E,î, verkorting voorEast(alsE. N. E.= Oost Noord Oost); als telwoord = 250;Ea(ch);E. C.=Eastern Central(postdistrict in Londen) of:Established Church;Eccl(esiastes);Ed(itor);E. G.(Exempli gratia) = bij voorbeeld;Edin(burgh);E(ast)I(ndies);E(ast)I(ndia)Co(mpany);Eliz(abeth);Eng(lish);Epis(copal);Equiv(alent);Et Seq(uentia)= en de volgenden;Etym(ology);Ex(ample);E. &. O. E.=Errors and Omissions excepted;Esq. Esqre(Esquire) = WelEdelgeb. Heer;Etc.(Etcaetera) = enzoovoort;Excy(Excellency) = Excellentie;Esharp= Eis (muziek);Eflat= Es (muziek).Each,îtš, subst. en adj. elk:Each other= elkander.Eager,îgə, vurig, ongeduldig, gretig, begeerig, scherp; subst.Eagerness.Eagle,îg’l, arend, adelaar, gouden munt van 10 dollars (Amer.), zeker sterrenbeeld, veldteeken (Rom.), zekere lezenaar;Eagle-eyed(=Eagle-sighted) = met arendsoogen;Eagle-flighted= met eene arendsvlucht;Eagle-pinioned= met arendsvlerken =Eagle-winged;Eaglet= jonge arend.Eagre,îgə,eigə, springvloed.Ear,îə, oor, gehoorzin, oplettendheid; aar;Earverb. aren vormen:No ear formusic= geen muzikaal gehoor;I amall ear,all ears= geheel gehoor;I would not say anything against himin the public ear= in het openbaar;He isup to the ears(=over head and ear)in debt= tot over de ooren;He hasa flea in his ear= is niet op zijn gemak;To send one offwith a flea in his ear= kort en scherp afwijzen;Tobe together by the ears= elkaar in ’t haar zitten;Tocome (go, fall) together by the ears= elkaar in ’t haar vliegen;The roomfell in about our ears= viel boven ons hoofd in;Itgoes in at one ear and comes out at the other= het ééne oor in, het andere weer uit;Theyknockedthe idols of their youthabout their ears= verachtten hen;We haveset them by the ears= tegen elkander opgezet, opgehitst;Thisset the critics by the ears= deed … opvliegen;He hasbitten this man’s ear= hem beleedigd, geërgerd;They eat their ears off= ergeren zich dood;Lend me your ears= verleen mij gehoor, luister naar mij;More is meant thanmeets the ear= daar zit meer achter;Toturn a deaf (favourable) ear to= doof zijn voor (een gunstig oor leenen aan);Ear-ache,îreik, oorpijn;Ear-bob= oorknopje;Ear-cap= oorklep (tegen de koude);Ear-cockle= ziekte in de tarwe;Ear-deafening= oorverdoovend;Ear-drop(per)= oorknopje;Ear-drum= trommelvlies;Earlap= oorlel;Ear-mark= merk:Ear-markverb. schapen merken;Ear-pick(er)= oorlepeltje;Ear-piercing= oorverscheurend;Ear-shot= gehoorsafstand:The man waswithin ear-shot= de man kon ons hooren;Ear-trumpet=[163]spreekhoren;Ear-wax= oorvuil, oorsmeer;Earwig, subst. oorworm; oorblazer, verklikker;Earwigverb. gehoor verkrijgen door lasterlijk gepraat over anderen;Eared= met ooren of aren;Earing= het aren vormen; steekbout (zeeterm).Earl,ɐ̂l, graaf;Earl-marshal= opperceremoniemeester; hoofd van hetCourt of Chivalry, erfelijk in het geslacht van de hertogen van Norfolk;Earldom= rang of waardigheid v. eenearl.Early,ɐ̂li, vroeg, vroegtijdig, eerste, bijtijds, vroeg opstaand:It’s early days= wel wat spoedig;Early English= het Engelsch tusschen 1250–1350;Anearly party= eene partij, waarbij de gasten niet laat blijven;Early times= vóórhistorische tijd;Early in May= in ’t begin v. Mei;As early as May= reeds in Mei;Early to bed and early to rise,makesa man healthy and wealthy and wise= de morgenstond heeft goud in den mond =The early bird catches the worm;Easterfell earlythat year= het was een vroege Paschen.Earn,ɐ̂n, verdienen, verkrijgen:To earn a living= den kost verdienen;Earnings= verdiensten.Earnest,ɐ̂nist, adj. ernstig, vurig, ijverig, dringend; subst. ernst, vooruitzicht op, pand, onderpand, handgeld:I am in (good) earnest= ik meen het;This isan earnest of further honours= wekt gegronde verwachtingen op;I shall be earnest to knowhow the matter proceeds= ik verlang vurig om te weten;Earnest-money= geld als borg voor de geldigheid van een gesloten koop, handgeld, godspenning;Earnestness= ernst, vuur, ijver, enz.Earth,ɐ̂th, subst. aarde, grond, de wereld, vossehol;Earthverb. in den grond stoppen, met aarde bedekken, in den grond kruipen:He made his millionsright up from the bare earth= na met niets begonnen te zijn;How on Earthcould you do it= hoe ter wereld;Earth-bag= zandzak;Earth-board= ploegzool (die de aarde omwerkt);Earth-bob= pier;Earth-born= aardsch, laaggeboren;Earth-bound= in de aarde bevestigd;Earth-bred, (Earth-fed) = laag, verachtelijk;Earth-created= uit stof geschapen;Earth-drake= monster, draak;Earth-flax= amant (soort asbest);Earth-hunger= begeerte naar grond- of landbezit;Earth-light= van de aarde op de maan teruggekaatst licht (=Earth-shine);Earth-nut= aardkastanje, aardaker;Earthquake= aardbeving:Blind force and violenceplayed earthquake(s) withpeace and order= vernietigden;Earth-work= aardwerk (Mil.);Earth-worm= aardworm;Earthen= aarden;Earthenware= aardewerk, potten en pannen;Earthling= aardbewoner, sterveling; wereldling;Earthly= aardsch, stoffelijk; mogelijk, begrijpelijk;Earthly-minded= aardschgezind; subst.Earthly-mindedness;Earthy, aardsch, aard—, ruw:They are of the earthy= door en door aardschgezind, wereldsch;An earthy savour= grondlucht.Ease,îz, subst. gemak, kalmte, rust, ongedwongenheid;Easeverb. geruststellen, verlichten, van pijn verlossen, loslaten:At ease= op zijn gemak, zonder pijn;Chapel of Ease= hulpkerk;A lady of ease= in goeden doen;Toset a person at his ease= iemand op zijn gemak zetten;Stand at ease= op de plaats, rust!Totake one’s ease= het zich gemakkelijk maken;He eased my mind= stelde mij gerust:Toease a screw= losser draaien;Toease the screw= de schroef helpen door zeilen bij te zetten;Toease a ship= wat afhouden om het stampen te voorkomen;He was eased of his pain= verlost;The rope waseased away (off)= het touw werd langzaam gevierd;The cyclistseased up= reden langzamer (om stil te houden);Easeful= kalm, vreedzaam;Easeless= ongemakkelijk;Easement= verlichting, verzachting; recht van overgang (bijv. over eens anders land).Easel,îz’l, schildersezel;Easel-picture= klein schilderijtje, paneeltje.Easiness,îzinəs, kalmte, gemakkelijkheid, lichtzinnigheid, welwillendheid:Easiness of belief= lichtgeloovigheid;Easiness of mind= gemoedsrust.East,îst, subst. Oosten; adj. oost, oostelijk:The East= het Oosten, het morgenland; de Levant;East of North= N.-Oostelijk;Bounded to the Eastby France= ten oosten door F. begrensd;East-end= oostzijde; armenbuurt in Londen;East-ender= bewoner van die buurt;East-India= Oost Indië (The East-Indies);East-Indiaman= Oostindievaarder;East-Indian= Oost Indisch; Oost Indiër;Easterling= Oosterling, handelaar v. de Oostzeekusten; goudstuk (door Richard I in het Oosten geslagen), soort v. zwemvogel;Easterly= oostelijk;Eastern, adj. en adv. Oostersch, Oostelijk, naar het Oosten:Eastern Empire= Oostersch Rom. Rijk; Brit. Ind.;Eastern question= Oostersche;Easting= oosterende wind;Easterner= bewoner der oostelijke staten (Amer.);Eastward= oostelijk, oostwaarts(ch).Easter,îstə, Paschen:Easter-eggs= Paascheieren;Easter-holidays= Paaschvacantie;Easter Monday= 2de Paaschdag;Easter Sunday.Easy,îzi, gemakkelijk, ongedwongen, vrij van zorgen, pijn, etc., gerust, welgesteld, ondoordacht, licht te bepraten:Easy come, easy go= zoo gewonnen, zoo geronnen;Easy of digestion= licht verteerbaar;Easy with it= kalmpjes aan!He isin easy circumstances= hij is in goeden doen;Ifell into easy chatwith him= begon een gezellig praatje met hem;You maymake yourself easy onthat= daarop kunt gij gerust zijn;Standeasy! = op de plaats rust;To takeiteasy= rust;To easy= zachter voortbewegen;Easy-chair= gemakstoel;He is anEasy-goingman= hij neemt de dingen gemakkelijk op =takes things easy.Eat,ît, eten, opeten, smaken, wegvreten:These peas eat very well= smaken lekker;Toeat dirt= zoete broodjes bakken;Toeat one’s terms= de jurid. colleges loopen en de 3 verplichte gezamenlijke diners bijwonen aan een derInns of Court;Toeat one’s words= zijne woorden terugnemen;[164]Toeat into= uitbijten;They haveeaten far intothe pudding= een heel gat gegeten in;I’ll eat my head off,if it isn’t true= mag sterven;The horses are eating their heads off in the stables= zijn doodeters, voeren niets uit;To eat one’s heart out= zich ‘opvreten’ van verveling of verdriet;A sense of his wrongs hadeaten him up= verteerd;Eatable= eetbaar:Eatables and drinkables= eet- en drinkwaren;Eater:A great, a poor eater= een groote, kleine eter;Eating:Eating-house= ordinaris.Eatanswill,ît’nzwil, opgeblazen (als de inwoners van E. inThe Pickwick Papers).Eau de Cologne,oudəkəloun, Eau de Cologne.Eaves,îvz, vooruitspringende beneden dakrand:Eavesdrop, subst. het v. den dakrand druppelend water;Eavesverb. afluisteren, den luistervink spelen;Eavesdropper= luistervink.Ebb,eb, subst. ebbe, verval;Ebbverb. ebben, achteruitgaan, in verval geraken:Ebb and flow,Ebb and tide= eb en vloed;To beat an ebb=at a low ebb= aan lager wal, gedrukt;To ebb away= afnemen;Ebb-tide= eb.Ebenezer,ebənîzə, kerk, vereenigingslokaal voorDissenters.Eblis,eblis, duivel der Mahomedanen:Hall of Eblis= hel.Ebon,eb’n, van ebbenhout, donker, zwart;Ebonize= ebbenhoutkleurig maken;Ebony= ebbenhout:A bit of ebony= neger;Dealer in ebony= slavenhandelaar.Ebullience,Ebulliency,ibɐlj’ns(i), subst. overkoken, overstroomen; adj.Ebullient;Ebullition,ebəliš’n, het koken, (op)borrelen, uitstorting.Eburnean,îbɐ̂nj’n, adj. ivoren.Ecce Homo,eksihoumou, voorstelling van Christus met de doornenkroon.Eccentric(al),eksentrik(’l), excentrisch, excentriek, zonderling; subst. excentriek;Eccentric-rod= excentriekstang;Eccentricity= excentriciteit, zonderlingheid.Ecclefechan,ekləfek’n.Ecclesiastes,eklîziastîz, de Prediker (O. Test.);Ecclesiastic,eklîziastik, subst. geestelijke; adj. geestelijk, kerkelijk =Ecclesiastical:The Ecclesiastical States= de Kerkelijke Staat.Echinate(d),ekəneit(id),əkaineit(id), stekelig;Echinus,ikainəs, zeeëgel; egelskop (plant); eivormig ornament.Echo,ekou, subst. echo;Echoverb. weerklinken, weergalmen, terugkaatsen, herhalen:The speech wascheered to the echo= uitbundig toegejuicht;I echoed his sentiment= deelde zijn gevoelen;Echoism= onomatopee;Echometer,ekomətə, klankmeter.Eclectic,eklektik, eclectisch, schiftend, uitkiezend; subst. eclecticus;Eclecticism,eklektisizm= eclecticisme.Eclipse,iklips, subst. eclips, verduistering;Eclipseverb. verduisteren;Ecliptic,ikliptik, subst. ecliptica; adj. tot den zonneweg behoorende.Eclogue,eklog, herdersdicht.Economic,îkənomik,ekənomik, economisch; huishoudelijk, spaarzaam;Economics,îkənomiks,ekənomiks, (staat)huishoudkunde;Economical=spaarzaam;Economist= spaarzaam gebruiker:Political Economic= economist;Economize= spaarzaam zijn, sparen;Economy= economie (=Political Economy) = besparing, zuinigheid, (Goddelijke) inrichting, stelsel, bouw; orde v. zaken, regeling.Ecorché,eiköšei, spierfiguur ter bestudeering (voor kunstenaars).Ecstasy,ekstəsi, extase, opgetogenheid, geestverrukking of vervoering; ziekelijke overprikkeling; flauwte;Ecstatic(al),ekstatik(’l), verrukt, onbeschrijfelijk genotvol, verrukkelijk.Ectype,ektaip, copie, afgietsel.Ecuador,ekwədö,əkwâdö.Ecumenic(al),îkjumenik(’l), algemeen.Eczema,eksîmə, eczeem; adj.Eczematous,əksemətɐs.Edacious,ideišəs, gulzig, vraatzuchtig;Edacity,idasiti, vraatzucht, gulzigheid.Eddish,ediš, etgroen, nagras, stoppelveld.Eddy,edi, draaikolk, dwarrelwind;Eddyverb. dwarrelen, draaien;Eddy-water= zog, kielwater;Eddy-wind= wervelwind.Eddystone,edist’n.Eden,îd’n, Eden, Paradijs.Edentate(d),identeit(id), zonder snijtanden.Edgar,edgə.Edge,edž, subst. rand, kant, scherpe kant, snede, zoom, hevigheid, scherpheid;Edgeverb. scherpen, afranden, afsteken, begrenzen, omzoomen, zich zijdelings voortbewegen, scherp bij den wind houden:Toedge one’s way through a crowd= zich een weg banen;Itsets my teeth on edge= het doet mij griezelen;It hastaken away (off) the edge of hunger= het heeft den eersten honger gestild;Toturn up the edges of one’s trousers= de broekspijpen omslaan;Toedge away fromthe coast= zich van de kust langzaam verwijderen;Weedged in with the coast= langzamerhand naderden wij de kust;Heedgedmeon= zette mij aan;Edge-rail= rechtopstaande spoorstaaf (niet liggende, zooals bijtrams);Edge-tool= snijdend of scherp werktuig;Heplays with edge-tools= speelt met vuur;Edgeways,Edgewise= met den scherpen kant vooruit:I couldn’tget in a wordedgeways= er geen woord tusschen krijgen.Edgecombe,edžk’m.Edging,edžiŋ, boordsel, franje, rand.Edible,edib’l, eetbaar; subst.Edibleness.Edict,îdikt, edict, verordening.Edification,edifikeiš’n, stichting, opbouwing;Edificatory=stichtend;Edifice,edifis, gebouw;Edify,edifai, stichten, opbouwen:Anedificeingsermon= stichtelijke preek.Edile,îdail, aedilis.Edinburgh,edinbɐrə.Edison,edis’n.Edit,edit, uitgeven (d.w.z. voor de pers gereed maken), redigeeren:Dickens’ Lettersedited by his daughter,and published by L.;Edition,idiš’n, uitgave, druk;Editor[165]= uitgever, redacteur;Editorial,editôriə’l, redactioneel; subst. hoofdartikel:Editorial management= redactie;Editorial staff= redactie (personeel);Editorship= redacteurschap;Editress= redactrice.Edith,îdith.Edomite,îdəmait.Educate,edjukeit, opvoeden, onderrichten;Education,edjukeiš’n, opvoeding, onderwijs:Board of Education=Raad van Onderwijs;Educational= opvoedings …, paedagogisch:Educational institutions= opvoedingsgestichten,opvoedingsinrichtingen;Educationist= voorstander van onderwijs; ervaren paedagoog;Educator= opvoeder.Educe,idjûs, afleiden, trekken uit;Educible= afleidbaar.Educt,îdɐkt, wat zich afscheidt of heeft afgescheiden (chem.); conclusie:The educts of an analysis;Eduction pipe,valve =afvoerbuis; klep voor afgewerkten stoom.Edulcorate,idɐlkəreit, verzachten, zoeter maken, zuiveren; subst.Edulcoration.Edward,edwəd, Eduard;Edwin,edwin.Eel,îl, aal, paling:Eel-buck, (Eel-pot) = aalkorf (om ze te vangen);Eel-fare= broedsel palingen;Eel-pout= aalpuit;Eel-spear= aalgeer, elger.E’en,în, verkorting vanEven,Evening.E’er,êə, verkorting vanEver.Eerie,Eery,îri, angstwekkend, huiveringwekkend, geheimzinnig;Eeriness= angst, vooral voor iets bovennatuurlijks.Efface,efeis, uitwisschen, uitkrabben, in de schaduw stellen;Effaceable= uitwischbaar, enz.;Effacement= uitwissching, enz.Effect,efekt, subst. effect, indruk, uitvoering, uitwerking, gevolg (Effects= effecten, waarden, bezittingen);Effectverb. uitwerken, teweegbrengen, tot stand brengen, effectueeren:For effect= om den schijn, om den indruk te verhoogen;In effect= werkelijk, inderdaad;Of no(ne) effect= van geene kracht;To no effect,Without effect= vergeefs;His words wereto this effect= kwamen hier op neer;Hegave effect tothis resolution= voerde uit;The cannontook effect= miste zijne uitwerking niet;Tocarry into effect= ten uitvoer brengen;Theyeffected their escape= bewerkstelligden;Effective= werkzaam, krachtig, werkelijk voorhanden, effectief; ook subst.:An army withan effective of 80.000 men in time of peace= met een effectief; subst.Effectiveness;Effectual= bindend, dringend, krachtig:The blowEffectuallypitched him into the water= deed hem pardoes … vallen;Effectuate= bewerkstelligen; subst.Effectuation.Effeminacy,efeminəsi, verwijfdheid, verweekelijking;Effeminate,efeminit, subst. en adj. verwijfd (persoon);Effeminateverb. (efemineit) verwijfd maken, verweekelijken.Effendi,əfendi, hooge titel (Turk.).Effervesce,efəves, opborrelen, zingen (vóór het koken), opbruisen of uitbarsten; subst.Effervescence,Effervescency;Effervescent= opbruisend:Effervescent powder= bruispoeder.Effete,efît, afgeleefd, versleten.Efficacious,efikeišəs, werkzaam, krachtig; subst.Efficaciousness=Efficacy,efikəsi, kracht, invloed.Efficiency,efiš’nsi, werking, kracht, capaciteit;Efficient,efiš’nt, werkzaam, krachtig, afgeëxerceerd; subst, werkende oorzaak; afgeëxerceerd soldaat.Effigies,efidžîz. ZieEffigy.Effigy,efidži, beeld, beeltenis, beeldenaar (op eene munt):He was hanged in effigy= in effigie (beeltenis) gehangen.Effloresce,efləres, uitbotten, zich ontplooien, bloeien, met een korst van witte kristallen bedekt worden;Efflorescence= bloei, het uitbotten, huiduitslag, vorming van kristallen; adj.Efflorescent= bloeiend.Effluence,efluens, uitvloeisel;Effluent.Effluvium,eflûvj’m, uitwaseming, uitdamping.Efflux,eflɐks, uitvloeiing =Effluxion.Effort,efət,eföt, poging, krachtsinspanning, worsteling, effectbejag:That is an effort to me= kost mij inspanning;Effortless= werkeloos, zonder inspanning.Effrontery,efrɐnt’ri, onbeschaamdheid.Effulge,efɐldž, uitstralen;Effulgence= glans;Effulgent= stralend, glanzend.Effuse,efjûz, uitgieten, storten, uitstroomen; adj.efjûs;Effusion= uitstorting, ontboezeming; adj.Effusive,efjûsiv, verspreid, rijkelijk, demonstratief, overdreven:Polly kissed me effusely= onstuimig.Eft,eft, watersalamander.Eftsoon(s),eftsûn(z), in korten tijd, spoedig daarna, opnieuw, dadelijk.Egad,əgad, goede hemel! Duivekaters!Egbert,egbət;Egerton,edžət’n;Egeus,idžîəs.Egg,eg, subst. ei:As sure as eggs is (are) eggs= zoo zeker als wat;Tobeat up an egg= klutsen;Tocount one’s eggs= zien wat men heeft;Toput all one’s eggs into one basket= alles op ééne kaart zetten;Egg-boiler= eierkoker;Egg-cup= eierdopje;Egg-flip= warm bier met suiker etc., en daarin geklutste eieren;Egg-glass= kleine zandlooper;Egg-nog(g)= advocaat;Egg-plant= eierplant;Egg-shell= eierschaal;Egg-slice= pannekoeksmes;Egg-whipper=Egg-whisk= eierklopper;Eggery= nest met eieren; eierbergplaats, eierrekje;Eggler= eierenhandelaar; eierenverzamelaar.Egg,eg, aanzetten tot, aanhitsen en opstoken.Eginhard,edžinhâd.Egis,îdžis, aegis (schild van Jupiter).Eglantine,egl’nt(a)in, egelantier, hondsroos.Ego,egou,îgou, ego;Egoism= egoisme;Egoist= egoist;Egoistic(al)= egoistisch;Egotism= het te veelvuldig gebruik van “ik”; zelfgenoegzaamheid; zelfzucht;Egotist= persoon, die zich aanEgotismschuldig maakt; adj.Egotistic(al);Egotize= te veel over zichzelf praten of schrijven.Egregious,igrîdžəs, uitstekend, buitengewoon:Egregious folly= kolossale dwaasheid.Egress,îgres, subst. uitgang, heengaan.Egret,egrət,îgrət, kleine witte reiger; reigerveer als versiering; zaadpluimpje;Egrette,igret, pluim, bos, lintversiersel.Egria,îgriə, Eger.