;Bird-lime= vogellijm;Bird-man, (Bird-catcher) = vogelaar;Bird’s-eye= subst. soort van tabak; adj. in vogelvlucht gezien:A bird’s eye viewof Cologne= Keulen in vogelvlucht;Bird’s eye wood= geaderd, gemarmerd hout;They wentbird’s-nesting= vogelnestjes uithalen;Nobody goes bird’s-nesting without a fall at times= wie wat onderneemt, struikelt wel eens;Bird-witted= vluchtig, van het een op het ander;Birdie= vogeltje; lieveling.Biretta=Beretta.Birmingham,bɐ̂miŋ’m,bɐ̂miŋham.Birth,bɐ̂th, geboorte, afkomst, oorsprong, stand, vrucht, jong:Togive birthto= bevallen, jongen werpen;Tokill at birth= in de wieg smoren (fig.);Toproduce two young ones at a birth= twee jongen werpen;He is an Englishmanby birth= van geboorte;New birth= wedergeboorte (fig.);Birth-certificate=Certificate of birth= geboorteakte;Birthday;Birth-hour;Birthplace;Birthright;Birth-roll= geboorteregister;Birth-sin= erfzonde.Biscay,biskei, Biscaje;Biscayan,biskeiən= (bewoner) van Biscaje.Biscuit,biskit, beschuit; biscuit (aardewerk); klein zacht broodje (Amer.).Bise,bîz,biz, N. (O.) wind in Zwitserland en Provence.Bisect,baisekt, in tweeën deelen;Bisection= halveering;Bisector= bisector.Bisexual,baisekšu’l, tweeslachtig.Bishop,bišəp, subst. bisschop; een warme drank; tournure of kussentje (Amer.); slabbetje; raadsheer (in het schaakspel); bisschopsmuts (hoornschelp); lievenheersbeestje;Bishopverb. bevestigen, bisschoppen benoemen, tot bisschop wijden; het gebit van een oud paard zóó opknappen, dat het jonger lijkt; beetnemen;Bishop’s-Bible= bijbelvertaling van 1568;Bishop’s-weed= zevenblad;Bishopess, vrouw van een Angl. bisschop;Bishopric= bisdom.Bison,b(a)is’n,biz’n, bison.Bissextile,bisekstil, schrikkeljaar; adj. bisextiel;Bissextile year.Bistre,bistə, bister, roetbruin.Bistoury,bisturi, opereermes.Bistort,bistöt, slangenwortel.Bit,bit, subst. boorijzer (boorspits), schaafijzer, baard v. een sleutel, gebit; beetje, hapje, kleinigheid, klein geldstuk:Not a bitof it= geen kwestie van;He isevery bitas good as you= in alle opzichten;I amnot a bit the wiser= ik ben geen haar wijzer;Bit by bit= stukje voor stukje;The coachmandraws bit= begint het paard in te houden;The horsegot the bitbetween his teeth and ran away;A six-penny bit= een munt van sixpence;A long bit= 15 cents (Amer.);A short bit= 10 cents (Amer.);Bit-bridle= stanggebit (van een paardetoom).Bitch,bitš, teef, wijfje; snol.Bite,bait, subst. beet, greep, mondvol, voedsel; streek, bedrog, afzetterij;Biteverb. bijten, steken, prikken, branden, grijpen, uitbijten, geeselen (fig.), bedriegen:His bark is worse than his bite= hij blaft harder dan hij bijt;He gave mea bite and a sup(ooksip) = wat te eten en te drinken;The biter bit= de bedrieger bedrogen;Once bit(ten) twice shy= een ezel stoot zich geen tweemaal aan den zelfden steen;Dead dogs don’t bite= doode honden bijten niet;Tobite the dust= in het stof bijten;Hebit his lip= beet op;Tobite one’s nails= nagelbijten;Hebit the thumb at me(ten teeken van verachting of uitdaging):Biter:He is no biter= hij bijt niet;Biting= bijtend, sarcastisch;Bitten= gebeten, geëtst (=[51]Bitten in):Frost-bitten= bevroren;Hunger-bitten= verhongerd;Tobe bitten with= verliefd op.Bithynia,bithinjə, Bithynië.Bitt,bit, subst. beting;Bittverb. om de beting leggen (scheepstermen).Bitten,bit’n, ZieBite.Bitter,bitə, bitter, scherp, pijnlijk, smartelijk; subst. bitter; slag om de beting;Bitters= bitter, maagbitter, bitter bier; tegenspoeden;Bitterverb. bitter maken:To the bitter end= tot het (droeve) einde;Bitter-almond, Bitter-apple (Bitter-gourd)= kolokwint;Bitter-sweet= bitterzoet; soort appel;Thebitter and the sweetof independence= lief en leed;Bitter-wort= gentiaanwortel:Bitterish= eenigszins bitter;Bitterness= bitterheid.Bittern,bitən, roerdomp; moederloog.Bitumen,bitjûm’n,bitjum’n, aardhars, aardpek;Bituminize= bitumineeren;Bituminous, aardpekachtig (aardpekhoudend).Bivalve,baivalv, met twee schelpen of kleppen; subst. mossel met twee schelpen, vrucht met twee kleppen;Bivalvous,baivalvəs,Bivalvular,baivalvjulə, tweekleppig, etc.Bivouac,bivwak,bivuak, subst. biv(ou)ak;Bivouacverb. bivakkeeren.Biweekly,baiwîkli,baiwîkli, subst. en adj. veertiendaagsch (tijdschrift); adv. om de 14 dagen.Biz,biz, verkorting voorBusiness.Bizarre,bizâ, bizar.Blab,blab, er uit flappen, wauwelen, verklikken; subst. snapper, wauwelaar, klikker =Blabber.Black,blak, zwart, donker, duister, grimmig, somber, treurig, ellendig, snood; subst. zwarte kleur, zwartsel, rouwkleeding, zwarte vlek, roos (bij het boogschieten), neger, zwartrok, roetdeeltje, scheldnaam, brand (in ’t koren);Blackverb. zwart maken, bevuilen, bezoedelen:Black as your hat,Black as a gipsy’s eyes,Black as ink,Black as a nigger-meeting;Black as November,Black as sables,Black as thunder;Lampblack= lampzwart;To bein a black temper= zoo nijdig als een spin;In black and white= zwart op wit = (To give)black on (and) white;Tobe in (put into) black= in het zwart (rouw) zijn (steken);Tobeat black and blue= bont en blauw;Tolook black= boos, nijdig;To beblack with people= zwart van menschen;He is not fitto black your boots= uwe schoenriemen te ontbinden;Blackamoor,blakəmûə, neger;Black art= zwarte kunst;Blackball, subst. zwarte bal (bij ’t stemmen); brand (in tarwe), zwartsel, schoensmeer;Blackballverb. tegenstemmen, uitsluiten;Black-band= soort van ijzersteen; rouwband;Black beer= Dantzigsch bier;Blackbeetle= kakkerlak;Blackberry= braambes:As plentiful as blackberries= zeer overvloedig;Blackbird= subst. meerle, gevangen neger;Blackbirdverb. negers vangen voor den slavenhandel;Blackboard= schoolbord;Blackboding= onheilspellend;Blackbook= rapport (onder Hendrik VIII) over de toenmalige kloosters; tooverboek; het zwarte boek, conduitelijst, lijst v. dubieuse debiteuren:I amin his black books= sta ongunstig bij hem aangeschreven;Black-browed= dreigend, norsch (fig.);Black-cap= zwarte muts door rechters bij het uitspreken van een doodvonnis opgezet; zwartkop koolmees, kapmeeuw; breedbladige lischdodde, zwarte framboos;Black cattle= zwart rundvee (Schotl.);Black-coat= zwartrok;Black-cock= korhaan;Black Country= de kolendistricten vanStafsh.enWarwsh.;Black-currant= zwarte aalbes;Black death= pest;To have ablack dog (monkey)on one’s back=To ride theblack donkey= slecht gemutst zijn;Black drop= laudanum droppel;Black earth= teelaarde;Black-edgednote-paper= met rouwrand;Black-faced= somber, donker;Black-fellow= Australische neger;Blackfoot= huwelijksbemiddelaar (Schotl.); N.A. Ind. stam;Black Forest= Zwarte Woud;Black-friar= Dominikaner;Blackguard,blagəd, subst. ploert, deugniet; adj. laag, gemeen; (ook:Blackguardly);Blackguardverb. op gemeene wijze beschimpen, gemeene taal van of tegen iemand gebruiken;Blackguardism= gemeen optreden;Black-hole, subst. cachot, hondegat;Black-holeverb. in het cachot