Felt,felt, subst. vilt(en hoed);Feltverb. met vilt bedekken, tot vilt maken; imperf. van to feel.Feltre,feltə, ouderwetsch borstharnas van vilt.Felucca,fəlɐkə, feloek (schip).Felwort,felwɐ̂t, swertia, gentiaan, bitterwortel.Female,fîmeil, subst. vrouwtje, wijfje; vrouwelijke plant, vrouwspersoon; adj. vrouwelijk:Female die= holle stempel, waarin demale diegeslagen wordt;Female rhymes,Female rimes= rijmen met ongeaccentueerde lettergreep op het einde, bijv.geven—leven;Female screw= moerschroef;Female woman= teere, zwakke.Feme,fem:Feme covert= gehuwde vrouw;Feme sole= ongehuwde vrouw.Feminine,feminin, vrouwelijk, zacht, teeder, verwijfd:Feminine gender= vrouwelijk geslacht;Femininity= vrouwelijkheid, de vrouwen;Feminize= verwijfd maken, verweekelijken.Femoral,femərəl, dij - -;Femur= dijbeen.Fen,fen, moeras, moerasland;Fen-berry= veenbes;Fen colonies= veenkoloniën;Fen-duck= soort v. wilde eend;Fen-fire= dwaallichtje.Fence,fens, subst. heg, omheining, beschutting, het schermen, handigheid (in ’t debat), heler;Fenceverb. omheinen, beschutten, verdedigen, versterken, schermen, pareeren; uitvluchten maken:Tobe (ride, sit) on the fence= eene afwachtende houding aannemen;Sherushed at her fences= zij vloog naar de beschermde plaats, stelde zich te weer;Tofence a question= pareeren, ontwijken;He studiouslyfenced roundthe points= hij ontweek opzettelijk de kwestie;Fence-month= gesloten jachttijd (van 9 Juni–9 Juli);Fencer= schermer, goed springpaard;Fencible,fensib’l, verdedigbaar:The Fences= soort landweer;Fencing,fensiŋ, materiaal voor eene schutting (Amer.); schermkunst, handig debat:Fencing-foil= degen;Fencing-gloves= schermhandschoenen;Fencing-pad= borstleder (van denFencing-master= schermmeester).Fend,fend, verdedigen, afweren:Let us leave him tofend for himself= laat hij zichzelf verdedigen, zien te redden.Fender,fendə, hek voorlangs den haard of de daardoor ingesloten ruimte; stootmat, kurkenzak, wrijfworst (scheepst.).Fenian,fînj’n, lid van een in 1857 te New-York opgericht geheim Iersch verbond voor het bevrijden van Ierland; ook adj.;Fenianism= Fenianisme.Fennel,fen’l, venkel.Fenny,feni, moerassig.Fent,fent, opening of split.Feod,fjûd. ZieFeud.Feof,fef, subst. leengoed;Feofverb. met een leen begiftigen;Feofee,fefî, leenman;Feofer,Feofor,fefə, leenheer.Feral,fîrəl,Ferine,fîr(a)in, wild, ongetemd; kwaadaardig (v. ziekten); subst.Feralness.Fering(h)ee,fəriŋgî, Frank, algemeene naam door de Mahom. aan Europeanen gegeven.Ferment,fɐ̂m’nt, ferment, gisting (ookfig.).Ferment,fəment, in gisting brengen (of zijn), beroeren;Fermentability= gistbaarheid;Fermentable= gistbaar;Fermentation= gisting, beroering;Fermentative, gistend, gisting veroorzakend, gistings - -, subst.Fermentativeness.Fern,fɐ̂n, varenkruid:Fern-owl= nachtzwaluw;Fern-seed= (onzichtbaar makend) varenzaad;Ferny= vol varens.Ferocious,fəroušəs, woest, wreed, roofgierig; subst.Ferociousness=Ferocity,fərositi.Ferret,ferət, subst. fret; woekeraar; smal groen lint;Ferretverb. uitdrijven, fretten, uitvisschen:I haveferreteditout= ben het op listige wijze te weten gekomen;Ferret-eyes= kleine, slimme oogen;Ferreter= jager met een fret, speurhond (fig.).Ferriage,feriidž, overvaart, veergeld.Ferric,ferik, ijzer …;Ferriferous= ijzerhoudend;Ferrugineous,ferudžiniəs, ijzerhoudend, ijzerroestkleurig =Ferruginous.Ferrotype,feroutaip, photographie op een gevoelige ijzeren plaat.Ferrule,ferûl, metalen ring, koperen busje om een stok, muntring.Ferry,feri, subst. veer, veerrecht, veerboot;Ferryverb. overzetten;Ferry-boat= veerboot;Ferryman= veerman.Fertile,fɐ̂t(a)il, vruchtbaar, rijk aan, vindingrijk; subst.Fertility;Fertilization= vruchtbaarmaking, bevruchten;Fertilize,fɐ̂tilaiz, vruchtbaar maken, bevruchten;Fertilizer= mest.Ferule,ferûl, subst. schoolplak;Feruleverb. met de plak geven.Fervency,fɐ̂vənsi, vuur, gloed, innigheid, ijver; adj.Fervent,fɐ̂v’nt, subst.Ferventness;Fervid,fɐ̂vid, heet, brandend, vurig, heftig; subst.Fervidness;Fervour,fɐ̂və, gloed, vuur, drift.Fesse,fes, horizontale dwarsbalk of streep op een schild;Fesse-point= het middelpunt van een wapenschild.Festal,fest’l, feestelijk, vroolijk.Fester,festə, subst. zweer, fistel;Festerverb. zweren, etteren, rotten, woeden.Festival,festiv’l, subst. feestviering; soms ook adj.;Festive= feestelijk, feest …:Festive mirth= feestvreugde;In a festive disposition= in feestelijke stemming;Festivity,fəstiviti, feestelijkheid, feestvreugde.Festoon,festûn, subst. guirlande, krans, festoen;Festoonverb. met guirlandes, enz. tooien.Fetch,fetš, halen, trekken, behalen, opbrengen, maken, doen, geven, bereiken; subst. kunstgreep, list, dubbelganger, strikvraag:Ifetchedhimfrom behind= greep hem van achteren aan;He wasfetched in[193](out) = gegrepen (weggevoerd);The picture will have to befetched out= zal wat uitgehaald moeten worden;She wasfetched to= bijgebracht;Tofetch up= plotseling blijven staan, ophalen, grootbrengen, inhalen:The flatness of the last act must befetched up= het trekkerige van het laatste bedrijf moet verholpen worden;Tofetch a compass= een omweg maken;Tofetch a pump= eene pomp aan den gang maken;Shefetched a deep sigh= slaakte een diepen zucht;That is ratherfar-fetched= nogal ver gezocht;Fetch-candle (Fetch-light)= dwaallicht, dat naar het volksgeloof, in Wales, den dood aankondigt;Fetching, pakkend, bekoorlijk.Fetich,fetiš,fîtiš=Fetish.Fetid,fetid,fîtid, stinkend; subst.Fetidness.Fetish,fetiš,fîtiš, fetisch:Fetish-man= fetisch priester of aanbidder;Fetishism= feticisme;Fetishist= fetisch aanbidder.Fetlock,fetlok, vetlok, kootgewricht.Fetter,fetə, subst. voetboei, keten, belemmering; kluister;Fetterverb. boeien, belemmeren, binden;Fetterless= vrij, ongedwongen.Fettle,fet’l, in orde brengen, repareeren, schoonmaken, druk werken, voeren, bedekken, vastmaken; subst. conditie (sportt.), drukte.Fetus, Foetus,fîtəs, ongeboren vrucht.Feud,fjûd, vete, twist, vijandschap.Feud,fjûd, leen;Feudal system= leenstelsel =Feudalism= feudalisme;Feudality,fjudaliti, leenmanschap, feudaal-systeem;Feudalize= leenroerig maken;Feudary=Feudatory= leenman.Fever,fîvə, subst. koorts, opgewondenheid;Feververb. koortsig maken:In a fever of disgust= koortsachtig opgewonden van ergernis;Low fever= binnenkoorts;Feverfew= koorts- of moederkruid;Fever-weakened= door de koorts verzwakt;Feverish,fîvəriš, koortsachtig, gloeiend; subst.Feverishness.Few,fjû, weinige(n):The fewer the better= hoe minder (menschen) hoe liever;A few= eenige;A good few= aanzienlijk getal;In few= in ’t kort;Few and far between= hoogst zeldzaam;Fewness= gering aantal.Fey,fei, (ge)dood, ten doode bestemd; veeg (Schotsch), ongelukkig, vreemd, zonderling, mistroostig:You are fey,and I prophesy a headache for you to-morrow= je bent niet gewoon.Fez,fez, fez, Turksche muts.Fiasco,fiaskou, fiasco, ongunstige uitslag, slecht figuur.Fiat,faiət, fiat, “het geschiede”.Fib,fib, subst. leugen(tje);Fibverb. jokken, afranselen:Don’ttell fibs= jok nu niet;Fibber= jokker =Fibster.Fibre,faibə, vezel, kracht;Fibril,faibril, fijne vezel of draad;Fibrilose,faibrilous,faibrilous, met of van vezeltjes;Fibrous,faibrəs, vezelachtig.Fibula,fibjulə, kram; kuitbeen; hechtnaald.Fickle,fik’l, wispelturig, grillig; subst.Fickleness.Fico,fîkou, vijg; verachtelijk gebaar waarbij men den duim in den mond of tusschen wijs- en middelvinger bracht.Fictile,fiktil, kneedbaar; aarden:Fictile art= keramiek.Fiction,fikš’n, verdichting, verdichtsel, prozawerk, roman;Fictitious= verdicht, nagemaakt, onecht; subst.Fictitiousness;Fictive=Fictitious.Fictor,fiktə, modelleur.Ficus,faikəs, vijgeboom; vijgewrat.Fidalgo,fidalgou, Portugeesch edelman.Fiddle,fid’l, subst. viool, slingerlatten (scheepst.);Fiddleverb. vioolspelen, beuzelen, spelen, beetnemen:Heplayed first fiddle= hij speelde de eerste viool (ookfig.);Totake first fiddle= de leiding nemen;Fiddle-bow= strijkstok;Fiddle-bridge= kam;Fiddle-case= kist;Fiddle-de-dee= malligheid;Fiddle-faddle,fid’lfad’l, subst. gewauwel, kouwe drukte; adj. wauwelachtig, beuzelend;Fiddle-faddleverb. drukte maken om niets, beuzelen;Fiddle-stick= strijkstok:I don’t care a fiddle-stick= ik geef er geen zier om;Fiddlesticks’ ends= geleuter;Fiddle-string= vioolsnaar;Fiddler= vioolspeler, zesstuiverstuk.Fide-jussion,faididžɐš’n, borgstelling;Fide-jussor= borg.Fidele,faidîlə.Fidelity,fideliti, getrouwheid, aanhankelijkheid, trouw.Fidget,fidžət, subst. zenuwachtige gejaagdheid, bewegelijkheid, zenuwachtig persoontje;Fidgetverb. zich zenuwachtig bewegen, zenuwachtig maken:Her arm seemedto have got the fidgets= niet stil te kunnen blijven liggen, bewoog zenuwachtig heen en weer;You fidget meby your presence= ge maakt me zenuwachtig en gejaagd door uwe tegenwoordigheid;Fidgety= gejaagd, zenuwachtig.Fiducial,fidjûš’l, vertrouwend, vertrouwelijk:Fiducial mark= bewijs van vertrouwen;Fiduciary,fidjûšəri, subst.iemand, wien een pand ter bewaring is toevertrouwd; adj. vol vertrouwen, toevertrouwd:In his fiduciary capacity= betrekking van vertrouwen.Fie,fai, foei!Fief,fîf, leengoed.Field,fîld, veld, akker, slagveld, slag, gezichtsveld, uitgestrektheid, al de cricketspelers, de jachtstoet, aantal deelnemende paarden;Fieldverb. voorfielderspelen bijcricket, wedden op hetfield(i.e.tegen den favourite):Hebetted (laid) against the field= hij wedde op denfavourite;Thefieldwasfought, lost, won= slag;The armytook the field and kept itduring the summer= het leger trok te velde en bleef daar den ganschen zomer;A field of ice= groote (drijvende) ijsmassa;Field of view= gezichtsveld;Field-allowance= extratoelage aan te velde zijnde soldaten;Field-artillery= veldartillerie;Field-bed= veldbed;Field-book= veldboek (voor het landmeten);Field-day= dag voor velddienst, dag van groote drukte, vertoon, etc.;Field-duck= kleine trap;Field-equipage= velduitrusting;Fieldfare= veldjakker,[194]kramsvogel;Field-glass= veldkijker;Field marshal= veldmaarschalk;Field-mouse= veldmuis;Field-officer= stafofficier;Field-piece (Field-gun)= stuk veldgeschut;Field-practice= velddienstoefening;Field-sports= jachtvermaak, enz.;Field-works= schansen;Fielder= een bepaald speler bijcricket.Fiend,fînd, booze geest, duivel; adj.Fiendish; subst.Fiendishness;Fiendlike= duivelsch, demonisch.Fierce,fîəs, woest, wreed, meedoogenloos, hevig, onstuimig; subst.Fierceness.Fieri facias,fai(ə)raifeišas, dwangbevel tegen een schuldenaar:He has been served witha writ of fieri facias.Fieriness,fai(ə)rinəs, vurigheid, vuur, hevigheid;Fiery,fai(ə)ri, vurig, hartstochtelijk, opvliegend:Fiery substances= licht ontbrandbare stoffen;Fiery-cross= vlammend kruis (in de Hooglanden van Schotland), om de stammen te wapen te roepen.Fife,faif, subst. fluit, pijp;Fifeverb. pijpen, op eene fluit spelen;Fifer= pijper.Fifteen,fiftîn, (maarFifteen boys,fiftîn bôiz), vijftien;Fifteenth= vijftiende;Fifth,fifth, subst. en adj. vijfde (deel):Fifth monarchy men= dweepzieke godsdienstsekte, die ongeveer 1659 ontstond en eene vijfde monarchie profeteerde, waarin Christus duizend jaren op aarde zou heerschen;Fifthly= ten vijfde;Fifty= vijftig:In the fifties= tusschen ’50 en ’60;Fiftieth= vijftigste.Fig,fig, subst. vijg, vijgeboom, gala, lor, pruimtabak (Amer.):Figs!= loop heen, ’klets’;In full fig= in groot tenu, poesmooi, goed op dreef;I don’t care a fig forwhat you say= geef geen zier;Fig-eater (Fig-pecker)= vijgeneter;Fig-leaf= vijgeblad:This poet’s works have beensubjected to the fig-leaf and knife= zijn gecastreerd en besnoeid;Fig-shell= schelp in den vorm eener vijg of peer.Fight,fait, subst. gevecht, strijd;Fightverb. vechten, strijden, bevechten, laten vechten:A hand-to-hand fight= man tegen man;A running fight= het nazetten van en vuren op een vluchtenden vijand;Single fight= tweegevecht;To make a brave fight= zich kranig houden;Toshow fight= de tanden laten zien, zich te weer stellen;I will fight you= ik daag je uit;Tofight shy of= uit den weg gaan, vermijden;Tofight a battle= slag leveren;Tofight a duel= duelleeren:Tofight the tiger= dobbelen (Amer.);Hefought his way throughthe crowd= baande zich met geweld een weg;We willfight it out together= het samen uitvechten;Fighter= vechter, vechtersbaas, boxer;Fighting-alliance= of- en defensief verbond;Fighting-cock= kemphaan;The fighting efficiencyof our fleet= vechtvermogen;Fighting-top= mars (op een oorlogschip).Figment,figm’nt, vinding, verdichtsel.Figuline,figjul(a)in, pottebakkersaarde, vaas van kunstaardewerk.Figurant(e),figjurânt, figurant (ookfig.).Figurate,figjureit, gefigureerd;Figuration,figjureiš’n, voorstelling, afbeelding, type;Figurative,figjurətiv, figuurlijk, zinnebeeldig, bloemrijk.Figure,fig(j)əfiguur, vorm, voorkomen, gedaante, gestalte, beeld, afbeelding, persoonlijkheid, voorbeeld, pracht, prijs, cijfer, de passen (bij het dansen);Figureverb. vormen, afbeelden, voorstellen, figuurlijk gebruiken, figureeren, figuren vormen, met figuren versieren, becijferen, cijferen:Whata figureyou are= wat zie jij er uit!What isthe figure? = op hoeveel komt dat?Trustworthy figures= vertrouwbare cijfers;Tobe bad at figures= een slecht rekenaar zijn;Hecuts (makes) a good (poor) figure= een goed (treurig) figuur;Togo the whole figure= al het mogelijke doen;Helives in figure= hij voert een grooten staat;Tosell at a great figure= voor hoogen prijs;I will notsell it under three figures= onder £100 (=3 cijfers);Hefigured downseveral couples with his amiable partner= hij danste (in dencountry-dance) tusschen de rij der dansers door;We havefigured it out= het uitgerekend;It is easyto figure these sums up= op te tellen;Figure-head= vóórsteven- of galjoenbeeld;Figure-maker= modelleur;Figure-weaver= damastwever;Figured= gebloemd, met figuren;Figurette,figjuret=Figurine,figjurîn, beeldje.Fiji,fîdži:Fiji Islands;Fijian,fîdžiən, (bewoner, taal) van F.Filament,filəment, vezel, draad, meeldraad;Filamentous= vezelig, draderig.Filander,filəndə,filandə, soort van kangoeroe; soort ingewandsworm;Filanders= ziekte bij valken.Filbert,filbət, hazelaar, hazelnoot;Filbert-nails= bolle, spits toeloopende, sierlijke nagels.Filch,filš, stelen, kapen;Filcher= dief.File,fail, subst. snoer, draad, rist papieren (met datum, korte inhoud, etc. op de rugzijde), lijst, catalogus, rot (mil.); vijl, geslepen vent;Fileverb. aanrijgen aan eenfile, deponeeren in ’t archief, indienen van stukken,in rotten marcheeren, vijlen, afvijlen, glad maken;The rank and file= het kader en de manschappen;On file= stelselmatig gerangschikt;Indian (Single) file= eendenmarsch;The soldiersfiled off= marcheerden af in eene rij achter elkaar;File, please= wil de zaak als afgedaan beschouwen;File-cutter= vijlmaker;File-leader= voorste soldaat van een File;Filings= vijlsel.Filial,filj’l, kinderlijk:Filiation= affiliatie.Filibeg,filibeg=Kilt.Filibuster,filibɐstə, subst. vrijbuiter, roover; obstructionist (Amer.=Filibusterer);Filibusterverb. op roof of buit uitgaan:Afilibustering expedition= rooftocht.Filices,filisîz, orde der varens;Filical= tot de varens behoorende;Filiciform= varenvormig;Filicoid=fern-like.Filiform,filiföm, draadvormig, dun.Filigree,filigrî, subst. filigraan; ook adj.Filigreed= met filigraan versierd.[195]Fill,fil, subst. bekomst, hoeveelheid tot vulling;Fillverb. vullen, volstoppen, verzadigen, bevredigen, bezetten, bekleeden, volbrassen; vol worden:I haveeaten and drunk my fill= volop gegeten en gedronken;She hasfretted her fill= is uitgemokt;Togaze one’s fill at= zich zat zien aan;Twofills of tobacco= pijpjes tabak;Tofill the bill= aan alle eischen voldoen;Tofill an order= een bestelling uitvoeren;Tofill parts= rollen bezetten;Tofill sails= zeilen doen zwellen;To fill teeth(Amer.voorto stop);Tofill in= dichtstoppen, dempen, aanvullen:The article wasfilled in= het artikel werd geplaatst;His facefilled out= werd dikker;Shall Ifillyououta glass= vullen?To fill up= geheel innemen, vol maken of worden; dempen:Tofill up a vacancy (a canal);The loan wasfilled up= werd volteekend;The shipfilled upwith water there= nam daar voldoenden watervoorraad in;Filler= vuller, trechter, vulsel, stopwoord;Filling-in pieces= vulstukken.Fillet,filət, subst. band (om het hoofd of om het haar), filet; lendestuk, vleesch zonder been (als schijf of rollade opgediend), lijst;Filletverb. met een hoofdband omringen of binden, versieren, tot een schijf of rollade maken, met lijsten versieren.Fillibeg, zieFilibeg;Fillibuster, zieFilibuster.Fillip,filip, subst. knip (voor den neus); aansporing;Fillipverb. knippen (met de vingers):To give a fillip= aanzetten.Filipeen,filipîn,filipîn, filippine.Filly,fili, merrieveulen, wildebras.Film,film, subst. vlies, film (phot.);Filmverb. met een vlies bedekken:The pools werefilmed with frost= er lag een vliesje ijs op; subst.Filminess; adj.Filmy= vliezig, zeer dun, fijn;Filmy-fern= schildvaren.Filter,filtə, subst. filter, filtreer, zeef;Filterverb. filtreeren, ziften;Filtering-bag= doorzijgzak;Filtering-machine= filtreermachine;Filtering-paper= filtreerpapier;Filtering-stone= poreuze steen.Filth,filth, vuiligheid, vuilnis, ookfig.