Dispirit,dispirit, ontmoedigen, bang maken.Displace,displeis, verplaatsen, verleggen, verschuiven; afzetten, ontzetten; verdringen, vervangen; subst.Displacement= ook waterverplaatsing (v. schepen).Display,displei, subst. vertooning, vertoon, tentoonstelling; ontvouwing;Displayverb. ontvouwen, ontwikkelen, tentoonspreiden, vertoon maken:Adisplay of fireworks.Displease,displîz, onaangenaam zijn, mishagen;Displeased= boos (with,at);Displeasing,displîziŋ, onaangenaam; subst.Displeasingness;Displeasure,displežə, subst. misnoegen, ongenade.Disport,dispöt, subst. spel, tijdverdrijf;Disportverb. spelen, dartelen, zich vermaken.Disposable,dispouzəb’l, beschikbaar;Disposal,dispouz’l, regeling, schikking, controle, beschikking:I amat your disposal= tot uw dienst, te uwer beschikking;Thedisposal in marriage= uithuwelijking;Thedisposal by sale= verkoop;Dispose,dispouz, schikken, regelen, uitdeelen, bestemmen, bewegen, beschikken, disponeeren; verkoopen:Man proposes, God disposes= de mensch wikt, God beschikt;It wasdisposed of by will= vermaakt bij testament;This house will bedisposed of by valuation= is te koop voor de geschatte waarde;Hedisposed ofhis houseforhalf the value= deed van de hand;How will you dispose of yourself?[149]= wat ga je uitvoeren?Hedisposed onthem for the amount of £ 500, to his own order= trok op hen - - -;Disposed= geneigd, gezind, gestemd:I am notdisposed toit= niet voor gedisponeerd;He hasa disposing mindfor it= neiging;Disposition,dispəziš’n, subst. schikking, indeeling, gesteldheid, beschikking, neiging, gezindheid, aard, aanleg:The house isat your disposition= te uwer beschikking;I had the worstDispositioneddonkey= kwaadwilligste ezel.Dispossess,dispəzes, uit het bezit verdrijven, berooven, bevrijden:He was dispossessed from (of) the throne by his brother; subst.Dispossession.Dispraise,dispreiz, subst. blaam, verwijt;Dispraiseverb. laken, berispen, verwijten.Disproof,disprûf, weerlegging.Disproportion,disprəpöš’n, subst. wanverhouding, onevenredigheid;Disproportionverb. onevenredig maken;Disproportionable=Disproportional=Disproportionate= ongelijk, onevenredig; subst.Disproportionality=Disproportionateness.Disprovable,disprûvəb’l, weerlegbaar, berispelijk;Disprove,disprûv, weerleggen.Disputable,dispjutəb’l,dispjûtəb’l, betwistbaar; twistziek;Disputant,dispjut’nt, subst. disputant, opponens; adj. betwistend, strijdig;Disputation,dispjuteiš’n, woordentwist;Disputatious= twistziek, tot opponeeren geneigd;Dispute,dispjût, subst. woordentwist, debat, geschil;Disputeverb. twisten, debatteeren, betwisten, verdedigen:Beyond (Past, Without) dispute= zonder kwestie;To arrange (settle) a dispute= bijleggen;Hedisputed forthe empire= hij betwistte een ander het bezit van;Disputed= betwist.Disqualification,diskwolifikeiš’n, onbevoegdverklaring, uitsluiting, onbevoegdheid;Disqualify,diskwolifai, onbevoegd (onbekwaam) verklaren (maken), uitsluiten.Disquiet,diskwaiit, subst. angst, onrust;Disquietverb. verontrusten, kwellen;Disquietous= angst- of onrustwekkend;Disquietude= onrustigheid, ongerustheid.Disquisition,diskwiziš’n, verhandeling, onderzoek;Disquisitional, onderzoekings.…Disraeli,disreili.Disregard,disrigâd, subst. minachting, verwaarloozing;Disregardverb. geringschatten, in den wind slaan, negeeren; adj.Disregardful.Disrelish,disreliš, subst. afkeer, tegenzin;Disrelishverb. geen zin hebben in, een afkeer hebben van; tegen maken.Disrepair,disripêə, verval, bouwvalligheid.Disreputable,disrepjutəb’l, berucht, schandelijk;Disrepute,disripjût, subst. slechte naam, oneer, schande:Tobring into disrepute=Tobring disrepute upon= in discrediet brengen;Tofall (sink) into disrepute= in kwaden reuk komen.Disrespect,disrispekt, subst. geringschatting, minachting, oneerbiedigheid;Disrespectverb. geringschatten;Disrespectability= onwaardigheid, onsoliditeit;Disrespectable= onwaardig, onsolide;Disrespectful= oneerbiedig, onbeleefd, minachtend.Disrobe,disroub, uitkleeden, berooven.Disroot,disrût, ontwortelen.Disrupt,disrɐpt, adj. verbroken;Disruptverb. scheiden, verbreken;Disruption= scheiding, splitsing, verbreking, breuk;Disruptive discharge= plotselinge ontlading.Dissatisfaction,disatisfakš’n, ontevredenheid;Dissatisfactory= onbevredigend;Dissatisfy= mishagen, niet voldoen, ontevreden maken, teleurstellen.Dissect,disekt, ontleden, scherp en kritisch onderzoeken;Dissecting-room (Dissecting-table)= snijkamer (snijtafel);Dissection= sectie, nauwkeurig onderzoek;Dissector= anatoom, prosector.Disseise,disîz, uit het bezit stooten;Disseisee= de onwettig uit zijn bezit gestootene;Disseisin,disîzin, wederrechtelijke inbezitneming;Disseisor,disîzə, onwettig bezitnemer; vr.Disseisoress.Dissemble,disemb’l, verbergen, veinzen, huichelen;Dissembler= huichelaar;Dissembling, huichelachtig; subst. huichelarij.Disseminate,disemineit, verspreiden, uitstrooien; subst.Dissemination;Disseminator.Dissension,disenš’n, tweedracht, oneenigheid.Dissent,disent, subst. verschil (van gevoelen), afscheiding (van eene kerk, de Dissenters);Dissentverb. verschillen (van gevoelen), zich afscheiden;Dissenter= afgescheidene (van de Staatskerk) =Dissentient,disenš’nt, adj. afwijkend:With one dissentient voice= één stem tegen;Dissenting views= afwijkende meeningen.Dissertation,disəteiš’n, verhandeling, dissertatie.Disservice,disɐ̂vis, ondienst, nadeel, schade.Dissever,disevə, scheiden, afsnijden, splijten; subst.Disseverance.Dissidence,disidens, oneenigheid; scheiding;Dissident, afwijkend.Dissilient,disilj’nt, openspringend.Dissimilar,disimilə, ongelijk;Dissimilarity, ongelijkheid =Dissimilitude,disimilitjûd, ook: tegenstelling.Dissimulate,disimjuleit, veinzen;subst.Dissimulation;Dissimulator= huichelaar.Dissipate,disipeit, verstrooien, verdrijven, weggooien, verkwisten, uitputten, zich verspreiden:Dissipated= liederlijk;Dissipation= verkwisting, losbandigheid.Dissociate,disoušieit, scheiden; afzonderen; subst.Dissociation.Dissolubility,disəl(j)ubiliti,disoljubiliti, oplosbaarheid;Dissoluble,disəl(j)ûb’l,disoljub’l, oplosbaar.Dissolute,disəl(j)ût, losbandig; subst.Dissoluteness;Dissolution,disəl(j)ûš’n, smelting, oplossing, dood;Dissolvable= oplosbaar;Dissolve,dizolv, oplossen, scheiden, ontbinden, ophouden te bestaan, sluiten (van vergaderingen):To dissolve partnership= ontbinden;Dissolved in tears= wegsmeltende;Dissolvent,dizolv’nt, oplossend (middel);Dissolving views= lichtbeelden.Dissonance,disən’ns, wanklank;Dissonant= wanklinkend, afwijkend.Dissuade,disweid, afraden;Dissuasion,disweiž’n, afrading, ontrading;Dissuasive,disweisiv, ontradend; ontrading.[150]Dissyllabic,disilabik, tweelettergrepig;Dissyllable,disiləb’l, woord van twee lettergrepen.Distaff,distaf, spinrok(ken), vrouw(elijk geslacht);Distaff-side= de vrouwelijke linie.Distance,dist’ns, subst. afstand (ookfig.), tusschenruimte, verschiet, tijdruimte, interval (muziek), afstand van ± 200 M. van den eindpaal (aangewezen door denDistance-post);Distanceverb. verwijderen, ver achter zich laten:At a distance= op een afstand;In the distance= in de verte;Out of distance= onafzienbaar ver;Hekeeps his distance= hij weet waar hij staan moet;I know my distance= weet waar ik staan moet;The jockey hassaved his distance= had dendistance-post(200 M. vóór denWinning-post) bereikt, voor de winner aan het einde der baan was (en mocht daarom verder aan de wedrennen deelnemen);That horse wasdistanced= dit paard viel uit, omdat het dendistance-postnog niet had bereikt, toen zijn mededinger aan denWinning-postwas;He wasdistanced= legde het schandelijk af;Distant,dist’nt, verwijderd, afgelegen, koel:He wasdistant and reserved= erg op een afstand.Distaste,disteist, subst. afkeer, walging:Hetook a distaste atit= walgde ervan;Distasteful= walgelijk, onaangenaam; subst.Distastefulness.Distemper,distempə, subst. ongesteldheid (thans vooral bij hond, paard en rundvee); tempera-schilderwerk, waarbij de kleuren met een bindmiddel zijn vermengd; een zoo bereide kleurstof;Distemperverb. in de war brengen, tempera-schilderen;Distempered, ongesteld, getroubleerd, ontevreden.Distend,distend, uitstrekken, rekken, uitzetten, opzwellen:Todistend a crush hat= laten uitspringen;The horsedistended its nostrils= spalkte open;Distension,Distention,distenš’n, uitzetting, omvang.Distich,distik, distichon.Distil(l),distil, in druppels neervallen, zacht vloeien, distilleeren, laten druppelen:Distilled damnation= volkskanker;Distillate= distillaat;Distillation= distillatie;Distillatory, distilleer …;Distiller= brander;Distillery= branderij, stokerij;Distilment=Distillate.Distinct,distiŋkt, onderscheiden, duidelijk:As distinct from= geplaatst tegenover;Distinction,distiŋkš’n, onderscheid, onderscheiding, onderscheidingsteeken, aanzien, rang, voornaamheid:Without distinction= zonder onderscheid;Distinguish,distiŋgwiš, onderscheiden, indeelen, kenmerken, zich onderscheiden;Distinguishable= te onderscheiden, opmerkelijk;Distinguished= onderscheiden, aanzienlijk, uitstekend.Distingué,distiŋgei=Distinguished, ook: regenmantel.Distort,distöt, verwringen, verdraaien; trekken (van hout); subst.Distortion;Distortive= verdraaid, verwrongen.Distract,distrakt, afleiden, afwenden, verwarren, storen (v. de geestvermogens), verbijsteren:Distracted= verward, onthutst, dol, razend;Distractedness=Distraction, ook afleiding:Heallowed himself no distraction= hij gunde zich geene ontspanning;Distractive= verwarrend, verontrustend.Distrain,distrein, beslag leggen op:He threatened todistrain for the money= beslag te zullen leggen (op het goed) om het geld te krijgen;Distrainable= waarop beslag gelegd kan worden;Distrainer= hij die beslag legt;Distraint= beslaglegging (on).Distraught,distrôt=Distracted.Distress,distres, subst. droefheid, smart, benauwdheid, ellende, nood, tegenspoed; beslaglegging;Distressverb. benauwen, ongelukkig maken, beslag leggen:To levy (make, put in) a distress= beslag leggen;He isin distress formoney= heeft geldgebrek;Flag of distress= noodvlag;Warrant of distress= bevel tot beslaglegging;Adistressed ship= schip in nood;Distressful= ellendig, jammerlijk;Distressing= rampspoedig, pijnlijk.Distributable,distribjutəb’l, verdeelbaar;Distribute,distribjut, verdeelen, uitdeelen, verbreiden, toebedeelen, sorteeren of distribueeren (van letters);Distribution,distribjûš’n, verdeeling, toebedeeling, sorteering, verbreiding;Distributive, subst. distributief woord (b.v.ieder); adj. verdeelend.District,distrikt, subst. gebied, streek, afdeeling, district, provincie;Districtverb. in districten verdeelen (Amer.);District-court= arrondissementsrechtbank (Amer.);District-visitor= armenbezoek(st)er.Distrust,distrɐst, subst. wantrouwen, verdenking;Distrustverb. wantrouwen, verdenken; adj.Distrustful; subst.Distrustfulness.Disturb,distɐ̂b, verstoren, doen afwijken, in wanorde brengen, verontrusten, belemmeren, in beroering brengen:Do notdisturb the sleeping lion= stoor niet;Disturbance= rustverstoring, stoornis, verwarring, verhindering.Disunion,disjûnj’n, scheiding, ophitsing, tweedracht; oneenigheid;Disunite,disjunait, scheiden, gescheiden raken, uit elkaar gaan;Disunity= gescheidenheid.Disuse,disjûs, onbruik, ongewoonte:Tocome (fall) into disuse= in onbruik geraken.Disuse,disjûz, niet meer gebruiken, ontwennen, afnemen.Ditch,ditš, subst. greppel, sloot, gracht;Ditchverb. eene sloot graven, draineeren, met een sloot omringen:It isas dull as ditchwater= verschrikkelijk langdradig;Todie in the last ditch= zich tot het uiterste verdedigen;I amin a dry ditch= heb mijne schaapjes op het droge;Ditcher= slootgraver; schip dat door het Suezkanaal vaart.Dithyramb,dithiram(b),Dithyrambus,dithirambəs, dithyrambe; adj.Dithyrambic.Dittander,ditandə, peperkers.Ditto,ditou, hetzelfde:Asuit of dittoes (does)= een pak kleeren van ééne stof.Ditty,diti, subst. liedje, deuntje;Dittyverb. zingen, neuriën;Ditty-bag= naaizak (met naalden, garen, etc.).Diuresis,dai-jurîsis, sterke urineafscheiding;Diuretic,dai-juretic, urine-afscheidend (middel).Diurna,daiɐ̂nə, dagvlinders, kapellen;Diurnal,daiɐ̂n’l, dagelijksch, dag …; subst. dagboek.[151]Divagation,daivəgeiš’n, afwijking, afdwaling, weiding.Divan,divan, staatsraad (Turkije); raadzaal; rechtszaal; Turksch koffiehuis; rookkamer, sofa; verzameling gedichten.Divaricate,daivarikeit, adj. gevorkt;Divaricateverb. zich vertakken, in twee takken scheiden, zich afwenden van; subst.Divarication.Dive,daiv, subst. duiking in het water met het hoofd vooruit, plotselinge greep; dievenhol;Diveverb. duiken, zich verdiepen, doordringen:Hemade a diveforit= hij dook (greep) ernaar;Diver= zeeduiker; zakkenroller.Diverge,d(a)ivɐ̂dž, divergeeren, afwijken; subst.Divergence;Divergent opinions= afwijkende.Divers,daivəz,daivəs, verscheidene, ettelijke;Diverse,d(a)ivɐ̂s,daivəs, onderscheidene;Diversification, verscheidenheid, verschil, verandering;Diversiform= van verschillenden vorm;Diversify= varieeren, afwisselen;Diversion,d(a)ivɐ̂š’n, afleiding, uitspanning, vermaak; schijnbeweging, verlegging:Tocreate a diversion= eene afleiding bezorgen;Diversity,d(a)ivɐ̂siti, verscheidenheid, ongelijkheid.Divert,d(a)ivɐ̂t, afleiden, afbrengen van, vermaken; eene schijnbeweging maken;Diverting= vermakelijk;Divertisement= amusement;Divertive= vermakend.Dives,daivîz, de rijke man.Divest,divest, ontdoen, berooven, ontblooten; zich afwennen (=oneself);Dives(ti)ture,dives(ti)tjə, berooving (van bezit of recht);Divestment= het beroofd zijn (worden).Divide,divaid, verdeelen, deelen, verleggen, scheiden, openen, splijten, in tweeën gaan; stemmen; subst. (water)scheiding:Todivide the House= een stemming houden (in ’t Lagerhuis);Dividend,divid’end, deeltal, dividend:Dividend-warrant= dividendbewijs;Divider= deeler:Dividers= passer om lijnen in een zeker aantal gelijke deelen te verdeelen.Divination,divineiš’n, voorspelling, voorgevoel; adj.Divinatory;Divine,divain, subst. godgeleerde, geestelijke; adj. goddelijk, hemelsch, buitengewoon, voortreffelijk;Divineverb. voorzèggen, gissen, raden:Divine service= godsdienstoefening; subst.Divineness;Divining-rod= tooverroede (om te ontdekken waar water onder den grond wordt gevonden).Diving:Diving-bell,daiviŋbel, duikerklok;Diving-dress= duikerspak.Divinity,diviniti, god(delijk)heid, godgeleerdheid:Adivinity student;Divinify,divinifai, vergoddelijken.Divisibility,divizibiliti, deelbaarheid;Divisible= deelbaar;Division= verdeeling, verdeeldheid, deeling, afdeeling, scheiding, schot, aandeel, divisie, stemming;Divisional= afdeelings..;Divisor= deeler.Divorce,divös, subst. echtscheiding;Divorceverb. scheiden (van den echt):Divorce from bed and board= scheiding van tafel en bed (ookJudicial separationgenoemd);Bill of Divorce= vonnis van echtscheiding;He divorced her= liet zich van haar scheiden;Divorcer= scheidingsmotief.Divulge,divɐldž, onthullen, openbaar maken, verspreiden.Divulsion,divɐlš’n, vaneenscheuring.Dizen,daiz’n, zich optooien (out).Dizziness,dizinəs= duizeligheid;Dizzy,dizi, adj. duizelig, duizelingwekkend; onnadenkend;Dizzinessverb. duizelig maken, ronddraaien, verwarren.Do,dû, subst. handeling, daad, moeite, drukte, bedrog; maal;Doverb. doen, verrichten, volvoeren, gereedmaken, voleindigen, zich gedragen, zich bevinden, voldoende zijn, enz.:I have done my do= het mijne gedaan;It was alla do=bedrog, afzetterij;Tomake a great to-do= veel drukte maken over;There’s nothing to do butyielding= niets anders aan te doen dan;I will have nothing to do withhim= te maken hebben;What’s to do= wat is er aan de hand?That will do= zoo is ’t goed;These will do= zijn goed;That will not dowith me= gaat bij mij niet op;How do you do?= hoe gaat het?He did meon a wager= nam mij beet met;Could you do mesome fifty pounds?= zoowat 50l.leenen?Wedo theseat a shilling a piece= verkoopen;Hedidhimselfaway= beging zelfmoord;Wedid away withit= schaften het af;Do byothers as you wish to bedone by= doe anderen, zooals gij wenscht, dat men u zal doen;Todo for= zorgen voor, voldoende zijn; beetnemen;What can I do for you?wat is er van uw dienst?We have done for him=He was done forby us= wij hebben hem zijn vet gegeven, totaal verslagen;He did me forthree thousand pounds= zette mij af;These things will do forfly-catchers= kunnen dienen als;She wasdone in stone= gebeeldhouwd;Done intoEnglish= overgezet;Hedid offall his array= legde ter zijde;I am not going to bedone out ofit= laat me niet ontnemen;He hasdone me out of £ 3000= armer gemaakt;The house wasdone up= opgeknapt, gerepareerd;She hasdone him up= is hem te slim af geweest;Todo upa parcel= vastbinden, toebinden;To bedone up (knocked up) withthe heat= kapot van;I am done with youfor ever= je hebt voor goed bij mij afgedaan;I have done with him= met hem afgerekend;Have youdone with the umbrella?= moet je de parapluie nog gebruiken?I cando withoutit= kan er buiten, wel zonder;Todo battlefor= strijden voor;Todo the beds= doen;Todo bills= wissels realiseeren;Shedid her hair= maakte op;Todo Hamlet= spelen voor;Is your sister game todo the housekeeper= is uwe zuster geschikt (heeft ze lust) om de rol van huishoudster te spelen;Wedid the Isle of Wightin three days= reisden het eiland Wight rond;Todo like for like= met gelijke munt betalen;Todo paper= effecten, enz. omzetten;Todo a room= doen;She wasdone[152]brown= leelijk beetgenomen;Todo the grand= den heer uithangen;Todo the polite= zich zeer vriendelijk aanstellen;Youdo me proud= ik ben trotsch op je;I’lldoyouright (reason)= bescheid;They’vedone splendidly= zich kranig gehouden;Todo well= er goed aan doen; het goed maken;Done= fiat, afgesproken; klaar;Have done= schei uit;We are done (with it)= klaar;We were doneat three o’clock= 3 uur waren wij klaar;To bedone to death= ter dood gebracht;The meat wasdone to a turn= prachtig gebraden;Awell-to-doman= welgesteld;Anever-do-well= een wildzang;A do-all= duivelstoejager;Do-nothing= luilak, doeniet; adj. nietsdoend; subst.Do-nothingness= nietsdoen,laissez-faire;Doing:Fine doings these!