Chapter 44

Giaour,džauə, ongeloovige (naam voor Christenen bij de Turken).Gib,džib, arm van eene kraan, spie; (oude) kater =Gib-cat.Gibber,gibə, brabbelen, brabbeltaal spreken, snateren;Gibberish= brabbeltaal; adj. zonder beteekenis.Gibbet,džibət, subst. galg, kraanbalk;Gibbetverb. ophangen; aan de kaak stellen.Gibble-gabble,gib’lgab’l, gesnater, gezwets.Gibbon,gib’n, Gibbon; langarmige, staartlooze aap.Gibbose,gibous,Gibbous,gibəs, gebocheld, uitpuilend, bol;Gibbosity,gibositi, bultigheid, bolheid, uitpuiling.Gibbs,gibz.Gibe,džaib, subst. spot, smaad;Gibeverb. spotten, hoonen, beschimpen, uitschelden;Giber= spotter, schimper.Gibeon,gibjən:Children of Gibeon= proletariërs, armen;Gibeonite,gibjənait, bewoner v.Gibeon(Jozua IX, 23), duivelstoejager, laagste loondienaar.Giblets,džibləts, inwendige deelen van gevogelte, zooals lever, maag, hart, etc.Gibraltar,džibrôltə, Gibraltar;Gibraltar ape(Gibraltar monkey) = magot (aap).Gibson,gibs’n.Gibstaff,džibstâf, peilstok, vaarboom.Gibus hat,džaibəshat, klak.Giddiness,gidinəs, subst. vanGiddy,gidi, duizelig, zwijmelend, veranderlijk, grillig, opgewonden, onnadenkend, onbezonnen:Giddy-brained= gedachteloos, roekeloos;Giddy-go-round= caroussel.Gifford,gifəd.Gift,gift, subst. recht van geven of begeven, gave, begaafdheid;Giftverb. begiftigen:I would not have it for a gift= ik zou het niet voor niemandal willen hebben;That appointment isin the gift of the crown= wordt door de kroon vergeven;Gifted withmany accomplishments= met vele talenten begaafd;Giftedness= begaafdheid.Gig,gig, subst. harpoen; tol; sjees, cabriolet; kaardcylinder, kaardmachine; lichte sloep; neus, farthing;Gigverb. met elger of harpoen steken;Gig-lamp= rijtuiglamp;Gigman= harpoenier; geldpatser;Gigs= bril.Gigantean,džaigəntîən=Gigantesque,Gigantic, reusachtig, kolossaal.Giggle,gig’l, gichelen; subst. gegichel;Giggler.Gilbert,gilbət;Gilchrist,gilkrist.Gild,gild, vergulden, verfraaien:Gilded youth(s)=jeunesse dorée;Gilding= het vergulden, versiering, verguldsel;Gilding-metal= verguldstof.[222]Gilead,giliəd.Giles,džailz, Gilles:St. Giles(vroeger beruchte) buurt in het centrum van Londen.Gilfillan,gilfilən.Gill,gil, kieuw, kaak, lel, het vleesch om en bij de kin, vadermoorder (boord);Gill-flap= kieuwklep.Gill,džil, meisje, liefje, snol;Gill-flirt= dartele meid.Gill,džil, ¼ Pint (=0.14 L.).Gillet,džilət,Gillian,džilj’n, dartele meid.Gillie,gili, Hooglandsche dienaar, vooral bij rijden en jagen.Gilliflower,džiliflauə, tuinanjelier.Gilmore,gilmö;Gilpin,gilpin;Gilson,gilsən.Gilpy,gilpi, vroolijke gast(-meid).Gilravage,gilravidž, subst. opgewonden pret, rumoerig partijtje; plundering;Gilravageverb. plunderen, verwoesten;Gilravager= rumoerige, wanordelijke klant, roover, plunderaar.Gilray,gilrei.Gilt,gilt, adj. verguld; subst. verguldsel; jong wijfjesvarken:The ominousThree Gilt Balls= lommerd;Gilt-edged= verguld op snede, fijn, chique.Gim,džim, chique, fijn, net.Gimbal,džimb’l, beugel, om het kompas aan te hangen.Gimcrack,džimkrak, prul, speeldingetje; adj. prullerig.Gimlet,gimlət, subst. (dril)boor;Gimletverb. boren, draaien.Gimp,gimp, gimp, soort van passement.Gimp,džimp, net, fijn, keurig, slank, schraal.Gin,džin, jenever; strik, machinerie, kraan, foltertuig, braak; inboorling, oude vrouw (Austral.);Ginverb. braken (van vlas), ontkorrelen, vangen;Gin-horse= molenpaard; inlandsche vrouw (Austral.);Gin-mill,Gin-palace,Gin-shop= kroeg, drankhuis.Ginger,džinžə, gember, iets pikants;Ginger-beer= gemberbier;Ginger-brandy(Ginger-cordial) = drank, gemaakt van spiritualiën, gember, etc.;Gingerbread= peperkoek; geld:Totake the gilt off the gingerbread= van de aantrekkelijkheid berooven;Gingerbread-nuts= pepernoten;Gingerbread-stall (-booth)= koekkraampje;Gingerbread work= prulsieraden;Gingerly= voorzichtig, behoedzaam; netjes, keurig, geaffecteerd.Gingham,giŋ’m, gingang, katoenen stof; groen katoenen paraplu.Ginglymus,džiŋglimɐs,giŋglimɐs, scharniergewricht.Gipsy,džipsi, subst. Zigeuner, de taal der Z., donker uitziend persoon; heks, sluwe bedriegster; adj. Zigeuners …, Zigeunerachtig;Gipsyverb. in de open lucht leven, buiten eten;Gipsy-cart= reis- en woonwagen;Gipsy herb= gemeene wolfsklauw;Gipsyfy,džipsifai, zwart of donker maken;Gipsyism= gewoonten en zeden der Zigeuners, bedrog.Giraffe,džiraf, giraffe.Girandole,džir’ndoul, kandelaar met armen, vuurrad (stuk vuurwerk).Girasol,džirəsol, Europeesche heliotroop; girasol (edelgesteente).Gird,gɐ̂d, subst. kneep, steek, sarcasme, hoonlach;Girdverb. doorsteken, spotten met of lachen om (at); omgorden, vastbinden, aangorden;Girder= spotter; dwarsbalk;Girdle, subst. gordel, band, omtrek, boog;Girdverb. omgorden, insnijding om een boomstam maken, omvatten:Hehad (held) the people under his girdle= hij hield het volk er onder.Girl,gɐ̂l, meisje, dienstmeisje; tweejarige reebok;Girl-friend= vriendin(netje);Girlhood= de meisjesjaren;Girlish= meisjesachtig, meisjes - -; subst.Girlishness.Girondist,džirondist, Girondijn.Girt,gɐ̂t, P.P. en P. Imp. vanto gird.Girth,gɐ̂th, buikriem, band, omvang;Girthverb. omgorden, omgespen.Gisborne,gisbən,Gislebert,giz’lbət, Gijsbert(us).Gist,džist, hoofdpunt (v. redeneering of vraag):I told himthe gist of my errand= doel van mijne boodschap;That isthe gist of it= dat is de kern der zaak;Here liesthe whole gist of the matter.Giusto,džustou, in de maat (muziek).Give,giv, verb. geven, schenken, verleenen, overhandigen, mededeelen, veroorloven, blootstellen, meegeven, zakken, wijken; subst. het meegeven:The kindly give of the trigger= het zacht meegeven van den trekker;Give and takeis the only possible rule in marriage= geven en nemen;That isa give and take (exchange)= dat is een billijke ruil;A fightof a give-and-take character= waarin beide partijen veeren laten;The weather (frost) gives= verandert, het begint te dooien;I felt the bar give a little= voelde, dat de stang boog;I’ll give it you= ik zal je wel!Togive battle= slag leveren;Togive a call= een bezoek brengen;Togive chase= nazetten;Togive the cold shoulder= met den nek aanzien;Togive ear to= het oor leenen aan;Togive good day= goeden dag wenschen;Togive ground= wijken;Togive a guess at= raden naar;Togive in charge= in (verzekerde) bewaring geven;Igive you joy= ik feliciteer u;Togive judgment= uitspraak doen;Togive the lie= logenstraffen, heeten liegen;Togive a lift= een handje helpen, laten meerijden;Togive place to= wijken voor;Togive sentence= vonnis vellen;Togive the slip= laten zitten, uitknijpen;You ought togive me something= iets vóór geven (bilj.);Togive a start= opschrikken;Togive suck= zoogen;Togive tongue= aanslaan (van honden);Togive warning= den dienst opzeggen;Togive way to= wijken voor;Here the crew began togive way= begonnen met alle kracht te roeien;Togive a yawn= gapen, geeuwen;The bride wasgiven awayby her brother= de bruid werd door haar broeder aan den bruidegom overgegeven;His earsgive him away= aan zijn ooren kun je wel zien, wat een ezel hij is;Don’tgive yourself away= gooi jezelf niet weg, verklap jezelf niet;I hope you didn’tgive me away= mij niet hebt verklapt;That isa dead give-away= dat is enkel geld weggooien;[223]The enemygave backpell-mell= week in verwarring;It wasgiven forthby everybody= het werd door iedereen verteld;You mustgive in tome that you were wrong= mij toegeven;Togive on= uitkomen op (tuin of straat);Togive out= uitdeelen, aankondigen; uitgeput zijn of raken;Togive outa text= voor- of oplezen;Hegives himself out forsomething bigger than he is= zich voordoen als, uitgeven voor;It wasgiven outpublicly= publiek aangekondigd, bekend gemaakt;The lampgave outa flickering light;Togive outlessons= opgeven;The ammunitiongave out= raakte op;I hadgiven it over= het opgegeven;Hegave himself over todrinking= hij verslaafde zich aan den drank;He wasgiven up by the doctors= de geneesheeren hadden hem opgegeven;Hegave himself up tothe police= hij leverde zichzelf in handen der politie;Togive upan establishment= eene zaak opheffen, likwideeren;Hegave himself up tothat delight= gaf zich over aan …;Quebecgave itself up= gaf zich over;He preferred togive upwork before workgave him up;He is given to study= hij wijdt zich aan, houdt veel van studie;He is notmuch given totalk= houdt niet van veel praten;A given-name= doopnaam (Amerika).Gizzard,gizəd, krop:He frets his gizzard= hij ergert zich.Glabrate,gleibrit, glad, kaal, onbehaard =Glabrous,gleibrəs.Glacial,gleišəl, bevroren, ijs …, gletscher …;Glaciate,gleišieit, bevriezen, tot ijs worden; subst.Glaciation;Glacier,glasiə,gleišə, gletscher.Glacis,gleisis, schuinte, glooiing.Glad,glad, adj. blij, verheugd, vroolijk; schitterend;Gladverb. blij maken of worden:I amglad ofit= ik ben er blij om;I shall beglad todo it= het zal mij aangenaam zijn;He wasglad atfinding us= dat hij ons vond;Gladden= verblijden; subst.Gladnessadj.Glad-some.Glade,gleid, open ruimte in een bosch; wak in ’t ijs (Amer.).Gladiate,gladiit, zwaardvormig;Gladiator,gladieitə, zwaardvechter, strijder; adj.Gladiatorial;Gladiole,gladioul, zwaardlelie =Gladiolus,gladaiəlɐs,gladiouləs.Gladstone,gladst’n, Gladstone; soort rijtuig; valies =Gladstone bag;Gladstonian= aanhanger van G.; ook adj.Glair,glêə, subst. eiwit, eiwitachtige stof;Glairverb. vernissen, bestrijken met; adj.Glairy.Glaive,gleiv, zwaard.Glamis,glâms,glamis.Glamour,glamə, subst. betoovering, oogenbegoocheling, tooverspreuk;Glamourverb. begoochelen, betooverend schilderen:Heglamoured the mountainswith a fascination that none could resist= hij schilderde de bergen onweerstaanbaar betooverend.Glance,glâns, subst. lichtstraal, flikkering, blik, oogopslag, lichte aanraking, lonk, wenk;Glanceverb. stralen schieten, schieten langs; vluchtig aanzien, kortelijk vermelden, aanblikken:Toglance an eye on= een blik werpen op;ToGlance off= afschampen;ToGlance over= vluchtig doorzien;He hardlyglanced uponit= roerde het haast niet aan;Glance-coal= glanskool, anthraciet.Gland,gland, klier, cel;Glanders,glandəz, droes (paardenziekte);Glandered= behept met kwaden droes;Glandiferous,glandifərɐs, eikels voortbrengend;Glandiform,glandiföm, eikelvormig;Glandula,glandjul(ə), kliertje;Glandular,glandjulə, klierachtig, klier …;Glandule=Glandula.Glans,glanz, eikel, nootvormige vrucht.Glare,glêə, subst. schitterende