Chapter 18

Chamberlain,tšeimbəlin, kamerheer:Lord Chamberlain= een der 14 dignitarissen vanHis Majesty’s Household.Chambers,tšeimbəz.Chameleon,kəmîl’n, chameleon.Chamfer,tšamfə, subst. groef;Chamferverb. canneleeren.Chamois,šami,šamwô, gems, gemsleder; adj. geelbruin.Chamomile,kaməmail, kamille.Champ,tšamp, bijten (van een paard op zijn gebit), kauwen, stuk bijten:Tochamp the bit= mokken (fig.).Champagne,šampein, champagne.[85]Champaign,tšampein,(t)šsampein, subst. open, vlak land; adj. open, vlak.Champerty,tšampəti, afspraak van densolicitormet zijn client om de eventueele voordeelen van het proces te deelen.Champignon,(t)šəmpinjən, eetbare paddestoel.Champion,tšampj’n, subst. kampioen; adj. kampioen …, uitstekend;Championverb. verdedigen;Championship, kampioenschap.Champop=Champagne= ‘panje’, ‘sjampie’.Chance,tšâns, subst. toeval, kans, uitzicht, mogelijkheid;Chanceverb. wagen, gebeuren:By chance= toevallig;Main chance= persoonlijk voordeel;On the off chance= met ’t oog op de mogelijkheid;Tostand a chance= kans hebben;Totake one’s chance= het er op wagen;I chanced to meet him= ik ontmoette hem toevallig;Tochance it= het er op aan laten komen;Chance-comer= een toevallig binnenkomende;Chance-games;Chance-medley= manslag uit noodweer.Chancel,tšâns’l, koor (waar het altaar is, gewoonlijk met een hek afgesloten).Chancellor,tšâns’lə, kanselier:Lord (High) Chancellor=Lord keeper= Minister van Justitie, Groot Zegelbewaarder, President van hetHouse of Lordsen voorzitter van deChancery Divisionvan het Hooggerechtshof;Chancellor of the Exchequer= hoofdambtenaar van deTreasuryaan ’t hoofd waarvanThe First Lordstaat;Chancellorship= kanselierschap.Chancery,tšânsəri, kanselarij:Chancery Division= afdeeling van het hoogste gerechtshof;To be in chancery= failliet zijn; in de klem zitten.Chandelier,šandəlîə, kroonluchter; blindeeringsfascine.Chandler,tšândlə, kaarsenmaker (verkooper):Corn chandler= factor;Ship chandler= winkelier in victualiën;Chandlery= kleinhandel, winkel.Change,tšeinž, subst. verandering, wijziging, overgang, afwisseling, nieuwigheid, variatie, modulatie, klein geld, pasmunt, geld dat men terugkrijgt, verschooning, de Beurs;Changeverb. veranderen, verwisselen, verruilen, (geld) wisselen, overstappen, zuur worden:Toget (give) one his change= geld terug geven; iemand dienen (fig.);He won’tget much change out of me= hij zal van mij niet veel halen, krijgt bij mij den wind van voren;To have no change;They won’t have any change= behoeven niet over te stappen;Toring the changes= op allerlei manieren herhalen; valsch geld uitgeven, een winkelier in de war brengen zoodat hij te veel terug geeft;A completechange of linen= verschooning;The windchanged;Tochange trams;Change here for Velp= Velp overstappen;He changed his dress (linen)= trok andere kleeren aan, verschoonde zich;Tochange toa steamer= overstappen op;He changed tothe diplomatic service= ging over in;Changeability= veranderlijkheid;Changeable, veranderlijk; subst.Changeableness;Changeful= veranderlijk;Changeless= onveranderlijk;Changeling= wisselkind; weifelaar, wankelmoedige.Channel,tšan’l, subst. kanaal, bedding, vaarwater, groef, voor;Channelverb. groeven maken:The (British) Channel= Het Kanaal.Chant,tšânt, subst. lied, melodie, kerkgezang;Chantverb. zingen, bezingen, opdreunen:To chant a horse= bedriegelijk verkoopen (door gebreken te verbergen);Tochant the praises of= (iemands) lof zingen;Chanter, zanger; melodiepijp; paardekooper;Chanticleer,tšantiklîə, kraaiende haan;Chantry= kapel, waar dagelijks eene mis voor afgestorvenen gezongen wordt.Chaos,keios, chaos; adj.Chaotic.Chap,tšap,tšop, subst. kloof, spleet, reet;Chapverb. splijten, scheuren, doen barsten;Chapped= opengesprongen, gebarsten;Chappy= gebarsten, open.Chap,tšap, kerel, vent, klant;Chappie= kereltje.Chap,tšop, kaak;Chaps, snuit, muil;Chap-fallen= ontmoedigd.Chap-book,tšap-buk, volksboekje waarmee vroeger gevent werd doorChap-men.Chape,tšeip, knip, haak, schoen eener sabelscheede.Chapel,tšap’l, kapel, godshuis (der van de Staatskerk afgescheidenen);Chapelverb. een uil vangen (zeeterm):Chapel of ease= hulp- of bijkerk.Chapelet,tšapəlet, stijgbeugelriemen.Chapelry,tšapəlri, kerkelijke gemeente tot ééne kapel behoorende.Chaperon,šapəron,šapəroun, baret; oudere dame, die eene jongere vergezelt in het publiek;Chaperonverb. vergezellen, beschermen.Chaplain,tšaplin, geestelijke op een schip, (bij het leger, in een gevangenis); huiskapelaan;Chaplaincy=Chaplainship, waardigheid van eenchaplain.Chaplet,tšaplət, subst. krans, rozenkrans, eierstaaf (-lijst); kuif.Chapter,tšaptə, subst. hoofdstuk, kapittel;Chapterverb. in hoofdstukken verdeelen:Chapter and verse= tekst en uitleg (fig.);You will be persecutedto the end of the chapter= altijd door, ten einde toe;The chapter of accidents= het toeval;Chapter-house= kerkeraadskamer; vertrek waar het kapittel samenkomt.Char,tšâsubst. appelforel.Char,tšâ, verkolen.Character,karəktə, subst. merk- of kenteeken, letter, karakter, gedrag, aard; getuigschrift, reputatie, origineel, persoon, naam, rol;Characterverb.,kəraktə, inprenten, graveeren; kenschetsen:Toact out of character= uit zijn rol vallen;Tobe in (out of) character= in, uit de rol;Igave him a good character= ik heb goede getuigen van hem gegeven;Togo by the character of= doorgaan onder den naam;He has a character for hospitality= staat bekend als gastvrij;Hetook away my character= goeden naam;Characteristic= kenschetsend, eigenaardig; subst. kenmerk:Tobe characteristic of= karakteriseeren;Characterization,karəktər(a)izeiš’n, kenschetsing;Characterize= kenmerken, stempelen, karakteriseeren.Charade,šərâd,šəreid, charade.Charcoal,tšâkoul, houtskool;Charcoalverb.[86]met houtskool zwart maken, door kolendamp bedwelmen.Chare,tšêə,tšâ, uit werken gaan, huiswerk verrichten; subst. huiswerk.Charge,tšâdž, subst. zorg, bewaking, opzicht, bevel, plicht, opdracht, ambt, pupil, toevertrouwd persoon (zaak), toespraak, aanval(signaal), last, beschuldiging, lading, prijs, kosten (Charges), vergoeding:Chargeverb. aanvallen, een charge doen, (be)laden, belasten, opdragen, bevelen, debiteeren, vermanend toespreken, beschuldigen, toevertrouwen, aanwijzen:A first charge= preferente schuld;No charge for delivery= franco huis;Tobe at(Tobear)the charge of= de kosten dragen;Tosound the charge= het signaal tot den aanval blazen;Togive in charge= toevertrouwen; laten arresteeren;The officerin charge= dienstdoend;This minister isin charge ofthe bill= zal het wetsontwerp verdedigen;Togo into the charges= aanklacht erkennen;Helaid it to my charge= legde het mij ten laste;He grew up under my charge= onder mijne hoede;Charge your glasses= vult;The judge charged the juryat great length= sprak breedvoerig toe;What do youcharge forthese cigars? = hoeveel kosten?Tocharge to one’s account (debit)= iemand debiteeren;To bechargeed witha crime= beschuldigd;Charge-room= verhoorkamer (in een politiebureau);Charge-sheet= rol der arrestanten;Chargeability= toerekenbaarheid, belastbaarheid;Chargeable= te belasten, verantwoordelijk:That waschargeable tome= dat kwam mij ten laste;Charger= strijdros; groote schotel.Chariot,tšariət, rijtuig, triomfwagen;Charioteer= wagenmenner, voerman.Charitable,tšaritəb’l, liefdadig, barmhartig;Charitableness= liefdadigheid.Charity,tšariti, menschenmin, naastenliefde, barmhartigheid, zachtheid, milddadigheid, gave, aalmoes, liefdadigheidsstichting:Sister of charity= liefdezuster;In charity= barmhartigheidshalve, voor niets;Charity begins at home= het hemd is nader dan de rok;Toask (beg) charity= bedelen;Todispense charity= gaven uitdeelen;It would be a charityto help her= een goed werk;Weparted in charity= scheidden in vriendschap;Charity-boy(Charity-child) = kind uit een gesticht;Charity-school= armenschool, kostelooze school.Charivari,šarivari, ketelmuziek, charivari.Charlatan,šâlətan, kwakzalver, charlatan;Charlatanism= marktgeschreeuw.Charlemagne,šâl(i)mein.Charles,tšâlz, (Charley,tšâli,) Karel;King Charles(’s) dog= Bologneesch hondje;Charles(’s) Wain= Wagen, Groote Beer.Charlock,tšâlok, krodde, wilde mosterd.Charlotte,šâlotCharm,tšâm, subst. toovermiddel(-woord, -formule), amulet, bekoring;Charmverb. betooveren, verrukken, bekoren:Apig-charm= gelukzwijntje aan een horlogeketting;Three is the charm= alle goede dingen bestaan in drieën;Tobear a charmed life= onkwetsbaar zijn;Charmer= charmeur, betooverend schepsel:To listen to the voice of the charmer= naar het gefluit van den vogelaar;Charming= bekoorlijk; subst.Charmingness; Charmless= zonder bekoring.Charnel,tšân’l, lijken …, knekel …:Charnel-house= knekelhuis.Charon,kêr’n, Charon, veerman.Charpie,šâpi, pluksel.Charpoy,tšâpôi, veldbed (Brit. Ind.).Chart,tšât, zeekaart, kaart, tabel, kompaskaart;Chartverb. (op een kaart aan)teekenen.Charter,tšâtə, subst. charter, privilege, patent, (voor)recht;Charterverb. bevrachten, charteren, huren:Charter-house= Karthuizerklooster; een school en gasthuis in Londen;Charter-land= cijnsvrije bezitting;Charter-party= chertepartij, scheepsvrachtbrief.Chartism,tšâtizm, de leer vanF. O’Connor’sRadic. arbeiderspartij, geformuleerd in hunPeople’s Charteri.e. algemeen stemrecht, jaarlijksche parlementen, geheime stemming, kiesdistricten, en de betaling van de afgevaardigden der natie (1838–1848);Chartist= aanhanger van die leer.Chartographer,kâtogrəfə, cartograaf;Chartography= cartographie.Charwoman,tšêəwum’n,tšâwum’n, werkster;Charwork= huiswerk.Chary,tšêri, zorgvuldig, karig, zuinig:Chary of praise= karig met lof.Chase,tšeis, subst. jachtveld, vervolging, jachtstoet, het gejaagde wild, vervolgd schip; groef, voor;Chaseverb. jagen, jacht maken op, nazetten, drijven:Tosend on a wild-goose chase= voor den gek houden, van Pontius naar Pilatus zenden;Tobe in chase (of),Togive chase= vervolgen;Tochase away (off)= wegjagen;Chased work= gedreven metaal;Chaser= jager, drijver, springpaard, soort kanon, ciseleur.Chasm,kazm, kloof, afgrond;Chasmed=Chasmy= met kloven.Chasse,šas:A cup of coffee and a chasse= ‘pousse’.Chasseur,šasɐ̂, jager, chasseur.Chassis,šasî,šasis, chassis, (inleg)raam, onderstel.Chaste,tšeist, kuisch, rein;Chasten,tšeis’n, straffen, reinigen, zuiveren, matigen, verootmoedigen.Chastise,tšəstaiz, kastijden, straffen, beteugelen, zuiveren;Chastiser= kastijder;Chastisement= kastijding;Chastity,tšastiti, kuischheid, reinheid.Chasuble,tšažub’l, kazuifel.Chat,tšat, subst. gekeuvel; katje, rijsje, aar; naam voor verschillende vogels; aardappel (voor veevoer);Chatverb. keuvelen:Tohave a chattogether= keuvelen;Chatty= praatziek.Chatelaine,šatəlein, chatelaine.Chatham,tšat’m.Chatoyant,šətôj’nt, katoog; adj. glinsterend met verschillende kleuren;Chatoyment= kleurenspel.Chatta(h),tšatə,tšâtə, parasol (Brit. Ind.).Chattel,tšat’l:Goods and chattels= have en goed.Chatter,tšatə, subst. gesnap, gesnater;Chatterverb. snappen, kakelen, klappertanden:Chatter-box, Chatter-basket= babbelkous;Chatter-pie=[87]klapekster (ookfig.);Chatterer= babbelaar.Chattiness,tšatinəs, babbelzucht;Chatty, ZieChat.Chaucer,tšôsə; adj.Chaucerian.Chauffer,tšôfə, klein draagbaar fornuis.Chauvinism,šouvinizm, chauvinisme.Chaw,tšô, kauwen;(Chaw up)afwijzen, zijn vet geven (Amer.).Chaw-bacon,tšôbeik’n, pummel.Chaworth,tšôwəth.Cheap,tšîp, goedkoop, van weinig waarde; onlekker:Dog-(Dirt-)cheap=As cheap as dirt= spotgoedkoop;A manfeels cheap in such a case= ellendig, nietswaardig;Toget (come) off cheap(ly)= er blauw afkomen;To hold cheap= geringschatten;Tomake (render) oneself cheap= zich weggooien;Cheapjack= marktschreeuwer;Cheap-trippers= reizigers met pleiziertreinen;Cheapen= afdingen, goedkoop worden, bekladden.Cheat,tšît, bedriegen, beetnemen; subst. bedrieger, valsche speler:Tocheat fatigue= verdrijven;Tocheat one into the belief= wijsmaken;Tocheat one out of= afzetten;Tocheat at cards= valsch spelen.Check,tšek, subst. schaak, belemmering, beteugeling, échec, cheque (Amer.), fiche (Amer.), berisping, verwijt, teleurstelling; controle, contremarque; geruite stof; schaak;Checkverb. schaakmat zetten (fig.), tegenhouden, beteugelen, berispen, afstempelen, inschrijven (Amer.), laten schrikken (scheepst.); collationneeren, controleeren:He was dressed ina summer check= geruit pak;Hehanded in his checks= stierf;Tokeep a check upon= in toom houden;Toput a check upon= beteugelen, intoomen;Check to the queen= schaak koningin;The king ischecked(isin check) = is schaak;Hechecked himself= hield zich in;Check-book= controleboek, chequeboekje;Checkmate= subst. schaakmat, nederlaag;Checkmateverb. schaakmat zetten =Togive checkmate;check-rail= rail, waardoor een trein op een ander spoor wordt gebracht;Check-rein= trens;Check-string= trekriem;Check-taker= controleur;Checked= geruit;Checker, subst. damsteen (Checkers= damspel), geruit uithangbord, herberg, controleur;Checkverb. =Chequer;Checker-board= schaak(dam)bord;Checky= in kleine vierkantjes verdeeld.Cheechee,tšîtšî=Eurasian.Cheek,tšîk, subst. wang, kaak; brutaliteit; driestheid;Cheekverb. brutaliseeren:With the coolest cheek= zoo brutaal mogelijk;He has plenty of cheek= hij is zoo brutaal als de beul;Cheek by jowl (jole)= wang aan wang, zij aan zij, gemeenzaam;Cheek-bone= kaakbeen;Cheeky= brutaal.Cheela,tšîla, Hindoesch leerling.Cheep,tšîp, tsjilpen, piepen:Cheeper= jonge patrijs (veldhoen).Cheer,tšîə, subst. stemming, blijdschap, onthaal, spijs, troost, gejuich, bijval;Cheerverb. aanmoedigen, opmonteren, (toe)juichen, moed vatten, opfleuren:The table was filled withgood cheer= lekkere spijzen;Beof good cheer= wees goedsmoeds;What cheer?= hoe gaat het?Toreceive with cheers= met gejuich ontvangen;Three cheers for= driemaal “hoera” voor;The speech wascheered to the echo= werd daverend toegejuicht;Cheer up= schep moed;Cheerful= vroolijk;Cheerfulness= vroolijkheid;Cheeriness= opgeruimdheid;Cheerless= droevig, somber;Cheery= opgeruimd.Cheese,tšîz, kaas; overdreven diepe buiging:Shedropped him a cheese;Making cheeses= een meisjesspel;He would make me believe that the moon ismade of green cheese= hij wilde mij knollen voor citroenen verkoopen;That is the cheese= dat is je ware;Nip cheeses= krenterige lui;Cheese-hopper,Cheese-mite= kaasmijt;Cheese-monger= kaaskooper;Cheese-paring= kaaskorst:Financial cheese-paring= krenterigheid;Cheese-press= kaaspers;Cheese-rennet= Lieve-vrouwe-bedstroo;Cheesy= kaasachtig; schoon, mooi.Cheeta(h).tšîta, jachtluipaard (Brit. Ind.).Cheetal,tšîtəl, gevlekt hert (Brit. Ind.).Chela,kîlə, schaar van krabben of kreeften;Cheliferous,kilifərɐs, van scharen voorzien;Cheliform,kîliföm, schaarvormig.Chelmsford,tše(l)mzfəd;Chelsea,tšelsî.Cheltenham,tšeltən’m.Chemical,kemik’l, scheikundig:Chemicals= chemicaliën;Chemico= scheikundig - -.Chemise,šəmîz, (vrouwen)hemd;Chemisette,šemizet, chemiset.Chemist,kemist, scheikundige, apotheker:Assistant in a chemist’s shop= apothekersbediende;Chemistry= scheikunde.Chenille,šənîl, chenille.Cheque,tšek, cheque:Togive one a blank cheque=“Carte blanche”geven;Cheque-book= chequeboekje.Chequer,tšekə, met ruitjes versieren, schakeeren:His has been a chequered life= veel bewogen leven.Cherish,tšeriš, liefhebben, liefkoozen, koesteren, voeden:To cherish a secret= een geheim trouw bewaren.Cheroot,(t)šərût, soort v. sigaar (manilla model).Cherry,tšeri, subst. kers; adj. kerskleurig; van kersehout:Bob cherry= spelletje waarbij men een kers, waarvan men den steel tusschen de lippen neemt, zonder er met de handen aan te komen in zijn mond werkt;Cherry-cheekedapples= appels met roode wangen;Cherry-stone= kersepit.Cherson,kɐ̂soun.Chersonese,kɐ̂sənîz,kɐ̂sənîz, schiereiland.Chert,tšɐ̂t, vuursteen, hoornsteen.Cherub,tšerəb, cherubijn;Cherubic(al),tšərûbik(’l), engelachtig.Chervil,tšɐ̂vil, kervel.Cheshire,tšešə.Chess,tšes, schaakspel:To play at chess= schaken;A game of chess= spel schaak;Chess-board;Chess-man= stuk;Chess-tournament= schaakwedstrijd.Chest,tšest, subst. koffer, kist, kas, borstkas;Chestverb. opsluiten; met de borst tegenaan loopen:There was something on his chest= hij had iets op het hart;Sheheaved her chest= slaakte een zucht;Chest[88]of drawers= latafel;Chest-foundered= dampig;Flat (feeble) chested.Chestnut,tšesnət, subst. kastanje(boom); adj. kastanjekleurig:That is a chestnut= ouwe mop;To pull the chestnuts out of the firefor another.Cheval,šəval:Cheval glass= toiletspiegel;Chevaux-de-frise= Spaansche ruiters, rij spijkers op een muur.Chevalier,ševəlîə, ridder, cavalier, ruiter.Cheverel,Cheveril,šev’ril, subst. bokje; zeemleer; adj. rekbaar (fig.).Cheville,šəvil, vioolschroef; stopwoord.Cheviot,tšiviət,tšîviət,tševiət, Cheviot-(schaap).Chevron,ševr’n, chevron.Chevrotain,ševrət(e)in, bisamhertje.Cheyne,tšein,tšain.Chew,tšû, kauwen, pruimen, overdenken (on,upon); subst. mondvol, pruim:Tochew the cud= herkauwen; overleggen.Chian,kaiən, van Chios.Chiante,kianti, Tosc. roode wijn.Chiaroscuro,kjâroskûrou.Chibouk,Chibouque,tšibûk, Turksche pijp.Chic,šîk, chic, chiek.Chicago,šikâgou,šikôgou,šikeigou.Chicane,šikein, subst. chicane;Chicaneverb. chicaneeren;Chicanery= chicanes, haarklooverij.Chichester,tšišəstə.Chick,tšik, kuiken: