Chapter 39

Flatter,flatə, vleien, overhalen, afvleien (out of), te gunstig voorstellen;Flatterer= vleier;Flattery= vleierij.Flatulence, Flattercy,flatjulens(i), winderigheid, opgeblazenheid;Flatulent;Flatus,fleitəs=Flatulence.Flaunt,flônt,flânt, opzichtig gekleed zijn, zich aanstellen, pronken met; wapperen, uitwaaien; ook subst.;Flaunty= pronkerig, opgedrild.Flautist,flôtist, fluitist.Flavour,fleivə, subst. geur, smaak;Flavourverb. smakelijk of geurig maken;Flavouring= geurtje, kruiderij;Flavourless= zonder geur of smaak.Flaw,flô, scheur, spleet, gebrek, breuk, windvlaag;Flawverb. barsten, scheuren;Flawless= zonder gebreken, onberispelijk.Flax,flaks, subst. vlas;Flax-comb= vlashekel;Flax-dressing= vlasbereiding;Flax-raiser= vlasverbouwer;Flax-seed= lijnzaad;Flaxen= van vlas, vlaskleurig, goudgeel:Flaxen-headed,Flaxen-haired;Flaxy= vlasachtig, vlaskleurig.Flay,flei, villen, martelen;Flay-flint= vrek.Flea,flî, vloo:Hecame awayfrom the raceswith a flea in his ear= hij kwam bekaaid van de wedrennen thuis;Heput a flea in my ear= maakte me ongerust;Isent him off with a flea in his ear= ik wees hem kort en scherp af, scheepte hem af;Heskins a flea for its hide= ziet op een cent;He sticks to it like a flea to a fleece= als eene vloo aan een wollen deken;Flea-bane= vlooienkruid;Flea-bite= vlooienpik, onbeduidende verwonding; bagatel;Flea-bitten= door vlooien gebeten, gespikkeld, met roode vlekken op lichten grond.Fleam,flîm, vlijm, laatmes, lancet:Case of fleams= etui met laatmessen.Fleance,flîəns.Fleck,flek, subst. vlek, streep;Fleckverb. bespikkelen, met streepen bedekken.Flection,flekš’n. ZieFlexion.Fled,fled, imperf. vanto flee.Fledge,fledž, vederen krijgen;Fledged= bevederd, kunnende vliegen;Fledg(e)ling,fledžliŋ, jonge vogel, die pas kan vliegen, melkmuil.Flee,flî, vlieden, vluchten, vermijden.Fleece,flîs, subst. vlies, vacht;Fleeceverb. scheren (van schapen), met een vlies of vacht bedekken, plukken, het vel over den neus halen, villen;Fleece-wool= wol van het levende schaap;Fleecy= wollig:Fleece clouds= schapewolkjes.Fleer,flîə, subst. spot, bespotting;Fleerverb. spotten, grinniken.Fleet,flît, subst. vloot, inham, baai:The Fleet= oude gevangenis voor gijzelaars (Londen); adj. snel, vlug;Fleetverb. heenvliegen, voorbijsnellen, afroomen;Fleet-dike= kade,[200]dijk;Fleet-footed= snelvoetig;Fleeting= snel voorbijgaand, vergankelijk;Fleetness= snelheid, vergankelijkheid.Fleming,flemiŋ, Vlaming;Flemish,flemiš, subst. en adj. Vlaamsch(e taal), de Vlamingen:Flemish bricks= klinkersteenen.Flesh,fleš, subst. vleesch, lichaam, de zondige mensch, dierlijke lusten, aardsch bestaan, geslacht, bloedverwanten;Fleshverb. met vleesch voeden, vleesch laten proeven, bevredigen, verzadigen, inwijden, gewennen, harden:I saw himin the animated flesh= in levenden lijve;An arm of flesh= menschelijke kracht of hulp;Flesh and blood= de menschelijke natuur;They are one flesh= zij zijn één;You aregathering flesh= gij wordt dik;That storymade my flesh creep (crawl)= ik kreeg kippenvel van dat verhaal;Flesh-clogged= log van dikte;Flesh-colour(ed) = vleeschkleur(ig);Flesh-diet= vleeschkost;Flesh-fly= vleeschvlieg;Flesh-meat= vleeschspijzen;Flesh-tint= vleeschkleur;Flesh-worm= made, trichine;Flesher= slager (Schot.);Fleshiness= vleezigheid;Fleshings= vleeschkleurig tricot;Fleshly= vleeschelijk, lichamelijk, zinnelijk, wereldsch:Fleshly minded= materialistisch;Fleshy= vleezig, dik, zwaar, grof.Flew,flû, imperf. vanto fly.Flex,fleks, (doen) buigen;Flexibility= buigzaamheid;Flexible= buigzaam, handelbaar, gedwee;Flexile= buigzaam;Flexion= (ver)buiging, bocht;Flexor= buigspier;Flexuose,fleksjuous,Flexuous,fleksjuəs, kronkelend, zigzag, flikkerend;Flexure,flekšə, buiging, bocht.Flibbertigibbet,flibətidžibit, babbelaar(ster), booze geest.Flick,flik, subst. tik;Flickverb. tikken, wegknippen, afkloppen.Flicker,flikə, fladderen, kleppen (v. vleugels), flikkeren (v. eene vlam);Flicker-mouse, ZieFlittermouse.Flier,flaiə, vlieger, vluchteling, snel paard; onrust, vliegwiel, rechte trap.Flight,flait, vlucht, zwam:Flight of stairs= reeks van treden = gedeelte van eene hooge trap, die doorlandingsafgebroken wordt;The enemies wereput to flight= op de vlucht geslagen;Flightiness= vluchtigheid, enz.;Flighty= vluchtig, snel, grillig, wispelturig, onbetrouwbaar.Flim-flam,flimflam, kuur, gril, poets.Flimsiness,flimzinəs, dunheid, enz. enz.;Flimsy,flimzi, adj. dun, zwak, gering, nietig, onbeduidend, onvast; subst. dun papier, mailpapier, bankbiljet:A flimsy box= een los in elkaar getimmerde kist.Flinch,flinš, terugdeinzen, aarzelen.Flinder,flində, flentertje, stukje, splinter:Togo to flinders= in splinters gaan;Flinder-mouse. ZieFlittermouse.Fling,fliŋ, slingeren, met kracht werpen, in ’t rond gooien, verspreiden, slaan, ijlen, snellen; subst. worp, gooi, spot, uitval, onbeteugelde pret, Schotsche dans:I wantto have a fling athim= ik moet er hem eens goed van geven;Tohave one’s fling= fuiven, veel uitgaan, pierewaaien;Young blood will have its fling= de jeugd moet uitrazen;Hehad his fling out= is uitgeraasd;We shallfling inour swords if necessary= bij in de schaal werpen;The hounds wereflung off the scent= van het spoor gebracht, het spoor bijster;Heflung out atme= beleedigde mij;We haveflung upthe business= hebben aan den kant gegooid, laten varen.Flint,flint, subst. keisteen, vuursteen, iets buitengewoon hards, hardvochtigheid; adj. van steen gemaakt:He (flays) skins a flint= hij is buitengewoon gierig;Flint-age= steenen tijdperk;Flint-glass= flintglas;Flint-flake= steenen werktuig;Flint-lock= vuursteenslot (bij geweren);Flint-gun= ouderwetsche snaphaan;Flint-knapper (Flint-worker)= vuursteenmaker;Flint-stone= vuursteen;Flinty= steenachtig, hard, hardvochtig.Flip,flip, tik; eierpunch;Flipverb. klappen, wegknippen met de vingers;Flip-flap, subst. geklepper, geklikklak:The clownturned somersaults and flip-flaps= buitelde en deed allerlei sprongen.Flippant,flip’nt, onbezonnen, lichtzinnig, onbescheiden, achteloos:His wit isflippantly dull= hij is een vervelende zwetser;He isflippant on serious subjects= praat er maar op los als het ernstige onderwerpen betreft; subst.Flippancy.Flipper,flipə, groote vin, poot (hand).Flipperty-flopperty,flipətiflopəti, zich samenvouwend (als een slangenmensch of kunstenmaker). ZieTwisty-twirly.Flirt,flɐ̂t, subst. ruk, zwaai; coquette; hofmaker;Flirtverb. snel heen en weer bewegen, werpen, fladderen, huppelen, ongedurig zijn, coquetteeren, spelen met:She flirted her fan elegantly;Heflirted the pellets of bread about= hij gooide de kogeltjes brood in ’t rond;Flirtation= coquetteeren =Flirting.Flit,flit, fladderen, vliegen, heen en weer trekken, verhuizen;Flitter-mouse= vleermuis;Flitting= verhuizing;Flitty= vluchtig, onvast.Flitch,flitš, zijde spek, gerookte en gezouten zijde van een varken.Float,flout, subst. vlot, dobber, troffel;Floatverb. drijven, vlot zijn, vlotten, dobberen; laten drijven, vlot maken, overstroomen, aan den gang brengen (van eene zaak), bepleisteren:Let usfloat a company= oprichten;The ship was floated out of dock= werd uit het droogdok gelaten;The ensignfloats half-mast high= waait halfstok;Float-board= plank van een stoombootrad, schoep;Floatage= alles, wat drijvende gevonden wordt;Floated work= vlak pleisterwerk;Floating= drijvend, vlottend, loopend, onzeker:Floating-battery= drijvende batterij;Floating-bridge= schipbrug:Floating-capital= vlottend kapitaal;Floating-debt= vlottende schuld;Floating-dock= drijvend dok;Floating-light= lichtschip, lichtboei;Floating-pier= drijvend havenhoofd;Floating-rib= valsche (losse) rib;Floating-terms= koopvoorwaarden voor zeilende (stoomende) lading;Floating-wick= drijvend nachtpitje.Floccilation,floksileiš’n, het plukken aan beddedekens door stervenden.[201]Floccose,flokous,flokous, vlokkig;Flocculent,flokjulent, wollig, aan elkaar hangend;Floccus,flokəs, lange bos haar (aan den staart van koeien, b.v.).Flock,flok, subst. kudde (schapen),vlucht, troep, vlok (haar of wol);Flockverb. zich in troepen vereenigen, samenstroomen;Flocks of chickens;Birds of a feather flock together= soort zoekt soort;Flock-bed= bed gevuld met vlokken grove wol of lappen;Flock-master= opzichter over kudden schapen;Flockmel= in kudden;Flocky= vlokkig.Floe,flou, ijsveld.Flog,flog, slaan, afranselen, geeselen:They wereflogging a dead horse= trokken aan een dood paard;Flogger= zweep.Flood,flɐd, subst. vloed, zondvloed, overstrooming;Floodverb. overstroomen, onder water zetten:When thwartedhis personality rises in flood= komt hij in volle kracht uit;He swam theflooded stream= den hooggaanden stroom;They flooded the marketwith diamonds;Flood-gate= sluisdeur;Flood-mark= hoogwatertij;Flood-tide will soon make= de vloed komt weldra op.Flook,flûk. ZieFluke.Floor,flö, subst. vloer, verdieping, bodem, vlak, zittingszaal;Floorverb. bevloeren; neerslaan, tot zwijgen brengen, verslaan:Hetook the floor last= hij nam het laatst het woord;All the rooms areon a floor= gelijkvloers;That floored me= bracht mij tot zwijgen;The child was flooredby the nurse= neergezet (in zedel. zin);Tobe floored= zakken;He canfloor a paper for high-class honours= hij kan een schitterend examen ‘for honours’ doen;He hasfloored his problem= goed opgelost;The problem has floored him= was hem te machtig;Floor-cloth, subst. wasdoek voor vloerbedekking, linoleum;Floor-clothverb. een vloer met linoleum bedekken;Floor-plan= platte grond (van een gebouw;Amer.);Floor-timbers= onderbalken, waarop eene vloer rust;Flooring= het bevloeren, bevloersel, vloer, plaveisel;Floorless.Flop,flop, subst. flap, klap;Flopverb. flappen, kleppen, neerslaan, neerploffen:Itcame flop down= het flapte neer;Their footsteps were very audible:pit-pat, floppety-flop= klep-klep.Flora,flôrə, naam van de godin der bloemen, plantengroei van een land;Floral= bloemen betreffende;Floreated,flôrieitid, van bloemrijke versierselen voorzien;Florescence,flores’ns, bloeitijd of het bloeien (van eene plant);Floret,flôrət, bloempje, bloemdeeltje;Floriculture,flôrikɐltšə, bloemkweeking;Floriculturist;Florid,florid, bloeiend, bloemrijk, blozend, schitterend:Florid-faced= met frisch gelaat; subst.Floridness;Floriform,flôriföm, bloemvormig;Florist,florist, bloemkweeker, bloemenkoopman, bloemenkenner;Floroon,florûn, rand van bloemen.Florence,flor’ns;Florentine,flor’nt(a)in, subst. een bewoner van Florence, Florentijn; adj. Florentijnsch.Florida,floridə.Florin,florin, oud stuk van 2 Sh.Flory boat,floribout, bootje om passagiers van een stoomschip naar wal te brengen.Floscule,floskjul, bloempje;Floscular,Flosculose,Flosculous= met pijpvormige bloempjes.Floss,flos, floretzijde, wollige stof:Floss-thread= vlokzijde voor borduurwerk.Flotant,flout’nt, wapperende;Flotation= het drijven, op touw zetten;Flotative= drijfbaar;Flotilla,flətilə, flotille, kleine vloot.Flotsam,flots’m,Flotson,flots’n, goederen bij eene schipbreuk verloren, en op zee drijvende achtergelaten:Thejetsam and flotsamof literature= de niet-klassieke (tijdelijke) producten.Flounce,flauns, subst. rukkende beweging der ledematen; strook;Flounceverb. spartelen, eene snelle beweging maken; van eene strook voorzien:Sheflounced out of the room= zij ging snel (en boos) de kamer uit;Flounced= met strooken.Flounder,flaundə, bot; werktuig om leder te rekken;Flounderverb. worstelen, spartelen, rollen, sukkelen:Heflounderedin his speech= hakkelde, viel over zijne woorden.Flour,flauə, subst. bloem (van meel,etc.);Flourverb. met fijn meel bestrooien, met bloem bedekt worden;Flour-dredge(r)= geperforeerd tinnen busje om bloem te strooien;Flour-mill= korenmolen;Floury= melig, met bloem v. meel bedekt.Flourish,flɐriš, subst. praal, vertooning, krul, zwaaien (met een zwaard); overdreven versiering, fanfare;Flourishverb. gedijen, bloeien, toenemen, bloemrijke taal gebruiken, krullen maken, schallen, schetteren, borduren, zwaaien, versieren:Flourish of trumpets= trompetgeschal, praalzieke aankondiging;A flourished letter= krulletter.Flout,flaut, subst. beleediging, spot;Floutverb. (be)spotten, beleedigen, verachtelijk behandelen.Flow,flou, subst. vloed, stroom, overvloed, vaardigheid (van spreken), drijfzand;Flowverb. vloeien, loopen, stroomen, opkomen, uitstroomen, smelten, overstroomen, fladderen, wijd afhangen:Hisflow of spiritsis something wonderful= zijne voortdurende opgewektheid;We stopped theflow of his words= zijn woordenvloed;It flows in uponus= het wordt voor ons hoorbaar;Flowing= vloeiend, overvloedig, fladderend, wijd.Flower,flauə, subst. bloem, bloesem, keur, redefiguur, bloei (der jaren);Flowerverb. bloeien, in den bloei der jaren zijn, met bloemen versieren;Flower-de-lis (luce)= zwaardlelie;Flower-gentle= amarant;Flower-head= bloemkroon;Flower-show= bloemententoonstelling;Flower-soft= teeder, buitengewoon zacht;Flower-stalk= bloemstengel;Flowered= met bloemen versierd, bloemen dragend;Floweret= bloempje;Flowerless;Flowery= bloemrijk, figuurlijk:The flowery land= China;Flowery-kirtled= met guirlandes van bloemen versierd.Flown,floun, part. perf. vanto fly.Fluctuate,flɐktjueit, golven, weifelen, aarzelen,[202]op en neer gaan; subst.Fluctuation.Flue,flû, schoorsteenpijp, vlampijp (stoomketel); zacht dons of bont, pluisjes;Flue-work= orgelpijpen met lippen; verkorting vanInfluenza(ookFlu).Fluellen,fluel’n.Fluency,flûənsi, vloeibaarheid, vaardigheid, welbespraaktheid;Fluent= vloeibaar, welbespraakt, praatziek.Fluff,flɐf, licht dons, zacht wollig goed;Fluffverb. uitspreiden als veeren:Tofluff outa fringe= uit-, en opkammen;Fluffiness, subst. v.Fluffy= donsachtig, met dons of vederen, in de vederen gedoken, zacht.Fluid,flûid, subst. vloeistof; adj. vloeibaar, gasvormig;Fluidness=Fluidity.Fluke,flûk, zuigworm; bot; soort v. aardappel, ankerklauw, meevallertje, beest (op ’t biljart):I scored one by a fluke= ik kreeg een punt door een toeval of beest (in het spel);Fluky= gelukkig:Aflukystroke= een beest.Flume,flûm, bergbeek, waterloop.Flummery,flɐməri, meelpap; onzin.Flummox, Flummux,flɐməks, in de war brengen; mislukken (Amer.).Flung,flɐŋ, imperf. en part. perf. vanto fling.Flunk,flɐŋk, subst. luilak, slechte uitslag, fout;Flunkverb. missen (in eene les, b.v.), zich terugtrekken, zich er uit draaien.Flunk(e)y,flɐŋki, lakei, mosterdjongen (scherts.), lage vleier; onervaren beursspeculant (Amer.);He has aFlunkeyfied pronunciation= als een lakei;Flunkeydom;Flunkeyism.Fluor,flûə,Fluorite,fluərait, vloeispaath.Flurry,flɐri, subst. drukte, verwarring, gejaagdheid, bui (Flurry of wind), lichte bries, doodstrijd (van een walvisch);Flurryverb. in de war brengen, doen ontstellen, verbijsteren.Flush,flɐš, subst. blos, gloed, aandrift, schok, opgeschrikte vlucht vogels, overvloed, moeras; adj. frisch, krachtig, overvloedig, effen, vlak;Flushverb. blozen, opwinden, opjagen, doen blozen, kleuren, reinigen (door een waterstroom):He isn’tflush of moneyjust now= niet goed by kas;You will hardlyget flushed overthat work= in extase geraken;Flushdeck= doorloopend dek;Flushness= frischheid, overvloed.Flushing,flɐšiŋ, Vlissingen.Fluster,flɐstə, subst. opwinding, verwarring;Flusterverb. door drank verhitten en opgezet maken, verwarren; subst.Flustration.Flute,flût, subst. lang en dun broodje; fluitschip; groef, plooi; fluit;Fluteverb. fluiten, op de fluit spelen, groeven maken, plooien;German flute= dwarsfluit;Armed in flute= slechts voor een deel bewapend (schip);Fluted= met groeven;Flutina,flûtînə, soort van harmonica;Flutist= fluitist.Flutter,flɐtə, subst. trilling, ongeregelde polsslag, opgewondenheid, ongerustheid, ontsteltenis, wanorde;Flutterverb. fladderen, zweven, trillen, druk zijn, weifelen, beuzelen; in verlegenheid of verwarring brengen, snel heen en weer bewegen:Itput me in a flutter= maakte me gejaagd;A fluttered bird= gejaagde.Fluvial,fl(j)ûvj’l,Fluviatic,fl(j)ûviatik,Fluviatile,fl(j)ûvjətil, tot eene rivier behoorend, in de rivier levende.Flux,flɐks, subst. vloed, stroom, omloop, samenloop, wisseling, samensmelting;Fluxverb. smelten, zuiveren, purgeeren:Flux and reflux= vloed en ebbe;Fluxibility= veranderlijkheid, smeltbaarheid;Fluxible= smeltbaar;Fluxion= vloeiing, samensmelting; fluxie:Method of fluxions= integr. en different. rekening; adj.Fluxional=Fluxionary.Fly,flai, subst. vlieg, mug, kunstvlieg, vliegwiel, onrust, schietspoel (bij het weven), breed deel van een windwijzer, vlag, rijtuig voor één paard, huurrijtuig;Flyverb. vliegen, snellen, opvliegen, heensnellen, zich snel verspreiden, springen, wapperen, verschieten, oplaten, voeren, vliegen over, ontvluchten; adj. glad, bij de hand:As drunk as a fly= zoo dronken als een tol;There is a fly in the honey= roet in de brij;I don’t care a fly= ik geef er geen zier om;When Ibecame fly to it,I was disgusted= toen ik het snapte, er lucht van kreeg, walgde ik ervan:Tolet fly= aanvallen, afschieten, slingeren, er op slaan, vieren, losgooien, loslaten;Heflew atme suddenly= hij vloog plotseling op mij aan;Heflew in the face ofeverything and everybody= hij beleedigde en trotseerde ieder en alles;Tofly into a passion= driftig worden;Heflew out atme= hij voer tegen mij uit;Tofly the garter= een soort bokspringen;Shall wefly our kite= onzen vlieger oplaten; geld trachten los te krijgen?Fly-bitten= door muggen gebeten; door vliegendrek bedorven;Fly-boat= vlieboot, snelle passagiersboot in vaarten, platboomd vaartuig;Fly-blow, subst. vliegenei;Fly-blowverb. eieren leggen in (vleesch, b.v.);Fly-blown= bedorven, stinkend, vuil, schunnig, met vliegendrek;Fly-catcher= zonnedauw, vliegenvanger; gaper;Fly-cage= soort vliegenvanger;Fly-clapper=Fly-flap;Fly-clip= blad (reep) uit eenFly-book;Fly-fishing= hengelen (met kunstvlieg en als aas);Fly-flap= vliegendooder;Fly-leaf= schutblad, strooibiljet;Flyman= koetsier van eenfly;Fly-powder= insectenpoeder;Fly-speck= vliegenspatje;Fly-trap= vliegenvanger (ook de plant):Fly-wheel= vliegwiel;Flyer,flaiə(ZieFlier);Flying, subst. het vliegen; adj. vliegend:Flying-army(squadron,party) = vliegend leger (escader, afdeeling);Flying-artillery= rijdende artillerie;Flying-bridge= ponton, gierbrug;Flying colours:They entered the townwith flying colours= triomfantelijk (met vliegende vaandels);Flying-dragon= vliegende draak =Flying-lizard;Flying-pinion= onrust van eene klok;Flying-post-office= postwagen (in een trein).Foal,foul, subst. veulen;Foalverb. een veulen werpen:To be in foal= drachtig;Foal-teeth= melktanden (v. eenfoal).Foam,foum, subst. schuim;Foamverb. (doen) schuimen:Hefoamed at the mouth= schuimbekte van woede;Foam-crested=[203]met schuim bedekt;Foamy= schuimend.Fob,fob, horlogezakje (in de broek);Fobverb. beetnemen:They werefobbed off witha front attic= afgescheept;Tofob off on= aansmeren.Focal,fouk’l, van een brandpunt:Focal-distance= brandpuntsafstand.Focus,foukəs, subst. middelpunt, brandpunt;Focusverb. naar een brandpunt richten, tot brandpunt maken, samenkomen, stellen (v. eencamera):He fixed andfocussedthe girls= fixeerde erg;Hefocussedthe palace= richtte zijn kijker op;How shall hefocus all the light of his learningin one work= in één werk samenvatten, vereenigen?Fodder,fodə, subst. veevoeder (als hooi; onderscheiden van pasture =groenveevoeder);Fodderverb. voederen.Foe,fou, subst. (persoonlijke) vijand, tegenstander =Foeman.Foetid, ZieFetid.Fog,fog, subst. zware mist, verwarring, verlegenheid, grof gras, etgroen; adj. dik, mollig;Fogverb. in verlegenheid (in de war) brengen of zijn; het nagras afweiden:I am allin a fog= ik ben er verlegen mee, het is me niet duidelijk;I amfogged=In a fog;Fog-bank= zware mistbank;Fog-dog= heldere plek in eeneFog-bank;Fog-horn= misthoorn;Fog-ring= zwarte mistkring;Fogginess= mistigheid;Foggy= mistig; vol gras, mosachtig.Fog(e)y,fougi, ouderwetsch, excentriek persoon.Foh,fou, bah!Foible,fôib’l, zwakke zijde, zwak punt.Foil,fôil, subst. foeliesel (achter een spiegel), dun metaalblad onder juweelen, om deze beter te doen uitkomen; wat iets voordeelig doet uitkomen; loofwerk, onverwachte teleurstelling, schermdegen, spoor van gejaagd wild;Foilverb. overwinnen, teleurstellen, verijdelen:The one wasa foil tothe other= ze deden elkanders voortreffelijkheid uitkomen =They wereset off by a foil;Foil-stone= valsche steen;Foiler= verijdelaar;Foiling= spoor van een hert op gras.Foison,fôiz’n, overvloed, kracht, hitte, sap, vochtigheid.Foist,fôist, onderschuiven, voor echt laten doorgaan:A foisted up affair= zwendel.Fo’ks’le,fouks’l. ZieForecastle.Fold,fould, subst. schaapskooi, kudde, de Geloovigen, het vouwen, vouw; -voudig (in samenstellingen);Foldverb. opsluiten (in eene kooi), vouwen, sluiten (van handen):All the leaves in your book arefolded down= hebben ezelsooren;He wasreceived within the fold of the church= in den schoot der kerk opgenomen;Folder= vouwbeen, vouwer;A pair of folders= lorgnet;Folding= het opsluiten, de schaapskooi, het vouwen:Folding-chair= vouwstoel;Folding-doors= vleugeldeuren;Folding-net= slagnet;Folding-screen= vouwscherm;Folding-stool= klapstoel;Folding-table= klaptafel.Foliaceous,fouljeišəs, bladervormig, bladerig;Foliage,fouljidž, subst. gebladerte, bladerwerk, loofwerk;Foliageverb. met loofwerk versieren;Foliaged= met loofwerk versierd;Foliated,fouljeitid, verfoelied, gebladerd, met loofwerk versierd;Foliation,foulieiš’n, metaalpletting, het verfoeliën, het van loofwerk voorzien;Folio,fouljou, subst. doorloopende pagineering, folio, pagina, copie, 72 woorden in wettelijke stukken, 90 in parlementsstukken; adj. van foliogrootte (4 bladzijden in een vel);Folioverb. folieeren;Folious,fouliəs, dicht met bladeren bezet, bladeren hebbende, met bloemen vermengd.Folk,fouk, subst. luitjes, volk: adj. tot het volk behoorend, overgeleverd:How arethe old folk(s)= hoe gaat het met de oudjes;Folklore= het bijgeloof en de overleveringen van een volk, de studie daarvan;Folk-medicine= huismiddeltjes;Folk-mote= volksvergadering;Folk-rede= mondelinge overleveringen (v. bijgeloof etc.);Folkright= gewoonterecht;Folk-song= volkslied, populair lied;Folk-tale= volksmythe;Folklorist,fouklörist,fouklörist, kenner of beoefenaar vanfolklore.Follicle,folik’l, zaadhuisje, klier; adj.Follicular,Folliculous.Follow,folou, volgen, nazetten, tot het gevolg behooren, nagaan, de party kiezen van, voortkomen, opletten, gehoorzamen, een beroep uitoefenen:Something better was to follow= het zou nog beter worden;It does not followthat he is idle= daaruit volgt niet;We followed (acted upon) certain lines= gingen volgens een bepaald plan te werk;Do you follow me?