[166]Egypt,îdžipt, Egypte;Egyptian,idžipš’n, subst. Egyptenaar; Zigeuner; groot formaat teekenpapier; adj. Egyptisch, Zigeuner—:Egyptian type= egyptienne, bijzondere soort van dikke drukletter;Egyptologist= Egyptoloog;Egyptology,îdžiptolədži, kennis van Egyptische antiquiteiten, enz.Eh,ei, ə, He? Wat?Eidam,aid’m, Edammer kaas.Eider,aidə:Eiderdown= eiderdons, kussen gevuld met eiderdons;Eider-duck.Eidolon,aidoulən, schim, verschijning.Eigh,ei, Hé! Och!Eight,eit, acht:An eight-day clock= die acht dagen loopt;Eighteen= achttien;Eighteenmo,eitînmou, boekvorm, verkregen door het in 18 bladen (of 36 bladzijden) vouwen van een vel (verkort18mo);Eighteenth= achttiende;Eightfold= achtvoudig;Eighth= achtste;Eightieth,eitiəth, tachtigste;Eight-score= 160;Eighty= tachtig.Eikon,aikoun, beeltenis, heiligenbeeld.Eirie,îri= Eerie.Eisteddfod,aistedhwoud, oorspronkelijk eene vergadering van Keltische zangers tot het ontvangen van prijzen voor hunne werken; thans een jaarlijksche bijeenkomst ter bevordering van Keltische taal en letterkunde.Either,aidhə,îdhə, een van beiden (onverschillig welke), beide:In either case= in het eene of andere geval.Ejaculate,idžakjuleit, uitbrengen, uitstooten, uitwerpen;Ejaculation= uitroep; ook =Ejaculatoryprayer= schietgebedje.Eject,idžekt, uitwerpen, uitspuiten, loozen, uitzetten, verdrijven, verbannen, afzetten; subst.Ejection;Ejectment= uitstooting, uitzetting, verdrijving;Ejector= verdrijver, veer of inrichting waarmee patroonhulzen, asch, etc. worden uitgeworpen.Eke,îk, toevoegen, verlengen, aanvullen, vermeerderen; adv. ook:The meat waseked out bypotatoes and apple-sauce= werd aangevuld door;The lion’s skin waseked (out) withthe fox’s= moed en list gingen samen;ParishEke-names= bij(scheld)namen (Vergel.SillySutton,SleepyIngham, etc.).Elaborate,ilabərit, adj. doorwrocht, uitgewerkt, uitvoerig, uitgebreid;Elaborateverb. (ilabəreit) nauwkeurig bewerken, met moeite voortbrengen:To elaborate an idea= uitwerken;Elaborateness= zorgvuldige en uitvoerige bewerking;Elaboration= uitwerking, bewerking;Elaborativefaculty= onderscheidingsvermogen.Elaine,ilein.Eland,îl’nd, eland.Elapse,ilaps, verstrijken, verloopen.Elastic(=Elastical),ilastik, elastiek, veerkrachtig:An elastic=A piece of elastic= een elastiekje;Elastics= kousebanden;Elastic-sided boots= bottines met elastiek;Elastic stockings;Elastic tissue= veerkrachtig weefsel;Elasticity,îləstisiti, elasticiteit.Elate,ileit, adj. opgewonden, blijde, opgeblazen;Elateverb. verheffen (van geest of ziel), opwinden, opgetogen maken, opgeblazen maken;Elater= springkever, springtor;Elation= opgetogenheid, enz.Elbe (The),dhi-elb, Elbe;Elberfeld,elbəfeld:The Elberfeld system of poor relief= Elberfelder stelsel van armenverzorging.Elbow,elbou, elleboog, bocht, hoek;Elbowverb. met de ellebogen duwen; bochten:I amat your elbow= vlak bij u;He isout at elbow(s)= hij is in slechten doen; hij zit met zijn elleboog(en) door de mouwen;I amup to my elbows in work= zit tot over de ooren in het werk;Hejogged (nudged) my elbow= hij gaf mij een duwtje (ter herinnering);Tolift (crook) one’s elbow= onmatig drinken;To shake one’s elbow= dobbelen, spelen;Heelbowed people about= duwde op zij;Heelbowed his way throughthe crowd= baande zich met geweld een weg door;Elbow-chair= armstoel;Elbow-grease= harde handenarbeid;Elbow-rest= leuning;Elbow-room= ruimte van beweging.Eld,eld, ouderdom, grijsaard; oude tijden:Like the princessesof eld.Elder,eldə, subst. oudere, ouderling, voorvader; adj. ouder, senior;Elder-brethren= de regenten vanTrinity House;Elder hand= speler aan de voorhand (kaartspel);My elders= ouderen dan ik;The Elders= voorvaderen; ouderlingen;An elderly gentleman= bejaard, oudachtig heer;Eldership= de betrekking van ouderling, de ouderlingen; hooge ouderdom; eerstgeboorte;Eldest= oudste:Elder born= eerstgeborene.Elder,eldə, vlier:Elder-gun= proppenschieter.El Dorado,eldərâdou,eldəreidou, Eldorado.Eldri(t)ch,eldritš, vreemd, spookachtig, ijzingwekkend.Eleanor,eliənö,elənö;Eleazer,îlieizə.Elecampane,elək’mpein, alant.Elect,ilekt, subst. uitverkorene, gekozene; adj. uitverkoren, gekozen;Electverb. uitkiezen, verkiezen, kiezen:The Lord Mayor Elect= de nieuw gekozen (nog niet zijne functies aanvaard hebbende);The Elect= de uitverkorenen Gods;Election= keus, verkiezing, praedestinatie, genadekeus:Election auditor= iemand belast met het opmaken van de kosten voor eene parlementsverkiezing;Election cry= verkiezingsleus;Election judges= twee rechters, die de protesten (Petitions) tegen eene verkiezing onderzoeken;Electioneer,ilekšənîə, stemmen werven bij verkiezingen:Electioneering-agent= verkiezingsagent;Elective= uitkiezend, verkiezend:Elective affinity= chem. verwantschap, affiniteit;Elective franchise= kiesrecht;Elector= kiezer, keurvorst;Electoral college= kiescollege;Electorallaw= kieswet;Electoral offences= knoeierijen;Electorate,ilektərit, de gezamenlijke kiezers; keurvorstendom;Electorship= ambt van een keurvorst;Electress= keurvorstin.Electrepeter,ilektrepətə, stroomwisselaar.Electric,ilektrik, electrisch, electriseer …:Electric battery= electr. batterij;Electric car= electr. tramwagen;Electric circuit= kringstroom;Electric clock;Electric column= kolom van Volta;Electric current= electr. stroom;[167]Electric eel= sidderaal;Electric jar= Leidsche flesch;Electric launch= motorboot met electr. beweegkracht;Electric light;Electric machine= electriseermachine;Electric plant= electr. installatie;Electric railway;Electric ray= sidderrog;Electric shock= electr. schok;Electric spark= electr. vonk;Electric wire= telegraafdraad;Electrical engineer= electr.-technicus;Electrical engineering= electrotechniek;Electrician,ilektriš’n,elektriš’n= electricien;Electricity,ilektrisiti,elektrisiti, electriciteit;Electrification,ilektrifikeiš’n, subst. electriseeren;Electrificateverb.Electrify,ilektrifai, electriseeren (ookfig.);Electrization,ilektrizeiš’n, subst. electriseeren;Electrizeverb.Electrize,ilektraiz.Electro,ilektrou, in samenstellingen: electro, electrisch;Electrocution,ilektrəkjûš’n, terechtstelling door electriciteit (Amer.);Electrology,ilektrolədži, de wetenschap der electriciteit;Electrolyze,ilektrəlaiz, door electriciteit ontleden;Electro-motion,ilektrəmouš’n, beweging door electriciteit;Electrophorus,ilektrofərɐs, electrophoor;Electro-plate,ilektrəpleit, galvanisch verzilverd of verguld; ook subst. en verb.;Electroscope,ilektrəskoup, electroscoop;Electron= electroon.Electrum,ilektr’m, barnsteen; mengsel van goud met ⅕ deel zilver, zilverhoudend gouderts.Electuary,ilektjuəri, electuarium, likkepot.Eleemosynary,elimosinəri, subst. de van aalmoezen levende, adj. uit liefdadigheid gegeven, weldadigheids—.Elegance,Elegancy,eləg’ns(i), sierlijkheid, bevalligheid:Elegances= beschaafde gebruiken of manieren;Elegant= fijn, smaakvol, voornaam.Elegiac,elidžaiak,elîdžiak, elegisch; elegie;Elegist,elədžist, dichter van elegieën;Elegize = elegie dichten, weeklagen;Elegy= elegie.Element,eləment, (hoofd) bestanddeel, element:I am in (out of) my element in this company= voel mij in dit gezelschap (niet) thuis;Elements= beginselen; brood en wijn (aan ’t avondmaal);Elemental,eləment’l, de elementen betreffend, elementair, aanvankelijk, oorspronkelijk:Elemental spirits= de geesten van vuur, aarde, lucht en water, i.e. salamanders, gnomen, sylphen en undinen;Elementalism,eləmentəlizm, de theorie volgens welke de goden der oudheid verpersoonlijkte natuurkrachten waren;Elementariness,eləmentərinəs, elementaire toestand, eenvoudigheid;Elementary,eləmentəri, eenvoudig, elementair:Elementary education= lager onderwijs.Elephant,eləf’nt, olifant:White elephant= een weinig benijdenswaardig bezit (meer kostbaar dan voordeelig):Tobuy a white elephant= er in loopen;Tosee the white elephant= de merkwaardigheden van eene stad zien (meest in ongunst. zin);Tohave seen the white elephant=de nieuwste knepen kennen, slim zijn;Elephantpaper= olifantspapier (711 × 534 mM.);Elephantiasis,eləfɐntaiəsis, olifantsziekte;Elephantine,eləfant(a)in, olifants-, olifantachtig, reusachtig, onbeholpen;Elephantoid,eləfantoid,eləfantoid, olifantachtig.Eleusinian,eljusiniən.Elevate,eləveit, verb. verheffen, verhoogen, veredelen, opvroolijken, van trots doen zwellen; adj. verheven, hoog =Elevated:Slightly elevated= aangeschoten;Elevated railway= luchtspoorweg;Elevation,eləveiš’n, verhevenheid, verhooging, opheffing, verheffing, hoogte, verticale opstand (tegeno. platte gr.):To my tallest elevation= in mijne volle lengte;Elevator= ascenseur, elevator;Elevatory= opheffend.Eleven,ilev’n, elf, elftal:The Eleven= de Apostelen;At the eleventh hour.Elf,elf, subst. elf,kabouter, fee;Elf-arrow,Elf-bolt,Elf-dart= vuursteen (in den vorm van een pijl);Elf-child= wisselkind (door feeën achtergelaten voor het echte);Elf-fire= dwaallicht;Elf-lock= Poolsche vlecht (haarziekte);Elfin, subst. fee; adj. tot de feeën behoorende;Elfish= elfachtig, elven—, kwaadaardig.Elgin marbles,elginmâb’lz, de beelden uit den tempel van Minerva te Athene, doorEarl Elgintusschen 1801–1802 naar Engeland gebracht.Elia,îliə,Eliah,ilaiə, Elia (I Kron. VIII, 27).Elicit,ilisit, uitlokken, krijgen uit, aan het licht brengen.Elide,ilaid, een klinker of lettergreep weglaten.Eligibility,elidžibiliti, verkiesbaarheid, enz.;Eligible,elidžib’l, verkiesbaar, bevoegd; begeerlijk, verkieselijk, huwbaar:An eligible= geschikte partij; subst.Eligibleness.Elijah,ilaîdžə, Elia (I Kon. XVII, 1).Eliminant,ilimin’nt, eliminante.Eliminate,ilimineit, verdrijven, buiten beschouwing laten, terzijde stellen, elimineeren; subst.Elimination.Elinor,elinö;Eliot,eljət;Elisabeth,ilizəbeth;Elisha,ilaišə.Elision,iliž’n, elisie, bijv.o’ervoorover.Elite,ilît, élite.Elixir,iliksə, elixer, bitter, hartsterking:Elixir of life= levenselixer =Life’s elixir.Eliza,ilaizə;Elizabeth,ilizəbeth;Elizabethan,ilizəbeth’n,ilizəbeth’n,ilizəbîth’n, uit den tijd van koningin E.Elk,elk, eland; wapiti (Amer.); wilde zwaan, wilde eend.Ell,el, lengtemaat (in Engeland ± 114 c.M., in Schotl. ± 94,5 c.M., in Holland 69 c.M.):Give him an inch, he will take an ell= als men hem den vinger geeft, neemt hij de geheele hand;Ell-wand= ellestok, el.Ellen,el’n;Ellesmere,elzmîə;Ellinor,elinö;Elliot(t),eljət.Ellipse,ilips, ellips;Ellipsis,ilipsis, uitlating;Elliptic(al),iliptik(’l), elliptisch; subst.Ellipticity.Elm,elm, iep;Elmen= iepen;Elm(en)-tree;Elmy= met veel iepen.Elmo’s-fire,elmouzfaiə, St. Elmusvuur.Elocution,eləkjûš’n, (gekunstelde) voordracht;Elocutionary= de wijze van spreken betreffend;Elocutionist= bekwaam in, of leeraar in voordracht.Elodes,iloudîz, zweetziekte.[168]Elohim,ilouhim,eləhim, een der namen voor God in het Oude T.Elongate,iloŋgeit,îloŋgeit, verlengen, uitrekken; subst.Elongation.Elope,iloup, wegloopen (met een minnaar), zich laten schaken; subst.Elopement.Eloquence,eləkwens, welsprekendheid; adj.Eloquent.Else,els, ander, anders, bovendien:What else?= nog iets?Else-ways= op eene andere manier;Elsewhere= elders, ergens anders;Somewhere else= ergens anders.Elsinburg,elsinbɐrə;Elsinore,elsinö, Elseneur.Elucidate,il(j)ûsideit, verduidelijken, ophelderen, verklaren; subst.Elucidation;Elucidative= verklarend;Elucidator= verklaarder;Elucidatory:Elucidatory notes= verklarende aanteekeningen.Elude,il(j)ûd, ontduiken, ontwijken, ontsnappen; subst.Elusion; adj.Elusive;Elusory= bedriegelijk.Elul,îləl, de 6de maand van het Joodsche burgerlijk jaar.Elvish,elviš=Elfish.Ely,îli;Elysian,iliž’n, Elyzeesch, hemelsch;Elysium,iliž’m, Elysium, Paradijs.Elytra,elitrə, schildvleugels; enkelv.Elytrum.Elzevir,elzəvɐ̂elzəviə, een van de Elzevier-uitgaven der klassieken gedurende de 16e en de 17e eeuw te Amsterdam en Leiden:Elzevir editions.’Em,əm, samentrekking vanthem.Emaciate,imeišieit, vermageren, wegkwijnen; subst.Emaciation.Emanant,emən’nt, voortkomende uit;Emanate,eməeit, voortkomen uit;Theemanations of radium= uitstraling.Emancipate,imansipeit, vrij maken, emancipeeren; subst.Emancipation;He was anemancipationist= voorstander van de vrijverklaring der slaven;Emancipator= bevrijder;Emancipist= vrijgelaten gedeporteerde (Austral.).Emarginate,imâdžinit, uitgerand, uitgetand.Emasculate,imaskjuleit, ontzenuwen, castreeren; subst.Emasculation.Embale,əmbeil, emballeeren.Embalm,əmbâm, balsemen, doorgeuren, bewaren; subst.Embalmment.Embank,əmbaŋk, indijken, van eene kade voorzien;Embankment= indijking, dijk, kade.Embargo,əmbâgou, subst. beslag (op schepen), verbod, belemmering;Embargoverb. beslag leggen en tegenhouden.Embark,əmbâk, (zich) inschepen, zich wagen of begeven in:Heembarkedhis fortuneintrade= stak … in;Don’tembark insuch a trade= laat u niet in met;Embarked in litigation= in een proces gewikkeld; subst.Embarkation,embâkeiš’n.Embarrass,əmbarəs, beletten, in moeielijkheden brengen, verlegen maken, verwarren;Embarrassment= verwarring, verlegenheid, moeielijkheid.Embassador.ZieAmbassador.Embassy,embəsi, gezantschap, zending, gezantschapshotel.Embattle,əmbat’l, in slagorde scharen; van kanteel en voorzien:Embattled fields= slagvelden.Embed,əmbed, als in een bed leggen, bedelven.Embellish,əmbeliš, verfraaien, versieren; subst.Embellishment.Ember,embə:Ember days= Woensdag, Vrijdag en Zaterdag van een bepaalde week in ieder jaargetijde, waarop vasten en onthouding is voorgeschreven; quatertemper;Ember-fast;Ember-tide.Ember,embə, ijsduiker =Emberdiver,Ember-goose.Embers,embəz, gloeiende asch of sintels.Embezzle,əmbez’l, verduisteren; subst.Embezzlement;Embezzler= verduisteraar.Embitter,əmbitə, verbitteren.Emblaze,əmbleiz, in brand zetten, verlichten, doen schitteren; blazoeneeren;Emblazon,əmbleiz’n, blazoeneeren, schitterend versieren, verheerlijken;Emblazement,Emblazery, heraldieke versiering.Emblem,embl’m, subst. zinnebeeld, attribuut;Emblemata,əmblemətə, losse figuurtjes van goud of zilver, waarmede de ouden hunne gouden en zilveren vaten plachten te versieren;Emblematic(al)= zinnebeeldig;Emblematize,əmblemətaiz,embləmətaiz, zinnebeeldig voorstellen.Emblements,embləments, opbrengst van bouwland, oogst.Embodiment,əmbodiment, belichaming;Embody,əmbodi, belichamen, vereenigen, omvatten, organiseeren.Embolden,əmbould’n, aanmoedigen, verstouten.Embolism,embəlizm, inlassching van eene maand, embolie, verstopping in een bloedvat;Embolus,embəlɐs, klontertje dat embolie veroorzaakt.Emboss,əmbos, reliefwerk maken, drijven;Embossed= gedreven.Embouchure,Fr. uitspraak, monding, mondstuk.Embowed,əmbaud, gewelfd, gebogen.Embowel,əmbau’l, de ingewanden uitnemen, ontweien; subst.Embowelment.Embower,əmbauə, in een lustwarande verblijven of verbergen.Embrace,əmbreis, subst. omhelzing;Embraceverb. omhelzen, gretig aangrijpen, aannemen, omvatten, bevatten; trachten om te koopen (van jury);Embrace(o)r= omkooper;Embracery= poging om eene jury om te koopen;Embracive= alles omvattend:That isan embracive title.Embrangle,əmbraŋg’l, verwarren, dooreenhaspelen:To embrangle messages.Embrasure,əmbreižə, schietgat of opening; schuinsche verbreeding van deur- of vensteropening.Embrocate,embrəkeit, een pijnlijk lichaamsdeel met een smeersel wrijven;Embrocation= wrijving, smeersel.Embroider,əmbrôidə, borduren (ookfig.= fantaseeren);Embroidery= borduurwerk, kunstmatige versiersels (ookfig.):Embroidery frame= borduurraam.Embroil,əmbrôil, verwarren, verwikkelen:[169]Embroiledwith each other= met elk. gebrouilleerd; subst.Embroilment.Embryo,embriou(Embryon,embriən), embryo, kiem:In embryo= in den eersten en onvolkomen toestand;Embryonal= kiem- -;Embryonic= embryonaal.Emend,imend, emendeeren, verbeteren =Emendate,îməndeit, subst.Emendation;Emendator,emendeitə,îməndeitə= emendator; adj.Emendatory.