bamboejalouzie (Brit. Ind.), snoes:He has neither chick nor child= kind noch kraai;Chickling= kuikentje;Chick-pea= keker;Chick-weed= gewone sterrenmuur.Chickeen,tšikîn, 4 ropijen.Chicken,tšik’n, kuiken:You must not count your chickens before they are hatched= je moet de huid niet verkoopen voor de beer gevangen is;Mother Carey’s chicken= stormzwaluw; iemand die altijd slecht weer heeft;Chicken-broth= kippesoep;Chicken-hearted= lafhartig;Chicken-pox= waterpokken;Chicken-rising apparatus= broedmachine.Chicory,tšikəri, cichorei, suikerij:As much likea gentlemanas chicory is like coffee.Chide,tšaid, beknorren, berispen, twisten, kijven.Chief,tšîf, adj. voornaamste, hoogste, opperste; subst. hoofd, bevelhebber:Command(er) in Chief= opperbevel(hebber);Tohold land in chief= land onmiddellijk in leen hebben van den souverein;Chief-baron= president van het vroegereCourt of Exchequer;Lord Chief-justice= President van deKing’s Bench Divisionvan het Hooggerechtshof;Chiefly= voornamelijk;Chieftain= hoofd, aanvoerder;Chieftaincy, Chieftainry, Chieftainship= leiderschap.Chiffonier,šifənîə, voddenraper; chiffonière.Chignon,šinjon, chignon.Chikara,tšikâra, Bengaalsche antiloop.Chilblain,tšilblein, builen aan handen en voeten door de koude.Child,tšaild(Meerv.Children,tšildr’n), kind:The child is father of (to) the man= zoo kind, zoo man;This child= mijn persoontje (Amer.);From a child= van kindsbeen af;With child= zwanger;Childbearing= baren;In childbed= in het kraambed;Childbirth= bevalling;Childermasday,tšaildəmasdei, herdenking (in de Eng. Kerk) van den kindermoord (28 December);Child’s-play= kinderspel (ookfig.);Childhood= kindsheid;Second childhood= kindschheid;Childing= kinderen barend;Childish,Childlike,Childishminded= kinderlijk, kinderachtig;Childishness= kinderlijkheid.Childe,tšaild, jonker.Chili,tšili;Chilian,tšilj’n, Chiliaan(sch).Chiliad,kiliad, duizend jaren.Chill,tšil, kil, koel, koud, ontmoedigend; subst. koude rilling, koude, koudheid;Chillverb. koud maken (worden), verstijven, ontmoedigen, temperen, huiveren:Tocatch a chill= een bekleuming opdoen;Totake the chill off= laten beslaan;Chill(i)ness= koude, etc.;Chilling blast= snijdende wind;Chilly= kil, kleumsch; onhartelijk.ChilternHundreds,tšiltənhɐndridz, Domeingoederen in Bucks. en Oxfords., waarover het nominale rentmeesterschap wordt gegeven aan een parlementslid, dat aftreden wil, daartoe niet het recht heeft, doch alsStewardhiertoe verplicht is.Chimb,tšaim, kim van een vat.Chime,tšaim, klokkenspel (Chimes= carillon, melodie), rhythmus, harmonie, kim;Chimeverb. harmonisch luiden (klinken), harmonieeren, instemmen, invallen (in); overeenstemmen (with).Chimera,kai- of kimîrə, Chimaera; schrikbeeld; hersenschim;Chimeric(al)= hersenschimmig.Chimere,šimîə,tšimə, wit opperkleed van een bisschop.Chimney,tšimni, schoorsteen, lampeglas:The chimney smokes= de schoorsteen rookt, de lamp walmt;Chimney-cap= gek;Chimney-corner= hoekje v. d. haard;Chimney-hook= ketelhaak, vuurhaak;Chimney-money= belasting op schoorsteenen;Chimney-piece= schoorsteenmantel;Chimney-pot= schoorsteenpot; kachelpijp (fig.) =Chimney-pot (silk) hat;Chimney-shaft= deel van den schoorsteen boven het dak;Chimney-sweep(er)= schoorsteenveger.Chimpanzee,tšimpanzî,tšimpanzî, chimpansé.Chin,tšin, kin:Tothrust the chin into the neck= den neus in den wind steken;Up to the chin= tot over de ooren;Double chinned= met onderkin;Chin-music= gesnater;Chin-scale= (helm)ketting;Chin-strop= kinriem.China,tšainə, China; porselein; adj. porseleinen:China-clay= porseleinaarde;Chinaman= Chinees; schip, dat op China vaart;China-orange= sinaasappel;China-shop= porseleinwinkel;Chinaware= porselein;Chinee= Chinees;Chinese,tšainîz,tšainîs, Chinees(ch), Chineezen:Chinese lantern= lampion.Chinch,tšinš, graanworm; wandluis (Amer.).Chinchilla,tšintšilə, chincilla (bont).Chine,tšain, subst. ruggegraat, ruggestuk, rug; kloof.[89]Chink,tšiŋk, subst. spleet, reet; gerinkel; geld;Chinkverb. stoppen; rinkelen.Chinka,tšinka, soort hangende brug (Brit. Ind.).Chintz,tšints, sits.Chios,kaios.Chip,tšip, subst. brokje, splintertje, spaan, afval (=Chips), soort hoed van gevlochten bast;Chipverb. stuk snijden, bekappen, afbreken, afschilferen, afbrokkelen, openspringen:He isa chip of the old block= hij heeft een aardje naar zijn vaartje;Not to care a chip for= geen lor geven om;A little chip of an old lady= een oud dametje;From chipping comes chipping= men hakt geen hout of er vallen spaanders;Chip-axe= timmermansbijl, snik, houweel.Chippendale,tšipəndeil, een meubelmaker uit het midden van de 18de eeuw.Chippy,tšipi, katterig.Chirk,tšɐ̂k, levendig, vroolijk;Chirkverb. tjilpen (Amer.).Chiropodist,Chiropedist,kairopədist, spécialist voor ziekten aan handen of voeten; likdoornsnijder.Chirp,tšɐ̂p, tjilpen, kweelen; subst. gekweel, getjilp;Chirper.Chirr,tšɐ̂, kirren.Chirrup,tširəp, verb. tjilpen, opvroolijken; interj. allo!Chirruppy= levendig, opgewekt.Chirurgeon,kairɐ̂dž’n, wondheeler, chirurg.Chisel,tšiz’l, subst. beitel;Chiselverb. beitelen, uitbeitelen, beeldhouwen; bedriegen.Chisholm,tšiz’m,Chislehurst,tšiz’lhɐ̂st; Chiswick,tšizik.Chit,tšit, kind, klein nest, jong ding:A chit of a child;A little chit of a nurse-girl;Chitty= klein en mager, kinderachtig; subst. brief, pas.Chit-chat,tšitšat, gekeuvel, gebabbel, praatjes.Chitter,tšitə, huiveren, rillen, klapperen (van tanden).Chitterlings,tšitəliŋz, varkensdarmen.Chivalresque,šiv’lresk=Chivalric,šiv’lrik,šivalrik=Chivalrous= ridderlijk;Chivalry,šiv’lri, ridderschap, ridderlijkheid.Chiv(e)y,tšivi, (op)jagen.Chloe,kloui.Chloral,klôr’l, chloraal;Chloral-eater= aan ’t gebruik van chloraal verslaafde;Chloralism= vergiftiging door onmatig gebruik van chloraal.Chlorine,klôr(a)in, chloor; adj. groen.Chloroform,klôrəföm, chloroform;Chloroformverb. chloroformiseeren.Chlorosis,klərousis, bleekzucht;Chlorotic= bleekzuchtig.Chock,tšok, klos;Chockverb. vastzetten.Chock,tšok:Chock-a-block=Chockful= stikvol.Chocolate,tšokəlit, subst. chocolade; adj. chocoladekleurig:Chocolate-cake= koekje;Chocolate-creams= pralines;Chocolate-drop= flikje.Choice,tšôis, subst. keus, keur, assortiment; adj. uitgelezen, keurig;For choice= bij voorkeur;Tomake choice= kiezen (of);Tohave (make, take) one’s choice= een keus doen;Tohave Hobson’s choice= van den nood eene deugd moeten maken;Choiceness= uitgelezenheid.Choir,kwaiə, subst. koor, zangkoor;Choirverb. in koor zingen;Choir-screen= koorhek.Choke,tšouk, worgen, verstikken, naar adem snakken, stikken; verstoppen, versperren (up); remmen:Tochoke off= door worgen dwingen tot loslaten, smoren, den mond snoeren, afschrikken, remmen; subst. baard van de artisjok; snik;Choke-damp= stiklucht, mijngas;Choke-pear,Choke-plum(=Choker) = aftroeving;Chokeweed= bremraap;Chokeful= stikvol;Chokers= witte das, vadermoorders (fig.):White chokers= geestelijken, kellners;A speckled choker= hooge das met stippels;Choky, verstikkend.Choler,kolə, gal; toorn;Choleric,kolərik, galzuchtig, opvliegend.Cholera,kolərə, cholera;Cholerine,kolər(a)in, cholerine.Cholmondeley,tšɐmli.Choltri,tšoultri, herberg (Brit. Ind.).Choose,tšûz, kiezen, verkiezen, uitkiezen, liever hebben (Choose rather):There is not much to choose between them= ’t is één pot nat;I cannot choose but say= ik kan het niet helpen, maar.…Chop,tšop, subst. cotelet of ribbetje, houw, korte golfslag, stempel, douanebiljet, kwaliteit;Chopverb. afkappen, kappen, hakken, voortdurend veranderen;Chops= kinnebak, bek, monding:Chops and changes= wisselingen;Tochop and change= koopen en verkoopen; voortdurend veranderen;Tochop logic= redekavelen;Chop-fallen(ZieChap-fallen);Chop house= gaarkeuken;Chop-sticks= eetstokjes;Chopper= hakmes:Logic chopper= wauwelaar;Chopping= flink, kort (vangolfslag), plotseling omslaand (wind);Chopping-block= hakbord;Chopping-knife= hakmes;Choppy= vol barsten; onstuimig.Chopin,tšopin, oude vochtmaat 0,85 L. (Schot.) 0,23 L. (Eng.).Choral,kôr’l, tot een koor behoorend, in koor gezongen;Chorale,kərâl, koraal.Chord,köd, subst. snaar, pees, accoord,koorde;Chordverb. besnaren.Chore,tšöhuiswerk (Amer.). ZieChare.Chorea,kərîə, St. Vitusdans.Chorister,koristə, koorzanger, leider van een kerkkoor (Amer.).Chortle,tšöt’l, grinniken.Chorus,kôrəs, koor, refrein;Chorusverb. in koor zingen.Chose,šouz, zaak (jur.).Chose,tšouz, imperf. vanTo choose;Chosen, part, vanTo choose:My chosen friend= boezemvriend.Chough,tšɐf, kauw.Choultry,tšoultri,tšaultri, herberg (Brit. Ind.).Chouse,tšaus, bedrog;Chouseverb. bedriegen;Chouser= bedrieger.Chow-chow,tšautšau, subst. Chineesche maaltijd; soort mixed pickles; adj. vermengd.Chowder,tšaudə, subst. gerecht, bestaande uit visch, varkensvleesch en scheepsbeschuit;[90]een picnic waarbij dit de hoofdschotel is;Chowder-headed= dom, suf.Chowree,Chowry,tšauri, vliegenwaaier (Brit. Ind.).Chrestomathy,krəstoməthi, bloemlezing.Chrism,krizm, heilige olie;Chrismation= toediening van het oliesel;Chrismatory= fleschje met gewijde zalfolie.Chrisom,kriz’m, doek, gezalfd met heilige olie, en den kinderen bij het doopen op het hoofd gelegd; doopkleed, pasgedoopt kind; kind, dat binnen eene maand na den doop sterft.Christ,kraist, Christus;Christ-cross-row,kriskrosrou, ’t alphabet;Christen,kris’n, doopen, noemen;Christendom,kris’nd’m, Christenheid;Christian,kristj’n, subst. Christiaan; Christen; adj. Christelijk:Christian era= Chr. jaartelling;Christian name= doopnaam;Christianity,krist’janiti, Christendom;Christianize= bekeeren.Christmas,krisməs, subst. Kerstmis; adj. tot het Kerstfeest behoorende:Christmas-box,krisməsboks, kerstgeschenk;Christmas-carol,krisməskar’l, kerstzang;Christmas-day= Kerstdag, Kerstfeest;Christmas-eve,krisməzîv, (de avond van) 24 December;Christmas-flower=Christmas-rose= helleborus, zwarte nieswortel;Christmas-tide= Kersttijd;Christmas(s)y= kerstfeestachtig.Christina,kristînə.St. Christopher,s’ntkristəfə.Chromatic,krəmatik, chromatisch:Chromatics= kleurenleer;Chromatic scale= chromatische toonladder.Chrome,kroum,Chromium,kroumjəm, chromium.Chromolithography,krouməlithogrəfi, chromolithographie =Chromo:You will findinsurance chromosin all my rooms= gekleurde platen van levensverzekeringmaatschappijen.Chronic,kronik, chronisch;Chronical= tijdelijk.Chronicle,kronik’l, subst. kroniek;Chronicleverb, boekstaven;Chronicler= kroniekschrijver;Chronologic(al)= chronologisch;Chronology,krənolədži, chronologie.Chronometer,krənomətə, chronometer.Chrysalis,krisəlis(Meerv.Chrysalides,krisalidîz) pop (van een vlinder).Chrysolite,krisəlait, chrysoliet.Chub, tšɐb, wimber.Chubbiness,tšɐbinəs, dikwangigheid, molligheid; adj.Chubby.Chubb-lock,tšɐblok, slot, naar een bekend slotenmaker,Chubb, genoemd.Chuck,tšɐk, subst. geklok, lieverd, aai (onder de kin), worp (tot op kleinen afstand);Chuckverb, klokken, roepen, aaien, gooien, er uit gooien(out):Tochuckthe whole business (thing)= er den brui van geven, met iets uitscheiden;Tochuck under the chin= strijken;To chuck up the sponge= zich gewonnen geven;Chuck-farthing= subst. een spel, waarbij centen in een kuil worden geworpen:To play chuck-farthing with= weggooien, op ’t spel zetten; adj. ondoordacht:Chuck-farthing politics.Chuckle,tšɐk’l, subst. klokken, gegrinnik;Chuckleverb, klokken, kakelen, liefkoozen, grinniken:Tochuckle up (in) one’s sleeve= in zijn vuistje lachen;Chuckle-head= domkop;Chuckle-headedness= domheid.Chudleigh,tšɐdli.Chum,tšɐm, subst. contubernaal, kameraad, intieme vriend;Chumverb. met iemand samen eten of wonen;Chummy= intiem, gezellig.Chump,tšɐmp, subst. houtblok; kop, schaapskop (fig.):He’soff his chump= niet recht snik;Chumpverb. eten kauwen.Chunam,tšunâm, kalk ter bestrijking der in sirihbladeren gewikkelde areka.Chunk,tšɐŋk, brok, klomp:We’vecut off a bigger chunk than we can chew= onze oogen waren grooter dan onze maag;Chunky= kort en dik.Chupatti,tšûpati, ongezuurde koek (Brit. Ind.).Chuprassy,tšûprasi, boodschaplooper (Brit. Ind.).Church,tšɐ̂tš, subst. kerk, de geestelijkheid;ookverb.:Tobe churched= den kerkgang doen; in de kerk genoemd worden bij wijze van afkeuring (Amer.);Anglican Church=Church of England;Broad church= kerk met meer liberale leerstellingen;High church= Angl. kerk;Low church= het Calvinistisch gezinde gedeelte derAngl. Church;To beat (in) church;Toattend church= bijwonen;Togo to church;He wasas fast asleep as a church= hij sliep zeer vast, als een marmot;They wereasked in church= zij stonden onder de geboden;Church-burial= begrafenis naar den ritus der kerk;Church-goer= kerkganger;Church-living= prebende, predikantsplaats;Churchman= geestelijke; lid van de Angl. kerk;Church-music= koraalmuziek;Church-rate= kerkbelasting;Churchwarden= kerkmeester, kerkvoogd; lange pijp;Churchyard= kerkhof;Churching= kerkgang na bevalling;Churchy= kerksch.Churl,tšɐ̂l, landman, vlegel, vrek;Churlish= boersch, lomp, vrekkig.Churn,tšɐ̂n, subst. karn;Churnverb. karnen, krachtig roeren, koken of zieden.Chute,šût, vangzeil (=Canvass chute), goot, stroomversnelling; opening in een dam voor vlotten (Amer.).Chutnee,Chutney,tšɐtni, Ind. kruiderij.Chyle,kail, chijl.Chyme,kaim, chym of spijspap.Ciborium,sibôrj’m, ciborie, hostiekastje, hostievaas.Cicada,sikeidə, cicade, zingende krekel, soms sprinkhaan =Cicala,sikâlə.Cicatrice,sikətris, litteeken, nerf. ZieCicatricle.Cicatricle,sikətrik’l, nerf; hanetred.Cicatrix,sikeitriks,sikətriks, litteeken, nerf;Cicatrization= vergroeiing;Cicatrize= vergroeien.Cicero,sisərou;Ciceronian, Ciceroniaansch.Ciceron(e),tšitšərouni,sisərouni= cicerone.Cichory,sikəri; ZieChicory.Cicuta,sikjûtə, dolle kervel, waterscheerling.Cid,sid, opperhoofd, aanvoerder (Spaansch).Cider,saidə, cider, appelwijn.Cigar,sigâ, sigaar;Cigar-box= kistje;Cigar-case[91]= koker;Cigar-cutter= knipper;Cigar-divan= rooksalon, waar men voor 1 sh. een sigaar en een kop koffie krijgt;Cigar-factory= fabriek;Cigarette,sigəret, cigarette.Cilia,siljə, oogharen;Ciliate(d), met wimpers;Ciliary, wimper - -.Cimbric,simbrik, Kimbrisch(e taal.)Cimmerian,simîrj’n:Cimmerian darkness= uiterste duisternis.Cinchona,sinkounə, kinaboom.Cincinnati,sinsinâti,sinsinati.Cincture,sinktjə, gordel, band;Cinctureverb. omgorden.Cinder,sində, sintel, slak:Yours to a cinder= tot mijn laatsten snik;Cinder-pail= doofpot;Cinder-woman(Cinder-wench) = kolenraapster;Cindery= slakvormig.Cinderella,sindərelə, Asschepoetster (ookfig.):Cinderella’s glass slipper.Cinematograph,s(a)inəmatəgraf, kinematograaf.Cineraria,sinirêriə, cineraria.Cinerary,sinərəri, subst. urn; adj. asch…:Cinerary-vase(Cinerary-urn).Cingalese,siŋgəlîz,siŋgəlîs, Cingaleesch; subst. Cingalees.Cinnabar,sinəbâ, cinnaber.Cinnamon,sinəm’n, kaneel;Cinnamon-stick= pijpkaneel;Cinnamon-stone= kaneelsteen.Cinque,siŋk, vijf:Cinquefoil= vijfvingerkruid;Cinque-ports= vijf havenplaatsen:Dover, Sandwich, Hastings, RomneyenHythe, waarbij later nog kwamenWinchelsea, Rye(enSeaford), onder bevel van denLord Warden of the Cinque-ports, ter verdediging van de kust; het ambt is thans een sinecure.Cipher,saifə, subst. de 0, cijfer, naamletter, cijferschrift;Cipherverb. berekenen, cijferen, ontcijferen, meeklinken:Tobe (stand for) a mere cipher= een nul in ’t cijfer zijn;What’s the cipher?= wat kost het?Cipher-key= sleutel;Ciphering-book= rekenboek.Circassia,sɐ̂kašə, Circassië:Circassian= Circassiër; Circassisch.Circe,sɐ̂sî, Circe;Circean, betooverend.Circensian,sɐ̂senš’n, circus …Circle,sɐ̂k’l, subst. cirkel, kring, omtrek, cirkelgang, rang, diadeem;Circleverb. zich in het rond bewegen, zwenken (v. cavalerie), omringen:Togo round in a circle= in een kringetje ronddraaien (ookfig.);Circle-trains= ceintuurbanen;Circled inon all sides= rondom ingesloten;Circlet= cirkeltje, ringetje.Circuit,sɐ̂kit, omloop, omtrek, geregeld bezoek of rondgang, (rechts)gebied, omweg:Circuitverb. zich in een kring bewegen;Ten miles in circuit= in omtrek;Tomake a circuit= omweg;Togo the circuit= zijne tournée maken;Toput in circuit, out of circuit= aansluiten (van telefoon, b.v.), in- uitschakelen;Circuitor= rondreizend inspecteur;Circuitous,sɐ̂kjûitəs, met een omweg;Circuity,sɐ̂kjûiti, kringloop, cirkelgang, omweg.Circular,sɐ̂kjulə, subst. circulaire; adj. cirkelvormig, rond, rondgaand;Circular announcement (Circular letter)= circulaire;Circular letter of credit(Circular note) = kredietbrief:Circular-sailing= het zeilen langs den boog van een grooten cirkel;Circular ticket= rondreisbiljet;Circularity= rondheid;Circularize= circulaires zenden;Circulate= (laten) circuleeren, rondgaan, verkeeren;Circulating:Circulating decimal= repeteerende breuk;Circulating library= leenbibliotheek;Circulating medium= ruilmiddel;Circulation, circulatie, omloop:Circulation of the blood;Bank of circulation= girobank;Circulation of matter= stofwisseling;Tobe(Toput)in circulation;Circulative= circuleerend;Circulator= repetent:Circulator of scandal= lastertong;Circulatory= circuleerend, rondtrekkend.Circumambient,sɐ̂k’mambj’nt, omgevend;Circumambulate= rondwandelen; polsen;Circumambulation= rondgang, etc.;Circumbendibus= omweg.

