Chapter 28

Diaconal,daiakən’l, eendeaconbetreffend;Diaconate= decanaat.Diacritic,daiəkritik, onderscheidend; subst. onderscheidingsteeken; adj.Diacritical.Diadem,daiədem, diadeem;Diadem spider= kruisspin.Di(a)eresis,daiîrisis,daierisis, diaeresis.Diagnose,daiəgnouz,daiəgnous, de diagnose bepalen;Diagnosis,daiəgnousis, diagnose;Diagnostic= kenmerkend (teeken);Diagnostics= diagnostiek.Diagonal,daiagən’l, adj. en subst. diagonaal.Diagram,daiəgram, subst. diagram; adj.Diagrammatic.Diagraph,daiəgraf, een soort teekenaap;Diagraphic(al)= beschrijvend.Dial,dai’l, zonnewijzer, wijzerplaat, draaibord:Arabic, Roman dial(-plate)= wijzerplaat met Arab. of Romeinsche cijfers.Dialect,daiəlekt, dialekt, tongval; adj.Dialectal=Dialectical= de dialectiek betreffend =Dialectic;Dialectician, dialecticus;Dialectics, dialectiek;Dialectology= studie en kennis der dialecten.Dialogic(al),daiəlodžik(’l), dialogisch;Dialogist;Dialogue,daiəlog, subst. tweegesprek, tweespraak; verb. eend.houden.Diameter,daiamətə, middellijn;Diametric(al)= diametraal.Diamond,dai(ə)m’nd, subst. diamant, diamantletter, ruit; ook adj.:It is diamond cut diamond= ze zijn aan elkaar gewaagd;Nine of diamonds= ruiten negen;Diamond-cutting= diamantslijpen;The windows werediamond-pane lattices= in lood gevatte ruiten;Adiamond-shaped figure= ruitvormige figuur;Diamondiferous= diamanten bevattend.Diana,daianə,daieinə, Diana.Diapason,daiəpeiz’n, algemeene toonomvang van stem of instrument; algemeen aangenomen toonhoogte, diapason.Diaper,daiəpə, subst. soort van damast, servet; adj. gebloemd;Diaperverb. figuren of bloemen maken (in eene stof), schakeeren;Diaper-pavement,Diaper-work= mozaïekvloer.Diaphane,daiəfein, doorschijnende stof, zijden stof met doorschijnende figuren.Diaphanous,daiafənɐs, diaphaan.Diaphoretic,daiəfəretik, subst. en adj. zweetverwekkend (middel).Diaphragm,daiəfram, middenrif; diaphragma (microsc.).Diarist,daiərist, houder v. eenDiary.Diarrhoea,daiərîə, buikloop; adj.Diarhoetic,daiəretik.Diary,daiəri, dagboek.Diastase,daiəsteis, diastase.Diastole,daiastəlî, uitzetting van het hart na samentrekking; verlenging van eene korte lettergreep.Diatribe,daiətraib, schimprede, schotschrift.Dib,dib, subst. bikkel; fiche;Dibverb. hengelen;Dibs= bikkelspel; geld;Dibber= hengelaar; pootijzer.Dibble,dib’l, subst. pootijzer;Dibbleverb. planten met een pootijzer; hengelen;Dibbler.Dice,dais, subst. dobbelsteenen, dobbelspel;Diceverb. dobbelen;Dicer= dobbelaar;Dice-box= dobbelkoker;Dicing-house= dobbelhol.Dicephalous,daisefəlɐs, tweekoppig.Dick,dik, (verkorting voor) Richard; een soort pudding:Dick, Tom and Harry= Jan, Piet en Klaas;The children weremaking dick-duck-drakesin the sea with flattish pebbles= keilden platte kiezelsteentjes over de zeeoppervlakte.Dickens,dik’nz, Dickens; duivel:What the Dickens= wat drommel!Dicker,dikə, subst. tiental, tien paar; ruilhandel (Amer.);Dickerverb. (ruil)handel drijven (Amer.).Dick(e)y,diki, achterbok (van een rijtuig), voorhemdje, slabbetje, ezel; adj. twijfelachtig, vreemd, onwel.Dicotyledon,daikotilîd’n, plant met twee zaadlobben; adj.Dicotyledonous.Dictate,diktit, subst. voorschrift, inspraak;Dictateverb.dikteit, voorschrijven, gebieden, dicteeren;Dictation= dictee: voorschrift;Dictator;Dictatorial= gebiedend, dictatoriaal;Dictatorship.Diction,dikš’n, wijze van zeggen, uitdrukking, stijl;Dictionary,dikš’nəri, woordenboek;Dictum,dikt’m(Meerv.Dicta,[143]diktə), uitspraak, bewering:Obiter Dicta= beweringen “in ’t voorbijgaan”.Didactic(al),didaktik(’l), didactisch:Didactic poetry= didactische;Didactics= didactiek.Didder,didə, rillen (van koude).Diddle,did’l, zwendel;Diddleverb. bedotten; waggelen:Hediddled me out ofit= zette het mij af;Diddler= zwendelaar.Dido,daidou, bokkesprong:He iscutting didos= hij maakt bokke(kromme)sprongen.Die,dai, subst. dobbelsteen (Meerv.Dice), muntstempel (Mv.Dies,daiz); teerling, kubusvormig voetstuk:As straight as a die= zoo recht als eene kaars;The die is cast= de teerling is geworpen;Die-sinker= graveur:Thosediesare well sunk= goed gegraveerd.Die,dai, sterven, vergaan, omkomen, achteruitgaan, verdwijnen, verdorren, verwelken, uitgaan, gaan liggen, wegsterven, smachten naar:Todie hard= onbevreesd sterven, een taai leven hebben;Never say die= geef het nooit op;He died ofhunger,forthirst,frompoison,withterror= van honger, dorst, aan vergif, van schrik;This man hasdied to the world= is der wereld afgestorven;I amdying to seeyou= brand van verlangen.Dies irae,daiîzairi, dag des toorns, aanvangswoorden van een ouden boetpsalm;Per diem= per dag.Diesis,daiisis, dubb. dolk: ‡ of ⌗.Diet,daiit, subst. voedsel, dieet; rijks- of landdag;Dietverb. voeden, eten; een dieet volgen of voorschrijven:I think I oughtto dietyou= op dieet zetten;Dietary= het dieet betreffend, verplegings …, keuken …; subst. dieet;Dietetic= tot diet behoorende;Dietetics,daiətetiks, leer der juiste voeding.Differ,difə, verschillen, zich onderscheiden van; niet eens zijn, twisten:Hediffers fromyou= verschilt van (is anders dan) u;Hediffered withme in opinion= was ’t niet met me eens;Difference, subst. verschil, onderscheid; strijd, geschilpunt;Differenceverb. onderscheiden;Toarrange a difference= een geschil uitmaken;It makes no difference= het maakt niet uit;Topay the difference= het ontbrekende bijbetalen;With a difference= met eenig verschil;Reasondifferencesmanfromthe brutes;Different= verschillend;Differential,difərenš’l, verschil of onderscheid makende; subst. differentiaal:Differential calculus= differentiaalrekening;Differential duties= differentiaalrechten;Differentiate,difərenšieit, (zich) onderscheiden, differentieeren; subst.Differentiation.Difficult,difikɐlt, moeilijk, lastig;Difficulty= moeilijkheid:He isin difficulties= in geldelijke verlegenheid.Diffidence,difidens, gebrek aan zelfvertrouwen, schroom, bedeesdheid;Diffident= beschroomd, bescheiden.Diffract,difrakt, breken;Diffraction, breking (van stralen).Diffranchise,difranšaiz=Disfranchise.Diffuse,difjûs, adj. verspreid, verstrooid; wijdloopig; subst.Diffuseness.Diffuse,difjûz, (zich) verspreiden, uitspreiden, uitgieten;Diffused= verspreid; subst.Diffusedness= wijdloopigheid =Diffuseness;Diffusibility= diffusievermogen;Diffusible= verspreidbaar;Diffusion= verspreiding, verstrooiing, uitstorting, overvloed;Diffusive,difjûsiv, verspreidend, uitstortend, wijdloopig; subst.Diffusiveness.Dig,dig, subst. stomp, duw, blokker, steek (fig.);Digverb. graven, spitten, uitgraven, indrukken; blokken:Tohave a sly digat;Togive a dig= (stiekum) een steek onder water geven;Todig away at= blokken op, aanhoudend werken aan;The wall wasdug down= werd ondermijnd;The ground wasdug up= uitgehold;Digger= graver, schop;Diggings= goudvelden, goudmijnen (in Californië, etc.); woonplaats, district, woning, kast.Digest,daidžəst, digesten, pandecten, verzameling van Romeinsche wetten.Digest,didžest,daižest, rangschikken, verteren, slikken (fig.), dulden, rijpelijk overdenken; zacht laten worden (door hitte), tot mest prepareeren;Digester= verteringbevorderend middel:Papin’s digest= Papiniaansche pot;Digestibility= verteerbaarheid;Digestible= verteerbaar;Digestion= vertering, het prepareeren van mest;Digestive= verteringbevorderend:Digestive organs= verteringsorganen.Dight,dait, tooien, sieren.Digit,didžit, subst. vinger, vingerbreedte, 1⁄12 van de middellijn van zon of maan; cijfer:Number of three digits= getal van drie cijfers;Digital= vinger…, vingervormig;Digitalis,didžiteilis, vingerhoedskruid;Digitat(ed)= gevingerd;Digitigrade= op de teenen gaande; subst. teenganger.Dignified,dignifaid, waardig, deftig;Dignify,dignifai, met eer bekleeden, onderscheiden, eerbied wekken;Dignitary,dignitəri, waardigheidsbekleeder; kerkvoogd;Dignity,digniti, waardigheid, deftigheid, rang:Tostand on one’s dignity= op zijnpoint d’honneurstaan.Digraph,daigraf, twee letters met één klank (deeainhead).Digress,d(a)igres, afdwalen, afwijken; subst.Digression= afwijking, uitweiding, afdwaling; adj.Digressive.Dike,daik, subst. sloot; dijk, grensmuur; ader:Dikeverb. indijken; draineeren;Dike-grave(-reeve)= dijkgraaf.Dilapidate,d(a)ilapideit, laten vervallen, neerhalen, afbreken; subst.Dilapidation.Dilatability,d(a)ileitəbiliti, rekbaarheid; uitzetbaarheid; adj.Dilatable,d(a)ileitib’l;Dilatation,d(a)iləteiš’n, uitzetting;Dilate,d(a)ileit,Dilateverb. uitzetten, verwijden, uitwijden:Dilated eyes= opengesperde.Dilatoriness,dilətərinəs, traagheid, nalatigheid, uitstellen; adj.Dilatory= tot uitstellen geneigd.Dilemma,d(a)ilemə, dilemma:Tofind oneself on(Toplace between)the horns of a dilemma= zich bevinden in (iem. plaatsen voor) een dilemma.Dilettant(e),dilətant, dilettant;Dilettant(e)ism= dilettantisme.[144]Diligence,dilidž’ns, ijver, naarstigheid; adj.Diligent.Dilly,dili, diligence (verkorting vanDiligence, Fr.uitspr.).Dilly-Dally,dilidali, (ver)treuzelen.Diluent,diljûent, met water verdunnend; subst. bloedverdunnend middel.Dilute,d(a)il(j)ût, adj. verdund, zwak;Diluteverb. verzwakken, verslappen, verdunnen;Dilution= verdunde oplossing (van vloeistoffen).Diluvial,d(a)il(j)ûv’l;Diluvian, diluviaal; tot den zondvloed behoorend;Diluvium,d(a)il(j)ûvj’m, diluvium.Dim,dim, adj. donker, dof, onduidelijk, schemerig, suf, mat;Dimverb. verduisteren, dof maken, dof worden;Dim-eyed= met zwakke oogen;Dim-sighted= bijziend;Dim-twinkling= zwak schijnend.Dime,daim, zilveren muntstukje, 1⁄10 van een dollar, kwartje:Dime-novels= goedkoope prulromans;Dimes= geld.Dimension,dimenš’n, afmeting, graad, grootte; adj.Dimensional.Dimeter,dimətə, (versregel) van twee of vier voeten.Dimidiate,dimidjit, gehalveerd.Diminish,diminiš, verminderen, verkleinen, verlagen, afvallen, afnemen:Our opponents may wellhide their diminished heads= beschaamd afdruipen;Diminution,diminjûš’n, vermindering, verkleining, verlaging;Diminutive,diminjutiv, subst. verkleinwoord; adj. klein, gering; subst.Diminutiveness;Diminuendo,diminjuendou, verminderingsteeken: >.Dimissory,dimisəri, wegzendend, ontslag …Dimity,dimiti, diemet.Dimness,dimnəs, duisterheid, dofheid.Dimple,dimp’l, subst. kuiltje;Dimpleverb. (zich) rimpelen, kuiltjes vormen:A pretty,dimpled face= gezichtje met kuiltjes erin;Dimply= vol kuiltjes, gerimpeld.Din,din, subst. geraas, gerammel, gekletter, lawaai;Dinverb. verdooven (door geraas), rammelen, kletteren, aan de ooren schreeuwen of zeuren (into a person’s ears).Dinah,dainə, Dina.Dine,dain,middagmalen, middagmaal verschaffen:I havedined with Duke Humphrey= heb geen (warm) eten gehad;You can dine a boat’s crewon this piece of meat= aan dit stuk vleesch heeft de bemanning van eene boot genoeg;Diner= eter; restauratiewagen (Amer.):He isa diner-out= hij is bijna altijd op diner, eet buitenshuis;Dining:Dining-car= restauratiewagen;Dining-rooms= eetzalen, restaurant;Dining-table.Ding,diŋ, met kracht stooten, neerslaan, wegwerpen, inscherpen (into), pochen, klinken, luiden;Ding-dong,diŋdoŋ, bom-bam, gebeier, verdoovend, nadrukkelijk.Ding(e)y (Dinghy),diŋgi, Indisch bootje; kleinste boot (van een schip).Dinginess,dinžinəs, donkerbruin, vuil.Dingle,diŋg’l, klein dal, vallei.Dingle-dangle,ding’ldang’l, slofslof.Dingy,dinži, vuil, donker of vuil-zwart.Dink,diŋk, keurig:Dink and dainty;Dinkverb. optooien.Dinner,dinə, middagmaal, feestmaal:Public dinner= officieel diner, banket;Ihavemade a good (poor) dinner= heb goed (weinig) gegeten;Dinner-jacket= ‘smoking’;Dinner-party= gezelschap, dischgenooten;Dinner-service= servies;Dinner-time= etenstijd;Dinner-waggon= dienbak op rolletjes;Dinnerless= zonder eten.Dint,dint, subst. slag, stoot, deuk, indruk, striem, kracht;Dintverb. groeven, indrukken:By (through) dint of hard workhe succeeded= door hard werken;These are thedints of his fingers= indrukken.Diocesan,daiosîs’n,daiəsîs’n, subst. bisschop of inwoner van een diocese; adj. diocesaan;Diocese,daiəsîs, diocese.Diocletian,daiəklîš’n, Diocletianus.Diogenes,daiodžənîz;Diomedes,daiəmîdîz;Dionysus,daienisəs:Fruit of Dionysus= wijn.Dioptric(al),daioptrik(’l), dioptrisch:Dioptrics= dioptrica.Diorama,daiərâmə,daiəreimə, diorama; adj.Dioramic.Dip,dip, subst. indooping, bad, helling, glooiing, vetkaars (=Dip-candle), vette saus, inclinatie (van de kompasnaald);Dipverb. indoopen, bevochtigen, indompelen, inclineeren, strijken en weer opzetten, op en neer halen, doorslaan (v. balans); uitscheppen, glooien, vluchtig doorlezen, even aanraken, zich inlaten met, op goed geluk kiezen, verpanden:The scale dipped on that side, in favour of him= de schaal sloeg door;He had deeplydipped his estates= had eene zware hypotheek genomen op.Dipchick,diptšik; ZieDabchick.Diphtherea,dif-thîriə,dipthîriə,Diphtheritis, diphtheritis; adj.Diphther(it)ic,diftherik,diptherik,dif-thəritik.Diphthong,difthoŋ,dipthoŋ, tweeklank; adj.Dipthongal;Diphthongize= tot een tweeklank maken of worden.Diphyllous,difəlɐs,daifiləs, tweeblad(er)ig.Diploma,diploumə, diploma;Diplomacy= diplomatie;Diplomat(e)dipləmat=Diplomatist,diploumətist;Diplomatic,dipləmatik, subst. gezant, diplomaat; adj. diplomatisch; handschrift …;Diplomatics,dipləmatiks, diplomatie; paleografie.Dipper,dipə, duiker, badknecht; nap; kaarsenmaker; Groote Beer; dompelaar (Amer.), waterspreeuw.Dipsomania,dipsəmeinjə, periodieke drankzucht;Dipsomaniac= drankzuchtige; adj.Dipsomaniacal.Diptera,diptərə, tweevleugelige insecten; adj.Dipteral= tweevleugelig =Dipterous.Dire,daiə, ijselijk, verschrikkelijk, treurig, naar; adj.Direful; subst.Direfulness.Direct,direkt, direct, rechtstreeksch, open, klaar, eenvoudig, oprecht, uitdrukkelijk;Directverb. richten, sturen, den weg wijzen, toonen, geleiden, besturen, voorschrijven, adresseeren;Direct-fire= direct vuur (tegen vrijstaand doel);Direct-tax= directe belasting;Direction= richting, bestuur, voorschrift,[145]opdracht, aanwijzing, recept, opschrift, adres;Direction-post= wegwijzer;Directly, direct, duidelijk, oogenblikkelijk;Directness= oprechtheid;Director= directeur;Directorate= directoraat (=Directorship);Directory,direktəri, subst. adresboek; bestuur, directoire (1795); adj. aanwijzend, aanwijzingen bevattend;Directress= directrice =Directrix.Dirge,dɐ̂dž, (verbastering vanDirige), lijkzang (R.K. kerk).Dirigible,diridžib’l, bestuurbaar; ook subst.Diriment impediment,dirimentimpediment, storend iets; omstandigheid, die een huwelijk onwettig maakt (R.K. kerk).Dirk,dɐ̂k, subst. dolk, ponjaard;Dirkverb. doorsteken met een dolk.Dirt,dɐ̂t, subst. vuil, drek, slijk, vuiligheid, vuil weer; (goud houdende) grond (Amer.);Dirtverb. bevuilen, besmetten:It isas common as dirt= komt in groote hoeveelheden voor;Toeat dirt= zich vernederen, in zijn schulp kruipen;If youthrow enough dirt, some of it will stick= er blijft van den laster altijd wel wat hangen;Dirt-cheap= spotgoedkoop;Tomake dirt-pies= zandtaartjes maken (kinderspel);Dirtiness= vuilheid (ookfig.);Dirty, adj. bevuild, vuil, laag, gemeen;Dirtverb. bevuilen, bezoedelen.Disability,disəbiliti, onbekwaamheid, onvermogen, onbevoegdheid;Disable,diseib’l, onbekwaam (onbevoegd, onbruikbaar) maken, buiten gevecht stellen, tot zwijgen brengen:Adisabled soldier= invalide;A disabled state= ontredderde toestand; subst.Disablement.Disabuse,disəbjûz, uit de dwaling of den droom helpen:You mustdisabuse yourself ofsuch an idea= u losmaken van.Disaccustom,disəkɐst’m, ontwennen.Disadvantage,disədvântidž, subst. nadeel, verlies;Disadvantageverb. benadeelen:Tobe at a disadvantage= achterstaan bij;Toplace at a disadvantage= achterstellen bij;Disadvantageous,disadv’nteidžəs= nadeelig; subst.Disadvantageousness.Disaffect,disəfekt, vervreemden, afkeerig of ontrouw maken;Disaffected= ontevreden, misnoegd; subst.Disaffectedness;Disaffection= afkeer, misnoegdheid.Disaffirm,disəfɐ̂m, ontkennen, tegenspreken, loochenen, vernietigen; subst.Disaffirmance.Disagree,disəgrî, verschillen, oneens zijn, niet passen bij, slecht bekomen;Disagreeable= onaangenaam; subst.Disagreeableness;Disagreement= meeningsverschil, oneenigheid.Disallow,disəlau, niet toestaan, weigeren, afkeuren;Disallowable= verwerpelijk;Disallowance= afkeuring, verbod.Disannul,disənɐl, vernietigen; subst.Disannulment.Disappear,disəpîə, verdwijnen; subst.Disappearance:He wasa nameless disappearance= zijn naam stierf geheel uit.Disappoint,disəpôint, teleurstellen, verijdelen:I amdisappointed inyou= gij valt mij tegen; subst.Disappointment:Disappointment in love= ongelukkige liefde.Disappreciate,disəprîšieit, onderschatten.Disapprobation,disaprəbeiš’n, afkeuring, veroordeeling;Disapprobatory= afkeurend.Disappropriate,disəproupriit, adj. onteigend;Disappropriateverb.disəprouprieit, ontnemen, onteigenen.Disapproval,disəprûv’l, afkeuring;Disapprove,disəprûv, afkeuren, verwerpen.Disarm,disâm, ontwapenen, onschadelijk