Chapter 123

W,dɐb’ljû;W.=Wednesday,Weak,Welsh,Western(postal district, London),Winterline(Plimsoll-merk op schepen);Wallach(ian),Walt(er);W(ater)C(loset);W(estern)C(entral postal district);Wed(nesday);Wel(sh);Whf.=Wharf;W(est)I(ndies);W(est)I(ndian);Wisc(onsin);Wk.=Week;W. N. A.=Winter lineNorthAtlantic(Plimsoll-merk);W(est)Long(itude);Wm.=William;W(orshipful)M(aster) = achtbare meester;W(est)N(orth)W(est);Wp.=Worship;Wpful=Worshipful;W(riter to the)S(ignet);W(est)S(outh)W(est);W(ashington)T(erritory);Wt.=Weight.Wabash,wôbaš.Wabble,wob’l, subst. schommeling;Wabbleverb. schommelen, waggelen, weifelen;Wabbler;Wabbly= schommelend, waggelend.Wad,wod, subst. bundel, bos, vulsel, prop watten, enz., geweerprop, pak banknoten, geld;Wadverb. tot eene prop maken, een prop zetten op, opvullen, watteeren:Awadded box= een gewatteerd doosje, bekleede kist;Wad-hook= krasser (om proppen uit een geweer te halen);Wadding= opvulsel, watten, prop:The paper had served aswad for the gun.Waddington,wodiŋt’n.Waddle,wod’l, subst. waggelende, schommelende gang;Waddleverb. waggelen;Waddler.Waddy,wadi,wodi, knots, stok;Waddyverb. met een knots doodslaan.Wade,weid, waden, doorwaden, met moeite gaan door:We werewading up to our knees through the mud= waadden tot onze knieën door den modder;Wader= die waadt, hooge waterlaars, steltlooper =Wading-bird.Wadi,wodi, rivierbedding, die in den zomer droog is.Wadsetter,wodsetə, de crediteur, die bezittingen inWadset(= in pand) heeft, en de inkomsten in afbetaling der schuld geniet (Schotl.).Wae,wei, wee (Schotl.). ZieWoe.Wafer,weifə, subst. ouwel, wafel, oblaat;Waferverb. ouwelen, dichtplakken:Beetle wafer= papier of ouwel om torren te dooden;Holy (Sacramental) wafer= hostie;Wafer-cake= knijpkoekje, ijzerkoekje.Waffle,wof’l, wafel;Waffle-iron= wafelijzer.Waft,wâft, subst. wenk, sein, ademtocht sjouw (scheepst.);Waftverb. voeren of dragen, overbrengen, drijven, seinen:Tohoist the flag with a waft= de vlag in sjouw hijschen;Waftage,wâftidž, vervoer, overbrenging;Wafture= wenken, ademtocht.Wag,wag, subst. het heen en weer schudden;Wagverb. schudden, schommelen, wiebelen, er van door gaan, spijbelen, kwispelstaarten:Heplayed the wagfrom school= spijbelde;Towag the finger= den vinger (dreigend) opsteken;There was much wagging of headsat his insolence= men schudde algemeen het hoofd over;The dogwagged its tail= kwispelstaartte;That willset the tongues wagging= daar zal wat over gepraat worden;Thus the world wags= zoo is ’s werelds beloop;The boywagged from school= spijbelde;ThusI wag through the world= scharrel ik door den tijd;’t Is merry in hall, when beards wag all= onder mannen alleen, gaat het lustig toe;Wagtail= kwikstaartje; lichtekooi.Wag,wag, grappenmaker, spotvogel, snaak;Waggery= snakerij, ondeugende aardigheid:He isfull of waggery= hij zit vol looze streken;Waggish= grappig, ondeugend, schalksch; subst.Waggishness.Wage,weidž, subst. (meestalWages) = loon, huur, soldij; vacatiegelden (Amer.);Wageverb. wagen, wedden, ondernemen, kneden, gelijk staan met:The advance of wage= verhooging;Living wage= het loon dat een menschwaardig bestaan verzekert;The wages of sin is death= de bezoldiging der zonde is de dood (Rom. 6, 23);Wage-earners;Wage-fund= loonfonds;Wage-rate= loon(standaard);Wage-work= loonarbeid;Hewaged war onmankind= voerde strijd tegen.Wager,weidžə, subst. weddingschap; aanbod van een beklaagde om op een bepaalden dag onder eede te zullen verklaren dat hij een bedrag niet schuldig was en elf getuigen mee zal brengen ter bevestiging;Wagerverb. wedden, verwedden:I willlay you a wager= wed met u;What is your wager?= hoe hoog hebt gij gewed;Name[629]your wager= waar wed je om?Wager of battle= beslissing door een tweegevecht;I wager you are wrong.Waggle,wag’l, subst. waggelende gang;Waggleverb. waggelen, heen en weer bewegen, wippen:Towaggle one’s tail= wippen met den staart (v. vogels).Wag(g)on,wag’n, vracht- of goederenwagen:Dinner waggle= dienbak op rollen;He ison the waterwaggle now= afschaffer;Waggle-master= wagenmeester;Waggle-shed= remise;Waggle-vault= tongewelf;Waggleage,waidž, vracht(loon), wagenpark;Waggleer= vrachtrijder;Waggleette,wagənet, wagentje, soort brik;Waggleing= vervoer per wagon.Wahabee,Wahabi,wəhâbî, aanhanger eener Mahomedaansche secte;Wahabeeism= beginselen derWahabees.Waif,weif, onbeheerd goed, strandgoed, weggeloopen vee, door de dieven bij de vervolging weggeworpen goederen, zwerver, vagebond, sjouw (noodvlag):Waifs and strays of society= verlaten kinderen, zwervers.Wail,weil, subst. weeklacht;Wailverb. weeklagen, beweenen.Wain,wein, wagen, vrachtwagen:Arthur’sofCharles’s Wain= Groote Beer;Lesser Wain= Kleine Beer.Wainscot,weinskot, subst. wagenschot; lambriseering;Wainscotverb. met hout beschieten of bekleeden.Waist,weist, middel (v. het lichaam), keursje, kuil (Scheepst.):He tightened his coat togive himself a waist;Waistband= broeksband, roksband;Waist-belt= gordel, koppel;Waistcloth= (Ind.) lendendoek; schans- of dekkleed;Waistcoat,weskət,weistkout, vest, wambuis:Strait Waistcoat= dwangbuis;Waister= kuilgast.Wait,weit, subst. wachttijd, hinderlaag, oponthoud, pauze (Waits= muzikanten, die met Kerstmis en Nieuwjaar serenades plachtten te brengen bij notabelen);Waitverb. wachten, afwachten, wachten op; bedienen, vergezellen:Tolay wait= een hinderlaag leggen;Tolie in wait= op de loer liggen;He may wait a little longer= dan kan hij lang wachten;Dinner waits= het eten is klaar;The paper may waittill to-morrow= kan wachten tot, blijven liggen;Something that will not wait= iets dat niet kan wachten;Towait dinnerfor a person= met het eten wachten op;I willwait your return= wachten op;Am I towait youthere?= moet ik daar wachten, tot gij komt?You havekept me waiting= mij laten wachten;Towait attable= bedienen;I have beenwaiting foryou (for) ever so long= heb ik weet niet hoe lang op u gewacht;Whowaits onyou?= past u op, bedient u;We herewithwait onyou with the abstract of your account= hierbij hebben we de eer, u te zenden;Hewaited (up)onthe mayor= maakte zijne opwachting bij;Wewait onyou, o Lord!= wij wachten op u, o Heer;Who is going towait upfor me= wie zal opblijven tot ik thuis kom;Waiter= kellner, bediende, stommeknecht, presenteerblad;Waiting:Toplay a waiting game= de kat uit den boom kijken;The boats arein waitingon the little pier= liggen klaar aan;The cabsin waiting= de klaar staande;Ladies in waiting= (gehuwde) hofdames;Lords in waiting= kamerheeren;Waiting-gentleman= kamerheer, kamerdienaar;Waiting-maid,Waiting-woman= kamenier;Waiting-room= wachtkamer;Waitress= kellnerin.Waive,weiv, verlaten, afzien van:Iwaive my claims= zie af van mijne rechten;Waiver.Wake,weik, subst. waken of wakker zijn, wijdingsfeest van eene kerk, feest, waken bij een lijk; zog, kielwater, spoor;Wakeverb. wakker zijn, wakker worden, wekken, opzitten, opblijven, opwekken, opvlammen:Wefollowed in the wake ofthe steamer= in het kielwater;Theyfollowed in your wake= zij kwamen onmiddellijk achter u aan;Heleft a wake of victory behind him= behaalde overwinningen waar hij ook kwam;A laughwoke aboutthe corners of his mouth= een lachende trek kwam om zijn mond;Wake-robin= gevlekte aronskelk;Wakeful= wakend, waakzaam; subst.Wakefulness;Waken= wekken, oproepen, aansporen:Wakener= wekker, prikkel;Waker= wekker, waker;Waking:Waking-hours= de uren dat men niet slaapt.Wakley,wakli;Walcott,wolkət;Waldenses,woldensîz, Waldensers; adj.Waldensian.Wale,weil, zelfkant; berghout (scheepst.). ZieWeal= striem.Wales,weilz;Walhalla,walhalə,wolhalə.Walk,wôk, subst. wandeling, gang, pas, wandelplaats, laan, weg, baan, kring, tak, branche;Walkverb. gaan, loopen, wandelen, betreden, slaapwandelen, spoken, doen wandelen of loopen:Amilkman’s walk= ronde, klanten;Humble walk of life= nederige stand, beroep;In all walks of life= levenssferen;In this walkhe is without a competitor= in deze afdeeling (vak);Togo for(Totake)a walk= uit wandelen gaan;Carriageshave to walk here= moeten stapvoets rijden;Does your friend walk?= is uw vriend een slaapwandelaar (=Does hewalk in his sleep?);Towalk the chalk= langs een krijtlijntje loopen om te toonen, dat men niet dronken is;Towalk the hospitals (wards)= kliniek loopen;Will youwalk the little three-year-old? = den kleine van drie jaar bij het handje nemen;Towalk a minuet= een menuet dansen;The pirates made their victimswalk the plank= spoelden .… de voeten (fig.);He had towalk the plank= ontslag nemen;The watchman had justwalked his round= de ronde gedaan;Theywalked the streets= liepen ’s avonds langs de straten, leidden een zedeloos leven;Theywalked intothe eatables= spraken geducht aan;Towalk off= (hoofdpijn) door wandelen verdrijven;Towalk one’s legs off= zich te schande loopen;Hewalked overus= deed ons zijne macht gevoelen;Towalk over (the course)= geen partij hebben, een gemakkelijke overwinning (=Awalk-over) hebben;The Tories were allowed towalk over= de conservatieven wonnen den zetel (terwijl de liberalen geen candidaat stelden);Somebody[630]is walking over my grave= er loopt een hondje over mijn graf;Hewalked up tome= kwam naar mij toe;Walker, subst. wandelaar, lanterfanter:Hookey walker= Loop! “Mot je mijn hebben?”Walking:Walking-gentleman= figurant;Walking-lady= figurante;At a walking-pace;Walking-stick= wandelstok;Walking-ticket= ontslag(briefje) (=Walking-papers,Amer.);Walkist= wandelaar van beroep.Wall,wôl, muur, wand, wal, verdediging;Wallverb. ommuren, versterken, als een muur oprijzen(up):Todrive (push, thrust) to the wall= in ’t nauw drijven, verpletteren;Give him the wall= laat hem aan den hoogen kant loopen (tusschen den muur en u zelf);Togo to the wall= het onderspit delven, geruïneerd zijn;What with her painting, what with her music the household affairswent a little to the wall= leed de huishouding er eenigszins onder;His healthwent to the wall= nam af;He was weak andwent to the wall= en bezweek, stierf;Every onewent to the wallto make room for him= ging op zij;Tohave one’s back to the wall= vastberaden weerstand bieden;I havetaken the wall of him= ik heb het van hem gewonnen;The enemieswere within the walls= binnen de muren der vesting;He is a fool and ever shall (be), that writes his name upon a wall= gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen;Walls (may) have ears= de muren hebben ook ooren;The opening waswalled up= werd dichtgemetseld;Wall-creeper= muurkruiper (soort v. specht);Wall-eye= glasoog (ziekte bij paarden); adj.wall-eyed:Because you arewall-eyedyou think we have the same blank outlook= omdat gij blind zijt denkt gij dat dit met ons ook het geval moet zijn;Wall-flower= muurbloem (ookfig.);Wall-fruit= vrucht(en) van leiboomen =Wall-fruit trees;Wall-moss= soort v. korstmos;Wallpaper= behangsel;Wall-pepper= muurpeper;Wall-piece= soort v. haakbus;Wall-plate= onderlaag voor balken op een muur;Wall-sided= met rechtopstaande zijden boven de waterlijn;Wall-spring= rotsbron;Wall-Street= straat waar de effectenbeurs staat (N.-York):He lost his moneyon Wall-Street= met speculeeren;Wall-tree= leiboom;Wallwort= lage vlier.Wallaby,woləbi, soort kangeroe.Wallace,wolis;Wallachia,woleikjə, Wallachije;Wallachian, subst. en adj. (bewoner) van Wallachije:Wallachian sheep.Wallah,wola, koopman, bediende:Competition wallah= iemand, die na een vergelijkend examen bij deIndian Civil Serviceis gekomen.Wallet,wolət, knapzak, geldbuidel, portefeuille, leeren taschje.Wallis,wolis.Walloon,wolûn, subst. Waal, Waalsche taal; adj. Waalsch.Wallop,woləp, koken, borrelen, opborrelen, duchtig ranselen:This is onlya tickling to the walloping you’ll getto-morrow= nog maar kietelen bij het pak slaag dat je morgen krijgt;Walloping= reusachtig.Wallow,wolou, subst. plas;Wallowverb. wentelen, plassen, rollen, woelen:Thewallow of the sea= het rollen;Towallow in pleasure= zwelgen in genot.Walmer,wômə;Walmsley,wômzli.Walnut,wôlnɐt,wolnɐt, walnoot.Walpole,wolpoul.Walrus,wolrɐs, walrus.Walsh,wolš;Walsingham,wolsiŋ’m;Walter,wôltə;Waltham,wolth’m;Walton,wôlt’n.Walt(y),wolt(i), rank (v.schepen).Waltz,wôlts, subst. wals(muziek);Waltzverb. walsen;Waltzer.Walworth,wolwəth.Wamble,womb’l, misselijk zijn:My stomach wambles= het breekt me op.Wampee,wompî, wampiboom (China).Wampum,womp’m, schelpkoralen, schelpgordel door de Roodhuiden als geld of versiering gebruikt.Wan,won, adj. bleek, ziekelijk, flets; subst.Wanness.Wand,wond, roede, tooverstaf, staf:Charming (Magic) wand;Wanded basket= teenen mand;Wandlike.Wander,wondə, zwerven, ronddolen, malen of ijlen, afdwalen (van het onderwerp), op een dwaalspoor brengen:Your wits are wandering= ge hebt er een paar op den loop;You arewandering from the subject= dwaalt van uw onderwerp af;Hewandered in his mind= ijlde;Wanderer= zwerver;Wandering, subst. afdwaling, rondzwerving, ijlen of malen; adj. zwervend, onvast:Theylead a wandering life= een zwervend leven;The Wandering Jew= de Wandelende Jood;Wandering kidney= wandelnier;Wandering tribe= nomadenstam.Wanderoo,wondərû, een gebaarde zwarte aap.Wandsworth,wonzwəth.Wane,wein, subst. afneming, vermindering, verval;Waneverb. afnemen, verminderen:On the wane= aan het afnemen, aan het afsterven;Waning strength= verminderende krachten.Wanghee,waŋhî, bamboes (wandelstok).Wanley,wonli.Want,wont, subst. gebrek, behoefte, gemis, armoede, nood;Wantverb. ontberen, missen, ontbreken, noodig hebben, wenschen, verlangen:Want-of-confidence-vote= motie van wantrouwen;I do itfor (through) want ofbetter employment= uit gebrek aan;They arein want ofeverything= lijden aan alles gebrek;He is greatlyin want(isin great want)of= heeft hoog noodig;Hedied of want= kwam van gebrek om;Shefelt the want of it= gemis er van;Tosupply a much needed want= in eene lang gevoelde behoefte voorzien;Firstsupply the wants of the poor,and then give way to luxury= voorzie eerst in de behoeften der armen;Want one= op één na;What do you want?= wat moet je?I want mamma= ik zoek naar ma’tje;I want you to go there= ik wensch dat gij daarheen gaat;You are wanted= men[631]zoekt je;Thepiano wants tuning= moet gestemd worden;Iwant for nothingthat money can procure= ik heb alles wat voor geld is te krijgen;It wants ten minutes to (of) five= het is 5 min. vóór vijf;Want to know!= Och, kom! (Amer.);Volunteerswere not wanting= er was geen gebrek aan;Three more are wanting= er mankeeren nog drie;Nothing is wanting tomy happiness= er ontbreekt niets aan mijn geluk;I shall not be wantingto send you word= zal u zeer zeker zenden;Hewas never found wanting= mankeerde nooit, liet iemand nooit in den steek.Wanton,wont’n, subst. lichtmis, boeleerder, boeleerster, malloot; adj. losbandig, wulpsch, dartel, speelsch, brooddronken, lichtzinnig, moedwillig, fladderend;Wantonverb. dartelen, stoeien, mallen:In wanton sport= in overmoed; subst.Wantonness.Wapentake,wop’nteik,wap’nteik,weip’nteik, district (inYorkshire).Wapiti,wapiti,wopiti, N.-Am. hert of eland.Wapping,wopiŋ.War,wö, subst. oorlog, strijd, vijandschap, vijandelijkheid;Warverb. beoorlogen, strijdvoeren:A war was carried onbetween these powers= er werd oorlog gevoerd tusschen;Todeclare war against= den oorlog verklaren aan;We areengaged in a war= in een oorlog gewikkeld;To make war on= oorlog voeren tegen;Tobe at war= in oorlog zijn;He wasat war withhis own hands and feet= wist geen weg met;The spirit isat war withthe flesh= voert strijd tegen;Togo to war with= oorlog aangaan met;It was war to the knife (to the death)between them= het was een strijd op leven en dood;Holy war= heilige oorlog, kruistocht;War of independence;A council of war(war-council)was held= krijgsraad werd gehouden;Severalmen-of-war= onderscheidene oorlogschepen;Manyprisoners of warwere made= krijgsgevangenen;Warring against his better self= strijd voerende tegen zijn beter ik;War-chest= krijgskas;War-council= krijgsraad;War-cry= oorlogskreet, oorlogsleuze;War-dance= oorlogsdans;War Department= Ministerie van Oorlog (Amer.);War-drum= krijgstrom;Warfare, subst. strijd, (wijze van) oorlog (voeren), vijandelijkheden;Warfareverb. oorlog voeren, kampen, strijden;Warfarer= krijgsman;War-horse= strijdros;War-insurance= assurantie tegen krijgsgevaar;War Office= Ministerie van Oorlog;War-paint= oorlogsverf (Indianen); gala, groot tenue;War-path= oorlogspad:We areon the war-path= op expeditie;War-ship= oorlogsschip;War-song= krijgslied;War-steed= krijgsros, strijdhengst;War-torch= oorlogstoorts;War-wasted= verwoest;War-whoop= oorlogskreet, krijgsgeschreeuw;War-worn= in den dienst versleten;Warlike= krijgshaftig, strijdbaar, oorlogs …:Warlike paraphernalia(parəfəneiljə) = oorlogstoebereidselen.Warble,wöb’l, subst. gekweel, lied; gezwel op den rug van een paard;Warbleverb. kweelen, zingen, trillers slaan;Warbler= kweeler, zangvogel.Ward,wöd, subst. bewaking, wacht, verdediging, bescherming, afweer, het pareeren, hechtenis, kerker, voogdijschap, minderjarigheid, pupil, wijk, stedelijk (kies)district, afdeeling of zaal in een hospitaal, werk (van een slot), buitenplein;Wardverb. bewaken, verdedigen, beschermen, terugdrijven, afweren:Tobe held in ward= in verzekerde bewaring gehouden;Tokeep watch and ward= streng de wacht houden;Toput in ward= gevangen zetten;The thrust waswarded offby me= gepareerd;Ward-mote= vergadering van het bestuur v. eenward;Ward-penny= bewakingsgeld, waakgeld;Wardrobe= kleerkast, garderobe:Wardrobe keeper=Wardrober= bediende bij dewardrobe;Ward-room= officierskajuit aan boord van een oorlogsschip;Wardship= voogdijschap, minderjarigheid;Warden= bewaker, bewaarder, custos, rector van sommigecolleges; vrederechter (Amer.); soort peer:Lord Warden of the Cinqueports= ambtenaar oorspronkelijk belast met de (kust)verdediging derCinque-ports; thans bezoldigd eereambt, onvereenigbaar met het lidmaatschap van het Parlement;Warden-pie= perenpastei;Wardenship= bewaarderschap;Warder= bewaker, wacht; commandostaf:Wardens of the Tower= ambtenaren ter bewaking v. staatsgevangenen in denTower.Ware,wêə, waren, goederen; soort zeewier;Ware=Aware, Beware:Ware oars!= pas op de riemen! (bij het passeeren van een andere boot);Ware wire,Sir!