= een mooie boel!There is not much doingaan de hand.Do,dou, ut of do (toonschaal); verkorting vanditto:Connubial dittoes= trouwpak.Doat,dout: Z.Dote.Dobbie,dobi, nar; een geest of kabouter (Noord Eng.).Dobbin,dobin, oud werkpaard.Dobell,dəbel.Docible,dosib’l,Docile,do(u)s(a)il, leerzaam, handelbaar; subst.Docility.Dock,dok, subst. dok, stompje, pit (van de paardestaart), afgekorte staart; zuring; bank der beschuldigden;Dockverb. afsnijden, kortstaarten, verminderen, afschaffen, dokken (van een schip):A(close-)docked tail;Dock-charges,Dock-dues= dok- of havengelden;Dock-master= havenmeester;Dock-warrant= geleibiljet, ceel;Dockyard= scheepswerf;Dockage= gelegenheid om te dokken; dokgeld;Docker= dokwerker.Docket,dokət, subst. korte inhoud, lijst der aanhangige rechtszaken of uitspraken; adreskaart (aan goederen), etiket;Docketverb. een korten inhoud maken, briefjes of nummers plakken op, den inhoud van een stuk op de rugzijde vermelden, adresseeren:To strike a docket= eene faillietverklaring aanvragen.Doctor,doktə, subst. doctor,dokter, leeraar; middel om wijn te vervalschen;Doctorverb. promoveeren, medicineeren, beter maken; vervalschen:He doctored usin the cholera days= behandelde ons;I live by doctor’s rule= op dieet;Doctors’ Commons, zieCommons;Doctor’s-stuff= medicijnen;Doctoral= doctoraal;Doctorate,doktərit, subst. doctoraat;Doctorate,doktəreit, verb. doctoreeren, promoveeren;Doctoress= doctores;Doctorship=Doctorate.Doctrinaire,doktrinêə, adj. doctrinair; ook subst.;Doctrinal:Doctrinal theology= dogmatiek;Doctrine,doktrin, leer, leerstuk, dogma.Document,dokjument, subst. bewijsstuk, document;Documentverb. documenteeren;Documental=Documentary:Documentary evidence= schriftelijke getuigenis;Documentary proof of one’s election= geloofsbrieven.Dod,dod, afsnijden, scheren (van wol).Dodder,dodə, warkruid;Dodder-grass= trilgras.Dodder,dodə, beven, trillen:Tododder about= rondstrompelen;Doddering fears.Doddle,dod’l, waggelen:Adoddling old dotard= een strompelende oude sufferd.Dodecagon,dədekəgon, twaalfhoek.Dodge,dodž, subst. plotselinge zijbeweging, kunstgreep, list, streek;Dodgeverb. plotseling opzij springen, ontwijken, uitwijken, uitvluchten bedenken, voorzichtig rondsluipen, slenteren, vermijden, als een schaduw volgen, nagaan, heen en weer bewegen, bedotten:Heworked the dodgesingled-handed= voerde de zwendelarij geheel alleen uit;He wentdodging aboutthe village= slenterde door;Dodger= slimmerd, bedrieger, kuiper, zwendelaar;Dodgery= zwendel, uitvlucht; adj.,Dodgy.Dodipole,dodipoul, sukkel, domkop.Dodman,dodm’n, tuinslak.Dodo,doudou, dodaars of basterdstruis (vroeger op Mauritius).Dodonian,doudounj’n, uitDodona, beroemd om haar orakel.Doe,dou, hinde, ree; wijfje;Doeskin,douskin, hertenleder, soort buckskin.Doff,dof, afzetten, uittrekken.Dog,dog, subst. hond,hondevleesch, vent, snaak; de Groote of Kleine Hond (sterrenbeeld); duivelsklauw, mijnkarretje, haardijzer;Dogverb. als een schaduw volgen, nauwkeurig nagaan:Anartful (sly) dog= een slimmerd;A sad dog= een snaak;Give a dog a bad name, and hang him= als men een hond wil slaan, vindt men wel een stok =There are more ways of killing a dog than hanging him;Togo to the dogs= ten onder gaan:Let sleeping dogs lie= maak geen - - - wakker;I call thisthrowing things to the dogs= de dingen weggooien;Adog and shadowconviction= persoonlijke;He isa dog in the manger= hij kan niet zien dat de zon in het water schijnt;The police dogged him= ging hem na;Dog-bee= hommel (mannetjesbij);Dog-berry= bes van de roode kornoelje;Dog-biscuit;Dog-briar (Dog-rose)= hondsroos;Dog-cart= twee- of vierwielig rijtuigje met twee banken (rug aan rug);Dog-cheap= spotgoedkoop;Dog-collar= halsband;Dog-days= hondsdagen;Dog-fancier= hondenfokker en -koopman;Dog-fennel= stinkende camille;Dogfish= o.a. hondshaai;Dog-fox= mannetjesvos;Dog-grass= kweek;Dog-hearted= onbarmhartig;Dog-hole= hondegat, hondenhok; hok, gat (fig.);Dog-kennel= hok;Dog-latin= kramerlatijn;Dog’s-ear= ezelsoor; ook verb.;Dog-sleep= hazenslaapje;Dog’s-meat= afval van vleesch, hondenvleesch;Dog-star= hondsster, Sirius;Dog-tooth= oogtand;Dog-trick= leelijke streek, gemeene behandeling;Dog-trot= sukkeldrafje;Dog-vane= waker (scheepst.);Dog-violet= hondsviooltje;Dog-watch= hondenwacht (van 4–6 of 6–8 p. m.);Dog-weary= zoo moe als een hond;Dogwood= roode kornoelje;Dogged; = norsch, hardnekkig:It’s dogged as does it= de aanhouder wint; subst.[153]Doggedness;Doggish= hondsch; subst.Doggishness.Doge,doudž, doge;Dogate,dougit,Dogeate,doudžit, waardigheid van een Doge.Dogger,dogə, dogger (vaartuig).Doggerel,dogərel, subst. rijmelarij =Doggerel rhymes.Dogma,dogmə, leerstuk; adj.Dogmatic(al);Dogmatism= dogmatisme;Dogmatize= dogmatizeeren.Doily,dôili, tafelmatje, slabbetje, servetje.Doit,dôit, duit, kleinigheid; 0,135 mGr.Dolce,doltši, zacht, liefelijk.Doldrums,doldr’mz, streek der windstilten:To bein the doldrums= lusteloos, gemelijk zijn, zich vervelen.Dole,doul, subst. portie, aalmoes; smart; marksteen;Doleverb. uit- of ronddeelen in kleine hoeveelheden (out);Happy man be his dole= moge hij gelukkig zijn;Doleful= smartelijk, treurig, akelig; subst.Dolefulness;Dolesome=Doleful.Doll,dol, pop:Doll’s eyes,dolzaiz, k(o)ralen (voor poppenoogen).Doll,dol, Doortje =Dolly,doli.Dollar,dolə, Amerik. munt (van 100 cents=ƒ2,50).Dol(l)man,dolm’n, lang Turksch gewaad; dolman.Dollop,doləp, klonter, klomp.Dolly,doli, Doortje; bak met geperforeerden bodem, om erts in te wasschen; grisette; blad met bloemen en vruchten; adj. sukkelig;Dolly-shop= stille bank van leening, lompenhandel.Dolly Varden,dolivâd’n, lichte en gebloemde soort van polonaise gedragen over een licht gekleurden rok; ook schuin gedragen hoed met bloemen.Dolorous,dolərɐs, pijnlijk, smartelijk;Dolour,doulə, smart, pijn:Our Lady of Dolours= naam van de H. Maagd Maria.Dolphin,dolfin, dolfijn; dolfijnvormig oor (van kanon of mortier), ducdalf, meerboei:He feltas much out of his element as a dolphin in a sentry-box= als een visch, die op het droge ligt.Dolt,doult, domkop, sukkel:Doltish= dom, sukkelachtig; subst.Doltishness.Domain,dəmein, macht, gezag, domein, gebied.Dombey,dombi.Dom-boc,doumbouk, wetboek uit den tijd van Koning Alfred =Domebook.Dome,doum, koepel, koepelvormig dak; een tempel, dom;Dome-shaped= koepelvormig;Domed= met een koepel, gewelfd.Domesday,dûmzdei; ZieDoomsday.Domesman,dûmzman, vroeger rechter =Doomsman.Domestic,dəmestik, subst. huisbediende, dienstbode; adj. huiselijk, huishoudelijk, tam, inlandsch;Domestics= binnenl. producten (Amer.);Domestic animals= huisdieren;Domestic economy= huishoudkunde;Domestic peace= huiselijke vrede;Domestic quarrels= binnenlandsche twisten;Domesticate,dəmestikeit, aan huiselijk leven gewennen, temmen, beschaven;Domesticity,doumestisiti, huiselijkheid.Domett,domət, katoenflanel.Domicile,domis(a)il, subst. domicilie;Domicileverb. (zijn) domicilie nemen, domicilieeren:A domiciliary visit= bezoek door de rechterlijke macht, met het oog op huiszoeking;Domiciliate(=Domicile):Todomicilea bill of exchange= een wissel domicilieeren;Domiciliation= domicilie.Dominant,domin’nt, subst. de dominante (Muziek); adj. heerschend, domineerend, ver zichtbaar;Dominate,domineit, heerschen, zich verheffen boven;Domination= heerschappij;Dominator= beheerscher;Dominative= heerschend;Domineer,dominîə, een gebiedenden, onbeschaamden toon voeren, den baas spelen; opspelen, woedend uitvaren.Dominic,dominik;Dominica,domənîkə,dəminikə.Dominical,dəminik’l:Dominical letter= Zondagsletter;Dominical prayer= het Onze Vader.Dominican,dəminik’n, Dominicaner monnik.Dominie,do(u)mini, schoolmeester (vaak iron.), dominé (Schotl.); predikant van Holl. gemeente (Amer.).Dominion,dəminj’n, oppermacht, heerschappij, gebied:Dominion Day= nationale feestdag in Canada (1 Juli);The Dominion= Canada.Domino,dominou, domino; dominosteen:Toplay at dominoes= domino spelen;Domino-box= dominospel, mond vol tanden.Don,don, subst. heer (vroeger titel, in Spanje),TutorofFellowvan een College aan een der hoogescholen; banjer;Donnish= pedant.Don,don, aandoen.Dona,dounja, Donna; meisje.Donalbain,donəlbein;Donald,don’ld.Donate,douneit, geven (Am.);Donation,deneiš’n, gave, gift, schenking;Donative,donətiv, subst. gift, schenking, benefice; adj. bij schenking gegeven.Doncaster,doŋkəstə.Done,dɐn, part. perf. vanto do. ZieDo.Donee,dounî, begiftigde.Donegal,donəgôl,donəgôl.Donga,doŋgə, spleet in eene rivierbedding, droge rivierb. (Z. A.).Donjon,dɐnž’n,donž’n, slottoren, kerker.Don Juan,dondžûən.Donkey,doŋki, ezel;Donkeyess,doŋkiəs, ezelin;Donkey-engine= een kleine hulpmachine aan boord;Donkey-pump= stoompomp (voor den ketel).Donne,don;Donnybrook,donibruk, ruw, woest, (genoemd naar:Donnybrook fair= woeste (Iersche) kermisboel);Donnybrook dance= woest gevecht;Donnybrook row= hevige ruzie.Don Quixote,donkwiksət.Doodle,dûd’l, subst. beuzelaar, sukkel;Yankee Doodle= Amerik. volkslied.Doob,dûb, gras als voeder gebruikt (Brit. Ind.).Dood,dûd, kameel:Dood-wallah(walə) = kameeldrijver (Brit. Ind.).Doolie,dûli, Brit. Ind. draagstoel.Doom,dûm, subst. oordeel, veroordeeling, lot, verdoeming;Doomverb. veroordeelen, straffen, richten:The crack of doom= de jongste dag, het einde der wereld;Doomsday= dag des oordeels;Doomsday-book= kadaster,[154]register van de landerijen (samengesteld op last van Willem den Veroveraar);Doomster= rechter.Doonga,dûŋgə, cano met vierkant zeil (Brit. Ind.).Door,dö, deur, ingang:That waslaid at his door= hem ten laste gelegd;Itlies at his door= het is zijne schuld;It was neverproved at his door= hem nooit bewezen;Helives next-door= in het huis (kamer) hiernaast;Next-door to him= naast hem;We hadnext-door to nothing= zoowat niets;In, within doors= binnenshuis;Out of doors= buitenshuis;Sent out of doors= weggestuurd;He leant against adoor-casing (-case)= kozijn =Door-frame;Door-handle= kruk;Door-hinges= hengsels;Door-keeper= portier;Door-mat= deurmat; voetveeg (fig.);Door-nail= plaatje, waarop de klopper neervalt:He isas dead as a door-nail= zoo dood als een pier (ook:As dead as a door-mat);Door-plate= naamplaatje;Door-post= deurstijl:He isas deaf as a door-post= zoo doof als een kwartel;Door-scraper= krabber;Door-step= stoep, of =Door-sill= drempel:You shall never darken my door(-step) again= jij zet geen voet meer over mijn drempel;Door-stone= steenen drempel;Door-way= ingang.Dop,dop, onderduiken; subst. diepe buiging; dop (bij het diamantslijpen).Dopatta,doupatə, soort sjerp (Br. Ind.).Dopper,dopə, schimpnaam voor de ouderwetsche en meer bekrompen leden der Geref. kerk in Zuid-Afrika.Dor,dö, kever (bladsprietig) =Dor-beetle.Dorado,dəreidou,dərâdou, Dorada, Zuidelijk sterrenbeeld van zes sterren; goudmakreel.Dorcas Society,dökəsəsaiiti, Vereeniging (van dames) tot Christelijk Hulpbetoon (Zie Handelingen IX, 36–41).Dorchester,dötšəstə.Dorée,derî,dorî, zonnevisch.Dorian,dôriən,Doric,dorik, Dorisch:Doric order= Dorische bouwstijl.Doring,dôriŋ, het leeuwerikenvangen met een slagnet en een spiegel.Dormancy,döm’nsi, rust;Dormant,döm’nt, subst. slaper (groote dwarsbalk); adj. slapend, liggend; ongebruikt, dood (Jurid.):Let us allow the matterto lie dormant= laten rusten;Dormant partner= stille vennoot;Dormer,dömə, verticaal venster in hellend dak (=Dormer-window);Dormitive= subst. en adj. slaapwekkend (middel);Dormitory,dömitəri, slaapzaal.Dormouse,dömaus, hazel-(berg)muis.Dorn,dön, rog, stekelrog.Dorothy,dorəthi, Dorothea.Dorsal,dös’l, dorsaal, rug …Dorse,dös, jonge kabeljauw; rug.Dorsel,dös’l, soort wollen stof.Dorset,dösət;Dorsetshire,dösətšə.Dorsum,dös’m, rug, heuvelrug.Dort,döt, Dordrecht.Dory,döri, zonnevisch (=John Dory); platboomd bootje (Amer.).Dose,dous, subst. dosis, bittere pil (fig.);Doseverb. afmeten (van geneesmiddelen), (een bittere pil) toedienen:They havedosed him with liquor= veel drank toegediend, suf of dronken gemaakt.Dosel,dos’l=Dossal= dorsale, geborduurd kleed achter het altaar; rijke draperie.Doss,dos, kussen, bed; slaapstee =Doss-house;Dosser= logé van een slaapstee, landlooper; huisvader.Dosser,dosə, kleed, wandtapijt; draagkorf.Dost,dɐst, 2de p.s. Pres. Imp. v.to do.Dot,dot, subst. stip, punt; kindje; huwelijksgift (Amer.);Dotverb. stippelen:Dotted lines= stippellijnen;Dot your i’s and cross your t’s= zet de puntjes op de i (ookfig.).Dotage,doutidž, suffigheid (vooral van ouderdom), overdreven teederheid, apenliefde;Dotard,doutəd, kindsche grijsaard, verliefde oude gek.Dotation,dəteiš’n, huwelijksgift, schenking.Dote,dout, suffen, dol verzot zijn op:Hedotes onher= is dol op haar;Doting= kindsch; dol, gek (on); subst.Doteness.Doth,dɐth=does.Dottard,dotəd=Dotard.Dottel, Dottle,dot’l, kluitje, propje (onverbrande) tabak in een pijp.Dott(e)rel,dot’r’l, Morinel pluvier; sukkel.Dottyville,dotivil:To bebooked for Dottyville= naar “Meerenberg” moeten.Double,dɐb’l, adj. dubbel, in paren, gekromd, dubbelzinnig; subst. tweevoud, duplicaat, dubbelganger, zijsprong, draai, kunstgreep;Doubleverb. vouwen, verdubbelen, herhalen, omzeilen, dichtknijpen, ballen, over elkaar slaan, doubleeren, verdubbelen van rotten (Mil.), zich verdubbelen, op zijn weg terugkeeren, omdraaien, listig ontwijken, bedriegen:They marched offat the double, at double-quick time= met den looppas;The Cape was doubled= omgezeild;He doubled his fists= balde;All the leaves weredoubled down= aan alle bladen waren ezelsooren;Wedoubled uponthe enemy= brachten hem tusschen twee vuren;Double-acting= dubbelwerkend (mechan.);Double-action;Adouble-barrelled rifle= geweer met dubbelen loop;Double-bass= contrabas;Double-breasted coat= jas met twee rijen knoopen;Double-chin= onderkin;A double-dealer= dubbelhartig mensch, bedrieger;Double-dealing, subst. en adj. dubbelhartig(heid);Double-Dutch= koeterwaalsch;Adouble-dyed villain= een aartsschurk;Double-eagle= goudstuk van twintig dollars (Amer.);Double-edged sword= tweesnijdend;Double-entry:Book-keeping by double-entry= Italiaansch boekhouden;Double-faced= met twee aangezichten, aan beide kanten bruikbaar; onoprecht;Double-first= de eerste zoowel in klassieke talen als in mathematische wetenschappen te Oxford; de graad door zoo iemand verkregen;Double-ganger= dubbelganger;Double-handed= met twee handvatten;Double-hearted= verraderlijk, valsch;Double-knock= korte dubbele klop (met een deurklopper);Double-minded= weifelend, besluiteloos;Double-railed= met dubbel spoor;Double-shot= dubb. lading;Double-shotverb. zwaar laden, aandikken[155](fig.);Double-tide= overuur;Double-tongued= uit twee monden sprekende;Double-track= dubbelspoor;Doubleness= dubbel zijn; dubbelzinnigheid.Doublet,dɐblət, wambuis, buis, vest, doublette (een woord van denzelfden stam als een ander, maar verschillend in vorm en beteek.);Doublets= dobbelspel (soort vantriktrak); hetzelfde getal op beide dobbelsteenen.Doubloon,dɐblûn, Spaansch en Zuid-Amer. goudstuk (±ƒ 12).Doubt,daut, subst. twijfel, onzekerheid, aarzeling, vrees;Doubtverb. weifelen, aarzelen, twijfelen, vermoeden, verdenken, vreezen:Beyond a doubt= boven allen twijfel verheven;I haveput it beyond doubt= buiten allen twijfel geplaatst;No doubt= ongetwijfeld;Doubtful= twijfelachtig, weifelend, verdacht, dubbelzinnig, onzeker; subst.Doubtfulness;Doubtless= ongetwijfeld.Douche,dûš, douche, stortbad.Dough,dou, deeg:My cake is dough= mijn plan is in duigen gevallen;Adough-facedfellow= jabroer, polit. weerhaan (Amer.);Dough-kneaded= zoo zacht als deeg (Amer.);Doughnut= soort pannekoek;Doughy= week, bleek.Doughtiness,dautinəs, manhaftigheid, flinkheid; adj.Doughty= flink.Douglas,dɐgləs.Dour,dûə, hard, streng, onbuigzaam (Schotl.).Douse,daus, adj. ernstig, eerbaar;Douseverb. plotseling onderdompelen of in ’t water vallen; ineens vieren of neerlaten; uitdooven; ranselen.Dove,dɐv, duif, duifje (fig.);Dove-cot(e),Dove-house= duivenhok, duiventil;Dove’s-foot= fijnblad ooievaarsbek;Dovetail, subst. zwaluwstaart;Dovetailverb. vast verbinden, samenvoegen met zwaluwstaarten:His own work and the quoted passagesdovetail into one another= sluiten in elkander.Dover,douvə:The Straits of Dover= het Nauw van Calais;Dover Court= een luidruchtige bijeenkomst.Dowager,dauidžə, douairière:Queen dowager= koningin-weduwe (moeder).Dowden,daud’n.Dowdy,daudi, subst. ouderwetsch of slordig gekleede vrouw, slons; adj. ouderwetsch, slonzig =Dowdyish.Dowel,dau’l, subst. houten pen of nagel;Dowelverb. met pennen verbinden.Dower,dauə, subst. weduwengoed;Dowerverb. een uitzet geven;Dowerless= zonder bruidschat, arm.Dowlas,dauləs, grof linnen goed.Dowl(e),daul, pluim, veder.Down,daun, subst. dons, nestveeren; zaadpluimpje; zacht haar; duin, schapenweide:The Downs= een groote reede aan de kust v. Kent;Downy= donzig, piekfijn.Down,daun, beneden, naar beneden, onder; af, van de hoofdstad of van een hoofdstation weg; terneergeslagen, koest (tegen honden), etc.;Downverb. neerdrukken, ontmoedigen, neerdalen:Down the country= weg van de hoofdstad;Down the sound= in de richting van de ebbe zeewaarts;Down the stream= stroomafwaarts;Down town= naar het centrum (handelswijk) der stad;To bedown at heel= afgetrapt;To bedown for a club= vóórhangen;To bedown in the mouth= neerslachtig =Down on one’s luck= in moeielijkheden;Down the wind= met den wind mee;I like herdown to the ground= dolgraag;That part suits youdown to the ground= is geknipt voor je;From the mayordown tothe meanestcitizen= tot den geringsten burger toe;Tobe down on= uitvaren tegen;I’llbe down upon you= ’k zal je wel krijgen;Tobe down with the influenza= aangetast door, te bed liggen met;Down with him= weg met hem;Tofeel down= somber, neerslachtig;Togo down into the country= naar buiten gaan;That will notgo down with me= dat wil er bij mij niet in;He hasgone down= is met vacantie naar huis gegaan (v. studenten);The wind is down= is gaan liggen;Tolook down upon= neerzien op;Topay down= kontant;Toturn upside down= onderste boven keeren;In writing for children, be careful notto write downtoo much= niet te kinderachtig te schrijven;He is not to be downedby censure= laat zich niet ontmoedigen;Todownbear= drukken, verdrukken;A downcast look= sombere blik;Downcome= plotselinge val, omverwerping;He is adown-Easter= iemand, in de Oostel. staten wonend (somsNew-Eng.ofMaine);Downfall= instorting, val (van water), plotselinge val, ondergang;Downhaul= touw om een zeil neer te halen;Downhearted= neerslachtig;Downhill= bergafwaarts:Downhill work= gemakkelijk werk;Down-line= spoorlijn (van de hoofdplaats of het middelpunt af);Down-passenger= passagier met eenDown-train;Downpour= plasregen;Downright= rechtstreeks, rondweg, echt, volslagen, plotseling, dadelijk, loodrecht, openhartig, grondig:ADownright fool= gek in folio, echte dwaas; subst.Downrightness;Downstairs= (naar) beneden, het dienstpersoneel betreffend;She wasdown-thump onhim= pakte hem (te) hard aan;Down-stroke= neerhaal, neergaande beweging;Down-train= trein (van de hoofdplaats of het middelpunt af);Down-trod(den)= platgetreden, overheerscht;Down-weed= roerkruid, viltkruid;Downy= sluw.
