Chapter 112

Transoceanic,transoušanik, aan de andere zijde van den oceaan.Transom,trans’m, dwarsbalk:Transom-window= raam met dwarsbalk.Transparence, Transparency,transpêr’ns(i), doorzichtigheid, transparant;Transparent= doorzichtig, doorschijnend, klaarblijkelijk; subst.Transparentness.Transpirable,transpairəb’l,wat kan uitlekken enz.;Transpiration,transpireiš’n, uitwaseming, zweet;Transpire,transpaiə, uitwasemen, uitdampen, aan het licht komen, uitlekken, gebeuren.Transplant,transplânt, overplanten, overbrengen;Transplantation= verplanting, overbrenging;Transplanter= verplanter.Transport,transpöt, vervoer, transport, transportschip; verrukking, vervoering;Transport-ship= transportschip; schip waarmee gedeporteerden werden overgebracht.[587]Transport,transpöt, vervoeren, transporteeren, deporteeren, verzetten, meesleepen, verrukken:Faith transports mountains= het geloof verzet bergen;He wastransported for life= werd gedeporteerd;Transported with joy= vervoerd van vreugde;Transportability= vervoerbaarheid, etc.; adj.Transportable;Transportation= vervoer, overbrenging, etc.;Transporter= wie vervoert;Transporting= verrukkend, bekorend.Transposal,transpouz’l, verschikking, omzetting;Transpose,transpouz, verplaatsen, verschikken, omzetten, transponeeren;Transposition,transpəziš’n, verplaatsing, omzetting; adj.Transpositional.Transubstantiation,transɐbstanšieiš’n, verandering van brood en wijn in het lichaam van Jezus.Transudation,transiûdeiš’n, subst. v.Transude,transiûd, doorsijpelen, doorzweeten.Transvaal,transvâl.Transversal,transvɐ̂s’l, subst. dwarslijn, snijlijn; adj. dwars(loopend);Transverse,transvɐ̂s, subst. dwarsspier, transversaal; adj. dwars, diagonaal, transversaal.Transylvania,transilveinjə, Zevenbergen;Transylvanian, subst. en adj. (bewoner) van Z.Trap,trap, subst. val, strik, hinderlaag, klep, valdeur, karretje, soort trap of ladder, soort wagen, schabrak, dek, mond, klabak;Trapverb. in eene val of strik vangen, verstrikken, versieren:Man-trap= klem, voetangel;Traps= bagage, goederen, “spullen”;Trap-door= valdeur;Trap-door-spider= aardspin (met een door eene deur gesloten nest);Trap-tufa,Trap-tuff= vulcanische tufsteen;Trap-valve= valklep;Trapper= pelsdierjager, wagenpaard;Trappiness, subst. v.Trappy;Trappings,trapiŋz, paardentuig, harnachement, sieraad, opschik, versieringen;Trappy= slim, verraderlijk.Trapan,trəpan, subst. strik;Trapanverb. verstrikken:Trapanner of souls= zielverkooper.Trapes,treips, subst. slons;Trapesverb. rondloopen, vagebondeeren:I won’t betrapesing in the mud.Trapeze,trəpîz, zweefrek of trapezium;Trapeziform,trəpîziföm, als eenTrapezium,trəpîž’m, trapezium.Trappist,trapist, Trappist.Trash,traš, subst. snoeisel, uitschot, afval, rommel, prullen, geklets, zware halsband (om een jachthond vast te houden);Trashverb. snoeien; vernederen, onderdrukken, kwellen:Poor white trash= naam door negers der Zuidelijke Staten aan de armste blanken gegeven;Trashiness, subst. v.Trashy= nietswaardig, prullerig.Trass,tras, tras.Traumatic,trômatik, subst. en adj. wondheelend (middel); wond …Travail,travəl, subst. arbeid:Travails= barensweeën;Travailverb. zwoegen, in barensnood zijn.Trave,treiv, hoefslag; dwarsbalk.Travel,trav’l, subst. het reizen (Travels= (ontdekkings)reizen, reisverhalen);Travelverb. reizen, bereizen, doorreizen, trekken, zwerven, verdwijnen, heen en weer gaan:Totravel out of the record= afdwalen (fig.);Travelled= bereisd, ervaren, erratisch:Thefar travelled princess= die een verre reis had gedaan;A much travelled man, road;Traveller= reiziger:Totip the traveller= opsnijden;Traveller’s-joy= clematis, heggeboschdruif;Travelling:Traveling instructors= wandelleeraren.Traversable,travəsəb’l, betwistbaar; doortrekbaar, doorwaadbaar;Traverse,travəs, subst. dwarshout of -strik, middelschot, dwarsgang, wederwaardigheid, tegenspoed, koppelkoers (scheepst.), het doorreizen, streek, wending, uitvlucht; adj. dwars;Traverseverb. ronddraaien, draaien, dwars loopen (van paarden b.v.), kruisen, doorkruisen, stroomen (loopen) door, doorgaan; adv. dwarsover;Traverse-sailing= koppelkoers;Traverser= beugel, schuifring.Travesty,travəsti, subst. vermomming, travestie;Travestyverb. parodieeren:The trial degenerated intoa travesty ofjustice= eene parodie op.Travis,travis. ZieTrave.Trawl,trôl, subst. sleepnet (=Trawlnet);Trawlverb. met een sleepnet visschen;Trawler= visschersvaartuig dat met eentrawlvischt.Tray,trei, schenkblad, bakje, tobbe, lade;Tray-cloth= kleedje onder theeblad.Treacherous,tretšərɐs, verraderlijk; subst.Treacherousness=Treachery,tretšəri, verraad, trouweloosheid.Treacle,trîk’l, (suiker)stroop, theriakel;Treacle-stick= strooppil; adj.Treacly.Tread,tred, subst. stap, trede, schrede, hanetrede;Treadverb. treden (ook van vogels), trappen, drukken, wandelen, volgen, paren:Totread grapes= druiven treden;Totread (the) water= water treden;Totread in a person’s (foot)steps(fig.);Hetreads on it, treads it under foot= vertrapt het, zet er den voet op;Onetrod on the heels of the other= de een kwam vlak achter den ander aan;We havetrod(den) outthe fire= uitgetrapt;Tread-mill= tredmolen;Treader;Treadle,tred’l, trapper (v. naaimachine, etc.), trede, pedaal, hanetrede;Treadleverb. trappen.Treason,trîz’n, verraad:High treason= hoogverraad;Treasonable= verraderlijk; subst.Treasonableness.Treasure,trežə, subst. schat;Treasureverb. vergaren, verzamelen, bewaren als een schat:Hetreasured upall these memories= bewaarde zorgvuldig;Treasure-house= schatkamer;Treasure-seeker= schatgraver;Treasure-trove= gevonden schat;Treasurer= schatmeester:Treasurership.Treasury,trežəri, schatkamer, schatkist, departement v. financiën (Treasury-department) en de ambtenaren (Het nominale hoofd isthe First Lord of the TreasuryofLord High Treasurer, gewoonlijk dePremier. Hem ter zijde staan:The Chancellor of the Exchequeren3 Lords CommissionersofJunior Lords);Treasury-bill (Treasury-bond, Treasury-note)= schatkistobligatie;Treasury-bench= voorste bank (regeeringsbank), rechts van denSpeakerin hetHouse of Commons;Treasury-warrant= schatkistontvangbewijs.[588]Treat,trît, subst. onthaal, traktatie, genot;Treatverb. behandelen, handelen over, ontwikkelen, bespreken, onderhandelen, onthalen:It is a treat to me= genot, traktatie;It is my treat now= nu moet ik een rondje geven;He insisted onstanding treat= wou trakteeren;You havetreated me well, ill= mij goed, slecht behandeld;Hetreated ofmany subjects= handelde over;Hetreated us toa bottle and some excellent cigars= schonk eene flesch en liet ons lekkere sigaren rooken;He treated me to the theatre;I’ll treat myself to a new coat= me de weelde veroorloven;Ambassadors were sent totreat with Russia= te onderhandelen;Treater= onderhandelaar, verhandelaar, onthaler;Treatise,trîtis, verhandeling;Treatment= behandeling, handelwijze:I amunder treatment= geneesk. behandeling;Treaty= verdrag, tractaat:Tobreak, make, violate a treaty= verbreken, aangaan, schenden;Treaty of commerce;Treaty of partition= verdeelingsverdrag;They arein treaty withthe Greeks= in onderhandeling met.Treble,treb’l, subst. het drievoudige; hooge bovenstem, discant, sopraan; adj. drievoudig, hoog (van stem of instrument);Trebleverb. verdrievoudigen, driedubbel worden:Theboy trebles= jongenssopranen;You are doubly, naytrebly blessed= dubbel, neen driewerf gezegend.Tree,trî, subst. boom, as, leest, galg (in samenst.);Treeverb. in een boom jagen of vluchten, in verlegenheid brengen of in de macht krijgen, op de leest zetten:As the tree so the fruit= zoo boom zoo vrucht; de appel valt niet ver van den boom;He isat the top of the tree= hij heeft het hoogste punt bereikt;I have got youup a tree= in mijn macht, je zit er leelijk in;Tree of knowledge= boom der kennisse des goeds en des kwaads;Tree of life= boom des levens;Books, bound inTree-calf= kalfsleer met boomfiguren;Tree-deity= afgodsboom;Tree-frog= boomkikvorsch;Tree-louse= bladluis;Tree-nymph= dryade;Tree-toad= boomkikvorsch;Tree-worship= boomvereering;Treeless= zonder boomen;Treelike= als een boom.Treenail,trîneil, houten nagel.Trefoil,trîfôil, klaver(blad).Trek,trek, trekken (in een ossenwagen); subst. trek, reis (Z. Afr.);Trek-chain.Trellis,trelis, latwerk, traliewerk, leilatten;Trellis-fence;Trellis-gate;Trellis-work= kruiselings loopende latten voor veranda’s, priëeltjes, etc.;Trellised= met latwerk.Trelawny,trəlôni.Tremble,tremb’l, subst. beving, vrees;Trembleverb. beven, rillen, sidderen, schudden, trillen:I amall of (in) a tremble= beef over mijn geheele lijf;Hetrembled with fear= van angst;Totremble in every limb, in one’s shoes;Tremblement= triller (muz.);Trembler= bever, riller;Trembling:Trembling in the balance= onzeker;Trembling-poplar= ratelpopulier.Tremendous,trimendəs, geducht, verschrikkelijk; subst.Tremendousness.Tremolo,treməlou, triller, trilling.Tremor,tremə, rilling, huivering:In a tremor;Tremor cordis= hartklopping;Tremulous,tremjulɐs, bevend, trillend, sidderend; subst.Tremulousness.Trenail=Treenail.Trench,trenš, subst. gracht, greppel, sloot, afvoersloot, loopgraaf;Trenchverb. eene sloot of greppel graven, loopgraven maken, inbreuk maken op (on,upon), diep graven of ploegen:The enemyopened the trenches= begon met de loopgraven;Trench-plough= diepsnijdende ploeg;Trenchancy= scherpheid;Trenchant,trenš’nt, snijdend, scherp, bits;Trencher= graver, houten schotel, broodplank, tafel:Trencher(-cap)= hoofddeksel (met vierkant bovenstuk) van de E. studenten;Trencher-man= goed en smakelijk eter =Trencher-mate.Trend,trend, subst. neiging, richting, geer, bocht;Trendverb. geeren, zich richten, loopen, zich uitstrekken:Thetrend of the sea-shore= de bocht der zeekust;The coasttrended tonorth= de kust liep noord.Trennel,tren’l,trɐn’l=Treenail.Trental,trent’l, Gregoriaansche mis: Dertig missen, één per dag, vooral voor overledenen.Trepan,trəpan, schedelzaag of -boor, boormachine;Trepanverb. doorboren of trepanneeren;Trepanner.Trepidation,trepideiš’n, siddering, trilling, beverigheid, ontsteltenis.Trespass,trespəs, subst. overtreding, zonde, nadeel;Trespassverb. overtreden, zondigen, schenden, te ver gaan, misbruik maken, zich indringen:Forgive us our trespasses as we forgive them that trespass against us= vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren;Totrespass on (upon) a law, upon a person’s good nature= overtreden.… misbruik maken van;No trespassing on the railway is allowed= de toegang tot den spoorweg is verboden;I hope I have nottrespassed upon your time= niet te veel van uw tijd geroofd heb;Trespasser.Tress,tres, (haar)lok, krul, vlecht;Tressed.Trestle,tres’l, stellage, bok, schraag;Trestle-board= teekenbord;Atrestle-bridge= schraagbrug;Trestle-work= steigerwerk of viaduct op palen en schragen (Amer.).Tret,tret, goed gewicht, vier Eng. ponden toe op elke 100.Trevelyan,trəvelj’n;Treves,trîvz, Trier.Trevet,trevet. ZieTrivet.Trey,trei, drie (op dobbelsteen of kaart).Triable,traiəb’l, wat beproefd kan worden; subst.Triableness;Trial,traiəl, proef, experiment, verhoor, (gerechtelijk) onderzoek, beproeving:By way of trial;On trial= op proef;On one’s trial= in verhoor, in onderzoek;Hour of trial;He’s a great trial to us= baart ons veel zorgen;Atrial man= iemand, die “op proef” genomen wordt;Thepestandtrialof the libraries= plaag en beproeving;A trial at bar= processen waarbij de 4 rechters v. het oudeSuperior Courtwaren betrokken, zoodat aan 3 Courts geen zaken behandeld konden worden;A trial by jury= gerechtelijk onderzoek door[589]de jury;He wasbrought to (put to) his trial= werd in verhoor genomen, vervolgd;Tocommit for trial= naar een rechtbank verwijzen;Let himhave a trial= laat het hem eens probeeren;Tomake a trial of= de proef nemen;Tomove for a new trial= appelleeren;To be put on (committed for) trial= in verhoor genomen, vervolgd worden;The steamergave much satisfaction in her trials= op den proeftocht (=Trial-trip);Trial-balloon= proefballon (ookfig.).Triangle,traiaŋg’l, driehoek, triangel;Triangular,traiaŋgjulə, driehoekig:Triangular compasses= passer met drie beenen;Triangulate,traiaŋgjuleit, trianguleeren;Triangulation= triangulatie.Trias,traiəs, triasformatie; adj.Triassic.Tribal,traib’l, v. een stam:Thetribal ruleswhich regulate savage life;Tribe,traib, stam, klasse, geslacht, familie, troep;Tribes-man, lid van een stam.Tribrach,traibrak, voet v. drie korte syllaben.Tribulation,tribjuleiš’n, groot verdriet, zware beproeving.Tribunal,traibjûn’l, rechtbank, gerechtshof, rechterstoel, biechtstoel;Tribune,tribjûn, tribuun, tribune;Tribuneship.Tributary,tribjutəri, subst. en adj. schatplichtig(e staat); zijrivier (=Tributary stream);Tribute,tribjut, schatting, cijns, schatplichtigheid:Topay the tribute of nature= den tol der natuur betalen;Tribute-money= cijns, schatting.Tricapsular,traikapsiulə, met drie kapsels of cellen.Trice,trais, ophijschen.Trice,trais, oogenblikje:In a trice= in een wip.Tricentenary,traisentənəri. ZieTercentenary; adj.Tricentennial.Triceps,traiseps, driehoofdig.Trichina,trikainə, trichine;Trichinosis,trikinousis, trichinenziekte; adj.Trichinous,trikinɐs,trikainəs.Trichord,traiköd, subst. en adj. driesnarig (instrument).Trick,trik, subst. streek, kunstgreep, handigheid, poets, grap, trek, slag, “volte”, eigenaardigheid, roergang (scheepst.);Trickverb. bedriegen, bedotten; versieren, opschikken:Boy’s trick= kwajongensstreek;Tricks of fortune= grillen;Don’t come your tricks here= haal hier geen streken uit;He hasdone the trick= is dood, kapot;He alwayshad the bad trickof mumbling= de slechte gewoonte;Wehave the odd trick= één slag (trek) meer;Iknew every trick of his face= iedere uitdrukking;I know a trick worth two of that= daar loop ik niet in;Heknows a trick or two= is uitgeslapen;Heplayed you a bad trick= heeft u eene leelijke poets gebakken;Toshow tricks= kunstjes vertoonen;Hetricked me outof a considerable sum= bedroog mij voor;I am tired of thosedramatic trick-changes= die dramatische verrassingen;Tricker= bedrieger;Trickery= bedriegerij, bedotterij;Trickiness, subst. v.Tricky;Trickish= vol streken, bedriegelijk; subst.Trickishness;Tricksiness, subst. v.Tricksy;Trickster= bedrieger, schurk;Tricksy= schalksch, snaaksch, fijn;Tricky= vol streken, ondeugend, snaaksch.Trickle,trik’l, zachtkens vloeien, in droppels neerdalen:The bloodtrickled down my fingers= liep tappelings langs mijne vingers.Trick-track,triktrak, triktrakspel.Triclinium,traikliniəm, stel lage divans om drie zijden eener eettafel, elk stel voor drie personen; Rom. feestzaal.Tricolour,traikɐlə, driekleurig(e vlag);Tricoloured.Tricot,trîkou, tricot.Tricycle,traisik’l, subst. driewieler;Tricycleverb. op een driewieler rijden;Tricyclist= rijder op een driewieler.Tridactyl(ous),traidaktil(ɐs), met drie teenen of vingers.Trident,traid’nt, drietand, oppermacht ter zee;Tridentate(d),traidentit(traidenteitid), met drie tanden.Tridentine,traidentin, subst. en adj. het concilie v. Trente of de stad betreffend.Tridimensional,traidimenšən’l, met drie afmetingen.Tried,traid, beproefd:A tried friend= trouw;Trier,traiə, vroeger een bepaald rechter.Triennial,traienj’l, driejarig, driejaarlijksch.Trifid,traifid, in drieën gespleten.Trifle,traif’l, subst. kleinigheid, beetje, beuzeling, schoteltje v. een gebak in sherry gedrenkt en met room en geslagen eieren bedekt;Trifleverb. spelen, spotten, beuzelen, verbeuzelen:I don’tstand upon trifles= zie niet op die kleinigheden;You aretrifling awayyour time and money= ge vermorst;Don’ttrifle with me= houd me niet voor den gek;Trifler= beuzelaar;Trifling expenses= niet noemenswaardige uitgaven.Trifoliate(d),traifouljit(traifouljeitid), driebladig;Trifolium,traifoulj’m, klaver.Trifurcate(d),traifɐ̂kit(traifɐ̂kieitid), met drie takken of vorken.Trig,trig, keurig, netjes.Trig,trig, subst. remblok, remschoen;Trigverb. remmen, vastzetten.Trigger,trigə, trekker (v. een vuurwapen):Topull the trigger= afvuren;Trigger-guard= beugel (onder den trekker).Trigon,traigon, trigoon, driehoek; het samenkomen v. drie teekens van den Dierenriem;Trigonal,trigən’l, driepuntig, driehoekig;Trigonometric(al),trigənəmetrik(’l), tot de driehoeksmeting behoorende;Trigonometry,trigənomətri, driehoeksmeting.Trigraph,traigrâf, drie klinkers met één klank, b.v.eauinbeau.Trihedral,traihîdr’l,traihedr’l, met drie gelijke zijden.Trike,traik, verb. vanTricycle:These girls areadepts at triking= rijden goed op driewielers.Trilateral,trailatər’l, driezijdig.Trilinear,trailinjə, met drie lijnen.Trilingual,trailiŋgw’l, in drie talen.