=pas op het prikkeldraad (jachtterm);China ware= porselein;Earthenware= aardewerk;Hardware= ijzerwaren;Warehouse= pakhuis, magazijn, entrepôt =Bonded warehouse;Warehouse-keeper=Warehouse-man= pakhuishouder, pakhuismeester;Warehouse-warrant= cedel;Warehousing= het opslaan van goederen in pakhuis of entrepôt;Ware-housing-system= het entrepôt-stelsel;Ware-room= pakkamer, uitstalkamer.Warham,wor’m.Wariness,wêrinəs, subst. v.Wary.Warlock,wölok, toovenaar, geestenbezweerder;Warlockry= toovenarij.Warm,wöm, adj. warm, heet, vurig, ijverig, enthusiast, hartstochtelijk, intiem, versch, hartelijk, gegoed, rijk; ooksubst.;Warmverb. verwarmen, afranselen, warm worden, zich opwinden:Warm contest= heete strijd;Warm colour;Togive one’s hands a warm= z’n handen warmen;Have a warm= warm je eens goed;He is warm= zit er warmpjes in;You aregetting warm= je brandt je (bij het blindemanspel);This place is too warm for me= ik ben hier niet op mijn gemak;They made the town warm for him= hij kreeg het te benauwd;Tosit pretty warm= er warm inzitten;Hewarmed to his subject= zijn onderwerp sleepte hem mede;Warmed upremains of the evening meal;Warm-blooded= warmbloedig;Warm-hearted= hartelijk, oprecht;Warmer=[632]wie of wat verwarmt;Warming, subst. pak slaag; adj. verwarmend:Warming-pan= beddepan, iemand die eene betrekking vervult om deze open te houden tot de bedoelde persoon ze vervullen kan; groot ouderwetsch horloge;Warmth= warmte, vuur, gloed, hartelijkheid.Warn,wön,waarschuwen, aanzeggen, oproepen:Iwarn you againstsuch a behaviour= waarschuw u voor;Hewarnedusofthe coming of the general= kondigde aan;They werewarned offthe hunt, being unfit to ride= nun werd aangezegd, niet mee te gaan op jacht;The infirm and aged arewarned off= worden hier niet toegelaten (worden gewaarschuwd weg te blijven);Warner;Warning= waarschuwing, aankondiging, dienstopzegging:My mistresshas given me warning= heeft mij den dienst opgezegd;Igave you proper warning of it= heb u behoorlijk er voor gewaarschuwd;Take warningof his example= spiegel u aan;Warning notice-boards= waarschuwingsborden.Warp,wöp, subst. schering (Warpand woof), kromming, boegseerlijn, werptros; slib;Warpverb. kromtrekken, krimpen, verdraaien, een verkeerde richting geven, scheren, kunstmatig besproeien of inundeeren, boegseeren, verhalen, bevloeien;Warped= krom, verdraaid, vertrokken:Awarped,unframed photo stood on his desk= een kromgetrokken;His conclusions are occasionallywarped by sympathy= zijne voorliefde maakt dat zijne conclusies wel eens wat verdraaid zijn;Warper= werkman, die de schering aanzet;Warping:Warping-bank= dam om het water op een stuk land te houden;Warping-machine,Warping-mill= handmolen tot het maken der schering.Warrant,worn’t, subst. volmacht, machtiging, proces-verbaal, bevel tot inhechtenisneming, borgstelling, garantie, cedel, aanstelling door den korpskommandant;Warrantverb. waarborgen, garandeeren, machtigen, toestaan, bekrachtigen, verzekeren, instaan voor, betuigen, verdedigen:Warrant to appear= dagvaarding;Thedeath-warrantwas signed by the king= doodvonnis;Asearch-warrant= bevel tot huiszoeking, opsporing, enz.;Warrant of apprehension, arrest= bevel tot aanhouding of arrestatie;Warrant of attorney= procuratie of notarieele volmacht;Warrant of caption= steekbrief;Warrant of distress= bevel tot beslaglegging;Warrants were issued= bevelschriften werden uitgevaardigd;Without a warrant= ongemotiveerd;Warrant officer=officiermet rang tusschen luitenant en sergeant, dek-officier (te vergelijken met onze onder-luitenants en adjudant-onderofficieren) bij warrant aangesteld;I warrant youthat he is a clever fellow= verzeker u, sta er voor in;Iwarrant it good= sta er voor in, dat het goed is;Warrantable= verdedigbaar, wettig (=Warrantby law), oud genoeg voor de jacht er op (v. herten);Warrantee,wor’ntî, die gewaarborgd wordt;Warranter= volmachtgever, waarborger =Warrantor,wor’ntə,wor’ntö;Warranty, subst. belofte, waarborg.Warren,wor’n, konijnenpark, fazantenpark, vischweer, krot;Warrener= opzichter.Warrior,worjə, krijgsman.Warsaw,wösô.Wart,wöt, wrat:Wart-hog= soort vanAmer.wild zwijn;Wart-wort= kroontjeskruid;Wartless= zonder wratten;Warty= vol wratten, wratachtig.Warwick,worik;Warwickshire,worikšə.Wary,wêri, omzichtig, behoedzaam.Was,woz, imperf. (enkelv.) van to be.Wase,weiz,weis, kussen door sjouwers op het hoofd gedragen.Wash,woš, subst. wassching, de wasch, slappe thee, spoeling, kabbeling, golfslag, kielwater, aanslibbing, moeras, watertje voor de toilettafel, dunne metaallaag, vernisje, dun verflaagje, schijnkoop;Washverb. wasschen, afwasschen, afspoelen, bespoelen, uitwisschen, met eene dunne verflaag bedekken, met een metaallaagje bedekken, reinigen (van erts):Thewash and turmoil of the water= het klotsen en de beroering;I’lldo the wash= ga de wasch aan kant maken;Togive one’s face a wash= zich het gezicht wasschen;We must have a wash= ons eens wasschen;I havesent them to the wash= heb ze in de wasch gedaan;This soap won’t wash clothes= met deze zeep kunnen geen kleeren gewasschen worden;It don’t wash= kan niet gewasschen;That won’t wash= dat gaat niet (op);Towash dishes= borden wasschen;Towash one’s hands of= zijne handen in onschuld wasschen; zijne handen aftrekken van;All their sins werewashed away= zij werden van al hunne zonden gereinigd;Those spots cannot bewashed out= gaan er in de wasch niet uit;Awashed outcreature= bleek;Towash outan affront;Shewashed upthe tea-things= waschte af;Copperwashed withsilver= verzilverd koper;Wash-ball= zeepbal;Wash-board= waschplank, zetboord (op boot of sloep);Wash-gilding= nat vergulden;Wash-hand-basin= waschkom;Wash-hand-stand (Wash-stand)= waschtafel;Wash-house= waschhuis;Wash-leather= zeemleer;Wash-pot= waschkom, waschbak;Wash-tub= waschtobbe;Washable= goed blijvend in de wasch;Washer= waschvrouw, waschmachine, ringplaat (onder de moerschroef);Wash-man= waschbaas, waschman, bleeker;Wash-woman= waschvrouw;Washiness, subst. v.Washy;Washing:Washing-day;Washing-dress,Washing-fabrics= japon, stoffen, die tegen de wasch kunnen;Washing-glove;Washing-machine= waschmachine;Washing-powder= waschpoeder.Washington,wošiŋt’n, Washington;Washingtonian,wošiŋtounj’n, subst. inwoner v. W.; afschaffer; adj. afschaffers …; v. Washington:The Washingtonian movement=Washingtonianism= afschaffersbeweging, hunne beginselen.Washy,woši, waterig, zwak, dun, krachteloos:Washy-looking wine= dunne, krachtelooze wijn.Wasp,wosp, wesp:He has his head full of wasps= hij heeft allerlei kuren;Wasp-waisted= met wespentaille;Waspish= met eene wespentaille, prikkelbaar, giftig;[633]Waspish-headed= prikkelbaar, opvliegend; subst.Waspishness.Wassail,wosil,wasil, subst. drinkgelag; gekruid bier met wijn met Kerstmis of Nieuwjaar en opgediend in denWassail-bowl;Wassailverb. drinken (op het welzijn van);Wassail-cup= beker waaruitwassailwerd gedronken;Wassailer= drinkebroer;Wassailers= lieden, die met Kerstmis zingend rondgaan.Waste,weist, verwoesting, vernieling, afneming, achteruitgang, verspilling, verlies, woestenij, wildernis, onbebouwde grond, gruis, afval, onheil, vlak; adj. woest, onbruikbaar, overvloedig, waardeloos, onnut;Wasteverb. verwoesten, vernielen, verminderen, afnemen, verspillen, weggooien, uitteren, verteren, kwijnen, laten vervallen:In mere waste= onnut;Tolay waste= verwoesten;Your candleis running to waste= loopt af;Tolet a garden run to waste= laten verwilderen;Towaste (away)one’s money, time= verkwisten;His illness hadwasted him to skin and bones= had hem geheel uitgeteerd;Waste not want not= die wat spaart, die wat heeft;The ticket would be wasteed= zou ongebruikt blijven liggen;Waste-basket= papiermand =Waste-paper-basket= prullenmand;Waste-book= memoriaal;Waste-gate= afvoersluis;Waste-paper= scheurpapier;Waste-pipe= afvoerbuis;Waste-sheet= vel misdruk;Waste-water= condensatiewater;Waste-weir= afvoerweer;Waster= doorbrenger, dief aan de kaars, elger;Wastrel= afval, woestenij; verwaarloosd kind, kind zonder thuis of onderkomen, doorbrenger.Wat,wot, fam. voorWalter.Watch,wotš, subst. wacht, waakzaamheid, het waken, oplettendheid, schildwacht, wachtpost, horloge, uurwerk;Watchverb. waken, bewaken, gadeslaan, de wacht houden, acht geven:Alarum watch= wekker;Keyless watch= remontoir;Repeating watch= repetitie-horloge;Stem-winding watch= remontoir;I amon the watch= sta op den uitkijk, lig op de loer;Tokeep good watch= goed oppassen, waken;The watch was relieved= de wacht werd afgelost;My watch has run down= mijn horloge is afgeloopen;I set a watchover them= ik liet hen bewaken;Heset his watch tothe city-clock= regelde zijn horloge naar;Many eminent lawyers werewatching the case= woonden het proces bij;Iwatched the thunderstormfrom this elevated position= ik sloeg het onweer gade;Hewatched overmy childhood= hij waakte over mijne kindsheid;Hewatched throughthe long night= waakte den ganschen nacht;Towatch home= nakijken tot iemand thuis is;Watch-box= schilderhuis, wachthuisje, horlogekast =Watch-case= horlogekast;Watch-chain= horlogeketting;Watch-dog= waakhond;Watch-fire= wachtvuur;Watch-glass= horlogeglas;Watch-guard= horlogeketting of -lintje;Watch-hand= horlogewijzer;Watch-house= wachthuis;Watch-key= horlogesleutel;Watch-light= nachtlicht;Watch-maker= horlogemaker;Watchman= nachtwaker, nachtwacht, baanwachter;Watchman’s rattle= ratel van een nachtwacht:Tospring a watchman’s rattle= een ratel slaan;Watch-night= laatste nacht van het jaar:I attendeda watch-night servicein the Wesleyan chapel= woonde den kerkdienst van het oude jaar in het nieuwe bij;Watch-stand= horlogestander;Watch-tower= wachttoren;Watchword= wachtwoord, leus, motto;Watcher= waker, wacht, waarnemer, bespieder;Watchful= waakzaam:I have always beenwatchful ofyour interests= altijd nauwlettend behartigd; subst.Watchfulness.Water,wôtə, subst. water, watervlak(= Piece of water), bronwater, regen, urine, zee, rivier, glans van diamant of parel, effecten uitgegeven zonder gewaarborgden interest;Waterverb. besproeien, bespoelen, nat maken, van water voorzien, drenken, water innemen, verwateren, roten, moireeren, watertanden:A great deal of water had flowed under the bridge (Much water had flowed from the rivers to the sea)since that time= er was heel wat water door den Rijn gestroomd;Diamondsof the first water= van het zuiverste water;Gentlemenof the first water= hoogsten rang;He is a prigof the first water= een verschrikkelijke kwibus;Bilge water= water onder in een schip, dat niet uitgepompt kan worden;Low water= laag water:To beatat low water= in geldverlegenheid zijn;Slack water= dood tij;Hehas water on the brain= hersenvliesontsteking;That willnot hold water= dat is lek;Your reasoning won’thold water= uwe redeneering houdt geen steek;Tomake water= lekken, wateren, urineeren;Our shipmade foul water= raakte met de kiel den bodem;Totake the waters= de baden gebruiken;Hethrew cold waterover my enthusiasm= gooide een emmer koud water over;Totread water= watertreden;This kept my headabove water= deed mij in ’t leven blijven, redde mij;You must put on plenty of pace whenriding atwater= als je over een sloot moet springenTogo by water= over zee gaan;Toconvey by water= per scheepsgelegenheid vervoeren;For all waters= van alle markten thuis;We werein deep water(s)= in een moeilijke positie;You havegot into hot water= gij zit er leelijk in;Champagneflowed like water;Tospend money like water;My mouth waters= het water loopt me om de tanden;The flowers were waterd= werden begoten;Towater horses= water geven;It made my mouth water= het deed me watertanden;Toset a person’s mouth watering= doen watertanden;After wateringwe sailed away= nadat wij versch water ingenomen hadden;Water-back= warmwaterbak of reservoir in een fornuis;Water-bailiff= soort kommies, vroeger opzichter der visscherij:Water-bath= waterbad;Water-bearer= Waterman (Dierenriem);Water-bed= waterbed;Water-bottle= karaf;Water-buck= waterbok (Z.-Afr.);Water-bug= watertor;Water-butt= water- of regenton;Water-carriage= vervoer te water;Water-cart= sproeiwagen;Water-closet= closet, W.C.;Water-cock= waterkraan; waterhoen;Water-colour[634]= waterverf, schilderij in waterverf =Painting in water-colours;Water-colourist= waterverfschilder;Watercourse= stroompje, stroom, waterloop;Water-craft= schepen, booten, enz.;Water-crane= waterpomp (voor een locomotief);Water-cress= waterkers;Water-crowfoot= water-boterbloem;Water-cure= waterkuur:Water-cure establishment;Water-deck= waterdicht dek voor een huzarenpaard;Water-dog= waterhond;Water-drain= draineerbuis;Water-drainage= draineering;Water-dray= soort zolderschuit;Water-dressing= koudwatercompres;Water-drop= droppel water, traan;Water-engine= schepmolen;Waterfall= waterval;Water-flag= gele lisch;Water-flea= watervloo;Water-flood= overstrooming;Water-fly= oevervlieg;Water-fowl= watervogel;Water-furrow, subst. voor of greppel om water af te voeren;Water-furrowverb. draineeren door greppels;Water-gall= gat in den grond door hevigen regen; bijregenboog;Water-gas= watergas;Water-gate= sluis, vloeddeur, waterpoort;Water-gauge= peilglas;Water-gilder= iemand die de kunst verstaat vanWater-gilding= watervergulding;Water-gruel= watergruwel;Water-gruelish, flauw, smakeloos;Water-hen= waterhoen (-hennetje);Water-kelpie= watergeest;Water-level= waterstand, waterpas-instrument;Water-level-line= waterpeil;Water-lily= waterlelie, plomp;Water-line= waterlijn (diepgang van een schip);Water-logged= vol water geloopen door een lek en daardoor ten prooi aan golven en stroom;Water-lot= onder water staand bouwterrein (Amer.);Water-man= schuiten voerder, jolleman, waterman (die de huurpaarden op hun standplaats van water voorziet); blauw zijden halsdoek;Water-mark= watermerk, waterhoogte, waterpeil;Water-meadow= weide die door irrigatie besproeid kan worden;Water-melon= watermeloen;Water-meter= watermeter;Water-mill= watermolen;Water-nymph= najade;Water-omnibus= trekschuit;Water-ordeal= waterproef;Water-parsnip= breedbladige watereppe;Water-pitcher= waterkan;Water-plant= waterplant;Water-poise= hydrometer, waterpas;Water-pot= waterpot, waterkan;Water-power= waterkracht;Water-pox= waterpokken;Waterproof, subst. voor water ondoordringbare stof of jas; adj. tegen water bestand;Waterproofverb. ondoordringbaar maken voor water;Water-ram= hydraulische ram;Water-rat= waterrat;Water-rate= waterbelasting;Water-ret=Water-rot;Water-rocket= waterrot (vuurwerk);Water-rot= roten;Water-scape= rivier- of zeegezicht (schilderij);Watershed= waterscheiding;Waterside= waterkant;Water-snake= waterslang;Watersouchy. ZieZoutch;Water-spaniel= waterhond;Water-spout= waterpijp, spuwertje, waterstraal, waterhoos;Water-supply= wateraanvoer;Water-tank= reservoir;Water-tap= waterkraan;Water-tight= waterdicht;Water-vole= waterrat;Water-wagtail= gele kwikstaart;Waterway= waterloop, waterweg, vaarwater;Water-weed= waterpest;Water-wheel= scheprad;Water-works= de waterleiding (ook met fonteinen, etc.);Water-worn= door het water gerond of afgesleten;Waterage,wôtəridž, loon voor vervoer te water;Watered= gewaterd, moiré:Awatered-down belief= verwaterd;Watering:Watering-can= gieter;Watering-call= hoornsignaal om de paarden te drenken;Watering-cart= sproeiwagen;Watering-place= wed, plaats om water in te nemen, badplaats;Watering-pot= gieter;Watering-trough= drinkbak (voor paarden);Waterish= waterig, vochtig, verwaterd; subst.Waterishness;Waterless= droog, zonder water. ZieWatery.Waterloo,wôtelû.Watery,wotəri, waterachtig, waterig, smakeloos, flauw:Watery eye= vochtig oog;Watery kingdom= de zee.Watson,wots’n;Watt(s),wot(s).Wattle,wot’l, subst. horde van twijg of teen, deklat, takje, teenen twijgje, lel van haan of kalkoen, baarddraad van visschen, soort v. acacia (Australië);Wattleverb. met teenen twijgjes binden of vlechten, met eene horde omringen;Wattle-bark= bast der Austral. acacia;Wattle-bird= soort bijenwolf;Wattle-work= werk van gevlochten teen;Wattled;Wattling and daubing= het bouwen van hutten van gevlochten twijgen en leem.Waugh,wô.Waul,wôl, krollen, janken, gillen.Wave,weiv, subst. golf, baar, golvende lijn op stoffen, moiré-zijde, enz., golving, sein (door wuiven);Waveverb. golven, wapperen, wenken, wuiven, wateren, moireeren:The ship wastossed on (by) the waves= op (door) de golven geslingerd;Hewaved his handand motioned me to a chair= hij wuifde met zijne hand;Wave-length= afstand tusschen twee golven;Wave-motion= golvende beweging;Wave-offering= beweegoffer (Levit. VIII, 27);Wave-shell= golving (bij aardbevingen);Wave-worn= door de golven afgesleten of gerond;Waved= gegolfd, gewaterd;Waveless= kalm, rustig, onbewogen, zonder golfslag;Wavelet= golfje, rimpel;Wavelike= golvend.Waver,weivə, weifelen, aarzelen, waggelen, flikkeren:Iwaver in my conviction= mijne overtuiging raakt aan het wankelen;Waverer= weifelaar, besluitelooze;Waverous, Wavery= weifelend.Waverley,weivəli.Waveson,weivs’n, wrakhout, strandgoed.Waviness,weivinəs, subst. v.Wavy= golvend, op en neer gaand, gegolfd.Wax,waks, was, lak; woede; wasachtige afscheiding, oorsmeer, pik;Waxverb. met was bestrijken, wrijven, lakken; wassen, toenemen, grooter worden:As close (tight) as wax= zoo dicht als een pot;He sticks to me like wax= hij hangt aan me als een klit;There is a man of wax= jij bent een beste kerel;A stick ofsealing-wax= pijp lak;His eyes arewaxing dim= worden dof;Wax-candle= waskaars;Wax-chandler= waskaarsenmaker;Wax-cloth= wasdoek;Wax-doll= wassen pop;Wax(ed)-end= met was bestreken naai- en schoenmakersgaren, pikdraad;Wax-flower= kunstbloem (van was);Wax-light= waskaars;Wax-light coil= ineengedraaide waslont (om lichten aan te steken);Wax-match=[635]waslucifer;Wax-model(l)ing= het maken van figuren of beelden (in was);Wax-taper= waskaars;Wax-tree= pruikenboom;Wax-vesta= waslucifer;Wax-wick= waspit;Waxwork= wassenbeelden, anatomische preparaten v. was:Madame Tussaud’s Waxworks(familiaar:Waxers) = Mevr. T.’s wassenbeeldengalerij;Thewaxwork room= wassenbeeldenzaal;Waxworker= die in was werkt, bij;Waxed= gewast;Waxen= van was, wasachtig, week als was;Waxiness, subst. v.Waxy= als was, met was, wasachtig, toornig, meegaand; stijf.Way,wei, subst. weg, voortgang, reis, levensloop, afstand, plan, manier, wijze, opzicht, kijk, spoed of beweegkracht, gebruik, gewoonte, aanloop, middel, vak:He has a way with him= hij heeft zoo iets over zich;Where there is a will there is a way= willen is kunnen;That’s the way= zóó moet het, zoo gaat ie goed;It’s that way, is it?= ah! zit de vork zóó in den steel;That’s the way ofwives= zoo doen onze vrouwtjes;It is the other way about (round)= het is juist andersom, omgekeerd;Way in, way out= ingang, uitgang (opschrift op een bordje of plank);He told me soby the way= in ’t voorbijgaan, tusschen haakjes;I send you my photoby way ofapology= bij wijze van excuus;That isby way oflearning a trade= het is met het doel om;We went thereby way ofCologne= via Keulen;It isnotthe first timeby a long way= op lange na de eerste maal niet;For once in a way= bij uitzondering, voor een enkelen keer;You arevery much in my way= ge hindert me erg, staat me leelijk in den weg;Take the old homein your wayfor a wedding-trip= maak uwe huwelijksreis zóó, dat ge ’t oude huis kunt bezoeken;In a general way= over ’t algemeen;The picture is,in a way,finished= in zekeren zin;Have you nothing for mein the wayof a parcel? = geen enkel pakje;That is ratherout of the wayhere= dat komt hier niet te pas, hoort hier niet;Will youget out of the way? = wil je maken, dat je weg komt;Anout-of-the-way place= afgelegen plaats;I shall be glad toput myself out of the wayon your account= mij om uwentwil wat last te getroosten;Such work isout of my way= ligt niet op mijn weg;He was put (got)out of the way= uit den weg geruimd;Keepout of harm’s way= zorg dat u niets kwaads overkomt;He wentout of his wayto inform me of it= gaf zich heel veel moeite;I won’t goout of my wayto benefit you= wil geen moeite doen te uwen behoeve;He livesover the way= hier tegenover;The ship gotunder way (weigh)= ging anker op;We have enjoyed thisright of wayfor ever so long= het recht om over dit pad te gaan;Ways and means= bronnen van inkomsten:Thecommittee of ways and meanshas granted the supply= de financieele commissie heeft het crediet toegestaan;Any wayhe didn’t know what to answer= in elk geval;He isin a bad way= er slecht aan toe;He hasgot into bad ways (fallen in evil ways)= op ’t verkeerde pad geraakt;You are wrongevery way= in alle opzichten;She isin the family way= ze moet bevallen;The village lieshalf way betweenthe towns= halverwege tusschen;Hewent London way= den weg naar Londen op;Hebegged his way backto his native village= ging al bedelende;Clear the way, there!= maak ruim baan;Come this way,sir= kom eens hier, baas(je);Come your way(s)= allo! ga mee;Heelbowed his way throughthe crowd= baande zich een weg door;Hegot his own way= kreeg zijn zin;Hewent his way(s)= ging heen, vertrok;He hasgone the way of all flesh (of all the earth)= hij is gestorven;His influencegoes a long way withthe minister= hij heeft veel invloed bij;He will alwayshave his (own) way= zijn zin hebben;Will youlead the way? = vooropgaan;I hadlost my way= ik was verdwaald;He is sure tomake his wayin the world= zal zijn weg wel vinden;At your age you mustmake (a) way foranother= moet ge plaats maken, wijken;Wemade the best of our way home= maakten dat we zoo gauw mogelijk thuis kwamen;You musttake your own way= gij moet zelf weten wat ge doet;Hetook his wayto Antwerp= vertrok naar; interj. (=Away) weg:Way back!= terug;Go (your) way= ga weg!Oh, do way John= Och toe, Jan, houd stil!(Launching) ways= stapelblokken (Scheepst.);Way-bill= geleibrief, factuur, soort van vrachtbrief; lijst van de passagiers (in een diligence) of der goederen (in een vrachtwagen):Express, ordinary,parcelway-bill= lijst van de ijl-, vracht-, bestelgoederen;Way-board= leemader;Way-bread= groote weegbree;Wayfarer= reiziger;Wayfaring= het reizen;Wayfaring-tree= wollige sneeuwbal;Waygoing= vertrekkend, reis—:Waygoing crop= oogst van het land die aan den opvolgenden pachter behoort;Way(z)goose= jaarlijksche maaltijd aan de knechts eener drukkerij in Engel.;Waylay,weilei,weilei, belagen, opwachten (om te bestelen, etc.);Waylayer= belager;Way-leave= recht van overweg of vergoeding voor ’t gebruik;Way-maker= baanbreker, voorlooper;Way-mark= wegwijzer;Way-passenger= onderweg opgenomen passagier (Amer.);Wayside, subst. weg, kant van den weg:Tales of awayside inn= verhalen in eene herberg aan den weg;Way-station= tusschenstation (Amer.);Way-warden= wegopzichter;Waysore=Way-worn= moe van het reizen.Wayward= dwars, grillig, eigenzinnig; subst.Waywardness.Waywode,weiwoud, gouverneur v. stad of provincie (Rusland);Waywode-ship.We,wî, wij:It is we= wij zijn het.Weak,wîk, zwak, uitgeput, ziekelijk, niet sterk, broos, onvoldoende, gebrekkig:This coffee isas weak as ditch-water= zoo slap als spoelwater;He isas weak as waterin his wife’s hands= als was in de handen[636]van zijne vrouw;That ishis weak sideand it is there you must take him= dat is zijne zwakke zijde;Theweak spotin the scheme= het zwakke punt;In the struggle for lifethe weakest go to the wall= bezwijken de zwaksten;Weak verbs= zwakke werkwoorden;Weak-eyed= met zwakke oogen;Weak-headed= met gering verstand;Weak-hearted= flauwhartig;Weak-kneed= gemakkelijk bezwijkend, niet vastberaden;Weak-made= zwak gebouwd, onsterk;Weak-minded= zwak, besluiteloos;Weak-sighted= met een zwak gezicht;Weak-spirited= lafhartig, beschroomd;Weaken= verzwakken, verslappen, verdunnen;Weakener;Weakling= zwakkeling, bloed, stumperd, ook adj.;Weakly, adj. en adv. zwak, slapjes;Weakness= zwakheid, slapheid:Tohave a weakness for= zwak hebben voor.