zetten;Blacking= schoensmeer;Black-lead, subst. potlood;Black-leadverb. potlooden;Black-leg= klauwzeer, vlekkoorts; oplichter, bedrieger; onderkruiper:They actually black-legthem by cutting(het drukken der)prices;Black-letter= oud Gothische letter;Black-list= officieele lijst van bankroetiers of misdadigers; verb. op die lijst plaatsen;Black-mail= geldafpersing, brandschatting:Tolevy black-mail= geldafpersen, brandschatten;Black-mailverb. afpersen;Black Maria= dievenwagen;Blackmartin= muurzwaluw;BlackMonday= ongeluksdag, Paaschmaandag 1360; de eerste Maandag na de vacantie;Blackmonks= Benediktijner monniken;Black-mouthed= lasterend;Black night= (iron.) zwarte-rokkenavond; bijeenkomst voor heeren alleen;Black pudding= beuling;Black Rod= soort ceremoniemeester en intendant van het Hoogerhuis;Black Sea= Zwarte Zee;Black-sheep= schurftig schaap, deugniet; onderkruiper;Blacksmith= grofsmid;Black-thorn, sleedoorn;Black Watch= het 42e regiment Hooglanders;Blackwood= pokhout, rozenhout;Black-work= grof smidswerk;Blacken,blak’n= zwart maken of worden, bezoedelen, besmetten;Blackey= zwartje.Bladder,bladə, blaas, buil, blaar; windzak;Bladdered= opgeblazen;Bladdery= met blaren.Blade,bleid, subst. grasspriet, halm, blad, schep, plat gedeelte, lemmet, kling, zwaard, degen, vent, kerel;Bladeverb. van een lemmet voorzien, opsnijden, zwetsen;Blade-bone= schouderblad;Blade-smith= zwaardveger.Blain,blein, blaar, zweer; keeldroes.Blamable,bleiməb’l=Blameable;Blame,bleim, berispen, laken; subst. berisping:You are to blame= het is uw schuld;Tolay the blame on= ten laste leggen;No blame attaches to you= gij hebt geen schuld;Blameable, berispelijk; subst.Blameableness;Blameful= berispelijk; subst.Blamefulness;Blameless= onschuldig; subst.Blamelessness;Blameworthy= berispelijk; subst.Blameworthiness.Blancard,blaŋkəd, soort van Normandisch linnen.[52]Blanch,blânš, bleeken, laten trekken, vertinnen, (doen) verbleeken, verzachten (over);Blanchsubst. witte vlek, stuk erts:ToBlanch almonds= schillen;Blanch fever= bleekzucht;Blanching-liquor= bleekwater.Blanch(e),blânš, Bianca.Blanc-mange(r),bləmonž, blanc manger.Bland,bland, zacht, vriendelijk, minzaam; subst.Blandness.Blandiloquence,blandiləkw’ns= vleitaal;Blandiloquent= vleiend.Blandish,blandiš, vleien, streelen;Blandishment= vleitaal; liefkoozing.Blank,blaŋk, blanco, niet ingevuld, wit, blind, ledig, los, vruchteloos, volkomen, zuiver, rijmloos, mistroostig, verbluft, beschaamd; subst. blanco papier, leemte, niet, pauze, (doel)wit, muntplaatje;Blankverb. verlegen maken, verijdelen, aan ’t gezicht onttrekken, een euphem. uitdrukking voordamn:The voting-paperwas blank;I tell you sopoint-blank= in je gezicht;A lottery ticket that hasdrawn a blank= met een niet is uitgekomen (Verg.:Toprove blanks= met een niet uitkomen);Helooked blank= zag er beteuterd uit;Blank cartridge= losse patroon;Blank door= blinde deur;Blank practice= oefeningen met losse patronen;Blank shots= schoten met los kruit;Blank verse= niet rijmende verzen;Blank him!=Damn him!What the blankety blankdo you want to know for? = waarom voor den drommel?Blankness= witheid, enz.Blanket,blaŋkət, subst. deken;Blanketverb. jonassen; de loef afsteken:Toget between the blankets= onder de dekens kruipen;Toput a wet blanket on(Tothrow a wet blanket over) = koud water gieten op (fig.);Born on the wrong side of the blanket= onwettig;Blanketing= stof voor (wollen) dekens.Blare,blêə, subst. geloei, gebrul; verb. loeien, brullen:Blare of trumpets= trompetgeschal.Blarney,blâni, subst. grove vleitaal, geschetter; verb. vleien, bepraten, bedotten:Withyour gift of blarney= talent om te vleien;Toput the blarney overa person= inpakken door vleierij;Trythe three B’s:B(larney),B(lather) andB(unkum);He haskissed the blarney-stone= hij kan goed vleien en liegen.Blaspheme,blasfîm, godslasterlijke taal spreken, spotten;Blasphemer;Blasphemous, godslasterlijk;Blasphemy,blasfimi, godlasterlijke taal.Blast,blâst, subst. rukwind, harde wind, krachtige luchtstroom; stoot op een hoorn, vernietigende invloed op dieren of planten, pest, vloek, brand (in het koren), trommelzucht (bij schapen);Blastverb. vernietigen, verzengen, verdorren, laten springen, verijdelen, bederven, bezoedelen; ontploffen:TheBlast of Doom= de bazuin van het Laatste Oordeel;In full blast= in vollen gang;They blasted her character= bezoedelden;They blasted it abroad= maakten het ruchtbaar;Blast-furnace, hoogoven;Blast-pipe= vlampijp, afvoerpijp;Blasting-oil= nitroglycerine;Blasting-powder= mijnkruit.Blastoderm,blastədɐ̂m, kiemhuidje.Blatancy,bleit’nsi, drukte;Blatant,bleit’nt, druk, schreeuwerig:Blatant nonsense= groote onzin;Blatant nothings= onbeteekenend geschetter.Blather,bladhə, gezwets;Blatherverb. zwetsen;Blatherskite= zwetser (Amer.).Blatta,blatə, kakkerlak.Blatter,blatə, kletteren; snateren; subst. gekletter; gesnater.Blaze,bleiz, vlam, gloed, bles (op den kop van koe of paard), teeken op boomen (door verwijdering van den bovenbast);Blazeverb. vlammen, in gloed staan, (boomen) merken, verkondigen, bekend maken:The house wasin a blaze= in lichterlaaie;He sworelike blazes= hij vloekte verschrikkelijk;Go to blazes= loop naar de hel;How the blazescan you stand the head-work you do? = hoe drommel kunt gij dat met het hoofd werken zoo uithouden?What the blue blazes= wat weerlicht!Toblaze away= los branden, er op los werken (praten);The stars themselvesblaze forththe death of princes= kondigen der wereld aan;The newspapersblaze withhis name= zijn vol van;Blazer= snikheete dag; gekleurde, gestreepte sportjekker.Blazon,bleizn,bleiz’n, subst. blazoen, wapenschild, wapenkunde, voorstelling, bekendmaking, praal;Blazonverb. blazoeneeren, versieren, beschrijven, bekend maken, uitbazuinen;Blazoner= heraldicus, heraut, lofredenaar;Blazonment= wapenteekenen, kleurenpracht, uitbazuining;Blazonry= wapenkunde, wapenteeken, versiering met herald. figuren.Bleach,blîtš, bleeken, wit maken (worden);Bleacher= bleeker;Bleachery= bleekerij;Bleaching-liquid;Bleaching-powder;Bleaching-ground(=Bleach-field) = bleekveld.Bleak,blîk, subst. bliek.Bleak,blîk, kaal, ruw, guur, droevig;Bleakness= kaalheid, etc.Blear,blîə, adj. dof, zeer, druip - -;Blearverb. verduisteren, doen druipen, bevuilen:Toblear the eyes= om den tuin leiden;Blear-eye= druipoog;Blear-eyed= druipoogig;Blearedness= zeerheid; verduistering.Bleat,blît, subst, geblaat;Bleatverb. blaten.Bleb,bleb, luchtbel, blaartje, puistje.Bled,bled, imperf. en part. perf. vanto bleed.Bleed,blîd, bloeden, zijn bloed storten, aderlaten, (sap) aftappen, laten uitloopen:Tobleed freely= erg;To bleed white= uitzuigen (fig.);Hebleeds at the nose= uit den neus;Tobleed to death= doodbloeden;Tomake one bleed= laten bloeden (fig.).Blemish,blemiš, subst. vlek, smet, klad;Blemishverb. bevlekken, besmetten, bezwalken;Blemishless= vlekkeloos.Blench,blenš, terugdeinzen, wijken.Blend,blend, vermengen, zich vermengen, onmerkbaar in elkaar overgaan; subst. vermenging, mengsel:Theblended scentsof tea and coffee;This tea is a favourite blend;Blend-corn= tarwe en rogge dooréén verbouwd;Blend-water= nierziekte bij rundvee;Blender= menger.Blenheim,blen’m, een soortspaniel, bruin en wit gevlekt; edele appelsoort gekweekt[53]opBlenheim House, het kasteel van de hertogen van Marlborough =Blenheim orange.Blesbock,blesbok,Z.