Chapter 116

Underived,ɐndiraivd, niet ontleend.Undescribed,ɐndiskraibd, niet beschreven.Undescried,ɐndiskraid, onontdekt.Undeserved,ɐndizɐ̂vd, onverdiend;Undeserving= niet verdienend, onwaardig.Undesigned,ɐndizaind,ɐndisaind, onopzettelijk; subst.Undesignedness;Undesigning= oprecht, zonder bedrog, argeloos.Undesirable,ɐndizairəb’l, ongewenscht; subst. een ongewenscht persoon;Undesired= niet gewenscht of begeerd;Undesiring= niet verlangend, onverschillig;Undesirous= niet begeerlijk of verlangend.Undetected,ɐnditektid, onontdekt.Undetermined,ɐnditɐ̂mind, onbeslist, onzeker, niet beperkt.Undeveloped,ɐndiveləpt, onontwikkeld.Undeviating,ɐndîvjeitiŋ, niet afwijkend, geregeld, vast.Undid,ɐndid, imperf. vanto undo.Undignified,ɐndignifaid, onwaardig.Undiluted,ɐndil(j)ûtid, niet verdund.Undiminished,ɐndiminišt, onverminderd.Undimmed,ɐndimd, niet verduisterd.Undine,undin,ɐndîn, Undine, waternimf.Undiscerned,ɐndizɐ̂nd, onopgemerkt;Undiscernible= niet te onderscheiden, onzichtbaar, onmerkbaar;Undiscerning= kortzichtig, niet onderscheidend.Undisciplined,ɐndisiplind, niet geoefend, ongeregeld, zonder tucht.Undiscouraged,ɐndiskɐridžd, niet ontmoedigd.Undiscoverable,ɐndiskɐvərəb’l, niet te ontdekken;Undiscovered= niet gezien, niet opgehelderd, verborgen.Undiscriminating,ɐndiskrimineitiŋ, niet onderscheidend, niet scherpzinnig.[605]Undisguised,ɐndisgaizd, onvermomd, openlijk.Undismayed,ɐndizmeid, onverschrokken, onvervaard.Undisposed,ɐndispouzd, niet geordend, niet verkocht (of).Undisputed,ɐndispjûtid, onbetwist.Undissolved,ɐndizolvd, niet opgelost of gesmolten, niet verbroken.Undistorted,ɐndistötid, onverwrongen.Undistracted,ɐndistraktid, niet verstrooid of afgeleid.Undisturbed,ɐndistɐ̂bd, ongestoord, kalm.Undividable,ɐndivaidəb’l, on(ver)deelbaar;Undivided= onverdeeld, geheel.Undivorced,ɐndivöst, niet gescheiden.Undivulged,ɐndivɐldžd, niet bekend, niet openbaar of ruchtbaar gemaakt.Undo,ɐndû, te niet doen, vernietigen, opheffen, oplossen, losmaken, te gronde richten, ongelukkig maken:Don’t undowhat I taught him= bederf niet;Toundo a fault= weer goed maken;Undoer,ɐndûə, tenietdoener, bederver, verwoester;Undoing= ondergang, vernietiging. ZieUndone.Undomestic,ɐndəmestik, niet huiselijk;Undomesticated= niet getemd of aan den mensch onderworpen.Undone,ɐndɐn, p.p. vanto undo:I am undone= geruïneerd;Tocome undone= losgaan;Heleft the thing undone= onafgedaan;What is done can’t be undone= gedane zaken nemen geen keer.Undoubted,ɐndautid, ongetwijfeld, ontwijfelbaar, onbevreesd, niet verdacht.Undowered,ɐndauəd, zonder bruidschat.Undrainable,ɐndreinəb’l, onuitputtelijk;Undrained= niet droog gelegd.Undramatic(al),ɐndrəmatik(’l), ondramatisch.Undraped,ɐndreipt, niet gedrapeerd, naakt.Undrawn,ɐndrôn, niet geteekend, niet weggetrokken, niet getrokken.Undreaded,ɐndredid, ongevreesd.Undreamed,ɐndrîmd,Undreamt,ɐndremt, niet gedroomd:Dangersundreamed ofbefore= gevaren die men zich vroeger niet had voorgesteld.Undress,ɐndres,ɐndres, négligé, klein tenue; alledaagsch, eenvoudig.Undress,ɐndres, ontkleeden, ontzwachtelen, ontdoen van:Undressed= ongekleed, niet toebereid of gekookt, niet opgemaakt, ruw.Undried,ɐndraid, opgedroogd, groen.Undrilled,ɐndrild, ongeoefend.Undrinkable,ɐndriŋkəb’l, ondrinkbaar.Undue,ɐndjû, ongepast, onwettig, overmatig.Undulate,ɐndjulit, adj. golvend;Undulateverb. (ɐndjuleit) golven, doen golven;Undulation,ɐndjuleiš’n, golving, golf; vibreeren (muz.);Undulatory,ɐndjulətəri, golvend:Undulation theory= golvingstheorie (licht).Undutiful,ɐndjûtiful, ongehoorzaam; subst.Undutifulness.Undying,ɐndaiiŋ, onsterfelijk, onvergankelijk, eeuwig:It reflectsundying honouron you= het strekt u eeuwig tot eer.Unearned,ɐnɐ̂nd, onverdiend:Unearned increment= vermeerdering van de waarde van den bodem, etc. door toevalligen aanleg van spoorwegen of anderszins.Unearth,ɐnɐ̂th, opdelven, opgraven, rooien, aan het licht brengen:Shall we ever succeed inunearthing him? = hem ooit opsporen;I unearthed this froman old newspaper= heb dit opgediept;Unearthly= bovennatuurlijk, ijselijk.Uneasiness,ɐnîzinəs, ongerustheid, angst:You havegiven me much uneasiness;Uneasy= niet op zijn gemak, ongerust, angstig, stijf, moeielijk, knorrig:Don’t beuneasy abouthim= maak u niet ongerust.Uneatable,ɐnîtəb’l, oneetbaar;Uneaten= niet gegeten, niet vermetigd.Unedified,ɐnedifaid, niet gesticht;Unedifying= onstichtelijk.Uneducated,ɐnedjukeitid, onopgevoed, onwetend, ongeletterd.Uneffaced,ɐnəfeist, onuitgewischt.Unembarrassed,ɐnəmbarəst, niet verlegen, onbelemmerd, onbezwaard.Unemotional,ɐnimoušən’l, zonder aandoening of gevoel.Unemphatic(al),ɐnəmfatik(’l), zonder klem.Unemployed,ɐnəmplôid, niet gebruikt, zonder werk:The unemployed= de werkloozen;Unemployment= werkloosheid.Unemptied,ɐnem(p)tid, niet geledigd.Unenclosed,ɐnənklouzd, niet ingesloten.Unencumbered,ɐnənkɐmbəd, onbezwaard.Unending,ɐnendiŋ, eindeloos.Unendorsed,ɐnəndöst, niet geëndosseerd.Unendowed,ɐnəndaud, niet begiftigd of begaafd; zonder subsidie:Unendowed schools.Unendurable,ɐnəndjûrəb’l, onduldbaar.Unengaged,ɐnəngeidžd, vrij, niet gebonden.Un-english,ɐniŋgliš, onengelsch.Unenjoyed,ɐnəndžôid, niet genoten.Unentered,ɐnentəd, niet opgeschreven, niet aangegeven.Unenterprising,ɐnentəpraiziŋ, niet ondernemend.Unentertaining,ɐnentəteiniŋ, niet onderhoudend, vervelend; subst.Unentertainingness.Unenthralled,ɐnənthrôld, niet onderworpen.Unentombed,ɐnəntûmd, onbegraven.Unenviable,ɐnenvjəb’l, niet benijdbaar;Unenvied,ɐnenvid, onbenijd.Unequable,ɐnîkwəb’l,ɐnekwəb’l, ongelijk;Unequal,ɐnîkw’l, ongelijk, onvoldoende, niet opgewassen, onbillijk, partijdig, onregelmatig; ook subst.:He isunequal tothat task= niet berekend voor;Unequalled= ongeëvenaard; subst.Unequalness.Unequipped,ɐnikwipt, niet toegerust.Unequivocal,ɐnikwivək’l, ondubbelzinnig, duidelijk; subst.Unequivocalness.Unerring,ɐnɐ̂riŋ, onfeilbaar.Unessayed,ɐnəseid, onbeproefd.Unessential,ɐnəsenš’l, niet wezenlijk of absoluut noodig; ook subst.Uneven,ɐnîv’n, ongelijk, oneffen, ongestadig; subst.Unevenness:Unevenness of style, Unevenness of temper= ongelijkmatigheid.Uneventful,ɐniventful, onbelangrijk.Unexamined,ɐnəgzamind, onbeproefd, niet onderzocht.[606]Unexampled,ɐnəgzâmp’ld, voorbeeldeloos.Unexcelled,ɐnəkseld, onovertroffen.Unexceptionable,ɐnəksepšənəb’l, zonder fout of aanmerking, onberispelijk; subst.Unexceptionableness.Unexcited,ɐnəksaitid, niet opgewonden.Unexecuted,ɐneksikjûtid, niet uitgevoerd.Unexhausted,ɐnəgzhôstid, onuitgeput.Unexpected,ɐnəkspektid, onverwacht; subst.Unexpectedness.Unexperienced,ɐnəkspîriənst, onervaren.Unexpired,ɐnəkspaiəd, niet afgeloopen.Unexplained,ɐnəkspleind, onverklaard.Unexplored,ɐnəksplöd, niet doorzocht.Unexposed,ɐnəkspouzd, niet blootgesteld, beschut.Unexpounded,ɐnəkspaundid, onverklaard.Unexpressed,ɐnəksprest, niet uitgesproken.Unexpurgated,ɐnəkspɐ̂geitid,ɐnekspəgeitid, ongezuiverd, niet gecastreerd of gecastigeerd (van letterk. werken).Unextinguishable,ɐnəkstiŋgwišəb’l, onuitbluschbaar;Unextinguished= onuitgebluscht.Unextracted,ɐnəkstraktid, niet (uit)getrokken.Unfaded,ɐnfeidid, onverwelkt;Unfading= onverwelkelijk, vast; subst.Unfadingness.Unfailing,ɐnfeliŋ, onfeilbaar, zeker, onuitputtelijk.Unfair,ɐnfêə, partijdig, onbillijk; subst.Unfairness.Unfaithful,ɐnfeithful, ontrouw, trouweloos; subst.Unfaithfulness.Unfaltering,ɐnfôltəriŋ, niet aarzelend, vast.Unfamiliar,ɐnfəmiljə, onbekend, vreemd;Unfamiliarity,ɐnfəmiljariti, ongemeenzaamheid.Unfashionable,ɐnfašənəb’l, niet naar de mode of in den vorm; subst.Unfashionableness;Unfashioned,ɐnfaš’nd, vormloos, ruw, lomp.Unfasten,ɐnfâs’n, losmaken, openmaken:This new collar is alwaysunfastening itself= gaat altijd van zelf los.Unfatherly,ɐnfâdhəli, onnatuurlijk.Unfathomable,ɐnfadhəməb’l, onpeilbaar, ondoorgrondelijk; subst.Unfathomableness;Unfathomed= ongepeild, onmetelijk.Unfavourable,ɐnfeivərəb’l, ongunstig; subst.Unfavourableness.Unfeared,ɐnfîəd, ongevreesd;Unfearing= onbevreesd.Unfeeling,ɐnfîliŋ, ongevoelig, wreed; subst.Unfeelingness.Unfeigned,ɐnfeind, ongeveinsd, oprecht; subst.Unfeignedness;Unfeigning= oprecht, echt.Unfelt,ɐnfelt, niet gevoeld.Unfeminine,ɐnfeminin, onvrouwelijk.Unfermented,ɐnfəmentid, ongegist, ongezuurd.Unfertile,ɐnfɐ̂til, onvruchtbaar.Unfetter,ɐnfetə, ontketenen, bevrijden.Unfilial,ɐnfilj’l, onkinderlijk.Unfinished,ɐnfiništ, onvoltooid.Unfit,ɐnfit, ongeschikt, onbekwaam, onbetamelijk, ongepast;Unfitverb. ongeschikt maken:It is unfit for a man= past een man niet; subst.Unfitness;Unfitting:It is unfitting a man= past een man niet.Unfix,ɐnfiks, losmaken, doen weifelen:Unfix bayonets!= bajonet af:Unfixed= los, zwervend, onzeker.Unflagging,ɐnflagiŋ, onverflauwd.Unflattering,ɐnflatəriŋ, oprecht:Unflattering weather= weinig uitlokkend.Unfledged,ɐnfledžd, zonder veeren, nog niet in staat te vliegen, onrijp, jong.Unflinching,ɐnflinšiŋ, onvermoeid, onverschrokken.Unfold,ɐnfould, ontvouwen, uitspreiden, openbaren, déployeeren, bijzetten, uit de (schaaps)kooi laten;Unfolding= mededeeling, openbaring.Unforbearing,ɐnfəbêriŋ, niet toegevend.Unforced,ɐnföst, ongedwongen, natuurlijk, gemakkelijk.Unfordable,ɐnfödəb’l, niet doorwaadbaar.Unforeknown,ɐnfönoun, onvoorzien =Unforeseen.Unforewarned,ɐnföwönd, niet gewaarschuwd.Unforfeited,ɐnföfitid, niet verbeurd.Unforgetful,ɐnfəgetful, niet vergeetachtig.Unforgiven,ɐnfəgiv’n, niet vergeven;Unforgiving= niet vergevend, onverzoenlijk.Unformed,ɐnfömd, ongevormd, ruw:Unformed stars= niet gegroepeerde sterren.Unforsaken,ɐnfəseik’n, niet verlaten.Unfortified,ɐnfötifaid, onversterkt, zwak.Unfortunate,ɐnfötjunit, ongelukkig(e).Unfostered,ɐnfostəd, niet beschermd of gekoesterd.Unfounded,ɐnfaundid, ongegrond.Unfranchised,ɐnfrantš(a)izd, niet vrijgemaakt.Unfree(d),ɐnfrî(d), onvrij, (onbevrijd).Unfrequented,ɐnfrikwentid, onbezocht, eenzaam, verlaten.Unfriendly,ɐnfrendli, onvriend(schapp)elijk, ongunstig.Unfrock,ɐnfrok, ontzetten uit priesterlijke betrekking en rechten.Unfruitful,ɐnfrûtful, onvruchtbaar, ijdel, nutteloos; subst.Unfruitfulness.Unfulfilled,ɐnfulfild, niet vervuld.Unfunded,ɐnfɐndid, zonder (waarborg)fonds.Unfurl,ɐnfɐ̂l, ontplooien, losgooien:Tounfurl a flag, the sails.Unfurnished,ɐnfɐ̂ništ, ongemeubileerd, ledig.Ungainly,ɐngeinli, lomp, linksch.Ungallant,ɐngəlant, onhoffelijk; niet dapper (ɐngalənt).Ungear,ɐngîə, uitspannen, uitschakelen, los maken.Ungenerous,ɐndženərɐs, onedelmoedig, onedel, gierig.Ungenial,ɐndžînj’l, ongunstig, onvriendelijk.Ungenteel,ɐndž’ntîl, onbeleefd, lomp.Ungentlemanlike,ɐndžent’lm’nlaik, onwellevend, plat =Ungentlemanly.Ungird,ɐngɐ̂d, losgorden, losmaken.Unglazed,ɐngleizd, zonder glas of ruiten; zonder glazuur.Unglove,ɐnglɐv, de handschoenen uitdoen:Ungloved= zonder handschoenen, bloot.Unglue,ɐnglû, losmaken (v. iets gelijmds).Ungodliness,ɐngodlinəs, subst. v.Ungodly,[607]ɐngodli, goddeloos, zondig, onheilig.Ungovernable,ɐngɐvənəb’l, niet te besturen, teugelloos, uitgelaten, ontembaar; subst.Ungovernableness.Ungraced,ɐngreist, niet getooid (begunstigd, geëerd).Ungraceful,ɐngreisful, onbevallig, lomp; subst.Ungracefulness;Ungracious,ɐngreišəs, onvriendelijk, onaangenaam, ruw; subst.Ungraciousness.Ungrammatical,ɐngrəmatik’l, niet grammatisch.Ungrateful,ɐngreitful, ondankbaar:Ungrateful soil= onvruchtbaar; subst.Ungratefulness.Ungratified,ɐngratifaid, onvoldaan.Ungrounded,ɐngraundid, ongegrond.Ungrudged,ɐngrɐdžd, gegund;Ungrudging= zonder morren, gaarne.Ungual,ɐŋgw’l, nagel …, klauw …Unguarded,ɐngâdid, onbewaakt, onbezonnen, zorgeloos:In an unguarded moment.Unguent,ɐŋgw’nt, zalf, smeersel.Unguessed,ɐngest, niet geraden of vermoed.Unguicular,ɐŋgwikjulə, nagel …,klauw …; ± 1,3 cM.;Unguiculate(d),ɐŋgwikjulit(-eitid), met klauwen, klauwvormig.Unguided,ɐngaidid, niet geleid of geregeld.Unguis,ɐŋgwis, klauw, hoef, nagel;Ungula,ɐŋgjulə, (paarde)hoef, kegelsnede;Ungulate,ɐŋgjulit, hoefvormig, met hoeven.Unhackneyed,ɐnhaknid, niet afgezaagd, frisch.Unhailed,ɐnheild, niet gepraaid.Unhair,ɐnhêə, ontharen.Unhallowed,ɐnhaloud, onheilig, goddeloos.Unhand,ɐnhand, loslaten.Unhang,ɐnhaŋ, afhangen (van deuren of vensters, roer), van behang of draperie ontdoen.Unhappiness,ɐnhapinəs, subst. v.Unhappy,ɐnhapi, ongelukkig, rampzalig:He isunhappy in his children= ongelukkig met.Unharassed,ɐnharəst, ongekweld.Unharbour,ɐnhâbə, opjagen.Unhardened,ɐnhâd’nd, niet gehard of verhard.Unharmed,ɐnhâmd, onbeschadigd, ongedeerd.Unharmonic,ɐnhâmonik=Unharmonious,ɐnhâmouniəs, onwelluidend, onharmonisch.Unharness,ɐnhânəs, uitspannen.Unhatched,ɐnhatšt, onuitgebroed.Unhealable,ɐnhîləb’l, ongeneeslijk;Unhealed,ɐnhîld, niet genezen.Unhealthiness,ɐnhelthinəs, subst. v.Unhealthy,ɐnhelthi, ongezond, schadelijk, ziekelijk.Unheard,ɐnhɐ̂d, niet gehoord:Unheard (-)of cruelties= ongehoorde wreedheden.Unheeded,ɐnhîdid, verwaarloosd;Unheeding,ɐnhîdiŋ, zorgeloos, achteloos.Unhelped,ɐnhelpt, niet geholpen.Unhesitating,ɐnheziteitiŋ,ɐnhesiteitiŋ, vaardig, niet aarzelend.Unhewn,ɐnjûn, ongehouwen, ruw.Unhindered,ɐnhindəd, onbelemmerd.Unhinge,ɐnhinž, uit de hengsels lichten, overhoop gooien, in wanorde brengen:She wasnervous and unhinged= zenuwachtig en van streek;Hismind is unhinged= zijne geestvermogens zijn gekrenkt.Unhistoric(al),ɐnhistorik(’l), niet geschiedkundig, fabelachtig.Unhitch,ɐnhitš, loshaken, vrijmaken.Unholiness,ɐnhoulinəs, subst. v.Unholy,ɐnhouli, onheilig, goddeloos, onrein.Unhonoured,ɐnonəd, ongeëerd.Unhood,ɐnhud, (valken) de kap afnemen.Unhook,ɐnhuk, loshaken, losmaken.Unhoped,ɐnhoupt, ongehoopt:Unhoped for accidents= onverhoopte gebeurtenissen.Unhorned,ɐnhönd, ongehoornd.Unhorse,ɐnhös, van het paard werpen.Unhung,ɐnhɐŋ, imp. en pp. vanto unhang.Unhurt,ɐnhɐ̂t, ongedeerd, ongekwetst.Uniax(i)al,jûniakš(i)əl, éénassig.Unicellular,jûniseljulə, ééncellig.Unicorn,jûnikön, éénhoorn, narwal, driespan (één paard vóór de twee anderen):Sea unicorn= narwal;Unicornous,jûnikönəs, éénhoornig.Unifacial,jûnifeiš’l, met ééne voorzijde.Unification,junifikeiš’n, unificatie.Uniflorous,juniflörəs, éénbloemig.Unifoliar,junifouljə, éénbladig.Uniform,jûniföm, subst. uniform; adj. éénvormig, onveranderlijk, homogeen;Uniformverb. van een uniform voorzien:In full uniform;Out of uniform= in civiel;Uniformity,junifömiti, éénvormigheid, éénparigheid, overeenstemming, gelijkheid.Unify,jûnifai, veréénen, tot één maken.Unilabiate,jûnileibjit, éénlippig.Unimaginable,ɐnimadžinəb’l, ondenkbaar;Unimaginative, nuchter, zonder fantasie;Unimagined= ongedacht, ondenkbaar.Unimpaired,ɐnimpêəd, ongeschonden, onverzwakt.Unimpeachable,ɐnimpîtšəb’l, zonder blaam, onberispelijk; subst.Unimpeachableness= vlekkeloosheid;Unimpeached= onbeschuldigd, niet bestreden, onberispelijk.Unimpeded,ɐnimpîdid, ongehinderd, open.Unimplied,ɐnimplaid, niet besloten, niet volgende uit.Unimportant,ɐnimpöt’nt, onbelangrijk.Unimpressionable,ɐnimprešənəb’l, niet voor indrukken vatbaar;Unimpressive= weinig indruk makend, voor indrukken onvatbaar.Unimprovable,ɐnimprûvəb’l, onverbeterlijk;Unimproved= onverbeterd, niet bebouwd, ruw, onwetend.Uninfected,ɐninfektid, onbesmet, onverdorven;Uninfectious,ɐninfekšəs, onbesmettelijk.Uninfluenced,ɐninfluənst, onbevooroordeeld, onbevangen:Uninfluenced by passion= zonder hartstocht.Uninformed,ɐninfömd, niet onderricht.Uninhabitable,ɐninhabitəb’l, onbewoonbaar; subst.Uninhabitableness;Uninhabited= onbewoond.Uninitiated,ɐninišeitid, oningewijd.