W,dɐb’ljû;W.=Wednesday,Weak,Welsh,Western(postal district, London),Winterline(Plimsoll-merk op schepen);Wallach(ian),Walt(er);W(ater)C(loset);W(estern)C(entral postal district);Wed(nesday);Wel(sh);Whf.=Wharf;W(est)I(ndies);W(est)I(ndian);Wisc(onsin);Wk.=Week;W. N. A.=Winter lineNorthAtlantic(Plimsoll-merk);W(est)Long(itude);Wm.=William;W(orshipful)M(aster) = achtbare meester;W(est)N(orth)W(est);Wp.=Worship;Wpful=Worshipful;W(riter to the)S(ignet);W(est)S(outh)W(est);W(ashington)T(erritory);Wt.=Weight.Wabash,wôbaš.Wabble,wob’l, subst. schommeling;Wabbleverb. schommelen, waggelen, weifelen;Wabbler;Wabbly= schommelend, waggelend.Wad,wod, subst. bundel, bos, vulsel, prop watten, enz., geweerprop, pak banknoten, geld;Wadverb. tot eene prop maken, een prop zetten op, opvullen, watteeren:Awadded box= een gewatteerd doosje, bekleede kist;Wad-hook= krasser (om proppen uit een geweer te halen);Wadding= opvulsel, watten, prop:The paper had served aswad for the gun.Waddington,wodiŋt’n.Waddle,wod’l, subst. waggelende, schommelende gang;Waddleverb. waggelen;Waddler.Waddy,wadi,wodi, knots, stok;Waddyverb. met een knots doodslaan.Wade,weid, waden, doorwaden, met moeite gaan door:We werewading up to our knees through the mud= waadden tot onze knieën door den modder;Wader= die waadt, hooge waterlaars, steltlooper =Wading-bird.Wadi,wodi, rivierbedding, die in den zomer droog is.Wadsetter,wodsetə, de crediteur, die bezittingen inWadset(= in pand) heeft, en de inkomsten in afbetaling der schuld geniet (Schotl.).Wae,wei, wee (Schotl.). ZieWoe.Wafer,weifə, subst. ouwel, wafel, oblaat;Waferverb. ouwelen, dichtplakken:Beetle wafer= papier of ouwel om torren te dooden;Holy (Sacramental) wafer= hostie;Wafer-cake= knijpkoekje, ijzerkoekje.Waffle,wof’l, wafel;Waffle-iron= wafelijzer.Waft,wâft, subst. wenk, sein, ademtocht sjouw (scheepst.);Waftverb. voeren of dragen, overbrengen, drijven, seinen:Tohoist the flag with a waft= de vlag in sjouw hijschen;Waftage,wâftidž, vervoer, overbrenging;Wafture= wenken, ademtocht.Wag,wag, subst. het heen en weer schudden;Wagverb. schudden, schommelen, wiebelen, er van door gaan, spijbelen, kwispelstaarten:Heplayed the wagfrom school= spijbelde;Towag the finger= den vinger (dreigend) opsteken;There was much wagging of headsat his insolence= men schudde algemeen het hoofd over;The dogwagged its tail= kwispelstaartte;That willset the tongues wagging= daar zal wat over gepraat worden;Thus the world wags= zoo is ’s werelds beloop;The boywagged from school= spijbelde;ThusI wag through the world= scharrel ik door den tijd;’t Is merry in hall, when beards wag all= onder mannen alleen, gaat het lustig toe;Wagtail= kwikstaartje; lichtekooi.Wag,wag, grappenmaker, spotvogel, snaak;Waggery= snakerij, ondeugende aardigheid:He isfull of waggery= hij zit vol looze streken;Waggish= grappig, ondeugend, schalksch; subst.Waggishness.Wage,weidž, subst. (meestalWages) = loon, huur, soldij; vacatiegelden (Amer.);Wageverb. wagen, wedden, ondernemen, kneden, gelijk staan met:The advance of wage= verhooging;Living wage= het loon dat een menschwaardig bestaan verzekert;The wages of sin is death= de bezoldiging der zonde is de dood (Rom. 6, 23);Wage-earners;Wage-fund= loonfonds;Wage-rate= loon(standaard);Wage-work= loonarbeid;Hewaged war onmankind= voerde strijd tegen.Wager,weidžə, subst. weddingschap; aanbod van een beklaagde om op een bepaalden dag onder eede te zullen verklaren dat hij een bedrag niet schuldig was en elf getuigen mee zal brengen ter bevestiging;Wagerverb. wedden, verwedden:I willlay you a wager= wed met u;What is your wager?= hoe hoog hebt gij gewed;Name[629]your wager= waar wed je om?Wager of battle= beslissing door een tweegevecht;I wager you are wrong.Waggle,wag’l, subst. waggelende gang;Waggleverb. waggelen, heen en weer bewegen, wippen:Towaggle one’s tail= wippen met den staart (v. vogels).Wag(g)on,wag’n, vracht- of goederenwagen:Dinner waggle= dienbak op rollen;He ison the waterwaggle now= afschaffer;Waggle-master= wagenmeester;Waggle-shed= remise;Waggle-vault= tongewelf;Waggleage,waidž, vracht(loon), wagenpark;Waggleer= vrachtrijder;Waggleette,wagənet, wagentje, soort brik;Waggleing= vervoer per wagon.Wahabee,Wahabi,wəhâbî, aanhanger eener Mahomedaansche secte;Wahabeeism= beginselen derWahabees.Waif,weif, onbeheerd goed, strandgoed, weggeloopen vee, door de dieven bij de vervolging weggeworpen goederen, zwerver, vagebond, sjouw (noodvlag):Waifs and strays of society= verlaten kinderen, zwervers.Wail,weil, subst. weeklacht;Wailverb. weeklagen, beweenen.Wain,wein, wagen, vrachtwagen:Arthur’sofCharles’s Wain= Groote Beer;Lesser Wain= Kleine Beer.Wainscot,weinskot, subst. wagenschot; lambriseering;Wainscotverb. met hout beschieten of bekleeden.Waist,weist, middel (v. het lichaam), keursje, kuil (Scheepst.):He tightened his coat togive himself a waist;Waistband= broeksband, roksband;Waist-belt= gordel, koppel;Waistcloth= (Ind.) lendendoek; schans- of dekkleed;Waistcoat,weskət,weistkout, vest, wambuis:Strait Waistcoat= dwangbuis;Waister= kuilgast.Wait,weit, subst. wachttijd, hinderlaag, oponthoud, pauze (Waits= muzikanten, die met Kerstmis en Nieuwjaar serenades plachtten te brengen bij notabelen);Waitverb. wachten, afwachten, wachten op; bedienen, vergezellen:Tolay wait= een hinderlaag leggen;Tolie in wait= op de loer liggen;He may wait a little longer= dan kan hij lang wachten;Dinner waits= het eten is klaar;The paper may waittill to-morrow= kan wachten tot, blijven liggen;Something that will not wait= iets dat niet kan wachten;Towait dinnerfor a person= met het eten wachten op;I willwait your return= wachten op;Am I towait youthere?= moet ik daar wachten, tot gij komt?You havekept me waiting= mij laten wachten;Towait attable= bedienen;I have beenwaiting foryou (for) ever so long= heb ik weet niet hoe lang op u gewacht;Whowaits onyou?= past u op, bedient u;We herewithwait onyou with the abstract of your account= hierbij hebben we de eer, u te zenden;Hewaited (up)onthe mayor= maakte zijne opwachting bij;Wewait onyou, o Lord!= wij wachten op u, o Heer;Who is going towait upfor me= wie zal opblijven tot ik thuis kom;Waiter= kellner, bediende, stommeknecht, presenteerblad;Waiting:Toplay a waiting game= de kat uit den boom kijken;The boats arein waitingon the little pier= liggen klaar aan;The cabsin waiting= de klaar staande;Ladies in waiting= (gehuwde) hofdames;Lords in waiting= kamerheeren;Waiting-gentleman= kamerheer, kamerdienaar;Waiting-maid,Waiting-woman= kamenier;Waiting-room= wachtkamer;Waitress= kellnerin.Waive,weiv, verlaten, afzien van:Iwaive my claims= zie af van mijne rechten;Waiver.Wake,weik, subst. waken of wakker zijn, wijdingsfeest van eene kerk, feest, waken bij een lijk; zog, kielwater, spoor;Wakeverb. wakker zijn, wakker worden, wekken, opzitten, opblijven, opwekken, opvlammen:Wefollowed in the wake ofthe steamer= in het kielwater;Theyfollowed in your wake= zij kwamen onmiddellijk achter u aan;Heleft a wake of victory behind him= behaalde overwinningen waar hij ook kwam;A laughwoke aboutthe corners of his mouth= een lachende trek kwam om zijn mond;Wake-robin= gevlekte aronskelk;Wakeful= wakend, waakzaam; subst.Wakefulness;Waken= wekken, oproepen, aansporen:Wakener= wekker, prikkel;Waker= wekker, waker;Waking:Waking-hours= de uren dat men niet slaapt.Wakley,wakli;Walcott,wolkət;Waldenses,woldensîz, Waldensers; adj.Waldensian.Wale,weil, zelfkant; berghout (scheepst.). ZieWeal= striem.Wales,weilz;Walhalla,walhalə,wolhalə.Walk,wôk, subst. wandeling, gang, pas, wandelplaats, laan, weg, baan, kring, tak, branche;Walkverb. gaan, loopen, wandelen, betreden, slaapwandelen, spoken, doen wandelen of loopen:Amilkman’s walk= ronde, klanten;Humble walk of life= nederige stand, beroep;In all walks of life= levenssferen;In this walkhe is without a competitor= in deze afdeeling (vak);Togo for(Totake)a walk= uit wandelen gaan;Carriageshave to walk here= moeten stapvoets rijden;Does your friend walk?= is uw vriend een slaapwandelaar (=Does hewalk in his sleep?);Towalk the chalk= langs een krijtlijntje loopen om te toonen, dat men niet dronken is;Towalk the hospitals (wards)= kliniek loopen;Will youwalk the little three-year-old? = den kleine van drie jaar bij het handje nemen;Towalk a minuet= een menuet dansen;The pirates made their victimswalk the plank= spoelden .… de voeten (fig.);He had towalk the plank= ontslag nemen;The watchman had justwalked his round= de ronde gedaan;Theywalked the streets= liepen ’s avonds langs de straten, leidden een zedeloos leven;Theywalked intothe eatables= spraken geducht aan;Towalk off= (hoofdpijn) door wandelen verdrijven;Towalk one’s legs off= zich te schande loopen;Hewalked overus= deed ons zijne macht gevoelen;Towalk over (the course)= geen partij hebben, een gemakkelijke overwinning (=Awalk-over) hebben;The Tories were allowed towalk over= de conservatieven wonnen den zetel (terwijl de liberalen geen candidaat stelden);Somebody[630]is walking over my grave= er loopt een hondje over mijn graf;Hewalked up tome= kwam naar mij toe;Walker, subst. wandelaar, lanterfanter:Hookey walker= Loop! “Mot je mijn hebben?”Walking:Walking-gentleman= figurant;Walking-lady= figurante;At a walking-pace;Walking-stick= wandelstok;Walking-ticket= ontslag(briefje) (=Walking-papers,Amer.);Walkist= wandelaar van beroep.Wall,wôl, muur, wand, wal, verdediging;Wallverb. ommuren, versterken, als een muur oprijzen(up):Todrive (push, thrust) to the wall= in ’t nauw drijven, verpletteren;Give him the wall= laat hem aan den hoogen kant loopen (tusschen den muur en u zelf);Togo to the wall= het onderspit delven, geruïneerd zijn;What with her painting, what with her music the household affairswent a little to the wall= leed de huishouding er eenigszins onder;His healthwent to the wall= nam af;He was weak andwent to the wall= en bezweek, stierf;Every onewent to the wallto make room for him= ging op zij;Tohave one’s back to the wall= vastberaden weerstand bieden;I havetaken the wall of him= ik heb het van hem gewonnen;The enemieswere within the walls= binnen de muren der vesting;He is a fool and ever shall (be), that writes his name upon a wall= gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen;Walls (may) have ears= de muren hebben ook ooren;The opening waswalled up= werd dichtgemetseld;Wall-creeper= muurkruiper (soort v. specht);Wall-eye= glasoog (ziekte bij paarden); adj.wall-eyed:Because you arewall-eyedyou think we have the same blank outlook= omdat gij blind zijt denkt gij dat dit met ons ook het geval moet zijn;Wall-flower= muurbloem (ookfig.);Wall-fruit= vrucht(en) van leiboomen =Wall-fruit trees;Wall-moss= soort v. korstmos;Wallpaper= behangsel;Wall-pepper= muurpeper;Wall-piece= soort v. haakbus;Wall-plate= onderlaag voor balken op een muur;Wall-sided= met rechtopstaande zijden boven de waterlijn;Wall-spring= rotsbron;Wall-Street= straat waar de effectenbeurs staat (N.-York):He lost his moneyon Wall-Street= met speculeeren;Wall-tree= leiboom;Wallwort= lage vlier.Wallaby,woləbi, soort kangeroe.Wallace,wolis;Wallachia,woleikjə, Wallachije;Wallachian, subst. en adj. (bewoner) van Wallachije:Wallachian sheep.Wallah,wola, koopman, bediende:Competition wallah= iemand, die na een vergelijkend examen bij deIndian Civil Serviceis gekomen.Wallet,wolət, knapzak, geldbuidel, portefeuille, leeren taschje.Wallis,wolis.Walloon,wolûn, subst. Waal, Waalsche taal; adj. Waalsch.Wallop,woləp, koken, borrelen, opborrelen, duchtig ranselen:This is onlya tickling to the walloping you’ll getto-morrow= nog maar kietelen bij het pak slaag dat je morgen krijgt;Walloping= reusachtig.Wallow,wolou, subst. plas;Wallowverb. wentelen, plassen, rollen, woelen:Thewallow of the sea= het rollen;Towallow in pleasure= zwelgen in genot.Walmer,wômə;Walmsley,wômzli.Walnut,wôlnɐt,wolnɐt, walnoot.Walpole,wolpoul.Walrus,wolrɐs, walrus.Walsh,wolš;Walsingham,wolsiŋ’m;Walter,wôltə;Waltham,wolth’m;Walton,wôlt’n.Walt(y),wolt(i), rank (v.schepen).Waltz,wôlts, subst. wals(muziek);Waltzverb. walsen;Waltzer.Walworth,wolwəth.Wamble,womb’l, misselijk zijn:My stomach wambles= het breekt me op.Wampee,wompî, wampiboom (China).Wampum,womp’m, schelpkoralen, schelpgordel door de Roodhuiden als geld of versiering gebruikt.Wan,won, adj. bleek, ziekelijk, flets; subst.Wanness.Wand,wond, roede, tooverstaf, staf:Charming (Magic) wand;Wanded basket= teenen mand;Wandlike.Wander,wondə, zwerven, ronddolen, malen of ijlen, afdwalen (van het onderwerp), op een dwaalspoor brengen:Your wits are wandering= ge hebt er een paar op den loop;You arewandering from the subject= dwaalt van uw onderwerp af;Hewandered in his mind= ijlde;Wanderer= zwerver;Wandering, subst. afdwaling, rondzwerving, ijlen of malen; adj. zwervend, onvast:Theylead a wandering life= een zwervend leven;The Wandering Jew= de Wandelende Jood;Wandering kidney= wandelnier;Wandering tribe= nomadenstam.Wanderoo,wondərû, een gebaarde zwarte aap.Wandsworth,wonzwəth.Wane,wein, subst. afneming, vermindering, verval;Waneverb. afnemen, verminderen:On the wane= aan het afnemen, aan het afsterven;Waning strength= verminderende krachten.Wanghee,waŋhî, bamboes (wandelstok).Wanley,wonli.Want,wont, subst. gebrek, behoefte, gemis, armoede, nood;Wantverb. ontberen, missen, ontbreken, noodig hebben, wenschen, verlangen:Want-of-confidence-vote= motie van wantrouwen;I do itfor (through) want ofbetter employment= uit gebrek aan;They arein want ofeverything= lijden aan alles gebrek;He is greatlyin want(isin great want)of= heeft hoog noodig;Hedied of want= kwam van gebrek om;Shefelt the want of it= gemis er van;Tosupply a much needed want= in eene lang gevoelde behoefte voorzien;Firstsupply the wants of the poor,and then give way to luxury= voorzie eerst in de behoeften der armen;Want one= op één na;What do you want?= wat moet je?I want mamma= ik zoek naar ma’tje;I want you to go there= ik wensch dat gij daarheen gaat;You are wanted= men[631]zoekt je;Thepiano wants tuning= moet gestemd worden;Iwant for nothingthat money can procure= ik heb alles wat voor geld is te krijgen;It wants ten minutes to (of) five= het is 5 min. vóór vijf;Want to know!= Och, kom! (Amer.);Volunteerswere not wanting= er was geen gebrek aan;Three more are wanting= er mankeeren nog drie;Nothing is wanting tomy happiness= er ontbreekt niets aan mijn geluk;I shall not be wantingto send you word= zal u zeer zeker zenden;Hewas never found wanting= mankeerde nooit, liet iemand nooit in den steek.Wanton,wont’n, subst. lichtmis, boeleerder, boeleerster, malloot; adj. losbandig, wulpsch, dartel, speelsch, brooddronken, lichtzinnig, moedwillig, fladderend;Wantonverb. dartelen, stoeien, mallen:In wanton sport= in overmoed; subst.Wantonness.Wapentake,wop’nteik,wap’nteik,weip’nteik, district (inYorkshire).Wapiti,wapiti,wopiti, N.-Am. hert of eland.Wapping,wopiŋ.War,wö, subst. oorlog, strijd, vijandschap, vijandelijkheid;Warverb. beoorlogen, strijdvoeren:A war was carried onbetween these powers= er werd oorlog gevoerd tusschen;Todeclare war against= den oorlog verklaren aan;We areengaged in a war= in een oorlog gewikkeld;To make war on= oorlog voeren tegen;Tobe at war= in oorlog zijn;He wasat war withhis own hands and feet= wist geen weg met;The spirit isat war withthe flesh= voert strijd tegen;Togo to war with= oorlog aangaan met;It was war to the knife (to the death)between them= het was een strijd op leven en dood;Holy war= heilige oorlog, kruistocht;War of independence;A council of war(war-council)was held= krijgsraad werd gehouden;Severalmen-of-war= onderscheidene oorlogschepen;Manyprisoners of warwere made= krijgsgevangenen;Warring against his better self= strijd voerende tegen zijn beter ik;War-chest= krijgskas;War-council= krijgsraad;War-cry= oorlogskreet, oorlogsleuze;War-dance= oorlogsdans;War Department= Ministerie van Oorlog (Amer.);War-drum= krijgstrom;Warfare, subst. strijd, (wijze van) oorlog (voeren), vijandelijkheden;Warfareverb. oorlog voeren, kampen, strijden;Warfarer= krijgsman;War-horse= strijdros;War-insurance= assurantie tegen krijgsgevaar;War Office= Ministerie van Oorlog;War-paint= oorlogsverf (Indianen); gala, groot tenue;War-path= oorlogspad:We areon the war-path= op expeditie;War-ship= oorlogsschip;War-song= krijgslied;War-steed= krijgsros, strijdhengst;War-torch= oorlogstoorts;War-wasted= verwoest;War-whoop= oorlogskreet, krijgsgeschreeuw;War-worn= in den dienst versleten;Warlike= krijgshaftig, strijdbaar, oorlogs …:Warlike paraphernalia(parəfəneiljə) = oorlogstoebereidselen.Warble,wöb’l, subst. gekweel, lied; gezwel op den rug van een paard;Warbleverb. kweelen, zingen, trillers slaan;Warbler= kweeler, zangvogel.Ward,wöd, subst. bewaking, wacht, verdediging, bescherming, afweer, het pareeren, hechtenis, kerker, voogdijschap, minderjarigheid, pupil, wijk, stedelijk (kies)district, afdeeling of zaal in een hospitaal, werk (van een slot), buitenplein;Wardverb. bewaken, verdedigen, beschermen, terugdrijven, afweren:Tobe held in ward= in verzekerde bewaring gehouden;Tokeep watch and ward= streng de wacht houden;Toput in ward= gevangen zetten;The thrust waswarded offby me= gepareerd;Ward-mote= vergadering van het bestuur v. eenward;Ward-penny= bewakingsgeld, waakgeld;Wardrobe= kleerkast, garderobe:Wardrobe keeper=Wardrober= bediende bij dewardrobe;Ward-room= officierskajuit aan boord van een oorlogsschip;Wardship= voogdijschap, minderjarigheid;Warden= bewaker, bewaarder, custos, rector van sommigecolleges; vrederechter (Amer.); soort peer:Lord Warden of the Cinqueports= ambtenaar oorspronkelijk belast met de (kust)verdediging derCinque-ports; thans bezoldigd eereambt, onvereenigbaar met het lidmaatschap van het Parlement;Warden-pie= perenpastei;Wardenship= bewaarderschap;Warder= bewaker, wacht; commandostaf:Wardens of the Tower= ambtenaren ter bewaking v. staatsgevangenen in denTower.Ware,wêə, waren, goederen; soort zeewier;Ware=Aware, Beware:Ware oars!= pas op de riemen! (bij het passeeren van een andere boot);Ware wire,Sir!