Defile,difail, subst. engte, pas, défilé;Defileverb. defileeren; bevuilen, verontreinigen, bezoedelen; subst.Defilement;Defiler= ontwijder, schender.Definable,difainəb’l, te bepalen of begrenzen;Define,difain, bepalen, beperken, uitleggen, beschrijven;Definite,definit, bepaald, begrensd; subst.Definiteness;Definition[136]= bepaling, omschrijving, beschrijving;Definitive, subst. bepalend woord (b.v. een adjectief); adj. beslissend, afdoend; subst.Definitiveness.Deflagrate,defləgreit, verbranden; subst.Deflagration.Deflate,difleit, gas of lucht uitlaten.Deflect,diflekt, afbuigen, afwijken;Deflection=Deflexion, afwijking, afdrijving (v. een schip).Defloration,dîfloreiš’n,defloreiš’n, verkrachting;Deflour,Deflower,diflauə, onteeren, schenden;Deflourer= verkrachter.Defluxion,diflɐkš’n, ontsteking, catarrh.Defoe,dəfou.Deforest,diforəst, ontwouden.Deform,diföm, misvormen;Deformation= mismaking;Deformed= mismaakt; subst.Deformedness;Deformity= wanstaltigheid, mismaaktheid.Defraud,difrôd, onrechtmatig onthouden, bedriegen, beetnemen;Defrauder= bedrieger, smokkelaar.Defray,difrei, betalen, afbetalen, vereffenen:Hedefrayed our expenses= hield ons vrij; subst.Defrayment.Deft,deft, vlug, vaardig, handig; subst.Deftness.Defunct,difɐŋkt, overleden(e).Defy,difai, uitdagen, tarten, trotseeren:It defies description= gaat alle beschrijving te boven. ZieDefiance.Degeneracy,didženərəsi, ontaarding;Degenerate, adj. ontaard, laag; subst, gedegenereerde;Degenerateverb. ontaarden;Degeneration= ontaarding.Deglutinate,diglûtineit, losmaken (wat gelijmd is).Deglutition,deglutitiš’n,dîglutiš’n, slikken.Degradation,degrədeiš’n, dégradatie, afzetting, vernedering, vermindering;—verb.Degrade,digreid;Degrading= onteerend.Degree,digrî, subst. graad, rang, waardigheid, verwantschap, stand:Hetook his degree= promoveerde;By degrees= trapsgewijze, langzamerhand;Personsin their degree= van hun stand;In a degree= tot op zekere hoogte, in zekeren zin;In no degree= geenszins;In some degree= eenigszins; eenigermate;To a degree= in hoogen graad, buitenmate;Honorary degree= doctorstitelhonoris causa;Degree-day= promotiedag;Degree-title= academ. graad.Dehisce,dihis, openspringen; adj.Dehiscent; subst.Dehiscence.Dehort,dihöt, afraden; adj.Dehortatory.Deicide,dîisaid, Christusmoord, Christusmoordenaar.Deific(al),dîifik’(l), vergoddelijkend;Deification= vergoddelijking, apotheose;Deifier= vergoder;Deiform= van goddelijken vorm;Deify,dîifai, vergoden, vergoddelijken.Deign,dein, zich verwaardigen, toestaan.Dei gratia,dî-ai greišiə, van Gods genade.Deil,dîl,dil, duivel (Schotsch).Deism,dîizm, deïsme;Deist= deïst; adj.Deistic(al);Deity,dîiti, Godheid.Deject,didžekt, adj. terneergeslagen (=Dejected), ontmoedigd;Dejectverb. ontmoedigen, neerslachtig maken;Dejectedness=Dejection= neerslachtigheid, moedeloosheid;Dejectory= ontmoedigend, afdrijvend.Delactation,dîlakteiš’n, het spenen.Delany,dileini,deləni.Delate,dileit, aangeven, aanklagen; subst.Delation:Espionage and delation;Delator= verklikker.Delay,dilei, subst. uitstel, vertraging;Delayverb. uitstellen, rekken, uitstel geven; zich laten wachten, aarzelen, belemmeren:All is not lost that is delayed= uitstel is geen afstel;Delayer= uitsteller; reden van uitstel.Del credere,delkredərə, delcredere.Dele,dîli, subst. uitschrappingsteeken;Deleverb. uitschrappen, wegnemen;Deleble,delib’l, uitwischbaar.Delectable,dilektəb’l, verrukkelijk, lekker; subst.Delectableness;Delectation= genot.Delegate,deləgit, subst. gevolmachtigde, afgevaardigde; adj. gevolmachtigd;Delegateverb. (deləgeit) volmacht geven, toevertrouwen, afvaardigen;Delegation= afvaardiging, opdracht, deputatie.Delete,dilît, uitwisschen, doorhalen.Deleterious,dîlətîriəs, vergiftig, schadelijk.Deletion,dilîš’n, subst. ZieDelete.Delf,delf, Delftsch aardewerk =Delft ware.Delhi,deli, Delhi.Delian,dîliən, uit Delos.Deliberate,dilibərit, adj. bedaard, overleggend, opzettelijk;Deliberateverb. (dilibəreit) overwegen, beraadslagen; subst.Deliberateness;It wastaken into deliberation= het werd in overweging genomen;Deliberative,dilibərətiv, overleggend.Delicacy,delikəsi, fijnheid, keurigheid, teerheid; heerlijkheid, lekkernij; zwakheid;Delicate,delikit, fijn, teer, lekker, voorzichtig, kiesch, kieskeurig, fijngevoelig, zwak; subst.Delicateness;Delicious,dilišəs, heerlijk; subst.Deliciousness.Delict,dilikt, delict.Delight,dilait, subst. genot, wellust, verrukking;Delightverb. verrukken, streelen; behagen scheppen in, verheugd zijn over:Tohave (take) delight in= behagen scheppen in;I amdelighted with it= ik ben er verrukt mee, over;Delightful= verrukkelijk; subst.Delightfulness.Delimit,dilimit, afperken, de grenzen vaststellen;Delimitation= vaststelling (der gr.).Delineate,dilinieit, schetsen, ontwerpen, beschrijven; subst.Delineation;Delineator= schetser, enz.Delinquency,diliŋkw’nsi, misdrijf, misdaad, plichtverzuim;Delinquent,diliŋkw’nt, subst. schuldige; adj. schuldig.Deliquesce,delikwes, smelten of oplossen door vochtopneming; subst.Deliquescence; adj.Deliquescent.Delirious,diliriəs, ijlhoofdig, dol van (=with):Tobe delirious= ijlen; subst.Deliriousness;Delirium= delirium:In a delirium of drink;Delirium tremens= dronkaardswaanzin.Delitescence,delites’ns, verborgenheid; plotseling verdwijnen van gezwel of ontsteking; adj.Delitescent.Deliver,dilivə, verlossen, bevrijden, overbrengen,[137]leveren, in-, op-, uitleveren, bestellen, overgeven, uitspreken:Todeliver a message= overbrengen;Tobe delivered in 8 days, at B= te leveren;To be delivered immediately= in handen (op brieven);She was-ed ofa boy= beviel van een jongen;Delivered inmy trust= mij toevertrouwd;The fortress wasdelivered up (over)= overgegeven;Hedelivered himself up= gaf zich in handen der politie;Deliverable= te leveren;Deliverance= bevrijding, beslissing, vrijspreking;Deliverer= verlosser, overbrenger;Delivery,diliv’ri, verlossing, bevrijding, uitspraak, (wijze van) voordracht, levering, bestelling;Delivery-pipe= afvoerpijp;Delivery-window= loket.Dell,del, nauw dal.Deliac,dîliək, uit Delos; artistieke vaas;Delos,dîlos;Delphian,delfiən,Delphic,delfik, Delphisch, raadselachtig.Delphin(e),delfin, dendauphinbetreffend:Delphin classics= de voor het gebruik van denDauphin(zoon van Lod. XIV) bestemde uitgaven der klassieken;Delphine,delfin, tot de dolfijnen behoorend.Delta,deltə, de Grieksche D = Δ; delta;Delta-leaved= met Δ-vormige bladeren;Deltaic,delteiik, Delta …;Deltification= deltavorming;Deltoid,deltôid, deltavormig; deltaspier.Deludable,dil(j)ûdəb’l, licht te misleiden;Delude,dil(j)ûd, bedriegen, misleiden;Deluder= misleider.Deluge,deljudž, subst. watervloed, zondvloed, groote menigte, ramp;Delugeverb. overstroomen, overstelpen:After me the Deluge.Delusion,dil(j)ûž’n, bedrog, bedriegerij, waan, begoocheling; adj.Delusive,dil(j)ûsiv; subst.Delusiveness;Delusory,dil(j)ûsəri=Delusive.Delve,delv, graven, uitvorschen.Demagogic(al),deməgodžik(’l);Demagogism,deməgodžizm, de beginselen van een volksleider;Demagogue,deməgog, volksmenner.Demain,dimein. ZieDemesne.Demand,dimând, subst. eisch, vraag, behoefte; vordering;Demandverb. eischen, vorderen:Demand and supply= vraag en aanbod;In great demand=Much in demand= zeer gezocht, in trek;On demand= op verlangen;Payableon demand= op zicht;Demandant= eischer;Demander= schuldeischer, adressant.Demarcate,dimâkeit, de grenzen vaststellen; subst.Demarcation,dîmâkeiš’n, afpaling, grenslijn.Demean,dimîn, (zich) gedragen of houden; (zich) vernederen of verlagen;Demeanour,dimînə, gedrag, houding.Dementate,dimentit=Demented= waanzinnig, krankzinnig; subst.Dementedness=Dementia,dimenšə, krankzinnigheid, waanzin, idiotisme.Demerara,demərârə.Demerit,dimerit, gebrek, blaam, schuld, wangedrag, onwaardigheid.Demersed,dimɐ̂st, onder water groeiend.Demesne,dimîn, domein, grondbezit; gebied:The demesnes of the school= het gebied.Demi,demi:Demigod, halfgod;Demi-john= groote mandflesch;Demi-lance= korte lans, licht gewapend ruiter;Demi-official= officieus;Demi-rep(=demi-reputation), demi-mondaine;Demi-repdom;Demi-semiquaver= 32ste noot.Demisable,dimaisəb’loverdraagbaar; subst.Demisability;Demise,dimaiz, subst. overlijden; overdracht;Demiseverb. overdragen; nalaten (bij uiterste wilsbeschikking =Todemise by will).Demission,dimiš’n, opgeven, laten varen; verlaging;Demit= neerleggen.Demiurge,demiɐ̂dž,Demiurgos,dimiɐ̂gəs, demiurgos; adj.Demiurgic.Demobilization,dimobilizeiš’n,dimoubilizeiš’n, demobilisatie;Demobilize,Demobilize= demobiliseeren, ontbinden (van troepen).Democracy,dimokrəsi, volksregeering;Democrat,deməkrat, democraat; adj.Democratic(al);Democratize= democratiseeren.Demolish,dimoliš, afbreken, slechten, verwoesten;Demolisher= afbreker, verwoester;Demolition,deməliš’n= het afbreken, verwoesting.Demon,dîm’n, demon;Demoness= duivelin;Demoniac,dimounjək, bezetene; adj. demonisch =Demoniacal,dîmənaiək’l=Demonian,dimounj’n=Demonic,dimonik;Demonology,dîmənolədži, demonenleer.Demonetization,dimonitizeiš’n, subst. vanDemonetize,dimonitaiz, buiten omloop stellen van geld.Demonstrable,dimonstrəb’l,dem’nstrəb’l, bewijsbaar; subst.Demonstrableness;Demonstrate,dimonstreit,dem’nstreit, aantoonen, aanwijzen, demonstreeren:Demonstration,dem’nstreiš’n, bewijs, demonstratie; schijnbeweging;Demonstrative,dimonstrətiv, aanschouwelijk, openhartig, overdreven, demonstratief, aanwijzend (voornaamwoord); (brutaal,demənstreitiv); subst.Demonstrativeness;Demonstrator= demonstrator, prosector, wijsvinger.Demoralization,dimorəlizeiš’n,dimorəlaizeiš’n, demoralisatie;—verb.Demoralize,dimorəlaiz.Demosthenes,dimosthənîz; adj.Demosthenic,demosthenik=Demosthenian.Demotic,dimotik:Demotic character= oud-Egyptisch volksschrift.Demur,dimɐ̂, subst. aarzeling, weifeling; protest;Demurverb. aarzelen, weifelen, excepties opwerpen:I cannot subscribewithout demur(ring)to so sweeping a sentence= ik kan zulk een algemeen oordeel niet zonder protest aanvaarden;Idemur atthat= kom in verzet tegen;Hedemurred tomy assertion= was het niet eens met;Demurrer= weifelaar; exceptie (jur.).Demure,dimjûə, stemmig, zedig, preutsch; subst.Demureness.Demurrage,dimɐridž, liggeld (v. schepen); korting van 1½ d. per ons goud bij inwisseling van banknoten bij deBank of England:Days of demurrage= ligdagen.Demy,dimai, een zeker papierformaat (56 bij 46 c.M. voor drukwerk, 48 bij 38 c.M. voor schrijven); zoogenaamdehalf-fellowofscholar[138]van hetMagdalen CollegeteOxford;Demy-ship= beurs van 100 tot 50 £.Den,den, subst. hol, leger, kuil; hok, gat:Daniel in the lions’ den.Denarius,dinêriəs, oude zilveren munt (Rome) van ongeveer 8 stuivers; een Engelschepenny:Denarius Dei= Godspenning;DenariusSancti Petri= St. Pieterspenning.Denationalize,dinašənəlaiz, van de nationaliteitsrechten berooven.Denbigh,denbi.Dendri.…,dendri.…,Dendro …,dendrə …, in samenst., boom …;Dendritic= boomachtig.Dendrolite,dendrəlait, dendroliet, versteende boomstam;Dendrology= boomenleer.Denham,denəm.Deniable,dinaiəb’l, loochenbaar;Denial,dinai’l, ontkenning, verloochening, weigering:I willtake no denial= neem geen bedankje aan;Denier= loochenaar.Denim,denim, grove wollen stof.Denis,denis.Denization,denizeiš’n, naturalisatie:Letters of denization;Denizen,deniz’n, subst. bewoner, genaturaliseerd burger;Denizationverb. het burgerrecht verleenen;Denizenship.Denmark,denmâk:Denmark satin shoes= stoffen laarsjes.Dennis,denis, Dionysius.Denominate,dinomineit, benoemen, aanwijzen;Denomination= naam, benaming, sekte;Denominationaleducation= confessioneel onderwijs;Denominative= benoemend of benoemd;Denominator= noemer (van eene breuk).Denotable, te onderscheiden;Denotationof a term= omvang (ruimte) of beteekenis eener uitdrukking;Denote,dinout, aanwijzen, aanduiden.Denouement,Fr. uitspr., ontknooping, afloop.Denounce,dinauns, dreigen met, dreigend verklaren, aanklagen, aanbrengen, opzeggen (a treaty); subst.Denouncement;Denouncer= aanbrenger.Dense,dens, dicht, bekrompen, dom;Thedenseness of the publicis something wonderful= domheid;Density= dichtheid.Dent,dent, indruk, deuk; tand;Dental, subst. tandletter; adj. tand …:Dental formula= tandformule;Dental surgeon= tandmeester;Dentate(d),denteit(id),Dented, getand;Denticulate(d),dentikjul(e)it(id), met tandjes; met kalfstanden (bouwk.); subst.Denticulation;Dentiform,dentiföm, tandvormig;Dentifrice,dentifris, tandpoeder;Dentist,dentist, tandmeester;Dentistry= tandheelkunde;Dentition,dentiš’n, het tandenkrijgen; tandstelsel;Dentolingual,dentəliŋgw’l, subst. en adj. (consonant) door tong en tanden gevormd;Denture,dentjə, tandenrij; kunstgebit.Denudation,denjudeiš’n, ontblooting, berooving:—verb.Denude,dinjûd.Denunciation,dinɐnšieiš’n,Denunciate,dinɐnšieit;Denunciator. ZieDenounce.Deny,dinai, ontkennen, tegenspreken, weigeren, (ver)loochenen:Todeny oneself= belet geven;Hedenied himselfevery pleasure= ontzeide zich elk genot;She was denied= zij kreeg “belet”.Deobstruct,diobstrɐkt, purgeeren;Deobstruent= subst. en adj. zuiverend of purgeerend (middel).Deodorization,dioudərizeiš’n,dioudəraizeiš’n, ontsmetting, reukeloos maken;—verb.Deodorize,dioudəraiz;Deodorizer= ontsmettingsmiddel.Deontology,diontolədži, Bentham’s leer der zedelijke verplichting.Deo volente,dîə vəlenti, als God het wil.Deoxidate,dioksideit,Deoxidize,dioksidaiz, reduceeren; subst.Deoxidation.Depaint,dipeint, afschilderen, malen.Depart,dipât, vertrekken, heengaan, sterven, opgeven, afzien van, afwijken, verlaten:The statesmandeparted this lifeon the 20th= scheidde uit het leven, stierf;Hedeparted fromhis house= ging heen;Our dear departed= overledene(n);The departed= de overledenen;Departure,dipâtšə, vertrek, dood, afwijking, richting, wending:Hetook his departure= vertrok;That is quite anew departure= heel wat nieuws, een geheel nieuwe richting;Hetook a new departureat 40= op 40-j. leeftijd werd hij een ander man.Department,dipâtm’nt, afdeeling, werkkring, departement;Departmental= afdeelings- -.Depauperization,dipôpərizeiš’n, subst. v.Depauperize,dipôpəraiz, uit de armoede opheffen.Depend,dipend, neerhangen, afhangen, vertrouwen op, rekenen op:It (All) depends= dat hangt er vanaf;They are people to bedepended upon= ver- en betrouwbare menschen;Depend upon it= reken daarop;Every man mustdepend upon himself= zelf is de man;Dependable= vertrouwd:To employdependable tradespeople;Dependance,Dependence,Dependency= afhankelijkheid, verband:Dependencies= toebehooren; wingewest, kolonie;Dependent= afhangend (on), neerhangend (from), afhankelijk, onbeslist, berustend op; subst. dienaar, vazal;Depending, onbeslist of hangende (van eene rechtszaak).Depict,dipikt, afschilderen, malen =Depicture.Depilate,depileit, ontharen;Depilation, ontharen, uitvallen van haren;Depilatory, ontharend;Depilatories= ontharingsmiddelen.Deplete,diplît, ledigen, aderlaten, uitputten; subst.Depletion, aderlating, uitputting.Deplorable,diplôrəb’l, betreurenswaard, jammerlijk; subst.Deplorableness;Deplore,diplö, betreuren, beweenen.Deploy,diplôi, (doen) ontplooien, ontwikkelen:The troopsdeployed into line= kwamen in bataille; subst.Deployment.Deplume,diplûm, van vederen berooven.Depone,dipoun, onder eede bevestigen;Deponent,dipoun’nt, subst. getuige; werkwoord met passieven vorm en actieve beteekenis; adj passief van vorm en actief van beteekenis.Depopulate,dipopjuleit, ontvolken; subst.Depopulation.Deport,dipöt, deporteeren:Todeport oneself[139]= zich gedragen;Deportation, deportatie;Deportment= houding, gedrag.Deposable,dipouzəb’l, afzetbaar;Deposal= afzetting;Depose,dipouz, afzetten; onder eede bevestigen (verklaren, verhooren).Deposit,dipozit, subst. neerslag, storting, pand, deposito;Depositverb. leggen, neerleggen, bijzetten, storten, toevertrouwen, in bewaring geven:Deposit at call,Deposit at notice(zonder, met opzegging);In (on) deposit= in deposito (van gelden,etc.);Depositary,dipozitəri, bewaarder;Deposition,depəziš’n,dîpəziš’n, neerslag, getuigenisaflegging, verklaring, onttroning, afzetting, deposito;Depositor, hij die deponeert;Depository,dipozitəri, bewaarplaats.Depot,dîpou,depou,dipou, depot, bergplaats, stapelplaats; station (Amer.):Coal and Cattle Depot.Depravation,deprəveiš’n, verdorvenheid, bederf;Deprave,dipreiv, bederven, demoraliseeren:Depravedness=Depravity,dipraviti,verdorvenheid.Deprecate,deprikeit, door smeeken trachten af te wenden, krachtig opkomen tegen, ernstig