This,dhis, deze, dit:This day week= vandaag vóór een week;This is Thursday= ’t Is vandaag;This one and the other= deze en gene;It wasMiss Mary thisandMiss M. that= vóór en na;Generalsthis and that= die en die;Just allow itfor this once= dezen éénen keer;You must be readyby this (time)= thans;From this to X.= van hier naar X.;This muchhe told me= zooveel heeft hij mij verteld;Comethis way= hiernaartoe;I have not seen himthese three months= in geene drie maanden.Thistle,this’l, distel:Order of the Thistle= Distel- of Andreasorde;Thistledown= distelpluisjes:As light as thistledown= als een veertje;Thistly= vol distels.Thither,dhidhə, daarheen;Thitherto= tot daartoe;Thitherward(s)= derwaarts.Tho’,dhou=Though.Thole,thoul, subst. dol =Thole-pin.Thomas,toməs:A very Thomas in disbelief= een ongeloovige Thomas;Thomism,tomizm, wijsgeerig-godsdienstig stelsel vanTh. Aquinas;Thomist= Thomist;Thompson,tom(p)s’n;Thomson,toms’n.Thong,thoŋ, riem, snoer.Thor,thö, Thor:Thor’s hammers= steenen werktuigen en gereedschap.Thoracic,thərasik, borst …:Thoracic fins= buikvinnen;Thorax,thôrəks, borst(kas), borststuk.Thorn,thön, doorn(struik), stekel, prikkel:Tobe a thorn in a person’s side (flesh)= een doorn in ’t oog zijn;Tobe (sit) upon thorns= op heete kolen zitten;He that handles thorns shall prick his fingers= wie met pek omgaat wordt er mede besmet;Thorn-apple= doornappel;Thorn-back= stekelrog;Thorn-bush= doornstruik;Thorn-but= tarbot;Thorn-hedge= doornhaag;Thorn-letter= de oudsteA.S.lettervorm voor de tegenwoordigeth;Thorn-set= met doornen bezet of beplant;Thorny= doornachtig, scherp, lastig, kwellend, netelig.Thorough,thɐrə, volkomen, volmaakt, grondig, volledig, doortastend, doordringend:He isa man of thorough= hij tast door;Thorough-bred= volbloed (Thorough horse), beschaafd, ontwikkeld, grondig, doortastend;Thoroughfare= doorgang, (hoofd)straat:No thoroughfare= voor het verkeer gesloten;Thoroughgoing= doortastend, afdoend, radicaal:A military reconstructionof the most thoroughgoing kind= zoo radicaal mogelijk;The thoroughgoingnessof a newspaper= de durf van eene courant;Thorough-lighted= met ramen aan tegenovergestelde zijden;Thorough-paced= afgericht, voltooid, volmaakt, aarts …:Athorough-paced villain= een volleerde schurk;Thoroughness= volkomenheid, grondigheid.Thorp(e),thöp, dorp, gehucht.Those,dhouz, (mv. v.That), die:There are thosewho pretend= er zijn er.Thou,dhau, gij; verkorting voorthousand;Thouverb. metthouaanspreken.Though,dhou, ofschoon, indien al, niettegenstaande:Though I say it= al zeg ik het zelf;Though it were true= al was het ook waar;He is a good fellow though= hij is tòch een goede kerel;What though the body dies= wat hindert hetofhet lichaam sterft;You would though, if you had been present= en toch zou je dat wel, als, etc.;He should play more though= overigens moest hij meer spelen.Thought,thôt, imperf. en p.p. vanto think.Thought,thôt, gedachte, overweging, bepeinzing, oordeel, meening, voornemen, voorstelling,[573]schijntje:He wasa thought tallerthan the ordinary run of people= een ietsje langer;I will be backupon a thought= in een wip;Thatthought occurred to (struck) me= die gedachte kwam bij mij op;I didn’t give it thought= heb er geen oogenblik aan gedacht;I had some thoughts of going= liep rond met ’t idee;I cannotread your thoughts= uwe gedachten niet lezen of raden;You had bettertake thoughtand not be rash= u goed te bedenken;Hetook no thoughtfor to-morrow= bekommerde zich niet om;Thought-reader= gedachtenlezer;Thought-reading= het gedachtenlezen;Thoughtful= bepeinzend, vol gedachten, attent, bedachtzaam, bedacht:He isthoughtful ofhis interests= bedacht op;Athoughtful book= een boek dat tot nadenken stemt;Very thoughtful ofyou not to forget my birthday= erg attent van u;She talkedthoughtfullyand sensibly= bedachtzaam; subst.Thoughtfulness;Thoughtless= gedachteloos, zorgeloos; subst.Thoughtlessness.Thousand,thauz’nd, subst. en adj. duizend(tal):It is a thousand pities= het is doodjammer;It is a thousand nuts to an orange pip= tien tegen één;He isone in a thousand= één uit de duizend;I havea thousand thingsto do= allerlei dingen;They appearedin their thousands= in grooten getale;Thousand-legs= duizendpoot;Thousandfold= duizendvoudig;Thousandth, subst. en adj. duizendste (deel).Thrace,threis, Thracië;Thracian= Thrasisch; Thraciër.Thraldom,thrôld’m, slavernij, lijfeigenschap;Thrall,thrôl, slaaf, slavernij.Thrash,thraš, dorschen, afranselen, van alle kanten bekijken of bespreken:Tothrash over old straw= stroo dorschen (fig.), zich afsloven;Thrashel= dorschvlegel;Thrasher= dorscher; zeevos (soort haai);Thrashing:Hegot a sound thrashing= een duchtig pak slaag;Thrashing-floor= dorschvloer;Thrashing-machine,Thrashing-mill= dorschmachine.Thread,thred, subst. draad, garen, meeldraad, vezel, ader;Threadverb. een draad in eene naald steken, zich een doorgang banen, doorheen dringen (=Tothread one’s way through):Thethread of a screw= draad van een schroef;Tolose the thread of one’s discourse;Topick up threads= het gesprek aan den gang krijgen;Totake up the thread of a tale;Its existence washanging on (by) a (slender) thin thread= hing aan een zijden draadje;I hadn’t a dry thread on me= geen drogen draad aan mijn lijf;Air threads= herfstdraden;Tothread the needle= figuur in een dans, waarbij de paren onder opgeheven en verbonden handen doorgaan;Threadbare= kaal, versleten, afgezaagd; subst.Threadbareness;Thread-bobbin= garenklos;Thread-paper(s)= dunne reepjes papier, papillotten:I am not goingto fret myself into thread-paperfor her= denk me niet dood te kniezen;Thread-worm= draadworm;Threadiness, subst. v.Thready= draderig, dun.Threat,thret, subst. bedreiging:Empty threat= ijdele;Threaten= dreigen, bedriegen, schrik aanjagen (door bedreigingen), een dreigend aanzien hebben;Threatener;Threatening:Threatening-letter= dreigbrief.Three,thrî, subst. en adj. drie(tal):In three copies= in triplo;Tofold in threes= in drieën;I hadround number threewith him= ik heb duchtig met hem afgerekend;Therule of three= regel v. drieën;The three F’s= eischen der IerscheLandliga:Free Sale,Fixity of Tenure,Fair rent;I won’t sell itunder three figures= onder £ 100;Three-figure accidentsare almost unknown now= ongelukken, waarbij 100 of meer menschen hun leven verliezen;Three-act(ed)= in 3 bedrijven;Three-cornered= met 3 hoeken of punten:Three-cornered constituency= kiesdistrict dat drie leden afvaardigt, terwijl ieder kiezer slechts op twee van deze mag stemmen;Three-decker= driedekker; ouderwetsche kansel met drie verdiepingen of lezenaars;Threefold= drievoudig;Three-foot stool= driepoot;Three-headed= met drie koppen of hoofden;TheThree Hours’ Agony (Service)= dienst op Goeden Vrijdag van 12–3;Three-pence,thrip’ns, driestuiverstukje;Threepenny,thrip’ni, van drie stuivers; gering, gewoon;Threepenny bit=Three penny piece;It’sa threepenny concern= sjofel boeltje;Threepenny piece= driestuiverstuk;AThree-piled Persian carpet= rijk, zwaar Perzisch kleed;Threescore= zestig;Three-square= driehoekig, met drie punten;A bottle ofthree-star brandy= fijne cognac (etiket met drie sterren erop);Three-tailed pasha= met 3 paardestaarten.Threnody,threnədi, klaagzang.Thresh,threš;Thresher. ZieThrash.Threshold,threšould, drempel, ingang, begin.Threw,thrû, imperf. vanto throw.Thrice,thrais, driemaal;Thrice-blest= overgelukkig;Thrice-favoured= buitengewoon begunstigd.Thrid,thrid, doorsteken. ZieThread.Thrift,thrift, zuinigheid, spaarzaamheid, voorspoed; anjelier;Thriftiness= spaarzaamheid, voorspoed;Thriftless= verkwistend; subst.Thriftlessness;Thrifty= spaarzaam, voorspoedig.Thrill,thril, subst. siddering; drilboor;Thrillverb. doordringen, doorboren, trillen, rillen; kweelen:Thissent a thrill of horrorthrough the world= deed van afgrijzen rillen;Itthrilled himwith a vague dread= eene onbepaalde vrees doortrilde hem;Hethrilledat hearing this= sidderde;Thrillers and curdlers= sensatie-romans.Thrive,thraiv, bloeien, vooruitkomen, gelukkig zijn, gedijen, toenemen:He that will thrive Must rise at five, He that has thriven May lie till seven= Zal het u goedgaan, Wil dan vroeg opstaan, Hebt ge ’t geld verdiend, Lig dan langer, vriend;Ill weeds are sure to thrive= onkruid vergaat niet;Thriven,thriv’n, p.p. vanThrive;Thriver= voorspoedig man;Thriving= voorspoedig, bloeiend; subst.Thrivingness.Thro’,thrû=Through.Throat,throut, keel, strot, stem, ingang, nauwe doorgang:Toclear one’s throat=[574]schrapen;These two merchants arecutting each other’s throats= werken elkaar er onder;Youcut your own throatby doing this= benadeelt uzelf;I was down her throatin a moment= hield haar onmiddellijk aan haar woord;Don’tjump down my throat= stuif niet zoo op tegen me;Ifelt a ball rising in my throat= ik kreeg een prop in de keel;Helied in his throat= loog schandalig;It stillsticks in my throat= zit me nog hoog (fig.);Heheld a knife to my throat= hij zette mij het mes op de keel;I have the exhibition up to my throat= de tentoonstelling hangt me de keel uit;Throat-band=Throat-latch= keelriem (v. een paard);Throat-wort= halskruid (soort v. klokje);Afull-throated song= lied uit volle borst;Throaty= gutturaal, uit de keel; vraatzuchtig.Throb,throb, subst. klopping;Throbverb. kloppen:My heart throbs.Throe,throu, subst. hevige pijn;Throeverb. in barensnood verkeeren, groote pijn lijden;Throes= barensweeën:Last throes= doodstrijd.Throne,throun, subst. troon;Throneverb. zieEnthrone;Speech from the throne= troonrede;Toascend (mount) the throne= bestijgen;Tocome to the throne;Throne-room= troonzaal.Throng,throŋ, subst. gedrang, groote menigte;Throngverb. verdringen, opdringen, toestroomen:The peoplecame thronging in= stroomden naar binnen;Thronged-out streets= schoongeveegde straten;Thronged with= vol.Throstle,thros’l, zanglijster.Throttle,throt’l, subst. luchtpijp, keel;Throttleverb. smoren, (ver)stikken:Throttled to death;Throttler.Through,thrû, door, doorheen, geheel, wegens:Tobe wet through= doornat zijn;Through and through= door en door;It’s all through you= ’t komt al door u;Through the year= het geheele jaar door;Tobe through= klaar zijn;My intention will becarried through= doorgezet worden;The plan hasfallen through= viel in duigen;Toget (go) through= te boven komen, ten einde brengen, komen door (een examen);Iread it throughfrom cover to cover= las het heelemaal door;Hesaw throughmy intentions= doorzag;Through-carriage= doorgaand rijtuig;Through-line= doorloopend spoor;Through-passenger= doorgaand passagier;Through-ticket;Through-traffic= transitohandel;Through-train= doorgaande;Through-waybill= dóorbevrachting v. het continent naar eenig deel van Engeland;Throughout:Throughout the day= den geheelen dag lang;All of a through piece= geheel uit één stuk.Throve,throuv, imperf. vanto thrive.Throw,throu, subst. gooi, worp;Throwverb. werpen, smijten, slingeren, in haast aan- of omdoen, afwerpen, slaan, opwerpen, dobbelen, verliezen, etc.:Tothrow lighton= licht werpen op;I wrestled with my pride and threw it= en overwon hem;They havethrown stonesat us= ons met steenen gegooid;Shethrew herself awayon a drunken baronet= verslingerde zich aan;That’sthrowing money away= geld in ’t water gooien;Good advice isthrown away uponhim= is niet aan hem besteed;The reflectorsthrew backthe light= kaatsten terug;Tothrow by= ter zijde werpen, verwerpen;Tothrow down= neergooien, omgooien, tegen den grond gooien;Hethrew himself down= ging liggen;Allow me tothrow ina word= mag ik ook een woordje meespreken?I wasthrown intoenthusiasm= gebracht tot;I havethrown him off= wil niets meer met hem te maken hebben;Ithrew onmy trousers= schoot mijne broek aan;Ithrow myself onyour mercy= geef me over;Hethrew it outquite suddenly= kwam er in eens mee voor den dag;The bill wasthrown out= werd verworpen;We find ourselvesthrown out= teleurgesteld;She hasthrown him over= de bons gegeven;Tothrow to the winds= de brui geven van;Her jet ornamentsthrew upthe whiteness of her skin= deden uitkomen;He hasthrown upthe sponge= heeft zich gewonnen gegeven;He wasthrown withthat girl= verkikkerd op;I had never thought I should bethrown much withsuch people= aangehaald worden, veel omgang hebben met;Athrow-down cracker= voetzoeker;Thrower= werper, gooier, draaier, twijnder;Throwing back= atavisme;Thrown= getwijnd, gedraaid;Throwster= twijnster (v. zijde).Thrum,thrɐm, subst. zelfkant, kwast, meeldraad (Thrums= grof garen, garenafval);Thrumverb. (eene mat) spekken; krassen, tjingelen, trommelen (op piano):The thrumming of an old guitar= het tjingelen op.Thrush,thrɐš, zanglijster; spruw.Thrust, thrɐst, subst. stoot, steek, aanval, horizontale drukking;Thrustverb. stooten, drijven, duwen, steken, indringen:Hethrust (made a thrust) at me= stiet naar mij;Hethrust himself in(to)our society= drong zich;Thruster= doorsteker.Thud,thɐd, slag, plof, bons;Thudverb. dreunen, kloppen:He fellwith a dull thudon the path= met een doffen slag;Adull, thudding pain= drukkende, zware pijn.Thug,thɐg, sluipmoordenaar, lid v. een vroegere moordenaarsbende (Brit. Indië);Thuggee= mysteriën of bedrijf derthugs=Thuggery=Thuggism.Thule,thjûli:Ultima Thule= het einde der wereld.Thumb,thɐm, subst. duim;Thumbverb. beduimelen, betasten, met de vingers trommelen, onhandig doen:Tom Thumb= Klein Duimpje;His fingers are all thumbs= zijne handen staan hem verkeerd;Tohave (hold) under one’s thumb= onder den duim houden;I wasleft to twirl my thumbs= ik kon op mijn duim zuigen;Thumb-lock= drukslot;Thumb-mark;Thumb-nail, subst. nagel van den duim, penkras; adj. klein:I dashed offa thumb-nailon the envelope= gooide een schetsje op de enveloppe;Thumb-nail sketches= penkrassen;Thumb-screw= duimschroef;Thumb-stall= duimeling;Thumbkins= duimschroeven.Thump,thɐmp, subst. zware slag, bons, plof;Thumpverb. stompen, ploffen, zwaar neerkomen:It isa downright thumping lie=[575]een groote leugen;Thatthumpingrascal= die vervloekte schurk;Thumper= iets kolossaals, een groote leugen.Thunder,thɐndə, donder, donderslag, onweer, banbliksem;Thunderverb. donderen, bulderen, slingeren:By thunder= voor den donder;What in thunderdo you want= wat donder wil je eigenlijk?Rolling peals of thunder= ratelende donderslagen;It is the thunder that strikes, but the lightning that smites= de donder ratelt, de bliksem slaat in (=groote woorden zijn maar wind);Weshall have thunder to-day= krijgen onweer;Thunder of applause;Thunder of cannon;Thunder and lightning trousers= broek van donkergrauwe stof met witte spikkels;To thunder out an excommunication;Thunderbolt= bliksemstraal, donderslag, banbliksem:Like a (thunder)bolt from the blue= gelijk een donderslag uit onbewolkten hemel;Thunder-clap= donderslag =Clap of thunder;Thunder-cloud= onweerswolk;Thunder-dart= bliksemschicht;Thunder-peal= slag;Thunder-pick= pijlsteen, dondersteen;Thunder-storm= onweer;Thunder-struck= (als) door den bliksem getroffen;Thunderer= donderaar (naam van “The Times”);Thunderous:Thunderous roar= donderend geraas.Thurible,thjûrib’l, wierookvat;Thurifer,thjûrifɐ̂, wierookvatzwaaier;Thuriferous,thjurifərɐs, wierook bevattend of voortbrengend;Thurification= bewierooking.Thuringia,thjurinžiə, Thuringen;Thuringian, (bewoner) van Th.; Thuringsch.Thursday,thɐ̂zdi, Donderdag:Holy Thursday= Hemelvaartsdag;Maundy Thursday= Witte Donderdag.Thus,dhɐs, subst. wierook.Thus,dhɐs, aldus, dientengevolge, dus, tot aan:Thus far= tot hiertoe;As thus= als volgt;I told you thus much= dit (alles) heb ik u gezegd.Thwack,thwak, subst. harde slag, stomp;Thwackverb. slaan, stompen;Thwacking= pak slaag.Thwart,thwöt, subst. doft; adj. dwars, schuin; adv. dwars; prep. dwarsover; subst. tegenstand, belemmering;Thwartverb. kruisen, dwarsboomen;Thwartness= dwarsheid, weerbarstigheid;Thwartships= dwarsscheeps.Thy,dhai, bez. vnw.: uw;Thyself= uzelf.Thylacine,thailəsain, buidelwolf.Thyme,taim, tijm;Thymy, vol tijm, geurig.Thyroid,thairôid, schildvormig;Thyroid-cartilage= schildvormig kraakbeen.Thyrse,thɐ̂s(Thyrsus,thɐ̂səs), Bacchusstaf;Thyrsoid,thɐ̂sôid, in den vorm van een B.Tiara,taiêrə,taiârə, tiara, driedubbele pausenkroon, pausel. waardigheid, soort v. diadeem:Tiaraed,taiêradmet eentiaragetooid.Tib,tib:St Tib’s Eve= Juttemis;Tib-cat= kat.Tib,tib:Tib out= uitknijpen (Schoolslang).Tibald,tibəld;Tiber,taibə, Tiber;Tiberius,taibîriəs;Tibet,tibət,tibet.Tibia,tibiə, scheenbeen, adj.Tibial.Tic,tik, neuralgie, aangezichtspijn.Tichborne,titšbən.Tick,tik, subst. teek, tijk, tikje, teeken, stip, getik; crediet, rekening;Tickverb. tikken, borgen, crediet geven of krijgen, ter contrôle aanschrappen op een lijst:He that has no money,needs no purse, but tick= heeft crediet en geene beurs noodig;A state of tick= toest. v. geldgebrek;He buys everythingon tick= op den pof, op crediet;Togive one no end of tick;You cannottick a man off into columnsin a parliamentary return= men kan een mensch niet in rubrieken verdeelen in eene regeeringsstatistiek;Tick-bean= paardeboon;Tick-tackof the clock;Ticker= horloge.Ticken,tik’n, stof voor beddetijk.Ticket,tikət, kaartje, biljet, lot, toegangsbewijs, plaatskaartje, lommerdbriefje, etiket, mandaat, gedrukte candidatenlijst bij verkiezingen, stembiljet (Am.):That’s the ticket= dat is je ware;Tobuy one’s ticket(Am.voorEng.:Totake one’s ticket) een kaartje nemen;He waselected on the radical ticket= op het radicale program;Ticket-collector (-examiner)= controleur;Ticket-day= eerste dag der rescontre;Ticket-of-leave= bewijs van voorwaardelijke invrijheidstelling;Ticket-of-leave-man= voorwaardelijk vrijgelatene;Ticket-night= soort benefice voorstelling;Ticket-office= plaatskaartenbureau;Ticket-porter= gepatenteerd of door eene maatschappij aangestelde kruier;Ticket-window= loket.Ticking=Ticken.Tickle,tik’l, kietelen, streelen:That tickled them= dat deed hun aangenaam aan;He tried totickle my palm= mij duimzalf te geven;Tickler= netelige vraag, raadsel; stok, pak slaag;Ticklish, wankel(moedig), onvertrouwbaar, netelig, lastig; subst.Ticklishness.Tidal,taid’l, wat tot ebbe of vloed behoort:Tidal service= stoombootdienst in verband met het getij;Tidal wave= vloedgolf;I leave by thetidal (train)for France= met den trein, die op het getij rijdt.Tidbit,tidbit=Titbit.Tiddler,tidlə:Tom Tiddler’s ground= luilekkerland.Tide,taid,subst. tijd, tij, getij, hooge stand, vloed, stroom, loop der omstandigheden;Tideverb. met het getij een haven binnenvallen of verlaten, met tij zeilen of drijven:Outgoing tide= ebbe;The tide of fortune (success)was flowing= was met ons (hem, etc.);Thetide was going at a strong (great) rate= er liep een zwaar tij;We leaveat the shifting of the tide= bij het kenteren van het getij;We aresailing with the tide= met den stroom;We could hardlystem the tide= haast niet doodzeilen;Hetook fortune at the tide=Took the tide at the flood= smeedde het ijzer toen het heet was;Wetided overthose days= zijn gelukkig te boven gekomen;It remains to be seen whether you cantide overthe difficulties= of gij er u doorheen kunt slaan;Tide-gate= sluis v. een kanaal dat den invloed v. het tij ondervindt;Tide-gauge= peilschaal;Tidesman,Tide-surveyor= kommies te water;Tide-table[576]= tafel der hoogwatergetijden;Tide-waiter=Tidesman;Tide-water= water dat den invloed van ebbe en vloed ondervindt;Tide-wave= vloedgolf;In the tide-way= op stroom;Tideless= zonder tij.Tidiness,taidinəs, subst. v.Tidy.Tidings,taidiŋz, tijding, bericht:Tobring (receive, send) tidings.Tidy,taidi, netjes, proper, zindelijk; subst. gehaakt kleedje, anti-macassar, morsschortje;Tidyverb. opruimen, in orde brengen, opknappen:It cost mea tidy penny= een mooien duit;I musttidy awayall the memories of yore= moet