=pas op het prikkeldraad (jachtterm);China ware= porselein;Earthenware= aardewerk;Hardware= ijzerwaren;Warehouse= pakhuis, magazijn, entrepôt =Bonded warehouse;Warehouse-keeper=Warehouse-man= pakhuishouder, pakhuismeester;Warehouse-warrant= cedel;Warehousing= het opslaan van goederen in pakhuis of entrepôt;Ware-housing-system= het entrepôt-stelsel;Ware-room= pakkamer, uitstalkamer.Warham,wor’m.Wariness,wêrinəs, subst. v.Wary.Warlock,wölok, toovenaar, geestenbezweerder;Warlockry= toovenarij.Warm,wöm, adj. warm, heet, vurig, ijverig, enthusiast, hartstochtelijk, intiem, versch, hartelijk, gegoed, rijk; ooksubst.;Warmverb. verwarmen, afranselen, warm worden, zich opwinden:Warm contest= heete strijd;Warm colour;Togive one’s hands a warm= z’n handen warmen;Have a warm= warm je eens goed;He is warm= zit er warmpjes in;You aregetting warm= je brandt je (bij het blindemanspel);This place is too warm for me= ik ben hier niet op mijn gemak;They made the town warm for him= hij kreeg het te benauwd;Tosit pretty warm= er warm inzitten;Hewarmed to his subject= zijn onderwerp sleepte hem mede;Warmed upremains of the evening meal;Warm-blooded= warmbloedig;Warm-hearted= hartelijk, oprecht;Warmer=[632]wie of wat verwarmt;Warming, subst. pak slaag; adj. verwarmend:Warming-pan= beddepan, iemand die eene betrekking vervult om deze open te houden tot de bedoelde persoon ze vervullen kan; groot ouderwetsch horloge;Warmth= warmte, vuur, gloed, hartelijkheid.Warn,wön,waarschuwen, aanzeggen, oproepen:Iwarn you againstsuch a behaviour= waarschuw u voor;Hewarnedusofthe coming of the general= kondigde aan;They werewarned offthe hunt, being unfit to ride= nun werd aangezegd, niet mee te gaan op jacht;The infirm and aged arewarned off= worden hier niet toegelaten (worden gewaarschuwd weg te blijven);Warner;Warning= waarschuwing, aankondiging, dienstopzegging:My mistresshas given me warning= heeft mij den dienst opgezegd;Igave you proper warning of it= heb u behoorlijk er voor gewaarschuwd;Take warningof his example= spiegel u aan;Warning notice-boards= waarschuwingsborden.Warp,wöp, subst. schering (Warpand woof), kromming, boegseerlijn, werptros; slib;Warpverb. kromtrekken, krimpen, verdraaien, een verkeerde richting geven, scheren, kunstmatig besproeien of inundeeren, boegseeren, verhalen, bevloeien;Warped= krom, verdraaid, vertrokken:Awarped,unframed photo stood on his desk= een kromgetrokken;His conclusions are occasionallywarped by sympathy= zijne voorliefde maakt dat zijne conclusies wel eens wat verdraaid zijn;Warper= werkman, die de schering aanzet;Warping:Warping-bank= dam om het water op een stuk land te houden;Warping-machine,Warping-mill= handmolen tot het maken der schering.Warrant,worn’t, subst. volmacht, machtiging, proces-verbaal, bevel tot inhechtenisneming, borgstelling, garantie, cedel, aanstelling door den korpskommandant;Warrantverb. waarborgen, garandeeren, machtigen, toestaan, bekrachtigen, verzekeren, instaan voor, betuigen, verdedigen:Warrant to appear= dagvaarding;Thedeath-warrantwas signed by the king= doodvonnis;Asearch-warrant= bevel tot huiszoeking, opsporing, enz.;Warrant of apprehension, arrest= bevel tot aanhouding of arrestatie;Warrant of attorney= procuratie of notarieele volmacht;Warrant of caption= steekbrief;Warrant of distress= bevel tot beslaglegging;Warrants were issued= bevelschriften werden uitgevaardigd;Without a warrant= ongemotiveerd;Warrant officer=officiermet rang tusschen luitenant en sergeant, dek-officier (te vergelijken met onze onder-luitenants en adjudant-onderofficieren) bij warrant aangesteld;I warrant youthat he is a clever fellow= verzeker u, sta er voor in;Iwarrant it good= sta er voor in, dat het goed is;Warrantable= verdedigbaar, wettig (=Warrantby law), oud genoeg voor de jacht er op (v. herten);Warrantee,wor’ntî, die gewaarborgd wordt;Warranter= volmachtgever, waarborger =Warrantor,wor’ntə,wor’ntö;Warranty, subst. belofte, waarborg.Warren,wor’n, konijnenpark, fazantenpark, vischweer, krot;Warrener= opzichter.Warrior,worjə, krijgsman.Warsaw,wösô.Wart,wöt, wrat:Wart-hog= soort vanAmer.wild zwijn;Wart-wort= kroontjeskruid;Wartless= zonder wratten;Warty= vol wratten, wratachtig.Warwick,worik;Warwickshire,worikšə.Wary,wêri, omzichtig, behoedzaam.Was,woz, imperf. (enkelv.) van to be.Wase,weiz,weis, kussen door sjouwers op het hoofd gedragen.Wash,woš, subst. wassching, de wasch, slappe thee, spoeling, kabbeling, golfslag, kielwater, aanslibbing, moeras, watertje voor de toilettafel, dunne metaallaag, vernisje, dun verflaagje, schijnkoop;Washverb. wasschen, afwasschen, afspoelen, bespoelen, uitwisschen, met eene dunne verflaag bedekken, met een metaallaagje bedekken, reinigen (van erts):Thewash and turmoil of the water= het klotsen en de beroering;I’lldo the wash= ga de wasch aan kant maken;Togive one’s face a wash= zich het gezicht wasschen;We must have a wash= ons eens wasschen;I havesent them to the wash= heb ze in de wasch gedaan;This soap won’t wash clothes= met deze zeep kunnen geen kleeren gewasschen worden;It don’t wash= kan niet gewasschen;That won’t wash= dat gaat niet (op);Towash dishes= borden wasschen;Towash one’s hands of= zijne handen in onschuld wasschen; zijne handen aftrekken van;All their sins werewashed away= zij werden van al hunne zonden gereinigd;Those spots cannot bewashed out= gaan er in de wasch niet uit;Awashed outcreature= bleek;Towash outan affront;Shewashed upthe tea-things= waschte af;Copperwashed withsilver= verzilverd koper;Wash-ball= zeepbal;Wash-board= waschplank, zetboord (op boot of sloep);Wash-gilding= nat vergulden;Wash-hand-basin= waschkom;Wash-hand-stand (Wash-stand)= waschtafel;Wash-house= waschhuis;Wash-leather= zeemleer;Wash-pot= waschkom, waschbak;Wash-tub= waschtobbe;Washable= goed blijvend in de wasch;Washer= waschvrouw, waschmachine, ringplaat (onder de moerschroef);Wash-man= waschbaas, waschman, bleeker;Wash-woman= waschvrouw;Washiness, subst. v.Washy;Washing:Washing-day;Washing-dress,Washing-fabrics= japon, stoffen, die tegen de wasch kunnen;Washing-glove;Washing-machine= waschmachine;Washing-powder= waschpoeder.Washington,wošiŋt’n, Washington;Washingtonian,wošiŋtounj’n, subst. inwoner v. W.; afschaffer; adj. afschaffers …; v. Washington:The Washingtonian movement=Washingtonianism= afschaffersbeweging, hunne beginselen.Washy,woši, waterig, zwak, dun, krachteloos:Washy-looking wine= dunne, krachtelooze wijn.Wasp,wosp, wesp:He has his head full of wasps= hij heeft allerlei kuren;Wasp-waisted= met wespentaille;Waspish= met eene wespentaille, prikkelbaar, giftig;[633]Waspish-headed= prikkelbaar, opvliegend; subst.Waspishness.Wassail,wosil,wasil, subst. drinkgelag; gekruid bier met wijn met Kerstmis of Nieuwjaar en opgediend in denWassail-bowl;Wassailverb. drinken (op het welzijn van);Wassail-cup= beker waaruitwassailwerd gedronken;Wassailer= drinkebroer;Wassailers= lieden, die met Kerstmis zingend rondgaan.Waste,weist, verwoesting, vernieling, afneming, achteruitgang, verspilling, verlies, woestenij, wildernis, onbebouwde grond, gruis, afval, onheil, vlak; adj. woest, onbruikbaar, overvloedig, waardeloos, onnut;Wasteverb. verwoesten, vernielen, verminderen, afnemen, verspillen, weggooien, uitteren, verteren, kwijnen, laten vervallen:In mere waste= onnut;Tolay waste= verwoesten;Your candleis running to waste= loopt af;Tolet a garden run to waste= laten verwilderen;Towaste (away)one’s money, time= verkwisten;His illness hadwasted him to skin and bones= had hem geheel uitgeteerd;Waste not want not= die wat spaart, die wat heeft;The ticket would be wasteed= zou ongebruikt blijven liggen;Waste-basket= papiermand =Waste-paper-basket= prullenmand;Waste-book= memoriaal;Waste-gate= afvoersluis;Waste-paper= scheurpapier;Waste-pipe= afvoerbuis;Waste-sheet= vel misdruk;Waste-water= condensatiewater;Waste-weir= afvoerweer;Waster= doorbrenger, dief aan de kaars, elger;Wastrel= afval, woestenij; verwaarloosd kind, kind zonder thuis of onderkomen, doorbrenger.Wat,wot, fam. voorWalter.Watch,wotš, subst. wacht, waakzaamheid, het waken, oplettendheid, schildwacht, wachtpost, horloge, uurwerk;Watchverb. waken, bewaken, gadeslaan, de wacht houden, acht geven:Alarum watch= wekker;Keyless watch= remontoir;Repeating watch= repetitie-horloge;Stem-winding watch= remontoir;I amon the watch= sta op den uitkijk, lig op de loer;Tokeep good watch= goed oppassen, waken;The watch was relieved= de wacht werd afgelost;My watch has run down= mijn horloge is afgeloopen;I set a watchover them= ik liet hen bewaken;Heset his watch tothe city-clock= regelde zijn horloge naar;Many eminent lawyers werewatching the case= woonden het proces bij;Iwatched the thunderstormfrom this elevated position= ik sloeg het onweer gade;Hewatched overmy childhood= hij waakte over mijne kindsheid;Hewatched throughthe long night= waakte den ganschen nacht;Towatch home= nakijken tot iemand thuis is;Watch-box= schilderhuis, wachthuisje, horlogekast =Watch-case= horlogekast;Watch-chain= horlogeketting;Watch-dog= waakhond;Watch-fire= wachtvuur;Watch-glass= horlogeglas;Watch-guard= horlogeketting of -lintje;Watch-hand= horlogewijzer;Watch-house= wachthuis;Watch-key= horlogesleutel;Watch-light= nachtlicht;Watch-maker= horlogemaker;Watchman= nachtwaker, nachtwacht, baanwachter;Watchman’s rattle= ratel van een nachtwacht:Tospring a watchman’s rattle= een ratel slaan;Watch-night= laatste nacht van het jaar:I attendeda watch-night servicein the Wesleyan chapel= woonde den kerkdienst van het oude jaar in het nieuwe bij;Watch-stand= horlogestander;Watch-tower= wachttoren;Watchword= wachtwoord, leus, motto;Watcher= waker, wacht, waarnemer, bespieder;Watchful= waakzaam:I have always beenwatchful ofyour interests= altijd nauwlettend behartigd; subst.Watchfulness.Water,wôtə, subst. water, watervlak(= Piece of water), bronwater, regen, urine, zee, rivier, glans van diamant of parel, effecten uitgegeven zonder gewaarborgden interest;Waterverb. besproeien, bespoelen, nat maken, van water voorzien, drenken, water innemen, verwateren, roten, moireeren, watertanden:A great deal of water had flowed under the bridge (Much water had flowed from the rivers to the sea)since that time= er was heel wat water door den Rijn gestroomd;Diamondsof the first water= van het zuiverste water;Gentlemenof the first water= hoogsten rang;He is a prigof the first water= een verschrikkelijke kwibus;Bilge water= water onder in een schip, dat niet uitgepompt kan worden;Low water= laag water:To beatat low water= in geldverlegenheid zijn;Slack water= dood tij;Hehas water on the brain= hersenvliesontsteking;That willnot hold water= dat is lek;Your reasoning won’thold water= uwe redeneering houdt geen steek;Tomake water= lekken, wateren, urineeren;Our shipmade foul water= raakte met de kiel den bodem;Totake the waters= de baden gebruiken;Hethrew cold waterover my enthusiasm= gooide een emmer koud water over;Totread water= watertreden;This kept my headabove water= deed mij in ’t leven blijven, redde mij;You must put on plenty of pace whenriding atwater= als je over een sloot moet springenTogo by water= over zee gaan;Toconvey by water= per scheepsgelegenheid vervoeren;For all waters= van alle markten thuis;We werein deep water(s)= in een moeilijke positie;You havegot into hot water= gij zit er leelijk in;Champagneflowed like water;Tospend money like water;My mouth waters= het water loopt me om de tanden;The flowers were waterd= werden begoten;Towater horses= water geven;It made my mouth water= het deed me watertanden;Toset a person’s mouth watering= doen watertanden;After wateringwe sailed away= nadat wij versch water ingenomen hadden;Water-back= warmwaterbak of reservoir in een fornuis;Water-bailiff= soort kommies, vroeger opzichter der visscherij:Water-bath= waterbad;Water-bearer= Waterman (Dierenriem);Water-bed= waterbed;Water-bottle= karaf;Water-buck= waterbok (Z.-Afr.);Water-bug= watertor;Water-butt= water- of regenton;Water-carriage= vervoer te water;Water-cart= sproeiwagen;Water-closet= closet, W.C.;Water-cock= waterkraan; waterhoen;Water-colour[634]= waterverf, schilderij in waterverf =Painting in water-colours;Water-colourist= waterverfschilder;Watercourse= stroompje, stroom, waterloop;Water-craft= schepen, booten, enz.;Water-crane= waterpomp (voor een locomotief);Water-cress= waterkers;Water-crowfoot= water-boterbloem;Water-cure= waterkuur:Water-cure establishment;Water-deck= waterdicht dek voor een huzarenpaard;Water-dog= waterhond;Water-drain= draineerbuis;Water-drainage= draineering;Water-dray= soort zolderschuit;Water-dressing= koudwatercompres;Water-drop= droppel water, traan;Water-engine= schepmolen;Waterfall= waterval;Water-flag= gele lisch;Water-flea= watervloo;Water-flood= overstrooming;Water-fly= oevervlieg;Water-fowl= watervogel;Water-furrow, subst. voor of greppel om water af te voeren;Water-furrowverb. draineeren door greppels;Water-gall= gat in den grond door hevigen regen; bijregenboog;Water-gas= watergas;Water-gate= sluis, vloeddeur, waterpoort;Water-gauge= peilglas;Water-gilder= iemand die de kunst verstaat vanWater-gilding= watervergulding;Water-gruel= watergruwel;Water-gruelish, flauw, smakeloos;Water-hen= waterhoen (-hennetje);Water-kelpie= watergeest;Water-level= waterstand, waterpas-instrument;Water-level-line= waterpeil;Water-lily= waterlelie, plomp;Water-line= waterlijn (diepgang van een schip);Water-logged= vol water geloopen door een lek en daardoor ten prooi aan golven en stroom;Water-lot= onder water staand bouwterrein (Amer.);Water-man= schuiten voerder, jolleman, waterman (die de huurpaarden op hun standplaats van water voorziet); blauw zijden halsdoek;Water-mark= watermerk, waterhoogte, waterpeil;Water-meadow= weide die door irrigatie besproeid kan worden;Water-melon= watermeloen;Water-meter= watermeter;Water-mill= watermolen;Water-nymph= najade;Water-omnibus= trekschuit;Water-ordeal= waterproef;Water-parsnip= breedbladige watereppe;Water-pitcher= waterkan;Water-plant= waterplant;Water-poise= hydrometer, waterpas;Water-pot= waterpot, waterkan;Water-power= waterkracht;Water-pox= waterpokken;Waterproof, subst. voor water ondoordringbare stof of jas; adj. tegen water bestand;Waterproofverb. ondoordringbaar maken voor water;Water-ram= hydraulische ram;Water-rat= waterrat;Water-rate= waterbelasting;Water-ret=Water-rot;Water-rocket= waterrot (vuurwerk);Water-rot= roten;Water-scape= rivier- of zeegezicht (schilderij);Watershed= waterscheiding;Waterside= waterkant;Water-snake= waterslang;Watersouchy. ZieZoutch;Water-spaniel= waterhond;Water-spout= waterpijp, spuwertje, waterstraal, waterhoos;Water-supply= wateraanvoer;Water-tank= reservoir;Water-tap= waterkraan;Water-tight= waterdicht;Water-vole= waterrat;Water-wagtail= gele kwikstaart;Waterway= waterloop, waterweg, vaarwater;Water-weed= waterpest;Water-wheel= scheprad;Water-works= de waterleiding (ook met fonteinen, etc.);Water-worn= door het water gerond of afgesleten;Waterage,wôtəridž, loon voor vervoer te water;Watered= gewaterd, moiré:Awatered-down belief= verwaterd;Watering:Watering-can= gieter;Watering-call= hoornsignaal om de paarden te drenken;Watering-cart= sproeiwagen;Watering-place= wed, plaats om water in te nemen, badplaats;Watering-pot= gieter;Watering-trough= drinkbak (voor paarden);Waterish= waterig, vochtig, verwaterd; subst.Waterishness;Waterless= droog, zonder water. ZieWatery.Waterloo,wôtelû.Watery,wotəri, waterachtig, waterig, smakeloos, flauw:Watery eye= vochtig oog;Watery kingdom= de zee.Watson,wots’n;Watt(s),wot(s).Wattle,wot’l, subst. horde van twijg of teen, deklat, takje, teenen twijgje, lel van haan of kalkoen, baarddraad van visschen, soort v. acacia (Australië);Wattleverb. met teenen twijgjes binden of vlechten, met eene horde omringen;Wattle-bark= bast der Austral. acacia;Wattle-bird= soort bijenwolf;Wattle-work= werk van gevlochten teen;Wattled;Wattling and daubing= het bouwen van hutten van gevlochten twijgen en leem.Waugh,wô.Waul,wôl, krollen, janken, gillen.Wave,weiv, subst. golf, baar, golvende lijn op stoffen, moiré-zijde, enz., golving, sein (door wuiven);Waveverb. golven, wapperen, wenken, wuiven, wateren, moireeren:The ship wastossed on (by) the waves= op (door) de golven geslingerd;Hewaved his handand motioned me to a chair= hij wuifde met zijne hand;Wave-length= afstand tusschen twee golven;Wave-motion= golvende beweging;Wave-offering= beweegoffer (Levit. VIII, 27);Wave-shell= golving (bij aardbevingen);Wave-worn= door de golven afgesleten of gerond;Waved= gegolfd, gewaterd;Waveless= kalm, rustig, onbewogen, zonder golfslag;Wavelet= golfje, rimpel;Wavelike= golvend.Waver,weivə, weifelen, aarzelen, waggelen, flikkeren:Iwaver in my conviction= mijne overtuiging raakt aan het wankelen;Waverer= weifelaar, besluitelooze;Waverous, Wavery= weifelend.Waverley,weivəli.Waveson,weivs’n, wrakhout, strandgoed.Waviness,weivinəs, subst. v.Wavy= golvend, op en neer gaand, gegolfd.Wax,waks, was, lak; woede; wasachtige afscheiding, oorsmeer, pik;Waxverb. met was bestrijken, wrijven, lakken; wassen, toenemen, grooter worden:As close (tight) as wax= zoo dicht als een pot;He sticks to me like wax= hij hangt aan me als een klit;There is a man of wax= jij bent een beste kerel;A stick ofsealing-wax= pijp lak;His eyes arewaxing dim= worden dof;Wax-candle= waskaars;Wax-chandler= waskaarsenmaker;Wax-cloth= wasdoek;Wax-doll= wassen pop;Wax(ed)-end= met was bestreken naai- en schoenmakersgaren, pikdraad;Wax-flower= kunstbloem (van was);Wax-light= waskaars;Wax-light coil= ineengedraaide waslont (om lichten aan te steken);Wax-match=[635]waslucifer;Wax-model(l)ing= het maken van figuren of beelden (in was);Wax-taper= waskaars;Wax-tree= pruikenboom;Wax-vesta= waslucifer;Wax-wick= waspit;Waxwork= wassenbeelden, anatomische preparaten v. was:Madame Tussaud’s Waxworks(familiaar:Waxers) = Mevr. T.’s wassenbeeldengalerij;Thewaxwork room= wassenbeeldenzaal;Waxworker= die in was werkt, bij;Waxed= gewast;Waxen= van was, wasachtig, week als was;Waxiness, subst. v.Waxy= als was, met was, wasachtig, toornig, meegaand; stijf.Way,wei, subst. weg, voortgang, reis, levensloop, afstand, plan, manier, wijze, opzicht, kijk, spoed of beweegkracht, gebruik, gewoonte, aanloop, middel, vak:He has a way with him= hij heeft zoo iets over zich;Where there is a will there is a way= willen is kunnen;That’s the way= zóó moet het, zoo gaat ie goed;It’s that way, is it?= ah! zit de vork zóó in den steel;That’s the way ofwives= zoo doen onze vrouwtjes;It is the other way about (round)= het is juist andersom, omgekeerd;Way in, way out= ingang, uitgang (opschrift op een bordje of plank);He told me soby the way= in ’t voorbijgaan, tusschen haakjes;I send you my photoby way ofapology= bij wijze van excuus;That isby way oflearning a trade= het is met het doel om;We went thereby way ofCologne= via Keulen;It isnotthe first timeby a long way= op lange na de eerste maal niet;For once in a way= bij uitzondering, voor een enkelen keer;You arevery much in my way= ge hindert me erg, staat me leelijk in den weg;Take the old homein your wayfor a wedding-trip= maak uwe huwelijksreis zóó, dat ge ’t oude huis kunt bezoeken;In a general way= over ’t algemeen;The picture is,in a way,finished= in zekeren zin;Have you nothing for mein the wayof a parcel? = geen enkel pakje;That is ratherout of the wayhere= dat komt hier niet te pas, hoort hier niet;Will youget out of the way? = wil je maken, dat je weg komt;Anout-of-the-way place= afgelegen plaats;I shall be glad toput myself out of the wayon your account= mij om uwentwil wat last te getroosten;Such work isout of my way= ligt niet op mijn weg;He was put (got)out of the way= uit den weg geruimd;Keepout of harm’s way= zorg dat u niets kwaads overkomt;He wentout of his wayto inform me of it= gaf zich heel veel moeite;I won’t goout of my wayto benefit you= wil geen moeite doen te uwen behoeve;He livesover the way= hier tegenover;The ship gotunder way (weigh)= ging anker op;We have enjoyed thisright of wayfor ever so long= het recht om over dit pad te gaan;Ways and means= bronnen van inkomsten:Thecommittee of ways and meanshas granted the supply= de financieele commissie heeft het crediet toegestaan;Any wayhe didn’t know what to answer= in elk geval;He isin a bad way= er slecht aan toe;He hasgot into bad ways (fallen in evil ways)= op ’t verkeerde pad geraakt;You are wrongevery way= in alle opzichten;She isin the family way= ze moet bevallen;The village lieshalf way betweenthe towns= halverwege tusschen;Hewent London way= den weg naar Londen op;Hebegged his way backto his native village= ging al bedelende;Clear the way, there!= maak ruim baan;Come this way,sir= kom eens hier, baas(je);Come your way(s)= allo! ga mee;Heelbowed his way throughthe crowd= baande zich een weg door;Hegot his own way= kreeg zijn zin;Hewent his way(s)= ging heen, vertrok;He hasgone the way of all flesh (of all the earth)= hij is gestorven;His influencegoes a long way withthe minister= hij heeft veel invloed bij;He will alwayshave his (own) way= zijn zin hebben;Will youlead the way? = vooropgaan;I hadlost my way= ik was verdwaald;He is sure tomake his wayin the world= zal zijn weg wel vinden;At your age you mustmake (a) way foranother= moet ge plaats maken, wijken;Wemade the best of our way home= maakten dat we zoo gauw mogelijk thuis kwamen;You musttake your own way= gij moet zelf weten wat ge doet;Hetook his wayto Antwerp= vertrok naar; interj. (=Away) weg:Way back!= terug;Go (your) way= ga weg!Oh, do way John= Och toe, Jan, houd stil!(Launching) ways= stapelblokken (Scheepst.);Way-bill= geleibrief, factuur, soort van vrachtbrief; lijst van de passagiers (in een diligence) of der goederen (in een vrachtwagen):Express, ordinary,parcelway-bill= lijst van de ijl-, vracht-, bestelgoederen;Way-board= leemader;Way-bread= groote weegbree;Wayfarer= reiziger;Wayfaring= het reizen;Wayfaring-tree= wollige sneeuwbal;Waygoing= vertrekkend, reis—:Waygoing crop= oogst van het land die aan den opvolgenden pachter behoort;Way(z)goose= jaarlijksche maaltijd aan de knechts eener drukkerij in Engel.;Waylay,weilei,weilei, belagen, opwachten (om te bestelen, etc.);Waylayer= belager;Way-leave= recht van overweg of vergoeding voor ’t gebruik;Way-maker= baanbreker, voorlooper;Way-mark= wegwijzer;Way-passenger= onderweg opgenomen passagier (Amer.);Wayside, subst. weg, kant van den weg:Tales of awayside inn= verhalen in eene herberg aan den weg;Way-station= tusschenstation (Amer.);Way-warden= wegopzichter;Waysore=Way-worn= moe van het reizen.Wayward= dwars, grillig, eigenzinnig; subst.Waywardness.Waywode,weiwoud, gouverneur v. stad of provincie (Rusland);Waywode-ship.We,wî, wij:It is we= wij zijn het.Weak,wîk, zwak, uitgeput, ziekelijk, niet sterk, broos, onvoldoende, gebrekkig:This coffee isas weak as ditch-water= zoo slap als spoelwater;He isas weak as waterin his wife’s hands= als was in de handen[636]van zijne vrouw;That ishis weak sideand it is there you must take him= dat is zijne zwakke zijde;Theweak spotin the scheme= het zwakke punt;In the struggle for lifethe weakest go to the wall= bezwijken de zwaksten;Weak verbs= zwakke werkwoorden;Weak-eyed= met zwakke oogen;Weak-headed= met gering verstand;Weak-hearted= flauwhartig;Weak-kneed= gemakkelijk bezwijkend, niet vastberaden;Weak-made= zwak gebouwd, onsterk;Weak-minded= zwak, besluiteloos;Weak-sighted= met een zwak gezicht;Weak-spirited= lafhartig, beschroomd;Weaken= verzwakken, verslappen, verdunnen;Weakener;Weakling= zwakkeling, bloed, stumperd, ook adj.;Weakly, adj. en adv. zwak, slapjes;Weakness= zwakheid, slapheid:Tohave a weakness for= zwak hebben voor.

