Chapter 26

D.di, D.; 500 (D̄5000); doctor; date, day; died; denarius (= penny); damn; (ook verb.):The big D= groote vloek (D.=Damn);’d= had, would;D.D.= Divinitatis Doctor;M.D.= Medicinae doctor;D.C.L.= Civilis Legis Doctor;L.L.D.= Legum Doctor;Dec(ember);De(l)= Delaware;Deut(eronomy);Div.= Divide, Dividend, Division, Divisor;D.Lit(t)= Litterarum Doctor;D(ead)L(etter)O(ffice);Do.= Ditto;Doz(en);On theD(ead)Q(uiet)= in strikt vertrouwen;D.T.= Delirium Tremens;Du(t).= Dutch;D(eo)V(olente);Dwt.= Pennyweight;D.W.T.=D(eclined)W(ith)T(hanks)= beleefd afgewezen (van een bijdrage).Dab,dab, subst. klompje, vlak, klad; tik, pik; schar (ook allerlei platvisch); meester,kraan;Dabverb. zacht kloppen (met een vochtig of zacht werktuig); pikken; bevuilen; clicheeren; adj. knap:He isa dab at cricket= knap in;Shedabbed ather hair with a brush= ging hier en daar even over;Dabber= hij die clicheert; tampon;Dabster= meester, kraan.Dabble,dab’l, besprenkelen, bevochtigen, plassen; knoeien, liefhebberen:Hedabbled athis forehead with a pocket-handkerchief;He dabbles inpolitics= liefhebbert in;Dabbler= knoeier, stumper.Dabchick,dabtšik, pas uitgekomen kuiken; kuifduiker =Dipchick.Da Capo,dâkâpou, Da Capo.Dace,deis, serpeling of witvisch.Dacia,deišə, Dacië;Dacian, Dacisch.Dacoit,dakôit, bandiet, roover (Brit. Ind.);Dacoitage,Dacoity= rooverij doordacoits.Dactyl,daktil, dactylus (– ⏑ ⏑); vinger, teen (anatom.);Dactylar,Dactylic,daktilik, uit dactylen bestaande; een dactylische versregel;Dactylioglyph,daktiljəglif, ringgraveur, inschrift;Dactylology,daktilolədži, vingerspraak.Daddle,dad’l, waggelen.Dad(dy),dad(i), paatje;Daddy-long-legs,dadiloŋlegz, langpoot mug; hooiwagen; langbeenig mensch.Dado,deidou,dâdou, vlakke voorzijde van een voetstuk, soort van lambrizeering.Daedalus,dedəlɐs.Daffodil,dafədil, affodil. ZieAsphodel.Daft,daft, subst. bot van geest, dwaas, gek; subst.Daftness.Dagger,dagə, subst. dolk, kort zwaard, leesteeken (†);Daggerverb. doorsteken:At daggers drawn= klaar om te vechten; op hoogst gespannen voet;Tolook daggers at a person= iemand met zijn blikken doorboren;Tospeak daggers to a person= vlijmscherp toespreken;Dagger-plant= Jucca.Daggle,dag’l, door het slijk sleepen, door den modder loopen;Daggle-tail= slordevos, =Daggle-tailed= slordig, bevuild.Dago,deigou, scheldnaam voor elk Spaansch of Portugeesch sprekend matroos.Dagonet,dagənet.Daguerreotype,dəgerətaip, subst. daguerreotype;Daguerreotypeverb. daguerreotypeeren.Dahabeeyah,Dahabieh,dâhâbîə, Egyptisch vaartuig, voornamelijk voor den Nijl.Dahlia,dâljə,deiljə, dahlia.Dahomey,dəhoumi.Daily,deili, subst. dagblad; adj. dagelijksch:Daily News= naam van een Eng. dagblad.Daimio,daimiou, groote leenheer, vazal van den Mikado (Japan).Daintiness,deintinəs, fijnheid, verweekelijking, kieskeurigheid, lekkerheid;Dainty,deinti, subst. lekkernij; adj. lekker, kieskeurig, sierlijk, fijngevoelig:My dainty= lieve; ’Don’t be dainty’ = (opschrift op een) slabbetje;Dainty-mouthed= kieskeurig.Dairy,dêri, subst. melkhuis, melkwinkel;Dairy-farm= melkboerderij;Dairy-house= melkhuis;Dairymaid= melkmeid;Dairyman= melkboer.Dais,dei-is, estrade, met een troonhemel overdekte troon.Daisy,deizi, subst. madeliefje; adj. keurig, prima:Daisied meadow= vol madeliefjes;Daisy-cutter= dravend paard, dat zijne pooten niet hoog oplicht;Cricket-bal, die laag over ’t veld vliegt;Daisy-picker; ZieGooseberry-picker.Dak,dak, brievenpost in Brit. Indië.Daker,deikə,Dakir, tien stuk of paar;Daker-hen, wachtelkoning.Dakoit,dakôit=Dacoit.Dakota,dakoutə; adj.Dakotan.Dalai Lama,dəlailâmə, opperpriester.Dale,deil, dal;Dalesman= dalbewoner, vooral op de grens tusschen Engeland en Schotland.Dalhousie,dalhûzi;Dalkeith,dalkîth.Dalliance,daliəns, het dartelen, stoeien;Dally= dartelen, beuzelen, treuzelen, talmen.Dallop,daləp, bosje (gras).Dalmatia,dalmeišə, Dalmatië;Dalmatian= Dalmatiër, Dalmatisch.Dalmatic(a),dalmatik(ə), dalmatica.Dalrymple,dalrimp’l,dalrimp’l;Dalston,dôlst’n.Daltonian,dôltounj’n, kleurenblinde;Daltonism,dôltənizm, kleurenblindheid.Dalzel(l),dalzel,deiel;Dalziel,deiel,diel.Dam,dam, subst. moer, wijfje; dam; sloot (Austr.);Damverb. stuiten, afdammen.Dam,dam. ZieDawm.Damage,damidž, subst. schade, nadeel, kosten, averij;Damageverb. beschadigen, schade lijden, toetakelen:What’s the damage?= hoe groot zijn de onkosten, wat ben ik schuldig?Damages= schadevergoeding;Damageable= beschadigbaar;Damaged= beschadigd, bedorven.Damascene,daməsîn, damasceeren; subst.[130]damastpruim (ookDamask-plum); adj. v. Damascus;Damascusblade= Damascener zwaard.Damask,daməsk, subst. damast; adj. lichtrood;Damaskverb. bloemen in stoffen werken (damast weven), staal met goud of zilver inleggen, damasceeren;Damask-steel= Damascus-staal;Damaskeen,daməskîn,daməskîn, damasceeren;Damassin,daməsin, damast, met bloemen van goud- en zilverdraad doorweven.Damboard,damböd, dambord.Dame,deim, deftige dame, vrouwe, matrone; dorpsschoolmaitres; ouderwetsche bewaarschoolhouderes; deDame, thans deAssistant-Master, by wie(n) deexterneleerlingen (The Oppidans) vanEton Collegein den kost zijn;Dame’s-violet,Dame-wort, nachtviooltje.Damietta,damietə, Damiette.Damn,dam, verdoemen, veroordeelen, vloeken:It isnot worth a damn= het is geen lor waard;Damnable= verdoemelijk, vervloekt, kolossaal;Damnation,damneiš’n, subst. verdoeming, verdoemenis; interj. vervloekt;Damnatory= verdoemend, verdoemings …;Damnific= schadelijk;Damnify= schade veroorzaken, beschadigen (Jur.);Damning= verpletterend (bewijs).Damoclean,daməklîən, van D.:Damoclean sword;Damocles,daməklîz, Damocles.Damon,deim’n.Damosel,daməzel. ZieDamsel.Damp,damp, subst. vochtigheid, nevel, uitwaseming, neerslachtigheid; adj. vochtig, saai, neerslachtig, kil;Dampverb. vochtig maken, verkillen, verzwakken, ontmoedigen, smoren, dempen, dof maken:His presencethrew a damp on our joy= was als een emmer koud water;Dampen= bevochtigen; ontmoedigen;Damper= demper, sleutel (in een kachelpijp), toondemper; ongezuurd brood (Austr.); teleurstelling, ontmoediging:Heputs a damper onevery thing I do or say= hij beneemt me den moed bij;Dampish= eenigszins vochtig; subst.Dampishness;Dampness= vochtigheid.Dampier,dampî.Damsel,damz’l, jonge deern, jonkvrouw;Damsel-fly= waterjuffer.Damson,damz’n, damastpruim:Damson cheese= conserf van deze pruimen.Dan,dan, Heer:Dan Cupid; Daniel, Dan;From Dan to Beer-sheba(biəšîbə,biɐ̂šibə) = overal, op alle punten.Danaid,danəid;Danaidean,deinəidiən,danəidiən.Dance,dâns, subst. dans, bal;Danceverb. dansen, rondspringen; laten dansen:Hedanced attendance on (to)the powerful= liep de groote lui na;Dance of death= doodendans;Heled me a jolly dance= hield me leelijk aan het lijntje;Dancer= danser;Dancing:Dancing-girl= Indische danseres;Dancing-master;Dancing-mistress= balletmeesteres;Dancing-room= danszaal;Dancing-school.Dandelion,dandelaiən, leeuwetand.Dander,dandə, subst. toorn; roos (=Dandruff);Danderverb. treuzelen, zeuren, stotteren:He got (had) his dander (dandriff) raised= hij werd woedend.Dandify,dandifai, zich adoniseeren.Dandiprat,dandiprat, dreumes.Dandle,dand’l, liefkoozen, spelen met, laten dansen (op de knie):The motherdandled him to rest.Dandriff,dandrif,Dandruff,dandrəf, roos.Dandy,dandi, fat, pronker; soort vaartuig, jolleman op den Ganges; soort palankijn; iets keurigs; adj. fatterig;Dandy-cock(Dandy-hen) = Bantamsche haan (hen);Dandy-horse= ouderwetsche tweewieler;Dandy-rigged= metDandytuig;Dandyish= fatterig.Dane,dein, Deen:Great Dane= Deensche dog;Danegeld,deingeld, jaarlijksche belasting, in vroeger tijd opgelegd ter verdediging tegen de Denen;Danelagh,deinlôg,Dane law= Deensch recht (9e eeuw), het gebied hiervan.Dane-wort,deinwɐ̂t, lage vlier, paarsche anemoon.Danger,deinžə, gevaar;Danger-signal= onveilig sein (bij spoorwegen);Dangerous= gevaarlijk; subst.Dangerousness.Dangle,daŋg’l, slingeren, bengelen; achterna loopen;Dangler= vrouwengek; sleepsabel.Dan(iel),dan(j’l).Danish,deiniš, Deensch(e taal).Dank,daŋk, subst. vochtigheid; adj. vochtig.Dantesque,dantesk, in den stijl van Dante, somber, verheven.Danube,danjûb, Donau;Danubian,dənjûbj’n, Donau - -.Dap,dap, het aas voorzichtig in ’t water neerlaten.Daphne,dafni, Daphne; peperboompje.Dapper,dapə, netjes, wakker, kregel.Dapple,dap’l, subst. spikkel; adj. gevlekt;Dappleverb. bespikkelen;Dapple-grey= appelgrauw (paard).Darby,dâbi:Darby and Joan= de Eng. Philemon en Baucis.Darbies,dâbiz, handboeien.D’Arblay,dâblei.Darbyites,dâbiaits, godsdienstige sekte, ookPlymouth Brethrengenoemd.Dardanelles (The),dâdənelz, de Dardanellen.Dardania,dâdeinjə, Dardanië;Dardanian.Dare,dêə, durven, wagen; tarten, uitdagen; leeuweriken onder schot of in ’t net brengen, door ze met behulp van een houten bord met spiegeltjes (a dare) te verblinden:I dare say= ik durf wedden;I daresay,dêəsei, voorwaar;I dare youto do it= tart u;Dare-devil= waaghals; roekeloos;Daring, subst. vermetelheid; adj. onverschrokken, moedig;Darenet, slagnet.Darg,dâg, subst. dagwerk, dagtaak;Dargverb. een dagtaak verrichten (Schotl.).Darius,dəraiəs;Darjeeling,dâdžîliŋ.Dark,dâk, subst. duisterheid, onwetendheid; adj. duister, donker, somber, heimelijk, ontmoedigend, slecht, blind, onzeker, donker uitziend:Dark Ages= Middeleeuwen;Darkblue= de kleur van de studenten van Oxford (Sport);Darkchamber,Darkroom[131](phot.);Dark lantern= dievenlantaarn;After dark= na donker;He ridesa dark horse= hij voert wat in het schild;Then I hadmy dark hour= droevig uur;I fear I shallgo dark= blind worden;I havekept it dark= geheim;He haskept me in the dark= hij heeft mij onwetend gehouden;Darken= verduisteren, verdonkeren, zwart maken, bezoedelen, blind maken, duister worden:You shalldarken my doorsno more= komt me nooit weer over den drempel;Darkish= vrij duister;Darkle= duister worden;Darkling, adj. somber, droevig; adv. in het donker, blindelings;Darkly= in ’t geheim, geheimzinnig;Darkness= duisternis, verborgenheid, blindheid, onwetendheid;Darksome,dâks’m, somber, duister;Darky= zwartje, neger; dievenlantaarn.Darling,dâliŋ, subst. lieveling:My darling= lieverd; adj. geliefd.Darn,dân, subst. stop; adj. vervloekt (Amer.);Darnverb. stoppen, mazen:The darnest foolI ever saw= grootste gek;Darner= stopnaald, stopper of stopster;Darning-needle;Darning-yarn.Darnel,dân’l, dolik.Dart,dât, subst. pijl, schicht, werpspies; sprong;Dartverb. (een pijl) schieten, (eene lans) werpen, schieten (v. stralen), wegsnellen, losstormen op (at, on):Todart rays.Darwin,dâwin; adj.Darwinian;Darwinism=Darwinianism.Dash,daš, subst. slag, schok, stoot, aanval, vlugge beweging, élan, kranigheid, bezieling, geestkracht, streepje (–), drupje;Dashverb. stooten, slaan, te pletter slaan, bespatten, met water werpen, besprenkelen, vermengen, bederven, een streep halen door, teleurstellen, snel bewegen:Dash of the pen= pennestreek;Adash of romance= tintje;Adash under the word= streep;Amorning dashthrough the Park= morgenritje;At first dash= op het eerste gezicht;He wantedto cut a dash (figure),and lived above his income= wou bluf slaan;I got a dash of German= een hap en een snap;Idashed athim= vloog op hem aan;Idashedthis paperoffin two hours’ time= ik heb dit artikel in twee uur op het papier gegooid;Idashed it out= ik streek het uit;Dash it= wat duivel!Dash-board,dašböd, spatbord (vooraan een rijtuig);Dasher= schepbord, stamper; fat;Dashing= kranig, flink, voornaam, zwierig;Dashy= opzichtig, fijn gekleed.Dastard,dastəd, bloodaard, lafaard;Dastardliness= lafhartigheid, blooheid; adj.Dastardly.Datary,deitəri, hoofd van deDataria= afdeeling der pauselijke kanselarij voor de uitvaardiging van bullen.Date,deit, subst. dadel; datum, dagteekening, duur, tijd;Dateverb. dateeren, vaststellen, rekenen; beginnen (from):That isout of date,up to date= uit den tijd, op de hoogte van den tijd;He wrote to meunder date Oct. 2;To date= totnutoe;Dateless= zonder datum;Date-palm.Dative,deitiv, dativus.Datum,deit’m(Mv.Data,deitə), het gegevene, een gegeven.Daub,dôb, subst. gemeene kalk, smeer, kladschilderij;Daubverb. besmeren, bekladden, kladschilderen, vermommen, smakeloos opsieren, grof vleien;Dauber= knoeier, kladschilder; grove vleier;Daubery= knoeierij (in de kunst); valsch voorwendsel;Dauby,dôbi, kleverig, lijmerig.Daughter,dôtə, dochter;Daughter-in-law= schoondochter;Daughter of Heth= zedelooze vrouw (Gen. XXVII, 46).Daunt,dânt,dônt, schrik inboezemen, ontmoedigen;Dauntless= onbevreesd; subst.Dauntlessness.Dauphin,dôfin, dauphin;Dauphiness;Dauphiny= Dauphiné.Davenant,davən’nt;Davenport,dav’npöt, kleine (dames)schrijftafel;Daventry,dav’ntri;David,deivid;Davis,deivis;Davison,deivis’n.Davits,deivits, davits (scheepst.).Davy Jones,deividžounz, de booze geest der zee:Togo to Davy Jones’s LockerofDavy’s Locker= “voor de haaien” zijn.Davy-lamp,deivilamp, daviaan, veiligheidslamp (mijnwerkers).Daw,dô, (kerk)kauw; leeghoofd.Dawdle,dôd’l, beuzelen, verbeuzelen, zeuren:She isa regular dawdle(r)= echte zeur.Dawk,dôk, subst. inkeping; wisselplaats voor dragers; posthuis (Brit. Ind.);Dawkverb. eene inkeping maken.Dawm,dôm, Indische munt: 1⁄40 ropij.Dawn,dôn, subst. dageraad;Dawnverb. licht worden, dagen, aanbreken:At dawn of day= bij het aanbreken van den dag;It dawned upon me= er ging me een licht op, ’t werd me bewust;Dawning= dageraad; flauw idee.Day,dei, dag, daglicht, strijd, overwinning:Day by day= dag aan dag;A day to order= uitgezochte;All day (long)= den geheelen dag;Every day= alle dagen;Every other day= om den anderen dag;One day= op een dag;One of these days= een dezer dagen;This day fortnight, sennight= vandaag over veertien, acht dagen;For ever and a day= voor eeuwig;To-day= vandaag;These systemshave had their day= hun tijd;Welost the day= den slag;The emperorwon the day= behaalde de overwinning;A day’s march;A several day’s journey;Day of grace= dag der genade;Days of grace= respijtdagen;Day-bed= rustbank, sofa;Day-blush= dageraad;Day-boarder= scholier in den halven kost;Daybook= journaal;Daybreak= het dagen;Day-coal= bovenste kolenlaag;Day-dream= mijmering, luchtkasteel;Day-fly= eendagsvlieg;Day-labourer= daglooner;Daylight;Day-scholar= externe;Day-room= zitkamer, huiskamer;Daysman= scheidsrechter (Job. IX 33);Dayspring= dageraad;Day-star= morgenster;Day-ticket= dagkaart;In the day-time= overdag;Day-wearied= vermoeid van het dagwerk;Daywork= dagwerk;Day’s-work= bestek (zeeterm).Daze,deiz, subst. verdooving, verwarring, verblinding, verstijving; mica;Dazeverb. verblinden,[132]verdooven, verstijven, verwarren;Dazzle,daz’l, subst. schittering;Dazeverb. verblinden, verwarren, verbijsteren.Deacon,dîk’n, diaken (in de Apostolische kerk); geestelijke (ordained, i.e.in Holy Orders), die van altaardienst en het toedienen der sacramenten is uitgesloten (Engelsche kerk);Deaconess= diacones;Deaconry=Deaconship= ambt van een deacon.Dead,ded, dood, levenloos, doodsch, dof, mat, ongevoelig, diep, pikdonker, beslist, volstrekt, waardeloos, onbestelbaar, verschaald, blind, somber:He is a dead man= een man des doods;Just dead= pas gestorven;Dead and gone= gestorven, al lang begraven;He wasdead of small-pox= gestorven aan;At dead of night= in het holle van den nacht;In the dead of winter= in het hartje;The bookfell dead-bornfrom the press= werd doodgezwegen;Tostop dead(=Tocome to a dead stop) = plotseling blijven staan (steken);The wind wasdead againstus= vlak tegen;(He is) dead-alive= levend dood; uiterst vervelend; dom (Slang);I had it adead bargain= spotgoedkoop;Dead-beat= doodop;Dead-broken= geruineerd;The wind fella dead calm= het werd bladstil;Dead capital= renteloos kapitaal;Dead certain= beslist zeker;Dead colour(ing)= doodverf, grondeering;Dead copper= dof koper;Dead drunk= stomdronken;It was adead failure= het mislukte totaal;He went off (into)a dead faint,fainted dead away= viel geheel van zich zelf (in zwijm);Dead head= bezitter van een vrijbiljet voor een schouwburg (stoomboot) (Amer.);The race wasa dead heat= kamp;Dead horse= vooruit betaald werk;The actor wasdead letter-perfect= volkomen rolvast;Dead letter= onbestelbare brief;The country isa dead level= volkomen vlak;Dead lift= zware last;Dead-lights= luiken; phosphorisch lichten van doode visch;We have himat a dead-lock= in onze macht, tot staan, vastgezet;Things have come to(are at) a dead-lock= de zaken (vooral politieke) zitten vast, ze kunnen niet vooruit;Dead in love= smoorlijk verliefd;The band playedthe dead-marchin Saul= demarche funèbreuit Saulus;How manydead mendid you count?= ledige flesschen;Dead on end= in tegengestelden koers;Dead-reckoning= raming; gegist bestek;TheDead Sea= de Doode Zee;A dead security= waarborg van geen waarde (bijv.stilstaande fabriek);The dog madedead-sets at me= venijnige aanvallen;He isa dead shot= schiet nooit mis;We werein a dead stand= in groote verlegenheid;Imade a dead stand againsthim= ik verzette mij krachtdadig tegen hem;Dead stock= renteloos kapitaal;Itcame to a dead stop= hield in eens op;Dead-struck= doodelijk getroffen; vervuld van afgrijzen;Dead wall= blinde muur;Dead-water= kielwater;Dead-weight= doode last; zwaar gewicht, ballast; renteloos kapitaal; voorschot van de Engelsche bank aan officieren, die op non-actief, of gepensionneerd zijn;Deads= uitgeworpen gesteente bij het graven;Deaden= verzwakken, verminderen, verstompen, verdooven, doen verschalen, den glans ontnemen;Deadlihood= de staat der dooden;Deadliness= doodelijkheid, gevaarlijkheid;Deadly= doodelijk, vergiftig, vreeselijk:Deadly nightshade= belladonna;Deadly sin= doodzonde.Deaf,def, doof, onoplettend, zonder pit of kern:He isdeaf-and-dumb= doofstom;Deaf-mute= doofstomme;Deaf of an ear= doof aan één oor;Deaf to prayers= doof voor;I amdeaf with the noise= doof van het lawaai;Deafen= verdooven, doof maken:The floor was deafened= ondoordringbaar gemaakt voor geluid.Deal,dîl, subst. hoeveelheid, handel; het geven (bij het kaarten), deel (hout);Dealverb. verdeelen, geven (van kaarten), toebrengen, handelen, zich gedragen, behandelen, te doen hebben, bestrijden:White deal= vurenhout;Red deal= grenenhout;A deal= een hoop;A great (good) deal of money(slechts voor enkelv. woorden) = zeer veel;The deal is with me,I have the deal,I have to deal= ik moet geven;To make a deal= eene overeenkomst aangaan (Amer.);What shop does hedeal at?