-Afr.antilope.Bless,bles, zegenen, heiligen, wijden, gelukkig maken, verheerlijken, gelukkig achten:Tobless oneself= zich gelukkig achten;Not to have a penny to bless oneself with= geen rooien duit bezitten;Bless me, no!= om den drommel niet!Bless my eyes (soul)= sapperloot!A blessed man= gezegend, gelukkig;A blessed fool= groote gek;He wasblessed ina fair daughter= gezegend met;Theabode of the blessed (of bliss)= der gelukzaligen;Of blessed memory= zaliger gedachtenis;The whole blessed day= de lieve lange dag;Blessedness:To live in single blessedness= ongetrouwd zijn (iron.);Blessing= zegen, zegening, gave, geschenk, gunst;Toask a blessing= bidden vóór den maaltijd; een zegen afsmeeken.Blet,blet, subst. overrijpheid van vruchten, rotte plek:Bletverb. rotte plekken hebben.Blether,bledhə(ZieBlather).Blight,blait, subst. meeldauw, brand, vorst; soort bladluis; pestlucht; bederf:Blightverb. doen verdorren, verwelken; vernietigen, bederven:Potato-blight(=Blight-rot) = aardappelziekte;Blighter= snaak, lammeling.Blind,blaind, blind, bedekt, verborgen, duister, onbezonnen, valsch, onbestelbaar; subst. ophaalgordijn, blind, vensterluik, oogklep (ookBlindergenoemd), blinddoek, voorwendsel, uitvlucht, blindeering;Blindverb. verblinden, verduisteren, bedriegen:Among the blind the one-eyed blinkard reigns= is Éénoog Koning;Blind of an eye= blind aan een der oogen;Blind tohis interests= blind voor;That proposal wasa mere blind= voorwendsel;Roller blinds= rolluiken;Venetian blinds= jalouzieën;Wire blinds= horretjes;Blind alley= zak;Blind bargain= kat in den zak (fig.);Blind business= voorgewend (bijv. eenbarber’s shop, die eenbetting-houseblijkt te zijn);Blind-coal, glanskool;Blind door;Blind-drunk= stomdronken;Blindfold, subst.:Your egotism isa blindfold tohis virtues= maakt u blind voor; adj. geblinddoekt;Blindfoldverb. blinddoeken;Blind-Harry (Blindman’s-buff)= blindekoe, blindemannetje;Blind letter= onbestelbare brief (Blindmen, Blindofficers, Blindreaders= ambtenaren bij het bureau daarvan);Blindman’s holiday= de tijd voordat het licht wordt opgestoken;Blind-shell= granaat zonder springlading; niet gesprongen granaat;To get on one’sblind side= iemand in zijn zwak tasten;Blind-staggers= beroerte:It gave me the blind-staggers= ik kreeg er een beroerte van op mijn lijf;Blind-worm= hazelworm;Toblind oneselfto the truth= de oogen sluiten voor;Blindage= blindeering;Blindness= blindheid.Blink,bliŋk, subst. blik, oogwenk, knipoogje, glans, weerschijn v. ijsvelden, ijsberg;Blinkverb. gluren, knipoogen, glanzen; ontduiken, ontwijken:Toblink a question= ontwijken.Blinkard,bliŋkəd, kortzichtig; subst. bijziende persoon, sufferd:Hisblinkard generation= (ver)blind geslacht.Blinkers,bliŋkəz, oogkleppen.Bliss,blis, zaligheid;Blissful(ness) = zalig(heid).Blister,blistə, subst. blaar, trekpleister;Blisterverb. blaren krijgen, blaren trekken, eene trekpleister leggen op;Blister-beetle (Blister-fly)= Spaansche vlieg;Blister-plaster= trekpleister;Blistery= met blaren.Blite,blait, sapkelk, Goede Hendrik.Blithe,blaidh, vroolijk, blijde =Blithesome.Blizzard,blizəd, koude sneeuwstorm in N.-Amerika; moeielijke vraag, “harde noot” (Amer.).Bloat,blout, (doen) opzwellen, opblazen, ijdel maken, rooken (van visch);Bloatedness= opgezwollenheid, opgeblazenheid.Bloater,bloutə, bokking.
Beslaver,bislavə, bekwijlen; likken (fig.).
Beslime,bislaim, met slijm bevuilen.
Beslobber,bislobə, bekwijlen; likken (fig.).
Beslubber,bislɐbə, bekwijlen.
Besmear,bismîə, besmeren, bevuilen.
Besmirch,bismɐ̂tš, bevuilen, bezoedelen.
Besmut,bismɐt, (met roet) bevuilen.
Besom,bîz’m, bezem, bezemkruid.
Besot,bisot, dronken voeren, verdwazen;Besotted= dronken, aan den drank, dwaas (verliefd).
Besought,bisôt, imp. en p.p. vanto beseech.
Bespangle,bispaŋg’l, versieren (bezaaien) met loovertjes.
Bespatter,bispatə, bespatten, bekladden.
Bespeak,bispîk, subst. benefiet;Bespeakverb. vooraf bespreken, bestellen, beteekenen, verzoeken om, aanspreken, aankondigen, boeien:We were at a play last night:it was a bespeak;The bespeak partyoccupied two boxes= de dames en heeren die het stuk lieten spelen;Ibespeak the attentionof every man for our foreign affairs= vraag ieders aandacht;His languageBespeaks him a scholar= bewijst dat hij is;Bespeak bootmaker= op maat;Bespeak tailoringat ready-made prices= op maat doch tegenconfectieprijzen;Imperf.enP.P.=Bespoke,Bespoken.
Besprinkle,bispriŋk’l, besprenkelen.
Bess,bes, verkorting vanElizabeth.
Bessemer,besəmə:Bessemer process= bessemeren, gietijzer onder hooge temperatuur smelten en er in gesmolten toestand lucht doorheen voeren;Bessemer steel.
Best,best, subst. best; adj. best;Bestverb. overtreffen, beetnemen:Sunday best= Zondagskleeren;The best part of the week= grootste gedeelte;At (its) best= op zijn mooist, hoogstens;To see a personat his best= van zijn besten kant;To the best ofmy ability (belief)= zoo goed ik kan (naar mijn beste weten);Todo one’s best= zijn best doen;Toget (have) the best of= er het best afkomen, de overhand hebben;Tokeep the best (wine) to the end= het lekkerste (beste) voor het laatst bewaren;Tolook one’s best= op zijn voordeeligst;Tomake the best ofa bad bargain= zich er zoo goed mogelijk doorheen slaan;Tomake the best ofa chance= zooveel mogelijk partij trekken van;Tomake the best ofa bad husband= zich schikken in, verzoenen met het idee;Tomake the best of one’s way home= zich zoo snel mogelijk begeven;We hadperformed the best of our way= het grootste gedeelte afgelegd;Toplay one’s best;Tospeak for the best= om bestwil;Towear for best= voor best;Put your best foot forward;Best-maid= bruidsmeisje (Schotl.);Best-man= bruidsjonker;Best-pleased= ingenomen.[47]
Bestead,bisted, van dienst zijn, helpen; past part. en adj. omgeven, geplaatst, gelegen:Hard bestead= in ’t nauw;Ill bestead= in moeielijken toestand.
Bestial,bestj’l, beestachtig, zinnelijk;Bestiality= beestachtigheid, etc.;Bestialize= verdierlijken.
Bestir,bisɐ̂, in vlugge en krachtige beweging brengen, roeren, inspannen:You must bestir yourself= u inspannen, voortmaken.
Bestow,bistou, aanwenden, verleenen, werpen, schenken, besteden, opbergen;Bestowal=Bestowment= gave.
Bestraddle,bistrad’l=Bestride.
Bestrew,bistrû, bestrooien.
Bestride,bistraid, schrijlings zitten op of staan over; stappen over, bestijgen; P.P.Bestridden; P. Imp.Bestrode.
Bestud,bistɐd, metstudsof kno(o)pjes versieren.
