Cargo,kâgou, lading, goederen;Cargo-carrying= vrachtvarend.Caria,kêriə, Carië.Carib,karib, Karibe;Caribal, Karibisch =Carib(b)ean,karibjən;Carib(b)ee,karibî=Carib=Carrib(b)ean Islands.Caribou,karibû,karibû, N. Amer. rendier.Caricature,karikətjuə, subst. karikatuur;Caricatureverb. karikatureeren, bespottelijk voorstellen;Caricaturist= karikaturist.Caricous,karikɐs:Caricous tumour=vijggezwel.Caries,kêriîz, beeneter.Carillon,karil’n, klokkenspel.Carinthia,kərinthiə, Carinthië;Carinthian= Carinthisch; Carinthiër.Cariole,karioul, tweewielig rijtuigje.Cariosity,kêriositi, beeneter;Carious:Carious tooth= holle tand.Cark,kâk, subst. last, gewicht, zorg, kommer;Carkverb. kwellen; bezorgd zijn:Cark and care= kommer en zorg;Carking cares= kwellende zorgen.Carl(e),kâl, kerel, ruwe vent, boer;Carlin(e),kâlin, oud wijf, heks.Carlisle,kâlail.Carlovingian,kâləvinžən, Karolingisch.Carlyle,kâlail;Carlylean= Carlyliaansch;Carlylese, Carlylesque, in den stijl (trant) van C;Carlylism= volgens C’sspraakgebruik.Carmagnole,kâm’njoul, Carmagnole.Carmarthen,kâmâth’n.Carmelite,kâməlait. Karmeliet; Karmalitisch; soort laken, soort v. peer.Carmichael,kâmaik’l,kâmaik’l.Carmine,kâm(a)in, karmozijn.Carnage,kânidž, subst. bloedbad, slachting;Carnageverb. moorden.Carnal,kân’l, vleeschelijk, zinnelijk:Carnal intercourse= vleeschelijke gemeenschap;Carnal-minded= zinnelijk;Carnality, zinnelijkheid.Carnarvon,kânâv’n.Carnassialkânaš’l:Carnassial tooth= scheurtand.Carnation,kâneiš’n, anjelier; vleeschkleur.Carnegie,kâneigi.Carnival,kâniv’l, carneval, pret.Carnivore,kânivö, vleeschetend dier;Carnivorous, vleeschetend.Carol,kar’l, subst. (lof)zang, lied, gekweel;Carolverb. (lof)zingen, kweelen.Carolina,karəlainə;Caroline,karəl(a)in:The Caroline Age= tijd van Karel I.Carolus,karəlɐs, gouden munt (van Karel I) van 20, later 23 shillings.Carom,karəm, carambole; gelukje;Caromverb. caramboleeren (Amer.).Carousal,kərauz’l, feest, drinkgelag;Carouse, subst. drinkgelag;Carouseverb. drinken, pret maken;Carouser= pretmaker.Carp,kâp, karper.Carp,kâp, vitten, bedillen (at).Carpathian,kâpeithiən, Karpatisch.Carpenter,kâp’ntə, subst. timmerman;Carpenterverb. timmeren;Carpentry= timmermansambacht, -werk.Carpet,kâpət, subst. tapijt; tafelkleed, looper; adj. verwijfd, salon - -;Carpetverb. met een tapijt beleggen; berispen:Carpeting= tapijtstoffen;It ison the carpet now= het is nu op het tapijt;Tobring on the carpet= op het tapijt brengen (fig.);Carpet-bag= subst. reiszak, valies:Carpet-bag politiciansofCarpet-baggers= eigenlijk de politieke avonturiers, die na den oorlog v. 1861–65, naar de zuidelijke staten in N. Amer. trokken om, met behulp van denegro-vote, polit. invloed te krijgen en wier eenigeproperty-qualificationvaak slechts uit den inhoud van huncarpet-bagsbestond;Carpet-beater= tapijtklopper; bediende aan tafel (iron.);Carpet-dance (Carpet-hop)= geïmproviseerd huiselijk bal;Carpet-knight= saletjonker;Carpet-rod= traproede;Carpet-slippers= gewerkte pantoffels;Carpet-walk= zacht, mossig pad.Carpus,kâpəs, handwortelbeenderen.Carrack,karək, karaak.Carrag(h)een,karəgîn, Iersch mos.Carriage,karidž, subst. rijtuig, wagon; affuit; vervoer; vrachtprijs; last, gedrag, houding, leiding, geraamte (van wagens):Carriage-builder;Carriage-clock= reisklokje;Carriage-door= portier;Carriage-double= dubbele slag met den klopper; deurtjebel;Carriage-drive= rijlaan;Carriage-free= franco (Carriage-paid);Carriage-step= trede;Carriage-tapper= spoorbeambte die a/h laatste station de rijtuigen nazoekt.Carrick-bend,karikbend, kruissteek (scheepst.).Carrier,kariə, vrachtrijder, vervoerder, voerman:General carrier= expediteur, bode, postduif (=Carrier-pigeon).[79]Carrion,kariən, subst. kreng:Carrion-beetle= aaskever;Carrion-crow= aasraaf;Carrion-vulture= aasgier.Carrom,karəm, ZieCarom.Carronade,karəneid, scheepskanonnetje.Carrot,karət, gele wortel, karot:Carrots= rood haar; rooie;Carroty= geelrood.Carry,kari, dragen, vervoeren, brengen, overbrengen, overdragen (van eigendommen enz.), binnenbrengen; wegnemen; uitwerken, volbrengen, de overhand behouden, verdragen, meebrengen, bij zich hebben, verkrijgen; uitdrukken; vertoon maken, bevatten; met geweld nemen, kleven (van sneeuw b.v. aan de voeten), het hoofd hoog dragen; draagwijdte:Tocarry the day= de overwinning behalen;Tocarry coals= zich als voetveeg laten gebruiken;Tocarry coals to Newcastle= turf in ’t veen brengen;The motion was carried= aangenomen;Seven and eight are fifteen,five carry one= vijf ’k houd er één;Tocarry an outwork= (in)nemen (Mil.);Tocarry property= overdragen;Don’tcarry tales= klap niet uit de school;Tocarry the wind= het hoofd hoog dragen (van paarden);Tocarry one’s yearslightly= met eere.Met adject.:Tocarry fair= zich vriendelijk toonen;That iscarrying it very fine= gij neemt het zeer nauw;Tocarry it high= zijn neus in den wind steken;Fetch and carry= apporteeren.CarryMet voorz. en bijw.:Tocarry about= (met zich) ronddragen;Quantitycarrieditagainstquality= won het van;Tocarry along= voortdragen;Tocarry away= wegdragen;As far as my memory will carry me back= gaat;I was (got)carried awayby my anger= liet mij meesleepen;Hecarriedeverythingbeforehim= won alles, van allen;It will becarried forward (to your credit)= geboekt, overgebracht;The work wascarried intoexecution= ten uitvoer gebracht;To carry off= wegvoeren;Shecarried offthe honours in her class= behaalde de prijzen;To carrya thingoff= iets tot een goed einde brengen, redden door talentvolle behandeling, zich er doorslaan;Drink and idlenesscarriedthemoff= sleepten … ten grave;Don’tcarry onlike that= stel u niet zoo aan;Tocarry ona business, a lawsuit= drijven, proces voeren;Tocarry out= naar buiten dragen, uitvoeren, voleinden;Tocarry over= overdragen, transporteeren, vertalen;The character of the hero iscarried throughto the end= volgehouden;Theycarrieditthroughat all costs= zetten het door “coûte que coûte”;Carry-all= Am. rijtuig; slede;Carrying-agent= expediteur;Carrying-business= expeditiezaak;Carrying-trade= expeditiezaak, reederij; vrachtvaart;Carrying-traffic= goederenvervoer;Carrying-van= vrachtwagen.Carse(land),kâs(land), aangeslibd land (Schotl.).Cart,kât, subst. vracht(kar);Cartverb. per vrachtkar vervoeren:To put the cart before the horse= de paarden achter den wagen spannen;To be put in the cart= beetgenomen worden;Cartage,kâtidž, vrachtvervoer, vrachtloon;Canvas cart-cover= huif;Cart-horse= karrepaard;Cart-load= vracht;Cart-wheel= wagenrad, 5 shillingstuk;Todo (tumble, turn) cart-wheels= kopje-over duikelen;Cartwright= wagenmaker;Carter= karrijder, vrachtrijder.Carte,kât, paradeslag, menu, photographie:Carte-de-visite,kâtdəvizît.Cartel,kât’l,kâtel, overeenkomst tot uitwisseling van gevangenen; cartel; uitdaging.Cartesian,kâtîž’n, Cartesiaansch aanhanger van Descartes:Cartesian-devil (Cartesian-diver, Cartesian-figure)= C. duikertje.Carthamus,kâthəmɐs, saffloer.Carthage,kâthidž, Carthago;Carthagian,kâtheidžj’n, Carthaagsch; Carthager.Carthusian,kâthjûžən, Karthuizer (monnik).Cartilage,kâtilidž, kraakbeen;Cartilaginous,kâtiladžinɐs, kraakbeenachtig, kraakbeen …Carton,kât’n, karton, wit van eene schietschijf of een schot daarin.Cartoon,kâtûn, kartonteekening; spotprent, die een geheele pagina vult; patroon;Cartoonist= caricatuurteekenaar.Cartouche,kâtûš, kardoes, patroon; huls; sierlijst:Cartouche-box, kardoeskist.Cartridge,kâtridž, patroon, kardoes:Cartridge-bag;Cartridge-box;Cartridge-paper(ook een soort teekenpapier);Cartridge-pouch= patroontasch;Ball cartridge,Blank cartridge= scherpe, losse patroon.Cartulary,kâtjuləri, klooster of kerkregister, archief, archivaris.Carve,kâv, snijden, voorsnijden, beeldsnijden, graveeren:Tocarve one’s way= zich een weg banen;Every one must carve out his own fortune= ieder is de bewerker van zijn eigen fortuin;Carved=Carven= gesneden, gebeeldhouwd;Carver= beeldhouwer, houtsnijder;Carving= snijwerk:Carving-knife= voorsnijmes.Caryatid,kariatid(Meerv.Caryatides,kariatidîz), caryatide.Cascade,kaskeid, kleine waterval; ookCascadeverb.Case,keis, subst. etui, schede, kist, kast, koker, trommel, stolp, dek, overtrek, band, letterkast; gebeurtenis, voorbeeld, rechtszaak, rechtsgrond, naamval, geval, toestand;Caseverb. insluiten, overtrekken, in een koker of kist doen:Botanical case (Dressing case, Surgical case);In your case= geval;In case of need= geval van nood;In no case;In nine cases out of ten;Tobe in the case= in ’t spel zijn;The case is still on= de zaak is nog voor;The prosecution failed to make out its case= slaagde er niet in de aanklacht te motiveeren;Tomake out one’s own case= voor eigen belangen opkomen;Case-harden= harden; verharden (fig.);Case-bottle= veldflesch;Case-knife= dolk, hartsvanger;Case-shot= (granaat)kartets;Case-window= schuifraam;Case-work= het maken van den band, het bevestigen van het ingenaaide boek; zetten.[80]Casein(e),keisi-in, kaasstof.Casemate,keismeit, kazemat; hol lijstwerk.Casement,keism’nt,keizm’nt, openslaand venster, hol lijstwerk.Caseous,keisiəs, kaasachtig.Cash,kaš, subst. kas, geld, gereed geld;Cashverb. wisselen, incasseeren, te gelde maken, realiseeren, honoreeren; de kas opmaken (up):Down with the cash= eerst geld!For cash= à contant;Tobe in cash= bij kas zijn;Tobe out of (not in, short of) cash= slecht bij kas zijn;Tokeep the cash= de kas houden;Topay (in) cash= contant betalen;Tosell for cash= à contant;Hard (Ready) cash= baar geld;These are6 sh. cash= kosten 6sh.contant;Cash-book;Cash-box= geldcassette;Cash-keeper= kashouder;Cash-price= prijs tegen contant geld;Cash-system= contante betaling.Cashier,kəšîə, subst. kassier;Cashierverb. ontslaan, afdanken.Cashmere,kašmîə,kašmîə, subst. cachemir:Cashmere shawl.Cashoo,kəšû, cachou, of catechu.Casing,keisiŋ, omhulsel, foudraal, overtrek, bekleeding, mantel.Casino,kasînou, Casino.Cask,kâsk, vat, ton;Caskverb. in een vat doen.Casket,kâskət, cassette, kistje; kostbare doodkist (Amer.);Casketverb. in eene cassette of een kistje besluiten.Caspian (The),kaspj’n, de Kaspische Zee.Casque,kâsk, helm, stormhoed:Gold casque= gouden oorijzer.Cassation,kəseiš’n, cassatie:Court of Cassation= hof van cassatie (Frankrijk).Casse-paper,kaspeipə, kaspapier.Cassia,kašə, cassia; kassie; laurier(bast).Cassimere,kasimîə, kazimier (wollen stof).Cassinet(te),kasinet, soort stof.Cassino,kəsînou, soort kaartspel.Cassock,kasək, engsluitende toog van priesters of koorknapen, soutane.Cassonade,kasəneid, ongeraffineerde suiker.Cassowary,kasəwəri, Casuaris.Cast,kâst, subst. worp, gooi; oogopslap, blik; vorm, afgietsel, indruk, tint, karakter, aard, berekening, rolverdeeling;Castverb. werpen, afwerpen, te vroeg werpen, neerwerpen, overwinnen, stem uitbrengen, doen verliezen, uitschiften, afdanken, berekenen; de rollen verdeelen; optellen, uitrekenen, krom trekken, gieten, stereotypeeren, vallen, zoeken:His genius wasof a gloomy cast= somberen aard;Apromising cast= goede hengelplaats;Thecast of a man’s features= vorm;The cast of the playwas excellent= rolverdeeling;He hasa cast in his eye= hij kijkt loensch;I amat the last cast= tot het uiterste gebracht;Hemade an unsuccessful cast atthe line of the fox= slaagde niet het spoor te vinden;The die is cast= de teerling is geworpen;The horse cast itself= sloeg over den kop;Tocast (up) accounts (charges, expenses)= opmaken;Tocast anchor= laten vallen;Tocast doubts on= twijfel oppperen omtrent; Tocast dust into a person’s eyes= iemand zand in de oogen strooien;Tocast light on= licht laten vallen op;Tocast a look (glance, eye) on= blik werpen;Tocast lots= loten;To cast a person’snativity= iemands toekomst uit de sterren voorspellen;Tocast parts= de rollen verdeelen;Tocast reflections= critiseeren;The horsecast a shoe= verloor een hoefijzer;Tocast a thing in a person’s teeth= iemand iets voor de voeten werpen;Tocast votes= stemmen;The cow has cast her young= ontijdig geworpen;Hecast himself adriftupon the world= ging de wijde wereld in;Tocast loose= losgooien;Met voorz. en bijw.:Tocast about forthe philosopher’s stone= zoeken naar den steen der wijzen;He wascast forHoratio= aangewezen voor de rol;Icast inmy lot with that party= sloot mij aan bij;He began tocast in his mind= bij zich zelven te overleggen;Tocast offcopy= een gedeelte van een handschrift zetten, om te zien hoeveel pagina’s druks het wordt;Tocast off= losgooien (van een schip);The ship cast off= gooide de trossen los;She cast me off= gaf mij den bons;He cast himselfonhis enemies= gaf zich over, deed een beroep op;I cast myselfonyour pity= doe een beroep op;Tocast up= uitwerpen, opslaan, uitbraken; optellen, berekenen;Castaway,kâstəwei, subst. balling, verworpeling; schipbreukeling; ontredderd schip; adj. nutteloos, verworpen;Cast-house= gieterij;Cast-iron= gietijzer; adj. onverzettelijk, onhandelbaar;Cast-off= waardeloos, afgedankt;Cast-steel= gegoten staal;Casting= gieten, gietstuk; adj. beslissend:Casting-bottle= spuitfleschje;Casting-net= werpnet;Casting vote= beslissende stem.Castanea,kasteinjə, kastanje.Castanets,kastənets, castagnetten.Caste,kâst, kaste:Tolose caste= zijn rang in de maatschappij verliezen;Caste feeling= kastengeest.Castellan,kastəl’n, slotvoogd;Castellated= van torens en kanteelen voorzien.Caster,kâstə, gooier, gieter, regisseur, rekenaar, wieltje, strooier, afgedankt dienstpaard:Set of casters= olie en azijnstel.Castigate,kastigeit, kastijden, gispen, verbeteren; Castigation = kastijding, tekstverbetering.Castile,kastîl, Castilië;Castilian,kastilj’n, Kastiliaan(sch).Casting, ZieCast.Castle,kâs’l, subst. kasteel, slot;Castleverb. rokkeeren:It brought down the wholecard-castle= deed het heele kaartenhuis instorten;Castle in the air,Castle in Spain= luchtkasteel;Castle-builder= droomer, fantast;Castle-gate= slotpoort;Castle-keeper= slotvoogd;Castled elephant= torendragende oorlogsolifant.Castor,kâstə, bever(geil); kastoren hoed; wieltje; strooier:Castor-oil= wonderolie.Castor and Pollux,kâstər’ndpoləks, de Tweelingen (Dierenriem); St. Elmusvuur.Castoreum,kastôriəm, bevergeil.[81]Castrate,kastreit, castreeren, een boek zuiveren van aanstootelijke plaatsen; subst. eunuch; adj. gecastreerd;Castration= ontmanning, etc.;Castrato= gecastreerd zanger.Casual,kažuəl, adj. toevallig, bij gelegenheid voorkomend; subst. daklooze (in een asyl of armhuis tijdelijk opgenomen):Casuals= de bij een ramp omgekomenen; de als vermist opgegevenen;Casual labourers= losse werklieden;Casual ward= asyl;Casualism= de leer dat alles toeval is;Casualist, aanhanger van die leer;Casualty= toevalligheid, toeval, ongeluk;Casualties= verliezen aan menschenlevens, ongelukken, ongevallen.Casuistic(al,)kažuistik(’l), casuistisch;Casuist= sophist;Casuistics=Casuistry, casuistiek.Cat,kat, subst. kat (ookfig.); soort van schip, sterke takel, dubbele treeft;Catverb. katten (scheepst.):Every cat to her kind= het muist wat van katten komt;A cat has nine lives= een kat komt altijd op zijn pootjes neer;The cat is out of the bag= het geheim is verklapt;Care killed the cat= Vooruit! er is geen lieve moederen aan;To let the cat out of the bag= uit de school klappen;Theylive like cat and dog= als kat en hond;Itrained cats and dogs= het regende baksteenen;Tosee how the cat jumps= de kat uit den boom kijken;Heleads her a cat-and-dog life= zij heeft een hondenleven bij hem;You have beenmade a cat’s paw of by her= ze heeft je de kastanjes uit het vuur laten halen;The translatorplays the cat and banjo withHeine’s most tuneful metres= bederft totaal;Cat-bird= Amer. spotlijster;Cat-call (Cat-pipe)= schel fluitje;Cat-callverb. uitfluiten;Cat-eyed= in staat in ’t donker te zien;Cat-gut= darmsnaar; soort stramien;Cat-gut scraper= fidelaar;Cat-head= kraanbalk;Cat-nap= hazenslaapje, dutje;Cat’s eye= kat(ten)oog;Cat’s paw= licht briesje; dupe, werktuig;Cat’s meat= vleeschafval (voor katten);Cat’s-tail= kattestaart, breedbladige lischdodde;The cat-scene= het tooneel (in de Engelsche pantomimes), wanneer alles duister is, juist voor detransformation scene;Cattish= kattig; subst.Cattishness.Cataclysm,katəklizm, geweldige beroering, groote ramp, zondvloed:Cataclysmal, als een c.Catacombs,katəkoumz, Catacomben.Catafalque,katəfalk, katafalk.Catalepsy,katəlepsi, zinvang;Cataleptic= lijder aan z.; lijdend aan z.Catalogue,katəlog, subst. catalogus;Catalogueverb. catalogiseeren:He did not know howto catalogue her= waar te plaatsen.Catalonia,katəlounjə, Catalonië;Catalonian, Catalonisch, Cataloniër.Catamaran,katəməran,kətaməran, vlot, platboomd vaartuig; feeks.Catamount(ain),katəmaunt(in), puma.Catapult,katəpɐlt, catapult.Cataract,katərakt, waterval; cataract, grauwe staar:Tocouch a cataract= van de staar lichten.Catarrh,kətâ, catarrhe;Catarrhal syringe= neusspuit.Catastrophe,kətastrəfi, catastrophe; adj.Catastrophic.Catch,katš, subst. vangst, buit, trek, goede partij, voordeeltje, houvast, greep, strikvraag, stokken (v. stem), onderbreking, afwateringssloot, cànon (muziek), steunijzer, klink;Catchverb. vangen, grijpen, achterhalen (up), betrappen; boeien, winnen, begrijpen, treffen, toebrengen, in de rede vallen (up), blijven hangen, afnemen, vatten (van koude, eene ziekte, enz.); verward raken, in elkaar grijpen, aanstekelijk zijn, zich verbreiden (on):A bit of a catch= een fortuintje;A poor catch= schrale vangst;It isno great catch= niet veel zaaks;Great catches= begeerlijke partijen;She marriedthe catch of the season= beste partij van hetSeason(in Londen van Mei tot Aug.);There is a catch in it= er steekt wat achter;Tolive upon the catch= van roof leven;Tocatch it= een pak slaag oploopen, er van langs krijgen;Catch me (at it)!