= waar koopt hij zijne waren;Deal byothers as you wish to bedealt by= behandel anderen zooals gij wenscht behandeld te worden;Hedeals inwines and spirits= handelt in;He has troublesome customersto deal with= hij heeft met lastige klanten te doen;I deal with him= ben bij hem in den winkel;Deal-box= spanen doos;Dealer= koopman, handelaar;Dealing= omgang, verkeer, handeling.Dean,dîn, deken, hoofd van een domkapittel (Engelsche kerk);Dean and chapter= domkapittel;Rural dean= geestelijk hoofd van eenige plattelandsgemeenten;Deanery= waardigheid, huis- of rechtsgebied van eenDeanship= ambt van een Dean.Dear,dîə, duur, dierbaar, geliefd:Oh dear!= hemeltjelief!Dear me= Goede Genade;There’s a dear= dan ben je een beste;My dear= lieve (ook mv.dears);M. is such a dear= zoo’n snoes;Dear-bought= duurgekocht;Dearly= innig, dolgraag:I should havedearlyliked to go there= had er dolgraag heen gewild;Dearness= duurte, kostbaarheid; innigheid;Dearth,dɐ̂th, schaarschte, gebrek, hongersnood, armoede;Deary= lieveling, schat.Death,deth, de dood, sterfgeval, holle of hartje (van winter of nacht):Tobore to death= doodelijk vervelen;To do to death= dooden; overdrijven;Todrink oneself to death= doodzuipen;Frightened to death,Frozen to death= doodelijk geschrokken, dood gevroren;Toput to death= ter dood brengen;Toride a free (willing) horse to death= misbruik maken van iemands goedheid;Tobe in at the death= tegenwoordig zijn bij het dooden van den vos; ookfig.: bij de tragische ontknooping;You will bethe death of me= je zult nog mijn dood zijn, ik zal het besterven (ook van lachen);It waswar to the deathwith[133]Germany= het was oorlog op leven en dood met Duitschland;Death when it comes, will have no denial;Death is deaf, and hears no denial= tegen den dood is geen kruid gewassen;One man’s breath is another man’s death= den eene zijn dood is den ander zijn brood;Death devours lambs as well as sheep= de dood maakt geen onderscheid;Death keeps no calendar= de dood komt als een dief in den nacht;Death-bed;Death-bell;Death-blow= doodelijke slag, genadeslag;Death-duties= successierechten;Death-hurt= doodelijke wonde;Death-rates= sterftecijfers;Death-rattle= gerochel;I have beenat death’s doorseveral times= ben er na “aan toe” geweest;Death’s head= doodskop;Deathsman= beul;Death-stroke= doodelijke slag;Death-struggle,Death-throe= doodstrijd;Deathtrap= valluik voor een gevangene, gevaarlijke plaats;Death-warrant= bevelschrift tot terdoodbrenging;Death-watch= doodkloppertje (een houtkevertje, welks getik eertijds geacht werd een zeker voorteeken van een sterfgeval te zijn);Deathful= doodelijk:Deathless= onsterfelijk;Deathlike= als dood, doodelijk;Deathly sick= doodziek.Debacle,dibak’l,dibeik’l, ijsgang, moddervloed, algemeene vlucht, ondergang, val.Debar,dibâ, uitsluiten, den toegang beletten.Debark,dibâk, ontschepen, aan wal gaan; subst.Debarkation.Debase,dibeis, vernederen, verlagen; vervalschen; onteeren; subst.Debasement;Debaser.Debatable,dibeitəb’l, betwistbaar;Debate,dibeit, subst. debat, woordenstrijd;Debatableverb. debatteeren, nadenken over (on, upon), behandelen;Debating-Society= dispuut- of debatteercollege.Debauch,dibôtš, subst. ongebondenheid, losbandigheid; roes;Debauchverb. bederven, verleiden, demoraliseeren; losbandig zijn;Debauchedness= liederlijkheid;Debauchee,debôšî, lichtmis;Debaucher= verleider;Debauchery= losbandigheid, verleiding.Debenture,dibentjə, obligatie (=Debenture Bond); betalingsmandaat; mandaat door de douane uitgegeven voor in- of uitvoerrechten, die men terugkrijgt:Debenture holder= obligatiehouder;Registered debentures= obligatiën op naam;Debentured goods, goederen waarvoor men de betaalde rechten terugkrijgt.Debilitate,dibiliteit, verzwakken;Debilitation= verzwakking;Debility= zwakheid.Debit,debit, subst. debet, debetzijde;Debitverb. debiteeren:To the debit of= ten laste van;No one could be credited ordebited withany knowledge of it= men kon niemand de eer of de schande geven, dat hij er iets van wist.Debonair,debənêə, beleefd, inschikkelijk.Deborah,debərə.Debouch,dibûš, deboucheeren (van een leger), uitloopen:The new street is todebouch into the Strand= zal op hetStranduitkomen; subst.Debouchment.Debris,debrî,deibri,debri, overblijfselen, wrak, overschot.Debt,det, schuld:An action of debt= schuldvordering;Debt on call= opzegbare schuld;Youare in my debt,head over ears in debt= bij mij in de schuld, tot over de ooren in de schuld;Topay the debtof nature= tol der natuur;Torunintodebt= schulden maken:Debtor,detə, schuldenaar, debiteur;Debtor-side= debetzijde.Debut,Fr. uitspr., eerste optreden, begin;Debutant(e)(Fr. uitspr.) = debutant(e).Decachord,dekəköd, ouderwetsche 10-snarige harp.Decade,dekəd, tiental (van jaren, etc.).Decadence, Decadency,dekədəns(i),dikeid’ns(i), verval;Decadent= decadent.Decagon,dekəgon, tienhoek.Decahedral,dekəhîdr’l, tienvlakkig (-zijdig);Decahedron= tienvlak.Decalcomania,dikalkəmeinjə, het decalqueeren.Decalogue,dekəlog, decalogus, de tien geboden.Decameron,dikaməron, Decamerone.Decamp,dikamp, opbreken, heengaan; uitsnijden.Decanal,dekən’l, tot eeneDean(ery)behoorend.Decangular,dikaŋgjulə, tienhoekig.Decant,dikant, zacht òvergieten; klaren; subst.Decantation;Decanter,dikantə, wijnkaraf.Decapitate,dikapiteit, onthoofden; ontslaan (Amer.); subst.Decapitation.Decapod,dekəpod, tienpootig:Decapods=Decapoda,dikapədə, de tienpootigen.Decarbonization,dikâbən(a)izeiš’n, ontkoling =Decarburization;Decarbonize,dikâbənaiz, ontkolen =Decarburize.Decastich,dekəstik, tienregelig gedicht.Decasyllable,dekəsiləb’l, woord van tien lettergrepen; adj.Decasyllabic.Decay,dikei, subst. verval, vergaan, verwelken;Decayverb. vervallen; vergaan, verwelken:Tofall (go) to (into) decay= in verval geraken, te gronde gaan;A decayed tradesman= achteruitgegaan;What’s put away will soon decay= rust roest;Decayedness= toestand van verval.Decease,disîs, subst. dood, overlijden;Deceaseverb. sterven:The deceased= de overledene(n).Deceit,disît, bedrog, begoocheling;Deceitful= bedriegelijk, listig; subst.Deceitfulness;Deceivable,disîvəb’l, (licht) te bedriegen; subst.Deceivableness;Deceive,disîv, misleiden, bedriegen, teleurstellen;Deceiver= bedrieger.December,disembə, December;Decemberly= winterachtig.Decemvir,disemvɐ̂, Tienman (Rome); Mv.Decemviri,disemvirai; adj.Decemviral;Decemvirate= decemviraat.Decency,dîs’nsi, welvoegelijkheid.Decennary,disenəri, decennium;Decennial= decennaal.Decent,dîsən’t, welvoegelijk, betamelijk; voldoende, behoorlijk.Decentralization,disentrəlaizeiš’n, decentralisatie;Decentralizationverb.Decentralize.Deception,disepš’n, subst. bedrog, misleiding;Deceptive= bedriegelijk; subst.Deceptiveness.Deciare,dešiâ, deciare (=107,641 square feet).[134]Decide,disaid, beslissen, bepalen, overhalen, doen besluiten:Hedecided meto go there= kreeg er mij toe;Decidedly true= bepaald waar.Deciduous,disidjuəs, vergankelijk, uit- of afvallend; subst.Deciduousness.Decigram(me),desigram;Decilitre,desilîtə;Decimal,desim’l, subst. tiendeelige breuk; adj. decimaal:To calculateto five places (points) of decimals;Decimal fraction= tiendeelige breuk;Decimal six= nul komma zes = 0,6;Decimate,desimeit, door tien deelen, den tienden man dooden, in grooten getale ombrengen; subst.Decimation;Decimetre,desimîtə.Decipher,disaifə, ontcijferen, ontwarren;Decipherable= ontcijferbaar;Decipherer.Decision,disiž’n, beslissing, uitslag, beslistheid;Decisive,disaisiv, beslissend, afdoend:Decisionness= vastberadenheid.Deck,dek, subst. dek; kaartspel (Amer.);Deckverb. tooien, versieren, bedekken, van een dek voorzien:The decks were cleared= alles werd in orde gebracht, tot den strijd voorbereid;Have youswept the decks= hebt gij den inzet (den pot) gewonnen, het dek schoongeveegd (fig.);Decked out= getooid;Deck-chair= rieten dekstoel;Deck-passenger.Declaim,dikleim, voordragen, declameeren; uitvaren:He declaimed againstsuch measures= liet krachtig zijne stem hooren tegen;Declaimer= declamator;Declamation= redevoering, voordracht, hoogdravende rede;Declamatory= gezwollen, hoogdravend.Declaration,dekləreiš’n, verklaring, aangifte, aanklacht; adj.Declarative;To be declaratory of= bevestigen;Declare,diklêə, verklaren, verzekeren, bekend maken, aangeven, constateeren:I declare= ik moet zeggen;The result was declaredas follows= bekend gemaakt;He declared himself to her= deed haar eene liefdesverklaring;He had not yet declared himself= nog geen partij gekozen;His name was declared at the Exchange= werd aangeslagen op de beurs als failliet;Anything to declare?= iets te declareeren;I havedeclaredthe contractoff= ik heb verklaard, niet te willen voortzetten;Declared= openlijk;Declarer.Declassed,diklâst, uitgestooten.Declension,diklenš’n, verval, afdaling, vermindering, afwijking, verbuiging; bedanken (Amer.).Declinable,diklainəb’l, verbuigbaar;Declinate,deklineit, naar beneden gebogen, met een bocht;Declination= neerbuiging, verval, achteruitgang, helling, declinatie, afwijking:Declination of the needle (compass);Declinator= afwijkingsmeter;Declinatory= weigerend, afwijzend;Declinature= bestrijding van de competentie van een hof (Schotl.).Decline,diklain, subst. afneming, verval, vermindering, uittering;Declineverb. afwijken, verbuigen, neerbuigen, bukken, weigeren, vervallen, uitteren, ten einde loopen, afwijzen:Togo into a decline= uitteren;He ison the decline= gaat achteruit;Prices are declining= gaan achteruit;Declining age= hooge ouderdom.Declivity,dikliviti, helling, glooiing, schuinte;Declivitous= schuin, hellend =Declivous.Decoct,dikokt, afkoken, uittrekken; subst.Decoction.Decollate,dikoleit, onthalzen;Decollationof St. John= 29 Aug.Decolo(u)r(ize),dikɐlə(raiz), bleeken,Decolorant,dikɐlər’nt, bleekmiddel;Decoloration= bleeken, kleurloosheid.Decompose,dîk’mpouz, ontbinden, oplossen, ontleden;Decomposite,Decomposite, veelvoudig samengesteld;Decomposition= ontbinding.Decompound,dik’mpaund, veelvoudig samenstellen of verbinden; ook adj.:A decompound leaf, flower= een dubbel blad, dubbele bloem.Decorate,dekəreit, versieren, optooien;Decoration,dekəreiš’n, versiering, sieraad, decoratie:Decoration day= 30 Mei (in Amerika), bestemd tot versiering van de graven der in den burgeroorlog gesneuvelden (1861–1865);Decorative= versierend, verfraaiend;Decorator= versierder, (decoratie)schilder.Decorous,dikôrəs,dekərɐs, gepast, welvoegelijk; subst.Decorousness;Decorum,dikôr’m, welvoegelijkheid, decorum.Decoy,dikôi, subst. lokmiddel, aas, krijgslist; lokeend, eendenkooi;Decoyverb. verlokken, verleiden;Decoy-duck;Decoy-man= kooiker.Decrease,dikrîs,dîkrîs, subst. afneming, vermindering, het vallen (van het water);Decreaseverb. dikrîs, verminderen, (langzaam) afnemen.Decree,dikrî, subst. decreet, verordening, voorschrift; gebod, rechterlijke beslissing;Decreeverb. bepalen, vaststellen, beslissen, decreteeren:Decree nisi,naisai, voorwaardelijke beslissing (geldig zoolang geen nieuw feit hiermee in strijd blijkt te zijn);To decree levies= lichtingen uitschrijven.Decrement,dekrim’nt, achteruitgang, vermindering.Decrepit,dikrepit, afgeleefd, gebrekkig.Decrepitate,dikrepiteit, calcineeren van zouten; subst.Decrepitation.Decrepitude,dikrepitjûd, afgeleefdheid, gebrekkigheid.Decrescent,dikres’nt, afnemend;Decrescendo,dikrəšendou, decrescendo (Muz.).Decretal,dikrît’l, subst. bevel (vooral pauselijk); adj. tot een decreet behoorend.Decrier,dikraiə, hij diedecries;Decry,dikrai, laken, in discrediet brengen.Decumb,dikɐmb, gaan liggen;Decumbence= liggende houding;Decumbent= liggend, bedlegerig.Decuple,dekjup’l, subst. tienvoud; adj. tienvoudig;Decupleverb. vertienvoudigen.Decurrent,dikɐr’nt, afloopend;Decursive,dikɐ̂siv, afloopend.Decussate,dikɐsit, kruisstandig;Decussateverb.dikɐseit,dekəseit= kruiselings snijden.Dedicate,dedikit, adj. toegewijd;Dedicateverb.dedikeit, toewijden, opdragen, wijden;Dedicatee= wien een werk wordt opgedragen;Dedication= toewijding, opdracht;Dedicator= die opdraagt;Dedicatory= bij wijze van opdracht.[135]Deduce,didjûs, afleiden, opmaken (uit);Deducement= gevolg;Deducible= af te leiden uit (from).Deduct,didàkt, aftrekken, afnemen, wegleiden:Charges deducted= na aftrek van kosten;Deduction= vermindering, afneming, gevolgtrekking;The deductive method= de deductieve methode.Deed,dîd, subst. daad, feit, handeling, akte;Deedverb. bij akte overdragen (Amer.):Deed of gift= schenkingsakte;Deed of partnership= acte v. vennootschap;Deed of sale= koopakte;Deed of trust= volmacht;He wascaught in the very deed= op heeterdaad;Deed-poll= hoofdelijke akte (tegenover de dubbele), omdat ééne der partijen ze maakt;Deedy= ijverig, knap.Deem,dîm, oordeelen, denken:Hedeemed it an honour= achtte het eene eer.Deemster,dîmstə, titel van de 2justicesop het eilandMan.Deep,dîp, subst. diepte, zee; adj. diep, diepzinnig, verdiept, laag, achteraf, verborgen, geheim, doordringend, ernstig, zwaar, hoog, donker, sluw:He isa deep one= een slimmerd;Of adeep blue (colour)= donkerblauw;They havedrunk deep= zwaar gedronken;Helied deep= loog schandelijk;Toplay deep= hoog spelen;Adeeply-bittensketch of the city of L.= een scherpe (scherp gelijnde) schets;Thedeep-mouthed thunder= krachtige en holklinkende;Deep-readin the classics= zeer belezen;Thedeep-sea water= het water der zee op meer dan 200 vademen diepte;Deep-set= diepliggend;Deep-tonedinstruments= zwaar (plechtig) klinkende;Deepen= verdiepen, donkerder (sterker) worden of maken;Deepmost= diepste, verste;Deepness= scherpzinnigheid, sluwheid.Deer,dîə, hert; goedje:The small deer= het kleine grut;Deermouse= eekhorentje (Canada);Deer-neck= dunne, slecht gevormde nek (van een paard);Deer-stalker= hertenjager; laag hoofddeksel (soms met oorkleppen) door deze jagers gedragen;Deer-stalking,stôkiŋ, jacht op herten (door ze te besluipen).Deface,difeis, schenden, misvormen, doorhalen, uit het veld slaan; bekrassen of beschrijven van muren, etc.; subst.Defacement.Defalcate,difalkeit, snoeien (van geld), verminderen, korten; verduisteren;Defalcation= verkorting, verduistering, besnoeiing;Defalcator,Defalcator= verduisteraar.Defamation,defəmeiš’n, laster, eerrooving; adj.Defamatory;Defame,difeim, lasteren, eerrooven.Default,difôlt, subst. gebrek, verzuim, verwaarloozing, in gebreke blijven, nietverschijning (voor de rechtbank);Defaultverb. bij verstek veroordeelen, niet voldoen aan (een contract, eene belofte, etc.):Judgment by default= veroordeeling bij verstek;Togo by default= bij verstek veroordeelen; door afwezigheid van een der partijen niet doorgaan;Hemade (a) default= hij verscheen niet;Tosuffer a default= verstek laten gaan;In default of= bij gebreke van:A fine of £ 3, or seven days’ imprisonmentin default= subsidiair 7 dagen gevang.;Defaulter= woordbreker, misdadiger, wanbetaler.Defeasance,difîz’ns, nietigverklaring, vernietiging, opheffing;Defeasanced= vernietigbaar =Defeasible.Defeat,difît, subst. nederlaag, verijdeling, vernietiging, berooving, ongeldig verklaring;Defeatverb. verslaan, verijdelen, van nul en geener waarde maken; berooven.Defecate,defikit, adj. gezuiverd;Defecateverb.defikeit, zuiveren, klaren; subst.Defecation.Defect,difekt, gebrek, onvolkomenheid;Defection= afval, afvalligheid;Defective= gebrekkig; subst.Defectiveness.Defence,difens, verdediging, versterking, verdedigingswerk, bescherming:Line of defence= verdedigingslinie;Defenceless= weerloos; subst.Defencelessness.Defend,difend, verdedigen, beschermen:We defended ourselves againstthe enemy= verdedigden ons tegen;Todefend oneself from reports= tegen praatjes;Defend me frommy enemies= bewaar mij voor;Defendable= verdedigbaar;Defendant= beklaagde, gedaagde;Defender= verdediger:Defender of the Faith= titel van Eng. vorsten sedert Hendrik VIII (1521);Defense=Defence;Defensibility= verdedigbaarheid;Defensible= houdbaar;Defensive= verdedigend, verwerend:Toact (be, stand) on the defensive= een verdedigende houding aannemen;Defensor= verdediger, beschermer;Defensory= verdedigend.Defer,difɐ̂, uitstellen, talmen; zich onderwerpen aan; verwijzen:Idefer to your opinion= onderwerp mij aan;Idefer to the sixth example= verwijs naar;Deferred bonds= obligaties recht gevend op stijgenden interest (tot bepaalde hoogte) in welk geval ze geconverteerd of totactive bondsworden;Deference,defərens, eerbied, onderwerping, eerbiediging;Deferent,defərent, geleidend; subst. geleider, overbrenger:The air is a deferent of sound= klankgeleider;Deferential, eerbiedig;Deferrer= uitsteller.Defiance,difai’ns, uitdaging, uittarting:In (flat) defiance of all rules= trots alle regelen;Hebears (bids) defiance tothem all= tart ze allen;Hesetall the rulesat defiance= hij zondigde tegen al de regels;Defiant= trotseerend, tartend.Deficience,Deficiency,difiš’ns(i), gebrek, tekort, deficit, onvolkomenheid:Deficiency Bills= voorschot door deBank of Englandaan de regeering, ter inlossing der coupons;Tomake up for(tosupply) a deficiency = voorzien in een gebrek;Deficient:He isdeficient inthat quality= hem ontbreekt, hij schiet te kort in …:Mentally deficient= zwakzinnigen;Deficit,defisit,dîfisit, deficit.