[608]Uninjured,ɐninžəd, onbeschadigd;Uninjurious,ɐindžûriəs, onschadelijk.Uninsured,ɐninšûəd, niet verzekerd.Unintellectual,ɐnintəlektjuəl, niet verstandelijk;Unintelligent,ɐnintelidžent, dom, onkundig.Unintelligibility,ɐnintelidžibiliti, subst. v.Unintelligible,ɐnintelidžib’l, onverstaanbaar, onbegrijpelijk; subst.Unintelligibilityness.Unintended,ɐnintendid, niet bedoeld, zonder opzet;Unintentional,ɐnintenšən’l, onopzettelijk.Uninterested,ɐnintərestid, geen belang hebbend bij, onbaatzuchtig;Uninteresting= niet belangwekkend, saai.Unintermitted,ɐnintəmitid, onafgebroken.Uninterred,ɐnintɐ̂d, onbegraven.Uninterrupted,ɐnintərɐptid, onafgebroken, voortdurend.Unintroduced,ɐnintrədjûst, niet voorgesteld.Uninvested,ɐninvestid, niet geïnstalleerd, niet bekleed, niet belegd (v. geld).Uninvited,ɐninvaitid, ongenood;Uninviting= niet aanlokkelijk.Unio,jûniou, stroommossel.Union,jûnj’n, vereeniging, verbond, eenheid, eendracht, twee of meer kerspelen tot één vereenigd ter uitvoering van de armenwet, arbeiders- of werkmansvereeniging, werkhuis van eeneUnion; vierhoekig veld aan den binnen-bovenhoek van de Engelsche vlag met de kruisen v.St. George,St. AndrewenSt. Patrick, vlag met deze kruisen =Union-jack;Union-workhouse;Unionism= vereenigingsstelsel (van werklieden, etc.), stelsel tot instandhouding der unie v. Groot-Britanje en Ierland;Unionist= lid van eeneUnion, voorstander van de Unie van Groot-Brit. en Ierland.Uniparous,junipərɐs, één jong barend.Unique,junîk, éénig, ongeëvenaard; subst. unicum; subst.Uniqueness.Unisexual,jûnisekšuəl, éénslachtig.Unison,jûnis’n,jûniz’n, overeenstemming, harmonie, accoord:In unison;To exclaim in unison= eenstemmig.Unit,jûnit, éénheid.Unitarian,junitêriən, subst. belijder van de leer dat de Godheid slechts uit één persoon bestaat; adj. met dit geloof verbonden;Unitarianism= leer derUnitarians.Unite,junait, vereenigen, samensmelten, één worden:United= verbonden, vereenigd (to= met):The United Brethren= Hernhutters;The United Provinces= de Vereenigde Provinciën;The United States of America;Uniter;Unity,jûniti, éénheid, overeenstemming;The three unities= de drie (dramatische) eenheden =Unity of time, place and action.Univalve,jûnivalv, éénkleppig, éénschelpig; ooksubst.; adj.Univalvular.Universal,junivɐ̂s’l, algemeen, universeel, gezamenlijk:The general, though notuniversal opinion= de meening v. velen, schoon niet van allen;Universal suffrage= algemeen kiesrecht;Universality,junivəsaliti= algemeenheid;Universalize= algemeen maken;Universe,jûnivɐ̂s, heelal;University,junivɐ̂siti, hoogeschool:He is at the university;He is a university man.Unjaundiced,ɐndžôndist, niet afgunstig.Unjoint,ɐndžôint, ontwrichten:Unjointed= uit de voegen, ongeleed.Unjudged,ɐndžɐdžd, niet beslist.Unjust,ɐndžɐst, onrechtvaardig, onbillijk; subst.Unjustness.Unjustifiable,ɐndžɐstifaiəb’l, onverdedigbaar, niet te rechtvaardigen; subst.Unjustifiableness;Unjustified,ɐndžɐstifaid, ongerechtvaardigd.Unkempt,ɐnkemt, ongekamd, ongelikt.Unkennel,ɐnken’l, opjagen, loslaten, onthullen.Unkept,ɐnkept, niet onderhouden, niet gehoorzaamd, niet gevierd, niet uitgevoerd.Unkind,ɐnkaind, onvriendelijk, liefdeloos; subst.Unkindliness=Unkindness.Unkink,ɐnkiŋk, losmaken, rekken (Unkink one’s muscles).Unknightly,ɐnnaitli, onridderlijk.Unknit,ɐnnit, uithalen (v. breiwerk), gladstrijken (v. voorhoofd b.v.), scheiden.Unknowable,ɐnnouəb’l, onnaspeurlijk:The Unknowable= de Ondoorgrondelijke;Unknowing= onwetend, onkundig;Unknown= onbekend, onberekenbaar, onmetelijk:A man unknowable to fame= waarvan de wereld weinig weet;It was done unknowable to me= buiten mijn weten.Unlaboured,ɐnleibəd, onbewerkt, natuurlijk, ongedwongen.Unlace,ɐnleis, losrijgen.Unlade,ɐnleid, ontladen, lossen.Unlamented,ɐnləmentid, onbetreurd.Unlatch,ɐnlatš, openen (door de klink op te lichten); losgespen.Unlawful,ɐnlôful, onwettig; subst.Unlawfulness.Unlearn,ɐnlɐ̂n, verleeren, afleeren.Unleash,ɐnlîš, loslaten (tegen =upon).Unleavened,ɐnlev’nd, ongezuurd:Feast of unleavened bread= feest der ongezuurde brooden.Unless,ɐnles, tenzij, indien niet.Unlessened,ɐnles’nd, onverminderd.Unlettered,ɐnletəd, ongeletterd.Unlevel(l)ed,ɐnlev’ld, niet glad of gelijk.Unlicensed,ɐnlais’nst, zonder patent of vergunning.Unlicked (cub),ɐnlikt, ongelikt(e beer).Unlighted,ɐnlaitid, niet aangestoken of verlicht.Unlike,ɐnlaik, ongelijk, anders dan:That’s so unlike him= dat is in ’t geheel niet iets voor hem;Unlikelihood= onwaarschijnlijkheid =Unlikeliness;Unlikely= onwaarschijnlijk.Unlimited,ɐnlimitid, onbegrensd, onbeperkt, vrij, niet gelimiteerd:An unlimited concern= onderneming, welker aandeelhouders niet alléén voor hunne aandeelen, maar voor alle verplichtingen aansprakelijk zijn; subst.Unlimitedness.Unlink,ɐnliŋk, ontschakelen, losmaken:The snake unlinks itself= ontrolt zich.Unliquidated,ɐnlikwideitid, onvereffend.Unload,ɐnloud, ontladen, ontlasten, lossen, uitstorten, in groote hoeveelheid op de markt brengen.[609]Unlock,ɐnlok, ontsluiten, de rem wegnemen, onthullen.Unlooked for,ɐnluktfö, onverwacht, ongezocht, ongewenscht.Unloose(n),ɐnlûs(’n), losmaken, vrijlaten.Unloveliness,ɐnlɐvlinəs, subst. v.Unlovely,ɐnlɐvli, onbeminnelijk, niet aantrekkelijk.Unluckiness,ɐnlɐkinəs, subst. v.Unlucky,ɐnlɐki, ongelukkig, onvoorspoedig, onzalig:It wasan unlucky party= “parti manqué”.Unmade,ɐnmeid, ongemaakt, niet klaar, vernietigd:Unmade robes.Unmaidenly,ɐnmeid’nli, onmaagdelijk.Unmaimed,ɐnmeimd, onverminkt.Unmakable,ɐnmeikəb’l, onmaakbaar, onuitvoerbaar;Unmake,ɐnmeik, bederven, vernietigen, afzetten.Unmalleable,ɐnmaljəb’l, onsmeedbaar.Unman,ɐnman, ontmannen, ontmoedigen, week maken, van manschappen of troepen ontblooten.Unmanageable,ɐnmanidžib’l, onhandelbaar, moeielijk, lastig.Unmanliness,ɐnmanlinəs, subst. v.Unmanly,ɐnmanli, onmannelijk, lafhartig.Unmannerly,ɐnmanəli, ongemanierd, lomp.Unmantle,ɐnmant’l, ontmantelen, onttakelen (a fortress, a room).Unmanured,ɐnmənjûəd, onbemest, onbebouwd.Unmarketable,ɐnmâkətəb’l, onverkoopbaar, incourant.Unmarred,ɐnmâd, onbedorven.Unmarriable,ɐnmarjəb’l, niet huwbaar;Unmarried,ɐnmarid, ongetrouwd.Unmask,ɐnmâsk, het masker afleggen, ontmaskeren.Unmastered,ɐnmâstəd, onbedwongen, teugelloos.Unmatched,ɐnmatšt, ongeëvenaard.Unmeaning,ɐnmîniŋ, niets beteekenend, zonder uitdrukking; subst.Unmeaningness;Unmeant,ɐnment, onbedoeld.Unmeasurable,ɐnmežərəb’l, onbegrensd, onmetelijk;Unmeasured= onbegrensd, ongemeten.Unmeditated,ɐnmediteitid, onoverdacht.Unmeet,ɐnmît, niet geschikt.Unmellowed,ɐnmeloud, niet geheel rijp.Unmelodious,ɐnmiloudjəs, wanklinkend.Unmentionable,ɐnmenšənəb’l, niet noembaar:Unmentionables= broek;Unmentioned= onvermeld.Unmercantile,ɐnmɐ̂k’nt(a)il, niet overeenkomstig de handelsusantiën.Unmerciful,ɐnmɐ̂siful, onbarmhartig, wreed, buitensporig; subst.Unmercifulness.Unmerited,ɐnmeritid, onverdiend.Unmilitary,ɐnmilitəri, niet militair.Unmilled,ɐnmild, niet gevold; zonder kartelrand (van munten).Unmindful,ɐnmaindful:Unmindful ofhis promise= niet denkende om;Unmindful of my health= zonder te letten op.Unmistak(e)able,ɐnmisteikəb’l,onmiskenbaar;Unmistaken= zeker, bepaald.Unmitigated,ɐnmitigeitid, niet verzacht of verminderd, doortrapt:An unmitigated scoundrel.Unmixed,ɐnmikst, onvermengd.Unmodifiable,ɐnmodifaiəb’l, niet voor wijziging vatbaar;Unmodified= ongewijzigd, niet “umgelautet.”Unmolested,ɐnməlestid, ongestoord.Unmoor,ɐnmûə, voor één anker laten liggen; de ankers lichten.Unmortgaged,ɐnmögidžd, onbezwaard.Unmotherly,ɐnmɐdhəli, niet moederlijk.Unmounted,ɐnmauntid, onbereden, niet gemonteerd.Unmourned,ɐnmönd, onbetreurd.Unmov(e)able,ɐnmûvəb’l, onbeweeglijk;Unmoved= onbewogen, ongeschokt, ongeroerd, koel, standvastig;Unmoving= bewegingloos, niet roerend.Unmuffle,ɐnmɐf’l, ontblooten, zichtbaar worden:Unmuffled= niet omfloerst.Unmurmuring,ɐnmɐ̂məriŋ, zonder morren.Unmusical,ɐnmjûzik’l, onwelluidend, niet muzikaal.Unmutilated,ɐnmjûtileitid, onverminkt.Unmuzzle,ɐnmɐz’l, van muilkorf ontdoen, van dwang bevrijden, den vrijen loop laten.Unnamed,ɐnneimd, ongenoemd, zonder naam.Unnatural,ɐnnatjər’l, onnatuurlijk, gemaakt, onmenschelijk; subst.Unnaturalness.Unnecessary,ɐnnesəs’ri, noodeloos =Unneeded;Unnecessitated,ɐnnisesiteitid, niet geboden door de omstandigheden.Unnegotiable,ɐnnigoušəb’l, onverhandelbaar.Unneighbourly,ɐnneibəli, onbuurschappelijk.Unnerve,ɐnnɐ̂v, ontzenuwen, verzwakken.Unnoted,ɐnnoutid, onopgemerkt;Unnoticed,ɐnnoutist, onopgemerkt, verwaarloosd.Unnumbered,ɐnnɐmbəd, talloos, ongeteld.Unobjectionable,ɐnəbdžekšənəb’l, onberispelijk.Unobscured,ɐnəbskjûəd, onverduisterd.Unobservable,ɐnəbzɐ̂vəb’l, niet waarneembaar;Unobservant= niet betrachtend, niet lettend op:To be unobservable of;Unobserved= niet waargenomen of betracht;Unobserving= achteloos, onoplettend.Unobstructed,ɐnəbstrɐktid, onbelemmerd.Unobtainable,ɐnəbteinəb’l, onverkrijgbaar.Unobtrusive,ɐnəbtrûsiv, bescheiden.Unoccupied,ɐnokjupaid, onbezet, onbebouwd, niet bezig.Unoffending,ɐnəfendiŋ, niet beleedigend, niet aanstootelijk; onschadelijk =Unoffensive,ɐnəfensiv.Unofficial,ɐnəfiš’l, niet ambtelijk.Unopened,ɐnoup’nd, ongeopend, dicht;Unopening= gesloten blijvend.Unopposed,ɐnəpouzd, niet betwist.Unorganized,ɐnögənaizd, onbewerktuigd, niet georganiseerd.Unoriginal,ɐnəridžin’l, niet oorspronkelijk, afgeleid.Unornamental,ɐnönəment’l, eenvoudig;Unornamented,ɐnönəmentid, onversierd.Unorthodox,ɐnöthədoks, kettersch.Unostentatious,ɐnost’nteišəs, zonder praal of vertoon, eenvoudig, bescheiden, niet schril of schel.[610]Unowed,ɐnoud, zonder eigenaar, niet schuldig;Unowned,ɐnound, zonder eigenaar; niet erkend.Unpacified,ɐnpasifaid, onbevredigd.Unpack,ɐnpak, ontlasten, uitpakken.Unpaid,ɐnpeid, onbetaald, ongefrankeerd, onvergolden, onvervuld:The great unpaid= de niet bezoldigde magistraatspersonen, enz.Unpaired,ɐnpêəd, ongepaard.Unpalatable,ɐnpaləteb’l, onsmakelijk, onaangenaam:Anunpalatable truth.Unparalleled,ɐnparəleld, weergaloos.Unpardonable,ɐnpâdənəb’l, onvergeeflijk.Unparliamentary,ɐnpâlimentəri, niet parlementair.Unpatented,ɐnpeit’ntid,ɐnpat’ntid, ongepatenteerd.Unpatriotic,ɐnpeitriotik,ɐnpatriotik, niet vaderlandslievend.Unpaved,ɐnpeivd, ongeplaveid.Unpen,ɐnpen, (schapen) uit depen, (water) uit een kanaal laten.Unpenetrable,ɐnpenətrəb’l, ondoordringbaar.Unpensioned,ɐnpenš’nd, zonder jaargeld.Unpeopled,ɐnpîp’ld, onbevolkt, ontvolkt.Unperceivable,ɐnpəsîvəb’l, onbemerkbaar;Unperceived= ongemerkt, onbemerkt.Unperformed,ɐnpəfömd, niet gedaan, niet opgevoerd, onverricht.Unpermitted,ɐnpəmitid, ongeoorloofd.Unperused,ɐnpərûzd, niet doorgezien.Unphilosophic(al),ɐnfiləsofik(’l), niet wijsgeerig.Unpicked,ɐnpikt, niet geplukt, niet uitgelezen:Unpicked samples.Unpin,ɐnpin, losspelden.Unpitied,ɐnpitid, onbeweend, onbetreurd.Unplaced,ɐnpleist, ongeplaatst, verward, dooreengegooid, niet onder de 3 eersten (wedren).Unplanted,ɐnplântid, ongeplant, vanzelf groeiend, niet bebouwd of aangelegd.Unpleasant,ɐnplez’nt, onaangenaam, onplezierig, misnoegd; subst.Unpleasantness.Unploughed,ɐnplaud, ongeploegd.Unpoetic(al),ɐnpouetik(’l), niet dichterlijk.Unpolished,ɐnpolišt, ongepolijst, mat, onbeschaafd, lomp;Unpolite,ɐnpəlait, onbeleefd.Unpolled,ɐnpould, niet bekapt, ongeschoren, niet als kiezer ingeschreven, nog niet gekozen hebbend.Unpolluted,ɐnpəl(j)ûtid, onbevlekt.Unpopular,ɐnpopjulə, niet bij het volk geliefd; subst.Unpopularity,ɐnpopjulariti.Unpractical,ɐnpraktik’l, onpraktisch;Unpracticality,ɐnpraktikaliti, het onpraktisch zijn;Unpracticed, Unpractised,ɐnpraktist, onervaren.Unprecedented,ɐnpresidentid, zonder voorbeeld.