afkeuren;Deprecation;Deprecatorylooks= smeekende blikken.Depreciate,diprîšieit, de waarde verminderen (Amer.); geringschatten, onderschatten;Depreciation= waardevermindering; onderschatting, geringschatting;Depreciative,diprîšiətiv,Depreciatory,diprîšiətəri, minachtend, gering-, onderschattend.Depredate,deprideit, (uit)plunderen, verwoesten, verslinden; subst.Depredation;Depredator, plunderaar;Depredatory= verwoestend, plunderend.Depress,dipres, neerdrukken, neerslaan, buigen, vernederen, matigen, verlagen, lager richten (van geschut), neerslachtig maken, in waarde doen dalen;Depressed= gedrukt, flauw;Depression,dipreš’n, (neer)drukking, indruk, depressie, neerslachtigheid, uitputting, slapte (in zaken):Depression of spirits= melancholie;Depressionist= pretbederver, vreugdeverstoorder;Depressive= drukkend.Deprivation,depriveiš’n, berooving, verlies, ontzetting uit een ambt;Deprive,dipraiv, berooven, ontdoen, ontzetten:She wasdeprivedof her membership= lidmaatschap.Deptford,detfəd.Depth,depth, diepte, hoogte, breedte, donkerheid (bij eene kleur), afgrond, zee, hartje (van den winter), holle (van den nacht), diepzinnigheid, onmetelijkheid:In the depth(s) ofwinter;Ten feetin depth= tien voet diep;I amout of (within) my depth here= ik voel hier geen (nog) grond, kan hier (niet) staan (ookfig.);Depthless= ondiep; onpeilbaar.Depurate,depjureit, reinigen; subst.Depuration;Depurative= bloedzuiverend (middel).Deputation,depjuteiš’n, afvaardiging, deputatie:In, by deputation= bij volmacht;Depute,dipjût, subst. gevolmachtigde (Schotsch);Deputeverb. afvaardigen;Deputy,depjuti, subst. afgevaardigde, gevolmachtigde, plaatsvervanger, helper:Deputy-chairman(Deputy-judge) ondervoorzitter (rechter-plaatsvervanger).Deracinate,dirasineit, uitroeien, verdelgen.Derail,direil, (laten) derailleeren; uit den trein laden (van troepen):The traingot derailed= derailleerde; subst.Derailment.Derange,direinž, verstoren, krenken (van geest of lichaam);Deranged= gek;Derangement= storing, krenking.Deray,direi, wanorde, tumult.Derby,dɐ̂bi,dâbi, Derby; stijve, ronde hoed met smallen rand (Amer.):Derby-day= de dag bestemd voor deDerby races= wedrennen te Epsom (in Mei).Derelict,derəlikt, subst. onbeheerd goed, verlaten schip; aangeslibd land; adj. onbeheerd, verlaten (Jur.);Dereliction= verzaking, het onbeheerd laten, landaanwinning door aanslibben:A serious dereliction of duty= een ernstig plichtsverzuim.Derham,derəm.Deride,diraid, bespotten, uitlachen;Derision,diriž’n, spot, hoon;Derisive,diraisiv, spottend: subst.Derisiveness;Derisory,diraisəri, spottend, hoonend.Derivable,diraivəb’l, afleidbaar;Derivation,deriveiš’n, afleiding, afwijking;Derivative,dirivətiv, afgeleid, voortkomend, bijkomend; subst. afgeleid woord, afleiding;Derive,diraiv, afleiden, verkrijgen (door schenking of overdracht), trekken uit, voortkomen uit.Derm,dɐ̂m,Derma,dɐ̂mə, huid;Dermal,dɐ̂m’l, huid- -;Dermatology,dɐ̂mətolədži, leer der huidziekten.Dermestes,dɐ̂mestîz, knotssprietigen.Derogate,derəgeit, afbreuk doen (from one’s honour, dignity= aan), benadeelen, schenden, verkleinen; subst.Derogation;Derogatory= benadeelend, nadeelig, verslappend.Derrick,derik, laadboom, kraan.Derringer,derindžə, pistool met korten loop, doch van groot kaliber (Amer.).Dervis(e),dɐ̂vis,Dervish,dɐ̂viš, derwisch.Descant,deskn’t, discant, meerstemmig lied; gedachtenwisseling.Descant,deskant, sopraan zingen, vibreeren; breedvoerig van gedachten wisselen over (on, upon).Descend,dəsend, neerdalen (-vallen, -stroomen), dalen, afdalen, invallen, neervallen, tendeelvallen, zich vernederen, afstammen, komen aan:Hedescended inhis price= sloeg af;Hedescended into particulars= daalde af tot;Descendant= afstammeling;Descendent= afstammend, nederdalend;Descension,dəsenš’n, neerdaling, vernedering;Descent,dəsent, neerdaling, helling, val, vernedering, landing, aanval, afstamming:Descent-theory= afstammingstheorie.Describable,diskraibəb’l, beschrijfbaar;Describe,diskraib, beschrijven;Describer= beschrijver;Describent= beschrijvend:Describent surface(wisk.);Description,diskripš’n, beschrijving, klasse, soort;Descriptivegeometry= beschrijvende meetkunde.Descry,diskrai, bespieden, ontdekken.Desecrate,desikreit, ontheiligen, ontwijden, profaneeren; subst.Desecration.Desert,dezət, subst. woestijn, woestenij;[140]adj. woest, onbewoond;Desert-bird= pelikaan.Desert,dizɐ̂t, subst. verdienste, verdiende loon (gew.Meerv.):Hegot (was brought to) his deserts= hij kreeg zijn verdiende loon.Desert,dizɐ̂t, verlaten, deserteeren, afvallig worden van;Deserter= deserteur, afvallige;Desertion,dizɐ̂š’n, verlatenheid, wanhoop, desertie.Deserve,dizɐ̂v, verdienen, waardig zijn:He hasdeserved well ofhis country= heeft zich verdienstelijk gemaakt jegens;Deservedly= terecht;The deserving poor man= fatsoenlijke arme;Deserving ofa better cause= eene betere zaak waardig.Deshabille,dezəbîl=Dishabille.Desiccant,disik’nt,desik’nt, subst. en adj. opdrogend (geneesmiddel);Desiccate,desikeit,disikeit, opdrogen; subst.Desiccation;Desiccative,disikətiv=Desiccant.Desiderate,dəsidəreit, wenschen, noodig hebben, missen:I could have desiderateda fuller treatment of that subject= eene vollediger behandeling ware wenschelijk geweest;A desiderated reform= gewenscht, maar niet verkregen;Desiderative,dəsidərətiv, subst. en adj. gewenscht(e zaak);Desideratum, desideratum.Design,dizain,disain, subst. schets, plan, ontwerp, voornemen, bedoeling, aanslag, dessin;Designverb. schetsen, ontwerpen, bedoelen, aanwijzen:Industrial design= vakteekenen;A school of design= ambachtsteekenschool;Through design= opzettelijk;Designedly= opzettelijk;Designer= ontwerper, intrigant;Designing, subst. het ontwerpen van dessins, etc.; adj. intrigeerend, listig.Designate,designeit, aanwijzen, onderscheiden, noemen, bestemmen voor; subst.Designation.Desilver(ize),disilvə(raiz), ontzilveren; subst.Desilverization.Desirable,dizairəb’l, wenschelijk; subst.Desirableness=Desirability;Desire,dizaiə, subst. begeerte, wensch, verlangen;Desireverb. verlangen, begeeren, verzoeken:He is not all that can be desired= hij kon wel beter zijn;I desired himto walk upstairs= verzocht hem;Desirous= begeerig:Desirous ofpraise= begeerig naar lof.Desist,disist,dizist, ophouden, nalaten, afzien van (from); subst.Desistance.Desk,desk, subst. lessenaar, lezenaar:Desk-work= schrijfwerk, zittend werk.Desolate,desəlit, adj. verlaten, droevig, somber, eenzaam, woest;Desolateverb. (desəleit),verwoesten, eenzaam maken, ontvolken, vernietigen; subst.Desolateness;Desolater, Desolator,deseleitə, verwoester;Desolation= verwoesting, eenzaamheid, troosteloosheid.Despair,dispêə, subst. wanhoop;Despairverb. wanhopen:In despair= wanhopig;His life wasdespaired of= er werd gewanhoopt aan.Despatch,dispatš, subst. verzending, wegzending, afdoening, spoed, bericht;Despatchverb. afzenden, afmaken, volbrengen, afdoen, dooden:Happy despatch= de Jap.Harakiri;Despatch-box= portefeuille, schrijfmap;Despatch-goods= ijlgoederen;Despatch-money= premie op vlug laden of lossen;Despatcher= dispacheur.Desperado,despəreidou, dolle waaghals, wanhopige schurk, woesteling.Desperate,despərit, adj. vertwijfeld, wanhopig, verloren, hopeloos, roekeloos, geweldig:Desperate of= wanhopend aan; subst.Desperateness= vertwijfeling, razernij;Desperation= vertwijfeling.Despicable,despikəb’l, verachtelijk, laag, gemeen, waardeloos; subst.Despicableness;Despise,dispaiz, verachten, versmaden.Despite,dispait, subst. boosaardigheid, spijt, verachting;He did it(in) despite ofwarning= trots alle;Despiteful= boosaardig; subst.Despitefulness.Despoil,dispôil, berooven, plunderen;Despoliation,despoulieiš’n,dispoulieiš’n, plundering, berooving.Despond,dispond, moedeloos of hopeloos worden, wanhopen;Despondency= moedeloosheid; adj.Despondent=Desponding.Despot,despot, alleenheerscher, tiran; adj.Despotic(al);Despotism= despotisme.Despumation,despjumeiš’n, afschuiming.Dessert,dəzɐ̂t,dəsɐ̂t, dessert;Dessert-dish;Dessert-spoon.Destination,destineiš’n, bestemming;Destine,destin, bestemmen (to, for);Destiny,destini, bestemming, lot, noodlot:The Destinies= de drie Parcae of Schikgodinnen.Destitute,destitjût, ontbloot van, behoeftig, verlaten, hulpeloos; ook subst.;Destituteness= verlatenheid;Destitution= groote armoede.Destroy,distrôi, vernietigen, verwoesten, afbreken, dooden, verdelgen:Never destroy anything= doe nooit iets weg;Destroying angel= worgengel.Destructibility,distrɐktibiliti, vernietigbaarheid; adj.Destructible;Destruction,distrɐkš’n, vernieling, verdelging, verwoesting, ondergang;Destructive,distrɐktiv, subst. radicale hervormer; adj. vernietigend, verderfelijk; subst.Destructiveness.Desudation,desjudeiš’n, overmatig zweeten.Desuetude,deswitjûd, (in) onbruik (raken).Desulphurate,disɐlfjureit, ontzwavelen =Desulphurize.Desultoriness,desəltərinəs, subst. v.Desultory,des’ltəri, onsamenhangend, vluchtig, oppervlakkig, van den hak op den tak.Detach,ditatš, scheiden, losmaken, afkeerig maken, detacheeren:The Free Staters will not bedetached fromtheir alliance= zich niet losmaken;Detachable= scheidbaar;Detached house= vrijstaand;Detachment= scheiding, onbevangenheid, detachement.Detail,diteil,dîteil, subst. omstandig verhaal, omstandigheid, bijzonderheid, afdeeling manschappen (voor speciale diensten):In detail= omstandig, stuk voor stuk;Heentered into details= trad in bijzonderheden;Further details= nadere bijzonderheden, details.Detail,diteil, omstandig verhalen, in bijzonderheden mededeelen; voor speciale diensten aanwijzen:Adetailed account= omstandig verslag.Detain,ditein, afhouden, ophouden, terughouden, onthouden, gevangen houden:A[141]writ of detainerwas issued against them= bevel tot verlengde gevangenhouding werd tegen hen uitgevaardigd;Forcible detainer= gewelddadige inbezithouding.Detect,ditekt, ontdekken, betrappen, aan ’t licht brengen;DetectableofDetectible= ontdekbaar;Detecter(Detector) = indicateur;Detection= ontdekking, betrapping;Detective= subst. geheime agent; ook adj.:The detective force= geheime politie.Detent,ditent, lichter, drukker, trekker.Detention,ditenš’n, terughouding, uitstel, opsluiting; het nablijven:Detention-colony= strafkolonie;Detention-work= strafwerk;House of detention= huis van bewaring.Deter,ditɐ̂, afschrikken, afhouden;Deterrent= afschrikkend (middel of voorbeeld).Deterge,ditɐ̂dž, eene wond zuiveren;Detergent= reinigend (middel).Deteriorate,ditîriəreit, ontaarden, verergeren; subst.Deterioration.Determinability,ditɐ̂minəbiliti, subst. v.Determinable,ditɐ̂minəb’l, bepaalbaar, beslisbaar;Determinate,ditɐ̂minit, bepaald, beperkt, beslist;Determination,ditɐ̂mineiš’n, einde, beslissing, bepaling, besluit, vaststelling, beslistheid, vastberadenheid;Determinative= bepalend;Determine,ditɐ̂min, bepalen, beperken, besluiten, beslissen, vergewissen;Determinism,ditɐ̂minizm, determinisme.Detest,ditest, verfoeien;Detestability=Detestableness= verfoeielijkheid;Detestation,dîtəsteiš’n, verfoeiing, walging.Dethrone,dithroun, onttronen; subst.Dethronement.Detinue,detinjû:Action of detinue= actie tot teruggave van onwettig onthouden goederen.Detonate,detəneit, (doen) ontploffen:Detonating cap, gas, powder= slaghoedje, knalgas, donderpoeder;Detonation= explosie;Detonator, slaghoedje, knalsignaal (=Detonating fog-signal), donderbus.Detour,ditûə, kromming, omweg, omhaal, wijking.Detract,ditrakt, wegnemen, smaden, verkleinen, belasteren:That does notdetract frommy wish to serve you= dit belet niet, dat ik wensch; subst.Detraction; adj.Detractive=Detractory;Detractor, smaler, lasteraar; aftrekspier.Detrain,ditrein, uit een spoortrein laden, uitstijgen.Detriment,detriment, schade, nadeel;Detrimental; adj. nadeelig, schadelijk; subst. jongmensch, dat meisjes het hof maakt, en ernstige aspiranten daardoor afschrikt.Detroit,ditrôit.Detruncate,ditrɐŋkeit, knotten, afsnijden; subst.Detruncation.Deuce,djûs, twee (op dobbelsteenen of kaarten), beide spelers 3 slagen (Lawntennis); duivel, droes, drommel:I had the deuce’s own troublewith him= drommels veel moeite met;The deuce is in it= daar speelt de duivel mee;He is the deuce to talk= hij is een vervelende babbelaar;Deuced difficult= verduiveld moeilijk;Deuce-ace= de één en twéé bij het dobbelen.Deus ex machina,dîəseksmeikinə.Deuteronomy,djûteronəmi, Deuteronomium.Deuxponts,djûpoŋ, Tweebruggen.Devastate,devəsteit, verwoesten; subst.Devastation;Devastator= verwoester.Develop,diveləp, (zich) ontwikkelen, verduidelijken, ontvouwen;Developer= ontwikkelaar;Development= ontwikkeling, ontvouwing.De Vere,də vîə;Devereux,devərû.Devest,divest, vervreemden (van recht of titel); verloren gaan: ZieDivest.Hedevested himself ofhis power= hij legde af.Deviate,dîvieit, afwijken, afdwalen; subst.Deviation.Device,divais, subst. plan, oogmerk, devies, motto, list, vinding;Full of devices= vindingrijk, slim.Devil,dev’l, subst. duivel, drukkersloopjongen, scheurmachine (in lompenfabrieken); sterk gekruid vleeschgerecht;Devilverb. aan flarden scheuren (van lompen), sterk kruiden of peperen; handlangen:What comes over thedevil’s back,goes under his belly= onrechtvaardig verkregen goed gedijt niet;Devil’s bones= dobbelsteenen;Devil’s books= speelkaarten;Devil’s dirt= duivelsdrek;Devil’s Own= het 88e linie-regiment;Devil’s tattoo= het trommelen met de vingers op eene tafel, etc.;Between (the) devil and (the) deep sea= tusschen Scylla en Charybdis;He must needs go whom the devil drives= wie den duivel aan boord heeft moet met hem varen;Devil take the hindmost= loope wie loopen kan;Hegave the devil his due= hij heeft hem recht laten wedervaren;The boyplays the devilwith his teachers= plaagt verschrikkelijk;It is enoughto kill the devil= je zou er des duivels van worden;That is the devil of it= dat is het beroerde van de zaak;What the devil do you want?= wat duivel moet je;Devil a bit I care= het kan me geen zier schelen;Adevil-may-care fellow= onverschillig, roekeloos;Devilish= duivelsch, verduiveld;Devilment= schurkerij:There’s devilment in him= hij heeft leelijke streken;Devil(t)ry= duivelsche slechtheid, streken.Devious,dîvjəs, afwijkend, afdwalend:Devious path (way)= omweg;Devious step= misstap; subst.Deviousness.Devisable,divaizəb’l, bedenkbaar; vermaakbaar;Devise,divaiz, subst. erflating; testament;Deviseverb, verzinnen, overleggen, overwegen, nalaten(by will);Devisee,devizî, wien de grondbezittingen worden vermaakt;Deviser=plannenmaker;Devisor= erflater.Devitrification,dəvitrifikeiš’n, subst. v.Devitrify,divitrifai, tot matglas maken.Devocalize,divoukəlaiz, stemloos maken.Devoid,divôid, ontbloot(of).Devoir,Fr. uitspr., plichtpleging.Devolution,devəl(j)ûš’n, toevallen bij erfenis; verwijzing naar eene commissie (Parl.).Devolve,divolv, overdragen, overgaan, toevallen, tebeurtvallen, neerkomen op:It devolves onyou= komt op u neer; subst.Devolvement.[142]Devon,dev’n=Devonshire;Devonian= uit D.;Devonport;Devonshire:Devonshire colic= loodkoliek.Devote,divout, verb. wijden, offeren, doemen;Devoted= gewijd, gedoemd; innig verknocht; subst.Devoteness;Devotee,devətî, aanbidder, enthousiast; bekrompen dweper, kwezel;Devotion,divouš’n, toewijding, opoffering, godsvrucht, godsdienstoefening, gebed, gehechtheid, vurige liefde:Devotions= gebeden, godsdienstige plichten, godsdienstoefening;Devotional= godvruchtig, vroom, stichtelijk.Devour,divauə, verslinden, verteren, vernietigen.Devout,divaut, vroom, innig, oprecht; subst.Devoutness.Dew,djû, subst. dauw;Dewverb. bedauwen, bevochtigen;Dew-beater= dauwtrapper; voet;Dew-berry= dauwbraam;Dew-dropping= dauwend, zacht neervallend als dauw;Dewlap= kossem, halskwabbe;Dew-point= dauwpunt;Dew-worm= aardworm, pier;Dewy= bedauwd.D’Ewes,djûz.Dexter,dekstə, rechtsch, ter rechter (Herald.);Dexterity,deksteriti, handigheid, vaardigheid;Dext(e)rous,dekstrəs, (dekstərɐs), handig, vaardig.Dextrine,dekstrin, dextrine.Dey,dei, (Turksche titel voor) stadhouder.Dhobi(e),doubi, Brit. Ind. waschvrouw;Dhole,doul, wilde hond;Dhotee,Dhoti,douti, lendendoek (Brit. Ind.).Dhow,dau, Arabisch vaartuig.Dhurra,dɐrə, Indisch en Egypt. gierst.Diabetes,daiəbîtîz, suikerziekte; adj.Diabetic:Diabetic sugar= druivensuiker.Diablerie,Diablery,diabləri,diâbləri, =Devilry;Diabolic(al),daiəbolik(’l), duivelsch, kwaadaardig; subst.Diabolicalness;Diabolism,daiabəlizm, duivelachtigheid, bezetenheid.
