Chapter 16

C,sî,A.C.=Ante Christum= vóór Christus;Cnatural= C;C.flat= C-mol;C.sharp= C-dur;C= 100;C. B.=Companion of the Bath= ridder van de Bath-orde;CC= 200;Cf.=confer= vergelijk;Camb(ridge);Cantab= student vanCambridge University;Cant(erbury);C(are)O(f)= per adres (op brieven);Cath(olic);Celt(ic);C(ommissionary)G(eneral);Chap(ter);Chas.=Charles;Chem(istry);C(ost),I(nsurance),F(reight)= kosten, assurantie en vracht inbegrepen (uitspr.:Sif);C(ity)I(mperial)V(olunteer);C(ash)O(n)D(elivery)= tegen rembours;Colloq(uial);Comp(arative);Conn(ecticut);Corr(esponding)Mem(ber);Cor(responding)Sec(retary);C(ertificated)T(eacher);C(yclist)T(ouring)C(lub);C(ome)Q(uick)D(anger)= een Marconisein voor schepen;Cwt= a hundredweight;Cyc(lopaedia).[72]Caaba,kâ-a-ba, kaäba, de zwarte heilige steen in Mahomed’s moskee te Mekka. Ook het tempeltje zelf.Cab,kab, soort rijtuig, bril = overdekte plaats voor den machinist op de locomotief;Cabverb. in eencabrijden:We have cabbed it;Cabman,kabm’n, koetsier;Cab-stand= standplaats voorCabs;Cabby=Cabman.Cabal,kəbal, subst. cabaal, samenspanning, politieke intrigue;Cabalverb. samenspannen;Caballer= intrigant.Cab(b)ala,kabəla, geheime wetenschap, aan Mozes geopenbaard en den Rabbis overgeleverd, ter verklaring van de Schrift; mystiek;Cabalist,kabəlist, Rabbi, bedreven in deCabala; mysticus;Cabalistic(al)= mystiek.Caballine,kabəl(a)in, paarde(n) - - -:Caballine spring= hengstebron =Hippocrene.Cabaret,kabəretofFr. uitspr.kroeg.Cabas,kaba, kabas, reismandje.Cabbage,kabidž, subst. kool, koolkop; de stof, die bij kleermakers door de naald gaat;Cabbageverb. een kop vormen bij ’t groeien; zich stukjes goed toeëigenen;Cabbage-butterfly= koolwitje (de Cabbage-worm is er de larve van);Cabbage-headed= dom;Cabbage-lettuce= kropsla;Cabbage-tree= koolpalm.Cabin,kabin, subst. kamertje, hut, kajuit:Cabinverb. opsluiten of wonen ineene cabin;Cabined, cribb’d, confined= achter slot en grendel;Cabin-boy.Cabinet,kabinet, kabinet (in allerlei beteekenissen); photo in kabinetformaat:Cabinet council=Meeting of the C., ministerraad;Cabinet-maker= kabinetwerker;Cabinet-picture= kabinetstuk.Cable,keib’l, subst. kabeltouw, ankerketting, telegraafkabel, kabelbericht;Cableverb. met een kabel vastmaken; kabelen:A cable’s length= 185,5 M.;To pay out a cable= een tros vieren;A cable (message)= een kabelbericht =Cablegram;Cable-laid= als een kabel gedraaid;Cable-(rail)road,Cable-railway= kabelspoor;Cable-room=Cable-tier,keib’ltîə, kabelgat;Cablet= kleine kabel.Caboodle,kəbûd’l, rommelzoo (Amer.).Caboose,kəbûs, kombuis; veldkeuken; een aan een goederentrein aangebrachte wagen voor beambten en arbeiders; een woning (Amer.).Cabriolet,kabriəlei, cabriolet.Cacao,kəkeiou,kakâou, cacaoboom;Cacao-butter= cacaoboter.Cachalot,katšelot, potvisch.Cache,kaš, geheime bewaarplaats;Cacheverb. verbergen.Cachet,kašei, zegel.Cachinnation,kakineiš’n, luid, aanhoudend gelach;Cachinnatory= luid lachend.Cacholong,katšoloŋ, cacholong.Cachou,kəšû, cachou, cachoupil voor rookers.Cackle,kak’l, subst. gekwaak, gekakel, gewauwel;Cackleverb. kwaken, wauwelen, giechelen;Cackler= snaterende gans, kakelende kip; wauwelaar.Cacography,kəkogrəfi, cacographie.Cacology,kəkolədži, slechte uitspraak.Cacophony,kəkofəni, cacophonie.Cactaceous,kakteišəs, cactusachtig;Cactal,kakt’l, cactus - -;Cactus,kaktəs, cactus.Cad,kad, poen, ploert;Caddish, ploertig.Cadastral,kədastr’l, kadastraal;Cadastre,kədastə, kadaster.Cadaver,kədeivə,kədavə, lijk;Cadaverous, lijkachtig, lijkbleek, lijk - - -; subst.Cadaverousness= lijkachtigheid, etc.Caddice,Caddis,kadis, soort pluksel; ook =Caddice-bait(Caddice-worm) = larve van deCaddice-fly= watermot.Caddie,kadi, drager der kolven (golfspel).Caddy,kadi, theebus.Cade,keid, subst. vat haring (500 stuks), vat sprot (1000 stuks); ooilam, verwend kindje; adj. tam;Cadeverb. met de hand groot brengen.Cadence,keid’ns,Cadency,keid’nsi, cadans, rythme =Cadenza,kədenzə.Cadet,kədet, jongere of jongste zoon; kadet.Cadge,kadž, venten, bedelen;Cadger= venter; smulpaap.Cadgy,kadži, lustig, dartel, lichtzinnig.Cadi,kâdi,keidi, Kadi.Cadiz,keidiz, Cadix.Cadmean,kadmîən, van Cadmus, Thebaansch;Cadmus,kadməs.Cadogan,kədoug’n.Cadre,kadə, kader.Caduceus,kədjûsiəs, staf van Mercurius.Caducous,kədjûkəs, vroeg (ontijdig) vallend, broos.Caecum,sîk’m, blinde darm.Caedmon,kadm’n.Caesar,sîzə, Caesar, keizer, autocraat;Caesarian,sizêrj’n:Caesarian operation= keizersnede;Caesarism,sîzərizm, absolute regeering.Caesura,sizjûrə, caesuur;Caesural= caesuur - -.Caffeic,kəfîik,kafəik:Caffeic acid= koffielooizuur;Caffein,kəfîin,kafiin,kafiain, caffeïne.Caffer,Caffre,kafə, kaffer; kafir;Caffraria,kəfrêriə, het Kafferland.Cage,keidž, subst. kooi; gevangenis, ijzergaas net (=Wire cage, om een gasbrander), liftkooi;Cageverb. in eene kooi sluiten;Cage of a stair-case= trappenhuis;Cageling= opgesloten vogel.Cagmag,kagmag, subst. bedorven vleesch, taaie gans; adj. walgelijk, oneetbaar.Cahoot,kəhût, subst. compagnieschap (Am.);Cahootverb. handelen in vereeniging:To be in cahoots= onder één deken slapen (fig.).Caic,kaîk, kaïk.Caiman,keim’n, kaaiman.Cain,kein:Toraise Cain= den boel op stelten zetten.Caique=Caic.Cairn,kêən, kegelvormige steenhoop (als monument of herinneringsteeken).Cairo,kairou.Caisson,keis’n,keisûn, caisson.Caitiff,keitif, subst. schurk; adj. laag, gemeen.Caius,keiəs.Cajuput,kadžəput, kajapoetolie (-boom).Cajole,kədžoul, bevleien, aftroggelen (out of);Cajoler, vleier;Cajolery, vleierij.Cake,keik, koek, gebak; suffer;Cakeverb. tot een koek vormen, zich zetten tot een koek:My cake is dough= ’t is mis;[73]There’d be no morecakes and ale= geen pret, vroolijkheid;Theyare cakes and ale to him= zijn een feest voor hem;Theygo off like hot cakes= zij gaan als koek, grif van de hand;Youcannot eat your cake and have it= je kunt je geld maar eens uitgeven;Cake-walk= oorspronkelijk een danswedstrijd tusschen fraai uitgedoste negerparen met eencakeals prijs;Caky= koekachtig.Calabar,kaləbə, soort pelswerk.Calabar-bean,kaləbâbîn, Afrikaansche boon (ook toetsboon genoemd, omdat zij als toets diende van de schuld of onschuld van de van hekserij aangeklaagden).Calabash,kaləbaš, pompoen, kalebas.Calaboos,kaləbûs,kaləbûz, gevangenis (Amer.),Calaboosverb. opsluiten.Calabria,kəleibriə,kalâbriə, Calabrië.Calais,kalis.Calamanco,kaləmaŋkou, kalmink.Calamint,kaləmint, kalament, kattenkruid.Calamitous,kəlamitɐs, rampspoedig;Calamity,kəlamiti, ramp, ellende, tegenspoed.Calamus,kaləmɐs, kalmus; herdersfluit.Calandra,kəlandrə, kalander-leeuwerik; korenworm.Calash,kəlaš, calèche; kap.Calcar,kalkâ, fritoven; calcineeroven;Calcareous,kalkêriəs, kalkachtig, kalkhoudend:Calcareous spar= kalkspaath.Calcedon,kalsidon, calcidoon, vuile ader in edelgesteenten.Calcic,kalsik:Calcic-chloride= chloorcalcium;Calciferous, kalkhoudend;Calcify,kalsifai, verkalken;Calcimine= stukadoorskalk;Calcimineverb. witten.Calcination,kalsineiš’n, calcineeren, oxydatie;Calcine,kalsain,kalsin, calcineeren; tot asch verbranden.Calcium,kalsiəm, Calcium.Calcography,kalkogrəfi, (koper)plaatsnijkunst.Calculable,kalkjuləb’l= berekenbaar; betrouwbaar;Calculate,kalkjuleit, berekenen, rekenen, ramen, begrooten, geschikt zijn, zich leenen tot; zich voornemen, vermoeden (Amer.):A calculating boy= een rekengenie;Calculating-machine;Calculation= berekening;Calculative= berekenend;A lightning calculator= snelrekenaar.Calculous,kalkjulɐs, steen …Calculus,kalkjulɐs, (mv.Calculi), steen, graveel; berekening:The calculus of probabilities= kansrekening; Algebraical calculus = algebra;Differential calculus= differentiaal-rekening;Integral calculus= integraal-rekening;Literal calculus= algebra.Ca(u)ldron,kôldr’n, groote ketel.Caleb,keiləb.Calecannon,keilkan’n, Iersch gerecht (gestampte aardappelen en moesgroente).Caleche,kəleš=Calash.Caledonia,kalədounjə, Schotland;Caledonian= Schot(sch);Caledonians= een soort quadrille.Calefacient,kalifeišn’t, adj. en subst. verwarmend (middel);Calefaction,kalifakš’n, verwarming;Calefactor= klein kookfornuis;Calefactory= verwarmend.Calembourg,kal’mbûəofFr. uitspr.woordspeling.Calendar,kal’ndə, subst. kalender, register, rol;Calendarverb. registreeren:Perpetual calendar,Tear-off calendar;Turn-over calendar;Calendar-month= zonnemaand.Calender,kal’ndə, subst. kalander;Calenderverb. kalanderen;Calenderer.Calends,kal’ndz, eerste dag van iedere maand bij de Romeinen:At (on) the Greek calends= nooit.Calendula,kəlendjulə, goudsbloem.Calenture,kal’ntjulə, ijlende koorts (door de hitte in tropische gewesten).Calf,kâf, (Meerv.Calves,kâvs), kalf (ookfig.), kalfsleer; kuit:To kill the fatted calf;Calf-love= kalverliefde;Calf-skin= kalfsvel (leer).Calhoun,kalhûn.Caliban,kaliban, verdierlijkt wezen, wildeman.Caliber,Calibre,kalibə, kəlîbə, kaliber; gesteldheid, waarde; bevattingsvermogen:Caliber-compasses. ZieCallipers;Calibrate= kalibreeren; van graadstrepen voorzien; subst.Calibration.Caliciform,kalisiföm, kelkvormig.Calico,kalikou, calicot (inAmerikabedrukt katoen);Calico-ball= bal, waarop de dames katoenen japonnen dragen.California,kaliföniə;Californian= Californiër, Californisch.Caligo,kəlaigou, vlek op het hoornvlies.Calipash,kalipaš,kalipaš, groenachtig vleesch van een schildpad aan de rugzijde;Calipee,kalipî,kalipî, geelachtig vleesch van een schildpad aan het buikschild.Caliph,kalif,keilif, kalif;Caliphate,kalifeit,keilifeit, kalifaat.Calisthenics,kalistheniks, vrije- en orde(n)-oefeningen (vooral voor meisjes).Calix,kaliks,keiliks=Calyx.Calk,kôk, subst. ijsspoor, scherpe kalkoen, ijsnagel;Calkverb. van ijssporen voorzien, op scherp zetten, calqueeren (kalkeeren), breeuwen;Calkin= ijsspoor, etc.;Calking-iron= breeuwmes, kalefaatijzer.Call,kôl, subst. roep, oproeping, aanmaning, roepstem, beroep, smeeking, roeping, aanleiding, vraag, uitnoodiging, ‘invite’ bij kaartspel, kort bezoek, appèl, stoot op een jagershoorn, bootsmansfluitje, lokstem(-fluit);Callverb. noemen, rekenen, oproepen, uitroepen, bijeenroepen, aanstellen, inroepen, toeroepen, luide roepen, bezoeken, manen, opvorderen:At call= ter beschikking;He isat my beck and call= hij staat klaar voor mij;To bewithin call= te beroepen;Toaccept(toget, receive)a call= een (predikants) beroep;Toget the call= opgeroepen worden (brandweer);Togiveacall= bezoeken (Verg.:Toreturnacall);Youhad no callto say such a thing= gij waart niet geroepen, het was niet aan u;Itseems such a far call= zoo’n groote sprong (fig.);A call of the House= het oplezen van de presentielijst (Parlement);Call of obligation(Duty call) = verplichte visite;The headmastercalled absence= hield appèl;Tocall to account= terverantwoording;[74]Tocall to the Bar= toelaten alsBarrister;Tocall over the coals= een uitbrander geven;Tocall to memory (mind, remembrance)= herinneren;Tocall names= uitschelden;Tocall to naught= voor alles uitmaken;Tocall the roll= appèl houden.Met voorzetsels en bijwoorden:Tocall after= achterna roepen, noemen naar;Tocall again= weer roepen, terugkomen;Tocall at= een bezoek brengen; aandoen;Tocall for= roepen om, vragen naar, afhalen;To be lefttill called for= zal afgehaald worden; poste restante;Thiscalled forthall his strength of mind= deed hem toonen;Tocall in= binnenroepen, opvragen;Tocall in question= in twijfel trekken;Tocall off= terugroepen, intrekken, nietig verklaren:He wascalled offby Death= weggenomen, opgeroepen;Tocall on(a person;ata house) = bezoeken;Hecalled on (upon)the honour of his country= deed een beroep op;Tocall out= roepen, schreeuwen; uitdagen, oproepen (doen uitrukken) van troepen;Tocall over= appèl houden, aflezen;Tocall round= eens aanloopen;Tocall up= oproepen, wekken;Call-bird= lokvogel;Call-boy= jongen, die de acteurs op hun tijd op het tooneel roept; jongen op een stoomboot, die den machinisten bevelen overbrengt;Call-dinner= diner opCall-night, den promotie avond derBarristers;Call-office= spreekcel;A called assembly= buitengewone vergadering;Caller= bezoeker;Caller-up,kôlərɐp, morgenwekker, porder;Calling= beroep, roeping;Calling-place= plaats door stoombooten aangedaan.Calligrapher,kəligrəfə, calligraaf;Calligraphic= calligraphisch;Calligraphy= schoonschrijfkunst, schoonschrift.Calliope,kəlaioupî, Calliope.Callipers,kalipəz:Callipers compasses,kɐmpəsiz, krom-(mast) passer.Callisthenics,kalis-theniks=Calisthenics.Callosity,kəlositi, verharding, eelt; ongevoeligheid;Callous,kaləs, verhard, vereelt; ongevoeligCallousness= verhardheid, etc.Callow,kalou, kaal; jong, onervaren.Calm,kâm; subst. kalmte, windstilte; adj. kalm, rustig, gelaten;Calmverb. stillen, doen bedaren, stil worden:The windfell a dead calm= het werd bladstil;Calms= streek der windstilten;We shall tryto calm him downa little= wat te kalmeeren;Calmative,kâmətiv,kalmətiv, kalmeerend (middel);Calmness= kalmte.Calmucks,kalmuks, (de) Kalmukken.Calne,kân.Calomel,kaləməl, calomel.Calorescence,kaləres’ns, overgang van niet-lichtgevende tot lichtgevende warmtestralen.Caloric,kalorik, adj. warmte - - -:Caloric engine= heete-luchtmachine; subst. warmte;Caloriduct= warmtebuis;Calorifere,kəlorifîə, calorifère;Calorific,kalərifik:Calorific rays= warmtestralen;Calorimeter,kalərimətə= calorimeter;Calorimetric= calometrisch;Calory= calorie.Calotte,kəlot, kalotje, kuif.Caltrop,kaltrəp, voetangel (Caltrops= glasof potscherven); sterredistel.Calumet,kaljumet, vredespijp.Calumniate,kəlɐmnieit, belasteren;Calumniation= belastering;Calumniator= lasteraar;Calumniatory= lasterlijk =Calumnious;Calumny= laster.Calvary,kalvəri, calvarieberg, kruisweg (of statie).Calve,kâv, kalven, jongen voortbrengen.Calville,kalvil,kalvil, kalvijnappel.Calvinism,kalvinizm, calvinisme;Calvinist= calvinist;Calvinistic(al)= calvinistisch.Calx,kalks, oxyde, glasafval.Calyx,keiliks,kaliks, bloemkelk.Cam,kam, subst. duim, lichter, kam:Cam-wheel= excentriek.Camaieu,kamaijû, camee =Cameo.Camarilla,kamərilə, camarilla.Camber,kambə, subst. kromming, ronding;Camberverb. krommen.Cambist,kambist, wisselaar, wisselhandelaar.Cambium,kambj’m, cambium.Cambray,kambrei, Kamerijk;Cambria,kambriə, Cambrië, Wales:Cambrian= Cambrisch; Cambriër.Cambric,keimbrik, batist; (batisten) zakdoek:Cambric-paper= satijnpapier.Cambridge,keimbridž.Camden,kamd’n:Camden Town= wijk in hetN.W.van Londen.Came,keim, imperf. vanto come.Camel,kam’l, kameel, scheepskameel:Camel-backed= bochelig;Cameleer= kameeldrijver;Camelry= infanterie op kameelen.Cameleon, Z.Chameleon.Camellia,kəmeliə, camelia.Camelopard,kəmeləpâd,kamələpâd= giraffe.Cameo,kamiou, camee.Camera,kamərə, camera, kamer.Camerated,kaməreitid, gewelfd, in kamers afgedeeld.Cameronian,kamərounj’n, volgeling vanR. Cameron. Schot. Presbyt:Cameronian regiment= 1ste bataljon Schotsche jagers.Cameroons,kamərunz:TheCameroons= Kamerun.Camisole,kamisoul, kamizool.Camlet,kamlət, kamelot.Camomile. ZieChamomile.Camp,kamp, subst. kamp; kuil vol rapen (aardappels); wintervoorraad van aardappelen, etc.;Campverb. kampeeren; onder den blooten hemel verblijven (out);Tostrike camp= een kamp opbreken;Camp-bed(stead)= veldbed;Camp-chair= vouwstoel met leuning;Camp-fire= kampvuur; officierenfuif (Amer.);Camp-follower= marketentster;Camp-meeting= zendingsfeest (Amer.)Camp-stool= vouwstoel.Campaign,k’mpein, subst. veldtocht; vlakte;Campaignverb. een veldtocht medemaken;Campaigner= veteraan.Campana,kampeinə, keukenkruid.Campaniform,k’mpaniföm;Campanulate(d),Campanulous= klokvormig.