Chamberlain,tšeimbəlin, kamerheer:Lord Chamberlain= een der 14 dignitarissen vanHis Majesty’s Household.Chambers,tšeimbəz.Chameleon,kəmîl’n, chameleon.Chamfer,tšamfə, subst. groef;Chamferverb. canneleeren.Chamois,šami,šamwô, gems, gemsleder; adj. geelbruin.Chamomile,kaməmail, kamille.Champ,tšamp, bijten (van een paard op zijn gebit), kauwen, stuk bijten:Tochamp the bit= mokken (fig.).Champagne,šampein, champagne.[85]Champaign,tšampein,(t)šsampein, subst. open, vlak land; adj. open, vlak.Champerty,tšampəti, afspraak van densolicitormet zijn client om de eventueele voordeelen van het proces te deelen.Champignon,(t)šəmpinjən, eetbare paddestoel.Champion,tšampj’n, subst. kampioen; adj. kampioen …, uitstekend;Championverb. verdedigen;Championship, kampioenschap.Champop=Champagne= ‘panje’, ‘sjampie’.Chance,tšâns, subst. toeval, kans, uitzicht, mogelijkheid;Chanceverb. wagen, gebeuren:By chance= toevallig;Main chance= persoonlijk voordeel;On the off chance= met ’t oog op de mogelijkheid;Tostand a chance= kans hebben;Totake one’s chance= het er op wagen;I chanced to meet him= ik ontmoette hem toevallig;Tochance it= het er op aan laten komen;Chance-comer= een toevallig binnenkomende;Chance-games;Chance-medley= manslag uit noodweer.Chancel,tšâns’l, koor (waar het altaar is, gewoonlijk met een hek afgesloten).Chancellor,tšâns’lə, kanselier:Lord (High) Chancellor=Lord keeper= Minister van Justitie, Groot Zegelbewaarder, President van hetHouse of Lordsen voorzitter van deChancery Divisionvan het Hooggerechtshof;Chancellor of the Exchequer= hoofdambtenaar van deTreasuryaan ’t hoofd waarvanThe First Lordstaat;Chancellorship= kanselierschap.Chancery,tšânsəri, kanselarij:Chancery Division= afdeeling van het hoogste gerechtshof;To be in chancery= failliet zijn; in de klem zitten.Chandelier,šandəlîə, kroonluchter; blindeeringsfascine.Chandler,tšândlə, kaarsenmaker (verkooper):Corn chandler= factor;Ship chandler= winkelier in victualiën;Chandlery= kleinhandel, winkel.Change,tšeinž, subst. verandering, wijziging, overgang, afwisseling, nieuwigheid, variatie, modulatie, klein geld, pasmunt, geld dat men terugkrijgt, verschooning, de Beurs;Changeverb. veranderen, verwisselen, verruilen, (geld) wisselen, overstappen, zuur worden:Toget (give) one his change= geld terug geven; iemand dienen (fig.);He won’tget much change out of me= hij zal van mij niet veel halen, krijgt bij mij den wind van voren;To have no change;They won’t have any change= behoeven niet over te stappen;Toring the changes= op allerlei manieren herhalen; valsch geld uitgeven, een winkelier in de war brengen zoodat hij te veel terug geeft;A completechange of linen= verschooning;The windchanged;Tochange trams;Change here for Velp= Velp overstappen;He changed his dress (linen)= trok andere kleeren aan, verschoonde zich;Tochange toa steamer= overstappen op;He changed tothe diplomatic service= ging over in;Changeability= veranderlijkheid;Changeable, veranderlijk; subst.Changeableness;Changeful= veranderlijk;Changeless= onveranderlijk;Changeling= wisselkind; weifelaar, wankelmoedige.Channel,tšan’l, subst. kanaal, bedding, vaarwater, groef, voor;Channelverb. groeven maken:The (British) Channel= Het Kanaal.Chant,tšânt, subst. lied, melodie, kerkgezang;Chantverb. zingen, bezingen, opdreunen:To chant a horse= bedriegelijk verkoopen (door gebreken te verbergen);Tochant the praises of= (iemands) lof zingen;Chanter, zanger; melodiepijp; paardekooper;Chanticleer,tšantiklîə, kraaiende haan;Chantry= kapel, waar dagelijks eene mis voor afgestorvenen gezongen wordt.Chaos,keios, chaos; adj.Chaotic.Chap,tšap,tšop, subst. kloof, spleet, reet;Chapverb. splijten, scheuren, doen barsten;Chapped= opengesprongen, gebarsten;Chappy= gebarsten, open.Chap,tšap, kerel, vent, klant;Chappie= kereltje.Chap,tšop, kaak;Chaps, snuit, muil;Chap-fallen= ontmoedigd.Chap-book,tšap-buk, volksboekje waarmee vroeger gevent werd doorChap-men.Chape,tšeip, knip, haak, schoen eener sabelscheede.Chapel,tšap’l, kapel, godshuis (der van de Staatskerk afgescheidenen);Chapelverb. een uil vangen (zeeterm):Chapel of ease= hulp- of bijkerk.Chapelet,tšapəlet, stijgbeugelriemen.Chapelry,tšapəlri, kerkelijke gemeente tot ééne kapel behoorende.Chaperon,šapəron,šapəroun, baret; oudere dame, die eene jongere vergezelt in het publiek;Chaperonverb. vergezellen, beschermen.Chaplain,tšaplin, geestelijke op een schip, (bij het leger, in een gevangenis); huiskapelaan;Chaplaincy=Chaplainship, waardigheid van eenchaplain.Chaplet,tšaplət, subst. krans, rozenkrans, eierstaaf (-lijst); kuif.Chapter,tšaptə, subst. hoofdstuk, kapittel;Chapterverb. in hoofdstukken verdeelen:Chapter and verse= tekst en uitleg (fig.);You will be persecutedto the end of the chapter= altijd door, ten einde toe;The chapter of accidents= het toeval;Chapter-house= kerkeraadskamer; vertrek waar het kapittel samenkomt.Char,tšâsubst. appelforel.Char,tšâ, verkolen.Character,karəktə, subst. merk- of kenteeken, letter, karakter, gedrag, aard; getuigschrift, reputatie, origineel, persoon, naam, rol;Characterverb.,kəraktə, inprenten, graveeren; kenschetsen:Toact out of character= uit zijn rol vallen;Tobe in (out of) character= in, uit de rol;Igave him a good character= ik heb goede getuigen van hem gegeven;Togo by the character of= doorgaan onder den naam;He has a character for hospitality= staat bekend als gastvrij;Hetook away my character= goeden naam;Characteristic= kenschetsend, eigenaardig; subst. kenmerk:Tobe characteristic of= karakteriseeren;Characterization,karəktər(a)izeiš’n, kenschetsing;Characterize= kenmerken, stempelen, karakteriseeren.Charade,šərâd,šəreid, charade.Charcoal,tšâkoul, houtskool;Charcoalverb.[86]met houtskool zwart maken, door kolendamp bedwelmen.Chare,tšêə,tšâ, uit werken gaan, huiswerk verrichten; subst. huiswerk.Charge,tšâdž, subst. zorg, bewaking, opzicht, bevel, plicht, opdracht, ambt, pupil, toevertrouwd persoon (zaak), toespraak, aanval(signaal), last, beschuldiging, lading, prijs, kosten (Charges), vergoeding:Chargeverb. aanvallen, een charge doen, (be)laden, belasten, opdragen, bevelen, debiteeren, vermanend toespreken, beschuldigen, toevertrouwen, aanwijzen:A first charge= preferente schuld;No charge for delivery= franco huis;Tobe at(Tobear)the charge of= de kosten dragen;Tosound the charge= het signaal tot den aanval blazen;Togive in charge= toevertrouwen; laten arresteeren;The officerin charge= dienstdoend;This minister isin charge ofthe bill= zal het wetsontwerp verdedigen;Togo into the charges= aanklacht erkennen;Helaid it to my charge= legde het mij ten laste;He grew up under my charge= onder mijne hoede;Charge your glasses= vult;The judge charged the juryat great length= sprak breedvoerig toe;What do youcharge forthese cigars? = hoeveel kosten?Tocharge to one’s account (debit)= iemand debiteeren;To bechargeed witha crime= beschuldigd;Charge-room= verhoorkamer (in een politiebureau);Charge-sheet= rol der arrestanten;Chargeability= toerekenbaarheid, belastbaarheid;Chargeable= te belasten, verantwoordelijk:That waschargeable tome= dat kwam mij ten laste;Charger= strijdros; groote schotel.Chariot,tšariət, rijtuig, triomfwagen;Charioteer= wagenmenner, voerman.Charitable,tšaritəb’l, liefdadig, barmhartig;Charitableness= liefdadigheid.Charity,tšariti, menschenmin, naastenliefde, barmhartigheid, zachtheid, milddadigheid, gave, aalmoes, liefdadigheidsstichting:Sister of charity= liefdezuster;In charity= barmhartigheidshalve, voor niets;Charity begins at home= het hemd is nader dan de rok;Toask (beg) charity= bedelen;Todispense charity= gaven uitdeelen;It would be a charityto help her= een goed werk;Weparted in charity= scheidden in vriendschap;Charity-boy(Charity-child) = kind uit een gesticht;Charity-school= armenschool, kostelooze school.Charivari,šarivari, ketelmuziek, charivari.Charlatan,šâlətan, kwakzalver, charlatan;Charlatanism= marktgeschreeuw.Charlemagne,šâl(i)mein.Charles,tšâlz, (Charley,tšâli,) Karel;King Charles(’s) dog= Bologneesch hondje;Charles(’s) Wain= Wagen, Groote Beer.Charlock,tšâlok, krodde, wilde mosterd.Charlotte,šâlotCharm,tšâm, subst. toovermiddel(-woord, -formule), amulet, bekoring;Charmverb. betooveren, verrukken, bekoren:Apig-charm= gelukzwijntje aan een horlogeketting;Three is the charm= alle goede dingen bestaan in drieën;Tobear a charmed life= onkwetsbaar zijn;Charmer= charmeur, betooverend schepsel:To listen to the voice of the charmer= naar het gefluit van den vogelaar;Charming= bekoorlijk; subst.Charmingness; Charmless= zonder bekoring.Charnel,tšân’l, lijken …, knekel …:Charnel-house= knekelhuis.Charon,kêr’n, Charon, veerman.Charpie,šâpi, pluksel.Charpoy,tšâpôi, veldbed (Brit. Ind.).Chart,tšât, zeekaart, kaart, tabel, kompaskaart;Chartverb. (op een kaart aan)teekenen.Charter,tšâtə, subst. charter, privilege, patent, (voor)recht;Charterverb. bevrachten, charteren, huren:Charter-house= Karthuizerklooster; een school en gasthuis in Londen;Charter-land= cijnsvrije bezitting;Charter-party= chertepartij, scheepsvrachtbrief.Chartism,tšâtizm, de leer vanF. O’Connor’sRadic. arbeiderspartij, geformuleerd in hunPeople’s Charteri.e. algemeen stemrecht, jaarlijksche parlementen, geheime stemming, kiesdistricten, en de betaling van de afgevaardigden der natie (1838–1848);Chartist= aanhanger van die leer.Chartographer,kâtogrəfə, cartograaf;Chartography= cartographie.Charwoman,tšêəwum’n,tšâwum’n, werkster;Charwork= huiswerk.Chary,tšêri, zorgvuldig, karig, zuinig:Chary of praise= karig met lof.Chase,tšeis, subst. jachtveld, vervolging, jachtstoet, het gejaagde wild, vervolgd schip; groef, voor;Chaseverb. jagen, jacht maken op, nazetten, drijven:Tosend on a wild-goose chase= voor den gek houden, van Pontius naar Pilatus zenden;Tobe in chase (of),Togive chase= vervolgen;Tochase away (off)= wegjagen;Chased work= gedreven metaal;Chaser= jager, drijver, springpaard, soort kanon, ciseleur.Chasm,kazm, kloof, afgrond;Chasmed=Chasmy= met kloven.Chasse,šas:A cup of coffee and a chasse= ‘pousse’.Chasseur,šasɐ̂, jager, chasseur.Chassis,šasî,šasis, chassis, (inleg)raam, onderstel.Chaste,tšeist, kuisch, rein;Chasten,tšeis’n, straffen, reinigen, zuiveren, matigen, verootmoedigen.Chastise,tšəstaiz, kastijden, straffen, beteugelen, zuiveren;Chastiser= kastijder;Chastisement= kastijding;Chastity,tšastiti, kuischheid, reinheid.Chasuble,tšažub’l, kazuifel.Chat,tšat, subst. gekeuvel; katje, rijsje, aar; naam voor verschillende vogels; aardappel (voor veevoer);Chatverb. keuvelen:Tohave a chattogether= keuvelen;Chatty= praatziek.Chatelaine,šatəlein, chatelaine.Chatham,tšat’m.Chatoyant,šətôj’nt, katoog; adj. glinsterend met verschillende kleuren;Chatoyment= kleurenspel.Chatta(h),tšatə,tšâtə, parasol (Brit. Ind.).Chattel,tšat’l:Goods and chattels= have en goed.Chatter,tšatə, subst. gesnap, gesnater;Chatterverb. snappen, kakelen, klappertanden:Chatter-box, Chatter-basket= babbelkous;Chatter-pie=[87]klapekster (ookfig.);Chatterer= babbelaar.Chattiness,tšatinəs, babbelzucht;Chatty, ZieChat.Chaucer,tšôsə; adj.Chaucerian.Chauffer,tšôfə, klein draagbaar fornuis.Chauvinism,šouvinizm, chauvinisme.Chaw,tšô, kauwen;(Chaw up)afwijzen, zijn vet geven (Amer.).Chaw-bacon,tšôbeik’n, pummel.Chaworth,tšôwəth.Cheap,tšîp, goedkoop, van weinig waarde; onlekker:Dog-(Dirt-)cheap=As cheap as dirt= spotgoedkoop;A manfeels cheap in such a case= ellendig, nietswaardig;Toget (come) off cheap(ly)= er blauw afkomen;To hold cheap= geringschatten;Tomake (render) oneself cheap= zich weggooien;Cheapjack= marktschreeuwer;Cheap-trippers= reizigers met pleiziertreinen;Cheapen= afdingen, goedkoop worden, bekladden.Cheat,tšît, bedriegen, beetnemen; subst. bedrieger, valsche speler:Tocheat fatigue= verdrijven;Tocheat one into the belief= wijsmaken;Tocheat one out of= afzetten;Tocheat at cards= valsch spelen.Check,tšek, subst. schaak, belemmering, beteugeling, échec, cheque (Amer.), fiche (Amer.), berisping, verwijt, teleurstelling; controle, contremarque; geruite stof; schaak;Checkverb. schaakmat zetten (fig.), tegenhouden, beteugelen, berispen, afstempelen, inschrijven (Amer.), laten schrikken (scheepst.); collationneeren, controleeren:He was dressed ina summer check= geruit pak;Hehanded in his checks= stierf;Tokeep a check upon= in toom houden;Toput a check upon= beteugelen, intoomen;Check to the queen= schaak koningin;The king ischecked(isin check) = is schaak;Hechecked himself= hield zich in;Check-book= controleboek, chequeboekje;Checkmate= subst. schaakmat, nederlaag;Checkmateverb. schaakmat zetten =Togive checkmate;check-rail= rail, waardoor een trein op een ander spoor wordt gebracht;Check-rein= trens;Check-string= trekriem;Check-taker= controleur;Checked= geruit;Checker, subst. damsteen (Checkers= damspel), geruit uithangbord, herberg, controleur;Checkverb. =Chequer;Checker-board= schaak(dam)bord;Checky= in kleine vierkantjes verdeeld.Cheechee,tšîtšî=Eurasian.Cheek,tšîk, subst. wang, kaak; brutaliteit; driestheid;Cheekverb. brutaliseeren:With the coolest cheek= zoo brutaal mogelijk;He has plenty of cheek= hij is zoo brutaal als de beul;Cheek by jowl (jole)= wang aan wang, zij aan zij, gemeenzaam;Cheek-bone= kaakbeen;Cheeky= brutaal.Cheela,tšîla, Hindoesch leerling.Cheep,tšîp, tsjilpen, piepen:Cheeper= jonge patrijs (veldhoen).Cheer,tšîə, subst. stemming, blijdschap, onthaal, spijs, troost, gejuich, bijval;Cheerverb. aanmoedigen, opmonteren, (toe)juichen, moed vatten, opfleuren:The table was filled withgood cheer= lekkere spijzen;Beof good cheer= wees goedsmoeds;What cheer?= hoe gaat het?Toreceive with cheers= met gejuich ontvangen;Three cheers for= driemaal “hoera” voor;The speech wascheered to the echo= werd daverend toegejuicht;Cheer up= schep moed;Cheerful= vroolijk;Cheerfulness= vroolijkheid;Cheeriness= opgeruimdheid;Cheerless= droevig, somber;Cheery= opgeruimd.Cheese,tšîz, kaas; overdreven diepe buiging:Shedropped him a cheese;Making cheeses= een meisjesspel;He would make me believe that the moon ismade of green cheese= hij wilde mij knollen voor citroenen verkoopen;That is the cheese= dat is je ware;Nip cheeses= krenterige lui;Cheese-hopper,Cheese-mite= kaasmijt;Cheese-monger= kaaskooper;Cheese-paring= kaaskorst:Financial cheese-paring= krenterigheid;Cheese-press= kaaspers;Cheese-rennet= Lieve-vrouwe-bedstroo;Cheesy= kaasachtig; schoon, mooi.Cheeta(h).tšîta, jachtluipaard (Brit. Ind.).Cheetal,tšîtəl, gevlekt hert (Brit. Ind.).Chela,kîlə, schaar van krabben of kreeften;Cheliferous,kilifərɐs, van scharen voorzien;Cheliform,kîliföm, schaarvormig.Chelmsford,tše(l)mzfəd;Chelsea,tšelsî.Cheltenham,tšeltən’m.Chemical,kemik’l, scheikundig:Chemicals= chemicaliën;Chemico= scheikundig - -.Chemise,šəmîz, (vrouwen)hemd;Chemisette,šemizet, chemiset.Chemist,kemist, scheikundige, apotheker:Assistant in a chemist’s shop= apothekersbediende;Chemistry= scheikunde.Chenille,šənîl, chenille.Cheque,tšek, cheque:Togive one a blank cheque=“Carte blanche”geven;Cheque-book= chequeboekje.Chequer,tšekə, met ruitjes versieren, schakeeren:His has been a chequered life= veel bewogen leven.Cherish,tšeriš, liefhebben, liefkoozen, koesteren, voeden:To cherish a secret= een geheim trouw bewaren.Cheroot,(t)šərût, soort v. sigaar (manilla model).Cherry,tšeri, subst. kers; adj. kerskleurig; van kersehout:Bob cherry= spelletje waarbij men een kers, waarvan men den steel tusschen de lippen neemt, zonder er met de handen aan te komen in zijn mond werkt;Cherry-cheekedapples= appels met roode wangen;Cherry-stone= kersepit.Cherson,kɐ̂soun.Chersonese,kɐ̂sənîz,kɐ̂sənîz, schiereiland.Chert,tšɐ̂t, vuursteen, hoornsteen.Cherub,tšerəb, cherubijn;Cherubic(al),tšərûbik(’l), engelachtig.Chervil,tšɐ̂vil, kervel.Cheshire,tšešə.Chess,tšes, schaakspel:To play at chess= schaken;A game of chess= spel schaak;Chess-board;Chess-man= stuk;Chess-tournament= schaakwedstrijd.Chest,tšest, subst. koffer, kist, kas, borstkas;Chestverb. opsluiten; met de borst tegenaan loopen:There was something on his chest= hij had iets op het hart;Sheheaved her chest= slaakte een zucht;Chest[88]of drawers= latafel;Chest-foundered= dampig;Flat (feeble) chested.Chestnut,tšesnət, subst. kastanje(boom); adj. kastanjekleurig:That is a chestnut= ouwe mop;To pull the chestnuts out of the firefor another.Cheval,šəval:Cheval glass= toiletspiegel;Chevaux-de-frise= Spaansche ruiters, rij spijkers op een muur.Chevalier,ševəlîə, ridder, cavalier, ruiter.Cheverel,Cheveril,šev’ril, subst. bokje; zeemleer; adj. rekbaar (fig.).Cheville,šəvil, vioolschroef; stopwoord.Cheviot,tšiviət,tšîviət,tševiət, Cheviot-(schaap).Chevron,ševr’n, chevron.Chevrotain,ševrət(e)in, bisamhertje.Cheyne,tšein,tšain.Chew,tšû, kauwen, pruimen, overdenken (on,upon); subst. mondvol, pruim:Tochew the cud= herkauwen; overleggen.Chian,kaiən, van Chios.Chiante,kianti, Tosc. roode wijn.Chiaroscuro,kjâroskûrou.Chibouk,Chibouque,tšibûk, Turksche pijp.Chic,šîk, chic, chiek.Chicago,šikâgou,šikôgou,šikeigou.Chicane,šikein, subst. chicane;Chicaneverb. chicaneeren;Chicanery= chicanes, haarklooverij.Chichester,tšišəstə.Chick,tšik, kuiken: bamboejalouzie (Brit. Ind.), snoes:He has neither chick nor child= kind noch kraai;Chickling= kuikentje;Chick-pea= keker;Chick-weed= gewone sterrenmuur.Chickeen,tšikîn, 4 ropijen.Chicken,tšik’n, kuiken:You must not count your chickens before they are hatched= je moet de huid niet verkoopen voor de beer gevangen is;Mother Carey’s chicken= stormzwaluw; iemand die altijd slecht weer heeft;Chicken-broth= kippesoep;Chicken-hearted= lafhartig;Chicken-pox= waterpokken;Chicken-rising apparatus= broedmachine.Chicory,tšikəri, cichorei, suikerij:As much likea gentlemanas chicory is like coffee.Chide,tšaid, beknorren, berispen, twisten, kijven.Chief,tšîf, adj. voornaamste, hoogste, opperste; subst. hoofd, bevelhebber:Command(er) in Chief= opperbevel(hebber);Tohold land in chief= land onmiddellijk in leen hebben van den souverein;Chief-baron= president van het vroegereCourt of Exchequer;Lord Chief-justice= President van deKing’s Bench Divisionvan het Hooggerechtshof;Chiefly= voornamelijk;Chieftain= hoofd, aanvoerder;Chieftaincy, Chieftainry, Chieftainship= leiderschap.Chiffonier,šifənîə, voddenraper; chiffonière.Chignon,šinjon, chignon.Chikara,tšikâra, Bengaalsche antiloop.Chilblain,tšilblein, builen aan handen en voeten door de koude.Child,tšaild(Meerv.Children,tšildr’n), kind:The child is father of (to) the man= zoo kind, zoo man;This child= mijn persoontje (Amer.);From a child= van kindsbeen af;With child= zwanger;Childbearing= baren;In childbed= in het kraambed;Childbirth= bevalling;Childermasday,tšaildəmasdei, herdenking (in de Eng. Kerk) van den kindermoord (28 December);Child’s-play= kinderspel (ookfig.);Childhood= kindsheid;Second childhood= kindschheid;Childing= kinderen barend;Childish,Childlike,Childishminded= kinderlijk, kinderachtig;Childishness= kinderlijkheid.Childe,tšaild, jonker.Chili,tšili;Chilian,tšilj’n, Chiliaan(sch).Chiliad,kiliad, duizend jaren.Chill,tšil, kil, koel, koud, ontmoedigend; subst. koude rilling, koude, koudheid;Chillverb. koud maken (worden), verstijven, ontmoedigen, temperen, huiveren:Tocatch a chill= een bekleuming opdoen;Totake the chill off= laten beslaan;Chill(i)ness= koude, etc.;Chilling blast= snijdende wind;Chilly= kil, kleumsch; onhartelijk.ChilternHundreds,tšiltənhɐndridz, Domeingoederen in Bucks. en Oxfords., waarover het nominale rentmeesterschap wordt gegeven aan een parlementslid, dat aftreden wil, daartoe niet het recht heeft, doch alsStewardhiertoe verplicht is.Chimb,tšaim, kim van een vat.Chime,tšaim, klokkenspel (Chimes= carillon, melodie), rhythmus, harmonie, kim;Chimeverb. harmonisch luiden (klinken), harmonieeren, instemmen, invallen (in); overeenstemmen (with).Chimera,kai- of kimîrə, Chimaera; schrikbeeld; hersenschim;Chimeric(al)= hersenschimmig.Chimere,šimîə,tšimə, wit opperkleed van een bisschop.Chimney,tšimni, schoorsteen, lampeglas:The chimney smokes= de schoorsteen rookt, de lamp walmt;Chimney-cap= gek;Chimney-corner= hoekje v. d. haard;Chimney-hook= ketelhaak, vuurhaak;Chimney-money= belasting op schoorsteenen;Chimney-piece= schoorsteenmantel;Chimney-pot= schoorsteenpot; kachelpijp (fig.) =Chimney-pot (silk) hat;Chimney-shaft= deel van den schoorsteen boven het dak;Chimney-sweep(er)= schoorsteenveger.Chimpanzee,tšimpanzî,tšimpanzî, chimpansé.Chin,tšin, kin:Tothrust the chin into the neck= den neus in den wind steken;Up to the chin= tot over de ooren;Double chinned= met onderkin;Chin-music= gesnater;Chin-scale= (helm)ketting;Chin-strop= kinriem.China,tšainə, China; porselein; adj. porseleinen:China-clay= porseleinaarde;Chinaman= Chinees; schip, dat op China vaart;China-orange= sinaasappel;China-shop= porseleinwinkel;Chinaware= porselein;Chinee= Chinees;Chinese,tšainîz,tšainîs, Chinees(ch), Chineezen:Chinese lantern= lampion.Chinch,tšinš, graanworm; wandluis (Amer.).Chinchilla,tšintšilə, chincilla (bont).Chine,tšain, subst. ruggegraat, ruggestuk, rug; kloof.[89]Chink,tšiŋk, subst. spleet, reet; gerinkel; geld;Chinkverb. stoppen; rinkelen.Chinka,tšinka, soort hangende brug (Brit. Ind.).Chintz,tšints, sits.Chios,kaios.Chip,tšip, subst. brokje, splintertje, spaan, afval (=Chips), soort hoed van gevlochten bast;Chipverb. stuk snijden, bekappen, afbreken, afschilferen, afbrokkelen, openspringen:He isa chip of the old block= hij heeft een aardje naar zijn vaartje;Not to care a chip for= geen lor geven om;A little chip of an old lady= een oud dametje;From chipping comes chipping= men hakt geen hout of er vallen spaanders;Chip-axe= timmermansbijl, snik, houweel.Chippendale,tšipəndeil, een meubelmaker uit het midden van de 18de eeuw.Chippy,tšipi, katterig.Chirk,tšɐ̂k, levendig, vroolijk;Chirkverb. tjilpen (Amer.).Chiropodist,Chiropedist,kairopədist, spécialist voor ziekten aan handen of voeten; likdoornsnijder.Chirp,tšɐ̂p, tjilpen, kweelen; subst. gekweel, getjilp;Chirper.Chirr,tšɐ̂, kirren.Chirrup,tširəp, verb. tjilpen, opvroolijken; interj. allo!Chirruppy= levendig, opgewekt.Chirurgeon,kairɐ̂dž’n, wondheeler, chirurg.Chisel,tšiz’l, subst. beitel;Chiselverb. beitelen, uitbeitelen, beeldhouwen; bedriegen.Chisholm,tšiz’m,Chislehurst,tšiz’lhɐ̂st; Chiswick,tšizik.Chit,tšit, kind, klein nest, jong ding:A chit of a child;A little chit of a nurse-girl;Chitty= klein en mager, kinderachtig; subst. brief, pas.Chit-chat,tšitšat, gekeuvel, gebabbel, praatjes.Chitter,tšitə, huiveren, rillen, klapperen (van tanden).Chitterlings,tšitəliŋz, varkensdarmen.Chivalresque,šiv’lresk=Chivalric,šiv’lrik,šivalrik=Chivalrous= ridderlijk;Chivalry,šiv’lri, ridderschap, ridderlijkheid.Chiv(e)y,tšivi, (op)jagen.Chloe,kloui.Chloral,klôr’l, chloraal;Chloral-eater= aan ’t gebruik van chloraal verslaafde;Chloralism= vergiftiging door onmatig gebruik van chloraal.Chlorine,klôr(a)in, chloor; adj. groen.Chloroform,klôrəföm, chloroform;Chloroformverb. chloroformiseeren.Chlorosis,klərousis, bleekzucht;Chlorotic= bleekzuchtig.Chock,tšok, klos;Chockverb. vastzetten.Chock,tšok:Chock-a-block=Chockful= stikvol.Chocolate,tšokəlit, subst. chocolade; adj. chocoladekleurig:Chocolate-cake= koekje;Chocolate-creams= pralines;Chocolate-drop= flikje.Choice,tšôis, subst. keus, keur, assortiment; adj. uitgelezen, keurig;For choice= bij voorkeur;Tomake choice= kiezen (of);Tohave (make, take) one’s choice= een keus doen;Tohave Hobson’s choice= van den nood eene deugd moeten maken;Choiceness= uitgelezenheid.Choir,kwaiə, subst. koor, zangkoor;Choirverb. in koor zingen;Choir-screen= koorhek.Choke,tšouk, worgen, verstikken, naar adem snakken, stikken; verstoppen, versperren (up); remmen:Tochoke off= door worgen dwingen tot loslaten, smoren, den mond snoeren, afschrikken, remmen; subst. baard van de artisjok; snik;Choke-damp= stiklucht, mijngas;Choke-pear,Choke-plum(=Choker) = aftroeving;Chokeweed= bremraap;Chokeful= stikvol;Chokers= witte das, vadermoorders (fig.):White chokers= geestelijken, kellners;A speckled choker= hooge das met stippels;Choky, verstikkend.Choler,kolə, gal; toorn;Choleric,kolərik, galzuchtig, opvliegend.Cholera,kolərə, cholera;Cholerine,kolər(a)in, cholerine.Cholmondeley,tšɐmli.Choltri,tšoultri, herberg (Brit. Ind.).Choose,tšûz, kiezen, verkiezen, uitkiezen, liever hebben (Choose rather):There is not much to choose between them= ’t is één pot nat;I cannot choose but say= ik kan het niet helpen, maar.…Chop,tšop, subst. cotelet of ribbetje, houw, korte golfslag, stempel, douanebiljet, kwaliteit;Chopverb. afkappen, kappen, hakken, voortdurend veranderen;Chops= kinnebak, bek, monding:Chops and changes= wisselingen;Tochop and change= koopen en verkoopen; voortdurend veranderen;Tochop logic= redekavelen;Chop-fallen(ZieChap-fallen);Chop house= gaarkeuken;Chop-sticks= eetstokjes;Chopper= hakmes:Logic chopper= wauwelaar;Chopping= flink, kort (vangolfslag), plotseling omslaand (wind);Chopping-block= hakbord;Chopping-knife= hakmes;Choppy= vol barsten; onstuimig.Chopin,tšopin, oude vochtmaat 0,85 L. (Schot.) 0,23 L. (Eng.).Choral,kôr’l, tot een koor behoorend, in koor gezongen;Chorale,kərâl, koraal.Chord,köd, subst. snaar, pees, accoord,koorde;Chordverb. besnaren.Chore,tšöhuiswerk (Amer.). ZieChare.Chorea,kərîə, St. Vitusdans.Chorister,koristə, koorzanger, leider van een kerkkoor (Amer.).Chortle,tšöt’l, grinniken.Chorus,kôrəs, koor, refrein;Chorusverb. in koor zingen.Chose,šouz, zaak (jur.).Chose,tšouz, imperf. vanTo choose;Chosen, part, vanTo choose:My chosen friend= boezemvriend.Chough,tšɐf, kauw.Choultry,tšoultri,tšaultri, herberg (Brit. Ind.).Chouse,tšaus, bedrog;Chouseverb. bedriegen;Chouser= bedrieger.Chow-chow,tšautšau, subst. Chineesche maaltijd; soort mixed pickles; adj. vermengd.Chowder,tšaudə, subst. gerecht, bestaande uit visch, varkensvleesch en scheepsbeschuit;[90]een picnic waarbij dit de hoofdschotel is;Chowder-headed= dom, suf.Chowree,Chowry,tšauri, vliegenwaaier (Brit. Ind.).Chrestomathy,krəstoməthi, bloemlezing.Chrism,krizm, heilige olie;Chrismation= toediening van het oliesel;Chrismatory= fleschje met gewijde zalfolie.Chrisom,kriz’m, doek, gezalfd met heilige olie, en den kinderen bij het doopen op het hoofd gelegd; doopkleed, pasgedoopt kind; kind, dat binnen eene maand na den doop sterft.Christ,kraist, Christus;Christ-cross-row,kriskrosrou, ’t alphabet;Christen,kris’n, doopen, noemen;Christendom,kris’nd’m, Christenheid;Christian,kristj’n, subst. Christiaan; Christen; adj. Christelijk:Christian era= Chr. jaartelling;Christian name= doopnaam;Christianity,krist’janiti, Christendom;Christianize= bekeeren.Christmas,krisməs, subst. Kerstmis; adj. tot het Kerstfeest behoorende:Christmas-box,krisməsboks, kerstgeschenk;Christmas-carol,krisməskar’l, kerstzang;Christmas-day= Kerstdag, Kerstfeest;Christmas-eve,krisməzîv, (de avond van) 24 December;Christmas-flower=Christmas-rose= helleborus, zwarte nieswortel;Christmas-tide= Kersttijd;Christmas(s)y= kerstfeestachtig.Christina,kristînə.St. Christopher,s’ntkristəfə.Chromatic,krəmatik, chromatisch:Chromatics= kleurenleer;Chromatic scale= chromatische toonladder.Chrome,kroum,Chromium,kroumjəm, chromium.Chromolithography,krouməlithogrəfi, chromolithographie =Chromo:You will findinsurance chromosin all my rooms= gekleurde platen van levensverzekeringmaatschappijen.Chronic,kronik, chronisch;Chronical= tijdelijk.Chronicle,kronik’l, subst. kroniek;Chronicleverb, boekstaven;Chronicler= kroniekschrijver;Chronologic(al)= chronologisch;Chronology,krənolədži, chronologie.Chronometer,krənomətə, chronometer.Chrysalis,krisəlis(Meerv.Chrysalides,krisalidîz) pop (van een vlinder).Chrysolite,krisəlait, chrysoliet.Chub, tšɐb, wimber.Chubbiness,tšɐbinəs, dikwangigheid, molligheid; adj.Chubby.Chubb-lock,tšɐblok, slot, naar een bekend slotenmaker,Chubb, genoemd.Chuck,tšɐk, subst. geklok, lieverd, aai (onder de kin), worp (tot op kleinen afstand);Chuckverb, klokken, roepen, aaien, gooien, er uit gooien(out):Tochuckthe whole business (thing)= er den brui van geven, met iets uitscheiden;Tochuck under the chin= strijken;To chuck up the sponge= zich gewonnen geven;Chuck-farthing= subst. een spel, waarbij centen in een kuil worden geworpen:To play chuck-farthing with= weggooien, op ’t spel zetten; adj. ondoordacht:Chuck-farthing politics.Chuckle,tšɐk’l, subst. klokken, gegrinnik;Chuckleverb, klokken, kakelen, liefkoozen, grinniken:Tochuckle up (in) one’s sleeve= in zijn vuistje lachen;Chuckle-head= domkop;Chuckle-headedness= domheid.Chudleigh,tšɐdli.Chum,tšɐm, subst. contubernaal, kameraad, intieme vriend;Chumverb. met iemand samen eten of wonen;Chummy= intiem, gezellig.Chump,tšɐmp, subst. houtblok; kop, schaapskop (fig.):He’soff his chump= niet recht snik;Chumpverb. eten kauwen.Chunam,tšunâm, kalk ter bestrijking der in sirihbladeren gewikkelde areka.Chunk,tšɐŋk, brok, klomp:We’vecut off a bigger chunk than we can chew= onze oogen waren grooter dan onze maag;Chunky= kort en dik.Chupatti,tšûpati, ongezuurde koek (Brit. Ind.).Chuprassy,tšûprasi, boodschaplooper (Brit. Ind.).Church,tšɐ̂tš, subst. kerk, de geestelijkheid;ookverb.:Tobe churched= den kerkgang doen; in de kerk genoemd worden bij wijze van afkeuring (Amer.);Anglican Church=Church of England;Broad church= kerk met meer liberale leerstellingen;High church= Angl. kerk;Low church= het Calvinistisch gezinde gedeelte derAngl. Church;To beat (in) church;Toattend church= bijwonen;Togo to church;He wasas fast asleep as a church= hij sliep zeer vast, als een marmot;They wereasked in church= zij stonden onder de geboden;Church-burial= begrafenis naar den ritus der kerk;Church-goer= kerkganger;Church-living= prebende, predikantsplaats;Churchman= geestelijke; lid van de Angl. kerk;Church-music= koraalmuziek;Church-rate= kerkbelasting;Churchwarden= kerkmeester, kerkvoogd; lange pijp;Churchyard= kerkhof;Churching= kerkgang na bevalling;Churchy= kerksch.Churl,tšɐ̂l, landman, vlegel, vrek;Churlish= boersch, lomp, vrekkig.Churn,tšɐ̂n, subst. karn;Churnverb. karnen, krachtig roeren, koken of zieden.Chute,šût, vangzeil (=Canvass chute), goot, stroomversnelling; opening in een dam voor vlotten (Amer.).Chutnee,Chutney,tšɐtni, Ind. kruiderij.Chyle,kail, chijl.Chyme,kaim, chym of spijspap.Ciborium,sibôrj’m, ciborie, hostiekastje, hostievaas.Cicada,sikeidə, cicade, zingende krekel, soms sprinkhaan =Cicala,sikâlə.Cicatrice,sikətris, litteeken, nerf. ZieCicatricle.Cicatricle,sikətrik’l, nerf; hanetred.Cicatrix,sikeitriks,sikətriks, litteeken, nerf;Cicatrization= vergroeiing;Cicatrize= vergroeien.Cicero,sisərou;Ciceronian, Ciceroniaansch.Ciceron(e),tšitšərouni,sisərouni= cicerone.Cichory,sikəri; ZieChicory.Cicuta,sikjûtə, dolle kervel, waterscheerling.Cid,sid, opperhoofd, aanvoerder (Spaansch).Cider,saidə, cider, appelwijn.Cigar,sigâ, sigaar;Cigar-box= kistje;Cigar-case[91]= koker;Cigar-cutter= knipper;Cigar-divan= rooksalon, waar men voor 1 sh. een sigaar en een kop koffie krijgt;Cigar-factory= fabriek;Cigarette,sigəret, cigarette.Cilia,siljə, oogharen;Ciliate(d), met wimpers;Ciliary, wimper - -.Cimbric,simbrik, Kimbrisch(e taal.)Cimmerian,simîrj’n:Cimmerian darkness= uiterste duisternis.Cinchona,sinkounə, kinaboom.Cincinnati,sinsinâti,sinsinati.Cincture,sinktjə, gordel, band;Cinctureverb. omgorden.Cinder,sində, sintel, slak:Yours to a cinder= tot mijn laatsten snik;Cinder-pail= doofpot;Cinder-woman(Cinder-wench) = kolenraapster;Cindery= slakvormig.Cinderella,sindərelə, Asschepoetster (ookfig.):Cinderella’s glass slipper.Cinematograph,s(a)inəmatəgraf, kinematograaf.Cineraria,sinirêriə, cineraria.Cinerary,sinərəri, subst. urn; adj. asch…:Cinerary-vase(Cinerary-urn).Cingalese,siŋgəlîz,siŋgəlîs, Cingaleesch; subst. Cingalees.Cinnabar,sinəbâ, cinnaber.Cinnamon,sinəm’n, kaneel;Cinnamon-stick= pijpkaneel;Cinnamon-stone= kaneelsteen.Cinque,siŋk, vijf:Cinquefoil= vijfvingerkruid;Cinque-ports= vijf havenplaatsen:Dover, Sandwich, Hastings, RomneyenHythe, waarbij later nog kwamenWinchelsea, Rye(enSeaford), onder bevel van denLord Warden of the Cinque-ports, ter verdediging van de kust; het ambt is thans een sinecure.Cipher,saifə, subst. de 0, cijfer, naamletter, cijferschrift;Cipherverb. berekenen, cijferen, ontcijferen, meeklinken:Tobe (stand for) a mere cipher= een nul in ’t cijfer zijn;What’s the cipher?= wat kost het?Cipher-key= sleutel;Ciphering-book= rekenboek.Circassia,sɐ̂kašə, Circassië:Circassian= Circassiër; Circassisch.Circe,sɐ̂sî, Circe;Circean, betooverend.Circensian,sɐ̂senš’n, circus …Circle,sɐ̂k’l, subst. cirkel, kring, omtrek, cirkelgang, rang, diadeem;Circleverb. zich in het rond bewegen, zwenken (v. cavalerie), omringen:Togo round in a circle= in een kringetje ronddraaien (ookfig.);Circle-trains= ceintuurbanen;Circled inon all sides= rondom ingesloten;Circlet= cirkeltje, ringetje.Circuit,sɐ̂kit, omloop, omtrek, geregeld bezoek of rondgang, (rechts)gebied, omweg:Circuitverb. zich in een kring bewegen;Ten miles in circuit= in omtrek;Tomake a circuit= omweg;Togo the circuit= zijne tournée maken;Toput in circuit, out of circuit= aansluiten (van telefoon, b.v.), in- uitschakelen;Circuitor= rondreizend inspecteur;Circuitous,sɐ̂kjûitəs, met een omweg;Circuity,sɐ̂kjûiti, kringloop, cirkelgang, omweg.Circular,sɐ̂kjulə, subst. circulaire; adj. cirkelvormig, rond, rondgaand;Circular announcement (Circular letter)= circulaire;Circular letter of credit(Circular note) = kredietbrief:Circular-sailing= het zeilen langs den boog van een grooten cirkel;Circular ticket= rondreisbiljet;Circularity= rondheid;Circularize= circulaires zenden;Circulate= (laten) circuleeren, rondgaan, verkeeren;Circulating:Circulating decimal= repeteerende breuk;Circulating library= leenbibliotheek;Circulating medium= ruilmiddel;Circulation, circulatie, omloop:Circulation of the blood;Bank of circulation= girobank;Circulation of matter= stofwisseling;Tobe(Toput)in circulation;Circulative= circuleerend;Circulator= repetent:Circulator of scandal= lastertong;Circulatory= circuleerend, rondtrekkend.Circumambient,sɐ̂k’mambj’nt, omgevend;Circumambulate= rondwandelen; polsen;Circumambulation= rondgang, etc.;Circumbendibus= omweg.