Dispirit,dispirit, ontmoedigen, bang maken.Displace,displeis, verplaatsen, verleggen, verschuiven; afzetten, ontzetten; verdringen, vervangen; subst.Displacement= ook waterverplaatsing (v. schepen).Display,displei, subst. vertooning, vertoon, tentoonstelling; ontvouwing;Displayverb. ontvouwen, ontwikkelen, tentoonspreiden, vertoon maken:Adisplay of fireworks.Displease,displîz, onaangenaam zijn, mishagen;Displeased= boos (with,at);Displeasing,displîziŋ, onaangenaam; subst.Displeasingness;Displeasure,displežə, subst. misnoegen, ongenade.Disport,dispöt, subst. spel, tijdverdrijf;Disportverb. spelen, dartelen, zich vermaken.Disposable,dispouzəb’l, beschikbaar;Disposal,dispouz’l, regeling, schikking, controle, beschikking:I amat your disposal= tot uw dienst, te uwer beschikking;Thedisposal in marriage= uithuwelijking;Thedisposal by sale= verkoop;Dispose,dispouz, schikken, regelen, uitdeelen, bestemmen, bewegen, beschikken, disponeeren; verkoopen:Man proposes, God disposes= de mensch wikt, God beschikt;It wasdisposed of by will= vermaakt bij testament;This house will bedisposed of by valuation= is te koop voor de geschatte waarde;Hedisposed ofhis houseforhalf the value= deed van de hand;How will you dispose of yourself?[149]= wat ga je uitvoeren?Hedisposed onthem for the amount of £ 500, to his own order= trok op hen - - -;Disposed= geneigd, gezind, gestemd:I am notdisposed toit= niet voor gedisponeerd;He hasa disposing mindfor it= neiging;Disposition,dispəziš’n, subst. schikking, indeeling, gesteldheid, beschikking, neiging, gezindheid, aard, aanleg:The house isat your disposition= te uwer beschikking;I had the worstDispositioneddonkey= kwaadwilligste ezel.Dispossess,dispəzes, uit het bezit verdrijven, berooven, bevrijden:He was dispossessed from (of) the throne by his brother; subst.Dispossession.Dispraise,dispreiz, subst. blaam, verwijt;Dispraiseverb. laken, berispen, verwijten.Disproof,disprûf, weerlegging.Disproportion,disprəpöš’n, subst. wanverhouding, onevenredigheid;Disproportionverb. onevenredig maken;Disproportionable=Disproportional=Disproportionate= ongelijk, onevenredig; subst.Disproportionality=Disproportionateness.Disprovable,disprûvəb’l, weerlegbaar, berispelijk;Disprove,disprûv, weerleggen.Disputable,dispjutəb’l,dispjûtəb’l, betwistbaar; twistziek;Disputant,dispjut’nt, subst. disputant, opponens; adj. betwistend, strijdig;Disputation,dispjuteiš’n, woordentwist;Disputatious= twistziek, tot opponeeren geneigd;Dispute,dispjût, subst. woordentwist, debat, geschil;Disputeverb. twisten, debatteeren, betwisten, verdedigen:Beyond (Past, Without) dispute= zonder kwestie;To arrange (settle) a dispute= bijleggen;Hedisputed forthe empire= hij betwistte een ander het bezit van;Disputed= betwist.Disqualification,diskwolifikeiš’n, onbevoegdverklaring, uitsluiting, onbevoegdheid;Disqualify,diskwolifai, onbevoegd (onbekwaam) verklaren (maken), uitsluiten.Disquiet,diskwaiit, subst. angst, onrust;Disquietverb. verontrusten, kwellen;Disquietous= angst- of onrustwekkend;Disquietude= onrustigheid, ongerustheid.Disquisition,diskwiziš’n, verhandeling, onderzoek;Disquisitional, onderzoekings.…Disraeli,disreili.Disregard,disrigâd, subst. minachting, verwaarloozing;Disregardverb. geringschatten, in den wind slaan, negeeren; adj.Disregardful.Disrelish,disreliš, subst. afkeer, tegenzin;Disrelishverb. geen zin hebben in, een afkeer hebben van; tegen maken.Disrepair,disripêə, verval, bouwvalligheid.Disreputable,disrepjutəb’l, berucht, schandelijk;Disrepute,disripjût, subst. slechte naam, oneer, schande:Tobring into disrepute=Tobring disrepute upon= in discrediet brengen;Tofall (sink) into disrepute= in kwaden reuk komen.Disrespect,disrispekt, subst. geringschatting, minachting, oneerbiedigheid;Disrespectverb. geringschatten;Disrespectability= onwaardigheid, onsoliditeit;Disrespectable= onwaardig, onsolide;Disrespectful= oneerbiedig, onbeleefd, minachtend.Disrobe,disroub, uitkleeden, berooven.Disroot,disrût, ontwortelen.Disrupt,disrɐpt, adj. verbroken;Disruptverb. scheiden, verbreken;Disruption= scheiding, splitsing, verbreking, breuk;Disruptive discharge= plotselinge ontlading.Dissatisfaction,disatisfakš’n, ontevredenheid;Dissatisfactory= onbevredigend;Dissatisfy= mishagen, niet voldoen, ontevreden maken, teleurstellen.Dissect,disekt, ontleden, scherp en kritisch onderzoeken;Dissecting-room (Dissecting-table)= snijkamer (snijtafel);Dissection= sectie, nauwkeurig onderzoek;Dissector= anatoom, prosector.Disseise,disîz, uit het bezit stooten;Disseisee= de onwettig uit zijn bezit gestootene;Disseisin,disîzin, wederrechtelijke inbezitneming;Disseisor,disîzə, onwettig bezitnemer; vr.Disseisoress.Dissemble,disemb’l, verbergen, veinzen, huichelen;Dissembler= huichelaar;Dissembling, huichelachtig; subst. huichelarij.Disseminate,disemineit, verspreiden, uitstrooien; subst.Dissemination;Disseminator.Dissension,disenš’n, tweedracht, oneenigheid.Dissent,disent, subst. verschil (van gevoelen), afscheiding (van eene kerk, de Dissenters);Dissentverb. verschillen (van gevoelen), zich afscheiden;Dissenter= afgescheidene (van de Staatskerk) =Dissentient,disenš’nt, adj. afwijkend:With one dissentient voice= één stem tegen;Dissenting views= afwijkende meeningen.Dissertation,disəteiš’n, verhandeling, dissertatie.Disservice,disɐ̂vis, ondienst, nadeel, schade.Dissever,disevə, scheiden, afsnijden, splijten; subst.Disseverance.Dissidence,disidens, oneenigheid; scheiding;Dissident, afwijkend.Dissilient,disilj’nt, openspringend.Dissimilar,disimilə, ongelijk;Dissimilarity, ongelijkheid =Dissimilitude,disimilitjûd, ook: tegenstelling.Dissimulate,disimjuleit, veinzen;subst.Dissimulation;Dissimulator= huichelaar.Dissipate,disipeit, verstrooien, verdrijven, weggooien, verkwisten, uitputten, zich verspreiden:Dissipated= liederlijk;Dissipation= verkwisting, losbandigheid.Dissociate,disoušieit, scheiden; afzonderen; subst.Dissociation.Dissolubility,disəl(j)ubiliti,disoljubiliti, oplosbaarheid;Dissoluble,disəl(j)ûb’l,disoljub’l, oplosbaar.Dissolute,disəl(j)ût, losbandig; subst.Dissoluteness;Dissolution,disəl(j)ûš’n, smelting, oplossing, dood;Dissolvable= oplosbaar;Dissolve,dizolv, oplossen, scheiden, ontbinden, ophouden te bestaan, sluiten (van vergaderingen):To dissolve partnership= ontbinden;Dissolved in tears= wegsmeltende;Dissolvent,dizolv’nt, oplossend (middel);Dissolving views= lichtbeelden.Dissonance,disən’ns, wanklank;Dissonant= wanklinkend, afwijkend.Dissuade,disweid, afraden;Dissuasion,disweiž’n, afrading, ontrading;Dissuasive,disweisiv, ontradend; ontrading.[150]Dissyllabic,disilabik, tweelettergrepig;Dissyllable,disiləb’l, woord van twee lettergrepen.Distaff,distaf, spinrok(ken), vrouw(elijk geslacht);Distaff-side= de vrouwelijke linie.Distance,dist’ns, subst. afstand (ookfig.), tusschenruimte, verschiet, tijdruimte, interval (muziek), afstand van ± 200 M. van den eindpaal (aangewezen door denDistance-post);Distanceverb. verwijderen, ver achter zich laten:At a distance= op een afstand;In the distance= in de verte;Out of distance= onafzienbaar ver;Hekeeps his distance= hij weet waar hij staan moet;I know my distance= weet waar ik staan moet;The jockey hassaved his distance= had dendistance-post(200 M. vóór denWinning-post) bereikt, voor de winner aan het einde der baan was (en mocht daarom verder aan de wedrennen deelnemen);That horse wasdistanced= dit paard viel uit, omdat het dendistance-postnog niet had bereikt, toen zijn mededinger aan denWinning-postwas;He wasdistanced= legde het schandelijk af;Distant,dist’nt, verwijderd, afgelegen, koel:He wasdistant and reserved= erg op een afstand.Distaste,disteist, subst. afkeer, walging:Hetook a distaste atit= walgde ervan;Distasteful= walgelijk, onaangenaam; subst.Distastefulness.Distemper,distempə, subst. ongesteldheid (thans vooral bij hond, paard en rundvee); tempera-schilderwerk, waarbij de kleuren met een bindmiddel zijn vermengd; een zoo bereide kleurstof;Distemperverb. in de war brengen, tempera-schilderen;Distempered, ongesteld, getroubleerd, ontevreden.Distend,distend, uitstrekken, rekken, uitzetten, opzwellen:Todistend a crush hat= laten uitspringen;The horsedistended its nostrils= spalkte open;Distension,Distention,distenš’n, uitzetting, omvang.Distich,distik, distichon.Distil(l),distil, in druppels neervallen, zacht vloeien, distilleeren, laten druppelen:Distilled damnation= volkskanker;Distillate= distillaat;Distillation= distillatie;Distillatory, distilleer …;Distiller= brander;Distillery= branderij, stokerij;Distilment=Distillate.Distinct,distiŋkt, onderscheiden, duidelijk:As distinct from= geplaatst tegenover;Distinction,distiŋkš’n, onderscheid, onderscheiding, onderscheidingsteeken, aanzien, rang, voornaamheid:Without distinction= zonder onderscheid;Distinguish,distiŋgwiš, onderscheiden, indeelen, kenmerken, zich onderscheiden;Distinguishable= te onderscheiden, opmerkelijk;Distinguished= onderscheiden, aanzienlijk, uitstekend.Distingué,distiŋgei=Distinguished, ook: regenmantel.Distort,distöt, verwringen, verdraaien; trekken (van hout); subst.Distortion;Distortive= verdraaid, verwrongen.Distract,distrakt, afleiden, afwenden, verwarren, storen (v. de geestvermogens), verbijsteren:Distracted= verward, onthutst, dol, razend;Distractedness=Distraction, ook afleiding:Heallowed himself no distraction= hij gunde zich geene ontspanning;Distractive= verwarrend, verontrustend.Distrain,distrein, beslag leggen op:He threatened todistrain for the money= beslag te zullen leggen (op het goed) om het geld te krijgen;Distrainable= waarop beslag gelegd kan worden;Distrainer= hij die beslag legt;Distraint= beslaglegging (on).Distraught,distrôt=Distracted.Distress,distres, subst. droefheid, smart, benauwdheid, ellende, nood, tegenspoed; beslaglegging;Distressverb. benauwen, ongelukkig maken, beslag leggen:To levy (make, put in) a distress= beslag leggen;He isin distress formoney= heeft geldgebrek;Flag of distress= noodvlag;Warrant of distress= bevel tot beslaglegging;Adistressed ship= schip in nood;Distressful= ellendig, jammerlijk;Distressing= rampspoedig, pijnlijk.Distributable,distribjutəb’l, verdeelbaar;Distribute,distribjut, verdeelen, uitdeelen, verbreiden, toebedeelen, sorteeren of distribueeren (van letters);Distribution,distribjûš’n, verdeeling, toebedeeling, sorteering, verbreiding;Distributive, subst. distributief woord (b.v.ieder); adj. verdeelend.District,distrikt, subst. gebied, streek, afdeeling, district, provincie;Districtverb. in districten verdeelen (Amer.);District-court= arrondissementsrechtbank (Amer.);District-visitor= armenbezoek(st)er.Distrust,distrɐst, subst. wantrouwen, verdenking;Distrustverb. wantrouwen, verdenken; adj.Distrustful; subst.Distrustfulness.Disturb,distɐ̂b, verstoren, doen afwijken, in wanorde brengen, verontrusten, belemmeren, in beroering brengen:Do notdisturb the sleeping lion= stoor niet;Disturbance= rustverstoring, stoornis, verwarring, verhindering.Disunion,disjûnj’n, scheiding, ophitsing, tweedracht; oneenigheid;Disunite,disjunait, scheiden, gescheiden raken, uit elkaar gaan;Disunity= gescheidenheid.Disuse,disjûs, onbruik, ongewoonte:Tocome (fall) into disuse= in onbruik geraken.Disuse,disjûz, niet meer gebruiken, ontwennen, afnemen.Ditch,ditš, subst. greppel, sloot, gracht;Ditchverb. eene sloot graven, draineeren, met een sloot omringen:It isas dull as ditchwater= verschrikkelijk langdradig;Todie in the last ditch= zich tot het uiterste verdedigen;I amin a dry ditch= heb mijne schaapjes op het droge;Ditcher= slootgraver; schip dat door het Suezkanaal vaart.Dithyramb,dithiram(b),Dithyrambus,dithirambəs, dithyrambe; adj.Dithyrambic.Dittander,ditandə, peperkers.Ditto,ditou, hetzelfde:Asuit of dittoes (does)= een pak kleeren van ééne stof.Ditty,diti, subst. liedje, deuntje;Dittyverb. zingen, neuriën;Ditty-bag= naaizak (met naalden, garen, etc.).Diuresis,dai-jurîsis, sterke urineafscheiding;Diuretic,dai-juretic, urine-afscheidend (middel).Diurna,daiɐ̂nə, dagvlinders, kapellen;Diurnal,daiɐ̂n’l, dagelijksch, dag …; subst. dagboek.[151]Divagation,daivəgeiš’n, afwijking, afdwaling, weiding.Divan,divan, staatsraad (Turkije); raadzaal; rechtszaal; Turksch koffiehuis; rookkamer, sofa; verzameling gedichten.Divaricate,daivarikeit, adj. gevorkt;Divaricateverb. zich vertakken, in twee takken scheiden, zich afwenden van; subst.Divarication.Dive,daiv, subst. duiking in het water met het hoofd vooruit, plotselinge greep; dievenhol;Diveverb. duiken, zich verdiepen, doordringen:Hemade a diveforit= hij dook (greep) ernaar;Diver= zeeduiker; zakkenroller.Diverge,d(a)ivɐ̂dž, divergeeren, afwijken; subst.Divergence;Divergent opinions= afwijkende.Divers,daivəz,daivəs, verscheidene, ettelijke;Diverse,d(a)ivɐ̂s,daivəs, onderscheidene;Diversification, verscheidenheid, verschil, verandering;Diversiform= van verschillenden vorm;Diversify= varieeren, afwisselen;Diversion,d(a)ivɐ̂š’n, afleiding, uitspanning, vermaak; schijnbeweging, verlegging:Tocreate a diversion= eene afleiding bezorgen;Diversity,d(a)ivɐ̂siti, verscheidenheid, ongelijkheid.Divert,d(a)ivɐ̂t, afleiden, afbrengen van, vermaken; eene schijnbeweging maken;Diverting= vermakelijk;Divertisement= amusement;Divertive= vermakend.Dives,daivîz, de rijke man.Divest,divest, ontdoen, berooven, ontblooten; zich afwennen (=oneself);Dives(ti)ture,dives(ti)tjə, berooving (van bezit of recht);Divestment= het beroofd zijn (worden).Divide,divaid, verdeelen, deelen, verleggen, scheiden, openen, splijten, in tweeën gaan; stemmen; subst. (water)scheiding:Todivide the House= een stemming houden (in ’t Lagerhuis);Dividend,divid’end, deeltal, dividend:Dividend-warrant= dividendbewijs;Divider= deeler:Dividers= passer om lijnen in een zeker aantal gelijke deelen te verdeelen.Divination,divineiš’n, voorspelling, voorgevoel; adj.Divinatory;Divine,divain, subst. godgeleerde, geestelijke; adj. goddelijk, hemelsch, buitengewoon, voortreffelijk;Divineverb. voorzèggen, gissen, raden:Divine service= godsdienstoefening; subst.Divineness;Divining-rod= tooverroede (om te ontdekken waar water onder den grond wordt gevonden).Diving:Diving-bell,daiviŋbel, duikerklok;Diving-dress= duikerspak.Divinity,diviniti, god(delijk)heid, godgeleerdheid:Adivinity student;Divinify,divinifai, vergoddelijken.Divisibility,divizibiliti, deelbaarheid;Divisible= deelbaar;Division= verdeeling, verdeeldheid, deeling, afdeeling, scheiding, schot, aandeel, divisie, stemming;Divisional= afdeelings..;Divisor= deeler.Divorce,divös, subst. echtscheiding;Divorceverb. scheiden (van den echt):Divorce from bed and board= scheiding van tafel en bed (ookJudicial separationgenoemd);Bill of Divorce= vonnis van echtscheiding;He divorced her= liet zich van haar scheiden;Divorcer= scheidingsmotief.Divulge,divɐldž, onthullen, openbaar maken, verspreiden.Divulsion,divɐlš’n, vaneenscheuring.Dizen,daiz’n, zich optooien (out).Dizziness,dizinəs= duizeligheid;Dizzy,dizi, adj. duizelig, duizelingwekkend; onnadenkend;Dizzinessverb. duizelig maken, ronddraaien, verwarren.Do,dû, subst. handeling, daad, moeite, drukte, bedrog; maal;Doverb. doen, verrichten, volvoeren, gereedmaken, voleindigen, zich gedragen, zich bevinden, voldoende zijn, enz.:I have done my do= het mijne gedaan;It was alla do=bedrog, afzetterij;Tomake a great to-do= veel drukte maken over;There’s nothing to do butyielding= niets anders aan te doen dan;I will have nothing to do withhim= te maken hebben;What’s to do= wat is er aan de hand?That will do= zoo is ’t goed;These will do= zijn goed;That will not dowith me= gaat bij mij niet op;How do you do?= hoe gaat het?He did meon a wager= nam mij beet met;Could you do mesome fifty pounds?= zoowat 50l.leenen?Wedo theseat a shilling a piece= verkoopen;Hedidhimselfaway= beging zelfmoord;Wedid away withit= schaften het af;Do byothers as you wish to bedone by= doe anderen, zooals gij wenscht, dat men u zal doen;Todo for= zorgen voor, voldoende zijn; beetnemen;What can I do for you?wat is er van uw dienst?We have done for him=He was done forby us= wij hebben hem zijn vet gegeven, totaal verslagen;He did me forthree thousand pounds= zette mij af;These things will do forfly-catchers= kunnen dienen als;She wasdone in stone= gebeeldhouwd;Done intoEnglish= overgezet;Hedid offall his array= legde ter zijde;I am not going to bedone out ofit= laat me niet ontnemen;He hasdone me out of £ 3000= armer gemaakt;The house wasdone up= opgeknapt, gerepareerd;She hasdone him up= is hem te slim af geweest;Todo upa parcel= vastbinden, toebinden;To bedone up (knocked up) withthe heat= kapot van;I am done with youfor ever= je hebt voor goed bij mij afgedaan;I have done with him= met hem afgerekend;Have youdone with the umbrella?= moet je de parapluie nog gebruiken?I cando withoutit= kan er buiten, wel zonder;Todo battlefor= strijden voor;Todo the beds= doen;Todo bills= wissels realiseeren;Shedid her hair= maakte op;Todo Hamlet= spelen voor;Is your sister game todo the housekeeper= is uwe zuster geschikt (heeft ze lust) om de rol van huishoudster te spelen;Wedid the Isle of Wightin three days= reisden het eiland Wight rond;Todo like for like= met gelijke munt betalen;Todo paper= effecten, enz. omzetten;Todo a room= doen;She wasdone[152]brown= leelijk beetgenomen;Todo the grand= den heer uithangen;Todo the polite= zich zeer vriendelijk aanstellen;Youdo me proud= ik ben trotsch op je;I’lldoyouright (reason)= bescheid;They’vedone splendidly= zich kranig gehouden;Todo well= er goed aan doen; het goed maken;Done= fiat, afgesproken; klaar;Have done= schei uit;We are done (with it)= klaar;We were doneat three o’clock= 3 uur waren wij klaar;To bedone to death= ter dood gebracht;The meat wasdone to a turn= prachtig gebraden;Awell-to-doman= welgesteld;Anever-do-well= een wildzang;A do-all= duivelstoejager;Do-nothing= luilak, doeniet; adj. nietsdoend; subst.Do-nothingness= nietsdoen,laissez-faire;Doing:Fine doings these!