Underived,ɐndiraivd, niet ontleend.Undescribed,ɐndiskraibd, niet beschreven.Undescried,ɐndiskraid, onontdekt.Undeserved,ɐndizɐ̂vd, onverdiend;Undeserving= niet verdienend, onwaardig.Undesigned,ɐndizaind,ɐndisaind, onopzettelijk; subst.Undesignedness;Undesigning= oprecht, zonder bedrog, argeloos.Undesirable,ɐndizairəb’l, ongewenscht; subst. een ongewenscht persoon;Undesired= niet gewenscht of begeerd;Undesiring= niet verlangend, onverschillig;Undesirous= niet begeerlijk of verlangend.Undetected,ɐnditektid, onontdekt.Undetermined,ɐnditɐ̂mind, onbeslist, onzeker, niet beperkt.Undeveloped,ɐndiveləpt, onontwikkeld.Undeviating,ɐndîvjeitiŋ, niet afwijkend, geregeld, vast.Undid,ɐndid, imperf. vanto undo.Undignified,ɐndignifaid, onwaardig.Undiluted,ɐndil(j)ûtid, niet verdund.Undiminished,ɐndiminišt, onverminderd.Undimmed,ɐndimd, niet verduisterd.Undine,undin,ɐndîn, Undine, waternimf.Undiscerned,ɐndizɐ̂nd, onopgemerkt;Undiscernible= niet te onderscheiden, onzichtbaar, onmerkbaar;Undiscerning= kortzichtig, niet onderscheidend.Undisciplined,ɐndisiplind, niet geoefend, ongeregeld, zonder tucht.Undiscouraged,ɐndiskɐridžd, niet ontmoedigd.Undiscoverable,ɐndiskɐvərəb’l, niet te ontdekken;Undiscovered= niet gezien, niet opgehelderd, verborgen.Undiscriminating,ɐndiskrimineitiŋ, niet onderscheidend, niet scherpzinnig.[605]Undisguised,ɐndisgaizd, onvermomd, openlijk.Undismayed,ɐndizmeid, onverschrokken, onvervaard.Undisposed,ɐndispouzd, niet geordend, niet verkocht (of).Undisputed,ɐndispjûtid, onbetwist.Undissolved,ɐndizolvd, niet opgelost of gesmolten, niet verbroken.Undistorted,ɐndistötid, onverwrongen.Undistracted,ɐndistraktid, niet verstrooid of afgeleid.Undisturbed,ɐndistɐ̂bd, ongestoord, kalm.Undividable,ɐndivaidəb’l, on(ver)deelbaar;Undivided= onverdeeld, geheel.Undivorced,ɐndivöst, niet gescheiden.Undivulged,ɐndivɐldžd, niet bekend, niet openbaar of ruchtbaar gemaakt.Undo,ɐndû, te niet doen, vernietigen, opheffen, oplossen, losmaken, te gronde richten, ongelukkig maken:Don’t undowhat I taught him= bederf niet;Toundo a fault= weer goed maken;Undoer,ɐndûə, tenietdoener, bederver, verwoester;Undoing= ondergang, vernietiging. ZieUndone.Undomestic,ɐndəmestik, niet huiselijk;Undomesticated= niet getemd of aan den mensch onderworpen.Undone,ɐndɐn, p.p. vanto undo:I am undone= geruïneerd;Tocome undone= losgaan;Heleft the thing undone= onafgedaan;What is done can’t be undone= gedane zaken nemen geen keer.Undoubted,ɐndautid, ongetwijfeld, ontwijfelbaar, onbevreesd, niet verdacht.Undowered,ɐndauəd, zonder bruidschat.Undrainable,ɐndreinəb’l, onuitputtelijk;Undrained= niet droog gelegd.Undramatic(al),ɐndrəmatik(’l), ondramatisch.Undraped,ɐndreipt, niet gedrapeerd, naakt.Undrawn,ɐndrôn, niet geteekend, niet weggetrokken, niet getrokken.Undreaded,ɐndredid, ongevreesd.Undreamed,ɐndrîmd,Undreamt,ɐndremt, niet gedroomd:Dangersundreamed ofbefore= gevaren die men zich vroeger niet had voorgesteld.Undress,ɐndres,ɐndres, négligé, klein tenue; alledaagsch, eenvoudig.Undress,ɐndres, ontkleeden, ontzwachtelen, ontdoen van:Undressed= ongekleed, niet toebereid of gekookt, niet opgemaakt, ruw.Undried,ɐndraid, opgedroogd, groen.Undrilled,ɐndrild, ongeoefend.Undrinkable,ɐndriŋkəb’l, ondrinkbaar.Undue,ɐndjû, ongepast, onwettig, overmatig.Undulate,ɐndjulit, adj. golvend;Undulateverb. (ɐndjuleit) golven, doen golven;Undulation,ɐndjuleiš’n, golving, golf; vibreeren (muz.);Undulatory,ɐndjulətəri, golvend:Undulation theory= golvingstheorie (licht).Undutiful,ɐndjûtiful, ongehoorzaam; subst.Undutifulness.Undying,ɐndaiiŋ, onsterfelijk, onvergankelijk, eeuwig:It reflectsundying honouron you= het strekt u eeuwig tot eer.Unearned,ɐnɐ̂nd, onverdiend:Unearned increment= vermeerdering van de waarde van den bodem, etc. door toevalligen aanleg van spoorwegen of anderszins.Unearth,ɐnɐ̂th, opdelven, opgraven, rooien, aan het licht brengen:Shall we ever succeed inunearthing him? = hem ooit opsporen;I unearthed this froman old newspaper= heb dit opgediept;Unearthly= bovennatuurlijk, ijselijk.Uneasiness,ɐnîzinəs, ongerustheid, angst:You havegiven me much uneasiness;Uneasy= niet op zijn gemak, ongerust, angstig, stijf, moeielijk, knorrig:Don’t beuneasy abouthim= maak u niet ongerust.Uneatable,ɐnîtəb’l, oneetbaar;Uneaten= niet gegeten, niet vermetigd.Unedified,ɐnedifaid, niet gesticht;Unedifying= onstichtelijk.Uneducated,ɐnedjukeitid, onopgevoed, onwetend, ongeletterd.Uneffaced,ɐnəfeist, onuitgewischt.Unembarrassed,ɐnəmbarəst, niet verlegen, onbelemmerd, onbezwaard.Unemotional,ɐnimoušən’l, zonder aandoening of gevoel.Unemphatic(al),ɐnəmfatik(’l), zonder klem.Unemployed,ɐnəmplôid, niet gebruikt, zonder werk:The unemployed= de werkloozen;Unemployment= werkloosheid.Unemptied,ɐnem(p)tid, niet geledigd.Unenclosed,ɐnənklouzd, niet ingesloten.Unencumbered,ɐnənkɐmbəd, onbezwaard.Unending,ɐnendiŋ, eindeloos.Unendorsed,ɐnəndöst, niet geëndosseerd.Unendowed,ɐnəndaud, niet begiftigd of begaafd; zonder subsidie:Unendowed schools.Unendurable,ɐnəndjûrəb’l, onduldbaar.Unengaged,ɐnəngeidžd, vrij, niet gebonden.Un-english,ɐniŋgliš, onengelsch.Unenjoyed,ɐnəndžôid, niet genoten.Unentered,ɐnentəd, niet opgeschreven, niet aangegeven.Unenterprising,ɐnentəpraiziŋ, niet ondernemend.Unentertaining,ɐnentəteiniŋ, niet onderhoudend, vervelend; subst.Unentertainingness.Unenthralled,ɐnənthrôld, niet onderworpen.Unentombed,ɐnəntûmd, onbegraven.Unenviable,ɐnenvjəb’l, niet benijdbaar;Unenvied,ɐnenvid, onbenijd.Unequable,ɐnîkwəb’l,ɐnekwəb’l, ongelijk;Unequal,ɐnîkw’l, ongelijk, onvoldoende, niet opgewassen, onbillijk, partijdig, onregelmatig; ook subst.:He isunequal tothat task= niet berekend voor;Unequalled= ongeëvenaard; subst.Unequalness.Unequipped,ɐnikwipt, niet toegerust.Unequivocal,ɐnikwivək’l, ondubbelzinnig, duidelijk; subst.Unequivocalness.Unerring,ɐnɐ̂riŋ, onfeilbaar.Unessayed,ɐnəseid, onbeproefd.Unessential,ɐnəsenš’l, niet wezenlijk of absoluut noodig; ook subst.Uneven,ɐnîv’n, ongelijk, oneffen, ongestadig; subst.Unevenness:Unevenness of style, Unevenness of temper= ongelijkmatigheid.Uneventful,ɐniventful, onbelangrijk.Unexamined,ɐnəgzamind, onbeproefd, niet onderzocht.[606]Unexampled,ɐnəgzâmp’ld, voorbeeldeloos.Unexcelled,ɐnəkseld, onovertroffen.Unexceptionable,ɐnəksepšənəb’l, zonder fout of aanmerking, onberispelijk; subst.Unexceptionableness.Unexcited,ɐnəksaitid, niet opgewonden.Unexecuted,ɐneksikjûtid, niet uitgevoerd.Unexhausted,ɐnəgzhôstid, onuitgeput.Unexpected,ɐnəkspektid, onverwacht; subst.Unexpectedness.Unexperienced,ɐnəkspîriənst, onervaren.Unexpired,ɐnəkspaiəd, niet afgeloopen.Unexplained,ɐnəkspleind, onverklaard.Unexplored,ɐnəksplöd, niet doorzocht.Unexposed,ɐnəkspouzd, niet blootgesteld, beschut.Unexpounded,ɐnəkspaundid, onverklaard.Unexpressed,ɐnəksprest, niet uitgesproken.Unexpurgated,ɐnəkspɐ̂geitid,ɐnekspəgeitid, ongezuiverd, niet gecastreerd of gecastigeerd (van letterk. werken).Unextinguishable,ɐnəkstiŋgwišəb’l, onuitbluschbaar;Unextinguished= onuitgebluscht.Unextracted,ɐnəkstraktid, niet (uit)getrokken.Unfaded,ɐnfeidid, onverwelkt;Unfading= onverwelkelijk, vast; subst.Unfadingness.Unfailing,ɐnfeliŋ, onfeilbaar, zeker, onuitputtelijk.Unfair,ɐnfêə, partijdig, onbillijk; subst.Unfairness.Unfaithful,ɐnfeithful, ontrouw, trouweloos; subst.Unfaithfulness.Unfaltering,ɐnfôltəriŋ, niet aarzelend, vast.Unfamiliar,ɐnfəmiljə, onbekend, vreemd;Unfamiliarity,ɐnfəmiljariti, ongemeenzaamheid.Unfashionable,ɐnfašənəb’l, niet naar de mode of in den vorm; subst.Unfashionableness;Unfashioned,ɐnfaš’nd, vormloos, ruw, lomp.Unfasten,ɐnfâs’n, losmaken, openmaken:This new collar is alwaysunfastening itself= gaat altijd van zelf los.Unfatherly,ɐnfâdhəli, onnatuurlijk.Unfathomable,ɐnfadhəməb’l, onpeilbaar, ondoorgrondelijk; subst.Unfathomableness;Unfathomed= ongepeild, onmetelijk.Unfavourable,ɐnfeivərəb’l, ongunstig; subst.Unfavourableness.Unfeared,ɐnfîəd, ongevreesd;Unfearing= onbevreesd.Unfeeling,ɐnfîliŋ, ongevoelig, wreed; subst.Unfeelingness.Unfeigned,ɐnfeind, ongeveinsd, oprecht; subst.Unfeignedness;Unfeigning= oprecht, echt.Unfelt,ɐnfelt, niet gevoeld.Unfeminine,ɐnfeminin, onvrouwelijk.Unfermented,ɐnfəmentid, ongegist, ongezuurd.Unfertile,ɐnfɐ̂til, onvruchtbaar.Unfetter,ɐnfetə, ontketenen, bevrijden.Unfilial,ɐnfilj’l, onkinderlijk.Unfinished,ɐnfiništ, onvoltooid.Unfit,ɐnfit, ongeschikt, onbekwaam, onbetamelijk, ongepast;Unfitverb. ongeschikt maken:It is unfit for a man= past een man niet; subst.Unfitness;Unfitting:It is unfitting a man= past een man niet.Unfix,ɐnfiks, losmaken, doen weifelen:Unfix bayonets!= bajonet af:Unfixed= los, zwervend, onzeker.Unflagging,ɐnflagiŋ, onverflauwd.Unflattering,ɐnflatəriŋ, oprecht:Unflattering weather= weinig uitlokkend.Unfledged,ɐnfledžd, zonder veeren, nog niet in staat te vliegen, onrijp, jong.Unflinching,ɐnflinšiŋ, onvermoeid, onverschrokken.Unfold,ɐnfould, ontvouwen, uitspreiden, openbaren, déployeeren, bijzetten, uit de (schaaps)kooi laten;Unfolding= mededeeling, openbaring.Unforbearing,ɐnfəbêriŋ, niet toegevend.Unforced,ɐnföst, ongedwongen, natuurlijk, gemakkelijk.Unfordable,ɐnfödəb’l, niet doorwaadbaar.Unforeknown,ɐnfönoun, onvoorzien =Unforeseen.Unforewarned,ɐnföwönd, niet gewaarschuwd.Unforfeited,ɐnföfitid, niet verbeurd.Unforgetful,ɐnfəgetful, niet vergeetachtig.Unforgiven,ɐnfəgiv’n, niet vergeven;Unforgiving= niet vergevend, onverzoenlijk.Unformed,ɐnfömd, ongevormd, ruw:Unformed stars= niet gegroepeerde sterren.Unforsaken,ɐnfəseik’n, niet verlaten.Unfortified,ɐnfötifaid, onversterkt, zwak.Unfortunate,ɐnfötjunit, ongelukkig(e).Unfostered,ɐnfostəd, niet beschermd of gekoesterd.Unfounded,ɐnfaundid, ongegrond.Unfranchised,ɐnfrantš(a)izd, niet vrijgemaakt.Unfree(d),ɐnfrî(d), onvrij, (onbevrijd).Unfrequented,ɐnfrikwentid, onbezocht, eenzaam, verlaten.Unfriendly,ɐnfrendli, onvriend(schapp)elijk, ongunstig.Unfrock,ɐnfrok, ontzetten uit priesterlijke betrekking en rechten.Unfruitful,ɐnfrûtful, onvruchtbaar, ijdel, nutteloos; subst.Unfruitfulness.Unfulfilled,ɐnfulfild, niet vervuld.Unfunded,ɐnfɐndid, zonder (waarborg)fonds.Unfurl,ɐnfɐ̂l, ontplooien, losgooien:Tounfurl a flag, the sails.Unfurnished,ɐnfɐ̂ništ, ongemeubileerd, ledig.Ungainly,ɐngeinli, lomp, linksch.Ungallant,ɐngəlant, onhoffelijk; niet dapper (ɐngalənt).Ungear,ɐngîə, uitspannen, uitschakelen, los maken.Ungenerous,ɐndženərɐs, onedelmoedig, onedel, gierig.Ungenial,ɐndžînj’l, ongunstig, onvriendelijk.Ungenteel,ɐndž’ntîl, onbeleefd, lomp.Ungentlemanlike,ɐndžent’lm’nlaik, onwellevend, plat =Ungentlemanly.Ungird,ɐngɐ̂d, losgorden, losmaken.Unglazed,ɐngleizd, zonder glas of ruiten; zonder glazuur.Unglove,ɐnglɐv, de handschoenen uitdoen:Ungloved= zonder handschoenen, bloot.Unglue,ɐnglû, losmaken (v. iets gelijmds).Ungodliness,ɐngodlinəs, subst. v.Ungodly,[607]ɐngodli, goddeloos, zondig, onheilig.Ungovernable,ɐngɐvənəb’l, niet te besturen, teugelloos, uitgelaten, ontembaar; subst.Ungovernableness.Ungraced,ɐngreist, niet getooid (begunstigd, geëerd).Ungraceful,ɐngreisful, onbevallig, lomp; subst.Ungracefulness;Ungracious,ɐngreišəs, onvriendelijk, onaangenaam, ruw; subst.Ungraciousness.Ungrammatical,ɐngrəmatik’l, niet grammatisch.Ungrateful,ɐngreitful, ondankbaar:Ungrateful soil= onvruchtbaar; subst.Ungratefulness.Ungratified,ɐngratifaid, onvoldaan.Ungrounded,ɐngraundid, ongegrond.Ungrudged,ɐngrɐdžd, gegund;Ungrudging= zonder morren, gaarne.Ungual,ɐŋgw’l, nagel …, klauw …Unguarded,ɐngâdid, onbewaakt, onbezonnen, zorgeloos:In an unguarded moment.Unguent,ɐŋgw’nt, zalf, smeersel.Unguessed,ɐngest, niet geraden of vermoed.Unguicular,ɐŋgwikjulə, nagel …,klauw …; ± 1,3 cM.;Unguiculate(d),ɐŋgwikjulit(-eitid), met klauwen, klauwvormig.Unguided,ɐngaidid, niet geleid of geregeld.Unguis,ɐŋgwis, klauw, hoef, nagel;Ungula,ɐŋgjulə, (paarde)hoef, kegelsnede;Ungulate,ɐŋgjulit, hoefvormig, met hoeven.Unhackneyed,ɐnhaknid, niet afgezaagd, frisch.Unhailed,ɐnheild, niet gepraaid.Unhair,ɐnhêə, ontharen.Unhallowed,ɐnhaloud, onheilig, goddeloos.Unhand,ɐnhand, loslaten.Unhang,ɐnhaŋ, afhangen (van deuren of vensters, roer), van behang of draperie ontdoen.Unhappiness,ɐnhapinəs, subst. v.Unhappy,ɐnhapi, ongelukkig, rampzalig:He isunhappy in his children= ongelukkig met.Unharassed,ɐnharəst, ongekweld.Unharbour,ɐnhâbə, opjagen.Unhardened,ɐnhâd’nd, niet gehard of verhard.Unharmed,ɐnhâmd, onbeschadigd, ongedeerd.Unharmonic,ɐnhâmonik=Unharmonious,ɐnhâmouniəs, onwelluidend, onharmonisch.Unharness,ɐnhânəs, uitspannen.Unhatched,ɐnhatšt, onuitgebroed.Unhealable,ɐnhîləb’l, ongeneeslijk;Unhealed,ɐnhîld, niet genezen.Unhealthiness,ɐnhelthinəs, subst. v.Unhealthy,ɐnhelthi, ongezond, schadelijk, ziekelijk.Unheard,ɐnhɐ̂d, niet gehoord:Unheard (-)of cruelties= ongehoorde wreedheden.Unheeded,ɐnhîdid, verwaarloosd;Unheeding,ɐnhîdiŋ, zorgeloos, achteloos.Unhelped,ɐnhelpt, niet geholpen.Unhesitating,ɐnheziteitiŋ,ɐnhesiteitiŋ, vaardig, niet aarzelend.Unhewn,ɐnjûn, ongehouwen, ruw.Unhindered,ɐnhindəd, onbelemmerd.Unhinge,ɐnhinž, uit de hengsels lichten, overhoop gooien, in wanorde brengen:She wasnervous and unhinged= zenuwachtig en van streek;Hismind is unhinged= zijne geestvermogens zijn gekrenkt.Unhistoric(al),ɐnhistorik(’l), niet geschiedkundig, fabelachtig.Unhitch,ɐnhitš, loshaken, vrijmaken.Unholiness,ɐnhoulinəs, subst. v.Unholy,ɐnhouli, onheilig, goddeloos, onrein.Unhonoured,ɐnonəd, ongeëerd.Unhood,ɐnhud, (valken) de kap afnemen.Unhook,ɐnhuk, loshaken, losmaken.Unhoped,ɐnhoupt, ongehoopt:Unhoped for accidents= onverhoopte gebeurtenissen.Unhorned,ɐnhönd, ongehoornd.Unhorse,ɐnhös, van het paard werpen.Unhung,ɐnhɐŋ, imp. en pp. vanto unhang.Unhurt,ɐnhɐ̂t, ongedeerd, ongekwetst.Uniax(i)al,jûniakš(i)əl, éénassig.Unicellular,jûniseljulə, ééncellig.Unicorn,jûnikön, éénhoorn, narwal, driespan (één paard vóór de twee anderen):Sea unicorn= narwal;Unicornous,jûnikönəs, éénhoornig.Unifacial,jûnifeiš’l, met ééne voorzijde.Unification,junifikeiš’n, unificatie.Uniflorous,juniflörəs, éénbloemig.Unifoliar,junifouljə, éénbladig.Uniform,jûniföm, subst. uniform; adj. éénvormig, onveranderlijk, homogeen;Uniformverb. van een uniform voorzien:In full uniform;Out of uniform= in civiel;Uniformity,junifömiti, éénvormigheid, éénparigheid, overeenstemming, gelijkheid.Unify,jûnifai, veréénen, tot één maken.Unilabiate,jûnileibjit, éénlippig.Unimaginable,ɐnimadžinəb’l, ondenkbaar;Unimaginative, nuchter, zonder fantasie;Unimagined= ongedacht, ondenkbaar.Unimpaired,ɐnimpêəd, ongeschonden, onverzwakt.Unimpeachable,ɐnimpîtšəb’l, zonder blaam, onberispelijk; subst.Unimpeachableness= vlekkeloosheid;Unimpeached= onbeschuldigd, niet bestreden, onberispelijk.Unimpeded,ɐnimpîdid, ongehinderd, open.Unimplied,ɐnimplaid, niet besloten, niet volgende uit.Unimportant,ɐnimpöt’nt, onbelangrijk.Unimpressionable,ɐnimprešənəb’l, niet voor indrukken vatbaar;Unimpressive= weinig indruk makend, voor indrukken onvatbaar.Unimprovable,ɐnimprûvəb’l, onverbeterlijk;Unimproved= onverbeterd, niet bebouwd, ruw, onwetend.Uninfected,ɐninfektid, onbesmet, onverdorven;Uninfectious,ɐninfekšəs, onbesmettelijk.Uninfluenced,ɐninfluənst, onbevooroordeeld, onbevangen:Uninfluenced by passion= zonder hartstocht.Uninformed,ɐninfömd, niet onderricht.Uninhabitable,ɐninhabitəb’l, onbewoonbaar; subst.Uninhabitableness;Uninhabited= onbewoond.Uninitiated,ɐninišeitid, oningewijd.