maken; de wapens neerleggen, subst.Disarmament.Disarrange,disəreinž, in de war brengen; subst.Disarrangement= verwarring.Disarray,disərei, subst. verwarring, wanorde; verwarde kleeding;Disarrayverb. in wanorde brengen; de kleeding uittrekken.Disarticulate,disâtîkjuleit, ontleden;Disarticulator= prosector.Disassociate,disəsoušieit, ontbinden.Disaster,dizastə, subst. ramp, tegenspoed, onheil, ongeluk;Disastrous,dizastrəs, rampspoedig, ongelukkig, verwoestend.Disavow,disəvau, ontkennen, loochenen, verwerpen; subst.Disavowal.Disband,disband, afdanken (v. troepen), (zich) verspreiden; subst.Disbandment.Disbar,disbâ, eenBarristerhet recht van pleiten ontnemen.Disbelief,disbəlîf, ongeloof, twijfel;Disbelieve,disbəlîv, niet gelooven; betwijfelen;Disbeliever= ongeloovige.Disbud,disbɐd, knoppen afbreken.Disburden,disbɐ̂d’n, ontlasten, zichbevrijden, zijn hart uitstorten.Disburse,disbɐ̂s, uitbetalen, uitgeven, voorschieten; subst.Disbursement.Disc,disk. Zie Disk.Discard,diskâd, subst. het écarteeren, de weggegooide kaarten;Discardverb. afdanken, heenzenden, afleggen, verwerpen, verwijderen, laten loopen, écarteeren.Discern,dizɐ̂n, onderscheiden, bespeuren, beoordeelen, waarnemen;Discerner= kenner, etc.;Discernible= te onderscheiden, duidelijk; subst.Discernibleness;Discerning= scherpzinnigheid; adj. scherpzinnig, oordeelkundig;Discernment= inzicht.Discharge,distšâdž, subst. ontslag, kwijtschelding, ontlasting, ontheffing; losbranding, salvo, ontlading, lossing, afdoen, vervulling, verrichting;Dischargeverb. lossen, uitwerpen, ontladen, afschieten, kwijtschelden, ontslaan, ontheffen, betalen, réhabiliteeren, vrijspreken, uitstroomen, uitstorten, uitstooten, vervullen, dragen (van wonden):Menwith satisfactory discharges= eervol ontslagen personen;Todischarge one’s duty, from duty= zijn plicht vervullen, van den plicht ontheffen;Discharge-cock= afvoerkraan;Discharge-pipe= afvoerpijp;Discharger= ontlader, etc.Dischurch,distšɐ̂tš, doorhalen als lidmaat, berooven van den rang van kerkelijke gemeente (dus: als sekte behandelen).Disciform,disiföm, schijfvormig.Disciple,disaip’l, subst. leerling, volgeling;Discipleship= de jongeren;Disciplinable,disiplinəb’l, voor leering vatbaar; strafbaar;Disciplinarian,disiplinêri’n, subst. tuchtmeester, ordehouder; adj. =Disciplinary,disiplinəri, disciplinair;Discipline,disiplin, subst. tucht, tuchtmiddel, tuchtiging, bestraffing;Disciplineverb. onderwijzen, drillen,[146]tuchtigen, bestraffen:Totake the discipline= zichzelf tuchtigen.Disclaim,diskleim, ontkennen, verwerpen, afstand doen van:Hedisclaimed any intentionto offend;Disclaimer= ontkenning, verwerping, afstand, démenti.Disclose,disklouz, openbaren, onthullen, blootleggen;Disclosure,diskloužə, openbaring, onthulling.Discoid,diskôid, schijfvormig; ook subst.Discoloration,diskɐləreiš’n, verkleuring, verkleurde plek, vlek, smet;Discolour,diskɐlə, ontkleuren, verkleuren, verbleeken.Discomfit,diskɐmfit, verslaan, verstrooien, ontmoedigen, uit het veld slaan, verijdelen;Discomfiture= nederlaag, verijdeling, teleurstelling.Discomfort,diskɐmfət, subst. smart, pijn, onrust, droefheid, onbehaaglijkheid;Discomfortverb. bedroeven, verontrusten.Discommend,diskəmend, berispen, misprijzen, kleineeren;Discommendable= berispelijk.Discommon,diskomən, een meente aan algemeen gebruik onttrekken, van privileges berooven.Discompose,disk’mpouz, in wanorde of verlegenheid brengen, plagen:He wasdiscomposed atit= was er geheel van ontdaan;Discomposure,disk’mpoužə, wanorde, verwarring, ontvoering.Disconcert,disk’nsɐ̂t, in wanorde brengen, in verwarring brengen, verijdelen; subst.Disconcertion.Disconformity,disk’nfömiti, gebrek aan overeenkomst, ongelijkheid.Disconnect,diskənekt, afkoppelen, uitschakelen; subst.Disconnection.Disconsolate,diskonsəlit, troosteloos, bedroevend; subst.Disconsolateness.Discontent,disk’ntent, subst. ontevredenheid, misnoegen; adj. ontevreden, misnoegd;Discontentverb. ontevreden, misnoegd maken;Discontented= ontevreden; subst.Discontentedness=Discontentment.Discontinuance,disk’ntinjuəns, staking, onderbreking, afbreking, storing =Discontinuation;Discontinue,disk’ntinjû, onderbreken, afbreken, ophouden, staken, onderbroken zijn of worden:To discontinue (a) business= eene zaak opheffen, likwideeren;Discontinuity= gebrek aan samenhang;Discontinuous= onsamenhangend.Discord,disköd, tweedracht, strijd, disharmonie, verschil;Discordance,disköd’ns, gebrek aan overeenstemming, tegenspraak;Discordant= niet overeenstemmend, wanklinkend, valsch.Discount,diskaunt, korting, disconto:At a discount= beneden pari; niet in trek (aanzien);Reverence (knowledge)isat a discountnowadays= staat thans in een slechten reuk;I bought it at adiscount bookseller’s= bij een boekhandelaar, die netto en à contant verkoopt;Discount-bank= disconto-bank;Discount-broker(=Discounter) = wisselmakelaar;Discount-day= de vaste dag, waarop de E. bank wissels, enz. disconteert.Discount,diskaunt, aftrekken, disconteeren, van weinig waarde beschouwen:We do not wishto discount the reportof the committee= te kort doen aan;Our objections are partly discountedin the preface= onze bezwaren .… ondervangen;The beauty of the book is somewhat discountedby that circumstance= aan de schoonheid wordt afbreuk gedaan;Iron looked up throughcauses, that everybody had often discounted= de prijs van ’t ijzer ging omhoog door oorzaken, die iedereen dikwijls als van geen invloed had beschouwd;This grand buildingdiscountsall other structuresout of sight= steekt uit boven alle andere gebouwen (fig.);Discountable= te disconteeren.Discountenance,diskauntən’ns, subst. koele behandeling, afkeuring;Discountenanceverb. den moed benemen, afschrikken van, afkeuren, verlegen maken.Discourage,diskɐridž, ontmoedigen, afschrikken;Discouragement= ontmoediging, beletsel.Discourse,diskös, subst. voordracht, redevoering, gesprek, verhandeling, preek;Discourseverb. spreken over, eene redevoering houden, handelen over; onderhouden over:Todiscourse music= ten gehoore brengen;He discoursed the womenabout their duties= onderhield.Discourteous,diskɐ̂tšəs,diskötšəs, onbeleefd, lomp:Discourtesy,diskɐ̂təsi, onbeleefdheid, lompheid.Discover,diskɐvə, ontdekken, openbaren, onderscheiden, toonen:She cannot discover hearts from diamonds= zij kent geen harten voor ruiten;He discovered himself as= ontpopte zich als, bleek te zijn;Discoverable= te ontdekken, zichtbaar;Discoverer= ontdekker;Discovery= ontdekking.Discoverture,diskɐvətšə, ongehuwde staat (v. vrouwen).Discredit,diskredit, subst. oneer, schande, discrediet, slechte naam; twijfel, ongeloof;Discreditverb. niet gelooven; in minachting brengen;Discreditable= verkeerd, schandelijk.Discreet,diskrît, verstandig, oordeelkundig, beleidvol; discreet:He is discreet= kan een geheim bewaren; subst.Discreetness.Discrepance, Discrepancy,diskrep’ns(i), verschil, tegenspraak, inconsequentie; adj.Discrepant.Discrete,diskrît, afgescheiden, apart;Discretive,diskrîtiv, disjunctief, scheidend.Discretion,diskreš’n, bezonnenheid, verstand, takt, discretie:Years of discretion= jaren des onderscheids;The enemies surrenderedat discretion= op genade of ongenade;That isat your discretion= tot uw dienst, zooals u verkiest;That isin your discretion= dat moet ge zelf weten;Discretion is the better part of valour= beter een levende hond dan een doode leeuw;Use your own discretion= handel naar believen;Discretional=Discretionary= naar believen.Discriminate,diskriminit, adj. onderscheidend;Discriminateverb. (diskrimineit) onderscheiden, uitkiezen, kenmerken;Discriminating= karakteristiek; scherpzinnig:Discriminating duties= differentiëele rechten;Discrimination,diskrimineiš’n, onderscheiding, onderscheid, onderscheidingsteeken;[147]inzicht;Discriminative= kenmerkend, onderscheidend; oordeelkundig.Discursive,diskɐ̂siv, logisch; afdwalend; subst.Discursiveness.Discus,diskəs, schijf.Discuss,diskɐs, bespreken; (rechterl.) vervolgen; verorberen, opdrinken:Todiscuss a bottle of wine;Discussion= discussie, debat; vervolging.Disdain,disdein, subst. versmading, verachting;Disdainverb. versmaden, verachten; adj.Disdainful= verachtelijk; subst.Disdainfulness.Disease,dizîz, ziekte, lijden, ziekelijke toestand:Diseases Prevention Act= Wet op Besmettelijke Ziekten;To die ofdisease of the heart= aan eene hartkwaal sterven;Disease-bearer= ziektekiem;Diseased meat= bedorven;Diseased in mind= zielsziek.Disembark,disəmbâk, ontschepen, landen; subst.Disembarkation.Disembarrass,disəmbarəs, bevrijden, uit de verlegenheid helpen;Disembarrassment= bevrijding.Disembellish,disəmbeliš, van versierselen ontdoen.Disembodiment,disəmbodiment, subst. v.Disembody,disəmbodi, van ’t lichaam bevrijden; afdanken (van soldaten), ontbinden.Disembogue,disəmboug, uitstorten, uitstroomen; uitvaren.Disembowel,disəmbau’l, van de ingewanden ontdoen; den buik opensnijden.Disenchant,disəntšânt, ontgoochelen; subst.Disenchantment.Disencumber,disənkɐmbə, bevrijden, ontlasten (of, from).Disenfranchise,disənfrantšaiz, van kiesrecht berooven; subst.Disenfranchisement.Disengage,disəngeidž, vrijmaken, zich losmaken, zich lostrekken, ontbinden, ontheffen, ontwarren:I shall bedisengagedto-morrow= vrij zijn;Disengagedness= vrijheid, gebrek aan oplettendheid;Disengagement= bevrijding, ontslaan.Disennoble,disənoub’l, van adeldom berooven.Disentangle,disəntaŋg’l, ontwarren, bevrijden, losmaken; subst.Disentanglement.Disestablish,disəstabliš, scheiden (v. Kerk en Staat);Disestablishment= scheiding (v. Kerk en Staat).Disesteem,disəstîm, subst. minachting; geringschatting;Disesteemverb. minachten, geringschatten.Disfavo(u)r,disfeivə, subst. ongenade, minachting;Disfavo(u)rverb. gunst onttrekken, afkeuren.Disfiguration,disfigjureiš’n, misvorming, wanstaltigheid;Disfigure,disfigjə, misvormen, bederven.Disfranchise,disfrantš(a)iz, van privileges of burgerrechten (vooral van het kiesrecht) berooven; subst.Disfranchisement.Disgorge,disgödž, uitbraken, opgeven, teruggeven; subst.Disgorgement.Disgrace,disgreis, subst. ongenade, schande, schandvlek;Disgraceverb. genade of gunst onttrekken, in ongenade brengen, tot schande strekken:That boy isin disgrace= heeft straf;You are disgraced= in ongenade gevallen, onteerd;Disgraceful, schandelijk; subst.Disgracefulness.Disguise,disgaiz, subst. vermomming, dekmantel, voorwendsel, veinzerij; roes;Disguiseverb. vermommen, verbergen:He did notmake the least disguiseof his faults= verbloemde ze niet in ’t minst;He wasslightly disguised= lichtelijk aangeschoten;Disguisement= vermomming;Disguiser= schijnheilige.Disgust,disgɐst, subst. walging, ergernis;Disgustverb. walgen:I amdisgusted atthat= walg ervan;Disgustful= walgelijk; subst.Disgustfulness;Disgusting= walgelijk.Dish,diš, subst. schotel, schaal, gerecht, schoteltje, kop, holte, meetrog;Dishverb. opdisschen (up), uithollen, verijdelen, uit het zadel lichten, “verlakken”:Meat dish;Madedishes= fijne schoteltjes;Soap dish= zeepbakje;Vegetable dish;Dish-butter= tafelboter;Dish-cover= deksel;Dish-cloth= vaatdoek,Dish-mat= tafelmatje;Dish-warmer= heetwaterkomfoor;Dish-washer= bordenwasscher;Dish-water= schotelwater;Dishing= hol.Dishabille,disəbîl,disəbil, négligé.Disharmonious,dishâmounjəs;Disharmony,dishâməni, tweedracht.Dishearten,dishât’n, ontmoedigen.Dishevel,dišev’l, in wanorde brengen (van haar vooral);Dishevelment= wanorde.Dishonest,disonəst, oneerlijk, onoprecht, bedriegelijk, schandelijk; subst.Dishonesty.Dishono(u)r,disonə, subst. oneer, schande;Dishono(u)rverb. onteeren, te schande maken, niet honoreeren (wissel);Dishono(u)rable= onteerend, eerloos.Dishorse,dishös, van het paard werpen.Disillusion,disil(j)ûž’n, ontgoocheling;Disillusionverb. ontnuchteren, de illusie benemen =Disillusionize.Disinclination,disinklineiš’n, afkeer, ongenegenheid;Disincline,disinklain, (iemand iets) tegen maken:Tobe disinclined= ongenegen zijn.Disincorporate,disinköpəreit, eene corporatie of vereeniging ontbinden; subst.Disincorporation.Disinfect,disinfekt, ontsmetten;Disinfectant= ontsmettingsmiddel =Disinfecting agent;Disinfection= ontsmetting;Disinfector= ontsmetter.Disingenuity,disinžənjûiti, onoprechtheid;Disingenuous,disindženjuəs, onoprecht, sluw; subst.Disingenuousness.Disinherit,disinherit, onterven;Disinheritance= onterving.Disintegrable,disintəgrəb’l, scheidbaar, verweerbaar;Disintegrate,disintəgreit, de samenstellende deelen scheiden, (doen) verweeren, (zich) ontbinden; subst.Disintegration.Disinter,disintɐ̂, opgraven, aan het licht brengen; subst.Disinterment.Disinterested,disintərestid, belangeloos, onpartijdig; subst.Disinterestedness.Disinthral(l),disinthrôl, van slavernij bevrijden.Disjoin,disdžôin, ontbinden, scheiden, losspringen.[148]Disjoint,disdžôint, ontwrichten, ontleden, uit elkaar nemen:Disjointed sentences= losse zinnen;Disjointedness= onsamenhangendheid.Disjunct,disdžɐŋkt, gescheiden;Disjunction= scheiding;Disjunctive= scheidend.Disk,disk, schijf, discus.Dislike,dislaik, subst. afkeer, weerzin;Dislikeverb. niet houden van, afkeerig zijn van:Likes and dislikes= sympathieën en antipathieën;Hetook a dislike tome= kreeg een hekel aan mij;I do not dislike it= ik mag het wel.Dislocate,disləkeit, ontwrichten, verschuiven; verhuizen (Amer.);Dislocation= ontwrichting, verschuiving, verdeeling (v. troepen).Dislodge,dislodž, van eene plaats verwijderen, uit eene stelling verdrijven, opjagen, verjagen, opbreken; subst.Dislodgment.Disloyal,dislôiəl, adj. ontrouw, plichtvergeten; subst.Disloyalty.Dismal,dizm’l, somber, droevig, treurig, ijselijk:A dismalized accountof the circumstances= treurig; subst.Dismalness.Dismantle,dismant’l, ontdoen van, onttakelen, ontmantelen.Dismask,dismâsk, ontmaskeren.Dismast,dismâst, van mast(en) berooven.Dismay,dismei, subst. verslagenheid, schrik;Dismayverb. verschrikken, moedeloos maken.Disme,dîm, tiende.Dismember,dismembə, ontleden, stuk snijden, verscheuren, verbrokkelen; subst.Dismemberment.Dismiss,dismis, wegzenden, ontslaan, afdanken, verstooten, afwijzen, ontzeggen; uit elkander gaan:I wasdismissed his house= zijn huis werd mij ontzegd;He wasdismissed (from) that office= ontslagen uit;The appeal will be dismissed= geweigerd;The judge dismissed the plaintiff’s suit= wees … af;Dismissal=Dismission= ontslag, etc.;A dismissive letter= ontslagbrief.Dismount,dismaunt, afwerpen, uit het zadel lichten, demonteeren, tot zwijgen brengen; uit elkaar nemen; afstijgen.Disobedience,disəbîdj’ns, ongehoorzaamheid; adj.Disobedient;Disobey,disəbei, niet gehoorzamen:Iwill not be disobeyed= ik duld geen ongehoorzaamheid.Disoblige,disəblaidž, onbeleefd, oninschikkelijk zijn.Disorder,disödə, subst. wanorde, verwarring, tumult, overtreding, ongesteldheid, kwaal, gekrenktheid (van geest), uitspatting;Disorderverb. verwarren, derangeeren, ziek maken;Disordered= gekrenkt, liederlijk, bedorven;Disorderly= wanordelijk, ongeregeld, oproerig, liederlijk.Disorganization,disögən(a)izeiš’n, desorganisatie;Disorganizationverb.Disorganize.Disown,disoun, verloochenen, niet erkennen, verstooten.Disparage,disparidž, verkleinen, kwaadspreken van; subst.Disparagement.Disparate,disparit, ongelijk, ongerijmd;Disparity,dispariti, verschil, ongelijkheid.Dispart,dispât, scheiden, deelen, klooven, vizier en as van geschut parallel maken, zich scheiden, splijten;Dispart-sight= vizier (korrel).Dispassionate,dispašənit, onpartijdig, kalm, leuk.Dispatch,dispatš. ZieDespatch.Dispel,dispel, verdrijven, verstrooien, verbannen.Dispensability,dispensəbiliti, subst. v.Dispensable,dispensəb’l, vatbaar voor dispensatie, toelaatbaar; ontbeerlijk; subst.Dispensableness;Dispensary,dispensəri, armen-apotheek, polikliniek:I hatedispensary stuff= wat uit de apoth. komt;Dispensation=dispenseiš’n, uitdeeling; Godsbeschikking (=Dispensation of Providence), ontheffing, vrijstelling, vergunning (tot het hebben van twee betrekkingen, tot het wonen buiten zijn district of gemeente,etc.);Dispensatory, subst. de pharmacopœa; adj. de macht bezittend om vrijstelling te verleenen;Dispense,dispens, uitdeelen, toedienen, recepteeren, toepassen, beschikken, vrijstellen, kunnen ontberen:I candispense withthat now= ik kan er nu wel buiten, ik kan het missen;Dispenser= uitdeeler, apotheker:He did, as if he were thedispenser of life and death= beschikker over;Dispensing-power= het koninklijk prerogatief om de wet (b.v. door gratie te schenken) buiten werking te stellen.Dispeople,dispîp’l, ontvolken.Dispermous,daispɐ̂məs, tweezadig.Disperse,dispɐ̂s, verstrooien, verspreiden, uit elkander jagen, uiteengaan;Dispersal= verspreiding;Dispersion,dispɐ̂š’n, verstrooiing, breking (van licht in verschillende kleuren);Dispersive= verspreidend.

