Toad,toud, pad(de);Toad-eater= lage vleier, pluimstrijker;Toad-eating, subst. lage vleierij; adj. verachtelijk vleiend;Toad-fish= padvisch; zeeduivel;Toad-flax= gewone vlasbek;Toad-spit= kikkerspog;Toad-stone= paddensteen (= versteende zeewolfstand); basaltporfier;Toad-stool= paddestoel;Toady, subst. lage vleier;Toadyverb. laag vleien:Hetoadies tothe great= loopt achterna;Toadyism= kruiperij, lage vleierij.Toast,toust, subst. geroosterd brood, toast, dame (of nog algemeener: iemand) op wie gedronken wordt;Toastverb. roosteren, warmen, een dronk instellen, bruin of warm worden:Shewas the toast of Bath= zij was de gevierde schoone van B.;On toast= prachtig, uitstekend (Amer.):Tohave a person on toast= in ’t nauw brengen;Togive (propose) a toast= instellen;Itoast your health= stel een dronk in op;Toast-master= ceremoniemeester, die bij officieele maaltijden de toasten aankondigt en de glazen laat vullen;Toast-rack,Toast-stand= standertje voor geroosterd brood;Toaster= ijzer of vork om te roosteren;Toasting-fork= roostervork; slakkensteker (iron. voor degen).Tobacco,təbakou, tabak;Tobacco-box= kistje;Tobacco-pipe= tabakspijp;Tobacco-pipe-clay= pijpaarde;Tobacco-pouch= tabakszak;Tobacco-stopper= instrument om (brandende) tabak in de pijp neer te drukken;Tobacco-wrapper[580]= dekblad;Tobacconist= tabaksverkooper (tabaksfabrikant).Tobias,təbaiəs.Tobine,toubin, soort taf.Tobit,toubit.Tobog(g)an,təbog’n, toboggan, soort slede (Canada);Tobog(g)anverb. bergaf glijden in sleden;Tobog(g)an-slide= glijbaan;Tobog(g)aner,Tobog(g)anist.Toby,toubi.Tocher,tokə, subst. bruidsschat (Schot.);Tocherverb. een bruidsschat geven;Tocherless= zonder bruidschat.Tocqueville,toukvil.Tocsin,toksin, alarmklok, alarmgelui.Tod,tod, struik(gewas); oud wolgewicht van 12,7 K.G.;Tod-stove= houtkacheltje (Amer.).To-day,tudei, vandaag:To-day a man, to-morrow a mouse= vandaag rijk, morgen arm;To-day is the daughter of yesterday= in ’t verleden ligt het heden;To-day me, to-morrow thee= heden ik, morgen gij;One to-day is worth two to-morrows= één vogel in de hand is beter dan tien in de lucht.Toddle,tod’l, subst. waggelende gang; slentergangetje;Toddleverb. waggelen, familiaar omgaan:I’ll pay the bill, and we’lltoddle= en dan gaan we opstappen;We have notbegun to toddleyet= we gaan nog niet familiaar met elkaar om;Hetoddles on at my side,and dribbles out small talk= hij loopt naast mij voort;Toddler= klein kind.Toddy,todi, palmdrank; grog met suiker.Toe,tou, subst. teen;Toeverb. met de teenen aanraken, teenen aanbreien:From top to toe= van top tot teen;Totread on a person’s toes(ook fig.);He hasturned up his toes (to the daisies)= is het hoekje om, is dood;Toe the line, boys= allen met de teenen aan de streep;Now you are“toeing the line” of the mystery= nadert ge;Totoe a person= een schop geven;Toeless.Toff,tof, fijne mijnheer, banjer;Toffish= piekfijn, banjerig; subst.Toffishness.Toffee, Toffy,tofi, kokinje.Toft,toft, boschje; hofstede;Toftman.Tog,tog, (meestTogs) plunje;Togverb. kleeden:In full tog= groot tenue;I havetogged myself out in full rig= mij in m’n beste plunje gestoken.Toga,tougə, toga, tabberd:Tofold one’s toga round one= zich in zijn toga hullen (ookfig.).Together,təgedhə, te zamen, allemaal tegelijk, vereenigd:It has rainedfor four days together= vier dagen achtereen;By the hour together= een uur lang.Toggle,tog’l, knoop, knevel (=houten nagel);Toggle-joint= knieverband (bouwk.).Toil,tôil, subst. zware arbeid, inspanning, net, web of strik (gew. meervoud);Toilverb. werken, zwoegen, afbeulen:We had the enemyin the toils= in onze macht;He wastoiling it up the mountain= bracht het zwoegend den berg op;Toil-worn= doodaf;Toiler= zwoeger;Toilsome= zwaar, afmattend; subst.Toilsomeness.Toilet,tôilət, toilet(tafel), servet, linnen kleedje over kaptafels, enz.; nachtzak; retirade (Amer.):She wasat her toilet, making her toilet= bezig haar toilet te maken;Shehurried through her toilet= maakte haastig toilet;Toilet-paper= closet-papier;Toilet-sponge.Toison,tôiz’n, schapevacht:Toison d’or= Gulden Vlies.Tokay,təkei, Tokayer (wijn).Token,touk’n, teeken, zinnebeeld, herinnering, gedachtenis, vlek:In token of= ten bewijze;Token-money= noodmunt of -penning;Tokened= met teekens of vlekken.Tola,toulə, (Br. Ind.) gewicht van ± 11,6 gram.Told,tould, imperf. en p.p. vanto tell.Toledan,təlîd’n, (bewoner) vanToledo,təlîdou, (zwaard v.) Toledo.Tolerable,tolərəb’l, dragelijk, tamelijk, redelijk; subst.Tolerableness;I amtolerably well= vrij goed;Tolerance,tolər’ns, verdraagzaamheid, dragelijkheid, toelating;Tolerant= verdraagzaam, lijdend:Tobe tolerant of= kunnen verdragen (med.);Tolerate,toləreit, dulden, verdragen, toelaten;Toleration= dulding, verdraagzaamheid:Toshow toleration= verdraagzaam zijn.Toll,toul, subst. tol(geld), marktgeld, staangeld, schatting, maalloon; langzaam en statig klokgelui;Tollverb. belasten, luiden, slaan, annuleeren, lokken:Toexact (take) toll= eischen;Thoughts pay no toll= zijn tolvrij;Totoll the funeral bell= de doodsklok luiden;The bell tolled one= sloeg één;Toll-bar= tol- of slagboom;Tollbooth= tolhuis, gevangenis;Toll-bridge= tolbrug;Toll-collector= gaarder;Toll-corn= maalloon (in den vorm van koren);Toll-gate= tolhek;Toll-gatherer= tolgaarder;Toll-house= tolhuis;Toll-man= gaarder;Toll-money;Toll-union= tolverbond;Tollable= belastbaar;Tollage= tol, belasting;Toller= tolgaarder, klokluider.Tom,tom, verk. vanThomas of Tommy, mannetje, kater (=Tom-cat):I can’t answerevery Tom, Dick and Harry= Jan, Piet en Klaas, Jan en alleman;Tomboy= wildzang;Tomfool= kwast, hansworst;Tomfoolverb. zich gek aanstellen;Tomfoolery:A piece of tomfoolery= een gekkenstreek;Tom Tiddler’s ground= luilekkerland;Tomnoddy= ezel, domkop. ZieTommy.Tomahawk,toməhôk, subst. Indiaansche strijdbijl;Tomahawkverb. met eentomahawkdooden:Tobury (dig up) the tomahawk= vrede sluiten (den strijd beginnen).Tomato,təmâtou,təmeitou, tomaat, liefdesappel;Tomato-sauce= tomatensaus.Tomb,tûm, subst. graf, grafgewelf, graftombe;Tombverb. begraven, in eene graftombe bijzetten;Tomb-stone= grafsteen;Tombless.Tombac,tombək, tombak.Tombola,tombələ, tombola.Tome,toum, (zwaar) boekdeel.Tomentose,təmentous,touməntous,Tomentous,təmentəs, wollig, viltig, met dichte haren bedekt;Tomentum,təment’m, korstzwam.Tomin,toumin, 12grains(juweliersgewicht).[581]Tommy,tomi, (=Tommy Atkins) soldaat; brood(je), proviand, gedwongen winkelnering;Tommyverb. uitbuiten door middel daarvan:Let’s go Tommy Dodd for it= er om opgooien;It’s all Tommy-rot= klets;Tommy-shop;Tommy-system= het stelsel van gedwongen winkelnering.To-morrow,tumorou, morgen:The old prisonwas blown into to-morrow= vloog in de lucht;To-morrow morning= morgenvroeg.Tompion,tompj’n, stop(per), prop.Tomtit,tomtit, mees, winterkoninkje.Tomtom,tomtom, trom (O. Ind. en Afrika);Tomtomverb. trommelen.Ton,ton,toŋ, mode.Ton,tɐn, ton,maatloopende van40tot2000 cb. feet;gewichtloopende van600tot2000 lbs., met nog speciale beteekenissen voor sommige artikelen. ZieTonnage.Tonal,toun’l, toon …;Tonality,tənaliti, juiste toonhoogte, toon:Our Wilhelmusin the old tonality= in de oude toonzetting;Tone,toun, subst. toon, klank, klem, dreun, kleur, aard, stemming, veerkracht;Toneverb. een toon geven of hebben:Totone down= temperen, verzachten;The colourtonesgentlyfromdeepest bluetoliveliest red= gaat zachtkens over;Tone-syllable= beklemde lettergreep;Toneless= toonloos, onwelluidend; subst.Tonelessness.Tonga,toŋga, tweewielig karretje. (Brit. Ind.).Tongres,touŋgə, Tongeren.Tongs,toŋz, tang;Tongsverb. met de tong den klank wijzigen (bij blaasinstrumenten), in een tong uitloopen; ploegen:A pair of tongs= eene tang;Tomarry over the tongs= over den puthaak trouwen;I wouldn’t touch her with the longest pair of tongs in all the devil’s kitchen= ik zou haar met geen tang willen aanraken;The tongs and the bones= ketelmuziek, mopjes:A few people like classical music, but a very much larger majority preferthe tongs and the bones.Tongue,tɐŋ, subst. tong, taal, spraak, klepel, tong (van eene gesp), leertje (van een schoen), landtong:That’sa slip of the tongue= eene vergissing;Tobite one’s tongue= zich bijten op;Itfell from my tonguebefore I knew it= het ontglipte me;Tofind one’s tongue= woorden vinden;Togive tongue= aanslaan;Ihave it on the tip of my tongue, at my tongue’s end= het ligt mij op de tong (maar ik kan het niet zeggen);Hehas an oily tongue, a well-oiled tongue= eene gladde, radde tong;Hold your tongue= houd je mond;Toshoot out one’s tongue= uitsteken;Hethrust his tongue in his cheek= keek ongeloovig, meesmuilde, lachte ironisch;Towag one’s tongue= rammelen;Tongue-bone;Tongue-lashing= scheldpartij;Tongue-tied= sprakeloos:Hestood tongue-tied;Tongue-twister= moeilijk uit te spreken woord;Tongued= met eene tong (in samenst.):Tongued boards= geploegde planken;Tongueless= zonder tong, sprakeloos;Tonguey= rad van tong, met mooie praatjes.Tonic,tonik, subst. grondtoon, tonisch middel; adj. tonisch;Tonic solfa= het voorstellen van klanken en tonen door letters, enz.;Tonic spasm= rechtstijvigheid.To-night,tunait, van avond, van nacht.Tonnage,tɐnidž, tonnemaat, last, tonnegeld:Bill (Certificate) of tonnage= meetbrief;Tonnage and poundage= oude belasting op in- en uitgevoerde koopwaren, wijn, etc.;Tonnage-car= goederenwagen (Am.);A 40 Tonner= schip van 40 t.Tonsil,tonsil, amandel (keelklier); adj.Tonsillary;Tonsillitis,tonsilaitis, ontsteking der amandelen.Tonsure,tonšə, tonsuur;Tonsured= met eene tonsuur.Tontine,tontîn, tontine, een naarTontigenoemd stelsel van verzekering.Tony,touni, (verk. v.Anthony), onnoozele hals.Too,tû, al te, tevens, ook:That’s rather too too= dat is wel wat al tè;Jealous too= nu nog mooier, ook nog jaloersch!Quite too= bovenmate.Toofer,tûfə, slechte cigarette (=Two for a penny).Took,tuk, imperf. vanto take.Tool,tûl, subst. werktuig (ookfig.), gereedschap, stempel;Toolverb. vorm geven, een wagen of diligence rijden, van geperste versieringen voorzien:Gold tooling= proces om banden van boeken te versieren met vergulde stempels;Tool-box (-chest)= gereedschapskist;Tool-house.Toom,tûm, adj. ledig;Toomverb. ledigen.Toot,tût, toeteren, blazen:The horn was tooting;Tooter= blazer, toeter.Tooth,tûth, tand, punt:Hecast it in my teeth= gooide het mij voor de voeten;The baby hascut its first tooth= gekregen;Toclench one’s teeth= op elkaar klemmen;Hedared me to the teeth= tartte me tot het uiterste (in mijn gezicht);Idid it (told it him) in (spite of) his teeth= ik deed het trots zijn verzet, zeide het vlak in zijn gezicht;Tohave a tooth drawn (extracted, pulled out, taken out)= laten trekken;Hehas a sweet tooth= is een zoetekauw;Toget rather long in the tooth= aftandsch worden;Itmakes my teeth (mouth) water= het doet mij watertanden;Isay it to your teeth= in uw gezicht;Itset my teeth on edge= het deed me griezelen, ik werd er akelig van;Heset his teethin grim earnest= zette op elkaar;Toshow one’s teeth= de tanden laten zien (ookfig.);Todefend tooth and nail= met hand en tand;A set of artificial teeth;Canine, Corner tooth= hoektand;Cutting tooth= snijtand;Double, Grinding tooth= kies;False tooth;Milk tooth;Wisdom tooth;Tooth-ache= tand- of kiespijn;Tooth-brush= tandenborstel;Tooth-drawing= het tandentrekken;Toothedge= het tintelend gevoel door harde en krassende geluiden veroorzaakt;Tooth-key= sleutel om tanden te trekken;Tooth-paste= pasta;Toothpick= tandenstoker;Tooth-powder= tandpoeder;Tooth-socket= tandkas;Tooth-wheel= tandrad;Toothed= met tanden;Toothful= mondje-vol;[582]Toothing= het tanden krijgen of wisselen;Toothless;Toothlet= tandje;Toothletted= fijn getand;Toothsome= lekker, smakelijk; subst.Toothsomeness.Tootle,tût’l, toeteren, blazen.Top,top, top(punt), spits, kroon, hoogte, hoofdeinde, hoofd, kap, opslag, mars, hemel, bovenste kant, tol; adj. hoogste, grootste, voornaamste, uiterste;Topverb. uitsteken, overtreffen, bedekken, zich verheffen, de toppen of koppen afsnijden of afslaan, toppen (van ra’s), bestijgen, van kappen voorzien, mesten, hoog zijn, vallen, eindigen, voltooien, etc.:He isat the top ofhis class= nummer één;Tobe at the top of the tree= op de bovenste sport (fig.);He criedat the top ofhis voice= zoo hard hij kon;From top to bottom= van onder tot boven;I have sleptlike a top= als eene roos, als een otter;On the top of= op den top van, daarop, boven en behalve:It is no joke to go tramping to the pollon the top ofa day’s work= na eene harde dagtaak;Inside oron the top, sir? = binnenin of bovenop (de omnibus), mijnheer?They are storieswithout top or tail= verhalen zonder kop of staart;Thetop of a loaf= bovenste, kapje;Thetop of the morningto you! = ik wensch je een goeden morgen (Iersch);The top (bottom, lower end) of a hall= vóórin (achterin) de zaal;Top value= hoogste prijs of noteering;This triptops and capsall others= overtreft (bekroont);Top-boots= laarzen met gekleurde kappen;Top-branch= hoogste tak;Top-cloth= vinkennet (zeeterm);Top-coat= overjas;Top-draining= droogleggen van de oppervlakte van land;Top-dress, subst. bovenmest;Top-dressverb. de oppervlakte bemesten;Top-dressing= bovenmest:Toput a fair top-dressing of gentility ona person= een aardig vernisje van beschaving;Topgallant, subst. bramsteng, toppunt; adj. van de bramsteng, voornaamste, uitstekend;Top-heavy= topzwaar, dronken;Top-hole= prima;Top-knot= kuif, strik op het hoofd;Top-knotted= verwaand, pedant;Top-lantern;Top-light= toplicht;Top-mast= steng;Top-sail= marszeil;Top-sawyer (-man)= bovenste van twee zagers, bovenste-beste, man van voorname familie (of veel geld);Top-soil= bovengrond;Top-stone= deksteen;The haystack wasTopped off= voltooid;Topped offwith gold and silver= versierd met;Theytopped upwith that work= zij eindigden met;Some cream totop upwith= nu nog wat room na; ZieTopper.Topaz,toupəz, topaas;Topazolite,təpazəlait, gele granaat.Tope,toup, subst. boschje of groep boomen;Topeverb. zuipen, veel drinken;Toper= zuiplap.Topee,təpî, helm(hoed) (Br. Ind.).Topeka,təpîkə;Tophet,toufət(2 Kon. 23, 10).Topi,təpî=Topee.Topiary,toupjəri:Topiary work= kunstmatig en tot bepaalde vormen snoeien v. boomen, heggen, enz.Topic,topic, onderwerp (van gesprek); plaatselijk geneesmiddel;Topical song= gelegenheidsgedicht of -lied;There is notopical interestwhatever in the paper= niets actueels.Topmost,topmoust, hoogste.Topographer,təpogrəfə, topograaf;Topographic(al),topəgrafik(’l), topographisch;Topography,təpogrəfi, topographie.Topper,topə, voortreffelijk persoon, uitstekend iets, cylinderhoed:A topper for you= dat is een beste, die kun je in je zak steken;Topping, verheven, uitstekend, fijn, voornaam:Atopping passion= alles beheerschende hartstocht.Topple,top’l, (voorover) tuimelen, neervallen:My airy castletoppled to the earth= viel in.Topsyturvy,topsitɐ̂vi, onderstboven; subst. chaos;Topsyturvyverb. onderstboven keeren:Toturn everything topsyturvy;Topsyturvyfication= omvergooiing:The book isa regular topsyturvyfication of morality= gooit alle moraliteit omver.Toque,touk,Toquet,təkei, toque.Tor,tö, steile rots, spitse heuvel.Torch,tötš, toorts;Torch-bearer= fakkeldrager;Torch-dance, fakkeldans;Torch-light, subst. fakkel- of toortslicht:Torch-light procession= fakkeloptocht;Torch-race= fakkelwedloop;Torch-thistle, fakkeldistel.Tore,tö, imperf. vanto tear.Toreador,toriədö, toreador.Torment,töm’nt, kwelling, marteling, plaag.Torment,töment, martelen, pijnigen;Tormenter, Tormentor= kwelgeest, soort eg, lange vork;Tormentress= kwelster.Torminal,tömin’l,Torminous,töminɐs, erge krampen hebbend.Tormintil,töm’ntil, tormentil, bloedroode ooievaarsbek.Torn,tön, part. perf. vanto tear.Tornado,töneidou, tornado.Torose,tôrous,tôrous,Torous,tôrəs, gezwollen, knobbelig.Torpedist,töpîdist, torpedist;Torpedo,töpidou, torpedo; knalpatroon; sidderrog;Torpedoverb. torpedeeren;Torpedo-boat= torpedoboot;Torpedo-catcher,Torpedo(-boat) Torpedo-destroyer= torpedojager;Torpedo-net= torpedonet.Torpid,töpid, verstijfd, bewegingloos, langzaam, traag; subst. tweedeklasse giek (Oxford), de bemanning daarvan:Torpids= roeiwedstrijden in het voorjaar (Oxf.);Torpidity=Torpidness= verstijfdheid, bewegingloosheid, winterslaap =Torpor,töpə.Torquay,tökei,töki.Torrefaction,torifakš’n, uitdroging;Torrefy,torifai, drogen, uitdrogen.Torrent,tor’nt, subst. hevige stroom, vloed:Torrent of lava;The rain came down in torrents= in stroomen;Torrential,tərenš’l, krachtig, stormachtig:Torrentential applause, enthusiasm.Torricellian,toritšelj’n, van Torricelli.Torrid,torid, verzengd, brandend:Torrid zone; subst.Torridness.Torse,tös, romp; gevlochten krans (herald.);Torsion,töš’n, draaiing, terugdraaiing; adj.Torsional.Torsk,tösk, dorsen (visch).