= dat kan je denken! dan kan je lang wachten!Catch and have= wien heeft, dien wordt gegeven;Tocatch the Speaker’s eye= door opstaan den voorzitter om ’t woord vragen, het woord krijgen;Tocatch a glimpse of= in ’t oog krijgen, even zien;Tocatch hold of= aanpakken, vastgrijpen;I don’tcatch your meaning (what you say)= begrijp, snap niet;Tocatch sight of= in ’t oog krijgen;Tocatch step= in den pas komen;Tocatch the train= halen;Hecaught atall opportunities= pakte aan;Hecaught at me= greep naar;I’ll make himcatch on= doen toehappen;You havecaught onhere= succes gehad;Tocatch out= op een fout betrappen;The lake wascaught over= met een vliesje ijs bedekt;Hecaught towardshim a scrap of paper= haalde naar zich toe;Tocatch up= haastig opnemen; terechtwijzen;Catch-drain= wetering, afvoerkanaal;Catch-’em-alive= soort vliegenpapier;Catch-lands= markegronden;Catch-line= korte titelregel tusschen 2 langere met grooter letter; vervolgwoord onder aan de bladzijde:The report of the Labour Commission is the latestcatch-line= het rapport van de Enquête-commissie v. d. Arbeid is het jongste opvallend onderwerp van den dag;Catch-meadow= gedraineerde weide;Acatch-penny title= een verlokkende, bedriegelijke titel;Catchphrase= een op effect berekende uitdrukking;Catch-pole, Catch-poll= dievenvanger;Catch-question= strikvraag;Catchword= vervolgwoord onder aan eene bladzijde, slagwoord (bij acteurs); leus;Catching= besmettelijk, aanstekelijk; pakkend, bekoorlijk.Catchup,katšəp, pikante saus (uit champignons, tomaten, etc. ookCatsup, enKatchup).Cate(s),keit(s), spijs, lekkernijen.Catechetic(al),katəketik(’l), catechetisch;Catechism= catechismus;Catechistic(al)= catechetisch;Catechization= catechisatie,[82]Catechize= catechiseeren, onder handen nemen.Catechu,katə(t)šû, cachou.Catechumen,katəkjûm’n, katechumeen, beginner.Categorical,katəgorik’l, categorisch;Category= categorie.Cater,keitə, voedsel, genot, enz. verschaffen:In those daysart catered to (for) the national vanity= vleide de kunst de nationale ijdelheid;Cater-cousin,keitəkɐz’n, verre bloedverwant, goede vriend;Caterer= leverancier, proviandmeester.Cateran,katər’n, Iersche of Schotsche vrijbuiter.Caterpillar,katəpilə, rups.Caterwaul,katəwôl, subst. kattengegrol;Caterwaulverb. grollen als krolsche katten.Catharina,kathərainə, Catharina;Catharine,kathərin:Catharine-wheel= radvenster; vuurrad:Todo (turn) Catharine-wheels= buitelen.Cathedra,kathidrə,kəthîdrə, bisschopsstoel; katheder:Ex cathedra= met gezag; uit de hoogte.Cathedral,kəthîdr’lsubst. kathedraal; adj.:Cathedral church= domkerk.Catherine,kathərin.Cathode,kathoud, negatieve pool (electr.).Catholic,kathəlik, katholiek, algemeen, onpartijdig; subst. R. Katholiek:Roman Catholic Church= de R.K. kerk;Catholicism, katholicisme;Catholicity= algemeenheid, onpartijdigheid;Catholicize= katholiseeren.Catilina,katilainə(Catiline,katilain), Catilina;Catilinarian, Catilinarisch; samenzweerder.Catkin,katkin, katje (van wilgen, enz.).Catling,katliŋ, darmsnaar, ontleedmes.Cato,keitou;Catonian= Catonisch, streng, deugdzaam.Cattle,kat’l, rundvee; paarden:Blood cattle= stamboekvee:Cattle-box(=Cattle-truck) = veewagen;Cattle-breeding= veeteelt;Cattle-dealer= veehandelaar;Cattle-plague= veepest;Cattle-range (Cattle-ranch)= weidegrond;Cattle-run= weideplaats (Amer.);Cattle-show= veetentoonstelling.Caucasian,kôkeiš’n, Caucasisch; Caucasiër;Caucasus,kôkəsɐs, Caucasus.Caucus,kôkəs, voorloopige partijbijeenkomst ter voorbereiding eener verkiezing (Amer.); kiescomité;Caucusverb. door een caucus bewerken; een caucus houden.Caudal,kôd’l, staart - -;Caudate= gestaart.Caudex,kôdeks, stam v. palm, of boomvaren.Caudle,kôd’l, kandeel.Cauf,kôf, vischkaar.Caught,kôt, imperf. en part. perf. vanTo catch.Caul,kôl, darmnet; haarnetje, helm:To beborn with a caul.Cauldron. ZieCaldron.Cauliflower,koliflauə, bloemkool;Cauline= stengel …Caulk,kôk. ZieCalk.Causal,kôz’l, oorzakelijk;Causality= oorzakelijkheid;Causation= veroorzaking;Causative= causaal; causatief.Cause,kôz, oorzaak, reden, beweegreden, zaak, aangelegenheid;Causeverb. veroorzaken, voortbrengen:The First Cause= God;He was called upto show causewith reference to a nuisance= hij werd voorgeroepen om zich te verantwoorden wegens burengerucht (of overlast);He caused his mento follow him= liet;Causeless= zonder oorzaak.Cause(wa)y,kôz(we)i, subst. straatweg, verhoogd voetpad, dam, steiger, aanlegplaats;Causeverb. plaveien:A littlestone cause= geplaveid straatje;Awooden cause= steiger.Caustic,kôstik, subst. bijtmiddel; adj. bijtend, scherp:Lunar caustic= helsche steen;Causticity= scherpheid, sarcasme.Cauter,kôtə, brandijzer;Cauterization= uitbranding;Cauterize= uitbranden;Cautery= branden; brandijzer, brandmiddel.Caution,kôš’nsubst. omzichtigheid, waarschuwing; pand; iets geweldigs (zonderlings);Cautionverb. waarschuwen:Well, you’re a caution!= jij bent een best merk!That’s a caution= da’s kras!Caution-money= waarborgsom;Cautionary= waarschuwend;Cautious= omzichtig: subst.Cautiousness.Cavalcade,kav’lkeid, cavalcade.Cavalier,kavəlîə, subst. ridder, ruiter, cavalier, Royalist; adj. ongedwongen, zorgeloos, trotsch, aanmatigend.Cavalry,kav’lri, ruiterij.Cavatina,kavatînə, cavatine (muz.).Cave,keiv, subst. hol, grot, het bukken of toegeven; afscheiding van een politieke partij; de afgescheidenen;Caveverb. instorten, inzakken, inslaan, uithollen, toegeven:He rose to make a speech but sooncaved in= bleef steken;We shall nevercave into the French, so far as Egypt is concerned= toegeven;Acaved-inold hat;Cave-dwellers= holbewoners =Cave-men.Caveat,keivjət, subst. protest; patentaanvrage (Amer.);Caveatverb. een caveat beteekenen; caveeren (bij het schermen):To enter (Put in) a caveat= een protest indienen;Caveator= protesteerende; protestaanvrager.Cavendish,kav’ndiš,kandiš, (tot koeken geperste) tabak.Cavern,kavən, spelonk, hol;Caverned, vol holen;Cavernous= hol, vol holen.Caves(s)on,kavəs’n, neuspranger.Caviar(e),kaviâ, kaviaar:Caviar to the general= te fijn voor den grooten hoop.Cavil,kav’l, verb. vitten op (at); subst. chicane, haarklooverij:Without cavil= buiten twijfel;Caviller= vitter, nijdas.Cavin,kavin, holle weg.Cavity,kaviti, holte.Cavort,kəvöt, steigeren, rondspringen, druk doen.Caw,kô, subst. gekras;Cawverb. krassen.Cawnpore,kônpûə,kônpə.Caxton,kakst’n, Caxton; boek doorCaxtongedrukt.Cay,kei, rif, zandbank, eilandje.Cayenne,keien,kaien, Cayenne(peper).Cayman,keim’n, alligator, kaaiman.Cazique,kəzîk, Amer. opperhoofd.Cease,sîs, ophouden, staken, laten varen;[83]doen ophouden:Ceaseless= onophoudelijk.Cecil,sesil,sisil;Cecils,sîsilz, gebakken vleeschballetjes;Cecilia;Cecily.Cedar,sîdə, subst. ceder; adj. van cederhout =Cedarn=Cedrine,sîdr(a)in.Cede,sîd, afstaan, opgeven, wijken.Cedrat(e),sîdrit, citroenboom.Cedric,sedrik.Cee-spring,sîspriŋ, wagenveer in den vorm eener liggendec= ⏑.Ceiling,sîliŋ, plafond, zoldering; wegering (scheepst.).Celadon,seləd’n, bleekgroen (porselein); sentimenteele minnaar.Celandine,sel’ndain, schelkruid.Celebes,seləbîz,seləbez.Celebrant,seləbr’nt, de priester, die de mis opdraagt:Thecelebrantsof the Shelley Centenary= deelnemers aan de viering;Celebrate= vieren, loven, celebreeren, herdenken;Celebrated= beroemd, vermaard;Celebration= verheerlijking, viering;Celebrator= vierder;Celebrity,səlebriti, vermaardheid, roem, beroemdheid (ookfig.), beroemd persoon.Celerity,səleriti, vlugheid, snelheid.Celery,seləri, selderij.Celestial,silestj’l, hemelsch (ookfig.), hemel …; Chineesch:Celestial empire= China; subst. hemelling; Chinees.Celestine,silestin,seləst(a)in, Celestine, Celestijner (monnik); een mineraal.Celibacy,selibəsi, ongehuwde staat;Celibate,selibit, ongehuwd (persoon).Cell,sel, cel, kluis, hol.Cellar,selə, kelder:Cellarflap= luik;Cellarflap dance= potsierlijke matrozendans;Cellar hole;Cellarman= wijnkooper, kelderwaard; keldermeester;Cellarage,seləridž, kelderruimte, kelderhuur;Cellarer= keldermeester;Cellaret, Cellaret= likeurkeldertje.Cellular,seljulə, cel - -:Cellular tissue= celweefsel;Cellulars= celplanten;Cellulate= met cellen;Cellule= celletje;Celluloid= celluloïde;Cellulose= cellulose; celachtig.Celt,selt, Kelt; bronzen (steenen) beitel;Celtic= Keltisch;Celticism= Keltisch idioom (gewoonte).Cement,siment, subst. cement, verband;Cementverb. cementeeren, samenbinden of -voegen;Cementation, cementeering;Cementer= bindmiddel.Cemetery,semət’ri, begraafplaats.Cenobite,sînəbait, kloosterling, ordebroeder.Cenotaph,senətaf, cenotaphium.Censer,sensə, wierookvat, bewierooker.Censor,sensə, censor, zedemeester, kunstrechter;Censorship= ambt van censor; censuur;Censorial, Censorious= berispend;Censoriousness= vitzucht;Censurable= berispelijk, laakbaar;Censure, subst. berisping, censuur, veroordeeling;Censureverb. berispen, bedillen, aanmerkingen maken:Motion of censure= motie van afkeuring.Census,sensəs, volkstelling:Census-paper;Census-taker= teller.Cent,sent, honderd, cent, 1⁄100 dollar:Per cent= percent;They do not count fora red cent= zijn geen rooden duit waard;Cent-shop= goedkoope bazaar.Cental,sentəl, 100 pondavoirdupois.Centaur,sentö. Centaur, sterrenbeeld.Centenarian,sentənêrj’n, honderdjarige.Centenary,sentənəri,Centennial, subst. honderd jaar, eeuwfeest; adj. honderdjarig.Centesimal,s’ntesim’l, subst. en adj. honderdste (gedeelte).Centigrade,sentigreid, van honderd graden:Twelve degrees centigrade= 12° Celsius.Centimetre,sentimîtə, centimeter.Centiped,sentiped,Centipede,sentipîd, duizendpoot.Centner,sentnə, centenaar; 100-deelig gewicht.Cento,sentou, compilatie.Central,sentr’l, centraal;Centralization= centralisatie;Centralize= centraliseeren.Centre,sentə, subst. middelpunt, centrum;Centreverb. in een middelpunt vereenigen (rusten), concentreeren:Centre-bit= centerboor;Centre-board= schip met kielzwaard;Centre-party= het Centrum;Centre of gravity= zwaartepunt;Centric= middelpuntig;Centricity = centrale ligging.Centrifugal,sentrifjug’l, middelpuntvliedend:Centrifugal force;Centrifugal machine= centrifuge.Centripetal,sentripət’l, middelpuntzoekend:Centripetal force.Centuple,sentjup’l, subst. honderdvoud;Centupleverb. verhonderdvoudigen.Centurion,sentjûriən, centurio.Century,sentjəri, eeuw:End-of-the-century product= fin de siècle, hypermodern product.Cephalic,səfalik,sefəlik, hoofd - -:Cephalic medicine, middel tegen hoofdpijn.Cephalitis,sefəlaitis, hersenontsteking.Cephalonia,sefəlounjə, Cephalonië.Cephalopod,sefələpod,sefaləpod, koppootig dier.Cerago,sireigou, bijenbrood.Ceramic,siramik:Ceramics= ceramiek.Cerate,sîrit, waszalf.Cere,sîə, was(huid), verb. wassen, verzegelen:Cerecloth= wasdoek; in was gedrenkt lijkkleed =Cerement(s).Cereal,sîrj’l, graan …:Cereals= graanvruchten;Non cereal crops= aardappelen, knollen, etc.Cerebellum,serəbel’m, kleine hersenen; Cerebral,serəbr’l, hersen …;Cerebrum,serəbrɐm, groote hersenen.Ceremonial,serəmounj’l, ceremonieel, ritueel, plechtig, vormelijk; subst. ceremonieel;Ceremonious= plechtstatig, vormelijk: subst.Ceremoniousness;Ceremony, ceremonie, vormelijkheid, hoffelijkheid:No Ceremonies!= geen complimenten!Master of Ceremonies= ceremoniemeester.Ceroon,sərûn, theebaal, van huiden gemaakt; korf thee (rozijnen).Cerris,Cerrus,serəs, Turksche eik.Certain,sɐ̂tin, zeker, verzekerd, onfeilbaar, zekere, eenige:I will not be certain= ik durf het niet zeker zeggen;Certainty= zekerheid:For (of, to) a certainty, (To a live certainty) = zéér zeker.Certes,sɐ̂tis, zekerlijk =Cert.Certificate,sɐ̂tifikit, subst. getuigschrift, diploma, akte;Certificateverb.sɐ̂tifikeit, een certificaat[84](attest) verleenen, diplomeeren:Do youhold certificates? = ben je gediplomeerd?Nautical certificate= stuurmansdiploma;Certification= attest;Certifier= verklaarder;Certify,sɐ̂tifai, attesteeren, betuigen, berichten, verklaren:This is to certify= hiermede verklaar ik;Certified copy= gewaarmerkt afschrift;This actcertifiedhim the knave he was= toonde;Certitude,sɐ̂titjûd, zekerheid, verzekering.Cerulean,sərûlj’n, hemelsblauw.Ceruse,sîrûs,sirûs, loodwit.Cervical,sɐ̂vik’l, nek-, hals …Cesar=Caesar.Cess,ses, subst. belasting;Cessverb. belasten.Cessation,seseiš’n, ophouding, stilstand:Cessation of (from) arms= wapenstilstand.Cessio bonorum,sešoubənôr’m, afstand door een insolvent verklaarde van al wat hij bezit aan zijne schuldeischers.Cession,seš’n, afstand, cessie;Cessionary= afstand doende; cessionaris.Cesspool,sespûl, riool, zinkput.Cestus,sestəs, cestus.Cetacea,siteišə, walvisschen;Cetacean, walvisch; Cetaceous = walvischachtig.Cevennes,səven, (De) Cevennen.Ceylon,silon,siloun,sîlən, Ceylon;Ceylonese,sîlənîz, Ceylonees(ch).Chab(o)uk,tšâbuk,tšəbuk, zweep.Chafe,tšeif, warm wrijven, schuren, breken tegen; afslijten, sarren, boos maken, in toorn ontsteken:The horsechafed upon the rein (bit)= schuimde in het gebit;Chafer= komfoor =Chafing-dish= komfoor.Chafer,tšeifə, kever, meikever.Chaff,tšäf, subst. kaf, haksel, kleinigheid; plagerij, scherts;Chaffverb. gekheid maken, in ’t ootje nemen:To divide the wheat from the chaff; Take your chaff to the goslings. No gammon with me= Doe jij zoo met kleine kinderen. Ik laat niet met me spelen;Chaffy= vol kaf; onbeduidend.Chaffer,tšafə, handelen, marchandeeren, dingen;Chafferer.Chaffinch,tšafinš, boekvink.Chagrin,šəgrîn, subst. kwelling, verdriet, slechte luim;Chagrinverb. verdrieten, plagen.Chain,tšein, subst. keten, ketting, reeks;Chains= gevangenschap;Chainverb. ketenen; aan een ketting leggen:To dothe ladies’ chain= een dansfiguur;Chain-bolt= deurketting;Chain-bridge= kettingbrug;Chain-gang= afdeeling kettinggangers;Chain-mail= maliënkolder;Chain-shot, kettingkogel;Chain-stitch= kettingsteek;Chainlet= kettinkje.Chair,tšêə, subst. stoel, zetel, voorzittersstoel, leerstoel, voorzitterschap, draagstoel;Chairverb. in een stoel in triomf ronddragen:To bein the (Vice-) chair;This alderman haspassed the chair= is Lord Mayor van de City geweest;Hetook the (was called to the) chair= presideerde, werd tot president verkozen;Chair-bottom= zitting;Chair-bottomer= stoelenmatter;Chairman= voorzitter; drager van een draagstoel;Chairmanship= presidium.Chaise,šeiz, sjees, rijtuig.Chalcedony,kalsedəni,kalsədoni, chalcedoon.Chalcograph,kalkəgraf, kopergravure.Chalcographer= graveur;Chalcography= graveerkunst.Chaldaic(al),kaldeiik(’l), Chaldeeuwsch;Chaldea(n),kaldîə(n), Chaldea (Chaldeeuwsch, Chaldeeër).Chaldron,tšôldr’n, koren- en kolenmaat (1163,157 L. koren;2888,9752 L. kolen).Chalet,šale, Zwitsersch landhuisje.Chalice,tšalis, kelk, avondmaalsbeker;Chaliced= kelkachtig.Chalk,tšôk, subst. krijt, krijtstreep;Chalkverb. met krijt mengen (schrijven, teekenen), aankalken, schetsen:French chalk= kleermakerskrijt;He is better than youby a long chalk,by long chalks= oneindig beter;Not by a long chalk= op verre na niet;These things areas different as chalk from cheese, as chalk and cheese= verschillen hemelsbreed;I found my waychalked out for me= aangewezen;I willchalk it down= aankalken;To chalk downa scheme= schetsen;Chalk-stone= jichtknobbels;Chalk-Sunday= de eerste Zondag van den Vastentijd (Ierland), waarop de meisjes de vrijgezellen krijt op hun jas smeerden;Chalkiness= krijtachtigheid;Chalky= krijtachtig; jichtknobbelachtig.Challenge,tšal’nž, subst. uitdaging, aanroeping (van een schildwacht), wraken (van een lid der jury of een getuige), aanslaan der jachthonden;Challengeverb. uitdagen, bestrijden, inroepen, eischen, wraken:I challenge contradiction= ik tart iedereen mij tegen te spreken;Challenger= uitdager, etc.Chalybeate,kəlibi-it, adj. ijzerhoudend:Chalybeate spring.Chamade,šəmeid, chamade.Chamber,tšeimbə, subst. vertrek, kamer (in verschillende beteekenissen);Chamberverb. sluiten in (voorzien van) een kamer:Chambers= een reeks deftig gemeubileerde kamers, zittingzaal, privaat-bureau van eenbarristerin eenInn: He had been toilingat chambersall day= op zijn bureau;Chamber of Commerce= Kamer van Koophandel;Chamber of a lock= schutkolk;Chamber-council=Chamber-counsel= advocaat, die slechtsChamber-practiceuitoefent; diens advies; geheim advies (gedachte);Chamber-maid= kamermeisje;Chamber-master= schoenmaker, die thuis voor magazijnen werkt;Chamber-music;Chamber-pot;Chamber-stool= nachtstoel;Chambered:A six-chambered revolver.