[590]Triliteral,trailitər’l, (woord) v. drie letters.Trill,tril, subst. trilling, getrilde letter (zooals de Nederl.r), tremblant (muz.);Trillverb. trillen, vibreeren.Trillion,trilj’n, trillioen, 1 met 18 nullen (Amer.1 met 12 nullen).Trilobite,triləbait, zeker fossiel schelpdier.Trilogy,trilədži, trilogie.Trim,trim, subst. toestand, staat, orde, kleeding, gala, opschik, garneersel; adj. netjes, keurig, proper, goed passend;Trimverb. in orde brengen, netjes maken, versieren, uitrusten, snoeien, bijknippen, garneeren, opmaken, oprakelen, schoonmaken, terechtwijzen, geschikt maken, in goeden staat brengen (van een schip met betrekking tot lading, ballast, masten, enz.):We arein good trim= in goeden staat, op alles voorbereid;She was dressedin regulation trim= gekleed overeenkomstig de voorschriften (op bals, etc.);Out of trim= slecht gestouwd;Itrimmed him= veegde hem den mantel uit;Totrim a candle= snuiten;Will youtrim the fire? = vuur oppoken (en den haard aanvegen, etc.);Hetrimmed the lamp= maakte de lamp in orde;I havetrimmed this piece inhere= dit stuk hier ingepast;The sails were trimmed= zoo gunstig mogelijk (naar den wind) gezet;Totrim one’s sails accordingly= de huik naar den wind hangen;Independent members do nottrim topolitical demagogues= schikken zich niet naar;Trimmer= tremmer, politieke weerhaan, terechtwijzer, terechtwijzing;Trimming= terechtwijzing, pak slaag; onstandvastigheid, weifelmoedigheid;Trimmings= oplegsel, garneersel, toespijzen:Tea with trimmings;Trimness= netheid, etc.Trimeter,trimətə, drievoetige versregel.Trinal,train’l, drievoudig:Trinal unity.Tringle,triŋg’l, gordijnroede, kleine kroonlijst.Trinidad,trinidad.Trinitarian,trinitêrj’n, subst. en adj. (belijder) v. de drieéénheidsleer;Trinitarianism= het leerstuk der drieéénheid;Trinity,triniti, drieéénheid:Trinity-house= oude corporatie te Londen bij welkeo.a.het toezicht op vuurtorens en boeien aan kusten en in rivieren berust;Trinity-Sunday= Zondag na Pinkster;Trinity-term= een der vier termijnen (22 Mei–12 Juni) gedurende welke Londensche rechtscolleges zitting hielden; thansTrinity Sittingsvan Dinsdag na Pinkster tot 12 Augustus.Trinket,triŋkət, kleinood, lijfsieraad in ’t algemeen;Trinketverb. intrigueeren.Trinomial,trainoumj’l, subst. en adj. drienamig(e term) =Trinominal,trainomin’l.Trio,traiou,trîou, trio, klaverblad (fig.).Triolet,traiəlet,trîəlet, triolet.Trior,traiə, ambtenaar, die onderzoekt of eene wraking van juryleden juist is.Trip,trip, subst. trippelpas, getrippel, uitstapje, gang, slag, beentjelichten, struikeling, misstap, val, kleine fout;Tripverb. trippelen, vlug loopen, huppelen, een uitstapje doen, struikelen, een mispas doen, dwalen, op eene fout betrappen, beentje lichten:Theywent on their wedding-trip= op hun huwelijksreisje;Her foot tripped= zij struikelde;Itripped him up= heb hem den voet gelicht;Theytripped up one another’s heels= volgden elkander onmiddellijk, zaten elkaar achterna;I wastripped up by that branch= struikelde over dien tak. ZieTripper.Triparted,traipâtid, in drie stukken verdeeld;Tripartite,tripətait,traipâtait, in drie deelen verdeeld, in triplo;Tripartition,tr(a)ipâtiš’n, verdeeling in drieën.Tripe,traip, pens, ingewanden, buik.Tripetalous,traipetəlɐs, driebladig.Triphthong,tripthoŋ,trifthoŋ, drieklank; adj.Triphthongal,tripthoŋg’l,trifthoŋg’l.Triple,trip’l, adj. drievoudig, driemaal;Tripleverb. verdrievoudigen;Triple-crown= pauselijke kroon;Triple-headed= driehoofdig;Triplet,triplət, subst. trio, drieling, drieregelig versje, fiets voor 3 personen; adj. drievoudig;Triplex,traipleks, trippelmaat;Triplicate,triplikit, verdrievoudigd, drievoudig; subst. triplicaat;Triplication= verdrievoudiging, tripliek;Triplicity,triplisiti, drievoudigheid.Tripod,traipod, drievoet(ige stoel, tafel of ketel).Tripoli,tripəli, Tripoli;Tripoline,tripəl(a)in;Tripolitan,tripolit’n, (bewoner) van T.Tripos,traipos, hetHonours-Exam.te Cambridge voor denB.A.graad.Tripper,tripə, trippelaar, danser, pleizierreiziger:Cheap trippers= pleizierreizigers;Tripple= korte galop:Heput the tired nag into a sort of trippleor ambling canter much affected by South-African horses.Triptych,triptik, een uit drie deelen bestaande altaarschilderij; antiek waschtafeltje met 2 bladen, die konden worden dichtgeslagen.Triradiate(d),traireidjit(-eitid), met drie stralen.Trireme,trairîm, galei met 3 rijen roeibanken boven elkaar.Trise,trais, opeischen.Trisect,traisekt, in drie gelijke deelen verdeelen; subst.Trisection,traisekš’n.Trispermous,traispɐ̂məs, driezadig.Trisyllabic(al),trisilabik(’l), drielettergrepig;Trisyllable,tr(a)isiləb’l,trisiləb’l, drielettergrepig woord.Trite,trait, afgezaagd, alledaagsch; subst.Triteness.Triton,trait’n, zeegod, watersalamander:He isa Triton among the minnows= steekt verre boven zijns gelijken uit.Triturate,tritjureit, tot fijn poeder malen of stampen; subst.Trituration.Triumph,traiəmf, subst. triomf, zegepraal;Triumphverb. zegepralen, zegevieren:He hastriumphed overall difficulties= glansrijk overwonnen;Triumphal,traiɐmf’l, zegevierend:Triumphal arch= eereboog;Triumphal car= zegekar;Triumphant,traiɐmf’nt, zegevierend, zegepralend:Triumph car (chariot)= zegekar;Triumpher= triumphator.Triumvir,traiɐmvɐ̂, drieman;Triumvirate,traiɐmvirit, driemanschap.Triune,traijûn, drieëenig.[591]Trivalvular,traivalvjulə, driekleppig.Trivet,trivət, treeft, drievoet:I am (as) right as a trivet= ik ben zoo gezond als een visch.Trivial,trivj’l, triviaal, onbeduidend, plat:Trivial name= populaire naam voor dier of plant;Triviality,trivialiti, alledaagschheid, onbeduidend iets:Trivialverb.Trivialize; subst.Trivialness.Trivium,trivj’m, naam voor de drie hoofdvakken in de Middeleeuwen: grammatica, rhetorica en logica.Triweekly,traiwîkli,traiwîkli, driemaal per week (verschijnend blad).Troat,trout, subst. het schreeuwen van een hert in den bronsttijd;Troatverb. schreeuwen (van een hert).Trochaic,trəkeiik, trochaeisch.Troche,troutš,trouk,troukî, (artsenij)tablet.Trochee,troukî, trochee.Trochil(us),trokil(ɐs), soort kolibri; tuinkoning.Trod,trod, imperf. v.to tread;Trod(den),trod(’n), p. perf. vanto tread.Troglodyte,tro(u)glədait, holbewoner; adj.Troglodytic(al),trogləditik(’l).Trojan,troudž’n, subst. en adj. Trojaan(sch).Troll,troul, subst. lied (kànon), rondzang, rolletje aan een hengel, soort kunstaas; aardgeest;Trollverb. rollen, ronddraaien, rondgeven, neuriën, lokken, aantrekken, hengelen, slenteren, een rondzang aanheffen.Trollop,troləp, slons, slet;Trollopy= slonzig, vuil, zedeloos.Trollope,troləp.Troll(e)y,troli, kar, lorrie, rol- of sledecontact bij electr. trams.Trombone,tromboun, schuiftrompet.Troop,trûp, subst. troep, hoop, menigte, escadron;Troopverb. in een troep loopen, tot troepen of in eene menigte vereenigen, aftrekken (away):Toget one’s troop= ritmeester worden;He sold out, andthe sale of his troopgave us a competence= hij kocht zich uit, en de opbrengst van zijne ritmeestersplaats verschafte ons genoeg om van te leven;Troops of the line= linietroepen;Tolevy (raise) troops;Trooping the colours= paradeeren;A troop-horse= cavaleriepaard;Troop-ship= transportschip;Trooper= cavalerist, transportschip:Heswears like a trooper= vloekt als een dragonder.Trope,troup, redefiguur, fig. uitdrukking.Trophy,trofi, zegeteeken, tropee.Tropic,tropik, subst. keerkring:Tropic of Cancer= kreeftskeerkring;Tropic of Capricorn= steenbokskeerkring;The Tropics= de Tropen;Tropical= tropisch, beeldsprakig:Tropical fruit.Trossachs,trosaks.Trot,trot, subst. draf; dribbeltje of hummeltje;Trotverb. draven, in draf zetten:Little trots offour or five years old= kleine hummels;A jog-trot= sukkeldrafje;At (On a) full trot= in vollen draf;Hebrought his horse to a trot= bracht zijn paard in draf;He wasdriving on at full trot= in vollen draf;Togo for a trot= een eindje omstappen;Tokeep a person on the trot all day= in touw houden (fig.);Totrot out= voorrijden;We’ll have totrot you out= wij zullen u moeten examineeren, u zal op de koord moeten. ZieTrotter.Troth,troth, trouw, geloof, waarheid, trouwbelofte:By my troth= op mijn woord;In troth= voorwaar, waarachtig;Theyplighted their troth= beloofden elkaar trouw.Trotter,trotə, draver, (schape-, of varkens)poot;Trotting:Trotting-horse= harddraver;Trotting-match= harddraverij.Trottoir,trotwâ, plaveisel.Troubadour,trûbədûə, troubadour.Trouble,trɐb’l, subst. onrust, zorg, droefheid, verlegenheid, ongeluk, moeite, inspanning;Troubleverb. verontrusten, storen, lastig vallen, hinderen, verdriet doen, moeite veroorzaken, angst aanjagen:Tobe at the trouble to= zich de moeite geven om;Tobe in trouble= in zorgen zitten;Tobring trouble upon oneself= zich in ’t ongeluk storten;Troubles like crows seldom come singly= een ongeluk komt zelden alleen;My boy, you’llget into trouble= je loopt erin, je krijgt nog straf;There’s no good in meeting trouble= geen zorg vóór den tijd;I fear I haveput you to some trouble= dat ik u last heb veroorzaakt;Will youtake the trouble? = de moeite doen, u den last getroosten;You might haresaved me that trouble= dien last kunnen besparen;I willspare no trouble= geen moeite ontzien;Don’ttrouble (your head) aboutthis= heb daar geene zwarigheid over;I willtrouble myselfno moreabouthim= me niet meer druk om hem maken;May Itrouble you forthe gravy? = om de jus verzoeken;There the wicked cease from troubling= daar houden de boozen op van beroering (Job. III, 17);Tofish in troubled water= in troebel water visschen;Troubler= verontruster, verstoorder;Troublesome= lastig, moeilijk, vervelend:My back is troublesome= ik heb last van (pijn in) mijn rug; subst.Troublesomeness;Atroublous life= leven vol zorgen;In troublous times= in tijden van beroering.Trough,trof, trog, bak, etensbak, golfdal =Trough of the sea.Trounce,trauns, afrossen, uitschelden;Trouncing= afstraffing.Troupe,trûp, troep tooneelspelers.Trousering,trauzəriŋ, broekstof;Trousers= lange broek:A pair of trousers= eene broek;Togo into trousers= een lange broek aankrijgen;Toturn up the end of one’s trousers= zijn broekspijpen omslaan;Trouser-strip= galon.Trousseau,trûsou, uitzet van de bruid.Trout,traut, forel(len);Trout-coloured= forelkleurig (wit met zwarte spikkels);Trout-farm= kweekerij;Troutlet= kleine forel.Trouvère,trûvêə, minnezanger.Trove,trouv.ZieTreasure;Trover= bezitverkrijging door vinden, onrechtmatige toeëigening:Action of trover= aanklacht wegens deze toeëigening.Trow,trau,trou,trû, gelooven, vertrouwen.Trowbridge,troubridž.Trowel,trauəl, subst. troffel;Trowelverb. met[592]een troffel opleggen;You arelaying it on with a trowel= legt het er dik op (fig.).Troy,trôi, Troje, Troyes (stad Z.O. v. Parijs):Troy(-weight)= gewicht van 12ouncesin hetpound(= ±373,242 gr.), alléén voor goud, zilver en juweelen; medicijnen.Truancy,trûənsi, wegblijven, schoolverzuim;Truant,trûənt, plichtverzakend, lui, de school verzuimend; subst. leeglooper, spijbelaar;Truantverb. omboemelen, spijbelen:He oftenplays (the) truant= spijbelt dikwijls;Torun truant= wegloopen;Truant-school= school voor geregelde verzuimers.Truce,trûs, wapenstilstand, tijdelijke opschorting:Flag of truce= witte (parlementaire) vlag;A truce toyour doggerel= schei uit met je gerijmel;You havebroken (the) truce= den wapenstilstand verbroken;Tomake truce with= een wapenstilstand sluiten;Truce-breaker= verbreker van afspraak of wapenstilstand.Truck,trɐk, subst. ruilhandel, huishoudelijke artikelen, handel, gedwongen winkelnering, verkeer; groente, afval (Amer.); katrol, handwagen, lage stellage op wielen, lorrie, open goederenwagen, kleine ronde schijf of kloot boven aan vlaggestok of mast;Truckverb. ruilhandel drijven, schacheren, venten, in trucks overladen of verzenden;Truck-man= ruilhandelaar, wagenrijder;Truck-system= gedwongen winkelnering;Truckage,trɐkidž, ruilhandel, vervoerloon;Truckful= wagenvol.Truckle,trɐk’l, subst. wieltje, rolletje;Truckleverb. voortrollen; zich aan den wil van anderen onderwerpen, slaafsch zijn, kruipen voor (to), voortrollen;Truckle-bed= ledikant op rolletjes;Hetruckles to circumstances= onderwerpt zich aan de omstandigheden;People crawl andtruckle forsocial success= kruipen en buigen zich;Truckler= kruiper.Truculence,trɐkjulens, woestheid, wreedheid, woest uiterlijk;Truculent= ruw, wreed, vreeselijk.Trudge,trɐdž, voortsukkelen, zich voortslepen:Hetrudged afterhis father= sukkelde achter zijn vader aan.True,trû, waar, trouw, standvastig, eerlijk, echt, zeker, regelmatig, recht, rechtmatig, juist:What you say there istrue enough= is volkomen waar;He wastrue tohis country and loyal to his king= trouw aan koning en vaderland;True to one’s word;He gave us atrue accountof it= een nauwkeurig verhaal;True bill= uitspraak v. deGrand Jury, dat na onderzoek van het bewijsmateriaal rechtsingang zal worden verleend met verwijzing naar dePetty Jury (Panel);A perfectly true circle= volkomen;True copy= eensluidend afschrift;Tocome true= uitkomen (v. droomen);Togo true= goed loopen (v. horloges);Tohold true= waar blijven;Toprove true= waar blijken;True-blue, subst. trouw, oprecht en eerlijk persoon, echte Tory; adj. onwrikbaar, trouw en eerlijk;True-born= echt, van wettige geboorte;True-bred= van echt ras, van goede opvoeding;True-hearted= trouwhartig, eerlijk; subst.True-heartedness;True-love, subst. minnaar, geliefde;True-love(r’s)-knot= soort van dubbele knoop (zinnebeeld v. wederzijdsche trouw en liefde);Truepenny= eerlijke vent;Trueness= trouw, oprechtheid, juistheid, etc.Truffle,trɐf’l, truffel;Truffle-dog= truffelzoeker (hond);Truffle-hunter.Trug,trɐg, kalkbak; ⅔ bushel; groentemand.Truism,trûizm, gemeenplaats, waarheid als eene koe.Trullization,trɐlizeiš’n, het pleisteren.Truly,trûli:Yours truly= hoogachtend uw, etc.Trump,trɐmp, subst. troefkaart, goede kerel, kranige vent;Trumpverb. troeven, troef (uit)spelen, verzinnen, opdrijven:Tocall for trumps= vragen;Tolead off a trump= opkomen met;Toplay trumps;He wasput to his trump(s)= tot het uiterste gebracht;You alwaysturn up trumps= gij boft altijd, u loopt alles mee =All your cards are trumps;Trumped-up= verzonnen, waardeloos:An accusation wastrumped up againstus= werd tegen ons verzonnen;Trumpery, subst. vodden, prulleboel, bedriegerij; adj. waardeloos, prullerig.Trumpet,trɐmpət, subst. trompet, scheepsroeper, uitbazuiner;Trumpetverb. met veel ophef bekend maken, uitbazuinen, uitbundig prijzen, trompetten:The last trumpet= de bazuin van den oordeelsdag;A flourish of trumpets= fanfare;Heblows (sounds) his own trumpet= verkondigt zijn eigen lof;Hetrumpeted forth his friend’s praise= stak de loftrompet over zijn vriend;Trumpet-call= trompetsignaal;Trumpet-fish= trompetvisch;Trumpet-fly= schapenhorzel;Trumpeter= trompetter, loftuiter, schetteraar, trompetvogel; soort duif.Truncal,trɐŋk’l, tot den stam of romp behoorende;Truncate,trɐŋkit, adj. afgeknot;Truncateverb. (trɐŋkeit),afknotten, snoeien:Truncated cone (pyramid)= afgeknotte kegel (piramide);Truncation,trɐŋkeiš’n, afknotting, het afgeknot zijn.Truncheon,trɐnš’n, subst. stam, stomp, schacht, staf, knuppel, maarschalksstaf;Truncheonverb. afrossen.Trundle,trɐnd’l, subst. rol, wieltje, rolwagen;Trundleverb. rollen, doen rollen, hoepelen:Let them trundle= laat ze loopen;Trundle-bed= rolbed;Trundle-head= kop v. een kaapstander;Trundle-tail= krulstaart.Trunk,trɐŋk, romp, stam, snuit (v. olifant), neus, koffer, hoofdlijn (voor spoor of telefoon); bak, koker:Trunks=Trunk-hose= korte wijde broek boven de knieën ingenomen;Trunk-line= hoofdlijn van spoor, kanaal, etc.;Trunk-maker= koffermaker;Trunk-root= hoofdwortel;Trunk-sleeve= pofmouw.Trunnel,trɐn’l=Treenail.Trunnion,trɐnj’n, tap (van een kanon).Truss,trɐs, subst. bundel, pakje, bosje, stellage of geraamte, pianokast, breukband, console;Trussverb. stijf binden, opstroopen, terecht trekken van kleeren, versterken, opmaken:Hetrussed onhis rags= hing zijne lompen om;Hetrussed uphis hair= bond[593]op;A trussed fowl= opgemaakte vogel (gereed om te worden gebraden);Truss-maker= breukbandenmaker.Trust,trɐst, subst. vertrouwen, geloof, toevertrouwd iets, deposito, crediet, zorg, vereeniging v. personen ten einde het monopolie te verkrijgen of te behouden;Trustverb. vertrouwen, gelooven, toevertrouwen, crediet geven, lichtgeloovig zijn, zich verlaten op:A distillers’ trust= vereeniging van distillateurs;Breach of trust= trouwbreuk;Position of trust= post van vertrouwen;Togive trust= crediet geven;You arein my trust= mij toevertrouwd, onder mijne hoede;Bondsin trust= effecten, etc. in bewaring;The watch wascommitted to my trust= mij ter bewaring toevertrouwd;Don’tput your trust insuch people= stel geen vertrouwen in;Itook it on trust= op goed geloof;I willtrust him no further than I can see;it wastrusted to my care= toevertrouwd aan;I willtrust you withthis= u dit toevertrouwen;Trust me for that= daar kunt ge op aan;Trust him to do it= hij “lapt net hem” wel;Trustee,trɐstî, beheerder, gevolmachtigde, commissaris, curator;Trustship;Trustful= vertrouwend; subst.Trustfulness;Trustless= niet te vertrouwen; subst.Trustlessness;Trustworthiness, subst. vanTrustworthy= trouw, vertrouwd, beproefd.Truth,trûth, waarheid, oprechtheid, getrouwheid, standvastigheid:Hedid truth= hij volgde Gods bevelen;Why don’t you speak the truth?= waarom zegt gij de waarheid niet;In truth= in waarheid, waarachtig, inderdaad;Of a truth= waarlijk;Truth-ful= waarheidlievend, vertrouwbaar; subst.Truthfulness.Truttaceous,trəteišəs, forellen …Try,trai, subst. proef, poging;Tryverb. beproeven, onderzoeken, op de proef stellen, verhooren (rechtbank), aanwenden, verleiden, ondervinden, ijken, aangrijpen, veel vergen, uitbraden, raffineeren, inschieten:Tohave a try at= eens probeeren;I havetried hardto do it= ik heb terdeeg mijn best gedaan;I willtry conclusions with him= het tegen hem opnemen;Thattries the eyes= vermoeit de oogen;Such worktries a man= pakt je aan;We willtry this quarrelhilt to hilt= dezen strijd met de degens uitmaken;Totry on= passen; probeeren:Itried onmy new coat= paste;Totry it on= bedriegen, van bedrog leven; probeeren hoeveel het (met iemand) lijden kan;Totry out= doorzetten, uitsmelten:We willtrythe matterout= wij zetten door tot de zaak beslist is;He wastried and condemned= verhoord en veroordeeld;Try-sail= gaffelzeil, bezaan;Try-your-weighter= automat. weegmachine. ZieTrying.Trygon,traigən, pijlstaartrog.Trying,trai-iŋ, lastig, smartelijk, moeielijk:Such thingsare trying toa man= hard voor;A trying climate= ongezond klimaat;He is very trying= geeft veel last.Tryst,trist,(plaats van) afgesproken bijeenkomst;Trysting-place= plaats van bijeenkomst.Tsar,tsâ, Czaar;Tsarevitch,tšârəvitš,tšâreivitš;Tsarina,tšârinə,Tsaritsa,tšaritsə.Tsetse,tsetsə, tsetsevlieg.T-square,tîskwêə, teekenhaak = T.Tub,tɐb, subst. tobbe, klein vat, badtobbe, lompe boot, kansel;Tubverb. in een tobbe doen, baden, een kuipbad nemen:Tale of a tub= bakersprookje;Tubs= boterkooper;Tub-fish= knorhaan;Tub-frock= japon, die gewasschen kan worden;Tub-man= een der twee bekwaamste advocaten van het vroegereCourt of Exchequer(de andere werdPostmangenoemd);Tub-pair= soort v. roeiboot;Tub-thumping= lawaaierige oratie;Tubber= soort v. houweel;Tubby= tobvormig, tonvormig; dof klinkend.Tuba,tjûbə, tuba (muziekinstr.).Tube,tjûb, subst. buis, pijp, tube, kanaal, lampeglas;Tubeverb. van pijpen of buizen voorzien:The Tube= de ondergrondsche spoorweg in Londen;India-rubber tube= gummislang;Test-tube= reageerbuisje.Tuber,tjûbə, vleezig gezwel, knol, aardappel;Tubercle,tjûbək’l, knolletje, kleine tuberkel;Tubercular,tjubɐ̂kjulə, vol knobbels of tuberkels:Tubercular consumption;Tuberculous,tjubɐ̂kjulɐs, lijdende aan tuberculose, vol tuberkels;Tuberculosis= tuberculose;Tuberose,tjûbərous,tjûbərous, subst. tuberoos (plant); adj. met knobbels of uitwassen; subst.Tuberosity,tjûbərositi, knobbeligheid, gezwel,zwelling;Tuberous=Tuberose.Tubular,tjûbjulə, buis-, koker- of cylinder-vormig;Tubular boiler= stoomketel met vlampijpen;Tubular bridge= kokerburg;Tubular post= luchtdrukpost;Tubule,tjûbjûl, pijpje, buisje;Tubuliform= in den vorm van een buisje.Tuck,tɐk, subst. opnaaisel, omslag, netje, lekkernijen, eetlust; trommelslag, rapier;Tuckverb. opschorten, omslaan, inslaan, optrekken, vouwen, opstroopen, instoppen, zich zat eten (out), vollen (van laken), tokken (van eene kip):Tuck of drum= slag op trom;It wasnip and tuckwith us= het kwam er op aan, was een strijd op leven en dood;Tuck-shop= suikerbakkerij;Tuck-in(=Tuck-out) = traktatie;I havetuckedtheminwarmly= heb ze ingestopt;The handkerchief about his neck wastucked inat the bosom= was (nl. de punten er van) in zijn borst gestopt;Hetucked uphis sleeves= stroopte op;Theytuckedhimupas best they could= pakten hem in;Tucker= kanten halskraag of chemisette;Tuck(ing)-mill= volmolen.