Bet,bet, subst. weddenschap, inzet;Betverb. wedden, eene weddenschap aangaan;It is an even bet= weddenschap met gelijken inzet;Hemade a betof a bowl of punch= wedde om;I’ll bet you ten pounds= ik wed met u om;You bet!(Amer.) = Zeker! Dat wed ik met je!Better (Bettor)= wedder;Betting-book= boekje voor het noteeren van weddenschappen;Betting-man= iemand, die wedrennen geregeld bezoekt om te wedden, gokker.
Betake,biteik:Betake oneself to= zich begeven naar, zijn toevlucht nemen tot, zich bedienen van, aanvatten.
Betel,bît’l, betel;Betelnut= betelnoot.
Bethel,beth’l, heilige plek, kerk voordissentersof zeelui.
Bethink,bithiŋk, (zich) herinneren, overwegen:Ibethought myself of itat the right moment;Hebethought of him= herinnerde zich zijner.
Betide,bitaid, overkomen, geschieden:Woe betide you= wee u.
Betime(s),bitaim(z), in tijds, weldra.
Betoken,bitouk’n, aanduiden, voorspellen:That dark cloudbetokens a storm.
Beton,bet’n, beton.
Betony,betəni, betonie.
Betook,bituk, imperf. vanto betake.
Betray,bitrei, verraden, misleiden, bedriegen:Hebetrayed his ignorance= liet blijken;My head is all right, butmy legs betray me= geven het op (ik kan niet meer loopen of staan);Betrayal= verraad;Betrayer, verrader.
Betroth,bitroudhofbitroth, verloven, beloven te huwen; tot bisschop aanstellen;Betrothal (Betrothment)= verloving;Betrothed, verloofde.
Better,betə, adj. en adv.beter;Betterverb. overtreffen, verbeteren, beter worden:Better and better= al beter en beter;Betters= meerderen;All (so much) the better= des te beter;As long again and better= meer dan eens zoo lang;Two heads are better than one= twee weten meer dan een;Tobe better= beter zijn, zich beter bevinden;Is my father any better? Is your foot better? She would be better married= ’t was beter, dat zij getrouwd ware;Being better at stairsthan her husband= beter kunnende trappen klimmen;Tobe better off= zich in betere, gunstiger omstandigheden bevinden;Tobe the better for= in beteren toestand zijn;He wasthe better forthe sea-air;Tobecome, get, grow better= beter worden;Tochange for the better= ten goede;Toget, gain the betterof a person= iemand de baas, te slim af zijn;Togo one better= overtreffen;Tohave the betterof a person= iemand overtreffen, overwinnen;Youhad bettergo= deedt beter;Tomarry for better for worse= of het geluk of ongeluk moge brengen;Tothink better of it= zich bedenken, zich bezinnen;Thebetter half= de grootste helft; wederhelft (fig.);Bettermost= beste, voornaamste;Better part= grootste deel;Thebetter opinionis= we weten niet beter of;Tobetter oneself= zich verbeteren; een betere positie verwerven;Bettering, subst. verbetering; adj. verbeterend;Betterment= verbetering;Betterness= voortreffelijkheid, verbetering.
Betty,beti, Betty; Jan Hen.
Between,bitwîn, tusschen:They bought the housebetween them= met hun beiden;Between ourselves (you and me)= onder ons gezegd;Between this and then= tot zoolang;In between= in den tusschentijd;Between … and= zoowel door … als door;(Few and) far between= zeldzaam;Between-deck(s), subst. en adj. tusschendek(s);Betweenwhiles= nu en dan.
Betwixt,bitwikst, tusschen:There’s many a slip ’Twixt the cup and the lip= tusschen bekerrand en lippen, kan u meen’ge kans ontglippen;It isBetwixt and between= zoo zoo, la la.
Beulah,bjûlə;Bevan,bev’n.
Bevel,bev’lsubst. winkelhaak, hoekmeter; adj. schuinsch, scherphoekig;Bevelverb. hoekig maken, schuin toeloopen:Bevel-angle= scherpe (of stompe) hoek.
Beverage,bevəridž, drank.
Beverley,bevəli;Bevis,bîvis.
Bevy,bevi, vlucht, troep, gezelschap.
Bewail,biweil, beklagen, beweenen; weeklagen;Bewailable= beklagenswaardig;Bewailing= gejammer.
Beware,biwêə, oppassen, zich hoeden voor:Beware of the dog= wacht u voor;Beware them both, but most of all beware this boy= houd in ’t oog;Beware lest …pas op, dat niet.
Beweep,biwîp, beweenen.
Bewick,bjûik.
Bewilder,biwildə, in de war brengen, verbijsteren;Bewilderedness,Bewilderment= verwarring.
Bewitch,biwitš, beheksen, betooveren; subst.Bewitchery=Bewitchment.
Bewray,birei, ontdekken, verraden:This poem bewrays itself asa translation= men ziet dadelijk, dat het vertaald is;Her dress bewrays her= toont duidelijk wat ze is.
Beyond,bi-jond, verder dan, aan de andere zijde van, voorbij, boven, overtreffende:TheGreat Beyond= hiernamaals;It isbeyond me= mij te hoog, te moeielijk;Itgoes beyond my comprehension, powers, beyond me= mij te hoog;That isbeyond dispute= buiten[48]kijf;The better land isbeyond the tomb= aan de overzijde van;Youare beyond that handbook= het is te gemakkelijk voor u;Youhave got beyond that cheap violin= speelt te goed voor;Beyond words= niet om uit te drukken, sprakeloos;Togo beyondone= overtreffen, te slim af zijn;Togo beyond one’s depth= zoo ver gaan, dat men niet meer staan kan (ookfig.= te hoog gaan, te moeielijk worden);Tostay beyond one’s time= te lang blijven.
Bezel,Bezil,bez’l, scherpe kant van een beitel; kas van een ring, waarin de steen zit; het gleufje, waarin het horlogeglas past.
Bezoar,bîzöofbezö, bezoar of maagsteen.
Biangular,bai-aŋgjulə, tweehoekig.
Bias,baiəs, subst. eenzijdige verzwaring van den bal (bijBowling); schuine loop of snede; neiging, vooroordeel, voorliefde; adj. schuin, diagonaal;Biasverb. doen overhellen naar één zijde, vooringenomen doen zijn:There is an admirableabsence of biasin this paper= afwezigheid van vooringenomenheid;I have biased him;I amstrongly biased (in his favour)= voor (hem) ingenomen.
Bib,bib, subst. slabbetje, borstlap (van een schortje), steenbolk;Bibverb. slurpen, pimpelen:Best bib and tucker= feestkleedij;A bibacious,baibeišəsfellow= aan den drank verslaafd;Bibacity= drankzucht;(Wine-)Bibber= (wijn)drinker, zuiper.
Bible,baib’l, bijbel:Bible-clerk= student aan het Magdalen College te Oxford, die uit den bijbel moest voorlezen;Bible-oath= eed op den Bijbel;Bible Society= bijbelgenootschap;Biblical, bijbelsch;Biblicism, geloof aan den tekst der Schrift als eenige geloofsregel; bijbelkennis;Biblicist, letterknecht; bijbelkenner.
Bibliographer,bibliogrəfə, bibliograaf;Bibliographical= bibliographisch;Bibliography= bibliographie;Bibliomancy,bibliomansi, voorspelling naar aanleiding van toevallig opgeslagen of open liggende teksten;Bibliomania,bibliəmeinjə, bibliomanie;Bibliomaniac= bibliomaan;Bibliophil(e),bibliəfil, boekenliefhebber of verzamelaar.
Bibulous,bibjulɐs:Bibulous paper= vloeipapier.
Bice,bais, bergblauw.
Bicentenary,baisentənəri, subst. en adj. tweehonderdjarige (gedenkdag).
Bicephalous,baisefəlɐs, tweehoofdig.
Biceps,baisəps, tweehoofdige opperarmspier.
Bicker,bikə, subst. strijd, twist;Bickerverb. kibbelen, twisten; flikkeren, zich slingeren; ratelen, klepperen.
Bickern,bikən, aambeeld met twee punten.
Biconjugate,baikonžugit, paarsgewijze.
Bicorn(ed),baikön(d),Bicornous,baikönəs, tweehoornig.
Bicycle,baisik’l, subst. rijwiel;Bicycleverb. wielrijden;Bicyclist= wielrijder.