W,dɐb’ljû;W.=Wednesday,Weak,Welsh,Western(postal district, London),Winterline(Plimsoll-merk op schepen);Wallach(ian),Walt(er);W(ater)C(loset);W(estern)C(entral postal district);Wed(nesday);Wel(sh);Whf.=Wharf;W(est)I(ndies);W(est)I(ndian);Wisc(onsin);Wk.=Week;W. N. A.=Winter lineNorthAtlantic(Plimsoll-merk);W(est)Long(itude);Wm.=William;W(orshipful)M(aster) = achtbare meester;W(est)N(orth)W(est);Wp.=Worship;Wpful=Worshipful;W(riter to the)S(ignet);W(est)S(outh)W(est);W(ashington)T(erritory);Wt.=Weight.Wabash,wôbaš.Wabble,wob’l, subst. schommeling;Wabbleverb. schommelen, waggelen, weifelen;Wabbler;Wabbly= schommelend, waggelend.Wad,wod, subst. bundel, bos, vulsel, prop watten, enz., geweerprop, pak banknoten, geld;Wadverb. tot eene prop maken, een prop zetten op, opvullen, watteeren:Awadded box= een gewatteerd doosje, bekleede kist;Wad-hook= krasser (om proppen uit een geweer te halen);Wadding= opvulsel, watten, prop:The paper had served aswad for the gun.Waddington,wodiŋt’n.Waddle,wod’l, subst. waggelende, schommelende gang;Waddleverb. waggelen;Waddler.Waddy,wadi,wodi, knots, stok;Waddyverb. met een knots doodslaan.Wade,weid, waden, doorwaden, met moeite gaan door:We werewading up to our knees through the mud= waadden tot onze knieën door den modder;Wader= die waadt, hooge waterlaars, steltlooper =Wading-bird.Wadi,wodi, rivierbedding, die in den zomer droog is.Wadsetter,wodsetə, de crediteur, die bezittingen inWadset(= in pand) heeft, en de inkomsten in afbetaling der schuld geniet (Schotl.).Wae,wei, wee (Schotl.). ZieWoe.Wafer,weifə, subst. ouwel, wafel, oblaat;Waferverb. ouwelen, dichtplakken:Beetle wafer= papier of ouwel om torren te dooden;Holy (Sacramental) wafer= hostie;Wafer-cake= knijpkoekje, ijzerkoekje.Waffle,wof’l, wafel;Waffle-iron= wafelijzer.Waft,wâft, subst. wenk, sein, ademtocht sjouw (scheepst.);Waftverb. voeren of dragen, overbrengen, drijven, seinen:Tohoist the flag with a waft= de vlag in sjouw hijschen;Waftage,wâftidž, vervoer, overbrenging;Wafture= wenken, ademtocht.Wag,wag, subst. het heen en weer schudden;Wagverb. schudden, schommelen, wiebelen, er van door gaan, spijbelen, kwispelstaarten:Heplayed the wagfrom school= spijbelde;Towag the finger= den vinger (dreigend) opsteken;There was much wagging of headsat his insolence= men schudde algemeen het hoofd over;The dogwagged its tail= kwispelstaartte;That willset the tongues wagging= daar zal wat over gepraat worden;Thus the world wags= zoo is ’s werelds beloop;The boywagged from school= spijbelde;ThusI wag through the world= scharrel ik door den tijd;’t Is merry in hall, when beards wag all= onder mannen alleen, gaat het lustig toe;Wagtail= kwikstaartje; lichtekooi.Wag,wag, grappenmaker, spotvogel, snaak;Waggery= snakerij, ondeugende aardigheid:He isfull of waggery= hij zit vol looze streken;Waggish= grappig, ondeugend, schalksch; subst.Waggishness.Wage,weidž, subst. (meestalWages) = loon, huur, soldij; vacatiegelden (Amer.);Wageverb. wagen, wedden, ondernemen, kneden, gelijk staan met:The advance of wage= verhooging;Living wage= het loon dat een menschwaardig bestaan verzekert;The wages of sin is death= de bezoldiging der zonde is de dood (Rom. 6, 23);Wage-earners;Wage-fund= loonfonds;Wage-rate= loon(standaard);Wage-work= loonarbeid;Hewaged war onmankind= voerde strijd tegen.Wager,weidžə, subst. weddingschap; aanbod van een beklaagde om op een bepaalden dag onder eede te zullen verklaren dat hij een bedrag niet schuldig was en elf getuigen mee zal brengen ter bevestiging;Wagerverb. wedden, verwedden:I willlay you a wager= wed met u;What is your wager?= hoe hoog hebt gij gewed;Name[629]your wager= waar wed je om?Wager of battle= beslissing door een tweegevecht;I wager you are wrong.Waggle,wag’l, subst. waggelende gang;Waggleverb. waggelen, heen en weer bewegen, wippen:Towaggle one’s tail= wippen met den staart (v. vogels).Wag(g)on,wag’n, vracht- of goederenwagen:Dinner waggle= dienbak op rollen;He ison the waterwaggle now= afschaffer;Waggle-master= wagenmeester;Waggle-shed= remise;Waggle-vault= tongewelf;Waggleage,waidž, vracht(loon), wagenpark;Waggleer= vrachtrijder;Waggleette,wagənet, wagentje, soort brik;Waggleing= vervoer per wagon.Wahabee,Wahabi,wəhâbî, aanhanger eener Mahomedaansche secte;Wahabeeism= beginselen derWahabees.Waif,weif, onbeheerd goed, strandgoed, weggeloopen vee, door de dieven bij de vervolging weggeworpen goederen, zwerver, vagebond, sjouw (noodvlag):Waifs and strays of society= verlaten kinderen, zwervers.Wail,weil, subst. weeklacht;Wailverb. weeklagen, beweenen.Wain,wein, wagen, vrachtwagen:Arthur’sofCharles’s Wain= Groote Beer;Lesser Wain= Kleine Beer.Wainscot,weinskot, subst. wagenschot; lambriseering;Wainscotverb. met hout beschieten of bekleeden.Waist,weist, middel (v. het lichaam), keursje, kuil (Scheepst.):He tightened his coat togive himself a waist;Waistband= broeksband, roksband;Waist-belt= gordel, koppel;Waistcloth= (Ind.) lendendoek; schans- of dekkleed;Waistcoat,weskət,weistkout, vest, wambuis:Strait Waistcoat= dwangbuis;Waister= kuilgast.Wait,weit, subst. wachttijd, hinderlaag, oponthoud, pauze (Waits= muzikanten, die met Kerstmis en Nieuwjaar serenades plachtten te brengen bij notabelen);Waitverb. wachten, afwachten, wachten op; bedienen, vergezellen:Tolay wait= een hinderlaag leggen;Tolie in wait= op de loer liggen;He may wait a little longer= dan kan hij lang wachten;Dinner waits= het eten is klaar;The paper may waittill to-morrow= kan wachten tot, blijven liggen;Something that will not wait= iets dat niet kan wachten;Towait dinnerfor a person= met het eten wachten op;I willwait your return= wachten op;Am I towait youthere?= moet ik daar wachten, tot gij komt?You havekept me waiting= mij laten wachten;Towait attable= bedienen;I have beenwaiting foryou (for) ever so long= heb ik weet niet hoe lang op u gewacht;Whowaits onyou?= past u op, bedient u;We herewithwait onyou with the abstract of your account= hierbij hebben we de eer, u te zenden;Hewaited (up)onthe mayor= maakte zijne opwachting bij;Wewait onyou, o Lord!= wij wachten op u, o Heer;Who is going towait upfor me= wie zal opblijven tot ik thuis kom;Waiter= kellner, bediende, stommeknecht, presenteerblad;Waiting:Toplay a waiting game= de kat uit den boom kijken;The boats arein waitingon the little pier= liggen klaar aan;The cabsin waiting= de klaar staande;Ladies in waiting= (gehuwde) hofdames;Lords in waiting= kamerheeren;Waiting-gentleman= kamerheer, kamerdienaar;Waiting-maid,Waiting-woman= kamenier;Waiting-room= wachtkamer;Waitress= kellnerin.Waive,weiv, verlaten, afzien van:Iwaive my claims= zie af van mijne rechten;Waiver.Wake,weik, subst. waken of wakker zijn, wijdingsfeest van eene kerk, feest, waken bij een lijk; zog, kielwater, spoor;Wakeverb. wakker zijn, wakker worden, wekken, opzitten, opblijven, opwekken, opvlammen:Wefollowed in the wake ofthe steamer= in het kielwater;Theyfollowed in your wake= zij kwamen onmiddellijk achter u aan;Heleft a wake of victory behind him= behaalde overwinningen waar hij ook kwam;A laughwoke aboutthe corners of his mouth= een lachende trek kwam om zijn mond;Wake-robin= gevlekte aronskelk;Wakeful= wakend, waakzaam; subst.Wakefulness;Waken= wekken, oproepen, aansporen:Wakener= wekker, prikkel;Waker= wekker, waker;Waking:Waking-hours= de uren dat men niet slaapt.Wakley,wakli;Walcott,wolkət;Waldenses,woldensîz, Waldensers; adj.Waldensian.Wale,weil, zelfkant; berghout (scheepst.). ZieWeal= striem.Wales,weilz;Walhalla,walhalə,wolhalə.Walk,wôk, subst. wandeling, gang, pas, wandelplaats, laan, weg, baan, kring, tak, branche;Walkverb. gaan, loopen, wandelen, betreden, slaapwandelen, spoken, doen wandelen of loopen:Amilkman’s walk= ronde, klanten;Humble walk of life= nederige stand, beroep;In all walks of life= levenssferen;In this walkhe is without a competitor= in deze afdeeling (vak);Togo for(Totake)a walk= uit wandelen gaan;Carriageshave to walk here= moeten stapvoets rijden;Does your friend walk?= is uw vriend een slaapwandelaar (=Does hewalk in his sleep?);Towalk the chalk= langs een krijtlijntje loopen om te toonen, dat men niet dronken is;Towalk the hospitals (wards)= kliniek loopen;Will youwalk the little three-year-old? = den kleine van drie jaar bij het handje nemen;Towalk a minuet= een menuet dansen;The pirates made their victimswalk the plank= spoelden .… de voeten (fig.);He had towalk the plank= ontslag nemen;The watchman had justwalked his round= de ronde gedaan;Theywalked the streets= liepen ’s avonds langs de straten, leidden een zedeloos leven;Theywalked intothe eatables= spraken geducht aan;Towalk off= (hoofdpijn) door wandelen verdrijven;Towalk one’s legs off= zich te schande loopen;Hewalked overus= deed ons zijne macht gevoelen;Towalk over (the course)= geen partij hebben, een gemakkelijke overwinning (=Awalk-over) hebben;The Tories were allowed towalk over= de conservatieven wonnen den zetel (terwijl de liberalen geen candidaat stelden);Somebody[630]is walking over my grave= er loopt een hondje over mijn graf;Hewalked up tome= kwam naar mij toe;Walker, subst. wandelaar, lanterfanter:Hookey walker= Loop! “Mot je mijn hebben?”Walking:Walking-gentleman= figurant;Walking-lady= figurante;At a walking-pace;Walking-stick= wandelstok;Walking-ticket= ontslag(briefje) (=Walking-papers,Amer.);Walkist= wandelaar van beroep.Wall,wôl, muur, wand, wal, verdediging;Wallverb. ommuren, versterken, als een muur oprijzen(up):Todrive (push, thrust) to the wall= in ’t nauw drijven, verpletteren;Give him the wall= laat hem aan den hoogen kant loopen (tusschen den muur en u zelf);Togo to the wall= het onderspit delven, geruïneerd zijn;What with her painting, what with her music the household affairswent a little to the wall= leed de huishouding er eenigszins onder;His healthwent to the wall= nam af;He was weak andwent to the wall= en bezweek, stierf;Every onewent to the wallto make room for him= ging op zij;Tohave one’s back to the wall= vastberaden weerstand bieden;I havetaken the wall of him= ik heb het van hem gewonnen;The enemieswere within the walls= binnen de muren der vesting;He is a fool and ever shall (be), that writes his name upon a wall= gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen;Walls (may) have ears= de muren hebben ook ooren;The opening waswalled up= werd dichtgemetseld;Wall-creeper= muurkruiper (soort v. specht);Wall-eye= glasoog (ziekte bij paarden); adj.wall-eyed:Because you arewall-eyedyou think we have the same blank outlook= omdat gij blind zijt denkt gij dat dit met ons ook het geval moet zijn;Wall-flower= muurbloem (ookfig.);Wall-fruit= vrucht(en) van leiboomen =Wall-fruit trees;Wall-moss= soort v. korstmos;Wallpaper= behangsel;Wall-pepper= muurpeper;Wall-piece= soort v. haakbus;Wall-plate= onderlaag voor balken op een muur;Wall-sided= met rechtopstaande zijden boven de waterlijn;Wall-spring= rotsbron;Wall-Street= straat waar de effectenbeurs staat (N.-York):He lost his moneyon Wall-Street= met speculeeren;Wall-tree= leiboom;Wallwort= lage vlier.Wallaby,woləbi, soort kangeroe.Wallace,wolis;Wallachia,woleikjə, Wallachije;Wallachian, subst. en adj. (bewoner) van Wallachije:Wallachian sheep.Wallah,wola, koopman, bediende:Competition wallah= iemand, die na een vergelijkend examen bij deIndian Civil Serviceis gekomen.Wallet,wolət, knapzak, geldbuidel, portefeuille, leeren taschje.Wallis,wolis.Walloon,wolûn, subst. Waal, Waalsche taal; adj. Waalsch.Wallop,woləp, koken, borrelen, opborrelen, duchtig ranselen:This is onlya tickling to the walloping you’ll getto-morrow= nog maar kietelen bij het pak slaag dat je morgen krijgt;Walloping= reusachtig.Wallow,wolou, subst. plas;Wallowverb. wentelen, plassen, rollen, woelen:Thewallow of the sea= het rollen;Towallow in pleasure= zwelgen in genot.Walmer,wômə;Walmsley,wômzli.Walnut,wôlnɐt,wolnɐt, walnoot.Walpole,wolpoul.Walrus,wolrɐs, walrus.Walsh,wolš;Walsingham,wolsiŋ’m;Walter,wôltə;Waltham,wolth’m;Walton,wôlt’n.Walt(y),wolt(i), rank (v.schepen).Waltz,wôlts, subst. wals(muziek);Waltzverb. walsen;Waltzer.Walworth,wolwəth.Wamble,womb’l, misselijk zijn:My stomach wambles= het breekt me op.Wampee,wompî, wampiboom (China).Wampum,womp’m, schelpkoralen, schelpgordel door de Roodhuiden als geld of versiering gebruikt.Wan,won, adj. bleek, ziekelijk, flets; subst.Wanness.Wand,wond, roede, tooverstaf, staf:Charming (Magic) wand;Wanded basket= teenen mand;Wandlike.Wander,wondə, zwerven, ronddolen, malen of ijlen, afdwalen (van het onderwerp), op een dwaalspoor brengen:Your wits are wandering= ge hebt er een paar op den loop;You arewandering from the subject= dwaalt van uw onderwerp af;Hewandered in his mind= ijlde;Wanderer= zwerver;Wandering, subst. afdwaling, rondzwerving, ijlen of malen; adj. zwervend, onvast:Theylead a wandering life= een zwervend leven;The Wandering Jew= de Wandelende Jood;Wandering kidney= wandelnier;Wandering tribe= nomadenstam.Wanderoo,wondərû, een gebaarde zwarte aap.Wandsworth,wonzwəth.Wane,wein, subst. afneming, vermindering, verval;Waneverb. afnemen, verminderen:On the wane= aan het afnemen, aan het afsterven;Waning strength= verminderende krachten.Wanghee,waŋhî, bamboes (wandelstok).Wanley,wonli.Want,wont, subst. gebrek, behoefte, gemis, armoede, nood;Wantverb. ontberen, missen, ontbreken, noodig hebben, wenschen, verlangen:Want-of-confidence-vote= motie van wantrouwen;I do itfor (through) want ofbetter employment= uit gebrek aan;They arein want ofeverything= lijden aan alles gebrek;He is greatlyin want(isin great want)of= heeft hoog noodig;Hedied of want= kwam van gebrek om;Shefelt the want of it= gemis er van;Tosupply a much needed want= in eene lang gevoelde behoefte voorzien;Firstsupply the wants of the poor,and then give way to luxury= voorzie eerst in de behoeften der armen;Want one= op één na;What do you want?= wat moet je?I want mamma= ik zoek naar ma’tje;I want you to go there= ik wensch dat gij daarheen gaat;You are wanted= men[631]zoekt je;Thepiano wants tuning= moet gestemd worden;Iwant for nothingthat money can procure= ik heb alles wat voor geld is te krijgen;It wants ten minutes to (of) five= het is 5 min. vóór vijf;Want to know!= Och, kom! (Amer.);Volunteerswere not wanting= er was geen gebrek aan;Three more are wanting= er mankeeren nog drie;Nothing is wanting tomy happiness= er ontbreekt niets aan mijn geluk;I shall not be wantingto send you word= zal u zeer zeker zenden;Hewas never found wanting= mankeerde nooit, liet iemand nooit in den steek.Wanton,wont’n, subst. lichtmis, boeleerder, boeleerster, malloot; adj. losbandig, wulpsch, dartel, speelsch, brooddronken, lichtzinnig, moedwillig, fladderend;Wantonverb. dartelen, stoeien, mallen:In wanton sport= in overmoed; subst.Wantonness.Wapentake,wop’nteik,wap’nteik,weip’nteik, district (inYorkshire).Wapiti,wapiti,wopiti, N.-Am. hert of eland.Wapping,wopiŋ.War,wö, subst. oorlog, strijd, vijandschap, vijandelijkheid;Warverb. beoorlogen, strijdvoeren:A war was carried onbetween these powers= er werd oorlog gevoerd tusschen;Todeclare war against= den oorlog verklaren aan;We areengaged in a war= in een oorlog gewikkeld;To make war on= oorlog voeren tegen;Tobe at war= in oorlog zijn;He wasat war withhis own hands and feet= wist geen weg met;The spirit isat war withthe flesh= voert strijd tegen;Togo to war with= oorlog aangaan met;It was war to the knife (to the death)between them= het was een strijd op leven en dood;Holy war= heilige oorlog, kruistocht;War of independence;A council of war(war-council)was held= krijgsraad werd gehouden;Severalmen-of-war= onderscheidene oorlogschepen;Manyprisoners of warwere made= krijgsgevangenen;Warring against his better self= strijd voerende tegen zijn beter ik;War-chest= krijgskas;War-council= krijgsraad;War-cry= oorlogskreet, oorlogsleuze;War-dance= oorlogsdans;War Department= Ministerie van Oorlog (Amer.);War-drum= krijgstrom;Warfare, subst. strijd, (wijze van) oorlog (voeren), vijandelijkheden;Warfareverb. oorlog voeren, kampen, strijden;Warfarer= krijgsman;War-horse= strijdros;War-insurance= assurantie tegen krijgsgevaar;War Office= Ministerie van Oorlog;War-paint= oorlogsverf (Indianen); gala, groot tenue;War-path= oorlogspad:We areon the war-path= op expeditie;War-ship= oorlogsschip;War-song= krijgslied;War-steed= krijgsros, strijdhengst;War-torch= oorlogstoorts;War-wasted= verwoest;War-whoop= oorlogskreet, krijgsgeschreeuw;War-worn= in den dienst versleten;Warlike= krijgshaftig, strijdbaar, oorlogs …:Warlike paraphernalia(parəfəneiljə) = oorlogstoebereidselen.Warble,wöb’l, subst. gekweel, lied; gezwel op den rug van een paard;Warbleverb. kweelen, zingen, trillers slaan;Warbler= kweeler, zangvogel.Ward,wöd, subst. bewaking, wacht, verdediging, bescherming, afweer, het pareeren, hechtenis, kerker, voogdijschap, minderjarigheid, pupil, wijk, stedelijk (kies)district, afdeeling of zaal in een hospitaal, werk (van een slot), buitenplein;Wardverb. bewaken, verdedigen, beschermen, terugdrijven, afweren:Tobe held in ward= in verzekerde bewaring gehouden;Tokeep watch and ward= streng de wacht houden;Toput in ward= gevangen zetten;The thrust waswarded offby me= gepareerd;Ward-mote= vergadering van het bestuur v. eenward;Ward-penny= bewakingsgeld, waakgeld;Wardrobe= kleerkast, garderobe:Wardrobe keeper=Wardrober= bediende bij dewardrobe;Ward-room= officierskajuit aan boord van een oorlogsschip;Wardship= voogdijschap, minderjarigheid;Warden= bewaker, bewaarder, custos, rector van sommigecolleges; vrederechter (Amer.); soort peer:Lord Warden of the Cinqueports= ambtenaar oorspronkelijk belast met de (kust)verdediging derCinque-ports; thans bezoldigd eereambt, onvereenigbaar met het lidmaatschap van het Parlement;Warden-pie= perenpastei;Wardenship= bewaarderschap;Warder= bewaker, wacht; commandostaf:Wardens of the Tower= ambtenaren ter bewaking v. staatsgevangenen in denTower.Ware,wêə, waren, goederen; soort zeewier;Ware=Aware, Beware:Ware oars!= pas op de riemen! (bij het passeeren van een andere boot);Ware wire,Sir!