Transoceanic,transoušanik, aan de andere zijde van den oceaan.Transom,trans’m, dwarsbalk:Transom-window= raam met dwarsbalk.Transparence, Transparency,transpêr’ns(i), doorzichtigheid, transparant;Transparent= doorzichtig, doorschijnend, klaarblijkelijk; subst.Transparentness.Transpirable,transpairəb’l,wat kan uitlekken enz.;Transpiration,transpireiš’n, uitwaseming, zweet;Transpire,transpaiə, uitwasemen, uitdampen, aan het licht komen, uitlekken, gebeuren.Transplant,transplânt, overplanten, overbrengen;Transplantation= verplanting, overbrenging;Transplanter= verplanter.Transport,transpöt, vervoer, transport, transportschip; verrukking, vervoering;Transport-ship= transportschip; schip waarmee gedeporteerden werden overgebracht.[587]Transport,transpöt, vervoeren, transporteeren, deporteeren, verzetten, meesleepen, verrukken:Faith transports mountains= het geloof verzet bergen;He wastransported for life= werd gedeporteerd;Transported with joy= vervoerd van vreugde;Transportability= vervoerbaarheid, etc.; adj.Transportable;Transportation= vervoer, overbrenging, etc.;Transporter= wie vervoert;Transporting= verrukkend, bekorend.Transposal,transpouz’l, verschikking, omzetting;Transpose,transpouz, verplaatsen, verschikken, omzetten, transponeeren;Transposition,transpəziš’n, verplaatsing, omzetting; adj.Transpositional.Transubstantiation,transɐbstanšieiš’n, verandering van brood en wijn in het lichaam van Jezus.Transudation,transiûdeiš’n, subst. v.Transude,transiûd, doorsijpelen, doorzweeten.Transvaal,transvâl.Transversal,transvɐ̂s’l, subst. dwarslijn, snijlijn; adj. dwars(loopend);Transverse,transvɐ̂s, subst. dwarsspier, transversaal; adj. dwars, diagonaal, transversaal.Transylvania,transilveinjə, Zevenbergen;Transylvanian, subst. en adj. (bewoner) van Z.Trap,trap, subst. val, strik, hinderlaag, klep, valdeur, karretje, soort trap of ladder, soort wagen, schabrak, dek, mond, klabak;Trapverb. in eene val of strik vangen, verstrikken, versieren:Man-trap= klem, voetangel;Traps= bagage, goederen, “spullen”;Trap-door= valdeur;Trap-door-spider= aardspin (met een door eene deur gesloten nest);Trap-tufa,Trap-tuff= vulcanische tufsteen;Trap-valve= valklep;Trapper= pelsdierjager, wagenpaard;Trappiness, subst. v.Trappy;Trappings,trapiŋz, paardentuig, harnachement, sieraad, opschik, versieringen;Trappy= slim, verraderlijk.Trapan,trəpan, subst. strik;Trapanverb. verstrikken:Trapanner of souls= zielverkooper.Trapes,treips, subst. slons;Trapesverb. rondloopen, vagebondeeren:I won’t betrapesing in the mud.Trapeze,trəpîz, zweefrek of trapezium;Trapeziform,trəpîziföm, als eenTrapezium,trəpîž’m, trapezium.Trappist,trapist, Trappist.Trash,traš, subst. snoeisel, uitschot, afval, rommel, prullen, geklets, zware halsband (om een jachthond vast te houden);Trashverb. snoeien; vernederen, onderdrukken, kwellen:Poor white trash= naam door negers der Zuidelijke Staten aan de armste blanken gegeven;Trashiness, subst. v.Trashy= nietswaardig, prullerig.Trass,tras, tras.Traumatic,trômatik, subst. en adj. wondheelend (middel); wond …Travail,travəl, subst. arbeid:Travails= barensweeën;Travailverb. zwoegen, in barensnood zijn.Trave,treiv, hoefslag; dwarsbalk.Travel,trav’l, subst. het reizen (Travels= (ontdekkings)reizen, reisverhalen);Travelverb. reizen, bereizen, doorreizen, trekken, zwerven, verdwijnen, heen en weer gaan:Totravel out of the record= afdwalen (fig.);Travelled= bereisd, ervaren, erratisch:Thefar travelled princess= die een verre reis had gedaan;A much travelled man, road;Traveller= reiziger:Totip the traveller= opsnijden;Traveller’s-joy= clematis, heggeboschdruif;Travelling:Traveling instructors= wandelleeraren.Traversable,travəsəb’l, betwistbaar; doortrekbaar, doorwaadbaar;Traverse,travəs, subst. dwarshout of -strik, middelschot, dwarsgang, wederwaardigheid, tegenspoed, koppelkoers (scheepst.), het doorreizen, streek, wending, uitvlucht; adj. dwars;Traverseverb. ronddraaien, draaien, dwars loopen (van paarden b.v.), kruisen, doorkruisen, stroomen (loopen) door, doorgaan; adv. dwarsover;Traverse-sailing= koppelkoers;Traverser= beugel, schuifring.Travesty,travəsti, subst. vermomming, travestie;Travestyverb. parodieeren:The trial degenerated intoa travesty ofjustice= eene parodie op.Travis,travis. ZieTrave.Trawl,trôl, subst. sleepnet (=Trawlnet);Trawlverb. met een sleepnet visschen;Trawler= visschersvaartuig dat met eentrawlvischt.Tray,trei, schenkblad, bakje, tobbe, lade;Tray-cloth= kleedje onder theeblad.Treacherous,tretšərɐs, verraderlijk; subst.Treacherousness=Treachery,tretšəri, verraad, trouweloosheid.Treacle,trîk’l, (suiker)stroop, theriakel;Treacle-stick= strooppil; adj.Treacly.Tread,tred, subst. stap, trede, schrede, hanetrede;Treadverb. treden (ook van vogels), trappen, drukken, wandelen, volgen, paren:Totread grapes= druiven treden;Totread (the) water= water treden;Totread in a person’s (foot)steps(fig.);Hetreads on it, treads it under foot= vertrapt het, zet er den voet op;Onetrod on the heels of the other= de een kwam vlak achter den ander aan;We havetrod(den) outthe fire= uitgetrapt;Tread-mill= tredmolen;Treader;Treadle,tred’l, trapper (v. naaimachine, etc.), trede, pedaal, hanetrede;Treadleverb. trappen.Treason,trîz’n, verraad:High treason= hoogverraad;Treasonable= verraderlijk; subst.Treasonableness.Treasure,trežə, subst. schat;Treasureverb. vergaren, verzamelen, bewaren als een schat:Hetreasured upall these memories= bewaarde zorgvuldig;Treasure-house= schatkamer;Treasure-seeker= schatgraver;Treasure-trove= gevonden schat;Treasurer= schatmeester:Treasurership.Treasury,trežəri, schatkamer, schatkist, departement v. financiën (Treasury-department) en de ambtenaren (Het nominale hoofd isthe First Lord of the TreasuryofLord High Treasurer, gewoonlijk dePremier. Hem ter zijde staan:The Chancellor of the Exchequeren3 Lords CommissionersofJunior Lords);Treasury-bill (Treasury-bond, Treasury-note)= schatkistobligatie;Treasury-bench= voorste bank (regeeringsbank), rechts van denSpeakerin hetHouse of Commons;Treasury-warrant= schatkistontvangbewijs.[588]Treat,trît, subst. onthaal, traktatie, genot;Treatverb. behandelen, handelen over, ontwikkelen, bespreken, onderhandelen, onthalen:It is a treat to me= genot, traktatie;It is my treat now= nu moet ik een rondje geven;He insisted onstanding treat= wou trakteeren;You havetreated me well, ill= mij goed, slecht behandeld;Hetreated ofmany subjects= handelde over;Hetreated us toa bottle and some excellent cigars= schonk eene flesch en liet ons lekkere sigaren rooken;He treated me to the theatre;I’ll treat myself to a new coat= me de weelde veroorloven;Ambassadors were sent totreat with Russia= te onderhandelen;Treater= onderhandelaar, verhandelaar, onthaler;Treatise,trîtis, verhandeling;Treatment= behandeling, handelwijze:I amunder treatment= geneesk. behandeling;Treaty= verdrag, tractaat:Tobreak, make, violate a treaty= verbreken, aangaan, schenden;Treaty of commerce;Treaty of partition= verdeelingsverdrag;They arein treaty withthe Greeks= in onderhandeling met.Treble,treb’l, subst. het drievoudige; hooge bovenstem, discant, sopraan; adj. drievoudig, hoog (van stem of instrument);Trebleverb. verdrievoudigen, driedubbel worden:Theboy trebles= jongenssopranen;You are doubly, naytrebly blessed= dubbel, neen driewerf gezegend.Tree,trî, subst. boom, as, leest, galg (in samenst.);Treeverb. in een boom jagen of vluchten, in verlegenheid brengen of in de macht krijgen, op de leest zetten:As the tree so the fruit= zoo boom zoo vrucht; de appel valt niet ver van den boom;He isat the top of the tree= hij heeft het hoogste punt bereikt;I have got youup a tree= in mijn macht, je zit er leelijk in;Tree of knowledge= boom der kennisse des goeds en des kwaads;Tree of life= boom des levens;Books, bound inTree-calf= kalfsleer met boomfiguren;Tree-deity= afgodsboom;Tree-frog= boomkikvorsch;Tree-louse= bladluis;Tree-nymph= dryade;Tree-toad= boomkikvorsch;Tree-worship= boomvereering;Treeless= zonder boomen;Treelike= als een boom.Treenail,trîneil, houten nagel.Trefoil,trîfôil, klaver(blad).Trek,trek, trekken (in een ossenwagen); subst. trek, reis (Z. Afr.);Trek-chain.Trellis,trelis, latwerk, traliewerk, leilatten;Trellis-fence;Trellis-gate;Trellis-work= kruiselings loopende latten voor veranda’s, priëeltjes, etc.;Trellised= met latwerk.Trelawny,trəlôni.Tremble,tremb’l, subst. beving, vrees;Trembleverb. beven, rillen, sidderen, schudden, trillen:I amall of (in) a tremble= beef over mijn geheele lijf;Hetrembled with fear= van angst;Totremble in every limb, in one’s shoes;Tremblement= triller (muz.);Trembler= bever, riller;Trembling:Trembling in the balance= onzeker;Trembling-poplar= ratelpopulier.Tremendous,trimendəs, geducht, verschrikkelijk; subst.Tremendousness.Tremolo,treməlou, triller, trilling.Tremor,tremə, rilling, huivering:In a tremor;Tremor cordis= hartklopping;Tremulous,tremjulɐs, bevend, trillend, sidderend; subst.Tremulousness.Trenail=Treenail.Trench,trenš, subst. gracht, greppel, sloot, afvoersloot, loopgraaf;Trenchverb. eene sloot of greppel graven, loopgraven maken, inbreuk maken op (on,upon), diep graven of ploegen:The enemyopened the trenches= begon met de loopgraven;Trench-plough= diepsnijdende ploeg;Trenchancy= scherpheid;Trenchant,trenš’nt, snijdend, scherp, bits;Trencher= graver, houten schotel, broodplank, tafel:Trencher(-cap)= hoofddeksel (met vierkant bovenstuk) van de E. studenten;Trencher-man= goed en smakelijk eter =Trencher-mate.Trend,trend, subst. neiging, richting, geer, bocht;Trendverb. geeren, zich richten, loopen, zich uitstrekken:Thetrend of the sea-shore= de bocht der zeekust;The coasttrended tonorth= de kust liep noord.Trennel,tren’l,trɐn’l=Treenail.Trental,trent’l, Gregoriaansche mis: Dertig missen, één per dag, vooral voor overledenen.Trepan,trəpan, schedelzaag of -boor, boormachine;Trepanverb. doorboren of trepanneeren;Trepanner.Trepidation,trepideiš’n, siddering, trilling, beverigheid, ontsteltenis.Trespass,trespəs, subst. overtreding, zonde, nadeel;Trespassverb. overtreden, zondigen, schenden, te ver gaan, misbruik maken, zich indringen:Forgive us our trespasses as we forgive them that trespass against us= vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren;Totrespass on (upon) a law, upon a person’s good nature= overtreden.… misbruik maken van;No trespassing on the railway is allowed= de toegang tot den spoorweg is verboden;I hope I have nottrespassed upon your time= niet te veel van uw tijd geroofd heb;Trespasser.Tress,tres, (haar)lok, krul, vlecht;Tressed.Trestle,tres’l, stellage, bok, schraag;Trestle-board= teekenbord;Atrestle-bridge= schraagbrug;Trestle-work= steigerwerk of viaduct op palen en schragen (Amer.).Tret,tret, goed gewicht, vier Eng. ponden toe op elke 100.Trevelyan,trəvelj’n;Treves,trîvz, Trier.Trevet,trevet. ZieTrivet.Trey,trei, drie (op dobbelsteen of kaart).Triable,traiəb’l, wat beproefd kan worden; subst.Triableness;Trial,traiəl, proef, experiment, verhoor, (gerechtelijk) onderzoek, beproeving:By way of trial;On trial= op proef;On one’s trial= in verhoor, in onderzoek;Hour of trial;He’s a great trial to us= baart ons veel zorgen;Atrial man= iemand, die “op proef” genomen wordt;Thepestandtrialof the libraries= plaag en beproeving;A trial at bar= processen waarbij de 4 rechters v. het oudeSuperior Courtwaren betrokken, zoodat aan 3 Courts geen zaken behandeld konden worden;A trial by jury= gerechtelijk onderzoek door[589]de jury;He wasbrought to (put to) his trial= werd in verhoor genomen, vervolgd;Tocommit for trial= naar een rechtbank verwijzen;Let himhave a trial= laat het hem eens probeeren;Tomake a trial of= de proef nemen;Tomove for a new trial= appelleeren;To be put on (committed for) trial= in verhoor genomen, vervolgd worden;The steamergave much satisfaction in her trials= op den proeftocht (=Trial-trip);Trial-balloon= proefballon (ookfig.).Triangle,traiaŋg’l, driehoek, triangel;Triangular,traiaŋgjulə, driehoekig:Triangular compasses= passer met drie beenen;Triangulate,traiaŋgjuleit, trianguleeren;Triangulation= triangulatie.Trias,traiəs, triasformatie; adj.Triassic.Tribal,traib’l, v. een stam:Thetribal ruleswhich regulate savage life;Tribe,traib, stam, klasse, geslacht, familie, troep;Tribes-man, lid van een stam.Tribrach,traibrak, voet v. drie korte syllaben.Tribulation,tribjuleiš’n, groot verdriet, zware beproeving.Tribunal,traibjûn’l, rechtbank, gerechtshof, rechterstoel, biechtstoel;Tribune,tribjûn, tribuun, tribune;Tribuneship.Tributary,tribjutəri, subst. en adj. schatplichtig(e staat); zijrivier (=Tributary stream);Tribute,tribjut, schatting, cijns, schatplichtigheid:Topay the tribute of nature= den tol der natuur betalen;Tribute-money= cijns, schatting.Tricapsular,traikapsiulə, met drie kapsels of cellen.Trice,trais, ophijschen.Trice,trais, oogenblikje:In a trice= in een wip.Tricentenary,traisentənəri. ZieTercentenary; adj.Tricentennial.Triceps,traiseps, driehoofdig.Trichina,trikainə, trichine;Trichinosis,trikinousis, trichinenziekte; adj.Trichinous,trikinɐs,trikainəs.Trichord,traiköd, subst. en adj. driesnarig (instrument).Trick,trik, subst. streek, kunstgreep, handigheid, poets, grap, trek, slag, “volte”, eigenaardigheid, roergang (scheepst.);Trickverb. bedriegen, bedotten; versieren, opschikken:Boy’s trick= kwajongensstreek;Tricks of fortune= grillen;Don’t come your tricks here= haal hier geen streken uit;He hasdone the trick= is dood, kapot;He alwayshad the bad trickof mumbling= de slechte gewoonte;Wehave the odd trick= één slag (trek) meer;Iknew every trick of his face= iedere uitdrukking;I know a trick worth two of that= daar loop ik niet in;Heknows a trick or two= is uitgeslapen;Heplayed you a bad trick= heeft u eene leelijke poets gebakken;Toshow tricks= kunstjes vertoonen;Hetricked me outof a considerable sum= bedroog mij voor;I am tired of thosedramatic trick-changes= die dramatische verrassingen;Tricker= bedrieger;Trickery= bedriegerij, bedotterij;Trickiness, subst. v.Tricky;Trickish= vol streken, bedriegelijk; subst.Trickishness;Tricksiness, subst. v.Tricksy;Trickster= bedrieger, schurk;Tricksy= schalksch, snaaksch, fijn;Tricky= vol streken, ondeugend, snaaksch.Trickle,trik’l, zachtkens vloeien, in droppels neerdalen:The bloodtrickled down my fingers= liep tappelings langs mijne vingers.Trick-track,triktrak, triktrakspel.Triclinium,traikliniəm, stel lage divans om drie zijden eener eettafel, elk stel voor drie personen; Rom. feestzaal.Tricolour,traikɐlə, driekleurig(e vlag);Tricoloured.Tricot,trîkou, tricot.Tricycle,traisik’l, subst. driewieler;Tricycleverb. op een driewieler rijden;Tricyclist= rijder op een driewieler.Tridactyl(ous),traidaktil(ɐs), met drie teenen of vingers.Trident,traid’nt, drietand, oppermacht ter zee;Tridentate(d),traidentit(traidenteitid), met drie tanden.Tridentine,traidentin, subst. en adj. het concilie v. Trente of de stad betreffend.Tridimensional,traidimenšən’l, met drie afmetingen.Tried,traid, beproefd:A tried friend= trouw;Trier,traiə, vroeger een bepaald rechter.Triennial,traienj’l, driejarig, driejaarlijksch.Trifid,traifid, in drieën gespleten.Trifle,traif’l, subst. kleinigheid, beetje, beuzeling, schoteltje v. een gebak in sherry gedrenkt en met room en geslagen eieren bedekt;Trifleverb. spelen, spotten, beuzelen, verbeuzelen:I don’tstand upon trifles= zie niet op die kleinigheden;You aretrifling awayyour time and money= ge vermorst;Don’ttrifle with me= houd me niet voor den gek;Trifler= beuzelaar;Trifling expenses= niet noemenswaardige uitgaven.Trifoliate(d),traifouljit(traifouljeitid), driebladig;Trifolium,traifoulj’m, klaver.Trifurcate(d),traifɐ̂kit(traifɐ̂kieitid), met drie takken of vorken.Trig,trig, keurig, netjes.Trig,trig, subst. remblok, remschoen;Trigverb. remmen, vastzetten.Trigger,trigə, trekker (v. een vuurwapen):Topull the trigger= afvuren;Trigger-guard= beugel (onder den trekker).Trigon,traigon, trigoon, driehoek; het samenkomen v. drie teekens van den Dierenriem;Trigonal,trigən’l, driepuntig, driehoekig;Trigonometric(al),trigənəmetrik(’l), tot de driehoeksmeting behoorende;Trigonometry,trigənomətri, driehoeksmeting.Trigraph,traigrâf, drie klinkers met één klank, b.v.eauinbeau.Trihedral,traihîdr’l,traihedr’l, met drie gelijke zijden.Trike,traik, verb. vanTricycle:These girls areadepts at triking= rijden goed op driewielers.Trilateral,trailatər’l, driezijdig.Trilinear,trailinjə, met drie lijnen.Trilingual,trailiŋgw’l, in drie talen.