F.ef,Fsharp= fis (muz.); Fahrenheit; fellow;f.= farthing, feet, feminine, folio, foot;F. A.=F(ootball)A(ssociation);f. a. a.=f(ree) ofa(ll)a(verage);Fahr.=Fahrenheit;F. A. S.=F(ellow) of theA(ntiquarian)S(ociety);F. A. S.= Fellow of the Society of Arts;F. B. S.=F(ellow) of theB(otanical)S(ociety);F(ree)C(hurch of Scotland);Fcp= foolscap;F(idei)D(efensor)= Verdediger des Geloofs;Feb(ruary);Fem(inine);ff= fortissimo;F(ellow)G(eological)S(ociety)(ookGeographical);Fig(ure);Fl(orin);F(oo)lsc(a)p;F(atho)m;F. M.=F(ield)-M(arshal);F. O.=F(ield)-O(fficer);F. o. b.=f(ree)o(n)b(oard);Fol(io);Fra(ncis);F(ellow)R(oyal)A(cademy);F.R.A.S.=F(ellow) of theR(oyal)A(siatic) (Astronomical)S(ociety);F. R. C. P.=F(ellow) of theR(oyal)S(ociety) ofP(hysicians);F. R. C. S.=[185]F(ellow) of theR(oyal)C(ollege) ofS(urgeons);F(ellow)S(ociety)A(rts) (ofAntiquaries);Ft= fort;ft= foot, feet;F. T. C. D.=F(ellow) ofT(rinity)C(ollege),D(ublin);F. W.=F(resh)W(aterline)= een derPlimsollmerken op schepen;F. Z. S.=F(ellow) of theZ(oological)S(ociety).Fa,fâ, fa.Fabaceous,fəbeišes, boonachtig, boon - -.Fabian,feibj’n, Fabisch, talmend, traag:Fabian Society= een soc. pol. vereeniging te Londen, opgericht in 1884, die ook landnationalisatie beoogt.Fable,feib’l, subst. fabel, verdichtsel, vertelseltje, praatje;Fableverb. fabelen schrijven, leugens vertellen;Fabled animals= in fabels besproken, alléén in de verdichting bestaande;Fabler= fabeldichter.Fabliau,fâbliou, Oud-Fransche berijmde vertelling (12e en 13e eeuw).Fabric,fabrik, subst. bouw, structuur, weefsel, maaksel, gebouw, stof, fabrikaat;Fabricate,fabrikeit, bouwen, maken, vervaardigen, samenstellen, fabriceeren, bedenken, verzinnen, vervalschen; subst.Fabrication;Fabricator= hij die vervaardigt, enz.Fabulist,fabjulist, fabeldichter; verb.Fabulize;Fabulous,fabjulɐs, verdicht, fabelachtig, ongeloofwaardig, rijk aan fabelen:Fabulous age= vóórhistorische tijd; subst.Fabulousness= Fabulosity = fabelachtigheid.Facade,fəsâd,fəseid, vóórgevel, vóórzijde.Face,feis, subst. gelaat, gezicht, uiterlijk, driestheid, onbeschaamdheid, aangezicht (fig.), redactie, voorkant, wijzerplaat, vlak, façade;Faceverb. het gezicht toekeeren, staan (zitten, gelegen zijn, zich bevinden) tegenover, te gemoet treden, omkeeren met de voorzijde naar boven, weerstand bieden, aanvaarden, bekleeden aan de voorzijde, omzoomen, omboorden, zich wenden naar:Face of a coin= beeldzijde;In theface of day= op klaarlichten dag;Thefaces of a square= de zijden van een carré;This is unpardonablein face of the facts= met het oog op de feiten;He did itin face of all that is honourable and just= in strijd met al wat eervol en rechtvaardig is;On the face of it= op ’t eerste gezicht;Tobe face to face= tegenover elkaar staan;Tofly in the face ofdanger= tegemoet snellen;Ilaughed in his face= in zijn gezicht;I willsaysobefore his face,in his face= waar hij bij is;Shesaid it with a little face= ietwat brutaal;I could notsee my hand before my face= geen hand voor oogen;He told it me to the face= vlak in ’t gezicht;The Kingaccepted the poor supplicant’s face= trok zich den armen smeekeling aan, stond zijn verzoek toe;Hecut a queer face= trok een raar gezicht;Heentreated (sought) the King’s face= ’s konings gunst;Hehas his face at his command= hij heeft zijn gelaat in zijn macht;Everything has two faces= men kan alles van twee kanten beschouwen;Hemade (pulled) a long face= trok een lang gezicht (fig.);Hemade a wry face= trok een zuur gezicht;She canmake all kinds of faces= allerlei gezichten trekken;I’llput a good face on it= het van den besten kant beschouwen;Heset his face againsthis father’s will= hij weerstreefde zijn vader;Left face!Right face!= links-, rechtsom;Right about face!= rechtsomkeert;Hefaced the card= hij keerde om;He faced the consequences= aanvaardde;Toface the enemy= het hoofd bieden;The country-seatfaces the high-road= staat met de voorzijde naar;Toface the music= de moeielijkheid moedig onder de oogen zien;The roomfaces South-east= ligt op;It was more than my heart could face= verdragen, weerstaan;Toface about= zich omkeeren;Hefacedhis mendown= overblufte;He wanted toface me down= hij wou mij door onbeschaamdheid den blik doen neerslaan;Hefaced it out= hij hield het brutaal vol;Face-ache,feiseik,Face-ague,feiseigju, aangezichtspijn;Face and hood= driekleurig viooltje;Face-card= heer, vrouw of boer (in ’t kaartspel);Face-cloth= doek (ter bedekking van het gelaat) van een doode;Face-guard= masker;Facer= slag in ’t gezicht, teleurstelling.Facet,fasət, facet;Facetverb. met facetten slijpen.Facetiae,fəsîši-î, fijne, geestige zetten, humorist. lectuur;Facetious,fəsîšəs, grappig, boertig: subst.Facetiousness.Facial,feiš’l, tot het gelaat behoorend:Facial angle= gelaatshoek;Facial contractions= gelaatsverwringingen.Facile,fasil, gemakkelijk, gedwee, gewillig, vlug, lichtgeloovig,licht over te halen, meegaande, vriendelijk, minzaam:He wields aFacile pen= een vlugge pen;Facilitate,fəsiliteit, vergemakkelijken, verlichten; subst.Facilitation;Facilities,fəsilitiz, gemakken, voordeelen;Facility,fəsiliti, gemakkelijkheid, handigheid, meegaandheid, genaakbaarheid, minzaamheid.Facing,feisiŋ, subst. boordsel, opslag, tressen, bekleeding van talud, wending, zwenking (Mil.):Facing of tea= thee kleuren ter vervalsching.Facsimile,faksimili, subst. facsimile;Facsimileverb. eene juiste nabootsing geven van.Fact,fakt, daad, feit, werkelijkheid:In fact= inderdaad, feitelijk.Faction,fakš’n, (politieke) partij, oneenigheid, onrust, tumult, opstand;Factionist= raddraaier, oproermaker;Factious,fakšəs, partijzuchtig, oproerig, muitend; subst.Factiousness.Factitious,faktišəs, kunstmatig, nagebootst, onecht, conventioneel.Factitive,faktitiv, causatief:Factitive object, zooals b.v. het woorddukein:The queen made him a duke.Factor,faktə, agent, facteur, factor;Factorage,faktəridž, commissieloon;Factorship= beroep v. factor;Factory,faktəri, fabriek, faktorij:Factories and Workshops Acts= arbeidswetten;Factory hand= fabrieksarbeider.Factotum,faktout’m, factotum, duivelstoejager.Facultative,fakəltətiv, rechtgevend, naar[186]believen, facultatief;Faculty,fak’lti, bekwaamheid, vermogen, gave, talent, zin, bevoegdheid, dispensatierecht, faculteit:The Faculty= medische faculteit, de medici.Fad,fad, liefhebberij, stokpaardje, gril;Faddish= grillig;Faddist= iemand, die er allerlei dwaze stokpaardjes en meeningen op nahoudt;Faddy= volfads.Faddle,fad’l, beuzelen.Fade,feid, adj. zwak, mat, kleurloos;Fadeverb. verwelken, verkleuren, verschieten, verdwijnen;Fadingness= vergankelijkheid.F(a)ecal,fîk’l, totfaecesbehoorende of die bevattende;F(a)eces,fîsîz, faecaliën, bezinksel.Fag,fag, subst. werkezel; groen; een “pluk”, een “toer”;Fagverb. zich afsloven, zich afmatten, groen loopen; afmatten, als werkezel gebruiken:Fagged out= doodop;Fag-end= zelfkant, rafeleind, uitgerafeld stuk, eindje, slot.Fa(g)got,fagət, subst.takkebos, bundel (of iron, steel), brandstapel; oud gerimpeld vrouwspersoon, lummel;Faggotverb. samenbinden;Tosmell of the faggot= naar den mutsaard rieken;Faggot-voting, bestond hierin, dat grondbezitters nominaal stukken land aan pachters overdeden, die dientengevolge als grondbezitters ook mochten stemmen.Fagin,feigin.Fagotto,fagotou, fagot.Fail,feil, achteruitgaan, ontbreken, gebrek hebben aan, ophouden, verloren gaan, uitblijven, uitdrogen, mislukken, niet opkomen, afnemen, verzwakken, in den steek laten, zijn doel missen, misgaan, falen, nalatig zijn, failleeren of bankroet gaan, verlaten, teleurstellen; ooksubst.:His heart failed him= zijn moed begaf hem;He failedto do it= slaagde niet;They failedto do him justice= bleven in gebreke;He failedin his usual alacrity (animation)= het ontbrak hem;He has failed ofhis ambitions= zijn illusies (wenschen) zijn niet verwezenlijkt;This work cannotfail ofpopularity= moet wel in den smaak vallen;Without fail= zonder mankeeren, zeker;Failing, subst. gebrek, zwak; adj. ontbrekend, achteruitgaand, begevend, etc.; prep. bij gebrek van:Anever failing topic of conversation= waarover men nooit raakt uitgepraat;Failure= gebrek, slechte uitslag, gemis, mislukking, misgewas, verval, achteruitgang, bankroet.Fain,fein, gaarne, blij, geneigd, begeerig, genoodzaakt:He was fainto eat black bread= hij was blij met (hij moest wel eten) roggebrood;Fain to gain it= verlangend;He would fain= hij wou graag (liefst);Fain of= blij met.Faint,feint, adj. zwak, verzwakt, uitgeput, flauw, bedwelmend, zwoel, drukkend, terneergeslagen; subst. flauwte, onmacht;Faintverb. flauw vallen (away), afnemen, zwakker worden:Faint heart never won fair lady= die niet waagt, die niet wint;Faint at heart= bevreesd;I have notthe faintest ideaof it= er geen flauw begrip van;The book was killed withfaint praise= werd totaal vermoord door zwakke aanprijzing (die met veroordeeling gelijk stond);Afaint sound= zwak, dof;Faint withhunger, thirst= flauw, uitgeput van;Fainthearted= moedeloos, flauwhartig; subst.Faint-heartedness;Fainting= flauwte, bezwijming:In afainting fit= in een aanval van flauwte;Faintish= zwakkelijk; subst.Faintishness;Faintness= zwakte, moedeloosheid, onduidelijkheid.Fair,fêə, subst. jaarmarkt, kermis;Fancy fair= liefdadigheidsbazaar;Fairing= kermisgeschenk.Fair,fêə, schoon, fraai, rein, vlekkeloos, ongerept, helder, duidelijk, blond, blank, ongehinderd, vrij, gunstig, behoorlijk, billijk, rechtvaardig, eerlijk, oprecht, zacht, vriendelijk:The fair (sex)= het schoone geslacht;She has afair knowledge of English= behoorlijke, flinke;Fair play is a jewel= eerlijk duurt het langst;That is notfair play= niet eerlijk en rond;To seefair play= zorgen dat iets eerlijk toegaat;Fair trade= beschermde handel;He isin a fair wayto succeed= mooi op weg;Fair words butter no parsnips= praatjes vullen geen gaatjes;Fair and square= eerlijk, rond, oprecht;Fair and softly= zoetjes aan;Hebids fairto get the place= zijne kansen staan goed;Hecarried it fairtowards them in public= deed zich mooi voor;Fairly= vrijwel; geheel en al, volstrekt, werkelijk:The book isgoing on fairly, sells fairly well= gaat vrij goed van de hand;Fair-faced= met mooi gelaat; mooie praatjes makend;Fair-minded= oprecht;Fair-spoken= innemend, hoffelijk;HisFair-weather friends= vr. in voorspoed;Fairish= lief, tamelijk goed (mooi, etc.); vrij wel;Fairness= schoonheid, ongereptheid, blondheid, oprechtheid, billijkheid, duidelijkheid,etc.Fairway,fêəwei, vaarwater.Fairbairn,fêəbən;Fairfax,fêəfaks.Fairy,fêri, subst. fee, toovenares; adj. feeachtig:Fairy circle (Fairy green, Fairy ring)= kring (groener dan de omgeving) in ’t grasveld, die naar ’t volksgeloof door het dansen der feeën ontstaan is;Fairy fingers,Fairy glove= vingerhoedskruid;Fairyland= feeënland;Fairy-like= als een fee;Fairy-tale= sprookje.Faith,feith, geloof, vertrouwen, trouw, belofte, eerewoord:(In) faith, he did it= eerlijk (waarachtig), hij deed het;In good faith= te goeder trouw;The Faith= de Christel. godsdienst;A breach of faith= trouwbreuk;To keep faith with= zijn woord houden jegens;Toput faith in= geloof hechten aan;Faithful= geloovig, trouw, eerlijk, geloofwaardig:The faithful= de geloovigen;Faithfully:Yours faithfully= uw dienstwillige; subst.Faithfulness;Faithless= ongeloovig, trouweloos; subst.Faithlessness;Faithworthy= be- of vertrouwbaar.Faix,feiks, op mijn woord, waarachtig.Fake,feik, oplappen, opknappen (met het oog op bedrog), stelen; bedriegen; opschieten (zeeterm); subst. bocht, slag, bedrog:The old horse wasfaked upfor work again= werd weer opgelapt voor ’t werk;Fakement[187]= zwendel, diefstal, knoeiwerk;Faker= bedrieger, zwendelaar, zakkenroller.Fakir,fəkîə,feikîə, fakir, Brit. Ind. bedelmonnik.Falcate(d),falkeit(id), sikkelvormig; subst. Falcation.Falchion,fôlš’n, kort licht gekromd en breed zwaard.Falciform,falsiföm, sikkelvormig.Falcon,fô(l)k’n,falk’n, valk; falkonet (kanonnetje);Falconer= valkenier;Falconet= falkonet, smelleken;Falconry= valkendressuur, valkenjacht.Falderals,faldəralz, snuisterijen, snorrepijperijen.Faldstool,fôldstûl, vouwstoel; bisschopsstoel (bij het altaar), stoel (aan de zuidzijde van het altaar) waarbij de Engelsche vorsten bij de kroning knielen; lezenaar (in de kerk).Falernian,fəlɐ̂nj’n, subst. en adj. (wijn) van Falernus.Falkirk,falkɐ̂k,fôlkɐ̂k,fôkɐ̂k;Falkland,fôklənd.Fall,fôl, subst. val, het vallen, daling, neerdaling, ineenstorting, dood, ondergang, helling, waterval, uitwatering, herfst (Amer.), cadans, val (zeeterm);Fallverb. vallen, zich uitstorten, instorten, afvallen, sneuvelen, betrekken, zondigen, dalen, verminderen, vervallen, neerkomen, aanvallen, te beurt vallen, gebeuren, geworpen worden, enz.:The Fall= zondenval;Theytried a fall(with each other) = worstelden samen;There was a generalfall of jaws= zij trokken allen lange gezichten;He came herein the fall= in den herfst;A fall overcoat= demisaison;Fall aboard= aanvaren, aanklampen, aanpakken;Tofall astern= achterblijven, zakken (van schepen);Tofall deadfromthe press= doodgezwegen worden;The windfell a dead calm= het werd bladstil;Tofall flat= mislukken; de uitwerking missen;Tofall foulof= aanzeilen; aangrijpen, slaags raken met; stooten op;Hefell from grace= verviel tot zonde;Hefell in love= werd verliefd;Tofall ill= ziek worden;Tofall short= te kort schieten, niet voldoende zijn, niet beantwoorden aan (of);Tofall together= elkaar ontmoeten;Tofall to pieces= in stukken vallen;Tofall to the rear= wijken;Tofall among friends= toevallig raken onder, ontmoeten;Tofall away= mager worden, tot slechtheid vervallen;Tofall away from= afvallig worden;Hefell along= viel neer zoo lang als hij was;Tofall back= wijken, terug krabbelen;Tofall back upon= terugkomen op (eene bewering of argument), steun vinden of zoeken bij, in geval van nood;Tofall behind= achterblijven, zakken;His face hadfallen in= ingevallen, mager geworden;Tofall in= invallen, vervallen, aantreden, aansluiten;The lease willfall inon the first= het huurcontract vervalt;Tofallheadlongintothe water= voorover, hals over kop;I fell in withhis plans= keurde.. goed en deed overeenkomstig;Thatfell in withmy temper= kwam overeen met;Wefell in witheach other= troffen elkander;Tofall off= afvallen; verminderen, afnemen;Hefell on (to)his knees;Tofall out= uitvallen, oneenigheid, ruzie krijgen, de gelederen verlaten;Itfell outthat …= het gebeurde, dat;Tofall through= in duigen vallen;I advise you tofall to= ik raad u, om toe te tasten, aan te vallen;Itfell tome, my lot, my share= viel mij te beurt;The dogsfell tobiting= begonnen;The legacyfell tous= viel ons ten deel;Tofall upon (on)the ear= treffen;Tofall upon= aanvallen;The warfell withinthis year= had plaats;Falling-away= wegvallen, uitvallen, vermagering, afvalligheid, ontrouw;Falling-off= vermindering, achteruitgang;Falling-sickness= vallende ziekte;Falling-star= vallende ster;Falling-stone= meteoorsteen;Fall-trap= valdeur, valluik.Fallacious,fəleišəs, bedriegelijk, sophistisch; subst.Fallaciousness;Fallacy,faləsi, bedrog, vergissing, dwaalbegrip, drogrede.Fallals,falalz,falalz, prullen, nietigheden.Fallibility,falibiliti, feilbaarheid; adj.Fallible.Fallow,falou, vaalrood, vaalgeel, onbebouwd, braak, verwaarloosd; subst. braakland, braak;Fallowverb. braak laten liggen:He had to rest andlie fallow= en mocht geen werk doen;Fallow-crop= oogst van braakland;Fallow-deer= damhert;Fallow-finch= tapuit.Falmouth,falməth.False,fôls, adj. valsch, onwaar, ongegrond, bedriegelijk, onjuist, onecht, vervalscht, blind, ondergeschoven:Toplay false= valsch spelen, bedriegen;If my memory does notplay me false= mij niet bedriegt;He sailsunder false colours= hij zeilt onder valsche vlag;False-face= masker;False-faced= huichelachtig;False fire= valsch signaalvuur (om den vijand te misleiden);False-hearted= trouweloos; subst.False-heartedness;Falsehood= valschheid, leugen, bedrog;Falseness= valschheid;Falsification= vervalsching, weerlegging;Falsifier= vervalscher, valsche munter;Falsify,fôlsifai, vervalschen, schenden, weerleggen, de onjuistheid bewijzen;Falsity,fôlsiti, valschheid, onjuistheid.Falsette,fôlset;falsetto,fôlsetou, faucet-stem.Falstaff,fôlstâf.Falter,fôltə, stamelen, stotteren, weifelen, wankelen:Falter out= uitstamelen;Ifaltered from my vow= werd ontrouw aan.Fame,feim, gerucht, faam, roem, vermaardheid:Houses of ill-fame= bordeelen;Famed= beroemd.Familiar,fəmiljə, gemeenzaam, huiselijk, intiem, minzaam, ongedwongen; subst. vertrouwde vriend, goede kennis, huisgeest:“But” is the sceptic’s familiar= het woordje “But” heeft de twijfelaar steeds in den mond;Familiarity,familjariti, gemeenzaamheid, nauwkeurige bekendheid, minzaamheid:(Too great) familiarity breeds contempt= van (al te groote) gemeenzaamheid komt verachting;Familiarities= vrijheden;Familiarize[188]= gemeenzaam maken, gewennen;Family,famili, huisgezin, (vrouw en) kinderen, familie, geslacht, groep:Mr. W’s family= de fam. W.;Family-man= huisvader;Family-medicine= huismiddeltje;Family-tree= stamboom;Family-way:His wife isin the family-way= in gezegende omstandigheden.Famine,famin, hongersnood, schaarschte, gebrek;Famish,famiš, uithongeren, verhongeren, versmachten.Famous,feiməs, beroemd, vermaard, berucht; subst.Famousness.Famulist,famjulist, student van ondergeschikten rang aan de universiteit te Oxford.Fan,fan, subst. waaier, wan, blaasbalg, prikkel;Fanverb. koelte toewaaien, wannen, aanzetten, aanwakkeren:He fannedthe racial hatred= wakkerde aan;Fan-light= halfronde lichtschepping boven eene huisdeur;Fan-tail= duif, met waaiervormigen staart, vleermuis (gasbrander); kap met verlengstuk van kolendragers;Fanning-machine,faniŋməšîn,Fanning-mill= builmolen, wanmachine.Fanal,fənal,fənâl,fein’l, lichttoren, lichttoestel.Fanatic,fənatik, adj. dweepziek; subst. dweper;Fanatical= fanatiek;Fanaticism= fanatisme.Fancier,fansiə, kweeker, liefhebber (van vogels, enz.).Fanciful,fansiful, hersenschimmig, ingebeeld, grillig, phantastisch; subst.Fancifulness;Fancy,fansi, subst. verbeelding, fantasie, verbeeldingskracht, gril, lust, smaak, voorliefde, liefhebberij; adj. ingebeeld, overdreven, elegant, mode - -, phantasie..;Fancyverb. zich verbeelden, zich voorstellen, eene voorliefde opvatten voor, aangenaam vinden; lusten:The fancy= in ’t algemeensportmenschen, vooral worstelaars, hondenliefhebbers, etc.;Hetook a fancy toit= hij kreeg er zin in;Only fancy= stel je voor;If youfancy the idea,I will act accordingly= als het denkbeeld bijval bij u vindt;Is there nothing, that you can fancy?