=Filthiness; adj.Filthy.Filtrate,filtreit, subst. filtraat;Filtrateverb. filtreeren; subst.Filtration.Fin,fin, vin:Pectoral and ventral fin= borst- en buikvin;Fin-footed,Fin-toed= met zwemvliezen aan de pooten.Finable,fainəb’l, beboet- of bekeurbaar.Final,fain’l, laatste, eind…, slot…, beslissend, finaal; subst. beslissingswedstrijd:Final-cause= einddoel:He does notbelieve in final-causes= hij ontkent de teleologie;Final decision= eindbeslissing;Final proof= afdoend bewijs;Final success= succes ten slotte;Finality,fainaliti, eindtoestand, volkomenheid;Finally= ten slotte.Finance,f(a)inans,fainəns, subst. financiewezen:Finances= geldmiddelen, fondsen;Financeverb. de financiën besturen, geldelijk ondernemen of steunen:He finances the paper= hij neemt de geldelijke uitgaven op zich;Many people financed the movement= steunden de beweging geldelijk;He financed his nephew= voorzag van geld;Financial,finanš’l, geldelijk;Financialist=Financier,fa(i)nansîə,finansîə.Finch,finš, vink:A finch-backed cow= (op den rug) gestreepte of wit gevlekte koe.Find,faind, subst. ontdekking, vondst;Findverb. vinden, ontdekken, bevinden, verklaren, uitspraak doen, enz.:Will you find me a pen= voor mij zoeken?She was to find linen= zou zorgen voor;We took furnished apartments, onlyfinding plate and linen= moesten alléén voor eigen zilver en tafellinnen zorgen;I could notfind it in my heartto do it= ik kon het niet over mijn hart verkrijgen;The juryfound for the defendant= de gezworenen spraken den aangeklaagde vrij;A billwas found forthe case= er werd in de zaak (door deGrand Jury) rechtsingang verleend;She could notfind herself indresses out of that money= zij had niet genoeg kleedgeld;I willfind you inpocket-money= ik zal je zakgeld geven;This small sum has tofind meineverything= van dit sommetje moet ik alles bekostigen;He iswell found ineverything= hij zit goed in z’n spulletjes;B. iswell found inhotels= goed voorzien van;Our privateers werenot so well foundas the enemy’s= waren niet zoo goed van alles voorzien;I will try tofind it out= ontdekken;Then the young scholarfound himself= toen vond de jonge geleerde een hem passenden werkkring;Find-fault= bedilal;Find-spot= vindplaats;Finder= vinder, zoeker (kijker), visiteur, speurhond;Finding= resultaat, uitspraak;Findings= (vooral schoenmakers) benoodigdheden, enz., waarvoor de werkman zelf moet zorgen (Am.);Finding-store= winkel voor schoenmakersbenoodigdheden (Amer.).Fine,fain, subst. einde; geldboete;Fineverb. beboeten:In fine= kortom, ten slotte.Fine,fain, fijn, teer, dun; schoon, elegant, uitstekend, sluw, scherp, spits, zuiver; helder, klaar;Fineverb. klaren (down), zuiveren, frisschen, affineeren:A fine whist-player= goed;The fine flower ofthe aristocracy;I haverun it very fine= ik heb het er precies afgebracht, het was “er aan toe”;Fine arts= fraaie kunsten;Fine-draw= een scheur haast onzichtbaar stoppen; dun uitrekken;Fine-drawn= erg gezocht (fig.);Fine-spoken= fraaie woorden gebruikend; met gladde tong;Fine-spun= fijn (uit)gesponnen;Fine-still= distilleeren uit bijprodukten der suikerraffinaderij;Fine-stuff= pleisterkalk;Fineness= fijnheid, zuiverheid, etc.;Finer= frisscher;Finery= mooie kleeren, opschik, opzichtigheid; affinerie;Fining-pot= affineerkroes.Finesse,fines, subst. sluwheid, handigheid, list;Finesseverb. list gebruiken.Finger,fiŋgə, subst. vinger, vingerbreedte, (-lengte), vingervaardigheid;Fingerverb. betasten, bevoelen, ontfutselen, met de vingers bespelen:Hehas his finger in it= hij is erbij betrokken;Hehas his finger in every man’s pie= heeft overal de hand in;I have it at my finger-ends (fingers’ ends)[196]= ik ken het op mijn duimpje;Heshook his finger at me= dreigde mij met opgeheven vinger;I won’tstir a finger= ik steek geen hand uit;He wasFingering his watch-chain= beuzelde met;Finger-alphabet,Finger-and-sign-language= vingerspraak;Finger-board= nek van een snaarinstrument, manuaal (van piano of orgel);Finger-bowl(Finger-glass) = vingerglas (om na het diner de vingers in af te spoelen);Finger-plate= deurplaat;Finger-post= handwijzer;Finger-prints= vingerindrukken;Finger-reading= lezen door blinden;Finger-stall= vingerling;Fingered= gevingerd:Thefingered gentry= de Heeren dieven;Fingering= aanraken met de vingers, fijn werk voor de vingers, vingerzetting.Fingerling,fiŋgəliŋ, jonge forel.Finial,finiəl, kruisbloem, Gothische puntversiering, krullen (bij ’t schrijven).Finical,finik’l,Finicking(Finikin),finikiŋ(n), gemaakt, overdreven, kieskeurig.Finis,fainis, einde, slot.Finish,finiš, eindigen, voltooien, besluiten, de laatste hand leggen aan, afwerken, apprêteeren, opgebruiken, opeten, uitdrinken, zijn bekomst geven, dooden, ophouden; subst. afwerking, voltooiing, einde (van den wedstrijd), laatste hand aan iets; pleisterkalk;It wasa fight to the finish= tot de beslissing viel =Theyfought to a finish;That finished him= toen had hij genoeg, was hij dood;Finishing-coat= derde of laatste laag (verf of pleister);Finishing-school= meisjeskostschool waar de laatste hand aan de opleiding wordt gelegd.Finite,fainait, subst. persoonsvorm (tegenover denInfinitive) van een werkwoord; adj. eindig; subst.Finiteness.Finland,finland;Finlander=Finn= Fin;Finnic=Finnish= Finsch, Finlandsch.Finnikin,finikin, soort van gekuifde duif.Finny,fini, gevind.Fionia,fiounjə, Funen.Fions,faiənz, half-mythische krijgslieden in Ossian’s gedichten.Fiord,fjöd, fjord.Fir,fɐ̂, den, denneboom, zilverspar;Fir-apple,Fir-cone= pijnappel;Fir-poles= juffers;Fir-tree.Fire,faiə, subst. vuur, brand, hitte, licht, gloed, hartstocht, het schieten, hel;Fireverb. in brand steken, afvuren, afschieten, aanvuren, stoken, bakken (van porselein), ontbranden, ontvlammen, een carillon luiden:The house ison fire= in brand;We wereunder fire= aan ’t vuur (des vijands) blootgesteld;Tocatch fire= vuur vatten;The piecehangs fire= heeft geen succes;He went off to sleep, butI hung fire= maar ik kon den slaap niet vatten;The affairhung fire= hokte;My gunmissed fire= ketste;Theyopened a raking fire= begonnen moorddadig te vuren;Toset on fire(=Toset fire to) = in brand steken;He will never set the Thames on fire= hij heeft het buskruit niet uitgevonden;Tosilence the enemy’s fire= de batterijen van den vijand tot zwijgen brengen;Totake fire= vuur vatten, in brand raken;I took fire= vatte vuur, stoof op;Fire!= vuurt;To fire a gun, a mine, a shot;This fired my blood= maakte mijn bloed aan ’t koken;Fire away!vooruit maar, begin maar!;A gun-boat wasfired upon= er werd gevuurd op eene kanoneerboot;He is fired up= woedend;St.-Anthony’s fireroos;Greek fire= Grieksch vuur;Kentish fire= een rhythmisch applaus;Running fire= snelvuur;Fire-alarm= brandschel;Fire-annihilator,ənaihileitə, extincteur;Fire-arm= vuurwapen;Fire-ball= brandbom; vuurbol (meteoor);Fire-balloon= luchtballon (met heete lucht), ballon met vuurwerk, dat boven in de lucht ontvlamt;Fire-basket= soort komfoor;Fire-bavin= rijsbundel op branders (schepen);Fire-blast= brand, ziekte in hop;Fire-board= schoorsteenscherm;Fire-box= vuurkast (van een locomotief);Fire-brand= brandend stuk hout; stokebrand;Fire-brick= vuurvaste steen;Fire-brigade= brandweer;Fire-brush= haardveger;Fire-bucket= brandemmer;Firebug= brandstichter (Amer.);Fire-clay= vuurvaste klei;Fire-cock= brandkraan;Fire-company= assurantiemaatschappij;Fire-cracker= voetzoeker;Fire-dog= haardijzer;Fire-drill= vuurring gebruikt door de Austral. inboorlingen bij ’t maken van vuur door wrijving van twee stukken hout; oefeningen van een brandweercorps;Fire-eater= vuurvreter; ijzervreter;Fire-engine= brandspuit;Fire-escape= reddingstoestel (bij brand);Fire-extinguisher= extincteur;Fire-fly= glimworm;Fire-hook= brandhaak;Fire-hose= brandspuitslang;Fire-insurance= brandassurantie;Fire-irons= schop, tang en pook;Fire-kiln= vuurvaste oven;Fire-lighter= vuurmaker;Fire-lock= geweerslot; snaphaan;Fireman= brandweerman; stoker (Am.);Firemaster= brandmeester (Amer.);Fire-new= fonkelnieuw;Fire-office= brandassurantiekantoor;Fire-place= haard;Fire-plug= brandkraan;Fire-policy= brandpolis;Fire-proof= tegen het vuur bestand;Fire-raising= brandstichting (Schot.);Fire-screen= vuurscherm;Fire-ship= brander;Fire-shovel= kolenschop; groote mond;Fireside= haard;Fire-station= brandweerkazerne;Fire-stick= wrijfstokje om vuur te maken;Fire-tube= kleine vlampijp (stoomketel);Fire-ward(en)= brandmeester;Fire-water= naam bij de Roodhuiden voor spiritualiën;Fire-wood= brandhout, brandstof;Firework= vuurwerk:Tohold a grand display of fireworks= een groot vuurwerk afsteken;Fireworks will be let off= er zal vuurwerk afgestoken worden;Fire-worship= vuuraanbidding:Firing,fairiŋ, het vuren, brandstof, uitbranden (van eene wond):Fire-iron= brandijzer.Firkin,fɐ̂kin, (boter)vaatje v. 25,4 K.G.Firm,fɐ̂m, vast, hard, hecht, standvastig, vastberaden, trouw; subst. firma; subst.Firmness.Firmament,fɐ̂məment, firmament;Firmamental,fɐməment’l, hemelsch, tot het uitspansel behoorende.[197]Firman,fɐ̂m’n,fɐ̂mân, ferman, verlofbrief, pas, schriftelijk bevel (van Oostersche vorsten).First,fɐ̂st, eerste, voornaamste:This was the firstI had heard of it= de eerste maal dat;Tobe first witha person= iemand vóór zijn;First come first served= die ’t eerst komt, die ’t eerst maalt;First and foremost= in de allereerste plaats;First and last= gemiddeld, alles bijeengenomen;First or last= vroeg of laat, te eeniger tijd;At (the) first= in den beginne, oorspronkelijk;He had resolved itfrom the first= van den aanvang af;First-begot(ten),First-born= eerstgeboren(e);First-call= ochtendbeurs;First-chop= eerste kwaliteit;First-class= eerste klasse, uitstekend:Hegot a first-class= den hoogsten graad (bij examens);Firstcomer= de eerste (de beste);First-cost= inkoopsprijs;First-day= naam voor den Zondag bij deQuakers;First-floor= tweede verdieping (Engeland), eerste verdieping (Am.);First-foot= eerste bezoeker in ’t Nieuwe jaar (Schot.);First-fruits= eerstelingen, eerste vruchten, annaten of jaarrechtgelden (= opbrengsten van een geestelijk ambt gedurende het eerste jaar; vroeger aan den Paus, thans aan de fondsen van hetQueen Anne’s Bountyovergedragen);First-hand= stuurman op een visschersvaartuig; eerste hand:Tobuy (at) first;First-mate= eerste stuurman;First-mover= oorspronkelijke beweegkracht;First-nighter= première, iemand die zulke opvoeringen geregeld bijwoont;First-proof= eerste proef (drukw. en alcohol);First-rate=A. 1.= (schip) van de eerste klasse, eerste rang:He isafirst-rate second-rate actor= hij is een uitstekend acteur van den tweeden rang;First-water= (van het) eerste water;Firstling,fɐ̂stliŋ, eerstgeborene.Firth,fɐ̂th, ZieFrith.Fiscal,fisk’l, adj. fiskaal; subst. fiskaal; ambtenaar van het O.M. (Schot.).Fish,fiš, subst. visch, fiche, lasch;Fishverb. visschen, afvisschen, opvisschen, uitvisschen:He’s like a fish out of water= niet in zijn element;I have other fish to fry= ik heb wel wat anders (en beters) te doen;All is fish that comes to net= wij kunnen van alles gebruiken;That isa pretty kettle of fish= dat’s een mooie boel! (ironisch);Aloose fish= pierewaaier;Astrange fish= rare snaak;Fish-bladder= vischblaas;Fish-bone= graat;Fish-carver= vischmes;Fish-culture= vischteelt;Fish-curer= vischzouter, etc.;Fish-fag= vischwijf;Fish-flake= zwemblaas;Fish-fly= kunstvlieg (voor het visschen);Fish-garth= hekken aan den kant van een rivier om het vangen van visch te vergemakkelijken;Fish-gig= elger;Fish-glue= vischlijm;Fish-hawk= vischarend;Fish-hook= vischhaak;Fish-market= vischmarkt;Fish-maw= zwemblaas;Fishmonger= vischkooper;Fish-oil= traan;Fishpond= vischvijver;Fish-slice=Fish-sound= zwemblaas van een visch;Fish-spear= harpoen;Fish-strainer= vischschotel;Fish-tackle= vischgerei;Fish-tail-burner= vleermuis (gasbrander);Fish-torpedo;Fish-trowel=Fish-weir=Fishgarth;Fishwife(Fishwoman) = vischvrouw;Hefished fora compliment= hij vischte naar;He hasfished it out= het uitgevischt;Fisher= visscher, ijsvogel, Canadeesche marter;Fisher-boat= visschersboot;Fisherman= visscher, visschersschuit;Fishery= visscherij:The fisheries= de visscherijtentoonstelling;Fishiness= vischachtigheid, verdachtheid;Fishing-boat= visschersschuit;Fishing-line= vischsnoer;Fishing-net= vischnet;Fishing-rod= hengel-roede;Fishing-smack= visscherspink;Fishing-tackle= vischtuig;Fishlike= vischachtig;Fishy= vischachtig, vischrijk, dof, ongeloofelijk, verdacht:Thislooks fishy= ziet er verdacht uit.Fisk,fisk, druk zijn.Fissile,fis(a)il, splijtbaar;Fission,fiš’n, splijting;Fissiped,fisiped, zoogdier met gespleten teenen (b.v. kat of beer);Fissure,fišə, subst. kloof, spleet, splijting, fistel;Fissureverb. splijten:Fissure needle= hechtnaald.Fist,fist, vuist;Fistverb. met de vuist slaan, aanpakken:Close fisted= vrekkig;Afistic fight= vuistgevecht;Fisticuffs:Tobe at fisticuffs=Engaged in fisticuffs= aan het bakkeleien.Fistula,fistjulə, fistel:Fistula lachrymalis= ontsteking van de traanklier;Fistular= hol (als riet);Fistulous= buisvormig; fistelachtig.Fit,fit, aanval, stuip, gril:By fits and starts= bij buien, met tusschenpoozen;Beaten all to fits= lam geslagen;Tofrighten into fits= vreeselijk doen schrikken;She went into fits= kreeg het op de zenuwen, viel in onmacht;Fitful= grillig; subst.Fitfulness.Fit,fit, geschikt, passend, bereid, bevoegd, in goede ‘conditie’; ook subst.;Fitverb. passend (geschikt, bekwaam) maken, uitrusten, monteeren, passen, zitten, gepast of passend zijn:More than is fit= ongepast veel;I amas fit as a fiddle= volkomen goed, gezond;Tobe fit for= geschikt;Fit for service= geschikt voor den dienst;Tothink fit= het geschikt achten;Tobe a bad fit= slecht zitten of passen;Tobe an exact fit= als gegoten zitten;Tobe a tight fit= er net in kunnen;It doesn’tfit in withmy plans= strookt niet met;A fleet wasfitted out= werd uitgerust;The house wasfitted up= gemeubileerd, bewoonbaar gemaakt;That fits him like a glove, to a T.= het is hem als aan het lichaam gegoten, dat past precies op hem;It fits it like a plug= het past precies;Fitness= geschiktheid, enz.;Fit-out= uitrusting;Fitter= monteur, kolenkoopman, leverancier;Fitting= gepast; passen, monteering:Fitings= noodzakelijke artikelen voor huis, winkel of schip, monteerbenoodigdheden;Fitting-out= uitrusting;Fitting-up= inrichting.Fitch,fitš=Fitchet= bunzingvel;Fitchew,fitšû, bunsing.[198]Fitz,fits, zoon (slechts in samenstell.); onwettige zoon van een koning of een prins van den bloede.Five,faiv, vijf;Fivefold= vijfvoudig;Fiver= een bankbiljet van vijf pond (of dollar); alles wat voor vijf telt;Fives,faivz, een soort v. balspel, de vuist (alle vijf):Bunch of fives= de vuist;Fives-ball= bal gebruikt bij het balspel, ‘Fives’ genoemd;Fives-court= plaats, baan voor dit spel.Fix,fiks, subst. moeielijkheid, klem;Fixverb. bevestigen, vastzetten, vastmaken, vaststellen, fixeeren, monteeren, richten, vestigen; bezorgen, in orde maken (Am.); zich vestigen, vast worden, besluiten tot, kiezen:Tofix bayonets= opzetten;Tofix a mast, a pole= overeind zetten;They fixed themselves there= vestigden zich daar;Tofix in= in passen;We havefixed onSunday for the meeting= wij hebben bepaald;I must try tofix it up withyou= in orde te maken, bij te leggen;Fixable= bevestigbaar, enz.;Fixation= bevestiging, fixeering, enz.;Fixative= fixeermiddel;Fixed= vast, strak, niet vluchtig:Fixed bodies= vaste lichamen;Fixed oils= niet vluchtige oliën;Fixed point= vaste post (van een soldaat of politie-agent);Fixed stars= vaste sterren; subst.Fixedness;Fixings= uitrusting, versieringen, inrichtingen, tooi, kleeren;Fixity= vastheid, stabiliteit:Fixity of purpose= vastheid van doel;Fixture= vaste datum (sport), al wat spijkervast is:He is a fixture= is stoelvast, een familiestuk (fig.);The autumn fixtures= de voor den herfst vastgestelde wedrennen.Fiz-gig,fizgig, vuurregen; elger; coquet meisje.Fizz,fiz, subst. gesis, gezoem, gebruis; champagne;soda-water(Amer.);Fizzverb. sissen, bruisen;Fizzle, subst. gesis, gebruis, gezoem; mislukking (wat met eensisserafloopt), zakken, steken blijven;Fizzverb. sissen, zoemen, bruisen:To fizzle out= uitgaan, volkomen mislukken.Flabbergast,flabəgast, verbazen, verbluffen.Flabbiness,flabinəs, slapheid, weekheid, zwakheid; adj.Flabby:A flabby face.Flabbellate,fləbelit,Flabbelliform,fləbeliföm, waaiervormig.Flaccid,flaksid, slap, zacht; subst.Flaccidity=Flaccidness.Flag,flag, subst. vlag, vloertegel, gele lisch;Flagverb. seinen met vlaggen; verslappen, slap neerhangen, met vloertegels bevloeren:Flag of distress= noodvlag;Flag of truce= parlementaire vlag;Black flag= vlag, dat geen kwartier zal worden gegeven;Red flag= oproervlag;Todip the flag= met de vlag salueeren;The flags were hung half mast high= de vlaggen waren halfstok geheschen;All the flags were struck, lowered, gathered= gestreken, naar beneden gehaald, opgedoekt;The flags were innocent of carpet= er lag geen kleed op den steenen vloer;Flag-lieutenant= adjudant van denFlag-officer= vlagofficier;Flagman= baanwachter;Flagship= admiraalsschip;Flag-staff= vlaggestok;Flagstone= vloersteen, soort van zandsteen;Flaggy= vol gele lischbloemen.Flag,flag, slap neerhangen, slap worden, verslappen;Flagginess= slapheid;Flagging= verslappend; verslapping.Flagellant,fladžəl’nt, flagellant;Flagellate,fladžəleit, geeselen; subst.Flagellation.Flageolet,fladžəlet, flageolet.Flagitious,flədžišəs, schandelijk, snood; subst.Flagitiousness.Flagon,flag’n, flesch, flacon, schenkkan.Flagrancy,fleigr’nsi, gloed, openlijk plegen, gruwel, schandelijkheid;Flagrant,fleigr’nt, aan den gang, openlijk, afschuwelijk:A war was flagrant= woedde.Flail,fleil, dorschvlegel;Flailverb. dorschen.Flake,fleik, subst. schilfertje, vlok, schol of schots, gestreepte tuinanjelier, droogrek voor visschen (Amer.);Flakeverb. tot vlokken vormen, met vlokken bedekken, afschilferen:Flake of ice= ijsschots;Flake-white= soort v. wit blanketsel;Flakiness= vlokkige of schilferachtige toestand; adj.Flaky.Flam,flam, subst. valsche voorspiegeling, opsnijderij, leugen;Flamverb. wijsmaken.Flambeau,flambou, flambouw.Flamborough,flambərə.Flamboyant,flambôiənt, vlammend, gevlamd (bouwkunde); opzichtig.Flame,fleim, subst. vlam, hitte, vuur, opgewondenheid, drift; liefje;Flameverb. vlammen, ontvlammen, in woede opvliegen, doen ontvlammen:He isall in a flame forthe measure= vuur en vlam voor;Toset on flame= in vlammen zetten;Flame-colour= helgele kleur;Flame eyed= met vurige oogen;Flame-shaped= gegolfd.Flamen,fleim’n, oud Romeinsch priester.Flaming,fleimiŋ, vlammend, heftig, overdreven.Flamingo,fləmiŋgou, flamingo.Flamy,fleimi, vlamachtig, vlamkleurig.Flancon(n)ade,flaŋkəneid, zijstoot, zijhouw (bij het schermen).Flanders,flândəz, Vlaanderen:Flanders brick= poetssteen.Flane,flein, flaneeren:They lazed and flaned aboutthe boulevards= slenterden en flaneerden.Flange,flanž, flens, opstaande rand;Flangeverb. van flens of rand voorzien:Flange-rail= spoorstaaf met opstaanden rand.Flank,flaŋk, subst. zijde, flank, ribstuk;Flankverb. flankeeren, zich aan de zijde bevinden, grenzen aan, in de flank aanvallen, de flank dekken of bestrijken of omtrekken;Flank-company= de uiterste rechter- of linker-compagnie van een bataljon;Flank-files= de eerste twee mannen aan de rechteren de laatste twee aan de linkerzijde van de compagnie;Flanker= subst. flankeur.Flannel,flan’l, flanel;Flannelette= katoenflanel.Flap,flap, subst. klep, flap, slappe rand, lapèl, lel, pand, beweging met (geluid van) iets plats en breeds, klap, tafelblad;Flapverb. flappen, kleppen, slaan, neerslaan:The sails flapped in thunder= flapten met[199]donderend geraas;Flapdoodle= geklets, klare onzin;Flap-dragon= spelletje, om iets uit brandende cognac b.v. te halen;Flap-eared= met slappe ooren;Flap-hat= slappe hoed;Flap-mouthed= met hanglippen;Flap-table= klaptafel;Flap-window= opslaand dakraam;Flapper= breede dikke vin (v. een rob bijv.), lange schoen derChristy Minstrels, jonge wilde eend, bakvischje (fig.).Flare,flêə, subst. flikkering, helle vlam, bluf;Flareverb. flikkeren, vlammen, schitteren, opzichtig zijn, overhangen:A flare-up= opflikkering, gloeiende fuif, plotselinge woordentwist;He flared up= hij werd woedend, stoof op;Flaring= schitterend, opzichtig.Flash,flaš, subst. vlam, flikkering, straal, schicht, uitbarsting, mislukte poging, soort sluis, zwarte strik (aan de uniform der Royal Welsh Fusiliers), woest stroomende watermassa, dieventaal; adj. dieven - -, opzichtig, onecht;Flashverb. flikkeren, schitteren, plotseling ontvlammen, schieten, vliegen:For a flash= voor een oogenblikje;A flash in the pan= ketsschot, mislukte poging;Flash of lightning= bliksemflits;Flash of wit= geestige inval;Flash language= dieventaal;The thoughtflashed across my mind= schoot mij te binnen;The news wasflashed toAmerica= geseind naar;Flash-house= helershuis;Flashman= schurk;To raise theflash-point of petroleum= de ontvlammingstemperatuur verhoogen;Flashiness= opzichtigheid, smakeloosheid;Flashing:Flash-light= flikkervuur (vuurtoren);Flashy= opzichtig.Flask,flâsk, flesch, flacon, metalen of lederen kruitflesch.Flasket,flaskət, spijsmand, kruitflesch.Flat,flat, plat, vlak, moedeloos, verslagen, smakeloos, flauw, lusteloos, uitdrukkelijk, vierkant, ronduit, een halve toon verlaagd; subst.vlakte, vlak land, ondiepte, zandbank, platte kant, platboomd vaartuig; breedgerande strooien hoed (Amer.), palm van de hand, plat (dak), vertrekken op dezelfde verdieping, bovenhuis, mol (muziek), half achterscherm (tooneel), sul of hals; adv. plat, rechtuit, vlak, volkomen;Flatverb. vlak maken; mislukken (out) (Amer.):Aflat affair= een vervelend iets;Flat candlestick= blaker;Flat calm= volkomen windstilte;D-flat= D-mol;I could not give him aflat denial= kon hem niet zoo botweg weigeren;Theflat infinitive= deinf.zonderto;That is aflat lie= een infame leugen;His defencefell flat onthe assembly= maakte niet den minsten indruk;Tolie flat on the ground= plat, languit;I won’t go there, and that’s flat= ik ga er niet heen, en daarmee uit, dat spreekt vanzelf;Flat and plain= ronduit;Flat-bottomed= platboomd;Flat-cap= formaat v. papier, 35 × 43 c.M. platte muts; burgerman;Flat-fish= platvisch; domoor;Flat-footed= met platvoeten; vastberaden (Amer.);Flathead= groentje (Amer.);Flat-iron= vlak-, strijkijzer;Flat-race= wedloop zonder hindernissen;Flat-roofed= met een plat dak;Flatten= plat, smakeloos, neerslachtig maken (of worden), den toon verlagen:Toflatten the sail= scherp aanbrassen (halen);Flatter= pletter (hamer);Flatting-mill= pletmolen;Flattish= ietwat plat;Flatwise= met de platte zijde naar beneden.