E,î, verkorting voorEast(alsE. N. E.= Oost Noord Oost); als telwoord = 250;Ea(ch);E. C.=Eastern Central(postdistrict in Londen) of:Established Church;Eccl(esiastes);Ed(itor);E. G.(Exempli gratia) = bij voorbeeld;Edin(burgh);E(ast)I(ndies);E(ast)I(ndia)Co(mpany);Eliz(abeth);Eng(lish);Epis(copal);Equiv(alent);Et Seq(uentia)= en de volgenden;Etym(ology);Ex(ample);E. &. O. E.=Errors and Omissions excepted;Esq. Esqre(Esquire) = WelEdelgeb. Heer;Etc.(Etcaetera) = enzoovoort;Excy(Excellency) = Excellentie;Esharp= Eis (muziek);Eflat= Es (muziek).Each,îtš, subst. en adj. elk:Each other= elkander.Eager,îgə, vurig, ongeduldig, gretig, begeerig, scherp; subst.Eagerness.Eagle,îg’l, arend, adelaar, gouden munt van 10 dollars (Amer.), zeker sterrenbeeld, veldteeken (Rom.), zekere lezenaar;Eagle-eyed(=Eagle-sighted) = met arendsoogen;Eagle-flighted= met eene arendsvlucht;Eagle-pinioned= met arendsvlerken =Eagle-winged;Eaglet= jonge arend.Eagre,îgə,eigə, springvloed.Ear,îə, oor, gehoorzin, oplettendheid; aar;Earverb. aren vormen:No ear formusic= geen muzikaal gehoor;I amall ear,all ears= geheel gehoor;I would not say anything against himin the public ear= in het openbaar;He isup to the ears(=over head and ear)in debt= tot over de ooren;He hasa flea in his ear= is niet op zijn gemak;To send one offwith a flea in his ear= kort en scherp afwijzen;Tobe together by the ears= elkaar in ’t haar zitten;Tocome (go, fall) together by the ears= elkaar in ’t haar vliegen;The roomfell in about our ears= viel boven ons hoofd in;Itgoes in at one ear and comes out at the other= het ééne oor in, het andere weer uit;Theyknockedthe idols of their youthabout their ears= verachtten hen;We haveset them by the ears= tegen elkander opgezet, opgehitst;Thisset the critics by the ears= deed … opvliegen;He hasbitten this man’s ear= hem beleedigd, geërgerd;They eat their ears off= ergeren zich dood;Lend me your ears= verleen mij gehoor, luister naar mij;More is meant thanmeets the ear= daar zit meer achter;Toturn a deaf (favourable) ear to= doof zijn voor (een gunstig oor leenen aan);Ear-ache,îreik, oorpijn;Ear-bob= oorknopje;Ear-cap= oorklep (tegen de koude);Ear-cockle= ziekte in de tarwe;Ear-deafening= oorverdoovend;Ear-drop(per)= oorknopje;Ear-drum= trommelvlies;Earlap= oorlel;Ear-mark= merk:Ear-markverb. schapen merken;Ear-pick(er)= oorlepeltje;Ear-piercing= oorverscheurend;Ear-shot= gehoorsafstand:The man waswithin ear-shot= de man kon ons hooren;Ear-trumpet=[163]spreekhoren;Ear-wax= oorvuil, oorsmeer;Earwig, subst. oorworm; oorblazer, verklikker;Earwigverb. gehoor verkrijgen door lasterlijk gepraat over anderen;Eared= met ooren of aren;Earing= het aren vormen; steekbout (zeeterm).Earl,ɐ̂l, graaf;Earl-marshal= opperceremoniemeester; hoofd van hetCourt of Chivalry, erfelijk in het geslacht van de hertogen van Norfolk;Earldom= rang of waardigheid v. eenearl.Early,ɐ̂li, vroeg, vroegtijdig, eerste, bijtijds, vroeg opstaand:It’s early days= wel wat spoedig;Early English= het Engelsch tusschen 1250–1350;Anearly party= eene partij, waarbij de gasten niet laat blijven;Early times= vóórhistorische tijd;Early in May= in ’t begin v. Mei;As early as May= reeds in Mei;Early to bed and early to rise,makesa man healthy and wealthy and wise= de morgenstond heeft goud in den mond =The early bird catches the worm;Easterfell earlythat year= het was een vroege Paschen.Earn,ɐ̂n, verdienen, verkrijgen:To earn a living= den kost verdienen;Earnings= verdiensten.Earnest,ɐ̂nist, adj. ernstig, vurig, ijverig, dringend; subst. ernst, vooruitzicht op, pand, onderpand, handgeld:I am in (good) earnest= ik meen het;This isan earnest of further honours= wekt gegronde verwachtingen op;I shall be earnest to knowhow the matter proceeds= ik verlang vurig om te weten;Earnest-money= geld als borg voor de geldigheid van een gesloten koop, handgeld, godspenning;Earnestness= ernst, vuur, ijver, enz.Earth,ɐ̂th, subst. aarde, grond, de wereld, vossehol;Earthverb. in den grond stoppen, met aarde bedekken, in den grond kruipen:He made his millionsright up from the bare earth= na met niets begonnen te zijn;How on Earthcould you do it= hoe ter wereld;Earth-bag= zandzak;Earth-board= ploegzool (die de aarde omwerkt);Earth-bob= pier;Earth-born= aardsch, laaggeboren;Earth-bound= in de aarde bevestigd;Earth-bred, (Earth-fed) = laag, verachtelijk;Earth-created= uit stof geschapen;Earth-drake= monster, draak;Earth-flax= amant (soort asbest);Earth-hunger= begeerte naar grond- of landbezit;Earth-light= van de aarde op de maan teruggekaatst licht (=Earth-shine);Earth-nut= aardkastanje, aardaker;Earthquake= aardbeving:Blind force and violenceplayed earthquake(s) withpeace and order= vernietigden;Earth-work= aardwerk (Mil.);Earth-worm= aardworm;Earthen= aarden;Earthenware= aardewerk, potten en pannen;Earthling= aardbewoner, sterveling; wereldling;Earthly= aardsch, stoffelijk; mogelijk, begrijpelijk;Earthly-minded= aardschgezind; subst.Earthly-mindedness;Earthy, aardsch, aard—, ruw:They are of the earthy= door en door aardschgezind, wereldsch;An earthy savour= grondlucht.Ease,îz, subst. gemak, kalmte, rust, ongedwongenheid;Easeverb. geruststellen, verlichten, van pijn verlossen, loslaten:At ease= op zijn gemak, zonder pijn;Chapel of Ease= hulpkerk;A lady of ease= in goeden doen;Toset a person at his ease= iemand op zijn gemak zetten;Stand at ease= op de plaats, rust!Totake one’s ease= het zich gemakkelijk maken;He eased my mind= stelde mij gerust:Toease a screw= losser draaien;Toease the screw= de schroef helpen door zeilen bij te zetten;Toease a ship= wat afhouden om het stampen te voorkomen;He was eased of his pain= verlost;The rope waseased away (off)= het touw werd langzaam gevierd;The cyclistseased up= reden langzamer (om stil te houden);Easeful= kalm, vreedzaam;Easeless= ongemakkelijk;Easement= verlichting, verzachting; recht van overgang (bijv. over eens anders land).Easel,îz’l, schildersezel;Easel-picture= klein schilderijtje, paneeltje.Easiness,îzinəs, kalmte, gemakkelijkheid, lichtzinnigheid, welwillendheid:Easiness of belief= lichtgeloovigheid;Easiness of mind= gemoedsrust.East,îst, subst. Oosten; adj. oost, oostelijk:The East= het Oosten, het morgenland; de Levant;East of North= N.-Oostelijk;Bounded to the Eastby France= ten oosten door F. begrensd;East-end= oostzijde; armenbuurt in Londen;East-ender= bewoner van die buurt;East-India= Oost Indië (The East-Indies);East-Indiaman= Oostindievaarder;East-Indian= Oost Indisch; Oost Indiër;Easterling= Oosterling, handelaar v. de Oostzeekusten; goudstuk (door Richard I in het Oosten geslagen), soort v. zwemvogel;Easterly= oostelijk;Eastern, adj. en adv. Oostersch, Oostelijk, naar het Oosten:Eastern Empire= Oostersch Rom. Rijk; Brit. Ind.;Eastern question= Oostersche;Easting= oosterende wind;Easterner= bewoner der oostelijke staten (Amer.);Eastward= oostelijk, oostwaarts(ch).Easter,îstə, Paschen:Easter-eggs= Paascheieren;Easter-holidays= Paaschvacantie;Easter Monday= 2de Paaschdag;Easter Sunday.Easy,îzi, gemakkelijk, ongedwongen, vrij van zorgen, pijn, etc., gerust, welgesteld, ondoordacht, licht te bepraten:Easy come, easy go= zoo gewonnen, zoo geronnen;Easy of digestion= licht verteerbaar;Easy with it= kalmpjes aan!He isin easy circumstances= hij is in goeden doen;Ifell into easy chatwith him= begon een gezellig praatje met hem;You maymake yourself easy onthat= daarop kunt gij gerust zijn;Standeasy! = op de plaats rust;To takeiteasy= rust;To easy= zachter voortbewegen;Easy-chair= gemakstoel;He is anEasy-goingman= hij neemt de dingen gemakkelijk op =takes things easy.Eat,ît, eten, opeten, smaken, wegvreten:These peas eat very well= smaken lekker;Toeat dirt= zoete broodjes bakken;Toeat one’s terms= de jurid. colleges loopen en de 3 verplichte gezamenlijke diners bijwonen aan een derInns of Court;Toeat one’s words= zijne woorden terugnemen;[164]Toeat into= uitbijten;They haveeaten far intothe pudding= een heel gat gegeten in;I’ll eat my head off,if it isn’t true= mag sterven;The horses are eating their heads off in the stables= zijn doodeters, voeren niets uit;To eat one’s heart out= zich ‘opvreten’ van verveling of verdriet;A sense of his wrongs hadeaten him up= verteerd;Eatable= eetbaar:Eatables and drinkables= eet- en drinkwaren;Eater:A great, a poor eater= een groote, kleine eter;Eating:Eating-house= ordinaris.Eatanswill,ît’nzwil, opgeblazen (als de inwoners van E. inThe Pickwick Papers).Eau de Cologne,oudəkəloun, Eau de Cologne.Eaves,îvz, vooruitspringende beneden dakrand:Eavesdrop, subst. het v. den dakrand druppelend water;Eavesverb. afluisteren, den luistervink spelen;Eavesdropper= luistervink.Ebb,eb, subst. ebbe, verval;Ebbverb. ebben, achteruitgaan, in verval geraken:Ebb and flow,Ebb and tide= eb en vloed;To beat an ebb=at a low ebb= aan lager wal, gedrukt;To ebb away= afnemen;Ebb-tide= eb.Ebenezer,ebənîzə, kerk, vereenigingslokaal voorDissenters.Eblis,eblis, duivel der Mahomedanen:Hall of Eblis= hel.Ebon,eb’n, van ebbenhout, donker, zwart;Ebonize= ebbenhoutkleurig maken;Ebony= ebbenhout:A bit of ebony= neger;Dealer in ebony= slavenhandelaar.Ebullience,Ebulliency,ibɐlj’ns(i), subst. overkoken, overstroomen; adj.Ebullient;Ebullition,ebəliš’n, het koken, (op)borrelen, uitstorting.Eburnean,îbɐ̂nj’n, adj. ivoren.Ecce Homo,eksihoumou, voorstelling van Christus met de doornenkroon.Eccentric(al),eksentrik(’l), excentrisch, excentriek, zonderling; subst. excentriek;Eccentric-rod= excentriekstang;Eccentricity= excentriciteit, zonderlingheid.Ecclefechan,ekləfek’n.Ecclesiastes,eklîziastîz, de Prediker (O. Test.);Ecclesiastic,eklîziastik, subst. geestelijke; adj. geestelijk, kerkelijk =Ecclesiastical:The Ecclesiastical States= de Kerkelijke Staat.Echinate(d),ekəneit(id),əkaineit(id), stekelig;Echinus,ikainəs, zeeëgel; egelskop (plant); eivormig ornament.Echo,ekou, subst. echo;Echoverb. weerklinken, weergalmen, terugkaatsen, herhalen:The speech wascheered to the echo= uitbundig toegejuicht;I echoed his sentiment= deelde zijn gevoelen;Echoism= onomatopee;Echometer,ekomətə, klankmeter.Eclectic,eklektik, eclectisch, schiftend, uitkiezend; subst. eclecticus;Eclecticism,eklektisizm= eclecticisme.Eclipse,iklips, subst. eclips, verduistering;Eclipseverb. verduisteren;Ecliptic,ikliptik, subst. ecliptica; adj. tot den zonneweg behoorende.Eclogue,eklog, herdersdicht.Economic,îkənomik,ekənomik, economisch; huishoudelijk, spaarzaam;Economics,îkənomiks,ekənomiks, (staat)huishoudkunde;Economical=spaarzaam;Economist= spaarzaam gebruiker:Political Economic= economist;Economize= spaarzaam zijn, sparen;Economy= economie (=Political Economy) = besparing, zuinigheid, (Goddelijke) inrichting, stelsel, bouw; orde v. zaken, regeling.Ecorché,eiköšei, spierfiguur ter bestudeering (voor kunstenaars).Ecstasy,ekstəsi, extase, opgetogenheid, geestverrukking of vervoering; ziekelijke overprikkeling; flauwte;Ecstatic(al),ekstatik(’l), verrukt, onbeschrijfelijk genotvol, verrukkelijk.Ectype,ektaip, copie, afgietsel.Ecuador,ekwədö,əkwâdö.Ecumenic(al),îkjumenik(’l), algemeen.Eczema,eksîmə, eczeem; adj.Eczematous,əksemətɐs.Edacious,ideišəs, gulzig, vraatzuchtig;Edacity,idasiti, vraatzucht, gulzigheid.Eddish,ediš, etgroen, nagras, stoppelveld.Eddy,edi, draaikolk, dwarrelwind;Eddyverb. dwarrelen, draaien;Eddy-water= zog, kielwater;Eddy-wind= wervelwind.Eddystone,edist’n.Eden,îd’n, Eden, Paradijs.Edentate(d),identeit(id), zonder snijtanden.Edgar,edgə.Edge,edž, subst. rand, kant, scherpe kant, snede, zoom, hevigheid, scherpheid;Edgeverb. scherpen, afranden, afsteken, begrenzen, omzoomen, zich zijdelings voortbewegen, scherp bij den wind houden:Toedge one’s way through a crowd= zich een weg banen;Itsets my teeth on edge= het doet mij griezelen;It hastaken away (off) the edge of hunger= het heeft den eersten honger gestild;Toturn up the edges of one’s trousers= de broekspijpen omslaan;Toedge away fromthe coast= zich van de kust langzaam verwijderen;Weedged in with the coast= langzamerhand naderden wij de kust;Heedgedmeon= zette mij aan;Edge-rail= rechtopstaande spoorstaaf (niet liggende, zooals bijtrams);Edge-tool= snijdend of scherp werktuig;Heplays with edge-tools= speelt met vuur;Edgeways,Edgewise= met den scherpen kant vooruit:I couldn’tget in a wordedgeways= er geen woord tusschen krijgen.Edgecombe,edžk’m.Edging,edžiŋ, boordsel, franje, rand.Edible,edib’l, eetbaar; subst.Edibleness.Edict,îdikt, edict, verordening.Edification,edifikeiš’n, stichting, opbouwing;Edificatory=stichtend;Edifice,edifis, gebouw;Edify,edifai, stichten, opbouwen:Anedificeingsermon= stichtelijke preek.Edile,îdail, aedilis.Edinburgh,edinbɐrə.Edison,edis’n.Edit,edit, uitgeven (d.w.z. voor de pers gereed maken), redigeeren:Dickens’ Lettersedited by his daughter,and published by L.;Edition,idiš’n, uitgave, druk;Editor[165]= uitgever, redacteur;Editorial,editôriə’l, redactioneel; subst. hoofdartikel:Editorial management= redactie;Editorial staff= redactie (personeel);Editorship= redacteurschap;Editress= redactrice.Edith,îdith.Edomite,îdəmait.Educate,edjukeit, opvoeden, onderrichten;Education,edjukeiš’n, opvoeding, onderwijs:Board of Education=Raad van Onderwijs;Educational= opvoedings …, paedagogisch:Educational institutions= opvoedingsgestichten,opvoedingsinrichtingen;Educationist= voorstander van onderwijs; ervaren paedagoog;Educator= opvoeder.Educe,idjûs, afleiden, trekken uit;Educible= afleidbaar.Educt,îdɐkt, wat zich afscheidt of heeft afgescheiden (chem.); conclusie:The educts of an analysis;Eduction pipe,valve =afvoerbuis; klep voor afgewerkten stoom.Edulcorate,idɐlkəreit, verzachten, zoeter maken, zuiveren; subst.Edulcoration.Edward,edwəd, Eduard;Edwin,edwin.Eel,îl, aal, paling:Eel-buck, (Eel-pot) = aalkorf (om ze te vangen);Eel-fare= broedsel palingen;Eel-pout= aalpuit;Eel-spear= aalgeer, elger.E’en,în, verkorting vanEven,Evening.E’er,êə, verkorting vanEver.Eerie,Eery,îri, angstwekkend, huiveringwekkend, geheimzinnig;Eeriness= angst, vooral voor iets bovennatuurlijks.Efface,efeis, uitwisschen, uitkrabben, in de schaduw stellen;Effaceable= uitwischbaar, enz.;Effacement= uitwissching, enz.Effect,efekt, subst. effect, indruk, uitvoering, uitwerking, gevolg (Effects= effecten, waarden, bezittingen);Effectverb. uitwerken, teweegbrengen, tot stand brengen, effectueeren:For effect= om den schijn, om den indruk te verhoogen;In effect= werkelijk, inderdaad;Of no(ne) effect= van geene kracht;To no effect,Without effect= vergeefs;His words wereto this effect= kwamen hier op neer;Hegave effect tothis resolution= voerde uit;The cannontook effect= miste zijne uitwerking niet;Tocarry into effect= ten uitvoer brengen;Theyeffected their escape= bewerkstelligden;Effective= werkzaam, krachtig, werkelijk voorhanden, effectief; ook subst.:An army withan effective of 80.000 men in time of peace= met een effectief; subst.Effectiveness;Effectual= bindend, dringend, krachtig:The blowEffectuallypitched him into the water= deed hem pardoes … vallen;Effectuate= bewerkstelligen; subst.Effectuation.Effeminacy,efeminəsi, verwijfdheid, verweekelijking;Effeminate,efeminit, subst. en adj. verwijfd (persoon);Effeminateverb. (efemineit) verwijfd maken, verweekelijken.Effendi,əfendi, hooge titel (Turk.).Effervesce,efəves, opborrelen, zingen (vóór het koken), opbruisen of uitbarsten; subst.Effervescence,Effervescency;Effervescent= opbruisend:Effervescent powder= bruispoeder.Effete,efît, afgeleefd, versleten.Efficacious,efikeišəs, werkzaam, krachtig; subst.Efficaciousness=Efficacy,efikəsi, kracht, invloed.Efficiency,efiš’nsi, werking, kracht, capaciteit;Efficient,efiš’nt, werkzaam, krachtig, afgeëxerceerd; subst, werkende oorzaak; afgeëxerceerd soldaat.Effigies,efidžîz. ZieEffigy.Effigy,efidži, beeld, beeltenis, beeldenaar (op eene munt):He was hanged in effigy= in effigie (beeltenis) gehangen.Effloresce,efləres, uitbotten, zich ontplooien, bloeien, met een korst van witte kristallen bedekt worden;Efflorescence= bloei, het uitbotten, huiduitslag, vorming van kristallen; adj.Efflorescent= bloeiend.Effluence,efluens, uitvloeisel;Effluent.Effluvium,eflûvj’m, uitwaseming, uitdamping.Efflux,eflɐks, uitvloeiing =Effluxion.Effort,efət,eföt, poging, krachtsinspanning, worsteling, effectbejag:That is an effort to me= kost mij inspanning;Effortless= werkeloos, zonder inspanning.Effrontery,efrɐnt’ri, onbeschaamdheid.Effulge,efɐldž, uitstralen;Effulgence= glans;Effulgent= stralend, glanzend.Effuse,efjûz, uitgieten, storten, uitstroomen; adj.efjûs;Effusion= uitstorting, ontboezeming; adj.Effusive,efjûsiv, verspreid, rijkelijk, demonstratief, overdreven:Polly kissed me effusely= onstuimig.Eft,eft, watersalamander.Eftsoon(s),eftsûn(z), in korten tijd, spoedig daarna, opnieuw, dadelijk.Egad,əgad, goede hemel! Duivekaters!Egbert,egbət;Egerton,edžət’n;Egeus,idžîəs.Egg,eg, subst. ei:As sure as eggs is (are) eggs= zoo zeker als wat;Tobeat up an egg= klutsen;Tocount one’s eggs= zien wat men heeft;Toput all one’s eggs into one basket= alles op ééne kaart zetten;Egg-boiler= eierkoker;Egg-cup= eierdopje;Egg-flip= warm bier met suiker etc., en daarin geklutste eieren;Egg-glass= kleine zandlooper;Egg-nog(g)= advocaat;Egg-plant= eierplant;Egg-shell= eierschaal;Egg-slice= pannekoeksmes;Egg-whipper=Egg-whisk= eierklopper;Eggery= nest met eieren; eierbergplaats, eierrekje;Eggler= eierenhandelaar; eierenverzamelaar.Egg,eg, aanzetten tot, aanhitsen en opstoken.Eginhard,edžinhâd.Egis,îdžis, aegis (schild van Jupiter).Eglantine,egl’nt(a)in, egelantier, hondsroos.Ego,egou,îgou, ego;Egoism= egoisme;Egoist= egoist;Egoistic(al)= egoistisch;Egotism= het te veelvuldig gebruik van “ik”; zelfgenoegzaamheid; zelfzucht;Egotist= persoon, die zich aanEgotismschuldig maakt; adj.Egotistic(al);Egotize= te veel over zichzelf praten of schrijven.Egregious,igrîdžəs, uitstekend, buitengewoon:Egregious folly= kolossale dwaasheid.Egress,îgres, subst. uitgang, heengaan.Egret,egrət,îgrət, kleine witte reiger; reigerveer als versiering; zaadpluimpje;Egrette,igret, pluim, bos, lintversiersel.Egria,îgriə, Eger.