D.di, D.; 500 (D̄5000); doctor; date, day; died; denarius (= penny); damn; (ook verb.):The big D= groote vloek (D.=Damn);’d= had, would;D.D.= Divinitatis Doctor;M.D.= Medicinae doctor;D.C.L.= Civilis Legis Doctor;L.L.D.= Legum Doctor;Dec(ember);De(l)= Delaware;Deut(eronomy);Div.= Divide, Dividend, Division, Divisor;D.Lit(t)= Litterarum Doctor;D(ead)L(etter)O(ffice);Do.= Ditto;Doz(en);On theD(ead)Q(uiet)= in strikt vertrouwen;D.T.= Delirium Tremens;Du(t).= Dutch;D(eo)V(olente);Dwt.= Pennyweight;D.W.T.=D(eclined)W(ith)T(hanks)= beleefd afgewezen (van een bijdrage).Dab,dab, subst. klompje, vlak, klad; tik, pik; schar (ook allerlei platvisch); meester,kraan;Dabverb. zacht kloppen (met een vochtig of zacht werktuig); pikken; bevuilen; clicheeren; adj. knap:He isa dab at cricket= knap in;Shedabbed ather hair with a brush= ging hier en daar even over;Dabber= hij die clicheert; tampon;Dabster= meester, kraan.Dabble,dab’l, besprenkelen, bevochtigen, plassen; knoeien, liefhebberen:Hedabbled athis forehead with a pocket-handkerchief;He dabbles inpolitics= liefhebbert in;Dabbler= knoeier, stumper.Dabchick,dabtšik, pas uitgekomen kuiken; kuifduiker =Dipchick.Da Capo,dâkâpou, Da Capo.Dace,deis, serpeling of witvisch.Dacia,deišə, Dacië;Dacian, Dacisch.Dacoit,dakôit, bandiet, roover (Brit. Ind.);Dacoitage,Dacoity= rooverij doordacoits.Dactyl,daktil, dactylus (– ⏑ ⏑); vinger, teen (anatom.);Dactylar,Dactylic,daktilik, uit dactylen bestaande; een dactylische versregel;Dactylioglyph,daktiljəglif, ringgraveur, inschrift;Dactylology,daktilolədži, vingerspraak.Daddle,dad’l, waggelen.Dad(dy),dad(i), paatje;Daddy-long-legs,dadiloŋlegz, langpoot mug; hooiwagen; langbeenig mensch.Dado,deidou,dâdou, vlakke voorzijde van een voetstuk, soort van lambrizeering.Daedalus,dedəlɐs.Daffodil,dafədil, affodil. ZieAsphodel.Daft,daft, subst. bot van geest, dwaas, gek; subst.Daftness.Dagger,dagə, subst. dolk, kort zwaard, leesteeken (†);Daggerverb. doorsteken:At daggers drawn= klaar om te vechten; op hoogst gespannen voet;Tolook daggers at a person= iemand met zijn blikken doorboren;Tospeak daggers to a person= vlijmscherp toespreken;Dagger-plant= Jucca.Daggle,dag’l, door het slijk sleepen, door den modder loopen;Daggle-tail= slordevos, =Daggle-tailed= slordig, bevuild.Dago,deigou, scheldnaam voor elk Spaansch of Portugeesch sprekend matroos.Dagonet,dagənet.Daguerreotype,dəgerətaip, subst. daguerreotype;Daguerreotypeverb. daguerreotypeeren.Dahabeeyah,Dahabieh,dâhâbîə, Egyptisch vaartuig, voornamelijk voor den Nijl.Dahlia,dâljə,deiljə, dahlia.Dahomey,dəhoumi.Daily,deili, subst. dagblad; adj. dagelijksch:Daily News= naam van een Eng. dagblad.Daimio,daimiou, groote leenheer, vazal van den Mikado (Japan).Daintiness,deintinəs, fijnheid, verweekelijking, kieskeurigheid, lekkerheid;Dainty,deinti, subst. lekkernij; adj. lekker, kieskeurig, sierlijk, fijngevoelig:My dainty= lieve; ’Don’t be dainty’ = (opschrift op een) slabbetje;Dainty-mouthed= kieskeurig.Dairy,dêri, subst. melkhuis, melkwinkel;Dairy-farm= melkboerderij;Dairy-house= melkhuis;Dairymaid= melkmeid;Dairyman= melkboer.Dais,dei-is, estrade, met een troonhemel overdekte troon.Daisy,deizi, subst. madeliefje; adj. keurig, prima:Daisied meadow= vol madeliefjes;Daisy-cutter= dravend paard, dat zijne pooten niet hoog oplicht;Cricket-bal, die laag over ’t veld vliegt;Daisy-picker; ZieGooseberry-picker.Dak,dak, brievenpost in Brit. Indië.Daker,deikə,Dakir, tien stuk of paar;Daker-hen, wachtelkoning.Dakoit,dakôit=Dacoit.Dakota,dakoutə; adj.Dakotan.Dalai Lama,dəlailâmə, opperpriester.Dale,deil, dal;Dalesman= dalbewoner, vooral op de grens tusschen Engeland en Schotland.Dalhousie,dalhûzi;Dalkeith,dalkîth.Dalliance,daliəns, het dartelen, stoeien;Dally= dartelen, beuzelen, treuzelen, talmen.Dallop,daləp, bosje (gras).Dalmatia,dalmeišə, Dalmatië;Dalmatian= Dalmatiër, Dalmatisch.Dalmatic(a),dalmatik(ə), dalmatica.Dalrymple,dalrimp’l,dalrimp’l;Dalston,dôlst’n.Daltonian,dôltounj’n, kleurenblinde;Daltonism,dôltənizm, kleurenblindheid.Dalzel(l),dalzel,deiel;Dalziel,deiel,diel.Dam,dam, subst. moer, wijfje; dam; sloot (Austr.);Damverb. stuiten, afdammen.Dam,dam. ZieDawm.Damage,damidž, subst. schade, nadeel, kosten, averij;Damageverb. beschadigen, schade lijden, toetakelen:What’s the damage?= hoe groot zijn de onkosten, wat ben ik schuldig?Damages= schadevergoeding;Damageable= beschadigbaar;Damaged= beschadigd, bedorven.Damascene,daməsîn, damasceeren; subst.[130]damastpruim (ookDamask-plum); adj. v. Damascus;Damascusblade= Damascener zwaard.Damask,daməsk, subst. damast; adj. lichtrood;Damaskverb. bloemen in stoffen werken (damast weven), staal met goud of zilver inleggen, damasceeren;Damask-steel= Damascus-staal;Damaskeen,daməskîn,daməskîn, damasceeren;Damassin,daməsin, damast, met bloemen van goud- en zilverdraad doorweven.Damboard,damböd, dambord.Dame,deim, deftige dame, vrouwe, matrone; dorpsschoolmaitres; ouderwetsche bewaarschoolhouderes; deDame, thans deAssistant-Master, by wie(n) deexterneleerlingen (The Oppidans) vanEton Collegein den kost zijn;Dame’s-violet,Dame-wort, nachtviooltje.Damietta,damietə, Damiette.Damn,dam, verdoemen, veroordeelen, vloeken:It isnot worth a damn= het is geen lor waard;Damnable= verdoemelijk, vervloekt, kolossaal;Damnation,damneiš’n, subst. verdoeming, verdoemenis; interj. vervloekt;Damnatory= verdoemend, verdoemings …;Damnific= schadelijk;Damnify= schade veroorzaken, beschadigen (Jur.);Damning= verpletterend (bewijs).Damoclean,daməklîən, van D.:Damoclean sword;Damocles,daməklîz, Damocles.Damon,deim’n.Damosel,daməzel. ZieDamsel.Damp,damp, subst. vochtigheid, nevel, uitwaseming, neerslachtigheid; adj. vochtig, saai, neerslachtig, kil;Dampverb. vochtig maken, verkillen, verzwakken, ontmoedigen, smoren, dempen, dof maken:His presencethrew a damp on our joy= was als een emmer koud water;Dampen= bevochtigen; ontmoedigen;Damper= demper, sleutel (in een kachelpijp), toondemper; ongezuurd brood (Austr.); teleurstelling, ontmoediging:Heputs a damper onevery thing I do or say= hij beneemt me den moed bij;Dampish= eenigszins vochtig; subst.Dampishness;Dampness= vochtigheid.Dampier,dampî.Damsel,damz’l, jonge deern, jonkvrouw;Damsel-fly= waterjuffer.Damson,damz’n, damastpruim:Damson cheese= conserf van deze pruimen.Dan,dan, Heer:Dan Cupid; Daniel, Dan;From Dan to Beer-sheba(biəšîbə,biɐ̂šibə) = overal, op alle punten.Danaid,danəid;Danaidean,deinəidiən,danəidiən.Dance,dâns, subst. dans, bal;Danceverb. dansen, rondspringen; laten dansen:Hedanced attendance on (to)the powerful= liep de groote lui na;Dance of death= doodendans;Heled me a jolly dance= hield me leelijk aan het lijntje;Dancer= danser;Dancing:Dancing-girl= Indische danseres;Dancing-master;Dancing-mistress= balletmeesteres;Dancing-room= danszaal;Dancing-school.Dandelion,dandelaiən, leeuwetand.Dander,dandə, subst. toorn; roos (=Dandruff);Danderverb. treuzelen, zeuren, stotteren:He got (had) his dander (dandriff) raised= hij werd woedend.Dandify,dandifai, zich adoniseeren.Dandiprat,dandiprat, dreumes.Dandle,dand’l, liefkoozen, spelen met, laten dansen (op de knie):The motherdandled him to rest.Dandriff,dandrif,Dandruff,dandrəf, roos.Dandy,dandi, fat, pronker; soort vaartuig, jolleman op den Ganges; soort palankijn; iets keurigs; adj. fatterig;Dandy-cock(Dandy-hen) = Bantamsche haan (hen);Dandy-horse= ouderwetsche tweewieler;Dandy-rigged= metDandytuig;Dandyish= fatterig.Dane,dein, Deen:Great Dane= Deensche dog;Danegeld,deingeld, jaarlijksche belasting, in vroeger tijd opgelegd ter verdediging tegen de Denen;Danelagh,deinlôg,Dane law= Deensch recht (9e eeuw), het gebied hiervan.Dane-wort,deinwɐ̂t, lage vlier, paarsche anemoon.Danger,deinžə, gevaar;Danger-signal= onveilig sein (bij spoorwegen);Dangerous= gevaarlijk; subst.Dangerousness.Dangle,daŋg’l, slingeren, bengelen; achterna loopen;Dangler= vrouwengek; sleepsabel.Dan(iel),dan(j’l).Danish,deiniš, Deensch(e taal).Dank,daŋk, subst. vochtigheid; adj. vochtig.Dantesque,dantesk, in den stijl van Dante, somber, verheven.Danube,danjûb, Donau;Danubian,dənjûbj’n, Donau - -.Dap,dap, het aas voorzichtig in ’t water neerlaten.Daphne,dafni, Daphne; peperboompje.Dapper,dapə, netjes, wakker, kregel.Dapple,dap’l, subst. spikkel; adj. gevlekt;Dappleverb. bespikkelen;Dapple-grey= appelgrauw (paard).Darby,dâbi:Darby and Joan= de Eng. Philemon en Baucis.Darbies,dâbiz, handboeien.D’Arblay,dâblei.Darbyites,dâbiaits, godsdienstige sekte, ookPlymouth Brethrengenoemd.Dardanelles (The),dâdənelz, de Dardanellen.Dardania,dâdeinjə, Dardanië;Dardanian.Dare,dêə, durven, wagen; tarten, uitdagen; leeuweriken onder schot of in ’t net brengen, door ze met behulp van een houten bord met spiegeltjes (a dare) te verblinden:I dare say= ik durf wedden;I daresay,dêəsei, voorwaar;I dare youto do it= tart u;Dare-devil= waaghals; roekeloos;Daring, subst. vermetelheid; adj. onverschrokken, moedig;Darenet, slagnet.Darg,dâg, subst. dagwerk, dagtaak;Dargverb. een dagtaak verrichten (Schotl.).Darius,dəraiəs;Darjeeling,dâdžîliŋ.Dark,dâk, subst. duisterheid, onwetendheid; adj. duister, donker, somber, heimelijk, ontmoedigend, slecht, blind, onzeker, donker uitziend:Dark Ages= Middeleeuwen;Darkblue= de kleur van de studenten van Oxford (Sport);Darkchamber,Darkroom[131](phot.);Dark lantern= dievenlantaarn;After dark= na donker;He ridesa dark horse= hij voert wat in het schild;Then I hadmy dark hour= droevig uur;I fear I shallgo dark= blind worden;I havekept it dark= geheim;He haskept me in the dark= hij heeft mij onwetend gehouden;Darken= verduisteren, verdonkeren, zwart maken, bezoedelen, blind maken, duister worden:You shalldarken my doorsno more= komt me nooit weer over den drempel;Darkish= vrij duister;Darkle= duister worden;Darkling, adj. somber, droevig; adv. in het donker, blindelings;Darkly= in ’t geheim, geheimzinnig;Darkness= duisternis, verborgenheid, blindheid, onwetendheid;Darksome,dâks’m, somber, duister;Darky= zwartje, neger; dievenlantaarn.Darling,dâliŋ, subst. lieveling:My darling= lieverd; adj. geliefd.Darn,dân, subst. stop; adj. vervloekt (Amer.);Darnverb. stoppen, mazen:The darnest foolI ever saw= grootste gek;Darner= stopnaald, stopper of stopster;Darning-needle;Darning-yarn.Darnel,dân’l, dolik.Dart,dât, subst. pijl, schicht, werpspies; sprong;Dartverb. (een pijl) schieten, (eene lans) werpen, schieten (v. stralen), wegsnellen, losstormen op (at, on):Todart rays.Darwin,dâwin; adj.Darwinian;Darwinism=Darwinianism.Dash,daš, subst. slag, schok, stoot, aanval, vlugge beweging, élan, kranigheid, bezieling, geestkracht, streepje (–), drupje;Dashverb. stooten, slaan, te pletter slaan, bespatten, met water werpen, besprenkelen, vermengen, bederven, een streep halen door, teleurstellen, snel bewegen:Dash of the pen= pennestreek;Adash of romance= tintje;Adash under the word= streep;Amorning dashthrough the Park= morgenritje;At first dash= op het eerste gezicht;He wantedto cut a dash (figure),and lived above his income= wou bluf slaan;I got a dash of German= een hap en een snap;Idashed athim= vloog op hem aan;Idashedthis paperoffin two hours’ time= ik heb dit artikel in twee uur op het papier gegooid;Idashed it out= ik streek het uit;Dash it= wat duivel!Dash-board,dašböd, spatbord (vooraan een rijtuig);Dasher= schepbord, stamper; fat;Dashing= kranig, flink, voornaam, zwierig;Dashy= opzichtig, fijn gekleed.Dastard,dastəd, bloodaard, lafaard;Dastardliness= lafhartigheid, blooheid; adj.Dastardly.Datary,deitəri, hoofd van deDataria= afdeeling der pauselijke kanselarij voor de uitvaardiging van bullen.Date,deit, subst. dadel; datum, dagteekening, duur, tijd;Dateverb. dateeren, vaststellen, rekenen; beginnen (from):That isout of date,up to date= uit den tijd, op de hoogte van den tijd;He wrote to meunder date Oct. 2;To date= totnutoe;Dateless= zonder datum;Date-palm.Dative,deitiv, dativus.Datum,deit’m(Mv.Data,deitə), het gegevene, een gegeven.Daub,dôb, subst. gemeene kalk, smeer, kladschilderij;Daubverb. besmeren, bekladden, kladschilderen, vermommen, smakeloos opsieren, grof vleien;Dauber= knoeier, kladschilder; grove vleier;Daubery= knoeierij (in de kunst); valsch voorwendsel;Dauby,dôbi, kleverig, lijmerig.Daughter,dôtə, dochter;Daughter-in-law= schoondochter;Daughter of Heth= zedelooze vrouw (Gen. XXVII, 46).Daunt,dânt,dônt, schrik inboezemen, ontmoedigen;Dauntless= onbevreesd; subst.Dauntlessness.Dauphin,dôfin, dauphin;Dauphiness;Dauphiny= Dauphiné.Davenant,davən’nt;Davenport,dav’npöt, kleine (dames)schrijftafel;Daventry,dav’ntri;David,deivid;Davis,deivis;Davison,deivis’n.Davits,deivits, davits (scheepst.).Davy Jones,deividžounz, de booze geest der zee:Togo to Davy Jones’s LockerofDavy’s Locker= “voor de haaien” zijn.Davy-lamp,deivilamp, daviaan, veiligheidslamp (mijnwerkers).Daw,dô, (kerk)kauw; leeghoofd.Dawdle,dôd’l, beuzelen, verbeuzelen, zeuren:She isa regular dawdle(r)= echte zeur.Dawk,dôk, subst. inkeping; wisselplaats voor dragers; posthuis (Brit. Ind.);Dawkverb. eene inkeping maken.Dawm,dôm, Indische munt: 1⁄40 ropij.Dawn,dôn, subst. dageraad;Dawnverb. licht worden, dagen, aanbreken:At dawn of day= bij het aanbreken van den dag;It dawned upon me= er ging me een licht op, ’t werd me bewust;Dawning= dageraad; flauw idee.Day,dei, dag, daglicht, strijd, overwinning:Day by day= dag aan dag;A day to order= uitgezochte;All day (long)= den geheelen dag;Every day= alle dagen;Every other day= om den anderen dag;One day= op een dag;One of these days= een dezer dagen;This day fortnight, sennight= vandaag over veertien, acht dagen;For ever and a day= voor eeuwig;To-day= vandaag;These systemshave had their day= hun tijd;Welost the day= den slag;The emperorwon the day= behaalde de overwinning;A day’s march;A several day’s journey;Day of grace= dag der genade;Days of grace= respijtdagen;Day-bed= rustbank, sofa;Day-blush= dageraad;Day-boarder= scholier in den halven kost;Daybook= journaal;Daybreak= het dagen;Day-coal= bovenste kolenlaag;Day-dream= mijmering, luchtkasteel;Day-fly= eendagsvlieg;Day-labourer= daglooner;Daylight;Day-scholar= externe;Day-room= zitkamer, huiskamer;Daysman= scheidsrechter (Job. IX 33);Dayspring= dageraad;Day-star= morgenster;Day-ticket= dagkaart;In the day-time= overdag;Day-wearied= vermoeid van het dagwerk;Daywork= dagwerk;Day’s-work= bestek (zeeterm).Daze,deiz, subst. verdooving, verwarring, verblinding, verstijving; mica;Dazeverb. verblinden,[132]verdooven, verstijven, verwarren;Dazzle,daz’l, subst. schittering;Dazeverb. verblinden, verwarren, verbijsteren.Deacon,dîk’n, diaken (in de Apostolische kerk); geestelijke (ordained, i.e.in Holy Orders), die van altaardienst en het toedienen der sacramenten is uitgesloten (Engelsche kerk);Deaconess= diacones;Deaconry=Deaconship= ambt van een deacon.Dead,ded, dood, levenloos, doodsch, dof, mat, ongevoelig, diep, pikdonker, beslist, volstrekt, waardeloos, onbestelbaar, verschaald, blind, somber:He is a dead man= een man des doods;Just dead= pas gestorven;Dead and gone= gestorven, al lang begraven;He wasdead of small-pox= gestorven aan;At dead of night= in het holle van den nacht;In the dead of winter= in het hartje;The bookfell dead-bornfrom the press= werd doodgezwegen;Tostop dead(=Tocome to a dead stop) = plotseling blijven staan (steken);The wind wasdead againstus= vlak tegen;(He is) dead-alive= levend dood; uiterst vervelend; dom (Slang);I had it adead bargain= spotgoedkoop;Dead-beat= doodop;Dead-broken= geruineerd;The wind fella dead calm= het werd bladstil;Dead capital= renteloos kapitaal;Dead certain= beslist zeker;Dead colour(ing)= doodverf, grondeering;Dead copper= dof koper;Dead drunk= stomdronken;It was adead failure= het mislukte totaal;He went off (into)a dead faint,fainted dead away= viel geheel van zich zelf (in zwijm);Dead head= bezitter van een vrijbiljet voor een schouwburg (stoomboot) (Amer.);The race wasa dead heat= kamp;Dead horse= vooruit betaald werk;The actor wasdead letter-perfect= volkomen rolvast;Dead letter= onbestelbare brief;The country isa dead level= volkomen vlak;Dead lift= zware last;Dead-lights= luiken; phosphorisch lichten van doode visch;We have himat a dead-lock= in onze macht, tot staan, vastgezet;Things have come to(are at) a dead-lock= de zaken (vooral politieke) zitten vast, ze kunnen niet vooruit;Dead in love= smoorlijk verliefd;The band playedthe dead-marchin Saul= demarche funèbreuit Saulus;How manydead mendid you count?= ledige flesschen;Dead on end= in tegengestelden koers;Dead-reckoning= raming; gegist bestek;TheDead Sea= de Doode Zee;A dead security= waarborg van geen waarde (bijv.stilstaande fabriek);The dog madedead-sets at me= venijnige aanvallen;He isa dead shot= schiet nooit mis;We werein a dead stand= in groote verlegenheid;Imade a dead stand againsthim= ik verzette mij krachtdadig tegen hem;Dead stock= renteloos kapitaal;Itcame to a dead stop= hield in eens op;Dead-struck= doodelijk getroffen; vervuld van afgrijzen;Dead wall= blinde muur;Dead-water= kielwater;Dead-weight= doode last; zwaar gewicht, ballast; renteloos kapitaal; voorschot van de Engelsche bank aan officieren, die op non-actief, of gepensionneerd zijn;Deads= uitgeworpen gesteente bij het graven;Deaden= verzwakken, verminderen, verstompen, verdooven, doen verschalen, den glans ontnemen;Deadlihood= de staat der dooden;Deadliness= doodelijkheid, gevaarlijkheid;Deadly= doodelijk, vergiftig, vreeselijk:Deadly nightshade= belladonna;Deadly sin= doodzonde.Deaf,def, doof, onoplettend, zonder pit of kern:He isdeaf-and-dumb= doofstom;Deaf-mute= doofstomme;Deaf of an ear= doof aan één oor;Deaf to prayers= doof voor;I amdeaf with the noise= doof van het lawaai;Deafen= verdooven, doof maken:The floor was deafened= ondoordringbaar gemaakt voor geluid.Deal,dîl, subst. hoeveelheid, handel; het geven (bij het kaarten), deel (hout);Dealverb. verdeelen, geven (van kaarten), toebrengen, handelen, zich gedragen, behandelen, te doen hebben, bestrijden:White deal= vurenhout;Red deal= grenenhout;A deal= een hoop;A great (good) deal of money(slechts voor enkelv. woorden) = zeer veel;The deal is with me,I have the deal,I have to deal= ik moet geven;To make a deal= eene overeenkomst aangaan (Amer.);What shop does hedeal at?= waar koopt hij zijne waren;Deal byothers as you wish to bedealt by= behandel anderen zooals gij wenscht behandeld te worden;Hedeals inwines and spirits= handelt in;He has troublesome customersto deal with= hij heeft met lastige klanten te doen;I deal with him= ben bij hem in den winkel;Deal-box= spanen doos;Dealer= koopman, handelaar;Dealing= omgang, verkeer, handeling.Dean,dîn, deken, hoofd van een domkapittel (Engelsche kerk);Dean and chapter= domkapittel;Rural dean= geestelijk hoofd van eenige plattelandsgemeenten;Deanery= waardigheid, huis- of rechtsgebied van eenDeanship= ambt van een Dean.Dear,dîə, duur, dierbaar, geliefd:Oh dear!= hemeltjelief!Dear me= Goede Genade;There’s a dear= dan ben je een beste;My dear= lieve (ook mv.dears);M. is such a dear= zoo’n snoes;Dear-bought= duurgekocht;Dearly= innig, dolgraag:I should havedearlyliked to go there= had er dolgraag heen gewild;Dearness= duurte, kostbaarheid; innigheid;Dearth,dɐ̂th, schaarschte, gebrek, hongersnood, armoede;Deary= lieveling, schat.Death,deth, de dood, sterfgeval, holle of hartje (van winter of nacht):Tobore to death= doodelijk vervelen;To do to death= dooden; overdrijven;Todrink oneself to death= doodzuipen;Frightened to death,Frozen to death= doodelijk geschrokken, dood gevroren;Toput to death= ter dood brengen;Toride a free (willing) horse to death= misbruik maken van iemands goedheid;Tobe in at the death= tegenwoordig zijn bij het dooden van den vos; ookfig.: bij de tragische ontknooping;You will bethe death of me= je zult nog mijn dood zijn, ik zal het besterven (ook van lachen);It waswar to the deathwith[133]Germany= het was oorlog op leven en dood met Duitschland;Death when it comes, will have no denial;Death is deaf, and hears no denial= tegen den dood is geen kruid gewassen;One man’s breath is another man’s death= den eene zijn dood is den ander zijn brood;Death devours lambs as well as sheep= de dood maakt geen onderscheid;Death keeps no calendar= de dood komt als een dief in den nacht;Death-bed;Death-bell;Death-blow= doodelijke slag, genadeslag;Death-duties= successierechten;Death-hurt= doodelijke wonde;Death-rates= sterftecijfers;Death-rattle= gerochel;I have beenat death’s doorseveral times= ben er na “aan toe” geweest;Death’s head= doodskop;Deathsman= beul;Death-stroke= doodelijke slag;Death-struggle,Death-throe= doodstrijd;Deathtrap= valluik voor een gevangene, gevaarlijke plaats;Death-warrant= bevelschrift tot terdoodbrenging;Death-watch= doodkloppertje (een houtkevertje, welks getik eertijds geacht werd een zeker voorteeken van een sterfgeval te zijn);Deathful= doodelijk:Deathless= onsterfelijk;Deathlike= als dood, doodelijk;Deathly sick= doodziek.Debacle,dibak’l,dibeik’l, ijsgang, moddervloed, algemeene vlucht, ondergang, val.Debar,dibâ, uitsluiten, den toegang beletten.Debark,dibâk, ontschepen, aan wal gaan; subst.Debarkation.Debase,dibeis, vernederen, verlagen; vervalschen; onteeren; subst.Debasement;Debaser.Debatable,dibeitəb’l, betwistbaar;Debate,dibeit, subst. debat, woordenstrijd;Debatableverb. debatteeren, nadenken over (on, upon), behandelen;Debating-Society= dispuut- of debatteercollege.Debauch,dibôtš, subst. ongebondenheid, losbandigheid; roes;Debauchverb. bederven, verleiden, demoraliseeren; losbandig zijn;Debauchedness= liederlijkheid;Debauchee,debôšî, lichtmis;Debaucher= verleider;Debauchery= losbandigheid, verleiding.Debenture,dibentjə, obligatie (=Debenture Bond); betalingsmandaat; mandaat door de douane uitgegeven voor in- of uitvoerrechten, die men terugkrijgt:Debenture holder= obligatiehouder;Registered debentures= obligatiën op naam;Debentured goods, goederen waarvoor men de betaalde rechten terugkrijgt.Debilitate,dibiliteit, verzwakken;Debilitation= verzwakking;Debility= zwakheid.Debit,debit, subst. debet, debetzijde;Debitverb. debiteeren:To the debit of= ten laste van;No one could be credited ordebited withany knowledge of it= men kon niemand de eer of de schande geven, dat hij er iets van wist.Debonair,debənêə, beleefd, inschikkelijk.Deborah,debərə.Debouch,dibûš, deboucheeren (van een leger), uitloopen:The new street is todebouch into the Strand= zal op hetStranduitkomen; subst.Debouchment.Debris,debrî,deibri,debri, overblijfselen, wrak, overschot.Debt,det, schuld:An action of debt= schuldvordering;Debt on call= opzegbare schuld;Youare in my debt,head over ears in debt= bij mij in de schuld, tot over de ooren in de schuld;Topay the debtof nature= tol der natuur;Torunintodebt= schulden maken:Debtor,detə, schuldenaar, debiteur;Debtor-side= debetzijde.Debut,Fr. uitspr., eerste optreden, begin;Debutant(e)(Fr. uitspr.) = debutant(e).Decachord,dekəköd, ouderwetsche 10-snarige harp.Decade,dekəd, tiental (van jaren, etc.).Decadence, Decadency,dekədəns(i),dikeid’ns(i), verval;Decadent= decadent.Decagon,dekəgon, tienhoek.Decahedral,dekəhîdr’l, tienvlakkig (-zijdig);Decahedron= tienvlak.Decalcomania,dikalkəmeinjə, het decalqueeren.Decalogue,dekəlog, decalogus, de tien geboden.Decameron,dikaməron, Decamerone.Decamp,dikamp, opbreken, heengaan; uitsnijden.Decanal,dekən’l, tot eeneDean(ery)behoorend.Decangular,dikaŋgjulə, tienhoekig.Decant,dikant, zacht òvergieten; klaren; subst.Decantation;Decanter,dikantə, wijnkaraf.Decapitate,dikapiteit, onthoofden; ontslaan (Amer.); subst.Decapitation.Decapod,dekəpod, tienpootig:Decapods=Decapoda,dikapədə, de tienpootigen.Decarbonization,dikâbən(a)izeiš’n, ontkoling =Decarburization;Decarbonize,dikâbənaiz, ontkolen =Decarburize.Decastich,dekəstik, tienregelig gedicht.Decasyllable,dekəsiləb’l, woord van tien lettergrepen; adj.Decasyllabic.Decay,dikei, subst. verval, vergaan, verwelken;Decayverb. vervallen; vergaan, verwelken:Tofall (go) to (into) decay= in verval geraken, te gronde gaan;A decayed tradesman= achteruitgegaan;What’s put away will soon decay= rust roest;Decayedness= toestand van verval.Decease,disîs, subst. dood, overlijden;Deceaseverb. sterven:The deceased= de overledene(n).Deceit,disît, bedrog, begoocheling;Deceitful= bedriegelijk, listig; subst.Deceitfulness;Deceivable,disîvəb’l, (licht) te bedriegen; subst.Deceivableness;Deceive,disîv, misleiden, bedriegen, teleurstellen;Deceiver= bedrieger.December,disembə, December;Decemberly= winterachtig.Decemvir,disemvɐ̂, Tienman (Rome); Mv.Decemviri,disemvirai; adj.Decemviral;Decemvirate= decemviraat.Decency,dîs’nsi, welvoegelijkheid.Decennary,disenəri, decennium;Decennial= decennaal.Decent,dîsən’t, welvoegelijk, betamelijk; voldoende, behoorlijk.Decentralization,disentrəlaizeiš’n, decentralisatie;Decentralizationverb.Decentralize.Deception,disepš’n, subst. bedrog, misleiding;Deceptive= bedriegelijk; subst.Deceptiveness.Deciare,dešiâ, deciare (=107,641 square feet).[134]Decide,disaid, beslissen, bepalen, overhalen, doen besluiten:Hedecided meto go there= kreeg er mij toe;Decidedly true= bepaald waar.Deciduous,disidjuəs, vergankelijk, uit- of afvallend; subst.Deciduousness.Decigram(me),desigram;Decilitre,desilîtə;Decimal,desim’l, subst. tiendeelige breuk; adj. decimaal:To calculateto five places (points) of decimals;Decimal fraction= tiendeelige breuk;Decimal six= nul komma zes = 0,6;Decimate,desimeit, door tien deelen, den tienden man dooden, in grooten getale ombrengen; subst.Decimation;Decimetre,desimîtə.Decipher,disaifə, ontcijferen, ontwarren;Decipherable= ontcijferbaar;Decipherer.Decision,disiž’n, beslissing, uitslag, beslistheid;Decisive,disaisiv, beslissend, afdoend:Decisionness= vastberadenheid.Deck,dek, subst. dek; kaartspel (Amer.);Deckverb. tooien, versieren, bedekken, van een dek voorzien:The decks were cleared= alles werd in orde gebracht, tot den strijd voorbereid;Have youswept the decks= hebt gij den inzet (den pot) gewonnen, het dek schoongeveegd (fig.);Decked out= getooid;Deck-chair= rieten dekstoel;Deck-passenger.Declaim,dikleim, voordragen, declameeren; uitvaren:He declaimed againstsuch measures= liet krachtig zijne stem hooren tegen;Declaimer= declamator;Declamation= redevoering, voordracht, hoogdravende rede;Declamatory= gezwollen, hoogdravend.Declaration,dekləreiš’n, verklaring, aangifte, aanklacht; adj.Declarative;To be declaratory of= bevestigen;Declare,diklêə, verklaren, verzekeren, bekend maken, aangeven, constateeren:I declare= ik moet zeggen;The result was declaredas follows= bekend gemaakt;He declared himself to her= deed haar eene liefdesverklaring;He had not yet declared himself= nog geen partij gekozen;His name was declared at the Exchange= werd aangeslagen op de beurs als failliet;Anything to declare?= iets te declareeren;I havedeclaredthe contractoff= ik heb verklaard, niet te willen voortzetten;Declared= openlijk;Declarer.Declassed,diklâst, uitgestooten.Declension,diklenš’n, verval, afdaling, vermindering, afwijking, verbuiging; bedanken (Amer.).Declinable,diklainəb’l, verbuigbaar;Declinate,deklineit, naar beneden gebogen, met een bocht;Declination= neerbuiging, verval, achteruitgang, helling, declinatie, afwijking:Declination of the needle (compass);Declinator= afwijkingsmeter;Declinatory= weigerend, afwijzend;Declinature= bestrijding van de competentie van een hof (Schotl.).Decline,diklain, subst. afneming, verval, vermindering, uittering;Declineverb. afwijken, verbuigen, neerbuigen, bukken, weigeren, vervallen, uitteren, ten einde loopen, afwijzen:Togo into a decline= uitteren;He ison the decline= gaat achteruit;Prices are declining= gaan achteruit;Declining age= hooge ouderdom.Declivity,dikliviti, helling, glooiing, schuinte;Declivitous= schuin, hellend =Declivous.Decoct,dikokt, afkoken, uittrekken; subst.Decoction.Decollate,dikoleit, onthalzen;Decollationof St. John= 29 Aug.Decolo(u)r(ize),dikɐlə(raiz), bleeken,Decolorant,dikɐlər’nt, bleekmiddel;Decoloration= bleeken, kleurloosheid.Decompose,dîk’mpouz, ontbinden, oplossen, ontleden;Decomposite,Decomposite, veelvoudig samengesteld;Decomposition= ontbinding.Decompound,dik’mpaund, veelvoudig samenstellen of verbinden; ook adj.:A decompound leaf, flower= een dubbel blad, dubbele bloem.Decorate,dekəreit, versieren, optooien;Decoration,dekəreiš’n, versiering, sieraad, decoratie:Decoration day= 30 Mei (in Amerika), bestemd tot versiering van de graven der in den burgeroorlog gesneuvelden (1861–1865);Decorative= versierend, verfraaiend;Decorator= versierder, (decoratie)schilder.Decorous,dikôrəs,dekərɐs, gepast, welvoegelijk; subst.Decorousness;Decorum,dikôr’m, welvoegelijkheid, decorum.Decoy,dikôi, subst. lokmiddel, aas, krijgslist; lokeend, eendenkooi;Decoyverb. verlokken, verleiden;Decoy-duck;Decoy-man= kooiker.Decrease,dikrîs,dîkrîs, subst. afneming, vermindering, het vallen (van het water);Decreaseverb. dikrîs, verminderen, (langzaam) afnemen.Decree,dikrî, subst. decreet, verordening, voorschrift; gebod, rechterlijke beslissing;Decreeverb. bepalen, vaststellen, beslissen, decreteeren:Decree nisi,naisai, voorwaardelijke beslissing (geldig zoolang geen nieuw feit hiermee in strijd blijkt te zijn);To decree levies= lichtingen uitschrijven.Decrement,dekrim’nt, achteruitgang, vermindering.Decrepit,dikrepit, afgeleefd, gebrekkig.Decrepitate,dikrepiteit, calcineeren van zouten; subst.Decrepitation.Decrepitude,dikrepitjûd, afgeleefdheid, gebrekkigheid.Decrescent,dikres’nt, afnemend;Decrescendo,dikrəšendou, decrescendo (Muz.).Decretal,dikrît’l, subst. bevel (vooral pauselijk); adj. tot een decreet behoorend.Decrier,dikraiə, hij diedecries;Decry,dikrai, laken, in discrediet brengen.Decumb,dikɐmb, gaan liggen;Decumbence= liggende houding;Decumbent= liggend, bedlegerig.Decuple,dekjup’l, subst. tienvoud; adj. tienvoudig;Decupleverb. vertienvoudigen.Decurrent,dikɐr’nt, afloopend;Decursive,dikɐ̂siv, afloopend.Decussate,dikɐsit, kruisstandig;Decussateverb.dikɐseit,dekəseit= kruiselings snijden.Dedicate,dedikit, adj. toegewijd;Dedicateverb.dedikeit, toewijden, opdragen, wijden;Dedicatee= wien een werk wordt opgedragen;Dedication= toewijding, opdracht;Dedicator= die opdraagt;Dedicatory= bij wijze van opdracht.[135]Deduce,didjûs, afleiden, opmaken (uit);Deducement= gevolg;Deducible= af te leiden uit (from).Deduct,didàkt, aftrekken, afnemen, wegleiden:Charges deducted= na aftrek van kosten;Deduction= vermindering, afneming, gevolgtrekking;The deductive method= de deductieve methode.Deed,dîd, subst. daad, feit, handeling, akte;Deedverb. bij akte overdragen (Amer.):Deed of gift= schenkingsakte;Deed of partnership= acte v. vennootschap;Deed of sale= koopakte;Deed of trust= volmacht;He wascaught in the very deed= op heeterdaad;Deed-poll= hoofdelijke akte (tegenover de dubbele), omdat ééne der partijen ze maakt;Deedy= ijverig, knap.Deem,dîm, oordeelen, denken:Hedeemed it an honour= achtte het eene eer.Deemster,dîmstə, titel van de 2justicesop het eilandMan.Deep,dîp, subst. diepte, zee; adj. diep, diepzinnig, verdiept, laag, achteraf, verborgen, geheim, doordringend, ernstig, zwaar, hoog, donker, sluw:He isa deep one= een slimmerd;Of adeep blue (colour)= donkerblauw;They havedrunk deep= zwaar gedronken;Helied deep= loog schandelijk;Toplay deep= hoog spelen;Adeeply-bittensketch of the city of L.= een scherpe (scherp gelijnde) schets;Thedeep-mouthed thunder= krachtige en holklinkende;Deep-readin the classics= zeer belezen;Thedeep-sea water= het water der zee op meer dan 200 vademen diepte;Deep-set= diepliggend;Deep-tonedinstruments= zwaar (plechtig) klinkende;Deepen= verdiepen, donkerder (sterker) worden of maken;Deepmost= diepste, verste;Deepness= scherpzinnigheid, sluwheid.Deer,dîə, hert; goedje:The small deer= het kleine grut;Deermouse= eekhorentje (Canada);Deer-neck= dunne, slecht gevormde nek (van een paard);Deer-stalker= hertenjager; laag hoofddeksel (soms met oorkleppen) door deze jagers gedragen;Deer-stalking,stôkiŋ, jacht op herten (door ze te besluipen).Deface,difeis, schenden, misvormen, doorhalen, uit het veld slaan; bekrassen of beschrijven van muren, etc.; subst.Defacement.Defalcate,difalkeit, snoeien (van geld), verminderen, korten; verduisteren;Defalcation= verkorting, verduistering, besnoeiing;Defalcator,Defalcator= verduisteraar.Defamation,defəmeiš’n, laster, eerrooving; adj.Defamatory;Defame,difeim, lasteren, eerrooven.Default,difôlt, subst. gebrek, verzuim, verwaarloozing, in gebreke blijven, nietverschijning (voor de rechtbank);Defaultverb. bij verstek veroordeelen, niet voldoen aan (een contract, eene belofte, etc.):Judgment by default= veroordeeling bij verstek;Togo by default= bij verstek veroordeelen; door afwezigheid van een der partijen niet doorgaan;Hemade (a) default= hij verscheen niet;Tosuffer a default= verstek laten gaan;In default of= bij gebreke van:A fine of £ 3, or seven days’ imprisonmentin default= subsidiair 7 dagen gevang.;Defaulter= woordbreker, misdadiger, wanbetaler.Defeasance,difîz’ns, nietigverklaring, vernietiging, opheffing;Defeasanced= vernietigbaar =Defeasible.Defeat,difît, subst. nederlaag, verijdeling, vernietiging, berooving, ongeldig verklaring;Defeatverb. verslaan, verijdelen, van nul en geener waarde maken; berooven.Defecate,defikit, adj. gezuiverd;Defecateverb.defikeit, zuiveren, klaren; subst.Defecation.Defect,difekt, gebrek, onvolkomenheid;Defection= afval, afvalligheid;Defective= gebrekkig; subst.Defectiveness.Defence,difens, verdediging, versterking, verdedigingswerk, bescherming:Line of defence= verdedigingslinie;Defenceless= weerloos; subst.Defencelessness.Defend,difend, verdedigen, beschermen:We defended ourselves againstthe enemy= verdedigden ons tegen;Todefend oneself from reports= tegen praatjes;Defend me frommy enemies= bewaar mij voor;Defendable= verdedigbaar;Defendant= beklaagde, gedaagde;Defender= verdediger:Defender of the Faith= titel van Eng. vorsten sedert Hendrik VIII (1521);Defense=Defence;Defensibility= verdedigbaarheid;Defensible= houdbaar;Defensive= verdedigend, verwerend:Toact (be, stand) on the defensive= een verdedigende houding aannemen;Defensor= verdediger, beschermer;Defensory= verdedigend.Defer,difɐ̂, uitstellen, talmen; zich onderwerpen aan; verwijzen:Idefer to your opinion= onderwerp mij aan;Idefer to the sixth example= verwijs naar;Deferred bonds= obligaties recht gevend op stijgenden interest (tot bepaalde hoogte) in welk geval ze geconverteerd of totactive bondsworden;Deference,defərens, eerbied, onderwerping, eerbiediging;Deferent,defərent, geleidend; subst. geleider, overbrenger:The air is a deferent of sound= klankgeleider;Deferential, eerbiedig;Deferrer= uitsteller.Defiance,difai’ns, uitdaging, uittarting:In (flat) defiance of all rules= trots alle regelen;Hebears (bids) defiance tothem all= tart ze allen;Hesetall the rulesat defiance= hij zondigde tegen al de regels;Defiant= trotseerend, tartend.Deficience,Deficiency,difiš’ns(i), gebrek, tekort, deficit, onvolkomenheid:Deficiency Bills= voorschot door deBank of Englandaan de regeering, ter inlossing der coupons;Tomake up for(tosupply) a deficiency = voorzien in een gebrek;Deficient:He isdeficient inthat quality= hem ontbreekt, hij schiet te kort in …:Mentally deficient= zwakzinnigen;Deficit,defisit,dîfisit, deficit.