Felt,felt, subst. vilt(en hoed);Feltverb. met vilt bedekken, tot vilt maken; imperf. van to feel.Feltre,feltə, ouderwetsch borstharnas van vilt.Felucca,fəlɐkə, feloek (schip).Felwort,felwɐ̂t, swertia, gentiaan, bitterwortel.Female,fîmeil, subst. vrouwtje, wijfje; vrouwelijke plant, vrouwspersoon; adj. vrouwelijk:Female die= holle stempel, waarin demale diegeslagen wordt;Female rhymes,Female rimes= rijmen met ongeaccentueerde lettergreep op het einde, bijv.geven—leven;Female screw= moerschroef;Female woman= teere, zwakke.Feme,fem:Feme covert= gehuwde vrouw;Feme sole= ongehuwde vrouw.Feminine,feminin, vrouwelijk, zacht, teeder, verwijfd:Feminine gender= vrouwelijk geslacht;Femininity= vrouwelijkheid, de vrouwen;Feminize= verwijfd maken, verweekelijken.Femoral,femərəl, dij - -;Femur= dijbeen.Fen,fen, moeras, moerasland;Fen-berry= veenbes;Fen colonies= veenkoloniën;Fen-duck= soort v. wilde eend;Fen-fire= dwaallichtje.Fence,fens, subst. heg, omheining, beschutting, het schermen, handigheid (in ’t debat), heler;Fenceverb. omheinen, beschutten, verdedigen, versterken, schermen, pareeren; uitvluchten maken:Tobe (ride, sit) on the fence= eene afwachtende houding aannemen;Sherushed at her fences= zij vloog naar de beschermde plaats, stelde zich te weer;Tofence a question= pareeren, ontwijken;He studiouslyfenced roundthe points= hij ontweek opzettelijk de kwestie;Fence-month= gesloten jachttijd (van 9 Juni–9 Juli);Fencer= schermer, goed springpaard;Fencible,fensib’l, verdedigbaar:The Fences= soort landweer;Fencing,fensiŋ, materiaal voor eene schutting (Amer.); schermkunst, handig debat:Fencing-foil= degen;Fencing-gloves= schermhandschoenen;Fencing-pad= borstleder (van denFencing-master= schermmeester).Fend,fend, verdedigen, afweren:Let us leave him tofend for himself= laat hij zichzelf verdedigen, zien te redden.Fender,fendə, hek voorlangs den haard of de daardoor ingesloten ruimte; stootmat, kurkenzak, wrijfworst (scheepst.).Fenian,fînj’n, lid van een in 1857 te New-York opgericht geheim Iersch verbond voor het bevrijden van Ierland; ook adj.;Fenianism= Fenianisme.Fennel,fen’l, venkel.Fenny,feni, moerassig.Fent,fent, opening of split.Feod,fjûd. ZieFeud.Feof,fef, subst. leengoed;Feofverb. met een leen begiftigen;Feofee,fefî, leenman;Feofer,Feofor,fefə, leenheer.Feral,fîrəl,Ferine,fîr(a)in, wild, ongetemd; kwaadaardig (v. ziekten); subst.Feralness.Fering(h)ee,fəriŋgî, Frank, algemeene naam door de Mahom. aan Europeanen gegeven.Ferment,fɐ̂m’nt, ferment, gisting (ookfig.).Ferment,fəment, in gisting brengen (of zijn), beroeren;Fermentability= gistbaarheid;Fermentable= gistbaar;Fermentation= gisting, beroering;Fermentative, gistend, gisting veroorzakend, gistings - -, subst.Fermentativeness.Fern,fɐ̂n, varenkruid:Fern-owl= nachtzwaluw;Fern-seed= (onzichtbaar makend) varenzaad;Ferny= vol varens.Ferocious,fəroušəs, woest, wreed, roofgierig; subst.Ferociousness=Ferocity,fərositi.Ferret,ferət, subst. fret; woekeraar; smal groen lint;Ferretverb. uitdrijven, fretten, uitvisschen:I haveferreteditout= ben het op listige wijze te weten gekomen;Ferret-eyes= kleine, slimme oogen;Ferreter= jager met een fret, speurhond (fig.).Ferriage,feriidž, overvaart, veergeld.Ferric,ferik, ijzer …;Ferriferous= ijzerhoudend;Ferrugineous,ferudžiniəs, ijzerhoudend, ijzerroestkleurig =Ferruginous.Ferrotype,feroutaip, photographie op een gevoelige ijzeren plaat.Ferrule,ferûl, metalen ring, koperen busje om een stok, muntring.Ferry,feri, subst. veer, veerrecht, veerboot;Ferryverb. overzetten;Ferry-boat= veerboot;Ferryman= veerman.Fertile,fɐ̂t(a)il, vruchtbaar, rijk aan, vindingrijk; subst.Fertility;Fertilization= vruchtbaarmaking, bevruchten;Fertilize,fɐ̂tilaiz, vruchtbaar maken, bevruchten;Fertilizer= mest.Ferule,ferûl, subst. schoolplak;Feruleverb. met de plak geven.Fervency,fɐ̂vənsi, vuur, gloed, innigheid, ijver; adj.Fervent,fɐ̂v’nt, subst.Ferventness;Fervid,fɐ̂vid, heet, brandend, vurig, heftig; subst.Fervidness;Fervour,fɐ̂və, gloed, vuur, drift.Fesse,fes, horizontale dwarsbalk of streep op een schild;Fesse-point= het middelpunt van een wapenschild.Festal,fest’l, feestelijk, vroolijk.Fester,festə, subst. zweer, fistel;Festerverb. zweren, etteren, rotten, woeden.Festival,festiv’l, subst. feestviering; soms ook adj.;Festive= feestelijk, feest …:Festive mirth= feestvreugde;In a festive disposition= in feestelijke stemming;Festivity,fəstiviti, feestelijkheid, feestvreugde.Festoon,festûn, subst. guirlande, krans, festoen;Festoonverb. met guirlandes, enz. tooien.Fetch,fetš, halen, trekken, behalen, opbrengen, maken, doen, geven, bereiken; subst. kunstgreep, list, dubbelganger, strikvraag:Ifetchedhimfrom behind= greep hem van achteren aan;He wasfetched in[193](out) = gegrepen (weggevoerd);The picture will have to befetched out= zal wat uitgehaald moeten worden;She wasfetched to= bijgebracht;Tofetch up= plotseling blijven staan, ophalen, grootbrengen, inhalen:The flatness of the last act must befetched up= het trekkerige van het laatste bedrijf moet verholpen worden;Tofetch a compass= een omweg maken;Tofetch a pump= eene pomp aan den gang maken;Shefetched a deep sigh= slaakte een diepen zucht;That is ratherfar-fetched= nogal ver gezocht;Fetch-candle (Fetch-light)= dwaallicht, dat naar het volksgeloof, in Wales, den dood aankondigt;Fetching, pakkend, bekoorlijk.Fetich,fetiš,fîtiš=Fetish.Fetid,fetid,fîtid, stinkend; subst.Fetidness.Fetish,fetiš,fîtiš, fetisch:Fetish-man= fetisch priester of aanbidder;Fetishism= feticisme;Fetishist= fetisch aanbidder.Fetlock,fetlok, vetlok, kootgewricht.Fetter,fetə, subst. voetboei, keten, belemmering; kluister;Fetterverb. boeien, belemmeren, binden;Fetterless= vrij, ongedwongen.Fettle,fet’l, in orde brengen, repareeren, schoonmaken, druk werken, voeren, bedekken, vastmaken; subst. conditie (sportt.), drukte.Fetus, Foetus,fîtəs, ongeboren vrucht.Feud,fjûd, vete, twist, vijandschap.Feud,fjûd, leen;Feudal system= leenstelsel =Feudalism= feudalisme;Feudality,fjudaliti, leenmanschap, feudaal-systeem;Feudalize= leenroerig maken;Feudary=Feudatory= leenman.Fever,fîvə, subst. koorts, opgewondenheid;Feververb. koortsig maken:In a fever of disgust= koortsachtig opgewonden van ergernis;Low fever= binnenkoorts;Feverfew= koorts- of moederkruid;Fever-weakened= door de koorts verzwakt;Feverish,fîvəriš, koortsachtig, gloeiend; subst.Feverishness.Few,fjû, weinige(n):The fewer the better= hoe minder (menschen) hoe liever;A few= eenige;A good few= aanzienlijk getal;In few= in ’t kort;Few and far between= hoogst zeldzaam;Fewness= gering aantal.Fey,fei, (ge)dood, ten doode bestemd; veeg (Schotsch), ongelukkig, vreemd, zonderling, mistroostig:You are fey,and I prophesy a headache for you to-morrow= je bent niet gewoon.Fez,fez, fez, Turksche muts.Fiasco,fiaskou, fiasco, ongunstige uitslag, slecht figuur.Fiat,faiət, fiat, “het geschiede”.Fib,fib, subst. leugen(tje);Fibverb. jokken, afranselen:Don’ttell fibs= jok nu niet;Fibber= jokker =Fibster.Fibre,faibə, vezel, kracht;Fibril,faibril, fijne vezel of draad;Fibrilose,faibrilous,faibrilous, met of van vezeltjes;Fibrous,faibrəs, vezelachtig.Fibula,fibjulə, kram; kuitbeen; hechtnaald.Fickle,fik’l, wispelturig, grillig; subst.Fickleness.Fico,fîkou, vijg; verachtelijk gebaar waarbij men den duim in den mond of tusschen wijs- en middelvinger bracht.Fictile,fiktil, kneedbaar; aarden:Fictile art= keramiek.Fiction,fikš’n, verdichting, verdichtsel, prozawerk, roman;Fictitious= verdicht, nagemaakt, onecht; subst.Fictitiousness;Fictive=Fictitious.Fictor,fiktə, modelleur.Ficus,faikəs, vijgeboom; vijgewrat.Fidalgo,fidalgou, Portugeesch edelman.Fiddle,fid’l, subst. viool, slingerlatten (scheepst.);Fiddleverb. vioolspelen, beuzelen, spelen, beetnemen:Heplayed first fiddle= hij speelde de eerste viool (ookfig.);Totake first fiddle= de leiding nemen;Fiddle-bow= strijkstok;Fiddle-bridge= kam;Fiddle-case= kist;Fiddle-de-dee= malligheid;Fiddle-faddle,fid’lfad’l, subst. gewauwel, kouwe drukte; adj. wauwelachtig, beuzelend;Fiddle-faddleverb. drukte maken om niets, beuzelen;Fiddle-stick= strijkstok:I don’t care a fiddle-stick= ik geef er geen zier om;Fiddlesticks’ ends= geleuter;Fiddle-string= vioolsnaar;Fiddler= vioolspeler, zesstuiverstuk.Fide-jussion,faididžɐš’n, borgstelling;Fide-jussor= borg.Fidele,faidîlə.Fidelity,fideliti, getrouwheid, aanhankelijkheid, trouw.Fidget,fidžət, subst. zenuwachtige gejaagdheid, bewegelijkheid, zenuwachtig persoontje;Fidgetverb. zich zenuwachtig bewegen, zenuwachtig maken:Her arm seemedto have got the fidgets= niet stil te kunnen blijven liggen, bewoog zenuwachtig heen en weer;You fidget meby your presence= ge maakt me zenuwachtig en gejaagd door uwe tegenwoordigheid;Fidgety= gejaagd, zenuwachtig.Fiducial,fidjûš’l, vertrouwend, vertrouwelijk:Fiducial mark= bewijs van vertrouwen;Fiduciary,fidjûšəri, subst.iemand, wien een pand ter bewaring is toevertrouwd; adj. vol vertrouwen, toevertrouwd:In his fiduciary capacity= betrekking van vertrouwen.Fie,fai, foei!Fief,fîf, leengoed.Field,fîld, veld, akker, slagveld, slag, gezichtsveld, uitgestrektheid, al de cricketspelers, de jachtstoet, aantal deelnemende paarden;Fieldverb. voorfielderspelen bijcricket, wedden op hetfield(i.e.tegen den favourite):Hebetted (laid) against the field= hij wedde op denfavourite;Thefieldwasfought, lost, won= slag;The armytook the field and kept itduring the summer= het leger trok te velde en bleef daar den ganschen zomer;A field of ice= groote (drijvende) ijsmassa;Field of view= gezichtsveld;Field-allowance= extratoelage aan te velde zijnde soldaten;Field-artillery= veldartillerie;Field-bed= veldbed;Field-book= veldboek (voor het landmeten);Field-day= dag voor velddienst, dag van groote drukte, vertoon, etc.;Field-duck= kleine trap;Field-equipage= velduitrusting;Fieldfare= veldjakker,[194]kramsvogel;Field-glass= veldkijker;Field marshal= veldmaarschalk;Field-mouse= veldmuis;Field-officer= stafofficier;Field-piece (Field-gun)= stuk veldgeschut;Field-practice= velddienstoefening;Field-sports= jachtvermaak, enz.;Field-works= schansen;Fielder= een bepaald speler bijcricket.Fiend,fînd, booze geest, duivel; adj.Fiendish; subst.Fiendishness;Fiendlike= duivelsch, demonisch.Fierce,fîəs, woest, wreed, meedoogenloos, hevig, onstuimig; subst.Fierceness.Fieri facias,fai(ə)raifeišas, dwangbevel tegen een schuldenaar:He has been served witha writ of fieri facias.Fieriness,fai(ə)rinəs, vurigheid, vuur, hevigheid;Fiery,fai(ə)ri, vurig, hartstochtelijk, opvliegend:Fiery substances= licht ontbrandbare stoffen;Fiery-cross= vlammend kruis (in de Hooglanden van Schotland), om de stammen te wapen te roepen.Fife,faif, subst. fluit, pijp;Fifeverb. pijpen, op eene fluit spelen;Fifer= pijper.Fifteen,fiftîn, (maarFifteen boys,fiftîn bôiz), vijftien;Fifteenth= vijftiende;Fifth,fifth, subst. en adj. vijfde (deel):Fifth monarchy men= dweepzieke godsdienstsekte, die ongeveer 1659 ontstond en eene vijfde monarchie profeteerde, waarin Christus duizend jaren op aarde zou heerschen;Fifthly= ten vijfde;Fifty= vijftig:In the fifties= tusschen ’50 en ’60;Fiftieth= vijftigste.Fig,fig, subst. vijg, vijgeboom, gala, lor, pruimtabak (Amer.):Figs!= loop heen, ’klets’;In full fig= in groot tenu, poesmooi, goed op dreef;I don’t care a fig forwhat you say= geef geen zier;Fig-eater (Fig-pecker)= vijgeneter;Fig-leaf= vijgeblad:This poet’s works have beensubjected to the fig-leaf and knife= zijn gecastreerd en besnoeid;Fig-shell= schelp in den vorm eener vijg of peer.Fight,fait, subst. gevecht, strijd;Fightverb. vechten, strijden, bevechten, laten vechten:A hand-to-hand fight= man tegen man;A running fight= het nazetten van en vuren op een vluchtenden vijand;Single fight= tweegevecht;To make a brave fight= zich kranig houden;Toshow fight= de tanden laten zien, zich te weer stellen;I will fight you= ik daag je uit;Tofight shy of= uit den weg gaan, vermijden;Tofight a battle= slag leveren;Tofight a duel= duelleeren:Tofight the tiger= dobbelen (Amer.);Hefought his way throughthe crowd= baande zich met geweld een weg;We willfight it out together= het samen uitvechten;Fighter= vechter, vechtersbaas, boxer;Fighting-alliance= of- en defensief verbond;Fighting-cock= kemphaan;The fighting efficiencyof our fleet= vechtvermogen;Fighting-top= mars (op een oorlogschip).Figment,figm’nt, vinding, verdichtsel.Figuline,figjul(a)in, pottebakkersaarde, vaas van kunstaardewerk.Figurant(e),figjurânt, figurant (ookfig.).Figurate,figjureit, gefigureerd;Figuration,figjureiš’n, voorstelling, afbeelding, type;Figurative,figjurətiv, figuurlijk, zinnebeeldig, bloemrijk.Figure,fig(j)əfiguur, vorm, voorkomen, gedaante, gestalte, beeld, afbeelding, persoonlijkheid, voorbeeld, pracht, prijs, cijfer, de passen (bij het dansen);Figureverb. vormen, afbeelden, voorstellen, figuurlijk gebruiken, figureeren, figuren vormen, met figuren versieren, becijferen, cijferen:Whata figureyou are= wat zie jij er uit!What isthe figure? = op hoeveel komt dat?Trustworthy figures= vertrouwbare cijfers;Tobe bad at figures= een slecht rekenaar zijn;Hecuts (makes) a good (poor) figure= een goed (treurig) figuur;Togo the whole figure= al het mogelijke doen;Helives in figure= hij voert een grooten staat;Tosell at a great figure= voor hoogen prijs;I will notsell it under three figures= onder £100 (=3 cijfers);Hefigured downseveral couples with his amiable partner= hij danste (in dencountry-dance) tusschen de rij der dansers door;We havefigured it out= het uitgerekend;It is easyto figure these sums up= op te tellen;Figure-head= vóórsteven- of galjoenbeeld;Figure-maker= modelleur;Figure-weaver= damastwever;Figured= gebloemd, met figuren;Figurette,figjuret=Figurine,figjurîn, beeldje.Fiji,fîdži:Fiji Islands;Fijian,fîdžiən, (bewoner, taal) van F.Filament,filəment, vezel, draad, meeldraad;Filamentous= vezelig, draderig.Filander,filəndə,filandə, soort van kangoeroe; soort ingewandsworm;Filanders= ziekte bij valken.Filbert,filbət, hazelaar, hazelnoot;Filbert-nails= bolle, spits toeloopende, sierlijke nagels.Filch,filš, stelen, kapen;Filcher= dief.File,fail, subst. snoer, draad, rist papieren (met datum, korte inhoud, etc. op de rugzijde), lijst, catalogus, rot (mil.); vijl, geslepen vent;Fileverb. aanrijgen aan eenfile, deponeeren in ’t archief, indienen van stukken,in rotten marcheeren, vijlen, afvijlen, glad maken;The rank and file= het kader en de manschappen;On file= stelselmatig gerangschikt;Indian (Single) file= eendenmarsch;The soldiersfiled off= marcheerden af in eene rij achter elkaar;File, please= wil de zaak als afgedaan beschouwen;File-cutter= vijlmaker;File-leader= voorste soldaat van een File;Filings= vijlsel.Filial,filj’l, kinderlijk:Filiation= affiliatie.Filibeg,filibeg=Kilt.Filibuster,filibɐstə, subst. vrijbuiter, roover; obstructionist (Amer.=Filibusterer);Filibusterverb. op roof of buit uitgaan:Afilibustering expedition= rooftocht.Filices,filisîz, orde der varens;Filical= tot de varens behoorende;Filiciform= varenvormig;Filicoid=fern-like.Filiform,filiföm, draadvormig, dun.Filigree,filigrî, subst. filigraan; ook adj.Filigreed= met filigraan versierd.[195]Fill,fil, subst. bekomst, hoeveelheid tot vulling;Fillverb. vullen, volstoppen, verzadigen, bevredigen, bezetten, bekleeden, volbrassen; vol worden:I haveeaten and drunk my fill= volop gegeten en gedronken;She hasfretted her fill= is uitgemokt;Togaze one’s fill at= zich zat zien aan;Twofills of tobacco= pijpjes tabak;Tofill the bill= aan alle eischen voldoen;Tofill an order= een bestelling uitvoeren;Tofill parts= rollen bezetten;Tofill sails= zeilen doen zwellen;To fill teeth(Amer.voorto stop);Tofill in= dichtstoppen, dempen, aanvullen:The article wasfilled in= het artikel werd geplaatst;His facefilled out= werd dikker;Shall Ifillyououta glass= vullen?To fill up= geheel innemen, vol maken of worden; dempen:Tofill up a vacancy (a canal);The loan wasfilled up= werd volteekend;The shipfilled upwith water there= nam daar voldoenden watervoorraad in;Filler= vuller, trechter, vulsel, stopwoord;Filling-in pieces= vulstukken.Fillet,filət, subst. band (om het hoofd of om het haar), filet; lendestuk, vleesch zonder been (als schijf of rollade opgediend), lijst;Filletverb. met een hoofdband omringen of binden, versieren, tot een schijf of rollade maken, met lijsten versieren.Fillibeg, zieFilibeg;Fillibuster, zieFilibuster.Fillip,filip, subst. knip (voor den neus); aansporing;Fillipverb. knippen (met de vingers):To give a fillip= aanzetten.Filipeen,filipîn,filipîn, filippine.Filly,fili, merrieveulen, wildebras.Film,film, subst. vlies, film (phot.);Filmverb. met een vlies bedekken:The pools werefilmed with frost= er lag een vliesje ijs op; subst.Filminess; adj.Filmy= vliezig, zeer dun, fijn;Filmy-fern= schildvaren.Filter,filtə, subst. filter, filtreer, zeef;Filterverb. filtreeren, ziften;Filtering-bag= doorzijgzak;Filtering-machine= filtreermachine;Filtering-paper= filtreerpapier;Filtering-stone= poreuze steen.Filth,filth, vuiligheid, vuilnis, ookfig.