[75]Campanile,kampən(a)il, klokketoren.Campanula,k’mpanjulə, klokje.Campbell,kamb’l.Campeachy(wood),k’mpîtši, Campèche.Camperdown,kampədaun.Camphene,Camphine,kamfîn, kamfin, zuivere terpentijnolie.Camphor,kamfə, kamfer;Camphoraceous= kamferachtig; Camphorated, met kamfer doortrokken, kamfer - -;Camphoric= kamfer - -.Campvere,kampvîə, Veere.Can,kan, subst. kan, kroes, kap, blik (Amer.);Canverb. vleesch (vruchten) in blikjes conserveeren:They are cup and can= koek en ei;Canned meat= vleesch in blikjes;Canner= inmaker;Cannery= fabriek v. inmaking.Can,kan, kunnen:It is cheap as can= zoo goedkoop mogelijk;Can do is easily carried= lichter gezegd dan gedaan.Canaan,keinən, keinəan, Kanaän;Canaanite,keinənait, Kanaäniet;Canaanitic,keinənaitik,Canaanitish,keinənaitiš, Kanaänitisch.Canada,kanəda;Canadian,kəneidj’n, Canadisch; Canadees.Canaille,keneil, kanalje, gepeupel.Canal,kənal, kanaal:Canal boat= trekschuit;Canalization= kanalisatie;Canalize,kanəlaiz, kənalaiz, kanaliseeren.Canard,kənâ(d), canard.Canary,kənêri, kanarie; kanarie sek; oude dans;The Canaries= de Kanarische Eilanden.Canaster,kənastə, rieten mat.Cancan,kankan, wulpsche Fransche dans.Cancel,kans’l, subst. strepen halen door; vernietigen, intrekken, buiten omloop stellen;Cancellate(d)= getralied, netvormig;Cancellation= intrekking, annuleering; netvormigheid.Cancer,kansə, kreeft, kanker:The Tropic of Cancer= Kreeftskeerkring;Todie of a cancer;She had the cancer cut outof her breast= werd geopereerd van;Cancerate= verkankeren;Canceration= verkankering;Cancerous= kankerachtig =Cancroid.Cancriform,kankriföm, kankerachtig; kreeft (krab)vormig =Cancrine.Candelabrum,kandəleibr’m, kroonluchter.Candia,kandjə, Candia;Candian= Candioot.Candid,kandid, eerlijk, vrijmoedig, oprecht;Candidness= eerlijkheid, etc.Candidate,kandideit, candidaat, sollicitant;Candidacy,Candidateship,Candidature= candidatuur.Candied,kandid, geconfijt, geglaceerd; vleierig.Candle,kand’l, kaars, licht, normaalkaars:When candles are out all cats are grey= bij nacht zijn alle katten grauw;He went off like the snuff of a candle= hij ging uit als een nachtkaars;Hecannot (is not fit to) hold a candle to you= hij kan niet in uw schaduw staan;Tohold a candle to the devil= een kaars voor den duivel opsteken (steunen wat verkeerd is);The game is not worth the candle= de sop is de kool niet waard;For this weowethe authora candle= mogen wij den schrijver wel dankbaar zijn;Candleberry= croton, laurierbes;Candle-box= kaarsenbak;Candle-endeconomies= kleine bezuinigingen;Candle-light= kaarslicht (ookfig.):She is a candle-light beauty= schoon bij de kaars;Candle-lighter= soort fidibus;Candlemas= Maria Lichtmis (2 Februari);Candle-snuffer= snuiter;Candle-stick= kandelaar;Candle-waster= dief (aan de kaars);Candle-wick= kaarsepit.Candour,kandə, oprechtheid, eerlijkheid.Candy,kandi, subst. kandij, suikergoed;Candyverb. met suiker inleggen; kristalliseeren, konfijten (Candyshop= snoepwinkeltje), (Amer.):He has too much candy= een te lekker leventje.Cane,kein, subst. riet, suikerriet, bamboes, rottang, rotting;Caneverb. met een riet afranselen (=Togive one the cane); met riet matten:Bengal cane= Spaansch riet;A cane-(bottom) chair= stoel met rieten zitting;Cane-mill= suikerrietmolen;Cane-trash= afval van suikerriet.Canella,kənelə, kaneel(plant).Canicula,kənikjulə, hondsster;Canicular Days= hondsdagen;Caniculars= kreupelrijm.Canine,kənain,kanain, honds …; hond:Canine appetite= hondshonger;Canine laugh= hondskramp;Canine madness= hondsdolheid;Canine teeth= oogtanden.Canister,kanistə, bus, kartets (=Canister-shot);Canisterverb. in een bus doen; een hond een blikken ketel aan zijn staart hangen.Canker,kankə, subst. kanker, brand, roest, gifzwam, knagende worm (fig.), woekerende ziekte;Cankerverb. kankeren, aansteken, knagen aan, wegvreten;Canker-rash= roodvonk (met zwerende keel);Canker-rose= klaproos;Canker-weed= kruiskruid;Canker-worm= blad- of vruchtenrups (Am.);Cankered= door kanker aangetast; giftig, bedorven, knorrig;Cankerous= verkankerend, brandig.Cannabine,kanəb(a)in,Cannabis,kanəbis, hennep; harsachtige stof uit hennep getrokken.Cannel-coal,kan’lkoul, harde harshoudende kool.Cannequin,kanəkin, wit katoenen stof (Indië).Cannibal,kanib’l, subst. kannibaal; adj. menschenetend =Cannibalic;Cannibalism.Cannon,kanən, kanon, geschut; carambole;Cannon-ball;Cannon-foundry= geschutgieterij;Cannon-proof= bomvrij;Cannon-shot= kanonschot(afstand);Cannonade, subst. kanonnade;Cannonadeverb. (be)schieten; caramboleeren;Cannoneer= kanonnier;Cannonry= geschut, kanonnade.Cannula,kanjulə, afvoerbuisje (Med.);Cannular= buisvormig.Canny,kani, omzichtig, voorzichtig, slim; spaarzaam; rustig, behagelijk; gevaarloos.Canoe,kənû, boot, kano;Canoeverb. in een kano varen.Cañon,kanj’n, diepe, steile bergkloof.Canon,kanən, canon, in zijn verschillende beteekenissen; domheer:Canon law= canonieke wet;Canonic(al), canoniek;Canonicals[76]= priestergewaad;Canonicity= echtheid;Canonize= canoniseeren;Canonry,Canonship= domheerschap.Canopy,kanəpi, subst. baldakijn, hemel, dak;Canopyverb. met een hemel bedekken:Canopy of heaven= hemelgewelf.Cant,kant, schuine (gebogen) stelling, stoot, ruk, slag, afwijking; geteem, argot; kwezelarij; auctie (Schotl.); adj. argot- -. volks- -, huichelachtig, opgewekt, flink;Cantverb. op zijde leggen, kanten, werpen, overhellen; teemen, kwezelen, huichelen, koeterwalen; afslaan, verkoopen:Cant-chisel= kantbeitel;Cant-hook= kantelhaak.Cantab,kantəb, student te Cambridge (verkorting vanCantabrigian).Cantankerous,k’ntankərɐs, twistziek, norsch, vitterig.Cantate,kantâtə, cantate.Canteen,k’ntîn, cantine, veldflesch; menagekorf.Canter,kantə, subst. korte galop; kwezelaar; afslager;Canterverb. in korten draf of galop zijn of brengen:All was overin a canter= in een oogenblik;Hestruck a canter= zette zijn paard in korten galop;Towin at (in) a canter= gemakkelijk.Canterbury,kantəberi, kantəbəri, Canterbury; muziekstander:Canterbury bell= klokje;Canterbury gallop (pace)= korte galop, sukkeldrafje;Canterbury Tales= gedicht van G. Chaucer (14e eeuw); vervelend verhaal.Cantharis,kanthəris(meerv.Cantharides,k’n-tharidîz), Spaansche vlieg.Canticle,kantik’l, lied, lofzang:The Canticles= het Hooglied.Cantinière,kantinjêə, zoetelaarster.Cantle,kant’l, subst. hoek, stuk; achterboog van een zadel;Cantleverb. verdeelen.Canto,kantou, zang; sopraanstem;Cantor,kantə, voorzanger.Canton,kant’n, k’nton, subst. kanton, schildhoek;Cantonverb. in kantons verdeelen; kantonneeren (=kənton, kəntûn);Cantonal= kantonnaal;Cantonment= kampement (Brit. Ind.); (winter)kwartier.Cantoon,kantûn, sterke stof (geribd aan de eene zijde, met satijnachtigen achterkant).Canute,kənjût, Knoet.Canty,kanti, vroolijk, opgewekt (Schot.).Canvas,kanvəs, subst. zeildoek, zeilen, grof linnen, kanefas, doek, olieverfschilderij; adj. linnen:Under canvas= onder zeil in tenten;Canvas-back= soort duikereend;Canvas-booth (Canvas-stall)= kraampje;Canvas-map= kaart op linnen.Canvass,kanvəs, subst. onderzoek, discussie, stemmenwerving;Canvassverb. onderzoeken, bespreken, bezoeken afleggen (om stemmen te werven), bewerken, werven om:Canvasser= stemmenwerver, colporteur.Cany,keini, vol riet, rieten.Canzona,kanzouna, kantšouna, canzone;Canzonet= liedje.Caoutchouc,kûtšuk, kautšuk, caoutchouc.Cap,kap, subst. pet, muts, baret, hoed, napje, top, deksel, percussiehoedje; bepaald papierformaat;Capverb. bedekken, eene muts of pet opzetten; van een slaghoedje voorzien; de kroon opzetten (fig.), overtreffen (troeven), de promotiekap opzetten, het hoofd ontblooten, groeten:Cap and bells= zotskap;Cap of a mast= ezelshoofd (scheepst.);Black cap= baret, die de rechter opzet, als hij het doodvonnis uitspreekt;Fur cap= bontmuts, berenmuts;That will be a feather in your cap= een veer op je muts;Sheset her cap at him= hengelde naar hem;Let him (whom) the cap fits, wear it= wie de schoen past, trekke hem aan;Tocap verses= wedijverend verzen opzeggen (waarbij elk(e) vers(regel) met de eerste of laatste letter van het (de) vorige moet beginnen, of er op moet rijmen, of iets dergelijks);Cap-paper= zakkenpapier; soort schrijfpapier;Capful= een beetje:A capful of wind= bui.Capability,keipəbiliti, bekwaamheid, vermogen;Capable,keipəb’l, bekwaam, bevoegd, in staat, vatbaar; veel omvattend:Capable ofpity= vatbaar voor;They arenot capable of being harmonized= hooren niet bij elkaar;capableness, bekwaamheid, etc.Capacious,kəpeišəs, ruim, veelomvattend;Capaciousness= veelomvattendheid;Capacitate,kəpasiteit, bekwaam of bevoegd maken;Capacity,kəpasiti, bekwaamheid, bevoegdheid, capaciteit, inhoud, ruimte, karakter, hoedanigheid.Cap-à-pie,kapəpî, van top tot teen.Caparison,kəparis’n, subst. schabrak;Caparisonverb. met een schabrak bedekken, prachtig optuigen.Cape,keip, kaap, kaapsche wijn; pelerine:Cape smoke= een soort sterke drank;Cape Town= Kaapstad.Caper,keipə, subst. kapperstruik (Capers= kappertjes); kapriool;Caperverb. rondspringen:Tocut capers= bokkesprongen maken;That’sthe proper caper= dat is je ware (Am.).Capercailzie,kapəkeilzi, auerhaan (Schotl.).Capias,keipias, kapias:Writ of Capias= bevel tot inhechtenisneming.Capillaceous,kapileišəs, harig, haarvormig;Capillarity= capillariteit;Capillary,kapiləriofkəpiləri, capillair; subst. haarbuisje;Capilliform= haarvormig.Capital,kapit’l, subst. kapiteel, hoofdstad (Court Capital= residentie), hoofdletter, kapitaal; adj. hoogst belangrijk, voornaamst, strafbaar met den dood, uitstekend, flink:Tomake capital (out) of= munt slaan uit;Capital crime= halsmisdaad;Capital letter= hoofdletter;Capital punishment= doodstraf;Capital stock= bedrijfskapitaal;Capitalist= kapitalist;Capitalization= kapitalisatie;Capitalize= kapitaliseeren.Capitate,kapitat, kopvormig;Capitation= hoofdelijke belasting (=Capitation-tax):Capitation-fee= tantième voor elken leerling.Capite,kapitî:Tenure in capite= kroonleen.Capitol,kapit’l, kapitool; congresgebouw (inWashington);Capitolean, Capitoline= kapitolijnsch.Capitular,kəpitjulə, kapittel - -; kapittelheer;Capitularies= capitularia.Capitulate,kəpitjuleit, capituleeren;Capitulation= capitulatie.Capoc,kapək, kapok.[77]Capon,keip’n, kapoen;Caponize= castreeren.Caponiere,kapənîə, onderaardsche gang in de loopgraven eener vesting.Capot,kəpot, subst. het halen van 40 trekken bij het piketspel;Capotverb. alle trekken halen.Capote,kəpout, kapot(jas).Cappadocia,kapədoušə, Cappadocië.Capriccio,kapritšou, caprice (muz.).Caprice,kəprîs, gril;Capricious,kəprišəs, grillig; subst.Capriciousness.Capricorn,kaprikön, de Steenbok:Tropic of Capricorn= Steenbokskeerkring.Capriole,kaprioul, bokkesprong;Caprioleverb. bokkesprongen maken.Capsicum,kapsikɐm, Spaansche peper.Capsize,kəpsaiz, omslaan, omvallen, omverwerpen.Capstan,kapst’n, kaapstander.Capsular,kapsiulə, kapselvormig, kapsel …;Capsule,kapsiul, capsule, kapsel, smeltkroes, schaaltje.Captain,kapt’n, aanvoerder, kapitein, opzichter, leider, primus:Captain of horse= ritmeester;Captaincy,Captainship= rang van kapitein; ervaring, beleid.Caption,kapš’n, legalisatie; arrestatie (Schot.); titel (Am.).Captious,kapšəs, vitterig, bedillerig; netelig; subst.Captiousness.Captivate,kaptiveit, bekoren, boeien, betooveren;Captivation, betoovering, etc.Captive,kaptiv, gevangen, geboeid (fig.); subst. gevangene:Captive balloon;Captivity= gevangenschap;Captor= prijsmaker, vanger, kaper;Capture,kaptšə, subst. vangst, prijs, het vangen;Captureverb. buitmaken, opbrengen, kapen:Withouta whole capture of columnswe cannot do justice to the work= zonder eenige kolommen in beslag te nemen.Capuchin,kaputšin,kapəšîn, Kapucijner; dameskapmantel; soort v. duif;Capuchin monkey.Car,kâ, kar, wagen, triomfkar, schuitje van een ballon; tram- of spoorwagen:TheNorthern Car= de Wagen (Sterrenbeeld);TheInternational Sleeping-Car Company;Restaurant-car;The cars= spoortrein (Am.);Carman= karrijder.Carabineer,Carabinier,karəbinîə, karabinier.Car(r)ack,karək, Spaansch schip, karaak.Caracol(e),karəko(u)l, subst. sprong, halve zwenking (van een paard); wenteltrap;Caracolverb. een halve zwenking maken.Carafe,kərâf, karaf.Caramel,karəmel, camarel.Carapace,karəpeis, rugschild, schaal.Carat,karət, karaat; ± 15 Gr. voor goud en0,2Gr. of 205 mGr. voor juweelen:It is not worth a carat= geen duit waard.Caravan,karəvan, karəvan, karavaan, kermiswagen, woonwagen;Caravaneer= iemand, met de zorg voor de kameelen van een karavaan belast;Caravanserai, Caravansery= karavansera; groot gebouw, door vele gezinnen bewoond, beneden met winkels, in groote steden.Caravel,karəvel, karveel, soort v. vaartuig.Caraway,karəwei, karwei (plant.).Carbine,kâbain, karabijn;Carbineer,kabinîə= karabinier.Carbolic,kâbolik:Carbolic-acid= carbolzuur;Carbolize= carboliseeren.Carbon,kâb’n, koolstof; koolspits:Carbon light= booglicht;Carbon point= koolspits;Carbonaceous,kâbəneišəs, koolhoudend, koolstof - -.Carbonari,kâbənâri, Carbonari.Carbonate,kâbənit, carbonaat; verb. carboniseeren.Carbonic acid,kâbonikasid, koolzuur;Carboniferous= koolhoudend;Carbonize,kâbənaiz, verkolen, carboniseeren;Carbonization= carbonisatie.Carboy,kâbôi, mandflesch.Carbuncle,kâbɐŋk’l, karbonkel, bloedzweer;Carbuncular, Carbunculate, Carbunculous= karbonkelachtig; ontstoken.Carburet,kâbjuret, koolstofverbinding;Carburetverb.Carburize,kâbjuraiz, met kool(water)stof verbinden.Carcase,Carcass,kâkəs, lijk, geraamte, karkas, wrak.Carcinoma,kâsinoumə, kankergezwel;Carcinomatous= kankerachtig.Card,kâd, subst. (speel)kaart, naamkaartje, program, kompasroos, (wol)kaarde; type, origineel;Cardverb. kaarden:Tocut, to deal cards= coupeeren, geven;Tofling (throw) up one’s cards= het spel opgeven (ookfig.);Topack cards= op bedriegelijke wijze mengen;Heplays his cardswell= is een gladde baas;Toshow one’s cards= zich in de kaart laten zien;Toshuffle cards= wasschen;Hespeaks by the card= drukt zich nauwkeurig uit;It is on the cards= licht mogelijk;That piece isa sure card,it will run fifty nights= het is een successtuk, en zal wel 50 maal gespeeld worden;Card-case,kâdkeis, visite(kaarten)boekje;Card-board= karton:Glazed Card-board= geglaceerd karton;Card-sharper= kwartjesvinder, valsche speler;Card-table= speeltafeltje;Carder= kaarder;Carding-machine= kaardmachine.Cardamine,kâdaminî,kâdəmain, pinksterbloem, koekoeksbloem.Cardia,kâdjə, hart, maagmond;Cardiac= hart - -, maagmond - -; hartsterkend (middel.)Cardiff,kâdif.Cardinal,kâdin’l, subst. kardinaal, scharlaken mantel, bisschop (soort warme wijn); adj. voornaamst, belangrijkst, donkerrood:Cardinal bird= kardinaalsvogel;Cardinal numbers= hoofdgetallen;Cardinal points= vier hoofdpunten (van het kompas);Cardinal signs= de vier voornaamste teekens van den dierenriem:Aries, Libra, Cancer, Capricorn;Cardinal virtues= de vier hoofddeugden (bij de Ouden):Prudence, Temperance, Justice, Fortitude;Cardinalate,Cardinalship= kardinaalschap.Carditis,kâdaitis, ontsteking van het hart.Cardoon,kâdûn, artisjok.Carduus,kâdjuɐs, distel.Care,kêə, subst. zorg, angst, oplettendheid, opzicht;Careverb. zorgen, bezorgd zijn, zich bekommeren om, geneigd zijn, lust of trek hebben, houden van:With care= voorzichtig![78]To Mr. W. (To the care of) Mrs. Müller= per adres (ookc. o.= p. a.);Have a care= pas op!Hetook care to …= zorgde er voor, dat …;I don’t care if I do= ’t is mij goed;Hedid not careto do it= deed het liever niet;I like you, andI don’t careto own it= en erken het graag;He did notcare a pin, a curse, a damn= hij gaf er geen zier om;Let him go,I don’t care= het kan mij niet schelen;I don’tcare aboutwine just now= heb liever niet;Care-taker= huisbewaarder;Care-worn= aftgetobd, door zorgen versleten;Careful= bedacht, zorgvuldig, spaarzaam:I amcarefulfor nothing= ik geef om niets;Careful of= zorgvuldig, spaarzaam;He was notcarefulto deny it= hij erkende het gaarne; subst.Carefulness;Careless, zorgeloos; subst.Carelessness.Careen,kərîn, een schip kanten, naar ééne zijde overhellen, kielen;Careenage= plaats daarvoor, of de kosten daarvan.Career,kərîə, subst. loopbaan, snelle vaart;Careerverb. zich snel bewegen, snel doen loopen:We were careering along at the rate of sixty miles an hour= wij snelden voort met eene vaart.…Carelia,kərîljə, Carelië.Caress,kəres, subst. liefkoozing, omhelzing;Caressverb. liefkoozen, omhelzen, aanhalen.Caret,kêrət,karət, een teeken (^) bij het corrigeeren, om aan te duiden, dat een ontbrekend woord moet worden ingevoegd.Carew,kərû,karû.