Diaconal,daiakən’l, eendeaconbetreffend;Diaconate= decanaat.Diacritic,daiəkritik, onderscheidend; subst. onderscheidingsteeken; adj.Diacritical.Diadem,daiədem, diadeem;Diadem spider= kruisspin.Di(a)eresis,daiîrisis,daierisis, diaeresis.Diagnose,daiəgnouz,daiəgnous, de diagnose bepalen;Diagnosis,daiəgnousis, diagnose;Diagnostic= kenmerkend (teeken);Diagnostics= diagnostiek.Diagonal,daiagən’l, adj. en subst. diagonaal.Diagram,daiəgram, subst. diagram; adj.Diagrammatic.Diagraph,daiəgraf, een soort teekenaap;Diagraphic(al)= beschrijvend.Dial,dai’l, zonnewijzer, wijzerplaat, draaibord:Arabic, Roman dial(-plate)= wijzerplaat met Arab. of Romeinsche cijfers.Dialect,daiəlekt, dialekt, tongval; adj.Dialectal=Dialectical= de dialectiek betreffend =Dialectic;Dialectician, dialecticus;Dialectics, dialectiek;Dialectology= studie en kennis der dialecten.Dialogic(al),daiəlodžik(’l), dialogisch;Dialogist;Dialogue,daiəlog, subst. tweegesprek, tweespraak; verb. eend.houden.Diameter,daiamətə, middellijn;Diametric(al)= diametraal.Diamond,dai(ə)m’nd, subst. diamant, diamantletter, ruit; ook adj.:It is diamond cut diamond= ze zijn aan elkaar gewaagd;Nine of diamonds= ruiten negen;Diamond-cutting= diamantslijpen;The windows werediamond-pane lattices= in lood gevatte ruiten;Adiamond-shaped figure= ruitvormige figuur;Diamondiferous= diamanten bevattend.Diana,daianə,daieinə, Diana.Diapason,daiəpeiz’n, algemeene toonomvang van stem of instrument; algemeen aangenomen toonhoogte, diapason.Diaper,daiəpə, subst. soort van damast, servet; adj. gebloemd;Diaperverb. figuren of bloemen maken (in eene stof), schakeeren;Diaper-pavement,Diaper-work= mozaïekvloer.Diaphane,daiəfein, doorschijnende stof, zijden stof met doorschijnende figuren.Diaphanous,daiafənɐs, diaphaan.Diaphoretic,daiəfəretik, subst. en adj. zweetverwekkend (middel).Diaphragm,daiəfram, middenrif; diaphragma (microsc.).Diarist,daiərist, houder v. eenDiary.Diarrhoea,daiərîə, buikloop; adj.Diarhoetic,daiəretik.Diary,daiəri, dagboek.Diastase,daiəsteis, diastase.Diastole,daiastəlî, uitzetting van het hart na samentrekking; verlenging van eene korte lettergreep.Diatribe,daiətraib, schimprede, schotschrift.Dib,dib, subst. bikkel; fiche;Dibverb. hengelen;Dibs= bikkelspel; geld;Dibber= hengelaar; pootijzer.Dibble,dib’l, subst. pootijzer;Dibbleverb. planten met een pootijzer; hengelen;Dibbler.Dice,dais, subst. dobbelsteenen, dobbelspel;Diceverb. dobbelen;Dicer= dobbelaar;Dice-box= dobbelkoker;Dicing-house= dobbelhol.Dicephalous,daisefəlɐs, tweekoppig.Dick,dik, (verkorting voor) Richard; een soort pudding:Dick, Tom and Harry= Jan, Piet en Klaas;The children weremaking dick-duck-drakesin the sea with flattish pebbles= keilden platte kiezelsteentjes over de zeeoppervlakte.Dickens,dik’nz, Dickens; duivel:What the Dickens= wat drommel!Dicker,dikə, subst. tiental, tien paar; ruilhandel (Amer.);Dickerverb. (ruil)handel drijven (Amer.).Dick(e)y,diki, achterbok (van een rijtuig), voorhemdje, slabbetje, ezel; adj. twijfelachtig, vreemd, onwel.Dicotyledon,daikotilîd’n, plant met twee zaadlobben; adj.Dicotyledonous.Dictate,diktit, subst. voorschrift, inspraak;Dictateverb.dikteit, voorschrijven, gebieden, dicteeren;Dictation= dictee: voorschrift;Dictator;Dictatorial= gebiedend, dictatoriaal;Dictatorship.Diction,dikš’n, wijze van zeggen, uitdrukking, stijl;Dictionary,dikš’nəri, woordenboek;Dictum,dikt’m(Meerv.Dicta,[143]diktə), uitspraak, bewering:Obiter Dicta= beweringen “in ’t voorbijgaan”.Didactic(al),didaktik(’l), didactisch:Didactic poetry= didactische;Didactics= didactiek.Didder,didə, rillen (van koude).Diddle,did’l, zwendel;Diddleverb. bedotten; waggelen:Hediddled me out ofit= zette het mij af;Diddler= zwendelaar.Dido,daidou, bokkesprong:He iscutting didos= hij maakt bokke(kromme)sprongen.Die,dai, subst. dobbelsteen (Meerv.Dice), muntstempel (Mv.Dies,daiz); teerling, kubusvormig voetstuk:As straight as a die= zoo recht als eene kaars;The die is cast= de teerling is geworpen;Die-sinker= graveur:Thosediesare well sunk= goed gegraveerd.Die,dai, sterven, vergaan, omkomen, achteruitgaan, verdwijnen, verdorren, verwelken, uitgaan, gaan liggen, wegsterven, smachten naar:Todie hard= onbevreesd sterven, een taai leven hebben;Never say die= geef het nooit op;He died ofhunger,forthirst,frompoison,withterror= van honger, dorst, aan vergif, van schrik;This man hasdied to the world= is der wereld afgestorven;I amdying to seeyou= brand van verlangen.Dies irae,daiîzairi, dag des toorns, aanvangswoorden van een ouden boetpsalm;Per diem= per dag.Diesis,daiisis, dubb. dolk: ‡ of ⌗.Diet,daiit, subst. voedsel, dieet; rijks- of landdag;Dietverb. voeden, eten; een dieet volgen of voorschrijven:I think I oughtto dietyou= op dieet zetten;Dietary= het dieet betreffend, verplegings …, keuken …; subst. dieet;Dietetic= tot diet behoorende;Dietetics,daiətetiks, leer der juiste voeding.Differ,difə, verschillen, zich onderscheiden van; niet eens zijn, twisten:Hediffers fromyou= verschilt van (is anders dan) u;Hediffered withme in opinion= was ’t niet met me eens;Difference, subst. verschil, onderscheid; strijd, geschilpunt;Differenceverb. onderscheiden;Toarrange a difference= een geschil uitmaken;It makes no difference= het maakt niet uit;Topay the difference= het ontbrekende bijbetalen;With a difference= met eenig verschil;Reasondifferencesmanfromthe brutes;Different= verschillend;Differential,difərenš’l, verschil of onderscheid makende; subst. differentiaal:Differential calculus= differentiaalrekening;Differential duties= differentiaalrechten;Differentiate,difərenšieit, (zich) onderscheiden, differentieeren; subst.Differentiation.Difficult,difikɐlt, moeilijk, lastig;Difficulty= moeilijkheid:He isin difficulties= in geldelijke verlegenheid.Diffidence,difidens, gebrek aan zelfvertrouwen, schroom, bedeesdheid;Diffident= beschroomd, bescheiden.Diffract,difrakt, breken;Diffraction, breking (van stralen).Diffranchise,difranšaiz=Disfranchise.Diffuse,difjûs, adj. verspreid, verstrooid; wijdloopig; subst.Diffuseness.Diffuse,difjûz, (zich) verspreiden, uitspreiden, uitgieten;Diffused= verspreid; subst.Diffusedness= wijdloopigheid =Diffuseness;Diffusibility= diffusievermogen;Diffusible= verspreidbaar;Diffusion= verspreiding, verstrooiing, uitstorting, overvloed;Diffusive,difjûsiv, verspreidend, uitstortend, wijdloopig; subst.Diffusiveness.Dig,dig, subst. stomp, duw, blokker, steek (fig.);Digverb. graven, spitten, uitgraven, indrukken; blokken:Tohave a sly digat;Togive a dig= (stiekum) een steek onder water geven;Todig away at= blokken op, aanhoudend werken aan;The wall wasdug down= werd ondermijnd;The ground wasdug up= uitgehold;Digger= graver, schop;Diggings= goudvelden, goudmijnen (in Californië, etc.); woonplaats, district, woning, kast.Digest,daidžəst, digesten, pandecten, verzameling van Romeinsche wetten.Digest,didžest,daižest, rangschikken, verteren, slikken (fig.), dulden, rijpelijk overdenken; zacht laten worden (door hitte), tot mest prepareeren;Digester= verteringbevorderend middel:Papin’s digest= Papiniaansche pot;Digestibility= verteerbaarheid;Digestible= verteerbaar;Digestion= vertering, het prepareeren van mest;Digestive= verteringbevorderend:Digestive organs= verteringsorganen.Dight,dait, tooien, sieren.Digit,didžit, subst. vinger, vingerbreedte, 1⁄12 van de middellijn van zon of maan; cijfer:Number of three digits= getal van drie cijfers;Digital= vinger…, vingervormig;Digitalis,didžiteilis, vingerhoedskruid;Digitat(ed)= gevingerd;Digitigrade= op de teenen gaande; subst. teenganger.Dignified,dignifaid, waardig, deftig;Dignify,dignifai, met eer bekleeden, onderscheiden, eerbied wekken;Dignitary,dignitəri, waardigheidsbekleeder; kerkvoogd;Dignity,digniti, waardigheid, deftigheid, rang:Tostand on one’s dignity= op zijnpoint d’honneurstaan.Digraph,daigraf, twee letters met één klank (deeainhead).Digress,d(a)igres, afdwalen, afwijken; subst.Digression= afwijking, uitweiding, afdwaling; adj.Digressive.Dike,daik, subst. sloot; dijk, grensmuur; ader:Dikeverb. indijken; draineeren;Dike-grave(-reeve)= dijkgraaf.Dilapidate,d(a)ilapideit, laten vervallen, neerhalen, afbreken; subst.Dilapidation.Dilatability,d(a)ileitəbiliti, rekbaarheid; uitzetbaarheid; adj.Dilatable,d(a)ileitib’l;Dilatation,d(a)iləteiš’n, uitzetting;Dilate,d(a)ileit,Dilateverb. uitzetten, verwijden, uitwijden:Dilated eyes= opengesperde.Dilatoriness,dilətərinəs, traagheid, nalatigheid, uitstellen; adj.Dilatory= tot uitstellen geneigd.Dilemma,d(a)ilemə, dilemma:Tofind oneself on(Toplace between)the horns of a dilemma= zich bevinden in (iem. plaatsen voor) een dilemma.Dilettant(e),dilətant, dilettant;Dilettant(e)ism= dilettantisme.[144]Diligence,dilidž’ns, ijver, naarstigheid; adj.Diligent.Dilly,dili, diligence (verkorting vanDiligence, Fr.uitspr.).Dilly-Dally,dilidali, (ver)treuzelen.Diluent,diljûent, met water verdunnend; subst. bloedverdunnend middel.Dilute,d(a)il(j)ût, adj. verdund, zwak;Diluteverb. verzwakken, verslappen, verdunnen;Dilution= verdunde oplossing (van vloeistoffen).Diluvial,d(a)il(j)ûv’l;Diluvian, diluviaal; tot den zondvloed behoorend;Diluvium,d(a)il(j)ûvj’m, diluvium.Dim,dim, adj. donker, dof, onduidelijk, schemerig, suf, mat;Dimverb. verduisteren, dof maken, dof worden;Dim-eyed= met zwakke oogen;Dim-sighted= bijziend;Dim-twinkling= zwak schijnend.Dime,daim, zilveren muntstukje, 1⁄10 van een dollar, kwartje:Dime-novels= goedkoope prulromans;Dimes= geld.Dimension,dimenš’n, afmeting, graad, grootte; adj.Dimensional.Dimeter,dimətə, (versregel) van twee of vier voeten.Dimidiate,dimidjit, gehalveerd.Diminish,diminiš, verminderen, verkleinen, verlagen, afvallen, afnemen:Our opponents may wellhide their diminished heads= beschaamd afdruipen;Diminution,diminjûš’n, vermindering, verkleining, verlaging;Diminutive,diminjutiv, subst. verkleinwoord; adj. klein, gering; subst.Diminutiveness;Diminuendo,diminjuendou, verminderingsteeken: >.Dimissory,dimisəri, wegzendend, ontslag …Dimity,dimiti, diemet.Dimness,dimnəs, duisterheid, dofheid.Dimple,dimp’l, subst. kuiltje;Dimpleverb. (zich) rimpelen, kuiltjes vormen:A pretty,dimpled face= gezichtje met kuiltjes erin;Dimply= vol kuiltjes, gerimpeld.Din,din, subst. geraas, gerammel, gekletter, lawaai;Dinverb. verdooven (door geraas), rammelen, kletteren, aan de ooren schreeuwen of zeuren (into a person’s ears).Dinah,dainə, Dina.Dine,dain,middagmalen, middagmaal verschaffen:I havedined with Duke Humphrey= heb geen (warm) eten gehad;You can dine a boat’s crewon this piece of meat= aan dit stuk vleesch heeft de bemanning van eene boot genoeg;Diner= eter; restauratiewagen (Amer.):He isa diner-out= hij is bijna altijd op diner, eet buitenshuis;Dining:Dining-car= restauratiewagen;Dining-rooms= eetzalen, restaurant;Dining-table.Ding,diŋ, met kracht stooten, neerslaan, wegwerpen, inscherpen (into), pochen, klinken, luiden;Ding-dong,diŋdoŋ, bom-bam, gebeier, verdoovend, nadrukkelijk.Ding(e)y (Dinghy),diŋgi, Indisch bootje; kleinste boot (van een schip).Dinginess,dinžinəs, donkerbruin, vuil.Dingle,diŋg’l, klein dal, vallei.Dingle-dangle,ding’ldang’l, slofslof.Dingy,dinži, vuil, donker of vuil-zwart.Dink,diŋk, keurig:Dink and dainty;Dinkverb. optooien.Dinner,dinə, middagmaal, feestmaal:Public dinner= officieel diner, banket;Ihavemade a good (poor) dinner= heb goed (weinig) gegeten;Dinner-jacket= ‘smoking’;Dinner-party= gezelschap, dischgenooten;Dinner-service= servies;Dinner-time= etenstijd;Dinner-waggon= dienbak op rolletjes;Dinnerless= zonder eten.Dint,dint, subst. slag, stoot, deuk, indruk, striem, kracht;Dintverb. groeven, indrukken:By (through) dint of hard workhe succeeded= door hard werken;These are thedints of his fingers= indrukken.Diocesan,daiosîs’n,daiəsîs’n, subst. bisschop of inwoner van een diocese; adj. diocesaan;Diocese,daiəsîs, diocese.Diocletian,daiəklîš’n, Diocletianus.Diogenes,daiodžənîz;Diomedes,daiəmîdîz;Dionysus,daienisəs:Fruit of Dionysus= wijn.Dioptric(al),daioptrik(’l), dioptrisch:Dioptrics= dioptrica.Diorama,daiərâmə,daiəreimə, diorama; adj.Dioramic.Dip,dip, subst. indooping, bad, helling, glooiing, vetkaars (=Dip-candle), vette saus, inclinatie (van de kompasnaald);Dipverb. indoopen, bevochtigen, indompelen, inclineeren, strijken en weer opzetten, op en neer halen, doorslaan (v. balans); uitscheppen, glooien, vluchtig doorlezen, even aanraken, zich inlaten met, op goed geluk kiezen, verpanden:The scale dipped on that side, in favour of him= de schaal sloeg door;He had deeplydipped his estates= had eene zware hypotheek genomen op.Dipchick,diptšik; ZieDabchick.Diphtherea,dif-thîriə,dipthîriə,Diphtheritis, diphtheritis; adj.Diphther(it)ic,diftherik,diptherik,dif-thəritik.Diphthong,difthoŋ,dipthoŋ, tweeklank; adj.Dipthongal;Diphthongize= tot een tweeklank maken of worden.Diphyllous,difəlɐs,daifiləs, tweeblad(er)ig.Diploma,diploumə, diploma;Diplomacy= diplomatie;Diplomat(e)dipləmat=Diplomatist,diploumətist;Diplomatic,dipləmatik, subst. gezant, diplomaat; adj. diplomatisch; handschrift …;Diplomatics,dipləmatiks, diplomatie; paleografie.Dipper,dipə, duiker, badknecht; nap; kaarsenmaker; Groote Beer; dompelaar (Amer.), waterspreeuw.Dipsomania,dipsəmeinjə, periodieke drankzucht;Dipsomaniac= drankzuchtige; adj.Dipsomaniacal.Diptera,diptərə, tweevleugelige insecten; adj.Dipteral= tweevleugelig =Dipterous.Dire,daiə, ijselijk, verschrikkelijk, treurig, naar; adj.Direful; subst.Direfulness.Direct,direkt, direct, rechtstreeksch, open, klaar, eenvoudig, oprecht, uitdrukkelijk;Directverb. richten, sturen, den weg wijzen, toonen, geleiden, besturen, voorschrijven, adresseeren;Direct-fire= direct vuur (tegen vrijstaand doel);Direct-tax= directe belasting;Direction= richting, bestuur, voorschrift,[145]opdracht, aanwijzing, recept, opschrift, adres;Direction-post= wegwijzer;Directly, direct, duidelijk, oogenblikkelijk;Directness= oprechtheid;Director= directeur;Directorate= directoraat (=Directorship);Directory,direktəri, subst. adresboek; bestuur, directoire (1795); adj. aanwijzend, aanwijzingen bevattend;Directress= directrice =Directrix.Dirge,dɐ̂dž, (verbastering vanDirige), lijkzang (R.K. kerk).Dirigible,diridžib’l, bestuurbaar; ook subst.Diriment impediment,dirimentimpediment, storend iets; omstandigheid, die een huwelijk onwettig maakt (R.K. kerk).Dirk,dɐ̂k, subst. dolk, ponjaard;Dirkverb. doorsteken met een dolk.Dirt,dɐ̂t, subst. vuil, drek, slijk, vuiligheid, vuil weer; (goud houdende) grond (Amer.);Dirtverb. bevuilen, besmetten:It isas common as dirt= komt in groote hoeveelheden voor;Toeat dirt= zich vernederen, in zijn schulp kruipen;If youthrow enough dirt, some of it will stick= er blijft van den laster altijd wel wat hangen;Dirt-cheap= spotgoedkoop;Tomake dirt-pies= zandtaartjes maken (kinderspel);Dirtiness= vuilheid (ookfig.);Dirty, adj. bevuild, vuil, laag, gemeen;Dirtverb. bevuilen, bezoedelen.Disability,disəbiliti, onbekwaamheid, onvermogen, onbevoegdheid;Disable,diseib’l, onbekwaam (onbevoegd, onbruikbaar) maken, buiten gevecht stellen, tot zwijgen brengen:Adisabled soldier= invalide;A disabled state= ontredderde toestand; subst.Disablement.Disabuse,disəbjûz, uit de dwaling of den droom helpen:You mustdisabuse yourself ofsuch an idea= u losmaken van.Disaccustom,disəkɐst’m, ontwennen.Disadvantage,disədvântidž, subst. nadeel, verlies;Disadvantageverb. benadeelen:Tobe at a disadvantage= achterstaan bij;Toplace at a disadvantage= achterstellen bij;Disadvantageous,disadv’nteidžəs= nadeelig; subst.Disadvantageousness.Disaffect,disəfekt, vervreemden, afkeerig of ontrouw maken;Disaffected= ontevreden, misnoegd; subst.Disaffectedness;Disaffection= afkeer, misnoegdheid.Disaffirm,disəfɐ̂m, ontkennen, tegenspreken, loochenen, vernietigen; subst.Disaffirmance.Disagree,disəgrî, verschillen, oneens zijn, niet passen bij, slecht bekomen;Disagreeable= onaangenaam; subst.Disagreeableness;Disagreement= meeningsverschil, oneenigheid.Disallow,disəlau, niet toestaan, weigeren, afkeuren;Disallowable= verwerpelijk;Disallowance= afkeuring, verbod.Disannul,disənɐl, vernietigen; subst.Disannulment.Disappear,disəpîə, verdwijnen; subst.Disappearance:He wasa nameless disappearance= zijn naam stierf geheel uit.Disappoint,disəpôint, teleurstellen, verijdelen:I amdisappointed inyou= gij valt mij tegen; subst.Disappointment:Disappointment in love= ongelukkige liefde.Disappreciate,disəprîšieit, onderschatten.Disapprobation,disaprəbeiš’n, afkeuring, veroordeeling;Disapprobatory= afkeurend.Disappropriate,disəproupriit, adj. onteigend;Disappropriateverb.disəprouprieit, ontnemen, onteigenen.Disapproval,disəprûv’l, afkeuring;Disapprove,disəprûv, afkeuren, verwerpen.Disarm,disâm, ontwapenen, onschadelijk