= begrijpt gij mij?Hefollows his pleasure= jaagt zijn genoegen na;Tofollow suit= kleur bekennen, navolgen;Tofollow the trade ofa blacksmith= uitoefenen;Hefollowed outhis principles= handelde geheel volgens zijne beginselen;If you want tofollow her up,you must know where she lives= werk maken van;This workfollows closely uponhistory= dit werk volgt de geschiedenis op den voet;Follower= volgeling, volger, leerling, dienaar, vrijer:No followers allowed(in advertenties) = geen vrijers in de keuken;Afollowing breeze, sea, wind= van achteren inkomend;He hasa following of rich friends= hij heeft een aanhang van rijke vrienden.Folly,foli, dwaasheid, domheid, verdorvenheid.Foment,fəment, voeden, kweeken, warm betten, aanmoedigen, aanhitsen; subst.Fomentation;Fomenter= opruier, aanstichter.Fond,fond, dwaas, onwijs, al te teeder of lief, toegevend, verzot op, gek met:She isfond ofher children= gek met haar kinderen;Fondle= liefkoozen, streelen, vertroetelen; lief doen;That isher fondling= hartje, lieveling;Fondness= teederheid.Font,font, doopvont; letterpolis, gietcedel; adj.Fontal.Fontanel(le),fontənel,fontənel, open plek in een zuigelingsschedel; seton, etterdracht.Food,fûd, voedsel, spijs, voeder:One man’s food is another man’s poison= den een z’n dood is den ander z’n brood;[204]A daily food= almanak met teksten voor iederen dag van het jaar;Foods= voedingsstoffen =Food-stuffs.Fool,fûl, subst. dwaas, malle vent, zot, zondaar (bijbelsch), kruisbessenvlade, slachtoffer;Foolverb. voor den gek houden, bedriegen, teleurstellen, bespotten:Abbot of fools= hoofdleider der dwaasheden in de vroegere kerstfeestviering;Feast of fools= oud feest op Nieuwjaarsdag;That’s a fool to it= haalt er niet bij;He hasmade a fool ofme= hij heeft me voor den gek gehouden, belachelijk gemaakt;Let himplay the fool= laat hem voor dwaas of grappenmaker spelen;Don’tfool awayyour time= verbeuzel uw tijd niet;Fool’s-errand= vruchteloos onderzoek:He isout on a fool’s-errand= hij jaagt het onverkrijgbare na;Fool’s-paradise= blijdschap met eene doode musch:Helives in a fool’s-paradise= hij leeft gedachteloos voort, belooft zich zelf gouden bergen;Foolhardiness, subst. v.Foolhardy= roekeloos, domdriest;Fools-cap= narrenkap; soort v. papier, omdat dit formaat oorspronkelijk het watermerk van eene narrenkap had;Foolery= dwaasheid, dolheid;Fooling, subst. malligheid, grappigheid; adj. voor gek spelend;Foolish= dwaas, simpel, mal, belachelijk, beschaamd; zondig (veroud.); subst.Foolishness.Foot,fut, subst. voet (12inches), maat, versvoet, het wandelen, korte afstand, voetvolk;Footverb. loopen, dansen, betreden, (be)wandelen, een voet aanbreien, voorschoen aanzetten, opsporen, met den poot of de klauw pakken, optellen en daaronder de som opschrijven:Foots= bezinksel;Foot by foot;Sure of foot;On foot= te voet, gaande, op touw;At a foot’s pace= stapvoets;Toput one’s best foot forward= zijn beste beentje voorzetten;Toput one’s foot in= zich compromitteeren; zijn mond voorbij praten;Toput down one’s foot= zich met kracht verzetten tegen;Heshook the dust of his country from his feet= verliet zijn land;I neverset foot inAmerica= heb nooit een voet gezet;Who willset the business on foot= aan den gang brengen, op touw zetten?Totake the measure of a person’s foot= iemand doorgronden;Tofoot it= loopen;These stockingsmust be footed= er moeten nieuwe voeten aan deze kousen gebreid worden;The billwas footed= de rekening werd betaald (Am.);Foot-and-mouth disease= mond- en klauwzeer;Foot-band= troep infanterie;Foot-ball= voetbal, met leer omgeven gummibal, gebruikt bij het spel van dezen naam;Foot-barracks= infanteriekazerne;Foot-board= treeplank, voeteneind;Foot-boy= loopjongen, livreiknechtje;Foot-bridge= brug voor voetgangers;Footfall= (hoorbare) voetstap;Foot-guard= voetbekleeding (bij paard);Foot-guards= lijfwacht te voet (Grenadier,ColdstreamenScots guards);Foot-hold= steun voor den voet, vaste positie, vestiging;Foot-iron= voetboei, rijtuigtrede;Foot-licker= lage vleier;Foot-lights:He wasbefore the foot-lights= voor het voetlicht;Footman= voetknecht, livreiknecht;Foot-mark= voetspoor, indruk van den voet;Foot-muff= voetenzak;Foot-note= aanteekening onder aan de bladzijde;Footpace= wandelpas; verhoogde vloer;Footpad= struikroover;Foot-passenger= reiziger te voet, wandelaar;Foot-path= voetpad;Foot-plate= staanplaats op een locomotief;Foot-post= voetbode;Foot-pound= voetpond;Foot-print= indruk van den voet;Foot-race= wedloop;Foot-rest= voetbankje; bok;Foot-rot= rotziekte bij schapen;Foot-rule= duimstok (30 c.M. lang);Foot-scraper= voetenkrabber;Foot-shackles= voetboeien;Foot-soldier= infanterist;Foot-sore= met pijnlijke (zeere) voeten;Foot-stall= vrouwenstijgbeugel; onderstuk van eene zuil;Footstep= voetstap:Follow his footsteps= druk zijne voetstappen, volg zijn voorbeeld;Foot-stool= voetbankje;Foot-stove,Foot-warmer= (warm water)-stoof;Footway= voetpad, ladder om in de mijnen af te dalen;Foot-worn= met pijnlijke (zeere) voeten;Footed= voetig;Footer= voetbal:A six-footer= iemand van 6 voet;Footing= steunsel voor den voet, vaste positie, opstelling:Hemissed his footing= stapte mis;It is difficultto get a firm footingthere= om daar vasten voet te krijgen;He hasto pay his footing= hij moet zijne entrée betalen (van een werkman, die voor het eerst zijn beroep aanvaardt);First footingis a New-Year’s custom in Scotland; the person who first enters the house is calledits first foot;Footy= waardeloos, onbeduidend:This sugar is veryfooty= deze suiker is onzuiver;They arelittle footy falderals= kleine niets beduidende prullen.Footle,fût’l, subst. prullewerk; adj. prullerig;Footleverb. knoeien, onzin doen.Foozle,fûz’l, vervelende, malle gek;Foozleverb. knoeien;Foozlified= dronken.Fop,fop, modegek;Foppery= kwasterij, ijdelheid (in kleederen of vormen); adj.Foppish.For,fö, prep, voor, gedurende, om, wegens, ten behoeve van, met het oog op, met bestemming naar, vergeleken met, niettegenstaande:I have done itfor the best= uit bestwil;You have taken each otherfor better for worse= elkaar gehuwd, wat er ook mocht gebeuren;For convenience’ sake= gemakshalve;For example(=For instance) = bij voorbeeld;Eye for eye and tooth for tooth= oog om oog en tand om tand;For fear of= uit vrees van;For good and all(Once for all) = eens vooral;A man can livefor much less= van veel minder;He won’t sleepfor long= lang;Do itfor my sake= om mijnentwil;A housefor sale= te koop;For shame= schaam je;I shall take thisfor want of better= bij gebrek aan beter;He is a noble characterfor all that= hij is toch (niettegenstaande al wat er gezegd is, b.v.) een edele kerel;You must do itfor all the world= wat de wereld er ook van zegge;That’s itfor all the world= juist, zoo is het;She didn’t listenfor all she held her tongue= al hield ze ook haar mond;For all you know= zoo goed (gauw) als[205]je kunt;For as much asI can say= voor zoover ik weet;For the matter of that= wat dat betreft:For one thing,I don’t know your name= in de eerste plaats;For oughtI see= voor zoover ik zien kan, als ik het wel heb;He was at homefor a wonder= verwonderlijk genoeg was hij thuis;I am to blame forit= ik alléén draag daarvan de schuld;Tobe sorry for= spijt hebben over;I do notcare forhim= geef niet om hem;Ifelt uneasy forhim= was ongerust over hem;Togo in foran examination, a place= zich aanmelden voor, opgaan voor, dingen naar;Wesailed forthe Indies= zeilden naar Indië;I havetaken you formy model= ik heb u ter navolging gekozen;Iwaited forhim to resume his story= ik wachte er op, dat hij … zou hervatten;Now for it= nu er op los, nu begint het;Oh for a horse= ach, had ik maar een paard;I for one= wat mij betreft;But for mehe would be unhappy= zonder mij;It is not for youto say so= het past u niet zulks te zeggen;I could not for the life of mehelp saying it= ik moest het wel zeggen.For,fö, conj. want, daar, in aanmerking nemende dat.Forage,foridž, subst. voeder, fourage, veevoeder;Forageverb. fourageeren, uitplunderen door requireeren van fourage;Forage-cap(Foraging-cap) = politiemuts (van soldaten);Forage-contractor= aannemer van het voedsel der cavaleriepaarden;Forager= fourageur.Foraminated,fəramin(e)itid, met kleine gaatjes doorboord;Foraminous,fəraminəs, vol kleine gaatjes.Foray,forei,fərei, subst. rooftocht, buit;Forayverb. plunderen, verwoesten.Forbear,föbêə, nalaten, zich onthouden van, dulden, verdragen;Forbearance= onthouding, geduld, zelfbeheersching, verdraagzaamheid, duldzaamheid:Forbearance is no acquittance= uitstel is geen afstel;Forbearingly= lijdzaam.Forbear(s),föbêə(z),föbîəz, voorouder(s), voorzaten, nazaten.Forbes,föbz.Forbid,föbid, verbieden, ontzeggen, weigeren (toegang, b.v.), een verbod uitvaardigen:God, Heaven forbid= dat verhoede God, de Hemel!Forbidden fruit= verboden vrucht (Bijbel);Forbidding= onaangenaam, terugstootend:Those areforbidding subjects= onaangename onderwerpen.Forbore,föbö,Forborn,föbön, imperf. en part. perf. vanto forbear.Force,fös, subst. kracht, geweld, dwang, noodzaak, beteekenis, wettigheid, strijdmacht (ook dikwijlsForces);Forceverb. dwingen, noodzaken, overweldigen, verkrachten, forceeren, trekken:By mere force of habit= uit louter kracht der gewoonte;Conservation of force= krachtsbesparing;Correlation of force= krachtsverhouding;External forces= van buiten werkende krachten;Land forces;Marine forces;Moral force= zedelijke kracht;Natural forces= natuurkrachten;Physical force= natuurlijk vermogen;By main force= met geweld;The scouts reported that they had discovered the enemyin force= in grooten getale; Tobe of force= van kracht;The law willcome into force (be enforced)very soon= de wet zal spoedig tot uitvoering komen;That mustfollow of force= dat moet er noodzakelijk uit voortvloeien;I discovered where his force lay= wat zijn “fort” was;Toforce along= voortdrijven, meeslepen;Toforce back= terugdrijven;Toforce down the throat= doen slikken;His sword wasforced fromhis hand= aan zijne hand ontwrongen;Heforcedthat wordinto a new meaning= gaf eene gedwongen nieuwe beteekenis aan;Heforcesa passage of Macaulayinto his service= hij sleept er eene passage van M. (als eene bewijsplaats) bij de haren bij;They wereforced out= met geweld verjaagd;The ministersforced the queen’s hand= dwongen … zoo te handelen;Force-meat= gehakt (en sterk gekruid) vleesch;Force-pump= perspomp;Forced= gedwongen, gekunsteld; getrokken; subst.Forcedness;Forceful= krachtig;Forceless= krachteloos.Forceps,föseps, tang voor chirurgen (dentisten).Forcible,fösib’l, krachtig, gewelddadig, hevig, onstuimig, indrukwekkend:Forcible entry and detainer= gewelddadige inbezitneming (Jur.);Forcible-feeble, subst. iemand, die een schijn van kracht ontwikkelt; adj. gemaakt of slechts schijnbaar krachtig; subst.Forcibleness.Forcing,fösiŋ;Forcing-house= broeikas;Forcing-pump= perspomp.Forcipitate(d),fösipiteit(id), tang- of schaarvormig.Ford,föd, subst. doorwaadbare plaats (v. eene rivier), stroom;Fordverb. doorwaden;Fordable= doorwaadbaar.For(e)do,födû, verwoesten, vernietigen, overwinnen, uitputten.Fordyce,fədais.Fore,fö,adj. vooraan, voor, vooraf; adv. vooraan:To the fore= naar voren toe, gereed, aanwezig, nog levend;Hecame to the fore= kreeg naam;Heis well to the fore= hij heeft veel naam;Fore and aft= de geheele lengte v. het schip;Forearm, subst. voorarm;Forearm,fô-âm, vooraf wapenen;Forewarned, forearmed= eenmaal gewaarschuwd maakt dubbel voorzichtig;Forebode,föboud, voorspellen, een voorgevoel hebben van;Foreboding= voorgevoel;Fore-brace,Fore-bits= betingen der fokkebrassen;Fore-bow= zadelknop;Fore-cabin= voorkajuit;Forecast= voorspelling, voorziening:The weatherforecast= weervoorspelling;Forecast,fökâst, voorspellen, vooraf berekenen, ontwerpen;Forecastle,fouks’l, bak (op een schip tusschen den voormast en den boeg);Foreclose,föklouz, tegenhouden:To foreclose a mortgager= een hypothecair schuldenaar het recht op terugverkrijging van zijne bezittingen ontnemen;Foreclosure= ontneming van dit recht;Foredoom,födûm, veroordeelen, doemen:The attack wasforedoomed tofailure;Foreelder=[206]voorouder;Fore-end= eerste gedeelte;Forefather= voorvader:Forefathers’-Day= 21 December, toen dePilgrim Fathersin Amerika landden (1620);Forefend,föfend, verbieden, afwenden, afweren;Forefinger= voorvinger;Forefoot= voorpoot;Forefront= voorste deel;Forego,fögou, afstand doen, afzien van, zich ontzeggen:That isa foregone conclusion= dat is eene uitgemaakte zaak, spreekt vanzelf;Foregoing= voorafgaande;Foreground= voorgrond;Foregather,fögadhə, samenkomen;Forehand, subst. vóórhand, voorkeur; adj. naar voren, anticipeerend;Forehead,föhedofforəd, voorhoofd;Forehold= voorste gedeelte van het scheepsruim;Fore-horse= voorste paard van een span;Forejudge,födžɐdž, eene klacht afwijzen wegens niet verschijnen van den klager;Foreknow,fönou, vooraf weten;Foreknowledge,fönolidž, het vooruitweten;Foreland= landtong, kaap; ruimte tusschen vestingmuur en gracht;Foreleg= voorpoot;Forelock= voorlok, voorhaar; stift, pin:I willtake time by the forelock= ik zal de eerste de beste gelegenheid aangrijpen;Foreman= eerste, eerstaanwezende, woordvoerder (van eene jury), meesterknecht, hoofdconducteur;Foremast= fokkemast;Foremast-man= gewoon matroos;Fore-mentioned,fömenš’nd, voormeld;Foremost= voorste, eerste, voorop;Forename= vóórnaam;Forenamed= voornoemd;Forenoon,fönûn,fönûn, vóórmiddag;Foreordain,fôrödein, voorbeschikken (Bijbel);Foreordination,fôrödineiš’n, voorbeschikking;Forepart= voorste deel;Forepast,Forepassed,föpâst, voorbij, verleden;Fore-peak= hel (scheepst.);Fore-rank= voorste rij of gelid, voorkant,Forereach,förîtš, winnen op (bij het zeilen, etc.);Forereading= voorafgaande doorlezing;Forerun,förɐn, voorafgaan, aankondigen, een voorbode zijn;Forerunner,förɐnə,förɐnə, voorbode, voorlooper;Foresail= fokkezeil;Foresee,fösî, voorzien, vooraf weten;Foreseeable consequences= te voorziene gevolgen;Foreshadow,föšadou, voorbeduiden; subst. voorbeduidsel;Fore-sheet= fokkeschoot;Fore-sheets= voorplecht;Foreshore= het gedeelte kust tusschen eb en vloed;Fore-shorten,föšöt’n, in de verkorting teekenen (perspectief);Foreshow,föšou, voorspellen, voorzeggen, verkondigen;Foreside= voorzijde;Foresight= het vooruitzien, overleg;Foreskin= vóórhuid;Foresleeve= vóórmouw;Forestall,föstôl, vooruitloopen op, berooven, verstoppen:Youforestall lifewith your talk= gij neemt door uw gepraat al het aangename en belangwekkende van het leven weg;Heforestalled the market= hij joeg den prijs der goederen op door opkooping en het verspreiden van valsche geruchten, etc. en beheerschte de markt daardoor;Theyforestall my wishes= raden vooruit;Foretaste= subst. voorsmaak;Foretasteverb.föteist, een voorsmaak hebben van;Foretell,fötel, voorspellen, voorzeggen;Forethought= subst. voorbedachtheid, voorzorg; adj. voorbedacht, vooraf beraamd;Fore-tooth= vóór- of snijtand;Foretop= vóórmars;Forewarn,föwön, vooraf waarschuwen of kennis geven (ZieForearm);Forewind= gunstige wind;Forewoman= vrouwelijke opzichter; hoofd van eene modezaak;Foreword(s)= voorrede, inleiding.Foreign,forin, buitenlandsch, vreemd, vreemd aan (to, from):Foreign affairs= buitenlandsche zaken;Foreign attachment= beslaglegging op het eigendom van een buitenlander in Engeland:Foreign news= buitenlandsch nieuws;Foreign Office= ministerie van Buitenl. zaken;Foreign Secretary= minister van B.Z.;Foreign trade;This is foreign to our business= is vreemd aan, staat buiten, heeft niet te maken;Foreign-built= in ’t buitenland gebouwd;Foreigner= vreemdeling.Forensic(al),fərensik(’l), gerechtelijk;Forensic-medicine= gerechtelijke geneeskunde.Forest,forəst, subst. woud, bosch, koninklijk jachtveld;Forestverb. in een bosch veranderen, met boomen beplanten; adj. boschachtig, landelijk;Forest-fly= luisvlieg (bij paarden);Forest-laws= boschwetten;Forest-officer= ambtenaar bij het boschwezen;Forest-walk= schaduwrijke wandelweg;Forester= houtvester, boschbewoner, boschwachter;Forestry= boschcultuur, boomkweeking.Forfeit,föfit, subst. het verbeurde, boete, pand; adj. verbeurd;Forfeitverb. verbeuren, verliezen:Tocry forfeits= de panden oproepen;They wereplaying (at) forfeits= waren aan het pandje-verbeuren;Forfeiture,föfitjə= verbeuring, verlies, boete.Forfex,föfeks, schaar.Forge,födž, subst. smidse, smidsvuur, smederij, werkplaats;Forgeverb. smeden, maken, uitvinden, verdichten, namaken, vervalschen, valschheid in geschrifte plegen, met kracht voortdrijven, langzaam en moeilijk voortbewegen, vooruitwerken:He forged his way home= kwam (ging) met moeite …;Forge-man= smids-meesterknecht;Forger= smid, vervalscher;Forgery= valschheid (in geschrifte), verdichting, verzinsel;Forgetive= vindingrijk.Forget,föget, vergeten, verwaarloozen:I forget= ik ben vergeten;I shall forget my own name next= zal mijn eigen naam nog vergeten;Toforget oneself= zich vergeten;Forget-me-not= vergeetmenietje;Forgetful= vergeetachtig, slordig; subst.Forgetfulness.Forgivable,fögivəb’l, vergeeflijk;Forgive,fögiv, vergeven, vergiffenis schenken, kwijtschelden, door de vingers zien; subst.Forgiveness;Forgiving= vergevingsgezind; subst.Forgivingness.Forgo,fögou, opgeven, laten varen, verliezen, inboeten.Forgot(ten),fögot(’n), imp. en p.p. vanforget.Fork,fök, subst. vork, gaffel, scheiding van een weg, etc., moeilijkheid, lastig geval, stemvork;Forkverb. met eene vork opheffen en aangeven, omspitten, scherpmaken, zich vertakken, stelen, kapen:You shallfork it over (out)first= je zult het eerst overgeven, eerst opdokken;Fork-head= gevorkte pijlspits;Fork-tail= naam voor visch met gevorkten staart;Forked= gevorkt, zigzag:Forked lightning= zigzag bliksemstralen;Forky= gevorkt.Forlorn,fölön, verlaten, hulpeloos, ongelukkig,[207]eenzaam; vervallen, vermagerd:Forlorn-hope= troep soldaten, die voor een uiterst gevaarlijken post zijn aangewezen; gevaarlijke post, wanhopig geval, laatste redmiddel;subst.Forlornness.Form,föm, (uiterlijke)vorm van iets, vorm (drukken), gedaante, stelsel, leest, model, formulier, gelijkheid, plichtpleging, schoolbank (zonder rugleun.), klasse (in school), leger (v. een haas), geschiktheid, goede figuur;Formverb. vormen, scheppen, oefenen, zich richten of vormen:To bebad form= onnet, ongepast;To bein good form= netjes, zooals het behoort;The horse was notin formto-day= niet “in conditie”;The prime minister wasin splendid oratorical form= des eersten ministers redenaarstalenten kwamen prachtig uit;Theywent through the form of dining= voor den vorm deden ze, alsof;Theyformed for a dance= zij traden aan om te dansen;Theyformed in front= zij plaatsten zich in de voorhoede in ’t gelid;Formal= vormelijk, precies, stellig, stijf, vol plichtplegingen, naar den vorm:His evidence wasof a formal order= zijne getuigenis betrof slechts feiten;Formalism= vormendienst;Formalist= vormelijk mensch, formalist;Formality,fömaliti, vormelijkheid; uiterlijke schijn; formaliteit;Formation= vorming, samenstelling of afleiding, formatie;Formative= vormend, niet tot den stam behoorend;Former= Schepper, vormer, vorm, model.

