Blob,blob, bobbel, blaar, klont, klets:A blob in the eyefrom a wave;Blob of ink;Bloblip(ped)= dikke;Blobnose= mopneus.Block,blok, subst. blok, onthoofding, stommeling, pruikebol, hoedenvorm; blok huizen; belemmering, stremming van passage (ookBlock-up); stuk of gedeelte van een spoorbaan;Blockverb. insluiten, belemmeren, verhinderen, in zijn fatsoen brengen, stoppen (van een trein), in ’t ruwe vormen of schetsen (metout):The hathad been sat on andwas blocked= op een vorm gezet;Block-calendar= scheurkalender;Blockhead= domkop;Block-house= blokhuis;Block-printing= een manier van katoen drukken;Block-signal= signaal om te stoppen;Block-slip= coupon van een chequeboek;Block system= blokstelsel;Block-tin= bloktin;Block-up= versperring (Toblock upa window= het uitzicht benemen); stremming (van passage);Block-wood plaster= houten plaveisel.Blockade,bləkeid, subst. blokkade:Paper blockade= in naam, niet door aanwezige scheepsmacht gehandhaafd;Blockadeverb. insluiten, blokkeeren:The enemyran the blockade= brak door onze schepen heen;Blockade-runner= schip, dat door een blokkade heensluipt of breekt.Bloke,blouk, kerel.Blomary= Bloomery.Blond(e),blond, blond, (blondine); zijden kant;Blonds= blondines;Hisblond moustache;Adreamy blond= blondine;Blond-lace= zijden kant;Blondness= blondheid.Blood,blɐd, subst. bloed, kroost, bloedverwantschap, ras, stemming; jongmensch, roué, fatje; het roode sap van bessen, enz.;Bloodverb. aderlaten, bloed laten proeven, aan het gezicht van bloed gewennen:Blue blood;Fresh blood= nieuw bloed;Prince of the Royal blood;Allied by blood;Near in blood;It runs in the blood= zit in de familie;In cold (hot) blood= in koelen bloede (in drift);Flesh and blood= het zwakke vleesch;His blood is up= zijn bloed kookt;Blood is thicker than water= het bloed kruipt waar het niet gaan kan =Blood tells;His blood be on us= kome over:Thiscaused much bad blood= heeft … kwaad bloed gezet;You can’t get blood out of a stone= waar niets is heeft de keizer zijn recht verloren;Itmakes my blood boil;[54]Toshow blood= zijn afkomst verraden;Towipe out by blood;Blood-baptism= doopsel des bloeds;Blood-bespattered (Blood-flecked, Blood-stained)= met bloed bespat, bevlekt;Blood-horse= volbloed paard;Blood-hound= bloed- of speurhond; wreede vervolger;Blood-letting= het aderlaten;Blood-money= bloedgeld;Blood-orange= wijn-sinaasappel;Blood-pudding= bloedworst;Blood relation;Blood-shed(ding)= bloedstorting;Blood-shot= met bloed beloopen(Blood-shot eyes);Blood-squeezer=Blood-sucker;Blood-stone= bloedsteen;Blood-sucker= bloedzuiger (ook fig.);Blood-swelled, Blood-swollen= gezwollen van bloed;Bloodthirstiness= bloeddorstigheid; adj.Bloodthirsty;Blood-vessel= ader:Shebroke a blood-vessel= kreeg eene aderbreuk;Blood-wite= zoen- of weergeld;Blood-worm= larve van een mug (Chironomus);Blooded= volbloed;Bloodiness= bloederigheid; bloeddorst;Bloodless= bloedeloos, zonder bloedstorten, koud, harteloos; subst.Bloodlessness;Bloody= bloederig, bloeddorstig; vervloekt, verduiveld:A bloody fool= aartsstommeling;Bloody-bones= boeman;Bloody-flux= dysenterie.Bloom,blûm, subst. bloesem, bloem, blauwachtig waas op frissche vruchten, blos, dons, bloei, gefrischt stuk ijzer;Bloomverb. bloeien;Bloomer= ontloken knop; lief kind; reform kostuum (korte rok met Turksche broek van 1850);Blooming= verduivelde (ZieBloody):Blooming nonsense;A blooming idiot;Blooming beaks= beroerde magistraatspersonen;A blooming copper= lamme klabak;Bloomy= bloeiend, donzig.Blossom,blos’m, subst. bloesem, perzikkleur(ig paard);Blossomverb. bloeien, zich ontwikkelen:Heblossomed out intosome racy reminiscences= hij raakte aan het praten over;Blossom-faced= met rood, gezwollen gezicht.Blot,blot, subst. vlek, smet, doorhaling; niet gedekte steen bij het pufspel (dammen);Blotverb. bevlekken, bezoedelen; uitwisschen, doorhalen, te niet doen, doen vergeten(out); vloeien:Tocast a blot upon= een smet werpen op;Tohit a blot= een niet gedekten steen nemen; eenwondplekaanraken (fig.);Toleave a blot= een steen ongedekt laten staan;Blotter= vloeiblok; klad;Blotting-book= vloeiboek;Blotting-pad= vloeiblok;Blotting-paper= vloeipapier.Blotch,blotš, subst. puist, blaar; vlek, smet;Blotchverb. vlekken;Blotchy= vol puisten, bedekt, onduidelijk.Blount,blont.Blouse,blauz, kiel, blouse, blouseman.Blow,blou, subst. slag, windvlaag, vliegenei, bloei, bluf, shilling;Blowverb. blazen, waaien, hijgen, toeteren, spuiten, uitblazen, aanblazen, opblazen, snuiten, orgeltrappen, verspreiden; eieren leggen, in de lucht laten vliegen, ontploffen:At a blow= in één klap:Tocome to blows= handgemeen worden;They took the townwithout a blow= zonder slag of stoot;That’s the way the wind blows= uit dien hoek waait;Huge winds blow on high hills= hooge boomen vangen veel wind;It’s an ill wind that blows nobody good= geen kwaad zonder baat;Toblow eggs= uitblazen;Blow the expense!= ’t kan niet schelen wat het kost;Toblow kissesat= kushandjes geven;Toblow one’s nose= snuiten;You be blowed!loop jij naar den duivel;Toblow hot and cold= uit twee monden spreken; nu eens erg lief en dan weer onvriendelijk zijn;Met voortzetsels en bijw.:To get a good blowing about= eens flink doorwaaien;Toblow away= wegblazen, wegwaaien;Toblow down= omwaaien;My umbrella wasblown inside out;Toblow off= afwaaien, uitlaten van stoom;Heblows onhis coffee= blazen om af te koelen;Toblow out= uitblazen;He blewouthis brains= schoot zich voor ’t hoofd;He blewoutthe tyres= pompte op;A blow-out= smulpartij, festijn;Toblow over= omverwaaien; overwaaien (van gevaar, een storm, etc.);Toblow up= opblazen; in de lucht laten vliegen; den mantel uitvegen:To give a goodblow(ing)-up= een flink standje;Toblow upon= blazen op; bederven, belasteren, verraden;Blow-ball= uitgebloeid bloemhoofdje van eene paardebloem, etc.;Blow-fly= vleeschvlieg;Blow-gun= windroer, blaaspijp (wapen);Blow-hole, trekgat, neusgat v. een walvisch; wak (in het ijs);Blower= blazer, glasblazer, orgeltrapper, reguleerschuif, soort ventilator;Blown= buiten adem;Blown-glass= geblazen glas;Fly-blown meat= bedorven vleesch (wegens de maden);Blowy= winderig.Blowze,blauz, dikke, gezonde meid;Blowzed= roodwangig, boersch;Blowzy= roodwangig; verward, slordig.Blubber,blɐbə, subst. walvischspek, zeenetel;Blubberverb. tranen met tuiten schreien.Blucher,blûtšə, halve laars met veters.Bludgeon,blɐdž’n, knuppel, knots.Blue,blû, blauw, azuurkleurig, trouw, standvastig, conservatief, landerig, somber, norsch, buitengewoon, gemeen; subst. blauwe kleur, blauwsel; het azuur, conservatief, blauwkous;Blueverb. blauw verven, blauwen:Tobe blue(Blue as indigo=Stone blue);Ablue Presbyterian= echte;Blue Water School= tegenstanders van een staand leger, omdat ze een sterke vloot voldoende achten;A true-blue Tory= echte;Toblue the swag= de “boel” er door brengen;Tohave (To be in) the blues= het land (stierlijk het land) hebben;Togive the blues= landerig maken;The Blues=The Royal Horse Guards;Blue-bell= grasklokje, scilla, knikkende vogelmelk;Blueberry= rijsbes;Blue-bird= Am. blauwkeeltje;Blue-bonnet= Schot, Schotsche muts; korenbloem; blauwmeesje;Blue-book= in Engeland officieele regeeringsbescheiden en rapporten; lijst van rijksambtenaren met hunne salarissen (Amerika);Blue-bottle= korenbloem; bromvlieg; politieagent;Blue-breast, blauwborstje;Blue-cap= eene zalmsoort; korenbloem; klabak;Blue-coat= een jongen vanChrist’s hospitalin Londen (wegens de lange blauwe jas die zij dragen);Blue-devils= landerigheid,[55]katterigheid, delirium tremens; In a bluefunk= erg in de rats;Blue-gown= gepatenteerd bedelaar (Schotl.);Blue-jacket= matroos, Janmaat;Once in a blue moon= alle blauwe Maandagen;Blue-ointment= kwikzalf;Blue-Peter= blauwe signaalvlag, ten teeken dat het schip gereed is om uit te zeilen;Blue-pill= kwikpil, blauwe boon (fig.);Blue-ribbon= het lint van de orde van den kouseband; eerste prijs; uitstekende kok; insigne der geheelonthouders:Tobe a blue-ribbon;Tobreak one’s blue-ribbon;Blue-ribbonism; Blue-ribbonist; Blue-ruin,slechte jenever, volkskanker;Blue-stocking= blauwkous;Blue-stockingism= blauwkouserij;Blue-throat= blauwkeeltje;Blueness= blauwheid;Blueish= blauwachtig.Bluff,blɐf, breed en plat, steil, open, rond, goedmoedig, barsch, lomp;Bluffsubst. steile oever, steile en breede klip of voorgebergte; grootspraak, brutaliteit, een soort kaartspel;Bluffverb. overbluffen, driest, aanmatigend optreden:Bluff King Hal= de royale, ronde koning Hendrik VIII;That is a piece of bluff= opsnijderij, grootspraak, brutaliteit;Hebluffed it through= hij sloeg er zich brutaal doorheen;You don’t bluff me= ik laat me niet bang maken;Bluffbowed= met breede en platte boeg;Bluffness= rondborstigheid, lompheid;Bluffy= steil; ruw, plomp.Bluggy,blɐgi, bloederig:A bluggy story.Blunder,blɐndə, subst. grove fout, bok;Blunderverb. een groven misslag begaan, domme fouten maken, knoeiwerk leveren, verknoeien, voortsukkelen, uitflappen(out);Blunderhead= domkop;ABlunderheaded fool;Blunderer= knoeier;Blundering= dom, stom; subst. domheid.Blunderbuss,blɐndəbɐs, donderbus, snaphaan.Blunt,blɐnt, adj. stomp, dom, ongevoelig, grof, kortaf, open, eenvoudig; subst. moppen (geld);Bluntverb. verstompen, verzwakken;Blunt-edged= stomp;Blunt-witted= bekrompen, dom;Bluntness= stompheid, etc.Blur,blɐ̂, subst. smet, vlek, klad, nevelachtigheid, onduidelijkheid;Blurverb. bevuilen, bezoedelen, verduisteren, verdooven; adj.Blurry.Blurt,blɐ̂t, er uit flappen(out).Blush,blɐš, subst. blos, blosje, blik;Blushverb. rood worden, blozen, zich schamen;At (the) first blush= bij den eersten oogopslag;Heputusto the blush= maakte ons beschaamd;Toblush crimson;Toblush all over= diep blozen;Toblush down= beschamen, overtreffen;Blush-rose= soort bleekroode roos;Blushful= blozend.Bluster,blɐstə, razen; stormen, tieren, gieren, snoeven, intimideeren(into);subst. geraas, etc.;Blusterer= bulderaar, opsnijder.Bo,bou, interj. Boeh!He cannot say bo to a goose= hij kan geen tien tellen;Toplay at bo-peep= kiekeboe spelen.Boa,bouə, groote slang; boa:A feather boa;BoaConstrictor= reuzenslang.Boadicea,bouədisîə;Boanerges,bouənɐ̂džîz, zonen des donders (Mark. III, 17); zeloot.Boar,bö, subst. mannetjesvarken, wild zwijn (=Wild boar); mannetjes.…Board,böd, subst. plank, tafel, kost, onderhoud, kostgeld; bestuurstafel, commissie of bestuur; bord, karton, bordpapier, boord, gang, slag;Boardverb. met planken beschieten; in den kost nemen, den kost geven; aan boord gaan, enteren, aanklampen; instijgen (Amer.); in den kost zijn, wonen:Superior board= kost en inwoning in beschaafd gezin;Board and lodging= kost en inwoning;Board and lodging letter= bedankje na logeeren;On the boards= op de planken, het tooneel;Bound in boards= gekartonneerd;Above board= openhartig, eerlijk;Togo by the board= overboord gaan, te gronde gaan;On boardthe steamer;Togo on board;Tohave too much on board= te veel gedronken hebben;Tolie board and board= naast elkaar;Toput out to board= uitbesteden;He worked out his board= hij verdiende met zijn werk den kost;Billboard= aanplakbord;Schoolboard= schoolbestuur;Board of Public Works= bouwcommissie;Board of Trade= een soort Ministerie van Handel en Verkeer (een afdeeling v. denPrivy Council, verdeeld in 6 Departementen:Commercial, Statistical, Railway, Harbour, MarineenFinancial);Board-man= wandelende advertentie, met een bord vóór en een achter zich;Board-meeting= bestuursvergadering;Board-room= directiekamer;Board-school= openbare lagere school (onder toezicht van denSchool-boardvan een der Schooldistricten waarin Engl. en Schotl. zijn verdeeld);Board-wages= keukengeld aan meiden en knechts, waarvan ze hun eten betalen;Boarder= kostganger, kostleerling;Boarding= enteren; beschot;Boarding-axe= enterbijl;Boarding-clerk= ambtenaar van een tolkantoor of scheepsfirma, waterklerk;Boarding-house= kosthuis, pension;Boarding-out= het buitenshuis in den kost zijn; uitbesteden;Boarding-school= kostschool.Boast,boust, subst. bluf, gepoch, roem, trots;Boastverb. pochen, zich beroemen op, pronken, bluffen (of,about,in); ruw behouwen:Holland can boastmany great statesmen= zich beroemen op het bezit van;Not much to boast of= niet veel zaaks;Boaster= bluffer; steenhouwersbeitel;Boastful(ness)= pralend (pralerij).Boat,bout, subst. boot, stoomboot; kom;Boatverb. vervoeren in eene boot, innemen, in eene boot varen of roeien;Don’tputmein the same boat with him= stel me niet met hem op ééne lijn;Weare (sailing) in the same boat= wij varen in hetzelfde schuitje (fig.);Totake boat at= in de boot, scheep gaan te;Sauce-boat= sauskom;Boat-bill= Braziliaansche lepelaar;Boat-fly= rugzwemmer (insect);Boat-house= schuitenhuisje;Boat-man= jolleman, schipper, bootenverhuurder;Boat-race= roeiwedstrijd;Boat-rope= vanglijn;Boatswain,bous’n, bootsman;Boatswain’s call= bootsmansfluitje;Boatable= bevaarbaar[56]voor eene boot;Boatage= transport per boot; vracht; gemiddelde capaciteit der scheepsbooten;Boating= bootjevaren, zeil- of roeisport.Bob,bob, subst. korte, hortende beweging, ruk, stoot, slag; slingerschijf, lood, oorbelletje, bosje bladen (vruchten, bloemen, wormen), dobber, 17de eeuwsche pruik van kort haar, korte pruik; vent, kerel (verkorting vanRobert), een shilling; een harmonisch luiden op verschillende klokken (Bob minoropzeskl.;Bob tripleop 7, etc.);Bobverb. heen en weer (op en neer) bewegen, peuren, steken, kort afsnijden, bedriegen, hengelen naar, knikken, opduiken;Bob-apple,Bob-cherry= spel, waarbij naar een appel of kers wordt gehapt, die aan een touwtje hangt;Bobstay= waterstag (zeeterm);Bob-tail= bolstaartje:Tag-rag and bob-tailhet janhagel;Bob-tail-wig=Bob-wig= korte pruik;Bobber= dobber;Bobbish= vergenoegd; gezond;Bobby= klabak; nuchter kalf;Bobbery= herrie, lawaai;Bobbin,bobin, spoel, klos, haspel, een smal soort lint:Bobbin-work= kloswerk;Bobbinet,bobinet, ofbobinet= soort tulle.Bob(o)link,bob(ə)liŋk, Amerik. rijstvogeltje.Bocking,bokiŋ, grove wollen stof.Bode,boud, voorspellen:That bodes well forthe issue of the war;Boding, subst. voorteeken; adj. veel beteekenend, onheilspellend (=Bodeful);Bodement= voorspelling, voorgevoel.Bod(d)ice,bodis, keursje, korset, lijf (v. japon).Bodied,bodid:Full bodied= pittig;Bodiless= onlichamelijk;Bodily. ZieBody.Bodkin,bodkin, priem, rijgpen, lange haarspeld, kleine dolk:To ride (sit, travel) bodkin= tusschen twee personen op een bank, in een rijtuig zitten,als er slechts voor 2 ruimte is; “pasteitje” rijden.Bodle,bod’l,Boddle,bod’l, Schotsche munt (= ⅙penny):Not worth a bodle= geen duit waard.Bodleian,bodlîən,bodliən:Bodleian Library= Bibliotheek doorSir T. Bodleyte Oxford gesticht.Body,bodi, subst. lichaam, romp; lijk; lijfje, keurs; hoofdbestanddeel (-inhoud), kern; het inwendige; persoon; corporatie, lichaam; troep, bent; sterkte, dichtheid; stof, materie, stelsel;Bodyverb. belichamen:Arespectable-looking body= persoon;He is buta poor body= arme stakkerd;What a body you are!= wat ben je druk (lastig)!In a body= allen te zamen;He isa nobody= niets;Thebody of the House of Commons= het eigenlijke Huis, het inwendige;Thebody of a will= inhoud;body of police= politiemacht;Tobear body= dekken (van kleuren);This is wineof a good body,This winehas a good body,Thereis a good body tothis wine= is pittig;Tokeep body and soultogether= den mond open houden (fig.);He setbodilyabout it= hij legde er zich met de borst op toe;He was thrownbodilyon to the pavement= zoo lang als hij was;His skirts were torn offbodily= er geheel afgescheurd;Imaginationbodies forth,The form of things unknown;Body-clothes= kleeren (Schot.);Body-cloths= paardedekens;Body-colour= dekkleur;Body-corporate= zedelijk lichaam;Body-guard= lijfwacht;Body-linen= lijflinnen;Body-physician= lijfarts;Body-politic= staatslichaam;Body-snatcher= lijkenroover; klabak.Boeotia,bioušə, Beötië; adj.Boeotian= onbeschaafd, dom; subst. Beötiër; lomperd, domoor.Boer,bûə, Hollandsche bewoner vanZ.-Afr.Bog,bog, subst. moeras, poel, veen(plas);Bogverb. dompelen of zinken in modder;Bog-bean= waterklaver;Bog-butter= harsachtige stof in venen;Bog(-house)= privaat;Bog-rush= cypergras; een soort rietzanger;Bog-trotter= een scheldnaam, oorspronkelijk gegeven aan de Schotsche, en thans aan zekere Iersche moerasbewoners; zware laarzen;Boggy= moerassig.Bogey,bougi, boeman, schrikbeeld.Boggle,bog’l, schrikken, schichtig worden, aarzelen, huichelen, ongedurig zijn, prutsen; subst. schrik, prutserij:He hadboggled overthese words for the last hour= een uur lang er mee in zijne maag gezeten;Boggler= aarzelend of bevreesd persoon, knoeier, stumper.Bogie,bougi, wagentje met draaibaar onderstel, om gemakkelijk een bocht te kunnen nemen. ZieBogey.Bogle,boug’l, ZieBogey.Bogus,bougəs, valsch, onecht, nagemaakt:Bogus cheque;Bogus club(zoogenaamdesociëteit);Bogus diploma;Bogus firm;Bogussubscription list.Bogy,bougi:Black Bogy= de boeman;Old Bogy= Satan.Bohea,bəhî, inferieure zwarte thee.Bohemia,bəhîmjə, Bohemen; de kunstenaarswereld, meest in ongunstigen zin;Bohemian= Bohemer; Hussiet; Zigeuner;Boheemsche taal;Bohemien, excentriek of verloopen kunstenaar; adj. Boheemsch; ongedwongen, verloopen.Boil,bôil, bloedvin, bloedzweer.Boil,bôil, koken, zieden, bruisen, gaar koken:Off the boil= van de kook;On the boil= aan de kook;Tobring to the boil;Toboil away= verkoken;Toboil downto one half of its quantity(Boiled downnovels= onzinnig verkorte romans);Toboil over;Boiler= kookketel, stoomketel:Boiler-scale= ketelsteen;Boilery= ziederij;Boiling-point= kookpunt;Boiling springs= heete bronnen.Bois le Duc,bwâlədjûk, ’s-Hertogenbosch.Boisterous,bôistərɐs, onstuimig, hevig, rumoerig, onbesuisd;Boisterousness= onstuimigheid, etc.Bokhara,bokhârə.Boko,boukou, neus (Slang).Bolar,boulə, bolusachtig.Bold,bould, moedig, stout, vrijpostig, onbeschaamd, forsch, duidelijk uitkomend, krachtig; steil, diep:May Imake (be) so boldas to ask you this? = zoo vrij zijn?Which isa bold word= en dat zegt wat;Bold-face= onbeschaamde vent;Bold-faced= onbeschaamd;[57]Bold-spirited= moedig, dapper;Boldness, moedigheid, etc.Bole,boul, boomstam; tegelaarde; nis.Boleyn,bulin.Bolide,bolaid,boulid, meteoor.Bolingbroke,boliŋbruk,buliŋbruk.Boll,boul, subst. zaaddoos, knop; oude maat voor droge waren, ook lengte- en vlaktemaat;Bollverb. zich tot zaaddoos vormen.Bologna,bəlounjə;Bolognese,boulənjîs,boulənjîz=Bolognian, Bologneesch; inwoner v. B.Bolster,boulstə, subst. peluw; compres, onderlaag, kussen;Bolsterverb. met kussens, etc. steunen, kunstmatig ophouden, verdedigen:That opinion isbolstered upby the few survivors of the expedition= wordt gesteund, in het leven gehouden;Bolster-case= sloop voor eenBolster;Bolsterer, verdediger, ondersteuner.Bolt,boult, subst. grendel, bout, korte en stompe pijl, langwerpige kogel, rol (geweven stof); bliksemstraal, plotselinge beweging; zeef, buil;Boltverb. grendelen, snel voortloopen, binnenvliegen, op zij springen, op hol gaan, er van door gaan; wegslingeren, afschieten, opjagen, eruit flappen, haastig doorslikken of opdrinken; zich afscheiden van (Amer.); zeeven, zuiveren, onderzoeken:Torun, shoot the bolt= grendelen;They haveshot their bolt= kruit;A fool’s bolt is soon shot= een gek heeft gauw zijn kruit verschoten;A bolt from the blue= onverwachte, plotselinge (donder)slag (ookfig.);Bolt upright= kaarsrecht;Bolt up against= pardoes tegen … aan;We shallbolt it out= nauwkeurig schiften;The horsebolted (made a bolt)= ging op hol;She boltedwith a count= ging er vandoor met;Do notbolt your bread and butter= schrok je boterham niet zoo naar binnen;The housebolted the Navy Estimates= deed snel af;Bolter= deserteur; buil;Bolting-cloth= buillinnen;Bolting-hutch= zeefvat, builvat;Bolting-mill= builmolen.Bolton,boult’n.Bolus,bouləs, groote pil; bittere pil (fig.).Bomb,bom,bɐm, bom:Bomb-ketch= bom;Bomb-proof= bomvrij;Bombshell= granaat;Bombard,bɐmbâd,bombâd, bombardeeren;Bombardier,bɐmbədîə,bombədîə, bombardier; soort