D.di, D.; 500 (D̄5000); doctor; date, day; died; denarius (= penny); damn; (ook verb.):The big D= groote vloek (D.=Damn);’d= had, would;D.D.= Divinitatis Doctor;M.D.= Medicinae doctor;D.C.L.= Civilis Legis Doctor;L.L.D.= Legum Doctor;Dec(ember);De(l)= Delaware;Deut(eronomy);Div.= Divide, Dividend, Division, Divisor;D.Lit(t)= Litterarum Doctor;D(ead)L(etter)O(ffice);Do.= Ditto;Doz(en);On theD(ead)Q(uiet)= in strikt vertrouwen;D.T.= Delirium Tremens;Du(t).= Dutch;D(eo)V(olente);Dwt.= Pennyweight;D.W.T.=D(eclined)W(ith)T(hanks)= beleefd afgewezen (van een bijdrage).Dab,dab, subst. klompje, vlak, klad; tik, pik; schar (ook allerlei platvisch); meester,kraan;Dabverb. zacht kloppen (met een vochtig of zacht werktuig); pikken; bevuilen; clicheeren; adj. knap:He isa dab at cricket= knap in;Shedabbed ather hair with a brush= ging hier en daar even over;Dabber= hij die clicheert; tampon;Dabster= meester, kraan.Dabble,dab’l, besprenkelen, bevochtigen, plassen; knoeien, liefhebberen:Hedabbled athis forehead with a pocket-handkerchief;He dabbles inpolitics= liefhebbert in;Dabbler= knoeier, stumper.Dabchick,dabtšik, pas uitgekomen kuiken; kuifduiker =Dipchick.Da Capo,dâkâpou, Da Capo.Dace,deis, serpeling of witvisch.Dacia,deišə, Dacië;Dacian, Dacisch.Dacoit,dakôit, bandiet, roover (Brit. Ind.);Dacoitage,Dacoity= rooverij doordacoits.Dactyl,daktil, dactylus (– ⏑ ⏑); vinger, teen (anatom.);Dactylar,Dactylic,daktilik, uit dactylen bestaande; een dactylische versregel;Dactylioglyph,daktiljəglif, ringgraveur, inschrift;Dactylology,daktilolədži, vingerspraak.Daddle,dad’l, waggelen.Dad(dy),dad(i), paatje;Daddy-long-legs,dadiloŋlegz, langpoot mug; hooiwagen; langbeenig mensch.Dado,deidou,dâdou, vlakke voorzijde van een voetstuk, soort van lambrizeering.Daedalus,dedəlɐs.Daffodil,dafədil, affodil. ZieAsphodel.Daft,daft, subst. bot van geest, dwaas, gek; subst.Daftness.Dagger,dagə, subst. dolk, kort zwaard, leesteeken (†);Daggerverb. doorsteken:At daggers drawn= klaar om te vechten; op hoogst gespannen voet;Tolook daggers at a person= iemand met zijn blikken doorboren;Tospeak daggers to a person= vlijmscherp toespreken;Dagger-plant= Jucca.Daggle,dag’l, door het slijk sleepen, door den modder loopen;Daggle-tail= slordevos, =Daggle-tailed= slordig, bevuild.Dago,deigou, scheldnaam voor elk Spaansch of Portugeesch sprekend matroos.Dagonet,dagənet.Daguerreotype,dəgerətaip, subst. daguerreotype;Daguerreotypeverb. daguerreotypeeren.Dahabeeyah,Dahabieh,dâhâbîə, Egyptisch vaartuig, voornamelijk voor den Nijl.Dahlia,dâljə,deiljə, dahlia.Dahomey,dəhoumi.Daily,deili, subst. dagblad; adj. dagelijksch:Daily News= naam van een Eng. dagblad.Daimio,daimiou, groote leenheer, vazal van den Mikado (Japan).Daintiness,deintinəs, fijnheid, verweekelijking, kieskeurigheid, lekkerheid;Dainty,deinti, subst. lekkernij; adj. lekker, kieskeurig, sierlijk, fijngevoelig:My dainty= lieve; ’Don’t be dainty’ = (opschrift op een) slabbetje;Dainty-mouthed= kieskeurig.Dairy,dêri, subst. melkhuis, melkwinkel;Dairy-farm= melkboerderij;Dairy-house= melkhuis;Dairymaid= melkmeid;Dairyman= melkboer.Dais,dei-is, estrade, met een troonhemel overdekte troon.Daisy,deizi, subst. madeliefje; adj. keurig, prima:Daisied meadow= vol madeliefjes;Daisy-cutter= dravend paard, dat zijne pooten niet hoog oplicht;Cricket-bal, die laag over ’t veld vliegt;Daisy-picker; ZieGooseberry-picker.Dak,dak, brievenpost in Brit. Indië.Daker,deikə,Dakir, tien stuk of paar;Daker-hen, wachtelkoning.Dakoit,dakôit=Dacoit.Dakota,dakoutə; adj.Dakotan.Dalai Lama,dəlailâmə, opperpriester.Dale,deil, dal;Dalesman= dalbewoner, vooral op de grens tusschen Engeland en Schotland.Dalhousie,dalhûzi;Dalkeith,dalkîth.Dalliance,daliəns, het dartelen, stoeien;Dally= dartelen, beuzelen, treuzelen, talmen.Dallop,daləp, bosje (gras).Dalmatia,dalmeišə, Dalmatië;Dalmatian= Dalmatiër, Dalmatisch.Dalmatic(a),dalmatik(ə), dalmatica.Dalrymple,dalrimp’l,dalrimp’l;Dalston,dôlst’n.Daltonian,dôltounj’n, kleurenblinde;Daltonism,dôltənizm, kleurenblindheid.Dalzel(l),dalzel,deiel;Dalziel,deiel,diel.Dam,dam, subst. moer, wijfje; dam; sloot (Austr.);Damverb. stuiten, afdammen.Dam,dam. ZieDawm.Damage,damidž, subst. schade, nadeel, kosten, averij;Damageverb. beschadigen, schade lijden, toetakelen:What’s the damage?= hoe groot zijn de onkosten, wat ben ik schuldig?Damages= schadevergoeding;Damageable= beschadigbaar;Damaged= beschadigd, bedorven.Damascene,daməsîn, damasceeren; subst.[130]damastpruim (ookDamask-plum); adj. v. Damascus;Damascusblade= Damascener zwaard.Damask,daməsk, subst. damast; adj. lichtrood;Damaskverb. bloemen in stoffen werken (damast weven), staal met goud of zilver inleggen, damasceeren;Damask-steel= Damascus-staal;Damaskeen,daməskîn,daməskîn, damasceeren;Damassin,daməsin, damast, met bloemen van goud- en zilverdraad doorweven.Damboard,damböd, dambord.Dame,deim, deftige dame, vrouwe, matrone; dorpsschoolmaitres; ouderwetsche bewaarschoolhouderes; deDame, thans deAssistant-Master, by wie(n) deexterneleerlingen (The Oppidans) vanEton Collegein den kost zijn;Dame’s-violet,Dame-wort, nachtviooltje.Damietta,damietə, Damiette.Damn,dam, verdoemen, veroordeelen, vloeken:It isnot worth a damn= het is geen lor waard;Damnable= verdoemelijk, vervloekt, kolossaal;Damnation,damneiš’n, subst. verdoeming, verdoemenis; interj. vervloekt;Damnatory= verdoemend, verdoemings …;Damnific= schadelijk;Damnify= schade veroorzaken, beschadigen (Jur.);Damning= verpletterend (bewijs).Damoclean,daməklîən, van D.:Damoclean sword;Damocles,daməklîz, Damocles.Damon,deim’n.Damosel,daməzel. ZieDamsel.Damp,damp, subst. vochtigheid, nevel, uitwaseming, neerslachtigheid; adj. vochtig, saai, neerslachtig, kil;Dampverb. vochtig maken, verkillen, verzwakken, ontmoedigen, smoren, dempen, dof maken:His presencethrew a damp on our joy= was als een emmer koud water;Dampen= bevochtigen; ontmoedigen;Damper= demper, sleutel (in een kachelpijp), toondemper; ongezuurd brood (Austr.); teleurstelling, ontmoediging:Heputs a damper onevery thing I do or say= hij beneemt me den moed bij;Dampish= eenigszins vochtig; subst.Dampishness;Dampness= vochtigheid.Dampier,dampî.Damsel,damz’l, jonge deern, jonkvrouw;Damsel-fly= waterjuffer.Damson,damz’n, damastpruim:Damson cheese= conserf van deze pruimen.Dan,dan, Heer:Dan Cupid; Daniel, Dan;From Dan to Beer-sheba(biəšîbə,biɐ̂šibə) = overal, op alle punten.Danaid,danəid;Danaidean,deinəidiən,danəidiən.Dance,dâns, subst. dans, bal;Danceverb. dansen, rondspringen; laten dansen:Hedanced attendance on (to)the powerful= liep de groote lui na;Dance of death= doodendans;Heled me a jolly dance= hield me leelijk aan het lijntje;Dancer= danser;Dancing:Dancing-girl= Indische danseres;Dancing-master;Dancing-mistress= balletmeesteres;Dancing-room= danszaal;Dancing-school.Dandelion,dandelaiən, leeuwetand.Dander,dandə, subst. toorn; roos (=Dandruff);Danderverb. treuzelen, zeuren, stotteren:He got (had) his dander (dandriff) raised= hij werd woedend.Dandify,dandifai, zich adoniseeren.Dandiprat,dandiprat, dreumes.Dandle,dand’l, liefkoozen, spelen met, laten dansen (op de knie):The motherdandled him to rest.Dandriff,dandrif,Dandruff,dandrəf, roos.Dandy,dandi, fat, pronker; soort vaartuig, jolleman op den Ganges; soort palankijn; iets keurigs; adj. fatterig;Dandy-cock(Dandy-hen) = Bantamsche haan (hen);Dandy-horse= ouderwetsche tweewieler;Dandy-rigged= metDandytuig;Dandyish= fatterig.Dane,dein, Deen:Great Dane= Deensche dog;Danegeld,deingeld, jaarlijksche belasting, in vroeger tijd opgelegd ter verdediging tegen de Denen;Danelagh,deinlôg,Dane law= Deensch recht (9e eeuw), het gebied hiervan.Dane-wort,deinwɐ̂t, lage vlier, paarsche anemoon.Danger,deinžə, gevaar;Danger-signal= onveilig sein (bij spoorwegen);Dangerous= gevaarlijk; subst.Dangerousness.Dangle,daŋg’l, slingeren, bengelen; achterna loopen;Dangler= vrouwengek; sleepsabel.Dan(iel),dan(j’l).Danish,deiniš, Deensch(e taal).Dank,daŋk, subst. vochtigheid; adj. vochtig.Dantesque,dantesk, in den stijl van Dante, somber, verheven.Danube,danjûb, Donau;Danubian,dənjûbj’n, Donau - -.Dap,dap, het aas voorzichtig in ’t water neerlaten.Daphne,dafni, Daphne; peperboompje.Dapper,dapə, netjes, wakker, kregel.Dapple,dap’l, subst. spikkel; adj. gevlekt;Dappleverb. bespikkelen;Dapple-grey= appelgrauw (paard).Darby,dâbi:Darby and Joan= de Eng. Philemon en Baucis.Darbies,dâbiz, handboeien.D’Arblay,dâblei.Darbyites,dâbiaits, godsdienstige sekte, ookPlymouth Brethrengenoemd.Dardanelles (The),dâdənelz, de Dardanellen.Dardania,dâdeinjə, Dardanië;Dardanian.Dare,dêə, durven, wagen; tarten, uitdagen; leeuweriken onder schot of in ’t net brengen, door ze met behulp van een houten bord met spiegeltjes (a dare) te verblinden:I dare say= ik durf wedden;I daresay,dêəsei, voorwaar;I dare youto do it= tart u;Dare-devil= waaghals; roekeloos;Daring, subst. vermetelheid; adj. onverschrokken, moedig;Darenet, slagnet.Darg,dâg, subst. dagwerk, dagtaak;Dargverb. een dagtaak verrichten (Schotl.).Darius,dəraiəs;Darjeeling,dâdžîliŋ.Dark,dâk, subst. duisterheid, onwetendheid; adj. duister, donker, somber, heimelijk, ontmoedigend, slecht, blind, onzeker, donker uitziend:Dark Ages= Middeleeuwen;Darkblue= de kleur van de studenten van Oxford (Sport);Darkchamber,Darkroom[131](phot.);Dark lantern= dievenlantaarn;After dark= na donker;He ridesa dark horse= hij voert wat in het schild;Then I hadmy dark hour= droevig uur;I fear I shallgo dark= blind worden;I havekept it dark= geheim;He haskept me in the dark= hij heeft mij onwetend gehouden;Darken= verduisteren, verdonkeren, zwart maken, bezoedelen, blind maken, duister worden:You shalldarken my doorsno more= komt me nooit weer over den drempel;Darkish= vrij duister;Darkle= duister worden;Darkling, adj. somber, droevig; adv. in het donker, blindelings;Darkly= in ’t geheim, geheimzinnig;Darkness= duisternis, verborgenheid, blindheid, onwetendheid;Darksome,dâks’m, somber, duister;Darky= zwartje, neger; dievenlantaarn.Darling,dâliŋ, subst. lieveling:My darling= lieverd; adj. geliefd.Darn,dân, subst. stop; adj. vervloekt (Amer.);Darnverb. stoppen, mazen:The darnest foolI ever saw= grootste gek;Darner= stopnaald, stopper of stopster;Darning-needle;Darning-yarn.Darnel,dân’l, dolik.Dart,dât, subst. pijl, schicht, werpspies; sprong;Dartverb. (een pijl) schieten, (eene lans) werpen, schieten (v. stralen), wegsnellen, losstormen op (at, on):Todart rays.Darwin,dâwin; adj.Darwinian;Darwinism=Darwinianism.Dash,daš, subst. slag, schok, stoot, aanval, vlugge beweging, élan, kranigheid, bezieling, geestkracht, streepje (–), drupje;Dashverb. stooten, slaan, te pletter slaan, bespatten, met water werpen, besprenkelen, vermengen, bederven, een streep halen door, teleurstellen, snel bewegen:Dash of the pen= pennestreek;Adash of romance= tintje;Adash under the word= streep;Amorning dashthrough the Park= morgenritje;At first dash= op het eerste gezicht;He wantedto cut a dash (figure),and lived above his income= wou bluf slaan;I got a dash of German= een hap en een snap;Idashed athim= vloog op hem aan;Idashedthis paperoffin two hours’ time= ik heb dit artikel in twee uur op het papier gegooid;Idashed it out= ik streek het uit;Dash it= wat duivel!Dash-board,dašböd, spatbord (vooraan een rijtuig);Dasher= schepbord, stamper; fat;Dashing= kranig, flink, voornaam, zwierig;Dashy= opzichtig, fijn gekleed.Dastard,dastəd, bloodaard, lafaard;Dastardliness= lafhartigheid, blooheid; adj.Dastardly.Datary,deitəri, hoofd van deDataria= afdeeling der pauselijke kanselarij voor de uitvaardiging van bullen.Date,deit, subst. dadel; datum, dagteekening, duur, tijd;Dateverb. dateeren, vaststellen, rekenen; beginnen (from):That isout of date,up to date= uit den tijd, op de hoogte van den tijd;He wrote to meunder date Oct. 2;To date= totnutoe;Dateless= zonder datum;Date-palm.Dative,deitiv, dativus.Datum,deit’m(Mv.Data,deitə), het gegevene, een gegeven.Daub,dôb, subst. gemeene kalk, smeer, kladschilderij;Daubverb. besmeren, bekladden, kladschilderen, vermommen, smakeloos opsieren, grof vleien;Dauber= knoeier, kladschilder; grove vleier;Daubery= knoeierij (in de kunst); valsch voorwendsel;Dauby,dôbi, kleverig, lijmerig.Daughter,dôtə, dochter;Daughter-in-law= schoondochter;Daughter of Heth= zedelooze vrouw (Gen. XXVII, 46).Daunt,dânt,dônt, schrik inboezemen, ontmoedigen;Dauntless= onbevreesd; subst.Dauntlessness.Dauphin,dôfin, dauphin;Dauphiness;Dauphiny= Dauphiné.Davenant,davən’nt;Davenport,dav’npöt, kleine (dames)schrijftafel;Daventry,dav’ntri;David,deivid;Davis,deivis;Davison,deivis’n.Davits,deivits, davits (scheepst.).Davy Jones,deividžounz, de booze geest der zee:Togo to Davy Jones’s LockerofDavy’s Locker= “voor de haaien” zijn.Davy-lamp,deivilamp, daviaan, veiligheidslamp (mijnwerkers).Daw,dô, (kerk)kauw; leeghoofd.Dawdle,dôd’l, beuzelen, verbeuzelen, zeuren:She isa regular dawdle(r)= echte zeur.Dawk,dôk, subst. inkeping; wisselplaats voor dragers; posthuis (Brit. Ind.);Dawkverb. eene inkeping maken.Dawm,dôm, Indische munt: 1⁄40 ropij.Dawn,dôn, subst. dageraad;Dawnverb. licht worden, dagen, aanbreken:At dawn of day= bij het aanbreken van den dag;It dawned upon me= er ging me een licht op, ’t werd me bewust;Dawning= dageraad; flauw idee.Day,dei, dag, daglicht, strijd, overwinning:Day by day= dag aan dag;A day to order= uitgezochte;All day (long)= den geheelen dag;Every day= alle dagen;Every other day= om den anderen dag;One day= op een dag;One of these days= een dezer dagen;This day fortnight, sennight= vandaag over veertien, acht dagen;For ever and a day= voor eeuwig;To-day= vandaag;These systemshave had their day= hun tijd;Welost the day= den slag;The emperorwon the day= behaalde de overwinning;A day’s march;A several day’s journey;Day of grace= dag der genade;Days of grace= respijtdagen;Day-bed= rustbank, sofa;Day-blush= dageraad;Day-boarder= scholier in den halven kost;Daybook= journaal;Daybreak= het dagen;Day-coal= bovenste kolenlaag;Day-dream= mijmering, luchtkasteel;Day-fly= eendagsvlieg;Day-labourer= daglooner;Daylight;Day-scholar= externe;Day-room= zitkamer, huiskamer;Daysman= scheidsrechter (Job. IX 33);Dayspring= dageraad;Day-star= morgenster;Day-ticket= dagkaart;In the day-time= overdag;Day-wearied= vermoeid van het dagwerk;Daywork= dagwerk;Day’s-work= bestek (zeeterm).Daze,deiz, subst. verdooving, verwarring, verblinding, verstijving; mica;Dazeverb. verblinden,[132]verdooven, verstijven, verwarren;Dazzle,daz’l, subst. schittering;Dazeverb. verblinden, verwarren, verbijsteren.Deacon,dîk’n, diaken (in de Apostolische kerk); geestelijke (ordained, i.e.in Holy Orders), die van altaardienst en het toedienen der sacramenten is uitgesloten (Engelsche kerk);Deaconess= diacones;Deaconry=Deaconship= ambt van een deacon.Dead,ded, dood, levenloos, doodsch, dof, mat, ongevoelig, diep, pikdonker, beslist, volstrekt, waardeloos, onbestelbaar, verschaald, blind, somber:He is a dead man= een man des doods;Just dead= pas gestorven;Dead and gone= gestorven, al lang begraven;He wasdead of small-pox= gestorven aan;At dead of night= in het holle van den nacht;In the dead of winter= in het hartje;The bookfell dead-bornfrom the press= werd doodgezwegen;Tostop dead(=Tocome to a dead stop) = plotseling blijven staan (steken);The wind wasdead againstus= vlak tegen;(He is) dead-alive= levend dood; uiterst vervelend; dom (Slang);I had it adead bargain= spotgoedkoop;Dead-beat= doodop;Dead-broken= geruineerd;The wind fella dead calm= het werd bladstil;Dead capital= renteloos kapitaal;Dead certain= beslist zeker;Dead colour(ing)= doodverf, grondeering;Dead copper= dof koper;Dead drunk= stomdronken;It was adead failure= het mislukte totaal;He went off (into)a dead faint,fainted dead away= viel geheel van zich zelf (in zwijm);Dead head= bezitter van een vrijbiljet voor een schouwburg (stoomboot) (Amer.);The race wasa dead heat= kamp;Dead horse= vooruit betaald werk;The actor wasdead letter-perfect= volkomen rolvast;Dead letter= onbestelbare brief;The country isa dead level= volkomen vlak;Dead lift= zware last;Dead-lights= luiken; phosphorisch lichten van doode visch;We have himat a dead-lock= in onze macht, tot staan, vastgezet;Things have come to(are at) a dead-lock= de zaken (vooral politieke) zitten vast, ze kunnen niet vooruit;Dead in love= smoorlijk verliefd;The band playedthe dead-marchin Saul= demarche funèbreuit Saulus;How manydead mendid you count?= ledige flesschen;Dead on end= in tegengestelden koers;Dead-reckoning= raming; gegist bestek;TheDead Sea= de Doode Zee;A dead security= waarborg van geen waarde (bijv.stilstaande fabriek);The dog madedead-sets at me= venijnige aanvallen;He isa dead shot= schiet nooit mis;We werein a dead stand= in groote verlegenheid;Imade a dead stand againsthim= ik verzette mij krachtdadig tegen hem;Dead stock= renteloos kapitaal;Itcame to a dead stop= hield in eens op;Dead-struck= doodelijk getroffen; vervuld van afgrijzen;Dead wall= blinde muur;Dead-water= kielwater;Dead-weight= doode last; zwaar gewicht, ballast; renteloos kapitaal; voorschot van de Engelsche bank aan officieren, die op non-actief, of gepensionneerd zijn;Deads= uitgeworpen gesteente bij het graven;Deaden= verzwakken, verminderen, verstompen, verdooven, doen verschalen, den glans ontnemen;Deadlihood= de staat der dooden;Deadliness= doodelijkheid, gevaarlijkheid;Deadly= doodelijk, vergiftig, vreeselijk:Deadly nightshade= belladonna;Deadly sin= doodzonde.Deaf,def, doof, onoplettend, zonder pit of kern:He isdeaf-and-dumb= doofstom;Deaf-mute= doofstomme;Deaf of an ear= doof aan één oor;Deaf to prayers= doof voor;I amdeaf with the noise= doof van het lawaai;Deafen= verdooven, doof maken:The floor was deafened= ondoordringbaar gemaakt voor geluid.Deal,dîl, subst. hoeveelheid, handel; het geven (bij het kaarten), deel (hout);Dealverb. verdeelen, geven (van kaarten), toebrengen, handelen, zich gedragen, behandelen, te doen hebben, bestrijden:White deal= vurenhout;Red deal= grenenhout;A deal= een hoop;A great (good) deal of money(slechts voor enkelv. woorden) = zeer veel;The deal is with me,I have the deal,I have to deal= ik moet geven;To make a deal= eene overeenkomst aangaan (Amer.);What shop does hedeal at?