maken; de wapens neerleggen, subst.Disarmament.Disarrange,disəreinž, in de war brengen; subst.Disarrangement= verwarring.Disarray,disərei, subst. verwarring, wanorde; verwarde kleeding;Disarrayverb. in wanorde brengen; de kleeding uittrekken.Disarticulate,disâtîkjuleit, ontleden;Disarticulator= prosector.Disassociate,disəsoušieit, ontbinden.Disaster,dizastə, subst. ramp, tegenspoed, onheil, ongeluk;Disastrous,dizastrəs, rampspoedig, ongelukkig, verwoestend.Disavow,disəvau, ontkennen, loochenen, verwerpen; subst.Disavowal.Disband,disband, afdanken (v. troepen), (zich) verspreiden; subst.Disbandment.Disbar,disbâ, eenBarristerhet recht van pleiten ontnemen.Disbelief,disbəlîf, ongeloof, twijfel;Disbelieve,disbəlîv, niet gelooven; betwijfelen;Disbeliever= ongeloovige.Disbud,disbɐd, knoppen afbreken.Disburden,disbɐ̂d’n, ontlasten, zichbevrijden, zijn hart uitstorten.Disburse,disbɐ̂s, uitbetalen, uitgeven, voorschieten; subst.Disbursement.Disc,disk. Zie Disk.Discard,diskâd, subst. het écarteeren, de weggegooide kaarten;Discardverb. afdanken, heenzenden, afleggen, verwerpen, verwijderen, laten loopen, écarteeren.Discern,dizɐ̂n, onderscheiden, bespeuren, beoordeelen, waarnemen;Discerner= kenner, etc.;Discernible= te onderscheiden, duidelijk; subst.Discernibleness;Discerning= scherpzinnigheid; adj. scherpzinnig, oordeelkundig;Discernment= inzicht.Discharge,distšâdž, subst. ontslag, kwijtschelding, ontlasting, ontheffing; losbranding, salvo, ontlading, lossing, afdoen, vervulling, verrichting;Dischargeverb. lossen, uitwerpen, ontladen, afschieten, kwijtschelden, ontslaan, ontheffen, betalen, réhabiliteeren, vrijspreken, uitstroomen, uitstorten, uitstooten, vervullen, dragen (van wonden):Menwith satisfactory discharges= eervol ontslagen personen;Todischarge one’s duty, from duty= zijn plicht vervullen, van den plicht ontheffen;Discharge-cock= afvoerkraan;Discharge-pipe= afvoerpijp;Discharger= ontlader, etc.Dischurch,distšɐ̂tš, doorhalen als lidmaat, berooven van den rang van kerkelijke gemeente (dus: als sekte behandelen).Disciform,disiföm, schijfvormig.Disciple,disaip’l, subst. leerling, volgeling;Discipleship= de jongeren;Disciplinable,disiplinəb’l, voor leering vatbaar; strafbaar;Disciplinarian,disiplinêri’n, subst. tuchtmeester, ordehouder; adj. =Disciplinary,disiplinəri, disciplinair;Discipline,disiplin, subst. tucht, tuchtmiddel, tuchtiging, bestraffing;Disciplineverb. onderwijzen, drillen,[146]tuchtigen, bestraffen:Totake the discipline= zichzelf tuchtigen.Disclaim,diskleim, ontkennen, verwerpen, afstand doen van:Hedisclaimed any intentionto offend;Disclaimer= ontkenning, verwerping, afstand, démenti.Disclose,disklouz, openbaren, onthullen, blootleggen;Disclosure,diskloužə, openbaring, onthulling.Discoid,diskôid, schijfvormig; ook subst.Discoloration,diskɐləreiš’n, verkleuring, verkleurde plek, vlek, smet;Discolour,diskɐlə, ontkleuren, verkleuren, verbleeken.Discomfit,diskɐmfit, verslaan, verstrooien, ontmoedigen, uit het veld slaan, verijdelen;Discomfiture= nederlaag, verijdeling, teleurstelling.Discomfort,diskɐmfət, subst. smart, pijn, onrust, droefheid, onbehaaglijkheid;Discomfortverb. bedroeven, verontrusten.Discommend,diskəmend, berispen, misprijzen, kleineeren;Discommendable= berispelijk.Discommon,diskomən, een meente aan algemeen gebruik onttrekken, van privileges berooven.Discompose,disk’mpouz, in wanorde of verlegenheid brengen, plagen:He wasdiscomposed atit= was er geheel van ontdaan;Discomposure,disk’mpoužə, wanorde, verwarring, ontvoering.Disconcert,disk’nsɐ̂t, in wanorde brengen, in verwarring brengen, verijdelen; subst.Disconcertion.Disconformity,disk’nfömiti, gebrek aan overeenkomst, ongelijkheid.Disconnect,diskənekt, afkoppelen, uitschakelen; subst.Disconnection.Disconsolate,diskonsəlit, troosteloos, bedroevend; subst.Disconsolateness.Discontent,disk’ntent, subst. ontevredenheid, misnoegen; adj. ontevreden, misnoegd;Discontentverb. ontevreden, misnoegd maken;Discontented= ontevreden; subst.Discontentedness=Discontentment.Discontinuance,disk’ntinjuəns, staking, onderbreking, afbreking, storing =Discontinuation;Discontinue,disk’ntinjû, onderbreken, afbreken, ophouden, staken, onderbroken zijn of worden:To discontinue (a) business= eene zaak opheffen, likwideeren;Discontinuity= gebrek aan samenhang;Discontinuous= onsamenhangend.Discord,disköd, tweedracht, strijd, disharmonie, verschil;Discordance,disköd’ns, gebrek aan overeenstemming, tegenspraak;Discordant= niet overeenstemmend, wanklinkend, valsch.Discount,diskaunt, korting, disconto:At a discount= beneden pari; niet in trek (aanzien);Reverence (knowledge)isat a discountnowadays= staat thans in een slechten reuk;I bought it at adiscount bookseller’s= bij een boekhandelaar, die netto en à contant verkoopt;Discount-bank= disconto-bank;Discount-broker(=Discounter) = wisselmakelaar;Discount-day= de vaste dag, waarop de E. bank wissels, enz. disconteert.Discount,diskaunt, aftrekken, disconteeren, van weinig waarde beschouwen:We do not wishto discount the reportof the committee= te kort doen aan;Our objections are partly discountedin the preface= onze bezwaren .… ondervangen;The beauty of the book is somewhat discountedby that circumstance= aan de schoonheid wordt afbreuk gedaan;Iron looked up throughcauses, that everybody had often discounted= de prijs van ’t ijzer ging omhoog door oorzaken, die iedereen dikwijls als van geen invloed had beschouwd;This grand buildingdiscountsall other structuresout of sight= steekt uit boven alle andere gebouwen (fig.);Discountable= te disconteeren.Discountenance,diskauntən’ns, subst. koele behandeling, afkeuring;Discountenanceverb. den moed benemen, afschrikken van, afkeuren, verlegen maken.Discourage,diskɐridž, ontmoedigen, afschrikken;Discouragement= ontmoediging, beletsel.Discourse,diskös, subst. voordracht, redevoering, gesprek, verhandeling, preek;Discourseverb. spreken over, eene redevoering houden, handelen over; onderhouden over:Todiscourse music= ten gehoore brengen;He discoursed the womenabout their duties= onderhield.Discourteous,diskɐ̂tšəs,diskötšəs, onbeleefd, lomp:Discourtesy,diskɐ̂təsi, onbeleefdheid, lompheid.Discover,diskɐvə, ontdekken, openbaren, onderscheiden, toonen:She cannot discover hearts from diamonds= zij kent geen harten voor ruiten;He discovered himself as= ontpopte zich als, bleek te zijn;Discoverable= te ontdekken, zichtbaar;Discoverer= ontdekker;Discovery= ontdekking.Discoverture,diskɐvətšə, ongehuwde staat (v. vrouwen).Discredit,diskredit, subst. oneer, schande, discrediet, slechte naam; twijfel, ongeloof;Discreditverb. niet gelooven; in minachting brengen;Discreditable= verkeerd, schandelijk.Discreet,diskrît, verstandig, oordeelkundig, beleidvol; discreet:He is discreet= kan een geheim bewaren; subst.Discreetness.Discrepance, Discrepancy,diskrep’ns(i), verschil, tegenspraak, inconsequentie; adj.Discrepant.Discrete,diskrît, afgescheiden, apart;Discretive,diskrîtiv, disjunctief, scheidend.Discretion,diskreš’n, bezonnenheid, verstand, takt, discretie:Years of discretion= jaren des onderscheids;The enemies surrenderedat discretion= op genade of ongenade;That isat your discretion= tot uw dienst, zooals u verkiest;That isin your discretion= dat moet ge zelf weten;Discretion is the better part of valour= beter een levende hond dan een doode leeuw;Use your own discretion= handel naar believen;Discretional=Discretionary= naar believen.Discriminate,diskriminit, adj. onderscheidend;Discriminateverb. (diskrimineit) onderscheiden, uitkiezen, kenmerken;Discriminating= karakteristiek; scherpzinnig:Discriminating duties= differentiëele rechten;Discrimination,diskrimineiš’n, onderscheiding, onderscheid, onderscheidingsteeken;[147]inzicht;Discriminative= kenmerkend, onderscheidend; oordeelkundig.Discursive,diskɐ̂siv, logisch; afdwalend; subst.Discursiveness.Discus,diskəs, schijf.Discuss,diskɐs, bespreken; (rechterl.) vervolgen; verorberen, opdrinken:Todiscuss a bottle of wine;Discussion= discussie, debat; vervolging.Disdain,disdein, subst. versmading, verachting;Disdainverb. versmaden, verachten; adj.Disdainful= verachtelijk; subst.Disdainfulness.Disease,dizîz, ziekte, lijden, ziekelijke toestand:Diseases Prevention Act= Wet op Besmettelijke Ziekten;To die ofdisease of the heart= aan eene hartkwaal sterven;Disease-bearer= ziektekiem;Diseased meat= bedorven;Diseased in mind= zielsziek.Disembark,disəmbâk, ontschepen, landen; subst.Disembarkation.Disembarrass,disəmbarəs, bevrijden, uit de verlegenheid helpen;Disembarrassment= bevrijding.Disembellish,disəmbeliš, van versierselen ontdoen.Disembodiment,disəmbodiment, subst. v.Disembody,disəmbodi, van ’t lichaam bevrijden; afdanken (van soldaten), ontbinden.Disembogue,disəmboug, uitstorten, uitstroomen; uitvaren.Disembowel,disəmbau’l, van de ingewanden ontdoen; den buik opensnijden.Disenchant,disəntšânt, ontgoochelen; subst.Disenchantment.Disencumber,disənkɐmbə, bevrijden, ontlasten (of, from).Disenfranchise,disənfrantšaiz, van kiesrecht berooven; subst.Disenfranchisement.Disengage,disəngeidž, vrijmaken, zich losmaken, zich lostrekken, ontbinden, ontheffen, ontwarren:I shall bedisengagedto-morrow= vrij zijn;Disengagedness= vrijheid, gebrek aan oplettendheid;Disengagement= bevrijding, ontslaan.Disennoble,disənoub’l, van adeldom berooven.Disentangle,disəntaŋg’l, ontwarren, bevrijden, losmaken; subst.Disentanglement.Disestablish,disəstabliš, scheiden (v. Kerk en Staat);Disestablishment= scheiding (v. Kerk en Staat).Disesteem,disəstîm, subst. minachting; geringschatting;Disesteemverb. minachten, geringschatten.Disfavo(u)r,disfeivə, subst. ongenade, minachting;Disfavo(u)rverb. gunst onttrekken, afkeuren.Disfiguration,disfigjureiš’n, misvorming, wanstaltigheid;Disfigure,disfigjə, misvormen, bederven.Disfranchise,disfrantš(a)iz, van privileges of burgerrechten (vooral van het kiesrecht) berooven; subst.Disfranchisement.Disgorge,disgödž, uitbraken, opgeven, teruggeven; subst.Disgorgement.Disgrace,disgreis, subst. ongenade, schande, schandvlek;Disgraceverb. genade of gunst onttrekken, in ongenade brengen, tot schande strekken:That boy isin disgrace= heeft straf;You are disgraced= in ongenade gevallen, onteerd;Disgraceful, schandelijk; subst.Disgracefulness.Disguise,disgaiz, subst. vermomming, dekmantel, voorwendsel, veinzerij; roes;Disguiseverb. vermommen, verbergen:He did notmake the least disguiseof his faults= verbloemde ze niet in ’t minst;He wasslightly disguised= lichtelijk aangeschoten;Disguisement= vermomming;Disguiser= schijnheilige.Disgust,disgɐst, subst. walging, ergernis;Disgustverb. walgen:I amdisgusted atthat= walg ervan;Disgustful= walgelijk; subst.Disgustfulness;Disgusting= walgelijk.Dish,diš, subst. schotel, schaal, gerecht, schoteltje, kop, holte, meetrog;Dishverb. opdisschen (up), uithollen, verijdelen, uit het zadel lichten, “verlakken”:Meat dish;Madedishes= fijne schoteltjes;Soap dish= zeepbakje;Vegetable dish;Dish-butter= tafelboter;Dish-cover= deksel;Dish-cloth= vaatdoek,Dish-mat= tafelmatje;Dish-warmer= heetwaterkomfoor;Dish-washer= bordenwasscher;Dish-water= schotelwater;Dishing= hol.Dishabille,disəbîl,disəbil, négligé.Disharmonious,dishâmounjəs;Disharmony,dishâməni, tweedracht.Dishearten,dishât’n, ontmoedigen.Dishevel,dišev’l, in wanorde brengen (van haar vooral);Dishevelment= wanorde.Dishonest,disonəst, oneerlijk, onoprecht, bedriegelijk, schandelijk; subst.Dishonesty.Dishono(u)r,disonə, subst. oneer, schande;Dishono(u)rverb. onteeren, te schande maken, niet honoreeren (wissel);Dishono(u)rable= onteerend, eerloos.Dishorse,dishös, van het paard werpen.Disillusion,disil(j)ûž’n, ontgoocheling;Disillusionverb. ontnuchteren, de illusie benemen =Disillusionize.Disinclination,disinklineiš’n, afkeer, ongenegenheid;Disincline,disinklain, (iemand iets) tegen maken:Tobe disinclined= ongenegen zijn.Disincorporate,disinköpəreit, eene corporatie of vereeniging ontbinden; subst.Disincorporation.Disinfect,disinfekt, ontsmetten;Disinfectant= ontsmettingsmiddel =Disinfecting agent;Disinfection= ontsmetting;Disinfector= ontsmetter.Disingenuity,disinžənjûiti, onoprechtheid;Disingenuous,disindženjuəs, onoprecht, sluw; subst.Disingenuousness.Disinherit,disinherit, onterven;Disinheritance= onterving.Disintegrable,disintəgrəb’l, scheidbaar, verweerbaar;Disintegrate,disintəgreit, de samenstellende deelen scheiden, (doen) verweeren, (zich) ontbinden; subst.Disintegration.Disinter,disintɐ̂, opgraven, aan het licht brengen; subst.Disinterment.Disinterested,disintərestid, belangeloos, onpartijdig; subst.Disinterestedness.Disinthral(l),disinthrôl, van slavernij bevrijden.Disjoin,disdžôin, ontbinden, scheiden, losspringen.[148]Disjoint,disdžôint, ontwrichten, ontleden, uit elkaar nemen:Disjointed sentences= losse zinnen;Disjointedness= onsamenhangendheid.Disjunct,disdžɐŋkt, gescheiden;Disjunction= scheiding;Disjunctive= scheidend.Disk,disk, schijf, discus.Dislike,dislaik, subst. afkeer, weerzin;Dislikeverb. niet houden van, afkeerig zijn van:Likes and dislikes= sympathieën en antipathieën;Hetook a dislike tome= kreeg een hekel aan mij;I do not dislike it= ik mag het wel.Dislocate,disləkeit, ontwrichten, verschuiven; verhuizen (Amer.);Dislocation= ontwrichting, verschuiving, verdeeling (v. troepen).Dislodge,dislodž, van eene plaats verwijderen, uit eene stelling verdrijven, opjagen, verjagen, opbreken; subst.Dislodgment.Disloyal,dislôiəl, adj. ontrouw, plichtvergeten; subst.Disloyalty.Dismal,dizm’l, somber, droevig, treurig, ijselijk:A dismalized accountof the circumstances= treurig; subst.Dismalness.Dismantle,dismant’l, ontdoen van, onttakelen, ontmantelen.Dismask,dismâsk, ontmaskeren.Dismast,dismâst, van mast(en) berooven.Dismay,dismei, subst. verslagenheid, schrik;Dismayverb. verschrikken, moedeloos maken.Disme,dîm, tiende.Dismember,dismembə, ontleden, stuk snijden, verscheuren, verbrokkelen; subst.Dismemberment.Dismiss,dismis, wegzenden, ontslaan, afdanken, verstooten, afwijzen, ontzeggen; uit elkander gaan:I wasdismissed his house= zijn huis werd mij ontzegd;He wasdismissed (from) that office= ontslagen uit;The appeal will be dismissed= geweigerd;The judge dismissed the plaintiff’s suit= wees … af;Dismissal=Dismission= ontslag, etc.;A dismissive letter= ontslagbrief.Dismount,dismaunt, afwerpen, uit het zadel lichten, demonteeren, tot zwijgen brengen; uit elkaar nemen; afstijgen.Disobedience,disəbîdj’ns, ongehoorzaamheid; adj.Disobedient;Disobey,disəbei, niet gehoorzamen:Iwill not be disobeyed= ik duld geen ongehoorzaamheid.Disoblige,disəblaidž, onbeleefd, oninschikkelijk zijn.Disorder,disödə, subst. wanorde, verwarring, tumult, overtreding, ongesteldheid, kwaal, gekrenktheid (van geest), uitspatting;Disorderverb. verwarren, derangeeren, ziek maken;Disordered= gekrenkt, liederlijk, bedorven;Disorderly= wanordelijk, ongeregeld, oproerig, liederlijk.Disorganization,disögən(a)izeiš’n, desorganisatie;Disorganizationverb.Disorganize.Disown,disoun, verloochenen, niet erkennen, verstooten.Disparage,disparidž, verkleinen, kwaadspreken van; subst.Disparagement.Disparate,disparit, ongelijk, ongerijmd;Disparity,dispariti, verschil, ongelijkheid.Dispart,dispât, scheiden, deelen, klooven, vizier en as van geschut parallel maken, zich scheiden, splijten;Dispart-sight= vizier (korrel).Dispassionate,dispašənit, onpartijdig, kalm, leuk.Dispatch,dispatš. ZieDespatch.Dispel,dispel, verdrijven, verstrooien, verbannen.Dispensability,dispensəbiliti, subst. v.Dispensable,dispensəb’l, vatbaar voor dispensatie, toelaatbaar; ontbeerlijk; subst.Dispensableness;Dispensary,dispensəri, armen-apotheek, polikliniek:I hatedispensary stuff= wat uit de apoth. komt;Dispensation=dispenseiš’n, uitdeeling; Godsbeschikking (=Dispensation of Providence), ontheffing, vrijstelling, vergunning (tot het hebben van twee betrekkingen, tot het wonen buiten zijn district of gemeente,etc.);Dispensatory, subst. de pharmacopœa; adj. de macht bezittend om vrijstelling te verleenen;Dispense,dispens, uitdeelen, toedienen, recepteeren, toepassen, beschikken, vrijstellen, kunnen ontberen:I candispense withthat now= ik kan er nu wel buiten, ik kan het missen;Dispenser= uitdeeler, apotheker:He did, as if he were thedispenser of life and death= beschikker over;Dispensing-power= het koninklijk prerogatief om de wet (b.v. door gratie te schenken) buiten werking te stellen.Dispeople,dispîp’l, ontvolken.Dispermous,daispɐ̂məs, tweezadig.Disperse,dispɐ̂s, verstrooien, verspreiden, uit elkander jagen, uiteengaan;Dispersal= verspreiding;Dispersion,dispɐ̂š’n, verstrooiing, breking (van licht in verschillende kleuren);Dispersive= verspreidend.