=Filthiness; adj.Filthy.Filtrate,filtreit, subst. filtraat;Filtrateverb. filtreeren; subst.Filtration.Fin,fin, vin:Pectoral and ventral fin= borst- en buikvin;Fin-footed,Fin-toed= met zwemvliezen aan de pooten.Finable,fainəb’l, beboet- of bekeurbaar.Final,fain’l, laatste, eind…, slot…, beslissend, finaal; subst. beslissingswedstrijd:Final-cause= einddoel:He does notbelieve in final-causes= hij ontkent de teleologie;Final decision= eindbeslissing;Final proof= afdoend bewijs;Final success= succes ten slotte;Finality,fainaliti, eindtoestand, volkomenheid;Finally= ten slotte.Finance,f(a)inans,fainəns, subst. financiewezen:Finances= geldmiddelen, fondsen;Financeverb. de financiën besturen, geldelijk ondernemen of steunen:He finances the paper= hij neemt de geldelijke uitgaven op zich;Many people financed the movement= steunden de beweging geldelijk;He financed his nephew= voorzag van geld;Financial,finanš’l, geldelijk;Financialist=Financier,fa(i)nansîə,finansîə.Finch,finš, vink:A finch-backed cow= (op den rug) gestreepte of wit gevlekte koe.Find,faind, subst. ontdekking, vondst;Findverb. vinden, ontdekken, bevinden, verklaren, uitspraak doen, enz.:Will you find me a pen= voor mij zoeken?She was to find linen= zou zorgen voor;We took furnished apartments, onlyfinding plate and linen= moesten alléén voor eigen zilver en tafellinnen zorgen;I could notfind it in my heartto do it= ik kon het niet over mijn hart verkrijgen;The juryfound for the defendant= de gezworenen spraken den aangeklaagde vrij;A billwas found forthe case= er werd in de zaak (door deGrand Jury) rechtsingang verleend;She could notfind herself indresses out of that money= zij had niet genoeg kleedgeld;I willfind you inpocket-money= ik zal je zakgeld geven;This small sum has tofind meineverything= van dit sommetje moet ik alles bekostigen;He iswell found ineverything= hij zit goed in z’n spulletjes;B. iswell found inhotels= goed voorzien van;Our privateers werenot so well foundas the enemy’s= waren niet zoo goed van alles voorzien;I will try tofind it out= ontdekken;Then the young scholarfound himself= toen vond de jonge geleerde een hem passenden werkkring;Find-fault= bedilal;Find-spot= vindplaats;Finder= vinder, zoeker (kijker), visiteur, speurhond;Finding= resultaat, uitspraak;Findings= (vooral schoenmakers) benoodigdheden, enz., waarvoor de werkman zelf moet zorgen (Am.);Finding-store= winkel voor schoenmakersbenoodigdheden (Amer.).Fine,fain, subst. einde; geldboete;Fineverb. beboeten:In fine= kortom, ten slotte.Fine,fain, fijn, teer, dun; schoon, elegant, uitstekend, sluw, scherp, spits, zuiver; helder, klaar;Fineverb. klaren (down), zuiveren, frisschen, affineeren:A fine whist-player= goed;The fine flower ofthe aristocracy;I haverun it very fine= ik heb het er precies afgebracht, het was “er aan toe”;Fine arts= fraaie kunsten;Fine-draw= een scheur haast onzichtbaar stoppen; dun uitrekken;Fine-drawn= erg gezocht (fig.);Fine-spoken= fraaie woorden gebruikend; met gladde tong;Fine-spun= fijn (uit)gesponnen;Fine-still= distilleeren uit bijprodukten der suikerraffinaderij;Fine-stuff= pleisterkalk;Fineness= fijnheid, zuiverheid, etc.;Finer= frisscher;Finery= mooie kleeren, opschik, opzichtigheid; affinerie;Fining-pot= affineerkroes.Finesse,fines, subst. sluwheid, handigheid, list;Finesseverb. list gebruiken.Finger,fiŋgə, subst. vinger, vingerbreedte, (-lengte), vingervaardigheid;Fingerverb. betasten, bevoelen, ontfutselen, met de vingers bespelen:Hehas his finger in it= hij is erbij betrokken;Hehas his finger in every man’s pie= heeft overal de hand in;I have it at my finger-ends (fingers’ ends)[196]= ik ken het op mijn duimpje;Heshook his finger at me= dreigde mij met opgeheven vinger;I won’tstir a finger= ik steek geen hand uit;He wasFingering his watch-chain= beuzelde met;Finger-alphabet,Finger-and-sign-language= vingerspraak;Finger-board= nek van een snaarinstrument, manuaal (van piano of orgel);Finger-bowl(Finger-glass) = vingerglas (om na het diner de vingers in af te spoelen);Finger-plate= deurplaat;Finger-post= handwijzer;Finger-prints= vingerindrukken;Finger-reading= lezen door blinden;Finger-stall= vingerling;Fingered= gevingerd:Thefingered gentry= de Heeren dieven;Fingering= aanraken met de vingers, fijn werk voor de vingers, vingerzetting.Fingerling,fiŋgəliŋ, jonge forel.Finial,finiəl, kruisbloem, Gothische puntversiering, krullen (bij ’t schrijven).Finical,finik’l,Finicking(Finikin),finikiŋ(n), gemaakt, overdreven, kieskeurig.Finis,fainis, einde, slot.Finish,finiš, eindigen, voltooien, besluiten, de laatste hand leggen aan, afwerken, apprêteeren, opgebruiken, opeten, uitdrinken, zijn bekomst geven, dooden, ophouden; subst. afwerking, voltooiing, einde (van den wedstrijd), laatste hand aan iets; pleisterkalk;It wasa fight to the finish= tot de beslissing viel =Theyfought to a finish;That finished him= toen had hij genoeg, was hij dood;Finishing-coat= derde of laatste laag (verf of pleister);Finishing-school= meisjeskostschool waar de laatste hand aan de opleiding wordt gelegd.Finite,fainait, subst. persoonsvorm (tegenover denInfinitive) van een werkwoord; adj. eindig; subst.Finiteness.Finland,finland;Finlander=Finn= Fin;Finnic=Finnish= Finsch, Finlandsch.Finnikin,finikin, soort van gekuifde duif.Finny,fini, gevind.Fionia,fiounjə, Funen.Fions,faiənz, half-mythische krijgslieden in Ossian’s gedichten.Fiord,fjöd, fjord.Fir,fɐ̂, den, denneboom, zilverspar;Fir-apple,Fir-cone= pijnappel;Fir-poles= juffers;Fir-tree.Fire,faiə, subst. vuur, brand, hitte, licht, gloed, hartstocht, het schieten, hel;Fireverb. in brand steken, afvuren, afschieten, aanvuren, stoken, bakken (van porselein), ontbranden, ontvlammen, een carillon luiden:The house ison fire= in brand;We wereunder fire= aan ’t vuur (des vijands) blootgesteld;Tocatch fire= vuur vatten;The piecehangs fire= heeft geen succes;He went off to sleep, butI hung fire= maar ik kon den slaap niet vatten;The affairhung fire= hokte;My gunmissed fire= ketste;Theyopened a raking fire= begonnen moorddadig te vuren;Toset on fire(=Toset fire to) = in brand steken;He will never set the Thames on fire= hij heeft het buskruit niet uitgevonden;Tosilence the enemy’s fire= de batterijen van den vijand tot zwijgen brengen;Totake fire= vuur vatten, in brand raken;I took fire= vatte vuur, stoof op;Fire!= vuurt;To fire a gun, a mine, a shot;This fired my blood= maakte mijn bloed aan ’t koken;Fire away!vooruit maar, begin maar!;A gun-boat wasfired upon= er werd gevuurd op eene kanoneerboot;He is fired up= woedend;St.-Anthony’s fireroos;Greek fire= Grieksch vuur;Kentish fire= een rhythmisch applaus;Running fire= snelvuur;Fire-alarm= brandschel;Fire-annihilator,ənaihileitə, extincteur;Fire-arm= vuurwapen;Fire-ball= brandbom; vuurbol (meteoor);Fire-balloon= luchtballon (met heete lucht), ballon met vuurwerk, dat boven in de lucht ontvlamt;Fire-basket= soort komfoor;Fire-bavin= rijsbundel op branders (schepen);Fire-blast= brand, ziekte in hop;Fire-board= schoorsteenscherm;Fire-box= vuurkast (van een locomotief);Fire-brand= brandend stuk hout; stokebrand;Fire-brick= vuurvaste steen;Fire-brigade= brandweer;Fire-brush= haardveger;Fire-bucket= brandemmer;Firebug= brandstichter (Amer.);Fire-clay= vuurvaste klei;Fire-cock= brandkraan;Fire-company= assurantiemaatschappij;Fire-cracker= voetzoeker;Fire-dog= haardijzer;Fire-drill= vuurring gebruikt door de Austral. inboorlingen bij ’t maken van vuur door wrijving van twee stukken hout; oefeningen van een brandweercorps;Fire-eater= vuurvreter; ijzervreter;Fire-engine= brandspuit;Fire-escape= reddingstoestel (bij brand);Fire-extinguisher= extincteur;Fire-fly= glimworm;Fire-hook= brandhaak;Fire-hose= brandspuitslang;Fire-insurance= brandassurantie;Fire-irons= schop, tang en pook;Fire-kiln= vuurvaste oven;Fire-lighter= vuurmaker;Fire-lock= geweerslot; snaphaan;Fireman= brandweerman; stoker (Am.);Firemaster= brandmeester (Amer.);Fire-new= fonkelnieuw;Fire-office= brandassurantiekantoor;Fire-place= haard;Fire-plug= brandkraan;Fire-policy= brandpolis;Fire-proof= tegen het vuur bestand;Fire-raising= brandstichting (Schot.);Fire-screen= vuurscherm;Fire-ship= brander;Fire-shovel= kolenschop; groote mond;Fireside= haard;Fire-station= brandweerkazerne;Fire-stick= wrijfstokje om vuur te maken;Fire-tube= kleine vlampijp (stoomketel);Fire-ward(en)= brandmeester;Fire-water= naam bij de Roodhuiden voor spiritualiën;Fire-wood= brandhout, brandstof;Firework= vuurwerk:Tohold a grand display of fireworks= een groot vuurwerk afsteken;Fireworks will be let off= er zal vuurwerk afgestoken worden;Fire-worship= vuuraanbidding:Firing,fairiŋ, het vuren, brandstof, uitbranden (van eene wond):Fire-iron= brandijzer.Firkin,fɐ̂kin, (boter)vaatje v. 25,4 K.G.Firm,fɐ̂m, vast, hard, hecht, standvastig, vastberaden, trouw; subst. firma; subst.Firmness.Firmament,fɐ̂məment, firmament;Firmamental,fɐməment’l, hemelsch, tot het uitspansel behoorende.[197]Firman,fɐ̂m’n,fɐ̂mân, ferman, verlofbrief, pas, schriftelijk bevel (van Oostersche vorsten).First,fɐ̂st, eerste, voornaamste:This was the firstI had heard of it= de eerste maal dat;Tobe first witha person= iemand vóór zijn;First come first served= die ’t eerst komt, die ’t eerst maalt;First and foremost= in de allereerste plaats;First and last= gemiddeld, alles bijeengenomen;First or last= vroeg of laat, te eeniger tijd;At (the) first= in den beginne, oorspronkelijk;He had resolved itfrom the first= van den aanvang af;First-begot(ten),First-born= eerstgeboren(e);First-call= ochtendbeurs;First-chop= eerste kwaliteit;First-class= eerste klasse, uitstekend:Hegot a first-class= den hoogsten graad (bij examens);Firstcomer= de eerste (de beste);First-cost= inkoopsprijs;First-day= naam voor den Zondag bij deQuakers;First-floor= tweede verdieping (Engeland), eerste verdieping (Am.);First-foot= eerste bezoeker in ’t Nieuwe jaar (Schot.);First-fruits= eerstelingen, eerste vruchten, annaten of jaarrechtgelden (= opbrengsten van een geestelijk ambt gedurende het eerste jaar; vroeger aan den Paus, thans aan de fondsen van hetQueen Anne’s Bountyovergedragen);First-hand= stuurman op een visschersvaartuig; eerste hand:Tobuy (at) first;First-mate= eerste stuurman;First-mover= oorspronkelijke beweegkracht;First-nighter= première, iemand die zulke opvoeringen geregeld bijwoont;First-proof= eerste proef (drukw. en alcohol);First-rate=A. 1.= (schip) van de eerste klasse, eerste rang:He isafirst-rate second-rate actor= hij is een uitstekend acteur van den tweeden rang;First-water= (van het) eerste water;Firstling,fɐ̂stliŋ, eerstgeborene.Firth,fɐ̂th, ZieFrith.Fiscal,fisk’l, adj. fiskaal; subst. fiskaal; ambtenaar van het O.M. (Schot.).Fish,fiš, subst. visch, fiche, lasch;Fishverb. visschen, afvisschen, opvisschen, uitvisschen:He’s like a fish out of water= niet in zijn element;I have other fish to fry= ik heb wel wat anders (en beters) te doen;All is fish that comes to net= wij kunnen van alles gebruiken;That isa pretty kettle of fish= dat’s een mooie boel! (ironisch);Aloose fish= pierewaaier;Astrange fish= rare snaak;Fish-bladder= vischblaas;Fish-bone= graat;Fish-carver= vischmes;Fish-culture= vischteelt;Fish-curer= vischzouter, etc.;Fish-fag= vischwijf;Fish-flake= zwemblaas;Fish-fly= kunstvlieg (voor het visschen);Fish-garth= hekken aan den kant van een rivier om het vangen van visch te vergemakkelijken;Fish-gig= elger;Fish-glue= vischlijm;Fish-hawk= vischarend;Fish-hook= vischhaak;Fish-market= vischmarkt;Fish-maw= zwemblaas;Fishmonger= vischkooper;Fish-oil= traan;Fishpond= vischvijver;Fish-slice=Fish-sound= zwemblaas van een visch;Fish-spear= harpoen;Fish-strainer= vischschotel;Fish-tackle= vischgerei;Fish-tail-burner= vleermuis (gasbrander);Fish-torpedo;Fish-trowel=Fish-weir=Fishgarth;Fishwife(Fishwoman) = vischvrouw;Hefished fora compliment= hij vischte naar;He hasfished it out= het uitgevischt;Fisher= visscher, ijsvogel, Canadeesche marter;Fisher-boat= visschersboot;Fisherman= visscher, visschersschuit;Fishery= visscherij:The fisheries= de visscherijtentoonstelling;Fishiness= vischachtigheid, verdachtheid;Fishing-boat= visschersschuit;Fishing-line= vischsnoer;Fishing-net= vischnet;Fishing-rod= hengel-roede;Fishing-smack= visscherspink;Fishing-tackle= vischtuig;Fishlike= vischachtig;Fishy= vischachtig, vischrijk, dof, ongeloofelijk, verdacht:Thislooks fishy= ziet er verdacht uit.Fisk,fisk, druk zijn.Fissile,fis(a)il, splijtbaar;Fission,fiš’n, splijting;Fissiped,fisiped, zoogdier met gespleten teenen (b.v. kat of beer);Fissure,fišə, subst. kloof, spleet, splijting, fistel;Fissureverb. splijten:Fissure needle= hechtnaald.Fist,fist, vuist;Fistverb. met de vuist slaan, aanpakken:Close fisted= vrekkig;Afistic fight= vuistgevecht;Fisticuffs:Tobe at fisticuffs=Engaged in fisticuffs= aan het bakkeleien.Fistula,fistjulə, fistel:Fistula lachrymalis= ontsteking van de traanklier;Fistular= hol (als riet);Fistulous= buisvormig; fistelachtig.Fit,fit, aanval, stuip, gril:By fits and starts= bij buien, met tusschenpoozen;Beaten all to fits= lam geslagen;Tofrighten into fits= vreeselijk doen schrikken;She went into fits= kreeg het op de zenuwen, viel in onmacht;Fitful= grillig; subst.Fitfulness.Fit,fit, geschikt, passend, bereid, bevoegd, in goede ‘conditie’; ook subst.;Fitverb. passend (geschikt, bekwaam) maken, uitrusten, monteeren, passen, zitten, gepast of passend zijn:More than is fit= ongepast veel;I amas fit as a fiddle= volkomen goed, gezond;Tobe fit for= geschikt;Fit for service= geschikt voor den dienst;Tothink fit= het geschikt achten;Tobe a bad fit= slecht zitten of passen;Tobe an exact fit= als gegoten zitten;Tobe a tight fit= er net in kunnen;It doesn’tfit in withmy plans= strookt niet met;A fleet wasfitted out= werd uitgerust;The house wasfitted up= gemeubileerd, bewoonbaar gemaakt;That fits him like a glove, to a T.= het is hem als aan het lichaam gegoten, dat past precies op hem;It fits it like a plug= het past precies;Fitness= geschiktheid, enz.;Fit-out= uitrusting;Fitter= monteur, kolenkoopman, leverancier;Fitting= gepast; passen, monteering:Fitings= noodzakelijke artikelen voor huis, winkel of schip, monteerbenoodigdheden;Fitting-out= uitrusting;Fitting-up= inrichting.Fitch,fitš=Fitchet= bunzingvel;Fitchew,fitšû, bunsing.[198]Fitz,fits, zoon (slechts in samenstell.); onwettige zoon van een koning of een prins van den bloede.Five,faiv, vijf;Fivefold= vijfvoudig;Fiver= een bankbiljet van vijf pond (of dollar); alles wat voor vijf telt;Fives,faivz, een soort v. balspel, de vuist (alle vijf):Bunch of fives= de vuist;Fives-ball= bal gebruikt bij het balspel, ‘Fives’ genoemd;Fives-court= plaats, baan voor dit spel.Fix,fiks, subst. moeielijkheid, klem;Fixverb. bevestigen, vastzetten, vastmaken, vaststellen, fixeeren, monteeren, richten, vestigen; bezorgen, in orde maken (Am.); zich vestigen, vast worden, besluiten tot, kiezen:Tofix bayonets= opzetten;Tofix a mast, a pole= overeind zetten;They fixed themselves there= vestigden zich daar;Tofix in= in passen;We havefixed onSunday for the meeting= wij hebben bepaald;I must try tofix it up withyou= in orde te maken, bij te leggen;Fixable= bevestigbaar, enz.;Fixation= bevestiging, fixeering, enz.;Fixative= fixeermiddel;Fixed= vast, strak, niet vluchtig:Fixed bodies= vaste lichamen;Fixed oils= niet vluchtige oliën;Fixed point= vaste post (van een soldaat of politie-agent);Fixed stars= vaste sterren; subst.Fixedness;Fixings= uitrusting, versieringen, inrichtingen, tooi, kleeren;Fixity= vastheid, stabiliteit:Fixity of purpose= vastheid van doel;Fixture= vaste datum (sport), al wat spijkervast is:He is a fixture= is stoelvast, een familiestuk (fig.);The autumn fixtures= de voor den herfst vastgestelde wedrennen.Fiz-gig,fizgig, vuurregen; elger; coquet meisje.Fizz,fiz, subst. gesis, gezoem, gebruis; champagne;soda-water(Amer.);Fizzverb. sissen, bruisen;Fizzle, subst. gesis, gebruis, gezoem; mislukking (wat met eensisserafloopt), zakken, steken blijven;Fizzverb. sissen, zoemen, bruisen:To fizzle out= uitgaan, volkomen mislukken.Flabbergast,flabəgast, verbazen, verbluffen.Flabbiness,flabinəs, slapheid, weekheid, zwakheid; adj.Flabby:A flabby face.Flabbellate,fləbelit,Flabbelliform,fləbeliföm, waaiervormig.Flaccid,flaksid, slap, zacht; subst.Flaccidity=Flaccidness.Flag,flag, subst. vlag, vloertegel, gele lisch;Flagverb. seinen met vlaggen; verslappen, slap neerhangen, met vloertegels bevloeren:Flag of distress= noodvlag;Flag of truce= parlementaire vlag;Black flag= vlag, dat geen kwartier zal worden gegeven;Red flag= oproervlag;Todip the flag= met de vlag salueeren;The flags were hung half mast high= de vlaggen waren halfstok geheschen;All the flags were struck, lowered, gathered= gestreken, naar beneden gehaald, opgedoekt;The flags were innocent of carpet= er lag geen kleed op den steenen vloer;Flag-lieutenant= adjudant van denFlag-officer= vlagofficier;Flagman= baanwachter;Flagship= admiraalsschip;Flag-staff= vlaggestok;Flagstone= vloersteen, soort van zandsteen;Flaggy= vol gele lischbloemen.Flag,flag, slap neerhangen, slap worden, verslappen;Flagginess= slapheid;Flagging= verslappend; verslapping.Flagellant,fladžəl’nt, flagellant;Flagellate,fladžəleit, geeselen; subst.Flagellation.Flageolet,fladžəlet, flageolet.Flagitious,flədžišəs, schandelijk, snood; subst.Flagitiousness.Flagon,flag’n, flesch, flacon, schenkkan.Flagrancy,fleigr’nsi, gloed, openlijk plegen, gruwel, schandelijkheid;Flagrant,fleigr’nt, aan den gang, openlijk, afschuwelijk:A war was flagrant= woedde.Flail,fleil, dorschvlegel;Flailverb. dorschen.Flake,fleik, subst. schilfertje, vlok, schol of schots, gestreepte tuinanjelier, droogrek voor visschen (Amer.);Flakeverb. tot vlokken vormen, met vlokken bedekken, afschilferen:Flake of ice= ijsschots;Flake-white= soort v. wit blanketsel;Flakiness= vlokkige of schilferachtige toestand; adj.Flaky.Flam,flam, subst. valsche voorspiegeling, opsnijderij, leugen;Flamverb. wijsmaken.Flambeau,flambou, flambouw.Flamborough,flambərə.Flamboyant,flambôiənt, vlammend, gevlamd (bouwkunde); opzichtig.Flame,fleim, subst. vlam, hitte, vuur, opgewondenheid, drift; liefje;Flameverb. vlammen, ontvlammen, in woede opvliegen, doen ontvlammen:He isall in a flame forthe measure= vuur en vlam voor;Toset on flame= in vlammen zetten;Flame-colour= helgele kleur;Flame eyed= met vurige oogen;Flame-shaped= gegolfd.Flamen,fleim’n, oud Romeinsch priester.Flaming,fleimiŋ, vlammend, heftig, overdreven.Flamingo,fləmiŋgou, flamingo.Flamy,fleimi, vlamachtig, vlamkleurig.Flancon(n)ade,flaŋkəneid, zijstoot, zijhouw (bij het schermen).Flanders,flândəz, Vlaanderen:Flanders brick= poetssteen.Flane,flein, flaneeren:They lazed and flaned aboutthe boulevards= slenterden en flaneerden.Flange,flanž, flens, opstaande rand;Flangeverb. van flens of rand voorzien:Flange-rail= spoorstaaf met opstaanden rand.Flank,flaŋk, subst. zijde, flank, ribstuk;Flankverb. flankeeren, zich aan de zijde bevinden, grenzen aan, in de flank aanvallen, de flank dekken of bestrijken of omtrekken;Flank-company= de uiterste rechter- of linker-compagnie van een bataljon;Flank-files= de eerste twee mannen aan de rechteren de laatste twee aan de linkerzijde van de compagnie;Flanker= subst. flankeur.Flannel,flan’l, flanel;Flannelette= katoenflanel.Flap,flap, subst. klep, flap, slappe rand, lapèl, lel, pand, beweging met (geluid van) iets plats en breeds, klap, tafelblad;Flapverb. flappen, kleppen, slaan, neerslaan:The sails flapped in thunder= flapten met[199]donderend geraas;Flapdoodle= geklets, klare onzin;Flap-dragon= spelletje, om iets uit brandende cognac b.v. te halen;Flap-eared= met slappe ooren;Flap-hat= slappe hoed;Flap-mouthed= met hanglippen;Flap-table= klaptafel;Flap-window= opslaand dakraam;Flapper= breede dikke vin (v. een rob bijv.), lange schoen derChristy Minstrels, jonge wilde eend, bakvischje (fig.).Flare,flêə, subst. flikkering, helle vlam, bluf;Flareverb. flikkeren, vlammen, schitteren, opzichtig zijn, overhangen:A flare-up= opflikkering, gloeiende fuif, plotselinge woordentwist;He flared up= hij werd woedend, stoof op;Flaring= schitterend, opzichtig.Flash,flaš, subst. vlam, flikkering, straal, schicht, uitbarsting, mislukte poging, soort sluis, zwarte strik (aan de uniform der Royal Welsh Fusiliers), woest stroomende watermassa, dieventaal; adj. dieven - -, opzichtig, onecht;Flashverb. flikkeren, schitteren, plotseling ontvlammen, schieten, vliegen:For a flash= voor een oogenblikje;A flash in the pan= ketsschot, mislukte poging;Flash of lightning= bliksemflits;Flash of wit= geestige inval;Flash language= dieventaal;The thoughtflashed across my mind= schoot mij te binnen;The news wasflashed toAmerica= geseind naar;Flash-house= helershuis;Flashman= schurk;To raise theflash-point of petroleum= de ontvlammingstemperatuur verhoogen;Flashiness= opzichtigheid, smakeloosheid;Flashing:Flash-light= flikkervuur (vuurtoren);Flashy= opzichtig.Flask,flâsk, flesch, flacon, metalen of lederen kruitflesch.Flasket,flaskət, spijsmand, kruitflesch.Flat,flat, plat, vlak, moedeloos, verslagen, smakeloos, flauw, lusteloos, uitdrukkelijk, vierkant, ronduit, een halve toon verlaagd; subst.vlakte, vlak land, ondiepte, zandbank, platte kant, platboomd vaartuig; breedgerande strooien hoed (Amer.), palm van de hand, plat (dak), vertrekken op dezelfde verdieping, bovenhuis, mol (muziek), half achterscherm (tooneel), sul of hals; adv. plat, rechtuit, vlak, volkomen;Flatverb. vlak maken; mislukken (out) (Amer.):Aflat affair= een vervelend iets;Flat candlestick= blaker;Flat calm= volkomen windstilte;D-flat= D-mol;I could not give him aflat denial= kon hem niet zoo botweg weigeren;Theflat infinitive= deinf.zonderto;That is aflat lie= een infame leugen;His defencefell flat onthe assembly= maakte niet den minsten indruk;Tolie flat on the ground= plat, languit;I won’t go there, and that’s flat= ik ga er niet heen, en daarmee uit, dat spreekt vanzelf;Flat and plain= ronduit;Flat-bottomed= platboomd;Flat-cap= formaat v. papier, 35 × 43 c.M. platte muts; burgerman;Flat-fish= platvisch; domoor;Flat-footed= met platvoeten; vastberaden (Amer.);Flathead= groentje (Amer.);Flat-iron= vlak-, strijkijzer;Flat-race= wedloop zonder hindernissen;Flat-roofed= met een plat dak;Flatten= plat, smakeloos, neerslachtig maken (of worden), den toon verlagen:Toflatten the sail= scherp aanbrassen (halen);Flatter= pletter (hamer);Flatting-mill= pletmolen;Flattish= ietwat plat;Flatwise= met de platte zijde naar beneden.