loopkever;Bombardment= bombardement.Bombasine=Bombazine.Bombast,bombast,bɐmbast, subst. bombast (stof); bombast (fig.);Bombastverb. opvullen, opblazen;Bombastic(al)= bombastisch.Bombax,bombaks, zijdewolboom.Bombay,bombei.Bombazin(e),bombəzîn,bɐmbəzîn, bombazijn.Bombernickel,bombənik’l, pompernikkel.Bombic,bombik, tot den zijdeworm behoorend.Bombus,bombəs, oorsuizen; gerommel in de ingewanden.Bombycinous,bombisinɐs, van zijde gemaakt, zijdewormkleurig;Bombyx,bombiks, zijdeworm.Bona fide,bounafaidî, bona fide, te goeder trouw, solied:Bona fide traveller= iemand, die des Zondags verder dan 3milesvan huis is gereisd en met het oog hierop een alcoholische verfrissching mag gebruiken.Bonanza,bənanzə, rijke goudader; meevallertje.Bond,bond, subst. band, verbond, contract, obligatie, verplichting; boei, gevangenschap; het voegen van steenen; entrepôt;Bondadj. in slaafschen toestand;Bondverb. goederen in entrepôt opslaan, verhypothekeeren, verbinden (van metselwerk);Bondholder= obligatiehouder;Bond(s)man= borg; lijfeigene, slaaf;Bondmaid,Bond-servant,Bond(s)woman= slavin;Bondage,bondidž, lijfeigenschap, heerendienst, gevangenschap;Bondager,bondidžə, een tot heerendiensten verplichte huurboer (Schotland);Bonder,bondə, die goederen in entrepôt heeft; (dit zijnBonded goods, of:Goods in bond);Bonded warehouse= entrepôt.Bone,boun, subst. been, graat;Bones= dobbelsteenen, castagnetten(speler);Boneverb. de graten of beenderen verwijderen, baleinen inzetten, met beenderenmeel bemesten; nivelleeren; stelen:I willwork my fingers to the bonefor you= mij kapot werken;I have a bone to pickwith you= een appeltje te schillen;What is bred in the bonewill not out of the flesh= een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken;Toplunder to the bone= naakt uitschudden;Whalebone= balein;Bone of contention= twistappel;Body and bones= met huid en haar;You mustmake no bones aboutit= er geen been in zien (vinden), geene bezwaren maken;An oldbag of bonesof a horse= magere knol;Goodman Bones= Vriend Hein;Lazy bones= luilak, luiwammes;Bone-black= beenderkool, beenzwart;Bone-dust= beendermeel;Bone-lace= een soort kant;Bone-setter= spotnaam voor een chirurg;Bone-shaker= spotnaam voor de oude tweewielers;Boneless= zonder been, slap;Boning-rod= nivelleerstok.Bonfire,bonfaiə, vreugdevuur.Boniface,bonifeis, Bonifacius; gemoedelijke waard.Bonnet,bonət, subst. vrouwenhoed (zonder rand), muts, kap, bonnet (zeewezen en vestingb.), vonkenvanger (v. locomotief), balcondak (v. wagon); verb. de muts afnemen; den hoed of de muts over de oogen trekken, drukken of slaan:Bonnet-box= hoedendoos (v. dames);Bonnet-cap= ondermuts;Bonnet-stand= stander.Bonny,boni, lief, mooi, vroolijk (Schotl.):A bonny lass= knappe meid.Bonten,bont’n, soort wollen stof.Bonum-magnum,boun’m magn’m, groote pruim (aardappel); soort stalen pen.Bonus,bounəs, subst. premie, extra dividend, gratificatie; steekpenning; verb. eene premie of extra belooning geven.Bony,bouni, Napoleon; adj. beenachtig, grof, beenhard.Bonze,bonz, bonze, Boeddhistisch priester of monnik.Boo,bû. ZieBooh.Booby,bûbi, domkop, Jan van Gent;Booby-hut[58]= een soort sleepkoetsje (Amer.);Booby-hutch= boerenwagen; handkar;Booby-prize= poedelprijs;Booby-trap= bijv.: een kan met water op een half geopende deur, die de binnenkomende op zijn hoofd krijgt;Boobyish= stom, suf; subst.Boobyism.Boodle,bûd’l,bud’l, troep, hoop, steekpenning, verduisterd geld, valsch geld, buit; uilskuiken;Boodler= ambtenaar, die geld ten eigen bate of voor omkooperij aanwendt (Amer.).Boody,bûdi, pruilen.Boo(h),bû, ba! subst. gejouw;Booverb. uitjouwen; loeien.Bo(o)hoo,bəhû,bûhû, subst. luid schreien:A boohoo of laughter= een bulderend gelach;Boohooverb. blèren, huilen.Book,buk, subst. boek, tekstboekje, schrijfboek;Bookverb. boeken, plaats bespreken, een kaartje nemen, laten adresseeren:The Book=The BookofBooks=The Book of God= Bijbel;Book of complaints= klachtenboek;Book of reference= soort encyclopaedie;Tobe (to remain) in one’s (good) books= in een goed blaadje staan (blijven);Tobring to book= ter verantwoording roepen;Toget in one’s bad (get out of one’s good) books= uit de ‘gratie’ geraken;Togo beyond the book= verder gaan dan men kan verantwoorden;Tokiss the Book= een eed doen;Torun into one’s book= bij iemand in de schuld geraken;Tospeak by the book= angstvallig nauwkeurig;Tospeak without book= onbevoegd; uit het hoofd;Totake a leaf out of one’s book= iemand iets afkijken;You mustbook for Windsor= een kaartje nemen naar;To be booked= opgegeven (van een zieke);To be booked for= vrij zeker zullen verkrijgen;Book-account= boek van ontvangsten en uitgaven;Book-agent= colporteur;Bookbinder(y)= boekbinder(ij);Book-case= boekenkast;Book-hunter= verzamelaar van zeldzame werken;Book-keeper= boekhouder;Book-keeping= boekhouden;Book-knowledge,Book-learning= boekengeleerdheid;Book-learned= belezen (doch vaak onpraktisch);Book-madness= bibliomanie;Book-maker= boekenmaker (in slechten zin); beroepswedder in de sportwereld (omdat hij van zijne talrijke weddenschappen eenbookaanlegt);Book-mark(er)= leeswijzer;Book-monger,bukmɐŋgə, handelaar in boeken;Book-muslin= gestreepte mousseline;Book-oath= eed op den bijbel;Book-positive= geheel zeker;Book-post= afdeeling voor drukwerk;Bookseller= boekverkooper;Book-shelf= boekenplank (Bookhanger =Book-shelves);Book-stall= boekenstalletje;Book-stand= stalletje (Draaibare stander =Revolving book-stand);Book-tea= een ‘tea’ waarop de gasten iets, of een kostuum moeten dragen, dat aan een bepaald boek herinnert;Book-trade= boekhandel;Book-worm= boekenworm (ookfig.);Bookie=Bookmaker;Booking-clerk= klerk of ambtenaar aan het loket;Booking-hall= vestibule met loketten;Booking-office= plaatsbureau;Bookish,bukiš, geleerd, pedant;Bookishness= boekengeleerdheid;Booky=Bookish.Boom,bûm, subst. boom, havenboom, spier; gebrom, gegons, gedreun, gebulder; een plotselinge vraag naar een artikel, plotseling rijzen van prijzen of koersen, reclame, zwendel;Boomverb. gonzen, dreunen, bulderen; met een boom uitzetten, voortboomen; plotseling in de hoogte gaan (drijven), zich snel ontwikkelen:The burglary season beginsto boom= het begint te leven van dieven en inbrekers;That caused quitea boom in the oil-trade;The Wagner boom;The market wasBoomish= ging plotseling in de hoogte.Boomerang,bûməraŋ, boemerang.Boon,bûn, subst. gave, gunst; gebed, verzoek; afval van vlas; adj. vriendelijk, mild; vroolijk, lustig.Boor,bûə, boerenkinkel, lomperd, Afrik. boer:Boorish= boersch, onbeschaafd:Boorish work= ruw hardsteenwerk; subst.Boorishness.Boose,bûz, sterk drinken, zuipen; subst. drank;Booser= zuiper;Boosy= dronken.Boost,bûst, subst. een zetje;Boostverb. een zetje geven, omhoog werpen, opkammen (fig.):The bullboosted upthe sand like a whirlwind.Boot,bût, voordeel, nut, toegift;Bootverb. helpen, baten:To boot= op den koop toe, bovendien;What boots it?= wat geeft het?Bootless= nutteloos;Bootlessness= nutteloosheid.Boot,bût, subst. laars, schoen, Spaansche laars (folterwerktuig), bak of kist (voor of achter aan een wagen), lederen kleed (voor de beenen) in een rijtuig:Bootverb. laarzen aantrekken of aanhebben; schoppen (Amer.):Butcher boots= vetleeren laarzen;Puss in Boots= de gelaarsde kat;Ogre’s (Seven league) boots= zevenmijlslaarzen;The boots= huisknecht in een hotel, jongste officier, jongste lid van een club;Igave him the boots= de folterlaarzen aan; er van geven;Booted and spurred= gelaarsd en gespoord;Boot-black=laarzenpoetser;Boot-crimp= laarzebeen;Boot-last (Boot-tree)= leest;Boot-hose (Boot-stockings)= lederen slobkousen;Boot-hook= laarzenhaak;Boot-jack= laarzenknecht;Boot-lick= lage vleier (Amer.);Bootee,butî, kindersokje, halve of korte dameslaars.Booth,bûdh,bûth, kraam, tent.Bootikin,bûtikin, laarsje.Booty,bûti, buit, roof:To play booty= spelen met het plan om te verliezen, of om, met een derden, den tegenspeler tot slachtoffer te maken;Toride booty= zich laten omkoopen bij wedrennen, en opzettelijk verliezen.Booze= Boose.Borage,bɐridž, bernage.Borax,bôraks, borax;Boracic acid,bərasikasid, boraxzuur.Bordage,bödidž, ’t bezit van een domein met verplichting van enkele heerendiensten; zijplanken van een schip.Border,bödə, subst. rand, grens, boord, randversiering, rabat, zoom, smal bloembed:The Border= de grens tusschen Engel. en Schotl.;Borderverb. grenzen (on, upon), aanliggen; met een rand versieren;Borderland=[59]grensland (ookfig.), tusschenliggend land;TheScottish borderers =grensbewoners.Bore,bö, subst. boorgat, ziel, diameter, kaliber (van geweer of kanon); vloedgolf; vervelend mensch, vervelend iets;Boreverb. boren, doorboren, voortdringen, indringen, van de baan dringen (rensport), tegen de omheining dringen (bij ’t boksen); den kop vooruit steken onder ’t loopen (van paarden); vervelen:Blue bore= opening in een wolkengordijn waardoor men ’t blauw kan zien (Schotl.);What a bore!= wat een vervelende vent, wat vervelend;I feel bored= heb het land;Boredom= verveling:A member of boredom= vervelende vent;Borer= boor;Borings= krullen, door het boren ontstaan.Boreal,bôriəl, den Noordenwind betreffend, noord - -;Boreas,bôriəs, Boreas, Noordenwind.Borecole,bökoul, boerenkool.Born,bön, geboren:He was born in the fifties= is geboren tusschen 1850 en 1860;He wasborn (of) on a Sunday= is een Zondagskind;Born to a large estate= erfgenaam van;He wasborn with a silver spoon in his mouth= rijk (voor ’t geluk) geboren;I was notborn yesterday= ben niet van gisteren;Born again= wedergeboren;I neversaw itin all my born days= van m’n leven niet.Borne,bön, part. perf. vanto Bear= dragen:All charges borne= na aftrek van alle kosten.Borough,bàrou, gemeente met perroyal charterverleende privileges; een stad met vertegenwoordiging in het Parlement;Borough-english= overgaan van land aan den jongsten, in plaats van aan den oudsten zoon of broeder;Borough-monger,bɐroumɐŋgə, iemand, die de parlementsplaatsen van eenboroughverkwanselt.Borrow,borou, borgen, leenen van, ontleenen, copiëeren:Who goes a-borrowing goes a-sorrowing= borgen baart zorgen;Toborrow trouble= zich onnoodig bezorgd maken.Bort,böt, boort.Boscage,boskidž, bosschage, boschlandschap; gedroogd loof als veevoeder.Bosh,boš, subst. nonsens, malligheid; margarine;Boshverb. voor den mal houden, bedotten.Bosjesman,bošəzman, Boschjesman.Bosk (Bosket),bosk, boschje;Bosky,boski, rijk aan bosch, schaduwrijk; beneveld;Boskiness, boschachtigheid.Bosnia,bozniə,bosniə, Bosnië;Bosniac= Bosniër, Bosnisch.Bosom,buz’m, subst. boezem, borst;Bosomverb. in zijn hart besluiten, geheimhouden;In Abraham’s bosom;Thebosom of a shirt;Bosom-friend= boezemvriend; omslagdoek.Bosquet,boskət=Bosk.Boss,bos, subst. knop, bult; misgooi; baas (Amer.); adj. voornaamste, uitstekend;Bossverb. aan het hoofd staan van; drijven, met knoppen versieren; missen:Hebosses the show= is de baas van ’t spul;Boss-eyed= met één oog, scheel;Bossed silver= gedreven;Bossy= met knoppen versierd.Boston,bost’n; adj. en subst.Bostonian;Boswell,bozwel.Botanic,bətanik, botanisch;Botanist= plantkundige;Botanize= botaniseeren:Botanizing-box;Botany= plantkunde.Botany Bay,botəni bei, een vroegere strafkolonie in Oost-Australië:Togo to Botany Bay= gedeporteerd worden.Botch,botš, subst. gezwel; leelijke lap, knoeiwerk;Botchverb. samenflansen, leelijk lappen of verstellen;Botcher= knoeier;Botchery= lap- of knoeiwerk;Botchy= gelapt, verknoeid.Bot-fly,botflai, paardevlieg, brems.Both,bouth, beide:Both you and your friend= gij zoowel als;Both of us, of them= wij, zij beiden;Both ways= naar beide kanten, op beide manieren.Bother,bodhə, subst. plager, kwelgeest;Botherverb. plagen, kwellen:Bother it= loop naar den duivel!Bother the flies!= die verwenschte vliegen!You willbother the life out of me= je maakt me nog gek met je gezanik;Botheration,bodhəreiš’n, gezanik:Botheration to it!= loop naar de pomp!Bothie, Bothy,bothi, hut, waar het boerenhulppersoneel van beide geslachten woont (Schotl.).Bots,bots, een door de larve derBot-flyveroorzaakte ziekte.Bottine,bətîn, bottine.Bottle,bot’l, subst. flesch, karaf, leeren wijnzak; bos hooi of stroo; verb. bottelen:Bottled up= gebotteld; ingehouden (van toorn);Bottle-companion (Bottle-friend)= drinkebroer, pooieraar;Bottle-feeding= grootbrengen met de flesch;Bottle-glass= groen glas;Bottle-heath= dopheide;Bottle-holder= flesschebakje; secondant (met flesch water ter verfrissching en afwassching) bij een vuistgevecht, helper;Bottle-label= etiket;Bottle-nose= dikke (jenever)neus;Bottle-rack= flesschenrek;Bottler= aftapper.Bottom,bot’m, subst. het laagste, onderste, verste, gewichtigste (van iets), bodem, diepte, basis, achterste einde, grens, zitting, uithoudingsvermogen, kracht; adj. onderste, laatste;Bottomverb. een bodem (zitting) inzetten, tot den bodem ledigen; grondvesten; rusten op;Bottoms= droesem; schepen:Theship’s bottom= bodem;My bottom dollar= mijn laatste dollar;Sixth line from (the) bottom= 6e regel van onderen;Thebottom line over leaf= de laatste regel van ’t vorige blad;He is an honest manat (the) bottom, down to the bottom= in den grond van zijn hart, door en door;Toact (stand) upon one’s own bottom= op eigen houtje handelen;Tobe at the bottom of= ergens achter zitten;To get to the bottom of= grondig onderzoeken, ergens achter komen;I willknock the bottom outof your secret= wil te weten komen en publiek maken;Toventure all in one bottom= alles op één kaart zetten;Bottom-land= vruchtbaar oeverland (Amer.);The bottomless pit= de bodemlooze diepte, afgrond, hel;Bottomry= bodemerij.Bough,bau, groote boomtak:Bough-pot= bloempot; ruiker.[60]Bought,bôt, bocht, kronkeling.Bought,bôt, Imperf. en part. perf. vanbuy.Boulder,bouldə, subst. groote rolsteen, kei:Erratic boulder= zwerfblok;Boulder-period= ijsperiode.Boulevard,buləvâd,bûlvâ, boulevard.Boulogne,bûloun, Boulogne.Bounce,bauns, subst. plotselinge sprong, slag of stoot, terugstoot, verwaandheid, gesnoef, aplomb, onbeschaamde leugen;Bounceverb. laten springen, uitschelden, négeren; er uit smijten, den bons geven (Amer.), opspringen,binnenvliegen of -stormen, opsnijden, eruit flappen; adv. plotseling, boem!Tobounce into a room= binnenstormen;Tobounce out= uitflappen;Bouncer= kanjer, dragonder (fig.), blok van een kind (Amer.); uitsmijter; opsnijder; grove leugen;Bouncing= groot, zwaar, sterk; blufferig.Bound,baund, Imp. en P.P. vanto bind; gebonden, bestemd (for,to) besloten (Amer.):I’m bound to go= ga stellig;I will be bound= op mijn woord;Homeward bound= op dethuisreis.Bound,baund, grens(steen);Bounds= begrensd gebied:In bounds= op het terrein, binnen het gebouw;It is within the bounds of possibility= nog wel mogelijk;Boundless= onbegrensd; subst.Boundlessness.Bound,baund, sprong, weeromstuit:To take a thing at the bound= de gunstige gelegenheid waarnemen;Boundverb. springen, weeromstuiten.Boundary,baund’ri, grens- of landpaal.Bounden,baundən:It is my bounden duty= dure plicht.Bounteous,bauntšəs,Bountiful,bauntiful, vrijgevig, edelmoedig, royaal; subst.Bounteousness.Bounty,baunti, milddadigheid, vrijgevigheid; gave, premie:The King’s bounty= handgeld;Queen Anne’s Bounty= een fonds ter ondersteuning van slecht bezoldigde geestelijken, doorQueen Annegeschonken;Sugar Bounties= premies op de suikerproductie;Bounty-fed, Bounty-raised sugar= door het geven van premiën bevorderde suikerproductie.Bouquet,bûkei,bûkei, bouquet (ookfig.).Bourgeon,bɐ̂dž’n, subst. knop, oog, kiem; verb. uitbotten, ontkiemen.Bourn(e),bön, grens, einddoel; beekje.Bouse,bauz,bûz, drinkgelag;Bouseverb. zuipen.Bout,baut, keer, rondje, beurt; poging; fuif; aanval, kamp.Bovine,bouv(a)in, runder - -; dom, traag; subst. runderachtig dier.Bovril,bovril,bouvril, soort bouillon.Bow,bau, subst. buiging; boeg; roeier vóór in de boot;Bowverb. buigen, neerbuigen, onderdrukken; groeten, zich onderwerpen:Tomake one’s bow= van het tooneel treden (ookfig.);Bowing and scraping= strijkages:Tobow one’s thanks= buigend danken;Hebowed me in and out= liet mij buigende in en uit;Bowman= voorste roeier, boeg;Bowsprit,bousprit, boegspriet;A bowing acquaintance= een man, die men slechts even kent;He is notwithin bowing distance ofthat science= heeft er geen flauwe notie van.Bow,bou, subst. boog, strijkstok, streek; strikje, drilboog;Bowverb. op de viool spelen; buigen als een boog; gebogen zijn;A bow long bent at last waxeth weak= de boog kan niet altijd gespannen zijn;He has many strings on (to) his bow= veel pezen op zijn boog;The bow(ing) elbow, hand= de rechterhand of arm van den vioolspeler;Todraw (pull, shoot with) the long bow= met spek schieten;Todraw a bow at a venture= iets op goed geluk af doen of zeggen;Bow and spear(Bijbel) = (gewapende) macht, toeleg, intrige;Bow Bells= de klokken der Bowchurch:He wasborn within the sound of Bow Bells(v.St. Mary-le-Bow) = hij is een echte Cockney;Bow-compasses= krom-(mast) passer;Bow-drill= drilboor;Bow-leg= krombeen;Bow-line= boelijn (scheepsterm):On a Bow-line= dicht bij den wind zeilend;Bowman= boogschutter;Bow-net= soort fuik;Bow-pen (-pencil)= trekpen;Bow-shot= boogschot (afstand);Bow-street= een der politiebureaux in Londen;Bow-street officer, runner= detective (veroud.);Bowstring, subst. boogpees;Bow-window= rond uitstekend venster;Bow-windowed=fig.dikbuikig.Bowdlerize,baudləraiz,boudləraiz, zuiveren van aanstootelijke passages, castreeren.Bowels,bau’lz, subst. ingewanden; binnenste; medelijden:That fellow hasno bowels= geen hart.Bower,bauə, verblijf, buitenplaats, priëel, (slaap)vertrek, boudoir, sofa; boeganker; Boer (in een kaartspel):A bower of roses= rozenkoepel, rozenpriëel;Lady’s bower= boudoir;The right, left bower= troef boer en de andere boer van dezelfde kleur bij Euchre;Bowery= buiten; boerderij; adj. schaduwrijk.Bowie-knife,bouinaif, lang dolkmes (Amer.).Bowl,boul, subst. schaal, kom, bekken, pijpekop, kompashuisje; houten bal, worp:Bowls= een balspel met aan de eene zijde bezwaarde ballen, die in curven rollen;Bowlverb. kegelen (Amer.), (voort)rollen, werpen naar dewickets(bij het cricketspel):This factbowls overyour argument= werpt omver;Tobowl out= dewicketsraken (waardoor debatsman“af” is), overwinnen, verdringen:He is bowled out= het is gedaan met hem;Bowler= de speler bijcricketdie den bal (op)gooit; fantasiehoed met ronden bol;Bowling=Bowls;Bowling-alley= soort kegelbaan;Bowling-green= veld voor hetbowling.Bowlder.ZieBoulder.Bowles,boulz;Bowring,bauriŋ.Bowse,bauz, zuippartij;Bowseverb. zuipen; optaliën.Bow-wow,bauwau, woefwaf, hond.Box,boks, subst. kist, koffer, doos, geldkistje, kompashuisje, loge, hokje, brievenbus (loket), bank, naafbus (van een wiel), (bad)kamertje, koets- of wagenbok, optrekje, huisje, stalafdeeling, slag, oorveeg, geschenk, boks(boom);Boxverb. in eene doos sluiten, opsluiten, inpakken, van eene doos voorzien; eene oorveeg geven, boksen, insnijdingen[61]maken in een boom (om het sap eruit te krijgen):Christmas box= Kerstgeschenk (Vergel.Boxing-day= 2e kerstdag);He isin a box= hij zit er leelijk in;You are (have got)in the wrong box= gij vergist u, gij hebt het mis, zijt buiten uw element;Strong box= brandkist;Jack in a box= duiveltje in een doosje;ToBox the compass= de punten van het kompas in goede orde opnoemen;Box-car= overdekte goederenwagon;Box-coat= groote koetsiersjas;Box-elder= bonte eschdoorn;Box-iron= strijkbout, strijkijzer;Box-keeper= logebediende; signaalwachter;Box-office= plaatsbureau;Box-seat=logeplaats; plaats op den bok;Box-waggon= soort goederenwagen;Aboxen writing-desk= palmhouten;Boxer= bokser; inpakker.Boy,bôi, jongen, bediende:He made a little boatfor boy= … voor Broer, den kleine;The boy= champagne;That’s the boy for me= dat is net wat voor mij;Do it,that is a dear boy= dan ben je een beste;Toleave off boy’s play= de kinderschoenen uittrekken;Boyscout= Eng. padvinder (In 1907 door Major-General Baden-Powell georganiseerd);Boyhood= jongensjaren;Boyish= jongensachtig, kinderachtig;Boyishness= jongensachtigheid, etc.