Diaconal,daiakən’l, eendeaconbetreffend;Diaconate= decanaat.Diacritic,daiəkritik, onderscheidend; subst. onderscheidingsteeken; adj.Diacritical.Diadem,daiədem, diadeem;Diadem spider= kruisspin.Di(a)eresis,daiîrisis,daierisis, diaeresis.Diagnose,daiəgnouz,daiəgnous, de diagnose bepalen;Diagnosis,daiəgnousis, diagnose;Diagnostic= kenmerkend (teeken);Diagnostics= diagnostiek.Diagonal,daiagən’l, adj. en subst. diagonaal.Diagram,daiəgram, subst. diagram; adj.Diagrammatic.Diagraph,daiəgraf, een soort teekenaap;Diagraphic(al)= beschrijvend.Dial,dai’l, zonnewijzer, wijzerplaat, draaibord:Arabic, Roman dial(-plate)= wijzerplaat met Arab. of Romeinsche cijfers.Dialect,daiəlekt, dialekt, tongval; adj.Dialectal=Dialectical= de dialectiek betreffend =Dialectic;Dialectician, dialecticus;Dialectics, dialectiek;Dialectology= studie en kennis der dialecten.Dialogic(al),daiəlodžik(’l), dialogisch;Dialogist;Dialogue,daiəlog, subst. tweegesprek, tweespraak; verb. eend.houden.Diameter,daiamətə, middellijn;Diametric(al)= diametraal.Diamond,dai(ə)m’nd, subst. diamant, diamantletter, ruit; ook adj.:It is diamond cut diamond= ze zijn aan elkaar gewaagd;Nine of diamonds= ruiten negen;Diamond-cutting= diamantslijpen;The windows werediamond-pane lattices= in lood gevatte ruiten;Adiamond-shaped figure= ruitvormige figuur;Diamondiferous= diamanten bevattend.Diana,daianə,daieinə, Diana.Diapason,daiəpeiz’n, algemeene toonomvang van stem of instrument; algemeen aangenomen toonhoogte, diapason.Diaper,daiəpə, subst. soort van damast, servet; adj. gebloemd;Diaperverb. figuren of bloemen maken (in eene stof), schakeeren;Diaper-pavement,Diaper-work= mozaïekvloer.Diaphane,daiəfein, doorschijnende stof, zijden stof met doorschijnende figuren.Diaphanous,daiafənɐs, diaphaan.Diaphoretic,daiəfəretik, subst. en adj. zweetverwekkend (middel).Diaphragm,daiəfram, middenrif; diaphragma (microsc.).Diarist,daiərist, houder v. eenDiary.Diarrhoea,daiərîə, buikloop; adj.Diarhoetic,daiəretik.Diary,daiəri, dagboek.Diastase,daiəsteis, diastase.Diastole,daiastəlî, uitzetting van het hart na samentrekking; verlenging van eene korte lettergreep.Diatribe,daiətraib, schimprede, schotschrift.Dib,dib, subst. bikkel; fiche;Dibverb. hengelen;Dibs= bikkelspel; geld;Dibber= hengelaar; pootijzer.Dibble,dib’l, subst. pootijzer;Dibbleverb. planten met een pootijzer; hengelen;Dibbler.Dice,dais, subst. dobbelsteenen, dobbelspel;Diceverb. dobbelen;Dicer= dobbelaar;Dice-box= dobbelkoker;Dicing-house= dobbelhol.Dicephalous,daisefəlɐs, tweekoppig.Dick,dik, (verkorting voor) Richard; een soort pudding:Dick, Tom and Harry= Jan, Piet en Klaas;The children weremaking dick-duck-drakesin the sea with flattish pebbles= keilden platte kiezelsteentjes over de zeeoppervlakte.Dickens,dik’nz, Dickens; duivel:What the Dickens= wat drommel!Dicker,dikə, subst. tiental, tien paar; ruilhandel (Amer.);Dickerverb. (ruil)handel drijven (Amer.).Dick(e)y,diki, achterbok (van een rijtuig), voorhemdje, slabbetje, ezel; adj. twijfelachtig, vreemd, onwel.Dicotyledon,daikotilîd’n, plant met twee zaadlobben; adj.Dicotyledonous.Dictate,diktit, subst. voorschrift, inspraak;Dictateverb.dikteit, voorschrijven, gebieden, dicteeren;Dictation= dictee: voorschrift;Dictator;Dictatorial= gebiedend, dictatoriaal;Dictatorship.Diction,dikš’n, wijze van zeggen, uitdrukking, stijl;Dictionary,dikš’nəri, woordenboek;Dictum,dikt’m(Meerv.Dicta,[143]diktə), uitspraak, bewering:Obiter Dicta= beweringen “in ’t voorbijgaan”.Didactic(al),didaktik(’l), didactisch:Didactic poetry= didactische;Didactics= didactiek.Didder,didə, rillen (van koude).Diddle,did’l, zwendel;Diddleverb. bedotten; waggelen:Hediddled me out ofit= zette het mij af;Diddler= zwendelaar.Dido,daidou, bokkesprong:He iscutting didos= hij maakt bokke(kromme)sprongen.Die,dai, subst. dobbelsteen (Meerv.Dice), muntstempel (Mv.Dies,daiz); teerling, kubusvormig voetstuk:As straight as a die= zoo recht als eene kaars;The die is cast= de teerling is geworpen;Die-sinker= graveur:Thosediesare well sunk= goed gegraveerd.Die,dai, sterven, vergaan, omkomen, achteruitgaan, verdwijnen, verdorren, verwelken, uitgaan, gaan liggen, wegsterven, smachten naar:Todie hard= onbevreesd sterven, een taai leven hebben;Never say die= geef het nooit op;He died ofhunger,forthirst,frompoison,withterror= van honger, dorst, aan vergif, van schrik;This man hasdied to the world= is der wereld afgestorven;I amdying to seeyou= brand van verlangen.Dies irae,daiîzairi, dag des toorns, aanvangswoorden van een ouden boetpsalm;Per diem= per dag.Diesis,daiisis, dubb. dolk: ‡ of ⌗.Diet,daiit, subst. voedsel, dieet; rijks- of landdag;Dietverb. voeden, eten; een dieet volgen of voorschrijven:I think I oughtto dietyou= op dieet zetten;Dietary= het dieet betreffend, verplegings …, keuken …; subst. dieet;Dietetic= tot diet behoorende;Dietetics,daiətetiks, leer der juiste voeding.Differ,difə, verschillen, zich onderscheiden van; niet eens zijn, twisten:Hediffers fromyou= verschilt van (is anders dan) u;Hediffered withme in opinion= was ’t niet met me eens;Difference, subst. verschil, onderscheid; strijd, geschilpunt;Differenceverb. onderscheiden;Toarrange a difference= een geschil uitmaken;It makes no difference= het maakt niet uit;Topay the difference= het ontbrekende bijbetalen;With a difference= met eenig verschil;Reasondifferencesmanfromthe brutes;Different= verschillend;Differential,difərenš’l, verschil of onderscheid makende; subst. differentiaal:Differential calculus= differentiaalrekening;Differential duties= differentiaalrechten;Differentiate,difərenšieit, (zich) onderscheiden, differentieeren; subst.Differentiation.Difficult,difikɐlt, moeilijk, lastig;Difficulty= moeilijkheid:He isin difficulties= in geldelijke verlegenheid.Diffidence,difidens, gebrek aan zelfvertrouwen, schroom, bedeesdheid;Diffident= beschroomd, bescheiden.Diffract,difrakt, breken;Diffraction, breking (van stralen).Diffranchise,difranšaiz=Disfranchise.Diffuse,difjûs, adj. verspreid, verstrooid; wijdloopig; subst.Diffuseness.Diffuse,difjûz, (zich) verspreiden, uitspreiden, uitgieten;Diffused= verspreid; subst.Diffusedness= wijdloopigheid =Diffuseness;Diffusibility= diffusievermogen;Diffusible= verspreidbaar;Diffusion= verspreiding, verstrooiing, uitstorting, overvloed;Diffusive,difjûsiv, verspreidend, uitstortend, wijdloopig; subst.Diffusiveness.Dig,dig, subst. stomp, duw, blokker, steek (fig.);Digverb. graven, spitten, uitgraven, indrukken; blokken:Tohave a sly digat;Togive a dig= (stiekum) een steek onder water geven;Todig away at= blokken op, aanhoudend werken aan;The wall wasdug down= werd ondermijnd;The ground wasdug up= uitgehold;Digger= graver, schop;Diggings= goudvelden, goudmijnen (in Californië, etc.); woonplaats, district, woning, kast.Digest,daidžəst, digesten, pandecten, verzameling van Romeinsche wetten.Digest,didžest,daižest, rangschikken, verteren, slikken (fig.), dulden, rijpelijk overdenken; zacht laten worden (door hitte), tot mest prepareeren;Digester= verteringbevorderend middel:Papin’s digest= Papiniaansche pot;Digestibility= verteerbaarheid;Digestible= verteerbaar;Digestion= vertering, het prepareeren van mest;Digestive= verteringbevorderend:Digestive organs= verteringsorganen.Dight,dait, tooien, sieren.Digit,didžit, subst. vinger, vingerbreedte, 1⁄12 van de middellijn van zon of maan; cijfer:Number of three digits= getal van drie cijfers;Digital= vinger…, vingervormig;Digitalis,didžiteilis, vingerhoedskruid;Digitat(ed)= gevingerd;Digitigrade= op de teenen gaande; subst. teenganger.Dignified,dignifaid, waardig, deftig;Dignify,dignifai, met eer bekleeden, onderscheiden, eerbied wekken;Dignitary,dignitəri, waardigheidsbekleeder; kerkvoogd;Dignity,digniti, waardigheid, deftigheid, rang:Tostand on one’s dignity= op zijnpoint d’honneurstaan.Digraph,daigraf, twee letters met één klank (deeainhead).Digress,d(a)igres, afdwalen, afwijken; subst.Digression= afwijking, uitweiding, afdwaling; adj.Digressive.Dike,daik, subst. sloot; dijk, grensmuur; ader:Dikeverb. indijken; draineeren;Dike-grave(-reeve)= dijkgraaf.Dilapidate,d(a)ilapideit, laten vervallen, neerhalen, afbreken; subst.Dilapidation.Dilatability,d(a)ileitəbiliti, rekbaarheid; uitzetbaarheid; adj.Dilatable,d(a)ileitib’l;Dilatation,d(a)iləteiš’n, uitzetting;Dilate,d(a)ileit,Dilateverb. uitzetten, verwijden, uitwijden:Dilated eyes= opengesperde.Dilatoriness,dilətərinəs, traagheid, nalatigheid, uitstellen; adj.Dilatory= tot uitstellen geneigd.Dilemma,d(a)ilemə, dilemma:Tofind oneself on(Toplace between)the horns of a dilemma= zich bevinden in (iem. plaatsen voor) een dilemma.Dilettant(e),dilətant, dilettant;Dilettant(e)ism= dilettantisme.[144]Diligence,dilidž’ns, ijver, naarstigheid; adj.Diligent.Dilly,dili, diligence (verkorting vanDiligence, Fr.uitspr.).Dilly-Dally,dilidali, (ver)treuzelen.Diluent,diljûent, met water verdunnend; subst. bloedverdunnend middel.Dilute,d(a)il(j)ût, adj. verdund, zwak;Diluteverb. verzwakken, verslappen, verdunnen;Dilution= verdunde oplossing (van vloeistoffen).Diluvial,d(a)il(j)ûv’l;Diluvian, diluviaal; tot den zondvloed behoorend;Diluvium,d(a)il(j)ûvj’m, diluvium.Dim,dim, adj. donker, dof, onduidelijk, schemerig, suf, mat;Dimverb. verduisteren, dof maken, dof worden;Dim-eyed= met zwakke oogen;Dim-sighted= bijziend;Dim-twinkling= zwak schijnend.Dime,daim, zilveren muntstukje, 1⁄10 van een dollar, kwartje:Dime-novels= goedkoope prulromans;Dimes= geld.Dimension,dimenš’n, afmeting, graad, grootte; adj.Dimensional.Dimeter,dimətə, (versregel) van twee of vier voeten.Dimidiate,dimidjit, gehalveerd.Diminish,diminiš, verminderen, verkleinen, verlagen, afvallen, afnemen:Our opponents may wellhide their diminished heads= beschaamd afdruipen;Diminution,diminjûš’n, vermindering, verkleining, verlaging;Diminutive,diminjutiv, subst. verkleinwoord; adj. klein, gering; subst.Diminutiveness;Diminuendo,diminjuendou, verminderingsteeken: >.Dimissory,dimisəri, wegzendend, ontslag …Dimity,dimiti, diemet.Dimness,dimnəs, duisterheid, dofheid.Dimple,dimp’l, subst. kuiltje;Dimpleverb. (zich) rimpelen, kuiltjes vormen:A pretty,dimpled face= gezichtje met kuiltjes erin;Dimply= vol kuiltjes, gerimpeld.Din,din, subst. geraas, gerammel, gekletter, lawaai;Dinverb. verdooven (door geraas), rammelen, kletteren, aan de ooren schreeuwen of zeuren (into a person’s ears).Dinah,dainə, Dina.Dine,dain,middagmalen, middagmaal verschaffen:I havedined with Duke Humphrey= heb geen (warm) eten gehad;You can dine a boat’s crewon this piece of meat= aan dit stuk vleesch heeft de bemanning van eene boot genoeg;Diner= eter; restauratiewagen (Amer.):He isa diner-out= hij is bijna altijd op diner, eet buitenshuis;Dining:Dining-car= restauratiewagen;Dining-rooms= eetzalen, restaurant;Dining-table.Ding,diŋ, met kracht stooten, neerslaan, wegwerpen, inscherpen (into), pochen, klinken, luiden;Ding-dong,diŋdoŋ, bom-bam, gebeier, verdoovend, nadrukkelijk.Ding(e)y (Dinghy),diŋgi, Indisch bootje; kleinste boot (van een schip).Dinginess,dinžinəs, donkerbruin, vuil.Dingle,diŋg’l, klein dal, vallei.Dingle-dangle,ding’ldang’l, slofslof.Dingy,dinži, vuil, donker of vuil-zwart.Dink,diŋk, keurig:Dink and dainty;Dinkverb. optooien.Dinner,dinə, middagmaal, feestmaal:Public dinner= officieel diner, banket;Ihavemade a good (poor) dinner= heb goed (weinig) gegeten;Dinner-jacket= ‘smoking’;Dinner-party= gezelschap, dischgenooten;Dinner-service= servies;Dinner-time= etenstijd;Dinner-waggon= dienbak op rolletjes;Dinnerless= zonder eten.Dint,dint, subst. slag, stoot, deuk, indruk, striem, kracht;Dintverb. groeven, indrukken:By (through) dint of hard workhe succeeded= door hard werken;These are thedints of his fingers= indrukken.Diocesan,daiosîs’n,daiəsîs’n, subst. bisschop of inwoner van een diocese; adj. diocesaan;Diocese,daiəsîs, diocese.Diocletian,daiəklîš’n, Diocletianus.Diogenes,daiodžənîz;Diomedes,daiəmîdîz;Dionysus,daienisəs:Fruit of Dionysus= wijn.Dioptric(al),daioptrik(’l), dioptrisch:Dioptrics= dioptrica.Diorama,daiərâmə,daiəreimə, diorama; adj.Dioramic.Dip,dip, subst. indooping, bad, helling, glooiing, vetkaars (=Dip-candle), vette saus, inclinatie (van de kompasnaald);Dipverb. indoopen, bevochtigen, indompelen, inclineeren, strijken en weer opzetten, op en neer halen, doorslaan (v. balans); uitscheppen, glooien, vluchtig doorlezen, even aanraken, zich inlaten met, op goed geluk kiezen, verpanden:The scale dipped on that side, in favour of him= de schaal sloeg door;He had deeplydipped his estates= had eene zware hypotheek genomen op.Dipchick,diptšik; ZieDabchick.Diphtherea,dif-thîriə,dipthîriə,Diphtheritis, diphtheritis; adj.Diphther(it)ic,diftherik,diptherik,dif-thəritik.Diphthong,difthoŋ,dipthoŋ, tweeklank; adj.Dipthongal;Diphthongize= tot een tweeklank maken of worden.Diphyllous,difəlɐs,daifiləs, tweeblad(er)ig.Diploma,diploumə, diploma;Diplomacy= diplomatie;Diplomat(e)dipləmat=Diplomatist,diploumətist;Diplomatic,dipləmatik, subst. gezant, diplomaat; adj. diplomatisch; handschrift …;Diplomatics,dipləmatiks, diplomatie; paleografie.Dipper,dipə, duiker, badknecht; nap; kaarsenmaker; Groote Beer; dompelaar (Amer.), waterspreeuw.Dipsomania,dipsəmeinjə, periodieke drankzucht;Dipsomaniac= drankzuchtige; adj.Dipsomaniacal.Diptera,diptərə, tweevleugelige insecten; adj.Dipteral= tweevleugelig =Dipterous.Dire,daiə, ijselijk, verschrikkelijk, treurig, naar; adj.Direful; subst.Direfulness.Direct,direkt, direct, rechtstreeksch, open, klaar, eenvoudig, oprecht, uitdrukkelijk;Directverb. richten, sturen, den weg wijzen, toonen, geleiden, besturen, voorschrijven, adresseeren;Direct-fire= direct vuur (tegen vrijstaand doel);Direct-tax= directe belasting;Direction= richting, bestuur, voorschrift,[145]opdracht, aanwijzing, recept, opschrift, adres;Direction-post= wegwijzer;Directly, direct, duidelijk, oogenblikkelijk;Directness= oprechtheid;Director= directeur;Directorate= directoraat (=Directorship);Directory,direktəri, subst. adresboek; bestuur, directoire (1795); adj. aanwijzend, aanwijzingen bevattend;Directress= directrice =Directrix.Dirge,dɐ̂dž, (verbastering vanDirige), lijkzang (R.K. kerk).Dirigible,diridžib’l, bestuurbaar; ook subst.Diriment impediment,dirimentimpediment, storend iets; omstandigheid, die een huwelijk onwettig maakt (R.K. kerk).Dirk,dɐ̂k, subst. dolk, ponjaard;Dirkverb. doorsteken met een dolk.Dirt,dɐ̂t, subst. vuil, drek, slijk, vuiligheid, vuil weer; (goud houdende) grond (Amer.);Dirtverb. bevuilen, besmetten:It isas common as dirt= komt in groote hoeveelheden voor;Toeat dirt= zich vernederen, in zijn schulp kruipen;If youthrow enough dirt, some of it will stick= er blijft van den laster altijd wel wat hangen;Dirt-cheap= spotgoedkoop;Tomake dirt-pies= zandtaartjes maken (kinderspel);Dirtiness= vuilheid (ookfig.);Dirty, adj. bevuild, vuil, laag, gemeen;Dirtverb. bevuilen, bezoedelen.Disability,disəbiliti, onbekwaamheid, onvermogen, onbevoegdheid;Disable,diseib’l, onbekwaam (onbevoegd, onbruikbaar) maken, buiten gevecht stellen, tot zwijgen brengen:Adisabled soldier= invalide;A disabled state= ontredderde toestand; subst.Disablement.Disabuse,disəbjûz, uit de dwaling of den droom helpen:You mustdisabuse yourself ofsuch an idea= u losmaken van.Disaccustom,disəkɐst’m, ontwennen.Disadvantage,disədvântidž, subst. nadeel, verlies;Disadvantageverb. benadeelen:Tobe at a disadvantage= achterstaan bij;Toplace at a disadvantage= achterstellen bij;Disadvantageous,disadv’nteidžəs= nadeelig; subst.Disadvantageousness.Disaffect,disəfekt, vervreemden, afkeerig of ontrouw maken;Disaffected= ontevreden, misnoegd; subst.Disaffectedness;Disaffection= afkeer, misnoegdheid.Disaffirm,disəfɐ̂m, ontkennen, tegenspreken, loochenen, vernietigen; subst.Disaffirmance.Disagree,disəgrî, verschillen, oneens zijn, niet passen bij, slecht bekomen;Disagreeable= onaangenaam; subst.Disagreeableness;Disagreement= meeningsverschil, oneenigheid.Disallow,disəlau, niet toestaan, weigeren, afkeuren;Disallowable= verwerpelijk;Disallowance= afkeuring, verbod.Disannul,disənɐl, vernietigen; subst.Disannulment.Disappear,disəpîə, verdwijnen; subst.Disappearance:He wasa nameless disappearance= zijn naam stierf geheel uit.Disappoint,disəpôint, teleurstellen, verijdelen:I amdisappointed inyou= gij valt mij tegen; subst.Disappointment:Disappointment in love= ongelukkige liefde.Disappreciate,disəprîšieit, onderschatten.Disapprobation,disaprəbeiš’n, afkeuring, veroordeeling;Disapprobatory= afkeurend.Disappropriate,disəproupriit, adj. onteigend;Disappropriateverb.disəprouprieit, ontnemen, onteigenen.Disapproval,disəprûv’l, afkeuring;Disapprove,disəprûv, afkeuren, verwerpen.Disarm,disâm, ontwapenen, onschadelijk