Defile,difail, subst. engte, pas, défilé;Defileverb. defileeren; bevuilen, verontreinigen, bezoedelen; subst.Defilement;Defiler= ontwijder, schender.Definable,difainəb’l, te bepalen of begrenzen;Define,difain, bepalen, beperken, uitleggen, beschrijven;Definite,definit, bepaald, begrensd; subst.Definiteness;Definition[136]= bepaling, omschrijving, beschrijving;Definitive, subst. bepalend woord (b.v. een adjectief); adj. beslissend, afdoend; subst.Definitiveness.Deflagrate,defləgreit, verbranden; subst.Deflagration.Deflate,difleit, gas of lucht uitlaten.Deflect,diflekt, afbuigen, afwijken;Deflection=Deflexion, afwijking, afdrijving (v. een schip).Defloration,dîfloreiš’n,defloreiš’n, verkrachting;Deflour,Deflower,diflauə, onteeren, schenden;Deflourer= verkrachter.Defluxion,diflɐkš’n, ontsteking, catarrh.Defoe,dəfou.Deforest,diforəst, ontwouden.Deform,diföm, misvormen;Deformation= mismaking;Deformed= mismaakt; subst.Deformedness;Deformity= wanstaltigheid, mismaaktheid.Defraud,difrôd, onrechtmatig onthouden, bedriegen, beetnemen;Defrauder= bedrieger, smokkelaar.Defray,difrei, betalen, afbetalen, vereffenen:Hedefrayed our expenses= hield ons vrij; subst.Defrayment.Deft,deft, vlug, vaardig, handig; subst.Deftness.Defunct,difɐŋkt, overleden(e).Defy,difai, uitdagen, tarten, trotseeren:It defies description= gaat alle beschrijving te boven. ZieDefiance.Degeneracy,didženərəsi, ontaarding;Degenerate, adj. ontaard, laag; subst, gedegenereerde;Degenerateverb. ontaarden;Degeneration= ontaarding.Deglutinate,diglûtineit, losmaken (wat gelijmd is).Deglutition,deglutitiš’n,dîglutiš’n, slikken.Degradation,degrədeiš’n, dégradatie, afzetting, vernedering, vermindering;—verb.Degrade,digreid;Degrading= onteerend.Degree,digrî, subst. graad, rang, waardigheid, verwantschap, stand:Hetook his degree= promoveerde;By degrees= trapsgewijze, langzamerhand;Personsin their degree= van hun stand;In a degree= tot op zekere hoogte, in zekeren zin;In no degree= geenszins;In some degree= eenigszins; eenigermate;To a degree= in hoogen graad, buitenmate;Honorary degree= doctorstitelhonoris causa;Degree-day= promotiedag;Degree-title= academ. graad.Dehisce,dihis, openspringen; adj.Dehiscent; subst.Dehiscence.Dehort,dihöt, afraden; adj.Dehortatory.Deicide,dîisaid, Christusmoord, Christusmoordenaar.Deific(al),dîifik’(l), vergoddelijkend;Deification= vergoddelijking, apotheose;Deifier= vergoder;Deiform= van goddelijken vorm;Deify,dîifai, vergoden, vergoddelijken.Deign,dein, zich verwaardigen, toestaan.Dei gratia,dî-ai greišiə, van Gods genade.Deil,dîl,dil, duivel (Schotsch).Deism,dîizm, deïsme;Deist= deïst; adj.Deistic(al);Deity,dîiti, Godheid.Deject,didžekt, adj. terneergeslagen (=Dejected), ontmoedigd;Dejectverb. ontmoedigen, neerslachtig maken;Dejectedness=Dejection= neerslachtigheid, moedeloosheid;Dejectory= ontmoedigend, afdrijvend.Delactation,dîlakteiš’n, het spenen.Delany,dileini,deləni.Delate,dileit, aangeven, aanklagen; subst.Delation:Espionage and delation;Delator= verklikker.Delay,dilei, subst. uitstel, vertraging;Delayverb. uitstellen, rekken, uitstel geven; zich laten wachten, aarzelen, belemmeren:All is not lost that is delayed= uitstel is geen afstel;Delayer= uitsteller; reden van uitstel.Del credere,delkredərə, delcredere.Dele,dîli, subst. uitschrappingsteeken;Deleverb. uitschrappen, wegnemen;Deleble,delib’l, uitwischbaar.Delectable,dilektəb’l, verrukkelijk, lekker; subst.Delectableness;Delectation= genot.Delegate,deləgit, subst. gevolmachtigde, afgevaardigde; adj. gevolmachtigd;Delegateverb. (deləgeit) volmacht geven, toevertrouwen, afvaardigen;Delegation= afvaardiging, opdracht, deputatie.Delete,dilît, uitwisschen, doorhalen.Deleterious,dîlətîriəs, vergiftig, schadelijk.Deletion,dilîš’n, subst. ZieDelete.Delf,delf, Delftsch aardewerk =Delft ware.Delhi,deli, Delhi.Delian,dîliən, uit Delos.Deliberate,dilibərit, adj. bedaard, overleggend, opzettelijk;Deliberateverb. (dilibəreit) overwegen, beraadslagen; subst.Deliberateness;It wastaken into deliberation= het werd in overweging genomen;Deliberative,dilibərətiv, overleggend.Delicacy,delikəsi, fijnheid, keurigheid, teerheid; heerlijkheid, lekkernij; zwakheid;Delicate,delikit, fijn, teer, lekker, voorzichtig, kiesch, kieskeurig, fijngevoelig, zwak; subst.Delicateness;Delicious,dilišəs, heerlijk; subst.Deliciousness.Delict,dilikt, delict.Delight,dilait, subst. genot, wellust, verrukking;Delightverb. verrukken, streelen; behagen scheppen in, verheugd zijn over:Tohave (take) delight in= behagen scheppen in;I amdelighted with it= ik ben er verrukt mee, over;Delightful= verrukkelijk; subst.Delightfulness.Delimit,dilimit, afperken, de grenzen vaststellen;Delimitation= vaststelling (der gr.).Delineate,dilinieit, schetsen, ontwerpen, beschrijven; subst.Delineation;Delineator= schetser, enz.Delinquency,diliŋkw’nsi, misdrijf, misdaad, plichtverzuim;Delinquent,diliŋkw’nt, subst. schuldige; adj. schuldig.Deliquesce,delikwes, smelten of oplossen door vochtopneming; subst.Deliquescence; adj.Deliquescent.Delirious,diliriəs, ijlhoofdig, dol van (=with):Tobe delirious= ijlen; subst.Deliriousness;Delirium= delirium:In a delirium of drink;Delirium tremens= dronkaardswaanzin.Delitescence,delites’ns, verborgenheid; plotseling verdwijnen van gezwel of ontsteking; adj.Delitescent.Deliver,dilivə, verlossen, bevrijden, overbrengen,[137]leveren, in-, op-, uitleveren, bestellen, overgeven, uitspreken:Todeliver a message= overbrengen;Tobe delivered in 8 days, at B= te leveren;To be delivered immediately= in handen (op brieven);She was-ed ofa boy= beviel van een jongen;Delivered inmy trust= mij toevertrouwd;The fortress wasdelivered up (over)= overgegeven;Hedelivered himself up= gaf zich in handen der politie;Deliverable= te leveren;Deliverance= bevrijding, beslissing, vrijspreking;Deliverer= verlosser, overbrenger;Delivery,diliv’ri, verlossing, bevrijding, uitspraak, (wijze van) voordracht, levering, bestelling;Delivery-pipe= afvoerpijp;Delivery-window= loket.Dell,del, nauw dal.Deliac,dîliək, uit Delos; artistieke vaas;Delos,dîlos;Delphian,delfiən,Delphic,delfik, Delphisch, raadselachtig.Delphin(e),delfin, dendauphinbetreffend:Delphin classics= de voor het gebruik van denDauphin(zoon van Lod. XIV) bestemde uitgaven der klassieken;Delphine,delfin, tot de dolfijnen behoorend.Delta,deltə, de Grieksche D = Δ; delta;Delta-leaved= met Δ-vormige bladeren;Deltaic,delteiik, Delta …;Deltification= deltavorming;Deltoid,deltôid, deltavormig; deltaspier.Deludable,dil(j)ûdəb’l, licht te misleiden;Delude,dil(j)ûd, bedriegen, misleiden;Deluder= misleider.Deluge,deljudž, subst. watervloed, zondvloed, groote menigte, ramp;Delugeverb. overstroomen, overstelpen:After me the Deluge.Delusion,dil(j)ûž’n, bedrog, bedriegerij, waan, begoocheling; adj.Delusive,dil(j)ûsiv; subst.Delusiveness;Delusory,dil(j)ûsəri=Delusive.Delve,delv, graven, uitvorschen.Demagogic(al),deməgodžik(’l);Demagogism,deməgodžizm, de beginselen van een volksleider;Demagogue,deməgog, volksmenner.Demain,dimein. ZieDemesne.Demand,dimând, subst. eisch, vraag, behoefte; vordering;Demandverb. eischen, vorderen:Demand and supply= vraag en aanbod;In great demand=Much in demand= zeer gezocht, in trek;On demand= op verlangen;Payableon demand= op zicht;Demandant= eischer;Demander= schuldeischer, adressant.Demarcate,dimâkeit, de grenzen vaststellen; subst.Demarcation,dîmâkeiš’n, afpaling, grenslijn.Demean,dimîn, (zich) gedragen of houden; (zich) vernederen of verlagen;Demeanour,dimînə, gedrag, houding.Dementate,dimentit=Demented= waanzinnig, krankzinnig; subst.Dementedness=Dementia,dimenšə, krankzinnigheid, waanzin, idiotisme.Demerara,demərârə.Demerit,dimerit, gebrek, blaam, schuld, wangedrag, onwaardigheid.Demersed,dimɐ̂st, onder water groeiend.Demesne,dimîn, domein, grondbezit; gebied:The demesnes of the school= het gebied.Demi,demi:Demigod, halfgod;Demi-john= groote mandflesch;Demi-lance= korte lans, licht gewapend ruiter;Demi-official= officieus;Demi-rep(=demi-reputation), demi-mondaine;Demi-repdom;Demi-semiquaver= 32ste noot.Demisable,dimaisəb’loverdraagbaar; subst.Demisability;Demise,dimaiz, subst. overlijden; overdracht;Demiseverb. overdragen; nalaten (bij uiterste wilsbeschikking =Todemise by will).Demission,dimiš’n, opgeven, laten varen; verlaging;Demit= neerleggen.Demiurge,demiɐ̂dž,Demiurgos,dimiɐ̂gəs, demiurgos; adj.Demiurgic.Demobilization,dimobilizeiš’n,dimoubilizeiš’n, demobilisatie;Demobilize,Demobilize= demobiliseeren, ontbinden (van troepen).Democracy,dimokrəsi, volksregeering;Democrat,deməkrat, democraat; adj.Democratic(al);Democratize= democratiseeren.Demolish,dimoliš, afbreken, slechten, verwoesten;Demolisher= afbreker, verwoester;Demolition,deməliš’n= het afbreken, verwoesting.Demon,dîm’n, demon;Demoness= duivelin;Demoniac,dimounjək, bezetene; adj. demonisch =Demoniacal,dîmənaiək’l=Demonian,dimounj’n=Demonic,dimonik;Demonology,dîmənolədži, demonenleer.Demonetization,dimonitizeiš’n, subst. vanDemonetize,dimonitaiz, buiten omloop stellen van geld.Demonstrable,dimonstrəb’l,dem’nstrəb’l, bewijsbaar; subst.Demonstrableness;Demonstrate,dimonstreit,dem’nstreit, aantoonen, aanwijzen, demonstreeren:Demonstration,dem’nstreiš’n, bewijs, demonstratie; schijnbeweging;Demonstrative,dimonstrətiv, aanschouwelijk, openhartig, overdreven, demonstratief, aanwijzend (voornaamwoord); (brutaal,demənstreitiv); subst.Demonstrativeness;Demonstrator= demonstrator, prosector, wijsvinger.Demoralization,dimorəlizeiš’n,dimorəlaizeiš’n, demoralisatie;—verb.Demoralize,dimorəlaiz.Demosthenes,dimosthənîz; adj.Demosthenic,demosthenik=Demosthenian.Demotic,dimotik:Demotic character= oud-Egyptisch volksschrift.Demur,dimɐ̂, subst. aarzeling, weifeling; protest;Demurverb. aarzelen, weifelen, excepties opwerpen:I cannot subscribewithout demur(ring)to so sweeping a sentence= ik kan zulk een algemeen oordeel niet zonder protest aanvaarden;Idemur atthat= kom in verzet tegen;Hedemurred tomy assertion= was het niet eens met;Demurrer= weifelaar; exceptie (jur.).Demure,dimjûə, stemmig, zedig, preutsch; subst.Demureness.Demurrage,dimɐridž, liggeld (v. schepen); korting van 1½ d. per ons goud bij inwisseling van banknoten bij deBank of England:Days of demurrage= ligdagen.Demy,dimai, een zeker papierformaat (56 bij 46 c.M. voor drukwerk, 48 bij 38 c.M. voor schrijven); zoogenaamdehalf-fellowofscholar[138]van hetMagdalen CollegeteOxford;Demy-ship= beurs van 100 tot 50 £.Den,den, subst. hol, leger, kuil; hok, gat:Daniel in the lions’ den.Denarius,dinêriəs, oude zilveren munt (Rome) van ongeveer 8 stuivers; een Engelschepenny:Denarius Dei= Godspenning;DenariusSancti Petri= St. Pieterspenning.Denationalize,dinašənəlaiz, van de nationaliteitsrechten berooven.Denbigh,denbi.Dendri.…,dendri.…,Dendro …,dendrə …, in samenst., boom …;Dendritic= boomachtig.Dendrolite,dendrəlait, dendroliet, versteende boomstam;Dendrology= boomenleer.Denham,denəm.Deniable,dinaiəb’l, loochenbaar;Denial,dinai’l, ontkenning, verloochening, weigering:I willtake no denial= neem geen bedankje aan;Denier= loochenaar.Denim,denim, grove wollen stof.Denis,denis.Denization,denizeiš’n, naturalisatie:Letters of denization;Denizen,deniz’n, subst. bewoner, genaturaliseerd burger;Denizationverb. het burgerrecht verleenen;Denizenship.Denmark,denmâk:Denmark satin shoes= stoffen laarsjes.Dennis,denis, Dionysius.Denominate,dinomineit, benoemen, aanwijzen;Denomination= naam, benaming, sekte;Denominationaleducation= confessioneel onderwijs;Denominative= benoemend of benoemd;Denominator= noemer (van eene breuk).Denotable, te onderscheiden;Denotationof a term= omvang (ruimte) of beteekenis eener uitdrukking;Denote,dinout, aanwijzen, aanduiden.Denouement,Fr. uitspr., ontknooping, afloop.Denounce,dinauns, dreigen met, dreigend verklaren, aanklagen, aanbrengen, opzeggen (a treaty); subst.Denouncement;Denouncer= aanbrenger.Dense,dens, dicht, bekrompen, dom;Thedenseness of the publicis something wonderful= domheid;Density= dichtheid.Dent,dent, indruk, deuk; tand;Dental, subst. tandletter; adj. tand …:Dental formula= tandformule;Dental surgeon= tandmeester;Dentate(d),denteit(id),Dented, getand;Denticulate(d),dentikjul(e)it(id), met tandjes; met kalfstanden (bouwk.); subst.Denticulation;Dentiform,dentiföm, tandvormig;Dentifrice,dentifris, tandpoeder;Dentist,dentist, tandmeester;Dentistry= tandheelkunde;Dentition,dentiš’n, het tandenkrijgen; tandstelsel;Dentolingual,dentəliŋgw’l, subst. en adj. (consonant) door tong en tanden gevormd;Denture,dentjə, tandenrij; kunstgebit.Denudation,denjudeiš’n, ontblooting, berooving:—verb.Denude,dinjûd.Denunciation,dinɐnšieiš’n,Denunciate,dinɐnšieit;Denunciator. ZieDenounce.Deny,dinai, ontkennen, tegenspreken, weigeren, (ver)loochenen:Todeny oneself= belet geven;Hedenied himselfevery pleasure= ontzeide zich elk genot;She was denied= zij kreeg “belet”.Deobstruct,diobstrɐkt, purgeeren;Deobstruent= subst. en adj. zuiverend of purgeerend (middel).Deodorization,dioudərizeiš’n,dioudəraizeiš’n, ontsmetting, reukeloos maken;—verb.Deodorize,dioudəraiz;Deodorizer= ontsmettingsmiddel.Deontology,diontolədži, Bentham’s leer der zedelijke verplichting.Deo volente,dîə vəlenti, als God het wil.Deoxidate,dioksideit,Deoxidize,dioksidaiz, reduceeren; subst.Deoxidation.Depaint,dipeint, afschilderen, malen.Depart,dipât, vertrekken, heengaan, sterven, opgeven, afzien van, afwijken, verlaten:The statesmandeparted this lifeon the 20th= scheidde uit het leven, stierf;Hedeparted fromhis house= ging heen;Our dear departed= overledene(n);The departed= de overledenen;Departure,dipâtšə, vertrek, dood, afwijking, richting, wending:Hetook his departure= vertrok;That is quite anew departure= heel wat nieuws, een geheel nieuwe richting;Hetook a new departureat 40= op 40-j. leeftijd werd hij een ander man.Department,dipâtm’nt, afdeeling, werkkring, departement;Departmental= afdeelings- -.Depauperization,dipôpərizeiš’n, subst. v.Depauperize,dipôpəraiz, uit de armoede opheffen.Depend,dipend, neerhangen, afhangen, vertrouwen op, rekenen op:It (All) depends= dat hangt er vanaf;They are people to bedepended upon= ver- en betrouwbare menschen;Depend upon it= reken daarop;Every man mustdepend upon himself= zelf is de man;Dependable= vertrouwd:To employdependable tradespeople;Dependance,Dependence,Dependency= afhankelijkheid, verband:Dependencies= toebehooren; wingewest, kolonie;Dependent= afhangend (on), neerhangend (from), afhankelijk, onbeslist, berustend op; subst. dienaar, vazal;Depending, onbeslist of hangende (van eene rechtszaak).Depict,dipikt, afschilderen, malen =Depicture.Depilate,depileit, ontharen;Depilation, ontharen, uitvallen van haren;Depilatory, ontharend;Depilatories= ontharingsmiddelen.Deplete,diplît, ledigen, aderlaten, uitputten; subst.Depletion, aderlating, uitputting.Deplorable,diplôrəb’l, betreurenswaard, jammerlijk; subst.Deplorableness;Deplore,diplö, betreuren, beweenen.Deploy,diplôi, (doen) ontplooien, ontwikkelen:The troopsdeployed into line= kwamen in bataille; subst.Deployment.Deplume,diplûm, van vederen berooven.Depone,dipoun, onder eede bevestigen;Deponent,dipoun’nt, subst. getuige; werkwoord met passieven vorm en actieve beteekenis; adj passief van vorm en actief van beteekenis.Depopulate,dipopjuleit, ontvolken; subst.Depopulation.Deport,dipöt, deporteeren:Todeport oneself[139]= zich gedragen;Deportation, deportatie;Deportment= houding, gedrag.Deposable,dipouzəb’l, afzetbaar;Deposal= afzetting;Depose,dipouz, afzetten; onder eede bevestigen (verklaren, verhooren).Deposit,dipozit, subst. neerslag, storting, pand, deposito;Depositverb. leggen, neerleggen, bijzetten, storten, toevertrouwen, in bewaring geven:Deposit at call,Deposit at notice(zonder, met opzegging);In (on) deposit= in deposito (van gelden,etc.);Depositary,dipozitəri, bewaarder;Deposition,depəziš’n,dîpəziš’n, neerslag, getuigenisaflegging, verklaring, onttroning, afzetting, deposito;Depositor, hij die deponeert;Depository,dipozitəri, bewaarplaats.Depot,dîpou,depou,dipou, depot, bergplaats, stapelplaats; station (Amer.):Coal and Cattle Depot.Depravation,deprəveiš’n, verdorvenheid, bederf;Deprave,dipreiv, bederven, demoraliseeren:Depravedness=Depravity,dipraviti,verdorvenheid.Deprecate,deprikeit, door smeeken trachten af te wenden, krachtig opkomen tegen, ernstig