Felt,felt, subst. vilt(en hoed);Feltverb. met vilt bedekken, tot vilt maken; imperf. van to feel.Feltre,feltə, ouderwetsch borstharnas van vilt.Felucca,fəlɐkə, feloek (schip).Felwort,felwɐ̂t, swertia, gentiaan, bitterwortel.Female,fîmeil, subst. vrouwtje, wijfje; vrouwelijke plant, vrouwspersoon; adj. vrouwelijk:Female die= holle stempel, waarin demale diegeslagen wordt;Female rhymes,Female rimes= rijmen met ongeaccentueerde lettergreep op het einde, bijv.geven—leven;Female screw= moerschroef;Female woman= teere, zwakke.Feme,fem:Feme covert= gehuwde vrouw;Feme sole= ongehuwde vrouw.Feminine,feminin, vrouwelijk, zacht, teeder, verwijfd:Feminine gender= vrouwelijk geslacht;Femininity= vrouwelijkheid, de vrouwen;Feminize= verwijfd maken, verweekelijken.Femoral,femərəl, dij - -;Femur= dijbeen.Fen,fen, moeras, moerasland;Fen-berry= veenbes;Fen colonies= veenkoloniën;Fen-duck= soort v. wilde eend;Fen-fire= dwaallichtje.Fence,fens, subst. heg, omheining, beschutting, het schermen, handigheid (in ’t debat), heler;Fenceverb. omheinen, beschutten, verdedigen, versterken, schermen, pareeren; uitvluchten maken:Tobe (ride, sit) on the fence= eene afwachtende houding aannemen;Sherushed at her fences= zij vloog naar de beschermde plaats, stelde zich te weer;Tofence a question= pareeren, ontwijken;He studiouslyfenced roundthe points= hij ontweek opzettelijk de kwestie;Fence-month= gesloten jachttijd (van 9 Juni–9 Juli);Fencer= schermer, goed springpaard;Fencible,fensib’l, verdedigbaar:The Fences= soort landweer;Fencing,fensiŋ, materiaal voor eene schutting (Amer.); schermkunst, handig debat:Fencing-foil= degen;Fencing-gloves= schermhandschoenen;Fencing-pad= borstleder (van denFencing-master= schermmeester).Fend,fend, verdedigen, afweren:Let us leave him tofend for himself= laat hij zichzelf verdedigen, zien te redden.Fender,fendə, hek voorlangs den haard of de daardoor ingesloten ruimte; stootmat, kurkenzak, wrijfworst (scheepst.).Fenian,fînj’n, lid van een in 1857 te New-York opgericht geheim Iersch verbond voor het bevrijden van Ierland; ook adj.;Fenianism= Fenianisme.Fennel,fen’l, venkel.Fenny,feni, moerassig.Fent,fent, opening of split.Feod,fjûd. ZieFeud.Feof,fef, subst. leengoed;Feofverb. met een leen begiftigen;Feofee,fefî, leenman;Feofer,Feofor,fefə, leenheer.Feral,fîrəl,Ferine,fîr(a)in, wild, ongetemd; kwaadaardig (v. ziekten); subst.Feralness.Fering(h)ee,fəriŋgî, Frank, algemeene naam door de Mahom. aan Europeanen gegeven.Ferment,fɐ̂m’nt, ferment, gisting (ookfig.).Ferment,fəment, in gisting brengen (of zijn), beroeren;Fermentability= gistbaarheid;Fermentable= gistbaar;Fermentation= gisting, beroering;Fermentative, gistend, gisting veroorzakend, gistings - -, subst.Fermentativeness.Fern,fɐ̂n, varenkruid:Fern-owl= nachtzwaluw;Fern-seed= (onzichtbaar makend) varenzaad;Ferny= vol varens.Ferocious,fəroušəs, woest, wreed, roofgierig; subst.Ferociousness=Ferocity,fərositi.Ferret,ferət, subst. fret; woekeraar; smal groen lint;Ferretverb. uitdrijven, fretten, uitvisschen:I haveferreteditout= ben het op listige wijze te weten gekomen;Ferret-eyes= kleine, slimme oogen;Ferreter= jager met een fret, speurhond (fig.).Ferriage,feriidž, overvaart, veergeld.Ferric,ferik, ijzer …;Ferriferous= ijzerhoudend;Ferrugineous,ferudžiniəs, ijzerhoudend, ijzerroestkleurig =Ferruginous.Ferrotype,feroutaip, photographie op een gevoelige ijzeren plaat.Ferrule,ferûl, metalen ring, koperen busje om een stok, muntring.Ferry,feri, subst. veer, veerrecht, veerboot;Ferryverb. overzetten;Ferry-boat= veerboot;Ferryman= veerman.Fertile,fɐ̂t(a)il, vruchtbaar, rijk aan, vindingrijk; subst.Fertility;Fertilization= vruchtbaarmaking, bevruchten;Fertilize,fɐ̂tilaiz, vruchtbaar maken, bevruchten;Fertilizer= mest.Ferule,ferûl, subst. schoolplak;Feruleverb. met de plak geven.Fervency,fɐ̂vənsi, vuur, gloed, innigheid, ijver; adj.Fervent,fɐ̂v’nt, subst.Ferventness;Fervid,fɐ̂vid, heet, brandend, vurig, heftig; subst.Fervidness;Fervour,fɐ̂və, gloed, vuur, drift.Fesse,fes, horizontale dwarsbalk of streep op een schild;Fesse-point= het middelpunt van een wapenschild.Festal,fest’l, feestelijk, vroolijk.Fester,festə, subst. zweer, fistel;Festerverb. zweren, etteren, rotten, woeden.Festival,festiv’l, subst. feestviering; soms ook adj.;Festive= feestelijk, feest …:Festive mirth= feestvreugde;In a festive disposition= in feestelijke stemming;Festivity,fəstiviti, feestelijkheid, feestvreugde.Festoon,festûn, subst. guirlande, krans, festoen;Festoonverb. met guirlandes, enz. tooien.Fetch,fetš, halen, trekken, behalen, opbrengen, maken, doen, geven, bereiken; subst. kunstgreep, list, dubbelganger, strikvraag:Ifetchedhimfrom behind= greep hem van achteren aan;He wasfetched in[193](out) = gegrepen (weggevoerd);The picture will have to befetched out= zal wat uitgehaald moeten worden;She wasfetched to= bijgebracht;Tofetch up= plotseling blijven staan, ophalen, grootbrengen, inhalen:The flatness of the last act must befetched up= het trekkerige van het laatste bedrijf moet verholpen worden;Tofetch a compass= een omweg maken;Tofetch a pump= eene pomp aan den gang maken;Shefetched a deep sigh= slaakte een diepen zucht;That is ratherfar-fetched= nogal ver gezocht;Fetch-candle (Fetch-light)= dwaallicht, dat naar het volksgeloof, in Wales, den dood aankondigt;Fetching, pakkend, bekoorlijk.Fetich,fetiš,fîtiš=Fetish.Fetid,fetid,fîtid, stinkend; subst.Fetidness.Fetish,fetiš,fîtiš, fetisch:Fetish-man= fetisch priester of aanbidder;Fetishism= feticisme;Fetishist= fetisch aanbidder.Fetlock,fetlok, vetlok, kootgewricht.Fetter,fetə, subst. voetboei, keten, belemmering; kluister;Fetterverb. boeien, belemmeren, binden;Fetterless= vrij, ongedwongen.Fettle,fet’l, in orde brengen, repareeren, schoonmaken, druk werken, voeren, bedekken, vastmaken; subst. conditie (sportt.), drukte.Fetus, Foetus,fîtəs, ongeboren vrucht.Feud,fjûd, vete, twist, vijandschap.Feud,fjûd, leen;Feudal system= leenstelsel =Feudalism= feudalisme;Feudality,fjudaliti, leenmanschap, feudaal-systeem;Feudalize= leenroerig maken;Feudary=Feudatory= leenman.Fever,fîvə, subst. koorts, opgewondenheid;Feververb. koortsig maken:In a fever of disgust= koortsachtig opgewonden van ergernis;Low fever= binnenkoorts;Feverfew= koorts- of moederkruid;Fever-weakened= door de koorts verzwakt;Feverish,fîvəriš, koortsachtig, gloeiend; subst.Feverishness.Few,fjû, weinige(n):The fewer the better= hoe minder (menschen) hoe liever;A few= eenige;A good few= aanzienlijk getal;In few= in ’t kort;Few and far between= hoogst zeldzaam;Fewness= gering aantal.Fey,fei, (ge)dood, ten doode bestemd; veeg (Schotsch), ongelukkig, vreemd, zonderling, mistroostig:You are fey,and I prophesy a headache for you to-morrow= je bent niet gewoon.Fez,fez, fez, Turksche muts.Fiasco,fiaskou, fiasco, ongunstige uitslag, slecht figuur.Fiat,faiət, fiat, “het geschiede”.Fib,fib, subst. leugen(tje);Fibverb. jokken, afranselen:Don’ttell fibs= jok nu niet;Fibber= jokker =Fibster.Fibre,faibə, vezel, kracht;Fibril,faibril, fijne vezel of draad;Fibrilose,faibrilous,faibrilous, met of van vezeltjes;Fibrous,faibrəs, vezelachtig.Fibula,fibjulə, kram; kuitbeen; hechtnaald.Fickle,fik’l, wispelturig, grillig; subst.Fickleness.Fico,fîkou, vijg; verachtelijk gebaar waarbij men den duim in den mond of tusschen wijs- en middelvinger bracht.Fictile,fiktil, kneedbaar; aarden:Fictile art= keramiek.Fiction,fikš’n, verdichting, verdichtsel, prozawerk, roman;Fictitious= verdicht, nagemaakt, onecht; subst.Fictitiousness;Fictive=Fictitious.Fictor,fiktə, modelleur.Ficus,faikəs, vijgeboom; vijgewrat.Fidalgo,fidalgou, Portugeesch edelman.Fiddle,fid’l, subst. viool, slingerlatten (scheepst.);Fiddleverb. vioolspelen, beuzelen, spelen, beetnemen:Heplayed first fiddle= hij speelde de eerste viool (ookfig.);Totake first fiddle= de leiding nemen;Fiddle-bow= strijkstok;Fiddle-bridge= kam;Fiddle-case= kist;Fiddle-de-dee= malligheid;Fiddle-faddle,fid’lfad’l, subst. gewauwel, kouwe drukte; adj. wauwelachtig, beuzelend;Fiddle-faddleverb. drukte maken om niets, beuzelen;Fiddle-stick= strijkstok:I don’t care a fiddle-stick= ik geef er geen zier om;Fiddlesticks’ ends= geleuter;Fiddle-string= vioolsnaar;Fiddler= vioolspeler, zesstuiverstuk.Fide-jussion,faididžɐš’n, borgstelling;Fide-jussor= borg.Fidele,faidîlə.Fidelity,fideliti, getrouwheid, aanhankelijkheid, trouw.Fidget,fidžət, subst. zenuwachtige gejaagdheid, bewegelijkheid, zenuwachtig persoontje;Fidgetverb. zich zenuwachtig bewegen, zenuwachtig maken:Her arm seemedto have got the fidgets= niet stil te kunnen blijven liggen, bewoog zenuwachtig heen en weer;You fidget meby your presence= ge maakt me zenuwachtig en gejaagd door uwe tegenwoordigheid;Fidgety= gejaagd, zenuwachtig.Fiducial,fidjûš’l, vertrouwend, vertrouwelijk:Fiducial mark= bewijs van vertrouwen;Fiduciary,fidjûšəri, subst.iemand, wien een pand ter bewaring is toevertrouwd; adj. vol vertrouwen, toevertrouwd:In his fiduciary capacity= betrekking van vertrouwen.Fie,fai, foei!Fief,fîf, leengoed.Field,fîld, veld, akker, slagveld, slag, gezichtsveld, uitgestrektheid, al de cricketspelers, de jachtstoet, aantal deelnemende paarden;Fieldverb. voorfielderspelen bijcricket, wedden op hetfield(i.e.tegen den favourite):Hebetted (laid) against the field= hij wedde op denfavourite;Thefieldwasfought, lost, won= slag;The armytook the field and kept itduring the summer= het leger trok te velde en bleef daar den ganschen zomer;A field of ice= groote (drijvende) ijsmassa;Field of view= gezichtsveld;Field-allowance= extratoelage aan te velde zijnde soldaten;Field-artillery= veldartillerie;Field-bed= veldbed;Field-book= veldboek (voor het landmeten);Field-day= dag voor velddienst, dag van groote drukte, vertoon, etc.;Field-duck= kleine trap;Field-equipage= velduitrusting;Fieldfare= veldjakker,[194]kramsvogel;Field-glass= veldkijker;Field marshal= veldmaarschalk;Field-mouse= veldmuis;Field-officer= stafofficier;Field-piece (Field-gun)= stuk veldgeschut;Field-practice= velddienstoefening;Field-sports= jachtvermaak, enz.;Field-works= schansen;Fielder= een bepaald speler bijcricket.Fiend,fînd, booze geest, duivel; adj.Fiendish; subst.Fiendishness;Fiendlike= duivelsch, demonisch.Fierce,fîəs, woest, wreed, meedoogenloos, hevig, onstuimig; subst.Fierceness.Fieri facias,fai(ə)raifeišas, dwangbevel tegen een schuldenaar:He has been served witha writ of fieri facias.Fieriness,fai(ə)rinəs, vurigheid, vuur, hevigheid;Fiery,fai(ə)ri, vurig, hartstochtelijk, opvliegend:Fiery substances= licht ontbrandbare stoffen;Fiery-cross= vlammend kruis (in de Hooglanden van Schotland), om de stammen te wapen te roepen.Fife,faif, subst. fluit, pijp;Fifeverb. pijpen, op eene fluit spelen;Fifer= pijper.Fifteen,fiftîn, (maarFifteen boys,fiftîn bôiz), vijftien;Fifteenth= vijftiende;Fifth,fifth, subst. en adj. vijfde (deel):Fifth monarchy men= dweepzieke godsdienstsekte, die ongeveer 1659 ontstond en eene vijfde monarchie profeteerde, waarin Christus duizend jaren op aarde zou heerschen;Fifthly= ten vijfde;Fifty= vijftig:In the fifties= tusschen ’50 en ’60;Fiftieth= vijftigste.Fig,fig, subst. vijg, vijgeboom, gala, lor, pruimtabak (Amer.):Figs!= loop heen, ’klets’;In full fig= in groot tenu, poesmooi, goed op dreef;I don’t care a fig forwhat you say= geef geen zier;Fig-eater (Fig-pecker)= vijgeneter;Fig-leaf= vijgeblad:This poet’s works have beensubjected to the fig-leaf and knife= zijn gecastreerd en besnoeid;Fig-shell= schelp in den vorm eener vijg of peer.Fight,fait, subst. gevecht, strijd;Fightverb. vechten, strijden, bevechten, laten vechten:A hand-to-hand fight= man tegen man;A running fight= het nazetten van en vuren op een vluchtenden vijand;Single fight= tweegevecht;To make a brave fight= zich kranig houden;Toshow fight= de tanden laten zien, zich te weer stellen;I will fight you= ik daag je uit;Tofight shy of= uit den weg gaan, vermijden;Tofight a battle= slag leveren;Tofight a duel= duelleeren:Tofight the tiger= dobbelen (Amer.);Hefought his way throughthe crowd= baande zich met geweld een weg;We willfight it out together= het samen uitvechten;Fighter= vechter, vechtersbaas, boxer;Fighting-alliance= of- en defensief verbond;Fighting-cock= kemphaan;The fighting efficiencyof our fleet= vechtvermogen;Fighting-top= mars (op een oorlogschip).Figment,figm’nt, vinding, verdichtsel.Figuline,figjul(a)in, pottebakkersaarde, vaas van kunstaardewerk.Figurant(e),figjurânt, figurant (ookfig.).Figurate,figjureit, gefigureerd;Figuration,figjureiš’n, voorstelling, afbeelding, type;Figurative,figjurətiv, figuurlijk, zinnebeeldig, bloemrijk.Figure,fig(j)əfiguur, vorm, voorkomen, gedaante, gestalte, beeld, afbeelding, persoonlijkheid, voorbeeld, pracht, prijs, cijfer, de passen (bij het dansen);Figureverb. vormen, afbeelden, voorstellen, figuurlijk gebruiken, figureeren, figuren vormen, met figuren versieren, becijferen, cijferen:Whata figureyou are= wat zie jij er uit!What isthe figure? = op hoeveel komt dat?Trustworthy figures= vertrouwbare cijfers;Tobe bad at figures= een slecht rekenaar zijn;Hecuts (makes) a good (poor) figure= een goed (treurig) figuur;Togo the whole figure= al het mogelijke doen;Helives in figure= hij voert een grooten staat;Tosell at a great figure= voor hoogen prijs;I will notsell it under three figures= onder £100 (=3 cijfers);Hefigured downseveral couples with his amiable partner= hij danste (in dencountry-dance) tusschen de rij der dansers door;We havefigured it out= het uitgerekend;It is easyto figure these sums up= op te tellen;Figure-head= vóórsteven- of galjoenbeeld;Figure-maker= modelleur;Figure-weaver= damastwever;Figured= gebloemd, met figuren;Figurette,figjuret=Figurine,figjurîn, beeldje.Fiji,fîdži:Fiji Islands;Fijian,fîdžiən, (bewoner, taal) van F.Filament,filəment, vezel, draad, meeldraad;Filamentous= vezelig, draderig.Filander,filəndə,filandə, soort van kangoeroe; soort ingewandsworm;Filanders= ziekte bij valken.Filbert,filbət, hazelaar, hazelnoot;Filbert-nails= bolle, spits toeloopende, sierlijke nagels.Filch,filš, stelen, kapen;Filcher= dief.File,fail, subst. snoer, draad, rist papieren (met datum, korte inhoud, etc. op de rugzijde), lijst, catalogus, rot (mil.); vijl, geslepen vent;Fileverb. aanrijgen aan eenfile, deponeeren in ’t archief, indienen van stukken,in rotten marcheeren, vijlen, afvijlen, glad maken;The rank and file= het kader en de manschappen;On file= stelselmatig gerangschikt;Indian (Single) file= eendenmarsch;The soldiersfiled off= marcheerden af in eene rij achter elkaar;File, please= wil de zaak als afgedaan beschouwen;File-cutter= vijlmaker;File-leader= voorste soldaat van een File;Filings= vijlsel.Filial,filj’l, kinderlijk:Filiation= affiliatie.Filibeg,filibeg=Kilt.Filibuster,filibɐstə, subst. vrijbuiter, roover; obstructionist (Amer.=Filibusterer);Filibusterverb. op roof of buit uitgaan:Afilibustering expedition= rooftocht.Filices,filisîz, orde der varens;Filical= tot de varens behoorende;Filiciform= varenvormig;Filicoid=fern-like.Filiform,filiföm, draadvormig, dun.Filigree,filigrî, subst. filigraan; ook adj.Filigreed= met filigraan versierd.[195]Fill,fil, subst. bekomst, hoeveelheid tot vulling;Fillverb. vullen, volstoppen, verzadigen, bevredigen, bezetten, bekleeden, volbrassen; vol worden:I haveeaten and drunk my fill= volop gegeten en gedronken;She hasfretted her fill= is uitgemokt;Togaze one’s fill at= zich zat zien aan;Twofills of tobacco= pijpjes tabak;Tofill the bill= aan alle eischen voldoen;Tofill an order= een bestelling uitvoeren;Tofill parts= rollen bezetten;Tofill sails= zeilen doen zwellen;To fill teeth(Amer.voorto stop);Tofill in= dichtstoppen, dempen, aanvullen:The article wasfilled in= het artikel werd geplaatst;His facefilled out= werd dikker;Shall Ifillyououta glass= vullen?To fill up= geheel innemen, vol maken of worden; dempen:Tofill up a vacancy (a canal);The loan wasfilled up= werd volteekend;The shipfilled upwith water there= nam daar voldoenden watervoorraad in;Filler= vuller, trechter, vulsel, stopwoord;Filling-in pieces= vulstukken.Fillet,filət, subst. band (om het hoofd of om het haar), filet; lendestuk, vleesch zonder been (als schijf of rollade opgediend), lijst;Filletverb. met een hoofdband omringen of binden, versieren, tot een schijf of rollade maken, met lijsten versieren.Fillibeg, zieFilibeg;Fillibuster, zieFilibuster.Fillip,filip, subst. knip (voor den neus); aansporing;Fillipverb. knippen (met de vingers):To give a fillip= aanzetten.Filipeen,filipîn,filipîn, filippine.Filly,fili, merrieveulen, wildebras.Film,film, subst. vlies, film (phot.);Filmverb. met een vlies bedekken:The pools werefilmed with frost= er lag een vliesje ijs op; subst.Filminess; adj.Filmy= vliezig, zeer dun, fijn;Filmy-fern= schildvaren.Filter,filtə, subst. filter, filtreer, zeef;Filterverb. filtreeren, ziften;Filtering-bag= doorzijgzak;Filtering-machine= filtreermachine;Filtering-paper= filtreerpapier;Filtering-stone= poreuze steen.Filth,filth, vuiligheid, vuilnis, ookfig.