Cargo,kâgou, lading, goederen;Cargo-carrying= vrachtvarend.Caria,kêriə, Carië.Carib,karib, Karibe;Caribal, Karibisch =Carib(b)ean,karibjən;Carib(b)ee,karibî=Carib=Carrib(b)ean Islands.Caribou,karibû,karibû, N. Amer. rendier.Caricature,karikətjuə, subst. karikatuur;Caricatureverb. karikatureeren, bespottelijk voorstellen;Caricaturist= karikaturist.Caricous,karikɐs:Caricous tumour=vijggezwel.Caries,kêriîz, beeneter.Carillon,karil’n, klokkenspel.Carinthia,kərinthiə, Carinthië;Carinthian= Carinthisch; Carinthiër.Cariole,karioul, tweewielig rijtuigje.Cariosity,kêriositi, beeneter;Carious:Carious tooth= holle tand.Cark,kâk, subst. last, gewicht, zorg, kommer;Carkverb. kwellen; bezorgd zijn:Cark and care= kommer en zorg;Carking cares= kwellende zorgen.Carl(e),kâl, kerel, ruwe vent, boer;Carlin(e),kâlin, oud wijf, heks.Carlisle,kâlail.Carlovingian,kâləvinžən, Karolingisch.Carlyle,kâlail;Carlylean= Carlyliaansch;Carlylese, Carlylesque, in den stijl (trant) van C;Carlylism= volgens C’sspraakgebruik.Carmagnole,kâm’njoul, Carmagnole.Carmarthen,kâmâth’n.Carmelite,kâməlait. Karmeliet; Karmalitisch; soort laken, soort v. peer.Carmichael,kâmaik’l,kâmaik’l.Carmine,kâm(a)in, karmozijn.Carnage,kânidž, subst. bloedbad, slachting;Carnageverb. moorden.Carnal,kân’l, vleeschelijk, zinnelijk:Carnal intercourse= vleeschelijke gemeenschap;Carnal-minded= zinnelijk;Carnality, zinnelijkheid.Carnarvon,kânâv’n.Carnassialkânaš’l:Carnassial tooth= scheurtand.Carnation,kâneiš’n, anjelier; vleeschkleur.Carnegie,kâneigi.Carnival,kâniv’l, carneval, pret.Carnivore,kânivö, vleeschetend dier;Carnivorous, vleeschetend.Carol,kar’l, subst. (lof)zang, lied, gekweel;Carolverb. (lof)zingen, kweelen.Carolina,karəlainə;Caroline,karəl(a)in:The Caroline Age= tijd van Karel I.Carolus,karəlɐs, gouden munt (van Karel I) van 20, later 23 shillings.Carom,karəm, carambole; gelukje;Caromverb. caramboleeren (Amer.).Carousal,kərauz’l, feest, drinkgelag;Carouse, subst. drinkgelag;Carouseverb. drinken, pret maken;Carouser= pretmaker.Carp,kâp, karper.Carp,kâp, vitten, bedillen (at).Carpathian,kâpeithiən, Karpatisch.Carpenter,kâp’ntə, subst. timmerman;Carpenterverb. timmeren;Carpentry= timmermansambacht, -werk.Carpet,kâpət, subst. tapijt; tafelkleed, looper; adj. verwijfd, salon - -;Carpetverb. met een tapijt beleggen; berispen:Carpeting= tapijtstoffen;It ison the carpet now= het is nu op het tapijt;Tobring on the carpet= op het tapijt brengen (fig.);Carpet-bag= subst. reiszak, valies:Carpet-bag politiciansofCarpet-baggers= eigenlijk de politieke avonturiers, die na den oorlog v. 1861–65, naar de zuidelijke staten in N. Amer. trokken om, met behulp van denegro-vote, polit. invloed te krijgen en wier eenigeproperty-qualificationvaak slechts uit den inhoud van huncarpet-bagsbestond;Carpet-beater= tapijtklopper; bediende aan tafel (iron.);Carpet-dance (Carpet-hop)= geïmproviseerd huiselijk bal;Carpet-knight= saletjonker;Carpet-rod= traproede;Carpet-slippers= gewerkte pantoffels;Carpet-walk= zacht, mossig pad.Carpus,kâpəs, handwortelbeenderen.Carrack,karək, karaak.Carrag(h)een,karəgîn, Iersch mos.Carriage,karidž, subst. rijtuig, wagon; affuit; vervoer; vrachtprijs; last, gedrag, houding, leiding, geraamte (van wagens):Carriage-builder;Carriage-clock= reisklokje;Carriage-door= portier;Carriage-double= dubbele slag met den klopper; deurtjebel;Carriage-drive= rijlaan;Carriage-free= franco (Carriage-paid);Carriage-step= trede;Carriage-tapper= spoorbeambte die a/h laatste station de rijtuigen nazoekt.Carrick-bend,karikbend, kruissteek (scheepst.).Carrier,kariə, vrachtrijder, vervoerder, voerman:General carrier= expediteur, bode, postduif (=Carrier-pigeon).[79]Carrion,kariən, subst. kreng:Carrion-beetle= aaskever;Carrion-crow= aasraaf;Carrion-vulture= aasgier.Carrom,karəm, ZieCarom.Carronade,karəneid, scheepskanonnetje.Carrot,karət, gele wortel, karot:Carrots= rood haar; rooie;Carroty= geelrood.Carry,kari, dragen, vervoeren, brengen, overbrengen, overdragen (van eigendommen enz.), binnenbrengen; wegnemen; uitwerken, volbrengen, de overhand behouden, verdragen, meebrengen, bij zich hebben, verkrijgen; uitdrukken; vertoon maken, bevatten; met geweld nemen, kleven (van sneeuw b.v. aan de voeten), het hoofd hoog dragen; draagwijdte:Tocarry the day= de overwinning behalen;Tocarry coals= zich als voetveeg laten gebruiken;Tocarry coals to Newcastle= turf in ’t veen brengen;The motion was carried= aangenomen;Seven and eight are fifteen,five carry one= vijf ’k houd er één;Tocarry an outwork= (in)nemen (Mil.);Tocarry property= overdragen;Don’tcarry tales= klap niet uit de school;Tocarry the wind= het hoofd hoog dragen (van paarden);Tocarry one’s yearslightly= met eere.Met adject.:Tocarry fair= zich vriendelijk toonen;That iscarrying it very fine= gij neemt het zeer nauw;Tocarry it high= zijn neus in den wind steken;Fetch and carry= apporteeren.CarryMet voorz. en bijw.:Tocarry about= (met zich) ronddragen;Quantitycarrieditagainstquality= won het van;Tocarry along= voortdragen;Tocarry away= wegdragen;As far as my memory will carry me back= gaat;I was (got)carried awayby my anger= liet mij meesleepen;Hecarriedeverythingbeforehim= won alles, van allen;It will becarried forward (to your credit)= geboekt, overgebracht;The work wascarried intoexecution= ten uitvoer gebracht;To carry off= wegvoeren;Shecarried offthe honours in her class= behaalde de prijzen;To carrya thingoff= iets tot een goed einde brengen, redden door talentvolle behandeling, zich er doorslaan;Drink and idlenesscarriedthemoff= sleepten … ten grave;Don’tcarry onlike that= stel u niet zoo aan;Tocarry ona business, a lawsuit= drijven, proces voeren;Tocarry out= naar buiten dragen, uitvoeren, voleinden;Tocarry over= overdragen, transporteeren, vertalen;The character of the hero iscarried throughto the end= volgehouden;Theycarrieditthroughat all costs= zetten het door “coûte que coûte”;Carry-all= Am. rijtuig; slede;Carrying-agent= expediteur;Carrying-business= expeditiezaak;Carrying-trade= expeditiezaak, reederij; vrachtvaart;Carrying-traffic= goederenvervoer;Carrying-van= vrachtwagen.Carse(land),kâs(land), aangeslibd land (Schotl.).Cart,kât, subst. vracht(kar);Cartverb. per vrachtkar vervoeren:To put the cart before the horse= de paarden achter den wagen spannen;To be put in the cart= beetgenomen worden;Cartage,kâtidž, vrachtvervoer, vrachtloon;Canvas cart-cover= huif;Cart-horse= karrepaard;Cart-load= vracht;Cart-wheel= wagenrad, 5 shillingstuk;Todo (tumble, turn) cart-wheels= kopje-over duikelen;Cartwright= wagenmaker;Carter= karrijder, vrachtrijder.Carte,kât, paradeslag, menu, photographie:Carte-de-visite,kâtdəvizît.Cartel,kât’l,kâtel, overeenkomst tot uitwisseling van gevangenen; cartel; uitdaging.Cartesian,kâtîž’n, Cartesiaansch aanhanger van Descartes:Cartesian-devil (Cartesian-diver, Cartesian-figure)= C. duikertje.Carthamus,kâthəmɐs, saffloer.Carthage,kâthidž, Carthago;Carthagian,kâtheidžj’n, Carthaagsch; Carthager.Carthusian,kâthjûžən, Karthuizer (monnik).Cartilage,kâtilidž, kraakbeen;Cartilaginous,kâtiladžinɐs, kraakbeenachtig, kraakbeen …Carton,kât’n, karton, wit van eene schietschijf of een schot daarin.Cartoon,kâtûn, kartonteekening; spotprent, die een geheele pagina vult; patroon;Cartoonist= caricatuurteekenaar.Cartouche,kâtûš, kardoes, patroon; huls; sierlijst:Cartouche-box, kardoeskist.Cartridge,kâtridž, patroon, kardoes:Cartridge-bag;Cartridge-box;Cartridge-paper(ook een soort teekenpapier);Cartridge-pouch= patroontasch;Ball cartridge,Blank cartridge= scherpe, losse patroon.Cartulary,kâtjuləri, klooster of kerkregister, archief, archivaris.Carve,kâv, snijden, voorsnijden, beeldsnijden, graveeren:Tocarve one’s way= zich een weg banen;Every one must carve out his own fortune= ieder is de bewerker van zijn eigen fortuin;Carved=Carven= gesneden, gebeeldhouwd;Carver= beeldhouwer, houtsnijder;Carving= snijwerk:Carving-knife= voorsnijmes.Caryatid,kariatid(Meerv.Caryatides,kariatidîz), caryatide.Cascade,kaskeid, kleine waterval; ookCascadeverb.Case,keis, subst. etui, schede, kist, kast, koker, trommel, stolp, dek, overtrek, band, letterkast; gebeurtenis, voorbeeld, rechtszaak, rechtsgrond, naamval, geval, toestand;Caseverb. insluiten, overtrekken, in een koker of kist doen:Botanical case (Dressing case, Surgical case);In your case= geval;In case of need= geval van nood;In no case;In nine cases out of ten;Tobe in the case= in ’t spel zijn;The case is still on= de zaak is nog voor;The prosecution failed to make out its case= slaagde er niet in de aanklacht te motiveeren;Tomake out one’s own case= voor eigen belangen opkomen;Case-harden= harden; verharden (fig.);Case-bottle= veldflesch;Case-knife= dolk, hartsvanger;Case-shot= (granaat)kartets;Case-window= schuifraam;Case-work= het maken van den band, het bevestigen van het ingenaaide boek; zetten.[80]Casein(e),keisi-in, kaasstof.Casemate,keismeit, kazemat; hol lijstwerk.Casement,keism’nt,keizm’nt, openslaand venster, hol lijstwerk.Caseous,keisiəs, kaasachtig.Cash,kaš, subst. kas, geld, gereed geld;Cashverb. wisselen, incasseeren, te gelde maken, realiseeren, honoreeren; de kas opmaken (up):Down with the cash= eerst geld!For cash= à contant;Tobe in cash= bij kas zijn;Tobe out of (not in, short of) cash= slecht bij kas zijn;Tokeep the cash= de kas houden;Topay (in) cash= contant betalen;Tosell for cash= à contant;Hard (Ready) cash= baar geld;These are6 sh. cash= kosten 6sh.contant;Cash-book;Cash-box= geldcassette;Cash-keeper= kashouder;Cash-price= prijs tegen contant geld;Cash-system= contante betaling.Cashier,kəšîə, subst. kassier;Cashierverb. ontslaan, afdanken.Cashmere,kašmîə,kašmîə, subst. cachemir:Cashmere shawl.Cashoo,kəšû, cachou, of catechu.Casing,keisiŋ, omhulsel, foudraal, overtrek, bekleeding, mantel.Casino,kasînou, Casino.Cask,kâsk, vat, ton;Caskverb. in een vat doen.Casket,kâskət, cassette, kistje; kostbare doodkist (Amer.);Casketverb. in eene cassette of een kistje besluiten.Caspian (The),kaspj’n, de Kaspische Zee.Casque,kâsk, helm, stormhoed:Gold casque= gouden oorijzer.Cassation,kəseiš’n, cassatie:Court of Cassation= hof van cassatie (Frankrijk).Casse-paper,kaspeipə, kaspapier.Cassia,kašə, cassia; kassie; laurier(bast).Cassimere,kasimîə, kazimier (wollen stof).Cassinet(te),kasinet, soort stof.Cassino,kəsînou, soort kaartspel.Cassock,kasək, engsluitende toog van priesters of koorknapen, soutane.Cassonade,kasəneid, ongeraffineerde suiker.Cassowary,kasəwəri, Casuaris.Cast,kâst, subst. worp, gooi; oogopslap, blik; vorm, afgietsel, indruk, tint, karakter, aard, berekening, rolverdeeling;Castverb. werpen, afwerpen, te vroeg werpen, neerwerpen, overwinnen, stem uitbrengen, doen verliezen, uitschiften, afdanken, berekenen; de rollen verdeelen; optellen, uitrekenen, krom trekken, gieten, stereotypeeren, vallen, zoeken:His genius wasof a gloomy cast= somberen aard;Apromising cast= goede hengelplaats;Thecast of a man’s features= vorm;The cast of the playwas excellent= rolverdeeling;He hasa cast in his eye= hij kijkt loensch;I amat the last cast= tot het uiterste gebracht;Hemade an unsuccessful cast atthe line of the fox= slaagde niet het spoor te vinden;The die is cast= de teerling is geworpen;The horse cast itself= sloeg over den kop;Tocast (up) accounts (charges, expenses)= opmaken;Tocast anchor= laten vallen;Tocast doubts on= twijfel oppperen omtrent; Tocast dust into a person’s eyes= iemand zand in de oogen strooien;Tocast light on= licht laten vallen op;Tocast a look (glance, eye) on= blik werpen;Tocast lots= loten;To cast a person’snativity= iemands toekomst uit de sterren voorspellen;Tocast parts= de rollen verdeelen;Tocast reflections= critiseeren;The horsecast a shoe= verloor een hoefijzer;Tocast a thing in a person’s teeth= iemand iets voor de voeten werpen;Tocast votes= stemmen;The cow has cast her young= ontijdig geworpen;Hecast himself adriftupon the world= ging de wijde wereld in;Tocast loose= losgooien;Met voorz. en bijw.:Tocast about forthe philosopher’s stone= zoeken naar den steen der wijzen;He wascast forHoratio= aangewezen voor de rol;Icast inmy lot with that party= sloot mij aan bij;He began tocast in his mind= bij zich zelven te overleggen;Tocast offcopy= een gedeelte van een handschrift zetten, om te zien hoeveel pagina’s druks het wordt;Tocast off= losgooien (van een schip);The ship cast off= gooide de trossen los;She cast me off= gaf mij den bons;He cast himselfonhis enemies= gaf zich over, deed een beroep op;I cast myselfonyour pity= doe een beroep op;Tocast up= uitwerpen, opslaan, uitbraken; optellen, berekenen;Castaway,kâstəwei, subst. balling, verworpeling; schipbreukeling; ontredderd schip; adj. nutteloos, verworpen;Cast-house= gieterij;Cast-iron= gietijzer; adj. onverzettelijk, onhandelbaar;Cast-off= waardeloos, afgedankt;Cast-steel= gegoten staal;Casting= gieten, gietstuk; adj. beslissend:Casting-bottle= spuitfleschje;Casting-net= werpnet;Casting vote= beslissende stem.Castanea,kasteinjə, kastanje.Castanets,kastənets, castagnetten.Caste,kâst, kaste:Tolose caste= zijn rang in de maatschappij verliezen;Caste feeling= kastengeest.Castellan,kastəl’n, slotvoogd;Castellated= van torens en kanteelen voorzien.Caster,kâstə, gooier, gieter, regisseur, rekenaar, wieltje, strooier, afgedankt dienstpaard:Set of casters= olie en azijnstel.Castigate,kastigeit, kastijden, gispen, verbeteren; Castigation = kastijding, tekstverbetering.Castile,kastîl, Castilië;Castilian,kastilj’n, Kastiliaan(sch).Casting, ZieCast.Castle,kâs’l, subst. kasteel, slot;Castleverb. rokkeeren:It brought down the wholecard-castle= deed het heele kaartenhuis instorten;Castle in the air,Castle in Spain= luchtkasteel;Castle-builder= droomer, fantast;Castle-gate= slotpoort;Castle-keeper= slotvoogd;Castled elephant= torendragende oorlogsolifant.Castor,kâstə, bever(geil); kastoren hoed; wieltje; strooier:Castor-oil= wonderolie.Castor and Pollux,kâstər’ndpoləks, de Tweelingen (Dierenriem); St. Elmusvuur.Castoreum,kastôriəm, bevergeil.[81]Castrate,kastreit, castreeren, een boek zuiveren van aanstootelijke plaatsen; subst. eunuch; adj. gecastreerd;Castration= ontmanning, etc.;Castrato= gecastreerd zanger.Casual,kažuəl, adj. toevallig, bij gelegenheid voorkomend; subst. daklooze (in een asyl of armhuis tijdelijk opgenomen):Casuals= de bij een ramp omgekomenen; de als vermist opgegevenen;Casual labourers= losse werklieden;Casual ward= asyl;Casualism= de leer dat alles toeval is;Casualist, aanhanger van die leer;Casualty= toevalligheid, toeval, ongeluk;Casualties= verliezen aan menschenlevens, ongelukken, ongevallen.Casuistic(al,)kažuistik(’l), casuistisch;Casuist= sophist;Casuistics=Casuistry, casuistiek.Cat,kat, subst. kat (ookfig.); soort van schip, sterke takel, dubbele treeft;Catverb. katten (scheepst.):Every cat to her kind= het muist wat van katten komt;A cat has nine lives= een kat komt altijd op zijn pootjes neer;The cat is out of the bag= het geheim is verklapt;Care killed the cat= Vooruit! er is geen lieve moederen aan;To let the cat out of the bag= uit de school klappen;Theylive like cat and dog= als kat en hond;Itrained cats and dogs= het regende baksteenen;Tosee how the cat jumps= de kat uit den boom kijken;Heleads her a cat-and-dog life= zij heeft een hondenleven bij hem;You have beenmade a cat’s paw of by her= ze heeft je de kastanjes uit het vuur laten halen;The translatorplays the cat and banjo withHeine’s most tuneful metres= bederft totaal;Cat-bird= Amer. spotlijster;Cat-call (Cat-pipe)= schel fluitje;Cat-callverb. uitfluiten;Cat-eyed= in staat in ’t donker te zien;Cat-gut= darmsnaar; soort stramien;Cat-gut scraper= fidelaar;Cat-head= kraanbalk;Cat-nap= hazenslaapje, dutje;Cat’s eye= kat(ten)oog;Cat’s paw= licht briesje; dupe, werktuig;Cat’s meat= vleeschafval (voor katten);Cat’s-tail= kattestaart, breedbladige lischdodde;The cat-scene= het tooneel (in de Engelsche pantomimes), wanneer alles duister is, juist voor detransformation scene;Cattish= kattig; subst.Cattishness.Cataclysm,katəklizm, geweldige beroering, groote ramp, zondvloed:Cataclysmal, als een c.Catacombs,katəkoumz, Catacomben.Catafalque,katəfalk, katafalk.Catalepsy,katəlepsi, zinvang;Cataleptic= lijder aan z.; lijdend aan z.Catalogue,katəlog, subst. catalogus;Catalogueverb. catalogiseeren:He did not know howto catalogue her= waar te plaatsen.Catalonia,katəlounjə, Catalonië;Catalonian, Catalonisch, Cataloniër.Catamaran,katəməran,kətaməran, vlot, platboomd vaartuig; feeks.Catamount(ain),katəmaunt(in), puma.Catapult,katəpɐlt, catapult.Cataract,katərakt, waterval; cataract, grauwe staar:Tocouch a cataract= van de staar lichten.Catarrh,kətâ, catarrhe;Catarrhal syringe= neusspuit.Catastrophe,kətastrəfi, catastrophe; adj.Catastrophic.Catch,katš, subst. vangst, buit, trek, goede partij, voordeeltje, houvast, greep, strikvraag, stokken (v. stem), onderbreking, afwateringssloot, cànon (muziek), steunijzer, klink;Catchverb. vangen, grijpen, achterhalen (up), betrappen; boeien, winnen, begrijpen, treffen, toebrengen, in de rede vallen (up), blijven hangen, afnemen, vatten (van koude, eene ziekte, enz.); verward raken, in elkaar grijpen, aanstekelijk zijn, zich verbreiden (on):A bit of a catch= een fortuintje;A poor catch= schrale vangst;It isno great catch= niet veel zaaks;Great catches= begeerlijke partijen;She marriedthe catch of the season= beste partij van hetSeason(in Londen van Mei tot Aug.);There is a catch in it= er steekt wat achter;Tolive upon the catch= van roof leven;Tocatch it= een pak slaag oploopen, er van langs krijgen;Catch me (at it)!