C,sî,A.C.=Ante Christum= vóór Christus;Cnatural= C;C.flat= C-mol;C.sharp= C-dur;C= 100;C. B.=Companion of the Bath= ridder van de Bath-orde;CC= 200;Cf.=confer= vergelijk;Camb(ridge);Cantab= student vanCambridge University;Cant(erbury);C(are)O(f)= per adres (op brieven);Cath(olic);Celt(ic);C(ommissionary)G(eneral);Chap(ter);Chas.=Charles;Chem(istry);C(ost),I(nsurance),F(reight)= kosten, assurantie en vracht inbegrepen (uitspr.:Sif);C(ity)I(mperial)V(olunteer);C(ash)O(n)D(elivery)= tegen rembours;Colloq(uial);Comp(arative);Conn(ecticut);Corr(esponding)Mem(ber);Cor(responding)Sec(retary);C(ertificated)T(eacher);C(yclist)T(ouring)C(lub);C(ome)Q(uick)D(anger)= een Marconisein voor schepen;Cwt= a hundredweight;Cyc(lopaedia).[72]Caaba,kâ-a-ba, kaäba, de zwarte heilige steen in Mahomed’s moskee te Mekka. Ook het tempeltje zelf.Cab,kab, soort rijtuig, bril = overdekte plaats voor den machinist op de locomotief;Cabverb. in eencabrijden:We have cabbed it;Cabman,kabm’n, koetsier;Cab-stand= standplaats voorCabs;Cabby=Cabman.Cabal,kəbal, subst. cabaal, samenspanning, politieke intrigue;Cabalverb. samenspannen;Caballer= intrigant.Cab(b)ala,kabəla, geheime wetenschap, aan Mozes geopenbaard en den Rabbis overgeleverd, ter verklaring van de Schrift; mystiek;Cabalist,kabəlist, Rabbi, bedreven in deCabala; mysticus;Cabalistic(al)= mystiek.Caballine,kabəl(a)in, paarde(n) - - -:Caballine spring= hengstebron =Hippocrene.Cabaret,kabəretofFr. uitspr.kroeg.Cabas,kaba, kabas, reismandje.Cabbage,kabidž, subst. kool, koolkop; de stof, die bij kleermakers door de naald gaat;Cabbageverb. een kop vormen bij ’t groeien; zich stukjes goed toeëigenen;Cabbage-butterfly= koolwitje (de Cabbage-worm is er de larve van);Cabbage-headed= dom;Cabbage-lettuce= kropsla;Cabbage-tree= koolpalm.Cabin,kabin, subst. kamertje, hut, kajuit:Cabinverb. opsluiten of wonen ineene cabin;Cabined, cribb’d, confined= achter slot en grendel;Cabin-boy.Cabinet,kabinet, kabinet (in allerlei beteekenissen); photo in kabinetformaat:Cabinet council=Meeting of the C., ministerraad;Cabinet-maker= kabinetwerker;Cabinet-picture= kabinetstuk.Cable,keib’l, subst. kabeltouw, ankerketting, telegraafkabel, kabelbericht;Cableverb. met een kabel vastmaken; kabelen:A cable’s length= 185,5 M.;To pay out a cable= een tros vieren;A cable (message)= een kabelbericht =Cablegram;Cable-laid= als een kabel gedraaid;Cable-(rail)road,Cable-railway= kabelspoor;Cable-room=Cable-tier,keib’ltîə, kabelgat;Cablet= kleine kabel.Caboodle,kəbûd’l, rommelzoo (Amer.).Caboose,kəbûs, kombuis; veldkeuken; een aan een goederentrein aangebrachte wagen voor beambten en arbeiders; een woning (Amer.).Cabriolet,kabriəlei, cabriolet.Cacao,kəkeiou,kakâou, cacaoboom;Cacao-butter= cacaoboter.Cachalot,katšelot, potvisch.Cache,kaš, geheime bewaarplaats;Cacheverb. verbergen.Cachet,kašei, zegel.Cachinnation,kakineiš’n, luid, aanhoudend gelach;Cachinnatory= luid lachend.Cacholong,katšoloŋ, cacholong.Cachou,kəšû, cachou, cachoupil voor rookers.Cackle,kak’l, subst. gekwaak, gekakel, gewauwel;Cackleverb. kwaken, wauwelen, giechelen;Cackler= snaterende gans, kakelende kip; wauwelaar.Cacography,kəkogrəfi, cacographie.Cacology,kəkolədži, slechte uitspraak.Cacophony,kəkofəni, cacophonie.Cactaceous,kakteišəs, cactusachtig;Cactal,kakt’l, cactus - -;Cactus,kaktəs, cactus.Cad,kad, poen, ploert;Caddish, ploertig.Cadastral,kədastr’l, kadastraal;Cadastre,kədastə, kadaster.Cadaver,kədeivə,kədavə, lijk;Cadaverous, lijkachtig, lijkbleek, lijk - - -; subst.Cadaverousness= lijkachtigheid, etc.Caddice,Caddis,kadis, soort pluksel; ook =Caddice-bait(Caddice-worm) = larve van deCaddice-fly= watermot.Caddie,kadi, drager der kolven (golfspel).Caddy,kadi, theebus.Cade,keid, subst. vat haring (500 stuks), vat sprot (1000 stuks); ooilam, verwend kindje; adj. tam;Cadeverb. met de hand groot brengen.Cadence,keid’ns,Cadency,keid’nsi, cadans, rythme =Cadenza,kədenzə.Cadet,kədet, jongere of jongste zoon; kadet.Cadge,kadž, venten, bedelen;Cadger= venter; smulpaap.Cadgy,kadži, lustig, dartel, lichtzinnig.Cadi,kâdi,keidi, Kadi.Cadiz,keidiz, Cadix.Cadmean,kadmîən, van Cadmus, Thebaansch;Cadmus,kadməs.Cadogan,kədoug’n.Cadre,kadə, kader.Caduceus,kədjûsiəs, staf van Mercurius.Caducous,kədjûkəs, vroeg (ontijdig) vallend, broos.Caecum,sîk’m, blinde darm.Caedmon,kadm’n.Caesar,sîzə, Caesar, keizer, autocraat;Caesarian,sizêrj’n:Caesarian operation= keizersnede;Caesarism,sîzərizm, absolute regeering.Caesura,sizjûrə, caesuur;Caesural= caesuur - -.Caffeic,kəfîik,kafəik:Caffeic acid= koffielooizuur;Caffein,kəfîin,kafiin,kafiain, caffeïne.Caffer,Caffre,kafə, kaffer; kafir;Caffraria,kəfrêriə, het Kafferland.Cage,keidž, subst. kooi; gevangenis, ijzergaas net (=Wire cage, om een gasbrander), liftkooi;Cageverb. in eene kooi sluiten;Cage of a stair-case= trappenhuis;Cageling= opgesloten vogel.Cagmag,kagmag, subst. bedorven vleesch, taaie gans; adj. walgelijk, oneetbaar.Cahoot,kəhût, subst. compagnieschap (Am.);Cahootverb. handelen in vereeniging:To be in cahoots= onder één deken slapen (fig.).Caic,kaîk, kaïk.Caiman,keim’n, kaaiman.Cain,kein:Toraise Cain= den boel op stelten zetten.Caique=Caic.Cairn,kêən, kegelvormige steenhoop (als monument of herinneringsteeken).Cairo,kairou.Caisson,keis’n,keisûn, caisson.Caitiff,keitif, subst. schurk; adj. laag, gemeen.Caius,keiəs.Cajuput,kadžəput, kajapoetolie (-boom).Cajole,kədžoul, bevleien, aftroggelen (out of);Cajoler, vleier;Cajolery, vleierij.Cake,keik, koek, gebak; suffer;Cakeverb. tot een koek vormen, zich zetten tot een koek:My cake is dough= ’t is mis;[73]There’d be no morecakes and ale= geen pret, vroolijkheid;Theyare cakes and ale to him= zijn een feest voor hem;Theygo off like hot cakes= zij gaan als koek, grif van de hand;Youcannot eat your cake and have it= je kunt je geld maar eens uitgeven;Cake-walk= oorspronkelijk een danswedstrijd tusschen fraai uitgedoste negerparen met eencakeals prijs;Caky= koekachtig.Calabar,kaləbə, soort pelswerk.Calabar-bean,kaləbâbîn, Afrikaansche boon (ook toetsboon genoemd, omdat zij als toets diende van de schuld of onschuld van de van hekserij aangeklaagden).Calabash,kaləbaš, pompoen, kalebas.Calaboos,kaləbûs,kaləbûz, gevangenis (Amer.),Calaboosverb. opsluiten.Calabria,kəleibriə,kalâbriə, Calabrië.Calais,kalis.Calamanco,kaləmaŋkou, kalmink.Calamint,kaləmint, kalament, kattenkruid.Calamitous,kəlamitɐs, rampspoedig;Calamity,kəlamiti, ramp, ellende, tegenspoed.Calamus,kaləmɐs, kalmus; herdersfluit.Calandra,kəlandrə, kalander-leeuwerik; korenworm.Calash,kəlaš, calèche; kap.Calcar,kalkâ, fritoven; calcineeroven;Calcareous,kalkêriəs, kalkachtig, kalkhoudend:Calcareous spar= kalkspaath.Calcedon,kalsidon, calcidoon, vuile ader in edelgesteenten.Calcic,kalsik:Calcic-chloride= chloorcalcium;Calciferous, kalkhoudend;Calcify,kalsifai, verkalken;Calcimine= stukadoorskalk;Calcimineverb. witten.Calcination,kalsineiš’n, calcineeren, oxydatie;Calcine,kalsain,kalsin, calcineeren; tot asch verbranden.Calcium,kalsiəm, Calcium.Calcography,kalkogrəfi, (koper)plaatsnijkunst.Calculable,kalkjuləb’l= berekenbaar; betrouwbaar;Calculate,kalkjuleit, berekenen, rekenen, ramen, begrooten, geschikt zijn, zich leenen tot; zich voornemen, vermoeden (Amer.):A calculating boy= een rekengenie;Calculating-machine;Calculation= berekening;Calculative= berekenend;A lightning calculator= snelrekenaar.Calculous,kalkjulɐs, steen …Calculus,kalkjulɐs, (mv.Calculi), steen, graveel; berekening:The calculus of probabilities= kansrekening; Algebraical calculus = algebra;Differential calculus= differentiaal-rekening;Integral calculus= integraal-rekening;Literal calculus= algebra.Ca(u)ldron,kôldr’n, groote ketel.Caleb,keiləb.Calecannon,keilkan’n, Iersch gerecht (gestampte aardappelen en moesgroente).Caleche,kəleš=Calash.Caledonia,kalədounjə, Schotland;Caledonian= Schot(sch);Caledonians= een soort quadrille.Calefacient,kalifeišn’t, adj. en subst. verwarmend (middel);Calefaction,kalifakš’n, verwarming;Calefactor= klein kookfornuis;Calefactory= verwarmend.Calembourg,kal’mbûəofFr. uitspr.woordspeling.Calendar,kal’ndə, subst. kalender, register, rol;Calendarverb. registreeren:Perpetual calendar,Tear-off calendar;Turn-over calendar;Calendar-month= zonnemaand.Calender,kal’ndə, subst. kalander;Calenderverb. kalanderen;Calenderer.Calends,kal’ndz, eerste dag van iedere maand bij de Romeinen:At (on) the Greek calends= nooit.Calendula,kəlendjulə, goudsbloem.Calenture,kal’ntjulə, ijlende koorts (door de hitte in tropische gewesten).Calf,kâf, (Meerv.Calves,kâvs), kalf (ookfig.), kalfsleer; kuit:To kill the fatted calf;Calf-love= kalverliefde;Calf-skin= kalfsvel (leer).Calhoun,kalhûn.Caliban,kaliban, verdierlijkt wezen, wildeman.Caliber,Calibre,kalibə, kəlîbə, kaliber; gesteldheid, waarde; bevattingsvermogen:Caliber-compasses. ZieCallipers;Calibrate= kalibreeren; van graadstrepen voorzien; subst.Calibration.Caliciform,kalisiföm, kelkvormig.Calico,kalikou, calicot (inAmerikabedrukt katoen);Calico-ball= bal, waarop de dames katoenen japonnen dragen.California,kaliföniə;Californian= Californiër, Californisch.Caligo,kəlaigou, vlek op het hoornvlies.Calipash,kalipaš,kalipaš, groenachtig vleesch van een schildpad aan de rugzijde;Calipee,kalipî,kalipî, geelachtig vleesch van een schildpad aan het buikschild.Caliph,kalif,keilif, kalif;Caliphate,kalifeit,keilifeit, kalifaat.Calisthenics,kalistheniks, vrije- en orde(n)-oefeningen (vooral voor meisjes).Calix,kaliks,keiliks=Calyx.Calk,kôk, subst. ijsspoor, scherpe kalkoen, ijsnagel;Calkverb. van ijssporen voorzien, op scherp zetten, calqueeren (kalkeeren), breeuwen;Calkin= ijsspoor, etc.;Calking-iron= breeuwmes, kalefaatijzer.Call,kôl, subst. roep, oproeping, aanmaning, roepstem, beroep, smeeking, roeping, aanleiding, vraag, uitnoodiging, ‘invite’ bij kaartspel, kort bezoek, appèl, stoot op een jagershoorn, bootsmansfluitje, lokstem(-fluit);Callverb. noemen, rekenen, oproepen, uitroepen, bijeenroepen, aanstellen, inroepen, toeroepen, luide roepen, bezoeken, manen, opvorderen:At call= ter beschikking;He isat my beck and call= hij staat klaar voor mij;To bewithin call= te beroepen;Toaccept(toget, receive)a call= een (predikants) beroep;Toget the call= opgeroepen worden (brandweer);Togiveacall= bezoeken (Verg.:Toreturnacall);Youhad no callto say such a thing= gij waart niet geroepen, het was niet aan u;Itseems such a far call= zoo’n groote sprong (fig.);A call of the House= het oplezen van de presentielijst (Parlement);Call of obligation(Duty call) = verplichte visite;The headmastercalled absence= hield appèl;Tocall to account= terverantwoording;[74]Tocall to the Bar= toelaten alsBarrister;Tocall over the coals= een uitbrander geven;Tocall to memory (mind, remembrance)= herinneren;Tocall names= uitschelden;Tocall to naught= voor alles uitmaken;Tocall the roll= appèl houden.Met voorzetsels en bijwoorden:Tocall after= achterna roepen, noemen naar;Tocall again= weer roepen, terugkomen;Tocall at= een bezoek brengen; aandoen;Tocall for= roepen om, vragen naar, afhalen;To be lefttill called for= zal afgehaald worden; poste restante;Thiscalled forthall his strength of mind= deed hem toonen;Tocall in= binnenroepen, opvragen;Tocall in question= in twijfel trekken;Tocall off= terugroepen, intrekken, nietig verklaren:He wascalled offby Death= weggenomen, opgeroepen;Tocall on(a person;ata house) = bezoeken;Hecalled on (upon)the honour of his country= deed een beroep op;Tocall out= roepen, schreeuwen; uitdagen, oproepen (doen uitrukken) van troepen;Tocall over= appèl houden, aflezen;Tocall round= eens aanloopen;Tocall up= oproepen, wekken;Call-bird= lokvogel;Call-boy= jongen, die de acteurs op hun tijd op het tooneel roept; jongen op een stoomboot, die den machinisten bevelen overbrengt;Call-dinner= diner opCall-night, den promotie avond derBarristers;Call-office= spreekcel;A called assembly= buitengewone vergadering;Caller= bezoeker;Caller-up,kôlərɐp, morgenwekker, porder;Calling= beroep, roeping;Calling-place= plaats door stoombooten aangedaan.Calligrapher,kəligrəfə, calligraaf;Calligraphic= calligraphisch;Calligraphy= schoonschrijfkunst, schoonschrift.Calliope,kəlaioupî, Calliope.Callipers,kalipəz:Callipers compasses,kɐmpəsiz, krom-(mast) passer.Callisthenics,kalis-theniks=Calisthenics.Callosity,kəlositi, verharding, eelt; ongevoeligheid;Callous,kaləs, verhard, vereelt; ongevoeligCallousness= verhardheid, etc.Callow,kalou, kaal; jong, onervaren.Calm,kâm; subst. kalmte, windstilte; adj. kalm, rustig, gelaten;Calmverb. stillen, doen bedaren, stil worden:The windfell a dead calm= het werd bladstil;Calms= streek der windstilten;We shall tryto calm him downa little= wat te kalmeeren;Calmative,kâmətiv,kalmətiv, kalmeerend (middel);Calmness= kalmte.Calmucks,kalmuks, (de) Kalmukken.Calne,kân.Calomel,kaləməl, calomel.Calorescence,kaləres’ns, overgang van niet-lichtgevende tot lichtgevende warmtestralen.Caloric,kalorik, adj. warmte - - -:Caloric engine= heete-luchtmachine; subst. warmte;Caloriduct= warmtebuis;Calorifere,kəlorifîə, calorifère;Calorific,kalərifik:Calorific rays= warmtestralen;Calorimeter,kalərimətə= calorimeter;Calorimetric= calometrisch;Calory= calorie.Calotte,kəlot, kalotje, kuif.Caltrop,kaltrəp, voetangel (Caltrops= glasof potscherven); sterredistel.Calumet,kaljumet, vredespijp.Calumniate,kəlɐmnieit, belasteren;Calumniation= belastering;Calumniator= lasteraar;Calumniatory= lasterlijk =Calumnious;Calumny= laster.Calvary,kalvəri, calvarieberg, kruisweg (of statie).Calve,kâv, kalven, jongen voortbrengen.Calville,kalvil,kalvil, kalvijnappel.Calvinism,kalvinizm, calvinisme;Calvinist= calvinist;Calvinistic(al)= calvinistisch.Calx,kalks, oxyde, glasafval.Calyx,keiliks,kaliks, bloemkelk.Cam,kam, subst. duim, lichter, kam:Cam-wheel= excentriek.Camaieu,kamaijû, camee =Cameo.Camarilla,kamərilə, camarilla.Camber,kambə, subst. kromming, ronding;Camberverb. krommen.Cambist,kambist, wisselaar, wisselhandelaar.Cambium,kambj’m, cambium.Cambray,kambrei, Kamerijk;Cambria,kambriə, Cambrië, Wales:Cambrian= Cambrisch; Cambriër.Cambric,keimbrik, batist; (batisten) zakdoek:Cambric-paper= satijnpapier.Cambridge,keimbridž.Camden,kamd’n:Camden Town= wijk in hetN.W.van Londen.Came,keim, imperf. vanto come.Camel,kam’l, kameel, scheepskameel:Camel-backed= bochelig;Cameleer= kameeldrijver;Camelry= infanterie op kameelen.Cameleon, Z.Chameleon.Camellia,kəmeliə, camelia.Camelopard,kəmeləpâd,kamələpâd= giraffe.Cameo,kamiou, camee.Camera,kamərə, camera, kamer.Camerated,kaməreitid, gewelfd, in kamers afgedeeld.Cameronian,kamərounj’n, volgeling vanR. Cameron. Schot. Presbyt:Cameronian regiment= 1ste bataljon Schotsche jagers.Cameroons,kamərunz:TheCameroons= Kamerun.Camisole,kamisoul, kamizool.Camlet,kamlət, kamelot.Camomile. ZieChamomile.Camp,kamp, subst. kamp; kuil vol rapen (aardappels); wintervoorraad van aardappelen, etc.;Campverb. kampeeren; onder den blooten hemel verblijven (out);Tostrike camp= een kamp opbreken;Camp-bed(stead)= veldbed;Camp-chair= vouwstoel met leuning;Camp-fire= kampvuur; officierenfuif (Amer.);Camp-follower= marketentster;Camp-meeting= zendingsfeest (Amer.)Camp-stool= vouwstoel.Campaign,k’mpein, subst. veldtocht; vlakte;Campaignverb. een veldtocht medemaken;Campaigner= veteraan.Campana,kampeinə, keukenkruid.Campaniform,k’mpaniföm;Campanulate(d),Campanulous= klokvormig.[75]Campanile,kampən(a)il, klokketoren.Campanula,k’mpanjulə, klokje.Campbell,kamb’l.Campeachy(wood),k’mpîtši, Campèche.Camperdown,kampədaun.Camphene,Camphine,kamfîn, kamfin, zuivere terpentijnolie.Camphor,kamfə, kamfer;Camphoraceous= kamferachtig; Camphorated, met kamfer doortrokken, kamfer - -;Camphoric= kamfer - -.Campvere,kampvîə, Veere.Can,kan, subst. kan, kroes, kap, blik (Amer.);Canverb. vleesch (vruchten) in blikjes conserveeren:They are cup and can= koek en ei;Canned meat= vleesch in blikjes;Canner= inmaker;Cannery= fabriek v. inmaking.Can,kan, kunnen:It is cheap as can= zoo goedkoop mogelijk;Can do is easily carried= lichter gezegd dan gedaan.Canaan,keinən, keinəan, Kanaän;Canaanite,keinənait, Kanaäniet;Canaanitic,keinənaitik,Canaanitish,keinənaitiš, Kanaänitisch.Canada,kanəda;Canadian,kəneidj’n, Canadisch; Canadees.Canaille,keneil, kanalje, gepeupel.Canal,kənal, kanaal:Canal boat= trekschuit;Canalization= kanalisatie;Canalize,kanəlaiz, kənalaiz, kanaliseeren.Canard,kənâ(d), canard.Canary,kənêri, kanarie; kanarie sek; oude dans;The Canaries= de Kanarische Eilanden.Canaster,kənastə, rieten mat.Cancan,kankan, wulpsche Fransche dans.Cancel,kans’l, subst. strepen halen door; vernietigen, intrekken, buiten omloop stellen;Cancellate(d)= getralied, netvormig;Cancellation= intrekking, annuleering; netvormigheid.Cancer,kansə, kreeft, kanker:The Tropic of Cancer= Kreeftskeerkring;Todie of a cancer;She had the cancer cut outof her breast= werd geopereerd van;Cancerate= verkankeren;Canceration= verkankering;Cancerous= kankerachtig =Cancroid.Cancriform,kankriföm, kankerachtig; kreeft (krab)vormig =Cancrine.Candelabrum,kandəleibr’m, kroonluchter.Candia,kandjə, Candia;Candian= Candioot.Candid,kandid, eerlijk, vrijmoedig, oprecht;Candidness= eerlijkheid, etc.Candidate,kandideit, candidaat, sollicitant;Candidacy,Candidateship,Candidature= candidatuur.Candied,kandid, geconfijt, geglaceerd; vleierig.Candle,kand’l, kaars, licht, normaalkaars:When candles are out all cats are grey= bij nacht zijn alle katten grauw;He went off like the snuff of a candle= hij ging uit als een nachtkaars;Hecannot (is not fit to) hold a candle to you= hij kan niet in uw schaduw staan;Tohold a candle to the devil= een kaars voor den duivel opsteken (steunen wat verkeerd is);The game is not worth the candle= de sop is de kool niet waard;For this weowethe authora candle= mogen wij den schrijver wel dankbaar zijn;Candleberry= croton, laurierbes;Candle-box= kaarsenbak;Candle-endeconomies= kleine bezuinigingen;Candle-light= kaarslicht (ookfig.):She is a candle-light beauty= schoon bij de kaars;Candle-lighter= soort fidibus;Candlemas= Maria Lichtmis (2 Februari);Candle-snuffer= snuiter;Candle-stick= kandelaar;Candle-waster= dief (aan de kaars);Candle-wick= kaarsepit.Candour,kandə, oprechtheid, eerlijkheid.Candy,kandi, subst. kandij, suikergoed;Candyverb. met suiker inleggen; kristalliseeren, konfijten (Candyshop= snoepwinkeltje), (Amer.):He has too much candy= een te lekker leventje.Cane,kein, subst. riet, suikerriet, bamboes, rottang, rotting;Caneverb. met een riet afranselen (=Togive one the cane); met riet matten:Bengal cane= Spaansch riet;A cane-(bottom) chair= stoel met rieten zitting;Cane-mill= suikerrietmolen;Cane-trash= afval van suikerriet.Canella,kənelə, kaneel(plant).Canicula,kənikjulə, hondsster;Canicular Days= hondsdagen;Caniculars= kreupelrijm.Canine,kənain,kanain, honds …; hond:Canine appetite= hondshonger;Canine laugh= hondskramp;Canine madness= hondsdolheid;Canine teeth= oogtanden.Canister,kanistə, bus, kartets (=Canister-shot);Canisterverb. in een bus doen; een hond een blikken ketel aan zijn staart hangen.Canker,kankə, subst. kanker, brand, roest, gifzwam, knagende worm (fig.), woekerende ziekte;Cankerverb. kankeren, aansteken, knagen aan, wegvreten;Canker-rash= roodvonk (met zwerende keel);Canker-rose= klaproos;Canker-weed= kruiskruid;Canker-worm= blad- of vruchtenrups (Am.);Cankered= door kanker aangetast; giftig, bedorven, knorrig;Cankerous= verkankerend, brandig.Cannabine,kanəb(a)in,Cannabis,kanəbis, hennep; harsachtige stof uit hennep getrokken.Cannel-coal,kan’lkoul, harde harshoudende kool.Cannequin,kanəkin, wit katoenen stof (Indië).Cannibal,kanib’l, subst. kannibaal; adj. menschenetend =Cannibalic;Cannibalism.Cannon,kanən, kanon, geschut; carambole;Cannon-ball;Cannon-foundry= geschutgieterij;Cannon-proof= bomvrij;Cannon-shot= kanonschot(afstand);Cannonade, subst. kanonnade;Cannonadeverb. (be)schieten; caramboleeren;Cannoneer= kanonnier;Cannonry= geschut, kanonnade.Cannula,kanjulə, afvoerbuisje (Med.);Cannular= buisvormig.Canny,kani, omzichtig, voorzichtig, slim; spaarzaam; rustig, behagelijk; gevaarloos.Canoe,kənû, boot, kano;Canoeverb. in een kano varen.Cañon,kanj’n, diepe, steile bergkloof.Canon,kanən, canon, in zijn verschillende beteekenissen; domheer:Canon law= canonieke wet;Canonic(al), canoniek;Canonicals[76]= priestergewaad;Canonicity= echtheid;Canonize= canoniseeren;Canonry,Canonship= domheerschap.Canopy,kanəpi, subst. baldakijn, hemel, dak;Canopyverb. met een hemel bedekken:Canopy of heaven= hemelgewelf.Cant,kant, schuine (gebogen) stelling, stoot, ruk, slag, afwijking; geteem, argot; kwezelarij; auctie (Schotl.); adj. argot- -. volks- -, huichelachtig, opgewekt, flink;Cantverb. op zijde leggen, kanten, werpen, overhellen; teemen, kwezelen, huichelen, koeterwalen; afslaan, verkoopen:Cant-chisel= kantbeitel;Cant-hook= kantelhaak.Cantab,kantəb, student te Cambridge (verkorting vanCantabrigian).Cantankerous,k’ntankərɐs, twistziek, norsch, vitterig.Cantate,kantâtə, cantate.Canteen,k’ntîn, cantine, veldflesch; menagekorf.Canter,kantə, subst. korte galop; kwezelaar; afslager;Canterverb. in korten draf of galop zijn of brengen:All was overin a canter= in een oogenblik;Hestruck a canter= zette zijn paard in korten galop;Towin at (in) a canter= gemakkelijk.Canterbury,kantəberi, kantəbəri, Canterbury; muziekstander:Canterbury bell= klokje;Canterbury gallop (pace)= korte galop, sukkeldrafje;Canterbury Tales= gedicht van G. Chaucer (14e eeuw); vervelend verhaal.Cantharis,kanthəris(meerv.Cantharides,k’n-tharidîz), Spaansche vlieg.Canticle,kantik’l, lied, lofzang:The Canticles= het Hooglied.Cantinière,kantinjêə, zoetelaarster.Cantle,kant’l, subst. hoek, stuk; achterboog van een zadel;Cantleverb. verdeelen.Canto,kantou, zang; sopraanstem;Cantor,kantə, voorzanger.Canton,kant’n, k’nton, subst. kanton, schildhoek;Cantonverb. in kantons verdeelen; kantonneeren (=kənton, kəntûn);Cantonal= kantonnaal;Cantonment= kampement (Brit. Ind.); (winter)kwartier.Cantoon,kantûn, sterke stof (geribd aan de eene zijde, met satijnachtigen achterkant).Canute,kənjût, Knoet.Canty,kanti, vroolijk, opgewekt (Schot.).Canvas,kanvəs, subst. zeildoek, zeilen, grof linnen, kanefas, doek, olieverfschilderij; adj. linnen:Under canvas= onder zeil in tenten;Canvas-back= soort duikereend;Canvas-booth (Canvas-stall)= kraampje;Canvas-map= kaart op linnen.Canvass,kanvəs, subst. onderzoek, discussie, stemmenwerving;Canvassverb. onderzoeken, bespreken, bezoeken afleggen (om stemmen te werven), bewerken, werven om:Canvasser= stemmenwerver, colporteur.Cany,keini, vol riet, rieten.Canzona,kanzouna, kantšouna, canzone;Canzonet= liedje.Caoutchouc,kûtšuk, kautšuk, caoutchouc.Cap,kap, subst. pet, muts, baret, hoed, napje, top, deksel, percussiehoedje; bepaald papierformaat;Capverb. bedekken, eene muts of pet opzetten; van een slaghoedje voorzien; de kroon opzetten (fig.), overtreffen (troeven), de promotiekap opzetten, het hoofd ontblooten, groeten:Cap and bells= zotskap;Cap of a mast= ezelshoofd (scheepst.);Black cap= baret, die de rechter opzet, als hij het doodvonnis uitspreekt;Fur cap= bontmuts, berenmuts;That will be a feather in your cap= een veer op je muts;Sheset her cap at him= hengelde naar hem;Let him (whom) the cap fits, wear it= wie de schoen past, trekke hem aan;Tocap verses= wedijverend verzen opzeggen (waarbij elk(e) vers(regel) met de eerste of laatste letter van het (de) vorige moet beginnen, of er op moet rijmen, of iets dergelijks);Cap-paper= zakkenpapier; soort schrijfpapier;Capful= een beetje:A capful of wind= bui.Capability,keipəbiliti, bekwaamheid, vermogen;Capable,keipəb’l, bekwaam, bevoegd, in staat, vatbaar; veel omvattend:Capable ofpity= vatbaar voor;They arenot capable of being harmonized= hooren niet bij elkaar;capableness, bekwaamheid, etc.Capacious,kəpeišəs, ruim, veelomvattend;Capaciousness= veelomvattendheid;Capacitate,kəpasiteit, bekwaam of bevoegd maken;Capacity,kəpasiti, bekwaamheid, bevoegdheid, capaciteit, inhoud, ruimte, karakter, hoedanigheid.Cap-à-pie,kapəpî, van top tot teen.Caparison,kəparis’n, subst. schabrak;Caparisonverb. met een schabrak bedekken, prachtig optuigen.Cape,keip, kaap, kaapsche wijn; pelerine:Cape smoke= een soort sterke drank;Cape Town= Kaapstad.Caper,keipə, subst. kapperstruik (Capers= kappertjes); kapriool;Caperverb. rondspringen:Tocut capers= bokkesprongen maken;That’sthe proper caper= dat is je ware (Am.).Capercailzie,kapəkeilzi, auerhaan (Schotl.).Capias,keipias, kapias:Writ of Capias= bevel tot inhechtenisneming.Capillaceous,kapileišəs, harig, haarvormig;Capillarity= capillariteit;Capillary,kapiləriofkəpiləri, capillair; subst. haarbuisje;Capilliform= haarvormig.Capital,kapit’l, subst. kapiteel, hoofdstad (Court Capital= residentie), hoofdletter, kapitaal; adj. hoogst belangrijk, voornaamst, strafbaar met den dood, uitstekend, flink:Tomake capital (out) of= munt slaan uit;Capital crime= halsmisdaad;Capital letter= hoofdletter;Capital punishment= doodstraf;Capital stock= bedrijfskapitaal;Capitalist= kapitalist;Capitalization= kapitalisatie;Capitalize= kapitaliseeren.Capitate,kapitat, kopvormig;Capitation= hoofdelijke belasting (=Capitation-tax):Capitation-fee= tantième voor elken leerling.Capite,kapitî:Tenure in capite= kroonleen.Capitol,kapit’l, kapitool; congresgebouw (inWashington);Capitolean, Capitoline= kapitolijnsch.Capitular,kəpitjulə, kapittel - -; kapittelheer;Capitularies= capitularia.Capitulate,kəpitjuleit, capituleeren;Capitulation= capitulatie.Capoc,kapək, kapok.[77]Capon,keip’n, kapoen;Caponize= castreeren.Caponiere,kapənîə, onderaardsche gang in de loopgraven eener vesting.Capot,kəpot, subst. het halen van 40 trekken bij het piketspel;Capotverb. alle trekken halen.Capote,kəpout, kapot(jas).Cappadocia,kapədoušə, Cappadocië.Capriccio,kapritšou, caprice (muz.).Caprice,kəprîs, gril;Capricious,kəprišəs, grillig; subst.Capriciousness.Capricorn,kaprikön, de Steenbok:Tropic of Capricorn= Steenbokskeerkring.Capriole,kaprioul, bokkesprong;Caprioleverb. bokkesprongen maken.Capsicum,kapsikɐm, Spaansche peper.Capsize,kəpsaiz, omslaan, omvallen, omverwerpen.Capstan,kapst’n, kaapstander.Capsular,kapsiulə, kapselvormig, kapsel …;Capsule,kapsiul, capsule, kapsel, smeltkroes, schaaltje.Captain,kapt’n, aanvoerder, kapitein, opzichter, leider, primus:Captain of horse= ritmeester;Captaincy,Captainship= rang van kapitein; ervaring, beleid.Caption,kapš’n, legalisatie; arrestatie (Schot.); titel (Am.).Captious,kapšəs, vitterig, bedillerig; netelig; subst.Captiousness.Captivate,kaptiveit, bekoren, boeien, betooveren;Captivation, betoovering, etc.Captive,kaptiv, gevangen, geboeid (fig.); subst. gevangene:Captive balloon;Captivity= gevangenschap;Captor= prijsmaker, vanger, kaper;Capture,kaptšə, subst. vangst, prijs, het vangen;Captureverb. buitmaken, opbrengen, kapen:Withouta whole capture of columnswe cannot do justice to the work= zonder eenige kolommen in beslag te nemen.Capuchin,kaputšin,kapəšîn, Kapucijner; dameskapmantel; soort v. duif;Capuchin monkey.Car,kâ, kar, wagen, triomfkar, schuitje van een ballon; tram- of spoorwagen:TheNorthern Car= de Wagen (Sterrenbeeld);TheInternational Sleeping-Car Company;Restaurant-car;The cars= spoortrein (Am.);Carman= karrijder.Carabineer,Carabinier,karəbinîə, karabinier.Car(r)ack,karək, Spaansch schip, karaak.Caracol(e),karəko(u)l, subst. sprong, halve zwenking (van een paard); wenteltrap;Caracolverb. een halve zwenking maken.Carafe,kərâf, karaf.Caramel,karəmel, camarel.Carapace,karəpeis, rugschild, schaal.Carat,karət, karaat; ± 15 Gr. voor goud en0,2Gr. of 205 mGr. voor juweelen:It is not worth a carat= geen duit waard.Caravan,karəvan, karəvan, karavaan, kermiswagen, woonwagen;Caravaneer= iemand, met de zorg voor de kameelen van een karavaan belast;Caravanserai, Caravansery= karavansera; groot gebouw, door vele gezinnen bewoond, beneden met winkels, in groote steden.Caravel,karəvel, karveel, soort v. vaartuig.Caraway,karəwei, karwei (plant.).Carbine,kâbain, karabijn;Carbineer,kabinîə= karabinier.Carbolic,kâbolik:Carbolic-acid= carbolzuur;Carbolize= carboliseeren.Carbon,kâb’n, koolstof; koolspits:Carbon light= booglicht;Carbon point= koolspits;Carbonaceous,kâbəneišəs, koolhoudend, koolstof - -.Carbonari,kâbənâri, Carbonari.Carbonate,kâbənit, carbonaat; verb. carboniseeren.Carbonic acid,kâbonikasid, koolzuur;Carboniferous= koolhoudend;Carbonize,kâbənaiz, verkolen, carboniseeren;Carbonization= carbonisatie.Carboy,kâbôi, mandflesch.Carbuncle,kâbɐŋk’l, karbonkel, bloedzweer;Carbuncular, Carbunculate, Carbunculous= karbonkelachtig; ontstoken.Carburet,kâbjuret, koolstofverbinding;Carburetverb.Carburize,kâbjuraiz, met kool(water)stof verbinden.Carcase,Carcass,kâkəs, lijk, geraamte, karkas, wrak.Carcinoma,kâsinoumə, kankergezwel;Carcinomatous= kankerachtig.Card,kâd, subst. (speel)kaart, naamkaartje, program, kompasroos, (wol)kaarde; type, origineel;Cardverb. kaarden:Tocut, to deal cards= coupeeren, geven;Tofling (throw) up one’s cards= het spel opgeven (ookfig.);Topack cards= op bedriegelijke wijze mengen;Heplays his cardswell= is een gladde baas;Toshow one’s cards= zich in de kaart laten zien;Toshuffle cards= wasschen;Hespeaks by the card= drukt zich nauwkeurig uit;It is on the cards= licht mogelijk;That piece isa sure card,it will run fifty nights= het is een successtuk, en zal wel 50 maal gespeeld worden;Card-case,kâdkeis, visite(kaarten)boekje;Card-board= karton:Glazed Card-board= geglaceerd karton;Card-sharper= kwartjesvinder, valsche speler;Card-table= speeltafeltje;Carder= kaarder;Carding-machine= kaardmachine.Cardamine,kâdaminî,kâdəmain, pinksterbloem, koekoeksbloem.Cardia,kâdjə, hart, maagmond;Cardiac= hart - -, maagmond - -; hartsterkend (middel.)Cardiff,kâdif.Cardinal,kâdin’l, subst. kardinaal, scharlaken mantel, bisschop (soort warme wijn); adj. voornaamst, belangrijkst, donkerrood:Cardinal bird= kardinaalsvogel;Cardinal numbers= hoofdgetallen;Cardinal points= vier hoofdpunten (van het kompas);Cardinal signs= de vier voornaamste teekens van den dierenriem:Aries, Libra, Cancer, Capricorn;Cardinal virtues= de vier hoofddeugden (bij de Ouden):Prudence, Temperance, Justice, Fortitude;Cardinalate,Cardinalship= kardinaalschap.Carditis,kâdaitis, ontsteking van het hart.Cardoon,kâdûn, artisjok.Carduus,kâdjuɐs, distel.Care,kêə, subst. zorg, angst, oplettendheid, opzicht;Careverb. zorgen, bezorgd zijn, zich bekommeren om, geneigd zijn, lust of trek hebben, houden van:With care= voorzichtig![78]To Mr. W. (To the care of) Mrs. Müller= per adres (ookc. o.= p. a.);Have a care= pas op!Hetook care to …= zorgde er voor, dat …;I don’t care if I do= ’t is mij goed;Hedid not careto do it= deed het liever niet;I like you, andI don’t careto own it= en erken het graag;He did notcare a pin, a curse, a damn= hij gaf er geen zier om;Let him go,I don’t care= het kan mij niet schelen;I don’tcare aboutwine just now= heb liever niet;Care-taker= huisbewaarder;Care-worn= aftgetobd, door zorgen versleten;Careful= bedacht, zorgvuldig, spaarzaam:I amcarefulfor nothing= ik geef om niets;Careful of= zorgvuldig, spaarzaam;He was notcarefulto deny it= hij erkende het gaarne; subst.Carefulness;Careless, zorgeloos; subst.Carelessness.Careen,kərîn, een schip kanten, naar ééne zijde overhellen, kielen;Careenage= plaats daarvoor, of de kosten daarvan.Career,kərîə, subst. loopbaan, snelle vaart;Careerverb. zich snel bewegen, snel doen loopen:We were careering along at the rate of sixty miles an hour= wij snelden voort met eene vaart.…Carelia,kərîljə, Carelië.Caress,kəres, subst. liefkoozing, omhelzing;Caressverb. liefkoozen, omhelzen, aanhalen.Caret,kêrət,karət, een teeken (^) bij het corrigeeren, om aan te duiden, dat een ontbrekend woord moet worden ingevoegd.Carew,kərû,karû.