= waar koopt hij zijne waren;Deal byothers as you wish to bedealt by= behandel anderen zooals gij wenscht behandeld te worden;Hedeals inwines and spirits= handelt in;He has troublesome customersto deal with= hij heeft met lastige klanten te doen;I deal with him= ben bij hem in den winkel;Deal-box= spanen doos;Dealer= koopman, handelaar;Dealing= omgang, verkeer, handeling.Dean,dîn, deken, hoofd van een domkapittel (Engelsche kerk);Dean and chapter= domkapittel;Rural dean= geestelijk hoofd van eenige plattelandsgemeenten;Deanery= waardigheid, huis- of rechtsgebied van eenDeanship= ambt van een Dean.Dear,dîə, duur, dierbaar, geliefd:Oh dear!= hemeltjelief!Dear me= Goede Genade;There’s a dear= dan ben je een beste;My dear= lieve (ook mv.dears);M. is such a dear= zoo’n snoes;Dear-bought= duurgekocht;Dearly= innig, dolgraag:I should havedearlyliked to go there= had er dolgraag heen gewild;Dearness= duurte, kostbaarheid; innigheid;Dearth,dɐ̂th, schaarschte, gebrek, hongersnood, armoede;Deary= lieveling, schat.Death,deth, de dood, sterfgeval, holle of hartje (van winter of nacht):Tobore to death= doodelijk vervelen;To do to death= dooden; overdrijven;Todrink oneself to death= doodzuipen;Frightened to death,Frozen to death= doodelijk geschrokken, dood gevroren;Toput to death= ter dood brengen;Toride a free (willing) horse to death= misbruik maken van iemands goedheid;Tobe in at the death= tegenwoordig zijn bij het dooden van den vos; ookfig.: bij de tragische ontknooping;You will bethe death of me= je zult nog mijn dood zijn, ik zal het besterven (ook van lachen);It waswar to the deathwith[133]Germany= het was oorlog op leven en dood met Duitschland;Death when it comes, will have no denial;Death is deaf, and hears no denial= tegen den dood is geen kruid gewassen;One man’s breath is another man’s death= den eene zijn dood is den ander zijn brood;Death devours lambs as well as sheep= de dood maakt geen onderscheid;Death keeps no calendar= de dood komt als een dief in den nacht;Death-bed;Death-bell;Death-blow= doodelijke slag, genadeslag;Death-duties= successierechten;Death-hurt= doodelijke wonde;Death-rates= sterftecijfers;Death-rattle= gerochel;I have beenat death’s doorseveral times= ben er na “aan toe” geweest;Death’s head= doodskop;Deathsman= beul;Death-stroke= doodelijke slag;Death-struggle,Death-throe= doodstrijd;Deathtrap= valluik voor een gevangene, gevaarlijke plaats;Death-warrant= bevelschrift tot terdoodbrenging;Death-watch= doodkloppertje (een houtkevertje, welks getik eertijds geacht werd een zeker voorteeken van een sterfgeval te zijn);Deathful= doodelijk:Deathless= onsterfelijk;Deathlike= als dood, doodelijk;Deathly sick= doodziek.Debacle,dibak’l,dibeik’l, ijsgang, moddervloed, algemeene vlucht, ondergang, val.Debar,dibâ, uitsluiten, den toegang beletten.Debark,dibâk, ontschepen, aan wal gaan; subst.Debarkation.Debase,dibeis, vernederen, verlagen; vervalschen; onteeren; subst.Debasement;Debaser.Debatable,dibeitəb’l, betwistbaar;Debate,dibeit, subst. debat, woordenstrijd;Debatableverb. debatteeren, nadenken over (on, upon), behandelen;Debating-Society= dispuut- of debatteercollege.Debauch,dibôtš, subst. ongebondenheid, losbandigheid; roes;Debauchverb. bederven, verleiden, demoraliseeren; losbandig zijn;Debauchedness= liederlijkheid;Debauchee,debôšî, lichtmis;Debaucher= verleider;Debauchery= losbandigheid, verleiding.Debenture,dibentjə, obligatie (=Debenture Bond); betalingsmandaat; mandaat door de douane uitgegeven voor in- of uitvoerrechten, die men terugkrijgt:Debenture holder= obligatiehouder;Registered debentures= obligatiën op naam;Debentured goods, goederen waarvoor men de betaalde rechten terugkrijgt.Debilitate,dibiliteit, verzwakken;Debilitation= verzwakking;Debility= zwakheid.Debit,debit, subst. debet, debetzijde;Debitverb. debiteeren:To the debit of= ten laste van;No one could be credited ordebited withany knowledge of it= men kon niemand de eer of de schande geven, dat hij er iets van wist.Debonair,debənêə, beleefd, inschikkelijk.Deborah,debərə.Debouch,dibûš, deboucheeren (van een leger), uitloopen:The new street is todebouch into the Strand= zal op hetStranduitkomen; subst.Debouchment.Debris,debrî,deibri,debri, overblijfselen, wrak, overschot.Debt,det, schuld:An action of debt= schuldvordering;Debt on call= opzegbare schuld;Youare in my debt,head over ears in debt= bij mij in de schuld, tot over de ooren in de schuld;Topay the debtof nature= tol der natuur;Torunintodebt= schulden maken:Debtor,detə, schuldenaar, debiteur;Debtor-side= debetzijde.Debut,Fr. uitspr., eerste optreden, begin;Debutant(e)(Fr. uitspr.) = debutant(e).Decachord,dekəköd, ouderwetsche 10-snarige harp.Decade,dekəd, tiental (van jaren, etc.).Decadence, Decadency,dekədəns(i),dikeid’ns(i), verval;Decadent= decadent.Decagon,dekəgon, tienhoek.Decahedral,dekəhîdr’l, tienvlakkig (-zijdig);Decahedron= tienvlak.Decalcomania,dikalkəmeinjə, het decalqueeren.Decalogue,dekəlog, decalogus, de tien geboden.Decameron,dikaməron, Decamerone.Decamp,dikamp, opbreken, heengaan; uitsnijden.Decanal,dekən’l, tot eeneDean(ery)behoorend.Decangular,dikaŋgjulə, tienhoekig.Decant,dikant, zacht òvergieten; klaren; subst.Decantation;Decanter,dikantə, wijnkaraf.Decapitate,dikapiteit, onthoofden; ontslaan (Amer.); subst.Decapitation.Decapod,dekəpod, tienpootig:Decapods=Decapoda,dikapədə, de tienpootigen.Decarbonization,dikâbən(a)izeiš’n, ontkoling =Decarburization;Decarbonize,dikâbənaiz, ontkolen =Decarburize.Decastich,dekəstik, tienregelig gedicht.Decasyllable,dekəsiləb’l, woord van tien lettergrepen; adj.Decasyllabic.Decay,dikei, subst. verval, vergaan, verwelken;Decayverb. vervallen; vergaan, verwelken:Tofall (go) to (into) decay= in verval geraken, te gronde gaan;A decayed tradesman= achteruitgegaan;What’s put away will soon decay= rust roest;Decayedness= toestand van verval.Decease,disîs, subst. dood, overlijden;Deceaseverb. sterven:The deceased= de overledene(n).Deceit,disît, bedrog, begoocheling;Deceitful= bedriegelijk, listig; subst.Deceitfulness;Deceivable,disîvəb’l, (licht) te bedriegen; subst.Deceivableness;Deceive,disîv, misleiden, bedriegen, teleurstellen;Deceiver= bedrieger.December,disembə, December;Decemberly= winterachtig.Decemvir,disemvɐ̂, Tienman (Rome); Mv.Decemviri,disemvirai; adj.Decemviral;Decemvirate= decemviraat.Decency,dîs’nsi, welvoegelijkheid.Decennary,disenəri, decennium;Decennial= decennaal.Decent,dîsən’t, welvoegelijk, betamelijk; voldoende, behoorlijk.Decentralization,disentrəlaizeiš’n, decentralisatie;Decentralizationverb.Decentralize.Deception,disepš’n, subst. bedrog, misleiding;Deceptive= bedriegelijk; subst.Deceptiveness.Deciare,dešiâ, deciare (=107,641 square feet).[134]Decide,disaid, beslissen, bepalen, overhalen, doen besluiten:Hedecided meto go there= kreeg er mij toe;Decidedly true= bepaald waar.Deciduous,disidjuəs, vergankelijk, uit- of afvallend; subst.Deciduousness.Decigram(me),desigram;Decilitre,desilîtə;Decimal,desim’l, subst. tiendeelige breuk; adj. decimaal:To calculateto five places (points) of decimals;Decimal fraction= tiendeelige breuk;Decimal six= nul komma zes = 0,6;Decimate,desimeit, door tien deelen, den tienden man dooden, in grooten getale ombrengen; subst.Decimation;Decimetre,desimîtə.Decipher,disaifə, ontcijferen, ontwarren;Decipherable= ontcijferbaar;Decipherer.Decision,disiž’n, beslissing, uitslag, beslistheid;Decisive,disaisiv, beslissend, afdoend:Decisionness= vastberadenheid.Deck,dek, subst. dek; kaartspel (Amer.);Deckverb. tooien, versieren, bedekken, van een dek voorzien:The decks were cleared= alles werd in orde gebracht, tot den strijd voorbereid;Have youswept the decks= hebt gij den inzet (den pot) gewonnen, het dek schoongeveegd (fig.);Decked out= getooid;Deck-chair= rieten dekstoel;Deck-passenger.Declaim,dikleim, voordragen, declameeren; uitvaren:He declaimed againstsuch measures= liet krachtig zijne stem hooren tegen;Declaimer= declamator;Declamation= redevoering, voordracht, hoogdravende rede;Declamatory= gezwollen, hoogdravend.Declaration,dekləreiš’n, verklaring, aangifte, aanklacht; adj.Declarative;To be declaratory of= bevestigen;Declare,diklêə, verklaren, verzekeren, bekend maken, aangeven, constateeren:I declare= ik moet zeggen;The result was declaredas follows= bekend gemaakt;He declared himself to her= deed haar eene liefdesverklaring;He had not yet declared himself= nog geen partij gekozen;His name was declared at the Exchange= werd aangeslagen op de beurs als failliet;Anything to declare?= iets te declareeren;I havedeclaredthe contractoff= ik heb verklaard, niet te willen voortzetten;Declared= openlijk;Declarer.Declassed,diklâst, uitgestooten.Declension,diklenš’n, verval, afdaling, vermindering, afwijking, verbuiging; bedanken (Amer.).Declinable,diklainəb’l, verbuigbaar;Declinate,deklineit, naar beneden gebogen, met een bocht;Declination= neerbuiging, verval, achteruitgang, helling, declinatie, afwijking:Declination of the needle (compass);Declinator= afwijkingsmeter;Declinatory= weigerend, afwijzend;Declinature= bestrijding van de competentie van een hof (Schotl.).Decline,diklain, subst. afneming, verval, vermindering, uittering;Declineverb. afwijken, verbuigen, neerbuigen, bukken, weigeren, vervallen, uitteren, ten einde loopen, afwijzen:Togo into a decline= uitteren;He ison the decline= gaat achteruit;Prices are declining= gaan achteruit;Declining age= hooge ouderdom.Declivity,dikliviti, helling, glooiing, schuinte;Declivitous= schuin, hellend =Declivous.Decoct,dikokt, afkoken, uittrekken; subst.Decoction.Decollate,dikoleit, onthalzen;Decollationof St. John= 29 Aug.Decolo(u)r(ize),dikɐlə(raiz), bleeken,Decolorant,dikɐlər’nt, bleekmiddel;Decoloration= bleeken, kleurloosheid.Decompose,dîk’mpouz, ontbinden, oplossen, ontleden;Decomposite,Decomposite, veelvoudig samengesteld;Decomposition= ontbinding.Decompound,dik’mpaund, veelvoudig samenstellen of verbinden; ook adj.:A decompound leaf, flower= een dubbel blad, dubbele bloem.Decorate,dekəreit, versieren, optooien;Decoration,dekəreiš’n, versiering, sieraad, decoratie:Decoration day= 30 Mei (in Amerika), bestemd tot versiering van de graven der in den burgeroorlog gesneuvelden (1861–1865);Decorative= versierend, verfraaiend;Decorator= versierder, (decoratie)schilder.Decorous,dikôrəs,dekərɐs, gepast, welvoegelijk; subst.Decorousness;Decorum,dikôr’m, welvoegelijkheid, decorum.Decoy,dikôi, subst. lokmiddel, aas, krijgslist; lokeend, eendenkooi;Decoyverb. verlokken, verleiden;Decoy-duck;Decoy-man= kooiker.Decrease,dikrîs,dîkrîs, subst. afneming, vermindering, het vallen (van het water);Decreaseverb. dikrîs, verminderen, (langzaam) afnemen.Decree,dikrî, subst. decreet, verordening, voorschrift; gebod, rechterlijke beslissing;Decreeverb. bepalen, vaststellen, beslissen, decreteeren:Decree nisi,naisai, voorwaardelijke beslissing (geldig zoolang geen nieuw feit hiermee in strijd blijkt te zijn);To decree levies= lichtingen uitschrijven.Decrement,dekrim’nt, achteruitgang, vermindering.Decrepit,dikrepit, afgeleefd, gebrekkig.Decrepitate,dikrepiteit, calcineeren van zouten; subst.Decrepitation.Decrepitude,dikrepitjûd, afgeleefdheid, gebrekkigheid.Decrescent,dikres’nt, afnemend;Decrescendo,dikrəšendou, decrescendo (Muz.).Decretal,dikrît’l, subst. bevel (vooral pauselijk); adj. tot een decreet behoorend.Decrier,dikraiə, hij diedecries;Decry,dikrai, laken, in discrediet brengen.Decumb,dikɐmb, gaan liggen;Decumbence= liggende houding;Decumbent= liggend, bedlegerig.Decuple,dekjup’l, subst. tienvoud; adj. tienvoudig;Decupleverb. vertienvoudigen.Decurrent,dikɐr’nt, afloopend;Decursive,dikɐ̂siv, afloopend.Decussate,dikɐsit, kruisstandig;Decussateverb.dikɐseit,dekəseit= kruiselings snijden.Dedicate,dedikit, adj. toegewijd;Dedicateverb.dedikeit, toewijden, opdragen, wijden;Dedicatee= wien een werk wordt opgedragen;Dedication= toewijding, opdracht;Dedicator= die opdraagt;Dedicatory= bij wijze van opdracht.[135]Deduce,didjûs, afleiden, opmaken (uit);Deducement= gevolg;Deducible= af te leiden uit (from).Deduct,didàkt, aftrekken, afnemen, wegleiden:Charges deducted= na aftrek van kosten;Deduction= vermindering, afneming, gevolgtrekking;The deductive method= de deductieve methode.Deed,dîd, subst. daad, feit, handeling, akte;Deedverb. bij akte overdragen (Amer.):Deed of gift= schenkingsakte;Deed of partnership= acte v. vennootschap;Deed of sale= koopakte;Deed of trust= volmacht;He wascaught in the very deed= op heeterdaad;Deed-poll= hoofdelijke akte (tegenover de dubbele), omdat ééne der partijen ze maakt;Deedy= ijverig, knap.Deem,dîm, oordeelen, denken:Hedeemed it an honour= achtte het eene eer.Deemster,dîmstə, titel van de 2justicesop het eilandMan.Deep,dîp, subst. diepte, zee; adj. diep, diepzinnig, verdiept, laag, achteraf, verborgen, geheim, doordringend, ernstig, zwaar, hoog, donker, sluw:He isa deep one= een slimmerd;Of adeep blue (colour)= donkerblauw;They havedrunk deep= zwaar gedronken;Helied deep= loog schandelijk;Toplay deep= hoog spelen;Adeeply-bittensketch of the city of L.= een scherpe (scherp gelijnde) schets;Thedeep-mouthed thunder= krachtige en holklinkende;Deep-readin the classics= zeer belezen;Thedeep-sea water= het water der zee op meer dan 200 vademen diepte;Deep-set= diepliggend;Deep-tonedinstruments= zwaar (plechtig) klinkende;Deepen= verdiepen, donkerder (sterker) worden of maken;Deepmost= diepste, verste;Deepness= scherpzinnigheid, sluwheid.Deer,dîə, hert; goedje:The small deer= het kleine grut;Deermouse= eekhorentje (Canada);Deer-neck= dunne, slecht gevormde nek (van een paard);Deer-stalker= hertenjager; laag hoofddeksel (soms met oorkleppen) door deze jagers gedragen;Deer-stalking,stôkiŋ, jacht op herten (door ze te besluipen).Deface,difeis, schenden, misvormen, doorhalen, uit het veld slaan; bekrassen of beschrijven van muren, etc.; subst.Defacement.Defalcate,difalkeit, snoeien (van geld), verminderen, korten; verduisteren;Defalcation= verkorting, verduistering, besnoeiing;Defalcator,Defalcator= verduisteraar.Defamation,defəmeiš’n, laster, eerrooving; adj.Defamatory;Defame,difeim, lasteren, eerrooven.Default,difôlt, subst. gebrek, verzuim, verwaarloozing, in gebreke blijven, nietverschijning (voor de rechtbank);Defaultverb. bij verstek veroordeelen, niet voldoen aan (een contract, eene belofte, etc.):Judgment by default= veroordeeling bij verstek;Togo by default= bij verstek veroordeelen; door afwezigheid van een der partijen niet doorgaan;Hemade (a) default= hij verscheen niet;Tosuffer a default= verstek laten gaan;In default of= bij gebreke van:A fine of £ 3, or seven days’ imprisonmentin default= subsidiair 7 dagen gevang.;Defaulter= woordbreker, misdadiger, wanbetaler.Defeasance,difîz’ns, nietigverklaring, vernietiging, opheffing;Defeasanced= vernietigbaar =Defeasible.Defeat,difît, subst. nederlaag, verijdeling, vernietiging, berooving, ongeldig verklaring;Defeatverb. verslaan, verijdelen, van nul en geener waarde maken; berooven.Defecate,defikit, adj. gezuiverd;Defecateverb.defikeit, zuiveren, klaren; subst.Defecation.Defect,difekt, gebrek, onvolkomenheid;Defection= afval, afvalligheid;Defective= gebrekkig; subst.Defectiveness.Defence,difens, verdediging, versterking, verdedigingswerk, bescherming:Line of defence= verdedigingslinie;Defenceless= weerloos; subst.Defencelessness.Defend,difend, verdedigen, beschermen:We defended ourselves againstthe enemy= verdedigden ons tegen;Todefend oneself from reports= tegen praatjes;Defend me frommy enemies= bewaar mij voor;Defendable= verdedigbaar;Defendant= beklaagde, gedaagde;Defender= verdediger:Defender of the Faith= titel van Eng. vorsten sedert Hendrik VIII (1521);Defense=Defence;Defensibility= verdedigbaarheid;Defensible= houdbaar;Defensive= verdedigend, verwerend:Toact (be, stand) on the defensive= een verdedigende houding aannemen;Defensor= verdediger, beschermer;Defensory= verdedigend.Defer,difɐ̂, uitstellen, talmen; zich onderwerpen aan; verwijzen:Idefer to your opinion= onderwerp mij aan;Idefer to the sixth example= verwijs naar;Deferred bonds= obligaties recht gevend op stijgenden interest (tot bepaalde hoogte) in welk geval ze geconverteerd of totactive bondsworden;Deference,defərens, eerbied, onderwerping, eerbiediging;Deferent,defərent, geleidend; subst. geleider, overbrenger:The air is a deferent of sound= klankgeleider;Deferential, eerbiedig;Deferrer= uitsteller.Defiance,difai’ns, uitdaging, uittarting:In (flat) defiance of all rules= trots alle regelen;Hebears (bids) defiance tothem all= tart ze allen;Hesetall the rulesat defiance= hij zondigde tegen al de regels;Defiant= trotseerend, tartend.Deficience,Deficiency,difiš’ns(i), gebrek, tekort, deficit, onvolkomenheid:Deficiency Bills= voorschot door deBank of Englandaan de regeering, ter inlossing der coupons;Tomake up for(tosupply) a deficiency = voorzien in een gebrek;Deficient:He isdeficient inthat quality= hem ontbreekt, hij schiet te kort in …:Mentally deficient= zwakzinnigen;Deficit,defisit,dîfisit, deficit.