Bid,bid, subst. bod, poging;Bidverb. verzoeken, bevelen, aanbieden, voorstellen, wenschen, uitnoodigen, bieden op (for):The bookfell to my bid= werd mij toegeslagen;Tomake a bid for= moeite doen om te verkrijgen;Will youbid him walk in= verzoeken;Hebade them witness it= riep hen tot getuige;What’s bidfor this? = is geboden?The reserve price was not bidden;Tobid beads= den rozenkrans bidden;Tobid defianceto= tarten, trotseeren;Tobid fair= beloven, doen verwachten;Tobid good-day (bid-morning, farewell, welcome)= goeden dag zeggen etc.;Biddable= gehoorzaam, gezeggelijk;Bidder:The best (highest) bidder= meestbiedende;Bidding= het bieden, bod, bevel, uitnoodiging.
Biddery-ware,bidəriwêə=Bidri biddery-ware, metalen voorwerpen uit Bidar, met zilver of goud ingelegd.
Biddy,bidi, Bridget; Iersch dienstmeisje (Amer.); kiep (in:kiep! kiep!).
Bide,baid, verblijven, verwijlen; afwachten, verbeiden, verdragen, uitstaan:I willbide my time;That flowerdoes not bide handling= kan niet tegen aanpakken;Let that bide= rusten.
Bident,baidənt, gaffel;Bidental,Bidentate,baidentit, tweetandig.
Bidet,bidet,bidei, klein paard; bidet.
Biennial,baienj’l, tweejarig.
Bier,bîə, draag-, lijkbaar:Bier right= baarrecht.
Bifacial,baifeiš’lmet twee gelijke ruggelings verbonden zijden (of gezichten).
Bifarious(ly),baifêriəs(li), in twee rijen.
Biferous,bifərəs, tweemaal ’s jaars dragend.
Biffin,bifin, een (vooral in Norfolk gekweekte) appel; platgedrukte en gedroogde appel.
Biflorate,baiflôrit,Biflorous,baiflorəs, tweebloemig.
Bifoliate,baifouljit, tweebladig.
Bifold,baifould, tweevoudig, dubbel.
Bifurcate,baifɐ̂keit, in twee takken verdeelen; adj.Bifurcate(d),baifɐ̂kit(id):Bifurcation, vertakking, splitsing,Bifurcous= in twee takken verdeeld.
Big,big, dik, groot, zwaar, zwanger, vol, opgeblazen; voornaam, voortreffelijk (Amer.):Big Ben= de groote klok in ’t Parlementsgebouw;Big with= vol van, zwanger van;Toget big= groot worden (van kinderen);Tolook big= er verwaand of dreigend uitzien; den neus in den wind steken;Totalk big= een groot woord hebben;Big bugs= groote hanzen;Big guns= groote hanzen; groote kanselredenaars:That was his big gun= hooge troef, beste kaart (fig.);Big heart= edel, grootmoedig;Big man= man van invloed;Big pot= hooge oome:He is abig pot,and you are only a kettle;Big wig(=Big pot);Bigness= grootte, etc.
Bigamist,bigəmist, iemand, die zich aanbigamieschuldig maakt;Bigamous= bigamistisch;Bigamy= bigamie.
Biggin,bigin, filtreerkan; muts, kindermutsje.
Biggonet,bigənət, begijnekap, nonnenkap.
Bight,bait, baai, bocht (van een touw), buiging.
Bignonia,bignounjə, trompetbloem.[49]
Bigot,bigət, bekrompen ijveraar, onverdraagzaam dweper;Bigoted= bigot, bijgeloovig, kwezelachtig, fanatiek;Bigotry, kwezelarij; blinde aanhankelijkheid, fanatieke ijver.
Bijou,bîžû, juweel, kleinood.
Bijugate,baidžugit,baidžûgit,Bijugous,baidžugɐs, met twee koppen in profiel, elkaar gedeeltelijk bedekkend; tweeparig.
Bike,baik, subst. fiets;Bikeverb. fietsen.
Bilander,biləndə,bailəndə, bijlander.
Bilberry,bilbəri, soort v. blauwe boschbes.
Bilbo,bilbou, Spaansche degen (van Bilboa,bilbouə, in Spanje);Bilboes,bilbouz, scheepsvoetboeien, verschuifbaar langs lange stangen.
Bilboquet,bilbəket, bal met beker, waarin hij moet worden gevangen.
Bile,bail, gal, bitterheid:Tostir up the bile= boos maken.
Bilge,bildž, subst. buik (van een vat), buikdelling (zeeterm);Bilgeverb. een lek krijgen in de kim; buiken; lens pompen;Bilge-keel= kimkiel.
Biliary,biljəri, gal - -; gallig:Biliary calculus= galsteen.
Bilingual,bailiŋgwəl,Bilinguar,bailiŋgwə,Bilinguous,bailiŋgwəs, in twee talen, twee talen sprekend.
Bilious,biljəs, gallig, galzuchtig; subst.Biliousness.
Bilk,bilk, subst. bedrog, dwaasheid; bedrieger;Bilkverb. bedriegen, afzetten; zich heimelijk verwijderen, of verlaten:I don’t intend tobilk my lodgings;Bilker= afzetter.
Bill,bil, aanklacht, wetsontwerp, wissel, biljet, nota, rekening, programma, lijst, rol, bankbiljet (Amer.); aanplakbiljet;Billverb. registreeren, aankondigen:Tomake out(= schrijven),pay, run up, send in, settle bills= rekeningen;Tobring in, drop, pass, reject a bill= wetsontwerp;Topost (up), to stick bills= biljetten aanplakken;Stick no bills!= hier niets aanplakken!He has abill in chanceryagainst you= eisch tot schadevergoeding bij deChancery Divisionvan hetHigh Court;To bring in (to find)a true bill= een aanklacht gegrond verklaren (Dit geschiedt door deGrand Jury, die de zaak dan verwijst naar dePetty Jury, die eenVerdictuitspreekt;—het ongegrond verklaren wordttoignoreoftothrow outgenoemd);It’s a true bill= (ongelukkig) maar al te waar (fig.);Shefills that bill exactly= voldoet precies aan die eischen;Bill of credit, kredietbrief;Bill of divorce= scheidbrief (Joodsche wet);Bill of entry= declaratie van inkomende rechten;Bill of exchange= wissel (Inland bill, Foreign bill, Forged bill);Bill of fare= menu;Bill of fares= tarief van vracht en vervoerprijzen;Bill of health= gezondheidspas;Bill of indemnity= acte v. schadeloosstelling;Bill of lading= vrachtbrief;Bill of mortality= sterfte-statistiek;Bill of Rights=Eng.grondwet 1689;Bill of sale= machtiging tot verkoop van roerend goed voor schulden;Wheneverhe saw a circus billed= door biljetten aangekondigd;Bill-board= aanplakbord;Bill-book= wisselboek;Bill-broker= makelaar in wissels;Bill-sticker= aanplakker.
Bill,bil, snavel, ankerklauw, kromme snoeibijl, houweel, hellebaard;Billverb. trekkebekken, minnekoozen =Billing and cooing;Bill-hook= sikkelmes;Billman= hellebardier.
Billet,bilət, subst. briefje, inkwartieringsbiljet, kwartier, baantje, dienst; blok hout, staaf;Billetverb. inkwartieren:Every bullet has its billet= heeft zijne bepaalde bestemming;Secretaryships andall such billets= baantjes;You havea very comfortable billet there= gemakkelijke betrekking;He charged upon the young man witha billet of wood;The regiment wasbilleted uponthe inhabitants;I wish I couldget you billeted onthat ship= geplaatst.
Billiards,biljədz, biljardspel;Billiard-ball(Billiards-cloth;Billiards-cue;Billiards-hole=Billiards-pocket;Billiards-marker;Billiards-table);A game of billiards;To play at billiards.
Billingsgate,biliŋzgit: (Billingsgate language) vischwijventaal; adj. plat, gemeen;Billingsgate pheasant= bokking.
Billion,bilj’n, billioen (in Frankrijk en Amerika: 1000 × millioen).
Billot,bilət, ongemunt goud of zilver (in staven of blokken).
Billow,bilou, subst. baar;Billowverb. golven, opzwellen:The billow-and-breaker-beaten coast= de door golven en branding gebeukte kust;Billowy= ruw, golvend.
Billy,bili, kameraad; stok, ploertendooder, (koffie)keteltje, zijden halsdoek; ook gemeenz. voorWilly, William;Billycock,bilikok, laag, rond en stijf hoedje van vilt (of stroo), “kaasbolletje”;Billy-boy= platboomd vaartuig;Billy-goat= bok.
Biltong,biltoŋ, biltong (Zuid-Afr.).
Bimana,bimənə,baimənə, tweehandigen;Bimanous,bimənɐs, ofbaimənɐs, tweehandig.