[608]Uninjured,ɐninžəd, onbeschadigd;Uninjurious,ɐindžûriəs, onschadelijk.Uninsured,ɐninšûəd, niet verzekerd.Unintellectual,ɐnintəlektjuəl, niet verstandelijk;Unintelligent,ɐnintelidžent, dom, onkundig.Unintelligibility,ɐnintelidžibiliti, subst. v.Unintelligible,ɐnintelidžib’l, onverstaanbaar, onbegrijpelijk; subst.Unintelligibilityness.Unintended,ɐnintendid, niet bedoeld, zonder opzet;Unintentional,ɐnintenšən’l, onopzettelijk.Uninterested,ɐnintərestid, geen belang hebbend bij, onbaatzuchtig;Uninteresting= niet belangwekkend, saai.Unintermitted,ɐnintəmitid, onafgebroken.Uninterred,ɐnintɐ̂d, onbegraven.Uninterrupted,ɐnintərɐptid, onafgebroken, voortdurend.Unintroduced,ɐnintrədjûst, niet voorgesteld.Uninvested,ɐninvestid, niet geïnstalleerd, niet bekleed, niet belegd (v. geld).Uninvited,ɐninvaitid, ongenood;Uninviting= niet aanlokkelijk.Unio,jûniou, stroommossel.Union,jûnj’n, vereeniging, verbond, eenheid, eendracht, twee of meer kerspelen tot één vereenigd ter uitvoering van de armenwet, arbeiders- of werkmansvereeniging, werkhuis van eeneUnion; vierhoekig veld aan den binnen-bovenhoek van de Engelsche vlag met de kruisen v.St. George,St. AndrewenSt. Patrick, vlag met deze kruisen =Union-jack;Union-workhouse;Unionism= vereenigingsstelsel (van werklieden, etc.), stelsel tot instandhouding der unie v. Groot-Britanje en Ierland;Unionist= lid van eeneUnion, voorstander van de Unie van Groot-Brit. en Ierland.Uniparous,junipərɐs, één jong barend.Unique,junîk, éénig, ongeëvenaard; subst. unicum; subst.Uniqueness.Unisexual,jûnisekšuəl, éénslachtig.Unison,jûnis’n,jûniz’n, overeenstemming, harmonie, accoord:In unison;To exclaim in unison= eenstemmig.Unit,jûnit, éénheid.Unitarian,junitêriən, subst. belijder van de leer dat de Godheid slechts uit één persoon bestaat; adj. met dit geloof verbonden;Unitarianism= leer derUnitarians.Unite,junait, vereenigen, samensmelten, één worden:United= verbonden, vereenigd (to= met):The United Brethren= Hernhutters;The United Provinces= de Vereenigde Provinciën;The United States of America;Uniter;Unity,jûniti, éénheid, overeenstemming;The three unities= de drie (dramatische) eenheden =Unity of time, place and action.Univalve,jûnivalv, éénkleppig, éénschelpig; ooksubst.; adj.Univalvular.Universal,junivɐ̂s’l, algemeen, universeel, gezamenlijk:The general, though notuniversal opinion= de meening v. velen, schoon niet van allen;Universal suffrage= algemeen kiesrecht;Universality,junivəsaliti= algemeenheid;Universalize= algemeen maken;Universe,jûnivɐ̂s, heelal;University,junivɐ̂siti, hoogeschool:He is at the university;He is a university man.Unjaundiced,ɐndžôndist, niet afgunstig.Unjoint,ɐndžôint, ontwrichten:Unjointed= uit de voegen, ongeleed.Unjudged,ɐndžɐdžd, niet beslist.Unjust,ɐndžɐst, onrechtvaardig, onbillijk; subst.Unjustness.Unjustifiable,ɐndžɐstifaiəb’l, onverdedigbaar, niet te rechtvaardigen; subst.Unjustifiableness;Unjustified,ɐndžɐstifaid, ongerechtvaardigd.Unkempt,ɐnkemt, ongekamd, ongelikt.Unkennel,ɐnken’l, opjagen, loslaten, onthullen.Unkept,ɐnkept, niet onderhouden, niet gehoorzaamd, niet gevierd, niet uitgevoerd.Unkind,ɐnkaind, onvriendelijk, liefdeloos; subst.Unkindliness=Unkindness.Unkink,ɐnkiŋk, losmaken, rekken (Unkink one’s muscles).Unknightly,ɐnnaitli, onridderlijk.Unknit,ɐnnit, uithalen (v. breiwerk), gladstrijken (v. voorhoofd b.v.), scheiden.Unknowable,ɐnnouəb’l, onnaspeurlijk:The Unknowable= de Ondoorgrondelijke;Unknowing= onwetend, onkundig;Unknown= onbekend, onberekenbaar, onmetelijk:A man unknowable to fame= waarvan de wereld weinig weet;It was done unknowable to me= buiten mijn weten.Unlaboured,ɐnleibəd, onbewerkt, natuurlijk, ongedwongen.Unlace,ɐnleis, losrijgen.Unlade,ɐnleid, ontladen, lossen.Unlamented,ɐnləmentid, onbetreurd.Unlatch,ɐnlatš, openen (door de klink op te lichten); losgespen.Unlawful,ɐnlôful, onwettig; subst.Unlawfulness.Unlearn,ɐnlɐ̂n, verleeren, afleeren.Unleash,ɐnlîš, loslaten (tegen =upon).Unleavened,ɐnlev’nd, ongezuurd:Feast of unleavened bread= feest der ongezuurde brooden.Unless,ɐnles, tenzij, indien niet.Unlessened,ɐnles’nd, onverminderd.Unlettered,ɐnletəd, ongeletterd.Unlevel(l)ed,ɐnlev’ld, niet glad of gelijk.Unlicensed,ɐnlais’nst, zonder patent of vergunning.Unlicked (cub),ɐnlikt, ongelikt(e beer).Unlighted,ɐnlaitid, niet aangestoken of verlicht.Unlike,ɐnlaik, ongelijk, anders dan:That’s so unlike him= dat is in ’t geheel niet iets voor hem;Unlikelihood= onwaarschijnlijkheid =Unlikeliness;Unlikely= onwaarschijnlijk.Unlimited,ɐnlimitid, onbegrensd, onbeperkt, vrij, niet gelimiteerd:An unlimited concern= onderneming, welker aandeelhouders niet alléén voor hunne aandeelen, maar voor alle verplichtingen aansprakelijk zijn; subst.Unlimitedness.Unlink,ɐnliŋk, ontschakelen, losmaken:The snake unlinks itself= ontrolt zich.Unliquidated,ɐnlikwideitid, onvereffend.Unload,ɐnloud, ontladen, ontlasten, lossen, uitstorten, in groote hoeveelheid op de markt brengen.[609]Unlock,ɐnlok, ontsluiten, de rem wegnemen, onthullen.Unlooked for,ɐnluktfö, onverwacht, ongezocht, ongewenscht.Unloose(n),ɐnlûs(’n), losmaken, vrijlaten.Unloveliness,ɐnlɐvlinəs, subst. v.Unlovely,ɐnlɐvli, onbeminnelijk, niet aantrekkelijk.Unluckiness,ɐnlɐkinəs, subst. v.Unlucky,ɐnlɐki, ongelukkig, onvoorspoedig, onzalig:It wasan unlucky party= “parti manqué”.Unmade,ɐnmeid, ongemaakt, niet klaar, vernietigd:Unmade robes.Unmaidenly,ɐnmeid’nli, onmaagdelijk.Unmaimed,ɐnmeimd, onverminkt.Unmakable,ɐnmeikəb’l, onmaakbaar, onuitvoerbaar;Unmake,ɐnmeik, bederven, vernietigen, afzetten.Unmalleable,ɐnmaljəb’l, onsmeedbaar.Unman,ɐnman, ontmannen, ontmoedigen, week maken, van manschappen of troepen ontblooten.Unmanageable,ɐnmanidžib’l, onhandelbaar, moeielijk, lastig.Unmanliness,ɐnmanlinəs, subst. v.Unmanly,ɐnmanli, onmannelijk, lafhartig.Unmannerly,ɐnmanəli, ongemanierd, lomp.Unmantle,ɐnmant’l, ontmantelen, onttakelen (a fortress, a room).Unmanured,ɐnmənjûəd, onbemest, onbebouwd.Unmarketable,ɐnmâkətəb’l, onverkoopbaar, incourant.Unmarred,ɐnmâd, onbedorven.Unmarriable,ɐnmarjəb’l, niet huwbaar;Unmarried,ɐnmarid, ongetrouwd.Unmask,ɐnmâsk, het masker afleggen, ontmaskeren.Unmastered,ɐnmâstəd, onbedwongen, teugelloos.Unmatched,ɐnmatšt, ongeëvenaard.Unmeaning,ɐnmîniŋ, niets beteekenend, zonder uitdrukking; subst.Unmeaningness;Unmeant,ɐnment, onbedoeld.Unmeasurable,ɐnmežərəb’l, onbegrensd, onmetelijk;Unmeasured= onbegrensd, ongemeten.Unmeditated,ɐnmediteitid, onoverdacht.Unmeet,ɐnmît, niet geschikt.Unmellowed,ɐnmeloud, niet geheel rijp.Unmelodious,ɐnmiloudjəs, wanklinkend.Unmentionable,ɐnmenšənəb’l, niet noembaar:Unmentionables= broek;Unmentioned= onvermeld.Unmercantile,ɐnmɐ̂k’nt(a)il, niet overeenkomstig de handelsusantiën.Unmerciful,ɐnmɐ̂siful, onbarmhartig, wreed, buitensporig; subst.Unmercifulness.Unmerited,ɐnmeritid, onverdiend.Unmilitary,ɐnmilitəri, niet militair.Unmilled,ɐnmild, niet gevold; zonder kartelrand (van munten).Unmindful,ɐnmaindful:Unmindful ofhis promise= niet denkende om;Unmindful of my health= zonder te letten op.Unmistak(e)able,ɐnmisteikəb’l,onmiskenbaar;Unmistaken= zeker, bepaald.Unmitigated,ɐnmitigeitid, niet verzacht of verminderd, doortrapt:An unmitigated scoundrel.Unmixed,ɐnmikst, onvermengd.Unmodifiable,ɐnmodifaiəb’l, niet voor wijziging vatbaar;Unmodified= ongewijzigd, niet “umgelautet.”Unmolested,ɐnməlestid, ongestoord.Unmoor,ɐnmûə, voor één anker laten liggen; de ankers lichten.Unmortgaged,ɐnmögidžd, onbezwaard.Unmotherly,ɐnmɐdhəli, niet moederlijk.Unmounted,ɐnmauntid, onbereden, niet gemonteerd.Unmourned,ɐnmönd, onbetreurd.Unmov(e)able,ɐnmûvəb’l, onbeweeglijk;Unmoved= onbewogen, ongeschokt, ongeroerd, koel, standvastig;Unmoving= bewegingloos, niet roerend.Unmuffle,ɐnmɐf’l, ontblooten, zichtbaar worden:Unmuffled= niet omfloerst.Unmurmuring,ɐnmɐ̂məriŋ, zonder morren.Unmusical,ɐnmjûzik’l, onwelluidend, niet muzikaal.Unmutilated,ɐnmjûtileitid, onverminkt.Unmuzzle,ɐnmɐz’l, van muilkorf ontdoen, van dwang bevrijden, den vrijen loop laten.Unnamed,ɐnneimd, ongenoemd, zonder naam.Unnatural,ɐnnatjər’l, onnatuurlijk, gemaakt, onmenschelijk; subst.Unnaturalness.Unnecessary,ɐnnesəs’ri, noodeloos =Unneeded;Unnecessitated,ɐnnisesiteitid, niet geboden door de omstandigheden.Unnegotiable,ɐnnigoušəb’l, onverhandelbaar.Unneighbourly,ɐnneibəli, onbuurschappelijk.Unnerve,ɐnnɐ̂v, ontzenuwen, verzwakken.Unnoted,ɐnnoutid, onopgemerkt;Unnoticed,ɐnnoutist, onopgemerkt, verwaarloosd.Unnumbered,ɐnnɐmbəd, talloos, ongeteld.Unobjectionable,ɐnəbdžekšənəb’l, onberispelijk.Unobscured,ɐnəbskjûəd, onverduisterd.Unobservable,ɐnəbzɐ̂vəb’l, niet waarneembaar;Unobservant= niet betrachtend, niet lettend op:To be unobservable of;Unobserved= niet waargenomen of betracht;Unobserving= achteloos, onoplettend.Unobstructed,ɐnəbstrɐktid, onbelemmerd.Unobtainable,ɐnəbteinəb’l, onverkrijgbaar.Unobtrusive,ɐnəbtrûsiv, bescheiden.Unoccupied,ɐnokjupaid, onbezet, onbebouwd, niet bezig.Unoffending,ɐnəfendiŋ, niet beleedigend, niet aanstootelijk; onschadelijk =Unoffensive,ɐnəfensiv.Unofficial,ɐnəfiš’l, niet ambtelijk.Unopened,ɐnoup’nd, ongeopend, dicht;Unopening= gesloten blijvend.Unopposed,ɐnəpouzd, niet betwist.Unorganized,ɐnögənaizd, onbewerktuigd, niet georganiseerd.Unoriginal,ɐnəridžin’l, niet oorspronkelijk, afgeleid.Unornamental,ɐnönəment’l, eenvoudig;Unornamented,ɐnönəmentid, onversierd.Unorthodox,ɐnöthədoks, kettersch.Unostentatious,ɐnost’nteišəs, zonder praal of vertoon, eenvoudig, bescheiden, niet schril of schel.[610]Unowed,ɐnoud, zonder eigenaar, niet schuldig;Unowned,ɐnound, zonder eigenaar; niet erkend.Unpacified,ɐnpasifaid, onbevredigd.Unpack,ɐnpak, ontlasten, uitpakken.Unpaid,ɐnpeid, onbetaald, ongefrankeerd, onvergolden, onvervuld:The great unpaid= de niet bezoldigde magistraatspersonen, enz.Unpaired,ɐnpêəd, ongepaard.Unpalatable,ɐnpaləteb’l, onsmakelijk, onaangenaam:Anunpalatable truth.Unparalleled,ɐnparəleld, weergaloos.Unpardonable,ɐnpâdənəb’l, onvergeeflijk.Unparliamentary,ɐnpâlimentəri, niet parlementair.Unpatented,ɐnpeit’ntid,ɐnpat’ntid, ongepatenteerd.Unpatriotic,ɐnpeitriotik,ɐnpatriotik, niet vaderlandslievend.Unpaved,ɐnpeivd, ongeplaveid.Unpen,ɐnpen, (schapen) uit depen, (water) uit een kanaal laten.Unpenetrable,ɐnpenətrəb’l, ondoordringbaar.Unpensioned,ɐnpenš’nd, zonder jaargeld.Unpeopled,ɐnpîp’ld, onbevolkt, ontvolkt.Unperceivable,ɐnpəsîvəb’l, onbemerkbaar;Unperceived= ongemerkt, onbemerkt.Unperformed,ɐnpəfömd, niet gedaan, niet opgevoerd, onverricht.Unpermitted,ɐnpəmitid, ongeoorloofd.Unperused,ɐnpərûzd, niet doorgezien.Unphilosophic(al),ɐnfiləsofik(’l), niet wijsgeerig.Unpicked,ɐnpikt, niet geplukt, niet uitgelezen:Unpicked samples.Unpin,ɐnpin, losspelden.Unpitied,ɐnpitid, onbeweend, onbetreurd.Unplaced,ɐnpleist, ongeplaatst, verward, dooreengegooid, niet onder de 3 eersten (wedren).Unplanted,ɐnplântid, ongeplant, vanzelf groeiend, niet bebouwd of aangelegd.Unpleasant,ɐnplez’nt, onaangenaam, onplezierig, misnoegd; subst.Unpleasantness.Unploughed,ɐnplaud, ongeploegd.Unpoetic(al),ɐnpouetik(’l), niet dichterlijk.Unpolished,ɐnpolišt, ongepolijst, mat, onbeschaafd, lomp;Unpolite,ɐnpəlait, onbeleefd.Unpolled,ɐnpould, niet bekapt, ongeschoren, niet als kiezer ingeschreven, nog niet gekozen hebbend.Unpolluted,ɐnpəl(j)ûtid, onbevlekt.Unpopular,ɐnpopjulə, niet bij het volk geliefd; subst.Unpopularity,ɐnpopjulariti.Unpractical,ɐnpraktik’l, onpraktisch;Unpracticality,ɐnpraktikaliti, het onpraktisch zijn;Unpracticed, Unpractised,ɐnpraktist, onervaren.Unprecedented,ɐnpresidentid, zonder voorbeeld.