[583]Torso,tösou, romp.Tort,töt, onrecht, nadeel:The Law of Torts,or: a Treatise on the Principles of Obligations arising from Civil Wrongs in the Common Law.Tortile,töt(a)il, spiraalvormig gewonden; subst.Tortility.Tortoise,tötəs, (land)schildpad;Tortoise-shell, subst. en adj. (van) schildpad;Tortoise-shell cat= geelbruine.Tortuose,tötjuous, gekronkeld, gedraaid;Tortuosity,tötjuositi, kronkeling, kromming, slinkschheid.Tortuous,tötjuəs, gekronkeld, gedraaid, krom, slinksch; subst.Tortuousness.Torture,tötjə, subst. marteling, zielsangst, pijniging:Tortureverb. kwellen, martelen, verdraaien:Toput to the torture;Torture of animals= dierenmishandeling;Torturer.Torulose,tor(j)ulous,Torulous,tor(j)ulɐs, met knoopen.Tory,tôri, subst. en adj. Tory, conservatief;Toryism= de beginselen der conservatieve partij.Tosh,toš, onzin.Toss,tos, subst. opgooien, worp, onrust, angst;Tossverb. werpen, opgooien, slingeren, verontrusten, woelen, dobbelen (door het opgooien v. geldstukjes):In a toss= erg gejaagd;Towin the toss= winnen bij het opgooien;Totoss the oars= loodrecht opheffen als teeken van begroeting;Totoss pancakes= bakken en omgooien in de pan;He could nottoss awaythe image of his love= van zich afzetten;Itossed it in my mind= overlegde het;Wetossed him in a blanket= we hebben hem “gejonast”;Toss off your glass= sla’m eens om;We willtoss up for it, head or tail= er om opgooien: kruis of munt:Totoss up the head= het hoofd in den nek gooien;Toss-up= risico, onzekerheid:It is a regular toss-up= ’t hangt geheel van het toeval af;Toss-pot= zuiplap;The ship wastempest-tossed, tempest-tost= werd door den storm heen en weer geslingerd;Tosser;Tossy= trotsch, met het hoofd in den nek.Tot,tot, subst. kleine peuter; borreltje:I have drunk your healthin a tot of rum= met een glaasje rum.Tot,tot, som, post;Totverb. optellen:The Highlander knows how totot you up a high bill= weet te rekenen;Totot up profits and losses.Total,tout’l, subst. en adj. (het) geheel, totaal;Totalverb. gezamenlijk bedragen:Their number totals 20.000;Total-abstinence= geheelonthouding;Totalisator,toutəlizeitə, totalisator;Totality,tətaliti, de geheele som, het totaal;Totalize= aanvullen;Totalizer= totalisator.Tote,tout, het geheel (The whole tote); dragen (Amer.):You must tote fair= ge moet eerlijk en billijk handelen;Tote-load= vracht.Totem,tout’m, totem;Totem-clan= familiestam, met een gemeenschappelijken totem als familiewapen;Totemic,tətemik, tot eentotembehoorende;Totemism= gebruik om familiën en stammen een zeker symbool te geven.Tother,t’other,tɐdhə, samentr. vanthat (the) other.Totter,totə, waggelen, wankel loopen:The baby isat the tottering and tumbling age= de kleine begint alléén te loopen;Tottery= bevend, waggelend.Tottie,toti, kleine of jonge Hottentot.Totty,toti, subst. kleine “hummel”; adj. waggelend;Totty-headed= lichtzinnig.Touch,tɐtš, subst. aanraking, voeling, gevoel, lichte aanval, aanslag (van piano of orgel), streek, toetssteen, proef, trek, smaakje, wenk, toespeling, een ietsje, etc.;Touchverb. aanraken, raken, reiken tot, bereiken, voelen, betasten, aanroeren, betreffen, roeren, bedroeven, aannemen, innen, schetsen, schilderen, aanslaan, pakken, beleedigen; bedriegen (Austr.), etc.:Tobeintouch with= voeling houden met;Hecame into touch withhis century= kreeg voeling met;Toestablish (Get into) touch with= voeling krijgen met;I havefound touchof my fellows= heb voeling gekregen met;Igavemy workthe finishing touch= heb de laatste hand gelegd;You mustkeep in touch withus= moet voeling met ons houden;Toput to the touch= op de proef stellen;Tostand the touch= de proef doorstaan;He has atouch of the gout= aanval van jicht;“No,” he said,with a touch of temper= eenigszins geraakt;It was touch-and-go= het was op het kantje af, er aan toe, het kon weinig lijden;Cold to the touch= op het gevoel;He wouldtouch no food= niet aanraken;Shall wetouch glasses= eens klinken;That does nottouch the question= raakt;To touch the (touch on the tenderest) spot= den vinger op de wonde plek leggen;Wetouched the wind= hielden het schip zoo dicht mogelijk aan den wind;Nobody can touch him= bij hem halen;It touched me to the quick= trof mij diep;It touches you more than any of us= raakt u meer;The ship touched= stootte;We sighted an island, but did nottouch atit= deden het niet aan;Two of the characters were excellentlytouched in= uitmuntend geschetst;We willtouch ofthat next time= behandelen;Totouch off= vluchtig schetsen, verbeteren, afvuren, geducht raken;Let me justtouch on it= het even aanroeren;We shalltouch it up= het wat repareeren, opknappen, opfrisschen, retoucheeren;Touch-hole= zundgat;Touch-me-not= kruidje-roer-me-niet;Touch-needle= toetsnaald, proefnaald;Touch-pan= kruitpan;Touch-paper= met salpeter gedrenkt en als lont gebruikt papier;Touchstone= toetssteen:Irish touchstone= basalt van denGiant’s Causeway;Touchwood= zwam;Touchable= raak- of voelbaar; subst.Touchableness;I can do it in four minutes,as near as a toucher= op den kop af;Anear toucher= op ’t kantje af;Touching, adj. roerend, treffend; prep. betreffende, aangaande;Touchiness, subst. v.Touchy= knorrig, lichtgeraakt.Tough,tɐf, taai, hard, streng, vasthoudend; subst. verloopen vent, vechtersbaas (Amer.):Oh, say now! This is tough= kras;He isa tough customer= laat niet los;I had a[584]tough timewith Pa= had heel wat met Pa te stellen;That isa tough piece of work= moeilijk werk;Toughen= taai worden of maken;Toughish= ietwat taai;Toughness= taaiheid.Toupee,tûpî,Toupet,tupei, pruikje.Tour,tûə, subst. rondreis, uitstapje, toer, volgorde;Tourverb. een rondreis doen, rondgaan, een uitstapje doen;Tourist= tourist:Tour ticket= rondreisbiljet.Tournament,tûənəment. ZieTourney.Tournay,tûənei, Doornik.Tourney,tûəni, tournooi, steekspel.Tourniquet,tûəniket, draaikruis, haspel.Tournure,tûənjûə, tournure, houding, omtrek, vorm.Tousle,tauz’l, in wanorde brengen; adj.Tousy.Tout,taut, subst. klantenlokker, spion die inlichtingen geeft omtrent voor wedrennen geoefend wordende paarden;Toutverb. spionneeren, beloeren, klanten lokken:A money-lender’s tout= de handlanger van een geldschieter;What can be got bytouting amongthe critics is not worth the ignominy= wat men bij de critici wint door ze achterna te loopen;Totout forapplause, custom, orders= bedelen om, zoeken te lokken;Touter=Tout.Tow,tou, sleeptouw;Towverb. boegseeren, sleepen:Totake in tow= op sleeptouw nemen (ookfig.);Towboat= sleepboot;Tow-car= volgwagen (tram);Tow-line= sleeplijn =Tow-rope;Towage,touidž, het sleepen, sleeploon;Towing-path= jaagpad;Towing-vessel= sleepboot.Tow,tou, werk, touw;Tow-cloth= paklinnen;Tow-head= vlaskop; adj.Tow-headed.Toward,touəd, aanstaande, nabij, gewillig, gehoorzaam, leergierig:A battle is toward= op til;What is toward?= wat is er aan de hand;Toward(li)ness= bereidwilligheid, leergierigheid; adj.Towardly;Towards,touədz,tödz, naar toe, in de richting van, tegenover, ten opzichte, bijna, omtrent.Towcester,taustə.Towel,tauəl, handdoek, doek;Towelverb. afwrijven, ranselen:Oaken towel= knuppel;Towel-horse= rekje;Towelling= linnen voor handdoeken, pak ransel.Tower,tauə, subst. toren zonder spits, burcht, kasteel, hoog kapsel;Towerverb. zich verheffen, uitsteken boven, hoogvliegen:Tower of silence= ronde toren, waarin de Perzen (in Indië) hunne dooden (tot aas voor de gieren) leggen;Tower-bastion= kleine toren in den vorm van een bastion;Towering= zeer hoog of groot, buitengewoon hevig:Towering rage.Town,taun, subst. stad:Town and gown= de stedelingen tegenover professoren en studenten;He isa man about town= roué, viveur, iemand, die veel uitgaat;A man on town= een “city”-man;A girl of the town= prostituée;Town clerk= gemeente-secretaris en archivaris;Town council= gemeenteraad;Town councillor= gemeenteraadslid;Towncrier= stadsomroeper;Townhall= gemeentehuis, raadhuis;Townhouse= raadhuis, huis “in stad”;Townland= land nabij eene stad;Town-major= plaatscommandant;Town-talk= praatje van de stad;Town traveller= stadsreiziger;Town-wall= stadsmuur;Townsfolk= stedelingen;Townsman= stadgenoot, stedeling;Townspeople= stedelingen;Township= gemeente, stadsgebied.Townshend,taunz’nd.Towser,tauzə, groote hond (gew.hondennaam).Toxic(al),toksik(’l), vergiftig;Toxicological,toksikəlodžik’l, toxicologisch;Toxicology= toxicologie.Toxophilite,toksofilait, subst. boogschutter; adj. tot de boogschutterskunst behoorende.Toy,tôi, subst. (stuk) speelgoed, kleinigheid, beuzelarij;Toyverb. dartelen, stoeien; spelen, beuzelen;Toy-book= prentenboek;Toy-box= speelgoeddoos;Toy-dog= schoothondje;Toy-drum= kindertrom;Toyman= speelgoedkoopman;Toy-pistol= kinderpistooltje;Toy-shop= speelgoedwinkel;Toy tea-things= kinderserviesje;Toy-trade= speelgoedhandel;Toy-watch.Trace,treis, subst. spoor, teeken, voetspoor, streng, kleine hoeveelheid;Traceverb. opsporen, precies nagaan, uitvorschen, trekken, traceeren, doorkruisen, aanspannen (up):All boys are inclinedto kick over the traces= uit den band slaan;Traceability, subst. v.Traceable= naspeurbaar, vervolgbaar:Traceable totemporary conditions= terug te brengen tot; subst.Traceableness;Traceless= spoorloos;Tracery= de ornamenten van den Gothischen bouwstijl.Trachea,treikjə, luchtpijp; adj.Tracheal;Trachitis,trəkaitis, luchtpijpontsteking.Tracing,treisiŋ:Tracing-paper= calqueerpapier.Track,trak, subst. spoor, voetindruk, weg, begaan pad, baan, spoorlijn, zeegat;Trackverb. het spoor volgen, opsporen, nagaan:Bicycle track= wielerbaan;Double track= dubbel spoor;Hefollowed in your track = drukte uwe voetstappen;The carriageleft the track= dérailleerde;The old gentleman hasmade tracks= is er haastig vandoor gegaan;The track and rolling-stock= tractie en rollend materieel;Wetracked the deer= wij volgden het spoor van het hert;The tiger wastracked down= werd opgespoord;Track-road= jaagpad;Track-rope= jaaglijn;Trackage= het boegseeren of trekken;Tracker= speurhond;Trackless= onbetreden, onbegaan, spoorloos; subst.Tracklessness.Tract,trakt, verloop, uitgestrektheid, streek, korte verhandeling, tractaatje.Tractability,traktəbiliti, subst. v.Tractable,traktəb’l, handelbaar, volgzaam, leerzaam; subst.Tractabilityness.Tractarian,traktêriən, subst. lid derHigh Churchbeweging (1833–41); adj. tot deHigh Church-beweging behoorende;Tractarianism= de herleving van den ritueelen eeredienst in de E. kerk.Traction,trakšn, rekking, (aan)trekking, voorttrekking:Electric traction= electr. trek- of beweegkracht;Traction-engine= niet op rails loopende straatlocomotief;Tractive[585]power= trekkracht;Tractor= wat trekt of tot trekken wordt gebruikt.Tracy,treisi, Treesje.Trade,treid, subst. handel, zaken, beroep, bedrijf, ambacht;Tradeverb. handel drijven, verhandelen, verruilen:The trade= handel in sterke dranken;Domestic (Inland, Home) trade;Foreign trade;Todo a roaring trade= drukke zaken doen;Hefollows the trade of a smith= is smid van zijn ambacht;Shepractised all the tricks of her trade= bracht al de slimme zetten van haar beroep in practijk;Two to a trade never agree= concurrenten zijn het nooit eens;I willtradethisforsomething better= verruilen, verhandelen;You havetraded onme= mij geëxploiteerd;This countrytrades toTurkey= drijft handel met Turkije;I willtradewatcheswith you= met u ruilen;Trade-card= adreskaart;Trade-guild= handelsgilde;Trade-list= prijscourant;Trade-mark= handelsmerk;Trade-price= engrosprijs; slijtersprijs;Trade-winds= passaatwinden;Trade’s-folk(=Trades-people) = neringdoenden;Tradesman= handelaar, handelsman, neringdoende, winkelier, handwerksman;Trade(s)-union= vakvereeniging;Trade(s)-unionism= de beginselen of het stelsel der vakvereenigingen;Trader= koopman, handelaar, koopvaardijschip;Trading:Trading-vessel;The Trading-and-Profit-and-Loss account= Inkomsten- en Winst- en Verliesrekening.Tradition,trədiš’n, overlevering; adj.Traditional;Traditionalism= gehechtheid aan de overlevering, het stelsel dat alle menschelijke kennis door God geopenbaard en zoo overgeleverd is;Traditionary=Traditional.Traduce,trədjûs, lasteren, smaden; subst.Traducement;Traducer.Trafalgar,trəfalgə.Traffic,trafik, subst. (koop)handel, (handels)verkeer;Trafficverb. (ruil)handel drijven, omzetten:Carrying traffic= goederendienst;Vehicular traffic= rijtuigverkeer =Wheeled traffic;Traffic in white slaves= blanke-slavinnenhandel;Traffic-manager= chef van den goederendienst;Trafficker= handelaar.Tragacanth,tragəkanth, Tragant gom.Tragedian,trədžîdj’n, treurspelspeler of -dichter;Tragedienne,tradžîdjen, treurspelspeelster;Tragedy,tradžədi, treurspel; adj.Tragic(al);The old Frenchtragics= treurspeldichters;Tragi-comic(al)= tragi-comisch;Tragi-comedy,tradžikomədi, tragi-comisch stuk.Tragopan,tragəpan, gehoornde fazant.Trail,treil, subst. sleep, staart, spoor, pad (gemaakt door reizende N.-Amer. Indianen);Trailverb. langs den grond sleepen, het spoor volgen, opsporen, het geweer met de rechterhand horizontaal dragen, kruipen, rekken:I commanded themto carry their arms at a trail= commandeerde: “Omlaag ’t geweer”;Shetrailed off intoa howl= hief een langgerekt gejammer aan;Trail-net= sleepnet;Trailer= kruipplant, mandenwagentje achter een fiets; slingerplant =Trailing-plant.Train,trein, subst. trein, reeks, stoet, voortgang, loop, sleep, staart, soort v. slede (Canada), spoortrein, loopvuur (lijn v. buskruit), stel van beweging overbrengende raderen, reeks, lokaas, val, krijgslist;Trainverb. sle(e)pen, lokken, africhten, oefenen, drillen, richten, leiden, blokken, met den trein reizen:Down-train, Up-train= afgaande, opkomende trein;Freight train;Goods train;Train of Artillery= artillerie-trein;Thetrain of his thoughts, of thought= gang;Everything isin train= in gang;He left the townon a regular train= met een gewonen trein (Amer.);The gun was trained= het kanon werd gericht;He wastrained up for it= er voor opgeleid;Train-band (Trained band)= een vroegere schutterij of weerbaarheidskorps;Train-bearer= sleepdrager;Train-oil= traan(olie);Train-road= hulpspoorweg;Train-service= spoorweg-postdienst;Trainable= wie of wat geoefend of opgeleid kan worden;Traineddresses= sleepjaponnen;Trained nurse= ervaren;Trainer= africhter, oefenaar, drilmeester;Training= opvoeding, oefening, exercitie; het leiden van leiboomen;Training-course= cursus;Training-school= kweekschool;Training-ship= oefeningsschip, opleidingsschip.Traipse,treips; zieTrapes.Trait,trei(t), eigenaardige en kenmerkende trek, streek, haal, toets.Traitor,treitə, verrader;Traitorous= verraderlijk; subst.Traitorousness;Traitress,treitrəs, verraderes.Trajan,treidž’n, Trajanus.Tram,tram, rail van een paardespoor, paardespoor, tramwagen, karretje; ook verb.:Totram it= trammen;Tram-car;Tram-line= tramweg;Tramroad= tramweg =Tramway;Tramway-car= tramwagen.Tramble,tramb’l, wasschen (v. tinerts).Trammel,tram’l, subst. (sleep)net, kluister, vuurhaak (in een schoorsteen), hinderpaal, boei, ovaalpasser;Trammelverb. belemmeren, beperken, boeien;Trammel-net= sleepnet.Tramontane,trəmontein,traməntein,trâmontein:Tramontane-wind, noordenwind in de Middellandsche Zee.Tramp,tramp, subst. gestamp, getrappel, voetreis, landlooper, schip dat “op avontuur” vaart (Tramp-steamer);Trampverb. (ver)trappen, stappen, treden, zwerven, vagebondeeren:Togo on the tramp= den boer op gaan;Tramp-colony= bedelaarskolonie;Tramper= landlooper, rondzwerver.Trample,tramp’l, subst. getrappel, gestap;Trampleverb. vertreden, vertrappen, trappelen:Totrample under one’s feet (under foot)= met voeten treden (fig.);Trampler.Trampoos,trəmpûz, rondzwerven (Amer.).Trance,trâns, subst. verrukking, geestvervoering, bezwijming, schijndood;Tranceverb. =Entrance;Tolie in a trance.Traneen,trənîn, kamgras:It isnot worth a traneen= geen lor waard.Tranquil,traŋkwil, rustig, kalm, ongestoord;Tranquillity,traŋkwiliti, kalmte, gerustheid, rust =Tranquilness;Tranquillization, subst. v.Tranquillize= tot bedaren brengen, kalmeeren;Tranquillizer.[586]Transact,transakt, volbrengen, doen, verrichten:Totransact business with= zaken doen met;Hetransacted withhis political convictions= transigeerde met;Transaction= verrichting, uitvoering, transactie, zaak, handel:Transactions of the Philological Society= Handelingen van het Philologisch Genootschap;During these transactions= middelerwijl;Transactor= volbrenger, handelaar.Transalpine,transalpain, transalpijnsch.Transatlantic,transətlantik, transatlantisch.Transcend,transend, te boven gaan, overtreffen;Transcendence,Transcendency= voortreffelijkheid;Transcendent= zeer voortreffelijk, transcendentaal =Transcendental,trans’ndent’l;Transcendentalism,trans’ndentəlizm.Transcribe,transkraib, overschrijven, afschrijven;Transcriber= copiïst;Transcript,transkript, copie;Transcription.Transept,transept, kruisvleugel.Transfer,transfɐ̂, overdracht, overbrenging, verplaatsing, overschrijving, overdruk, overstapkaartje; pont;Transfer-paper= overdrukpapier.Transfer,transfɐ̂, overbrengen, overdragen, verplaatsen, afdrukken;Transferability,transfɐ̂rəbiliti,transferəbiliti, subst. v.Transferable,transfɐ̂rəb’l,transferəb’l= verhandelbaar, overdraagbaar;Transferee,transfərî, wien iets overgedragen wordt;Transference,transfərens, overdracht;Transferrer,transfɐ̂rə,transferə, overdrager.Transfiguration,transfigjureiš’n, verheerlijking (Matth. XVII, 1–9), feest ter gedachtenis daaraan (6 Aug.);Transfigure,transfigjə, het uiterlijk voorkomen veranderen, verheerlijken.Transfix,transfiks, doorboren, doorsteken:Istood transfixed= als aan den grond genageld.Transform,transföm, vervormen, hervormen, van vorm veranderen, herleiden;Transformable= veranderbaar, herleidbaar;Transformation,transfömeiš’n, gedaanteverandering of -verwisseling, herleiding, hervorming:Transformation-scene= het tooneel in de pantomime, waarbij de voornaamste personen in de personen der harlekinade overgaan;Transformative= vervormend;Transformator=Transformer= transformator.Transfuse,transfjûz, overgieten, overstorten, overbrengen van bloed, zoutoplossingen inspuiten, overdragen; adj.Transfusible;Transfusion,transfjûž’n, overgieting, etc.Transgress,transgres, te buiten gaan, overtreden, schenden, zondigen;Transgression= overtreding, schennis;Transgressive= zondig;Transgressor= overtreder, zondaar.Tranship,tranšip, overladen;Transhipment= overlading.Transient,tranš’nt, vergankelijk, kortstondig; subst.Transientness.Transit,transit, doorgang, transito, vervoer, overgang, verkeersweg:They went there to observethe transit of Venus;Transit goods;Permit of transit= geleibiljet;Topass in transit= transiteeren;Transit-duty= transitorecht;Transit-instrument= instrument, om den overgang van eene planeet over den meridiaan of de zon waar te nemen;Transition,transiš’n,transiž’n, verandering, overgang(speriode); adj.Transitional= overgangs …;Transitive= overgaande, overgankelijk; subst.Transitiveness;Transitoriness, subst. v.Transitory= vergankelijk, vluchtig, kortstondig.Translate,transleit, verplaatsen, overplaatsen, overbrengen, vertalen, ten hemel voeren, uitleggen, oplappen, doorseinen:Atranslated saint= weggenomen (Hebr. 11, 5);Translated withdevotion= in aanbidding verzonken;What will the duke say?=The dukebe translated= die moge “weggenomen worden”, laat hem stikken;Translation,transleiš’n, overbrenging, overzetting, vertaling, etc.;Translator= vertaler, translator, schoenlapper; adj.Translatory, Translatory.Transliterate,translitəreit, in andere letters overbrengen (b.v. Grieksch met Latijnsche letters schrijven), herspellen op andere wijze; subst.Transliteration.Translucence, Translucency,transl(j)ûsəns(i), subst. v.Translucent,transl(j)ûs’ntdoorschijnend, duidelijk.Transmarine,transmərîn, overzeesch.Transmigrate,transmigreit, verhuizen;Transmigration,transmigreiš’n, (ziels)verhuizing =Transmigration of souls.Transmissibility,transmisibiliti, subst. v.Transmissible,transmisib’l, verzendbaar, overdraagbaar, overerfelijk;Transmission,transmiš’n, overbrenging, overzending, doorlating (van licht door glas),geleiding, overerving:Transmission-business= expeditiezaak;Transmit,transmit, overbrengen, overzenden, doorlaten, voortplanten, etc.;Transmittal=Transmittance; Transmitter= overzender, voortplanter, overbrenger;Transmittible= overzendbaar, etc.Transmutability,transmjutəbiliti, subst. v.Transmutable,transmjûtəb’l, veranderbaar, verwisselbaar; subst.Transmutableness;Transmutation,transmjûteiš’n, verandering, verwisseling;Transmute,transmjût, veranderen:The sentence of death wastransmuted intolifelong imprisonment= werd veranderd in;Transmuter= wie of wat verandert.