glans, valsche gloed, schittering, doordringende blik;Glareverb. met schitterend en verblindend licht schijnen, woest staren, vlammende blikken werpen (at);Glaring= fonkelend, verblindend, openbaar, onbeschaamd, schandelijk, schreeuwend;Glary= fonkelend, schitterend.Glasgow,glasgou.Glass,glâs, subst. glas, drinkglas, lens, spiegel, kijker, zandlooper, barometer, thermometer, (sterke) drank; adj. van glas;Glassverb. (af)spiegelen, met glas omhullen, verglazen:Glasses= bril;Apair of glasses= lorgnet;Glass-blower= glasblazer:Glass-blower’s lamp;Glasscoach= staatsiekoets, glazen koets;Glass-house= glasblazerij;Glass jar= klok, inmaakflesch;Glass-metal= gesmolten glas;Glass-painting= het schilderen of schilderwerk op glas;Glass-paper= glas-(schuur-)papier;Glass shade= stolp, glazen lampekap;Glass-staining= het kleuren van en schilderen op glas;Glass-ware,Glass-work= glaswerk;Glass-works= glasblazerij;Glassful;Glasslike;Glassy= van glas, als glas, glad, spiegelglad:Glassy eyes= doffe, glazige oogen.Glastonbury,glâst’nbəri:Glastonbury chair= een soort leuningstoel;Glastonbury thorn= tweestijlige meidoorn.Glaucescence,glôses’ns, zeegroene kleur;Glaucescent,glôses’nt,Glaucous,glôkəs, zeegroen.Glaucoma,glôkoumə, grauwe staar; adj.Glaucomatous.Glaucus,glôkəs.Glaze,gleiz, van glazen, vensters of spiegels voorzien, met glas bedekken, in glas zetten, verglazen, satineeren, glaceeren; subst. glazuur:Glaze-kiln= verglaasoven;Glaze-board= soort van pap, waartusschen het papier glanzend gemaakt wordt; gladhout;Glazed book-cases= van glas voorziene; (Cf.Glazed windows);With glazed eyes= glazige;Glazed frost= ijzel;Glazed hat= met geolied linnen overtrokken;Glazed tiles= verglaasde pannen;Glazer= verglazer, polijster; poleerschijf;My coat isglazy at the seams= glimmend aan de naden.Glazier,gleižə, glazenmaker;Glazier’s-diamond.Gleam,glîm, subst. straal, schittering;Gleamverb. stralen, stralen schieten, schitteren;Gleamy= stralend, fonkelend.Glean,glîn, subst. nasprokkeling;Gleanverb. nalezen, opzamelen, verzamelen, aren lezen.[224]gappen;Gleaner= sprokkelaar;Togo a-gleaning= nalezen.Glebe,glîb, pastorie-landen, bouwland, aarde;Glebe-house= pastorie;Glebe-land= pastorie-landen.Glede,glîd, wouw of zwaluwstaart.Glee,glî, vroolijkheid, muziek, zang, lied (soort v. canon):In high glee= zeer vroolijk;Glee-club= (mannen)zangvereeniging;Glee-maiden= rondreizende liedjeszangster;Gleeman= minstreel;Gleewood= een ouderwetsch muziekinstrument.Gleet,glît, etter;Gleetverb. etteren;Gleety= dun, etterig.Gleig,gleg.Glen,glen, nauw dal, bergengte.Glencoe,glenkou;Glendower,glendauə,glendûə.Glene,glîn, oogappel, oog; ondiepe gewrichtsvlakte of pan.Glenlevit,glenlîvit.Glib,glib, glibberig, vloeiend (van spraak), welbespraakt:A glib tongue; subst.Glibness.Glide,glaid, subst. het glijden, overgang (van de eene letter op de andere);Glideverb. zacht glijden of voortbewegen, zweven;Glider.Gliff,glif, korte tijd, schrik;Gliffverb. schrikken.Glim,glim, licht, kaars:Douse the glim= doe het licht uit;Glimmer= glimmen, schemeren, zwak, schemerachtig licht verspreiden; subst. zwak, onzeker licht; mica;Glimmering= schijnsel, zwakke glans, zwakke opflikkering (van bewustheid, kennis enz.), schijntje, flauw begrip.Glimpse,glimps, subst. zwak licht, glimp, spoor, voorbijgaand genot, kort bestaan, tint;Glimpseverb. blikken, voor een oogenblik verschijnen, vluchtig zien of toonen:I caught a glimpse of him= ik zag hem met een glimp.Glint,glint, subst. lichtstraal, vluchtige blik;Glintverb. schitteren, flikkeren:I knew himat the first glint= dadelijk;The train rushed on over theglinting rails= de glinsterende rails.Glissade,gliseid, subst. glijpad voor het afdalen van gletschers, de afdaling zelve; een danspas;Glissadeverb. naar beneden glijden; glissen.Glisten,glis’n, flikkeren, schijnen, glanzen; subst. flikkering =Glister,glistə, verb. en subst. glanzen.Glitter,glitə, flonkeren, flikkeren, schitteren, glansen, blinken; ook subst.:All is not gold that glitters= ’t is al geen goud wat er blinkt.Gloam,gloum, schemeren; terneergeslagen of somber zijn;Gloaming, subst. avondschemering:Gloaming of life= levensavond.Gloat,glout(on), aanstaren vol begeerte of duivelsche vreugde, met een waar tijgergenoegen neerzien op; zich verkneuteren in de pijn van.Globate,gloubit, bolvormig.Globe,gloub, subst. bol, bal, aarde, wereld, globe (terrestrial globe= aard … encelestial globe= hemel …), ballon (van de lamp);Globeverb. (zich) tot een bal vormen;Globe-daisy= kogelbloem =Globe-flower;Globe-trotter= iemand, die de geheele wereld afreist;Globe-trotting= het afreizen van de wereld;Globe-valve= balklep;Globose,gləbous,gloubous,Globular,globjulə, bolvormig:Globular sailing(ZieCircular);Globule,globjûl, bolletje, kleine homoeopatische pil; celletje.Globulin(e),globjulin, globuline, eiwitachtige stof in de bloed bolletjes.Glomerate,glomereit, tot een bal of kluwen vormen =Glomerous,glomərɐs.Gloom,glûm, subst. donkerheid, zware schaduw, somberheid, dofheid, droefgeestigheid, moedeloosheid;Gloomverb. somber of donker worden of schijnen, schemeren, betrekken (met wolken), fronsen, bedroeven;Gloomy= duister, somber, zwaarmoedig, neerslachtig.Gloria,glôriə, lof, heerlijkheid:Gloria Patri= lof zij den Vader;Gloria in excelcis Deo= lof zij den Heer in den hoogen;Gloried,glôrid, doorluchtig, roemrijk;Glorification= verheerlijking;Glorify= verheffen, verheerlijken;Gloriole,glôrioul, stralenkrans, nimbus.Glorious,glôriəs, doorluchtig, roemrijk, heerlijk, prachtig; lachwekkend;Glory,glôri, subst. roem, lof, bewondering, heerlijkheid, (hemelsche) zaligheid, roemzucht, trots, snorkerij, nimbus;Gloryverb. roem dragen op:He wasthe glory of his age= de roem van zijn tijd;Heglories inhis ignorance= draagt roem op.Glose,glous; ZieGloze.Gloss,glos, subst. glans, luister;Glossverb. glanzend en schitterend maken, verfraaien, verbloemen:Toremove the gloss= ontglanzen;I willgloss overyour shortcomings= vergoelijken, door de vingers zien;Glossiness= glans, glanzigheid;Glossy= glanzig.Gloss,glos, glos, glosse, verklarende kantteekening;Glossverb. glosseeren, glossen maken;Glossarial,glosêriəl, glossen betreffend;Glossarist= verklaarder;Glossary= glossarium.Glossic,glosik, stelsel v. phonetische spelling (v.Ellis).Glossitis,glosaitis, tongontsteking.Glossography,glosogrəfi, het maken van een glossarium; verhandeling over de tong.Glossolalia,glosəleiliə,Glossolaly,glosoləli, het spreken in vreemde talen (Bijb.).Glossology,glosolədži, uitlegging van woorden; vergelijkende taalwetenschap.Gloster,glostə, Gloucester (kaas).Glottal,glot’l, stemspleet …;Glottis,glotis, stemspleet.Glottology,glotolədži. ZieGlossology.Gloucester,glostə, Gl. (kaas);Gloucestershire,glostəšə.Glove,glɐv, subst. handschoen, bokshandschoen;Gloveverb. (als) met een handschoen bedekken:Berlin glove= wollen handschoen;They arehand and (in) glove= koek en ei;Hethrew down the gloveand Itook it up= hij wierp mij den handschoen toe en ik nam hem op;Glove-fight= vuistgevecht, bokspartij;Glove-shop= handschoenenwinkel;Glove-stretcher= handschoenrekker;Glover= handschoenmaker:He got it with the aid of aglover= door kruiwagens (fig.).[225]Glow,glou, subst. gloed, gloeihitte, helderheid, vuur, hitte, roodheid;Glowverb. gloeien, fonkelen, schitteren, rood zijn, vol vuur en opgewektheid zijn:He is glowing with patriotic feeling= gloeit van;Glow-lamp= electr. gloeilamp;Glow-worm= glimworm.Glower,glauə, nijdig en dreigend staren(at).Gloze,glouz, vleitaal, schijn;Glozeverb. een vernisje geven, vergoelijken(over).Glucic,glûsik:Glucic acid= glucinzuur;Glucose,glûkous, druivensuiker.Glue,glû, subst. lijm;Glueverb. lijmen, vasthechten:To move at the rate of a fly in aGlue-pot;Gluey= kleverig.Glum,glɐm, adj. norsch, somber:There is no Sabbathglumnessat these meetings= geen uitgestreken gezichten.Glume,glûm, dop, kaf, bolster.Glut,glɐt, subst. overkroptheid, groote overvloed, al te groote voorraad;Glutverb. schrokken, kroppen, overladen, overvoeren, voldoen, verzadigen:He glutted his eyes= hij weidde zijne oogen;Toglut one’s revenge= zijn wraak koelen;Glutman= nood- of extra hulp bij veel werk.Gluten,glût’n, gluten.Glutin,glûtin, eiwitachtig bestanddeel van gluten.Glutinous,glûtinɐs, lijmachtig, kleverig; subst.Glutinousness.Glutton,glɐt’n, subst. gulzigaard; veelvraat (dier);Gluttonous= gulzig;Gluttony= vraatzucht, gulzigheid.Glycerin(e),glisərin, glycerine.Glyph,glif, loodrechte holte of gleuf (in zuilen, b.v.); Glyphic,glifik. ZieHieroglyphic.Glyptics,gliptiks, glyptiek, graveerkunst in steen;Glyptograph,gliptəgraf, graveering op edelsteen;Glyptographer.Gnar,nâ, knorren, brommen.Gnarl,nâl, subst. knoest; snauw, grauw;Gnarlverb. snauwen, grauwen;Gnarled,nâld, vol knoesten; korzelig, grommig =Gnarly.Gnash,naš, knarsen:Tognash one’s teeth.Gnat,nat, mug:To strain at(beter:out)a gnat and swallow a camel= eene mug uitzijgen en een kameel doorzwelgen;Gnat-strainer= muggenzifter;Gnat-worm= larve van eene mug.Gnaw,nô, wegknagen, knabbelen, knagen, voortdurende pijn lijden;Gnawer.Gneiss,nais, gneis, zeker gesteente;Gneissic.Gnome,noum, aardmannetje, kabouter; maxime, zinspreuk;Gnomic(al),noumik(’l),nomik(’l), leerend, vol maximen.Gnomon,noumon, gnomon, een soort van zonnewijzer; adj.Gnomonic,nəmonik.Gnosis,nousis, kennis, wetenschap;Gnostic,nostik, gnostisch; sluw, wereldwijs; ook subst.;Gnosticism,nostisizm, gnosticisme.Gnu,nû,njû, kleine antilope.Go,gou, gaan, loopen, zich begeven, trekken, reizen, varen, vloeien, in gang zijn, in omloop zijn, beschouwd worden als, leiden tot, zich uitstrekken tot, zich bevinden, gelukken, van plan zijn, op het punt zijn, zijn toevlucht nemen tot, handelen, zich schikken, verkocht worden, waard zijn, voorhanden zijn, verloopen, ten einde loopen, enz.; subst. gang, omstandigheid, zaak, mode, vuur, moed, poging, rondje, dronk, glas, enz.:Goes of whisky= rondjes;Ihad a second go= werd voor de tweede maal bediend;We had a go atthe sherry= dronken eens;I had a go at it= probeerde het eens;Hehas plenty of go in him= veel energie, “fut”;Here’s a jolly go= dit is een mooie boel;That is no go= dat is mis, gaat niet, geeft niets;That is the extreme of no-goism= dat kan heelemaal niet;Such hatsare all the gonow= draagt nu iedereen, zijn erg algemeen;I