Underived,ɐndiraivd, niet ontleend.Undescribed,ɐndiskraibd, niet beschreven.Undescried,ɐndiskraid, onontdekt.Undeserved,ɐndizɐ̂vd, onverdiend;Undeserving= niet verdienend, onwaardig.Undesigned,ɐndizaind,ɐndisaind, onopzettelijk; subst.Undesignedness;Undesigning= oprecht, zonder bedrog, argeloos.Undesirable,ɐndizairəb’l, ongewenscht; subst. een ongewenscht persoon;Undesired= niet gewenscht of begeerd;Undesiring= niet verlangend, onverschillig;Undesirous= niet begeerlijk of verlangend.Undetected,ɐnditektid, onontdekt.Undetermined,ɐnditɐ̂mind, onbeslist, onzeker, niet beperkt.Undeveloped,ɐndiveləpt, onontwikkeld.Undeviating,ɐndîvjeitiŋ, niet afwijkend, geregeld, vast.Undid,ɐndid, imperf. vanto undo.Undignified,ɐndignifaid, onwaardig.Undiluted,ɐndil(j)ûtid, niet verdund.Undiminished,ɐndiminišt, onverminderd.Undimmed,ɐndimd, niet verduisterd.Undine,undin,ɐndîn, Undine, waternimf.Undiscerned,ɐndizɐ̂nd, onopgemerkt;Undiscernible= niet te onderscheiden, onzichtbaar, onmerkbaar;Undiscerning= kortzichtig, niet onderscheidend.Undisciplined,ɐndisiplind, niet geoefend, ongeregeld, zonder tucht.Undiscouraged,ɐndiskɐridžd, niet ontmoedigd.Undiscoverable,ɐndiskɐvərəb’l, niet te ontdekken;Undiscovered= niet gezien, niet opgehelderd, verborgen.Undiscriminating,ɐndiskrimineitiŋ, niet onderscheidend, niet scherpzinnig.[605]Undisguised,ɐndisgaizd, onvermomd, openlijk.Undismayed,ɐndizmeid, onverschrokken, onvervaard.Undisposed,ɐndispouzd, niet geordend, niet verkocht (of).Undisputed,ɐndispjûtid, onbetwist.Undissolved,ɐndizolvd, niet opgelost of gesmolten, niet verbroken.Undistorted,ɐndistötid, onverwrongen.Undistracted,ɐndistraktid, niet verstrooid of afgeleid.Undisturbed,ɐndistɐ̂bd, ongestoord, kalm.Undividable,ɐndivaidəb’l, on(ver)deelbaar;Undivided= onverdeeld, geheel.Undivorced,ɐndivöst, niet gescheiden.Undivulged,ɐndivɐldžd, niet bekend, niet openbaar of ruchtbaar gemaakt.Undo,ɐndû, te niet doen, vernietigen, opheffen, oplossen, losmaken, te gronde richten, ongelukkig maken:Don’t undowhat I taught him= bederf niet;Toundo a fault= weer goed maken;Undoer,ɐndûə, tenietdoener, bederver, verwoester;Undoing= ondergang, vernietiging. ZieUndone.Undomestic,ɐndəmestik, niet huiselijk;Undomesticated= niet getemd of aan den mensch onderworpen.Undone,ɐndɐn, p.p. vanto undo:I am undone= geruïneerd;Tocome undone= losgaan;Heleft the thing undone= onafgedaan;What is done can’t be undone= gedane zaken nemen geen keer.Undoubted,ɐndautid, ongetwijfeld, ontwijfelbaar, onbevreesd, niet verdacht.Undowered,ɐndauəd, zonder bruidschat.Undrainable,ɐndreinəb’l, onuitputtelijk;Undrained= niet droog gelegd.Undramatic(al),ɐndrəmatik(’l), ondramatisch.Undraped,ɐndreipt, niet gedrapeerd, naakt.Undrawn,ɐndrôn, niet geteekend, niet weggetrokken, niet getrokken.Undreaded,ɐndredid, ongevreesd.Undreamed,ɐndrîmd,Undreamt,ɐndremt, niet gedroomd:Dangersundreamed ofbefore= gevaren die men zich vroeger niet had voorgesteld.Undress,ɐndres,ɐndres, négligé, klein tenue; alledaagsch, eenvoudig.Undress,ɐndres, ontkleeden, ontzwachtelen, ontdoen van:Undressed= ongekleed, niet toebereid of gekookt, niet opgemaakt, ruw.Undried,ɐndraid, opgedroogd, groen.Undrilled,ɐndrild, ongeoefend.Undrinkable,ɐndriŋkəb’l, ondrinkbaar.Undue,ɐndjû, ongepast, onwettig, overmatig.Undulate,ɐndjulit, adj. golvend;Undulateverb. (ɐndjuleit) golven, doen golven;Undulation,ɐndjuleiš’n, golving, golf; vibreeren (muz.);Undulatory,ɐndjulətəri, golvend:Undulation theory= golvingstheorie (licht).Undutiful,ɐndjûtiful, ongehoorzaam; subst.Undutifulness.Undying,ɐndaiiŋ, onsterfelijk, onvergankelijk, eeuwig:It reflectsundying honouron you= het strekt u eeuwig tot eer.Unearned,ɐnɐ̂nd, onverdiend:Unearned increment= vermeerdering van de waarde van den bodem, etc. door toevalligen aanleg van spoorwegen of anderszins.Unearth,ɐnɐ̂th, opdelven, opgraven, rooien, aan het licht brengen:Shall we ever succeed inunearthing him? = hem ooit opsporen;I unearthed this froman old newspaper= heb dit opgediept;Unearthly= bovennatuurlijk, ijselijk.Uneasiness,ɐnîzinəs, ongerustheid, angst:You havegiven me much uneasiness;Uneasy= niet op zijn gemak, ongerust, angstig, stijf, moeielijk, knorrig:Don’t beuneasy abouthim= maak u niet ongerust.Uneatable,ɐnîtəb’l, oneetbaar;Uneaten= niet gegeten, niet vermetigd.Unedified,ɐnedifaid, niet gesticht;Unedifying= onstichtelijk.Uneducated,ɐnedjukeitid, onopgevoed, onwetend, ongeletterd.Uneffaced,ɐnəfeist, onuitgewischt.Unembarrassed,ɐnəmbarəst, niet verlegen, onbelemmerd, onbezwaard.Unemotional,ɐnimoušən’l, zonder aandoening of gevoel.Unemphatic(al),ɐnəmfatik(’l), zonder klem.Unemployed,ɐnəmplôid, niet gebruikt, zonder werk:The unemployed= de werkloozen;Unemployment= werkloosheid.Unemptied,ɐnem(p)tid, niet geledigd.Unenclosed,ɐnənklouzd, niet ingesloten.Unencumbered,ɐnənkɐmbəd, onbezwaard.Unending,ɐnendiŋ, eindeloos.Unendorsed,ɐnəndöst, niet geëndosseerd.Unendowed,ɐnəndaud, niet begiftigd of begaafd; zonder subsidie:Unendowed schools.Unendurable,ɐnəndjûrəb’l, onduldbaar.Unengaged,ɐnəngeidžd, vrij, niet gebonden.Un-english,ɐniŋgliš, onengelsch.Unenjoyed,ɐnəndžôid, niet genoten.Unentered,ɐnentəd, niet opgeschreven, niet aangegeven.Unenterprising,ɐnentəpraiziŋ, niet ondernemend.Unentertaining,ɐnentəteiniŋ, niet onderhoudend, vervelend; subst.Unentertainingness.Unenthralled,ɐnənthrôld, niet onderworpen.Unentombed,ɐnəntûmd, onbegraven.Unenviable,ɐnenvjəb’l, niet benijdbaar;Unenvied,ɐnenvid, onbenijd.Unequable,ɐnîkwəb’l,ɐnekwəb’l, ongelijk;Unequal,ɐnîkw’l, ongelijk, onvoldoende, niet opgewassen, onbillijk, partijdig, onregelmatig; ook subst.:He isunequal tothat task= niet berekend voor;Unequalled= ongeëvenaard; subst.Unequalness.Unequipped,ɐnikwipt, niet toegerust.Unequivocal,ɐnikwivək’l, ondubbelzinnig, duidelijk; subst.Unequivocalness.Unerring,ɐnɐ̂riŋ, onfeilbaar.Unessayed,ɐnəseid, onbeproefd.Unessential,ɐnəsenš’l, niet wezenlijk of absoluut noodig; ook subst.Uneven,ɐnîv’n, ongelijk, oneffen, ongestadig; subst.Unevenness:Unevenness of style, Unevenness of temper= ongelijkmatigheid.Uneventful,ɐniventful, onbelangrijk.Unexamined,ɐnəgzamind, onbeproefd, niet onderzocht.[606]Unexampled,ɐnəgzâmp’ld, voorbeeldeloos.Unexcelled,ɐnəkseld, onovertroffen.Unexceptionable,ɐnəksepšənəb’l, zonder fout of aanmerking, onberispelijk; subst.Unexceptionableness.Unexcited,ɐnəksaitid, niet opgewonden.Unexecuted,ɐneksikjûtid, niet uitgevoerd.Unexhausted,ɐnəgzhôstid, onuitgeput.Unexpected,ɐnəkspektid, onverwacht; subst.Unexpectedness.Unexperienced,ɐnəkspîriənst, onervaren.Unexpired,ɐnəkspaiəd, niet afgeloopen.Unexplained,ɐnəkspleind, onverklaard.Unexplored,ɐnəksplöd, niet doorzocht.Unexposed,ɐnəkspouzd, niet blootgesteld, beschut.Unexpounded,ɐnəkspaundid, onverklaard.Unexpressed,ɐnəksprest, niet uitgesproken.Unexpurgated,ɐnəkspɐ̂geitid,ɐnekspəgeitid, ongezuiverd, niet gecastreerd of gecastigeerd (van letterk. werken).Unextinguishable,ɐnəkstiŋgwišəb’l, onuitbluschbaar;Unextinguished= onuitgebluscht.Unextracted,ɐnəkstraktid, niet (uit)getrokken.Unfaded,ɐnfeidid, onverwelkt;Unfading= onverwelkelijk, vast; subst.Unfadingness.Unfailing,ɐnfeliŋ, onfeilbaar, zeker, onuitputtelijk.Unfair,ɐnfêə, partijdig, onbillijk; subst.Unfairness.Unfaithful,ɐnfeithful, ontrouw, trouweloos; subst.Unfaithfulness.Unfaltering,ɐnfôltəriŋ, niet aarzelend, vast.Unfamiliar,ɐnfəmiljə, onbekend, vreemd;Unfamiliarity,ɐnfəmiljariti, ongemeenzaamheid.Unfashionable,ɐnfašənəb’l, niet naar de mode of in den vorm; subst.Unfashionableness;Unfashioned,ɐnfaš’nd, vormloos, ruw, lomp.Unfasten,ɐnfâs’n, losmaken, openmaken:This new collar is alwaysunfastening itself= gaat altijd van zelf los.Unfatherly,ɐnfâdhəli, onnatuurlijk.Unfathomable,ɐnfadhəməb’l, onpeilbaar, ondoorgrondelijk; subst.Unfathomableness;Unfathomed= ongepeild, onmetelijk.Unfavourable,ɐnfeivərəb’l, ongunstig; subst.Unfavourableness.Unfeared,ɐnfîəd, ongevreesd;Unfearing= onbevreesd.Unfeeling,ɐnfîliŋ, ongevoelig, wreed; subst.Unfeelingness.Unfeigned,ɐnfeind, ongeveinsd, oprecht; subst.Unfeignedness;Unfeigning= oprecht, echt.Unfelt,ɐnfelt, niet gevoeld.Unfeminine,ɐnfeminin, onvrouwelijk.Unfermented,ɐnfəmentid, ongegist, ongezuurd.Unfertile,ɐnfɐ̂til, onvruchtbaar.Unfetter,ɐnfetə, ontketenen, bevrijden.Unfilial,ɐnfilj’l, onkinderlijk.Unfinished,ɐnfiništ, onvoltooid.Unfit,ɐnfit, ongeschikt, onbekwaam, onbetamelijk, ongepast;Unfitverb. ongeschikt maken:It is unfit for a man= past een man niet; subst.Unfitness;Unfitting:It is unfitting a man= past een man niet.Unfix,ɐnfiks, losmaken, doen weifelen:Unfix bayonets!= bajonet af:Unfixed= los, zwervend, onzeker.Unflagging,ɐnflagiŋ, onverflauwd.Unflattering,ɐnflatəriŋ, oprecht:Unflattering weather= weinig uitlokkend.Unfledged,ɐnfledžd, zonder veeren, nog niet in staat te vliegen, onrijp, jong.Unflinching,ɐnflinšiŋ, onvermoeid, onverschrokken.Unfold,ɐnfould, ontvouwen, uitspreiden, openbaren, déployeeren, bijzetten, uit de (schaaps)kooi laten;Unfolding= mededeeling, openbaring.Unforbearing,ɐnfəbêriŋ, niet toegevend.Unforced,ɐnföst, ongedwongen, natuurlijk, gemakkelijk.Unfordable,ɐnfödəb’l, niet doorwaadbaar.Unforeknown,ɐnfönoun, onvoorzien =Unforeseen.Unforewarned,ɐnföwönd, niet gewaarschuwd.Unforfeited,ɐnföfitid, niet verbeurd.Unforgetful,ɐnfəgetful, niet vergeetachtig.Unforgiven,ɐnfəgiv’n, niet vergeven;Unforgiving= niet vergevend, onverzoenlijk.Unformed,ɐnfömd, ongevormd, ruw:Unformed stars= niet gegroepeerde sterren.Unforsaken,ɐnfəseik’n, niet verlaten.Unfortified,ɐnfötifaid, onversterkt, zwak.Unfortunate,ɐnfötjunit, ongelukkig(e).Unfostered,ɐnfostəd, niet beschermd of gekoesterd.Unfounded,ɐnfaundid, ongegrond.Unfranchised,ɐnfrantš(a)izd, niet vrijgemaakt.Unfree(d),ɐnfrî(d), onvrij, (onbevrijd).Unfrequented,ɐnfrikwentid, onbezocht, eenzaam, verlaten.Unfriendly,ɐnfrendli, onvriend(schapp)elijk, ongunstig.Unfrock,ɐnfrok, ontzetten uit priesterlijke betrekking en rechten.Unfruitful,ɐnfrûtful, onvruchtbaar, ijdel, nutteloos; subst.Unfruitfulness.Unfulfilled,ɐnfulfild, niet vervuld.Unfunded,ɐnfɐndid, zonder (waarborg)fonds.Unfurl,ɐnfɐ̂l, ontplooien, losgooien:Tounfurl a flag, the sails.Unfurnished,ɐnfɐ̂ništ, ongemeubileerd, ledig.Ungainly,ɐngeinli, lomp, linksch.Ungallant,ɐngəlant, onhoffelijk; niet dapper (ɐngalənt).Ungear,ɐngîə, uitspannen, uitschakelen, los maken.Ungenerous,ɐndženərɐs, onedelmoedig, onedel, gierig.Ungenial,ɐndžînj’l, ongunstig, onvriendelijk.Ungenteel,ɐndž’ntîl, onbeleefd, lomp.Ungentlemanlike,ɐndžent’lm’nlaik, onwellevend, plat =Ungentlemanly.Ungird,ɐngɐ̂d, losgorden, losmaken.Unglazed,ɐngleizd, zonder glas of ruiten; zonder glazuur.Unglove,ɐnglɐv, de handschoenen uitdoen:Ungloved= zonder handschoenen, bloot.Unglue,ɐnglû, losmaken (v. iets gelijmds).Ungodliness,ɐngodlinəs, subst. v.Ungodly,[607]ɐngodli, goddeloos, zondig, onheilig.Ungovernable,ɐngɐvənəb’l, niet te besturen, teugelloos, uitgelaten, ontembaar; subst.Ungovernableness.Ungraced,ɐngreist, niet getooid (begunstigd, geëerd).Ungraceful,ɐngreisful, onbevallig, lomp; subst.Ungracefulness;Ungracious,ɐngreišəs, onvriendelijk, onaangenaam, ruw; subst.Ungraciousness.Ungrammatical,ɐngrəmatik’l, niet grammatisch.Ungrateful,ɐngreitful, ondankbaar:Ungrateful soil= onvruchtbaar; subst.Ungratefulness.Ungratified,ɐngratifaid, onvoldaan.Ungrounded,ɐngraundid, ongegrond.Ungrudged,ɐngrɐdžd, gegund;Ungrudging= zonder morren, gaarne.Ungual,ɐŋgw’l, nagel …, klauw …Unguarded,ɐngâdid, onbewaakt, onbezonnen, zorgeloos:In an unguarded moment.Unguent,ɐŋgw’nt, zalf, smeersel.Unguessed,ɐngest, niet geraden of vermoed.Unguicular,ɐŋgwikjulə, nagel …,klauw …; ± 1,3 cM.;Unguiculate(d),ɐŋgwikjulit(-eitid), met klauwen, klauwvormig.Unguided,ɐngaidid, niet geleid of geregeld.Unguis,ɐŋgwis, klauw, hoef, nagel;Ungula,ɐŋgjulə, (paarde)hoef, kegelsnede;Ungulate,ɐŋgjulit, hoefvormig, met hoeven.Unhackneyed,ɐnhaknid, niet afgezaagd, frisch.Unhailed,ɐnheild, niet gepraaid.Unhair,ɐnhêə, ontharen.Unhallowed,ɐnhaloud, onheilig, goddeloos.Unhand,ɐnhand, loslaten.Unhang,ɐnhaŋ, afhangen (van deuren of vensters, roer), van behang of draperie ontdoen.Unhappiness,ɐnhapinəs, subst. v.Unhappy,ɐnhapi, ongelukkig, rampzalig:He isunhappy in his children= ongelukkig met.Unharassed,ɐnharəst, ongekweld.Unharbour,ɐnhâbə, opjagen.Unhardened,ɐnhâd’nd, niet gehard of verhard.Unharmed,ɐnhâmd, onbeschadigd, ongedeerd.Unharmonic,ɐnhâmonik=Unharmonious,ɐnhâmouniəs, onwelluidend, onharmonisch.Unharness,ɐnhânəs, uitspannen.Unhatched,ɐnhatšt, onuitgebroed.Unhealable,ɐnhîləb’l, ongeneeslijk;Unhealed,ɐnhîld, niet genezen.Unhealthiness,ɐnhelthinəs, subst. v.Unhealthy,ɐnhelthi, ongezond, schadelijk, ziekelijk.Unheard,ɐnhɐ̂d, niet gehoord:Unheard (-)of cruelties= ongehoorde wreedheden.Unheeded,ɐnhîdid, verwaarloosd;Unheeding,ɐnhîdiŋ, zorgeloos, achteloos.Unhelped,ɐnhelpt, niet geholpen.Unhesitating,ɐnheziteitiŋ,ɐnhesiteitiŋ, vaardig, niet aarzelend.Unhewn,ɐnjûn, ongehouwen, ruw.Unhindered,ɐnhindəd, onbelemmerd.Unhinge,ɐnhinž, uit de hengsels lichten, overhoop gooien, in wanorde brengen:She wasnervous and unhinged= zenuwachtig en van streek;Hismind is unhinged= zijne geestvermogens zijn gekrenkt.Unhistoric(al),ɐnhistorik(’l), niet geschiedkundig, fabelachtig.Unhitch,ɐnhitš, loshaken, vrijmaken.Unholiness,ɐnhoulinəs, subst. v.Unholy,ɐnhouli, onheilig, goddeloos, onrein.Unhonoured,ɐnonəd, ongeëerd.Unhood,ɐnhud, (valken) de kap afnemen.Unhook,ɐnhuk, loshaken, losmaken.Unhoped,ɐnhoupt, ongehoopt:Unhoped for accidents= onverhoopte gebeurtenissen.Unhorned,ɐnhönd, ongehoornd.Unhorse,ɐnhös, van het paard werpen.Unhung,ɐnhɐŋ, imp. en pp. vanto unhang.Unhurt,ɐnhɐ̂t, ongedeerd, ongekwetst.Uniax(i)al,jûniakš(i)əl, éénassig.Unicellular,jûniseljulə, ééncellig.Unicorn,jûnikön, éénhoorn, narwal, driespan (één paard vóór de twee anderen):Sea unicorn= narwal;Unicornous,jûnikönəs, éénhoornig.Unifacial,jûnifeiš’l, met ééne voorzijde.Unification,junifikeiš’n, unificatie.Uniflorous,juniflörəs, éénbloemig.Unifoliar,junifouljə, éénbladig.Uniform,jûniföm, subst. uniform; adj. éénvormig, onveranderlijk, homogeen;Uniformverb. van een uniform voorzien:In full uniform;Out of uniform= in civiel;Uniformity,junifömiti, éénvormigheid, éénparigheid, overeenstemming, gelijkheid.Unify,jûnifai, veréénen, tot één maken.Unilabiate,jûnileibjit, éénlippig.Unimaginable,ɐnimadžinəb’l, ondenkbaar;Unimaginative, nuchter, zonder fantasie;Unimagined= ongedacht, ondenkbaar.Unimpaired,ɐnimpêəd, ongeschonden, onverzwakt.Unimpeachable,ɐnimpîtšəb’l, zonder blaam, onberispelijk; subst.Unimpeachableness= vlekkeloosheid;Unimpeached= onbeschuldigd, niet bestreden, onberispelijk.Unimpeded,ɐnimpîdid, ongehinderd, open.Unimplied,ɐnimplaid, niet besloten, niet volgende uit.Unimportant,ɐnimpöt’nt, onbelangrijk.Unimpressionable,ɐnimprešənəb’l, niet voor indrukken vatbaar;Unimpressive= weinig indruk makend, voor indrukken onvatbaar.Unimprovable,ɐnimprûvəb’l, onverbeterlijk;Unimproved= onverbeterd, niet bebouwd, ruw, onwetend.Uninfected,ɐninfektid, onbesmet, onverdorven;Uninfectious,ɐninfekšəs, onbesmettelijk.Uninfluenced,ɐninfluənst, onbevooroordeeld, onbevangen:Uninfluenced by passion= zonder hartstocht.Uninformed,ɐninfömd, niet onderricht.Uninhabitable,ɐninhabitəb’l, onbewoonbaar; subst.Uninhabitableness;Uninhabited= onbewoond.Uninitiated,ɐninišeitid, oningewijd.