[590]Triliteral,trailitər’l, (woord) v. drie letters.Trill,tril, subst. trilling, getrilde letter (zooals de Nederl.r), tremblant (muz.);Trillverb. trillen, vibreeren.Trillion,trilj’n, trillioen, 1 met 18 nullen (Amer.1 met 12 nullen).Trilobite,triləbait, zeker fossiel schelpdier.Trilogy,trilədži, trilogie.Trim,trim, subst. toestand, staat, orde, kleeding, gala, opschik, garneersel; adj. netjes, keurig, proper, goed passend;Trimverb. in orde brengen, netjes maken, versieren, uitrusten, snoeien, bijknippen, garneeren, opmaken, oprakelen, schoonmaken, terechtwijzen, geschikt maken, in goeden staat brengen (van een schip met betrekking tot lading, ballast, masten, enz.):We arein good trim= in goeden staat, op alles voorbereid;She was dressedin regulation trim= gekleed overeenkomstig de voorschriften (op bals, etc.);Out of trim= slecht gestouwd;Itrimmed him= veegde hem den mantel uit;Totrim a candle= snuiten;Will youtrim the fire? = vuur oppoken (en den haard aanvegen, etc.);Hetrimmed the lamp= maakte de lamp in orde;I havetrimmed this piece inhere= dit stuk hier ingepast;The sails were trimmed= zoo gunstig mogelijk (naar den wind) gezet;Totrim one’s sails accordingly= de huik naar den wind hangen;Independent members do nottrim topolitical demagogues= schikken zich niet naar;Trimmer= tremmer, politieke weerhaan, terechtwijzer, terechtwijzing;Trimming= terechtwijzing, pak slaag; onstandvastigheid, weifelmoedigheid;Trimmings= oplegsel, garneersel, toespijzen:Tea with trimmings;Trimness= netheid, etc.Trimeter,trimətə, drievoetige versregel.Trinal,train’l, drievoudig:Trinal unity.Tringle,triŋg’l, gordijnroede, kleine kroonlijst.Trinidad,trinidad.Trinitarian,trinitêrj’n, subst. en adj. (belijder) v. de drieéénheidsleer;Trinitarianism= het leerstuk der drieéénheid;Trinity,triniti, drieéénheid:Trinity-house= oude corporatie te Londen bij welkeo.a.het toezicht op vuurtorens en boeien aan kusten en in rivieren berust;Trinity-Sunday= Zondag na Pinkster;Trinity-term= een der vier termijnen (22 Mei–12 Juni) gedurende welke Londensche rechtscolleges zitting hielden; thansTrinity Sittingsvan Dinsdag na Pinkster tot 12 Augustus.Trinket,triŋkət, kleinood, lijfsieraad in ’t algemeen;Trinketverb. intrigueeren.Trinomial,trainoumj’l, subst. en adj. drienamig(e term) =Trinominal,trainomin’l.Trio,traiou,trîou, trio, klaverblad (fig.).Triolet,traiəlet,trîəlet, triolet.Trior,traiə, ambtenaar, die onderzoekt of eene wraking van juryleden juist is.Trip,trip, subst. trippelpas, getrippel, uitstapje, gang, slag, beentjelichten, struikeling, misstap, val, kleine fout;Tripverb. trippelen, vlug loopen, huppelen, een uitstapje doen, struikelen, een mispas doen, dwalen, op eene fout betrappen, beentje lichten:Theywent on their wedding-trip= op hun huwelijksreisje;Her foot tripped= zij struikelde;Itripped him up= heb hem den voet gelicht;Theytripped up one another’s heels= volgden elkander onmiddellijk, zaten elkaar achterna;I wastripped up by that branch= struikelde over dien tak. ZieTripper.Triparted,traipâtid, in drie stukken verdeeld;Tripartite,tripətait,traipâtait, in drie deelen verdeeld, in triplo;Tripartition,tr(a)ipâtiš’n, verdeeling in drieën.Tripe,traip, pens, ingewanden, buik.Tripetalous,traipetəlɐs, driebladig.Triphthong,tripthoŋ,trifthoŋ, drieklank; adj.Triphthongal,tripthoŋg’l,trifthoŋg’l.Triple,trip’l, adj. drievoudig, driemaal;Tripleverb. verdrievoudigen;Triple-crown= pauselijke kroon;Triple-headed= driehoofdig;Triplet,triplət, subst. trio, drieling, drieregelig versje, fiets voor 3 personen; adj. drievoudig;Triplex,traipleks, trippelmaat;Triplicate,triplikit, verdrievoudigd, drievoudig; subst. triplicaat;Triplication= verdrievoudiging, tripliek;Triplicity,triplisiti, drievoudigheid.Tripod,traipod, drievoet(ige stoel, tafel of ketel).Tripoli,tripəli, Tripoli;Tripoline,tripəl(a)in;Tripolitan,tripolit’n, (bewoner) van T.Tripos,traipos, hetHonours-Exam.te Cambridge voor denB.A.graad.Tripper,tripə, trippelaar, danser, pleizierreiziger:Cheap trippers= pleizierreizigers;Tripple= korte galop:Heput the tired nag into a sort of trippleor ambling canter much affected by South-African horses.Triptych,triptik, een uit drie deelen bestaande altaarschilderij; antiek waschtafeltje met 2 bladen, die konden worden dichtgeslagen.Triradiate(d),traireidjit(-eitid), met drie stralen.Trireme,trairîm, galei met 3 rijen roeibanken boven elkaar.Trise,trais, opeischen.Trisect,traisekt, in drie gelijke deelen verdeelen; subst.Trisection,traisekš’n.Trispermous,traispɐ̂məs, driezadig.Trisyllabic(al),trisilabik(’l), drielettergrepig;Trisyllable,tr(a)isiləb’l,trisiləb’l, drielettergrepig woord.Trite,trait, afgezaagd, alledaagsch; subst.Triteness.Triton,trait’n, zeegod, watersalamander:He isa Triton among the minnows= steekt verre boven zijns gelijken uit.Triturate,tritjureit, tot fijn poeder malen of stampen; subst.Trituration.Triumph,traiəmf, subst. triomf, zegepraal;Triumphverb. zegepralen, zegevieren:He hastriumphed overall difficulties= glansrijk overwonnen;Triumphal,traiɐmf’l, zegevierend:Triumphal arch= eereboog;Triumphal car= zegekar;Triumphant,traiɐmf’nt, zegevierend, zegepralend:Triumph car (chariot)= zegekar;Triumpher= triumphator.Triumvir,traiɐmvɐ̂, drieman;Triumvirate,traiɐmvirit, driemanschap.Triune,traijûn, drieëenig.[591]Trivalvular,traivalvjulə, driekleppig.Trivet,trivət, treeft, drievoet:I am (as) right as a trivet= ik ben zoo gezond als een visch.Trivial,trivj’l, triviaal, onbeduidend, plat:Trivial name= populaire naam voor dier of plant;Triviality,trivialiti, alledaagschheid, onbeduidend iets:Trivialverb.Trivialize; subst.Trivialness.Trivium,trivj’m, naam voor de drie hoofdvakken in de Middeleeuwen: grammatica, rhetorica en logica.Triweekly,traiwîkli,traiwîkli, driemaal per week (verschijnend blad).Troat,trout, subst. het schreeuwen van een hert in den bronsttijd;Troatverb. schreeuwen (van een hert).Trochaic,trəkeiik, trochaeisch.Troche,troutš,trouk,troukî, (artsenij)tablet.Trochee,troukî, trochee.Trochil(us),trokil(ɐs), soort kolibri; tuinkoning.Trod,trod, imperf. v.to tread;Trod(den),trod(’n), p. perf. vanto tread.Troglodyte,tro(u)glədait, holbewoner; adj.Troglodytic(al),trogləditik(’l).Trojan,troudž’n, subst. en adj. Trojaan(sch).Troll,troul, subst. lied (kànon), rondzang, rolletje aan een hengel, soort kunstaas; aardgeest;Trollverb. rollen, ronddraaien, rondgeven, neuriën, lokken, aantrekken, hengelen, slenteren, een rondzang aanheffen.Trollop,troləp, slons, slet;Trollopy= slonzig, vuil, zedeloos.Trollope,troləp.Troll(e)y,troli, kar, lorrie, rol- of sledecontact bij electr. trams.Trombone,tromboun, schuiftrompet.Troop,trûp, subst. troep, hoop, menigte, escadron;Troopverb. in een troep loopen, tot troepen of in eene menigte vereenigen, aftrekken (away):Toget one’s troop= ritmeester worden;He sold out, andthe sale of his troopgave us a competence= hij kocht zich uit, en de opbrengst van zijne ritmeestersplaats verschafte ons genoeg om van te leven;Troops of the line= linietroepen;Tolevy (raise) troops;Trooping the colours= paradeeren;A troop-horse= cavaleriepaard;Troop-ship= transportschip;Trooper= cavalerist, transportschip:Heswears like a trooper= vloekt als een dragonder.Trope,troup, redefiguur, fig. uitdrukking.Trophy,trofi, zegeteeken, tropee.Tropic,tropik, subst. keerkring:Tropic of Cancer= kreeftskeerkring;Tropic of Capricorn= steenbokskeerkring;The Tropics= de Tropen;Tropical= tropisch, beeldsprakig:Tropical fruit.Trossachs,trosaks.Trot,trot, subst. draf; dribbeltje of hummeltje;Trotverb. draven, in draf zetten:Little trots offour or five years old= kleine hummels;A jog-trot= sukkeldrafje;At (On a) full trot= in vollen draf;Hebrought his horse to a trot= bracht zijn paard in draf;He wasdriving on at full trot= in vollen draf;Togo for a trot= een eindje omstappen;Tokeep a person on the trot all day= in touw houden (fig.);Totrot out= voorrijden;We’ll have totrot you out= wij zullen u moeten examineeren, u zal op de koord moeten. ZieTrotter.Troth,troth, trouw, geloof, waarheid, trouwbelofte:By my troth= op mijn woord;In troth= voorwaar, waarachtig;Theyplighted their troth= beloofden elkaar trouw.Trotter,trotə, draver, (schape-, of varkens)poot;Trotting:Trotting-horse= harddraver;Trotting-match= harddraverij.Trottoir,trotwâ, plaveisel.Troubadour,trûbədûə, troubadour.Trouble,trɐb’l, subst. onrust, zorg, droefheid, verlegenheid, ongeluk, moeite, inspanning;Troubleverb. verontrusten, storen, lastig vallen, hinderen, verdriet doen, moeite veroorzaken, angst aanjagen:Tobe at the trouble to= zich de moeite geven om;Tobe in trouble= in zorgen zitten;Tobring trouble upon oneself= zich in ’t ongeluk storten;Troubles like crows seldom come singly= een ongeluk komt zelden alleen;My boy, you’llget into trouble= je loopt erin, je krijgt nog straf;There’s no good in meeting trouble= geen zorg vóór den tijd;I fear I haveput you to some trouble= dat ik u last heb veroorzaakt;Will youtake the trouble? = de moeite doen, u den last getroosten;You might haresaved me that trouble= dien last kunnen besparen;I willspare no trouble= geen moeite ontzien;Don’ttrouble (your head) aboutthis= heb daar geene zwarigheid over;I willtrouble myselfno moreabouthim= me niet meer druk om hem maken;May Itrouble you forthe gravy? = om de jus verzoeken;There the wicked cease from troubling= daar houden de boozen op van beroering (Job. III, 17);Tofish in troubled water= in troebel water visschen;Troubler= verontruster, verstoorder;Troublesome= lastig, moeilijk, vervelend:My back is troublesome= ik heb last van (pijn in) mijn rug; subst.Troublesomeness;Atroublous life= leven vol zorgen;In troublous times= in tijden van beroering.Trough,trof, trog, bak, etensbak, golfdal =Trough of the sea.Trounce,trauns, afrossen, uitschelden;Trouncing= afstraffing.Troupe,trûp, troep tooneelspelers.Trousering,trauzəriŋ, broekstof;Trousers= lange broek:A pair of trousers= eene broek;Togo into trousers= een lange broek aankrijgen;Toturn up the end of one’s trousers= zijn broekspijpen omslaan;Trouser-strip= galon.Trousseau,trûsou, uitzet van de bruid.Trout,traut, forel(len);Trout-coloured= forelkleurig (wit met zwarte spikkels);Trout-farm= kweekerij;Troutlet= kleine forel.Trouvère,trûvêə, minnezanger.Trove,trouv.ZieTreasure;Trover= bezitverkrijging door vinden, onrechtmatige toeëigening:Action of trover= aanklacht wegens deze toeëigening.Trow,trau,trou,trû, gelooven, vertrouwen.Trowbridge,troubridž.Trowel,trauəl, subst. troffel;Trowelverb. met[592]een troffel opleggen;You arelaying it on with a trowel= legt het er dik op (fig.).Troy,trôi, Troje, Troyes (stad Z.O. v. Parijs):Troy(-weight)= gewicht van 12ouncesin hetpound(= ±373,242 gr.), alléén voor goud, zilver en juweelen; medicijnen.Truancy,trûənsi, wegblijven, schoolverzuim;Truant,trûənt, plichtverzakend, lui, de school verzuimend; subst. leeglooper, spijbelaar;Truantverb. omboemelen, spijbelen:He oftenplays (the) truant= spijbelt dikwijls;Torun truant= wegloopen;Truant-school= school voor geregelde verzuimers.Truce,trûs, wapenstilstand, tijdelijke opschorting:Flag of truce= witte (parlementaire) vlag;A truce toyour doggerel= schei uit met je gerijmel;You havebroken (the) truce= den wapenstilstand verbroken;Tomake truce with= een wapenstilstand sluiten;Truce-breaker= verbreker van afspraak of wapenstilstand.Truck,trɐk, subst. ruilhandel, huishoudelijke artikelen, handel, gedwongen winkelnering, verkeer; groente, afval (Amer.); katrol, handwagen, lage stellage op wielen, lorrie, open goederenwagen, kleine ronde schijf of kloot boven aan vlaggestok of mast;Truckverb. ruilhandel drijven, schacheren, venten, in trucks overladen of verzenden;Truck-man= ruilhandelaar, wagenrijder;Truck-system= gedwongen winkelnering;Truckage,trɐkidž, ruilhandel, vervoerloon;Truckful= wagenvol.Truckle,trɐk’l, subst. wieltje, rolletje;Truckleverb. voortrollen; zich aan den wil van anderen onderwerpen, slaafsch zijn, kruipen voor (to), voortrollen;Truckle-bed= ledikant op rolletjes;Hetruckles to circumstances= onderwerpt zich aan de omstandigheden;People crawl andtruckle forsocial success= kruipen en buigen zich;Truckler= kruiper.Truculence,trɐkjulens, woestheid, wreedheid, woest uiterlijk;Truculent= ruw, wreed, vreeselijk.Trudge,trɐdž, voortsukkelen, zich voortslepen:Hetrudged afterhis father= sukkelde achter zijn vader aan.True,trû, waar, trouw, standvastig, eerlijk, echt, zeker, regelmatig, recht, rechtmatig, juist:What you say there istrue enough= is volkomen waar;He wastrue tohis country and loyal to his king= trouw aan koning en vaderland;True to one’s word;He gave us atrue accountof it= een nauwkeurig verhaal;True bill= uitspraak v. deGrand Jury, dat na onderzoek van het bewijsmateriaal rechtsingang zal worden verleend met verwijzing naar dePetty Jury (Panel);A perfectly true circle= volkomen;True copy= eensluidend afschrift;Tocome true= uitkomen (v. droomen);Togo true= goed loopen (v. horloges);Tohold true= waar blijven;Toprove true= waar blijken;True-blue, subst. trouw, oprecht en eerlijk persoon, echte Tory; adj. onwrikbaar, trouw en eerlijk;True-born= echt, van wettige geboorte;True-bred= van echt ras, van goede opvoeding;True-hearted= trouwhartig, eerlijk; subst.True-heartedness;True-love, subst. minnaar, geliefde;True-love(r’s)-knot= soort van dubbele knoop (zinnebeeld v. wederzijdsche trouw en liefde);Truepenny= eerlijke vent;Trueness= trouw, oprechtheid, juistheid, etc.Truffle,trɐf’l, truffel;Truffle-dog= truffelzoeker (hond);Truffle-hunter.Trug,trɐg, kalkbak; ⅔ bushel; groentemand.Truism,trûizm, gemeenplaats, waarheid als eene koe.Trullization,trɐlizeiš’n, het pleisteren.Truly,trûli:Yours truly= hoogachtend uw, etc.Trump,trɐmp, subst. troefkaart, goede kerel, kranige vent;Trumpverb. troeven, troef (uit)spelen, verzinnen, opdrijven:Tocall for trumps= vragen;Tolead off a trump= opkomen met;Toplay trumps;He wasput to his trump(s)= tot het uiterste gebracht;You alwaysturn up trumps= gij boft altijd, u loopt alles mee =All your cards are trumps;Trumped-up= verzonnen, waardeloos:An accusation wastrumped up againstus= werd tegen ons verzonnen;Trumpery, subst. vodden, prulleboel, bedriegerij; adj. waardeloos, prullerig.Trumpet,trɐmpət, subst. trompet, scheepsroeper, uitbazuiner;Trumpetverb. met veel ophef bekend maken, uitbazuinen, uitbundig prijzen, trompetten:The last trumpet= de bazuin van den oordeelsdag;A flourish of trumpets= fanfare;Heblows (sounds) his own trumpet= verkondigt zijn eigen lof;Hetrumpeted forth his friend’s praise= stak de loftrompet over zijn vriend;Trumpet-call= trompetsignaal;Trumpet-fish= trompetvisch;Trumpet-fly= schapenhorzel;Trumpeter= trompetter, loftuiter, schetteraar, trompetvogel; soort duif.Truncal,trɐŋk’l, tot den stam of romp behoorende;Truncate,trɐŋkit, adj. afgeknot;Truncateverb. (trɐŋkeit),afknotten, snoeien:Truncated cone (pyramid)= afgeknotte kegel (piramide);Truncation,trɐŋkeiš’n, afknotting, het afgeknot zijn.Truncheon,trɐnš’n, subst. stam, stomp, schacht, staf, knuppel, maarschalksstaf;Truncheonverb. afrossen.Trundle,trɐnd’l, subst. rol, wieltje, rolwagen;Trundleverb. rollen, doen rollen, hoepelen:Let them trundle= laat ze loopen;Trundle-bed= rolbed;Trundle-head= kop v. een kaapstander;Trundle-tail= krulstaart.Trunk,trɐŋk, romp, stam, snuit (v. olifant), neus, koffer, hoofdlijn (voor spoor of telefoon); bak, koker:Trunks=Trunk-hose= korte wijde broek boven de knieën ingenomen;Trunk-line= hoofdlijn van spoor, kanaal, etc.;Trunk-maker= koffermaker;Trunk-root= hoofdwortel;Trunk-sleeve= pofmouw.Trunnel,trɐn’l=Treenail.Trunnion,trɐnj’n, tap (van een kanon).Truss,trɐs, subst. bundel, pakje, bosje, stellage of geraamte, pianokast, breukband, console;Trussverb. stijf binden, opstroopen, terecht trekken van kleeren, versterken, opmaken:Hetrussed onhis rags= hing zijne lompen om;Hetrussed uphis hair= bond[593]op;A trussed fowl= opgemaakte vogel (gereed om te worden gebraden);Truss-maker= breukbandenmaker.Trust,trɐst, subst. vertrouwen, geloof, toevertrouwd iets, deposito, crediet, zorg, vereeniging v. personen ten einde het monopolie te verkrijgen of te behouden;Trustverb. vertrouwen, gelooven, toevertrouwen, crediet geven, lichtgeloovig zijn, zich verlaten op:A distillers’ trust= vereeniging van distillateurs;Breach of trust= trouwbreuk;Position of trust= post van vertrouwen;Togive trust= crediet geven;You arein my trust= mij toevertrouwd, onder mijne hoede;Bondsin trust= effecten, etc. in bewaring;The watch wascommitted to my trust= mij ter bewaring toevertrouwd;Don’tput your trust insuch people= stel geen vertrouwen in;Itook it on trust= op goed geloof;I willtrust him no further than I can see;it wastrusted to my care= toevertrouwd aan;I willtrust you withthis= u dit toevertrouwen;Trust me for that= daar kunt ge op aan;Trust him to do it= hij “lapt net hem” wel;Trustee,trɐstî, beheerder, gevolmachtigde, commissaris, curator;Trustship;Trustful= vertrouwend; subst.Trustfulness;Trustless= niet te vertrouwen; subst.Trustlessness;Trustworthiness, subst. vanTrustworthy= trouw, vertrouwd, beproefd.Truth,trûth, waarheid, oprechtheid, getrouwheid, standvastigheid:Hedid truth= hij volgde Gods bevelen;Why don’t you speak the truth?= waarom zegt gij de waarheid niet;In truth= in waarheid, waarachtig, inderdaad;Of a truth= waarlijk;Truth-ful= waarheidlievend, vertrouwbaar; subst.Truthfulness.Truttaceous,trəteišəs, forellen …Try,trai, subst. proef, poging;Tryverb. beproeven, onderzoeken, op de proef stellen, verhooren (rechtbank), aanwenden, verleiden, ondervinden, ijken, aangrijpen, veel vergen, uitbraden, raffineeren, inschieten:Tohave a try at= eens probeeren;I havetried hardto do it= ik heb terdeeg mijn best gedaan;I willtry conclusions with him= het tegen hem opnemen;Thattries the eyes= vermoeit de oogen;Such worktries a man= pakt je aan;We willtry this quarrelhilt to hilt= dezen strijd met de degens uitmaken;Totry on= passen; probeeren:Itried onmy new coat= paste;Totry it on= bedriegen, van bedrog leven; probeeren hoeveel het (met iemand) lijden kan;Totry out= doorzetten, uitsmelten:We willtrythe matterout= wij zetten door tot de zaak beslist is;He wastried and condemned= verhoord en veroordeeld;Try-sail= gaffelzeil, bezaan;Try-your-weighter= automat. weegmachine. ZieTrying.Trygon,traigən, pijlstaartrog.Trying,trai-iŋ, lastig, smartelijk, moeielijk:Such thingsare trying toa man= hard voor;A trying climate= ongezond klimaat;He is very trying= geeft veel last.Tryst,trist,(plaats van) afgesproken bijeenkomst;Trysting-place= plaats van bijeenkomst.Tsar,tsâ, Czaar;Tsarevitch,tšârəvitš,tšâreivitš;Tsarina,tšârinə,Tsaritsa,tšaritsə.Tsetse,tsetsə, tsetsevlieg.T-square,tîskwêə, teekenhaak = T.Tub,tɐb, subst. tobbe, klein vat, badtobbe, lompe boot, kansel;Tubverb. in een tobbe doen, baden, een kuipbad nemen:Tale of a tub= bakersprookje;Tubs= boterkooper;Tub-fish= knorhaan;Tub-frock= japon, die gewasschen kan worden;Tub-man= een der twee bekwaamste advocaten van het vroegereCourt of Exchequer(de andere werdPostmangenoemd);Tub-pair= soort v. roeiboot;Tub-thumping= lawaaierige oratie;Tubber= soort v. houweel;Tubby= tobvormig, tonvormig; dof klinkend.Tuba,tjûbə, tuba (muziekinstr.).Tube,tjûb, subst. buis, pijp, tube, kanaal, lampeglas;Tubeverb. van pijpen of buizen voorzien:The Tube= de ondergrondsche spoorweg in Londen;India-rubber tube= gummislang;Test-tube= reageerbuisje.Tuber,tjûbə, vleezig gezwel, knol, aardappel;Tubercle,tjûbək’l, knolletje, kleine tuberkel;Tubercular,tjubɐ̂kjulə, vol knobbels of tuberkels:Tubercular consumption;Tuberculous,tjubɐ̂kjulɐs, lijdende aan tuberculose, vol tuberkels;Tuberculosis= tuberculose;Tuberose,tjûbərous,tjûbərous, subst. tuberoos (plant); adj. met knobbels of uitwassen; subst.Tuberosity,tjûbərositi, knobbeligheid, gezwel,zwelling;Tuberous=Tuberose.Tubular,tjûbjulə, buis-, koker- of cylinder-vormig;Tubular boiler= stoomketel met vlampijpen;Tubular bridge= kokerburg;Tubular post= luchtdrukpost;Tubule,tjûbjûl, pijpje, buisje;Tubuliform= in den vorm van een buisje.Tuck,tɐk, subst. opnaaisel, omslag, netje, lekkernijen, eetlust; trommelslag, rapier;Tuckverb. opschorten, omslaan, inslaan, optrekken, vouwen, opstroopen, instoppen, zich zat eten (out), vollen (van laken), tokken (van eene kip):Tuck of drum= slag op trom;It wasnip and tuckwith us= het kwam er op aan, was een strijd op leven en dood;Tuck-shop= suikerbakkerij;Tuck-in(=Tuck-out) = traktatie;I havetuckedtheminwarmly= heb ze ingestopt;The handkerchief about his neck wastucked inat the bosom= was (nl. de punten er van) in zijn borst gestopt;Hetucked uphis sleeves= stroopte op;Theytuckedhimupas best they could= pakten hem in;Tucker= kanten halskraag of chemisette;Tuck(ing)-mill= volmolen.