maken; de wapens neerleggen, subst.Disarmament.Disarrange,disəreinž, in de war brengen; subst.Disarrangement= verwarring.Disarray,disərei, subst. verwarring, wanorde; verwarde kleeding;Disarrayverb. in wanorde brengen; de kleeding uittrekken.Disarticulate,disâtîkjuleit, ontleden;Disarticulator= prosector.Disassociate,disəsoušieit, ontbinden.Disaster,dizastə, subst. ramp, tegenspoed, onheil, ongeluk;Disastrous,dizastrəs, rampspoedig, ongelukkig, verwoestend.Disavow,disəvau, ontkennen, loochenen, verwerpen; subst.Disavowal.Disband,disband, afdanken (v. troepen), (zich) verspreiden; subst.Disbandment.Disbar,disbâ, eenBarristerhet recht van pleiten ontnemen.Disbelief,disbəlîf, ongeloof, twijfel;Disbelieve,disbəlîv, niet gelooven; betwijfelen;Disbeliever= ongeloovige.Disbud,disbɐd, knoppen afbreken.Disburden,disbɐ̂d’n, ontlasten, zichbevrijden, zijn hart uitstorten.Disburse,disbɐ̂s, uitbetalen, uitgeven, voorschieten; subst.Disbursement.Disc,disk. Zie Disk.Discard,diskâd, subst. het écarteeren, de weggegooide kaarten;Discardverb. afdanken, heenzenden, afleggen, verwerpen, verwijderen, laten loopen, écarteeren.Discern,dizɐ̂n, onderscheiden, bespeuren, beoordeelen, waarnemen;Discerner= kenner, etc.;Discernible= te onderscheiden, duidelijk; subst.Discernibleness;Discerning= scherpzinnigheid; adj. scherpzinnig, oordeelkundig;Discernment= inzicht.Discharge,distšâdž, subst. ontslag, kwijtschelding, ontlasting, ontheffing; losbranding, salvo, ontlading, lossing, afdoen, vervulling, verrichting;Dischargeverb. lossen, uitwerpen, ontladen, afschieten, kwijtschelden, ontslaan, ontheffen, betalen, réhabiliteeren, vrijspreken, uitstroomen, uitstorten, uitstooten, vervullen, dragen (van wonden):Menwith satisfactory discharges= eervol ontslagen personen;Todischarge one’s duty, from duty= zijn plicht vervullen, van den plicht ontheffen;Discharge-cock= afvoerkraan;Discharge-pipe= afvoerpijp;Discharger= ontlader, etc.Dischurch,distšɐ̂tš, doorhalen als lidmaat, berooven van den rang van kerkelijke gemeente (dus: als sekte behandelen).Disciform,disiföm, schijfvormig.Disciple,disaip’l, subst. leerling, volgeling;Discipleship= de jongeren;Disciplinable,disiplinəb’l, voor leering vatbaar; strafbaar;Disciplinarian,disiplinêri’n, subst. tuchtmeester, ordehouder; adj. =Disciplinary,disiplinəri, disciplinair;Discipline,disiplin, subst. tucht, tuchtmiddel, tuchtiging, bestraffing;Disciplineverb. onderwijzen, drillen,[146]tuchtigen, bestraffen:Totake the discipline= zichzelf tuchtigen.Disclaim,diskleim, ontkennen, verwerpen, afstand doen van:Hedisclaimed any intentionto offend;Disclaimer= ontkenning, verwerping, afstand, démenti.Disclose,disklouz, openbaren, onthullen, blootleggen;Disclosure,diskloužə, openbaring, onthulling.Discoid,diskôid, schijfvormig; ook subst.Discoloration,diskɐləreiš’n, verkleuring, verkleurde plek, vlek, smet;Discolour,diskɐlə, ontkleuren, verkleuren, verbleeken.Discomfit,diskɐmfit, verslaan, verstrooien, ontmoedigen, uit het veld slaan, verijdelen;Discomfiture= nederlaag, verijdeling, teleurstelling.Discomfort,diskɐmfət, subst. smart, pijn, onrust, droefheid, onbehaaglijkheid;Discomfortverb. bedroeven, verontrusten.Discommend,diskəmend, berispen, misprijzen, kleineeren;Discommendable= berispelijk.Discommon,diskomən, een meente aan algemeen gebruik onttrekken, van privileges berooven.Discompose,disk’mpouz, in wanorde of verlegenheid brengen, plagen:He wasdiscomposed atit= was er geheel van ontdaan;Discomposure,disk’mpoužə, wanorde, verwarring, ontvoering.Disconcert,disk’nsɐ̂t, in wanorde brengen, in verwarring brengen, verijdelen; subst.Disconcertion.Disconformity,disk’nfömiti, gebrek aan overeenkomst, ongelijkheid.Disconnect,diskənekt, afkoppelen, uitschakelen; subst.Disconnection.Disconsolate,diskonsəlit, troosteloos, bedroevend; subst.Disconsolateness.Discontent,disk’ntent, subst. ontevredenheid, misnoegen; adj. ontevreden, misnoegd;Discontentverb. ontevreden, misnoegd maken;Discontented= ontevreden; subst.Discontentedness=Discontentment.Discontinuance,disk’ntinjuəns, staking, onderbreking, afbreking, storing =Discontinuation;Discontinue,disk’ntinjû, onderbreken, afbreken, ophouden, staken, onderbroken zijn of worden:To discontinue (a) business= eene zaak opheffen, likwideeren;Discontinuity= gebrek aan samenhang;Discontinuous= onsamenhangend.Discord,disköd, tweedracht, strijd, disharmonie, verschil;Discordance,disköd’ns, gebrek aan overeenstemming, tegenspraak;Discordant= niet overeenstemmend, wanklinkend, valsch.Discount,diskaunt, korting, disconto:At a discount= beneden pari; niet in trek (aanzien);Reverence (knowledge)isat a discountnowadays= staat thans in een slechten reuk;I bought it at adiscount bookseller’s= bij een boekhandelaar, die netto en à contant verkoopt;Discount-bank= disconto-bank;Discount-broker(=Discounter) = wisselmakelaar;Discount-day= de vaste dag, waarop de E. bank wissels, enz. disconteert.Discount,diskaunt, aftrekken, disconteeren, van weinig waarde beschouwen:We do not wishto discount the reportof the committee= te kort doen aan;Our objections are partly discountedin the preface= onze bezwaren .… ondervangen;The beauty of the book is somewhat discountedby that circumstance= aan de schoonheid wordt afbreuk gedaan;Iron looked up throughcauses, that everybody had often discounted= de prijs van ’t ijzer ging omhoog door oorzaken, die iedereen dikwijls als van geen invloed had beschouwd;This grand buildingdiscountsall other structuresout of sight= steekt uit boven alle andere gebouwen (fig.);Discountable= te disconteeren.Discountenance,diskauntən’ns, subst. koele behandeling, afkeuring;Discountenanceverb. den moed benemen, afschrikken van, afkeuren, verlegen maken.Discourage,diskɐridž, ontmoedigen, afschrikken;Discouragement= ontmoediging, beletsel.Discourse,diskös, subst. voordracht, redevoering, gesprek, verhandeling, preek;Discourseverb. spreken over, eene redevoering houden, handelen over; onderhouden over:Todiscourse music= ten gehoore brengen;He discoursed the womenabout their duties= onderhield.Discourteous,diskɐ̂tšəs,diskötšəs, onbeleefd, lomp:Discourtesy,diskɐ̂təsi, onbeleefdheid, lompheid.Discover,diskɐvə, ontdekken, openbaren, onderscheiden, toonen:She cannot discover hearts from diamonds= zij kent geen harten voor ruiten;He discovered himself as= ontpopte zich als, bleek te zijn;Discoverable= te ontdekken, zichtbaar;Discoverer= ontdekker;Discovery= ontdekking.Discoverture,diskɐvətšə, ongehuwde staat (v. vrouwen).Discredit,diskredit, subst. oneer, schande, discrediet, slechte naam; twijfel, ongeloof;Discreditverb. niet gelooven; in minachting brengen;Discreditable= verkeerd, schandelijk.Discreet,diskrît, verstandig, oordeelkundig, beleidvol; discreet:He is discreet= kan een geheim bewaren; subst.Discreetness.Discrepance, Discrepancy,diskrep’ns(i), verschil, tegenspraak, inconsequentie; adj.Discrepant.Discrete,diskrît, afgescheiden, apart;Discretive,diskrîtiv, disjunctief, scheidend.Discretion,diskreš’n, bezonnenheid, verstand, takt, discretie:Years of discretion= jaren des onderscheids;The enemies surrenderedat discretion= op genade of ongenade;That isat your discretion= tot uw dienst, zooals u verkiest;That isin your discretion= dat moet ge zelf weten;Discretion is the better part of valour= beter een levende hond dan een doode leeuw;Use your own discretion= handel naar believen;Discretional=Discretionary= naar believen.Discriminate,diskriminit, adj. onderscheidend;Discriminateverb. (diskrimineit) onderscheiden, uitkiezen, kenmerken;Discriminating= karakteristiek; scherpzinnig:Discriminating duties= differentiëele rechten;Discrimination,diskrimineiš’n, onderscheiding, onderscheid, onderscheidingsteeken;[147]inzicht;Discriminative= kenmerkend, onderscheidend; oordeelkundig.Discursive,diskɐ̂siv, logisch; afdwalend; subst.Discursiveness.Discus,diskəs, schijf.Discuss,diskɐs, bespreken; (rechterl.) vervolgen; verorberen, opdrinken:Todiscuss a bottle of wine;Discussion= discussie, debat; vervolging.Disdain,disdein, subst. versmading, verachting;Disdainverb. versmaden, verachten; adj.Disdainful= verachtelijk; subst.Disdainfulness.Disease,dizîz, ziekte, lijden, ziekelijke toestand:Diseases Prevention Act= Wet op Besmettelijke Ziekten;To die ofdisease of the heart= aan eene hartkwaal sterven;Disease-bearer= ziektekiem;Diseased meat= bedorven;Diseased in mind= zielsziek.Disembark,disəmbâk, ontschepen, landen; subst.Disembarkation.Disembarrass,disəmbarəs, bevrijden, uit de verlegenheid helpen;Disembarrassment= bevrijding.Disembellish,disəmbeliš, van versierselen ontdoen.Disembodiment,disəmbodiment, subst. v.Disembody,disəmbodi, van ’t lichaam bevrijden; afdanken (van soldaten), ontbinden.Disembogue,disəmboug, uitstorten, uitstroomen; uitvaren.Disembowel,disəmbau’l, van de ingewanden ontdoen; den buik opensnijden.Disenchant,disəntšânt, ontgoochelen; subst.Disenchantment.Disencumber,disənkɐmbə, bevrijden, ontlasten (of, from).Disenfranchise,disənfrantšaiz, van kiesrecht berooven; subst.Disenfranchisement.Disengage,disəngeidž, vrijmaken, zich losmaken, zich lostrekken, ontbinden, ontheffen, ontwarren:I shall bedisengagedto-morrow= vrij zijn;Disengagedness= vrijheid, gebrek aan oplettendheid;Disengagement= bevrijding, ontslaan.Disennoble,disənoub’l, van adeldom berooven.Disentangle,disəntaŋg’l, ontwarren, bevrijden, losmaken; subst.Disentanglement.Disestablish,disəstabliš, scheiden (v. Kerk en Staat);Disestablishment= scheiding (v. Kerk en Staat).Disesteem,disəstîm, subst. minachting; geringschatting;Disesteemverb. minachten, geringschatten.Disfavo(u)r,disfeivə, subst. ongenade, minachting;Disfavo(u)rverb. gunst onttrekken, afkeuren.Disfiguration,disfigjureiš’n, misvorming, wanstaltigheid;Disfigure,disfigjə, misvormen, bederven.Disfranchise,disfrantš(a)iz, van privileges of burgerrechten (vooral van het kiesrecht) berooven; subst.Disfranchisement.Disgorge,disgödž, uitbraken, opgeven, teruggeven; subst.Disgorgement.Disgrace,disgreis, subst. ongenade, schande, schandvlek;Disgraceverb. genade of gunst onttrekken, in ongenade brengen, tot schande strekken:That boy isin disgrace= heeft straf;You are disgraced= in ongenade gevallen, onteerd;Disgraceful, schandelijk; subst.Disgracefulness.Disguise,disgaiz, subst. vermomming, dekmantel, voorwendsel, veinzerij; roes;Disguiseverb. vermommen, verbergen:He did notmake the least disguiseof his faults= verbloemde ze niet in ’t minst;He wasslightly disguised= lichtelijk aangeschoten;Disguisement= vermomming;Disguiser= schijnheilige.Disgust,disgɐst, subst. walging, ergernis;Disgustverb. walgen:I amdisgusted atthat= walg ervan;Disgustful= walgelijk; subst.Disgustfulness;Disgusting= walgelijk.Dish,diš, subst. schotel, schaal, gerecht, schoteltje, kop, holte, meetrog;Dishverb. opdisschen (up), uithollen, verijdelen, uit het zadel lichten, “verlakken”:Meat dish;Madedishes= fijne schoteltjes;Soap dish= zeepbakje;Vegetable dish;Dish-butter= tafelboter;Dish-cover= deksel;Dish-cloth= vaatdoek,Dish-mat= tafelmatje;Dish-warmer= heetwaterkomfoor;Dish-washer= bordenwasscher;Dish-water= schotelwater;Dishing= hol.Dishabille,disəbîl,disəbil, négligé.Disharmonious,dishâmounjəs;Disharmony,dishâməni, tweedracht.Dishearten,dishât’n, ontmoedigen.Dishevel,dišev’l, in wanorde brengen (van haar vooral);Dishevelment= wanorde.Dishonest,disonəst, oneerlijk, onoprecht, bedriegelijk, schandelijk; subst.Dishonesty.Dishono(u)r,disonə, subst. oneer, schande;Dishono(u)rverb. onteeren, te schande maken, niet honoreeren (wissel);Dishono(u)rable= onteerend, eerloos.Dishorse,dishös, van het paard werpen.Disillusion,disil(j)ûž’n, ontgoocheling;Disillusionverb. ontnuchteren, de illusie benemen =Disillusionize.Disinclination,disinklineiš’n, afkeer, ongenegenheid;Disincline,disinklain, (iemand iets) tegen maken:Tobe disinclined= ongenegen zijn.Disincorporate,disinköpəreit, eene corporatie of vereeniging ontbinden; subst.Disincorporation.Disinfect,disinfekt, ontsmetten;Disinfectant= ontsmettingsmiddel =Disinfecting agent;Disinfection= ontsmetting;Disinfector= ontsmetter.Disingenuity,disinžənjûiti, onoprechtheid;Disingenuous,disindženjuəs, onoprecht, sluw; subst.Disingenuousness.Disinherit,disinherit, onterven;Disinheritance= onterving.Disintegrable,disintəgrəb’l, scheidbaar, verweerbaar;Disintegrate,disintəgreit, de samenstellende deelen scheiden, (doen) verweeren, (zich) ontbinden; subst.Disintegration.Disinter,disintɐ̂, opgraven, aan het licht brengen; subst.Disinterment.Disinterested,disintərestid, belangeloos, onpartijdig; subst.Disinterestedness.Disinthral(l),disinthrôl, van slavernij bevrijden.Disjoin,disdžôin, ontbinden, scheiden, losspringen.[148]Disjoint,disdžôint, ontwrichten, ontleden, uit elkaar nemen:Disjointed sentences= losse zinnen;Disjointedness= onsamenhangendheid.Disjunct,disdžɐŋkt, gescheiden;Disjunction= scheiding;Disjunctive= scheidend.Disk,disk, schijf, discus.Dislike,dislaik, subst. afkeer, weerzin;Dislikeverb. niet houden van, afkeerig zijn van:Likes and dislikes= sympathieën en antipathieën;Hetook a dislike tome= kreeg een hekel aan mij;I do not dislike it= ik mag het wel.Dislocate,disləkeit, ontwrichten, verschuiven; verhuizen (Amer.);Dislocation= ontwrichting, verschuiving, verdeeling (v. troepen).Dislodge,dislodž, van eene plaats verwijderen, uit eene stelling verdrijven, opjagen, verjagen, opbreken; subst.Dislodgment.Disloyal,dislôiəl, adj. ontrouw, plichtvergeten; subst.Disloyalty.Dismal,dizm’l, somber, droevig, treurig, ijselijk:A dismalized accountof the circumstances= treurig; subst.Dismalness.Dismantle,dismant’l, ontdoen van, onttakelen, ontmantelen.Dismask,dismâsk, ontmaskeren.Dismast,dismâst, van mast(en) berooven.Dismay,dismei, subst. verslagenheid, schrik;Dismayverb. verschrikken, moedeloos maken.Disme,dîm, tiende.Dismember,dismembə, ontleden, stuk snijden, verscheuren, verbrokkelen; subst.Dismemberment.Dismiss,dismis, wegzenden, ontslaan, afdanken, verstooten, afwijzen, ontzeggen; uit elkander gaan:I wasdismissed his house= zijn huis werd mij ontzegd;He wasdismissed (from) that office= ontslagen uit;The appeal will be dismissed= geweigerd;The judge dismissed the plaintiff’s suit= wees … af;Dismissal=Dismission= ontslag, etc.;A dismissive letter= ontslagbrief.Dismount,dismaunt, afwerpen, uit het zadel lichten, demonteeren, tot zwijgen brengen; uit elkaar nemen; afstijgen.Disobedience,disəbîdj’ns, ongehoorzaamheid; adj.Disobedient;Disobey,disəbei, niet gehoorzamen:Iwill not be disobeyed= ik duld geen ongehoorzaamheid.Disoblige,disəblaidž, onbeleefd, oninschikkelijk zijn.Disorder,disödə, subst. wanorde, verwarring, tumult, overtreding, ongesteldheid, kwaal, gekrenktheid (van geest), uitspatting;Disorderverb. verwarren, derangeeren, ziek maken;Disordered= gekrenkt, liederlijk, bedorven;Disorderly= wanordelijk, ongeregeld, oproerig, liederlijk.Disorganization,disögən(a)izeiš’n, desorganisatie;Disorganizationverb.Disorganize.Disown,disoun, verloochenen, niet erkennen, verstooten.Disparage,disparidž, verkleinen, kwaadspreken van; subst.Disparagement.Disparate,disparit, ongelijk, ongerijmd;Disparity,dispariti, verschil, ongelijkheid.Dispart,dispât, scheiden, deelen, klooven, vizier en as van geschut parallel maken, zich scheiden, splijten;Dispart-sight= vizier (korrel).Dispassionate,dispašənit, onpartijdig, kalm, leuk.Dispatch,dispatš. ZieDespatch.Dispel,dispel, verdrijven, verstrooien, verbannen.Dispensability,dispensəbiliti, subst. v.Dispensable,dispensəb’l, vatbaar voor dispensatie, toelaatbaar; ontbeerlijk; subst.Dispensableness;Dispensary,dispensəri, armen-apotheek, polikliniek:I hatedispensary stuff= wat uit de apoth. komt;Dispensation=dispenseiš’n, uitdeeling; Godsbeschikking (=Dispensation of Providence), ontheffing, vrijstelling, vergunning (tot het hebben van twee betrekkingen, tot het wonen buiten zijn district of gemeente,etc.);Dispensatory, subst. de pharmacopœa; adj. de macht bezittend om vrijstelling te verleenen;Dispense,dispens, uitdeelen, toedienen, recepteeren, toepassen, beschikken, vrijstellen, kunnen ontberen:I candispense withthat now= ik kan er nu wel buiten, ik kan het missen;Dispenser= uitdeeler, apotheker:He did, as if he were thedispenser of life and death= beschikker over;Dispensing-power= het koninklijk prerogatief om de wet (b.v. door gratie te schenken) buiten werking te stellen.Dispeople,dispîp’l, ontvolken.Dispermous,daispɐ̂məs, tweezadig.Disperse,dispɐ̂s, verstrooien, verspreiden, uit elkander jagen, uiteengaan;Dispersal= verspreiding;Dispersion,dispɐ̂š’n, verstrooiing, breking (van licht in verschillende kleuren);Dispersive= verspreidend.