Chamberlain,tšeimbəlin, kamerheer:Lord Chamberlain= een der 14 dignitarissen vanHis Majesty’s Household.Chambers,tšeimbəz.Chameleon,kəmîl’n, chameleon.Chamfer,tšamfə, subst. groef;Chamferverb. canneleeren.Chamois,šami,šamwô, gems, gemsleder; adj. geelbruin.Chamomile,kaməmail, kamille.Champ,tšamp, bijten (van een paard op zijn gebit), kauwen, stuk bijten:Tochamp the bit= mokken (fig.).Champagne,šampein, champagne.[85]Champaign,tšampein,(t)šsampein, subst. open, vlak land; adj. open, vlak.Champerty,tšampəti, afspraak van densolicitormet zijn client om de eventueele voordeelen van het proces te deelen.Champignon,(t)šəmpinjən, eetbare paddestoel.Champion,tšampj’n, subst. kampioen; adj. kampioen …, uitstekend;Championverb. verdedigen;Championship, kampioenschap.Champop=Champagne= ‘panje’, ‘sjampie’.Chance,tšâns, subst. toeval, kans, uitzicht, mogelijkheid;Chanceverb. wagen, gebeuren:By chance= toevallig;Main chance= persoonlijk voordeel;On the off chance= met ’t oog op de mogelijkheid;Tostand a chance= kans hebben;Totake one’s chance= het er op wagen;I chanced to meet him= ik ontmoette hem toevallig;Tochance it= het er op aan laten komen;Chance-comer= een toevallig binnenkomende;Chance-games;Chance-medley= manslag uit noodweer.Chancel,tšâns’l, koor (waar het altaar is, gewoonlijk met een hek afgesloten).Chancellor,tšâns’lə, kanselier:Lord (High) Chancellor=Lord keeper= Minister van Justitie, Groot Zegelbewaarder, President van hetHouse of Lordsen voorzitter van deChancery Divisionvan het Hooggerechtshof;Chancellor of the Exchequer= hoofdambtenaar van deTreasuryaan ’t hoofd waarvanThe First Lordstaat;Chancellorship= kanselierschap.Chancery,tšânsəri, kanselarij:Chancery Division= afdeeling van het hoogste gerechtshof;To be in chancery= failliet zijn; in de klem zitten.Chandelier,šandəlîə, kroonluchter; blindeeringsfascine.Chandler,tšândlə, kaarsenmaker (verkooper):Corn chandler= factor;Ship chandler= winkelier in victualiën;Chandlery= kleinhandel, winkel.Change,tšeinž, subst. verandering, wijziging, overgang, afwisseling, nieuwigheid, variatie, modulatie, klein geld, pasmunt, geld dat men terugkrijgt, verschooning, de Beurs;Changeverb. veranderen, verwisselen, verruilen, (geld) wisselen, overstappen, zuur worden:Toget (give) one his change= geld terug geven; iemand dienen (fig.);He won’tget much change out of me= hij zal van mij niet veel halen, krijgt bij mij den wind van voren;To have no change;They won’t have any change= behoeven niet over te stappen;Toring the changes= op allerlei manieren herhalen; valsch geld uitgeven, een winkelier in de war brengen zoodat hij te veel terug geeft;A completechange of linen= verschooning;The windchanged;Tochange trams;Change here for Velp= Velp overstappen;He changed his dress (linen)= trok andere kleeren aan, verschoonde zich;Tochange toa steamer= overstappen op;He changed tothe diplomatic service= ging over in;Changeability= veranderlijkheid;Changeable, veranderlijk; subst.Changeableness;Changeful= veranderlijk;Changeless= onveranderlijk;Changeling= wisselkind; weifelaar, wankelmoedige.Channel,tšan’l, subst. kanaal, bedding, vaarwater, groef, voor;Channelverb. groeven maken:The (British) Channel= Het Kanaal.Chant,tšânt, subst. lied, melodie, kerkgezang;Chantverb. zingen, bezingen, opdreunen:To chant a horse= bedriegelijk verkoopen (door gebreken te verbergen);Tochant the praises of= (iemands) lof zingen;Chanter, zanger; melodiepijp; paardekooper;Chanticleer,tšantiklîə, kraaiende haan;Chantry= kapel, waar dagelijks eene mis voor afgestorvenen gezongen wordt.Chaos,keios, chaos; adj.Chaotic.Chap,tšap,tšop, subst. kloof, spleet, reet;Chapverb. splijten, scheuren, doen barsten;Chapped= opengesprongen, gebarsten;Chappy= gebarsten, open.Chap,tšap, kerel, vent, klant;Chappie= kereltje.Chap,tšop, kaak;Chaps, snuit, muil;Chap-fallen= ontmoedigd.Chap-book,tšap-buk, volksboekje waarmee vroeger gevent werd doorChap-men.Chape,tšeip, knip, haak, schoen eener sabelscheede.Chapel,tšap’l, kapel, godshuis (der van de Staatskerk afgescheidenen);Chapelverb. een uil vangen (zeeterm):Chapel of ease= hulp- of bijkerk.Chapelet,tšapəlet, stijgbeugelriemen.Chapelry,tšapəlri, kerkelijke gemeente tot ééne kapel behoorende.Chaperon,šapəron,šapəroun, baret; oudere dame, die eene jongere vergezelt in het publiek;Chaperonverb. vergezellen, beschermen.Chaplain,tšaplin, geestelijke op een schip, (bij het leger, in een gevangenis); huiskapelaan;Chaplaincy=Chaplainship, waardigheid van eenchaplain.Chaplet,tšaplət, subst. krans, rozenkrans, eierstaaf (-lijst); kuif.Chapter,tšaptə, subst. hoofdstuk, kapittel;Chapterverb. in hoofdstukken verdeelen:Chapter and verse= tekst en uitleg (fig.);You will be persecutedto the end of the chapter= altijd door, ten einde toe;The chapter of accidents= het toeval;Chapter-house= kerkeraadskamer; vertrek waar het kapittel samenkomt.Char,tšâsubst. appelforel.Char,tšâ, verkolen.Character,karəktə, subst. merk- of kenteeken, letter, karakter, gedrag, aard; getuigschrift, reputatie, origineel, persoon, naam, rol;Characterverb.,kəraktə, inprenten, graveeren; kenschetsen:Toact out of character= uit zijn rol vallen;Tobe in (out of) character= in, uit de rol;Igave him a good character= ik heb goede getuigen van hem gegeven;Togo by the character of= doorgaan onder den naam;He has a character for hospitality= staat bekend als gastvrij;Hetook away my character= goeden naam;Characteristic= kenschetsend, eigenaardig; subst. kenmerk:Tobe characteristic of= karakteriseeren;Characterization,karəktər(a)izeiš’n, kenschetsing;Characterize= kenmerken, stempelen, karakteriseeren.Charade,šərâd,šəreid, charade.Charcoal,tšâkoul, houtskool;Charcoalverb.[86]met houtskool zwart maken, door kolendamp bedwelmen.Chare,tšêə,tšâ, uit werken gaan, huiswerk verrichten; subst. huiswerk.Charge,tšâdž, subst. zorg, bewaking, opzicht, bevel, plicht, opdracht, ambt, pupil, toevertrouwd persoon (zaak), toespraak, aanval(signaal), last, beschuldiging, lading, prijs, kosten (Charges), vergoeding:Chargeverb. aanvallen, een charge doen, (be)laden, belasten, opdragen, bevelen, debiteeren, vermanend toespreken, beschuldigen, toevertrouwen, aanwijzen:A first charge= preferente schuld;No charge for delivery= franco huis;Tobe at(Tobear)the charge of= de kosten dragen;Tosound the charge= het signaal tot den aanval blazen;Togive in charge= toevertrouwen; laten arresteeren;The officerin charge= dienstdoend;This minister isin charge ofthe bill= zal het wetsontwerp verdedigen;Togo into the charges= aanklacht erkennen;Helaid it to my charge= legde het mij ten laste;He grew up under my charge= onder mijne hoede;Charge your glasses= vult;The judge charged the juryat great length= sprak breedvoerig toe;What do youcharge forthese cigars? = hoeveel kosten?Tocharge to one’s account (debit)= iemand debiteeren;To bechargeed witha crime= beschuldigd;Charge-room= verhoorkamer (in een politiebureau);Charge-sheet= rol der arrestanten;Chargeability= toerekenbaarheid, belastbaarheid;Chargeable= te belasten, verantwoordelijk:That waschargeable tome= dat kwam mij ten laste;Charger= strijdros; groote schotel.Chariot,tšariət, rijtuig, triomfwagen;Charioteer= wagenmenner, voerman.Charitable,tšaritəb’l, liefdadig, barmhartig;Charitableness= liefdadigheid.Charity,tšariti, menschenmin, naastenliefde, barmhartigheid, zachtheid, milddadigheid, gave, aalmoes, liefdadigheidsstichting:Sister of charity= liefdezuster;In charity= barmhartigheidshalve, voor niets;Charity begins at home= het hemd is nader dan de rok;Toask (beg) charity= bedelen;Todispense charity= gaven uitdeelen;It would be a charityto help her= een goed werk;Weparted in charity= scheidden in vriendschap;Charity-boy(Charity-child) = kind uit een gesticht;Charity-school= armenschool, kostelooze school.Charivari,šarivari, ketelmuziek, charivari.Charlatan,šâlətan, kwakzalver, charlatan;Charlatanism= marktgeschreeuw.Charlemagne,šâl(i)mein.Charles,tšâlz, (Charley,tšâli,) Karel;King Charles(’s) dog= Bologneesch hondje;Charles(’s) Wain= Wagen, Groote Beer.Charlock,tšâlok, krodde, wilde mosterd.Charlotte,šâlotCharm,tšâm, subst. toovermiddel(-woord, -formule), amulet, bekoring;Charmverb. betooveren, verrukken, bekoren:Apig-charm= gelukzwijntje aan een horlogeketting;Three is the charm= alle goede dingen bestaan in drieën;Tobear a charmed life= onkwetsbaar zijn;Charmer= charmeur, betooverend schepsel:To listen to the voice of the charmer= naar het gefluit van den vogelaar;Charming= bekoorlijk; subst.Charmingness; Charmless= zonder bekoring.Charnel,tšân’l, lijken …, knekel …:Charnel-house= knekelhuis.Charon,kêr’n, Charon, veerman.Charpie,šâpi, pluksel.Charpoy,tšâpôi, veldbed (Brit. Ind.).Chart,tšât, zeekaart, kaart, tabel, kompaskaart;Chartverb. (op een kaart aan)teekenen.Charter,tšâtə, subst. charter, privilege, patent, (voor)recht;Charterverb. bevrachten, charteren, huren:Charter-house= Karthuizerklooster; een school en gasthuis in Londen;Charter-land= cijnsvrije bezitting;Charter-party= chertepartij, scheepsvrachtbrief.Chartism,tšâtizm, de leer vanF. O’Connor’sRadic. arbeiderspartij, geformuleerd in hunPeople’s Charteri.e. algemeen stemrecht, jaarlijksche parlementen, geheime stemming, kiesdistricten, en de betaling van de afgevaardigden der natie (1838–1848);Chartist= aanhanger van die leer.Chartographer,kâtogrəfə, cartograaf;Chartography= cartographie.Charwoman,tšêəwum’n,tšâwum’n, werkster;Charwork= huiswerk.Chary,tšêri, zorgvuldig, karig, zuinig:Chary of praise= karig met lof.Chase,tšeis, subst. jachtveld, vervolging, jachtstoet, het gejaagde wild, vervolgd schip; groef, voor;Chaseverb. jagen, jacht maken op, nazetten, drijven:Tosend on a wild-goose chase= voor den gek houden, van Pontius naar Pilatus zenden;Tobe in chase (of),Togive chase= vervolgen;Tochase away (off)= wegjagen;Chased work= gedreven metaal;Chaser= jager, drijver, springpaard, soort kanon, ciseleur.Chasm,kazm, kloof, afgrond;Chasmed=Chasmy= met kloven.Chasse,šas:A cup of coffee and a chasse= ‘pousse’.Chasseur,šasɐ̂, jager, chasseur.Chassis,šasî,šasis, chassis, (inleg)raam, onderstel.Chaste,tšeist, kuisch, rein;Chasten,tšeis’n, straffen, reinigen, zuiveren, matigen, verootmoedigen.Chastise,tšəstaiz, kastijden, straffen, beteugelen, zuiveren;Chastiser= kastijder;Chastisement= kastijding;Chastity,tšastiti, kuischheid, reinheid.Chasuble,tšažub’l, kazuifel.Chat,tšat, subst. gekeuvel; katje, rijsje, aar; naam voor verschillende vogels; aardappel (voor veevoer);Chatverb. keuvelen:Tohave a chattogether= keuvelen;Chatty= praatziek.Chatelaine,šatəlein, chatelaine.Chatham,tšat’m.Chatoyant,šətôj’nt, katoog; adj. glinsterend met verschillende kleuren;Chatoyment= kleurenspel.Chatta(h),tšatə,tšâtə, parasol (Brit. Ind.).Chattel,tšat’l:Goods and chattels= have en goed.Chatter,tšatə, subst. gesnap, gesnater;Chatterverb. snappen, kakelen, klappertanden:Chatter-box, Chatter-basket= babbelkous;Chatter-pie=[87]klapekster (ookfig.);Chatterer= babbelaar.Chattiness,tšatinəs, babbelzucht;Chatty, ZieChat.Chaucer,tšôsə; adj.Chaucerian.Chauffer,tšôfə, klein draagbaar fornuis.Chauvinism,šouvinizm, chauvinisme.Chaw,tšô, kauwen;(Chaw up)afwijzen, zijn vet geven (Amer.).Chaw-bacon,tšôbeik’n, pummel.Chaworth,tšôwəth.Cheap,tšîp, goedkoop, van weinig waarde; onlekker:Dog-(Dirt-)cheap=As cheap as dirt= spotgoedkoop;A manfeels cheap in such a case= ellendig, nietswaardig;Toget (come) off cheap(ly)= er blauw afkomen;To hold cheap= geringschatten;Tomake (render) oneself cheap= zich weggooien;Cheapjack= marktschreeuwer;Cheap-trippers= reizigers met pleiziertreinen;Cheapen= afdingen, goedkoop worden, bekladden.Cheat,tšît, bedriegen, beetnemen; subst. bedrieger, valsche speler:Tocheat fatigue= verdrijven;Tocheat one into the belief= wijsmaken;Tocheat one out of= afzetten;Tocheat at cards= valsch spelen.Check,tšek, subst. schaak, belemmering, beteugeling, échec, cheque (Amer.), fiche (Amer.), berisping, verwijt, teleurstelling; controle, contremarque; geruite stof; schaak;Checkverb. schaakmat zetten (fig.), tegenhouden, beteugelen, berispen, afstempelen, inschrijven (Amer.), laten schrikken (scheepst.); collationneeren, controleeren:He was dressed ina summer check= geruit pak;Hehanded in his checks= stierf;Tokeep a check upon= in toom houden;Toput a check upon= beteugelen, intoomen;Check to the queen= schaak koningin;The king ischecked(isin check) = is schaak;Hechecked himself= hield zich in;Check-book= controleboek, chequeboekje;Checkmate= subst. schaakmat, nederlaag;Checkmateverb. schaakmat zetten =Togive checkmate;check-rail= rail, waardoor een trein op een ander spoor wordt gebracht;Check-rein= trens;Check-string= trekriem;Check-taker= controleur;Checked= geruit;Checker, subst. damsteen (Checkers= damspel), geruit uithangbord, herberg, controleur;Checkverb. =Chequer;Checker-board= schaak(dam)bord;Checky= in kleine vierkantjes verdeeld.Cheechee,tšîtšî=Eurasian.Cheek,tšîk, subst. wang, kaak; brutaliteit; driestheid;Cheekverb. brutaliseeren:With the coolest cheek= zoo brutaal mogelijk;He has plenty of cheek= hij is zoo brutaal als de beul;Cheek by jowl (jole)= wang aan wang, zij aan zij, gemeenzaam;Cheek-bone= kaakbeen;Cheeky= brutaal.Cheela,tšîla, Hindoesch leerling.Cheep,tšîp, tsjilpen, piepen:Cheeper= jonge patrijs (veldhoen).Cheer,tšîə, subst. stemming, blijdschap, onthaal, spijs, troost, gejuich, bijval;Cheerverb. aanmoedigen, opmonteren, (toe)juichen, moed vatten, opfleuren:The table was filled withgood cheer= lekkere spijzen;Beof good cheer= wees goedsmoeds;What cheer?= hoe gaat het?Toreceive with cheers= met gejuich ontvangen;Three cheers for= driemaal “hoera” voor;The speech wascheered to the echo= werd daverend toegejuicht;Cheer up= schep moed;Cheerful= vroolijk;Cheerfulness= vroolijkheid;Cheeriness= opgeruimdheid;Cheerless= droevig, somber;Cheery= opgeruimd.Cheese,tšîz, kaas; overdreven diepe buiging:Shedropped him a cheese;Making cheeses= een meisjesspel;He would make me believe that the moon ismade of green cheese= hij wilde mij knollen voor citroenen verkoopen;That is the cheese= dat is je ware;Nip cheeses= krenterige lui;Cheese-hopper,Cheese-mite= kaasmijt;Cheese-monger= kaaskooper;Cheese-paring= kaaskorst:Financial cheese-paring= krenterigheid;Cheese-press= kaaspers;Cheese-rennet= Lieve-vrouwe-bedstroo;Cheesy= kaasachtig; schoon, mooi.Cheeta(h).tšîta, jachtluipaard (Brit. Ind.).Cheetal,tšîtəl, gevlekt hert (Brit. Ind.).Chela,kîlə, schaar van krabben of kreeften;Cheliferous,kilifərɐs, van scharen voorzien;Cheliform,kîliföm, schaarvormig.Chelmsford,tše(l)mzfəd;Chelsea,tšelsî.Cheltenham,tšeltən’m.Chemical,kemik’l, scheikundig:Chemicals= chemicaliën;Chemico= scheikundig - -.Chemise,šəmîz, (vrouwen)hemd;Chemisette,šemizet, chemiset.Chemist,kemist, scheikundige, apotheker:Assistant in a chemist’s shop= apothekersbediende;Chemistry= scheikunde.Chenille,šənîl, chenille.Cheque,tšek, cheque:Togive one a blank cheque=“Carte blanche”geven;Cheque-book= chequeboekje.Chequer,tšekə, met ruitjes versieren, schakeeren:His has been a chequered life= veel bewogen leven.Cherish,tšeriš, liefhebben, liefkoozen, koesteren, voeden:To cherish a secret= een geheim trouw bewaren.Cheroot,(t)šərût, soort v. sigaar (manilla model).Cherry,tšeri, subst. kers; adj. kerskleurig; van kersehout:Bob cherry= spelletje waarbij men een kers, waarvan men den steel tusschen de lippen neemt, zonder er met de handen aan te komen in zijn mond werkt;Cherry-cheekedapples= appels met roode wangen;Cherry-stone= kersepit.Cherson,kɐ̂soun.Chersonese,kɐ̂sənîz,kɐ̂sənîz, schiereiland.Chert,tšɐ̂t, vuursteen, hoornsteen.Cherub,tšerəb, cherubijn;Cherubic(al),tšərûbik(’l), engelachtig.Chervil,tšɐ̂vil, kervel.Cheshire,tšešə.Chess,tšes, schaakspel:To play at chess= schaken;A game of chess= spel schaak;Chess-board;Chess-man= stuk;Chess-tournament= schaakwedstrijd.Chest,tšest, subst. koffer, kist, kas, borstkas;Chestverb. opsluiten; met de borst tegenaan loopen:There was something on his chest= hij had iets op het hart;Sheheaved her chest= slaakte een zucht;Chest[88]of drawers= latafel;Chest-foundered= dampig;Flat (feeble) chested.Chestnut,tšesnət, subst. kastanje(boom); adj. kastanjekleurig:That is a chestnut= ouwe mop;To pull the chestnuts out of the firefor another.Cheval,šəval:Cheval glass= toiletspiegel;Chevaux-de-frise= Spaansche ruiters, rij spijkers op een muur.Chevalier,ševəlîə, ridder, cavalier, ruiter.Cheverel,Cheveril,šev’ril, subst. bokje; zeemleer; adj. rekbaar (fig.).Cheville,šəvil, vioolschroef; stopwoord.Cheviot,tšiviət,tšîviət,tševiət, Cheviot-(schaap).Chevron,ševr’n, chevron.Chevrotain,ševrət(e)in, bisamhertje.Cheyne,tšein,tšain.Chew,tšû, kauwen, pruimen, overdenken (on,upon); subst. mondvol, pruim:Tochew the cud= herkauwen; overleggen.Chian,kaiən, van Chios.Chiante,kianti, Tosc. roode wijn.Chiaroscuro,kjâroskûrou.Chibouk,Chibouque,tšibûk, Turksche pijp.Chic,šîk, chic, chiek.Chicago,šikâgou,šikôgou,šikeigou.Chicane,šikein, subst. chicane;Chicaneverb. chicaneeren;Chicanery= chicanes, haarklooverij.Chichester,tšišəstə.Chick,tšik, kuiken: bamboejalouzie (Brit. Ind.), snoes:He has neither chick nor child= kind noch kraai;Chickling= kuikentje;Chick-pea= keker;Chick-weed= gewone sterrenmuur.Chickeen,tšikîn, 4 ropijen.Chicken,tšik’n, kuiken:You must not count your chickens before they are hatched= je moet de huid niet verkoopen voor de beer gevangen is;Mother Carey’s chicken= stormzwaluw; iemand die altijd slecht weer heeft;Chicken-broth= kippesoep;Chicken-hearted= lafhartig;Chicken-pox= waterpokken;Chicken-rising apparatus= broedmachine.Chicory,tšikəri, cichorei, suikerij:As much likea gentlemanas chicory is like coffee.Chide,tšaid, beknorren, berispen, twisten, kijven.Chief,tšîf, adj. voornaamste, hoogste, opperste; subst. hoofd, bevelhebber:Command(er) in Chief= opperbevel(hebber);Tohold land in chief= land onmiddellijk in leen hebben van den souverein;Chief-baron= president van het vroegereCourt of Exchequer;Lord Chief-justice= President van deKing’s Bench Divisionvan het Hooggerechtshof;Chiefly= voornamelijk;Chieftain= hoofd, aanvoerder;Chieftaincy, Chieftainry, Chieftainship= leiderschap.Chiffonier,šifənîə, voddenraper; chiffonière.Chignon,šinjon, chignon.Chikara,tšikâra, Bengaalsche antiloop.Chilblain,tšilblein, builen aan handen en voeten door de koude.Child,tšaild(Meerv.Children,tšildr’n), kind:The child is father of (to) the man= zoo kind, zoo man;This child= mijn persoontje (Amer.);From a child= van kindsbeen af;With child= zwanger;Childbearing= baren;In childbed= in het kraambed;Childbirth= bevalling;Childermasday,tšaildəmasdei, herdenking (in de Eng. Kerk) van den kindermoord (28 December);Child’s-play= kinderspel (ookfig.);Childhood= kindsheid;Second childhood= kindschheid;Childing= kinderen barend;Childish,Childlike,Childishminded= kinderlijk, kinderachtig;Childishness= kinderlijkheid.Childe,tšaild, jonker.Chili,tšili;Chilian,tšilj’n, Chiliaan(sch).Chiliad,kiliad, duizend jaren.Chill,tšil, kil, koel, koud, ontmoedigend; subst. koude rilling, koude, koudheid;Chillverb. koud maken (worden), verstijven, ontmoedigen, temperen, huiveren:Tocatch a chill= een bekleuming opdoen;Totake the chill off= laten beslaan;Chill(i)ness= koude, etc.;Chilling blast= snijdende wind;Chilly= kil, kleumsch; onhartelijk.ChilternHundreds,tšiltənhɐndridz, Domeingoederen in Bucks. en Oxfords., waarover het nominale rentmeesterschap wordt gegeven aan een parlementslid, dat aftreden wil, daartoe niet het recht heeft, doch alsStewardhiertoe verplicht is.Chimb,tšaim, kim van een vat.Chime,tšaim, klokkenspel (Chimes= carillon, melodie), rhythmus, harmonie, kim;Chimeverb. harmonisch luiden (klinken), harmonieeren, instemmen, invallen (in); overeenstemmen (with).Chimera,kai- of kimîrə, Chimaera; schrikbeeld; hersenschim;Chimeric(al)= hersenschimmig.Chimere,šimîə,tšimə, wit opperkleed van een bisschop.Chimney,tšimni, schoorsteen, lampeglas:The chimney smokes= de schoorsteen rookt, de lamp walmt;Chimney-cap= gek;Chimney-corner= hoekje v. d. haard;Chimney-hook= ketelhaak, vuurhaak;Chimney-money= belasting op schoorsteenen;Chimney-piece= schoorsteenmantel;Chimney-pot= schoorsteenpot; kachelpijp (fig.) =Chimney-pot (silk) hat;Chimney-shaft= deel van den schoorsteen boven het dak;Chimney-sweep(er)= schoorsteenveger.Chimpanzee,tšimpanzî,tšimpanzî, chimpansé.Chin,tšin, kin:Tothrust the chin into the neck= den neus in den wind steken;Up to the chin= tot over de ooren;Double chinned= met onderkin;Chin-music= gesnater;Chin-scale= (helm)ketting;Chin-strop= kinriem.China,tšainə, China; porselein; adj. porseleinen:China-clay= porseleinaarde;Chinaman= Chinees; schip, dat op China vaart;China-orange= sinaasappel;China-shop= porseleinwinkel;Chinaware= porselein;Chinee= Chinees;Chinese,tšainîz,tšainîs, Chinees(ch), Chineezen:Chinese lantern= lampion.Chinch,tšinš, graanworm; wandluis (Amer.).Chinchilla,tšintšilə, chincilla (bont).Chine,tšain, subst. ruggegraat, ruggestuk, rug; kloof.[89]Chink,tšiŋk, subst. spleet, reet; gerinkel; geld;Chinkverb. stoppen; rinkelen.Chinka,tšinka, soort hangende brug (Brit. Ind.).Chintz,tšints, sits.Chios,kaios.Chip,tšip, subst. brokje, splintertje, spaan, afval (=Chips), soort hoed van gevlochten bast;Chipverb. stuk snijden, bekappen, afbreken, afschilferen, afbrokkelen, openspringen:He isa chip of the old block= hij heeft een aardje naar zijn vaartje;Not to care a chip for= geen lor geven om;A little chip of an old lady= een oud dametje;From chipping comes chipping= men hakt geen hout of er vallen spaanders;Chip-axe= timmermansbijl, snik, houweel.Chippendale,tšipəndeil, een meubelmaker uit het midden van de 18de eeuw.Chippy,tšipi, katterig.Chirk,tšɐ̂k, levendig, vroolijk;Chirkverb. tjilpen (Amer.).Chiropodist,Chiropedist,kairopədist, spécialist voor ziekten aan handen of voeten; likdoornsnijder.Chirp,tšɐ̂p, tjilpen, kweelen; subst. gekweel, getjilp;Chirper.Chirr,tšɐ̂, kirren.Chirrup,tširəp, verb. tjilpen, opvroolijken; interj. allo!Chirruppy= levendig, opgewekt.Chirurgeon,kairɐ̂dž’n, wondheeler, chirurg.Chisel,tšiz’l, subst. beitel;Chiselverb. beitelen, uitbeitelen, beeldhouwen; bedriegen.Chisholm,tšiz’m,Chislehurst,tšiz’lhɐ̂st; Chiswick,tšizik.Chit,tšit, kind, klein nest, jong ding:A chit of a child;A little chit of a nurse-girl;Chitty= klein en mager, kinderachtig; subst. brief, pas.Chit-chat,tšitšat, gekeuvel, gebabbel, praatjes.Chitter,tšitə, huiveren, rillen, klapperen (van tanden).Chitterlings,tšitəliŋz, varkensdarmen.Chivalresque,šiv’lresk=Chivalric,šiv’lrik,šivalrik=Chivalrous= ridderlijk;Chivalry,šiv’lri, ridderschap, ridderlijkheid.Chiv(e)y,tšivi, (op)jagen.Chloe,kloui.Chloral,klôr’l, chloraal;Chloral-eater= aan ’t gebruik van chloraal verslaafde;Chloralism= vergiftiging door onmatig gebruik van chloraal.Chlorine,klôr(a)in, chloor; adj. groen.Chloroform,klôrəföm, chloroform;Chloroformverb. chloroformiseeren.Chlorosis,klərousis, bleekzucht;Chlorotic= bleekzuchtig.Chock,tšok, klos;Chockverb. vastzetten.Chock,tšok:Chock-a-block=Chockful= stikvol.Chocolate,tšokəlit, subst. chocolade; adj. chocoladekleurig:Chocolate-cake= koekje;Chocolate-creams= pralines;Chocolate-drop= flikje.Choice,tšôis, subst. keus, keur, assortiment; adj. uitgelezen, keurig;For choice= bij voorkeur;Tomake choice= kiezen (of);Tohave (make, take) one’s choice= een keus doen;Tohave Hobson’s choice= van den nood eene deugd moeten maken;Choiceness= uitgelezenheid.Choir,kwaiə, subst. koor, zangkoor;Choirverb. in koor zingen;Choir-screen= koorhek.Choke,tšouk, worgen, verstikken, naar adem snakken, stikken; verstoppen, versperren (up); remmen:Tochoke off= door worgen dwingen tot loslaten, smoren, den mond snoeren, afschrikken, remmen; subst. baard van de artisjok; snik;Choke-damp= stiklucht, mijngas;Choke-pear,Choke-plum(=Choker) = aftroeving;Chokeweed= bremraap;Chokeful= stikvol;Chokers= witte das, vadermoorders (fig.):White chokers= geestelijken, kellners;A speckled choker= hooge das met stippels;Choky, verstikkend.Choler,kolə, gal; toorn;Choleric,kolərik, galzuchtig, opvliegend.Cholera,kolərə, cholera;Cholerine,kolər(a)in, cholerine.Cholmondeley,tšɐmli.Choltri,tšoultri, herberg (Brit. Ind.).Choose,tšûz, kiezen, verkiezen, uitkiezen, liever hebben (Choose rather):There is not much to choose between them= ’t is één pot nat;I cannot choose but say= ik kan het niet helpen, maar.…Chop,tšop, subst. cotelet of ribbetje, houw, korte golfslag, stempel, douanebiljet, kwaliteit;Chopverb. afkappen, kappen, hakken, voortdurend veranderen;Chops= kinnebak, bek, monding:Chops and changes= wisselingen;Tochop and change= koopen en verkoopen; voortdurend veranderen;Tochop logic= redekavelen;Chop-fallen(ZieChap-fallen);Chop house= gaarkeuken;Chop-sticks= eetstokjes;Chopper= hakmes:Logic chopper= wauwelaar;Chopping= flink, kort (vangolfslag), plotseling omslaand (wind);Chopping-block= hakbord;Chopping-knife= hakmes;Choppy= vol barsten; onstuimig.Chopin,tšopin, oude vochtmaat 0,85 L. (Schot.) 0,23 L. (Eng.).Choral,kôr’l, tot een koor behoorend, in koor gezongen;Chorale,kərâl, koraal.Chord,köd, subst. snaar, pees, accoord,koorde;Chordverb. besnaren.Chore,tšöhuiswerk (Amer.). ZieChare.Chorea,kərîə, St. Vitusdans.Chorister,koristə, koorzanger, leider van een kerkkoor (Amer.).Chortle,tšöt’l, grinniken.Chorus,kôrəs, koor, refrein;Chorusverb. in koor zingen.Chose,šouz, zaak (jur.).Chose,tšouz, imperf. vanTo choose;Chosen, part, vanTo choose:My chosen friend= boezemvriend.Chough,tšɐf, kauw.Choultry,tšoultri,tšaultri, herberg (Brit. Ind.).Chouse,tšaus, bedrog;Chouseverb. bedriegen;Chouser= bedrieger.Chow-chow,tšautšau, subst. Chineesche maaltijd; soort mixed pickles; adj. vermengd.Chowder,tšaudə, subst. gerecht, bestaande uit visch, varkensvleesch en scheepsbeschuit;[90]een picnic waarbij dit de hoofdschotel is;Chowder-headed= dom, suf.Chowree,Chowry,tšauri, vliegenwaaier (Brit. Ind.).Chrestomathy,krəstoməthi, bloemlezing.Chrism,krizm, heilige olie;Chrismation= toediening van het oliesel;Chrismatory= fleschje met gewijde zalfolie.Chrisom,kriz’m, doek, gezalfd met heilige olie, en den kinderen bij het doopen op het hoofd gelegd; doopkleed, pasgedoopt kind; kind, dat binnen eene maand na den doop sterft.Christ,kraist, Christus;Christ-cross-row,kriskrosrou, ’t alphabet;Christen,kris’n, doopen, noemen;Christendom,kris’nd’m, Christenheid;Christian,kristj’n, subst. Christiaan; Christen; adj. Christelijk:Christian era= Chr. jaartelling;Christian name= doopnaam;Christianity,krist’janiti, Christendom;Christianize= bekeeren.Christmas,krisməs, subst. Kerstmis; adj. tot het Kerstfeest behoorende:Christmas-box,krisməsboks, kerstgeschenk;Christmas-carol,krisməskar’l, kerstzang;Christmas-day= Kerstdag, Kerstfeest;Christmas-eve,krisməzîv, (de avond van) 24 December;Christmas-flower=Christmas-rose= helleborus, zwarte nieswortel;Christmas-tide= Kersttijd;Christmas(s)y= kerstfeestachtig.Christina,kristînə.St. Christopher,s’ntkristəfə.Chromatic,krəmatik, chromatisch:Chromatics= kleurenleer;Chromatic scale= chromatische toonladder.Chrome,kroum,Chromium,kroumjəm, chromium.Chromolithography,krouməlithogrəfi, chromolithographie =Chromo:You will findinsurance chromosin all my rooms= gekleurde platen van levensverzekeringmaatschappijen.Chronic,kronik, chronisch;Chronical= tijdelijk.Chronicle,kronik’l, subst. kroniek;Chronicleverb, boekstaven;Chronicler= kroniekschrijver;Chronologic(al)= chronologisch;Chronology,krənolədži, chronologie.Chronometer,krənomətə, chronometer.Chrysalis,krisəlis(Meerv.Chrysalides,krisalidîz) pop (van een vlinder).Chrysolite,krisəlait, chrysoliet.Chub, tšɐb, wimber.Chubbiness,tšɐbinəs, dikwangigheid, molligheid; adj.Chubby.Chubb-lock,tšɐblok, slot, naar een bekend slotenmaker,Chubb, genoemd.Chuck,tšɐk, subst. geklok, lieverd, aai (onder de kin), worp (tot op kleinen afstand);Chuckverb, klokken, roepen, aaien, gooien, er uit gooien(out):Tochuckthe whole business (thing)= er den brui van geven, met iets uitscheiden;Tochuck under the chin= strijken;To chuck up the sponge= zich gewonnen geven;Chuck-farthing= subst. een spel, waarbij centen in een kuil worden geworpen:To play chuck-farthing with= weggooien, op ’t spel zetten; adj. ondoordacht:Chuck-farthing politics.Chuckle,tšɐk’l, subst. klokken, gegrinnik;Chuckleverb, klokken, kakelen, liefkoozen, grinniken:Tochuckle up (in) one’s sleeve= in zijn vuistje lachen;Chuckle-head= domkop;Chuckle-headedness= domheid.Chudleigh,tšɐdli.Chum,tšɐm, subst. contubernaal, kameraad, intieme vriend;Chumverb. met iemand samen eten of wonen;Chummy= intiem, gezellig.Chump,tšɐmp, subst. houtblok; kop, schaapskop (fig.):He’soff his chump= niet recht snik;Chumpverb. eten kauwen.Chunam,tšunâm, kalk ter bestrijking der in sirihbladeren gewikkelde areka.Chunk,tšɐŋk, brok, klomp:We’vecut off a bigger chunk than we can chew= onze oogen waren grooter dan onze maag;Chunky= kort en dik.Chupatti,tšûpati, ongezuurde koek (Brit. Ind.).Chuprassy,tšûprasi, boodschaplooper (Brit. Ind.).Church,tšɐ̂tš, subst. kerk, de geestelijkheid;ookverb.:Tobe churched= den kerkgang doen; in de kerk genoemd worden bij wijze van afkeuring (Amer.);Anglican Church=Church of England;Broad church= kerk met meer liberale leerstellingen;High church= Angl. kerk;Low church= het Calvinistisch gezinde gedeelte derAngl. Church;To beat (in) church;Toattend church= bijwonen;Togo to church;He wasas fast asleep as a church= hij sliep zeer vast, als een marmot;They wereasked in church= zij stonden onder de geboden;Church-burial= begrafenis naar den ritus der kerk;Church-goer= kerkganger;Church-living= prebende, predikantsplaats;Churchman= geestelijke; lid van de Angl. kerk;Church-music= koraalmuziek;Church-rate= kerkbelasting;Churchwarden= kerkmeester, kerkvoogd; lange pijp;Churchyard= kerkhof;Churching= kerkgang na bevalling;Churchy= kerksch.Churl,tšɐ̂l, landman, vlegel, vrek;Churlish= boersch, lomp, vrekkig.Churn,tšɐ̂n, subst. karn;Churnverb. karnen, krachtig roeren, koken of zieden.Chute,šût, vangzeil (=Canvass chute), goot, stroomversnelling; opening in een dam voor vlotten (Amer.).Chutnee,Chutney,tšɐtni, Ind. kruiderij.Chyle,kail, chijl.Chyme,kaim, chym of spijspap.Ciborium,sibôrj’m, ciborie, hostiekastje, hostievaas.Cicada,sikeidə, cicade, zingende krekel, soms sprinkhaan =Cicala,sikâlə.Cicatrice,sikətris, litteeken, nerf. ZieCicatricle.Cicatricle,sikətrik’l, nerf; hanetred.Cicatrix,sikeitriks,sikətriks, litteeken, nerf;Cicatrization= vergroeiing;Cicatrize= vergroeien.Cicero,sisərou;Ciceronian, Ciceroniaansch.Ciceron(e),tšitšərouni,sisərouni= cicerone.Cichory,sikəri; ZieChicory.Cicuta,sikjûtə, dolle kervel, waterscheerling.Cid,sid, opperhoofd, aanvoerder (Spaansch).Cider,saidə, cider, appelwijn.Cigar,sigâ, sigaar;Cigar-box= kistje;Cigar-case[91]= koker;Cigar-cutter= knipper;Cigar-divan= rooksalon, waar men voor 1 sh. een sigaar en een kop koffie krijgt;Cigar-factory= fabriek;Cigarette,sigəret, cigarette.Cilia,siljə, oogharen;Ciliate(d), met wimpers;Ciliary, wimper - -.Cimbric,simbrik, Kimbrisch(e taal.)Cimmerian,simîrj’n:Cimmerian darkness= uiterste duisternis.Cinchona,sinkounə, kinaboom.Cincinnati,sinsinâti,sinsinati.Cincture,sinktjə, gordel, band;Cinctureverb. omgorden.Cinder,sində, sintel, slak:Yours to a cinder= tot mijn laatsten snik;Cinder-pail= doofpot;Cinder-woman(Cinder-wench) = kolenraapster;Cindery= slakvormig.Cinderella,sindərelə, Asschepoetster (ookfig.):Cinderella’s glass slipper.Cinematograph,s(a)inəmatəgraf, kinematograaf.Cineraria,sinirêriə, cineraria.Cinerary,sinərəri, subst. urn; adj. asch…:Cinerary-vase(Cinerary-urn).Cingalese,siŋgəlîz,siŋgəlîs, Cingaleesch; subst. Cingalees.Cinnabar,sinəbâ, cinnaber.Cinnamon,sinəm’n, kaneel;Cinnamon-stick= pijpkaneel;Cinnamon-stone= kaneelsteen.Cinque,siŋk, vijf:Cinquefoil= vijfvingerkruid;Cinque-ports= vijf havenplaatsen:Dover, Sandwich, Hastings, RomneyenHythe, waarbij later nog kwamenWinchelsea, Rye(enSeaford), onder bevel van denLord Warden of the Cinque-ports, ter verdediging van de kust; het ambt is thans een sinecure.Cipher,saifə, subst. de 0, cijfer, naamletter, cijferschrift;Cipherverb. berekenen, cijferen, ontcijferen, meeklinken:Tobe (stand for) a mere cipher= een nul in ’t cijfer zijn;What’s the cipher?= wat kost het?Cipher-key= sleutel;Ciphering-book= rekenboek.Circassia,sɐ̂kašə, Circassië:Circassian= Circassiër; Circassisch.Circe,sɐ̂sî, Circe;Circean, betooverend.Circensian,sɐ̂senš’n, circus …Circle,sɐ̂k’l, subst. cirkel, kring, omtrek, cirkelgang, rang, diadeem;Circleverb. zich in het rond bewegen, zwenken (v. cavalerie), omringen:Togo round in a circle= in een kringetje ronddraaien (ookfig.);Circle-trains= ceintuurbanen;Circled inon all sides= rondom ingesloten;Circlet= cirkeltje, ringetje.Circuit,sɐ̂kit, omloop, omtrek, geregeld bezoek of rondgang, (rechts)gebied, omweg:Circuitverb. zich in een kring bewegen;Ten miles in circuit= in omtrek;Tomake a circuit= omweg;Togo the circuit= zijne tournée maken;Toput in circuit, out of circuit= aansluiten (van telefoon, b.v.), in- uitschakelen;Circuitor= rondreizend inspecteur;Circuitous,sɐ̂kjûitəs, met een omweg;Circuity,sɐ̂kjûiti, kringloop, cirkelgang, omweg.Circular,sɐ̂kjulə, subst. circulaire; adj. cirkelvormig, rond, rondgaand;Circular announcement (Circular letter)= circulaire;Circular letter of credit(Circular note) = kredietbrief:Circular-sailing= het zeilen langs den boog van een grooten cirkel;Circular ticket= rondreisbiljet;Circularity= rondheid;Circularize= circulaires zenden;Circulate= (laten) circuleeren, rondgaan, verkeeren;Circulating:Circulating decimal= repeteerende breuk;Circulating library= leenbibliotheek;Circulating medium= ruilmiddel;Circulation, circulatie, omloop:Circulation of the blood;Bank of circulation= girobank;Circulation of matter= stofwisseling;Tobe(Toput)in circulation;Circulative= circuleerend;Circulator= repetent:Circulator of scandal= lastertong;Circulatory= circuleerend, rondtrekkend.Circumambient,sɐ̂k’mambj’nt, omgevend;Circumambulate= rondwandelen; polsen;Circumambulation= rondgang, etc.;Circumbendibus= omweg.