C,sî,A.C.=Ante Christum= vóór Christus;Cnatural= C;C.flat= C-mol;C.sharp= C-dur;C= 100;C. B.=Companion of the Bath= ridder van de Bath-orde;CC= 200;Cf.=confer= vergelijk;Camb(ridge);Cantab= student vanCambridge University;Cant(erbury);C(are)O(f)= per adres (op brieven);Cath(olic);Celt(ic);C(ommissionary)G(eneral);Chap(ter);Chas.=Charles;Chem(istry);C(ost),I(nsurance),F(reight)= kosten, assurantie en vracht inbegrepen (uitspr.:Sif);C(ity)I(mperial)V(olunteer);C(ash)O(n)D(elivery)= tegen rembours;Colloq(uial);Comp(arative);Conn(ecticut);Corr(esponding)Mem(ber);Cor(responding)Sec(retary);C(ertificated)T(eacher);C(yclist)T(ouring)C(lub);C(ome)Q(uick)D(anger)= een Marconisein voor schepen;Cwt= a hundredweight;Cyc(lopaedia).[72]Caaba,kâ-a-ba, kaäba, de zwarte heilige steen in Mahomed’s moskee te Mekka. Ook het tempeltje zelf.Cab,kab, soort rijtuig, bril = overdekte plaats voor den machinist op de locomotief;Cabverb. in eencabrijden:We have cabbed it;Cabman,kabm’n, koetsier;Cab-stand= standplaats voorCabs;Cabby=Cabman.Cabal,kəbal, subst. cabaal, samenspanning, politieke intrigue;Cabalverb. samenspannen;Caballer= intrigant.Cab(b)ala,kabəla, geheime wetenschap, aan Mozes geopenbaard en den Rabbis overgeleverd, ter verklaring van de Schrift; mystiek;Cabalist,kabəlist, Rabbi, bedreven in deCabala; mysticus;Cabalistic(al)= mystiek.Caballine,kabəl(a)in, paarde(n) - - -:Caballine spring= hengstebron =Hippocrene.Cabaret,kabəretofFr. uitspr.kroeg.Cabas,kaba, kabas, reismandje.Cabbage,kabidž, subst. kool, koolkop; de stof, die bij kleermakers door de naald gaat;Cabbageverb. een kop vormen bij ’t groeien; zich stukjes goed toeëigenen;Cabbage-butterfly= koolwitje (de Cabbage-worm is er de larve van);Cabbage-headed= dom;Cabbage-lettuce= kropsla;Cabbage-tree= koolpalm.Cabin,kabin, subst. kamertje, hut, kajuit:Cabinverb. opsluiten of wonen ineene cabin;Cabined, cribb’d, confined= achter slot en grendel;Cabin-boy.Cabinet,kabinet, kabinet (in allerlei beteekenissen); photo in kabinetformaat:Cabinet council=Meeting of the C., ministerraad;Cabinet-maker= kabinetwerker;Cabinet-picture= kabinetstuk.Cable,keib’l, subst. kabeltouw, ankerketting, telegraafkabel, kabelbericht;Cableverb. met een kabel vastmaken; kabelen:A cable’s length= 185,5 M.;To pay out a cable= een tros vieren;A cable (message)= een kabelbericht =Cablegram;Cable-laid= als een kabel gedraaid;Cable-(rail)road,Cable-railway= kabelspoor;Cable-room=Cable-tier,keib’ltîə, kabelgat;Cablet= kleine kabel.Caboodle,kəbûd’l, rommelzoo (Amer.).Caboose,kəbûs, kombuis; veldkeuken; een aan een goederentrein aangebrachte wagen voor beambten en arbeiders; een woning (Amer.).Cabriolet,kabriəlei, cabriolet.Cacao,kəkeiou,kakâou, cacaoboom;Cacao-butter= cacaoboter.Cachalot,katšelot, potvisch.Cache,kaš, geheime bewaarplaats;Cacheverb. verbergen.Cachet,kašei, zegel.Cachinnation,kakineiš’n, luid, aanhoudend gelach;Cachinnatory= luid lachend.Cacholong,katšoloŋ, cacholong.Cachou,kəšû, cachou, cachoupil voor rookers.Cackle,kak’l, subst. gekwaak, gekakel, gewauwel;Cackleverb. kwaken, wauwelen, giechelen;Cackler= snaterende gans, kakelende kip; wauwelaar.Cacography,kəkogrəfi, cacographie.Cacology,kəkolədži, slechte uitspraak.Cacophony,kəkofəni, cacophonie.Cactaceous,kakteišəs, cactusachtig;Cactal,kakt’l, cactus - -;Cactus,kaktəs, cactus.Cad,kad, poen, ploert;Caddish, ploertig.Cadastral,kədastr’l, kadastraal;Cadastre,kədastə, kadaster.Cadaver,kədeivə,kədavə, lijk;Cadaverous, lijkachtig, lijkbleek, lijk - - -; subst.Cadaverousness= lijkachtigheid, etc.Caddice,Caddis,kadis, soort pluksel; ook =Caddice-bait(Caddice-worm) = larve van deCaddice-fly= watermot.Caddie,kadi, drager der kolven (golfspel).Caddy,kadi, theebus.Cade,keid, subst. vat haring (500 stuks), vat sprot (1000 stuks); ooilam, verwend kindje; adj. tam;Cadeverb. met de hand groot brengen.Cadence,keid’ns,Cadency,keid’nsi, cadans, rythme =Cadenza,kədenzə.Cadet,kədet, jongere of jongste zoon; kadet.Cadge,kadž, venten, bedelen;Cadger= venter; smulpaap.Cadgy,kadži, lustig, dartel, lichtzinnig.Cadi,kâdi,keidi, Kadi.Cadiz,keidiz, Cadix.Cadmean,kadmîən, van Cadmus, Thebaansch;Cadmus,kadməs.Cadogan,kədoug’n.Cadre,kadə, kader.Caduceus,kədjûsiəs, staf van Mercurius.Caducous,kədjûkəs, vroeg (ontijdig) vallend, broos.Caecum,sîk’m, blinde darm.Caedmon,kadm’n.Caesar,sîzə, Caesar, keizer, autocraat;Caesarian,sizêrj’n:Caesarian operation= keizersnede;Caesarism,sîzərizm, absolute regeering.Caesura,sizjûrə, caesuur;Caesural= caesuur - -.Caffeic,kəfîik,kafəik:Caffeic acid= koffielooizuur;Caffein,kəfîin,kafiin,kafiain, caffeïne.Caffer,Caffre,kafə, kaffer; kafir;Caffraria,kəfrêriə, het Kafferland.Cage,keidž, subst. kooi; gevangenis, ijzergaas net (=Wire cage, om een gasbrander), liftkooi;Cageverb. in eene kooi sluiten;Cage of a stair-case= trappenhuis;Cageling= opgesloten vogel.Cagmag,kagmag, subst. bedorven vleesch, taaie gans; adj. walgelijk, oneetbaar.Cahoot,kəhût, subst. compagnieschap (Am.);Cahootverb. handelen in vereeniging:To be in cahoots= onder één deken slapen (fig.).Caic,kaîk, kaïk.Caiman,keim’n, kaaiman.Cain,kein:Toraise Cain= den boel op stelten zetten.Caique=Caic.Cairn,kêən, kegelvormige steenhoop (als monument of herinneringsteeken).Cairo,kairou.Caisson,keis’n,keisûn, caisson.Caitiff,keitif, subst. schurk; adj. laag, gemeen.Caius,keiəs.Cajuput,kadžəput, kajapoetolie (-boom).Cajole,kədžoul, bevleien, aftroggelen (out of);Cajoler, vleier;Cajolery, vleierij.Cake,keik, koek, gebak; suffer;Cakeverb. tot een koek vormen, zich zetten tot een koek:My cake is dough= ’t is mis;[73]There’d be no morecakes and ale= geen pret, vroolijkheid;Theyare cakes and ale to him= zijn een feest voor hem;Theygo off like hot cakes= zij gaan als koek, grif van de hand;Youcannot eat your cake and have it= je kunt je geld maar eens uitgeven;Cake-walk= oorspronkelijk een danswedstrijd tusschen fraai uitgedoste negerparen met eencakeals prijs;Caky= koekachtig.Calabar,kaləbə, soort pelswerk.Calabar-bean,kaləbâbîn, Afrikaansche boon (ook toetsboon genoemd, omdat zij als toets diende van de schuld of onschuld van de van hekserij aangeklaagden).Calabash,kaləbaš, pompoen, kalebas.Calaboos,kaləbûs,kaləbûz, gevangenis (Amer.),Calaboosverb. opsluiten.Calabria,kəleibriə,kalâbriə, Calabrië.Calais,kalis.Calamanco,kaləmaŋkou, kalmink.Calamint,kaləmint, kalament, kattenkruid.Calamitous,kəlamitɐs, rampspoedig;Calamity,kəlamiti, ramp, ellende, tegenspoed.Calamus,kaləmɐs, kalmus; herdersfluit.Calandra,kəlandrə, kalander-leeuwerik; korenworm.Calash,kəlaš, calèche; kap.Calcar,kalkâ, fritoven; calcineeroven;Calcareous,kalkêriəs, kalkachtig, kalkhoudend:Calcareous spar= kalkspaath.Calcedon,kalsidon, calcidoon, vuile ader in edelgesteenten.Calcic,kalsik:Calcic-chloride= chloorcalcium;Calciferous, kalkhoudend;Calcify,kalsifai, verkalken;Calcimine= stukadoorskalk;Calcimineverb. witten.Calcination,kalsineiš’n, calcineeren, oxydatie;Calcine,kalsain,kalsin, calcineeren; tot asch verbranden.Calcium,kalsiəm, Calcium.Calcography,kalkogrəfi, (koper)plaatsnijkunst.Calculable,kalkjuləb’l= berekenbaar; betrouwbaar;Calculate,kalkjuleit, berekenen, rekenen, ramen, begrooten, geschikt zijn, zich leenen tot; zich voornemen, vermoeden (Amer.):A calculating boy= een rekengenie;Calculating-machine;Calculation= berekening;Calculative= berekenend;A lightning calculator= snelrekenaar.Calculous,kalkjulɐs, steen …Calculus,kalkjulɐs, (mv.Calculi), steen, graveel; berekening:The calculus of probabilities= kansrekening; Algebraical calculus = algebra;Differential calculus= differentiaal-rekening;Integral calculus= integraal-rekening;Literal calculus= algebra.Ca(u)ldron,kôldr’n, groote ketel.Caleb,keiləb.Calecannon,keilkan’n, Iersch gerecht (gestampte aardappelen en moesgroente).Caleche,kəleš=Calash.Caledonia,kalədounjə, Schotland;Caledonian= Schot(sch);Caledonians= een soort quadrille.Calefacient,kalifeišn’t, adj. en subst. verwarmend (middel);Calefaction,kalifakš’n, verwarming;Calefactor= klein kookfornuis;Calefactory= verwarmend.Calembourg,kal’mbûəofFr. uitspr.woordspeling.Calendar,kal’ndə, subst. kalender, register, rol;Calendarverb. registreeren:Perpetual calendar,Tear-off calendar;Turn-over calendar;Calendar-month= zonnemaand.Calender,kal’ndə, subst. kalander;Calenderverb. kalanderen;Calenderer.Calends,kal’ndz, eerste dag van iedere maand bij de Romeinen:At (on) the Greek calends= nooit.Calendula,kəlendjulə, goudsbloem.Calenture,kal’ntjulə, ijlende koorts (door de hitte in tropische gewesten).Calf,kâf, (Meerv.Calves,kâvs), kalf (ookfig.), kalfsleer; kuit:To kill the fatted calf;Calf-love= kalverliefde;Calf-skin= kalfsvel (leer).Calhoun,kalhûn.Caliban,kaliban, verdierlijkt wezen, wildeman.Caliber,Calibre,kalibə, kəlîbə, kaliber; gesteldheid, waarde; bevattingsvermogen:Caliber-compasses. ZieCallipers;Calibrate= kalibreeren; van graadstrepen voorzien; subst.Calibration.Caliciform,kalisiföm, kelkvormig.Calico,kalikou, calicot (inAmerikabedrukt katoen);Calico-ball= bal, waarop de dames katoenen japonnen dragen.California,kaliföniə;Californian= Californiër, Californisch.Caligo,kəlaigou, vlek op het hoornvlies.Calipash,kalipaš,kalipaš, groenachtig vleesch van een schildpad aan de rugzijde;Calipee,kalipî,kalipî, geelachtig vleesch van een schildpad aan het buikschild.Caliph,kalif,keilif, kalif;Caliphate,kalifeit,keilifeit, kalifaat.Calisthenics,kalistheniks, vrije- en orde(n)-oefeningen (vooral voor meisjes).Calix,kaliks,keiliks=Calyx.Calk,kôk, subst. ijsspoor, scherpe kalkoen, ijsnagel;Calkverb. van ijssporen voorzien, op scherp zetten, calqueeren (kalkeeren), breeuwen;Calkin= ijsspoor, etc.;Calking-iron= breeuwmes, kalefaatijzer.Call,kôl, subst. roep, oproeping, aanmaning, roepstem, beroep, smeeking, roeping, aanleiding, vraag, uitnoodiging, ‘invite’ bij kaartspel, kort bezoek, appèl, stoot op een jagershoorn, bootsmansfluitje, lokstem(-fluit);Callverb. noemen, rekenen, oproepen, uitroepen, bijeenroepen, aanstellen, inroepen, toeroepen, luide roepen, bezoeken, manen, opvorderen:At call= ter beschikking;He isat my beck and call= hij staat klaar voor mij;To bewithin call= te beroepen;Toaccept(toget, receive)a call= een (predikants) beroep;Toget the call= opgeroepen worden (brandweer);Togiveacall= bezoeken (Verg.:Toreturnacall);Youhad no callto say such a thing= gij waart niet geroepen, het was niet aan u;Itseems such a far call= zoo’n groote sprong (fig.);A call of the House= het oplezen van de presentielijst (Parlement);Call of obligation(Duty call) = verplichte visite;The headmastercalled absence= hield appèl;Tocall to account= terverantwoording;[74]Tocall to the Bar= toelaten alsBarrister;Tocall over the coals= een uitbrander geven;Tocall to memory (mind, remembrance)= herinneren;Tocall names= uitschelden;Tocall to naught= voor alles uitmaken;Tocall the roll= appèl houden.Met voorzetsels en bijwoorden:Tocall after= achterna roepen, noemen naar;Tocall again= weer roepen, terugkomen;Tocall at= een bezoek brengen; aandoen;Tocall for= roepen om, vragen naar, afhalen;To be lefttill called for= zal afgehaald worden; poste restante;Thiscalled forthall his strength of mind= deed hem toonen;Tocall in= binnenroepen, opvragen;Tocall in question= in twijfel trekken;Tocall off= terugroepen, intrekken, nietig verklaren:He wascalled offby Death= weggenomen, opgeroepen;Tocall on(a person;ata house) = bezoeken;Hecalled on (upon)the honour of his country= deed een beroep op;Tocall out= roepen, schreeuwen; uitdagen, oproepen (doen uitrukken) van troepen;Tocall over= appèl houden, aflezen;Tocall round= eens aanloopen;Tocall up= oproepen, wekken;Call-bird= lokvogel;Call-boy= jongen, die de acteurs op hun tijd op het tooneel roept; jongen op een stoomboot, die den machinisten bevelen overbrengt;Call-dinner= diner opCall-night, den promotie avond derBarristers;Call-office= spreekcel;A called assembly= buitengewone vergadering;Caller= bezoeker;Caller-up,kôlərɐp, morgenwekker, porder;Calling= beroep, roeping;Calling-place= plaats door stoombooten aangedaan.Calligrapher,kəligrəfə, calligraaf;Calligraphic= calligraphisch;Calligraphy= schoonschrijfkunst, schoonschrift.Calliope,kəlaioupî, Calliope.Callipers,kalipəz:Callipers compasses,kɐmpəsiz, krom-(mast) passer.Callisthenics,kalis-theniks=Calisthenics.Callosity,kəlositi, verharding, eelt; ongevoeligheid;Callous,kaləs, verhard, vereelt; ongevoeligCallousness= verhardheid, etc.Callow,kalou, kaal; jong, onervaren.Calm,kâm; subst. kalmte, windstilte; adj. kalm, rustig, gelaten;Calmverb. stillen, doen bedaren, stil worden:The windfell a dead calm= het werd bladstil;Calms= streek der windstilten;We shall tryto calm him downa little= wat te kalmeeren;Calmative,kâmətiv,kalmətiv, kalmeerend (middel);Calmness= kalmte.Calmucks,kalmuks, (de) Kalmukken.Calne,kân.Calomel,kaləməl, calomel.Calorescence,kaləres’ns, overgang van niet-lichtgevende tot lichtgevende warmtestralen.Caloric,kalorik, adj. warmte - - -:Caloric engine= heete-luchtmachine; subst. warmte;Caloriduct= warmtebuis;Calorifere,kəlorifîə, calorifère;Calorific,kalərifik:Calorific rays= warmtestralen;Calorimeter,kalərimətə= calorimeter;Calorimetric= calometrisch;Calory= calorie.Calotte,kəlot, kalotje, kuif.Caltrop,kaltrəp, voetangel (Caltrops= glasof potscherven); sterredistel.Calumet,kaljumet, vredespijp.Calumniate,kəlɐmnieit, belasteren;Calumniation= belastering;Calumniator= lasteraar;Calumniatory= lasterlijk =Calumnious;Calumny= laster.Calvary,kalvəri, calvarieberg, kruisweg (of statie).Calve,kâv, kalven, jongen voortbrengen.Calville,kalvil,kalvil, kalvijnappel.Calvinism,kalvinizm, calvinisme;Calvinist= calvinist;Calvinistic(al)= calvinistisch.Calx,kalks, oxyde, glasafval.Calyx,keiliks,kaliks, bloemkelk.Cam,kam, subst. duim, lichter, kam:Cam-wheel= excentriek.Camaieu,kamaijû, camee =Cameo.Camarilla,kamərilə, camarilla.Camber,kambə, subst. kromming, ronding;Camberverb. krommen.Cambist,kambist, wisselaar, wisselhandelaar.Cambium,kambj’m, cambium.Cambray,kambrei, Kamerijk;Cambria,kambriə, Cambrië, Wales:Cambrian= Cambrisch; Cambriër.Cambric,keimbrik, batist; (batisten) zakdoek:Cambric-paper= satijnpapier.Cambridge,keimbridž.Camden,kamd’n:Camden Town= wijk in hetN.W.van Londen.Came,keim, imperf. vanto come.Camel,kam’l, kameel, scheepskameel:Camel-backed= bochelig;Cameleer= kameeldrijver;Camelry= infanterie op kameelen.Cameleon, Z.Chameleon.Camellia,kəmeliə, camelia.Camelopard,kəmeləpâd,kamələpâd= giraffe.Cameo,kamiou, camee.Camera,kamərə, camera, kamer.Camerated,kaməreitid, gewelfd, in kamers afgedeeld.Cameronian,kamərounj’n, volgeling vanR. Cameron. Schot. Presbyt:Cameronian regiment= 1ste bataljon Schotsche jagers.Cameroons,kamərunz:TheCameroons= Kamerun.Camisole,kamisoul, kamizool.Camlet,kamlət, kamelot.Camomile. ZieChamomile.Camp,kamp, subst. kamp; kuil vol rapen (aardappels); wintervoorraad van aardappelen, etc.;Campverb. kampeeren; onder den blooten hemel verblijven (out);Tostrike camp= een kamp opbreken;Camp-bed(stead)= veldbed;Camp-chair= vouwstoel met leuning;Camp-fire= kampvuur; officierenfuif (Amer.);Camp-follower= marketentster;Camp-meeting= zendingsfeest (Amer.)Camp-stool= vouwstoel.Campaign,k’mpein, subst. veldtocht; vlakte;Campaignverb. een veldtocht medemaken;Campaigner= veteraan.Campana,kampeinə, keukenkruid.Campaniform,k’mpaniföm;Campanulate(d),Campanulous= klokvormig.