Bimonthly,baimɐnthli, subst. en adj. tweemaandelijksch (tijdschrift).
Bin,bin, subst. kist, trog, bak, wijnrek;Binverb. in eene kist, etc. bergen.
Binary,bainəri, binair.
Binate,bainit, paarsgewijs groeiend.
Bind,baind, binden, verbinden, ontwikkelen, beperken, verplichten, bevestigen, hard maken, eene grens vormen, verplichten (volgens contract); subst. band, verbinding, ijzerhoudend leem; rank, hopstengel, 250 (Abind of eels):Bound downby contract= gebonden;This apprentice wasbound outto service= in dienst gedaan;He wasbound overto appear again before the court within a week= moest eene som gelds deponeeren, die hij verbeurde als hij niet verscheen;Tobind tosecrecy= geheimhouding doen beloven;Tobind upwounds= verbinden;That man is entirelybound up inhis work, studies, etc.= wordt geheel ingenomen door, gaat geheel op in;Binder= (boek)binder, band;Bindery= boekbinderij;Binding= band, verband, het binden:The snow is[50]less binding= pakt niet zoo goed meer;Bindweed= winde.
Bine,bain, rank (van hop), hop.
Binervate,bainɐ̂vit, met twee nerven.
Bing,biŋ, hoop;Bingverb. ophoopen.
Bin(n)acle,binək’l, kompashuisje.
Binny,bini, barbeel (van den Nijl).
Binocle,binok’l, binocle;Binocular= binoculair; binocle (=Binocles);Binoculate= binoculair.
Binomial,bainoumj’l, binominaal; binomium:Binomial theorem= binomium v. Newton;Binominal,bainomin’l, met twee namen.
Biograph,baiəgrâf= verbeterde kinematograaf;Biographer= biograaf;Biographic(al)= biographisch;Biography, biographie.
Biological,baiəlodžik(’l), biologisch;Biologist, bioloog;Biology= biologie.
Biparous,bipərɐs, tweelingen barend.
Biped,baiped, subst. en adj. tweevoetig (dier);Bipedal,baipəd’l, adj. tweevoetig.
Biplane,baiplein, tweedekker.
Biquadratic,baikwədratik, 4emachts; vierdemacht.
Birch,bɐ̂tš, berk, berkenroede, berken canoe (Amer.);Birchverb. met de roede straffen, ranselen; adj. berken =Birchen;Birch-broom= stalbezem.
Bird,bɐ̂d, subst. vogel; lieveling:Birds Protection Act;Neither bird nor fish= geen vleesch en geen visch;Birds of a feather flock together= soort zoekt soort;The early bird catches the worm= de morgenstond heeft goud in den mond;Fine feathers make fine birds= kleeren maken den man;A little bird told me= ik heb er een muisje van hooren piepen;A bird in the hand is worth two in the bush= … beter dan tien in de lucht;It is an ill bird that fouls its own nest= wie zijn neus schendt, schendt zijn aangezicht;Thebird has flown(ookfig.);To hit the bird in the eye= den spijker op den kop slaan;Tokill two birds with one stone (at one blow);Tolime one’s bird to the twig= lijmen, vangen, (fig.);Bird of Jove= adelaar;Bird of Juno= pauw;Bird of Minerva= uil;Bird of night= uil;Bird of passage= trekvogel;Bird of prey= roofvogel:Birdverb. vogels vangen of schieten;Bird-baiting= vangen met slagnet;Bird-batting= vangen met den lichtbak;Bird-boy= jongen, om vogels te verjagen;Bird-cage;Bird-call= fluitje (van den vogelaar);Bird-cherry= vogelkers;Bird-fancier= vogelliefhebber; vogelkoopman;Bird-lime= vogellijm;Bird-man, (Bird-catcher) = vogelaar;Bird’s-eye= subst. soort van tabak; adj. in vogelvlucht gezien:A bird’s eye viewof Cologne= Keulen in vogelvlucht;Bird’s eye wood= geaderd, gemarmerd hout;They wentbird’s-nesting= vogelnestjes uithalen;Nobody goes bird’s-nesting without a fall at times= wie wat onderneemt, struikelt wel eens;Bird-witted= vluchtig, van het een op het ander;Birdie= vogeltje; lieveling.
Biretta=Beretta.
Birmingham,bɐ̂miŋ’m,bɐ̂miŋham.
Birth,bɐ̂th, geboorte, afkomst, oorsprong, stand, vrucht, jong:Togive birthto= bevallen, jongen werpen;Tokill at birth= in de wieg smoren (fig.);Toproduce two young ones at a birth= twee jongen werpen;He is an Englishmanby birth= van geboorte;New birth= wedergeboorte (fig.);Birth-certificate=Certificate of birth= geboorteakte;Birthday;Birth-hour;Birthplace;Birthright;Birth-roll= geboorteregister;Birth-sin= erfzonde.
Biscay,biskei, Biscaje;Biscayan,biskeiən= (bewoner) van Biscaje.
Biscuit,biskit, beschuit; biscuit (aardewerk); klein zacht broodje (Amer.).
Bise,bîz,biz, N. (O.) wind in Zwitserland en Provence.
Bisect,baisekt, in tweeën deelen;Bisection= halveering;Bisector= bisector.
Bisexual,baisekšu’l, tweeslachtig.
Bishop,bišəp, subst. bisschop; een warme drank; tournure of kussentje (Amer.); slabbetje; raadsheer (in het schaakspel); bisschopsmuts (hoornschelp); lievenheersbeestje;Bishopverb. bevestigen, bisschoppen benoemen, tot bisschop wijden; het gebit van een oud paard zóó opknappen, dat het jonger lijkt; beetnemen;Bishop’s-Bible= bijbelvertaling van 1568;Bishop’s-weed= zevenblad;Bishopess, vrouw van een Angl. bisschop;Bishopric= bisdom.
Bison,b(a)is’n,biz’n, bison.
Bissextile,bisekstil, schrikkeljaar; adj. bisextiel;Bissextile year.
Bistre,bistə, bister, roetbruin.
Bistoury,bisturi, opereermes.
Bistort,bistöt, slangenwortel.
Bit,bit, subst. boorijzer (boorspits), schaafijzer, baard v. een sleutel, gebit; beetje, hapje, kleinigheid, klein geldstuk:Not a bitof it= geen kwestie van;He isevery bitas good as you= in alle opzichten;I amnot a bit the wiser= ik ben geen haar wijzer;Bit by bit= stukje voor stukje;The coachmandraws bit= begint het paard in te houden;The horsegot the bitbetween his teeth and ran away;A six-penny bit= een munt van sixpence;A long bit= 15 cents (Amer.);A short bit= 10 cents (Amer.);Bit-bridle= stanggebit (van een paardetoom).
Bitch,bitš, teef, wijfje; snol.
Bite,bait, subst. beet, greep, mondvol, voedsel; streek, bedrog, afzetterij;Biteverb. bijten, steken, prikken, branden, grijpen, uitbijten, geeselen (fig.), bedriegen:His bark is worse than his bite= hij blaft harder dan hij bijt;He gave mea bite and a sup(ooksip) = wat te eten en te drinken;The biter bit= de bedrieger bedrogen;Once bit(ten) twice shy= een ezel stoot zich geen tweemaal aan den zelfden steen;Dead dogs don’t bite= doode honden bijten niet;Tobite the dust= in het stof bijten;Hebit his lip= beet op;Tobite one’s nails= nagelbijten;Hebit the thumb at me(ten teeken van verachting of uitdaging):Biter:He is no biter= hij bijt niet;Biting= bijtend, sarcastisch;Bitten= gebeten, geëtst (=[51]Bitten in):Frost-bitten= bevroren;Hunger-bitten= verhongerd;Tobe bitten with= verliefd op.
Bithynia,bithinjə, Bithynië.
Bitt,bit, subst. beting;Bittverb. om de beting leggen (scheepstermen).
Bitten,bit’n, ZieBite.
Bitter,bitə, bitter, scherp, pijnlijk, smartelijk; subst. bitter; slag om de beting;Bitters= bitter, maagbitter, bitter bier; tegenspoeden;Bitterverb. bitter maken:To the bitter end= tot het (droeve) einde;Bitter-almond, Bitter-apple (Bitter-gourd)= kolokwint;Bitter-sweet= bitterzoet; soort appel;Thebitter and the sweetof independence= lief en leed;Bitter-wort= gentiaanwortel:Bitterish= eenigszins bitter;Bitterness= bitterheid.
Bittern,bitən, roerdomp; moederloog.