Blob,blob, bobbel, blaar, klont, klets:A blob in the eyefrom a wave;Blob of ink;Bloblip(ped)= dikke;Blobnose= mopneus.Block,blok, subst. blok, onthoofding, stommeling, pruikebol, hoedenvorm; blok huizen; belemmering, stremming van passage (ookBlock-up); stuk of gedeelte van een spoorbaan;Blockverb. insluiten, belemmeren, verhinderen, in zijn fatsoen brengen, stoppen (van een trein), in ’t ruwe vormen of schetsen (metout):The hathad been sat on andwas blocked= op een vorm gezet;Block-calendar= scheurkalender;Blockhead= domkop;Block-house= blokhuis;Block-printing= een manier van katoen drukken;Block-signal= signaal om te stoppen;Block-slip= coupon van een chequeboek;Block system= blokstelsel;Block-tin= bloktin;Block-up= versperring (Toblock upa window= het uitzicht benemen); stremming (van passage);Block-wood plaster= houten plaveisel.Blockade,bləkeid, subst. blokkade:Paper blockade= in naam, niet door aanwezige scheepsmacht gehandhaafd;Blockadeverb. insluiten, blokkeeren:The enemyran the blockade= brak door onze schepen heen;Blockade-runner= schip, dat door een blokkade heensluipt of breekt.Bloke,blouk, kerel.Blomary= Bloomery.Blond(e),blond, blond, (blondine); zijden kant;Blonds= blondines;Hisblond moustache;Adreamy blond= blondine;Blond-lace= zijden kant;Blondness= blondheid.Blood,blɐd, subst. bloed, kroost, bloedverwantschap, ras, stemming; jongmensch, roué, fatje; het roode sap van bessen, enz.;Bloodverb. aderlaten, bloed laten proeven, aan het gezicht van bloed gewennen:Blue blood;Fresh blood= nieuw bloed;Prince of the Royal blood;Allied by blood;Near in blood;It runs in the blood= zit in de familie;In cold (hot) blood= in koelen bloede (in drift);Flesh and blood= het zwakke vleesch;His blood is up= zijn bloed kookt;Blood is thicker than water= het bloed kruipt waar het niet gaan kan =Blood tells;His blood be on us= kome over:Thiscaused much bad blood= heeft … kwaad bloed gezet;You can’t get blood out of a stone= waar niets is heeft de keizer zijn recht verloren;Itmakes my blood boil;[54]Toshow blood= zijn afkomst verraden;Towipe out by blood;Blood-baptism= doopsel des bloeds;Blood-bespattered (Blood-flecked, Blood-stained)= met bloed bespat, bevlekt;Blood-horse= volbloed paard;Blood-hound= bloed- of speurhond; wreede vervolger;Blood-letting= het aderlaten;Blood-money= bloedgeld;Blood-orange= wijn-sinaasappel;Blood-pudding= bloedworst;Blood relation;Blood-shed(ding)= bloedstorting;Blood-shot= met bloed beloopen(Blood-shot eyes);Blood-squeezer=Blood-sucker;Blood-stone= bloedsteen;Blood-sucker= bloedzuiger (ook fig.);Blood-swelled, Blood-swollen= gezwollen van bloed;Bloodthirstiness= bloeddorstigheid; adj.Bloodthirsty;Blood-vessel= ader:Shebroke a blood-vessel= kreeg eene aderbreuk;Blood-wite= zoen- of weergeld;Blood-worm= larve van een mug (Chironomus);Blooded= volbloed;Bloodiness= bloederigheid; bloeddorst;Bloodless= bloedeloos, zonder bloedstorten, koud, harteloos; subst.Bloodlessness;Bloody= bloederig, bloeddorstig; vervloekt, verduiveld:A bloody fool= aartsstommeling;Bloody-bones= boeman;Bloody-flux= dysenterie.Bloom,blûm, subst. bloesem, bloem, blauwachtig waas op frissche vruchten, blos, dons, bloei, gefrischt stuk ijzer;Bloomverb. bloeien;Bloomer= ontloken knop; lief kind; reform kostuum (korte rok met Turksche broek van 1850);Blooming= verduivelde (ZieBloody):Blooming nonsense;A blooming idiot;Blooming beaks= beroerde magistraatspersonen;A blooming copper= lamme klabak;Bloomy= bloeiend, donzig.Blossom,blos’m, subst. bloesem, perzikkleur(ig paard);Blossomverb. bloeien, zich ontwikkelen:Heblossomed out intosome racy reminiscences= hij raakte aan het praten over;Blossom-faced= met rood, gezwollen gezicht.Blot,blot, subst. vlek, smet, doorhaling; niet gedekte steen bij het pufspel (dammen);Blotverb. bevlekken, bezoedelen; uitwisschen, doorhalen, te niet doen, doen vergeten(out); vloeien:Tocast a blot upon= een smet werpen op;Tohit a blot= een niet gedekten steen nemen; eenwondplekaanraken (fig.);Toleave a blot= een steen ongedekt laten staan;Blotter= vloeiblok; klad;Blotting-book= vloeiboek;Blotting-pad= vloeiblok;Blotting-paper= vloeipapier.Blotch,blotš, subst. puist, blaar; vlek, smet;Blotchverb. vlekken;Blotchy= vol puisten, bedekt, onduidelijk.Blount,blont.Blouse,blauz, kiel, blouse, blouseman.Blow,blou, subst. slag, windvlaag, vliegenei, bloei, bluf, shilling;Blowverb. blazen, waaien, hijgen, toeteren, spuiten, uitblazen, aanblazen, opblazen, snuiten, orgeltrappen, verspreiden; eieren leggen, in de lucht laten vliegen, ontploffen:At a blow= in één klap:Tocome to blows= handgemeen worden;They took the townwithout a blow= zonder slag of stoot;That’s the way the wind blows= uit dien hoek waait;Huge winds blow on high hills= hooge boomen vangen veel wind;It’s an ill wind that blows nobody good= geen kwaad zonder baat;Toblow eggs= uitblazen;Blow the expense!= ’t kan niet schelen wat het kost;Toblow kissesat= kushandjes geven;Toblow one’s nose= snuiten;You be blowed!loop jij naar den duivel;Toblow hot and cold= uit twee monden spreken; nu eens erg lief en dan weer onvriendelijk zijn;Met voortzetsels en bijw.:To get a good blowing about= eens flink doorwaaien;Toblow away= wegblazen, wegwaaien;Toblow down= omwaaien;My umbrella wasblown inside out;Toblow off= afwaaien, uitlaten van stoom;Heblows onhis coffee= blazen om af te koelen;Toblow out= uitblazen;He blewouthis brains= schoot zich voor ’t hoofd;He blewoutthe tyres= pompte op;A blow-out= smulpartij, festijn;Toblow over= omverwaaien; overwaaien (van gevaar, een storm, etc.);Toblow up= opblazen; in de lucht laten vliegen; den mantel uitvegen:To give a goodblow(ing)-up= een flink standje;Toblow upon= blazen op; bederven, belasteren, verraden;Blow-ball= uitgebloeid bloemhoofdje van eene paardebloem, etc.;Blow-fly= vleeschvlieg;Blow-gun= windroer, blaaspijp (wapen);Blow-hole, trekgat, neusgat v. een walvisch; wak (in het ijs);Blower= blazer, glasblazer, orgeltrapper, reguleerschuif, soort ventilator;Blown= buiten adem;Blown-glass= geblazen glas;Fly-blown meat= bedorven vleesch (wegens de maden);Blowy= winderig.Blowze,blauz, dikke, gezonde meid;Blowzed= roodwangig, boersch;Blowzy= roodwangig; verward, slordig.Blubber,blɐbə, subst. walvischspek, zeenetel;Blubberverb. tranen met tuiten schreien.Blucher,blûtšə, halve laars met veters.Bludgeon,blɐdž’n, knuppel, knots.Blue,blû, blauw, azuurkleurig, trouw, standvastig, conservatief, landerig, somber, norsch, buitengewoon, gemeen; subst. blauwe kleur, blauwsel; het azuur, conservatief, blauwkous;Blueverb. blauw verven, blauwen:Tobe blue(Blue as indigo=Stone blue);Ablue Presbyterian= echte;Blue Water School= tegenstanders van een staand leger, omdat ze een sterke vloot voldoende achten;A true-blue Tory= echte;Toblue the swag= de “boel” er door brengen;Tohave (To be in) the blues= het land (stierlijk het land) hebben;Togive the blues= landerig maken;The Blues=The Royal Horse Guards;Blue-bell= grasklokje, scilla, knikkende vogelmelk;Blueberry= rijsbes;Blue-bird= Am. blauwkeeltje;Blue-bonnet= Schot, Schotsche muts; korenbloem; blauwmeesje;Blue-book= in Engeland officieele regeeringsbescheiden en rapporten; lijst van rijksambtenaren met hunne salarissen (Amerika);Blue-bottle= korenbloem; bromvlieg; politieagent;Blue-breast, blauwborstje;Blue-cap= eene zalmsoort; korenbloem; klabak;Blue-coat= een jongen vanChrist’s hospitalin Londen (wegens de lange blauwe jas die zij dragen);Blue-devils= landerigheid,[55]katterigheid, delirium tremens; In a bluefunk= erg in de rats;Blue-gown= gepatenteerd bedelaar (Schotl.);Blue-jacket= matroos, Janmaat;Once in a blue moon= alle blauwe Maandagen;Blue-ointment= kwikzalf;Blue-Peter= blauwe signaalvlag, ten teeken dat het schip gereed is om uit te zeilen;Blue-pill= kwikpil, blauwe boon (fig.);Blue-ribbon= het lint van de orde van den kouseband; eerste prijs; uitstekende kok; insigne der geheelonthouders:Tobe a blue-ribbon;Tobreak one’s blue-ribbon;Blue-ribbonism; Blue-ribbonist; Blue-ruin,slechte jenever, volkskanker;Blue-stocking= blauwkous;Blue-stockingism= blauwkouserij;Blue-throat= blauwkeeltje;Blueness= blauwheid;Blueish= blauwachtig.Bluff,blɐf, breed en plat, steil, open, rond, goedmoedig, barsch, lomp;Bluffsubst. steile oever, steile en breede klip of voorgebergte; grootspraak, brutaliteit, een soort kaartspel;Bluffverb. overbluffen, driest, aanmatigend optreden:Bluff King Hal= de royale, ronde koning Hendrik VIII;That is a piece of bluff= opsnijderij, grootspraak, brutaliteit;Hebluffed it through= hij sloeg er zich brutaal doorheen;You don’t bluff me= ik laat me niet bang maken;Bluffbowed= met breede en platte boeg;Bluffness= rondborstigheid, lompheid;Bluffy= steil; ruw, plomp.Bluggy,blɐgi, bloederig:A bluggy story.Blunder,blɐndə, subst. grove fout, bok;Blunderverb. een groven misslag begaan, domme fouten maken, knoeiwerk leveren, verknoeien, voortsukkelen, uitflappen(out);Blunderhead= domkop;ABlunderheaded fool;Blunderer= knoeier;Blundering= dom, stom; subst. domheid.Blunderbuss,blɐndəbɐs, donderbus, snaphaan.Blunt,blɐnt, adj. stomp, dom, ongevoelig, grof, kortaf, open, eenvoudig; subst. moppen (geld);Bluntverb. verstompen, verzwakken;Blunt-edged= stomp;Blunt-witted= bekrompen, dom;Bluntness= stompheid, etc.Blur,blɐ̂, subst. smet, vlek, klad, nevelachtigheid, onduidelijkheid;Blurverb. bevuilen, bezoedelen, verduisteren, verdooven; adj.Blurry.Blurt,blɐ̂t, er uit flappen(out).Blush,blɐš, subst. blos, blosje, blik;Blushverb. rood worden, blozen, zich schamen;At (the) first blush= bij den eersten oogopslag;Heputusto the blush= maakte ons beschaamd;Toblush crimson;Toblush all over= diep blozen;Toblush down= beschamen, overtreffen;Blush-rose= soort bleekroode roos;Blushful= blozend.Bluster,blɐstə, razen; stormen, tieren, gieren, snoeven, intimideeren(into);subst. geraas, etc.;Blusterer= bulderaar, opsnijder.Bo,bou, interj. Boeh!He cannot say bo to a goose= hij kan geen tien tellen;Toplay at bo-peep= kiekeboe spelen.Boa,bouə, groote slang; boa:A feather boa;BoaConstrictor= reuzenslang.Boadicea,bouədisîə;Boanerges,bouənɐ̂džîz, zonen des donders (Mark. III, 17); zeloot.Boar,bö, subst. mannetjesvarken, wild zwijn (=Wild boar); mannetjes.…Board,böd, subst. plank, tafel, kost, onderhoud, kostgeld; bestuurstafel, commissie of bestuur; bord, karton, bordpapier, boord, gang, slag;Boardverb. met planken beschieten; in den kost nemen, den kost geven; aan boord gaan, enteren, aanklampen; instijgen (Amer.); in den kost zijn, wonen:Superior board= kost en inwoning in beschaafd gezin;Board and lodging= kost en inwoning;Board and lodging letter= bedankje na logeeren;On the boards= op de planken, het tooneel;Bound in boards= gekartonneerd;Above board= openhartig, eerlijk;Togo by the board= overboord gaan, te gronde gaan;On boardthe steamer;Togo on board;Tohave too much on board= te veel gedronken hebben;Tolie board and board= naast elkaar;Toput out to board= uitbesteden;He worked out his board= hij verdiende met zijn werk den kost;Billboard= aanplakbord;Schoolboard= schoolbestuur;Board of Public Works= bouwcommissie;Board of Trade= een soort Ministerie van Handel en Verkeer (een afdeeling v. denPrivy Council, verdeeld in 6 Departementen:Commercial, Statistical, Railway, Harbour, MarineenFinancial);Board-man= wandelende advertentie, met een bord vóór en een achter zich;Board-meeting= bestuursvergadering;Board-room= directiekamer;Board-school= openbare lagere school (onder toezicht van denSchool-boardvan een der Schooldistricten waarin Engl. en Schotl. zijn verdeeld);Board-wages= keukengeld aan meiden en knechts, waarvan ze hun eten betalen;Boarder= kostganger, kostleerling;Boarding= enteren; beschot;Boarding-axe= enterbijl;Boarding-clerk= ambtenaar van een tolkantoor of scheepsfirma, waterklerk;Boarding-house= kosthuis, pension;Boarding-out= het buitenshuis in den kost zijn; uitbesteden;Boarding-school= kostschool.Boast,boust, subst. bluf, gepoch, roem, trots;Boastverb. pochen, zich beroemen op, pronken, bluffen (of,about,in); ruw behouwen:Holland can boastmany great statesmen= zich beroemen op het bezit van;Not much to boast of= niet veel zaaks;Boaster= bluffer; steenhouwersbeitel;Boastful(ness)= pralend (pralerij).Boat,bout, subst. boot, stoomboot; kom;Boatverb. vervoeren in eene boot, innemen, in eene boot varen of roeien;Don’tputmein the same boat with him= stel me niet met hem op ééne lijn;Weare (sailing) in the same boat= wij varen in hetzelfde schuitje (fig.);Totake boat at= in de boot, scheep gaan te;Sauce-boat= sauskom;Boat-bill= Braziliaansche lepelaar;Boat-fly= rugzwemmer (insect);Boat-house= schuitenhuisje;Boat-man= jolleman, schipper, bootenverhuurder;Boat-race= roeiwedstrijd;Boat-rope= vanglijn;Boatswain,bous’n, bootsman;Boatswain’s call= bootsmansfluitje;Boatable= bevaarbaar[56]voor eene boot;Boatage= transport per boot; vracht; gemiddelde capaciteit der scheepsbooten;Boating= bootjevaren, zeil- of roeisport.Bob,bob, subst. korte, hortende beweging, ruk, stoot, slag; slingerschijf, lood, oorbelletje, bosje bladen (vruchten, bloemen, wormen), dobber, 17de eeuwsche pruik van kort haar, korte pruik; vent, kerel (verkorting vanRobert), een shilling; een harmonisch luiden op verschillende klokken (Bob minoropzeskl.;Bob tripleop 7, etc.);Bobverb. heen en weer (op en neer) bewegen, peuren, steken, kort afsnijden, bedriegen, hengelen naar, knikken, opduiken;Bob-apple,Bob-cherry= spel, waarbij naar een appel of kers wordt gehapt, die aan een touwtje hangt;Bobstay= waterstag (zeeterm);Bob-tail= bolstaartje:Tag-rag and bob-tailhet janhagel;Bob-tail-wig=Bob-wig= korte pruik;Bobber= dobber;Bobbish= vergenoegd; gezond;Bobby= klabak; nuchter kalf;Bobbery= herrie, lawaai;Bobbin,bobin, spoel, klos, haspel, een smal soort lint:Bobbin-work= kloswerk;Bobbinet,bobinet, ofbobinet= soort tulle.Bob(o)link,bob(ə)liŋk, Amerik. rijstvogeltje.Bocking,bokiŋ, grove wollen stof.Bode,boud, voorspellen:That bodes well forthe issue of the war;Boding, subst. voorteeken; adj. veel beteekenend, onheilspellend (=Bodeful);Bodement= voorspelling, voorgevoel.Bod(d)ice,bodis, keursje, korset, lijf (v. japon).Bodied,bodid:Full bodied= pittig;Bodiless= onlichamelijk;Bodily. ZieBody.Bodkin,bodkin, priem, rijgpen, lange haarspeld, kleine dolk:To ride (sit, travel) bodkin= tusschen twee personen op een bank, in een rijtuig zitten,als er slechts voor 2 ruimte is; “pasteitje” rijden.Bodle,bod’l,Boddle,bod’l, Schotsche munt (= ⅙penny):Not worth a bodle= geen duit waard.Bodleian,bodlîən,bodliən:Bodleian Library= Bibliotheek doorSir T. Bodleyte Oxford gesticht.Body,bodi, subst. lichaam, romp; lijk; lijfje, keurs; hoofdbestanddeel (-inhoud), kern; het inwendige; persoon; corporatie, lichaam; troep, bent; sterkte, dichtheid; stof, materie, stelsel;Bodyverb. belichamen:Arespectable-looking body= persoon;He is buta poor body= arme stakkerd;What a body you are!= wat ben je druk (lastig)!In a body= allen te zamen;He isa nobody= niets;Thebody of the House of Commons= het eigenlijke Huis, het inwendige;Thebody of a will= inhoud;body of police= politiemacht;Tobear body= dekken (van kleuren);This is wineof a good body,This winehas a good body,Thereis a good body tothis wine= is pittig;Tokeep body and soultogether= den mond open houden (fig.);He setbodilyabout it= hij legde er zich met de borst op toe;He was thrownbodilyon to the pavement= zoo lang als hij was;His skirts were torn offbodily= er geheel afgescheurd;Imaginationbodies forth,The form of things unknown;Body-clothes= kleeren (Schot.);Body-cloths= paardedekens;Body-colour= dekkleur;Body-corporate= zedelijk lichaam;Body-guard= lijfwacht;Body-linen= lijflinnen;Body-physician= lijfarts;Body-politic= staatslichaam;Body-snatcher= lijkenroover; klabak.Boeotia,bioušə, Beötië; adj.Boeotian= onbeschaafd, dom; subst. Beötiër; lomperd, domoor.Boer,bûə, Hollandsche bewoner vanZ.-Afr.Bog,bog, subst. moeras, poel, veen(plas);Bogverb. dompelen of zinken in modder;Bog-bean= waterklaver;Bog-butter= harsachtige stof in venen;Bog(-house)= privaat;Bog-rush= cypergras; een soort rietzanger;Bog-trotter= een scheldnaam, oorspronkelijk gegeven aan de Schotsche, en thans aan zekere Iersche moerasbewoners; zware laarzen;Boggy= moerassig.Bogey,bougi, boeman, schrikbeeld.Boggle,bog’l, schrikken, schichtig worden, aarzelen, huichelen, ongedurig zijn, prutsen; subst. schrik, prutserij:He hadboggled overthese words for the last hour= een uur lang er mee in zijne maag gezeten;Boggler= aarzelend of bevreesd persoon, knoeier, stumper.Bogie,bougi, wagentje met draaibaar onderstel, om gemakkelijk een bocht te kunnen nemen. ZieBogey.Bogle,boug’l, ZieBogey.Bogus,bougəs, valsch, onecht, nagemaakt:Bogus cheque;Bogus club(zoogenaamdesociëteit);Bogus diploma;Bogus firm;Bogussubscription list.Bogy,bougi:Black Bogy= de boeman;Old Bogy= Satan.Bohea,bəhî, inferieure zwarte thee.Bohemia,bəhîmjə, Bohemen; de kunstenaarswereld, meest in ongunstigen zin;Bohemian= Bohemer; Hussiet; Zigeuner;Boheemsche taal;Bohemien, excentriek of verloopen kunstenaar; adj. Boheemsch; ongedwongen, verloopen.Boil,bôil, bloedvin, bloedzweer.Boil,bôil, koken, zieden, bruisen, gaar koken:Off the boil= van de kook;On the boil= aan de kook;Tobring to the boil;Toboil away= verkoken;Toboil downto one half of its quantity(Boiled downnovels= onzinnig verkorte romans);Toboil over;Boiler= kookketel, stoomketel:Boiler-scale= ketelsteen;Boilery= ziederij;Boiling-point= kookpunt;Boiling springs= heete bronnen.Bois le Duc,bwâlədjûk, ’s-Hertogenbosch.Boisterous,bôistərɐs, onstuimig, hevig, rumoerig, onbesuisd;Boisterousness= onstuimigheid, etc.Bokhara,bokhârə.Boko,boukou, neus (Slang).Bolar,boulə, bolusachtig.Bold,bould, moedig, stout, vrijpostig, onbeschaamd, forsch, duidelijk uitkomend, krachtig; steil, diep:May Imake (be) so boldas to ask you this? = zoo vrij zijn?Which isa bold word= en dat zegt wat;Bold-face= onbeschaamde vent;Bold-faced= onbeschaamd;[57]Bold-spirited= moedig, dapper;Boldness, moedigheid, etc.Bole,boul, boomstam; tegelaarde; nis.Boleyn,bulin.Bolide,bolaid,boulid, meteoor.Bolingbroke,boliŋbruk,buliŋbruk.Boll,boul, subst. zaaddoos, knop; oude maat voor droge waren, ook lengte- en vlaktemaat;Bollverb. zich tot zaaddoos vormen.Bologna,bəlounjə;Bolognese,boulənjîs,boulənjîz=Bolognian, Bologneesch; inwoner v. B.Bolster,boulstə, subst. peluw; compres, onderlaag, kussen;Bolsterverb. met kussens, etc. steunen, kunstmatig ophouden, verdedigen:That opinion isbolstered upby the few survivors of the expedition= wordt gesteund, in het leven gehouden;Bolster-case= sloop voor eenBolster;Bolsterer, verdediger, ondersteuner.Bolt,boult, subst. grendel, bout, korte en stompe pijl, langwerpige kogel, rol (geweven stof); bliksemstraal, plotselinge beweging; zeef, buil;Boltverb. grendelen, snel voortloopen, binnenvliegen, op zij springen, op hol gaan, er van door gaan; wegslingeren, afschieten, opjagen, eruit flappen, haastig doorslikken of opdrinken; zich afscheiden van (Amer.); zeeven, zuiveren, onderzoeken:Torun, shoot the bolt= grendelen;They haveshot their bolt= kruit;A fool’s bolt is soon shot= een gek heeft gauw zijn kruit verschoten;A bolt from the blue= onverwachte, plotselinge (donder)slag (ookfig.);Bolt upright= kaarsrecht;Bolt up against= pardoes tegen … aan;We shallbolt it out= nauwkeurig schiften;The horsebolted (made a bolt)= ging op hol;She boltedwith a count= ging er vandoor met;Do notbolt your bread and butter= schrok je boterham niet zoo naar binnen;The housebolted the Navy Estimates= deed snel af;Bolter= deserteur; buil;Bolting-cloth= buillinnen;Bolting-hutch= zeefvat, builvat;Bolting-mill= builmolen.Bolton,boult’n.Bolus,bouləs, groote pil; bittere pil (fig.).Bomb,bom,bɐm, bom:Bomb-ketch= bom;Bomb-proof= bomvrij;Bombshell= granaat;Bombard,bɐmbâd,bombâd, bombardeeren;Bombardier,bɐmbədîə,bombədîə, bombardier; soort