= een mooie boel!There is not much doingaan de hand.Do,dou, ut of do (toonschaal); verkorting vanditto:Connubial dittoes= trouwpak.Doat,dout: Z.Dote.Dobbie,dobi, nar; een geest of kabouter (Noord Eng.).Dobbin,dobin, oud werkpaard.Dobell,dəbel.Docible,dosib’l,Docile,do(u)s(a)il, leerzaam, handelbaar; subst.Docility.Dock,dok, subst. dok, stompje, pit (van de paardestaart), afgekorte staart; zuring; bank der beschuldigden;Dockverb. afsnijden, kortstaarten, verminderen, afschaffen, dokken (van een schip):A(close-)docked tail;Dock-charges,Dock-dues= dok- of havengelden;Dock-master= havenmeester;Dock-warrant= geleibiljet, ceel;Dockyard= scheepswerf;Dockage= gelegenheid om te dokken; dokgeld;Docker= dokwerker.Docket,dokət, subst. korte inhoud, lijst der aanhangige rechtszaken of uitspraken; adreskaart (aan goederen), etiket;Docketverb. een korten inhoud maken, briefjes of nummers plakken op, den inhoud van een stuk op de rugzijde vermelden, adresseeren:To strike a docket= eene faillietverklaring aanvragen.Doctor,doktə, subst. doctor,dokter, leeraar; middel om wijn te vervalschen;Doctorverb. promoveeren, medicineeren, beter maken; vervalschen:He doctored usin the cholera days= behandelde ons;I live by doctor’s rule= op dieet;Doctors’ Commons, zieCommons;Doctor’s-stuff= medicijnen;Doctoral= doctoraal;Doctorate,doktərit, subst. doctoraat;Doctorate,doktəreit, verb. doctoreeren, promoveeren;Doctoress= doctores;Doctorship=Doctorate.Doctrinaire,doktrinêə, adj. doctrinair; ook subst.;Doctrinal:Doctrinal theology= dogmatiek;Doctrine,doktrin, leer, leerstuk, dogma.Document,dokjument, subst. bewijsstuk, document;Documentverb. documenteeren;Documental=Documentary:Documentary evidence= schriftelijke getuigenis;Documentary proof of one’s election= geloofsbrieven.Dod,dod, afsnijden, scheren (van wol).Dodder,dodə, warkruid;Dodder-grass= trilgras.Dodder,dodə, beven, trillen:Tododder about= rondstrompelen;Doddering fears.Doddle,dod’l, waggelen:Adoddling old dotard= een strompelende oude sufferd.Dodecagon,dədekəgon, twaalfhoek.Dodge,dodž, subst. plotselinge zijbeweging, kunstgreep, list, streek;Dodgeverb. plotseling opzij springen, ontwijken, uitwijken, uitvluchten bedenken, voorzichtig rondsluipen, slenteren, vermijden, als een schaduw volgen, nagaan, heen en weer bewegen, bedotten:Heworked the dodgesingled-handed= voerde de zwendelarij geheel alleen uit;He wentdodging aboutthe village= slenterde door;Dodger= slimmerd, bedrieger, kuiper, zwendelaar;Dodgery= zwendel, uitvlucht; adj.,Dodgy.Dodipole,dodipoul, sukkel, domkop.Dodman,dodm’n, tuinslak.Dodo,doudou, dodaars of basterdstruis (vroeger op Mauritius).Dodonian,doudounj’n, uitDodona, beroemd om haar orakel.Doe,dou, hinde, ree; wijfje;Doeskin,douskin, hertenleder, soort buckskin.Doff,dof, afzetten, uittrekken.Dog,dog, subst. hond,hondevleesch, vent, snaak; de Groote of Kleine Hond (sterrenbeeld); duivelsklauw, mijnkarretje, haardijzer;Dogverb. als een schaduw volgen, nauwkeurig nagaan:Anartful (sly) dog= een slimmerd;A sad dog= een snaak;Give a dog a bad name, and hang him= als men een hond wil slaan, vindt men wel een stok =There are more ways of killing a dog than hanging him;Togo to the dogs= ten onder gaan:Let sleeping dogs lie= maak geen - - - wakker;I call thisthrowing things to the dogs= de dingen weggooien;Adog and shadowconviction= persoonlijke;He isa dog in the manger= hij kan niet zien dat de zon in het water schijnt;The police dogged him= ging hem na;Dog-bee= hommel (mannetjesbij);Dog-berry= bes van de roode kornoelje;Dog-biscuit;Dog-briar (Dog-rose)= hondsroos;Dog-cart= twee- of vierwielig rijtuigje met twee banken (rug aan rug);Dog-cheap= spotgoedkoop;Dog-collar= halsband;Dog-days= hondsdagen;Dog-fancier= hondenfokker en -koopman;Dog-fennel= stinkende camille;Dogfish= o.a. hondshaai;Dog-fox= mannetjesvos;Dog-grass= kweek;Dog-hearted= onbarmhartig;Dog-hole= hondegat, hondenhok; hok, gat (fig.);Dog-kennel= hok;Dog-latin= kramerlatijn;Dog’s-ear= ezelsoor; ook verb.;Dog-sleep= hazenslaapje;Dog’s-meat= afval van vleesch, hondenvleesch;Dog-star= hondsster, Sirius;Dog-tooth= oogtand;Dog-trick= leelijke streek, gemeene behandeling;Dog-trot= sukkeldrafje;Dog-vane= waker (scheepst.);Dog-violet= hondsviooltje;Dog-watch= hondenwacht (van 4–6 of 6–8 p. m.);Dog-weary= zoo moe als een hond;Dogwood= roode kornoelje;Dogged; = norsch, hardnekkig:It’s dogged as does it= de aanhouder wint; subst.[153]Doggedness;Doggish= hondsch; subst.Doggishness.Doge,doudž, doge;Dogate,dougit,Dogeate,doudžit, waardigheid van een Doge.Dogger,dogə, dogger (vaartuig).Doggerel,dogərel, subst. rijmelarij =Doggerel rhymes.Dogma,dogmə, leerstuk; adj.Dogmatic(al);Dogmatism= dogmatisme;Dogmatize= dogmatizeeren.Doily,dôili, tafelmatje, slabbetje, servetje.Doit,dôit, duit, kleinigheid; 0,135 mGr.Dolce,doltši, zacht, liefelijk.Doldrums,doldr’mz, streek der windstilten:To bein the doldrums= lusteloos, gemelijk zijn, zich vervelen.Dole,doul, subst. portie, aalmoes; smart; marksteen;Doleverb. uit- of ronddeelen in kleine hoeveelheden (out);Happy man be his dole= moge hij gelukkig zijn;Doleful= smartelijk, treurig, akelig; subst.Dolefulness;Dolesome=Doleful.Doll,dol, pop:Doll’s eyes,dolzaiz, k(o)ralen (voor poppenoogen).Doll,dol, Doortje =Dolly,doli.Dollar,dolə, Amerik. munt (van 100 cents=ƒ2,50).Dol(l)man,dolm’n, lang Turksch gewaad; dolman.Dollop,doləp, klonter, klomp.Dolly,doli, Doortje; bak met geperforeerden bodem, om erts in te wasschen; grisette; blad met bloemen en vruchten; adj. sukkelig;Dolly-shop= stille bank van leening, lompenhandel.Dolly Varden,dolivâd’n, lichte en gebloemde soort van polonaise gedragen over een licht gekleurden rok; ook schuin gedragen hoed met bloemen.Dolorous,dolərɐs, pijnlijk, smartelijk;Dolour,doulə, smart, pijn:Our Lady of Dolours= naam van de H. Maagd Maria.Dolphin,dolfin, dolfijn; dolfijnvormig oor (van kanon of mortier), ducdalf, meerboei:He feltas much out of his element as a dolphin in a sentry-box= als een visch, die op het droge ligt.Dolt,doult, domkop, sukkel:Doltish= dom, sukkelachtig; subst.Doltishness.Domain,dəmein, macht, gezag, domein, gebied.Dombey,dombi.Dom-boc,doumbouk, wetboek uit den tijd van Koning Alfred =Domebook.Dome,doum, koepel, koepelvormig dak; een tempel, dom;Dome-shaped= koepelvormig;Domed= met een koepel, gewelfd.Domesday,dûmzdei; ZieDoomsday.Domesman,dûmzman, vroeger rechter =Doomsman.Domestic,dəmestik, subst. huisbediende, dienstbode; adj. huiselijk, huishoudelijk, tam, inlandsch;Domestics= binnenl. producten (Amer.);Domestic animals= huisdieren;Domestic economy= huishoudkunde;Domestic peace= huiselijke vrede;Domestic quarrels= binnenlandsche twisten;Domesticate,dəmestikeit, aan huiselijk leven gewennen, temmen, beschaven;Domesticity,doumestisiti, huiselijkheid.Domett,domət, katoenflanel.Domicile,domis(a)il, subst. domicilie;Domicileverb. (zijn) domicilie nemen, domicilieeren:A domiciliary visit= bezoek door de rechterlijke macht, met het oog op huiszoeking;Domiciliate(=Domicile):Todomicilea bill of exchange= een wissel domicilieeren;Domiciliation= domicilie.Dominant,domin’nt, subst. de dominante (Muziek); adj. heerschend, domineerend, ver zichtbaar;Dominate,domineit, heerschen, zich verheffen boven;Domination= heerschappij;Dominator= beheerscher;Dominative= heerschend;Domineer,dominîə, een gebiedenden, onbeschaamden toon voeren, den baas spelen; opspelen, woedend uitvaren.Dominic,dominik;Dominica,domənîkə,dəminikə.Dominical,dəminik’l:Dominical letter= Zondagsletter;Dominical prayer= het Onze Vader.Dominican,dəminik’n, Dominicaner monnik.Dominie,do(u)mini, schoolmeester (vaak iron.), dominé (Schotl.); predikant van Holl. gemeente (Amer.).Dominion,dəminj’n, oppermacht, heerschappij, gebied:Dominion Day= nationale feestdag in Canada (1 Juli);The Dominion= Canada.Domino,dominou, domino; dominosteen:Toplay at dominoes= domino spelen;Domino-box= dominospel, mond vol tanden.Don,don, subst. heer (vroeger titel, in Spanje),TutorofFellowvan een College aan een der hoogescholen; banjer;Donnish= pedant.Don,don, aandoen.Dona,dounja, Donna; meisje.Donalbain,donəlbein;Donald,don’ld.Donate,douneit, geven (Am.);Donation,deneiš’n, gave, gift, schenking;Donative,donətiv, subst. gift, schenking, benefice; adj. bij schenking gegeven.Doncaster,doŋkəstə.Done,dɐn, part. perf. vanto do. ZieDo.Donee,dounî, begiftigde.Donegal,donəgôl,donəgôl.Donga,doŋgə, spleet in eene rivierbedding, droge rivierb. (Z. A.).Donjon,dɐnž’n,donž’n, slottoren, kerker.Don Juan,dondžûən.Donkey,doŋki, ezel;Donkeyess,doŋkiəs, ezelin;Donkey-engine= een kleine hulpmachine aan boord;Donkey-pump= stoompomp (voor den ketel).Donne,don;Donnybrook,donibruk, ruw, woest, (genoemd naar:Donnybrook fair= woeste (Iersche) kermisboel);Donnybrook dance= woest gevecht;Donnybrook row= hevige ruzie.Don Quixote,donkwiksət.Doodle,dûd’l, subst. beuzelaar, sukkel;Yankee Doodle= Amerik. volkslied.Doob,dûb, gras als voeder gebruikt (Brit. Ind.).Dood,dûd, kameel:Dood-wallah(walə) = kameeldrijver (Brit. Ind.).Doolie,dûli, Brit. Ind. draagstoel.Doom,dûm, subst. oordeel, veroordeeling, lot, verdoeming;Doomverb. veroordeelen, straffen, richten:The crack of doom= de jongste dag, het einde der wereld;Doomsday= dag des oordeels;Doomsday-book= kadaster,[154]register van de landerijen (samengesteld op last van Willem den Veroveraar);Doomster= rechter.Doonga,dûŋgə, cano met vierkant zeil (Brit. Ind.).Door,dö, deur, ingang:That waslaid at his door= hem ten laste gelegd;Itlies at his door= het is zijne schuld;It was neverproved at his door= hem nooit bewezen;Helives next-door= in het huis (kamer) hiernaast;Next-door to him= naast hem;We hadnext-door to nothing= zoowat niets;In, within doors= binnenshuis;Out of doors= buitenshuis;Sent out of doors= weggestuurd;He leant against adoor-casing (-case)= kozijn =Door-frame;Door-handle= kruk;Door-hinges= hengsels;Door-keeper= portier;Door-mat= deurmat; voetveeg (fig.);Door-nail= plaatje, waarop de klopper neervalt:He isas dead as a door-nail= zoo dood als een pier (ook:As dead as a door-mat);Door-plate= naamplaatje;Door-post= deurstijl:He isas deaf as a door-post= zoo doof als een kwartel;Door-scraper= krabber;Door-step= stoep, of =Door-sill= drempel:You shall never darken my door(-step) again= jij zet geen voet meer over mijn drempel;Door-stone= steenen drempel;Door-way= ingang.Dop,dop, onderduiken; subst. diepe buiging; dop (bij het diamantslijpen).Dopatta,doupatə, soort sjerp (Br. Ind.).Dopper,dopə, schimpnaam voor de ouderwetsche en meer bekrompen leden der Geref. kerk in Zuid-Afrika.Dor,dö, kever (bladsprietig) =Dor-beetle.Dorado,dəreidou,dərâdou, Dorada, Zuidelijk sterrenbeeld van zes sterren; goudmakreel.Dorcas Society,dökəsəsaiiti, Vereeniging (van dames) tot Christelijk Hulpbetoon (Zie Handelingen IX, 36–41).Dorchester,dötšəstə.Dorée,derî,dorî, zonnevisch.Dorian,dôriən,Doric,dorik, Dorisch:Doric order= Dorische bouwstijl.Doring,dôriŋ, het leeuwerikenvangen met een slagnet en een spiegel.Dormancy,döm’nsi, rust;Dormant,döm’nt, subst. slaper (groote dwarsbalk); adj. slapend, liggend; ongebruikt, dood (Jurid.):Let us allow the matterto lie dormant= laten rusten;Dormant partner= stille vennoot;Dormer,dömə, verticaal venster in hellend dak (=Dormer-window);Dormitive= subst. en adj. slaapwekkend (middel);Dormitory,dömitəri, slaapzaal.Dormouse,dömaus, hazel-(berg)muis.Dorn,dön, rog, stekelrog.Dorothy,dorəthi, Dorothea.Dorsal,dös’l, dorsaal, rug …Dorse,dös, jonge kabeljauw; rug.Dorsel,dös’l, soort wollen stof.Dorset,dösət;Dorsetshire,dösətšə.Dorsum,dös’m, rug, heuvelrug.Dort,döt, Dordrecht.Dory,döri, zonnevisch (=John Dory); platboomd bootje (Amer.).Dose,dous, subst. dosis, bittere pil (fig.);Doseverb. afmeten (van geneesmiddelen), (een bittere pil) toedienen:They havedosed him with liquor= veel drank toegediend, suf of dronken gemaakt.Dosel,dos’l=Dossal= dorsale, geborduurd kleed achter het altaar; rijke draperie.Doss,dos, kussen, bed; slaapstee =Doss-house;Dosser= logé van een slaapstee, landlooper; huisvader.Dosser,dosə, kleed, wandtapijt; draagkorf.Dost,dɐst, 2de p.s. Pres. Imp. v.to do.Dot,dot, subst. stip, punt; kindje; huwelijksgift (Amer.);Dotverb. stippelen:Dotted lines= stippellijnen;Dot your i’s and cross your t’s= zet de puntjes op de i (ookfig.).Dotage,doutidž, suffigheid (vooral van ouderdom), overdreven teederheid, apenliefde;Dotard,doutəd, kindsche grijsaard, verliefde oude gek.Dotation,dəteiš’n, huwelijksgift, schenking.Dote,dout, suffen, dol verzot zijn op:Hedotes onher= is dol op haar;Doting= kindsch; dol, gek (on); subst.Doteness.Doth,dɐth=does.Dottard,dotəd=Dotard.Dottel, Dottle,dot’l, kluitje, propje (onverbrande) tabak in een pijp.Dott(e)rel,dot’r’l, Morinel pluvier; sukkel.Dottyville,dotivil:To bebooked for Dottyville= naar “Meerenberg” moeten.Double,dɐb’l, adj. dubbel, in paren, gekromd, dubbelzinnig; subst. tweevoud, duplicaat, dubbelganger, zijsprong, draai, kunstgreep;Doubleverb. vouwen, verdubbelen, herhalen, omzeilen, dichtknijpen, ballen, over elkaar slaan, doubleeren, verdubbelen van rotten (Mil.), zich verdubbelen, op zijn weg terugkeeren, omdraaien, listig ontwijken, bedriegen:They marched offat the double, at double-quick time= met den looppas;The Cape was doubled= omgezeild;He doubled his fists= balde;All the leaves weredoubled down= aan alle bladen waren ezelsooren;Wedoubled uponthe enemy= brachten hem tusschen twee vuren;Double-acting= dubbelwerkend (mechan.);Double-action;Adouble-barrelled rifle= geweer met dubbelen loop;Double-bass= contrabas;Double-breasted coat= jas met twee rijen knoopen;Double-chin= onderkin;A double-dealer= dubbelhartig mensch, bedrieger;Double-dealing, subst. en adj. dubbelhartig(heid);Double-Dutch= koeterwaalsch;Adouble-dyed villain= een aartsschurk;Double-eagle= goudstuk van twintig dollars (Amer.);Double-edged sword= tweesnijdend;Double-entry:Book-keeping by double-entry= Italiaansch boekhouden;Double-faced= met twee aangezichten, aan beide kanten bruikbaar; onoprecht;Double-first= de eerste zoowel in klassieke talen als in mathematische wetenschappen te Oxford; de graad door zoo iemand verkregen;Double-ganger= dubbelganger;Double-handed= met twee handvatten;Double-hearted= verraderlijk, valsch;Double-knock= korte dubbele klop (met een deurklopper);Double-minded= weifelend, besluiteloos;Double-railed= met dubbel spoor;Double-shot= dubb. lading;Double-shotverb. zwaar laden, aandikken[155](fig.);Double-tide= overuur;Double-tongued= uit twee monden sprekende;Double-track= dubbelspoor;Doubleness= dubbel zijn; dubbelzinnigheid.Doublet,dɐblət, wambuis, buis, vest, doublette (een woord van denzelfden stam als een ander, maar verschillend in vorm en beteek.);Doublets= dobbelspel (soort vantriktrak); hetzelfde getal op beide dobbelsteenen.Doubloon,dɐblûn, Spaansch en Zuid-Amer. goudstuk (±ƒ 12).Doubt,daut, subst. twijfel, onzekerheid, aarzeling, vrees;Doubtverb. weifelen, aarzelen, twijfelen, vermoeden, verdenken, vreezen:Beyond a doubt= boven allen twijfel verheven;I haveput it beyond doubt= buiten allen twijfel geplaatst;No doubt= ongetwijfeld;Doubtful= twijfelachtig, weifelend, verdacht, dubbelzinnig, onzeker; subst.Doubtfulness;Doubtless= ongetwijfeld.Douche,dûš, douche, stortbad.Dough,dou, deeg:My cake is dough= mijn plan is in duigen gevallen;Adough-facedfellow= jabroer, polit. weerhaan (Amer.);Dough-kneaded= zoo zacht als deeg (Amer.);Doughnut= soort pannekoek;Doughy= week, bleek.Doughtiness,dautinəs, manhaftigheid, flinkheid; adj.Doughty= flink.Douglas,dɐgləs.Dour,dûə, hard, streng, onbuigzaam (Schotl.).Douse,daus, adj. ernstig, eerbaar;Douseverb. plotseling onderdompelen of in ’t water vallen; ineens vieren of neerlaten; uitdooven; ranselen.Dove,dɐv, duif, duifje (fig.);Dove-cot(e),Dove-house= duivenhok, duiventil;Dove’s-foot= fijnblad ooievaarsbek;Dovetail, subst. zwaluwstaart;Dovetailverb. vast verbinden, samenvoegen met zwaluwstaarten:His own work and the quoted passagesdovetail into one another= sluiten in elkander.Dover,douvə:The Straits of Dover= het Nauw van Calais;Dover Court= een luidruchtige bijeenkomst.Dowager,dauidžə, douairière:Queen dowager= koningin-weduwe (moeder).Dowden,daud’n.Dowdy,daudi, subst. ouderwetsch of slordig gekleede vrouw, slons; adj. ouderwetsch, slonzig =Dowdyish.Dowel,dau’l, subst. houten pen of nagel;Dowelverb. met pennen verbinden.Dower,dauə, subst. weduwengoed;Dowerverb. een uitzet geven;Dowerless= zonder bruidschat, arm.Dowlas,dauləs, grof linnen goed.Dowl(e),daul, pluim, veder.Down,daun, subst. dons, nestveeren; zaadpluimpje; zacht haar; duin, schapenweide:The Downs= een groote reede aan de kust v. Kent;Downy= donzig, piekfijn.Down,daun, beneden, naar beneden, onder; af, van de hoofdstad of van een hoofdstation weg; terneergeslagen, koest (tegen honden), etc.;Downverb. neerdrukken, ontmoedigen, neerdalen:Down the country= weg van de hoofdstad;Down the sound= in de richting van de ebbe zeewaarts;Down the stream= stroomafwaarts;Down town= naar het centrum (handelswijk) der stad;To bedown at heel= afgetrapt;To bedown for a club= vóórhangen;To bedown in the mouth= neerslachtig =Down on one’s luck= in moeielijkheden;Down the wind= met den wind mee;I like herdown to the ground= dolgraag;That part suits youdown to the ground= is geknipt voor je;From the mayordown tothe meanestcitizen= tot den geringsten burger toe;Tobe down on= uitvaren tegen;I’llbe down upon you= ’k zal je wel krijgen;Tobe down with the influenza= aangetast door, te bed liggen met;Down with him= weg met hem;Tofeel down= somber, neerslachtig;Togo down into the country= naar buiten gaan;That will notgo down with me= dat wil er bij mij niet in;He hasgone down= is met vacantie naar huis gegaan (v. studenten);The wind is down= is gaan liggen;Tolook down upon= neerzien op;Topay down= kontant;Toturn upside down= onderste boven keeren;In writing for children, be careful notto write downtoo much= niet te kinderachtig te schrijven;He is not to be downedby censure= laat zich niet ontmoedigen;Todownbear= drukken, verdrukken;A downcast look= sombere blik;Downcome= plotselinge val, omverwerping;He is adown-Easter= iemand, in de Oostel. staten wonend (somsNew-Eng.ofMaine);Downfall= instorting, val (van water), plotselinge val, ondergang;Downhaul= touw om een zeil neer te halen;Downhearted= neerslachtig;Downhill= bergafwaarts:Downhill work= gemakkelijk werk;Down-line= spoorlijn (van de hoofdplaats of het middelpunt af);Down-passenger= passagier met eenDown-train;Downpour= plasregen;Downright= rechtstreeks, rondweg, echt, volslagen, plotseling, dadelijk, loodrecht, openhartig, grondig:ADownright fool= gek in folio, echte dwaas; subst.Downrightness;Downstairs= (naar) beneden, het dienstpersoneel betreffend;She wasdown-thump onhim= pakte hem (te) hard aan;Down-stroke= neerhaal, neergaande beweging;Down-train= trein (van de hoofdplaats of het middelpunt af);Down-trod(den)= platgetreden, overheerscht;Down-weed= roerkruid, viltkruid;Downy= sluw.