Flatter,flatə, vleien, overhalen, afvleien (out of), te gunstig voorstellen;Flatterer= vleier;Flattery= vleierij.Flatulence, Flattercy,flatjulens(i), winderigheid, opgeblazenheid;Flatulent;Flatus,fleitəs=Flatulence.Flaunt,flônt,flânt, opzichtig gekleed zijn, zich aanstellen, pronken met; wapperen, uitwaaien; ook subst.;Flaunty= pronkerig, opgedrild.Flautist,flôtist, fluitist.Flavour,fleivə, subst. geur, smaak;Flavourverb. smakelijk of geurig maken;Flavouring= geurtje, kruiderij;Flavourless= zonder geur of smaak.Flaw,flô, scheur, spleet, gebrek, breuk, windvlaag;Flawverb. barsten, scheuren;Flawless= zonder gebreken, onberispelijk.Flax,flaks, subst. vlas;Flax-comb= vlashekel;Flax-dressing= vlasbereiding;Flax-raiser= vlasverbouwer;Flax-seed= lijnzaad;Flaxen= van vlas, vlaskleurig, goudgeel:Flaxen-headed,Flaxen-haired;Flaxy= vlasachtig, vlaskleurig.Flay,flei, villen, martelen;Flay-flint= vrek.Flea,flî, vloo:Hecame awayfrom the raceswith a flea in his ear= hij kwam bekaaid van de wedrennen thuis;Heput a flea in my ear= maakte me ongerust;Isent him off with a flea in his ear= ik wees hem kort en scherp af, scheepte hem af;Heskins a flea for its hide= ziet op een cent;He sticks to it like a flea to a fleece= als eene vloo aan een wollen deken;Flea-bane= vlooienkruid;Flea-bite= vlooienpik, onbeduidende verwonding; bagatel;Flea-bitten= door vlooien gebeten, gespikkeld, met roode vlekken op lichten grond.Fleam,flîm, vlijm, laatmes, lancet:Case of fleams= etui met laatmessen.Fleance,flîəns.Fleck,flek, subst. vlek, streep;Fleckverb. bespikkelen, met streepen bedekken.Flection,flekš’n. ZieFlexion.Fled,fled, imperf. vanto flee.Fledge,fledž, vederen krijgen;Fledged= bevederd, kunnende vliegen;Fledg(e)ling,fledžliŋ, jonge vogel, die pas kan vliegen, melkmuil.Flee,flî, vlieden, vluchten, vermijden.Fleece,flîs, subst. vlies, vacht;Fleeceverb. scheren (van schapen), met een vlies of vacht bedekken, plukken, het vel over den neus halen, villen;Fleece-wool= wol van het levende schaap;Fleecy= wollig:Fleece clouds= schapewolkjes.Fleer,flîə, subst. spot, bespotting;Fleerverb. spotten, grinniken.Fleet,flît, subst. vloot, inham, baai:The Fleet= oude gevangenis voor gijzelaars (Londen); adj. snel, vlug;Fleetverb. heenvliegen, voorbijsnellen, afroomen;Fleet-dike= kade,[200]dijk;Fleet-footed= snelvoetig;Fleeting= snel voorbijgaand, vergankelijk;Fleetness= snelheid, vergankelijkheid.Fleming,flemiŋ, Vlaming;Flemish,flemiš, subst. en adj. Vlaamsch(e taal), de Vlamingen:Flemish bricks= klinkersteenen.Flesh,fleš, subst. vleesch, lichaam, de zondige mensch, dierlijke lusten, aardsch bestaan, geslacht, bloedverwanten;Fleshverb. met vleesch voeden, vleesch laten proeven, bevredigen, verzadigen, inwijden, gewennen, harden:I saw himin the animated flesh= in levenden lijve;An arm of flesh= menschelijke kracht of hulp;Flesh and blood= de menschelijke natuur;They are one flesh= zij zijn één;You aregathering flesh= gij wordt dik;That storymade my flesh creep (crawl)= ik kreeg kippenvel van dat verhaal;Flesh-clogged= log van dikte;Flesh-colour(ed) = vleeschkleur(ig);Flesh-diet= vleeschkost;Flesh-fly= vleeschvlieg;Flesh-meat= vleeschspijzen;Flesh-tint= vleeschkleur;Flesh-worm= made, trichine;Flesher= slager (Schot.);Fleshiness= vleezigheid;Fleshings= vleeschkleurig tricot;Fleshly= vleeschelijk, lichamelijk, zinnelijk, wereldsch:Fleshly minded= materialistisch;Fleshy= vleezig, dik, zwaar, grof.Flew,flû, imperf. vanto fly.Flex,fleks, (doen) buigen;Flexibility= buigzaamheid;Flexible= buigzaam, handelbaar, gedwee;Flexile= buigzaam;Flexion= (ver)buiging, bocht;Flexor= buigspier;Flexuose,fleksjuous,Flexuous,fleksjuəs, kronkelend, zigzag, flikkerend;Flexure,flekšə, buiging, bocht.Flibbertigibbet,flibətidžibit, babbelaar(ster), booze geest.Flick,flik, subst. tik;Flickverb. tikken, wegknippen, afkloppen.Flicker,flikə, fladderen, kleppen (v. vleugels), flikkeren (v. eene vlam);Flicker-mouse, ZieFlittermouse.Flier,flaiə, vlieger, vluchteling, snel paard; onrust, vliegwiel, rechte trap.Flight,flait, vlucht, zwam:Flight of stairs= reeks van treden = gedeelte van eene hooge trap, die doorlandingsafgebroken wordt;The enemies wereput to flight= op de vlucht geslagen;Flightiness= vluchtigheid, enz.;Flighty= vluchtig, snel, grillig, wispelturig, onbetrouwbaar.Flim-flam,flimflam, kuur, gril, poets.Flimsiness,flimzinəs, dunheid, enz. enz.;Flimsy,flimzi, adj. dun, zwak, gering, nietig, onbeduidend, onvast; subst. dun papier, mailpapier, bankbiljet:A flimsy box= een los in elkaar getimmerde kist.Flinch,flinš, terugdeinzen, aarzelen.Flinder,flində, flentertje, stukje, splinter:Togo to flinders= in splinters gaan;Flinder-mouse. ZieFlittermouse.Fling,fliŋ, slingeren, met kracht werpen, in ’t rond gooien, verspreiden, slaan, ijlen, snellen; subst. worp, gooi, spot, uitval, onbeteugelde pret, Schotsche dans:I wantto have a fling athim= ik moet er hem eens goed van geven;Tohave one’s fling= fuiven, veel uitgaan, pierewaaien;Young blood will have its fling= de jeugd moet uitrazen;Hehad his fling out= is uitgeraasd;We shallfling inour swords if necessary= bij in de schaal werpen;The hounds wereflung off the scent= van het spoor gebracht, het spoor bijster;Heflung out atme= beleedigde mij;We haveflung upthe business= hebben aan den kant gegooid, laten varen.Flint,flint, subst. keisteen, vuursteen, iets buitengewoon hards, hardvochtigheid; adj. van steen gemaakt:He (flays) skins a flint= hij is buitengewoon gierig;Flint-age= steenen tijdperk;Flint-glass= flintglas;Flint-flake= steenen werktuig;Flint-lock= vuursteenslot (bij geweren);Flint-gun= ouderwetsche snaphaan;Flint-knapper (Flint-worker)= vuursteenmaker;Flint-stone= vuursteen;Flinty= steenachtig, hard, hardvochtig.Flip,flip, tik; eierpunch;Flipverb. klappen, wegknippen met de vingers;Flip-flap, subst. geklepper, geklikklak:The clownturned somersaults and flip-flaps= buitelde en deed allerlei sprongen.Flippant,flip’nt, onbezonnen, lichtzinnig, onbescheiden, achteloos:His wit isflippantly dull= hij is een vervelende zwetser;He isflippant on serious subjects= praat er maar op los als het ernstige onderwerpen betreft; subst.Flippancy.Flipper,flipə, groote vin, poot (hand).Flipperty-flopperty,flipətiflopəti, zich samenvouwend (als een slangenmensch of kunstenmaker). ZieTwisty-twirly.Flirt,flɐ̂t, subst. ruk, zwaai; coquette; hofmaker;Flirtverb. snel heen en weer bewegen, werpen, fladderen, huppelen, ongedurig zijn, coquetteeren, spelen met:She flirted her fan elegantly;Heflirted the pellets of bread about= hij gooide de kogeltjes brood in ’t rond;Flirtation= coquetteeren =Flirting.Flit,flit, fladderen, vliegen, heen en weer trekken, verhuizen;Flitter-mouse= vleermuis;Flitting= verhuizing;Flitty= vluchtig, onvast.Flitch,flitš, zijde spek, gerookte en gezouten zijde van een varken.Float,flout, subst. vlot, dobber, troffel;Floatverb. drijven, vlot zijn, vlotten, dobberen; laten drijven, vlot maken, overstroomen, aan den gang brengen (van eene zaak), bepleisteren:Let usfloat a company= oprichten;The ship was floated out of dock= werd uit het droogdok gelaten;The ensignfloats half-mast high= waait halfstok;Float-board= plank van een stoombootrad, schoep;Floatage= alles, wat drijvende gevonden wordt;Floated work= vlak pleisterwerk;Floating= drijvend, vlottend, loopend, onzeker:Floating-battery= drijvende batterij;Floating-bridge= schipbrug:Floating-capital= vlottend kapitaal;Floating-debt= vlottende schuld;Floating-dock= drijvend dok;Floating-light= lichtschip, lichtboei;Floating-pier= drijvend havenhoofd;Floating-rib= valsche (losse) rib;Floating-terms= koopvoorwaarden voor zeilende (stoomende) lading;Floating-wick= drijvend nachtpitje.Floccilation,floksileiš’n, het plukken aan beddedekens door stervenden.[201]Floccose,flokous,flokous, vlokkig;Flocculent,flokjulent, wollig, aan elkaar hangend;Floccus,flokəs, lange bos haar (aan den staart van koeien, b.v.).Flock,flok, subst. kudde (schapen),vlucht, troep, vlok (haar of wol);Flockverb. zich in troepen vereenigen, samenstroomen;Flocks of chickens;Birds of a feather flock together= soort zoekt soort;Flock-bed= bed gevuld met vlokken grove wol of lappen;Flock-master= opzichter over kudden schapen;Flockmel= in kudden;Flocky= vlokkig.Floe,flou, ijsveld.Flog,flog, slaan, afranselen, geeselen:They wereflogging a dead horse= trokken aan een dood paard;Flogger= zweep.Flood,flɐd, subst. vloed, zondvloed, overstrooming;Floodverb. overstroomen, onder water zetten:When thwartedhis personality rises in flood= komt hij in volle kracht uit;He swam theflooded stream= den hooggaanden stroom;They flooded the marketwith diamonds;Flood-gate= sluisdeur;Flood-mark= hoogwatertij;Flood-tide will soon make= de vloed komt weldra op.Flook,flûk. ZieFluke.Floor,flö, subst. vloer, verdieping, bodem, vlak, zittingszaal;Floorverb. bevloeren; neerslaan, tot zwijgen brengen, verslaan:Hetook the floor last= hij nam het laatst het woord;All the rooms areon a floor= gelijkvloers;That floored me= bracht mij tot zwijgen;The child was flooredby the nurse= neergezet (in zedel. zin);Tobe floored= zakken;He canfloor a paper for high-class honours= hij kan een schitterend examen ‘for honours’ doen;He hasfloored his problem= goed opgelost;The problem has floored him= was hem te machtig;Floor-cloth, subst. wasdoek voor vloerbedekking, linoleum;Floor-clothverb. een vloer met linoleum bedekken;Floor-plan= platte grond (van een gebouw;Amer.);Floor-timbers= onderbalken, waarop eene vloer rust;Flooring= het bevloeren, bevloersel, vloer, plaveisel;Floorless.Flop,flop, subst. flap, klap;Flopverb. flappen, kleppen, neerslaan, neerploffen:Itcame flop down= het flapte neer;Their footsteps were very audible:pit-pat, floppety-flop= klep-klep.Flora,flôrə, naam van de godin der bloemen, plantengroei van een land;Floral= bloemen betreffende;Floreated,flôrieitid, van bloemrijke versierselen voorzien;Florescence,flores’ns, bloeitijd of het bloeien (van eene plant);Floret,flôrət, bloempje, bloemdeeltje;Floriculture,flôrikɐltšə, bloemkweeking;Floriculturist;Florid,florid, bloeiend, bloemrijk, blozend, schitterend:Florid-faced= met frisch gelaat; subst.Floridness;Floriform,flôriföm, bloemvormig;Florist,florist, bloemkweeker, bloemenkoopman, bloemenkenner;Floroon,florûn, rand van bloemen.Florence,flor’ns;Florentine,flor’nt(a)in, subst. een bewoner van Florence, Florentijn; adj. Florentijnsch.Florida,floridə.Florin,florin, oud stuk van 2 Sh.Flory boat,floribout, bootje om passagiers van een stoomschip naar wal te brengen.Floscule,floskjul, bloempje;Floscular,Flosculose,Flosculous= met pijpvormige bloempjes.Floss,flos, floretzijde, wollige stof:Floss-thread= vlokzijde voor borduurwerk.Flotant,flout’nt, wapperende;Flotation= het drijven, op touw zetten;Flotative= drijfbaar;Flotilla,flətilə, flotille, kleine vloot.Flotsam,flots’m,Flotson,flots’n, goederen bij eene schipbreuk verloren, en op zee drijvende achtergelaten:Thejetsam and flotsamof literature= de niet-klassieke (tijdelijke) producten.Flounce,flauns, subst. rukkende beweging der ledematen; strook;Flounceverb. spartelen, eene snelle beweging maken; van eene strook voorzien:Sheflounced out of the room= zij ging snel (en boos) de kamer uit;Flounced= met strooken.Flounder,flaundə, bot; werktuig om leder te rekken;Flounderverb. worstelen, spartelen, rollen, sukkelen:Heflounderedin his speech= hakkelde, viel over zijne woorden.Flour,flauə, subst. bloem (van meel,etc.);Flourverb. met fijn meel bestrooien, met bloem bedekt worden;Flour-dredge(r)= geperforeerd tinnen busje om bloem te strooien;Flour-mill= korenmolen;Floury= melig, met bloem v. meel bedekt.Flourish,flɐriš, subst. praal, vertooning, krul, zwaaien (met een zwaard); overdreven versiering, fanfare;Flourishverb. gedijen, bloeien, toenemen, bloemrijke taal gebruiken, krullen maken, schallen, schetteren, borduren, zwaaien, versieren:Flourish of trumpets= trompetgeschal, praalzieke aankondiging;A flourished letter= krulletter.Flout,flaut, subst. beleediging, spot;Floutverb. (be)spotten, beleedigen, verachtelijk behandelen.Flow,flou, subst. vloed, stroom, overvloed, vaardigheid (van spreken), drijfzand;Flowverb. vloeien, loopen, stroomen, opkomen, uitstroomen, smelten, overstroomen, fladderen, wijd afhangen:Hisflow of spiritsis something wonderful= zijne voortdurende opgewektheid;We stopped theflow of his words= zijn woordenvloed;It flows in uponus= het wordt voor ons hoorbaar;Flowing= vloeiend, overvloedig, fladderend, wijd.Flower,flauə, subst. bloem, bloesem, keur, redefiguur, bloei (der jaren);Flowerverb. bloeien, in den bloei der jaren zijn, met bloemen versieren;Flower-de-lis (luce)= zwaardlelie;Flower-gentle= amarant;Flower-head= bloemkroon;Flower-show= bloemententoonstelling;Flower-soft= teeder, buitengewoon zacht;Flower-stalk= bloemstengel;Flowered= met bloemen versierd, bloemen dragend;Floweret= bloempje;Flowerless;Flowery= bloemrijk, figuurlijk:The flowery land= China;Flowery-kirtled= met guirlandes van bloemen versierd.Flown,floun, part. perf. vanto fly.Fluctuate,flɐktjueit, golven, weifelen, aarzelen,[202]op en neer gaan; subst.Fluctuation.Flue,flû, schoorsteenpijp, vlampijp (stoomketel); zacht dons of bont, pluisjes;Flue-work= orgelpijpen met lippen; verkorting vanInfluenza(ookFlu).Fluellen,fluel’n.Fluency,flûənsi, vloeibaarheid, vaardigheid, welbespraaktheid;Fluent= vloeibaar, welbespraakt, praatziek.Fluff,flɐf, licht dons, zacht wollig goed;Fluffverb. uitspreiden als veeren:Tofluff outa fringe= uit-, en opkammen;Fluffiness, subst. v.Fluffy= donsachtig, met dons of vederen, in de vederen gedoken, zacht.Fluid,flûid, subst. vloeistof; adj. vloeibaar, gasvormig;Fluidness=Fluidity.Fluke,flûk, zuigworm; bot; soort v. aardappel, ankerklauw, meevallertje, beest (op ’t biljart):I scored one by a fluke= ik kreeg een punt door een toeval of beest (in het spel);Fluky= gelukkig:Aflukystroke= een beest.Flume,flûm, bergbeek, waterloop.Flummery,flɐməri, meelpap; onzin.Flummox, Flummux,flɐməks, in de war brengen; mislukken (Amer.).Flung,flɐŋ, imperf. en part. perf. vanto fling.Flunk,flɐŋk, subst. luilak, slechte uitslag, fout;Flunkverb. missen (in eene les, b.v.), zich terugtrekken, zich er uit draaien.Flunk(e)y,flɐŋki, lakei, mosterdjongen (scherts.), lage vleier; onervaren beursspeculant (Amer.);He has aFlunkeyfied pronunciation= als een lakei;Flunkeydom;Flunkeyism.Fluor,flûə,Fluorite,fluərait, vloeispaath.Flurry,flɐri, subst. drukte, verwarring, gejaagdheid, bui (Flurry of wind), lichte bries, doodstrijd (van een walvisch);Flurryverb. in de war brengen, doen ontstellen, verbijsteren.Flush,flɐš, subst. blos, gloed, aandrift, schok, opgeschrikte vlucht vogels, overvloed, moeras; adj. frisch, krachtig, overvloedig, effen, vlak;Flushverb. blozen, opwinden, opjagen, doen blozen, kleuren, reinigen (door een waterstroom):He isn’tflush of moneyjust now= niet goed by kas;You will hardlyget flushed overthat work= in extase geraken;Flushdeck= doorloopend dek;Flushness= frischheid, overvloed.Flushing,flɐšiŋ, Vlissingen.Fluster,flɐstə, subst. opwinding, verwarring;Flusterverb. door drank verhitten en opgezet maken, verwarren; subst.Flustration.Flute,flût, subst. lang en dun broodje; fluitschip; groef, plooi; fluit;Fluteverb. fluiten, op de fluit spelen, groeven maken, plooien;German flute= dwarsfluit;Armed in flute= slechts voor een deel bewapend (schip);Fluted= met groeven;Flutina,flûtînə, soort van harmonica;Flutist= fluitist.Flutter,flɐtə, subst. trilling, ongeregelde polsslag, opgewondenheid, ongerustheid, ontsteltenis, wanorde;Flutterverb. fladderen, zweven, trillen, druk zijn, weifelen, beuzelen; in verlegenheid of verwarring brengen, snel heen en weer bewegen:Itput me in a flutter= maakte me gejaagd;A fluttered bird= gejaagde.Fluvial,fl(j)ûvj’l,Fluviatic,fl(j)ûviatik,Fluviatile,fl(j)ûvjətil, tot eene rivier behoorend, in de rivier levende.Flux,flɐks, subst. vloed, stroom, omloop, samenloop, wisseling, samensmelting;Fluxverb. smelten, zuiveren, purgeeren:Flux and reflux= vloed en ebbe;Fluxibility= veranderlijkheid, smeltbaarheid;Fluxible= smeltbaar;Fluxion= vloeiing, samensmelting; fluxie:Method of fluxions= integr. en different. rekening; adj.Fluxional=Fluxionary.Fly,flai, subst. vlieg, mug, kunstvlieg, vliegwiel, onrust, schietspoel (bij het weven), breed deel van een windwijzer, vlag, rijtuig voor één paard, huurrijtuig;Flyverb. vliegen, snellen, opvliegen, heensnellen, zich snel verspreiden, springen, wapperen, verschieten, oplaten, voeren, vliegen over, ontvluchten; adj. glad, bij de hand:As drunk as a fly= zoo dronken als een tol;There is a fly in the honey= roet in de brij;I don’t care a fly= ik geef er geen zier om;When Ibecame fly to it,I was disgusted= toen ik het snapte, er lucht van kreeg, walgde ik ervan:Tolet fly= aanvallen, afschieten, slingeren, er op slaan, vieren, losgooien, loslaten;Heflew atme suddenly= hij vloog plotseling op mij aan;Heflew in the face ofeverything and everybody= hij beleedigde en trotseerde ieder en alles;Tofly into a passion= driftig worden;Heflew out atme= hij voer tegen mij uit;Tofly the garter= een soort bokspringen;Shall wefly our kite= onzen vlieger oplaten; geld trachten los te krijgen?Fly-bitten= door muggen gebeten; door vliegendrek bedorven;Fly-boat= vlieboot, snelle passagiersboot in vaarten, platboomd vaartuig;Fly-blow, subst. vliegenei;Fly-blowverb. eieren leggen in (vleesch, b.v.);Fly-blown= bedorven, stinkend, vuil, schunnig, met vliegendrek;Fly-catcher= zonnedauw, vliegenvanger; gaper;Fly-cage= soort vliegenvanger;Fly-clapper=Fly-flap;Fly-clip= blad (reep) uit eenFly-book;Fly-fishing= hengelen (met kunstvlieg en als aas);Fly-flap= vliegendooder;Fly-leaf= schutblad, strooibiljet;Flyman= koetsier van eenfly;Fly-powder= insectenpoeder;Fly-speck= vliegenspatje;Fly-trap= vliegenvanger (ook de plant):Fly-wheel= vliegwiel;Flyer,flaiə(ZieFlier);Flying, subst. het vliegen; adj. vliegend:Flying-army(squadron,party) = vliegend leger (escader, afdeeling);Flying-artillery= rijdende artillerie;Flying-bridge= ponton, gierbrug;Flying colours:They entered the townwith flying colours= triomfantelijk (met vliegende vaandels);Flying-dragon= vliegende draak =Flying-lizard;Flying-pinion= onrust van eene klok;Flying-post-office= postwagen (in een trein).Foal,foul, subst. veulen;Foalverb. een veulen werpen:To be in foal= drachtig;Foal-teeth= melktanden (v. eenfoal).Foam,foum, subst. schuim;Foamverb. (doen) schuimen:Hefoamed at the mouth= schuimbekte van woede;Foam-crested=[203]met schuim bedekt;Foamy= schuimend.Fob,fob, horlogezakje (in de broek);Fobverb. beetnemen:They werefobbed off witha front attic= afgescheept;Tofob off on= aansmeren.Focal,fouk’l, van een brandpunt:Focal-distance= brandpuntsafstand.Focus,foukəs, subst. middelpunt, brandpunt;Focusverb. naar een brandpunt richten, tot brandpunt maken, samenkomen, stellen (v. eencamera):He fixed andfocussedthe girls= fixeerde erg;Hefocussedthe palace= richtte zijn kijker op;How shall hefocus all the light of his learningin one work= in één werk samenvatten, vereenigen?Fodder,fodə, subst. veevoeder (als hooi; onderscheiden van pasture =groenveevoeder);Fodderverb. voederen.Foe,fou, subst. (persoonlijke) vijand, tegenstander =Foeman.Foetid, ZieFetid.Fog,fog, subst. zware mist, verwarring, verlegenheid, grof gras, etgroen; adj. dik, mollig;Fogverb. in verlegenheid (in de war) brengen of zijn; het nagras afweiden:I am allin a fog= ik ben er verlegen mee, het is me niet duidelijk;I amfogged=In a fog;Fog-bank= zware mistbank;Fog-dog= heldere plek in eeneFog-bank;Fog-horn= misthoorn;Fog-ring= zwarte mistkring;Fogginess= mistigheid;Foggy= mistig; vol gras, mosachtig.Fog(e)y,fougi, ouderwetsch, excentriek persoon.Foh,fou, bah!Foible,fôib’l, zwakke zijde, zwak punt.Foil,fôil, subst. foeliesel (achter een spiegel), dun metaalblad onder juweelen, om deze beter te doen uitkomen; wat iets voordeelig doet uitkomen; loofwerk, onverwachte teleurstelling, schermdegen, spoor van gejaagd wild;Foilverb. overwinnen, teleurstellen, verijdelen:The one wasa foil tothe other= ze deden elkanders voortreffelijkheid uitkomen =They wereset off by a foil;Foil-stone= valsche steen;Foiler= verijdelaar;Foiling= spoor van een hert op gras.Foison,fôiz’n, overvloed, kracht, hitte, sap, vochtigheid.Foist,fôist, onderschuiven, voor echt laten doorgaan:A foisted up affair= zwendel.Fo’ks’le,fouks’l. ZieForecastle.Fold,fould, subst. schaapskooi, kudde, de Geloovigen, het vouwen, vouw; -voudig (in samenstellingen);Foldverb. opsluiten (in eene kooi), vouwen, sluiten (van handen):All the leaves in your book arefolded down= hebben ezelsooren;He wasreceived within the fold of the church= in den schoot der kerk opgenomen;Folder= vouwbeen, vouwer;A pair of folders= lorgnet;Folding= het opsluiten, de schaapskooi, het vouwen:Folding-chair= vouwstoel;Folding-doors= vleugeldeuren;Folding-net= slagnet;Folding-screen= vouwscherm;Folding-stool= klapstoel;Folding-table= klaptafel.Foliaceous,fouljeišəs, bladervormig, bladerig;Foliage,fouljidž, subst. gebladerte, bladerwerk, loofwerk;Foliageverb. met loofwerk versieren;Foliaged= met loofwerk versierd;Foliated,fouljeitid, verfoelied, gebladerd, met loofwerk versierd;Foliation,foulieiš’n, metaalpletting, het verfoeliën, het van loofwerk voorzien;Folio,fouljou, subst. doorloopende pagineering, folio, pagina, copie, 72 woorden in wettelijke stukken, 90 in parlementsstukken; adj. van foliogrootte (4 bladzijden in een vel);Folioverb. folieeren;Folious,fouliəs, dicht met bladeren bezet, bladeren hebbende, met bloemen vermengd.Folk,fouk, subst. luitjes, volk: adj. tot het volk behoorend, overgeleverd:How arethe old folk(s)= hoe gaat het met de oudjes;Folklore= het bijgeloof en de overleveringen van een volk, de studie daarvan;Folk-medicine= huismiddeltjes;Folk-mote= volksvergadering;Folk-rede= mondelinge overleveringen (v. bijgeloof etc.);Folkright= gewoonterecht;Folk-song= volkslied, populair lied;Folk-tale= volksmythe;Folklorist,fouklörist,fouklörist, kenner of beoefenaar vanfolklore.Follicle,folik’l, zaadhuisje, klier; adj.Follicular,Folliculous.Follow,folou, volgen, nazetten, tot het gevolg behooren, nagaan, de party kiezen van, voortkomen, opletten, gehoorzamen, een beroep uitoefenen:Something better was to follow= het zou nog beter worden;It does not followthat he is idle= daaruit volgt niet;We followed (acted upon) certain lines= gingen volgens een bepaald plan te werk;Do you follow me?