Bitumen,bitjûm’n,bitjum’n, aardhars, aardpek;Bituminize= bitumineeren;Bituminous, aardpekachtig (aardpekhoudend).
Bivalve,baivalv, met twee schelpen of kleppen; subst. mossel met twee schelpen, vrucht met twee kleppen;Bivalvous,baivalvəs,Bivalvular,baivalvjulə, tweekleppig, etc.
Bivouac,bivwak,bivuak, subst. biv(ou)ak;Bivouacverb. bivakkeeren.
Biweekly,baiwîkli,baiwîkli, subst. en adj. veertiendaagsch (tijdschrift); adv. om de 14 dagen.
Biz,biz, verkorting voorBusiness.
Bizarre,bizâ, bizar.
Blab,blab, er uit flappen, wauwelen, verklikken; subst. snapper, wauwelaar, klikker =Blabber.
Black,blak, zwart, donker, duister, grimmig, somber, treurig, ellendig, snood; subst. zwarte kleur, zwartsel, rouwkleeding, zwarte vlek, roos (bij het boogschieten), neger, zwartrok, roetdeeltje, scheldnaam, brand (in ’t koren);Blackverb. zwart maken, bevuilen, bezoedelen:Black as your hat,Black as a gipsy’s eyes,Black as ink,Black as a nigger-meeting;Black as November,Black as sables,Black as thunder;Lampblack= lampzwart;To bein a black temper= zoo nijdig als een spin;In black and white= zwart op wit = (To give)black on (and) white;Tobe in (put into) black= in het zwart (rouw) zijn (steken);Tobeat black and blue= bont en blauw;Tolook black= boos, nijdig;To beblack with people= zwart van menschen;He is not fitto black your boots= uwe schoenriemen te ontbinden;Blackamoor,blakəmûə, neger;Black art= zwarte kunst;Blackball, subst. zwarte bal (bij ’t stemmen); brand (in tarwe), zwartsel, schoensmeer;Blackballverb. tegenstemmen, uitsluiten;Black-band= soort van ijzersteen; rouwband;Black beer= Dantzigsch bier;Blackbeetle= kakkerlak;Blackberry= braambes:As plentiful as blackberries= zeer overvloedig;Blackbird= subst. meerle, gevangen neger;Blackbirdverb. negers vangen voor den slavenhandel;Blackboard= schoolbord;Blackboding= onheilspellend;Blackbook= rapport (onder Hendrik VIII) over de toenmalige kloosters; tooverboek; het zwarte boek, conduitelijst, lijst v. dubieuse debiteuren:I amin his black books= sta ongunstig bij hem aangeschreven;Black-browed= dreigend, norsch (fig.);Black-cap= zwarte muts door rechters bij het uitspreken van een doodvonnis opgezet; zwartkop koolmees, kapmeeuw; breedbladige lischdodde, zwarte framboos;Black cattle= zwart rundvee (Schotl.);Black-coat= zwartrok;Black-cock= korhaan;Black Country= de kolendistricten vanStafsh.enWarwsh.;Black-currant= zwarte aalbes;Black death= pest;To have ablack dog (monkey)on one’s back=To ride theblack donkey= slecht gemutst zijn;Black drop= laudanum droppel;Black earth= teelaarde;Black-edgednote-paper= met rouwrand;Black-faced= somber, donker;Black-fellow= Australische neger;Blackfoot= huwelijksbemiddelaar (Schotl.); N.A. Ind. stam;Black Forest= Zwarte Woud;Black-friar= Dominikaner;Blackguard,blagəd, subst. ploert, deugniet; adj. laag, gemeen; (ook:Blackguardly);Blackguardverb. op gemeene wijze beschimpen, gemeene taal van of tegen iemand gebruiken;Blackguardism= gemeen optreden;Black-hole, subst. cachot, hondegat;Black-holeverb. in het cachot zetten;Blacking= schoensmeer;Black-lead, subst. potlood;Black-leadverb. potlooden;Black-leg= klauwzeer, vlekkoorts; oplichter, bedrieger; onderkruiper:They actually black-legthem by cutting(het drukken der)prices;Black-letter= oud Gothische letter;Black-list= officieele lijst van bankroetiers of misdadigers; verb. op die lijst plaatsen;Black-mail= geldafpersing, brandschatting:Tolevy black-mail= geldafpersen, brandschatten;Black-mailverb. afpersen;Black Maria= dievenwagen;Blackmartin= muurzwaluw;BlackMonday= ongeluksdag, Paaschmaandag 1360; de eerste Maandag na de vacantie;Blackmonks= Benediktijner monniken;Black-mouthed= lasterend;Black night= (iron.) zwarte-rokkenavond; bijeenkomst voor heeren alleen;Black pudding= beuling;Black Rod= soort ceremoniemeester en intendant van het Hoogerhuis;Black Sea= Zwarte Zee;Black-sheep= schurftig schaap, deugniet; onderkruiper;Blacksmith= grofsmid;Black-thorn, sleedoorn;Black Watch= het 42e regiment Hooglanders;Blackwood= pokhout, rozenhout;Black-work= grof smidswerk;Blacken,blak’n= zwart maken of worden, bezoedelen, besmetten;Blackey= zwartje.
Bladder,bladə, blaas, buil, blaar; windzak;Bladdered= opgeblazen;Bladdery= met blaren.
Blade,bleid, subst. grasspriet, halm, blad, schep, plat gedeelte, lemmet, kling, zwaard, degen, vent, kerel;Bladeverb. van een lemmet voorzien, opsnijden, zwetsen;Blade-bone= schouderblad;Blade-smith= zwaardveger.
Blain,blein, blaar, zweer; keeldroes.
Blamable,bleiməb’l=Blameable;Blame,bleim, berispen, laken; subst. berisping:You are to blame= het is uw schuld;Tolay the blame on= ten laste leggen;No blame attaches to you= gij hebt geen schuld;Blameable, berispelijk; subst.Blameableness;Blameful= berispelijk; subst.Blamefulness;Blameless= onschuldig; subst.Blamelessness;Blameworthy= berispelijk; subst.Blameworthiness.
Blancard,blaŋkəd, soort van Normandisch linnen.[52]
Blanch,blânš, bleeken, laten trekken, vertinnen, (doen) verbleeken, verzachten (over);Blanchsubst. witte vlek, stuk erts:ToBlanch almonds= schillen;Blanch fever= bleekzucht;Blanching-liquor= bleekwater.
Blanch(e),blânš, Bianca.
Blanc-mange(r),bləmonž, blanc manger.
Bland,bland, zacht, vriendelijk, minzaam; subst.Blandness.
Blandiloquence,blandiləkw’ns= vleitaal;Blandiloquent= vleiend.
Blandish,blandiš, vleien, streelen;Blandishment= vleitaal; liefkoozing.
Blank,blaŋk, blanco, niet ingevuld, wit, blind, ledig, los, vruchteloos, volkomen, zuiver, rijmloos, mistroostig, verbluft, beschaamd; subst. blanco papier, leemte, niet, pauze, (doel)wit, muntplaatje;Blankverb. verlegen maken, verijdelen, aan ’t gezicht onttrekken, een euphem. uitdrukking voordamn:The voting-paperwas blank;I tell you sopoint-blank= in je gezicht;A lottery ticket that hasdrawn a blank= met een niet is uitgekomen (Verg.:Toprove blanks= met een niet uitkomen);Helooked blank= zag er beteuterd uit;Blank cartridge= losse patroon;Blank door= blinde deur;Blank practice= oefeningen met losse patronen;Blank shots= schoten met los kruit;Blank verse= niet rijmende verzen;Blank him!=Damn him!What the blankety blankdo you want to know for? = waarom voor den drommel?Blankness= witheid, enz.
Blanket,blaŋkət, subst. deken;Blanketverb. jonassen; de loef afsteken:Toget between the blankets= onder de dekens kruipen;Toput a wet blanket on(Tothrow a wet blanket over) = koud water gieten op (fig.);Born on the wrong side of the blanket= onwettig;Blanketing= stof voor (wollen) dekens.
Blare,blêə, subst. geloei, gebrul; verb. loeien, brullen:Blare of trumpets= trompetgeschal.
Blarney,blâni, subst. grove vleitaal, geschetter; verb. vleien, bepraten, bedotten:Withyour gift of blarney= talent om te vleien;Toput the blarney overa person= inpakken door vleierij;Trythe three B’s:B(larney),B(lather) andB(unkum);He haskissed the blarney-stone= hij kan goed vleien en liegen.