Diaconal,daiakən’l, eendeaconbetreffend;Diaconate= decanaat.

Diacritic,daiəkritik, onderscheidend; subst. onderscheidingsteeken; adj.Diacritical.

Diadem,daiədem, diadeem;Diadem spider= kruisspin.

Di(a)eresis,daiîrisis,daierisis, diaeresis.

Diagnose,daiəgnouz,daiəgnous, de diagnose bepalen;Diagnosis,daiəgnousis, diagnose;Diagnostic= kenmerkend (teeken);Diagnostics= diagnostiek.

Diagonal,daiagən’l, adj. en subst. diagonaal.

Diagram,daiəgram, subst. diagram; adj.Diagrammatic.

Diagraph,daiəgraf, een soort teekenaap;Diagraphic(al)= beschrijvend.

Dial,dai’l, zonnewijzer, wijzerplaat, draaibord:Arabic, Roman dial(-plate)= wijzerplaat met Arab. of Romeinsche cijfers.

Dialect,daiəlekt, dialekt, tongval; adj.Dialectal=Dialectical= de dialectiek betreffend =Dialectic;Dialectician, dialecticus;Dialectics, dialectiek;Dialectology= studie en kennis der dialecten.

Dialogic(al),daiəlodžik(’l), dialogisch;Dialogist;Dialogue,daiəlog, subst. tweegesprek, tweespraak; verb. eend.houden.

Diameter,daiamətə, middellijn;Diametric(al)= diametraal.

Diamond,dai(ə)m’nd, subst. diamant, diamantletter, ruit; ook adj.:It is diamond cut diamond= ze zijn aan elkaar gewaagd;Nine of diamonds= ruiten negen;Diamond-cutting= diamantslijpen;The windows werediamond-pane lattices= in lood gevatte ruiten;Adiamond-shaped figure= ruitvormige figuur;Diamondiferous= diamanten bevattend.

Diana,daianə,daieinə, Diana.

Diapason,daiəpeiz’n, algemeene toonomvang van stem of instrument; algemeen aangenomen toonhoogte, diapason.

Diaper,daiəpə, subst. soort van damast, servet; adj. gebloemd;Diaperverb. figuren of bloemen maken (in eene stof), schakeeren;Diaper-pavement,Diaper-work= mozaïekvloer.

Diaphane,daiəfein, doorschijnende stof, zijden stof met doorschijnende figuren.

Diaphanous,daiafənɐs, diaphaan.

Diaphoretic,daiəfəretik, subst. en adj. zweetverwekkend (middel).

Diaphragm,daiəfram, middenrif; diaphragma (microsc.).

Diarist,daiərist, houder v. eenDiary.

Diarrhoea,daiərîə, buikloop; adj.Diarhoetic,daiəretik.

Diary,daiəri, dagboek.

Diastase,daiəsteis, diastase.

Diastole,daiastəlî, uitzetting van het hart na samentrekking; verlenging van eene korte lettergreep.

Diatribe,daiətraib, schimprede, schotschrift.

Dib,dib, subst. bikkel; fiche;Dibverb. hengelen;Dibs= bikkelspel; geld;Dibber= hengelaar; pootijzer.

Dibble,dib’l, subst. pootijzer;Dibbleverb. planten met een pootijzer; hengelen;Dibbler.

Dice,dais, subst. dobbelsteenen, dobbelspel;Diceverb. dobbelen;Dicer= dobbelaar;Dice-box= dobbelkoker;Dicing-house= dobbelhol.

Dicephalous,daisefəlɐs, tweekoppig.

Dick,dik, (verkorting voor) Richard; een soort pudding:Dick, Tom and Harry= Jan, Piet en Klaas;The children weremaking dick-duck-drakesin the sea with flattish pebbles= keilden platte kiezelsteentjes over de zeeoppervlakte.

Dickens,dik’nz, Dickens; duivel:What the Dickens= wat drommel!

Dicker,dikə, subst. tiental, tien paar; ruilhandel (Amer.);Dickerverb. (ruil)handel drijven (Amer.).

Dick(e)y,diki, achterbok (van een rijtuig), voorhemdje, slabbetje, ezel; adj. twijfelachtig, vreemd, onwel.

Dicotyledon,daikotilîd’n, plant met twee zaadlobben; adj.Dicotyledonous.

Dictate,diktit, subst. voorschrift, inspraak;Dictateverb.dikteit, voorschrijven, gebieden, dicteeren;Dictation= dictee: voorschrift;Dictator;Dictatorial= gebiedend, dictatoriaal;Dictatorship.

Diction,dikš’n, wijze van zeggen, uitdrukking, stijl;Dictionary,dikš’nəri, woordenboek;Dictum,dikt’m(Meerv.Dicta,[143]diktə), uitspraak, bewering:Obiter Dicta= beweringen “in ’t voorbijgaan”.

Didactic(al),didaktik(’l), didactisch:Didactic poetry= didactische;Didactics= didactiek.

Didder,didə, rillen (van koude).

Diddle,did’l, zwendel;Diddleverb. bedotten; waggelen:Hediddled me out ofit= zette het mij af;Diddler= zwendelaar.

Dido,daidou, bokkesprong:He iscutting didos= hij maakt bokke(kromme)sprongen.

Die,dai, subst. dobbelsteen (Meerv.Dice), muntstempel (Mv.Dies,daiz); teerling, kubusvormig voetstuk:As straight as a die= zoo recht als eene kaars;The die is cast= de teerling is geworpen;Die-sinker= graveur:Thosediesare well sunk= goed gegraveerd.

Die,dai, sterven, vergaan, omkomen, achteruitgaan, verdwijnen, verdorren, verwelken, uitgaan, gaan liggen, wegsterven, smachten naar:Todie hard= onbevreesd sterven, een taai leven hebben;Never say die= geef het nooit op;He died ofhunger,forthirst,frompoison,withterror= van honger, dorst, aan vergif, van schrik;This man hasdied to the world= is der wereld afgestorven;I amdying to seeyou= brand van verlangen.

Dies irae,daiîzairi, dag des toorns, aanvangswoorden van een ouden boetpsalm;Per diem= per dag.

Diesis,daiisis, dubb. dolk: ‡ of ⌗.

Diet,daiit, subst. voedsel, dieet; rijks- of landdag;Dietverb. voeden, eten; een dieet volgen of voorschrijven:I think I oughtto dietyou= op dieet zetten;Dietary= het dieet betreffend, verplegings …, keuken …; subst. dieet;Dietetic= tot diet behoorende;Dietetics,daiətetiks, leer der juiste voeding.

Differ,difə, verschillen, zich onderscheiden van; niet eens zijn, twisten:Hediffers fromyou= verschilt van (is anders dan) u;Hediffered withme in opinion= was ’t niet met me eens;Difference, subst. verschil, onderscheid; strijd, geschilpunt;Differenceverb. onderscheiden;Toarrange a difference= een geschil uitmaken;It makes no difference= het maakt niet uit;Topay the difference= het ontbrekende bijbetalen;With a difference= met eenig verschil;Reasondifferencesmanfromthe brutes;Different= verschillend;Differential,difərenš’l, verschil of onderscheid makende; subst. differentiaal:Differential calculus= differentiaalrekening;Differential duties= differentiaalrechten;Differentiate,difərenšieit, (zich) onderscheiden, differentieeren; subst.Differentiation.

Difficult,difikɐlt, moeilijk, lastig;Difficulty= moeilijkheid:He isin difficulties= in geldelijke verlegenheid.

Diffidence,difidens, gebrek aan zelfvertrouwen, schroom, bedeesdheid;Diffident= beschroomd, bescheiden.

Diffract,difrakt, breken;Diffraction, breking (van stralen).

Diffranchise,difranšaiz=Disfranchise.

Diffuse,difjûs, adj. verspreid, verstrooid; wijdloopig; subst.Diffuseness.

Diffuse,difjûz, (zich) verspreiden, uitspreiden, uitgieten;Diffused= verspreid; subst.Diffusedness= wijdloopigheid =Diffuseness;Diffusibility= diffusievermogen;Diffusible= verspreidbaar;Diffusion= verspreiding, verstrooiing, uitstorting, overvloed;Diffusive,difjûsiv, verspreidend, uitstortend, wijdloopig; subst.Diffusiveness.

Dig,dig, subst. stomp, duw, blokker, steek (fig.);Digverb. graven, spitten, uitgraven, indrukken; blokken:Tohave a sly digat;Togive a dig= (stiekum) een steek onder water geven;Todig away at= blokken op, aanhoudend werken aan;The wall wasdug down= werd ondermijnd;The ground wasdug up= uitgehold;Digger= graver, schop;Diggings= goudvelden, goudmijnen (in Californië, etc.); woonplaats, district, woning, kast.

Digest,daidžəst, digesten, pandecten, verzameling van Romeinsche wetten.

Digest,didžest,daižest, rangschikken, verteren, slikken (fig.), dulden, rijpelijk overdenken; zacht laten worden (door hitte), tot mest prepareeren;Digester= verteringbevorderend middel:Papin’s digest= Papiniaansche pot;Digestibility= verteerbaarheid;Digestible= verteerbaar;Digestion= vertering, het prepareeren van mest;Digestive= verteringbevorderend:Digestive organs= verteringsorganen.

Dight,dait, tooien, sieren.

Digit,didžit, subst. vinger, vingerbreedte, 1⁄12 van de middellijn van zon of maan; cijfer:Number of three digits= getal van drie cijfers;Digital= vinger…, vingervormig;Digitalis,didžiteilis, vingerhoedskruid;Digitat(ed)= gevingerd;Digitigrade= op de teenen gaande; subst. teenganger.

Dignified,dignifaid, waardig, deftig;Dignify,dignifai, met eer bekleeden, onderscheiden, eerbied wekken;Dignitary,dignitəri, waardigheidsbekleeder; kerkvoogd;Dignity,digniti, waardigheid, deftigheid, rang:Tostand on one’s dignity= op zijnpoint d’honneurstaan.

Digraph,daigraf, twee letters met één klank (deeainhead).

Digress,d(a)igres, afdwalen, afwijken; subst.Digression= afwijking, uitweiding, afdwaling; adj.Digressive.

Dike,daik, subst. sloot; dijk, grensmuur; ader:Dikeverb. indijken; draineeren;Dike-grave(-reeve)= dijkgraaf.

Dilapidate,d(a)ilapideit, laten vervallen, neerhalen, afbreken; subst.Dilapidation.

Dilatability,d(a)ileitəbiliti, rekbaarheid; uitzetbaarheid; adj.Dilatable,d(a)ileitib’l;Dilatation,d(a)iləteiš’n, uitzetting;Dilate,d(a)ileit,Dilateverb. uitzetten, verwijden, uitwijden:Dilated eyes= opengesperde.

Dilatoriness,dilətərinəs, traagheid, nalatigheid, uitstellen; adj.Dilatory= tot uitstellen geneigd.

Dilemma,d(a)ilemə, dilemma:Tofind oneself on(Toplace between)the horns of a dilemma= zich bevinden in (iem. plaatsen voor) een dilemma.

Dilettant(e),dilətant, dilettant;Dilettant(e)ism= dilettantisme.[144]

Diligence,dilidž’ns, ijver, naarstigheid; adj.Diligent.

Dilly,dili, diligence (verkorting vanDiligence, Fr.uitspr.).

Dilly-Dally,dilidali, (ver)treuzelen.

Diluent,diljûent, met water verdunnend; subst. bloedverdunnend middel.

Dilute,d(a)il(j)ût, adj. verdund, zwak;Diluteverb. verzwakken, verslappen, verdunnen;Dilution= verdunde oplossing (van vloeistoffen).

Diluvial,d(a)il(j)ûv’l;Diluvian, diluviaal; tot den zondvloed behoorend;Diluvium,d(a)il(j)ûvj’m, diluvium.

Dim,dim, adj. donker, dof, onduidelijk, schemerig, suf, mat;Dimverb. verduisteren, dof maken, dof worden;Dim-eyed= met zwakke oogen;Dim-sighted= bijziend;Dim-twinkling= zwak schijnend.

Dime,daim, zilveren muntstukje, 1⁄10 van een dollar, kwartje:Dime-novels= goedkoope prulromans;Dimes= geld.

Dimension,dimenš’n, afmeting, graad, grootte; adj.Dimensional.

Dimeter,dimətə, (versregel) van twee of vier voeten.

Dimidiate,dimidjit, gehalveerd.

Diminish,diminiš, verminderen, verkleinen, verlagen, afvallen, afnemen:Our opponents may wellhide their diminished heads= beschaamd afdruipen;Diminution,diminjûš’n, vermindering, verkleining, verlaging;Diminutive,diminjutiv, subst. verkleinwoord; adj. klein, gering; subst.Diminutiveness;Diminuendo,diminjuendou, verminderingsteeken: >.

Dimissory,dimisəri, wegzendend, ontslag …

Dimity,dimiti, diemet.

Dimness,dimnəs, duisterheid, dofheid.

Dimple,dimp’l, subst. kuiltje;Dimpleverb. (zich) rimpelen, kuiltjes vormen:A pretty,dimpled face= gezichtje met kuiltjes erin;Dimply= vol kuiltjes, gerimpeld.

Din,din, subst. geraas, gerammel, gekletter, lawaai;Dinverb. verdooven (door geraas), rammelen, kletteren, aan de ooren schreeuwen of zeuren (into a person’s ears).

Dinah,dainə, Dina.

Dine,dain,middagmalen, middagmaal verschaffen:I havedined with Duke Humphrey= heb geen (warm) eten gehad;You can dine a boat’s crewon this piece of meat= aan dit stuk vleesch heeft de bemanning van eene boot genoeg;Diner= eter; restauratiewagen (Amer.):He isa diner-out= hij is bijna altijd op diner, eet buitenshuis;Dining:Dining-car= restauratiewagen;Dining-rooms= eetzalen, restaurant;Dining-table.

Ding,diŋ, met kracht stooten, neerslaan, wegwerpen, inscherpen (into), pochen, klinken, luiden;Ding-dong,diŋdoŋ, bom-bam, gebeier, verdoovend, nadrukkelijk.

Ding(e)y (Dinghy),diŋgi, Indisch bootje; kleinste boot (van een schip).

Dinginess,dinžinəs, donkerbruin, vuil.

Dingle,diŋg’l, klein dal, vallei.

Dingle-dangle,ding’ldang’l, slofslof.

Dingy,dinži, vuil, donker of vuil-zwart.

Dink,diŋk, keurig:Dink and dainty;Dinkverb. optooien.

Dinner,dinə, middagmaal, feestmaal:Public dinner= officieel diner, banket;Ihavemade a good (poor) dinner= heb goed (weinig) gegeten;Dinner-jacket= ‘smoking’;Dinner-party= gezelschap, dischgenooten;Dinner-service= servies;Dinner-time= etenstijd;Dinner-waggon= dienbak op rolletjes;Dinnerless= zonder eten.

Dint,dint, subst. slag, stoot, deuk, indruk, striem, kracht;Dintverb. groeven, indrukken:By (through) dint of hard workhe succeeded= door hard werken;These are thedints of his fingers= indrukken.

Diocesan,daiosîs’n,daiəsîs’n, subst. bisschop of inwoner van een diocese; adj. diocesaan;Diocese,daiəsîs, diocese.

Diocletian,daiəklîš’n, Diocletianus.

Diogenes,daiodžənîz;Diomedes,daiəmîdîz;Dionysus,daienisəs:Fruit of Dionysus= wijn.

Dioptric(al),daioptrik(’l), dioptrisch:Dioptrics= dioptrica.

Diorama,daiərâmə,daiəreimə, diorama; adj.Dioramic.

Dip,dip, subst. indooping, bad, helling, glooiing, vetkaars (=Dip-candle), vette saus, inclinatie (van de kompasnaald);Dipverb. indoopen, bevochtigen, indompelen, inclineeren, strijken en weer opzetten, op en neer halen, doorslaan (v. balans); uitscheppen, glooien, vluchtig doorlezen, even aanraken, zich inlaten met, op goed geluk kiezen, verpanden:The scale dipped on that side, in favour of him= de schaal sloeg door;He had deeplydipped his estates= had eene zware hypotheek genomen op.

Dipchick,diptšik; ZieDabchick.

Diphtherea,dif-thîriə,dipthîriə,Diphtheritis, diphtheritis; adj.Diphther(it)ic,diftherik,diptherik,dif-thəritik.

Diphthong,difthoŋ,dipthoŋ, tweeklank; adj.Dipthongal;Diphthongize= tot een tweeklank maken of worden.

Diphyllous,difəlɐs,daifiləs, tweeblad(er)ig.

Diploma,diploumə, diploma;Diplomacy= diplomatie;Diplomat(e)dipləmat=Diplomatist,diploumətist;Diplomatic,dipləmatik, subst. gezant, diplomaat; adj. diplomatisch; handschrift …;Diplomatics,dipləmatiks, diplomatie; paleografie.

Dipper,dipə, duiker, badknecht; nap; kaarsenmaker; Groote Beer; dompelaar (Amer.), waterspreeuw.

Dipsomania,dipsəmeinjə, periodieke drankzucht;Dipsomaniac= drankzuchtige; adj.Dipsomaniacal.

Diptera,diptərə, tweevleugelige insecten; adj.Dipteral= tweevleugelig =Dipterous.

Dire,daiə, ijselijk, verschrikkelijk, treurig, naar; adj.Direful; subst.Direfulness.

Direct,direkt, direct, rechtstreeksch, open, klaar, eenvoudig, oprecht, uitdrukkelijk;Directverb. richten, sturen, den weg wijzen, toonen, geleiden, besturen, voorschrijven, adresseeren;Direct-fire= direct vuur (tegen vrijstaand doel);Direct-tax= directe belasting;Direction= richting, bestuur, voorschrift,[145]opdracht, aanwijzing, recept, opschrift, adres;Direction-post= wegwijzer;Directly, direct, duidelijk, oogenblikkelijk;Directness= oprechtheid;Director= directeur;Directorate= directoraat (=Directorship);Directory,direktəri, subst. adresboek; bestuur, directoire (1795); adj. aanwijzend, aanwijzingen bevattend;Directress= directrice =Directrix.

Dirge,dɐ̂dž, (verbastering vanDirige), lijkzang (R.K. kerk).

Dirigible,diridžib’l, bestuurbaar; ook subst.

Diriment impediment,dirimentimpediment, storend iets; omstandigheid, die een huwelijk onwettig maakt (R.K. kerk).

Dirk,dɐ̂k, subst. dolk, ponjaard;Dirkverb. doorsteken met een dolk.

Dirt,dɐ̂t, subst. vuil, drek, slijk, vuiligheid, vuil weer; (goud houdende) grond (Amer.);Dirtverb. bevuilen, besmetten:It isas common as dirt= komt in groote hoeveelheden voor;Toeat dirt= zich vernederen, in zijn schulp kruipen;If youthrow enough dirt, some of it will stick= er blijft van den laster altijd wel wat hangen;Dirt-cheap= spotgoedkoop;Tomake dirt-pies= zandtaartjes maken (kinderspel);Dirtiness= vuilheid (ookfig.);Dirty, adj. bevuild, vuil, laag, gemeen;Dirtverb. bevuilen, bezoedelen.

Disability,disəbiliti, onbekwaamheid, onvermogen, onbevoegdheid;Disable,diseib’l, onbekwaam (onbevoegd, onbruikbaar) maken, buiten gevecht stellen, tot zwijgen brengen:Adisabled soldier= invalide;A disabled state= ontredderde toestand; subst.Disablement.

Disabuse,disəbjûz, uit de dwaling of den droom helpen:You mustdisabuse yourself ofsuch an idea= u losmaken van.

Disaccustom,disəkɐst’m, ontwennen.

Disadvantage,disədvântidž, subst. nadeel, verlies;Disadvantageverb. benadeelen:Tobe at a disadvantage= achterstaan bij;Toplace at a disadvantage= achterstellen bij;Disadvantageous,disadv’nteidžəs= nadeelig; subst.Disadvantageousness.

Disaffect,disəfekt, vervreemden, afkeerig of ontrouw maken;Disaffected= ontevreden, misnoegd; subst.Disaffectedness;Disaffection= afkeer, misnoegdheid.

Disaffirm,disəfɐ̂m, ontkennen, tegenspreken, loochenen, vernietigen; subst.Disaffirmance.

Disagree,disəgrî, verschillen, oneens zijn, niet passen bij, slecht bekomen;Disagreeable= onaangenaam; subst.Disagreeableness;Disagreement= meeningsverschil, oneenigheid.

Disallow,disəlau, niet toestaan, weigeren, afkeuren;Disallowable= verwerpelijk;Disallowance= afkeuring, verbod.

Disannul,disənɐl, vernietigen; subst.Disannulment.

Disappear,disəpîə, verdwijnen; subst.Disappearance:He wasa nameless disappearance= zijn naam stierf geheel uit.

Disappoint,disəpôint, teleurstellen, verijdelen:I amdisappointed inyou= gij valt mij tegen; subst.Disappointment:Disappointment in love= ongelukkige liefde.

Disappreciate,disəprîšieit, onderschatten.

Disapprobation,disaprəbeiš’n, afkeuring, veroordeeling;Disapprobatory= afkeurend.