Toad,toud, pad(de);Toad-eater= lage vleier, pluimstrijker;Toad-eating, subst. lage vleierij; adj. verachtelijk vleiend;Toad-fish= padvisch; zeeduivel;Toad-flax= gewone vlasbek;Toad-spit= kikkerspog;Toad-stone= paddensteen (= versteende zeewolfstand); basaltporfier;Toad-stool= paddestoel;Toady, subst. lage vleier;Toadyverb. laag vleien:Hetoadies tothe great= loopt achterna;Toadyism= kruiperij, lage vleierij.Toast,toust, subst. geroosterd brood, toast, dame (of nog algemeener: iemand) op wie gedronken wordt;Toastverb. roosteren, warmen, een dronk instellen, bruin of warm worden:Shewas the toast of Bath= zij was de gevierde schoone van B.;On toast= prachtig, uitstekend (Amer.):Tohave a person on toast= in ’t nauw brengen;Togive (propose) a toast= instellen;Itoast your health= stel een dronk in op;Toast-master= ceremoniemeester, die bij officieele maaltijden de toasten aankondigt en de glazen laat vullen;Toast-rack,Toast-stand= standertje voor geroosterd brood;Toaster= ijzer of vork om te roosteren;Toasting-fork= roostervork; slakkensteker (iron. voor degen).Tobacco,təbakou, tabak;Tobacco-box= kistje;Tobacco-pipe= tabakspijp;Tobacco-pipe-clay= pijpaarde;Tobacco-pouch= tabakszak;Tobacco-stopper= instrument om (brandende) tabak in de pijp neer te drukken;Tobacco-wrapper[580]= dekblad;Tobacconist= tabaksverkooper (tabaksfabrikant).Tobias,təbaiəs.Tobine,toubin, soort taf.Tobit,toubit.Tobog(g)an,təbog’n, toboggan, soort slede (Canada);Tobog(g)anverb. bergaf glijden in sleden;Tobog(g)an-slide= glijbaan;Tobog(g)aner,Tobog(g)anist.Toby,toubi.Tocher,tokə, subst. bruidsschat (Schot.);Tocherverb. een bruidsschat geven;Tocherless= zonder bruidschat.Tocqueville,toukvil.Tocsin,toksin, alarmklok, alarmgelui.Tod,tod, struik(gewas); oud wolgewicht van 12,7 K.G.;Tod-stove= houtkacheltje (Amer.).To-day,tudei, vandaag:To-day a man, to-morrow a mouse= vandaag rijk, morgen arm;To-day is the daughter of yesterday= in ’t verleden ligt het heden;To-day me, to-morrow thee= heden ik, morgen gij;One to-day is worth two to-morrows= één vogel in de hand is beter dan tien in de lucht.Toddle,tod’l, subst. waggelende gang; slentergangetje;Toddleverb. waggelen, familiaar omgaan:I’ll pay the bill, and we’lltoddle= en dan gaan we opstappen;We have notbegun to toddleyet= we gaan nog niet familiaar met elkaar om;Hetoddles on at my side,and dribbles out small talk= hij loopt naast mij voort;Toddler= klein kind.Toddy,todi, palmdrank; grog met suiker.Toe,tou, subst. teen;Toeverb. met de teenen aanraken, teenen aanbreien:From top to toe= van top tot teen;Totread on a person’s toes(ook fig.);He hasturned up his toes (to the daisies)= is het hoekje om, is dood;Toe the line, boys= allen met de teenen aan de streep;Now you are“toeing the line” of the mystery= nadert ge;Totoe a person= een schop geven;Toeless.Toff,tof, fijne mijnheer, banjer;Toffish= piekfijn, banjerig; subst.Toffishness.Toffee, Toffy,tofi, kokinje.Toft,toft, boschje; hofstede;Toftman.Tog,tog, (meestTogs) plunje;Togverb. kleeden:In full tog= groot tenue;I havetogged myself out in full rig= mij in m’n beste plunje gestoken.Toga,tougə, toga, tabberd:Tofold one’s toga round one= zich in zijn toga hullen (ookfig.).Together,təgedhə, te zamen, allemaal tegelijk, vereenigd:It has rainedfor four days together= vier dagen achtereen;By the hour together= een uur lang.Toggle,tog’l, knoop, knevel (=houten nagel);Toggle-joint= knieverband (bouwk.).Toil,tôil, subst. zware arbeid, inspanning, net, web of strik (gew. meervoud);Toilverb. werken, zwoegen, afbeulen:We had the enemyin the toils= in onze macht;He wastoiling it up the mountain= bracht het zwoegend den berg op;Toil-worn= doodaf;Toiler= zwoeger;Toilsome= zwaar, afmattend; subst.Toilsomeness.Toilet,tôilət, toilet(tafel), servet, linnen kleedje over kaptafels, enz.; nachtzak; retirade (Amer.):She wasat her toilet, making her toilet= bezig haar toilet te maken;Shehurried through her toilet= maakte haastig toilet;Toilet-paper= closet-papier;Toilet-sponge.Toison,tôiz’n, schapevacht:Toison d’or= Gulden Vlies.Tokay,təkei, Tokayer (wijn).Token,touk’n, teeken, zinnebeeld, herinnering, gedachtenis, vlek:In token of= ten bewijze;Token-money= noodmunt of -penning;Tokened= met teekens of vlekken.Tola,toulə, (Br. Ind.) gewicht van ± 11,6 gram.Told,tould, imperf. en p.p. vanto tell.Toledan,təlîd’n, (bewoner) vanToledo,təlîdou, (zwaard v.) Toledo.Tolerable,tolərəb’l, dragelijk, tamelijk, redelijk; subst.Tolerableness;I amtolerably well= vrij goed;Tolerance,tolər’ns, verdraagzaamheid, dragelijkheid, toelating;Tolerant= verdraagzaam, lijdend:Tobe tolerant of= kunnen verdragen (med.);Tolerate,toləreit, dulden, verdragen, toelaten;Toleration= dulding, verdraagzaamheid:Toshow toleration= verdraagzaam zijn.Toll,toul, subst. tol(geld), marktgeld, staangeld, schatting, maalloon; langzaam en statig klokgelui;Tollverb. belasten, luiden, slaan, annuleeren, lokken:Toexact (take) toll= eischen;Thoughts pay no toll= zijn tolvrij;Totoll the funeral bell= de doodsklok luiden;The bell tolled one= sloeg één;Toll-bar= tol- of slagboom;Tollbooth= tolhuis, gevangenis;Toll-bridge= tolbrug;Toll-collector= gaarder;Toll-corn= maalloon (in den vorm van koren);Toll-gate= tolhek;Toll-gatherer= tolgaarder;Toll-house= tolhuis;Toll-man= gaarder;Toll-money;Toll-union= tolverbond;Tollable= belastbaar;Tollage= tol, belasting;Toller= tolgaarder, klokluider.Tom,tom, verk. vanThomas of Tommy, mannetje, kater (=Tom-cat):I can’t answerevery Tom, Dick and Harry= Jan, Piet en Klaas, Jan en alleman;Tomboy= wildzang;Tomfool= kwast, hansworst;Tomfoolverb. zich gek aanstellen;Tomfoolery:A piece of tomfoolery= een gekkenstreek;Tom Tiddler’s ground= luilekkerland;Tomnoddy= ezel, domkop. ZieTommy.Tomahawk,toməhôk, subst. Indiaansche strijdbijl;Tomahawkverb. met eentomahawkdooden:Tobury (dig up) the tomahawk= vrede sluiten (den strijd beginnen).Tomato,təmâtou,təmeitou, tomaat, liefdesappel;Tomato-sauce= tomatensaus.Tomb,tûm, subst. graf, grafgewelf, graftombe;Tombverb. begraven, in eene graftombe bijzetten;Tomb-stone= grafsteen;Tombless.Tombac,tombək, tombak.Tombola,tombələ, tombola.Tome,toum, (zwaar) boekdeel.Tomentose,təmentous,touməntous,Tomentous,təmentəs, wollig, viltig, met dichte haren bedekt;Tomentum,təment’m, korstzwam.Tomin,toumin, 12grains(juweliersgewicht).[581]Tommy,tomi, (=Tommy Atkins) soldaat; brood(je), proviand, gedwongen winkelnering;Tommyverb. uitbuiten door middel daarvan:Let’s go Tommy Dodd for it= er om opgooien;It’s all Tommy-rot= klets;Tommy-shop;Tommy-system= het stelsel van gedwongen winkelnering.To-morrow,tumorou, morgen:The old prisonwas blown into to-morrow= vloog in de lucht;To-morrow morning= morgenvroeg.Tompion,tompj’n, stop(per), prop.Tomtit,tomtit, mees, winterkoninkje.Tomtom,tomtom, trom (O. Ind. en Afrika);Tomtomverb. trommelen.Ton,ton,toŋ, mode.Ton,tɐn, ton,maatloopende van40tot2000 cb. feet;gewichtloopende van600tot2000 lbs., met nog speciale beteekenissen voor sommige artikelen. ZieTonnage.Tonal,toun’l, toon …;Tonality,tənaliti, juiste toonhoogte, toon:Our Wilhelmusin the old tonality= in de oude toonzetting;Tone,toun, subst. toon, klank, klem, dreun, kleur, aard, stemming, veerkracht;Toneverb. een toon geven of hebben:Totone down= temperen, verzachten;The colourtonesgentlyfromdeepest bluetoliveliest red= gaat zachtkens over;Tone-syllable= beklemde lettergreep;Toneless= toonloos, onwelluidend; subst.Tonelessness.Tonga,toŋga, tweewielig karretje. (Brit. Ind.).Tongres,touŋgə, Tongeren.Tongs,toŋz, tang;Tongsverb. met de tong den klank wijzigen (bij blaasinstrumenten), in een tong uitloopen; ploegen:A pair of tongs= eene tang;Tomarry over the tongs= over den puthaak trouwen;I wouldn’t touch her with the longest pair of tongs in all the devil’s kitchen= ik zou haar met geen tang willen aanraken;The tongs and the bones= ketelmuziek, mopjes:A few people like classical music, but a very much larger majority preferthe tongs and the bones.Tongue,tɐŋ, subst. tong, taal, spraak, klepel, tong (van eene gesp), leertje (van een schoen), landtong:That’sa slip of the tongue= eene vergissing;Tobite one’s tongue= zich bijten op;Itfell from my tonguebefore I knew it= het ontglipte me;Tofind one’s tongue= woorden vinden;Togive tongue= aanslaan;Ihave it on the tip of my tongue, at my tongue’s end= het ligt mij op de tong (maar ik kan het niet zeggen);Hehas an oily tongue, a well-oiled tongue= eene gladde, radde tong;Hold your tongue= houd je mond;Toshoot out one’s tongue= uitsteken;Hethrust his tongue in his cheek= keek ongeloovig, meesmuilde, lachte ironisch;Towag one’s tongue= rammelen;Tongue-bone;Tongue-lashing= scheldpartij;Tongue-tied= sprakeloos:Hestood tongue-tied;Tongue-twister= moeilijk uit te spreken woord;Tongued= met eene tong (in samenst.):Tongued boards= geploegde planken;Tongueless= zonder tong, sprakeloos;Tonguey= rad van tong, met mooie praatjes.Tonic,tonik, subst. grondtoon, tonisch middel; adj. tonisch;Tonic solfa= het voorstellen van klanken en tonen door letters, enz.;Tonic spasm= rechtstijvigheid.To-night,tunait, van avond, van nacht.Tonnage,tɐnidž, tonnemaat, last, tonnegeld:Bill (Certificate) of tonnage= meetbrief;Tonnage and poundage= oude belasting op in- en uitgevoerde koopwaren, wijn, etc.;Tonnage-car= goederenwagen (Am.);A 40 Tonner= schip van 40 t.Tonsil,tonsil, amandel (keelklier); adj.Tonsillary;Tonsillitis,tonsilaitis, ontsteking der amandelen.Tonsure,tonšə, tonsuur;Tonsured= met eene tonsuur.Tontine,tontîn, tontine, een naarTontigenoemd stelsel van verzekering.Tony,touni, (verk. v.Anthony), onnoozele hals.Too,tû, al te, tevens, ook:That’s rather too too= dat is wel wat al tè;Jealous too= nu nog mooier, ook nog jaloersch!Quite too= bovenmate.Toofer,tûfə, slechte cigarette (=Two for a penny).Took,tuk, imperf. vanto take.Tool,tûl, subst. werktuig (ookfig.), gereedschap, stempel;Toolverb. vorm geven, een wagen of diligence rijden, van geperste versieringen voorzien:Gold tooling= proces om banden van boeken te versieren met vergulde stempels;Tool-box (-chest)= gereedschapskist;Tool-house.Toom,tûm, adj. ledig;Toomverb. ledigen.Toot,tût, toeteren, blazen:The horn was tooting;Tooter= blazer, toeter.Tooth,tûth, tand, punt:Hecast it in my teeth= gooide het mij voor de voeten;The baby hascut its first tooth= gekregen;Toclench one’s teeth= op elkaar klemmen;Hedared me to the teeth= tartte me tot het uiterste (in mijn gezicht);Idid it (told it him) in (spite of) his teeth= ik deed het trots zijn verzet, zeide het vlak in zijn gezicht;Tohave a tooth drawn (extracted, pulled out, taken out)= laten trekken;Hehas a sweet tooth= is een zoetekauw;Toget rather long in the tooth= aftandsch worden;Itmakes my teeth (mouth) water= het doet mij watertanden;Isay it to your teeth= in uw gezicht;Itset my teeth on edge= het deed me griezelen, ik werd er akelig van;Heset his teethin grim earnest= zette op elkaar;Toshow one’s teeth= de tanden laten zien (ookfig.);Todefend tooth and nail= met hand en tand;A set of artificial teeth;Canine, Corner tooth= hoektand;Cutting tooth= snijtand;Double, Grinding tooth= kies;False tooth;Milk tooth;Wisdom tooth;Tooth-ache= tand- of kiespijn;Tooth-brush= tandenborstel;Tooth-drawing= het tandentrekken;Toothedge= het tintelend gevoel door harde en krassende geluiden veroorzaakt;Tooth-key= sleutel om tanden te trekken;Tooth-paste= pasta;Toothpick= tandenstoker;Tooth-powder= tandpoeder;Tooth-socket= tandkas;Tooth-wheel= tandrad;Toothed= met tanden;Toothful= mondje-vol;[582]Toothing= het tanden krijgen of wisselen;Toothless;Toothlet= tandje;Toothletted= fijn getand;Toothsome= lekker, smakelijk; subst.Toothsomeness.Tootle,tût’l, toeteren, blazen.Top,top, top(punt), spits, kroon, hoogte, hoofdeinde, hoofd, kap, opslag, mars, hemel, bovenste kant, tol; adj. hoogste, grootste, voornaamste, uiterste;Topverb. uitsteken, overtreffen, bedekken, zich verheffen, de toppen of koppen afsnijden of afslaan, toppen (van ra’s), bestijgen, van kappen voorzien, mesten, hoog zijn, vallen, eindigen, voltooien, etc.:He isat the top ofhis class= nummer één;Tobe at the top of the tree= op de bovenste sport (fig.);He criedat the top ofhis voice= zoo hard hij kon;From top to bottom= van onder tot boven;I have sleptlike a top= als eene roos, als een otter;On the top of= op den top van, daarop, boven en behalve:It is no joke to go tramping to the pollon the top ofa day’s work= na eene harde dagtaak;Inside oron the top, sir? = binnenin of bovenop (de omnibus), mijnheer?They are storieswithout top or tail= verhalen zonder kop of staart;Thetop of a loaf= bovenste, kapje;Thetop of the morningto you! = ik wensch je een goeden morgen (Iersch);The top (bottom, lower end) of a hall= vóórin (achterin) de zaal;Top value= hoogste prijs of noteering;This triptops and capsall others= overtreft (bekroont);Top-boots= laarzen met gekleurde kappen;Top-branch= hoogste tak;Top-cloth= vinkennet (zeeterm);Top-coat= overjas;Top-draining= droogleggen van de oppervlakte van land;Top-dress, subst. bovenmest;Top-dressverb. de oppervlakte bemesten;Top-dressing= bovenmest:Toput a fair top-dressing of gentility ona person= een aardig vernisje van beschaving;Topgallant, subst. bramsteng, toppunt; adj. van de bramsteng, voornaamste, uitstekend;Top-heavy= topzwaar, dronken;Top-hole= prima;Top-knot= kuif, strik op het hoofd;Top-knotted= verwaand, pedant;Top-lantern;Top-light= toplicht;Top-mast= steng;Top-sail= marszeil;Top-sawyer (-man)= bovenste van twee zagers, bovenste-beste, man van voorname familie (of veel geld);Top-soil= bovengrond;Top-stone= deksteen;The haystack wasTopped off= voltooid;Topped offwith gold and silver= versierd met;Theytopped upwith that work= zij eindigden met;Some cream totop upwith= nu nog wat room na; ZieTopper.Topaz,toupəz, topaas;Topazolite,təpazəlait, gele granaat.Tope,toup, subst. boschje of groep boomen;Topeverb. zuipen, veel drinken;Toper= zuiplap.Topee,təpî, helm(hoed) (Br. Ind.).Topeka,təpîkə;Tophet,toufət(2 Kon. 23, 10).Topi,təpî=Topee.Topiary,toupjəri:Topiary work= kunstmatig en tot bepaalde vormen snoeien v. boomen, heggen, enz.Topic,topic, onderwerp (van gesprek); plaatselijk geneesmiddel;Topical song= gelegenheidsgedicht of -lied;There is notopical interestwhatever in the paper= niets actueels.Topmost,topmoust, hoogste.Topographer,təpogrəfə, topograaf;Topographic(al),topəgrafik(’l), topographisch;Topography,təpogrəfi, topographie.Topper,topə, voortreffelijk persoon, uitstekend iets, cylinderhoed:A topper for you= dat is een beste, die kun je in je zak steken;Topping, verheven, uitstekend, fijn, voornaam:Atopping passion= alles beheerschende hartstocht.Topple,top’l, (voorover) tuimelen, neervallen:My airy castletoppled to the earth= viel in.Topsyturvy,topsitɐ̂vi, onderstboven; subst. chaos;Topsyturvyverb. onderstboven keeren:Toturn everything topsyturvy;Topsyturvyfication= omvergooiing:The book isa regular topsyturvyfication of morality= gooit alle moraliteit omver.Toque,touk,Toquet,təkei, toque.Tor,tö, steile rots, spitse heuvel.Torch,tötš, toorts;Torch-bearer= fakkeldrager;Torch-dance, fakkeldans;Torch-light, subst. fakkel- of toortslicht:Torch-light procession= fakkeloptocht;Torch-race= fakkelwedloop;Torch-thistle, fakkeldistel.Tore,tö, imperf. vanto tear.Toreador,toriədö, toreador.Torment,töm’nt, kwelling, marteling, plaag.Torment,töment, martelen, pijnigen;Tormenter, Tormentor= kwelgeest, soort eg, lange vork;Tormentress= kwelster.Torminal,tömin’l,Torminous,töminɐs, erge krampen hebbend.Tormintil,töm’ntil, tormentil, bloedroode ooievaarsbek.Torn,tön, part. perf. vanto tear.Tornado,töneidou, tornado.Torose,tôrous,tôrous,Torous,tôrəs, gezwollen, knobbelig.Torpedist,töpîdist, torpedist;Torpedo,töpidou, torpedo; knalpatroon; sidderrog;Torpedoverb. torpedeeren;Torpedo-boat= torpedoboot;Torpedo-catcher,Torpedo(-boat) Torpedo-destroyer= torpedojager;Torpedo-net= torpedonet.Torpid,töpid, verstijfd, bewegingloos, langzaam, traag; subst. tweedeklasse giek (Oxford), de bemanning daarvan:Torpids= roeiwedstrijden in het voorjaar (Oxf.);Torpidity=Torpidness= verstijfdheid, bewegingloosheid, winterslaap =Torpor,töpə.Torquay,tökei,töki.Torrefaction,torifakš’n, uitdroging;Torrefy,torifai, drogen, uitdrogen.Torrent,tor’nt, subst. hevige stroom, vloed:Torrent of lava;The rain came down in torrents= in stroomen;Torrential,tərenš’l, krachtig, stormachtig:Torrentential applause, enthusiasm.Torricellian,toritšelj’n, van Torricelli.Torrid,torid, verzengd, brandend:Torrid zone; subst.Torridness.Torse,tös, romp; gevlochten krans (herald.);Torsion,töš’n, draaiing, terugdraaiing; adj.Torsional.Torsk,tösk, dorsen (visch).