havegiven him the go-by= hem gedaan gegeven, hem afgedankt;Wegave the fortress the go-by= lieten liggen, trokken haar voorbij;He wasour go-between= hij was onze bemiddelaar;Great go= het examen voor den B.A. graad (na 3 jar. studie);Little go(=Responsions,Smalls) = een vóórexamen (na 2 jar. studie);The book will go= zal bijval vinden, “gaan”;She went that fatal voyage= ondernam;Pay as you go= betaal wat ge noodig hebt;She let herself goafter marriage= toonde haar waren aard;I made my money go as far asI could= besteedde zoo nuttig mogelijk;It is rather fair,as things go= het is naar omstandigheden nogal gunstig;She is a good childas children go= vergelijkenderwijs is ze een goed kind;I am gone= verloren, “er bij”;Far gone in liquor= erg dronken;Be gone= maak, dat je weg komt, ruk uit;He is gone= weg;Get you gone= ruk uit;go aboutyour business= maakdat je weg komt;We havegone abouta long way= een heel eind omgeloopen;Everythinggoes againstme= alles loopt mij tegen;Itgoes against the stomach (grain)with me(against my st., gr.) = stuit mij tegen de borst;Go along with you= och loop;You will understand it as yougo along= als gij maar volgt, voortgaat;I havegone betweenthem= ben als bemiddelaar tusschen hen opgetreden;You havegone beyondme= mij bedrogen, mij overtroffen;Youwent byme= zijt mij voorbijgegaan, hebt mij genegeerd;I go bymy own feelings= volg;The ship hasgone down= is vergaan;The manoeuvre which in the language of the prize-ring is known asgoing downto avoid punishment= de manœuvre, die in sporttaal bekend staat als op de knieën vallen om de slagen te ontduiken;That won’tgo down with us= dat wil er bij ons niet in, gaat bij ons niet op, dat slikken wij niet;Hewent down withthe public= viel in den smaak bij;The bread hasgone down(gone up) = het brood is afgeslagen (opgeslagen);Such thingsgo for nothing with me= tellen bij mij niet;I’ll go for himfor slander= zal hem wegens laster aanklagen;Wewent forthat 12= wij vertrokken om 12 uur;Togo in= binnengaan, er op los gaan, binnenkomen, aanheffen, smaak vinden in, weer[226]aan ’t werk gaan, aanpakken, beginnen met, opgaan voor (een examen), veel werk maken van;I mustgo in fora new coat= ik moet aan eene nieuwe jas gelooven;I willgo in for it= ik zal er aan meedoen;Hewent in fora quiet country-place= hij vestigde zich in (nam);This doorgoes intothe garden= komt op den tuin uit;The merchantwent intothe Gazette= ging failliet;Togo intoparticulars= in bijzonderheden afdalen;We did notgo intothose matters= roerden niet aan;Togo offone’s head= verliezen;Togo offthe rails= derailleeren;He hasgone off= hij is heengegaan, gestorven;Thingswent offat high prices= de artikelen werden voor hoogen prijs opgekocht;It hasgone offvery well= het is heel goed gegaan;She isgoing off(in her looks) = zij wordt er niet mooier op;The gunwent off= geweer ging af;He succeededat his first go-off= eerste poging, eersten slag;Hewent on= ging door, voort, “ging aan”, trad op (tooneel);Gone on a girl= verliefd op;Comparisons nevergo on all fours= vergelijkingen gaan altijd mank;She isgoing on formiddle-age= komt al op middelb. leeftijd;Ministers havegone out of office= hebben hunne portefeuilles neergelegd;With her something seems to havegone out frommy life= door haar (vertrek, etc.) schijnt er iets aan mijn leven te ontbreken;Her thoughtswent out to tea(to him) = hare zinnen zetten zich op thee (op hem);Togo over= gaan over, dóórloopen, bezichtigen, overgaan (kathol. worden);We havegone overthis book together= dit boek doorgewerkt, nagegaan;To begone overa thing= zich ergens heel druk over maken;Wewent throughthe accounts= rekenden af;We havegone throughmuch suffering= veel leeds geleden;Now that you have begun you mustgo through with it= moet gij het ook doorzetten;Go to= och loop! begin! ga door;Hewent to law= ging procedeeren;Two thingsgo tothis= twee zaken zijn hiervoor noodig;Hegoes underthat title= is bekend onder;We will notgo uponsuch principles= niet volgens die beginselen handelen;Whatwent withher is not known= wat met haar gebeurde;This colour does notgo withher bonnet= past niet bij haar hoed;You will have togo withoutyour dinner to-day= het zonder middageten moeten stellen;Togo abroad= naar het buitenland gaan;Togo ahead= vooruit gaan;Togo aloft= naar boven (in het tuig) gaan;Togo astray= verdwalen, zondigen, den verkeerden weg opgaan;Togo bad= bederven;That does notgo far enough= is niet toereikend;Togo the whole figure(the whole hog) = consequent doorzetten, volhouden;Togo halves= voor de helft staan;It willgo hardwith you= je zult het hard te verduren hebben: het zal je veel moeite kosten;Go it,old boy= raak hem, toe maar;They have beengoing it= zij zijn er van door geweest;I will notgo that length= zoover ga ik niet;Hewent greater lengths thanany of you= hij ging verder, durfde meer;Togo mad (crazy, white)= gek;Going strong?= gaat het goed;Go-between= tusschenpersoon, bemiddelaar;Go-by:Togive the go-by= uitsnijden; ignoreeren; negeeren;The child is taught to walk by means ofa go-cart= loopwagentje (raamwerk zonder bodem op rolletjes);Go-down= pakhuis, stapelplaats;Goer:This watch is a good goer= loopt goed;All comers and goers= de gaande en komende man;Going= gaande, aan den gang, goed loopend, voorhanden, in de mode; gang, weggaan:All the mothers going= alle bestaande moeders;Going, going, gone!= eenmaal, andermaal, ten derden male!Going-away dress= reistoilet van de bruid;Goings= handelingen, levenswandel;Goings-on:You never saw such goings-on= zoo iets heb je nooit gezien;Tobe going= op ’t punt staan;I’m not going to tell him= ik zal wel oppassen;It is going on for twelve= het loopt tegen;Tokeep going= aan den gang houden;Toset going= aan den gang brengen;Gone,gon,gôn, part, perf. vanto go:It is six gone= over zes;He is a gone man,A gone beaver, coon, gander, goose,It’s a gone case (goose) with him= ’t staat er hopeloos met hem voor, hij is er bij;Goneness= gevoel van zwakheid of gedruktheid (Amer.).Goad,goud, subst. prikkel (van ossendrijvers);Goadverb. prikkelen, aanzetten, tot prikkel dienen:He wasgoaded intosavageness= hij werd geprikkeld tot hij een woesteling geleek;Goadsman,Goadster= ossendrijver.Goal,goul, begin- of eindpaal, doel, einde:Toget a goal= een goal maken.Goat,gout, geit;Goat-foot= bokspoot, satyr;Goat-herd= geitenhoeder;Goat’s beard= moerasspiraea;Goat’s marjoram= marjolein;Goat-carriage= bokkewagen;Goatskin, subst. en adj. geitenvel, geitenleder;Goat-sucker= nachtzwaluw, geitenmelker;Goatee,goutî, sik;Goatish= bok- of geitachtig, vuil riekend, ontuchtig.Gob,gob, mond(vol), beet, portie;Gobbet,gobət, subst. mondvol, brok, stuk;Gobbetverb. met groote slokken of brokken verzwelgen.Gobbing,gobiŋ, kolen- en steengruis.Gobble,gob’l, subst. geklok;Gobbleverb. gulzig slikken, klokken, kakelen:Such excellent housekeepers are eagerlygobbled upby bachelors= worden dadelijk ingepikt door;Gobbler= gulzigaard, smulpaap, kalkoen.Gobelin,gobəlin, gobelin; ook adj.Goblet,goblət, drinkbeker.Goblin,goblin, kabouter, spook, booze fee.God,god, God:Come from God knew where;So help me God!(eedsformulier);Would to God= God gave!The gods= (de lui van) het “schellinkje” (in een schouwburg);Godchild= petekind;Goddaughter= peetdochter;Godfather, subst. peetvader, peetoom;Godverb. als peetvader optreden;God-fearing= godvreezend, godsdienstig;In thisGod-forgottenplace;Godhead,Godhood= Godheid, goddelijkheid;God-man[227]= Godmensch;Godmother= petemoei;Godsend= meevallertje, geluk;Godson= peetzoon;God’s-acre= godsakker, begraafplaats;God-speed:Tobid god-speed= goede reis wenschen;Godwit= griet;Goddess= godin;Godless= goddeloos; subst.Godlessness;Godlike= goddelijk, vroom; subst.Godlikeness;Godly= godvruchtig, vroom:The Godly= het volk Gods (naam van de parlementsgezinden in den Eng. burgeroorlog van 1629–1640).Godfrey,godfri, Godfried, Govert;Godiva,gədaivə, Godiva.Goee-goee,gouî-gouî, luiaard, stumper.Goffer,gofə. ZieGauffer;Goffering,gofəriŋ, geplooid kantwerk.Goggle,gog’l, met de oogen rollen, staren; adj. starend, uitpuilend; subst. bril (tegen stof, scherp licht of scheel zien), oogkleppen (v. paarden);Goggle-eye(d)= (met) uitpuilende oogen; gebrild;Goggle-eyed spectacles= met groote, bolle glazen.Goglet,goglət, (aarden) koelkan.Goitre, (Amer.)Goiter,gôitə, kropgezwel; adj.Goitrous.Golconda,golkondə, goudmijn, geldwinning.Gold,gould, goud, rijkdom; hart van de schijf bij boogschieten; adj. gouden:These wordshit the goldwith precision= slaan den spijker juist op den kop;Gold-beater= goudpletter, goudbladmaker;Gold-beater’s-skin= goudvlies;Gold-bound= in goud gezet of gevat;Gold-cloth= goudlaken;Gold-digging= het graven naar goud;Gold-dust= stofgoud;Gold-fever= manie voor goudzoeken;Gold-field= gouddistrict, goudveld;Gold-finch= goudvink (ookfig.);Gold-fish= goudkarper;Gold-foil= bladgoud;Gold-flower= vleugelnoot;Gold-hammer= geelgors;Gold-lace= goudgalon;Gold-leaf= bladgoud;Gold-smith(ry)= goudsmid(swerk);Gold-stick= hofceremoniemeester (met gouden staf) in Engeland;Gold-thread= gouddraad (om zijde gewikkeld);Gold-washer= goudwasscher;Gold-wire= gouddraad;Golden= goudachtig, op goud gelijkend, goudkleurig, van goud, schitterend, van groote waarde, gelukkig;Golden age= gouden eeuw;Golden cup= boterbloem;Golden eagle= steenarend;Golden fleece= gulden vlies; Golden-mouthed = welsprekend;Golden-number= guldengetal;Golden-rule= gulden regel, regel van drieën;Golden-tressed= met goudgele lokken;Golding= goudrenet;Goldney= goudvischje;Goldy= goudvink;Goldylocks,gouldiloks, gulden boterbloem; huidvaren, haarmos, etc.Golf,go(l)f, een soort van kolfspel;Golfverb. ’golf’ spelen;Golf-club= kolf, golfclub;Golf-link= golfbaan.Golgotha,golgətha, Golgotha, martelplaats.Goliath,gəlaiəth, Goliath:Goliath beetle= groote kever (in de Tropen).Golly,goli, gossie:Golly, how they shrieked= gossie, wat schreeuwden ze!Gollywog,goliwog, een potsierlijk opgekleede pop, met opengespalkte oogen, een haarbos en vaak een zwart gezicht.Goloe-shoe,gəloušû, (elastieken) overschoen =Golosh(e).Gombeen,gombîn, Iersch woekeraar.Gomuti,Gomuto,gəmûti,gəmûtou, arengpalm; de zwarte vezels daarvan.Gondola,gondələ, gondel, platboomde vrachtboot; perronwagen (Amer.);Gondolier,gondəlîə, gondelier.Goneril,gonəril.Gonfalon,gonfəlon,Gonfanon= lansvaantje; kerkbanier.Gong,goŋ, gong (een tambourijnvormig metalen instrument waarop met een omwoelden stok wordt geslagen, en dat in vele Engelsche huizen in plaats van de etensbel wordt gebruikt); heimelijk gemak;Gong-punch. ZieBell-punch(Amerik.).Goniometer,gouniomətə, goniometer;Goniometry,gouniomətri, goniometrie.Good,gud, goed, zoet, geschikt, vroom, aanzienlijk, juist, getrouw; subst. het goed(e), voordeel, welzijn, genot, nut, goede hoedanigheden:It’sno good= geeft niet(s);What’s the good of it= waartoe dient het?For the good of the house= ten voordeele van den landheer;For good (and all)= voor goed, volkomen;Goods= goederen, waren, materiaal:Goods and chattels= have en goed;Goods shed= goederenloods;Goods train= goederentrein;Ill-gotten goods seldom prosper= kwalijk verkregen goed gedijt niet;Five shillingsto the good= tegoed, credit, vooruit;He has behavedas good asgold= is erg zoet geweest;She gave heras good asshe got= betaalde haar met gelijke munt;He isas good ashis word= hij vervult trouw wat hij belooft;His fortune isas good asmade= vrij wel;Good!