= is er niets, dat u bevalt, dat ge lust?Fancy-articles,Fancy-goods= weelde-artikelen;Fancy-ball= gecostumeerd bal =Fancy-dress ball;Fancy-fair= liefdadigheidsbazaar;Fancy-goods= galanterieën;Fancy-man= souteneur;Fancy price= bespottelijk hooge prijs;Fancy-shop= galanteriewinkel;Fancy-sick= eenigszins getroubleerd van geest;Fancy-skater= kunstschaatsenrijder;Fancy-stationer= verkooper van luxepostp., galanterieën, enz.;Fancy-work= handwerkje.Fandango,f’ndaŋgou, Spaansche dans.Fane,fein, tempel, heilige plaats; weêrhaan.Fanfare,fanfêə,fanfêə, fanfare, pocherij.Fanfaron,fanfəron, snoever;Fanfaronade,fanfərəneid, snorkerij, gebluf.Fang,faŋ, slagtand, gifttand, klauw;Fangless= zonder klauwen, etc.Fanion,fanj’n, klein vlaggetje.Fannel,fan’l. ZieFanon.Fanny,fani.Fanon,fanən, zijden vierkleurige schouderdoek, welke na hetcingulum(sjerp) over dealbwordt gelegd, een speciaal pauselijk gewaad bij kerkdiensten; manipel; witgedekte tafel waarop de offeranden voor de mis worden geplaatst.Fantasia,fəntâzia,fantəzîa; muzikale fantasie;Fantastic(=Fantastical),fəntastik(’l), fantastisch, grillig; subst. phantast;Fantasticalness;Fantasy,fantəsi. Z.Fancy.Fan-tods,fantodz, landerigheid:I got the fan-tods= het begon me te vervelen, ik kreeg het land.Fantoccini,fantoutšîni, marionetten-theater.Far,fâ, ver, afgelegen, zeer, groot:That does notgo very far= daar komen we niet ver mee;This cocoa is best andgoes farthest= en is het voordeeligst in het gebruik;We had togo far-about= een heelen omweg maken;Far-away= ver weg, verstrooid;Toreach far backinto antiquity= ver teruggaan;Far and away= verreweg;Far and near,Far and wide= heinde en ver, overal;Few and far between=zelden voorkomend;Far-fetched= vergehaald, vergezocht;Far forth= heel ver;In the far-gone= in ouden tijd;He isfar-gone inthat science= heeft het een heel eind gebracht in;Far gone inlove= tot over de ooren verliefd;Far gone indrink,consumption= erg dronken, in een ver stadium van tering;Far in with= zeer intiem met;Farmost= verst;Far-off= op een grooten afstand; wezenloos, starend;Far other= heel anders;You are far out= hebt het heelemaal mis;Far-reaching= ver-reikend;Far-sighted= verziende, omzichtig; subst.Far-sightedness;Far West= het gedeelte der Unie ten W. van den Mississippi;By far= verreweg;So far asI am concerned= wat mij aangaat;So far so good= tot hiertoe is het in orde.Faradization,farəd(a)izeiš’n, behandeling van ziekten door electrische stroomingen, ook:Faradism, naarFaradaygenoemd;Faradize= electriseeren.Farce,fâs, klucht, kort blijspel;Farcical,fâsik’l, kluchtig, grappig; subst.Farceness.Farcin,fâsin,Farcy,fâsi, ziekel. aandoening der lymphklieren bij paarden.Fare,fêə, subst. voedsel, kost, gerecht, vracht, passagier;Fareverb. zich bevinden, varen, gaan, zich voeden:Half fares= halve of kinderkaarten;Regulation fare= tarief;Bill of fares= tarief (in omnibus of huurrijtuig);Bill of fare= menu, spijskaart;Fare you well= vaarwel;Fare-meter(for cabs) = taxometer;Farewell,fêəwel, subst. afscheid, vaarwel:Hebade farewell tohis country= zeide vaarwel; adj. afscheids … (fêəwel):Afarewell address= afscheidsrede; interj. (fêəwel) vaarwel! adieu!Farina,fərainə,fərînə, bloem van meel; zetmeel;Farinaceous,farineišəs, melig, meel bevattend:Farinaceous food= meelkost;Farinose,farinous, meelhoudend, met meelachtig stof bedekt.Farm,fâm, subst. boerderij, pachthoeve;Farmverb. pachten, verpachten, bebouwen, den landbouw uitoefenen, kinderen uitbesteden:[189]This house waslet to farm= verhuurd;Farm-bailiff= rentmeester;Farm-crossing= (spoor)overweg bij een boerderij;Farm-dog= waakhond;Farm-hand= arbeider, knecht;Farm-house= boerenwoning;Farm-labourer= boerenarbeider;Farm-produce= landbouwproducten;Farm-stead(ing)= boerenplaats;Farm-yard= erf;Farmer= pachter, landman;Farmery= boerenerf met huizen, schuren enz.;Farming, subst. landbouw; adj. landbouw …Farnborough,fânbərou;Farne Islands,fânailəndz;Farnham,fânəm.Faro,fêrou, een hazardspel.Faroe,fêrou:Faroe Isles;Farquhar,fâkwâ,fâk(w)ə.Farrago,fəreigou, mengelmoes.Farrier,fariə, subst. hoefsmid, paardendokter;Farriery= hoefsmidsbedrijf, smederij.Farrow,farou, subst. big, worp biggen; adj. gust (niet drachtig) van eene koe (Dial.enAmer.);Farrowverb. biggen werpen.Farther,fâdhə,Farthest,fâdhist, comp. en superl. vanfar;Farther-more= bovendien.Farthing,fâdhiŋ,¼ penny;Farthing’s-worth= waarde van eenfarthing.Farthingale,fâdhiŋgeil, soort hoepelrok (16de en 17de eeuw).Fasces,fasîz, bundel, fasces (Oud-Rome):Fasces of flowers.Fascia,fašiə, band, gordel, vooruitstekende lijst, zwachtel;Fasciation,fašieiš’n, zwachtelen, verband;Fascicle,fasik’l, bundeltje, aflevering;Fascicular,fəsikjulə,Fasciculate(d)= tot een bundeltje vereenigd.Fascinate,fasineit, betooveren, verrukken, bekoren, boeien; subst.Fascination.Fascine,fəsîn, fascine, bundel rijshout voor milit. doeleinden.Fash,faš, hinderen, plagen, lastig zijn (Dial.).Fashion,faš’n, subst. fatsoen, aard, wijze, vorm, patroon, mode, trant, kleederdracht, chic, voornaamheid;Fashionverb. vormen, fatsoeneeren, gepast maken voor:The fashion= de groote wereld;Fashions= de heerschende modedracht;After a fashion,In a fashion= tot op zekere hoogte;In the fashion= in de mode;Fashionable= naar de mode, chic, beschaafd, welopgevoed; subst.Fashionableness;Fashionist= modegek; iemand, die aan den vorm hangt;Fashion-monger= fat, modepop;Fashion-sheet= modeplaat.Fast,fâst, vast, onbewegelijk, bevestigd, gehecht, getrouw; snel, vóórloopend, vlug, los, geëmancipeerd; losbandig:My watchis fast= vóór;You are a little fast= je horloge gaat wat voor;Yougo too fast= je oordeelt wat haastig;Heplays fast and loose withhis principles= hij is niet beginselvast;He is asfast asleepas a church= hij slaapt als een otter;Fast beside= vlak naast;Fast by= dichtbij;Fast colours= “waschecht”;Fast freight= ijlgoed;Fast friends= dikke vrienden;Fast man,woman= roué, wufte, geëmancipeerde vrouw;Fast-sailing= snelzeilend;Fast train= sneltrein;Fasten,fâs’n, vastmaken, bevestigen, sluiten, vestigen, opleggen, zich hechten of vastklemmen:He canfasten an article onany journal= kan … in ieder tijdschrift geplaatst krijgen;I havefastened a fib onhim= ik heb hem wat wijs gemaakt;Hefastened a quarrel onhis opponent= zocht ruzie met;Fastener= knijpertje;Fastening= slot, grendel, sluiting;Fastness= snelheid; losbandigheid, versterking, fort.Fast,fâst, vasten; subst. vasten, vastentijd:I hope I shallfast my illness off= ik hoop, dat ik door onthouding (vasten) er weer bovenop kom;I am obliged tofast from reading= mij van lezen te onthouden, spenen;Fast-day= vastendag;Faster= vaster.Fasti,fastai, Romeinsche kalender of registers.Fastidious,fəstidjəs, kieskeurig, moeilijk te voldoen; subst.Fastidiousness.Fastigiate(d),fəstidžit(-eitid), naar boven spits toeloopend.Fat,fat, vet, dik, vleezig, rijk, voedzaam; subst. vet, room, beste deel;Fatverb. mesten, vet worden:The fat is in the fire=depoppen zijn aan ’t dansen, de heele boel is overhoop, vernield;There is plenty of fat in that part= er zit een heele kluif aan die rol;Tolive on the fat of the land= het vette der aarde genieten;Fat-brained, (Fat-headed,Fat-witted) = dom, suf;Fat-head= domkop;Fat-guts= dikzak;Fatling= jong gemest dier;Fatness= vetheid, vruchtbaarheid;Fatten,fat’n, vet mesten, mesten, zich mesten, vet worden;Fattiness= vetheid;Fatty= vettig:Fatty degeneration= vetziekte.Fata Morgana,fâtəmögânə, Fata Morgana.Fatal,feit’l, noodlottig, rampspoedig, onheilspellend, doodelijk;Fatalism= fatalisme;Fatalist= fatalist; adj.Fatalistic;Fatality,fətaliti, noodlottige gebeurtenis;Fatalities= ongelukken.Fate,feit, noodlot, lot, dood:The Fates= schikgodinnen;As sure as fate= zoo zeker als wat;Fated= voorbestemd;Fateful= noodlottig.Father,fâdhə, subst. vader, voorvader;Fatherverb. aannemen (als kind), zich uitgeven voor den maker van, iemand iets op den hals schuiven:Adoptive father= aangenomen vader;Putative father= vermoedelijke vader;Fathers of the Church= Kerkvaders;Conscript fathers= Romeinsche Senatoren;Father-in-law= schoonvader, stiefvader;Father-long-legs= langbeen (mug);He fathers the works of others,and wishesto father his anonymous books on me= hij geeft zich voor den maker van de werken van anderen uit, en tracht mij voor den schrijver van zijne anonieme boeken te doen doorgaan;Fatherhood= vaderschap;Fatherland= vaderland:The Fatherland= Duitschland;Fatherliness= vaderliefde;Fatherly= vaderlijk;Fathership.Fathom,fadh’m, subst. vadem (1.828 M., of 6.1163 M3);Fathomverb. vademen, omvatten, begrijpen, doorgronden;Fathom-line= loodlijn;Fathomless= ondoorgrondelijk, bodemloos.Fatigue,fətîg, uitputting, vermoeienis, militaire corvée;Fatigueverb. afmatten, vermoeien, kwellen;Fatigue-cap= politiemuts;Fatigue-dress= corvée-tenue;Fatigue-duty= corvée[190](milit.);Fatigue-party= troep voor eene corvée.Fatuity,fətjûiti, sulligheid, domheid;Fatuitous,fətjûitəs,Fatuous,fatjuəs, zwakhoofdig, ingebeeld:A fatuous smile= idiote.Faucal,fôk’l, strot - -, keel - -;Fauces,fôsîz, strot, achtergedeelte van den mond, besloten door depharynxen delarynx.Faucet,fôsət, tapkraan, tapbuis.Faugh,fô, bah!Faulkland,fôkl’nd.Fault,fôlt, subst. fout, gebrek, feil, schuld, verlies van het spoor (jacht), afbreking (van eene mijnader);Faultverb. fouten maken:Whose fault is it?wiens schuld is het?It is my fault;He alwaysfinds fault withme= hij heeft altijd wat op mij te zeggen;You like tofind fault= van klagen en pruttelen;The hounds wereat fault= het spoor bijster;If he is severe, his love of learning isin fault= draagt zijne liefde voor de wetenschap de schuld;He isgood to a fault= hij is overdreven goed, doodgoed;He hasfaulted inseveral passages= fouten gemaakt;He is a regularfault-finder= echte brompot; pruttelaar;Fault-finding= bedilziek;Faultiness= onnauwkeurigheid, gebrekkigheid;Faultless= onberispelijk; subst.Faultlessness;Faulty= gebrekkig, schuldig.Faun,fôn, faun, boschgod.Fauna,fônə, fauna.Faustina,fôstainə;Faustus,fôstəs;Faversham,favəš’m.Favour,feivə, subst. gunst, begunstiging, steun, beschermeling, vergiffenis, souvenir, roset, strikje, brief, gelaat;Favourverb. begunstigen, vriendelijk gezind zijn, gemakkelijk maken, vereeren, gelijken op:Orange favours= oranjestrikken;I receivedyour favour of the 1st inst.yesterday= uwe geëerde letteren van den eersten dezer;I havelost favourin your eyes= ben bij u uit de gratie;By (with) your favour= met uw verlof, welnemen;I have done itin your favour= te uwen behoeve;Tobe in favourwith(out of favour)= in (uit) de gunst zijn bij;A challengeto the favour= het wraken van een jurylid, wegens veronderstelde partijdigheid;Under favour of the night= begunstiging;Favourable= gunstig, genegen, bevorderlijk; subst.Favourableness;Favoured= begunstigd, lievelings …:Ill-favoured= met ongunstig uiterlijk;Well-favoured= met knap uiterlijk;Favourite,feiv’rit, subst. gunsteling, favoriet (rensport); adj. lievelings …:That is myfavourite dish, author= lievelingskost, lievelingsschrijver;Favouritism= stelsel v. begunstiging.Favus,feivəs, besmettelijk hoofdzeer.Fawkes,fôks.Fawn,fôn, subst. jong hert (van ’t eerste jaar);Fawnverb. jongen werpen;Fawn-coloured= reekleurig.Fawn,fôn, opspringen bij, likken, kruipen (v. honden), vleien, kruipen voor:Hefawned (up)onthe mighty.Fay,fei, subst. fee.Fay,fei, ten doode opgeschreven (Schot.).Fay,fei, aan elkaar passen, nauwkeurig passen.Faze,feiz, plagen, verschrikken (Amer.).Feal,fîəl, trouw:Feal and leal= houw en trouw (Schot.);Fealty= trouw aan leenheer, vorst of regeering.Fear,fîə, subst. vrees, angst, ontzag, eerbied;Fearverb. vreezen, duchten, vermoeden:For rear of= uit vrees voor;No rear of that= geen vrees daarvoor;Fearful (of)= angstig (voor), vreesachtig, vreeswekkend; subst.Fearfulness;Fearless= onbevreesd; subst.Fearlessness;Fearnaught=Fearnought= dikke en ruige wollen stof, soort fries;Fearsome= angstwekkend.Feasibility,fîzibiliti, uitvoerbaarheid, mogelijkheid; adj.Feasible.Feast,fîst, subst. feest, lekkernij, feest- of gastmaal;Feastverb. feestvieren, smullen, onthalen, zich verlustigen aan(on): Enough is as good as a feast= genoeg is overvloed;Feast-day= feestdag;Feast-rite= feestelijk gebruik.Feat,fît, subst. daad, heldendaad, kunststukje, toer; adj. handig, vlug, bekwaam, netjes:Feat of juggling, goocheltoer;Featness= vlugheid.Feather,fedhə, subst. veer, veder, pluim, vogels (sportt.), het door de riemen opgeworpen water;Featherverb. bevederen, met veeren bedekken of versieren, er als gevederte uitzien:Birds of a feather flock together= soort zoekt soort:That’s a feather in his cap= dat is een pluim, veer op zijne muts;She wasin full feather= in gala; had een gespekte beurs;Youarein high featherto-day= je bent erg in je “hum” vandaag;The shipcut a feather= deed het schuim opspatten voor den boeg;Toshow the (a) white feather= zich lafhartig toonen;It is but the turning of a featherbetween you and him= haast geen onderscheid, verschil;His air of superiority inspired me with a desireto tar and featherhim= om hem eens flink zijn vet te geven (eig.: te teeren, en dan op de teer veeren te strooien);That man isfeathering his nest= is bezig zijne schaapjes op het droge te brengen, voor zichzelf te zorgen; Tofeather the oars= de riemen horizontaal over het water laten glijden;Feather-bed= veeren bed:Feather-bed conspirators= zoetsappige;Feather-boarding= planken beschieting (overnaads);Feather-brain= wuft persoontje;Feather-broom (Feather-brush)= plumeau;Feather-edge= scherpe kant van eene plank;Feather-flowers= kunstbloemen (vooral voor hoeden);Feather-grass= espartogras;Feather-headed= lichtzinnig, wuft;Feather-weight= kleinst mogelijk (precies) gewicht, lichtste belasting (bij eenhandicap);boxervan licht gewicht;Feathery= vederachtig, veeren - - -, met veeren bedekt.Feature,fîtšə,fîtjə, gelaatstrek, trek, voorkomen, eigenaardig kenmerk, eigenaardigheid; bepaling (van een contract, etc.), rubriek;Featureverb. gelijken op:This house is the feature of the street= het meest opvallende;Ill-(Well-)featured= leelijk (knap).Feaze,fîz, ontrafelen (van touw).Febrifugal,fibrifjug’l,febrifjûg’l, koortsverdrijvend;Febrifuge,febrifjûdž, koortsverdrijvend[191](middel);Febrile,fîbr(a)il,febril, koortsig, koorts - -.February,februəri, Februari;FebruaryFill-dyke= Febr. de regenmaand.Feces,fîsîz. ZieFaeces.Fecit,fîsit, “hij (zij) heeft (het) gemaakt”.Feck,fek, subst. voornaamste deel, kracht, waarde; adj. flink, krachtig;Feckless= laf, zwak, waardeloos (Schot.).Fecula,fekjulə, zetmeel; bladgroen.Feculant,fekjulent, troebel, modderig, drabbig; subst.Feculence.Fecund,fek’nd,fîk’nd,fikɐnd, vruchtbaar;Fecundate,fek’ndeit,fîk’ndeit,fikɐndeit, vruchtbaar maken, bevruchten; subst.Fecundation;Fecundity,fikɐnditi, vruchtbaarheid.Federacy,fed’risi; ZieFederation;Federal,fed’rəl, federaal, bonds - -:Federal City= Washington;Federal Diet= de Duitsche Bondsdag;Federal Union= statenbond;Federalism= federalisme;Federalist= federalist;Federalize= tot een bond vormen;Federate= zich tot een federatie verbinden;Federation= federatie, statenbond;Federative= verbonden, bonds - -.Fee,fî, loon, salaris, honorarium, bijverdiensten (in deze gevallen meest Meervoud); fooi; leengoed, eigendom;Feeverb. beloonen, betalen, een fooi geven:What withdoctors’ and lawyers’ feeswe had a hard year of it= door al die kosten van dokter en advocaat;Tuition (University) fees= collegegelden;Tohold in fee simple= land bezitten waarover men bij zijn dood vrij kan beschikken;Estatein fee tail= goed, dat op bepaald aangewezen erfgenamen moet overgaan.Feeble,fîb’l, zwak, krachteloos;Feeble-minded= zwak van geest, besluiteloos; subst.Feebleness.Feed,fîd, voeden, voorzien van, verzorgen, onderhouden, laten weiden, eten, vreten, grazen; subst. een maal, voer, maaltijd, voorraad:His horse must have itsfour feeds a day= moet viermaal per dag gevoerd worden;I amoff my feed= heb mijn eetlust verloren;He feeds like a wolf= eet als een wolf;Tofeed one’s cold= uitvieren;Tofeed the fire= wat in de kachel doen;The operatorfeeds the letters intothe stamping-machine= schuift geregeld;He was feeding morsels from his plate into his mouth,as if he was firing up an engine= hij stopte in zijn mond;Feed-pipe= aanvoerpijp;Feed-pump= perspomp; aanvoerpomp;Feeder= iemand, die voert of mest, iemand of iets, die of dat bevordert, zijrivier, voedingskanaal, zijtak:Dainty feeder= lekkerbek;Greedy feeder= veelvraat;Feeding-bottle= zuigflesch.Feel,fîl, voelen, bevoelen, betasten, ondervinden, gevoelen; subst. voelen, gevoel, gewaarwording:The babyfeels his legs= probeert te gaan staan;I feel for you,poor fellow= ik heb medelijden met je, arme kerel;Hefelt his way after the sound= hij zocht tastende zijn weg op het geluid afgaande;Shefelt her way on the subject with him= zij polste hem over dat onderwerp;I shall try tofeel him out= te polsen;I feel up tomuch work= voel me geschikt voor;I feel offended byyour remark= ik acht mij beleedigd;Feeler= voeler, voelhoorn;Toput (throw) out a feeler= de publieke meening polsen door een voorloopig bericht;Feeling= gevoelend, gevoelvol, medelijdend; subst. gevoel, aandoening, gewaarwording, geest, stemming:Hehas no feeling against you= niets (= geen wrok) tegen u;Toexcite bad feeling against= haat opwekken tegen;Thefeelings= de aandoeningen der ziel, hartstochten, etc.:Thefeelings are dangerous guides= het gevoel is een gevaarlijk raadsman.Feet,fît, voeten (ZieFoot):He is certainto fall on his feetanywhere= hij komt altijd op zijn pooten terecht;With the world at your feet= met de wereld gereed om u te dienen.Feign,fein, veinzen, voorwenden:A feigned issue= een proces, om eenvoudig de rechtskwestie te beslissen;Feint,feint, subst. voorwendsel, schijnbeweging, schijnaanval, list;Feintverb. een schijnbeweging maken:Afeint of flight= voorgewende vlucht;Hemade a feint of writing= deed alsof hij schreef.Fel(d)spar,fel(d)spâ, feldspaath.Felicitate,fəlisiteit, feliciteeren (on); subst.Felicitation;Felicitous= gelukkig, voorspoedig, gelukkig gevonden;Felicity,filisiti, geluk, gelukzaligheid, voorspoed, toepasselijkheid, gelukkige manier van:Felicity in the choice of words= eene gelukkige keus.Feline,fîl(a)in, katachtig, katten …:Feline amenities= kattige lievigheden.Felix,fîliks.Fell,fel, vel, huid; platte zoom; val of golving (van haar); rotsachtige heuvel; adj. wreed, woest;Fellverb. vellen, omhakken; zoomen; imperf. vanto fall;Fell-monger= koopman in huiden.Fellah,fela, (meerv.Fellaheen,feləhîn), Egyptische boer of arbeider:Thefellaheen forces= de strijdmacht derfellahs.Felloe,felou, velg.Fellow,felou, subst. kameraad, maat, wedergade, gelijke, kerel, vent, jongen; lid van eencollegeof genootschap; soort lector oftutorin ’t genot van eenFellowship:A glove and its fellow= en de daarbij passende handschoen;He is hail-fellow-well-metwith everybody= goede maatjes;They arefellows in office= ambtgenooten, collega’s; adj. (in samenstellingen) mede …;Fellow-citizen= medeburger;Fellow-commoner= student (aan Eng. Universiteiten), die met defellowsvan zijncollegedineert;Fellow-countryman= landsman;Fellow-craft= vrijmetselaar (tweede graad);Fellow-creature= medemensch;Fellow-feeling= medegevoel;Fellow-lodger= contubernaal;Fellow-ranker= iemand van denzelfden rang;Fellowship= vereeniging, gemeenschap, omgang, gelijk aandeel in; het ambt van, en de toelage voor defellowsvan een universiteit:Good[192]fellowship= collegialiteit, kameraadschap;Rule of fellowship= gezelschapsrekening;Fellow-soldier= krijgskameraad;Fellow-traveller= medereiziger.Felly,feli, velg.Felon,fel’n, subst. misdadiger; fijt; adj. kwaadaardig, verraderlijk, wreed;Felon’s dock= beschuldigdenbank;Felonious,fəlounjəs, snood, boosaardig, misdadig, met voorbedachten rade;Felony= zware misdaad.