verdrijven;Totidy up= zich opknappen.Tie,tai, subst. band, knoop, haarband, gelijk aantal punten, onbesliste wedstrijd, gelijk aantal stemmen, verbindingsbalk, verbindingsteeken, strikje;Tieverb. binden, verbinden, onderbinden, knoopen, beperken, precies gelijk zijn (bij een wedstrijd):White evening tie= strikje;Final tie= eindwedstrijd;Theties of friendship, love, kindred= banden van vriendschap, liefde, bloedverwantschap;He isa tie on me= is mij tot last, bindt mij de handen;Todo upone’s tie= (hals)strikje knoopen;This poetscores a tie withTennyson in the collection= van beiden zijn evenveel stukken opgenomen;Totie a knot= een knoop leggen;I amtied down tomy work= gebonden aan;Tie it in a bow= maak er een strik van;I havetied it up= heb het dicht gebonden;She tied upher money that her husband could not get at it= zij zette haar geld vast.Tier,tîə, reeks, rij, rang;Tierverb. in rijen rangschikken:The cells werebuilt in tiers,one over the other.Tierce,tîəs, maat, gewicht (ZieTerce); volgkaarten, terts, drielingsbalk (Herald).Tiercel,tîəs’l, mannetjesvalk.Tiercet,tîəsət,tɐ̂sət, terzet, drieregelig gedicht.Tiff,tif, subst. booze bui, kleine ruzie; slokje:She wasin a tiff= had eene kwade bui;The two lovershave had a tiff= hebben standjes gehad;Totake tiff= zich beleedigd gevoelen;Sheis a little tiffed,and thinks we have treated her ill= boos;Tiffish= prikkelbaar.Tiffany,tifəni, dun zijden gaas.Tiffin,tifin, lunch of kleine maaltijd.Tig,tig, vangspelletje (met tikjes).Tiger,taigə, tijger, opsnijer, livreiknecht(je); extra luid applaus (Amer.):Three cheers and a tiger;They werefighting the tiger= zij waren aan het dobbelen (Am.);Tiger-cat= tijgerkat;Tiger-lily= tijgerlelie;Tiger-spotted= getijgerd;Tiger-wood= tijgerhout;Tig(e)rish= tijgerachtig; opsnijerig.Tight,tait, (lucht)dicht, strak, dicht, nauwsluitend, sterk, goedgebouwd, keurig, net, hevig, benauwd, schaarsch, gierig,dronken; (Tights= nauwsluitend tricot,zooals van acrobaten, etc.; spanbroek):Tight as a drum= smoordronken;Money is tight= ’t geld is krap;That’san uncommonly tight fit= dat sluit zeer nauw, dat moet er buitengewoon precies ingepakt worden, dat kan er nauwelijks in;I found myselfin a very tight place= benarde positie;The tight and the slack rope= het gespannen en het slappe koord;Hekeeps his children tight= kort; proper;Everything on the deck wasset tight= vastgezet, vastgesjord;Sit tight= houd je vast;Air-tight= luchtdicht;Tight-fisted= gierig;Tight-fitting= nauwsluitend;Tight-laced= bekrompen;Tighten= aanhalen, spannen, zich samentrekken;Tightness= dichtheid, etc.Tigress,taigrəs, tijgerin.Tigris,taigris, Tiger.Tigrish,taigriš=Tigerish.Tilbury,tilbəri, tilbury.Tile,tail, subst. (dak)pan, aarden deksel, hoed, deur v. eene vrijmetselaarsloge;Tileverb. met pannen dekken, zorgen dat geene oningewijden binnenkomen:Ridge tiles= vorstpannen;He has a tile loose (off)= het mankeert hem in zijn bovenste verdieping;We are tiled= de loge is gedekt, we zijn onder ons =This is a tiled meeting;Tile-burner= pannenbakker;Tile-drain= afvoerbuis;Tile-kiln= pannenbakkersoven;Tile-work(s)= pannenbakkerij;Tiler= pannendekker, dekker van de loge (vrijmetselaars);Tilery= pannenbakkerij.Tilia,tiliə, linde(boom);Tiliaceous,tilieišəs, gelijkende op of verwant met detilia.Till,til, lade, winkellade.Till,til, beploegen, bebouwen;Tillable= bebouwbaar;Tillage,tilidž, akkerbouw;Tiller= akkerman, boer.Till,til, tot, tot aan (alléén van tijd):It isnot more than two hours till dinner time= vóór;He didnotcome hometill five= eerst om vijf uur;Till now= tot nu toe;Till then= tot dien tijd toe.Tiller,tilə, subst. handvat, roerpen, helm(stok), schoot, uitlooper, jonge tak;Tillerverb. uitloopen, nieuwe takken krijgen;Tiller-chain= stuurketting;Tiller-rope= stuurtouw, stuurreep. ZieTill.Tilt,tilt, subst. tent, huif, zonnetent, dekzeil; steekspel (=Tilts), smeehamer, vooroverhelling (van vaten);Tiltverb. met een tent of een zeil bedekken, met een lans stooten, naar een ring steken, eene lans breken, vechten (voor), overhellen (van vaten), scheef staan, kenteren, hameren, wiegelen of dansen (op de golven):Heran full tilt athis enemy= liep met alle kracht (pardoes) aan op;He sattilting his chair= zat te wiegelen met;Hetilted himselfon tiptoe= ging op de teenen staan;Totilt atwindmills= vechten tegen;The hat wastilted overher ear= stond op haar ééne oor;Tilt-boat= tentboot;Tilt-cart= kipkar;Tilt-hammer= smeehamer;Tilt-roof= koepeldak;Tilt-waggon= met een kap bedekte wagon;Tilt-yard= tournooiveld;Tilting-competition= ringsteken.Tilth,tilth:The land is in good tilth= goed bebouwd.Tim,tim, verk. vanTimothy.Timbal,timb’l; ZieTymbal.Timber,timbə, subst. timmerhout, boomstam, boomen, bouwmateriaal, hout, spant,[577]barrière, woud (Amer.); adj. houten;Timberverb. met hout beschieten, van hout bouwen:Shiver my timbers= de drommel hale mij;He hada well-timbered frame= goed gebouwd en krachtig lichaam;Timber-forest= hoogstammig woud;Timber-lesson= het afranselen en uit de stad jagen van vagebonden (Amer.);Timber-merchant= houtkooper;Timber-ship= houtschip;Timber-trade= houthandel;Timber-tree= boom die timmerhout oplevert;Timber-work= houtwerk, timmerwerk;Timber-yard= houtstek, houtloods;Timbered= van hout gemaakt, met hout beschoten, bedekt met boomen voor timmerhout, massief, krachtig.Timbre,timbə, timbre.Timbrel,timbr’l, soort van tamboerijn.Time,taim, subst. tijd, duur, keer, maat, tempo, gelegenheid;Timeverb. in verband met den tijd inrichten of regelen, op het juiste oogenblik doen, de maat aangeven, den tijd bepalen voor, overeenstemmen, maat houden, etc.:He who gains time, gains everything= tijd gewonnen, alles gewonnen;Take time while time serves= gebruik uw tijd goed;Time and straw make medlars ripe= de tijd baart rozen;Time is money;Time enough always proves little enough= menschen, die den tijd hebben komen altijd tijd te kort;Time and the hour runs through the roughest day= aan den zwaarsten dag komt eenmaal een einde;Time and tide wait for no man= de tijd schikt zich niet naar ons, wij moeten ons naar den tijd schikken;Time was, when …= er was een tijd, dat;What time is it?=What is the time?= hoe laat is het?Then is the timeto show your talents= dan is het tijd;Time is up!= het is tijd, de tijd is om;In course of time= mettertijd;That isquite a length of time= dat is een heele tijd;He did itin the right nick of time= te juister tijd;Time and again= telkens weer;In times to come= in de toekomst;From times immemorial= sedert onheugelijke tijden;I have known himtime out of mind= ik ken hem ik weet niet hoe lang al;Apparent, Solar time= zonnetijd;Sidereal time= sterrentijd;Greenwich time= tijd volgens den meridiaan van Gr.;It isclose time= gesloten jachttijd;In theday time= over dag;I received your favour indue time= uwe letteren te bestemder tijd;It’s adull time= een saaie, slappe tijd;We had agood (fine) time= hebben ons uitstekend geamuseerd;He came here ingood time= op het juiste oogenblik;Do everything ingood time= op zijn tijd;We hope to marry ingood time= als de omstandigheden gunstig zijn;Lost timeis never found again= verloren tijd keert nimmer weer;Many a time and oft= herhaalde malen;Themean time= middelbare tijd;In themean time= middelerwijl;There isno time like the present= stel niet uit wat ge heden kunt doen; begin dadelijk;He did itin less than no time= in een ommezien;The goodold times= de goeie oude tijd;I shall do it inproper time= te bekwamer tijd;To march atquick (double quick) time= in versnelden pas (met den looppas);I saw him ashort time since= kort geleden;Have you got thetrue time? = weet je precies hoe laat of het is;Time after time= keer op keer;To walk (work, write)against time= op tijd loopen (sport); zoo hard mogelijk loopen, werken, schrijven;To talkagainst time= zoo snel mogelijk praten om tijd te winnen, of verlegenheid te verbergen;At times= nu en dan;Twoat a time= twee tegelijk;At my timeof day= op mijn leeftijd;At the timeof his death= ten tijde dat hij stierf;At one timeyou told me so= eens;I’ll see youat one timeor other= kom je te eeniger tijd bezoeken;It is foolish to complainat this timeof day= thans nog;A bitbehind (before) your time= te laat, (te vroeg);We shall have the sumby that time= tegen dien tijd;You ought to be readyby this time= thans;I stop(ped)for the time being= voor het oogenblik (destijds);I have not seenyou for a long time= in lang niet;He lived herefor a time= een tijdje;You had better repentin time= bijtijds, voordat het te laat is;Your remark isout of time= te onpas;You areout of time= uit de maat;He was knockedout of time= zoo geslagen, dat hij zijn bekomst had;The train ranto time,arrivedto time= was precies op tijd;Up to this timehe paid regularly= tot hiertoe;Once upon a timethere was= er was er eens;An orchestral conductor has tobeat time= moet de maat slaan;He hashusbanded (out) his time= zijn tijd zuinig besteed;You mustimprove the time= zoo goed mogelijk besteden;You don’t keep time= bent uit de maat;I wish tokill (the) time,fortime hangs heavyon my hands= den tijd te korten, die mij lang valt;Heknows the time of day= weet hoe laat het is (fig.);I shall notlose timeto visit you= zal u spoedig komen bezoeken;That willtake up a good deal of time= heel wat tijd kosten;Hetook present time by the top= greep de gelegenheid aan;Will you allow meto time myself? = mag ik eens op mijn horloge kijken (om te zien hoe lang ik noodig heb gehad of hier geweest ben);The train is timedto reach L. at 8= moet om 8 uur te L. zijn;The visit was timedat an inopportune moment= het bezoek kwam zeer ongelegen;It wasanill-timedthought= eene op dat oogenblik ongelukkige gedachte;Time-bargain= tijdhandel, contract op levering;Time-bill= dienstregeling;Time-cribbing= onwettig overwerk;Time-expired= zijn tijd uitgediend;Time-freight= ijlgoed;Time-glass,Glass of time= tijglas, zandlooper;Time-honoured= achtenswaardig:Atime-honoured usage= eene eerbiedwaardige gewoonte;Time-keeper= chronometer, metronoom; scheidsrechter, iem. die de tijden aangeeft (Sport); controleur;Time-lock= slot dat slechts op bepaalde tijden kan worden geopend;Time-piece= uurwerk, chronometer;Time-pleaser= iemand, die de huik naar den wind hangt =Time-server;Time-serving, subst. het huilen met de wolven; adj. zich schikkend naar[578]de heerschende opinie;Time-table= dienstregeling, spoorboekje, lesrooster, leerplan;Time-worn= versleten;Timeful= gepast, tijdig, vroeg;Timeless= ontijdig; eindeloos, eeuwig;Timeliness, subst. v.Timely= tijdig, vroeg:A timely remark= eene te juister tijd gemaakte opmerking.Timid,timid, beschroomd, bedeesd:As timid as a hare= zoo bang als een wezel; subst.Timidity,timiditi=Timidness.Timocracy,taimokresi, timocratie; adj.Timocratic,t(a)iməkratik.Timon,taim’n, Timon;Timor,timö.Timorous,timərɐs, schroomvallig, vreesachtig; adj.Timorousness.Timothy grass,timəthigrâs, timotheegras.Tin,tin, subst. tin, blik, geld, splint; adj. tinnen;Tinverb. vertinnen, met stanniool beleggen, inmaken:Atin casefor botanical specimens;Nice girls butnot much tin= maar geen geld;Tin roof= zinken dak, plat;Tinned meat, fruit= vleesch, vruchten in blik;Tin-foil= stanniool;Tin-man= tinnegieter, blikslager;Tin-mine= tinmijn;Tin-plate= blik;Tin-smith=Tin-man;Tin-solder= soldeer;Tin-type= photographie op metaal (Am.);Tin-worm= duizendpoot;Tinny= tin houdend, vol tin.Tincal,tiŋk’l, ruwe borax.Tincture,tiŋktjə, subst. tint, kleur, smaak, zweem, tinktuur;Tinctureverb. kleuren, verven, tinten.Tinder,tində, tonder, zwam;Tinder-box= tonderdoos;Tinderlike= als tonder =Tindery.Tine,tain, tand van eene vork, tak;Tined:Twelve tinedantlers= met 12 takken.Tinea,tiniə, mot; schin (Med.).Ting,tiŋ:Ting-ting= klanknaboots. van een (fiets)bel;Tingverb. (doen) klinken:Toting a bell.Tinge,tinž, subst. tint, kleur, smaakje, zweem;Tingeverb. tinten, kleuren:She had experiencedsharp tinges of regret= er nu en dan diep berouw over gehad;Principles, slightlytinged withradicalism= iets radicaal getinte beginselen;Tinger.Tingle,tiŋg’l, tintelen, prikken, steken, jeuken, tuiten:My ears tingled with it= tuitten ervan;Tingling= kriebelen, tuiten:Tingling of the ears.Tinker,tiŋkə, subst. (ketel)lapper;Tinkerverb. (ketel)lappen, lappen, knoeien aan:Political tinkers= politieke tinnegieters;I musthave a tinker atit= het eens onderhanden nemen;He was alwaystinkering those contracts= zat altijd te knoeien aan die contracten;Tinkering measures= lapmiddelen.Tinkle,tiŋk’l, subst. gerinkel, geklingel;Tinkleverb. rinkelen,(doen) klinken, tuiten:Thetinkling of bells= getjingel;Tinkling his dessert-knife againsthis wine-glass;Her fingerstinkled overthe spinet= tokkelden.Tinsel,tins’l, subst. klatergoud (ookfig.), brocaat, valsche schijn; adj. oppervlakkig, schijn …, opgeschikt;Tinselverb. met klatergoud bedekken, mooi maken.Tint,tint, subst. tint;Tintverb.tinten: Tinted glasses= gekleurde bril;Tintless.Tintinnabulation,tintənabjuleiš’n, getjingel;Tintinnabulous, tjingelend;Tintinnabulumof rhyme= rijmgetjingel.Tiny,taini, klein, teer, zwak.Tip,tip, subst. punt, tip, topje, helmknopje, tikje, fooi, inlichtingen, inrichting om karren te kippen, kipkar, losplaats;Tipverb. punten, de punt beslaan met, wippen of kippen (van eene kar), toppen (van ra’s), omvallen, schenken, eene fooi geven, intieme wenken of inlichtingen geven:Tip of a cigar,thenose,thetail;The pendants shook in thetips of her pretty ears= lellen;She is a ladyto the finger tips= op en top;That is astraight tip= duidelijke wenk;I don’t know where hegets his tips= waar hij zijne inlichtingen vandaan haalt;Hegave me the tip= hij waarschuwde mij, gaf mij een wenk;Tip-car(t)= kipkar;Tip-cat= timp, tip (ook het spel);Tip-staff= staf, gerechtsdienaar;Tip-tilted= opgewipt;Hetipped me a guinea= gaf me;Totip all nine= alle negen omwerpen;Have youtipped the servant? = heb je een fooi gegeven;Hetipped me the wink= gaf me een teeken, een wenk;The ministerhad been tipped the winkas to the writer of the pamphlet= den minister was heimelijk een wenk gegeven;Hetipped the liquor off= gooide “’m” om;The new seats in the theatretip upof their own accord the instant they are vacated= wippen op zoodra men opstaat;Tip-up seats= klapstoelen;Tipping system= fooienstelsel.Tipperary,tipərêri:Tipperary lawyer= korte eiken knuppel.Tippet,tipət, pelskraag, sjerp, kraag.Tipple,tip’lsubst. drank, geliefkoosde drank;Tippleverb. pimpelen:A place of tipple= kroeg;This wine isfirst-rate tipple= is uitstekend;Tippler= drinkebroer;Tippling-house= kroeg.Tipsiness,tipsinəs, subst. v.Tipsy,tipsi, dronken, aangeschoten;Tipsy-cake= amandelpudding of gebak met madera of iets dergelijks.Tiptoe,tiptou, subst. punt van de teen; adj. en adv. op de teenen, tersluiks;Tiptoeverb. op de teenen loopen:Hewas (stood) on tiptoe= stond op de teenen, was zeer nieuwsgierig, in gespannen verwachting;We areon the tiptoe of expectation= in gespannen verwachting.Tiptop,tiptop, subst. bovenste beste; adj. zeer goed, uitstekend, bovenste beste:A tiptop education= voortreffelijke opvoeding;A tiptopper= banjer, iets heel bijzonders.Tirade,tireid, tirade; loopje (muz.).Tirailleur,tiral(j)ɐ̂, scherpschutter.Tire,taiə, subst. wielband, drijfriem; kleeding, tooi; afmatting;Tireverb. uitputten, vermoeien, vervelen, afmatten: tooien, (op)kleeden; een band doen om:Cushion (Pneumatic) tire= luchtband;This “tired” me= dit verveelde me (Amer.);He soontired ofit= werd het spoedig “beu”;I amtired out= doodop;I amtired to death= doodmoe:Hetired me to death= heeft mij doodelijk verveeld;I amtired with (of)[579]listening to your complaints= ben moe (ik heb genoeg) van;Air-tiredbicycles= rijwielen met luchtbanden;Dog tired= bekaf;Tiredness= vermoeidheid, uitputting;Tireless= onvermoeid; subst.Tirelessness;Tiresome,taiəs’m, afmattend, vermoeiend, vervelend; subst.Tiresomeness;Tiring:Tiring-room= kleedkamer (voor acteurs);Tiring-woman= kamenier (van een actrice).Tiro,tairou, beginner; ZieTyro.Tirra-lirra,tirəlirə, tiereliere, trara, etc.Tirw(h)it,tɐ̂(h)wit, kievit.’Tis,tiz, samentr. vanIt is.Tisic(k),tisik; ZiePhthisic.Tisri,tizri, eerste maand van het burgerlijk jaar (Israël.).Tissue,tišu, subst. fijn weefsel, goud- of zilverlaken, aaneenschakeling, zijdepapier (Tissue-paper);Tissueverb. weven, doorweven, schakeeren:It isa tissue of lies= weefsel, reeks v. leugens.Tit,tit, subst. graspieper, meesje; paardje; stukje, brokje, tikje;Titverb. tikken, gooien:Igave him tit for tat= gaf hem leer om leer;Why should Itit up for it? = er om opgooien;Tit-bit= lekkernij, iets fijns.Titan,tait’n, zon, Titan; vr.Titaness;Titania,t(a)iteinjə, Titania, de feeënkoningin en vrouw van Oberon;Titanic,taitanik, titanisch, reusachtig.Tith(e)able,taidhəb’l, tiendbaar;Tithe,taidh, tiende;Titheverb. tienden heffen;Tithing,taidhiŋ, het heffen van tienden; getal van tien huismannen;Tithing-man= hoofd van eenTithing; inAmer.kerkelijk opziener, ambtenaar belast met het toezicht op de Zondagsviering.Titillate,titileit, kietelen, prikkelen; subst. Titillation.Titivate,titiveit, opdirken, opzichtig kleeden.Titlark,titlâk, graspieper =Titling.Title,tait’l, subst. titel, opschrift, naam, benaming, aanspraak, eigendomsrecht;Titleverb. betitelen, noemen:Tobear a title= titel dragen;Tohave a title to= gerechtigd zijn tot;He took possessionby the clearest title= met de duidelijkste (volste) aanspraken;Title-deed= eigendomsacte of -bewijs;Title-page= titelblad;Title-rôle= titelrol;A titled gentleman= adellijk;Titleless= zonder titel.Titmouse,titmaus, mees.Titrate,t(a)itreit, titreeren; subst.Titration.Titter,titə, gichelen, wippen; subst. gegichel:Every one around them wasin a titter= aan het gichelen.Tittle,tit’l, subst. stip, iota;Tittleverb. wauwelen, babbelen:That is itto a tittle= precies;Tittle-tattle, subst. gewauwel, gebabbel, wauwelaar; adj. wauwelend;Tittle-tattleverb. wauwelen;Tittle-tattler= snapper.Tittlebat,tit’lbat, stekelbaarsje.Titty-wagger,titiwagə, leugentje.Titular,titjulə, titulair, in naam; subst. titularis (die ’t ambt niet zelf uitoefent):Titular office= eereambt.Titus (Brown),brauntaitəs, gewone volksetymol. verbastering vanBronchitis.Tiver,t(a)ivə, subst. roode oker om schapen te merken;Tiververb. merken.Tiverton,tivət’n.Tizzy,tizi, sixpence.To,tu, adv. en prep. naar, tot, totaan, tegen, toe, in, voor, vergeleken met:As tothis question, I am sorry, I can’t actaccording toyour wish= wat betreft …,overeenkomstig;To it again= maar weer opnieuw;The horsesare to= zijn voorgespannen;Hepulledthe door to= trok dicht;They weresinging to the strummingof a guitar= zongen bij;They weresitting to breakfastat a little table= ontbeten;Hetook my sister to wife= nam tot vrouw;To swingto and fro= heen en weer;Don’t come to and frobut wait= kom niet telkens aanloopen;That isdeath tothe patient= de dood van den patient;He took aliking toher= vatte liefde voor haar op;That isnothing towhat I saw= haalt niet bij;That’spleasant tothe palate, taste= doet weldadig aan;To the best ofmy ability (abilities)= zoo goed ik kan;it was warto the death (knife)between them= strijd op leven en dood;I told it himto his face (teeth)= in zijn gezicht;He is kindto a fault= eigenlijk te goed;We were singingto our hearts’ content= naar hartelust;To his eternal honourbe it said= tot zijn onvergankelijke eer;Describedto the life= getrouw naar het leven;They wereto a manin white gloves= droegen allen zonder onderscheid;It isten to onethat he’ll come= het is tien tegen één;A quarter to three= kwart vóór drie;Done to a turn= precies gaar;He exerted his powersto the utmost= spande zijne krachten tot het uiterste in.