[75]Campanile,kampən(a)il, klokketoren.Campanula,k’mpanjulə, klokje.Campbell,kamb’l.Campeachy(wood),k’mpîtši, Campèche.Camperdown,kampədaun.Camphene,Camphine,kamfîn, kamfin, zuivere terpentijnolie.Camphor,kamfə, kamfer;Camphoraceous= kamferachtig; Camphorated, met kamfer doortrokken, kamfer - -;Camphoric= kamfer - -.Campvere,kampvîə, Veere.Can,kan, subst. kan, kroes, kap, blik (Amer.);Canverb. vleesch (vruchten) in blikjes conserveeren:They are cup and can= koek en ei;Canned meat= vleesch in blikjes;Canner= inmaker;Cannery= fabriek v. inmaking.Can,kan, kunnen:It is cheap as can= zoo goedkoop mogelijk;Can do is easily carried= lichter gezegd dan gedaan.Canaan,keinən, keinəan, Kanaän;Canaanite,keinənait, Kanaäniet;Canaanitic,keinənaitik,Canaanitish,keinənaitiš, Kanaänitisch.Canada,kanəda;Canadian,kəneidj’n, Canadisch; Canadees.Canaille,keneil, kanalje, gepeupel.Canal,kənal, kanaal:Canal boat= trekschuit;Canalization= kanalisatie;Canalize,kanəlaiz, kənalaiz, kanaliseeren.Canard,kənâ(d), canard.Canary,kənêri, kanarie; kanarie sek; oude dans;The Canaries= de Kanarische Eilanden.Canaster,kənastə, rieten mat.Cancan,kankan, wulpsche Fransche dans.Cancel,kans’l, subst. strepen halen door; vernietigen, intrekken, buiten omloop stellen;Cancellate(d)= getralied, netvormig;Cancellation= intrekking, annuleering; netvormigheid.Cancer,kansə, kreeft, kanker:The Tropic of Cancer= Kreeftskeerkring;Todie of a cancer;She had the cancer cut outof her breast= werd geopereerd van;Cancerate= verkankeren;Canceration= verkankering;Cancerous= kankerachtig =Cancroid.Cancriform,kankriföm, kankerachtig; kreeft (krab)vormig =Cancrine.Candelabrum,kandəleibr’m, kroonluchter.Candia,kandjə, Candia;Candian= Candioot.Candid,kandid, eerlijk, vrijmoedig, oprecht;Candidness= eerlijkheid, etc.Candidate,kandideit, candidaat, sollicitant;Candidacy,Candidateship,Candidature= candidatuur.Candied,kandid, geconfijt, geglaceerd; vleierig.Candle,kand’l, kaars, licht, normaalkaars:When candles are out all cats are grey= bij nacht zijn alle katten grauw;He went off like the snuff of a candle= hij ging uit als een nachtkaars;Hecannot (is not fit to) hold a candle to you= hij kan niet in uw schaduw staan;Tohold a candle to the devil= een kaars voor den duivel opsteken (steunen wat verkeerd is);The game is not worth the candle= de sop is de kool niet waard;For this weowethe authora candle= mogen wij den schrijver wel dankbaar zijn;Candleberry= croton, laurierbes;Candle-box= kaarsenbak;Candle-endeconomies= kleine bezuinigingen;Candle-light= kaarslicht (ookfig.):She is a candle-light beauty= schoon bij de kaars;Candle-lighter= soort fidibus;Candlemas= Maria Lichtmis (2 Februari);Candle-snuffer= snuiter;Candle-stick= kandelaar;Candle-waster= dief (aan de kaars);Candle-wick= kaarsepit.Candour,kandə, oprechtheid, eerlijkheid.Candy,kandi, subst. kandij, suikergoed;Candyverb. met suiker inleggen; kristalliseeren, konfijten (Candyshop= snoepwinkeltje), (Amer.):He has too much candy= een te lekker leventje.Cane,kein, subst. riet, suikerriet, bamboes, rottang, rotting;Caneverb. met een riet afranselen (=Togive one the cane); met riet matten:Bengal cane= Spaansch riet;A cane-(bottom) chair= stoel met rieten zitting;Cane-mill= suikerrietmolen;Cane-trash= afval van suikerriet.Canella,kənelə, kaneel(plant).Canicula,kənikjulə, hondsster;Canicular Days= hondsdagen;Caniculars= kreupelrijm.Canine,kənain,kanain, honds …; hond:Canine appetite= hondshonger;Canine laugh= hondskramp;Canine madness= hondsdolheid;Canine teeth= oogtanden.Canister,kanistə, bus, kartets (=Canister-shot);Canisterverb. in een bus doen; een hond een blikken ketel aan zijn staart hangen.Canker,kankə, subst. kanker, brand, roest, gifzwam, knagende worm (fig.), woekerende ziekte;Cankerverb. kankeren, aansteken, knagen aan, wegvreten;Canker-rash= roodvonk (met zwerende keel);Canker-rose= klaproos;Canker-weed= kruiskruid;Canker-worm= blad- of vruchtenrups (Am.);Cankered= door kanker aangetast; giftig, bedorven, knorrig;Cankerous= verkankerend, brandig.Cannabine,kanəb(a)in,Cannabis,kanəbis, hennep; harsachtige stof uit hennep getrokken.Cannel-coal,kan’lkoul, harde harshoudende kool.Cannequin,kanəkin, wit katoenen stof (Indië).Cannibal,kanib’l, subst. kannibaal; adj. menschenetend =Cannibalic;Cannibalism.Cannon,kanən, kanon, geschut; carambole;Cannon-ball;Cannon-foundry= geschutgieterij;Cannon-proof= bomvrij;Cannon-shot= kanonschot(afstand);Cannonade, subst. kanonnade;Cannonadeverb. (be)schieten; caramboleeren;Cannoneer= kanonnier;Cannonry= geschut, kanonnade.Cannula,kanjulə, afvoerbuisje (Med.);Cannular= buisvormig.Canny,kani, omzichtig, voorzichtig, slim; spaarzaam; rustig, behagelijk; gevaarloos.Canoe,kənû, boot, kano;Canoeverb. in een kano varen.Cañon,kanj’n, diepe, steile bergkloof.Canon,kanən, canon, in zijn verschillende beteekenissen; domheer:Canon law= canonieke wet;Canonic(al), canoniek;Canonicals[76]= priestergewaad;Canonicity= echtheid;Canonize= canoniseeren;Canonry,Canonship= domheerschap.Canopy,kanəpi, subst. baldakijn, hemel, dak;Canopyverb. met een hemel bedekken:Canopy of heaven= hemelgewelf.Cant,kant, schuine (gebogen) stelling, stoot, ruk, slag, afwijking; geteem, argot; kwezelarij; auctie (Schotl.); adj. argot- -. volks- -, huichelachtig, opgewekt, flink;Cantverb. op zijde leggen, kanten, werpen, overhellen; teemen, kwezelen, huichelen, koeterwalen; afslaan, verkoopen:Cant-chisel= kantbeitel;Cant-hook= kantelhaak.Cantab,kantəb, student te Cambridge (verkorting vanCantabrigian).Cantankerous,k’ntankərɐs, twistziek, norsch, vitterig.Cantate,kantâtə, cantate.Canteen,k’ntîn, cantine, veldflesch; menagekorf.Canter,kantə, subst. korte galop; kwezelaar; afslager;Canterverb. in korten draf of galop zijn of brengen:All was overin a canter= in een oogenblik;Hestruck a canter= zette zijn paard in korten galop;Towin at (in) a canter= gemakkelijk.Canterbury,kantəberi, kantəbəri, Canterbury; muziekstander:Canterbury bell= klokje;Canterbury gallop (pace)= korte galop, sukkeldrafje;Canterbury Tales= gedicht van G. Chaucer (14e eeuw); vervelend verhaal.Cantharis,kanthəris(meerv.Cantharides,k’n-tharidîz), Spaansche vlieg.Canticle,kantik’l, lied, lofzang:The Canticles= het Hooglied.Cantinière,kantinjêə, zoetelaarster.Cantle,kant’l, subst. hoek, stuk; achterboog van een zadel;Cantleverb. verdeelen.Canto,kantou, zang; sopraanstem;Cantor,kantə, voorzanger.Canton,kant’n, k’nton, subst. kanton, schildhoek;Cantonverb. in kantons verdeelen; kantonneeren (=kənton, kəntûn);Cantonal= kantonnaal;Cantonment= kampement (Brit. Ind.); (winter)kwartier.Cantoon,kantûn, sterke stof (geribd aan de eene zijde, met satijnachtigen achterkant).Canute,kənjût, Knoet.Canty,kanti, vroolijk, opgewekt (Schot.).Canvas,kanvəs, subst. zeildoek, zeilen, grof linnen, kanefas, doek, olieverfschilderij; adj. linnen:Under canvas= onder zeil in tenten;Canvas-back= soort duikereend;Canvas-booth (Canvas-stall)= kraampje;Canvas-map= kaart op linnen.Canvass,kanvəs, subst. onderzoek, discussie, stemmenwerving;Canvassverb. onderzoeken, bespreken, bezoeken afleggen (om stemmen te werven), bewerken, werven om:Canvasser= stemmenwerver, colporteur.Cany,keini, vol riet, rieten.Canzona,kanzouna, kantšouna, canzone;Canzonet= liedje.Caoutchouc,kûtšuk, kautšuk, caoutchouc.Cap,kap, subst. pet, muts, baret, hoed, napje, top, deksel, percussiehoedje; bepaald papierformaat;Capverb. bedekken, eene muts of pet opzetten; van een slaghoedje voorzien; de kroon opzetten (fig.), overtreffen (troeven), de promotiekap opzetten, het hoofd ontblooten, groeten:Cap and bells= zotskap;Cap of a mast= ezelshoofd (scheepst.);Black cap= baret, die de rechter opzet, als hij het doodvonnis uitspreekt;Fur cap= bontmuts, berenmuts;That will be a feather in your cap= een veer op je muts;Sheset her cap at him= hengelde naar hem;Let him (whom) the cap fits, wear it= wie de schoen past, trekke hem aan;Tocap verses= wedijverend verzen opzeggen (waarbij elk(e) vers(regel) met de eerste of laatste letter van het (de) vorige moet beginnen, of er op moet rijmen, of iets dergelijks);Cap-paper= zakkenpapier; soort schrijfpapier;Capful= een beetje:A capful of wind= bui.Capability,keipəbiliti, bekwaamheid, vermogen;Capable,keipəb’l, bekwaam, bevoegd, in staat, vatbaar; veel omvattend:Capable ofpity= vatbaar voor;They arenot capable of being harmonized= hooren niet bij elkaar;capableness, bekwaamheid, etc.Capacious,kəpeišəs, ruim, veelomvattend;Capaciousness= veelomvattendheid;Capacitate,kəpasiteit, bekwaam of bevoegd maken;Capacity,kəpasiti, bekwaamheid, bevoegdheid, capaciteit, inhoud, ruimte, karakter, hoedanigheid.Cap-à-pie,kapəpî, van top tot teen.Caparison,kəparis’n, subst. schabrak;Caparisonverb. met een schabrak bedekken, prachtig optuigen.Cape,keip, kaap, kaapsche wijn; pelerine:Cape smoke= een soort sterke drank;Cape Town= Kaapstad.Caper,keipə, subst. kapperstruik (Capers= kappertjes); kapriool;Caperverb. rondspringen:Tocut capers= bokkesprongen maken;That’sthe proper caper= dat is je ware (Am.).Capercailzie,kapəkeilzi, auerhaan (Schotl.).Capias,keipias, kapias:Writ of Capias= bevel tot inhechtenisneming.Capillaceous,kapileišəs, harig, haarvormig;Capillarity= capillariteit;Capillary,kapiləriofkəpiləri, capillair; subst. haarbuisje;Capilliform= haarvormig.Capital,kapit’l, subst. kapiteel, hoofdstad (Court Capital= residentie), hoofdletter, kapitaal; adj. hoogst belangrijk, voornaamst, strafbaar met den dood, uitstekend, flink:Tomake capital (out) of= munt slaan uit;Capital crime= halsmisdaad;Capital letter= hoofdletter;Capital punishment= doodstraf;Capital stock= bedrijfskapitaal;Capitalist= kapitalist;Capitalization= kapitalisatie;Capitalize= kapitaliseeren.Capitate,kapitat, kopvormig;Capitation= hoofdelijke belasting (=Capitation-tax):Capitation-fee= tantième voor elken leerling.Capite,kapitî:Tenure in capite= kroonleen.Capitol,kapit’l, kapitool; congresgebouw (inWashington);Capitolean, Capitoline= kapitolijnsch.Capitular,kəpitjulə, kapittel - -; kapittelheer;Capitularies= capitularia.Capitulate,kəpitjuleit, capituleeren;Capitulation= capitulatie.Capoc,kapək, kapok.[77]Capon,keip’n, kapoen;Caponize= castreeren.Caponiere,kapənîə, onderaardsche gang in de loopgraven eener vesting.Capot,kəpot, subst. het halen van 40 trekken bij het piketspel;Capotverb. alle trekken halen.Capote,kəpout, kapot(jas).Cappadocia,kapədoušə, Cappadocië.Capriccio,kapritšou, caprice (muz.).Caprice,kəprîs, gril;Capricious,kəprišəs, grillig; subst.Capriciousness.Capricorn,kaprikön, de Steenbok:Tropic of Capricorn= Steenbokskeerkring.Capriole,kaprioul, bokkesprong;Caprioleverb. bokkesprongen maken.Capsicum,kapsikɐm, Spaansche peper.Capsize,kəpsaiz, omslaan, omvallen, omverwerpen.Capstan,kapst’n, kaapstander.Capsular,kapsiulə, kapselvormig, kapsel …;Capsule,kapsiul, capsule, kapsel, smeltkroes, schaaltje.Captain,kapt’n, aanvoerder, kapitein, opzichter, leider, primus:Captain of horse= ritmeester;Captaincy,Captainship= rang van kapitein; ervaring, beleid.Caption,kapš’n, legalisatie; arrestatie (Schot.); titel (Am.).Captious,kapšəs, vitterig, bedillerig; netelig; subst.Captiousness.Captivate,kaptiveit, bekoren, boeien, betooveren;Captivation, betoovering, etc.Captive,kaptiv, gevangen, geboeid (fig.); subst. gevangene:Captive balloon;Captivity= gevangenschap;Captor= prijsmaker, vanger, kaper;Capture,kaptšə, subst. vangst, prijs, het vangen;Captureverb. buitmaken, opbrengen, kapen:Withouta whole capture of columnswe cannot do justice to the work= zonder eenige kolommen in beslag te nemen.Capuchin,kaputšin,kapəšîn, Kapucijner; dameskapmantel; soort v. duif;Capuchin monkey.Car,kâ, kar, wagen, triomfkar, schuitje van een ballon; tram- of spoorwagen:TheNorthern Car= de Wagen (Sterrenbeeld);TheInternational Sleeping-Car Company;Restaurant-car;The cars= spoortrein (Am.);Carman= karrijder.Carabineer,Carabinier,karəbinîə, karabinier.Car(r)ack,karək, Spaansch schip, karaak.Caracol(e),karəko(u)l, subst. sprong, halve zwenking (van een paard); wenteltrap;Caracolverb. een halve zwenking maken.Carafe,kərâf, karaf.Caramel,karəmel, camarel.Carapace,karəpeis, rugschild, schaal.Carat,karət, karaat; ± 15 Gr. voor goud en0,2Gr. of 205 mGr. voor juweelen:It is not worth a carat= geen duit waard.Caravan,karəvan, karəvan, karavaan, kermiswagen, woonwagen;Caravaneer= iemand, met de zorg voor de kameelen van een karavaan belast;Caravanserai, Caravansery= karavansera; groot gebouw, door vele gezinnen bewoond, beneden met winkels, in groote steden.Caravel,karəvel, karveel, soort v. vaartuig.Caraway,karəwei, karwei (plant.).Carbine,kâbain, karabijn;Carbineer,kabinîə= karabinier.Carbolic,kâbolik:Carbolic-acid= carbolzuur;Carbolize= carboliseeren.Carbon,kâb’n, koolstof; koolspits:Carbon light= booglicht;Carbon point= koolspits;Carbonaceous,kâbəneišəs, koolhoudend, koolstof - -.Carbonari,kâbənâri, Carbonari.Carbonate,kâbənit, carbonaat; verb. carboniseeren.Carbonic acid,kâbonikasid, koolzuur;Carboniferous= koolhoudend;Carbonize,kâbənaiz, verkolen, carboniseeren;Carbonization= carbonisatie.Carboy,kâbôi, mandflesch.Carbuncle,kâbɐŋk’l, karbonkel, bloedzweer;Carbuncular, Carbunculate, Carbunculous= karbonkelachtig; ontstoken.Carburet,kâbjuret, koolstofverbinding;Carburetverb.Carburize,kâbjuraiz, met kool(water)stof verbinden.Carcase,Carcass,kâkəs, lijk, geraamte, karkas, wrak.Carcinoma,kâsinoumə, kankergezwel;Carcinomatous= kankerachtig.Card,kâd, subst. (speel)kaart, naamkaartje, program, kompasroos, (wol)kaarde; type, origineel;Cardverb. kaarden:Tocut, to deal cards= coupeeren, geven;Tofling (throw) up one’s cards= het spel opgeven (ookfig.);Topack cards= op bedriegelijke wijze mengen;Heplays his cardswell= is een gladde baas;Toshow one’s cards= zich in de kaart laten zien;Toshuffle cards= wasschen;Hespeaks by the card= drukt zich nauwkeurig uit;It is on the cards= licht mogelijk;That piece isa sure card,it will run fifty nights= het is een successtuk, en zal wel 50 maal gespeeld worden;Card-case,kâdkeis, visite(kaarten)boekje;Card-board= karton:Glazed Card-board= geglaceerd karton;Card-sharper= kwartjesvinder, valsche speler;Card-table= speeltafeltje;Carder= kaarder;Carding-machine= kaardmachine.Cardamine,kâdaminî,kâdəmain, pinksterbloem, koekoeksbloem.Cardia,kâdjə, hart, maagmond;Cardiac= hart - -, maagmond - -; hartsterkend (middel.)Cardiff,kâdif.Cardinal,kâdin’l, subst. kardinaal, scharlaken mantel, bisschop (soort warme wijn); adj. voornaamst, belangrijkst, donkerrood:Cardinal bird= kardinaalsvogel;Cardinal numbers= hoofdgetallen;Cardinal points= vier hoofdpunten (van het kompas);Cardinal signs= de vier voornaamste teekens van den dierenriem:Aries, Libra, Cancer, Capricorn;Cardinal virtues= de vier hoofddeugden (bij de Ouden):Prudence, Temperance, Justice, Fortitude;Cardinalate,Cardinalship= kardinaalschap.Carditis,kâdaitis, ontsteking van het hart.Cardoon,kâdûn, artisjok.Carduus,kâdjuɐs, distel.Care,kêə, subst. zorg, angst, oplettendheid, opzicht;Careverb. zorgen, bezorgd zijn, zich bekommeren om, geneigd zijn, lust of trek hebben, houden van:With care= voorzichtig![78]To Mr. W. (To the care of) Mrs. Müller= per adres (ookc. o.= p. a.);Have a care= pas op!Hetook care to …= zorgde er voor, dat …;I don’t care if I do= ’t is mij goed;Hedid not careto do it= deed het liever niet;I like you, andI don’t careto own it= en erken het graag;He did notcare a pin, a curse, a damn= hij gaf er geen zier om;Let him go,I don’t care= het kan mij niet schelen;I don’tcare aboutwine just now= heb liever niet;Care-taker= huisbewaarder;Care-worn= aftgetobd, door zorgen versleten;Careful= bedacht, zorgvuldig, spaarzaam:I amcarefulfor nothing= ik geef om niets;Careful of= zorgvuldig, spaarzaam;He was notcarefulto deny it= hij erkende het gaarne; subst.Carefulness;Careless, zorgeloos; subst.Carelessness.Careen,kərîn, een schip kanten, naar ééne zijde overhellen, kielen;Careenage= plaats daarvoor, of de kosten daarvan.Career,kərîə, subst. loopbaan, snelle vaart;Careerverb. zich snel bewegen, snel doen loopen:We were careering along at the rate of sixty miles an hour= wij snelden voort met eene vaart.…Carelia,kərîljə, Carelië.Caress,kəres, subst. liefkoozing, omhelzing;Caressverb. liefkoozen, omhelzen, aanhalen.Caret,kêrət,karət, een teeken (^) bij het corrigeeren, om aan te duiden, dat een ontbrekend woord moet worden ingevoegd.Carew,kərû,karû.