=Filthiness; adj.Filthy.Filtrate,filtreit, subst. filtraat;Filtrateverb. filtreeren; subst.Filtration.Fin,fin, vin:Pectoral and ventral fin= borst- en buikvin;Fin-footed,Fin-toed= met zwemvliezen aan de pooten.Finable,fainəb’l, beboet- of bekeurbaar.Final,fain’l, laatste, eind…, slot…, beslissend, finaal; subst. beslissingswedstrijd:Final-cause= einddoel:He does notbelieve in final-causes= hij ontkent de teleologie;Final decision= eindbeslissing;Final proof= afdoend bewijs;Final success= succes ten slotte;Finality,fainaliti, eindtoestand, volkomenheid;Finally= ten slotte.Finance,f(a)inans,fainəns, subst. financiewezen:Finances= geldmiddelen, fondsen;Financeverb. de financiën besturen, geldelijk ondernemen of steunen:He finances the paper= hij neemt de geldelijke uitgaven op zich;Many people financed the movement= steunden de beweging geldelijk;He financed his nephew= voorzag van geld;Financial,finanš’l, geldelijk;Financialist=Financier,fa(i)nansîə,finansîə.Finch,finš, vink:A finch-backed cow= (op den rug) gestreepte of wit gevlekte koe.Find,faind, subst. ontdekking, vondst;Findverb. vinden, ontdekken, bevinden, verklaren, uitspraak doen, enz.:Will you find me a pen= voor mij zoeken?She was to find linen= zou zorgen voor;We took furnished apartments, onlyfinding plate and linen= moesten alléén voor eigen zilver en tafellinnen zorgen;I could notfind it in my heartto do it= ik kon het niet over mijn hart verkrijgen;The juryfound for the defendant= de gezworenen spraken den aangeklaagde vrij;A billwas found forthe case= er werd in de zaak (door deGrand Jury) rechtsingang verleend;She could notfind herself indresses out of that money= zij had niet genoeg kleedgeld;I willfind you inpocket-money= ik zal je zakgeld geven;This small sum has tofind meineverything= van dit sommetje moet ik alles bekostigen;He iswell found ineverything= hij zit goed in z’n spulletjes;B. iswell found inhotels= goed voorzien van;Our privateers werenot so well foundas the enemy’s= waren niet zoo goed van alles voorzien;I will try tofind it out= ontdekken;Then the young scholarfound himself= toen vond de jonge geleerde een hem passenden werkkring;Find-fault= bedilal;Find-spot= vindplaats;Finder= vinder, zoeker (kijker), visiteur, speurhond;Finding= resultaat, uitspraak;Findings= (vooral schoenmakers) benoodigdheden, enz., waarvoor de werkman zelf moet zorgen (Am.);Finding-store= winkel voor schoenmakersbenoodigdheden (Amer.).Fine,fain, subst. einde; geldboete;Fineverb. beboeten:In fine= kortom, ten slotte.Fine,fain, fijn, teer, dun; schoon, elegant, uitstekend, sluw, scherp, spits, zuiver; helder, klaar;Fineverb. klaren (down), zuiveren, frisschen, affineeren:A fine whist-player= goed;The fine flower ofthe aristocracy;I haverun it very fine= ik heb het er precies afgebracht, het was “er aan toe”;Fine arts= fraaie kunsten;Fine-draw= een scheur haast onzichtbaar stoppen; dun uitrekken;Fine-drawn= erg gezocht (fig.);Fine-spoken= fraaie woorden gebruikend; met gladde tong;Fine-spun= fijn (uit)gesponnen;Fine-still= distilleeren uit bijprodukten der suikerraffinaderij;Fine-stuff= pleisterkalk;Fineness= fijnheid, zuiverheid, etc.;Finer= frisscher;Finery= mooie kleeren, opschik, opzichtigheid; affinerie;Fining-pot= affineerkroes.Finesse,fines, subst. sluwheid, handigheid, list;Finesseverb. list gebruiken.Finger,fiŋgə, subst. vinger, vingerbreedte, (-lengte), vingervaardigheid;Fingerverb. betasten, bevoelen, ontfutselen, met de vingers bespelen:Hehas his finger in it= hij is erbij betrokken;Hehas his finger in every man’s pie= heeft overal de hand in;I have it at my finger-ends (fingers’ ends)[196]= ik ken het op mijn duimpje;Heshook his finger at me= dreigde mij met opgeheven vinger;I won’tstir a finger= ik steek geen hand uit;He wasFingering his watch-chain= beuzelde met;Finger-alphabet,Finger-and-sign-language= vingerspraak;Finger-board= nek van een snaarinstrument, manuaal (van piano of orgel);Finger-bowl(Finger-glass) = vingerglas (om na het diner de vingers in af te spoelen);Finger-plate= deurplaat;Finger-post= handwijzer;Finger-prints= vingerindrukken;Finger-reading= lezen door blinden;Finger-stall= vingerling;Fingered= gevingerd:Thefingered gentry= de Heeren dieven;Fingering= aanraken met de vingers, fijn werk voor de vingers, vingerzetting.Fingerling,fiŋgəliŋ, jonge forel.Finial,finiəl, kruisbloem, Gothische puntversiering, krullen (bij ’t schrijven).Finical,finik’l,Finicking(Finikin),finikiŋ(n), gemaakt, overdreven, kieskeurig.Finis,fainis, einde, slot.Finish,finiš, eindigen, voltooien, besluiten, de laatste hand leggen aan, afwerken, apprêteeren, opgebruiken, opeten, uitdrinken, zijn bekomst geven, dooden, ophouden; subst. afwerking, voltooiing, einde (van den wedstrijd), laatste hand aan iets; pleisterkalk;It wasa fight to the finish= tot de beslissing viel =Theyfought to a finish;That finished him= toen had hij genoeg, was hij dood;Finishing-coat= derde of laatste laag (verf of pleister);Finishing-school= meisjeskostschool waar de laatste hand aan de opleiding wordt gelegd.Finite,fainait, subst. persoonsvorm (tegenover denInfinitive) van een werkwoord; adj. eindig; subst.Finiteness.Finland,finland;Finlander=Finn= Fin;Finnic=Finnish= Finsch, Finlandsch.Finnikin,finikin, soort van gekuifde duif.Finny,fini, gevind.Fionia,fiounjə, Funen.Fions,faiənz, half-mythische krijgslieden in Ossian’s gedichten.Fiord,fjöd, fjord.Fir,fɐ̂, den, denneboom, zilverspar;Fir-apple,Fir-cone= pijnappel;Fir-poles= juffers;Fir-tree.Fire,faiə, subst. vuur, brand, hitte, licht, gloed, hartstocht, het schieten, hel;Fireverb. in brand steken, afvuren, afschieten, aanvuren, stoken, bakken (van porselein), ontbranden, ontvlammen, een carillon luiden:The house ison fire= in brand;We wereunder fire= aan ’t vuur (des vijands) blootgesteld;Tocatch fire= vuur vatten;The piecehangs fire= heeft geen succes;He went off to sleep, butI hung fire= maar ik kon den slaap niet vatten;The affairhung fire= hokte;My gunmissed fire= ketste;Theyopened a raking fire= begonnen moorddadig te vuren;Toset on fire(=Toset fire to) = in brand steken;He will never set the Thames on fire= hij heeft het buskruit niet uitgevonden;Tosilence the enemy’s fire= de batterijen van den vijand tot zwijgen brengen;Totake fire= vuur vatten, in brand raken;I took fire= vatte vuur, stoof op;Fire!= vuurt;To fire a gun, a mine, a shot;This fired my blood= maakte mijn bloed aan ’t koken;Fire away!vooruit maar, begin maar!;A gun-boat wasfired upon= er werd gevuurd op eene kanoneerboot;He is fired up= woedend;St.-Anthony’s fireroos;Greek fire= Grieksch vuur;Kentish fire= een rhythmisch applaus;Running fire= snelvuur;Fire-alarm= brandschel;Fire-annihilator,ənaihileitə, extincteur;Fire-arm= vuurwapen;Fire-ball= brandbom; vuurbol (meteoor);Fire-balloon= luchtballon (met heete lucht), ballon met vuurwerk, dat boven in de lucht ontvlamt;Fire-basket= soort komfoor;Fire-bavin= rijsbundel op branders (schepen);Fire-blast= brand, ziekte in hop;Fire-board= schoorsteenscherm;Fire-box= vuurkast (van een locomotief);Fire-brand= brandend stuk hout; stokebrand;Fire-brick= vuurvaste steen;Fire-brigade= brandweer;Fire-brush= haardveger;Fire-bucket= brandemmer;Firebug= brandstichter (Amer.);Fire-clay= vuurvaste klei;Fire-cock= brandkraan;Fire-company= assurantiemaatschappij;Fire-cracker= voetzoeker;Fire-dog= haardijzer;Fire-drill= vuurring gebruikt door de Austral. inboorlingen bij ’t maken van vuur door wrijving van twee stukken hout; oefeningen van een brandweercorps;Fire-eater= vuurvreter; ijzervreter;Fire-engine= brandspuit;Fire-escape= reddingstoestel (bij brand);Fire-extinguisher= extincteur;Fire-fly= glimworm;Fire-hook= brandhaak;Fire-hose= brandspuitslang;Fire-insurance= brandassurantie;Fire-irons= schop, tang en pook;Fire-kiln= vuurvaste oven;Fire-lighter= vuurmaker;Fire-lock= geweerslot; snaphaan;Fireman= brandweerman; stoker (Am.);Firemaster= brandmeester (Amer.);Fire-new= fonkelnieuw;Fire-office= brandassurantiekantoor;Fire-place= haard;Fire-plug= brandkraan;Fire-policy= brandpolis;Fire-proof= tegen het vuur bestand;Fire-raising= brandstichting (Schot.);Fire-screen= vuurscherm;Fire-ship= brander;Fire-shovel= kolenschop; groote mond;Fireside= haard;Fire-station= brandweerkazerne;Fire-stick= wrijfstokje om vuur te maken;Fire-tube= kleine vlampijp (stoomketel);Fire-ward(en)= brandmeester;Fire-water= naam bij de Roodhuiden voor spiritualiën;Fire-wood= brandhout, brandstof;Firework= vuurwerk:Tohold a grand display of fireworks= een groot vuurwerk afsteken;Fireworks will be let off= er zal vuurwerk afgestoken worden;Fire-worship= vuuraanbidding:Firing,fairiŋ, het vuren, brandstof, uitbranden (van eene wond):Fire-iron= brandijzer.Firkin,fɐ̂kin, (boter)vaatje v. 25,4 K.G.Firm,fɐ̂m, vast, hard, hecht, standvastig, vastberaden, trouw; subst. firma; subst.Firmness.Firmament,fɐ̂məment, firmament;Firmamental,fɐməment’l, hemelsch, tot het uitspansel behoorende.[197]Firman,fɐ̂m’n,fɐ̂mân, ferman, verlofbrief, pas, schriftelijk bevel (van Oostersche vorsten).First,fɐ̂st, eerste, voornaamste:This was the firstI had heard of it= de eerste maal dat;Tobe first witha person= iemand vóór zijn;First come first served= die ’t eerst komt, die ’t eerst maalt;First and foremost= in de allereerste plaats;First and last= gemiddeld, alles bijeengenomen;First or last= vroeg of laat, te eeniger tijd;At (the) first= in den beginne, oorspronkelijk;He had resolved itfrom the first= van den aanvang af;First-begot(ten),First-born= eerstgeboren(e);First-call= ochtendbeurs;First-chop= eerste kwaliteit;First-class= eerste klasse, uitstekend:Hegot a first-class= den hoogsten graad (bij examens);Firstcomer= de eerste (de beste);First-cost= inkoopsprijs;First-day= naam voor den Zondag bij deQuakers;First-floor= tweede verdieping (Engeland), eerste verdieping (Am.);First-foot= eerste bezoeker in ’t Nieuwe jaar (Schot.);First-fruits= eerstelingen, eerste vruchten, annaten of jaarrechtgelden (= opbrengsten van een geestelijk ambt gedurende het eerste jaar; vroeger aan den Paus, thans aan de fondsen van hetQueen Anne’s Bountyovergedragen);First-hand= stuurman op een visschersvaartuig; eerste hand:Tobuy (at) first;First-mate= eerste stuurman;First-mover= oorspronkelijke beweegkracht;First-nighter= première, iemand die zulke opvoeringen geregeld bijwoont;First-proof= eerste proef (drukw. en alcohol);First-rate=A. 1.= (schip) van de eerste klasse, eerste rang:He isafirst-rate second-rate actor= hij is een uitstekend acteur van den tweeden rang;First-water= (van het) eerste water;Firstling,fɐ̂stliŋ, eerstgeborene.Firth,fɐ̂th, ZieFrith.Fiscal,fisk’l, adj. fiskaal; subst. fiskaal; ambtenaar van het O.M. (Schot.).Fish,fiš, subst. visch, fiche, lasch;Fishverb. visschen, afvisschen, opvisschen, uitvisschen:He’s like a fish out of water= niet in zijn element;I have other fish to fry= ik heb wel wat anders (en beters) te doen;All is fish that comes to net= wij kunnen van alles gebruiken;That isa pretty kettle of fish= dat’s een mooie boel! (ironisch);Aloose fish= pierewaaier;Astrange fish= rare snaak;Fish-bladder= vischblaas;Fish-bone= graat;Fish-carver= vischmes;Fish-culture= vischteelt;Fish-curer= vischzouter, etc.;Fish-fag= vischwijf;Fish-flake= zwemblaas;Fish-fly= kunstvlieg (voor het visschen);Fish-garth= hekken aan den kant van een rivier om het vangen van visch te vergemakkelijken;Fish-gig= elger;Fish-glue= vischlijm;Fish-hawk= vischarend;Fish-hook= vischhaak;Fish-market= vischmarkt;Fish-maw= zwemblaas;Fishmonger= vischkooper;Fish-oil= traan;Fishpond= vischvijver;Fish-slice=Fish-sound= zwemblaas van een visch;Fish-spear= harpoen;Fish-strainer= vischschotel;Fish-tackle= vischgerei;Fish-tail-burner= vleermuis (gasbrander);Fish-torpedo;Fish-trowel=Fish-weir=Fishgarth;Fishwife(Fishwoman) = vischvrouw;Hefished fora compliment= hij vischte naar;He hasfished it out= het uitgevischt;Fisher= visscher, ijsvogel, Canadeesche marter;Fisher-boat= visschersboot;Fisherman= visscher, visschersschuit;Fishery= visscherij:The fisheries= de visscherijtentoonstelling;Fishiness= vischachtigheid, verdachtheid;Fishing-boat= visschersschuit;Fishing-line= vischsnoer;Fishing-net= vischnet;Fishing-rod= hengel-roede;Fishing-smack= visscherspink;Fishing-tackle= vischtuig;Fishlike= vischachtig;Fishy= vischachtig, vischrijk, dof, ongeloofelijk, verdacht:Thislooks fishy= ziet er verdacht uit.Fisk,fisk, druk zijn.Fissile,fis(a)il, splijtbaar;Fission,fiš’n, splijting;Fissiped,fisiped, zoogdier met gespleten teenen (b.v. kat of beer);Fissure,fišə, subst. kloof, spleet, splijting, fistel;Fissureverb. splijten:Fissure needle= hechtnaald.Fist,fist, vuist;Fistverb. met de vuist slaan, aanpakken:Close fisted= vrekkig;Afistic fight= vuistgevecht;Fisticuffs:Tobe at fisticuffs=Engaged in fisticuffs= aan het bakkeleien.Fistula,fistjulə, fistel:Fistula lachrymalis= ontsteking van de traanklier;Fistular= hol (als riet);Fistulous= buisvormig; fistelachtig.Fit,fit, aanval, stuip, gril:By fits and starts= bij buien, met tusschenpoozen;Beaten all to fits= lam geslagen;Tofrighten into fits= vreeselijk doen schrikken;She went into fits= kreeg het op de zenuwen, viel in onmacht;Fitful= grillig; subst.Fitfulness.Fit,fit, geschikt, passend, bereid, bevoegd, in goede ‘conditie’; ook subst.;Fitverb. passend (geschikt, bekwaam) maken, uitrusten, monteeren, passen, zitten, gepast of passend zijn:More than is fit= ongepast veel;I amas fit as a fiddle= volkomen goed, gezond;Tobe fit for= geschikt;Fit for service= geschikt voor den dienst;Tothink fit= het geschikt achten;Tobe a bad fit= slecht zitten of passen;Tobe an exact fit= als gegoten zitten;Tobe a tight fit= er net in kunnen;It doesn’tfit in withmy plans= strookt niet met;A fleet wasfitted out= werd uitgerust;The house wasfitted up= gemeubileerd, bewoonbaar gemaakt;That fits him like a glove, to a T.= het is hem als aan het lichaam gegoten, dat past precies op hem;It fits it like a plug= het past precies;Fitness= geschiktheid, enz.;Fit-out= uitrusting;Fitter= monteur, kolenkoopman, leverancier;Fitting= gepast; passen, monteering:Fitings= noodzakelijke artikelen voor huis, winkel of schip, monteerbenoodigdheden;Fitting-out= uitrusting;Fitting-up= inrichting.Fitch,fitš=Fitchet= bunzingvel;Fitchew,fitšû, bunsing.[198]Fitz,fits, zoon (slechts in samenstell.); onwettige zoon van een koning of een prins van den bloede.Five,faiv, vijf;Fivefold= vijfvoudig;Fiver= een bankbiljet van vijf pond (of dollar); alles wat voor vijf telt;Fives,faivz, een soort v. balspel, de vuist (alle vijf):Bunch of fives= de vuist;Fives-ball= bal gebruikt bij het balspel, ‘Fives’ genoemd;Fives-court= plaats, baan voor dit spel.Fix,fiks, subst. moeielijkheid, klem;Fixverb. bevestigen, vastzetten, vastmaken, vaststellen, fixeeren, monteeren, richten, vestigen; bezorgen, in orde maken (Am.); zich vestigen, vast worden, besluiten tot, kiezen:Tofix bayonets= opzetten;Tofix a mast, a pole= overeind zetten;They fixed themselves there= vestigden zich daar;Tofix in= in passen;We havefixed onSunday for the meeting= wij hebben bepaald;I must try tofix it up withyou= in orde te maken, bij te leggen;Fixable= bevestigbaar, enz.;Fixation= bevestiging, fixeering, enz.;Fixative= fixeermiddel;Fixed= vast, strak, niet vluchtig:Fixed bodies= vaste lichamen;Fixed oils= niet vluchtige oliën;Fixed point= vaste post (van een soldaat of politie-agent);Fixed stars= vaste sterren; subst.Fixedness;Fixings= uitrusting, versieringen, inrichtingen, tooi, kleeren;Fixity= vastheid, stabiliteit:Fixity of purpose= vastheid van doel;Fixture= vaste datum (sport), al wat spijkervast is:He is a fixture= is stoelvast, een familiestuk (fig.);The autumn fixtures= de voor den herfst vastgestelde wedrennen.Fiz-gig,fizgig, vuurregen; elger; coquet meisje.Fizz,fiz, subst. gesis, gezoem, gebruis; champagne;soda-water(Amer.);Fizzverb. sissen, bruisen;Fizzle, subst. gesis, gebruis, gezoem; mislukking (wat met eensisserafloopt), zakken, steken blijven;Fizzverb. sissen, zoemen, bruisen:To fizzle out= uitgaan, volkomen mislukken.Flabbergast,flabəgast, verbazen, verbluffen.Flabbiness,flabinəs, slapheid, weekheid, zwakheid; adj.Flabby:A flabby face.Flabbellate,fləbelit,Flabbelliform,fləbeliföm, waaiervormig.Flaccid,flaksid, slap, zacht; subst.Flaccidity=Flaccidness.Flag,flag, subst. vlag, vloertegel, gele lisch;Flagverb. seinen met vlaggen; verslappen, slap neerhangen, met vloertegels bevloeren:Flag of distress= noodvlag;Flag of truce= parlementaire vlag;Black flag= vlag, dat geen kwartier zal worden gegeven;Red flag= oproervlag;Todip the flag= met de vlag salueeren;The flags were hung half mast high= de vlaggen waren halfstok geheschen;All the flags were struck, lowered, gathered= gestreken, naar beneden gehaald, opgedoekt;The flags were innocent of carpet= er lag geen kleed op den steenen vloer;Flag-lieutenant= adjudant van denFlag-officer= vlagofficier;Flagman= baanwachter;Flagship= admiraalsschip;Flag-staff= vlaggestok;Flagstone= vloersteen, soort van zandsteen;Flaggy= vol gele lischbloemen.Flag,flag, slap neerhangen, slap worden, verslappen;Flagginess= slapheid;Flagging= verslappend; verslapping.Flagellant,fladžəl’nt, flagellant;Flagellate,fladžəleit, geeselen; subst.Flagellation.Flageolet,fladžəlet, flageolet.Flagitious,flədžišəs, schandelijk, snood; subst.Flagitiousness.Flagon,flag’n, flesch, flacon, schenkkan.Flagrancy,fleigr’nsi, gloed, openlijk plegen, gruwel, schandelijkheid;Flagrant,fleigr’nt, aan den gang, openlijk, afschuwelijk:A war was flagrant= woedde.Flail,fleil, dorschvlegel;Flailverb. dorschen.Flake,fleik, subst. schilfertje, vlok, schol of schots, gestreepte tuinanjelier, droogrek voor visschen (Amer.);Flakeverb. tot vlokken vormen, met vlokken bedekken, afschilferen:Flake of ice= ijsschots;Flake-white= soort v. wit blanketsel;Flakiness= vlokkige of schilferachtige toestand; adj.Flaky.Flam,flam, subst. valsche voorspiegeling, opsnijderij, leugen;Flamverb. wijsmaken.Flambeau,flambou, flambouw.Flamborough,flambərə.Flamboyant,flambôiənt, vlammend, gevlamd (bouwkunde); opzichtig.Flame,fleim, subst. vlam, hitte, vuur, opgewondenheid, drift; liefje;Flameverb. vlammen, ontvlammen, in woede opvliegen, doen ontvlammen:He isall in a flame forthe measure= vuur en vlam voor;Toset on flame= in vlammen zetten;Flame-colour= helgele kleur;Flame eyed= met vurige oogen;Flame-shaped= gegolfd.Flamen,fleim’n, oud Romeinsch priester.Flaming,fleimiŋ, vlammend, heftig, overdreven.Flamingo,fləmiŋgou, flamingo.Flamy,fleimi, vlamachtig, vlamkleurig.Flancon(n)ade,flaŋkəneid, zijstoot, zijhouw (bij het schermen).Flanders,flândəz, Vlaanderen:Flanders brick= poetssteen.Flane,flein, flaneeren:They lazed and flaned aboutthe boulevards= slenterden en flaneerden.Flange,flanž, flens, opstaande rand;Flangeverb. van flens of rand voorzien:Flange-rail= spoorstaaf met opstaanden rand.Flank,flaŋk, subst. zijde, flank, ribstuk;Flankverb. flankeeren, zich aan de zijde bevinden, grenzen aan, in de flank aanvallen, de flank dekken of bestrijken of omtrekken;Flank-company= de uiterste rechter- of linker-compagnie van een bataljon;Flank-files= de eerste twee mannen aan de rechteren de laatste twee aan de linkerzijde van de compagnie;Flanker= subst. flankeur.Flannel,flan’l, flanel;Flannelette= katoenflanel.Flap,flap, subst. klep, flap, slappe rand, lapèl, lel, pand, beweging met (geluid van) iets plats en breeds, klap, tafelblad;Flapverb. flappen, kleppen, slaan, neerslaan:The sails flapped in thunder= flapten met[199]donderend geraas;Flapdoodle= geklets, klare onzin;Flap-dragon= spelletje, om iets uit brandende cognac b.v. te halen;Flap-eared= met slappe ooren;Flap-hat= slappe hoed;Flap-mouthed= met hanglippen;Flap-table= klaptafel;Flap-window= opslaand dakraam;Flapper= breede dikke vin (v. een rob bijv.), lange schoen derChristy Minstrels, jonge wilde eend, bakvischje (fig.).Flare,flêə, subst. flikkering, helle vlam, bluf;Flareverb. flikkeren, vlammen, schitteren, opzichtig zijn, overhangen:A flare-up= opflikkering, gloeiende fuif, plotselinge woordentwist;He flared up= hij werd woedend, stoof op;Flaring= schitterend, opzichtig.Flash,flaš, subst. vlam, flikkering, straal, schicht, uitbarsting, mislukte poging, soort sluis, zwarte strik (aan de uniform der Royal Welsh Fusiliers), woest stroomende watermassa, dieventaal; adj. dieven - -, opzichtig, onecht;Flashverb. flikkeren, schitteren, plotseling ontvlammen, schieten, vliegen:For a flash= voor een oogenblikje;A flash in the pan= ketsschot, mislukte poging;Flash of lightning= bliksemflits;Flash of wit= geestige inval;Flash language= dieventaal;The thoughtflashed across my mind= schoot mij te binnen;The news wasflashed toAmerica= geseind naar;Flash-house= helershuis;Flashman= schurk;To raise theflash-point of petroleum= de ontvlammingstemperatuur verhoogen;Flashiness= opzichtigheid, smakeloosheid;Flashing:Flash-light= flikkervuur (vuurtoren);Flashy= opzichtig.Flask,flâsk, flesch, flacon, metalen of lederen kruitflesch.Flasket,flaskət, spijsmand, kruitflesch.Flat,flat, plat, vlak, moedeloos, verslagen, smakeloos, flauw, lusteloos, uitdrukkelijk, vierkant, ronduit, een halve toon verlaagd; subst.vlakte, vlak land, ondiepte, zandbank, platte kant, platboomd vaartuig; breedgerande strooien hoed (Amer.), palm van de hand, plat (dak), vertrekken op dezelfde verdieping, bovenhuis, mol (muziek), half achterscherm (tooneel), sul of hals; adv. plat, rechtuit, vlak, volkomen;Flatverb. vlak maken; mislukken (out) (Amer.):Aflat affair= een vervelend iets;Flat candlestick= blaker;Flat calm= volkomen windstilte;D-flat= D-mol;I could not give him aflat denial= kon hem niet zoo botweg weigeren;Theflat infinitive= deinf.zonderto;That is aflat lie= een infame leugen;His defencefell flat onthe assembly= maakte niet den minsten indruk;Tolie flat on the ground= plat, languit;I won’t go there, and that’s flat= ik ga er niet heen, en daarmee uit, dat spreekt vanzelf;Flat and plain= ronduit;Flat-bottomed= platboomd;Flat-cap= formaat v. papier, 35 × 43 c.M. platte muts; burgerman;Flat-fish= platvisch; domoor;Flat-footed= met platvoeten; vastberaden (Amer.);Flathead= groentje (Amer.);Flat-iron= vlak-, strijkijzer;Flat-race= wedloop zonder hindernissen;Flat-roofed= met een plat dak;Flatten= plat, smakeloos, neerslachtig maken (of worden), den toon verlagen:Toflatten the sail= scherp aanbrassen (halen);Flatter= pletter (hamer);Flatting-mill= pletmolen;Flattish= ietwat plat;Flatwise= met de platte zijde naar beneden.
Felt,felt, subst. vilt(en hoed);Feltverb. met vilt bedekken, tot vilt maken; imperf. van to feel.
Feltre,feltə, ouderwetsch borstharnas van vilt.
Felucca,fəlɐkə, feloek (schip).
Felwort,felwɐ̂t, swertia, gentiaan, bitterwortel.