= dat is goed, mooi zoo!That is good!= dat is ook mooi!That is a good one!= een goeie grap, wat moois!A good deal,A good many= zeer vele;A good ten miles,Agoodtwo months= ruim, een goeie;In good sooth= in waarheid;In good time= tijdig, in gunstige omstandigheden;On (from) good authority= uit goede bron;Well and good= alles goed en wel;Not good for much= niet veel waard;That isgood-for-nothing= dat is nietswaardig;A good-for-nothing (fellow)= nietswaardige (kerel);He hasmade good his name= zijn naam eer aangedaan;Tomake gooddamages, a loss= vergoeden;He hasseen (thought) goodto do it= het heeft hem goed gedacht (behaagd);He (It)stands good= is soliede;Good behaviour:He was releasedon his good behaviour= hij werd ontslagen (uit de gevangenis) onder de verplichting, dat hij zich goed zou houden;Good breeding= hoffelijkheid, wellevendheid;Good-conditioned= in goeden staat zijnde;Good-day= goeden dag (bij komen of heengaan);Good-bye= goeden dag (bij heengaan voor geruimen tijd):I will notsay good-byeyet= ik zie je nog wel;Good-evening= goeden avond;Good-faced= met gunstig uiterlijk;Good-fellow= gezellige, goedaardige kerel;Good-fellowship= kameraadschap;Good-folk(s)= feeën;Good Friday= Goede Vrijdag;Good-graces= gunst;Good-humour[228]= opgeruimde aard;Good lack= Hemeltjelief! (verbazing);Good-looking= knap;Good-manners= beschaving;Goodman= vriendje, huisbaas, echtgenoot, de Duivel;Good-morning,Good-morrow= goeden morgen;Good-nature= goedaardigheid;Good-natured= goedaardig;Goodness= goedheid:Goodness knows= de Hemel weet;I hope to goodnessyou will not do it= ik hoop waarachtig;Good-night= goeden nacht; serenade;Good now= Beware me! (verbazing);Good sense= gezond verstand;A good-sized box= vrij groote;Good speed= succes!Good-tempered= goedgehumeurd;Good Templar= geheelonthouder;Goodwife= huisvrouw; moedertje;Goodwill= welwillendheid; gunst; zaak + klandizie, het daarvoor betaalde geld:Tobuy the goodwill of a house;Goodwill to man= “in menschen een welbehagen”;Goodwoman. ZieGoodwife;He is good,almostto goodiness= hij is zoo goed, dat hij haast over zich laat loopen;Goodies= lekkernijen, bonbons;Goodly= knap, edel, aanmerkelijk, aangenaam, piekfijn (ironisch);Goody= subst. sul, goeie vent, beste moeke; adj. goedaardig, sullig, sentimenteel:It would look sogoody-goodyand stupid= zoo sullig en dom lijken;I havetalked goody-goodyto her= ik heb met haar zitten kwezelen.Goorkha= Ghoorka.Goosander,gûsandə,gusandə, duikergans.Goose,gûs, subst. gans, sul, sukkel, uilskuiken; (kleermakers)persijzer;Gooseverb. uitfluiten:Every man thinks his own geese swans= elk denkt zijn uil een valk te zijn;Tocook a person’s goose for him= te pakken nemen, ruïneeren, van kant maken;Toget the goose= uitgefloten worden;He is sound on the goose= hij is ouderwetsch in de slavenkwestie (Amer.); trouw aan zijne partij;Goose-berry= kruisbes, kruisbessenstruik:Goose-berry time= komkommertijd (ookThe silly season);Old Goose-berry= de duivel;I am not goingto play goose-berry(picker)to you two= ik wil niet jullie beider “fâcheux troisième” zijn, voor ’t “fatsoen” met jullie meegaan;Heplays old goose-berry withthe British public= houdt voor den gek;Goose-berry-fool= uitgeperste kruisbessen met room; zotskap;Goose-flesh(Goose-skin) = kippenvel;Togo all over goose-flesh= kippenvel krijgen;Goose-herd= ganzenhoeder;Goose-neck= zwaanshals (van giek of boom);Goose-quill= ganzeveer, pen;Goose-winged= met de leizeilen bijgezet (voor den wind zeilend).Gopher,goufə, naam voor verschillende in een gat in den grond levende dieren, als ratten, eekhoorntjes, schildpadden (Amer.);Gopherverb. op goed geluk naar goud graven.Gorboduc,göbədɐk.Gorcock,gökok, korhaan;Gorcrow,gökrou, kraai;Gorhen,göhen, korhen.Gordian,gödj’n:Gordian knot= Gordiaansche knoop:He cut the Gordian knot= hij heeft den knoop doorgebakt.Gore,gö, subst. geronnen bloed; geer, driehoekig stuk (land);Goreverb. doorboren, spietsen, met eene wig doorbreken;Goring= prik, steek.Gorge,gödz, subst. keel, strot, het verzwolgene, zware maaltijd; nauwe bergpas;Gorgeverb. gretig verzwelgen, schrokken:The stenchturned my gorge= het hart draaide me in mijn lijf om van;My gorge rises at it= ik walg er van;He gorged himselfwith it= at veel van.Gorgeous,gödžəs, schitterend, prachtig; subst.Gorgeousness.Gorget,gödžət, halsstuk (van eene wapenrusting), borstplaat, halskraag of plooisel.Gorgon,gög’n, subst. Gorgone; iets zeer leelijks;Gorgonean,Gorgonian,gögounj’n, versteenend, afschuwelijk leelijk;Gorgonize= doen versteenen.Gorilla,gərila, gorilla.Gormand,göm’nd, gulzigaard;Gormandize,göm’ndaiz, gulzig eten, schrokken.Gorse,gös, brem;Gorsy= vol brem.Gory,gôri, met geronnen bloed bedekt.Goschen,gouš’n.Goshawk,goshôk, havik, patrijsvalk.Gosling,gozliŋ, gansje; katje (van wilgen, etc.).

Giaour,džauə, ongeloovige (naam voor Christenen bij de Turken).Gib,džib, arm van eene kraan, spie; (oude) kater =Gib-cat.Gibber,gibə, brabbelen, brabbeltaal spreken, snateren;Gibberish= brabbeltaal; adj. zonder beteekenis.Gibbet,džibət, subst. galg, kraanbalk;Gibbetverb. ophangen; aan de kaak stellen.Gibble-gabble,gib’lgab’l, gesnater, gezwets.Gibbon,gib’n, Gibbon; langarmige, staartlooze aap.Gibbose,gibous,Gibbous,gibəs, gebocheld, uitpuilend, bol;Gibbosity,gibositi, bultigheid, bolheid, uitpuiling.Gibbs,gibz.Gibe,džaib, subst. spot, smaad;Gibeverb. spotten, hoonen, beschimpen, uitschelden;Giber= spotter, schimper.Gibeon,gibjən:Children of Gibeon= proletariërs, armen;Gibeonite,gibjənait, bewoner v.Gibeon(Jozua IX, 23), duivelstoejager, laagste loondienaar.Giblets,džibləts, inwendige deelen van gevogelte, zooals lever, maag, hart, etc.Gibraltar,džibrôltə, Gibraltar;Gibraltar ape(Gibraltar monkey) = magot (aap).Gibson,gibs’n.Gibstaff,džibstâf, peilstok, vaarboom.Gibus hat,džaibəshat, klak.Giddiness,gidinəs, subst. vanGiddy,gidi, duizelig, zwijmelend, veranderlijk, grillig, opgewonden, onnadenkend, onbezonnen:Giddy-brained= gedachteloos, roekeloos;Giddy-go-round= caroussel.Gifford,gifəd.Gift,gift, subst. recht van geven of begeven, gave, begaafdheid;Giftverb. begiftigen:I would not have it for a gift= ik zou het niet voor niemandal willen hebben;That appointment isin the gift of the crown= wordt door de kroon vergeven;Gifted withmany accomplishments= met vele talenten begaafd;Giftedness= begaafdheid.Gig,gig, subst. harpoen; tol; sjees, cabriolet; kaardcylinder, kaardmachine; lichte sloep; neus, farthing;Gigverb. met elger of harpoen steken;Gig-lamp= rijtuiglamp;Gigman= harpoenier; geldpatser;Gigs= bril.Gigantean,džaigəntîən=Gigantesque,Gigantic, reusachtig, kolossaal.Giggle,gig’l, gichelen; subst. gegichel;Giggler.Gilbert,gilbət;Gilchrist,gilkrist.Gild,gild, vergulden, verfraaien:Gilded youth(s)=jeunesse dorée;Gilding= het vergulden, versiering, verguldsel;Gilding-metal= verguldstof.[222]Gilead,giliəd.Giles,džailz, Gilles:St. Giles(vroeger beruchte) buurt in het centrum van Londen.Gilfillan,gilfilən.Gill,gil, kieuw, kaak, lel, het vleesch om en bij de kin, vadermoorder (boord);Gill-flap= kieuwklep.Gill,džil, meisje, liefje, snol;Gill-flirt= dartele meid.Gill,džil, ¼ Pint (=0.14 L.).Gillet,džilət,Gillian,džilj’n, dartele meid.Gillie,gili, Hooglandsche dienaar, vooral bij rijden en jagen.Gilliflower,džiliflauə, tuinanjelier.Gilmore,gilmö;Gilpin,gilpin;Gilson,gilsən.Gilpy,gilpi, vroolijke gast(-meid).Gilravage,gilravidž, subst. opgewonden pret, rumoerig partijtje; plundering;Gilravageverb. plunderen, verwoesten;Gilravager= rumoerige, wanordelijke klant, roover, plunderaar.Gilray,gilrei.Gilt,gilt, adj. verguld; subst. verguldsel; jong wijfjesvarken:The ominousThree Gilt Balls= lommerd;Gilt-edged= verguld op snede, fijn, chique.Gim,džim, chique, fijn, net.Gimbal,džimb’l, beugel, om het kompas aan te hangen.Gimcrack,džimkrak, prul, speeldingetje; adj. prullerig.Gimlet,gimlət, subst. (dril)boor;Gimletverb. boren, draaien.Gimp,gimp, gimp, soort van passement.Gimp,džimp, net, fijn, keurig, slank, schraal.Gin,džin, jenever; strik, machinerie, kraan, foltertuig, braak; inboorling, oude vrouw (Austral.);Ginverb. braken (van vlas), ontkorrelen, vangen;Gin-horse= molenpaard; inlandsche vrouw (Austral.);Gin-mill,Gin-palace,Gin-shop= kroeg, drankhuis.Ginger,džinžə, gember, iets pikants;Ginger-beer= gemberbier;Ginger-brandy(Ginger-cordial) = drank, gemaakt van spiritualiën, gember, etc.;Gingerbread= peperkoek; geld:Totake the gilt off the gingerbread= van de aantrekkelijkheid berooven;Gingerbread-nuts= pepernoten;Gingerbread-stall (-booth)= koekkraampje;Gingerbread work= prulsieraden;Gingerly= voorzichtig, behoedzaam; netjes, keurig, geaffecteerd.Gingham,giŋ’m, gingang, katoenen stof; groen katoenen paraplu.Ginglymus,džiŋglimɐs,giŋglimɐs, scharniergewricht.Gipsy,džipsi, subst. Zigeuner, de taal der Z., donker uitziend persoon; heks, sluwe bedriegster; adj. Zigeuners …, Zigeunerachtig;Gipsyverb. in de open lucht leven, buiten eten;Gipsy-cart= reis- en woonwagen;Gipsy herb= gemeene wolfsklauw;Gipsyfy,džipsifai, zwart of donker maken;Gipsyism= gewoonten en zeden der Zigeuners, bedrog.Giraffe,džiraf, giraffe.Girandole,džir’ndoul, kandelaar met armen, vuurrad (stuk