[608]Uninjured,ɐninžəd, onbeschadigd;Uninjurious,ɐindžûriəs, onschadelijk.Uninsured,ɐninšûəd, niet verzekerd.Unintellectual,ɐnintəlektjuəl, niet verstandelijk;Unintelligent,ɐnintelidžent, dom, onkundig.Unintelligibility,ɐnintelidžibiliti, subst. v.Unintelligible,ɐnintelidžib’l, onverstaanbaar, onbegrijpelijk; subst.Unintelligibilityness.Unintended,ɐnintendid, niet bedoeld, zonder opzet;Unintentional,ɐnintenšən’l, onopzettelijk.Uninterested,ɐnintərestid, geen belang hebbend bij, onbaatzuchtig;Uninteresting= niet belangwekkend, saai.Unintermitted,ɐnintəmitid, onafgebroken.Uninterred,ɐnintɐ̂d, onbegraven.Uninterrupted,ɐnintərɐptid, onafgebroken, voortdurend.Unintroduced,ɐnintrədjûst, niet voorgesteld.Uninvested,ɐninvestid, niet geïnstalleerd, niet bekleed, niet belegd (v. geld).Uninvited,ɐninvaitid, ongenood;Uninviting= niet aanlokkelijk.Unio,jûniou, stroommossel.Union,jûnj’n, vereeniging, verbond, eenheid, eendracht, twee of meer kerspelen tot één vereenigd ter uitvoering van de armenwet, arbeiders- of werkmansvereeniging, werkhuis van eeneUnion; vierhoekig veld aan den binnen-bovenhoek van de Engelsche vlag met de kruisen v.St. George,St. AndrewenSt. Patrick, vlag met deze kruisen =Union-jack;Union-workhouse;Unionism= vereenigingsstelsel (van werklieden, etc.), stelsel tot instandhouding der unie v. Groot-Britanje en Ierland;Unionist= lid van eeneUnion, voorstander van de Unie van Groot-Brit. en Ierland.Uniparous,junipərɐs, één jong barend.Unique,junîk, éénig, ongeëvenaard; subst. unicum; subst.Uniqueness.Unisexual,jûnisekšuəl, éénslachtig.Unison,jûnis’n,jûniz’n, overeenstemming, harmonie, accoord:In unison;To exclaim in unison= eenstemmig.Unit,jûnit, éénheid.Unitarian,junitêriən, subst. belijder van de leer dat de Godheid slechts uit één persoon bestaat; adj. met dit geloof verbonden;Unitarianism= leer derUnitarians.Unite,junait, vereenigen, samensmelten, één worden:United= verbonden, vereenigd (to= met):The United Brethren= Hernhutters;The United Provinces= de Vereenigde Provinciën;The United States of America;Uniter;Unity,jûniti, éénheid, overeenstemming;The three unities= de drie (dramatische) eenheden =Unity of time, place and action.Univalve,jûnivalv, éénkleppig, éénschelpig; ooksubst.; adj.Univalvular.Universal,junivɐ̂s’l, algemeen, universeel, gezamenlijk:The general, though notuniversal opinion= de meening v. velen, schoon niet van allen;Universal suffrage= algemeen kiesrecht;Universality,junivəsaliti= algemeenheid;Universalize= algemeen maken;Universe,jûnivɐ̂s, heelal;University,junivɐ̂siti, hoogeschool:He is at the university;He is a university man.Unjaundiced,ɐndžôndist, niet afgunstig.Unjoint,ɐndžôint, ontwrichten:Unjointed= uit de voegen, ongeleed.Unjudged,ɐndžɐdžd, niet beslist.Unjust,ɐndžɐst, onrechtvaardig, onbillijk; subst.Unjustness.Unjustifiable,ɐndžɐstifaiəb’l, onverdedigbaar, niet te rechtvaardigen; subst.Unjustifiableness;Unjustified,ɐndžɐstifaid, ongerechtvaardigd.Unkempt,ɐnkemt, ongekamd, ongelikt.Unkennel,ɐnken’l, opjagen, loslaten, onthullen.Unkept,ɐnkept, niet onderhouden, niet gehoorzaamd, niet gevierd, niet uitgevoerd.Unkind,ɐnkaind, onvriendelijk, liefdeloos; subst.Unkindliness=Unkindness.Unkink,ɐnkiŋk, losmaken, rekken (Unkink one’s muscles).Unknightly,ɐnnaitli, onridderlijk.Unknit,ɐnnit, uithalen (v. breiwerk), gladstrijken (v. voorhoofd b.v.), scheiden.Unknowable,ɐnnouəb’l, onnaspeurlijk:The Unknowable= de Ondoorgrondelijke;Unknowing= onwetend, onkundig;Unknown= onbekend, onberekenbaar, onmetelijk:A man unknowable to fame= waarvan de wereld weinig weet;It was done unknowable to me= buiten mijn weten.Unlaboured,ɐnleibəd, onbewerkt, natuurlijk, ongedwongen.Unlace,ɐnleis, losrijgen.Unlade,ɐnleid, ontladen, lossen.Unlamented,ɐnləmentid, onbetreurd.Unlatch,ɐnlatš, openen (door de klink op te lichten); losgespen.Unlawful,ɐnlôful, onwettig; subst.Unlawfulness.Unlearn,ɐnlɐ̂n, verleeren, afleeren.Unleash,ɐnlîš, loslaten (tegen =upon).Unleavened,ɐnlev’nd, ongezuurd:Feast of unleavened bread= feest der ongezuurde brooden.Unless,ɐnles, tenzij, indien niet.Unlessened,ɐnles’nd, onverminderd.Unlettered,ɐnletəd, ongeletterd.Unlevel(l)ed,ɐnlev’ld, niet glad of gelijk.Unlicensed,ɐnlais’nst, zonder patent of vergunning.Unlicked (cub),ɐnlikt, ongelikt(e beer).Unlighted,ɐnlaitid, niet aangestoken of verlicht.Unlike,ɐnlaik, ongelijk, anders dan:That’s so unlike him= dat is in ’t geheel niet iets voor hem;Unlikelihood= onwaarschijnlijkheid =Unlikeliness;Unlikely= onwaarschijnlijk.Unlimited,ɐnlimitid, onbegrensd, onbeperkt, vrij, niet gelimiteerd:An unlimited concern= onderneming, welker aandeelhouders niet alléén voor hunne aandeelen, maar voor alle verplichtingen aansprakelijk zijn; subst.Unlimitedness.Unlink,ɐnliŋk, ontschakelen, losmaken:The snake unlinks itself= ontrolt zich.Unliquidated,ɐnlikwideitid, onvereffend.Unload,ɐnloud, ontladen, ontlasten, lossen, uitstorten, in groote hoeveelheid op de markt brengen.[609]Unlock,ɐnlok, ontsluiten, de rem wegnemen, onthullen.Unlooked for,ɐnluktfö, onverwacht, ongezocht, ongewenscht.Unloose(n),ɐnlûs(’n), losmaken, vrijlaten.Unloveliness,ɐnlɐvlinəs, subst. v.Unlovely,ɐnlɐvli, onbeminnelijk, niet aantrekkelijk.Unluckiness,ɐnlɐkinəs, subst. v.Unlucky,ɐnlɐki, ongelukkig, onvoorspoedig, onzalig:It wasan unlucky party= “parti manqué”.Unmade,ɐnmeid, ongemaakt, niet klaar, vernietigd:Unmade robes.Unmaidenly,ɐnmeid’nli, onmaagdelijk.Unmaimed,ɐnmeimd, onverminkt.Unmakable,ɐnmeikəb’l, onmaakbaar, onuitvoerbaar;Unmake,ɐnmeik, bederven, vernietigen, afzetten.Unmalleable,ɐnmaljəb’l, onsmeedbaar.Unman,ɐnman, ontmannen, ontmoedigen, week maken, van manschappen of troepen ontblooten.Unmanageable,ɐnmanidžib’l, onhandelbaar, moeielijk, lastig.Unmanliness,ɐnmanlinəs, subst. v.Unmanly,ɐnmanli, onmannelijk, lafhartig.Unmannerly,ɐnmanəli, ongemanierd, lomp.Unmantle,ɐnmant’l, ontmantelen, onttakelen (a fortress, a room).Unmanured,ɐnmənjûəd, onbemest, onbebouwd.Unmarketable,ɐnmâkətəb’l, onverkoopbaar, incourant.Unmarred,ɐnmâd, onbedorven.Unmarriable,ɐnmarjəb’l, niet huwbaar;Unmarried,ɐnmarid, ongetrouwd.Unmask,ɐnmâsk, het masker afleggen, ontmaskeren.Unmastered,ɐnmâstəd, onbedwongen, teugelloos.Unmatched,ɐnmatšt, ongeëvenaard.Unmeaning,ɐnmîniŋ, niets beteekenend, zonder uitdrukking; subst.Unmeaningness;Unmeant,ɐnment, onbedoeld.Unmeasurable,ɐnmežərəb’l, onbegrensd, onmetelijk;Unmeasured= onbegrensd, ongemeten.Unmeditated,ɐnmediteitid, onoverdacht.Unmeet,ɐnmît, niet geschikt.Unmellowed,ɐnmeloud, niet geheel rijp.Unmelodious,ɐnmiloudjəs, wanklinkend.Unmentionable,ɐnmenšənəb’l, niet noembaar:Unmentionables= broek;Unmentioned= onvermeld.Unmercantile,ɐnmɐ̂k’nt(a)il, niet overeenkomstig de handelsusantiën.Unmerciful,ɐnmɐ̂siful, onbarmhartig, wreed, buitensporig; subst.Unmercifulness.Unmerited,ɐnmeritid, onverdiend.Unmilitary,ɐnmilitəri, niet militair.Unmilled,ɐnmild, niet gevold; zonder kartelrand (van munten).Unmindful,ɐnmaindful:Unmindful ofhis promise= niet denkende om;Unmindful of my health= zonder te letten op.Unmistak(e)able,ɐnmisteikəb’l,onmiskenbaar;Unmistaken= zeker, bepaald.Unmitigated,ɐnmitigeitid, niet verzacht of verminderd, doortrapt:An unmitigated scoundrel.Unmixed,ɐnmikst, onvermengd.Unmodifiable,ɐnmodifaiəb’l, niet voor wijziging vatbaar;Unmodified= ongewijzigd, niet “umgelautet.”Unmolested,ɐnməlestid, ongestoord.Unmoor,ɐnmûə, voor één anker laten liggen; de ankers lichten.Unmortgaged,ɐnmögidžd, onbezwaard.Unmotherly,ɐnmɐdhəli, niet moederlijk.Unmounted,ɐnmauntid, onbereden, niet gemonteerd.Unmourned,ɐnmönd, onbetreurd.Unmov(e)able,ɐnmûvəb’l, onbeweeglijk;Unmoved= onbewogen, ongeschokt, ongeroerd, koel, standvastig;Unmoving= bewegingloos, niet roerend.Unmuffle,ɐnmɐf’l, ontblooten, zichtbaar worden:Unmuffled= niet omfloerst.Unmurmuring,ɐnmɐ̂məriŋ, zonder morren.Unmusical,ɐnmjûzik’l, onwelluidend, niet muzikaal.Unmutilated,ɐnmjûtileitid, onverminkt.Unmuzzle,ɐnmɐz’l, van muilkorf ontdoen, van dwang bevrijden, den vrijen loop laten.Unnamed,ɐnneimd, ongenoemd, zonder naam.Unnatural,ɐnnatjər’l, onnatuurlijk, gemaakt, onmenschelijk; subst.Unnaturalness.Unnecessary,ɐnnesəs’ri, noodeloos =Unneeded;Unnecessitated,ɐnnisesiteitid, niet geboden door de omstandigheden.Unnegotiable,ɐnnigoušəb’l, onverhandelbaar.Unneighbourly,ɐnneibəli, onbuurschappelijk.Unnerve,ɐnnɐ̂v, ontzenuwen, verzwakken.Unnoted,ɐnnoutid, onopgemerkt;Unnoticed,ɐnnoutist, onopgemerkt, verwaarloosd.Unnumbered,ɐnnɐmbəd, talloos, ongeteld.Unobjectionable,ɐnəbdžekšənəb’l, onberispelijk.Unobscured,ɐnəbskjûəd, onverduisterd.Unobservable,ɐnəbzɐ̂vəb’l, niet waarneembaar;Unobservant= niet betrachtend, niet lettend op:To be unobservable of;Unobserved= niet waargenomen of betracht;Unobserving= achteloos, onoplettend.Unobstructed,ɐnəbstrɐktid, onbelemmerd.Unobtainable,ɐnəbteinəb’l, onverkrijgbaar.Unobtrusive,ɐnəbtrûsiv, bescheiden.Unoccupied,ɐnokjupaid, onbezet, onbebouwd, niet bezig.Unoffending,ɐnəfendiŋ, niet beleedigend, niet aanstootelijk; onschadelijk =Unoffensive,ɐnəfensiv.Unofficial,ɐnəfiš’l, niet ambtelijk.Unopened,ɐnoup’nd, ongeopend, dicht;Unopening= gesloten blijvend.Unopposed,ɐnəpouzd, niet betwist.Unorganized,ɐnögənaizd, onbewerktuigd, niet georganiseerd.Unoriginal,ɐnəridžin’l, niet oorspronkelijk, afgeleid.Unornamental,ɐnönəment’l, eenvoudig;Unornamented,ɐnönəmentid, onversierd.Unorthodox,ɐnöthədoks, kettersch.Unostentatious,ɐnost’nteišəs, zonder praal of vertoon, eenvoudig, bescheiden, niet schril of schel.[610]Unowed,ɐnoud, zonder eigenaar, niet schuldig;Unowned,ɐnound, zonder eigenaar; niet erkend.Unpacified,ɐnpasifaid, onbevredigd.Unpack,ɐnpak, ontlasten, uitpakken.Unpaid,ɐnpeid, onbetaald, ongefrankeerd, onvergolden, onvervuld:The great unpaid= de niet bezoldigde magistraatspersonen, enz.Unpaired,ɐnpêəd, ongepaard.Unpalatable,ɐnpaləteb’l, onsmakelijk, onaangenaam:Anunpalatable truth.Unparalleled,ɐnparəleld, weergaloos.Unpardonable,ɐnpâdənəb’l, onvergeeflijk.Unparliamentary,ɐnpâlimentəri, niet parlementair.Unpatented,ɐnpeit’ntid,ɐnpat’ntid, ongepatenteerd.Unpatriotic,ɐnpeitriotik,ɐnpatriotik, niet vaderlandslievend.Unpaved,ɐnpeivd, ongeplaveid.Unpen,ɐnpen, (schapen) uit depen, (water) uit een kanaal laten.Unpenetrable,ɐnpenətrəb’l, ondoordringbaar.Unpensioned,ɐnpenš’nd, zonder jaargeld.Unpeopled,ɐnpîp’ld, onbevolkt, ontvolkt.Unperceivable,ɐnpəsîvəb’l, onbemerkbaar;Unperceived= ongemerkt, onbemerkt.Unperformed,ɐnpəfömd, niet gedaan, niet opgevoerd, onverricht.Unpermitted,ɐnpəmitid, ongeoorloofd.Unperused,ɐnpərûzd, niet doorgezien.Unphilosophic(al),ɐnfiləsofik(’l), niet wijsgeerig.Unpicked,ɐnpikt, niet geplukt, niet uitgelezen:Unpicked samples.Unpin,ɐnpin, losspelden.Unpitied,ɐnpitid, onbeweend, onbetreurd.Unplaced,ɐnpleist, ongeplaatst, verward, dooreengegooid, niet onder de 3 eersten (wedren).Unplanted,ɐnplântid, ongeplant, vanzelf groeiend, niet bebouwd of aangelegd.Unpleasant,ɐnplez’nt, onaangenaam, onplezierig, misnoegd; subst.Unpleasantness.Unploughed,ɐnplaud, ongeploegd.Unpoetic(al),ɐnpouetik(’l), niet dichterlijk.Unpolished,ɐnpolišt, ongepolijst, mat, onbeschaafd, lomp;Unpolite,ɐnpəlait, onbeleefd.Unpolled,ɐnpould, niet bekapt, ongeschoren, niet als kiezer ingeschreven, nog niet gekozen hebbend.Unpolluted,ɐnpəl(j)ûtid, onbevlekt.Unpopular,ɐnpopjulə, niet bij het volk geliefd; subst.Unpopularity,ɐnpopjulariti.Unpractical,ɐnpraktik’l, onpraktisch;Unpracticality,ɐnpraktikaliti, het onpraktisch zijn;Unpracticed, Unpractised,ɐnpraktist, onervaren.Unprecedented,ɐnpresidentid, zonder voorbeeld.