D.di, D.; 500 (D̄5000); doctor; date, day; died; denarius (= penny); damn; (ook verb.):The big D= groote vloek (D.=Damn);’d= had, would;D.D.= Divinitatis Doctor;M.D.= Medicinae doctor;D.C.L.= Civilis Legis Doctor;L.L.D.= Legum Doctor;Dec(ember);De(l)= Delaware;Deut(eronomy);Div.= Divide, Dividend, Division, Divisor;D.Lit(t)= Litterarum Doctor;D(ead)L(etter)O(ffice);Do.= Ditto;Doz(en);On theD(ead)Q(uiet)= in strikt vertrouwen;D.T.= Delirium Tremens;Du(t).= Dutch;D(eo)V(olente);Dwt.= Pennyweight;D.W.T.=D(eclined)W(ith)T(hanks)= beleefd afgewezen (van een bijdrage).

Dab,dab, subst. klompje, vlak, klad; tik, pik; schar (ook allerlei platvisch); meester,kraan;Dabverb. zacht kloppen (met een vochtig of zacht werktuig); pikken; bevuilen; clicheeren; adj. knap:He isa dab at cricket= knap in;Shedabbed ather hair with a brush= ging hier en daar even over;Dabber= hij die clicheert; tampon;Dabster= meester, kraan.