=pas op het prikkeldraad (jachtterm);China ware= porselein;Earthenware= aardewerk;Hardware= ijzerwaren;Warehouse= pakhuis, magazijn, entrepôt =Bonded warehouse;Warehouse-keeper=Warehouse-man= pakhuishouder, pakhuismeester;Warehouse-warrant= cedel;Warehousing= het opslaan van goederen in pakhuis of entrepôt;Ware-housing-system= het entrepôt-stelsel;Ware-room= pakkamer, uitstalkamer.Warham,wor’m.Wariness,wêrinəs, subst. v.Wary.Warlock,wölok, toovenaar, geestenbezweerder;Warlockry= toovenarij.Warm,wöm, adj. warm, heet, vurig, ijverig, enthusiast, hartstochtelijk, intiem, versch, hartelijk, gegoed, rijk; ooksubst.;Warmverb. verwarmen, afranselen, warm worden, zich opwinden:Warm contest= heete strijd;Warm colour;Togive one’s hands a warm= z’n handen warmen;Have a warm= warm je eens goed;He is warm= zit er warmpjes in;You aregetting warm= je brandt je (bij het blindemanspel);This place is too warm for me= ik ben hier niet op mijn gemak;They made the town warm for him= hij kreeg het te benauwd;Tosit pretty warm= er warm inzitten;Hewarmed to his subject= zijn onderwerp sleepte hem mede;Warmed upremains of the evening meal;Warm-blooded= warmbloedig;Warm-hearted= hartelijk, oprecht;Warmer=[632]wie of wat verwarmt;Warming, subst. pak slaag; adj. verwarmend:Warming-pan= beddepan, iemand die eene betrekking vervult om deze open te houden tot de bedoelde persoon ze vervullen kan; groot ouderwetsch horloge;Warmth= warmte, vuur, gloed, hartelijkheid.Warn,wön,waarschuwen, aanzeggen, oproepen:Iwarn you againstsuch a behaviour= waarschuw u voor;Hewarnedusofthe coming of the general= kondigde aan;They werewarned offthe hunt, being unfit to ride= nun werd aangezegd, niet mee te gaan op jacht;The infirm and aged arewarned off= worden hier niet toegelaten (worden gewaarschuwd weg te blijven);Warner;Warning= waarschuwing, aankondiging, dienstopzegging:My mistresshas given me warning= heeft mij den dienst opgezegd;Igave you proper warning of it= heb u behoorlijk er voor gewaarschuwd;Take warningof his example= spiegel u aan;Warning notice-boards= waarschuwingsborden.Warp,wöp, subst. schering (Warpand woof), kromming, boegseerlijn, werptros; slib;Warpverb. kromtrekken, krimpen, verdraaien, een verkeerde richting geven, scheren, kunstmatig besproeien of inundeeren, boegseeren, verhalen, bevloeien;Warped= krom, verdraaid, vertrokken:Awarped,unframed photo stood on his desk= een kromgetrokken;His conclusions are occasionallywarped by sympathy= zijne voorliefde maakt dat zijne conclusies wel eens wat verdraaid zijn;Warper= werkman, die de schering aanzet;Warping:Warping-bank= dam om het water op een stuk land te houden;Warping-machine,Warping-mill= handmolen tot het maken der schering.Warrant,worn’t, subst. volmacht, machtiging, proces-verbaal, bevel tot inhechtenisneming, borgstelling, garantie, cedel, aanstelling door den korpskommandant;Warrantverb. waarborgen, garandeeren, machtigen, toestaan, bekrachtigen, verzekeren, instaan voor, betuigen, verdedigen:Warrant to appear= dagvaarding;Thedeath-warrantwas signed by the king= doodvonnis;Asearch-warrant= bevel tot huiszoeking, opsporing, enz.;Warrant of apprehension, arrest= bevel tot aanhouding of arrestatie;Warrant of attorney= procuratie of notarieele volmacht;Warrant of caption= steekbrief;Warrant of distress= bevel tot beslaglegging;Warrants were issued= bevelschriften werden uitgevaardigd;Without a warrant= ongemotiveerd;Warrant officer=officiermet rang tusschen luitenant en sergeant, dek-officier (te vergelijken met onze onder-luitenants en adjudant-onderofficieren) bij warrant aangesteld;I warrant youthat he is a clever fellow= verzeker u, sta er voor in;Iwarrant it good= sta er voor in, dat het goed is;Warrantable= verdedigbaar, wettig (=Warrantby law), oud genoeg voor de jacht er op (v. herten);Warrantee,wor’ntî, die gewaarborgd wordt;Warranter= volmachtgever, waarborger =Warrantor,wor’ntə,wor’ntö;Warranty, subst. belofte, waarborg.Warren,wor’n, konijnenpark, fazantenpark, vischweer, krot;Warrener= opzichter.Warrior,worjə, krijgsman.Warsaw,wösô.Wart,wöt, wrat:Wart-hog= soort vanAmer.wild zwijn;Wart-wort= kroontjeskruid;Wartless= zonder wratten;Warty= vol wratten, wratachtig.Warwick,worik;Warwickshire,worikšə.Wary,wêri, omzichtig, behoedzaam.Was,woz, imperf. (enkelv.) van to be.Wase,weiz,weis, kussen door sjouwers op het hoofd gedragen.Wash,woš, subst. wassching, de wasch, slappe thee, spoeling, kabbeling, golfslag, kielwater, aanslibbing, moeras, watertje voor de toilettafel, dunne metaallaag, vernisje, dun verflaagje, schijnkoop;Washverb. wasschen, afwasschen, afspoelen, bespoelen, uitwisschen, met eene dunne verflaag bedekken, met een metaallaagje bedekken, reinigen (van erts):Thewash and turmoil of the water= het klotsen en de beroering;I’lldo the wash= ga de wasch aan kant maken;Togive one’s face a wash= zich het gezicht wasschen;We must have a wash= ons eens wasschen;I havesent them to the wash= heb ze in de wasch gedaan;This soap won’t wash clothes= met deze zeep kunnen geen kleeren gewasschen worden;It don’t wash= kan niet gewasschen;That won’t wash= dat gaat niet (op);Towash dishes= borden wasschen;Towash one’s hands of= zijne handen in onschuld wasschen; zijne handen aftrekken van;All their sins werewashed away= zij werden van al hunne zonden gereinigd;Those spots cannot bewashed out= gaan er in de wasch niet uit;Awashed outcreature= bleek;Towash outan affront;Shewashed upthe tea-things= waschte af;Copperwashed withsilver= verzilverd koper;Wash-ball= zeepbal;Wash-board= waschplank, zetboord (op boot of sloep);Wash-gilding= nat vergulden;Wash-hand-basin= waschkom;Wash-hand-stand (Wash-stand)= waschtafel;Wash-house= waschhuis;Wash-leather= zeemleer;Wash-pot= waschkom, waschbak;Wash-tub= waschtobbe;Washable= goed blijvend in de wasch;Washer= waschvrouw, waschmachine, ringplaat (onder de moerschroef);Wash-man= waschbaas, waschman, bleeker;Wash-woman= waschvrouw;Washiness, subst. v.Washy;Washing:Washing-day;Washing-dress,Washing-fabrics= japon, stoffen, die tegen de wasch kunnen;Washing-glove;Washing-machine= waschmachine;Washing-powder= waschpoeder.Washington,wošiŋt’n, Washington;Washingtonian,wošiŋtounj’n, subst. inwoner v. W.; afschaffer; adj. afschaffers …; v. Washington:The Washingtonian movement=Washingtonianism= afschaffersbeweging, hunne beginselen.Washy,woši, waterig, zwak, dun, krachteloos:Washy-looking wine= dunne, krachtelooze wijn.Wasp,wosp, wesp:He has his head full of wasps= hij heeft allerlei kuren;Wasp-waisted= met wespentaille;Waspish= met eene wespentaille, prikkelbaar, giftig;[633]Waspish-headed= prikkelbaar, opvliegend; subst.Waspishness.Wassail,wosil,wasil, subst. drinkgelag; gekruid bier met wijn met Kerstmis of Nieuwjaar en opgediend in denWassail-bowl;Wassailverb. drinken (op het welzijn van);Wassail-cup= beker waaruitwassailwerd gedronken;Wassailer= drinkebroer;Wassailers= lieden, die met Kerstmis zingend rondgaan.Waste,weist, verwoesting, vernieling, afneming, achteruitgang, verspilling, verlies, woestenij, wildernis, onbebouwde grond, gruis, afval, onheil, vlak; adj. woest, onbruikbaar, overvloedig, waardeloos, onnut;Wasteverb. verwoesten, vernielen, verminderen, afnemen, verspillen, weggooien, uitteren, verteren, kwijnen, laten vervallen:In mere waste= onnut;Tolay waste= verwoesten;Your candleis running to waste= loopt af;Tolet a garden run to waste= laten verwilderen;Towaste (away)one’s money, time= verkwisten;His illness hadwasted him to skin and bones= had hem geheel uitgeteerd;Waste not want not= die wat spaart, die wat heeft;The ticket would be wasteed= zou ongebruikt blijven liggen;Waste-basket= papiermand =Waste-paper-basket= prullenmand;Waste-book= memoriaal;Waste-gate= afvoersluis;Waste-paper= scheurpapier;Waste-pipe= afvoerbuis;Waste-sheet= vel misdruk;Waste-water= condensatiewater;Waste-weir= afvoerweer;Waster= doorbrenger, dief aan de kaars, elger;Wastrel= afval, woestenij; verwaarloosd kind, kind zonder thuis of onderkomen, doorbrenger.Wat,wot, fam. voorWalter.Watch,wotš, subst. wacht, waakzaamheid, het waken, oplettendheid, schildwacht, wachtpost, horloge, uurwerk;Watchverb. waken, bewaken, gadeslaan, de wacht houden, acht geven:Alarum watch= wekker;Keyless watch= remontoir;Repeating watch= repetitie-horloge;Stem-winding watch= remontoir;I amon the watch= sta op den uitkijk, lig op de loer;Tokeep good watch= goed oppassen, waken;The watch was relieved= de wacht werd afgelost;My watch has run down= mijn horloge is afgeloopen;I set a watchover them= ik liet hen bewaken;Heset his watch tothe city-clock= regelde zijn horloge naar;Many eminent lawyers werewatching the case= woonden het proces bij;Iwatched the thunderstormfrom this elevated position= ik sloeg het onweer gade;Hewatched overmy childhood= hij waakte over mijne kindsheid;Hewatched throughthe long night= waakte den ganschen nacht;Towatch home= nakijken tot iemand thuis is;Watch-box= schilderhuis, wachthuisje, horlogekast =Watch-case= horlogekast;Watch-chain= horlogeketting;Watch-dog= waakhond;Watch-fire= wachtvuur;Watch-glass= horlogeglas;Watch-guard= horlogeketting of -lintje;Watch-hand= horlogewijzer;Watch-house= wachthuis;Watch-key= horlogesleutel;Watch-light= nachtlicht;Watch-maker= horlogemaker;Watchman= nachtwaker, nachtwacht, baanwachter;Watchman’s rattle= ratel van een nachtwacht:Tospring a watchman’s rattle= een ratel slaan;Watch-night= laatste nacht van het jaar:I attendeda watch-night servicein the Wesleyan chapel= woonde den kerkdienst van het oude jaar in het nieuwe bij;Watch-stand= horlogestander;Watch-tower= wachttoren;Watchword= wachtwoord, leus, motto;Watcher= waker, wacht, waarnemer, bespieder;Watchful= waakzaam:I have always beenwatchful ofyour interests= altijd nauwlettend behartigd; subst.Watchfulness.Water,wôtə, subst. water, watervlak(= Piece of water), bronwater, regen, urine, zee, rivier, glans van diamant of parel, effecten uitgegeven zonder gewaarborgden interest;Waterverb. besproeien, bespoelen, nat maken, van water voorzien, drenken, water innemen, verwateren, roten, moireeren, watertanden:A great deal of water had flowed under the bridge (Much water had flowed from the rivers to the sea)since that time= er was heel wat water door den Rijn gestroomd;Diamondsof the first water= van het zuiverste water;Gentlemenof the first water= hoogsten rang;He is a prigof the first water= een verschrikkelijke kwibus;Bilge water= water onder in een schip, dat niet uitgepompt kan worden;Low water= laag water:To beatat low water= in geldverlegenheid zijn;Slack water= dood tij;Hehas water on the brain= hersenvliesontsteking;That willnot hold water= dat is lek;Your reasoning won’thold water= uwe redeneering houdt geen steek;Tomake water= lekken, wateren, urineeren;Our shipmade foul water= raakte met de kiel den bodem;Totake the waters= de baden gebruiken;Hethrew cold waterover my enthusiasm= gooide een emmer koud water over;Totread water= watertreden;This kept my headabove water= deed mij in ’t leven blijven, redde mij;You must put on plenty of pace whenriding atwater= als je over een sloot moet springenTogo by water= over zee gaan;Toconvey by water= per scheepsgelegenheid vervoeren;For all waters= van alle markten thuis;We werein deep water(s)= in een moeilijke positie;You havegot into hot water= gij zit er leelijk in;Champagneflowed like water;Tospend money like water;My mouth waters= het water loopt me om de tanden;The flowers were waterd= werden begoten;Towater horses= water geven;It made my mouth water= het deed me watertanden;Toset a person’s mouth watering= doen watertanden;After wateringwe sailed away= nadat wij versch water ingenomen hadden;Water-back= warmwaterbak of reservoir in een fornuis;Water-bailiff= soort kommies, vroeger opzichter der visscherij:Water-bath= waterbad;Water-bearer= Waterman (Dierenriem);Water-bed= waterbed;Water-bottle= karaf;Water-buck= waterbok (Z.-Afr.);Water-bug= watertor;Water-butt= water- of regenton;Water-carriage= vervoer te water;Water-cart= sproeiwagen;Water-closet= closet, W.C.;Water-cock= waterkraan; waterhoen;Water-colour[634]= waterverf, schilderij in waterverf =Painting in water-colours;Water-colourist= waterverfschilder;Watercourse= stroompje, stroom, waterloop;Water-craft= schepen, booten, enz.;Water-crane= waterpomp (voor een locomotief);Water-cress= waterkers;Water-crowfoot= water-boterbloem;Water-cure= waterkuur:Water-cure establishment;Water-deck= waterdicht dek voor een huzarenpaard;Water-dog= waterhond;Water-drain= draineerbuis;Water-drainage= draineering;Water-dray= soort zolderschuit;Water-dressing= koudwatercompres;Water-drop= droppel water, traan;Water-engine= schepmolen;Waterfall= waterval;Water-flag= gele lisch;Water-flea= watervloo;Water-flood= overstrooming;Water-fly= oevervlieg;Water-fowl= watervogel;Water-furrow, subst. voor of greppel om water af te voeren;Water-furrowverb. draineeren door greppels;Water-gall= gat in den grond door hevigen regen; bijregenboog;Water-gas= watergas;Water-gate= sluis, vloeddeur, waterpoort;Water-gauge= peilglas;Water-gilder= iemand die de kunst verstaat vanWater-gilding= watervergulding;Water-gruel= watergruwel;Water-gruelish, flauw, smakeloos;Water-hen= waterhoen (-hennetje);Water-kelpie= watergeest;Water-level= waterstand, waterpas-instrument;Water-level-line= waterpeil;Water-lily= waterlelie, plomp;Water-line= waterlijn (diepgang van een schip);Water-logged= vol water geloopen door een lek en daardoor ten prooi aan golven en stroom;Water-lot= onder water staand bouwterrein (Amer.);Water-man= schuiten voerder, jolleman, waterman (die de huurpaarden op hun standplaats van water voorziet); blauw zijden halsdoek;Water-mark= watermerk, waterhoogte, waterpeil;Water-meadow= weide die door irrigatie besproeid kan worden;Water-melon= watermeloen;Water-meter= watermeter;Water-mill= watermolen;Water-nymph= najade;Water-omnibus= trekschuit;Water-ordeal= waterproef;Water-parsnip= breedbladige watereppe;Water-pitcher= waterkan;Water-plant= waterplant;Water-poise= hydrometer, waterpas;Water-pot= waterpot, waterkan;Water-power= waterkracht;Water-pox= waterpokken;Waterproof, subst. voor water ondoordringbare stof of jas; adj. tegen water bestand;Waterproofverb. ondoordringbaar maken voor water;Water-ram= hydraulische ram;Water-rat= waterrat;Water-rate= waterbelasting;Water-ret=Water-rot;Water-rocket= waterrot (vuurwerk);Water-rot= roten;Water-scape= rivier- of zeegezicht (schilderij);Watershed= waterscheiding;Waterside= waterkant;Water-snake= waterslang;Watersouchy. ZieZoutch;Water-spaniel= waterhond;Water-spout= waterpijp, spuwertje, waterstraal, waterhoos;Water-supply= wateraanvoer;Water-tank= reservoir;Water-tap= waterkraan;Water-tight= waterdicht;Water-vole= waterrat;Water-wagtail= gele kwikstaart;Waterway= waterloop, waterweg, vaarwater;Water-weed= waterpest;Water-wheel= scheprad;Water-works= de waterleiding (ook met fonteinen, etc.);Water-worn= door het water gerond of afgesleten;Waterage,wôtəridž, loon voor vervoer te water;Watered= gewaterd, moiré:Awatered-down belief= verwaterd;Watering:Watering-can= gieter;Watering-call= hoornsignaal om de paarden te drenken;Watering-cart= sproeiwagen;Watering-place= wed, plaats om water in te nemen, badplaats;Watering-pot= gieter;Watering-trough= drinkbak (voor paarden);Waterish= waterig, vochtig, verwaterd; subst.Waterishness;Waterless= droog, zonder water. ZieWatery.Waterloo,wôtelû.Watery,wotəri, waterachtig, waterig, smakeloos, flauw:Watery eye= vochtig oog;Watery kingdom= de zee.Watson,wots’n;Watt(s),wot(s).Wattle,wot’l, subst. horde van twijg of teen, deklat, takje, teenen twijgje, lel van haan of kalkoen, baarddraad van visschen, soort v. acacia (Australië);Wattleverb. met teenen twijgjes binden of vlechten, met eene horde omringen;Wattle-bark= bast der Austral. acacia;Wattle-bird= soort bijenwolf;Wattle-work= werk van gevlochten teen;Wattled;Wattling and daubing= het bouwen van hutten van gevlochten twijgen en leem.Waugh,wô.Waul,wôl, krollen, janken, gillen.Wave,weiv, subst. golf, baar, golvende lijn op stoffen, moiré-zijde, enz., golving, sein (door wuiven);Waveverb. golven, wapperen, wenken, wuiven, wateren, moireeren:The ship wastossed on (by) the waves= op (door) de golven geslingerd;Hewaved his handand motioned me to a chair= hij wuifde met zijne hand;Wave-length= afstand tusschen twee golven;Wave-motion= golvende beweging;Wave-offering= beweegoffer (Levit. VIII, 27);Wave-shell= golving (bij aardbevingen);Wave-worn= door de golven afgesleten of gerond;Waved= gegolfd, gewaterd;Waveless= kalm, rustig, onbewogen, zonder golfslag;Wavelet= golfje, rimpel;Wavelike= golvend.Waver,weivə, weifelen, aarzelen, waggelen, flikkeren:Iwaver in my conviction= mijne overtuiging raakt aan het wankelen;Waverer= weifelaar, besluitelooze;Waverous, Wavery= weifelend.Waverley,weivəli.Waveson,weivs’n, wrakhout, strandgoed.Waviness,weivinəs, subst. v.Wavy= golvend, op en neer gaand, gegolfd.Wax,waks, was, lak; woede; wasachtige afscheiding, oorsmeer, pik;Waxverb. met was bestrijken, wrijven, lakken; wassen, toenemen, grooter worden:As close (tight) as wax= zoo dicht als een pot;He sticks to me like wax= hij hangt aan me als een klit;There is a man of wax= jij bent een beste kerel;A stick ofsealing-wax= pijp lak;His eyes arewaxing dim= worden dof;Wax-candle= waskaars;Wax-chandler= waskaarsenmaker;Wax-cloth= wasdoek;Wax-doll= wassen pop;Wax(ed)-end= met was bestreken naai- en schoenmakersgaren, pikdraad;Wax-flower= kunstbloem (van was);Wax-light= waskaars;Wax-light coil= ineengedraaide waslont (om lichten aan te steken);Wax-match=[635]waslucifer;Wax-model(l)ing= het maken van figuren of beelden (in was);Wax-taper= waskaars;Wax-tree= pruikenboom;Wax-vesta= waslucifer;Wax-wick= waspit;Waxwork= wassenbeelden, anatomische preparaten v. was:Madame Tussaud’s Waxworks(familiaar:Waxers) = Mevr. T.’s wassenbeeldengalerij;Thewaxwork room= wassenbeeldenzaal;Waxworker= die in was werkt, bij;Waxed= gewast;Waxen= van was, wasachtig, week als was;Waxiness, subst. v.Waxy= als was, met was, wasachtig, toornig, meegaand; stijf.Way,wei, subst. weg, voortgang, reis, levensloop, afstand, plan, manier, wijze, opzicht, kijk, spoed of beweegkracht, gebruik, gewoonte, aanloop, middel, vak:He has a way with him= hij heeft zoo iets over zich;Where there is a will there is a way= willen is kunnen;That’s the way= zóó moet het, zoo gaat ie goed;It’s that way, is it?= ah! zit de vork zóó in den steel;That’s the way ofwives= zoo doen onze vrouwtjes;It is the other way about (round)= het is juist andersom, omgekeerd;Way in, way out= ingang, uitgang (opschrift op een bordje of plank);He told me soby the way= in ’t voorbijgaan, tusschen haakjes;I send you my photoby way ofapology= bij wijze van excuus;That isby way oflearning a trade= het is met het doel om;We went thereby way ofCologne= via Keulen;It isnotthe first timeby a long way= op lange na de eerste maal niet;For once in a way= bij uitzondering, voor een enkelen keer;You arevery much in my way= ge hindert me erg, staat me leelijk in den weg;Take the old homein your wayfor a wedding-trip= maak uwe huwelijksreis zóó, dat ge ’t oude huis kunt bezoeken;In a general way= over ’t algemeen;The picture is,in a way,finished= in zekeren zin;Have you nothing for mein the wayof a parcel? = geen enkel pakje;That is ratherout of the wayhere= dat komt hier niet te pas, hoort hier niet;Will youget out of the way? = wil je maken, dat je weg komt;Anout-of-the-way place= afgelegen plaats;I shall be glad toput myself out of the wayon your account= mij om uwentwil wat last te getroosten;Such work isout of my way= ligt niet op mijn weg;He was put (got)out of the way= uit den weg geruimd;Keepout of harm’s way= zorg dat u niets kwaads overkomt;He wentout of his wayto inform me of it= gaf zich heel veel moeite;I won’t goout of my wayto benefit you= wil geen moeite doen te uwen behoeve;He livesover the way= hier tegenover;The ship gotunder way (weigh)= ging anker op;We have enjoyed thisright of wayfor ever so long= het recht om over dit pad te gaan;Ways and means= bronnen van inkomsten:Thecommittee of ways and meanshas granted the supply= de financieele commissie heeft het crediet toegestaan;Any wayhe didn’t know what to answer= in elk geval;He isin a bad way= er slecht aan toe;He hasgot into bad ways (fallen in evil ways)= op ’t verkeerde pad geraakt;You are wrongevery way= in alle opzichten;She isin the family way= ze moet bevallen;The village lieshalf way betweenthe towns= halverwege tusschen;Hewent London way= den weg naar Londen op;Hebegged his way backto his native village= ging al bedelende;Clear the way, there!= maak ruim baan;Come this way,sir= kom eens hier, baas(je);Come your way(s)= allo! ga mee;Heelbowed his way throughthe crowd= baande zich een weg door;Hegot his own way= kreeg zijn zin;Hewent his way(s)= ging heen, vertrok;He hasgone the way of all flesh (of all the earth)= hij is gestorven;His influencegoes a long way withthe minister= hij heeft veel invloed bij;He will alwayshave his (own) way= zijn zin hebben;Will youlead the way? = vooropgaan;I hadlost my way= ik was verdwaald;He is sure tomake his wayin the world= zal zijn weg wel vinden;At your age you mustmake (a) way foranother= moet ge plaats maken, wijken;Wemade the best of our way home= maakten dat we zoo gauw mogelijk thuis kwamen;You musttake your own way= gij moet zelf weten wat ge doet;Hetook his wayto Antwerp= vertrok naar; interj. (=Away) weg:Way back!= terug;Go (your) way= ga weg!Oh, do way John= Och toe, Jan, houd stil!(Launching) ways= stapelblokken (Scheepst.);Way-bill= geleibrief, factuur, soort van vrachtbrief; lijst van de passagiers (in een diligence) of der goederen (in een vrachtwagen):Express, ordinary,parcelway-bill= lijst van de ijl-, vracht-, bestelgoederen;Way-board= leemader;Way-bread= groote weegbree;Wayfarer= reiziger;Wayfaring= het reizen;Wayfaring-tree= wollige sneeuwbal;Waygoing= vertrekkend, reis—:Waygoing crop= oogst van het land die aan den opvolgenden pachter behoort;Way(z)goose= jaarlijksche maaltijd aan de knechts eener drukkerij in Engel.;Waylay,weilei,weilei, belagen, opwachten (om te bestelen, etc.);Waylayer= belager;Way-leave= recht van overweg of vergoeding voor ’t gebruik;Way-maker= baanbreker, voorlooper;Way-mark= wegwijzer;Way-passenger= onderweg opgenomen passagier (Amer.);Wayside, subst. weg, kant van den weg:Tales of awayside inn= verhalen in eene herberg aan den weg;Way-station= tusschenstation (Amer.);Way-warden= wegopzichter;Waysore=Way-worn= moe van het reizen.Wayward= dwars, grillig, eigenzinnig; subst.Waywardness.Waywode,weiwoud, gouverneur v. stad of provincie (Rusland);Waywode-ship.We,wî, wij:It is we= wij zijn het.Weak,wîk, zwak, uitgeput, ziekelijk, niet sterk, broos, onvoldoende, gebrekkig:This coffee isas weak as ditch-water= zoo slap als spoelwater;He isas weak as waterin his wife’s hands= als was in de handen[636]van zijne vrouw;That ishis weak sideand it is there you must take him= dat is zijne zwakke zijde;Theweak spotin the scheme= het zwakke punt;In the struggle for lifethe weakest go to the wall= bezwijken de zwaksten;Weak verbs= zwakke werkwoorden;Weak-eyed= met zwakke oogen;Weak-headed= met gering verstand;Weak-hearted= flauwhartig;Weak-kneed= gemakkelijk bezwijkend, niet vastberaden;Weak-made= zwak gebouwd, onsterk;Weak-minded= zwak, besluiteloos;Weak-sighted= met een zwak gezicht;Weak-spirited= lafhartig, beschroomd;Weaken= verzwakken, verslappen, verdunnen;Weakener;Weakling= zwakkeling, bloed, stumperd, ook adj.;Weakly, adj. en adv. zwak, slapjes;Weakness= zwakheid, slapheid:Tohave a weakness for= zwak hebben voor.