= begrijpt gij mij?Hefollows his pleasure= jaagt zijn genoegen na;Tofollow suit= kleur bekennen, navolgen;Tofollow the trade ofa blacksmith= uitoefenen;Hefollowed outhis principles= handelde geheel volgens zijne beginselen;If you want tofollow her up,you must know where she lives= werk maken van;This workfollows closely uponhistory= dit werk volgt de geschiedenis op den voet;Follower= volgeling, volger, leerling, dienaar, vrijer:No followers allowed(in advertenties) = geen vrijers in de keuken;Afollowing breeze, sea, wind= van achteren inkomend;He hasa following of rich friends= hij heeft een aanhang van rijke vrienden.Folly,foli, dwaasheid, domheid, verdorvenheid.Foment,fəment, voeden, kweeken, warm betten, aanmoedigen, aanhitsen; subst.Fomentation;Fomenter= opruier, aanstichter.Fond,fond, dwaas, onwijs, al te teeder of lief, toegevend, verzot op, gek met:She isfond ofher children= gek met haar kinderen;Fondle= liefkoozen, streelen, vertroetelen; lief doen;That isher fondling= hartje, lieveling;Fondness= teederheid.Font,font, doopvont; letterpolis, gietcedel; adj.Fontal.Fontanel(le),fontənel,fontənel, open plek in een zuigelingsschedel; seton, etterdracht.Food,fûd, voedsel, spijs, voeder:One man’s food is another man’s poison= den een z’n dood is den ander z’n brood;[204]A daily food= almanak met teksten voor iederen dag van het jaar;Foods= voedingsstoffen =Food-stuffs.Fool,fûl, subst. dwaas, malle vent, zot, zondaar (bijbelsch), kruisbessenvlade, slachtoffer;Foolverb. voor den gek houden, bedriegen, teleurstellen, bespotten:Abbot of fools= hoofdleider der dwaasheden in de vroegere kerstfeestviering;Feast of fools= oud feest op Nieuwjaarsdag;That’s a fool to it= haalt er niet bij;He hasmade a fool ofme= hij heeft me voor den gek gehouden, belachelijk gemaakt;Let himplay the fool= laat hem voor dwaas of grappenmaker spelen;Don’tfool awayyour time= verbeuzel uw tijd niet;Fool’s-errand= vruchteloos onderzoek:He isout on a fool’s-errand= hij jaagt het onverkrijgbare na;Fool’s-paradise= blijdschap met eene doode musch:Helives in a fool’s-paradise= hij leeft gedachteloos voort, belooft zich zelf gouden bergen;Foolhardiness, subst. v.Foolhardy= roekeloos, domdriest;Fools-cap= narrenkap; soort v. papier, omdat dit formaat oorspronkelijk het watermerk van eene narrenkap had;Foolery= dwaasheid, dolheid;Fooling, subst. malligheid, grappigheid; adj. voor gek spelend;Foolish= dwaas, simpel, mal, belachelijk, beschaamd; zondig (veroud.); subst.Foolishness.Foot,fut, subst. voet (12inches), maat, versvoet, het wandelen, korte afstand, voetvolk;Footverb. loopen, dansen, betreden, (be)wandelen, een voet aanbreien, voorschoen aanzetten, opsporen, met den poot of de klauw pakken, optellen en daaronder de som opschrijven:Foots= bezinksel;Foot by foot;Sure of foot;On foot= te voet, gaande, op touw;At a foot’s pace= stapvoets;Toput one’s best foot forward= zijn beste beentje voorzetten;Toput one’s foot in= zich compromitteeren; zijn mond voorbij praten;Toput down one’s foot= zich met kracht verzetten tegen;Heshook the dust of his country from his feet= verliet zijn land;I neverset foot inAmerica= heb nooit een voet gezet;Who willset the business on foot= aan den gang brengen, op touw zetten?Totake the measure of a person’s foot= iemand doorgronden;Tofoot it= loopen;These stockingsmust be footed= er moeten nieuwe voeten aan deze kousen gebreid worden;The billwas footed= de rekening werd betaald (Am.);Foot-and-mouth disease= mond- en klauwzeer;Foot-band= troep infanterie;Foot-ball= voetbal, met leer omgeven gummibal, gebruikt bij het spel van dezen naam;Foot-barracks= infanteriekazerne;Foot-board= treeplank, voeteneind;Foot-boy= loopjongen, livreiknechtje;Foot-bridge= brug voor voetgangers;Footfall= (hoorbare) voetstap;Foot-guard= voetbekleeding (bij paard);Foot-guards= lijfwacht te voet (Grenadier,ColdstreamenScots guards);Foot-hold= steun voor den voet, vaste positie, vestiging;Foot-iron= voetboei, rijtuigtrede;Foot-licker= lage vleier;Foot-lights:He wasbefore the foot-lights= voor het voetlicht;Footman= voetknecht, livreiknecht;Foot-mark= voetspoor, indruk van den voet;Foot-muff= voetenzak;Foot-note= aanteekening onder aan de bladzijde;Footpace= wandelpas; verhoogde vloer;Footpad= struikroover;Foot-passenger= reiziger te voet, wandelaar;Foot-path= voetpad;Foot-plate= staanplaats op een locomotief;Foot-post= voetbode;Foot-pound= voetpond;Foot-print= indruk van den voet;Foot-race= wedloop;Foot-rest= voetbankje; bok;Foot-rot= rotziekte bij schapen;Foot-rule= duimstok (30 c.M. lang);Foot-scraper= voetenkrabber;Foot-shackles= voetboeien;Foot-soldier= infanterist;Foot-sore= met pijnlijke (zeere) voeten;Foot-stall= vrouwenstijgbeugel; onderstuk van eene zuil;Footstep= voetstap:Follow his footsteps= druk zijne voetstappen, volg zijn voorbeeld;Foot-stool= voetbankje;Foot-stove,Foot-warmer= (warm water)-stoof;Footway= voetpad, ladder om in de mijnen af te dalen;Foot-worn= met pijnlijke (zeere) voeten;Footed= voetig;Footer= voetbal:A six-footer= iemand van 6 voet;Footing= steunsel voor den voet, vaste positie, opstelling:Hemissed his footing= stapte mis;It is difficultto get a firm footingthere= om daar vasten voet te krijgen;He hasto pay his footing= hij moet zijne entrée betalen (van een werkman, die voor het eerst zijn beroep aanvaardt);First footingis a New-Year’s custom in Scotland; the person who first enters the house is calledits first foot;Footy= waardeloos, onbeduidend:This sugar is veryfooty= deze suiker is onzuiver;They arelittle footy falderals= kleine niets beduidende prullen.Footle,fût’l, subst. prullewerk; adj. prullerig;Footleverb. knoeien, onzin doen.Foozle,fûz’l, vervelende, malle gek;Foozleverb. knoeien;Foozlified= dronken.Fop,fop, modegek;Foppery= kwasterij, ijdelheid (in kleederen of vormen); adj.Foppish.For,fö, prep, voor, gedurende, om, wegens, ten behoeve van, met het oog op, met bestemming naar, vergeleken met, niettegenstaande:I have done itfor the best= uit bestwil;You have taken each otherfor better for worse= elkaar gehuwd, wat er ook mocht gebeuren;For convenience’ sake= gemakshalve;For example(=For instance) = bij voorbeeld;Eye for eye and tooth for tooth= oog om oog en tand om tand;For fear of= uit vrees van;For good and all(Once for all) = eens vooral;A man can livefor much less= van veel minder;He won’t sleepfor long= lang;Do itfor my sake= om mijnentwil;A housefor sale= te koop;For shame= schaam je;I shall take thisfor want of better= bij gebrek aan beter;He is a noble characterfor all that= hij is toch (niettegenstaande al wat er gezegd is, b.v.) een edele kerel;You must do itfor all the world= wat de wereld er ook van zegge;That’s itfor all the world= juist, zoo is het;She didn’t listenfor all she held her tongue= al hield ze ook haar mond;For all you know= zoo goed (gauw) als[205]je kunt;For as much asI can say= voor zoover ik weet;For the matter of that= wat dat betreft:For one thing,I don’t know your name= in de eerste plaats;For oughtI see= voor zoover ik zien kan, als ik het wel heb;He was at homefor a wonder= verwonderlijk genoeg was hij thuis;I am to blame forit= ik alléén draag daarvan de schuld;Tobe sorry for= spijt hebben over;I do notcare forhim= geef niet om hem;Ifelt uneasy forhim= was ongerust over hem;Togo in foran examination, a place= zich aanmelden voor, opgaan voor, dingen naar;Wesailed forthe Indies= zeilden naar Indië;I havetaken you formy model= ik heb u ter navolging gekozen;Iwaited forhim to resume his story= ik wachte er op, dat hij … zou hervatten;Now for it= nu er op los, nu begint het;Oh for a horse= ach, had ik maar een paard;I for one= wat mij betreft;But for mehe would be unhappy= zonder mij;It is not for youto say so= het past u niet zulks te zeggen;I could not for the life of mehelp saying it= ik moest het wel zeggen.For,fö, conj. want, daar, in aanmerking nemende dat.Forage,foridž, subst. voeder, fourage, veevoeder;Forageverb. fourageeren, uitplunderen door requireeren van fourage;Forage-cap(Foraging-cap) = politiemuts (van soldaten);Forage-contractor= aannemer van het voedsel der cavaleriepaarden;Forager= fourageur.Foraminated,fəramin(e)itid, met kleine gaatjes doorboord;Foraminous,fəraminəs, vol kleine gaatjes.Foray,forei,fərei, subst. rooftocht, buit;Forayverb. plunderen, verwoesten.Forbear,föbêə, nalaten, zich onthouden van, dulden, verdragen;Forbearance= onthouding, geduld, zelfbeheersching, verdraagzaamheid, duldzaamheid:Forbearance is no acquittance= uitstel is geen afstel;Forbearingly= lijdzaam.Forbear(s),föbêə(z),föbîəz, voorouder(s), voorzaten, nazaten.Forbes,föbz.Forbid,föbid, verbieden, ontzeggen, weigeren (toegang, b.v.), een verbod uitvaardigen:God, Heaven forbid= dat verhoede God, de Hemel!Forbidden fruit= verboden vrucht (Bijbel);Forbidding= onaangenaam, terugstootend:Those areforbidding subjects= onaangename onderwerpen.Forbore,föbö,Forborn,föbön, imperf. en part. perf. vanto forbear.Force,fös, subst. kracht, geweld, dwang, noodzaak, beteekenis, wettigheid, strijdmacht (ook dikwijlsForces);Forceverb. dwingen, noodzaken, overweldigen, verkrachten, forceeren, trekken:By mere force of habit= uit louter kracht der gewoonte;Conservation of force= krachtsbesparing;Correlation of force= krachtsverhouding;External forces= van buiten werkende krachten;Land forces;Marine forces;Moral force= zedelijke kracht;Natural forces= natuurkrachten;Physical force= natuurlijk vermogen;By main force= met geweld;The scouts reported that they had discovered the enemyin force= in grooten getale; Tobe of force= van kracht;The law willcome into force (be enforced)very soon= de wet zal spoedig tot uitvoering komen;That mustfollow of force= dat moet er noodzakelijk uit voortvloeien;I discovered where his force lay= wat zijn “fort” was;Toforce along= voortdrijven, meeslepen;Toforce back= terugdrijven;Toforce down the throat= doen slikken;His sword wasforced fromhis hand= aan zijne hand ontwrongen;Heforcedthat wordinto a new meaning= gaf eene gedwongen nieuwe beteekenis aan;Heforcesa passage of Macaulayinto his service= hij sleept er eene passage van M. (als eene bewijsplaats) bij de haren bij;They wereforced out= met geweld verjaagd;The ministersforced the queen’s hand= dwongen … zoo te handelen;Force-meat= gehakt (en sterk gekruid) vleesch;Force-pump= perspomp;Forced= gedwongen, gekunsteld; getrokken; subst.Forcedness;Forceful= krachtig;Forceless= krachteloos.Forceps,föseps, tang voor chirurgen (dentisten).Forcible,fösib’l, krachtig, gewelddadig, hevig, onstuimig, indrukwekkend:Forcible entry and detainer= gewelddadige inbezitneming (Jur.);Forcible-feeble, subst. iemand, die een schijn van kracht ontwikkelt; adj. gemaakt of slechts schijnbaar krachtig; subst.Forcibleness.Forcing,fösiŋ;Forcing-house= broeikas;Forcing-pump= perspomp.Forcipitate(d),fösipiteit(id), tang- of schaarvormig.Ford,föd, subst. doorwaadbare plaats (v. eene rivier), stroom;Fordverb. doorwaden;Fordable= doorwaadbaar.For(e)do,födû, verwoesten, vernietigen, overwinnen, uitputten.Fordyce,fədais.Fore,fö,adj. vooraan, voor, vooraf; adv. vooraan:To the fore= naar voren toe, gereed, aanwezig, nog levend;Hecame to the fore= kreeg naam;Heis well to the fore= hij heeft veel naam;Fore and aft= de geheele lengte v. het schip;Forearm, subst. voorarm;Forearm,fô-âm, vooraf wapenen;Forewarned, forearmed= eenmaal gewaarschuwd maakt dubbel voorzichtig;Forebode,föboud, voorspellen, een voorgevoel hebben van;Foreboding= voorgevoel;Fore-brace,Fore-bits= betingen der fokkebrassen;Fore-bow= zadelknop;Fore-cabin= voorkajuit;Forecast= voorspelling, voorziening:The weatherforecast= weervoorspelling;Forecast,fökâst, voorspellen, vooraf berekenen, ontwerpen;Forecastle,fouks’l, bak (op een schip tusschen den voormast en den boeg);Foreclose,föklouz, tegenhouden:To foreclose a mortgager= een hypothecair schuldenaar het recht op terugverkrijging van zijne bezittingen ontnemen;Foreclosure= ontneming van dit recht;Foredoom,födûm, veroordeelen, doemen:The attack wasforedoomed tofailure;Foreelder=[206]voorouder;Fore-end= eerste gedeelte;Forefather= voorvader:Forefathers’-Day= 21 December, toen dePilgrim Fathersin Amerika landden (1620);Forefend,föfend, verbieden, afwenden, afweren;Forefinger= voorvinger;Forefoot= voorpoot;Forefront= voorste deel;Forego,fögou, afstand doen, afzien van, zich ontzeggen:That isa foregone conclusion= dat is eene uitgemaakte zaak, spreekt vanzelf;Foregoing= voorafgaande;Foreground= voorgrond;Foregather,fögadhə, samenkomen;Forehand, subst. vóórhand, voorkeur; adj. naar voren, anticipeerend;Forehead,föhedofforəd, voorhoofd;Forehold= voorste gedeelte van het scheepsruim;Fore-horse= voorste paard van een span;Forejudge,födžɐdž, eene klacht afwijzen wegens niet verschijnen van den klager;Foreknow,fönou, vooraf weten;Foreknowledge,fönolidž, het vooruitweten;Foreland= landtong, kaap; ruimte tusschen vestingmuur en gracht;Foreleg= voorpoot;Forelock= voorlok, voorhaar; stift, pin:I willtake time by the forelock= ik zal de eerste de beste gelegenheid aangrijpen;Foreman= eerste, eerstaanwezende, woordvoerder (van eene jury), meesterknecht, hoofdconducteur;Foremast= fokkemast;Foremast-man= gewoon matroos;Fore-mentioned,fömenš’nd, voormeld;Foremost= voorste, eerste, voorop;Forename= vóórnaam;Forenamed= voornoemd;Forenoon,fönûn,fönûn, vóórmiddag;Foreordain,fôrödein, voorbeschikken (Bijbel);Foreordination,fôrödineiš’n, voorbeschikking;Forepart= voorste deel;Forepast,Forepassed,föpâst, voorbij, verleden;Fore-peak= hel (scheepst.);Fore-rank= voorste rij of gelid, voorkant,Forereach,förîtš, winnen op (bij het zeilen, etc.);Forereading= voorafgaande doorlezing;Forerun,förɐn, voorafgaan, aankondigen, een voorbode zijn;Forerunner,förɐnə,förɐnə, voorbode, voorlooper;Foresail= fokkezeil;Foresee,fösî, voorzien, vooraf weten;Foreseeable consequences= te voorziene gevolgen;Foreshadow,föšadou, voorbeduiden; subst. voorbeduidsel;Fore-sheet= fokkeschoot;Fore-sheets= voorplecht;Foreshore= het gedeelte kust tusschen eb en vloed;Fore-shorten,föšöt’n, in de verkorting teekenen (perspectief);Foreshow,föšou, voorspellen, voorzeggen, verkondigen;Foreside= voorzijde;Foresight= het vooruitzien, overleg;Foreskin= vóórhuid;Foresleeve= vóórmouw;Forestall,föstôl, vooruitloopen op, berooven, verstoppen:Youforestall lifewith your talk= gij neemt door uw gepraat al het aangename en belangwekkende van het leven weg;Heforestalled the market= hij joeg den prijs der goederen op door opkooping en het verspreiden van valsche geruchten, etc. en beheerschte de markt daardoor;Theyforestall my wishes= raden vooruit;Foretaste= subst. voorsmaak;Foretasteverb.föteist, een voorsmaak hebben van;Foretell,fötel, voorspellen, voorzeggen;Forethought= subst. voorbedachtheid, voorzorg; adj. voorbedacht, vooraf beraamd;Fore-tooth= vóór- of snijtand;Foretop= vóórmars;Forewarn,föwön, vooraf waarschuwen of kennis geven (ZieForearm);Forewind= gunstige wind;Forewoman= vrouwelijke opzichter; hoofd van eene modezaak;Foreword(s)= voorrede, inleiding.Foreign,forin, buitenlandsch, vreemd, vreemd aan (to, from):Foreign affairs= buitenlandsche zaken;Foreign attachment= beslaglegging op het eigendom van een buitenlander in Engeland:Foreign news= buitenlandsch nieuws;Foreign Office= ministerie van Buitenl. zaken;Foreign Secretary= minister van B.Z.;Foreign trade;This is foreign to our business= is vreemd aan, staat buiten, heeft niet te maken;Foreign-built= in ’t buitenland gebouwd;Foreigner= vreemdeling.Forensic(al),fərensik(’l), gerechtelijk;Forensic-medicine= gerechtelijke geneeskunde.Forest,forəst, subst. woud, bosch, koninklijk jachtveld;Forestverb. in een bosch veranderen, met boomen beplanten; adj. boschachtig, landelijk;Forest-fly= luisvlieg (bij paarden);Forest-laws= boschwetten;Forest-officer= ambtenaar bij het boschwezen;Forest-walk= schaduwrijke wandelweg;Forester= houtvester, boschbewoner, boschwachter;Forestry= boschcultuur, boomkweeking.Forfeit,föfit, subst. het verbeurde, boete, pand; adj. verbeurd;Forfeitverb. verbeuren, verliezen:Tocry forfeits= de panden oproepen;They wereplaying (at) forfeits= waren aan het pandje-verbeuren;Forfeiture,föfitjə= verbeuring, verlies, boete.Forfex,föfeks, schaar.Forge,födž, subst. smidse, smidsvuur, smederij, werkplaats;Forgeverb. smeden, maken, uitvinden, verdichten, namaken, vervalschen, valschheid in geschrifte plegen, met kracht voortdrijven, langzaam en moeilijk voortbewegen, vooruitwerken:He forged his way home= kwam (ging) met moeite …;Forge-man= smids-meesterknecht;Forger= smid, vervalscher;Forgery= valschheid (in geschrifte), verdichting, verzinsel;Forgetive= vindingrijk.Forget,föget, vergeten, verwaarloozen:I forget= ik ben vergeten;I shall forget my own name next= zal mijn eigen naam nog vergeten;Toforget oneself= zich vergeten;Forget-me-not= vergeetmenietje;Forgetful= vergeetachtig, slordig; subst.Forgetfulness.Forgivable,fögivəb’l, vergeeflijk;Forgive,fögiv, vergeven, vergiffenis schenken, kwijtschelden, door de vingers zien; subst.Forgiveness;Forgiving= vergevingsgezind; subst.Forgivingness.Forgo,fögou, opgeven, laten varen, verliezen, inboeten.Forgot(ten),fögot(’n), imp. en p.p. vanforget.Fork,fök, subst. vork, gaffel, scheiding van een weg, etc., moeilijkheid, lastig geval, stemvork;Forkverb. met eene vork opheffen en aangeven, omspitten, scherpmaken, zich vertakken, stelen, kapen:You shallfork it over (out)first= je zult het eerst overgeven, eerst opdokken;Fork-head= gevorkte pijlspits;Fork-tail= naam voor visch met gevorkten staart;Forked= gevorkt, zigzag:Forked lightning= zigzag bliksemstralen;Forky= gevorkt.Forlorn,fölön, verlaten, hulpeloos, ongelukkig,[207]eenzaam; vervallen, vermagerd:Forlorn-hope= troep soldaten, die voor een uiterst gevaarlijken post zijn aangewezen; gevaarlijke post, wanhopig geval, laatste redmiddel;subst.Forlornness.Form,föm, (uiterlijke)vorm van iets, vorm (drukken), gedaante, stelsel, leest, model, formulier, gelijkheid, plichtpleging, schoolbank (zonder rugleun.), klasse (in school), leger (v. een haas), geschiktheid, goede figuur;Formverb. vormen, scheppen, oefenen, zich richten of vormen:To bebad form= onnet, ongepast;To bein good form= netjes, zooals het behoort;The horse was notin formto-day= niet “in conditie”;The prime minister wasin splendid oratorical form= des eersten ministers redenaarstalenten kwamen prachtig uit;Theywent through the form of dining= voor den vorm deden ze, alsof;Theyformed for a dance= zij traden aan om te dansen;Theyformed in front= zij plaatsten zich in de voorhoede in ’t gelid;Formal= vormelijk, precies, stellig, stijf, vol plichtplegingen, naar den vorm:His evidence wasof a formal order= zijne getuigenis betrof slechts feiten;Formalism= vormendienst;Formalist= vormelijk mensch, formalist;Formality,fömaliti, vormelijkheid; uiterlijke schijn; formaliteit;Formation= vorming, samenstelling of afleiding, formatie;Formative= vormend, niet tot den stam behoorend;Former= Schepper, vormer, vorm, model.