loopkever;Bombardment= bombardement.Bombasine=Bombazine.Bombast,bombast,bɐmbast, subst. bombast (stof); bombast (fig.);Bombastverb. opvullen, opblazen;Bombastic(al)= bombastisch.Bombax,bombaks, zijdewolboom.Bombay,bombei.Bombazin(e),bombəzîn,bɐmbəzîn, bombazijn.Bombernickel,bombənik’l, pompernikkel.Bombic,bombik, tot den zijdeworm behoorend.Bombus,bombəs, oorsuizen; gerommel in de ingewanden.Bombycinous,bombisinɐs, van zijde gemaakt, zijdewormkleurig;Bombyx,bombiks, zijdeworm.Bona fide,bounafaidî, bona fide, te goeder trouw, solied:Bona fide traveller= iemand, die des Zondags verder dan 3milesvan huis is gereisd en met het oog hierop een alcoholische verfrissching mag gebruiken.Bonanza,bənanzə, rijke goudader; meevallertje.Bond,bond, subst. band, verbond, contract, obligatie, verplichting; boei, gevangenschap; het voegen van steenen; entrepôt;Bondadj. in slaafschen toestand;Bondverb. goederen in entrepôt opslaan, verhypothekeeren, verbinden (van metselwerk);Bondholder= obligatiehouder;Bond(s)man= borg; lijfeigene, slaaf;Bondmaid,Bond-servant,Bond(s)woman= slavin;Bondage,bondidž, lijfeigenschap, heerendienst, gevangenschap;Bondager,bondidžə, een tot heerendiensten verplichte huurboer (Schotland);Bonder,bondə, die goederen in entrepôt heeft; (dit zijnBonded goods, of:Goods in bond);Bonded warehouse= entrepôt.Bone,boun, subst. been, graat;Bones= dobbelsteenen, castagnetten(speler);Boneverb. de graten of beenderen verwijderen, baleinen inzetten, met beenderenmeel bemesten; nivelleeren; stelen:I willwork my fingers to the bonefor you= mij kapot werken;I have a bone to pickwith you= een appeltje te schillen;What is bred in the bonewill not out of the flesh= een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken;Toplunder to the bone= naakt uitschudden;Whalebone= balein;Bone of contention= twistappel;Body and bones= met huid en haar;You mustmake no bones aboutit= er geen been in zien (vinden), geene bezwaren maken;An oldbag of bonesof a horse= magere knol;Goodman Bones= Vriend Hein;Lazy bones= luilak, luiwammes;Bone-black= beenderkool, beenzwart;Bone-dust= beendermeel;Bone-lace= een soort kant;Bone-setter= spotnaam voor een chirurg;Bone-shaker= spotnaam voor de oude tweewielers;Boneless= zonder been, slap;Boning-rod= nivelleerstok.Bonfire,bonfaiə, vreugdevuur.Boniface,bonifeis, Bonifacius; gemoedelijke waard.Bonnet,bonət, subst. vrouwenhoed (zonder rand), muts, kap, bonnet (zeewezen en vestingb.), vonkenvanger (v. locomotief), balcondak (v. wagon); verb. de muts afnemen; den hoed of de muts over de oogen trekken, drukken of slaan:Bonnet-box= hoedendoos (v. dames);Bonnet-cap= ondermuts;Bonnet-stand= stander.Bonny,boni, lief, mooi, vroolijk (Schotl.):A bonny lass= knappe meid.Bonten,bont’n, soort wollen stof.Bonum-magnum,boun’m magn’m, groote pruim (aardappel); soort stalen pen.Bonus,bounəs, subst. premie, extra dividend, gratificatie; steekpenning; verb. eene premie of extra belooning geven.Bony,bouni, Napoleon; adj. beenachtig, grof, beenhard.Bonze,bonz, bonze, Boeddhistisch priester of monnik.Boo,bû. ZieBooh.Booby,bûbi, domkop, Jan van Gent;Booby-hut[58]= een soort sleepkoetsje (Amer.);Booby-hutch= boerenwagen; handkar;Booby-prize= poedelprijs;Booby-trap= bijv.: een kan met water op een half geopende deur, die de binnenkomende op zijn hoofd krijgt;Boobyish= stom, suf; subst.Boobyism.Boodle,bûd’l,bud’l, troep, hoop, steekpenning, verduisterd geld, valsch geld, buit; uilskuiken;Boodler= ambtenaar, die geld ten eigen bate of voor omkooperij aanwendt (Amer.).Boody,bûdi, pruilen.Boo(h),bû, ba! subst. gejouw;Booverb. uitjouwen; loeien.Bo(o)hoo,bəhû,bûhû, subst. luid schreien:A boohoo of laughter= een bulderend gelach;Boohooverb. blèren, huilen.Book,buk, subst. boek, tekstboekje, schrijfboek;Bookverb. boeken, plaats bespreken, een kaartje nemen, laten adresseeren:The Book=The BookofBooks=The Book of God= Bijbel;Book of complaints= klachtenboek;Book of reference= soort encyclopaedie;Tobe (to remain) in one’s (good) books= in een goed blaadje staan (blijven);Tobring to book= ter verantwoording roepen;Toget in one’s bad (get out of one’s good) books= uit de ‘gratie’ geraken;Togo beyond the book= verder gaan dan men kan verantwoorden;Tokiss the Book= een eed doen;Torun into one’s book= bij iemand in de schuld geraken;Tospeak by the book= angstvallig nauwkeurig;Tospeak without book= onbevoegd; uit het hoofd;Totake a leaf out of one’s book= iemand iets afkijken;You mustbook for Windsor= een kaartje nemen naar;To be booked= opgegeven (van een zieke);To be booked for= vrij zeker zullen verkrijgen;Book-account= boek van ontvangsten en uitgaven;Book-agent= colporteur;Bookbinder(y)= boekbinder(ij);Book-case= boekenkast;Book-hunter= verzamelaar van zeldzame werken;Book-keeper= boekhouder;Book-keeping= boekhouden;Book-knowledge,Book-learning= boekengeleerdheid;Book-learned= belezen (doch vaak onpraktisch);Book-madness= bibliomanie;Book-maker= boekenmaker (in slechten zin); beroepswedder in de sportwereld (omdat hij van zijne talrijke weddenschappen eenbookaanlegt);Book-mark(er)= leeswijzer;Book-monger,bukmɐŋgə, handelaar in boeken;Book-muslin= gestreepte mousseline;Book-oath= eed op den bijbel;Book-positive= geheel zeker;Book-post= afdeeling voor drukwerk;Bookseller= boekverkooper;Book-shelf= boekenplank (Bookhanger =Book-shelves);Book-stall= boekenstalletje;Book-stand= stalletje (Draaibare stander =Revolving book-stand);Book-tea= een ‘tea’ waarop de gasten iets, of een kostuum moeten dragen, dat aan een bepaald boek herinnert;Book-trade= boekhandel;Book-worm= boekenworm (ookfig.);Bookie=Bookmaker;Booking-clerk= klerk of ambtenaar aan het loket;Booking-hall= vestibule met loketten;Booking-office= plaatsbureau;Bookish,bukiš, geleerd, pedant;Bookishness= boekengeleerdheid;Booky=Bookish.Boom,bûm, subst. boom, havenboom, spier; gebrom, gegons, gedreun, gebulder; een plotselinge vraag naar een artikel, plotseling rijzen van prijzen of koersen, reclame, zwendel;Boomverb. gonzen, dreunen, bulderen; met een boom uitzetten, voortboomen; plotseling in de hoogte gaan (drijven), zich snel ontwikkelen:The burglary season beginsto boom= het begint te leven van dieven en inbrekers;That caused quitea boom in the oil-trade;The Wagner boom;The market wasBoomish= ging plotseling in de hoogte.Boomerang,bûməraŋ, boemerang.Boon,bûn, subst. gave, gunst; gebed, verzoek; afval van vlas; adj. vriendelijk, mild; vroolijk, lustig.Boor,bûə, boerenkinkel, lomperd, Afrik. boer:Boorish= boersch, onbeschaafd:Boorish work= ruw hardsteenwerk; subst.Boorishness.Boose,bûz, sterk drinken, zuipen; subst. drank;Booser= zuiper;Boosy= dronken.Boost,bûst, subst. een zetje;Boostverb. een zetje geven, omhoog werpen, opkammen (fig.):The bullboosted upthe sand like a whirlwind.Boot,bût, voordeel, nut, toegift;Bootverb. helpen, baten:To boot= op den koop toe, bovendien;What boots it?= wat geeft het?Bootless= nutteloos;Bootlessness= nutteloosheid.Boot,bût, subst. laars, schoen, Spaansche laars (folterwerktuig), bak of kist (voor of achter aan een wagen), lederen kleed (voor de beenen) in een rijtuig:Bootverb. laarzen aantrekken of aanhebben; schoppen (Amer.):Butcher boots= vetleeren laarzen;Puss in Boots= de gelaarsde kat;Ogre’s (Seven league) boots= zevenmijlslaarzen;The boots= huisknecht in een hotel, jongste officier, jongste lid van een club;Igave him the boots= de folterlaarzen aan; er van geven;Booted and spurred= gelaarsd en gespoord;Boot-black=laarzenpoetser;Boot-crimp= laarzebeen;Boot-last (Boot-tree)= leest;Boot-hose (Boot-stockings)= lederen slobkousen;Boot-hook= laarzenhaak;Boot-jack= laarzenknecht;Boot-lick= lage vleier (Amer.);Bootee,butî, kindersokje, halve of korte dameslaars.Booth,bûdh,bûth, kraam, tent.Bootikin,bûtikin, laarsje.Booty,bûti, buit, roof:To play booty= spelen met het plan om te verliezen, of om, met een derden, den tegenspeler tot slachtoffer te maken;Toride booty= zich laten omkoopen bij wedrennen, en opzettelijk verliezen.Booze= Boose.Borage,bɐridž, bernage.Borax,bôraks, borax;Boracic acid,bərasikasid, boraxzuur.Bordage,bödidž, ’t bezit van een domein met verplichting van enkele heerendiensten; zijplanken van een schip.Border,bödə, subst. rand, grens, boord, randversiering, rabat, zoom, smal bloembed:The Border= de grens tusschen Engel. en Schotl.;Borderverb. grenzen (on, upon), aanliggen; met een rand versieren;Borderland=[59]grensland (ookfig.), tusschenliggend land;TheScottish borderers =grensbewoners.Bore,bö, subst. boorgat, ziel, diameter, kaliber (van geweer of kanon); vloedgolf; vervelend mensch, vervelend iets;Boreverb. boren, doorboren, voortdringen, indringen, van de baan dringen (rensport), tegen de omheining dringen (bij ’t boksen); den kop vooruit steken onder ’t loopen (van paarden); vervelen:Blue bore= opening in een wolkengordijn waardoor men ’t blauw kan zien (Schotl.);What a bore!= wat een vervelende vent, wat vervelend;I feel bored= heb het land;Boredom= verveling:A member of boredom= vervelende vent;Borer= boor;Borings= krullen, door het boren ontstaan.Boreal,bôriəl, den Noordenwind betreffend, noord - -;Boreas,bôriəs, Boreas, Noordenwind.Borecole,bökoul, boerenkool.Born,bön, geboren:He was born in the fifties= is geboren tusschen 1850 en 1860;He wasborn (of) on a Sunday= is een Zondagskind;Born to a large estate= erfgenaam van;He wasborn with a silver spoon in his mouth= rijk (voor ’t geluk) geboren;I was notborn yesterday= ben niet van gisteren;Born again= wedergeboren;I neversaw itin all my born days= van m’n leven niet.Borne,bön, part. perf. vanto Bear= dragen:All charges borne= na aftrek van alle kosten.Borough,bàrou, gemeente met perroyal charterverleende privileges; een stad met vertegenwoordiging in het Parlement;Borough-english= overgaan van land aan den jongsten, in plaats van aan den oudsten zoon of broeder;Borough-monger,bɐroumɐŋgə, iemand, die de parlementsplaatsen van eenboroughverkwanselt.Borrow,borou, borgen, leenen van, ontleenen, copiëeren:Who goes a-borrowing goes a-sorrowing= borgen baart zorgen;Toborrow trouble= zich onnoodig bezorgd maken.Bort,böt, boort.Boscage,boskidž, bosschage, boschlandschap; gedroogd loof als veevoeder.Bosh,boš, subst. nonsens, malligheid; margarine;Boshverb. voor den mal houden, bedotten.Bosjesman,bošəzman, Boschjesman.Bosk (Bosket),bosk, boschje;Bosky,boski, rijk aan bosch, schaduwrijk; beneveld;Boskiness, boschachtigheid.Bosnia,bozniə,bosniə, Bosnië;Bosniac= Bosniër, Bosnisch.Bosom,buz’m, subst. boezem, borst;Bosomverb. in zijn hart besluiten, geheimhouden;In Abraham’s bosom;Thebosom of a shirt;Bosom-friend= boezemvriend; omslagdoek.Bosquet,boskət=Bosk.Boss,bos, subst. knop, bult; misgooi; baas (Amer.); adj. voornaamste, uitstekend;Bossverb. aan het hoofd staan van; drijven, met knoppen versieren; missen:Hebosses the show= is de baas van ’t spul;Boss-eyed= met één oog, scheel;Bossed silver= gedreven;Bossy= met knoppen versierd.Boston,bost’n; adj. en subst.Bostonian;Boswell,bozwel.Botanic,bətanik, botanisch;Botanist= plantkundige;Botanize= botaniseeren:Botanizing-box;Botany= plantkunde.Botany Bay,botəni bei, een vroegere strafkolonie in Oost-Australië:Togo to Botany Bay= gedeporteerd worden.Botch,botš, subst. gezwel; leelijke lap, knoeiwerk;Botchverb. samenflansen, leelijk lappen of verstellen;Botcher= knoeier;Botchery= lap- of knoeiwerk;Botchy= gelapt, verknoeid.Bot-fly,botflai, paardevlieg, brems.Both,bouth, beide:Both you and your friend= gij zoowel als;Both of us, of them= wij, zij beiden;Both ways= naar beide kanten, op beide manieren.Bother,bodhə, subst. plager, kwelgeest;Botherverb. plagen, kwellen:Bother it= loop naar den duivel!Bother the flies!= die verwenschte vliegen!You willbother the life out of me= je maakt me nog gek met je gezanik;Botheration,bodhəreiš’n, gezanik:Botheration to it!= loop naar de pomp!Bothie, Bothy,bothi, hut, waar het boerenhulppersoneel van beide geslachten woont (Schotl.).Bots,bots, een door de larve derBot-flyveroorzaakte ziekte.Bottine,bətîn, bottine.Bottle,bot’l, subst. flesch, karaf, leeren wijnzak; bos hooi of stroo; verb. bottelen:Bottled up= gebotteld; ingehouden (van toorn);Bottle-companion (Bottle-friend)= drinkebroer, pooieraar;Bottle-feeding= grootbrengen met de flesch;Bottle-glass= groen glas;Bottle-heath= dopheide;Bottle-holder= flesschebakje; secondant (met flesch water ter verfrissching en afwassching) bij een vuistgevecht, helper;Bottle-label= etiket;Bottle-nose= dikke (jenever)neus;Bottle-rack= flesschenrek;Bottler= aftapper.Bottom,bot’m, subst. het laagste, onderste, verste, gewichtigste (van iets), bodem, diepte, basis, achterste einde, grens, zitting, uithoudingsvermogen, kracht; adj. onderste, laatste;Bottomverb. een bodem (zitting) inzetten, tot den bodem ledigen; grondvesten; rusten op;Bottoms= droesem; schepen:Theship’s bottom= bodem;My bottom dollar= mijn laatste dollar;Sixth line from (the) bottom= 6e regel van onderen;Thebottom line over leaf= de laatste regel van ’t vorige blad;He is an honest manat (the) bottom, down to the bottom= in den grond van zijn hart, door en door;Toact (stand) upon one’s own bottom= op eigen houtje handelen;Tobe at the bottom of= ergens achter zitten;To get to the bottom of= grondig onderzoeken, ergens achter komen;I willknock the bottom outof your secret= wil te weten komen en publiek maken;Toventure all in one bottom= alles op één kaart zetten;Bottom-land= vruchtbaar oeverland (Amer.);The bottomless pit= de bodemlooze diepte, afgrond, hel;Bottomry= bodemerij.Bough,bau, groote boomtak:Bough-pot= bloempot; ruiker.[60]Bought,bôt, bocht, kronkeling.Bought,bôt, Imperf. en part. perf. vanbuy.Boulder,bouldə, subst. groote rolsteen, kei:Erratic boulder= zwerfblok;Boulder-period= ijsperiode.Boulevard,buləvâd,bûlvâ, boulevard.Boulogne,bûloun, Boulogne.Bounce,bauns, subst. plotselinge sprong, slag of stoot, terugstoot, verwaandheid, gesnoef, aplomb, onbeschaamde leugen;Bounceverb. laten springen, uitschelden, négeren; er uit smijten, den bons geven (Amer.), opspringen,binnenvliegen of -stormen, opsnijden, eruit flappen; adv. plotseling, boem!Tobounce into a room= binnenstormen;Tobounce out= uitflappen;Bouncer= kanjer, dragonder (fig.), blok van een kind (Amer.); uitsmijter; opsnijder; grove leugen;Bouncing= groot, zwaar, sterk; blufferig.Bound,baund, Imp. en P.P. vanto bind; gebonden, bestemd (for,to) besloten (Amer.):I’m bound to go= ga stellig;I will be bound= op mijn woord;Homeward bound= op dethuisreis.Bound,baund, grens(steen);Bounds= begrensd gebied:In bounds= op het terrein, binnen het gebouw;It is within the bounds of possibility= nog wel mogelijk;Boundless= onbegrensd; subst.Boundlessness.Bound,baund, sprong, weeromstuit:To take a thing at the bound= de gunstige gelegenheid waarnemen;Boundverb. springen, weeromstuiten.Boundary,baund’ri, grens- of landpaal.Bounden,baundən:It is my bounden duty= dure plicht.Bounteous,bauntšəs,Bountiful,bauntiful, vrijgevig, edelmoedig, royaal; subst.Bounteousness.Bounty,baunti, milddadigheid, vrijgevigheid; gave, premie:The King’s bounty= handgeld;Queen Anne’s Bounty= een fonds ter ondersteuning van slecht bezoldigde geestelijken, doorQueen Annegeschonken;Sugar Bounties= premies op de suikerproductie;Bounty-fed, Bounty-raised sugar= door het geven van premiën bevorderde suikerproductie.Bouquet,bûkei,bûkei, bouquet (ookfig.).Bourgeon,bɐ̂dž’n, subst. knop, oog, kiem; verb. uitbotten, ontkiemen.Bourn(e),bön, grens, einddoel; beekje.Bouse,bauz,bûz, drinkgelag;Bouseverb. zuipen.Bout,baut, keer, rondje, beurt; poging; fuif; aanval, kamp.Bovine,bouv(a)in, runder - -; dom, traag; subst. runderachtig dier.Bovril,bovril,bouvril, soort bouillon.Bow,bau, subst. buiging; boeg; roeier vóór in de boot;Bowverb. buigen, neerbuigen, onderdrukken; groeten, zich onderwerpen:Tomake one’s bow= van het tooneel treden (ookfig.);Bowing and scraping= strijkages:Tobow one’s thanks= buigend danken;Hebowed me in and out= liet mij buigende in en uit;Bowman= voorste roeier, boeg;Bowsprit,bousprit, boegspriet;A bowing acquaintance= een man, die men slechts even kent;He is notwithin bowing distance ofthat science= heeft er geen flauwe notie van.Bow,bou, subst. boog, strijkstok, streek; strikje, drilboog;Bowverb. op de viool spelen; buigen als een boog; gebogen zijn;A bow long bent at last waxeth weak= de boog kan niet altijd gespannen zijn;He has many strings on (to) his bow= veel pezen op zijn boog;The bow(ing) elbow, hand= de rechterhand of arm van den vioolspeler;Todraw (pull, shoot with) the long bow= met spek schieten;Todraw a bow at a venture= iets op goed geluk af doen of zeggen;Bow and spear(Bijbel) = (gewapende) macht, toeleg, intrige;Bow Bells= de klokken der Bowchurch:He wasborn within the sound of Bow Bells(v.St. Mary-le-Bow) = hij is een echte Cockney;Bow-compasses= krom-(mast) passer;Bow-drill= drilboor;Bow-leg= krombeen;Bow-line= boelijn (scheepsterm):On a Bow-line= dicht bij den wind zeilend;Bowman= boogschutter;Bow-net= soort fuik;Bow-pen (-pencil)= trekpen;Bow-shot= boogschot (afstand);Bow-street= een der politiebureaux in Londen;Bow-street officer, runner= detective (veroud.);Bowstring, subst. boogpees;Bow-window= rond uitstekend venster;Bow-windowed=fig.dikbuikig.Bowdlerize,baudləraiz,boudləraiz, zuiveren van aanstootelijke passages, castreeren.Bowels,bau’lz, subst. ingewanden; binnenste; medelijden:That fellow hasno bowels= geen hart.Bower,bauə, verblijf, buitenplaats, priëel, (slaap)vertrek, boudoir, sofa; boeganker; Boer (in een kaartspel):A bower of roses= rozenkoepel, rozenpriëel;Lady’s bower= boudoir;The right, left bower= troef boer en de andere boer van dezelfde kleur bij Euchre;Bowery= buiten; boerderij; adj. schaduwrijk.Bowie-knife,bouinaif, lang dolkmes (Amer.).Bowl,boul, subst. schaal, kom, bekken, pijpekop, kompashuisje; houten bal, worp:Bowls= een balspel met aan de eene zijde bezwaarde ballen, die in curven rollen;Bowlverb. kegelen (Amer.), (voort)rollen, werpen naar dewickets(bij het cricketspel):This factbowls overyour argument= werpt omver;Tobowl out= dewicketsraken (waardoor debatsman“af” is), overwinnen, verdringen:He is bowled out= het is gedaan met hem;Bowler= de speler bijcricketdie den bal (op)gooit; fantasiehoed met ronden bol;Bowling=Bowls;Bowling-alley= soort kegelbaan;Bowling-green= veld voor hetbowling.Bowlder.ZieBoulder.Bowles,boulz;Bowring,bauriŋ.Bowse,bauz, zuippartij;Bowseverb. zuipen; optaliën.Bow-wow,bauwau, woefwaf, hond.Box,boks, subst. kist, koffer, doos, geldkistje, kompashuisje, loge, hokje, brievenbus (loket), bank, naafbus (van een wiel), (bad)kamertje, koets- of wagenbok, optrekje, huisje, stalafdeeling, slag, oorveeg, geschenk, boks(boom);Boxverb. in eene doos sluiten, opsluiten, inpakken, van eene doos voorzien; eene oorveeg geven, boksen, insnijdingen[61]maken in een boom (om het sap eruit te krijgen):Christmas box= Kerstgeschenk (Vergel.Boxing-day= 2e kerstdag);He isin a box= hij zit er leelijk in;You are (have got)in the wrong box= gij vergist u, gij hebt het mis, zijt buiten uw element;Strong box= brandkist;Jack in a box= duiveltje in een doosje;ToBox the compass= de punten van het kompas in goede orde opnoemen;Box-car= overdekte goederenwagon;Box-coat= groote koetsiersjas;Box-elder= bonte eschdoorn;Box-iron= strijkbout, strijkijzer;Box-keeper= logebediende; signaalwachter;Box-office= plaatsbureau;Box-seat=logeplaats; plaats op den bok;Box-waggon= soort goederenwagen;Aboxen writing-desk= palmhouten;Boxer= bokser; inpakker.Boy,bôi, jongen, bediende:He made a little boatfor boy= … voor Broer, den kleine;The boy= champagne;That’s the boy for me= dat is net wat voor mij;Do it,that is a dear boy= dan ben je een beste;Toleave off boy’s play= de kinderschoenen uittrekken;Boyscout= Eng. padvinder (In 1907 door Major-General Baden-Powell georganiseerd);Boyhood= jongensjaren;Boyish= jongensachtig, kinderachtig;Boyishness= jongensachtigheid, etc.