[583]Torso,tösou, romp.Tort,töt, onrecht, nadeel:The Law of Torts,or: a Treatise on the Principles of Obligations arising from Civil Wrongs in the Common Law.Tortile,töt(a)il, spiraalvormig gewonden; subst.Tortility.Tortoise,tötəs, (land)schildpad;Tortoise-shell, subst. en adj. (van) schildpad;Tortoise-shell cat= geelbruine.Tortuose,tötjuous, gekronkeld, gedraaid;Tortuosity,tötjuositi, kronkeling, kromming, slinkschheid.Tortuous,tötjuəs, gekronkeld, gedraaid, krom, slinksch; subst.Tortuousness.Torture,tötjə, subst. marteling, zielsangst, pijniging:Tortureverb. kwellen, martelen, verdraaien:Toput to the torture;Torture of animals= dierenmishandeling;Torturer.Torulose,tor(j)ulous,Torulous,tor(j)ulɐs, met knoopen.Tory,tôri, subst. en adj. Tory, conservatief;Toryism= de beginselen der conservatieve partij.Tosh,toš, onzin.Toss,tos, subst. opgooien, worp, onrust, angst;Tossverb. werpen, opgooien, slingeren, verontrusten, woelen, dobbelen (door het opgooien v. geldstukjes):In a toss= erg gejaagd;Towin the toss= winnen bij het opgooien;Totoss the oars= loodrecht opheffen als teeken van begroeting;Totoss pancakes= bakken en omgooien in de pan;He could nottoss awaythe image of his love= van zich afzetten;Itossed it in my mind= overlegde het;Wetossed him in a blanket= we hebben hem “gejonast”;Toss off your glass= sla’m eens om;We willtoss up for it, head or tail= er om opgooien: kruis of munt:Totoss up the head= het hoofd in den nek gooien;Toss-up= risico, onzekerheid:It is a regular toss-up= ’t hangt geheel van het toeval af;Toss-pot= zuiplap;The ship wastempest-tossed, tempest-tost= werd door den storm heen en weer geslingerd;Tosser;Tossy= trotsch, met het hoofd in den nek.Tot,tot, subst. kleine peuter; borreltje:I have drunk your healthin a tot of rum= met een glaasje rum.Tot,tot, som, post;Totverb. optellen:The Highlander knows how totot you up a high bill= weet te rekenen;Totot up profits and losses.Total,tout’l, subst. en adj. (het) geheel, totaal;Totalverb. gezamenlijk bedragen:Their number totals 20.000;Total-abstinence= geheelonthouding;Totalisator,toutəlizeitə, totalisator;Totality,tətaliti, de geheele som, het totaal;Totalize= aanvullen;Totalizer= totalisator.Tote,tout, het geheel (The whole tote); dragen (Amer.):You must tote fair= ge moet eerlijk en billijk handelen;Tote-load= vracht.Totem,tout’m, totem;Totem-clan= familiestam, met een gemeenschappelijken totem als familiewapen;Totemic,tətemik, tot eentotembehoorende;Totemism= gebruik om familiën en stammen een zeker symbool te geven.Tother,t’other,tɐdhə, samentr. vanthat (the) other.Totter,totə, waggelen, wankel loopen:The baby isat the tottering and tumbling age= de kleine begint alléén te loopen;Tottery= bevend, waggelend.Tottie,toti, kleine of jonge Hottentot.Totty,toti, subst. kleine “hummel”; adj. waggelend;Totty-headed= lichtzinnig.Touch,tɐtš, subst. aanraking, voeling, gevoel, lichte aanval, aanslag (van piano of orgel), streek, toetssteen, proef, trek, smaakje, wenk, toespeling, een ietsje, etc.;Touchverb. aanraken, raken, reiken tot, bereiken, voelen, betasten, aanroeren, betreffen, roeren, bedroeven, aannemen, innen, schetsen, schilderen, aanslaan, pakken, beleedigen; bedriegen (Austr.), etc.:Tobeintouch with= voeling houden met;Hecame into touch withhis century= kreeg voeling met;Toestablish (Get into) touch with= voeling krijgen met;I havefound touchof my fellows= heb voeling gekregen met;Igavemy workthe finishing touch= heb de laatste hand gelegd;You mustkeep in touch withus= moet voeling met ons houden;Toput to the touch= op de proef stellen;Tostand the touch= de proef doorstaan;He has atouch of the gout= aanval van jicht;“No,” he said,with a touch of temper= eenigszins geraakt;It was touch-and-go= het was op het kantje af, er aan toe, het kon weinig lijden;Cold to the touch= op het gevoel;He wouldtouch no food= niet aanraken;Shall wetouch glasses= eens klinken;That does nottouch the question= raakt;To touch the (touch on the tenderest) spot= den vinger op de wonde plek leggen;Wetouched the wind= hielden het schip zoo dicht mogelijk aan den wind;Nobody can touch him= bij hem halen;It touched me to the quick= trof mij diep;It touches you more than any of us= raakt u meer;The ship touched= stootte;We sighted an island, but did nottouch atit= deden het niet aan;Two of the characters were excellentlytouched in= uitmuntend geschetst;We willtouch ofthat next time= behandelen;Totouch off= vluchtig schetsen, verbeteren, afvuren, geducht raken;Let me justtouch on it= het even aanroeren;We shalltouch it up= het wat repareeren, opknappen, opfrisschen, retoucheeren;Touch-hole= zundgat;Touch-me-not= kruidje-roer-me-niet;Touch-needle= toetsnaald, proefnaald;Touch-pan= kruitpan;Touch-paper= met salpeter gedrenkt en als lont gebruikt papier;Touchstone= toetssteen:Irish touchstone= basalt van denGiant’s Causeway;Touchwood= zwam;Touchable= raak- of voelbaar; subst.Touchableness;I can do it in four minutes,as near as a toucher= op den kop af;Anear toucher= op ’t kantje af;Touching, adj. roerend, treffend; prep. betreffende, aangaande;Touchiness, subst. v.Touchy= knorrig, lichtgeraakt.Tough,tɐf, taai, hard, streng, vasthoudend; subst. verloopen vent, vechtersbaas (Amer.):Oh, say now! This is tough= kras;He isa tough customer= laat niet los;I had a[584]tough timewith Pa= had heel wat met Pa te stellen;That isa tough piece of work= moeilijk werk;Toughen= taai worden of maken;Toughish= ietwat taai;Toughness= taaiheid.Toupee,tûpî,Toupet,tupei, pruikje.Tour,tûə, subst. rondreis, uitstapje, toer, volgorde;Tourverb. een rondreis doen, rondgaan, een uitstapje doen;Tourist= tourist:Tour ticket= rondreisbiljet.Tournament,tûənəment. ZieTourney.Tournay,tûənei, Doornik.Tourney,tûəni, tournooi, steekspel.Tourniquet,tûəniket, draaikruis, haspel.Tournure,tûənjûə, tournure, houding, omtrek, vorm.Tousle,tauz’l, in wanorde brengen; adj.Tousy.Tout,taut, subst. klantenlokker, spion die inlichtingen geeft omtrent voor wedrennen geoefend wordende paarden;Toutverb. spionneeren, beloeren, klanten lokken:A money-lender’s tout= de handlanger van een geldschieter;What can be got bytouting amongthe critics is not worth the ignominy= wat men bij de critici wint door ze achterna te loopen;Totout forapplause, custom, orders= bedelen om, zoeken te lokken;Touter=Tout.Tow,tou, sleeptouw;Towverb. boegseeren, sleepen:Totake in tow= op sleeptouw nemen (ookfig.);Towboat= sleepboot;Tow-car= volgwagen (tram);Tow-line= sleeplijn =Tow-rope;Towage,touidž, het sleepen, sleeploon;Towing-path= jaagpad;Towing-vessel= sleepboot.Tow,tou, werk, touw;Tow-cloth= paklinnen;Tow-head= vlaskop; adj.Tow-headed.Toward,touəd, aanstaande, nabij, gewillig, gehoorzaam, leergierig:A battle is toward= op til;What is toward?= wat is er aan de hand;Toward(li)ness= bereidwilligheid, leergierigheid; adj.Towardly;Towards,touədz,tödz, naar toe, in de richting van, tegenover, ten opzichte, bijna, omtrent.Towcester,taustə.Towel,tauəl, handdoek, doek;Towelverb. afwrijven, ranselen:Oaken towel= knuppel;Towel-horse= rekje;Towelling= linnen voor handdoeken, pak ransel.Tower,tauə, subst. toren zonder spits, burcht, kasteel, hoog kapsel;Towerverb. zich verheffen, uitsteken boven, hoogvliegen:Tower of silence= ronde toren, waarin de Perzen (in Indië) hunne dooden (tot aas voor de gieren) leggen;Tower-bastion= kleine toren in den vorm van een bastion;Towering= zeer hoog of groot, buitengewoon hevig:Towering rage.Town,taun, subst. stad:Town and gown= de stedelingen tegenover professoren en studenten;He isa man about town= roué, viveur, iemand, die veel uitgaat;A man on town= een “city”-man;A girl of the town= prostituée;Town clerk= gemeente-secretaris en archivaris;Town council= gemeenteraad;Town councillor= gemeenteraadslid;Towncrier= stadsomroeper;Townhall= gemeentehuis, raadhuis;Townhouse= raadhuis, huis “in stad”;Townland= land nabij eene stad;Town-major= plaatscommandant;Town-talk= praatje van de stad;Town traveller= stadsreiziger;Town-wall= stadsmuur;Townsfolk= stedelingen;Townsman= stadgenoot, stedeling;Townspeople= stedelingen;Township= gemeente, stadsgebied.Townshend,taunz’nd.Towser,tauzə, groote hond (gew.hondennaam).Toxic(al),toksik(’l), vergiftig;Toxicological,toksikəlodžik’l, toxicologisch;Toxicology= toxicologie.Toxophilite,toksofilait, subst. boogschutter; adj. tot de boogschutterskunst behoorende.Toy,tôi, subst. (stuk) speelgoed, kleinigheid, beuzelarij;Toyverb. dartelen, stoeien; spelen, beuzelen;Toy-book= prentenboek;Toy-box= speelgoeddoos;Toy-dog= schoothondje;Toy-drum= kindertrom;Toyman= speelgoedkoopman;Toy-pistol= kinderpistooltje;Toy-shop= speelgoedwinkel;Toy tea-things= kinderserviesje;Toy-trade= speelgoedhandel;Toy-watch.Trace,treis, subst. spoor, teeken, voetspoor, streng, kleine hoeveelheid;Traceverb. opsporen, precies nagaan, uitvorschen, trekken, traceeren, doorkruisen, aanspannen (up):All boys are inclinedto kick over the traces= uit den band slaan;Traceability, subst. v.Traceable= naspeurbaar, vervolgbaar:Traceable totemporary conditions= terug te brengen tot; subst.Traceableness;Traceless= spoorloos;Tracery= de ornamenten van den Gothischen bouwstijl.Trachea,treikjə, luchtpijp; adj.Tracheal;Trachitis,trəkaitis, luchtpijpontsteking.Tracing,treisiŋ:Tracing-paper= calqueerpapier.Track,trak, subst. spoor, voetindruk, weg, begaan pad, baan, spoorlijn, zeegat;Trackverb. het spoor volgen, opsporen, nagaan:Bicycle track= wielerbaan;Double track= dubbel spoor;Hefollowed in your track = drukte uwe voetstappen;The carriageleft the track= dérailleerde;The old gentleman hasmade tracks= is er haastig vandoor gegaan;The track and rolling-stock= tractie en rollend materieel;Wetracked the deer= wij volgden het spoor van het hert;The tiger wastracked down= werd opgespoord;Track-road= jaagpad;Track-rope= jaaglijn;Trackage= het boegseeren of trekken;Tracker= speurhond;Trackless= onbetreden, onbegaan, spoorloos; subst.Tracklessness.Tract,trakt, verloop, uitgestrektheid, streek, korte verhandeling, tractaatje.Tractability,traktəbiliti, subst. v.Tractable,traktəb’l, handelbaar, volgzaam, leerzaam; subst.Tractabilityness.Tractarian,traktêriən, subst. lid derHigh Churchbeweging (1833–41); adj. tot deHigh Church-beweging behoorende;Tractarianism= de herleving van den ritueelen eeredienst in de E. kerk.Traction,trakšn, rekking, (aan)trekking, voorttrekking:Electric traction= electr. trek- of beweegkracht;Traction-engine= niet op rails loopende straatlocomotief;Tractive[585]power= trekkracht;Tractor= wat trekt of tot trekken wordt gebruikt.Tracy,treisi, Treesje.Trade,treid, subst. handel, zaken, beroep, bedrijf, ambacht;Tradeverb. handel drijven, verhandelen, verruilen:The trade= handel in sterke dranken;Domestic (Inland, Home) trade;Foreign trade;Todo a roaring trade= drukke zaken doen;Hefollows the trade of a smith= is smid van zijn ambacht;Shepractised all the tricks of her trade= bracht al de slimme zetten van haar beroep in practijk;Two to a trade never agree= concurrenten zijn het nooit eens;I willtradethisforsomething better= verruilen, verhandelen;You havetraded onme= mij geëxploiteerd;This countrytrades toTurkey= drijft handel met Turkije;I willtradewatcheswith you= met u ruilen;Trade-card= adreskaart;Trade-guild= handelsgilde;Trade-list= prijscourant;Trade-mark= handelsmerk;Trade-price= engrosprijs; slijtersprijs;Trade-winds= passaatwinden;Trade’s-folk(=Trades-people) = neringdoenden;Tradesman= handelaar, handelsman, neringdoende, winkelier, handwerksman;Trade(s)-union= vakvereeniging;Trade(s)-unionism= de beginselen of het stelsel der vakvereenigingen;Trader= koopman, handelaar, koopvaardijschip;Trading:Trading-vessel;The Trading-and-Profit-and-Loss account= Inkomsten- en Winst- en Verliesrekening.Tradition,trədiš’n, overlevering; adj.Traditional;Traditionalism= gehechtheid aan de overlevering, het stelsel dat alle menschelijke kennis door God geopenbaard en zoo overgeleverd is;Traditionary=Traditional.Traduce,trədjûs, lasteren, smaden; subst.Traducement;Traducer.Trafalgar,trəfalgə.Traffic,trafik, subst. (koop)handel, (handels)verkeer;Trafficverb. (ruil)handel drijven, omzetten:Carrying traffic= goederendienst;Vehicular traffic= rijtuigverkeer =Wheeled traffic;Traffic in white slaves= blanke-slavinnenhandel;Traffic-manager= chef van den goederendienst;Trafficker= handelaar.Tragacanth,tragəkanth, Tragant gom.Tragedian,trədžîdj’n, treurspelspeler of -dichter;Tragedienne,tradžîdjen, treurspelspeelster;Tragedy,tradžədi, treurspel; adj.Tragic(al);The old Frenchtragics= treurspeldichters;Tragi-comic(al)= tragi-comisch;Tragi-comedy,tradžikomədi, tragi-comisch stuk.Tragopan,tragəpan, gehoornde fazant.Trail,treil, subst. sleep, staart, spoor, pad (gemaakt door reizende N.-Amer. Indianen);Trailverb. langs den grond sleepen, het spoor volgen, opsporen, het geweer met de rechterhand horizontaal dragen, kruipen, rekken:I commanded themto carry their arms at a trail= commandeerde: “Omlaag ’t geweer”;Shetrailed off intoa howl= hief een langgerekt gejammer aan;Trail-net= sleepnet;Trailer= kruipplant, mandenwagentje achter een fiets; slingerplant =Trailing-plant.Train,trein, subst. trein, reeks, stoet, voortgang, loop, sleep, staart, soort v. slede (Canada), spoortrein, loopvuur (lijn v. buskruit), stel van beweging overbrengende raderen, reeks, lokaas, val, krijgslist;Trainverb. sle(e)pen, lokken, africhten, oefenen, drillen, richten, leiden, blokken, met den trein reizen:Down-train, Up-train= afgaande, opkomende trein;Freight train;Goods train;Train of Artillery= artillerie-trein;Thetrain of his thoughts, of thought= gang;Everything isin train= in gang;He left the townon a regular train= met een gewonen trein (Amer.);The gun was trained= het kanon werd gericht;He wastrained up for it= er voor opgeleid;Train-band (Trained band)= een vroegere schutterij of weerbaarheidskorps;Train-bearer= sleepdrager;Train-oil= traan(olie);Train-road= hulpspoorweg;Train-service= spoorweg-postdienst;Trainable= wie of wat geoefend of opgeleid kan worden;Traineddresses= sleepjaponnen;Trained nurse= ervaren;Trainer= africhter, oefenaar, drilmeester;Training= opvoeding, oefening, exercitie; het leiden van leiboomen;Training-course= cursus;Training-school= kweekschool;Training-ship= oefeningsschip, opleidingsschip.Traipse,treips; zieTrapes.Trait,trei(t), eigenaardige en kenmerkende trek, streek, haal, toets.Traitor,treitə, verrader;Traitorous= verraderlijk; subst.Traitorousness;Traitress,treitrəs, verraderes.Trajan,treidž’n, Trajanus.Tram,tram, rail van een paardespoor, paardespoor, tramwagen, karretje; ook verb.:Totram it= trammen;Tram-car;Tram-line= tramweg;Tramroad= tramweg =Tramway;Tramway-car= tramwagen.Tramble,tramb’l, wasschen (v. tinerts).Trammel,tram’l, subst. (sleep)net, kluister, vuurhaak (in een schoorsteen), hinderpaal, boei, ovaalpasser;Trammelverb. belemmeren, beperken, boeien;Trammel-net= sleepnet.Tramontane,trəmontein,traməntein,trâmontein:Tramontane-wind, noordenwind in de Middellandsche Zee.Tramp,tramp, subst. gestamp, getrappel, voetreis, landlooper, schip dat “op avontuur” vaart (Tramp-steamer);Trampverb. (ver)trappen, stappen, treden, zwerven, vagebondeeren:Togo on the tramp= den boer op gaan;Tramp-colony= bedelaarskolonie;Tramper= landlooper, rondzwerver.Trample,tramp’l, subst. getrappel, gestap;Trampleverb. vertreden, vertrappen, trappelen:Totrample under one’s feet (under foot)= met voeten treden (fig.);Trampler.Trampoos,trəmpûz, rondzwerven (Amer.).Trance,trâns, subst. verrukking, geestvervoering, bezwijming, schijndood;Tranceverb. =Entrance;Tolie in a trance.Traneen,trənîn, kamgras:It isnot worth a traneen= geen lor waard.Tranquil,traŋkwil, rustig, kalm, ongestoord;Tranquillity,traŋkwiliti, kalmte, gerustheid, rust =Tranquilness;Tranquillization, subst. v.Tranquillize= tot bedaren brengen, kalmeeren;Tranquillizer.[586]Transact,transakt, volbrengen, doen, verrichten:Totransact business with= zaken doen met;Hetransacted withhis political convictions= transigeerde met;Transaction= verrichting, uitvoering, transactie, zaak, handel:Transactions of the Philological Society= Handelingen van het Philologisch Genootschap;During these transactions= middelerwijl;Transactor= volbrenger, handelaar.Transalpine,transalpain, transalpijnsch.Transatlantic,transətlantik, transatlantisch.Transcend,transend, te boven gaan, overtreffen;Transcendence,Transcendency= voortreffelijkheid;Transcendent= zeer voortreffelijk, transcendentaal =Transcendental,trans’ndent’l;Transcendentalism,trans’ndentəlizm.Transcribe,transkraib, overschrijven, afschrijven;Transcriber= copiïst;Transcript,transkript, copie;Transcription.Transept,transept, kruisvleugel.Transfer,transfɐ̂, overdracht, overbrenging, verplaatsing, overschrijving, overdruk, overstapkaartje; pont;Transfer-paper= overdrukpapier.Transfer,transfɐ̂, overbrengen, overdragen, verplaatsen, afdrukken;Transferability,transfɐ̂rəbiliti,transferəbiliti, subst. v.Transferable,transfɐ̂rəb’l,transferəb’l= verhandelbaar, overdraagbaar;Transferee,transfərî, wien iets overgedragen wordt;Transference,transfərens, overdracht;Transferrer,transfɐ̂rə,transferə, overdrager.Transfiguration,transfigjureiš’n, verheerlijking (Matth. XVII, 1–9), feest ter gedachtenis daaraan (6 Aug.);Transfigure,transfigjə, het uiterlijk voorkomen veranderen, verheerlijken.Transfix,transfiks, doorboren, doorsteken:Istood transfixed= als aan den grond genageld.Transform,transföm, vervormen, hervormen, van vorm veranderen, herleiden;Transformable= veranderbaar, herleidbaar;Transformation,transfömeiš’n, gedaanteverandering of -verwisseling, herleiding, hervorming:Transformation-scene= het tooneel in de pantomime, waarbij de voornaamste personen in de personen der harlekinade overgaan;Transformative= vervormend;Transformator=Transformer= transformator.Transfuse,transfjûz, overgieten, overstorten, overbrengen van bloed, zoutoplossingen inspuiten, overdragen; adj.Transfusible;Transfusion,transfjûž’n, overgieting, etc.Transgress,transgres, te buiten gaan, overtreden, schenden, zondigen;Transgression= overtreding, schennis;Transgressive= zondig;Transgressor= overtreder, zondaar.Tranship,tranšip, overladen;Transhipment= overlading.Transient,tranš’nt, vergankelijk, kortstondig; subst.Transientness.Transit,transit, doorgang, transito, vervoer, overgang, verkeersweg:They went there to observethe transit of Venus;Transit goods;Permit of transit= geleibiljet;Topass in transit= transiteeren;Transit-duty= transitorecht;Transit-instrument= instrument, om den overgang van eene planeet over den meridiaan of de zon waar te nemen;Transition,transiš’n,transiž’n, verandering, overgang(speriode); adj.Transitional= overgangs …;Transitive= overgaande, overgankelijk; subst.Transitiveness;Transitoriness, subst. v.Transitory= vergankelijk, vluchtig, kortstondig.Translate,transleit, verplaatsen, overplaatsen, overbrengen, vertalen, ten hemel voeren, uitleggen, oplappen, doorseinen:Atranslated saint= weggenomen (Hebr. 11, 5);Translated withdevotion= in aanbidding verzonken;What will the duke say?=The dukebe translated= die moge “weggenomen worden”, laat hem stikken;Translation,transleiš’n, overbrenging, overzetting, vertaling, etc.;Translator= vertaler, translator, schoenlapper; adj.Translatory, Translatory.Transliterate,translitəreit, in andere letters overbrengen (b.v. Grieksch met Latijnsche letters schrijven), herspellen op andere wijze; subst.Transliteration.Translucence, Translucency,transl(j)ûsəns(i), subst. v.Translucent,transl(j)ûs’ntdoorschijnend, duidelijk.Transmarine,transmərîn, overzeesch.Transmigrate,transmigreit, verhuizen;Transmigration,transmigreiš’n, (ziels)verhuizing =Transmigration of souls.Transmissibility,transmisibiliti, subst. v.Transmissible,transmisib’l, verzendbaar, overdraagbaar, overerfelijk;Transmission,transmiš’n, overbrenging, overzending, doorlating (van licht door glas),geleiding, overerving:Transmission-business= expeditiezaak;Transmit,transmit, overbrengen, overzenden, doorlaten, voortplanten, etc.;Transmittal=Transmittance; Transmitter= overzender, voortplanter, overbrenger;Transmittible= overzendbaar, etc.Transmutability,transmjutəbiliti, subst. v.Transmutable,transmjûtəb’l, veranderbaar, verwisselbaar; subst.Transmutableness;Transmutation,transmjûteiš’n, verandering, verwisseling;Transmute,transmjût, veranderen:The sentence of death wastransmuted intolifelong imprisonment= werd veranderd in;Transmuter= wie of wat verandert.