Dabble,dab’l, besprenkelen, bevochtigen, plassen; knoeien, liefhebberen:Hedabbled athis forehead with a pocket-handkerchief;He dabbles inpolitics= liefhebbert in;Dabbler= knoeier, stumper.

Dabchick,dabtšik, pas uitgekomen kuiken; kuifduiker =Dipchick.

Da Capo,dâkâpou, Da Capo.

Dace,deis, serpeling of witvisch.

Dacia,deišə, Dacië;Dacian, Dacisch.

Dacoit,dakôit, bandiet, roover (Brit. Ind.);Dacoitage,Dacoity= rooverij doordacoits.

Dactyl,daktil, dactylus (– ⏑ ⏑); vinger, teen (anatom.);Dactylar,Dactylic,daktilik, uit dactylen bestaande; een dactylische versregel;Dactylioglyph,daktiljəglif, ringgraveur, inschrift;Dactylology,daktilolədži, vingerspraak.

Daddle,dad’l, waggelen.

Dad(dy),dad(i), paatje;Daddy-long-legs,dadiloŋlegz, langpoot mug; hooiwagen; langbeenig mensch.

Dado,deidou,dâdou, vlakke voorzijde van een voetstuk, soort van lambrizeering.

Daedalus,dedəlɐs.

Daffodil,dafədil, affodil. ZieAsphodel.

Daft,daft, subst. bot van geest, dwaas, gek; subst.Daftness.

Dagger,dagə, subst. dolk, kort zwaard, leesteeken (†);Daggerverb. doorsteken:At daggers drawn= klaar om te vechten; op hoogst gespannen voet;Tolook daggers at a person= iemand met zijn blikken doorboren;Tospeak daggers to a person= vlijmscherp toespreken;Dagger-plant= Jucca.

Daggle,dag’l, door het slijk sleepen, door den modder loopen;Daggle-tail= slordevos, =Daggle-tailed= slordig, bevuild.

Dago,deigou, scheldnaam voor elk Spaansch of Portugeesch sprekend matroos.

Dagonet,dagənet.

Daguerreotype,dəgerətaip, subst. daguerreotype;Daguerreotypeverb. daguerreotypeeren.

Dahabeeyah,Dahabieh,dâhâbîə, Egyptisch vaartuig, voornamelijk voor den Nijl.

Dahlia,dâljə,deiljə, dahlia.

Dahomey,dəhoumi.

Daily,deili, subst. dagblad; adj. dagelijksch:Daily News= naam van een Eng. dagblad.

Daimio,daimiou, groote leenheer, vazal van den Mikado (Japan).

Daintiness,deintinəs, fijnheid, verweekelijking, kieskeurigheid, lekkerheid;Dainty,deinti, subst. lekkernij; adj. lekker, kieskeurig, sierlijk, fijngevoelig:My dainty= lieve; ’Don’t be dainty’ = (opschrift op een) slabbetje;Dainty-mouthed= kieskeurig.

Dairy,dêri, subst. melkhuis, melkwinkel;Dairy-farm= melkboerderij;Dairy-house= melkhuis;Dairymaid= melkmeid;Dairyman= melkboer.

Dais,dei-is, estrade, met een troonhemel overdekte troon.

Daisy,deizi, subst. madeliefje; adj. keurig, prima:Daisied meadow= vol madeliefjes;Daisy-cutter= dravend paard, dat zijne pooten niet hoog oplicht;Cricket-bal, die laag over ’t veld vliegt;Daisy-picker; ZieGooseberry-picker.

Dak,dak, brievenpost in Brit. Indië.

Daker,deikə,Dakir, tien stuk of paar;Daker-hen, wachtelkoning.

Dakoit,dakôit=Dacoit.

Dakota,dakoutə; adj.Dakotan.

Dalai Lama,dəlailâmə, opperpriester.

Dale,deil, dal;Dalesman= dalbewoner, vooral op de grens tusschen Engeland en Schotland.

Dalhousie,dalhûzi;Dalkeith,dalkîth.

Dalliance,daliəns, het dartelen, stoeien;Dally= dartelen, beuzelen, treuzelen, talmen.

Dallop,daləp, bosje (gras).

Dalmatia,dalmeišə, Dalmatië;Dalmatian= Dalmatiër, Dalmatisch.

Dalmatic(a),dalmatik(ə), dalmatica.

Dalrymple,dalrimp’l,dalrimp’l;Dalston,dôlst’n.

Daltonian,dôltounj’n, kleurenblinde;Daltonism,dôltənizm, kleurenblindheid.

Dalzel(l),dalzel,deiel;Dalziel,deiel,diel.

Dam,dam, subst. moer, wijfje; dam; sloot (Austr.);Damverb. stuiten, afdammen.

Dam,dam. ZieDawm.

Damage,damidž, subst. schade, nadeel, kosten, averij;Damageverb. beschadigen, schade lijden, toetakelen:What’s the damage?= hoe groot zijn de onkosten, wat ben ik schuldig?Damages= schadevergoeding;Damageable= beschadigbaar;Damaged= beschadigd, bedorven.

Damascene,daməsîn, damasceeren; subst.[130]damastpruim (ookDamask-plum); adj. v. Damascus;Damascusblade= Damascener zwaard.

Damask,daməsk, subst. damast; adj. lichtrood;Damaskverb. bloemen in stoffen werken (damast weven), staal met goud of zilver inleggen, damasceeren;Damask-steel= Damascus-staal;Damaskeen,daməskîn,daməskîn, damasceeren;Damassin,daməsin, damast, met bloemen van goud- en zilverdraad doorweven.

Damboard,damböd, dambord.

Dame,deim, deftige dame, vrouwe, matrone; dorpsschoolmaitres; ouderwetsche bewaarschoolhouderes; deDame, thans deAssistant-Master, by wie(n) deexterneleerlingen (The Oppidans) vanEton Collegein den kost zijn;Dame’s-violet,Dame-wort, nachtviooltje.

Damietta,damietə, Damiette.

Damn,dam, verdoemen, veroordeelen, vloeken:It isnot worth a damn= het is geen lor waard;Damnable= verdoemelijk, vervloekt, kolossaal;Damnation,damneiš’n, subst. verdoeming, verdoemenis; interj. vervloekt;Damnatory= verdoemend, verdoemings …;Damnific= schadelijk;Damnify= schade veroorzaken, beschadigen (Jur.);Damning= verpletterend (bewijs).

Damoclean,daməklîən, van D.:Damoclean sword;Damocles,daməklîz, Damocles.

Damon,deim’n.

Damosel,daməzel. ZieDamsel.

Damp,damp, subst. vochtigheid, nevel, uitwaseming, neerslachtigheid; adj. vochtig, saai, neerslachtig, kil;Dampverb. vochtig maken, verkillen, verzwakken, ontmoedigen, smoren, dempen, dof maken:His presencethrew a damp on our joy= was als een emmer koud water;Dampen= bevochtigen; ontmoedigen;Damper= demper, sleutel (in een kachelpijp), toondemper; ongezuurd brood (Austr.); teleurstelling, ontmoediging:Heputs a damper onevery thing I do or say= hij beneemt me den moed bij;Dampish= eenigszins vochtig; subst.Dampishness;Dampness= vochtigheid.

Dampier,dampî.

Damsel,damz’l, jonge deern, jonkvrouw;Damsel-fly= waterjuffer.

Damson,damz’n, damastpruim:Damson cheese= conserf van deze pruimen.

Dan,dan, Heer:Dan Cupid; Daniel, Dan;From Dan to Beer-sheba(biəšîbə,biɐ̂šibə) = overal, op alle punten.

Danaid,danəid;Danaidean,deinəidiən,danəidiən.

Dance,dâns, subst. dans, bal;Danceverb. dansen, rondspringen; laten dansen:Hedanced attendance on (to)the powerful= liep de groote lui na;Dance of death= doodendans;Heled me a jolly dance= hield me leelijk aan het lijntje;Dancer= danser;Dancing:Dancing-girl= Indische danseres;Dancing-master;Dancing-mistress= balletmeesteres;Dancing-room= danszaal;Dancing-school.

Dandelion,dandelaiən, leeuwetand.

Dander,dandə, subst. toorn; roos (=Dandruff);Danderverb. treuzelen, zeuren, stotteren:He got (had) his dander (dandriff) raised= hij werd woedend.

Dandify,dandifai, zich adoniseeren.

Dandiprat,dandiprat, dreumes.

Dandle,dand’l, liefkoozen, spelen met, laten dansen (op de knie):The motherdandled him to rest.

Dandriff,dandrif,Dandruff,dandrəf, roos.

Dandy,dandi, fat, pronker; soort vaartuig, jolleman op den Ganges; soort palankijn; iets keurigs; adj. fatterig;Dandy-cock(Dandy-hen) = Bantamsche haan (hen);Dandy-horse= ouderwetsche tweewieler;Dandy-rigged= metDandytuig;Dandyish= fatterig.

Dane,dein, Deen:Great Dane= Deensche dog;Danegeld,deingeld, jaarlijksche belasting, in vroeger tijd opgelegd ter verdediging tegen de Denen;Danelagh,deinlôg,Dane law= Deensch recht (9e eeuw), het gebied hiervan.

Dane-wort,deinwɐ̂t, lage vlier, paarsche anemoon.

Danger,deinžə, gevaar;Danger-signal= onveilig sein (bij spoorwegen);Dangerous= gevaarlijk; subst.Dangerousness.

Dangle,daŋg’l, slingeren, bengelen; achterna loopen;Dangler= vrouwengek; sleepsabel.

Dan(iel),dan(j’l).

Danish,deiniš, Deensch(e taal).

Dank,daŋk, subst. vochtigheid; adj. vochtig.

Dantesque,dantesk, in den stijl van Dante, somber, verheven.

Danube,danjûb, Donau;Danubian,dənjûbj’n, Donau - -.

Dap,dap, het aas voorzichtig in ’t water neerlaten.

Daphne,dafni, Daphne; peperboompje.

Dapper,dapə, netjes, wakker, kregel.

Dapple,dap’l, subst. spikkel; adj. gevlekt;Dappleverb. bespikkelen;Dapple-grey= appelgrauw (paard).

Darby,dâbi:Darby and Joan= de Eng. Philemon en Baucis.

Darbies,dâbiz, handboeien.

D’Arblay,dâblei.

Darbyites,dâbiaits, godsdienstige sekte, ookPlymouth Brethrengenoemd.

Dardanelles (The),dâdənelz, de Dardanellen.

Dardania,dâdeinjə, Dardanië;Dardanian.

Dare,dêə, durven, wagen; tarten, uitdagen; leeuweriken onder schot of in ’t net brengen, door ze met behulp van een houten bord met spiegeltjes (a dare) te verblinden:I dare say= ik durf wedden;I daresay,dêəsei, voorwaar;I dare youto do it= tart u;Dare-devil= waaghals; roekeloos;Daring, subst. vermetelheid; adj. onverschrokken, moedig;Darenet, slagnet.

Darg,dâg, subst. dagwerk, dagtaak;Dargverb. een dagtaak verrichten (Schotl.).

Darius,dəraiəs;Darjeeling,dâdžîliŋ.

Dark,dâk, subst. duisterheid, onwetendheid; adj. duister, donker, somber, heimelijk, ontmoedigend, slecht, blind, onzeker, donker uitziend:Dark Ages= Middeleeuwen;Darkblue= de kleur van de studenten van Oxford (Sport);Darkchamber,Darkroom[131](phot.);Dark lantern= dievenlantaarn;After dark= na donker;He ridesa dark horse= hij voert wat in het schild;Then I hadmy dark hour= droevig uur;I fear I shallgo dark= blind worden;I havekept it dark= geheim;He haskept me in the dark= hij heeft mij onwetend gehouden;Darken= verduisteren, verdonkeren, zwart maken, bezoedelen, blind maken, duister worden:You shalldarken my doorsno more= komt me nooit weer over den drempel;Darkish= vrij duister;Darkle= duister worden;Darkling, adj. somber, droevig; adv. in het donker, blindelings;Darkly= in ’t geheim, geheimzinnig;Darkness= duisternis, verborgenheid, blindheid, onwetendheid;Darksome,dâks’m, somber, duister;Darky= zwartje, neger; dievenlantaarn.

Darling,dâliŋ, subst. lieveling:My darling= lieverd; adj. geliefd.

Darn,dân, subst. stop; adj. vervloekt (Amer.);Darnverb. stoppen, mazen:The darnest foolI ever saw= grootste gek;Darner= stopnaald, stopper of stopster;Darning-needle;Darning-yarn.

Darnel,dân’l, dolik.

Dart,dât, subst. pijl, schicht, werpspies; sprong;Dartverb. (een pijl) schieten, (eene lans) werpen, schieten (v. stralen), wegsnellen, losstormen op (at, on):Todart rays.

Darwin,dâwin; adj.Darwinian;Darwinism=Darwinianism.

Dash,daš, subst. slag, schok, stoot, aanval, vlugge beweging, élan, kranigheid, bezieling, geestkracht, streepje (–), drupje;Dashverb. stooten, slaan, te pletter slaan, bespatten, met water werpen, besprenkelen, vermengen, bederven, een streep halen door, teleurstellen, snel bewegen:Dash of the pen= pennestreek;Adash of romance= tintje;Adash under the word= streep;Amorning dashthrough the Park= morgenritje;At first dash= op het eerste gezicht;He wantedto cut a dash (figure),and lived above his income= wou bluf slaan;I got a dash of German= een hap en een snap;Idashed athim= vloog op hem aan;Idashedthis paperoffin two hours’ time= ik heb dit artikel in twee uur op het papier gegooid;Idashed it out= ik streek het uit;Dash it= wat duivel!Dash-board,dašböd, spatbord (vooraan een rijtuig);Dasher= schepbord, stamper; fat;Dashing= kranig, flink, voornaam, zwierig;Dashy= opzichtig, fijn gekleed.

Dastard,dastəd, bloodaard, lafaard;Dastardliness= lafhartigheid, blooheid; adj.Dastardly.

Datary,deitəri, hoofd van deDataria= afdeeling der pauselijke kanselarij voor de uitvaardiging van bullen.

Date,deit, subst. dadel; datum, dagteekening, duur, tijd;Dateverb. dateeren, vaststellen, rekenen; beginnen (from):That isout of date,up to date= uit den tijd, op de hoogte van den tijd;He wrote to meunder date Oct. 2;To date= totnutoe;Dateless= zonder datum;Date-palm.

Dative,deitiv, dativus.

Datum,deit’m(Mv.Data,deitə), het gegevene, een gegeven.

Daub,dôb, subst. gemeene kalk, smeer, kladschilderij;Daubverb. besmeren, bekladden, kladschilderen, vermommen, smakeloos opsieren, grof vleien;Dauber= knoeier, kladschilder; grove vleier;Daubery= knoeierij (in de kunst); valsch voorwendsel;Dauby,dôbi, kleverig, lijmerig.

Daughter,dôtə, dochter;Daughter-in-law= schoondochter;Daughter of Heth= zedelooze vrouw (Gen. XXVII, 46).

Daunt,dânt,dônt, schrik inboezemen, ontmoedigen;Dauntless= onbevreesd; subst.Dauntlessness.

Dauphin,dôfin, dauphin;Dauphiness;Dauphiny= Dauphiné.

Davenant,davən’nt;Davenport,dav’npöt, kleine (dames)schrijftafel;Daventry,dav’ntri;David,deivid;Davis,deivis;Davison,deivis’n.

Davits,deivits, davits (scheepst.).

Davy Jones,deividžounz, de booze geest der zee:Togo to Davy Jones’s LockerofDavy’s Locker= “voor de haaien” zijn.

Davy-lamp,deivilamp, daviaan, veiligheidslamp (mijnwerkers).

Daw,dô, (kerk)kauw; leeghoofd.

Dawdle,dôd’l, beuzelen, verbeuzelen, zeuren:She isa regular dawdle(r)= echte zeur.

Dawk,dôk, subst. inkeping; wisselplaats voor dragers; posthuis (Brit. Ind.);Dawkverb. eene inkeping maken.

Dawm,dôm, Indische munt: 1⁄40 ropij.

Dawn,dôn, subst. dageraad;Dawnverb. licht worden, dagen, aanbreken:At dawn of day= bij het aanbreken van den dag;It dawned upon me= er ging me een licht op, ’t werd me bewust;Dawning= dageraad; flauw idee.

Day,dei, dag, daglicht, strijd, overwinning:Day by day= dag aan dag;A day to order= uitgezochte;All day (long)= den geheelen dag;Every day= alle dagen;Every other day= om den anderen dag;One day= op een dag;One of these days= een dezer dagen;This day fortnight, sennight= vandaag over veertien, acht dagen;For ever and a day= voor eeuwig;To-day= vandaag;These systemshave had their day= hun tijd;Welost the day= den slag;The emperorwon the day= behaalde de overwinning;A day’s march;A several day’s journey;Day of grace= dag der genade;Days of grace= respijtdagen;Day-bed= rustbank, sofa;Day-blush= dageraad;Day-boarder= scholier in den halven kost;Daybook= journaal;Daybreak= het dagen;Day-coal= bovenste kolenlaag;Day-dream= mijmering, luchtkasteel;Day-fly= eendagsvlieg;Day-labourer= daglooner;Daylight;Day-scholar= externe;Day-room= zitkamer, huiskamer;Daysman= scheidsrechter (Job. IX 33);Dayspring= dageraad;Day-star= morgenster;Day-ticket= dagkaart;In the day-time= overdag;Day-wearied= vermoeid van het dagwerk;Daywork= dagwerk;Day’s-work= bestek (zeeterm).

Daze,deiz, subst. verdooving, verwarring, verblinding, verstijving; mica;Dazeverb. verblinden,[132]verdooven, verstijven, verwarren;Dazzle,daz’l, subst. schittering;Dazeverb. verblinden, verwarren, verbijsteren.

Deacon,dîk’n, diaken (in de Apostolische kerk); geestelijke (ordained, i.e.in Holy Orders), die van altaardienst en het toedienen der sacramenten is uitgesloten (Engelsche kerk);Deaconess= diacones;Deaconry=Deaconship= ambt van een deacon.

Dead,ded, dood, levenloos, doodsch, dof, mat, ongevoelig, diep, pikdonker, beslist, volstrekt, waardeloos, onbestelbaar, verschaald, blind, somber:He is a dead man= een man des doods;Just dead= pas gestorven;Dead and gone= gestorven, al lang begraven;He wasdead of small-pox= gestorven aan;At dead of night= in het holle van den nacht;In the dead of winter= in het hartje;The bookfell dead-bornfrom the press= werd doodgezwegen;Tostop dead(=Tocome to a dead stop) = plotseling blijven staan (steken);The wind wasdead againstus= vlak tegen;(He is) dead-alive= levend dood; uiterst vervelend; dom (Slang);I had it adead bargain= spotgoedkoop;Dead-beat= doodop;Dead-broken= geruineerd;The wind fella dead calm= het werd bladstil;Dead capital= renteloos kapitaal;Dead certain= beslist zeker;Dead colour(ing)= doodverf, grondeering;Dead copper= dof koper;Dead drunk= stomdronken;It was adead failure= het mislukte totaal;He went off (into)a dead faint,fainted dead away= viel geheel van zich zelf (in zwijm);Dead head= bezitter van een vrijbiljet voor een schouwburg (stoomboot) (Amer.);The race wasa dead heat= kamp;Dead horse= vooruit betaald werk;The actor wasdead letter-perfect= volkomen rolvast;Dead letter= onbestelbare brief;The country isa dead level= volkomen vlak;Dead lift= zware last;Dead-lights= luiken; phosphorisch lichten van doode visch;We have himat a dead-lock= in onze macht, tot staan, vastgezet;Things have come to(are at) a dead-lock= de zaken (vooral politieke) zitten vast, ze kunnen niet vooruit;Dead in love= smoorlijk verliefd;The band playedthe dead-marchin Saul= demarche funèbreuit Saulus;How manydead mendid you count?= ledige flesschen;Dead on end= in tegengestelden koers;Dead-reckoning= raming; gegist bestek;TheDead Sea= de Doode Zee;A dead security= waarborg van geen waarde (bijv.stilstaande fabriek);The dog madedead-sets at me= venijnige aanvallen;He isa dead shot= schiet nooit mis;We werein a dead stand= in groote verlegenheid;Imade a dead stand againsthim= ik verzette mij krachtdadig tegen hem;Dead stock= renteloos kapitaal;Itcame to a dead stop= hield in eens op;Dead-struck= doodelijk getroffen; vervuld van afgrijzen;Dead wall= blinde muur;Dead-water= kielwater;Dead-weight= doode last; zwaar gewicht, ballast; renteloos kapitaal; voorschot van de Engelsche bank aan officieren, die op non-actief, of gepensionneerd zijn;Deads= uitgeworpen gesteente bij het graven;Deaden= verzwakken, verminderen, verstompen, verdooven, doen verschalen, den glans ontnemen;Deadlihood= de staat der dooden;Deadliness= doodelijkheid, gevaarlijkheid;Deadly= doodelijk, vergiftig, vreeselijk:Deadly nightshade= belladonna;Deadly sin= doodzonde.