Female,fîmeil, subst. vrouwtje, wijfje; vrouwelijke plant, vrouwspersoon; adj. vrouwelijk:Female die= holle stempel, waarin demale diegeslagen wordt;Female rhymes,Female rimes= rijmen met ongeaccentueerde lettergreep op het einde, bijv.geven—leven;Female screw= moerschroef;Female woman= teere, zwakke.
Feme,fem:Feme covert= gehuwde vrouw;Feme sole= ongehuwde vrouw.
Feminine,feminin, vrouwelijk, zacht, teeder, verwijfd:Feminine gender= vrouwelijk geslacht;Femininity= vrouwelijkheid, de vrouwen;Feminize= verwijfd maken, verweekelijken.
Femoral,femərəl, dij - -;Femur= dijbeen.
Fen,fen, moeras, moerasland;Fen-berry= veenbes;Fen colonies= veenkoloniën;Fen-duck= soort v. wilde eend;Fen-fire= dwaallichtje.
Fence,fens, subst. heg, omheining, beschutting, het schermen, handigheid (in ’t debat), heler;Fenceverb. omheinen, beschutten, verdedigen, versterken, schermen, pareeren; uitvluchten maken:Tobe (ride, sit) on the fence= eene afwachtende houding aannemen;Sherushed at her fences= zij vloog naar de beschermde plaats, stelde zich te weer;Tofence a question= pareeren, ontwijken;He studiouslyfenced roundthe points= hij ontweek opzettelijk de kwestie;Fence-month= gesloten jachttijd (van 9 Juni–9 Juli);Fencer= schermer, goed springpaard;Fencible,fensib’l, verdedigbaar:The Fences= soort landweer;Fencing,fensiŋ, materiaal voor eene schutting (Amer.); schermkunst, handig debat:Fencing-foil= degen;Fencing-gloves= schermhandschoenen;Fencing-pad= borstleder (van denFencing-master= schermmeester).
Fend,fend, verdedigen, afweren:Let us leave him tofend for himself= laat hij zichzelf verdedigen, zien te redden.
Fender,fendə, hek voorlangs den haard of de daardoor ingesloten ruimte; stootmat, kurkenzak, wrijfworst (scheepst.).
Fenian,fînj’n, lid van een in 1857 te New-York opgericht geheim Iersch verbond voor het bevrijden van Ierland; ook adj.;Fenianism= Fenianisme.
Fennel,fen’l, venkel.
Fenny,feni, moerassig.
Fent,fent, opening of split.
Feod,fjûd. ZieFeud.
Feof,fef, subst. leengoed;Feofverb. met een leen begiftigen;Feofee,fefî, leenman;Feofer,Feofor,fefə, leenheer.
Feral,fîrəl,Ferine,fîr(a)in, wild, ongetemd; kwaadaardig (v. ziekten); subst.Feralness.
Fering(h)ee,fəriŋgî, Frank, algemeene naam door de Mahom. aan Europeanen gegeven.
Ferment,fɐ̂m’nt, ferment, gisting (ookfig.).
Ferment,fəment, in gisting brengen (of zijn), beroeren;Fermentability= gistbaarheid;Fermentable= gistbaar;Fermentation= gisting, beroering;Fermentative, gistend, gisting veroorzakend, gistings - -, subst.Fermentativeness.
Fern,fɐ̂n, varenkruid:Fern-owl= nachtzwaluw;Fern-seed= (onzichtbaar makend) varenzaad;Ferny= vol varens.
Ferocious,fəroušəs, woest, wreed, roofgierig; subst.Ferociousness=Ferocity,fərositi.
Ferret,ferət, subst. fret; woekeraar; smal groen lint;Ferretverb. uitdrijven, fretten, uitvisschen:I haveferreteditout= ben het op listige wijze te weten gekomen;Ferret-eyes= kleine, slimme oogen;Ferreter= jager met een fret, speurhond (fig.).
Ferriage,feriidž, overvaart, veergeld.
Ferric,ferik, ijzer …;Ferriferous= ijzerhoudend;Ferrugineous,ferudžiniəs, ijzerhoudend, ijzerroestkleurig =Ferruginous.
Ferrotype,feroutaip, photographie op een gevoelige ijzeren plaat.
Ferrule,ferûl, metalen ring, koperen busje om een stok, muntring.
Ferry,feri, subst. veer, veerrecht, veerboot;Ferryverb. overzetten;Ferry-boat= veerboot;Ferryman= veerman.
Fertile,fɐ̂t(a)il, vruchtbaar, rijk aan, vindingrijk; subst.Fertility;Fertilization= vruchtbaarmaking, bevruchten;Fertilize,fɐ̂tilaiz, vruchtbaar maken, bevruchten;Fertilizer= mest.
Ferule,ferûl, subst. schoolplak;Feruleverb. met de plak geven.
Fervency,fɐ̂vənsi, vuur, gloed, innigheid, ijver; adj.Fervent,fɐ̂v’nt, subst.Ferventness;Fervid,fɐ̂vid, heet, brandend, vurig, heftig; subst.Fervidness;Fervour,fɐ̂və, gloed, vuur, drift.
Fesse,fes, horizontale dwarsbalk of streep op een schild;Fesse-point= het middelpunt van een wapenschild.
Festal,fest’l, feestelijk, vroolijk.
Fester,festə, subst. zweer, fistel;Festerverb. zweren, etteren, rotten, woeden.
Festival,festiv’l, subst. feestviering; soms ook adj.;Festive= feestelijk, feest …:Festive mirth= feestvreugde;In a festive disposition= in feestelijke stemming;Festivity,fəstiviti, feestelijkheid, feestvreugde.
Festoon,festûn, subst. guirlande, krans, festoen;Festoonverb. met guirlandes, enz. tooien.
Fetch,fetš, halen, trekken, behalen, opbrengen, maken, doen, geven, bereiken; subst. kunstgreep, list, dubbelganger, strikvraag:Ifetchedhimfrom behind= greep hem van achteren aan;He wasfetched in[193](out) = gegrepen (weggevoerd);The picture will have to befetched out= zal wat uitgehaald moeten worden;She wasfetched to= bijgebracht;Tofetch up= plotseling blijven staan, ophalen, grootbrengen, inhalen:The flatness of the last act must befetched up= het trekkerige van het laatste bedrijf moet verholpen worden;Tofetch a compass= een omweg maken;Tofetch a pump= eene pomp aan den gang maken;Shefetched a deep sigh= slaakte een diepen zucht;That is ratherfar-fetched= nogal ver gezocht;Fetch-candle (Fetch-light)= dwaallicht, dat naar het volksgeloof, in Wales, den dood aankondigt;Fetching, pakkend, bekoorlijk.
Fetich,fetiš,fîtiš=Fetish.
Fetid,fetid,fîtid, stinkend; subst.Fetidness.
Fetish,fetiš,fîtiš, fetisch:Fetish-man= fetisch priester of aanbidder;Fetishism= feticisme;Fetishist= fetisch aanbidder.
Fetlock,fetlok, vetlok, kootgewricht.
Fetter,fetə, subst. voetboei, keten, belemmering; kluister;Fetterverb. boeien, belemmeren, binden;Fetterless= vrij, ongedwongen.
Fettle,fet’l, in orde brengen, repareeren, schoonmaken, druk werken, voeren, bedekken, vastmaken; subst. conditie (sportt.), drukte.
Fetus, Foetus,fîtəs, ongeboren vrucht.
Feud,fjûd, vete, twist, vijandschap.
Feud,fjûd, leen;Feudal system= leenstelsel =Feudalism= feudalisme;Feudality,fjudaliti, leenmanschap, feudaal-systeem;Feudalize= leenroerig maken;Feudary=Feudatory= leenman.
Fever,fîvə, subst. koorts, opgewondenheid;Feververb. koortsig maken:In a fever of disgust= koortsachtig opgewonden van ergernis;Low fever= binnenkoorts;Feverfew= koorts- of moederkruid;Fever-weakened= door de koorts verzwakt;Feverish,fîvəriš, koortsachtig, gloeiend; subst.Feverishness.
Few,fjû, weinige(n):The fewer the better= hoe minder (menschen) hoe liever;A few= eenige;A good few= aanzienlijk getal;In few= in ’t kort;Few and far between= hoogst zeldzaam;Fewness= gering aantal.
Fey,fei, (ge)dood, ten doode bestemd; veeg (Schotsch), ongelukkig, vreemd, zonderling, mistroostig:You are fey,and I prophesy a headache for you to-morrow= je bent niet gewoon.
Fez,fez, fez, Turksche muts.
Fiasco,fiaskou, fiasco, ongunstige uitslag, slecht figuur.
Fiat,faiət, fiat, “het geschiede”.
Fib,fib, subst. leugen(tje);Fibverb. jokken, afranselen:Don’ttell fibs= jok nu niet;Fibber= jokker =Fibster.
Fibre,faibə, vezel, kracht;Fibril,faibril, fijne vezel of draad;Fibrilose,faibrilous,faibrilous, met of van vezeltjes;Fibrous,faibrəs, vezelachtig.
Fibula,fibjulə, kram; kuitbeen; hechtnaald.
Fickle,fik’l, wispelturig, grillig; subst.Fickleness.
Fico,fîkou, vijg; verachtelijk gebaar waarbij men den duim in den mond of tusschen wijs- en middelvinger bracht.
Fictile,fiktil, kneedbaar; aarden:Fictile art= keramiek.
Fiction,fikš’n, verdichting, verdichtsel, prozawerk, roman;Fictitious= verdicht, nagemaakt, onecht; subst.Fictitiousness;Fictive=Fictitious.
Fictor,fiktə, modelleur.
Ficus,faikəs, vijgeboom; vijgewrat.
Fidalgo,fidalgou, Portugeesch edelman.
Fiddle,fid’l, subst. viool, slingerlatten (scheepst.);Fiddleverb. vioolspelen, beuzelen, spelen, beetnemen:Heplayed first fiddle= hij speelde de eerste viool (ookfig.);Totake first fiddle= de leiding nemen;Fiddle-bow= strijkstok;Fiddle-bridge= kam;Fiddle-case= kist;Fiddle-de-dee= malligheid;Fiddle-faddle,fid’lfad’l, subst. gewauwel, kouwe drukte; adj. wauwelachtig, beuzelend;Fiddle-faddleverb. drukte maken om niets, beuzelen;Fiddle-stick= strijkstok:I don’t care a fiddle-stick= ik geef er geen zier om;Fiddlesticks’ ends= geleuter;Fiddle-string= vioolsnaar;Fiddler= vioolspeler, zesstuiverstuk.
Fide-jussion,faididžɐš’n, borgstelling;Fide-jussor= borg.
Fidele,faidîlə.
Fidelity,fideliti, getrouwheid, aanhankelijkheid, trouw.
Fidget,fidžət, subst. zenuwachtige gejaagdheid, bewegelijkheid, zenuwachtig persoontje;Fidgetverb. zich zenuwachtig bewegen, zenuwachtig maken:Her arm seemedto have got the fidgets= niet stil te kunnen blijven liggen, bewoog zenuwachtig heen en weer;You fidget meby your presence= ge maakt me zenuwachtig en gejaagd door uwe tegenwoordigheid;Fidgety= gejaagd, zenuwachtig.
Fiducial,fidjûš’l, vertrouwend, vertrouwelijk:Fiducial mark= bewijs van vertrouwen;Fiduciary,fidjûšəri, subst.iemand, wien een pand ter bewaring is toevertrouwd; adj. vol vertrouwen, toevertrouwd:In his fiduciary capacity= betrekking van vertrouwen.
Fie,fai, foei!
Fief,fîf, leengoed.
Field,fîld, veld, akker, slagveld, slag, gezichtsveld, uitgestrektheid, al de cricketspelers, de jachtstoet, aantal deelnemende paarden;Fieldverb. voorfielderspelen bijcricket, wedden op hetfield(i.e.tegen den favourite):Hebetted (laid) against the field= hij wedde op denfavourite;Thefieldwasfought, lost, won= slag;The armytook the field and kept itduring the summer= het leger trok te velde en bleef daar den ganschen zomer;A field of ice= groote (drijvende) ijsmassa;Field of view= gezichtsveld;Field-allowance= extratoelage aan te velde zijnde soldaten;Field-artillery= veldartillerie;Field-bed= veldbed;Field-book= veldboek (voor het landmeten);Field-day= dag voor velddienst, dag van groote drukte, vertoon, etc.;Field-duck= kleine trap;Field-equipage= velduitrusting;Fieldfare= veldjakker,[194]kramsvogel;Field-glass= veldkijker;Field marshal= veldmaarschalk;Field-mouse= veldmuis;Field-officer= stafofficier;Field-piece (Field-gun)= stuk veldgeschut;Field-practice= velddienstoefening;Field-sports= jachtvermaak, enz.;Field-works= schansen;Fielder= een bepaald speler bijcricket.
Fiend,fînd, booze geest, duivel; adj.Fiendish; subst.Fiendishness;Fiendlike= duivelsch, demonisch.
Fierce,fîəs, woest, wreed, meedoogenloos, hevig, onstuimig; subst.Fierceness.
Fieri facias,fai(ə)raifeišas, dwangbevel tegen een schuldenaar:He has been served witha writ of fieri facias.
Fieriness,fai(ə)rinəs, vurigheid, vuur, hevigheid;Fiery,fai(ə)ri, vurig, hartstochtelijk, opvliegend:Fiery substances= licht ontbrandbare stoffen;Fiery-cross= vlammend kruis (in de Hooglanden van Schotland), om de stammen te wapen te roepen.
Fife,faif, subst. fluit, pijp;Fifeverb. pijpen, op eene fluit spelen;Fifer= pijper.
Fifteen,fiftîn, (maarFifteen boys,fiftîn bôiz), vijftien;Fifteenth= vijftiende;Fifth,fifth, subst. en adj. vijfde (deel):Fifth monarchy men= dweepzieke godsdienstsekte, die ongeveer 1659 ontstond en eene vijfde monarchie profeteerde, waarin Christus duizend jaren op aarde zou heerschen;Fifthly= ten vijfde;Fifty= vijftig:In the fifties= tusschen ’50 en ’60;Fiftieth= vijftigste.
Fig,fig, subst. vijg, vijgeboom, gala, lor, pruimtabak (Amer.):Figs!= loop heen, ’klets’;In full fig= in groot tenu, poesmooi, goed op dreef;I don’t care a fig forwhat you say= geef geen zier;Fig-eater (Fig-pecker)= vijgeneter;Fig-leaf= vijgeblad:This poet’s works have beensubjected to the fig-leaf and knife= zijn gecastreerd en besnoeid;Fig-shell= schelp in den vorm eener vijg of peer.
Fight,fait, subst. gevecht, strijd;Fightverb. vechten, strijden, bevechten, laten vechten:A hand-to-hand fight= man tegen man;A running fight= het nazetten van en vuren op een vluchtenden vijand;Single fight= tweegevecht;To make a brave fight= zich kranig houden;Toshow fight= de tanden laten zien, zich te weer stellen;I will fight you= ik daag je uit;Tofight shy of= uit den weg gaan, vermijden;Tofight a battle= slag leveren;Tofight a duel= duelleeren:Tofight the tiger= dobbelen (Amer.);Hefought his way throughthe crowd= baande zich met geweld een weg;We willfight it out together= het samen uitvechten;Fighter= vechter, vechtersbaas, boxer;Fighting-alliance= of- en defensief verbond;Fighting-cock= kemphaan;The fighting efficiencyof our fleet= vechtvermogen;Fighting-top= mars (op een oorlogschip).
Figment,figm’nt, vinding, verdichtsel.
Figuline,figjul(a)in, pottebakkersaarde, vaas van kunstaardewerk.
Figurant(e),figjurânt, figurant (ookfig.).
Figurate,figjureit, gefigureerd;Figuration,figjureiš’n, voorstelling, afbeelding, type;Figurative,figjurətiv, figuurlijk, zinnebeeldig, bloemrijk.
Figure,fig(j)əfiguur, vorm, voorkomen, gedaante, gestalte, beeld, afbeelding, persoonlijkheid, voorbeeld, pracht, prijs, cijfer, de passen (bij het dansen);Figureverb. vormen, afbeelden, voorstellen, figuurlijk gebruiken, figureeren, figuren vormen, met figuren versieren, becijferen, cijferen:Whata figureyou are= wat zie jij er uit!What isthe figure? = op hoeveel komt dat?Trustworthy figures= vertrouwbare cijfers;Tobe bad at figures= een slecht rekenaar zijn;Hecuts (makes) a good (poor) figure= een goed (treurig) figuur;Togo the whole figure= al het mogelijke doen;Helives in figure= hij voert een grooten staat;Tosell at a great figure= voor hoogen prijs;I will notsell it under three figures= onder £100 (=3 cijfers);Hefigured downseveral couples with his amiable partner= hij danste (in dencountry-dance) tusschen de rij der dansers door;We havefigured it out= het uitgerekend;It is easyto figure these sums up= op te tellen;Figure-head= vóórsteven- of galjoenbeeld;Figure-maker= modelleur;Figure-weaver= damastwever;Figured= gebloemd, met figuren;Figurette,figjuret=Figurine,figjurîn, beeldje.
Fiji,fîdži:Fiji Islands;Fijian,fîdžiən, (bewoner, taal) van F.
Filament,filəment, vezel, draad, meeldraad;Filamentous= vezelig, draderig.
Filander,filəndə,filandə, soort van kangoeroe; soort ingewandsworm;Filanders= ziekte bij valken.
Filbert,filbət, hazelaar, hazelnoot;Filbert-nails= bolle, spits toeloopende, sierlijke nagels.
Filch,filš, stelen, kapen;Filcher= dief.
File,fail, subst. snoer, draad, rist papieren (met datum, korte inhoud, etc. op de rugzijde), lijst, catalogus, rot (mil.); vijl, geslepen vent;Fileverb. aanrijgen aan eenfile, deponeeren in ’t archief, indienen van stukken,in rotten marcheeren, vijlen, afvijlen, glad maken;The rank and file= het kader en de manschappen;On file= stelselmatig gerangschikt;Indian (Single) file= eendenmarsch;The soldiersfiled off= marcheerden af in eene rij achter elkaar;File, please= wil de zaak als afgedaan beschouwen;File-cutter= vijlmaker;File-leader= voorste soldaat van een File;Filings= vijlsel.
Filial,filj’l, kinderlijk:Filiation= affiliatie.
Filibeg,filibeg=Kilt.
Filibuster,filibɐstə, subst. vrijbuiter, roover; obstructionist (Amer.=Filibusterer);Filibusterverb. op roof of buit uitgaan:Afilibustering expedition= rooftocht.
Filices,filisîz, orde der varens;Filical= tot de varens behoorende;Filiciform= varenvormig;Filicoid=fern-like.
Filiform,filiföm, draadvormig, dun.
Filigree,filigrî, subst. filigraan; ook adj.Filigreed= met filigraan versierd.[195]
Fill,fil, subst. bekomst, hoeveelheid tot vulling;Fillverb. vullen, volstoppen, verzadigen, bevredigen, bezetten, bekleeden, volbrassen; vol worden:I haveeaten and drunk my fill= volop gegeten en gedronken;She hasfretted her fill= is uitgemokt;Togaze one’s fill at= zich zat zien aan;Twofills of tobacco= pijpjes tabak;Tofill the bill= aan alle eischen voldoen;Tofill an order= een bestelling uitvoeren;Tofill parts= rollen bezetten;Tofill sails= zeilen doen zwellen;To fill teeth(Amer.voorto stop);Tofill in= dichtstoppen, dempen, aanvullen:The article wasfilled in= het artikel werd geplaatst;His facefilled out= werd dikker;Shall Ifillyououta glass= vullen?To fill up= geheel innemen, vol maken of worden; dempen:Tofill up a vacancy (a canal);The loan wasfilled up= werd volteekend;The shipfilled upwith water there= nam daar voldoenden watervoorraad in;Filler= vuller, trechter, vulsel, stopwoord;Filling-in pieces= vulstukken.
Fillet,filət, subst. band (om het hoofd of om het haar), filet; lendestuk, vleesch zonder been (als schijf of rollade opgediend), lijst;Filletverb. met een hoofdband omringen of binden, versieren, tot een schijf of rollade maken, met lijsten versieren.
Fillibeg, zieFilibeg;Fillibuster, zieFilibuster.
Fillip,filip, subst. knip (voor den neus); aansporing;Fillipverb. knippen (met de vingers):To give a fillip= aanzetten.
Filipeen,filipîn,filipîn, filippine.
Filly,fili, merrieveulen, wildebras.
Film,film, subst. vlies, film (phot.);Filmverb. met een vlies bedekken:The pools werefilmed with frost= er lag een vliesje ijs op; subst.Filminess; adj.Filmy= vliezig, zeer dun, fijn;Filmy-fern= schildvaren.
Filter,filtə, subst. filter, filtreer, zeef;Filterverb. filtreeren, ziften;Filtering-bag= doorzijgzak;Filtering-machine= filtreermachine;Filtering-paper= filtreerpapier;Filtering-stone= poreuze steen.
Filth,filth, vuiligheid, vuilnis, ookfig.=Filthiness; adj.Filthy.
Filtrate,filtreit, subst. filtraat;Filtrateverb. filtreeren; subst.Filtration.
Fin,fin, vin:Pectoral and ventral fin= borst- en buikvin;Fin-footed,Fin-toed= met zwemvliezen aan de pooten.
Finable,fainəb’l, beboet- of bekeurbaar.
Final,fain’l, laatste, eind…, slot…, beslissend, finaal; subst. beslissingswedstrijd:Final-cause= einddoel:He does notbelieve in final-causes= hij ontkent de teleologie;Final decision= eindbeslissing;Final proof= afdoend bewijs;Final success= succes ten slotte;Finality,fainaliti, eindtoestand, volkomenheid;Finally= ten slotte.
Finance,f(a)inans,fainəns, subst. financiewezen:Finances= geldmiddelen, fondsen;Financeverb. de financiën besturen, geldelijk ondernemen of steunen:He finances the paper= hij neemt de geldelijke uitgaven op zich;Many people financed the movement= steunden de beweging geldelijk;He financed his nephew= voorzag van geld;Financial,finanš’l, geldelijk;Financialist=Financier,fa(i)nansîə,finansîə.
Finch,finš, vink:A finch-backed cow= (op den rug) gestreepte of wit gevlekte koe.
Find,faind, subst. ontdekking, vondst;Findverb. vinden, ontdekken, bevinden, verklaren, uitspraak doen, enz.:Will you find me a pen= voor mij zoeken?She was to find linen= zou zorgen voor;We took furnished apartments, onlyfinding plate and linen= moesten alléén voor eigen zilver en tafellinnen zorgen;I could notfind it in my heartto do it= ik kon het niet over mijn hart verkrijgen;The juryfound for the defendant= de gezworenen spraken den aangeklaagde vrij;A billwas found forthe case= er werd in de zaak (door deGrand Jury) rechtsingang verleend;She could notfind herself indresses out of that money= zij had niet genoeg kleedgeld;I willfind you inpocket-money= ik zal je zakgeld geven;This small sum has tofind meineverything= van dit sommetje moet ik alles bekostigen;He iswell found ineverything= hij zit goed in z’n spulletjes;B. iswell found inhotels= goed voorzien van;Our privateers werenot so well foundas the enemy’s= waren niet zoo goed van alles voorzien;I will try tofind it out= ontdekken;Then the young scholarfound himself= toen vond de jonge geleerde een hem passenden werkkring;Find-fault= bedilal;Find-spot= vindplaats;Finder= vinder, zoeker (kijker), visiteur, speurhond;Finding= resultaat, uitspraak;Findings= (vooral schoenmakers) benoodigdheden, enz., waarvoor de werkman zelf moet zorgen (Am.);Finding-store= winkel voor schoenmakersbenoodigdheden (Amer.).
Fine,fain, subst. einde; geldboete;Fineverb. beboeten:In fine= kortom, ten slotte.