Toad,toud, pad(de);Toad-eater= lage vleier, pluimstrijker;Toad-eating, subst. lage vleierij; adj. verachtelijk vleiend;Toad-fish= padvisch; zeeduivel;Toad-flax= gewone vlasbek;Toad-spit= kikkerspog;Toad-stone= paddensteen (= versteende zeewolfstand); basaltporfier;Toad-stool= paddestoel;Toady, subst. lage vleier;Toadyverb. laag vleien:Hetoadies tothe great= loopt achterna;Toadyism= kruiperij, lage vleierij.Toast,toust, subst. geroosterd brood, toast, dame (of nog algemeener: iemand) op wie gedronken wordt;Toastverb. roosteren, warmen, een dronk instellen, bruin of warm worden:Shewas the toast of Bath= zij was de gevierde schoone van B.;On toast= prachtig, uitstekend (Amer.):Tohave a person on toast= in ’t nauw brengen;Togive (propose) a toast= instellen;Itoast your health= stel een dronk in op;Toast-master= ceremoniemeester, die bij officieele maaltijden de toasten aankondigt en de glazen laat vullen;Toast-rack,Toast-stand= standertje voor geroosterd brood;Toaster= ijzer of vork om te roosteren;Toasting-fork= roostervork; slakkensteker (iron. voor degen).Tobacco,təbakou, tabak;Tobacco-box= kistje;Tobacco-pipe= tabakspijp;Tobacco-pipe-clay= pijpaarde;Tobacco-pouch= tabakszak;Tobacco-stopper= instrument om (brandende) tabak in de pijp neer te drukken;Tobacco-wrapper[580]= dekblad;Tobacconist= tabaksverkooper (tabaksfabrikant).Tobias,təbaiəs.Tobine,toubin, soort taf.Tobit,toubit.Tobog(g)an,təbog’n, toboggan, soort slede (Canada);Tobog(g)anverb. bergaf glijden in sleden;Tobog(g)an-slide= glijbaan;Tobog(g)aner,Tobog(g)anist.Toby,toubi.Tocher,tokə, subst. bruidsschat (Schot.);Tocherverb. een bruidsschat geven;Tocherless= zonder bruidschat.Tocqueville,toukvil.Tocsin,toksin, alarmklok, alarmgelui.Tod,tod, struik(gewas); oud wolgewicht van 12,7 K.G.;Tod-stove= houtkacheltje (Amer.).To-day,tudei, vandaag:To-day a man, to-morrow a mouse= vandaag rijk, morgen arm;To-day is the daughter of yesterday= in ’t verleden ligt het heden;To-day me, to-morrow thee= heden ik, morgen gij;One to-day is worth two to-morrows= één vogel in de hand is beter dan tien in de lucht.Toddle,tod’l, subst. waggelende gang; slentergangetje;Toddleverb. waggelen, familiaar omgaan:I’ll pay the bill, and we’lltoddle= en dan gaan we opstappen;We have notbegun to toddleyet= we gaan nog niet familiaar met elkaar om;Hetoddles on at my side,and dribbles out small talk= hij loopt naast mij voort;Toddler= klein kind.Toddy,todi, palmdrank; grog met suiker.Toe,tou, subst. teen;Toeverb. met de teenen aanraken, teenen aanbreien:From top to toe= van top tot teen;Totread on a person’s toes(ook fig.);He hasturned up his toes (to the daisies)= is het hoekje om, is dood;Toe the line, boys= allen met de teenen aan de streep;Now you are“toeing the line” of the mystery= nadert ge;Totoe a person= een schop geven;Toeless.Toff,tof, fijne mijnheer, banjer;Toffish= piekfijn, banjerig; subst.Toffishness.Toffee, Toffy,tofi, kokinje.Toft,toft, boschje; hofstede;Toftman.Tog,tog, (meestTogs) plunje;Togverb. kleeden:In full tog= groot tenue;I havetogged myself out in full rig= mij in m’n beste plunje gestoken.Toga,tougə, toga, tabberd:Tofold one’s toga round one= zich in zijn toga hullen (ookfig.).Together,təgedhə, te zamen, allemaal tegelijk, vereenigd:It has rainedfor four days together= vier dagen achtereen;By the hour together= een uur lang.Toggle,tog’l, knoop, knevel (=houten nagel);Toggle-joint= knieverband (bouwk.).Toil,tôil, subst. zware arbeid, inspanning, net, web of strik (gew. meervoud);Toilverb. werken, zwoegen, afbeulen:We had the enemyin the toils= in onze macht;He wastoiling it up the mountain= bracht het zwoegend den berg op;Toil-worn= doodaf;Toiler= zwoeger;Toilsome= zwaar, afmattend; subst.Toilsomeness.Toilet,tôilət, toilet(tafel), servet, linnen kleedje over kaptafels, enz.; nachtzak; retirade (Amer.):She wasat her toilet, making her toilet= bezig haar toilet te maken;Shehurried through her toilet= maakte haastig toilet;Toilet-paper= closet-papier;Toilet-sponge.Toison,tôiz’n, schapevacht:Toison d’or= Gulden Vlies.Tokay,təkei, Tokayer (wijn).Token,touk’n, teeken, zinnebeeld, herinnering, gedachtenis, vlek:In token of= ten bewijze;Token-money= noodmunt of -penning;Tokened= met teekens of vlekken.Tola,toulə, (Br. Ind.) gewicht van ± 11,6 gram.Told,tould, imperf. en p.p. vanto tell.Toledan,təlîd’n, (bewoner) vanToledo,təlîdou, (zwaard v.) Toledo.Tolerable,tolərəb’l, dragelijk, tamelijk, redelijk; subst.Tolerableness;I amtolerably well= vrij goed;Tolerance,tolər’ns, verdraagzaamheid, dragelijkheid, toelating;Tolerant= verdraagzaam, lijdend:Tobe tolerant of= kunnen verdragen (med.);Tolerate,toləreit, dulden, verdragen, toelaten;Toleration= dulding, verdraagzaamheid:Toshow toleration= verdraagzaam zijn.Toll,toul, subst. tol(geld), marktgeld, staangeld, schatting, maalloon; langzaam en statig klokgelui;Tollverb. belasten, luiden, slaan, annuleeren, lokken:Toexact (take) toll= eischen;Thoughts pay no toll= zijn tolvrij;Totoll the funeral bell= de doodsklok luiden;The bell tolled one= sloeg één;Toll-bar= tol- of slagboom;Tollbooth= tolhuis, gevangenis;Toll-bridge= tolbrug;Toll-collector= gaarder;Toll-corn= maalloon (in den vorm van koren);Toll-gate= tolhek;Toll-gatherer= tolgaarder;Toll-house= tolhuis;Toll-man= gaarder;Toll-money;Toll-union= tolverbond;Tollable= belastbaar;Tollage= tol, belasting;Toller= tolgaarder, klokluider.Tom,tom, verk. vanThomas of Tommy, mannetje, kater (=Tom-cat):I can’t answerevery Tom, Dick and Harry= Jan, Piet en Klaas, Jan en alleman;Tomboy= wildzang;Tomfool= kwast, hansworst;Tomfoolverb. zich gek aanstellen;Tomfoolery:A piece of tomfoolery= een gekkenstreek;Tom Tiddler’s ground= luilekkerland;Tomnoddy= ezel, domkop. ZieTommy.Tomahawk,toməhôk, subst. Indiaansche strijdbijl;Tomahawkverb. met eentomahawkdooden:Tobury (dig up) the tomahawk= vrede sluiten (den strijd beginnen).Tomato,təmâtou,təmeitou, tomaat, liefdesappel;Tomato-sauce= tomatensaus.Tomb,tûm, subst. graf, grafgewelf, graftombe;Tombverb. begraven, in eene graftombe bijzetten;Tomb-stone= grafsteen;Tombless.Tombac,tombək, tombak.Tombola,tombələ, tombola.Tome,toum, (zwaar) boekdeel.Tomentose,təmentous,touməntous,Tomentous,təmentəs, wollig, viltig, met dichte haren bedekt;Tomentum,təment’m, korstzwam.Tomin,toumin, 12grains(juweliersgewicht).[581]Tommy,tomi, (=Tommy Atkins) soldaat; brood(je), proviand, gedwongen winkelnering;Tommyverb. uitbuiten door middel daarvan:Let’s go Tommy Dodd for it= er om opgooien;It’s all Tommy-rot= klets;Tommy-shop;Tommy-system= het stelsel van gedwongen winkelnering.To-morrow,tumorou, morgen:The old prisonwas blown into to-morrow= vloog in de lucht;To-morrow morning= morgenvroeg.Tompion,tompj’n, stop(per), prop.Tomtit,tomtit, mees, winterkoninkje.Tomtom,tomtom, trom (O. Ind. en Afrika);Tomtomverb. trommelen.Ton,ton,toŋ, mode.Ton,tɐn, ton,maatloopende van40tot2000 cb. feet;gewichtloopende van600tot2000 lbs., met nog speciale beteekenissen voor sommige artikelen. ZieTonnage.Tonal,toun’l, toon …;Tonality,tənaliti, juiste toonhoogte, toon:Our Wilhelmusin the old tonality= in de oude toonzetting;Tone,toun, subst. toon, klank, klem, dreun, kleur, aard, stemming, veerkracht;Toneverb. een toon geven of hebben:Totone down= temperen, verzachten;The colourtonesgentlyfromdeepest bluetoliveliest red= gaat zachtkens over;Tone-syllable= beklemde lettergreep;Toneless= toonloos, onwelluidend; subst.Tonelessness.Tonga,toŋga, tweewielig karretje. (Brit. Ind.).Tongres,touŋgə, Tongeren.Tongs,toŋz, tang;Tongsverb. met de tong den klank wijzigen (bij blaasinstrumenten), in een tong uitloopen; ploegen:A pair of tongs= eene tang;Tomarry over the tongs= over den puthaak trouwen;I wouldn’t touch her with the longest pair of tongs in all the devil’s kitchen= ik zou haar met geen tang willen aanraken;The tongs and the bones= ketelmuziek, mopjes:A few people like classical music, but a very much larger majority preferthe tongs and the bones.Tongue,tɐŋ, subst. tong, taal, spraak, klepel, tong (van eene gesp), leertje (van een schoen), landtong:That’sa slip of the tongue= eene vergissing;Tobite one’s tongue= zich bijten op;Itfell from my tonguebefore I knew it= het ontglipte me;Tofind one’s tongue= woorden vinden;Togive tongue= aanslaan;Ihave it on the tip of my tongue, at my tongue’s end= het ligt mij op de tong (maar ik kan het niet zeggen);Hehas an oily tongue, a well-oiled tongue= eene gladde, radde tong;Hold your tongue= houd je mond;Toshoot out one’s tongue= uitsteken;Hethrust his tongue in his cheek= keek ongeloovig, meesmuilde, lachte ironisch;Towag one’s tongue= rammelen;Tongue-bone;Tongue-lashing= scheldpartij;Tongue-tied= sprakeloos:Hestood tongue-tied;Tongue-twister= moeilijk uit te spreken woord;Tongued= met eene tong (in samenst.):Tongued boards= geploegde planken;Tongueless= zonder tong, sprakeloos;Tonguey= rad van tong, met mooie praatjes.Tonic,tonik, subst. grondtoon, tonisch middel; adj. tonisch;Tonic solfa= het voorstellen van klanken en tonen door letters, enz.;Tonic spasm= rechtstijvigheid.To-night,tunait, van avond, van nacht.Tonnage,tɐnidž, tonnemaat, last, tonnegeld:Bill (Certificate) of tonnage= meetbrief;Tonnage and poundage= oude belasting op in- en uitgevoerde koopwaren, wijn, etc.;Tonnage-car= goederenwagen (Am.);A 40 Tonner= schip van 40 t.Tonsil,tonsil, amandel (keelklier); adj.Tonsillary;Tonsillitis,tonsilaitis, ontsteking der amandelen.Tonsure,tonšə, tonsuur;Tonsured= met eene tonsuur.Tontine,tontîn, tontine, een naarTontigenoemd stelsel van verzekering.Tony,touni, (verk. v.Anthony), onnoozele hals.Too,tû, al te, tevens, ook:That’s rather too too= dat is wel wat al tè;Jealous too= nu nog mooier, ook nog jaloersch!Quite too= bovenmate.Toofer,tûfə, slechte cigarette (=Two for a penny).Took,tuk, imperf. vanto take.Tool,tûl, subst. werktuig (ookfig.), gereedschap, stempel;Toolverb. vorm geven, een wagen of diligence rijden, van geperste versieringen voorzien:Gold tooling= proces om banden van boeken te versieren met vergulde stempels;Tool-box (-chest)= gereedschapskist;Tool-house.Toom,tûm, adj. ledig;Toomverb. ledigen.Toot,tût, toeteren, blazen:The horn was tooting;Tooter= blazer, toeter.Tooth,tûth, tand, punt:Hecast it in my teeth= gooide het mij voor de voeten;The baby hascut its first tooth= gekregen;Toclench one’s teeth= op elkaar klemmen;Hedared me to the teeth= tartte me tot het uiterste (in mijn gezicht);Idid it (told it him) in (spite of) his teeth= ik deed het trots zijn verzet, zeide het vlak in zijn gezicht;Tohave a tooth drawn (extracted, pulled out, taken out)= laten trekken;Hehas a sweet tooth= is een zoetekauw;Toget rather long in the tooth= aftandsch worden;Itmakes my teeth (mouth) water= het doet mij watertanden;Isay it to your teeth= in uw gezicht;Itset my teeth on edge= het deed me griezelen, ik werd er akelig van;Heset his teethin grim earnest= zette op elkaar;Toshow one’s teeth= de tanden laten zien (ookfig.);Todefend tooth and nail= met hand en tand;A set of artificial teeth;Canine, Corner tooth= hoektand;Cutting tooth= snijtand;Double, Grinding tooth= kies;False tooth;Milk tooth;Wisdom tooth;Tooth-ache= tand- of kiespijn;Tooth-brush= tandenborstel;Tooth-drawing= het tandentrekken;Toothedge= het tintelend gevoel door harde en krassende geluiden veroorzaakt;Tooth-key= sleutel om tanden te trekken;Tooth-paste= pasta;Toothpick= tandenstoker;Tooth-powder= tandpoeder;Tooth-socket= tandkas;Tooth-wheel= tandrad;Toothed= met tanden;Toothful= mondje-vol;[582]Toothing= het tanden krijgen of wisselen;Toothless;Toothlet= tandje;Toothletted= fijn getand;Toothsome= lekker, smakelijk; subst.Toothsomeness.Tootle,tût’l, toeteren, blazen.Top,top, top(punt), spits, kroon, hoogte, hoofdeinde, hoofd, kap, opslag, mars, hemel, bovenste kant, tol; adj. hoogste, grootste, voornaamste, uiterste;Topverb. uitsteken, overtreffen, bedekken, zich verheffen, de toppen of koppen afsnijden of afslaan, toppen (van ra’s), bestijgen, van kappen voorzien, mesten, hoog zijn, vallen, eindigen, voltooien, etc.:He isat the top ofhis class= nummer één;Tobe at the top of the tree= op de bovenste sport (fig.);He criedat the top ofhis voice= zoo hard hij kon;From top to bottom= van onder tot boven;I have sleptlike a top= als eene roos, als een otter;On the top of= op den top van, daarop, boven en behalve:It is no joke to go tramping to the pollon the top ofa day’s work= na eene harde dagtaak;Inside oron the top, sir? = binnenin of bovenop (de omnibus), mijnheer?They are storieswithout top or tail= verhalen zonder kop of staart;Thetop of a loaf= bovenste, kapje;Thetop of the morningto you! = ik wensch je een goeden morgen (Iersch);The top (bottom, lower end) of a hall= vóórin (achterin) de zaal;Top value= hoogste prijs of noteering;This triptops and capsall others= overtreft (bekroont);Top-boots= laarzen met gekleurde kappen;Top-branch= hoogste tak;Top-cloth= vinkennet (zeeterm);Top-coat= overjas;Top-draining= droogleggen van de oppervlakte van land;Top-dress, subst. bovenmest;Top-dressverb. de oppervlakte bemesten;Top-dressing= bovenmest:Toput a fair top-dressing of gentility ona person= een aardig vernisje van beschaving;Topgallant, subst. bramsteng, toppunt; adj. van de bramsteng, voornaamste, uitstekend;Top-heavy= topzwaar, dronken;Top-hole= prima;Top-knot= kuif, strik op het hoofd;Top-knotted= verwaand, pedant;Top-lantern;Top-light= toplicht;Top-mast= steng;Top-sail= marszeil;Top-sawyer (-man)= bovenste van twee zagers, bovenste-beste, man van voorname familie (of veel geld);Top-soil= bovengrond;Top-stone= deksteen;The haystack wasTopped off= voltooid;Topped offwith gold and silver= versierd met;Theytopped upwith that work= zij eindigden met;Some cream totop upwith= nu nog wat room na; ZieTopper.Topaz,toupəz, topaas;Topazolite,təpazəlait, gele granaat.Tope,toup, subst. boschje of groep boomen;Topeverb. zuipen, veel drinken;Toper= zuiplap.Topee,təpî, helm(hoed) (Br. Ind.).Topeka,təpîkə;Tophet,toufət(2 Kon. 23, 10).Topi,təpî=Topee.Topiary,toupjəri:Topiary work= kunstmatig en tot bepaalde vormen snoeien v. boomen, heggen, enz.Topic,topic, onderwerp (van gesprek); plaatselijk geneesmiddel;Topical song= gelegenheidsgedicht of -lied;There is notopical interestwhatever in the paper= niets actueels.Topmost,topmoust, hoogste.Topographer,təpogrəfə, topograaf;Topographic(al),topəgrafik(’l), topographisch;Topography,təpogrəfi, topographie.Topper,topə, voortreffelijk persoon, uitstekend iets, cylinderhoed:A topper for you= dat is een beste, die kun je in je zak steken;Topping, verheven, uitstekend, fijn, voornaam:Atopping passion= alles beheerschende hartstocht.Topple,top’l, (voorover) tuimelen, neervallen:My airy castletoppled to the earth= viel in.Topsyturvy,topsitɐ̂vi, onderstboven; subst. chaos;Topsyturvyverb. onderstboven keeren:Toturn everything topsyturvy;Topsyturvyfication= omvergooiing:The book isa regular topsyturvyfication of morality= gooit alle moraliteit omver.Toque,touk,Toquet,təkei, toque.Tor,tö, steile rots, spitse heuvel.Torch,tötš, toorts;Torch-bearer= fakkeldrager;Torch-dance, fakkeldans;Torch-light, subst. fakkel- of toortslicht:Torch-light procession= fakkeloptocht;Torch-race= fakkelwedloop;Torch-thistle, fakkeldistel.Tore,tö, imperf. vanto tear.Toreador,toriədö, toreador.Torment,töm’nt, kwelling, marteling, plaag.Torment,töment, martelen, pijnigen;Tormenter, Tormentor= kwelgeest, soort eg, lange vork;Tormentress= kwelster.Torminal,tömin’l,Torminous,töminɐs, erge krampen hebbend.Tormintil,töm’ntil, tormentil, bloedroode ooievaarsbek.Torn,tön, part. perf. vanto tear.Tornado,töneidou, tornado.Torose,tôrous,tôrous,Torous,tôrəs, gezwollen, knobbelig.Torpedist,töpîdist, torpedist;Torpedo,töpidou, torpedo; knalpatroon; sidderrog;Torpedoverb. torpedeeren;Torpedo-boat= torpedoboot;Torpedo-catcher,Torpedo(-boat) Torpedo-destroyer= torpedojager;Torpedo-net= torpedonet.Torpid,töpid, verstijfd, bewegingloos, langzaam, traag; subst. tweedeklasse giek (Oxford), de bemanning daarvan:Torpids= roeiwedstrijden in het voorjaar (Oxf.);Torpidity=Torpidness= verstijfdheid, bewegingloosheid, winterslaap =Torpor,töpə.Torquay,tökei,töki.Torrefaction,torifakš’n, uitdroging;Torrefy,torifai, drogen, uitdrogen.Torrent,tor’nt, subst. hevige stroom, vloed:Torrent of lava;The rain came down in torrents= in stroomen;Torrential,tərenš’l, krachtig, stormachtig:Torrentential applause, enthusiasm.Torricellian,toritšelj’n, van Torricelli.Torrid,torid, verzengd, brandend:Torrid zone; subst.Torridness.Torse,tös, romp; gevlochten krans (herald.);Torsion,töš’n, draaiing, terugdraaiing; adj.Torsional.Torsk,tösk, dorsen (visch).