F.ef,Fsharp= fis (muz.); Fahrenheit; fellow;f.= farthing, feet, feminine, folio, foot;F. A.=F(ootball)A(ssociation);f. a. a.=f(ree) ofa(ll)a(verage);Fahr.=Fahrenheit;F. A. S.=F(ellow) of theA(ntiquarian)S(ociety);F. A. S.= Fellow of the Society of Arts;F. B. S.=F(ellow) of theB(otanical)S(ociety);F(ree)C(hurch of Scotland);Fcp= foolscap;F(idei)D(efensor)= Verdediger des Geloofs;Feb(ruary);Fem(inine);ff= fortissimo;F(ellow)G(eological)S(ociety)(ookGeographical);Fig(ure);Fl(orin);F(oo)lsc(a)p;F(atho)m;F. M.=F(ield)-M(arshal);F. O.=F(ield)-O(fficer);F. o. b.=f(ree)o(n)b(oard);Fol(io);Fra(ncis);F(ellow)R(oyal)A(cademy);F.R.A.S.=F(ellow) of theR(oyal)A(siatic) (Astronomical)S(ociety);F. R. C. P.=F(ellow) of theR(oyal)S(ociety) ofP(hysicians);F. R. C. S.=[185]F(ellow) of theR(oyal)C(ollege) ofS(urgeons);F(ellow)S(ociety)A(rts) (ofAntiquaries);Ft= fort;ft= foot, feet;F. T. C. D.=F(ellow) ofT(rinity)C(ollege),D(ublin);F. W.=F(resh)W(aterline)= een derPlimsollmerken op schepen;F. Z. S.=F(ellow) of theZ(oological)S(ociety).Fa,fâ, fa.Fabaceous,fəbeišes, boonachtig, boon - -.Fabian,feibj’n, Fabisch, talmend, traag:Fabian Society= een soc. pol. vereeniging te Londen, opgericht in 1884, die ook landnationalisatie beoogt.Fable,feib’l, subst. fabel, verdichtsel, vertelseltje, praatje;Fableverb. fabelen schrijven, leugens vertellen;Fabled animals= in fabels besproken, alléén in de verdichting bestaande;Fabler= fabeldichter.Fabliau,fâbliou, Oud-Fransche berijmde vertelling (12e en 13e eeuw).Fabric,fabrik, subst. bouw, structuur, weefsel, maaksel, gebouw, stof, fabrikaat;Fabricate,fabrikeit, bouwen, maken, vervaardigen, samenstellen, fabriceeren, bedenken, verzinnen, vervalschen; subst.Fabrication;Fabricator= hij die vervaardigt, enz.Fabulist,fabjulist, fabeldichter; verb.Fabulize;Fabulous,fabjulɐs, verdicht, fabelachtig, ongeloofwaardig, rijk aan fabelen:Fabulous age= vóórhistorische tijd; subst.Fabulousness= Fabulosity = fabelachtigheid.Facade,fəsâd,fəseid, vóórgevel, vóórzijde.Face,feis, subst. gelaat, gezicht, uiterlijk, driestheid, onbeschaamdheid, aangezicht (fig.), redactie, voorkant, wijzerplaat, vlak, façade;Faceverb. het gezicht toekeeren, staan (zitten, gelegen zijn, zich bevinden) tegenover, te gemoet treden, omkeeren met de voorzijde naar boven, weerstand bieden, aanvaarden, bekleeden aan de voorzijde, omzoomen, omboorden, zich wenden naar:Face of a coin= beeldzijde;In theface of day= op klaarlichten dag;Thefaces of a square= de zijden van een carré;This is unpardonablein face of the facts= met het oog op de feiten;He did itin face of all that is honourable and just= in strijd met al wat eervol en rechtvaardig is;On the face of it= op ’t eerste gezicht;Tobe face to face= tegenover elkaar staan;Tofly in the face ofdanger= tegemoet snellen;Ilaughed in his face= in zijn gezicht;I willsaysobefore his face,in his face= waar hij bij is;Shesaid it with a little face= ietwat brutaal;I could notsee my hand before my face= geen hand voor oogen;He told it me to the face= vlak in ’t gezicht;The Kingaccepted the poor supplicant’s face= trok zich den armen smeekeling aan, stond zijn verzoek toe;Hecut a queer face= trok een raar gezicht;Heentreated (sought) the King’s face= ’s konings gunst;Hehas his face at his command= hij heeft zijn gelaat in zijn macht;Everything has two faces= men kan alles van twee kanten beschouwen;Hemade (pulled) a long face= trok een lang gezicht (fig.);Hemade a wry face= trok een zuur gezicht;She canmake all kinds of faces= allerlei gezichten trekken;I’llput a good face on it= het van den besten kant beschouwen;Heset his face againsthis father’s will= hij weerstreefde zijn vader;Left face!Right face!= links-, rechtsom;Right about face!= rechtsomkeert;Hefaced the card= hij keerde om;He faced the consequences= aanvaardde;Toface the enemy= het hoofd bieden;The country-seatfaces the high-road= staat met de voorzijde naar;Toface the music= de moeielijkheid moedig onder de oogen zien;The roomfaces South-east= ligt op;It was more than my heart could face= verdragen, weerstaan;Toface about= zich omkeeren;Hefacedhis mendown= overblufte;He wanted toface me down= hij wou mij door onbeschaamdheid den blik doen neerslaan;Hefaced it out= hij hield het brutaal vol;Face-ache,feiseik,Face-ague,feiseigju, aangezichtspijn;Face and hood= driekleurig viooltje;Face-card= heer, vrouw of boer (in ’t kaartspel);Face-cloth= doek (ter bedekking van het gelaat) van een doode;Face-guard= masker;Facer= slag in ’t gezicht, teleurstelling.Facet,fasət, facet;Facetverb. met facetten slijpen.Facetiae,fəsîši-î, fijne, geestige zetten, humorist. lectuur;Facetious,fəsîšəs, grappig, boertig: subst.Facetiousness.Facial,feiš’l, tot het gelaat behoorend:Facial angle= gelaatshoek;Facial contractions= gelaatsverwringingen.Facile,fasil, gemakkelijk, gedwee, gewillig, vlug, lichtgeloovig,licht over te halen, meegaande, vriendelijk, minzaam:He wields aFacile pen= een vlugge pen;Facilitate,fəsiliteit, vergemakkelijken, verlichten; subst.Facilitation;Facilities,fəsilitiz, gemakken, voordeelen;Facility,fəsiliti, gemakkelijkheid, handigheid, meegaandheid, genaakbaarheid, minzaamheid.Facing,feisiŋ, subst. boordsel, opslag, tressen, bekleeding van talud, wending, zwenking (Mil.):Facing of tea= thee kleuren ter vervalsching.Facsimile,faksimili, subst. facsimile;Facsimileverb. eene juiste nabootsing geven van.Fact,fakt, daad, feit, werkelijkheid:In fact= inderdaad, feitelijk.Faction,fakš’n, (politieke) partij, oneenigheid, onrust, tumult, opstand;Factionist= raddraaier, oproermaker;Factious,fakšəs, partijzuchtig, oproerig, muitend; subst.Factiousness.Factitious,faktišəs, kunstmatig, nagebootst, onecht, conventioneel.Factitive,faktitiv, causatief:Factitive object, zooals b.v. het woorddukein:The queen made him a duke.Factor,faktə, agent, facteur, factor;Factorage,faktəridž, commissieloon;Factorship= beroep v. factor;Factory,faktəri, fabriek, faktorij:Factories and Workshops Acts= arbeidswetten;Factory hand= fabrieksarbeider.Factotum,faktout’m, factotum, duivelstoejager.Facultative,fakəltətiv, rechtgevend, naar[186]believen, facultatief;Faculty,fak’lti, bekwaamheid, vermogen, gave, talent, zin, bevoegdheid, dispensatierecht, faculteit:The Faculty= medische faculteit, de medici.Fad,fad, liefhebberij, stokpaardje, gril;Faddish= grillig;Faddist= iemand, die er allerlei dwaze stokpaardjes en meeningen op nahoudt;Faddy= volfads.Faddle,fad’l, beuzelen.Fade,feid, adj. zwak, mat, kleurloos;Fadeverb. verwelken, verkleuren, verschieten, verdwijnen;Fadingness= vergankelijkheid.F(a)ecal,fîk’l, totfaecesbehoorende of die bevattende;F(a)eces,fîsîz, faecaliën, bezinksel.Fag,fag, subst. werkezel; groen; een “pluk”, een “toer”;Fagverb. zich afsloven, zich afmatten, groen loopen; afmatten, als werkezel gebruiken:Fagged out= doodop;Fag-end= zelfkant, rafeleind, uitgerafeld stuk, eindje, slot.Fa(g)got,fagət, subst.takkebos, bundel (of iron, steel), brandstapel; oud gerimpeld vrouwspersoon, lummel;Faggotverb. samenbinden;Tosmell of the faggot= naar den mutsaard rieken;Faggot-voting, bestond hierin, dat grondbezitters nominaal stukken land aan pachters overdeden, die dientengevolge als grondbezitters ook mochten stemmen.Fagin,feigin.Fagotto,fagotou, fagot.Fail,feil, achteruitgaan, ontbreken, gebrek hebben aan, ophouden, verloren gaan, uitblijven, uitdrogen, mislukken, niet opkomen, afnemen, verzwakken, in den steek laten, zijn doel missen, misgaan, falen, nalatig zijn, failleeren of bankroet gaan, verlaten, teleurstellen; ooksubst.:His heart failed him= zijn moed begaf hem;He failedto do it= slaagde niet;They failedto do him justice= bleven in gebreke;He failedin his usual alacrity (animation)= het ontbrak hem;He has failed ofhis ambitions= zijn illusies (wenschen) zijn niet verwezenlijkt;This work cannotfail ofpopularity= moet wel in den smaak vallen;Without fail= zonder mankeeren, zeker;Failing, subst. gebrek, zwak; adj. ontbrekend, achteruitgaand, begevend, etc.; prep. bij gebrek van:Anever failing topic of conversation= waarover men nooit raakt uitgepraat;Failure= gebrek, slechte uitslag, gemis, mislukking, misgewas, verval, achteruitgang, bankroet.Fain,fein, gaarne, blij, geneigd, begeerig, genoodzaakt:He was fainto eat black bread= hij was blij met (hij moest wel eten) roggebrood;Fain to gain it= verlangend;He would fain= hij wou graag (liefst);Fain of= blij met.Faint,feint, adj. zwak, verzwakt, uitgeput, flauw, bedwelmend, zwoel, drukkend, terneergeslagen; subst. flauwte, onmacht;Faintverb. flauw vallen (away), afnemen, zwakker worden:Faint heart never won fair lady= die niet waagt, die niet wint;Faint at heart= bevreesd;I have notthe faintest ideaof it= er geen flauw begrip van;The book was killed withfaint praise= werd totaal vermoord door zwakke aanprijzing (die met veroordeeling gelijk stond);Afaint sound= zwak, dof;Faint withhunger, thirst= flauw, uitgeput van;Fainthearted= moedeloos, flauwhartig; subst.Faint-heartedness;Fainting= flauwte, bezwijming:In afainting fit= in een aanval van flauwte;Faintish= zwakkelijk; subst.Faintishness;Faintness= zwakte, moedeloosheid, onduidelijkheid.Fair,fêə, subst. jaarmarkt, kermis;Fancy fair= liefdadigheidsbazaar;Fairing= kermisgeschenk.Fair,fêə, schoon, fraai, rein, vlekkeloos, ongerept, helder, duidelijk, blond, blank, ongehinderd, vrij, gunstig, behoorlijk, billijk, rechtvaardig, eerlijk, oprecht, zacht, vriendelijk:The fair (sex)= het schoone geslacht;She has afair knowledge of English= behoorlijke, flinke;Fair play is a jewel= eerlijk duurt het langst;That is notfair play= niet eerlijk en rond;To seefair play= zorgen dat iets eerlijk toegaat;Fair trade= beschermde handel;He isin a fair wayto succeed= mooi op weg;Fair words butter no parsnips= praatjes vullen geen gaatjes;Fair and square= eerlijk, rond, oprecht;Fair and softly= zoetjes aan;Hebids fairto get the place= zijne kansen staan goed;Hecarried it fairtowards them in public= deed zich mooi voor;Fairly= vrijwel; geheel en al, volstrekt, werkelijk:The book isgoing on fairly, sells fairly well= gaat vrij goed van de hand;Fair-faced= met mooi gelaat; mooie praatjes makend;Fair-minded= oprecht;Fair-spoken= innemend, hoffelijk;HisFair-weather friends= vr. in voorspoed;Fairish= lief, tamelijk goed (mooi, etc.); vrij wel;Fairness= schoonheid, ongereptheid, blondheid, oprechtheid, billijkheid, duidelijkheid,etc.Fairway,fêəwei, vaarwater.Fairbairn,fêəbən;Fairfax,fêəfaks.Fairy,fêri, subst. fee, toovenares; adj. feeachtig:Fairy circle (Fairy green, Fairy ring)= kring (groener dan de omgeving) in ’t grasveld, die naar ’t volksgeloof door het dansen der feeën ontstaan is;Fairy fingers,Fairy glove= vingerhoedskruid;Fairyland= feeënland;Fairy-like= als een fee;Fairy-tale= sprookje.Faith,feith, geloof, vertrouwen, trouw, belofte, eerewoord:(In) faith, he did it= eerlijk (waarachtig), hij deed het;In good faith= te goeder trouw;The Faith= de Christel. godsdienst;A breach of faith= trouwbreuk;To keep faith with= zijn woord houden jegens;Toput faith in= geloof hechten aan;Faithful= geloovig, trouw, eerlijk, geloofwaardig:The faithful= de geloovigen;Faithfully:Yours faithfully= uw dienstwillige; subst.Faithfulness;Faithless= ongeloovig, trouweloos; subst.Faithlessness;Faithworthy= be- of vertrouwbaar.Faix,feiks, op mijn woord, waarachtig.Fake,feik, oplappen, opknappen (met het oog op bedrog), stelen; bedriegen; opschieten (zeeterm); subst. bocht, slag, bedrog:The old horse wasfaked upfor work again= werd weer opgelapt voor ’t werk;Fakement[187]= zwendel, diefstal, knoeiwerk;Faker= bedrieger, zwendelaar, zakkenroller.Fakir,fəkîə,feikîə, fakir, Brit. Ind. bedelmonnik.Falcate(d),falkeit(id), sikkelvormig; subst. Falcation.Falchion,fôlš’n, kort licht gekromd en breed zwaard.Falciform,falsiföm, sikkelvormig.Falcon,fô(l)k’n,falk’n, valk; falkonet (kanonnetje);Falconer= valkenier;Falconet= falkonet, smelleken;Falconry= valkendressuur, valkenjacht.Falderals,faldəralz, snuisterijen, snorrepijperijen.Faldstool,fôldstûl, vouwstoel; bisschopsstoel (bij het altaar), stoel (aan de zuidzijde van het altaar) waarbij de Engelsche vorsten bij de kroning knielen; lezenaar (in de kerk).Falernian,fəlɐ̂nj’n, subst. en adj. (wijn) van Falernus.Falkirk,falkɐ̂k,fôlkɐ̂k,fôkɐ̂k;Falkland,fôklənd.Fall,fôl, subst. val, het vallen, daling, neerdaling, ineenstorting, dood, ondergang, helling, waterval, uitwatering, herfst (Amer.), cadans, val (zeeterm);Fallverb. vallen, zich uitstorten, instorten, afvallen, sneuvelen, betrekken, zondigen, dalen, verminderen, vervallen, neerkomen, aanvallen, te beurt vallen, gebeuren, geworpen worden, enz.:The Fall= zondenval;Theytried a fall(with each other) = worstelden samen;There was a generalfall of jaws= zij trokken allen lange gezichten;He came herein the fall= in den herfst;A fall overcoat= demisaison;Fall aboard= aanvaren, aanklampen, aanpakken;Tofall astern= achterblijven, zakken (van schepen);Tofall deadfromthe press= doodgezwegen worden;The windfell a dead calm= het werd bladstil;Tofall flat= mislukken; de uitwerking missen;Tofall foulof= aanzeilen; aangrijpen, slaags raken met; stooten op;Hefell from grace= verviel tot zonde;Hefell in love= werd verliefd;Tofall ill= ziek worden;Tofall short= te kort schieten, niet voldoende zijn, niet beantwoorden aan (of);Tofall together= elkaar ontmoeten;Tofall to pieces= in stukken vallen;Tofall to the rear= wijken;Tofall among friends= toevallig raken onder, ontmoeten;Tofall away= mager worden, tot slechtheid vervallen;Tofall away from= afvallig worden;Hefell along= viel neer zoo lang als hij was;Tofall back= wijken, terug krabbelen;Tofall back upon= terugkomen op (eene bewering of argument), steun vinden of zoeken bij, in geval van nood;Tofall behind= achterblijven, zakken;His face hadfallen in= ingevallen, mager geworden;Tofall in= invallen, vervallen, aantreden, aansluiten;The lease willfall inon the first= het huurcontract vervalt;Tofallheadlongintothe water= voorover, hals over kop;I fell in withhis plans= keurde.. goed en deed overeenkomstig;Thatfell in withmy temper= kwam overeen met;Wefell in witheach other= troffen elkander;Tofall off= afvallen; verminderen, afnemen;Hefell on (to)his knees;Tofall out= uitvallen, oneenigheid, ruzie krijgen, de gelederen verlaten;Itfell outthat …= het gebeurde, dat;Tofall through= in duigen vallen;I advise you tofall to= ik raad u, om toe te tasten, aan te vallen;Itfell tome, my lot, my share= viel mij te beurt;The dogsfell tobiting= begonnen;The legacyfell tous= viel ons ten deel;Tofall upon (on)the ear= treffen;Tofall upon= aanvallen;The warfell withinthis year= had plaats;Falling-away= wegvallen, uitvallen, vermagering, afvalligheid, ontrouw;Falling-off= vermindering, achteruitgang;Falling-sickness= vallende ziekte;Falling-star= vallende ster;Falling-stone= meteoorsteen;Fall-trap= valdeur, valluik.Fallacious,fəleišəs, bedriegelijk, sophistisch; subst.Fallaciousness;Fallacy,faləsi, bedrog, vergissing, dwaalbegrip, drogrede.Fallals,falalz,falalz, prullen, nietigheden.Fallibility,falibiliti, feilbaarheid; adj.Fallible.Fallow,falou, vaalrood, vaalgeel, onbebouwd, braak, verwaarloosd; subst. braakland, braak;Fallowverb. braak laten liggen:He had to rest andlie fallow= en mocht geen werk doen;Fallow-crop= oogst van braakland;Fallow-deer= damhert;Fallow-finch= tapuit.Falmouth,falməth.False,fôls, adj. valsch, onwaar, ongegrond, bedriegelijk, onjuist, onecht, vervalscht, blind, ondergeschoven:Toplay false= valsch spelen, bedriegen;If my memory does notplay me false= mij niet bedriegt;He sailsunder false colours= hij zeilt onder valsche vlag;False-face= masker;False-faced= huichelachtig;False fire= valsch signaalvuur (om den vijand te misleiden);False-hearted= trouweloos; subst.False-heartedness;Falsehood= valschheid, leugen, bedrog;Falseness= valschheid;Falsification= vervalsching, weerlegging;Falsifier= vervalscher, valsche munter;Falsify,fôlsifai, vervalschen, schenden, weerleggen, de onjuistheid bewijzen;Falsity,fôlsiti, valschheid, onjuistheid.Falsette,fôlset;falsetto,fôlsetou, faucet-stem.Falstaff,fôlstâf.Falter,fôltə, stamelen, stotteren, weifelen, wankelen:Falter out= uitstamelen;Ifaltered from my vow= werd ontrouw aan.Fame,feim, gerucht, faam, roem, vermaardheid:Houses of ill-fame= bordeelen;Famed= beroemd.Familiar,fəmiljə, gemeenzaam, huiselijk, intiem, minzaam, ongedwongen; subst. vertrouwde vriend, goede kennis, huisgeest:“But” is the sceptic’s familiar= het woordje “But” heeft de twijfelaar steeds in den mond;Familiarity,familjariti, gemeenzaamheid, nauwkeurige bekendheid, minzaamheid:(Too great) familiarity breeds contempt= van (al te groote) gemeenzaamheid komt verachting;Familiarities= vrijheden;Familiarize[188]= gemeenzaam maken, gewennen;Family,famili, huisgezin, (vrouw en) kinderen, familie, geslacht, groep:Mr. W’s family= de fam. W.;Family-man= huisvader;Family-medicine= huismiddeltje;Family-tree= stamboom;Family-way:His wife isin the family-way= in gezegende omstandigheden.Famine,famin, hongersnood, schaarschte, gebrek;Famish,famiš, uithongeren, verhongeren, versmachten.Famous,feiməs, beroemd, vermaard, berucht; subst.Famousness.Famulist,famjulist, student van ondergeschikten rang aan de universiteit te Oxford.Fan,fan, subst. waaier, wan, blaasbalg, prikkel;Fanverb. koelte toewaaien, wannen, aanzetten, aanwakkeren:He fannedthe racial hatred= wakkerde aan;Fan-light= halfronde lichtschepping boven eene huisdeur;Fan-tail= duif, met waaiervormigen staart, vleermuis (gasbrander); kap met verlengstuk van kolendragers;Fanning-machine,faniŋməšîn,Fanning-mill= builmolen, wanmachine.Fanal,fənal,fənâl,fein’l, lichttoren, lichttoestel.Fanatic,fənatik, adj. dweepziek; subst. dweper;Fanatical= fanatiek;Fanaticism= fanatisme.Fancier,fansiə, kweeker, liefhebber (van vogels, enz.).Fanciful,fansiful, hersenschimmig, ingebeeld, grillig, phantastisch; subst.Fancifulness;Fancy,fansi, subst. verbeelding, fantasie, verbeeldingskracht, gril, lust, smaak, voorliefde, liefhebberij; adj. ingebeeld, overdreven, elegant, mode - -, phantasie..;Fancyverb. zich verbeelden, zich voorstellen, eene voorliefde opvatten voor, aangenaam vinden; lusten:The fancy= in ’t algemeensportmenschen, vooral worstelaars, hondenliefhebbers, etc.;Hetook a fancy toit= hij kreeg er zin in;Only fancy= stel je voor;If youfancy the idea,I will act accordingly= als het denkbeeld bijval bij u vindt;Is there nothing, that you can fancy?