Underived,ɐndiraivd, niet ontleend.

Undescribed,ɐndiskraibd, niet beschreven.

Undescried,ɐndiskraid, onontdekt.

Undeserved,ɐndizɐ̂vd, onverdiend;Undeserving= niet verdienend, onwaardig.

Undesigned,ɐndizaind,ɐndisaind, onopzettelijk; subst.Undesignedness;Undesigning= oprecht, zonder bedrog, argeloos.

Undesirable,ɐndizairəb’l, ongewenscht; subst. een ongewenscht persoon;Undesired= niet gewenscht of begeerd;Undesiring= niet verlangend, onverschillig;Undesirous= niet begeerlijk of verlangend.

Undetected,ɐnditektid, onontdekt.

Undetermined,ɐnditɐ̂mind, onbeslist, onzeker, niet beperkt.

Undeveloped,ɐndiveləpt, onontwikkeld.

Undeviating,ɐndîvjeitiŋ, niet afwijkend, geregeld, vast.

Undid,ɐndid, imperf. vanto undo.

Undignified,ɐndignifaid, onwaardig.

Undiluted,ɐndil(j)ûtid, niet verdund.

Undiminished,ɐndiminišt, onverminderd.

Undimmed,ɐndimd, niet verduisterd.

Undine,undin,ɐndîn, Undine, waternimf.

Undiscerned,ɐndizɐ̂nd, onopgemerkt;Undiscernible= niet te onderscheiden, onzichtbaar, onmerkbaar;Undiscerning= kortzichtig, niet onderscheidend.

Undisciplined,ɐndisiplind, niet geoefend, ongeregeld, zonder tucht.

Undiscouraged,ɐndiskɐridžd, niet ontmoedigd.

Undiscoverable,ɐndiskɐvərəb’l, niet te ontdekken;Undiscovered= niet gezien, niet opgehelderd, verborgen.

Undiscriminating,ɐndiskrimineitiŋ, niet onderscheidend, niet scherpzinnig.[605]

Undisguised,ɐndisgaizd, onvermomd, openlijk.

Undismayed,ɐndizmeid, onverschrokken, onvervaard.

Undisposed,ɐndispouzd, niet geordend, niet verkocht (of).

Undisputed,ɐndispjûtid, onbetwist.

Undissolved,ɐndizolvd, niet opgelost of gesmolten, niet verbroken.

Undistorted,ɐndistötid, onverwrongen.

Undistracted,ɐndistraktid, niet verstrooid of afgeleid.

Undisturbed,ɐndistɐ̂bd, ongestoord, kalm.

Undividable,ɐndivaidəb’l, on(ver)deelbaar;Undivided= onverdeeld, geheel.

Undivorced,ɐndivöst, niet gescheiden.

Undivulged,ɐndivɐldžd, niet bekend, niet openbaar of ruchtbaar gemaakt.

Undo,ɐndû, te niet doen, vernietigen, opheffen, oplossen, losmaken, te gronde richten, ongelukkig maken:Don’t undowhat I taught him= bederf niet;Toundo a fault= weer goed maken;Undoer,ɐndûə, tenietdoener, bederver, verwoester;Undoing= ondergang, vernietiging. ZieUndone.

Undomestic,ɐndəmestik, niet huiselijk;Undomesticated= niet getemd of aan den mensch onderworpen.

Undone,ɐndɐn, p.p. vanto undo:I am undone= geruïneerd;Tocome undone= losgaan;Heleft the thing undone= onafgedaan;What is done can’t be undone= gedane zaken nemen geen keer.

Undoubted,ɐndautid, ongetwijfeld, ontwijfelbaar, onbevreesd, niet verdacht.

Undowered,ɐndauəd, zonder bruidschat.

Undrainable,ɐndreinəb’l, onuitputtelijk;Undrained= niet droog gelegd.

Undramatic(al),ɐndrəmatik(’l), ondramatisch.

Undraped,ɐndreipt, niet gedrapeerd, naakt.

Undrawn,ɐndrôn, niet geteekend, niet weggetrokken, niet getrokken.

Undreaded,ɐndredid, ongevreesd.

Undreamed,ɐndrîmd,Undreamt,ɐndremt, niet gedroomd:Dangersundreamed ofbefore= gevaren die men zich vroeger niet had voorgesteld.

Undress,ɐndres,ɐndres, négligé, klein tenue; alledaagsch, eenvoudig.

Undress,ɐndres, ontkleeden, ontzwachtelen, ontdoen van:Undressed= ongekleed, niet toebereid of gekookt, niet opgemaakt, ruw.

Undried,ɐndraid, opgedroogd, groen.

Undrilled,ɐndrild, ongeoefend.

Undrinkable,ɐndriŋkəb’l, ondrinkbaar.

Undue,ɐndjû, ongepast, onwettig, overmatig.

Undulate,ɐndjulit, adj. golvend;Undulateverb. (ɐndjuleit) golven, doen golven;Undulation,ɐndjuleiš’n, golving, golf; vibreeren (muz.);Undulatory,ɐndjulətəri, golvend:Undulation theory= golvingstheorie (licht).

Undutiful,ɐndjûtiful, ongehoorzaam; subst.Undutifulness.

Undying,ɐndaiiŋ, onsterfelijk, onvergankelijk, eeuwig:It reflectsundying honouron you= het strekt u eeuwig tot eer.

Unearned,ɐnɐ̂nd, onverdiend:Unearned increment= vermeerdering van de waarde van den bodem, etc. door toevalligen aanleg van spoorwegen of anderszins.

Unearth,ɐnɐ̂th, opdelven, opgraven, rooien, aan het licht brengen:Shall we ever succeed inunearthing him? = hem ooit opsporen;I unearthed this froman old newspaper= heb dit opgediept;Unearthly= bovennatuurlijk, ijselijk.

Uneasiness,ɐnîzinəs, ongerustheid, angst:You havegiven me much uneasiness;Uneasy= niet op zijn gemak, ongerust, angstig, stijf, moeielijk, knorrig:Don’t beuneasy abouthim= maak u niet ongerust.

Uneatable,ɐnîtəb’l, oneetbaar;Uneaten= niet gegeten, niet vermetigd.

Unedified,ɐnedifaid, niet gesticht;Unedifying= onstichtelijk.

Uneducated,ɐnedjukeitid, onopgevoed, onwetend, ongeletterd.

Uneffaced,ɐnəfeist, onuitgewischt.

Unembarrassed,ɐnəmbarəst, niet verlegen, onbelemmerd, onbezwaard.

Unemotional,ɐnimoušən’l, zonder aandoening of gevoel.

Unemphatic(al),ɐnəmfatik(’l), zonder klem.

Unemployed,ɐnəmplôid, niet gebruikt, zonder werk:The unemployed= de werkloozen;Unemployment= werkloosheid.

Unemptied,ɐnem(p)tid, niet geledigd.

Unenclosed,ɐnənklouzd, niet ingesloten.

Unencumbered,ɐnənkɐmbəd, onbezwaard.

Unending,ɐnendiŋ, eindeloos.

Unendorsed,ɐnəndöst, niet geëndosseerd.

Unendowed,ɐnəndaud, niet begiftigd of begaafd; zonder subsidie:Unendowed schools.

Unendurable,ɐnəndjûrəb’l, onduldbaar.

Unengaged,ɐnəngeidžd, vrij, niet gebonden.

Un-english,ɐniŋgliš, onengelsch.

Unenjoyed,ɐnəndžôid, niet genoten.

Unentered,ɐnentəd, niet opgeschreven, niet aangegeven.

Unenterprising,ɐnentəpraiziŋ, niet ondernemend.

Unentertaining,ɐnentəteiniŋ, niet onderhoudend, vervelend; subst.Unentertainingness.

Unenthralled,ɐnənthrôld, niet onderworpen.

Unentombed,ɐnəntûmd, onbegraven.

Unenviable,ɐnenvjəb’l, niet benijdbaar;Unenvied,ɐnenvid, onbenijd.

Unequable,ɐnîkwəb’l,ɐnekwəb’l, ongelijk;Unequal,ɐnîkw’l, ongelijk, onvoldoende, niet opgewassen, onbillijk, partijdig, onregelmatig; ook subst.:He isunequal tothat task= niet berekend voor;Unequalled= ongeëvenaard; subst.Unequalness.

Unequipped,ɐnikwipt, niet toegerust.

Unequivocal,ɐnikwivək’l, ondubbelzinnig, duidelijk; subst.Unequivocalness.

Unerring,ɐnɐ̂riŋ, onfeilbaar.

Unessayed,ɐnəseid, onbeproefd.

Unessential,ɐnəsenš’l, niet wezenlijk of absoluut noodig; ook subst.

Uneven,ɐnîv’n, ongelijk, oneffen, ongestadig; subst.Unevenness:Unevenness of style, Unevenness of temper= ongelijkmatigheid.

Uneventful,ɐniventful, onbelangrijk.

Unexamined,ɐnəgzamind, onbeproefd, niet onderzocht.[606]

Unexampled,ɐnəgzâmp’ld, voorbeeldeloos.

Unexcelled,ɐnəkseld, onovertroffen.

Unexceptionable,ɐnəksepšənəb’l, zonder fout of aanmerking, onberispelijk; subst.Unexceptionableness.

Unexcited,ɐnəksaitid, niet opgewonden.

Unexecuted,ɐneksikjûtid, niet uitgevoerd.

Unexhausted,ɐnəgzhôstid, onuitgeput.

Unexpected,ɐnəkspektid, onverwacht; subst.Unexpectedness.

Unexperienced,ɐnəkspîriənst, onervaren.

Unexpired,ɐnəkspaiəd, niet afgeloopen.

Unexplained,ɐnəkspleind, onverklaard.

Unexplored,ɐnəksplöd, niet doorzocht.

Unexposed,ɐnəkspouzd, niet blootgesteld, beschut.

Unexpounded,ɐnəkspaundid, onverklaard.

Unexpressed,ɐnəksprest, niet uitgesproken.

Unexpurgated,ɐnəkspɐ̂geitid,ɐnekspəgeitid, ongezuiverd, niet gecastreerd of gecastigeerd (van letterk. werken).

Unextinguishable,ɐnəkstiŋgwišəb’l, onuitbluschbaar;Unextinguished= onuitgebluscht.

Unextracted,ɐnəkstraktid, niet (uit)getrokken.

Unfaded,ɐnfeidid, onverwelkt;Unfading= onverwelkelijk, vast; subst.Unfadingness.

Unfailing,ɐnfeliŋ, onfeilbaar, zeker, onuitputtelijk.

Unfair,ɐnfêə, partijdig, onbillijk; subst.Unfairness.

Unfaithful,ɐnfeithful, ontrouw, trouweloos; subst.Unfaithfulness.

Unfaltering,ɐnfôltəriŋ, niet aarzelend, vast.

Unfamiliar,ɐnfəmiljə, onbekend, vreemd;Unfamiliarity,ɐnfəmiljariti, ongemeenzaamheid.

Unfashionable,ɐnfašənəb’l, niet naar de mode of in den vorm; subst.Unfashionableness;Unfashioned,ɐnfaš’nd, vormloos, ruw, lomp.

Unfasten,ɐnfâs’n, losmaken, openmaken:This new collar is alwaysunfastening itself= gaat altijd van zelf los.

Unfatherly,ɐnfâdhəli, onnatuurlijk.

Unfathomable,ɐnfadhəməb’l, onpeilbaar, ondoorgrondelijk; subst.Unfathomableness;Unfathomed= ongepeild, onmetelijk.

Unfavourable,ɐnfeivərəb’l, ongunstig; subst.Unfavourableness.

Unfeared,ɐnfîəd, ongevreesd;Unfearing= onbevreesd.

Unfeeling,ɐnfîliŋ, ongevoelig, wreed; subst.Unfeelingness.

Unfeigned,ɐnfeind, ongeveinsd, oprecht; subst.Unfeignedness;Unfeigning= oprecht, echt.

Unfelt,ɐnfelt, niet gevoeld.

Unfeminine,ɐnfeminin, onvrouwelijk.

Unfermented,ɐnfəmentid, ongegist, ongezuurd.

Unfertile,ɐnfɐ̂til, onvruchtbaar.

Unfetter,ɐnfetə, ontketenen, bevrijden.

Unfilial,ɐnfilj’l, onkinderlijk.

Unfinished,ɐnfiništ, onvoltooid.

Unfit,ɐnfit, ongeschikt, onbekwaam, onbetamelijk, ongepast;Unfitverb. ongeschikt maken:It is unfit for a man= past een man niet; subst.Unfitness;Unfitting:It is unfitting a man= past een man niet.

Unfix,ɐnfiks, losmaken, doen weifelen:Unfix bayonets!= bajonet af:Unfixed= los, zwervend, onzeker.

Unflagging,ɐnflagiŋ, onverflauwd.

Unflattering,ɐnflatəriŋ, oprecht:Unflattering weather= weinig uitlokkend.

Unfledged,ɐnfledžd, zonder veeren, nog niet in staat te vliegen, onrijp, jong.

Unflinching,ɐnflinšiŋ, onvermoeid, onverschrokken.

Unfold,ɐnfould, ontvouwen, uitspreiden, openbaren, déployeeren, bijzetten, uit de (schaaps)kooi laten;Unfolding= mededeeling, openbaring.

Unforbearing,ɐnfəbêriŋ, niet toegevend.

Unforced,ɐnföst, ongedwongen, natuurlijk, gemakkelijk.

Unfordable,ɐnfödəb’l, niet doorwaadbaar.

Unforeknown,ɐnfönoun, onvoorzien =Unforeseen.

Unforewarned,ɐnföwönd, niet gewaarschuwd.

Unforfeited,ɐnföfitid, niet verbeurd.

Unforgetful,ɐnfəgetful, niet vergeetachtig.

Unforgiven,ɐnfəgiv’n, niet vergeven;Unforgiving= niet vergevend, onverzoenlijk.

Unformed,ɐnfömd, ongevormd, ruw:Unformed stars= niet gegroepeerde sterren.

Unforsaken,ɐnfəseik’n, niet verlaten.

Unfortified,ɐnfötifaid, onversterkt, zwak.

Unfortunate,ɐnfötjunit, ongelukkig(e).

Unfostered,ɐnfostəd, niet beschermd of gekoesterd.

Unfounded,ɐnfaundid, ongegrond.

Unfranchised,ɐnfrantš(a)izd, niet vrijgemaakt.

Unfree(d),ɐnfrî(d), onvrij, (onbevrijd).

Unfrequented,ɐnfrikwentid, onbezocht, eenzaam, verlaten.

Unfriendly,ɐnfrendli, onvriend(schapp)elijk, ongunstig.

Unfrock,ɐnfrok, ontzetten uit priesterlijke betrekking en rechten.

Unfruitful,ɐnfrûtful, onvruchtbaar, ijdel, nutteloos; subst.Unfruitfulness.

Unfulfilled,ɐnfulfild, niet vervuld.

Unfunded,ɐnfɐndid, zonder (waarborg)fonds.

Unfurl,ɐnfɐ̂l, ontplooien, losgooien:Tounfurl a flag, the sails.

Unfurnished,ɐnfɐ̂ništ, ongemeubileerd, ledig.

Ungainly,ɐngeinli, lomp, linksch.

Ungallant,ɐngəlant, onhoffelijk; niet dapper (ɐngalənt).

Ungear,ɐngîə, uitspannen, uitschakelen, los maken.

Ungenerous,ɐndženərɐs, onedelmoedig, onedel, gierig.

Ungenial,ɐndžînj’l, ongunstig, onvriendelijk.

Ungenteel,ɐndž’ntîl, onbeleefd, lomp.

Ungentlemanlike,ɐndžent’lm’nlaik, onwellevend, plat =Ungentlemanly.

Ungird,ɐngɐ̂d, losgorden, losmaken.

Unglazed,ɐngleizd, zonder glas of ruiten; zonder glazuur.

Unglove,ɐnglɐv, de handschoenen uitdoen:Ungloved= zonder handschoenen, bloot.

Unglue,ɐnglû, losmaken (v. iets gelijmds).

Ungodliness,ɐngodlinəs, subst. v.Ungodly,[607]ɐngodli, goddeloos, zondig, onheilig.

Ungovernable,ɐngɐvənəb’l, niet te besturen, teugelloos, uitgelaten, ontembaar; subst.Ungovernableness.

Ungraced,ɐngreist, niet getooid (begunstigd, geëerd).

Ungraceful,ɐngreisful, onbevallig, lomp; subst.Ungracefulness;Ungracious,ɐngreišəs, onvriendelijk, onaangenaam, ruw; subst.Ungraciousness.

Ungrammatical,ɐngrəmatik’l, niet grammatisch.

Ungrateful,ɐngreitful, ondankbaar:Ungrateful soil= onvruchtbaar; subst.Ungratefulness.

Ungratified,ɐngratifaid, onvoldaan.

Ungrounded,ɐngraundid, ongegrond.

Ungrudged,ɐngrɐdžd, gegund;Ungrudging= zonder morren, gaarne.

Ungual,ɐŋgw’l, nagel …, klauw …

Unguarded,ɐngâdid, onbewaakt, onbezonnen, zorgeloos:In an unguarded moment.

Unguent,ɐŋgw’nt, zalf, smeersel.

Unguessed,ɐngest, niet geraden of vermoed.

Unguicular,ɐŋgwikjulə, nagel …,klauw …; ± 1,3 cM.;Unguiculate(d),ɐŋgwikjulit(-eitid), met klauwen, klauwvormig.

Unguided,ɐngaidid, niet geleid of geregeld.

Unguis,ɐŋgwis, klauw, hoef, nagel;Ungula,ɐŋgjulə, (paarde)hoef, kegelsnede;Ungulate,ɐŋgjulit, hoefvormig, met hoeven.

Unhackneyed,ɐnhaknid, niet afgezaagd, frisch.

Unhailed,ɐnheild, niet gepraaid.

Unhair,ɐnhêə, ontharen.

Unhallowed,ɐnhaloud, onheilig, goddeloos.

Unhand,ɐnhand, loslaten.

Unhang,ɐnhaŋ, afhangen (van deuren of vensters, roer), van behang of draperie ontdoen.

Unhappiness,ɐnhapinəs, subst. v.Unhappy,ɐnhapi, ongelukkig, rampzalig:He isunhappy in his children= ongelukkig met.

Unharassed,ɐnharəst, ongekweld.

Unharbour,ɐnhâbə, opjagen.

Unhardened,ɐnhâd’nd, niet gehard of verhard.

Unharmed,ɐnhâmd, onbeschadigd, ongedeerd.

Unharmonic,ɐnhâmonik=Unharmonious,ɐnhâmouniəs, onwelluidend, onharmonisch.

Unharness,ɐnhânəs, uitspannen.

Unhatched,ɐnhatšt, onuitgebroed.

Unhealable,ɐnhîləb’l, ongeneeslijk;Unhealed,ɐnhîld, niet genezen.

Unhealthiness,ɐnhelthinəs, subst. v.Unhealthy,ɐnhelthi, ongezond, schadelijk, ziekelijk.

Unheard,ɐnhɐ̂d, niet gehoord:Unheard (-)of cruelties= ongehoorde wreedheden.

Unheeded,ɐnhîdid, verwaarloosd;Unheeding,ɐnhîdiŋ, zorgeloos, achteloos.

Unhelped,ɐnhelpt, niet geholpen.

Unhesitating,ɐnheziteitiŋ,ɐnhesiteitiŋ, vaardig, niet aarzelend.

Unhewn,ɐnjûn, ongehouwen, ruw.

Unhindered,ɐnhindəd, onbelemmerd.

Unhinge,ɐnhinž, uit de hengsels lichten, overhoop gooien, in wanorde brengen:She wasnervous and unhinged= zenuwachtig en van streek;Hismind is unhinged= zijne geestvermogens zijn gekrenkt.

Unhistoric(al),ɐnhistorik(’l), niet geschiedkundig, fabelachtig.

Unhitch,ɐnhitš, loshaken, vrijmaken.

Unholiness,ɐnhoulinəs, subst. v.Unholy,ɐnhouli, onheilig, goddeloos, onrein.

Unhonoured,ɐnonəd, ongeëerd.

Unhood,ɐnhud, (valken) de kap afnemen.

Unhook,ɐnhuk, loshaken, losmaken.

Unhoped,ɐnhoupt, ongehoopt:Unhoped for accidents= onverhoopte gebeurtenissen.

Unhorned,ɐnhönd, ongehoornd.