W,dɐb’ljû;W.=Wednesday,Weak,Welsh,Western(postal district, London),Winterline(Plimsoll-merk op schepen);Wallach(ian),Walt(er);W(ater)C(loset);W(estern)C(entral postal district);Wed(nesday);Wel(sh);Whf.=Wharf;W(est)I(ndies);W(est)I(ndian);Wisc(onsin);Wk.=Week;W. N. A.=Winter lineNorthAtlantic(Plimsoll-merk);W(est)Long(itude);Wm.=William;W(orshipful)M(aster) = achtbare meester;W(est)N(orth)W(est);Wp.=Worship;Wpful=Worshipful;W(riter to the)S(ignet);W(est)S(outh)W(est);W(ashington)T(erritory);Wt.=Weight.

Wabash,wôbaš.

Wabble,wob’l, subst. schommeling;Wabbleverb. schommelen, waggelen, weifelen;Wabbler;Wabbly= schommelend, waggelend.

Wad,wod, subst. bundel, bos, vulsel, prop watten, enz., geweerprop, pak banknoten, geld;Wadverb. tot eene prop maken, een prop zetten op, opvullen, watteeren:Awadded box= een gewatteerd doosje, bekleede kist;Wad-hook= krasser (om proppen uit een geweer te halen);Wadding= opvulsel, watten, prop:The paper had served aswad for the gun.

Waddington,wodiŋt’n.

Waddle,wod’l, subst. waggelende, schommelende gang;Waddleverb. waggelen;Waddler.

Waddy,wadi,wodi, knots, stok;Waddyverb. met een knots doodslaan.

Wade,weid, waden, doorwaden, met moeite gaan door:We werewading up to our knees through the mud= waadden tot onze knieën door den modder;Wader= die waadt, hooge waterlaars, steltlooper =Wading-bird.

Wadi,wodi, rivierbedding, die in den zomer droog is.

Wadsetter,wodsetə, de crediteur, die bezittingen inWadset(= in pand) heeft, en de inkomsten in afbetaling der schuld geniet (Schotl.).

Wae,wei, wee (Schotl.). ZieWoe.

Wafer,weifə, subst. ouwel, wafel, oblaat;Waferverb. ouwelen, dichtplakken:Beetle wafer= papier of ouwel om torren te dooden;Holy (Sacramental) wafer= hostie;Wafer-cake= knijpkoekje, ijzerkoekje.

Waffle,wof’l, wafel;Waffle-iron= wafelijzer.

Waft,wâft, subst. wenk, sein, ademtocht sjouw (scheepst.);Waftverb. voeren of dragen, overbrengen, drijven, seinen:Tohoist the flag with a waft= de vlag in sjouw hijschen;Waftage,wâftidž, vervoer, overbrenging;Wafture= wenken, ademtocht.

Wag,wag, subst. het heen en weer schudden;Wagverb. schudden, schommelen, wiebelen, er van door gaan, spijbelen, kwispelstaarten:Heplayed the wagfrom school= spijbelde;Towag the finger= den vinger (dreigend) opsteken;There was much wagging of headsat his insolence= men schudde algemeen het hoofd over;The dogwagged its tail= kwispelstaartte;That willset the tongues wagging= daar zal wat over gepraat worden;Thus the world wags= zoo is ’s werelds beloop;The boywagged from school= spijbelde;ThusI wag through the world= scharrel ik door den tijd;’t Is merry in hall, when beards wag all= onder mannen alleen, gaat het lustig toe;Wagtail= kwikstaartje; lichtekooi.

Wag,wag, grappenmaker, spotvogel, snaak;Waggery= snakerij, ondeugende aardigheid:He isfull of waggery= hij zit vol looze streken;Waggish= grappig, ondeugend, schalksch; subst.Waggishness.

Wage,weidž, subst. (meestalWages) = loon, huur, soldij; vacatiegelden (Amer.);Wageverb. wagen, wedden, ondernemen, kneden, gelijk staan met:The advance of wage= verhooging;Living wage= het loon dat een menschwaardig bestaan verzekert;The wages of sin is death= de bezoldiging der zonde is de dood (Rom. 6, 23);Wage-earners;Wage-fund= loonfonds;Wage-rate= loon(standaard);Wage-work= loonarbeid;Hewaged war onmankind= voerde strijd tegen.

Wager,weidžə, subst. weddingschap; aanbod van een beklaagde om op een bepaalden dag onder eede te zullen verklaren dat hij een bedrag niet schuldig was en elf getuigen mee zal brengen ter bevestiging;Wagerverb. wedden, verwedden:I willlay you a wager= wed met u;What is your wager?= hoe hoog hebt gij gewed;Name[629]your wager= waar wed je om?Wager of battle= beslissing door een tweegevecht;I wager you are wrong.

Waggle,wag’l, subst. waggelende gang;Waggleverb. waggelen, heen en weer bewegen, wippen:Towaggle one’s tail= wippen met den staart (v. vogels).

Wag(g)on,wag’n, vracht- of goederenwagen:Dinner waggle= dienbak op rollen;He ison the waterwaggle now= afschaffer;Waggle-master= wagenmeester;Waggle-shed= remise;Waggle-vault= tongewelf;Waggleage,waidž, vracht(loon), wagenpark;Waggleer= vrachtrijder;Waggleette,wagənet, wagentje, soort brik;Waggleing= vervoer per wagon.

Wahabee,Wahabi,wəhâbî, aanhanger eener Mahomedaansche secte;Wahabeeism= beginselen derWahabees.

Waif,weif, onbeheerd goed, strandgoed, weggeloopen vee, door de dieven bij de vervolging weggeworpen goederen, zwerver, vagebond, sjouw (noodvlag):Waifs and strays of society= verlaten kinderen, zwervers.

Wail,weil, subst. weeklacht;Wailverb. weeklagen, beweenen.

Wain,wein, wagen, vrachtwagen:Arthur’sofCharles’s Wain= Groote Beer;Lesser Wain= Kleine Beer.

Wainscot,weinskot, subst. wagenschot; lambriseering;Wainscotverb. met hout beschieten of bekleeden.

Waist,weist, middel (v. het lichaam), keursje, kuil (Scheepst.):He tightened his coat togive himself a waist;Waistband= broeksband, roksband;Waist-belt= gordel, koppel;Waistcloth= (Ind.) lendendoek; schans- of dekkleed;Waistcoat,weskət,weistkout, vest, wambuis:Strait Waistcoat= dwangbuis;Waister= kuilgast.

Wait,weit, subst. wachttijd, hinderlaag, oponthoud, pauze (Waits= muzikanten, die met Kerstmis en Nieuwjaar serenades plachtten te brengen bij notabelen);Waitverb. wachten, afwachten, wachten op; bedienen, vergezellen:Tolay wait= een hinderlaag leggen;Tolie in wait= op de loer liggen;He may wait a little longer= dan kan hij lang wachten;Dinner waits= het eten is klaar;The paper may waittill to-morrow= kan wachten tot, blijven liggen;Something that will not wait= iets dat niet kan wachten;Towait dinnerfor a person= met het eten wachten op;I willwait your return= wachten op;Am I towait youthere?= moet ik daar wachten, tot gij komt?You havekept me waiting= mij laten wachten;Towait attable= bedienen;I have beenwaiting foryou (for) ever so long= heb ik weet niet hoe lang op u gewacht;Whowaits onyou?= past u op, bedient u;We herewithwait onyou with the abstract of your account= hierbij hebben we de eer, u te zenden;Hewaited (up)onthe mayor= maakte zijne opwachting bij;Wewait onyou, o Lord!= wij wachten op u, o Heer;Who is going towait upfor me= wie zal opblijven tot ik thuis kom;Waiter= kellner, bediende, stommeknecht, presenteerblad;Waiting:Toplay a waiting game= de kat uit den boom kijken;The boats arein waitingon the little pier= liggen klaar aan;The cabsin waiting= de klaar staande;Ladies in waiting= (gehuwde) hofdames;Lords in waiting= kamerheeren;Waiting-gentleman= kamerheer, kamerdienaar;Waiting-maid,Waiting-woman= kamenier;Waiting-room= wachtkamer;Waitress= kellnerin.

Waive,weiv, verlaten, afzien van:Iwaive my claims= zie af van mijne rechten;Waiver.

Wake,weik, subst. waken of wakker zijn, wijdingsfeest van eene kerk, feest, waken bij een lijk; zog, kielwater, spoor;Wakeverb. wakker zijn, wakker worden, wekken, opzitten, opblijven, opwekken, opvlammen:Wefollowed in the wake ofthe steamer= in het kielwater;Theyfollowed in your wake= zij kwamen onmiddellijk achter u aan;Heleft a wake of victory behind him= behaalde overwinningen waar hij ook kwam;A laughwoke aboutthe corners of his mouth= een lachende trek kwam om zijn mond;Wake-robin= gevlekte aronskelk;Wakeful= wakend, waakzaam; subst.Wakefulness;Waken= wekken, oproepen, aansporen:Wakener= wekker, prikkel;Waker= wekker, waker;Waking:Waking-hours= de uren dat men niet slaapt.

Wakley,wakli;Walcott,wolkət;Waldenses,woldensîz, Waldensers; adj.Waldensian.

Wale,weil, zelfkant; berghout (scheepst.). ZieWeal= striem.

Wales,weilz;Walhalla,walhalə,wolhalə.

Walk,wôk, subst. wandeling, gang, pas, wandelplaats, laan, weg, baan, kring, tak, branche;Walkverb. gaan, loopen, wandelen, betreden, slaapwandelen, spoken, doen wandelen of loopen:Amilkman’s walk= ronde, klanten;Humble walk of life= nederige stand, beroep;In all walks of life= levenssferen;In this walkhe is without a competitor= in deze afdeeling (vak);Togo for(Totake)a walk= uit wandelen gaan;Carriageshave to walk here= moeten stapvoets rijden;Does your friend walk?= is uw vriend een slaapwandelaar (=Does hewalk in his sleep?);Towalk the chalk= langs een krijtlijntje loopen om te toonen, dat men niet dronken is;Towalk the hospitals (wards)= kliniek loopen;Will youwalk the little three-year-old? = den kleine van drie jaar bij het handje nemen;Towalk a minuet= een menuet dansen;The pirates made their victimswalk the plank= spoelden .… de voeten (fig.);He had towalk the plank= ontslag nemen;The watchman had justwalked his round= de ronde gedaan;Theywalked the streets= liepen ’s avonds langs de straten, leidden een zedeloos leven;Theywalked intothe eatables= spraken geducht aan;Towalk off= (hoofdpijn) door wandelen verdrijven;Towalk one’s legs off= zich te schande loopen;Hewalked overus= deed ons zijne macht gevoelen;Towalk over (the course)= geen partij hebben, een gemakkelijke overwinning (=Awalk-over) hebben;The Tories were allowed towalk over= de conservatieven wonnen den zetel (terwijl de liberalen geen candidaat stelden);Somebody[630]is walking over my grave= er loopt een hondje over mijn graf;Hewalked up tome= kwam naar mij toe;Walker, subst. wandelaar, lanterfanter:Hookey walker= Loop! “Mot je mijn hebben?”Walking:Walking-gentleman= figurant;Walking-lady= figurante;At a walking-pace;Walking-stick= wandelstok;Walking-ticket= ontslag(briefje) (=Walking-papers,Amer.);Walkist= wandelaar van beroep.

Wall,wôl, muur, wand, wal, verdediging;Wallverb. ommuren, versterken, als een muur oprijzen(up):Todrive (push, thrust) to the wall= in ’t nauw drijven, verpletteren;Give him the wall= laat hem aan den hoogen kant loopen (tusschen den muur en u zelf);Togo to the wall= het onderspit delven, geruïneerd zijn;What with her painting, what with her music the household affairswent a little to the wall= leed de huishouding er eenigszins onder;His healthwent to the wall= nam af;He was weak andwent to the wall= en bezweek, stierf;Every onewent to the wallto make room for him= ging op zij;Tohave one’s back to the wall= vastberaden weerstand bieden;I havetaken the wall of him= ik heb het van hem gewonnen;The enemieswere within the walls= binnen de muren der vesting;He is a fool and ever shall (be), that writes his name upon a wall= gekken en dwazen schrijven hun namen op deuren en glazen;Walls (may) have ears= de muren hebben ook ooren;The opening waswalled up= werd dichtgemetseld;Wall-creeper= muurkruiper (soort v. specht);Wall-eye= glasoog (ziekte bij paarden); adj.wall-eyed:Because you arewall-eyedyou think we have the same blank outlook= omdat gij blind zijt denkt gij dat dit met ons ook het geval moet zijn;Wall-flower= muurbloem (ookfig.);Wall-fruit= vrucht(en) van leiboomen =Wall-fruit trees;Wall-moss= soort v. korstmos;Wallpaper= behangsel;Wall-pepper= muurpeper;Wall-piece= soort v. haakbus;Wall-plate= onderlaag voor balken op een muur;Wall-sided= met rechtopstaande zijden boven de waterlijn;Wall-spring= rotsbron;Wall-Street= straat waar de effectenbeurs staat (N.-York):He lost his moneyon Wall-Street= met speculeeren;Wall-tree= leiboom;Wallwort= lage vlier.

Wallaby,woləbi, soort kangeroe.

Wallace,wolis;Wallachia,woleikjə, Wallachije;Wallachian, subst. en adj. (bewoner) van Wallachije:Wallachian sheep.

Wallah,wola, koopman, bediende:Competition wallah= iemand, die na een vergelijkend examen bij deIndian Civil Serviceis gekomen.

Wallet,wolət, knapzak, geldbuidel, portefeuille, leeren taschje.

Wallis,wolis.

Walloon,wolûn, subst. Waal, Waalsche taal; adj. Waalsch.

Wallop,woləp, koken, borrelen, opborrelen, duchtig ranselen:This is onlya tickling to the walloping you’ll getto-morrow= nog maar kietelen bij het pak slaag dat je morgen krijgt;Walloping= reusachtig.

Wallow,wolou, subst. plas;Wallowverb. wentelen, plassen, rollen, woelen:Thewallow of the sea= het rollen;Towallow in pleasure= zwelgen in genot.

Walmer,wômə;Walmsley,wômzli.

Walnut,wôlnɐt,wolnɐt, walnoot.

Walpole,wolpoul.

Walrus,wolrɐs, walrus.

Walsh,wolš;Walsingham,wolsiŋ’m;Walter,wôltə;Waltham,wolth’m;Walton,wôlt’n.

Walt(y),wolt(i), rank (v.schepen).

Waltz,wôlts, subst. wals(muziek);Waltzverb. walsen;Waltzer.

Walworth,wolwəth.

Wamble,womb’l, misselijk zijn:My stomach wambles= het breekt me op.

Wampee,wompî, wampiboom (China).

Wampum,womp’m, schelpkoralen, schelpgordel door de Roodhuiden als geld of versiering gebruikt.

Wan,won, adj. bleek, ziekelijk, flets; subst.Wanness.

Wand,wond, roede, tooverstaf, staf:Charming (Magic) wand;Wanded basket= teenen mand;Wandlike.

Wander,wondə, zwerven, ronddolen, malen of ijlen, afdwalen (van het onderwerp), op een dwaalspoor brengen:Your wits are wandering= ge hebt er een paar op den loop;You arewandering from the subject= dwaalt van uw onderwerp af;Hewandered in his mind= ijlde;Wanderer= zwerver;Wandering, subst. afdwaling, rondzwerving, ijlen of malen; adj. zwervend, onvast:Theylead a wandering life= een zwervend leven;The Wandering Jew= de Wandelende Jood;Wandering kidney= wandelnier;Wandering tribe= nomadenstam.

Wanderoo,wondərû, een gebaarde zwarte aap.

Wandsworth,wonzwəth.

Wane,wein, subst. afneming, vermindering, verval;Waneverb. afnemen, verminderen:On the wane= aan het afnemen, aan het afsterven;Waning strength= verminderende krachten.

Wanghee,waŋhî, bamboes (wandelstok).

Wanley,wonli.

Want,wont, subst. gebrek, behoefte, gemis, armoede, nood;Wantverb. ontberen, missen, ontbreken, noodig hebben, wenschen, verlangen:Want-of-confidence-vote= motie van wantrouwen;I do itfor (through) want ofbetter employment= uit gebrek aan;They arein want ofeverything= lijden aan alles gebrek;He is greatlyin want(isin great want)of= heeft hoog noodig;Hedied of want= kwam van gebrek om;Shefelt the want of it= gemis er van;Tosupply a much needed want= in eene lang gevoelde behoefte voorzien;Firstsupply the wants of the poor,and then give way to luxury= voorzie eerst in de behoeften der armen;Want one= op één na;What do you want?= wat moet je?I want mamma= ik zoek naar ma’tje;I want you to go there= ik wensch dat gij daarheen gaat;You are wanted= men[631]zoekt je;Thepiano wants tuning= moet gestemd worden;Iwant for nothingthat money can procure= ik heb alles wat voor geld is te krijgen;It wants ten minutes to (of) five= het is 5 min. vóór vijf;Want to know!= Och, kom! (Amer.);Volunteerswere not wanting= er was geen gebrek aan;Three more are wanting= er mankeeren nog drie;Nothing is wanting tomy happiness= er ontbreekt niets aan mijn geluk;I shall not be wantingto send you word= zal u zeer zeker zenden;Hewas never found wanting= mankeerde nooit, liet iemand nooit in den steek.

Wanton,wont’n, subst. lichtmis, boeleerder, boeleerster, malloot; adj. losbandig, wulpsch, dartel, speelsch, brooddronken, lichtzinnig, moedwillig, fladderend;Wantonverb. dartelen, stoeien, mallen:In wanton sport= in overmoed; subst.Wantonness.

Wapentake,wop’nteik,wap’nteik,weip’nteik, district (inYorkshire).

Wapiti,wapiti,wopiti, N.-Am. hert of eland.

Wapping,wopiŋ.

War,wö, subst. oorlog, strijd, vijandschap, vijandelijkheid;Warverb. beoorlogen, strijdvoeren:A war was carried onbetween these powers= er werd oorlog gevoerd tusschen;Todeclare war against= den oorlog verklaren aan;We areengaged in a war= in een oorlog gewikkeld;To make war on= oorlog voeren tegen;Tobe at war= in oorlog zijn;He wasat war withhis own hands and feet= wist geen weg met;The spirit isat war withthe flesh= voert strijd tegen;Togo to war with= oorlog aangaan met;It was war to the knife (to the death)between them= het was een strijd op leven en dood;Holy war= heilige oorlog, kruistocht;War of independence;A council of war(war-council)was held= krijgsraad werd gehouden;Severalmen-of-war= onderscheidene oorlogschepen;Manyprisoners of warwere made= krijgsgevangenen;Warring against his better self= strijd voerende tegen zijn beter ik;War-chest= krijgskas;War-council= krijgsraad;War-cry= oorlogskreet, oorlogsleuze;War-dance= oorlogsdans;War Department= Ministerie van Oorlog (Amer.);War-drum= krijgstrom;Warfare, subst. strijd, (wijze van) oorlog (voeren), vijandelijkheden;Warfareverb. oorlog voeren, kampen, strijden;Warfarer= krijgsman;War-horse= strijdros;War-insurance= assurantie tegen krijgsgevaar;War Office= Ministerie van Oorlog;War-paint= oorlogsverf (Indianen); gala, groot tenue;War-path= oorlogspad:We areon the war-path= op expeditie;War-ship= oorlogsschip;War-song= krijgslied;War-steed= krijgsros, strijdhengst;War-torch= oorlogstoorts;War-wasted= verwoest;War-whoop= oorlogskreet, krijgsgeschreeuw;War-worn= in den dienst versleten;Warlike= krijgshaftig, strijdbaar, oorlogs …:Warlike paraphernalia(parəfəneiljə) = oorlogstoebereidselen.

Warble,wöb’l, subst. gekweel, lied; gezwel op den rug van een paard;Warbleverb. kweelen, zingen, trillers slaan;Warbler= kweeler, zangvogel.

Ward,wöd, subst. bewaking, wacht, verdediging, bescherming, afweer, het pareeren, hechtenis, kerker, voogdijschap, minderjarigheid, pupil, wijk, stedelijk (kies)district, afdeeling of zaal in een hospitaal, werk (van een slot), buitenplein;Wardverb. bewaken, verdedigen, beschermen, terugdrijven, afweren:Tobe held in ward= in verzekerde bewaring gehouden;Tokeep watch and ward= streng de wacht houden;Toput in ward= gevangen zetten;The thrust waswarded offby me= gepareerd;Ward-mote= vergadering van het bestuur v. eenward;Ward-penny= bewakingsgeld, waakgeld;Wardrobe= kleerkast, garderobe:Wardrobe keeper=Wardrober= bediende bij dewardrobe;Ward-room= officierskajuit aan boord van een oorlogsschip;Wardship= voogdijschap, minderjarigheid;Warden= bewaker, bewaarder, custos, rector van sommigecolleges; vrederechter (Amer.); soort peer:Lord Warden of the Cinqueports= ambtenaar oorspronkelijk belast met de (kust)verdediging derCinque-ports; thans bezoldigd eereambt, onvereenigbaar met het lidmaatschap van het Parlement;Warden-pie= perenpastei;Wardenship= bewaarderschap;Warder= bewaker, wacht; commandostaf:Wardens of the Tower= ambtenaren ter bewaking v. staatsgevangenen in denTower.

Ware,wêə, waren, goederen; soort zeewier;Ware=Aware, Beware:Ware oars!= pas op de riemen! (bij het passeeren van een andere boot);Ware wire,Sir!=pas op het prikkeldraad (jachtterm);China ware= porselein;Earthenware= aardewerk;Hardware= ijzerwaren;Warehouse= pakhuis, magazijn, entrepôt =Bonded warehouse;Warehouse-keeper=Warehouse-man= pakhuishouder, pakhuismeester;Warehouse-warrant= cedel;Warehousing= het opslaan van goederen in pakhuis of entrepôt;Ware-housing-system= het entrepôt-stelsel;Ware-room= pakkamer, uitstalkamer.

Warham,wor’m.

Wariness,wêrinəs, subst. v.Wary.

Warlock,wölok, toovenaar, geestenbezweerder;Warlockry= toovenarij.

Warm,wöm, adj. warm, heet, vurig, ijverig, enthusiast, hartstochtelijk, intiem, versch, hartelijk, gegoed, rijk; ooksubst.;Warmverb. verwarmen, afranselen, warm worden, zich opwinden:Warm contest= heete strijd;Warm colour;Togive one’s hands a warm= z’n handen warmen;Have a warm= warm je eens goed;He is warm= zit er warmpjes in;You aregetting warm= je brandt je (bij het blindemanspel);This place is too warm for me= ik ben hier niet op mijn gemak;They made the town warm for him= hij kreeg het te benauwd;Tosit pretty warm= er warm inzitten;Hewarmed to his subject= zijn onderwerp sleepte hem mede;Warmed upremains of the evening meal;Warm-blooded= warmbloedig;Warm-hearted= hartelijk, oprecht;Warmer=[632]wie of wat verwarmt;Warming, subst. pak slaag; adj. verwarmend:Warming-pan= beddepan, iemand die eene betrekking vervult om deze open te houden tot de bedoelde persoon ze vervullen kan; groot ouderwetsch horloge;Warmth= warmte, vuur, gloed, hartelijkheid.

Warn,wön,waarschuwen, aanzeggen, oproepen:Iwarn you againstsuch a behaviour= waarschuw u voor;Hewarnedusofthe coming of the general= kondigde aan;They werewarned offthe hunt, being unfit to ride= nun werd aangezegd, niet mee te gaan op jacht;The infirm and aged arewarned off= worden hier niet toegelaten (worden gewaarschuwd weg te blijven);Warner;Warning= waarschuwing, aankondiging, dienstopzegging:My mistresshas given me warning= heeft mij den dienst opgezegd;Igave you proper warning of it= heb u behoorlijk er voor gewaarschuwd;Take warningof his example= spiegel u aan;Warning notice-boards= waarschuwingsborden.

Warp,wöp, subst. schering (Warpand woof), kromming, boegseerlijn, werptros; slib;Warpverb. kromtrekken, krimpen, verdraaien, een verkeerde richting geven, scheren, kunstmatig besproeien of inundeeren, boegseeren, verhalen, bevloeien;Warped= krom, verdraaid, vertrokken:Awarped,unframed photo stood on his desk= een kromgetrokken;His conclusions are occasionallywarped by sympathy= zijne voorliefde maakt dat zijne conclusies wel eens wat verdraaid zijn;Warper= werkman, die de schering aanzet;Warping:Warping-bank= dam om het water op een stuk land te houden;Warping-machine,Warping-mill= handmolen tot het maken der schering.