vuurwerk).Girasol,džirəsol, Europeesche heliotroop; girasol (edelgesteente).Gird,gɐ̂d, subst. kneep, steek, sarcasme, hoonlach;Girdverb. doorsteken, spotten met of lachen om (at); omgorden, vastbinden, aangorden;Girder= spotter; dwarsbalk;Girdle, subst. gordel, band, omtrek, boog;Girdverb. omgorden, insnijding om een boomstam maken, omvatten:Hehad (held) the people under his girdle= hij hield het volk er onder.Girl,gɐ̂l, meisje, dienstmeisje; tweejarige reebok;Girl-friend= vriendin(netje);Girlhood= de meisjesjaren;Girlish= meisjesachtig, meisjes - -; subst.Girlishness.Girondist,džirondist, Girondijn.Girt,gɐ̂t, P.P. en P. Imp. vanto gird.Girth,gɐ̂th, buikriem, band, omvang;Girthverb. omgorden, omgespen.Gisborne,gisbən,Gislebert,giz’lbət, Gijsbert(us).Gist,džist, hoofdpunt (v. redeneering of vraag):I told himthe gist of my errand= doel van mijne boodschap;That isthe gist of it= dat is de kern der zaak;Here liesthe whole gist of the matter.Giusto,džustou, in de maat (muziek).Give,giv, verb. geven, schenken, verleenen, overhandigen, mededeelen, veroorloven, blootstellen, meegeven, zakken, wijken; subst. het meegeven:The kindly give of the trigger= het zacht meegeven van den trekker;Give and takeis the only possible rule in marriage= geven en nemen;That isa give and take (exchange)= dat is een billijke ruil;A fightof a give-and-take character= waarin beide partijen veeren laten;The weather (frost) gives= verandert, het begint te dooien;I felt the bar give a little= voelde, dat de stang boog;I’ll give it you= ik zal je wel!Togive battle= slag leveren;Togive a call= een bezoek brengen;Togive chase= nazetten;Togive the cold shoulder= met den nek aanzien;Togive ear to= het oor leenen aan;Togive good day= goeden dag wenschen;Togive ground= wijken;Togive a guess at= raden naar;Togive in charge= in (verzekerde) bewaring geven;Igive you joy= ik feliciteer u;Togive judgment= uitspraak doen;Togive the lie= logenstraffen, heeten liegen;Togive a lift= een handje helpen, laten meerijden;Togive place to= wijken voor;Togive sentence= vonnis vellen;Togive the slip= laten zitten, uitknijpen;You ought togive me something= iets vóór geven (bilj.);Togive a start= opschrikken;Togive suck= zoogen;Togive tongue= aanslaan (van honden);Togive warning= den dienst opzeggen;Togive way to= wijken voor;Here the crew began togive way= begonnen met alle kracht te roeien;Togive a yawn= gapen, geeuwen;The bride wasgiven awayby her brother= de bruid werd door haar broeder aan den bruidegom overgegeven;His earsgive him away= aan zijn ooren kun je wel zien, wat een ezel hij is;Don’tgive yourself away= gooi jezelf niet weg, verklap jezelf niet;I hope you didn’tgive me away= mij niet hebt verklapt;That isa dead give-away= dat is enkel geld weggooien;[223]The enemygave backpell-mell= week in verwarring;It wasgiven forthby everybody= het werd door iedereen verteld;You mustgive in tome that you were wrong= mij toegeven;Togive on= uitkomen op (tuin of straat);Togive out= uitdeelen, aankondigen; uitgeput zijn of raken;Togive outa text= voor- of oplezen;Hegives himself out forsomething bigger than he is= zich voordoen als, uitgeven voor;It wasgiven outpublicly= publiek aangekondigd, bekend gemaakt;The lampgave outa flickering light;Togive outlessons= opgeven;The ammunitiongave out= raakte op;I hadgiven it over= het opgegeven;Hegave himself over todrinking= hij verslaafde zich aan den drank;He wasgiven up by the doctors= de geneesheeren hadden hem opgegeven;Hegave himself up tothe police= hij leverde zichzelf in handen der politie;Togive upan establishment= eene zaak opheffen, likwideeren;Hegave himself up tothat delight= gaf zich over aan …;Quebecgave itself up= gaf zich over;He preferred togive upwork before workgave him up;He is given to study= hij wijdt zich aan, houdt veel van studie;He is notmuch given totalk= houdt niet van veel praten;A given-name= doopnaam (Amerika).Gizzard,gizəd, krop:He frets his gizzard= hij ergert zich.Glabrate,gleibrit, glad, kaal, onbehaard =Glabrous,gleibrəs.Glacial,gleišəl, bevroren, ijs …, gletscher …;Glaciate,gleišieit, bevriezen, tot ijs worden; subst.Glaciation;Glacier,glasiə,gleišə, gletscher.Glacis,gleisis, schuinte, glooiing.Glad,glad, adj. blij, verheugd, vroolijk; schitterend;Gladverb. blij maken of worden:I amglad ofit= ik ben er blij om;I shall beglad todo it= het zal mij aangenaam zijn;He wasglad atfinding us= dat hij ons vond;Gladden= verblijden; subst.Gladnessadj.Glad-some.Glade,gleid, open ruimte in een bosch; wak in ’t ijs (Amer.).Gladiate,gladiit, zwaardvormig;Gladiator,gladieitə, zwaardvechter, strijder; adj.Gladiatorial;Gladiole,gladioul, zwaardlelie =Gladiolus,gladaiəlɐs,gladiouləs.Gladstone,gladst’n, Gladstone; soort rijtuig; valies =Gladstone bag;Gladstonian= aanhanger van G.; ook adj.Glair,glêə, subst. eiwit, eiwitachtige stof;Glairverb. vernissen, bestrijken met; adj.Glairy.Glaive,gleiv, zwaard.Glamis,glâms,glamis.Glamour,glamə, subst. betoovering, oogenbegoocheling, tooverspreuk;Glamourverb. begoochelen, betooverend schilderen:Heglamoured the mountainswith a fascination that none could resist= hij schilderde de bergen onweerstaanbaar betooverend.Glance,glâns, subst. lichtstraal, flikkering, blik, oogopslag, lichte aanraking, lonk, wenk;Glanceverb. stralen schieten, schieten langs; vluchtig aanzien, kortelijk vermelden, aanblikken:Toglance an eye on= een blik werpen op;ToGlance off= afschampen;ToGlance over= vluchtig doorzien;He hardlyglanced uponit= roerde het haast niet aan;Glance-coal= glanskool, anthraciet.Gland,gland, klier, cel;Glanders,glandəz, droes (paardenziekte);Glandered= behept met kwaden droes;Glandiferous,glandifərɐs, eikels voortbrengend;Glandiform,glandiföm, eikelvormig;Glandula,glandjul(ə), kliertje;Glandular,glandjulə, klierachtig, klier …;Glandule=Glandula.Glans,glanz, eikel, nootvormige vrucht.Glare,glêə, subst. schitterende glans, valsche gloed, schittering, doordringende blik;Glareverb. met schitterend en verblindend licht schijnen, woest staren, vlammende blikken werpen (at);Glaring= fonkelend, verblindend, openbaar, onbeschaamd, schandelijk, schreeuwend;Glary= fonkelend, schitterend.Glasgow,glasgou.Glass,glâs, subst. glas, drinkglas, lens, spiegel, kijker, zandlooper, barometer, thermometer, (sterke) drank; adj. van glas;Glassverb. (af)spiegelen, met glas omhullen, verglazen:Glasses= bril;Apair of glasses= lorgnet;Glass-blower= glasblazer:Glass-blower’s lamp;Glasscoach= staatsiekoets, glazen koets;Glass-house= glasblazerij;Glass jar= klok, inmaakflesch;Glass-metal= gesmolten glas;Glass-painting= het schilderen of schilderwerk op glas;Glass-paper= glas-(schuur-)papier;Glass shade= stolp, glazen lampekap;Glass-staining= het kleuren van en schilderen op glas;Glass-ware,Glass-work= glaswerk;Glass-works= glasblazerij;Glassful;Glasslike;Glassy= van glas, als glas, glad, spiegelglad:Glassy eyes= doffe, glazige oogen.Glastonbury,glâst’nbəri:Glastonbury chair= een soort leuningstoel;Glastonbury thorn= tweestijlige meidoorn.Glaucescence,glôses’ns, zeegroene kleur;Glaucescent,glôses’nt,Glaucous,glôkəs, zeegroen.Glaucoma,glôkoumə, grauwe staar; adj.Glaucomatous.Glaucus,glôkəs.Glaze,gleiz, van glazen, vensters of spiegels voorzien, met glas bedekken, in glas zetten, verglazen, satineeren, glaceeren; subst. glazuur:Glaze-kiln= verglaasoven;Glaze-board= soort van pap, waartusschen het papier glanzend gemaakt wordt; gladhout;Glazed book-cases= van glas voorziene; (Cf.Glazed windows);With glazed eyes= glazige;Glazed frost= ijzel;Glazed hat= met geolied linnen overtrokken;Glazed tiles= verglaasde pannen;Glazer= verglazer, polijster; poleerschijf;My coat isglazy at the seams= glimmend aan de naden.Glazier,gleižə, glazenmaker;Glazier’s-diamond.Gleam,glîm, subst. straal, schittering;Gleamverb. stralen, stralen schieten, schitteren;Gleamy= stralend, fonkelend.Glean,glîn, subst. nasprokkeling;Gleanverb. nalezen, opzamelen, verzamelen, aren lezen.[224]gappen;Gleaner= sprokkelaar;Togo a-gleaning= nalezen.Glebe,glîb, pastorie-landen, bouwland, aarde;Glebe-house= pastorie;Glebe-land= pastorie-landen.Glede,glîd, wouw of zwaluwstaart.Glee,glî, vroolijkheid, muziek, zang, lied (soort v. canon):In high glee= zeer vroolijk;Glee-club= (mannen)zangvereeniging;Glee-maiden= rondreizende liedjeszangster;Gleeman= minstreel;Gleewood= een ouderwetsch muziekinstrument.Gleet,glît, etter;Gleetverb. etteren;Gleety= dun, etterig.Gleig,gleg.Glen,glen, nauw dal, bergengte.Glencoe,glenkou;Glendower,glendauə,glendûə.Glene,glîn, oogappel, oog; ondiepe gewrichtsvlakte of pan.Glenlevit,glenlîvit.Glib,glib, glibberig, vloeiend (van spraak), welbespraakt:A glib tongue; subst.Glibness.Glide,glaid, subst. het glijden, overgang (van de eene letter op de andere);Glideverb. zacht glijden of voortbewegen, zweven;Glider.Gliff,glif, korte tijd, schrik;Gliffverb. schrikken.Glim,glim, licht, kaars:Douse the glim= doe het licht uit;Glimmer= glimmen, schemeren, zwak, schemerachtig licht verspreiden; subst. zwak, onzeker licht; mica;Glimmering= schijnsel, zwakke glans, zwakke opflikkering (van bewustheid, kennis enz.), schijntje, flauw begrip.Glimpse,glimps, subst. zwak licht, glimp, spoor, voorbijgaand genot, kort bestaan, tint;Glimpseverb. blikken, voor een oogenblik verschijnen, vluchtig zien of toonen:I caught a glimpse of him= ik zag hem met een glimp.Glint,glint, subst. lichtstraal, vluchtige blik;Glintverb. schitteren, flikkeren:I knew himat the first glint= dadelijk;The train rushed on over theglinting rails= de glinsterende rails.Glissade,gliseid, subst. glijpad voor het afdalen van gletschers, de afdaling zelve; een danspas;Glissadeverb. naar beneden glijden; glissen.Glisten,glis’n, flikkeren, schijnen, glanzen; subst. flikkering =Glister,glistə, verb. en subst. glanzen.Glitter,glitə, flonkeren, flikkeren, schitteren, glansen, blinken; ook subst.:All is not gold that glitters= ’t is al geen goud wat er blinkt.Gloam,gloum, schemeren; terneergeslagen of somber zijn;Gloaming, subst. avondschemering:Gloaming of life= levensavond.Gloat,glout(on), aanstaren vol begeerte of duivelsche vreugde, met een waar tijgergenoegen neerzien op; zich verkneuteren in de pijn van.Globate,gloubit, bolvormig.Globe,gloub, subst. bol, bal, aarde, wereld, globe (terrestrial