Unhorse,ɐnhös, van het paard werpen.

Unhung,ɐnhɐŋ, imp. en pp. vanto unhang.

Unhurt,ɐnhɐ̂t, ongedeerd, ongekwetst.

Uniax(i)al,jûniakš(i)əl, éénassig.

Unicellular,jûniseljulə, ééncellig.

Unicorn,jûnikön, éénhoorn, narwal, driespan (één paard vóór de twee anderen):Sea unicorn= narwal;Unicornous,jûnikönəs, éénhoornig.

Unifacial,jûnifeiš’l, met ééne voorzijde.

Unification,junifikeiš’n, unificatie.

Uniflorous,juniflörəs, éénbloemig.

Unifoliar,junifouljə, éénbladig.

Uniform,jûniföm, subst. uniform; adj. éénvormig, onveranderlijk, homogeen;Uniformverb. van een uniform voorzien:In full uniform;Out of uniform= in civiel;Uniformity,junifömiti, éénvormigheid, éénparigheid, overeenstemming, gelijkheid.

Unify,jûnifai, veréénen, tot één maken.

Unilabiate,jûnileibjit, éénlippig.

Unimaginable,ɐnimadžinəb’l, ondenkbaar;Unimaginative, nuchter, zonder fantasie;Unimagined= ongedacht, ondenkbaar.

Unimpaired,ɐnimpêəd, ongeschonden, onverzwakt.

Unimpeachable,ɐnimpîtšəb’l, zonder blaam, onberispelijk; subst.Unimpeachableness= vlekkeloosheid;Unimpeached= onbeschuldigd, niet bestreden, onberispelijk.

Unimpeded,ɐnimpîdid, ongehinderd, open.

Unimplied,ɐnimplaid, niet besloten, niet volgende uit.

Unimportant,ɐnimpöt’nt, onbelangrijk.

Unimpressionable,ɐnimprešənəb’l, niet voor indrukken vatbaar;Unimpressive= weinig indruk makend, voor indrukken onvatbaar.

Unimprovable,ɐnimprûvəb’l, onverbeterlijk;Unimproved= onverbeterd, niet bebouwd, ruw, onwetend.

Uninfected,ɐninfektid, onbesmet, onverdorven;Uninfectious,ɐninfekšəs, onbesmettelijk.

Uninfluenced,ɐninfluənst, onbevooroordeeld, onbevangen:Uninfluenced by passion= zonder hartstocht.

Uninformed,ɐninfömd, niet onderricht.

Uninhabitable,ɐninhabitəb’l, onbewoonbaar; subst.Uninhabitableness;Uninhabited= onbewoond.

Uninitiated,ɐninišeitid, oningewijd.[608]

Uninjured,ɐninžəd, onbeschadigd;Uninjurious,ɐindžûriəs, onschadelijk.

Uninsured,ɐninšûəd, niet verzekerd.

Unintellectual,ɐnintəlektjuəl, niet verstandelijk;Unintelligent,ɐnintelidžent, dom, onkundig.

Unintelligibility,ɐnintelidžibiliti, subst. v.Unintelligible,ɐnintelidžib’l, onverstaanbaar, onbegrijpelijk; subst.Unintelligibilityness.

Unintended,ɐnintendid, niet bedoeld, zonder opzet;Unintentional,ɐnintenšən’l, onopzettelijk.

Uninterested,ɐnintərestid, geen belang hebbend bij, onbaatzuchtig;Uninteresting= niet belangwekkend, saai.

Unintermitted,ɐnintəmitid, onafgebroken.

Uninterred,ɐnintɐ̂d, onbegraven.

Uninterrupted,ɐnintərɐptid, onafgebroken, voortdurend.

Unintroduced,ɐnintrədjûst, niet voorgesteld.

Uninvested,ɐninvestid, niet geïnstalleerd, niet bekleed, niet belegd (v. geld).

Uninvited,ɐninvaitid, ongenood;Uninviting= niet aanlokkelijk.

Unio,jûniou, stroommossel.

Union,jûnj’n, vereeniging, verbond, eenheid, eendracht, twee of meer kerspelen tot één vereenigd ter uitvoering van de armenwet, arbeiders- of werkmansvereeniging, werkhuis van eeneUnion; vierhoekig veld aan den binnen-bovenhoek van de Engelsche vlag met de kruisen v.St. George,St. AndrewenSt. Patrick, vlag met deze kruisen =Union-jack;Union-workhouse;Unionism= vereenigingsstelsel (van werklieden, etc.), stelsel tot instandhouding der unie v. Groot-Britanje en Ierland;Unionist= lid van eeneUnion, voorstander van de Unie van Groot-Brit. en Ierland.

Uniparous,junipərɐs, één jong barend.

Unique,junîk, éénig, ongeëvenaard; subst. unicum; subst.Uniqueness.

Unisexual,jûnisekšuəl, éénslachtig.

Unison,jûnis’n,jûniz’n, overeenstemming, harmonie, accoord:In unison;To exclaim in unison= eenstemmig.

Unit,jûnit, éénheid.

Unitarian,junitêriən, subst. belijder van de leer dat de Godheid slechts uit één persoon bestaat; adj. met dit geloof verbonden;Unitarianism= leer derUnitarians.

Unite,junait, vereenigen, samensmelten, één worden:United= verbonden, vereenigd (to= met):The United Brethren= Hernhutters;The United Provinces= de Vereenigde Provinciën;The United States of America;Uniter;Unity,jûniti, éénheid, overeenstemming;The three unities= de drie (dramatische) eenheden =Unity of time, place and action.

Univalve,jûnivalv, éénkleppig, éénschelpig; ooksubst.; adj.Univalvular.

Universal,junivɐ̂s’l, algemeen, universeel, gezamenlijk:The general, though notuniversal opinion= de meening v. velen, schoon niet van allen;Universal suffrage= algemeen kiesrecht;Universality,junivəsaliti= algemeenheid;Universalize= algemeen maken;Universe,jûnivɐ̂s, heelal;University,junivɐ̂siti, hoogeschool:He is at the university;He is a university man.

Unjaundiced,ɐndžôndist, niet afgunstig.

Unjoint,ɐndžôint, ontwrichten:Unjointed= uit de voegen, ongeleed.

Unjudged,ɐndžɐdžd, niet beslist.

Unjust,ɐndžɐst, onrechtvaardig, onbillijk; subst.Unjustness.

Unjustifiable,ɐndžɐstifaiəb’l, onverdedigbaar, niet te rechtvaardigen; subst.Unjustifiableness;Unjustified,ɐndžɐstifaid, ongerechtvaardigd.

Unkempt,ɐnkemt, ongekamd, ongelikt.

Unkennel,ɐnken’l, opjagen, loslaten, onthullen.

Unkept,ɐnkept, niet onderhouden, niet gehoorzaamd, niet gevierd, niet uitgevoerd.

Unkind,ɐnkaind, onvriendelijk, liefdeloos; subst.Unkindliness=Unkindness.

Unkink,ɐnkiŋk, losmaken, rekken (Unkink one’s muscles).

Unknightly,ɐnnaitli, onridderlijk.

Unknit,ɐnnit, uithalen (v. breiwerk), gladstrijken (v. voorhoofd b.v.), scheiden.

Unknowable,ɐnnouəb’l, onnaspeurlijk:The Unknowable= de Ondoorgrondelijke;Unknowing= onwetend, onkundig;Unknown= onbekend, onberekenbaar, onmetelijk:A man unknowable to fame= waarvan de wereld weinig weet;It was done unknowable to me= buiten mijn weten.

Unlaboured,ɐnleibəd, onbewerkt, natuurlijk, ongedwongen.

Unlace,ɐnleis, losrijgen.

Unlade,ɐnleid, ontladen, lossen.

Unlamented,ɐnləmentid, onbetreurd.

Unlatch,ɐnlatš, openen (door de klink op te lichten); losgespen.

Unlawful,ɐnlôful, onwettig; subst.Unlawfulness.

Unlearn,ɐnlɐ̂n, verleeren, afleeren.

Unleash,ɐnlîš, loslaten (tegen =upon).

Unleavened,ɐnlev’nd, ongezuurd:Feast of unleavened bread= feest der ongezuurde brooden.

Unless,ɐnles, tenzij, indien niet.

Unlessened,ɐnles’nd, onverminderd.

Unlettered,ɐnletəd, ongeletterd.

Unlevel(l)ed,ɐnlev’ld, niet glad of gelijk.

Unlicensed,ɐnlais’nst, zonder patent of vergunning.

Unlicked (cub),ɐnlikt, ongelikt(e beer).

Unlighted,ɐnlaitid, niet aangestoken of verlicht.

Unlike,ɐnlaik, ongelijk, anders dan:That’s so unlike him= dat is in ’t geheel niet iets voor hem;Unlikelihood= onwaarschijnlijkheid =Unlikeliness;Unlikely= onwaarschijnlijk.

Unlimited,ɐnlimitid, onbegrensd, onbeperkt, vrij, niet gelimiteerd:An unlimited concern= onderneming, welker aandeelhouders niet alléén voor hunne aandeelen, maar voor alle verplichtingen aansprakelijk zijn; subst.Unlimitedness.

Unlink,ɐnliŋk, ontschakelen, losmaken:The snake unlinks itself= ontrolt zich.

Unliquidated,ɐnlikwideitid, onvereffend.

Unload,ɐnloud, ontladen, ontlasten, lossen, uitstorten, in groote hoeveelheid op de markt brengen.[609]

Unlock,ɐnlok, ontsluiten, de rem wegnemen, onthullen.

Unlooked for,ɐnluktfö, onverwacht, ongezocht, ongewenscht.

Unloose(n),ɐnlûs(’n), losmaken, vrijlaten.

Unloveliness,ɐnlɐvlinəs, subst. v.Unlovely,ɐnlɐvli, onbeminnelijk, niet aantrekkelijk.

Unluckiness,ɐnlɐkinəs, subst. v.Unlucky,ɐnlɐki, ongelukkig, onvoorspoedig, onzalig:It wasan unlucky party= “parti manqué”.

Unmade,ɐnmeid, ongemaakt, niet klaar, vernietigd:Unmade robes.

Unmaidenly,ɐnmeid’nli, onmaagdelijk.

Unmaimed,ɐnmeimd, onverminkt.

Unmakable,ɐnmeikəb’l, onmaakbaar, onuitvoerbaar;Unmake,ɐnmeik, bederven, vernietigen, afzetten.

Unmalleable,ɐnmaljəb’l, onsmeedbaar.

Unman,ɐnman, ontmannen, ontmoedigen, week maken, van manschappen of troepen ontblooten.

Unmanageable,ɐnmanidžib’l, onhandelbaar, moeielijk, lastig.

Unmanliness,ɐnmanlinəs, subst. v.Unmanly,ɐnmanli, onmannelijk, lafhartig.

Unmannerly,ɐnmanəli, ongemanierd, lomp.

Unmantle,ɐnmant’l, ontmantelen, onttakelen (a fortress, a room).

Unmanured,ɐnmənjûəd, onbemest, onbebouwd.

Unmarketable,ɐnmâkətəb’l, onverkoopbaar, incourant.

Unmarred,ɐnmâd, onbedorven.

Unmarriable,ɐnmarjəb’l, niet huwbaar;Unmarried,ɐnmarid, ongetrouwd.

Unmask,ɐnmâsk, het masker afleggen, ontmaskeren.

Unmastered,ɐnmâstəd, onbedwongen, teugelloos.

Unmatched,ɐnmatšt, ongeëvenaard.

Unmeaning,ɐnmîniŋ, niets beteekenend, zonder uitdrukking; subst.Unmeaningness;Unmeant,ɐnment, onbedoeld.

Unmeasurable,ɐnmežərəb’l, onbegrensd, onmetelijk;Unmeasured= onbegrensd, ongemeten.

Unmeditated,ɐnmediteitid, onoverdacht.

Unmeet,ɐnmît, niet geschikt.

Unmellowed,ɐnmeloud, niet geheel rijp.

Unmelodious,ɐnmiloudjəs, wanklinkend.

Unmentionable,ɐnmenšənəb’l, niet noembaar:Unmentionables= broek;Unmentioned= onvermeld.

Unmercantile,ɐnmɐ̂k’nt(a)il, niet overeenkomstig de handelsusantiën.

Unmerciful,ɐnmɐ̂siful, onbarmhartig, wreed, buitensporig; subst.Unmercifulness.

Unmerited,ɐnmeritid, onverdiend.

Unmilitary,ɐnmilitəri, niet militair.

Unmilled,ɐnmild, niet gevold; zonder kartelrand (van munten).

Unmindful,ɐnmaindful:Unmindful ofhis promise= niet denkende om;Unmindful of my health= zonder te letten op.

Unmistak(e)able,ɐnmisteikəb’l,onmiskenbaar;Unmistaken= zeker, bepaald.

Unmitigated,ɐnmitigeitid, niet verzacht of verminderd, doortrapt:An unmitigated scoundrel.

Unmixed,ɐnmikst, onvermengd.

Unmodifiable,ɐnmodifaiəb’l, niet voor wijziging vatbaar;Unmodified= ongewijzigd, niet “umgelautet.”

Unmolested,ɐnməlestid, ongestoord.

Unmoor,ɐnmûə, voor één anker laten liggen; de ankers lichten.

Unmortgaged,ɐnmögidžd, onbezwaard.

Unmotherly,ɐnmɐdhəli, niet moederlijk.

Unmounted,ɐnmauntid, onbereden, niet gemonteerd.

Unmourned,ɐnmönd, onbetreurd.

Unmov(e)able,ɐnmûvəb’l, onbeweeglijk;Unmoved= onbewogen, ongeschokt, ongeroerd, koel, standvastig;Unmoving= bewegingloos, niet roerend.

Unmuffle,ɐnmɐf’l, ontblooten, zichtbaar worden:Unmuffled= niet omfloerst.

Unmurmuring,ɐnmɐ̂məriŋ, zonder morren.

Unmusical,ɐnmjûzik’l, onwelluidend, niet muzikaal.

Unmutilated,ɐnmjûtileitid, onverminkt.

Unmuzzle,ɐnmɐz’l, van muilkorf ontdoen, van dwang bevrijden, den vrijen loop laten.

Unnamed,ɐnneimd, ongenoemd, zonder naam.

Unnatural,ɐnnatjər’l, onnatuurlijk, gemaakt, onmenschelijk; subst.Unnaturalness.

Unnecessary,ɐnnesəs’ri, noodeloos =Unneeded;Unnecessitated,ɐnnisesiteitid, niet geboden door de omstandigheden.

Unnegotiable,ɐnnigoušəb’l, onverhandelbaar.

Unneighbourly,ɐnneibəli, onbuurschappelijk.

Unnerve,ɐnnɐ̂v, ontzenuwen, verzwakken.

Unnoted,ɐnnoutid, onopgemerkt;Unnoticed,ɐnnoutist, onopgemerkt, verwaarloosd.

Unnumbered,ɐnnɐmbəd, talloos, ongeteld.

Unobjectionable,ɐnəbdžekšənəb’l, onberispelijk.

Unobscured,ɐnəbskjûəd, onverduisterd.

Unobservable,ɐnəbzɐ̂vəb’l, niet waarneembaar;Unobservant= niet betrachtend, niet lettend op:To be unobservable of;Unobserved= niet waargenomen of betracht;Unobserving= achteloos, onoplettend.

Unobstructed,ɐnəbstrɐktid, onbelemmerd.

Unobtainable,ɐnəbteinəb’l, onverkrijgbaar.

Unobtrusive,ɐnəbtrûsiv, bescheiden.

Unoccupied,ɐnokjupaid, onbezet, onbebouwd, niet bezig.

Unoffending,ɐnəfendiŋ, niet beleedigend, niet aanstootelijk; onschadelijk =Unoffensive,ɐnəfensiv.

Unofficial,ɐnəfiš’l, niet ambtelijk.

Unopened,ɐnoup’nd, ongeopend, dicht;Unopening= gesloten blijvend.

Unopposed,ɐnəpouzd, niet betwist.

Unorganized,ɐnögənaizd, onbewerktuigd, niet georganiseerd.

Unoriginal,ɐnəridžin’l, niet oorspronkelijk, afgeleid.

Unornamental,ɐnönəment’l, eenvoudig;Unornamented,ɐnönəmentid, onversierd.

Unorthodox,ɐnöthədoks, kettersch.

Unostentatious,ɐnost’nteišəs, zonder praal of vertoon, eenvoudig, bescheiden, niet schril of schel.[610]

Unowed,ɐnoud, zonder eigenaar, niet schuldig;Unowned,ɐnound, zonder eigenaar; niet erkend.

Unpacified,ɐnpasifaid, onbevredigd.

Unpack,ɐnpak, ontlasten, uitpakken.

Unpaid,ɐnpeid, onbetaald, ongefrankeerd, onvergolden, onvervuld:The great unpaid= de niet bezoldigde magistraatspersonen, enz.

Unpaired,ɐnpêəd, ongepaard.

Unpalatable,ɐnpaləteb’l, onsmakelijk, onaangenaam:Anunpalatable truth.

Unparalleled,ɐnparəleld, weergaloos.

Unpardonable,ɐnpâdənəb’l, onvergeeflijk.

Unparliamentary,ɐnpâlimentəri, niet parlementair.

Unpatented,ɐnpeit’ntid,ɐnpat’ntid, ongepatenteerd.

Unpatriotic,ɐnpeitriotik,ɐnpatriotik, niet vaderlandslievend.

Unpaved,ɐnpeivd, ongeplaveid.

Unpen,ɐnpen, (schapen) uit depen, (water) uit een kanaal laten.

Unpenetrable,ɐnpenətrəb’l, ondoordringbaar.

Unpensioned,ɐnpenš’nd, zonder jaargeld.

Unpeopled,ɐnpîp’ld, onbevolkt, ontvolkt.

Unperceivable,ɐnpəsîvəb’l, onbemerkbaar;Unperceived= ongemerkt, onbemerkt.

Unperformed,ɐnpəfömd, niet gedaan, niet opgevoerd, onverricht.

Unpermitted,ɐnpəmitid, ongeoorloofd.

Unperused,ɐnpərûzd, niet doorgezien.

Unphilosophic(al),ɐnfiləsofik(’l), niet wijsgeerig.

Unpicked,ɐnpikt, niet geplukt, niet uitgelezen:Unpicked samples.

Unpin,ɐnpin, losspelden.

Unpitied,ɐnpitid, onbeweend, onbetreurd.

Unplaced,ɐnpleist, ongeplaatst, verward, dooreengegooid, niet onder de 3 eersten (wedren).

Unplanted,ɐnplântid, ongeplant, vanzelf groeiend, niet bebouwd of aangelegd.

Unpleasant,ɐnplez’nt, onaangenaam, onplezierig, misnoegd; subst.Unpleasantness.

Unploughed,ɐnplaud, ongeploegd.

Unpoetic(al),ɐnpouetik(’l), niet dichterlijk.

Unpolished,ɐnpolišt, ongepolijst, mat, onbeschaafd, lomp;Unpolite,ɐnpəlait, onbeleefd.

Unpolled,ɐnpould, niet bekapt, ongeschoren, niet als kiezer ingeschreven, nog niet gekozen hebbend.

Unpolluted,ɐnpəl(j)ûtid, onbevlekt.

Unpopular,ɐnpopjulə, niet bij het volk geliefd; subst.Unpopularity,ɐnpopjulariti.

Unpractical,ɐnpraktik’l, onpraktisch;Unpracticality,ɐnpraktikaliti, het onpraktisch zijn;Unpracticed, Unpractised,ɐnpraktist, onervaren.

Unprecedented,ɐnpresidentid, zonder voorbeeld.


Back to IndexNext