This,dhis, deze, dit:This day week= vandaag vóór een week;This is Thursday= ’t Is vandaag;This one and the other= deze en gene;It wasMiss Mary thisandMiss M. that= vóór en na;Generalsthis and that= die en die;Just allow itfor this once= dezen éénen keer;You must be readyby this (time)= thans;From this to X.= van hier naar X.;This muchhe told me= zooveel heeft hij mij verteld;Comethis way= hiernaartoe;I have not seen himthese three months= in geene drie maanden.Thistle,this’l, distel:Order of the Thistle= Distel- of Andreasorde;Thistledown= distelpluisjes:As light as thistledown= als een veertje;Thistly= vol distels.Thither,dhidhə, daarheen;Thitherto= tot daartoe;Thitherward(s)= derwaarts.Tho’,dhou=Though.Thole,thoul, subst. dol =Thole-pin.Thomas,toməs:A very Thomas in disbelief= een ongeloovige Thomas;Thomism,tomizm, wijsgeerig-godsdienstig stelsel vanTh. Aquinas;Thomist= Thomist;Thompson,tom(p)s’n;Thomson,toms’n.Thong,thoŋ, riem, snoer.Thor,thö, Thor:Thor’s hammers= steenen werktuigen en gereedschap.Thoracic,thərasik, borst …:Thoracic fins= buikvinnen;Thorax,thôrəks, borst(kas), borststuk.Thorn,thön, doorn(struik), stekel, prikkel:Tobe a thorn in a person’s side (flesh)= een doorn in ’t oog zijn;Tobe (sit) upon thorns= op heete kolen zitten;He that handles thorns shall prick his fingers= wie met pek omgaat wordt er mede besmet;Thorn-apple= doornappel;Thorn-back= stekelrog;Thorn-bush= doornstruik;Thorn-but= tarbot;Thorn-hedge= doornhaag;Thorn-letter= de oudsteA.S.lettervorm voor de tegenwoordigeth;Thorn-set= met doornen bezet of beplant;Thorny= doornachtig, scherp, lastig, kwellend, netelig.Thorough,thɐrə, volkomen, volmaakt, grondig, volledig, doortastend, doordringend:He isa man of thorough= hij tast door;Thorough-bred= volbloed (Thorough horse), beschaafd, ontwikkeld, grondig, doortastend;Thoroughfare= doorgang, (hoofd)straat:No thoroughfare= voor het verkeer gesloten;Thoroughgoing= doortastend, afdoend, radicaal:A military reconstructionof the most thoroughgoing kind= zoo radicaal mogelijk;The thoroughgoingnessof a newspaper= de durf van eene courant;Thorough-lighted= met ramen aan tegenovergestelde zijden;Thorough-paced= afgericht, voltooid, volmaakt, aarts …:Athorough-paced villain= een volleerde schurk;Thoroughness= volkomenheid, grondigheid.Thorp(e),thöp, dorp, gehucht.Those,dhouz, (mv. v.That), die:There are thosewho pretend= er zijn er.Thou,dhau, gij; verkorting voorthousand;Thouverb. metthouaanspreken.Though,dhou, ofschoon, indien al, niettegenstaande:Though I say it= al zeg ik het zelf;Though it were true= al was het ook waar;He is a good fellow though= hij is tòch een goede kerel;What though the body dies= wat hindert hetofhet lichaam sterft;You would though, if you had been present= en toch zou je dat wel, als, etc.;He should play more though= overigens moest hij meer spelen.Thought,thôt, imperf. en p.p. vanto think.Thought,thôt, gedachte, overweging, bepeinzing, oordeel, meening, voornemen, voorstelling,[573]schijntje:He wasa thought tallerthan the ordinary run of people= een ietsje langer;I will be backupon a thought= in een wip;Thatthought occurred to (struck) me= die gedachte kwam bij mij op;I didn’t give it thought= heb er geen oogenblik aan gedacht;I had some thoughts of going= liep rond met ’t idee;I cannotread your thoughts= uwe gedachten niet lezen of raden;You had bettertake thoughtand not be rash= u goed te bedenken;Hetook no thoughtfor to-morrow= bekommerde zich niet om;Thought-reader= gedachtenlezer;Thought-reading= het gedachtenlezen;Thoughtful= bepeinzend, vol gedachten, attent, bedachtzaam, bedacht:He isthoughtful ofhis interests= bedacht op;Athoughtful book= een boek dat tot nadenken stemt;Very thoughtful ofyou not to forget my birthday= erg attent van u;She talkedthoughtfullyand sensibly= bedachtzaam; subst.Thoughtfulness;Thoughtless= gedachteloos, zorgeloos; subst.Thoughtlessness.Thousand,thauz’nd, subst. en adj. duizend(tal):It is a thousand pities= het is doodjammer;It is a thousand nuts to an orange pip= tien tegen één;He isone in a thousand= één uit de duizend;I havea thousand thingsto do= allerlei dingen;They appearedin their thousands= in grooten getale;Thousand-legs= duizendpoot;Thousandfold= duizendvoudig;Thousandth, subst. en adj. duizendste (deel).Thrace,threis, Thracië;Thracian= Thrasisch; Thraciër.Thraldom,thrôld’m, slavernij, lijfeigenschap;Thrall,thrôl, slaaf, slavernij.Thrash,thraš, dorschen, afranselen, van alle kanten bekijken of bespreken:Tothrash over old straw= stroo dorschen (fig.), zich afsloven;Thrashel= dorschvlegel;Thrasher= dorscher; zeevos (soort haai);Thrashing:Hegot a sound thrashing= een duchtig pak slaag;Thrashing-floor= dorschvloer;Thrashing-machine,Thrashing-mill= dorschmachine.Thread,thred, subst. draad, garen, meeldraad, vezel, ader;Threadverb. een draad in eene naald steken, zich een doorgang banen, doorheen dringen (=Tothread one’s way through):Thethread of a screw= draad van een schroef;Tolose the thread of one’s discourse;Topick up threads= het gesprek aan den gang krijgen;Totake up the thread of a tale;Its existence washanging on (by) a (slender) thin thread= hing aan een zijden draadje;I hadn’t a dry thread on me= geen drogen draad aan mijn lijf;Air threads= herfstdraden;Tothread the needle= figuur in een dans, waarbij de paren onder opgeheven en verbonden handen doorgaan;Threadbare= kaal, versleten, afgezaagd; subst.Threadbareness;Thread-bobbin= garenklos;Thread-paper(s)= dunne reepjes papier, papillotten:I am not goingto fret myself into thread-paperfor her= denk me niet dood te kniezen;Thread-worm= draadworm;Threadiness, subst. v.Thready= draderig, dun.Threat,thret, subst. bedreiging:Empty threat= ijdele;Threaten= dreigen, bedriegen, schrik aanjagen (door bedreigingen), een dreigend aanzien hebben;Threatener;Threatening:Threatening-letter= dreigbrief.Three,thrî, subst. en adj. drie(tal):In three copies= in triplo;Tofold in threes= in drieën;I hadround number threewith him= ik heb duchtig met hem afgerekend;Therule of three= regel v. drieën;The three F’s= eischen der IerscheLandliga:Free Sale,Fixity of Tenure,Fair rent;I won’t sell itunder three figures= onder £ 100;Three-figure accidentsare almost unknown now= ongelukken, waarbij 100 of meer menschen hun leven verliezen;Three-act(ed)= in 3 bedrijven;Three-cornered= met 3 hoeken of punten:Three-cornered constituency= kiesdistrict dat drie leden afvaardigt, terwijl ieder kiezer slechts op twee van deze mag stemmen;Three-decker= driedekker; ouderwetsche kansel met drie verdiepingen of lezenaars;Threefold= drievoudig;Three-foot stool= driepoot;Three-headed= met drie koppen of hoofden;TheThree Hours’ Agony (Service)= dienst op Goeden Vrijdag van 12–3;Three-pence,thrip’ns, driestuiverstukje;Threepenny,thrip’ni, van drie stuivers; gering, gewoon;Threepenny bit=Three penny piece;It’sa threepenny concern= sjofel boeltje;Threepenny piece= driestuiverstuk;AThree-piled Persian carpet= rijk, zwaar Perzisch kleed;Threescore= zestig;Three-square= driehoekig, met drie punten;A bottle ofthree-star brandy= fijne cognac (etiket met drie sterren erop);Three-tailed pasha= met 3 paardestaarten.Threnody,threnədi, klaagzang.Thresh,threš;Thresher. ZieThrash.Threshold,threšould, drempel, ingang, begin.Threw,thrû, imperf. vanto throw.Thrice,thrais, driemaal;Thrice-blest= overgelukkig;Thrice-favoured= buitengewoon begunstigd.Thrid,thrid, doorsteken. ZieThread.Thrift,thrift, zuinigheid, spaarzaamheid, voorspoed; anjelier;Thriftiness= spaarzaamheid, voorspoed;Thriftless= verkwistend; subst.Thriftlessness;Thrifty= spaarzaam, voorspoedig.Thrill,thril, subst. siddering; drilboor;Thrillverb. doordringen, doorboren, trillen, rillen; kweelen:Thissent a thrill of horrorthrough the world= deed van afgrijzen rillen;Itthrilled himwith a vague dread= eene onbepaalde vrees doortrilde hem;Hethrilledat hearing this= sidderde;Thrillers and curdlers= sensatie-romans.Thrive,thraiv, bloeien, vooruitkomen, gelukkig zijn, gedijen, toenemen:He that will thrive Must rise at five, He that has thriven May lie till seven= Zal het u goedgaan, Wil dan vroeg opstaan, Hebt ge ’t geld verdiend, Lig dan langer, vriend;Ill weeds are sure to thrive= onkruid vergaat niet;Thriven,thriv’n, p.p. vanThrive;Thriver= voorspoedig man;Thriving= voorspoedig, bloeiend; subst.Thrivingness.Thro’,thrû=Through.Throat,throut, keel, strot, stem, ingang, nauwe doorgang:Toclear one’s throat=[574]schrapen;These two merchants arecutting each other’s throats= werken elkaar er onder;Youcut your own throatby doing this= benadeelt uzelf;I was down her throatin a moment= hield haar onmiddellijk aan haar woord;Don’tjump down my throat= stuif niet zoo op tegen me;Ifelt a ball rising in my throat= ik kreeg een prop in de keel;Helied in his throat= loog schandalig;It stillsticks in my throat= zit me nog hoog (fig.);Heheld a knife to my throat= hij zette mij het mes op de keel;I have the exhibition up to my throat= de tentoonstelling hangt me de keel uit;Throat-band=Throat-latch= keelriem (v. een paard);Throat-wort= halskruid (soort v. klokje);Afull-throated song= lied uit volle borst;Throaty= gutturaal, uit de keel; vraatzuchtig.Throb,throb, subst. klopping;Throbverb. kloppen:My heart throbs.Throe,throu, subst. hevige pijn;Throeverb. in barensnood verkeeren, groote pijn lijden;Throes= barensweeën:Last throes= doodstrijd.Throne,throun, subst. troon;Throneverb. zieEnthrone;Speech from the throne= troonrede;Toascend (mount) the throne= bestijgen;Tocome to the throne;Throne-room= troonzaal.Throng,throŋ, subst. gedrang, groote menigte;Throngverb. verdringen, opdringen, toestroomen:The peoplecame thronging in= stroomden naar binnen;Thronged-out streets= schoongeveegde straten;Thronged with= vol.Throstle,thros’l, zanglijster.Throttle,throt’l, subst. luchtpijp, keel;Throttleverb. smoren, (ver)stikken:Throttled to death;Throttler.Through,thrû, door, doorheen, geheel, wegens:Tobe wet through= doornat zijn;Through and through= door en door;It’s all through you= ’t komt al door u;Through the year= het geheele jaar door;Tobe through= klaar zijn;My intention will becarried through= doorgezet worden;The plan hasfallen through= viel in duigen;Toget (go) through= te boven komen, ten einde brengen, komen door (een examen);Iread it throughfrom cover to cover= las het heelemaal door;Hesaw throughmy intentions= doorzag;Through-carriage= doorgaand rijtuig;Through-line= doorloopend spoor;Through-passenger= doorgaand passagier;Through-ticket;Through-traffic= transitohandel;Through-train= doorgaande;Through-waybill= dóorbevrachting v. het continent naar eenig deel van Engeland;Throughout:Throughout the day= den geheelen dag lang;All of a through piece= geheel uit één stuk.Throve,throuv, imperf. vanto thrive.Throw,throu, subst. gooi, worp;Throwverb. werpen, smijten, slingeren, in haast aan- of omdoen, afwerpen, slaan, opwerpen, dobbelen, verliezen, etc.:Tothrow lighton= licht werpen op;I wrestled with my pride and threw it= en overwon hem;They havethrown stonesat us= ons met steenen gegooid;Shethrew herself awayon a drunken baronet= verslingerde zich aan;That’sthrowing money away= geld in ’t water gooien;Good advice isthrown away uponhim= is niet aan hem besteed;The reflectorsthrew backthe light= kaatsten terug;Tothrow by= ter zijde werpen, verwerpen;Tothrow down= neergooien, omgooien, tegen den grond gooien;Hethrew himself down= ging liggen;Allow me tothrow ina word= mag ik ook een woordje meespreken?I wasthrown intoenthusiasm= gebracht tot;I havethrown him off= wil niets meer met hem te maken hebben;Ithrew onmy trousers= schoot mijne broek aan;Ithrow myself onyour mercy= geef me over;Hethrew it outquite suddenly= kwam er in eens mee voor den dag;The bill wasthrown out= werd verworpen;We find ourselvesthrown out= teleurgesteld;She hasthrown him over= de bons gegeven;Tothrow to the winds= de brui geven van;Her jet ornamentsthrew upthe whiteness of her skin= deden uitkomen;He hasthrown upthe sponge= heeft zich gewonnen gegeven;He wasthrown withthat girl= verkikkerd op;I had never thought I should bethrown much withsuch people= aangehaald worden, veel omgang hebben met;Athrow-down cracker= voetzoeker;Thrower= werper, gooier, draaier, twijnder;Throwing back= atavisme;Thrown= getwijnd, gedraaid;Throwster= twijnster (v. zijde).Thrum,thrɐm, subst. zelfkant, kwast, meeldraad (Thrums= grof garen, garenafval);Thrumverb. (eene mat) spekken; krassen, tjingelen, trommelen (op piano):The thrumming of an old guitar= het tjingelen op.Thrush,thrɐš, zanglijster; spruw.Thrust, thrɐst, subst. stoot, steek, aanval, horizontale drukking;Thrustverb. stooten, drijven, duwen, steken, indringen:Hethrust (made a thrust) at me= stiet naar mij;Hethrust himself in(to)our society= drong zich;Thruster= doorsteker.Thud,thɐd, slag, plof, bons;Thudverb. dreunen, kloppen:He fellwith a dull thudon the path= met een doffen slag;Adull, thudding pain= drukkende, zware pijn.Thug,thɐg, sluipmoordenaar, lid v. een vroegere moordenaarsbende (Brit. Indië);Thuggee= mysteriën of bedrijf derthugs=Thuggery=Thuggism.Thule,thjûli:Ultima Thule= het einde der wereld.Thumb,thɐm, subst. duim;Thumbverb. beduimelen, betasten, met de vingers trommelen, onhandig doen:Tom Thumb= Klein Duimpje;His fingers are all thumbs= zijne handen staan hem verkeerd;Tohave (hold) under one’s thumb= onder den duim houden;I wasleft to twirl my thumbs= ik kon op mijn duim zuigen;Thumb-lock= drukslot;Thumb-mark;Thumb-nail, subst. nagel van den duim, penkras; adj. klein:I dashed offa thumb-nailon the envelope= gooide een schetsje op de enveloppe;Thumb-nail sketches= penkrassen;Thumb-screw= duimschroef;Thumb-stall= duimeling;Thumbkins= duimschroeven.Thump,thɐmp, subst. zware slag, bons, plof;Thumpverb. stompen, ploffen, zwaar neerkomen:It isa downright thumping lie=[575]een groote leugen;Thatthumpingrascal= die vervloekte schurk;Thumper= iets kolossaals, een groote leugen.Thunder,thɐndə, donder, donderslag, onweer, banbliksem;Thunderverb. donderen, bulderen, slingeren:By thunder= voor den donder;What in thunderdo you want= wat donder wil je eigenlijk?Rolling peals of thunder= ratelende donderslagen;It is the thunder that strikes, but the lightning that smites= de donder ratelt, de bliksem slaat in (=groote woorden zijn maar wind);Weshall have thunder to-day= krijgen onweer;Thunder of applause;Thunder of cannon;Thunder and lightning trousers= broek van donkergrauwe stof met witte spikkels;To thunder out an excommunication;Thunderbolt= bliksemstraal, donderslag, banbliksem:Like a (thunder)bolt from the blue= gelijk een donderslag uit onbewolkten hemel;Thunder-clap= donderslag =Clap of thunder;Thunder-cloud= onweerswolk;Thunder-dart= bliksemschicht;Thunder-peal= slag;Thunder-pick= pijlsteen, dondersteen;Thunder-storm= onweer;Thunder-struck= (als) door den bliksem getroffen;Thunderer= donderaar (naam van “The Times”);Thunderous:Thunderous roar= donderend geraas.Thurible,thjûrib’l, wierookvat;Thurifer,thjûrifɐ̂, wierookvatzwaaier;Thuriferous,thjurifərɐs, wierook bevattend of voortbrengend;Thurification= bewierooking.Thuringia,thjurinžiə, Thuringen;Thuringian, (bewoner) van Th.; Thuringsch.Thursday,thɐ̂zdi, Donderdag:Holy Thursday= Hemelvaartsdag;Maundy Thursday= Witte Donderdag.Thus,dhɐs, subst. wierook.Thus,dhɐs, aldus, dientengevolge, dus, tot aan:Thus far= tot hiertoe;As thus= als volgt;I told you thus much= dit (alles) heb ik u gezegd.Thwack,thwak, subst. harde slag, stomp;Thwackverb. slaan, stompen;Thwacking= pak slaag.Thwart,thwöt, subst. doft; adj. dwars, schuin; adv. dwars; prep. dwarsover; subst. tegenstand, belemmering;Thwartverb. kruisen, dwarsboomen;Thwartness= dwarsheid, weerbarstigheid;Thwartships= dwarsscheeps.Thy,dhai, bez. vnw.: uw;Thyself= uzelf.Thylacine,thailəsain, buidelwolf.Thyme,taim, tijm;Thymy, vol tijm, geurig.Thyroid,thairôid, schildvormig;Thyroid-cartilage= schildvormig kraakbeen.Thyrse,thɐ̂s(Thyrsus,thɐ̂səs), Bacchusstaf;Thyrsoid,thɐ̂sôid, in den vorm van een B.Tiara,taiêrə,taiârə, tiara, driedubbele pausenkroon, pausel. waardigheid, soort v. diadeem:Tiaraed,taiêradmet eentiaragetooid.Tib,tib:St Tib’s Eve= Juttemis;Tib-cat= kat.Tib,tib:Tib out= uitknijpen (Schoolslang).Tibald,tibəld;Tiber,taibə, Tiber;Tiberius,taibîriəs;Tibet,tibət,tibet.Tibia,tibiə, scheenbeen, adj.Tibial.Tic,tik, neuralgie, aangezichtspijn.Tichborne,titšbən.Tick,tik, subst. teek, tijk, tikje, teeken, stip, getik; crediet, rekening;Tickverb. tikken, borgen, crediet geven of krijgen, ter contrôle aanschrappen op een lijst:He that has no money,needs no purse, but tick= heeft crediet en geene beurs noodig;A state of tick= toest. v. geldgebrek;He buys everythingon tick= op den pof, op crediet;Togive one no end of tick;You cannottick a man off into columnsin a parliamentary return= men kan een mensch niet in rubrieken verdeelen in eene regeeringsstatistiek;Tick-bean= paardeboon;Tick-tackof the clock;Ticker= horloge.Ticken,tik’n, stof voor beddetijk.Ticket,tikət, kaartje, biljet, lot, toegangsbewijs, plaatskaartje, lommerdbriefje, etiket, mandaat, gedrukte candidatenlijst bij verkiezingen, stembiljet (Am.):That’s the ticket= dat is je ware;Tobuy one’s ticket(Am.voorEng.:Totake one’s ticket) een kaartje nemen;He waselected on the radical ticket= op het radicale program;Ticket-collector (-examiner)= controleur;Ticket-day= eerste dag der rescontre;Ticket-of-leave= bewijs van voorwaardelijke invrijheidstelling;Ticket-of-leave-man= voorwaardelijk vrijgelatene;Ticket-night= soort benefice voorstelling;Ticket-office= plaatskaartenbureau;Ticket-porter= gepatenteerd of door eene maatschappij aangestelde kruier;Ticket-window= loket.Ticking=Ticken.Tickle,tik’l, kietelen, streelen:That tickled them= dat deed hun aangenaam aan;He tried totickle my palm= mij duimzalf te geven;Tickler= netelige vraag, raadsel; stok, pak slaag;Ticklish, wankel(moedig), onvertrouwbaar, netelig, lastig; subst.Ticklishness.Tidal,taid’l, wat tot ebbe of vloed behoort:Tidal service= stoombootdienst in verband met het getij;Tidal wave= vloedgolf;I leave by thetidal (train)for France= met den trein, die op het getij rijdt.Tidbit,tidbit=Titbit.Tiddler,tidlə:Tom Tiddler’s ground= luilekkerland.Tide,taid,subst. tijd, tij, getij, hooge stand, vloed, stroom, loop der omstandigheden;Tideverb. met het getij een haven binnenvallen of verlaten, met tij zeilen of drijven:Outgoing tide= ebbe;The tide of fortune (success)was flowing= was met ons (hem, etc.);Thetide was going at a strong (great) rate= er liep een zwaar tij;We leaveat the shifting of the tide= bij het kenteren van het getij;We aresailing with the tide= met den stroom;We could hardlystem the tide= haast niet doodzeilen;Hetook fortune at the tide=Took the tide at the flood= smeedde het ijzer toen het heet was;Wetided overthose days= zijn gelukkig te boven gekomen;It remains to be seen whether you cantide overthe difficulties= of gij er u doorheen kunt slaan;Tide-gate= sluis v. een kanaal dat den invloed v. het tij ondervindt;Tide-gauge= peilschaal;Tidesman,Tide-surveyor= kommies te water;Tide-table[576]= tafel der hoogwatergetijden;Tide-waiter=Tidesman;Tide-water= water dat den invloed van ebbe en vloed ondervindt;Tide-wave= vloedgolf;In the tide-way= op stroom;Tideless= zonder tij.Tidiness,taidinəs, subst. v.Tidy.Tidings,taidiŋz, tijding, bericht:Tobring (receive, send) tidings.Tidy,taidi, netjes, proper, zindelijk; subst. gehaakt kleedje, anti-macassar, morsschortje;Tidyverb. opruimen, in orde brengen, opknappen:It cost mea tidy penny= een mooien duit;I musttidy awayall the memories of yore= moet