Blob,blob, bobbel, blaar, klont, klets:A blob in the eyefrom a wave;Blob of ink;Bloblip(ped)= dikke;Blobnose= mopneus.Block,blok, subst. blok, onthoofding, stommeling, pruikebol, hoedenvorm; blok huizen; belemmering, stremming van passage (ookBlock-up); stuk of gedeelte van een spoorbaan;Blockverb. insluiten, belemmeren, verhinderen, in zijn fatsoen brengen, stoppen (van een trein), in ’t ruwe vormen of schetsen (metout):The hathad been sat on andwas blocked= op een vorm gezet;Block-calendar= scheurkalender;Blockhead= domkop;Block-house= blokhuis;Block-printing= een manier van katoen drukken;Block-signal= signaal om te stoppen;Block-slip= coupon van een chequeboek;Block system= blokstelsel;Block-tin= bloktin;Block-up= versperring (Toblock upa window= het uitzicht benemen); stremming (van passage);Block-wood plaster= houten plaveisel.Blockade,bləkeid, subst. blokkade:Paper blockade= in naam, niet door aanwezige scheepsmacht gehandhaafd;Blockadeverb. insluiten, blokkeeren:The enemyran the blockade= brak door onze schepen heen;Blockade-runner= schip, dat door een blokkade heensluipt of breekt.Bloke,blouk, kerel.Blomary= Bloomery.Blond(e),blond, blond, (blondine); zijden kant;Blonds= blondines;Hisblond moustache;Adreamy blond= blondine;Blond-lace= zijden kant;Blondness= blondheid.Blood,blɐd, subst. bloed, kroost, bloedverwantschap, ras, stemming; jongmensch, roué, fatje; het roode sap van bessen, enz.;Bloodverb. aderlaten, bloed laten proeven, aan het gezicht van bloed gewennen:Blue blood;Fresh blood= nieuw bloed;Prince of the Royal blood;Allied by blood;Near in blood;It runs in the blood= zit in de familie;In cold (hot) blood= in koelen bloede (in drift);Flesh and blood= het zwakke vleesch;His blood is up= zijn bloed kookt;Blood is thicker than water= het bloed kruipt waar het niet gaan kan =Blood tells;His blood be on us= kome over:Thiscaused much bad blood= heeft … kwaad bloed gezet;You can’t get blood out of a stone= waar niets is heeft de keizer zijn recht verloren;Itmakes my blood boil;[54]Toshow blood= zijn afkomst verraden;Towipe out by blood;Blood-baptism= doopsel des bloeds;Blood-bespattered (Blood-flecked, Blood-stained)= met bloed bespat, bevlekt;Blood-horse= volbloed paard;Blood-hound= bloed- of speurhond; wreede vervolger;Blood-letting= het aderlaten;Blood-money= bloedgeld;Blood-orange= wijn-sinaasappel;Blood-pudding= bloedworst;Blood relation;Blood-shed(ding)= bloedstorting;Blood-shot= met bloed beloopen(Blood-shot eyes);Blood-squeezer=Blood-sucker;Blood-stone= bloedsteen;Blood-sucker= bloedzuiger (ook fig.);Blood-swelled, Blood-swollen= gezwollen van bloed;Bloodthirstiness= bloeddorstigheid; adj.Bloodthirsty;Blood-vessel= ader:Shebroke a blood-vessel= kreeg eene aderbreuk;Blood-wite= zoen- of weergeld;Blood-worm= larve van een mug (Chironomus);Blooded= volbloed;Bloodiness= bloederigheid; bloeddorst;Bloodless= bloedeloos, zonder bloedstorten, koud, harteloos; subst.Bloodlessness;Bloody= bloederig, bloeddorstig; vervloekt, verduiveld:A bloody fool= aartsstommeling;Bloody-bones= boeman;Bloody-flux= dysenterie.Bloom,blûm, subst. bloesem, bloem, blauwachtig waas op frissche vruchten, blos, dons, bloei, gefrischt stuk ijzer;Bloomverb. bloeien;Bloomer= ontloken knop; lief kind; reform kostuum (korte rok met Turksche broek van 1850);Blooming= verduivelde (ZieBloody):Blooming nonsense;A blooming idiot;Blooming beaks= beroerde magistraatspersonen;A blooming copper= lamme klabak;Bloomy= bloeiend, donzig.Blossom,blos’m, subst. bloesem, perzikkleur(ig paard);Blossomverb. bloeien, zich ontwikkelen:Heblossomed out intosome racy reminiscences= hij raakte aan het praten over;Blossom-faced= met rood, gezwollen gezicht.Blot,blot, subst. vlek, smet, doorhaling; niet gedekte steen bij het pufspel (dammen);Blotverb. bevlekken, bezoedelen; uitwisschen, doorhalen, te niet doen, doen vergeten(out); vloeien:Tocast a blot upon= een smet werpen op;Tohit a blot= een niet gedekten steen nemen; eenwondplekaanraken (fig.);Toleave a blot= een steen ongedekt laten staan;Blotter= vloeiblok; klad;Blotting-book= vloeiboek;Blotting-pad= vloeiblok;Blotting-paper= vloeipapier.Blotch,blotš, subst. puist, blaar; vlek, smet;Blotchverb. vlekken;Blotchy= vol puisten, bedekt, onduidelijk.Blount,blont.Blouse,blauz, kiel, blouse, blouseman.Blow,blou, subst. slag, windvlaag, vliegenei, bloei, bluf, shilling;Blowverb. blazen, waaien, hijgen, toeteren, spuiten, uitblazen, aanblazen, opblazen, snuiten, orgeltrappen, verspreiden; eieren leggen, in de lucht laten vliegen, ontploffen:At a blow= in één klap:Tocome to blows= handgemeen worden;They took the townwithout a blow= zonder slag of stoot;That’s the way the wind blows= uit dien hoek waait;Huge winds blow on high hills= hooge boomen vangen veel wind;It’s an ill wind that blows nobody good= geen kwaad zonder baat;Toblow eggs= uitblazen;Blow the expense!= ’t kan niet schelen wat het kost;Toblow kissesat= kushandjes geven;Toblow one’s nose= snuiten;You be blowed!loop jij naar den duivel;Toblow hot and cold= uit twee monden spreken; nu eens erg lief en dan weer onvriendelijk zijn;Met voortzetsels en bijw.:To get a good blowing about= eens flink doorwaaien;Toblow away= wegblazen, wegwaaien;Toblow down= omwaaien;My umbrella wasblown inside out;Toblow off= afwaaien, uitlaten van stoom;Heblows onhis coffee= blazen om af te koelen;Toblow out= uitblazen;He blewouthis brains= schoot zich voor ’t hoofd;He blewoutthe tyres= pompte op;A blow-out= smulpartij, festijn;Toblow over= omverwaaien; overwaaien (van gevaar, een storm, etc.);Toblow up= opblazen; in de lucht laten vliegen; den mantel uitvegen:To give a goodblow(ing)-up= een flink standje;Toblow upon= blazen op; bederven, belasteren, verraden;Blow-ball= uitgebloeid bloemhoofdje van eene paardebloem, etc.;Blow-fly= vleeschvlieg;Blow-gun= windroer, blaaspijp (wapen);Blow-hole, trekgat, neusgat v. een walvisch; wak (in het ijs);Blower= blazer, glasblazer, orgeltrapper, reguleerschuif, soort ventilator;Blown= buiten adem;Blown-glass= geblazen glas;Fly-blown meat= bedorven vleesch (wegens de maden);Blowy= winderig.Blowze,blauz, dikke, gezonde meid;Blowzed= roodwangig, boersch;Blowzy= roodwangig; verward, slordig.Blubber,blɐbə, subst. walvischspek, zeenetel;Blubberverb. tranen met tuiten schreien.Blucher,blûtšə, halve laars met veters.Bludgeon,blɐdž’n, knuppel, knots.Blue,blû, blauw, azuurkleurig, trouw, standvastig, conservatief, landerig, somber, norsch, buitengewoon, gemeen; subst. blauwe kleur, blauwsel; het azuur, conservatief, blauwkous;Blueverb. blauw verven, blauwen:Tobe blue(Blue as indigo=Stone blue);Ablue Presbyterian= echte;Blue Water School= tegenstanders van een staand leger, omdat ze een sterke vloot voldoende achten;A true-blue Tory= echte;Toblue the swag= de “boel” er door brengen;Tohave (To be in) the blues= het land (stierlijk het land) hebben;Togive the blues= landerig maken;The Blues=The Royal Horse Guards;Blue-bell= grasklokje, scilla, knikkende vogelmelk;Blueberry= rijsbes;Blue-bird= Am. blauwkeeltje;Blue-bonnet= Schot, Schotsche muts; korenbloem; blauwmeesje;Blue-book= in Engeland officieele regeeringsbescheiden en rapporten; lijst van rijksambtenaren met hunne salarissen (Amerika);Blue-bottle= korenbloem; bromvlieg; politieagent;Blue-breast, blauwborstje;Blue-cap= eene zalmsoort; korenbloem; klabak;Blue-coat= een jongen vanChrist’s hospitalin Londen (wegens de lange blauwe jas die zij dragen);Blue-devils= landerigheid,[55]katterigheid, delirium tremens; In a bluefunk= erg in de rats;Blue-gown= gepatenteerd bedelaar (Schotl.);Blue-jacket= matroos, Janmaat;Once in a blue moon= alle blauwe Maandagen;Blue-ointment= kwikzalf;Blue-Peter= blauwe signaalvlag, ten teeken dat het schip gereed is om uit te zeilen;Blue-pill= kwikpil, blauwe boon (fig.);Blue-ribbon= het lint van de orde van den kouseband; eerste prijs; uitstekende kok; insigne der geheelonthouders:Tobe a blue-ribbon;Tobreak one’s blue-ribbon;Blue-ribbonism; Blue-ribbonist; Blue-ruin,slechte jenever, volkskanker;Blue-stocking= blauwkous;Blue-stockingism= blauwkouserij;Blue-throat= blauwkeeltje;Blueness= blauwheid;Blueish= blauwachtig.Bluff,blɐf, breed en plat, steil, open, rond, goedmoedig, barsch, lomp;Bluffsubst. steile oever, steile en breede klip of voorgebergte; grootspraak, brutaliteit, een soort kaartspel;Bluffverb. overbluffen, driest, aanmatigend optreden:Bluff King Hal= de royale, ronde koning Hendrik VIII;That is a piece of bluff= opsnijderij, grootspraak, brutaliteit;Hebluffed it through= hij sloeg er zich brutaal doorheen;You don’t bluff me= ik laat me niet bang maken;Bluffbowed= met breede en platte boeg;Bluffness= rondborstigheid, lompheid;Bluffy= steil; ruw, plomp.Bluggy,blɐgi, bloederig:A bluggy story.Blunder,blɐndə, subst. grove fout, bok;Blunderverb. een groven misslag begaan, domme fouten maken, knoeiwerk leveren, verknoeien, voortsukkelen, uitflappen(out);Blunderhead= domkop;ABlunderheaded fool;Blunderer= knoeier;Blundering= dom, stom; subst. domheid.Blunderbuss,blɐndəbɐs, donderbus, snaphaan.Blunt,blɐnt, adj. stomp, dom, ongevoelig, grof, kortaf, open, eenvoudig; subst. moppen (geld);Bluntverb. verstompen, verzwakken;Blunt-edged= stomp;Blunt-witted= bekrompen, dom;Bluntness= stompheid, etc.Blur,blɐ̂, subst. smet, vlek, klad, nevelachtigheid, onduidelijkheid;Blurverb. bevuilen, bezoedelen, verduisteren, verdooven; adj.Blurry.Blurt,blɐ̂t, er uit flappen(out).Blush,blɐš, subst. blos, blosje, blik;Blushverb. rood worden, blozen, zich schamen;At (the) first blush= bij den eersten oogopslag;Heputusto the blush= maakte ons beschaamd;Toblush crimson;Toblush all over= diep blozen;Toblush down= beschamen, overtreffen;Blush-rose= soort bleekroode roos;Blushful= blozend.Bluster,blɐstə, razen; stormen, tieren, gieren, snoeven, intimideeren(into);subst. geraas, etc.;Blusterer= bulderaar, opsnijder.Bo,bou, interj. Boeh!He cannot say bo to a goose= hij kan geen tien tellen;Toplay at bo-peep= kiekeboe spelen.Boa,bouə, groote slang; boa:A feather boa;BoaConstrictor= reuzenslang.Boadicea,bouədisîə;Boanerges,bouənɐ̂džîz, zonen des donders (Mark. III, 17); zeloot.Boar,bö, subst. mannetjesvarken, wild zwijn (=Wild boar); mannetjes.…Board,böd, subst. plank, tafel, kost, onderhoud, kostgeld; bestuurstafel, commissie of bestuur; bord, karton, bordpapier, boord, gang, slag;Boardverb. met planken beschieten; in den kost nemen, den kost geven; aan boord gaan, enteren, aanklampen; instijgen (Amer.); in den kost zijn, wonen:Superior board= kost en inwoning in beschaafd gezin;Board and lodging= kost en inwoning;Board and lodging letter= bedankje na logeeren;On the boards= op de planken, het tooneel;Bound in boards= gekartonneerd;Above board= openhartig, eerlijk;Togo by the board= overboord gaan, te gronde gaan;On boardthe steamer;Togo on board;Tohave too much on board= te veel gedronken hebben;Tolie board and board= naast elkaar;Toput out to board= uitbesteden;He worked out his board= hij verdiende met zijn werk den kost;Billboard= aanplakbord;Schoolboard= schoolbestuur;Board of Public Works= bouwcommissie;Board of Trade= een soort Ministerie van Handel en Verkeer (een afdeeling v. denPrivy Council, verdeeld in 6 Departementen:Commercial, Statistical, Railway, Harbour, MarineenFinancial);Board-man= wandelende advertentie, met een bord vóór en een achter zich;Board-meeting= bestuursvergadering;Board-room= directiekamer;Board-school= openbare lagere school (onder toezicht van denSchool-boardvan een der Schooldistricten waarin Engl. en Schotl. zijn verdeeld);Board-wages= keukengeld aan meiden en knechts, waarvan ze hun eten betalen;Boarder= kostganger, kostleerling;Boarding= enteren; beschot;Boarding-axe= enterbijl;Boarding-clerk= ambtenaar van een tolkantoor of scheepsfirma, waterklerk;Boarding-house= kosthuis, pension;Boarding-out= het buitenshuis in den kost zijn; uitbesteden;Boarding-school= kostschool.Boast,boust, subst. bluf, gepoch, roem, trots;Boastverb. pochen, zich beroemen op, pronken, bluffen (of,about,in); ruw behouwen:Holland can boastmany great statesmen= zich beroemen op het bezit van;Not much to boast of= niet veel zaaks;Boaster= bluffer; steenhouwersbeitel;Boastful(ness)= pralend (pralerij).Boat,bout, subst. boot, stoomboot; kom;Boatverb. vervoeren in eene boot, innemen, in eene boot varen of roeien;Don’tputmein the same boat with him= stel me niet met hem op ééne lijn;Weare (sailing) in the same boat= wij varen in hetzelfde schuitje (fig.);Totake boat at= in de boot, scheep gaan te;Sauce-boat= sauskom;Boat-bill= Braziliaansche lepelaar;Boat-fly= rugzwemmer (insect);Boat-house= schuitenhuisje;Boat-man= jolleman, schipper, bootenverhuurder;Boat-race= roeiwedstrijd;Boat-rope= vanglijn;Boatswain,bous’n, bootsman;Boatswain’s call= bootsmansfluitje;Boatable= bevaarbaar[56]voor eene boot;Boatage= transport per boot; vracht; gemiddelde capaciteit der scheepsbooten;Boating= bootjevaren, zeil- of roeisport.Bob,bob, subst. korte, hortende beweging, ruk, stoot, slag; slingerschijf, lood, oorbelletje, bosje bladen (vruchten, bloemen, wormen), dobber, 17de eeuwsche pruik van kort haar, korte pruik; vent, kerel (verkorting vanRobert), een shilling; een harmonisch luiden op verschillende klokken (Bob minoropzeskl.;Bob tripleop 7, etc.);Bobverb. heen en weer (op en neer) bewegen, peuren, steken, kort afsnijden, bedriegen, hengelen naar, knikken, opduiken;Bob-apple,Bob-cherry= spel, waarbij naar een appel of kers wordt gehapt, die aan een touwtje hangt;Bobstay= waterstag (zeeterm);Bob-tail= bolstaartje:Tag-rag and bob-tailhet janhagel;Bob-tail-wig=Bob-wig= korte pruik;Bobber= dobber;Bobbish= vergenoegd; gezond;Bobby= klabak; nuchter kalf;Bobbery= herrie, lawaai;Bobbin,bobin, spoel, klos, haspel, een smal soort lint:Bobbin-work= kloswerk;Bobbinet,bobinet, ofbobinet= soort tulle.Bob(o)link,bob(ə)liŋk, Amerik. rijstvogeltje.Bocking,bokiŋ, grove wollen stof.Bode,boud, voorspellen:That bodes well forthe issue of the war;Boding, subst. voorteeken; adj. veel beteekenend, onheilspellend (=Bodeful);Bodement= voorspelling, voorgevoel.Bod(d)ice,bodis, keursje, korset, lijf (v. japon).Bodied,bodid:Full bodied= pittig;Bodiless= onlichamelijk;Bodily. ZieBody.Bodkin,bodkin, priem, rijgpen, lange haarspeld, kleine dolk:To ride (sit, travel) bodkin= tusschen twee personen op een bank, in een rijtuig zitten,als er slechts voor 2 ruimte is; “pasteitje” rijden.Bodle,bod’l,Boddle,bod’l, Schotsche munt (= ⅙penny):Not worth a bodle= geen duit waard.Bodleian,bodlîən,bodliən:Bodleian Library= Bibliotheek doorSir T. Bodleyte Oxford gesticht.Body,bodi, subst. lichaam, romp; lijk; lijfje, keurs; hoofdbestanddeel (-inhoud), kern; het inwendige; persoon; corporatie, lichaam; troep, bent; sterkte, dichtheid; stof, materie, stelsel;Bodyverb. belichamen:Arespectable-looking body= persoon;He is buta poor body= arme stakkerd;What a body you are!= wat ben je druk (lastig)!In a body= allen te zamen;He isa nobody= niets;Thebody of the House of Commons= het eigenlijke Huis, het inwendige;Thebody of a will= inhoud;body of police= politiemacht;Tobear body= dekken (van kleuren);This is wineof a good body,This winehas a good body,Thereis a good body tothis wine= is pittig;Tokeep body and soultogether= den mond open houden (fig.);He setbodilyabout it= hij legde er zich met de borst op toe;He was thrownbodilyon to the pavement= zoo lang als hij was;His skirts were torn offbodily= er geheel afgescheurd;Imaginationbodies forth,The form of things unknown;Body-clothes= kleeren (Schot.);Body-cloths= paardedekens;Body-colour= dekkleur;Body-corporate= zedelijk lichaam;Body-guard= lijfwacht;Body-linen= lijflinnen;Body-physician= lijfarts;Body-politic= staatslichaam;Body-snatcher= lijkenroover; klabak.Boeotia,bioušə, Beötië; adj.Boeotian= onbeschaafd, dom; subst. Beötiër; lomperd, domoor.Boer,bûə, Hollandsche bewoner vanZ.-Afr.Bog,bog, subst. moeras, poel, veen(plas);Bogverb. dompelen of zinken in modder;Bog-bean= waterklaver;Bog-butter= harsachtige stof in venen;Bog(-house)= privaat;Bog-rush= cypergras; een soort rietzanger;Bog-trotter= een scheldnaam, oorspronkelijk gegeven aan de Schotsche, en thans aan zekere Iersche moerasbewoners; zware laarzen;Boggy= moerassig.Bogey,bougi, boeman, schrikbeeld.Boggle,bog’l, schrikken, schichtig worden, aarzelen, huichelen, ongedurig zijn, prutsen; subst. schrik, prutserij:He hadboggled overthese words for the last hour= een uur lang er mee in zijne maag gezeten;Boggler= aarzelend of bevreesd persoon, knoeier, stumper.Bogie,bougi, wagentje met draaibaar onderstel, om gemakkelijk een bocht te kunnen nemen. ZieBogey.Bogle,boug’l, ZieBogey.Bogus,bougəs, valsch, onecht, nagemaakt:Bogus cheque;Bogus club(zoogenaamdesociëteit);Bogus diploma;Bogus firm;Bogussubscription list.Bogy,bougi:Black Bogy= de boeman;Old Bogy= Satan.Bohea,bəhî, inferieure zwarte thee.Bohemia,bəhîmjə, Bohemen; de kunstenaarswereld, meest in ongunstigen zin;Bohemian= Bohemer; Hussiet; Zigeuner;Boheemsche taal;Bohemien, excentriek of verloopen kunstenaar; adj. Boheemsch; ongedwongen, verloopen.Boil,bôil, bloedvin, bloedzweer.Boil,bôil, koken, zieden, bruisen, gaar koken:Off the boil= van de kook;On the boil= aan de kook;Tobring to the boil;Toboil away= verkoken;Toboil downto one half of its quantity(Boiled downnovels= onzinnig verkorte romans);Toboil over;Boiler= kookketel, stoomketel:Boiler-scale= ketelsteen;Boilery= ziederij;Boiling-point= kookpunt;Boiling springs= heete bronnen.Bois le Duc,bwâlədjûk, ’s-Hertogenbosch.Boisterous,bôistərɐs, onstuimig, hevig, rumoerig, onbesuisd;Boisterousness= onstuimigheid, etc.Bokhara,bokhârə.Boko,boukou, neus (Slang).Bolar,boulə, bolusachtig.Bold,bould, moedig, stout, vrijpostig, onbeschaamd, forsch, duidelijk uitkomend, krachtig; steil, diep:May Imake (be) so boldas to ask you this? = zoo vrij zijn?Which isa bold word= en dat zegt wat;Bold-face= onbeschaamde vent;Bold-faced= onbeschaamd;[57]Bold-spirited= moedig, dapper;Boldness, moedigheid, etc.Bole,boul, boomstam; tegelaarde; nis.Boleyn,bulin.Bolide,bolaid,boulid, meteoor.Bolingbroke,boliŋbruk,buliŋbruk.Boll,boul, subst. zaaddoos, knop; oude maat voor droge waren, ook lengte- en vlaktemaat;Bollverb. zich tot zaaddoos vormen.Bologna,bəlounjə;Bolognese,boulənjîs,boulənjîz=Bolognian, Bologneesch; inwoner v. B.Bolster,boulstə, subst. peluw; compres, onderlaag, kussen;Bolsterverb. met kussens, etc. steunen, kunstmatig ophouden, verdedigen:That opinion isbolstered upby the few survivors of the expedition= wordt gesteund, in het leven gehouden;Bolster-case= sloop voor eenBolster;Bolsterer, verdediger, ondersteuner.Bolt,boult, subst. grendel, bout, korte en stompe pijl, langwerpige kogel, rol (geweven stof); bliksemstraal, plotselinge beweging; zeef, buil;Boltverb. grendelen, snel voortloopen, binnenvliegen, op zij springen, op hol gaan, er van door gaan; wegslingeren, afschieten, opjagen, eruit flappen, haastig doorslikken of opdrinken; zich afscheiden van (Amer.); zeeven, zuiveren, onderzoeken:Torun, shoot the bolt= grendelen;They haveshot their bolt= kruit;A fool’s bolt is soon shot= een gek heeft gauw zijn kruit verschoten;A bolt from the blue= onverwachte, plotselinge (donder)slag (ookfig.);Bolt upright= kaarsrecht;Bolt up against= pardoes tegen … aan;We shallbolt it out= nauwkeurig schiften;The horsebolted (made a bolt)= ging op hol;She boltedwith a count= ging er vandoor met;Do notbolt your bread and butter= schrok je boterham niet zoo naar binnen;The housebolted the Navy Estimates= deed snel af;Bolter= deserteur; buil;Bolting-cloth= buillinnen;Bolting-hutch= zeefvat, builvat;Bolting-mill= builmolen.Bolton,boult’n.Bolus,bouləs, groote pil; bittere pil (fig.).Bomb,bom,bɐm, bom:Bomb-ketch= bom;Bomb-proof= bomvrij;Bombshell= granaat;Bombard,bɐmbâd,bombâd, bombardeeren;Bombardier,bɐmbədîə,bombədîə, bombardier; soort loopkever;Bombardment= bombardement.Bombasine=Bombazine.Bombast,bombast,bɐmbast, subst. bombast (stof); bombast (fig.);Bombastverb. opvullen, opblazen;Bombastic(al)= bombastisch.Bombax,bombaks, zijdewolboom.Bombay,bombei.Bombazin(e),bombəzîn,bɐmbəzîn, bombazijn.Bombernickel,bombənik’l, pompernikkel.Bombic,bombik, tot den zijdeworm behoorend.Bombus,bombəs, oorsuizen; gerommel in de ingewanden.Bombycinous,bombisinɐs, van zijde gemaakt, zijdewormkleurig;Bombyx,bombiks, zijdeworm.Bona fide,bounafaidî, bona fide, te goeder trouw, solied:Bona fide traveller= iemand, die des Zondags verder dan 3milesvan huis is gereisd en met het oog hierop een alcoholische verfrissching mag gebruiken.Bonanza,bənanzə, rijke goudader; meevallertje.Bond,bond, subst. band, verbond, contract, obligatie, verplichting; boei, gevangenschap; het voegen van steenen; entrepôt;Bondadj. in slaafschen toestand;Bondverb. goederen in entrepôt opslaan, verhypothekeeren, verbinden (van metselwerk);Bondholder= obligatiehouder;Bond(s)man= borg; lijfeigene, slaaf;Bondmaid,Bond-servant,Bond(s)woman= slavin;Bondage,bondidž, lijfeigenschap, heerendienst, gevangenschap;Bondager,bondidžə, een tot heerendiensten verplichte huurboer (Schotland);Bonder,bondə, die goederen in entrepôt heeft; (dit zijnBonded goods, of:Goods in bond);Bonded warehouse= entrepôt.Bone,boun, subst. been, graat;Bones= dobbelsteenen, castagnetten(speler);Boneverb. de graten of beenderen verwijderen, baleinen inzetten, met beenderenmeel bemesten; nivelleeren; stelen:I willwork my fingers to the bonefor you= mij kapot werken;I have a bone to pickwith you= een appeltje te schillen;What is bred in the bonewill not out of the flesh= een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken;Toplunder to the bone= naakt uitschudden;Whalebone= balein;Bone of contention= twistappel;Body and bones= met huid en haar;You mustmake no bones aboutit= er geen been in zien (vinden), geene bezwaren maken;An oldbag of bonesof a horse= magere knol;Goodman Bones= Vriend Hein;Lazy bones= luilak, luiwammes;Bone-black= beenderkool, beenzwart;Bone-dust= beendermeel;Bone-lace= een soort kant;Bone-setter= spotnaam voor een chirurg;Bone-shaker= spotnaam voor de oude tweewielers;Boneless= zonder been, slap;Boning-rod= nivelleerstok.Bonfire,bonfaiə, vreugdevuur.Boniface,bonifeis, Bonifacius; gemoedelijke waard.Bonnet,bonət, subst. vrouwenhoed (zonder rand), muts, kap, bonnet (zeewezen en vestingb.), vonkenvanger (v. locomotief), balcondak (v. wagon); verb. de muts afnemen; den hoed of de muts over de oogen trekken, drukken of slaan:Bonnet-box= hoedendoos (v. dames);Bonnet-cap= ondermuts;Bonnet-stand= stander.Bonny,boni, lief, mooi, vroolijk (Schotl.):A bonny lass= knappe meid.Bonten,bont’n, soort wollen stof.Bonum-magnum,boun’m magn’m, groote pruim (aardappel); soort stalen pen.Bonus,bounəs, subst. premie, extra dividend, gratificatie; steekpenning; verb. eene premie of extra belooning geven.Bony,bouni, Napoleon; adj. beenachtig, grof, beenhard.Bonze,bonz, bonze, Boeddhistisch priester of monnik.Boo,bû. ZieBooh.Booby,bûbi, domkop, Jan van Gent;Booby-hut[58]= een soort sleepkoetsje (Amer.);Booby-hutch= boerenwagen; handkar;Booby-prize= poedelprijs;Booby-trap= bijv.: een kan met water op een half geopende deur, die de binnenkomende op zijn hoofd krijgt;Boobyish= stom, suf; subst.Boobyism.Boodle,bûd’l,bud’l, troep, hoop, steekpenning, verduisterd geld, valsch geld, buit; uilskuiken;Boodler= ambtenaar, die geld ten eigen bate of voor omkooperij aanwendt (Amer.).Boody,bûdi, pruilen.Boo(h),bû, ba! subst. gejouw;Booverb. uitjouwen; loeien.Bo(o)hoo,bəhû,bûhû, subst. luid schreien:A boohoo of laughter= een bulderend gelach;Boohooverb. blèren, huilen.Book,buk, subst. boek, tekstboekje, schrijfboek;Bookverb. boeken, plaats bespreken, een kaartje nemen, laten adresseeren:The Book=The BookofBooks=The Book of God= Bijbel;Book of complaints= klachtenboek;Book of reference= soort encyclopaedie;Tobe (to remain) in one’s (good) books= in een goed blaadje staan (blijven);Tobring to book= ter verantwoording roepen;Toget in one’s bad (get out of one’s good) books= uit de ‘gratie’ geraken;Togo beyond the book= verder gaan dan men kan verantwoorden;Tokiss the Book= een eed doen;Torun into one’s book= bij iemand in de schuld geraken;Tospeak by the book= angstvallig nauwkeurig;Tospeak without book= onbevoegd; uit het hoofd;Totake a leaf out of one’s book= iemand iets afkijken;You mustbook for Windsor= een kaartje nemen naar;To be booked= opgegeven (van een zieke);To be booked for= vrij zeker zullen verkrijgen;Book-account= boek van ontvangsten en uitgaven;Book-agent= colporteur;Bookbinder(y)= boekbinder(ij);Book-case= boekenkast;Book-hunter= verzamelaar van zeldzame werken;Book-keeper= boekhouder;Book-keeping= boekhouden;Book-knowledge,Book-learning= boekengeleerdheid;Book-learned= belezen (doch vaak onpraktisch);Book-madness= bibliomanie;Book-maker= boekenmaker (in slechten zin); beroepswedder in de sportwereld (omdat hij van zijne talrijke weddenschappen eenbookaanlegt);Book-mark(er)= leeswijzer;Book-monger,bukmɐŋgə, handelaar in boeken;Book-muslin= gestreepte mousseline;Book-oath= eed op den bijbel;Book-positive= geheel zeker;Book-post= afdeeling voor drukwerk;Bookseller= boekverkooper;Book-shelf= boekenplank (Bookhanger =Book-shelves);Book-stall= boekenstalletje;Book-stand= stalletje (Draaibare stander =Revolving book-stand);Book-tea= een ‘tea’ waarop de gasten iets, of een kostuum moeten dragen, dat aan een bepaald boek herinnert;Book-trade= boekhandel;Book-worm= boekenworm (ookfig.);Bookie=Bookmaker;Booking-clerk= klerk of ambtenaar aan het loket;Booking-hall= vestibule met loketten;Booking-office= plaatsbureau;Bookish,bukiš, geleerd, pedant;Bookishness= boekengeleerdheid;Booky=Bookish.Boom,bûm, subst. boom, havenboom, spier; gebrom, gegons, gedreun, gebulder; een plotselinge vraag naar een artikel, plotseling rijzen van prijzen of koersen, reclame, zwendel;Boomverb. gonzen, dreunen, bulderen; met een boom uitzetten, voortboomen; plotseling in de hoogte gaan (drijven), zich snel ontwikkelen:The burglary season beginsto boom= het begint te leven van dieven en inbrekers;That caused quitea boom in the oil-trade;The Wagner boom;The market wasBoomish= ging plotseling in de hoogte.Boomerang,bûməraŋ, boemerang.Boon,bûn, subst. gave, gunst; gebed, verzoek; afval van vlas; adj. vriendelijk, mild; vroolijk, lustig.Boor,bûə, boerenkinkel, lomperd, Afrik. boer:Boorish= boersch, onbeschaafd:Boorish work= ruw hardsteenwerk; subst.Boorishness.Boose,bûz, sterk drinken, zuipen; subst. drank;Booser= zuiper;Boosy= dronken.Boost,bûst, subst. een zetje;Boostverb. een zetje geven, omhoog werpen, opkammen (fig.):The bullboosted upthe sand like a whirlwind.Boot,bût, voordeel, nut, toegift;Bootverb. helpen, baten:To boot= op den koop toe, bovendien;What boots it?= wat geeft het?Bootless= nutteloos;Bootlessness= nutteloosheid.Boot,bût, subst. laars, schoen, Spaansche laars (folterwerktuig), bak of kist (voor of achter aan een wagen), lederen kleed (voor de beenen) in een rijtuig:Bootverb. laarzen aantrekken of aanhebben; schoppen (Amer.):Butcher boots= vetleeren laarzen;Puss in Boots= de gelaarsde kat;Ogre’s (Seven league) boots= zevenmijlslaarzen;The boots= huisknecht in een hotel, jongste officier, jongste lid van een club;Igave him the boots= de folterlaarzen aan; er van geven;Booted and spurred= gelaarsd en gespoord;Boot-black=laarzenpoetser;Boot-crimp= laarzebeen;Boot-last (Boot-tree)= leest;Boot-hose (Boot-stockings)= lederen slobkousen;Boot-hook= laarzenhaak;Boot-jack= laarzenknecht;Boot-lick= lage vleier (Amer.);Bootee,butî, kindersokje, halve of korte dameslaars.Booth,bûdh,bûth, kraam, tent.Bootikin,bûtikin, laarsje.Booty,bûti, buit, roof:To play booty= spelen met het plan om te verliezen, of om, met een derden, den tegenspeler tot slachtoffer te maken;Toride booty= zich laten omkoopen bij wedrennen, en opzettelijk verliezen.Booze= Boose.Borage,bɐridž, bernage.Borax,bôraks, borax;Boracic acid,bərasikasid, boraxzuur.Bordage,bödidž, ’t bezit van een domein met verplichting van enkele heerendiensten; zijplanken van een schip.Border,bödə, subst. rand, grens, boord, randversiering, rabat, zoom, smal bloembed:The Border= de grens tusschen Engel. en Schotl.;Borderverb. grenzen (on, upon), aanliggen; met een rand versieren;Borderland=[59]grensland (ookfig.), tusschenliggend land;TheScottish borderers =grensbewoners.Bore,bö, subst. boorgat, ziel, diameter, kaliber (van geweer of kanon); vloedgolf; vervelend mensch, vervelend iets;Boreverb. boren, doorboren, voortdringen, indringen, van de baan dringen (rensport), tegen de omheining dringen (bij ’t boksen); den kop vooruit steken onder ’t loopen (van paarden); vervelen:Blue bore= opening in een wolkengordijn waardoor men ’t blauw kan zien (Schotl.);What a bore!= wat een vervelende vent, wat vervelend;I feel bored= heb het land;Boredom= verveling:A member of boredom= vervelende vent;Borer= boor;Borings= krullen, door het boren ontstaan.Boreal,bôriəl, den Noordenwind betreffend, noord - -;Boreas,bôriəs, Boreas, Noordenwind.Borecole,bökoul, boerenkool.Born,bön, geboren:He was born in the fifties= is geboren tusschen 1850 en 1860;He wasborn (of) on a Sunday= is een Zondagskind;Born to a large estate= erfgenaam van;He wasborn with a silver spoon in his mouth= rijk (voor ’t geluk) geboren;I was notborn yesterday= ben niet van gisteren;Born again= wedergeboren;I neversaw itin all my born days= van m’n leven niet.Borne,bön, part. perf. vanto Bear= dragen:All charges borne= na aftrek van alle kosten.Borough,bàrou, gemeente met perroyal charterverleende privileges; een stad met vertegenwoordiging in het Parlement;Borough-english= overgaan van land aan den jongsten, in plaats van aan den oudsten zoon of broeder;Borough-monger,bɐroumɐŋgə, iemand, die de parlementsplaatsen van eenboroughverkwanselt.Borrow,borou, borgen, leenen van, ontleenen, copiëeren:Who goes a-borrowing goes a-sorrowing= borgen baart zorgen;Toborrow trouble= zich onnoodig bezorgd maken.Bort,böt, boort.Boscage,boskidž, bosschage, boschlandschap; gedroogd loof als veevoeder.Bosh,boš, subst. nonsens, malligheid; margarine;Boshverb. voor den mal houden, bedotten.Bosjesman,bošəzman, Boschjesman.Bosk (Bosket),bosk, boschje;Bosky,boski, rijk aan bosch, schaduwrijk; beneveld;Boskiness, boschachtigheid.Bosnia,bozniə,bosniə, Bosnië;Bosniac= Bosniër, Bosnisch.Bosom,buz’m, subst. boezem, borst;Bosomverb. in zijn hart besluiten, geheimhouden;In Abraham’s bosom;Thebosom of a shirt;Bosom-friend= boezemvriend; omslagdoek.Bosquet,boskət=Bosk.Boss,bos, subst. knop, bult; misgooi; baas (Amer.); adj. voornaamste, uitstekend;Bossverb. aan het hoofd staan van; drijven, met knoppen versieren; missen:Hebosses the show= is de baas van ’t spul;Boss-eyed= met één oog, scheel;Bossed silver= gedreven;Bossy= met knoppen versierd.Boston,bost’n; adj. en subst.Bostonian;Boswell,bozwel.Botanic,bətanik, botanisch;Botanist= plantkundige;Botanize= botaniseeren:Botanizing-box;Botany= plantkunde.Botany Bay,botəni bei, een vroegere strafkolonie in Oost-Australië:Togo to Botany Bay= gedeporteerd worden.Botch,botš, subst. gezwel; leelijke lap, knoeiwerk;Botchverb. samenflansen, leelijk lappen of verstellen;Botcher= knoeier;Botchery= lap- of knoeiwerk;Botchy= gelapt, verknoeid.Bot-fly,botflai, paardevlieg, brems.Both,bouth, beide:Both you and your friend= gij zoowel als;Both of us, of them= wij, zij beiden;Both ways= naar beide kanten, op beide manieren.Bother,bodhə, subst. plager, kwelgeest;Botherverb. plagen, kwellen:Bother it= loop naar den duivel!Bother the flies!= die verwenschte vliegen!You willbother the life out of me= je maakt me nog gek met je gezanik;Botheration,bodhəreiš’n, gezanik:Botheration to it!= loop naar de pomp!Bothie, Bothy,bothi, hut, waar het boerenhulppersoneel van beide geslachten woont (Schotl.).Bots,bots, een door de larve derBot-flyveroorzaakte ziekte.Bottine,bətîn, bottine.Bottle,bot’l, subst. flesch, karaf, leeren wijnzak; bos hooi of stroo; verb. bottelen:Bottled up= gebotteld; ingehouden (van toorn);Bottle-companion (Bottle-friend)= drinkebroer, pooieraar;Bottle-feeding= grootbrengen met de flesch;Bottle-glass= groen glas;Bottle-heath= dopheide;Bottle-holder= flesschebakje; secondant (met flesch water ter verfrissching en afwassching) bij een vuistgevecht, helper;Bottle-label= etiket;Bottle-nose= dikke (jenever)neus;Bottle-rack= flesschenrek;Bottler= aftapper.Bottom,bot’m, subst. het laagste, onderste, verste, gewichtigste (van iets), bodem, diepte, basis, achterste einde, grens, zitting, uithoudingsvermogen, kracht; adj. onderste, laatste;Bottomverb. een bodem (zitting) inzetten, tot den bodem ledigen; grondvesten; rusten op;Bottoms= droesem; schepen:Theship’s bottom= bodem;My bottom dollar= mijn laatste dollar;Sixth line from (the) bottom= 6e regel van onderen;Thebottom line over leaf= de laatste regel van ’t vorige blad;He is an honest manat (the) bottom, down to the bottom= in den grond van zijn hart, door en door;Toact (stand) upon one’s own bottom= op eigen houtje handelen;Tobe at the bottom of= ergens achter zitten;To get to the bottom of= grondig onderzoeken, ergens achter komen;I willknock the bottom outof your secret= wil te weten komen en publiek maken;Toventure all in one bottom= alles op één kaart zetten;Bottom-land= vruchtbaar oeverland (Amer.);The bottomless pit= de bodemlooze diepte, afgrond, hel;Bottomry= bodemerij.Bough,bau, groote boomtak:Bough-pot= bloempot; ruiker.[60]Bought,bôt, bocht, kronkeling.Bought,bôt, Imperf. en part. perf. vanbuy.Boulder,bouldə, subst. groote rolsteen, kei:Erratic boulder= zwerfblok;Boulder-period= ijsperiode.Boulevard,buləvâd,bûlvâ, boulevard.Boulogne,bûloun, Boulogne.Bounce,bauns, subst. plotselinge sprong, slag of stoot, terugstoot, verwaandheid, gesnoef, aplomb, onbeschaamde leugen;Bounceverb. laten springen, uitschelden, négeren; er uit smijten, den bons geven (Amer.), opspringen,binnenvliegen of -stormen, opsnijden, eruit flappen; adv. plotseling, boem!Tobounce into a room= binnenstormen;Tobounce out= uitflappen;Bouncer= kanjer, dragonder (fig.), blok van een kind (Amer.); uitsmijter; opsnijder; grove leugen;Bouncing= groot, zwaar, sterk; blufferig.Bound,baund, Imp. en P.P. vanto bind; gebonden, bestemd (for,to) besloten (Amer.):I’m bound to go= ga stellig;I will be bound= op mijn woord;Homeward bound= op dethuisreis.Bound,baund, grens(steen);Bounds= begrensd gebied:In bounds= op het terrein, binnen het gebouw;It is within the bounds of possibility= nog wel mogelijk;Boundless= onbegrensd; subst.Boundlessness.Bound,baund, sprong, weeromstuit:To take a thing at the bound= de gunstige gelegenheid waarnemen;Boundverb. springen, weeromstuiten.Boundary,baund’ri, grens- of landpaal.Bounden,baundən:It is my bounden duty= dure plicht.Bounteous,bauntšəs,Bountiful,bauntiful, vrijgevig, edelmoedig, royaal; subst.Bounteousness.Bounty,baunti, milddadigheid, vrijgevigheid; gave, premie:The King’s bounty= handgeld;Queen Anne’s Bounty= een fonds ter ondersteuning van slecht bezoldigde geestelijken, doorQueen Annegeschonken;Sugar Bounties= premies op de suikerproductie;Bounty-fed, Bounty-raised sugar= door het geven van premiën bevorderde suikerproductie.Bouquet,bûkei,bûkei, bouquet (ookfig.).Bourgeon,bɐ̂dž’n, subst. knop, oog, kiem; verb. uitbotten, ontkiemen.Bourn(e),bön, grens, einddoel; beekje.Bouse,bauz,bûz, drinkgelag;Bouseverb. zuipen.Bout,baut, keer, rondje, beurt; poging; fuif; aanval, kamp.Bovine,bouv(a)in, runder - -; dom, traag; subst. runderachtig dier.Bovril,bovril,bouvril, soort bouillon.Bow,bau, subst. buiging; boeg; roeier vóór in de boot;Bowverb. buigen, neerbuigen, onderdrukken; groeten, zich onderwerpen:Tomake one’s bow= van het tooneel treden (ookfig.);Bowing and scraping= strijkages:Tobow one’s thanks= buigend danken;Hebowed me in and out= liet mij buigende in en uit;Bowman= voorste roeier, boeg;Bowsprit,bousprit, boegspriet;A bowing acquaintance= een man, die men slechts even kent;He is notwithin bowing distance ofthat science= heeft er geen flauwe notie van.Bow,bou, subst. boog, strijkstok, streek; strikje, drilboog;Bowverb. op de viool spelen; buigen als een boog; gebogen zijn;A bow long bent at last waxeth weak= de boog kan niet altijd gespannen zijn;He has many strings on (to) his bow= veel pezen op zijn boog;The bow(ing) elbow, hand= de rechterhand of arm van den vioolspeler;Todraw (pull, shoot with) the long bow= met spek schieten;Todraw a bow at a venture= iets op goed geluk af doen of zeggen;Bow and spear(Bijbel) = (gewapende) macht, toeleg, intrige;Bow Bells= de klokken der Bowchurch:He wasborn within the sound of Bow Bells(v.St. Mary-le-Bow) = hij is een echte Cockney;Bow-compasses= krom-(mast) passer;Bow-drill= drilboor;Bow-leg= krombeen;Bow-line= boelijn (scheepsterm):On a Bow-line= dicht bij den wind zeilend;Bowman= boogschutter;Bow-net= soort fuik;Bow-pen (-pencil)= trekpen;Bow-shot= boogschot (afstand);Bow-street= een der politiebureaux in Londen;Bow-street officer, runner= detective (veroud.);Bowstring, subst. boogpees;Bow-window= rond uitstekend venster;Bow-windowed=fig.dikbuikig.Bowdlerize,baudləraiz,boudləraiz, zuiveren van aanstootelijke passages, castreeren.Bowels,bau’lz, subst. ingewanden; binnenste; medelijden:That fellow hasno bowels= geen hart.Bower,bauə, verblijf, buitenplaats, priëel, (slaap)vertrek, boudoir, sofa; boeganker; Boer (in een kaartspel):A bower of roses= rozenkoepel, rozenpriëel;Lady’s bower= boudoir;The right, left bower= troef boer en de andere boer van dezelfde kleur bij Euchre;Bowery= buiten; boerderij; adj. schaduwrijk.Bowie-knife,bouinaif, lang dolkmes (Amer.).Bowl,boul, subst. schaal, kom, bekken, pijpekop, kompashuisje; houten bal, worp:Bowls= een balspel met aan de eene zijde bezwaarde ballen, die in curven rollen;Bowlverb. kegelen (Amer.), (voort)rollen, werpen naar dewickets(bij het cricketspel):This factbowls overyour argument= werpt omver;Tobowl out= dewicketsraken (waardoor debatsman“af” is), overwinnen, verdringen:He is bowled out= het is gedaan met hem;Bowler= de speler bijcricketdie den bal (op)gooit; fantasiehoed met ronden bol;Bowling=Bowls;Bowling-alley= soort kegelbaan;Bowling-green= veld voor hetbowling.Bowlder.ZieBoulder.Bowles,boulz;Bowring,bauriŋ.Bowse,bauz, zuippartij;Bowseverb. zuipen; optaliën.Bow-wow,bauwau, woefwaf, hond.Box,boks, subst. kist, koffer, doos, geldkistje, kompashuisje, loge, hokje, brievenbus (loket), bank, naafbus (van een wiel), (bad)kamertje, koets- of wagenbok, optrekje, huisje, stalafdeeling, slag, oorveeg, geschenk, boks(boom);Boxverb. in eene doos sluiten, opsluiten, inpakken, van eene doos voorzien; eene oorveeg geven, boksen, insnijdingen[61]maken in een boom (om het sap eruit te krijgen):Christmas box= Kerstgeschenk (Vergel.Boxing-day= 2e kerstdag);He isin a box= hij zit er leelijk in;You are (have got)in the wrong box= gij vergist u, gij hebt het mis, zijt buiten uw element;Strong box= brandkist;Jack in a box= duiveltje in een doosje;ToBox the compass= de punten van het kompas in goede orde opnoemen;Box-car= overdekte goederenwagon;Box-coat= groote koetsiersjas;Box-elder= bonte eschdoorn;Box-iron= strijkbout, strijkijzer;Box-keeper= logebediende; signaalwachter;Box-office= plaatsbureau;Box-seat=logeplaats; plaats op den bok;Box-waggon= soort goederenwagen;Aboxen writing-desk= palmhouten;Boxer= bokser; inpakker.Boy,bôi, jongen, bediende:He made a little boatfor boy= … voor Broer, den kleine;The boy= champagne;That’s the boy for me= dat is net wat voor mij;Do it,that is a dear boy= dan ben je een beste;Toleave off boy’s play= de kinderschoenen uittrekken;Boyscout= Eng. padvinder (In 1907 door Major-General Baden-Powell georganiseerd);Boyhood= jongensjaren;Boyish= jongensachtig, kinderachtig;Boyishness= jongensachtigheid, etc.
Blob,blob, bobbel, blaar, klont, klets:A blob in the eyefrom a wave;Blob of ink;Bloblip(ped)= dikke;Blobnose= mopneus.