Chamberlain,tšeimbəlin, kamerheer:Lord Chamberlain= een der 14 dignitarissen vanHis Majesty’s Household.

Chambers,tšeimbəz.

Chameleon,kəmîl’n, chameleon.

Chamfer,tšamfə, subst. groef;Chamferverb. canneleeren.

Chamois,šami,šamwô, gems, gemsleder; adj. geelbruin.

Chamomile,kaməmail, kamille.

Champ,tšamp, bijten (van een paard op zijn gebit), kauwen, stuk bijten:Tochamp the bit= mokken (fig.).

Champagne,šampein, champagne.[85]

Champaign,tšampein,(t)šsampein, subst. open, vlak land; adj. open, vlak.

Champerty,tšampəti, afspraak van densolicitormet zijn client om de eventueele voordeelen van het proces te deelen.

Champignon,(t)šəmpinjən, eetbare paddestoel.

Champion,tšampj’n, subst. kampioen; adj. kampioen …, uitstekend;Championverb. verdedigen;Championship, kampioenschap.

Champop=Champagne= ‘panje’, ‘sjampie’.

Chance,tšâns, subst. toeval, kans, uitzicht, mogelijkheid;Chanceverb. wagen, gebeuren:By chance= toevallig;Main chance= persoonlijk voordeel;On the off chance= met ’t oog op de mogelijkheid;Tostand a chance= kans hebben;Totake one’s chance= het er op wagen;I chanced to meet him= ik ontmoette hem toevallig;Tochance it= het er op aan laten komen;Chance-comer= een toevallig binnenkomende;Chance-games;Chance-medley= manslag uit noodweer.

Chancel,tšâns’l, koor (waar het altaar is, gewoonlijk met een hek afgesloten).

Chancellor,tšâns’lə, kanselier:Lord (High) Chancellor=Lord keeper= Minister van Justitie, Groot Zegelbewaarder, President van hetHouse of Lordsen voorzitter van deChancery Divisionvan het Hooggerechtshof;Chancellor of the Exchequer= hoofdambtenaar van deTreasuryaan ’t hoofd waarvanThe First Lordstaat;Chancellorship= kanselierschap.

Chancery,tšânsəri, kanselarij:Chancery Division= afdeeling van het hoogste gerechtshof;To be in chancery= failliet zijn; in de klem zitten.

Chandelier,šandəlîə, kroonluchter; blindeeringsfascine.

Chandler,tšândlə, kaarsenmaker (verkooper):Corn chandler= factor;Ship chandler= winkelier in victualiën;Chandlery= kleinhandel, winkel.

Change,tšeinž, subst. verandering, wijziging, overgang, afwisseling, nieuwigheid, variatie, modulatie, klein geld, pasmunt, geld dat men terugkrijgt, verschooning, de Beurs;Changeverb. veranderen, verwisselen, verruilen, (geld) wisselen, overstappen, zuur worden:Toget (give) one his change= geld terug geven; iemand dienen (fig.);He won’tget much change out of me= hij zal van mij niet veel halen, krijgt bij mij den wind van voren;To have no change;They won’t have any change= behoeven niet over te stappen;Toring the changes= op allerlei manieren herhalen; valsch geld uitgeven, een winkelier in de war brengen zoodat hij te veel terug geeft;A completechange of linen= verschooning;The windchanged;Tochange trams;Change here for Velp= Velp overstappen;He changed his dress (linen)= trok andere kleeren aan, verschoonde zich;Tochange toa steamer= overstappen op;He changed tothe diplomatic service= ging over in;Changeability= veranderlijkheid;Changeable, veranderlijk; subst.Changeableness;Changeful= veranderlijk;Changeless= onveranderlijk;Changeling= wisselkind; weifelaar, wankelmoedige.

Channel,tšan’l, subst. kanaal, bedding, vaarwater, groef, voor;Channelverb. groeven maken:The (British) Channel= Het Kanaal.

Chant,tšânt, subst. lied, melodie, kerkgezang;Chantverb. zingen, bezingen, opdreunen:To chant a horse= bedriegelijk verkoopen (door gebreken te verbergen);Tochant the praises of= (iemands) lof zingen;Chanter, zanger; melodiepijp; paardekooper;Chanticleer,tšantiklîə, kraaiende haan;Chantry= kapel, waar dagelijks eene mis voor afgestorvenen gezongen wordt.

Chaos,keios, chaos; adj.Chaotic.

Chap,tšap,tšop, subst. kloof, spleet, reet;Chapverb. splijten, scheuren, doen barsten;Chapped= opengesprongen, gebarsten;Chappy= gebarsten, open.

Chap,tšap, kerel, vent, klant;Chappie= kereltje.

Chap,tšop, kaak;Chaps, snuit, muil;Chap-fallen= ontmoedigd.

Chap-book,tšap-buk, volksboekje waarmee vroeger gevent werd doorChap-men.

Chape,tšeip, knip, haak, schoen eener sabelscheede.

Chapel,tšap’l, kapel, godshuis (der van de Staatskerk afgescheidenen);Chapelverb. een uil vangen (zeeterm):Chapel of ease= hulp- of bijkerk.

Chapelet,tšapəlet, stijgbeugelriemen.

Chapelry,tšapəlri, kerkelijke gemeente tot ééne kapel behoorende.

Chaperon,šapəron,šapəroun, baret; oudere dame, die eene jongere vergezelt in het publiek;Chaperonverb. vergezellen, beschermen.

Chaplain,tšaplin, geestelijke op een schip, (bij het leger, in een gevangenis); huiskapelaan;Chaplaincy=Chaplainship, waardigheid van eenchaplain.

Chaplet,tšaplət, subst. krans, rozenkrans, eierstaaf (-lijst); kuif.

Chapter,tšaptə, subst. hoofdstuk, kapittel;Chapterverb. in hoofdstukken verdeelen:Chapter and verse= tekst en uitleg (fig.);You will be persecutedto the end of the chapter= altijd door, ten einde toe;The chapter of accidents= het toeval;Chapter-house= kerkeraadskamer; vertrek waar het kapittel samenkomt.

Char,tšâsubst. appelforel.

Char,tšâ, verkolen.

Character,karəktə, subst. merk- of kenteeken, letter, karakter, gedrag, aard; getuigschrift, reputatie, origineel, persoon, naam, rol;Characterverb.,kəraktə, inprenten, graveeren; kenschetsen:Toact out of character= uit zijn rol vallen;Tobe in (out of) character= in, uit de rol;Igave him a good character= ik heb goede getuigen van hem gegeven;Togo by the character of= doorgaan onder den naam;He has a character for hospitality= staat bekend als gastvrij;Hetook away my character= goeden naam;Characteristic= kenschetsend, eigenaardig; subst. kenmerk:Tobe characteristic of= karakteriseeren;Characterization,karəktər(a)izeiš’n, kenschetsing;Characterize= kenmerken, stempelen, karakteriseeren.

Charade,šərâd,šəreid, charade.

Charcoal,tšâkoul, houtskool;Charcoalverb.[86]met houtskool zwart maken, door kolendamp bedwelmen.

Chare,tšêə,tšâ, uit werken gaan, huiswerk verrichten; subst. huiswerk.

Charge,tšâdž, subst. zorg, bewaking, opzicht, bevel, plicht, opdracht, ambt, pupil, toevertrouwd persoon (zaak), toespraak, aanval(signaal), last, beschuldiging, lading, prijs, kosten (Charges), vergoeding:Chargeverb. aanvallen, een charge doen, (be)laden, belasten, opdragen, bevelen, debiteeren, vermanend toespreken, beschuldigen, toevertrouwen, aanwijzen:A first charge= preferente schuld;No charge for delivery= franco huis;Tobe at(Tobear)the charge of= de kosten dragen;Tosound the charge= het signaal tot den aanval blazen;Togive in charge= toevertrouwen; laten arresteeren;The officerin charge= dienstdoend;This minister isin charge ofthe bill= zal het wetsontwerp verdedigen;Togo into the charges= aanklacht erkennen;Helaid it to my charge= legde het mij ten laste;He grew up under my charge= onder mijne hoede;Charge your glasses= vult;The judge charged the juryat great length= sprak breedvoerig toe;What do youcharge forthese cigars? = hoeveel kosten?Tocharge to one’s account (debit)= iemand debiteeren;To bechargeed witha crime= beschuldigd;Charge-room= verhoorkamer (in een politiebureau);Charge-sheet= rol der arrestanten;Chargeability= toerekenbaarheid, belastbaarheid;Chargeable= te belasten, verantwoordelijk:That waschargeable tome= dat kwam mij ten laste;Charger= strijdros; groote schotel.

Chariot,tšariət, rijtuig, triomfwagen;Charioteer= wagenmenner, voerman.

Charitable,tšaritəb’l, liefdadig, barmhartig;Charitableness= liefdadigheid.

Charity,tšariti, menschenmin, naastenliefde, barmhartigheid, zachtheid, milddadigheid, gave, aalmoes, liefdadigheidsstichting:Sister of charity= liefdezuster;In charity= barmhartigheidshalve, voor niets;Charity begins at home= het hemd is nader dan de rok;Toask (beg) charity= bedelen;Todispense charity= gaven uitdeelen;It would be a charityto help her= een goed werk;Weparted in charity= scheidden in vriendschap;Charity-boy(Charity-child) = kind uit een gesticht;Charity-school= armenschool, kostelooze school.

Charivari,šarivari, ketelmuziek, charivari.

Charlatan,šâlətan, kwakzalver, charlatan;Charlatanism= marktgeschreeuw.

Charlemagne,šâl(i)mein.

Charles,tšâlz, (Charley,tšâli,) Karel;King Charles(’s) dog= Bologneesch hondje;Charles(’s) Wain= Wagen, Groote Beer.

Charlock,tšâlok, krodde, wilde mosterd.

Charlotte,šâlot

Charm,tšâm, subst. toovermiddel(-woord, -formule), amulet, bekoring;Charmverb. betooveren, verrukken, bekoren:Apig-charm= gelukzwijntje aan een horlogeketting;Three is the charm= alle goede dingen bestaan in drieën;Tobear a charmed life= onkwetsbaar zijn;Charmer= charmeur, betooverend schepsel:To listen to the voice of the charmer= naar het gefluit van den vogelaar;Charming= bekoorlijk; subst.Charmingness; Charmless= zonder bekoring.

Charnel,tšân’l, lijken …, knekel …:Charnel-house= knekelhuis.

Charon,kêr’n, Charon, veerman.

Charpie,šâpi, pluksel.

Charpoy,tšâpôi, veldbed (Brit. Ind.).

Chart,tšât, zeekaart, kaart, tabel, kompaskaart;Chartverb. (op een kaart aan)teekenen.

Charter,tšâtə, subst. charter, privilege, patent, (voor)recht;Charterverb. bevrachten, charteren, huren:Charter-house= Karthuizerklooster; een school en gasthuis in Londen;Charter-land= cijnsvrije bezitting;Charter-party= chertepartij, scheepsvrachtbrief.

Chartism,tšâtizm, de leer vanF. O’Connor’sRadic. arbeiderspartij, geformuleerd in hunPeople’s Charteri.e. algemeen stemrecht, jaarlijksche parlementen, geheime stemming, kiesdistricten, en de betaling van de afgevaardigden der natie (1838–1848);Chartist= aanhanger van die leer.

Chartographer,kâtogrəfə, cartograaf;Chartography= cartographie.

Charwoman,tšêəwum’n,tšâwum’n, werkster;Charwork= huiswerk.

Chary,tšêri, zorgvuldig, karig, zuinig:Chary of praise= karig met lof.

Chase,tšeis, subst. jachtveld, vervolging, jachtstoet, het gejaagde wild, vervolgd schip; groef, voor;Chaseverb. jagen, jacht maken op, nazetten, drijven:Tosend on a wild-goose chase= voor den gek houden, van Pontius naar Pilatus zenden;Tobe in chase (of),Togive chase= vervolgen;Tochase away (off)= wegjagen;Chased work= gedreven metaal;Chaser= jager, drijver, springpaard, soort kanon, ciseleur.

Chasm,kazm, kloof, afgrond;Chasmed=Chasmy= met kloven.

Chasse,šas:A cup of coffee and a chasse= ‘pousse’.

Chasseur,šasɐ̂, jager, chasseur.

Chassis,šasî,šasis, chassis, (inleg)raam, onderstel.

Chaste,tšeist, kuisch, rein;Chasten,tšeis’n, straffen, reinigen, zuiveren, matigen, verootmoedigen.

Chastise,tšəstaiz, kastijden, straffen, beteugelen, zuiveren;Chastiser= kastijder;Chastisement= kastijding;Chastity,tšastiti, kuischheid, reinheid.

Chasuble,tšažub’l, kazuifel.

Chat,tšat, subst. gekeuvel; katje, rijsje, aar; naam voor verschillende vogels; aardappel (voor veevoer);Chatverb. keuvelen:Tohave a chattogether= keuvelen;Chatty= praatziek.

Chatelaine,šatəlein, chatelaine.

Chatham,tšat’m.

Chatoyant,šətôj’nt, katoog; adj. glinsterend met verschillende kleuren;Chatoyment= kleurenspel.

Chatta(h),tšatə,tšâtə, parasol (Brit. Ind.).

Chattel,tšat’l:Goods and chattels= have en goed.

Chatter,tšatə, subst. gesnap, gesnater;Chatterverb. snappen, kakelen, klappertanden:Chatter-box, Chatter-basket= babbelkous;Chatter-pie=[87]klapekster (ookfig.);Chatterer= babbelaar.

Chattiness,tšatinəs, babbelzucht;Chatty, ZieChat.

Chaucer,tšôsə; adj.Chaucerian.

Chauffer,tšôfə, klein draagbaar fornuis.

Chauvinism,šouvinizm, chauvinisme.

Chaw,tšô, kauwen;(Chaw up)afwijzen, zijn vet geven (Amer.).

Chaw-bacon,tšôbeik’n, pummel.

Chaworth,tšôwəth.

Cheap,tšîp, goedkoop, van weinig waarde; onlekker:Dog-(Dirt-)cheap=As cheap as dirt= spotgoedkoop;A manfeels cheap in such a case= ellendig, nietswaardig;Toget (come) off cheap(ly)= er blauw afkomen;To hold cheap= geringschatten;Tomake (render) oneself cheap= zich weggooien;Cheapjack= marktschreeuwer;Cheap-trippers= reizigers met pleiziertreinen;Cheapen= afdingen, goedkoop worden, bekladden.

Cheat,tšît, bedriegen, beetnemen; subst. bedrieger, valsche speler:Tocheat fatigue= verdrijven;Tocheat one into the belief= wijsmaken;Tocheat one out of= afzetten;Tocheat at cards= valsch spelen.

Check,tšek, subst. schaak, belemmering, beteugeling, échec, cheque (Amer.), fiche (Amer.), berisping, verwijt, teleurstelling; controle, contremarque; geruite stof; schaak;Checkverb. schaakmat zetten (fig.), tegenhouden, beteugelen, berispen, afstempelen, inschrijven (Amer.), laten schrikken (scheepst.); collationneeren, controleeren:He was dressed ina summer check= geruit pak;Hehanded in his checks= stierf;Tokeep a check upon= in toom houden;Toput a check upon= beteugelen, intoomen;Check to the queen= schaak koningin;The king ischecked(isin check) = is schaak;Hechecked himself= hield zich in;Check-book= controleboek, chequeboekje;Checkmate= subst. schaakmat, nederlaag;Checkmateverb. schaakmat zetten =Togive checkmate;check-rail= rail, waardoor een trein op een ander spoor wordt gebracht;Check-rein= trens;Check-string= trekriem;Check-taker= controleur;Checked= geruit;Checker, subst. damsteen (Checkers= damspel), geruit uithangbord, herberg, controleur;Checkverb. =Chequer;Checker-board= schaak(dam)bord;Checky= in kleine vierkantjes verdeeld.

Cheechee,tšîtšî=Eurasian.

Cheek,tšîk, subst. wang, kaak; brutaliteit; driestheid;Cheekverb. brutaliseeren:With the coolest cheek= zoo brutaal mogelijk;He has plenty of cheek= hij is zoo brutaal als de beul;Cheek by jowl (jole)= wang aan wang, zij aan zij, gemeenzaam;Cheek-bone= kaakbeen;Cheeky= brutaal.

Cheela,tšîla, Hindoesch leerling.

Cheep,tšîp, tsjilpen, piepen:Cheeper= jonge patrijs (veldhoen).

Cheer,tšîə, subst. stemming, blijdschap, onthaal, spijs, troost, gejuich, bijval;Cheerverb. aanmoedigen, opmonteren, (toe)juichen, moed vatten, opfleuren:The table was filled withgood cheer= lekkere spijzen;Beof good cheer= wees goedsmoeds;What cheer?= hoe gaat het?Toreceive with cheers= met gejuich ontvangen;Three cheers for= driemaal “hoera” voor;The speech wascheered to the echo= werd daverend toegejuicht;Cheer up= schep moed;Cheerful= vroolijk;Cheerfulness= vroolijkheid;Cheeriness= opgeruimdheid;Cheerless= droevig, somber;Cheery= opgeruimd.

Cheese,tšîz, kaas; overdreven diepe buiging:Shedropped him a cheese;Making cheeses= een meisjesspel;He would make me believe that the moon ismade of green cheese= hij wilde mij knollen voor citroenen verkoopen;That is the cheese= dat is je ware;Nip cheeses= krenterige lui;Cheese-hopper,Cheese-mite= kaasmijt;Cheese-monger= kaaskooper;Cheese-paring= kaaskorst:Financial cheese-paring= krenterigheid;Cheese-press= kaaspers;Cheese-rennet= Lieve-vrouwe-bedstroo;Cheesy= kaasachtig; schoon, mooi.

Cheeta(h).tšîta, jachtluipaard (Brit. Ind.).

Cheetal,tšîtəl, gevlekt hert (Brit. Ind.).

Chela,kîlə, schaar van krabben of kreeften;Cheliferous,kilifərɐs, van scharen voorzien;Cheliform,kîliföm, schaarvormig.

Chelmsford,tše(l)mzfəd;Chelsea,tšelsî.

Cheltenham,tšeltən’m.

Chemical,kemik’l, scheikundig:Chemicals= chemicaliën;Chemico= scheikundig - -.

Chemise,šəmîz, (vrouwen)hemd;Chemisette,šemizet, chemiset.

Chemist,kemist, scheikundige, apotheker:Assistant in a chemist’s shop= apothekersbediende;Chemistry= scheikunde.

Chenille,šənîl, chenille.

Cheque,tšek, cheque:Togive one a blank cheque=“Carte blanche”geven;Cheque-book= chequeboekje.

Chequer,tšekə, met ruitjes versieren, schakeeren:His has been a chequered life= veel bewogen leven.

Cherish,tšeriš, liefhebben, liefkoozen, koesteren, voeden:To cherish a secret= een geheim trouw bewaren.

Cheroot,(t)šərût, soort v. sigaar (manilla model).

Cherry,tšeri, subst. kers; adj. kerskleurig; van kersehout:Bob cherry= spelletje waarbij men een kers, waarvan men den steel tusschen de lippen neemt, zonder er met de handen aan te komen in zijn mond werkt;Cherry-cheekedapples= appels met roode wangen;Cherry-stone= kersepit.

Cherson,kɐ̂soun.

Chersonese,kɐ̂sənîz,kɐ̂sənîz, schiereiland.

Chert,tšɐ̂t, vuursteen, hoornsteen.

Cherub,tšerəb, cherubijn;Cherubic(al),tšərûbik(’l), engelachtig.

Chervil,tšɐ̂vil, kervel.

Cheshire,tšešə.

Chess,tšes, schaakspel:To play at chess= schaken;A game of chess= spel schaak;Chess-board;Chess-man= stuk;Chess-tournament= schaakwedstrijd.

Chest,tšest, subst. koffer, kist, kas, borstkas;Chestverb. opsluiten; met de borst tegenaan loopen:There was something on his chest= hij had iets op het hart;Sheheaved her chest= slaakte een zucht;Chest[88]of drawers= latafel;Chest-foundered= dampig;Flat (feeble) chested.

Chestnut,tšesnət, subst. kastanje(boom); adj. kastanjekleurig:That is a chestnut= ouwe mop;To pull the chestnuts out of the firefor another.

Cheval,šəval:Cheval glass= toiletspiegel;Chevaux-de-frise= Spaansche ruiters, rij spijkers op een muur.

Chevalier,ševəlîə, ridder, cavalier, ruiter.

Cheverel,Cheveril,šev’ril, subst. bokje; zeemleer; adj. rekbaar (fig.).

Cheville,šəvil, vioolschroef; stopwoord.

Cheviot,tšiviət,tšîviət,tševiət, Cheviot-(schaap).

Chevron,ševr’n, chevron.

Chevrotain,ševrət(e)in, bisamhertje.

Cheyne,tšein,tšain.

Chew,tšû, kauwen, pruimen, overdenken (on,upon); subst. mondvol, pruim:Tochew the cud= herkauwen; overleggen.

Chian,kaiən, van Chios.

Chiante,kianti, Tosc. roode wijn.

Chiaroscuro,kjâroskûrou.

Chibouk,Chibouque,tšibûk, Turksche pijp.

Chic,šîk, chic, chiek.

Chicago,šikâgou,šikôgou,šikeigou.

Chicane,šikein, subst. chicane;Chicaneverb. chicaneeren;Chicanery= chicanes, haarklooverij.

Chichester,tšišəstə.

Chick,tšik, kuiken: bamboejalouzie (Brit. Ind.), snoes:He has neither chick nor child= kind noch kraai;Chickling= kuikentje;Chick-pea= keker;Chick-weed= gewone sterrenmuur.

Chickeen,tšikîn, 4 ropijen.

Chicken,tšik’n, kuiken:You must not count your chickens before they are hatched= je moet de huid niet verkoopen voor de beer gevangen is;Mother Carey’s chicken= stormzwaluw; iemand die altijd slecht weer heeft;Chicken-broth= kippesoep;Chicken-hearted= lafhartig;Chicken-pox= waterpokken;Chicken-rising apparatus= broedmachine.