C,sî,A.C.=Ante Christum= vóór Christus;Cnatural= C;C.flat= C-mol;C.sharp= C-dur;C= 100;C. B.=Companion of the Bath= ridder van de Bath-orde;CC= 200;Cf.=confer= vergelijk;Camb(ridge);Cantab= student vanCambridge University;Cant(erbury);C(are)O(f)= per adres (op brieven);Cath(olic);Celt(ic);C(ommissionary)G(eneral);Chap(ter);Chas.=Charles;Chem(istry);C(ost),I(nsurance),F(reight)= kosten, assurantie en vracht inbegrepen (uitspr.:Sif);C(ity)I(mperial)V(olunteer);C(ash)O(n)D(elivery)= tegen rembours;Colloq(uial);Comp(arative);Conn(ecticut);Corr(esponding)Mem(ber);Cor(responding)Sec(retary);C(ertificated)T(eacher);C(yclist)T(ouring)C(lub);C(ome)Q(uick)D(anger)= een Marconisein voor schepen;Cwt= a hundredweight;Cyc(lopaedia).[72]

Caaba,kâ-a-ba, kaäba, de zwarte heilige steen in Mahomed’s moskee te Mekka. Ook het tempeltje zelf.

Cab,kab, soort rijtuig, bril = overdekte plaats voor den machinist op de locomotief;Cabverb. in eencabrijden:We have cabbed it;Cabman,kabm’n, koetsier;Cab-stand= standplaats voorCabs;Cabby=Cabman.