= is er niets, dat u bevalt, dat ge lust?Fancy-articles,Fancy-goods= weelde-artikelen;Fancy-ball= gecostumeerd bal =Fancy-dress ball;Fancy-fair= liefdadigheidsbazaar;Fancy-goods= galanterieën;Fancy-man= souteneur;Fancy price= bespottelijk hooge prijs;Fancy-shop= galanteriewinkel;Fancy-sick= eenigszins getroubleerd van geest;Fancy-skater= kunstschaatsenrijder;Fancy-stationer= verkooper van luxepostp., galanterieën, enz.;Fancy-work= handwerkje.Fandango,f’ndaŋgou, Spaansche dans.Fane,fein, tempel, heilige plaats; weêrhaan.Fanfare,fanfêə,fanfêə, fanfare, pocherij.Fanfaron,fanfəron, snoever;Fanfaronade,fanfərəneid, snorkerij, gebluf.Fang,faŋ, slagtand, gifttand, klauw;Fangless= zonder klauwen, etc.Fanion,fanj’n, klein vlaggetje.Fannel,fan’l. ZieFanon.Fanny,fani.Fanon,fanən, zijden vierkleurige schouderdoek, welke na hetcingulum(sjerp) over dealbwordt gelegd, een speciaal pauselijk gewaad bij kerkdiensten; manipel; witgedekte tafel waarop de offeranden voor de mis worden geplaatst.Fantasia,fəntâzia,fantəzîa; muzikale fantasie;Fantastic(=Fantastical),fəntastik(’l), fantastisch, grillig; subst. phantast;Fantasticalness;Fantasy,fantəsi. Z.Fancy.Fan-tods,fantodz, landerigheid:I got the fan-tods= het begon me te vervelen, ik kreeg het land.Fantoccini,fantoutšîni, marionetten-theater.Far,fâ, ver, afgelegen, zeer, groot:That does notgo very far= daar komen we niet ver mee;This cocoa is best andgoes farthest= en is het voordeeligst in het gebruik;We had togo far-about= een heelen omweg maken;Far-away= ver weg, verstrooid;Toreach far backinto antiquity= ver teruggaan;Far and away= verreweg;Far and near,Far and wide= heinde en ver, overal;Few and far between=zelden voorkomend;Far-fetched= vergehaald, vergezocht;Far forth= heel ver;In the far-gone= in ouden tijd;He isfar-gone inthat science= heeft het een heel eind gebracht in;Far gone inlove= tot over de ooren verliefd;Far gone indrink,consumption= erg dronken, in een ver stadium van tering;Far in with= zeer intiem met;Farmost= verst;Far-off= op een grooten afstand; wezenloos, starend;Far other= heel anders;You are far out= hebt het heelemaal mis;Far-reaching= ver-reikend;Far-sighted= verziende, omzichtig; subst.Far-sightedness;Far West= het gedeelte der Unie ten W. van den Mississippi;By far= verreweg;So far asI am concerned= wat mij aangaat;So far so good= tot hiertoe is het in orde.Faradization,farəd(a)izeiš’n, behandeling van ziekten door electrische stroomingen, ook:Faradism, naarFaradaygenoemd;Faradize= electriseeren.Farce,fâs, klucht, kort blijspel;Farcical,fâsik’l, kluchtig, grappig; subst.Farceness.Farcin,fâsin,Farcy,fâsi, ziekel. aandoening der lymphklieren bij paarden.Fare,fêə, subst. voedsel, kost, gerecht, vracht, passagier;Fareverb. zich bevinden, varen, gaan, zich voeden:Half fares= halve of kinderkaarten;Regulation fare= tarief;Bill of fares= tarief (in omnibus of huurrijtuig);Bill of fare= menu, spijskaart;Fare you well= vaarwel;Fare-meter(for cabs) = taxometer;Farewell,fêəwel, subst. afscheid, vaarwel:Hebade farewell tohis country= zeide vaarwel; adj. afscheids … (fêəwel):Afarewell address= afscheidsrede; interj. (fêəwel) vaarwel! adieu!Farina,fərainə,fərînə, bloem van meel; zetmeel;Farinaceous,farineišəs, melig, meel bevattend:Farinaceous food= meelkost;Farinose,farinous, meelhoudend, met meelachtig stof bedekt.Farm,fâm, subst. boerderij, pachthoeve;Farmverb. pachten, verpachten, bebouwen, den landbouw uitoefenen, kinderen uitbesteden:[189]This house waslet to farm= verhuurd;Farm-bailiff= rentmeester;Farm-crossing= (spoor)overweg bij een boerderij;Farm-dog= waakhond;Farm-hand= arbeider, knecht;Farm-house= boerenwoning;Farm-labourer= boerenarbeider;Farm-produce= landbouwproducten;Farm-stead(ing)= boerenplaats;Farm-yard= erf;Farmer= pachter, landman;Farmery= boerenerf met huizen, schuren enz.;Farming, subst. landbouw; adj. landbouw …Farnborough,fânbərou;Farne Islands,fânailəndz;Farnham,fânəm.Faro,fêrou, een hazardspel.Faroe,fêrou:Faroe Isles;Farquhar,fâkwâ,fâk(w)ə.Farrago,fəreigou, mengelmoes.Farrier,fariə, subst. hoefsmid, paardendokter;Farriery= hoefsmidsbedrijf, smederij.Farrow,farou, subst. big, worp biggen; adj. gust (niet drachtig) van eene koe (Dial.enAmer.);Farrowverb. biggen werpen.Farther,fâdhə,Farthest,fâdhist, comp. en superl. vanfar;Farther-more= bovendien.Farthing,fâdhiŋ,¼ penny;Farthing’s-worth= waarde van eenfarthing.Farthingale,fâdhiŋgeil, soort hoepelrok (16de en 17de eeuw).Fasces,fasîz, bundel, fasces (Oud-Rome):Fasces of flowers.Fascia,fašiə, band, gordel, vooruitstekende lijst, zwachtel;Fasciation,fašieiš’n, zwachtelen, verband;Fascicle,fasik’l, bundeltje, aflevering;Fascicular,fəsikjulə,Fasciculate(d)= tot een bundeltje vereenigd.Fascinate,fasineit, betooveren, verrukken, bekoren, boeien; subst.Fascination.Fascine,fəsîn, fascine, bundel rijshout voor milit. doeleinden.Fash,faš, hinderen, plagen, lastig zijn (Dial.).Fashion,faš’n, subst. fatsoen, aard, wijze, vorm, patroon, mode, trant, kleederdracht, chic, voornaamheid;Fashionverb. vormen, fatsoeneeren, gepast maken voor:The fashion= de groote wereld;Fashions= de heerschende modedracht;After a fashion,In a fashion= tot op zekere hoogte;In the fashion= in de mode;Fashionable= naar de mode, chic, beschaafd, welopgevoed; subst.Fashionableness;Fashionist= modegek; iemand, die aan den vorm hangt;Fashion-monger= fat, modepop;Fashion-sheet= modeplaat.Fast,fâst, vast, onbewegelijk, bevestigd, gehecht, getrouw; snel, vóórloopend, vlug, los, geëmancipeerd; losbandig:My watchis fast= vóór;You are a little fast= je horloge gaat wat voor;Yougo too fast= je oordeelt wat haastig;Heplays fast and loose withhis principles= hij is niet beginselvast;He is asfast asleepas a church= hij slaapt als een otter;Fast beside= vlak naast;Fast by= dichtbij;Fast colours= “waschecht”;Fast freight= ijlgoed;Fast friends= dikke vrienden;Fast man,woman= roué, wufte, geëmancipeerde vrouw;Fast-sailing= snelzeilend;Fast train= sneltrein;Fasten,fâs’n, vastmaken, bevestigen, sluiten, vestigen, opleggen, zich hechten of vastklemmen:He canfasten an article onany journal= kan … in ieder tijdschrift geplaatst krijgen;I havefastened a fib onhim= ik heb hem wat wijs gemaakt;Hefastened a quarrel onhis opponent= zocht ruzie met;Fastener= knijpertje;Fastening= slot, grendel, sluiting;Fastness= snelheid; losbandigheid, versterking, fort.Fast,fâst, vasten; subst. vasten, vastentijd:I hope I shallfast my illness off= ik hoop, dat ik door onthouding (vasten) er weer bovenop kom;I am obliged tofast from reading= mij van lezen te onthouden, spenen;Fast-day= vastendag;Faster= vaster.Fasti,fastai, Romeinsche kalender of registers.Fastidious,fəstidjəs, kieskeurig, moeilijk te voldoen; subst.Fastidiousness.Fastigiate(d),fəstidžit(-eitid), naar boven spits toeloopend.Fat,fat, vet, dik, vleezig, rijk, voedzaam; subst. vet, room, beste deel;Fatverb. mesten, vet worden:The fat is in the fire=depoppen zijn aan ’t dansen, de heele boel is overhoop, vernield;There is plenty of fat in that part= er zit een heele kluif aan die rol;Tolive on the fat of the land= het vette der aarde genieten;Fat-brained, (Fat-headed,Fat-witted) = dom, suf;Fat-head= domkop;Fat-guts= dikzak;Fatling= jong gemest dier;Fatness= vetheid, vruchtbaarheid;Fatten,fat’n, vet mesten, mesten, zich mesten, vet worden;Fattiness= vetheid;Fatty= vettig:Fatty degeneration= vetziekte.Fata Morgana,fâtəmögânə, Fata Morgana.Fatal,feit’l, noodlottig, rampspoedig, onheilspellend, doodelijk;Fatalism= fatalisme;Fatalist= fatalist; adj.Fatalistic;Fatality,fətaliti, noodlottige gebeurtenis;Fatalities= ongelukken.Fate,feit, noodlot, lot, dood:The Fates= schikgodinnen;As sure as fate= zoo zeker als wat;Fated= voorbestemd;Fateful= noodlottig.Father,fâdhə, subst. vader, voorvader;Fatherverb. aannemen (als kind), zich uitgeven voor den maker van, iemand iets op den hals schuiven:Adoptive father= aangenomen vader;Putative father= vermoedelijke vader;Fathers of the Church= Kerkvaders;Conscript fathers= Romeinsche Senatoren;Father-in-law= schoonvader, stiefvader;Father-long-legs= langbeen (mug);He fathers the works of others,and wishesto father his anonymous books on me= hij geeft zich voor den maker van de werken van anderen uit, en tracht mij voor den schrijver van zijne anonieme boeken te doen doorgaan;Fatherhood= vaderschap;Fatherland= vaderland:The Fatherland= Duitschland;Fatherliness= vaderliefde;Fatherly= vaderlijk;Fathership.Fathom,fadh’m, subst. vadem (1.828 M., of 6.1163 M3);Fathomverb. vademen, omvatten, begrijpen, doorgronden;Fathom-line= loodlijn;Fathomless= ondoorgrondelijk, bodemloos.Fatigue,fətîg, uitputting, vermoeienis, militaire corvée;Fatigueverb. afmatten, vermoeien, kwellen;Fatigue-cap= politiemuts;Fatigue-dress= corvée-tenue;Fatigue-duty= corvée[190](milit.);Fatigue-party= troep voor eene corvée.Fatuity,fətjûiti, sulligheid, domheid;Fatuitous,fətjûitəs,Fatuous,fatjuəs, zwakhoofdig, ingebeeld:A fatuous smile= idiote.Faucal,fôk’l, strot - -, keel - -;Fauces,fôsîz, strot, achtergedeelte van den mond, besloten door depharynxen delarynx.Faucet,fôsət, tapkraan, tapbuis.Faugh,fô, bah!Faulkland,fôkl’nd.Fault,fôlt, subst. fout, gebrek, feil, schuld, verlies van het spoor (jacht), afbreking (van eene mijnader);Faultverb. fouten maken:Whose fault is it?wiens schuld is het?It is my fault;He alwaysfinds fault withme= hij heeft altijd wat op mij te zeggen;You like tofind fault= van klagen en pruttelen;The hounds wereat fault= het spoor bijster;If he is severe, his love of learning isin fault= draagt zijne liefde voor de wetenschap de schuld;He isgood to a fault= hij is overdreven goed, doodgoed;He hasfaulted inseveral passages= fouten gemaakt;He is a regularfault-finder= echte brompot; pruttelaar;Fault-finding= bedilziek;Faultiness= onnauwkeurigheid, gebrekkigheid;Faultless= onberispelijk; subst.Faultlessness;Faulty= gebrekkig, schuldig.Faun,fôn, faun, boschgod.Fauna,fônə, fauna.Faustina,fôstainə;Faustus,fôstəs;Faversham,favəš’m.Favour,feivə, subst. gunst, begunstiging, steun, beschermeling, vergiffenis, souvenir, roset, strikje, brief, gelaat;Favourverb. begunstigen, vriendelijk gezind zijn, gemakkelijk maken, vereeren, gelijken op:Orange favours= oranjestrikken;I receivedyour favour of the 1st inst.yesterday= uwe geëerde letteren van den eersten dezer;I havelost favourin your eyes= ben bij u uit de gratie;By (with) your favour= met uw verlof, welnemen;I have done itin your favour= te uwen behoeve;Tobe in favourwith(out of favour)= in (uit) de gunst zijn bij;A challengeto the favour= het wraken van een jurylid, wegens veronderstelde partijdigheid;Under favour of the night= begunstiging;Favourable= gunstig, genegen, bevorderlijk; subst.Favourableness;Favoured= begunstigd, lievelings …:Ill-favoured= met ongunstig uiterlijk;Well-favoured= met knap uiterlijk;Favourite,feiv’rit, subst. gunsteling, favoriet (rensport); adj. lievelings …:That is myfavourite dish, author= lievelingskost, lievelingsschrijver;Favouritism= stelsel v. begunstiging.Favus,feivəs, besmettelijk hoofdzeer.Fawkes,fôks.Fawn,fôn, subst. jong hert (van ’t eerste jaar);Fawnverb. jongen werpen;Fawn-coloured= reekleurig.Fawn,fôn, opspringen bij, likken, kruipen (v. honden), vleien, kruipen voor:Hefawned (up)onthe mighty.Fay,fei, subst. fee.Fay,fei, ten doode opgeschreven (Schot.).Fay,fei, aan elkaar passen, nauwkeurig passen.Faze,feiz, plagen, verschrikken (Amer.).Feal,fîəl, trouw:Feal and leal= houw en trouw (Schot.);Fealty= trouw aan leenheer, vorst of regeering.Fear,fîə, subst. vrees, angst, ontzag, eerbied;Fearverb. vreezen, duchten, vermoeden:For rear of= uit vrees voor;No rear of that= geen vrees daarvoor;Fearful (of)= angstig (voor), vreesachtig, vreeswekkend; subst.Fearfulness;Fearless= onbevreesd; subst.Fearlessness;Fearnaught=Fearnought= dikke en ruige wollen stof, soort fries;Fearsome= angstwekkend.Feasibility,fîzibiliti, uitvoerbaarheid, mogelijkheid; adj.Feasible.Feast,fîst, subst. feest, lekkernij, feest- of gastmaal;Feastverb. feestvieren, smullen, onthalen, zich verlustigen aan(on): Enough is as good as a feast= genoeg is overvloed;Feast-day= feestdag;Feast-rite= feestelijk gebruik.Feat,fît, subst. daad, heldendaad, kunststukje, toer; adj. handig, vlug, bekwaam, netjes:Feat of juggling, goocheltoer;Featness= vlugheid.Feather,fedhə, subst. veer, veder, pluim, vogels (sportt.), het door de riemen opgeworpen water;Featherverb. bevederen, met veeren bedekken of versieren, er als gevederte uitzien:Birds of a feather flock together= soort zoekt soort:That’s a feather in his cap= dat is een pluim, veer op zijne muts;She wasin full feather= in gala; had een gespekte beurs;Youarein high featherto-day= je bent erg in je “hum” vandaag;The shipcut a feather= deed het schuim opspatten voor den boeg;Toshow the (a) white feather= zich lafhartig toonen;It is but the turning of a featherbetween you and him= haast geen onderscheid, verschil;His air of superiority inspired me with a desireto tar and featherhim= om hem eens flink zijn vet te geven (eig.: te teeren, en dan op de teer veeren te strooien);That man isfeathering his nest= is bezig zijne schaapjes op het droge te brengen, voor zichzelf te zorgen; Tofeather the oars= de riemen horizontaal over het water laten glijden;Feather-bed= veeren bed:Feather-bed conspirators= zoetsappige;Feather-boarding= planken beschieting (overnaads);Feather-brain= wuft persoontje;Feather-broom (Feather-brush)= plumeau;Feather-edge= scherpe kant van eene plank;Feather-flowers= kunstbloemen (vooral voor hoeden);Feather-grass= espartogras;Feather-headed= lichtzinnig, wuft;Feather-weight= kleinst mogelijk (precies) gewicht, lichtste belasting (bij eenhandicap);boxervan licht gewicht;Feathery= vederachtig, veeren - - -, met veeren bedekt.Feature,fîtšə,fîtjə, gelaatstrek, trek, voorkomen, eigenaardig kenmerk, eigenaardigheid; bepaling (van een contract, etc.), rubriek;Featureverb. gelijken op:This house is the feature of the street= het meest opvallende;Ill-(Well-)featured= leelijk (knap).Feaze,fîz, ontrafelen (van touw).Febrifugal,fibrifjug’l,febrifjûg’l, koortsverdrijvend;Febrifuge,febrifjûdž, koortsverdrijvend[191](middel);Febrile,fîbr(a)il,febril, koortsig, koorts - -.February,februəri, Februari;FebruaryFill-dyke= Febr. de regenmaand.Feces,fîsîz. ZieFaeces.Fecit,fîsit, “hij (zij) heeft (het) gemaakt”.Feck,fek, subst. voornaamste deel, kracht, waarde; adj. flink, krachtig;Feckless= laf, zwak, waardeloos (Schot.).Fecula,fekjulə, zetmeel; bladgroen.Feculant,fekjulent, troebel, modderig, drabbig; subst.Feculence.Fecund,fek’nd,fîk’nd,fikɐnd, vruchtbaar;Fecundate,fek’ndeit,fîk’ndeit,fikɐndeit, vruchtbaar maken, bevruchten; subst.Fecundation;Fecundity,fikɐnditi, vruchtbaarheid.Federacy,fed’risi; ZieFederation;Federal,fed’rəl, federaal, bonds - -:Federal City= Washington;Federal Diet= de Duitsche Bondsdag;Federal Union= statenbond;Federalism= federalisme;Federalist= federalist;Federalize= tot een bond vormen;Federate= zich tot een federatie verbinden;Federation= federatie, statenbond;Federative= verbonden, bonds - -.Fee,fî, loon, salaris, honorarium, bijverdiensten (in deze gevallen meest Meervoud); fooi; leengoed, eigendom;Feeverb. beloonen, betalen, een fooi geven:What withdoctors’ and lawyers’ feeswe had a hard year of it= door al die kosten van dokter en advocaat;Tuition (University) fees= collegegelden;Tohold in fee simple= land bezitten waarover men bij zijn dood vrij kan beschikken;Estatein fee tail= goed, dat op bepaald aangewezen erfgenamen moet overgaan.Feeble,fîb’l, zwak, krachteloos;Feeble-minded= zwak van geest, besluiteloos; subst.Feebleness.Feed,fîd, voeden, voorzien van, verzorgen, onderhouden, laten weiden, eten, vreten, grazen; subst. een maal, voer, maaltijd, voorraad:His horse must have itsfour feeds a day= moet viermaal per dag gevoerd worden;I amoff my feed= heb mijn eetlust verloren;He feeds like a wolf= eet als een wolf;Tofeed one’s cold= uitvieren;Tofeed the fire= wat in de kachel doen;The operatorfeeds the letters intothe stamping-machine= schuift geregeld;He was feeding morsels from his plate into his mouth,as if he was firing up an engine= hij stopte in zijn mond;Feed-pipe= aanvoerpijp;Feed-pump= perspomp; aanvoerpomp;Feeder= iemand, die voert of mest, iemand of iets, die of dat bevordert, zijrivier, voedingskanaal, zijtak:Dainty feeder= lekkerbek;Greedy feeder= veelvraat;Feeding-bottle= zuigflesch.Feel,fîl, voelen, bevoelen, betasten, ondervinden, gevoelen; subst. voelen, gevoel, gewaarwording:The babyfeels his legs= probeert te gaan staan;I feel for you,poor fellow= ik heb medelijden met je, arme kerel;Hefelt his way after the sound= hij zocht tastende zijn weg op het geluid afgaande;Shefelt her way on the subject with him= zij polste hem over dat onderwerp;I shall try tofeel him out= te polsen;I feel up tomuch work= voel me geschikt voor;I feel offended byyour remark= ik acht mij beleedigd;Feeler= voeler, voelhoorn;Toput (throw) out a feeler= de publieke meening polsen door een voorloopig bericht;Feeling= gevoelend, gevoelvol, medelijdend; subst. gevoel, aandoening, gewaarwording, geest, stemming:Hehas no feeling against you= niets (= geen wrok) tegen u;Toexcite bad feeling against= haat opwekken tegen;Thefeelings= de aandoeningen der ziel, hartstochten, etc.:Thefeelings are dangerous guides= het gevoel is een gevaarlijk raadsman.Feet,fît, voeten (ZieFoot):He is certainto fall on his feetanywhere= hij komt altijd op zijn pooten terecht;With the world at your feet= met de wereld gereed om u te dienen.Feign,fein, veinzen, voorwenden:A feigned issue= een proces, om eenvoudig de rechtskwestie te beslissen;Feint,feint, subst. voorwendsel, schijnbeweging, schijnaanval, list;Feintverb. een schijnbeweging maken:Afeint of flight= voorgewende vlucht;Hemade a feint of writing= deed alsof hij schreef.Fel(d)spar,fel(d)spâ, feldspaath.Felicitate,fəlisiteit, feliciteeren (on); subst.Felicitation;Felicitous= gelukkig, voorspoedig, gelukkig gevonden;Felicity,filisiti, geluk, gelukzaligheid, voorspoed, toepasselijkheid, gelukkige manier van:Felicity in the choice of words= eene gelukkige keus.Feline,fîl(a)in, katachtig, katten …:Feline amenities= kattige lievigheden.Felix,fîliks.Fell,fel, vel, huid; platte zoom; val of golving (van haar); rotsachtige heuvel; adj. wreed, woest;Fellverb. vellen, omhakken; zoomen; imperf. vanto fall;Fell-monger= koopman in huiden.Fellah,fela, (meerv.Fellaheen,feləhîn), Egyptische boer of arbeider:Thefellaheen forces= de strijdmacht derfellahs.Felloe,felou, velg.Fellow,felou, subst. kameraad, maat, wedergade, gelijke, kerel, vent, jongen; lid van eencollegeof genootschap; soort lector oftutorin ’t genot van eenFellowship:A glove and its fellow= en de daarbij passende handschoen;He is hail-fellow-well-metwith everybody= goede maatjes;They arefellows in office= ambtgenooten, collega’s; adj. (in samenstellingen) mede …;Fellow-citizen= medeburger;Fellow-commoner= student (aan Eng. Universiteiten), die met defellowsvan zijncollegedineert;Fellow-countryman= landsman;Fellow-craft= vrijmetselaar (tweede graad);Fellow-creature= medemensch;Fellow-feeling= medegevoel;Fellow-lodger= contubernaal;Fellow-ranker= iemand van denzelfden rang;Fellowship= vereeniging, gemeenschap, omgang, gelijk aandeel in; het ambt van, en de toelage voor defellowsvan een universiteit:Good[192]fellowship= collegialiteit, kameraadschap;Rule of fellowship= gezelschapsrekening;Fellow-soldier= krijgskameraad;Fellow-traveller= medereiziger.Felly,feli, velg.Felon,fel’n, subst. misdadiger; fijt; adj. kwaadaardig, verraderlijk, wreed;Felon’s dock= beschuldigdenbank;Felonious,fəlounjəs, snood, boosaardig, misdadig, met voorbedachten rade;Felony= zware misdaad.