[583]Torso,tösou, romp.Tort,töt, onrecht, nadeel:The Law of Torts,or: a Treatise on the Principles of Obligations arising from Civil Wrongs in the Common Law.Tortile,töt(a)il, spiraalvormig gewonden; subst.Tortility.Tortoise,tötəs, (land)schildpad;Tortoise-shell, subst. en adj. (van) schildpad;Tortoise-shell cat= geelbruine.Tortuose,tötjuous, gekronkeld, gedraaid;Tortuosity,tötjuositi, kronkeling, kromming, slinkschheid.Tortuous,tötjuəs, gekronkeld, gedraaid, krom, slinksch; subst.Tortuousness.Torture,tötjə, subst. marteling, zielsangst, pijniging:Tortureverb. kwellen, martelen, verdraaien:Toput to the torture;Torture of animals= dierenmishandeling;Torturer.Torulose,tor(j)ulous,Torulous,tor(j)ulɐs, met knoopen.Tory,tôri, subst. en adj. Tory, conservatief;Toryism= de beginselen der conservatieve partij.Tosh,toš, onzin.Toss,tos, subst. opgooien, worp, onrust, angst;Tossverb. werpen, opgooien, slingeren, verontrusten, woelen, dobbelen (door het opgooien v. geldstukjes):In a toss= erg gejaagd;Towin the toss= winnen bij het opgooien;Totoss the oars= loodrecht opheffen als teeken van begroeting;Totoss pancakes= bakken en omgooien in de pan;He could nottoss awaythe image of his love= van zich afzetten;Itossed it in my mind= overlegde het;Wetossed him in a blanket= we hebben hem “gejonast”;Toss off your glass= sla’m eens om;We willtoss up for it, head or tail= er om opgooien: kruis of munt:Totoss up the head= het hoofd in den nek gooien;Toss-up= risico, onzekerheid:It is a regular toss-up= ’t hangt geheel van het toeval af;Toss-pot= zuiplap;The ship wastempest-tossed, tempest-tost= werd door den storm heen en weer geslingerd;Tosser;Tossy= trotsch, met het hoofd in den nek.Tot,tot, subst. kleine peuter; borreltje:I have drunk your healthin a tot of rum= met een glaasje rum.Tot,tot, som, post;Totverb. optellen:The Highlander knows how totot you up a high bill= weet te rekenen;Totot up profits and losses.Total,tout’l, subst. en adj. (het) geheel, totaal;Totalverb. gezamenlijk bedragen:Their number totals 20.000;Total-abstinence= geheelonthouding;Totalisator,toutəlizeitə, totalisator;Totality,tətaliti, de geheele som, het totaal;Totalize= aanvullen;Totalizer= totalisator.Tote,tout, het geheel (The whole tote); dragen (Amer.):You must tote fair= ge moet eerlijk en billijk handelen;Tote-load= vracht.Totem,tout’m, totem;Totem-clan= familiestam, met een gemeenschappelijken totem als familiewapen;Totemic,tətemik, tot eentotembehoorende;Totemism= gebruik om familiën en stammen een zeker symbool te geven.Tother,t’other,tɐdhə, samentr. vanthat (the) other.Totter,totə, waggelen, wankel loopen:The baby isat the tottering and tumbling age= de kleine begint alléén te loopen;Tottery= bevend, waggelend.Tottie,toti, kleine of jonge Hottentot.Totty,toti, subst. kleine “hummel”; adj. waggelend;Totty-headed= lichtzinnig.Touch,tɐtš, subst. aanraking, voeling, gevoel, lichte aanval, aanslag (van piano of orgel), streek, toetssteen, proef, trek, smaakje, wenk, toespeling, een ietsje, etc.;Touchverb. aanraken, raken, reiken tot, bereiken, voelen, betasten, aanroeren, betreffen, roeren, bedroeven, aannemen, innen, schetsen, schilderen, aanslaan, pakken, beleedigen; bedriegen (Austr.), etc.:Tobeintouch with= voeling houden met;Hecame into touch withhis century= kreeg voeling met;Toestablish (Get into) touch with= voeling krijgen met;I havefound touchof my fellows= heb voeling gekregen met;Igavemy workthe finishing touch= heb de laatste hand gelegd;You mustkeep in touch withus= moet voeling met ons houden;Toput to the touch= op de proef stellen;Tostand the touch= de proef doorstaan;He has atouch of the gout= aanval van jicht;“No,” he said,with a touch of temper= eenigszins geraakt;It was touch-and-go= het was op het kantje af, er aan toe, het kon weinig lijden;Cold to the touch= op het gevoel;He wouldtouch no food= niet aanraken;Shall wetouch glasses= eens klinken;That does nottouch the question= raakt;To touch the (touch on the tenderest) spot= den vinger op de wonde plek leggen;Wetouched the wind= hielden het schip zoo dicht mogelijk aan den wind;Nobody can touch him= bij hem halen;It touched me to the quick= trof mij diep;It touches you more than any of us= raakt u meer;The ship touched= stootte;We sighted an island, but did nottouch atit= deden het niet aan;Two of the characters were excellentlytouched in= uitmuntend geschetst;We willtouch ofthat next time= behandelen;Totouch off= vluchtig schetsen, verbeteren, afvuren, geducht raken;Let me justtouch on it= het even aanroeren;We shalltouch it up= het wat repareeren, opknappen, opfrisschen, retoucheeren;Touch-hole= zundgat;Touch-me-not= kruidje-roer-me-niet;Touch-needle= toetsnaald, proefnaald;Touch-pan= kruitpan;Touch-paper= met salpeter gedrenkt en als lont gebruikt papier;Touchstone= toetssteen:Irish touchstone= basalt van denGiant’s Causeway;Touchwood= zwam;Touchable= raak- of voelbaar; subst.Touchableness;I can do it in four minutes,as near as a toucher= op den kop af;Anear toucher= op ’t kantje af;Touching, adj. roerend, treffend; prep. betreffende, aangaande;Touchiness, subst. v.Touchy= knorrig, lichtgeraakt.Tough,tɐf, taai, hard, streng, vasthoudend; subst. verloopen vent, vechtersbaas (Amer.):Oh, say now! This is tough= kras;He isa tough customer= laat niet los;I had a[584]tough timewith Pa= had heel wat met Pa te stellen;That isa tough piece of work= moeilijk werk;Toughen= taai worden of maken;Toughish= ietwat taai;Toughness= taaiheid.Toupee,tûpî,Toupet,tupei, pruikje.Tour,tûə, subst. rondreis, uitstapje, toer, volgorde;Tourverb. een rondreis doen, rondgaan, een uitstapje doen;Tourist= tourist:Tour ticket= rondreisbiljet.Tournament,tûənəment. ZieTourney.Tournay,tûənei, Doornik.Tourney,tûəni, tournooi, steekspel.Tourniquet,tûəniket, draaikruis, haspel.Tournure,tûənjûə, tournure, houding, omtrek, vorm.Tousle,tauz’l, in wanorde brengen; adj.Tousy.Tout,taut, subst. klantenlokker, spion die inlichtingen geeft omtrent voor wedrennen geoefend wordende paarden;Toutverb. spionneeren, beloeren, klanten lokken:A money-lender’s tout= de handlanger van een geldschieter;What can be got bytouting amongthe critics is not worth the ignominy= wat men bij de critici wint door ze achterna te loopen;Totout forapplause, custom, orders= bedelen om, zoeken te lokken;Touter=Tout.Tow,tou, sleeptouw;Towverb. boegseeren, sleepen:Totake in tow= op sleeptouw nemen (ookfig.);Towboat= sleepboot;Tow-car= volgwagen (tram);Tow-line= sleeplijn =Tow-rope;Towage,touidž, het sleepen, sleeploon;Towing-path= jaagpad;Towing-vessel= sleepboot.Tow,tou, werk, touw;Tow-cloth= paklinnen;Tow-head= vlaskop; adj.Tow-headed.Toward,touəd, aanstaande, nabij, gewillig, gehoorzaam, leergierig:A battle is toward= op til;What is toward?= wat is er aan de hand;Toward(li)ness= bereidwilligheid, leergierigheid; adj.Towardly;Towards,touədz,tödz, naar toe, in de richting van, tegenover, ten opzichte, bijna, omtrent.Towcester,taustə.Towel,tauəl, handdoek, doek;Towelverb. afwrijven, ranselen:Oaken towel= knuppel;Towel-horse= rekje;Towelling= linnen voor handdoeken, pak ransel.Tower,tauə, subst. toren zonder spits, burcht, kasteel, hoog kapsel;Towerverb. zich verheffen, uitsteken boven, hoogvliegen:Tower of silence= ronde toren, waarin de Perzen (in Indië) hunne dooden (tot aas voor de gieren) leggen;Tower-bastion= kleine toren in den vorm van een bastion;Towering= zeer hoog of groot, buitengewoon hevig:Towering rage.Town,taun, subst. stad:Town and gown= de stedelingen tegenover professoren en studenten;He isa man about town= roué, viveur, iemand, die veel uitgaat;A man on town= een “city”-man;A girl of the town= prostituée;Town clerk= gemeente-secretaris en archivaris;Town council= gemeenteraad;Town councillor= gemeenteraadslid;Towncrier= stadsomroeper;Townhall= gemeentehuis, raadhuis;Townhouse= raadhuis, huis “in stad”;Townland= land nabij eene stad;Town-major= plaatscommandant;Town-talk= praatje van de stad;Town traveller= stadsreiziger;Town-wall= stadsmuur;Townsfolk= stedelingen;Townsman= stadgenoot, stedeling;Townspeople= stedelingen;Township= gemeente, stadsgebied.Townshend,taunz’nd.Towser,tauzə, groote hond (gew.hondennaam).Toxic(al),toksik(’l), vergiftig;Toxicological,toksikəlodžik’l, toxicologisch;Toxicology= toxicologie.Toxophilite,toksofilait, subst. boogschutter; adj. tot de boogschutterskunst behoorende.Toy,tôi, subst. (stuk) speelgoed, kleinigheid, beuzelarij;Toyverb. dartelen, stoeien; spelen, beuzelen;Toy-book= prentenboek;Toy-box= speelgoeddoos;Toy-dog= schoothondje;Toy-drum= kindertrom;Toyman= speelgoedkoopman;Toy-pistol= kinderpistooltje;Toy-shop= speelgoedwinkel;Toy tea-things= kinderserviesje;Toy-trade= speelgoedhandel;Toy-watch.Trace,treis, subst. spoor, teeken, voetspoor, streng, kleine hoeveelheid;Traceverb. opsporen, precies nagaan, uitvorschen, trekken, traceeren, doorkruisen, aanspannen (up):All boys are inclinedto kick over the traces= uit den band slaan;Traceability, subst. v.Traceable= naspeurbaar, vervolgbaar:Traceable totemporary conditions= terug te brengen tot; subst.Traceableness;Traceless= spoorloos;Tracery= de ornamenten van den Gothischen bouwstijl.Trachea,treikjə, luchtpijp; adj.Tracheal;Trachitis,trəkaitis, luchtpijpontsteking.Tracing,treisiŋ:Tracing-paper= calqueerpapier.Track,trak, subst. spoor, voetindruk, weg, begaan pad, baan, spoorlijn, zeegat;Trackverb. het spoor volgen, opsporen, nagaan:Bicycle track= wielerbaan;Double track= dubbel spoor;Hefollowed in your track = drukte uwe voetstappen;The carriageleft the track= dérailleerde;The old gentleman hasmade tracks= is er haastig vandoor gegaan;The track and rolling-stock= tractie en rollend materieel;Wetracked the deer= wij volgden het spoor van het hert;The tiger wastracked down= werd opgespoord;Track-road= jaagpad;Track-rope= jaaglijn;Trackage= het boegseeren of trekken;Tracker= speurhond;Trackless= onbetreden, onbegaan, spoorloos; subst.Tracklessness.Tract,trakt, verloop, uitgestrektheid, streek, korte verhandeling, tractaatje.Tractability,traktəbiliti, subst. v.Tractable,traktəb’l, handelbaar, volgzaam, leerzaam; subst.Tractabilityness.Tractarian,traktêriən, subst. lid derHigh Churchbeweging (1833–41); adj. tot deHigh Church-beweging behoorende;Tractarianism= de herleving van den ritueelen eeredienst in de E. kerk.Traction,trakšn, rekking, (aan)trekking, voorttrekking:Electric traction= electr. trek- of beweegkracht;Traction-engine= niet op rails loopende straatlocomotief;Tractive[585]power= trekkracht;Tractor= wat trekt of tot trekken wordt gebruikt.Tracy,treisi, Treesje.Trade,treid, subst. handel, zaken, beroep, bedrijf, ambacht;Tradeverb. handel drijven, verhandelen, verruilen:The trade= handel in sterke dranken;Domestic (Inland, Home) trade;Foreign trade;Todo a roaring trade= drukke zaken doen;Hefollows the trade of a smith= is smid van zijn ambacht;Shepractised all the tricks of her trade= bracht al de slimme zetten van haar beroep in practijk;Two to a trade never agree= concurrenten zijn het nooit eens;I willtradethisforsomething better= verruilen, verhandelen;You havetraded onme= mij geëxploiteerd;This countrytrades toTurkey= drijft handel met Turkije;I willtradewatcheswith you= met u ruilen;Trade-card= adreskaart;Trade-guild= handelsgilde;Trade-list= prijscourant;Trade-mark= handelsmerk;Trade-price= engrosprijs; slijtersprijs;Trade-winds= passaatwinden;Trade’s-folk(=Trades-people) = neringdoenden;Tradesman= handelaar, handelsman, neringdoende, winkelier, handwerksman;Trade(s)-union= vakvereeniging;Trade(s)-unionism= de beginselen of het stelsel der vakvereenigingen;Trader= koopman, handelaar, koopvaardijschip;Trading:Trading-vessel;The Trading-and-Profit-and-Loss account= Inkomsten- en Winst- en Verliesrekening.Tradition,trədiš’n, overlevering; adj.Traditional;Traditionalism= gehechtheid aan de overlevering, het stelsel dat alle menschelijke kennis door God geopenbaard en zoo overgeleverd is;Traditionary=Traditional.Traduce,trədjûs, lasteren, smaden; subst.Traducement;Traducer.Trafalgar,trəfalgə.Traffic,trafik, subst. (koop)handel, (handels)verkeer;Trafficverb. (ruil)handel drijven, omzetten:Carrying traffic= goederendienst;Vehicular traffic= rijtuigverkeer =Wheeled traffic;Traffic in white slaves= blanke-slavinnenhandel;Traffic-manager= chef van den goederendienst;Trafficker= handelaar.Tragacanth,tragəkanth, Tragant gom.Tragedian,trədžîdj’n, treurspelspeler of -dichter;Tragedienne,tradžîdjen, treurspelspeelster;Tragedy,tradžədi, treurspel; adj.Tragic(al);The old Frenchtragics= treurspeldichters;Tragi-comic(al)= tragi-comisch;Tragi-comedy,tradžikomədi, tragi-comisch stuk.Tragopan,tragəpan, gehoornde fazant.Trail,treil, subst. sleep, staart, spoor, pad (gemaakt door reizende N.-Amer. Indianen);Trailverb. langs den grond sleepen, het spoor volgen, opsporen, het geweer met de rechterhand horizontaal dragen, kruipen, rekken:I commanded themto carry their arms at a trail= commandeerde: “Omlaag ’t geweer”;Shetrailed off intoa howl= hief een langgerekt gejammer aan;Trail-net= sleepnet;Trailer= kruipplant, mandenwagentje achter een fiets; slingerplant =Trailing-plant.Train,trein, subst. trein, reeks, stoet, voortgang, loop, sleep, staart, soort v. slede (Canada), spoortrein, loopvuur (lijn v. buskruit), stel van beweging overbrengende raderen, reeks, lokaas, val, krijgslist;Trainverb. sle(e)pen, lokken, africhten, oefenen, drillen, richten, leiden, blokken, met den trein reizen:Down-train, Up-train= afgaande, opkomende trein;Freight train;Goods train;Train of Artillery= artillerie-trein;Thetrain of his thoughts, of thought= gang;Everything isin train= in gang;He left the townon a regular train= met een gewonen trein (Amer.);The gun was trained= het kanon werd gericht;He wastrained up for it= er voor opgeleid;Train-band (Trained band)= een vroegere schutterij of weerbaarheidskorps;Train-bearer= sleepdrager;Train-oil= traan(olie);Train-road= hulpspoorweg;Train-service= spoorweg-postdienst;Trainable= wie of wat geoefend of opgeleid kan worden;Traineddresses= sleepjaponnen;Trained nurse= ervaren;Trainer= africhter, oefenaar, drilmeester;Training= opvoeding, oefening, exercitie; het leiden van leiboomen;Training-course= cursus;Training-school= kweekschool;Training-ship= oefeningsschip, opleidingsschip.Traipse,treips; zieTrapes.Trait,trei(t), eigenaardige en kenmerkende trek, streek, haal, toets.Traitor,treitə, verrader;Traitorous= verraderlijk; subst.Traitorousness;Traitress,treitrəs, verraderes.Trajan,treidž’n, Trajanus.Tram,tram, rail van een paardespoor, paardespoor, tramwagen, karretje; ook verb.:Totram it= trammen;Tram-car;Tram-line= tramweg;Tramroad= tramweg =Tramway;Tramway-car= tramwagen.Tramble,tramb’l, wasschen (v. tinerts).Trammel,tram’l, subst. (sleep)net, kluister, vuurhaak (in een schoorsteen), hinderpaal, boei, ovaalpasser;Trammelverb. belemmeren, beperken, boeien;Trammel-net= sleepnet.Tramontane,trəmontein,traməntein,trâmontein:Tramontane-wind, noordenwind in de Middellandsche Zee.Tramp,tramp, subst. gestamp, getrappel, voetreis, landlooper, schip dat “op avontuur” vaart (Tramp-steamer);Trampverb. (ver)trappen, stappen, treden, zwerven, vagebondeeren:Togo on the tramp= den boer op gaan;Tramp-colony= bedelaarskolonie;Tramper= landlooper, rondzwerver.Trample,tramp’l, subst. getrappel, gestap;Trampleverb. vertreden, vertrappen, trappelen:Totrample under one’s feet (under foot)= met voeten treden (fig.);Trampler.Trampoos,trəmpûz, rondzwerven (Amer.).Trance,trâns, subst. verrukking, geestvervoering, bezwijming, schijndood;Tranceverb. =Entrance;Tolie in a trance.Traneen,trənîn, kamgras:It isnot worth a traneen= geen lor waard.Tranquil,traŋkwil, rustig, kalm, ongestoord;Tranquillity,traŋkwiliti, kalmte, gerustheid, rust =Tranquilness;Tranquillization, subst. v.Tranquillize= tot bedaren brengen, kalmeeren;Tranquillizer.[586]Transact,transakt, volbrengen, doen, verrichten:Totransact business with= zaken doen met;Hetransacted withhis political convictions= transigeerde met;Transaction= verrichting, uitvoering, transactie, zaak, handel:Transactions of the Philological Society= Handelingen van het Philologisch Genootschap;During these transactions= middelerwijl;Transactor= volbrenger, handelaar.Transalpine,transalpain, transalpijnsch.Transatlantic,transətlantik, transatlantisch.Transcend,transend, te boven gaan, overtreffen;Transcendence,Transcendency= voortreffelijkheid;Transcendent= zeer voortreffelijk, transcendentaal =Transcendental,trans’ndent’l;Transcendentalism,trans’ndentəlizm.Transcribe,transkraib, overschrijven, afschrijven;Transcriber= copiïst;Transcript,transkript, copie;Transcription.Transept,transept, kruisvleugel.Transfer,transfɐ̂, overdracht, overbrenging, verplaatsing, overschrijving, overdruk, overstapkaartje; pont;Transfer-paper= overdrukpapier.Transfer,transfɐ̂, overbrengen, overdragen, verplaatsen, afdrukken;Transferability,transfɐ̂rəbiliti,transferəbiliti, subst. v.Transferable,transfɐ̂rəb’l,transferəb’l= verhandelbaar, overdraagbaar;Transferee,transfərî, wien iets overgedragen wordt;Transference,transfərens, overdracht;Transferrer,transfɐ̂rə,transferə, overdrager.Transfiguration,transfigjureiš’n, verheerlijking (Matth. XVII, 1–9), feest ter gedachtenis daaraan (6 Aug.);Transfigure,transfigjə, het uiterlijk voorkomen veranderen, verheerlijken.Transfix,transfiks, doorboren, doorsteken:Istood transfixed= als aan den grond genageld.Transform,transföm, vervormen, hervormen, van vorm veranderen, herleiden;Transformable= veranderbaar, herleidbaar;Transformation,transfömeiš’n, gedaanteverandering of -verwisseling, herleiding, hervorming:Transformation-scene= het tooneel in de pantomime, waarbij de voornaamste personen in de personen der harlekinade overgaan;Transformative= vervormend;Transformator=Transformer= transformator.Transfuse,transfjûz, overgieten, overstorten, overbrengen van bloed, zoutoplossingen inspuiten, overdragen; adj.Transfusible;Transfusion,transfjûž’n, overgieting, etc.Transgress,transgres, te buiten gaan, overtreden, schenden, zondigen;Transgression= overtreding, schennis;Transgressive= zondig;Transgressor= overtreder, zondaar.Tranship,tranšip, overladen;Transhipment= overlading.Transient,tranš’nt, vergankelijk, kortstondig; subst.Transientness.Transit,transit, doorgang, transito, vervoer, overgang, verkeersweg:They went there to observethe transit of Venus;Transit goods;Permit of transit= geleibiljet;Topass in transit= transiteeren;Transit-duty= transitorecht;Transit-instrument= instrument, om den overgang van eene planeet over den meridiaan of de zon waar te nemen;Transition,transiš’n,transiž’n, verandering, overgang(speriode); adj.Transitional= overgangs …;Transitive= overgaande, overgankelijk; subst.Transitiveness;Transitoriness, subst. v.Transitory= vergankelijk, vluchtig, kortstondig.Translate,transleit, verplaatsen, overplaatsen, overbrengen, vertalen, ten hemel voeren, uitleggen, oplappen, doorseinen:Atranslated saint= weggenomen (Hebr. 11, 5);Translated withdevotion= in aanbidding verzonken;What will the duke say?=The dukebe translated= die moge “weggenomen worden”, laat hem stikken;Translation,transleiš’n, overbrenging, overzetting, vertaling, etc.;Translator= vertaler, translator, schoenlapper; adj.Translatory, Translatory.Transliterate,translitəreit, in andere letters overbrengen (b.v. Grieksch met Latijnsche letters schrijven), herspellen op andere wijze; subst.Transliteration.Translucence, Translucency,transl(j)ûsəns(i), subst. v.Translucent,transl(j)ûs’ntdoorschijnend, duidelijk.Transmarine,transmərîn, overzeesch.Transmigrate,transmigreit, verhuizen;Transmigration,transmigreiš’n, (ziels)verhuizing =Transmigration of souls.Transmissibility,transmisibiliti, subst. v.Transmissible,transmisib’l, verzendbaar, overdraagbaar, overerfelijk;Transmission,transmiš’n, overbrenging, overzending, doorlating (van licht door glas),geleiding, overerving:Transmission-business= expeditiezaak;Transmit,transmit, overbrengen, overzenden, doorlaten, voortplanten, etc.;Transmittal=Transmittance; Transmitter= overzender, voortplanter, overbrenger;Transmittible= overzendbaar, etc.Transmutability,transmjutəbiliti, subst. v.Transmutable,transmjûtəb’l, veranderbaar, verwisselbaar; subst.Transmutableness;Transmutation,transmjûteiš’n, verandering, verwisseling;Transmute,transmjût, veranderen:The sentence of death wastransmuted intolifelong imprisonment= werd veranderd in;Transmuter= wie of wat verandert.
Toad,toud, pad(de);Toad-eater= lage vleier, pluimstrijker;Toad-eating, subst. lage vleierij; adj. verachtelijk vleiend;Toad-fish= padvisch; zeeduivel;Toad-flax= gewone vlasbek;Toad-spit= kikkerspog;Toad-stone= paddensteen (= versteende zeewolfstand); basaltporfier;Toad-stool= paddestoel;Toady, subst. lage vleier;Toadyverb. laag vleien:Hetoadies tothe great= loopt achterna;Toadyism= kruiperij, lage vleierij.