Warrant,worn’t, subst. volmacht, machtiging, proces-verbaal, bevel tot inhechtenisneming, borgstelling, garantie, cedel, aanstelling door den korpskommandant;Warrantverb. waarborgen, garandeeren, machtigen, toestaan, bekrachtigen, verzekeren, instaan voor, betuigen, verdedigen:Warrant to appear= dagvaarding;Thedeath-warrantwas signed by the king= doodvonnis;Asearch-warrant= bevel tot huiszoeking, opsporing, enz.;Warrant of apprehension, arrest= bevel tot aanhouding of arrestatie;Warrant of attorney= procuratie of notarieele volmacht;Warrant of caption= steekbrief;Warrant of distress= bevel tot beslaglegging;Warrants were issued= bevelschriften werden uitgevaardigd;Without a warrant= ongemotiveerd;Warrant officer=officiermet rang tusschen luitenant en sergeant, dek-officier (te vergelijken met onze onder-luitenants en adjudant-onderofficieren) bij warrant aangesteld;I warrant youthat he is a clever fellow= verzeker u, sta er voor in;Iwarrant it good= sta er voor in, dat het goed is;Warrantable= verdedigbaar, wettig (=Warrantby law), oud genoeg voor de jacht er op (v. herten);Warrantee,wor’ntî, die gewaarborgd wordt;Warranter= volmachtgever, waarborger =Warrantor,wor’ntə,wor’ntö;Warranty, subst. belofte, waarborg.

Warren,wor’n, konijnenpark, fazantenpark, vischweer, krot;Warrener= opzichter.

Warrior,worjə, krijgsman.

Warsaw,wösô.

Wart,wöt, wrat:Wart-hog= soort vanAmer.wild zwijn;Wart-wort= kroontjeskruid;Wartless= zonder wratten;Warty= vol wratten, wratachtig.

Warwick,worik;Warwickshire,worikšə.

Wary,wêri, omzichtig, behoedzaam.

Was,woz, imperf. (enkelv.) van to be.

Wase,weiz,weis, kussen door sjouwers op het hoofd gedragen.

Wash,woš, subst. wassching, de wasch, slappe thee, spoeling, kabbeling, golfslag, kielwater, aanslibbing, moeras, watertje voor de toilettafel, dunne metaallaag, vernisje, dun verflaagje, schijnkoop;Washverb. wasschen, afwasschen, afspoelen, bespoelen, uitwisschen, met eene dunne verflaag bedekken, met een metaallaagje bedekken, reinigen (van erts):Thewash and turmoil of the water= het klotsen en de beroering;I’lldo the wash= ga de wasch aan kant maken;Togive one’s face a wash= zich het gezicht wasschen;We must have a wash= ons eens wasschen;I havesent them to the wash= heb ze in de wasch gedaan;This soap won’t wash clothes= met deze zeep kunnen geen kleeren gewasschen worden;It don’t wash= kan niet gewasschen;That won’t wash= dat gaat niet (op);Towash dishes= borden wasschen;Towash one’s hands of= zijne handen in onschuld wasschen; zijne handen aftrekken van;All their sins werewashed away= zij werden van al hunne zonden gereinigd;Those spots cannot bewashed out= gaan er in de wasch niet uit;Awashed outcreature= bleek;Towash outan affront;Shewashed upthe tea-things= waschte af;Copperwashed withsilver= verzilverd koper;Wash-ball= zeepbal;Wash-board= waschplank, zetboord (op boot of sloep);Wash-gilding= nat vergulden;Wash-hand-basin= waschkom;Wash-hand-stand (Wash-stand)= waschtafel;Wash-house= waschhuis;Wash-leather= zeemleer;Wash-pot= waschkom, waschbak;Wash-tub= waschtobbe;Washable= goed blijvend in de wasch;Washer= waschvrouw, waschmachine, ringplaat (onder de moerschroef);Wash-man= waschbaas, waschman, bleeker;Wash-woman= waschvrouw;Washiness, subst. v.Washy;Washing:Washing-day;Washing-dress,Washing-fabrics= japon, stoffen, die tegen de wasch kunnen;Washing-glove;Washing-machine= waschmachine;Washing-powder= waschpoeder.

Washington,wošiŋt’n, Washington;Washingtonian,wošiŋtounj’n, subst. inwoner v. W.; afschaffer; adj. afschaffers …; v. Washington:The Washingtonian movement=Washingtonianism= afschaffersbeweging, hunne beginselen.

Washy,woši, waterig, zwak, dun, krachteloos:Washy-looking wine= dunne, krachtelooze wijn.

Wasp,wosp, wesp:He has his head full of wasps= hij heeft allerlei kuren;Wasp-waisted= met wespentaille;Waspish= met eene wespentaille, prikkelbaar, giftig;[633]Waspish-headed= prikkelbaar, opvliegend; subst.Waspishness.

Wassail,wosil,wasil, subst. drinkgelag; gekruid bier met wijn met Kerstmis of Nieuwjaar en opgediend in denWassail-bowl;Wassailverb. drinken (op het welzijn van);Wassail-cup= beker waaruitwassailwerd gedronken;Wassailer= drinkebroer;Wassailers= lieden, die met Kerstmis zingend rondgaan.

Waste,weist, verwoesting, vernieling, afneming, achteruitgang, verspilling, verlies, woestenij, wildernis, onbebouwde grond, gruis, afval, onheil, vlak; adj. woest, onbruikbaar, overvloedig, waardeloos, onnut;Wasteverb. verwoesten, vernielen, verminderen, afnemen, verspillen, weggooien, uitteren, verteren, kwijnen, laten vervallen:In mere waste= onnut;Tolay waste= verwoesten;Your candleis running to waste= loopt af;Tolet a garden run to waste= laten verwilderen;Towaste (away)one’s money, time= verkwisten;His illness hadwasted him to skin and bones= had hem geheel uitgeteerd;Waste not want not= die wat spaart, die wat heeft;The ticket would be wasteed= zou ongebruikt blijven liggen;Waste-basket= papiermand =Waste-paper-basket= prullenmand;Waste-book= memoriaal;Waste-gate= afvoersluis;Waste-paper= scheurpapier;Waste-pipe= afvoerbuis;Waste-sheet= vel misdruk;Waste-water= condensatiewater;Waste-weir= afvoerweer;Waster= doorbrenger, dief aan de kaars, elger;Wastrel= afval, woestenij; verwaarloosd kind, kind zonder thuis of onderkomen, doorbrenger.

Wat,wot, fam. voorWalter.

Watch,wotš, subst. wacht, waakzaamheid, het waken, oplettendheid, schildwacht, wachtpost, horloge, uurwerk;Watchverb. waken, bewaken, gadeslaan, de wacht houden, acht geven:Alarum watch= wekker;Keyless watch= remontoir;Repeating watch= repetitie-horloge;Stem-winding watch= remontoir;I amon the watch= sta op den uitkijk, lig op de loer;Tokeep good watch= goed oppassen, waken;The watch was relieved= de wacht werd afgelost;My watch has run down= mijn horloge is afgeloopen;I set a watchover them= ik liet hen bewaken;Heset his watch tothe city-clock= regelde zijn horloge naar;Many eminent lawyers werewatching the case= woonden het proces bij;Iwatched the thunderstormfrom this elevated position= ik sloeg het onweer gade;Hewatched overmy childhood= hij waakte over mijne kindsheid;Hewatched throughthe long night= waakte den ganschen nacht;Towatch home= nakijken tot iemand thuis is;Watch-box= schilderhuis, wachthuisje, horlogekast =Watch-case= horlogekast;Watch-chain= horlogeketting;Watch-dog= waakhond;Watch-fire= wachtvuur;Watch-glass= horlogeglas;Watch-guard= horlogeketting of -lintje;Watch-hand= horlogewijzer;Watch-house= wachthuis;Watch-key= horlogesleutel;Watch-light= nachtlicht;Watch-maker= horlogemaker;Watchman= nachtwaker, nachtwacht, baanwachter;Watchman’s rattle= ratel van een nachtwacht:Tospring a watchman’s rattle= een ratel slaan;Watch-night= laatste nacht van het jaar:I attendeda watch-night servicein the Wesleyan chapel= woonde den kerkdienst van het oude jaar in het nieuwe bij;Watch-stand= horlogestander;Watch-tower= wachttoren;Watchword= wachtwoord, leus, motto;Watcher= waker, wacht, waarnemer, bespieder;Watchful= waakzaam:I have always beenwatchful ofyour interests= altijd nauwlettend behartigd; subst.Watchfulness.

Water,wôtə, subst. water, watervlak(= Piece of water), bronwater, regen, urine, zee, rivier, glans van diamant of parel, effecten uitgegeven zonder gewaarborgden interest;Waterverb. besproeien, bespoelen, nat maken, van water voorzien, drenken, water innemen, verwateren, roten, moireeren, watertanden:A great deal of water had flowed under the bridge (Much water had flowed from the rivers to the sea)since that time= er was heel wat water door den Rijn gestroomd;Diamondsof the first water= van het zuiverste water;Gentlemenof the first water= hoogsten rang;He is a prigof the first water= een verschrikkelijke kwibus;Bilge water= water onder in een schip, dat niet uitgepompt kan worden;Low water= laag water:To beatat low water= in geldverlegenheid zijn;Slack water= dood tij;Hehas water on the brain= hersenvliesontsteking;That willnot hold water= dat is lek;Your reasoning won’thold water= uwe redeneering houdt geen steek;Tomake water= lekken, wateren, urineeren;Our shipmade foul water= raakte met de kiel den bodem;Totake the waters= de baden gebruiken;Hethrew cold waterover my enthusiasm= gooide een emmer koud water over;Totread water= watertreden;This kept my headabove water= deed mij in ’t leven blijven, redde mij;You must put on plenty of pace whenriding atwater= als je over een sloot moet springenTogo by water= over zee gaan;Toconvey by water= per scheepsgelegenheid vervoeren;For all waters= van alle markten thuis;We werein deep water(s)= in een moeilijke positie;You havegot into hot water= gij zit er leelijk in;Champagneflowed like water;Tospend money like water;My mouth waters= het water loopt me om de tanden;The flowers were waterd= werden begoten;Towater horses= water geven;It made my mouth water= het deed me watertanden;Toset a person’s mouth watering= doen watertanden;After wateringwe sailed away= nadat wij versch water ingenomen hadden;Water-back= warmwaterbak of reservoir in een fornuis;Water-bailiff= soort kommies, vroeger opzichter der visscherij:Water-bath= waterbad;Water-bearer= Waterman (Dierenriem);Water-bed= waterbed;Water-bottle= karaf;Water-buck= waterbok (Z.-Afr.);Water-bug= watertor;Water-butt= water- of regenton;Water-carriage= vervoer te water;Water-cart= sproeiwagen;Water-closet= closet, W.C.;Water-cock= waterkraan; waterhoen;Water-colour[634]= waterverf, schilderij in waterverf =Painting in water-colours;Water-colourist= waterverfschilder;Watercourse= stroompje, stroom, waterloop;Water-craft= schepen, booten, enz.;Water-crane= waterpomp (voor een locomotief);Water-cress= waterkers;Water-crowfoot= water-boterbloem;Water-cure= waterkuur:Water-cure establishment;Water-deck= waterdicht dek voor een huzarenpaard;Water-dog= waterhond;Water-drain= draineerbuis;Water-drainage= draineering;Water-dray= soort zolderschuit;Water-dressing= koudwatercompres;Water-drop= droppel water, traan;Water-engine= schepmolen;Waterfall= waterval;Water-flag= gele lisch;Water-flea= watervloo;Water-flood= overstrooming;Water-fly= oevervlieg;Water-fowl= watervogel;Water-furrow, subst. voor of greppel om water af te voeren;Water-furrowverb. draineeren door greppels;Water-gall= gat in den grond door hevigen regen; bijregenboog;Water-gas= watergas;Water-gate= sluis, vloeddeur, waterpoort;Water-gauge= peilglas;Water-gilder= iemand die de kunst verstaat vanWater-gilding= watervergulding;Water-gruel= watergruwel;Water-gruelish, flauw, smakeloos;Water-hen= waterhoen (-hennetje);Water-kelpie= watergeest;Water-level= waterstand, waterpas-instrument;Water-level-line= waterpeil;Water-lily= waterlelie, plomp;Water-line= waterlijn (diepgang van een schip);Water-logged= vol water geloopen door een lek en daardoor ten prooi aan golven en stroom;Water-lot= onder water staand bouwterrein (Amer.);Water-man= schuiten voerder, jolleman, waterman (die de huurpaarden op hun standplaats van water voorziet); blauw zijden halsdoek;Water-mark= watermerk, waterhoogte, waterpeil;Water-meadow= weide die door irrigatie besproeid kan worden;Water-melon= watermeloen;Water-meter= watermeter;Water-mill= watermolen;Water-nymph= najade;Water-omnibus= trekschuit;Water-ordeal= waterproef;Water-parsnip= breedbladige watereppe;Water-pitcher= waterkan;Water-plant= waterplant;Water-poise= hydrometer, waterpas;Water-pot= waterpot, waterkan;Water-power= waterkracht;Water-pox= waterpokken;Waterproof, subst. voor water ondoordringbare stof of jas; adj. tegen water bestand;Waterproofverb. ondoordringbaar maken voor water;Water-ram= hydraulische ram;Water-rat= waterrat;Water-rate= waterbelasting;Water-ret=Water-rot;Water-rocket= waterrot (vuurwerk);Water-rot= roten;Water-scape= rivier- of zeegezicht (schilderij);Watershed= waterscheiding;Waterside= waterkant;Water-snake= waterslang;Watersouchy. ZieZoutch;Water-spaniel= waterhond;Water-spout= waterpijp, spuwertje, waterstraal, waterhoos;Water-supply= wateraanvoer;Water-tank= reservoir;Water-tap= waterkraan;Water-tight= waterdicht;Water-vole= waterrat;Water-wagtail= gele kwikstaart;Waterway= waterloop, waterweg, vaarwater;Water-weed= waterpest;Water-wheel= scheprad;Water-works= de waterleiding (ook met fonteinen, etc.);Water-worn= door het water gerond of afgesleten;Waterage,wôtəridž, loon voor vervoer te water;Watered= gewaterd, moiré:Awatered-down belief= verwaterd;Watering:Watering-can= gieter;Watering-call= hoornsignaal om de paarden te drenken;Watering-cart= sproeiwagen;Watering-place= wed, plaats om water in te nemen, badplaats;Watering-pot= gieter;Watering-trough= drinkbak (voor paarden);Waterish= waterig, vochtig, verwaterd; subst.Waterishness;Waterless= droog, zonder water. ZieWatery.

Waterloo,wôtelû.

Watery,wotəri, waterachtig, waterig, smakeloos, flauw:Watery eye= vochtig oog;Watery kingdom= de zee.

Watson,wots’n;Watt(s),wot(s).

Wattle,wot’l, subst. horde van twijg of teen, deklat, takje, teenen twijgje, lel van haan of kalkoen, baarddraad van visschen, soort v. acacia (Australië);Wattleverb. met teenen twijgjes binden of vlechten, met eene horde omringen;Wattle-bark= bast der Austral. acacia;Wattle-bird= soort bijenwolf;Wattle-work= werk van gevlochten teen;Wattled;Wattling and daubing= het bouwen van hutten van gevlochten twijgen en leem.

Waugh,wô.

Waul,wôl, krollen, janken, gillen.

Wave,weiv, subst. golf, baar, golvende lijn op stoffen, moiré-zijde, enz., golving, sein (door wuiven);Waveverb. golven, wapperen, wenken, wuiven, wateren, moireeren:The ship wastossed on (by) the waves= op (door) de golven geslingerd;Hewaved his handand motioned me to a chair= hij wuifde met zijne hand;Wave-length= afstand tusschen twee golven;Wave-motion= golvende beweging;Wave-offering= beweegoffer (Levit. VIII, 27);Wave-shell= golving (bij aardbevingen);Wave-worn= door de golven afgesleten of gerond;Waved= gegolfd, gewaterd;Waveless= kalm, rustig, onbewogen, zonder golfslag;Wavelet= golfje, rimpel;Wavelike= golvend.

Waver,weivə, weifelen, aarzelen, waggelen, flikkeren:Iwaver in my conviction= mijne overtuiging raakt aan het wankelen;Waverer= weifelaar, besluitelooze;Waverous, Wavery= weifelend.

Waverley,weivəli.

Waveson,weivs’n, wrakhout, strandgoed.

Waviness,weivinəs, subst. v.Wavy= golvend, op en neer gaand, gegolfd.

Wax,waks, was, lak; woede; wasachtige afscheiding, oorsmeer, pik;Waxverb. met was bestrijken, wrijven, lakken; wassen, toenemen, grooter worden:As close (tight) as wax= zoo dicht als een pot;He sticks to me like wax= hij hangt aan me als een klit;There is a man of wax= jij bent een beste kerel;A stick ofsealing-wax= pijp lak;His eyes arewaxing dim= worden dof;Wax-candle= waskaars;Wax-chandler= waskaarsenmaker;Wax-cloth= wasdoek;Wax-doll= wassen pop;Wax(ed)-end= met was bestreken naai- en schoenmakersgaren, pikdraad;Wax-flower= kunstbloem (van was);Wax-light= waskaars;Wax-light coil= ineengedraaide waslont (om lichten aan te steken);Wax-match=[635]waslucifer;Wax-model(l)ing= het maken van figuren of beelden (in was);Wax-taper= waskaars;Wax-tree= pruikenboom;Wax-vesta= waslucifer;Wax-wick= waspit;Waxwork= wassenbeelden, anatomische preparaten v. was:Madame Tussaud’s Waxworks(familiaar:Waxers) = Mevr. T.’s wassenbeeldengalerij;Thewaxwork room= wassenbeeldenzaal;Waxworker= die in was werkt, bij;Waxed= gewast;Waxen= van was, wasachtig, week als was;Waxiness, subst. v.Waxy= als was, met was, wasachtig, toornig, meegaand; stijf.

Way,wei, subst. weg, voortgang, reis, levensloop, afstand, plan, manier, wijze, opzicht, kijk, spoed of beweegkracht, gebruik, gewoonte, aanloop, middel, vak:He has a way with him= hij heeft zoo iets over zich;Where there is a will there is a way= willen is kunnen;That’s the way= zóó moet het, zoo gaat ie goed;It’s that way, is it?= ah! zit de vork zóó in den steel;That’s the way ofwives= zoo doen onze vrouwtjes;It is the other way about (round)= het is juist andersom, omgekeerd;Way in, way out= ingang, uitgang (opschrift op een bordje of plank);He told me soby the way= in ’t voorbijgaan, tusschen haakjes;I send you my photoby way ofapology= bij wijze van excuus;That isby way oflearning a trade= het is met het doel om;We went thereby way ofCologne= via Keulen;It isnotthe first timeby a long way= op lange na de eerste maal niet;For once in a way= bij uitzondering, voor een enkelen keer;You arevery much in my way= ge hindert me erg, staat me leelijk in den weg;Take the old homein your wayfor a wedding-trip= maak uwe huwelijksreis zóó, dat ge ’t oude huis kunt bezoeken;In a general way= over ’t algemeen;The picture is,in a way,finished= in zekeren zin;Have you nothing for mein the wayof a parcel? = geen enkel pakje;That is ratherout of the wayhere= dat komt hier niet te pas, hoort hier niet;Will youget out of the way? = wil je maken, dat je weg komt;Anout-of-the-way place= afgelegen plaats;I shall be glad toput myself out of the wayon your account= mij om uwentwil wat last te getroosten;Such work isout of my way= ligt niet op mijn weg;He was put (got)out of the way= uit den weg geruimd;Keepout of harm’s way= zorg dat u niets kwaads overkomt;He wentout of his wayto inform me of it= gaf zich heel veel moeite;I won’t goout of my wayto benefit you= wil geen moeite doen te uwen behoeve;He livesover the way= hier tegenover;The ship gotunder way (weigh)= ging anker op;We have enjoyed thisright of wayfor ever so long= het recht om over dit pad te gaan;Ways and means= bronnen van inkomsten:Thecommittee of ways and meanshas granted the supply= de financieele commissie heeft het crediet toegestaan;Any wayhe didn’t know what to answer= in elk geval;He isin a bad way= er slecht aan toe;He hasgot into bad ways (fallen in evil ways)= op ’t verkeerde pad geraakt;You are wrongevery way= in alle opzichten;She isin the family way= ze moet bevallen;The village lieshalf way betweenthe towns= halverwege tusschen;Hewent London way= den weg naar Londen op;Hebegged his way backto his native village= ging al bedelende;Clear the way, there!= maak ruim baan;Come this way,sir= kom eens hier, baas(je);Come your way(s)= allo! ga mee;Heelbowed his way throughthe crowd= baande zich een weg door;Hegot his own way= kreeg zijn zin;Hewent his way(s)= ging heen, vertrok;He hasgone the way of all flesh (of all the earth)= hij is gestorven;His influencegoes a long way withthe minister= hij heeft veel invloed bij;He will alwayshave his (own) way= zijn zin hebben;Will youlead the way? = vooropgaan;I hadlost my way= ik was verdwaald;He is sure tomake his wayin the world= zal zijn weg wel vinden;At your age you mustmake (a) way foranother= moet ge plaats maken, wijken;Wemade the best of our way home= maakten dat we zoo gauw mogelijk thuis kwamen;You musttake your own way= gij moet zelf weten wat ge doet;Hetook his wayto Antwerp= vertrok naar; interj. (=Away) weg:Way back!= terug;Go (your) way= ga weg!Oh, do way John= Och toe, Jan, houd stil!(Launching) ways= stapelblokken (Scheepst.);Way-bill= geleibrief, factuur, soort van vrachtbrief; lijst van de passagiers (in een diligence) of der goederen (in een vrachtwagen):Express, ordinary,parcelway-bill= lijst van de ijl-, vracht-, bestelgoederen;Way-board= leemader;Way-bread= groote weegbree;Wayfarer= reiziger;Wayfaring= het reizen;Wayfaring-tree= wollige sneeuwbal;Waygoing= vertrekkend, reis—:Waygoing crop= oogst van het land die aan den opvolgenden pachter behoort;Way(z)goose= jaarlijksche maaltijd aan de knechts eener drukkerij in Engel.;Waylay,weilei,weilei, belagen, opwachten (om te bestelen, etc.);Waylayer= belager;Way-leave= recht van overweg of vergoeding voor ’t gebruik;Way-maker= baanbreker, voorlooper;Way-mark= wegwijzer;Way-passenger= onderweg opgenomen passagier (Amer.);Wayside, subst. weg, kant van den weg:Tales of awayside inn= verhalen in eene herberg aan den weg;Way-station= tusschenstation (Amer.);Way-warden= wegopzichter;Waysore=Way-worn= moe van het reizen.

Wayward= dwars, grillig, eigenzinnig; subst.Waywardness.

Waywode,weiwoud, gouverneur v. stad of provincie (Rusland);Waywode-ship.

We,wî, wij:It is we= wij zijn het.

Weak,wîk, zwak, uitgeput, ziekelijk, niet sterk, broos, onvoldoende, gebrekkig:This coffee isas weak as ditch-water= zoo slap als spoelwater;He isas weak as waterin his wife’s hands= als was in de handen[636]van zijne vrouw;That ishis weak sideand it is there you must take him= dat is zijne zwakke zijde;Theweak spotin the scheme= het zwakke punt;In the struggle for lifethe weakest go to the wall= bezwijken de zwaksten;Weak verbs= zwakke werkwoorden;Weak-eyed= met zwakke oogen;Weak-headed= met gering verstand;Weak-hearted= flauwhartig;Weak-kneed= gemakkelijk bezwijkend, niet vastberaden;Weak-made= zwak gebouwd, onsterk;Weak-minded= zwak, besluiteloos;Weak-sighted= met een zwak gezicht;Weak-spirited= lafhartig, beschroomd;Weaken= verzwakken, verslappen, verdunnen;Weakener;Weakling= zwakkeling, bloed, stumperd, ook adj.;Weakly, adj. en adv. zwak, slapjes;Weakness= zwakheid, slapheid:Tohave a weakness for= zwak hebben voor.


Back to IndexNext