afkeuren;Deprecation;Deprecatorylooks= smeekende blikken.Depreciate,diprîšieit, de waarde verminderen (Amer.); geringschatten, onderschatten;Depreciation= waardevermindering; onderschatting, geringschatting;Depreciative,diprîšiətiv,Depreciatory,diprîšiətəri, minachtend, gering-, onderschattend.Depredate,deprideit, (uit)plunderen, verwoesten, verslinden; subst.Depredation;Depredator, plunderaar;Depredatory= verwoestend, plunderend.Depress,dipres, neerdrukken, neerslaan, buigen, vernederen, matigen, verlagen, lager richten (van geschut), neerslachtig maken, in waarde doen dalen;Depressed= gedrukt, flauw;Depression,dipreš’n, (neer)drukking, indruk, depressie, neerslachtigheid, uitputting, slapte (in zaken):Depression of spirits= melancholie;Depressionist= pretbederver, vreugdeverstoorder;Depressive= drukkend.Deprivation,depriveiš’n, berooving, verlies, ontzetting uit een ambt;Deprive,dipraiv, berooven, ontdoen, ontzetten:She wasdeprivedof her membership= lidmaatschap.Deptford,detfəd.Depth,depth, diepte, hoogte, breedte, donkerheid (bij eene kleur), afgrond, zee, hartje (van den winter), holle (van den nacht), diepzinnigheid, onmetelijkheid:In the depth(s) ofwinter;Ten feetin depth= tien voet diep;I amout of (within) my depth here= ik voel hier geen (nog) grond, kan hier (niet) staan (ookfig.);Depthless= ondiep; onpeilbaar.Depurate,depjureit, reinigen; subst.Depuration;Depurative= bloedzuiverend (middel).Deputation,depjuteiš’n, afvaardiging, deputatie:In, by deputation= bij volmacht;Depute,dipjût, subst. gevolmachtigde (Schotsch);Deputeverb. afvaardigen;Deputy,depjuti, subst. afgevaardigde, gevolmachtigde, plaatsvervanger, helper:Deputy-chairman(Deputy-judge) ondervoorzitter (rechter-plaatsvervanger).Deracinate,dirasineit, uitroeien, verdelgen.Derail,direil, (laten) derailleeren; uit den trein laden (van troepen):The traingot derailed= derailleerde; subst.Derailment.Derange,direinž, verstoren, krenken (van geest of lichaam);Deranged= gek;Derangement= storing, krenking.Deray,direi, wanorde, tumult.Derby,dɐ̂bi,dâbi, Derby; stijve, ronde hoed met smallen rand (Amer.):Derby-day= de dag bestemd voor deDerby races= wedrennen te Epsom (in Mei).Derelict,derəlikt, subst. onbeheerd goed, verlaten schip; aangeslibd land; adj. onbeheerd, verlaten (Jur.);Dereliction= verzaking, het onbeheerd laten, landaanwinning door aanslibben:A serious dereliction of duty= een ernstig plichtsverzuim.Derham,derəm.Deride,diraid, bespotten, uitlachen;Derision,diriž’n, spot, hoon;Derisive,diraisiv, spottend: subst.Derisiveness;Derisory,diraisəri, spottend, hoonend.Derivable,diraivəb’l, afleidbaar;Derivation,deriveiš’n, afleiding, afwijking;Derivative,dirivətiv, afgeleid, voortkomend, bijkomend; subst. afgeleid woord, afleiding;Derive,diraiv, afleiden, verkrijgen (door schenking of overdracht), trekken uit, voortkomen uit.Derm,dɐ̂m,Derma,dɐ̂mə, huid;Dermal,dɐ̂m’l, huid- -;Dermatology,dɐ̂mətolədži, leer der huidziekten.Dermestes,dɐ̂mestîz, knotssprietigen.Derogate,derəgeit, afbreuk doen (from one’s honour, dignity= aan), benadeelen, schenden, verkleinen; subst.Derogation;Derogatory= benadeelend, nadeelig, verslappend.Derrick,derik, laadboom, kraan.Derringer,derindžə, pistool met korten loop, doch van groot kaliber (Amer.).Dervis(e),dɐ̂vis,Dervish,dɐ̂viš, derwisch.Descant,deskn’t, discant, meerstemmig lied; gedachtenwisseling.Descant,deskant, sopraan zingen, vibreeren; breedvoerig van gedachten wisselen over (on, upon).Descend,dəsend, neerdalen (-vallen, -stroomen), dalen, afdalen, invallen, neervallen, tendeelvallen, zich vernederen, afstammen, komen aan:Hedescended inhis price= sloeg af;Hedescended into particulars= daalde af tot;Descendant= afstammeling;Descendent= afstammend, nederdalend;Descension,dəsenš’n, neerdaling, vernedering;Descent,dəsent, neerdaling, helling, val, vernedering, landing, aanval, afstamming:Descent-theory= afstammingstheorie.Describable,diskraibəb’l, beschrijfbaar;Describe,diskraib, beschrijven;Describer= beschrijver;Describent= beschrijvend:Describent surface(wisk.);Description,diskripš’n, beschrijving, klasse, soort;Descriptivegeometry= beschrijvende meetkunde.Descry,diskrai, bespieden, ontdekken.Desecrate,desikreit, ontheiligen, ontwijden, profaneeren; subst.Desecration.Desert,dezət, subst. woestijn, woestenij;[140]adj. woest, onbewoond;Desert-bird= pelikaan.Desert,dizɐ̂t, subst. verdienste, verdiende loon (gew.Meerv.):Hegot (was brought to) his deserts= hij kreeg zijn verdiende loon.Desert,dizɐ̂t, verlaten, deserteeren, afvallig worden van;Deserter= deserteur, afvallige;Desertion,dizɐ̂š’n, verlatenheid, wanhoop, desertie.Deserve,dizɐ̂v, verdienen, waardig zijn:He hasdeserved well ofhis country= heeft zich verdienstelijk gemaakt jegens;Deservedly= terecht;The deserving poor man= fatsoenlijke arme;Deserving ofa better cause= eene betere zaak waardig.Deshabille,dezəbîl=Dishabille.Desiccant,disik’nt,desik’nt, subst. en adj. opdrogend (geneesmiddel);Desiccate,desikeit,disikeit, opdrogen; subst.Desiccation;Desiccative,disikətiv=Desiccant.Desiderate,dəsidəreit, wenschen, noodig hebben, missen:I could have desiderateda fuller treatment of that subject= eene vollediger behandeling ware wenschelijk geweest;A desiderated reform= gewenscht, maar niet verkregen;Desiderative,dəsidərətiv, subst. en adj. gewenscht(e zaak);Desideratum, desideratum.Design,dizain,disain, subst. schets, plan, ontwerp, voornemen, bedoeling, aanslag, dessin;Designverb. schetsen, ontwerpen, bedoelen, aanwijzen:Industrial design= vakteekenen;A school of design= ambachtsteekenschool;Through design= opzettelijk;Designedly= opzettelijk;Designer= ontwerper, intrigant;Designing, subst. het ontwerpen van dessins, etc.; adj. intrigeerend, listig.Designate,designeit, aanwijzen, onderscheiden, noemen, bestemmen voor; subst.Designation.Desilver(ize),disilvə(raiz), ontzilveren; subst.Desilverization.Desirable,dizairəb’l, wenschelijk; subst.Desirableness=Desirability;Desire,dizaiə, subst. begeerte, wensch, verlangen;Desireverb. verlangen, begeeren, verzoeken:He is not all that can be desired= hij kon wel beter zijn;I desired himto walk upstairs= verzocht hem;Desirous= begeerig:Desirous ofpraise= begeerig naar lof.Desist,disist,dizist, ophouden, nalaten, afzien van (from); subst.Desistance.Desk,desk, subst. lessenaar, lezenaar:Desk-work= schrijfwerk, zittend werk.Desolate,desəlit, adj. verlaten, droevig, somber, eenzaam, woest;Desolateverb. (desəleit),verwoesten, eenzaam maken, ontvolken, vernietigen; subst.Desolateness;Desolater, Desolator,deseleitə, verwoester;Desolation= verwoesting, eenzaamheid, troosteloosheid.Despair,dispêə, subst. wanhoop;Despairverb. wanhopen:In despair= wanhopig;His life wasdespaired of= er werd gewanhoopt aan.Despatch,dispatš, subst. verzending, wegzending, afdoening, spoed, bericht;Despatchverb. afzenden, afmaken, volbrengen, afdoen, dooden:Happy despatch= de Jap.Harakiri;Despatch-box= portefeuille, schrijfmap;Despatch-goods= ijlgoederen;Despatch-money= premie op vlug laden of lossen;Despatcher= dispacheur.Desperado,despəreidou, dolle waaghals, wanhopige schurk, woesteling.Desperate,despərit, adj. vertwijfeld, wanhopig, verloren, hopeloos, roekeloos, geweldig:Desperate of= wanhopend aan; subst.Desperateness= vertwijfeling, razernij;Desperation= vertwijfeling.Despicable,despikəb’l, verachtelijk, laag, gemeen, waardeloos; subst.Despicableness;Despise,dispaiz, verachten, versmaden.Despite,dispait, subst. boosaardigheid, spijt, verachting;He did it(in) despite ofwarning= trots alle;Despiteful= boosaardig; subst.Despitefulness.Despoil,dispôil, berooven, plunderen;Despoliation,despoulieiš’n,dispoulieiš’n, plundering, berooving.Despond,dispond, moedeloos of hopeloos worden, wanhopen;Despondency= moedeloosheid; adj.Despondent=Desponding.Despot,despot, alleenheerscher, tiran; adj.Despotic(al);Despotism= despotisme.Despumation,despjumeiš’n, afschuiming.Dessert,dəzɐ̂t,dəsɐ̂t, dessert;Dessert-dish;Dessert-spoon.Destination,destineiš’n, bestemming;Destine,destin, bestemmen (to, for);Destiny,destini, bestemming, lot, noodlot:The Destinies= de drie Parcae of Schikgodinnen.Destitute,destitjût, ontbloot van, behoeftig, verlaten, hulpeloos; ook subst.;Destituteness= verlatenheid;Destitution= groote armoede.Destroy,distrôi, vernietigen, verwoesten, afbreken, dooden, verdelgen:Never destroy anything= doe nooit iets weg;Destroying angel= worgengel.Destructibility,distrɐktibiliti, vernietigbaarheid; adj.Destructible;Destruction,distrɐkš’n, vernieling, verdelging, verwoesting, ondergang;Destructive,distrɐktiv, subst. radicale hervormer; adj. vernietigend, verderfelijk; subst.Destructiveness.Desudation,desjudeiš’n, overmatig zweeten.Desuetude,deswitjûd, (in) onbruik (raken).Desulphurate,disɐlfjureit, ontzwavelen =Desulphurize.Desultoriness,desəltərinəs, subst. v.Desultory,des’ltəri, onsamenhangend, vluchtig, oppervlakkig, van den hak op den tak.Detach,ditatš, scheiden, losmaken, afkeerig maken, detacheeren:The Free Staters will not bedetached fromtheir alliance= zich niet losmaken;Detachable= scheidbaar;Detached house= vrijstaand;Detachment= scheiding, onbevangenheid, detachement.Detail,diteil,dîteil, subst. omstandig verhaal, omstandigheid, bijzonderheid, afdeeling manschappen (voor speciale diensten):In detail= omstandig, stuk voor stuk;Heentered into details= trad in bijzonderheden;Further details= nadere bijzonderheden, details.Detail,diteil, omstandig verhalen, in bijzonderheden mededeelen; voor speciale diensten aanwijzen:Adetailed account= omstandig verslag.Detain,ditein, afhouden, ophouden, terughouden, onthouden, gevangen houden:A[141]writ of detainerwas issued against them= bevel tot verlengde gevangenhouding werd tegen hen uitgevaardigd;Forcible detainer= gewelddadige inbezithouding.Detect,ditekt, ontdekken, betrappen, aan ’t licht brengen;DetectableofDetectible= ontdekbaar;Detecter(Detector) = indicateur;Detection= ontdekking, betrapping;Detective= subst. geheime agent; ook adj.:The detective force= geheime politie.Detent,ditent, lichter, drukker, trekker.Detention,ditenš’n, terughouding, uitstel, opsluiting; het nablijven:Detention-colony= strafkolonie;Detention-work= strafwerk;House of detention= huis van bewaring.Deter,ditɐ̂, afschrikken, afhouden;Deterrent= afschrikkend (middel of voorbeeld).Deterge,ditɐ̂dž, eene wond zuiveren;Detergent= reinigend (middel).Deteriorate,ditîriəreit, ontaarden, verergeren; subst.Deterioration.Determinability,ditɐ̂minəbiliti, subst. v.Determinable,ditɐ̂minəb’l, bepaalbaar, beslisbaar;Determinate,ditɐ̂minit, bepaald, beperkt, beslist;Determination,ditɐ̂mineiš’n, einde, beslissing, bepaling, besluit, vaststelling, beslistheid, vastberadenheid;Determinative= bepalend;Determine,ditɐ̂min, bepalen, beperken, besluiten, beslissen, vergewissen;Determinism,ditɐ̂minizm, determinisme.Detest,ditest, verfoeien;Detestability=Detestableness= verfoeielijkheid;Detestation,dîtəsteiš’n, verfoeiing, walging.Dethrone,dithroun, onttronen; subst.Dethronement.Detinue,detinjû:Action of detinue= actie tot teruggave van onwettig onthouden goederen.Detonate,detəneit, (doen) ontploffen:Detonating cap, gas, powder= slaghoedje, knalgas, donderpoeder;Detonation= explosie;Detonator, slaghoedje, knalsignaal (=Detonating fog-signal), donderbus.Detour,ditûə, kromming, omweg, omhaal, wijking.Detract,ditrakt, wegnemen, smaden, verkleinen, belasteren:That does notdetract frommy wish to serve you= dit belet niet, dat ik wensch; subst.Detraction; adj.Detractive=Detractory;Detractor, smaler, lasteraar; aftrekspier.Detrain,ditrein, uit een spoortrein laden, uitstijgen.Detriment,detriment, schade, nadeel;Detrimental; adj. nadeelig, schadelijk; subst. jongmensch, dat meisjes het hof maakt, en ernstige aspiranten daardoor afschrikt.Detroit,ditrôit.Detruncate,ditrɐŋkeit, knotten, afsnijden; subst.Detruncation.Deuce,djûs, twee (op dobbelsteenen of kaarten), beide spelers 3 slagen (Lawntennis); duivel, droes, drommel:I had the deuce’s own troublewith him= drommels veel moeite met;The deuce is in it= daar speelt de duivel mee;He is the deuce to talk= hij is een vervelende babbelaar;Deuced difficult= verduiveld moeilijk;Deuce-ace= de één en twéé bij het dobbelen.Deus ex machina,dîəseksmeikinə.Deuteronomy,djûteronəmi, Deuteronomium.Deuxponts,djûpoŋ, Tweebruggen.Devastate,devəsteit, verwoesten; subst.Devastation;Devastator= verwoester.Develop,diveləp, (zich) ontwikkelen, verduidelijken, ontvouwen;Developer= ontwikkelaar;Development= ontwikkeling, ontvouwing.De Vere,də vîə;Devereux,devərû.Devest,divest, vervreemden (van recht of titel); verloren gaan: ZieDivest.Hedevested himself ofhis power= hij legde af.Deviate,dîvieit, afwijken, afdwalen; subst.Deviation.Device,divais, subst. plan, oogmerk, devies, motto, list, vinding;Full of devices= vindingrijk, slim.Devil,dev’l, subst. duivel, drukkersloopjongen, scheurmachine (in lompenfabrieken); sterk gekruid vleeschgerecht;Devilverb. aan flarden scheuren (van lompen), sterk kruiden of peperen; handlangen:What comes over thedevil’s back,goes under his belly= onrechtvaardig verkregen goed gedijt niet;Devil’s bones= dobbelsteenen;Devil’s books= speelkaarten;Devil’s dirt= duivelsdrek;Devil’s Own= het 88e linie-regiment;Devil’s tattoo= het trommelen met de vingers op eene tafel, etc.;Between (the) devil and (the) deep sea= tusschen Scylla en Charybdis;He must needs go whom the devil drives= wie den duivel aan boord heeft moet met hem varen;Devil take the hindmost= loope wie loopen kan;Hegave the devil his due= hij heeft hem recht laten wedervaren;The boyplays the devilwith his teachers= plaagt verschrikkelijk;It is enoughto kill the devil= je zou er des duivels van worden;That is the devil of it= dat is het beroerde van de zaak;What the devil do you want?= wat duivel moet je;Devil a bit I care= het kan me geen zier schelen;Adevil-may-care fellow= onverschillig, roekeloos;Devilish= duivelsch, verduiveld;Devilment= schurkerij:There’s devilment in him= hij heeft leelijke streken;Devil(t)ry= duivelsche slechtheid, streken.Devious,dîvjəs, afwijkend, afdwalend:Devious path (way)= omweg;Devious step= misstap; subst.Deviousness.Devisable,divaizəb’l, bedenkbaar; vermaakbaar;Devise,divaiz, subst. erflating; testament;Deviseverb, verzinnen, overleggen, overwegen, nalaten(by will);Devisee,devizî, wien de grondbezittingen worden vermaakt;Deviser=plannenmaker;Devisor= erflater.Devitrification,dəvitrifikeiš’n, subst. v.Devitrify,divitrifai, tot matglas maken.Devocalize,divoukəlaiz, stemloos maken.Devoid,divôid, ontbloot(of).Devoir,Fr. uitspr., plichtpleging.Devolution,devəl(j)ûš’n, toevallen bij erfenis; verwijzing naar eene commissie (Parl.).Devolve,divolv, overdragen, overgaan, toevallen, tebeurtvallen, neerkomen op:It devolves onyou= komt op u neer; subst.Devolvement.[142]Devon,dev’n=Devonshire;Devonian= uit D.;Devonport;Devonshire:Devonshire colic= loodkoliek.Devote,divout, verb. wijden, offeren, doemen;Devoted= gewijd, gedoemd; innig verknocht; subst.Devoteness;Devotee,devətî, aanbidder, enthousiast; bekrompen dweper, kwezel;Devotion,divouš’n, toewijding, opoffering, godsvrucht, godsdienstoefening, gebed, gehechtheid, vurige liefde:Devotions= gebeden, godsdienstige plichten, godsdienstoefening;Devotional= godvruchtig, vroom, stichtelijk.Devour,divauə, verslinden, verteren, vernietigen.Devout,divaut, vroom, innig, oprecht; subst.Devoutness.Dew,djû, subst. dauw;Dewverb. bedauwen, bevochtigen;Dew-beater= dauwtrapper; voet;Dew-berry= dauwbraam;Dew-dropping= dauwend, zacht neervallend als dauw;Dewlap= kossem, halskwabbe;Dew-point= dauwpunt;Dew-worm= aardworm, pier;Dewy= bedauwd.D’Ewes,djûz.Dexter,dekstə, rechtsch, ter rechter (Herald.);Dexterity,deksteriti, handigheid, vaardigheid;Dext(e)rous,dekstrəs, (dekstərɐs), handig, vaardig.Dextrine,dekstrin, dextrine.Dey,dei, (Turksche titel voor) stadhouder.Dhobi(e),doubi, Brit. Ind. waschvrouw;Dhole,doul, wilde hond;Dhotee,Dhoti,douti, lendendoek (Brit. Ind.).Dhow,dau, Arabisch vaartuig.Dhurra,dɐrə, Indisch en Egypt. gierst.Diabetes,daiəbîtîz, suikerziekte; adj.Diabetic:Diabetic sugar= druivensuiker.Diablerie,Diablery,diabləri,diâbləri, =Devilry;Diabolic(al),daiəbolik(’l), duivelsch, kwaadaardig; subst.Diabolicalness;Diabolism,daiabəlizm, duivelachtigheid, bezetenheid.