Dispirit,dispirit, ontmoedigen, bang maken.Displace,displeis, verplaatsen, verleggen, verschuiven; afzetten, ontzetten; verdringen, vervangen; subst.Displacement= ook waterverplaatsing (v. schepen).Display,displei, subst. vertooning, vertoon, tentoonstelling; ontvouwing;Displayverb. ontvouwen, ontwikkelen, tentoonspreiden, vertoon maken:Adisplay of fireworks.Displease,displîz, onaangenaam zijn, mishagen;Displeased= boos (with,at);Displeasing,displîziŋ, onaangenaam; subst.Displeasingness;Displeasure,displežə, subst. misnoegen, ongenade.Disport,dispöt, subst. spel, tijdverdrijf;Disportverb. spelen, dartelen, zich vermaken.Disposable,dispouzəb’l, beschikbaar;Disposal,dispouz’l, regeling, schikking, controle, beschikking:I amat your disposal= tot uw dienst, te uwer beschikking;Thedisposal in marriage= uithuwelijking;Thedisposal by sale= verkoop;Dispose,dispouz, schikken, regelen, uitdeelen, bestemmen, bewegen, beschikken, disponeeren; verkoopen:Man proposes, God disposes= de mensch wikt, God beschikt;It wasdisposed of by will= vermaakt bij testament;This house will bedisposed of by valuation= is te koop voor de geschatte waarde;Hedisposed ofhis houseforhalf the value= deed van de hand;How will you dispose of yourself?[149]= wat ga je uitvoeren?Hedisposed onthem for the amount of £ 500, to his own order= trok op hen - - -;Disposed= geneigd, gezind, gestemd:I am notdisposed toit= niet voor gedisponeerd;He hasa disposing mindfor it= neiging;Disposition,dispəziš’n, subst. schikking, indeeling, gesteldheid, beschikking, neiging, gezindheid, aard, aanleg:The house isat your disposition= te uwer beschikking;I had the worstDispositioneddonkey= kwaadwilligste ezel.Dispossess,dispəzes, uit het bezit verdrijven, berooven, bevrijden:He was dispossessed from (of) the throne by his brother; subst.Dispossession.Dispraise,dispreiz, subst. blaam, verwijt;Dispraiseverb. laken, berispen, verwijten.Disproof,disprûf, weerlegging.Disproportion,disprəpöš’n, subst. wanverhouding, onevenredigheid;Disproportionverb. onevenredig maken;Disproportionable=Disproportional=Disproportionate= ongelijk, onevenredig; subst.Disproportionality=Disproportionateness.Disprovable,disprûvəb’l, weerlegbaar, berispelijk;Disprove,disprûv, weerleggen.Disputable,dispjutəb’l,dispjûtəb’l, betwistbaar; twistziek;Disputant,dispjut’nt, subst. disputant, opponens; adj. betwistend, strijdig;Disputation,dispjuteiš’n, woordentwist;Disputatious= twistziek, tot opponeeren geneigd;Dispute,dispjût, subst. woordentwist, debat, geschil;Disputeverb. twisten, debatteeren, betwisten, verdedigen:Beyond (Past, Without) dispute= zonder kwestie;To arrange (settle) a dispute= bijleggen;Hedisputed forthe empire= hij betwistte een ander het bezit van;Disputed= betwist.Disqualification,diskwolifikeiš’n, onbevoegdverklaring, uitsluiting, onbevoegdheid;Disqualify,diskwolifai, onbevoegd (onbekwaam) verklaren (maken), uitsluiten.Disquiet,diskwaiit, subst. angst, onrust;Disquietverb. verontrusten, kwellen;Disquietous= angst- of onrustwekkend;Disquietude= onrustigheid, ongerustheid.Disquisition,diskwiziš’n, verhandeling, onderzoek;Disquisitional, onderzoekings.…Disraeli,disreili.Disregard,disrigâd, subst. minachting, verwaarloozing;Disregardverb. geringschatten, in den wind slaan, negeeren; adj.Disregardful.Disrelish,disreliš, subst. afkeer, tegenzin;Disrelishverb. geen zin hebben in, een afkeer hebben van; tegen maken.Disrepair,disripêə, verval, bouwvalligheid.Disreputable,disrepjutəb’l, berucht, schandelijk;Disrepute,disripjût, subst. slechte naam, oneer, schande:Tobring into disrepute=Tobring disrepute upon= in discrediet brengen;Tofall (sink) into disrepute= in kwaden reuk komen.Disrespect,disrispekt, subst. geringschatting, minachting, oneerbiedigheid;Disrespectverb. geringschatten;Disrespectability= onwaardigheid, onsoliditeit;Disrespectable= onwaardig, onsolide;Disrespectful= oneerbiedig, onbeleefd, minachtend.Disrobe,disroub, uitkleeden, berooven.Disroot,disrût, ontwortelen.Disrupt,disrɐpt, adj. verbroken;Disruptverb. scheiden, verbreken;Disruption= scheiding, splitsing, verbreking, breuk;Disruptive discharge= plotselinge ontlading.Dissatisfaction,disatisfakš’n, ontevredenheid;Dissatisfactory= onbevredigend;Dissatisfy= mishagen, niet voldoen, ontevreden maken, teleurstellen.Dissect,disekt, ontleden, scherp en kritisch onderzoeken;Dissecting-room (Dissecting-table)= snijkamer (snijtafel);Dissection= sectie, nauwkeurig onderzoek;Dissector= anatoom, prosector.Disseise,disîz, uit het bezit stooten;Disseisee= de onwettig uit zijn bezit gestootene;Disseisin,disîzin, wederrechtelijke inbezitneming;Disseisor,disîzə, onwettig bezitnemer; vr.Disseisoress.Dissemble,disemb’l, verbergen, veinzen, huichelen;Dissembler= huichelaar;Dissembling, huichelachtig; subst. huichelarij.Disseminate,disemineit, verspreiden, uitstrooien; subst.Dissemination;Disseminator.Dissension,disenš’n, tweedracht, oneenigheid.Dissent,disent, subst. verschil (van gevoelen), afscheiding (van eene kerk, de Dissenters);Dissentverb. verschillen (van gevoelen), zich afscheiden;Dissenter= afgescheidene (van de Staatskerk) =Dissentient,disenš’nt, adj. afwijkend:With one dissentient voice= één stem tegen;Dissenting views= afwijkende meeningen.Dissertation,disəteiš’n, verhandeling, dissertatie.Disservice,disɐ̂vis, ondienst, nadeel, schade.Dissever,disevə, scheiden, afsnijden, splijten; subst.Disseverance.Dissidence,disidens, oneenigheid; scheiding;Dissident, afwijkend.Dissilient,disilj’nt, openspringend.Dissimilar,disimilə, ongelijk;Dissimilarity, ongelijkheid =Dissimilitude,disimilitjûd, ook: tegenstelling.Dissimulate,disimjuleit, veinzen;subst.Dissimulation;Dissimulator= huichelaar.Dissipate,disipeit, verstrooien, verdrijven, weggooien, verkwisten, uitputten, zich verspreiden:Dissipated= liederlijk;Dissipation= verkwisting, losbandigheid.Dissociate,disoušieit, scheiden; afzonderen; subst.Dissociation.Dissolubility,disəl(j)ubiliti,disoljubiliti, oplosbaarheid;Dissoluble,disəl(j)ûb’l,disoljub’l, oplosbaar.Dissolute,disəl(j)ût, losbandig; subst.Dissoluteness;Dissolution,disəl(j)ûš’n, smelting, oplossing, dood;Dissolvable= oplosbaar;Dissolve,dizolv, oplossen, scheiden, ontbinden, ophouden te bestaan, sluiten (van vergaderingen):To dissolve partnership= ontbinden;Dissolved in tears= wegsmeltende;Dissolvent,dizolv’nt, oplossend (middel);Dissolving views= lichtbeelden.Dissonance,disən’ns, wanklank;Dissonant= wanklinkend, afwijkend.Dissuade,disweid, afraden;Dissuasion,disweiž’n, afrading, ontrading;Dissuasive,disweisiv, ontradend; ontrading.[150]Dissyllabic,disilabik, tweelettergrepig;Dissyllable,disiləb’l, woord van twee lettergrepen.Distaff,distaf, spinrok(ken), vrouw(elijk geslacht);Distaff-side= de vrouwelijke linie.Distance,dist’ns, subst. afstand (ookfig.), tusschenruimte, verschiet, tijdruimte, interval (muziek), afstand van ± 200 M. van den eindpaal (aangewezen door denDistance-post);Distanceverb. verwijderen, ver achter zich laten:At a distance= op een afstand;In the distance= in de verte;Out of distance= onafzienbaar ver;Hekeeps his distance= hij weet waar hij staan moet;I know my distance= weet waar ik staan moet;The jockey hassaved his distance= had dendistance-post(200 M. vóór denWinning-post) bereikt, voor de winner aan het einde der baan was (en mocht daarom verder aan de wedrennen deelnemen);That horse wasdistanced= dit paard viel uit, omdat het dendistance-postnog niet had bereikt, toen zijn mededinger aan denWinning-postwas;He wasdistanced= legde het schandelijk af;Distant,dist’nt, verwijderd, afgelegen, koel:He wasdistant and reserved= erg op een afstand.Distaste,disteist, subst. afkeer, walging:Hetook a distaste atit= walgde ervan;Distasteful= walgelijk, onaangenaam; subst.Distastefulness.Distemper,distempə, subst. ongesteldheid (thans vooral bij hond, paard en rundvee); tempera-schilderwerk, waarbij de kleuren met een bindmiddel zijn vermengd; een zoo bereide kleurstof;Distemperverb. in de war brengen, tempera-schilderen;Distempered, ongesteld, getroubleerd, ontevreden.Distend,distend, uitstrekken, rekken, uitzetten, opzwellen:Todistend a crush hat= laten uitspringen;The horsedistended its nostrils= spalkte open;Distension,Distention,distenš’n, uitzetting, omvang.Distich,distik, distichon.Distil(l),distil, in druppels neervallen, zacht vloeien, distilleeren, laten druppelen:Distilled damnation= volkskanker;Distillate= distillaat;Distillation= distillatie;Distillatory, distilleer …;Distiller= brander;Distillery= branderij, stokerij;Distilment=Distillate.Distinct,distiŋkt, onderscheiden, duidelijk:As distinct from= geplaatst tegenover;Distinction,distiŋkš’n, onderscheid, onderscheiding, onderscheidingsteeken, aanzien, rang, voornaamheid:Without distinction= zonder onderscheid;Distinguish,distiŋgwiš, onderscheiden, indeelen, kenmerken, zich onderscheiden;Distinguishable= te onderscheiden, opmerkelijk;Distinguished= onderscheiden, aanzienlijk, uitstekend.Distingué,distiŋgei=Distinguished, ook: regenmantel.Distort,distöt, verwringen, verdraaien; trekken (van hout); subst.Distortion;Distortive= verdraaid, verwrongen.Distract,distrakt, afleiden, afwenden, verwarren, storen (v. de geestvermogens), verbijsteren:Distracted= verward, onthutst, dol, razend;Distractedness=Distraction, ook afleiding:Heallowed himself no distraction= hij gunde zich geene ontspanning;Distractive= verwarrend, verontrustend.Distrain,distrein, beslag leggen op:He threatened todistrain for the money= beslag te zullen leggen (op het goed) om het geld te krijgen;Distrainable= waarop beslag gelegd kan worden;Distrainer= hij die beslag legt;Distraint= beslaglegging (on).Distraught,distrôt=Distracted.Distress,distres, subst. droefheid, smart, benauwdheid, ellende, nood, tegenspoed; beslaglegging;Distressverb. benauwen, ongelukkig maken, beslag leggen:To levy (make, put in) a distress= beslag leggen;He isin distress formoney= heeft geldgebrek;Flag of distress= noodvlag;Warrant of distress= bevel tot beslaglegging;Adistressed ship= schip in nood;Distressful= ellendig, jammerlijk;Distressing= rampspoedig, pijnlijk.Distributable,distribjutəb’l, verdeelbaar;Distribute,distribjut, verdeelen, uitdeelen, verbreiden, toebedeelen, sorteeren of distribueeren (van letters);Distribution,distribjûš’n, verdeeling, toebedeeling, sorteering, verbreiding;Distributive, subst. distributief woord (b.v.ieder); adj. verdeelend.District,distrikt, subst. gebied, streek, afdeeling, district, provincie;Districtverb. in districten verdeelen (Amer.);District-court= arrondissementsrechtbank (Amer.);District-visitor= armenbezoek(st)er.Distrust,distrɐst, subst. wantrouwen, verdenking;Distrustverb. wantrouwen, verdenken; adj.Distrustful; subst.Distrustfulness.Disturb,distɐ̂b, verstoren, doen afwijken, in wanorde brengen, verontrusten, belemmeren, in beroering brengen:Do notdisturb the sleeping lion= stoor niet;Disturbance= rustverstoring, stoornis, verwarring, verhindering.Disunion,disjûnj’n, scheiding, ophitsing, tweedracht; oneenigheid;Disunite,disjunait, scheiden, gescheiden raken, uit elkaar gaan;Disunity= gescheidenheid.Disuse,disjûs, onbruik, ongewoonte:Tocome (fall) into disuse= in onbruik geraken.Disuse,disjûz, niet meer gebruiken, ontwennen, afnemen.Ditch,ditš, subst. greppel, sloot, gracht;Ditchverb. eene sloot graven, draineeren, met een sloot omringen:It isas dull as ditchwater= verschrikkelijk langdradig;Todie in the last ditch= zich tot het uiterste verdedigen;I amin a dry ditch= heb mijne schaapjes op het droge;Ditcher= slootgraver; schip dat door het Suezkanaal vaart.Dithyramb,dithiram(b),Dithyrambus,dithirambəs, dithyrambe; adj.Dithyrambic.Dittander,ditandə, peperkers.Ditto,ditou, hetzelfde:Asuit of dittoes (does)= een pak kleeren van ééne stof.Ditty,diti, subst. liedje, deuntje;Dittyverb. zingen, neuriën;Ditty-bag= naaizak (met naalden, garen, etc.).Diuresis,dai-jurîsis, sterke urineafscheiding;Diuretic,dai-juretic, urine-afscheidend (middel).Diurna,daiɐ̂nə, dagvlinders, kapellen;Diurnal,daiɐ̂n’l, dagelijksch, dag …; subst. dagboek.[151]Divagation,daivəgeiš’n, afwijking, afdwaling, weiding.Divan,divan, staatsraad (Turkije); raadzaal; rechtszaal; Turksch koffiehuis; rookkamer, sofa; verzameling gedichten.Divaricate,daivarikeit, adj. gevorkt;Divaricateverb. zich vertakken, in twee takken scheiden, zich afwenden van; subst.Divarication.Dive,daiv, subst. duiking in het water met het hoofd vooruit, plotselinge greep; dievenhol;Diveverb. duiken, zich verdiepen, doordringen:Hemade a diveforit= hij dook (greep) ernaar;Diver= zeeduiker; zakkenroller.Diverge,d(a)ivɐ̂dž, divergeeren, afwijken; subst.Divergence;Divergent opinions= afwijkende.Divers,daivəz,daivəs, verscheidene, ettelijke;Diverse,d(a)ivɐ̂s,daivəs, onderscheidene;Diversification, verscheidenheid, verschil, verandering;Diversiform= van verschillenden vorm;Diversify= varieeren, afwisselen;Diversion,d(a)ivɐ̂š’n, afleiding, uitspanning, vermaak; schijnbeweging, verlegging:Tocreate a diversion= eene afleiding bezorgen;Diversity,d(a)ivɐ̂siti, verscheidenheid, ongelijkheid.Divert,d(a)ivɐ̂t, afleiden, afbrengen van, vermaken; eene schijnbeweging maken;Diverting= vermakelijk;Divertisement= amusement;Divertive= vermakend.Dives,daivîz, de rijke man.Divest,divest, ontdoen, berooven, ontblooten; zich afwennen (=oneself);Dives(ti)ture,dives(ti)tjə, berooving (van bezit of recht);Divestment= het beroofd zijn (worden).Divide,divaid, verdeelen, deelen, verleggen, scheiden, openen, splijten, in tweeën gaan; stemmen; subst. (water)scheiding:Todivide the House= een stemming houden (in ’t Lagerhuis);Dividend,divid’end, deeltal, dividend:Dividend-warrant= dividendbewijs;Divider= deeler:Dividers= passer om lijnen in een zeker aantal gelijke deelen te verdeelen.Divination,divineiš’n, voorspelling, voorgevoel; adj.Divinatory;Divine,divain, subst. godgeleerde, geestelijke; adj. goddelijk, hemelsch, buitengewoon, voortreffelijk;Divineverb. voorzèggen, gissen, raden:Divine service= godsdienstoefening; subst.Divineness;Divining-rod= tooverroede (om te ontdekken waar water onder den grond wordt gevonden).Diving:Diving-bell,daiviŋbel, duikerklok;Diving-dress= duikerspak.Divinity,diviniti, god(delijk)heid, godgeleerdheid:Adivinity student;Divinify,divinifai, vergoddelijken.Divisibility,divizibiliti, deelbaarheid;Divisible= deelbaar;Division= verdeeling, verdeeldheid, deeling, afdeeling, scheiding, schot, aandeel, divisie, stemming;Divisional= afdeelings..;Divisor= deeler.Divorce,divös, subst. echtscheiding;Divorceverb. scheiden (van den echt):Divorce from bed and board= scheiding van tafel en bed (ookJudicial separationgenoemd);Bill of Divorce= vonnis van echtscheiding;He divorced her= liet zich van haar scheiden;Divorcer= scheidingsmotief.Divulge,divɐldž, onthullen, openbaar maken, verspreiden.Divulsion,divɐlš’n, vaneenscheuring.Dizen,daiz’n, zich optooien (out).Dizziness,dizinəs= duizeligheid;Dizzy,dizi, adj. duizelig, duizelingwekkend; onnadenkend;Dizzinessverb. duizelig maken, ronddraaien, verwarren.Do,dû, subst. handeling, daad, moeite, drukte, bedrog; maal;Doverb. doen, verrichten, volvoeren, gereedmaken, voleindigen, zich gedragen, zich bevinden, voldoende zijn, enz.:I have done my do= het mijne gedaan;It was alla do=bedrog, afzetterij;Tomake a great to-do= veel drukte maken over;There’s nothing to do butyielding= niets anders aan te doen dan;I will have nothing to do withhim= te maken hebben;What’s to do= wat is er aan de hand?That will do= zoo is ’t goed;These will do= zijn goed;That will not dowith me= gaat bij mij niet op;How do you do?= hoe gaat het?He did meon a wager= nam mij beet met;Could you do mesome fifty pounds?= zoowat 50l.leenen?Wedo theseat a shilling a piece= verkoopen;Hedidhimselfaway= beging zelfmoord;Wedid away withit= schaften het af;Do byothers as you wish to bedone by= doe anderen, zooals gij wenscht, dat men u zal doen;Todo for= zorgen voor, voldoende zijn; beetnemen;What can I do for you?wat is er van uw dienst?We have done for him=He was done forby us= wij hebben hem zijn vet gegeven, totaal verslagen;He did me forthree thousand pounds= zette mij af;These things will do forfly-catchers= kunnen dienen als;She wasdone in stone= gebeeldhouwd;Done intoEnglish= overgezet;Hedid offall his array= legde ter zijde;I am not going to bedone out ofit= laat me niet ontnemen;He hasdone me out of £ 3000= armer gemaakt;The house wasdone up= opgeknapt, gerepareerd;She hasdone him up= is hem te slim af geweest;Todo upa parcel= vastbinden, toebinden;To bedone up (knocked up) withthe heat= kapot van;I am done with youfor ever= je hebt voor goed bij mij afgedaan;I have done with him= met hem afgerekend;Have youdone with the umbrella?= moet je de parapluie nog gebruiken?I cando withoutit= kan er buiten, wel zonder;Todo battlefor= strijden voor;Todo the beds= doen;Todo bills= wissels realiseeren;Shedid her hair= maakte op;Todo Hamlet= spelen voor;Is your sister game todo the housekeeper= is uwe zuster geschikt (heeft ze lust) om de rol van huishoudster te spelen;Wedid the Isle of Wightin three days= reisden het eiland Wight rond;Todo like for like= met gelijke munt betalen;Todo paper= effecten, enz. omzetten;Todo a room= doen;She wasdone[152]brown= leelijk beetgenomen;Todo the grand= den heer uithangen;Todo the polite= zich zeer vriendelijk aanstellen;Youdo me proud= ik ben trotsch op je;I’lldoyouright (reason)= bescheid;They’vedone splendidly= zich kranig gehouden;Todo well= er goed aan doen; het goed maken;Done= fiat, afgesproken; klaar;Have done= schei uit;We are done (with it)= klaar;We were doneat three o’clock= 3 uur waren wij klaar;To bedone to death= ter dood gebracht;The meat wasdone to a turn= prachtig gebraden;Awell-to-doman= welgesteld;Anever-do-well= een wildzang;A do-all= duivelstoejager;Do-nothing= luilak, doeniet; adj. nietsdoend; subst.Do-nothingness= nietsdoen,laissez-faire;Doing:Fine doings these!