[166]Egypt,îdžipt, Egypte;Egyptian,idžipš’n, subst. Egyptenaar; Zigeuner; groot formaat teekenpapier; adj. Egyptisch, Zigeuner—:Egyptian type= egyptienne, bijzondere soort van dikke drukletter;Egyptologist= Egyptoloog;Egyptology,îdžiptolədži, kennis van Egyptische antiquiteiten, enz.Eh,ei, ə, He? Wat?Eidam,aid’m, Edammer kaas.Eider,aidə:Eiderdown= eiderdons, kussen gevuld met eiderdons;Eider-duck.Eidolon,aidoulən, schim, verschijning.Eigh,ei, Hé! Och!Eight,eit, acht:An eight-day clock= die acht dagen loopt;Eighteen= achttien;Eighteenmo,eitînmou, boekvorm, verkregen door het in 18 bladen (of 36 bladzijden) vouwen van een vel (verkort18mo);Eighteenth= achttiende;Eightfold= achtvoudig;Eighth= achtste;Eightieth,eitiəth, tachtigste;Eight-score= 160;Eighty= tachtig.Eikon,aikoun, beeltenis, heiligenbeeld.Eirie,îri= Eerie.Eisteddfod,aistedhwoud, oorspronkelijk eene vergadering van Keltische zangers tot het ontvangen van prijzen voor hunne werken; thans een jaarlijksche bijeenkomst ter bevordering van Keltische taal en letterkunde.Either,aidhə,îdhə, een van beiden (onverschillig welke), beide:In either case= in het eene of andere geval.Ejaculate,idžakjuleit, uitbrengen, uitstooten, uitwerpen;Ejaculation= uitroep; ook =Ejaculatoryprayer= schietgebedje.Eject,idžekt, uitwerpen, uitspuiten, loozen, uitzetten, verdrijven, verbannen, afzetten; subst.Ejection;Ejectment= uitstooting, uitzetting, verdrijving;Ejector= verdrijver, veer of inrichting waarmee patroonhulzen, asch, etc. worden uitgeworpen.Eke,îk, toevoegen, verlengen, aanvullen, vermeerderen; adv. ook:The meat waseked out bypotatoes and apple-sauce= werd aangevuld door;The lion’s skin waseked (out) withthe fox’s= moed en list gingen samen;ParishEke-names= bij(scheld)namen (Vergel.SillySutton,SleepyIngham, etc.).Elaborate,ilabərit, adj. doorwrocht, uitgewerkt, uitvoerig, uitgebreid;Elaborateverb. (ilabəreit) nauwkeurig bewerken, met moeite voortbrengen:To elaborate an idea= uitwerken;Elaborateness= zorgvuldige en uitvoerige bewerking;Elaboration= uitwerking, bewerking;Elaborativefaculty= onderscheidingsvermogen.Elaine,ilein.Eland,îl’nd, eland.Elapse,ilaps, verstrijken, verloopen.Elastic(=Elastical),ilastik, elastiek, veerkrachtig:An elastic=A piece of elastic= een elastiekje;Elastics= kousebanden;Elastic-sided boots= bottines met elastiek;Elastic stockings;Elastic tissue= veerkrachtig weefsel;Elasticity,îləstisiti, elasticiteit.Elate,ileit, adj. opgewonden, blijde, opgeblazen;Elateverb. verheffen (van geest of ziel), opwinden, opgetogen maken, opgeblazen maken;Elater= springkever, springtor;Elation= opgetogenheid, enz.Elbe (The),dhi-elb, Elbe;Elberfeld,elbəfeld:The Elberfeld system of poor relief= Elberfelder stelsel van armenverzorging.Elbow,elbou, elleboog, bocht, hoek;Elbowverb. met de ellebogen duwen; bochten:I amat your elbow= vlak bij u;He isout at elbow(s)= hij is in slechten doen; hij zit met zijn elleboog(en) door de mouwen;I amup to my elbows in work= zit tot over de ooren in het werk;Hejogged (nudged) my elbow= hij gaf mij een duwtje (ter herinnering);Tolift (crook) one’s elbow= onmatig drinken;To shake one’s elbow= dobbelen, spelen;Heelbowed people about= duwde op zij;Heelbowed his way throughthe crowd= baande zich met geweld een weg door;Elbow-chair= armstoel;Elbow-grease= harde handenarbeid;Elbow-rest= leuning;Elbow-room= ruimte van beweging.Eld,eld, ouderdom, grijsaard; oude tijden:Like the princessesof eld.Elder,eldə, subst. oudere, ouderling, voorvader; adj. ouder, senior;Elder-brethren= de regenten vanTrinity House;Elder hand= speler aan de voorhand (kaartspel);My elders= ouderen dan ik;The Elders= voorvaderen; ouderlingen;An elderly gentleman= bejaard, oudachtig heer;Eldership= de betrekking van ouderling, de ouderlingen; hooge ouderdom; eerstgeboorte;Eldest= oudste:Elder born= eerstgeborene.Elder,eldə, vlier:Elder-gun= proppenschieter.El Dorado,eldərâdou,eldəreidou, Eldorado.Eldri(t)ch,eldritš, vreemd, spookachtig, ijzingwekkend.Eleanor,eliənö,elənö;Eleazer,îlieizə.Elecampane,elək’mpein, alant.Elect,ilekt, subst. uitverkorene, gekozene; adj. uitverkoren, gekozen;Electverb. uitkiezen, verkiezen, kiezen:The Lord Mayor Elect= de nieuw gekozen (nog niet zijne functies aanvaard hebbende);The Elect= de uitverkorenen Gods;Election= keus, verkiezing, praedestinatie, genadekeus:Election auditor= iemand belast met het opmaken van de kosten voor eene parlementsverkiezing;Election cry= verkiezingsleus;Election judges= twee rechters, die de protesten (Petitions) tegen eene verkiezing onderzoeken;Electioneer,ilekšənîə, stemmen werven bij verkiezingen:Electioneering-agent= verkiezingsagent;Elective= uitkiezend, verkiezend:Elective affinity= chem. verwantschap, affiniteit;Elective franchise= kiesrecht;Elector= kiezer, keurvorst;Electoral college= kiescollege;Electorallaw= kieswet;Electoral offences= knoeierijen;Electorate,ilektərit, de gezamenlijke kiezers; keurvorstendom;Electorship= ambt van een keurvorst;Electress= keurvorstin.Electrepeter,ilektrepətə, stroomwisselaar.Electric,ilektrik, electrisch, electriseer …:Electric battery= electr. batterij;Electric car= electr. tramwagen;Electric circuit= kringstroom;Electric clock;Electric column= kolom van Volta;Electric current= electr. stroom;[167]Electric eel= sidderaal;Electric jar= Leidsche flesch;Electric launch= motorboot met electr. beweegkracht;Electric light;Electric machine= electriseermachine;Electric plant= electr. installatie;Electric railway;Electric ray= sidderrog;Electric shock= electr. schok;Electric spark= electr. vonk;Electric wire= telegraafdraad;Electrical engineer= electr.-technicus;Electrical engineering= electrotechniek;Electrician,ilektriš’n,elektriš’n= electricien;Electricity,ilektrisiti,elektrisiti, electriciteit;Electrification,ilektrifikeiš’n, subst. electriseeren;Electrificateverb.Electrify,ilektrifai, electriseeren (ookfig.);Electrization,ilektrizeiš’n, subst. electriseeren;Electrizeverb.Electrize,ilektraiz.Electro,ilektrou, in samenstellingen: electro, electrisch;Electrocution,ilektrəkjûš’n, terechtstelling door electriciteit (Amer.);Electrology,ilektrolədži, de wetenschap der electriciteit;Electrolyze,ilektrəlaiz, door electriciteit ontleden;Electro-motion,ilektrəmouš’n, beweging door electriciteit;Electrophorus,ilektrofərɐs, electrophoor;Electro-plate,ilektrəpleit, galvanisch verzilverd of verguld; ook subst. en verb.;Electroscope,ilektrəskoup, electroscoop;Electron= electroon.Electrum,ilektr’m, barnsteen; mengsel van goud met ⅕ deel zilver, zilverhoudend gouderts.Electuary,ilektjuəri, electuarium, likkepot.Eleemosynary,elimosinəri, subst. de van aalmoezen levende, adj. uit liefdadigheid gegeven, weldadigheids—.Elegance,Elegancy,eləg’ns(i), sierlijkheid, bevalligheid:Elegances= beschaafde gebruiken of manieren;Elegant= fijn, smaakvol, voornaam.Elegiac,elidžaiak,elîdžiak, elegisch; elegie;Elegist,elədžist, dichter van elegieën;Elegize = elegie dichten, weeklagen;Elegy= elegie.Element,eləment, (hoofd) bestanddeel, element:I am in (out of) my element in this company= voel mij in dit gezelschap (niet) thuis;Elements= beginselen; brood en wijn (aan ’t avondmaal);Elemental,eləment’l, de elementen betreffend, elementair, aanvankelijk, oorspronkelijk:Elemental spirits= de geesten van vuur, aarde, lucht en water, i.e. salamanders, gnomen, sylphen en undinen;Elementalism,eləmentəlizm, de theorie volgens welke de goden der oudheid verpersoonlijkte natuurkrachten waren;Elementariness,eləmentərinəs, elementaire toestand, eenvoudigheid;Elementary,eləmentəri, eenvoudig, elementair:Elementary education= lager onderwijs.Elephant,eləf’nt, olifant:White elephant= een weinig benijdenswaardig bezit (meer kostbaar dan voordeelig):Tobuy a white elephant= er in loopen;Tosee the white elephant= de merkwaardigheden van eene stad zien (meest in ongunst. zin);Tohave seen the white elephant=de nieuwste knepen kennen, slim zijn;Elephantpaper= olifantspapier (711 × 534 mM.);Elephantiasis,eləfɐntaiəsis, olifantsziekte;Elephantine,eləfant(a)in, olifants-, olifantachtig, reusachtig, onbeholpen;Elephantoid,eləfantoid,eləfantoid, olifantachtig.Eleusinian,eljusiniən.Elevate,eləveit, verb. verheffen, verhoogen, veredelen, opvroolijken, van trots doen zwellen; adj. verheven, hoog =Elevated:Slightly elevated= aangeschoten;Elevated railway= luchtspoorweg;Elevation,eləveiš’n, verhevenheid, verhooging, opheffing, verheffing, hoogte, verticale opstand (tegeno. platte gr.):To my tallest elevation= in mijne volle lengte;Elevator= ascenseur, elevator;Elevatory= opheffend.Eleven,ilev’n, elf, elftal:The Eleven= de Apostelen;At the eleventh hour.Elf,elf, subst. elf,kabouter, fee;Elf-arrow,Elf-bolt,Elf-dart= vuursteen (in den vorm van een pijl);Elf-child= wisselkind (door feeën achtergelaten voor het echte);Elf-fire= dwaallicht;Elf-lock= Poolsche vlecht (haarziekte);Elfin, subst. fee; adj. tot de feeën behoorende;Elfish= elfachtig, elven—, kwaadaardig.Elgin marbles,elginmâb’lz, de beelden uit den tempel van Minerva te Athene, doorEarl Elgintusschen 1801–1802 naar Engeland gebracht.Elia,îliə,Eliah,ilaiə, Elia (I Kron. VIII, 27).Elicit,ilisit, uitlokken, krijgen uit, aan het licht brengen.Elide,ilaid, een klinker of lettergreep weglaten.Eligibility,elidžibiliti, verkiesbaarheid, enz.;Eligible,elidžib’l, verkiesbaar, bevoegd; begeerlijk, verkieselijk, huwbaar:An eligible= geschikte partij; subst.Eligibleness.Elijah,ilaîdžə, Elia (I Kon. XVII, 1).Eliminant,ilimin’nt, eliminante.Eliminate,ilimineit, verdrijven, buiten beschouwing laten, terzijde stellen, elimineeren; subst.Elimination.Elinor,elinö;Eliot,eljət;Elisabeth,ilizəbeth;Elisha,ilaišə.Elision,iliž’n, elisie, bijv.o’ervoorover.Elite,ilît, élite.Elixir,iliksə, elixer, bitter, hartsterking:Elixir of life= levenselixer =Life’s elixir.Eliza,ilaizə;Elizabeth,ilizəbeth;Elizabethan,ilizəbeth’n,ilizəbeth’n,ilizəbîth’n, uit den tijd van koningin E.Elk,elk, eland; wapiti (Amer.); wilde zwaan, wilde eend.Ell,el, lengtemaat (in Engeland ± 114 c.M., in Schotl. ± 94,5 c.M., in Holland 69 c.M.):Give him an inch, he will take an ell= als men hem den vinger geeft, neemt hij de geheele hand;Ell-wand= ellestok, el.Ellen,el’n;Ellesmere,elzmîə;Ellinor,elinö;Elliot(t),eljət.Ellipse,ilips, ellips;Ellipsis,ilipsis, uitlating;Elliptic(al),iliptik(’l), elliptisch; subst.Ellipticity.Elm,elm, iep;Elmen= iepen;Elm(en)-tree;Elmy= met veel iepen.Elmo’s-fire,elmouzfaiə, St. Elmusvuur.Elocution,eləkjûš’n, (gekunstelde) voordracht;Elocutionary= de wijze van spreken betreffend;Elocutionist= bekwaam in, of leeraar in voordracht.Elodes,iloudîz, zweetziekte.[168]Elohim,ilouhim,eləhim, een der namen voor God in het Oude T.Elongate,iloŋgeit,îloŋgeit, verlengen, uitrekken; subst.Elongation.Elope,iloup, wegloopen (met een minnaar), zich laten schaken; subst.Elopement.Eloquence,eləkwens, welsprekendheid; adj.Eloquent.Else,els, ander, anders, bovendien:What else?= nog iets?Else-ways= op eene andere manier;Elsewhere= elders, ergens anders;Somewhere else= ergens anders.Elsinburg,elsinbɐrə;Elsinore,elsinö, Elseneur.Elucidate,il(j)ûsideit, verduidelijken, ophelderen, verklaren; subst.Elucidation;Elucidative= verklarend;Elucidator= verklaarder;Elucidatory:Elucidatory notes= verklarende aanteekeningen.Elude,il(j)ûd, ontduiken, ontwijken, ontsnappen; subst.Elusion; adj.Elusive;Elusory= bedriegelijk.Elul,îləl, de 6de maand van het Joodsche burgerlijk jaar.Elvish,elviš=Elfish.Ely,îli;Elysian,iliž’n, Elyzeesch, hemelsch;Elysium,iliž’m, Elysium, Paradijs.Elytra,elitrə, schildvleugels; enkelv.Elytrum.Elzevir,elzəvɐ̂elzəviə, een van de Elzevier-uitgaven der klassieken gedurende de 16e en de 17e eeuw te Amsterdam en Leiden:Elzevir editions.’Em,əm, samentrekking vanthem.Emaciate,imeišieit, vermageren, wegkwijnen; subst.Emaciation.Emanant,emən’nt, voortkomende uit;Emanate,eməeit, voortkomen uit;Theemanations of radium= uitstraling.Emancipate,imansipeit, vrij maken, emancipeeren; subst.Emancipation;He was anemancipationist= voorstander van de vrijverklaring der slaven;Emancipator= bevrijder;Emancipist= vrijgelaten gedeporteerde (Austral.).Emarginate,imâdžinit, uitgerand, uitgetand.Emasculate,imaskjuleit, ontzenuwen, castreeren; subst.Emasculation.Embale,əmbeil, emballeeren.Embalm,əmbâm, balsemen, doorgeuren, bewaren; subst.Embalmment.Embank,əmbaŋk, indijken, van eene kade voorzien;Embankment= indijking, dijk, kade.Embargo,əmbâgou, subst. beslag (op schepen), verbod, belemmering;Embargoverb. beslag leggen en tegenhouden.Embark,əmbâk, (zich) inschepen, zich wagen of begeven in:Heembarkedhis fortuneintrade= stak … in;Don’tembark insuch a trade= laat u niet in met;Embarked in litigation= in een proces gewikkeld; subst.Embarkation,embâkeiš’n.Embarrass,əmbarəs, beletten, in moeielijkheden brengen, verlegen maken, verwarren;Embarrassment= verwarring, verlegenheid, moeielijkheid.Embassador.ZieAmbassador.Embassy,embəsi, gezantschap, zending, gezantschapshotel.Embattle,əmbat’l, in slagorde scharen; van kanteel en voorzien:Embattled fields= slagvelden.Embed,əmbed, als in een bed leggen, bedelven.Embellish,əmbeliš, verfraaien, versieren; subst.Embellishment.Ember,embə:Ember days= Woensdag, Vrijdag en Zaterdag van een bepaalde week in ieder jaargetijde, waarop vasten en onthouding is voorgeschreven; quatertemper;Ember-fast;Ember-tide.Ember,embə, ijsduiker =Emberdiver,Ember-goose.Embers,embəz, gloeiende asch of sintels.Embezzle,əmbez’l, verduisteren; subst.Embezzlement;Embezzler= verduisteraar.Embitter,əmbitə, verbitteren.Emblaze,əmbleiz, in brand zetten, verlichten, doen schitteren; blazoeneeren;Emblazon,əmbleiz’n, blazoeneeren, schitterend versieren, verheerlijken;Emblazement,Emblazery, heraldieke versiering.Emblem,embl’m, subst. zinnebeeld, attribuut;Emblemata,əmblemətə, losse figuurtjes van goud of zilver, waarmede de ouden hunne gouden en zilveren vaten plachten te versieren;Emblematic(al)= zinnebeeldig;Emblematize,əmblemətaiz,embləmətaiz, zinnebeeldig voorstellen.Emblements,embləments, opbrengst van bouwland, oogst.Embodiment,əmbodiment, belichaming;Embody,əmbodi, belichamen, vereenigen, omvatten, organiseeren.Embolden,əmbould’n, aanmoedigen, verstouten.Embolism,embəlizm, inlassching van eene maand, embolie, verstopping in een bloedvat;Embolus,embəlɐs, klontertje dat embolie veroorzaakt.Emboss,əmbos, reliefwerk maken, drijven;Embossed= gedreven.Embouchure,Fr. uitspraak, monding, mondstuk.Embowed,əmbaud, gewelfd, gebogen.Embowel,əmbau’l, de ingewanden uitnemen, ontweien; subst.Embowelment.Embower,əmbauə, in een lustwarande verblijven of verbergen.Embrace,əmbreis, subst. omhelzing;Embraceverb. omhelzen, gretig aangrijpen, aannemen, omvatten, bevatten; trachten om te koopen (van jury);Embrace(o)r= omkooper;Embracery= poging om eene jury om te koopen;Embracive= alles omvattend:That isan embracive title.Embrangle,əmbraŋg’l, verwarren, dooreenhaspelen:To embrangle messages.Embrasure,əmbreižə, schietgat of opening; schuinsche verbreeding van deur- of vensteropening.Embrocate,embrəkeit, een pijnlijk lichaamsdeel met een smeersel wrijven;Embrocation= wrijving, smeersel.Embroider,əmbrôidə, borduren (ookfig.= fantaseeren);Embroidery= borduurwerk, kunstmatige versiersels (ookfig.):Embroidery frame= borduurraam.Embroil,əmbrôil, verwarren, verwikkelen:[169]Embroiledwith each other= met elk. gebrouilleerd; subst.Embroilment.Embryo,embriou(Embryon,embriən), embryo, kiem:In embryo= in den eersten en onvolkomen toestand;Embryonal= kiem- -;Embryonic= embryonaal.Emend,imend, emendeeren, verbeteren =Emendate,îməndeit, subst.Emendation;Emendator,emendeitə,îməndeitə= emendator; adj.Emendatory.