= dat kan je denken! dan kan je lang wachten!Catch and have= wien heeft, dien wordt gegeven;Tocatch the Speaker’s eye= door opstaan den voorzitter om ’t woord vragen, het woord krijgen;Tocatch a glimpse of= in ’t oog krijgen, even zien;Tocatch hold of= aanpakken, vastgrijpen;I don’tcatch your meaning (what you say)= begrijp, snap niet;Tocatch sight of= in ’t oog krijgen;Tocatch step= in den pas komen;Tocatch the train= halen;Hecaught atall opportunities= pakte aan;Hecaught at me= greep naar;I’ll make himcatch on= doen toehappen;You havecaught onhere= succes gehad;Tocatch out= op een fout betrappen;The lake wascaught over= met een vliesje ijs bedekt;Hecaught towardshim a scrap of paper= haalde naar zich toe;Tocatch up= haastig opnemen; terechtwijzen;Catch-drain= wetering, afvoerkanaal;Catch-’em-alive= soort vliegenpapier;Catch-lands= markegronden;Catch-line= korte titelregel tusschen 2 langere met grooter letter; vervolgwoord onder aan de bladzijde:The report of the Labour Commission is the latestcatch-line= het rapport van de Enquête-commissie v. d. Arbeid is het jongste opvallend onderwerp van den dag;Catch-meadow= gedraineerde weide;Acatch-penny title= een verlokkende, bedriegelijke titel;Catchphrase= een op effect berekende uitdrukking;Catch-pole, Catch-poll= dievenvanger;Catch-question= strikvraag;Catchword= vervolgwoord onder aan eene bladzijde, slagwoord (bij acteurs); leus;Catching= besmettelijk, aanstekelijk; pakkend, bekoorlijk.Catchup,katšəp, pikante saus (uit champignons, tomaten, etc. ookCatsup, enKatchup).Cate(s),keit(s), spijs, lekkernijen.Catechetic(al),katəketik(’l), catechetisch;Catechism= catechismus;Catechistic(al)= catechetisch;Catechization= catechisatie,[82]Catechize= catechiseeren, onder handen nemen.Catechu,katə(t)šû, cachou.Catechumen,katəkjûm’n, katechumeen, beginner.Categorical,katəgorik’l, categorisch;Category= categorie.Cater,keitə, voedsel, genot, enz. verschaffen:In those daysart catered to (for) the national vanity= vleide de kunst de nationale ijdelheid;Cater-cousin,keitəkɐz’n, verre bloedverwant, goede vriend;Caterer= leverancier, proviandmeester.Cateran,katər’n, Iersche of Schotsche vrijbuiter.Caterpillar,katəpilə, rups.Caterwaul,katəwôl, subst. kattengegrol;Caterwaulverb. grollen als krolsche katten.Catharina,kathərainə, Catharina;Catharine,kathərin:Catharine-wheel= radvenster; vuurrad:Todo (turn) Catharine-wheels= buitelen.Cathedra,kathidrə,kəthîdrə, bisschopsstoel; katheder:Ex cathedra= met gezag; uit de hoogte.Cathedral,kəthîdr’lsubst. kathedraal; adj.:Cathedral church= domkerk.Catherine,kathərin.Cathode,kathoud, negatieve pool (electr.).Catholic,kathəlik, katholiek, algemeen, onpartijdig; subst. R. Katholiek:Roman Catholic Church= de R.K. kerk;Catholicism, katholicisme;Catholicity= algemeenheid, onpartijdigheid;Catholicize= katholiseeren.Catilina,katilainə(Catiline,katilain), Catilina;Catilinarian, Catilinarisch; samenzweerder.Catkin,katkin, katje (van wilgen, enz.).Catling,katliŋ, darmsnaar, ontleedmes.Cato,keitou;Catonian= Catonisch, streng, deugdzaam.Cattle,kat’l, rundvee; paarden:Blood cattle= stamboekvee:Cattle-box(=Cattle-truck) = veewagen;Cattle-breeding= veeteelt;Cattle-dealer= veehandelaar;Cattle-plague= veepest;Cattle-range (Cattle-ranch)= weidegrond;Cattle-run= weideplaats (Amer.);Cattle-show= veetentoonstelling.Caucasian,kôkeiš’n, Caucasisch; Caucasiër;Caucasus,kôkəsɐs, Caucasus.Caucus,kôkəs, voorloopige partijbijeenkomst ter voorbereiding eener verkiezing (Amer.); kiescomité;Caucusverb. door een caucus bewerken; een caucus houden.Caudal,kôd’l, staart - -;Caudate= gestaart.Caudex,kôdeks, stam v. palm, of boomvaren.Caudle,kôd’l, kandeel.Cauf,kôf, vischkaar.Caught,kôt, imperf. en part. perf. vanTo catch.Caul,kôl, darmnet; haarnetje, helm:To beborn with a caul.Cauldron. ZieCaldron.Cauliflower,koliflauə, bloemkool;Cauline= stengel …Caulk,kôk. ZieCalk.Causal,kôz’l, oorzakelijk;Causality= oorzakelijkheid;Causation= veroorzaking;Causative= causaal; causatief.Cause,kôz, oorzaak, reden, beweegreden, zaak, aangelegenheid;Causeverb. veroorzaken, voortbrengen:The First Cause= God;He was called upto show causewith reference to a nuisance= hij werd voorgeroepen om zich te verantwoorden wegens burengerucht (of overlast);He caused his mento follow him= liet;Causeless= zonder oorzaak.Cause(wa)y,kôz(we)i, subst. straatweg, verhoogd voetpad, dam, steiger, aanlegplaats;Causeverb. plaveien:A littlestone cause= geplaveid straatje;Awooden cause= steiger.Caustic,kôstik, subst. bijtmiddel; adj. bijtend, scherp:Lunar caustic= helsche steen;Causticity= scherpheid, sarcasme.Cauter,kôtə, brandijzer;Cauterization= uitbranding;Cauterize= uitbranden;Cautery= branden; brandijzer, brandmiddel.Caution,kôš’nsubst. omzichtigheid, waarschuwing; pand; iets geweldigs (zonderlings);Cautionverb. waarschuwen:Well, you’re a caution!= jij bent een best merk!That’s a caution= da’s kras!Caution-money= waarborgsom;Cautionary= waarschuwend;Cautious= omzichtig: subst.Cautiousness.Cavalcade,kav’lkeid, cavalcade.Cavalier,kavəlîə, subst. ridder, ruiter, cavalier, Royalist; adj. ongedwongen, zorgeloos, trotsch, aanmatigend.Cavalry,kav’lri, ruiterij.Cavatina,kavatînə, cavatine (muz.).Cave,keiv, subst. hol, grot, het bukken of toegeven; afscheiding van een politieke partij; de afgescheidenen;Caveverb. instorten, inzakken, inslaan, uithollen, toegeven:He rose to make a speech but sooncaved in= bleef steken;We shall nevercave into the French, so far as Egypt is concerned= toegeven;Acaved-inold hat;Cave-dwellers= holbewoners =Cave-men.Caveat,keivjət, subst. protest; patentaanvrage (Amer.);Caveatverb. een caveat beteekenen; caveeren (bij het schermen):To enter (Put in) a caveat= een protest indienen;Caveator= protesteerende; protestaanvrager.Cavendish,kav’ndiš,kandiš, (tot koeken geperste) tabak.Cavern,kavən, spelonk, hol;Caverned, vol holen;Cavernous= hol, vol holen.Caves(s)on,kavəs’n, neuspranger.Caviar(e),kaviâ, kaviaar:Caviar to the general= te fijn voor den grooten hoop.Cavil,kav’l, verb. vitten op (at); subst. chicane, haarklooverij:Without cavil= buiten twijfel;Caviller= vitter, nijdas.Cavin,kavin, holle weg.Cavity,kaviti, holte.Cavort,kəvöt, steigeren, rondspringen, druk doen.Caw,kô, subst. gekras;Cawverb. krassen.Cawnpore,kônpûə,kônpə.Caxton,kakst’n, Caxton; boek doorCaxtongedrukt.Cay,kei, rif, zandbank, eilandje.Cayenne,keien,kaien, Cayenne(peper).Cayman,keim’n, alligator, kaaiman.Cazique,kəzîk, Amer. opperhoofd.Cease,sîs, ophouden, staken, laten varen;[83]doen ophouden:Ceaseless= onophoudelijk.Cecil,sesil,sisil;Cecils,sîsilz, gebakken vleeschballetjes;Cecilia;Cecily.Cedar,sîdə, subst. ceder; adj. van cederhout =Cedarn=Cedrine,sîdr(a)in.Cede,sîd, afstaan, opgeven, wijken.Cedrat(e),sîdrit, citroenboom.Cedric,sedrik.Cee-spring,sîspriŋ, wagenveer in den vorm eener liggendec= ⏑.Ceiling,sîliŋ, plafond, zoldering; wegering (scheepst.).Celadon,seləd’n, bleekgroen (porselein); sentimenteele minnaar.Celandine,sel’ndain, schelkruid.Celebes,seləbîz,seləbez.Celebrant,seləbr’nt, de priester, die de mis opdraagt:Thecelebrantsof the Shelley Centenary= deelnemers aan de viering;Celebrate= vieren, loven, celebreeren, herdenken;Celebrated= beroemd, vermaard;Celebration= verheerlijking, viering;Celebrator= vierder;Celebrity,səlebriti, vermaardheid, roem, beroemdheid (ookfig.), beroemd persoon.Celerity,səleriti, vlugheid, snelheid.Celery,seləri, selderij.Celestial,silestj’l, hemelsch (ookfig.), hemel …; Chineesch:Celestial empire= China; subst. hemelling; Chinees.Celestine,silestin,seləst(a)in, Celestine, Celestijner (monnik); een mineraal.Celibacy,selibəsi, ongehuwde staat;Celibate,selibit, ongehuwd (persoon).Cell,sel, cel, kluis, hol.Cellar,selə, kelder:Cellarflap= luik;Cellarflap dance= potsierlijke matrozendans;Cellar hole;Cellarman= wijnkooper, kelderwaard; keldermeester;Cellarage,seləridž, kelderruimte, kelderhuur;Cellarer= keldermeester;Cellaret, Cellaret= likeurkeldertje.Cellular,seljulə, cel - -:Cellular tissue= celweefsel;Cellulars= celplanten;Cellulate= met cellen;Cellule= celletje;Celluloid= celluloïde;Cellulose= cellulose; celachtig.Celt,selt, Kelt; bronzen (steenen) beitel;Celtic= Keltisch;Celticism= Keltisch idioom (gewoonte).Cement,siment, subst. cement, verband;Cementverb. cementeeren, samenbinden of -voegen;Cementation, cementeering;Cementer= bindmiddel.Cemetery,semət’ri, begraafplaats.Cenobite,sînəbait, kloosterling, ordebroeder.Cenotaph,senətaf, cenotaphium.Censer,sensə, wierookvat, bewierooker.Censor,sensə, censor, zedemeester, kunstrechter;Censorship= ambt van censor; censuur;Censorial, Censorious= berispend;Censoriousness= vitzucht;Censurable= berispelijk, laakbaar;Censure, subst. berisping, censuur, veroordeeling;Censureverb. berispen, bedillen, aanmerkingen maken:Motion of censure= motie van afkeuring.Census,sensəs, volkstelling:Census-paper;Census-taker= teller.Cent,sent, honderd, cent, 1⁄100 dollar:Per cent= percent;They do not count fora red cent= zijn geen rooden duit waard;Cent-shop= goedkoope bazaar.Cental,sentəl, 100 pondavoirdupois.Centaur,sentö. Centaur, sterrenbeeld.Centenarian,sentənêrj’n, honderdjarige.Centenary,sentənəri,Centennial, subst. honderd jaar, eeuwfeest; adj. honderdjarig.Centesimal,s’ntesim’l, subst. en adj. honderdste (gedeelte).Centigrade,sentigreid, van honderd graden:Twelve degrees centigrade= 12° Celsius.Centimetre,sentimîtə, centimeter.Centiped,sentiped,Centipede,sentipîd, duizendpoot.Centner,sentnə, centenaar; 100-deelig gewicht.Cento,sentou, compilatie.Central,sentr’l, centraal;Centralization= centralisatie;Centralize= centraliseeren.Centre,sentə, subst. middelpunt, centrum;Centreverb. in een middelpunt vereenigen (rusten), concentreeren:Centre-bit= centerboor;Centre-board= schip met kielzwaard;Centre-party= het Centrum;Centre of gravity= zwaartepunt;Centric= middelpuntig;Centricity = centrale ligging.Centrifugal,sentrifjug’l, middelpuntvliedend:Centrifugal force;Centrifugal machine= centrifuge.Centripetal,sentripət’l, middelpuntzoekend:Centripetal force.Centuple,sentjup’l, subst. honderdvoud;Centupleverb. verhonderdvoudigen.Centurion,sentjûriən, centurio.Century,sentjəri, eeuw:End-of-the-century product= fin de siècle, hypermodern product.Cephalic,səfalik,sefəlik, hoofd - -:Cephalic medicine, middel tegen hoofdpijn.Cephalitis,sefəlaitis, hersenontsteking.Cephalonia,sefəlounjə, Cephalonië.Cephalopod,sefələpod,sefaləpod, koppootig dier.Cerago,sireigou, bijenbrood.Ceramic,siramik:Ceramics= ceramiek.Cerate,sîrit, waszalf.Cere,sîə, was(huid), verb. wassen, verzegelen:Cerecloth= wasdoek; in was gedrenkt lijkkleed =Cerement(s).Cereal,sîrj’l, graan …:Cereals= graanvruchten;Non cereal crops= aardappelen, knollen, etc.Cerebellum,serəbel’m, kleine hersenen; Cerebral,serəbr’l, hersen …;Cerebrum,serəbrɐm, groote hersenen.Ceremonial,serəmounj’l, ceremonieel, ritueel, plechtig, vormelijk; subst. ceremonieel;Ceremonious= plechtstatig, vormelijk: subst.Ceremoniousness;Ceremony, ceremonie, vormelijkheid, hoffelijkheid:No Ceremonies!= geen complimenten!Master of Ceremonies= ceremoniemeester.Ceroon,sərûn, theebaal, van huiden gemaakt; korf thee (rozijnen).Cerris,Cerrus,serəs, Turksche eik.Certain,sɐ̂tin, zeker, verzekerd, onfeilbaar, zekere, eenige:I will not be certain= ik durf het niet zeker zeggen;Certainty= zekerheid:For (of, to) a certainty, (To a live certainty) = zéér zeker.Certes,sɐ̂tis, zekerlijk =Cert.Certificate,sɐ̂tifikit, subst. getuigschrift, diploma, akte;Certificateverb.sɐ̂tifikeit, een certificaat[84](attest) verleenen, diplomeeren:Do youhold certificates? = ben je gediplomeerd?Nautical certificate= stuurmansdiploma;Certification= attest;Certifier= verklaarder;Certify,sɐ̂tifai, attesteeren, betuigen, berichten, verklaren:This is to certify= hiermede verklaar ik;Certified copy= gewaarmerkt afschrift;This actcertifiedhim the knave he was= toonde;Certitude,sɐ̂titjûd, zekerheid, verzekering.Cerulean,sərûlj’n, hemelsblauw.Ceruse,sîrûs,sirûs, loodwit.Cervical,sɐ̂vik’l, nek-, hals …Cesar=Caesar.Cess,ses, subst. belasting;Cessverb. belasten.Cessation,seseiš’n, ophouding, stilstand:Cessation of (from) arms= wapenstilstand.Cessio bonorum,sešoubənôr’m, afstand door een insolvent verklaarde van al wat hij bezit aan zijne schuldeischers.Cession,seš’n, afstand, cessie;Cessionary= afstand doende; cessionaris.Cesspool,sespûl, riool, zinkput.Cestus,sestəs, cestus.Cetacea,siteišə, walvisschen;Cetacean, walvisch; Cetaceous = walvischachtig.Cevennes,səven, (De) Cevennen.Ceylon,silon,siloun,sîlən, Ceylon;Ceylonese,sîlənîz, Ceylonees(ch).Chab(o)uk,tšâbuk,tšəbuk, zweep.Chafe,tšeif, warm wrijven, schuren, breken tegen; afslijten, sarren, boos maken, in toorn ontsteken:The horsechafed upon the rein (bit)= schuimde in het gebit;Chafer= komfoor =Chafing-dish= komfoor.Chafer,tšeifə, kever, meikever.Chaff,tšäf, subst. kaf, haksel, kleinigheid; plagerij, scherts;Chaffverb. gekheid maken, in ’t ootje nemen:To divide the wheat from the chaff; Take your chaff to the goslings. No gammon with me= Doe jij zoo met kleine kinderen. Ik laat niet met me spelen;Chaffy= vol kaf; onbeduidend.Chaffer,tšafə, handelen, marchandeeren, dingen;Chafferer.Chaffinch,tšafinš, boekvink.Chagrin,šəgrîn, subst. kwelling, verdriet, slechte luim;Chagrinverb. verdrieten, plagen.Chain,tšein, subst. keten, ketting, reeks;Chains= gevangenschap;Chainverb. ketenen; aan een ketting leggen:To dothe ladies’ chain= een dansfiguur;Chain-bolt= deurketting;Chain-bridge= kettingbrug;Chain-gang= afdeeling kettinggangers;Chain-mail= maliënkolder;Chain-shot, kettingkogel;Chain-stitch= kettingsteek;Chainlet= kettinkje.Chair,tšêə, subst. stoel, zetel, voorzittersstoel, leerstoel, voorzitterschap, draagstoel;Chairverb. in een stoel in triomf ronddragen:To bein the (Vice-) chair;This alderman haspassed the chair= is Lord Mayor van de City geweest;Hetook the (was called to the) chair= presideerde, werd tot president verkozen;Chair-bottom= zitting;Chair-bottomer= stoelenmatter;Chairman= voorzitter; drager van een draagstoel;Chairmanship= presidium.Chaise,šeiz, sjees, rijtuig.Chalcedony,kalsedəni,kalsədoni, chalcedoon.Chalcograph,kalkəgraf, kopergravure.Chalcographer= graveur;Chalcography= graveerkunst.Chaldaic(al),kaldeiik(’l), Chaldeeuwsch;Chaldea(n),kaldîə(n), Chaldea (Chaldeeuwsch, Chaldeeër).Chaldron,tšôldr’n, koren- en kolenmaat (1163,157 L. koren;2888,9752 L. kolen).Chalet,šale, Zwitsersch landhuisje.Chalice,tšalis, kelk, avondmaalsbeker;Chaliced= kelkachtig.Chalk,tšôk, subst. krijt, krijtstreep;Chalkverb. met krijt mengen (schrijven, teekenen), aankalken, schetsen:French chalk= kleermakerskrijt;He is better than youby a long chalk,by long chalks= oneindig beter;Not by a long chalk= op verre na niet;These things areas different as chalk from cheese, as chalk and cheese= verschillen hemelsbreed;I found my waychalked out for me= aangewezen;I willchalk it down= aankalken;To chalk downa scheme= schetsen;Chalk-stone= jichtknobbels;Chalk-Sunday= de eerste Zondag van den Vastentijd (Ierland), waarop de meisjes de vrijgezellen krijt op hun jas smeerden;Chalkiness= krijtachtigheid;Chalky= krijtachtig; jichtknobbelachtig.Challenge,tšal’nž, subst. uitdaging, aanroeping (van een schildwacht), wraken (van een lid der jury of een getuige), aanslaan der jachthonden;Challengeverb. uitdagen, bestrijden, inroepen, eischen, wraken:I challenge contradiction= ik tart iedereen mij tegen te spreken;Challenger= uitdager, etc.Chalybeate,kəlibi-it, adj. ijzerhoudend:Chalybeate spring.Chamade,šəmeid, chamade.Chamber,tšeimbə, subst. vertrek, kamer (in verschillende beteekenissen);Chamberverb. sluiten in (voorzien van) een kamer:Chambers= een reeks deftig gemeubileerde kamers, zittingzaal, privaat-bureau van eenbarristerin eenInn: He had been toilingat chambersall day= op zijn bureau;Chamber of Commerce= Kamer van Koophandel;Chamber of a lock= schutkolk;Chamber-council=Chamber-counsel= advocaat, die slechtsChamber-practiceuitoefent; diens advies; geheim advies (gedachte);Chamber-maid= kamermeisje;Chamber-master= schoenmaker, die thuis voor magazijnen werkt;Chamber-music;Chamber-pot;Chamber-stool= nachtstoel;Chambered:A six-chambered revolver.