Fine,fain, fijn, teer, dun; schoon, elegant, uitstekend, sluw, scherp, spits, zuiver; helder, klaar;Fineverb. klaren (down), zuiveren, frisschen, affineeren:A fine whist-player= goed;The fine flower ofthe aristocracy;I haverun it very fine= ik heb het er precies afgebracht, het was “er aan toe”;Fine arts= fraaie kunsten;Fine-draw= een scheur haast onzichtbaar stoppen; dun uitrekken;Fine-drawn= erg gezocht (fig.);Fine-spoken= fraaie woorden gebruikend; met gladde tong;Fine-spun= fijn (uit)gesponnen;Fine-still= distilleeren uit bijprodukten der suikerraffinaderij;Fine-stuff= pleisterkalk;Fineness= fijnheid, zuiverheid, etc.;Finer= frisscher;Finery= mooie kleeren, opschik, opzichtigheid; affinerie;Fining-pot= affineerkroes.
Finesse,fines, subst. sluwheid, handigheid, list;Finesseverb. list gebruiken.
Finger,fiŋgə, subst. vinger, vingerbreedte, (-lengte), vingervaardigheid;Fingerverb. betasten, bevoelen, ontfutselen, met de vingers bespelen:Hehas his finger in it= hij is erbij betrokken;Hehas his finger in every man’s pie= heeft overal de hand in;I have it at my finger-ends (fingers’ ends)[196]= ik ken het op mijn duimpje;Heshook his finger at me= dreigde mij met opgeheven vinger;I won’tstir a finger= ik steek geen hand uit;He wasFingering his watch-chain= beuzelde met;Finger-alphabet,Finger-and-sign-language= vingerspraak;Finger-board= nek van een snaarinstrument, manuaal (van piano of orgel);Finger-bowl(Finger-glass) = vingerglas (om na het diner de vingers in af te spoelen);Finger-plate= deurplaat;Finger-post= handwijzer;Finger-prints= vingerindrukken;Finger-reading= lezen door blinden;Finger-stall= vingerling;Fingered= gevingerd:Thefingered gentry= de Heeren dieven;Fingering= aanraken met de vingers, fijn werk voor de vingers, vingerzetting.
Fingerling,fiŋgəliŋ, jonge forel.
Finial,finiəl, kruisbloem, Gothische puntversiering, krullen (bij ’t schrijven).
Finical,finik’l,Finicking(Finikin),finikiŋ(n), gemaakt, overdreven, kieskeurig.
Finis,fainis, einde, slot.
Finish,finiš, eindigen, voltooien, besluiten, de laatste hand leggen aan, afwerken, apprêteeren, opgebruiken, opeten, uitdrinken, zijn bekomst geven, dooden, ophouden; subst. afwerking, voltooiing, einde (van den wedstrijd), laatste hand aan iets; pleisterkalk;It wasa fight to the finish= tot de beslissing viel =Theyfought to a finish;That finished him= toen had hij genoeg, was hij dood;Finishing-coat= derde of laatste laag (verf of pleister);Finishing-school= meisjeskostschool waar de laatste hand aan de opleiding wordt gelegd.
Finite,fainait, subst. persoonsvorm (tegenover denInfinitive) van een werkwoord; adj. eindig; subst.Finiteness.
Finland,finland;Finlander=Finn= Fin;Finnic=Finnish= Finsch, Finlandsch.
Finnikin,finikin, soort van gekuifde duif.
Finny,fini, gevind.
Fionia,fiounjə, Funen.
Fions,faiənz, half-mythische krijgslieden in Ossian’s gedichten.
Fiord,fjöd, fjord.
Fir,fɐ̂, den, denneboom, zilverspar;Fir-apple,Fir-cone= pijnappel;Fir-poles= juffers;Fir-tree.
Fire,faiə, subst. vuur, brand, hitte, licht, gloed, hartstocht, het schieten, hel;Fireverb. in brand steken, afvuren, afschieten, aanvuren, stoken, bakken (van porselein), ontbranden, ontvlammen, een carillon luiden:The house ison fire= in brand;We wereunder fire= aan ’t vuur (des vijands) blootgesteld;Tocatch fire= vuur vatten;The piecehangs fire= heeft geen succes;He went off to sleep, butI hung fire= maar ik kon den slaap niet vatten;The affairhung fire= hokte;My gunmissed fire= ketste;Theyopened a raking fire= begonnen moorddadig te vuren;Toset on fire(=Toset fire to) = in brand steken;He will never set the Thames on fire= hij heeft het buskruit niet uitgevonden;Tosilence the enemy’s fire= de batterijen van den vijand tot zwijgen brengen;Totake fire= vuur vatten, in brand raken;I took fire= vatte vuur, stoof op;Fire!= vuurt;To fire a gun, a mine, a shot;This fired my blood= maakte mijn bloed aan ’t koken;Fire away!vooruit maar, begin maar!;A gun-boat wasfired upon= er werd gevuurd op eene kanoneerboot;He is fired up= woedend;St.-Anthony’s fireroos;Greek fire= Grieksch vuur;Kentish fire= een rhythmisch applaus;Running fire= snelvuur;Fire-alarm= brandschel;Fire-annihilator,ənaihileitə, extincteur;Fire-arm= vuurwapen;Fire-ball= brandbom; vuurbol (meteoor);Fire-balloon= luchtballon (met heete lucht), ballon met vuurwerk, dat boven in de lucht ontvlamt;Fire-basket= soort komfoor;Fire-bavin= rijsbundel op branders (schepen);Fire-blast= brand, ziekte in hop;Fire-board= schoorsteenscherm;Fire-box= vuurkast (van een locomotief);Fire-brand= brandend stuk hout; stokebrand;Fire-brick= vuurvaste steen;Fire-brigade= brandweer;Fire-brush= haardveger;Fire-bucket= brandemmer;Firebug= brandstichter (Amer.);Fire-clay= vuurvaste klei;Fire-cock= brandkraan;Fire-company= assurantiemaatschappij;Fire-cracker= voetzoeker;Fire-dog= haardijzer;Fire-drill= vuurring gebruikt door de Austral. inboorlingen bij ’t maken van vuur door wrijving van twee stukken hout; oefeningen van een brandweercorps;Fire-eater= vuurvreter; ijzervreter;Fire-engine= brandspuit;Fire-escape= reddingstoestel (bij brand);Fire-extinguisher= extincteur;Fire-fly= glimworm;Fire-hook= brandhaak;Fire-hose= brandspuitslang;Fire-insurance= brandassurantie;Fire-irons= schop, tang en pook;Fire-kiln= vuurvaste oven;Fire-lighter= vuurmaker;Fire-lock= geweerslot; snaphaan;Fireman= brandweerman; stoker (Am.);Firemaster= brandmeester (Amer.);Fire-new= fonkelnieuw;Fire-office= brandassurantiekantoor;Fire-place= haard;Fire-plug= brandkraan;Fire-policy= brandpolis;Fire-proof= tegen het vuur bestand;Fire-raising= brandstichting (Schot.);Fire-screen= vuurscherm;Fire-ship= brander;Fire-shovel= kolenschop; groote mond;Fireside= haard;Fire-station= brandweerkazerne;Fire-stick= wrijfstokje om vuur te maken;Fire-tube= kleine vlampijp (stoomketel);Fire-ward(en)= brandmeester;Fire-water= naam bij de Roodhuiden voor spiritualiën;Fire-wood= brandhout, brandstof;Firework= vuurwerk:Tohold a grand display of fireworks= een groot vuurwerk afsteken;Fireworks will be let off= er zal vuurwerk afgestoken worden;Fire-worship= vuuraanbidding:Firing,fairiŋ, het vuren, brandstof, uitbranden (van eene wond):Fire-iron= brandijzer.
Firkin,fɐ̂kin, (boter)vaatje v. 25,4 K.G.
Firm,fɐ̂m, vast, hard, hecht, standvastig, vastberaden, trouw; subst. firma; subst.Firmness.
Firmament,fɐ̂məment, firmament;Firmamental,fɐməment’l, hemelsch, tot het uitspansel behoorende.[197]
Firman,fɐ̂m’n,fɐ̂mân, ferman, verlofbrief, pas, schriftelijk bevel (van Oostersche vorsten).
First,fɐ̂st, eerste, voornaamste:This was the firstI had heard of it= de eerste maal dat;Tobe first witha person= iemand vóór zijn;First come first served= die ’t eerst komt, die ’t eerst maalt;First and foremost= in de allereerste plaats;First and last= gemiddeld, alles bijeengenomen;First or last= vroeg of laat, te eeniger tijd;At (the) first= in den beginne, oorspronkelijk;He had resolved itfrom the first= van den aanvang af;First-begot(ten),First-born= eerstgeboren(e);First-call= ochtendbeurs;First-chop= eerste kwaliteit;First-class= eerste klasse, uitstekend:Hegot a first-class= den hoogsten graad (bij examens);Firstcomer= de eerste (de beste);First-cost= inkoopsprijs;First-day= naam voor den Zondag bij deQuakers;First-floor= tweede verdieping (Engeland), eerste verdieping (Am.);First-foot= eerste bezoeker in ’t Nieuwe jaar (Schot.);First-fruits= eerstelingen, eerste vruchten, annaten of jaarrechtgelden (= opbrengsten van een geestelijk ambt gedurende het eerste jaar; vroeger aan den Paus, thans aan de fondsen van hetQueen Anne’s Bountyovergedragen);First-hand= stuurman op een visschersvaartuig; eerste hand:Tobuy (at) first;First-mate= eerste stuurman;First-mover= oorspronkelijke beweegkracht;First-nighter= première, iemand die zulke opvoeringen geregeld bijwoont;First-proof= eerste proef (drukw. en alcohol);First-rate=A. 1.= (schip) van de eerste klasse, eerste rang:He isafirst-rate second-rate actor= hij is een uitstekend acteur van den tweeden rang;First-water= (van het) eerste water;Firstling,fɐ̂stliŋ, eerstgeborene.
Firth,fɐ̂th, ZieFrith.
Fiscal,fisk’l, adj. fiskaal; subst. fiskaal; ambtenaar van het O.M. (Schot.).
Fish,fiš, subst. visch, fiche, lasch;Fishverb. visschen, afvisschen, opvisschen, uitvisschen:He’s like a fish out of water= niet in zijn element;I have other fish to fry= ik heb wel wat anders (en beters) te doen;All is fish that comes to net= wij kunnen van alles gebruiken;That isa pretty kettle of fish= dat’s een mooie boel! (ironisch);Aloose fish= pierewaaier;Astrange fish= rare snaak;Fish-bladder= vischblaas;Fish-bone= graat;Fish-carver= vischmes;Fish-culture= vischteelt;Fish-curer= vischzouter, etc.;Fish-fag= vischwijf;Fish-flake= zwemblaas;Fish-fly= kunstvlieg (voor het visschen);Fish-garth= hekken aan den kant van een rivier om het vangen van visch te vergemakkelijken;Fish-gig= elger;Fish-glue= vischlijm;Fish-hawk= vischarend;Fish-hook= vischhaak;Fish-market= vischmarkt;Fish-maw= zwemblaas;Fishmonger= vischkooper;Fish-oil= traan;Fishpond= vischvijver;Fish-slice=Fish-sound= zwemblaas van een visch;Fish-spear= harpoen;Fish-strainer= vischschotel;Fish-tackle= vischgerei;Fish-tail-burner= vleermuis (gasbrander);Fish-torpedo;Fish-trowel=Fish-weir=Fishgarth;Fishwife(Fishwoman) = vischvrouw;Hefished fora compliment= hij vischte naar;He hasfished it out= het uitgevischt;Fisher= visscher, ijsvogel, Canadeesche marter;Fisher-boat= visschersboot;Fisherman= visscher, visschersschuit;Fishery= visscherij:The fisheries= de visscherijtentoonstelling;Fishiness= vischachtigheid, verdachtheid;Fishing-boat= visschersschuit;Fishing-line= vischsnoer;Fishing-net= vischnet;Fishing-rod= hengel-roede;Fishing-smack= visscherspink;Fishing-tackle= vischtuig;Fishlike= vischachtig;Fishy= vischachtig, vischrijk, dof, ongeloofelijk, verdacht:Thislooks fishy= ziet er verdacht uit.
Fisk,fisk, druk zijn.
Fissile,fis(a)il, splijtbaar;Fission,fiš’n, splijting;Fissiped,fisiped, zoogdier met gespleten teenen (b.v. kat of beer);Fissure,fišə, subst. kloof, spleet, splijting, fistel;Fissureverb. splijten:Fissure needle= hechtnaald.
Fist,fist, vuist;Fistverb. met de vuist slaan, aanpakken:Close fisted= vrekkig;Afistic fight= vuistgevecht;Fisticuffs:Tobe at fisticuffs=Engaged in fisticuffs= aan het bakkeleien.
Fistula,fistjulə, fistel:Fistula lachrymalis= ontsteking van de traanklier;Fistular= hol (als riet);Fistulous= buisvormig; fistelachtig.
Fit,fit, aanval, stuip, gril:By fits and starts= bij buien, met tusschenpoozen;Beaten all to fits= lam geslagen;Tofrighten into fits= vreeselijk doen schrikken;She went into fits= kreeg het op de zenuwen, viel in onmacht;Fitful= grillig; subst.Fitfulness.
Fit,fit, geschikt, passend, bereid, bevoegd, in goede ‘conditie’; ook subst.;Fitverb. passend (geschikt, bekwaam) maken, uitrusten, monteeren, passen, zitten, gepast of passend zijn:More than is fit= ongepast veel;I amas fit as a fiddle= volkomen goed, gezond;Tobe fit for= geschikt;Fit for service= geschikt voor den dienst;Tothink fit= het geschikt achten;Tobe a bad fit= slecht zitten of passen;Tobe an exact fit= als gegoten zitten;Tobe a tight fit= er net in kunnen;It doesn’tfit in withmy plans= strookt niet met;A fleet wasfitted out= werd uitgerust;The house wasfitted up= gemeubileerd, bewoonbaar gemaakt;That fits him like a glove, to a T.= het is hem als aan het lichaam gegoten, dat past precies op hem;It fits it like a plug= het past precies;Fitness= geschiktheid, enz.;Fit-out= uitrusting;Fitter= monteur, kolenkoopman, leverancier;Fitting= gepast; passen, monteering:Fitings= noodzakelijke artikelen voor huis, winkel of schip, monteerbenoodigdheden;Fitting-out= uitrusting;Fitting-up= inrichting.
Fitch,fitš=Fitchet= bunzingvel;Fitchew,fitšû, bunsing.[198]
Fitz,fits, zoon (slechts in samenstell.); onwettige zoon van een koning of een prins van den bloede.
Five,faiv, vijf;Fivefold= vijfvoudig;Fiver= een bankbiljet van vijf pond (of dollar); alles wat voor vijf telt;Fives,faivz, een soort v. balspel, de vuist (alle vijf):Bunch of fives= de vuist;Fives-ball= bal gebruikt bij het balspel, ‘Fives’ genoemd;Fives-court= plaats, baan voor dit spel.
Fix,fiks, subst. moeielijkheid, klem;Fixverb. bevestigen, vastzetten, vastmaken, vaststellen, fixeeren, monteeren, richten, vestigen; bezorgen, in orde maken (Am.); zich vestigen, vast worden, besluiten tot, kiezen:Tofix bayonets= opzetten;Tofix a mast, a pole= overeind zetten;They fixed themselves there= vestigden zich daar;Tofix in= in passen;We havefixed onSunday for the meeting= wij hebben bepaald;I must try tofix it up withyou= in orde te maken, bij te leggen;Fixable= bevestigbaar, enz.;Fixation= bevestiging, fixeering, enz.;Fixative= fixeermiddel;Fixed= vast, strak, niet vluchtig:Fixed bodies= vaste lichamen;Fixed oils= niet vluchtige oliën;Fixed point= vaste post (van een soldaat of politie-agent);Fixed stars= vaste sterren; subst.Fixedness;Fixings= uitrusting, versieringen, inrichtingen, tooi, kleeren;Fixity= vastheid, stabiliteit:Fixity of purpose= vastheid van doel;Fixture= vaste datum (sport), al wat spijkervast is:He is a fixture= is stoelvast, een familiestuk (fig.);The autumn fixtures= de voor den herfst vastgestelde wedrennen.
Fiz-gig,fizgig, vuurregen; elger; coquet meisje.
Fizz,fiz, subst. gesis, gezoem, gebruis; champagne;soda-water(Amer.);Fizzverb. sissen, bruisen;Fizzle, subst. gesis, gebruis, gezoem; mislukking (wat met eensisserafloopt), zakken, steken blijven;Fizzverb. sissen, zoemen, bruisen:To fizzle out= uitgaan, volkomen mislukken.
Flabbergast,flabəgast, verbazen, verbluffen.
Flabbiness,flabinəs, slapheid, weekheid, zwakheid; adj.Flabby:A flabby face.
Flabbellate,fləbelit,Flabbelliform,fləbeliföm, waaiervormig.
Flaccid,flaksid, slap, zacht; subst.Flaccidity=Flaccidness.
Flag,flag, subst. vlag, vloertegel, gele lisch;Flagverb. seinen met vlaggen; verslappen, slap neerhangen, met vloertegels bevloeren:Flag of distress= noodvlag;Flag of truce= parlementaire vlag;Black flag= vlag, dat geen kwartier zal worden gegeven;Red flag= oproervlag;Todip the flag= met de vlag salueeren;The flags were hung half mast high= de vlaggen waren halfstok geheschen;All the flags were struck, lowered, gathered= gestreken, naar beneden gehaald, opgedoekt;The flags were innocent of carpet= er lag geen kleed op den steenen vloer;Flag-lieutenant= adjudant van denFlag-officer= vlagofficier;Flagman= baanwachter;Flagship= admiraalsschip;Flag-staff= vlaggestok;Flagstone= vloersteen, soort van zandsteen;Flaggy= vol gele lischbloemen.
Flag,flag, slap neerhangen, slap worden, verslappen;Flagginess= slapheid;Flagging= verslappend; verslapping.
Flagellant,fladžəl’nt, flagellant;Flagellate,fladžəleit, geeselen; subst.Flagellation.
Flageolet,fladžəlet, flageolet.
Flagitious,flədžišəs, schandelijk, snood; subst.Flagitiousness.
Flagon,flag’n, flesch, flacon, schenkkan.
Flagrancy,fleigr’nsi, gloed, openlijk plegen, gruwel, schandelijkheid;Flagrant,fleigr’nt, aan den gang, openlijk, afschuwelijk:A war was flagrant= woedde.
Flail,fleil, dorschvlegel;Flailverb. dorschen.
Flake,fleik, subst. schilfertje, vlok, schol of schots, gestreepte tuinanjelier, droogrek voor visschen (Amer.);Flakeverb. tot vlokken vormen, met vlokken bedekken, afschilferen:Flake of ice= ijsschots;Flake-white= soort v. wit blanketsel;Flakiness= vlokkige of schilferachtige toestand; adj.Flaky.
Flam,flam, subst. valsche voorspiegeling, opsnijderij, leugen;Flamverb. wijsmaken.
Flambeau,flambou, flambouw.
Flamborough,flambərə.
Flamboyant,flambôiənt, vlammend, gevlamd (bouwkunde); opzichtig.
Flame,fleim, subst. vlam, hitte, vuur, opgewondenheid, drift; liefje;Flameverb. vlammen, ontvlammen, in woede opvliegen, doen ontvlammen:He isall in a flame forthe measure= vuur en vlam voor;Toset on flame= in vlammen zetten;Flame-colour= helgele kleur;Flame eyed= met vurige oogen;Flame-shaped= gegolfd.
Flamen,fleim’n, oud Romeinsch priester.
Flaming,fleimiŋ, vlammend, heftig, overdreven.
Flamingo,fləmiŋgou, flamingo.
Flamy,fleimi, vlamachtig, vlamkleurig.
Flancon(n)ade,flaŋkəneid, zijstoot, zijhouw (bij het schermen).
Flanders,flândəz, Vlaanderen:Flanders brick= poetssteen.
Flane,flein, flaneeren:They lazed and flaned aboutthe boulevards= slenterden en flaneerden.
Flange,flanž, flens, opstaande rand;Flangeverb. van flens of rand voorzien:Flange-rail= spoorstaaf met opstaanden rand.
Flank,flaŋk, subst. zijde, flank, ribstuk;Flankverb. flankeeren, zich aan de zijde bevinden, grenzen aan, in de flank aanvallen, de flank dekken of bestrijken of omtrekken;Flank-company= de uiterste rechter- of linker-compagnie van een bataljon;Flank-files= de eerste twee mannen aan de rechteren de laatste twee aan de linkerzijde van de compagnie;Flanker= subst. flankeur.
Flannel,flan’l, flanel;Flannelette= katoenflanel.
Flap,flap, subst. klep, flap, slappe rand, lapèl, lel, pand, beweging met (geluid van) iets plats en breeds, klap, tafelblad;Flapverb. flappen, kleppen, slaan, neerslaan:The sails flapped in thunder= flapten met[199]donderend geraas;Flapdoodle= geklets, klare onzin;Flap-dragon= spelletje, om iets uit brandende cognac b.v. te halen;Flap-eared= met slappe ooren;Flap-hat= slappe hoed;Flap-mouthed= met hanglippen;Flap-table= klaptafel;Flap-window= opslaand dakraam;Flapper= breede dikke vin (v. een rob bijv.), lange schoen derChristy Minstrels, jonge wilde eend, bakvischje (fig.).
Flare,flêə, subst. flikkering, helle vlam, bluf;Flareverb. flikkeren, vlammen, schitteren, opzichtig zijn, overhangen:A flare-up= opflikkering, gloeiende fuif, plotselinge woordentwist;He flared up= hij werd woedend, stoof op;Flaring= schitterend, opzichtig.
Flash,flaš, subst. vlam, flikkering, straal, schicht, uitbarsting, mislukte poging, soort sluis, zwarte strik (aan de uniform der Royal Welsh Fusiliers), woest stroomende watermassa, dieventaal; adj. dieven - -, opzichtig, onecht;Flashverb. flikkeren, schitteren, plotseling ontvlammen, schieten, vliegen:For a flash= voor een oogenblikje;A flash in the pan= ketsschot, mislukte poging;Flash of lightning= bliksemflits;Flash of wit= geestige inval;Flash language= dieventaal;The thoughtflashed across my mind= schoot mij te binnen;The news wasflashed toAmerica= geseind naar;Flash-house= helershuis;Flashman= schurk;To raise theflash-point of petroleum= de ontvlammingstemperatuur verhoogen;Flashiness= opzichtigheid, smakeloosheid;Flashing:Flash-light= flikkervuur (vuurtoren);Flashy= opzichtig.
Flask,flâsk, flesch, flacon, metalen of lederen kruitflesch.
Flasket,flaskət, spijsmand, kruitflesch.
Flat,flat, plat, vlak, moedeloos, verslagen, smakeloos, flauw, lusteloos, uitdrukkelijk, vierkant, ronduit, een halve toon verlaagd; subst.vlakte, vlak land, ondiepte, zandbank, platte kant, platboomd vaartuig; breedgerande strooien hoed (Amer.), palm van de hand, plat (dak), vertrekken op dezelfde verdieping, bovenhuis, mol (muziek), half achterscherm (tooneel), sul of hals; adv. plat, rechtuit, vlak, volkomen;Flatverb. vlak maken; mislukken (out) (Amer.):Aflat affair= een vervelend iets;Flat candlestick= blaker;Flat calm= volkomen windstilte;D-flat= D-mol;I could not give him aflat denial= kon hem niet zoo botweg weigeren;Theflat infinitive= deinf.zonderto;That is aflat lie= een infame leugen;His defencefell flat onthe assembly= maakte niet den minsten indruk;Tolie flat on the ground= plat, languit;I won’t go there, and that’s flat= ik ga er niet heen, en daarmee uit, dat spreekt vanzelf;Flat and plain= ronduit;Flat-bottomed= platboomd;Flat-cap= formaat v. papier, 35 × 43 c.M. platte muts; burgerman;Flat-fish= platvisch; domoor;Flat-footed= met platvoeten; vastberaden (Amer.);Flathead= groentje (Amer.);Flat-iron= vlak-, strijkijzer;Flat-race= wedloop zonder hindernissen;Flat-roofed= met een plat dak;Flatten= plat, smakeloos, neerslachtig maken (of worden), den toon verlagen:Toflatten the sail= scherp aanbrassen (halen);Flatter= pletter (hamer);Flatting-mill= pletmolen;Flattish= ietwat plat;Flatwise= met de platte zijde naar beneden.