Block,blok, subst. blok, onthoofding, stommeling, pruikebol, hoedenvorm; blok huizen; belemmering, stremming van passage (ookBlock-up); stuk of gedeelte van een spoorbaan;Blockverb. insluiten, belemmeren, verhinderen, in zijn fatsoen brengen, stoppen (van een trein), in ’t ruwe vormen of schetsen (metout):The hathad been sat on andwas blocked= op een vorm gezet;Block-calendar= scheurkalender;Blockhead= domkop;Block-house= blokhuis;Block-printing= een manier van katoen drukken;Block-signal= signaal om te stoppen;Block-slip= coupon van een chequeboek;Block system= blokstelsel;Block-tin= bloktin;Block-up= versperring (Toblock upa window= het uitzicht benemen); stremming (van passage);Block-wood plaster= houten plaveisel.
Blockade,bləkeid, subst. blokkade:Paper blockade= in naam, niet door aanwezige scheepsmacht gehandhaafd;Blockadeverb. insluiten, blokkeeren:The enemyran the blockade= brak door onze schepen heen;Blockade-runner= schip, dat door een blokkade heensluipt of breekt.
Bloke,blouk, kerel.
Blomary= Bloomery.
Blond(e),blond, blond, (blondine); zijden kant;Blonds= blondines;Hisblond moustache;Adreamy blond= blondine;Blond-lace= zijden kant;Blondness= blondheid.
Blood,blɐd, subst. bloed, kroost, bloedverwantschap, ras, stemming; jongmensch, roué, fatje; het roode sap van bessen, enz.;Bloodverb. aderlaten, bloed laten proeven, aan het gezicht van bloed gewennen:Blue blood;Fresh blood= nieuw bloed;Prince of the Royal blood;Allied by blood;Near in blood;It runs in the blood= zit in de familie;In cold (hot) blood= in koelen bloede (in drift);Flesh and blood= het zwakke vleesch;His blood is up= zijn bloed kookt;Blood is thicker than water= het bloed kruipt waar het niet gaan kan =Blood tells;His blood be on us= kome over:Thiscaused much bad blood= heeft … kwaad bloed gezet;You can’t get blood out of a stone= waar niets is heeft de keizer zijn recht verloren;Itmakes my blood boil;[54]Toshow blood= zijn afkomst verraden;Towipe out by blood;Blood-baptism= doopsel des bloeds;Blood-bespattered (Blood-flecked, Blood-stained)= met bloed bespat, bevlekt;Blood-horse= volbloed paard;Blood-hound= bloed- of speurhond; wreede vervolger;Blood-letting= het aderlaten;Blood-money= bloedgeld;Blood-orange= wijn-sinaasappel;Blood-pudding= bloedworst;Blood relation;Blood-shed(ding)= bloedstorting;Blood-shot= met bloed beloopen(Blood-shot eyes);Blood-squeezer=Blood-sucker;Blood-stone= bloedsteen;Blood-sucker= bloedzuiger (ook fig.);Blood-swelled, Blood-swollen= gezwollen van bloed;Bloodthirstiness= bloeddorstigheid; adj.Bloodthirsty;Blood-vessel= ader:Shebroke a blood-vessel= kreeg eene aderbreuk;Blood-wite= zoen- of weergeld;Blood-worm= larve van een mug (Chironomus);Blooded= volbloed;Bloodiness= bloederigheid; bloeddorst;Bloodless= bloedeloos, zonder bloedstorten, koud, harteloos; subst.Bloodlessness;Bloody= bloederig, bloeddorstig; vervloekt, verduiveld:A bloody fool= aartsstommeling;Bloody-bones= boeman;Bloody-flux= dysenterie.
Bloom,blûm, subst. bloesem, bloem, blauwachtig waas op frissche vruchten, blos, dons, bloei, gefrischt stuk ijzer;Bloomverb. bloeien;Bloomer= ontloken knop; lief kind; reform kostuum (korte rok met Turksche broek van 1850);Blooming= verduivelde (ZieBloody):Blooming nonsense;A blooming idiot;Blooming beaks= beroerde magistraatspersonen;A blooming copper= lamme klabak;Bloomy= bloeiend, donzig.
Blossom,blos’m, subst. bloesem, perzikkleur(ig paard);Blossomverb. bloeien, zich ontwikkelen:Heblossomed out intosome racy reminiscences= hij raakte aan het praten over;Blossom-faced= met rood, gezwollen gezicht.
Blot,blot, subst. vlek, smet, doorhaling; niet gedekte steen bij het pufspel (dammen);Blotverb. bevlekken, bezoedelen; uitwisschen, doorhalen, te niet doen, doen vergeten(out); vloeien:Tocast a blot upon= een smet werpen op;Tohit a blot= een niet gedekten steen nemen; eenwondplekaanraken (fig.);Toleave a blot= een steen ongedekt laten staan;Blotter= vloeiblok; klad;Blotting-book= vloeiboek;Blotting-pad= vloeiblok;Blotting-paper= vloeipapier.
Blotch,blotš, subst. puist, blaar; vlek, smet;Blotchverb. vlekken;Blotchy= vol puisten, bedekt, onduidelijk.
Blount,blont.
Blouse,blauz, kiel, blouse, blouseman.
Blow,blou, subst. slag, windvlaag, vliegenei, bloei, bluf, shilling;Blowverb. blazen, waaien, hijgen, toeteren, spuiten, uitblazen, aanblazen, opblazen, snuiten, orgeltrappen, verspreiden; eieren leggen, in de lucht laten vliegen, ontploffen:At a blow= in één klap:Tocome to blows= handgemeen worden;They took the townwithout a blow= zonder slag of stoot;That’s the way the wind blows= uit dien hoek waait;Huge winds blow on high hills= hooge boomen vangen veel wind;It’s an ill wind that blows nobody good= geen kwaad zonder baat;Toblow eggs= uitblazen;Blow the expense!= ’t kan niet schelen wat het kost;Toblow kissesat= kushandjes geven;Toblow one’s nose= snuiten;You be blowed!loop jij naar den duivel;Toblow hot and cold= uit twee monden spreken; nu eens erg lief en dan weer onvriendelijk zijn;Met voortzetsels en bijw.:To get a good blowing about= eens flink doorwaaien;Toblow away= wegblazen, wegwaaien;Toblow down= omwaaien;My umbrella wasblown inside out;Toblow off= afwaaien, uitlaten van stoom;Heblows onhis coffee= blazen om af te koelen;Toblow out= uitblazen;He blewouthis brains= schoot zich voor ’t hoofd;He blewoutthe tyres= pompte op;A blow-out= smulpartij, festijn;Toblow over= omverwaaien; overwaaien (van gevaar, een storm, etc.);Toblow up= opblazen; in de lucht laten vliegen; den mantel uitvegen:To give a goodblow(ing)-up= een flink standje;Toblow upon= blazen op; bederven, belasteren, verraden;Blow-ball= uitgebloeid bloemhoofdje van eene paardebloem, etc.;Blow-fly= vleeschvlieg;Blow-gun= windroer, blaaspijp (wapen);Blow-hole, trekgat, neusgat v. een walvisch; wak (in het ijs);Blower= blazer, glasblazer, orgeltrapper, reguleerschuif, soort ventilator;Blown= buiten adem;Blown-glass= geblazen glas;Fly-blown meat= bedorven vleesch (wegens de maden);Blowy= winderig.
Blowze,blauz, dikke, gezonde meid;Blowzed= roodwangig, boersch;Blowzy= roodwangig; verward, slordig.
Blubber,blɐbə, subst. walvischspek, zeenetel;Blubberverb. tranen met tuiten schreien.
Blucher,blûtšə, halve laars met veters.
Bludgeon,blɐdž’n, knuppel, knots.
Blue,blû, blauw, azuurkleurig, trouw, standvastig, conservatief, landerig, somber, norsch, buitengewoon, gemeen; subst. blauwe kleur, blauwsel; het azuur, conservatief, blauwkous;Blueverb. blauw verven, blauwen:Tobe blue(Blue as indigo=Stone blue);Ablue Presbyterian= echte;Blue Water School= tegenstanders van een staand leger, omdat ze een sterke vloot voldoende achten;A true-blue Tory= echte;Toblue the swag= de “boel” er door brengen;Tohave (To be in) the blues= het land (stierlijk het land) hebben;Togive the blues= landerig maken;The Blues=The Royal Horse Guards;Blue-bell= grasklokje, scilla, knikkende vogelmelk;Blueberry= rijsbes;Blue-bird= Am. blauwkeeltje;Blue-bonnet= Schot, Schotsche muts; korenbloem; blauwmeesje;Blue-book= in Engeland officieele regeeringsbescheiden en rapporten; lijst van rijksambtenaren met hunne salarissen (Amerika);Blue-bottle= korenbloem; bromvlieg; politieagent;Blue-breast, blauwborstje;Blue-cap= eene zalmsoort; korenbloem; klabak;Blue-coat= een jongen vanChrist’s hospitalin Londen (wegens de lange blauwe jas die zij dragen);Blue-devils= landerigheid,[55]katterigheid, delirium tremens; In a bluefunk= erg in de rats;Blue-gown= gepatenteerd bedelaar (Schotl.);Blue-jacket= matroos, Janmaat;Once in a blue moon= alle blauwe Maandagen;Blue-ointment= kwikzalf;Blue-Peter= blauwe signaalvlag, ten teeken dat het schip gereed is om uit te zeilen;Blue-pill= kwikpil, blauwe boon (fig.);Blue-ribbon= het lint van de orde van den kouseband; eerste prijs; uitstekende kok; insigne der geheelonthouders:Tobe a blue-ribbon;Tobreak one’s blue-ribbon;Blue-ribbonism; Blue-ribbonist; Blue-ruin,slechte jenever, volkskanker;Blue-stocking= blauwkous;Blue-stockingism= blauwkouserij;Blue-throat= blauwkeeltje;Blueness= blauwheid;Blueish= blauwachtig.
Bluff,blɐf, breed en plat, steil, open, rond, goedmoedig, barsch, lomp;Bluffsubst. steile oever, steile en breede klip of voorgebergte; grootspraak, brutaliteit, een soort kaartspel;Bluffverb. overbluffen, driest, aanmatigend optreden:Bluff King Hal= de royale, ronde koning Hendrik VIII;That is a piece of bluff= opsnijderij, grootspraak, brutaliteit;Hebluffed it through= hij sloeg er zich brutaal doorheen;You don’t bluff me= ik laat me niet bang maken;Bluffbowed= met breede en platte boeg;Bluffness= rondborstigheid, lompheid;Bluffy= steil; ruw, plomp.
Bluggy,blɐgi, bloederig:A bluggy story.
Blunder,blɐndə, subst. grove fout, bok;Blunderverb. een groven misslag begaan, domme fouten maken, knoeiwerk leveren, verknoeien, voortsukkelen, uitflappen(out);Blunderhead= domkop;ABlunderheaded fool;Blunderer= knoeier;Blundering= dom, stom; subst. domheid.
Blunderbuss,blɐndəbɐs, donderbus, snaphaan.
Blunt,blɐnt, adj. stomp, dom, ongevoelig, grof, kortaf, open, eenvoudig; subst. moppen (geld);Bluntverb. verstompen, verzwakken;Blunt-edged= stomp;Blunt-witted= bekrompen, dom;Bluntness= stompheid, etc.
Blur,blɐ̂, subst. smet, vlek, klad, nevelachtigheid, onduidelijkheid;Blurverb. bevuilen, bezoedelen, verduisteren, verdooven; adj.Blurry.
Blurt,blɐ̂t, er uit flappen(out).
Blush,blɐš, subst. blos, blosje, blik;Blushverb. rood worden, blozen, zich schamen;At (the) first blush= bij den eersten oogopslag;Heputusto the blush= maakte ons beschaamd;Toblush crimson;Toblush all over= diep blozen;Toblush down= beschamen, overtreffen;Blush-rose= soort bleekroode roos;Blushful= blozend.
Bluster,blɐstə, razen; stormen, tieren, gieren, snoeven, intimideeren(into);subst. geraas, etc.;Blusterer= bulderaar, opsnijder.
Bo,bou, interj. Boeh!He cannot say bo to a goose= hij kan geen tien tellen;Toplay at bo-peep= kiekeboe spelen.
Boa,bouə, groote slang; boa:A feather boa;BoaConstrictor= reuzenslang.
Boadicea,bouədisîə;Boanerges,bouənɐ̂džîz, zonen des donders (Mark. III, 17); zeloot.
Boar,bö, subst. mannetjesvarken, wild zwijn (=Wild boar); mannetjes.…
Board,böd, subst. plank, tafel, kost, onderhoud, kostgeld; bestuurstafel, commissie of bestuur; bord, karton, bordpapier, boord, gang, slag;Boardverb. met planken beschieten; in den kost nemen, den kost geven; aan boord gaan, enteren, aanklampen; instijgen (Amer.); in den kost zijn, wonen:Superior board= kost en inwoning in beschaafd gezin;Board and lodging= kost en inwoning;Board and lodging letter= bedankje na logeeren;On the boards= op de planken, het tooneel;Bound in boards= gekartonneerd;Above board= openhartig, eerlijk;Togo by the board= overboord gaan, te gronde gaan;On boardthe steamer;Togo on board;Tohave too much on board= te veel gedronken hebben;Tolie board and board= naast elkaar;Toput out to board= uitbesteden;He worked out his board= hij verdiende met zijn werk den kost;Billboard= aanplakbord;Schoolboard= schoolbestuur;Board of Public Works= bouwcommissie;Board of Trade= een soort Ministerie van Handel en Verkeer (een afdeeling v. denPrivy Council, verdeeld in 6 Departementen:Commercial, Statistical, Railway, Harbour, MarineenFinancial);Board-man= wandelende advertentie, met een bord vóór en een achter zich;Board-meeting= bestuursvergadering;Board-room= directiekamer;Board-school= openbare lagere school (onder toezicht van denSchool-boardvan een der Schooldistricten waarin Engl. en Schotl. zijn verdeeld);Board-wages= keukengeld aan meiden en knechts, waarvan ze hun eten betalen;Boarder= kostganger, kostleerling;Boarding= enteren; beschot;Boarding-axe= enterbijl;Boarding-clerk= ambtenaar van een tolkantoor of scheepsfirma, waterklerk;Boarding-house= kosthuis, pension;Boarding-out= het buitenshuis in den kost zijn; uitbesteden;Boarding-school= kostschool.
Boast,boust, subst. bluf, gepoch, roem, trots;Boastverb. pochen, zich beroemen op, pronken, bluffen (of,about,in); ruw behouwen:Holland can boastmany great statesmen= zich beroemen op het bezit van;Not much to boast of= niet veel zaaks;Boaster= bluffer; steenhouwersbeitel;Boastful(ness)= pralend (pralerij).
Boat,bout, subst. boot, stoomboot; kom;Boatverb. vervoeren in eene boot, innemen, in eene boot varen of roeien;Don’tputmein the same boat with him= stel me niet met hem op ééne lijn;Weare (sailing) in the same boat= wij varen in hetzelfde schuitje (fig.);Totake boat at= in de boot, scheep gaan te;Sauce-boat= sauskom;Boat-bill= Braziliaansche lepelaar;Boat-fly= rugzwemmer (insect);Boat-house= schuitenhuisje;Boat-man= jolleman, schipper, bootenverhuurder;Boat-race= roeiwedstrijd;Boat-rope= vanglijn;Boatswain,bous’n, bootsman;Boatswain’s call= bootsmansfluitje;Boatable= bevaarbaar[56]voor eene boot;Boatage= transport per boot; vracht; gemiddelde capaciteit der scheepsbooten;Boating= bootjevaren, zeil- of roeisport.
Bob,bob, subst. korte, hortende beweging, ruk, stoot, slag; slingerschijf, lood, oorbelletje, bosje bladen (vruchten, bloemen, wormen), dobber, 17de eeuwsche pruik van kort haar, korte pruik; vent, kerel (verkorting vanRobert), een shilling; een harmonisch luiden op verschillende klokken (Bob minoropzeskl.;Bob tripleop 7, etc.);Bobverb. heen en weer (op en neer) bewegen, peuren, steken, kort afsnijden, bedriegen, hengelen naar, knikken, opduiken;Bob-apple,Bob-cherry= spel, waarbij naar een appel of kers wordt gehapt, die aan een touwtje hangt;Bobstay= waterstag (zeeterm);Bob-tail= bolstaartje:Tag-rag and bob-tailhet janhagel;Bob-tail-wig=Bob-wig= korte pruik;Bobber= dobber;Bobbish= vergenoegd; gezond;Bobby= klabak; nuchter kalf;Bobbery= herrie, lawaai;Bobbin,bobin, spoel, klos, haspel, een smal soort lint:Bobbin-work= kloswerk;Bobbinet,bobinet, ofbobinet= soort tulle.
Bob(o)link,bob(ə)liŋk, Amerik. rijstvogeltje.
Bocking,bokiŋ, grove wollen stof.
Bode,boud, voorspellen:That bodes well forthe issue of the war;Boding, subst. voorteeken; adj. veel beteekenend, onheilspellend (=Bodeful);Bodement= voorspelling, voorgevoel.
Bod(d)ice,bodis, keursje, korset, lijf (v. japon).
Bodied,bodid:Full bodied= pittig;Bodiless= onlichamelijk;Bodily. ZieBody.
Bodkin,bodkin, priem, rijgpen, lange haarspeld, kleine dolk:To ride (sit, travel) bodkin= tusschen twee personen op een bank, in een rijtuig zitten,als er slechts voor 2 ruimte is; “pasteitje” rijden.
Bodle,bod’l,Boddle,bod’l, Schotsche munt (= ⅙penny):Not worth a bodle= geen duit waard.
Bodleian,bodlîən,bodliən:Bodleian Library= Bibliotheek doorSir T. Bodleyte Oxford gesticht.
Body,bodi, subst. lichaam, romp; lijk; lijfje, keurs; hoofdbestanddeel (-inhoud), kern; het inwendige; persoon; corporatie, lichaam; troep, bent; sterkte, dichtheid; stof, materie, stelsel;Bodyverb. belichamen:Arespectable-looking body= persoon;He is buta poor body= arme stakkerd;What a body you are!= wat ben je druk (lastig)!In a body= allen te zamen;He isa nobody= niets;Thebody of the House of Commons= het eigenlijke Huis, het inwendige;Thebody of a will= inhoud;body of police= politiemacht;Tobear body= dekken (van kleuren);This is wineof a good body,This winehas a good body,Thereis a good body tothis wine= is pittig;Tokeep body and soultogether= den mond open houden (fig.);He setbodilyabout it= hij legde er zich met de borst op toe;He was thrownbodilyon to the pavement= zoo lang als hij was;His skirts were torn offbodily= er geheel afgescheurd;Imaginationbodies forth,The form of things unknown;Body-clothes= kleeren (Schot.);Body-cloths= paardedekens;Body-colour= dekkleur;Body-corporate= zedelijk lichaam;Body-guard= lijfwacht;Body-linen= lijflinnen;Body-physician= lijfarts;Body-politic= staatslichaam;Body-snatcher= lijkenroover; klabak.
Boeotia,bioušə, Beötië; adj.Boeotian= onbeschaafd, dom; subst. Beötiër; lomperd, domoor.
Boer,bûə, Hollandsche bewoner vanZ.-Afr.
Bog,bog, subst. moeras, poel, veen(plas);Bogverb. dompelen of zinken in modder;Bog-bean= waterklaver;Bog-butter= harsachtige stof in venen;Bog(-house)= privaat;Bog-rush= cypergras; een soort rietzanger;Bog-trotter= een scheldnaam, oorspronkelijk gegeven aan de Schotsche, en thans aan zekere Iersche moerasbewoners; zware laarzen;Boggy= moerassig.
Bogey,bougi, boeman, schrikbeeld.
Boggle,bog’l, schrikken, schichtig worden, aarzelen, huichelen, ongedurig zijn, prutsen; subst. schrik, prutserij:He hadboggled overthese words for the last hour= een uur lang er mee in zijne maag gezeten;Boggler= aarzelend of bevreesd persoon, knoeier, stumper.
Bogie,bougi, wagentje met draaibaar onderstel, om gemakkelijk een bocht te kunnen nemen. ZieBogey.
Bogle,boug’l, ZieBogey.
Bogus,bougəs, valsch, onecht, nagemaakt:Bogus cheque;Bogus club(zoogenaamdesociëteit);Bogus diploma;Bogus firm;Bogussubscription list.
Bogy,bougi:Black Bogy= de boeman;Old Bogy= Satan.
Bohea,bəhî, inferieure zwarte thee.
Bohemia,bəhîmjə, Bohemen; de kunstenaarswereld, meest in ongunstigen zin;Bohemian= Bohemer; Hussiet; Zigeuner;Boheemsche taal;Bohemien, excentriek of verloopen kunstenaar; adj. Boheemsch; ongedwongen, verloopen.
Boil,bôil, bloedvin, bloedzweer.
Boil,bôil, koken, zieden, bruisen, gaar koken:Off the boil= van de kook;On the boil= aan de kook;Tobring to the boil;Toboil away= verkoken;Toboil downto one half of its quantity(Boiled downnovels= onzinnig verkorte romans);Toboil over;Boiler= kookketel, stoomketel:Boiler-scale= ketelsteen;Boilery= ziederij;Boiling-point= kookpunt;Boiling springs= heete bronnen.
Bois le Duc,bwâlədjûk, ’s-Hertogenbosch.
Boisterous,bôistərɐs, onstuimig, hevig, rumoerig, onbesuisd;Boisterousness= onstuimigheid, etc.
Bokhara,bokhârə.
Boko,boukou, neus (Slang).
Bolar,boulə, bolusachtig.
Bold,bould, moedig, stout, vrijpostig, onbeschaamd, forsch, duidelijk uitkomend, krachtig; steil, diep:May Imake (be) so boldas to ask you this? = zoo vrij zijn?Which isa bold word= en dat zegt wat;Bold-face= onbeschaamde vent;Bold-faced= onbeschaamd;[57]Bold-spirited= moedig, dapper;Boldness, moedigheid, etc.
Bole,boul, boomstam; tegelaarde; nis.
Boleyn,bulin.
Bolide,bolaid,boulid, meteoor.
Bolingbroke,boliŋbruk,buliŋbruk.
Boll,boul, subst. zaaddoos, knop; oude maat voor droge waren, ook lengte- en vlaktemaat;Bollverb. zich tot zaaddoos vormen.
Bologna,bəlounjə;Bolognese,boulənjîs,boulənjîz=Bolognian, Bologneesch; inwoner v. B.
Bolster,boulstə, subst. peluw; compres, onderlaag, kussen;Bolsterverb. met kussens, etc. steunen, kunstmatig ophouden, verdedigen:That opinion isbolstered upby the few survivors of the expedition= wordt gesteund, in het leven gehouden;Bolster-case= sloop voor eenBolster;Bolsterer, verdediger, ondersteuner.
Bolt,boult, subst. grendel, bout, korte en stompe pijl, langwerpige kogel, rol (geweven stof); bliksemstraal, plotselinge beweging; zeef, buil;Boltverb. grendelen, snel voortloopen, binnenvliegen, op zij springen, op hol gaan, er van door gaan; wegslingeren, afschieten, opjagen, eruit flappen, haastig doorslikken of opdrinken; zich afscheiden van (Amer.); zeeven, zuiveren, onderzoeken:Torun, shoot the bolt= grendelen;They haveshot their bolt= kruit;A fool’s bolt is soon shot= een gek heeft gauw zijn kruit verschoten;A bolt from the blue= onverwachte, plotselinge (donder)slag (ookfig.);Bolt upright= kaarsrecht;Bolt up against= pardoes tegen … aan;We shallbolt it out= nauwkeurig schiften;The horsebolted (made a bolt)= ging op hol;She boltedwith a count= ging er vandoor met;Do notbolt your bread and butter= schrok je boterham niet zoo naar binnen;The housebolted the Navy Estimates= deed snel af;Bolter= deserteur; buil;Bolting-cloth= buillinnen;Bolting-hutch= zeefvat, builvat;Bolting-mill= builmolen.
Bolton,boult’n.
Bolus,bouləs, groote pil; bittere pil (fig.).
Bomb,bom,bɐm, bom:Bomb-ketch= bom;Bomb-proof= bomvrij;Bombshell= granaat;Bombard,bɐmbâd,bombâd, bombardeeren;Bombardier,bɐmbədîə,bombədîə, bombardier; soort loopkever;Bombardment= bombardement.
Bombasine=Bombazine.