Toast,toust, subst. geroosterd brood, toast, dame (of nog algemeener: iemand) op wie gedronken wordt;Toastverb. roosteren, warmen, een dronk instellen, bruin of warm worden:Shewas the toast of Bath= zij was de gevierde schoone van B.;On toast= prachtig, uitstekend (Amer.):Tohave a person on toast= in ’t nauw brengen;Togive (propose) a toast= instellen;Itoast your health= stel een dronk in op;Toast-master= ceremoniemeester, die bij officieele maaltijden de toasten aankondigt en de glazen laat vullen;Toast-rack,Toast-stand= standertje voor geroosterd brood;Toaster= ijzer of vork om te roosteren;Toasting-fork= roostervork; slakkensteker (iron. voor degen).
Tobacco,təbakou, tabak;Tobacco-box= kistje;Tobacco-pipe= tabakspijp;Tobacco-pipe-clay= pijpaarde;Tobacco-pouch= tabakszak;Tobacco-stopper= instrument om (brandende) tabak in de pijp neer te drukken;Tobacco-wrapper[580]= dekblad;Tobacconist= tabaksverkooper (tabaksfabrikant).
Tobias,təbaiəs.
Tobine,toubin, soort taf.
Tobit,toubit.
Tobog(g)an,təbog’n, toboggan, soort slede (Canada);Tobog(g)anverb. bergaf glijden in sleden;Tobog(g)an-slide= glijbaan;Tobog(g)aner,Tobog(g)anist.
Toby,toubi.
Tocher,tokə, subst. bruidsschat (Schot.);Tocherverb. een bruidsschat geven;Tocherless= zonder bruidschat.
Tocqueville,toukvil.
Tocsin,toksin, alarmklok, alarmgelui.
Tod,tod, struik(gewas); oud wolgewicht van 12,7 K.G.;Tod-stove= houtkacheltje (Amer.).
To-day,tudei, vandaag:To-day a man, to-morrow a mouse= vandaag rijk, morgen arm;To-day is the daughter of yesterday= in ’t verleden ligt het heden;To-day me, to-morrow thee= heden ik, morgen gij;One to-day is worth two to-morrows= één vogel in de hand is beter dan tien in de lucht.
Toddle,tod’l, subst. waggelende gang; slentergangetje;Toddleverb. waggelen, familiaar omgaan:I’ll pay the bill, and we’lltoddle= en dan gaan we opstappen;We have notbegun to toddleyet= we gaan nog niet familiaar met elkaar om;Hetoddles on at my side,and dribbles out small talk= hij loopt naast mij voort;Toddler= klein kind.
Toddy,todi, palmdrank; grog met suiker.
Toe,tou, subst. teen;Toeverb. met de teenen aanraken, teenen aanbreien:From top to toe= van top tot teen;Totread on a person’s toes(ook fig.);He hasturned up his toes (to the daisies)= is het hoekje om, is dood;Toe the line, boys= allen met de teenen aan de streep;Now you are“toeing the line” of the mystery= nadert ge;Totoe a person= een schop geven;Toeless.
Toff,tof, fijne mijnheer, banjer;Toffish= piekfijn, banjerig; subst.Toffishness.
Toffee, Toffy,tofi, kokinje.
Toft,toft, boschje; hofstede;Toftman.
Tog,tog, (meestTogs) plunje;Togverb. kleeden:In full tog= groot tenue;I havetogged myself out in full rig= mij in m’n beste plunje gestoken.
Toga,tougə, toga, tabberd:Tofold one’s toga round one= zich in zijn toga hullen (ookfig.).
Together,təgedhə, te zamen, allemaal tegelijk, vereenigd:It has rainedfor four days together= vier dagen achtereen;By the hour together= een uur lang.
Toggle,tog’l, knoop, knevel (=houten nagel);Toggle-joint= knieverband (bouwk.).
Toil,tôil, subst. zware arbeid, inspanning, net, web of strik (gew. meervoud);Toilverb. werken, zwoegen, afbeulen:We had the enemyin the toils= in onze macht;He wastoiling it up the mountain= bracht het zwoegend den berg op;Toil-worn= doodaf;Toiler= zwoeger;Toilsome= zwaar, afmattend; subst.Toilsomeness.
Toilet,tôilət, toilet(tafel), servet, linnen kleedje over kaptafels, enz.; nachtzak; retirade (Amer.):She wasat her toilet, making her toilet= bezig haar toilet te maken;Shehurried through her toilet= maakte haastig toilet;Toilet-paper= closet-papier;Toilet-sponge.
Toison,tôiz’n, schapevacht:Toison d’or= Gulden Vlies.
Tokay,təkei, Tokayer (wijn).
Token,touk’n, teeken, zinnebeeld, herinnering, gedachtenis, vlek:In token of= ten bewijze;Token-money= noodmunt of -penning;Tokened= met teekens of vlekken.
Tola,toulə, (Br. Ind.) gewicht van ± 11,6 gram.
Told,tould, imperf. en p.p. vanto tell.
Toledan,təlîd’n, (bewoner) vanToledo,təlîdou, (zwaard v.) Toledo.
Tolerable,tolərəb’l, dragelijk, tamelijk, redelijk; subst.Tolerableness;I amtolerably well= vrij goed;Tolerance,tolər’ns, verdraagzaamheid, dragelijkheid, toelating;Tolerant= verdraagzaam, lijdend:Tobe tolerant of= kunnen verdragen (med.);Tolerate,toləreit, dulden, verdragen, toelaten;Toleration= dulding, verdraagzaamheid:Toshow toleration= verdraagzaam zijn.
Toll,toul, subst. tol(geld), marktgeld, staangeld, schatting, maalloon; langzaam en statig klokgelui;Tollverb. belasten, luiden, slaan, annuleeren, lokken:Toexact (take) toll= eischen;Thoughts pay no toll= zijn tolvrij;Totoll the funeral bell= de doodsklok luiden;The bell tolled one= sloeg één;Toll-bar= tol- of slagboom;Tollbooth= tolhuis, gevangenis;Toll-bridge= tolbrug;Toll-collector= gaarder;Toll-corn= maalloon (in den vorm van koren);Toll-gate= tolhek;Toll-gatherer= tolgaarder;Toll-house= tolhuis;Toll-man= gaarder;Toll-money;Toll-union= tolverbond;Tollable= belastbaar;Tollage= tol, belasting;Toller= tolgaarder, klokluider.
Tom,tom, verk. vanThomas of Tommy, mannetje, kater (=Tom-cat):I can’t answerevery Tom, Dick and Harry= Jan, Piet en Klaas, Jan en alleman;Tomboy= wildzang;Tomfool= kwast, hansworst;Tomfoolverb. zich gek aanstellen;Tomfoolery:A piece of tomfoolery= een gekkenstreek;Tom Tiddler’s ground= luilekkerland;Tomnoddy= ezel, domkop. ZieTommy.
Tomahawk,toməhôk, subst. Indiaansche strijdbijl;Tomahawkverb. met eentomahawkdooden:Tobury (dig up) the tomahawk= vrede sluiten (den strijd beginnen).
Tomato,təmâtou,təmeitou, tomaat, liefdesappel;Tomato-sauce= tomatensaus.
Tomb,tûm, subst. graf, grafgewelf, graftombe;Tombverb. begraven, in eene graftombe bijzetten;Tomb-stone= grafsteen;Tombless.
Tombac,tombək, tombak.
Tombola,tombələ, tombola.
Tome,toum, (zwaar) boekdeel.
Tomentose,təmentous,touməntous,Tomentous,təmentəs, wollig, viltig, met dichte haren bedekt;Tomentum,təment’m, korstzwam.
Tomin,toumin, 12grains(juweliersgewicht).[581]
Tommy,tomi, (=Tommy Atkins) soldaat; brood(je), proviand, gedwongen winkelnering;Tommyverb. uitbuiten door middel daarvan:Let’s go Tommy Dodd for it= er om opgooien;It’s all Tommy-rot= klets;Tommy-shop;Tommy-system= het stelsel van gedwongen winkelnering.
To-morrow,tumorou, morgen:The old prisonwas blown into to-morrow= vloog in de lucht;To-morrow morning= morgenvroeg.
Tompion,tompj’n, stop(per), prop.
Tomtit,tomtit, mees, winterkoninkje.
Tomtom,tomtom, trom (O. Ind. en Afrika);Tomtomverb. trommelen.
Ton,ton,toŋ, mode.
Ton,tɐn, ton,maatloopende van40tot2000 cb. feet;gewichtloopende van600tot2000 lbs., met nog speciale beteekenissen voor sommige artikelen. ZieTonnage.
Tonal,toun’l, toon …;Tonality,tənaliti, juiste toonhoogte, toon:Our Wilhelmusin the old tonality= in de oude toonzetting;Tone,toun, subst. toon, klank, klem, dreun, kleur, aard, stemming, veerkracht;Toneverb. een toon geven of hebben:Totone down= temperen, verzachten;The colourtonesgentlyfromdeepest bluetoliveliest red= gaat zachtkens over;Tone-syllable= beklemde lettergreep;Toneless= toonloos, onwelluidend; subst.Tonelessness.
Tonga,toŋga, tweewielig karretje. (Brit. Ind.).
Tongres,touŋgə, Tongeren.
Tongs,toŋz, tang;Tongsverb. met de tong den klank wijzigen (bij blaasinstrumenten), in een tong uitloopen; ploegen:A pair of tongs= eene tang;Tomarry over the tongs= over den puthaak trouwen;I wouldn’t touch her with the longest pair of tongs in all the devil’s kitchen= ik zou haar met geen tang willen aanraken;The tongs and the bones= ketelmuziek, mopjes:A few people like classical music, but a very much larger majority preferthe tongs and the bones.
Tongue,tɐŋ, subst. tong, taal, spraak, klepel, tong (van eene gesp), leertje (van een schoen), landtong:That’sa slip of the tongue= eene vergissing;Tobite one’s tongue= zich bijten op;Itfell from my tonguebefore I knew it= het ontglipte me;Tofind one’s tongue= woorden vinden;Togive tongue= aanslaan;Ihave it on the tip of my tongue, at my tongue’s end= het ligt mij op de tong (maar ik kan het niet zeggen);Hehas an oily tongue, a well-oiled tongue= eene gladde, radde tong;Hold your tongue= houd je mond;Toshoot out one’s tongue= uitsteken;Hethrust his tongue in his cheek= keek ongeloovig, meesmuilde, lachte ironisch;Towag one’s tongue= rammelen;Tongue-bone;Tongue-lashing= scheldpartij;Tongue-tied= sprakeloos:Hestood tongue-tied;Tongue-twister= moeilijk uit te spreken woord;Tongued= met eene tong (in samenst.):Tongued boards= geploegde planken;Tongueless= zonder tong, sprakeloos;Tonguey= rad van tong, met mooie praatjes.
Tonic,tonik, subst. grondtoon, tonisch middel; adj. tonisch;Tonic solfa= het voorstellen van klanken en tonen door letters, enz.;Tonic spasm= rechtstijvigheid.
To-night,tunait, van avond, van nacht.
Tonnage,tɐnidž, tonnemaat, last, tonnegeld:Bill (Certificate) of tonnage= meetbrief;Tonnage and poundage= oude belasting op in- en uitgevoerde koopwaren, wijn, etc.;Tonnage-car= goederenwagen (Am.);A 40 Tonner= schip van 40 t.
Tonsil,tonsil, amandel (keelklier); adj.Tonsillary;Tonsillitis,tonsilaitis, ontsteking der amandelen.
Tonsure,tonšə, tonsuur;Tonsured= met eene tonsuur.
Tontine,tontîn, tontine, een naarTontigenoemd stelsel van verzekering.
Tony,touni, (verk. v.Anthony), onnoozele hals.
Too,tû, al te, tevens, ook:That’s rather too too= dat is wel wat al tè;Jealous too= nu nog mooier, ook nog jaloersch!Quite too= bovenmate.
Toofer,tûfə, slechte cigarette (=Two for a penny).
Took,tuk, imperf. vanto take.
Tool,tûl, subst. werktuig (ookfig.), gereedschap, stempel;Toolverb. vorm geven, een wagen of diligence rijden, van geperste versieringen voorzien:Gold tooling= proces om banden van boeken te versieren met vergulde stempels;Tool-box (-chest)= gereedschapskist;Tool-house.
Toom,tûm, adj. ledig;Toomverb. ledigen.
Toot,tût, toeteren, blazen:The horn was tooting;Tooter= blazer, toeter.
Tooth,tûth, tand, punt:Hecast it in my teeth= gooide het mij voor de voeten;The baby hascut its first tooth= gekregen;Toclench one’s teeth= op elkaar klemmen;Hedared me to the teeth= tartte me tot het uiterste (in mijn gezicht);Idid it (told it him) in (spite of) his teeth= ik deed het trots zijn verzet, zeide het vlak in zijn gezicht;Tohave a tooth drawn (extracted, pulled out, taken out)= laten trekken;Hehas a sweet tooth= is een zoetekauw;Toget rather long in the tooth= aftandsch worden;Itmakes my teeth (mouth) water= het doet mij watertanden;Isay it to your teeth= in uw gezicht;Itset my teeth on edge= het deed me griezelen, ik werd er akelig van;Heset his teethin grim earnest= zette op elkaar;Toshow one’s teeth= de tanden laten zien (ookfig.);Todefend tooth and nail= met hand en tand;A set of artificial teeth;Canine, Corner tooth= hoektand;Cutting tooth= snijtand;Double, Grinding tooth= kies;False tooth;Milk tooth;Wisdom tooth;Tooth-ache= tand- of kiespijn;Tooth-brush= tandenborstel;Tooth-drawing= het tandentrekken;Toothedge= het tintelend gevoel door harde en krassende geluiden veroorzaakt;Tooth-key= sleutel om tanden te trekken;Tooth-paste= pasta;Toothpick= tandenstoker;Tooth-powder= tandpoeder;Tooth-socket= tandkas;Tooth-wheel= tandrad;Toothed= met tanden;Toothful= mondje-vol;[582]Toothing= het tanden krijgen of wisselen;Toothless;Toothlet= tandje;Toothletted= fijn getand;Toothsome= lekker, smakelijk; subst.Toothsomeness.
Tootle,tût’l, toeteren, blazen.
Top,top, top(punt), spits, kroon, hoogte, hoofdeinde, hoofd, kap, opslag, mars, hemel, bovenste kant, tol; adj. hoogste, grootste, voornaamste, uiterste;Topverb. uitsteken, overtreffen, bedekken, zich verheffen, de toppen of koppen afsnijden of afslaan, toppen (van ra’s), bestijgen, van kappen voorzien, mesten, hoog zijn, vallen, eindigen, voltooien, etc.:He isat the top ofhis class= nummer één;Tobe at the top of the tree= op de bovenste sport (fig.);He criedat the top ofhis voice= zoo hard hij kon;From top to bottom= van onder tot boven;I have sleptlike a top= als eene roos, als een otter;On the top of= op den top van, daarop, boven en behalve:It is no joke to go tramping to the pollon the top ofa day’s work= na eene harde dagtaak;Inside oron the top, sir? = binnenin of bovenop (de omnibus), mijnheer?They are storieswithout top or tail= verhalen zonder kop of staart;Thetop of a loaf= bovenste, kapje;Thetop of the morningto you! = ik wensch je een goeden morgen (Iersch);The top (bottom, lower end) of a hall= vóórin (achterin) de zaal;Top value= hoogste prijs of noteering;This triptops and capsall others= overtreft (bekroont);Top-boots= laarzen met gekleurde kappen;Top-branch= hoogste tak;Top-cloth= vinkennet (zeeterm);Top-coat= overjas;Top-draining= droogleggen van de oppervlakte van land;Top-dress, subst. bovenmest;Top-dressverb. de oppervlakte bemesten;Top-dressing= bovenmest:Toput a fair top-dressing of gentility ona person= een aardig vernisje van beschaving;Topgallant, subst. bramsteng, toppunt; adj. van de bramsteng, voornaamste, uitstekend;Top-heavy= topzwaar, dronken;Top-hole= prima;Top-knot= kuif, strik op het hoofd;Top-knotted= verwaand, pedant;Top-lantern;Top-light= toplicht;Top-mast= steng;Top-sail= marszeil;Top-sawyer (-man)= bovenste van twee zagers, bovenste-beste, man van voorname familie (of veel geld);Top-soil= bovengrond;Top-stone= deksteen;The haystack wasTopped off= voltooid;Topped offwith gold and silver= versierd met;Theytopped upwith that work= zij eindigden met;Some cream totop upwith= nu nog wat room na; ZieTopper.
Topaz,toupəz, topaas;Topazolite,təpazəlait, gele granaat.
Tope,toup, subst. boschje of groep boomen;Topeverb. zuipen, veel drinken;Toper= zuiplap.
Topee,təpî, helm(hoed) (Br. Ind.).
Topeka,təpîkə;Tophet,toufət(2 Kon. 23, 10).
Topi,təpî=Topee.
Topiary,toupjəri:Topiary work= kunstmatig en tot bepaalde vormen snoeien v. boomen, heggen, enz.
Topic,topic, onderwerp (van gesprek); plaatselijk geneesmiddel;Topical song= gelegenheidsgedicht of -lied;There is notopical interestwhatever in the paper= niets actueels.
Topmost,topmoust, hoogste.
Topographer,təpogrəfə, topograaf;Topographic(al),topəgrafik(’l), topographisch;Topography,təpogrəfi, topographie.
Topper,topə, voortreffelijk persoon, uitstekend iets, cylinderhoed:A topper for you= dat is een beste, die kun je in je zak steken;Topping, verheven, uitstekend, fijn, voornaam:Atopping passion= alles beheerschende hartstocht.
Topple,top’l, (voorover) tuimelen, neervallen:My airy castletoppled to the earth= viel in.
Topsyturvy,topsitɐ̂vi, onderstboven; subst. chaos;Topsyturvyverb. onderstboven keeren:Toturn everything topsyturvy;Topsyturvyfication= omvergooiing:The book isa regular topsyturvyfication of morality= gooit alle moraliteit omver.
Toque,touk,Toquet,təkei, toque.
Tor,tö, steile rots, spitse heuvel.
Torch,tötš, toorts;Torch-bearer= fakkeldrager;Torch-dance, fakkeldans;Torch-light, subst. fakkel- of toortslicht:Torch-light procession= fakkeloptocht;Torch-race= fakkelwedloop;Torch-thistle, fakkeldistel.
Tore,tö, imperf. vanto tear.
Toreador,toriədö, toreador.
Torment,töm’nt, kwelling, marteling, plaag.
Torment,töment, martelen, pijnigen;Tormenter, Tormentor= kwelgeest, soort eg, lange vork;Tormentress= kwelster.
Torminal,tömin’l,Torminous,töminɐs, erge krampen hebbend.
Tormintil,töm’ntil, tormentil, bloedroode ooievaarsbek.
Torn,tön, part. perf. vanto tear.
Tornado,töneidou, tornado.
Torose,tôrous,tôrous,Torous,tôrəs, gezwollen, knobbelig.
Torpedist,töpîdist, torpedist;Torpedo,töpidou, torpedo; knalpatroon; sidderrog;Torpedoverb. torpedeeren;Torpedo-boat= torpedoboot;Torpedo-catcher,Torpedo(-boat) Torpedo-destroyer= torpedojager;Torpedo-net= torpedonet.
Torpid,töpid, verstijfd, bewegingloos, langzaam, traag; subst. tweedeklasse giek (Oxford), de bemanning daarvan:Torpids= roeiwedstrijden in het voorjaar (Oxf.);Torpidity=Torpidness= verstijfdheid, bewegingloosheid, winterslaap =Torpor,töpə.
Torquay,tökei,töki.
Torrefaction,torifakš’n, uitdroging;Torrefy,torifai, drogen, uitdrogen.
Torrent,tor’nt, subst. hevige stroom, vloed:Torrent of lava;The rain came down in torrents= in stroomen;Torrential,tərenš’l, krachtig, stormachtig:Torrentential applause, enthusiasm.
Torricellian,toritšelj’n, van Torricelli.
Torrid,torid, verzengd, brandend:Torrid zone; subst.Torridness.
Torse,tös, romp; gevlochten krans (herald.);Torsion,töš’n, draaiing, terugdraaiing; adj.Torsional.
Torsk,tösk, dorsen (visch).[583]
Torso,tösou, romp.
Tort,töt, onrecht, nadeel:The Law of Torts,or: a Treatise on the Principles of Obligations arising from Civil Wrongs in the Common Law.
Tortile,töt(a)il, spiraalvormig gewonden; subst.Tortility.
Tortoise,tötəs, (land)schildpad;Tortoise-shell, subst. en adj. (van) schildpad;Tortoise-shell cat= geelbruine.
Tortuose,tötjuous, gekronkeld, gedraaid;Tortuosity,tötjuositi, kronkeling, kromming, slinkschheid.
Tortuous,tötjuəs, gekronkeld, gedraaid, krom, slinksch; subst.Tortuousness.
Torture,tötjə, subst. marteling, zielsangst, pijniging:Tortureverb. kwellen, martelen, verdraaien:Toput to the torture;Torture of animals= dierenmishandeling;Torturer.
Torulose,tor(j)ulous,Torulous,tor(j)ulɐs, met knoopen.
Tory,tôri, subst. en adj. Tory, conservatief;Toryism= de beginselen der conservatieve partij.
Tosh,toš, onzin.
Toss,tos, subst. opgooien, worp, onrust, angst;Tossverb. werpen, opgooien, slingeren, verontrusten, woelen, dobbelen (door het opgooien v. geldstukjes):In a toss= erg gejaagd;Towin the toss= winnen bij het opgooien;Totoss the oars= loodrecht opheffen als teeken van begroeting;Totoss pancakes= bakken en omgooien in de pan;He could nottoss awaythe image of his love= van zich afzetten;Itossed it in my mind= overlegde het;Wetossed him in a blanket= we hebben hem “gejonast”;Toss off your glass= sla’m eens om;We willtoss up for it, head or tail= er om opgooien: kruis of munt:Totoss up the head= het hoofd in den nek gooien;Toss-up= risico, onzekerheid:It is a regular toss-up= ’t hangt geheel van het toeval af;Toss-pot= zuiplap;The ship wastempest-tossed, tempest-tost= werd door den storm heen en weer geslingerd;Tosser;Tossy= trotsch, met het hoofd in den nek.