Flatter,flatə, vleien, overhalen, afvleien (out of), te gunstig voorstellen;Flatterer= vleier;Flattery= vleierij.Flatulence, Flattercy,flatjulens(i), winderigheid, opgeblazenheid;Flatulent;Flatus,fleitəs=Flatulence.Flaunt,flônt,flânt, opzichtig gekleed zijn, zich aanstellen, pronken met; wapperen, uitwaaien; ook subst.;Flaunty= pronkerig, opgedrild.Flautist,flôtist, fluitist.Flavour,fleivə, subst. geur, smaak;Flavourverb. smakelijk of geurig maken;Flavouring= geurtje, kruiderij;Flavourless= zonder geur of smaak.Flaw,flô, scheur, spleet, gebrek, breuk, windvlaag;Flawverb. barsten, scheuren;Flawless= zonder gebreken, onberispelijk.Flax,flaks, subst. vlas;Flax-comb= vlashekel;Flax-dressing= vlasbereiding;Flax-raiser= vlasverbouwer;Flax-seed= lijnzaad;Flaxen= van vlas, vlaskleurig, goudgeel:Flaxen-headed,Flaxen-haired;Flaxy= vlasachtig, vlaskleurig.Flay,flei, villen, martelen;Flay-flint= vrek.Flea,flî, vloo:Hecame awayfrom the raceswith a flea in his ear= hij kwam bekaaid van de wedrennen thuis;Heput a flea in my ear= maakte me ongerust;Isent him off with a flea in his ear= ik wees hem kort en scherp af, scheepte hem af;Heskins a flea for its hide= ziet op een cent;He sticks to it like a flea to a fleece= als eene vloo aan een wollen deken;Flea-bane= vlooienkruid;Flea-bite= vlooienpik, onbeduidende verwonding; bagatel;Flea-bitten= door vlooien gebeten, gespikkeld, met roode vlekken op lichten grond.Fleam,flîm, vlijm, laatmes, lancet:Case of fleams= etui met laatmessen.Fleance,flîəns.Fleck,flek, subst. vlek, streep;Fleckverb. bespikkelen, met streepen bedekken.Flection,flekš’n. ZieFlexion.Fled,fled, imperf. vanto flee.Fledge,fledž, vederen krijgen;Fledged= bevederd, kunnende vliegen;Fledg(e)ling,fledžliŋ, jonge vogel, die pas kan vliegen, melkmuil.Flee,flî, vlieden, vluchten, vermijden.Fleece,flîs, subst. vlies, vacht;Fleeceverb. scheren (van schapen), met een vlies of vacht bedekken, plukken, het vel over den neus halen, villen;Fleece-wool= wol van het levende schaap;Fleecy= wollig:Fleece clouds= schapewolkjes.Fleer,flîə, subst. spot, bespotting;Fleerverb. spotten, grinniken.Fleet,flît, subst. vloot, inham, baai:The Fleet= oude gevangenis voor gijzelaars (Londen); adj. snel, vlug;Fleetverb. heenvliegen, voorbijsnellen, afroomen;Fleet-dike= kade,[200]dijk;Fleet-footed= snelvoetig;Fleeting= snel voorbijgaand, vergankelijk;Fleetness= snelheid, vergankelijkheid.Fleming,flemiŋ, Vlaming;Flemish,flemiš, subst. en adj. Vlaamsch(e taal), de Vlamingen:Flemish bricks= klinkersteenen.Flesh,fleš, subst. vleesch, lichaam, de zondige mensch, dierlijke lusten, aardsch bestaan, geslacht, bloedverwanten;Fleshverb. met vleesch voeden, vleesch laten proeven, bevredigen, verzadigen, inwijden, gewennen, harden:I saw himin the animated flesh= in levenden lijve;An arm of flesh= menschelijke kracht of hulp;Flesh and blood= de menschelijke natuur;They are one flesh= zij zijn één;You aregathering flesh= gij wordt dik;That storymade my flesh creep (crawl)= ik kreeg kippenvel van dat verhaal;Flesh-clogged= log van dikte;Flesh-colour(ed) = vleeschkleur(ig);Flesh-diet= vleeschkost;Flesh-fly= vleeschvlieg;Flesh-meat= vleeschspijzen;Flesh-tint= vleeschkleur;Flesh-worm= made, trichine;Flesher= slager (Schot.);Fleshiness= vleezigheid;Fleshings= vleeschkleurig tricot;Fleshly= vleeschelijk, lichamelijk, zinnelijk, wereldsch:Fleshly minded= materialistisch;Fleshy= vleezig, dik, zwaar, grof.Flew,flû, imperf. vanto fly.Flex,fleks, (doen) buigen;Flexibility= buigzaamheid;Flexible= buigzaam, handelbaar, gedwee;Flexile= buigzaam;Flexion= (ver)buiging, bocht;Flexor= buigspier;Flexuose,fleksjuous,Flexuous,fleksjuəs, kronkelend, zigzag, flikkerend;Flexure,flekšə, buiging, bocht.Flibbertigibbet,flibətidžibit, babbelaar(ster), booze geest.Flick,flik, subst. tik;Flickverb. tikken, wegknippen, afkloppen.Flicker,flikə, fladderen, kleppen (v. vleugels), flikkeren (v. eene vlam);Flicker-mouse, ZieFlittermouse.Flier,flaiə, vlieger, vluchteling, snel paard; onrust, vliegwiel, rechte trap.Flight,flait, vlucht, zwam:Flight of stairs= reeks van treden = gedeelte van eene hooge trap, die doorlandingsafgebroken wordt;The enemies wereput to flight= op de vlucht geslagen;Flightiness= vluchtigheid, enz.;Flighty= vluchtig, snel, grillig, wispelturig, onbetrouwbaar.Flim-flam,flimflam, kuur, gril, poets.Flimsiness,flimzinəs, dunheid, enz. enz.;Flimsy,flimzi, adj. dun, zwak, gering, nietig, onbeduidend, onvast; subst. dun papier, mailpapier, bankbiljet:A flimsy box= een los in elkaar getimmerde kist.Flinch,flinš, terugdeinzen, aarzelen.Flinder,flində, flentertje, stukje, splinter:Togo to flinders= in splinters gaan;Flinder-mouse. ZieFlittermouse.Fling,fliŋ, slingeren, met kracht werpen, in ’t rond gooien, verspreiden, slaan, ijlen, snellen; subst. worp, gooi, spot, uitval, onbeteugelde pret, Schotsche dans:I wantto have a fling athim= ik moet er hem eens goed van geven;Tohave one’s fling= fuiven, veel uitgaan, pierewaaien;Young blood will have its fling= de jeugd moet uitrazen;Hehad his fling out= is uitgeraasd;We shallfling inour swords if necessary= bij in de schaal werpen;The hounds wereflung off the scent= van het spoor gebracht, het spoor bijster;Heflung out atme= beleedigde mij;We haveflung upthe business= hebben aan den kant gegooid, laten varen.Flint,flint, subst. keisteen, vuursteen, iets buitengewoon hards, hardvochtigheid; adj. van steen gemaakt:He (flays) skins a flint= hij is buitengewoon gierig;Flint-age= steenen tijdperk;Flint-glass= flintglas;Flint-flake= steenen werktuig;Flint-lock= vuursteenslot (bij geweren);Flint-gun= ouderwetsche snaphaan;Flint-knapper (Flint-worker)= vuursteenmaker;Flint-stone= vuursteen;Flinty= steenachtig, hard, hardvochtig.Flip,flip, tik; eierpunch;Flipverb. klappen, wegknippen met de vingers;Flip-flap, subst. geklepper, geklikklak:The clownturned somersaults and flip-flaps= buitelde en deed allerlei sprongen.Flippant,flip’nt, onbezonnen, lichtzinnig, onbescheiden, achteloos:His wit isflippantly dull= hij is een vervelende zwetser;He isflippant on serious subjects= praat er maar op los als het ernstige onderwerpen betreft; subst.Flippancy.Flipper,flipə, groote vin, poot (hand).Flipperty-flopperty,flipətiflopəti, zich samenvouwend (als een slangenmensch of kunstenmaker). ZieTwisty-twirly.Flirt,flɐ̂t, subst. ruk, zwaai; coquette; hofmaker;Flirtverb. snel heen en weer bewegen, werpen, fladderen, huppelen, ongedurig zijn, coquetteeren, spelen met:She flirted her fan elegantly;Heflirted the pellets of bread about= hij gooide de kogeltjes brood in ’t rond;Flirtation= coquetteeren =Flirting.Flit,flit, fladderen, vliegen, heen en weer trekken, verhuizen;Flitter-mouse= vleermuis;Flitting= verhuizing;Flitty= vluchtig, onvast.Flitch,flitš, zijde spek, gerookte en gezouten zijde van een varken.Float,flout, subst. vlot, dobber, troffel;Floatverb. drijven, vlot zijn, vlotten, dobberen; laten drijven, vlot maken, overstroomen, aan den gang brengen (van eene zaak), bepleisteren:Let usfloat a company= oprichten;The ship was floated out of dock= werd uit het droogdok gelaten;The ensignfloats half-mast high= waait halfstok;Float-board= plank van een stoombootrad, schoep;Floatage= alles, wat drijvende gevonden wordt;Floated work= vlak pleisterwerk;Floating= drijvend, vlottend, loopend, onzeker:Floating-battery= drijvende batterij;Floating-bridge= schipbrug:Floating-capital= vlottend kapitaal;Floating-debt= vlottende schuld;Floating-dock= drijvend dok;Floating-light= lichtschip, lichtboei;Floating-pier= drijvend havenhoofd;Floating-rib= valsche (losse) rib;Floating-terms= koopvoorwaarden voor zeilende (stoomende) lading;Floating-wick= drijvend nachtpitje.Floccilation,floksileiš’n, het plukken aan beddedekens door stervenden.[201]Floccose,flokous,flokous, vlokkig;Flocculent,flokjulent, wollig, aan elkaar hangend;Floccus,flokəs, lange bos haar (aan den staart van koeien, b.v.).Flock,flok, subst. kudde (schapen),vlucht, troep, vlok (haar of wol);Flockverb. zich in troepen vereenigen, samenstroomen;Flocks of chickens;Birds of a feather flock together= soort zoekt soort;Flock-bed= bed gevuld met vlokken grove wol of lappen;Flock-master= opzichter over kudden schapen;Flockmel= in kudden;Flocky= vlokkig.Floe,flou, ijsveld.Flog,flog, slaan, afranselen, geeselen:They wereflogging a dead horse= trokken aan een dood paard;Flogger= zweep.Flood,flɐd, subst. vloed, zondvloed, overstrooming;Floodverb. overstroomen, onder water zetten:When thwartedhis personality rises in flood= komt hij in volle kracht uit;He swam theflooded stream= den hooggaanden stroom;They flooded the marketwith diamonds;Flood-gate= sluisdeur;Flood-mark= hoogwatertij;Flood-tide will soon make= de vloed komt weldra op.Flook,flûk. ZieFluke.Floor,flö, subst. vloer, verdieping, bodem, vlak, zittingszaal;Floorverb. bevloeren; neerslaan, tot zwijgen brengen, verslaan:Hetook the floor last= hij nam het laatst het woord;All the rooms areon a floor= gelijkvloers;That floored me= bracht mij tot zwijgen;The child was flooredby the nurse= neergezet (in zedel. zin);Tobe floored= zakken;He canfloor a paper for high-class honours= hij kan een schitterend examen ‘for honours’ doen;He hasfloored his problem= goed opgelost;The problem has floored him= was hem te machtig;Floor-cloth, subst. wasdoek voor vloerbedekking, linoleum;Floor-clothverb. een vloer met linoleum bedekken;Floor-plan= platte grond (van een gebouw;Amer.);Floor-timbers= onderbalken, waarop eene vloer rust;Flooring= het bevloeren, bevloersel, vloer, plaveisel;Floorless.Flop,flop, subst. flap, klap;Flopverb. flappen, kleppen, neerslaan, neerploffen:Itcame flop down= het flapte neer;Their footsteps were very audible:pit-pat, floppety-flop= klep-klep.Flora,flôrə, naam van de godin der bloemen, plantengroei van een land;Floral= bloemen betreffende;Floreated,flôrieitid, van bloemrijke versierselen voorzien;Florescence,flores’ns, bloeitijd of het bloeien (van eene plant);Floret,flôrət, bloempje, bloemdeeltje;Floriculture,flôrikɐltšə, bloemkweeking;Floriculturist;Florid,florid, bloeiend, bloemrijk, blozend, schitterend:Florid-faced= met frisch gelaat; subst.Floridness;Floriform,flôriföm, bloemvormig;Florist,florist, bloemkweeker, bloemenkoopman, bloemenkenner;Floroon,florûn, rand van bloemen.Florence,flor’ns;Florentine,flor’nt(a)in, subst. een bewoner van Florence, Florentijn; adj. Florentijnsch.Florida,floridə.Florin,florin, oud stuk van 2 Sh.Flory boat,floribout, bootje om passagiers van een stoomschip naar wal te brengen.Floscule,floskjul, bloempje;Floscular,Flosculose,Flosculous= met pijpvormige bloempjes.Floss,flos, floretzijde, wollige stof:Floss-thread= vlokzijde voor borduurwerk.Flotant,flout’nt, wapperende;Flotation= het drijven, op touw zetten;Flotative= drijfbaar;Flotilla,flətilə, flotille, kleine vloot.Flotsam,flots’m,Flotson,flots’n, goederen bij eene schipbreuk verloren, en op zee drijvende achtergelaten:Thejetsam and flotsamof literature= de niet-klassieke (tijdelijke) producten.Flounce,flauns, subst. rukkende beweging der ledematen; strook;Flounceverb. spartelen, eene snelle beweging maken; van eene strook voorzien:Sheflounced out of the room= zij ging snel (en boos) de kamer uit;Flounced= met strooken.Flounder,flaundə, bot; werktuig om leder te rekken;Flounderverb. worstelen, spartelen, rollen, sukkelen:Heflounderedin his speech= hakkelde, viel over zijne woorden.Flour,flauə, subst. bloem (van meel,etc.);Flourverb. met fijn meel bestrooien, met bloem bedekt worden;Flour-dredge(r)= geperforeerd tinnen busje om bloem te strooien;Flour-mill= korenmolen;Floury= melig, met bloem v. meel bedekt.Flourish,flɐriš, subst. praal, vertooning, krul, zwaaien (met een zwaard); overdreven versiering, fanfare;Flourishverb. gedijen, bloeien, toenemen, bloemrijke taal gebruiken, krullen maken, schallen, schetteren, borduren, zwaaien, versieren:Flourish of trumpets= trompetgeschal, praalzieke aankondiging;A flourished letter= krulletter.Flout,flaut, subst. beleediging, spot;Floutverb. (be)spotten, beleedigen, verachtelijk behandelen.Flow,flou, subst. vloed, stroom, overvloed, vaardigheid (van spreken), drijfzand;Flowverb. vloeien, loopen, stroomen, opkomen, uitstroomen, smelten, overstroomen, fladderen, wijd afhangen:Hisflow of spiritsis something wonderful= zijne voortdurende opgewektheid;We stopped theflow of his words= zijn woordenvloed;It flows in uponus= het wordt voor ons hoorbaar;Flowing= vloeiend, overvloedig, fladderend, wijd.Flower,flauə, subst. bloem, bloesem, keur, redefiguur, bloei (der jaren);Flowerverb. bloeien, in den bloei der jaren zijn, met bloemen versieren;Flower-de-lis (luce)= zwaardlelie;Flower-gentle= amarant;Flower-head= bloemkroon;Flower-show= bloemententoonstelling;Flower-soft= teeder, buitengewoon zacht;Flower-stalk= bloemstengel;Flowered= met bloemen versierd, bloemen dragend;Floweret= bloempje;Flowerless;Flowery= bloemrijk, figuurlijk:The flowery land= China;Flowery-kirtled= met guirlandes van bloemen versierd.Flown,floun, part. perf. vanto fly.Fluctuate,flɐktjueit, golven, weifelen, aarzelen,[202]op en neer gaan; subst.Fluctuation.Flue,flû, schoorsteenpijp, vlampijp (stoomketel); zacht dons of bont, pluisjes;Flue-work= orgelpijpen met lippen; verkorting vanInfluenza(ookFlu).Fluellen,fluel’n.Fluency,flûənsi, vloeibaarheid, vaardigheid, welbespraaktheid;Fluent= vloeibaar, welbespraakt, praatziek.Fluff,flɐf, licht dons, zacht wollig goed;Fluffverb. uitspreiden als veeren:Tofluff outa fringe= uit-, en opkammen;Fluffiness, subst. v.Fluffy= donsachtig, met dons of vederen, in de vederen gedoken, zacht.Fluid,flûid, subst. vloeistof; adj. vloeibaar, gasvormig;Fluidness=Fluidity.Fluke,flûk, zuigworm; bot; soort v. aardappel, ankerklauw, meevallertje, beest (op ’t biljart):I scored one by a fluke= ik kreeg een punt door een toeval of beest (in het spel);Fluky= gelukkig:Aflukystroke= een beest.Flume,flûm, bergbeek, waterloop.Flummery,flɐməri, meelpap; onzin.Flummox, Flummux,flɐməks, in de war brengen; mislukken (Amer.).Flung,flɐŋ, imperf. en part. perf. vanto fling.Flunk,flɐŋk, subst. luilak, slechte uitslag, fout;Flunkverb. missen (in eene les, b.v.), zich terugtrekken, zich er uit draaien.Flunk(e)y,flɐŋki, lakei, mosterdjongen (scherts.), lage vleier; onervaren beursspeculant (Amer.);He has aFlunkeyfied pronunciation= als een lakei;Flunkeydom;Flunkeyism.Fluor,flûə,Fluorite,fluərait, vloeispaath.Flurry,flɐri, subst. drukte, verwarring, gejaagdheid, bui (Flurry of wind), lichte bries, doodstrijd (van een walvisch);Flurryverb. in de war brengen, doen ontstellen, verbijsteren.Flush,flɐš, subst. blos, gloed, aandrift, schok, opgeschrikte vlucht vogels, overvloed, moeras; adj. frisch, krachtig, overvloedig, effen, vlak;Flushverb. blozen, opwinden, opjagen, doen blozen, kleuren, reinigen (door een waterstroom):He isn’tflush of moneyjust now= niet goed by kas;You will hardlyget flushed overthat work= in extase geraken;Flushdeck= doorloopend dek;Flushness= frischheid, overvloed.Flushing,flɐšiŋ, Vlissingen.Fluster,flɐstə, subst. opwinding, verwarring;Flusterverb. door drank verhitten en opgezet maken, verwarren; subst.Flustration.Flute,flût, subst. lang en dun broodje; fluitschip; groef, plooi; fluit;Fluteverb. fluiten, op de fluit spelen, groeven maken, plooien;German flute= dwarsfluit;Armed in flute= slechts voor een deel bewapend (schip);Fluted= met groeven;Flutina,flûtînə, soort van harmonica;Flutist= fluitist.Flutter,flɐtə, subst. trilling, ongeregelde polsslag, opgewondenheid, ongerustheid, ontsteltenis, wanorde;Flutterverb. fladderen, zweven, trillen, druk zijn, weifelen, beuzelen; in verlegenheid of verwarring brengen, snel heen en weer bewegen:Itput me in a flutter= maakte me gejaagd;A fluttered bird= gejaagde.Fluvial,fl(j)ûvj’l,Fluviatic,fl(j)ûviatik,Fluviatile,fl(j)ûvjətil, tot eene rivier behoorend, in de rivier levende.Flux,flɐks, subst. vloed, stroom, omloop, samenloop, wisseling, samensmelting;Fluxverb. smelten, zuiveren, purgeeren:Flux and reflux= vloed en ebbe;Fluxibility= veranderlijkheid, smeltbaarheid;Fluxible= smeltbaar;Fluxion= vloeiing, samensmelting; fluxie:Method of fluxions= integr. en different. rekening; adj.Fluxional=Fluxionary.Fly,flai, subst. vlieg, mug, kunstvlieg, vliegwiel, onrust, schietspoel (bij het weven), breed deel van een windwijzer, vlag, rijtuig voor één paard, huurrijtuig;Flyverb. vliegen, snellen, opvliegen, heensnellen, zich snel verspreiden, springen, wapperen, verschieten, oplaten, voeren, vliegen over, ontvluchten; adj. glad, bij de hand:As drunk as a fly= zoo dronken als een tol;There is a fly in the honey= roet in de brij;I don’t care a fly= ik geef er geen zier om;When Ibecame fly to it,I was disgusted= toen ik het snapte, er lucht van kreeg, walgde ik ervan:Tolet fly= aanvallen, afschieten, slingeren, er op slaan, vieren, losgooien, loslaten;Heflew atme suddenly= hij vloog plotseling op mij aan;Heflew in the face ofeverything and everybody= hij beleedigde en trotseerde ieder en alles;Tofly into a passion= driftig worden;Heflew out atme= hij voer tegen mij uit;Tofly the garter= een soort bokspringen;Shall wefly our kite= onzen vlieger oplaten; geld trachten los te krijgen?Fly-bitten= door muggen gebeten; door vliegendrek bedorven;Fly-boat= vlieboot, snelle passagiersboot in vaarten, platboomd vaartuig;Fly-blow, subst. vliegenei;Fly-blowverb. eieren leggen in (vleesch, b.v.);Fly-blown= bedorven, stinkend, vuil, schunnig, met vliegendrek;Fly-catcher= zonnedauw, vliegenvanger; gaper;Fly-cage= soort vliegenvanger;Fly-clapper=Fly-flap;Fly-clip= blad (reep) uit eenFly-book;Fly-fishing= hengelen (met kunstvlieg en als aas);Fly-flap= vliegendooder;Fly-leaf= schutblad, strooibiljet;Flyman= koetsier van eenfly;Fly-powder= insectenpoeder;Fly-speck= vliegenspatje;Fly-trap= vliegenvanger (ook de plant):Fly-wheel= vliegwiel;Flyer,flaiə(ZieFlier);Flying, subst. het vliegen; adj. vliegend:Flying-army(squadron,party) = vliegend leger (escader, afdeeling);Flying-artillery= rijdende artillerie;Flying-bridge= ponton, gierbrug;Flying colours:They entered the townwith flying colours= triomfantelijk (met vliegende vaandels);Flying-dragon= vliegende draak =Flying-lizard;Flying-pinion= onrust van eene klok;Flying-post-office= postwagen (in een trein).Foal,foul, subst. veulen;Foalverb. een veulen werpen:To be in foal= drachtig;Foal-teeth= melktanden (v. eenfoal).Foam,foum, subst. schuim;Foamverb. (doen) schuimen:Hefoamed at the mouth= schuimbekte van woede;Foam-crested=[203]met schuim bedekt;Foamy= schuimend.Fob,fob, horlogezakje (in de broek);Fobverb. beetnemen:They werefobbed off witha front attic= afgescheept;Tofob off on= aansmeren.Focal,fouk’l, van een brandpunt:Focal-distance= brandpuntsafstand.Focus,foukəs, subst. middelpunt, brandpunt;Focusverb. naar een brandpunt richten, tot brandpunt maken, samenkomen, stellen (v. eencamera):He fixed andfocussedthe girls= fixeerde erg;Hefocussedthe palace= richtte zijn kijker op;How shall hefocus all the light of his learningin one work= in één werk samenvatten, vereenigen?Fodder,fodə, subst. veevoeder (als hooi; onderscheiden van pasture =groenveevoeder);Fodderverb. voederen.Foe,fou, subst. (persoonlijke) vijand, tegenstander =Foeman.Foetid, ZieFetid.Fog,fog, subst. zware mist, verwarring, verlegenheid, grof gras, etgroen; adj. dik, mollig;Fogverb. in verlegenheid (in de war) brengen of zijn; het nagras afweiden:I am allin a fog= ik ben er verlegen mee, het is me niet duidelijk;I amfogged=In a fog;Fog-bank= zware mistbank;Fog-dog= heldere plek in eeneFog-bank;Fog-horn= misthoorn;Fog-ring= zwarte mistkring;Fogginess= mistigheid;Foggy= mistig; vol gras, mosachtig.Fog(e)y,fougi, ouderwetsch, excentriek persoon.Foh,fou, bah!Foible,fôib’l, zwakke zijde, zwak punt.Foil,fôil, subst. foeliesel (achter een spiegel), dun metaalblad onder juweelen, om deze beter te doen uitkomen; wat iets voordeelig doet uitkomen; loofwerk, onverwachte teleurstelling, schermdegen, spoor van gejaagd wild;Foilverb. overwinnen, teleurstellen, verijdelen:The one wasa foil tothe other= ze deden elkanders voortreffelijkheid uitkomen =They wereset off by a foil;Foil-stone= valsche steen;Foiler= verijdelaar;Foiling= spoor van een hert op gras.Foison,fôiz’n, overvloed, kracht, hitte, sap, vochtigheid.Foist,fôist, onderschuiven, voor echt laten doorgaan:A foisted up affair= zwendel.Fo’ks’le,fouks’l. ZieForecastle.Fold,fould, subst. schaapskooi, kudde, de Geloovigen, het vouwen, vouw; -voudig (in samenstellingen);Foldverb. opsluiten (in eene kooi), vouwen, sluiten (van handen):All the leaves in your book arefolded down= hebben ezelsooren;He wasreceived within the fold of the church= in den schoot der kerk opgenomen;Folder= vouwbeen, vouwer;A pair of folders= lorgnet;Folding= het opsluiten, de schaapskooi, het vouwen:Folding-chair= vouwstoel;Folding-doors= vleugeldeuren;Folding-net= slagnet;Folding-screen= vouwscherm;Folding-stool= klapstoel;Folding-table= klaptafel.Foliaceous,fouljeišəs, bladervormig, bladerig;Foliage,fouljidž, subst. gebladerte, bladerwerk, loofwerk;Foliageverb. met loofwerk versieren;Foliaged= met loofwerk versierd;Foliated,fouljeitid, verfoelied, gebladerd, met loofwerk versierd;Foliation,foulieiš’n, metaalpletting, het verfoeliën, het van loofwerk voorzien;Folio,fouljou, subst. doorloopende pagineering, folio, pagina, copie, 72 woorden in wettelijke stukken, 90 in parlementsstukken; adj. van foliogrootte (4 bladzijden in een vel);Folioverb. folieeren;Folious,fouliəs, dicht met bladeren bezet, bladeren hebbende, met bloemen vermengd.Folk,fouk, subst. luitjes, volk: adj. tot het volk behoorend, overgeleverd:How arethe old folk(s)= hoe gaat het met de oudjes;Folklore= het bijgeloof en de overleveringen van een volk, de studie daarvan;Folk-medicine= huismiddeltjes;Folk-mote= volksvergadering;Folk-rede= mondelinge overleveringen (v. bijgeloof etc.);Folkright= gewoonterecht;Folk-song= volkslied, populair lied;Folk-tale= volksmythe;Folklorist,fouklörist,fouklörist, kenner of beoefenaar vanfolklore.Follicle,folik’l, zaadhuisje, klier; adj.Follicular,Folliculous.Follow,folou, volgen, nazetten, tot het gevolg behooren, nagaan, de party kiezen van, voortkomen, opletten, gehoorzamen, een beroep uitoefenen:Something better was to follow= het zou nog beter worden;It does not followthat he is idle= daaruit volgt niet;We followed (acted upon) certain lines= gingen volgens een bepaald plan te werk;Do you follow me?