Defile,difail, subst. engte, pas, défilé;Defileverb. defileeren; bevuilen, verontreinigen, bezoedelen; subst.Defilement;Defiler= ontwijder, schender.Definable,difainəb’l, te bepalen of begrenzen;Define,difain, bepalen, beperken, uitleggen, beschrijven;Definite,definit, bepaald, begrensd; subst.Definiteness;Definition[136]= bepaling, omschrijving, beschrijving;Definitive, subst. bepalend woord (b.v. een adjectief); adj. beslissend, afdoend; subst.Definitiveness.Deflagrate,defləgreit, verbranden; subst.Deflagration.Deflate,difleit, gas of lucht uitlaten.Deflect,diflekt, afbuigen, afwijken;Deflection=Deflexion, afwijking, afdrijving (v. een schip).Defloration,dîfloreiš’n,defloreiš’n, verkrachting;Deflour,Deflower,diflauə, onteeren, schenden;Deflourer= verkrachter.Defluxion,diflɐkš’n, ontsteking, catarrh.Defoe,dəfou.Deforest,diforəst, ontwouden.Deform,diföm, misvormen;Deformation= mismaking;Deformed= mismaakt; subst.Deformedness;Deformity= wanstaltigheid, mismaaktheid.Defraud,difrôd, onrechtmatig onthouden, bedriegen, beetnemen;Defrauder= bedrieger, smokkelaar.Defray,difrei, betalen, afbetalen, vereffenen:Hedefrayed our expenses= hield ons vrij; subst.Defrayment.Deft,deft, vlug, vaardig, handig; subst.Deftness.Defunct,difɐŋkt, overleden(e).Defy,difai, uitdagen, tarten, trotseeren:It defies description= gaat alle beschrijving te boven. ZieDefiance.Degeneracy,didženərəsi, ontaarding;Degenerate, adj. ontaard, laag; subst, gedegenereerde;Degenerateverb. ontaarden;Degeneration= ontaarding.Deglutinate,diglûtineit, losmaken (wat gelijmd is).Deglutition,deglutitiš’n,dîglutiš’n, slikken.Degradation,degrədeiš’n, dégradatie, afzetting, vernedering, vermindering;—verb.Degrade,digreid;Degrading= onteerend.Degree,digrî, subst. graad, rang, waardigheid, verwantschap, stand:Hetook his degree= promoveerde;By degrees= trapsgewijze, langzamerhand;Personsin their degree= van hun stand;In a degree= tot op zekere hoogte, in zekeren zin;In no degree= geenszins;In some degree= eenigszins; eenigermate;To a degree= in hoogen graad, buitenmate;Honorary degree= doctorstitelhonoris causa;Degree-day= promotiedag;Degree-title= academ. graad.Dehisce,dihis, openspringen; adj.Dehiscent; subst.Dehiscence.Dehort,dihöt, afraden; adj.Dehortatory.Deicide,dîisaid, Christusmoord, Christusmoordenaar.Deific(al),dîifik’(l), vergoddelijkend;Deification= vergoddelijking, apotheose;Deifier= vergoder;Deiform= van goddelijken vorm;Deify,dîifai, vergoden, vergoddelijken.Deign,dein, zich verwaardigen, toestaan.Dei gratia,dî-ai greišiə, van Gods genade.Deil,dîl,dil, duivel (Schotsch).Deism,dîizm, deïsme;Deist= deïst; adj.Deistic(al);Deity,dîiti, Godheid.Deject,didžekt, adj. terneergeslagen (=Dejected), ontmoedigd;Dejectverb. ontmoedigen, neerslachtig maken;Dejectedness=Dejection= neerslachtigheid, moedeloosheid;Dejectory= ontmoedigend, afdrijvend.Delactation,dîlakteiš’n, het spenen.Delany,dileini,deləni.Delate,dileit, aangeven, aanklagen; subst.Delation:Espionage and delation;Delator= verklikker.Delay,dilei, subst. uitstel, vertraging;Delayverb. uitstellen, rekken, uitstel geven; zich laten wachten, aarzelen, belemmeren:All is not lost that is delayed= uitstel is geen afstel;Delayer= uitsteller; reden van uitstel.Del credere,delkredərə, delcredere.Dele,dîli, subst. uitschrappingsteeken;Deleverb. uitschrappen, wegnemen;Deleble,delib’l, uitwischbaar.Delectable,dilektəb’l, verrukkelijk, lekker; subst.Delectableness;Delectation= genot.Delegate,deləgit, subst. gevolmachtigde, afgevaardigde; adj. gevolmachtigd;Delegateverb. (deləgeit) volmacht geven, toevertrouwen, afvaardigen;Delegation= afvaardiging, opdracht, deputatie.Delete,dilît, uitwisschen, doorhalen.Deleterious,dîlətîriəs, vergiftig, schadelijk.Deletion,dilîš’n, subst. ZieDelete.Delf,delf, Delftsch aardewerk =Delft ware.Delhi,deli, Delhi.Delian,dîliən, uit Delos.Deliberate,dilibərit, adj. bedaard, overleggend, opzettelijk;Deliberateverb. (dilibəreit) overwegen, beraadslagen; subst.Deliberateness;It wastaken into deliberation= het werd in overweging genomen;Deliberative,dilibərətiv, overleggend.Delicacy,delikəsi, fijnheid, keurigheid, teerheid; heerlijkheid, lekkernij; zwakheid;Delicate,delikit, fijn, teer, lekker, voorzichtig, kiesch, kieskeurig, fijngevoelig, zwak; subst.Delicateness;Delicious,dilišəs, heerlijk; subst.Deliciousness.Delict,dilikt, delict.Delight,dilait, subst. genot, wellust, verrukking;Delightverb. verrukken, streelen; behagen scheppen in, verheugd zijn over:Tohave (take) delight in= behagen scheppen in;I amdelighted with it= ik ben er verrukt mee, over;Delightful= verrukkelijk; subst.Delightfulness.Delimit,dilimit, afperken, de grenzen vaststellen;Delimitation= vaststelling (der gr.).Delineate,dilinieit, schetsen, ontwerpen, beschrijven; subst.Delineation;Delineator= schetser, enz.Delinquency,diliŋkw’nsi, misdrijf, misdaad, plichtverzuim;Delinquent,diliŋkw’nt, subst. schuldige; adj. schuldig.Deliquesce,delikwes, smelten of oplossen door vochtopneming; subst.Deliquescence; adj.Deliquescent.Delirious,diliriəs, ijlhoofdig, dol van (=with):Tobe delirious= ijlen; subst.Deliriousness;Delirium= delirium:In a delirium of drink;Delirium tremens= dronkaardswaanzin.Delitescence,delites’ns, verborgenheid; plotseling verdwijnen van gezwel of ontsteking; adj.Delitescent.Deliver,dilivə, verlossen, bevrijden, overbrengen,[137]leveren, in-, op-, uitleveren, bestellen, overgeven, uitspreken:Todeliver a message= overbrengen;Tobe delivered in 8 days, at B= te leveren;To be delivered immediately= in handen (op brieven);She was-ed ofa boy= beviel van een jongen;Delivered inmy trust= mij toevertrouwd;The fortress wasdelivered up (over)= overgegeven;Hedelivered himself up= gaf zich in handen der politie;Deliverable= te leveren;Deliverance= bevrijding, beslissing, vrijspreking;Deliverer= verlosser, overbrenger;Delivery,diliv’ri, verlossing, bevrijding, uitspraak, (wijze van) voordracht, levering, bestelling;Delivery-pipe= afvoerpijp;Delivery-window= loket.Dell,del, nauw dal.Deliac,dîliək, uit Delos; artistieke vaas;Delos,dîlos;Delphian,delfiən,Delphic,delfik, Delphisch, raadselachtig.Delphin(e),delfin, dendauphinbetreffend:Delphin classics= de voor het gebruik van denDauphin(zoon van Lod. XIV) bestemde uitgaven der klassieken;Delphine,delfin, tot de dolfijnen behoorend.Delta,deltə, de Grieksche D = Δ; delta;Delta-leaved= met Δ-vormige bladeren;Deltaic,delteiik, Delta …;Deltification= deltavorming;Deltoid,deltôid, deltavormig; deltaspier.Deludable,dil(j)ûdəb’l, licht te misleiden;Delude,dil(j)ûd, bedriegen, misleiden;Deluder= misleider.Deluge,deljudž, subst. watervloed, zondvloed, groote menigte, ramp;Delugeverb. overstroomen, overstelpen:After me the Deluge.Delusion,dil(j)ûž’n, bedrog, bedriegerij, waan, begoocheling; adj.Delusive,dil(j)ûsiv; subst.Delusiveness;Delusory,dil(j)ûsəri=Delusive.Delve,delv, graven, uitvorschen.Demagogic(al),deməgodžik(’l);Demagogism,deməgodžizm, de beginselen van een volksleider;Demagogue,deməgog, volksmenner.Demain,dimein. ZieDemesne.Demand,dimând, subst. eisch, vraag, behoefte; vordering;Demandverb. eischen, vorderen:Demand and supply= vraag en aanbod;In great demand=Much in demand= zeer gezocht, in trek;On demand= op verlangen;Payableon demand= op zicht;Demandant= eischer;Demander= schuldeischer, adressant.Demarcate,dimâkeit, de grenzen vaststellen; subst.Demarcation,dîmâkeiš’n, afpaling, grenslijn.Demean,dimîn, (zich) gedragen of houden; (zich) vernederen of verlagen;Demeanour,dimînə, gedrag, houding.Dementate,dimentit=Demented= waanzinnig, krankzinnig; subst.Dementedness=Dementia,dimenšə, krankzinnigheid, waanzin, idiotisme.Demerara,demərârə.Demerit,dimerit, gebrek, blaam, schuld, wangedrag, onwaardigheid.Demersed,dimɐ̂st, onder water groeiend.Demesne,dimîn, domein, grondbezit; gebied:The demesnes of the school= het gebied.Demi,demi:Demigod, halfgod;Demi-john= groote mandflesch;Demi-lance= korte lans, licht gewapend ruiter;Demi-official= officieus;Demi-rep(=demi-reputation), demi-mondaine;Demi-repdom;Demi-semiquaver= 32ste noot.Demisable,dimaisəb’loverdraagbaar; subst.Demisability;Demise,dimaiz, subst. overlijden; overdracht;Demiseverb. overdragen; nalaten (bij uiterste wilsbeschikking =Todemise by will).Demission,dimiš’n, opgeven, laten varen; verlaging;Demit= neerleggen.Demiurge,demiɐ̂dž,Demiurgos,dimiɐ̂gəs, demiurgos; adj.Demiurgic.Demobilization,dimobilizeiš’n,dimoubilizeiš’n, demobilisatie;Demobilize,Demobilize= demobiliseeren, ontbinden (van troepen).Democracy,dimokrəsi, volksregeering;Democrat,deməkrat, democraat; adj.Democratic(al);Democratize= democratiseeren.Demolish,dimoliš, afbreken, slechten, verwoesten;Demolisher= afbreker, verwoester;Demolition,deməliš’n= het afbreken, verwoesting.Demon,dîm’n, demon;Demoness= duivelin;Demoniac,dimounjək, bezetene; adj. demonisch =Demoniacal,dîmənaiək’l=Demonian,dimounj’n=Demonic,dimonik;Demonology,dîmənolədži, demonenleer.Demonetization,dimonitizeiš’n, subst. vanDemonetize,dimonitaiz, buiten omloop stellen van geld.Demonstrable,dimonstrəb’l,dem’nstrəb’l, bewijsbaar; subst.Demonstrableness;Demonstrate,dimonstreit,dem’nstreit, aantoonen, aanwijzen, demonstreeren:Demonstration,dem’nstreiš’n, bewijs, demonstratie; schijnbeweging;Demonstrative,dimonstrətiv, aanschouwelijk, openhartig, overdreven, demonstratief, aanwijzend (voornaamwoord); (brutaal,demənstreitiv); subst.Demonstrativeness;Demonstrator= demonstrator, prosector, wijsvinger.Demoralization,dimorəlizeiš’n,dimorəlaizeiš’n, demoralisatie;—verb.Demoralize,dimorəlaiz.Demosthenes,dimosthənîz; adj.Demosthenic,demosthenik=Demosthenian.Demotic,dimotik:Demotic character= oud-Egyptisch volksschrift.Demur,dimɐ̂, subst. aarzeling, weifeling; protest;Demurverb. aarzelen, weifelen, excepties opwerpen:I cannot subscribewithout demur(ring)to so sweeping a sentence= ik kan zulk een algemeen oordeel niet zonder protest aanvaarden;Idemur atthat= kom in verzet tegen;Hedemurred tomy assertion= was het niet eens met;Demurrer= weifelaar; exceptie (jur.).Demure,dimjûə, stemmig, zedig, preutsch; subst.Demureness.Demurrage,dimɐridž, liggeld (v. schepen); korting van 1½ d. per ons goud bij inwisseling van banknoten bij deBank of England:Days of demurrage= ligdagen.Demy,dimai, een zeker papierformaat (56 bij 46 c.M. voor drukwerk, 48 bij 38 c.M. voor schrijven); zoogenaamdehalf-fellowofscholar[138]van hetMagdalen CollegeteOxford;Demy-ship= beurs van 100 tot 50 £.Den,den, subst. hol, leger, kuil; hok, gat:Daniel in the lions’ den.Denarius,dinêriəs, oude zilveren munt (Rome) van ongeveer 8 stuivers; een Engelschepenny:Denarius Dei= Godspenning;DenariusSancti Petri= St. Pieterspenning.Denationalize,dinašənəlaiz, van de nationaliteitsrechten berooven.Denbigh,denbi.Dendri.…,dendri.…,Dendro …,dendrə …, in samenst., boom …;Dendritic= boomachtig.Dendrolite,dendrəlait, dendroliet, versteende boomstam;Dendrology= boomenleer.Denham,denəm.Deniable,dinaiəb’l, loochenbaar;Denial,dinai’l, ontkenning, verloochening, weigering:I willtake no denial= neem geen bedankje aan;Denier= loochenaar.Denim,denim, grove wollen stof.Denis,denis.Denization,denizeiš’n, naturalisatie:Letters of denization;Denizen,deniz’n, subst. bewoner, genaturaliseerd burger;Denizationverb. het burgerrecht verleenen;Denizenship.Denmark,denmâk:Denmark satin shoes= stoffen laarsjes.Dennis,denis, Dionysius.Denominate,dinomineit, benoemen, aanwijzen;Denomination= naam, benaming, sekte;Denominationaleducation= confessioneel onderwijs;Denominative= benoemend of benoemd;Denominator= noemer (van eene breuk).Denotable, te onderscheiden;Denotationof a term= omvang (ruimte) of beteekenis eener uitdrukking;Denote,dinout, aanwijzen, aanduiden.Denouement,Fr. uitspr., ontknooping, afloop.Denounce,dinauns, dreigen met, dreigend verklaren, aanklagen, aanbrengen, opzeggen (a treaty); subst.Denouncement;Denouncer= aanbrenger.Dense,dens, dicht, bekrompen, dom;Thedenseness of the publicis something wonderful= domheid;Density= dichtheid.Dent,dent, indruk, deuk; tand;Dental, subst. tandletter; adj. tand …:Dental formula= tandformule;Dental surgeon= tandmeester;Dentate(d),denteit(id),Dented, getand;Denticulate(d),dentikjul(e)it(id), met tandjes; met kalfstanden (bouwk.); subst.Denticulation;Dentiform,dentiföm, tandvormig;Dentifrice,dentifris, tandpoeder;Dentist,dentist, tandmeester;Dentistry= tandheelkunde;Dentition,dentiš’n, het tandenkrijgen; tandstelsel;Dentolingual,dentəliŋgw’l, subst. en adj. (consonant) door tong en tanden gevormd;Denture,dentjə, tandenrij; kunstgebit.Denudation,denjudeiš’n, ontblooting, berooving:—verb.Denude,dinjûd.Denunciation,dinɐnšieiš’n,Denunciate,dinɐnšieit;Denunciator. ZieDenounce.Deny,dinai, ontkennen, tegenspreken, weigeren, (ver)loochenen:Todeny oneself= belet geven;Hedenied himselfevery pleasure= ontzeide zich elk genot;She was denied= zij kreeg “belet”.Deobstruct,diobstrɐkt, purgeeren;Deobstruent= subst. en adj. zuiverend of purgeerend (middel).Deodorization,dioudərizeiš’n,dioudəraizeiš’n, ontsmetting, reukeloos maken;—verb.Deodorize,dioudəraiz;Deodorizer= ontsmettingsmiddel.Deontology,diontolədži, Bentham’s leer der zedelijke verplichting.Deo volente,dîə vəlenti, als God het wil.Deoxidate,dioksideit,Deoxidize,dioksidaiz, reduceeren; subst.Deoxidation.Depaint,dipeint, afschilderen, malen.Depart,dipât, vertrekken, heengaan, sterven, opgeven, afzien van, afwijken, verlaten:The statesmandeparted this lifeon the 20th= scheidde uit het leven, stierf;Hedeparted fromhis house= ging heen;Our dear departed= overledene(n);The departed= de overledenen;Departure,dipâtšə, vertrek, dood, afwijking, richting, wending:Hetook his departure= vertrok;That is quite anew departure= heel wat nieuws, een geheel nieuwe richting;Hetook a new departureat 40= op 40-j. leeftijd werd hij een ander man.Department,dipâtm’nt, afdeeling, werkkring, departement;Departmental= afdeelings- -.Depauperization,dipôpərizeiš’n, subst. v.Depauperize,dipôpəraiz, uit de armoede opheffen.Depend,dipend, neerhangen, afhangen, vertrouwen op, rekenen op:It (All) depends= dat hangt er vanaf;They are people to bedepended upon= ver- en betrouwbare menschen;Depend upon it= reken daarop;Every man mustdepend upon himself= zelf is de man;Dependable= vertrouwd:To employdependable tradespeople;Dependance,Dependence,Dependency= afhankelijkheid, verband:Dependencies= toebehooren; wingewest, kolonie;Dependent= afhangend (on), neerhangend (from), afhankelijk, onbeslist, berustend op; subst. dienaar, vazal;Depending, onbeslist of hangende (van eene rechtszaak).Depict,dipikt, afschilderen, malen =Depicture.Depilate,depileit, ontharen;Depilation, ontharen, uitvallen van haren;Depilatory, ontharend;Depilatories= ontharingsmiddelen.Deplete,diplît, ledigen, aderlaten, uitputten; subst.Depletion, aderlating, uitputting.Deplorable,diplôrəb’l, betreurenswaard, jammerlijk; subst.Deplorableness;Deplore,diplö, betreuren, beweenen.Deploy,diplôi, (doen) ontplooien, ontwikkelen:The troopsdeployed into line= kwamen in bataille; subst.Deployment.Deplume,diplûm, van vederen berooven.Depone,dipoun, onder eede bevestigen;Deponent,dipoun’nt, subst. getuige; werkwoord met passieven vorm en actieve beteekenis; adj passief van vorm en actief van beteekenis.Depopulate,dipopjuleit, ontvolken; subst.Depopulation.Deport,dipöt, deporteeren:Todeport oneself[139]= zich gedragen;Deportation, deportatie;Deportment= houding, gedrag.Deposable,dipouzəb’l, afzetbaar;Deposal= afzetting;Depose,dipouz, afzetten; onder eede bevestigen (verklaren, verhooren).Deposit,dipozit, subst. neerslag, storting, pand, deposito;Depositverb. leggen, neerleggen, bijzetten, storten, toevertrouwen, in bewaring geven:Deposit at call,Deposit at notice(zonder, met opzegging);In (on) deposit= in deposito (van gelden,etc.);Depositary,dipozitəri, bewaarder;Deposition,depəziš’n,dîpəziš’n, neerslag, getuigenisaflegging, verklaring, onttroning, afzetting, deposito;Depositor, hij die deponeert;Depository,dipozitəri, bewaarplaats.Depot,dîpou,depou,dipou, depot, bergplaats, stapelplaats; station (Amer.):Coal and Cattle Depot.Depravation,deprəveiš’n, verdorvenheid, bederf;Deprave,dipreiv, bederven, demoraliseeren:Depravedness=Depravity,dipraviti,verdorvenheid.Deprecate,deprikeit, door smeeken trachten af te wenden, krachtig opkomen tegen, ernstig afkeuren;Deprecation;Deprecatorylooks= smeekende blikken.Depreciate,diprîšieit, de waarde verminderen (Amer.); geringschatten, onderschatten;Depreciation= waardevermindering; onderschatting, geringschatting;Depreciative,diprîšiətiv,Depreciatory,diprîšiətəri, minachtend, gering-, onderschattend.Depredate,deprideit, (uit)plunderen, verwoesten, verslinden; subst.Depredation;Depredator, plunderaar;Depredatory= verwoestend, plunderend.Depress,dipres, neerdrukken, neerslaan, buigen, vernederen, matigen, verlagen, lager richten (van geschut), neerslachtig maken, in waarde doen dalen;Depressed= gedrukt, flauw;Depression,dipreš’n, (neer)drukking, indruk, depressie, neerslachtigheid, uitputting, slapte (in zaken):Depression of spirits= melancholie;Depressionist= pretbederver, vreugdeverstoorder;Depressive= drukkend.Deprivation,depriveiš’n, berooving, verlies, ontzetting uit een ambt;Deprive,dipraiv, berooven, ontdoen, ontzetten:She wasdeprivedof her membership= lidmaatschap.Deptford,detfəd.Depth,depth, diepte, hoogte, breedte, donkerheid (bij eene kleur), afgrond, zee, hartje (van den winter), holle (van den nacht), diepzinnigheid, onmetelijkheid:In the depth(s) ofwinter;Ten feetin depth= tien voet diep;I amout of (within) my depth here= ik voel hier geen (nog) grond, kan hier (niet) staan (ookfig.);Depthless= ondiep; onpeilbaar.Depurate,depjureit, reinigen; subst.Depuration;Depurative= bloedzuiverend (middel).Deputation,depjuteiš’n, afvaardiging, deputatie:In, by deputation= bij volmacht;Depute,dipjût, subst. gevolmachtigde (Schotsch);Deputeverb. afvaardigen;Deputy,depjuti, subst. afgevaardigde, gevolmachtigde, plaatsvervanger, helper:Deputy-chairman(Deputy-judge) ondervoorzitter (rechter-plaatsvervanger).Deracinate,dirasineit, uitroeien, verdelgen.Derail,direil, (laten) derailleeren; uit den trein laden (van troepen):The traingot derailed= derailleerde; subst.Derailment.Derange,direinž, verstoren, krenken (van geest of lichaam);Deranged= gek;Derangement= storing, krenking.Deray,direi, wanorde, tumult.Derby,dɐ̂bi,dâbi, Derby; stijve, ronde hoed met smallen rand (Amer.):Derby-day= de dag bestemd voor deDerby races= wedrennen te Epsom (in Mei).Derelict,derəlikt, subst. onbeheerd goed, verlaten schip; aangeslibd land; adj. onbeheerd, verlaten (Jur.);Dereliction= verzaking, het onbeheerd laten, landaanwinning door aanslibben:A serious dereliction of duty= een ernstig plichtsverzuim.Derham,derəm.Deride,diraid, bespotten, uitlachen;Derision,diriž’n, spot, hoon;Derisive,diraisiv, spottend: subst.Derisiveness;Derisory,diraisəri, spottend, hoonend.Derivable,diraivəb’l, afleidbaar;Derivation,deriveiš’n, afleiding, afwijking;Derivative,dirivətiv, afgeleid, voortkomend, bijkomend; subst. afgeleid woord, afleiding;Derive,diraiv, afleiden, verkrijgen (door schenking of overdracht), trekken uit, voortkomen uit.Derm,dɐ̂m,Derma,dɐ̂mə, huid;Dermal,dɐ̂m’l, huid- -;Dermatology,dɐ̂mətolədži, leer der huidziekten.Dermestes,dɐ̂mestîz, knotssprietigen.Derogate,derəgeit, afbreuk doen (from one’s honour, dignity= aan), benadeelen, schenden, verkleinen; subst.Derogation;Derogatory= benadeelend, nadeelig, verslappend.Derrick,derik, laadboom, kraan.Derringer,derindžə, pistool met korten loop, doch van groot kaliber (Amer.).Dervis(e),dɐ̂vis,Dervish,dɐ̂viš, derwisch.Descant,deskn’t, discant, meerstemmig lied; gedachtenwisseling.Descant,deskant, sopraan zingen, vibreeren; breedvoerig van gedachten wisselen over (on, upon).Descend,dəsend, neerdalen (-vallen, -stroomen), dalen, afdalen, invallen, neervallen, tendeelvallen, zich vernederen, afstammen, komen aan:Hedescended inhis price= sloeg af;Hedescended into particulars= daalde af tot;Descendant= afstammeling;Descendent= afstammend, nederdalend;Descension,dəsenš’n, neerdaling, vernedering;Descent,dəsent, neerdaling, helling, val, vernedering, landing, aanval, afstamming:Descent-theory= afstammingstheorie.Describable,diskraibəb’l, beschrijfbaar;Describe,diskraib, beschrijven;Describer= beschrijver;Describent= beschrijvend:Describent surface(wisk.);Description,diskripš’n, beschrijving, klasse, soort;Descriptivegeometry= beschrijvende meetkunde.Descry,diskrai, bespieden, ontdekken.Desecrate,desikreit, ontheiligen, ontwijden, profaneeren; subst.Desecration.Desert,dezət, subst. woestijn, woestenij;[140]adj. woest, onbewoond;Desert-bird= pelikaan.Desert,dizɐ̂t, subst. verdienste, verdiende loon (gew.Meerv.):Hegot (was brought to) his deserts= hij kreeg zijn verdiende loon.Desert,dizɐ̂t, verlaten, deserteeren, afvallig worden van;Deserter= deserteur, afvallige;Desertion,dizɐ̂š’n, verlatenheid, wanhoop, desertie.Deserve,dizɐ̂v, verdienen, waardig zijn:He hasdeserved well ofhis country= heeft zich verdienstelijk gemaakt jegens;Deservedly= terecht;The deserving poor man= fatsoenlijke arme;Deserving ofa better cause= eene betere zaak waardig.Deshabille,dezəbîl=Dishabille.Desiccant,disik’nt,desik’nt, subst. en adj. opdrogend (geneesmiddel);Desiccate,desikeit,disikeit, opdrogen; subst.Desiccation;Desiccative,disikətiv=Desiccant.Desiderate,dəsidəreit, wenschen, noodig hebben, missen:I could have desiderateda fuller treatment of that subject= eene vollediger behandeling ware wenschelijk geweest;A desiderated reform= gewenscht, maar niet verkregen;Desiderative,dəsidərətiv, subst. en adj. gewenscht(e zaak);Desideratum, desideratum.Design,dizain,disain, subst. schets, plan, ontwerp, voornemen, bedoeling, aanslag, dessin;Designverb. schetsen, ontwerpen, bedoelen, aanwijzen:Industrial design= vakteekenen;A school of design= ambachtsteekenschool;Through design= opzettelijk;Designedly= opzettelijk;Designer= ontwerper, intrigant;Designing, subst. het ontwerpen van dessins, etc.; adj. intrigeerend, listig.Designate,designeit, aanwijzen, onderscheiden, noemen, bestemmen voor; subst.Designation.Desilver(ize),disilvə(raiz), ontzilveren; subst.Desilverization.Desirable,dizairəb’l, wenschelijk; subst.Desirableness=Desirability;Desire,dizaiə, subst. begeerte, wensch, verlangen;Desireverb. verlangen, begeeren, verzoeken:He is not all that can be desired= hij kon wel beter zijn;I desired himto walk upstairs= verzocht hem;Desirous= begeerig:Desirous ofpraise= begeerig naar lof.Desist,disist,dizist, ophouden, nalaten, afzien van (from); subst.Desistance.Desk,desk, subst. lessenaar, lezenaar:Desk-work= schrijfwerk, zittend werk.Desolate,desəlit, adj. verlaten, droevig, somber, eenzaam, woest;Desolateverb. (desəleit),verwoesten, eenzaam maken, ontvolken, vernietigen; subst.Desolateness;Desolater, Desolator,deseleitə, verwoester;Desolation= verwoesting, eenzaamheid, troosteloosheid.Despair,dispêə, subst. wanhoop;Despairverb. wanhopen:In despair= wanhopig;His life wasdespaired of= er werd gewanhoopt aan.Despatch,dispatš, subst. verzending, wegzending, afdoening, spoed, bericht;Despatchverb. afzenden, afmaken, volbrengen, afdoen, dooden:Happy despatch= de Jap.Harakiri;Despatch-box= portefeuille, schrijfmap;Despatch-goods= ijlgoederen;Despatch-money= premie op vlug laden of lossen;Despatcher= dispacheur.Desperado,despəreidou, dolle waaghals, wanhopige schurk, woesteling.Desperate,despərit, adj. vertwijfeld, wanhopig, verloren, hopeloos, roekeloos, geweldig:Desperate of= wanhopend aan; subst.Desperateness= vertwijfeling, razernij;Desperation= vertwijfeling.Despicable,despikəb’l, verachtelijk, laag, gemeen, waardeloos; subst.Despicableness;Despise,dispaiz, verachten, versmaden.Despite,dispait, subst. boosaardigheid, spijt, verachting;He did it(in) despite ofwarning= trots alle;Despiteful= boosaardig; subst.Despitefulness.Despoil,dispôil, berooven, plunderen;Despoliation,despoulieiš’n,dispoulieiš’n, plundering, berooving.Despond,dispond, moedeloos of hopeloos worden, wanhopen;Despondency= moedeloosheid; adj.Despondent=Desponding.Despot,despot, alleenheerscher, tiran; adj.Despotic(al);Despotism= despotisme.Despumation,despjumeiš’n, afschuiming.Dessert,dəzɐ̂t,dəsɐ̂t, dessert;Dessert-dish;Dessert-spoon.Destination,destineiš’n, bestemming;Destine,destin, bestemmen (to, for);Destiny,destini, bestemming, lot, noodlot:The Destinies= de drie Parcae of Schikgodinnen.Destitute,destitjût, ontbloot van, behoeftig, verlaten, hulpeloos; ook subst.;Destituteness= verlatenheid;Destitution= groote armoede.Destroy,distrôi, vernietigen, verwoesten, afbreken, dooden, verdelgen:Never destroy anything= doe nooit iets weg;Destroying angel= worgengel.Destructibility,distrɐktibiliti, vernietigbaarheid; adj.Destructible;Destruction,distrɐkš’n, vernieling, verdelging, verwoesting, ondergang;Destructive,distrɐktiv, subst. radicale hervormer; adj. vernietigend, verderfelijk; subst.Destructiveness.Desudation,desjudeiš’n, overmatig zweeten.Desuetude,deswitjûd, (in) onbruik (raken).Desulphurate,disɐlfjureit, ontzwavelen =Desulphurize.Desultoriness,desəltərinəs, subst. v.Desultory,des’ltəri, onsamenhangend, vluchtig, oppervlakkig, van den hak op den tak.Detach,ditatš, scheiden, losmaken, afkeerig maken, detacheeren:The Free Staters will not bedetached fromtheir alliance= zich niet losmaken;Detachable= scheidbaar;Detached house= vrijstaand;Detachment= scheiding, onbevangenheid, detachement.Detail,diteil,dîteil, subst. omstandig verhaal, omstandigheid, bijzonderheid, afdeeling manschappen (voor speciale diensten):In detail= omstandig, stuk voor stuk;Heentered into details= trad in bijzonderheden;Further details= nadere bijzonderheden, details.Detail,diteil, omstandig verhalen, in bijzonderheden mededeelen; voor speciale diensten aanwijzen:Adetailed account= omstandig verslag.Detain,ditein, afhouden, ophouden, terughouden, onthouden, gevangen houden:A[141]writ of detainerwas issued against them= bevel tot verlengde gevangenhouding werd tegen hen uitgevaardigd;Forcible detainer= gewelddadige inbezithouding.Detect,ditekt, ontdekken, betrappen, aan ’t licht brengen;DetectableofDetectible= ontdekbaar;Detecter(Detector) = indicateur;Detection= ontdekking, betrapping;Detective= subst. geheime agent; ook adj.:The detective force= geheime politie.Detent,ditent, lichter, drukker, trekker.Detention,ditenš’n, terughouding, uitstel, opsluiting; het nablijven:Detention-colony= strafkolonie;Detention-work= strafwerk;House of detention= huis van bewaring.Deter,ditɐ̂, afschrikken, afhouden;Deterrent= afschrikkend (middel of voorbeeld).Deterge,ditɐ̂dž, eene wond zuiveren;Detergent= reinigend (middel).Deteriorate,ditîriəreit, ontaarden, verergeren; subst.Deterioration.Determinability,ditɐ̂minəbiliti, subst. v.Determinable,ditɐ̂minəb’l, bepaalbaar, beslisbaar;Determinate,ditɐ̂minit, bepaald, beperkt, beslist;Determination,ditɐ̂mineiš’n, einde, beslissing, bepaling, besluit, vaststelling, beslistheid, vastberadenheid;Determinative= bepalend;Determine,ditɐ̂min, bepalen, beperken, besluiten, beslissen, vergewissen;Determinism,ditɐ̂minizm, determinisme.Detest,ditest, verfoeien;Detestability=Detestableness= verfoeielijkheid;Detestation,dîtəsteiš’n, verfoeiing, walging.Dethrone,dithroun, onttronen; subst.Dethronement.Detinue,detinjû:Action of detinue= actie tot teruggave van onwettig onthouden goederen.Detonate,detəneit, (doen) ontploffen:Detonating cap, gas, powder= slaghoedje, knalgas, donderpoeder;Detonation= explosie;Detonator, slaghoedje, knalsignaal (=Detonating fog-signal), donderbus.Detour,ditûə, kromming, omweg, omhaal, wijking.Detract,ditrakt, wegnemen, smaden, verkleinen, belasteren:That does notdetract frommy wish to serve you= dit belet niet, dat ik wensch; subst.Detraction; adj.Detractive=Detractory;Detractor, smaler, lasteraar; aftrekspier.Detrain,ditrein, uit een spoortrein laden, uitstijgen.Detriment,detriment, schade, nadeel;Detrimental; adj. nadeelig, schadelijk; subst. jongmensch, dat meisjes het hof maakt, en ernstige aspiranten daardoor afschrikt.Detroit,ditrôit.Detruncate,ditrɐŋkeit, knotten, afsnijden; subst.Detruncation.Deuce,djûs, twee (op dobbelsteenen of kaarten), beide spelers 3 slagen (Lawntennis); duivel, droes, drommel:I had the deuce’s own troublewith him= drommels veel moeite met;The deuce is in it= daar speelt de duivel mee;He is the deuce to talk= hij is een vervelende babbelaar;Deuced difficult= verduiveld moeilijk;Deuce-ace= de één en twéé bij het dobbelen.Deus ex machina,dîəseksmeikinə.Deuteronomy,djûteronəmi, Deuteronomium.Deuxponts,djûpoŋ, Tweebruggen.Devastate,devəsteit, verwoesten; subst.Devastation;Devastator= verwoester.Develop,diveləp, (zich) ontwikkelen, verduidelijken, ontvouwen;Developer= ontwikkelaar;Development= ontwikkeling, ontvouwing.De Vere,də vîə;Devereux,devərû.Devest,divest, vervreemden (van recht of titel); verloren gaan: ZieDivest.Hedevested himself ofhis power= hij legde af.Deviate,dîvieit, afwijken, afdwalen; subst.Deviation.Device,divais, subst. plan, oogmerk, devies, motto, list, vinding;Full of devices= vindingrijk, slim.Devil,dev’l, subst. duivel, drukkersloopjongen, scheurmachine (in lompenfabrieken); sterk gekruid vleeschgerecht;Devilverb. aan flarden scheuren (van lompen), sterk kruiden of peperen; handlangen:What comes over thedevil’s back,goes under his belly= onrechtvaardig verkregen goed gedijt niet;Devil’s bones= dobbelsteenen;Devil’s books= speelkaarten;Devil’s dirt= duivelsdrek;Devil’s Own= het 88e linie-regiment;Devil’s tattoo= het trommelen met de vingers op eene tafel, etc.;Between (the) devil and (the) deep sea= tusschen Scylla en Charybdis;He must needs go whom the devil drives= wie den duivel aan boord heeft moet met hem varen;Devil take the hindmost= loope wie loopen kan;Hegave the devil his due= hij heeft hem recht laten wedervaren;The boyplays the devilwith his teachers= plaagt verschrikkelijk;It is enoughto kill the devil= je zou er des duivels van worden;That is the devil of it= dat is het beroerde van de zaak;What the devil do you want?= wat duivel moet je;Devil a bit I care= het kan me geen zier schelen;Adevil-may-care fellow= onverschillig, roekeloos;Devilish= duivelsch, verduiveld;Devilment= schurkerij:There’s devilment in him= hij heeft leelijke streken;Devil(t)ry= duivelsche slechtheid, streken.Devious,dîvjəs, afwijkend, afdwalend:Devious path (way)= omweg;Devious step= misstap; subst.Deviousness.Devisable,divaizəb’l, bedenkbaar; vermaakbaar;Devise,divaiz, subst. erflating; testament;Deviseverb, verzinnen, overleggen, overwegen, nalaten(by will);Devisee,devizî, wien de grondbezittingen worden vermaakt;Deviser=plannenmaker;Devisor= erflater.Devitrification,dəvitrifikeiš’n, subst. v.Devitrify,divitrifai, tot matglas maken.Devocalize,divoukəlaiz, stemloos maken.Devoid,divôid, ontbloot(of).Devoir,Fr. uitspr., plichtpleging.Devolution,devəl(j)ûš’n, toevallen bij erfenis; verwijzing naar eene commissie (Parl.).Devolve,divolv, overdragen, overgaan, toevallen, tebeurtvallen, neerkomen op:It devolves onyou= komt op u neer; subst.Devolvement.[142]Devon,dev’n=Devonshire;Devonian= uit D.;Devonport;Devonshire:Devonshire colic= loodkoliek.Devote,divout, verb. wijden, offeren, doemen;Devoted= gewijd, gedoemd; innig verknocht; subst.Devoteness;Devotee,devətî, aanbidder, enthousiast; bekrompen dweper, kwezel;Devotion,divouš’n, toewijding, opoffering, godsvrucht, godsdienstoefening, gebed, gehechtheid, vurige liefde:Devotions= gebeden, godsdienstige plichten, godsdienstoefening;Devotional= godvruchtig, vroom, stichtelijk.Devour,divauə, verslinden, verteren, vernietigen.Devout,divaut, vroom, innig, oprecht; subst.Devoutness.Dew,djû, subst. dauw;Dewverb. bedauwen, bevochtigen;Dew-beater= dauwtrapper; voet;Dew-berry= dauwbraam;Dew-dropping= dauwend, zacht neervallend als dauw;Dewlap= kossem, halskwabbe;Dew-point= dauwpunt;Dew-worm= aardworm, pier;Dewy= bedauwd.D’Ewes,djûz.Dexter,dekstə, rechtsch, ter rechter (Herald.);Dexterity,deksteriti, handigheid, vaardigheid;Dext(e)rous,dekstrəs, (dekstərɐs), handig, vaardig.Dextrine,dekstrin, dextrine.Dey,dei, (Turksche titel voor) stadhouder.Dhobi(e),doubi, Brit. Ind. waschvrouw;Dhole,doul, wilde hond;Dhotee,Dhoti,douti, lendendoek (Brit. Ind.).Dhow,dau, Arabisch vaartuig.Dhurra,dɐrə, Indisch en Egypt. gierst.Diabetes,daiəbîtîz, suikerziekte; adj.Diabetic:Diabetic sugar= druivensuiker.Diablerie,Diablery,diabləri,diâbləri, =Devilry;Diabolic(al),daiəbolik(’l), duivelsch, kwaadaardig; subst.Diabolicalness;Diabolism,daiabəlizm, duivelachtigheid, bezetenheid.
Defile,difail, subst. engte, pas, défilé;Defileverb. defileeren; bevuilen, verontreinigen, bezoedelen; subst.Defilement;Defiler= ontwijder, schender.
Definable,difainəb’l, te bepalen of begrenzen;Define,difain, bepalen, beperken, uitleggen, beschrijven;Definite,definit, bepaald, begrensd; subst.Definiteness;Definition[136]= bepaling, omschrijving, beschrijving;Definitive, subst. bepalend woord (b.v. een adjectief); adj. beslissend, afdoend; subst.Definitiveness.