Transoceanic,transoušanik, aan de andere zijde van den oceaan.Transom,trans’m, dwarsbalk:Transom-window= raam met dwarsbalk.Transparence, Transparency,transpêr’ns(i), doorzichtigheid, transparant;Transparent= doorzichtig, doorschijnend, klaarblijkelijk; subst.Transparentness.Transpirable,transpairəb’l,wat kan uitlekken enz.;Transpiration,transpireiš’n, uitwaseming, zweet;Transpire,transpaiə, uitwasemen, uitdampen, aan het licht komen, uitlekken, gebeuren.Transplant,transplânt, overplanten, overbrengen;Transplantation= verplanting, overbrenging;Transplanter= verplanter.Transport,transpöt, vervoer, transport, transportschip; verrukking, vervoering;Transport-ship= transportschip; schip waarmee gedeporteerden werden overgebracht.[587]Transport,transpöt, vervoeren, transporteeren, deporteeren, verzetten, meesleepen, verrukken:Faith transports mountains= het geloof verzet bergen;He wastransported for life= werd gedeporteerd;Transported with joy= vervoerd van vreugde;Transportability= vervoerbaarheid, etc.; adj.Transportable;Transportation= vervoer, overbrenging, etc.;Transporter= wie vervoert;Transporting= verrukkend, bekorend.Transposal,transpouz’l, verschikking, omzetting;Transpose,transpouz, verplaatsen, verschikken, omzetten, transponeeren;Transposition,transpəziš’n, verplaatsing, omzetting; adj.Transpositional.Transubstantiation,transɐbstanšieiš’n, verandering van brood en wijn in het lichaam van Jezus.Transudation,transiûdeiš’n, subst. v.Transude,transiûd, doorsijpelen, doorzweeten.Transvaal,transvâl.Transversal,transvɐ̂s’l, subst. dwarslijn, snijlijn; adj. dwars(loopend);Transverse,transvɐ̂s, subst. dwarsspier, transversaal; adj. dwars, diagonaal, transversaal.Transylvania,transilveinjə, Zevenbergen;Transylvanian, subst. en adj. (bewoner) van Z.Trap,trap, subst. val, strik, hinderlaag, klep, valdeur, karretje, soort trap of ladder, soort wagen, schabrak, dek, mond, klabak;Trapverb. in eene val of strik vangen, verstrikken, versieren:Man-trap= klem, voetangel;Traps= bagage, goederen, “spullen”;Trap-door= valdeur;Trap-door-spider= aardspin (met een door eene deur gesloten nest);Trap-tufa,Trap-tuff= vulcanische tufsteen;Trap-valve= valklep;Trapper= pelsdierjager, wagenpaard;Trappiness, subst. v.Trappy;Trappings,trapiŋz, paardentuig, harnachement, sieraad, opschik, versieringen;Trappy= slim, verraderlijk.Trapan,trəpan, subst. strik;Trapanverb. verstrikken:Trapanner of souls= zielverkooper.Trapes,treips, subst. slons;Trapesverb. rondloopen, vagebondeeren:I won’t betrapesing in the mud.Trapeze,trəpîz, zweefrek of trapezium;Trapeziform,trəpîziföm, als eenTrapezium,trəpîž’m, trapezium.Trappist,trapist, Trappist.Trash,traš, subst. snoeisel, uitschot, afval, rommel, prullen, geklets, zware halsband (om een jachthond vast te houden);Trashverb. snoeien; vernederen, onderdrukken, kwellen:Poor white trash= naam door negers der Zuidelijke Staten aan de armste blanken gegeven;Trashiness, subst. v.Trashy= nietswaardig, prullerig.Trass,tras, tras.Traumatic,trômatik, subst. en adj. wondheelend (middel); wond …Travail,travəl, subst. arbeid:Travails= barensweeën;Travailverb. zwoegen, in barensnood zijn.Trave,treiv, hoefslag; dwarsbalk.Travel,trav’l, subst. het reizen (Travels= (ontdekkings)reizen, reisverhalen);Travelverb. reizen, bereizen, doorreizen, trekken, zwerven, verdwijnen, heen en weer gaan:Totravel out of the record= afdwalen (fig.);Travelled= bereisd, ervaren, erratisch:Thefar travelled princess= die een verre reis had gedaan;A much travelled man, road;Traveller= reiziger:Totip the traveller= opsnijden;Traveller’s-joy= clematis, heggeboschdruif;Travelling:Traveling instructors= wandelleeraren.Traversable,travəsəb’l, betwistbaar; doortrekbaar, doorwaadbaar;Traverse,travəs, subst. dwarshout of -strik, middelschot, dwarsgang, wederwaardigheid, tegenspoed, koppelkoers (scheepst.), het doorreizen, streek, wending, uitvlucht; adj. dwars;Traverseverb. ronddraaien, draaien, dwars loopen (van paarden b.v.), kruisen, doorkruisen, stroomen (loopen) door, doorgaan; adv. dwarsover;Traverse-sailing= koppelkoers;Traverser= beugel, schuifring.Travesty,travəsti, subst. vermomming, travestie;Travestyverb. parodieeren:The trial degenerated intoa travesty ofjustice= eene parodie op.Travis,travis. ZieTrave.Trawl,trôl, subst. sleepnet (=Trawlnet);Trawlverb. met een sleepnet visschen;Trawler= visschersvaartuig dat met eentrawlvischt.Tray,trei, schenkblad, bakje, tobbe, lade;Tray-cloth= kleedje onder theeblad.Treacherous,tretšərɐs, verraderlijk; subst.Treacherousness=Treachery,tretšəri, verraad, trouweloosheid.Treacle,trîk’l, (suiker)stroop, theriakel;Treacle-stick= strooppil; adj.Treacly.Tread,tred, subst. stap, trede, schrede, hanetrede;Treadverb. treden (ook van vogels), trappen, drukken, wandelen, volgen, paren:Totread grapes= druiven treden;Totread (the) water= water treden;Totread in a person’s (foot)steps(fig.);Hetreads on it, treads it under foot= vertrapt het, zet er den voet op;Onetrod on the heels of the other= de een kwam vlak achter den ander aan;We havetrod(den) outthe fire= uitgetrapt;Tread-mill= tredmolen;Treader;Treadle,tred’l, trapper (v. naaimachine, etc.), trede, pedaal, hanetrede;Treadleverb. trappen.Treason,trîz’n, verraad:High treason= hoogverraad;Treasonable= verraderlijk; subst.Treasonableness.Treasure,trežə, subst. schat;Treasureverb. vergaren, verzamelen, bewaren als een schat:Hetreasured upall these memories= bewaarde zorgvuldig;Treasure-house= schatkamer;Treasure-seeker= schatgraver;Treasure-trove= gevonden schat;Treasurer= schatmeester:Treasurership.Treasury,trežəri, schatkamer, schatkist, departement v. financiën (Treasury-department) en de ambtenaren (Het nominale hoofd isthe First Lord of the TreasuryofLord High Treasurer, gewoonlijk dePremier. Hem ter zijde staan:The Chancellor of the Exchequeren3 Lords CommissionersofJunior Lords);Treasury-bill (Treasury-bond, Treasury-note)= schatkistobligatie;Treasury-bench= voorste bank (regeeringsbank), rechts van denSpeakerin hetHouse of Commons;Treasury-warrant= schatkistontvangbewijs.[588]Treat,trît, subst. onthaal, traktatie, genot;Treatverb. behandelen, handelen over, ontwikkelen, bespreken, onderhandelen, onthalen:It is a treat to me= genot, traktatie;It is my treat now= nu moet ik een rondje geven;He insisted onstanding treat= wou trakteeren;You havetreated me well, ill= mij goed, slecht behandeld;Hetreated ofmany subjects= handelde over;Hetreated us toa bottle and some excellent cigars= schonk eene flesch en liet ons lekkere sigaren rooken;He treated me to the theatre;I’ll treat myself to a new coat= me de weelde veroorloven;Ambassadors were sent totreat with Russia= te onderhandelen;Treater= onderhandelaar, verhandelaar, onthaler;Treatise,trîtis, verhandeling;Treatment= behandeling, handelwijze:I amunder treatment= geneesk. behandeling;Treaty= verdrag, tractaat:Tobreak, make, violate a treaty= verbreken, aangaan, schenden;Treaty of commerce;Treaty of partition= verdeelingsverdrag;They arein treaty withthe Greeks= in onderhandeling met.Treble,treb’l, subst. het drievoudige; hooge bovenstem, discant, sopraan; adj. drievoudig, hoog (van stem of instrument);Trebleverb. verdrievoudigen, driedubbel worden:Theboy trebles= jongenssopranen;You are doubly, naytrebly blessed= dubbel, neen driewerf gezegend.Tree,trî, subst. boom, as, leest, galg (in samenst.);Treeverb. in een boom jagen of vluchten, in verlegenheid brengen of in de macht krijgen, op de leest zetten:As the tree so the fruit= zoo boom zoo vrucht; de appel valt niet ver van den boom;He isat the top of the tree= hij heeft het hoogste punt bereikt;I have got youup a tree= in mijn macht, je zit er leelijk in;Tree of knowledge= boom der kennisse des goeds en des kwaads;Tree of life= boom des levens;Books, bound inTree-calf= kalfsleer met boomfiguren;Tree-deity= afgodsboom;Tree-frog= boomkikvorsch;Tree-louse= bladluis;Tree-nymph= dryade;Tree-toad= boomkikvorsch;Tree-worship= boomvereering;Treeless= zonder boomen;Treelike= als een boom.Treenail,trîneil, houten nagel.Trefoil,trîfôil, klaver(blad).Trek,trek, trekken (in een ossenwagen); subst. trek, reis (Z. Afr.);Trek-chain.Trellis,trelis, latwerk, traliewerk, leilatten;Trellis-fence;Trellis-gate;Trellis-work= kruiselings loopende latten voor veranda’s, priëeltjes, etc.;Trellised= met latwerk.Trelawny,trəlôni.Tremble,tremb’l, subst. beving, vrees;Trembleverb. beven, rillen, sidderen, schudden, trillen:I amall of (in) a tremble= beef over mijn geheele lijf;Hetrembled with fear= van angst;Totremble in every limb, in one’s shoes;Tremblement= triller (muz.);Trembler= bever, riller;Trembling:Trembling in the balance= onzeker;Trembling-poplar= ratelpopulier.Tremendous,trimendəs, geducht, verschrikkelijk; subst.Tremendousness.Tremolo,treməlou, triller, trilling.Tremor,tremə, rilling, huivering:In a tremor;Tremor cordis= hartklopping;Tremulous,tremjulɐs, bevend, trillend, sidderend; subst.Tremulousness.Trenail=Treenail.Trench,trenš, subst. gracht, greppel, sloot, afvoersloot, loopgraaf;Trenchverb. eene sloot of greppel graven, loopgraven maken, inbreuk maken op (on,upon), diep graven of ploegen:The enemyopened the trenches= begon met de loopgraven;Trench-plough= diepsnijdende ploeg;Trenchancy= scherpheid;Trenchant,trenš’nt, snijdend, scherp, bits;Trencher= graver, houten schotel, broodplank, tafel:Trencher(-cap)= hoofddeksel (met vierkant bovenstuk) van de E. studenten;Trencher-man= goed en smakelijk eter =Trencher-mate.Trend,trend, subst. neiging, richting, geer, bocht;Trendverb. geeren, zich richten, loopen, zich uitstrekken:Thetrend of the sea-shore= de bocht der zeekust;The coasttrended tonorth= de kust liep noord.Trennel,tren’l,trɐn’l=Treenail.Trental,trent’l, Gregoriaansche mis: Dertig missen, één per dag, vooral voor overledenen.Trepan,trəpan, schedelzaag of -boor, boormachine;Trepanverb. doorboren of trepanneeren;Trepanner.Trepidation,trepideiš’n, siddering, trilling, beverigheid, ontsteltenis.Trespass,trespəs, subst. overtreding, zonde, nadeel;Trespassverb. overtreden, zondigen, schenden, te ver gaan, misbruik maken, zich indringen:Forgive us our trespasses as we forgive them that trespass against us= vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren;Totrespass on (upon) a law, upon a person’s good nature= overtreden.… misbruik maken van;No trespassing on the railway is allowed= de toegang tot den spoorweg is verboden;I hope I have nottrespassed upon your time= niet te veel van uw tijd geroofd heb;Trespasser.Tress,tres, (haar)lok, krul, vlecht;Tressed.Trestle,tres’l, stellage, bok, schraag;Trestle-board= teekenbord;Atrestle-bridge= schraagbrug;Trestle-work= steigerwerk of viaduct op palen en schragen (Amer.).Tret,tret, goed gewicht, vier Eng. ponden toe op elke 100.Trevelyan,trəvelj’n;Treves,trîvz, Trier.Trevet,trevet. ZieTrivet.Trey,trei, drie (op dobbelsteen of kaart).Triable,traiəb’l, wat beproefd kan worden; subst.Triableness;Trial,traiəl, proef, experiment, verhoor, (gerechtelijk) onderzoek, beproeving:By way of trial;On trial= op proef;On one’s trial= in verhoor, in onderzoek;Hour of trial;He’s a great trial to us= baart ons veel zorgen;Atrial man= iemand, die “op proef” genomen wordt;Thepestandtrialof the libraries= plaag en beproeving;A trial at bar= processen waarbij de 4 rechters v. het oudeSuperior Courtwaren betrokken, zoodat aan 3 Courts geen zaken behandeld konden worden;A trial by jury= gerechtelijk onderzoek door[589]de jury;He wasbrought to (put to) his trial= werd in verhoor genomen, vervolgd;Tocommit for trial= naar een rechtbank verwijzen;Let himhave a trial= laat het hem eens probeeren;Tomake a trial of= de proef nemen;Tomove for a new trial= appelleeren;To be put on (committed for) trial= in verhoor genomen, vervolgd worden;The steamergave much satisfaction in her trials= op den proeftocht (=Trial-trip);Trial-balloon= proefballon (ookfig.).Triangle,traiaŋg’l, driehoek, triangel;Triangular,traiaŋgjulə, driehoekig:Triangular compasses= passer met drie beenen;Triangulate,traiaŋgjuleit, trianguleeren;Triangulation= triangulatie.Trias,traiəs, triasformatie; adj.Triassic.Tribal,traib’l, v. een stam:Thetribal ruleswhich regulate savage life;Tribe,traib, stam, klasse, geslacht, familie, troep;Tribes-man, lid van een stam.Tribrach,traibrak, voet v. drie korte syllaben.Tribulation,tribjuleiš’n, groot verdriet, zware beproeving.Tribunal,traibjûn’l, rechtbank, gerechtshof, rechterstoel, biechtstoel;Tribune,tribjûn, tribuun, tribune;Tribuneship.Tributary,tribjutəri, subst. en adj. schatplichtig(e staat); zijrivier (=Tributary stream);Tribute,tribjut, schatting, cijns, schatplichtigheid:Topay the tribute of nature= den tol der natuur betalen;Tribute-money= cijns, schatting.Tricapsular,traikapsiulə, met drie kapsels of cellen.Trice,trais, ophijschen.Trice,trais, oogenblikje:In a trice= in een wip.Tricentenary,traisentənəri. ZieTercentenary; adj.Tricentennial.Triceps,traiseps, driehoofdig.Trichina,trikainə, trichine;Trichinosis,trikinousis, trichinenziekte; adj.Trichinous,trikinɐs,trikainəs.Trichord,traiköd, subst. en adj. driesnarig (instrument).Trick,trik, subst. streek, kunstgreep, handigheid, poets, grap, trek, slag, “volte”, eigenaardigheid, roergang (scheepst.);Trickverb. bedriegen, bedotten; versieren, opschikken:Boy’s trick= kwajongensstreek;Tricks of fortune= grillen;Don’t come your tricks here= haal hier geen streken uit;He hasdone the trick= is dood, kapot;He alwayshad the bad trickof mumbling= de slechte gewoonte;Wehave the odd trick= één slag (trek) meer;Iknew every trick of his face= iedere uitdrukking;I know a trick worth two of that= daar loop ik niet in;Heknows a trick or two= is uitgeslapen;Heplayed you a bad trick= heeft u eene leelijke poets gebakken;Toshow tricks= kunstjes vertoonen;Hetricked me outof a considerable sum= bedroog mij voor;I am tired of thosedramatic trick-changes= die dramatische verrassingen;Tricker= bedrieger;Trickery= bedriegerij, bedotterij;Trickiness, subst. v.Tricky;Trickish= vol streken, bedriegelijk; subst.Trickishness;Tricksiness, subst. v.Tricksy;Trickster= bedrieger, schurk;Tricksy= schalksch, snaaksch, fijn;Tricky= vol streken, ondeugend, snaaksch.Trickle,trik’l, zachtkens vloeien, in droppels neerdalen:The bloodtrickled down my fingers= liep tappelings langs mijne vingers.Trick-track,triktrak, triktrakspel.Triclinium,traikliniəm, stel lage divans om drie zijden eener eettafel, elk stel voor drie personen; Rom. feestzaal.Tricolour,traikɐlə, driekleurig(e vlag);Tricoloured.Tricot,trîkou, tricot.Tricycle,traisik’l, subst. driewieler;Tricycleverb. op een driewieler rijden;Tricyclist= rijder op een driewieler.Tridactyl(ous),traidaktil(ɐs), met drie teenen of vingers.Trident,traid’nt, drietand, oppermacht ter zee;Tridentate(d),traidentit(traidenteitid), met drie tanden.Tridentine,traidentin, subst. en adj. het concilie v. Trente of de stad betreffend.Tridimensional,traidimenšən’l, met drie afmetingen.Tried,traid, beproefd:A tried friend= trouw;Trier,traiə, vroeger een bepaald rechter.Triennial,traienj’l, driejarig, driejaarlijksch.Trifid,traifid, in drieën gespleten.Trifle,traif’l, subst. kleinigheid, beetje, beuzeling, schoteltje v. een gebak in sherry gedrenkt en met room en geslagen eieren bedekt;Trifleverb. spelen, spotten, beuzelen, verbeuzelen:I don’tstand upon trifles= zie niet op die kleinigheden;You aretrifling awayyour time and money= ge vermorst;Don’ttrifle with me= houd me niet voor den gek;Trifler= beuzelaar;Trifling expenses= niet noemenswaardige uitgaven.Trifoliate(d),traifouljit(traifouljeitid), driebladig;Trifolium,traifoulj’m, klaver.Trifurcate(d),traifɐ̂kit(traifɐ̂kieitid), met drie takken of vorken.Trig,trig, keurig, netjes.Trig,trig, subst. remblok, remschoen;Trigverb. remmen, vastzetten.Trigger,trigə, trekker (v. een vuurwapen):Topull the trigger= afvuren;Trigger-guard= beugel (onder den trekker).Trigon,traigon, trigoon, driehoek; het samenkomen v. drie teekens van den Dierenriem;Trigonal,trigən’l, driepuntig, driehoekig;Trigonometric(al),trigənəmetrik(’l), tot de driehoeksmeting behoorende;Trigonometry,trigənomətri, driehoeksmeting.Trigraph,traigrâf, drie klinkers met één klank, b.v.eauinbeau.Trihedral,traihîdr’l,traihedr’l, met drie gelijke zijden.Trike,traik, verb. vanTricycle:These girls areadepts at triking= rijden goed op driewielers.Trilateral,trailatər’l, driezijdig.Trilinear,trailinjə, met drie lijnen.Trilingual,trailiŋgw’l, in drie talen.