Disappropriate,disəproupriit, adj. onteigend;Disappropriateverb.disəprouprieit, ontnemen, onteigenen.

Disapproval,disəprûv’l, afkeuring;Disapprove,disəprûv, afkeuren, verwerpen.

Disarm,disâm, ontwapenen, onschadelijk maken; de wapens neerleggen, subst.Disarmament.

Disarrange,disəreinž, in de war brengen; subst.Disarrangement= verwarring.

Disarray,disərei, subst. verwarring, wanorde; verwarde kleeding;Disarrayverb. in wanorde brengen; de kleeding uittrekken.

Disarticulate,disâtîkjuleit, ontleden;Disarticulator= prosector.

Disassociate,disəsoušieit, ontbinden.

Disaster,dizastə, subst. ramp, tegenspoed, onheil, ongeluk;Disastrous,dizastrəs, rampspoedig, ongelukkig, verwoestend.

Disavow,disəvau, ontkennen, loochenen, verwerpen; subst.Disavowal.

Disband,disband, afdanken (v. troepen), (zich) verspreiden; subst.Disbandment.

Disbar,disbâ, eenBarristerhet recht van pleiten ontnemen.

Disbelief,disbəlîf, ongeloof, twijfel;Disbelieve,disbəlîv, niet gelooven; betwijfelen;Disbeliever= ongeloovige.

Disbud,disbɐd, knoppen afbreken.

Disburden,disbɐ̂d’n, ontlasten, zichbevrijden, zijn hart uitstorten.

Disburse,disbɐ̂s, uitbetalen, uitgeven, voorschieten; subst.Disbursement.

Disc,disk. Zie Disk.

Discard,diskâd, subst. het écarteeren, de weggegooide kaarten;Discardverb. afdanken, heenzenden, afleggen, verwerpen, verwijderen, laten loopen, écarteeren.

Discern,dizɐ̂n, onderscheiden, bespeuren, beoordeelen, waarnemen;Discerner= kenner, etc.;Discernible= te onderscheiden, duidelijk; subst.Discernibleness;Discerning= scherpzinnigheid; adj. scherpzinnig, oordeelkundig;Discernment= inzicht.

Discharge,distšâdž, subst. ontslag, kwijtschelding, ontlasting, ontheffing; losbranding, salvo, ontlading, lossing, afdoen, vervulling, verrichting;Dischargeverb. lossen, uitwerpen, ontladen, afschieten, kwijtschelden, ontslaan, ontheffen, betalen, réhabiliteeren, vrijspreken, uitstroomen, uitstorten, uitstooten, vervullen, dragen (van wonden):Menwith satisfactory discharges= eervol ontslagen personen;Todischarge one’s duty, from duty= zijn plicht vervullen, van den plicht ontheffen;Discharge-cock= afvoerkraan;Discharge-pipe= afvoerpijp;Discharger= ontlader, etc.

Dischurch,distšɐ̂tš, doorhalen als lidmaat, berooven van den rang van kerkelijke gemeente (dus: als sekte behandelen).

Disciform,disiföm, schijfvormig.

Disciple,disaip’l, subst. leerling, volgeling;Discipleship= de jongeren;Disciplinable,disiplinəb’l, voor leering vatbaar; strafbaar;Disciplinarian,disiplinêri’n, subst. tuchtmeester, ordehouder; adj. =Disciplinary,disiplinəri, disciplinair;Discipline,disiplin, subst. tucht, tuchtmiddel, tuchtiging, bestraffing;Disciplineverb. onderwijzen, drillen,[146]tuchtigen, bestraffen:Totake the discipline= zichzelf tuchtigen.

Disclaim,diskleim, ontkennen, verwerpen, afstand doen van:Hedisclaimed any intentionto offend;Disclaimer= ontkenning, verwerping, afstand, démenti.

Disclose,disklouz, openbaren, onthullen, blootleggen;Disclosure,diskloužə, openbaring, onthulling.

Discoid,diskôid, schijfvormig; ook subst.

Discoloration,diskɐləreiš’n, verkleuring, verkleurde plek, vlek, smet;Discolour,diskɐlə, ontkleuren, verkleuren, verbleeken.

Discomfit,diskɐmfit, verslaan, verstrooien, ontmoedigen, uit het veld slaan, verijdelen;Discomfiture= nederlaag, verijdeling, teleurstelling.

Discomfort,diskɐmfət, subst. smart, pijn, onrust, droefheid, onbehaaglijkheid;Discomfortverb. bedroeven, verontrusten.

Discommend,diskəmend, berispen, misprijzen, kleineeren;Discommendable= berispelijk.

Discommon,diskomən, een meente aan algemeen gebruik onttrekken, van privileges berooven.

Discompose,disk’mpouz, in wanorde of verlegenheid brengen, plagen:He wasdiscomposed atit= was er geheel van ontdaan;Discomposure,disk’mpoužə, wanorde, verwarring, ontvoering.

Disconcert,disk’nsɐ̂t, in wanorde brengen, in verwarring brengen, verijdelen; subst.Disconcertion.

Disconformity,disk’nfömiti, gebrek aan overeenkomst, ongelijkheid.

Disconnect,diskənekt, afkoppelen, uitschakelen; subst.Disconnection.

Disconsolate,diskonsəlit, troosteloos, bedroevend; subst.Disconsolateness.

Discontent,disk’ntent, subst. ontevredenheid, misnoegen; adj. ontevreden, misnoegd;Discontentverb. ontevreden, misnoegd maken;Discontented= ontevreden; subst.Discontentedness=Discontentment.

Discontinuance,disk’ntinjuəns, staking, onderbreking, afbreking, storing =Discontinuation;Discontinue,disk’ntinjû, onderbreken, afbreken, ophouden, staken, onderbroken zijn of worden:To discontinue (a) business= eene zaak opheffen, likwideeren;Discontinuity= gebrek aan samenhang;Discontinuous= onsamenhangend.

Discord,disköd, tweedracht, strijd, disharmonie, verschil;Discordance,disköd’ns, gebrek aan overeenstemming, tegenspraak;Discordant= niet overeenstemmend, wanklinkend, valsch.

Discount,diskaunt, korting, disconto:At a discount= beneden pari; niet in trek (aanzien);Reverence (knowledge)isat a discountnowadays= staat thans in een slechten reuk;I bought it at adiscount bookseller’s= bij een boekhandelaar, die netto en à contant verkoopt;Discount-bank= disconto-bank;Discount-broker(=Discounter) = wisselmakelaar;Discount-day= de vaste dag, waarop de E. bank wissels, enz. disconteert.

Discount,diskaunt, aftrekken, disconteeren, van weinig waarde beschouwen:We do not wishto discount the reportof the committee= te kort doen aan;Our objections are partly discountedin the preface= onze bezwaren .… ondervangen;The beauty of the book is somewhat discountedby that circumstance= aan de schoonheid wordt afbreuk gedaan;Iron looked up throughcauses, that everybody had often discounted= de prijs van ’t ijzer ging omhoog door oorzaken, die iedereen dikwijls als van geen invloed had beschouwd;This grand buildingdiscountsall other structuresout of sight= steekt uit boven alle andere gebouwen (fig.);Discountable= te disconteeren.

Discountenance,diskauntən’ns, subst. koele behandeling, afkeuring;Discountenanceverb. den moed benemen, afschrikken van, afkeuren, verlegen maken.

Discourage,diskɐridž, ontmoedigen, afschrikken;Discouragement= ontmoediging, beletsel.

Discourse,diskös, subst. voordracht, redevoering, gesprek, verhandeling, preek;Discourseverb. spreken over, eene redevoering houden, handelen over; onderhouden over:Todiscourse music= ten gehoore brengen;He discoursed the womenabout their duties= onderhield.

Discourteous,diskɐ̂tšəs,diskötšəs, onbeleefd, lomp:Discourtesy,diskɐ̂təsi, onbeleefdheid, lompheid.

Discover,diskɐvə, ontdekken, openbaren, onderscheiden, toonen:She cannot discover hearts from diamonds= zij kent geen harten voor ruiten;He discovered himself as= ontpopte zich als, bleek te zijn;Discoverable= te ontdekken, zichtbaar;Discoverer= ontdekker;Discovery= ontdekking.

Discoverture,diskɐvətšə, ongehuwde staat (v. vrouwen).

Discredit,diskredit, subst. oneer, schande, discrediet, slechte naam; twijfel, ongeloof;Discreditverb. niet gelooven; in minachting brengen;Discreditable= verkeerd, schandelijk.

Discreet,diskrît, verstandig, oordeelkundig, beleidvol; discreet:He is discreet= kan een geheim bewaren; subst.Discreetness.

Discrepance, Discrepancy,diskrep’ns(i), verschil, tegenspraak, inconsequentie; adj.Discrepant.

Discrete,diskrît, afgescheiden, apart;Discretive,diskrîtiv, disjunctief, scheidend.

Discretion,diskreš’n, bezonnenheid, verstand, takt, discretie:Years of discretion= jaren des onderscheids;The enemies surrenderedat discretion= op genade of ongenade;That isat your discretion= tot uw dienst, zooals u verkiest;That isin your discretion= dat moet ge zelf weten;Discretion is the better part of valour= beter een levende hond dan een doode leeuw;Use your own discretion= handel naar believen;Discretional=Discretionary= naar believen.

Discriminate,diskriminit, adj. onderscheidend;Discriminateverb. (diskrimineit) onderscheiden, uitkiezen, kenmerken;Discriminating= karakteristiek; scherpzinnig:Discriminating duties= differentiëele rechten;Discrimination,diskrimineiš’n, onderscheiding, onderscheid, onderscheidingsteeken;[147]inzicht;Discriminative= kenmerkend, onderscheidend; oordeelkundig.

Discursive,diskɐ̂siv, logisch; afdwalend; subst.Discursiveness.

Discus,diskəs, schijf.

Discuss,diskɐs, bespreken; (rechterl.) vervolgen; verorberen, opdrinken:Todiscuss a bottle of wine;Discussion= discussie, debat; vervolging.

Disdain,disdein, subst. versmading, verachting;Disdainverb. versmaden, verachten; adj.Disdainful= verachtelijk; subst.Disdainfulness.

Disease,dizîz, ziekte, lijden, ziekelijke toestand:Diseases Prevention Act= Wet op Besmettelijke Ziekten;To die ofdisease of the heart= aan eene hartkwaal sterven;Disease-bearer= ziektekiem;Diseased meat= bedorven;Diseased in mind= zielsziek.

Disembark,disəmbâk, ontschepen, landen; subst.Disembarkation.

Disembarrass,disəmbarəs, bevrijden, uit de verlegenheid helpen;Disembarrassment= bevrijding.

Disembellish,disəmbeliš, van versierselen ontdoen.

Disembodiment,disəmbodiment, subst. v.Disembody,disəmbodi, van ’t lichaam bevrijden; afdanken (van soldaten), ontbinden.

Disembogue,disəmboug, uitstorten, uitstroomen; uitvaren.

Disembowel,disəmbau’l, van de ingewanden ontdoen; den buik opensnijden.

Disenchant,disəntšânt, ontgoochelen; subst.Disenchantment.

Disencumber,disənkɐmbə, bevrijden, ontlasten (of, from).

Disenfranchise,disənfrantšaiz, van kiesrecht berooven; subst.Disenfranchisement.

Disengage,disəngeidž, vrijmaken, zich losmaken, zich lostrekken, ontbinden, ontheffen, ontwarren:I shall bedisengagedto-morrow= vrij zijn;Disengagedness= vrijheid, gebrek aan oplettendheid;Disengagement= bevrijding, ontslaan.

Disennoble,disənoub’l, van adeldom berooven.

Disentangle,disəntaŋg’l, ontwarren, bevrijden, losmaken; subst.Disentanglement.

Disestablish,disəstabliš, scheiden (v. Kerk en Staat);Disestablishment= scheiding (v. Kerk en Staat).

Disesteem,disəstîm, subst. minachting; geringschatting;Disesteemverb. minachten, geringschatten.

Disfavo(u)r,disfeivə, subst. ongenade, minachting;Disfavo(u)rverb. gunst onttrekken, afkeuren.

Disfiguration,disfigjureiš’n, misvorming, wanstaltigheid;Disfigure,disfigjə, misvormen, bederven.

Disfranchise,disfrantš(a)iz, van privileges of burgerrechten (vooral van het kiesrecht) berooven; subst.Disfranchisement.

Disgorge,disgödž, uitbraken, opgeven, teruggeven; subst.Disgorgement.

Disgrace,disgreis, subst. ongenade, schande, schandvlek;Disgraceverb. genade of gunst onttrekken, in ongenade brengen, tot schande strekken:That boy isin disgrace= heeft straf;You are disgraced= in ongenade gevallen, onteerd;Disgraceful, schandelijk; subst.Disgracefulness.

Disguise,disgaiz, subst. vermomming, dekmantel, voorwendsel, veinzerij; roes;Disguiseverb. vermommen, verbergen:He did notmake the least disguiseof his faults= verbloemde ze niet in ’t minst;He wasslightly disguised= lichtelijk aangeschoten;Disguisement= vermomming;Disguiser= schijnheilige.

Disgust,disgɐst, subst. walging, ergernis;Disgustverb. walgen:I amdisgusted atthat= walg ervan;Disgustful= walgelijk; subst.Disgustfulness;Disgusting= walgelijk.

Dish,diš, subst. schotel, schaal, gerecht, schoteltje, kop, holte, meetrog;Dishverb. opdisschen (up), uithollen, verijdelen, uit het zadel lichten, “verlakken”:Meat dish;Madedishes= fijne schoteltjes;Soap dish= zeepbakje;Vegetable dish;Dish-butter= tafelboter;Dish-cover= deksel;Dish-cloth= vaatdoek,Dish-mat= tafelmatje;Dish-warmer= heetwaterkomfoor;Dish-washer= bordenwasscher;Dish-water= schotelwater;Dishing= hol.

Dishabille,disəbîl,disəbil, négligé.

Disharmonious,dishâmounjəs;Disharmony,dishâməni, tweedracht.

Dishearten,dishât’n, ontmoedigen.

Dishevel,dišev’l, in wanorde brengen (van haar vooral);Dishevelment= wanorde.

Dishonest,disonəst, oneerlijk, onoprecht, bedriegelijk, schandelijk; subst.Dishonesty.

Dishono(u)r,disonə, subst. oneer, schande;Dishono(u)rverb. onteeren, te schande maken, niet honoreeren (wissel);Dishono(u)rable= onteerend, eerloos.

Dishorse,dishös, van het paard werpen.

Disillusion,disil(j)ûž’n, ontgoocheling;Disillusionverb. ontnuchteren, de illusie benemen =Disillusionize.

Disinclination,disinklineiš’n, afkeer, ongenegenheid;Disincline,disinklain, (iemand iets) tegen maken:Tobe disinclined= ongenegen zijn.

Disincorporate,disinköpəreit, eene corporatie of vereeniging ontbinden; subst.Disincorporation.

Disinfect,disinfekt, ontsmetten;Disinfectant= ontsmettingsmiddel =Disinfecting agent;Disinfection= ontsmetting;Disinfector= ontsmetter.

Disingenuity,disinžənjûiti, onoprechtheid;Disingenuous,disindženjuəs, onoprecht, sluw; subst.Disingenuousness.

Disinherit,disinherit, onterven;Disinheritance= onterving.

Disintegrable,disintəgrəb’l, scheidbaar, verweerbaar;Disintegrate,disintəgreit, de samenstellende deelen scheiden, (doen) verweeren, (zich) ontbinden; subst.Disintegration.

Disinter,disintɐ̂, opgraven, aan het licht brengen; subst.Disinterment.

Disinterested,disintərestid, belangeloos, onpartijdig; subst.Disinterestedness.

Disinthral(l),disinthrôl, van slavernij bevrijden.

Disjoin,disdžôin, ontbinden, scheiden, losspringen.[148]

Disjoint,disdžôint, ontwrichten, ontleden, uit elkaar nemen:Disjointed sentences= losse zinnen;Disjointedness= onsamenhangendheid.

Disjunct,disdžɐŋkt, gescheiden;Disjunction= scheiding;Disjunctive= scheidend.

Disk,disk, schijf, discus.

Dislike,dislaik, subst. afkeer, weerzin;Dislikeverb. niet houden van, afkeerig zijn van:Likes and dislikes= sympathieën en antipathieën;Hetook a dislike tome= kreeg een hekel aan mij;I do not dislike it= ik mag het wel.

Dislocate,disləkeit, ontwrichten, verschuiven; verhuizen (Amer.);Dislocation= ontwrichting, verschuiving, verdeeling (v. troepen).

Dislodge,dislodž, van eene plaats verwijderen, uit eene stelling verdrijven, opjagen, verjagen, opbreken; subst.Dislodgment.

Disloyal,dislôiəl, adj. ontrouw, plichtvergeten; subst.Disloyalty.

Dismal,dizm’l, somber, droevig, treurig, ijselijk:A dismalized accountof the circumstances= treurig; subst.Dismalness.

Dismantle,dismant’l, ontdoen van, onttakelen, ontmantelen.

Dismask,dismâsk, ontmaskeren.

Dismast,dismâst, van mast(en) berooven.

Dismay,dismei, subst. verslagenheid, schrik;Dismayverb. verschrikken, moedeloos maken.

Disme,dîm, tiende.

Dismember,dismembə, ontleden, stuk snijden, verscheuren, verbrokkelen; subst.Dismemberment.

Dismiss,dismis, wegzenden, ontslaan, afdanken, verstooten, afwijzen, ontzeggen; uit elkander gaan:I wasdismissed his house= zijn huis werd mij ontzegd;He wasdismissed (from) that office= ontslagen uit;The appeal will be dismissed= geweigerd;The judge dismissed the plaintiff’s suit= wees … af;Dismissal=Dismission= ontslag, etc.;A dismissive letter= ontslagbrief.

Dismount,dismaunt, afwerpen, uit het zadel lichten, demonteeren, tot zwijgen brengen; uit elkaar nemen; afstijgen.

Disobedience,disəbîdj’ns, ongehoorzaamheid; adj.Disobedient;Disobey,disəbei, niet gehoorzamen:Iwill not be disobeyed= ik duld geen ongehoorzaamheid.

Disoblige,disəblaidž, onbeleefd, oninschikkelijk zijn.

Disorder,disödə, subst. wanorde, verwarring, tumult, overtreding, ongesteldheid, kwaal, gekrenktheid (van geest), uitspatting;Disorderverb. verwarren, derangeeren, ziek maken;Disordered= gekrenkt, liederlijk, bedorven;Disorderly= wanordelijk, ongeregeld, oproerig, liederlijk.

Disorganization,disögən(a)izeiš’n, desorganisatie;Disorganizationverb.Disorganize.

Disown,disoun, verloochenen, niet erkennen, verstooten.

Disparage,disparidž, verkleinen, kwaadspreken van; subst.Disparagement.

Disparate,disparit, ongelijk, ongerijmd;Disparity,dispariti, verschil, ongelijkheid.

Dispart,dispât, scheiden, deelen, klooven, vizier en as van geschut parallel maken, zich scheiden, splijten;Dispart-sight= vizier (korrel).

Dispassionate,dispašənit, onpartijdig, kalm, leuk.

Dispatch,dispatš. ZieDespatch.

Dispel,dispel, verdrijven, verstrooien, verbannen.

Dispensability,dispensəbiliti, subst. v.Dispensable,dispensəb’l, vatbaar voor dispensatie, toelaatbaar; ontbeerlijk; subst.Dispensableness;Dispensary,dispensəri, armen-apotheek, polikliniek:I hatedispensary stuff= wat uit de apoth. komt;Dispensation=dispenseiš’n, uitdeeling; Godsbeschikking (=Dispensation of Providence), ontheffing, vrijstelling, vergunning (tot het hebben van twee betrekkingen, tot het wonen buiten zijn district of gemeente,etc.);Dispensatory, subst. de pharmacopœa; adj. de macht bezittend om vrijstelling te verleenen;Dispense,dispens, uitdeelen, toedienen, recepteeren, toepassen, beschikken, vrijstellen, kunnen ontberen:I candispense withthat now= ik kan er nu wel buiten, ik kan het missen;Dispenser= uitdeeler, apotheker:He did, as if he were thedispenser of life and death= beschikker over;Dispensing-power= het koninklijk prerogatief om de wet (b.v. door gratie te schenken) buiten werking te stellen.

Dispeople,dispîp’l, ontvolken.

Dispermous,daispɐ̂məs, tweezadig.

Disperse,dispɐ̂s, verstrooien, verspreiden, uit elkander jagen, uiteengaan;Dispersal= verspreiding;Dispersion,dispɐ̂š’n, verstrooiing, breking (van licht in verschillende kleuren);Dispersive= verspreidend.


Back to IndexNext