Blaspheme,blasfîm, godslasterlijke taal spreken, spotten;Blasphemer;Blasphemous, godslasterlijk;Blasphemy,blasfimi, godlasterlijke taal.
Blast,blâst, subst. rukwind, harde wind, krachtige luchtstroom; stoot op een hoorn, vernietigende invloed op dieren of planten, pest, vloek, brand (in het koren), trommelzucht (bij schapen);Blastverb. vernietigen, verzengen, verdorren, laten springen, verijdelen, bederven, bezoedelen; ontploffen:TheBlast of Doom= de bazuin van het Laatste Oordeel;In full blast= in vollen gang;They blasted her character= bezoedelden;They blasted it abroad= maakten het ruchtbaar;Blast-furnace, hoogoven;Blast-pipe= vlampijp, afvoerpijp;Blasting-oil= nitroglycerine;Blasting-powder= mijnkruit.
Blastoderm,blastədɐ̂m, kiemhuidje.
Blatancy,bleit’nsi, drukte;Blatant,bleit’nt, druk, schreeuwerig:Blatant nonsense= groote onzin;Blatant nothings= onbeteekenend geschetter.
Blather,bladhə, gezwets;Blatherverb. zwetsen;Blatherskite= zwetser (Amer.).
Blatta,blatə, kakkerlak.
Blatter,blatə, kletteren; snateren; subst. gekletter; gesnater.
Blaze,bleiz, vlam, gloed, bles (op den kop van koe of paard), teeken op boomen (door verwijdering van den bovenbast);Blazeverb. vlammen, in gloed staan, (boomen) merken, verkondigen, bekend maken:The house wasin a blaze= in lichterlaaie;He sworelike blazes= hij vloekte verschrikkelijk;Go to blazes= loop naar de hel;How the blazescan you stand the head-work you do? = hoe drommel kunt gij dat met het hoofd werken zoo uithouden?What the blue blazes= wat weerlicht!Toblaze away= los branden, er op los werken (praten);The stars themselvesblaze forththe death of princes= kondigen der wereld aan;The newspapersblaze withhis name= zijn vol van;Blazer= snikheete dag; gekleurde, gestreepte sportjekker.
Blazon,bleizn,bleiz’n, subst. blazoen, wapenschild, wapenkunde, voorstelling, bekendmaking, praal;Blazonverb. blazoeneeren, versieren, beschrijven, bekend maken, uitbazuinen;Blazoner= heraldicus, heraut, lofredenaar;Blazonment= wapenteekenen, kleurenpracht, uitbazuining;Blazonry= wapenkunde, wapenteeken, versiering met herald. figuren.
Bleach,blîtš, bleeken, wit maken (worden);Bleacher= bleeker;Bleachery= bleekerij;Bleaching-liquid;Bleaching-powder;Bleaching-ground(=Bleach-field) = bleekveld.
Bleak,blîk, subst. bliek.
Bleak,blîk, kaal, ruw, guur, droevig;Bleakness= kaalheid, etc.
Blear,blîə, adj. dof, zeer, druip - -;Blearverb. verduisteren, doen druipen, bevuilen:Toblear the eyes= om den tuin leiden;Blear-eye= druipoog;Blear-eyed= druipoogig;Blearedness= zeerheid; verduistering.
Bleat,blît, subst, geblaat;Bleatverb. blaten.
Bleb,bleb, luchtbel, blaartje, puistje.
Bled,bled, imperf. en part. perf. vanto bleed.
Bleed,blîd, bloeden, zijn bloed storten, aderlaten, (sap) aftappen, laten uitloopen:Tobleed freely= erg;To bleed white= uitzuigen (fig.);Hebleeds at the nose= uit den neus;Tobleed to death= doodbloeden;Tomake one bleed= laten bloeden (fig.).
Blemish,blemiš, subst. vlek, smet, klad;Blemishverb. bevlekken, besmetten, bezwalken;Blemishless= vlekkeloos.
Blench,blenš, terugdeinzen, wijken.
Blend,blend, vermengen, zich vermengen, onmerkbaar in elkaar overgaan; subst. vermenging, mengsel:Theblended scentsof tea and coffee;This tea is a favourite blend;Blend-corn= tarwe en rogge dooréén verbouwd;Blend-water= nierziekte bij rundvee;Blender= menger.
Blenheim,blen’m, een soortspaniel, bruin en wit gevlekt; edele appelsoort gekweekt[53]opBlenheim House, het kasteel van de hertogen van Marlborough =Blenheim orange.
Blesbock,blesbok,Z.-Afr.antilope.
Bless,bles, zegenen, heiligen, wijden, gelukkig maken, verheerlijken, gelukkig achten:Tobless oneself= zich gelukkig achten;Not to have a penny to bless oneself with= geen rooien duit bezitten;Bless me, no!= om den drommel niet!Bless my eyes (soul)= sapperloot!A blessed man= gezegend, gelukkig;A blessed fool= groote gek;He wasblessed ina fair daughter= gezegend met;Theabode of the blessed (of bliss)= der gelukzaligen;Of blessed memory= zaliger gedachtenis;The whole blessed day= de lieve lange dag;Blessedness:To live in single blessedness= ongetrouwd zijn (iron.);Blessing= zegen, zegening, gave, geschenk, gunst;Toask a blessing= bidden vóór den maaltijd; een zegen afsmeeken.
Blet,blet, subst. overrijpheid van vruchten, rotte plek:Bletverb. rotte plekken hebben.
Blether,bledhə(ZieBlather).
Blight,blait, subst. meeldauw, brand, vorst; soort bladluis; pestlucht; bederf:Blightverb. doen verdorren, verwelken; vernietigen, bederven:Potato-blight(=Blight-rot) = aardappelziekte;Blighter= snaak, lammeling.
Blind,blaind, blind, bedekt, verborgen, duister, onbezonnen, valsch, onbestelbaar; subst. ophaalgordijn, blind, vensterluik, oogklep (ookBlindergenoemd), blinddoek, voorwendsel, uitvlucht, blindeering;Blindverb. verblinden, verduisteren, bedriegen:Among the blind the one-eyed blinkard reigns= is Éénoog Koning;Blind of an eye= blind aan een der oogen;Blind tohis interests= blind voor;That proposal wasa mere blind= voorwendsel;Roller blinds= rolluiken;Venetian blinds= jalouzieën;Wire blinds= horretjes;Blind alley= zak;Blind bargain= kat in den zak (fig.);Blind business= voorgewend (bijv. eenbarber’s shop, die eenbetting-houseblijkt te zijn);Blind-coal, glanskool;Blind door;Blind-drunk= stomdronken;Blindfold, subst.:Your egotism isa blindfold tohis virtues= maakt u blind voor; adj. geblinddoekt;Blindfoldverb. blinddoeken;Blind-Harry (Blindman’s-buff)= blindekoe, blindemannetje;Blind letter= onbestelbare brief (Blindmen, Blindofficers, Blindreaders= ambtenaren bij het bureau daarvan);Blindman’s holiday= de tijd voordat het licht wordt opgestoken;Blind-shell= granaat zonder springlading; niet gesprongen granaat;To get on one’sblind side= iemand in zijn zwak tasten;Blind-staggers= beroerte:It gave me the blind-staggers= ik kreeg er een beroerte van op mijn lijf;Blind-worm= hazelworm;Toblind oneselfto the truth= de oogen sluiten voor;Blindage= blindeering;Blindness= blindheid.
Blink,bliŋk, subst. blik, oogwenk, knipoogje, glans, weerschijn v. ijsvelden, ijsberg;Blinkverb. gluren, knipoogen, glanzen; ontduiken, ontwijken:Toblink a question= ontwijken.
Blinkard,bliŋkəd, kortzichtig; subst. bijziende persoon, sufferd:Hisblinkard generation= (ver)blind geslacht.
Blinkers,bliŋkəz, oogkleppen.
Bliss,blis, zaligheid;Blissful(ness) = zalig(heid).
Blister,blistə, subst. blaar, trekpleister;Blisterverb. blaren krijgen, blaren trekken, eene trekpleister leggen op;Blister-beetle (Blister-fly)= Spaansche vlieg;Blister-plaster= trekpleister;Blistery= met blaren.
Blite,blait, sapkelk, Goede Hendrik.
Blithe,blaidh, vroolijk, blijde =Blithesome.
Blizzard,blizəd, koude sneeuwstorm in N.-Amerika; moeielijke vraag, “harde noot” (Amer.).
Bloat,blout, (doen) opzwellen, opblazen, ijdel maken, rooken (van visch);Bloatedness= opgezwollenheid, opgeblazenheid.
Bloater,bloutə, bokking.