verdrijven;Totidy up= zich opknappen.Tie,tai, subst. band, knoop, haarband, gelijk aantal punten, onbesliste wedstrijd, gelijk aantal stemmen, verbindingsbalk, verbindingsteeken, strikje;Tieverb. binden, verbinden, onderbinden, knoopen, beperken, precies gelijk zijn (bij een wedstrijd):White evening tie= strikje;Final tie= eindwedstrijd;Theties of friendship, love, kindred= banden van vriendschap, liefde, bloedverwantschap;He isa tie on me= is mij tot last, bindt mij de handen;Todo upone’s tie= (hals)strikje knoopen;This poetscores a tie withTennyson in the collection= van beiden zijn evenveel stukken opgenomen;Totie a knot= een knoop leggen;I amtied down tomy work= gebonden aan;Tie it in a bow= maak er een strik van;I havetied it up= heb het dicht gebonden;She tied upher money that her husband could not get at it= zij zette haar geld vast.Tier,tîə, reeks, rij, rang;Tierverb. in rijen rangschikken:The cells werebuilt in tiers,one over the other.Tierce,tîəs, maat, gewicht (ZieTerce); volgkaarten, terts, drielingsbalk (Herald).Tiercel,tîəs’l, mannetjesvalk.Tiercet,tîəsət,tɐ̂sət, terzet, drieregelig gedicht.Tiff,tif, subst. booze bui, kleine ruzie; slokje:She wasin a tiff= had eene kwade bui;The two lovershave had a tiff= hebben standjes gehad;Totake tiff= zich beleedigd gevoelen;Sheis a little tiffed,and thinks we have treated her ill= boos;Tiffish= prikkelbaar.Tiffany,tifəni, dun zijden gaas.Tiffin,tifin, lunch of kleine maaltijd.Tig,tig, vangspelletje (met tikjes).Tiger,taigə, tijger, opsnijer, livreiknecht(je); extra luid applaus (Amer.):Three cheers and a tiger;They werefighting the tiger= zij waren aan het dobbelen (Am.);Tiger-cat= tijgerkat;Tiger-lily= tijgerlelie;Tiger-spotted= getijgerd;Tiger-wood= tijgerhout;Tig(e)rish= tijgerachtig; opsnijerig.Tight,tait, (lucht)dicht, strak, dicht, nauwsluitend, sterk, goedgebouwd, keurig, net, hevig, benauwd, schaarsch, gierig,dronken; (Tights= nauwsluitend tricot,zooals van acrobaten, etc.; spanbroek):Tight as a drum= smoordronken;Money is tight= ’t geld is krap;That’san uncommonly tight fit= dat sluit zeer nauw, dat moet er buitengewoon precies ingepakt worden, dat kan er nauwelijks in;I found myselfin a very tight place= benarde positie;The tight and the slack rope= het gespannen en het slappe koord;Hekeeps his children tight= kort; proper;Everything on the deck wasset tight= vastgezet, vastgesjord;Sit tight= houd je vast;Air-tight= luchtdicht;Tight-fisted= gierig;Tight-fitting= nauwsluitend;Tight-laced= bekrompen;Tighten= aanhalen, spannen, zich samentrekken;Tightness= dichtheid, etc.Tigress,taigrəs, tijgerin.Tigris,taigris, Tiger.Tigrish,taigriš=Tigerish.Tilbury,tilbəri, tilbury.Tile,tail, subst. (dak)pan, aarden deksel, hoed, deur v. eene vrijmetselaarsloge;Tileverb. met pannen dekken, zorgen dat geene oningewijden binnenkomen:Ridge tiles= vorstpannen;He has a tile loose (off)= het mankeert hem in zijn bovenste verdieping;We are tiled= de loge is gedekt, we zijn onder ons =This is a tiled meeting;Tile-burner= pannenbakker;Tile-drain= afvoerbuis;Tile-kiln= pannenbakkersoven;Tile-work(s)= pannenbakkerij;Tiler= pannendekker, dekker van de loge (vrijmetselaars);Tilery= pannenbakkerij.Tilia,tiliə, linde(boom);Tiliaceous,tilieišəs, gelijkende op of verwant met detilia.Till,til, lade, winkellade.Till,til, beploegen, bebouwen;Tillable= bebouwbaar;Tillage,tilidž, akkerbouw;Tiller= akkerman, boer.Till,til, tot, tot aan (alléén van tijd):It isnot more than two hours till dinner time= vóór;He didnotcome hometill five= eerst om vijf uur;Till now= tot nu toe;Till then= tot dien tijd toe.Tiller,tilə, subst. handvat, roerpen, helm(stok), schoot, uitlooper, jonge tak;Tillerverb. uitloopen, nieuwe takken krijgen;Tiller-chain= stuurketting;Tiller-rope= stuurtouw, stuurreep. ZieTill.Tilt,tilt, subst. tent, huif, zonnetent, dekzeil; steekspel (=Tilts), smeehamer, vooroverhelling (van vaten);Tiltverb. met een tent of een zeil bedekken, met een lans stooten, naar een ring steken, eene lans breken, vechten (voor), overhellen (van vaten), scheef staan, kenteren, hameren, wiegelen of dansen (op de golven):Heran full tilt athis enemy= liep met alle kracht (pardoes) aan op;He sattilting his chair= zat te wiegelen met;Hetilted himselfon tiptoe= ging op de teenen staan;Totilt atwindmills= vechten tegen;The hat wastilted overher ear= stond op haar ééne oor;Tilt-boat= tentboot;Tilt-cart= kipkar;Tilt-hammer= smeehamer;Tilt-roof= koepeldak;Tilt-waggon= met een kap bedekte wagon;Tilt-yard= tournooiveld;Tilting-competition= ringsteken.Tilth,tilth:The land is in good tilth= goed bebouwd.Tim,tim, verk. vanTimothy.Timbal,timb’l; ZieTymbal.Timber,timbə, subst. timmerhout, boomstam, boomen, bouwmateriaal, hout, spant,[577]barrière, woud (Amer.); adj. houten;Timberverb. met hout beschieten, van hout bouwen:Shiver my timbers= de drommel hale mij;He hada well-timbered frame= goed gebouwd en krachtig lichaam;Timber-forest= hoogstammig woud;Timber-lesson= het afranselen en uit de stad jagen van vagebonden (Amer.);Timber-merchant= houtkooper;Timber-ship= houtschip;Timber-trade= houthandel;Timber-tree= boom die timmerhout oplevert;Timber-work= houtwerk, timmerwerk;Timber-yard= houtstek, houtloods;Timbered= van hout gemaakt, met hout beschoten, bedekt met boomen voor timmerhout, massief, krachtig.Timbre,timbə, timbre.Timbrel,timbr’l, soort van tamboerijn.Time,taim, subst. tijd, duur, keer, maat, tempo, gelegenheid;Timeverb. in verband met den tijd inrichten of regelen, op het juiste oogenblik doen, de maat aangeven, den tijd bepalen voor, overeenstemmen, maat houden, etc.:He who gains time, gains everything= tijd gewonnen, alles gewonnen;Take time while time serves= gebruik uw tijd goed;Time and straw make medlars ripe= de tijd baart rozen;Time is money;Time enough always proves little enough= menschen, die den tijd hebben komen altijd tijd te kort;Time and the hour runs through the roughest day= aan den zwaarsten dag komt eenmaal een einde;Time and tide wait for no man= de tijd schikt zich niet naar ons, wij moeten ons naar den tijd schikken;Time was, when …= er was een tijd, dat;What time is it?=What is the time?= hoe laat is het?Then is the timeto show your talents= dan is het tijd;Time is up!= het is tijd, de tijd is om;In course of time= mettertijd;That isquite a length of time= dat is een heele tijd;He did itin the right nick of time= te juister tijd;Time and again= telkens weer;In times to come= in de toekomst;From times immemorial= sedert onheugelijke tijden;I have known himtime out of mind= ik ken hem ik weet niet hoe lang al;Apparent, Solar time= zonnetijd;Sidereal time= sterrentijd;Greenwich time= tijd volgens den meridiaan van Gr.;It isclose time= gesloten jachttijd;In theday time= over dag;I received your favour indue time= uwe letteren te bestemder tijd;It’s adull time= een saaie, slappe tijd;We had agood (fine) time= hebben ons uitstekend geamuseerd;He came here ingood time= op het juiste oogenblik;Do everything ingood time= op zijn tijd;We hope to marry ingood time= als de omstandigheden gunstig zijn;Lost timeis never found again= verloren tijd keert nimmer weer;Many a time and oft= herhaalde malen;Themean time= middelbare tijd;In themean time= middelerwijl;There isno time like the present= stel niet uit wat ge heden kunt doen; begin dadelijk;He did itin less than no time= in een ommezien;The goodold times= de goeie oude tijd;I shall do it inproper time= te bekwamer tijd;To march atquick (double quick) time= in versnelden pas (met den looppas);I saw him ashort time since= kort geleden;Have you got thetrue time? = weet je precies hoe laat of het is;Time after time= keer op keer;To walk (work, write)against time= op tijd loopen (sport); zoo hard mogelijk loopen, werken, schrijven;To talkagainst time= zoo snel mogelijk praten om tijd te winnen, of verlegenheid te verbergen;At times= nu en dan;Twoat a time= twee tegelijk;At my timeof day= op mijn leeftijd;At the timeof his death= ten tijde dat hij stierf;At one timeyou told me so= eens;I’ll see youat one timeor other= kom je te eeniger tijd bezoeken;It is foolish to complainat this timeof day= thans nog;A bitbehind (before) your time= te laat, (te vroeg);We shall have the sumby that time= tegen dien tijd;You ought to be readyby this time= thans;I stop(ped)for the time being= voor het oogenblik (destijds);I have not seenyou for a long time= in lang niet;He lived herefor a time= een tijdje;You had better repentin time= bijtijds, voordat het te laat is;Your remark isout of time= te onpas;You areout of time= uit de maat;He was knockedout of time= zoo geslagen, dat hij zijn bekomst had;The train ranto time,arrivedto time= was precies op tijd;Up to this timehe paid regularly= tot hiertoe;Once upon a timethere was= er was er eens;An orchestral conductor has tobeat time= moet de maat slaan;He hashusbanded (out) his time= zijn tijd zuinig besteed;You mustimprove the time= zoo goed mogelijk besteden;You don’t keep time= bent uit de maat;I wish tokill (the) time,fortime hangs heavyon my hands= den tijd te korten, die mij lang valt;Heknows the time of day= weet hoe laat het is (fig.);I shall notlose timeto visit you= zal u spoedig komen bezoeken;That willtake up a good deal of time= heel wat tijd kosten;Hetook present time by the top= greep de gelegenheid aan;Will you allow meto time myself? = mag ik eens op mijn horloge kijken (om te zien hoe lang ik noodig heb gehad of hier geweest ben);The train is timedto reach L. at 8= moet om 8 uur te L. zijn;The visit was timedat an inopportune moment= het bezoek kwam zeer ongelegen;It wasanill-timedthought= eene op dat oogenblik ongelukkige gedachte;Time-bargain= tijdhandel, contract op levering;Time-bill= dienstregeling;Time-cribbing= onwettig overwerk;Time-expired= zijn tijd uitgediend;Time-freight= ijlgoed;Time-glass,Glass of time= tijglas, zandlooper;Time-honoured= achtenswaardig:Atime-honoured usage= eene eerbiedwaardige gewoonte;Time-keeper= chronometer, metronoom; scheidsrechter, iem. die de tijden aangeeft (Sport); controleur;Time-lock= slot dat slechts op bepaalde tijden kan worden geopend;Time-piece= uurwerk, chronometer;Time-pleaser= iemand, die de huik naar den wind hangt =Time-server;Time-serving, subst. het huilen met de wolven; adj. zich schikkend naar[578]de heerschende opinie;Time-table= dienstregeling, spoorboekje, lesrooster, leerplan;Time-worn= versleten;Timeful= gepast, tijdig, vroeg;Timeless= ontijdig; eindeloos, eeuwig;Timeliness, subst. v.Timely= tijdig, vroeg:A timely remark= eene te juister tijd gemaakte opmerking.Timid,timid, beschroomd, bedeesd:As timid as a hare= zoo bang als een wezel; subst.Timidity,timiditi=Timidness.Timocracy,taimokresi, timocratie; adj.Timocratic,t(a)iməkratik.Timon,taim’n, Timon;Timor,timö.Timorous,timərɐs, schroomvallig, vreesachtig; adj.Timorousness.Timothy grass,timəthigrâs, timotheegras.Tin,tin, subst. tin, blik, geld, splint; adj. tinnen;Tinverb. vertinnen, met stanniool beleggen, inmaken:Atin casefor botanical specimens;Nice girls butnot much tin= maar geen geld;Tin roof= zinken dak, plat;Tinned meat, fruit= vleesch, vruchten in blik;Tin-foil= stanniool;Tin-man= tinnegieter, blikslager;Tin-mine= tinmijn;Tin-plate= blik;Tin-smith=Tin-man;Tin-solder= soldeer;Tin-type= photographie op metaal (Am.);Tin-worm= duizendpoot;Tinny= tin houdend, vol tin.Tincal,tiŋk’l, ruwe borax.Tincture,tiŋktjə, subst. tint, kleur, smaak, zweem, tinktuur;Tinctureverb. kleuren, verven, tinten.Tinder,tində, tonder, zwam;Tinder-box= tonderdoos;Tinderlike= als tonder =Tindery.Tine,tain, tand van eene vork, tak;Tined:Twelve tinedantlers= met 12 takken.Tinea,tiniə, mot; schin (Med.).Ting,tiŋ:Ting-ting= klanknaboots. van een (fiets)bel;Tingverb. (doen) klinken:Toting a bell.Tinge,tinž, subst. tint, kleur, smaakje, zweem;Tingeverb. tinten, kleuren:She had experiencedsharp tinges of regret= er nu en dan diep berouw over gehad;Principles, slightlytinged withradicalism= iets radicaal getinte beginselen;Tinger.Tingle,tiŋg’l, tintelen, prikken, steken, jeuken, tuiten:My ears tingled with it= tuitten ervan;Tingling= kriebelen, tuiten:Tingling of the ears.Tinker,tiŋkə, subst. (ketel)lapper;Tinkerverb. (ketel)lappen, lappen, knoeien aan:Political tinkers= politieke tinnegieters;I musthave a tinker atit= het eens onderhanden nemen;He was alwaystinkering those contracts= zat altijd te knoeien aan die contracten;Tinkering measures= lapmiddelen.Tinkle,tiŋk’l, subst. gerinkel, geklingel;Tinkleverb. rinkelen,(doen) klinken, tuiten:Thetinkling of bells= getjingel;Tinkling his dessert-knife againsthis wine-glass;Her fingerstinkled overthe spinet= tokkelden.Tinsel,tins’l, subst. klatergoud (ookfig.), brocaat, valsche schijn; adj. oppervlakkig, schijn …, opgeschikt;Tinselverb. met klatergoud bedekken, mooi maken.Tint,tint, subst. tint;Tintverb.tinten: Tinted glasses= gekleurde bril;Tintless.Tintinnabulation,tintənabjuleiš’n, getjingel;Tintinnabulous, tjingelend;Tintinnabulumof rhyme= rijmgetjingel.Tiny,taini, klein, teer, zwak.Tip,tip, subst. punt, tip, topje, helmknopje, tikje, fooi, inlichtingen, inrichting om karren te kippen, kipkar, losplaats;Tipverb. punten, de punt beslaan met, wippen of kippen (van eene kar), toppen (van ra’s), omvallen, schenken, eene fooi geven, intieme wenken of inlichtingen geven:Tip of a cigar,thenose,thetail;The pendants shook in thetips of her pretty ears= lellen;She is a ladyto the finger tips= op en top;That is astraight tip= duidelijke wenk;I don’t know where hegets his tips= waar hij zijne inlichtingen vandaan haalt;Hegave me the tip= hij waarschuwde mij, gaf mij een wenk;Tip-car(t)= kipkar;Tip-cat= timp, tip (ook het spel);Tip-staff= staf, gerechtsdienaar;Tip-tilted= opgewipt;Hetipped me a guinea= gaf me;Totip all nine= alle negen omwerpen;Have youtipped the servant? = heb je een fooi gegeven;Hetipped me the wink= gaf me een teeken, een wenk;The ministerhad been tipped the winkas to the writer of the pamphlet= den minister was heimelijk een wenk gegeven;Hetipped the liquor off= gooide “’m” om;The new seats in the theatretip upof their own accord the instant they are vacated= wippen op zoodra men opstaat;Tip-up seats= klapstoelen;Tipping system= fooienstelsel.Tipperary,tipərêri:Tipperary lawyer= korte eiken knuppel.Tippet,tipət, pelskraag, sjerp, kraag.Tipple,tip’lsubst. drank, geliefkoosde drank;Tippleverb. pimpelen:A place of tipple= kroeg;This wine isfirst-rate tipple= is uitstekend;Tippler= drinkebroer;Tippling-house= kroeg.Tipsiness,tipsinəs, subst. v.Tipsy,tipsi, dronken, aangeschoten;Tipsy-cake= amandelpudding of gebak met madera of iets dergelijks.Tiptoe,tiptou, subst. punt van de teen; adj. en adv. op de teenen, tersluiks;Tiptoeverb. op de teenen loopen:Hewas (stood) on tiptoe= stond op de teenen, was zeer nieuwsgierig, in gespannen verwachting;We areon the tiptoe of expectation= in gespannen verwachting.Tiptop,tiptop, subst. bovenste beste; adj. zeer goed, uitstekend, bovenste beste:A tiptop education= voortreffelijke opvoeding;A tiptopper= banjer, iets heel bijzonders.Tirade,tireid, tirade; loopje (muz.).Tirailleur,tiral(j)ɐ̂, scherpschutter.Tire,taiə, subst. wielband, drijfriem; kleeding, tooi; afmatting;Tireverb. uitputten, vermoeien, vervelen, afmatten: tooien, (op)kleeden; een band doen om:Cushion (Pneumatic) tire= luchtband;This “tired” me= dit verveelde me (Amer.);He soontired ofit= werd het spoedig “beu”;I amtired out= doodop;I amtired to death= doodmoe:Hetired me to death= heeft mij doodelijk verveeld;I amtired with (of)[579]listening to your complaints= ben moe (ik heb genoeg) van;Air-tiredbicycles= rijwielen met luchtbanden;Dog tired= bekaf;Tiredness= vermoeidheid, uitputting;Tireless= onvermoeid; subst.Tirelessness;Tiresome,taiəs’m, afmattend, vermoeiend, vervelend; subst.Tiresomeness;Tiring:Tiring-room= kleedkamer (voor acteurs);Tiring-woman= kamenier (van een actrice).Tiro,tairou, beginner; ZieTyro.Tirra-lirra,tirəlirə, tiereliere, trara, etc.Tirw(h)it,tɐ̂(h)wit, kievit.’Tis,tiz, samentr. vanIt is.Tisic(k),tisik; ZiePhthisic.Tisri,tizri, eerste maand van het burgerlijk jaar (Israël.).Tissue,tišu, subst. fijn weefsel, goud- of zilverlaken, aaneenschakeling, zijdepapier (Tissue-paper);Tissueverb. weven, doorweven, schakeeren:It isa tissue of lies= weefsel, reeks v. leugens.Tit,tit, subst. graspieper, meesje; paardje; stukje, brokje, tikje;Titverb. tikken, gooien:Igave him tit for tat= gaf hem leer om leer;Why should Itit up for it? = er om opgooien;Tit-bit= lekkernij, iets fijns.Titan,tait’n, zon, Titan; vr.Titaness;Titania,t(a)iteinjə, Titania, de feeënkoningin en vrouw van Oberon;Titanic,taitanik, titanisch, reusachtig.Tith(e)able,taidhəb’l, tiendbaar;Tithe,taidh, tiende;Titheverb. tienden heffen;Tithing,taidhiŋ, het heffen van tienden; getal van tien huismannen;Tithing-man= hoofd van eenTithing; inAmer.kerkelijk opziener, ambtenaar belast met het toezicht op de Zondagsviering.Titillate,titileit, kietelen, prikkelen; subst. Titillation.Titivate,titiveit, opdirken, opzichtig kleeden.Titlark,titlâk, graspieper =Titling.Title,tait’l, subst. titel, opschrift, naam, benaming, aanspraak, eigendomsrecht;Titleverb. betitelen, noemen:Tobear a title= titel dragen;Tohave a title to= gerechtigd zijn tot;He took possessionby the clearest title= met de duidelijkste (volste) aanspraken;Title-deed= eigendomsacte of -bewijs;Title-page= titelblad;Title-rôle= titelrol;A titled gentleman= adellijk;Titleless= zonder titel.Titmouse,titmaus, mees.Titrate,t(a)itreit, titreeren; subst.Titration.Titter,titə, gichelen, wippen; subst. gegichel:Every one around them wasin a titter= aan het gichelen.Tittle,tit’l, subst. stip, iota;Tittleverb. wauwelen, babbelen:That is itto a tittle= precies;Tittle-tattle, subst. gewauwel, gebabbel, wauwelaar; adj. wauwelend;Tittle-tattleverb. wauwelen;Tittle-tattler= snapper.Tittlebat,tit’lbat, stekelbaarsje.Titty-wagger,titiwagə, leugentje.Titular,titjulə, titulair, in naam; subst. titularis (die ’t ambt niet zelf uitoefent):Titular office= eereambt.Titus (Brown),brauntaitəs, gewone volksetymol. verbastering vanBronchitis.Tiver,t(a)ivə, subst. roode oker om schapen te merken;Tiververb. merken.Tiverton,tivət’n.Tizzy,tizi, sixpence.To,tu, adv. en prep. naar, tot, totaan, tegen, toe, in, voor, vergeleken met:As tothis question, I am sorry, I can’t actaccording toyour wish= wat betreft …,overeenkomstig;To it again= maar weer opnieuw;The horsesare to= zijn voorgespannen;Hepulledthe door to= trok dicht;They weresinging to the strummingof a guitar= zongen bij;They weresitting to breakfastat a little table= ontbeten;Hetook my sister to wife= nam tot vrouw;To swingto and fro= heen en weer;Don’t come to and frobut wait= kom niet telkens aanloopen;That isdeath tothe patient= de dood van den patient;He took aliking toher= vatte liefde voor haar op;That isnothing towhat I saw= haalt niet bij;That’spleasant tothe palate, taste= doet weldadig aan;To the best ofmy ability (abilities)= zoo goed ik kan;it was warto the death (knife)between them= strijd op leven en dood;I told it himto his face (teeth)= in zijn gezicht;He is kindto a fault= eigenlijk te goed;We were singingto our hearts’ content= naar hartelust;To his eternal honourbe it said= tot zijn onvergankelijke eer;Describedto the life= getrouw naar het leven;They wereto a manin white gloves= droegen allen zonder onderscheid;It isten to onethat he’ll come= het is tien tegen één;A quarter to three= kwart vóór drie;Done to a turn= precies gaar;He exerted his powersto the utmost= spande zijne krachten tot het uiterste in.