globe= aard … encelestial globe= hemel …), ballon (van de lamp);Globeverb. (zich) tot een bal vormen;Globe-daisy= kogelbloem =Globe-flower;Globe-trotter= iemand, die de geheele wereld afreist;Globe-trotting= het afreizen van de wereld;Globe-valve= balklep;Globose,gləbous,gloubous,Globular,globjulə, bolvormig:Globular sailing(ZieCircular);Globule,globjûl, bolletje, kleine homoeopatische pil; celletje.Globulin(e),globjulin, globuline, eiwitachtige stof in de bloed bolletjes.Glomerate,glomereit, tot een bal of kluwen vormen =Glomerous,glomərɐs.Gloom,glûm, subst. donkerheid, zware schaduw, somberheid, dofheid, droefgeestigheid, moedeloosheid;Gloomverb. somber of donker worden of schijnen, schemeren, betrekken (met wolken), fronsen, bedroeven;Gloomy= duister, somber, zwaarmoedig, neerslachtig.Gloria,glôriə, lof, heerlijkheid:Gloria Patri= lof zij den Vader;Gloria in excelcis Deo= lof zij den Heer in den hoogen;Gloried,glôrid, doorluchtig, roemrijk;Glorification= verheerlijking;Glorify= verheffen, verheerlijken;Gloriole,glôrioul, stralenkrans, nimbus.Glorious,glôriəs, doorluchtig, roemrijk, heerlijk, prachtig; lachwekkend;Glory,glôri, subst. roem, lof, bewondering, heerlijkheid, (hemelsche) zaligheid, roemzucht, trots, snorkerij, nimbus;Gloryverb. roem dragen op:He wasthe glory of his age= de roem van zijn tijd;Heglories inhis ignorance= draagt roem op.Glose,glous; ZieGloze.Gloss,glos, subst. glans, luister;Glossverb. glanzend en schitterend maken, verfraaien, verbloemen:Toremove the gloss= ontglanzen;I willgloss overyour shortcomings= vergoelijken, door de vingers zien;Glossiness= glans, glanzigheid;Glossy= glanzig.Gloss,glos, glos, glosse, verklarende kantteekening;Glossverb. glosseeren, glossen maken;Glossarial,glosêriəl, glossen betreffend;Glossarist= verklaarder;Glossary= glossarium.Glossic,glosik, stelsel v. phonetische spelling (v.Ellis).Glossitis,glosaitis, tongontsteking.Glossography,glosogrəfi, het maken van een glossarium; verhandeling over de tong.Glossolalia,glosəleiliə,Glossolaly,glosoləli, het spreken in vreemde talen (Bijb.).Glossology,glosolədži, uitlegging van woorden; vergelijkende taalwetenschap.Gloster,glostə, Gloucester (kaas).Glottal,glot’l, stemspleet …;Glottis,glotis, stemspleet.Glottology,glotolədži. ZieGlossology.Gloucester,glostə, Gl. (kaas);Gloucestershire,glostəšə.Glove,glɐv, subst. handschoen, bokshandschoen;Gloveverb. (als) met een handschoen bedekken:Berlin glove= wollen handschoen;They arehand and (in) glove= koek en ei;Hethrew down the gloveand Itook it up= hij wierp mij den handschoen toe en ik nam hem op;Glove-fight= vuistgevecht, bokspartij;Glove-shop= handschoenenwinkel;Glove-stretcher= handschoenrekker;Glover= handschoenmaker:He got it with the aid of aglover= door kruiwagens (fig.).[225]Glow,glou, subst. gloed, gloeihitte, helderheid, vuur, hitte, roodheid;Glowverb. gloeien, fonkelen, schitteren, rood zijn, vol vuur en opgewektheid zijn:He is glowing with patriotic feeling= gloeit van;Glow-lamp= electr. gloeilamp;Glow-worm= glimworm.Glower,glauə, nijdig en dreigend staren(at).Gloze,glouz, vleitaal, schijn;Glozeverb. een vernisje geven, vergoelijken(over).Glucic,glûsik:Glucic acid= glucinzuur;Glucose,glûkous, druivensuiker.Glue,glû, subst. lijm;Glueverb. lijmen, vasthechten:To move at the rate of a fly in aGlue-pot;Gluey= kleverig.Glum,glɐm, adj. norsch, somber:There is no Sabbathglumnessat these meetings= geen uitgestreken gezichten.Glume,glûm, dop, kaf, bolster.Glut,glɐt, subst. overkroptheid, groote overvloed, al te groote voorraad;Glutverb. schrokken, kroppen, overladen, overvoeren, voldoen, verzadigen:He glutted his eyes= hij weidde zijne oogen;Toglut one’s revenge= zijn wraak koelen;Glutman= nood- of extra hulp bij veel werk.Gluten,glût’n, gluten.Glutin,glûtin, eiwitachtig bestanddeel van gluten.Glutinous,glûtinɐs, lijmachtig, kleverig; subst.Glutinousness.Glutton,glɐt’n, subst. gulzigaard; veelvraat (dier);Gluttonous= gulzig;Gluttony= vraatzucht, gulzigheid.Glycerin(e),glisərin, glycerine.Glyph,glif, loodrechte holte of gleuf (in zuilen, b.v.); Glyphic,glifik. ZieHieroglyphic.Glyptics,gliptiks, glyptiek, graveerkunst in steen;Glyptograph,gliptəgraf, graveering op edelsteen;Glyptographer.Gnar,nâ, knorren, brommen.Gnarl,nâl, subst. knoest; snauw, grauw;Gnarlverb. snauwen, grauwen;Gnarled,nâld, vol knoesten; korzelig, grommig =Gnarly.Gnash,naš, knarsen:Tognash one’s teeth.Gnat,nat, mug:To strain at(beter:out)a gnat and swallow a camel= eene mug uitzijgen en een kameel doorzwelgen;Gnat-strainer= muggenzifter;Gnat-worm= larve van eene mug.Gnaw,nô, wegknagen, knabbelen, knagen, voortdurende pijn lijden;Gnawer.Gneiss,nais, gneis, zeker gesteente;Gneissic.Gnome,noum, aardmannetje, kabouter; maxime, zinspreuk;Gnomic(al),noumik(’l),nomik(’l), leerend, vol maximen.Gnomon,noumon, gnomon, een soort van zonnewijzer; adj.Gnomonic,nəmonik.Gnosis,nousis, kennis, wetenschap;Gnostic,nostik, gnostisch; sluw, wereldwijs; ook subst.;Gnosticism,nostisizm, gnosticisme.Gnu,nû,njû, kleine antilope.Go,gou, gaan, loopen, zich begeven, trekken, reizen, varen, vloeien, in gang zijn, in omloop zijn, beschouwd worden als, leiden tot, zich uitstrekken tot, zich bevinden, gelukken, van plan zijn, op het punt zijn, zijn toevlucht nemen tot, handelen, zich schikken, verkocht worden, waard zijn, voorhanden zijn, verloopen, ten einde loopen, enz.; subst. gang, omstandigheid, zaak, mode, vuur, moed, poging, rondje, dronk, glas, enz.:Goes of whisky= rondjes;Ihad a second go= werd voor de tweede maal bediend;We had a go atthe sherry= dronken eens;I had a go at it= probeerde het eens;Hehas plenty of go in him= veel energie, “fut”;Here’s a jolly go= dit is een mooie boel;That is no go= dat is mis, gaat niet, geeft niets;That is the extreme of no-goism= dat kan heelemaal niet;Such hatsare all the gonow= draagt nu iedereen, zijn erg algemeen;I havegiven him the go-by= hem gedaan gegeven, hem afgedankt;Wegave the fortress the go-by= lieten liggen, trokken haar voorbij;He wasour go-between= hij was onze bemiddelaar;Great go= het examen voor den B.A. graad (na 3 jar. studie);Little go(=Responsions,Smalls) = een vóórexamen (na 2 jar. studie);The book will go= zal bijval vinden, “gaan”;She went that fatal voyage= ondernam;Pay as you go= betaal wat ge noodig hebt;She let herself goafter marriage= toonde haar waren aard;I made my money go as far asI could= besteedde zoo nuttig mogelijk;It is rather fair,as things go= het is naar omstandigheden nogal gunstig;She is a good childas children go= vergelijkenderwijs is ze een goed kind;I am gone= verloren, “er bij”;Far gone in liquor= erg dronken;Be gone= maak, dat je weg komt, ruk uit;He is gone= weg;Get you gone= ruk uit;go aboutyour business= maakdat je weg komt;We havegone abouta long way= een heel eind omgeloopen;Everythinggoes againstme= alles loopt mij tegen;Itgoes against the stomach (grain)with me(against my st., gr.) = stuit mij tegen de borst;Go along with you= och loop;You will understand it as yougo along= als gij maar volgt, voortgaat;I havegone betweenthem= ben als bemiddelaar tusschen hen opgetreden;You havegone beyondme= mij bedrogen, mij overtroffen;Youwent byme= zijt mij voorbijgegaan, hebt mij genegeerd;I go bymy own feelings= volg;The ship hasgone down= is vergaan;The manoeuvre which in the language of the prize-ring is known asgoing downto avoid punishment= de manœuvre, die in sporttaal bekend staat als op de knieën vallen om de slagen te ontduiken;That won’tgo down with us= dat wil er bij ons niet in, gaat bij ons niet op, dat slikken wij niet;Hewent down withthe public= viel in den smaak bij;The bread hasgone down(gone up) = het brood is afgeslagen (opgeslagen);Such thingsgo for nothing with me= tellen bij mij niet;I’ll go for himfor slander= zal hem wegens laster aanklagen;Wewent forthat 12= wij vertrokken om 12 uur;Togo in= binnengaan, er op los gaan, binnenkomen, aanheffen, smaak vinden in, weer[226]aan ’t werk gaan, aanpakken, beginnen met, opgaan voor (een examen), veel werk maken van;I mustgo in fora new coat= ik moet aan eene nieuwe jas gelooven;I willgo in for it= ik zal er aan meedoen;Hewent in fora quiet country-place= hij vestigde zich in (nam);This doorgoes intothe garden= komt op den tuin uit;The merchantwent intothe Gazette= ging failliet;Togo intoparticulars= in bijzonderheden afdalen;We did notgo intothose matters= roerden niet aan;Togo offone’s head= verliezen;Togo offthe rails= derailleeren;He hasgone off= hij is heengegaan, gestorven;Thingswent offat high prices= de artikelen werden voor hoogen prijs opgekocht;It hasgone offvery well= het is heel goed gegaan;She isgoing off(in her looks) = zij wordt er niet mooier op;The gunwent off= geweer ging af;He succeededat his first go-off= eerste poging, eersten slag;Hewent on= ging door, voort, “ging aan”, trad op (tooneel);Gone on a girl= verliefd op;Comparisons nevergo on all fours= vergelijkingen gaan altijd mank;She isgoing on formiddle-age= komt al op middelb. leeftijd;Ministers havegone out of office= hebben hunne portefeuilles neergelegd;With her something seems to havegone out frommy life= door haar (vertrek, etc.) schijnt er iets aan mijn leven te ontbreken;Her thoughtswent out to tea(to him) = hare zinnen zetten zich op thee (op hem);Togo over= gaan over, dóórloopen, bezichtigen, overgaan (kathol. worden);We havegone overthis book together= dit boek doorgewerkt, nagegaan;To begone overa thing= zich ergens heel druk over maken;Wewent throughthe accounts= rekenden af;We havegone throughmuch suffering= veel leeds geleden;Now that you have begun you mustgo through with it= moet gij het ook doorzetten;Go to= och loop! begin! ga door;Hewent to law= ging procedeeren;Two thingsgo tothis= twee zaken zijn hiervoor noodig;Hegoes underthat title= is bekend onder;We will notgo uponsuch principles= niet volgens die beginselen handelen;Whatwent withher is not known= wat met haar gebeurde;This colour does notgo withher bonnet= past niet bij haar hoed;You will have togo withoutyour dinner to-day= het zonder middageten moeten stellen;Togo abroad= naar het buitenland gaan;Togo ahead= vooruit gaan;Togo aloft= naar boven (in het tuig) gaan;Togo astray= verdwalen, zondigen, den verkeerden weg opgaan;Togo bad= bederven;That does notgo far enough= is niet toereikend;Togo the whole figure(the whole hog) = consequent doorzetten, volhouden;Togo halves= voor de helft staan;It willgo hardwith you= je zult het hard te verduren hebben: het zal je veel moeite kosten;Go it,old boy= raak hem, toe maar;They have beengoing it= zij zijn er van door geweest;I will notgo that length= zoover ga ik niet;Hewent greater lengths thanany of you= hij ging verder, durfde meer;Togo mad (crazy, white)= gek;Going strong?