Deaf,def, doof, onoplettend, zonder pit of kern:He isdeaf-and-dumb= doofstom;Deaf-mute= doofstomme;Deaf of an ear= doof aan één oor;Deaf to prayers= doof voor;I amdeaf with the noise= doof van het lawaai;Deafen= verdooven, doof maken:The floor was deafened= ondoordringbaar gemaakt voor geluid.

Deal,dîl, subst. hoeveelheid, handel; het geven (bij het kaarten), deel (hout);Dealverb. verdeelen, geven (van kaarten), toebrengen, handelen, zich gedragen, behandelen, te doen hebben, bestrijden:White deal= vurenhout;Red deal= grenenhout;A deal= een hoop;A great (good) deal of money(slechts voor enkelv. woorden) = zeer veel;The deal is with me,I have the deal,I have to deal= ik moet geven;To make a deal= eene overeenkomst aangaan (Amer.);What shop does hedeal at?= waar koopt hij zijne waren;Deal byothers as you wish to bedealt by= behandel anderen zooals gij wenscht behandeld te worden;Hedeals inwines and spirits= handelt in;He has troublesome customersto deal with= hij heeft met lastige klanten te doen;I deal with him= ben bij hem in den winkel;Deal-box= spanen doos;Dealer= koopman, handelaar;Dealing= omgang, verkeer, handeling.

Dean,dîn, deken, hoofd van een domkapittel (Engelsche kerk);Dean and chapter= domkapittel;Rural dean= geestelijk hoofd van eenige plattelandsgemeenten;Deanery= waardigheid, huis- of rechtsgebied van eenDeanship= ambt van een Dean.

Dear,dîə, duur, dierbaar, geliefd:Oh dear!= hemeltjelief!Dear me= Goede Genade;There’s a dear= dan ben je een beste;My dear= lieve (ook mv.dears);M. is such a dear= zoo’n snoes;Dear-bought= duurgekocht;Dearly= innig, dolgraag:I should havedearlyliked to go there= had er dolgraag heen gewild;Dearness= duurte, kostbaarheid; innigheid;Dearth,dɐ̂th, schaarschte, gebrek, hongersnood, armoede;Deary= lieveling, schat.

Death,deth, de dood, sterfgeval, holle of hartje (van winter of nacht):Tobore to death= doodelijk vervelen;To do to death= dooden; overdrijven;Todrink oneself to death= doodzuipen;Frightened to death,Frozen to death= doodelijk geschrokken, dood gevroren;Toput to death= ter dood brengen;Toride a free (willing) horse to death= misbruik maken van iemands goedheid;Tobe in at the death= tegenwoordig zijn bij het dooden van den vos; ookfig.: bij de tragische ontknooping;You will bethe death of me= je zult nog mijn dood zijn, ik zal het besterven (ook van lachen);It waswar to the deathwith[133]Germany= het was oorlog op leven en dood met Duitschland;Death when it comes, will have no denial;Death is deaf, and hears no denial= tegen den dood is geen kruid gewassen;One man’s breath is another man’s death= den eene zijn dood is den ander zijn brood;Death devours lambs as well as sheep= de dood maakt geen onderscheid;Death keeps no calendar= de dood komt als een dief in den nacht;Death-bed;Death-bell;Death-blow= doodelijke slag, genadeslag;Death-duties= successierechten;Death-hurt= doodelijke wonde;Death-rates= sterftecijfers;Death-rattle= gerochel;I have beenat death’s doorseveral times= ben er na “aan toe” geweest;Death’s head= doodskop;Deathsman= beul;Death-stroke= doodelijke slag;Death-struggle,Death-throe= doodstrijd;Deathtrap= valluik voor een gevangene, gevaarlijke plaats;Death-warrant= bevelschrift tot terdoodbrenging;Death-watch= doodkloppertje (een houtkevertje, welks getik eertijds geacht werd een zeker voorteeken van een sterfgeval te zijn);Deathful= doodelijk:Deathless= onsterfelijk;Deathlike= als dood, doodelijk;Deathly sick= doodziek.

Debacle,dibak’l,dibeik’l, ijsgang, moddervloed, algemeene vlucht, ondergang, val.

Debar,dibâ, uitsluiten, den toegang beletten.

Debark,dibâk, ontschepen, aan wal gaan; subst.Debarkation.

Debase,dibeis, vernederen, verlagen; vervalschen; onteeren; subst.Debasement;Debaser.

Debatable,dibeitəb’l, betwistbaar;Debate,dibeit, subst. debat, woordenstrijd;Debatableverb. debatteeren, nadenken over (on, upon), behandelen;Debating-Society= dispuut- of debatteercollege.

Debauch,dibôtš, subst. ongebondenheid, losbandigheid; roes;Debauchverb. bederven, verleiden, demoraliseeren; losbandig zijn;Debauchedness= liederlijkheid;Debauchee,debôšî, lichtmis;Debaucher= verleider;Debauchery= losbandigheid, verleiding.

Debenture,dibentjə, obligatie (=Debenture Bond); betalingsmandaat; mandaat door de douane uitgegeven voor in- of uitvoerrechten, die men terugkrijgt:Debenture holder= obligatiehouder;Registered debentures= obligatiën op naam;Debentured goods, goederen waarvoor men de betaalde rechten terugkrijgt.

Debilitate,dibiliteit, verzwakken;Debilitation= verzwakking;Debility= zwakheid.

Debit,debit, subst. debet, debetzijde;Debitverb. debiteeren:To the debit of= ten laste van;No one could be credited ordebited withany knowledge of it= men kon niemand de eer of de schande geven, dat hij er iets van wist.

Debonair,debənêə, beleefd, inschikkelijk.

Deborah,debərə.

Debouch,dibûš, deboucheeren (van een leger), uitloopen:The new street is todebouch into the Strand= zal op hetStranduitkomen; subst.Debouchment.

Debris,debrî,deibri,debri, overblijfselen, wrak, overschot.

Debt,det, schuld:An action of debt= schuldvordering;Debt on call= opzegbare schuld;Youare in my debt,head over ears in debt= bij mij in de schuld, tot over de ooren in de schuld;Topay the debtof nature= tol der natuur;Torunintodebt= schulden maken:Debtor,detə, schuldenaar, debiteur;Debtor-side= debetzijde.

Debut,Fr. uitspr., eerste optreden, begin;Debutant(e)(Fr. uitspr.) = debutant(e).

Decachord,dekəköd, ouderwetsche 10-snarige harp.

Decade,dekəd, tiental (van jaren, etc.).

Decadence, Decadency,dekədəns(i),dikeid’ns(i), verval;Decadent= decadent.

Decagon,dekəgon, tienhoek.

Decahedral,dekəhîdr’l, tienvlakkig (-zijdig);Decahedron= tienvlak.

Decalcomania,dikalkəmeinjə, het decalqueeren.

Decalogue,dekəlog, decalogus, de tien geboden.

Decameron,dikaməron, Decamerone.

Decamp,dikamp, opbreken, heengaan; uitsnijden.

Decanal,dekən’l, tot eeneDean(ery)behoorend.

Decangular,dikaŋgjulə, tienhoekig.

Decant,dikant, zacht òvergieten; klaren; subst.Decantation;Decanter,dikantə, wijnkaraf.

Decapitate,dikapiteit, onthoofden; ontslaan (Amer.); subst.Decapitation.

Decapod,dekəpod, tienpootig:Decapods=Decapoda,dikapədə, de tienpootigen.

Decarbonization,dikâbən(a)izeiš’n, ontkoling =Decarburization;Decarbonize,dikâbənaiz, ontkolen =Decarburize.

Decastich,dekəstik, tienregelig gedicht.

Decasyllable,dekəsiləb’l, woord van tien lettergrepen; adj.Decasyllabic.

Decay,dikei, subst. verval, vergaan, verwelken;Decayverb. vervallen; vergaan, verwelken:Tofall (go) to (into) decay= in verval geraken, te gronde gaan;A decayed tradesman= achteruitgegaan;What’s put away will soon decay= rust roest;Decayedness= toestand van verval.

Decease,disîs, subst. dood, overlijden;Deceaseverb. sterven:The deceased= de overledene(n).

Deceit,disît, bedrog, begoocheling;Deceitful= bedriegelijk, listig; subst.Deceitfulness;Deceivable,disîvəb’l, (licht) te bedriegen; subst.Deceivableness;Deceive,disîv, misleiden, bedriegen, teleurstellen;Deceiver= bedrieger.

December,disembə, December;Decemberly= winterachtig.

Decemvir,disemvɐ̂, Tienman (Rome); Mv.Decemviri,disemvirai; adj.Decemviral;Decemvirate= decemviraat.

Decency,dîs’nsi, welvoegelijkheid.

Decennary,disenəri, decennium;Decennial= decennaal.

Decent,dîsən’t, welvoegelijk, betamelijk; voldoende, behoorlijk.

Decentralization,disentrəlaizeiš’n, decentralisatie;Decentralizationverb.Decentralize.

Deception,disepš’n, subst. bedrog, misleiding;Deceptive= bedriegelijk; subst.Deceptiveness.

Deciare,dešiâ, deciare (=107,641 square feet).[134]

Decide,disaid, beslissen, bepalen, overhalen, doen besluiten:Hedecided meto go there= kreeg er mij toe;Decidedly true= bepaald waar.

Deciduous,disidjuəs, vergankelijk, uit- of afvallend; subst.Deciduousness.

Decigram(me),desigram;Decilitre,desilîtə;Decimal,desim’l, subst. tiendeelige breuk; adj. decimaal:To calculateto five places (points) of decimals;Decimal fraction= tiendeelige breuk;Decimal six= nul komma zes = 0,6;Decimate,desimeit, door tien deelen, den tienden man dooden, in grooten getale ombrengen; subst.Decimation;Decimetre,desimîtə.

Decipher,disaifə, ontcijferen, ontwarren;Decipherable= ontcijferbaar;Decipherer.

Decision,disiž’n, beslissing, uitslag, beslistheid;Decisive,disaisiv, beslissend, afdoend:Decisionness= vastberadenheid.

Deck,dek, subst. dek; kaartspel (Amer.);Deckverb. tooien, versieren, bedekken, van een dek voorzien:The decks were cleared= alles werd in orde gebracht, tot den strijd voorbereid;Have youswept the decks= hebt gij den inzet (den pot) gewonnen, het dek schoongeveegd (fig.);Decked out= getooid;Deck-chair= rieten dekstoel;Deck-passenger.

Declaim,dikleim, voordragen, declameeren; uitvaren:He declaimed againstsuch measures= liet krachtig zijne stem hooren tegen;Declaimer= declamator;Declamation= redevoering, voordracht, hoogdravende rede;Declamatory= gezwollen, hoogdravend.

Declaration,dekləreiš’n, verklaring, aangifte, aanklacht; adj.Declarative;To be declaratory of= bevestigen;Declare,diklêə, verklaren, verzekeren, bekend maken, aangeven, constateeren:I declare= ik moet zeggen;The result was declaredas follows= bekend gemaakt;He declared himself to her= deed haar eene liefdesverklaring;He had not yet declared himself= nog geen partij gekozen;His name was declared at the Exchange= werd aangeslagen op de beurs als failliet;Anything to declare?= iets te declareeren;I havedeclaredthe contractoff= ik heb verklaard, niet te willen voortzetten;Declared= openlijk;Declarer.

Declassed,diklâst, uitgestooten.

Declension,diklenš’n, verval, afdaling, vermindering, afwijking, verbuiging; bedanken (Amer.).

Declinable,diklainəb’l, verbuigbaar;Declinate,deklineit, naar beneden gebogen, met een bocht;Declination= neerbuiging, verval, achteruitgang, helling, declinatie, afwijking:Declination of the needle (compass);Declinator= afwijkingsmeter;Declinatory= weigerend, afwijzend;Declinature= bestrijding van de competentie van een hof (Schotl.).

Decline,diklain, subst. afneming, verval, vermindering, uittering;Declineverb. afwijken, verbuigen, neerbuigen, bukken, weigeren, vervallen, uitteren, ten einde loopen, afwijzen:Togo into a decline= uitteren;He ison the decline= gaat achteruit;Prices are declining= gaan achteruit;Declining age= hooge ouderdom.

Declivity,dikliviti, helling, glooiing, schuinte;Declivitous= schuin, hellend =Declivous.

Decoct,dikokt, afkoken, uittrekken; subst.Decoction.

Decollate,dikoleit, onthalzen;Decollationof St. John= 29 Aug.

Decolo(u)r(ize),dikɐlə(raiz), bleeken,Decolorant,dikɐlər’nt, bleekmiddel;Decoloration= bleeken, kleurloosheid.

Decompose,dîk’mpouz, ontbinden, oplossen, ontleden;Decomposite,Decomposite, veelvoudig samengesteld;Decomposition= ontbinding.

Decompound,dik’mpaund, veelvoudig samenstellen of verbinden; ook adj.:A decompound leaf, flower= een dubbel blad, dubbele bloem.

Decorate,dekəreit, versieren, optooien;Decoration,dekəreiš’n, versiering, sieraad, decoratie:Decoration day= 30 Mei (in Amerika), bestemd tot versiering van de graven der in den burgeroorlog gesneuvelden (1861–1865);Decorative= versierend, verfraaiend;Decorator= versierder, (decoratie)schilder.

Decorous,dikôrəs,dekərɐs, gepast, welvoegelijk; subst.Decorousness;Decorum,dikôr’m, welvoegelijkheid, decorum.

Decoy,dikôi, subst. lokmiddel, aas, krijgslist; lokeend, eendenkooi;Decoyverb. verlokken, verleiden;Decoy-duck;Decoy-man= kooiker.

Decrease,dikrîs,dîkrîs, subst. afneming, vermindering, het vallen (van het water);Decreaseverb. dikrîs, verminderen, (langzaam) afnemen.

Decree,dikrî, subst. decreet, verordening, voorschrift; gebod, rechterlijke beslissing;Decreeverb. bepalen, vaststellen, beslissen, decreteeren:Decree nisi,naisai, voorwaardelijke beslissing (geldig zoolang geen nieuw feit hiermee in strijd blijkt te zijn);To decree levies= lichtingen uitschrijven.

Decrement,dekrim’nt, achteruitgang, vermindering.

Decrepit,dikrepit, afgeleefd, gebrekkig.

Decrepitate,dikrepiteit, calcineeren van zouten; subst.Decrepitation.

Decrepitude,dikrepitjûd, afgeleefdheid, gebrekkigheid.

Decrescent,dikres’nt, afnemend;Decrescendo,dikrəšendou, decrescendo (Muz.).

Decretal,dikrît’l, subst. bevel (vooral pauselijk); adj. tot een decreet behoorend.

Decrier,dikraiə, hij diedecries;Decry,dikrai, laken, in discrediet brengen.

Decumb,dikɐmb, gaan liggen;Decumbence= liggende houding;Decumbent= liggend, bedlegerig.

Decuple,dekjup’l, subst. tienvoud; adj. tienvoudig;Decupleverb. vertienvoudigen.

Decurrent,dikɐr’nt, afloopend;Decursive,dikɐ̂siv, afloopend.

Decussate,dikɐsit, kruisstandig;Decussateverb.dikɐseit,dekəseit= kruiselings snijden.

Dedicate,dedikit, adj. toegewijd;Dedicateverb.dedikeit, toewijden, opdragen, wijden;Dedicatee= wien een werk wordt opgedragen;Dedication= toewijding, opdracht;Dedicator= die opdraagt;Dedicatory= bij wijze van opdracht.[135]

Deduce,didjûs, afleiden, opmaken (uit);Deducement= gevolg;Deducible= af te leiden uit (from).

Deduct,didàkt, aftrekken, afnemen, wegleiden:Charges deducted= na aftrek van kosten;Deduction= vermindering, afneming, gevolgtrekking;The deductive method= de deductieve methode.

Deed,dîd, subst. daad, feit, handeling, akte;Deedverb. bij akte overdragen (Amer.):Deed of gift= schenkingsakte;Deed of partnership= acte v. vennootschap;Deed of sale= koopakte;Deed of trust= volmacht;He wascaught in the very deed= op heeterdaad;Deed-poll= hoofdelijke akte (tegenover de dubbele), omdat ééne der partijen ze maakt;Deedy= ijverig, knap.

Deem,dîm, oordeelen, denken:Hedeemed it an honour= achtte het eene eer.

Deemster,dîmstə, titel van de 2justicesop het eilandMan.

Deep,dîp, subst. diepte, zee; adj. diep, diepzinnig, verdiept, laag, achteraf, verborgen, geheim, doordringend, ernstig, zwaar, hoog, donker, sluw:He isa deep one= een slimmerd;Of adeep blue (colour)= donkerblauw;They havedrunk deep= zwaar gedronken;Helied deep= loog schandelijk;Toplay deep= hoog spelen;Adeeply-bittensketch of the city of L.= een scherpe (scherp gelijnde) schets;Thedeep-mouthed thunder= krachtige en holklinkende;Deep-readin the classics= zeer belezen;Thedeep-sea water= het water der zee op meer dan 200 vademen diepte;Deep-set= diepliggend;Deep-tonedinstruments= zwaar (plechtig) klinkende;Deepen= verdiepen, donkerder (sterker) worden of maken;Deepmost= diepste, verste;Deepness= scherpzinnigheid, sluwheid.

Deer,dîə, hert; goedje:The small deer= het kleine grut;Deermouse= eekhorentje (Canada);Deer-neck= dunne, slecht gevormde nek (van een paard);Deer-stalker= hertenjager; laag hoofddeksel (soms met oorkleppen) door deze jagers gedragen;Deer-stalking,stôkiŋ, jacht op herten (door ze te besluipen).

Deface,difeis, schenden, misvormen, doorhalen, uit het veld slaan; bekrassen of beschrijven van muren, etc.; subst.Defacement.

Defalcate,difalkeit, snoeien (van geld), verminderen, korten; verduisteren;Defalcation= verkorting, verduistering, besnoeiing;Defalcator,Defalcator= verduisteraar.

Defamation,defəmeiš’n, laster, eerrooving; adj.Defamatory;Defame,difeim, lasteren, eerrooven.

Default,difôlt, subst. gebrek, verzuim, verwaarloozing, in gebreke blijven, nietverschijning (voor de rechtbank);Defaultverb. bij verstek veroordeelen, niet voldoen aan (een contract, eene belofte, etc.):Judgment by default= veroordeeling bij verstek;Togo by default= bij verstek veroordeelen; door afwezigheid van een der partijen niet doorgaan;Hemade (a) default= hij verscheen niet;Tosuffer a default= verstek laten gaan;In default of= bij gebreke van:A fine of £ 3, or seven days’ imprisonmentin default= subsidiair 7 dagen gevang.;Defaulter= woordbreker, misdadiger, wanbetaler.

Defeasance,difîz’ns, nietigverklaring, vernietiging, opheffing;Defeasanced= vernietigbaar =Defeasible.

Defeat,difît, subst. nederlaag, verijdeling, vernietiging, berooving, ongeldig verklaring;Defeatverb. verslaan, verijdelen, van nul en geener waarde maken; berooven.

Defecate,defikit, adj. gezuiverd;Defecateverb.defikeit, zuiveren, klaren; subst.Defecation.

Defect,difekt, gebrek, onvolkomenheid;Defection= afval, afvalligheid;Defective= gebrekkig; subst.Defectiveness.

Defence,difens, verdediging, versterking, verdedigingswerk, bescherming:Line of defence= verdedigingslinie;Defenceless= weerloos; subst.Defencelessness.

Defend,difend, verdedigen, beschermen:We defended ourselves againstthe enemy= verdedigden ons tegen;Todefend oneself from reports= tegen praatjes;Defend me frommy enemies= bewaar mij voor;Defendable= verdedigbaar;Defendant= beklaagde, gedaagde;Defender= verdediger:Defender of the Faith= titel van Eng. vorsten sedert Hendrik VIII (1521);Defense=Defence;Defensibility= verdedigbaarheid;Defensible= houdbaar;Defensive= verdedigend, verwerend:Toact (be, stand) on the defensive= een verdedigende houding aannemen;Defensor= verdediger, beschermer;Defensory= verdedigend.

Defer,difɐ̂, uitstellen, talmen; zich onderwerpen aan; verwijzen:Idefer to your opinion= onderwerp mij aan;Idefer to the sixth example= verwijs naar;Deferred bonds= obligaties recht gevend op stijgenden interest (tot bepaalde hoogte) in welk geval ze geconverteerd of totactive bondsworden;Deference,defərens, eerbied, onderwerping, eerbiediging;Deferent,defərent, geleidend; subst. geleider, overbrenger:The air is a deferent of sound= klankgeleider;Deferential, eerbiedig;Deferrer= uitsteller.

Defiance,difai’ns, uitdaging, uittarting:In (flat) defiance of all rules= trots alle regelen;Hebears (bids) defiance tothem all= tart ze allen;Hesetall the rulesat defiance= hij zondigde tegen al de regels;Defiant= trotseerend, tartend.

Deficience,Deficiency,difiš’ns(i), gebrek, tekort, deficit, onvolkomenheid:Deficiency Bills= voorschot door deBank of Englandaan de regeering, ter inlossing der coupons;Tomake up for(tosupply) a deficiency = voorzien in een gebrek;Deficient:He isdeficient inthat quality= hem ontbreekt, hij schiet te kort in …:Mentally deficient= zwakzinnigen;Deficit,defisit,dîfisit, deficit.


Back to IndexNext