This,dhis, deze, dit:This day week= vandaag vóór een week;This is Thursday= ’t Is vandaag;This one and the other= deze en gene;It wasMiss Mary thisandMiss M. that= vóór en na;Generalsthis and that= die en die;Just allow itfor this once= dezen éénen keer;You must be readyby this (time)= thans;From this to X.= van hier naar X.;This muchhe told me= zooveel heeft hij mij verteld;Comethis way= hiernaartoe;I have not seen himthese three months= in geene drie maanden.Thistle,this’l, distel:Order of the Thistle= Distel- of Andreasorde;Thistledown= distelpluisjes:As light as thistledown= als een veertje;Thistly= vol distels.Thither,dhidhə, daarheen;Thitherto= tot daartoe;Thitherward(s)= derwaarts.Tho’,dhou=Though.Thole,thoul, subst. dol =Thole-pin.Thomas,toməs:A very Thomas in disbelief= een ongeloovige Thomas;Thomism,tomizm, wijsgeerig-godsdienstig stelsel vanTh. Aquinas;Thomist= Thomist;Thompson,tom(p)s’n;Thomson,toms’n.Thong,thoŋ, riem, snoer.Thor,thö, Thor:Thor’s hammers= steenen werktuigen en gereedschap.Thoracic,thərasik, borst …:Thoracic fins= buikvinnen;Thorax,thôrəks, borst(kas), borststuk.Thorn,thön, doorn(struik), stekel, prikkel:Tobe a thorn in a person’s side (flesh)= een doorn in ’t oog zijn;Tobe (sit) upon thorns= op heete kolen zitten;He that handles thorns shall prick his fingers= wie met pek omgaat wordt er mede besmet;Thorn-apple= doornappel;Thorn-back= stekelrog;Thorn-bush= doornstruik;Thorn-but= tarbot;Thorn-hedge= doornhaag;Thorn-letter= de oudsteA.S.lettervorm voor de tegenwoordigeth;Thorn-set= met doornen bezet of beplant;Thorny= doornachtig, scherp, lastig, kwellend, netelig.Thorough,thɐrə, volkomen, volmaakt, grondig, volledig, doortastend, doordringend:He isa man of thorough= hij tast door;Thorough-bred= volbloed (Thorough horse), beschaafd, ontwikkeld, grondig, doortastend;Thoroughfare= doorgang, (hoofd)straat:No thoroughfare= voor het verkeer gesloten;Thoroughgoing= doortastend, afdoend, radicaal:A military reconstructionof the most thoroughgoing kind= zoo radicaal mogelijk;The thoroughgoingnessof a newspaper= de durf van eene courant;Thorough-lighted= met ramen aan tegenovergestelde zijden;Thorough-paced= afgericht, voltooid, volmaakt, aarts …:Athorough-paced villain= een volleerde schurk;Thoroughness= volkomenheid, grondigheid.Thorp(e),thöp, dorp, gehucht.Those,dhouz, (mv. v.That), die:There are thosewho pretend= er zijn er.Thou,dhau, gij; verkorting voorthousand;Thouverb. metthouaanspreken.Though,dhou, ofschoon, indien al, niettegenstaande:Though I say it= al zeg ik het zelf;Though it were true= al was het ook waar;He is a good fellow though= hij is tòch een goede kerel;What though the body dies= wat hindert hetofhet lichaam sterft;You would though, if you had been present= en toch zou je dat wel, als, etc.;He should play more though= overigens moest hij meer spelen.Thought,thôt, imperf. en p.p. vanto think.Thought,thôt, gedachte, overweging, bepeinzing, oordeel, meening, voornemen, voorstelling,[573]schijntje:He wasa thought tallerthan the ordinary run of people= een ietsje langer;I will be backupon a thought= in een wip;Thatthought occurred to (struck) me= die gedachte kwam bij mij op;I didn’t give it thought= heb er geen oogenblik aan gedacht;I had some thoughts of going= liep rond met ’t idee;I cannotread your thoughts= uwe gedachten niet lezen of raden;You had bettertake thoughtand not be rash= u goed te bedenken;Hetook no thoughtfor to-morrow= bekommerde zich niet om;Thought-reader= gedachtenlezer;Thought-reading= het gedachtenlezen;Thoughtful= bepeinzend, vol gedachten, attent, bedachtzaam, bedacht:He isthoughtful ofhis interests= bedacht op;Athoughtful book= een boek dat tot nadenken stemt;Very thoughtful ofyou not to forget my birthday= erg attent van u;She talkedthoughtfullyand sensibly= bedachtzaam; subst.Thoughtfulness;Thoughtless= gedachteloos, zorgeloos; subst.Thoughtlessness.Thousand,thauz’nd, subst. en adj. duizend(tal):It is a thousand pities= het is doodjammer;It is a thousand nuts to an orange pip= tien tegen één;He isone in a thousand= één uit de duizend;I havea thousand thingsto do= allerlei dingen;They appearedin their thousands= in grooten getale;Thousand-legs= duizendpoot;Thousandfold= duizendvoudig;Thousandth, subst. en adj. duizendste (deel).Thrace,threis, Thracië;Thracian= Thrasisch; Thraciër.Thraldom,thrôld’m, slavernij, lijfeigenschap;Thrall,thrôl, slaaf, slavernij.Thrash,thraš, dorschen, afranselen, van alle kanten bekijken of bespreken:Tothrash over old straw= stroo dorschen (fig.), zich afsloven;Thrashel= dorschvlegel;Thrasher= dorscher; zeevos (soort haai);Thrashing:Hegot a sound thrashing= een duchtig pak slaag;Thrashing-floor= dorschvloer;Thrashing-machine,Thrashing-mill= dorschmachine.Thread,thred, subst. draad, garen, meeldraad, vezel, ader;Threadverb. een draad in eene naald steken, zich een doorgang banen, doorheen dringen (=Tothread one’s way through):Thethread of a screw= draad van een schroef;Tolose the thread of one’s discourse;Topick up threads= het gesprek aan den gang krijgen;Totake up the thread of a tale;Its existence washanging on (by) a (slender) thin thread= hing aan een zijden draadje;I hadn’t a dry thread on me= geen drogen draad aan mijn lijf;Air threads= herfstdraden;Tothread the needle= figuur in een dans, waarbij de paren onder opgeheven en verbonden handen doorgaan;Threadbare= kaal, versleten, afgezaagd; subst.Threadbareness;Thread-bobbin= garenklos;Thread-paper(s)= dunne reepjes papier, papillotten:I am not goingto fret myself into thread-paperfor her= denk me niet dood te kniezen;Thread-worm= draadworm;Threadiness, subst. v.Thready= draderig, dun.Threat,thret, subst. bedreiging:Empty threat= ijdele;Threaten= dreigen, bedriegen, schrik aanjagen (door bedreigingen), een dreigend aanzien hebben;Threatener;Threatening:Threatening-letter= dreigbrief.Three,thrî, subst. en adj. drie(tal):In three copies= in triplo;Tofold in threes= in drieën;I hadround number threewith him= ik heb duchtig met hem afgerekend;Therule of three= regel v. drieën;The three F’s= eischen der IerscheLandliga:Free Sale,Fixity of Tenure,Fair rent;I won’t sell itunder three figures= onder £ 100;Three-figure accidentsare almost unknown now= ongelukken, waarbij 100 of meer menschen hun leven verliezen;Three-act(ed)= in 3 bedrijven;Three-cornered= met 3 hoeken of punten:Three-cornered constituency= kiesdistrict dat drie leden afvaardigt, terwijl ieder kiezer slechts op twee van deze mag stemmen;Three-decker= driedekker; ouderwetsche kansel met drie verdiepingen of lezenaars;Threefold= drievoudig;Three-foot stool= driepoot;Three-headed= met drie koppen of hoofden;TheThree Hours’ Agony (Service)= dienst op Goeden Vrijdag van 12–3;Three-pence,thrip’ns, driestuiverstukje;Threepenny,thrip’ni, van drie stuivers; gering, gewoon;Threepenny bit=Three penny piece;It’sa threepenny concern= sjofel boeltje;Threepenny piece= driestuiverstuk;AThree-piled Persian carpet= rijk, zwaar Perzisch kleed;Threescore= zestig;Three-square= driehoekig, met drie punten;A bottle ofthree-star brandy= fijne cognac (etiket met drie sterren erop);Three-tailed pasha= met 3 paardestaarten.Threnody,threnədi, klaagzang.Thresh,threš;Thresher. ZieThrash.Threshold,threšould, drempel, ingang, begin.Threw,thrû, imperf. vanto throw.Thrice,thrais, driemaal;Thrice-blest= overgelukkig;Thrice-favoured= buitengewoon begunstigd.Thrid,thrid, doorsteken. ZieThread.Thrift,thrift, zuinigheid, spaarzaamheid, voorspoed; anjelier;Thriftiness= spaarzaamheid, voorspoed;Thriftless= verkwistend; subst.Thriftlessness;Thrifty= spaarzaam, voorspoedig.Thrill,thril, subst. siddering; drilboor;Thrillverb. doordringen, doorboren, trillen, rillen; kweelen:Thissent a thrill of horrorthrough the world= deed van afgrijzen rillen;Itthrilled himwith a vague dread= eene onbepaalde vrees doortrilde hem;Hethrilledat hearing this= sidderde;Thrillers and curdlers= sensatie-romans.Thrive,thraiv, bloeien, vooruitkomen, gelukkig zijn, gedijen, toenemen:He that will thrive Must rise at five, He that has thriven May lie till seven= Zal het u goedgaan, Wil dan vroeg opstaan, Hebt ge ’t geld verdiend, Lig dan langer, vriend;Ill weeds are sure to thrive= onkruid vergaat niet;Thriven,thriv’n, p.p. vanThrive;Thriver= voorspoedig man;Thriving= voorspoedig, bloeiend; subst.Thrivingness.Thro’,thrû=Through.Throat,throut, keel, strot, stem, ingang, nauwe doorgang:Toclear one’s throat=[574]schrapen;These two merchants arecutting each other’s throats= werken elkaar er onder;Youcut your own throatby doing this= benadeelt uzelf;I was down her throatin a moment= hield haar onmiddellijk aan haar woord;Don’tjump down my throat= stuif niet zoo op tegen me;Ifelt a ball rising in my throat= ik kreeg een prop in de keel;Helied in his throat= loog schandalig;It stillsticks in my throat= zit me nog hoog (fig.);Heheld a knife to my throat= hij zette mij het mes op de keel;I have the exhibition up to my throat= de tentoonstelling hangt me de keel uit;Throat-band=Throat-latch= keelriem (v. een paard);Throat-wort= halskruid (soort v. klokje);Afull-throated song= lied uit volle borst;Throaty= gutturaal, uit de keel; vraatzuchtig.Throb,throb, subst. klopping;Throbverb. kloppen:My heart throbs.Throe,throu, subst. hevige pijn;Throeverb. in barensnood verkeeren, groote pijn lijden;Throes= barensweeën:Last throes= doodstrijd.Throne,throun, subst. troon;Throneverb. zieEnthrone;Speech from the throne= troonrede;Toascend (mount) the throne= bestijgen;Tocome to the throne;Throne-room= troonzaal.Throng,throŋ, subst. gedrang, groote menigte;Throngverb. verdringen, opdringen, toestroomen:The peoplecame thronging in= stroomden naar binnen;Thronged-out streets= schoongeveegde straten;Thronged with= vol.Throstle,thros’l, zanglijster.Throttle,throt’l, subst. luchtpijp, keel;Throttleverb. smoren, (ver)stikken:Throttled to death;Throttler.Through,thrû, door, doorheen, geheel, wegens:Tobe wet through= doornat zijn;Through and through= door en door;It’s all through you= ’t komt al door u;Through the year= het geheele jaar door;Tobe through= klaar zijn;My intention will becarried through= doorgezet worden;The plan hasfallen through= viel in duigen;Toget (go) through= te boven komen, ten einde brengen, komen door (een examen);Iread it throughfrom cover to cover= las het heelemaal door;Hesaw throughmy intentions= doorzag;Through-carriage= doorgaand rijtuig;Through-line= doorloopend spoor;Through-passenger= doorgaand passagier;Through-ticket;Through-traffic= transitohandel;Through-train= doorgaande;Through-waybill= dóorbevrachting v. het continent naar eenig deel van Engeland;Throughout:Throughout the day= den geheelen dag lang;All of a through piece= geheel uit één stuk.Throve,throuv, imperf. vanto thrive.Throw,throu, subst. gooi, worp;Throwverb. werpen, smijten, slingeren, in haast aan- of omdoen, afwerpen, slaan, opwerpen, dobbelen, verliezen, etc.:Tothrow lighton= licht werpen op;I wrestled with my pride and threw it= en overwon hem;They havethrown stonesat us= ons met steenen gegooid;Shethrew herself awayon a drunken baronet= verslingerde zich aan;That’sthrowing money away= geld in ’t water gooien;Good advice isthrown away uponhim= is niet aan hem besteed;The reflectorsthrew backthe light= kaatsten terug;Tothrow by= ter zijde werpen, verwerpen;Tothrow down= neergooien, omgooien, tegen den grond gooien;Hethrew himself down= ging liggen;Allow me tothrow ina word= mag ik ook een woordje meespreken?I wasthrown intoenthusiasm= gebracht tot;I havethrown him off= wil niets meer met hem te maken hebben;Ithrew onmy trousers= schoot mijne broek aan;Ithrow myself onyour mercy= geef me over;Hethrew it outquite suddenly= kwam er in eens mee voor den dag;The bill wasthrown out= werd verworpen;We find ourselvesthrown out= teleurgesteld;She hasthrown him over= de bons gegeven;Tothrow to the winds= de brui geven van;Her jet ornamentsthrew upthe whiteness of her skin= deden uitkomen;He hasthrown upthe sponge= heeft zich gewonnen gegeven;He wasthrown withthat girl= verkikkerd op;I had never thought I should bethrown much withsuch people= aangehaald worden, veel omgang hebben met;Athrow-down cracker= voetzoeker;Thrower= werper, gooier, draaier, twijnder;Throwing back= atavisme;Thrown= getwijnd, gedraaid;Throwster= twijnster (v. zijde).Thrum,thrɐm, subst. zelfkant, kwast, meeldraad (Thrums= grof garen, garenafval);Thrumverb. (eene mat) spekken; krassen, tjingelen, trommelen (op piano):The thrumming of an old guitar= het tjingelen op.Thrush,thrɐš, zanglijster; spruw.Thrust, thrɐst, subst. stoot, steek, aanval, horizontale drukking;Thrustverb. stooten, drijven, duwen, steken, indringen:Hethrust (made a thrust) at me= stiet naar mij;Hethrust himself in(to)our society= drong zich;Thruster= doorsteker.Thud,thɐd, slag, plof, bons;Thudverb. dreunen, kloppen:He fellwith a dull thudon the path= met een doffen slag;Adull, thudding pain= drukkende, zware pijn.Thug,thɐg, sluipmoordenaar, lid v. een vroegere moordenaarsbende (Brit. Indië);Thuggee= mysteriën of bedrijf derthugs=Thuggery=Thuggism.Thule,thjûli:Ultima Thule= het einde der wereld.Thumb,thɐm, subst. duim;Thumbverb. beduimelen, betasten, met de vingers trommelen, onhandig doen:Tom Thumb= Klein Duimpje;His fingers are all thumbs= zijne handen staan hem verkeerd;Tohave (hold) under one’s thumb= onder den duim houden;I wasleft to twirl my thumbs= ik kon op mijn duim zuigen;Thumb-lock= drukslot;Thumb-mark;Thumb-nail, subst. nagel van den duim, penkras; adj. klein:I dashed offa thumb-nailon the envelope= gooide een schetsje op de enveloppe;Thumb-nail sketches= penkrassen;Thumb-screw= duimschroef;Thumb-stall= duimeling;Thumbkins= duimschroeven.Thump,thɐmp, subst. zware slag, bons, plof;Thumpverb. stompen, ploffen, zwaar neerkomen:It isa downright thumping lie=[575]een groote leugen;Thatthumpingrascal= die vervloekte schurk;Thumper= iets kolossaals, een groote leugen.Thunder,thɐndə, donder, donderslag, onweer, banbliksem;Thunderverb. donderen, bulderen, slingeren:By thunder= voor den donder;What in thunderdo you want= wat donder wil je eigenlijk?Rolling peals of thunder= ratelende donderslagen;It is the thunder that strikes, but the lightning that smites= de donder ratelt, de bliksem slaat in (=groote woorden zijn maar wind);Weshall have thunder to-day= krijgen onweer;Thunder of applause;Thunder of cannon;Thunder and lightning trousers= broek van donkergrauwe stof met witte spikkels;To thunder out an excommunication;Thunderbolt= bliksemstraal, donderslag, banbliksem:Like a (thunder)bolt from the blue= gelijk een donderslag uit onbewolkten hemel;Thunder-clap= donderslag =Clap of thunder;Thunder-cloud= onweerswolk;Thunder-dart= bliksemschicht;Thunder-peal= slag;Thunder-pick= pijlsteen, dondersteen;Thunder-storm= onweer;Thunder-struck= (als) door den bliksem getroffen;Thunderer= donderaar (naam van “The Times”);Thunderous:Thunderous roar= donderend geraas.Thurible,thjûrib’l, wierookvat;Thurifer,thjûrifɐ̂, wierookvatzwaaier;Thuriferous,thjurifərɐs, wierook bevattend of voortbrengend;Thurification= bewierooking.Thuringia,thjurinžiə, Thuringen;Thuringian, (bewoner) van Th.; Thuringsch.Thursday,thɐ̂zdi, Donderdag:Holy Thursday= Hemelvaartsdag;Maundy Thursday= Witte Donderdag.Thus,dhɐs, subst. wierook.Thus,dhɐs, aldus, dientengevolge, dus, tot aan:Thus far= tot hiertoe;As thus= als volgt;I told you thus much= dit (alles) heb ik u gezegd.Thwack,thwak, subst. harde slag, stomp;Thwackverb. slaan, stompen;Thwacking= pak slaag.Thwart,thwöt, subst. doft; adj. dwars, schuin; adv. dwars; prep. dwarsover; subst. tegenstand, belemmering;Thwartverb. kruisen, dwarsboomen;Thwartness= dwarsheid, weerbarstigheid;Thwartships= dwarsscheeps.Thy,dhai, bez. vnw.: uw;Thyself= uzelf.Thylacine,thailəsain, buidelwolf.Thyme,taim, tijm;Thymy, vol tijm, geurig.Thyroid,thairôid, schildvormig;Thyroid-cartilage= schildvormig kraakbeen.Thyrse,thɐ̂s(Thyrsus,thɐ̂səs), Bacchusstaf;Thyrsoid,thɐ̂sôid, in den vorm van een B.Tiara,taiêrə,taiârə, tiara, driedubbele pausenkroon, pausel. waardigheid, soort v. diadeem:Tiaraed,taiêradmet eentiaragetooid.Tib,tib:St Tib’s Eve= Juttemis;Tib-cat= kat.Tib,tib:Tib out= uitknijpen (Schoolslang).Tibald,tibəld;Tiber,taibə, Tiber;Tiberius,taibîriəs;Tibet,tibət,tibet.Tibia,tibiə, scheenbeen, adj.Tibial.Tic,tik, neuralgie, aangezichtspijn.Tichborne,titšbən.Tick,tik, subst. teek, tijk, tikje, teeken, stip, getik; crediet, rekening;Tickverb. tikken, borgen, crediet geven of krijgen, ter contrôle aanschrappen op een lijst:He that has no money,needs no purse, but tick= heeft crediet en geene beurs noodig;A state of tick= toest. v. geldgebrek;He buys everythingon tick= op den pof, op crediet;Togive one no end of tick;You cannottick a man off into columnsin a parliamentary return= men kan een mensch niet in rubrieken verdeelen in eene regeeringsstatistiek;Tick-bean= paardeboon;Tick-tackof the clock;Ticker= horloge.Ticken,tik’n, stof voor beddetijk.Ticket,tikət, kaartje, biljet, lot, toegangsbewijs, plaatskaartje, lommerdbriefje, etiket, mandaat, gedrukte candidatenlijst bij verkiezingen, stembiljet (Am.):That’s the ticket= dat is je ware;Tobuy one’s ticket(Am.voorEng.:Totake one’s ticket) een kaartje nemen;He waselected on the radical ticket= op het radicale program;Ticket-collector (-examiner)= controleur;Ticket-day= eerste dag der rescontre;Ticket-of-leave= bewijs van voorwaardelijke invrijheidstelling;Ticket-of-leave-man= voorwaardelijk vrijgelatene;Ticket-night= soort benefice voorstelling;Ticket-office= plaatskaartenbureau;Ticket-porter= gepatenteerd of door eene maatschappij aangestelde kruier;Ticket-window= loket.Ticking=Ticken.Tickle,tik’l, kietelen, streelen:That tickled them= dat deed hun aangenaam aan;He tried totickle my palm= mij duimzalf te geven;Tickler= netelige vraag, raadsel; stok, pak slaag;Ticklish, wankel(moedig), onvertrouwbaar, netelig, lastig; subst.Ticklishness.Tidal,taid’l, wat tot ebbe of vloed behoort:Tidal service= stoombootdienst in verband met het getij;Tidal wave= vloedgolf;I leave by thetidal (train)for France= met den trein, die op het getij rijdt.Tidbit,tidbit=Titbit.Tiddler,tidlə:Tom Tiddler’s ground= luilekkerland.Tide,taid,subst. tijd, tij, getij, hooge stand, vloed, stroom, loop der omstandigheden;Tideverb. met het getij een haven binnenvallen of verlaten, met tij zeilen of drijven:Outgoing tide= ebbe;The tide of fortune (success)was flowing= was met ons (hem, etc.);Thetide was going at a strong (great) rate= er liep een zwaar tij;We leaveat the shifting of the tide= bij het kenteren van het getij;We aresailing with the tide= met den stroom;We could hardlystem the tide= haast niet doodzeilen;Hetook fortune at the tide=Took the tide at the flood= smeedde het ijzer toen het heet was;Wetided overthose days= zijn gelukkig te boven gekomen;It remains to be seen whether you cantide overthe difficulties= of gij er u doorheen kunt slaan;Tide-gate= sluis v. een kanaal dat den invloed v. het tij ondervindt;Tide-gauge= peilschaal;Tidesman,Tide-surveyor= kommies te water;Tide-table[576]= tafel der hoogwatergetijden;Tide-waiter=Tidesman;Tide-water= water dat den invloed van ebbe en vloed ondervindt;Tide-wave= vloedgolf;In the tide-way= op stroom;Tideless= zonder tij.Tidiness,taidinəs, subst. v.Tidy.Tidings,taidiŋz, tijding, bericht:Tobring (receive, send) tidings.Tidy,taidi, netjes, proper, zindelijk; subst. gehaakt kleedje, anti-macassar, morsschortje;Tidyverb. opruimen, in orde brengen, opknappen:It cost mea tidy penny= een mooien duit;I musttidy awayall the memories of yore= moet verdrijven;Totidy up= zich opknappen.Tie,tai, subst. band, knoop, haarband, gelijk aantal punten, onbesliste wedstrijd, gelijk aantal stemmen, verbindingsbalk, verbindingsteeken, strikje;Tieverb. binden, verbinden, onderbinden, knoopen, beperken, precies