= gaat het goed;Go-between= tusschenpersoon, bemiddelaar;Go-by:Togive the go-by= uitsnijden; ignoreeren; negeeren;The child is taught to walk by means ofa go-cart= loopwagentje (raamwerk zonder bodem op rolletjes);Go-down= pakhuis, stapelplaats;Goer:This watch is a good goer= loopt goed;All comers and goers= de gaande en komende man;Going= gaande, aan den gang, goed loopend, voorhanden, in de mode; gang, weggaan:All the mothers going= alle bestaande moeders;Going, going, gone!= eenmaal, andermaal, ten derden male!Going-away dress= reistoilet van de bruid;Goings= handelingen, levenswandel;Goings-on:You never saw such goings-on= zoo iets heb je nooit gezien;Tobe going= op ’t punt staan;I’m not going to tell him= ik zal wel oppassen;It is going on for twelve= het loopt tegen;Tokeep going= aan den gang houden;Toset going= aan den gang brengen;Gone,gon,gôn, part, perf. vanto go:It is six gone= over zes;He is a gone man,A gone beaver, coon, gander, goose,It’s a gone case (goose) with him= ’t staat er hopeloos met hem voor, hij is er bij;Goneness= gevoel van zwakheid of gedruktheid (Amer.).Goad,goud, subst. prikkel (van ossendrijvers);Goadverb. prikkelen, aanzetten, tot prikkel dienen:He wasgoaded intosavageness= hij werd geprikkeld tot hij een woesteling geleek;Goadsman,Goadster= ossendrijver.Goal,goul, begin- of eindpaal, doel, einde:Toget a goal= een goal maken.Goat,gout, geit;Goat-foot= bokspoot, satyr;Goat-herd= geitenhoeder;Goat’s beard= moerasspiraea;Goat’s marjoram= marjolein;Goat-carriage= bokkewagen;Goatskin, subst. en adj. geitenvel, geitenleder;Goat-sucker= nachtzwaluw, geitenmelker;Goatee,goutî, sik;Goatish= bok- of geitachtig, vuil riekend, ontuchtig.Gob,gob, mond(vol), beet, portie;Gobbet,gobət, subst. mondvol, brok, stuk;Gobbetverb. met groote slokken of brokken verzwelgen.Gobbing,gobiŋ, kolen- en steengruis.Gobble,gob’l, subst. geklok;Gobbleverb. gulzig slikken, klokken, kakelen:Such excellent housekeepers are eagerlygobbled upby bachelors= worden dadelijk ingepikt door;Gobbler= gulzigaard, smulpaap, kalkoen.Gobelin,gobəlin, gobelin; ook adj.Goblet,goblət, drinkbeker.Goblin,goblin, kabouter, spook, booze fee.God,god, God:Come from God knew where;So help me God!(eedsformulier);Would to God= God gave!The gods= (de lui van) het “schellinkje” (in een schouwburg);Godchild= petekind;Goddaughter= peetdochter;Godfather, subst. peetvader, peetoom;Godverb. als peetvader optreden;God-fearing= godvreezend, godsdienstig;In thisGod-forgottenplace;Godhead,Godhood= Godheid, goddelijkheid;God-man[227]= Godmensch;Godmother= petemoei;Godsend= meevallertje, geluk;Godson= peetzoon;God’s-acre= godsakker, begraafplaats;God-speed:Tobid god-speed= goede reis wenschen;Godwit= griet;Goddess= godin;Godless= goddeloos; subst.Godlessness;Godlike= goddelijk, vroom; subst.Godlikeness;Godly= godvruchtig, vroom:The Godly= het volk Gods (naam van de parlementsgezinden in den Eng. burgeroorlog van 1629–1640).Godfrey,godfri, Godfried, Govert;Godiva,gədaivə, Godiva.Goee-goee,gouî-gouî, luiaard, stumper.Goffer,gofə. ZieGauffer;Goffering,gofəriŋ, geplooid kantwerk.Goggle,gog’l, met de oogen rollen, staren; adj. starend, uitpuilend; subst. bril (tegen stof, scherp licht of scheel zien), oogkleppen (v. paarden);Goggle-eye(d)= (met) uitpuilende oogen; gebrild;Goggle-eyed spectacles= met groote, bolle glazen.Goglet,goglət, (aarden) koelkan.Goitre, (Amer.)Goiter,gôitə, kropgezwel; adj.Goitrous.Golconda,golkondə, goudmijn, geldwinning.Gold,gould, goud, rijkdom; hart van de schijf bij boogschieten; adj. gouden:These wordshit the goldwith precision= slaan den spijker juist op den kop;Gold-beater= goudpletter, goudbladmaker;Gold-beater’s-skin= goudvlies;Gold-bound= in goud gezet of gevat;Gold-cloth= goudlaken;Gold-digging= het graven naar goud;Gold-dust= stofgoud;Gold-fever= manie voor goudzoeken;Gold-field= gouddistrict, goudveld;Gold-finch= goudvink (ookfig.);Gold-fish= goudkarper;Gold-foil= bladgoud;Gold-flower= vleugelnoot;Gold-hammer= geelgors;Gold-lace= goudgalon;Gold-leaf= bladgoud;Gold-smith(ry)= goudsmid(swerk);Gold-stick= hofceremoniemeester (met gouden staf) in Engeland;Gold-thread= gouddraad (om zijde gewikkeld);Gold-washer= goudwasscher;Gold-wire= gouddraad;Golden= goudachtig, op goud gelijkend, goudkleurig, van goud, schitterend, van groote waarde, gelukkig;Golden age= gouden eeuw;Golden cup= boterbloem;Golden eagle= steenarend;Golden fleece= gulden vlies; Golden-mouthed = welsprekend;Golden-number= guldengetal;Golden-rule= gulden regel, regel van drieën;Golden-tressed= met goudgele lokken;Golding= goudrenet;Goldney= goudvischje;Goldy= goudvink;Goldylocks,gouldiloks, gulden boterbloem; huidvaren, haarmos, etc.Golf,go(l)f, een soort van kolfspel;Golfverb. ’golf’ spelen;Golf-club= kolf, golfclub;Golf-link= golfbaan.Golgotha,golgətha, Golgotha, martelplaats.Goliath,gəlaiəth, Goliath:Goliath beetle= groote kever (in de Tropen).Golly,goli, gossie:Golly, how they shrieked= gossie, wat schreeuwden ze!Gollywog,goliwog, een potsierlijk opgekleede pop, met opengespalkte oogen, een haarbos en vaak een zwart gezicht.Goloe-shoe,gəloušû, (elastieken) overschoen =Golosh(e).Gombeen,gombîn, Iersch woekeraar.Gomuti,Gomuto,gəmûti,gəmûtou, arengpalm; de zwarte vezels daarvan.Gondola,gondələ, gondel, platboomde vrachtboot; perronwagen (Amer.);Gondolier,gondəlîə, gondelier.Goneril,gonəril.Gonfalon,gonfəlon,Gonfanon= lansvaantje; kerkbanier.Gong,goŋ, gong (een tambourijnvormig metalen instrument waarop met een omwoelden stok wordt geslagen, en dat in vele Engelsche huizen in plaats van de etensbel wordt gebruikt); heimelijk gemak;Gong-punch. ZieBell-punch(Amerik.).Goniometer,gouniomətə, goniometer;Goniometry,gouniomətri, goniometrie.Good,gud, goed, zoet, geschikt, vroom, aanzienlijk, juist, getrouw; subst. het goed(e), voordeel, welzijn, genot, nut, goede hoedanigheden:It’sno good= geeft niet(s);What’s the good of it= waartoe dient het?For the good of the house= ten voordeele van den landheer;For good (and all)= voor goed, volkomen;Goods= goederen, waren, materiaal:Goods and chattels= have en goed;Goods shed= goederenloods;Goods train= goederentrein;Ill-gotten goods seldom prosper= kwalijk verkregen goed gedijt niet;Five shillingsto the good= tegoed, credit, vooruit;He has behavedas good asgold= is erg zoet geweest;She gave heras good asshe got= betaalde haar met gelijke munt;He isas good ashis word= hij vervult trouw wat hij belooft;His fortune isas good asmade= vrij wel;Good!= dat is goed, mooi zoo!That is good!= dat is ook mooi!That is a good one!= een goeie grap, wat moois!A good deal,A good many= zeer vele;A good ten miles,Agoodtwo months= ruim, een goeie;In good sooth= in waarheid;In good time= tijdig, in gunstige omstandigheden;On (from) good authority= uit goede bron;Well and good= alles goed en wel;Not good for much= niet veel waard;That isgood-for-nothing= dat is nietswaardig;A good-for-nothing (fellow)= nietswaardige (kerel);He hasmade good his name= zijn naam eer aangedaan;Tomake gooddamages, a loss= vergoeden;He hasseen (thought) goodto do it= het heeft hem goed gedacht (behaagd);He (It)stands good= is soliede;Good behaviour:He was releasedon his good behaviour= hij werd ontslagen (uit de gevangenis) onder de verplichting, dat hij zich goed zou houden;Good breeding= hoffelijkheid, wellevendheid;Good-conditioned= in goeden staat zijnde;Good-day= goeden dag (bij komen of heengaan);Good-bye= goeden dag (bij heengaan voor geruimen tijd):I will notsay good-byeyet= ik zie je nog wel;Good-evening= goeden avond;Good-faced= met gunstig uiterlijk;Good-fellow= gezellige, goedaardige kerel;Good-fellowship= kameraadschap;Good-folk(s)= feeën;Good Friday= Goede Vrijdag;Good-graces= gunst;Good-humour[228]= opgeruimde aard;Good lack= Hemeltjelief! (verbazing);Good-looking= knap;Good-manners= beschaving;Goodman= vriendje, huisbaas, echtgenoot, de Duivel;Good-morning,Good-morrow= goeden morgen;Good-nature= goedaardigheid;Good-natured= goedaardig;Goodness= goedheid:Goodness knows= de Hemel weet;I hope to goodnessyou will not do it= ik hoop waarachtig;Good-night= goeden nacht; serenade;Good now= Beware me! (verbazing);Good sense= gezond verstand;A good-sized box= vrij groote;Good speed= succes!Good-tempered= goedgehumeurd;Good Templar= geheelonthouder;Goodwife= huisvrouw; moedertje;Goodwill= welwillendheid; gunst; zaak + klandizie, het daarvoor betaalde geld:Tobuy the goodwill of a house;Goodwill to man= “in menschen een welbehagen”;Goodwoman. ZieGoodwife;He is good,almostto goodiness= hij is zoo goed, dat hij haast over zich laat loopen;Goodies= lekkernijen, bonbons;Goodly= knap, edel, aanmerkelijk, aangenaam, piekfijn (ironisch);Goody= subst. sul, goeie vent, beste moeke; adj. goedaardig, sullig, sentimenteel:It would look sogoody-goodyand stupid= zoo sullig en dom lijken;I havetalked goody-goodyto her= ik heb met haar zitten kwezelen.Goorkha= Ghoorka.Goosander,gûsandə,gusandə, duikergans.Goose,gûs, subst. gans, sul, sukkel, uilskuiken; (kleermakers)persijzer;Gooseverb. uitfluiten:Every man thinks his own geese swans= elk denkt zijn uil een valk te zijn;Tocook a person’s goose for him= te pakken nemen, ruïneeren, van kant maken;Toget the goose= uitgefloten worden;He is sound on the goose= hij is ouderwetsch in de slavenkwestie (Amer.); trouw aan zijne partij;Goose-berry= kruisbes, kruisbessenstruik:Goose-berry time= komkommertijd (ookThe silly season);Old Goose-berry= de duivel;I am not goingto play goose-berry(picker)to you two= ik wil niet jullie beider “fâcheux troisième” zijn, voor ’t “fatsoen” met jullie meegaan;Heplays old goose-berry withthe British public= houdt voor den gek;Goose-berry-fool= uitgeperste kruisbessen met room; zotskap;Goose-flesh(Goose-skin) = kippenvel;Togo all over goose-flesh= kippenvel krijgen;Goose-herd= ganzenhoeder;Goose-neck= zwaanshals (van giek of boom);Goose-quill= ganzeveer, pen;Goose-winged= met de leizeilen bijgezet (voor den wind zeilend).Gopher,goufə, naam voor verschillende in een gat in den grond levende dieren, als ratten, eekhoorntjes, schildpadden (Amer.);Gopherverb. op goed geluk naar goud graven.Gorboduc,göbədɐk.Gorcock,gökok, korhaan;Gorcrow,gökrou, kraai;Gorhen,göhen, korhen.Gordian,gödj’n:Gordian knot= Gordiaansche knoop:He cut the Gordian knot= hij heeft den knoop doorgebakt.Gore,gö, subst. geronnen bloed; geer, driehoekig stuk (land);Goreverb. doorboren, spietsen, met eene wig doorbreken;Goring= prik, steek.Gorge,gödz, subst. keel, strot, het verzwolgene, zware maaltijd; nauwe bergpas;Gorgeverb. gretig verzwelgen, schrokken:The stenchturned my gorge= het hart draaide me in mijn lijf om van;My gorge rises at it= ik walg er van;He gorged himselfwith it= at veel van.Gorgeous,gödžəs, schitterend, prachtig; subst.Gorgeousness.Gorget,gödžət, halsstuk (van eene wapenrusting), borstplaat, halskraag of plooisel.Gorgon,gög’n, subst. Gorgone; iets zeer leelijks;Gorgonean,Gorgonian,gögounj’n, versteenend, afschuwelijk leelijk;Gorgonize= doen versteenen.Gorilla,gərila, gorilla.Gormand,göm’nd, gulzigaard;Gormandize,göm’ndaiz, gulzig eten, schrokken.Gorse,gös, brem;Gorsy= vol brem.Gory,gôri, met geronnen bloed bedekt.Goschen,gouš’n.Goshawk,goshôk, havik, patrijsvalk.Gosling,gozliŋ, gansje; katje (van wilgen, etc.).