Tot,tot, subst. kleine peuter; borreltje:I have drunk your healthin a tot of rum= met een glaasje rum.
Tot,tot, som, post;Totverb. optellen:The Highlander knows how totot you up a high bill= weet te rekenen;Totot up profits and losses.
Total,tout’l, subst. en adj. (het) geheel, totaal;Totalverb. gezamenlijk bedragen:Their number totals 20.000;Total-abstinence= geheelonthouding;Totalisator,toutəlizeitə, totalisator;Totality,tətaliti, de geheele som, het totaal;Totalize= aanvullen;Totalizer= totalisator.
Tote,tout, het geheel (The whole tote); dragen (Amer.):You must tote fair= ge moet eerlijk en billijk handelen;Tote-load= vracht.
Totem,tout’m, totem;Totem-clan= familiestam, met een gemeenschappelijken totem als familiewapen;Totemic,tətemik, tot eentotembehoorende;Totemism= gebruik om familiën en stammen een zeker symbool te geven.
Tother,t’other,tɐdhə, samentr. vanthat (the) other.
Totter,totə, waggelen, wankel loopen:The baby isat the tottering and tumbling age= de kleine begint alléén te loopen;Tottery= bevend, waggelend.
Tottie,toti, kleine of jonge Hottentot.
Totty,toti, subst. kleine “hummel”; adj. waggelend;Totty-headed= lichtzinnig.
Touch,tɐtš, subst. aanraking, voeling, gevoel, lichte aanval, aanslag (van piano of orgel), streek, toetssteen, proef, trek, smaakje, wenk, toespeling, een ietsje, etc.;Touchverb. aanraken, raken, reiken tot, bereiken, voelen, betasten, aanroeren, betreffen, roeren, bedroeven, aannemen, innen, schetsen, schilderen, aanslaan, pakken, beleedigen; bedriegen (Austr.), etc.:Tobeintouch with= voeling houden met;Hecame into touch withhis century= kreeg voeling met;Toestablish (Get into) touch with= voeling krijgen met;I havefound touchof my fellows= heb voeling gekregen met;Igavemy workthe finishing touch= heb de laatste hand gelegd;You mustkeep in touch withus= moet voeling met ons houden;Toput to the touch= op de proef stellen;Tostand the touch= de proef doorstaan;He has atouch of the gout= aanval van jicht;“No,” he said,with a touch of temper= eenigszins geraakt;It was touch-and-go= het was op het kantje af, er aan toe, het kon weinig lijden;Cold to the touch= op het gevoel;He wouldtouch no food= niet aanraken;Shall wetouch glasses= eens klinken;That does nottouch the question= raakt;To touch the (touch on the tenderest) spot= den vinger op de wonde plek leggen;Wetouched the wind= hielden het schip zoo dicht mogelijk aan den wind;Nobody can touch him= bij hem halen;It touched me to the quick= trof mij diep;It touches you more than any of us= raakt u meer;The ship touched= stootte;We sighted an island, but did nottouch atit= deden het niet aan;Two of the characters were excellentlytouched in= uitmuntend geschetst;We willtouch ofthat next time= behandelen;Totouch off= vluchtig schetsen, verbeteren, afvuren, geducht raken;Let me justtouch on it= het even aanroeren;We shalltouch it up= het wat repareeren, opknappen, opfrisschen, retoucheeren;Touch-hole= zundgat;Touch-me-not= kruidje-roer-me-niet;Touch-needle= toetsnaald, proefnaald;Touch-pan= kruitpan;Touch-paper= met salpeter gedrenkt en als lont gebruikt papier;Touchstone= toetssteen:Irish touchstone= basalt van denGiant’s Causeway;Touchwood= zwam;Touchable= raak- of voelbaar; subst.Touchableness;I can do it in four minutes,as near as a toucher= op den kop af;Anear toucher= op ’t kantje af;Touching, adj. roerend, treffend; prep. betreffende, aangaande;Touchiness, subst. v.Touchy= knorrig, lichtgeraakt.
Tough,tɐf, taai, hard, streng, vasthoudend; subst. verloopen vent, vechtersbaas (Amer.):Oh, say now! This is tough= kras;He isa tough customer= laat niet los;I had a[584]tough timewith Pa= had heel wat met Pa te stellen;That isa tough piece of work= moeilijk werk;Toughen= taai worden of maken;Toughish= ietwat taai;Toughness= taaiheid.
Toupee,tûpî,Toupet,tupei, pruikje.
Tour,tûə, subst. rondreis, uitstapje, toer, volgorde;Tourverb. een rondreis doen, rondgaan, een uitstapje doen;Tourist= tourist:Tour ticket= rondreisbiljet.
Tournament,tûənəment. ZieTourney.
Tournay,tûənei, Doornik.
Tourney,tûəni, tournooi, steekspel.
Tourniquet,tûəniket, draaikruis, haspel.
Tournure,tûənjûə, tournure, houding, omtrek, vorm.
Tousle,tauz’l, in wanorde brengen; adj.Tousy.
Tout,taut, subst. klantenlokker, spion die inlichtingen geeft omtrent voor wedrennen geoefend wordende paarden;Toutverb. spionneeren, beloeren, klanten lokken:A money-lender’s tout= de handlanger van een geldschieter;What can be got bytouting amongthe critics is not worth the ignominy= wat men bij de critici wint door ze achterna te loopen;Totout forapplause, custom, orders= bedelen om, zoeken te lokken;Touter=Tout.
Tow,tou, sleeptouw;Towverb. boegseeren, sleepen:Totake in tow= op sleeptouw nemen (ookfig.);Towboat= sleepboot;Tow-car= volgwagen (tram);Tow-line= sleeplijn =Tow-rope;Towage,touidž, het sleepen, sleeploon;Towing-path= jaagpad;Towing-vessel= sleepboot.
Tow,tou, werk, touw;Tow-cloth= paklinnen;Tow-head= vlaskop; adj.Tow-headed.
Toward,touəd, aanstaande, nabij, gewillig, gehoorzaam, leergierig:A battle is toward= op til;What is toward?= wat is er aan de hand;Toward(li)ness= bereidwilligheid, leergierigheid; adj.Towardly;Towards,touədz,tödz, naar toe, in de richting van, tegenover, ten opzichte, bijna, omtrent.
Towcester,taustə.
Towel,tauəl, handdoek, doek;Towelverb. afwrijven, ranselen:Oaken towel= knuppel;Towel-horse= rekje;Towelling= linnen voor handdoeken, pak ransel.
Tower,tauə, subst. toren zonder spits, burcht, kasteel, hoog kapsel;Towerverb. zich verheffen, uitsteken boven, hoogvliegen:Tower of silence= ronde toren, waarin de Perzen (in Indië) hunne dooden (tot aas voor de gieren) leggen;Tower-bastion= kleine toren in den vorm van een bastion;Towering= zeer hoog of groot, buitengewoon hevig:Towering rage.
Town,taun, subst. stad:Town and gown= de stedelingen tegenover professoren en studenten;He isa man about town= roué, viveur, iemand, die veel uitgaat;A man on town= een “city”-man;A girl of the town= prostituée;Town clerk= gemeente-secretaris en archivaris;Town council= gemeenteraad;Town councillor= gemeenteraadslid;Towncrier= stadsomroeper;Townhall= gemeentehuis, raadhuis;Townhouse= raadhuis, huis “in stad”;Townland= land nabij eene stad;Town-major= plaatscommandant;Town-talk= praatje van de stad;Town traveller= stadsreiziger;Town-wall= stadsmuur;Townsfolk= stedelingen;Townsman= stadgenoot, stedeling;Townspeople= stedelingen;Township= gemeente, stadsgebied.
Townshend,taunz’nd.
Towser,tauzə, groote hond (gew.hondennaam).
Toxic(al),toksik(’l), vergiftig;Toxicological,toksikəlodžik’l, toxicologisch;Toxicology= toxicologie.
Toxophilite,toksofilait, subst. boogschutter; adj. tot de boogschutterskunst behoorende.
Toy,tôi, subst. (stuk) speelgoed, kleinigheid, beuzelarij;Toyverb. dartelen, stoeien; spelen, beuzelen;Toy-book= prentenboek;Toy-box= speelgoeddoos;Toy-dog= schoothondje;Toy-drum= kindertrom;Toyman= speelgoedkoopman;Toy-pistol= kinderpistooltje;Toy-shop= speelgoedwinkel;Toy tea-things= kinderserviesje;Toy-trade= speelgoedhandel;Toy-watch.
Trace,treis, subst. spoor, teeken, voetspoor, streng, kleine hoeveelheid;Traceverb. opsporen, precies nagaan, uitvorschen, trekken, traceeren, doorkruisen, aanspannen (up):All boys are inclinedto kick over the traces= uit den band slaan;Traceability, subst. v.Traceable= naspeurbaar, vervolgbaar:Traceable totemporary conditions= terug te brengen tot; subst.Traceableness;Traceless= spoorloos;Tracery= de ornamenten van den Gothischen bouwstijl.
Trachea,treikjə, luchtpijp; adj.Tracheal;Trachitis,trəkaitis, luchtpijpontsteking.
Tracing,treisiŋ:Tracing-paper= calqueerpapier.
Track,trak, subst. spoor, voetindruk, weg, begaan pad, baan, spoorlijn, zeegat;Trackverb. het spoor volgen, opsporen, nagaan:Bicycle track= wielerbaan;Double track= dubbel spoor;Hefollowed in your track = drukte uwe voetstappen;The carriageleft the track= dérailleerde;The old gentleman hasmade tracks= is er haastig vandoor gegaan;The track and rolling-stock= tractie en rollend materieel;Wetracked the deer= wij volgden het spoor van het hert;The tiger wastracked down= werd opgespoord;Track-road= jaagpad;Track-rope= jaaglijn;Trackage= het boegseeren of trekken;Tracker= speurhond;Trackless= onbetreden, onbegaan, spoorloos; subst.Tracklessness.
Tract,trakt, verloop, uitgestrektheid, streek, korte verhandeling, tractaatje.
Tractability,traktəbiliti, subst. v.Tractable,traktəb’l, handelbaar, volgzaam, leerzaam; subst.Tractabilityness.
Tractarian,traktêriən, subst. lid derHigh Churchbeweging (1833–41); adj. tot deHigh Church-beweging behoorende;Tractarianism= de herleving van den ritueelen eeredienst in de E. kerk.
Traction,trakšn, rekking, (aan)trekking, voorttrekking:Electric traction= electr. trek- of beweegkracht;Traction-engine= niet op rails loopende straatlocomotief;Tractive[585]power= trekkracht;Tractor= wat trekt of tot trekken wordt gebruikt.
Tracy,treisi, Treesje.
Trade,treid, subst. handel, zaken, beroep, bedrijf, ambacht;Tradeverb. handel drijven, verhandelen, verruilen:The trade= handel in sterke dranken;Domestic (Inland, Home) trade;Foreign trade;Todo a roaring trade= drukke zaken doen;Hefollows the trade of a smith= is smid van zijn ambacht;Shepractised all the tricks of her trade= bracht al de slimme zetten van haar beroep in practijk;Two to a trade never agree= concurrenten zijn het nooit eens;I willtradethisforsomething better= verruilen, verhandelen;You havetraded onme= mij geëxploiteerd;This countrytrades toTurkey= drijft handel met Turkije;I willtradewatcheswith you= met u ruilen;Trade-card= adreskaart;Trade-guild= handelsgilde;Trade-list= prijscourant;Trade-mark= handelsmerk;Trade-price= engrosprijs; slijtersprijs;Trade-winds= passaatwinden;Trade’s-folk(=Trades-people) = neringdoenden;Tradesman= handelaar, handelsman, neringdoende, winkelier, handwerksman;Trade(s)-union= vakvereeniging;Trade(s)-unionism= de beginselen of het stelsel der vakvereenigingen;Trader= koopman, handelaar, koopvaardijschip;Trading:Trading-vessel;The Trading-and-Profit-and-Loss account= Inkomsten- en Winst- en Verliesrekening.
Tradition,trədiš’n, overlevering; adj.Traditional;Traditionalism= gehechtheid aan de overlevering, het stelsel dat alle menschelijke kennis door God geopenbaard en zoo overgeleverd is;Traditionary=Traditional.
Traduce,trədjûs, lasteren, smaden; subst.Traducement;Traducer.
Trafalgar,trəfalgə.
Traffic,trafik, subst. (koop)handel, (handels)verkeer;Trafficverb. (ruil)handel drijven, omzetten:Carrying traffic= goederendienst;Vehicular traffic= rijtuigverkeer =Wheeled traffic;Traffic in white slaves= blanke-slavinnenhandel;Traffic-manager= chef van den goederendienst;Trafficker= handelaar.
Tragacanth,tragəkanth, Tragant gom.
Tragedian,trədžîdj’n, treurspelspeler of -dichter;Tragedienne,tradžîdjen, treurspelspeelster;Tragedy,tradžədi, treurspel; adj.Tragic(al);The old Frenchtragics= treurspeldichters;Tragi-comic(al)= tragi-comisch;Tragi-comedy,tradžikomədi, tragi-comisch stuk.
Tragopan,tragəpan, gehoornde fazant.
Trail,treil, subst. sleep, staart, spoor, pad (gemaakt door reizende N.-Amer. Indianen);Trailverb. langs den grond sleepen, het spoor volgen, opsporen, het geweer met de rechterhand horizontaal dragen, kruipen, rekken:I commanded themto carry their arms at a trail= commandeerde: “Omlaag ’t geweer”;Shetrailed off intoa howl= hief een langgerekt gejammer aan;Trail-net= sleepnet;Trailer= kruipplant, mandenwagentje achter een fiets; slingerplant =Trailing-plant.
Train,trein, subst. trein, reeks, stoet, voortgang, loop, sleep, staart, soort v. slede (Canada), spoortrein, loopvuur (lijn v. buskruit), stel van beweging overbrengende raderen, reeks, lokaas, val, krijgslist;Trainverb. sle(e)pen, lokken, africhten, oefenen, drillen, richten, leiden, blokken, met den trein reizen:Down-train, Up-train= afgaande, opkomende trein;Freight train;Goods train;Train of Artillery= artillerie-trein;Thetrain of his thoughts, of thought= gang;Everything isin train= in gang;He left the townon a regular train= met een gewonen trein (Amer.);The gun was trained= het kanon werd gericht;He wastrained up for it= er voor opgeleid;Train-band (Trained band)= een vroegere schutterij of weerbaarheidskorps;Train-bearer= sleepdrager;Train-oil= traan(olie);Train-road= hulpspoorweg;Train-service= spoorweg-postdienst;Trainable= wie of wat geoefend of opgeleid kan worden;Traineddresses= sleepjaponnen;Trained nurse= ervaren;Trainer= africhter, oefenaar, drilmeester;Training= opvoeding, oefening, exercitie; het leiden van leiboomen;Training-course= cursus;Training-school= kweekschool;Training-ship= oefeningsschip, opleidingsschip.
Traipse,treips; zieTrapes.
Trait,trei(t), eigenaardige en kenmerkende trek, streek, haal, toets.
Traitor,treitə, verrader;Traitorous= verraderlijk; subst.Traitorousness;Traitress,treitrəs, verraderes.
Trajan,treidž’n, Trajanus.
Tram,tram, rail van een paardespoor, paardespoor, tramwagen, karretje; ook verb.:Totram it= trammen;Tram-car;Tram-line= tramweg;Tramroad= tramweg =Tramway;Tramway-car= tramwagen.
Tramble,tramb’l, wasschen (v. tinerts).
Trammel,tram’l, subst. (sleep)net, kluister, vuurhaak (in een schoorsteen), hinderpaal, boei, ovaalpasser;Trammelverb. belemmeren, beperken, boeien;Trammel-net= sleepnet.
Tramontane,trəmontein,traməntein,trâmontein:Tramontane-wind, noordenwind in de Middellandsche Zee.
Tramp,tramp, subst. gestamp, getrappel, voetreis, landlooper, schip dat “op avontuur” vaart (Tramp-steamer);Trampverb. (ver)trappen, stappen, treden, zwerven, vagebondeeren:Togo on the tramp= den boer op gaan;Tramp-colony= bedelaarskolonie;Tramper= landlooper, rondzwerver.
Trample,tramp’l, subst. getrappel, gestap;Trampleverb. vertreden, vertrappen, trappelen:Totrample under one’s feet (under foot)= met voeten treden (fig.);Trampler.
Trampoos,trəmpûz, rondzwerven (Amer.).
Trance,trâns, subst. verrukking, geestvervoering, bezwijming, schijndood;Tranceverb. =Entrance;Tolie in a trance.
Traneen,trənîn, kamgras:It isnot worth a traneen= geen lor waard.
Tranquil,traŋkwil, rustig, kalm, ongestoord;Tranquillity,traŋkwiliti, kalmte, gerustheid, rust =Tranquilness;Tranquillization, subst. v.Tranquillize= tot bedaren brengen, kalmeeren;Tranquillizer.[586]
Transact,transakt, volbrengen, doen, verrichten:Totransact business with= zaken doen met;Hetransacted withhis political convictions= transigeerde met;Transaction= verrichting, uitvoering, transactie, zaak, handel:Transactions of the Philological Society= Handelingen van het Philologisch Genootschap;During these transactions= middelerwijl;Transactor= volbrenger, handelaar.
Transalpine,transalpain, transalpijnsch.
Transatlantic,transətlantik, transatlantisch.
Transcend,transend, te boven gaan, overtreffen;Transcendence,Transcendency= voortreffelijkheid;Transcendent= zeer voortreffelijk, transcendentaal =Transcendental,trans’ndent’l;Transcendentalism,trans’ndentəlizm.
Transcribe,transkraib, overschrijven, afschrijven;Transcriber= copiïst;Transcript,transkript, copie;Transcription.
Transept,transept, kruisvleugel.
Transfer,transfɐ̂, overdracht, overbrenging, verplaatsing, overschrijving, overdruk, overstapkaartje; pont;Transfer-paper= overdrukpapier.
Transfer,transfɐ̂, overbrengen, overdragen, verplaatsen, afdrukken;Transferability,transfɐ̂rəbiliti,transferəbiliti, subst. v.Transferable,transfɐ̂rəb’l,transferəb’l= verhandelbaar, overdraagbaar;Transferee,transfərî, wien iets overgedragen wordt;Transference,transfərens, overdracht;Transferrer,transfɐ̂rə,transferə, overdrager.
Transfiguration,transfigjureiš’n, verheerlijking (Matth. XVII, 1–9), feest ter gedachtenis daaraan (6 Aug.);Transfigure,transfigjə, het uiterlijk voorkomen veranderen, verheerlijken.
Transfix,transfiks, doorboren, doorsteken:Istood transfixed= als aan den grond genageld.
Transform,transföm, vervormen, hervormen, van vorm veranderen, herleiden;Transformable= veranderbaar, herleidbaar;Transformation,transfömeiš’n, gedaanteverandering of -verwisseling, herleiding, hervorming:Transformation-scene= het tooneel in de pantomime, waarbij de voornaamste personen in de personen der harlekinade overgaan;Transformative= vervormend;Transformator=Transformer= transformator.
Transfuse,transfjûz, overgieten, overstorten, overbrengen van bloed, zoutoplossingen inspuiten, overdragen; adj.Transfusible;Transfusion,transfjûž’n, overgieting, etc.
Transgress,transgres, te buiten gaan, overtreden, schenden, zondigen;Transgression= overtreding, schennis;Transgressive= zondig;Transgressor= overtreder, zondaar.
Tranship,tranšip, overladen;Transhipment= overlading.
Transient,tranš’nt, vergankelijk, kortstondig; subst.Transientness.
Transit,transit, doorgang, transito, vervoer, overgang, verkeersweg:They went there to observethe transit of Venus;Transit goods;Permit of transit= geleibiljet;Topass in transit= transiteeren;Transit-duty= transitorecht;Transit-instrument= instrument, om den overgang van eene planeet over den meridiaan of de zon waar te nemen;Transition,transiš’n,transiž’n, verandering, overgang(speriode); adj.Transitional= overgangs …;Transitive= overgaande, overgankelijk; subst.Transitiveness;Transitoriness, subst. v.Transitory= vergankelijk, vluchtig, kortstondig.
Translate,transleit, verplaatsen, overplaatsen, overbrengen, vertalen, ten hemel voeren, uitleggen, oplappen, doorseinen:Atranslated saint= weggenomen (Hebr. 11, 5);Translated withdevotion= in aanbidding verzonken;What will the duke say?=The dukebe translated= die moge “weggenomen worden”, laat hem stikken;Translation,transleiš’n, overbrenging, overzetting, vertaling, etc.;Translator= vertaler, translator, schoenlapper; adj.Translatory, Translatory.
Transliterate,translitəreit, in andere letters overbrengen (b.v. Grieksch met Latijnsche letters schrijven), herspellen op andere wijze; subst.Transliteration.
Translucence, Translucency,transl(j)ûsəns(i), subst. v.Translucent,transl(j)ûs’ntdoorschijnend, duidelijk.
Transmarine,transmərîn, overzeesch.
Transmigrate,transmigreit, verhuizen;Transmigration,transmigreiš’n, (ziels)verhuizing =Transmigration of souls.
Transmissibility,transmisibiliti, subst. v.Transmissible,transmisib’l, verzendbaar, overdraagbaar, overerfelijk;Transmission,transmiš’n, overbrenging, overzending, doorlating (van licht door glas),geleiding, overerving:Transmission-business= expeditiezaak;Transmit,transmit, overbrengen, overzenden, doorlaten, voortplanten, etc.;Transmittal=Transmittance; Transmitter= overzender, voortplanter, overbrenger;Transmittible= overzendbaar, etc.
Transmutability,transmjutəbiliti, subst. v.Transmutable,transmjûtəb’l, veranderbaar, verwisselbaar; subst.Transmutableness;Transmutation,transmjûteiš’n, verandering, verwisseling;Transmute,transmjût, veranderen:The sentence of death wastransmuted intolifelong imprisonment= werd veranderd in;Transmuter= wie of wat verandert.