E,î, verkorting voorEast(alsE. N. E.= Oost Noord Oost); als telwoord = 250;Ea(ch);E. C.=Eastern Central(postdistrict in Londen) of:Established Church;Eccl(esiastes);Ed(itor);E. G.(Exempli gratia) = bij voorbeeld;Edin(burgh);E(ast)I(ndies);E(ast)I(ndia)Co(mpany);Eliz(abeth);Eng(lish);Epis(copal);Equiv(alent);Et Seq(uentia)= en de volgenden;Etym(ology);Ex(ample);E. &. O. E.=Errors and Omissions excepted;Esq. Esqre(Esquire) = WelEdelgeb. Heer;Etc.(Etcaetera) = enzoovoort;Excy(Excellency) = Excellentie;Esharp= Eis (muziek);Eflat= Es (muziek).Each,îtš, subst. en adj. elk:Each other= elkander.Eager,îgə, vurig, ongeduldig, gretig, begeerig, scherp; subst.Eagerness.Eagle,îg’l, arend, adelaar, gouden munt van 10 dollars (Amer.), zeker sterrenbeeld, veldteeken (Rom.), zekere lezenaar;Eagle-eyed(=Eagle-sighted) = met arendsoogen;Eagle-flighted= met eene arendsvlucht;Eagle-pinioned= met arendsvlerken =Eagle-winged;Eaglet= jonge arend.Eagre,îgə,eigə, springvloed.Ear,îə, oor, gehoorzin, oplettendheid; aar;Earverb. aren vormen:No ear formusic= geen muzikaal gehoor;I amall ear,all ears= geheel gehoor;I would not say anything against himin the public ear= in het openbaar;He isup to the ears(=over head and ear)in debt= tot over de ooren;He hasa flea in his ear= is niet op zijn gemak;To send one offwith a flea in his ear= kort en scherp afwijzen;Tobe together by the ears= elkaar in ’t haar zitten;Tocome (go, fall) together by the ears= elkaar in ’t haar vliegen;The roomfell in about our ears= viel boven ons hoofd in;Itgoes in at one ear and comes out at the other= het ééne oor in, het andere weer uit;Theyknockedthe idols of their youthabout their ears= verachtten hen;We haveset them by the ears= tegen elkander opgezet, opgehitst;Thisset the critics by the ears= deed … opvliegen;He hasbitten this man’s ear= hem beleedigd, geërgerd;They eat their ears off= ergeren zich dood;Lend me your ears= verleen mij gehoor, luister naar mij;More is meant thanmeets the ear= daar zit meer achter;Toturn a deaf (favourable) ear to= doof zijn voor (een gunstig oor leenen aan);Ear-ache,îreik, oorpijn;Ear-bob= oorknopje;Ear-cap= oorklep (tegen de koude);Ear-cockle= ziekte in de tarwe;Ear-deafening= oorverdoovend;Ear-drop(per)= oorknopje;Ear-drum= trommelvlies;Earlap= oorlel;Ear-mark= merk:Ear-markverb. schapen merken;Ear-pick(er)= oorlepeltje;Ear-piercing= oorverscheurend;Ear-shot= gehoorsafstand:The man waswithin ear-shot= de man kon ons hooren;Ear-trumpet=[163]spreekhoren;Ear-wax= oorvuil, oorsmeer;Earwig, subst. oorworm; oorblazer, verklikker;Earwigverb. gehoor verkrijgen door lasterlijk gepraat over anderen;Eared= met ooren of aren;Earing= het aren vormen; steekbout (zeeterm).Earl,ɐ̂l, graaf;Earl-marshal= opperceremoniemeester; hoofd van hetCourt of Chivalry, erfelijk in het geslacht van de hertogen van Norfolk;Earldom= rang of waardigheid v. eenearl.Early,ɐ̂li, vroeg, vroegtijdig, eerste, bijtijds, vroeg opstaand:It’s early days= wel wat spoedig;Early English= het Engelsch tusschen 1250–1350;Anearly party= eene partij, waarbij de gasten niet laat blijven;Early times= vóórhistorische tijd;Early in May= in ’t begin v. Mei;As early as May= reeds in Mei;Early to bed and early to rise,makesa man healthy and wealthy and wise= de morgenstond heeft goud in den mond =The early bird catches the worm;Easterfell earlythat year= het was een vroege Paschen.Earn,ɐ̂n, verdienen, verkrijgen:To earn a living= den kost verdienen;Earnings= verdiensten.Earnest,ɐ̂nist, adj. ernstig, vurig, ijverig, dringend; subst. ernst, vooruitzicht op, pand, onderpand, handgeld:I am in (good) earnest= ik meen het;This isan earnest of further honours= wekt gegronde verwachtingen op;I shall be earnest to knowhow the matter proceeds= ik verlang vurig om te weten;Earnest-money= geld als borg voor de geldigheid van een gesloten koop, handgeld, godspenning;Earnestness= ernst, vuur, ijver, enz.Earth,ɐ̂th, subst. aarde, grond, de wereld, vossehol;Earthverb. in den grond stoppen, met aarde bedekken, in den grond kruipen:He made his millionsright up from the bare earth= na met niets begonnen te zijn;How on Earthcould you do it= hoe ter wereld;Earth-bag= zandzak;Earth-board= ploegzool (die de aarde omwerkt);Earth-bob= pier;Earth-born= aardsch, laaggeboren;Earth-bound= in de aarde bevestigd;Earth-bred, (Earth-fed) = laag, verachtelijk;Earth-created= uit stof geschapen;Earth-drake= monster, draak;Earth-flax= amant (soort asbest);Earth-hunger= begeerte naar grond- of landbezit;Earth-light= van de aarde op de maan teruggekaatst licht (=Earth-shine);Earth-nut= aardkastanje, aardaker;Earthquake= aardbeving:Blind force and violenceplayed earthquake(s) withpeace and order= vernietigden;Earth-work= aardwerk (Mil.);Earth-worm= aardworm;Earthen= aarden;Earthenware= aardewerk, potten en pannen;Earthling= aardbewoner, sterveling; wereldling;Earthly= aardsch, stoffelijk; mogelijk, begrijpelijk;Earthly-minded= aardschgezind; subst.Earthly-mindedness;Earthy, aardsch, aard—, ruw:They are of the earthy= door en door aardschgezind, wereldsch;An earthy savour= grondlucht.Ease,îz, subst. gemak, kalmte, rust, ongedwongenheid;Easeverb. geruststellen, verlichten, van pijn verlossen, loslaten:At ease= op zijn gemak, zonder pijn;Chapel of Ease= hulpkerk;A lady of ease= in goeden doen;Toset a person at his ease= iemand op zijn gemak zetten;Stand at ease= op de plaats, rust!Totake one’s ease= het zich gemakkelijk maken;He eased my mind= stelde mij gerust:Toease a screw= losser draaien;Toease the screw= de schroef helpen door zeilen bij te zetten;Toease a ship= wat afhouden om het stampen te voorkomen;He was eased of his pain= verlost;The rope waseased away (off)= het touw werd langzaam gevierd;The cyclistseased up= reden langzamer (om stil te houden);Easeful= kalm, vreedzaam;Easeless= ongemakkelijk;Easement= verlichting, verzachting; recht van overgang (bijv. over eens anders land).Easel,îz’l, schildersezel;Easel-picture= klein schilderijtje, paneeltje.Easiness,îzinəs, kalmte, gemakkelijkheid, lichtzinnigheid, welwillendheid:Easiness of belief= lichtgeloovigheid;Easiness of mind= gemoedsrust.East,îst, subst. Oosten; adj. oost, oostelijk:The East= het Oosten, het morgenland; de Levant;East of North= N.-Oostelijk;Bounded to the Eastby France= ten oosten door F. begrensd;East-end= oostzijde; armenbuurt in Londen;East-ender= bewoner van die buurt;East-India= Oost Indië (The East-Indies);East-Indiaman= Oostindievaarder;East-Indian= Oost Indisch; Oost Indiër;Easterling= Oosterling, handelaar v. de Oostzeekusten; goudstuk (door Richard I in het Oosten geslagen), soort v. zwemvogel;Easterly= oostelijk;Eastern, adj. en adv. Oostersch, Oostelijk, naar het Oosten:Eastern Empire= Oostersch Rom. Rijk; Brit. Ind.;Eastern question= Oostersche;Easting= oosterende wind;Easterner= bewoner der oostelijke staten (Amer.);Eastward= oostelijk, oostwaarts(ch).Easter,îstə, Paschen:Easter-eggs= Paascheieren;Easter-holidays= Paaschvacantie;Easter Monday= 2de Paaschdag;Easter Sunday.Easy,îzi, gemakkelijk, ongedwongen, vrij van zorgen, pijn, etc., gerust, welgesteld, ondoordacht, licht te bepraten:Easy come, easy go= zoo gewonnen, zoo geronnen;Easy of digestion= licht verteerbaar;Easy with it= kalmpjes aan!He isin easy circumstances= hij is in goeden doen;Ifell into easy chatwith him= begon een gezellig praatje met hem;You maymake yourself easy onthat= daarop kunt gij gerust zijn;Standeasy! = op de plaats rust;To takeiteasy= rust;To easy= zachter voortbewegen;Easy-chair= gemakstoel;He is anEasy-goingman= hij neemt de dingen gemakkelijk op =takes things easy.Eat,ît, eten, opeten, smaken, wegvreten:These peas eat very well= smaken lekker;Toeat dirt= zoete broodjes bakken;Toeat one’s terms= de jurid. colleges loopen en de 3 verplichte gezamenlijke diners bijwonen aan een derInns of Court;Toeat one’s words= zijne woorden terugnemen;[164]Toeat into= uitbijten;They haveeaten far intothe pudding= een heel gat gegeten in;I’ll eat my head off,if it isn’t true= mag sterven;The horses are eating their heads off in the stables= zijn doodeters, voeren niets uit;To eat one’s heart out= zich ‘opvreten’ van verveling of verdriet;A sense of his wrongs hadeaten him up= verteerd;Eatable= eetbaar:Eatables and drinkables= eet- en drinkwaren;Eater:A great, a poor eater= een groote, kleine eter;Eating:Eating-house= ordinaris.Eatanswill,ît’nzwil, opgeblazen (als de inwoners van E. inThe Pickwick Papers).Eau de Cologne,oudəkəloun, Eau de Cologne.Eaves,îvz, vooruitspringende beneden dakrand:Eavesdrop, subst. het v. den dakrand druppelend water;Eavesverb. afluisteren, den luistervink spelen;Eavesdropper= luistervink.Ebb,eb, subst. ebbe, verval;Ebbverb. ebben, achteruitgaan, in verval geraken:Ebb and flow,Ebb and tide= eb en vloed;To beat an ebb=at a low ebb= aan lager wal, gedrukt;To ebb away= afnemen;Ebb-tide= eb.Ebenezer,ebənîzə, kerk, vereenigingslokaal voorDissenters.Eblis,eblis, duivel der Mahomedanen:Hall of Eblis= hel.Ebon,eb’n, van ebbenhout, donker, zwart;Ebonize= ebbenhoutkleurig maken;Ebony= ebbenhout:A bit of ebony= neger;Dealer in ebony= slavenhandelaar.Ebullience,Ebulliency,ibɐlj’ns(i), subst. overkoken, overstroomen; adj.Ebullient;Ebullition,ebəliš’n, het koken, (op)borrelen, uitstorting.Eburnean,îbɐ̂nj’n, adj. ivoren.Ecce Homo,eksihoumou, voorstelling van Christus met de doornenkroon.Eccentric(al),eksentrik(’l), excentrisch, excentriek, zonderling; subst. excentriek;Eccentric-rod= excentriekstang;Eccentricity= excentriciteit, zonderlingheid.Ecclefechan,ekləfek’n.Ecclesiastes,eklîziastîz, de Prediker (O. Test.);Ecclesiastic,eklîziastik, subst. geestelijke; adj. geestelijk, kerkelijk =Ecclesiastical:The Ecclesiastical States= de Kerkelijke Staat.Echinate(d),ekəneit(id),əkaineit(id), stekelig;Echinus,ikainəs, zeeëgel; egelskop (plant); eivormig ornament.Echo,ekou, subst. echo;Echoverb. weerklinken, weergalmen, terugkaatsen, herhalen:The speech wascheered to the echo= uitbundig toegejuicht;I echoed his sentiment= deelde zijn gevoelen;Echoism= onomatopee;Echometer,ekomətə, klankmeter.Eclectic,eklektik, eclectisch, schiftend, uitkiezend; subst. eclecticus;Eclecticism,eklektisizm= eclecticisme.Eclipse,iklips, subst. eclips, verduistering;Eclipseverb. verduisteren;Ecliptic,ikliptik, subst. ecliptica; adj. tot den zonneweg behoorende.Eclogue,eklog, herdersdicht.Economic,îkənomik,ekənomik, economisch; huishoudelijk, spaarzaam;Economics,îkənomiks,ekənomiks, (staat)huishoudkunde;Economical=spaarzaam;Economist= spaarzaam gebruiker:Political Economic= economist;Economize= spaarzaam zijn, sparen;Economy= economie (=Political Economy) = besparing, zuinigheid, (Goddelijke) inrichting, stelsel, bouw; orde v. zaken, regeling.Ecorché,eiköšei, spierfiguur ter bestudeering (voor kunstenaars).Ecstasy,ekstəsi, extase, opgetogenheid, geestverrukking of vervoering; ziekelijke overprikkeling; flauwte;Ecstatic(al),ekstatik(’l), verrukt, onbeschrijfelijk genotvol, verrukkelijk.Ectype,ektaip, copie, afgietsel.Ecuador,ekwədö,əkwâdö.Ecumenic(al),îkjumenik(’l), algemeen.Eczema,eksîmə, eczeem; adj.Eczematous,əksemətɐs.Edacious,ideišəs, gulzig, vraatzuchtig;Edacity,idasiti, vraatzucht, gulzigheid.Eddish,ediš, etgroen, nagras, stoppelveld.Eddy,edi, draaikolk, dwarrelwind;Eddyverb. dwarrelen, draaien;Eddy-water= zog, kielwater;Eddy-wind= wervelwind.Eddystone,edist’n.Eden,îd’n, Eden, Paradijs.Edentate(d),identeit(id), zonder snijtanden.Edgar,edgə.Edge,edž, subst. rand, kant, scherpe kant, snede, zoom, hevigheid, scherpheid;Edgeverb. scherpen, afranden, afsteken, begrenzen, omzoomen, zich zijdelings voortbewegen, scherp bij den wind houden:Toedge one’s way through a crowd= zich een weg banen;Itsets my teeth on edge= het doet mij griezelen;It hastaken away (off) the edge of hunger= het heeft den eersten honger gestild;Toturn up the edges of one’s trousers= de broekspijpen omslaan;Toedge away fromthe coast= zich van de kust langzaam verwijderen;Weedged in with the coast= langzamerhand naderden wij de kust;Heedgedmeon= zette mij aan;Edge-rail= rechtopstaande spoorstaaf (niet liggende, zooals bijtrams);Edge-tool= snijdend of scherp werktuig;Heplays with edge-tools= speelt met vuur;Edgeways,Edgewise= met den scherpen kant vooruit:I couldn’tget in a wordedgeways= er geen woord tusschen krijgen.Edgecombe,edžk’m.Edging,edžiŋ, boordsel, franje, rand.Edible,edib’l, eetbaar; subst.Edibleness.Edict,îdikt, edict, verordening.Edification,edifikeiš’n, stichting, opbouwing;Edificatory=stichtend;Edifice,edifis, gebouw;Edify,edifai, stichten, opbouwen:Anedificeingsermon= stichtelijke preek.Edile,îdail, aedilis.Edinburgh,edinbɐrə.Edison,edis’n.Edit,edit, uitgeven (d.w.z. voor de pers gereed maken), redigeeren:Dickens’ Lettersedited by his daughter,and published by L.;Edition,idiš’n, uitgave, druk;Editor[165]= uitgever, redacteur;Editorial,editôriə’l, redactioneel; subst. hoofdartikel:Editorial management= redactie;Editorial staff= redactie (personeel);Editorship= redacteurschap;Editress= redactrice.Edith,îdith.Edomite,îdəmait.Educate,edjukeit, opvoeden, onderrichten;Education,edjukeiš’n, opvoeding, onderwijs:Board of Education=Raad van Onderwijs;Educational= opvoedings …, paedagogisch:Educational institutions= opvoedingsgestichten,opvoedingsinrichtingen;Educationist= voorstander van onderwijs; ervaren paedagoog;Educator= opvoeder.Educe,idjûs, afleiden, trekken uit;Educible= afleidbaar.Educt,îdɐkt, wat zich afscheidt of heeft afgescheiden (chem.); conclusie:The educts of an analysis;Eduction pipe,valve =afvoerbuis; klep voor afgewerkten stoom.Edulcorate,idɐlkəreit, verzachten, zoeter maken, zuiveren; subst.Edulcoration.Edward,edwəd, Eduard;Edwin,edwin.Eel,îl, aal, paling:Eel-buck, (Eel-pot) = aalkorf (om ze te vangen);Eel-fare= broedsel palingen;Eel-pout= aalpuit;Eel-spear= aalgeer, elger.E’en,în, verkorting vanEven,Evening.E’er,êə, verkorting vanEver.Eerie,Eery,îri, angstwekkend, huiveringwekkend, geheimzinnig;Eeriness= angst, vooral voor iets bovennatuurlijks.Efface,efeis, uitwisschen, uitkrabben, in de schaduw stellen;Effaceable= uitwischbaar, enz.;Effacement= uitwissching, enz.Effect,efekt, subst. effect, indruk, uitvoering, uitwerking, gevolg (Effects= effecten, waarden, bezittingen);Effectverb. uitwerken, teweegbrengen, tot stand brengen, effectueeren:For effect= om den schijn, om den indruk te verhoogen;In effect= werkelijk, inderdaad;Of no(ne) effect= van geene kracht;To no effect,Without effect= vergeefs;His words wereto this effect= kwamen hier op neer;Hegave effect tothis resolution= voerde uit;The cannontook effect= miste zijne uitwerking niet;Tocarry into effect= ten uitvoer brengen;Theyeffected their escape= bewerkstelligden;Effective= werkzaam, krachtig, werkelijk voorhanden, effectief; ook subst.:An army withan effective of 80.000 men in time of peace= met een effectief; subst.Effectiveness;Effectual= bindend, dringend, krachtig:The blowEffectuallypitched him into the water= deed hem pardoes … vallen;Effectuate= bewerkstelligen; subst.Effectuation.Effeminacy,efeminəsi, verwijfdheid, verweekelijking;Effeminate,efeminit, subst. en adj. verwijfd (persoon);Effeminateverb. (efemineit) verwijfd maken, verweekelijken.Effendi,əfendi, hooge titel (Turk.).Effervesce,efəves, opborrelen, zingen (vóór het koken), opbruisen of uitbarsten; subst.Effervescence,Effervescency;Effervescent= opbruisend:Effervescent powder= bruispoeder.Effete,efît, afgeleefd, versleten.Efficacious,efikeišəs, werkzaam, krachtig; subst.Efficaciousness=Efficacy,efikəsi, kracht, invloed.Efficiency,efiš’nsi, werking, kracht, capaciteit;Efficient,efiš’nt, werkzaam, krachtig, afgeëxerceerd; subst, werkende oorzaak; afgeëxerceerd soldaat.Effigies,efidžîz. ZieEffigy.Effigy,efidži, beeld, beeltenis, beeldenaar (op eene munt):He was hanged in effigy= in effigie (beeltenis) gehangen.Effloresce,efləres, uitbotten, zich ontplooien, bloeien, met een korst van witte kristallen bedekt worden;Efflorescence= bloei, het uitbotten, huiduitslag, vorming van kristallen; adj.Efflorescent= bloeiend.Effluence,efluens, uitvloeisel;Effluent.Effluvium,eflûvj’m, uitwaseming, uitdamping.Efflux,eflɐks, uitvloeiing =Effluxion.Effort,efət,eföt, poging, krachtsinspanning, worsteling, effectbejag:That is an effort to me= kost mij inspanning;Effortless= werkeloos, zonder inspanning.Effrontery,efrɐnt’ri, onbeschaamdheid.Effulge,efɐldž, uitstralen;Effulgence= glans;Effulgent= stralend, glanzend.Effuse,efjûz, uitgieten, storten, uitstroomen; adj.efjûs;Effusion= uitstorting, ontboezeming; adj.Effusive,efjûsiv, verspreid, rijkelijk, demonstratief, overdreven:Polly kissed me effusely= onstuimig.Eft,eft, watersalamander.Eftsoon(s),eftsûn(z), in korten tijd, spoedig daarna, opnieuw, dadelijk.Egad,əgad, goede hemel! Duivekaters!Egbert,egbət;Egerton,edžət’n;Egeus,idžîəs.Egg,eg, subst. ei:As sure as eggs is (are) eggs= zoo zeker als wat;Tobeat up an egg= klutsen;Tocount one’s eggs= zien wat men heeft;Toput all one’s eggs into one basket= alles op ééne kaart zetten;Egg-boiler= eierkoker;Egg-cup= eierdopje;Egg-flip= warm bier met suiker etc., en daarin geklutste eieren;Egg-glass= kleine zandlooper;Egg-nog(g)= advocaat;Egg-plant= eierplant;Egg-shell= eierschaal;Egg-slice= pannekoeksmes;Egg-whipper=Egg-whisk= eierklopper;Eggery= nest met eieren; eierbergplaats, eierrekje;Eggler= eierenhandelaar; eierenverzamelaar.Egg,eg, aanzetten tot, aanhitsen en opstoken.Eginhard,edžinhâd.Egis,îdžis, aegis (schild van Jupiter).Eglantine,egl’nt(a)in, egelantier, hondsroos.Ego,egou,îgou, ego;Egoism= egoisme;Egoist= egoist;Egoistic(al)= egoistisch;Egotism= het te veelvuldig gebruik van “ik”; zelfgenoegzaamheid; zelfzucht;Egotist= persoon, die zich aanEgotismschuldig maakt; adj.Egotistic(al);Egotize= te veel over zichzelf praten of schrijven.Egregious,igrîdžəs, uitstekend, buitengewoon:Egregious folly= kolossale dwaasheid.Egress,îgres, subst. uitgang, heengaan.Egret,egrət,îgrət, kleine witte reiger; reigerveer als versiering; zaadpluimpje;Egrette,igret, pluim, bos, lintversiersel.Egria,îgriə, Eger.