= een mooie boel!There is not much doingaan de hand.Do,dou, ut of do (toonschaal); verkorting vanditto:Connubial dittoes= trouwpak.Doat,dout: Z.Dote.Dobbie,dobi, nar; een geest of kabouter (Noord Eng.).Dobbin,dobin, oud werkpaard.Dobell,dəbel.Docible,dosib’l,Docile,do(u)s(a)il, leerzaam, handelbaar; subst.Docility.Dock,dok, subst. dok, stompje, pit (van de paardestaart), afgekorte staart; zuring; bank der beschuldigden;Dockverb. afsnijden, kortstaarten, verminderen, afschaffen, dokken (van een schip):A(close-)docked tail;Dock-charges,Dock-dues= dok- of havengelden;Dock-master= havenmeester;Dock-warrant= geleibiljet, ceel;Dockyard= scheepswerf;Dockage= gelegenheid om te dokken; dokgeld;Docker= dokwerker.Docket,dokət, subst. korte inhoud, lijst der aanhangige rechtszaken of uitspraken; adreskaart (aan goederen), etiket;Docketverb. een korten inhoud maken, briefjes of nummers plakken op, den inhoud van een stuk op de rugzijde vermelden, adresseeren:To strike a docket= eene faillietverklaring aanvragen.Doctor,doktə, subst. doctor,dokter, leeraar; middel om wijn te vervalschen;Doctorverb. promoveeren, medicineeren, beter maken; vervalschen:He doctored usin the cholera days= behandelde ons;I live by doctor’s rule= op dieet;Doctors’ Commons, zieCommons;Doctor’s-stuff= medicijnen;Doctoral= doctoraal;Doctorate,doktərit, subst. doctoraat;Doctorate,doktəreit, verb. doctoreeren, promoveeren;Doctoress= doctores;Doctorship=Doctorate.Doctrinaire,doktrinêə, adj. doctrinair; ook subst.;Doctrinal:Doctrinal theology= dogmatiek;Doctrine,doktrin, leer, leerstuk, dogma.Document,dokjument, subst. bewijsstuk, document;Documentverb. documenteeren;Documental=Documentary:Documentary evidence= schriftelijke getuigenis;Documentary proof of one’s election= geloofsbrieven.Dod,dod, afsnijden, scheren (van wol).Dodder,dodə, warkruid;Dodder-grass= trilgras.Dodder,dodə, beven, trillen:Tododder about= rondstrompelen;Doddering fears.Doddle,dod’l, waggelen:Adoddling old dotard= een strompelende oude sufferd.Dodecagon,dədekəgon, twaalfhoek.Dodge,dodž, subst. plotselinge zijbeweging, kunstgreep, list, streek;Dodgeverb. plotseling opzij springen, ontwijken, uitwijken, uitvluchten bedenken, voorzichtig rondsluipen, slenteren, vermijden, als een schaduw volgen, nagaan, heen en weer bewegen, bedotten:Heworked the dodgesingled-handed= voerde de zwendelarij geheel alleen uit;He wentdodging aboutthe village= slenterde door;Dodger= slimmerd, bedrieger, kuiper, zwendelaar;Dodgery= zwendel, uitvlucht; adj.,Dodgy.Dodipole,dodipoul, sukkel, domkop.Dodman,dodm’n, tuinslak.Dodo,doudou, dodaars of basterdstruis (vroeger op Mauritius).Dodonian,doudounj’n, uitDodona, beroemd om haar orakel.Doe,dou, hinde, ree; wijfje;Doeskin,douskin, hertenleder, soort buckskin.Doff,dof, afzetten, uittrekken.Dog,dog, subst. hond,hondevleesch, vent, snaak; de Groote of Kleine Hond (sterrenbeeld); duivelsklauw, mijnkarretje, haardijzer;Dogverb. als een schaduw volgen, nauwkeurig nagaan:Anartful (sly) dog= een slimmerd;A sad dog= een snaak;Give a dog a bad name, and hang him= als men een hond wil slaan, vindt men wel een stok =There are more ways of killing a dog than hanging him;Togo to the dogs= ten onder gaan:Let sleeping dogs lie= maak geen - - - wakker;I call thisthrowing things to the dogs= de dingen weggooien;Adog and shadowconviction= persoonlijke;He isa dog in the manger= hij kan niet zien dat de zon in het water schijnt;The police dogged him= ging hem na;Dog-bee= hommel (mannetjesbij);Dog-berry= bes van de roode kornoelje;Dog-biscuit;Dog-briar (Dog-rose)= hondsroos;Dog-cart= twee- of vierwielig rijtuigje met twee banken (rug aan rug);Dog-cheap= spotgoedkoop;Dog-collar= halsband;Dog-days= hondsdagen;Dog-fancier= hondenfokker en -koopman;Dog-fennel= stinkende camille;Dogfish= o.a. hondshaai;Dog-fox= mannetjesvos;Dog-grass= kweek;Dog-hearted= onbarmhartig;Dog-hole= hondegat, hondenhok; hok, gat (fig.);Dog-kennel= hok;Dog-latin= kramerlatijn;Dog’s-ear= ezelsoor; ook verb.;Dog-sleep= hazenslaapje;Dog’s-meat= afval van vleesch, hondenvleesch;Dog-star= hondsster, Sirius;Dog-tooth= oogtand;Dog-trick= leelijke streek, gemeene behandeling;Dog-trot= sukkeldrafje;Dog-vane= waker (scheepst.);Dog-violet= hondsviooltje;Dog-watch= hondenwacht (van 4–6 of 6–8 p. m.);Dog-weary= zoo moe als een hond;Dogwood= roode kornoelje;Dogged; = norsch, hardnekkig:It’s dogged as does it= de aanhouder wint; subst.[153]Doggedness;Doggish= hondsch; subst.Doggishness.Doge,doudž, doge;Dogate,dougit,Dogeate,doudžit, waardigheid van een Doge.Dogger,dogə, dogger (vaartuig).Doggerel,dogərel, subst. rijmelarij =Doggerel rhymes.Dogma,dogmə, leerstuk; adj.Dogmatic(al);Dogmatism= dogmatisme;Dogmatize= dogmatizeeren.Doily,dôili, tafelmatje, slabbetje, servetje.Doit,dôit, duit, kleinigheid; 0,135 mGr.Dolce,doltši, zacht, liefelijk.Doldrums,doldr’mz, streek der windstilten:To bein the doldrums= lusteloos, gemelijk zijn, zich vervelen.Dole,doul, subst. portie, aalmoes; smart; marksteen;Doleverb. uit- of ronddeelen in kleine hoeveelheden (out);Happy man be his dole= moge hij gelukkig zijn;Doleful= smartelijk, treurig, akelig; subst.Dolefulness;Dolesome=Doleful.Doll,dol, pop:Doll’s eyes,dolzaiz, k(o)ralen (voor poppenoogen).Doll,dol, Doortje =Dolly,doli.Dollar,dolə, Amerik. munt (van 100 cents=ƒ2,50).Dol(l)man,dolm’n, lang Turksch gewaad; dolman.Dollop,doləp, klonter, klomp.Dolly,doli, Doortje; bak met geperforeerden bodem, om erts in te wasschen; grisette; blad met bloemen en vruchten; adj. sukkelig;Dolly-shop= stille bank van leening, lompenhandel.Dolly Varden,dolivâd’n, lichte en gebloemde soort van polonaise gedragen over een licht gekleurden rok; ook schuin gedragen hoed met bloemen.Dolorous,dolərɐs, pijnlijk, smartelijk;Dolour,doulə, smart, pijn:Our Lady of Dolours= naam van de H. Maagd Maria.Dolphin,dolfin, dolfijn; dolfijnvormig oor (van kanon of mortier), ducdalf, meerboei:He feltas much out of his element as a dolphin in a sentry-box= als een visch, die op het droge ligt.Dolt,doult, domkop, sukkel:Doltish= dom, sukkelachtig; subst.Doltishness.Domain,dəmein, macht, gezag, domein, gebied.Dombey,dombi.Dom-boc,doumbouk, wetboek uit den tijd van Koning Alfred =Domebook.Dome,doum, koepel, koepelvormig dak; een tempel, dom;Dome-shaped= koepelvormig;Domed= met een koepel, gewelfd.Domesday,dûmzdei; ZieDoomsday.Domesman,dûmzman, vroeger rechter =Doomsman.Domestic,dəmestik, subst. huisbediende, dienstbode; adj. huiselijk, huishoudelijk, tam, inlandsch;Domestics= binnenl. producten (Amer.);Domestic animals= huisdieren;Domestic economy= huishoudkunde;Domestic peace= huiselijke vrede;Domestic quarrels= binnenlandsche twisten;Domesticate,dəmestikeit, aan huiselijk leven gewennen, temmen, beschaven;Domesticity,doumestisiti, huiselijkheid.Domett,domət, katoenflanel.Domicile,domis(a)il, subst. domicilie;Domicileverb. (zijn) domicilie nemen, domicilieeren:A domiciliary visit= bezoek door de rechterlijke macht, met het oog op huiszoeking;Domiciliate(=Domicile):Todomicilea bill of exchange= een wissel domicilieeren;Domiciliation= domicilie.Dominant,domin’nt, subst. de dominante (Muziek); adj. heerschend, domineerend, ver zichtbaar;Dominate,domineit, heerschen, zich verheffen boven;Domination= heerschappij;Dominator= beheerscher;Dominative= heerschend;Domineer,dominîə, een gebiedenden, onbeschaamden toon voeren, den baas spelen; opspelen, woedend uitvaren.Dominic,dominik;Dominica,domənîkə,dəminikə.Dominical,dəminik’l:Dominical letter= Zondagsletter;Dominical prayer= het Onze Vader.Dominican,dəminik’n, Dominicaner monnik.Dominie,do(u)mini, schoolmeester (vaak iron.), dominé (Schotl.); predikant van Holl. gemeente (Amer.).Dominion,dəminj’n, oppermacht, heerschappij, gebied:Dominion Day= nationale feestdag in Canada (1 Juli);The Dominion= Canada.Domino,dominou, domino; dominosteen:Toplay at dominoes= domino spelen;Domino-box= dominospel, mond vol tanden.Don,don, subst. heer (vroeger titel, in Spanje),TutorofFellowvan een College aan een der hoogescholen; banjer;Donnish= pedant.Don,don, aandoen.Dona,dounja, Donna; meisje.Donalbain,donəlbein;Donald,don’ld.Donate,douneit, geven (Am.);Donation,deneiš’n, gave, gift, schenking;Donative,donətiv, subst. gift, schenking, benefice; adj. bij schenking gegeven.Doncaster,doŋkəstə.Done,dɐn, part. perf. vanto do. ZieDo.Donee,dounî, begiftigde.Donegal,donəgôl,donəgôl.Donga,doŋgə, spleet in eene rivierbedding, droge rivierb. (Z. A.).Donjon,dɐnž’n,donž’n, slottoren, kerker.Don Juan,dondžûən.Donkey,doŋki, ezel;Donkeyess,doŋkiəs, ezelin;Donkey-engine= een kleine hulpmachine aan boord;Donkey-pump= stoompomp (voor den ketel).Donne,don;Donnybrook,donibruk, ruw, woest, (genoemd naar:Donnybrook fair= woeste (Iersche) kermisboel);Donnybrook dance= woest gevecht;Donnybrook row= hevige ruzie.Don Quixote,donkwiksət.Doodle,dûd’l, subst. beuzelaar, sukkel;Yankee Doodle= Amerik. volkslied.Doob,dûb, gras als voeder gebruikt (Brit. Ind.).Dood,dûd, kameel:Dood-wallah(walə) = kameeldrijver (Brit. Ind.).Doolie,dûli, Brit. Ind. draagstoel.Doom,dûm, subst. oordeel, veroordeeling, lot, verdoeming;Doomverb. veroordeelen, straffen, richten:The crack of doom= de jongste dag, het einde der wereld;Doomsday= dag des oordeels;Doomsday-book= kadaster,[154]register van de landerijen (samengesteld op last van Willem den Veroveraar);Doomster= rechter.Doonga,dûŋgə, cano met vierkant zeil (Brit. Ind.).Door,dö, deur, ingang:That waslaid at his door= hem ten laste gelegd;Itlies at his door= het is zijne schuld;It was neverproved at his door= hem nooit bewezen;Helives next-door= in het huis (kamer) hiernaast;Next-door to him= naast hem;We hadnext-door to nothing= zoowat niets;In, within doors= binnenshuis;Out of doors= buitenshuis;Sent out of doors= weggestuurd;He leant against adoor-casing (-case)= kozijn =Door-frame;Door-handle= kruk;Door-hinges= hengsels;Door-keeper= portier;Door-mat= deurmat; voetveeg (fig.);Door-nail= plaatje, waarop de klopper neervalt:He isas dead as a door-nail= zoo dood als een pier (ook:As dead as a door-mat);Door-plate= naamplaatje;Door-post= deurstijl:He isas deaf as a door-post= zoo doof als een kwartel;Door-scraper= krabber;Door-step= stoep, of =Door-sill= drempel:You shall never darken my door(-step) again= jij zet geen voet meer over mijn drempel;Door-stone= steenen drempel;Door-way= ingang.Dop,dop, onderduiken; subst. diepe buiging; dop (bij het diamantslijpen).Dopatta,doupatə, soort sjerp (Br. Ind.).Dopper,dopə, schimpnaam voor de ouderwetsche en meer bekrompen leden der Geref. kerk in Zuid-Afrika.Dor,dö, kever (bladsprietig) =Dor-beetle.Dorado,dəreidou,dərâdou, Dorada, Zuidelijk sterrenbeeld van zes sterren; goudmakreel.Dorcas Society,dökəsəsaiiti, Vereeniging (van dames) tot Christelijk Hulpbetoon (Zie Handelingen IX, 36–41).Dorchester,dötšəstə.Dorée,derî,dorî, zonnevisch.Dorian,dôriən,Doric,dorik, Dorisch:Doric order= Dorische bouwstijl.Doring,dôriŋ, het leeuwerikenvangen met een slagnet en een spiegel.Dormancy,döm’nsi, rust;Dormant,döm’nt, subst. slaper (groote dwarsbalk); adj. slapend, liggend; ongebruikt, dood (Jurid.):Let us allow the matterto lie dormant= laten rusten;Dormant partner= stille vennoot;Dormer,dömə, verticaal venster in hellend dak (=Dormer-window);Dormitive= subst. en adj. slaapwekkend (middel);Dormitory,dömitəri, slaapzaal.Dormouse,dömaus, hazel-(berg)muis.Dorn,dön, rog, stekelrog.Dorothy,dorəthi, Dorothea.Dorsal,dös’l, dorsaal, rug …Dorse,dös, jonge kabeljauw; rug.Dorsel,dös’l, soort wollen stof.Dorset,dösət;Dorsetshire,dösətšə.Dorsum,dös’m, rug, heuvelrug.Dort,döt, Dordrecht.Dory,döri, zonnevisch (=John Dory); platboomd bootje (Amer.).Dose,dous, subst. dosis, bittere pil (fig.);Doseverb. afmeten (van geneesmiddelen), (een bittere pil) toedienen:They havedosed him with liquor= veel drank toegediend, suf of dronken gemaakt.Dosel,dos’l=Dossal= dorsale, geborduurd kleed achter het altaar; rijke draperie.Doss,dos, kussen, bed; slaapstee =Doss-house;Dosser= logé van een slaapstee, landlooper; huisvader.Dosser,dosə, kleed, wandtapijt; draagkorf.Dost,dɐst, 2de p.s. Pres. Imp. v.to do.Dot,dot, subst. stip, punt; kindje; huwelijksgift (Amer.);Dotverb. stippelen:Dotted lines= stippellijnen;Dot your i’s and cross your t’s= zet de puntjes op de i (ookfig.).Dotage,doutidž, suffigheid (vooral van ouderdom), overdreven teederheid, apenliefde;Dotard,doutəd, kindsche grijsaard, verliefde oude gek.Dotation,dəteiš’n, huwelijksgift, schenking.Dote,dout, suffen, dol verzot zijn op:Hedotes onher= is dol op haar;Doting= kindsch; dol, gek (on); subst.Doteness.Doth,dɐth=does.Dottard,dotəd=Dotard.Dottel, Dottle,dot’l, kluitje, propje (onverbrande) tabak in een pijp.Dott(e)rel,dot’r’l, Morinel pluvier; sukkel.Dottyville,dotivil:To bebooked for Dottyville= naar “Meerenberg” moeten.Double,dɐb’l, adj. dubbel, in paren, gekromd, dubbelzinnig; subst. tweevoud, duplicaat, dubbelganger, zijsprong, draai, kunstgreep;Doubleverb. vouwen, verdubbelen, herhalen, omzeilen, dichtknijpen, ballen, over elkaar slaan, doubleeren, verdubbelen van rotten (Mil.), zich verdubbelen, op zijn weg terugkeeren, omdraaien, listig ontwijken, bedriegen:They marched offat the double, at double-quick time= met den looppas;The Cape was doubled= omgezeild;He doubled his fists= balde;All the leaves weredoubled down= aan alle bladen waren ezelsooren;Wedoubled uponthe enemy= brachten hem tusschen twee vuren;Double-acting= dubbelwerkend (mechan.);Double-action;Adouble-barrelled rifle= geweer met dubbelen loop;Double-bass= contrabas;Double-breasted coat= jas met twee rijen knoopen;Double-chin= onderkin;A double-dealer= dubbelhartig mensch, bedrieger;Double-dealing, subst. en adj. dubbelhartig(heid);Double-Dutch= koeterwaalsch;Adouble-dyed villain= een aartsschurk;Double-eagle= goudstuk van twintig dollars (Amer.);Double-edged sword= tweesnijdend;Double-entry:Book-keeping by double-entry= Italiaansch boekhouden;Double-faced= met twee aangezichten, aan beide kanten bruikbaar; onoprecht;Double-first= de eerste zoowel in klassieke talen als in mathematische wetenschappen te Oxford; de graad door zoo iemand verkregen;Double-ganger= dubbelganger;Double-handed= met twee handvatten;Double-hearted= verraderlijk, valsch;Double-knock= korte dubbele klop (met een deurklopper);Double-minded= weifelend, besluiteloos;Double-railed= met dubbel spoor;Double-shot= dubb. lading;Double-shotverb. zwaar laden, aandikken[155](fig.);Double-tide= overuur;Double-tongued= uit twee monden sprekende;Double-track= dubbelspoor;Doubleness= dubbel zijn; dubbelzinnigheid.Doublet,dɐblət, wambuis, buis, vest, doublette (een woord van denzelfden stam als een ander, maar verschillend in vorm en beteek.);Doublets= dobbelspel (soort vantriktrak); hetzelfde getal op beide dobbelsteenen.Doubloon,dɐblûn, Spaansch en Zuid-Amer. goudstuk (±ƒ 12).Doubt,daut, subst. twijfel, onzekerheid, aarzeling, vrees;Doubtverb. weifelen, aarzelen, twijfelen, vermoeden, verdenken, vreezen:Beyond a doubt= boven allen twijfel verheven;I haveput it beyond doubt= buiten allen twijfel geplaatst;No doubt= ongetwijfeld;Doubtful= twijfelachtig, weifelend, verdacht, dubbelzinnig, onzeker; subst.Doubtfulness;Doubtless= ongetwijfeld.Douche,dûš, douche, stortbad.Dough,dou, deeg:My cake is dough= mijn plan is in duigen gevallen;Adough-facedfellow= jabroer, polit. weerhaan (Amer.);Dough-kneaded= zoo zacht als deeg (Amer.);Doughnut= soort pannekoek;Doughy= week, bleek.Doughtiness,dautinəs, manhaftigheid, flinkheid; adj.Doughty= flink.Douglas,dɐgləs.Dour,dûə, hard, streng, onbuigzaam (Schotl.).Douse,daus, adj. ernstig, eerbaar;Douseverb. plotseling onderdompelen of in ’t water vallen; ineens vieren of neerlaten; uitdooven; ranselen.Dove,dɐv, duif, duifje (fig.);Dove-cot(e),Dove-house= duivenhok, duiventil;Dove’s-foot= fijnblad ooievaarsbek;Dovetail, subst. zwaluwstaart;Dovetailverb. vast verbinden, samenvoegen met zwaluwstaarten:His own work and the quoted passagesdovetail into one another= sluiten in elkander.Dover,douvə:The Straits of Dover= het Nauw van Calais;Dover Court= een luidruchtige bijeenkomst.Dowager,dauidžə, douairière:Queen dowager= koningin-weduwe (moeder).Dowden,daud’n.Dowdy,daudi, subst. ouderwetsch of slordig gekleede vrouw, slons; adj. ouderwetsch, slonzig =Dowdyish.Dowel,dau’l, subst. houten pen of nagel;Dowelverb. met pennen verbinden.Dower,dauə, subst. weduwengoed;Dowerverb. een uitzet geven;Dowerless= zonder bruidschat, arm.Dowlas,dauləs, grof linnen goed.Dowl(e),daul, pluim, veder.Down,daun, subst. dons, nestveeren; zaadpluimpje; zacht haar; duin, schapenweide:The Downs= een groote reede aan de kust v. Kent;Downy= donzig, piekfijn.Down,daun, beneden, naar beneden, onder; af, van de hoofdstad of van een hoofdstation weg; terneergeslagen, koest (tegen honden), etc.;Downverb. neerdrukken, ontmoedigen, neerdalen:Down the country= weg van de hoofdstad;Down the sound= in de richting van de ebbe zeewaarts;Down the stream= stroomafwaarts;Down town= naar het centrum (handelswijk) der stad;To bedown at heel= afgetrapt;To bedown for a club= vóórhangen;To bedown in the mouth= neerslachtig =Down on one’s luck= in moeielijkheden;Down the wind= met den wind mee;I like herdown to the ground= dolgraag;That part suits youdown to the ground= is geknipt voor je;From the mayordown tothe meanestcitizen= tot den geringsten burger toe;Tobe down on= uitvaren tegen;I’llbe down upon you= ’k zal je wel krijgen;Tobe down with the influenza= aangetast door, te bed liggen met;Down with him= weg met hem;Tofeel down= somber, neerslachtig;Togo down into the country= naar buiten gaan;That will notgo down with me= dat wil er bij mij niet in;He hasgone down= is met vacantie naar huis gegaan (v. studenten);The wind is down= is gaan liggen;Tolook down upon= neerzien op;Topay down= kontant;Toturn upside down= onderste boven keeren;In writing for children, be careful notto write downtoo much= niet te kinderachtig te schrijven;He is not to be downedby censure= laat zich niet ontmoedigen;Todownbear= drukken, verdrukken;A downcast look= sombere blik;Downcome= plotselinge val, omverwerping;He is adown-Easter= iemand, in de Oostel. staten wonend (somsNew-Eng.ofMaine);Downfall= instorting, val (van water), plotselinge val, ondergang;Downhaul= touw om een zeil neer te halen;Downhearted= neerslachtig;Downhill= bergafwaarts:Downhill work= gemakkelijk werk;Down-line= spoorlijn (van de hoofdplaats of het middelpunt af);Down-passenger= passagier met eenDown-train;Downpour= plasregen;Downright= rechtstreeks, rondweg, echt, volslagen, plotseling, dadelijk, loodrecht, openhartig, grondig:ADownright fool= gek in folio, echte dwaas; subst.Downrightness;Downstairs= (naar) beneden, het dienstpersoneel betreffend;She wasdown-thump onhim= pakte hem (te) hard aan;Down-stroke= neerhaal, neergaande beweging;Down-train= trein (van de hoofdplaats of het middelpunt af);Down-trod(den)= platgetreden, overheerscht;Down-weed= roerkruid, viltkruid;Downy= sluw.
Dispirit,dispirit, ontmoedigen, bang maken.
Displace,displeis, verplaatsen, verleggen, verschuiven; afzetten, ontzetten; verdringen, vervangen; subst.Displacement= ook waterverplaatsing (v. schepen).
Display,displei, subst. vertooning, vertoon, tentoonstelling; ontvouwing;Displayverb. ontvouwen, ontwikkelen, tentoonspreiden, vertoon maken:Adisplay of fireworks.