Deflagrate,defləgreit, verbranden; subst.Deflagration.
Deflate,difleit, gas of lucht uitlaten.
Deflect,diflekt, afbuigen, afwijken;Deflection=Deflexion, afwijking, afdrijving (v. een schip).
Defloration,dîfloreiš’n,defloreiš’n, verkrachting;Deflour,Deflower,diflauə, onteeren, schenden;Deflourer= verkrachter.
Defluxion,diflɐkš’n, ontsteking, catarrh.
Defoe,dəfou.
Deforest,diforəst, ontwouden.
Deform,diföm, misvormen;Deformation= mismaking;Deformed= mismaakt; subst.Deformedness;Deformity= wanstaltigheid, mismaaktheid.
Defraud,difrôd, onrechtmatig onthouden, bedriegen, beetnemen;Defrauder= bedrieger, smokkelaar.
Defray,difrei, betalen, afbetalen, vereffenen:Hedefrayed our expenses= hield ons vrij; subst.Defrayment.
Deft,deft, vlug, vaardig, handig; subst.Deftness.
Defunct,difɐŋkt, overleden(e).
Defy,difai, uitdagen, tarten, trotseeren:It defies description= gaat alle beschrijving te boven. ZieDefiance.
Degeneracy,didženərəsi, ontaarding;Degenerate, adj. ontaard, laag; subst, gedegenereerde;Degenerateverb. ontaarden;Degeneration= ontaarding.
Deglutinate,diglûtineit, losmaken (wat gelijmd is).
Deglutition,deglutitiš’n,dîglutiš’n, slikken.
Degradation,degrədeiš’n, dégradatie, afzetting, vernedering, vermindering;—verb.Degrade,digreid;Degrading= onteerend.
Degree,digrî, subst. graad, rang, waardigheid, verwantschap, stand:Hetook his degree= promoveerde;By degrees= trapsgewijze, langzamerhand;Personsin their degree= van hun stand;In a degree= tot op zekere hoogte, in zekeren zin;In no degree= geenszins;In some degree= eenigszins; eenigermate;To a degree= in hoogen graad, buitenmate;Honorary degree= doctorstitelhonoris causa;Degree-day= promotiedag;Degree-title= academ. graad.
Dehisce,dihis, openspringen; adj.Dehiscent; subst.Dehiscence.
Dehort,dihöt, afraden; adj.Dehortatory.
Deicide,dîisaid, Christusmoord, Christusmoordenaar.
Deific(al),dîifik’(l), vergoddelijkend;Deification= vergoddelijking, apotheose;Deifier= vergoder;Deiform= van goddelijken vorm;Deify,dîifai, vergoden, vergoddelijken.
Deign,dein, zich verwaardigen, toestaan.
Dei gratia,dî-ai greišiə, van Gods genade.
Deil,dîl,dil, duivel (Schotsch).
Deism,dîizm, deïsme;Deist= deïst; adj.Deistic(al);Deity,dîiti, Godheid.
Deject,didžekt, adj. terneergeslagen (=Dejected), ontmoedigd;Dejectverb. ontmoedigen, neerslachtig maken;Dejectedness=Dejection= neerslachtigheid, moedeloosheid;Dejectory= ontmoedigend, afdrijvend.
Delactation,dîlakteiš’n, het spenen.
Delany,dileini,deləni.
Delate,dileit, aangeven, aanklagen; subst.Delation:Espionage and delation;Delator= verklikker.
Delay,dilei, subst. uitstel, vertraging;Delayverb. uitstellen, rekken, uitstel geven; zich laten wachten, aarzelen, belemmeren:All is not lost that is delayed= uitstel is geen afstel;Delayer= uitsteller; reden van uitstel.
Del credere,delkredərə, delcredere.
Dele,dîli, subst. uitschrappingsteeken;Deleverb. uitschrappen, wegnemen;Deleble,delib’l, uitwischbaar.
Delectable,dilektəb’l, verrukkelijk, lekker; subst.Delectableness;Delectation= genot.
Delegate,deləgit, subst. gevolmachtigde, afgevaardigde; adj. gevolmachtigd;Delegateverb. (deləgeit) volmacht geven, toevertrouwen, afvaardigen;Delegation= afvaardiging, opdracht, deputatie.
Delete,dilît, uitwisschen, doorhalen.
Deleterious,dîlətîriəs, vergiftig, schadelijk.
Deletion,dilîš’n, subst. ZieDelete.
Delf,delf, Delftsch aardewerk =Delft ware.
Delhi,deli, Delhi.
Delian,dîliən, uit Delos.
Deliberate,dilibərit, adj. bedaard, overleggend, opzettelijk;Deliberateverb. (dilibəreit) overwegen, beraadslagen; subst.Deliberateness;It wastaken into deliberation= het werd in overweging genomen;Deliberative,dilibərətiv, overleggend.
Delicacy,delikəsi, fijnheid, keurigheid, teerheid; heerlijkheid, lekkernij; zwakheid;Delicate,delikit, fijn, teer, lekker, voorzichtig, kiesch, kieskeurig, fijngevoelig, zwak; subst.Delicateness;Delicious,dilišəs, heerlijk; subst.Deliciousness.
Delict,dilikt, delict.
Delight,dilait, subst. genot, wellust, verrukking;Delightverb. verrukken, streelen; behagen scheppen in, verheugd zijn over:Tohave (take) delight in= behagen scheppen in;I amdelighted with it= ik ben er verrukt mee, over;Delightful= verrukkelijk; subst.Delightfulness.
Delimit,dilimit, afperken, de grenzen vaststellen;Delimitation= vaststelling (der gr.).
Delineate,dilinieit, schetsen, ontwerpen, beschrijven; subst.Delineation;Delineator= schetser, enz.
Delinquency,diliŋkw’nsi, misdrijf, misdaad, plichtverzuim;Delinquent,diliŋkw’nt, subst. schuldige; adj. schuldig.
Deliquesce,delikwes, smelten of oplossen door vochtopneming; subst.Deliquescence; adj.Deliquescent.
Delirious,diliriəs, ijlhoofdig, dol van (=with):Tobe delirious= ijlen; subst.Deliriousness;Delirium= delirium:In a delirium of drink;Delirium tremens= dronkaardswaanzin.
Delitescence,delites’ns, verborgenheid; plotseling verdwijnen van gezwel of ontsteking; adj.Delitescent.
Deliver,dilivə, verlossen, bevrijden, overbrengen,[137]leveren, in-, op-, uitleveren, bestellen, overgeven, uitspreken:Todeliver a message= overbrengen;Tobe delivered in 8 days, at B= te leveren;To be delivered immediately= in handen (op brieven);She was-ed ofa boy= beviel van een jongen;Delivered inmy trust= mij toevertrouwd;The fortress wasdelivered up (over)= overgegeven;Hedelivered himself up= gaf zich in handen der politie;Deliverable= te leveren;Deliverance= bevrijding, beslissing, vrijspreking;Deliverer= verlosser, overbrenger;Delivery,diliv’ri, verlossing, bevrijding, uitspraak, (wijze van) voordracht, levering, bestelling;Delivery-pipe= afvoerpijp;Delivery-window= loket.
Dell,del, nauw dal.
Deliac,dîliək, uit Delos; artistieke vaas;Delos,dîlos;Delphian,delfiən,Delphic,delfik, Delphisch, raadselachtig.
Delphin(e),delfin, dendauphinbetreffend:Delphin classics= de voor het gebruik van denDauphin(zoon van Lod. XIV) bestemde uitgaven der klassieken;Delphine,delfin, tot de dolfijnen behoorend.
Delta,deltə, de Grieksche D = Δ; delta;Delta-leaved= met Δ-vormige bladeren;Deltaic,delteiik, Delta …;Deltification= deltavorming;Deltoid,deltôid, deltavormig; deltaspier.
Deludable,dil(j)ûdəb’l, licht te misleiden;Delude,dil(j)ûd, bedriegen, misleiden;Deluder= misleider.
Deluge,deljudž, subst. watervloed, zondvloed, groote menigte, ramp;Delugeverb. overstroomen, overstelpen:After me the Deluge.
Delusion,dil(j)ûž’n, bedrog, bedriegerij, waan, begoocheling; adj.Delusive,dil(j)ûsiv; subst.Delusiveness;Delusory,dil(j)ûsəri=Delusive.
Delve,delv, graven, uitvorschen.
Demagogic(al),deməgodžik(’l);Demagogism,deməgodžizm, de beginselen van een volksleider;Demagogue,deməgog, volksmenner.
Demain,dimein. ZieDemesne.
Demand,dimând, subst. eisch, vraag, behoefte; vordering;Demandverb. eischen, vorderen:Demand and supply= vraag en aanbod;In great demand=Much in demand= zeer gezocht, in trek;On demand= op verlangen;Payableon demand= op zicht;Demandant= eischer;Demander= schuldeischer, adressant.
Demarcate,dimâkeit, de grenzen vaststellen; subst.Demarcation,dîmâkeiš’n, afpaling, grenslijn.
Demean,dimîn, (zich) gedragen of houden; (zich) vernederen of verlagen;Demeanour,dimînə, gedrag, houding.
Dementate,dimentit=Demented= waanzinnig, krankzinnig; subst.Dementedness=Dementia,dimenšə, krankzinnigheid, waanzin, idiotisme.
Demerara,demərârə.
Demerit,dimerit, gebrek, blaam, schuld, wangedrag, onwaardigheid.
Demersed,dimɐ̂st, onder water groeiend.
Demesne,dimîn, domein, grondbezit; gebied:The demesnes of the school= het gebied.
Demi,demi:Demigod, halfgod;Demi-john= groote mandflesch;Demi-lance= korte lans, licht gewapend ruiter;Demi-official= officieus;Demi-rep(=demi-reputation), demi-mondaine;Demi-repdom;Demi-semiquaver= 32ste noot.
Demisable,dimaisəb’loverdraagbaar; subst.Demisability;Demise,dimaiz, subst. overlijden; overdracht;Demiseverb. overdragen; nalaten (bij uiterste wilsbeschikking =Todemise by will).
Demission,dimiš’n, opgeven, laten varen; verlaging;Demit= neerleggen.
Demiurge,demiɐ̂dž,Demiurgos,dimiɐ̂gəs, demiurgos; adj.Demiurgic.
Demobilization,dimobilizeiš’n,dimoubilizeiš’n, demobilisatie;Demobilize,Demobilize= demobiliseeren, ontbinden (van troepen).
Democracy,dimokrəsi, volksregeering;Democrat,deməkrat, democraat; adj.Democratic(al);Democratize= democratiseeren.
Demolish,dimoliš, afbreken, slechten, verwoesten;Demolisher= afbreker, verwoester;Demolition,deməliš’n= het afbreken, verwoesting.
Demon,dîm’n, demon;Demoness= duivelin;Demoniac,dimounjək, bezetene; adj. demonisch =Demoniacal,dîmənaiək’l=Demonian,dimounj’n=Demonic,dimonik;Demonology,dîmənolədži, demonenleer.
Demonetization,dimonitizeiš’n, subst. vanDemonetize,dimonitaiz, buiten omloop stellen van geld.
Demonstrable,dimonstrəb’l,dem’nstrəb’l, bewijsbaar; subst.Demonstrableness;Demonstrate,dimonstreit,dem’nstreit, aantoonen, aanwijzen, demonstreeren:Demonstration,dem’nstreiš’n, bewijs, demonstratie; schijnbeweging;Demonstrative,dimonstrətiv, aanschouwelijk, openhartig, overdreven, demonstratief, aanwijzend (voornaamwoord); (brutaal,demənstreitiv); subst.Demonstrativeness;Demonstrator= demonstrator, prosector, wijsvinger.
Demoralization,dimorəlizeiš’n,dimorəlaizeiš’n, demoralisatie;—verb.Demoralize,dimorəlaiz.
Demosthenes,dimosthənîz; adj.Demosthenic,demosthenik=Demosthenian.
Demotic,dimotik:Demotic character= oud-Egyptisch volksschrift.
Demur,dimɐ̂, subst. aarzeling, weifeling; protest;Demurverb. aarzelen, weifelen, excepties opwerpen:I cannot subscribewithout demur(ring)to so sweeping a sentence= ik kan zulk een algemeen oordeel niet zonder protest aanvaarden;Idemur atthat= kom in verzet tegen;Hedemurred tomy assertion= was het niet eens met;Demurrer= weifelaar; exceptie (jur.).
Demure,dimjûə, stemmig, zedig, preutsch; subst.Demureness.
Demurrage,dimɐridž, liggeld (v. schepen); korting van 1½ d. per ons goud bij inwisseling van banknoten bij deBank of England:Days of demurrage= ligdagen.
Demy,dimai, een zeker papierformaat (56 bij 46 c.M. voor drukwerk, 48 bij 38 c.M. voor schrijven); zoogenaamdehalf-fellowofscholar[138]van hetMagdalen CollegeteOxford;Demy-ship= beurs van 100 tot 50 £.
Den,den, subst. hol, leger, kuil; hok, gat:Daniel in the lions’ den.
Denarius,dinêriəs, oude zilveren munt (Rome) van ongeveer 8 stuivers; een Engelschepenny:Denarius Dei= Godspenning;DenariusSancti Petri= St. Pieterspenning.
Denationalize,dinašənəlaiz, van de nationaliteitsrechten berooven.
Denbigh,denbi.
Dendri.…,dendri.…,Dendro …,dendrə …, in samenst., boom …;Dendritic= boomachtig.
Dendrolite,dendrəlait, dendroliet, versteende boomstam;Dendrology= boomenleer.
Denham,denəm.
Deniable,dinaiəb’l, loochenbaar;Denial,dinai’l, ontkenning, verloochening, weigering:I willtake no denial= neem geen bedankje aan;Denier= loochenaar.
Denim,denim, grove wollen stof.
Denis,denis.
Denization,denizeiš’n, naturalisatie:Letters of denization;Denizen,deniz’n, subst. bewoner, genaturaliseerd burger;Denizationverb. het burgerrecht verleenen;Denizenship.
Denmark,denmâk:Denmark satin shoes= stoffen laarsjes.
Dennis,denis, Dionysius.
Denominate,dinomineit, benoemen, aanwijzen;Denomination= naam, benaming, sekte;Denominationaleducation= confessioneel onderwijs;Denominative= benoemend of benoemd;Denominator= noemer (van eene breuk).
Denotable, te onderscheiden;Denotationof a term= omvang (ruimte) of beteekenis eener uitdrukking;Denote,dinout, aanwijzen, aanduiden.
Denouement,Fr. uitspr., ontknooping, afloop.
Denounce,dinauns, dreigen met, dreigend verklaren, aanklagen, aanbrengen, opzeggen (a treaty); subst.Denouncement;Denouncer= aanbrenger.
Dense,dens, dicht, bekrompen, dom;Thedenseness of the publicis something wonderful= domheid;Density= dichtheid.
Dent,dent, indruk, deuk; tand;Dental, subst. tandletter; adj. tand …:Dental formula= tandformule;Dental surgeon= tandmeester;Dentate(d),denteit(id),Dented, getand;Denticulate(d),dentikjul(e)it(id), met tandjes; met kalfstanden (bouwk.); subst.Denticulation;Dentiform,dentiföm, tandvormig;Dentifrice,dentifris, tandpoeder;Dentist,dentist, tandmeester;Dentistry= tandheelkunde;Dentition,dentiš’n, het tandenkrijgen; tandstelsel;Dentolingual,dentəliŋgw’l, subst. en adj. (consonant) door tong en tanden gevormd;Denture,dentjə, tandenrij; kunstgebit.
Denudation,denjudeiš’n, ontblooting, berooving:—verb.Denude,dinjûd.
Denunciation,dinɐnšieiš’n,Denunciate,dinɐnšieit;Denunciator. ZieDenounce.
Deny,dinai, ontkennen, tegenspreken, weigeren, (ver)loochenen:Todeny oneself= belet geven;Hedenied himselfevery pleasure= ontzeide zich elk genot;She was denied= zij kreeg “belet”.
Deobstruct,diobstrɐkt, purgeeren;Deobstruent= subst. en adj. zuiverend of purgeerend (middel).
Deodorization,dioudərizeiš’n,dioudəraizeiš’n, ontsmetting, reukeloos maken;—verb.Deodorize,dioudəraiz;Deodorizer= ontsmettingsmiddel.
Deontology,diontolədži, Bentham’s leer der zedelijke verplichting.
Deo volente,dîə vəlenti, als God het wil.
Deoxidate,dioksideit,Deoxidize,dioksidaiz, reduceeren; subst.Deoxidation.
Depaint,dipeint, afschilderen, malen.
Depart,dipât, vertrekken, heengaan, sterven, opgeven, afzien van, afwijken, verlaten:The statesmandeparted this lifeon the 20th= scheidde uit het leven, stierf;Hedeparted fromhis house= ging heen;Our dear departed= overledene(n);The departed= de overledenen;Departure,dipâtšə, vertrek, dood, afwijking, richting, wending:Hetook his departure= vertrok;That is quite anew departure= heel wat nieuws, een geheel nieuwe richting;Hetook a new departureat 40= op 40-j. leeftijd werd hij een ander man.
Department,dipâtm’nt, afdeeling, werkkring, departement;Departmental= afdeelings- -.
Depauperization,dipôpərizeiš’n, subst. v.Depauperize,dipôpəraiz, uit de armoede opheffen.
Depend,dipend, neerhangen, afhangen, vertrouwen op, rekenen op:It (All) depends= dat hangt er vanaf;They are people to bedepended upon= ver- en betrouwbare menschen;Depend upon it= reken daarop;Every man mustdepend upon himself= zelf is de man;Dependable= vertrouwd:To employdependable tradespeople;Dependance,Dependence,Dependency= afhankelijkheid, verband:Dependencies= toebehooren; wingewest, kolonie;Dependent= afhangend (on), neerhangend (from), afhankelijk, onbeslist, berustend op; subst. dienaar, vazal;Depending, onbeslist of hangende (van eene rechtszaak).
Depict,dipikt, afschilderen, malen =Depicture.
Depilate,depileit, ontharen;Depilation, ontharen, uitvallen van haren;Depilatory, ontharend;Depilatories= ontharingsmiddelen.
Deplete,diplît, ledigen, aderlaten, uitputten; subst.Depletion, aderlating, uitputting.
Deplorable,diplôrəb’l, betreurenswaard, jammerlijk; subst.Deplorableness;Deplore,diplö, betreuren, beweenen.
Deploy,diplôi, (doen) ontplooien, ontwikkelen:The troopsdeployed into line= kwamen in bataille; subst.Deployment.
Deplume,diplûm, van vederen berooven.
Depone,dipoun, onder eede bevestigen;Deponent,dipoun’nt, subst. getuige; werkwoord met passieven vorm en actieve beteekenis; adj passief van vorm en actief van beteekenis.
Depopulate,dipopjuleit, ontvolken; subst.Depopulation.
Deport,dipöt, deporteeren:Todeport oneself[139]= zich gedragen;Deportation, deportatie;Deportment= houding, gedrag.
Deposable,dipouzəb’l, afzetbaar;Deposal= afzetting;Depose,dipouz, afzetten; onder eede bevestigen (verklaren, verhooren).
Deposit,dipozit, subst. neerslag, storting, pand, deposito;Depositverb. leggen, neerleggen, bijzetten, storten, toevertrouwen, in bewaring geven:Deposit at call,Deposit at notice(zonder, met opzegging);In (on) deposit= in deposito (van gelden,etc.);Depositary,dipozitəri, bewaarder;Deposition,depəziš’n,dîpəziš’n, neerslag, getuigenisaflegging, verklaring, onttroning, afzetting, deposito;Depositor, hij die deponeert;Depository,dipozitəri, bewaarplaats.
Depot,dîpou,depou,dipou, depot, bergplaats, stapelplaats; station (Amer.):Coal and Cattle Depot.
Depravation,deprəveiš’n, verdorvenheid, bederf;Deprave,dipreiv, bederven, demoraliseeren:Depravedness=Depravity,dipraviti,verdorvenheid.