Bombast,bombast,bɐmbast, subst. bombast (stof); bombast (fig.);Bombastverb. opvullen, opblazen;Bombastic(al)= bombastisch.
Bombax,bombaks, zijdewolboom.
Bombay,bombei.
Bombazin(e),bombəzîn,bɐmbəzîn, bombazijn.
Bombernickel,bombənik’l, pompernikkel.
Bombic,bombik, tot den zijdeworm behoorend.
Bombus,bombəs, oorsuizen; gerommel in de ingewanden.
Bombycinous,bombisinɐs, van zijde gemaakt, zijdewormkleurig;Bombyx,bombiks, zijdeworm.
Bona fide,bounafaidî, bona fide, te goeder trouw, solied:Bona fide traveller= iemand, die des Zondags verder dan 3milesvan huis is gereisd en met het oog hierop een alcoholische verfrissching mag gebruiken.
Bonanza,bənanzə, rijke goudader; meevallertje.
Bond,bond, subst. band, verbond, contract, obligatie, verplichting; boei, gevangenschap; het voegen van steenen; entrepôt;Bondadj. in slaafschen toestand;Bondverb. goederen in entrepôt opslaan, verhypothekeeren, verbinden (van metselwerk);Bondholder= obligatiehouder;Bond(s)man= borg; lijfeigene, slaaf;Bondmaid,Bond-servant,Bond(s)woman= slavin;Bondage,bondidž, lijfeigenschap, heerendienst, gevangenschap;Bondager,bondidžə, een tot heerendiensten verplichte huurboer (Schotland);Bonder,bondə, die goederen in entrepôt heeft; (dit zijnBonded goods, of:Goods in bond);Bonded warehouse= entrepôt.
Bone,boun, subst. been, graat;Bones= dobbelsteenen, castagnetten(speler);Boneverb. de graten of beenderen verwijderen, baleinen inzetten, met beenderenmeel bemesten; nivelleeren; stelen:I willwork my fingers to the bonefor you= mij kapot werken;I have a bone to pickwith you= een appeltje te schillen;What is bred in the bonewill not out of the flesh= een vos verliest wel zijn haren, maar niet zijn streken;Toplunder to the bone= naakt uitschudden;Whalebone= balein;Bone of contention= twistappel;Body and bones= met huid en haar;You mustmake no bones aboutit= er geen been in zien (vinden), geene bezwaren maken;An oldbag of bonesof a horse= magere knol;Goodman Bones= Vriend Hein;Lazy bones= luilak, luiwammes;Bone-black= beenderkool, beenzwart;Bone-dust= beendermeel;Bone-lace= een soort kant;Bone-setter= spotnaam voor een chirurg;Bone-shaker= spotnaam voor de oude tweewielers;Boneless= zonder been, slap;Boning-rod= nivelleerstok.
Bonfire,bonfaiə, vreugdevuur.
Boniface,bonifeis, Bonifacius; gemoedelijke waard.
Bonnet,bonət, subst. vrouwenhoed (zonder rand), muts, kap, bonnet (zeewezen en vestingb.), vonkenvanger (v. locomotief), balcondak (v. wagon); verb. de muts afnemen; den hoed of de muts over de oogen trekken, drukken of slaan:Bonnet-box= hoedendoos (v. dames);Bonnet-cap= ondermuts;Bonnet-stand= stander.
Bonny,boni, lief, mooi, vroolijk (Schotl.):A bonny lass= knappe meid.
Bonten,bont’n, soort wollen stof.
Bonum-magnum,boun’m magn’m, groote pruim (aardappel); soort stalen pen.
Bonus,bounəs, subst. premie, extra dividend, gratificatie; steekpenning; verb. eene premie of extra belooning geven.
Bony,bouni, Napoleon; adj. beenachtig, grof, beenhard.
Bonze,bonz, bonze, Boeddhistisch priester of monnik.
Boo,bû. ZieBooh.
Booby,bûbi, domkop, Jan van Gent;Booby-hut[58]= een soort sleepkoetsje (Amer.);Booby-hutch= boerenwagen; handkar;Booby-prize= poedelprijs;Booby-trap= bijv.: een kan met water op een half geopende deur, die de binnenkomende op zijn hoofd krijgt;Boobyish= stom, suf; subst.Boobyism.
Boodle,bûd’l,bud’l, troep, hoop, steekpenning, verduisterd geld, valsch geld, buit; uilskuiken;Boodler= ambtenaar, die geld ten eigen bate of voor omkooperij aanwendt (Amer.).
Boody,bûdi, pruilen.
Boo(h),bû, ba! subst. gejouw;Booverb. uitjouwen; loeien.
Bo(o)hoo,bəhû,bûhû, subst. luid schreien:A boohoo of laughter= een bulderend gelach;Boohooverb. blèren, huilen.
Book,buk, subst. boek, tekstboekje, schrijfboek;Bookverb. boeken, plaats bespreken, een kaartje nemen, laten adresseeren:The Book=The BookofBooks=The Book of God= Bijbel;Book of complaints= klachtenboek;Book of reference= soort encyclopaedie;Tobe (to remain) in one’s (good) books= in een goed blaadje staan (blijven);Tobring to book= ter verantwoording roepen;Toget in one’s bad (get out of one’s good) books= uit de ‘gratie’ geraken;Togo beyond the book= verder gaan dan men kan verantwoorden;Tokiss the Book= een eed doen;Torun into one’s book= bij iemand in de schuld geraken;Tospeak by the book= angstvallig nauwkeurig;Tospeak without book= onbevoegd; uit het hoofd;Totake a leaf out of one’s book= iemand iets afkijken;You mustbook for Windsor= een kaartje nemen naar;To be booked= opgegeven (van een zieke);To be booked for= vrij zeker zullen verkrijgen;Book-account= boek van ontvangsten en uitgaven;Book-agent= colporteur;Bookbinder(y)= boekbinder(ij);Book-case= boekenkast;Book-hunter= verzamelaar van zeldzame werken;Book-keeper= boekhouder;Book-keeping= boekhouden;Book-knowledge,Book-learning= boekengeleerdheid;Book-learned= belezen (doch vaak onpraktisch);Book-madness= bibliomanie;Book-maker= boekenmaker (in slechten zin); beroepswedder in de sportwereld (omdat hij van zijne talrijke weddenschappen eenbookaanlegt);Book-mark(er)= leeswijzer;Book-monger,bukmɐŋgə, handelaar in boeken;Book-muslin= gestreepte mousseline;Book-oath= eed op den bijbel;Book-positive= geheel zeker;Book-post= afdeeling voor drukwerk;Bookseller= boekverkooper;Book-shelf= boekenplank (Bookhanger =Book-shelves);Book-stall= boekenstalletje;Book-stand= stalletje (Draaibare stander =Revolving book-stand);Book-tea= een ‘tea’ waarop de gasten iets, of een kostuum moeten dragen, dat aan een bepaald boek herinnert;Book-trade= boekhandel;Book-worm= boekenworm (ookfig.);Bookie=Bookmaker;Booking-clerk= klerk of ambtenaar aan het loket;Booking-hall= vestibule met loketten;Booking-office= plaatsbureau;Bookish,bukiš, geleerd, pedant;Bookishness= boekengeleerdheid;Booky=Bookish.
Boom,bûm, subst. boom, havenboom, spier; gebrom, gegons, gedreun, gebulder; een plotselinge vraag naar een artikel, plotseling rijzen van prijzen of koersen, reclame, zwendel;Boomverb. gonzen, dreunen, bulderen; met een boom uitzetten, voortboomen; plotseling in de hoogte gaan (drijven), zich snel ontwikkelen:The burglary season beginsto boom= het begint te leven van dieven en inbrekers;That caused quitea boom in the oil-trade;The Wagner boom;The market wasBoomish= ging plotseling in de hoogte.
Boomerang,bûməraŋ, boemerang.
Boon,bûn, subst. gave, gunst; gebed, verzoek; afval van vlas; adj. vriendelijk, mild; vroolijk, lustig.
Boor,bûə, boerenkinkel, lomperd, Afrik. boer:Boorish= boersch, onbeschaafd:Boorish work= ruw hardsteenwerk; subst.Boorishness.
Boose,bûz, sterk drinken, zuipen; subst. drank;Booser= zuiper;Boosy= dronken.
Boost,bûst, subst. een zetje;Boostverb. een zetje geven, omhoog werpen, opkammen (fig.):The bullboosted upthe sand like a whirlwind.
Boot,bût, voordeel, nut, toegift;Bootverb. helpen, baten:To boot= op den koop toe, bovendien;What boots it?= wat geeft het?Bootless= nutteloos;Bootlessness= nutteloosheid.
Boot,bût, subst. laars, schoen, Spaansche laars (folterwerktuig), bak of kist (voor of achter aan een wagen), lederen kleed (voor de beenen) in een rijtuig:Bootverb. laarzen aantrekken of aanhebben; schoppen (Amer.):Butcher boots= vetleeren laarzen;Puss in Boots= de gelaarsde kat;Ogre’s (Seven league) boots= zevenmijlslaarzen;The boots= huisknecht in een hotel, jongste officier, jongste lid van een club;Igave him the boots= de folterlaarzen aan; er van geven;Booted and spurred= gelaarsd en gespoord;Boot-black=laarzenpoetser;Boot-crimp= laarzebeen;Boot-last (Boot-tree)= leest;Boot-hose (Boot-stockings)= lederen slobkousen;Boot-hook= laarzenhaak;Boot-jack= laarzenknecht;Boot-lick= lage vleier (Amer.);Bootee,butî, kindersokje, halve of korte dameslaars.
Booth,bûdh,bûth, kraam, tent.
Bootikin,bûtikin, laarsje.
Booty,bûti, buit, roof:To play booty= spelen met het plan om te verliezen, of om, met een derden, den tegenspeler tot slachtoffer te maken;Toride booty= zich laten omkoopen bij wedrennen, en opzettelijk verliezen.
Booze= Boose.
Borage,bɐridž, bernage.
Borax,bôraks, borax;Boracic acid,bərasikasid, boraxzuur.
Bordage,bödidž, ’t bezit van een domein met verplichting van enkele heerendiensten; zijplanken van een schip.
Border,bödə, subst. rand, grens, boord, randversiering, rabat, zoom, smal bloembed:The Border= de grens tusschen Engel. en Schotl.;Borderverb. grenzen (on, upon), aanliggen; met een rand versieren;Borderland=[59]grensland (ookfig.), tusschenliggend land;TheScottish borderers =grensbewoners.
Bore,bö, subst. boorgat, ziel, diameter, kaliber (van geweer of kanon); vloedgolf; vervelend mensch, vervelend iets;Boreverb. boren, doorboren, voortdringen, indringen, van de baan dringen (rensport), tegen de omheining dringen (bij ’t boksen); den kop vooruit steken onder ’t loopen (van paarden); vervelen:Blue bore= opening in een wolkengordijn waardoor men ’t blauw kan zien (Schotl.);What a bore!= wat een vervelende vent, wat vervelend;I feel bored= heb het land;Boredom= verveling:A member of boredom= vervelende vent;Borer= boor;Borings= krullen, door het boren ontstaan.
Boreal,bôriəl, den Noordenwind betreffend, noord - -;Boreas,bôriəs, Boreas, Noordenwind.
Borecole,bökoul, boerenkool.
Born,bön, geboren:He was born in the fifties= is geboren tusschen 1850 en 1860;He wasborn (of) on a Sunday= is een Zondagskind;Born to a large estate= erfgenaam van;He wasborn with a silver spoon in his mouth= rijk (voor ’t geluk) geboren;I was notborn yesterday= ben niet van gisteren;Born again= wedergeboren;I neversaw itin all my born days= van m’n leven niet.
Borne,bön, part. perf. vanto Bear= dragen:All charges borne= na aftrek van alle kosten.
Borough,bàrou, gemeente met perroyal charterverleende privileges; een stad met vertegenwoordiging in het Parlement;Borough-english= overgaan van land aan den jongsten, in plaats van aan den oudsten zoon of broeder;Borough-monger,bɐroumɐŋgə, iemand, die de parlementsplaatsen van eenboroughverkwanselt.
Borrow,borou, borgen, leenen van, ontleenen, copiëeren:Who goes a-borrowing goes a-sorrowing= borgen baart zorgen;Toborrow trouble= zich onnoodig bezorgd maken.
Bort,böt, boort.
Boscage,boskidž, bosschage, boschlandschap; gedroogd loof als veevoeder.
Bosh,boš, subst. nonsens, malligheid; margarine;Boshverb. voor den mal houden, bedotten.
Bosjesman,bošəzman, Boschjesman.
Bosk (Bosket),bosk, boschje;Bosky,boski, rijk aan bosch, schaduwrijk; beneveld;Boskiness, boschachtigheid.
Bosnia,bozniə,bosniə, Bosnië;Bosniac= Bosniër, Bosnisch.
Bosom,buz’m, subst. boezem, borst;Bosomverb. in zijn hart besluiten, geheimhouden;In Abraham’s bosom;Thebosom of a shirt;Bosom-friend= boezemvriend; omslagdoek.
Bosquet,boskət=Bosk.
Boss,bos, subst. knop, bult; misgooi; baas (Amer.); adj. voornaamste, uitstekend;Bossverb. aan het hoofd staan van; drijven, met knoppen versieren; missen:Hebosses the show= is de baas van ’t spul;Boss-eyed= met één oog, scheel;Bossed silver= gedreven;Bossy= met knoppen versierd.
Boston,bost’n; adj. en subst.Bostonian;Boswell,bozwel.
Botanic,bətanik, botanisch;Botanist= plantkundige;Botanize= botaniseeren:Botanizing-box;Botany= plantkunde.
Botany Bay,botəni bei, een vroegere strafkolonie in Oost-Australië:Togo to Botany Bay= gedeporteerd worden.
Botch,botš, subst. gezwel; leelijke lap, knoeiwerk;Botchverb. samenflansen, leelijk lappen of verstellen;Botcher= knoeier;Botchery= lap- of knoeiwerk;Botchy= gelapt, verknoeid.
Bot-fly,botflai, paardevlieg, brems.
Both,bouth, beide:Both you and your friend= gij zoowel als;Both of us, of them= wij, zij beiden;Both ways= naar beide kanten, op beide manieren.
Bother,bodhə, subst. plager, kwelgeest;Botherverb. plagen, kwellen:Bother it= loop naar den duivel!Bother the flies!= die verwenschte vliegen!You willbother the life out of me= je maakt me nog gek met je gezanik;Botheration,bodhəreiš’n, gezanik:Botheration to it!= loop naar de pomp!
Bothie, Bothy,bothi, hut, waar het boerenhulppersoneel van beide geslachten woont (Schotl.).
Bots,bots, een door de larve derBot-flyveroorzaakte ziekte.
Bottine,bətîn, bottine.
Bottle,bot’l, subst. flesch, karaf, leeren wijnzak; bos hooi of stroo; verb. bottelen:Bottled up= gebotteld; ingehouden (van toorn);Bottle-companion (Bottle-friend)= drinkebroer, pooieraar;Bottle-feeding= grootbrengen met de flesch;Bottle-glass= groen glas;Bottle-heath= dopheide;Bottle-holder= flesschebakje; secondant (met flesch water ter verfrissching en afwassching) bij een vuistgevecht, helper;Bottle-label= etiket;Bottle-nose= dikke (jenever)neus;Bottle-rack= flesschenrek;Bottler= aftapper.
Bottom,bot’m, subst. het laagste, onderste, verste, gewichtigste (van iets), bodem, diepte, basis, achterste einde, grens, zitting, uithoudingsvermogen, kracht; adj. onderste, laatste;Bottomverb. een bodem (zitting) inzetten, tot den bodem ledigen; grondvesten; rusten op;Bottoms= droesem; schepen:Theship’s bottom= bodem;My bottom dollar= mijn laatste dollar;Sixth line from (the) bottom= 6e regel van onderen;Thebottom line over leaf= de laatste regel van ’t vorige blad;He is an honest manat (the) bottom, down to the bottom= in den grond van zijn hart, door en door;Toact (stand) upon one’s own bottom= op eigen houtje handelen;Tobe at the bottom of= ergens achter zitten;To get to the bottom of= grondig onderzoeken, ergens achter komen;I willknock the bottom outof your secret= wil te weten komen en publiek maken;Toventure all in one bottom= alles op één kaart zetten;Bottom-land= vruchtbaar oeverland (Amer.);The bottomless pit= de bodemlooze diepte, afgrond, hel;Bottomry= bodemerij.
Bough,bau, groote boomtak:Bough-pot= bloempot; ruiker.[60]
Bought,bôt, bocht, kronkeling.
Bought,bôt, Imperf. en part. perf. vanbuy.
Boulder,bouldə, subst. groote rolsteen, kei:Erratic boulder= zwerfblok;Boulder-period= ijsperiode.
Boulevard,buləvâd,bûlvâ, boulevard.
Boulogne,bûloun, Boulogne.
Bounce,bauns, subst. plotselinge sprong, slag of stoot, terugstoot, verwaandheid, gesnoef, aplomb, onbeschaamde leugen;Bounceverb. laten springen, uitschelden, négeren; er uit smijten, den bons geven (Amer.), opspringen,binnenvliegen of -stormen, opsnijden, eruit flappen; adv. plotseling, boem!Tobounce into a room= binnenstormen;Tobounce out= uitflappen;Bouncer= kanjer, dragonder (fig.), blok van een kind (Amer.); uitsmijter; opsnijder; grove leugen;Bouncing= groot, zwaar, sterk; blufferig.
Bound,baund, Imp. en P.P. vanto bind; gebonden, bestemd (for,to) besloten (Amer.):I’m bound to go= ga stellig;I will be bound= op mijn woord;Homeward bound= op dethuisreis.
Bound,baund, grens(steen);Bounds= begrensd gebied:In bounds= op het terrein, binnen het gebouw;It is within the bounds of possibility= nog wel mogelijk;Boundless= onbegrensd; subst.Boundlessness.
Bound,baund, sprong, weeromstuit:To take a thing at the bound= de gunstige gelegenheid waarnemen;Boundverb. springen, weeromstuiten.
Boundary,baund’ri, grens- of landpaal.
Bounden,baundən:It is my bounden duty= dure plicht.
Bounteous,bauntšəs,Bountiful,bauntiful, vrijgevig, edelmoedig, royaal; subst.Bounteousness.
Bounty,baunti, milddadigheid, vrijgevigheid; gave, premie:The King’s bounty= handgeld;Queen Anne’s Bounty= een fonds ter ondersteuning van slecht bezoldigde geestelijken, doorQueen Annegeschonken;Sugar Bounties= premies op de suikerproductie;Bounty-fed, Bounty-raised sugar= door het geven van premiën bevorderde suikerproductie.
Bouquet,bûkei,bûkei, bouquet (ookfig.).
Bourgeon,bɐ̂dž’n, subst. knop, oog, kiem; verb. uitbotten, ontkiemen.
Bourn(e),bön, grens, einddoel; beekje.
Bouse,bauz,bûz, drinkgelag;Bouseverb. zuipen.
Bout,baut, keer, rondje, beurt; poging; fuif; aanval, kamp.
Bovine,bouv(a)in, runder - -; dom, traag; subst. runderachtig dier.
Bovril,bovril,bouvril, soort bouillon.
Bow,bau, subst. buiging; boeg; roeier vóór in de boot;Bowverb. buigen, neerbuigen, onderdrukken; groeten, zich onderwerpen:Tomake one’s bow= van het tooneel treden (ookfig.);Bowing and scraping= strijkages:Tobow one’s thanks= buigend danken;Hebowed me in and out= liet mij buigende in en uit;Bowman= voorste roeier, boeg;Bowsprit,bousprit, boegspriet;A bowing acquaintance= een man, die men slechts even kent;He is notwithin bowing distance ofthat science= heeft er geen flauwe notie van.
Bow,bou, subst. boog, strijkstok, streek; strikje, drilboog;Bowverb. op de viool spelen; buigen als een boog; gebogen zijn;A bow long bent at last waxeth weak= de boog kan niet altijd gespannen zijn;He has many strings on (to) his bow= veel pezen op zijn boog;The bow(ing) elbow, hand= de rechterhand of arm van den vioolspeler;Todraw (pull, shoot with) the long bow= met spek schieten;Todraw a bow at a venture= iets op goed geluk af doen of zeggen;Bow and spear(Bijbel) = (gewapende) macht, toeleg, intrige;Bow Bells= de klokken der Bowchurch:He wasborn within the sound of Bow Bells(v.St. Mary-le-Bow) = hij is een echte Cockney;Bow-compasses= krom-(mast) passer;Bow-drill= drilboor;Bow-leg= krombeen;Bow-line= boelijn (scheepsterm):On a Bow-line= dicht bij den wind zeilend;Bowman= boogschutter;Bow-net= soort fuik;Bow-pen (-pencil)= trekpen;Bow-shot= boogschot (afstand);Bow-street= een der politiebureaux in Londen;Bow-street officer, runner= detective (veroud.);Bowstring, subst. boogpees;Bow-window= rond uitstekend venster;Bow-windowed=fig.dikbuikig.
Bowdlerize,baudləraiz,boudləraiz, zuiveren van aanstootelijke passages, castreeren.
Bowels,bau’lz, subst. ingewanden; binnenste; medelijden:That fellow hasno bowels= geen hart.
Bower,bauə, verblijf, buitenplaats, priëel, (slaap)vertrek, boudoir, sofa; boeganker; Boer (in een kaartspel):A bower of roses= rozenkoepel, rozenpriëel;Lady’s bower= boudoir;The right, left bower= troef boer en de andere boer van dezelfde kleur bij Euchre;Bowery= buiten; boerderij; adj. schaduwrijk.
Bowie-knife,bouinaif, lang dolkmes (Amer.).
Bowl,boul, subst. schaal, kom, bekken, pijpekop, kompashuisje; houten bal, worp:Bowls= een balspel met aan de eene zijde bezwaarde ballen, die in curven rollen;Bowlverb. kegelen (Amer.), (voort)rollen, werpen naar dewickets(bij het cricketspel):This factbowls overyour argument= werpt omver;Tobowl out= dewicketsraken (waardoor debatsman“af” is), overwinnen, verdringen:He is bowled out= het is gedaan met hem;Bowler= de speler bijcricketdie den bal (op)gooit; fantasiehoed met ronden bol;Bowling=Bowls;Bowling-alley= soort kegelbaan;Bowling-green= veld voor hetbowling.
Bowlder.ZieBoulder.
Bowles,boulz;Bowring,bauriŋ.
Bowse,bauz, zuippartij;Bowseverb. zuipen; optaliën.
Bow-wow,bauwau, woefwaf, hond.
Box,boks, subst. kist, koffer, doos, geldkistje, kompashuisje, loge, hokje, brievenbus (loket), bank, naafbus (van een wiel), (bad)kamertje, koets- of wagenbok, optrekje, huisje, stalafdeeling, slag, oorveeg, geschenk, boks(boom);Boxverb. in eene doos sluiten, opsluiten, inpakken, van eene doos voorzien; eene oorveeg geven, boksen, insnijdingen[61]maken in een boom (om het sap eruit te krijgen):Christmas box= Kerstgeschenk (Vergel.Boxing-day= 2e kerstdag);He isin a box= hij zit er leelijk in;You are (have got)in the wrong box= gij vergist u, gij hebt het mis, zijt buiten uw element;Strong box= brandkist;Jack in a box= duiveltje in een doosje;ToBox the compass= de punten van het kompas in goede orde opnoemen;Box-car= overdekte goederenwagon;Box-coat= groote koetsiersjas;Box-elder= bonte eschdoorn;Box-iron= strijkbout, strijkijzer;Box-keeper= logebediende; signaalwachter;Box-office= plaatsbureau;Box-seat=logeplaats; plaats op den bok;Box-waggon= soort goederenwagen;Aboxen writing-desk= palmhouten;Boxer= bokser; inpakker.
Boy,bôi, jongen, bediende:He made a little boatfor boy= … voor Broer, den kleine;The boy= champagne;That’s the boy for me= dat is net wat voor mij;Do it,that is a dear boy= dan ben je een beste;Toleave off boy’s play= de kinderschoenen uittrekken;Boyscout= Eng. padvinder (In 1907 door Major-General Baden-Powell georganiseerd);Boyhood= jongensjaren;Boyish= jongensachtig, kinderachtig;Boyishness= jongensachtigheid, etc.