Chicory,tšikəri, cichorei, suikerij:As much likea gentlemanas chicory is like coffee.

Chide,tšaid, beknorren, berispen, twisten, kijven.

Chief,tšîf, adj. voornaamste, hoogste, opperste; subst. hoofd, bevelhebber:Command(er) in Chief= opperbevel(hebber);Tohold land in chief= land onmiddellijk in leen hebben van den souverein;Chief-baron= president van het vroegereCourt of Exchequer;Lord Chief-justice= President van deKing’s Bench Divisionvan het Hooggerechtshof;Chiefly= voornamelijk;Chieftain= hoofd, aanvoerder;Chieftaincy, Chieftainry, Chieftainship= leiderschap.

Chiffonier,šifənîə, voddenraper; chiffonière.

Chignon,šinjon, chignon.

Chikara,tšikâra, Bengaalsche antiloop.

Chilblain,tšilblein, builen aan handen en voeten door de koude.

Child,tšaild(Meerv.Children,tšildr’n), kind:The child is father of (to) the man= zoo kind, zoo man;This child= mijn persoontje (Amer.);From a child= van kindsbeen af;With child= zwanger;Childbearing= baren;In childbed= in het kraambed;Childbirth= bevalling;Childermasday,tšaildəmasdei, herdenking (in de Eng. Kerk) van den kindermoord (28 December);Child’s-play= kinderspel (ookfig.);Childhood= kindsheid;Second childhood= kindschheid;Childing= kinderen barend;Childish,Childlike,Childishminded= kinderlijk, kinderachtig;Childishness= kinderlijkheid.

Childe,tšaild, jonker.

Chili,tšili;Chilian,tšilj’n, Chiliaan(sch).

Chiliad,kiliad, duizend jaren.

Chill,tšil, kil, koel, koud, ontmoedigend; subst. koude rilling, koude, koudheid;Chillverb. koud maken (worden), verstijven, ontmoedigen, temperen, huiveren:Tocatch a chill= een bekleuming opdoen;Totake the chill off= laten beslaan;Chill(i)ness= koude, etc.;Chilling blast= snijdende wind;Chilly= kil, kleumsch; onhartelijk.

ChilternHundreds,tšiltənhɐndridz, Domeingoederen in Bucks. en Oxfords., waarover het nominale rentmeesterschap wordt gegeven aan een parlementslid, dat aftreden wil, daartoe niet het recht heeft, doch alsStewardhiertoe verplicht is.

Chimb,tšaim, kim van een vat.

Chime,tšaim, klokkenspel (Chimes= carillon, melodie), rhythmus, harmonie, kim;Chimeverb. harmonisch luiden (klinken), harmonieeren, instemmen, invallen (in); overeenstemmen (with).

Chimera,kai- of kimîrə, Chimaera; schrikbeeld; hersenschim;Chimeric(al)= hersenschimmig.

Chimere,šimîə,tšimə, wit opperkleed van een bisschop.

Chimney,tšimni, schoorsteen, lampeglas:The chimney smokes= de schoorsteen rookt, de lamp walmt;Chimney-cap= gek;Chimney-corner= hoekje v. d. haard;Chimney-hook= ketelhaak, vuurhaak;Chimney-money= belasting op schoorsteenen;Chimney-piece= schoorsteenmantel;Chimney-pot= schoorsteenpot; kachelpijp (fig.) =Chimney-pot (silk) hat;Chimney-shaft= deel van den schoorsteen boven het dak;Chimney-sweep(er)= schoorsteenveger.

Chimpanzee,tšimpanzî,tšimpanzî, chimpansé.

Chin,tšin, kin:Tothrust the chin into the neck= den neus in den wind steken;Up to the chin= tot over de ooren;Double chinned= met onderkin;Chin-music= gesnater;Chin-scale= (helm)ketting;Chin-strop= kinriem.

China,tšainə, China; porselein; adj. porseleinen:China-clay= porseleinaarde;Chinaman= Chinees; schip, dat op China vaart;China-orange= sinaasappel;China-shop= porseleinwinkel;Chinaware= porselein;Chinee= Chinees;Chinese,tšainîz,tšainîs, Chinees(ch), Chineezen:Chinese lantern= lampion.

Chinch,tšinš, graanworm; wandluis (Amer.).

Chinchilla,tšintšilə, chincilla (bont).

Chine,tšain, subst. ruggegraat, ruggestuk, rug; kloof.[89]

Chink,tšiŋk, subst. spleet, reet; gerinkel; geld;Chinkverb. stoppen; rinkelen.

Chinka,tšinka, soort hangende brug (Brit. Ind.).

Chintz,tšints, sits.

Chios,kaios.

Chip,tšip, subst. brokje, splintertje, spaan, afval (=Chips), soort hoed van gevlochten bast;Chipverb. stuk snijden, bekappen, afbreken, afschilferen, afbrokkelen, openspringen:He isa chip of the old block= hij heeft een aardje naar zijn vaartje;Not to care a chip for= geen lor geven om;A little chip of an old lady= een oud dametje;From chipping comes chipping= men hakt geen hout of er vallen spaanders;Chip-axe= timmermansbijl, snik, houweel.

Chippendale,tšipəndeil, een meubelmaker uit het midden van de 18de eeuw.

Chippy,tšipi, katterig.

Chirk,tšɐ̂k, levendig, vroolijk;Chirkverb. tjilpen (Amer.).

Chiropodist,Chiropedist,kairopədist, spécialist voor ziekten aan handen of voeten; likdoornsnijder.

Chirp,tšɐ̂p, tjilpen, kweelen; subst. gekweel, getjilp;Chirper.

Chirr,tšɐ̂, kirren.

Chirrup,tširəp, verb. tjilpen, opvroolijken; interj. allo!Chirruppy= levendig, opgewekt.

Chirurgeon,kairɐ̂dž’n, wondheeler, chirurg.

Chisel,tšiz’l, subst. beitel;Chiselverb. beitelen, uitbeitelen, beeldhouwen; bedriegen.

Chisholm,tšiz’m,Chislehurst,tšiz’lhɐ̂st; Chiswick,tšizik.

Chit,tšit, kind, klein nest, jong ding:A chit of a child;A little chit of a nurse-girl;Chitty= klein en mager, kinderachtig; subst. brief, pas.

Chit-chat,tšitšat, gekeuvel, gebabbel, praatjes.

Chitter,tšitə, huiveren, rillen, klapperen (van tanden).

Chitterlings,tšitəliŋz, varkensdarmen.

Chivalresque,šiv’lresk=Chivalric,šiv’lrik,šivalrik=Chivalrous= ridderlijk;Chivalry,šiv’lri, ridderschap, ridderlijkheid.

Chiv(e)y,tšivi, (op)jagen.

Chloe,kloui.

Chloral,klôr’l, chloraal;Chloral-eater= aan ’t gebruik van chloraal verslaafde;Chloralism= vergiftiging door onmatig gebruik van chloraal.

Chlorine,klôr(a)in, chloor; adj. groen.

Chloroform,klôrəföm, chloroform;Chloroformverb. chloroformiseeren.

Chlorosis,klərousis, bleekzucht;Chlorotic= bleekzuchtig.

Chock,tšok, klos;Chockverb. vastzetten.

Chock,tšok:Chock-a-block=Chockful= stikvol.

Chocolate,tšokəlit, subst. chocolade; adj. chocoladekleurig:Chocolate-cake= koekje;Chocolate-creams= pralines;Chocolate-drop= flikje.

Choice,tšôis, subst. keus, keur, assortiment; adj. uitgelezen, keurig;For choice= bij voorkeur;Tomake choice= kiezen (of);Tohave (make, take) one’s choice= een keus doen;Tohave Hobson’s choice= van den nood eene deugd moeten maken;Choiceness= uitgelezenheid.

Choir,kwaiə, subst. koor, zangkoor;Choirverb. in koor zingen;Choir-screen= koorhek.

Choke,tšouk, worgen, verstikken, naar adem snakken, stikken; verstoppen, versperren (up); remmen:Tochoke off= door worgen dwingen tot loslaten, smoren, den mond snoeren, afschrikken, remmen; subst. baard van de artisjok; snik;Choke-damp= stiklucht, mijngas;Choke-pear,Choke-plum(=Choker) = aftroeving;Chokeweed= bremraap;Chokeful= stikvol;Chokers= witte das, vadermoorders (fig.):White chokers= geestelijken, kellners;A speckled choker= hooge das met stippels;Choky, verstikkend.

Choler,kolə, gal; toorn;Choleric,kolərik, galzuchtig, opvliegend.

Cholera,kolərə, cholera;Cholerine,kolər(a)in, cholerine.

Cholmondeley,tšɐmli.

Choltri,tšoultri, herberg (Brit. Ind.).

Choose,tšûz, kiezen, verkiezen, uitkiezen, liever hebben (Choose rather):There is not much to choose between them= ’t is één pot nat;I cannot choose but say= ik kan het niet helpen, maar.…

Chop,tšop, subst. cotelet of ribbetje, houw, korte golfslag, stempel, douanebiljet, kwaliteit;Chopverb. afkappen, kappen, hakken, voortdurend veranderen;Chops= kinnebak, bek, monding:Chops and changes= wisselingen;Tochop and change= koopen en verkoopen; voortdurend veranderen;Tochop logic= redekavelen;Chop-fallen(ZieChap-fallen);Chop house= gaarkeuken;Chop-sticks= eetstokjes;Chopper= hakmes:Logic chopper= wauwelaar;Chopping= flink, kort (vangolfslag), plotseling omslaand (wind);Chopping-block= hakbord;Chopping-knife= hakmes;Choppy= vol barsten; onstuimig.

Chopin,tšopin, oude vochtmaat 0,85 L. (Schot.) 0,23 L. (Eng.).

Choral,kôr’l, tot een koor behoorend, in koor gezongen;Chorale,kərâl, koraal.

Chord,köd, subst. snaar, pees, accoord,koorde;Chordverb. besnaren.

Chore,tšöhuiswerk (Amer.). ZieChare.

Chorea,kərîə, St. Vitusdans.

Chorister,koristə, koorzanger, leider van een kerkkoor (Amer.).

Chortle,tšöt’l, grinniken.

Chorus,kôrəs, koor, refrein;Chorusverb. in koor zingen.

Chose,šouz, zaak (jur.).

Chose,tšouz, imperf. vanTo choose;Chosen, part, vanTo choose:My chosen friend= boezemvriend.

Chough,tšɐf, kauw.

Choultry,tšoultri,tšaultri, herberg (Brit. Ind.).

Chouse,tšaus, bedrog;Chouseverb. bedriegen;Chouser= bedrieger.

Chow-chow,tšautšau, subst. Chineesche maaltijd; soort mixed pickles; adj. vermengd.

Chowder,tšaudə, subst. gerecht, bestaande uit visch, varkensvleesch en scheepsbeschuit;[90]een picnic waarbij dit de hoofdschotel is;Chowder-headed= dom, suf.

Chowree,Chowry,tšauri, vliegenwaaier (Brit. Ind.).

Chrestomathy,krəstoməthi, bloemlezing.

Chrism,krizm, heilige olie;Chrismation= toediening van het oliesel;Chrismatory= fleschje met gewijde zalfolie.

Chrisom,kriz’m, doek, gezalfd met heilige olie, en den kinderen bij het doopen op het hoofd gelegd; doopkleed, pasgedoopt kind; kind, dat binnen eene maand na den doop sterft.

Christ,kraist, Christus;Christ-cross-row,kriskrosrou, ’t alphabet;Christen,kris’n, doopen, noemen;Christendom,kris’nd’m, Christenheid;Christian,kristj’n, subst. Christiaan; Christen; adj. Christelijk:Christian era= Chr. jaartelling;Christian name= doopnaam;Christianity,krist’janiti, Christendom;Christianize= bekeeren.

Christmas,krisməs, subst. Kerstmis; adj. tot het Kerstfeest behoorende:Christmas-box,krisməsboks, kerstgeschenk;Christmas-carol,krisməskar’l, kerstzang;Christmas-day= Kerstdag, Kerstfeest;Christmas-eve,krisməzîv, (de avond van) 24 December;Christmas-flower=Christmas-rose= helleborus, zwarte nieswortel;Christmas-tide= Kersttijd;Christmas(s)y= kerstfeestachtig.

Christina,kristînə.

St. Christopher,s’ntkristəfə.

Chromatic,krəmatik, chromatisch:Chromatics= kleurenleer;Chromatic scale= chromatische toonladder.

Chrome,kroum,Chromium,kroumjəm, chromium.

Chromolithography,krouməlithogrəfi, chromolithographie =Chromo:You will findinsurance chromosin all my rooms= gekleurde platen van levensverzekeringmaatschappijen.

Chronic,kronik, chronisch;Chronical= tijdelijk.

Chronicle,kronik’l, subst. kroniek;Chronicleverb, boekstaven;Chronicler= kroniekschrijver;Chronologic(al)= chronologisch;Chronology,krənolədži, chronologie.

Chronometer,krənomətə, chronometer.

Chrysalis,krisəlis(Meerv.Chrysalides,krisalidîz) pop (van een vlinder).

Chrysolite,krisəlait, chrysoliet.

Chub, tšɐb, wimber.

Chubbiness,tšɐbinəs, dikwangigheid, molligheid; adj.Chubby.

Chubb-lock,tšɐblok, slot, naar een bekend slotenmaker,Chubb, genoemd.

Chuck,tšɐk, subst. geklok, lieverd, aai (onder de kin), worp (tot op kleinen afstand);Chuckverb, klokken, roepen, aaien, gooien, er uit gooien(out):Tochuckthe whole business (thing)= er den brui van geven, met iets uitscheiden;Tochuck under the chin= strijken;To chuck up the sponge= zich gewonnen geven;Chuck-farthing= subst. een spel, waarbij centen in een kuil worden geworpen:To play chuck-farthing with= weggooien, op ’t spel zetten; adj. ondoordacht:Chuck-farthing politics.

Chuckle,tšɐk’l, subst. klokken, gegrinnik;Chuckleverb, klokken, kakelen, liefkoozen, grinniken:Tochuckle up (in) one’s sleeve= in zijn vuistje lachen;Chuckle-head= domkop;Chuckle-headedness= domheid.

Chudleigh,tšɐdli.

Chum,tšɐm, subst. contubernaal, kameraad, intieme vriend;Chumverb. met iemand samen eten of wonen;Chummy= intiem, gezellig.

Chump,tšɐmp, subst. houtblok; kop, schaapskop (fig.):He’soff his chump= niet recht snik;Chumpverb. eten kauwen.

Chunam,tšunâm, kalk ter bestrijking der in sirihbladeren gewikkelde areka.

Chunk,tšɐŋk, brok, klomp:We’vecut off a bigger chunk than we can chew= onze oogen waren grooter dan onze maag;Chunky= kort en dik.

Chupatti,tšûpati, ongezuurde koek (Brit. Ind.).

Chuprassy,tšûprasi, boodschaplooper (Brit. Ind.).

Church,tšɐ̂tš, subst. kerk, de geestelijkheid;ookverb.:Tobe churched= den kerkgang doen; in de kerk genoemd worden bij wijze van afkeuring (Amer.);Anglican Church=Church of England;Broad church= kerk met meer liberale leerstellingen;High church= Angl. kerk;Low church= het Calvinistisch gezinde gedeelte derAngl. Church;To beat (in) church;Toattend church= bijwonen;Togo to church;He wasas fast asleep as a church= hij sliep zeer vast, als een marmot;They wereasked in church= zij stonden onder de geboden;Church-burial= begrafenis naar den ritus der kerk;Church-goer= kerkganger;Church-living= prebende, predikantsplaats;Churchman= geestelijke; lid van de Angl. kerk;Church-music= koraalmuziek;Church-rate= kerkbelasting;Churchwarden= kerkmeester, kerkvoogd; lange pijp;Churchyard= kerkhof;Churching= kerkgang na bevalling;Churchy= kerksch.

Churl,tšɐ̂l, landman, vlegel, vrek;Churlish= boersch, lomp, vrekkig.

Churn,tšɐ̂n, subst. karn;Churnverb. karnen, krachtig roeren, koken of zieden.

Chute,šût, vangzeil (=Canvass chute), goot, stroomversnelling; opening in een dam voor vlotten (Amer.).

Chutnee,Chutney,tšɐtni, Ind. kruiderij.

Chyle,kail, chijl.

Chyme,kaim, chym of spijspap.

Ciborium,sibôrj’m, ciborie, hostiekastje, hostievaas.

Cicada,sikeidə, cicade, zingende krekel, soms sprinkhaan =Cicala,sikâlə.

Cicatrice,sikətris, litteeken, nerf. ZieCicatricle.

Cicatricle,sikətrik’l, nerf; hanetred.

Cicatrix,sikeitriks,sikətriks, litteeken, nerf;Cicatrization= vergroeiing;Cicatrize= vergroeien.

Cicero,sisərou;Ciceronian, Ciceroniaansch.

Ciceron(e),tšitšərouni,sisərouni= cicerone.

Cichory,sikəri; ZieChicory.

Cicuta,sikjûtə, dolle kervel, waterscheerling.

Cid,sid, opperhoofd, aanvoerder (Spaansch).

Cider,saidə, cider, appelwijn.

Cigar,sigâ, sigaar;Cigar-box= kistje;Cigar-case[91]= koker;Cigar-cutter= knipper;Cigar-divan= rooksalon, waar men voor 1 sh. een sigaar en een kop koffie krijgt;Cigar-factory= fabriek;Cigarette,sigəret, cigarette.

Cilia,siljə, oogharen;Ciliate(d), met wimpers;Ciliary, wimper - -.

Cimbric,simbrik, Kimbrisch(e taal.)

Cimmerian,simîrj’n:Cimmerian darkness= uiterste duisternis.

Cinchona,sinkounə, kinaboom.

Cincinnati,sinsinâti,sinsinati.

Cincture,sinktjə, gordel, band;Cinctureverb. omgorden.

Cinder,sində, sintel, slak:Yours to a cinder= tot mijn laatsten snik;Cinder-pail= doofpot;Cinder-woman(Cinder-wench) = kolenraapster;Cindery= slakvormig.

Cinderella,sindərelə, Asschepoetster (ookfig.):Cinderella’s glass slipper.

Cinematograph,s(a)inəmatəgraf, kinematograaf.

Cineraria,sinirêriə, cineraria.

Cinerary,sinərəri, subst. urn; adj. asch…:Cinerary-vase(Cinerary-urn).

Cingalese,siŋgəlîz,siŋgəlîs, Cingaleesch; subst. Cingalees.

Cinnabar,sinəbâ, cinnaber.

Cinnamon,sinəm’n, kaneel;Cinnamon-stick= pijpkaneel;Cinnamon-stone= kaneelsteen.

Cinque,siŋk, vijf:Cinquefoil= vijfvingerkruid;Cinque-ports= vijf havenplaatsen:Dover, Sandwich, Hastings, RomneyenHythe, waarbij later nog kwamenWinchelsea, Rye(enSeaford), onder bevel van denLord Warden of the Cinque-ports, ter verdediging van de kust; het ambt is thans een sinecure.

Cipher,saifə, subst. de 0, cijfer, naamletter, cijferschrift;Cipherverb. berekenen, cijferen, ontcijferen, meeklinken:Tobe (stand for) a mere cipher= een nul in ’t cijfer zijn;What’s the cipher?= wat kost het?Cipher-key= sleutel;Ciphering-book= rekenboek.

Circassia,sɐ̂kašə, Circassië:Circassian= Circassiër; Circassisch.

Circe,sɐ̂sî, Circe;Circean, betooverend.

Circensian,sɐ̂senš’n, circus …

Circle,sɐ̂k’l, subst. cirkel, kring, omtrek, cirkelgang, rang, diadeem;Circleverb. zich in het rond bewegen, zwenken (v. cavalerie), omringen:Togo round in a circle= in een kringetje ronddraaien (ookfig.);Circle-trains= ceintuurbanen;Circled inon all sides= rondom ingesloten;Circlet= cirkeltje, ringetje.

Circuit,sɐ̂kit, omloop, omtrek, geregeld bezoek of rondgang, (rechts)gebied, omweg:Circuitverb. zich in een kring bewegen;Ten miles in circuit= in omtrek;Tomake a circuit= omweg;Togo the circuit= zijne tournée maken;Toput in circuit, out of circuit= aansluiten (van telefoon, b.v.), in- uitschakelen;Circuitor= rondreizend inspecteur;Circuitous,sɐ̂kjûitəs, met een omweg;Circuity,sɐ̂kjûiti, kringloop, cirkelgang, omweg.

Circular,sɐ̂kjulə, subst. circulaire; adj. cirkelvormig, rond, rondgaand;Circular announcement (Circular letter)= circulaire;Circular letter of credit(Circular note) = kredietbrief:Circular-sailing= het zeilen langs den boog van een grooten cirkel;Circular ticket= rondreisbiljet;Circularity= rondheid;Circularize= circulaires zenden;Circulate= (laten) circuleeren, rondgaan, verkeeren;Circulating:Circulating decimal= repeteerende breuk;Circulating library= leenbibliotheek;Circulating medium= ruilmiddel;Circulation, circulatie, omloop:Circulation of the blood;Bank of circulation= girobank;Circulation of matter= stofwisseling;Tobe(Toput)in circulation;Circulative= circuleerend;Circulator= repetent:Circulator of scandal= lastertong;Circulatory= circuleerend, rondtrekkend.

Circumambient,sɐ̂k’mambj’nt, omgevend;Circumambulate= rondwandelen; polsen;Circumambulation= rondgang, etc.;Circumbendibus= omweg.


Back to IndexNext