gelijk zijn (bij een wedstrijd):White evening tie= strikje;Final tie= eindwedstrijd;Theties of friendship, love, kindred= banden van vriendschap, liefde, bloedverwantschap;He isa tie on me= is mij tot last, bindt mij de handen;Todo upone’s tie= (hals)strikje knoopen;This poetscores a tie withTennyson in the collection= van beiden zijn evenveel stukken opgenomen;Totie a knot= een knoop leggen;I amtied down tomy work= gebonden aan;Tie it in a bow= maak er een strik van;I havetied it up= heb het dicht gebonden;She tied upher money that her husband could not get at it= zij zette haar geld vast.Tier,tîə, reeks, rij, rang;Tierverb. in rijen rangschikken:The cells werebuilt in tiers,one over the other.Tierce,tîəs, maat, gewicht (ZieTerce); volgkaarten, terts, drielingsbalk (Herald).Tiercel,tîəs’l, mannetjesvalk.Tiercet,tîəsət,tɐ̂sət, terzet, drieregelig gedicht.Tiff,tif, subst. booze bui, kleine ruzie; slokje:She wasin a tiff= had eene kwade bui;The two lovershave had a tiff= hebben standjes gehad;Totake tiff= zich beleedigd gevoelen;Sheis a little tiffed,and thinks we have treated her ill= boos;Tiffish= prikkelbaar.Tiffany,tifəni, dun zijden gaas.Tiffin,tifin, lunch of kleine maaltijd.Tig,tig, vangspelletje (met tikjes).Tiger,taigə, tijger, opsnijer, livreiknecht(je); extra luid applaus (Amer.):Three cheers and a tiger;They werefighting the tiger= zij waren aan het dobbelen (Am.);Tiger-cat= tijgerkat;Tiger-lily= tijgerlelie;Tiger-spotted= getijgerd;Tiger-wood= tijgerhout;Tig(e)rish= tijgerachtig; opsnijerig.Tight,tait, (lucht)dicht, strak, dicht, nauwsluitend, sterk, goedgebouwd, keurig, net, hevig, benauwd, schaarsch, gierig,dronken; (Tights= nauwsluitend tricot,zooals van acrobaten, etc.; spanbroek):Tight as a drum= smoordronken;Money is tight= ’t geld is krap;That’san uncommonly tight fit= dat sluit zeer nauw, dat moet er buitengewoon precies ingepakt worden, dat kan er nauwelijks in;I found myselfin a very tight place= benarde positie;The tight and the slack rope= het gespannen en het slappe koord;Hekeeps his children tight= kort; proper;Everything on the deck wasset tight= vastgezet, vastgesjord;Sit tight= houd je vast;Air-tight= luchtdicht;Tight-fisted= gierig;Tight-fitting= nauwsluitend;Tight-laced= bekrompen;Tighten= aanhalen, spannen, zich samentrekken;Tightness= dichtheid, etc.Tigress,taigrəs, tijgerin.Tigris,taigris, Tiger.Tigrish,taigriš=Tigerish.Tilbury,tilbəri, tilbury.Tile,tail, subst. (dak)pan, aarden deksel, hoed, deur v. eene vrijmetselaarsloge;Tileverb. met pannen dekken, zorgen dat geene oningewijden binnenkomen:Ridge tiles= vorstpannen;He has a tile loose (off)= het mankeert hem in zijn bovenste verdieping;We are tiled= de loge is gedekt, we zijn onder ons =This is a tiled meeting;Tile-burner= pannenbakker;Tile-drain= afvoerbuis;Tile-kiln= pannenbakkersoven;Tile-work(s)= pannenbakkerij;Tiler= pannendekker, dekker van de loge (vrijmetselaars);Tilery= pannenbakkerij.Tilia,tiliə, linde(boom);Tiliaceous,tilieišəs, gelijkende op of verwant met detilia.Till,til, lade, winkellade.Till,til, beploegen, bebouwen;Tillable= bebouwbaar;Tillage,tilidž, akkerbouw;Tiller= akkerman, boer.Till,til, tot, tot aan (alléén van tijd):It isnot more than two hours till dinner time= vóór;He didnotcome hometill five= eerst om vijf uur;Till now= tot nu toe;Till then= tot dien tijd toe.Tiller,tilə, subst. handvat, roerpen, helm(stok), schoot, uitlooper, jonge tak;Tillerverb. uitloopen, nieuwe takken krijgen;Tiller-chain= stuurketting;Tiller-rope= stuurtouw, stuurreep. ZieTill.Tilt,tilt, subst. tent, huif, zonnetent, dekzeil; steekspel (=Tilts), smeehamer, vooroverhelling (van vaten);Tiltverb. met een tent of een zeil bedekken, met een lans stooten, naar een ring steken, eene lans breken, vechten (voor), overhellen (van vaten), scheef staan, kenteren, hameren, wiegelen of dansen (op de golven):Heran full tilt athis enemy= liep met alle kracht (pardoes) aan op;He sattilting his chair= zat te wiegelen met;Hetilted himselfon tiptoe= ging op de teenen staan;Totilt atwindmills= vechten tegen;The hat wastilted overher ear= stond op haar ééne oor;Tilt-boat= tentboot;Tilt-cart= kipkar;Tilt-hammer= smeehamer;Tilt-roof= koepeldak;Tilt-waggon= met een kap bedekte wagon;Tilt-yard= tournooiveld;Tilting-competition= ringsteken.Tilth,tilth:The land is in good tilth= goed bebouwd.Tim,tim, verk. vanTimothy.Timbal,timb’l; ZieTymbal.Timber,timbə, subst. timmerhout, boomstam, boomen, bouwmateriaal, hout, spant,[577]barrière, woud (Amer.); adj. houten;Timberverb. met hout beschieten, van hout bouwen:Shiver my timbers= de drommel hale mij;He hada well-timbered frame= goed gebouwd en krachtig lichaam;Timber-forest= hoogstammig woud;Timber-lesson= het afranselen en uit de stad jagen van vagebonden (Amer.);Timber-merchant= houtkooper;Timber-ship= houtschip;Timber-trade= houthandel;Timber-tree= boom die timmerhout oplevert;Timber-work= houtwerk, timmerwerk;Timber-yard= houtstek, houtloods;Timbered= van hout gemaakt, met hout beschoten, bedekt met boomen voor timmerhout, massief, krachtig.Timbre,timbə, timbre.Timbrel,timbr’l, soort van tamboerijn.Time,taim, subst. tijd, duur, keer, maat, tempo, gelegenheid;Timeverb. in verband met den tijd inrichten of regelen, op het juiste oogenblik doen, de maat aangeven, den tijd bepalen voor, overeenstemmen, maat houden, etc.:He who gains time, gains everything= tijd gewonnen, alles gewonnen;Take time while time serves= gebruik uw tijd goed;Time and straw make medlars ripe= de tijd baart rozen;Time is money;Time enough always proves little enough= menschen, die den tijd hebben komen altijd tijd te kort;Time and the hour runs through the roughest day= aan den zwaarsten dag komt eenmaal een einde;Time and tide wait for no man= de tijd schikt zich niet naar ons, wij moeten ons naar den tijd schikken;Time was, when …= er was een tijd, dat;What time is it?=What is the time?= hoe laat is het?Then is the timeto show your talents= dan is het tijd;Time is up!= het is tijd, de tijd is om;In course of time= mettertijd;That isquite a length of time= dat is een heele tijd;He did itin the right nick of time= te juister tijd;Time and again= telkens weer;In times to come= in de toekomst;From times immemorial= sedert onheugelijke tijden;I have known himtime out of mind= ik ken hem ik weet niet hoe lang al;Apparent, Solar time= zonnetijd;Sidereal time= sterrentijd;Greenwich time= tijd volgens den meridiaan van Gr.;It isclose time= gesloten jachttijd;In theday time= over dag;I received your favour indue time= uwe letteren te bestemder tijd;It’s adull time= een saaie, slappe tijd;We had agood (fine) time= hebben ons uitstekend geamuseerd;He came here ingood time= op het juiste oogenblik;Do everything ingood time= op zijn tijd;We hope to marry ingood time= als de omstandigheden gunstig zijn;Lost timeis never found again= verloren tijd keert nimmer weer;Many a time and oft= herhaalde malen;Themean time= middelbare tijd;In themean time= middelerwijl;There isno time like the present= stel niet uit wat ge heden kunt doen; begin dadelijk;He did itin less than no time= in een ommezien;The goodold times= de goeie oude tijd;I shall do it inproper time= te bekwamer tijd;To march atquick (double quick) time= in versnelden pas (met den looppas);I saw him ashort time since= kort geleden;Have you got thetrue time? = weet je precies hoe laat of het is;Time after time= keer op keer;To walk (work, write)against time= op tijd loopen (sport); zoo hard mogelijk loopen, werken, schrijven;To talkagainst time= zoo snel mogelijk praten om tijd te winnen, of verlegenheid te verbergen;At times= nu en dan;Twoat a time= twee tegelijk;At my timeof day= op mijn leeftijd;At the timeof his death= ten tijde dat hij stierf;At one timeyou told me so= eens;I’ll see youat one timeor other= kom je te eeniger tijd bezoeken;It is foolish to complainat this timeof day= thans nog;A bitbehind (before) your time= te laat, (te vroeg);We shall have the sumby that time= tegen dien tijd;You ought to be readyby this time= thans;I stop(ped)for the time being= voor het oogenblik (destijds);I have not seenyou for a long time= in lang niet;He lived herefor a time= een tijdje;You had better repentin time= bijtijds, voordat het te laat is;Your remark isout of time= te onpas;You areout of time= uit de maat;He was knockedout of time= zoo geslagen, dat hij zijn bekomst had;The train ranto time,arrivedto time= was precies op tijd;Up to this timehe paid regularly= tot hiertoe;Once upon a timethere was= er was er eens;An orchestral conductor has tobeat time= moet de maat slaan;He hashusbanded (out) his time= zijn tijd zuinig besteed;You mustimprove the time= zoo goed mogelijk besteden;You don’t keep time= bent uit de maat;I wish tokill (the) time,fortime hangs heavyon my hands= den tijd te korten, die mij lang valt;Heknows the time of day= weet hoe laat het is (fig.);I shall notlose timeto visit you= zal u spoedig komen bezoeken;That willtake up a good deal of time= heel wat tijd kosten;Hetook present time by the top= greep de gelegenheid aan;Will you allow meto time myself? = mag ik eens op mijn horloge kijken (om te zien hoe lang ik noodig heb gehad of hier geweest ben);The train is timedto reach L. at 8= moet om 8 uur te L. zijn;The visit was timedat an inopportune moment= het bezoek kwam zeer ongelegen;It wasanill-timedthought= eene op dat oogenblik ongelukkige gedachte;Time-bargain= tijdhandel, contract op levering;Time-bill= dienstregeling;Time-cribbing= onwettig overwerk;Time-expired= zijn tijd uitgediend;Time-freight= ijlgoed;Time-glass,Glass of time= tijglas, zandlooper;Time-honoured= achtenswaardig:Atime-honoured usage= eene eerbiedwaardige gewoonte;Time-keeper= chronometer, metronoom; scheidsrechter, iem. die de tijden aangeeft (Sport); controleur;Time-lock= slot dat slechts op bepaalde tijden kan worden geopend;Time-piece= uurwerk, chronometer;Time-pleaser= iemand, die de huik naar den wind hangt =Time-server;Time-serving, subst. het huilen met de wolven; adj. zich schikkend naar[578]de heerschende opinie;Time-table= dienstregeling, spoorboekje, lesrooster, leerplan;Time-worn= versleten;Timeful= gepast, tijdig, vroeg;Timeless= ontijdig; eindeloos, eeuwig;Timeliness, subst. v.Timely= tijdig, vroeg:A timely remark= eene te juister tijd gemaakte opmerking.Timid,timid, beschroomd, bedeesd:As timid as a hare= zoo bang als een wezel; subst.Timidity,timiditi=Timidness.Timocracy,taimokresi, timocratie; adj.Timocratic,t(a)iməkratik.Timon,taim’n, Timon;Timor,timö.Timorous,timərɐs, schroomvallig, vreesachtig; adj.Timorousness.Timothy grass,timəthigrâs, timotheegras.Tin,tin, subst. tin, blik, geld, splint; adj. tinnen;Tinverb. vertinnen, met stanniool beleggen, inmaken:Atin casefor botanical specimens;Nice girls butnot much tin= maar geen geld;Tin roof= zinken dak, plat;Tinned meat, fruit= vleesch, vruchten in blik;Tin-foil= stanniool;Tin-man= tinnegieter, blikslager;Tin-mine= tinmijn;Tin-plate= blik;Tin-smith=Tin-man;Tin-solder= soldeer;Tin-type= photographie op metaal (Am.);Tin-worm= duizendpoot;Tinny= tin houdend, vol tin.Tincal,tiŋk’l, ruwe borax.Tincture,tiŋktjə, subst. tint, kleur, smaak, zweem, tinktuur;Tinctureverb. kleuren, verven, tinten.Tinder,tində, tonder, zwam;Tinder-box= tonderdoos;Tinderlike= als tonder =Tindery.Tine,tain, tand van eene vork, tak;Tined:Twelve tinedantlers= met 12 takken.Tinea,tiniə, mot; schin (Med.).Ting,tiŋ:Ting-ting= klanknaboots. van een (fiets)bel;Tingverb. (doen) klinken:Toting a bell.Tinge,tinž, subst. tint, kleur, smaakje, zweem;Tingeverb. tinten, kleuren:She had experiencedsharp tinges of regret= er nu en dan diep berouw over gehad;Principles, slightlytinged withradicalism= iets radicaal getinte beginselen;Tinger.Tingle,tiŋg’l, tintelen, prikken, steken, jeuken, tuiten:My ears tingled with it= tuitten ervan;Tingling= kriebelen, tuiten:Tingling of the ears.Tinker,tiŋkə, subst. (ketel)lapper;Tinkerverb. (ketel)lappen, lappen, knoeien aan:Political tinkers= politieke tinnegieters;I musthave a tinker atit= het eens onderhanden nemen;He was alwaystinkering those contracts= zat altijd te knoeien aan die contracten;Tinkering measures= lapmiddelen.Tinkle,tiŋk’l, subst. gerinkel, geklingel;Tinkleverb. rinkelen,(doen) klinken, tuiten:Thetinkling of bells= getjingel;Tinkling his dessert-knife againsthis wine-glass;Her fingerstinkled overthe spinet= tokkelden.Tinsel,tins’l, subst. klatergoud (ookfig.), brocaat, valsche schijn; adj. oppervlakkig, schijn …, opgeschikt;Tinselverb. met klatergoud bedekken, mooi maken.Tint,tint, subst. tint;Tintverb.tinten: Tinted glasses= gekleurde bril;Tintless.Tintinnabulation,tintənabjuleiš’n, getjingel;Tintinnabulous, tjingelend;Tintinnabulumof rhyme= rijmgetjingel.Tiny,taini, klein, teer, zwak.Tip,tip, subst. punt, tip, topje, helmknopje, tikje, fooi, inlichtingen, inrichting om karren te kippen, kipkar, losplaats;Tipverb. punten, de punt beslaan met, wippen of kippen (van eene kar), toppen (van ra’s), omvallen, schenken, eene fooi geven, intieme wenken of inlichtingen geven:Tip of a cigar,thenose,thetail;The pendants shook in thetips of her pretty ears= lellen;She is a ladyto the finger tips= op en top;That is astraight tip= duidelijke wenk;I don’t know where hegets his tips= waar hij zijne inlichtingen vandaan haalt;Hegave me the tip= hij waarschuwde mij, gaf mij een wenk;Tip-car(t)= kipkar;Tip-cat= timp, tip (ook het spel);Tip-staff= staf, gerechtsdienaar;Tip-tilted= opgewipt;Hetipped me a guinea= gaf me;Totip all nine= alle negen omwerpen;Have youtipped the servant? = heb je een fooi gegeven;Hetipped me the wink= gaf me een teeken, een wenk;The ministerhad been tipped the winkas to the writer of the pamphlet= den minister was heimelijk een wenk gegeven;Hetipped the liquor off= gooide “’m” om;The new seats in the theatretip upof their own accord the instant they are vacated= wippen op zoodra men opstaat;Tip-up seats= klapstoelen;Tipping system= fooienstelsel.Tipperary,tipərêri:Tipperary lawyer= korte eiken knuppel.Tippet,tipət, pelskraag, sjerp, kraag.Tipple,tip’lsubst. drank, geliefkoosde drank;Tippleverb. pimpelen:A place of tipple= kroeg;This wine isfirst-rate tipple= is uitstekend;Tippler= drinkebroer;Tippling-house= kroeg.Tipsiness,tipsinəs, subst. v.Tipsy,tipsi, dronken, aangeschoten;Tipsy-cake= amandelpudding of gebak met madera of iets dergelijks.Tiptoe,tiptou, subst. punt van de teen; adj. en adv. op de teenen, tersluiks;Tiptoeverb. op de teenen loopen:Hewas (stood) on tiptoe= stond op de teenen, was zeer nieuwsgierig, in gespannen verwachting;We areon the tiptoe of expectation= in gespannen verwachting.Tiptop,tiptop, subst. bovenste beste; adj. zeer goed, uitstekend, bovenste beste:A tiptop education= voortreffelijke opvoeding;A tiptopper= banjer, iets heel bijzonders.Tirade,tireid, tirade; loopje (muz.).Tirailleur,tiral(j)ɐ̂, scherpschutter.Tire,taiə, subst. wielband, drijfriem; kleeding, tooi; afmatting;Tireverb. uitputten, vermoeien, vervelen, afmatten: tooien, (op)kleeden; een band doen om:Cushion (Pneumatic) tire= luchtband;This “tired” me= dit verveelde me (Amer.);He soontired ofit= werd het spoedig “beu”;I amtired out= doodop;I amtired to death= doodmoe:Hetired me to death= heeft mij doodelijk verveeld;I amtired with (of)[579]listening to your complaints= ben moe (ik heb genoeg) van;Air-tiredbicycles= rijwielen met luchtbanden;Dog tired= bekaf;Tiredness= vermoeidheid, uitputting;Tireless= onvermoeid; subst.Tirelessness;Tiresome,taiəs’m, afmattend, vermoeiend, vervelend; subst.Tiresomeness;Tiring:Tiring-room= kleedkamer (voor acteurs);Tiring-woman= kamenier (van een actrice).Tiro,tairou, beginner; ZieTyro.Tirra-lirra,tirəlirə, tiereliere, trara, etc.Tirw(h)it,tɐ̂(h)wit, kievit.’Tis,tiz, samentr. vanIt is.Tisic(k),tisik; ZiePhthisic.Tisri,tizri, eerste maand van het burgerlijk jaar (Israël.).Tissue,tišu, subst. fijn weefsel, goud- of zilverlaken, aaneenschakeling, zijdepapier (Tissue-paper);Tissueverb. weven, doorweven, schakeeren:It isa tissue of lies= weefsel, reeks v. leugens.Tit,tit, subst. graspieper, meesje; paardje; stukje, brokje, tikje;Titverb. tikken, gooien:Igave him tit for tat= gaf hem leer om leer;Why should Itit up for it? = er om opgooien;Tit-bit= lekkernij, iets fijns.Titan,tait’n, zon, Titan; vr.Titaness;Titania,t(a)iteinjə, Titania, de feeënkoningin en vrouw van Oberon;Titanic,taitanik, titanisch, reusachtig.Tith(e)able,taidhəb’l, tiendbaar;Tithe,taidh, tiende;Titheverb. tienden heffen;Tithing,taidhiŋ, het heffen van tienden; getal van tien huismannen;Tithing-man= hoofd van eenTithing; inAmer.kerkelijk opziener, ambtenaar belast met het toezicht op de Zondagsviering.Titillate,titileit, kietelen, prikkelen; subst. Titillation.Titivate,titiveit, opdirken, opzichtig kleeden.Titlark,titlâk, graspieper =Titling.Title,tait’l, subst. titel, opschrift, naam, benaming, aanspraak, eigendomsrecht;Titleverb. betitelen, noemen:Tobear a title= titel dragen;Tohave a title to= gerechtigd zijn tot;He took possessionby the clearest title= met de duidelijkste (volste) aanspraken;Title-deed= eigendomsacte of -bewijs;Title-page= titelblad;Title-rôle= titelrol;A titled gentleman= adellijk;Titleless= zonder titel.Titmouse,titmaus, mees.Titrate,t(a)itreit, titreeren; subst.Titration.Titter,titə, gichelen, wippen; subst. gegichel:Every one around them wasin a titter= aan het gichelen.Tittle,tit’l, subst. stip, iota;Tittleverb. wauwelen, babbelen:That is itto a tittle= precies;Tittle-tattle, subst. gewauwel, gebabbel, wauwelaar; adj. wauwelend;Tittle-tattleverb. wauwelen;Tittle-tattler= snapper.Tittlebat,tit’lbat, stekelbaarsje.Titty-wagger,titiwagə, leugentje.Titular,titjulə, titulair, in naam; subst. titularis (die ’t ambt niet zelf uitoefent):Titular office= eereambt.Titus (Brown),brauntaitəs, gewone volksetymol. verbastering vanBronchitis.Tiver,t(a)ivə, subst. roode oker om schapen te merken;Tiververb. merken.Tiverton,tivət’n.Tizzy,tizi, sixpence.To,tu, adv. en prep. naar, tot, totaan, tegen, toe, in, voor, vergeleken met:As tothis question, I am sorry, I can’t actaccording toyour wish= wat betreft …,overeenkomstig;To it again= maar weer opnieuw;The horsesare to= zijn voorgespannen;Hepulledthe door to= trok dicht;They weresinging to the strummingof a guitar= zongen bij;They weresitting to breakfastat a little table= ontbeten;Hetook my sister to wife= nam tot vrouw;To swingto and fro= heen en weer;Don’t come to and frobut wait= kom niet telkens aanloopen;That isdeath tothe patient= de dood van den patient;He took aliking toher= vatte liefde voor haar op;That isnothing towhat I saw= haalt niet bij;That’spleasant tothe palate, taste= doet weldadig aan;To the best ofmy ability (abilities)= zoo goed ik kan;it was warto the death (knife)between them= strijd op leven en dood;I told it himto his face (teeth)= in zijn gezicht;He is kindto a fault= eigenlijk te goed;We were singingto our hearts’ content= naar hartelust;To his eternal honourbe it said= tot zijn onvergankelijke eer;Describedto the life= getrouw naar het leven;They wereto a manin white gloves= droegen allen zonder onderscheid;It isten to onethat he’ll come= het is tien tegen één;A quarter to three= kwart vóór drie;Done to a turn= precies gaar;He exerted his powersto the utmost= spande zijne krachten tot het uiterste in.
This,dhis, deze, dit:This day week= vandaag vóór een week;This is Thursday= ’t Is vandaag;This one and the other= deze en gene;It wasMiss Mary thisandMiss M. that= vóór en na;Generalsthis and that= die en die;Just allow itfor this once= dezen éénen keer;You must be readyby this (time)= thans;From this to X.= van hier naar X.;This muchhe told me= zooveel heeft hij mij verteld;Comethis way= hiernaartoe;I have not seen himthese three months= in geene drie maanden.