F.ef,Fsharp= fis (muz.); Fahrenheit; fellow;f.= farthing, feet, feminine, folio, foot;F. A.=F(ootball)A(ssociation);f. a. a.=f(ree) ofa(ll)a(verage);Fahr.=Fahrenheit;F. A. S.=F(ellow) of theA(ntiquarian)S(ociety);F. A. S.= Fellow of the Society of Arts;F. B. S.=F(ellow) of theB(otanical)S(ociety);F(ree)C(hurch of Scotland);Fcp= foolscap;F(idei)D(efensor)= Verdediger des Geloofs;Feb(ruary);Fem(inine);ff= fortissimo;F(ellow)G(eological)S(ociety)(ookGeographical);Fig(ure);Fl(orin);F(oo)lsc(a)p;F(atho)m;F. M.=F(ield)-M(arshal);F. O.=F(ield)-O(fficer);F. o. b.=f(ree)o(n)b(oard);Fol(io);Fra(ncis);F(ellow)R(oyal)A(cademy);F.R.A.S.=F(ellow) of theR(oyal)A(siatic) (Astronomical)S(ociety);F. R. C. P.=F(ellow) of theR(oyal)S(ociety) ofP(hysicians);F. R. C. S.=[185]F(ellow) of theR(oyal)C(ollege) ofS(urgeons);F(ellow)S(ociety)A(rts) (ofAntiquaries);Ft= fort;ft= foot, feet;F. T. C. D.=F(ellow) ofT(rinity)C(ollege),D(ublin);F. W.=F(resh)W(aterline)= een derPlimsollmerken op schepen;F. Z. S.=F(ellow) of theZ(oological)S(ociety).Fa,fâ, fa.Fabaceous,fəbeišes, boonachtig, boon - -.Fabian,feibj’n, Fabisch, talmend, traag:Fabian Society= een soc. pol. vereeniging te Londen, opgericht in 1884, die ook landnationalisatie beoogt.Fable,feib’l, subst. fabel, verdichtsel, vertelseltje, praatje;Fableverb. fabelen schrijven, leugens vertellen;Fabled animals= in fabels besproken, alléén in de verdichting bestaande;Fabler= fabeldichter.Fabliau,fâbliou, Oud-Fransche berijmde vertelling (12e en 13e eeuw).Fabric,fabrik, subst. bouw, structuur, weefsel, maaksel, gebouw, stof, fabrikaat;Fabricate,fabrikeit, bouwen, maken, vervaardigen, samenstellen, fabriceeren, bedenken, verzinnen, vervalschen; subst.Fabrication;Fabricator= hij die vervaardigt, enz.Fabulist,fabjulist, fabeldichter; verb.Fabulize;Fabulous,fabjulɐs, verdicht, fabelachtig, ongeloofwaardig, rijk aan fabelen:Fabulous age= vóórhistorische tijd; subst.Fabulousness= Fabulosity = fabelachtigheid.Facade,fəsâd,fəseid, vóórgevel, vóórzijde.Face,feis, subst. gelaat, gezicht, uiterlijk, driestheid, onbeschaamdheid, aangezicht (fig.), redactie, voorkant, wijzerplaat, vlak, façade;Faceverb. het gezicht toekeeren, staan (zitten, gelegen zijn, zich bevinden) tegenover, te gemoet treden, omkeeren met de voorzijde naar boven, weerstand bieden, aanvaarden, bekleeden aan de voorzijde, omzoomen, omboorden, zich wenden naar:Face of a coin= beeldzijde;In theface of day= op klaarlichten dag;Thefaces of a square= de zijden van een carré;This is unpardonablein face of the facts= met het oog op de feiten;He did itin face of all that is honourable and just= in strijd met al wat eervol en rechtvaardig is;On the face of it= op ’t eerste gezicht;Tobe face to face= tegenover elkaar staan;Tofly in the face ofdanger= tegemoet snellen;Ilaughed in his face= in zijn gezicht;I willsaysobefore his face,in his face= waar hij bij is;Shesaid it with a little face= ietwat brutaal;I could notsee my hand before my face= geen hand voor oogen;He told it me to the face= vlak in ’t gezicht;The Kingaccepted the poor supplicant’s face= trok zich den armen smeekeling aan, stond zijn verzoek toe;Hecut a queer face= trok een raar gezicht;Heentreated (sought) the King’s face= ’s konings gunst;Hehas his face at his command= hij heeft zijn gelaat in zijn macht;Everything has two faces= men kan alles van twee kanten beschouwen;Hemade (pulled) a long face= trok een lang gezicht (fig.);Hemade a wry face= trok een zuur gezicht;She canmake all kinds of faces= allerlei gezichten trekken;I’llput a good face on it= het van den besten kant beschouwen;Heset his face againsthis father’s will= hij weerstreefde zijn vader;Left face!Right face!= links-, rechtsom;Right about face!= rechtsomkeert;Hefaced the card= hij keerde om;He faced the consequences= aanvaardde;Toface the enemy= het hoofd bieden;The country-seatfaces the high-road= staat met de voorzijde naar;Toface the music= de moeielijkheid moedig onder de oogen zien;The roomfaces South-east= ligt op;It was more than my heart could face= verdragen, weerstaan;Toface about= zich omkeeren;Hefacedhis mendown= overblufte;He wanted toface me down= hij wou mij door onbeschaamdheid den blik doen neerslaan;Hefaced it out= hij hield het brutaal vol;Face-ache,feiseik,Face-ague,feiseigju, aangezichtspijn;Face and hood= driekleurig viooltje;Face-card= heer, vrouw of boer (in ’t kaartspel);Face-cloth= doek (ter bedekking van het gelaat) van een doode;Face-guard= masker;Facer= slag in ’t gezicht, teleurstelling.Facet,fasət, facet;Facetverb. met facetten slijpen.Facetiae,fəsîši-î, fijne, geestige zetten, humorist. lectuur;Facetious,fəsîšəs, grappig, boertig: subst.Facetiousness.Facial,feiš’l, tot het gelaat behoorend:Facial angle= gelaatshoek;Facial contractions= gelaatsverwringingen.Facile,fasil, gemakkelijk, gedwee, gewillig, vlug, lichtgeloovig,licht over te halen, meegaande, vriendelijk, minzaam:He wields aFacile pen= een vlugge pen;Facilitate,fəsiliteit, vergemakkelijken, verlichten; subst.Facilitation;Facilities,fəsilitiz, gemakken, voordeelen;Facility,fəsiliti, gemakkelijkheid, handigheid, meegaandheid, genaakbaarheid, minzaamheid.Facing,feisiŋ, subst. boordsel, opslag, tressen, bekleeding van talud, wending, zwenking (Mil.):Facing of tea= thee kleuren ter vervalsching.Facsimile,faksimili, subst. facsimile;Facsimileverb. eene juiste nabootsing geven van.Fact,fakt, daad, feit, werkelijkheid:In fact= inderdaad, feitelijk.Faction,fakš’n, (politieke) partij, oneenigheid, onrust, tumult, opstand;Factionist= raddraaier, oproermaker;Factious,fakšəs, partijzuchtig, oproerig, muitend; subst.Factiousness.Factitious,faktišəs, kunstmatig, nagebootst, onecht, conventioneel.Factitive,faktitiv, causatief:Factitive object, zooals b.v. het woorddukein:The queen made him a duke.Factor,faktə, agent, facteur, factor;Factorage,faktəridž, commissieloon;Factorship= beroep v. factor;Factory,faktəri, fabriek, faktorij:Factories and Workshops Acts= arbeidswetten;Factory hand= fabrieksarbeider.Factotum,faktout’m, factotum, duivelstoejager.Facultative,fakəltətiv, rechtgevend, naar[186]believen, facultatief;Faculty,fak’lti, bekwaamheid, vermogen, gave, talent, zin, bevoegdheid, dispensatierecht, faculteit:The Faculty= medische faculteit, de medici.Fad,fad, liefhebberij, stokpaardje, gril;Faddish= grillig;Faddist= iemand, die er allerlei dwaze stokpaardjes en meeningen op nahoudt;Faddy= volfads.Faddle,fad’l, beuzelen.Fade,feid, adj. zwak, mat, kleurloos;Fadeverb. verwelken, verkleuren, verschieten, verdwijnen;Fadingness= vergankelijkheid.F(a)ecal,fîk’l, totfaecesbehoorende of die bevattende;F(a)eces,fîsîz, faecaliën, bezinksel.Fag,fag, subst. werkezel; groen; een “pluk”, een “toer”;Fagverb. zich afsloven, zich afmatten, groen loopen; afmatten, als werkezel gebruiken:Fagged out= doodop;Fag-end= zelfkant, rafeleind, uitgerafeld stuk, eindje, slot.Fa(g)got,fagət, subst.takkebos, bundel (of iron, steel), brandstapel; oud gerimpeld vrouwspersoon, lummel;Faggotverb. samenbinden;Tosmell of the faggot= naar den mutsaard rieken;Faggot-voting, bestond hierin, dat grondbezitters nominaal stukken land aan pachters overdeden, die dientengevolge als grondbezitters ook mochten stemmen.Fagin,feigin.Fagotto,fagotou, fagot.Fail,feil, achteruitgaan, ontbreken, gebrek hebben aan, ophouden, verloren gaan, uitblijven, uitdrogen, mislukken, niet opkomen, afnemen, verzwakken, in den steek laten, zijn doel missen, misgaan, falen, nalatig zijn, failleeren of bankroet gaan, verlaten, teleurstellen; ooksubst.:His heart failed him= zijn moed begaf hem;He failedto do it= slaagde niet;They failedto do him justice= bleven in gebreke;He failedin his usual alacrity (animation)= het ontbrak hem;He has failed ofhis ambitions= zijn illusies (wenschen) zijn niet verwezenlijkt;This work cannotfail ofpopularity= moet wel in den smaak vallen;Without fail= zonder mankeeren, zeker;Failing, subst. gebrek, zwak; adj. ontbrekend, achteruitgaand, begevend, etc.; prep. bij gebrek van:Anever failing topic of conversation= waarover men nooit raakt uitgepraat;Failure= gebrek, slechte uitslag, gemis, mislukking, misgewas, verval, achteruitgang, bankroet.Fain,fein, gaarne, blij, geneigd, begeerig, genoodzaakt:He was fainto eat black bread= hij was blij met (hij moest wel eten) roggebrood;Fain to gain it= verlangend;He would fain= hij wou graag (liefst);Fain of= blij met.Faint,feint, adj. zwak, verzwakt, uitgeput, flauw, bedwelmend, zwoel, drukkend, terneergeslagen; subst. flauwte, onmacht;Faintverb. flauw vallen (away), afnemen, zwakker worden:Faint heart never won fair lady= die niet waagt, die niet wint;Faint at heart= bevreesd;I have notthe faintest ideaof it= er geen flauw begrip van;The book was killed withfaint praise= werd totaal vermoord door zwakke aanprijzing (die met veroordeeling gelijk stond);Afaint sound= zwak, dof;Faint withhunger, thirst= flauw, uitgeput van;Fainthearted= moedeloos, flauwhartig; subst.Faint-heartedness;Fainting= flauwte, bezwijming:In afainting fit= in een aanval van flauwte;Faintish= zwakkelijk; subst.Faintishness;Faintness= zwakte, moedeloosheid, onduidelijkheid.Fair,fêə, subst. jaarmarkt, kermis;Fancy fair= liefdadigheidsbazaar;Fairing= kermisgeschenk.Fair,fêə, schoon, fraai, rein, vlekkeloos, ongerept, helder, duidelijk, blond, blank, ongehinderd, vrij, gunstig, behoorlijk, billijk, rechtvaardig, eerlijk, oprecht, zacht, vriendelijk:The fair (sex)= het schoone geslacht;She has afair knowledge of English= behoorlijke, flinke;Fair play is a jewel= eerlijk duurt het langst;That is notfair play= niet eerlijk en rond;To seefair play= zorgen dat iets eerlijk toegaat;Fair trade= beschermde handel;He isin a fair wayto succeed= mooi op weg;Fair words butter no parsnips= praatjes vullen geen gaatjes;Fair and square= eerlijk, rond, oprecht;Fair and softly= zoetjes aan;Hebids fairto get the place= zijne kansen staan goed;Hecarried it fairtowards them in public= deed zich mooi voor;Fairly= vrijwel; geheel en al, volstrekt, werkelijk:The book isgoing on fairly, sells fairly well= gaat vrij goed van de hand;Fair-faced= met mooi gelaat; mooie praatjes makend;Fair-minded= oprecht;Fair-spoken= innemend, hoffelijk;HisFair-weather friends= vr. in voorspoed;Fairish= lief, tamelijk goed (mooi, etc.); vrij wel;Fairness= schoonheid, ongereptheid, blondheid, oprechtheid, billijkheid, duidelijkheid,etc.Fairway,fêəwei, vaarwater.Fairbairn,fêəbən;Fairfax,fêəfaks.Fairy,fêri, subst. fee, toovenares; adj. feeachtig:Fairy circle (Fairy green, Fairy ring)= kring (groener dan de omgeving) in ’t grasveld, die naar ’t volksgeloof door het dansen der feeën ontstaan is;Fairy fingers,Fairy glove= vingerhoedskruid;Fairyland= feeënland;Fairy-like= als een fee;Fairy-tale= sprookje.Faith,feith, geloof, vertrouwen, trouw, belofte, eerewoord:(In) faith, he did it= eerlijk (waarachtig), hij deed het;In good faith= te goeder trouw;The Faith= de Christel. godsdienst;A breach of faith= trouwbreuk;To keep faith with= zijn woord houden jegens;Toput faith in= geloof hechten aan;Faithful= geloovig, trouw, eerlijk, geloofwaardig:The faithful= de geloovigen;Faithfully:Yours faithfully= uw dienstwillige; subst.Faithfulness;Faithless= ongeloovig, trouweloos; subst.Faithlessness;Faithworthy= be- of vertrouwbaar.Faix,feiks, op mijn woord, waarachtig.Fake,feik, oplappen, opknappen (met het oog op bedrog), stelen; bedriegen; opschieten (zeeterm); subst. bocht, slag, bedrog:The old horse wasfaked upfor work again= werd weer opgelapt voor ’t werk;Fakement[187]= zwendel, diefstal, knoeiwerk;Faker= bedrieger, zwendelaar, zakkenroller.Fakir,fəkîə,feikîə, fakir, Brit. Ind. bedelmonnik.Falcate(d),falkeit(id), sikkelvormig; subst. Falcation.Falchion,fôlš’n, kort licht gekromd en breed zwaard.Falciform,falsiföm, sikkelvormig.Falcon,fô(l)k’n,falk’n, valk; falkonet (kanonnetje);Falconer= valkenier;Falconet= falkonet, smelleken;Falconry= valkendressuur, valkenjacht.Falderals,faldəralz, snuisterijen, snorrepijperijen.Faldstool,fôldstûl, vouwstoel; bisschopsstoel (bij het altaar), stoel (aan de zuidzijde van het altaar) waarbij de Engelsche vorsten bij de kroning knielen; lezenaar (in de kerk).Falernian,fəlɐ̂nj’n, subst. en adj. (wijn) van Falernus.Falkirk,falkɐ̂k,fôlkɐ̂k,fôkɐ̂k;Falkland,fôklənd.Fall,fôl, subst. val, het vallen, daling, neerdaling, ineenstorting, dood, ondergang, helling, waterval, uitwatering, herfst (Amer.), cadans, val (zeeterm);Fallverb. vallen, zich uitstorten, instorten, afvallen, sneuvelen, betrekken, zondigen, dalen, verminderen, vervallen, neerkomen, aanvallen, te beurt vallen, gebeuren, geworpen worden, enz.:The Fall= zondenval;Theytried a fall(with each other) = worstelden samen;There was a generalfall of jaws= zij trokken allen lange gezichten;He came herein the fall= in den herfst;A fall overcoat= demisaison;Fall aboard= aanvaren, aanklampen, aanpakken;Tofall astern= achterblijven, zakken (van schepen);Tofall deadfromthe press= doodgezwegen worden;The windfell a dead calm= het werd bladstil;Tofall flat= mislukken; de uitwerking missen;Tofall foulof= aanzeilen; aangrijpen, slaags raken met; stooten op;Hefell from grace= verviel tot zonde;Hefell in love= werd verliefd;Tofall ill= ziek worden;Tofall short= te kort schieten, niet voldoende zijn, niet beantwoorden aan (of);Tofall together= elkaar ontmoeten;Tofall to pieces= in stukken vallen;Tofall to the rear= wijken;Tofall among friends= toevallig raken onder, ontmoeten;Tofall away= mager worden, tot slechtheid vervallen;Tofall away from= afvallig worden;Hefell along= viel neer zoo lang als hij was;Tofall back= wijken, terug krabbelen;Tofall back upon= terugkomen op (eene bewering of argument), steun vinden of zoeken bij, in geval van nood;Tofall behind= achterblijven, zakken;His face hadfallen in= ingevallen, mager geworden;Tofall in= invallen, vervallen, aantreden, aansluiten;The lease willfall inon the first= het huurcontract vervalt;Tofallheadlongintothe water= voorover, hals over kop;I fell in withhis plans= keurde.. goed en deed overeenkomstig;Thatfell in withmy temper= kwam overeen met;Wefell in witheach other= troffen elkander;Tofall off= afvallen; verminderen, afnemen;Hefell on (to)his knees;Tofall out= uitvallen, oneenigheid, ruzie krijgen, de gelederen verlaten;Itfell outthat …= het gebeurde, dat;Tofall through= in duigen vallen;I advise you tofall to= ik raad u, om toe te tasten, aan te vallen;Itfell tome, my lot, my share= viel mij te beurt;The dogsfell tobiting= begonnen;The legacyfell tous= viel ons ten deel;Tofall upon (on)the ear= treffen;Tofall upon= aanvallen;The warfell withinthis year= had plaats;Falling-away= wegvallen, uitvallen, vermagering, afvalligheid, ontrouw;Falling-off= vermindering, achteruitgang;Falling-sickness= vallende ziekte;Falling-star= vallende ster;Falling-stone= meteoorsteen;Fall-trap= valdeur, valluik.Fallacious,fəleišəs, bedriegelijk, sophistisch; subst.Fallaciousness;Fallacy,faləsi, bedrog, vergissing, dwaalbegrip, drogrede.Fallals,falalz,falalz, prullen, nietigheden.Fallibility,falibiliti, feilbaarheid; adj.Fallible.Fallow,falou, vaalrood, vaalgeel, onbebouwd, braak, verwaarloosd; subst. braakland, braak;Fallowverb. braak laten liggen:He had to rest andlie fallow= en mocht geen werk doen;Fallow-crop= oogst van braakland;Fallow-deer= damhert;Fallow-finch= tapuit.Falmouth,falməth.False,fôls, adj. valsch, onwaar, ongegrond, bedriegelijk, onjuist, onecht, vervalscht, blind, ondergeschoven:Toplay false= valsch spelen, bedriegen;If my memory does notplay me false= mij niet bedriegt;He sailsunder false colours= hij zeilt onder valsche vlag;False-face= masker;False-faced= huichelachtig;False fire= valsch signaalvuur (om den vijand te misleiden);False-hearted= trouweloos; subst.False-heartedness;Falsehood= valschheid, leugen, bedrog;Falseness= valschheid;Falsification= vervalsching, weerlegging;Falsifier= vervalscher, valsche munter;Falsify,fôlsifai, vervalschen, schenden, weerleggen, de onjuistheid bewijzen;Falsity,fôlsiti, valschheid, onjuistheid.Falsette,fôlset;falsetto,fôlsetou, faucet-stem.Falstaff,fôlstâf.Falter,fôltə, stamelen, stotteren, weifelen, wankelen:Falter out= uitstamelen;Ifaltered from my vow= werd ontrouw aan.Fame,feim, gerucht, faam, roem, vermaardheid:Houses of ill-fame= bordeelen;Famed= beroemd.Familiar,fəmiljə, gemeenzaam, huiselijk, intiem, minzaam, ongedwongen; subst. vertrouwde vriend, goede kennis, huisgeest:“But” is the sceptic’s familiar= het woordje “But” heeft de twijfelaar steeds in den mond;Familiarity,familjariti, gemeenzaamheid, nauwkeurige bekendheid, minzaamheid:(Too great) familiarity breeds contempt= van (al te groote) gemeenzaamheid komt verachting;Familiarities= vrijheden;Familiarize[188]= gemeenzaam maken, gewennen;Family,famili, huisgezin, (vrouw en) kinderen, familie, geslacht, groep:Mr. W’s family= de fam. W.;Family-man= huisvader;Family-medicine= huismiddeltje;Family-tree= stamboom;Family-way:His wife isin the family-way= in gezegende omstandigheden.Famine,famin, hongersnood, schaarschte, gebrek;Famish,famiš, uithongeren, verhongeren, versmachten.Famous,feiməs, beroemd, vermaard, berucht; subst.Famousness.Famulist,famjulist, student van ondergeschikten rang aan de universiteit te Oxford.Fan,fan, subst. waaier, wan, blaasbalg, prikkel;Fanverb. koelte toewaaien, wannen, aanzetten, aanwakkeren:He fannedthe racial hatred= wakkerde aan;Fan-light= halfronde lichtschepping boven eene huisdeur;Fan-tail= duif, met waaiervormigen staart, vleermuis (gasbrander); kap met verlengstuk van kolendragers;Fanning-machine,faniŋməšîn,Fanning-mill= builmolen, wanmachine.Fanal,fənal,fənâl,fein’l, lichttoren, lichttoestel.Fanatic,fənatik, adj. dweepziek; subst. dweper;Fanatical= fanatiek;Fanaticism= fanatisme.Fancier,fansiə, kweeker, liefhebber (van vogels, enz.).Fanciful,fansiful, hersenschimmig, ingebeeld, grillig, phantastisch; subst.Fancifulness;Fancy,fansi, subst. verbeelding, fantasie, verbeeldingskracht, gril, lust, smaak, voorliefde, liefhebberij; adj. ingebeeld, overdreven, elegant, mode - -, phantasie..;Fancyverb. zich verbeelden, zich voorstellen, eene voorliefde opvatten voor, aangenaam vinden; lusten:The fancy= in ’t algemeensportmenschen, vooral worstelaars, hondenliefhebbers, etc.;Hetook a fancy toit= hij kreeg er zin in;Only fancy= stel je voor;If youfancy the idea,I will act accordingly= als het denkbeeld bijval bij u vindt;Is there nothing, that you can fancy?