Displease,displîz, onaangenaam zijn, mishagen;Displeased= boos (with,at);Displeasing,displîziŋ, onaangenaam; subst.Displeasingness;Displeasure,displežə, subst. misnoegen, ongenade.
Disport,dispöt, subst. spel, tijdverdrijf;Disportverb. spelen, dartelen, zich vermaken.
Disposable,dispouzəb’l, beschikbaar;Disposal,dispouz’l, regeling, schikking, controle, beschikking:I amat your disposal= tot uw dienst, te uwer beschikking;Thedisposal in marriage= uithuwelijking;Thedisposal by sale= verkoop;Dispose,dispouz, schikken, regelen, uitdeelen, bestemmen, bewegen, beschikken, disponeeren; verkoopen:Man proposes, God disposes= de mensch wikt, God beschikt;It wasdisposed of by will= vermaakt bij testament;This house will bedisposed of by valuation= is te koop voor de geschatte waarde;Hedisposed ofhis houseforhalf the value= deed van de hand;How will you dispose of yourself?[149]= wat ga je uitvoeren?Hedisposed onthem for the amount of £ 500, to his own order= trok op hen - - -;Disposed= geneigd, gezind, gestemd:I am notdisposed toit= niet voor gedisponeerd;He hasa disposing mindfor it= neiging;Disposition,dispəziš’n, subst. schikking, indeeling, gesteldheid, beschikking, neiging, gezindheid, aard, aanleg:The house isat your disposition= te uwer beschikking;I had the worstDispositioneddonkey= kwaadwilligste ezel.
Dispossess,dispəzes, uit het bezit verdrijven, berooven, bevrijden:He was dispossessed from (of) the throne by his brother; subst.Dispossession.
Dispraise,dispreiz, subst. blaam, verwijt;Dispraiseverb. laken, berispen, verwijten.
Disproof,disprûf, weerlegging.
Disproportion,disprəpöš’n, subst. wanverhouding, onevenredigheid;Disproportionverb. onevenredig maken;Disproportionable=Disproportional=Disproportionate= ongelijk, onevenredig; subst.Disproportionality=Disproportionateness.
Disprovable,disprûvəb’l, weerlegbaar, berispelijk;Disprove,disprûv, weerleggen.
Disputable,dispjutəb’l,dispjûtəb’l, betwistbaar; twistziek;Disputant,dispjut’nt, subst. disputant, opponens; adj. betwistend, strijdig;Disputation,dispjuteiš’n, woordentwist;Disputatious= twistziek, tot opponeeren geneigd;Dispute,dispjût, subst. woordentwist, debat, geschil;Disputeverb. twisten, debatteeren, betwisten, verdedigen:Beyond (Past, Without) dispute= zonder kwestie;To arrange (settle) a dispute= bijleggen;Hedisputed forthe empire= hij betwistte een ander het bezit van;Disputed= betwist.
Disqualification,diskwolifikeiš’n, onbevoegdverklaring, uitsluiting, onbevoegdheid;Disqualify,diskwolifai, onbevoegd (onbekwaam) verklaren (maken), uitsluiten.
Disquiet,diskwaiit, subst. angst, onrust;Disquietverb. verontrusten, kwellen;Disquietous= angst- of onrustwekkend;Disquietude= onrustigheid, ongerustheid.
Disquisition,diskwiziš’n, verhandeling, onderzoek;Disquisitional, onderzoekings.…
Disraeli,disreili.
Disregard,disrigâd, subst. minachting, verwaarloozing;Disregardverb. geringschatten, in den wind slaan, negeeren; adj.Disregardful.
Disrelish,disreliš, subst. afkeer, tegenzin;Disrelishverb. geen zin hebben in, een afkeer hebben van; tegen maken.
Disrepair,disripêə, verval, bouwvalligheid.
Disreputable,disrepjutəb’l, berucht, schandelijk;Disrepute,disripjût, subst. slechte naam, oneer, schande:Tobring into disrepute=Tobring disrepute upon= in discrediet brengen;Tofall (sink) into disrepute= in kwaden reuk komen.
Disrespect,disrispekt, subst. geringschatting, minachting, oneerbiedigheid;Disrespectverb. geringschatten;Disrespectability= onwaardigheid, onsoliditeit;Disrespectable= onwaardig, onsolide;Disrespectful= oneerbiedig, onbeleefd, minachtend.
Disrobe,disroub, uitkleeden, berooven.
Disroot,disrût, ontwortelen.
Disrupt,disrɐpt, adj. verbroken;Disruptverb. scheiden, verbreken;Disruption= scheiding, splitsing, verbreking, breuk;Disruptive discharge= plotselinge ontlading.
Dissatisfaction,disatisfakš’n, ontevredenheid;Dissatisfactory= onbevredigend;Dissatisfy= mishagen, niet voldoen, ontevreden maken, teleurstellen.
Dissect,disekt, ontleden, scherp en kritisch onderzoeken;Dissecting-room (Dissecting-table)= snijkamer (snijtafel);Dissection= sectie, nauwkeurig onderzoek;Dissector= anatoom, prosector.
Disseise,disîz, uit het bezit stooten;Disseisee= de onwettig uit zijn bezit gestootene;Disseisin,disîzin, wederrechtelijke inbezitneming;Disseisor,disîzə, onwettig bezitnemer; vr.Disseisoress.
Dissemble,disemb’l, verbergen, veinzen, huichelen;Dissembler= huichelaar;Dissembling, huichelachtig; subst. huichelarij.
Disseminate,disemineit, verspreiden, uitstrooien; subst.Dissemination;Disseminator.
Dissension,disenš’n, tweedracht, oneenigheid.
Dissent,disent, subst. verschil (van gevoelen), afscheiding (van eene kerk, de Dissenters);Dissentverb. verschillen (van gevoelen), zich afscheiden;Dissenter= afgescheidene (van de Staatskerk) =Dissentient,disenš’nt, adj. afwijkend:With one dissentient voice= één stem tegen;Dissenting views= afwijkende meeningen.
Dissertation,disəteiš’n, verhandeling, dissertatie.
Disservice,disɐ̂vis, ondienst, nadeel, schade.
Dissever,disevə, scheiden, afsnijden, splijten; subst.Disseverance.
Dissidence,disidens, oneenigheid; scheiding;Dissident, afwijkend.
Dissilient,disilj’nt, openspringend.
Dissimilar,disimilə, ongelijk;Dissimilarity, ongelijkheid =Dissimilitude,disimilitjûd, ook: tegenstelling.
Dissimulate,disimjuleit, veinzen;subst.Dissimulation;Dissimulator= huichelaar.
Dissipate,disipeit, verstrooien, verdrijven, weggooien, verkwisten, uitputten, zich verspreiden:Dissipated= liederlijk;Dissipation= verkwisting, losbandigheid.
Dissociate,disoušieit, scheiden; afzonderen; subst.Dissociation.
Dissolubility,disəl(j)ubiliti,disoljubiliti, oplosbaarheid;Dissoluble,disəl(j)ûb’l,disoljub’l, oplosbaar.
Dissolute,disəl(j)ût, losbandig; subst.Dissoluteness;Dissolution,disəl(j)ûš’n, smelting, oplossing, dood;Dissolvable= oplosbaar;Dissolve,dizolv, oplossen, scheiden, ontbinden, ophouden te bestaan, sluiten (van vergaderingen):To dissolve partnership= ontbinden;Dissolved in tears= wegsmeltende;Dissolvent,dizolv’nt, oplossend (middel);Dissolving views= lichtbeelden.
Dissonance,disən’ns, wanklank;Dissonant= wanklinkend, afwijkend.
Dissuade,disweid, afraden;Dissuasion,disweiž’n, afrading, ontrading;Dissuasive,disweisiv, ontradend; ontrading.[150]
Dissyllabic,disilabik, tweelettergrepig;Dissyllable,disiləb’l, woord van twee lettergrepen.
Distaff,distaf, spinrok(ken), vrouw(elijk geslacht);Distaff-side= de vrouwelijke linie.
Distance,dist’ns, subst. afstand (ookfig.), tusschenruimte, verschiet, tijdruimte, interval (muziek), afstand van ± 200 M. van den eindpaal (aangewezen door denDistance-post);Distanceverb. verwijderen, ver achter zich laten:At a distance= op een afstand;In the distance= in de verte;Out of distance= onafzienbaar ver;Hekeeps his distance= hij weet waar hij staan moet;I know my distance= weet waar ik staan moet;The jockey hassaved his distance= had dendistance-post(200 M. vóór denWinning-post) bereikt, voor de winner aan het einde der baan was (en mocht daarom verder aan de wedrennen deelnemen);That horse wasdistanced= dit paard viel uit, omdat het dendistance-postnog niet had bereikt, toen zijn mededinger aan denWinning-postwas;He wasdistanced= legde het schandelijk af;Distant,dist’nt, verwijderd, afgelegen, koel:He wasdistant and reserved= erg op een afstand.
Distaste,disteist, subst. afkeer, walging:Hetook a distaste atit= walgde ervan;Distasteful= walgelijk, onaangenaam; subst.Distastefulness.
Distemper,distempə, subst. ongesteldheid (thans vooral bij hond, paard en rundvee); tempera-schilderwerk, waarbij de kleuren met een bindmiddel zijn vermengd; een zoo bereide kleurstof;Distemperverb. in de war brengen, tempera-schilderen;Distempered, ongesteld, getroubleerd, ontevreden.
Distend,distend, uitstrekken, rekken, uitzetten, opzwellen:Todistend a crush hat= laten uitspringen;The horsedistended its nostrils= spalkte open;Distension,Distention,distenš’n, uitzetting, omvang.
Distich,distik, distichon.
Distil(l),distil, in druppels neervallen, zacht vloeien, distilleeren, laten druppelen:Distilled damnation= volkskanker;Distillate= distillaat;Distillation= distillatie;Distillatory, distilleer …;Distiller= brander;Distillery= branderij, stokerij;Distilment=Distillate.
Distinct,distiŋkt, onderscheiden, duidelijk:As distinct from= geplaatst tegenover;Distinction,distiŋkš’n, onderscheid, onderscheiding, onderscheidingsteeken, aanzien, rang, voornaamheid:Without distinction= zonder onderscheid;Distinguish,distiŋgwiš, onderscheiden, indeelen, kenmerken, zich onderscheiden;Distinguishable= te onderscheiden, opmerkelijk;Distinguished= onderscheiden, aanzienlijk, uitstekend.
Distingué,distiŋgei=Distinguished, ook: regenmantel.
Distort,distöt, verwringen, verdraaien; trekken (van hout); subst.Distortion;Distortive= verdraaid, verwrongen.
Distract,distrakt, afleiden, afwenden, verwarren, storen (v. de geestvermogens), verbijsteren:Distracted= verward, onthutst, dol, razend;Distractedness=Distraction, ook afleiding:Heallowed himself no distraction= hij gunde zich geene ontspanning;Distractive= verwarrend, verontrustend.
Distrain,distrein, beslag leggen op:He threatened todistrain for the money= beslag te zullen leggen (op het goed) om het geld te krijgen;Distrainable= waarop beslag gelegd kan worden;Distrainer= hij die beslag legt;Distraint= beslaglegging (on).
Distraught,distrôt=Distracted.
Distress,distres, subst. droefheid, smart, benauwdheid, ellende, nood, tegenspoed; beslaglegging;Distressverb. benauwen, ongelukkig maken, beslag leggen:To levy (make, put in) a distress= beslag leggen;He isin distress formoney= heeft geldgebrek;Flag of distress= noodvlag;Warrant of distress= bevel tot beslaglegging;Adistressed ship= schip in nood;Distressful= ellendig, jammerlijk;Distressing= rampspoedig, pijnlijk.
Distributable,distribjutəb’l, verdeelbaar;Distribute,distribjut, verdeelen, uitdeelen, verbreiden, toebedeelen, sorteeren of distribueeren (van letters);Distribution,distribjûš’n, verdeeling, toebedeeling, sorteering, verbreiding;Distributive, subst. distributief woord (b.v.ieder); adj. verdeelend.
District,distrikt, subst. gebied, streek, afdeeling, district, provincie;Districtverb. in districten verdeelen (Amer.);District-court= arrondissementsrechtbank (Amer.);District-visitor= armenbezoek(st)er.
Distrust,distrɐst, subst. wantrouwen, verdenking;Distrustverb. wantrouwen, verdenken; adj.Distrustful; subst.Distrustfulness.
Disturb,distɐ̂b, verstoren, doen afwijken, in wanorde brengen, verontrusten, belemmeren, in beroering brengen:Do notdisturb the sleeping lion= stoor niet;Disturbance= rustverstoring, stoornis, verwarring, verhindering.
Disunion,disjûnj’n, scheiding, ophitsing, tweedracht; oneenigheid;Disunite,disjunait, scheiden, gescheiden raken, uit elkaar gaan;Disunity= gescheidenheid.
Disuse,disjûs, onbruik, ongewoonte:Tocome (fall) into disuse= in onbruik geraken.
Disuse,disjûz, niet meer gebruiken, ontwennen, afnemen.
Ditch,ditš, subst. greppel, sloot, gracht;Ditchverb. eene sloot graven, draineeren, met een sloot omringen:It isas dull as ditchwater= verschrikkelijk langdradig;Todie in the last ditch= zich tot het uiterste verdedigen;I amin a dry ditch= heb mijne schaapjes op het droge;Ditcher= slootgraver; schip dat door het Suezkanaal vaart.
Dithyramb,dithiram(b),Dithyrambus,dithirambəs, dithyrambe; adj.Dithyrambic.
Dittander,ditandə, peperkers.
Ditto,ditou, hetzelfde:Asuit of dittoes (does)= een pak kleeren van ééne stof.
Ditty,diti, subst. liedje, deuntje;Dittyverb. zingen, neuriën;Ditty-bag= naaizak (met naalden, garen, etc.).
Diuresis,dai-jurîsis, sterke urineafscheiding;Diuretic,dai-juretic, urine-afscheidend (middel).
Diurna,daiɐ̂nə, dagvlinders, kapellen;Diurnal,daiɐ̂n’l, dagelijksch, dag …; subst. dagboek.[151]
Divagation,daivəgeiš’n, afwijking, afdwaling, weiding.
Divan,divan, staatsraad (Turkije); raadzaal; rechtszaal; Turksch koffiehuis; rookkamer, sofa; verzameling gedichten.
Divaricate,daivarikeit, adj. gevorkt;Divaricateverb. zich vertakken, in twee takken scheiden, zich afwenden van; subst.Divarication.
Dive,daiv, subst. duiking in het water met het hoofd vooruit, plotselinge greep; dievenhol;Diveverb. duiken, zich verdiepen, doordringen:Hemade a diveforit= hij dook (greep) ernaar;Diver= zeeduiker; zakkenroller.
Diverge,d(a)ivɐ̂dž, divergeeren, afwijken; subst.Divergence;Divergent opinions= afwijkende.
Divers,daivəz,daivəs, verscheidene, ettelijke;Diverse,d(a)ivɐ̂s,daivəs, onderscheidene;Diversification, verscheidenheid, verschil, verandering;Diversiform= van verschillenden vorm;Diversify= varieeren, afwisselen;Diversion,d(a)ivɐ̂š’n, afleiding, uitspanning, vermaak; schijnbeweging, verlegging:Tocreate a diversion= eene afleiding bezorgen;Diversity,d(a)ivɐ̂siti, verscheidenheid, ongelijkheid.
Divert,d(a)ivɐ̂t, afleiden, afbrengen van, vermaken; eene schijnbeweging maken;Diverting= vermakelijk;Divertisement= amusement;Divertive= vermakend.
Dives,daivîz, de rijke man.
Divest,divest, ontdoen, berooven, ontblooten; zich afwennen (=oneself);Dives(ti)ture,dives(ti)tjə, berooving (van bezit of recht);Divestment= het beroofd zijn (worden).
Divide,divaid, verdeelen, deelen, verleggen, scheiden, openen, splijten, in tweeën gaan; stemmen; subst. (water)scheiding:Todivide the House= een stemming houden (in ’t Lagerhuis);Dividend,divid’end, deeltal, dividend:Dividend-warrant= dividendbewijs;Divider= deeler:Dividers= passer om lijnen in een zeker aantal gelijke deelen te verdeelen.
Divination,divineiš’n, voorspelling, voorgevoel; adj.Divinatory;Divine,divain, subst. godgeleerde, geestelijke; adj. goddelijk, hemelsch, buitengewoon, voortreffelijk;Divineverb. voorzèggen, gissen, raden:Divine service= godsdienstoefening; subst.Divineness;Divining-rod= tooverroede (om te ontdekken waar water onder den grond wordt gevonden).
Diving:Diving-bell,daiviŋbel, duikerklok;Diving-dress= duikerspak.
Divinity,diviniti, god(delijk)heid, godgeleerdheid:Adivinity student;Divinify,divinifai, vergoddelijken.
Divisibility,divizibiliti, deelbaarheid;Divisible= deelbaar;Division= verdeeling, verdeeldheid, deeling, afdeeling, scheiding, schot, aandeel, divisie, stemming;Divisional= afdeelings..;Divisor= deeler.
Divorce,divös, subst. echtscheiding;Divorceverb. scheiden (van den echt):Divorce from bed and board= scheiding van tafel en bed (ookJudicial separationgenoemd);Bill of Divorce= vonnis van echtscheiding;He divorced her= liet zich van haar scheiden;Divorcer= scheidingsmotief.
Divulge,divɐldž, onthullen, openbaar maken, verspreiden.
Divulsion,divɐlš’n, vaneenscheuring.
Dizen,daiz’n, zich optooien (out).
Dizziness,dizinəs= duizeligheid;Dizzy,dizi, adj. duizelig, duizelingwekkend; onnadenkend;Dizzinessverb. duizelig maken, ronddraaien, verwarren.
Do,dû, subst. handeling, daad, moeite, drukte, bedrog; maal;Doverb. doen, verrichten, volvoeren, gereedmaken, voleindigen, zich gedragen, zich bevinden, voldoende zijn, enz.:I have done my do= het mijne gedaan;It was alla do=bedrog, afzetterij;Tomake a great to-do= veel drukte maken over;There’s nothing to do butyielding= niets anders aan te doen dan;I will have nothing to do withhim= te maken hebben;What’s to do= wat is er aan de hand?That will do= zoo is ’t goed;These will do= zijn goed;That will not dowith me= gaat bij mij niet op;How do you do?= hoe gaat het?He did meon a wager= nam mij beet met;Could you do mesome fifty pounds?= zoowat 50l.leenen?Wedo theseat a shilling a piece= verkoopen;Hedidhimselfaway= beging zelfmoord;Wedid away withit= schaften het af;Do byothers as you wish to bedone by= doe anderen, zooals gij wenscht, dat men u zal doen;Todo for= zorgen voor, voldoende zijn; beetnemen;What can I do for you?wat is er van uw dienst?We have done for him=He was done forby us= wij hebben hem zijn vet gegeven, totaal verslagen;He did me forthree thousand pounds= zette mij af;These things will do forfly-catchers= kunnen dienen als;She wasdone in stone= gebeeldhouwd;Done intoEnglish= overgezet;Hedid offall his array= legde ter zijde;I am not going to bedone out ofit= laat me niet ontnemen;He hasdone me out of £ 3000= armer gemaakt;The house wasdone up= opgeknapt, gerepareerd;She hasdone him up= is hem te slim af geweest;Todo upa parcel= vastbinden, toebinden;To bedone up (knocked up) withthe heat= kapot van;I am done with youfor ever= je hebt voor goed bij mij afgedaan;I have done with him= met hem afgerekend;Have youdone with the umbrella?= moet je de parapluie nog gebruiken?I cando withoutit= kan er buiten, wel zonder;Todo battlefor= strijden voor;Todo the beds= doen;Todo bills= wissels realiseeren;Shedid her hair= maakte op;Todo Hamlet= spelen voor;Is your sister game todo the housekeeper= is uwe zuster geschikt (heeft ze lust) om de rol van huishoudster te spelen;Wedid the Isle of Wightin three days= reisden het eiland Wight rond;Todo like for like= met gelijke munt betalen;Todo paper= effecten, enz. omzetten;Todo a room= doen;She wasdone[152]brown= leelijk beetgenomen;Todo the grand= den heer uithangen;Todo the polite= zich zeer vriendelijk aanstellen;Youdo me proud= ik ben trotsch op je;I’lldoyouright (reason)= bescheid;They’vedone splendidly= zich kranig gehouden;Todo well= er goed aan doen; het goed maken;Done= fiat, afgesproken; klaar;Have done= schei uit;We are done (with it)= klaar;We were doneat three o’clock= 3 uur waren wij klaar;To bedone to death= ter dood gebracht;The meat wasdone to a turn= prachtig gebraden;Awell-to-doman= welgesteld;Anever-do-well= een wildzang;A do-all= duivelstoejager;Do-nothing= luilak, doeniet; adj. nietsdoend; subst.Do-nothingness= nietsdoen,laissez-faire;Doing:Fine doings these!= een mooie boel!There is not much doingaan de hand.
Do,dou, ut of do (toonschaal); verkorting vanditto:Connubial dittoes= trouwpak.
Doat,dout: Z.Dote.
Dobbie,dobi, nar; een geest of kabouter (Noord Eng.).
Dobbin,dobin, oud werkpaard.
Dobell,dəbel.
Docible,dosib’l,Docile,do(u)s(a)il, leerzaam, handelbaar; subst.Docility.
Dock,dok, subst. dok, stompje, pit (van de paardestaart), afgekorte staart; zuring; bank der beschuldigden;Dockverb. afsnijden, kortstaarten, verminderen, afschaffen, dokken (van een schip):A(close-)docked tail;Dock-charges,Dock-dues= dok- of havengelden;Dock-master= havenmeester;Dock-warrant= geleibiljet, ceel;Dockyard= scheepswerf;Dockage= gelegenheid om te dokken; dokgeld;Docker= dokwerker.
Docket,dokət, subst. korte inhoud, lijst der aanhangige rechtszaken of uitspraken; adreskaart (aan goederen), etiket;Docketverb. een korten inhoud maken, briefjes of nummers plakken op, den inhoud van een stuk op de rugzijde vermelden, adresseeren:To strike a docket= eene faillietverklaring aanvragen.