[590]Triliteral,trailitər’l, (woord) v. drie letters.Trill,tril, subst. trilling, getrilde letter (zooals de Nederl.r), tremblant (muz.);Trillverb. trillen, vibreeren.Trillion,trilj’n, trillioen, 1 met 18 nullen (Amer.1 met 12 nullen).Trilobite,triləbait, zeker fossiel schelpdier.Trilogy,trilədži, trilogie.Trim,trim, subst. toestand, staat, orde, kleeding, gala, opschik, garneersel; adj. netjes, keurig, proper, goed passend;Trimverb. in orde brengen, netjes maken, versieren, uitrusten, snoeien, bijknippen, garneeren, opmaken, oprakelen, schoonmaken, terechtwijzen, geschikt maken, in goeden staat brengen (van een schip met betrekking tot lading, ballast, masten, enz.):We arein good trim= in goeden staat, op alles voorbereid;She was dressedin regulation trim= gekleed overeenkomstig de voorschriften (op bals, etc.);Out of trim= slecht gestouwd;Itrimmed him= veegde hem den mantel uit;Totrim a candle= snuiten;Will youtrim the fire? = vuur oppoken (en den haard aanvegen, etc.);Hetrimmed the lamp= maakte de lamp in orde;I havetrimmed this piece inhere= dit stuk hier ingepast;The sails were trimmed= zoo gunstig mogelijk (naar den wind) gezet;Totrim one’s sails accordingly= de huik naar den wind hangen;Independent members do nottrim topolitical demagogues= schikken zich niet naar;Trimmer= tremmer, politieke weerhaan, terechtwijzer, terechtwijzing;Trimming= terechtwijzing, pak slaag; onstandvastigheid, weifelmoedigheid;Trimmings= oplegsel, garneersel, toespijzen:Tea with trimmings;Trimness= netheid, etc.Trimeter,trimətə, drievoetige versregel.Trinal,train’l, drievoudig:Trinal unity.Tringle,triŋg’l, gordijnroede, kleine kroonlijst.Trinidad,trinidad.Trinitarian,trinitêrj’n, subst. en adj. (belijder) v. de drieéénheidsleer;Trinitarianism= het leerstuk der drieéénheid;Trinity,triniti, drieéénheid:Trinity-house= oude corporatie te Londen bij welkeo.a.het toezicht op vuurtorens en boeien aan kusten en in rivieren berust;Trinity-Sunday= Zondag na Pinkster;Trinity-term= een der vier termijnen (22 Mei–12 Juni) gedurende welke Londensche rechtscolleges zitting hielden; thansTrinity Sittingsvan Dinsdag na Pinkster tot 12 Augustus.Trinket,triŋkət, kleinood, lijfsieraad in ’t algemeen;Trinketverb. intrigueeren.Trinomial,trainoumj’l, subst. en adj. drienamig(e term) =Trinominal,trainomin’l.Trio,traiou,trîou, trio, klaverblad (fig.).Triolet,traiəlet,trîəlet, triolet.Trior,traiə, ambtenaar, die onderzoekt of eene wraking van juryleden juist is.Trip,trip, subst. trippelpas, getrippel, uitstapje, gang, slag, beentjelichten, struikeling, misstap, val, kleine fout;Tripverb. trippelen, vlug loopen, huppelen, een uitstapje doen, struikelen, een mispas doen, dwalen, op eene fout betrappen, beentje lichten:Theywent on their wedding-trip= op hun huwelijksreisje;Her foot tripped= zij struikelde;Itripped him up= heb hem den voet gelicht;Theytripped up one another’s heels= volgden elkander onmiddellijk, zaten elkaar achterna;I wastripped up by that branch= struikelde over dien tak. ZieTripper.Triparted,traipâtid, in drie stukken verdeeld;Tripartite,tripətait,traipâtait, in drie deelen verdeeld, in triplo;Tripartition,tr(a)ipâtiš’n, verdeeling in drieën.Tripe,traip, pens, ingewanden, buik.Tripetalous,traipetəlɐs, driebladig.Triphthong,tripthoŋ,trifthoŋ, drieklank; adj.Triphthongal,tripthoŋg’l,trifthoŋg’l.Triple,trip’l, adj. drievoudig, driemaal;Tripleverb. verdrievoudigen;Triple-crown= pauselijke kroon;Triple-headed= driehoofdig;Triplet,triplət, subst. trio, drieling, drieregelig versje, fiets voor 3 personen; adj. drievoudig;Triplex,traipleks, trippelmaat;Triplicate,triplikit, verdrievoudigd, drievoudig; subst. triplicaat;Triplication= verdrievoudiging, tripliek;Triplicity,triplisiti, drievoudigheid.Tripod,traipod, drievoet(ige stoel, tafel of ketel).Tripoli,tripəli, Tripoli;Tripoline,tripəl(a)in;Tripolitan,tripolit’n, (bewoner) van T.Tripos,traipos, hetHonours-Exam.te Cambridge voor denB.A.graad.Tripper,tripə, trippelaar, danser, pleizierreiziger:Cheap trippers= pleizierreizigers;Tripple= korte galop:Heput the tired nag into a sort of trippleor ambling canter much affected by South-African horses.Triptych,triptik, een uit drie deelen bestaande altaarschilderij; antiek waschtafeltje met 2 bladen, die konden worden dichtgeslagen.Triradiate(d),traireidjit(-eitid), met drie stralen.Trireme,trairîm, galei met 3 rijen roeibanken boven elkaar.Trise,trais, opeischen.Trisect,traisekt, in drie gelijke deelen verdeelen; subst.Trisection,traisekš’n.Trispermous,traispɐ̂məs, driezadig.Trisyllabic(al),trisilabik(’l), drielettergrepig;Trisyllable,tr(a)isiləb’l,trisiləb’l, drielettergrepig woord.Trite,trait, afgezaagd, alledaagsch; subst.Triteness.Triton,trait’n, zeegod, watersalamander:He isa Triton among the minnows= steekt verre boven zijns gelijken uit.Triturate,tritjureit, tot fijn poeder malen of stampen; subst.Trituration.Triumph,traiəmf, subst. triomf, zegepraal;Triumphverb. zegepralen, zegevieren:He hastriumphed overall difficulties= glansrijk overwonnen;Triumphal,traiɐmf’l, zegevierend:Triumphal arch= eereboog;Triumphal car= zegekar;Triumphant,traiɐmf’nt, zegevierend, zegepralend:Triumph car (chariot)= zegekar;Triumpher= triumphator.Triumvir,traiɐmvɐ̂, drieman;Triumvirate,traiɐmvirit, driemanschap.Triune,traijûn, drieëenig.[591]Trivalvular,traivalvjulə, driekleppig.Trivet,trivət, treeft, drievoet:I am (as) right as a trivet= ik ben zoo gezond als een visch.Trivial,trivj’l, triviaal, onbeduidend, plat:Trivial name= populaire naam voor dier of plant;Triviality,trivialiti, alledaagschheid, onbeduidend iets:Trivialverb.Trivialize; subst.Trivialness.Trivium,trivj’m, naam voor de drie hoofdvakken in de Middeleeuwen: grammatica, rhetorica en logica.Triweekly,traiwîkli,traiwîkli, driemaal per week (verschijnend blad).Troat,trout, subst. het schreeuwen van een hert in den bronsttijd;Troatverb. schreeuwen (van een hert).Trochaic,trəkeiik, trochaeisch.Troche,troutš,trouk,troukî, (artsenij)tablet.Trochee,troukî, trochee.Trochil(us),trokil(ɐs), soort kolibri; tuinkoning.Trod,trod, imperf. v.to tread;Trod(den),trod(’n), p. perf. vanto tread.Troglodyte,tro(u)glədait, holbewoner; adj.Troglodytic(al),trogləditik(’l).Trojan,troudž’n, subst. en adj. Trojaan(sch).Troll,troul, subst. lied (kànon), rondzang, rolletje aan een hengel, soort kunstaas; aardgeest;Trollverb. rollen, ronddraaien, rondgeven, neuriën, lokken, aantrekken, hengelen, slenteren, een rondzang aanheffen.Trollop,troləp, slons, slet;Trollopy= slonzig, vuil, zedeloos.Trollope,troləp.Troll(e)y,troli, kar, lorrie, rol- of sledecontact bij electr. trams.Trombone,tromboun, schuiftrompet.Troop,trûp, subst. troep, hoop, menigte, escadron;Troopverb. in een troep loopen, tot troepen of in eene menigte vereenigen, aftrekken (away):Toget one’s troop= ritmeester worden;He sold out, andthe sale of his troopgave us a competence= hij kocht zich uit, en de opbrengst van zijne ritmeestersplaats verschafte ons genoeg om van te leven;Troops of the line= linietroepen;Tolevy (raise) troops;Trooping the colours= paradeeren;A troop-horse= cavaleriepaard;Troop-ship= transportschip;Trooper= cavalerist, transportschip:Heswears like a trooper= vloekt als een dragonder.Trope,troup, redefiguur, fig. uitdrukking.Trophy,trofi, zegeteeken, tropee.Tropic,tropik, subst. keerkring:Tropic of Cancer= kreeftskeerkring;Tropic of Capricorn= steenbokskeerkring;The Tropics= de Tropen;Tropical= tropisch, beeldsprakig:Tropical fruit.Trossachs,trosaks.Trot,trot, subst. draf; dribbeltje of hummeltje;Trotverb. draven, in draf zetten:Little trots offour or five years old= kleine hummels;A jog-trot= sukkeldrafje;At (On a) full trot= in vollen draf;Hebrought his horse to a trot= bracht zijn paard in draf;He wasdriving on at full trot= in vollen draf;Togo for a trot= een eindje omstappen;Tokeep a person on the trot all day= in touw houden (fig.);Totrot out= voorrijden;We’ll have totrot you out= wij zullen u moeten examineeren, u zal op de koord moeten. ZieTrotter.Troth,troth, trouw, geloof, waarheid, trouwbelofte:By my troth= op mijn woord;In troth= voorwaar, waarachtig;Theyplighted their troth= beloofden elkaar trouw.Trotter,trotə, draver, (schape-, of varkens)poot;Trotting:Trotting-horse= harddraver;Trotting-match= harddraverij.Trottoir,trotwâ, plaveisel.Troubadour,trûbədûə, troubadour.Trouble,trɐb’l, subst. onrust, zorg, droefheid, verlegenheid, ongeluk, moeite, inspanning;Troubleverb. verontrusten, storen, lastig vallen, hinderen, verdriet doen, moeite veroorzaken, angst aanjagen:Tobe at the trouble to= zich de moeite geven om;Tobe in trouble= in zorgen zitten;Tobring trouble upon oneself= zich in ’t ongeluk storten;Troubles like crows seldom come singly= een ongeluk komt zelden alleen;My boy, you’llget into trouble= je loopt erin, je krijgt nog straf;There’s no good in meeting trouble= geen zorg vóór den tijd;I fear I haveput you to some trouble= dat ik u last heb veroorzaakt;Will youtake the trouble? = de moeite doen, u den last getroosten;You might haresaved me that trouble= dien last kunnen besparen;I willspare no trouble= geen moeite ontzien;Don’ttrouble (your head) aboutthis= heb daar geene zwarigheid over;I willtrouble myselfno moreabouthim= me niet meer druk om hem maken;May Itrouble you forthe gravy? = om de jus verzoeken;There the wicked cease from troubling= daar houden de boozen op van beroering (Job. III, 17);Tofish in troubled water= in troebel water visschen;Troubler= verontruster, verstoorder;Troublesome= lastig, moeilijk, vervelend:My back is troublesome= ik heb last van (pijn in) mijn rug; subst.Troublesomeness;Atroublous life= leven vol zorgen;In troublous times= in tijden van beroering.Trough,trof, trog, bak, etensbak, golfdal =Trough of the sea.Trounce,trauns, afrossen, uitschelden;Trouncing= afstraffing.Troupe,trûp, troep tooneelspelers.Trousering,trauzəriŋ, broekstof;Trousers= lange broek:A pair of trousers= eene broek;Togo into trousers= een lange broek aankrijgen;Toturn up the end of one’s trousers= zijn broekspijpen omslaan;Trouser-strip= galon.Trousseau,trûsou, uitzet van de bruid.Trout,traut, forel(len);Trout-coloured= forelkleurig (wit met zwarte spikkels);Trout-farm= kweekerij;Troutlet= kleine forel.Trouvère,trûvêə, minnezanger.Trove,trouv.ZieTreasure;Trover= bezitverkrijging door vinden, onrechtmatige toeëigening:Action of trover= aanklacht wegens deze toeëigening.Trow,trau,trou,trû, gelooven, vertrouwen.Trowbridge,troubridž.Trowel,trauəl, subst. troffel;Trowelverb. met[592]een troffel opleggen;You arelaying it on with a trowel= legt het er dik op (fig.).Troy,trôi, Troje, Troyes (stad Z.O. v. Parijs):Troy(-weight)= gewicht van 12ouncesin hetpound(= ±373,242 gr.), alléén voor goud, zilver en juweelen; medicijnen.Truancy,trûənsi, wegblijven, schoolverzuim;Truant,trûənt, plichtverzakend, lui, de school verzuimend; subst. leeglooper, spijbelaar;Truantverb. omboemelen, spijbelen:He oftenplays (the) truant= spijbelt dikwijls;Torun truant= wegloopen;Truant-school= school voor geregelde verzuimers.Truce,trûs, wapenstilstand, tijdelijke opschorting:Flag of truce= witte (parlementaire) vlag;A truce toyour doggerel= schei uit met je gerijmel;You havebroken (the) truce= den wapenstilstand verbroken;Tomake truce with= een wapenstilstand sluiten;Truce-breaker= verbreker van afspraak of wapenstilstand.Truck,trɐk, subst. ruilhandel, huishoudelijke artikelen, handel, gedwongen winkelnering, verkeer; groente, afval (Amer.); katrol, handwagen, lage stellage op wielen, lorrie, open goederenwagen, kleine ronde schijf of kloot boven aan vlaggestok of mast;Truckverb. ruilhandel drijven, schacheren, venten, in trucks overladen of verzenden;Truck-man= ruilhandelaar, wagenrijder;Truck-system= gedwongen winkelnering;Truckage,trɐkidž, ruilhandel, vervoerloon;Truckful= wagenvol.Truckle,trɐk’l, subst. wieltje, rolletje;Truckleverb. voortrollen; zich aan den wil van anderen onderwerpen, slaafsch zijn, kruipen voor (to), voortrollen;Truckle-bed= ledikant op rolletjes;Hetruckles to circumstances= onderwerpt zich aan de omstandigheden;People crawl andtruckle forsocial success= kruipen en buigen zich;Truckler= kruiper.Truculence,trɐkjulens, woestheid, wreedheid, woest uiterlijk;Truculent= ruw, wreed, vreeselijk.Trudge,trɐdž, voortsukkelen, zich voortslepen:Hetrudged afterhis father= sukkelde achter zijn vader aan.True,trû, waar, trouw, standvastig, eerlijk, echt, zeker, regelmatig, recht, rechtmatig, juist:What you say there istrue enough= is volkomen waar;He wastrue tohis country and loyal to his king= trouw aan koning en vaderland;True to one’s word;He gave us atrue accountof it= een nauwkeurig verhaal;True bill= uitspraak v. deGrand Jury, dat na onderzoek van het bewijsmateriaal rechtsingang zal worden verleend met verwijzing naar dePetty Jury (Panel);A perfectly true circle= volkomen;True copy= eensluidend afschrift;Tocome true= uitkomen (v. droomen);Togo true= goed loopen (v. horloges);Tohold true= waar blijven;Toprove true= waar blijken;True-blue, subst. trouw, oprecht en eerlijk persoon, echte Tory; adj. onwrikbaar, trouw en eerlijk;True-born= echt, van wettige geboorte;True-bred= van echt ras, van goede opvoeding;True-hearted= trouwhartig, eerlijk; subst.True-heartedness;True-love, subst. minnaar, geliefde;True-love(r’s)-knot= soort van dubbele knoop (zinnebeeld v. wederzijdsche trouw en liefde);Truepenny= eerlijke vent;Trueness= trouw, oprechtheid, juistheid, etc.Truffle,trɐf’l, truffel;Truffle-dog= truffelzoeker (hond);Truffle-hunter.Trug,trɐg, kalkbak; ⅔ bushel; groentemand.Truism,trûizm, gemeenplaats, waarheid als eene koe.Trullization,trɐlizeiš’n, het pleisteren.Truly,trûli:Yours truly= hoogachtend uw, etc.Trump,trɐmp, subst. troefkaart, goede kerel, kranige vent;Trumpverb. troeven, troef (uit)spelen, verzinnen, opdrijven:Tocall for trumps= vragen;Tolead off a trump= opkomen met;Toplay trumps;He wasput to his trump(s)= tot het uiterste gebracht;You alwaysturn up trumps= gij boft altijd, u loopt alles mee =All your cards are trumps;Trumped-up= verzonnen, waardeloos:An accusation wastrumped up againstus= werd tegen ons verzonnen;Trumpery, subst. vodden, prulleboel, bedriegerij; adj. waardeloos, prullerig.Trumpet,trɐmpət, subst. trompet, scheepsroeper, uitbazuiner;Trumpetverb. met veel ophef bekend maken, uitbazuinen, uitbundig prijzen, trompetten:The last trumpet= de bazuin van den oordeelsdag;A flourish of trumpets= fanfare;Heblows (sounds) his own trumpet= verkondigt zijn eigen lof;Hetrumpeted forth his friend’s praise= stak de loftrompet over zijn vriend;Trumpet-call= trompetsignaal;Trumpet-fish= trompetvisch;Trumpet-fly= schapenhorzel;Trumpeter= trompetter, loftuiter, schetteraar, trompetvogel; soort duif.Truncal,trɐŋk’l, tot den stam of romp behoorende;Truncate,trɐŋkit, adj. afgeknot;Truncateverb. (trɐŋkeit),afknotten, snoeien:Truncated cone (pyramid)= afgeknotte kegel (piramide);Truncation,trɐŋkeiš’n, afknotting, het afgeknot zijn.Truncheon,trɐnš’n, subst. stam, stomp, schacht, staf, knuppel, maarschalksstaf;Truncheonverb. afrossen.Trundle,trɐnd’l, subst. rol, wieltje, rolwagen;Trundleverb. rollen, doen rollen, hoepelen:Let them trundle= laat ze loopen;Trundle-bed= rolbed;Trundle-head= kop v. een kaapstander;Trundle-tail= krulstaart.Trunk,trɐŋk, romp, stam, snuit (v. olifant), neus, koffer, hoofdlijn (voor spoor of telefoon); bak, koker:Trunks=Trunk-hose= korte wijde broek boven de knieën ingenomen;Trunk-line= hoofdlijn van spoor, kanaal, etc.;Trunk-maker= koffermaker;Trunk-root= hoofdwortel;Trunk-sleeve= pofmouw.Trunnel,trɐn’l=Treenail.Trunnion,trɐnj’n, tap (van een kanon).Truss,trɐs, subst. bundel, pakje, bosje, stellage of geraamte, pianokast, breukband, console;Trussverb. stijf binden, opstroopen, terecht trekken van kleeren, versterken, opmaken:Hetrussed onhis rags= hing zijne lompen om;Hetrussed uphis hair= bond[593]op;A trussed fowl= opgemaakte vogel (gereed om te worden gebraden);Truss-maker= breukbandenmaker.Trust,trɐst, subst. vertrouwen, geloof, toevertrouwd iets, deposito, crediet, zorg, vereeniging v. personen ten einde het monopolie te verkrijgen of te behouden;Trustverb. vertrouwen, gelooven, toevertrouwen, crediet geven, lichtgeloovig zijn, zich verlaten op:A distillers’ trust= vereeniging van distillateurs;Breach of trust= trouwbreuk;Position of trust= post van vertrouwen;Togive trust= crediet geven;You arein my trust= mij toevertrouwd, onder mijne hoede;Bondsin trust= effecten, etc. in bewaring;The watch wascommitted to my trust= mij ter bewaring toevertrouwd;Don’tput your trust insuch people= stel geen vertrouwen in;Itook it on trust= op goed geloof;I willtrust him no further than I can see;it wastrusted to my care= toevertrouwd aan;I willtrust you withthis= u dit toevertrouwen;Trust me for that= daar kunt ge op aan;Trust him to do it= hij “lapt net hem” wel;Trustee,trɐstî, beheerder, gevolmachtigde, commissaris, curator;Trustship;Trustful= vertrouwend; subst.Trustfulness;Trustless= niet te vertrouwen; subst.Trustlessness;Trustworthiness, subst. vanTrustworthy= trouw, vertrouwd, beproefd.Truth,trûth, waarheid, oprechtheid, getrouwheid, standvastigheid:Hedid truth= hij volgde Gods bevelen;Why don’t you speak the truth?= waarom zegt gij de waarheid niet;In truth= in waarheid, waarachtig, inderdaad;Of a truth= waarlijk;Truth-ful= waarheidlievend, vertrouwbaar; subst.Truthfulness.Truttaceous,trəteišəs, forellen …Try,trai, subst. proef, poging;Tryverb. beproeven, onderzoeken, op de proef stellen, verhooren (rechtbank), aanwenden, verleiden, ondervinden, ijken, aangrijpen, veel vergen, uitbraden, raffineeren, inschieten:Tohave a try at= eens probeeren;I havetried hardto do it= ik heb terdeeg mijn best gedaan;I willtry conclusions with him= het tegen hem opnemen;Thattries the eyes= vermoeit de oogen;Such worktries a man= pakt je aan;We willtry this quarrelhilt to hilt= dezen strijd met de degens uitmaken;Totry on= passen; probeeren:Itried onmy new coat= paste;Totry it on= bedriegen, van bedrog leven; probeeren hoeveel het (met iemand) lijden kan;Totry out= doorzetten, uitsmelten:We willtrythe matterout= wij zetten door tot de zaak beslist is;He wastried and condemned= verhoord en veroordeeld;Try-sail= gaffelzeil, bezaan;Try-your-weighter= automat. weegmachine. ZieTrying.Trygon,traigən, pijlstaartrog.Trying,trai-iŋ, lastig, smartelijk, moeielijk:Such thingsare trying toa man= hard voor;A trying climate= ongezond klimaat;He is very trying= geeft veel last.Tryst,trist,(plaats van) afgesproken bijeenkomst;Trysting-place= plaats van bijeenkomst.Tsar,tsâ, Czaar;Tsarevitch,tšârəvitš,tšâreivitš;Tsarina,tšârinə,Tsaritsa,tšaritsə.Tsetse,tsetsə, tsetsevlieg.T-square,tîskwêə, teekenhaak = T.Tub,tɐb, subst. tobbe, klein vat, badtobbe, lompe boot, kansel;Tubverb. in een tobbe doen, baden, een kuipbad nemen:Tale of a tub= bakersprookje;Tubs= boterkooper;Tub-fish= knorhaan;Tub-frock= japon, die gewasschen kan worden;Tub-man= een der twee bekwaamste advocaten van het vroegereCourt of Exchequer(de andere werdPostmangenoemd);Tub-pair= soort v. roeiboot;Tub-thumping= lawaaierige oratie;Tubber= soort v. houweel;Tubby= tobvormig, tonvormig; dof klinkend.Tuba,tjûbə, tuba (muziekinstr.).Tube,tjûb, subst. buis, pijp, tube, kanaal, lampeglas;Tubeverb. van pijpen of buizen voorzien:The Tube= de ondergrondsche spoorweg in Londen;India-rubber tube= gummislang;Test-tube= reageerbuisje.Tuber,tjûbə, vleezig gezwel, knol, aardappel;Tubercle,tjûbək’l, knolletje, kleine tuberkel;Tubercular,tjubɐ̂kjulə, vol knobbels of tuberkels:Tubercular consumption;Tuberculous,tjubɐ̂kjulɐs, lijdende aan tuberculose, vol tuberkels;Tuberculosis= tuberculose;Tuberose,tjûbərous,tjûbərous, subst. tuberoos (plant); adj. met knobbels of uitwassen; subst.Tuberosity,tjûbərositi, knobbeligheid, gezwel,zwelling;Tuberous=Tuberose.Tubular,tjûbjulə, buis-, koker- of cylinder-vormig;Tubular boiler= stoomketel met vlampijpen;Tubular bridge= kokerburg;Tubular post= luchtdrukpost;Tubule,tjûbjûl, pijpje, buisje;Tubuliform= in den vorm van een buisje.Tuck,tɐk, subst. opnaaisel, omslag, netje, lekkernijen, eetlust; trommelslag, rapier;Tuckverb. opschorten, omslaan, inslaan, optrekken, vouwen, opstroopen, instoppen, zich zat eten (out), vollen (van laken), tokken (van eene kip):Tuck of drum= slag op trom;It wasnip and tuckwith us= het kwam er op aan, was een strijd op leven en dood;Tuck-shop= suikerbakkerij;Tuck-in(=Tuck-out) = traktatie;I havetuckedtheminwarmly= heb ze ingestopt;The handkerchief about his neck wastucked inat the bosom= was (nl. de punten er van) in zijn borst gestopt;Hetucked uphis sleeves= stroopte op;Theytuckedhimupas best they could= pakten hem in;Tucker= kanten halskraag of chemisette;Tuck(ing)-mill= volmolen.