[166]Egypt,îdžipt, Egypte;Egyptian,idžipš’n, subst. Egyptenaar; Zigeuner; groot formaat teekenpapier; adj. Egyptisch, Zigeuner—:Egyptian type= egyptienne, bijzondere soort van dikke drukletter;Egyptologist= Egyptoloog;Egyptology,îdžiptolədži, kennis van Egyptische antiquiteiten, enz.Eh,ei, ə, He? Wat?Eidam,aid’m, Edammer kaas.Eider,aidə:Eiderdown= eiderdons, kussen gevuld met eiderdons;Eider-duck.Eidolon,aidoulən, schim, verschijning.Eigh,ei, Hé! Och!Eight,eit, acht:An eight-day clock= die acht dagen loopt;Eighteen= achttien;Eighteenmo,eitînmou, boekvorm, verkregen door het in 18 bladen (of 36 bladzijden) vouwen van een vel (verkort18mo);Eighteenth= achttiende;Eightfold= achtvoudig;Eighth= achtste;Eightieth,eitiəth, tachtigste;Eight-score= 160;Eighty= tachtig.Eikon,aikoun, beeltenis, heiligenbeeld.Eirie,îri= Eerie.Eisteddfod,aistedhwoud, oorspronkelijk eene vergadering van Keltische zangers tot het ontvangen van prijzen voor hunne werken; thans een jaarlijksche bijeenkomst ter bevordering van Keltische taal en letterkunde.Either,aidhə,îdhə, een van beiden (onverschillig welke), beide:In either case= in het eene of andere geval.Ejaculate,idžakjuleit, uitbrengen, uitstooten, uitwerpen;Ejaculation= uitroep; ook =Ejaculatoryprayer= schietgebedje.Eject,idžekt, uitwerpen, uitspuiten, loozen, uitzetten, verdrijven, verbannen, afzetten; subst.Ejection;Ejectment= uitstooting, uitzetting, verdrijving;Ejector= verdrijver, veer of inrichting waarmee patroonhulzen, asch, etc. worden uitgeworpen.Eke,îk, toevoegen, verlengen, aanvullen, vermeerderen; adv. ook:The meat waseked out bypotatoes and apple-sauce= werd aangevuld door;The lion’s skin waseked (out) withthe fox’s= moed en list gingen samen;ParishEke-names= bij(scheld)namen (Vergel.SillySutton,SleepyIngham, etc.).Elaborate,ilabərit, adj. doorwrocht, uitgewerkt, uitvoerig, uitgebreid;Elaborateverb. (ilabəreit) nauwkeurig bewerken, met moeite voortbrengen:To elaborate an idea= uitwerken;Elaborateness= zorgvuldige en uitvoerige bewerking;Elaboration= uitwerking, bewerking;Elaborativefaculty= onderscheidingsvermogen.Elaine,ilein.Eland,îl’nd, eland.Elapse,ilaps, verstrijken, verloopen.Elastic(=Elastical),ilastik, elastiek, veerkrachtig:An elastic=A piece of elastic= een elastiekje;Elastics= kousebanden;Elastic-sided boots= bottines met elastiek;Elastic stockings;Elastic tissue= veerkrachtig weefsel;Elasticity,îləstisiti, elasticiteit.Elate,ileit, adj. opgewonden, blijde, opgeblazen;Elateverb. verheffen (van geest of ziel), opwinden, opgetogen maken, opgeblazen maken;Elater= springkever, springtor;Elation= opgetogenheid, enz.Elbe (The),dhi-elb, Elbe;Elberfeld,elbəfeld:The Elberfeld system of poor relief= Elberfelder stelsel van armenverzorging.Elbow,elbou, elleboog, bocht, hoek;Elbowverb. met de ellebogen duwen; bochten:I amat your elbow= vlak bij u;He isout at elbow(s)= hij is in slechten doen; hij zit met zijn elleboog(en) door de mouwen;I amup to my elbows in work= zit tot over de ooren in het werk;Hejogged (nudged) my elbow= hij gaf mij een duwtje (ter herinnering);Tolift (crook) one’s elbow= onmatig drinken;To shake one’s elbow= dobbelen, spelen;Heelbowed people about= duwde op zij;Heelbowed his way throughthe crowd= baande zich met geweld een weg door;Elbow-chair= armstoel;Elbow-grease= harde handenarbeid;Elbow-rest= leuning;Elbow-room= ruimte van beweging.Eld,eld, ouderdom, grijsaard; oude tijden:Like the princessesof eld.Elder,eldə, subst. oudere, ouderling, voorvader; adj. ouder, senior;Elder-brethren= de regenten vanTrinity House;Elder hand= speler aan de voorhand (kaartspel);My elders= ouderen dan ik;The Elders= voorvaderen; ouderlingen;An elderly gentleman= bejaard, oudachtig heer;Eldership= de betrekking van ouderling, de ouderlingen; hooge ouderdom; eerstgeboorte;Eldest= oudste:Elder born= eerstgeborene.Elder,eldə, vlier:Elder-gun= proppenschieter.El Dorado,eldərâdou,eldəreidou, Eldorado.Eldri(t)ch,eldritš, vreemd, spookachtig, ijzingwekkend.Eleanor,eliənö,elənö;Eleazer,îlieizə.Elecampane,elək’mpein, alant.Elect,ilekt, subst. uitverkorene, gekozene; adj. uitverkoren, gekozen;Electverb. uitkiezen, verkiezen, kiezen:The Lord Mayor Elect= de nieuw gekozen (nog niet zijne functies aanvaard hebbende);The Elect= de uitverkorenen Gods;Election= keus, verkiezing, praedestinatie, genadekeus:Election auditor= iemand belast met het opmaken van de kosten voor eene parlementsverkiezing;Election cry= verkiezingsleus;Election judges= twee rechters, die de protesten (Petitions) tegen eene verkiezing onderzoeken;Electioneer,ilekšənîə, stemmen werven bij verkiezingen:Electioneering-agent= verkiezingsagent;Elective= uitkiezend, verkiezend:Elective affinity= chem. verwantschap, affiniteit;Elective franchise= kiesrecht;Elector= kiezer, keurvorst;Electoral college= kiescollege;Electorallaw= kieswet;Electoral offences= knoeierijen;Electorate,ilektərit, de gezamenlijke kiezers; keurvorstendom;Electorship= ambt van een keurvorst;Electress= keurvorstin.Electrepeter,ilektrepətə, stroomwisselaar.Electric,ilektrik, electrisch, electriseer …:Electric battery= electr. batterij;Electric car= electr. tramwagen;Electric circuit= kringstroom;Electric clock;Electric column= kolom van Volta;Electric current= electr. stroom;[167]Electric eel= sidderaal;Electric jar= Leidsche flesch;Electric launch= motorboot met electr. beweegkracht;Electric light;Electric machine= electriseermachine;Electric plant= electr. installatie;Electric railway;Electric ray= sidderrog;Electric shock= electr. schok;Electric spark= electr. vonk;Electric wire= telegraafdraad;Electrical engineer= electr.-technicus;Electrical engineering= electrotechniek;Electrician,ilektriš’n,elektriš’n= electricien;Electricity,ilektrisiti,elektrisiti, electriciteit;Electrification,ilektrifikeiš’n, subst. electriseeren;Electrificateverb.Electrify,ilektrifai, electriseeren (ookfig.);Electrization,ilektrizeiš’n, subst. electriseeren;Electrizeverb.Electrize,ilektraiz.Electro,ilektrou, in samenstellingen: electro, electrisch;Electrocution,ilektrəkjûš’n, terechtstelling door electriciteit (Amer.);Electrology,ilektrolədži, de wetenschap der electriciteit;Electrolyze,ilektrəlaiz, door electriciteit ontleden;Electro-motion,ilektrəmouš’n, beweging door electriciteit;Electrophorus,ilektrofərɐs, electrophoor;Electro-plate,ilektrəpleit, galvanisch verzilverd of verguld; ook subst. en verb.;Electroscope,ilektrəskoup, electroscoop;Electron= electroon.Electrum,ilektr’m, barnsteen; mengsel van goud met ⅕ deel zilver, zilverhoudend gouderts.Electuary,ilektjuəri, electuarium, likkepot.Eleemosynary,elimosinəri, subst. de van aalmoezen levende, adj. uit liefdadigheid gegeven, weldadigheids—.Elegance,Elegancy,eləg’ns(i), sierlijkheid, bevalligheid:Elegances= beschaafde gebruiken of manieren;Elegant= fijn, smaakvol, voornaam.Elegiac,elidžaiak,elîdžiak, elegisch; elegie;Elegist,elədžist, dichter van elegieën;Elegize = elegie dichten, weeklagen;Elegy= elegie.Element,eləment, (hoofd) bestanddeel, element:I am in (out of) my element in this company= voel mij in dit gezelschap (niet) thuis;Elements= beginselen; brood en wijn (aan ’t avondmaal);Elemental,eləment’l, de elementen betreffend, elementair, aanvankelijk, oorspronkelijk:Elemental spirits= de geesten van vuur, aarde, lucht en water, i.e. salamanders, gnomen, sylphen en undinen;Elementalism,eləmentəlizm, de theorie volgens welke de goden der oudheid verpersoonlijkte natuurkrachten waren;Elementariness,eləmentərinəs, elementaire toestand, eenvoudigheid;Elementary,eləmentəri, eenvoudig, elementair:Elementary education= lager onderwijs.Elephant,eləf’nt, olifant:White elephant= een weinig benijdenswaardig bezit (meer kostbaar dan voordeelig):Tobuy a white elephant= er in loopen;Tosee the white elephant= de merkwaardigheden van eene stad zien (meest in ongunst. zin);Tohave seen the white elephant=de nieuwste knepen kennen, slim zijn;Elephantpaper= olifantspapier (711 × 534 mM.);Elephantiasis,eləfɐntaiəsis, olifantsziekte;Elephantine,eləfant(a)in, olifants-, olifantachtig, reusachtig, onbeholpen;Elephantoid,eləfantoid,eləfantoid, olifantachtig.Eleusinian,eljusiniən.Elevate,eləveit, verb. verheffen, verhoogen, veredelen, opvroolijken, van trots doen zwellen; adj. verheven, hoog =Elevated:Slightly elevated= aangeschoten;Elevated railway= luchtspoorweg;Elevation,eləveiš’n, verhevenheid, verhooging, opheffing, verheffing, hoogte, verticale opstand (tegeno. platte gr.):To my tallest elevation= in mijne volle lengte;Elevator= ascenseur, elevator;Elevatory= opheffend.Eleven,ilev’n, elf, elftal:The Eleven= de Apostelen;At the eleventh hour.Elf,elf, subst. elf,kabouter, fee;Elf-arrow,Elf-bolt,Elf-dart= vuursteen (in den vorm van een pijl);Elf-child= wisselkind (door feeën achtergelaten voor het echte);Elf-fire= dwaallicht;Elf-lock= Poolsche vlecht (haarziekte);Elfin, subst. fee; adj. tot de feeën behoorende;Elfish= elfachtig, elven—, kwaadaardig.Elgin marbles,elginmâb’lz, de beelden uit den tempel van Minerva te Athene, doorEarl Elgintusschen 1801–1802 naar Engeland gebracht.Elia,îliə,Eliah,ilaiə, Elia (I Kron. VIII, 27).Elicit,ilisit, uitlokken, krijgen uit, aan het licht brengen.Elide,ilaid, een klinker of lettergreep weglaten.Eligibility,elidžibiliti, verkiesbaarheid, enz.;Eligible,elidžib’l, verkiesbaar, bevoegd; begeerlijk, verkieselijk, huwbaar:An eligible= geschikte partij; subst.Eligibleness.Elijah,ilaîdžə, Elia (I Kon. XVII, 1).Eliminant,ilimin’nt, eliminante.Eliminate,ilimineit, verdrijven, buiten beschouwing laten, terzijde stellen, elimineeren; subst.Elimination.Elinor,elinö;Eliot,eljət;Elisabeth,ilizəbeth;Elisha,ilaišə.Elision,iliž’n, elisie, bijv.o’ervoorover.Elite,ilît, élite.Elixir,iliksə, elixer, bitter, hartsterking:Elixir of life= levenselixer =Life’s elixir.Eliza,ilaizə;Elizabeth,ilizəbeth;Elizabethan,ilizəbeth’n,ilizəbeth’n,ilizəbîth’n, uit den tijd van koningin E.Elk,elk, eland; wapiti (Amer.); wilde zwaan, wilde eend.Ell,el, lengtemaat (in Engeland ± 114 c.M., in Schotl. ± 94,5 c.M., in Holland 69 c.M.):Give him an inch, he will take an ell= als men hem den vinger geeft, neemt hij de geheele hand;Ell-wand= ellestok, el.Ellen,el’n;Ellesmere,elzmîə;Ellinor,elinö;Elliot(t),eljət.Ellipse,ilips, ellips;Ellipsis,ilipsis, uitlating;Elliptic(al),iliptik(’l), elliptisch; subst.Ellipticity.Elm,elm, iep;Elmen= iepen;Elm(en)-tree;Elmy= met veel iepen.Elmo’s-fire,elmouzfaiə, St. Elmusvuur.Elocution,eləkjûš’n, (gekunstelde) voordracht;Elocutionary= de wijze van spreken betreffend;Elocutionist= bekwaam in, of leeraar in voordracht.Elodes,iloudîz, zweetziekte.[168]Elohim,ilouhim,eləhim, een der namen voor God in het Oude T.Elongate,iloŋgeit,îloŋgeit, verlengen, uitrekken; subst.Elongation.Elope,iloup, wegloopen (met een minnaar), zich laten schaken; subst.Elopement.Eloquence,eləkwens, welsprekendheid; adj.Eloquent.Else,els, ander, anders, bovendien:What else?= nog iets?Else-ways= op eene andere manier;Elsewhere= elders, ergens anders;Somewhere else= ergens anders.Elsinburg,elsinbɐrə;Elsinore,elsinö, Elseneur.Elucidate,il(j)ûsideit, verduidelijken, ophelderen, verklaren; subst.Elucidation;Elucidative= verklarend;Elucidator= verklaarder;Elucidatory:Elucidatory notes= verklarende aanteekeningen.Elude,il(j)ûd, ontduiken, ontwijken, ontsnappen; subst.Elusion; adj.Elusive;Elusory= bedriegelijk.Elul,îləl, de 6de maand van het Joodsche burgerlijk jaar.Elvish,elviš=Elfish.Ely,îli;Elysian,iliž’n, Elyzeesch, hemelsch;Elysium,iliž’m, Elysium, Paradijs.Elytra,elitrə, schildvleugels; enkelv.Elytrum.Elzevir,elzəvɐ̂elzəviə, een van de Elzevier-uitgaven der klassieken gedurende de 16e en de 17e eeuw te Amsterdam en Leiden:Elzevir editions.’Em,əm, samentrekking vanthem.Emaciate,imeišieit, vermageren, wegkwijnen; subst.Emaciation.Emanant,emən’nt, voortkomende uit;Emanate,eməeit, voortkomen uit;Theemanations of radium= uitstraling.Emancipate,imansipeit, vrij maken, emancipeeren; subst.Emancipation;He was anemancipationist= voorstander van de vrijverklaring der slaven;Emancipator= bevrijder;Emancipist= vrijgelaten gedeporteerde (Austral.).Emarginate,imâdžinit, uitgerand, uitgetand.Emasculate,imaskjuleit, ontzenuwen, castreeren; subst.Emasculation.Embale,əmbeil, emballeeren.Embalm,əmbâm, balsemen, doorgeuren, bewaren; subst.Embalmment.Embank,əmbaŋk, indijken, van eene kade voorzien;Embankment= indijking, dijk, kade.Embargo,əmbâgou, subst. beslag (op schepen), verbod, belemmering;Embargoverb. beslag leggen en tegenhouden.Embark,əmbâk, (zich) inschepen, zich wagen of begeven in:Heembarkedhis fortuneintrade= stak … in;Don’tembark insuch a trade= laat u niet in met;Embarked in litigation= in een proces gewikkeld; subst.Embarkation,embâkeiš’n.Embarrass,əmbarəs, beletten, in moeielijkheden brengen, verlegen maken, verwarren;Embarrassment= verwarring, verlegenheid, moeielijkheid.Embassador.ZieAmbassador.Embassy,embəsi, gezantschap, zending, gezantschapshotel.Embattle,əmbat’l, in slagorde scharen; van kanteel en voorzien:Embattled fields= slagvelden.Embed,əmbed, als in een bed leggen, bedelven.Embellish,əmbeliš, verfraaien, versieren; subst.Embellishment.Ember,embə:Ember days= Woensdag, Vrijdag en Zaterdag van een bepaalde week in ieder jaargetijde, waarop vasten en onthouding is voorgeschreven; quatertemper;Ember-fast;Ember-tide.Ember,embə, ijsduiker =Emberdiver,Ember-goose.Embers,embəz, gloeiende asch of sintels.Embezzle,əmbez’l, verduisteren; subst.Embezzlement;Embezzler= verduisteraar.Embitter,əmbitə, verbitteren.Emblaze,əmbleiz, in brand zetten, verlichten, doen schitteren; blazoeneeren;Emblazon,əmbleiz’n, blazoeneeren, schitterend versieren, verheerlijken;Emblazement,Emblazery, heraldieke versiering.Emblem,embl’m, subst. zinnebeeld, attribuut;Emblemata,əmblemətə, losse figuurtjes van goud of zilver, waarmede de ouden hunne gouden en zilveren vaten plachten te versieren;Emblematic(al)= zinnebeeldig;Emblematize,əmblemətaiz,embləmətaiz, zinnebeeldig voorstellen.Emblements,embləments, opbrengst van bouwland, oogst.Embodiment,əmbodiment, belichaming;Embody,əmbodi, belichamen, vereenigen, omvatten, organiseeren.Embolden,əmbould’n, aanmoedigen, verstouten.Embolism,embəlizm, inlassching van eene maand, embolie, verstopping in een bloedvat;Embolus,embəlɐs, klontertje dat embolie veroorzaakt.Emboss,əmbos, reliefwerk maken, drijven;Embossed= gedreven.Embouchure,Fr. uitspraak, monding, mondstuk.Embowed,əmbaud, gewelfd, gebogen.Embowel,əmbau’l, de ingewanden uitnemen, ontweien; subst.Embowelment.Embower,əmbauə, in een lustwarande verblijven of verbergen.Embrace,əmbreis, subst. omhelzing;Embraceverb. omhelzen, gretig aangrijpen, aannemen, omvatten, bevatten; trachten om te koopen (van jury);Embrace(o)r= omkooper;Embracery= poging om eene jury om te koopen;Embracive= alles omvattend:That isan embracive title.Embrangle,əmbraŋg’l, verwarren, dooreenhaspelen:To embrangle messages.Embrasure,əmbreižə, schietgat of opening; schuinsche verbreeding van deur- of vensteropening.Embrocate,embrəkeit, een pijnlijk lichaamsdeel met een smeersel wrijven;Embrocation= wrijving, smeersel.Embroider,əmbrôidə, borduren (ookfig.= fantaseeren);Embroidery= borduurwerk, kunstmatige versiersels (ookfig.):Embroidery frame= borduurraam.Embroil,əmbrôil, verwarren, verwikkelen:[169]Embroiledwith each other= met elk. gebrouilleerd; subst.Embroilment.Embryo,embriou(Embryon,embriən), embryo, kiem:In embryo= in den eersten en onvolkomen toestand;Embryonal= kiem- -;Embryonic= embryonaal.Emend,imend, emendeeren, verbeteren =Emendate,îməndeit, subst.Emendation;Emendator,emendeitə,îməndeitə= emendator; adj.Emendatory.
E,î, verkorting voorEast(alsE. N. E.= Oost Noord Oost); als telwoord = 250;Ea(ch);E. C.=Eastern Central(postdistrict in Londen) of:Established Church;Eccl(esiastes);Ed(itor);E. G.(Exempli gratia) = bij voorbeeld;Edin(burgh);E(ast)I(ndies);E(ast)I(ndia)Co(mpany);Eliz(abeth);Eng(lish);Epis(copal);Equiv(alent);Et Seq(uentia)= en de volgenden;Etym(ology);Ex(ample);E. &. O. E.=Errors and Omissions excepted;Esq. Esqre(Esquire) = WelEdelgeb. Heer;Etc.(Etcaetera) = enzoovoort;Excy(Excellency) = Excellentie;Esharp= Eis (muziek);Eflat= Es (muziek).