= begrijpt gij mij?Hefollows his pleasure= jaagt zijn genoegen na;Tofollow suit= kleur bekennen, navolgen;Tofollow the trade ofa blacksmith= uitoefenen;Hefollowed outhis principles= handelde geheel volgens zijne beginselen;If you want tofollow her up,you must know where she lives= werk maken van;This workfollows closely uponhistory= dit werk volgt de geschiedenis op den voet;Follower= volgeling, volger, leerling, dienaar, vrijer:No followers allowed(in advertenties) = geen vrijers in de keuken;Afollowing breeze, sea, wind= van achteren inkomend;He hasa following of rich friends= hij heeft een aanhang van rijke vrienden.Folly,foli, dwaasheid, domheid, verdorvenheid.Foment,fəment, voeden, kweeken, warm betten, aanmoedigen, aanhitsen; subst.Fomentation;Fomenter= opruier, aanstichter.Fond,fond, dwaas, onwijs, al te teeder of lief, toegevend, verzot op, gek met:She isfond ofher children= gek met haar kinderen;Fondle= liefkoozen, streelen, vertroetelen; lief doen;That isher fondling= hartje, lieveling;Fondness= teederheid.Font,font, doopvont; letterpolis, gietcedel; adj.Fontal.Fontanel(le),fontənel,fontənel, open plek in een zuigelingsschedel; seton, etterdracht.Food,fûd, voedsel, spijs, voeder:One man’s food is another man’s poison= den een z’n dood is den ander z’n brood;[204]A daily food= almanak met teksten voor iederen dag van het jaar;Foods= voedingsstoffen =Food-stuffs.Fool,fûl, subst. dwaas, malle vent, zot, zondaar (bijbelsch), kruisbessenvlade, slachtoffer;Foolverb. voor den gek houden, bedriegen, teleurstellen, bespotten:Abbot of fools= hoofdleider der dwaasheden in de vroegere kerstfeestviering;Feast of fools= oud feest op Nieuwjaarsdag;That’s a fool to it= haalt er niet bij;He hasmade a fool ofme= hij heeft me voor den gek gehouden, belachelijk gemaakt;Let himplay the fool= laat hem voor dwaas of grappenmaker spelen;Don’tfool awayyour time= verbeuzel uw tijd niet;Fool’s-errand= vruchteloos onderzoek:He isout on a fool’s-errand= hij jaagt het onverkrijgbare na;Fool’s-paradise= blijdschap met eene doode musch:Helives in a fool’s-paradise= hij leeft gedachteloos voort, belooft zich zelf gouden bergen;Foolhardiness, subst. v.Foolhardy= roekeloos, domdriest;Fools-cap= narrenkap; soort v. papier, omdat dit formaat oorspronkelijk het watermerk van eene narrenkap had;Foolery= dwaasheid, dolheid;Fooling, subst. malligheid, grappigheid; adj. voor gek spelend;Foolish= dwaas, simpel, mal, belachelijk, beschaamd; zondig (veroud.); subst.Foolishness.Foot,fut, subst. voet (12inches), maat, versvoet, het wandelen, korte afstand, voetvolk;Footverb. loopen, dansen, betreden, (be)wandelen, een voet aanbreien, voorschoen aanzetten, opsporen, met den poot of de klauw pakken, optellen en daaronder de som opschrijven:Foots= bezinksel;Foot by foot;Sure of foot;On foot= te voet, gaande, op touw;At a foot’s pace= stapvoets;Toput one’s best foot forward= zijn beste beentje voorzetten;Toput one’s foot in= zich compromitteeren; zijn mond voorbij praten;Toput down one’s foot= zich met kracht verzetten tegen;Heshook the dust of his country from his feet= verliet zijn land;I neverset foot inAmerica= heb nooit een voet gezet;Who willset the business on foot= aan den gang brengen, op touw zetten?Totake the measure of a person’s foot= iemand doorgronden;Tofoot it= loopen;These stockingsmust be footed= er moeten nieuwe voeten aan deze kousen gebreid worden;The billwas footed= de rekening werd betaald (Am.);Foot-and-mouth disease= mond- en klauwzeer;Foot-band= troep infanterie;Foot-ball= voetbal, met leer omgeven gummibal, gebruikt bij het spel van dezen naam;Foot-barracks= infanteriekazerne;Foot-board= treeplank, voeteneind;Foot-boy= loopjongen, livreiknechtje;Foot-bridge= brug voor voetgangers;Footfall= (hoorbare) voetstap;Foot-guard= voetbekleeding (bij paard);Foot-guards= lijfwacht te voet (Grenadier,ColdstreamenScots guards);Foot-hold= steun voor den voet, vaste positie, vestiging;Foot-iron= voetboei, rijtuigtrede;Foot-licker= lage vleier;Foot-lights:He wasbefore the foot-lights= voor het voetlicht;Footman= voetknecht, livreiknecht;Foot-mark= voetspoor, indruk van den voet;Foot-muff= voetenzak;Foot-note= aanteekening onder aan de bladzijde;Footpace= wandelpas; verhoogde vloer;Footpad= struikroover;Foot-passenger= reiziger te voet, wandelaar;Foot-path= voetpad;Foot-plate= staanplaats op een locomotief;Foot-post= voetbode;Foot-pound= voetpond;Foot-print= indruk van den voet;Foot-race= wedloop;Foot-rest= voetbankje; bok;Foot-rot= rotziekte bij schapen;Foot-rule= duimstok (30 c.M. lang);Foot-scraper= voetenkrabber;Foot-shackles= voetboeien;Foot-soldier= infanterist;Foot-sore= met pijnlijke (zeere) voeten;Foot-stall= vrouwenstijgbeugel; onderstuk van eene zuil;Footstep= voetstap:Follow his footsteps= druk zijne voetstappen, volg zijn voorbeeld;Foot-stool= voetbankje;Foot-stove,Foot-warmer= (warm water)-stoof;Footway= voetpad, ladder om in de mijnen af te dalen;Foot-worn= met pijnlijke (zeere) voeten;Footed= voetig;Footer= voetbal:A six-footer= iemand van 6 voet;Footing= steunsel voor den voet, vaste positie, opstelling:Hemissed his footing= stapte mis;It is difficultto get a firm footingthere= om daar vasten voet te krijgen;He hasto pay his footing= hij moet zijne entrée betalen (van een werkman, die voor het eerst zijn beroep aanvaardt);First footingis a New-Year’s custom in Scotland; the person who first enters the house is calledits first foot;Footy= waardeloos, onbeduidend:This sugar is veryfooty= deze suiker is onzuiver;They arelittle footy falderals= kleine niets beduidende prullen.Footle,fût’l, subst. prullewerk; adj. prullerig;Footleverb. knoeien, onzin doen.Foozle,fûz’l, vervelende, malle gek;Foozleverb. knoeien;Foozlified= dronken.Fop,fop, modegek;Foppery= kwasterij, ijdelheid (in kleederen of vormen); adj.Foppish.For,fö, prep, voor, gedurende, om, wegens, ten behoeve van, met het oog op, met bestemming naar, vergeleken met, niettegenstaande:I have done itfor the best= uit bestwil;You have taken each otherfor better for worse= elkaar gehuwd, wat er ook mocht gebeuren;For convenience’ sake= gemakshalve;For example(=For instance) = bij voorbeeld;Eye for eye and tooth for tooth= oog om oog en tand om tand;For fear of= uit vrees van;For good and all(Once for all) = eens vooral;A man can livefor much less= van veel minder;He won’t sleepfor long= lang;Do itfor my sake= om mijnentwil;A housefor sale= te koop;For shame= schaam je;I shall take thisfor want of better= bij gebrek aan beter;He is a noble characterfor all that= hij is toch (niettegenstaande al wat er gezegd is, b.v.) een edele kerel;You must do itfor all the world= wat de wereld er ook van zegge;That’s itfor all the world= juist, zoo is het;She didn’t listenfor all she held her tongue= al hield ze ook haar mond;For all you know= zoo goed (gauw) als[205]je kunt;For as much asI can say= voor zoover ik weet;For the matter of that= wat dat betreft:For one thing,I don’t know your name= in de eerste plaats;For oughtI see= voor zoover ik zien kan, als ik het wel heb;He was at homefor a wonder= verwonderlijk genoeg was hij thuis;I am to blame forit= ik alléén draag daarvan de schuld;Tobe sorry for= spijt hebben over;I do notcare forhim= geef niet om hem;Ifelt uneasy forhim= was ongerust over hem;Togo in foran examination, a place= zich aanmelden voor, opgaan voor, dingen naar;Wesailed forthe Indies= zeilden naar Indië;I havetaken you formy model= ik heb u ter navolging gekozen;Iwaited forhim to resume his story= ik wachte er op, dat hij … zou hervatten;Now for it= nu er op los, nu begint het;Oh for a horse= ach, had ik maar een paard;I for one= wat mij betreft;But for mehe would be unhappy= zonder mij;It is not for youto say so= het past u niet zulks te zeggen;I could not for the life of mehelp saying it= ik moest het wel zeggen.For,fö, conj. want, daar, in aanmerking nemende dat.Forage,foridž, subst. voeder, fourage, veevoeder;Forageverb. fourageeren, uitplunderen door requireeren van fourage;Forage-cap(Foraging-cap) = politiemuts (van soldaten);Forage-contractor= aannemer van het voedsel der cavaleriepaarden;Forager= fourageur.Foraminated,fəramin(e)itid, met kleine gaatjes doorboord;Foraminous,fəraminəs, vol kleine gaatjes.Foray,forei,fərei, subst. rooftocht, buit;Forayverb. plunderen, verwoesten.Forbear,föbêə, nalaten, zich onthouden van, dulden, verdragen;Forbearance= onthouding, geduld, zelfbeheersching, verdraagzaamheid, duldzaamheid:Forbearance is no acquittance= uitstel is geen afstel;Forbearingly= lijdzaam.Forbear(s),föbêə(z),föbîəz, voorouder(s), voorzaten, nazaten.Forbes,föbz.Forbid,föbid, verbieden, ontzeggen, weigeren (toegang, b.v.), een verbod uitvaardigen:God, Heaven forbid= dat verhoede God, de Hemel!Forbidden fruit= verboden vrucht (Bijbel);Forbidding= onaangenaam, terugstootend:Those areforbidding subjects= onaangename onderwerpen.Forbore,föbö,Forborn,föbön, imperf. en part. perf. vanto forbear.Force,fös, subst. kracht, geweld, dwang, noodzaak, beteekenis, wettigheid, strijdmacht (ook dikwijlsForces);Forceverb. dwingen, noodzaken, overweldigen, verkrachten, forceeren, trekken:By mere force of habit= uit louter kracht der gewoonte;Conservation of force= krachtsbesparing;Correlation of force= krachtsverhouding;External forces= van buiten werkende krachten;Land forces;Marine forces;Moral force= zedelijke kracht;Natural forces= natuurkrachten;Physical force= natuurlijk vermogen;By main force= met geweld;The scouts reported that they had discovered the enemyin force= in grooten getale; Tobe of force= van kracht;The law willcome into force (be enforced)very soon= de wet zal spoedig tot uitvoering komen;That mustfollow of force= dat moet er noodzakelijk uit voortvloeien;I discovered where his force lay= wat zijn “fort” was;Toforce along= voortdrijven, meeslepen;Toforce back= terugdrijven;Toforce down the throat= doen slikken;His sword wasforced fromhis hand= aan zijne hand ontwrongen;Heforcedthat wordinto a new meaning= gaf eene gedwongen nieuwe beteekenis aan;Heforcesa passage of Macaulayinto his service= hij sleept er eene passage van M. (als eene bewijsplaats) bij de haren bij;They wereforced out= met geweld verjaagd;The ministersforced the queen’s hand= dwongen … zoo te handelen;Force-meat= gehakt (en sterk gekruid) vleesch;Force-pump= perspomp;Forced= gedwongen, gekunsteld; getrokken; subst.Forcedness;Forceful= krachtig;Forceless= krachteloos.Forceps,föseps, tang voor chirurgen (dentisten).Forcible,fösib’l, krachtig, gewelddadig, hevig, onstuimig, indrukwekkend:Forcible entry and detainer= gewelddadige inbezitneming (Jur.);Forcible-feeble, subst. iemand, die een schijn van kracht ontwikkelt; adj. gemaakt of slechts schijnbaar krachtig; subst.Forcibleness.Forcing,fösiŋ;Forcing-house= broeikas;Forcing-pump= perspomp.Forcipitate(d),fösipiteit(id), tang- of schaarvormig.Ford,föd, subst. doorwaadbare plaats (v. eene rivier), stroom;Fordverb. doorwaden;Fordable= doorwaadbaar.For(e)do,födû, verwoesten, vernietigen, overwinnen, uitputten.Fordyce,fədais.Fore,fö,adj. vooraan, voor, vooraf; adv. vooraan:To the fore= naar voren toe, gereed, aanwezig, nog levend;Hecame to the fore= kreeg naam;Heis well to the fore= hij heeft veel naam;Fore and aft= de geheele lengte v. het schip;Forearm, subst. voorarm;Forearm,fô-âm, vooraf wapenen;Forewarned, forearmed= eenmaal gewaarschuwd maakt dubbel voorzichtig;Forebode,föboud, voorspellen, een voorgevoel hebben van;Foreboding= voorgevoel;Fore-brace,Fore-bits= betingen der fokkebrassen;Fore-bow= zadelknop;Fore-cabin= voorkajuit;Forecast= voorspelling, voorziening:The weatherforecast= weervoorspelling;Forecast,fökâst, voorspellen, vooraf berekenen, ontwerpen;Forecastle,fouks’l, bak (op een schip tusschen den voormast en den boeg);Foreclose,föklouz, tegenhouden:To foreclose a mortgager= een hypothecair schuldenaar het recht op terugverkrijging van zijne bezittingen ontnemen;Foreclosure= ontneming van dit recht;Foredoom,födûm, veroordeelen, doemen:The attack wasforedoomed tofailure;Foreelder=[206]voorouder;Fore-end= eerste gedeelte;Forefather= voorvader:Forefathers’-Day= 21 December, toen dePilgrim Fathersin Amerika landden (1620);Forefend,föfend, verbieden, afwenden, afweren;Forefinger= voorvinger;Forefoot= voorpoot;Forefront= voorste deel;Forego,fögou, afstand doen, afzien van, zich ontzeggen:That isa foregone conclusion= dat is eene uitgemaakte zaak, spreekt vanzelf;Foregoing= voorafgaande;Foreground= voorgrond;Foregather,fögadhə, samenkomen;Forehand, subst. vóórhand, voorkeur; adj. naar voren, anticipeerend;Forehead,föhedofforəd, voorhoofd;Forehold= voorste gedeelte van het scheepsruim;Fore-horse= voorste paard van een span;Forejudge,födžɐdž, eene klacht afwijzen wegens niet verschijnen van den klager;Foreknow,fönou, vooraf weten;Foreknowledge,fönolidž, het vooruitweten;Foreland= landtong, kaap; ruimte tusschen vestingmuur en gracht;Foreleg= voorpoot;Forelock= voorlok, voorhaar; stift, pin:I willtake time by the forelock= ik zal de eerste de beste gelegenheid aangrijpen;Foreman= eerste, eerstaanwezende, woordvoerder (van eene jury), meesterknecht, hoofdconducteur;Foremast= fokkemast;Foremast-man= gewoon matroos;Fore-mentioned,fömenš’nd, voormeld;Foremost= voorste, eerste, voorop;Forename= vóórnaam;Forenamed= voornoemd;Forenoon,fönûn,fönûn, vóórmiddag;Foreordain,fôrödein, voorbeschikken (Bijbel);Foreordination,fôrödineiš’n, voorbeschikking;Forepart= voorste deel;Forepast,Forepassed,föpâst, voorbij, verleden;Fore-peak= hel (scheepst.);Fore-rank= voorste rij of gelid, voorkant,Forereach,förîtš, winnen op (bij het zeilen, etc.);Forereading= voorafgaande doorlezing;Forerun,förɐn, voorafgaan, aankondigen, een voorbode zijn;Forerunner,förɐnə,förɐnə, voorbode, voorlooper;Foresail= fokkezeil;Foresee,fösî, voorzien, vooraf weten;Foreseeable consequences= te voorziene gevolgen;Foreshadow,föšadou, voorbeduiden; subst. voorbeduidsel;Fore-sheet= fokkeschoot;Fore-sheets= voorplecht;Foreshore= het gedeelte kust tusschen eb en vloed;Fore-shorten,föšöt’n, in de verkorting teekenen (perspectief);Foreshow,föšou, voorspellen, voorzeggen, verkondigen;Foreside= voorzijde;Foresight= het vooruitzien, overleg;Foreskin= vóórhuid;Foresleeve= vóórmouw;Forestall,föstôl, vooruitloopen op, berooven, verstoppen:Youforestall lifewith your talk= gij neemt door uw gepraat al het aangename en belangwekkende van het leven weg;Heforestalled the market= hij joeg den prijs der goederen op door opkooping en het verspreiden van valsche geruchten, etc. en beheerschte de markt daardoor;Theyforestall my wishes= raden vooruit;Foretaste= subst. voorsmaak;Foretasteverb.föteist, een voorsmaak hebben van;Foretell,fötel, voorspellen, voorzeggen;Forethought= subst. voorbedachtheid, voorzorg; adj. voorbedacht, vooraf beraamd;Fore-tooth= vóór- of snijtand;Foretop= vóórmars;Forewarn,föwön, vooraf waarschuwen of kennis geven (ZieForearm);Forewind= gunstige wind;Forewoman= vrouwelijke opzichter; hoofd van eene modezaak;Foreword(s)= voorrede, inleiding.Foreign,forin, buitenlandsch, vreemd, vreemd aan (to, from):Foreign affairs= buitenlandsche zaken;Foreign attachment= beslaglegging op het eigendom van een buitenlander in Engeland:Foreign news= buitenlandsch nieuws;Foreign Office= ministerie van Buitenl. zaken;Foreign Secretary= minister van B.Z.;Foreign trade;This is foreign to our business= is vreemd aan, staat buiten, heeft niet te maken;Foreign-built= in ’t buitenland gebouwd;Foreigner= vreemdeling.Forensic(al),fərensik(’l), gerechtelijk;Forensic-medicine= gerechtelijke geneeskunde.Forest,forəst, subst. woud, bosch, koninklijk jachtveld;Forestverb. in een bosch veranderen, met boomen beplanten; adj. boschachtig, landelijk;Forest-fly= luisvlieg (bij paarden);Forest-laws= boschwetten;Forest-officer= ambtenaar bij het boschwezen;Forest-walk= schaduwrijke wandelweg;Forester= houtvester, boschbewoner, boschwachter;Forestry= boschcultuur, boomkweeking.Forfeit,föfit, subst. het verbeurde, boete, pand; adj. verbeurd;Forfeitverb. verbeuren, verliezen:Tocry forfeits= de panden oproepen;They wereplaying (at) forfeits= waren aan het pandje-verbeuren;Forfeiture,föfitjə= verbeuring, verlies, boete.Forfex,föfeks, schaar.Forge,födž, subst. smidse, smidsvuur, smederij, werkplaats;Forgeverb. smeden, maken, uitvinden, verdichten, namaken, vervalschen, valschheid in geschrifte plegen, met kracht voortdrijven, langzaam en moeilijk voortbewegen, vooruitwerken:He forged his way home= kwam (ging) met moeite …;Forge-man= smids-meesterknecht;Forger= smid, vervalscher;Forgery= valschheid (in geschrifte), verdichting, verzinsel;Forgetive= vindingrijk.Forget,föget, vergeten, verwaarloozen:I forget= ik ben vergeten;I shall forget my own name next= zal mijn eigen naam nog vergeten;Toforget oneself= zich vergeten;Forget-me-not= vergeetmenietje;Forgetful= vergeetachtig, slordig; subst.Forgetfulness.Forgivable,fögivəb’l, vergeeflijk;Forgive,fögiv, vergeven, vergiffenis schenken, kwijtschelden, door de vingers zien; subst.Forgiveness;Forgiving= vergevingsgezind; subst.Forgivingness.Forgo,fögou, opgeven, laten varen, verliezen, inboeten.Forgot(ten),fögot(’n), imp. en p.p. vanforget.Fork,fök, subst. vork, gaffel, scheiding van een weg, etc., moeilijkheid, lastig geval, stemvork;Forkverb. met eene vork opheffen en aangeven, omspitten, scherpmaken, zich vertakken, stelen, kapen:You shallfork it over (out)first= je zult het eerst overgeven, eerst opdokken;Fork-head= gevorkte pijlspits;Fork-tail= naam voor visch met gevorkten staart;Forked= gevorkt, zigzag:Forked lightning= zigzag bliksemstralen;Forky= gevorkt.Forlorn,fölön, verlaten, hulpeloos, ongelukkig,[207]eenzaam; vervallen, vermagerd:Forlorn-hope= troep soldaten, die voor een uiterst gevaarlijken post zijn aangewezen; gevaarlijke post, wanhopig geval, laatste redmiddel;subst.Forlornness.Form,föm, (uiterlijke)vorm van iets, vorm (drukken), gedaante, stelsel, leest, model, formulier, gelijkheid, plichtpleging, schoolbank (zonder rugleun.), klasse (in school), leger (v. een haas), geschiktheid, goede figuur;Formverb. vormen, scheppen, oefenen, zich richten of vormen:To bebad form= onnet, ongepast;To bein good form= netjes, zooals het behoort;The horse was notin formto-day= niet “in conditie”;The prime minister wasin splendid oratorical form= des eersten ministers redenaarstalenten kwamen prachtig uit;Theywent through the form of dining= voor den vorm deden ze, alsof;Theyformed for a dance= zij traden aan om te dansen;Theyformed in front= zij plaatsten zich in de voorhoede in ’t gelid;Formal= vormelijk, precies, stellig, stijf, vol plichtplegingen, naar den vorm:His evidence wasof a formal order= zijne getuigenis betrof slechts feiten;Formalism= vormendienst;Formalist= vormelijk mensch, formalist;Formality,fömaliti, vormelijkheid; uiterlijke schijn; formaliteit;Formation= vorming, samenstelling of afleiding, formatie;Formative= vormend, niet tot den stam behoorend;Former= Schepper, vormer, vorm, model.