= is er niets, dat u bevalt, dat ge lust?Fancy-articles,Fancy-goods= weelde-artikelen;Fancy-ball= gecostumeerd bal =Fancy-dress ball;Fancy-fair= liefdadigheidsbazaar;Fancy-goods= galanterieën;Fancy-man= souteneur;Fancy price= bespottelijk hooge prijs;Fancy-shop= galanteriewinkel;Fancy-sick= eenigszins getroubleerd van geest;Fancy-skater= kunstschaatsenrijder;Fancy-stationer= verkooper van luxepostp., galanterieën, enz.;Fancy-work= handwerkje.Fandango,f’ndaŋgou, Spaansche dans.Fane,fein, tempel, heilige plaats; weêrhaan.Fanfare,fanfêə,fanfêə, fanfare, pocherij.Fanfaron,fanfəron, snoever;Fanfaronade,fanfərəneid, snorkerij, gebluf.Fang,faŋ, slagtand, gifttand, klauw;Fangless= zonder klauwen, etc.Fanion,fanj’n, klein vlaggetje.Fannel,fan’l. ZieFanon.Fanny,fani.Fanon,fanən, zijden vierkleurige schouderdoek, welke na hetcingulum(sjerp) over dealbwordt gelegd, een speciaal pauselijk gewaad bij kerkdiensten; manipel; witgedekte tafel waarop de offeranden voor de mis worden geplaatst.Fantasia,fəntâzia,fantəzîa; muzikale fantasie;Fantastic(=Fantastical),fəntastik(’l), fantastisch, grillig; subst. phantast;Fantasticalness;Fantasy,fantəsi. Z.Fancy.Fan-tods,fantodz, landerigheid:I got the fan-tods= het begon me te vervelen, ik kreeg het land.Fantoccini,fantoutšîni, marionetten-theater.Far,fâ, ver, afgelegen, zeer, groot:That does notgo very far= daar komen we niet ver mee;This cocoa is best andgoes farthest= en is het voordeeligst in het gebruik;We had togo far-about= een heelen omweg maken;Far-away= ver weg, verstrooid;Toreach far backinto antiquity= ver teruggaan;Far and away= verreweg;Far and near,Far and wide= heinde en ver, overal;Few and far between=zelden voorkomend;Far-fetched= vergehaald, vergezocht;Far forth= heel ver;In the far-gone= in ouden tijd;He isfar-gone inthat science= heeft het een heel eind gebracht in;Far gone inlove= tot over de ooren verliefd;Far gone indrink,consumption= erg dronken, in een ver stadium van tering;Far in with= zeer intiem met;Farmost= verst;Far-off= op een grooten afstand; wezenloos, starend;Far other= heel anders;You are far out= hebt het heelemaal mis;Far-reaching= ver-reikend;Far-sighted= verziende, omzichtig; subst.Far-sightedness;Far West= het gedeelte der Unie ten W. van den Mississippi;By far= verreweg;So far asI am concerned= wat mij aangaat;So far so good= tot hiertoe is het in orde.Faradization,farəd(a)izeiš’n, behandeling van ziekten door electrische stroomingen, ook:Faradism, naarFaradaygenoemd;Faradize= electriseeren.Farce,fâs, klucht, kort blijspel;Farcical,fâsik’l, kluchtig, grappig; subst.Farceness.Farcin,fâsin,Farcy,fâsi, ziekel. aandoening der lymphklieren bij paarden.Fare,fêə, subst. voedsel, kost, gerecht, vracht, passagier;Fareverb. zich bevinden, varen, gaan, zich voeden:Half fares= halve of kinderkaarten;Regulation fare= tarief;Bill of fares= tarief (in omnibus of huurrijtuig);Bill of fare= menu, spijskaart;Fare you well= vaarwel;Fare-meter(for cabs) = taxometer;Farewell,fêəwel, subst. afscheid, vaarwel:Hebade farewell tohis country= zeide vaarwel; adj. afscheids … (fêəwel):Afarewell address= afscheidsrede; interj. (fêəwel) vaarwel! adieu!Farina,fərainə,fərînə, bloem van meel; zetmeel;Farinaceous,farineišəs, melig, meel bevattend:Farinaceous food= meelkost;Farinose,farinous, meelhoudend, met meelachtig stof bedekt.Farm,fâm, subst. boerderij, pachthoeve;Farmverb. pachten, verpachten, bebouwen, den landbouw uitoefenen, kinderen uitbesteden:[189]This house waslet to farm= verhuurd;Farm-bailiff= rentmeester;Farm-crossing= (spoor)overweg bij een boerderij;Farm-dog= waakhond;Farm-hand= arbeider, knecht;Farm-house= boerenwoning;Farm-labourer= boerenarbeider;Farm-produce= landbouwproducten;Farm-stead(ing)= boerenplaats;Farm-yard= erf;Farmer= pachter, landman;Farmery= boerenerf met huizen, schuren enz.;Farming, subst. landbouw; adj. landbouw …Farnborough,fânbərou;Farne Islands,fânailəndz;Farnham,fânəm.Faro,fêrou, een hazardspel.Faroe,fêrou:Faroe Isles;Farquhar,fâkwâ,fâk(w)ə.Farrago,fəreigou, mengelmoes.Farrier,fariə, subst. hoefsmid, paardendokter;Farriery= hoefsmidsbedrijf, smederij.Farrow,farou, subst. big, worp biggen; adj. gust (niet drachtig) van eene koe (Dial.enAmer.);Farrowverb. biggen werpen.Farther,fâdhə,Farthest,fâdhist, comp. en superl. vanfar;Farther-more= bovendien.Farthing,fâdhiŋ,¼ penny;Farthing’s-worth= waarde van eenfarthing.Farthingale,fâdhiŋgeil, soort hoepelrok (16de en 17de eeuw).Fasces,fasîz, bundel, fasces (Oud-Rome):Fasces of flowers.Fascia,fašiə, band, gordel, vooruitstekende lijst, zwachtel;Fasciation,fašieiš’n, zwachtelen, verband;Fascicle,fasik’l, bundeltje, aflevering;Fascicular,fəsikjulə,Fasciculate(d)= tot een bundeltje vereenigd.Fascinate,fasineit, betooveren, verrukken, bekoren, boeien; subst.Fascination.Fascine,fəsîn, fascine, bundel rijshout voor milit. doeleinden.Fash,faš, hinderen, plagen, lastig zijn (Dial.).Fashion,faš’n, subst. fatsoen, aard, wijze, vorm, patroon, mode, trant, kleederdracht, chic, voornaamheid;Fashionverb. vormen, fatsoeneeren, gepast maken voor:The fashion= de groote wereld;Fashions= de heerschende modedracht;After a fashion,In a fashion= tot op zekere hoogte;In the fashion= in de mode;Fashionable= naar de mode, chic, beschaafd, welopgevoed; subst.Fashionableness;Fashionist= modegek; iemand, die aan den vorm hangt;Fashion-monger= fat, modepop;Fashion-sheet= modeplaat.Fast,fâst, vast, onbewegelijk, bevestigd, gehecht, getrouw; snel, vóórloopend, vlug, los, geëmancipeerd; losbandig:My watchis fast= vóór;You are a little fast= je horloge gaat wat voor;Yougo too fast= je oordeelt wat haastig;Heplays fast and loose withhis principles= hij is niet beginselvast;He is asfast asleepas a church= hij slaapt als een otter;Fast beside= vlak naast;Fast by= dichtbij;Fast colours= “waschecht”;Fast freight= ijlgoed;Fast friends= dikke vrienden;Fast man,woman= roué, wufte, geëmancipeerde vrouw;Fast-sailing= snelzeilend;Fast train= sneltrein;Fasten,fâs’n, vastmaken, bevestigen, sluiten, vestigen, opleggen, zich hechten of vastklemmen:He canfasten an article onany journal= kan … in ieder tijdschrift geplaatst krijgen;I havefastened a fib onhim= ik heb hem wat wijs gemaakt;Hefastened a quarrel onhis opponent= zocht ruzie met;Fastener= knijpertje;Fastening= slot, grendel, sluiting;Fastness= snelheid; losbandigheid, versterking, fort.Fast,fâst, vasten; subst. vasten, vastentijd:I hope I shallfast my illness off= ik hoop, dat ik door onthouding (vasten) er weer bovenop kom;I am obliged tofast from reading= mij van lezen te onthouden, spenen;Fast-day= vastendag;Faster= vaster.Fasti,fastai, Romeinsche kalender of registers.Fastidious,fəstidjəs, kieskeurig, moeilijk te voldoen; subst.Fastidiousness.Fastigiate(d),fəstidžit(-eitid), naar boven spits toeloopend.Fat,fat, vet, dik, vleezig, rijk, voedzaam; subst. vet, room, beste deel;Fatverb. mesten, vet worden:The fat is in the fire=depoppen zijn aan ’t dansen, de heele boel is overhoop, vernield;There is plenty of fat in that part= er zit een heele kluif aan die rol;Tolive on the fat of the land= het vette der aarde genieten;Fat-brained, (Fat-headed,Fat-witted) = dom, suf;Fat-head= domkop;Fat-guts= dikzak;Fatling= jong gemest dier;Fatness= vetheid, vruchtbaarheid;Fatten,fat’n, vet mesten, mesten, zich mesten, vet worden;Fattiness= vetheid;Fatty= vettig:Fatty degeneration= vetziekte.Fata Morgana,fâtəmögânə, Fata Morgana.Fatal,feit’l, noodlottig, rampspoedig, onheilspellend, doodelijk;Fatalism= fatalisme;Fatalist= fatalist; adj.Fatalistic;Fatality,fətaliti, noodlottige gebeurtenis;Fatalities= ongelukken.Fate,feit, noodlot, lot, dood:The Fates= schikgodinnen;As sure as fate= zoo zeker als wat;Fated= voorbestemd;Fateful= noodlottig.Father,fâdhə, subst. vader, voorvader;Fatherverb. aannemen (als kind), zich uitgeven voor den maker van, iemand iets op den hals schuiven:Adoptive father= aangenomen vader;Putative father= vermoedelijke vader;Fathers of the Church= Kerkvaders;Conscript fathers= Romeinsche Senatoren;Father-in-law= schoonvader, stiefvader;Father-long-legs= langbeen (mug);He fathers the works of others,and wishesto father his anonymous books on me= hij geeft zich voor den maker van de werken van anderen uit, en tracht mij voor den schrijver van zijne anonieme boeken te doen doorgaan;Fatherhood= vaderschap;Fatherland= vaderland:The Fatherland= Duitschland;Fatherliness= vaderliefde;Fatherly= vaderlijk;Fathership.Fathom,fadh’m, subst. vadem (1.828 M., of 6.1163 M3);Fathomverb. vademen, omvatten, begrijpen, doorgronden;Fathom-line= loodlijn;Fathomless= ondoorgrondelijk, bodemloos.Fatigue,fətîg, uitputting, vermoeienis, militaire corvée;Fatigueverb. afmatten, vermoeien, kwellen;Fatigue-cap= politiemuts;Fatigue-dress= corvée-tenue;Fatigue-duty= corvée[190](milit.);Fatigue-party= troep voor eene corvée.Fatuity,fətjûiti, sulligheid, domheid;Fatuitous,fətjûitəs,Fatuous,fatjuəs, zwakhoofdig, ingebeeld:A fatuous smile= idiote.Faucal,fôk’l, strot - -, keel - -;Fauces,fôsîz, strot, achtergedeelte van den mond, besloten door depharynxen delarynx.Faucet,fôsət, tapkraan, tapbuis.Faugh,fô, bah!Faulkland,fôkl’nd.Fault,fôlt, subst. fout, gebrek, feil, schuld, verlies van het spoor (jacht), afbreking (van eene mijnader);Faultverb. fouten maken:Whose fault is it?wiens schuld is het?It is my fault;He alwaysfinds fault withme= hij heeft altijd wat op mij te zeggen;You like tofind fault= van klagen en pruttelen;The hounds wereat fault= het spoor bijster;If he is severe, his love of learning isin fault= draagt zijne liefde voor de wetenschap de schuld;He isgood to a fault= hij is overdreven goed, doodgoed;He hasfaulted inseveral passages= fouten gemaakt;He is a regularfault-finder= echte brompot; pruttelaar;Fault-finding= bedilziek;Faultiness= onnauwkeurigheid, gebrekkigheid;Faultless= onberispelijk; subst.Faultlessness;Faulty= gebrekkig, schuldig.Faun,fôn, faun, boschgod.Fauna,fônə, fauna.Faustina,fôstainə;Faustus,fôstəs;Faversham,favəš’m.Favour,feivə, subst. gunst, begunstiging, steun, beschermeling, vergiffenis, souvenir, roset, strikje, brief, gelaat;Favourverb. begunstigen, vriendelijk gezind zijn, gemakkelijk maken, vereeren, gelijken op:Orange favours= oranjestrikken;I receivedyour favour of the 1st inst.yesterday= uwe geëerde letteren van den eersten dezer;I havelost favourin your eyes= ben bij u uit de gratie;By (with) your favour= met uw verlof, welnemen;I have done itin your favour= te uwen behoeve;Tobe in favourwith(out of favour)= in (uit) de gunst zijn bij;A challengeto the favour= het wraken van een jurylid, wegens veronderstelde partijdigheid;Under favour of the night= begunstiging;Favourable= gunstig, genegen, bevorderlijk; subst.Favourableness;Favoured= begunstigd, lievelings …:Ill-favoured= met ongunstig uiterlijk;Well-favoured= met knap uiterlijk;Favourite,feiv’rit, subst. gunsteling, favoriet (rensport); adj. lievelings …:That is myfavourite dish, author= lievelingskost, lievelingsschrijver;Favouritism= stelsel v. begunstiging.Favus,feivəs, besmettelijk hoofdzeer.Fawkes,fôks.Fawn,fôn, subst. jong hert (van ’t eerste jaar);Fawnverb. jongen werpen;Fawn-coloured= reekleurig.Fawn,fôn, opspringen bij, likken, kruipen (v. honden), vleien, kruipen voor:Hefawned (up)onthe mighty.Fay,fei, subst. fee.Fay,fei, ten doode opgeschreven (Schot.).Fay,fei, aan elkaar passen, nauwkeurig passen.Faze,feiz, plagen, verschrikken (Amer.).Feal,fîəl, trouw:Feal and leal= houw en trouw (Schot.);Fealty= trouw aan leenheer, vorst of regeering.Fear,fîə, subst. vrees, angst, ontzag, eerbied;Fearverb. vreezen, duchten, vermoeden:For rear of= uit vrees voor;No rear of that= geen vrees daarvoor;Fearful (of)= angstig (voor), vreesachtig, vreeswekkend; subst.Fearfulness;Fearless= onbevreesd; subst.Fearlessness;Fearnaught=Fearnought= dikke en ruige wollen stof, soort fries;Fearsome= angstwekkend.Feasibility,fîzibiliti, uitvoerbaarheid, mogelijkheid; adj.Feasible.Feast,fîst, subst. feest, lekkernij, feest- of gastmaal;Feastverb. feestvieren, smullen, onthalen, zich verlustigen aan(on): Enough is as good as a feast= genoeg is overvloed;Feast-day= feestdag;Feast-rite= feestelijk gebruik.Feat,fît, subst. daad, heldendaad, kunststukje, toer; adj. handig, vlug, bekwaam, netjes:Feat of juggling, goocheltoer;Featness= vlugheid.Feather,fedhə, subst. veer, veder, pluim, vogels (sportt.), het door de riemen opgeworpen water;Featherverb. bevederen, met veeren bedekken of versieren, er als gevederte uitzien:Birds of a feather flock together= soort zoekt soort:That’s a feather in his cap= dat is een pluim, veer op zijne muts;She wasin full feather= in gala; had een gespekte beurs;Youarein high featherto-day= je bent erg in je “hum” vandaag;The shipcut a feather= deed het schuim opspatten voor den boeg;Toshow the (a) white feather= zich lafhartig toonen;It is but the turning of a featherbetween you and him= haast geen onderscheid, verschil;His air of superiority inspired me with a desireto tar and featherhim= om hem eens flink zijn vet te geven (eig.: te teeren, en dan op de teer veeren te strooien);That man isfeathering his nest= is bezig zijne schaapjes op het droge te brengen, voor zichzelf te zorgen; Tofeather the oars= de riemen horizontaal over het water laten glijden;Feather-bed= veeren bed:Feather-bed conspirators= zoetsappige;Feather-boarding= planken beschieting (overnaads);Feather-brain= wuft persoontje;Feather-broom (Feather-brush)= plumeau;Feather-edge= scherpe kant van eene plank;Feather-flowers= kunstbloemen (vooral voor hoeden);Feather-grass= espartogras;Feather-headed= lichtzinnig, wuft;Feather-weight= kleinst mogelijk (precies) gewicht, lichtste belasting (bij eenhandicap);boxervan licht gewicht;Feathery= vederachtig, veeren - - -, met veeren bedekt.Feature,fîtšə,fîtjə, gelaatstrek, trek, voorkomen, eigenaardig kenmerk, eigenaardigheid; bepaling (van een contract, etc.), rubriek;Featureverb. gelijken op:This house is the feature of the street= het meest opvallende;Ill-(Well-)featured= leelijk (knap).Feaze,fîz, ontrafelen (van touw).Febrifugal,fibrifjug’l,febrifjûg’l, koortsverdrijvend;Febrifuge,febrifjûdž, koortsverdrijvend[191](middel);Febrile,fîbr(a)il,febril, koortsig, koorts - -.February,februəri, Februari;FebruaryFill-dyke= Febr. de regenmaand.Feces,fîsîz. ZieFaeces.Fecit,fîsit, “hij (zij) heeft (het) gemaakt”.Feck,fek, subst. voornaamste deel, kracht, waarde; adj. flink, krachtig;Feckless= laf, zwak, waardeloos (Schot.).Fecula,fekjulə, zetmeel; bladgroen.Feculant,fekjulent, troebel, modderig, drabbig; subst.Feculence.Fecund,fek’nd,fîk’nd,fikɐnd, vruchtbaar;Fecundate,fek’ndeit,fîk’ndeit,fikɐndeit, vruchtbaar maken, bevruchten; subst.Fecundation;Fecundity,fikɐnditi, vruchtbaarheid.Federacy,fed’risi; ZieFederation;Federal,fed’rəl, federaal, bonds - -:Federal City= Washington;Federal Diet= de Duitsche Bondsdag;Federal Union= statenbond;Federalism= federalisme;Federalist= federalist;Federalize= tot een bond vormen;Federate= zich tot een federatie verbinden;Federation= federatie, statenbond;Federative= verbonden, bonds - -.Fee,fî, loon, salaris, honorarium, bijverdiensten (in deze gevallen meest Meervoud); fooi; leengoed, eigendom;Feeverb. beloonen, betalen, een fooi geven:What withdoctors’ and lawyers’ feeswe had a hard year of it= door al die kosten van dokter en advocaat;Tuition (University) fees= collegegelden;Tohold in fee simple= land bezitten waarover men bij zijn dood vrij kan beschikken;Estatein fee tail= goed, dat op bepaald aangewezen erfgenamen moet overgaan.Feeble,fîb’l, zwak, krachteloos;Feeble-minded= zwak van geest, besluiteloos; subst.Feebleness.Feed,fîd, voeden, voorzien van, verzorgen, onderhouden, laten weiden, eten, vreten, grazen; subst. een maal, voer, maaltijd, voorraad:His horse must have itsfour feeds a day= moet viermaal per dag gevoerd worden;I amoff my feed= heb mijn eetlust verloren;He feeds like a wolf= eet als een wolf;Tofeed one’s cold= uitvieren;Tofeed the fire= wat in de kachel doen;The operatorfeeds the letters intothe stamping-machine= schuift geregeld;He was feeding morsels from his plate into his mouth,as if he was firing up an engine= hij stopte in zijn mond;Feed-pipe= aanvoerpijp;Feed-pump= perspomp; aanvoerpomp;Feeder= iemand, die voert of mest, iemand of iets, die of dat bevordert, zijrivier, voedingskanaal, zijtak:Dainty feeder= lekkerbek;Greedy feeder= veelvraat;Feeding-bottle= zuigflesch.Feel,fîl, voelen, bevoelen, betasten, ondervinden, gevoelen; subst. voelen, gevoel, gewaarwording:The babyfeels his legs= probeert te gaan staan;I feel for you,poor fellow= ik heb medelijden met je, arme kerel;Hefelt his way after the sound= hij zocht tastende zijn weg op het geluid afgaande;Shefelt her way on the subject with him= zij polste hem over dat onderwerp;I shall try tofeel him out= te polsen;I feel up tomuch work= voel me geschikt voor;I feel offended byyour remark= ik acht mij beleedigd;Feeler= voeler, voelhoorn;Toput (throw) out a feeler= de publieke meening polsen door een voorloopig bericht;Feeling= gevoelend, gevoelvol, medelijdend; subst. gevoel, aandoening, gewaarwording, geest, stemming:Hehas no feeling against you= niets (= geen wrok) tegen u;Toexcite bad feeling against= haat opwekken tegen;Thefeelings= de aandoeningen der ziel, hartstochten, etc.:Thefeelings are dangerous guides= het gevoel is een gevaarlijk raadsman.Feet,fît, voeten (ZieFoot):He is certainto fall on his feetanywhere= hij komt altijd op zijn pooten terecht;With the world at your feet= met de wereld gereed om u te dienen.Feign,fein, veinzen, voorwenden:A feigned issue= een proces, om eenvoudig de rechtskwestie te beslissen;Feint,feint, subst. voorwendsel, schijnbeweging, schijnaanval, list;Feintverb. een schijnbeweging maken:Afeint of flight= voorgewende vlucht;Hemade a feint of writing= deed alsof hij schreef.Fel(d)spar,fel(d)spâ, feldspaath.Felicitate,fəlisiteit, feliciteeren (on); subst.Felicitation;Felicitous= gelukkig, voorspoedig, gelukkig gevonden;Felicity,filisiti, geluk, gelukzaligheid, voorspoed, toepasselijkheid, gelukkige manier van:Felicity in the choice of words= eene gelukkige keus.Feline,fîl(a)in, katachtig, katten …:Feline amenities= kattige lievigheden.Felix,fîliks.Fell,fel, vel, huid; platte zoom; val of golving (van haar); rotsachtige heuvel; adj. wreed, woest;Fellverb. vellen, omhakken; zoomen; imperf. vanto fall;Fell-monger= koopman in huiden.Fellah,fela, (meerv.Fellaheen,feləhîn), Egyptische boer of arbeider:Thefellaheen forces= de strijdmacht derfellahs.Felloe,felou, velg.Fellow,felou, subst. kameraad, maat, wedergade, gelijke, kerel, vent, jongen; lid van eencollegeof genootschap; soort lector oftutorin ’t genot van eenFellowship:A glove and its fellow= en de daarbij passende handschoen;He is hail-fellow-well-metwith everybody= goede maatjes;They arefellows in office= ambtgenooten, collega’s; adj. (in samenstellingen) mede …;Fellow-citizen= medeburger;Fellow-commoner= student (aan Eng. Universiteiten), die met defellowsvan zijncollegedineert;Fellow-countryman= landsman;Fellow-craft= vrijmetselaar (tweede graad);Fellow-creature= medemensch;Fellow-feeling= medegevoel;Fellow-lodger= contubernaal;Fellow-ranker= iemand van denzelfden rang;Fellowship= vereeniging, gemeenschap, omgang, gelijk aandeel in; het ambt van, en de toelage voor defellowsvan een universiteit:Good[192]fellowship= collegialiteit, kameraadschap;Rule of fellowship= gezelschapsrekening;Fellow-soldier= krijgskameraad;Fellow-traveller= medereiziger.Felly,feli, velg.Felon,fel’n, subst. misdadiger; fijt; adj. kwaadaardig, verraderlijk, wreed;Felon’s dock= beschuldigdenbank;Felonious,fəlounjəs, snood, boosaardig, misdadig, met voorbedachten rade;Felony= zware misdaad.