Cargo,kâgou, lading, goederen;Cargo-carrying= vrachtvarend.Caria,kêriə, Carië.Carib,karib, Karibe;Caribal, Karibisch =Carib(b)ean,karibjən;Carib(b)ee,karibî=Carib=Carrib(b)ean Islands.Caribou,karibû,karibû, N. Amer. rendier.Caricature,karikətjuə, subst. karikatuur;Caricatureverb. karikatureeren, bespottelijk voorstellen;Caricaturist= karikaturist.Caricous,karikɐs:Caricous tumour=vijggezwel.Caries,kêriîz, beeneter.Carillon,karil’n, klokkenspel.Carinthia,kərinthiə, Carinthië;Carinthian= Carinthisch; Carinthiër.Cariole,karioul, tweewielig rijtuigje.Cariosity,kêriositi, beeneter;Carious:Carious tooth= holle tand.Cark,kâk, subst. last, gewicht, zorg, kommer;Carkverb. kwellen; bezorgd zijn:Cark and care= kommer en zorg;Carking cares= kwellende zorgen.Carl(e),kâl, kerel, ruwe vent, boer;Carlin(e),kâlin, oud wijf, heks.Carlisle,kâlail.Carlovingian,kâləvinžən, Karolingisch.Carlyle,kâlail;Carlylean= Carlyliaansch;Carlylese, Carlylesque, in den stijl (trant) van C;Carlylism= volgens C’sspraakgebruik.Carmagnole,kâm’njoul, Carmagnole.Carmarthen,kâmâth’n.Carmelite,kâməlait. Karmeliet; Karmalitisch; soort laken, soort v. peer.Carmichael,kâmaik’l,kâmaik’l.Carmine,kâm(a)in, karmozijn.Carnage,kânidž, subst. bloedbad, slachting;Carnageverb. moorden.Carnal,kân’l, vleeschelijk, zinnelijk:Carnal intercourse= vleeschelijke gemeenschap;Carnal-minded= zinnelijk;Carnality, zinnelijkheid.Carnarvon,kânâv’n.Carnassialkânaš’l:Carnassial tooth= scheurtand.Carnation,kâneiš’n, anjelier; vleeschkleur.Carnegie,kâneigi.Carnival,kâniv’l, carneval, pret.Carnivore,kânivö, vleeschetend dier;Carnivorous, vleeschetend.Carol,kar’l, subst. (lof)zang, lied, gekweel;Carolverb. (lof)zingen, kweelen.Carolina,karəlainə;Caroline,karəl(a)in:The Caroline Age= tijd van Karel I.Carolus,karəlɐs, gouden munt (van Karel I) van 20, later 23 shillings.Carom,karəm, carambole; gelukje;Caromverb. caramboleeren (Amer.).Carousal,kərauz’l, feest, drinkgelag;Carouse, subst. drinkgelag;Carouseverb. drinken, pret maken;Carouser= pretmaker.Carp,kâp, karper.Carp,kâp, vitten, bedillen (at).Carpathian,kâpeithiən, Karpatisch.Carpenter,kâp’ntə, subst. timmerman;Carpenterverb. timmeren;Carpentry= timmermansambacht, -werk.Carpet,kâpət, subst. tapijt; tafelkleed, looper; adj. verwijfd, salon - -;Carpetverb. met een tapijt beleggen; berispen:Carpeting= tapijtstoffen;It ison the carpet now= het is nu op het tapijt;Tobring on the carpet= op het tapijt brengen (fig.);Carpet-bag= subst. reiszak, valies:Carpet-bag politiciansofCarpet-baggers= eigenlijk de politieke avonturiers, die na den oorlog v. 1861–65, naar de zuidelijke staten in N. Amer. trokken om, met behulp van denegro-vote, polit. invloed te krijgen en wier eenigeproperty-qualificationvaak slechts uit den inhoud van huncarpet-bagsbestond;Carpet-beater= tapijtklopper; bediende aan tafel (iron.);Carpet-dance (Carpet-hop)= geïmproviseerd huiselijk bal;Carpet-knight= saletjonker;Carpet-rod= traproede;Carpet-slippers= gewerkte pantoffels;Carpet-walk= zacht, mossig pad.Carpus,kâpəs, handwortelbeenderen.Carrack,karək, karaak.Carrag(h)een,karəgîn, Iersch mos.Carriage,karidž, subst. rijtuig, wagon; affuit; vervoer; vrachtprijs; last, gedrag, houding, leiding, geraamte (van wagens):Carriage-builder;Carriage-clock= reisklokje;Carriage-door= portier;Carriage-double= dubbele slag met den klopper; deurtjebel;Carriage-drive= rijlaan;Carriage-free= franco (Carriage-paid);Carriage-step= trede;Carriage-tapper= spoorbeambte die a/h laatste station de rijtuigen nazoekt.Carrick-bend,karikbend, kruissteek (scheepst.).Carrier,kariə, vrachtrijder, vervoerder, voerman:General carrier= expediteur, bode, postduif (=Carrier-pigeon).[79]Carrion,kariən, subst. kreng:Carrion-beetle= aaskever;Carrion-crow= aasraaf;Carrion-vulture= aasgier.Carrom,karəm, ZieCarom.Carronade,karəneid, scheepskanonnetje.Carrot,karət, gele wortel, karot:Carrots= rood haar; rooie;Carroty= geelrood.Carry,kari, dragen, vervoeren, brengen, overbrengen, overdragen (van eigendommen enz.), binnenbrengen; wegnemen; uitwerken, volbrengen, de overhand behouden, verdragen, meebrengen, bij zich hebben, verkrijgen; uitdrukken; vertoon maken, bevatten; met geweld nemen, kleven (van sneeuw b.v. aan de voeten), het hoofd hoog dragen; draagwijdte:Tocarry the day= de overwinning behalen;Tocarry coals= zich als voetveeg laten gebruiken;Tocarry coals to Newcastle= turf in ’t veen brengen;The motion was carried= aangenomen;Seven and eight are fifteen,five carry one= vijf ’k houd er één;Tocarry an outwork= (in)nemen (Mil.);Tocarry property= overdragen;Don’tcarry tales= klap niet uit de school;Tocarry the wind= het hoofd hoog dragen (van paarden);Tocarry one’s yearslightly= met eere.Met adject.:Tocarry fair= zich vriendelijk toonen;That iscarrying it very fine= gij neemt het zeer nauw;Tocarry it high= zijn neus in den wind steken;Fetch and carry= apporteeren.CarryMet voorz. en bijw.:Tocarry about= (met zich) ronddragen;Quantitycarrieditagainstquality= won het van;Tocarry along= voortdragen;Tocarry away= wegdragen;As far as my memory will carry me back= gaat;I was (got)carried awayby my anger= liet mij meesleepen;Hecarriedeverythingbeforehim= won alles, van allen;It will becarried forward (to your credit)= geboekt, overgebracht;The work wascarried intoexecution= ten uitvoer gebracht;To carry off= wegvoeren;Shecarried offthe honours in her class= behaalde de prijzen;To carrya thingoff= iets tot een goed einde brengen, redden door talentvolle behandeling, zich er doorslaan;Drink and idlenesscarriedthemoff= sleepten … ten grave;Don’tcarry onlike that= stel u niet zoo aan;Tocarry ona business, a lawsuit= drijven, proces voeren;Tocarry out= naar buiten dragen, uitvoeren, voleinden;Tocarry over= overdragen, transporteeren, vertalen;The character of the hero iscarried throughto the end= volgehouden;Theycarrieditthroughat all costs= zetten het door “coûte que coûte”;Carry-all= Am. rijtuig; slede;Carrying-agent= expediteur;Carrying-business= expeditiezaak;Carrying-trade= expeditiezaak, reederij; vrachtvaart;Carrying-traffic= goederenvervoer;Carrying-van= vrachtwagen.Carse(land),kâs(land), aangeslibd land (Schotl.).Cart,kât, subst. vracht(kar);Cartverb. per vrachtkar vervoeren:To put the cart before the horse= de paarden achter den wagen spannen;To be put in the cart= beetgenomen worden;Cartage,kâtidž, vrachtvervoer, vrachtloon;Canvas cart-cover= huif;Cart-horse= karrepaard;Cart-load= vracht;Cart-wheel= wagenrad, 5 shillingstuk;Todo (tumble, turn) cart-wheels= kopje-over duikelen;Cartwright= wagenmaker;Carter= karrijder, vrachtrijder.Carte,kât, paradeslag, menu, photographie:Carte-de-visite,kâtdəvizît.Cartel,kât’l,kâtel, overeenkomst tot uitwisseling van gevangenen; cartel; uitdaging.Cartesian,kâtîž’n, Cartesiaansch aanhanger van Descartes:Cartesian-devil (Cartesian-diver, Cartesian-figure)= C. duikertje.Carthamus,kâthəmɐs, saffloer.Carthage,kâthidž, Carthago;Carthagian,kâtheidžj’n, Carthaagsch; Carthager.Carthusian,kâthjûžən, Karthuizer (monnik).Cartilage,kâtilidž, kraakbeen;Cartilaginous,kâtiladžinɐs, kraakbeenachtig, kraakbeen …Carton,kât’n, karton, wit van eene schietschijf of een schot daarin.Cartoon,kâtûn, kartonteekening; spotprent, die een geheele pagina vult; patroon;Cartoonist= caricatuurteekenaar.Cartouche,kâtûš, kardoes, patroon; huls; sierlijst:Cartouche-box, kardoeskist.Cartridge,kâtridž, patroon, kardoes:Cartridge-bag;Cartridge-box;Cartridge-paper(ook een soort teekenpapier);Cartridge-pouch= patroontasch;Ball cartridge,Blank cartridge= scherpe, losse patroon.Cartulary,kâtjuləri, klooster of kerkregister, archief, archivaris.Carve,kâv, snijden, voorsnijden, beeldsnijden, graveeren:Tocarve one’s way= zich een weg banen;Every one must carve out his own fortune= ieder is de bewerker van zijn eigen fortuin;Carved=Carven= gesneden, gebeeldhouwd;Carver= beeldhouwer, houtsnijder;Carving= snijwerk:Carving-knife= voorsnijmes.Caryatid,kariatid(Meerv.Caryatides,kariatidîz), caryatide.Cascade,kaskeid, kleine waterval; ookCascadeverb.Case,keis, subst. etui, schede, kist, kast, koker, trommel, stolp, dek, overtrek, band, letterkast; gebeurtenis, voorbeeld, rechtszaak, rechtsgrond, naamval, geval, toestand;Caseverb. insluiten, overtrekken, in een koker of kist doen:Botanical case (Dressing case, Surgical case);In your case= geval;In case of need= geval van nood;In no case;In nine cases out of ten;Tobe in the case= in ’t spel zijn;The case is still on= de zaak is nog voor;The prosecution failed to make out its case= slaagde er niet in de aanklacht te motiveeren;Tomake out one’s own case= voor eigen belangen opkomen;Case-harden= harden; verharden (fig.);Case-bottle= veldflesch;Case-knife= dolk, hartsvanger;Case-shot= (granaat)kartets;Case-window= schuifraam;Case-work= het maken van den band, het bevestigen van het ingenaaide boek; zetten.[80]Casein(e),keisi-in, kaasstof.Casemate,keismeit, kazemat; hol lijstwerk.Casement,keism’nt,keizm’nt, openslaand venster, hol lijstwerk.Caseous,keisiəs, kaasachtig.Cash,kaš, subst. kas, geld, gereed geld;Cashverb. wisselen, incasseeren, te gelde maken, realiseeren, honoreeren; de kas opmaken (up):Down with the cash= eerst geld!For cash= à contant;Tobe in cash= bij kas zijn;Tobe out of (not in, short of) cash= slecht bij kas zijn;Tokeep the cash= de kas houden;Topay (in) cash= contant betalen;Tosell for cash= à contant;Hard (Ready) cash= baar geld;These are6 sh. cash= kosten 6sh.contant;Cash-book;Cash-box= geldcassette;Cash-keeper= kashouder;Cash-price= prijs tegen contant geld;Cash-system= contante betaling.Cashier,kəšîə, subst. kassier;Cashierverb. ontslaan, afdanken.Cashmere,kašmîə,kašmîə, subst. cachemir:Cashmere shawl.Cashoo,kəšû, cachou, of catechu.Casing,keisiŋ, omhulsel, foudraal, overtrek, bekleeding, mantel.Casino,kasînou, Casino.Cask,kâsk, vat, ton;Caskverb. in een vat doen.Casket,kâskət, cassette, kistje; kostbare doodkist (Amer.);Casketverb. in eene cassette of een kistje besluiten.Caspian (The),kaspj’n, de Kaspische Zee.Casque,kâsk, helm, stormhoed:Gold casque= gouden oorijzer.Cassation,kəseiš’n, cassatie:Court of Cassation= hof van cassatie (Frankrijk).Casse-paper,kaspeipə, kaspapier.Cassia,kašə, cassia; kassie; laurier(bast).Cassimere,kasimîə, kazimier (wollen stof).Cassinet(te),kasinet, soort stof.Cassino,kəsînou, soort kaartspel.Cassock,kasək, engsluitende toog van priesters of koorknapen, soutane.Cassonade,kasəneid, ongeraffineerde suiker.Cassowary,kasəwəri, Casuaris.Cast,kâst, subst. worp, gooi; oogopslap, blik; vorm, afgietsel, indruk, tint, karakter, aard, berekening, rolverdeeling;Castverb. werpen, afwerpen, te vroeg werpen, neerwerpen, overwinnen, stem uitbrengen, doen verliezen, uitschiften, afdanken, berekenen; de rollen verdeelen; optellen, uitrekenen, krom trekken, gieten, stereotypeeren, vallen, zoeken:His genius wasof a gloomy cast= somberen aard;Apromising cast= goede hengelplaats;Thecast of a man’s features= vorm;The cast of the playwas excellent= rolverdeeling;He hasa cast in his eye= hij kijkt loensch;I amat the last cast= tot het uiterste gebracht;Hemade an unsuccessful cast atthe line of the fox= slaagde niet het spoor te vinden;The die is cast= de teerling is geworpen;The horse cast itself= sloeg over den kop;Tocast (up) accounts (charges, expenses)= opmaken;Tocast anchor= laten vallen;Tocast doubts on= twijfel oppperen omtrent; Tocast dust into a person’s eyes= iemand zand in de oogen strooien;Tocast light on= licht laten vallen op;Tocast a look (glance, eye) on= blik werpen;Tocast lots= loten;To cast a person’snativity= iemands toekomst uit de sterren voorspellen;Tocast parts= de rollen verdeelen;Tocast reflections= critiseeren;The horsecast a shoe= verloor een hoefijzer;Tocast a thing in a person’s teeth= iemand iets voor de voeten werpen;Tocast votes= stemmen;The cow has cast her young= ontijdig geworpen;Hecast himself adriftupon the world= ging de wijde wereld in;Tocast loose= losgooien;Met voorz. en bijw.:Tocast about forthe philosopher’s stone= zoeken naar den steen der wijzen;He wascast forHoratio= aangewezen voor de rol;Icast inmy lot with that party= sloot mij aan bij;He began tocast in his mind= bij zich zelven te overleggen;Tocast offcopy= een gedeelte van een handschrift zetten, om te zien hoeveel pagina’s druks het wordt;Tocast off= losgooien (van een schip);The ship cast off= gooide de trossen los;She cast me off= gaf mij den bons;He cast himselfonhis enemies= gaf zich over, deed een beroep op;I cast myselfonyour pity= doe een beroep op;Tocast up= uitwerpen, opslaan, uitbraken; optellen, berekenen;Castaway,kâstəwei, subst. balling, verworpeling; schipbreukeling; ontredderd schip; adj. nutteloos, verworpen;Cast-house= gieterij;Cast-iron= gietijzer; adj. onverzettelijk, onhandelbaar;Cast-off= waardeloos, afgedankt;Cast-steel= gegoten staal;Casting= gieten, gietstuk; adj. beslissend:Casting-bottle= spuitfleschje;Casting-net= werpnet;Casting vote= beslissende stem.Castanea,kasteinjə, kastanje.Castanets,kastənets, castagnetten.Caste,kâst, kaste:Tolose caste= zijn rang in de maatschappij verliezen;Caste feeling= kastengeest.Castellan,kastəl’n, slotvoogd;Castellated= van torens en kanteelen voorzien.Caster,kâstə, gooier, gieter, regisseur, rekenaar, wieltje, strooier, afgedankt dienstpaard:Set of casters= olie en azijnstel.Castigate,kastigeit, kastijden, gispen, verbeteren; Castigation = kastijding, tekstverbetering.Castile,kastîl, Castilië;Castilian,kastilj’n, Kastiliaan(sch).Casting, ZieCast.Castle,kâs’l, subst. kasteel, slot;Castleverb. rokkeeren:It brought down the wholecard-castle= deed het heele kaartenhuis instorten;Castle in the air,Castle in Spain= luchtkasteel;Castle-builder= droomer, fantast;Castle-gate= slotpoort;Castle-keeper= slotvoogd;Castled elephant= torendragende oorlogsolifant.Castor,kâstə, bever(geil); kastoren hoed; wieltje; strooier:Castor-oil= wonderolie.Castor and Pollux,kâstər’ndpoləks, de Tweelingen (Dierenriem); St. Elmusvuur.Castoreum,kastôriəm, bevergeil.[81]Castrate,kastreit, castreeren, een boek zuiveren van aanstootelijke plaatsen; subst. eunuch; adj. gecastreerd;Castration= ontmanning, etc.;Castrato= gecastreerd zanger.Casual,kažuəl, adj. toevallig, bij gelegenheid voorkomend; subst. daklooze (in een asyl of armhuis tijdelijk opgenomen):Casuals= de bij een ramp omgekomenen; de als vermist opgegevenen;Casual labourers= losse werklieden;Casual ward= asyl;Casualism= de leer dat alles toeval is;Casualist, aanhanger van die leer;Casualty= toevalligheid, toeval, ongeluk;Casualties= verliezen aan menschenlevens, ongelukken, ongevallen.Casuistic(al,)kažuistik(’l), casuistisch;Casuist= sophist;Casuistics=Casuistry, casuistiek.Cat,kat, subst. kat (ookfig.); soort van schip, sterke takel, dubbele treeft;Catverb. katten (scheepst.):Every cat to her kind= het muist wat van katten komt;A cat has nine lives= een kat komt altijd op zijn pootjes neer;The cat is out of the bag= het geheim is verklapt;Care killed the cat= Vooruit! er is geen lieve moederen aan;To let the cat out of the bag= uit de school klappen;Theylive like cat and dog= als kat en hond;Itrained cats and dogs= het regende baksteenen;Tosee how the cat jumps= de kat uit den boom kijken;Heleads her a cat-and-dog life= zij heeft een hondenleven bij hem;You have beenmade a cat’s paw of by her= ze heeft je de kastanjes uit het vuur laten halen;The translatorplays the cat and banjo withHeine’s most tuneful metres= bederft totaal;Cat-bird= Amer. spotlijster;Cat-call (Cat-pipe)= schel fluitje;Cat-callverb. uitfluiten;Cat-eyed= in staat in ’t donker te zien;Cat-gut= darmsnaar; soort stramien;Cat-gut scraper= fidelaar;Cat-head= kraanbalk;Cat-nap= hazenslaapje, dutje;Cat’s eye= kat(ten)oog;Cat’s paw= licht briesje; dupe, werktuig;Cat’s meat= vleeschafval (voor katten);Cat’s-tail= kattestaart, breedbladige lischdodde;The cat-scene= het tooneel (in de Engelsche pantomimes), wanneer alles duister is, juist voor detransformation scene;Cattish= kattig; subst.Cattishness.Cataclysm,katəklizm, geweldige beroering, groote ramp, zondvloed:Cataclysmal, als een c.Catacombs,katəkoumz, Catacomben.Catafalque,katəfalk, katafalk.Catalepsy,katəlepsi, zinvang;Cataleptic= lijder aan z.; lijdend aan z.Catalogue,katəlog, subst. catalogus;Catalogueverb. catalogiseeren:He did not know howto catalogue her= waar te plaatsen.Catalonia,katəlounjə, Catalonië;Catalonian, Catalonisch, Cataloniër.Catamaran,katəməran,kətaməran, vlot, platboomd vaartuig; feeks.Catamount(ain),katəmaunt(in), puma.Catapult,katəpɐlt, catapult.Cataract,katərakt, waterval; cataract, grauwe staar:Tocouch a cataract= van de staar lichten.Catarrh,kətâ, catarrhe;Catarrhal syringe= neusspuit.Catastrophe,kətastrəfi, catastrophe; adj.Catastrophic.Catch,katš, subst. vangst, buit, trek, goede partij, voordeeltje, houvast, greep, strikvraag, stokken (v. stem), onderbreking, afwateringssloot, cànon (muziek), steunijzer, klink;Catchverb. vangen, grijpen, achterhalen (up), betrappen; boeien, winnen, begrijpen, treffen, toebrengen, in de rede vallen (up), blijven hangen, afnemen, vatten (van koude, eene ziekte, enz.); verward raken, in elkaar grijpen, aanstekelijk zijn, zich verbreiden (on):A bit of a catch= een fortuintje;A poor catch= schrale vangst;It isno great catch= niet veel zaaks;Great catches= begeerlijke partijen;She marriedthe catch of the season= beste partij van hetSeason(in Londen van Mei tot Aug.);There is a catch in it= er steekt wat achter;Tolive upon the catch= van roof leven;Tocatch it= een pak slaag oploopen, er van langs krijgen;Catch me (at it)!