Transoceanic,transoušanik, aan de andere zijde van den oceaan.

Transom,trans’m, dwarsbalk:Transom-window= raam met dwarsbalk.

Transparence, Transparency,transpêr’ns(i), doorzichtigheid, transparant;Transparent= doorzichtig, doorschijnend, klaarblijkelijk; subst.Transparentness.

Transpirable,transpairəb’l,wat kan uitlekken enz.;Transpiration,transpireiš’n, uitwaseming, zweet;Transpire,transpaiə, uitwasemen, uitdampen, aan het licht komen, uitlekken, gebeuren.

Transplant,transplânt, overplanten, overbrengen;Transplantation= verplanting, overbrenging;Transplanter= verplanter.

Transport,transpöt, vervoer, transport, transportschip; verrukking, vervoering;Transport-ship= transportschip; schip waarmee gedeporteerden werden overgebracht.[587]

Transport,transpöt, vervoeren, transporteeren, deporteeren, verzetten, meesleepen, verrukken:Faith transports mountains= het geloof verzet bergen;He wastransported for life= werd gedeporteerd;Transported with joy= vervoerd van vreugde;Transportability= vervoerbaarheid, etc.; adj.Transportable;Transportation= vervoer, overbrenging, etc.;Transporter= wie vervoert;Transporting= verrukkend, bekorend.

Transposal,transpouz’l, verschikking, omzetting;Transpose,transpouz, verplaatsen, verschikken, omzetten, transponeeren;Transposition,transpəziš’n, verplaatsing, omzetting; adj.Transpositional.

Transubstantiation,transɐbstanšieiš’n, verandering van brood en wijn in het lichaam van Jezus.

Transudation,transiûdeiš’n, subst. v.Transude,transiûd, doorsijpelen, doorzweeten.

Transvaal,transvâl.

Transversal,transvɐ̂s’l, subst. dwarslijn, snijlijn; adj. dwars(loopend);Transverse,transvɐ̂s, subst. dwarsspier, transversaal; adj. dwars, diagonaal, transversaal.

Transylvania,transilveinjə, Zevenbergen;Transylvanian, subst. en adj. (bewoner) van Z.

Trap,trap, subst. val, strik, hinderlaag, klep, valdeur, karretje, soort trap of ladder, soort wagen, schabrak, dek, mond, klabak;Trapverb. in eene val of strik vangen, verstrikken, versieren:Man-trap= klem, voetangel;Traps= bagage, goederen, “spullen”;Trap-door= valdeur;Trap-door-spider= aardspin (met een door eene deur gesloten nest);Trap-tufa,Trap-tuff= vulcanische tufsteen;Trap-valve= valklep;Trapper= pelsdierjager, wagenpaard;Trappiness, subst. v.Trappy;Trappings,trapiŋz, paardentuig, harnachement, sieraad, opschik, versieringen;Trappy= slim, verraderlijk.

Trapan,trəpan, subst. strik;Trapanverb. verstrikken:Trapanner of souls= zielverkooper.

Trapes,treips, subst. slons;Trapesverb. rondloopen, vagebondeeren:I won’t betrapesing in the mud.

Trapeze,trəpîz, zweefrek of trapezium;Trapeziform,trəpîziföm, als eenTrapezium,trəpîž’m, trapezium.

Trappist,trapist, Trappist.

Trash,traš, subst. snoeisel, uitschot, afval, rommel, prullen, geklets, zware halsband (om een jachthond vast te houden);Trashverb. snoeien; vernederen, onderdrukken, kwellen:Poor white trash= naam door negers der Zuidelijke Staten aan de armste blanken gegeven;Trashiness, subst. v.Trashy= nietswaardig, prullerig.

Trass,tras, tras.

Traumatic,trômatik, subst. en adj. wondheelend (middel); wond …

Travail,travəl, subst. arbeid:Travails= barensweeën;Travailverb. zwoegen, in barensnood zijn.

Trave,treiv, hoefslag; dwarsbalk.

Travel,trav’l, subst. het reizen (Travels= (ontdekkings)reizen, reisverhalen);Travelverb. reizen, bereizen, doorreizen, trekken, zwerven, verdwijnen, heen en weer gaan:Totravel out of the record= afdwalen (fig.);Travelled= bereisd, ervaren, erratisch:Thefar travelled princess= die een verre reis had gedaan;A much travelled man, road;Traveller= reiziger:Totip the traveller= opsnijden;Traveller’s-joy= clematis, heggeboschdruif;Travelling:Traveling instructors= wandelleeraren.

Traversable,travəsəb’l, betwistbaar; doortrekbaar, doorwaadbaar;Traverse,travəs, subst. dwarshout of -strik, middelschot, dwarsgang, wederwaardigheid, tegenspoed, koppelkoers (scheepst.), het doorreizen, streek, wending, uitvlucht; adj. dwars;Traverseverb. ronddraaien, draaien, dwars loopen (van paarden b.v.), kruisen, doorkruisen, stroomen (loopen) door, doorgaan; adv. dwarsover;Traverse-sailing= koppelkoers;Traverser= beugel, schuifring.

Travesty,travəsti, subst. vermomming, travestie;Travestyverb. parodieeren:The trial degenerated intoa travesty ofjustice= eene parodie op.

Travis,travis. ZieTrave.

Trawl,trôl, subst. sleepnet (=Trawlnet);Trawlverb. met een sleepnet visschen;Trawler= visschersvaartuig dat met eentrawlvischt.

Tray,trei, schenkblad, bakje, tobbe, lade;Tray-cloth= kleedje onder theeblad.

Treacherous,tretšərɐs, verraderlijk; subst.Treacherousness=Treachery,tretšəri, verraad, trouweloosheid.

Treacle,trîk’l, (suiker)stroop, theriakel;Treacle-stick= strooppil; adj.Treacly.

Tread,tred, subst. stap, trede, schrede, hanetrede;Treadverb. treden (ook van vogels), trappen, drukken, wandelen, volgen, paren:Totread grapes= druiven treden;Totread (the) water= water treden;Totread in a person’s (foot)steps(fig.);Hetreads on it, treads it under foot= vertrapt het, zet er den voet op;Onetrod on the heels of the other= de een kwam vlak achter den ander aan;We havetrod(den) outthe fire= uitgetrapt;Tread-mill= tredmolen;Treader;Treadle,tred’l, trapper (v. naaimachine, etc.), trede, pedaal, hanetrede;Treadleverb. trappen.

Treason,trîz’n, verraad:High treason= hoogverraad;Treasonable= verraderlijk; subst.Treasonableness.

Treasure,trežə, subst. schat;Treasureverb. vergaren, verzamelen, bewaren als een schat:Hetreasured upall these memories= bewaarde zorgvuldig;Treasure-house= schatkamer;Treasure-seeker= schatgraver;Treasure-trove= gevonden schat;Treasurer= schatmeester:Treasurership.

Treasury,trežəri, schatkamer, schatkist, departement v. financiën (Treasury-department) en de ambtenaren (Het nominale hoofd isthe First Lord of the TreasuryofLord High Treasurer, gewoonlijk dePremier. Hem ter zijde staan:The Chancellor of the Exchequeren3 Lords CommissionersofJunior Lords);Treasury-bill (Treasury-bond, Treasury-note)= schatkistobligatie;Treasury-bench= voorste bank (regeeringsbank), rechts van denSpeakerin hetHouse of Commons;Treasury-warrant= schatkistontvangbewijs.[588]

Treat,trît, subst. onthaal, traktatie, genot;Treatverb. behandelen, handelen over, ontwikkelen, bespreken, onderhandelen, onthalen:It is a treat to me= genot, traktatie;It is my treat now= nu moet ik een rondje geven;He insisted onstanding treat= wou trakteeren;You havetreated me well, ill= mij goed, slecht behandeld;Hetreated ofmany subjects= handelde over;Hetreated us toa bottle and some excellent cigars= schonk eene flesch en liet ons lekkere sigaren rooken;He treated me to the theatre;I’ll treat myself to a new coat= me de weelde veroorloven;Ambassadors were sent totreat with Russia= te onderhandelen;Treater= onderhandelaar, verhandelaar, onthaler;Treatise,trîtis, verhandeling;Treatment= behandeling, handelwijze:I amunder treatment= geneesk. behandeling;Treaty= verdrag, tractaat:Tobreak, make, violate a treaty= verbreken, aangaan, schenden;Treaty of commerce;Treaty of partition= verdeelingsverdrag;They arein treaty withthe Greeks= in onderhandeling met.

Treble,treb’l, subst. het drievoudige; hooge bovenstem, discant, sopraan; adj. drievoudig, hoog (van stem of instrument);Trebleverb. verdrievoudigen, driedubbel worden:Theboy trebles= jongenssopranen;You are doubly, naytrebly blessed= dubbel, neen driewerf gezegend.

Tree,trî, subst. boom, as, leest, galg (in samenst.);Treeverb. in een boom jagen of vluchten, in verlegenheid brengen of in de macht krijgen, op de leest zetten:As the tree so the fruit= zoo boom zoo vrucht; de appel valt niet ver van den boom;He isat the top of the tree= hij heeft het hoogste punt bereikt;I have got youup a tree= in mijn macht, je zit er leelijk in;Tree of knowledge= boom der kennisse des goeds en des kwaads;Tree of life= boom des levens;Books, bound inTree-calf= kalfsleer met boomfiguren;Tree-deity= afgodsboom;Tree-frog= boomkikvorsch;Tree-louse= bladluis;Tree-nymph= dryade;Tree-toad= boomkikvorsch;Tree-worship= boomvereering;Treeless= zonder boomen;Treelike= als een boom.

Treenail,trîneil, houten nagel.

Trefoil,trîfôil, klaver(blad).

Trek,trek, trekken (in een ossenwagen); subst. trek, reis (Z. Afr.);Trek-chain.

Trellis,trelis, latwerk, traliewerk, leilatten;Trellis-fence;Trellis-gate;Trellis-work= kruiselings loopende latten voor veranda’s, priëeltjes, etc.;Trellised= met latwerk.

Trelawny,trəlôni.

Tremble,tremb’l, subst. beving, vrees;Trembleverb. beven, rillen, sidderen, schudden, trillen:I amall of (in) a tremble= beef over mijn geheele lijf;Hetrembled with fear= van angst;Totremble in every limb, in one’s shoes;Tremblement= triller (muz.);Trembler= bever, riller;Trembling:Trembling in the balance= onzeker;Trembling-poplar= ratelpopulier.

Tremendous,trimendəs, geducht, verschrikkelijk; subst.Tremendousness.

Tremolo,treməlou, triller, trilling.

Tremor,tremə, rilling, huivering:In a tremor;Tremor cordis= hartklopping;Tremulous,tremjulɐs, bevend, trillend, sidderend; subst.Tremulousness.

Trenail=Treenail.

Trench,trenš, subst. gracht, greppel, sloot, afvoersloot, loopgraaf;Trenchverb. eene sloot of greppel graven, loopgraven maken, inbreuk maken op (on,upon), diep graven of ploegen:The enemyopened the trenches= begon met de loopgraven;Trench-plough= diepsnijdende ploeg;Trenchancy= scherpheid;Trenchant,trenš’nt, snijdend, scherp, bits;Trencher= graver, houten schotel, broodplank, tafel:Trencher(-cap)= hoofddeksel (met vierkant bovenstuk) van de E. studenten;Trencher-man= goed en smakelijk eter =Trencher-mate.

Trend,trend, subst. neiging, richting, geer, bocht;Trendverb. geeren, zich richten, loopen, zich uitstrekken:Thetrend of the sea-shore= de bocht der zeekust;The coasttrended tonorth= de kust liep noord.

Trennel,tren’l,trɐn’l=Treenail.

Trental,trent’l, Gregoriaansche mis: Dertig missen, één per dag, vooral voor overledenen.

Trepan,trəpan, schedelzaag of -boor, boormachine;Trepanverb. doorboren of trepanneeren;Trepanner.

Trepidation,trepideiš’n, siddering, trilling, beverigheid, ontsteltenis.

Trespass,trespəs, subst. overtreding, zonde, nadeel;Trespassverb. overtreden, zondigen, schenden, te ver gaan, misbruik maken, zich indringen:Forgive us our trespasses as we forgive them that trespass against us= vergeef ons onze schulden gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren;Totrespass on (upon) a law, upon a person’s good nature= overtreden.… misbruik maken van;No trespassing on the railway is allowed= de toegang tot den spoorweg is verboden;I hope I have nottrespassed upon your time= niet te veel van uw tijd geroofd heb;Trespasser.

Tress,tres, (haar)lok, krul, vlecht;Tressed.

Trestle,tres’l, stellage, bok, schraag;Trestle-board= teekenbord;Atrestle-bridge= schraagbrug;Trestle-work= steigerwerk of viaduct op palen en schragen (Amer.).

Tret,tret, goed gewicht, vier Eng. ponden toe op elke 100.

Trevelyan,trəvelj’n;Treves,trîvz, Trier.

Trevet,trevet. ZieTrivet.

Trey,trei, drie (op dobbelsteen of kaart).

Triable,traiəb’l, wat beproefd kan worden; subst.Triableness;Trial,traiəl, proef, experiment, verhoor, (gerechtelijk) onderzoek, beproeving:By way of trial;On trial= op proef;On one’s trial= in verhoor, in onderzoek;Hour of trial;He’s a great trial to us= baart ons veel zorgen;Atrial man= iemand, die “op proef” genomen wordt;Thepestandtrialof the libraries= plaag en beproeving;A trial at bar= processen waarbij de 4 rechters v. het oudeSuperior Courtwaren betrokken, zoodat aan 3 Courts geen zaken behandeld konden worden;A trial by jury= gerechtelijk onderzoek door[589]de jury;He wasbrought to (put to) his trial= werd in verhoor genomen, vervolgd;Tocommit for trial= naar een rechtbank verwijzen;Let himhave a trial= laat het hem eens probeeren;Tomake a trial of= de proef nemen;Tomove for a new trial= appelleeren;To be put on (committed for) trial= in verhoor genomen, vervolgd worden;The steamergave much satisfaction in her trials= op den proeftocht (=Trial-trip);Trial-balloon= proefballon (ookfig.).

Triangle,traiaŋg’l, driehoek, triangel;Triangular,traiaŋgjulə, driehoekig:Triangular compasses= passer met drie beenen;Triangulate,traiaŋgjuleit, trianguleeren;Triangulation= triangulatie.

Trias,traiəs, triasformatie; adj.Triassic.

Tribal,traib’l, v. een stam:Thetribal ruleswhich regulate savage life;Tribe,traib, stam, klasse, geslacht, familie, troep;Tribes-man, lid van een stam.

Tribrach,traibrak, voet v. drie korte syllaben.

Tribulation,tribjuleiš’n, groot verdriet, zware beproeving.

Tribunal,traibjûn’l, rechtbank, gerechtshof, rechterstoel, biechtstoel;Tribune,tribjûn, tribuun, tribune;Tribuneship.

Tributary,tribjutəri, subst. en adj. schatplichtig(e staat); zijrivier (=Tributary stream);Tribute,tribjut, schatting, cijns, schatplichtigheid:Topay the tribute of nature= den tol der natuur betalen;Tribute-money= cijns, schatting.

Tricapsular,traikapsiulə, met drie kapsels of cellen.

Trice,trais, ophijschen.

Trice,trais, oogenblikje:In a trice= in een wip.

Tricentenary,traisentənəri. ZieTercentenary; adj.Tricentennial.

Triceps,traiseps, driehoofdig.

Trichina,trikainə, trichine;Trichinosis,trikinousis, trichinenziekte; adj.Trichinous,trikinɐs,trikainəs.

Trichord,traiköd, subst. en adj. driesnarig (instrument).

Trick,trik, subst. streek, kunstgreep, handigheid, poets, grap, trek, slag, “volte”, eigenaardigheid, roergang (scheepst.);Trickverb. bedriegen, bedotten; versieren, opschikken:Boy’s trick= kwajongensstreek;Tricks of fortune= grillen;Don’t come your tricks here= haal hier geen streken uit;He hasdone the trick= is dood, kapot;He alwayshad the bad trickof mumbling= de slechte gewoonte;Wehave the odd trick= één slag (trek) meer;Iknew every trick of his face= iedere uitdrukking;I know a trick worth two of that= daar loop ik niet in;Heknows a trick or two= is uitgeslapen;Heplayed you a bad trick= heeft u eene leelijke poets gebakken;Toshow tricks= kunstjes vertoonen;Hetricked me outof a considerable sum= bedroog mij voor;I am tired of thosedramatic trick-changes= die dramatische verrassingen;Tricker= bedrieger;Trickery= bedriegerij, bedotterij;Trickiness, subst. v.Tricky;Trickish= vol streken, bedriegelijk; subst.Trickishness;Tricksiness, subst. v.Tricksy;Trickster= bedrieger, schurk;Tricksy= schalksch, snaaksch, fijn;Tricky= vol streken, ondeugend, snaaksch.

Trickle,trik’l, zachtkens vloeien, in droppels neerdalen:The bloodtrickled down my fingers= liep tappelings langs mijne vingers.

Trick-track,triktrak, triktrakspel.

Triclinium,traikliniəm, stel lage divans om drie zijden eener eettafel, elk stel voor drie personen; Rom. feestzaal.

Tricolour,traikɐlə, driekleurig(e vlag);Tricoloured.

Tricot,trîkou, tricot.

Tricycle,traisik’l, subst. driewieler;Tricycleverb. op een driewieler rijden;Tricyclist= rijder op een driewieler.

Tridactyl(ous),traidaktil(ɐs), met drie teenen of vingers.

Trident,traid’nt, drietand, oppermacht ter zee;Tridentate(d),traidentit(traidenteitid), met drie tanden.

Tridentine,traidentin, subst. en adj. het concilie v. Trente of de stad betreffend.

Tridimensional,traidimenšən’l, met drie afmetingen.

Tried,traid, beproefd:A tried friend= trouw;Trier,traiə, vroeger een bepaald rechter.

Triennial,traienj’l, driejarig, driejaarlijksch.

Trifid,traifid, in drieën gespleten.

Trifle,traif’l, subst. kleinigheid, beetje, beuzeling, schoteltje v. een gebak in sherry gedrenkt en met room en geslagen eieren bedekt;Trifleverb. spelen, spotten, beuzelen, verbeuzelen:I don’tstand upon trifles= zie niet op die kleinigheden;You aretrifling awayyour time and money= ge vermorst;Don’ttrifle with me= houd me niet voor den gek;Trifler= beuzelaar;Trifling expenses= niet noemenswaardige uitgaven.

Trifoliate(d),traifouljit(traifouljeitid), driebladig;Trifolium,traifoulj’m, klaver.

Trifurcate(d),traifɐ̂kit(traifɐ̂kieitid), met drie takken of vorken.

Trig,trig, keurig, netjes.

Trig,trig, subst. remblok, remschoen;Trigverb. remmen, vastzetten.

Trigger,trigə, trekker (v. een vuurwapen):Topull the trigger= afvuren;Trigger-guard= beugel (onder den trekker).

Trigon,traigon, trigoon, driehoek; het samenkomen v. drie teekens van den Dierenriem;Trigonal,trigən’l, driepuntig, driehoekig;Trigonometric(al),trigənəmetrik(’l), tot de driehoeksmeting behoorende;Trigonometry,trigənomətri, driehoeksmeting.

Trigraph,traigrâf, drie klinkers met één klank, b.v.eauinbeau.

Trihedral,traihîdr’l,traihedr’l, met drie gelijke zijden.

Trike,traik, verb. vanTricycle:These girls areadepts at triking= rijden goed op driewielers.

Trilateral,trailatər’l, driezijdig.

Trilinear,trailinjə, met drie lijnen.

Trilingual,trailiŋgw’l, in drie talen.[590]

Triliteral,trailitər’l, (woord) v. drie letters.

Trill,tril, subst. trilling, getrilde letter (zooals de Nederl.r), tremblant (muz.);Trillverb. trillen, vibreeren.

Trillion,trilj’n, trillioen, 1 met 18 nullen (Amer.1 met 12 nullen).

Trilobite,triləbait, zeker fossiel schelpdier.

Trilogy,trilədži, trilogie.

Trim,trim, subst. toestand, staat, orde, kleeding, gala, opschik, garneersel; adj. netjes, keurig, proper, goed passend;Trimverb. in orde brengen, netjes maken, versieren, uitrusten, snoeien, bijknippen, garneeren, opmaken, oprakelen, schoonmaken, terechtwijzen, geschikt maken, in goeden staat brengen (van een schip met betrekking tot lading, ballast, masten, enz.):We arein good trim= in goeden staat, op alles voorbereid;She was dressedin regulation trim= gekleed overeenkomstig de voorschriften (op bals, etc.);Out of trim= slecht gestouwd;Itrimmed him= veegde hem den mantel uit;Totrim a candle= snuiten;Will youtrim the fire? = vuur oppoken (en den haard aanvegen, etc.);Hetrimmed the lamp= maakte de lamp in orde;I havetrimmed this piece inhere= dit stuk hier ingepast;The sails were trimmed= zoo gunstig mogelijk (naar den wind) gezet;Totrim one’s sails accordingly= de huik naar den wind hangen;Independent members do nottrim topolitical demagogues= schikken zich niet naar;Trimmer= tremmer, politieke weerhaan, terechtwijzer, terechtwijzing;Trimming= terechtwijzing, pak slaag; onstandvastigheid, weifelmoedigheid;Trimmings= oplegsel, garneersel, toespijzen:Tea with trimmings;Trimness= netheid, etc.

Trimeter,trimətə, drievoetige versregel.

Trinal,train’l, drievoudig:Trinal unity.

Tringle,triŋg’l, gordijnroede, kleine kroonlijst.

Trinidad,trinidad.

Trinitarian,trinitêrj’n, subst. en adj. (belijder) v. de drieéénheidsleer;Trinitarianism= het leerstuk der drieéénheid;Trinity,triniti, drieéénheid:Trinity-house= oude corporatie te Londen bij welkeo.a.het toezicht op vuurtorens en boeien aan kusten en in rivieren berust;Trinity-Sunday= Zondag na Pinkster;Trinity-term= een der vier termijnen (22 Mei–12 Juni) gedurende welke Londensche rechtscolleges zitting hielden; thansTrinity Sittingsvan Dinsdag na Pinkster tot 12 Augustus.

Trinket,triŋkət, kleinood, lijfsieraad in ’t algemeen;Trinketverb. intrigueeren.

Trinomial,trainoumj’l, subst. en adj. drienamig(e term) =Trinominal,trainomin’l.

Trio,traiou,trîou, trio, klaverblad (fig.).

Triolet,traiəlet,trîəlet, triolet.

Trior,traiə, ambtenaar, die onderzoekt of eene wraking van juryleden juist is.