F.ef,Fsharp= fis (muz.); Fahrenheit; fellow;f.= farthing, feet, feminine, folio, foot;F. A.=F(ootball)A(ssociation);f. a. a.=f(ree) ofa(ll)a(verage);Fahr.=Fahrenheit;F. A. S.=F(ellow) of theA(ntiquarian)S(ociety);F. A. S.= Fellow of the Society of Arts;F. B. S.=F(ellow) of theB(otanical)S(ociety);F(ree)C(hurch of Scotland);Fcp= foolscap;F(idei)D(efensor)= Verdediger des Geloofs;Feb(ruary);Fem(inine);ff= fortissimo;F(ellow)G(eological)S(ociety)(ookGeographical);Fig(ure);Fl(orin);F(oo)lsc(a)p;F(atho)m;F. M.=F(ield)-M(arshal);F. O.=F(ield)-O(fficer);F. o. b.=f(ree)o(n)b(oard);Fol(io);Fra(ncis);F(ellow)R(oyal)A(cademy);F.R.A.S.=F(ellow) of theR(oyal)A(siatic) (Astronomical)S(ociety);F. R. C. P.=F(ellow) of theR(oyal)S(ociety) ofP(hysicians);F. R. C. S.=[185]F(ellow) of theR(oyal)C(ollege) ofS(urgeons);F(ellow)S(ociety)A(rts) (ofAntiquaries);Ft= fort;ft= foot, feet;F. T. C. D.=F(ellow) ofT(rinity)C(ollege),D(ublin);F. W.=F(resh)W(aterline)= een derPlimsollmerken op schepen;F. Z. S.=F(ellow) of theZ(oological)S(ociety).
Fa,fâ, fa.
Fabaceous,fəbeišes, boonachtig, boon - -.
Fabian,feibj’n, Fabisch, talmend, traag:Fabian Society= een soc. pol. vereeniging te Londen, opgericht in 1884, die ook landnationalisatie beoogt.
Fable,feib’l, subst. fabel, verdichtsel, vertelseltje, praatje;Fableverb. fabelen schrijven, leugens vertellen;Fabled animals= in fabels besproken, alléén in de verdichting bestaande;Fabler= fabeldichter.
Fabliau,fâbliou, Oud-Fransche berijmde vertelling (12e en 13e eeuw).
Fabric,fabrik, subst. bouw, structuur, weefsel, maaksel, gebouw, stof, fabrikaat;Fabricate,fabrikeit, bouwen, maken, vervaardigen, samenstellen, fabriceeren, bedenken, verzinnen, vervalschen; subst.Fabrication;Fabricator= hij die vervaardigt, enz.
Fabulist,fabjulist, fabeldichter; verb.Fabulize;Fabulous,fabjulɐs, verdicht, fabelachtig, ongeloofwaardig, rijk aan fabelen:Fabulous age= vóórhistorische tijd; subst.Fabulousness= Fabulosity = fabelachtigheid.
Facade,fəsâd,fəseid, vóórgevel, vóórzijde.
Face,feis, subst. gelaat, gezicht, uiterlijk, driestheid, onbeschaamdheid, aangezicht (fig.), redactie, voorkant, wijzerplaat, vlak, façade;Faceverb. het gezicht toekeeren, staan (zitten, gelegen zijn, zich bevinden) tegenover, te gemoet treden, omkeeren met de voorzijde naar boven, weerstand bieden, aanvaarden, bekleeden aan de voorzijde, omzoomen, omboorden, zich wenden naar:Face of a coin= beeldzijde;In theface of day= op klaarlichten dag;Thefaces of a square= de zijden van een carré;This is unpardonablein face of the facts= met het oog op de feiten;He did itin face of all that is honourable and just= in strijd met al wat eervol en rechtvaardig is;On the face of it= op ’t eerste gezicht;Tobe face to face= tegenover elkaar staan;Tofly in the face ofdanger= tegemoet snellen;Ilaughed in his face= in zijn gezicht;I willsaysobefore his face,in his face= waar hij bij is;Shesaid it with a little face= ietwat brutaal;I could notsee my hand before my face= geen hand voor oogen;He told it me to the face= vlak in ’t gezicht;The Kingaccepted the poor supplicant’s face= trok zich den armen smeekeling aan, stond zijn verzoek toe;Hecut a queer face= trok een raar gezicht;Heentreated (sought) the King’s face= ’s konings gunst;Hehas his face at his command= hij heeft zijn gelaat in zijn macht;Everything has two faces= men kan alles van twee kanten beschouwen;Hemade (pulled) a long face= trok een lang gezicht (fig.);Hemade a wry face= trok een zuur gezicht;She canmake all kinds of faces= allerlei gezichten trekken;I’llput a good face on it= het van den besten kant beschouwen;Heset his face againsthis father’s will= hij weerstreefde zijn vader;Left face!Right face!= links-, rechtsom;Right about face!= rechtsomkeert;Hefaced the card= hij keerde om;He faced the consequences= aanvaardde;Toface the enemy= het hoofd bieden;The country-seatfaces the high-road= staat met de voorzijde naar;Toface the music= de moeielijkheid moedig onder de oogen zien;The roomfaces South-east= ligt op;It was more than my heart could face= verdragen, weerstaan;Toface about= zich omkeeren;Hefacedhis mendown= overblufte;He wanted toface me down= hij wou mij door onbeschaamdheid den blik doen neerslaan;Hefaced it out= hij hield het brutaal vol;Face-ache,feiseik,Face-ague,feiseigju, aangezichtspijn;Face and hood= driekleurig viooltje;Face-card= heer, vrouw of boer (in ’t kaartspel);Face-cloth= doek (ter bedekking van het gelaat) van een doode;Face-guard= masker;Facer= slag in ’t gezicht, teleurstelling.
Facet,fasət, facet;Facetverb. met facetten slijpen.
Facetiae,fəsîši-î, fijne, geestige zetten, humorist. lectuur;Facetious,fəsîšəs, grappig, boertig: subst.Facetiousness.
Facial,feiš’l, tot het gelaat behoorend:Facial angle= gelaatshoek;Facial contractions= gelaatsverwringingen.
Facile,fasil, gemakkelijk, gedwee, gewillig, vlug, lichtgeloovig,licht over te halen, meegaande, vriendelijk, minzaam:He wields aFacile pen= een vlugge pen;Facilitate,fəsiliteit, vergemakkelijken, verlichten; subst.Facilitation;Facilities,fəsilitiz, gemakken, voordeelen;Facility,fəsiliti, gemakkelijkheid, handigheid, meegaandheid, genaakbaarheid, minzaamheid.
Facing,feisiŋ, subst. boordsel, opslag, tressen, bekleeding van talud, wending, zwenking (Mil.):Facing of tea= thee kleuren ter vervalsching.
Facsimile,faksimili, subst. facsimile;Facsimileverb. eene juiste nabootsing geven van.
Fact,fakt, daad, feit, werkelijkheid:In fact= inderdaad, feitelijk.
Faction,fakš’n, (politieke) partij, oneenigheid, onrust, tumult, opstand;Factionist= raddraaier, oproermaker;Factious,fakšəs, partijzuchtig, oproerig, muitend; subst.Factiousness.
Factitious,faktišəs, kunstmatig, nagebootst, onecht, conventioneel.
Factitive,faktitiv, causatief:Factitive object, zooals b.v. het woorddukein:The queen made him a duke.
Factor,faktə, agent, facteur, factor;Factorage,faktəridž, commissieloon;Factorship= beroep v. factor;Factory,faktəri, fabriek, faktorij:Factories and Workshops Acts= arbeidswetten;Factory hand= fabrieksarbeider.
Factotum,faktout’m, factotum, duivelstoejager.
Facultative,fakəltətiv, rechtgevend, naar[186]believen, facultatief;Faculty,fak’lti, bekwaamheid, vermogen, gave, talent, zin, bevoegdheid, dispensatierecht, faculteit:The Faculty= medische faculteit, de medici.
Fad,fad, liefhebberij, stokpaardje, gril;Faddish= grillig;Faddist= iemand, die er allerlei dwaze stokpaardjes en meeningen op nahoudt;Faddy= volfads.
Faddle,fad’l, beuzelen.
Fade,feid, adj. zwak, mat, kleurloos;Fadeverb. verwelken, verkleuren, verschieten, verdwijnen;Fadingness= vergankelijkheid.
F(a)ecal,fîk’l, totfaecesbehoorende of die bevattende;F(a)eces,fîsîz, faecaliën, bezinksel.
Fag,fag, subst. werkezel; groen; een “pluk”, een “toer”;Fagverb. zich afsloven, zich afmatten, groen loopen; afmatten, als werkezel gebruiken:Fagged out= doodop;Fag-end= zelfkant, rafeleind, uitgerafeld stuk, eindje, slot.
Fa(g)got,fagət, subst.takkebos, bundel (of iron, steel), brandstapel; oud gerimpeld vrouwspersoon, lummel;Faggotverb. samenbinden;Tosmell of the faggot= naar den mutsaard rieken;Faggot-voting, bestond hierin, dat grondbezitters nominaal stukken land aan pachters overdeden, die dientengevolge als grondbezitters ook mochten stemmen.
Fagin,feigin.
Fagotto,fagotou, fagot.
Fail,feil, achteruitgaan, ontbreken, gebrek hebben aan, ophouden, verloren gaan, uitblijven, uitdrogen, mislukken, niet opkomen, afnemen, verzwakken, in den steek laten, zijn doel missen, misgaan, falen, nalatig zijn, failleeren of bankroet gaan, verlaten, teleurstellen; ooksubst.:His heart failed him= zijn moed begaf hem;He failedto do it= slaagde niet;They failedto do him justice= bleven in gebreke;He failedin his usual alacrity (animation)= het ontbrak hem;He has failed ofhis ambitions= zijn illusies (wenschen) zijn niet verwezenlijkt;This work cannotfail ofpopularity= moet wel in den smaak vallen;Without fail= zonder mankeeren, zeker;Failing, subst. gebrek, zwak; adj. ontbrekend, achteruitgaand, begevend, etc.; prep. bij gebrek van:Anever failing topic of conversation= waarover men nooit raakt uitgepraat;Failure= gebrek, slechte uitslag, gemis, mislukking, misgewas, verval, achteruitgang, bankroet.
Fain,fein, gaarne, blij, geneigd, begeerig, genoodzaakt:He was fainto eat black bread= hij was blij met (hij moest wel eten) roggebrood;Fain to gain it= verlangend;He would fain= hij wou graag (liefst);Fain of= blij met.
Faint,feint, adj. zwak, verzwakt, uitgeput, flauw, bedwelmend, zwoel, drukkend, terneergeslagen; subst. flauwte, onmacht;Faintverb. flauw vallen (away), afnemen, zwakker worden:Faint heart never won fair lady= die niet waagt, die niet wint;Faint at heart= bevreesd;I have notthe faintest ideaof it= er geen flauw begrip van;The book was killed withfaint praise= werd totaal vermoord door zwakke aanprijzing (die met veroordeeling gelijk stond);Afaint sound= zwak, dof;Faint withhunger, thirst= flauw, uitgeput van;Fainthearted= moedeloos, flauwhartig; subst.Faint-heartedness;Fainting= flauwte, bezwijming:In afainting fit= in een aanval van flauwte;Faintish= zwakkelijk; subst.Faintishness;Faintness= zwakte, moedeloosheid, onduidelijkheid.
Fair,fêə, subst. jaarmarkt, kermis;Fancy fair= liefdadigheidsbazaar;Fairing= kermisgeschenk.
Fair,fêə, schoon, fraai, rein, vlekkeloos, ongerept, helder, duidelijk, blond, blank, ongehinderd, vrij, gunstig, behoorlijk, billijk, rechtvaardig, eerlijk, oprecht, zacht, vriendelijk:The fair (sex)= het schoone geslacht;She has afair knowledge of English= behoorlijke, flinke;Fair play is a jewel= eerlijk duurt het langst;That is notfair play= niet eerlijk en rond;To seefair play= zorgen dat iets eerlijk toegaat;Fair trade= beschermde handel;He isin a fair wayto succeed= mooi op weg;Fair words butter no parsnips= praatjes vullen geen gaatjes;Fair and square= eerlijk, rond, oprecht;Fair and softly= zoetjes aan;Hebids fairto get the place= zijne kansen staan goed;Hecarried it fairtowards them in public= deed zich mooi voor;Fairly= vrijwel; geheel en al, volstrekt, werkelijk:The book isgoing on fairly, sells fairly well= gaat vrij goed van de hand;Fair-faced= met mooi gelaat; mooie praatjes makend;Fair-minded= oprecht;Fair-spoken= innemend, hoffelijk;HisFair-weather friends= vr. in voorspoed;Fairish= lief, tamelijk goed (mooi, etc.); vrij wel;Fairness= schoonheid, ongereptheid, blondheid, oprechtheid, billijkheid, duidelijkheid,etc.
Fairway,fêəwei, vaarwater.
Fairbairn,fêəbən;Fairfax,fêəfaks.
Fairy,fêri, subst. fee, toovenares; adj. feeachtig:Fairy circle (Fairy green, Fairy ring)= kring (groener dan de omgeving) in ’t grasveld, die naar ’t volksgeloof door het dansen der feeën ontstaan is;Fairy fingers,Fairy glove= vingerhoedskruid;Fairyland= feeënland;Fairy-like= als een fee;Fairy-tale= sprookje.
Faith,feith, geloof, vertrouwen, trouw, belofte, eerewoord:(In) faith, he did it= eerlijk (waarachtig), hij deed het;In good faith= te goeder trouw;The Faith= de Christel. godsdienst;A breach of faith= trouwbreuk;To keep faith with= zijn woord houden jegens;Toput faith in= geloof hechten aan;Faithful= geloovig, trouw, eerlijk, geloofwaardig:The faithful= de geloovigen;Faithfully:Yours faithfully= uw dienstwillige; subst.Faithfulness;Faithless= ongeloovig, trouweloos; subst.Faithlessness;Faithworthy= be- of vertrouwbaar.
Faix,feiks, op mijn woord, waarachtig.
Fake,feik, oplappen, opknappen (met het oog op bedrog), stelen; bedriegen; opschieten (zeeterm); subst. bocht, slag, bedrog:The old horse wasfaked upfor work again= werd weer opgelapt voor ’t werk;Fakement[187]= zwendel, diefstal, knoeiwerk;Faker= bedrieger, zwendelaar, zakkenroller.
Fakir,fəkîə,feikîə, fakir, Brit. Ind. bedelmonnik.
Falcate(d),falkeit(id), sikkelvormig; subst. Falcation.
Falchion,fôlš’n, kort licht gekromd en breed zwaard.
Falciform,falsiföm, sikkelvormig.
Falcon,fô(l)k’n,falk’n, valk; falkonet (kanonnetje);Falconer= valkenier;Falconet= falkonet, smelleken;Falconry= valkendressuur, valkenjacht.
Falderals,faldəralz, snuisterijen, snorrepijperijen.
Faldstool,fôldstûl, vouwstoel; bisschopsstoel (bij het altaar), stoel (aan de zuidzijde van het altaar) waarbij de Engelsche vorsten bij de kroning knielen; lezenaar (in de kerk).
Falernian,fəlɐ̂nj’n, subst. en adj. (wijn) van Falernus.
Falkirk,falkɐ̂k,fôlkɐ̂k,fôkɐ̂k;Falkland,fôklənd.
Fall,fôl, subst. val, het vallen, daling, neerdaling, ineenstorting, dood, ondergang, helling, waterval, uitwatering, herfst (Amer.), cadans, val (zeeterm);Fallverb. vallen, zich uitstorten, instorten, afvallen, sneuvelen, betrekken, zondigen, dalen, verminderen, vervallen, neerkomen, aanvallen, te beurt vallen, gebeuren, geworpen worden, enz.:The Fall= zondenval;Theytried a fall(with each other) = worstelden samen;There was a generalfall of jaws= zij trokken allen lange gezichten;He came herein the fall= in den herfst;A fall overcoat= demisaison;Fall aboard= aanvaren, aanklampen, aanpakken;Tofall astern= achterblijven, zakken (van schepen);Tofall deadfromthe press= doodgezwegen worden;The windfell a dead calm= het werd bladstil;Tofall flat= mislukken; de uitwerking missen;Tofall foulof= aanzeilen; aangrijpen, slaags raken met; stooten op;Hefell from grace= verviel tot zonde;Hefell in love= werd verliefd;Tofall ill= ziek worden;Tofall short= te kort schieten, niet voldoende zijn, niet beantwoorden aan (of);Tofall together= elkaar ontmoeten;Tofall to pieces= in stukken vallen;Tofall to the rear= wijken;Tofall among friends= toevallig raken onder, ontmoeten;Tofall away= mager worden, tot slechtheid vervallen;Tofall away from= afvallig worden;Hefell along= viel neer zoo lang als hij was;Tofall back= wijken, terug krabbelen;Tofall back upon= terugkomen op (eene bewering of argument), steun vinden of zoeken bij, in geval van nood;Tofall behind= achterblijven, zakken;His face hadfallen in= ingevallen, mager geworden;Tofall in= invallen, vervallen, aantreden, aansluiten;The lease willfall inon the first= het huurcontract vervalt;Tofallheadlongintothe water= voorover, hals over kop;I fell in withhis plans= keurde.. goed en deed overeenkomstig;Thatfell in withmy temper= kwam overeen met;Wefell in witheach other= troffen elkander;Tofall off= afvallen; verminderen, afnemen;Hefell on (to)his knees;Tofall out= uitvallen, oneenigheid, ruzie krijgen, de gelederen verlaten;Itfell outthat …= het gebeurde, dat;Tofall through= in duigen vallen;I advise you tofall to= ik raad u, om toe te tasten, aan te vallen;Itfell tome, my lot, my share= viel mij te beurt;The dogsfell tobiting= begonnen;The legacyfell tous= viel ons ten deel;Tofall upon (on)the ear= treffen;Tofall upon= aanvallen;The warfell withinthis year= had plaats;Falling-away= wegvallen, uitvallen, vermagering, afvalligheid, ontrouw;Falling-off= vermindering, achteruitgang;Falling-sickness= vallende ziekte;Falling-star= vallende ster;Falling-stone= meteoorsteen;Fall-trap= valdeur, valluik.
Fallacious,fəleišəs, bedriegelijk, sophistisch; subst.Fallaciousness;Fallacy,faləsi, bedrog, vergissing, dwaalbegrip, drogrede.
Fallals,falalz,falalz, prullen, nietigheden.
Fallibility,falibiliti, feilbaarheid; adj.Fallible.
Fallow,falou, vaalrood, vaalgeel, onbebouwd, braak, verwaarloosd; subst. braakland, braak;Fallowverb. braak laten liggen:He had to rest andlie fallow= en mocht geen werk doen;Fallow-crop= oogst van braakland;Fallow-deer= damhert;Fallow-finch= tapuit.
Falmouth,falməth.
False,fôls, adj. valsch, onwaar, ongegrond, bedriegelijk, onjuist, onecht, vervalscht, blind, ondergeschoven:Toplay false= valsch spelen, bedriegen;If my memory does notplay me false= mij niet bedriegt;He sailsunder false colours= hij zeilt onder valsche vlag;False-face= masker;False-faced= huichelachtig;False fire= valsch signaalvuur (om den vijand te misleiden);False-hearted= trouweloos; subst.False-heartedness;Falsehood= valschheid, leugen, bedrog;Falseness= valschheid;Falsification= vervalsching, weerlegging;Falsifier= vervalscher, valsche munter;Falsify,fôlsifai, vervalschen, schenden, weerleggen, de onjuistheid bewijzen;Falsity,fôlsiti, valschheid, onjuistheid.
Falsette,fôlset;falsetto,fôlsetou, faucet-stem.
Falstaff,fôlstâf.
Falter,fôltə, stamelen, stotteren, weifelen, wankelen:Falter out= uitstamelen;Ifaltered from my vow= werd ontrouw aan.
Fame,feim, gerucht, faam, roem, vermaardheid:Houses of ill-fame= bordeelen;Famed= beroemd.
Familiar,fəmiljə, gemeenzaam, huiselijk, intiem, minzaam, ongedwongen; subst. vertrouwde vriend, goede kennis, huisgeest:“But” is the sceptic’s familiar= het woordje “But” heeft de twijfelaar steeds in den mond;Familiarity,familjariti, gemeenzaamheid, nauwkeurige bekendheid, minzaamheid:(Too great) familiarity breeds contempt= van (al te groote) gemeenzaamheid komt verachting;Familiarities= vrijheden;Familiarize[188]= gemeenzaam maken, gewennen;Family,famili, huisgezin, (vrouw en) kinderen, familie, geslacht, groep:Mr. W’s family= de fam. W.;Family-man= huisvader;Family-medicine= huismiddeltje;Family-tree= stamboom;Family-way:His wife isin the family-way= in gezegende omstandigheden.
Famine,famin, hongersnood, schaarschte, gebrek;Famish,famiš, uithongeren, verhongeren, versmachten.
Famous,feiməs, beroemd, vermaard, berucht; subst.Famousness.
Famulist,famjulist, student van ondergeschikten rang aan de universiteit te Oxford.
Fan,fan, subst. waaier, wan, blaasbalg, prikkel;Fanverb. koelte toewaaien, wannen, aanzetten, aanwakkeren:He fannedthe racial hatred= wakkerde aan;Fan-light= halfronde lichtschepping boven eene huisdeur;Fan-tail= duif, met waaiervormigen staart, vleermuis (gasbrander); kap met verlengstuk van kolendragers;Fanning-machine,faniŋməšîn,Fanning-mill= builmolen, wanmachine.
Fanal,fənal,fənâl,fein’l, lichttoren, lichttoestel.
Fanatic,fənatik, adj. dweepziek; subst. dweper;Fanatical= fanatiek;Fanaticism= fanatisme.
Fancier,fansiə, kweeker, liefhebber (van vogels, enz.).Fanciful,fansiful, hersenschimmig, ingebeeld, grillig, phantastisch; subst.Fancifulness;Fancy,fansi, subst. verbeelding, fantasie, verbeeldingskracht, gril, lust, smaak, voorliefde, liefhebberij; adj. ingebeeld, overdreven, elegant, mode - -, phantasie..;Fancyverb. zich verbeelden, zich voorstellen, eene voorliefde opvatten voor, aangenaam vinden; lusten:The fancy= in ’t algemeensportmenschen, vooral worstelaars, hondenliefhebbers, etc.;Hetook a fancy toit= hij kreeg er zin in;Only fancy= stel je voor;If youfancy the idea,I will act accordingly= als het denkbeeld bijval bij u vindt;Is there nothing, that you can fancy?= is er niets, dat u bevalt, dat ge lust?Fancy-articles,Fancy-goods= weelde-artikelen;Fancy-ball= gecostumeerd bal =Fancy-dress ball;Fancy-fair= liefdadigheidsbazaar;Fancy-goods= galanterieën;Fancy-man= souteneur;Fancy price= bespottelijk hooge prijs;Fancy-shop= galanteriewinkel;Fancy-sick= eenigszins getroubleerd van geest;Fancy-skater= kunstschaatsenrijder;Fancy-stationer= verkooper van luxepostp., galanterieën, enz.;Fancy-work= handwerkje.
Fandango,f’ndaŋgou, Spaansche dans.
Fane,fein, tempel, heilige plaats; weêrhaan.
Fanfare,fanfêə,fanfêə, fanfare, pocherij.
Fanfaron,fanfəron, snoever;Fanfaronade,fanfərəneid, snorkerij, gebluf.
Fang,faŋ, slagtand, gifttand, klauw;Fangless= zonder klauwen, etc.