Each,îtš, subst. en adj. elk:Each other= elkander.
Eager,îgə, vurig, ongeduldig, gretig, begeerig, scherp; subst.Eagerness.
Eagle,îg’l, arend, adelaar, gouden munt van 10 dollars (Amer.), zeker sterrenbeeld, veldteeken (Rom.), zekere lezenaar;Eagle-eyed(=Eagle-sighted) = met arendsoogen;Eagle-flighted= met eene arendsvlucht;Eagle-pinioned= met arendsvlerken =Eagle-winged;Eaglet= jonge arend.
Eagre,îgə,eigə, springvloed.
Ear,îə, oor, gehoorzin, oplettendheid; aar;Earverb. aren vormen:No ear formusic= geen muzikaal gehoor;I amall ear,all ears= geheel gehoor;I would not say anything against himin the public ear= in het openbaar;He isup to the ears(=over head and ear)in debt= tot over de ooren;He hasa flea in his ear= is niet op zijn gemak;To send one offwith a flea in his ear= kort en scherp afwijzen;Tobe together by the ears= elkaar in ’t haar zitten;Tocome (go, fall) together by the ears= elkaar in ’t haar vliegen;The roomfell in about our ears= viel boven ons hoofd in;Itgoes in at one ear and comes out at the other= het ééne oor in, het andere weer uit;Theyknockedthe idols of their youthabout their ears= verachtten hen;We haveset them by the ears= tegen elkander opgezet, opgehitst;Thisset the critics by the ears= deed … opvliegen;He hasbitten this man’s ear= hem beleedigd, geërgerd;They eat their ears off= ergeren zich dood;Lend me your ears= verleen mij gehoor, luister naar mij;More is meant thanmeets the ear= daar zit meer achter;Toturn a deaf (favourable) ear to= doof zijn voor (een gunstig oor leenen aan);Ear-ache,îreik, oorpijn;Ear-bob= oorknopje;Ear-cap= oorklep (tegen de koude);Ear-cockle= ziekte in de tarwe;Ear-deafening= oorverdoovend;Ear-drop(per)= oorknopje;Ear-drum= trommelvlies;Earlap= oorlel;Ear-mark= merk:Ear-markverb. schapen merken;Ear-pick(er)= oorlepeltje;Ear-piercing= oorverscheurend;Ear-shot= gehoorsafstand:The man waswithin ear-shot= de man kon ons hooren;Ear-trumpet=[163]spreekhoren;Ear-wax= oorvuil, oorsmeer;Earwig, subst. oorworm; oorblazer, verklikker;Earwigverb. gehoor verkrijgen door lasterlijk gepraat over anderen;Eared= met ooren of aren;Earing= het aren vormen; steekbout (zeeterm).
Earl,ɐ̂l, graaf;Earl-marshal= opperceremoniemeester; hoofd van hetCourt of Chivalry, erfelijk in het geslacht van de hertogen van Norfolk;Earldom= rang of waardigheid v. eenearl.
Early,ɐ̂li, vroeg, vroegtijdig, eerste, bijtijds, vroeg opstaand:It’s early days= wel wat spoedig;Early English= het Engelsch tusschen 1250–1350;Anearly party= eene partij, waarbij de gasten niet laat blijven;Early times= vóórhistorische tijd;Early in May= in ’t begin v. Mei;As early as May= reeds in Mei;Early to bed and early to rise,makesa man healthy and wealthy and wise= de morgenstond heeft goud in den mond =The early bird catches the worm;Easterfell earlythat year= het was een vroege Paschen.
Earn,ɐ̂n, verdienen, verkrijgen:To earn a living= den kost verdienen;Earnings= verdiensten.
Earnest,ɐ̂nist, adj. ernstig, vurig, ijverig, dringend; subst. ernst, vooruitzicht op, pand, onderpand, handgeld:I am in (good) earnest= ik meen het;This isan earnest of further honours= wekt gegronde verwachtingen op;I shall be earnest to knowhow the matter proceeds= ik verlang vurig om te weten;Earnest-money= geld als borg voor de geldigheid van een gesloten koop, handgeld, godspenning;Earnestness= ernst, vuur, ijver, enz.
Earth,ɐ̂th, subst. aarde, grond, de wereld, vossehol;Earthverb. in den grond stoppen, met aarde bedekken, in den grond kruipen:He made his millionsright up from the bare earth= na met niets begonnen te zijn;How on Earthcould you do it= hoe ter wereld;Earth-bag= zandzak;Earth-board= ploegzool (die de aarde omwerkt);Earth-bob= pier;Earth-born= aardsch, laaggeboren;Earth-bound= in de aarde bevestigd;Earth-bred, (Earth-fed) = laag, verachtelijk;Earth-created= uit stof geschapen;Earth-drake= monster, draak;Earth-flax= amant (soort asbest);Earth-hunger= begeerte naar grond- of landbezit;Earth-light= van de aarde op de maan teruggekaatst licht (=Earth-shine);Earth-nut= aardkastanje, aardaker;Earthquake= aardbeving:Blind force and violenceplayed earthquake(s) withpeace and order= vernietigden;Earth-work= aardwerk (Mil.);Earth-worm= aardworm;Earthen= aarden;Earthenware= aardewerk, potten en pannen;Earthling= aardbewoner, sterveling; wereldling;Earthly= aardsch, stoffelijk; mogelijk, begrijpelijk;Earthly-minded= aardschgezind; subst.Earthly-mindedness;Earthy, aardsch, aard—, ruw:They are of the earthy= door en door aardschgezind, wereldsch;An earthy savour= grondlucht.
Ease,îz, subst. gemak, kalmte, rust, ongedwongenheid;Easeverb. geruststellen, verlichten, van pijn verlossen, loslaten:At ease= op zijn gemak, zonder pijn;Chapel of Ease= hulpkerk;A lady of ease= in goeden doen;Toset a person at his ease= iemand op zijn gemak zetten;Stand at ease= op de plaats, rust!Totake one’s ease= het zich gemakkelijk maken;He eased my mind= stelde mij gerust:Toease a screw= losser draaien;Toease the screw= de schroef helpen door zeilen bij te zetten;Toease a ship= wat afhouden om het stampen te voorkomen;He was eased of his pain= verlost;The rope waseased away (off)= het touw werd langzaam gevierd;The cyclistseased up= reden langzamer (om stil te houden);Easeful= kalm, vreedzaam;Easeless= ongemakkelijk;Easement= verlichting, verzachting; recht van overgang (bijv. over eens anders land).
Easel,îz’l, schildersezel;Easel-picture= klein schilderijtje, paneeltje.
Easiness,îzinəs, kalmte, gemakkelijkheid, lichtzinnigheid, welwillendheid:Easiness of belief= lichtgeloovigheid;Easiness of mind= gemoedsrust.
East,îst, subst. Oosten; adj. oost, oostelijk:The East= het Oosten, het morgenland; de Levant;East of North= N.-Oostelijk;Bounded to the Eastby France= ten oosten door F. begrensd;East-end= oostzijde; armenbuurt in Londen;East-ender= bewoner van die buurt;East-India= Oost Indië (The East-Indies);East-Indiaman= Oostindievaarder;East-Indian= Oost Indisch; Oost Indiër;Easterling= Oosterling, handelaar v. de Oostzeekusten; goudstuk (door Richard I in het Oosten geslagen), soort v. zwemvogel;Easterly= oostelijk;Eastern, adj. en adv. Oostersch, Oostelijk, naar het Oosten:Eastern Empire= Oostersch Rom. Rijk; Brit. Ind.;Eastern question= Oostersche;Easting= oosterende wind;Easterner= bewoner der oostelijke staten (Amer.);Eastward= oostelijk, oostwaarts(ch).
Easter,îstə, Paschen:Easter-eggs= Paascheieren;Easter-holidays= Paaschvacantie;Easter Monday= 2de Paaschdag;Easter Sunday.
Easy,îzi, gemakkelijk, ongedwongen, vrij van zorgen, pijn, etc., gerust, welgesteld, ondoordacht, licht te bepraten:Easy come, easy go= zoo gewonnen, zoo geronnen;Easy of digestion= licht verteerbaar;Easy with it= kalmpjes aan!He isin easy circumstances= hij is in goeden doen;Ifell into easy chatwith him= begon een gezellig praatje met hem;You maymake yourself easy onthat= daarop kunt gij gerust zijn;Standeasy! = op de plaats rust;To takeiteasy= rust;To easy= zachter voortbewegen;Easy-chair= gemakstoel;He is anEasy-goingman= hij neemt de dingen gemakkelijk op =takes things easy.
Eat,ît, eten, opeten, smaken, wegvreten:These peas eat very well= smaken lekker;Toeat dirt= zoete broodjes bakken;Toeat one’s terms= de jurid. colleges loopen en de 3 verplichte gezamenlijke diners bijwonen aan een derInns of Court;Toeat one’s words= zijne woorden terugnemen;[164]Toeat into= uitbijten;They haveeaten far intothe pudding= een heel gat gegeten in;I’ll eat my head off,if it isn’t true= mag sterven;The horses are eating their heads off in the stables= zijn doodeters, voeren niets uit;To eat one’s heart out= zich ‘opvreten’ van verveling of verdriet;A sense of his wrongs hadeaten him up= verteerd;Eatable= eetbaar:Eatables and drinkables= eet- en drinkwaren;Eater:A great, a poor eater= een groote, kleine eter;Eating:Eating-house= ordinaris.
Eatanswill,ît’nzwil, opgeblazen (als de inwoners van E. inThe Pickwick Papers).
Eau de Cologne,oudəkəloun, Eau de Cologne.
Eaves,îvz, vooruitspringende beneden dakrand:Eavesdrop, subst. het v. den dakrand druppelend water;Eavesverb. afluisteren, den luistervink spelen;Eavesdropper= luistervink.
Ebb,eb, subst. ebbe, verval;Ebbverb. ebben, achteruitgaan, in verval geraken:Ebb and flow,Ebb and tide= eb en vloed;To beat an ebb=at a low ebb= aan lager wal, gedrukt;To ebb away= afnemen;Ebb-tide= eb.
Ebenezer,ebənîzə, kerk, vereenigingslokaal voorDissenters.
Eblis,eblis, duivel der Mahomedanen:Hall of Eblis= hel.
Ebon,eb’n, van ebbenhout, donker, zwart;Ebonize= ebbenhoutkleurig maken;Ebony= ebbenhout:A bit of ebony= neger;Dealer in ebony= slavenhandelaar.
Ebullience,Ebulliency,ibɐlj’ns(i), subst. overkoken, overstroomen; adj.Ebullient;Ebullition,ebəliš’n, het koken, (op)borrelen, uitstorting.
Eburnean,îbɐ̂nj’n, adj. ivoren.
Ecce Homo,eksihoumou, voorstelling van Christus met de doornenkroon.
Eccentric(al),eksentrik(’l), excentrisch, excentriek, zonderling; subst. excentriek;Eccentric-rod= excentriekstang;Eccentricity= excentriciteit, zonderlingheid.
Ecclefechan,ekləfek’n.
Ecclesiastes,eklîziastîz, de Prediker (O. Test.);Ecclesiastic,eklîziastik, subst. geestelijke; adj. geestelijk, kerkelijk =Ecclesiastical:The Ecclesiastical States= de Kerkelijke Staat.
Echinate(d),ekəneit(id),əkaineit(id), stekelig;Echinus,ikainəs, zeeëgel; egelskop (plant); eivormig ornament.
Echo,ekou, subst. echo;Echoverb. weerklinken, weergalmen, terugkaatsen, herhalen:The speech wascheered to the echo= uitbundig toegejuicht;I echoed his sentiment= deelde zijn gevoelen;Echoism= onomatopee;Echometer,ekomətə, klankmeter.
Eclectic,eklektik, eclectisch, schiftend, uitkiezend; subst. eclecticus;Eclecticism,eklektisizm= eclecticisme.
Eclipse,iklips, subst. eclips, verduistering;Eclipseverb. verduisteren;Ecliptic,ikliptik, subst. ecliptica; adj. tot den zonneweg behoorende.
Eclogue,eklog, herdersdicht.
Economic,îkənomik,ekənomik, economisch; huishoudelijk, spaarzaam;Economics,îkənomiks,ekənomiks, (staat)huishoudkunde;Economical=spaarzaam;Economist= spaarzaam gebruiker:Political Economic= economist;Economize= spaarzaam zijn, sparen;Economy= economie (=Political Economy) = besparing, zuinigheid, (Goddelijke) inrichting, stelsel, bouw; orde v. zaken, regeling.
Ecorché,eiköšei, spierfiguur ter bestudeering (voor kunstenaars).
Ecstasy,ekstəsi, extase, opgetogenheid, geestverrukking of vervoering; ziekelijke overprikkeling; flauwte;Ecstatic(al),ekstatik(’l), verrukt, onbeschrijfelijk genotvol, verrukkelijk.
Ectype,ektaip, copie, afgietsel.
Ecuador,ekwədö,əkwâdö.
Ecumenic(al),îkjumenik(’l), algemeen.
Eczema,eksîmə, eczeem; adj.Eczematous,əksemətɐs.
Edacious,ideišəs, gulzig, vraatzuchtig;Edacity,idasiti, vraatzucht, gulzigheid.
Eddish,ediš, etgroen, nagras, stoppelveld.
Eddy,edi, draaikolk, dwarrelwind;Eddyverb. dwarrelen, draaien;Eddy-water= zog, kielwater;Eddy-wind= wervelwind.
Eddystone,edist’n.
Eden,îd’n, Eden, Paradijs.
Edentate(d),identeit(id), zonder snijtanden.
Edgar,edgə.
Edge,edž, subst. rand, kant, scherpe kant, snede, zoom, hevigheid, scherpheid;Edgeverb. scherpen, afranden, afsteken, begrenzen, omzoomen, zich zijdelings voortbewegen, scherp bij den wind houden:Toedge one’s way through a crowd= zich een weg banen;Itsets my teeth on edge= het doet mij griezelen;It hastaken away (off) the edge of hunger= het heeft den eersten honger gestild;Toturn up the edges of one’s trousers= de broekspijpen omslaan;Toedge away fromthe coast= zich van de kust langzaam verwijderen;Weedged in with the coast= langzamerhand naderden wij de kust;Heedgedmeon= zette mij aan;Edge-rail= rechtopstaande spoorstaaf (niet liggende, zooals bijtrams);Edge-tool= snijdend of scherp werktuig;Heplays with edge-tools= speelt met vuur;Edgeways,Edgewise= met den scherpen kant vooruit:I couldn’tget in a wordedgeways= er geen woord tusschen krijgen.
Edgecombe,edžk’m.
Edging,edžiŋ, boordsel, franje, rand.
Edible,edib’l, eetbaar; subst.Edibleness.
Edict,îdikt, edict, verordening.
Edification,edifikeiš’n, stichting, opbouwing;Edificatory=stichtend;Edifice,edifis, gebouw;Edify,edifai, stichten, opbouwen:Anedificeingsermon= stichtelijke preek.
Edile,îdail, aedilis.
Edinburgh,edinbɐrə.
Edison,edis’n.
Edit,edit, uitgeven (d.w.z. voor de pers gereed maken), redigeeren:Dickens’ Lettersedited by his daughter,and published by L.;Edition,idiš’n, uitgave, druk;Editor[165]= uitgever, redacteur;Editorial,editôriə’l, redactioneel; subst. hoofdartikel:Editorial management= redactie;Editorial staff= redactie (personeel);Editorship= redacteurschap;Editress= redactrice.
Edith,îdith.
Edomite,îdəmait.
Educate,edjukeit, opvoeden, onderrichten;Education,edjukeiš’n, opvoeding, onderwijs:Board of Education=Raad van Onderwijs;Educational= opvoedings …, paedagogisch:Educational institutions= opvoedingsgestichten,opvoedingsinrichtingen;Educationist= voorstander van onderwijs; ervaren paedagoog;Educator= opvoeder.
Educe,idjûs, afleiden, trekken uit;Educible= afleidbaar.
Educt,îdɐkt, wat zich afscheidt of heeft afgescheiden (chem.); conclusie:The educts of an analysis;Eduction pipe,valve =afvoerbuis; klep voor afgewerkten stoom.
Edulcorate,idɐlkəreit, verzachten, zoeter maken, zuiveren; subst.Edulcoration.
Edward,edwəd, Eduard;Edwin,edwin.
Eel,îl, aal, paling:Eel-buck, (Eel-pot) = aalkorf (om ze te vangen);Eel-fare= broedsel palingen;Eel-pout= aalpuit;Eel-spear= aalgeer, elger.
E’en,în, verkorting vanEven,Evening.
E’er,êə, verkorting vanEver.
Eerie,Eery,îri, angstwekkend, huiveringwekkend, geheimzinnig;Eeriness= angst, vooral voor iets bovennatuurlijks.
Efface,efeis, uitwisschen, uitkrabben, in de schaduw stellen;Effaceable= uitwischbaar, enz.;Effacement= uitwissching, enz.
Effect,efekt, subst. effect, indruk, uitvoering, uitwerking, gevolg (Effects= effecten, waarden, bezittingen);Effectverb. uitwerken, teweegbrengen, tot stand brengen, effectueeren:For effect= om den schijn, om den indruk te verhoogen;In effect= werkelijk, inderdaad;Of no(ne) effect= van geene kracht;To no effect,Without effect= vergeefs;His words wereto this effect= kwamen hier op neer;Hegave effect tothis resolution= voerde uit;The cannontook effect= miste zijne uitwerking niet;Tocarry into effect= ten uitvoer brengen;Theyeffected their escape= bewerkstelligden;Effective= werkzaam, krachtig, werkelijk voorhanden, effectief; ook subst.:An army withan effective of 80.000 men in time of peace= met een effectief; subst.Effectiveness;Effectual= bindend, dringend, krachtig:The blowEffectuallypitched him into the water= deed hem pardoes … vallen;Effectuate= bewerkstelligen; subst.Effectuation.
Effeminacy,efeminəsi, verwijfdheid, verweekelijking;Effeminate,efeminit, subst. en adj. verwijfd (persoon);Effeminateverb. (efemineit) verwijfd maken, verweekelijken.
Effendi,əfendi, hooge titel (Turk.).
Effervesce,efəves, opborrelen, zingen (vóór het koken), opbruisen of uitbarsten; subst.Effervescence,Effervescency;Effervescent= opbruisend:Effervescent powder= bruispoeder.
Effete,efît, afgeleefd, versleten.
Efficacious,efikeišəs, werkzaam, krachtig; subst.Efficaciousness=Efficacy,efikəsi, kracht, invloed.
Efficiency,efiš’nsi, werking, kracht, capaciteit;Efficient,efiš’nt, werkzaam, krachtig, afgeëxerceerd; subst, werkende oorzaak; afgeëxerceerd soldaat.
Effigies,efidžîz. ZieEffigy.
Effigy,efidži, beeld, beeltenis, beeldenaar (op eene munt):He was hanged in effigy= in effigie (beeltenis) gehangen.
Effloresce,efləres, uitbotten, zich ontplooien, bloeien, met een korst van witte kristallen bedekt worden;Efflorescence= bloei, het uitbotten, huiduitslag, vorming van kristallen; adj.Efflorescent= bloeiend.
Effluence,efluens, uitvloeisel;Effluent.
Effluvium,eflûvj’m, uitwaseming, uitdamping.
Efflux,eflɐks, uitvloeiing =Effluxion.
Effort,efət,eföt, poging, krachtsinspanning, worsteling, effectbejag:That is an effort to me= kost mij inspanning;Effortless= werkeloos, zonder inspanning.
Effrontery,efrɐnt’ri, onbeschaamdheid.
Effulge,efɐldž, uitstralen;Effulgence= glans;Effulgent= stralend, glanzend.
Effuse,efjûz, uitgieten, storten, uitstroomen; adj.efjûs;Effusion= uitstorting, ontboezeming; adj.Effusive,efjûsiv, verspreid, rijkelijk, demonstratief, overdreven:Polly kissed me effusely= onstuimig.
Eft,eft, watersalamander.
Eftsoon(s),eftsûn(z), in korten tijd, spoedig daarna, opnieuw, dadelijk.
Egad,əgad, goede hemel! Duivekaters!
Egbert,egbət;Egerton,edžət’n;Egeus,idžîəs.
Egg,eg, subst. ei:As sure as eggs is (are) eggs= zoo zeker als wat;Tobeat up an egg= klutsen;Tocount one’s eggs= zien wat men heeft;Toput all one’s eggs into one basket= alles op ééne kaart zetten;Egg-boiler= eierkoker;Egg-cup= eierdopje;Egg-flip= warm bier met suiker etc., en daarin geklutste eieren;Egg-glass= kleine zandlooper;Egg-nog(g)= advocaat;Egg-plant= eierplant;Egg-shell= eierschaal;Egg-slice= pannekoeksmes;Egg-whipper=Egg-whisk= eierklopper;Eggery= nest met eieren; eierbergplaats, eierrekje;Eggler= eierenhandelaar; eierenverzamelaar.