Doctor,doktə, subst. doctor,dokter, leeraar; middel om wijn te vervalschen;Doctorverb. promoveeren, medicineeren, beter maken; vervalschen:He doctored usin the cholera days= behandelde ons;I live by doctor’s rule= op dieet;Doctors’ Commons, zieCommons;Doctor’s-stuff= medicijnen;Doctoral= doctoraal;Doctorate,doktərit, subst. doctoraat;Doctorate,doktəreit, verb. doctoreeren, promoveeren;Doctoress= doctores;Doctorship=Doctorate.
Doctrinaire,doktrinêə, adj. doctrinair; ook subst.;Doctrinal:Doctrinal theology= dogmatiek;Doctrine,doktrin, leer, leerstuk, dogma.
Document,dokjument, subst. bewijsstuk, document;Documentverb. documenteeren;Documental=Documentary:Documentary evidence= schriftelijke getuigenis;Documentary proof of one’s election= geloofsbrieven.
Dod,dod, afsnijden, scheren (van wol).
Dodder,dodə, warkruid;Dodder-grass= trilgras.
Dodder,dodə, beven, trillen:Tododder about= rondstrompelen;Doddering fears.
Doddle,dod’l, waggelen:Adoddling old dotard= een strompelende oude sufferd.
Dodecagon,dədekəgon, twaalfhoek.
Dodge,dodž, subst. plotselinge zijbeweging, kunstgreep, list, streek;Dodgeverb. plotseling opzij springen, ontwijken, uitwijken, uitvluchten bedenken, voorzichtig rondsluipen, slenteren, vermijden, als een schaduw volgen, nagaan, heen en weer bewegen, bedotten:Heworked the dodgesingled-handed= voerde de zwendelarij geheel alleen uit;He wentdodging aboutthe village= slenterde door;Dodger= slimmerd, bedrieger, kuiper, zwendelaar;Dodgery= zwendel, uitvlucht; adj.,Dodgy.
Dodipole,dodipoul, sukkel, domkop.
Dodman,dodm’n, tuinslak.
Dodo,doudou, dodaars of basterdstruis (vroeger op Mauritius).
Dodonian,doudounj’n, uitDodona, beroemd om haar orakel.
Doe,dou, hinde, ree; wijfje;Doeskin,douskin, hertenleder, soort buckskin.
Doff,dof, afzetten, uittrekken.
Dog,dog, subst. hond,hondevleesch, vent, snaak; de Groote of Kleine Hond (sterrenbeeld); duivelsklauw, mijnkarretje, haardijzer;Dogverb. als een schaduw volgen, nauwkeurig nagaan:Anartful (sly) dog= een slimmerd;A sad dog= een snaak;Give a dog a bad name, and hang him= als men een hond wil slaan, vindt men wel een stok =There are more ways of killing a dog than hanging him;Togo to the dogs= ten onder gaan:Let sleeping dogs lie= maak geen - - - wakker;I call thisthrowing things to the dogs= de dingen weggooien;Adog and shadowconviction= persoonlijke;He isa dog in the manger= hij kan niet zien dat de zon in het water schijnt;The police dogged him= ging hem na;Dog-bee= hommel (mannetjesbij);Dog-berry= bes van de roode kornoelje;Dog-biscuit;Dog-briar (Dog-rose)= hondsroos;Dog-cart= twee- of vierwielig rijtuigje met twee banken (rug aan rug);Dog-cheap= spotgoedkoop;Dog-collar= halsband;Dog-days= hondsdagen;Dog-fancier= hondenfokker en -koopman;Dog-fennel= stinkende camille;Dogfish= o.a. hondshaai;Dog-fox= mannetjesvos;Dog-grass= kweek;Dog-hearted= onbarmhartig;Dog-hole= hondegat, hondenhok; hok, gat (fig.);Dog-kennel= hok;Dog-latin= kramerlatijn;Dog’s-ear= ezelsoor; ook verb.;Dog-sleep= hazenslaapje;Dog’s-meat= afval van vleesch, hondenvleesch;Dog-star= hondsster, Sirius;Dog-tooth= oogtand;Dog-trick= leelijke streek, gemeene behandeling;Dog-trot= sukkeldrafje;Dog-vane= waker (scheepst.);Dog-violet= hondsviooltje;Dog-watch= hondenwacht (van 4–6 of 6–8 p. m.);Dog-weary= zoo moe als een hond;Dogwood= roode kornoelje;Dogged; = norsch, hardnekkig:It’s dogged as does it= de aanhouder wint; subst.[153]Doggedness;Doggish= hondsch; subst.Doggishness.
Doge,doudž, doge;Dogate,dougit,Dogeate,doudžit, waardigheid van een Doge.
Dogger,dogə, dogger (vaartuig).
Doggerel,dogərel, subst. rijmelarij =Doggerel rhymes.
Dogma,dogmə, leerstuk; adj.Dogmatic(al);Dogmatism= dogmatisme;Dogmatize= dogmatizeeren.
Doily,dôili, tafelmatje, slabbetje, servetje.
Doit,dôit, duit, kleinigheid; 0,135 mGr.
Dolce,doltši, zacht, liefelijk.
Doldrums,doldr’mz, streek der windstilten:To bein the doldrums= lusteloos, gemelijk zijn, zich vervelen.
Dole,doul, subst. portie, aalmoes; smart; marksteen;Doleverb. uit- of ronddeelen in kleine hoeveelheden (out);Happy man be his dole= moge hij gelukkig zijn;Doleful= smartelijk, treurig, akelig; subst.Dolefulness;Dolesome=Doleful.
Doll,dol, pop:Doll’s eyes,dolzaiz, k(o)ralen (voor poppenoogen).
Doll,dol, Doortje =Dolly,doli.
Dollar,dolə, Amerik. munt (van 100 cents=ƒ2,50).
Dol(l)man,dolm’n, lang Turksch gewaad; dolman.
Dollop,doləp, klonter, klomp.
Dolly,doli, Doortje; bak met geperforeerden bodem, om erts in te wasschen; grisette; blad met bloemen en vruchten; adj. sukkelig;Dolly-shop= stille bank van leening, lompenhandel.
Dolly Varden,dolivâd’n, lichte en gebloemde soort van polonaise gedragen over een licht gekleurden rok; ook schuin gedragen hoed met bloemen.
Dolorous,dolərɐs, pijnlijk, smartelijk;Dolour,doulə, smart, pijn:Our Lady of Dolours= naam van de H. Maagd Maria.
Dolphin,dolfin, dolfijn; dolfijnvormig oor (van kanon of mortier), ducdalf, meerboei:He feltas much out of his element as a dolphin in a sentry-box= als een visch, die op het droge ligt.
Dolt,doult, domkop, sukkel:Doltish= dom, sukkelachtig; subst.Doltishness.
Domain,dəmein, macht, gezag, domein, gebied.
Dombey,dombi.
Dom-boc,doumbouk, wetboek uit den tijd van Koning Alfred =Domebook.
Dome,doum, koepel, koepelvormig dak; een tempel, dom;Dome-shaped= koepelvormig;Domed= met een koepel, gewelfd.
Domesday,dûmzdei; ZieDoomsday.
Domesman,dûmzman, vroeger rechter =Doomsman.
Domestic,dəmestik, subst. huisbediende, dienstbode; adj. huiselijk, huishoudelijk, tam, inlandsch;Domestics= binnenl. producten (Amer.);Domestic animals= huisdieren;Domestic economy= huishoudkunde;Domestic peace= huiselijke vrede;Domestic quarrels= binnenlandsche twisten;Domesticate,dəmestikeit, aan huiselijk leven gewennen, temmen, beschaven;Domesticity,doumestisiti, huiselijkheid.
Domett,domət, katoenflanel.
Domicile,domis(a)il, subst. domicilie;Domicileverb. (zijn) domicilie nemen, domicilieeren:A domiciliary visit= bezoek door de rechterlijke macht, met het oog op huiszoeking;Domiciliate(=Domicile):Todomicilea bill of exchange= een wissel domicilieeren;Domiciliation= domicilie.
Dominant,domin’nt, subst. de dominante (Muziek); adj. heerschend, domineerend, ver zichtbaar;Dominate,domineit, heerschen, zich verheffen boven;Domination= heerschappij;Dominator= beheerscher;Dominative= heerschend;Domineer,dominîə, een gebiedenden, onbeschaamden toon voeren, den baas spelen; opspelen, woedend uitvaren.
Dominic,dominik;Dominica,domənîkə,dəminikə.
Dominical,dəminik’l:Dominical letter= Zondagsletter;Dominical prayer= het Onze Vader.
Dominican,dəminik’n, Dominicaner monnik.
Dominie,do(u)mini, schoolmeester (vaak iron.), dominé (Schotl.); predikant van Holl. gemeente (Amer.).
Dominion,dəminj’n, oppermacht, heerschappij, gebied:Dominion Day= nationale feestdag in Canada (1 Juli);The Dominion= Canada.
Domino,dominou, domino; dominosteen:Toplay at dominoes= domino spelen;Domino-box= dominospel, mond vol tanden.
Don,don, subst. heer (vroeger titel, in Spanje),TutorofFellowvan een College aan een der hoogescholen; banjer;Donnish= pedant.
Don,don, aandoen.
Dona,dounja, Donna; meisje.
Donalbain,donəlbein;Donald,don’ld.
Donate,douneit, geven (Am.);Donation,deneiš’n, gave, gift, schenking;Donative,donətiv, subst. gift, schenking, benefice; adj. bij schenking gegeven.
Doncaster,doŋkəstə.
Done,dɐn, part. perf. vanto do. ZieDo.
Donee,dounî, begiftigde.
Donegal,donəgôl,donəgôl.
Donga,doŋgə, spleet in eene rivierbedding, droge rivierb. (Z. A.).
Donjon,dɐnž’n,donž’n, slottoren, kerker.
Don Juan,dondžûən.
Donkey,doŋki, ezel;Donkeyess,doŋkiəs, ezelin;Donkey-engine= een kleine hulpmachine aan boord;Donkey-pump= stoompomp (voor den ketel).
Donne,don;Donnybrook,donibruk, ruw, woest, (genoemd naar:Donnybrook fair= woeste (Iersche) kermisboel);Donnybrook dance= woest gevecht;Donnybrook row= hevige ruzie.
Don Quixote,donkwiksət.
Doodle,dûd’l, subst. beuzelaar, sukkel;Yankee Doodle= Amerik. volkslied.
Doob,dûb, gras als voeder gebruikt (Brit. Ind.).
Dood,dûd, kameel:Dood-wallah(walə) = kameeldrijver (Brit. Ind.).
Doolie,dûli, Brit. Ind. draagstoel.
Doom,dûm, subst. oordeel, veroordeeling, lot, verdoeming;Doomverb. veroordeelen, straffen, richten:The crack of doom= de jongste dag, het einde der wereld;Doomsday= dag des oordeels;Doomsday-book= kadaster,[154]register van de landerijen (samengesteld op last van Willem den Veroveraar);Doomster= rechter.
Doonga,dûŋgə, cano met vierkant zeil (Brit. Ind.).
Door,dö, deur, ingang:That waslaid at his door= hem ten laste gelegd;Itlies at his door= het is zijne schuld;It was neverproved at his door= hem nooit bewezen;Helives next-door= in het huis (kamer) hiernaast;Next-door to him= naast hem;We hadnext-door to nothing= zoowat niets;In, within doors= binnenshuis;Out of doors= buitenshuis;Sent out of doors= weggestuurd;He leant against adoor-casing (-case)= kozijn =Door-frame;Door-handle= kruk;Door-hinges= hengsels;Door-keeper= portier;Door-mat= deurmat; voetveeg (fig.);Door-nail= plaatje, waarop de klopper neervalt:He isas dead as a door-nail= zoo dood als een pier (ook:As dead as a door-mat);Door-plate= naamplaatje;Door-post= deurstijl:He isas deaf as a door-post= zoo doof als een kwartel;Door-scraper= krabber;Door-step= stoep, of =Door-sill= drempel:You shall never darken my door(-step) again= jij zet geen voet meer over mijn drempel;Door-stone= steenen drempel;Door-way= ingang.
Dop,dop, onderduiken; subst. diepe buiging; dop (bij het diamantslijpen).
Dopatta,doupatə, soort sjerp (Br. Ind.).
Dopper,dopə, schimpnaam voor de ouderwetsche en meer bekrompen leden der Geref. kerk in Zuid-Afrika.
Dor,dö, kever (bladsprietig) =Dor-beetle.
Dorado,dəreidou,dərâdou, Dorada, Zuidelijk sterrenbeeld van zes sterren; goudmakreel.
Dorcas Society,dökəsəsaiiti, Vereeniging (van dames) tot Christelijk Hulpbetoon (Zie Handelingen IX, 36–41).
Dorchester,dötšəstə.
Dorée,derî,dorî, zonnevisch.
Dorian,dôriən,Doric,dorik, Dorisch:Doric order= Dorische bouwstijl.
Doring,dôriŋ, het leeuwerikenvangen met een slagnet en een spiegel.
Dormancy,döm’nsi, rust;Dormant,döm’nt, subst. slaper (groote dwarsbalk); adj. slapend, liggend; ongebruikt, dood (Jurid.):Let us allow the matterto lie dormant= laten rusten;Dormant partner= stille vennoot;Dormer,dömə, verticaal venster in hellend dak (=Dormer-window);Dormitive= subst. en adj. slaapwekkend (middel);Dormitory,dömitəri, slaapzaal.
Dormouse,dömaus, hazel-(berg)muis.
Dorn,dön, rog, stekelrog.
Dorothy,dorəthi, Dorothea.
Dorsal,dös’l, dorsaal, rug …
Dorse,dös, jonge kabeljauw; rug.
Dorsel,dös’l, soort wollen stof.
Dorset,dösət;Dorsetshire,dösətšə.
Dorsum,dös’m, rug, heuvelrug.
Dort,döt, Dordrecht.
Dory,döri, zonnevisch (=John Dory); platboomd bootje (Amer.).
Dose,dous, subst. dosis, bittere pil (fig.);Doseverb. afmeten (van geneesmiddelen), (een bittere pil) toedienen:They havedosed him with liquor= veel drank toegediend, suf of dronken gemaakt.
Dosel,dos’l=Dossal= dorsale, geborduurd kleed achter het altaar; rijke draperie.
Doss,dos, kussen, bed; slaapstee =Doss-house;Dosser= logé van een slaapstee, landlooper; huisvader.
Dosser,dosə, kleed, wandtapijt; draagkorf.
Dost,dɐst, 2de p.s. Pres. Imp. v.to do.
Dot,dot, subst. stip, punt; kindje; huwelijksgift (Amer.);Dotverb. stippelen:Dotted lines= stippellijnen;Dot your i’s and cross your t’s= zet de puntjes op de i (ookfig.).
Dotage,doutidž, suffigheid (vooral van ouderdom), overdreven teederheid, apenliefde;Dotard,doutəd, kindsche grijsaard, verliefde oude gek.
Dotation,dəteiš’n, huwelijksgift, schenking.
Dote,dout, suffen, dol verzot zijn op:Hedotes onher= is dol op haar;Doting= kindsch; dol, gek (on); subst.Doteness.
Doth,dɐth=does.
Dottard,dotəd=Dotard.
Dottel, Dottle,dot’l, kluitje, propje (onverbrande) tabak in een pijp.
Dott(e)rel,dot’r’l, Morinel pluvier; sukkel.
Dottyville,dotivil:To bebooked for Dottyville= naar “Meerenberg” moeten.
Double,dɐb’l, adj. dubbel, in paren, gekromd, dubbelzinnig; subst. tweevoud, duplicaat, dubbelganger, zijsprong, draai, kunstgreep;Doubleverb. vouwen, verdubbelen, herhalen, omzeilen, dichtknijpen, ballen, over elkaar slaan, doubleeren, verdubbelen van rotten (Mil.), zich verdubbelen, op zijn weg terugkeeren, omdraaien, listig ontwijken, bedriegen:They marched offat the double, at double-quick time= met den looppas;The Cape was doubled= omgezeild;He doubled his fists= balde;All the leaves weredoubled down= aan alle bladen waren ezelsooren;Wedoubled uponthe enemy= brachten hem tusschen twee vuren;Double-acting= dubbelwerkend (mechan.);Double-action;Adouble-barrelled rifle= geweer met dubbelen loop;Double-bass= contrabas;Double-breasted coat= jas met twee rijen knoopen;Double-chin= onderkin;A double-dealer= dubbelhartig mensch, bedrieger;Double-dealing, subst. en adj. dubbelhartig(heid);Double-Dutch= koeterwaalsch;Adouble-dyed villain= een aartsschurk;Double-eagle= goudstuk van twintig dollars (Amer.);Double-edged sword= tweesnijdend;Double-entry:Book-keeping by double-entry= Italiaansch boekhouden;Double-faced= met twee aangezichten, aan beide kanten bruikbaar; onoprecht;Double-first= de eerste zoowel in klassieke talen als in mathematische wetenschappen te Oxford; de graad door zoo iemand verkregen;Double-ganger= dubbelganger;Double-handed= met twee handvatten;Double-hearted= verraderlijk, valsch;Double-knock= korte dubbele klop (met een deurklopper);Double-minded= weifelend, besluiteloos;Double-railed= met dubbel spoor;Double-shot= dubb. lading;Double-shotverb. zwaar laden, aandikken[155](fig.);Double-tide= overuur;Double-tongued= uit twee monden sprekende;Double-track= dubbelspoor;Doubleness= dubbel zijn; dubbelzinnigheid.
Doublet,dɐblət, wambuis, buis, vest, doublette (een woord van denzelfden stam als een ander, maar verschillend in vorm en beteek.);Doublets= dobbelspel (soort vantriktrak); hetzelfde getal op beide dobbelsteenen.
Doubloon,dɐblûn, Spaansch en Zuid-Amer. goudstuk (±ƒ 12).
Doubt,daut, subst. twijfel, onzekerheid, aarzeling, vrees;Doubtverb. weifelen, aarzelen, twijfelen, vermoeden, verdenken, vreezen:Beyond a doubt= boven allen twijfel verheven;I haveput it beyond doubt= buiten allen twijfel geplaatst;No doubt= ongetwijfeld;Doubtful= twijfelachtig, weifelend, verdacht, dubbelzinnig, onzeker; subst.Doubtfulness;Doubtless= ongetwijfeld.
Douche,dûš, douche, stortbad.
Dough,dou, deeg:My cake is dough= mijn plan is in duigen gevallen;Adough-facedfellow= jabroer, polit. weerhaan (Amer.);Dough-kneaded= zoo zacht als deeg (Amer.);Doughnut= soort pannekoek;Doughy= week, bleek.
Doughtiness,dautinəs, manhaftigheid, flinkheid; adj.Doughty= flink.
Douglas,dɐgləs.
Dour,dûə, hard, streng, onbuigzaam (Schotl.).
Douse,daus, adj. ernstig, eerbaar;Douseverb. plotseling onderdompelen of in ’t water vallen; ineens vieren of neerlaten; uitdooven; ranselen.
Dove,dɐv, duif, duifje (fig.);Dove-cot(e),Dove-house= duivenhok, duiventil;Dove’s-foot= fijnblad ooievaarsbek;Dovetail, subst. zwaluwstaart;Dovetailverb. vast verbinden, samenvoegen met zwaluwstaarten:His own work and the quoted passagesdovetail into one another= sluiten in elkander.
Dover,douvə:The Straits of Dover= het Nauw van Calais;Dover Court= een luidruchtige bijeenkomst.
Dowager,dauidžə, douairière:Queen dowager= koningin-weduwe (moeder).
Dowden,daud’n.
Dowdy,daudi, subst. ouderwetsch of slordig gekleede vrouw, slons; adj. ouderwetsch, slonzig =Dowdyish.
Dowel,dau’l, subst. houten pen of nagel;Dowelverb. met pennen verbinden.
Dower,dauə, subst. weduwengoed;Dowerverb. een uitzet geven;Dowerless= zonder bruidschat, arm.
Dowlas,dauləs, grof linnen goed.
Dowl(e),daul, pluim, veder.
Down,daun, subst. dons, nestveeren; zaadpluimpje; zacht haar; duin, schapenweide:The Downs= een groote reede aan de kust v. Kent;Downy= donzig, piekfijn.
Down,daun, beneden, naar beneden, onder; af, van de hoofdstad of van een hoofdstation weg; terneergeslagen, koest (tegen honden), etc.;Downverb. neerdrukken, ontmoedigen, neerdalen:Down the country= weg van de hoofdstad;Down the sound= in de richting van de ebbe zeewaarts;Down the stream= stroomafwaarts;Down town= naar het centrum (handelswijk) der stad;To bedown at heel= afgetrapt;To bedown for a club= vóórhangen;To bedown in the mouth= neerslachtig =Down on one’s luck= in moeielijkheden;Down the wind= met den wind mee;I like herdown to the ground= dolgraag;That part suits youdown to the ground= is geknipt voor je;From the mayordown tothe meanestcitizen= tot den geringsten burger toe;Tobe down on= uitvaren tegen;I’llbe down upon you= ’k zal je wel krijgen;Tobe down with the influenza= aangetast door, te bed liggen met;Down with him= weg met hem;Tofeel down= somber, neerslachtig;Togo down into the country= naar buiten gaan;That will notgo down with me= dat wil er bij mij niet in;He hasgone down= is met vacantie naar huis gegaan (v. studenten);The wind is down= is gaan liggen;Tolook down upon= neerzien op;Topay down= kontant;Toturn upside down= onderste boven keeren;In writing for children, be careful notto write downtoo much= niet te kinderachtig te schrijven;He is not to be downedby censure= laat zich niet ontmoedigen;Todownbear= drukken, verdrukken;A downcast look= sombere blik;Downcome= plotselinge val, omverwerping;He is adown-Easter= iemand, in de Oostel. staten wonend (somsNew-Eng.ofMaine);Downfall= instorting, val (van water), plotselinge val, ondergang;Downhaul= touw om een zeil neer te halen;Downhearted= neerslachtig;Downhill= bergafwaarts:Downhill work= gemakkelijk werk;Down-line= spoorlijn (van de hoofdplaats of het middelpunt af);Down-passenger= passagier met eenDown-train;Downpour= plasregen;Downright= rechtstreeks, rondweg, echt, volslagen, plotseling, dadelijk, loodrecht, openhartig, grondig:ADownright fool= gek in folio, echte dwaas; subst.Downrightness;Downstairs= (naar) beneden, het dienstpersoneel betreffend;She wasdown-thump onhim= pakte hem (te) hard aan;Down-stroke= neerhaal, neergaande beweging;Down-train= trein (van de hoofdplaats of het middelpunt af);Down-trod(den)= platgetreden, overheerscht;Down-weed= roerkruid, viltkruid;Downy= sluw.