Fanion,fanj’n, klein vlaggetje.
Fannel,fan’l. ZieFanon.
Fanny,fani.
Fanon,fanən, zijden vierkleurige schouderdoek, welke na hetcingulum(sjerp) over dealbwordt gelegd, een speciaal pauselijk gewaad bij kerkdiensten; manipel; witgedekte tafel waarop de offeranden voor de mis worden geplaatst.
Fantasia,fəntâzia,fantəzîa; muzikale fantasie;Fantastic(=Fantastical),fəntastik(’l), fantastisch, grillig; subst. phantast;Fantasticalness;Fantasy,fantəsi. Z.Fancy.
Fan-tods,fantodz, landerigheid:I got the fan-tods= het begon me te vervelen, ik kreeg het land.
Fantoccini,fantoutšîni, marionetten-theater.
Far,fâ, ver, afgelegen, zeer, groot:That does notgo very far= daar komen we niet ver mee;This cocoa is best andgoes farthest= en is het voordeeligst in het gebruik;We had togo far-about= een heelen omweg maken;Far-away= ver weg, verstrooid;Toreach far backinto antiquity= ver teruggaan;Far and away= verreweg;Far and near,Far and wide= heinde en ver, overal;Few and far between=zelden voorkomend;Far-fetched= vergehaald, vergezocht;Far forth= heel ver;In the far-gone= in ouden tijd;He isfar-gone inthat science= heeft het een heel eind gebracht in;Far gone inlove= tot over de ooren verliefd;Far gone indrink,consumption= erg dronken, in een ver stadium van tering;Far in with= zeer intiem met;Farmost= verst;Far-off= op een grooten afstand; wezenloos, starend;Far other= heel anders;You are far out= hebt het heelemaal mis;Far-reaching= ver-reikend;Far-sighted= verziende, omzichtig; subst.Far-sightedness;Far West= het gedeelte der Unie ten W. van den Mississippi;By far= verreweg;So far asI am concerned= wat mij aangaat;So far so good= tot hiertoe is het in orde.
Faradization,farəd(a)izeiš’n, behandeling van ziekten door electrische stroomingen, ook:Faradism, naarFaradaygenoemd;Faradize= electriseeren.
Farce,fâs, klucht, kort blijspel;Farcical,fâsik’l, kluchtig, grappig; subst.Farceness.
Farcin,fâsin,Farcy,fâsi, ziekel. aandoening der lymphklieren bij paarden.
Fare,fêə, subst. voedsel, kost, gerecht, vracht, passagier;Fareverb. zich bevinden, varen, gaan, zich voeden:Half fares= halve of kinderkaarten;Regulation fare= tarief;Bill of fares= tarief (in omnibus of huurrijtuig);Bill of fare= menu, spijskaart;Fare you well= vaarwel;Fare-meter(for cabs) = taxometer;Farewell,fêəwel, subst. afscheid, vaarwel:Hebade farewell tohis country= zeide vaarwel; adj. afscheids … (fêəwel):Afarewell address= afscheidsrede; interj. (fêəwel) vaarwel! adieu!
Farina,fərainə,fərînə, bloem van meel; zetmeel;Farinaceous,farineišəs, melig, meel bevattend:Farinaceous food= meelkost;Farinose,farinous, meelhoudend, met meelachtig stof bedekt.
Farm,fâm, subst. boerderij, pachthoeve;Farmverb. pachten, verpachten, bebouwen, den landbouw uitoefenen, kinderen uitbesteden:[189]This house waslet to farm= verhuurd;Farm-bailiff= rentmeester;Farm-crossing= (spoor)overweg bij een boerderij;Farm-dog= waakhond;Farm-hand= arbeider, knecht;Farm-house= boerenwoning;Farm-labourer= boerenarbeider;Farm-produce= landbouwproducten;Farm-stead(ing)= boerenplaats;Farm-yard= erf;Farmer= pachter, landman;Farmery= boerenerf met huizen, schuren enz.;Farming, subst. landbouw; adj. landbouw …
Farnborough,fânbərou;Farne Islands,fânailəndz;Farnham,fânəm.
Faro,fêrou, een hazardspel.
Faroe,fêrou:Faroe Isles;Farquhar,fâkwâ,fâk(w)ə.
Farrago,fəreigou, mengelmoes.
Farrier,fariə, subst. hoefsmid, paardendokter;Farriery= hoefsmidsbedrijf, smederij.
Farrow,farou, subst. big, worp biggen; adj. gust (niet drachtig) van eene koe (Dial.enAmer.);Farrowverb. biggen werpen.
Farther,fâdhə,Farthest,fâdhist, comp. en superl. vanfar;Farther-more= bovendien.
Farthing,fâdhiŋ,¼ penny;Farthing’s-worth= waarde van eenfarthing.
Farthingale,fâdhiŋgeil, soort hoepelrok (16de en 17de eeuw).
Fasces,fasîz, bundel, fasces (Oud-Rome):Fasces of flowers.
Fascia,fašiə, band, gordel, vooruitstekende lijst, zwachtel;Fasciation,fašieiš’n, zwachtelen, verband;Fascicle,fasik’l, bundeltje, aflevering;Fascicular,fəsikjulə,Fasciculate(d)= tot een bundeltje vereenigd.
Fascinate,fasineit, betooveren, verrukken, bekoren, boeien; subst.Fascination.
Fascine,fəsîn, fascine, bundel rijshout voor milit. doeleinden.
Fash,faš, hinderen, plagen, lastig zijn (Dial.).
Fashion,faš’n, subst. fatsoen, aard, wijze, vorm, patroon, mode, trant, kleederdracht, chic, voornaamheid;Fashionverb. vormen, fatsoeneeren, gepast maken voor:The fashion= de groote wereld;Fashions= de heerschende modedracht;After a fashion,In a fashion= tot op zekere hoogte;In the fashion= in de mode;Fashionable= naar de mode, chic, beschaafd, welopgevoed; subst.Fashionableness;Fashionist= modegek; iemand, die aan den vorm hangt;Fashion-monger= fat, modepop;Fashion-sheet= modeplaat.
Fast,fâst, vast, onbewegelijk, bevestigd, gehecht, getrouw; snel, vóórloopend, vlug, los, geëmancipeerd; losbandig:My watchis fast= vóór;You are a little fast= je horloge gaat wat voor;Yougo too fast= je oordeelt wat haastig;Heplays fast and loose withhis principles= hij is niet beginselvast;He is asfast asleepas a church= hij slaapt als een otter;Fast beside= vlak naast;Fast by= dichtbij;Fast colours= “waschecht”;Fast freight= ijlgoed;Fast friends= dikke vrienden;Fast man,woman= roué, wufte, geëmancipeerde vrouw;Fast-sailing= snelzeilend;Fast train= sneltrein;Fasten,fâs’n, vastmaken, bevestigen, sluiten, vestigen, opleggen, zich hechten of vastklemmen:He canfasten an article onany journal= kan … in ieder tijdschrift geplaatst krijgen;I havefastened a fib onhim= ik heb hem wat wijs gemaakt;Hefastened a quarrel onhis opponent= zocht ruzie met;Fastener= knijpertje;Fastening= slot, grendel, sluiting;Fastness= snelheid; losbandigheid, versterking, fort.
Fast,fâst, vasten; subst. vasten, vastentijd:I hope I shallfast my illness off= ik hoop, dat ik door onthouding (vasten) er weer bovenop kom;I am obliged tofast from reading= mij van lezen te onthouden, spenen;Fast-day= vastendag;Faster= vaster.
Fasti,fastai, Romeinsche kalender of registers.
Fastidious,fəstidjəs, kieskeurig, moeilijk te voldoen; subst.Fastidiousness.
Fastigiate(d),fəstidžit(-eitid), naar boven spits toeloopend.
Fat,fat, vet, dik, vleezig, rijk, voedzaam; subst. vet, room, beste deel;Fatverb. mesten, vet worden:The fat is in the fire=depoppen zijn aan ’t dansen, de heele boel is overhoop, vernield;There is plenty of fat in that part= er zit een heele kluif aan die rol;Tolive on the fat of the land= het vette der aarde genieten;Fat-brained, (Fat-headed,Fat-witted) = dom, suf;Fat-head= domkop;Fat-guts= dikzak;Fatling= jong gemest dier;Fatness= vetheid, vruchtbaarheid;Fatten,fat’n, vet mesten, mesten, zich mesten, vet worden;Fattiness= vetheid;Fatty= vettig:Fatty degeneration= vetziekte.
Fata Morgana,fâtəmögânə, Fata Morgana.
Fatal,feit’l, noodlottig, rampspoedig, onheilspellend, doodelijk;Fatalism= fatalisme;Fatalist= fatalist; adj.Fatalistic;Fatality,fətaliti, noodlottige gebeurtenis;Fatalities= ongelukken.
Fate,feit, noodlot, lot, dood:The Fates= schikgodinnen;As sure as fate= zoo zeker als wat;Fated= voorbestemd;Fateful= noodlottig.
Father,fâdhə, subst. vader, voorvader;Fatherverb. aannemen (als kind), zich uitgeven voor den maker van, iemand iets op den hals schuiven:Adoptive father= aangenomen vader;Putative father= vermoedelijke vader;Fathers of the Church= Kerkvaders;Conscript fathers= Romeinsche Senatoren;Father-in-law= schoonvader, stiefvader;Father-long-legs= langbeen (mug);He fathers the works of others,and wishesto father his anonymous books on me= hij geeft zich voor den maker van de werken van anderen uit, en tracht mij voor den schrijver van zijne anonieme boeken te doen doorgaan;Fatherhood= vaderschap;Fatherland= vaderland:The Fatherland= Duitschland;Fatherliness= vaderliefde;Fatherly= vaderlijk;Fathership.
Fathom,fadh’m, subst. vadem (1.828 M., of 6.1163 M3);Fathomverb. vademen, omvatten, begrijpen, doorgronden;Fathom-line= loodlijn;Fathomless= ondoorgrondelijk, bodemloos.
Fatigue,fətîg, uitputting, vermoeienis, militaire corvée;Fatigueverb. afmatten, vermoeien, kwellen;Fatigue-cap= politiemuts;Fatigue-dress= corvée-tenue;Fatigue-duty= corvée[190](milit.);Fatigue-party= troep voor eene corvée.
Fatuity,fətjûiti, sulligheid, domheid;Fatuitous,fətjûitəs,Fatuous,fatjuəs, zwakhoofdig, ingebeeld:A fatuous smile= idiote.
Faucal,fôk’l, strot - -, keel - -;Fauces,fôsîz, strot, achtergedeelte van den mond, besloten door depharynxen delarynx.
Faucet,fôsət, tapkraan, tapbuis.
Faugh,fô, bah!
Faulkland,fôkl’nd.
Fault,fôlt, subst. fout, gebrek, feil, schuld, verlies van het spoor (jacht), afbreking (van eene mijnader);Faultverb. fouten maken:Whose fault is it?wiens schuld is het?It is my fault;He alwaysfinds fault withme= hij heeft altijd wat op mij te zeggen;You like tofind fault= van klagen en pruttelen;The hounds wereat fault= het spoor bijster;If he is severe, his love of learning isin fault= draagt zijne liefde voor de wetenschap de schuld;He isgood to a fault= hij is overdreven goed, doodgoed;He hasfaulted inseveral passages= fouten gemaakt;He is a regularfault-finder= echte brompot; pruttelaar;Fault-finding= bedilziek;Faultiness= onnauwkeurigheid, gebrekkigheid;Faultless= onberispelijk; subst.Faultlessness;Faulty= gebrekkig, schuldig.
Faun,fôn, faun, boschgod.
Fauna,fônə, fauna.
Faustina,fôstainə;Faustus,fôstəs;Faversham,favəš’m.
Favour,feivə, subst. gunst, begunstiging, steun, beschermeling, vergiffenis, souvenir, roset, strikje, brief, gelaat;Favourverb. begunstigen, vriendelijk gezind zijn, gemakkelijk maken, vereeren, gelijken op:Orange favours= oranjestrikken;I receivedyour favour of the 1st inst.yesterday= uwe geëerde letteren van den eersten dezer;I havelost favourin your eyes= ben bij u uit de gratie;By (with) your favour= met uw verlof, welnemen;I have done itin your favour= te uwen behoeve;Tobe in favourwith(out of favour)= in (uit) de gunst zijn bij;A challengeto the favour= het wraken van een jurylid, wegens veronderstelde partijdigheid;Under favour of the night= begunstiging;Favourable= gunstig, genegen, bevorderlijk; subst.Favourableness;Favoured= begunstigd, lievelings …:Ill-favoured= met ongunstig uiterlijk;Well-favoured= met knap uiterlijk;Favourite,feiv’rit, subst. gunsteling, favoriet (rensport); adj. lievelings …:That is myfavourite dish, author= lievelingskost, lievelingsschrijver;Favouritism= stelsel v. begunstiging.
Favus,feivəs, besmettelijk hoofdzeer.
Fawkes,fôks.
Fawn,fôn, subst. jong hert (van ’t eerste jaar);Fawnverb. jongen werpen;Fawn-coloured= reekleurig.
Fawn,fôn, opspringen bij, likken, kruipen (v. honden), vleien, kruipen voor:Hefawned (up)onthe mighty.
Fay,fei, subst. fee.
Fay,fei, ten doode opgeschreven (Schot.).
Fay,fei, aan elkaar passen, nauwkeurig passen.
Faze,feiz, plagen, verschrikken (Amer.).
Feal,fîəl, trouw:Feal and leal= houw en trouw (Schot.);Fealty= trouw aan leenheer, vorst of regeering.
Fear,fîə, subst. vrees, angst, ontzag, eerbied;Fearverb. vreezen, duchten, vermoeden:For rear of= uit vrees voor;No rear of that= geen vrees daarvoor;Fearful (of)= angstig (voor), vreesachtig, vreeswekkend; subst.Fearfulness;Fearless= onbevreesd; subst.Fearlessness;Fearnaught=Fearnought= dikke en ruige wollen stof, soort fries;Fearsome= angstwekkend.
Feasibility,fîzibiliti, uitvoerbaarheid, mogelijkheid; adj.Feasible.
Feast,fîst, subst. feest, lekkernij, feest- of gastmaal;Feastverb. feestvieren, smullen, onthalen, zich verlustigen aan(on): Enough is as good as a feast= genoeg is overvloed;Feast-day= feestdag;Feast-rite= feestelijk gebruik.
Feat,fît, subst. daad, heldendaad, kunststukje, toer; adj. handig, vlug, bekwaam, netjes:Feat of juggling, goocheltoer;Featness= vlugheid.
Feather,fedhə, subst. veer, veder, pluim, vogels (sportt.), het door de riemen opgeworpen water;Featherverb. bevederen, met veeren bedekken of versieren, er als gevederte uitzien:Birds of a feather flock together= soort zoekt soort:That’s a feather in his cap= dat is een pluim, veer op zijne muts;She wasin full feather= in gala; had een gespekte beurs;Youarein high featherto-day= je bent erg in je “hum” vandaag;The shipcut a feather= deed het schuim opspatten voor den boeg;Toshow the (a) white feather= zich lafhartig toonen;It is but the turning of a featherbetween you and him= haast geen onderscheid, verschil;His air of superiority inspired me with a desireto tar and featherhim= om hem eens flink zijn vet te geven (eig.: te teeren, en dan op de teer veeren te strooien);That man isfeathering his nest= is bezig zijne schaapjes op het droge te brengen, voor zichzelf te zorgen; Tofeather the oars= de riemen horizontaal over het water laten glijden;Feather-bed= veeren bed:Feather-bed conspirators= zoetsappige;Feather-boarding= planken beschieting (overnaads);Feather-brain= wuft persoontje;Feather-broom (Feather-brush)= plumeau;Feather-edge= scherpe kant van eene plank;Feather-flowers= kunstbloemen (vooral voor hoeden);Feather-grass= espartogras;Feather-headed= lichtzinnig, wuft;Feather-weight= kleinst mogelijk (precies) gewicht, lichtste belasting (bij eenhandicap);boxervan licht gewicht;Feathery= vederachtig, veeren - - -, met veeren bedekt.
Feature,fîtšə,fîtjə, gelaatstrek, trek, voorkomen, eigenaardig kenmerk, eigenaardigheid; bepaling (van een contract, etc.), rubriek;Featureverb. gelijken op:This house is the feature of the street= het meest opvallende;Ill-(Well-)featured= leelijk (knap).
Feaze,fîz, ontrafelen (van touw).
Febrifugal,fibrifjug’l,febrifjûg’l, koortsverdrijvend;Febrifuge,febrifjûdž, koortsverdrijvend[191](middel);Febrile,fîbr(a)il,febril, koortsig, koorts - -.
February,februəri, Februari;FebruaryFill-dyke= Febr. de regenmaand.
Feces,fîsîz. ZieFaeces.
Fecit,fîsit, “hij (zij) heeft (het) gemaakt”.
Feck,fek, subst. voornaamste deel, kracht, waarde; adj. flink, krachtig;Feckless= laf, zwak, waardeloos (Schot.).
Fecula,fekjulə, zetmeel; bladgroen.
Feculant,fekjulent, troebel, modderig, drabbig; subst.Feculence.
Fecund,fek’nd,fîk’nd,fikɐnd, vruchtbaar;Fecundate,fek’ndeit,fîk’ndeit,fikɐndeit, vruchtbaar maken, bevruchten; subst.Fecundation;Fecundity,fikɐnditi, vruchtbaarheid.
Federacy,fed’risi; ZieFederation;Federal,fed’rəl, federaal, bonds - -:Federal City= Washington;Federal Diet= de Duitsche Bondsdag;Federal Union= statenbond;Federalism= federalisme;Federalist= federalist;Federalize= tot een bond vormen;Federate= zich tot een federatie verbinden;Federation= federatie, statenbond;Federative= verbonden, bonds - -.
Fee,fî, loon, salaris, honorarium, bijverdiensten (in deze gevallen meest Meervoud); fooi; leengoed, eigendom;Feeverb. beloonen, betalen, een fooi geven:What withdoctors’ and lawyers’ feeswe had a hard year of it= door al die kosten van dokter en advocaat;Tuition (University) fees= collegegelden;Tohold in fee simple= land bezitten waarover men bij zijn dood vrij kan beschikken;Estatein fee tail= goed, dat op bepaald aangewezen erfgenamen moet overgaan.
Feeble,fîb’l, zwak, krachteloos;Feeble-minded= zwak van geest, besluiteloos; subst.Feebleness.
Feed,fîd, voeden, voorzien van, verzorgen, onderhouden, laten weiden, eten, vreten, grazen; subst. een maal, voer, maaltijd, voorraad:His horse must have itsfour feeds a day= moet viermaal per dag gevoerd worden;I amoff my feed= heb mijn eetlust verloren;He feeds like a wolf= eet als een wolf;Tofeed one’s cold= uitvieren;Tofeed the fire= wat in de kachel doen;The operatorfeeds the letters intothe stamping-machine= schuift geregeld;He was feeding morsels from his plate into his mouth,as if he was firing up an engine= hij stopte in zijn mond;Feed-pipe= aanvoerpijp;Feed-pump= perspomp; aanvoerpomp;Feeder= iemand, die voert of mest, iemand of iets, die of dat bevordert, zijrivier, voedingskanaal, zijtak:Dainty feeder= lekkerbek;Greedy feeder= veelvraat;Feeding-bottle= zuigflesch.
Feel,fîl, voelen, bevoelen, betasten, ondervinden, gevoelen; subst. voelen, gevoel, gewaarwording:The babyfeels his legs= probeert te gaan staan;I feel for you,poor fellow= ik heb medelijden met je, arme kerel;Hefelt his way after the sound= hij zocht tastende zijn weg op het geluid afgaande;Shefelt her way on the subject with him= zij polste hem over dat onderwerp;I shall try tofeel him out= te polsen;I feel up tomuch work= voel me geschikt voor;I feel offended byyour remark= ik acht mij beleedigd;Feeler= voeler, voelhoorn;Toput (throw) out a feeler= de publieke meening polsen door een voorloopig bericht;Feeling= gevoelend, gevoelvol, medelijdend; subst. gevoel, aandoening, gewaarwording, geest, stemming:Hehas no feeling against you= niets (= geen wrok) tegen u;Toexcite bad feeling against= haat opwekken tegen;Thefeelings= de aandoeningen der ziel, hartstochten, etc.:Thefeelings are dangerous guides= het gevoel is een gevaarlijk raadsman.
Feet,fît, voeten (ZieFoot):He is certainto fall on his feetanywhere= hij komt altijd op zijn pooten terecht;With the world at your feet= met de wereld gereed om u te dienen.
Feign,fein, veinzen, voorwenden:A feigned issue= een proces, om eenvoudig de rechtskwestie te beslissen;Feint,feint, subst. voorwendsel, schijnbeweging, schijnaanval, list;Feintverb. een schijnbeweging maken:Afeint of flight= voorgewende vlucht;Hemade a feint of writing= deed alsof hij schreef.
Fel(d)spar,fel(d)spâ, feldspaath.
Felicitate,fəlisiteit, feliciteeren (on); subst.Felicitation;Felicitous= gelukkig, voorspoedig, gelukkig gevonden;Felicity,filisiti, geluk, gelukzaligheid, voorspoed, toepasselijkheid, gelukkige manier van:Felicity in the choice of words= eene gelukkige keus.
Feline,fîl(a)in, katachtig, katten …:Feline amenities= kattige lievigheden.
Felix,fîliks.
Fell,fel, vel, huid; platte zoom; val of golving (van haar); rotsachtige heuvel; adj. wreed, woest;Fellverb. vellen, omhakken; zoomen; imperf. vanto fall;Fell-monger= koopman in huiden.
Fellah,fela, (meerv.Fellaheen,feləhîn), Egyptische boer of arbeider:Thefellaheen forces= de strijdmacht derfellahs.
Felloe,felou, velg.
Fellow,felou, subst. kameraad, maat, wedergade, gelijke, kerel, vent, jongen; lid van eencollegeof genootschap; soort lector oftutorin ’t genot van eenFellowship:A glove and its fellow= en de daarbij passende handschoen;He is hail-fellow-well-metwith everybody= goede maatjes;They arefellows in office= ambtgenooten, collega’s; adj. (in samenstellingen) mede …;Fellow-citizen= medeburger;Fellow-commoner= student (aan Eng. Universiteiten), die met defellowsvan zijncollegedineert;Fellow-countryman= landsman;Fellow-craft= vrijmetselaar (tweede graad);Fellow-creature= medemensch;Fellow-feeling= medegevoel;Fellow-lodger= contubernaal;Fellow-ranker= iemand van denzelfden rang;Fellowship= vereeniging, gemeenschap, omgang, gelijk aandeel in; het ambt van, en de toelage voor defellowsvan een universiteit:Good[192]fellowship= collegialiteit, kameraadschap;Rule of fellowship= gezelschapsrekening;Fellow-soldier= krijgskameraad;Fellow-traveller= medereiziger.
Felly,feli, velg.
Felon,fel’n, subst. misdadiger; fijt; adj. kwaadaardig, verraderlijk, wreed;Felon’s dock= beschuldigdenbank;Felonious,fəlounjəs, snood, boosaardig, misdadig, met voorbedachten rade;Felony= zware misdaad.