Egg,eg, aanzetten tot, aanhitsen en opstoken.
Eginhard,edžinhâd.
Egis,îdžis, aegis (schild van Jupiter).
Eglantine,egl’nt(a)in, egelantier, hondsroos.
Ego,egou,îgou, ego;Egoism= egoisme;Egoist= egoist;Egoistic(al)= egoistisch;Egotism= het te veelvuldig gebruik van “ik”; zelfgenoegzaamheid; zelfzucht;Egotist= persoon, die zich aanEgotismschuldig maakt; adj.Egotistic(al);Egotize= te veel over zichzelf praten of schrijven.
Egregious,igrîdžəs, uitstekend, buitengewoon:Egregious folly= kolossale dwaasheid.
Egress,îgres, subst. uitgang, heengaan.
Egret,egrət,îgrət, kleine witte reiger; reigerveer als versiering; zaadpluimpje;Egrette,igret, pluim, bos, lintversiersel.
Egria,îgriə, Eger.[166]
Egypt,îdžipt, Egypte;Egyptian,idžipš’n, subst. Egyptenaar; Zigeuner; groot formaat teekenpapier; adj. Egyptisch, Zigeuner—:Egyptian type= egyptienne, bijzondere soort van dikke drukletter;Egyptologist= Egyptoloog;Egyptology,îdžiptolədži, kennis van Egyptische antiquiteiten, enz.
Eh,ei, ə, He? Wat?
Eidam,aid’m, Edammer kaas.
Eider,aidə:Eiderdown= eiderdons, kussen gevuld met eiderdons;Eider-duck.
Eidolon,aidoulən, schim, verschijning.
Eigh,ei, Hé! Och!
Eight,eit, acht:An eight-day clock= die acht dagen loopt;Eighteen= achttien;Eighteenmo,eitînmou, boekvorm, verkregen door het in 18 bladen (of 36 bladzijden) vouwen van een vel (verkort18mo);Eighteenth= achttiende;Eightfold= achtvoudig;Eighth= achtste;Eightieth,eitiəth, tachtigste;Eight-score= 160;Eighty= tachtig.
Eikon,aikoun, beeltenis, heiligenbeeld.
Eirie,îri= Eerie.
Eisteddfod,aistedhwoud, oorspronkelijk eene vergadering van Keltische zangers tot het ontvangen van prijzen voor hunne werken; thans een jaarlijksche bijeenkomst ter bevordering van Keltische taal en letterkunde.
Either,aidhə,îdhə, een van beiden (onverschillig welke), beide:In either case= in het eene of andere geval.
Ejaculate,idžakjuleit, uitbrengen, uitstooten, uitwerpen;Ejaculation= uitroep; ook =Ejaculatoryprayer= schietgebedje.
Eject,idžekt, uitwerpen, uitspuiten, loozen, uitzetten, verdrijven, verbannen, afzetten; subst.Ejection;Ejectment= uitstooting, uitzetting, verdrijving;Ejector= verdrijver, veer of inrichting waarmee patroonhulzen, asch, etc. worden uitgeworpen.
Eke,îk, toevoegen, verlengen, aanvullen, vermeerderen; adv. ook:The meat waseked out bypotatoes and apple-sauce= werd aangevuld door;The lion’s skin waseked (out) withthe fox’s= moed en list gingen samen;ParishEke-names= bij(scheld)namen (Vergel.SillySutton,SleepyIngham, etc.).
Elaborate,ilabərit, adj. doorwrocht, uitgewerkt, uitvoerig, uitgebreid;Elaborateverb. (ilabəreit) nauwkeurig bewerken, met moeite voortbrengen:To elaborate an idea= uitwerken;Elaborateness= zorgvuldige en uitvoerige bewerking;Elaboration= uitwerking, bewerking;Elaborativefaculty= onderscheidingsvermogen.
Elaine,ilein.
Eland,îl’nd, eland.
Elapse,ilaps, verstrijken, verloopen.
Elastic(=Elastical),ilastik, elastiek, veerkrachtig:An elastic=A piece of elastic= een elastiekje;Elastics= kousebanden;Elastic-sided boots= bottines met elastiek;Elastic stockings;Elastic tissue= veerkrachtig weefsel;Elasticity,îləstisiti, elasticiteit.
Elate,ileit, adj. opgewonden, blijde, opgeblazen;Elateverb. verheffen (van geest of ziel), opwinden, opgetogen maken, opgeblazen maken;Elater= springkever, springtor;Elation= opgetogenheid, enz.
Elbe (The),dhi-elb, Elbe;Elberfeld,elbəfeld:The Elberfeld system of poor relief= Elberfelder stelsel van armenverzorging.
Elbow,elbou, elleboog, bocht, hoek;Elbowverb. met de ellebogen duwen; bochten:I amat your elbow= vlak bij u;He isout at elbow(s)= hij is in slechten doen; hij zit met zijn elleboog(en) door de mouwen;I amup to my elbows in work= zit tot over de ooren in het werk;Hejogged (nudged) my elbow= hij gaf mij een duwtje (ter herinnering);Tolift (crook) one’s elbow= onmatig drinken;To shake one’s elbow= dobbelen, spelen;Heelbowed people about= duwde op zij;Heelbowed his way throughthe crowd= baande zich met geweld een weg door;Elbow-chair= armstoel;Elbow-grease= harde handenarbeid;Elbow-rest= leuning;Elbow-room= ruimte van beweging.
Eld,eld, ouderdom, grijsaard; oude tijden:Like the princessesof eld.
Elder,eldə, subst. oudere, ouderling, voorvader; adj. ouder, senior;Elder-brethren= de regenten vanTrinity House;Elder hand= speler aan de voorhand (kaartspel);My elders= ouderen dan ik;The Elders= voorvaderen; ouderlingen;An elderly gentleman= bejaard, oudachtig heer;Eldership= de betrekking van ouderling, de ouderlingen; hooge ouderdom; eerstgeboorte;Eldest= oudste:Elder born= eerstgeborene.
Elder,eldə, vlier:Elder-gun= proppenschieter.
El Dorado,eldərâdou,eldəreidou, Eldorado.
Eldri(t)ch,eldritš, vreemd, spookachtig, ijzingwekkend.
Eleanor,eliənö,elənö;Eleazer,îlieizə.
Elecampane,elək’mpein, alant.
Elect,ilekt, subst. uitverkorene, gekozene; adj. uitverkoren, gekozen;Electverb. uitkiezen, verkiezen, kiezen:The Lord Mayor Elect= de nieuw gekozen (nog niet zijne functies aanvaard hebbende);The Elect= de uitverkorenen Gods;Election= keus, verkiezing, praedestinatie, genadekeus:Election auditor= iemand belast met het opmaken van de kosten voor eene parlementsverkiezing;Election cry= verkiezingsleus;Election judges= twee rechters, die de protesten (Petitions) tegen eene verkiezing onderzoeken;Electioneer,ilekšənîə, stemmen werven bij verkiezingen:Electioneering-agent= verkiezingsagent;Elective= uitkiezend, verkiezend:Elective affinity= chem. verwantschap, affiniteit;Elective franchise= kiesrecht;Elector= kiezer, keurvorst;Electoral college= kiescollege;Electorallaw= kieswet;Electoral offences= knoeierijen;Electorate,ilektərit, de gezamenlijke kiezers; keurvorstendom;Electorship= ambt van een keurvorst;Electress= keurvorstin.
Electrepeter,ilektrepətə, stroomwisselaar.
Electric,ilektrik, electrisch, electriseer …:Electric battery= electr. batterij;Electric car= electr. tramwagen;Electric circuit= kringstroom;Electric clock;Electric column= kolom van Volta;Electric current= electr. stroom;[167]Electric eel= sidderaal;Electric jar= Leidsche flesch;Electric launch= motorboot met electr. beweegkracht;Electric light;Electric machine= electriseermachine;Electric plant= electr. installatie;Electric railway;Electric ray= sidderrog;Electric shock= electr. schok;Electric spark= electr. vonk;Electric wire= telegraafdraad;Electrical engineer= electr.-technicus;Electrical engineering= electrotechniek;Electrician,ilektriš’n,elektriš’n= electricien;Electricity,ilektrisiti,elektrisiti, electriciteit;Electrification,ilektrifikeiš’n, subst. electriseeren;Electrificateverb.Electrify,ilektrifai, electriseeren (ookfig.);Electrization,ilektrizeiš’n, subst. electriseeren;Electrizeverb.Electrize,ilektraiz.
Electro,ilektrou, in samenstellingen: electro, electrisch;Electrocution,ilektrəkjûš’n, terechtstelling door electriciteit (Amer.);Electrology,ilektrolədži, de wetenschap der electriciteit;Electrolyze,ilektrəlaiz, door electriciteit ontleden;Electro-motion,ilektrəmouš’n, beweging door electriciteit;Electrophorus,ilektrofərɐs, electrophoor;Electro-plate,ilektrəpleit, galvanisch verzilverd of verguld; ook subst. en verb.;Electroscope,ilektrəskoup, electroscoop;Electron= electroon.
Electrum,ilektr’m, barnsteen; mengsel van goud met ⅕ deel zilver, zilverhoudend gouderts.
Electuary,ilektjuəri, electuarium, likkepot.
Eleemosynary,elimosinəri, subst. de van aalmoezen levende, adj. uit liefdadigheid gegeven, weldadigheids—.
Elegance,Elegancy,eləg’ns(i), sierlijkheid, bevalligheid:Elegances= beschaafde gebruiken of manieren;Elegant= fijn, smaakvol, voornaam.
Elegiac,elidžaiak,elîdžiak, elegisch; elegie;Elegist,elədžist, dichter van elegieën;Elegize = elegie dichten, weeklagen;Elegy= elegie.
Element,eləment, (hoofd) bestanddeel, element:I am in (out of) my element in this company= voel mij in dit gezelschap (niet) thuis;Elements= beginselen; brood en wijn (aan ’t avondmaal);Elemental,eləment’l, de elementen betreffend, elementair, aanvankelijk, oorspronkelijk:Elemental spirits= de geesten van vuur, aarde, lucht en water, i.e. salamanders, gnomen, sylphen en undinen;Elementalism,eləmentəlizm, de theorie volgens welke de goden der oudheid verpersoonlijkte natuurkrachten waren;Elementariness,eləmentərinəs, elementaire toestand, eenvoudigheid;Elementary,eləmentəri, eenvoudig, elementair:Elementary education= lager onderwijs.
Elephant,eləf’nt, olifant:White elephant= een weinig benijdenswaardig bezit (meer kostbaar dan voordeelig):Tobuy a white elephant= er in loopen;Tosee the white elephant= de merkwaardigheden van eene stad zien (meest in ongunst. zin);Tohave seen the white elephant=de nieuwste knepen kennen, slim zijn;Elephantpaper= olifantspapier (711 × 534 mM.);Elephantiasis,eləfɐntaiəsis, olifantsziekte;Elephantine,eləfant(a)in, olifants-, olifantachtig, reusachtig, onbeholpen;Elephantoid,eləfantoid,eləfantoid, olifantachtig.
Eleusinian,eljusiniən.
Elevate,eləveit, verb. verheffen, verhoogen, veredelen, opvroolijken, van trots doen zwellen; adj. verheven, hoog =Elevated:Slightly elevated= aangeschoten;Elevated railway= luchtspoorweg;Elevation,eləveiš’n, verhevenheid, verhooging, opheffing, verheffing, hoogte, verticale opstand (tegeno. platte gr.):To my tallest elevation= in mijne volle lengte;Elevator= ascenseur, elevator;Elevatory= opheffend.
Eleven,ilev’n, elf, elftal:The Eleven= de Apostelen;At the eleventh hour.
Elf,elf, subst. elf,kabouter, fee;Elf-arrow,Elf-bolt,Elf-dart= vuursteen (in den vorm van een pijl);Elf-child= wisselkind (door feeën achtergelaten voor het echte);Elf-fire= dwaallicht;Elf-lock= Poolsche vlecht (haarziekte);Elfin, subst. fee; adj. tot de feeën behoorende;Elfish= elfachtig, elven—, kwaadaardig.
Elgin marbles,elginmâb’lz, de beelden uit den tempel van Minerva te Athene, doorEarl Elgintusschen 1801–1802 naar Engeland gebracht.
Elia,îliə,Eliah,ilaiə, Elia (I Kron. VIII, 27).
Elicit,ilisit, uitlokken, krijgen uit, aan het licht brengen.
Elide,ilaid, een klinker of lettergreep weglaten.
Eligibility,elidžibiliti, verkiesbaarheid, enz.;Eligible,elidžib’l, verkiesbaar, bevoegd; begeerlijk, verkieselijk, huwbaar:An eligible= geschikte partij; subst.Eligibleness.
Elijah,ilaîdžə, Elia (I Kon. XVII, 1).
Eliminant,ilimin’nt, eliminante.
Eliminate,ilimineit, verdrijven, buiten beschouwing laten, terzijde stellen, elimineeren; subst.Elimination.
Elinor,elinö;Eliot,eljət;Elisabeth,ilizəbeth;Elisha,ilaišə.
Elision,iliž’n, elisie, bijv.o’ervoorover.
Elite,ilît, élite.
Elixir,iliksə, elixer, bitter, hartsterking:Elixir of life= levenselixer =Life’s elixir.
Eliza,ilaizə;Elizabeth,ilizəbeth;Elizabethan,ilizəbeth’n,ilizəbeth’n,ilizəbîth’n, uit den tijd van koningin E.
Elk,elk, eland; wapiti (Amer.); wilde zwaan, wilde eend.
Ell,el, lengtemaat (in Engeland ± 114 c.M., in Schotl. ± 94,5 c.M., in Holland 69 c.M.):Give him an inch, he will take an ell= als men hem den vinger geeft, neemt hij de geheele hand;Ell-wand= ellestok, el.
Ellen,el’n;Ellesmere,elzmîə;Ellinor,elinö;Elliot(t),eljət.
Ellipse,ilips, ellips;Ellipsis,ilipsis, uitlating;Elliptic(al),iliptik(’l), elliptisch; subst.Ellipticity.
Elm,elm, iep;Elmen= iepen;Elm(en)-tree;Elmy= met veel iepen.
Elmo’s-fire,elmouzfaiə, St. Elmusvuur.
Elocution,eləkjûš’n, (gekunstelde) voordracht;Elocutionary= de wijze van spreken betreffend;Elocutionist= bekwaam in, of leeraar in voordracht.
Elodes,iloudîz, zweetziekte.[168]
Elohim,ilouhim,eləhim, een der namen voor God in het Oude T.
Elongate,iloŋgeit,îloŋgeit, verlengen, uitrekken; subst.Elongation.
Elope,iloup, wegloopen (met een minnaar), zich laten schaken; subst.Elopement.
Eloquence,eləkwens, welsprekendheid; adj.Eloquent.
Else,els, ander, anders, bovendien:What else?= nog iets?Else-ways= op eene andere manier;Elsewhere= elders, ergens anders;Somewhere else= ergens anders.
Elsinburg,elsinbɐrə;Elsinore,elsinö, Elseneur.
Elucidate,il(j)ûsideit, verduidelijken, ophelderen, verklaren; subst.Elucidation;Elucidative= verklarend;Elucidator= verklaarder;Elucidatory:Elucidatory notes= verklarende aanteekeningen.
Elude,il(j)ûd, ontduiken, ontwijken, ontsnappen; subst.Elusion; adj.Elusive;Elusory= bedriegelijk.
Elul,îləl, de 6de maand van het Joodsche burgerlijk jaar.
Elvish,elviš=Elfish.
Ely,îli;Elysian,iliž’n, Elyzeesch, hemelsch;Elysium,iliž’m, Elysium, Paradijs.
Elytra,elitrə, schildvleugels; enkelv.Elytrum.
Elzevir,elzəvɐ̂elzəviə, een van de Elzevier-uitgaven der klassieken gedurende de 16e en de 17e eeuw te Amsterdam en Leiden:Elzevir editions.
’Em,əm, samentrekking vanthem.
Emaciate,imeišieit, vermageren, wegkwijnen; subst.Emaciation.
Emanant,emən’nt, voortkomende uit;Emanate,eməeit, voortkomen uit;Theemanations of radium= uitstraling.
Emancipate,imansipeit, vrij maken, emancipeeren; subst.Emancipation;He was anemancipationist= voorstander van de vrijverklaring der slaven;Emancipator= bevrijder;Emancipist= vrijgelaten gedeporteerde (Austral.).
Emarginate,imâdžinit, uitgerand, uitgetand.
Emasculate,imaskjuleit, ontzenuwen, castreeren; subst.Emasculation.
Embale,əmbeil, emballeeren.
Embalm,əmbâm, balsemen, doorgeuren, bewaren; subst.Embalmment.
Embank,əmbaŋk, indijken, van eene kade voorzien;Embankment= indijking, dijk, kade.
Embargo,əmbâgou, subst. beslag (op schepen), verbod, belemmering;Embargoverb. beslag leggen en tegenhouden.
Embark,əmbâk, (zich) inschepen, zich wagen of begeven in:Heembarkedhis fortuneintrade= stak … in;Don’tembark insuch a trade= laat u niet in met;Embarked in litigation= in een proces gewikkeld; subst.Embarkation,embâkeiš’n.
Embarrass,əmbarəs, beletten, in moeielijkheden brengen, verlegen maken, verwarren;Embarrassment= verwarring, verlegenheid, moeielijkheid.
Embassador.ZieAmbassador.
Embassy,embəsi, gezantschap, zending, gezantschapshotel.
Embattle,əmbat’l, in slagorde scharen; van kanteel en voorzien:Embattled fields= slagvelden.
Embed,əmbed, als in een bed leggen, bedelven.
Embellish,əmbeliš, verfraaien, versieren; subst.Embellishment.
Ember,embə:Ember days= Woensdag, Vrijdag en Zaterdag van een bepaalde week in ieder jaargetijde, waarop vasten en onthouding is voorgeschreven; quatertemper;Ember-fast;Ember-tide.
Ember,embə, ijsduiker =Emberdiver,Ember-goose.
Embers,embəz, gloeiende asch of sintels.
Embezzle,əmbez’l, verduisteren; subst.Embezzlement;Embezzler= verduisteraar.
Embitter,əmbitə, verbitteren.
Emblaze,əmbleiz, in brand zetten, verlichten, doen schitteren; blazoeneeren;Emblazon,əmbleiz’n, blazoeneeren, schitterend versieren, verheerlijken;Emblazement,Emblazery, heraldieke versiering.
Emblem,embl’m, subst. zinnebeeld, attribuut;Emblemata,əmblemətə, losse figuurtjes van goud of zilver, waarmede de ouden hunne gouden en zilveren vaten plachten te versieren;Emblematic(al)= zinnebeeldig;Emblematize,əmblemətaiz,embləmətaiz, zinnebeeldig voorstellen.
Emblements,embləments, opbrengst van bouwland, oogst.
Embodiment,əmbodiment, belichaming;Embody,əmbodi, belichamen, vereenigen, omvatten, organiseeren.
Embolden,əmbould’n, aanmoedigen, verstouten.
Embolism,embəlizm, inlassching van eene maand, embolie, verstopping in een bloedvat;Embolus,embəlɐs, klontertje dat embolie veroorzaakt.
Emboss,əmbos, reliefwerk maken, drijven;Embossed= gedreven.
Embouchure,Fr. uitspraak, monding, mondstuk.
Embowed,əmbaud, gewelfd, gebogen.
Embowel,əmbau’l, de ingewanden uitnemen, ontweien; subst.Embowelment.
Embower,əmbauə, in een lustwarande verblijven of verbergen.
Embrace,əmbreis, subst. omhelzing;Embraceverb. omhelzen, gretig aangrijpen, aannemen, omvatten, bevatten; trachten om te koopen (van jury);Embrace(o)r= omkooper;Embracery= poging om eene jury om te koopen;Embracive= alles omvattend:That isan embracive title.
Embrangle,əmbraŋg’l, verwarren, dooreenhaspelen:To embrangle messages.
Embrasure,əmbreižə, schietgat of opening; schuinsche verbreeding van deur- of vensteropening.
Embrocate,embrəkeit, een pijnlijk lichaamsdeel met een smeersel wrijven;Embrocation= wrijving, smeersel.
Embroider,əmbrôidə, borduren (ookfig.= fantaseeren);Embroidery= borduurwerk, kunstmatige versiersels (ookfig.):Embroidery frame= borduurraam.
Embroil,əmbrôil, verwarren, verwikkelen:[169]Embroiledwith each other= met elk. gebrouilleerd; subst.Embroilment.
Embryo,embriou(Embryon,embriən), embryo, kiem:In embryo= in den eersten en onvolkomen toestand;Embryonal= kiem- -;Embryonic= embryonaal.
Emend,imend, emendeeren, verbeteren =Emendate,îməndeit, subst.Emendation;Emendator,emendeitə,îməndeitə= emendator; adj.Emendatory.