Thistle,this’l, distel:Order of the Thistle= Distel- of Andreasorde;Thistledown= distelpluisjes:As light as thistledown= als een veertje;Thistly= vol distels.
Thither,dhidhə, daarheen;Thitherto= tot daartoe;Thitherward(s)= derwaarts.
Tho’,dhou=Though.
Thole,thoul, subst. dol =Thole-pin.
Thomas,toməs:A very Thomas in disbelief= een ongeloovige Thomas;Thomism,tomizm, wijsgeerig-godsdienstig stelsel vanTh. Aquinas;Thomist= Thomist;Thompson,tom(p)s’n;Thomson,toms’n.
Thong,thoŋ, riem, snoer.
Thor,thö, Thor:Thor’s hammers= steenen werktuigen en gereedschap.
Thoracic,thərasik, borst …:Thoracic fins= buikvinnen;Thorax,thôrəks, borst(kas), borststuk.
Thorn,thön, doorn(struik), stekel, prikkel:Tobe a thorn in a person’s side (flesh)= een doorn in ’t oog zijn;Tobe (sit) upon thorns= op heete kolen zitten;He that handles thorns shall prick his fingers= wie met pek omgaat wordt er mede besmet;Thorn-apple= doornappel;Thorn-back= stekelrog;Thorn-bush= doornstruik;Thorn-but= tarbot;Thorn-hedge= doornhaag;Thorn-letter= de oudsteA.S.lettervorm voor de tegenwoordigeth;Thorn-set= met doornen bezet of beplant;Thorny= doornachtig, scherp, lastig, kwellend, netelig.
Thorough,thɐrə, volkomen, volmaakt, grondig, volledig, doortastend, doordringend:He isa man of thorough= hij tast door;Thorough-bred= volbloed (Thorough horse), beschaafd, ontwikkeld, grondig, doortastend;Thoroughfare= doorgang, (hoofd)straat:No thoroughfare= voor het verkeer gesloten;Thoroughgoing= doortastend, afdoend, radicaal:A military reconstructionof the most thoroughgoing kind= zoo radicaal mogelijk;The thoroughgoingnessof a newspaper= de durf van eene courant;Thorough-lighted= met ramen aan tegenovergestelde zijden;Thorough-paced= afgericht, voltooid, volmaakt, aarts …:Athorough-paced villain= een volleerde schurk;Thoroughness= volkomenheid, grondigheid.
Thorp(e),thöp, dorp, gehucht.
Those,dhouz, (mv. v.That), die:There are thosewho pretend= er zijn er.
Thou,dhau, gij; verkorting voorthousand;Thouverb. metthouaanspreken.
Though,dhou, ofschoon, indien al, niettegenstaande:Though I say it= al zeg ik het zelf;Though it were true= al was het ook waar;He is a good fellow though= hij is tòch een goede kerel;What though the body dies= wat hindert hetofhet lichaam sterft;You would though, if you had been present= en toch zou je dat wel, als, etc.;He should play more though= overigens moest hij meer spelen.
Thought,thôt, imperf. en p.p. vanto think.
Thought,thôt, gedachte, overweging, bepeinzing, oordeel, meening, voornemen, voorstelling,[573]schijntje:He wasa thought tallerthan the ordinary run of people= een ietsje langer;I will be backupon a thought= in een wip;Thatthought occurred to (struck) me= die gedachte kwam bij mij op;I didn’t give it thought= heb er geen oogenblik aan gedacht;I had some thoughts of going= liep rond met ’t idee;I cannotread your thoughts= uwe gedachten niet lezen of raden;You had bettertake thoughtand not be rash= u goed te bedenken;Hetook no thoughtfor to-morrow= bekommerde zich niet om;Thought-reader= gedachtenlezer;Thought-reading= het gedachtenlezen;Thoughtful= bepeinzend, vol gedachten, attent, bedachtzaam, bedacht:He isthoughtful ofhis interests= bedacht op;Athoughtful book= een boek dat tot nadenken stemt;Very thoughtful ofyou not to forget my birthday= erg attent van u;She talkedthoughtfullyand sensibly= bedachtzaam; subst.Thoughtfulness;Thoughtless= gedachteloos, zorgeloos; subst.Thoughtlessness.
Thousand,thauz’nd, subst. en adj. duizend(tal):It is a thousand pities= het is doodjammer;It is a thousand nuts to an orange pip= tien tegen één;He isone in a thousand= één uit de duizend;I havea thousand thingsto do= allerlei dingen;They appearedin their thousands= in grooten getale;Thousand-legs= duizendpoot;Thousandfold= duizendvoudig;Thousandth, subst. en adj. duizendste (deel).
Thrace,threis, Thracië;Thracian= Thrasisch; Thraciër.
Thraldom,thrôld’m, slavernij, lijfeigenschap;Thrall,thrôl, slaaf, slavernij.
Thrash,thraš, dorschen, afranselen, van alle kanten bekijken of bespreken:Tothrash over old straw= stroo dorschen (fig.), zich afsloven;Thrashel= dorschvlegel;Thrasher= dorscher; zeevos (soort haai);Thrashing:Hegot a sound thrashing= een duchtig pak slaag;Thrashing-floor= dorschvloer;Thrashing-machine,Thrashing-mill= dorschmachine.
Thread,thred, subst. draad, garen, meeldraad, vezel, ader;Threadverb. een draad in eene naald steken, zich een doorgang banen, doorheen dringen (=Tothread one’s way through):Thethread of a screw= draad van een schroef;Tolose the thread of one’s discourse;Topick up threads= het gesprek aan den gang krijgen;Totake up the thread of a tale;Its existence washanging on (by) a (slender) thin thread= hing aan een zijden draadje;I hadn’t a dry thread on me= geen drogen draad aan mijn lijf;Air threads= herfstdraden;Tothread the needle= figuur in een dans, waarbij de paren onder opgeheven en verbonden handen doorgaan;Threadbare= kaal, versleten, afgezaagd; subst.Threadbareness;Thread-bobbin= garenklos;Thread-paper(s)= dunne reepjes papier, papillotten:I am not goingto fret myself into thread-paperfor her= denk me niet dood te kniezen;Thread-worm= draadworm;Threadiness, subst. v.Thready= draderig, dun.
Threat,thret, subst. bedreiging:Empty threat= ijdele;Threaten= dreigen, bedriegen, schrik aanjagen (door bedreigingen), een dreigend aanzien hebben;Threatener;Threatening:Threatening-letter= dreigbrief.
Three,thrî, subst. en adj. drie(tal):In three copies= in triplo;Tofold in threes= in drieën;I hadround number threewith him= ik heb duchtig met hem afgerekend;Therule of three= regel v. drieën;The three F’s= eischen der IerscheLandliga:Free Sale,Fixity of Tenure,Fair rent;I won’t sell itunder three figures= onder £ 100;Three-figure accidentsare almost unknown now= ongelukken, waarbij 100 of meer menschen hun leven verliezen;Three-act(ed)= in 3 bedrijven;Three-cornered= met 3 hoeken of punten:Three-cornered constituency= kiesdistrict dat drie leden afvaardigt, terwijl ieder kiezer slechts op twee van deze mag stemmen;Three-decker= driedekker; ouderwetsche kansel met drie verdiepingen of lezenaars;Threefold= drievoudig;Three-foot stool= driepoot;Three-headed= met drie koppen of hoofden;TheThree Hours’ Agony (Service)= dienst op Goeden Vrijdag van 12–3;Three-pence,thrip’ns, driestuiverstukje;Threepenny,thrip’ni, van drie stuivers; gering, gewoon;Threepenny bit=Three penny piece;It’sa threepenny concern= sjofel boeltje;Threepenny piece= driestuiverstuk;AThree-piled Persian carpet= rijk, zwaar Perzisch kleed;Threescore= zestig;Three-square= driehoekig, met drie punten;A bottle ofthree-star brandy= fijne cognac (etiket met drie sterren erop);Three-tailed pasha= met 3 paardestaarten.
Threnody,threnədi, klaagzang.
Thresh,threš;Thresher. ZieThrash.
Threshold,threšould, drempel, ingang, begin.
Threw,thrû, imperf. vanto throw.
Thrice,thrais, driemaal;Thrice-blest= overgelukkig;Thrice-favoured= buitengewoon begunstigd.
Thrid,thrid, doorsteken. ZieThread.
Thrift,thrift, zuinigheid, spaarzaamheid, voorspoed; anjelier;Thriftiness= spaarzaamheid, voorspoed;Thriftless= verkwistend; subst.Thriftlessness;Thrifty= spaarzaam, voorspoedig.
Thrill,thril, subst. siddering; drilboor;Thrillverb. doordringen, doorboren, trillen, rillen; kweelen:Thissent a thrill of horrorthrough the world= deed van afgrijzen rillen;Itthrilled himwith a vague dread= eene onbepaalde vrees doortrilde hem;Hethrilledat hearing this= sidderde;Thrillers and curdlers= sensatie-romans.
Thrive,thraiv, bloeien, vooruitkomen, gelukkig zijn, gedijen, toenemen:He that will thrive Must rise at five, He that has thriven May lie till seven= Zal het u goedgaan, Wil dan vroeg opstaan, Hebt ge ’t geld verdiend, Lig dan langer, vriend;Ill weeds are sure to thrive= onkruid vergaat niet;Thriven,thriv’n, p.p. vanThrive;Thriver= voorspoedig man;Thriving= voorspoedig, bloeiend; subst.Thrivingness.
Thro’,thrû=Through.
Throat,throut, keel, strot, stem, ingang, nauwe doorgang:Toclear one’s throat=[574]schrapen;These two merchants arecutting each other’s throats= werken elkaar er onder;Youcut your own throatby doing this= benadeelt uzelf;I was down her throatin a moment= hield haar onmiddellijk aan haar woord;Don’tjump down my throat= stuif niet zoo op tegen me;Ifelt a ball rising in my throat= ik kreeg een prop in de keel;Helied in his throat= loog schandalig;It stillsticks in my throat= zit me nog hoog (fig.);Heheld a knife to my throat= hij zette mij het mes op de keel;I have the exhibition up to my throat= de tentoonstelling hangt me de keel uit;Throat-band=Throat-latch= keelriem (v. een paard);Throat-wort= halskruid (soort v. klokje);Afull-throated song= lied uit volle borst;Throaty= gutturaal, uit de keel; vraatzuchtig.
Throb,throb, subst. klopping;Throbverb. kloppen:My heart throbs.
Throe,throu, subst. hevige pijn;Throeverb. in barensnood verkeeren, groote pijn lijden;Throes= barensweeën:Last throes= doodstrijd.
Throne,throun, subst. troon;Throneverb. zieEnthrone;Speech from the throne= troonrede;Toascend (mount) the throne= bestijgen;Tocome to the throne;Throne-room= troonzaal.
Throng,throŋ, subst. gedrang, groote menigte;Throngverb. verdringen, opdringen, toestroomen:The peoplecame thronging in= stroomden naar binnen;Thronged-out streets= schoongeveegde straten;Thronged with= vol.
Throstle,thros’l, zanglijster.
Throttle,throt’l, subst. luchtpijp, keel;Throttleverb. smoren, (ver)stikken:Throttled to death;Throttler.
Through,thrû, door, doorheen, geheel, wegens:Tobe wet through= doornat zijn;Through and through= door en door;It’s all through you= ’t komt al door u;Through the year= het geheele jaar door;Tobe through= klaar zijn;My intention will becarried through= doorgezet worden;The plan hasfallen through= viel in duigen;Toget (go) through= te boven komen, ten einde brengen, komen door (een examen);Iread it throughfrom cover to cover= las het heelemaal door;Hesaw throughmy intentions= doorzag;Through-carriage= doorgaand rijtuig;Through-line= doorloopend spoor;Through-passenger= doorgaand passagier;Through-ticket;Through-traffic= transitohandel;Through-train= doorgaande;Through-waybill= dóorbevrachting v. het continent naar eenig deel van Engeland;Throughout:Throughout the day= den geheelen dag lang;All of a through piece= geheel uit één stuk.
Throve,throuv, imperf. vanto thrive.
Throw,throu, subst. gooi, worp;Throwverb. werpen, smijten, slingeren, in haast aan- of omdoen, afwerpen, slaan, opwerpen, dobbelen, verliezen, etc.:Tothrow lighton= licht werpen op;I wrestled with my pride and threw it= en overwon hem;They havethrown stonesat us= ons met steenen gegooid;Shethrew herself awayon a drunken baronet= verslingerde zich aan;That’sthrowing money away= geld in ’t water gooien;Good advice isthrown away uponhim= is niet aan hem besteed;The reflectorsthrew backthe light= kaatsten terug;Tothrow by= ter zijde werpen, verwerpen;Tothrow down= neergooien, omgooien, tegen den grond gooien;Hethrew himself down= ging liggen;Allow me tothrow ina word= mag ik ook een woordje meespreken?I wasthrown intoenthusiasm= gebracht tot;I havethrown him off= wil niets meer met hem te maken hebben;Ithrew onmy trousers= schoot mijne broek aan;Ithrow myself onyour mercy= geef me over;Hethrew it outquite suddenly= kwam er in eens mee voor den dag;The bill wasthrown out= werd verworpen;We find ourselvesthrown out= teleurgesteld;She hasthrown him over= de bons gegeven;Tothrow to the winds= de brui geven van;Her jet ornamentsthrew upthe whiteness of her skin= deden uitkomen;He hasthrown upthe sponge= heeft zich gewonnen gegeven;He wasthrown withthat girl= verkikkerd op;I had never thought I should bethrown much withsuch people= aangehaald worden, veel omgang hebben met;Athrow-down cracker= voetzoeker;Thrower= werper, gooier, draaier, twijnder;Throwing back= atavisme;Thrown= getwijnd, gedraaid;Throwster= twijnster (v. zijde).
Thrum,thrɐm, subst. zelfkant, kwast, meeldraad (Thrums= grof garen, garenafval);Thrumverb. (eene mat) spekken; krassen, tjingelen, trommelen (op piano):The thrumming of an old guitar= het tjingelen op.
Thrush,thrɐš, zanglijster; spruw.
Thrust, thrɐst, subst. stoot, steek, aanval, horizontale drukking;Thrustverb. stooten, drijven, duwen, steken, indringen:Hethrust (made a thrust) at me= stiet naar mij;Hethrust himself in(to)our society= drong zich;Thruster= doorsteker.
Thud,thɐd, slag, plof, bons;Thudverb. dreunen, kloppen:He fellwith a dull thudon the path= met een doffen slag;Adull, thudding pain= drukkende, zware pijn.
Thug,thɐg, sluipmoordenaar, lid v. een vroegere moordenaarsbende (Brit. Indië);Thuggee= mysteriën of bedrijf derthugs=Thuggery=Thuggism.
Thule,thjûli:Ultima Thule= het einde der wereld.
Thumb,thɐm, subst. duim;Thumbverb. beduimelen, betasten, met de vingers trommelen, onhandig doen:Tom Thumb= Klein Duimpje;His fingers are all thumbs= zijne handen staan hem verkeerd;Tohave (hold) under one’s thumb= onder den duim houden;I wasleft to twirl my thumbs= ik kon op mijn duim zuigen;Thumb-lock= drukslot;Thumb-mark;Thumb-nail, subst. nagel van den duim, penkras; adj. klein:I dashed offa thumb-nailon the envelope= gooide een schetsje op de enveloppe;Thumb-nail sketches= penkrassen;Thumb-screw= duimschroef;Thumb-stall= duimeling;Thumbkins= duimschroeven.
Thump,thɐmp, subst. zware slag, bons, plof;Thumpverb. stompen, ploffen, zwaar neerkomen:It isa downright thumping lie=[575]een groote leugen;Thatthumpingrascal= die vervloekte schurk;Thumper= iets kolossaals, een groote leugen.
Thunder,thɐndə, donder, donderslag, onweer, banbliksem;Thunderverb. donderen, bulderen, slingeren:By thunder= voor den donder;What in thunderdo you want= wat donder wil je eigenlijk?Rolling peals of thunder= ratelende donderslagen;It is the thunder that strikes, but the lightning that smites= de donder ratelt, de bliksem slaat in (=groote woorden zijn maar wind);Weshall have thunder to-day= krijgen onweer;Thunder of applause;Thunder of cannon;Thunder and lightning trousers= broek van donkergrauwe stof met witte spikkels;To thunder out an excommunication;Thunderbolt= bliksemstraal, donderslag, banbliksem:Like a (thunder)bolt from the blue= gelijk een donderslag uit onbewolkten hemel;Thunder-clap= donderslag =Clap of thunder;Thunder-cloud= onweerswolk;Thunder-dart= bliksemschicht;Thunder-peal= slag;Thunder-pick= pijlsteen, dondersteen;Thunder-storm= onweer;Thunder-struck= (als) door den bliksem getroffen;Thunderer= donderaar (naam van “The Times”);Thunderous:Thunderous roar= donderend geraas.
Thurible,thjûrib’l, wierookvat;Thurifer,thjûrifɐ̂, wierookvatzwaaier;Thuriferous,thjurifərɐs, wierook bevattend of voortbrengend;Thurification= bewierooking.
Thuringia,thjurinžiə, Thuringen;Thuringian, (bewoner) van Th.; Thuringsch.
Thursday,thɐ̂zdi, Donderdag:Holy Thursday= Hemelvaartsdag;Maundy Thursday= Witte Donderdag.
Thus,dhɐs, subst. wierook.
Thus,dhɐs, aldus, dientengevolge, dus, tot aan:Thus far= tot hiertoe;As thus= als volgt;I told you thus much= dit (alles) heb ik u gezegd.
Thwack,thwak, subst. harde slag, stomp;Thwackverb. slaan, stompen;Thwacking= pak slaag.
Thwart,thwöt, subst. doft; adj. dwars, schuin; adv. dwars; prep. dwarsover; subst. tegenstand, belemmering;Thwartverb. kruisen, dwarsboomen;Thwartness= dwarsheid, weerbarstigheid;Thwartships= dwarsscheeps.
Thy,dhai, bez. vnw.: uw;Thyself= uzelf.
Thylacine,thailəsain, buidelwolf.
Thyme,taim, tijm;Thymy, vol tijm, geurig.
Thyroid,thairôid, schildvormig;Thyroid-cartilage= schildvormig kraakbeen.
Thyrse,thɐ̂s(Thyrsus,thɐ̂səs), Bacchusstaf;Thyrsoid,thɐ̂sôid, in den vorm van een B.
Tiara,taiêrə,taiârə, tiara, driedubbele pausenkroon, pausel. waardigheid, soort v. diadeem:Tiaraed,taiêradmet eentiaragetooid.
Tib,tib:St Tib’s Eve= Juttemis;Tib-cat= kat.
Tib,tib:Tib out= uitknijpen (Schoolslang).
Tibald,tibəld;Tiber,taibə, Tiber;Tiberius,taibîriəs;Tibet,tibət,tibet.
Tibia,tibiə, scheenbeen, adj.Tibial.
Tic,tik, neuralgie, aangezichtspijn.
Tichborne,titšbən.
Tick,tik, subst. teek, tijk, tikje, teeken, stip, getik; crediet, rekening;Tickverb. tikken, borgen, crediet geven of krijgen, ter contrôle aanschrappen op een lijst:He that has no money,needs no purse, but tick= heeft crediet en geene beurs noodig;A state of tick= toest. v. geldgebrek;He buys everythingon tick= op den pof, op crediet;Togive one no end of tick;You cannottick a man off into columnsin a parliamentary return= men kan een mensch niet in rubrieken verdeelen in eene regeeringsstatistiek;Tick-bean= paardeboon;Tick-tackof the clock;Ticker= horloge.
Ticken,tik’n, stof voor beddetijk.
Ticket,tikət, kaartje, biljet, lot, toegangsbewijs, plaatskaartje, lommerdbriefje, etiket, mandaat, gedrukte candidatenlijst bij verkiezingen, stembiljet (Am.):That’s the ticket= dat is je ware;Tobuy one’s ticket(Am.voorEng.:Totake one’s ticket) een kaartje nemen;He waselected on the radical ticket= op het radicale program;Ticket-collector (-examiner)= controleur;Ticket-day= eerste dag der rescontre;Ticket-of-leave= bewijs van voorwaardelijke invrijheidstelling;Ticket-of-leave-man= voorwaardelijk vrijgelatene;Ticket-night= soort benefice voorstelling;Ticket-office= plaatskaartenbureau;Ticket-porter= gepatenteerd of door eene maatschappij aangestelde kruier;Ticket-window= loket.
Ticking=Ticken.
Tickle,tik’l, kietelen, streelen:That tickled them= dat deed hun aangenaam aan;He tried totickle my palm= mij duimzalf te geven;Tickler= netelige vraag, raadsel; stok, pak slaag;Ticklish, wankel(moedig), onvertrouwbaar, netelig, lastig; subst.Ticklishness.
Tidal,taid’l, wat tot ebbe of vloed behoort:Tidal service= stoombootdienst in verband met het getij;Tidal wave= vloedgolf;I leave by thetidal (train)for France= met den trein, die op het getij rijdt.
Tidbit,tidbit=Titbit.
Tiddler,tidlə:Tom Tiddler’s ground= luilekkerland.
Tide,taid,subst. tijd, tij, getij, hooge stand, vloed, stroom, loop der omstandigheden;Tideverb. met het getij een haven binnenvallen of verlaten, met tij zeilen of drijven:Outgoing tide= ebbe;The tide of fortune (success)was flowing= was met ons (hem, etc.);Thetide was going at a strong (great) rate= er liep een zwaar tij;We leaveat the shifting of the tide= bij het kenteren van het getij;We aresailing with the tide= met den stroom;We could hardlystem the tide= haast niet doodzeilen;Hetook fortune at the tide=Took the tide at the flood= smeedde het ijzer toen het heet was;Wetided overthose days= zijn gelukkig te boven gekomen;It remains to be seen whether you cantide overthe difficulties= of gij er u doorheen kunt slaan;Tide-gate= sluis v. een kanaal dat den invloed v. het tij ondervindt;Tide-gauge= peilschaal;Tidesman,Tide-surveyor= kommies te water;Tide-table[576]= tafel der hoogwatergetijden;Tide-waiter=Tidesman;Tide-water= water dat den invloed van ebbe en vloed ondervindt;Tide-wave= vloedgolf;In the tide-way= op stroom;Tideless= zonder tij.
Tidiness,taidinəs, subst. v.Tidy.
Tidings,taidiŋz, tijding, bericht:Tobring (receive, send) tidings.
Tidy,taidi, netjes, proper, zindelijk; subst. gehaakt kleedje, anti-macassar, morsschortje;Tidyverb. opruimen, in orde brengen, opknappen:It cost mea tidy penny= een mooien duit;I musttidy awayall the memories of yore= moet verdrijven;Totidy up= zich opknappen.