Trip,trip, subst. trippelpas, getrippel, uitstapje, gang, slag, beentjelichten, struikeling, misstap, val, kleine fout;Tripverb. trippelen, vlug loopen, huppelen, een uitstapje doen, struikelen, een mispas doen, dwalen, op eene fout betrappen, beentje lichten:Theywent on their wedding-trip= op hun huwelijksreisje;Her foot tripped= zij struikelde;Itripped him up= heb hem den voet gelicht;Theytripped up one another’s heels= volgden elkander onmiddellijk, zaten elkaar achterna;I wastripped up by that branch= struikelde over dien tak. ZieTripper.

Triparted,traipâtid, in drie stukken verdeeld;Tripartite,tripətait,traipâtait, in drie deelen verdeeld, in triplo;Tripartition,tr(a)ipâtiš’n, verdeeling in drieën.

Tripe,traip, pens, ingewanden, buik.

Tripetalous,traipetəlɐs, driebladig.

Triphthong,tripthoŋ,trifthoŋ, drieklank; adj.Triphthongal,tripthoŋg’l,trifthoŋg’l.

Triple,trip’l, adj. drievoudig, driemaal;Tripleverb. verdrievoudigen;Triple-crown= pauselijke kroon;Triple-headed= driehoofdig;Triplet,triplət, subst. trio, drieling, drieregelig versje, fiets voor 3 personen; adj. drievoudig;Triplex,traipleks, trippelmaat;Triplicate,triplikit, verdrievoudigd, drievoudig; subst. triplicaat;Triplication= verdrievoudiging, tripliek;Triplicity,triplisiti, drievoudigheid.

Tripod,traipod, drievoet(ige stoel, tafel of ketel).

Tripoli,tripəli, Tripoli;Tripoline,tripəl(a)in;Tripolitan,tripolit’n, (bewoner) van T.

Tripos,traipos, hetHonours-Exam.te Cambridge voor denB.A.graad.

Tripper,tripə, trippelaar, danser, pleizierreiziger:Cheap trippers= pleizierreizigers;Tripple= korte galop:Heput the tired nag into a sort of trippleor ambling canter much affected by South-African horses.

Triptych,triptik, een uit drie deelen bestaande altaarschilderij; antiek waschtafeltje met 2 bladen, die konden worden dichtgeslagen.

Triradiate(d),traireidjit(-eitid), met drie stralen.

Trireme,trairîm, galei met 3 rijen roeibanken boven elkaar.

Trise,trais, opeischen.

Trisect,traisekt, in drie gelijke deelen verdeelen; subst.Trisection,traisekš’n.

Trispermous,traispɐ̂məs, driezadig.

Trisyllabic(al),trisilabik(’l), drielettergrepig;Trisyllable,tr(a)isiləb’l,trisiləb’l, drielettergrepig woord.

Trite,trait, afgezaagd, alledaagsch; subst.Triteness.

Triton,trait’n, zeegod, watersalamander:He isa Triton among the minnows= steekt verre boven zijns gelijken uit.

Triturate,tritjureit, tot fijn poeder malen of stampen; subst.Trituration.

Triumph,traiəmf, subst. triomf, zegepraal;Triumphverb. zegepralen, zegevieren:He hastriumphed overall difficulties= glansrijk overwonnen;Triumphal,traiɐmf’l, zegevierend:Triumphal arch= eereboog;Triumphal car= zegekar;Triumphant,traiɐmf’nt, zegevierend, zegepralend:Triumph car (chariot)= zegekar;Triumpher= triumphator.

Triumvir,traiɐmvɐ̂, drieman;Triumvirate,traiɐmvirit, driemanschap.

Triune,traijûn, drieëenig.[591]

Trivalvular,traivalvjulə, driekleppig.

Trivet,trivət, treeft, drievoet:I am (as) right as a trivet= ik ben zoo gezond als een visch.

Trivial,trivj’l, triviaal, onbeduidend, plat:Trivial name= populaire naam voor dier of plant;Triviality,trivialiti, alledaagschheid, onbeduidend iets:Trivialverb.Trivialize; subst.Trivialness.

Trivium,trivj’m, naam voor de drie hoofdvakken in de Middeleeuwen: grammatica, rhetorica en logica.

Triweekly,traiwîkli,traiwîkli, driemaal per week (verschijnend blad).

Troat,trout, subst. het schreeuwen van een hert in den bronsttijd;Troatverb. schreeuwen (van een hert).

Trochaic,trəkeiik, trochaeisch.

Troche,troutš,trouk,troukî, (artsenij)tablet.

Trochee,troukî, trochee.

Trochil(us),trokil(ɐs), soort kolibri; tuinkoning.

Trod,trod, imperf. v.to tread;Trod(den),trod(’n), p. perf. vanto tread.

Troglodyte,tro(u)glədait, holbewoner; adj.Troglodytic(al),trogləditik(’l).

Trojan,troudž’n, subst. en adj. Trojaan(sch).

Troll,troul, subst. lied (kànon), rondzang, rolletje aan een hengel, soort kunstaas; aardgeest;Trollverb. rollen, ronddraaien, rondgeven, neuriën, lokken, aantrekken, hengelen, slenteren, een rondzang aanheffen.

Trollop,troləp, slons, slet;Trollopy= slonzig, vuil, zedeloos.

Trollope,troləp.

Troll(e)y,troli, kar, lorrie, rol- of sledecontact bij electr. trams.

Trombone,tromboun, schuiftrompet.

Troop,trûp, subst. troep, hoop, menigte, escadron;Troopverb. in een troep loopen, tot troepen of in eene menigte vereenigen, aftrekken (away):Toget one’s troop= ritmeester worden;He sold out, andthe sale of his troopgave us a competence= hij kocht zich uit, en de opbrengst van zijne ritmeestersplaats verschafte ons genoeg om van te leven;Troops of the line= linietroepen;Tolevy (raise) troops;Trooping the colours= paradeeren;A troop-horse= cavaleriepaard;Troop-ship= transportschip;Trooper= cavalerist, transportschip:Heswears like a trooper= vloekt als een dragonder.

Trope,troup, redefiguur, fig. uitdrukking.

Trophy,trofi, zegeteeken, tropee.

Tropic,tropik, subst. keerkring:Tropic of Cancer= kreeftskeerkring;Tropic of Capricorn= steenbokskeerkring;The Tropics= de Tropen;Tropical= tropisch, beeldsprakig:Tropical fruit.

Trossachs,trosaks.

Trot,trot, subst. draf; dribbeltje of hummeltje;Trotverb. draven, in draf zetten:Little trots offour or five years old= kleine hummels;A jog-trot= sukkeldrafje;At (On a) full trot= in vollen draf;Hebrought his horse to a trot= bracht zijn paard in draf;He wasdriving on at full trot= in vollen draf;Togo for a trot= een eindje omstappen;Tokeep a person on the trot all day= in touw houden (fig.);Totrot out= voorrijden;We’ll have totrot you out= wij zullen u moeten examineeren, u zal op de koord moeten. ZieTrotter.

Troth,troth, trouw, geloof, waarheid, trouwbelofte:By my troth= op mijn woord;In troth= voorwaar, waarachtig;Theyplighted their troth= beloofden elkaar trouw.

Trotter,trotə, draver, (schape-, of varkens)poot;Trotting:Trotting-horse= harddraver;Trotting-match= harddraverij.

Trottoir,trotwâ, plaveisel.

Troubadour,trûbədûə, troubadour.

Trouble,trɐb’l, subst. onrust, zorg, droefheid, verlegenheid, ongeluk, moeite, inspanning;Troubleverb. verontrusten, storen, lastig vallen, hinderen, verdriet doen, moeite veroorzaken, angst aanjagen:Tobe at the trouble to= zich de moeite geven om;Tobe in trouble= in zorgen zitten;Tobring trouble upon oneself= zich in ’t ongeluk storten;Troubles like crows seldom come singly= een ongeluk komt zelden alleen;My boy, you’llget into trouble= je loopt erin, je krijgt nog straf;There’s no good in meeting trouble= geen zorg vóór den tijd;I fear I haveput you to some trouble= dat ik u last heb veroorzaakt;Will youtake the trouble? = de moeite doen, u den last getroosten;You might haresaved me that trouble= dien last kunnen besparen;I willspare no trouble= geen moeite ontzien;Don’ttrouble (your head) aboutthis= heb daar geene zwarigheid over;I willtrouble myselfno moreabouthim= me niet meer druk om hem maken;May Itrouble you forthe gravy? = om de jus verzoeken;There the wicked cease from troubling= daar houden de boozen op van beroering (Job. III, 17);Tofish in troubled water= in troebel water visschen;Troubler= verontruster, verstoorder;Troublesome= lastig, moeilijk, vervelend:My back is troublesome= ik heb last van (pijn in) mijn rug; subst.Troublesomeness;Atroublous life= leven vol zorgen;In troublous times= in tijden van beroering.

Trough,trof, trog, bak, etensbak, golfdal =Trough of the sea.

Trounce,trauns, afrossen, uitschelden;Trouncing= afstraffing.

Troupe,trûp, troep tooneelspelers.

Trousering,trauzəriŋ, broekstof;Trousers= lange broek:A pair of trousers= eene broek;Togo into trousers= een lange broek aankrijgen;Toturn up the end of one’s trousers= zijn broekspijpen omslaan;Trouser-strip= galon.

Trousseau,trûsou, uitzet van de bruid.

Trout,traut, forel(len);Trout-coloured= forelkleurig (wit met zwarte spikkels);Trout-farm= kweekerij;Troutlet= kleine forel.

Trouvère,trûvêə, minnezanger.

Trove,trouv.ZieTreasure;Trover= bezitverkrijging door vinden, onrechtmatige toeëigening:Action of trover= aanklacht wegens deze toeëigening.

Trow,trau,trou,trû, gelooven, vertrouwen.

Trowbridge,troubridž.

Trowel,trauəl, subst. troffel;Trowelverb. met[592]een troffel opleggen;You arelaying it on with a trowel= legt het er dik op (fig.).

Troy,trôi, Troje, Troyes (stad Z.O. v. Parijs):Troy(-weight)= gewicht van 12ouncesin hetpound(= ±373,242 gr.), alléén voor goud, zilver en juweelen; medicijnen.

Truancy,trûənsi, wegblijven, schoolverzuim;Truant,trûənt, plichtverzakend, lui, de school verzuimend; subst. leeglooper, spijbelaar;Truantverb. omboemelen, spijbelen:He oftenplays (the) truant= spijbelt dikwijls;Torun truant= wegloopen;Truant-school= school voor geregelde verzuimers.

Truce,trûs, wapenstilstand, tijdelijke opschorting:Flag of truce= witte (parlementaire) vlag;A truce toyour doggerel= schei uit met je gerijmel;You havebroken (the) truce= den wapenstilstand verbroken;Tomake truce with= een wapenstilstand sluiten;Truce-breaker= verbreker van afspraak of wapenstilstand.

Truck,trɐk, subst. ruilhandel, huishoudelijke artikelen, handel, gedwongen winkelnering, verkeer; groente, afval (Amer.); katrol, handwagen, lage stellage op wielen, lorrie, open goederenwagen, kleine ronde schijf of kloot boven aan vlaggestok of mast;Truckverb. ruilhandel drijven, schacheren, venten, in trucks overladen of verzenden;Truck-man= ruilhandelaar, wagenrijder;Truck-system= gedwongen winkelnering;Truckage,trɐkidž, ruilhandel, vervoerloon;Truckful= wagenvol.

Truckle,trɐk’l, subst. wieltje, rolletje;Truckleverb. voortrollen; zich aan den wil van anderen onderwerpen, slaafsch zijn, kruipen voor (to), voortrollen;Truckle-bed= ledikant op rolletjes;Hetruckles to circumstances= onderwerpt zich aan de omstandigheden;People crawl andtruckle forsocial success= kruipen en buigen zich;Truckler= kruiper.

Truculence,trɐkjulens, woestheid, wreedheid, woest uiterlijk;Truculent= ruw, wreed, vreeselijk.

Trudge,trɐdž, voortsukkelen, zich voortslepen:Hetrudged afterhis father= sukkelde achter zijn vader aan.

True,trû, waar, trouw, standvastig, eerlijk, echt, zeker, regelmatig, recht, rechtmatig, juist:What you say there istrue enough= is volkomen waar;He wastrue tohis country and loyal to his king= trouw aan koning en vaderland;True to one’s word;He gave us atrue accountof it= een nauwkeurig verhaal;True bill= uitspraak v. deGrand Jury, dat na onderzoek van het bewijsmateriaal rechtsingang zal worden verleend met verwijzing naar dePetty Jury (Panel);A perfectly true circle= volkomen;True copy= eensluidend afschrift;Tocome true= uitkomen (v. droomen);Togo true= goed loopen (v. horloges);Tohold true= waar blijven;Toprove true= waar blijken;True-blue, subst. trouw, oprecht en eerlijk persoon, echte Tory; adj. onwrikbaar, trouw en eerlijk;True-born= echt, van wettige geboorte;True-bred= van echt ras, van goede opvoeding;True-hearted= trouwhartig, eerlijk; subst.True-heartedness;True-love, subst. minnaar, geliefde;True-love(r’s)-knot= soort van dubbele knoop (zinnebeeld v. wederzijdsche trouw en liefde);Truepenny= eerlijke vent;Trueness= trouw, oprechtheid, juistheid, etc.

Truffle,trɐf’l, truffel;Truffle-dog= truffelzoeker (hond);Truffle-hunter.

Trug,trɐg, kalkbak; ⅔ bushel; groentemand.

Truism,trûizm, gemeenplaats, waarheid als eene koe.

Trullization,trɐlizeiš’n, het pleisteren.

Truly,trûli:Yours truly= hoogachtend uw, etc.

Trump,trɐmp, subst. troefkaart, goede kerel, kranige vent;Trumpverb. troeven, troef (uit)spelen, verzinnen, opdrijven:Tocall for trumps= vragen;Tolead off a trump= opkomen met;Toplay trumps;He wasput to his trump(s)= tot het uiterste gebracht;You alwaysturn up trumps= gij boft altijd, u loopt alles mee =All your cards are trumps;Trumped-up= verzonnen, waardeloos:An accusation wastrumped up againstus= werd tegen ons verzonnen;Trumpery, subst. vodden, prulleboel, bedriegerij; adj. waardeloos, prullerig.

Trumpet,trɐmpət, subst. trompet, scheepsroeper, uitbazuiner;Trumpetverb. met veel ophef bekend maken, uitbazuinen, uitbundig prijzen, trompetten:The last trumpet= de bazuin van den oordeelsdag;A flourish of trumpets= fanfare;Heblows (sounds) his own trumpet= verkondigt zijn eigen lof;Hetrumpeted forth his friend’s praise= stak de loftrompet over zijn vriend;Trumpet-call= trompetsignaal;Trumpet-fish= trompetvisch;Trumpet-fly= schapenhorzel;Trumpeter= trompetter, loftuiter, schetteraar, trompetvogel; soort duif.

Truncal,trɐŋk’l, tot den stam of romp behoorende;Truncate,trɐŋkit, adj. afgeknot;Truncateverb. (trɐŋkeit),afknotten, snoeien:Truncated cone (pyramid)= afgeknotte kegel (piramide);Truncation,trɐŋkeiš’n, afknotting, het afgeknot zijn.

Truncheon,trɐnš’n, subst. stam, stomp, schacht, staf, knuppel, maarschalksstaf;Truncheonverb. afrossen.

Trundle,trɐnd’l, subst. rol, wieltje, rolwagen;Trundleverb. rollen, doen rollen, hoepelen:Let them trundle= laat ze loopen;Trundle-bed= rolbed;Trundle-head= kop v. een kaapstander;Trundle-tail= krulstaart.

Trunk,trɐŋk, romp, stam, snuit (v. olifant), neus, koffer, hoofdlijn (voor spoor of telefoon); bak, koker:Trunks=Trunk-hose= korte wijde broek boven de knieën ingenomen;Trunk-line= hoofdlijn van spoor, kanaal, etc.;Trunk-maker= koffermaker;Trunk-root= hoofdwortel;Trunk-sleeve= pofmouw.

Trunnel,trɐn’l=Treenail.

Trunnion,trɐnj’n, tap (van een kanon).

Truss,trɐs, subst. bundel, pakje, bosje, stellage of geraamte, pianokast, breukband, console;Trussverb. stijf binden, opstroopen, terecht trekken van kleeren, versterken, opmaken:Hetrussed onhis rags= hing zijne lompen om;Hetrussed uphis hair= bond[593]op;A trussed fowl= opgemaakte vogel (gereed om te worden gebraden);Truss-maker= breukbandenmaker.

Trust,trɐst, subst. vertrouwen, geloof, toevertrouwd iets, deposito, crediet, zorg, vereeniging v. personen ten einde het monopolie te verkrijgen of te behouden;Trustverb. vertrouwen, gelooven, toevertrouwen, crediet geven, lichtgeloovig zijn, zich verlaten op:A distillers’ trust= vereeniging van distillateurs;Breach of trust= trouwbreuk;Position of trust= post van vertrouwen;Togive trust= crediet geven;You arein my trust= mij toevertrouwd, onder mijne hoede;Bondsin trust= effecten, etc. in bewaring;The watch wascommitted to my trust= mij ter bewaring toevertrouwd;Don’tput your trust insuch people= stel geen vertrouwen in;Itook it on trust= op goed geloof;I willtrust him no further than I can see;it wastrusted to my care= toevertrouwd aan;I willtrust you withthis= u dit toevertrouwen;Trust me for that= daar kunt ge op aan;Trust him to do it= hij “lapt net hem” wel;Trustee,trɐstî, beheerder, gevolmachtigde, commissaris, curator;Trustship;Trustful= vertrouwend; subst.Trustfulness;Trustless= niet te vertrouwen; subst.Trustlessness;Trustworthiness, subst. vanTrustworthy= trouw, vertrouwd, beproefd.

Truth,trûth, waarheid, oprechtheid, getrouwheid, standvastigheid:Hedid truth= hij volgde Gods bevelen;Why don’t you speak the truth?= waarom zegt gij de waarheid niet;In truth= in waarheid, waarachtig, inderdaad;Of a truth= waarlijk;Truth-ful= waarheidlievend, vertrouwbaar; subst.Truthfulness.

Truttaceous,trəteišəs, forellen …

Try,trai, subst. proef, poging;Tryverb. beproeven, onderzoeken, op de proef stellen, verhooren (rechtbank), aanwenden, verleiden, ondervinden, ijken, aangrijpen, veel vergen, uitbraden, raffineeren, inschieten:Tohave a try at= eens probeeren;I havetried hardto do it= ik heb terdeeg mijn best gedaan;I willtry conclusions with him= het tegen hem opnemen;Thattries the eyes= vermoeit de oogen;Such worktries a man= pakt je aan;We willtry this quarrelhilt to hilt= dezen strijd met de degens uitmaken;Totry on= passen; probeeren:Itried onmy new coat= paste;Totry it on= bedriegen, van bedrog leven; probeeren hoeveel het (met iemand) lijden kan;Totry out= doorzetten, uitsmelten:We willtrythe matterout= wij zetten door tot de zaak beslist is;He wastried and condemned= verhoord en veroordeeld;Try-sail= gaffelzeil, bezaan;Try-your-weighter= automat. weegmachine. ZieTrying.

Trygon,traigən, pijlstaartrog.

Trying,trai-iŋ, lastig, smartelijk, moeielijk:Such thingsare trying toa man= hard voor;A trying climate= ongezond klimaat;He is very trying= geeft veel last.

Tryst,trist,(plaats van) afgesproken bijeenkomst;Trysting-place= plaats van bijeenkomst.

Tsar,tsâ, Czaar;Tsarevitch,tšârəvitš,tšâreivitš;Tsarina,tšârinə,Tsaritsa,tšaritsə.

Tsetse,tsetsə, tsetsevlieg.

T-square,tîskwêə, teekenhaak = T.

Tub,tɐb, subst. tobbe, klein vat, badtobbe, lompe boot, kansel;Tubverb. in een tobbe doen, baden, een kuipbad nemen:Tale of a tub= bakersprookje;Tubs= boterkooper;Tub-fish= knorhaan;Tub-frock= japon, die gewasschen kan worden;Tub-man= een der twee bekwaamste advocaten van het vroegereCourt of Exchequer(de andere werdPostmangenoemd);Tub-pair= soort v. roeiboot;Tub-thumping= lawaaierige oratie;Tubber= soort v. houweel;Tubby= tobvormig, tonvormig; dof klinkend.

Tuba,tjûbə, tuba (muziekinstr.).

Tube,tjûb, subst. buis, pijp, tube, kanaal, lampeglas;Tubeverb. van pijpen of buizen voorzien:The Tube= de ondergrondsche spoorweg in Londen;India-rubber tube= gummislang;Test-tube= reageerbuisje.

Tuber,tjûbə, vleezig gezwel, knol, aardappel;Tubercle,tjûbək’l, knolletje, kleine tuberkel;Tubercular,tjubɐ̂kjulə, vol knobbels of tuberkels:Tubercular consumption;Tuberculous,tjubɐ̂kjulɐs, lijdende aan tuberculose, vol tuberkels;Tuberculosis= tuberculose;Tuberose,tjûbərous,tjûbərous, subst. tuberoos (plant); adj. met knobbels of uitwassen; subst.Tuberosity,tjûbərositi, knobbeligheid, gezwel,zwelling;Tuberous=Tuberose.

Tubular,tjûbjulə, buis-, koker- of cylinder-vormig;Tubular boiler= stoomketel met vlampijpen;Tubular bridge= kokerburg;Tubular post= luchtdrukpost;Tubule,tjûbjûl, pijpje, buisje;Tubuliform= in den vorm van een buisje.

Tuck,tɐk, subst. opnaaisel, omslag, netje, lekkernijen, eetlust; trommelslag, rapier;Tuckverb. opschorten, omslaan, inslaan, optrekken, vouwen, opstroopen, instoppen, zich zat eten (out), vollen (van laken), tokken (van eene kip):Tuck of drum= slag op trom;It wasnip and tuckwith us= het kwam er op aan, was een strijd op leven en dood;Tuck-shop= suikerbakkerij;Tuck-in(=Tuck-out) = traktatie;I havetuckedtheminwarmly= heb ze ingestopt;The handkerchief about his neck wastucked inat the bosom= was (nl. de punten er van) in zijn borst gestopt;Hetucked uphis sleeves= stroopte op;Theytuckedhimupas best they could= pakten hem in;Tucker= kanten halskraag of chemisette;Tuck(ing)-mill= volmolen.


Back to IndexNext