= dat kan je denken! dan kan je lang wachten!Catch and have= wien heeft, dien wordt gegeven;Tocatch the Speaker’s eye= door opstaan den voorzitter om ’t woord vragen, het woord krijgen;Tocatch a glimpse of= in ’t oog krijgen, even zien;Tocatch hold of= aanpakken, vastgrijpen;I don’tcatch your meaning (what you say)= begrijp, snap niet;Tocatch sight of= in ’t oog krijgen;Tocatch step= in den pas komen;Tocatch the train= halen;Hecaught atall opportunities= pakte aan;Hecaught at me= greep naar;I’ll make himcatch on= doen toehappen;You havecaught onhere= succes gehad;Tocatch out= op een fout betrappen;The lake wascaught over= met een vliesje ijs bedekt;Hecaught towardshim a scrap of paper= haalde naar zich toe;Tocatch up= haastig opnemen; terechtwijzen;Catch-drain= wetering, afvoerkanaal;Catch-’em-alive= soort vliegenpapier;Catch-lands= markegronden;Catch-line= korte titelregel tusschen 2 langere met grooter letter; vervolgwoord onder aan de bladzijde:The report of the Labour Commission is the latestcatch-line= het rapport van de Enquête-commissie v. d. Arbeid is het jongste opvallend onderwerp van den dag;Catch-meadow= gedraineerde weide;Acatch-penny title= een verlokkende, bedriegelijke titel;Catchphrase= een op effect berekende uitdrukking;Catch-pole, Catch-poll= dievenvanger;Catch-question= strikvraag;Catchword= vervolgwoord onder aan eene bladzijde, slagwoord (bij acteurs); leus;Catching= besmettelijk, aanstekelijk; pakkend, bekoorlijk.Catchup,katšəp, pikante saus (uit champignons, tomaten, etc. ookCatsup, enKatchup).Cate(s),keit(s), spijs, lekkernijen.Catechetic(al),katəketik(’l), catechetisch;Catechism= catechismus;Catechistic(al)= catechetisch;Catechization= catechisatie,[82]Catechize= catechiseeren, onder handen nemen.Catechu,katə(t)šû, cachou.Catechumen,katəkjûm’n, katechumeen, beginner.Categorical,katəgorik’l, categorisch;Category= categorie.Cater,keitə, voedsel, genot, enz. verschaffen:In those daysart catered to (for) the national vanity= vleide de kunst de nationale ijdelheid;Cater-cousin,keitəkɐz’n, verre bloedverwant, goede vriend;Caterer= leverancier, proviandmeester.Cateran,katər’n, Iersche of Schotsche vrijbuiter.Caterpillar,katəpilə, rups.Caterwaul,katəwôl, subst. kattengegrol;Caterwaulverb. grollen als krolsche katten.Catharina,kathərainə, Catharina;Catharine,kathərin:Catharine-wheel= radvenster; vuurrad:Todo (turn) Catharine-wheels= buitelen.Cathedra,kathidrə,kəthîdrə, bisschopsstoel; katheder:Ex cathedra= met gezag; uit de hoogte.Cathedral,kəthîdr’lsubst. kathedraal; adj.:Cathedral church= domkerk.Catherine,kathərin.Cathode,kathoud, negatieve pool (electr.).Catholic,kathəlik, katholiek, algemeen, onpartijdig; subst. R. Katholiek:Roman Catholic Church= de R.K. kerk;Catholicism, katholicisme;Catholicity= algemeenheid, onpartijdigheid;Catholicize= katholiseeren.Catilina,katilainə(Catiline,katilain), Catilina;Catilinarian, Catilinarisch; samenzweerder.Catkin,katkin, katje (van wilgen, enz.).Catling,katliŋ, darmsnaar, ontleedmes.Cato,keitou;Catonian= Catonisch, streng, deugdzaam.Cattle,kat’l, rundvee; paarden:Blood cattle= stamboekvee:Cattle-box(=Cattle-truck) = veewagen;Cattle-breeding= veeteelt;Cattle-dealer= veehandelaar;Cattle-plague= veepest;Cattle-range (Cattle-ranch)= weidegrond;Cattle-run= weideplaats (Amer.);Cattle-show= veetentoonstelling.Caucasian,kôkeiš’n, Caucasisch; Caucasiër;Caucasus,kôkəsɐs, Caucasus.Caucus,kôkəs, voorloopige partijbijeenkomst ter voorbereiding eener verkiezing (Amer.); kiescomité;Caucusverb. door een caucus bewerken; een caucus houden.Caudal,kôd’l, staart - -;Caudate= gestaart.Caudex,kôdeks, stam v. palm, of boomvaren.Caudle,kôd’l, kandeel.Cauf,kôf, vischkaar.Caught,kôt, imperf. en part. perf. vanTo catch.Caul,kôl, darmnet; haarnetje, helm:To beborn with a caul.Cauldron. ZieCaldron.Cauliflower,koliflauə, bloemkool;Cauline= stengel …Caulk,kôk. ZieCalk.Causal,kôz’l, oorzakelijk;Causality= oorzakelijkheid;Causation= veroorzaking;Causative= causaal; causatief.Cause,kôz, oorzaak, reden, beweegreden, zaak, aangelegenheid;Causeverb. veroorzaken, voortbrengen:The First Cause= God;He was called upto show causewith reference to a nuisance= hij werd voorgeroepen om zich te verantwoorden wegens burengerucht (of overlast);He caused his mento follow him= liet;Causeless= zonder oorzaak.Cause(wa)y,kôz(we)i, subst. straatweg, verhoogd voetpad, dam, steiger, aanlegplaats;Causeverb. plaveien:A littlestone cause= geplaveid straatje;Awooden cause= steiger.Caustic,kôstik, subst. bijtmiddel; adj. bijtend, scherp:Lunar caustic= helsche steen;Causticity= scherpheid, sarcasme.Cauter,kôtə, brandijzer;Cauterization= uitbranding;Cauterize= uitbranden;Cautery= branden; brandijzer, brandmiddel.Caution,kôš’nsubst. omzichtigheid, waarschuwing; pand; iets geweldigs (zonderlings);Cautionverb. waarschuwen:Well, you’re a caution!= jij bent een best merk!That’s a caution= da’s kras!Caution-money= waarborgsom;Cautionary= waarschuwend;Cautious= omzichtig: subst.Cautiousness.Cavalcade,kav’lkeid, cavalcade.Cavalier,kavəlîə, subst. ridder, ruiter, cavalier, Royalist; adj. ongedwongen, zorgeloos, trotsch, aanmatigend.Cavalry,kav’lri, ruiterij.Cavatina,kavatînə, cavatine (muz.).Cave,keiv, subst. hol, grot, het bukken of toegeven; afscheiding van een politieke partij; de afgescheidenen;Caveverb. instorten, inzakken, inslaan, uithollen, toegeven:He rose to make a speech but sooncaved in= bleef steken;We shall nevercave into the French, so far as Egypt is concerned= toegeven;Acaved-inold hat;Cave-dwellers= holbewoners =Cave-men.Caveat,keivjət, subst. protest; patentaanvrage (Amer.);Caveatverb. een caveat beteekenen; caveeren (bij het schermen):To enter (Put in) a caveat= een protest indienen;Caveator= protesteerende; protestaanvrager.Cavendish,kav’ndiš,kandiš, (tot koeken geperste) tabak.Cavern,kavən, spelonk, hol;Caverned, vol holen;Cavernous= hol, vol holen.Caves(s)on,kavəs’n, neuspranger.Caviar(e),kaviâ, kaviaar:Caviar to the general= te fijn voor den grooten hoop.Cavil,kav’l, verb. vitten op (at); subst. chicane, haarklooverij:Without cavil= buiten twijfel;Caviller= vitter, nijdas.Cavin,kavin, holle weg.Cavity,kaviti, holte.Cavort,kəvöt, steigeren, rondspringen, druk doen.Caw,kô, subst. gekras;Cawverb. krassen.Cawnpore,kônpûə,kônpə.Caxton,kakst’n, Caxton; boek doorCaxtongedrukt.Cay,kei, rif, zandbank, eilandje.Cayenne,keien,kaien, Cayenne(peper).Cayman,keim’n, alligator, kaaiman.Cazique,kəzîk, Amer. opperhoofd.Cease,sîs, ophouden, staken, laten varen;[83]doen ophouden:Ceaseless= onophoudelijk.Cecil,sesil,sisil;Cecils,sîsilz, gebakken vleeschballetjes;Cecilia;Cecily.Cedar,sîdə, subst. ceder; adj. van cederhout =Cedarn=Cedrine,sîdr(a)in.Cede,sîd, afstaan, opgeven, wijken.Cedrat(e),sîdrit, citroenboom.Cedric,sedrik.Cee-spring,sîspriŋ, wagenveer in den vorm eener liggendec= ⏑.Ceiling,sîliŋ, plafond, zoldering; wegering (scheepst.).Celadon,seləd’n, bleekgroen (porselein); sentimenteele minnaar.Celandine,sel’ndain, schelkruid.Celebes,seləbîz,seləbez.Celebrant,seləbr’nt, de priester, die de mis opdraagt:Thecelebrantsof the Shelley Centenary= deelnemers aan de viering;Celebrate= vieren, loven, celebreeren, herdenken;Celebrated= beroemd, vermaard;Celebration= verheerlijking, viering;Celebrator= vierder;Celebrity,səlebriti, vermaardheid, roem, beroemdheid (ookfig.), beroemd persoon.Celerity,səleriti, vlugheid, snelheid.Celery,seləri, selderij.Celestial,silestj’l, hemelsch (ookfig.), hemel …; Chineesch:Celestial empire= China; subst. hemelling; Chinees.Celestine,silestin,seləst(a)in, Celestine, Celestijner (monnik); een mineraal.Celibacy,selibəsi, ongehuwde staat;Celibate,selibit, ongehuwd (persoon).Cell,sel, cel, kluis, hol.Cellar,selə, kelder:Cellarflap= luik;Cellarflap dance= potsierlijke matrozendans;Cellar hole;Cellarman= wijnkooper, kelderwaard; keldermeester;Cellarage,seləridž, kelderruimte, kelderhuur;Cellarer= keldermeester;Cellaret, Cellaret= likeurkeldertje.Cellular,seljulə, cel - -:Cellular tissue= celweefsel;Cellulars= celplanten;Cellulate= met cellen;Cellule= celletje;Celluloid= celluloïde;Cellulose= cellulose; celachtig.Celt,selt, Kelt; bronzen (steenen) beitel;Celtic= Keltisch;Celticism= Keltisch idioom (gewoonte).Cement,siment, subst. cement, verband;Cementverb. cementeeren, samenbinden of -voegen;Cementation, cementeering;Cementer= bindmiddel.Cemetery,semət’ri, begraafplaats.Cenobite,sînəbait, kloosterling, ordebroeder.Cenotaph,senətaf, cenotaphium.Censer,sensə, wierookvat, bewierooker.Censor,sensə, censor, zedemeester, kunstrechter;Censorship= ambt van censor; censuur;Censorial, Censorious= berispend;Censoriousness= vitzucht;Censurable= berispelijk, laakbaar;Censure, subst. berisping, censuur, veroordeeling;Censureverb. berispen, bedillen, aanmerkingen maken:Motion of censure= motie van afkeuring.Census,sensəs, volkstelling:Census-paper;Census-taker= teller.Cent,sent, honderd, cent, 1⁄100 dollar:Per cent= percent;They do not count fora red cent= zijn geen rooden duit waard;Cent-shop= goedkoope bazaar.Cental,sentəl, 100 pondavoirdupois.Centaur,sentö. Centaur, sterrenbeeld.Centenarian,sentənêrj’n, honderdjarige.Centenary,sentənəri,Centennial, subst. honderd jaar, eeuwfeest; adj. honderdjarig.Centesimal,s’ntesim’l, subst. en adj. honderdste (gedeelte).Centigrade,sentigreid, van honderd graden:Twelve degrees centigrade= 12° Celsius.Centimetre,sentimîtə, centimeter.Centiped,sentiped,Centipede,sentipîd, duizendpoot.Centner,sentnə, centenaar; 100-deelig gewicht.Cento,sentou, compilatie.Central,sentr’l, centraal;Centralization= centralisatie;Centralize= centraliseeren.Centre,sentə, subst. middelpunt, centrum;Centreverb. in een middelpunt vereenigen (rusten), concentreeren:Centre-bit= centerboor;Centre-board= schip met kielzwaard;Centre-party= het Centrum;Centre of gravity= zwaartepunt;Centric= middelpuntig;Centricity = centrale ligging.Centrifugal,sentrifjug’l, middelpuntvliedend:Centrifugal force;Centrifugal machine= centrifuge.Centripetal,sentripət’l, middelpuntzoekend:Centripetal force.Centuple,sentjup’l, subst. honderdvoud;Centupleverb. verhonderdvoudigen.Centurion,sentjûriən, centurio.Century,sentjəri, eeuw:End-of-the-century product= fin de siècle, hypermodern product.Cephalic,səfalik,sefəlik, hoofd - -:Cephalic medicine, middel tegen hoofdpijn.Cephalitis,sefəlaitis, hersenontsteking.Cephalonia,sefəlounjə, Cephalonië.Cephalopod,sefələpod,sefaləpod, koppootig dier.Cerago,sireigou, bijenbrood.Ceramic,siramik:Ceramics= ceramiek.Cerate,sîrit, waszalf.Cere,sîə, was(huid), verb. wassen, verzegelen:Cerecloth= wasdoek; in was gedrenkt lijkkleed =Cerement(s).Cereal,sîrj’l, graan …:Cereals= graanvruchten;Non cereal crops= aardappelen, knollen, etc.Cerebellum,serəbel’m, kleine hersenen; Cerebral,serəbr’l, hersen …;Cerebrum,serəbrɐm, groote hersenen.Ceremonial,serəmounj’l, ceremonieel, ritueel, plechtig, vormelijk; subst. ceremonieel;Ceremonious= plechtstatig, vormelijk: subst.Ceremoniousness;Ceremony, ceremonie, vormelijkheid, hoffelijkheid:No Ceremonies!= geen complimenten!Master of Ceremonies= ceremoniemeester.Ceroon,sərûn, theebaal, van huiden gemaakt; korf thee (rozijnen).Cerris,Cerrus,serəs, Turksche eik.Certain,sɐ̂tin, zeker, verzekerd, onfeilbaar, zekere, eenige:I will not be certain= ik durf het niet zeker zeggen;Certainty= zekerheid:For (of, to) a certainty, (To a live certainty) = zéér zeker.Certes,sɐ̂tis, zekerlijk =Cert.Certificate,sɐ̂tifikit, subst. getuigschrift, diploma, akte;Certificateverb.sɐ̂tifikeit, een certificaat[84](attest) verleenen, diplomeeren:Do youhold certificates? = ben je gediplomeerd?Nautical certificate= stuurmansdiploma;Certification= attest;Certifier= verklaarder;Certify,sɐ̂tifai, attesteeren, betuigen, berichten, verklaren:This is to certify= hiermede verklaar ik;Certified copy= gewaarmerkt afschrift;This actcertifiedhim the knave he was= toonde;Certitude,sɐ̂titjûd, zekerheid, verzekering.Cerulean,sərûlj’n, hemelsblauw.Ceruse,sîrûs,sirûs, loodwit.Cervical,sɐ̂vik’l, nek-, hals …Cesar=Caesar.Cess,ses, subst. belasting;Cessverb. belasten.Cessation,seseiš’n, ophouding, stilstand:Cessation of (from) arms= wapenstilstand.Cessio bonorum,sešoubənôr’m, afstand door een insolvent verklaarde van al wat hij bezit aan zijne schuldeischers.Cession,seš’n, afstand, cessie;Cessionary= afstand doende; cessionaris.Cesspool,sespûl, riool, zinkput.Cestus,sestəs, cestus.Cetacea,siteišə, walvisschen;Cetacean, walvisch; Cetaceous = walvischachtig.Cevennes,səven, (De) Cevennen.Ceylon,silon,siloun,sîlən, Ceylon;Ceylonese,sîlənîz, Ceylonees(ch).Chab(o)uk,tšâbuk,tšəbuk, zweep.Chafe,tšeif, warm wrijven, schuren, breken tegen; afslijten, sarren, boos maken, in toorn ontsteken:The horsechafed upon the rein (bit)= schuimde in het gebit;Chafer= komfoor =Chafing-dish= komfoor.Chafer,tšeifə, kever, meikever.Chaff,tšäf, subst. kaf, haksel, kleinigheid; plagerij, scherts;Chaffverb. gekheid maken, in ’t ootje nemen:To divide the wheat from the chaff; Take your chaff to the goslings. No gammon with me= Doe jij zoo met kleine kinderen. Ik laat niet met me spelen;Chaffy= vol kaf; onbeduidend.Chaffer,tšafə, handelen, marchandeeren, dingen;Chafferer.Chaffinch,tšafinš, boekvink.Chagrin,šəgrîn, subst. kwelling, verdriet, slechte luim;Chagrinverb. verdrieten, plagen.Chain,tšein, subst. keten, ketting, reeks;Chains= gevangenschap;Chainverb. ketenen; aan een ketting leggen:To dothe ladies’ chain= een dansfiguur;Chain-bolt= deurketting;Chain-bridge= kettingbrug;Chain-gang= afdeeling kettinggangers;Chain-mail= maliënkolder;Chain-shot, kettingkogel;Chain-stitch= kettingsteek;Chainlet= kettinkje.Chair,tšêə, subst. stoel, zetel, voorzittersstoel, leerstoel, voorzitterschap, draagstoel;Chairverb. in een stoel in triomf ronddragen:To bein the (Vice-) chair;This alderman haspassed the chair= is Lord Mayor van de City geweest;Hetook the (was called to the) chair= presideerde, werd tot president verkozen;Chair-bottom= zitting;Chair-bottomer= stoelenmatter;Chairman= voorzitter; drager van een draagstoel;Chairmanship= presidium.Chaise,šeiz, sjees, rijtuig.Chalcedony,kalsedəni,kalsədoni, chalcedoon.Chalcograph,kalkəgraf, kopergravure.Chalcographer= graveur;Chalcography= graveerkunst.Chaldaic(al),kaldeiik(’l), Chaldeeuwsch;Chaldea(n),kaldîə(n), Chaldea (Chaldeeuwsch, Chaldeeër).Chaldron,tšôldr’n, koren- en kolenmaat (1163,157 L. koren;2888,9752 L. kolen).Chalet,šale, Zwitsersch landhuisje.Chalice,tšalis, kelk, avondmaalsbeker;Chaliced= kelkachtig.Chalk,tšôk, subst. krijt, krijtstreep;Chalkverb. met krijt mengen (schrijven, teekenen), aankalken, schetsen:French chalk= kleermakerskrijt;He is better than youby a long chalk,by long chalks= oneindig beter;Not by a long chalk= op verre na niet;These things areas different as chalk from cheese, as chalk and cheese= verschillen hemelsbreed;I found my waychalked out for me= aangewezen;I willchalk it down= aankalken;To chalk downa scheme= schetsen;Chalk-stone= jichtknobbels;Chalk-Sunday= de eerste Zondag van den Vastentijd (Ierland), waarop de meisjes de vrijgezellen krijt op hun jas smeerden;Chalkiness= krijtachtigheid;Chalky= krijtachtig; jichtknobbelachtig.Challenge,tšal’nž, subst. uitdaging, aanroeping (van een schildwacht), wraken (van een lid der jury of een getuige), aanslaan der jachthonden;Challengeverb. uitdagen, bestrijden, inroepen, eischen, wraken:I challenge contradiction= ik tart iedereen mij tegen te spreken;Challenger= uitdager, etc.Chalybeate,kəlibi-it, adj. ijzerhoudend:Chalybeate spring.Chamade,šəmeid, chamade.Chamber,tšeimbə, subst. vertrek, kamer (in verschillende beteekenissen);Chamberverb. sluiten in (voorzien van) een kamer:Chambers= een reeks deftig gemeubileerde kamers, zittingzaal, privaat-bureau van eenbarristerin eenInn: He had been toilingat chambersall day= op zijn bureau;Chamber of Commerce= Kamer van Koophandel;Chamber of a lock= schutkolk;Chamber-council=Chamber-counsel= advocaat, die slechtsChamber-practiceuitoefent; diens advies; geheim advies (gedachte);Chamber-maid= kamermeisje;Chamber-master= schoenmaker, die thuis voor magazijnen werkt;Chamber-music;Chamber-pot;Chamber-stool= nachtstoel;Chambered:A six-chambered revolver.
Cargo,kâgou, lading, goederen;Cargo-carrying= vrachtvarend.
Caria,kêriə, Carië.
Carib,karib, Karibe;Caribal, Karibisch =Carib(b)ean,karibjən;Carib(b)ee,karibî=Carib=Carrib(b)ean Islands.
Caribou,karibû,karibû, N. Amer. rendier.
Caricature,karikətjuə, subst. karikatuur;Caricatureverb. karikatureeren, bespottelijk voorstellen;Caricaturist= karikaturist.