Cabal,kəbal, subst. cabaal, samenspanning, politieke intrigue;Cabalverb. samenspannen;Caballer= intrigant.

Cab(b)ala,kabəla, geheime wetenschap, aan Mozes geopenbaard en den Rabbis overgeleverd, ter verklaring van de Schrift; mystiek;Cabalist,kabəlist, Rabbi, bedreven in deCabala; mysticus;Cabalistic(al)= mystiek.

Caballine,kabəl(a)in, paarde(n) - - -:Caballine spring= hengstebron =Hippocrene.

Cabaret,kabəretofFr. uitspr.kroeg.

Cabas,kaba, kabas, reismandje.

Cabbage,kabidž, subst. kool, koolkop; de stof, die bij kleermakers door de naald gaat;Cabbageverb. een kop vormen bij ’t groeien; zich stukjes goed toeëigenen;Cabbage-butterfly= koolwitje (de Cabbage-worm is er de larve van);Cabbage-headed= dom;Cabbage-lettuce= kropsla;Cabbage-tree= koolpalm.

Cabin,kabin, subst. kamertje, hut, kajuit:Cabinverb. opsluiten of wonen ineene cabin;Cabined, cribb’d, confined= achter slot en grendel;Cabin-boy.

Cabinet,kabinet, kabinet (in allerlei beteekenissen); photo in kabinetformaat:Cabinet council=Meeting of the C., ministerraad;Cabinet-maker= kabinetwerker;Cabinet-picture= kabinetstuk.

Cable,keib’l, subst. kabeltouw, ankerketting, telegraafkabel, kabelbericht;Cableverb. met een kabel vastmaken; kabelen:A cable’s length= 185,5 M.;To pay out a cable= een tros vieren;A cable (message)= een kabelbericht =Cablegram;Cable-laid= als een kabel gedraaid;Cable-(rail)road,Cable-railway= kabelspoor;Cable-room=Cable-tier,keib’ltîə, kabelgat;Cablet= kleine kabel.

Caboodle,kəbûd’l, rommelzoo (Amer.).

Caboose,kəbûs, kombuis; veldkeuken; een aan een goederentrein aangebrachte wagen voor beambten en arbeiders; een woning (Amer.).

Cabriolet,kabriəlei, cabriolet.

Cacao,kəkeiou,kakâou, cacaoboom;Cacao-butter= cacaoboter.

Cachalot,katšelot, potvisch.

Cache,kaš, geheime bewaarplaats;Cacheverb. verbergen.

Cachet,kašei, zegel.

Cachinnation,kakineiš’n, luid, aanhoudend gelach;Cachinnatory= luid lachend.

Cacholong,katšoloŋ, cacholong.

Cachou,kəšû, cachou, cachoupil voor rookers.

Cackle,kak’l, subst. gekwaak, gekakel, gewauwel;Cackleverb. kwaken, wauwelen, giechelen;Cackler= snaterende gans, kakelende kip; wauwelaar.

Cacography,kəkogrəfi, cacographie.

Cacology,kəkolədži, slechte uitspraak.

Cacophony,kəkofəni, cacophonie.

Cactaceous,kakteišəs, cactusachtig;Cactal,kakt’l, cactus - -;Cactus,kaktəs, cactus.

Cad,kad, poen, ploert;Caddish, ploertig.

Cadastral,kədastr’l, kadastraal;Cadastre,kədastə, kadaster.

Cadaver,kədeivə,kədavə, lijk;Cadaverous, lijkachtig, lijkbleek, lijk - - -; subst.Cadaverousness= lijkachtigheid, etc.

Caddice,Caddis,kadis, soort pluksel; ook =Caddice-bait(Caddice-worm) = larve van deCaddice-fly= watermot.

Caddie,kadi, drager der kolven (golfspel).

Caddy,kadi, theebus.

Cade,keid, subst. vat haring (500 stuks), vat sprot (1000 stuks); ooilam, verwend kindje; adj. tam;Cadeverb. met de hand groot brengen.

Cadence,keid’ns,Cadency,keid’nsi, cadans, rythme =Cadenza,kədenzə.

Cadet,kədet, jongere of jongste zoon; kadet.

Cadge,kadž, venten, bedelen;Cadger= venter; smulpaap.

Cadgy,kadži, lustig, dartel, lichtzinnig.

Cadi,kâdi,keidi, Kadi.

Cadiz,keidiz, Cadix.

Cadmean,kadmîən, van Cadmus, Thebaansch;Cadmus,kadməs.

Cadogan,kədoug’n.

Cadre,kadə, kader.

Caduceus,kədjûsiəs, staf van Mercurius.

Caducous,kədjûkəs, vroeg (ontijdig) vallend, broos.

Caecum,sîk’m, blinde darm.

Caedmon,kadm’n.

Caesar,sîzə, Caesar, keizer, autocraat;Caesarian,sizêrj’n:Caesarian operation= keizersnede;Caesarism,sîzərizm, absolute regeering.

Caesura,sizjûrə, caesuur;Caesural= caesuur - -.

Caffeic,kəfîik,kafəik:Caffeic acid= koffielooizuur;Caffein,kəfîin,kafiin,kafiain, caffeïne.

Caffer,Caffre,kafə, kaffer; kafir;Caffraria,kəfrêriə, het Kafferland.

Cage,keidž, subst. kooi; gevangenis, ijzergaas net (=Wire cage, om een gasbrander), liftkooi;Cageverb. in eene kooi sluiten;Cage of a stair-case= trappenhuis;Cageling= opgesloten vogel.

Cagmag,kagmag, subst. bedorven vleesch, taaie gans; adj. walgelijk, oneetbaar.

Cahoot,kəhût, subst. compagnieschap (Am.);Cahootverb. handelen in vereeniging:To be in cahoots= onder één deken slapen (fig.).

Caic,kaîk, kaïk.

Caiman,keim’n, kaaiman.

Cain,kein:Toraise Cain= den boel op stelten zetten.

Caique=Caic.

Cairn,kêən, kegelvormige steenhoop (als monument of herinneringsteeken).

Cairo,kairou.

Caisson,keis’n,keisûn, caisson.

Caitiff,keitif, subst. schurk; adj. laag, gemeen.

Caius,keiəs.

Cajuput,kadžəput, kajapoetolie (-boom).

Cajole,kədžoul, bevleien, aftroggelen (out of);Cajoler, vleier;Cajolery, vleierij.

Cake,keik, koek, gebak; suffer;Cakeverb. tot een koek vormen, zich zetten tot een koek:My cake is dough= ’t is mis;[73]There’d be no morecakes and ale= geen pret, vroolijkheid;Theyare cakes and ale to him= zijn een feest voor hem;Theygo off like hot cakes= zij gaan als koek, grif van de hand;Youcannot eat your cake and have it= je kunt je geld maar eens uitgeven;Cake-walk= oorspronkelijk een danswedstrijd tusschen fraai uitgedoste negerparen met eencakeals prijs;Caky= koekachtig.

Calabar,kaləbə, soort pelswerk.

Calabar-bean,kaləbâbîn, Afrikaansche boon (ook toetsboon genoemd, omdat zij als toets diende van de schuld of onschuld van de van hekserij aangeklaagden).

Calabash,kaləbaš, pompoen, kalebas.

Calaboos,kaləbûs,kaləbûz, gevangenis (Amer.),Calaboosverb. opsluiten.

Calabria,kəleibriə,kalâbriə, Calabrië.

Calais,kalis.

Calamanco,kaləmaŋkou, kalmink.

Calamint,kaləmint, kalament, kattenkruid.

Calamitous,kəlamitɐs, rampspoedig;Calamity,kəlamiti, ramp, ellende, tegenspoed.

Calamus,kaləmɐs, kalmus; herdersfluit.

Calandra,kəlandrə, kalander-leeuwerik; korenworm.

Calash,kəlaš, calèche; kap.

Calcar,kalkâ, fritoven; calcineeroven;Calcareous,kalkêriəs, kalkachtig, kalkhoudend:Calcareous spar= kalkspaath.

Calcedon,kalsidon, calcidoon, vuile ader in edelgesteenten.

Calcic,kalsik:Calcic-chloride= chloorcalcium;Calciferous, kalkhoudend;Calcify,kalsifai, verkalken;Calcimine= stukadoorskalk;Calcimineverb. witten.

Calcination,kalsineiš’n, calcineeren, oxydatie;Calcine,kalsain,kalsin, calcineeren; tot asch verbranden.

Calcium,kalsiəm, Calcium.

Calcography,kalkogrəfi, (koper)plaatsnijkunst.

Calculable,kalkjuləb’l= berekenbaar; betrouwbaar;Calculate,kalkjuleit, berekenen, rekenen, ramen, begrooten, geschikt zijn, zich leenen tot; zich voornemen, vermoeden (Amer.):A calculating boy= een rekengenie;Calculating-machine;Calculation= berekening;Calculative= berekenend;A lightning calculator= snelrekenaar.

Calculous,kalkjulɐs, steen …

Calculus,kalkjulɐs, (mv.Calculi), steen, graveel; berekening:The calculus of probabilities= kansrekening; Algebraical calculus = algebra;Differential calculus= differentiaal-rekening;Integral calculus= integraal-rekening;Literal calculus= algebra.

Ca(u)ldron,kôldr’n, groote ketel.

Caleb,keiləb.

Calecannon,keilkan’n, Iersch gerecht (gestampte aardappelen en moesgroente).

Caleche,kəleš=Calash.

Caledonia,kalədounjə, Schotland;Caledonian= Schot(sch);Caledonians= een soort quadrille.

Calefacient,kalifeišn’t, adj. en subst. verwarmend (middel);Calefaction,kalifakš’n, verwarming;Calefactor= klein kookfornuis;Calefactory= verwarmend.

Calembourg,kal’mbûəofFr. uitspr.woordspeling.

Calendar,kal’ndə, subst. kalender, register, rol;Calendarverb. registreeren:Perpetual calendar,Tear-off calendar;Turn-over calendar;Calendar-month= zonnemaand.

Calender,kal’ndə, subst. kalander;Calenderverb. kalanderen;Calenderer.

Calends,kal’ndz, eerste dag van iedere maand bij de Romeinen:At (on) the Greek calends= nooit.

Calendula,kəlendjulə, goudsbloem.

Calenture,kal’ntjulə, ijlende koorts (door de hitte in tropische gewesten).

Calf,kâf, (Meerv.Calves,kâvs), kalf (ookfig.), kalfsleer; kuit:To kill the fatted calf;Calf-love= kalverliefde;Calf-skin= kalfsvel (leer).

Calhoun,kalhûn.

Caliban,kaliban, verdierlijkt wezen, wildeman.

Caliber,Calibre,kalibə, kəlîbə, kaliber; gesteldheid, waarde; bevattingsvermogen:Caliber-compasses. ZieCallipers;Calibrate= kalibreeren; van graadstrepen voorzien; subst.Calibration.

Caliciform,kalisiföm, kelkvormig.

Calico,kalikou, calicot (inAmerikabedrukt katoen);Calico-ball= bal, waarop de dames katoenen japonnen dragen.

California,kaliföniə;Californian= Californiër, Californisch.

Caligo,kəlaigou, vlek op het hoornvlies.

Calipash,kalipaš,kalipaš, groenachtig vleesch van een schildpad aan de rugzijde;Calipee,kalipî,kalipî, geelachtig vleesch van een schildpad aan het buikschild.

Caliph,kalif,keilif, kalif;Caliphate,kalifeit,keilifeit, kalifaat.

Calisthenics,kalistheniks, vrije- en orde(n)-oefeningen (vooral voor meisjes).

Calix,kaliks,keiliks=Calyx.

Calk,kôk, subst. ijsspoor, scherpe kalkoen, ijsnagel;Calkverb. van ijssporen voorzien, op scherp zetten, calqueeren (kalkeeren), breeuwen;Calkin= ijsspoor, etc.;Calking-iron= breeuwmes, kalefaatijzer.

Call,kôl, subst. roep, oproeping, aanmaning, roepstem, beroep, smeeking, roeping, aanleiding, vraag, uitnoodiging, ‘invite’ bij kaartspel, kort bezoek, appèl, stoot op een jagershoorn, bootsmansfluitje, lokstem(-fluit);Callverb. noemen, rekenen, oproepen, uitroepen, bijeenroepen, aanstellen, inroepen, toeroepen, luide roepen, bezoeken, manen, opvorderen:At call= ter beschikking;He isat my beck and call= hij staat klaar voor mij;To bewithin call= te beroepen;Toaccept(toget, receive)a call= een (predikants) beroep;Toget the call= opgeroepen worden (brandweer);Togiveacall= bezoeken (Verg.:Toreturnacall);Youhad no callto say such a thing= gij waart niet geroepen, het was niet aan u;Itseems such a far call= zoo’n groote sprong (fig.);A call of the House= het oplezen van de presentielijst (Parlement);Call of obligation(Duty call) = verplichte visite;The headmastercalled absence= hield appèl;Tocall to account= terverantwoording;[74]Tocall to the Bar= toelaten alsBarrister;Tocall over the coals= een uitbrander geven;Tocall to memory (mind, remembrance)= herinneren;Tocall names= uitschelden;Tocall to naught= voor alles uitmaken;Tocall the roll= appèl houden.Met voorzetsels en bijwoorden:Tocall after= achterna roepen, noemen naar;Tocall again= weer roepen, terugkomen;Tocall at= een bezoek brengen; aandoen;Tocall for= roepen om, vragen naar, afhalen;To be lefttill called for= zal afgehaald worden; poste restante;Thiscalled forthall his strength of mind= deed hem toonen;Tocall in= binnenroepen, opvragen;Tocall in question= in twijfel trekken;Tocall off= terugroepen, intrekken, nietig verklaren:He wascalled offby Death= weggenomen, opgeroepen;Tocall on(a person;ata house) = bezoeken;Hecalled on (upon)the honour of his country= deed een beroep op;Tocall out= roepen, schreeuwen; uitdagen, oproepen (doen uitrukken) van troepen;Tocall over= appèl houden, aflezen;Tocall round= eens aanloopen;Tocall up= oproepen, wekken;Call-bird= lokvogel;Call-boy= jongen, die de acteurs op hun tijd op het tooneel roept; jongen op een stoomboot, die den machinisten bevelen overbrengt;Call-dinner= diner opCall-night, den promotie avond derBarristers;Call-office= spreekcel;A called assembly= buitengewone vergadering;Caller= bezoeker;Caller-up,kôlərɐp, morgenwekker, porder;Calling= beroep, roeping;Calling-place= plaats door stoombooten aangedaan.

Calligrapher,kəligrəfə, calligraaf;Calligraphic= calligraphisch;Calligraphy= schoonschrijfkunst, schoonschrift.

Calliope,kəlaioupî, Calliope.

Callipers,kalipəz:Callipers compasses,kɐmpəsiz, krom-(mast) passer.

Callisthenics,kalis-theniks=Calisthenics.

Callosity,kəlositi, verharding, eelt; ongevoeligheid;Callous,kaləs, verhard, vereelt; ongevoeligCallousness= verhardheid, etc.

Callow,kalou, kaal; jong, onervaren.

Calm,kâm; subst. kalmte, windstilte; adj. kalm, rustig, gelaten;Calmverb. stillen, doen bedaren, stil worden:The windfell a dead calm= het werd bladstil;Calms= streek der windstilten;We shall tryto calm him downa little= wat te kalmeeren;Calmative,kâmətiv,kalmətiv, kalmeerend (middel);Calmness= kalmte.

Calmucks,kalmuks, (de) Kalmukken.

Calne,kân.

Calomel,kaləməl, calomel.

Calorescence,kaləres’ns, overgang van niet-lichtgevende tot lichtgevende warmtestralen.

Caloric,kalorik, adj. warmte - - -:Caloric engine= heete-luchtmachine; subst. warmte;Caloriduct= warmtebuis;Calorifere,kəlorifîə, calorifère;Calorific,kalərifik:Calorific rays= warmtestralen;Calorimeter,kalərimətə= calorimeter;Calorimetric= calometrisch;Calory= calorie.

Calotte,kəlot, kalotje, kuif.

Caltrop,kaltrəp, voetangel (Caltrops= glasof potscherven); sterredistel.

Calumet,kaljumet, vredespijp.

Calumniate,kəlɐmnieit, belasteren;Calumniation= belastering;Calumniator= lasteraar;Calumniatory= lasterlijk =Calumnious;Calumny= laster.

Calvary,kalvəri, calvarieberg, kruisweg (of statie).

Calve,kâv, kalven, jongen voortbrengen.

Calville,kalvil,kalvil, kalvijnappel.

Calvinism,kalvinizm, calvinisme;Calvinist= calvinist;Calvinistic(al)= calvinistisch.

Calx,kalks, oxyde, glasafval.

Calyx,keiliks,kaliks, bloemkelk.

Cam,kam, subst. duim, lichter, kam:Cam-wheel= excentriek.

Camaieu,kamaijû, camee =Cameo.

Camarilla,kamərilə, camarilla.

Camber,kambə, subst. kromming, ronding;Camberverb. krommen.

Cambist,kambist, wisselaar, wisselhandelaar.

Cambium,kambj’m, cambium.

Cambray,kambrei, Kamerijk;Cambria,kambriə, Cambrië, Wales:Cambrian= Cambrisch; Cambriër.

Cambric,keimbrik, batist; (batisten) zakdoek:Cambric-paper= satijnpapier.

Cambridge,keimbridž.

Camden,kamd’n:Camden Town= wijk in hetN.W.van Londen.

Came,keim, imperf. vanto come.

Camel,kam’l, kameel, scheepskameel:Camel-backed= bochelig;Cameleer= kameeldrijver;Camelry= infanterie op kameelen.

Cameleon, Z.Chameleon.

Camellia,kəmeliə, camelia.

Camelopard,kəmeləpâd,kamələpâd= giraffe.

Cameo,kamiou, camee.

Camera,kamərə, camera, kamer.

Camerated,kaməreitid, gewelfd, in kamers afgedeeld.

Cameronian,kamərounj’n, volgeling vanR. Cameron. Schot. Presbyt:Cameronian regiment= 1ste bataljon Schotsche jagers.

Cameroons,kamərunz:TheCameroons= Kamerun.

Camisole,kamisoul, kamizool.

Camlet,kamlət, kamelot.

Camomile. ZieChamomile.

Camp,kamp, subst. kamp; kuil vol rapen (aardappels); wintervoorraad van aardappelen, etc.;Campverb. kampeeren; onder den blooten hemel verblijven (out);Tostrike camp= een kamp opbreken;Camp-bed(stead)= veldbed;Camp-chair= vouwstoel met leuning;Camp-fire= kampvuur; officierenfuif (Amer.);Camp-follower= marketentster;Camp-meeting= zendingsfeest (Amer.)Camp-stool= vouwstoel.

Campaign,k’mpein, subst. veldtocht; vlakte;Campaignverb. een veldtocht medemaken;Campaigner= veteraan.

Campana,kampeinə, keukenkruid.

Campaniform,k’mpaniföm;Campanulate(d),Campanulous= klokvormig.[75]

Campanile,kampən(a)il, klokketoren.

Campanula,k’mpanjulə, klokje.

Campbell,kamb’l.

Campeachy(wood),k’mpîtši, Campèche.

Camperdown,kampədaun.

Camphene,Camphine,kamfîn, kamfin, zuivere terpentijnolie.

Camphor,kamfə, kamfer;Camphoraceous= kamferachtig; Camphorated, met kamfer doortrokken, kamfer - -;Camphoric= kamfer - -.

Campvere,kampvîə, Veere.