Deprecate,deprikeit, door smeeken trachten af te wenden, krachtig opkomen tegen, ernstig afkeuren;Deprecation;Deprecatorylooks= smeekende blikken.
Depreciate,diprîšieit, de waarde verminderen (Amer.); geringschatten, onderschatten;Depreciation= waardevermindering; onderschatting, geringschatting;Depreciative,diprîšiətiv,Depreciatory,diprîšiətəri, minachtend, gering-, onderschattend.
Depredate,deprideit, (uit)plunderen, verwoesten, verslinden; subst.Depredation;Depredator, plunderaar;Depredatory= verwoestend, plunderend.
Depress,dipres, neerdrukken, neerslaan, buigen, vernederen, matigen, verlagen, lager richten (van geschut), neerslachtig maken, in waarde doen dalen;Depressed= gedrukt, flauw;Depression,dipreš’n, (neer)drukking, indruk, depressie, neerslachtigheid, uitputting, slapte (in zaken):Depression of spirits= melancholie;Depressionist= pretbederver, vreugdeverstoorder;Depressive= drukkend.
Deprivation,depriveiš’n, berooving, verlies, ontzetting uit een ambt;Deprive,dipraiv, berooven, ontdoen, ontzetten:She wasdeprivedof her membership= lidmaatschap.
Deptford,detfəd.
Depth,depth, diepte, hoogte, breedte, donkerheid (bij eene kleur), afgrond, zee, hartje (van den winter), holle (van den nacht), diepzinnigheid, onmetelijkheid:In the depth(s) ofwinter;Ten feetin depth= tien voet diep;I amout of (within) my depth here= ik voel hier geen (nog) grond, kan hier (niet) staan (ookfig.);Depthless= ondiep; onpeilbaar.
Depurate,depjureit, reinigen; subst.Depuration;Depurative= bloedzuiverend (middel).
Deputation,depjuteiš’n, afvaardiging, deputatie:In, by deputation= bij volmacht;Depute,dipjût, subst. gevolmachtigde (Schotsch);Deputeverb. afvaardigen;Deputy,depjuti, subst. afgevaardigde, gevolmachtigde, plaatsvervanger, helper:Deputy-chairman(Deputy-judge) ondervoorzitter (rechter-plaatsvervanger).
Deracinate,dirasineit, uitroeien, verdelgen.
Derail,direil, (laten) derailleeren; uit den trein laden (van troepen):The traingot derailed= derailleerde; subst.Derailment.
Derange,direinž, verstoren, krenken (van geest of lichaam);Deranged= gek;Derangement= storing, krenking.
Deray,direi, wanorde, tumult.
Derby,dɐ̂bi,dâbi, Derby; stijve, ronde hoed met smallen rand (Amer.):Derby-day= de dag bestemd voor deDerby races= wedrennen te Epsom (in Mei).
Derelict,derəlikt, subst. onbeheerd goed, verlaten schip; aangeslibd land; adj. onbeheerd, verlaten (Jur.);Dereliction= verzaking, het onbeheerd laten, landaanwinning door aanslibben:A serious dereliction of duty= een ernstig plichtsverzuim.
Derham,derəm.
Deride,diraid, bespotten, uitlachen;Derision,diriž’n, spot, hoon;Derisive,diraisiv, spottend: subst.Derisiveness;Derisory,diraisəri, spottend, hoonend.
Derivable,diraivəb’l, afleidbaar;Derivation,deriveiš’n, afleiding, afwijking;Derivative,dirivətiv, afgeleid, voortkomend, bijkomend; subst. afgeleid woord, afleiding;Derive,diraiv, afleiden, verkrijgen (door schenking of overdracht), trekken uit, voortkomen uit.
Derm,dɐ̂m,Derma,dɐ̂mə, huid;Dermal,dɐ̂m’l, huid- -;Dermatology,dɐ̂mətolədži, leer der huidziekten.
Dermestes,dɐ̂mestîz, knotssprietigen.
Derogate,derəgeit, afbreuk doen (from one’s honour, dignity= aan), benadeelen, schenden, verkleinen; subst.Derogation;Derogatory= benadeelend, nadeelig, verslappend.
Derrick,derik, laadboom, kraan.
Derringer,derindžə, pistool met korten loop, doch van groot kaliber (Amer.).
Dervis(e),dɐ̂vis,Dervish,dɐ̂viš, derwisch.
Descant,deskn’t, discant, meerstemmig lied; gedachtenwisseling.
Descant,deskant, sopraan zingen, vibreeren; breedvoerig van gedachten wisselen over (on, upon).
Descend,dəsend, neerdalen (-vallen, -stroomen), dalen, afdalen, invallen, neervallen, tendeelvallen, zich vernederen, afstammen, komen aan:Hedescended inhis price= sloeg af;Hedescended into particulars= daalde af tot;Descendant= afstammeling;Descendent= afstammend, nederdalend;Descension,dəsenš’n, neerdaling, vernedering;Descent,dəsent, neerdaling, helling, val, vernedering, landing, aanval, afstamming:Descent-theory= afstammingstheorie.
Describable,diskraibəb’l, beschrijfbaar;Describe,diskraib, beschrijven;Describer= beschrijver;Describent= beschrijvend:Describent surface(wisk.);Description,diskripš’n, beschrijving, klasse, soort;Descriptivegeometry= beschrijvende meetkunde.
Descry,diskrai, bespieden, ontdekken.
Desecrate,desikreit, ontheiligen, ontwijden, profaneeren; subst.Desecration.
Desert,dezət, subst. woestijn, woestenij;[140]adj. woest, onbewoond;Desert-bird= pelikaan.
Desert,dizɐ̂t, subst. verdienste, verdiende loon (gew.Meerv.):Hegot (was brought to) his deserts= hij kreeg zijn verdiende loon.
Desert,dizɐ̂t, verlaten, deserteeren, afvallig worden van;Deserter= deserteur, afvallige;Desertion,dizɐ̂š’n, verlatenheid, wanhoop, desertie.
Deserve,dizɐ̂v, verdienen, waardig zijn:He hasdeserved well ofhis country= heeft zich verdienstelijk gemaakt jegens;Deservedly= terecht;The deserving poor man= fatsoenlijke arme;Deserving ofa better cause= eene betere zaak waardig.
Deshabille,dezəbîl=Dishabille.
Desiccant,disik’nt,desik’nt, subst. en adj. opdrogend (geneesmiddel);Desiccate,desikeit,disikeit, opdrogen; subst.Desiccation;Desiccative,disikətiv=Desiccant.
Desiderate,dəsidəreit, wenschen, noodig hebben, missen:I could have desiderateda fuller treatment of that subject= eene vollediger behandeling ware wenschelijk geweest;A desiderated reform= gewenscht, maar niet verkregen;Desiderative,dəsidərətiv, subst. en adj. gewenscht(e zaak);Desideratum, desideratum.
Design,dizain,disain, subst. schets, plan, ontwerp, voornemen, bedoeling, aanslag, dessin;Designverb. schetsen, ontwerpen, bedoelen, aanwijzen:Industrial design= vakteekenen;A school of design= ambachtsteekenschool;Through design= opzettelijk;Designedly= opzettelijk;Designer= ontwerper, intrigant;Designing, subst. het ontwerpen van dessins, etc.; adj. intrigeerend, listig.
Designate,designeit, aanwijzen, onderscheiden, noemen, bestemmen voor; subst.Designation.
Desilver(ize),disilvə(raiz), ontzilveren; subst.Desilverization.
Desirable,dizairəb’l, wenschelijk; subst.Desirableness=Desirability;Desire,dizaiə, subst. begeerte, wensch, verlangen;Desireverb. verlangen, begeeren, verzoeken:He is not all that can be desired= hij kon wel beter zijn;I desired himto walk upstairs= verzocht hem;Desirous= begeerig:Desirous ofpraise= begeerig naar lof.
Desist,disist,dizist, ophouden, nalaten, afzien van (from); subst.Desistance.
Desk,desk, subst. lessenaar, lezenaar:Desk-work= schrijfwerk, zittend werk.
Desolate,desəlit, adj. verlaten, droevig, somber, eenzaam, woest;Desolateverb. (desəleit),verwoesten, eenzaam maken, ontvolken, vernietigen; subst.Desolateness;Desolater, Desolator,deseleitə, verwoester;Desolation= verwoesting, eenzaamheid, troosteloosheid.
Despair,dispêə, subst. wanhoop;Despairverb. wanhopen:In despair= wanhopig;His life wasdespaired of= er werd gewanhoopt aan.
Despatch,dispatš, subst. verzending, wegzending, afdoening, spoed, bericht;Despatchverb. afzenden, afmaken, volbrengen, afdoen, dooden:Happy despatch= de Jap.Harakiri;Despatch-box= portefeuille, schrijfmap;Despatch-goods= ijlgoederen;Despatch-money= premie op vlug laden of lossen;Despatcher= dispacheur.
Desperado,despəreidou, dolle waaghals, wanhopige schurk, woesteling.
Desperate,despərit, adj. vertwijfeld, wanhopig, verloren, hopeloos, roekeloos, geweldig:Desperate of= wanhopend aan; subst.Desperateness= vertwijfeling, razernij;Desperation= vertwijfeling.
Despicable,despikəb’l, verachtelijk, laag, gemeen, waardeloos; subst.Despicableness;Despise,dispaiz, verachten, versmaden.
Despite,dispait, subst. boosaardigheid, spijt, verachting;He did it(in) despite ofwarning= trots alle;Despiteful= boosaardig; subst.Despitefulness.
Despoil,dispôil, berooven, plunderen;Despoliation,despoulieiš’n,dispoulieiš’n, plundering, berooving.
Despond,dispond, moedeloos of hopeloos worden, wanhopen;Despondency= moedeloosheid; adj.Despondent=Desponding.
Despot,despot, alleenheerscher, tiran; adj.Despotic(al);Despotism= despotisme.
Despumation,despjumeiš’n, afschuiming.
Dessert,dəzɐ̂t,dəsɐ̂t, dessert;Dessert-dish;Dessert-spoon.
Destination,destineiš’n, bestemming;Destine,destin, bestemmen (to, for);Destiny,destini, bestemming, lot, noodlot:The Destinies= de drie Parcae of Schikgodinnen.
Destitute,destitjût, ontbloot van, behoeftig, verlaten, hulpeloos; ook subst.;Destituteness= verlatenheid;Destitution= groote armoede.
Destroy,distrôi, vernietigen, verwoesten, afbreken, dooden, verdelgen:Never destroy anything= doe nooit iets weg;Destroying angel= worgengel.
Destructibility,distrɐktibiliti, vernietigbaarheid; adj.Destructible;Destruction,distrɐkš’n, vernieling, verdelging, verwoesting, ondergang;Destructive,distrɐktiv, subst. radicale hervormer; adj. vernietigend, verderfelijk; subst.Destructiveness.
Desudation,desjudeiš’n, overmatig zweeten.
Desuetude,deswitjûd, (in) onbruik (raken).
Desulphurate,disɐlfjureit, ontzwavelen =Desulphurize.
Desultoriness,desəltərinəs, subst. v.Desultory,des’ltəri, onsamenhangend, vluchtig, oppervlakkig, van den hak op den tak.
Detach,ditatš, scheiden, losmaken, afkeerig maken, detacheeren:The Free Staters will not bedetached fromtheir alliance= zich niet losmaken;Detachable= scheidbaar;Detached house= vrijstaand;Detachment= scheiding, onbevangenheid, detachement.
Detail,diteil,dîteil, subst. omstandig verhaal, omstandigheid, bijzonderheid, afdeeling manschappen (voor speciale diensten):In detail= omstandig, stuk voor stuk;Heentered into details= trad in bijzonderheden;Further details= nadere bijzonderheden, details.
Detail,diteil, omstandig verhalen, in bijzonderheden mededeelen; voor speciale diensten aanwijzen:Adetailed account= omstandig verslag.
Detain,ditein, afhouden, ophouden, terughouden, onthouden, gevangen houden:A[141]writ of detainerwas issued against them= bevel tot verlengde gevangenhouding werd tegen hen uitgevaardigd;Forcible detainer= gewelddadige inbezithouding.
Detect,ditekt, ontdekken, betrappen, aan ’t licht brengen;DetectableofDetectible= ontdekbaar;Detecter(Detector) = indicateur;Detection= ontdekking, betrapping;Detective= subst. geheime agent; ook adj.:The detective force= geheime politie.
Detent,ditent, lichter, drukker, trekker.
Detention,ditenš’n, terughouding, uitstel, opsluiting; het nablijven:Detention-colony= strafkolonie;Detention-work= strafwerk;House of detention= huis van bewaring.
Deter,ditɐ̂, afschrikken, afhouden;Deterrent= afschrikkend (middel of voorbeeld).
Deterge,ditɐ̂dž, eene wond zuiveren;Detergent= reinigend (middel).
Deteriorate,ditîriəreit, ontaarden, verergeren; subst.Deterioration.
Determinability,ditɐ̂minəbiliti, subst. v.Determinable,ditɐ̂minəb’l, bepaalbaar, beslisbaar;Determinate,ditɐ̂minit, bepaald, beperkt, beslist;Determination,ditɐ̂mineiš’n, einde, beslissing, bepaling, besluit, vaststelling, beslistheid, vastberadenheid;Determinative= bepalend;Determine,ditɐ̂min, bepalen, beperken, besluiten, beslissen, vergewissen;Determinism,ditɐ̂minizm, determinisme.
Detest,ditest, verfoeien;Detestability=Detestableness= verfoeielijkheid;Detestation,dîtəsteiš’n, verfoeiing, walging.
Dethrone,dithroun, onttronen; subst.Dethronement.
Detinue,detinjû:Action of detinue= actie tot teruggave van onwettig onthouden goederen.
Detonate,detəneit, (doen) ontploffen:Detonating cap, gas, powder= slaghoedje, knalgas, donderpoeder;Detonation= explosie;Detonator, slaghoedje, knalsignaal (=Detonating fog-signal), donderbus.
Detour,ditûə, kromming, omweg, omhaal, wijking.
Detract,ditrakt, wegnemen, smaden, verkleinen, belasteren:That does notdetract frommy wish to serve you= dit belet niet, dat ik wensch; subst.Detraction; adj.Detractive=Detractory;Detractor, smaler, lasteraar; aftrekspier.
Detrain,ditrein, uit een spoortrein laden, uitstijgen.
Detriment,detriment, schade, nadeel;Detrimental; adj. nadeelig, schadelijk; subst. jongmensch, dat meisjes het hof maakt, en ernstige aspiranten daardoor afschrikt.
Detroit,ditrôit.
Detruncate,ditrɐŋkeit, knotten, afsnijden; subst.Detruncation.
Deuce,djûs, twee (op dobbelsteenen of kaarten), beide spelers 3 slagen (Lawntennis); duivel, droes, drommel:I had the deuce’s own troublewith him= drommels veel moeite met;The deuce is in it= daar speelt de duivel mee;He is the deuce to talk= hij is een vervelende babbelaar;Deuced difficult= verduiveld moeilijk;Deuce-ace= de één en twéé bij het dobbelen.
Deus ex machina,dîəseksmeikinə.
Deuteronomy,djûteronəmi, Deuteronomium.
Deuxponts,djûpoŋ, Tweebruggen.
Devastate,devəsteit, verwoesten; subst.Devastation;Devastator= verwoester.
Develop,diveləp, (zich) ontwikkelen, verduidelijken, ontvouwen;Developer= ontwikkelaar;Development= ontwikkeling, ontvouwing.
De Vere,də vîə;Devereux,devərû.
Devest,divest, vervreemden (van recht of titel); verloren gaan: ZieDivest.Hedevested himself ofhis power= hij legde af.
Deviate,dîvieit, afwijken, afdwalen; subst.Deviation.
Device,divais, subst. plan, oogmerk, devies, motto, list, vinding;Full of devices= vindingrijk, slim.
Devil,dev’l, subst. duivel, drukkersloopjongen, scheurmachine (in lompenfabrieken); sterk gekruid vleeschgerecht;Devilverb. aan flarden scheuren (van lompen), sterk kruiden of peperen; handlangen:What comes over thedevil’s back,goes under his belly= onrechtvaardig verkregen goed gedijt niet;Devil’s bones= dobbelsteenen;Devil’s books= speelkaarten;Devil’s dirt= duivelsdrek;Devil’s Own= het 88e linie-regiment;Devil’s tattoo= het trommelen met de vingers op eene tafel, etc.;Between (the) devil and (the) deep sea= tusschen Scylla en Charybdis;He must needs go whom the devil drives= wie den duivel aan boord heeft moet met hem varen;Devil take the hindmost= loope wie loopen kan;Hegave the devil his due= hij heeft hem recht laten wedervaren;The boyplays the devilwith his teachers= plaagt verschrikkelijk;It is enoughto kill the devil= je zou er des duivels van worden;That is the devil of it= dat is het beroerde van de zaak;What the devil do you want?= wat duivel moet je;Devil a bit I care= het kan me geen zier schelen;Adevil-may-care fellow= onverschillig, roekeloos;Devilish= duivelsch, verduiveld;Devilment= schurkerij:There’s devilment in him= hij heeft leelijke streken;Devil(t)ry= duivelsche slechtheid, streken.
Devious,dîvjəs, afwijkend, afdwalend:Devious path (way)= omweg;Devious step= misstap; subst.Deviousness.
Devisable,divaizəb’l, bedenkbaar; vermaakbaar;Devise,divaiz, subst. erflating; testament;Deviseverb, verzinnen, overleggen, overwegen, nalaten(by will);Devisee,devizî, wien de grondbezittingen worden vermaakt;Deviser=plannenmaker;Devisor= erflater.
Devitrification,dəvitrifikeiš’n, subst. v.Devitrify,divitrifai, tot matglas maken.
Devocalize,divoukəlaiz, stemloos maken.
Devoid,divôid, ontbloot(of).
Devoir,Fr. uitspr., plichtpleging.
Devolution,devəl(j)ûš’n, toevallen bij erfenis; verwijzing naar eene commissie (Parl.).
Devolve,divolv, overdragen, overgaan, toevallen, tebeurtvallen, neerkomen op:It devolves onyou= komt op u neer; subst.Devolvement.[142]
Devon,dev’n=Devonshire;Devonian= uit D.;Devonport;Devonshire:Devonshire colic= loodkoliek.
Devote,divout, verb. wijden, offeren, doemen;Devoted= gewijd, gedoemd; innig verknocht; subst.Devoteness;Devotee,devətî, aanbidder, enthousiast; bekrompen dweper, kwezel;Devotion,divouš’n, toewijding, opoffering, godsvrucht, godsdienstoefening, gebed, gehechtheid, vurige liefde:Devotions= gebeden, godsdienstige plichten, godsdienstoefening;Devotional= godvruchtig, vroom, stichtelijk.
Devour,divauə, verslinden, verteren, vernietigen.
Devout,divaut, vroom, innig, oprecht; subst.Devoutness.
Dew,djû, subst. dauw;Dewverb. bedauwen, bevochtigen;Dew-beater= dauwtrapper; voet;Dew-berry= dauwbraam;Dew-dropping= dauwend, zacht neervallend als dauw;Dewlap= kossem, halskwabbe;Dew-point= dauwpunt;Dew-worm= aardworm, pier;Dewy= bedauwd.
D’Ewes,djûz.
Dexter,dekstə, rechtsch, ter rechter (Herald.);Dexterity,deksteriti, handigheid, vaardigheid;Dext(e)rous,dekstrəs, (dekstərɐs), handig, vaardig.
Dextrine,dekstrin, dextrine.
Dey,dei, (Turksche titel voor) stadhouder.
Dhobi(e),doubi, Brit. Ind. waschvrouw;Dhole,doul, wilde hond;Dhotee,Dhoti,douti, lendendoek (Brit. Ind.).
Dhow,dau, Arabisch vaartuig.
Dhurra,dɐrə, Indisch en Egypt. gierst.
Diabetes,daiəbîtîz, suikerziekte; adj.Diabetic:Diabetic sugar= druivensuiker.
Diablerie,Diablery,diabləri,diâbləri, =Devilry;Diabolic(al),daiəbolik(’l), duivelsch, kwaadaardig; subst.Diabolicalness;Diabolism,daiabəlizm, duivelachtigheid, bezetenheid.