Caricous,karikɐs:Caricous tumour=vijggezwel.
Caries,kêriîz, beeneter.
Carillon,karil’n, klokkenspel.
Carinthia,kərinthiə, Carinthië;Carinthian= Carinthisch; Carinthiër.
Cariole,karioul, tweewielig rijtuigje.
Cariosity,kêriositi, beeneter;Carious:Carious tooth= holle tand.
Cark,kâk, subst. last, gewicht, zorg, kommer;Carkverb. kwellen; bezorgd zijn:Cark and care= kommer en zorg;Carking cares= kwellende zorgen.
Carl(e),kâl, kerel, ruwe vent, boer;Carlin(e),kâlin, oud wijf, heks.
Carlisle,kâlail.
Carlovingian,kâləvinžən, Karolingisch.
Carlyle,kâlail;Carlylean= Carlyliaansch;Carlylese, Carlylesque, in den stijl (trant) van C;Carlylism= volgens C’sspraakgebruik.
Carmagnole,kâm’njoul, Carmagnole.
Carmarthen,kâmâth’n.
Carmelite,kâməlait. Karmeliet; Karmalitisch; soort laken, soort v. peer.
Carmichael,kâmaik’l,kâmaik’l.
Carmine,kâm(a)in, karmozijn.
Carnage,kânidž, subst. bloedbad, slachting;Carnageverb. moorden.
Carnal,kân’l, vleeschelijk, zinnelijk:Carnal intercourse= vleeschelijke gemeenschap;Carnal-minded= zinnelijk;Carnality, zinnelijkheid.
Carnarvon,kânâv’n.
Carnassialkânaš’l:Carnassial tooth= scheurtand.
Carnation,kâneiš’n, anjelier; vleeschkleur.
Carnegie,kâneigi.
Carnival,kâniv’l, carneval, pret.
Carnivore,kânivö, vleeschetend dier;Carnivorous, vleeschetend.
Carol,kar’l, subst. (lof)zang, lied, gekweel;Carolverb. (lof)zingen, kweelen.
Carolina,karəlainə;Caroline,karəl(a)in:The Caroline Age= tijd van Karel I.
Carolus,karəlɐs, gouden munt (van Karel I) van 20, later 23 shillings.
Carom,karəm, carambole; gelukje;Caromverb. caramboleeren (Amer.).
Carousal,kərauz’l, feest, drinkgelag;Carouse, subst. drinkgelag;Carouseverb. drinken, pret maken;Carouser= pretmaker.
Carp,kâp, karper.
Carp,kâp, vitten, bedillen (at).
Carpathian,kâpeithiən, Karpatisch.
Carpenter,kâp’ntə, subst. timmerman;Carpenterverb. timmeren;Carpentry= timmermansambacht, -werk.
Carpet,kâpət, subst. tapijt; tafelkleed, looper; adj. verwijfd, salon - -;Carpetverb. met een tapijt beleggen; berispen:Carpeting= tapijtstoffen;It ison the carpet now= het is nu op het tapijt;Tobring on the carpet= op het tapijt brengen (fig.);Carpet-bag= subst. reiszak, valies:Carpet-bag politiciansofCarpet-baggers= eigenlijk de politieke avonturiers, die na den oorlog v. 1861–65, naar de zuidelijke staten in N. Amer. trokken om, met behulp van denegro-vote, polit. invloed te krijgen en wier eenigeproperty-qualificationvaak slechts uit den inhoud van huncarpet-bagsbestond;Carpet-beater= tapijtklopper; bediende aan tafel (iron.);Carpet-dance (Carpet-hop)= geïmproviseerd huiselijk bal;Carpet-knight= saletjonker;Carpet-rod= traproede;Carpet-slippers= gewerkte pantoffels;Carpet-walk= zacht, mossig pad.
Carpus,kâpəs, handwortelbeenderen.
Carrack,karək, karaak.
Carrag(h)een,karəgîn, Iersch mos.
Carriage,karidž, subst. rijtuig, wagon; affuit; vervoer; vrachtprijs; last, gedrag, houding, leiding, geraamte (van wagens):Carriage-builder;Carriage-clock= reisklokje;Carriage-door= portier;Carriage-double= dubbele slag met den klopper; deurtjebel;Carriage-drive= rijlaan;Carriage-free= franco (Carriage-paid);Carriage-step= trede;Carriage-tapper= spoorbeambte die a/h laatste station de rijtuigen nazoekt.
Carrick-bend,karikbend, kruissteek (scheepst.).
Carrier,kariə, vrachtrijder, vervoerder, voerman:General carrier= expediteur, bode, postduif (=Carrier-pigeon).[79]
Carrion,kariən, subst. kreng:Carrion-beetle= aaskever;Carrion-crow= aasraaf;Carrion-vulture= aasgier.
Carrom,karəm, ZieCarom.
Carronade,karəneid, scheepskanonnetje.
Carrot,karət, gele wortel, karot:Carrots= rood haar; rooie;Carroty= geelrood.
Carry,kari, dragen, vervoeren, brengen, overbrengen, overdragen (van eigendommen enz.), binnenbrengen; wegnemen; uitwerken, volbrengen, de overhand behouden, verdragen, meebrengen, bij zich hebben, verkrijgen; uitdrukken; vertoon maken, bevatten; met geweld nemen, kleven (van sneeuw b.v. aan de voeten), het hoofd hoog dragen; draagwijdte:Tocarry the day= de overwinning behalen;Tocarry coals= zich als voetveeg laten gebruiken;Tocarry coals to Newcastle= turf in ’t veen brengen;The motion was carried= aangenomen;Seven and eight are fifteen,five carry one= vijf ’k houd er één;Tocarry an outwork= (in)nemen (Mil.);Tocarry property= overdragen;Don’tcarry tales= klap niet uit de school;Tocarry the wind= het hoofd hoog dragen (van paarden);Tocarry one’s yearslightly= met eere.Met adject.:Tocarry fair= zich vriendelijk toonen;That iscarrying it very fine= gij neemt het zeer nauw;Tocarry it high= zijn neus in den wind steken;Fetch and carry= apporteeren.CarryMet voorz. en bijw.:Tocarry about= (met zich) ronddragen;Quantitycarrieditagainstquality= won het van;Tocarry along= voortdragen;Tocarry away= wegdragen;As far as my memory will carry me back= gaat;I was (got)carried awayby my anger= liet mij meesleepen;Hecarriedeverythingbeforehim= won alles, van allen;It will becarried forward (to your credit)= geboekt, overgebracht;The work wascarried intoexecution= ten uitvoer gebracht;To carry off= wegvoeren;Shecarried offthe honours in her class= behaalde de prijzen;To carrya thingoff= iets tot een goed einde brengen, redden door talentvolle behandeling, zich er doorslaan;Drink and idlenesscarriedthemoff= sleepten … ten grave;Don’tcarry onlike that= stel u niet zoo aan;Tocarry ona business, a lawsuit= drijven, proces voeren;Tocarry out= naar buiten dragen, uitvoeren, voleinden;Tocarry over= overdragen, transporteeren, vertalen;The character of the hero iscarried throughto the end= volgehouden;Theycarrieditthroughat all costs= zetten het door “coûte que coûte”;Carry-all= Am. rijtuig; slede;Carrying-agent= expediteur;Carrying-business= expeditiezaak;Carrying-trade= expeditiezaak, reederij; vrachtvaart;Carrying-traffic= goederenvervoer;Carrying-van= vrachtwagen.
Carse(land),kâs(land), aangeslibd land (Schotl.).
Cart,kât, subst. vracht(kar);Cartverb. per vrachtkar vervoeren:To put the cart before the horse= de paarden achter den wagen spannen;To be put in the cart= beetgenomen worden;Cartage,kâtidž, vrachtvervoer, vrachtloon;Canvas cart-cover= huif;Cart-horse= karrepaard;Cart-load= vracht;Cart-wheel= wagenrad, 5 shillingstuk;Todo (tumble, turn) cart-wheels= kopje-over duikelen;Cartwright= wagenmaker;Carter= karrijder, vrachtrijder.
Carte,kât, paradeslag, menu, photographie:Carte-de-visite,kâtdəvizît.
Cartel,kât’l,kâtel, overeenkomst tot uitwisseling van gevangenen; cartel; uitdaging.
Cartesian,kâtîž’n, Cartesiaansch aanhanger van Descartes:Cartesian-devil (Cartesian-diver, Cartesian-figure)= C. duikertje.
Carthamus,kâthəmɐs, saffloer.
Carthage,kâthidž, Carthago;Carthagian,kâtheidžj’n, Carthaagsch; Carthager.
Carthusian,kâthjûžən, Karthuizer (monnik).
Cartilage,kâtilidž, kraakbeen;Cartilaginous,kâtiladžinɐs, kraakbeenachtig, kraakbeen …
Carton,kât’n, karton, wit van eene schietschijf of een schot daarin.
Cartoon,kâtûn, kartonteekening; spotprent, die een geheele pagina vult; patroon;Cartoonist= caricatuurteekenaar.
Cartouche,kâtûš, kardoes, patroon; huls; sierlijst:Cartouche-box, kardoeskist.
Cartridge,kâtridž, patroon, kardoes:Cartridge-bag;Cartridge-box;Cartridge-paper(ook een soort teekenpapier);Cartridge-pouch= patroontasch;Ball cartridge,Blank cartridge= scherpe, losse patroon.
Cartulary,kâtjuləri, klooster of kerkregister, archief, archivaris.
Carve,kâv, snijden, voorsnijden, beeldsnijden, graveeren:Tocarve one’s way= zich een weg banen;Every one must carve out his own fortune= ieder is de bewerker van zijn eigen fortuin;Carved=Carven= gesneden, gebeeldhouwd;Carver= beeldhouwer, houtsnijder;Carving= snijwerk:Carving-knife= voorsnijmes.
Caryatid,kariatid(Meerv.Caryatides,kariatidîz), caryatide.
Cascade,kaskeid, kleine waterval; ookCascadeverb.
Case,keis, subst. etui, schede, kist, kast, koker, trommel, stolp, dek, overtrek, band, letterkast; gebeurtenis, voorbeeld, rechtszaak, rechtsgrond, naamval, geval, toestand;Caseverb. insluiten, overtrekken, in een koker of kist doen:Botanical case (Dressing case, Surgical case);In your case= geval;In case of need= geval van nood;In no case;In nine cases out of ten;Tobe in the case= in ’t spel zijn;The case is still on= de zaak is nog voor;The prosecution failed to make out its case= slaagde er niet in de aanklacht te motiveeren;Tomake out one’s own case= voor eigen belangen opkomen;Case-harden= harden; verharden (fig.);Case-bottle= veldflesch;Case-knife= dolk, hartsvanger;Case-shot= (granaat)kartets;Case-window= schuifraam;Case-work= het maken van den band, het bevestigen van het ingenaaide boek; zetten.[80]
Casein(e),keisi-in, kaasstof.
Casemate,keismeit, kazemat; hol lijstwerk.
Casement,keism’nt,keizm’nt, openslaand venster, hol lijstwerk.
Caseous,keisiəs, kaasachtig.
Cash,kaš, subst. kas, geld, gereed geld;Cashverb. wisselen, incasseeren, te gelde maken, realiseeren, honoreeren; de kas opmaken (up):Down with the cash= eerst geld!For cash= à contant;Tobe in cash= bij kas zijn;Tobe out of (not in, short of) cash= slecht bij kas zijn;Tokeep the cash= de kas houden;Topay (in) cash= contant betalen;Tosell for cash= à contant;Hard (Ready) cash= baar geld;These are6 sh. cash= kosten 6sh.contant;Cash-book;Cash-box= geldcassette;Cash-keeper= kashouder;Cash-price= prijs tegen contant geld;Cash-system= contante betaling.
Cashier,kəšîə, subst. kassier;Cashierverb. ontslaan, afdanken.
Cashmere,kašmîə,kašmîə, subst. cachemir:Cashmere shawl.
Cashoo,kəšû, cachou, of catechu.
Casing,keisiŋ, omhulsel, foudraal, overtrek, bekleeding, mantel.
Casino,kasînou, Casino.
Cask,kâsk, vat, ton;Caskverb. in een vat doen.
Casket,kâskət, cassette, kistje; kostbare doodkist (Amer.);Casketverb. in eene cassette of een kistje besluiten.
Caspian (The),kaspj’n, de Kaspische Zee.
Casque,kâsk, helm, stormhoed:Gold casque= gouden oorijzer.
Cassation,kəseiš’n, cassatie:Court of Cassation= hof van cassatie (Frankrijk).
Casse-paper,kaspeipə, kaspapier.
Cassia,kašə, cassia; kassie; laurier(bast).
Cassimere,kasimîə, kazimier (wollen stof).
Cassinet(te),kasinet, soort stof.
Cassino,kəsînou, soort kaartspel.
Cassock,kasək, engsluitende toog van priesters of koorknapen, soutane.
Cassonade,kasəneid, ongeraffineerde suiker.
Cassowary,kasəwəri, Casuaris.
Cast,kâst, subst. worp, gooi; oogopslap, blik; vorm, afgietsel, indruk, tint, karakter, aard, berekening, rolverdeeling;Castverb. werpen, afwerpen, te vroeg werpen, neerwerpen, overwinnen, stem uitbrengen, doen verliezen, uitschiften, afdanken, berekenen; de rollen verdeelen; optellen, uitrekenen, krom trekken, gieten, stereotypeeren, vallen, zoeken:His genius wasof a gloomy cast= somberen aard;Apromising cast= goede hengelplaats;Thecast of a man’s features= vorm;The cast of the playwas excellent= rolverdeeling;He hasa cast in his eye= hij kijkt loensch;I amat the last cast= tot het uiterste gebracht;Hemade an unsuccessful cast atthe line of the fox= slaagde niet het spoor te vinden;The die is cast= de teerling is geworpen;The horse cast itself= sloeg over den kop;Tocast (up) accounts (charges, expenses)= opmaken;Tocast anchor= laten vallen;Tocast doubts on= twijfel oppperen omtrent; Tocast dust into a person’s eyes= iemand zand in de oogen strooien;Tocast light on= licht laten vallen op;Tocast a look (glance, eye) on= blik werpen;Tocast lots= loten;To cast a person’snativity= iemands toekomst uit de sterren voorspellen;Tocast parts= de rollen verdeelen;Tocast reflections= critiseeren;The horsecast a shoe= verloor een hoefijzer;Tocast a thing in a person’s teeth= iemand iets voor de voeten werpen;Tocast votes= stemmen;The cow has cast her young= ontijdig geworpen;Hecast himself adriftupon the world= ging de wijde wereld in;Tocast loose= losgooien;Met voorz. en bijw.:Tocast about forthe philosopher’s stone= zoeken naar den steen der wijzen;He wascast forHoratio= aangewezen voor de rol;Icast inmy lot with that party= sloot mij aan bij;He began tocast in his mind= bij zich zelven te overleggen;Tocast offcopy= een gedeelte van een handschrift zetten, om te zien hoeveel pagina’s druks het wordt;Tocast off= losgooien (van een schip);The ship cast off= gooide de trossen los;She cast me off= gaf mij den bons;He cast himselfonhis enemies= gaf zich over, deed een beroep op;I cast myselfonyour pity= doe een beroep op;Tocast up= uitwerpen, opslaan, uitbraken; optellen, berekenen;Castaway,kâstəwei, subst. balling, verworpeling; schipbreukeling; ontredderd schip; adj. nutteloos, verworpen;Cast-house= gieterij;Cast-iron= gietijzer; adj. onverzettelijk, onhandelbaar;Cast-off= waardeloos, afgedankt;Cast-steel= gegoten staal;Casting= gieten, gietstuk; adj. beslissend:Casting-bottle= spuitfleschje;Casting-net= werpnet;Casting vote= beslissende stem.
Castanea,kasteinjə, kastanje.
Castanets,kastənets, castagnetten.
Caste,kâst, kaste:Tolose caste= zijn rang in de maatschappij verliezen;Caste feeling= kastengeest.
Castellan,kastəl’n, slotvoogd;Castellated= van torens en kanteelen voorzien.
Caster,kâstə, gooier, gieter, regisseur, rekenaar, wieltje, strooier, afgedankt dienstpaard:Set of casters= olie en azijnstel.
Castigate,kastigeit, kastijden, gispen, verbeteren; Castigation = kastijding, tekstverbetering.
Castile,kastîl, Castilië;Castilian,kastilj’n, Kastiliaan(sch).
Casting, ZieCast.
Castle,kâs’l, subst. kasteel, slot;Castleverb. rokkeeren:It brought down the wholecard-castle= deed het heele kaartenhuis instorten;Castle in the air,Castle in Spain= luchtkasteel;Castle-builder= droomer, fantast;Castle-gate= slotpoort;Castle-keeper= slotvoogd;Castled elephant= torendragende oorlogsolifant.
Castor,kâstə, bever(geil); kastoren hoed; wieltje; strooier:Castor-oil= wonderolie.
Castor and Pollux,kâstər’ndpoləks, de Tweelingen (Dierenriem); St. Elmusvuur.
Castoreum,kastôriəm, bevergeil.[81]
Castrate,kastreit, castreeren, een boek zuiveren van aanstootelijke plaatsen; subst. eunuch; adj. gecastreerd;Castration= ontmanning, etc.;Castrato= gecastreerd zanger.
Casual,kažuəl, adj. toevallig, bij gelegenheid voorkomend; subst. daklooze (in een asyl of armhuis tijdelijk opgenomen):Casuals= de bij een ramp omgekomenen; de als vermist opgegevenen;Casual labourers= losse werklieden;Casual ward= asyl;Casualism= de leer dat alles toeval is;Casualist, aanhanger van die leer;Casualty= toevalligheid, toeval, ongeluk;Casualties= verliezen aan menschenlevens, ongelukken, ongevallen.
Casuistic(al,)kažuistik(’l), casuistisch;Casuist= sophist;Casuistics=Casuistry, casuistiek.
Cat,kat, subst. kat (ookfig.); soort van schip, sterke takel, dubbele treeft;Catverb. katten (scheepst.):Every cat to her kind= het muist wat van katten komt;A cat has nine lives= een kat komt altijd op zijn pootjes neer;The cat is out of the bag= het geheim is verklapt;Care killed the cat= Vooruit! er is geen lieve moederen aan;To let the cat out of the bag= uit de school klappen;Theylive like cat and dog= als kat en hond;Itrained cats and dogs= het regende baksteenen;Tosee how the cat jumps= de kat uit den boom kijken;Heleads her a cat-and-dog life= zij heeft een hondenleven bij hem;You have beenmade a cat’s paw of by her= ze heeft je de kastanjes uit het vuur laten halen;The translatorplays the cat and banjo withHeine’s most tuneful metres= bederft totaal;Cat-bird= Amer. spotlijster;Cat-call (Cat-pipe)= schel fluitje;Cat-callverb. uitfluiten;Cat-eyed= in staat in ’t donker te zien;Cat-gut= darmsnaar; soort stramien;Cat-gut scraper= fidelaar;Cat-head= kraanbalk;Cat-nap= hazenslaapje, dutje;Cat’s eye= kat(ten)oog;Cat’s paw= licht briesje; dupe, werktuig;Cat’s meat= vleeschafval (voor katten);Cat’s-tail= kattestaart, breedbladige lischdodde;The cat-scene= het tooneel (in de Engelsche pantomimes), wanneer alles duister is, juist voor detransformation scene;Cattish= kattig; subst.Cattishness.
Cataclysm,katəklizm, geweldige beroering, groote ramp, zondvloed:Cataclysmal, als een c.
Catacombs,katəkoumz, Catacomben.
Catafalque,katəfalk, katafalk.
Catalepsy,katəlepsi, zinvang;Cataleptic= lijder aan z.; lijdend aan z.
Catalogue,katəlog, subst. catalogus;Catalogueverb. catalogiseeren:He did not know howto catalogue her= waar te plaatsen.
Catalonia,katəlounjə, Catalonië;Catalonian, Catalonisch, Cataloniër.
Catamaran,katəməran,kətaməran, vlot, platboomd vaartuig; feeks.
Catamount(ain),katəmaunt(in), puma.
Catapult,katəpɐlt, catapult.
Cataract,katərakt, waterval; cataract, grauwe staar:Tocouch a cataract= van de staar lichten.
Catarrh,kətâ, catarrhe;Catarrhal syringe= neusspuit.
Catastrophe,kətastrəfi, catastrophe; adj.Catastrophic.