Can,kan, subst. kan, kroes, kap, blik (Amer.);Canverb. vleesch (vruchten) in blikjes conserveeren:They are cup and can= koek en ei;Canned meat= vleesch in blikjes;Canner= inmaker;Cannery= fabriek v. inmaking.

Can,kan, kunnen:It is cheap as can= zoo goedkoop mogelijk;Can do is easily carried= lichter gezegd dan gedaan.

Canaan,keinən, keinəan, Kanaän;Canaanite,keinənait, Kanaäniet;Canaanitic,keinənaitik,Canaanitish,keinənaitiš, Kanaänitisch.

Canada,kanəda;Canadian,kəneidj’n, Canadisch; Canadees.

Canaille,keneil, kanalje, gepeupel.

Canal,kənal, kanaal:Canal boat= trekschuit;Canalization= kanalisatie;Canalize,kanəlaiz, kənalaiz, kanaliseeren.

Canard,kənâ(d), canard.

Canary,kənêri, kanarie; kanarie sek; oude dans;The Canaries= de Kanarische Eilanden.

Canaster,kənastə, rieten mat.

Cancan,kankan, wulpsche Fransche dans.

Cancel,kans’l, subst. strepen halen door; vernietigen, intrekken, buiten omloop stellen;Cancellate(d)= getralied, netvormig;Cancellation= intrekking, annuleering; netvormigheid.

Cancer,kansə, kreeft, kanker:The Tropic of Cancer= Kreeftskeerkring;Todie of a cancer;She had the cancer cut outof her breast= werd geopereerd van;Cancerate= verkankeren;Canceration= verkankering;Cancerous= kankerachtig =Cancroid.

Cancriform,kankriföm, kankerachtig; kreeft (krab)vormig =Cancrine.

Candelabrum,kandəleibr’m, kroonluchter.

Candia,kandjə, Candia;Candian= Candioot.

Candid,kandid, eerlijk, vrijmoedig, oprecht;Candidness= eerlijkheid, etc.

Candidate,kandideit, candidaat, sollicitant;Candidacy,Candidateship,Candidature= candidatuur.

Candied,kandid, geconfijt, geglaceerd; vleierig.

Candle,kand’l, kaars, licht, normaalkaars:When candles are out all cats are grey= bij nacht zijn alle katten grauw;He went off like the snuff of a candle= hij ging uit als een nachtkaars;Hecannot (is not fit to) hold a candle to you= hij kan niet in uw schaduw staan;Tohold a candle to the devil= een kaars voor den duivel opsteken (steunen wat verkeerd is);The game is not worth the candle= de sop is de kool niet waard;For this weowethe authora candle= mogen wij den schrijver wel dankbaar zijn;Candleberry= croton, laurierbes;Candle-box= kaarsenbak;Candle-endeconomies= kleine bezuinigingen;Candle-light= kaarslicht (ookfig.):She is a candle-light beauty= schoon bij de kaars;Candle-lighter= soort fidibus;Candlemas= Maria Lichtmis (2 Februari);Candle-snuffer= snuiter;Candle-stick= kandelaar;Candle-waster= dief (aan de kaars);Candle-wick= kaarsepit.

Candour,kandə, oprechtheid, eerlijkheid.

Candy,kandi, subst. kandij, suikergoed;Candyverb. met suiker inleggen; kristalliseeren, konfijten (Candyshop= snoepwinkeltje), (Amer.):He has too much candy= een te lekker leventje.

Cane,kein, subst. riet, suikerriet, bamboes, rottang, rotting;Caneverb. met een riet afranselen (=Togive one the cane); met riet matten:Bengal cane= Spaansch riet;A cane-(bottom) chair= stoel met rieten zitting;Cane-mill= suikerrietmolen;Cane-trash= afval van suikerriet.

Canella,kənelə, kaneel(plant).

Canicula,kənikjulə, hondsster;Canicular Days= hondsdagen;Caniculars= kreupelrijm.

Canine,kənain,kanain, honds …; hond:Canine appetite= hondshonger;Canine laugh= hondskramp;Canine madness= hondsdolheid;Canine teeth= oogtanden.

Canister,kanistə, bus, kartets (=Canister-shot);Canisterverb. in een bus doen; een hond een blikken ketel aan zijn staart hangen.

Canker,kankə, subst. kanker, brand, roest, gifzwam, knagende worm (fig.), woekerende ziekte;Cankerverb. kankeren, aansteken, knagen aan, wegvreten;Canker-rash= roodvonk (met zwerende keel);Canker-rose= klaproos;Canker-weed= kruiskruid;Canker-worm= blad- of vruchtenrups (Am.);Cankered= door kanker aangetast; giftig, bedorven, knorrig;Cankerous= verkankerend, brandig.

Cannabine,kanəb(a)in,Cannabis,kanəbis, hennep; harsachtige stof uit hennep getrokken.

Cannel-coal,kan’lkoul, harde harshoudende kool.

Cannequin,kanəkin, wit katoenen stof (Indië).

Cannibal,kanib’l, subst. kannibaal; adj. menschenetend =Cannibalic;Cannibalism.

Cannon,kanən, kanon, geschut; carambole;Cannon-ball;Cannon-foundry= geschutgieterij;Cannon-proof= bomvrij;Cannon-shot= kanonschot(afstand);Cannonade, subst. kanonnade;Cannonadeverb. (be)schieten; caramboleeren;Cannoneer= kanonnier;Cannonry= geschut, kanonnade.

Cannula,kanjulə, afvoerbuisje (Med.);Cannular= buisvormig.

Canny,kani, omzichtig, voorzichtig, slim; spaarzaam; rustig, behagelijk; gevaarloos.

Canoe,kənû, boot, kano;Canoeverb. in een kano varen.

Cañon,kanj’n, diepe, steile bergkloof.

Canon,kanən, canon, in zijn verschillende beteekenissen; domheer:Canon law= canonieke wet;Canonic(al), canoniek;Canonicals[76]= priestergewaad;Canonicity= echtheid;Canonize= canoniseeren;Canonry,Canonship= domheerschap.

Canopy,kanəpi, subst. baldakijn, hemel, dak;Canopyverb. met een hemel bedekken:Canopy of heaven= hemelgewelf.

Cant,kant, schuine (gebogen) stelling, stoot, ruk, slag, afwijking; geteem, argot; kwezelarij; auctie (Schotl.); adj. argot- -. volks- -, huichelachtig, opgewekt, flink;Cantverb. op zijde leggen, kanten, werpen, overhellen; teemen, kwezelen, huichelen, koeterwalen; afslaan, verkoopen:Cant-chisel= kantbeitel;Cant-hook= kantelhaak.

Cantab,kantəb, student te Cambridge (verkorting vanCantabrigian).

Cantankerous,k’ntankərɐs, twistziek, norsch, vitterig.

Cantate,kantâtə, cantate.

Canteen,k’ntîn, cantine, veldflesch; menagekorf.

Canter,kantə, subst. korte galop; kwezelaar; afslager;Canterverb. in korten draf of galop zijn of brengen:All was overin a canter= in een oogenblik;Hestruck a canter= zette zijn paard in korten galop;Towin at (in) a canter= gemakkelijk.

Canterbury,kantəberi, kantəbəri, Canterbury; muziekstander:Canterbury bell= klokje;Canterbury gallop (pace)= korte galop, sukkeldrafje;Canterbury Tales= gedicht van G. Chaucer (14e eeuw); vervelend verhaal.

Cantharis,kanthəris(meerv.Cantharides,k’n-tharidîz), Spaansche vlieg.

Canticle,kantik’l, lied, lofzang:The Canticles= het Hooglied.

Cantinière,kantinjêə, zoetelaarster.

Cantle,kant’l, subst. hoek, stuk; achterboog van een zadel;Cantleverb. verdeelen.

Canto,kantou, zang; sopraanstem;Cantor,kantə, voorzanger.

Canton,kant’n, k’nton, subst. kanton, schildhoek;Cantonverb. in kantons verdeelen; kantonneeren (=kənton, kəntûn);Cantonal= kantonnaal;Cantonment= kampement (Brit. Ind.); (winter)kwartier.

Cantoon,kantûn, sterke stof (geribd aan de eene zijde, met satijnachtigen achterkant).

Canute,kənjût, Knoet.

Canty,kanti, vroolijk, opgewekt (Schot.).

Canvas,kanvəs, subst. zeildoek, zeilen, grof linnen, kanefas, doek, olieverfschilderij; adj. linnen:Under canvas= onder zeil in tenten;Canvas-back= soort duikereend;Canvas-booth (Canvas-stall)= kraampje;Canvas-map= kaart op linnen.

Canvass,kanvəs, subst. onderzoek, discussie, stemmenwerving;Canvassverb. onderzoeken, bespreken, bezoeken afleggen (om stemmen te werven), bewerken, werven om:Canvasser= stemmenwerver, colporteur.

Cany,keini, vol riet, rieten.

Canzona,kanzouna, kantšouna, canzone;Canzonet= liedje.

Caoutchouc,kûtšuk, kautšuk, caoutchouc.

Cap,kap, subst. pet, muts, baret, hoed, napje, top, deksel, percussiehoedje; bepaald papierformaat;Capverb. bedekken, eene muts of pet opzetten; van een slaghoedje voorzien; de kroon opzetten (fig.), overtreffen (troeven), de promotiekap opzetten, het hoofd ontblooten, groeten:Cap and bells= zotskap;Cap of a mast= ezelshoofd (scheepst.);Black cap= baret, die de rechter opzet, als hij het doodvonnis uitspreekt;Fur cap= bontmuts, berenmuts;That will be a feather in your cap= een veer op je muts;Sheset her cap at him= hengelde naar hem;Let him (whom) the cap fits, wear it= wie de schoen past, trekke hem aan;Tocap verses= wedijverend verzen opzeggen (waarbij elk(e) vers(regel) met de eerste of laatste letter van het (de) vorige moet beginnen, of er op moet rijmen, of iets dergelijks);Cap-paper= zakkenpapier; soort schrijfpapier;Capful= een beetje:A capful of wind= bui.

Capability,keipəbiliti, bekwaamheid, vermogen;Capable,keipəb’l, bekwaam, bevoegd, in staat, vatbaar; veel omvattend:Capable ofpity= vatbaar voor;They arenot capable of being harmonized= hooren niet bij elkaar;capableness, bekwaamheid, etc.

Capacious,kəpeišəs, ruim, veelomvattend;Capaciousness= veelomvattendheid;Capacitate,kəpasiteit, bekwaam of bevoegd maken;Capacity,kəpasiti, bekwaamheid, bevoegdheid, capaciteit, inhoud, ruimte, karakter, hoedanigheid.

Cap-à-pie,kapəpî, van top tot teen.

Caparison,kəparis’n, subst. schabrak;Caparisonverb. met een schabrak bedekken, prachtig optuigen.

Cape,keip, kaap, kaapsche wijn; pelerine:Cape smoke= een soort sterke drank;Cape Town= Kaapstad.

Caper,keipə, subst. kapperstruik (Capers= kappertjes); kapriool;Caperverb. rondspringen:Tocut capers= bokkesprongen maken;That’sthe proper caper= dat is je ware (Am.).

Capercailzie,kapəkeilzi, auerhaan (Schotl.).

Capias,keipias, kapias:Writ of Capias= bevel tot inhechtenisneming.

Capillaceous,kapileišəs, harig, haarvormig;Capillarity= capillariteit;Capillary,kapiləriofkəpiləri, capillair; subst. haarbuisje;Capilliform= haarvormig.

Capital,kapit’l, subst. kapiteel, hoofdstad (Court Capital= residentie), hoofdletter, kapitaal; adj. hoogst belangrijk, voornaamst, strafbaar met den dood, uitstekend, flink:Tomake capital (out) of= munt slaan uit;Capital crime= halsmisdaad;Capital letter= hoofdletter;Capital punishment= doodstraf;Capital stock= bedrijfskapitaal;Capitalist= kapitalist;Capitalization= kapitalisatie;Capitalize= kapitaliseeren.

Capitate,kapitat, kopvormig;Capitation= hoofdelijke belasting (=Capitation-tax):Capitation-fee= tantième voor elken leerling.

Capite,kapitî:Tenure in capite= kroonleen.

Capitol,kapit’l, kapitool; congresgebouw (inWashington);Capitolean, Capitoline= kapitolijnsch.

Capitular,kəpitjulə, kapittel - -; kapittelheer;Capitularies= capitularia.

Capitulate,kəpitjuleit, capituleeren;Capitulation= capitulatie.

Capoc,kapək, kapok.[77]

Capon,keip’n, kapoen;Caponize= castreeren.

Caponiere,kapənîə, onderaardsche gang in de loopgraven eener vesting.

Capot,kəpot, subst. het halen van 40 trekken bij het piketspel;Capotverb. alle trekken halen.

Capote,kəpout, kapot(jas).

Cappadocia,kapədoušə, Cappadocië.

Capriccio,kapritšou, caprice (muz.).

Caprice,kəprîs, gril;Capricious,kəprišəs, grillig; subst.Capriciousness.

Capricorn,kaprikön, de Steenbok:Tropic of Capricorn= Steenbokskeerkring.

Capriole,kaprioul, bokkesprong;Caprioleverb. bokkesprongen maken.

Capsicum,kapsikɐm, Spaansche peper.

Capsize,kəpsaiz, omslaan, omvallen, omverwerpen.

Capstan,kapst’n, kaapstander.

Capsular,kapsiulə, kapselvormig, kapsel …;Capsule,kapsiul, capsule, kapsel, smeltkroes, schaaltje.

Captain,kapt’n, aanvoerder, kapitein, opzichter, leider, primus:Captain of horse= ritmeester;Captaincy,Captainship= rang van kapitein; ervaring, beleid.

Caption,kapš’n, legalisatie; arrestatie (Schot.); titel (Am.).

Captious,kapšəs, vitterig, bedillerig; netelig; subst.Captiousness.

Captivate,kaptiveit, bekoren, boeien, betooveren;Captivation, betoovering, etc.

Captive,kaptiv, gevangen, geboeid (fig.); subst. gevangene:Captive balloon;Captivity= gevangenschap;Captor= prijsmaker, vanger, kaper;Capture,kaptšə, subst. vangst, prijs, het vangen;Captureverb. buitmaken, opbrengen, kapen:Withouta whole capture of columnswe cannot do justice to the work= zonder eenige kolommen in beslag te nemen.

Capuchin,kaputšin,kapəšîn, Kapucijner; dameskapmantel; soort v. duif;Capuchin monkey.

Car,kâ, kar, wagen, triomfkar, schuitje van een ballon; tram- of spoorwagen:TheNorthern Car= de Wagen (Sterrenbeeld);TheInternational Sleeping-Car Company;Restaurant-car;The cars= spoortrein (Am.);Carman= karrijder.

Carabineer,Carabinier,karəbinîə, karabinier.

Car(r)ack,karək, Spaansch schip, karaak.

Caracol(e),karəko(u)l, subst. sprong, halve zwenking (van een paard); wenteltrap;Caracolverb. een halve zwenking maken.

Carafe,kərâf, karaf.

Caramel,karəmel, camarel.

Carapace,karəpeis, rugschild, schaal.

Carat,karət, karaat; ± 15 Gr. voor goud en0,2Gr. of 205 mGr. voor juweelen:It is not worth a carat= geen duit waard.

Caravan,karəvan, karəvan, karavaan, kermiswagen, woonwagen;Caravaneer= iemand, met de zorg voor de kameelen van een karavaan belast;Caravanserai, Caravansery= karavansera; groot gebouw, door vele gezinnen bewoond, beneden met winkels, in groote steden.

Caravel,karəvel, karveel, soort v. vaartuig.

Caraway,karəwei, karwei (plant.).

Carbine,kâbain, karabijn;Carbineer,kabinîə= karabinier.

Carbolic,kâbolik:Carbolic-acid= carbolzuur;Carbolize= carboliseeren.

Carbon,kâb’n, koolstof; koolspits:Carbon light= booglicht;Carbon point= koolspits;Carbonaceous,kâbəneišəs, koolhoudend, koolstof - -.

Carbonari,kâbənâri, Carbonari.

Carbonate,kâbənit, carbonaat; verb. carboniseeren.

Carbonic acid,kâbonikasid, koolzuur;Carboniferous= koolhoudend;Carbonize,kâbənaiz, verkolen, carboniseeren;Carbonization= carbonisatie.

Carboy,kâbôi, mandflesch.

Carbuncle,kâbɐŋk’l, karbonkel, bloedzweer;Carbuncular, Carbunculate, Carbunculous= karbonkelachtig; ontstoken.

Carburet,kâbjuret, koolstofverbinding;Carburetverb.Carburize,kâbjuraiz, met kool(water)stof verbinden.

Carcase,Carcass,kâkəs, lijk, geraamte, karkas, wrak.

Carcinoma,kâsinoumə, kankergezwel;Carcinomatous= kankerachtig.

Card,kâd, subst. (speel)kaart, naamkaartje, program, kompasroos, (wol)kaarde; type, origineel;Cardverb. kaarden:Tocut, to deal cards= coupeeren, geven;Tofling (throw) up one’s cards= het spel opgeven (ookfig.);Topack cards= op bedriegelijke wijze mengen;Heplays his cardswell= is een gladde baas;Toshow one’s cards= zich in de kaart laten zien;Toshuffle cards= wasschen;Hespeaks by the card= drukt zich nauwkeurig uit;It is on the cards= licht mogelijk;That piece isa sure card,it will run fifty nights= het is een successtuk, en zal wel 50 maal gespeeld worden;Card-case,kâdkeis, visite(kaarten)boekje;Card-board= karton:Glazed Card-board= geglaceerd karton;Card-sharper= kwartjesvinder, valsche speler;Card-table= speeltafeltje;Carder= kaarder;Carding-machine= kaardmachine.

Cardamine,kâdaminî,kâdəmain, pinksterbloem, koekoeksbloem.

Cardia,kâdjə, hart, maagmond;Cardiac= hart - -, maagmond - -; hartsterkend (middel.)

Cardiff,kâdif.

Cardinal,kâdin’l, subst. kardinaal, scharlaken mantel, bisschop (soort warme wijn); adj. voornaamst, belangrijkst, donkerrood:Cardinal bird= kardinaalsvogel;Cardinal numbers= hoofdgetallen;Cardinal points= vier hoofdpunten (van het kompas);Cardinal signs= de vier voornaamste teekens van den dierenriem:Aries, Libra, Cancer, Capricorn;Cardinal virtues= de vier hoofddeugden (bij de Ouden):Prudence, Temperance, Justice, Fortitude;Cardinalate,Cardinalship= kardinaalschap.

Carditis,kâdaitis, ontsteking van het hart.

Cardoon,kâdûn, artisjok.

Carduus,kâdjuɐs, distel.

Care,kêə, subst. zorg, angst, oplettendheid, opzicht;Careverb. zorgen, bezorgd zijn, zich bekommeren om, geneigd zijn, lust of trek hebben, houden van:With care= voorzichtig![78]To Mr. W. (To the care of) Mrs. Müller= per adres (ookc. o.= p. a.);Have a care= pas op!Hetook care to …= zorgde er voor, dat …;I don’t care if I do= ’t is mij goed;Hedid not careto do it= deed het liever niet;I like you, andI don’t careto own it= en erken het graag;He did notcare a pin, a curse, a damn= hij gaf er geen zier om;Let him go,I don’t care= het kan mij niet schelen;I don’tcare aboutwine just now= heb liever niet;Care-taker= huisbewaarder;Care-worn= aftgetobd, door zorgen versleten;Careful= bedacht, zorgvuldig, spaarzaam:I amcarefulfor nothing= ik geef om niets;Careful of= zorgvuldig, spaarzaam;He was notcarefulto deny it= hij erkende het gaarne; subst.Carefulness;Careless, zorgeloos; subst.Carelessness.

Careen,kərîn, een schip kanten, naar ééne zijde overhellen, kielen;Careenage= plaats daarvoor, of de kosten daarvan.

Career,kərîə, subst. loopbaan, snelle vaart;Careerverb. zich snel bewegen, snel doen loopen:We were careering along at the rate of sixty miles an hour= wij snelden voort met eene vaart.…

Carelia,kərîljə, Carelië.

Caress,kəres, subst. liefkoozing, omhelzing;Caressverb. liefkoozen, omhelzen, aanhalen.

Caret,kêrət,karət, een teeken (^) bij het corrigeeren, om aan te duiden, dat een ontbrekend woord moet worden ingevoegd.

Carew,kərû,karû.


Back to IndexNext