Tie,tai, subst. band, knoop, haarband, gelijk aantal punten, onbesliste wedstrijd, gelijk aantal stemmen, verbindingsbalk, verbindingsteeken, strikje;Tieverb. binden, verbinden, onderbinden, knoopen, beperken, precies gelijk zijn (bij een wedstrijd):White evening tie= strikje;Final tie= eindwedstrijd;Theties of friendship, love, kindred= banden van vriendschap, liefde, bloedverwantschap;He isa tie on me= is mij tot last, bindt mij de handen;Todo upone’s tie= (hals)strikje knoopen;This poetscores a tie withTennyson in the collection= van beiden zijn evenveel stukken opgenomen;Totie a knot= een knoop leggen;I amtied down tomy work= gebonden aan;Tie it in a bow= maak er een strik van;I havetied it up= heb het dicht gebonden;She tied upher money that her husband could not get at it= zij zette haar geld vast.
Tier,tîə, reeks, rij, rang;Tierverb. in rijen rangschikken:The cells werebuilt in tiers,one over the other.
Tierce,tîəs, maat, gewicht (ZieTerce); volgkaarten, terts, drielingsbalk (Herald).
Tiercel,tîəs’l, mannetjesvalk.
Tiercet,tîəsət,tɐ̂sət, terzet, drieregelig gedicht.
Tiff,tif, subst. booze bui, kleine ruzie; slokje:She wasin a tiff= had eene kwade bui;The two lovershave had a tiff= hebben standjes gehad;Totake tiff= zich beleedigd gevoelen;Sheis a little tiffed,and thinks we have treated her ill= boos;Tiffish= prikkelbaar.
Tiffany,tifəni, dun zijden gaas.
Tiffin,tifin, lunch of kleine maaltijd.
Tig,tig, vangspelletje (met tikjes).
Tiger,taigə, tijger, opsnijer, livreiknecht(je); extra luid applaus (Amer.):Three cheers and a tiger;They werefighting the tiger= zij waren aan het dobbelen (Am.);Tiger-cat= tijgerkat;Tiger-lily= tijgerlelie;Tiger-spotted= getijgerd;Tiger-wood= tijgerhout;Tig(e)rish= tijgerachtig; opsnijerig.
Tight,tait, (lucht)dicht, strak, dicht, nauwsluitend, sterk, goedgebouwd, keurig, net, hevig, benauwd, schaarsch, gierig,dronken; (Tights= nauwsluitend tricot,zooals van acrobaten, etc.; spanbroek):Tight as a drum= smoordronken;Money is tight= ’t geld is krap;That’san uncommonly tight fit= dat sluit zeer nauw, dat moet er buitengewoon precies ingepakt worden, dat kan er nauwelijks in;I found myselfin a very tight place= benarde positie;The tight and the slack rope= het gespannen en het slappe koord;Hekeeps his children tight= kort; proper;Everything on the deck wasset tight= vastgezet, vastgesjord;Sit tight= houd je vast;Air-tight= luchtdicht;Tight-fisted= gierig;Tight-fitting= nauwsluitend;Tight-laced= bekrompen;Tighten= aanhalen, spannen, zich samentrekken;Tightness= dichtheid, etc.
Tigress,taigrəs, tijgerin.
Tigris,taigris, Tiger.
Tigrish,taigriš=Tigerish.
Tilbury,tilbəri, tilbury.
Tile,tail, subst. (dak)pan, aarden deksel, hoed, deur v. eene vrijmetselaarsloge;Tileverb. met pannen dekken, zorgen dat geene oningewijden binnenkomen:Ridge tiles= vorstpannen;He has a tile loose (off)= het mankeert hem in zijn bovenste verdieping;We are tiled= de loge is gedekt, we zijn onder ons =This is a tiled meeting;Tile-burner= pannenbakker;Tile-drain= afvoerbuis;Tile-kiln= pannenbakkersoven;Tile-work(s)= pannenbakkerij;Tiler= pannendekker, dekker van de loge (vrijmetselaars);Tilery= pannenbakkerij.
Tilia,tiliə, linde(boom);Tiliaceous,tilieišəs, gelijkende op of verwant met detilia.
Till,til, lade, winkellade.
Till,til, beploegen, bebouwen;Tillable= bebouwbaar;Tillage,tilidž, akkerbouw;Tiller= akkerman, boer.
Till,til, tot, tot aan (alléén van tijd):It isnot more than two hours till dinner time= vóór;He didnotcome hometill five= eerst om vijf uur;Till now= tot nu toe;Till then= tot dien tijd toe.
Tiller,tilə, subst. handvat, roerpen, helm(stok), schoot, uitlooper, jonge tak;Tillerverb. uitloopen, nieuwe takken krijgen;Tiller-chain= stuurketting;Tiller-rope= stuurtouw, stuurreep. ZieTill.
Tilt,tilt, subst. tent, huif, zonnetent, dekzeil; steekspel (=Tilts), smeehamer, vooroverhelling (van vaten);Tiltverb. met een tent of een zeil bedekken, met een lans stooten, naar een ring steken, eene lans breken, vechten (voor), overhellen (van vaten), scheef staan, kenteren, hameren, wiegelen of dansen (op de golven):Heran full tilt athis enemy= liep met alle kracht (pardoes) aan op;He sattilting his chair= zat te wiegelen met;Hetilted himselfon tiptoe= ging op de teenen staan;Totilt atwindmills= vechten tegen;The hat wastilted overher ear= stond op haar ééne oor;Tilt-boat= tentboot;Tilt-cart= kipkar;Tilt-hammer= smeehamer;Tilt-roof= koepeldak;Tilt-waggon= met een kap bedekte wagon;Tilt-yard= tournooiveld;Tilting-competition= ringsteken.
Tilth,tilth:The land is in good tilth= goed bebouwd.
Tim,tim, verk. vanTimothy.
Timbal,timb’l; ZieTymbal.
Timber,timbə, subst. timmerhout, boomstam, boomen, bouwmateriaal, hout, spant,[577]barrière, woud (Amer.); adj. houten;Timberverb. met hout beschieten, van hout bouwen:Shiver my timbers= de drommel hale mij;He hada well-timbered frame= goed gebouwd en krachtig lichaam;Timber-forest= hoogstammig woud;Timber-lesson= het afranselen en uit de stad jagen van vagebonden (Amer.);Timber-merchant= houtkooper;Timber-ship= houtschip;Timber-trade= houthandel;Timber-tree= boom die timmerhout oplevert;Timber-work= houtwerk, timmerwerk;Timber-yard= houtstek, houtloods;Timbered= van hout gemaakt, met hout beschoten, bedekt met boomen voor timmerhout, massief, krachtig.
Timbre,timbə, timbre.
Timbrel,timbr’l, soort van tamboerijn.
Time,taim, subst. tijd, duur, keer, maat, tempo, gelegenheid;Timeverb. in verband met den tijd inrichten of regelen, op het juiste oogenblik doen, de maat aangeven, den tijd bepalen voor, overeenstemmen, maat houden, etc.:He who gains time, gains everything= tijd gewonnen, alles gewonnen;Take time while time serves= gebruik uw tijd goed;Time and straw make medlars ripe= de tijd baart rozen;Time is money;Time enough always proves little enough= menschen, die den tijd hebben komen altijd tijd te kort;Time and the hour runs through the roughest day= aan den zwaarsten dag komt eenmaal een einde;Time and tide wait for no man= de tijd schikt zich niet naar ons, wij moeten ons naar den tijd schikken;Time was, when …= er was een tijd, dat;What time is it?=What is the time?= hoe laat is het?Then is the timeto show your talents= dan is het tijd;Time is up!= het is tijd, de tijd is om;In course of time= mettertijd;That isquite a length of time= dat is een heele tijd;He did itin the right nick of time= te juister tijd;Time and again= telkens weer;In times to come= in de toekomst;From times immemorial= sedert onheugelijke tijden;I have known himtime out of mind= ik ken hem ik weet niet hoe lang al;Apparent, Solar time= zonnetijd;Sidereal time= sterrentijd;Greenwich time= tijd volgens den meridiaan van Gr.;It isclose time= gesloten jachttijd;In theday time= over dag;I received your favour indue time= uwe letteren te bestemder tijd;It’s adull time= een saaie, slappe tijd;We had agood (fine) time= hebben ons uitstekend geamuseerd;He came here ingood time= op het juiste oogenblik;Do everything ingood time= op zijn tijd;We hope to marry ingood time= als de omstandigheden gunstig zijn;Lost timeis never found again= verloren tijd keert nimmer weer;Many a time and oft= herhaalde malen;Themean time= middelbare tijd;In themean time= middelerwijl;There isno time like the present= stel niet uit wat ge heden kunt doen; begin dadelijk;He did itin less than no time= in een ommezien;The goodold times= de goeie oude tijd;I shall do it inproper time= te bekwamer tijd;To march atquick (double quick) time= in versnelden pas (met den looppas);I saw him ashort time since= kort geleden;Have you got thetrue time? = weet je precies hoe laat of het is;Time after time= keer op keer;To walk (work, write)against time= op tijd loopen (sport); zoo hard mogelijk loopen, werken, schrijven;To talkagainst time= zoo snel mogelijk praten om tijd te winnen, of verlegenheid te verbergen;At times= nu en dan;Twoat a time= twee tegelijk;At my timeof day= op mijn leeftijd;At the timeof his death= ten tijde dat hij stierf;At one timeyou told me so= eens;I’ll see youat one timeor other= kom je te eeniger tijd bezoeken;It is foolish to complainat this timeof day= thans nog;A bitbehind (before) your time= te laat, (te vroeg);We shall have the sumby that time= tegen dien tijd;You ought to be readyby this time= thans;I stop(ped)for the time being= voor het oogenblik (destijds);I have not seenyou for a long time= in lang niet;He lived herefor a time= een tijdje;You had better repentin time= bijtijds, voordat het te laat is;Your remark isout of time= te onpas;You areout of time= uit de maat;He was knockedout of time= zoo geslagen, dat hij zijn bekomst had;The train ranto time,arrivedto time= was precies op tijd;Up to this timehe paid regularly= tot hiertoe;Once upon a timethere was= er was er eens;An orchestral conductor has tobeat time= moet de maat slaan;He hashusbanded (out) his time= zijn tijd zuinig besteed;You mustimprove the time= zoo goed mogelijk besteden;You don’t keep time= bent uit de maat;I wish tokill (the) time,fortime hangs heavyon my hands= den tijd te korten, die mij lang valt;Heknows the time of day= weet hoe laat het is (fig.);I shall notlose timeto visit you= zal u spoedig komen bezoeken;That willtake up a good deal of time= heel wat tijd kosten;Hetook present time by the top= greep de gelegenheid aan;Will you allow meto time myself? = mag ik eens op mijn horloge kijken (om te zien hoe lang ik noodig heb gehad of hier geweest ben);The train is timedto reach L. at 8= moet om 8 uur te L. zijn;The visit was timedat an inopportune moment= het bezoek kwam zeer ongelegen;It wasanill-timedthought= eene op dat oogenblik ongelukkige gedachte;Time-bargain= tijdhandel, contract op levering;Time-bill= dienstregeling;Time-cribbing= onwettig overwerk;Time-expired= zijn tijd uitgediend;Time-freight= ijlgoed;Time-glass,Glass of time= tijglas, zandlooper;Time-honoured= achtenswaardig:Atime-honoured usage= eene eerbiedwaardige gewoonte;Time-keeper= chronometer, metronoom; scheidsrechter, iem. die de tijden aangeeft (Sport); controleur;Time-lock= slot dat slechts op bepaalde tijden kan worden geopend;Time-piece= uurwerk, chronometer;Time-pleaser= iemand, die de huik naar den wind hangt =Time-server;Time-serving, subst. het huilen met de wolven; adj. zich schikkend naar[578]de heerschende opinie;Time-table= dienstregeling, spoorboekje, lesrooster, leerplan;Time-worn= versleten;Timeful= gepast, tijdig, vroeg;Timeless= ontijdig; eindeloos, eeuwig;Timeliness, subst. v.Timely= tijdig, vroeg:A timely remark= eene te juister tijd gemaakte opmerking.
Timid,timid, beschroomd, bedeesd:As timid as a hare= zoo bang als een wezel; subst.Timidity,timiditi=Timidness.
Timocracy,taimokresi, timocratie; adj.Timocratic,t(a)iməkratik.
Timon,taim’n, Timon;Timor,timö.
Timorous,timərɐs, schroomvallig, vreesachtig; adj.Timorousness.
Timothy grass,timəthigrâs, timotheegras.
Tin,tin, subst. tin, blik, geld, splint; adj. tinnen;Tinverb. vertinnen, met stanniool beleggen, inmaken:Atin casefor botanical specimens;Nice girls butnot much tin= maar geen geld;Tin roof= zinken dak, plat;Tinned meat, fruit= vleesch, vruchten in blik;Tin-foil= stanniool;Tin-man= tinnegieter, blikslager;Tin-mine= tinmijn;Tin-plate= blik;Tin-smith=Tin-man;Tin-solder= soldeer;Tin-type= photographie op metaal (Am.);Tin-worm= duizendpoot;Tinny= tin houdend, vol tin.
Tincal,tiŋk’l, ruwe borax.
Tincture,tiŋktjə, subst. tint, kleur, smaak, zweem, tinktuur;Tinctureverb. kleuren, verven, tinten.
Tinder,tində, tonder, zwam;Tinder-box= tonderdoos;Tinderlike= als tonder =Tindery.
Tine,tain, tand van eene vork, tak;Tined:Twelve tinedantlers= met 12 takken.
Tinea,tiniə, mot; schin (Med.).
Ting,tiŋ:Ting-ting= klanknaboots. van een (fiets)bel;Tingverb. (doen) klinken:Toting a bell.
Tinge,tinž, subst. tint, kleur, smaakje, zweem;Tingeverb. tinten, kleuren:She had experiencedsharp tinges of regret= er nu en dan diep berouw over gehad;Principles, slightlytinged withradicalism= iets radicaal getinte beginselen;Tinger.
Tingle,tiŋg’l, tintelen, prikken, steken, jeuken, tuiten:My ears tingled with it= tuitten ervan;Tingling= kriebelen, tuiten:Tingling of the ears.
Tinker,tiŋkə, subst. (ketel)lapper;Tinkerverb. (ketel)lappen, lappen, knoeien aan:Political tinkers= politieke tinnegieters;I musthave a tinker atit= het eens onderhanden nemen;He was alwaystinkering those contracts= zat altijd te knoeien aan die contracten;Tinkering measures= lapmiddelen.
Tinkle,tiŋk’l, subst. gerinkel, geklingel;Tinkleverb. rinkelen,(doen) klinken, tuiten:Thetinkling of bells= getjingel;Tinkling his dessert-knife againsthis wine-glass;Her fingerstinkled overthe spinet= tokkelden.
Tinsel,tins’l, subst. klatergoud (ookfig.), brocaat, valsche schijn; adj. oppervlakkig, schijn …, opgeschikt;Tinselverb. met klatergoud bedekken, mooi maken.
Tint,tint, subst. tint;Tintverb.tinten: Tinted glasses= gekleurde bril;Tintless.
Tintinnabulation,tintənabjuleiš’n, getjingel;Tintinnabulous, tjingelend;Tintinnabulumof rhyme= rijmgetjingel.
Tiny,taini, klein, teer, zwak.
Tip,tip, subst. punt, tip, topje, helmknopje, tikje, fooi, inlichtingen, inrichting om karren te kippen, kipkar, losplaats;Tipverb. punten, de punt beslaan met, wippen of kippen (van eene kar), toppen (van ra’s), omvallen, schenken, eene fooi geven, intieme wenken of inlichtingen geven:Tip of a cigar,thenose,thetail;The pendants shook in thetips of her pretty ears= lellen;She is a ladyto the finger tips= op en top;That is astraight tip= duidelijke wenk;I don’t know where hegets his tips= waar hij zijne inlichtingen vandaan haalt;Hegave me the tip= hij waarschuwde mij, gaf mij een wenk;Tip-car(t)= kipkar;Tip-cat= timp, tip (ook het spel);Tip-staff= staf, gerechtsdienaar;Tip-tilted= opgewipt;Hetipped me a guinea= gaf me;Totip all nine= alle negen omwerpen;Have youtipped the servant? = heb je een fooi gegeven;Hetipped me the wink= gaf me een teeken, een wenk;The ministerhad been tipped the winkas to the writer of the pamphlet= den minister was heimelijk een wenk gegeven;Hetipped the liquor off= gooide “’m” om;The new seats in the theatretip upof their own accord the instant they are vacated= wippen op zoodra men opstaat;Tip-up seats= klapstoelen;Tipping system= fooienstelsel.
Tipperary,tipərêri:Tipperary lawyer= korte eiken knuppel.
Tippet,tipət, pelskraag, sjerp, kraag.
Tipple,tip’lsubst. drank, geliefkoosde drank;Tippleverb. pimpelen:A place of tipple= kroeg;This wine isfirst-rate tipple= is uitstekend;Tippler= drinkebroer;Tippling-house= kroeg.
Tipsiness,tipsinəs, subst. v.Tipsy,tipsi, dronken, aangeschoten;Tipsy-cake= amandelpudding of gebak met madera of iets dergelijks.
Tiptoe,tiptou, subst. punt van de teen; adj. en adv. op de teenen, tersluiks;Tiptoeverb. op de teenen loopen:Hewas (stood) on tiptoe= stond op de teenen, was zeer nieuwsgierig, in gespannen verwachting;We areon the tiptoe of expectation= in gespannen verwachting.
Tiptop,tiptop, subst. bovenste beste; adj. zeer goed, uitstekend, bovenste beste:A tiptop education= voortreffelijke opvoeding;A tiptopper= banjer, iets heel bijzonders.
Tirade,tireid, tirade; loopje (muz.).
Tirailleur,tiral(j)ɐ̂, scherpschutter.
Tire,taiə, subst. wielband, drijfriem; kleeding, tooi; afmatting;Tireverb. uitputten, vermoeien, vervelen, afmatten: tooien, (op)kleeden; een band doen om:Cushion (Pneumatic) tire= luchtband;This “tired” me= dit verveelde me (Amer.);He soontired ofit= werd het spoedig “beu”;I amtired out= doodop;I amtired to death= doodmoe:Hetired me to death= heeft mij doodelijk verveeld;I amtired with (of)[579]listening to your complaints= ben moe (ik heb genoeg) van;Air-tiredbicycles= rijwielen met luchtbanden;Dog tired= bekaf;Tiredness= vermoeidheid, uitputting;Tireless= onvermoeid; subst.Tirelessness;Tiresome,taiəs’m, afmattend, vermoeiend, vervelend; subst.Tiresomeness;Tiring:Tiring-room= kleedkamer (voor acteurs);Tiring-woman= kamenier (van een actrice).
Tiro,tairou, beginner; ZieTyro.
Tirra-lirra,tirəlirə, tiereliere, trara, etc.
Tirw(h)it,tɐ̂(h)wit, kievit.
’Tis,tiz, samentr. vanIt is.
Tisic(k),tisik; ZiePhthisic.
Tisri,tizri, eerste maand van het burgerlijk jaar (Israël.).
Tissue,tišu, subst. fijn weefsel, goud- of zilverlaken, aaneenschakeling, zijdepapier (Tissue-paper);Tissueverb. weven, doorweven, schakeeren:It isa tissue of lies= weefsel, reeks v. leugens.
Tit,tit, subst. graspieper, meesje; paardje; stukje, brokje, tikje;Titverb. tikken, gooien:Igave him tit for tat= gaf hem leer om leer;Why should Itit up for it? = er om opgooien;Tit-bit= lekkernij, iets fijns.
Titan,tait’n, zon, Titan; vr.Titaness;Titania,t(a)iteinjə, Titania, de feeënkoningin en vrouw van Oberon;Titanic,taitanik, titanisch, reusachtig.
Tith(e)able,taidhəb’l, tiendbaar;Tithe,taidh, tiende;Titheverb. tienden heffen;Tithing,taidhiŋ, het heffen van tienden; getal van tien huismannen;Tithing-man= hoofd van eenTithing; inAmer.kerkelijk opziener, ambtenaar belast met het toezicht op de Zondagsviering.
Titillate,titileit, kietelen, prikkelen; subst. Titillation.
Titivate,titiveit, opdirken, opzichtig kleeden.
Titlark,titlâk, graspieper =Titling.
Title,tait’l, subst. titel, opschrift, naam, benaming, aanspraak, eigendomsrecht;Titleverb. betitelen, noemen:Tobear a title= titel dragen;Tohave a title to= gerechtigd zijn tot;He took possessionby the clearest title= met de duidelijkste (volste) aanspraken;Title-deed= eigendomsacte of -bewijs;Title-page= titelblad;Title-rôle= titelrol;A titled gentleman= adellijk;Titleless= zonder titel.
Titmouse,titmaus, mees.
Titrate,t(a)itreit, titreeren; subst.Titration.
Titter,titə, gichelen, wippen; subst. gegichel:Every one around them wasin a titter= aan het gichelen.
Tittle,tit’l, subst. stip, iota;Tittleverb. wauwelen, babbelen:That is itto a tittle= precies;Tittle-tattle, subst. gewauwel, gebabbel, wauwelaar; adj. wauwelend;Tittle-tattleverb. wauwelen;Tittle-tattler= snapper.
Tittlebat,tit’lbat, stekelbaarsje.
Titty-wagger,titiwagə, leugentje.
Titular,titjulə, titulair, in naam; subst. titularis (die ’t ambt niet zelf uitoefent):Titular office= eereambt.
Titus (Brown),brauntaitəs, gewone volksetymol. verbastering vanBronchitis.
Tiver,t(a)ivə, subst. roode oker om schapen te merken;Tiververb. merken.
Tiverton,tivət’n.
Tizzy,tizi, sixpence.
To,tu, adv. en prep. naar, tot, totaan, tegen, toe, in, voor, vergeleken met:As tothis question, I am sorry, I can’t actaccording toyour wish= wat betreft …,overeenkomstig;To it again= maar weer opnieuw;The horsesare to= zijn voorgespannen;Hepulledthe door to= trok dicht;They weresinging to the strummingof a guitar= zongen bij;They weresitting to breakfastat a little table= ontbeten;Hetook my sister to wife= nam tot vrouw;To swingto and fro= heen en weer;Don’t come to and frobut wait= kom niet telkens aanloopen;That isdeath tothe patient= de dood van den patient;He took aliking toher= vatte liefde voor haar op;That isnothing towhat I saw= haalt niet bij;That’spleasant tothe palate, taste= doet weldadig aan;To the best ofmy ability (abilities)= zoo goed ik kan;it was warto the death (knife)between them= strijd op leven en dood;I told it himto his face (teeth)= in zijn gezicht;He is kindto a fault= eigenlijk te goed;We were singingto our hearts’ content= naar hartelust;To his eternal honourbe it said= tot zijn onvergankelijke eer;Describedto the life= getrouw naar het leven;They wereto a manin white gloves= droegen allen zonder onderscheid;It isten to onethat he’ll come= het is tien tegen één;A quarter to three= kwart vóór drie;Done to a turn= precies gaar;He exerted his powersto the utmost= spande zijne krachten tot het uiterste in.