Catch,katš, subst. vangst, buit, trek, goede partij, voordeeltje, houvast, greep, strikvraag, stokken (v. stem), onderbreking, afwateringssloot, cànon (muziek), steunijzer, klink;Catchverb. vangen, grijpen, achterhalen (up), betrappen; boeien, winnen, begrijpen, treffen, toebrengen, in de rede vallen (up), blijven hangen, afnemen, vatten (van koude, eene ziekte, enz.); verward raken, in elkaar grijpen, aanstekelijk zijn, zich verbreiden (on):A bit of a catch= een fortuintje;A poor catch= schrale vangst;It isno great catch= niet veel zaaks;Great catches= begeerlijke partijen;She marriedthe catch of the season= beste partij van hetSeason(in Londen van Mei tot Aug.);There is a catch in it= er steekt wat achter;Tolive upon the catch= van roof leven;Tocatch it= een pak slaag oploopen, er van langs krijgen;Catch me (at it)!= dat kan je denken! dan kan je lang wachten!Catch and have= wien heeft, dien wordt gegeven;Tocatch the Speaker’s eye= door opstaan den voorzitter om ’t woord vragen, het woord krijgen;Tocatch a glimpse of= in ’t oog krijgen, even zien;Tocatch hold of= aanpakken, vastgrijpen;I don’tcatch your meaning (what you say)= begrijp, snap niet;Tocatch sight of= in ’t oog krijgen;Tocatch step= in den pas komen;Tocatch the train= halen;Hecaught atall opportunities= pakte aan;Hecaught at me= greep naar;I’ll make himcatch on= doen toehappen;You havecaught onhere= succes gehad;Tocatch out= op een fout betrappen;The lake wascaught over= met een vliesje ijs bedekt;Hecaught towardshim a scrap of paper= haalde naar zich toe;Tocatch up= haastig opnemen; terechtwijzen;Catch-drain= wetering, afvoerkanaal;Catch-’em-alive= soort vliegenpapier;Catch-lands= markegronden;Catch-line= korte titelregel tusschen 2 langere met grooter letter; vervolgwoord onder aan de bladzijde:The report of the Labour Commission is the latestcatch-line= het rapport van de Enquête-commissie v. d. Arbeid is het jongste opvallend onderwerp van den dag;Catch-meadow= gedraineerde weide;Acatch-penny title= een verlokkende, bedriegelijke titel;Catchphrase= een op effect berekende uitdrukking;Catch-pole, Catch-poll= dievenvanger;Catch-question= strikvraag;Catchword= vervolgwoord onder aan eene bladzijde, slagwoord (bij acteurs); leus;Catching= besmettelijk, aanstekelijk; pakkend, bekoorlijk.
Catchup,katšəp, pikante saus (uit champignons, tomaten, etc. ookCatsup, enKatchup).
Cate(s),keit(s), spijs, lekkernijen.
Catechetic(al),katəketik(’l), catechetisch;Catechism= catechismus;Catechistic(al)= catechetisch;Catechization= catechisatie,[82]Catechize= catechiseeren, onder handen nemen.
Catechu,katə(t)šû, cachou.
Catechumen,katəkjûm’n, katechumeen, beginner.
Categorical,katəgorik’l, categorisch;Category= categorie.
Cater,keitə, voedsel, genot, enz. verschaffen:In those daysart catered to (for) the national vanity= vleide de kunst de nationale ijdelheid;Cater-cousin,keitəkɐz’n, verre bloedverwant, goede vriend;Caterer= leverancier, proviandmeester.
Cateran,katər’n, Iersche of Schotsche vrijbuiter.
Caterpillar,katəpilə, rups.
Caterwaul,katəwôl, subst. kattengegrol;Caterwaulverb. grollen als krolsche katten.
Catharina,kathərainə, Catharina;Catharine,kathərin:Catharine-wheel= radvenster; vuurrad:Todo (turn) Catharine-wheels= buitelen.
Cathedra,kathidrə,kəthîdrə, bisschopsstoel; katheder:Ex cathedra= met gezag; uit de hoogte.
Cathedral,kəthîdr’lsubst. kathedraal; adj.:Cathedral church= domkerk.
Catherine,kathərin.
Cathode,kathoud, negatieve pool (electr.).
Catholic,kathəlik, katholiek, algemeen, onpartijdig; subst. R. Katholiek:Roman Catholic Church= de R.K. kerk;Catholicism, katholicisme;Catholicity= algemeenheid, onpartijdigheid;Catholicize= katholiseeren.
Catilina,katilainə(Catiline,katilain), Catilina;Catilinarian, Catilinarisch; samenzweerder.
Catkin,katkin, katje (van wilgen, enz.).
Catling,katliŋ, darmsnaar, ontleedmes.
Cato,keitou;Catonian= Catonisch, streng, deugdzaam.
Cattle,kat’l, rundvee; paarden:Blood cattle= stamboekvee:Cattle-box(=Cattle-truck) = veewagen;Cattle-breeding= veeteelt;Cattle-dealer= veehandelaar;Cattle-plague= veepest;Cattle-range (Cattle-ranch)= weidegrond;Cattle-run= weideplaats (Amer.);Cattle-show= veetentoonstelling.
Caucasian,kôkeiš’n, Caucasisch; Caucasiër;Caucasus,kôkəsɐs, Caucasus.
Caucus,kôkəs, voorloopige partijbijeenkomst ter voorbereiding eener verkiezing (Amer.); kiescomité;Caucusverb. door een caucus bewerken; een caucus houden.
Caudal,kôd’l, staart - -;Caudate= gestaart.
Caudex,kôdeks, stam v. palm, of boomvaren.
Caudle,kôd’l, kandeel.
Cauf,kôf, vischkaar.
Caught,kôt, imperf. en part. perf. vanTo catch.
Caul,kôl, darmnet; haarnetje, helm:To beborn with a caul.
Cauldron. ZieCaldron.
Cauliflower,koliflauə, bloemkool;Cauline= stengel …
Caulk,kôk. ZieCalk.
Causal,kôz’l, oorzakelijk;Causality= oorzakelijkheid;Causation= veroorzaking;Causative= causaal; causatief.
Cause,kôz, oorzaak, reden, beweegreden, zaak, aangelegenheid;Causeverb. veroorzaken, voortbrengen:The First Cause= God;He was called upto show causewith reference to a nuisance= hij werd voorgeroepen om zich te verantwoorden wegens burengerucht (of overlast);He caused his mento follow him= liet;Causeless= zonder oorzaak.
Cause(wa)y,kôz(we)i, subst. straatweg, verhoogd voetpad, dam, steiger, aanlegplaats;Causeverb. plaveien:A littlestone cause= geplaveid straatje;Awooden cause= steiger.
Caustic,kôstik, subst. bijtmiddel; adj. bijtend, scherp:Lunar caustic= helsche steen;Causticity= scherpheid, sarcasme.
Cauter,kôtə, brandijzer;Cauterization= uitbranding;Cauterize= uitbranden;Cautery= branden; brandijzer, brandmiddel.
Caution,kôš’nsubst. omzichtigheid, waarschuwing; pand; iets geweldigs (zonderlings);Cautionverb. waarschuwen:Well, you’re a caution!= jij bent een best merk!That’s a caution= da’s kras!Caution-money= waarborgsom;Cautionary= waarschuwend;Cautious= omzichtig: subst.Cautiousness.
Cavalcade,kav’lkeid, cavalcade.
Cavalier,kavəlîə, subst. ridder, ruiter, cavalier, Royalist; adj. ongedwongen, zorgeloos, trotsch, aanmatigend.
Cavalry,kav’lri, ruiterij.
Cavatina,kavatînə, cavatine (muz.).
Cave,keiv, subst. hol, grot, het bukken of toegeven; afscheiding van een politieke partij; de afgescheidenen;Caveverb. instorten, inzakken, inslaan, uithollen, toegeven:He rose to make a speech but sooncaved in= bleef steken;We shall nevercave into the French, so far as Egypt is concerned= toegeven;Acaved-inold hat;Cave-dwellers= holbewoners =Cave-men.
Caveat,keivjət, subst. protest; patentaanvrage (Amer.);Caveatverb. een caveat beteekenen; caveeren (bij het schermen):To enter (Put in) a caveat= een protest indienen;Caveator= protesteerende; protestaanvrager.
Cavendish,kav’ndiš,kandiš, (tot koeken geperste) tabak.
Cavern,kavən, spelonk, hol;Caverned, vol holen;Cavernous= hol, vol holen.
Caves(s)on,kavəs’n, neuspranger.
Caviar(e),kaviâ, kaviaar:Caviar to the general= te fijn voor den grooten hoop.
Cavil,kav’l, verb. vitten op (at); subst. chicane, haarklooverij:Without cavil= buiten twijfel;Caviller= vitter, nijdas.
Cavin,kavin, holle weg.
Cavity,kaviti, holte.
Cavort,kəvöt, steigeren, rondspringen, druk doen.
Caw,kô, subst. gekras;Cawverb. krassen.
Cawnpore,kônpûə,kônpə.
Caxton,kakst’n, Caxton; boek doorCaxtongedrukt.
Cay,kei, rif, zandbank, eilandje.
Cayenne,keien,kaien, Cayenne(peper).
Cayman,keim’n, alligator, kaaiman.
Cazique,kəzîk, Amer. opperhoofd.
Cease,sîs, ophouden, staken, laten varen;[83]doen ophouden:Ceaseless= onophoudelijk.
Cecil,sesil,sisil;Cecils,sîsilz, gebakken vleeschballetjes;Cecilia;Cecily.
Cedar,sîdə, subst. ceder; adj. van cederhout =Cedarn=Cedrine,sîdr(a)in.
Cede,sîd, afstaan, opgeven, wijken.
Cedrat(e),sîdrit, citroenboom.
Cedric,sedrik.
Cee-spring,sîspriŋ, wagenveer in den vorm eener liggendec= ⏑.
Ceiling,sîliŋ, plafond, zoldering; wegering (scheepst.).
Celadon,seləd’n, bleekgroen (porselein); sentimenteele minnaar.
Celandine,sel’ndain, schelkruid.
Celebes,seləbîz,seləbez.
Celebrant,seləbr’nt, de priester, die de mis opdraagt:Thecelebrantsof the Shelley Centenary= deelnemers aan de viering;Celebrate= vieren, loven, celebreeren, herdenken;Celebrated= beroemd, vermaard;Celebration= verheerlijking, viering;Celebrator= vierder;Celebrity,səlebriti, vermaardheid, roem, beroemdheid (ookfig.), beroemd persoon.
Celerity,səleriti, vlugheid, snelheid.
Celery,seləri, selderij.
Celestial,silestj’l, hemelsch (ookfig.), hemel …; Chineesch:Celestial empire= China; subst. hemelling; Chinees.
Celestine,silestin,seləst(a)in, Celestine, Celestijner (monnik); een mineraal.
Celibacy,selibəsi, ongehuwde staat;Celibate,selibit, ongehuwd (persoon).
Cell,sel, cel, kluis, hol.
Cellar,selə, kelder:Cellarflap= luik;Cellarflap dance= potsierlijke matrozendans;Cellar hole;Cellarman= wijnkooper, kelderwaard; keldermeester;Cellarage,seləridž, kelderruimte, kelderhuur;Cellarer= keldermeester;Cellaret, Cellaret= likeurkeldertje.
Cellular,seljulə, cel - -:Cellular tissue= celweefsel;Cellulars= celplanten;Cellulate= met cellen;Cellule= celletje;Celluloid= celluloïde;Cellulose= cellulose; celachtig.
Celt,selt, Kelt; bronzen (steenen) beitel;Celtic= Keltisch;Celticism= Keltisch idioom (gewoonte).
Cement,siment, subst. cement, verband;Cementverb. cementeeren, samenbinden of -voegen;Cementation, cementeering;Cementer= bindmiddel.
Cemetery,semət’ri, begraafplaats.
Cenobite,sînəbait, kloosterling, ordebroeder.
Cenotaph,senətaf, cenotaphium.
Censer,sensə, wierookvat, bewierooker.
Censor,sensə, censor, zedemeester, kunstrechter;Censorship= ambt van censor; censuur;Censorial, Censorious= berispend;Censoriousness= vitzucht;Censurable= berispelijk, laakbaar;Censure, subst. berisping, censuur, veroordeeling;Censureverb. berispen, bedillen, aanmerkingen maken:Motion of censure= motie van afkeuring.
Census,sensəs, volkstelling:Census-paper;Census-taker= teller.
Cent,sent, honderd, cent, 1⁄100 dollar:Per cent= percent;They do not count fora red cent= zijn geen rooden duit waard;Cent-shop= goedkoope bazaar.
Cental,sentəl, 100 pondavoirdupois.
Centaur,sentö. Centaur, sterrenbeeld.
Centenarian,sentənêrj’n, honderdjarige.
Centenary,sentənəri,Centennial, subst. honderd jaar, eeuwfeest; adj. honderdjarig.
Centesimal,s’ntesim’l, subst. en adj. honderdste (gedeelte).
Centigrade,sentigreid, van honderd graden:Twelve degrees centigrade= 12° Celsius.
Centimetre,sentimîtə, centimeter.
Centiped,sentiped,Centipede,sentipîd, duizendpoot.
Centner,sentnə, centenaar; 100-deelig gewicht.
Cento,sentou, compilatie.
Central,sentr’l, centraal;Centralization= centralisatie;Centralize= centraliseeren.
Centre,sentə, subst. middelpunt, centrum;Centreverb. in een middelpunt vereenigen (rusten), concentreeren:Centre-bit= centerboor;Centre-board= schip met kielzwaard;Centre-party= het Centrum;Centre of gravity= zwaartepunt;Centric= middelpuntig;Centricity = centrale ligging.
Centrifugal,sentrifjug’l, middelpuntvliedend:Centrifugal force;Centrifugal machine= centrifuge.
Centripetal,sentripət’l, middelpuntzoekend:Centripetal force.
Centuple,sentjup’l, subst. honderdvoud;Centupleverb. verhonderdvoudigen.
Centurion,sentjûriən, centurio.
Century,sentjəri, eeuw:End-of-the-century product= fin de siècle, hypermodern product.
Cephalic,səfalik,sefəlik, hoofd - -:Cephalic medicine, middel tegen hoofdpijn.
Cephalitis,sefəlaitis, hersenontsteking.
Cephalonia,sefəlounjə, Cephalonië.
Cephalopod,sefələpod,sefaləpod, koppootig dier.
Cerago,sireigou, bijenbrood.
Ceramic,siramik:Ceramics= ceramiek.
Cerate,sîrit, waszalf.
Cere,sîə, was(huid), verb. wassen, verzegelen:Cerecloth= wasdoek; in was gedrenkt lijkkleed =Cerement(s).
Cereal,sîrj’l, graan …:Cereals= graanvruchten;Non cereal crops= aardappelen, knollen, etc.
Cerebellum,serəbel’m, kleine hersenen; Cerebral,serəbr’l, hersen …;Cerebrum,serəbrɐm, groote hersenen.
Ceremonial,serəmounj’l, ceremonieel, ritueel, plechtig, vormelijk; subst. ceremonieel;Ceremonious= plechtstatig, vormelijk: subst.Ceremoniousness;Ceremony, ceremonie, vormelijkheid, hoffelijkheid:No Ceremonies!= geen complimenten!Master of Ceremonies= ceremoniemeester.
Ceroon,sərûn, theebaal, van huiden gemaakt; korf thee (rozijnen).
Cerris,Cerrus,serəs, Turksche eik.
Certain,sɐ̂tin, zeker, verzekerd, onfeilbaar, zekere, eenige:I will not be certain= ik durf het niet zeker zeggen;Certainty= zekerheid:For (of, to) a certainty, (To a live certainty) = zéér zeker.
Certes,sɐ̂tis, zekerlijk =Cert.
Certificate,sɐ̂tifikit, subst. getuigschrift, diploma, akte;Certificateverb.sɐ̂tifikeit, een certificaat[84](attest) verleenen, diplomeeren:Do youhold certificates? = ben je gediplomeerd?Nautical certificate= stuurmansdiploma;Certification= attest;Certifier= verklaarder;Certify,sɐ̂tifai, attesteeren, betuigen, berichten, verklaren:This is to certify= hiermede verklaar ik;Certified copy= gewaarmerkt afschrift;This actcertifiedhim the knave he was= toonde;Certitude,sɐ̂titjûd, zekerheid, verzekering.
Cerulean,sərûlj’n, hemelsblauw.
Ceruse,sîrûs,sirûs, loodwit.
Cervical,sɐ̂vik’l, nek-, hals …
Cesar=Caesar.
Cess,ses, subst. belasting;Cessverb. belasten.
Cessation,seseiš’n, ophouding, stilstand:Cessation of (from) arms= wapenstilstand.
Cessio bonorum,sešoubənôr’m, afstand door een insolvent verklaarde van al wat hij bezit aan zijne schuldeischers.
Cession,seš’n, afstand, cessie;Cessionary= afstand doende; cessionaris.
Cesspool,sespûl, riool, zinkput.
Cestus,sestəs, cestus.
Cetacea,siteišə, walvisschen;Cetacean, walvisch; Cetaceous = walvischachtig.
Cevennes,səven, (De) Cevennen.
Ceylon,silon,siloun,sîlən, Ceylon;Ceylonese,sîlənîz, Ceylonees(ch).
Chab(o)uk,tšâbuk,tšəbuk, zweep.
Chafe,tšeif, warm wrijven, schuren, breken tegen; afslijten, sarren, boos maken, in toorn ontsteken:The horsechafed upon the rein (bit)= schuimde in het gebit;Chafer= komfoor =Chafing-dish= komfoor.
Chafer,tšeifə, kever, meikever.
Chaff,tšäf, subst. kaf, haksel, kleinigheid; plagerij, scherts;Chaffverb. gekheid maken, in ’t ootje nemen:To divide the wheat from the chaff; Take your chaff to the goslings. No gammon with me= Doe jij zoo met kleine kinderen. Ik laat niet met me spelen;Chaffy= vol kaf; onbeduidend.
Chaffer,tšafə, handelen, marchandeeren, dingen;Chafferer.
Chaffinch,tšafinš, boekvink.
Chagrin,šəgrîn, subst. kwelling, verdriet, slechte luim;Chagrinverb. verdrieten, plagen.
Chain,tšein, subst. keten, ketting, reeks;Chains= gevangenschap;Chainverb. ketenen; aan een ketting leggen:To dothe ladies’ chain= een dansfiguur;Chain-bolt= deurketting;Chain-bridge= kettingbrug;Chain-gang= afdeeling kettinggangers;Chain-mail= maliënkolder;Chain-shot, kettingkogel;Chain-stitch= kettingsteek;Chainlet= kettinkje.
Chair,tšêə, subst. stoel, zetel, voorzittersstoel, leerstoel, voorzitterschap, draagstoel;Chairverb. in een stoel in triomf ronddragen:To bein the (Vice-) chair;This alderman haspassed the chair= is Lord Mayor van de City geweest;Hetook the (was called to the) chair= presideerde, werd tot president verkozen;Chair-bottom= zitting;Chair-bottomer= stoelenmatter;Chairman= voorzitter; drager van een draagstoel;Chairmanship= presidium.
Chaise,šeiz, sjees, rijtuig.
Chalcedony,kalsedəni,kalsədoni, chalcedoon.
Chalcograph,kalkəgraf, kopergravure.Chalcographer= graveur;Chalcography= graveerkunst.
Chaldaic(al),kaldeiik(’l), Chaldeeuwsch;Chaldea(n),kaldîə(n), Chaldea (Chaldeeuwsch, Chaldeeër).
Chaldron,tšôldr’n, koren- en kolenmaat (1163,157 L. koren;2888,9752 L. kolen).
Chalet,šale, Zwitsersch landhuisje.
Chalice,tšalis, kelk, avondmaalsbeker;Chaliced= kelkachtig.
Chalk,tšôk, subst. krijt, krijtstreep;Chalkverb. met krijt mengen (schrijven, teekenen), aankalken, schetsen:French chalk= kleermakerskrijt;He is better than youby a long chalk,by long chalks= oneindig beter;Not by a long chalk= op verre na niet;These things areas different as chalk from cheese, as chalk and cheese= verschillen hemelsbreed;I found my waychalked out for me= aangewezen;I willchalk it down= aankalken;To chalk downa scheme= schetsen;Chalk-stone= jichtknobbels;Chalk-Sunday= de eerste Zondag van den Vastentijd (Ierland), waarop de meisjes de vrijgezellen krijt op hun jas smeerden;Chalkiness= krijtachtigheid;Chalky= krijtachtig; jichtknobbelachtig.
Challenge,tšal’nž, subst. uitdaging, aanroeping (van een schildwacht), wraken (van een lid der jury of een getuige), aanslaan der jachthonden;Challengeverb. uitdagen, bestrijden, inroepen, eischen, wraken:I challenge contradiction= ik tart iedereen mij tegen te spreken;Challenger= uitdager, etc.
Chalybeate,kəlibi-it, adj. ijzerhoudend:Chalybeate spring.
Chamade,šəmeid, chamade.
Chamber,tšeimbə, subst. vertrek, kamer (in verschillende beteekenissen);Chamberverb. sluiten in (voorzien van) een kamer:Chambers= een reeks deftig gemeubileerde kamers, zittingzaal, privaat-bureau van eenbarristerin eenInn: He had been toilingat chambersall day= op zijn bureau;Chamber of Commerce= Kamer van Koophandel;Chamber of a lock= schutkolk;Chamber-council=Chamber-counsel= advocaat, die slechtsChamber-practiceuitoefent; diens advies; geheim advies (gedachte);Chamber-maid= kamermeisje;Chamber-master= schoenmaker, die thuis voor magazijnen werkt;Chamber-music;Chamber-pot;Chamber-stool= nachtstoel;Chambered:A six-chambered revolver.