Flatter,flatə, vleien, overhalen, afvleien (out of), te gunstig voorstellen;Flatterer= vleier;Flattery= vleierij.

Flatulence, Flattercy,flatjulens(i), winderigheid, opgeblazenheid;Flatulent;Flatus,fleitəs=Flatulence.

Flaunt,flônt,flânt, opzichtig gekleed zijn, zich aanstellen, pronken met; wapperen, uitwaaien; ook subst.;Flaunty= pronkerig, opgedrild.

Flautist,flôtist, fluitist.

Flavour,fleivə, subst. geur, smaak;Flavourverb. smakelijk of geurig maken;Flavouring= geurtje, kruiderij;Flavourless= zonder geur of smaak.

Flaw,flô, scheur, spleet, gebrek, breuk, windvlaag;Flawverb. barsten, scheuren;Flawless= zonder gebreken, onberispelijk.

Flax,flaks, subst. vlas;Flax-comb= vlashekel;Flax-dressing= vlasbereiding;Flax-raiser= vlasverbouwer;Flax-seed= lijnzaad;Flaxen= van vlas, vlaskleurig, goudgeel:Flaxen-headed,Flaxen-haired;Flaxy= vlasachtig, vlaskleurig.

Flay,flei, villen, martelen;Flay-flint= vrek.

Flea,flî, vloo:Hecame awayfrom the raceswith a flea in his ear= hij kwam bekaaid van de wedrennen thuis;Heput a flea in my ear= maakte me ongerust;Isent him off with a flea in his ear= ik wees hem kort en scherp af, scheepte hem af;Heskins a flea for its hide= ziet op een cent;He sticks to it like a flea to a fleece= als eene vloo aan een wollen deken;Flea-bane= vlooienkruid;Flea-bite= vlooienpik, onbeduidende verwonding; bagatel;Flea-bitten= door vlooien gebeten, gespikkeld, met roode vlekken op lichten grond.

Fleam,flîm, vlijm, laatmes, lancet:Case of fleams= etui met laatmessen.

Fleance,flîəns.

Fleck,flek, subst. vlek, streep;Fleckverb. bespikkelen, met streepen bedekken.

Flection,flekš’n. ZieFlexion.

Fled,fled, imperf. vanto flee.

Fledge,fledž, vederen krijgen;Fledged= bevederd, kunnende vliegen;Fledg(e)ling,fledžliŋ, jonge vogel, die pas kan vliegen, melkmuil.

Flee,flî, vlieden, vluchten, vermijden.

Fleece,flîs, subst. vlies, vacht;Fleeceverb. scheren (van schapen), met een vlies of vacht bedekken, plukken, het vel over den neus halen, villen;Fleece-wool= wol van het levende schaap;Fleecy= wollig:Fleece clouds= schapewolkjes.

Fleer,flîə, subst. spot, bespotting;Fleerverb. spotten, grinniken.

Fleet,flît, subst. vloot, inham, baai:The Fleet= oude gevangenis voor gijzelaars (Londen); adj. snel, vlug;Fleetverb. heenvliegen, voorbijsnellen, afroomen;Fleet-dike= kade,[200]dijk;Fleet-footed= snelvoetig;Fleeting= snel voorbijgaand, vergankelijk;Fleetness= snelheid, vergankelijkheid.

Fleming,flemiŋ, Vlaming;Flemish,flemiš, subst. en adj. Vlaamsch(e taal), de Vlamingen:Flemish bricks= klinkersteenen.

Flesh,fleš, subst. vleesch, lichaam, de zondige mensch, dierlijke lusten, aardsch bestaan, geslacht, bloedverwanten;Fleshverb. met vleesch voeden, vleesch laten proeven, bevredigen, verzadigen, inwijden, gewennen, harden:I saw himin the animated flesh= in levenden lijve;An arm of flesh= menschelijke kracht of hulp;Flesh and blood= de menschelijke natuur;They are one flesh= zij zijn één;You aregathering flesh= gij wordt dik;That storymade my flesh creep (crawl)= ik kreeg kippenvel van dat verhaal;Flesh-clogged= log van dikte;Flesh-colour(ed) = vleeschkleur(ig);Flesh-diet= vleeschkost;Flesh-fly= vleeschvlieg;Flesh-meat= vleeschspijzen;Flesh-tint= vleeschkleur;Flesh-worm= made, trichine;Flesher= slager (Schot.);Fleshiness= vleezigheid;Fleshings= vleeschkleurig tricot;Fleshly= vleeschelijk, lichamelijk, zinnelijk, wereldsch:Fleshly minded= materialistisch;Fleshy= vleezig, dik, zwaar, grof.

Flew,flû, imperf. vanto fly.

Flex,fleks, (doen) buigen;Flexibility= buigzaamheid;Flexible= buigzaam, handelbaar, gedwee;Flexile= buigzaam;Flexion= (ver)buiging, bocht;Flexor= buigspier;Flexuose,fleksjuous,Flexuous,fleksjuəs, kronkelend, zigzag, flikkerend;Flexure,flekšə, buiging, bocht.

Flibbertigibbet,flibətidžibit, babbelaar(ster), booze geest.

Flick,flik, subst. tik;Flickverb. tikken, wegknippen, afkloppen.

Flicker,flikə, fladderen, kleppen (v. vleugels), flikkeren (v. eene vlam);Flicker-mouse, ZieFlittermouse.

Flier,flaiə, vlieger, vluchteling, snel paard; onrust, vliegwiel, rechte trap.

Flight,flait, vlucht, zwam:Flight of stairs= reeks van treden = gedeelte van eene hooge trap, die doorlandingsafgebroken wordt;The enemies wereput to flight= op de vlucht geslagen;Flightiness= vluchtigheid, enz.;Flighty= vluchtig, snel, grillig, wispelturig, onbetrouwbaar.

Flim-flam,flimflam, kuur, gril, poets.

Flimsiness,flimzinəs, dunheid, enz. enz.;Flimsy,flimzi, adj. dun, zwak, gering, nietig, onbeduidend, onvast; subst. dun papier, mailpapier, bankbiljet:A flimsy box= een los in elkaar getimmerde kist.

Flinch,flinš, terugdeinzen, aarzelen.

Flinder,flində, flentertje, stukje, splinter:Togo to flinders= in splinters gaan;Flinder-mouse. ZieFlittermouse.

Fling,fliŋ, slingeren, met kracht werpen, in ’t rond gooien, verspreiden, slaan, ijlen, snellen; subst. worp, gooi, spot, uitval, onbeteugelde pret, Schotsche dans:I wantto have a fling athim= ik moet er hem eens goed van geven;Tohave one’s fling= fuiven, veel uitgaan, pierewaaien;Young blood will have its fling= de jeugd moet uitrazen;Hehad his fling out= is uitgeraasd;We shallfling inour swords if necessary= bij in de schaal werpen;The hounds wereflung off the scent= van het spoor gebracht, het spoor bijster;Heflung out atme= beleedigde mij;We haveflung upthe business= hebben aan den kant gegooid, laten varen.

Flint,flint, subst. keisteen, vuursteen, iets buitengewoon hards, hardvochtigheid; adj. van steen gemaakt:He (flays) skins a flint= hij is buitengewoon gierig;Flint-age= steenen tijdperk;Flint-glass= flintglas;Flint-flake= steenen werktuig;Flint-lock= vuursteenslot (bij geweren);Flint-gun= ouderwetsche snaphaan;Flint-knapper (Flint-worker)= vuursteenmaker;Flint-stone= vuursteen;Flinty= steenachtig, hard, hardvochtig.

Flip,flip, tik; eierpunch;Flipverb. klappen, wegknippen met de vingers;Flip-flap, subst. geklepper, geklikklak:The clownturned somersaults and flip-flaps= buitelde en deed allerlei sprongen.

Flippant,flip’nt, onbezonnen, lichtzinnig, onbescheiden, achteloos:His wit isflippantly dull= hij is een vervelende zwetser;He isflippant on serious subjects= praat er maar op los als het ernstige onderwerpen betreft; subst.Flippancy.

Flipper,flipə, groote vin, poot (hand).

Flipperty-flopperty,flipətiflopəti, zich samenvouwend (als een slangenmensch of kunstenmaker). ZieTwisty-twirly.

Flirt,flɐ̂t, subst. ruk, zwaai; coquette; hofmaker;Flirtverb. snel heen en weer bewegen, werpen, fladderen, huppelen, ongedurig zijn, coquetteeren, spelen met:She flirted her fan elegantly;Heflirted the pellets of bread about= hij gooide de kogeltjes brood in ’t rond;Flirtation= coquetteeren =Flirting.

Flit,flit, fladderen, vliegen, heen en weer trekken, verhuizen;Flitter-mouse= vleermuis;Flitting= verhuizing;Flitty= vluchtig, onvast.

Flitch,flitš, zijde spek, gerookte en gezouten zijde van een varken.

Float,flout, subst. vlot, dobber, troffel;Floatverb. drijven, vlot zijn, vlotten, dobberen; laten drijven, vlot maken, overstroomen, aan den gang brengen (van eene zaak), bepleisteren:Let usfloat a company= oprichten;The ship was floated out of dock= werd uit het droogdok gelaten;The ensignfloats half-mast high= waait halfstok;Float-board= plank van een stoombootrad, schoep;Floatage= alles, wat drijvende gevonden wordt;Floated work= vlak pleisterwerk;Floating= drijvend, vlottend, loopend, onzeker:Floating-battery= drijvende batterij;Floating-bridge= schipbrug:Floating-capital= vlottend kapitaal;Floating-debt= vlottende schuld;Floating-dock= drijvend dok;Floating-light= lichtschip, lichtboei;Floating-pier= drijvend havenhoofd;Floating-rib= valsche (losse) rib;Floating-terms= koopvoorwaarden voor zeilende (stoomende) lading;Floating-wick= drijvend nachtpitje.

Floccilation,floksileiš’n, het plukken aan beddedekens door stervenden.[201]

Floccose,flokous,flokous, vlokkig;Flocculent,flokjulent, wollig, aan elkaar hangend;Floccus,flokəs, lange bos haar (aan den staart van koeien, b.v.).

Flock,flok, subst. kudde (schapen),vlucht, troep, vlok (haar of wol);Flockverb. zich in troepen vereenigen, samenstroomen;Flocks of chickens;Birds of a feather flock together= soort zoekt soort;Flock-bed= bed gevuld met vlokken grove wol of lappen;Flock-master= opzichter over kudden schapen;Flockmel= in kudden;Flocky= vlokkig.

Floe,flou, ijsveld.

Flog,flog, slaan, afranselen, geeselen:They wereflogging a dead horse= trokken aan een dood paard;Flogger= zweep.

Flood,flɐd, subst. vloed, zondvloed, overstrooming;Floodverb. overstroomen, onder water zetten:When thwartedhis personality rises in flood= komt hij in volle kracht uit;He swam theflooded stream= den hooggaanden stroom;They flooded the marketwith diamonds;Flood-gate= sluisdeur;Flood-mark= hoogwatertij;Flood-tide will soon make= de vloed komt weldra op.

Flook,flûk. ZieFluke.

Floor,flö, subst. vloer, verdieping, bodem, vlak, zittingszaal;Floorverb. bevloeren; neerslaan, tot zwijgen brengen, verslaan:Hetook the floor last= hij nam het laatst het woord;All the rooms areon a floor= gelijkvloers;That floored me= bracht mij tot zwijgen;The child was flooredby the nurse= neergezet (in zedel. zin);Tobe floored= zakken;He canfloor a paper for high-class honours= hij kan een schitterend examen ‘for honours’ doen;He hasfloored his problem= goed opgelost;The problem has floored him= was hem te machtig;Floor-cloth, subst. wasdoek voor vloerbedekking, linoleum;Floor-clothverb. een vloer met linoleum bedekken;Floor-plan= platte grond (van een gebouw;Amer.);Floor-timbers= onderbalken, waarop eene vloer rust;Flooring= het bevloeren, bevloersel, vloer, plaveisel;Floorless.

Flop,flop, subst. flap, klap;Flopverb. flappen, kleppen, neerslaan, neerploffen:Itcame flop down= het flapte neer;Their footsteps were very audible:pit-pat, floppety-flop= klep-klep.

Flora,flôrə, naam van de godin der bloemen, plantengroei van een land;Floral= bloemen betreffende;Floreated,flôrieitid, van bloemrijke versierselen voorzien;Florescence,flores’ns, bloeitijd of het bloeien (van eene plant);Floret,flôrət, bloempje, bloemdeeltje;Floriculture,flôrikɐltšə, bloemkweeking;Floriculturist;Florid,florid, bloeiend, bloemrijk, blozend, schitterend:Florid-faced= met frisch gelaat; subst.Floridness;Floriform,flôriföm, bloemvormig;Florist,florist, bloemkweeker, bloemenkoopman, bloemenkenner;Floroon,florûn, rand van bloemen.

Florence,flor’ns;Florentine,flor’nt(a)in, subst. een bewoner van Florence, Florentijn; adj. Florentijnsch.

Florida,floridə.

Florin,florin, oud stuk van 2 Sh.

Flory boat,floribout, bootje om passagiers van een stoomschip naar wal te brengen.

Floscule,floskjul, bloempje;Floscular,Flosculose,Flosculous= met pijpvormige bloempjes.

Floss,flos, floretzijde, wollige stof:Floss-thread= vlokzijde voor borduurwerk.

Flotant,flout’nt, wapperende;Flotation= het drijven, op touw zetten;Flotative= drijfbaar;Flotilla,flətilə, flotille, kleine vloot.

Flotsam,flots’m,Flotson,flots’n, goederen bij eene schipbreuk verloren, en op zee drijvende achtergelaten:Thejetsam and flotsamof literature= de niet-klassieke (tijdelijke) producten.

Flounce,flauns, subst. rukkende beweging der ledematen; strook;Flounceverb. spartelen, eene snelle beweging maken; van eene strook voorzien:Sheflounced out of the room= zij ging snel (en boos) de kamer uit;Flounced= met strooken.

Flounder,flaundə, bot; werktuig om leder te rekken;Flounderverb. worstelen, spartelen, rollen, sukkelen:Heflounderedin his speech= hakkelde, viel over zijne woorden.

Flour,flauə, subst. bloem (van meel,etc.);Flourverb. met fijn meel bestrooien, met bloem bedekt worden;Flour-dredge(r)= geperforeerd tinnen busje om bloem te strooien;Flour-mill= korenmolen;Floury= melig, met bloem v. meel bedekt.

Flourish,flɐriš, subst. praal, vertooning, krul, zwaaien (met een zwaard); overdreven versiering, fanfare;Flourishverb. gedijen, bloeien, toenemen, bloemrijke taal gebruiken, krullen maken, schallen, schetteren, borduren, zwaaien, versieren:Flourish of trumpets= trompetgeschal, praalzieke aankondiging;A flourished letter= krulletter.

Flout,flaut, subst. beleediging, spot;Floutverb. (be)spotten, beleedigen, verachtelijk behandelen.

Flow,flou, subst. vloed, stroom, overvloed, vaardigheid (van spreken), drijfzand;Flowverb. vloeien, loopen, stroomen, opkomen, uitstroomen, smelten, overstroomen, fladderen, wijd afhangen:Hisflow of spiritsis something wonderful= zijne voortdurende opgewektheid;We stopped theflow of his words= zijn woordenvloed;It flows in uponus= het wordt voor ons hoorbaar;Flowing= vloeiend, overvloedig, fladderend, wijd.

Flower,flauə, subst. bloem, bloesem, keur, redefiguur, bloei (der jaren);Flowerverb. bloeien, in den bloei der jaren zijn, met bloemen versieren;Flower-de-lis (luce)= zwaardlelie;Flower-gentle= amarant;Flower-head= bloemkroon;Flower-show= bloemententoonstelling;Flower-soft= teeder, buitengewoon zacht;Flower-stalk= bloemstengel;Flowered= met bloemen versierd, bloemen dragend;Floweret= bloempje;Flowerless;Flowery= bloemrijk, figuurlijk:The flowery land= China;Flowery-kirtled= met guirlandes van bloemen versierd.

Flown,floun, part. perf. vanto fly.

Fluctuate,flɐktjueit, golven, weifelen, aarzelen,[202]op en neer gaan; subst.Fluctuation.

Flue,flû, schoorsteenpijp, vlampijp (stoomketel); zacht dons of bont, pluisjes;Flue-work= orgelpijpen met lippen; verkorting vanInfluenza(ookFlu).

Fluellen,fluel’n.

Fluency,flûənsi, vloeibaarheid, vaardigheid, welbespraaktheid;Fluent= vloeibaar, welbespraakt, praatziek.

Fluff,flɐf, licht dons, zacht wollig goed;Fluffverb. uitspreiden als veeren:Tofluff outa fringe= uit-, en opkammen;Fluffiness, subst. v.Fluffy= donsachtig, met dons of vederen, in de vederen gedoken, zacht.

Fluid,flûid, subst. vloeistof; adj. vloeibaar, gasvormig;Fluidness=Fluidity.

Fluke,flûk, zuigworm; bot; soort v. aardappel, ankerklauw, meevallertje, beest (op ’t biljart):I scored one by a fluke= ik kreeg een punt door een toeval of beest (in het spel);Fluky= gelukkig:Aflukystroke= een beest.

Flume,flûm, bergbeek, waterloop.

Flummery,flɐməri, meelpap; onzin.

Flummox, Flummux,flɐməks, in de war brengen; mislukken (Amer.).

Flung,flɐŋ, imperf. en part. perf. vanto fling.

Flunk,flɐŋk, subst. luilak, slechte uitslag, fout;Flunkverb. missen (in eene les, b.v.), zich terugtrekken, zich er uit draaien.

Flunk(e)y,flɐŋki, lakei, mosterdjongen (scherts.), lage vleier; onervaren beursspeculant (Amer.);He has aFlunkeyfied pronunciation= als een lakei;Flunkeydom;Flunkeyism.

Fluor,flûə,Fluorite,fluərait, vloeispaath.

Flurry,flɐri, subst. drukte, verwarring, gejaagdheid, bui (Flurry of wind), lichte bries, doodstrijd (van een walvisch);Flurryverb. in de war brengen, doen ontstellen, verbijsteren.

Flush,flɐš, subst. blos, gloed, aandrift, schok, opgeschrikte vlucht vogels, overvloed, moeras; adj. frisch, krachtig, overvloedig, effen, vlak;Flushverb. blozen, opwinden, opjagen, doen blozen, kleuren, reinigen (door een waterstroom):He isn’tflush of moneyjust now= niet goed by kas;You will hardlyget flushed overthat work= in extase geraken;Flushdeck= doorloopend dek;Flushness= frischheid, overvloed.

Flushing,flɐšiŋ, Vlissingen.

Fluster,flɐstə, subst. opwinding, verwarring;Flusterverb. door drank verhitten en opgezet maken, verwarren; subst.Flustration.

Flute,flût, subst. lang en dun broodje; fluitschip; groef, plooi; fluit;Fluteverb. fluiten, op de fluit spelen, groeven maken, plooien;German flute= dwarsfluit;Armed in flute= slechts voor een deel bewapend (schip);Fluted= met groeven;Flutina,flûtînə, soort van harmonica;Flutist= fluitist.

Flutter,flɐtə, subst. trilling, ongeregelde polsslag, opgewondenheid, ongerustheid, ontsteltenis, wanorde;Flutterverb. fladderen, zweven, trillen, druk zijn, weifelen, beuzelen; in verlegenheid of verwarring brengen, snel heen en weer bewegen:Itput me in a flutter= maakte me gejaagd;A fluttered bird= gejaagde.

Fluvial,fl(j)ûvj’l,Fluviatic,fl(j)ûviatik,Fluviatile,fl(j)ûvjətil, tot eene rivier behoorend, in de rivier levende.

Flux,flɐks, subst. vloed, stroom, omloop, samenloop, wisseling, samensmelting;Fluxverb. smelten, zuiveren, purgeeren:Flux and reflux= vloed en ebbe;Fluxibility= veranderlijkheid, smeltbaarheid;Fluxible= smeltbaar;Fluxion= vloeiing, samensmelting; fluxie:Method of fluxions= integr. en different. rekening; adj.Fluxional=Fluxionary.

Fly,flai, subst. vlieg, mug, kunstvlieg, vliegwiel, onrust, schietspoel (bij het weven), breed deel van een windwijzer, vlag, rijtuig voor één paard, huurrijtuig;Flyverb. vliegen, snellen, opvliegen, heensnellen, zich snel verspreiden, springen, wapperen, verschieten, oplaten, voeren, vliegen over, ontvluchten; adj. glad, bij de hand:As drunk as a fly= zoo dronken als een tol;There is a fly in the honey= roet in de brij;I don’t care a fly= ik geef er geen zier om;When Ibecame fly to it,I was disgusted= toen ik het snapte, er lucht van kreeg, walgde ik ervan:Tolet fly= aanvallen, afschieten, slingeren, er op slaan, vieren, losgooien, loslaten;Heflew atme suddenly= hij vloog plotseling op mij aan;Heflew in the face ofeverything and everybody= hij beleedigde en trotseerde ieder en alles;Tofly into a passion= driftig worden;Heflew out atme= hij voer tegen mij uit;Tofly the garter= een soort bokspringen;Shall wefly our kite= onzen vlieger oplaten; geld trachten los te krijgen?Fly-bitten= door muggen gebeten; door vliegendrek bedorven;Fly-boat= vlieboot, snelle passagiersboot in vaarten, platboomd vaartuig;Fly-blow, subst. vliegenei;Fly-blowverb. eieren leggen in (vleesch, b.v.);Fly-blown= bedorven, stinkend, vuil, schunnig, met vliegendrek;Fly-catcher= zonnedauw, vliegenvanger; gaper;Fly-cage= soort vliegenvanger;Fly-clapper=Fly-flap;Fly-clip= blad (reep) uit eenFly-book;Fly-fishing= hengelen (met kunstvlieg en als aas);Fly-flap= vliegendooder;Fly-leaf= schutblad, strooibiljet;Flyman= koetsier van eenfly;Fly-powder= insectenpoeder;Fly-speck= vliegenspatje;Fly-trap= vliegenvanger (ook de plant):Fly-wheel= vliegwiel;Flyer,flaiə(ZieFlier);Flying, subst. het vliegen; adj. vliegend:Flying-army(squadron,party) = vliegend leger (escader, afdeeling);Flying-artillery= rijdende artillerie;Flying-bridge= ponton, gierbrug;Flying colours:They entered the townwith flying colours= triomfantelijk (met vliegende vaandels);Flying-dragon= vliegende draak =Flying-lizard;Flying-pinion= onrust van eene klok;Flying-post-office= postwagen (in een trein).

Foal,foul, subst. veulen;Foalverb. een veulen werpen:To be in foal= drachtig;Foal-teeth= melktanden (v. eenfoal).

Foam,foum, subst. schuim;Foamverb. (doen) schuimen:Hefoamed at the mouth= schuimbekte van woede;Foam-crested=[203]met schuim bedekt;Foamy= schuimend.

Fob,fob, horlogezakje (in de broek);Fobverb. beetnemen:They werefobbed off witha front attic= afgescheept;Tofob off on= aansmeren.

Focal,fouk’l, van een brandpunt:Focal-distance= brandpuntsafstand.

Focus,foukəs, subst. middelpunt, brandpunt;Focusverb. naar een brandpunt richten, tot brandpunt maken, samenkomen, stellen (v. eencamera):He fixed andfocussedthe girls= fixeerde erg;Hefocussedthe palace= richtte zijn kijker op;How shall hefocus all the light of his learningin one work= in één werk samenvatten, vereenigen?

Fodder,fodə, subst. veevoeder (als hooi; onderscheiden van pasture =groenveevoeder);Fodderverb. voederen.

Foe,fou, subst. (persoonlijke) vijand, tegenstander =Foeman.

Foetid, ZieFetid.

Fog,fog, subst. zware mist, verwarring, verlegenheid, grof gras, etgroen; adj. dik, mollig;Fogverb. in verlegenheid (in de war) brengen of zijn; het nagras afweiden:I am allin a fog= ik ben er verlegen mee, het is me niet duidelijk;I amfogged=In a fog;Fog-bank= zware mistbank;Fog-dog= heldere plek in eeneFog-bank;Fog-horn= misthoorn;Fog-ring= zwarte mistkring;Fogginess= mistigheid;Foggy= mistig; vol gras, mosachtig.

Fog(e)y,fougi, ouderwetsch, excentriek persoon.

Foh,fou, bah!

Foible,fôib’l, zwakke zijde, zwak punt.

Foil,fôil, subst. foeliesel (achter een spiegel), dun metaalblad onder juweelen, om deze beter te doen uitkomen; wat iets voordeelig doet uitkomen; loofwerk, onverwachte teleurstelling, schermdegen, spoor van gejaagd wild;Foilverb. overwinnen, teleurstellen, verijdelen:The one wasa foil tothe other= ze deden elkanders voortreffelijkheid uitkomen =They wereset off by a foil;Foil-stone= valsche steen;Foiler= verijdelaar;Foiling= spoor van een hert op gras.

Foison,fôiz’n, overvloed, kracht, hitte, sap, vochtigheid.

Foist,fôist, onderschuiven, voor echt laten doorgaan:A foisted up affair= zwendel.

Fo’ks’le,fouks’l. ZieForecastle.

Fold,fould, subst. schaapskooi, kudde, de Geloovigen, het vouwen, vouw; -voudig (in samenstellingen);Foldverb. opsluiten (in eene kooi), vouwen, sluiten (van handen):All the leaves in your book arefolded down= hebben ezelsooren;He wasreceived within the fold of the church= in den schoot der kerk opgenomen;Folder= vouwbeen, vouwer;A pair of folders= lorgnet;Folding= het opsluiten, de schaapskooi, het vouwen:Folding-chair= vouwstoel;Folding-doors= vleugeldeuren;Folding-net= slagnet;Folding-screen= vouwscherm;Folding-stool= klapstoel;Folding-table= klaptafel.

Foliaceous,fouljeišəs, bladervormig, bladerig;Foliage,fouljidž, subst. gebladerte, bladerwerk, loofwerk;Foliageverb. met loofwerk versieren;Foliaged= met loofwerk versierd;Foliated,fouljeitid, verfoelied, gebladerd, met loofwerk versierd;Foliation,foulieiš’n, metaalpletting, het verfoeliën, het van loofwerk voorzien;Folio,fouljou, subst. doorloopende pagineering, folio, pagina, copie, 72 woorden in wettelijke stukken, 90 in parlementsstukken; adj. van foliogrootte (4 bladzijden in een vel);Folioverb. folieeren;Folious,fouliəs, dicht met bladeren bezet, bladeren hebbende, met bloemen vermengd.

Folk,fouk, subst. luitjes, volk: adj. tot het volk behoorend, overgeleverd:How arethe old folk(s)= hoe gaat het met de oudjes;Folklore= het bijgeloof en de overleveringen van een volk, de studie daarvan;Folk-medicine= huismiddeltjes;Folk-mote= volksvergadering;Folk-rede= mondelinge overleveringen (v. bijgeloof etc.);Folkright= gewoonterecht;Folk-song= volkslied, populair lied;Folk-tale= volksmythe;Folklorist,fouklörist,fouklörist, kenner of beoefenaar vanfolklore.

Follicle,folik’l, zaadhuisje, klier; adj.Follicular,Folliculous.

Follow,folou, volgen, nazetten, tot het gevolg behooren, nagaan, de party kiezen van, voortkomen, opletten, gehoorzamen, een beroep uitoefenen:Something better was to follow= het zou nog beter worden;It does not followthat he is idle= daaruit volgt niet;We followed (acted upon) certain lines= gingen volgens een bepaald plan te werk;Do you follow me?= begrijpt gij mij?Hefollows his pleasure= jaagt zijn genoegen na;Tofollow suit= kleur bekennen, navolgen;Tofollow the trade ofa blacksmith= uitoefenen;Hefollowed outhis principles= handelde geheel volgens zijne beginselen;If you want tofollow her up,you must know where she lives= werk maken van;This workfollows closely uponhistory= dit werk volgt de geschiedenis op den voet;Follower= volgeling, volger, leerling, dienaar, vrijer:No followers allowed(in advertenties) = geen vrijers in de keuken;Afollowing breeze, sea, wind= van achteren inkomend;He hasa following of rich friends= hij heeft een aanhang van rijke vrienden.

Folly,foli, dwaasheid, domheid, verdorvenheid.

Foment,fəment, voeden, kweeken, warm betten, aanmoedigen, aanhitsen; subst.Fomentation;Fomenter= opruier, aanstichter.

Fond,fond, dwaas, onwijs, al te teeder of lief, toegevend, verzot op, gek met:She isfond ofher children= gek met haar kinderen;Fondle= liefkoozen, streelen, vertroetelen; lief doen;That isher fondling= hartje, lieveling;Fondness= teederheid.

Font,font, doopvont; letterpolis, gietcedel; adj.Fontal.

Fontanel(le),fontənel,fontənel, open plek in een zuigelingsschedel; seton, etterdracht.

Food,fûd, voedsel, spijs, voeder:One man’s food is another man’s poison= den een z’n dood is den ander z’n brood;[204]A daily food= almanak met teksten voor iederen dag van het jaar;Foods= voedingsstoffen =Food-stuffs.

Fool,fûl, subst. dwaas, malle vent, zot, zondaar (bijbelsch), kruisbessenvlade, slachtoffer;Foolverb. voor den gek houden, bedriegen, teleurstellen, bespotten:Abbot of fools= hoofdleider der dwaasheden in de vroegere kerstfeestviering;Feast of fools= oud feest op Nieuwjaarsdag;That’s a fool to it= haalt er niet bij;He hasmade a fool ofme= hij heeft me voor den gek gehouden, belachelijk gemaakt;Let himplay the fool= laat hem voor dwaas of grappenmaker spelen;Don’tfool awayyour time= verbeuzel uw tijd niet;Fool’s-errand= vruchteloos onderzoek:He isout on a fool’s-errand= hij jaagt het onverkrijgbare na;Fool’s-paradise= blijdschap met eene doode musch:Helives in a fool’s-paradise= hij leeft gedachteloos voort, belooft zich zelf gouden bergen;Foolhardiness, subst. v.Foolhardy= roekeloos, domdriest;Fools-cap= narrenkap; soort v. papier, omdat dit formaat oorspronkelijk het watermerk van eene narrenkap had;Foolery= dwaasheid, dolheid;Fooling, subst. malligheid, grappigheid; adj. voor gek spelend;Foolish= dwaas, simpel, mal, belachelijk, beschaamd; zondig (veroud.); subst.Foolishness.

Foot,fut, subst. voet (12inches), maat, versvoet, het wandelen, korte afstand, voetvolk;Footverb. loopen, dansen, betreden, (be)wandelen, een voet aanbreien, voorschoen aanzetten, opsporen, met den poot of de klauw pakken, optellen en daaronder de som opschrijven:Foots= bezinksel;Foot by foot;Sure of foot;On foot= te voet, gaande, op touw;At a foot’s pace= stapvoets;Toput one’s best foot forward= zijn beste beentje voorzetten;Toput one’s foot in= zich compromitteeren; zijn mond voorbij praten;Toput down one’s foot= zich met kracht verzetten tegen;Heshook the dust of his country from his feet= verliet zijn land;I neverset foot inAmerica= heb nooit een voet gezet;Who willset the business on foot= aan den gang brengen, op touw zetten?Totake the measure of a person’s foot= iemand doorgronden;Tofoot it= loopen;These stockingsmust be footed= er moeten nieuwe voeten aan deze kousen gebreid worden;The billwas footed= de rekening werd betaald (Am.);Foot-and-mouth disease= mond- en klauwzeer;Foot-band= troep infanterie;Foot-ball= voetbal, met leer omgeven gummibal, gebruikt bij het spel van dezen naam;Foot-barracks= infanteriekazerne;Foot-board= treeplank, voeteneind;Foot-boy= loopjongen, livreiknechtje;Foot-bridge= brug voor voetgangers;Footfall= (hoorbare) voetstap;Foot-guard= voetbekleeding (bij paard);Foot-guards= lijfwacht te voet (Grenadier,ColdstreamenScots guards);Foot-hold= steun voor den voet, vaste positie, vestiging;Foot-iron= voetboei, rijtuigtrede;Foot-licker= lage vleier;Foot-lights:He wasbefore the foot-lights= voor het voetlicht;Footman= voetknecht, livreiknecht;Foot-mark= voetspoor, indruk van den voet;Foot-muff= voetenzak;Foot-note= aanteekening onder aan de bladzijde;Footpace= wandelpas; verhoogde vloer;Footpad= struikroover;Foot-passenger= reiziger te voet, wandelaar;Foot-path= voetpad;Foot-plate= staanplaats op een locomotief;Foot-post= voetbode;Foot-pound= voetpond;Foot-print= indruk van den voet;Foot-race= wedloop;Foot-rest= voetbankje; bok;Foot-rot= rotziekte bij schapen;Foot-rule= duimstok (30 c.M. lang);Foot-scraper= voetenkrabber;Foot-shackles= voetboeien;Foot-soldier= infanterist;Foot-sore= met pijnlijke (zeere) voeten;Foot-stall= vrouwenstijgbeugel; onderstuk van eene zuil;Footstep= voetstap:Follow his footsteps= druk zijne voetstappen, volg zijn voorbeeld;Foot-stool= voetbankje;Foot-stove,Foot-warmer= (warm water)-stoof;Footway= voetpad, ladder om in de mijnen af te dalen;Foot-worn= met pijnlijke (zeere) voeten;Footed= voetig;Footer= voetbal:A six-footer= iemand van 6 voet;Footing= steunsel voor den voet, vaste positie, opstelling:Hemissed his footing= stapte mis;It is difficultto get a firm footingthere= om daar vasten voet te krijgen;He hasto pay his footing= hij moet zijne entrée betalen (van een werkman, die voor het eerst zijn beroep aanvaardt);First footingis a New-Year’s custom in Scotland; the person who first enters the house is calledits first foot;Footy= waardeloos, onbeduidend:This sugar is veryfooty= deze suiker is onzuiver;They arelittle footy falderals= kleine niets beduidende prullen.

Footle,fût’l, subst. prullewerk; adj. prullerig;Footleverb. knoeien, onzin doen.

Foozle,fûz’l, vervelende, malle gek;Foozleverb. knoeien;Foozlified= dronken.

Fop,fop, modegek;Foppery= kwasterij, ijdelheid (in kleederen of vormen); adj.Foppish.

For,fö, prep, voor, gedurende, om, wegens, ten behoeve van, met het oog op, met bestemming naar, vergeleken met, niettegenstaande:I have done itfor the best= uit bestwil;You have taken each otherfor better for worse= elkaar gehuwd, wat er ook mocht gebeuren;For convenience’ sake= gemakshalve;For example(=For instance) = bij voorbeeld;Eye for eye and tooth for tooth= oog om oog en tand om tand;For fear of= uit vrees van;For good and all(Once for all) = eens vooral;A man can livefor much less= van veel minder;He won’t sleepfor long= lang;Do itfor my sake= om mijnentwil;A housefor sale= te koop;For shame= schaam je;I shall take thisfor want of better= bij gebrek aan beter;He is a noble characterfor all that= hij is toch (niettegenstaande al wat er gezegd is, b.v.) een edele kerel;You must do itfor all the world= wat de wereld er ook van zegge;That’s itfor all the world= juist, zoo is het;She didn’t listenfor all she held her tongue= al hield ze ook haar mond;For all you know= zoo goed (gauw) als[205]je kunt;For as much asI can say= voor zoover ik weet;For the matter of that= wat dat betreft:For one thing,I don’t know your name= in de eerste plaats;For oughtI see= voor zoover ik zien kan, als ik het wel heb;He was at homefor a wonder= verwonderlijk genoeg was hij thuis;I am to blame forit= ik alléén draag daarvan de schuld;Tobe sorry for= spijt hebben over;I do notcare forhim= geef niet om hem;Ifelt uneasy forhim= was ongerust over hem;Togo in foran examination, a place= zich aanmelden voor, opgaan voor, dingen naar;Wesailed forthe Indies= zeilden naar Indië;I havetaken you formy model= ik heb u ter navolging gekozen;Iwaited forhim to resume his story= ik wachte er op, dat hij … zou hervatten;Now for it= nu er op los, nu begint het;Oh for a horse= ach, had ik maar een paard;I for one= wat mij betreft;But for mehe would be unhappy= zonder mij;It is not for youto say so= het past u niet zulks te zeggen;I could not for the life of mehelp saying it= ik moest het wel zeggen.

For,fö, conj. want, daar, in aanmerking nemende dat.

Forage,foridž, subst. voeder, fourage, veevoeder;Forageverb. fourageeren, uitplunderen door requireeren van fourage;Forage-cap(Foraging-cap) = politiemuts (van soldaten);Forage-contractor= aannemer van het voedsel der cavaleriepaarden;Forager= fourageur.

Foraminated,fəramin(e)itid, met kleine gaatjes doorboord;Foraminous,fəraminəs, vol kleine gaatjes.

Foray,forei,fərei, subst. rooftocht, buit;Forayverb. plunderen, verwoesten.

Forbear,föbêə, nalaten, zich onthouden van, dulden, verdragen;Forbearance= onthouding, geduld, zelfbeheersching, verdraagzaamheid, duldzaamheid:Forbearance is no acquittance= uitstel is geen afstel;Forbearingly= lijdzaam.

Forbear(s),föbêə(z),föbîəz, voorouder(s), voorzaten, nazaten.

Forbes,föbz.

Forbid,föbid, verbieden, ontzeggen, weigeren (toegang, b.v.), een verbod uitvaardigen:God, Heaven forbid= dat verhoede God, de Hemel!Forbidden fruit= verboden vrucht (Bijbel);Forbidding= onaangenaam, terugstootend:Those areforbidding subjects= onaangename onderwerpen.

Forbore,föbö,Forborn,föbön, imperf. en part. perf. vanto forbear.

Force,fös, subst. kracht, geweld, dwang, noodzaak, beteekenis, wettigheid, strijdmacht (ook dikwijlsForces);Forceverb. dwingen, noodzaken, overweldigen, verkrachten, forceeren, trekken:By mere force of habit= uit louter kracht der gewoonte;Conservation of force= krachtsbesparing;Correlation of force= krachtsverhouding;External forces= van buiten werkende krachten;Land forces;Marine forces;Moral force= zedelijke kracht;Natural forces= natuurkrachten;Physical force= natuurlijk vermogen;By main force= met geweld;The scouts reported that they had discovered the enemyin force= in grooten getale; Tobe of force= van kracht;The law willcome into force (be enforced)very soon= de wet zal spoedig tot uitvoering komen;That mustfollow of force= dat moet er noodzakelijk uit voortvloeien;I discovered where his force lay= wat zijn “fort” was;Toforce along= voortdrijven, meeslepen;Toforce back= terugdrijven;Toforce down the throat= doen slikken;His sword wasforced fromhis hand= aan zijne hand ontwrongen;Heforcedthat wordinto a new meaning= gaf eene gedwongen nieuwe beteekenis aan;Heforcesa passage of Macaulayinto his service= hij sleept er eene passage van M. (als eene bewijsplaats) bij de haren bij;They wereforced out= met geweld verjaagd;The ministersforced the queen’s hand= dwongen … zoo te handelen;Force-meat= gehakt (en sterk gekruid) vleesch;Force-pump= perspomp;Forced= gedwongen, gekunsteld; getrokken; subst.Forcedness;Forceful= krachtig;Forceless= krachteloos.

Forceps,föseps, tang voor chirurgen (dentisten).

Forcible,fösib’l, krachtig, gewelddadig, hevig, onstuimig, indrukwekkend:Forcible entry and detainer= gewelddadige inbezitneming (Jur.);Forcible-feeble, subst. iemand, die een schijn van kracht ontwikkelt; adj. gemaakt of slechts schijnbaar krachtig; subst.Forcibleness.

Forcing,fösiŋ;Forcing-house= broeikas;Forcing-pump= perspomp.

Forcipitate(d),fösipiteit(id), tang- of schaarvormig.

Ford,föd, subst. doorwaadbare plaats (v. eene rivier), stroom;Fordverb. doorwaden;Fordable= doorwaadbaar.

For(e)do,födû, verwoesten, vernietigen, overwinnen, uitputten.

Fordyce,fədais.

Fore,fö,adj. vooraan, voor, vooraf; adv. vooraan:To the fore= naar voren toe, gereed, aanwezig, nog levend;Hecame to the fore= kreeg naam;Heis well to the fore= hij heeft veel naam;Fore and aft= de geheele lengte v. het schip;Forearm, subst. voorarm;Forearm,fô-âm, vooraf wapenen;Forewarned, forearmed= eenmaal gewaarschuwd maakt dubbel voorzichtig;Forebode,föboud, voorspellen, een voorgevoel hebben van;Foreboding= voorgevoel;Fore-brace,Fore-bits= betingen der fokkebrassen;Fore-bow= zadelknop;Fore-cabin= voorkajuit;Forecast= voorspelling, voorziening:The weatherforecast= weervoorspelling;Forecast,fökâst, voorspellen, vooraf berekenen, ontwerpen;Forecastle,fouks’l, bak (op een schip tusschen den voormast en den boeg);Foreclose,föklouz, tegenhouden:To foreclose a mortgager= een hypothecair schuldenaar het recht op terugverkrijging van zijne bezittingen ontnemen;Foreclosure= ontneming van dit recht;Foredoom,födûm, veroordeelen, doemen:The attack wasforedoomed tofailure;Foreelder=[206]voorouder;Fore-end= eerste gedeelte;Forefather= voorvader:Forefathers’-Day= 21 December, toen dePilgrim Fathersin Amerika landden (1620);Forefend,föfend, verbieden, afwenden, afweren;Forefinger= voorvinger;Forefoot= voorpoot;Forefront= voorste deel;Forego,fögou, afstand doen, afzien van, zich ontzeggen:That isa foregone conclusion= dat is eene uitgemaakte zaak, spreekt vanzelf;Foregoing= voorafgaande;Foreground= voorgrond;Foregather,fögadhə, samenkomen;Forehand, subst. vóórhand, voorkeur; adj. naar voren, anticipeerend;Forehead,föhedofforəd, voorhoofd;Forehold= voorste gedeelte van het scheepsruim;Fore-horse= voorste paard van een span;Forejudge,födžɐdž, eene klacht afwijzen wegens niet verschijnen van den klager;Foreknow,fönou, vooraf weten;Foreknowledge,fönolidž, het vooruitweten;Foreland= landtong, kaap; ruimte tusschen vestingmuur en gracht;Foreleg= voorpoot;Forelock= voorlok, voorhaar; stift, pin:I willtake time by the forelock= ik zal de eerste de beste gelegenheid aangrijpen;Foreman= eerste, eerstaanwezende, woordvoerder (van eene jury), meesterknecht, hoofdconducteur;Foremast= fokkemast;Foremast-man= gewoon matroos;Fore-mentioned,fömenš’nd, voormeld;Foremost= voorste, eerste, voorop;Forename= vóórnaam;Forenamed= voornoemd;Forenoon,fönûn,fönûn, vóórmiddag;Foreordain,fôrödein, voorbeschikken (Bijbel);Foreordination,fôrödineiš’n, voorbeschikking;Forepart= voorste deel;Forepast,Forepassed,föpâst, voorbij, verleden;Fore-peak= hel (scheepst.);Fore-rank= voorste rij of gelid, voorkant,Forereach,förîtš, winnen op (bij het zeilen, etc.);Forereading= voorafgaande doorlezing;Forerun,förɐn, voorafgaan, aankondigen, een voorbode zijn;Forerunner,förɐnə,förɐnə, voorbode, voorlooper;Foresail= fokkezeil;Foresee,fösî, voorzien, vooraf weten;Foreseeable consequences= te voorziene gevolgen;Foreshadow,föšadou, voorbeduiden; subst. voorbeduidsel;Fore-sheet= fokkeschoot;Fore-sheets= voorplecht;Foreshore= het gedeelte kust tusschen eb en vloed;Fore-shorten,föšöt’n, in de verkorting teekenen (perspectief);Foreshow,föšou, voorspellen, voorzeggen, verkondigen;Foreside= voorzijde;Foresight= het vooruitzien, overleg;Foreskin= vóórhuid;Foresleeve= vóórmouw;Forestall,föstôl, vooruitloopen op, berooven, verstoppen:Youforestall lifewith your talk= gij neemt door uw gepraat al het aangename en belangwekkende van het leven weg;Heforestalled the market= hij joeg den prijs der goederen op door opkooping en het verspreiden van valsche geruchten, etc. en beheerschte de markt daardoor;Theyforestall my wishes= raden vooruit;Foretaste= subst. voorsmaak;Foretasteverb.föteist, een voorsmaak hebben van;Foretell,fötel, voorspellen, voorzeggen;Forethought= subst. voorbedachtheid, voorzorg; adj. voorbedacht, vooraf beraamd;Fore-tooth= vóór- of snijtand;Foretop= vóórmars;Forewarn,föwön, vooraf waarschuwen of kennis geven (ZieForearm);Forewind= gunstige wind;Forewoman= vrouwelijke opzichter; hoofd van eene modezaak;Foreword(s)= voorrede, inleiding.

Foreign,forin, buitenlandsch, vreemd, vreemd aan (to, from):Foreign affairs= buitenlandsche zaken;Foreign attachment= beslaglegging op het eigendom van een buitenlander in Engeland:Foreign news= buitenlandsch nieuws;Foreign Office= ministerie van Buitenl. zaken;Foreign Secretary= minister van B.Z.;Foreign trade;This is foreign to our business= is vreemd aan, staat buiten, heeft niet te maken;Foreign-built= in ’t buitenland gebouwd;Foreigner= vreemdeling.

Forensic(al),fərensik(’l), gerechtelijk;Forensic-medicine= gerechtelijke geneeskunde.

Forest,forəst, subst. woud, bosch, koninklijk jachtveld;Forestverb. in een bosch veranderen, met boomen beplanten; adj. boschachtig, landelijk;Forest-fly= luisvlieg (bij paarden);Forest-laws= boschwetten;Forest-officer= ambtenaar bij het boschwezen;Forest-walk= schaduwrijke wandelweg;Forester= houtvester, boschbewoner, boschwachter;Forestry= boschcultuur, boomkweeking.

Forfeit,föfit, subst. het verbeurde, boete, pand; adj. verbeurd;Forfeitverb. verbeuren, verliezen:Tocry forfeits= de panden oproepen;They wereplaying (at) forfeits= waren aan het pandje-verbeuren;Forfeiture,föfitjə= verbeuring, verlies, boete.

Forfex,föfeks, schaar.

Forge,födž, subst. smidse, smidsvuur, smederij, werkplaats;Forgeverb. smeden, maken, uitvinden, verdichten, namaken, vervalschen, valschheid in geschrifte plegen, met kracht voortdrijven, langzaam en moeilijk voortbewegen, vooruitwerken:He forged his way home= kwam (ging) met moeite …;Forge-man= smids-meesterknecht;Forger= smid, vervalscher;Forgery= valschheid (in geschrifte), verdichting, verzinsel;Forgetive= vindingrijk.

Forget,föget, vergeten, verwaarloozen:I forget= ik ben vergeten;I shall forget my own name next= zal mijn eigen naam nog vergeten;Toforget oneself= zich vergeten;Forget-me-not= vergeetmenietje;Forgetful= vergeetachtig, slordig; subst.Forgetfulness.

Forgivable,fögivəb’l, vergeeflijk;Forgive,fögiv, vergeven, vergiffenis schenken, kwijtschelden, door de vingers zien; subst.Forgiveness;Forgiving= vergevingsgezind; subst.Forgivingness.

Forgo,fögou, opgeven, laten varen, verliezen, inboeten.

Forgot(ten),fögot(’n), imp. en p.p. vanforget.

Fork,fök, subst. vork, gaffel, scheiding van een weg, etc., moeilijkheid, lastig geval, stemvork;Forkverb. met eene vork opheffen en aangeven, omspitten, scherpmaken, zich vertakken, stelen, kapen:You shallfork it over (out)first= je zult het eerst overgeven, eerst opdokken;Fork-head= gevorkte pijlspits;Fork-tail= naam voor visch met gevorkten staart;Forked= gevorkt, zigzag:Forked lightning= zigzag bliksemstralen;Forky= gevorkt.

Forlorn,fölön, verlaten, hulpeloos, ongelukkig,[207]eenzaam; vervallen, vermagerd:Forlorn-hope= troep soldaten, die voor een uiterst gevaarlijken post zijn aangewezen; gevaarlijke post, wanhopig geval, laatste redmiddel;subst.Forlornness.

Form,föm, (uiterlijke)vorm van iets, vorm (drukken), gedaante, stelsel, leest, model, formulier, gelijkheid, plichtpleging, schoolbank (zonder rugleun.), klasse (in school), leger (v. een haas), geschiktheid, goede figuur;Formverb. vormen, scheppen, oefenen, zich richten of vormen:To bebad form= onnet, ongepast;To bein good form= netjes, zooals het behoort;The horse was notin formto-day= niet “in conditie”;The prime minister wasin splendid oratorical form= des eersten ministers redenaarstalenten kwamen prachtig uit;Theywent through the form of dining= voor den vorm deden ze, alsof;Theyformed for a dance= zij traden aan om te dansen;Theyformed in front= zij plaatsten zich in de voorhoede in ’t gelid;Formal= vormelijk, precies, stellig, stijf, vol plichtplegingen, naar den vorm:His evidence wasof a formal order= zijne getuigenis betrof slechts feiten;Formalism= vormendienst;Formalist= vormelijk mensch, formalist;Formality,fömaliti, vormelijkheid; uiterlijke schijn; formaliteit;Formation= vorming, samenstelling of afleiding, formatie;Formative= vormend, niet tot den stam behoorend;Former= Schepper, vormer, vorm, model.


Back to IndexNext