Giaour,džauə, ongeloovige (naam voor Christenen bij de Turken).Gib,džib, arm van eene kraan, spie; (oude) kater =Gib-cat.Gibber,gibə, brabbelen, brabbeltaal spreken, snateren;Gibberish= brabbeltaal; adj. zonder beteekenis.Gibbet,džibət, subst. galg, kraanbalk;Gibbetverb. ophangen; aan de kaak stellen.Gibble-gabble,gib’lgab’l, gesnater, gezwets.Gibbon,gib’n, Gibbon; langarmige, staartlooze aap.Gibbose,gibous,Gibbous,gibəs, gebocheld, uitpuilend, bol;Gibbosity,gibositi, bultigheid, bolheid, uitpuiling.Gibbs,gibz.Gibe,džaib, subst. spot, smaad;Gibeverb. spotten, hoonen, beschimpen, uitschelden;Giber= spotter, schimper.Gibeon,gibjən:Children of Gibeon= proletariërs, armen;Gibeonite,gibjənait, bewoner v.Gibeon(Jozua IX, 23), duivelstoejager, laagste loondienaar.Giblets,džibləts, inwendige deelen van gevogelte, zooals lever, maag, hart, etc.Gibraltar,džibrôltə, Gibraltar;Gibraltar ape(Gibraltar monkey) = magot (aap).Gibson,gibs’n.Gibstaff,džibstâf, peilstok, vaarboom.Gibus hat,džaibəshat, klak.Giddiness,gidinəs, subst. vanGiddy,gidi, duizelig, zwijmelend, veranderlijk, grillig, opgewonden, onnadenkend, onbezonnen:Giddy-brained= gedachteloos, roekeloos;Giddy-go-round= caroussel.Gifford,gifəd.Gift,gift, subst. recht van geven of begeven, gave, begaafdheid;Giftverb. begiftigen:I would not have it for a gift= ik zou het niet voor niemandal willen hebben;That appointment isin the gift of the crown= wordt door de kroon vergeven;Gifted withmany accomplishments= met vele talenten begaafd;Giftedness= begaafdheid.Gig,gig, subst. harpoen; tol; sjees, cabriolet; kaardcylinder, kaardmachine; lichte sloep; neus, farthing;Gigverb. met elger of harpoen steken;Gig-lamp= rijtuiglamp;Gigman= harpoenier; geldpatser;Gigs= bril.Gigantean,džaigəntîən=Gigantesque,Gigantic, reusachtig, kolossaal.Giggle,gig’l, gichelen; subst. gegichel;Giggler.Gilbert,gilbət;Gilchrist,gilkrist.Gild,gild, vergulden, verfraaien:Gilded youth(s)=jeunesse dorée;Gilding= het vergulden, versiering, verguldsel;Gilding-metal= verguldstof.[222]Gilead,giliəd.Giles,džailz, Gilles:St. Giles(vroeger beruchte) buurt in het centrum van Londen.Gilfillan,gilfilən.Gill,gil, kieuw, kaak, lel, het vleesch om en bij de kin, vadermoorder (boord);Gill-flap= kieuwklep.Gill,džil, meisje, liefje, snol;Gill-flirt= dartele meid.Gill,džil, ¼ Pint (=0.14 L.).Gillet,džilət,Gillian,džilj’n, dartele meid.Gillie,gili, Hooglandsche dienaar, vooral bij rijden en jagen.Gilliflower,džiliflauə, tuinanjelier.Gilmore,gilmö;Gilpin,gilpin;Gilson,gilsən.Gilpy,gilpi, vroolijke gast(-meid).Gilravage,gilravidž, subst. opgewonden pret, rumoerig partijtje; plundering;Gilravageverb. plunderen, verwoesten;Gilravager= rumoerige, wanordelijke klant, roover, plunderaar.Gilray,gilrei.Gilt,gilt, adj. verguld; subst. verguldsel; jong wijfjesvarken:The ominousThree Gilt Balls= lommerd;Gilt-edged= verguld op snede, fijn, chique.Gim,džim, chique, fijn, net.Gimbal,džimb’l, beugel, om het kompas aan te hangen.Gimcrack,džimkrak, prul, speeldingetje; adj. prullerig.Gimlet,gimlət, subst. (dril)boor;Gimletverb. boren, draaien.Gimp,gimp, gimp, soort van passement.Gimp,džimp, net, fijn, keurig, slank, schraal.Gin,džin, jenever; strik, machinerie, kraan, foltertuig, braak; inboorling, oude vrouw (Austral.);Ginverb. braken (van vlas), ontkorrelen, vangen;Gin-horse= molenpaard; inlandsche vrouw (Austral.);Gin-mill,Gin-palace,Gin-shop= kroeg, drankhuis.Ginger,džinžə, gember, iets pikants;Ginger-beer= gemberbier;Ginger-brandy(Ginger-cordial) = drank, gemaakt van spiritualiën, gember, etc.;Gingerbread= peperkoek; geld:Totake the gilt off the gingerbread= van de aantrekkelijkheid berooven;Gingerbread-nuts= pepernoten;Gingerbread-stall (-booth)= koekkraampje;Gingerbread work= prulsieraden;Gingerly= voorzichtig, behoedzaam; netjes, keurig, geaffecteerd.Gingham,giŋ’m, gingang, katoenen stof; groen katoenen paraplu.Ginglymus,džiŋglimɐs,giŋglimɐs, scharniergewricht.Gipsy,džipsi, subst. Zigeuner, de taal der Z., donker uitziend persoon; heks, sluwe bedriegster; adj. Zigeuners …, Zigeunerachtig;Gipsyverb. in de open lucht leven, buiten eten;Gipsy-cart= reis- en woonwagen;Gipsy herb= gemeene wolfsklauw;Gipsyfy,džipsifai, zwart of donker maken;Gipsyism= gewoonten en zeden der Zigeuners, bedrog.Giraffe,džiraf, giraffe.Girandole,džir’ndoul, kandelaar met armen, vuurrad (stuk vuurwerk).Girasol,džirəsol, Europeesche heliotroop; girasol (edelgesteente).Gird,gɐ̂d, subst. kneep, steek, sarcasme, hoonlach;Girdverb. doorsteken, spotten met of lachen om (at); omgorden, vastbinden, aangorden;Girder= spotter; dwarsbalk;Girdle, subst. gordel, band, omtrek, boog;Girdverb. omgorden, insnijding om een boomstam maken, omvatten:Hehad (held) the people under his girdle= hij hield het volk er onder.Girl,gɐ̂l, meisje, dienstmeisje; tweejarige reebok;Girl-friend= vriendin(netje);Girlhood= de meisjesjaren;Girlish= meisjesachtig, meisjes - -; subst.Girlishness.Girondist,džirondist, Girondijn.Girt,gɐ̂t, P.P. en P. Imp. vanto gird.Girth,gɐ̂th, buikriem, band, omvang;Girthverb. omgorden, omgespen.Gisborne,gisbən,Gislebert,giz’lbət, Gijsbert(us).Gist,džist, hoofdpunt (v. redeneering of vraag):I told himthe gist of my errand= doel van mijne boodschap;That isthe gist of it= dat is de kern der zaak;Here liesthe whole gist of the matter.Giusto,džustou, in de maat (muziek).Give,giv, verb. geven, schenken, verleenen, overhandigen, mededeelen, veroorloven, blootstellen, meegeven, zakken, wijken; subst. het meegeven:The kindly give of the trigger= het zacht meegeven van den trekker;Give and takeis the only possible rule in marriage= geven en nemen;That isa give and take (exchange)= dat is een billijke ruil;A fightof a give-and-take character= waarin beide partijen veeren laten;The weather (frost) gives= verandert, het begint te dooien;I felt the bar give a little= voelde, dat de stang boog;I’ll give it you= ik zal je wel!Togive battle= slag leveren;Togive a call= een bezoek brengen;Togive chase= nazetten;Togive the cold shoulder= met den nek aanzien;Togive ear to= het oor leenen aan;Togive good day= goeden dag wenschen;Togive ground= wijken;Togive a guess at= raden naar;Togive in charge= in (verzekerde) bewaring geven;Igive you joy= ik feliciteer u;Togive judgment= uitspraak doen;Togive the lie= logenstraffen, heeten liegen;Togive a lift= een handje helpen, laten meerijden;Togive place to= wijken voor;Togive sentence= vonnis vellen;Togive the slip= laten zitten, uitknijpen;You ought togive me something= iets vóór geven (bilj.);Togive a start= opschrikken;Togive suck= zoogen;Togive tongue= aanslaan (van honden);Togive warning= den dienst opzeggen;Togive way to= wijken voor;Here the crew began togive way= begonnen met alle kracht te roeien;Togive a yawn= gapen, geeuwen;The bride wasgiven awayby her brother= de bruid werd door haar broeder aan den bruidegom overgegeven;His earsgive him away= aan zijn ooren kun je wel zien, wat een ezel hij is;Don’tgive yourself away= gooi jezelf niet weg, verklap jezelf niet;I hope you didn’tgive me away= mij niet hebt verklapt;That isa dead give-away= dat is enkel geld weggooien;[223]The enemygave backpell-mell= week in verwarring;It wasgiven forthby everybody= het werd door iedereen verteld;You mustgive in tome that you were wrong= mij toegeven;Togive on= uitkomen op (tuin of straat);Togive out= uitdeelen, aankondigen; uitgeput zijn of raken;Togive outa text= voor- of oplezen;Hegives himself out forsomething bigger than he is= zich voordoen als, uitgeven voor;It wasgiven outpublicly= publiek aangekondigd, bekend gemaakt;The lampgave outa flickering light;Togive outlessons= opgeven;The ammunitiongave out= raakte op;I hadgiven it over= het opgegeven;Hegave himself over todrinking= hij verslaafde zich aan den drank;He wasgiven up by the doctors= de geneesheeren hadden hem opgegeven;Hegave himself up tothe police= hij leverde zichzelf in handen der politie;Togive upan establishment= eene zaak opheffen, likwideeren;Hegave himself up tothat delight= gaf zich over aan …;Quebecgave itself up= gaf zich over;He preferred togive upwork before workgave him up;He is given to study= hij wijdt zich aan, houdt veel van studie;He is notmuch given totalk= houdt niet van veel praten;A given-name= doopnaam (Amerika).Gizzard,gizəd, krop:He frets his gizzard= hij ergert zich.Glabrate,gleibrit, glad, kaal, onbehaard =Glabrous,gleibrəs.Glacial,gleišəl, bevroren, ijs …, gletscher …;Glaciate,gleišieit, bevriezen, tot ijs worden; subst.Glaciation;Glacier,glasiə,gleišə, gletscher.Glacis,gleisis, schuinte, glooiing.Glad,glad, adj. blij, verheugd, vroolijk; schitterend;Gladverb. blij maken of worden:I amglad ofit= ik ben er blij om;I shall beglad todo it= het zal mij aangenaam zijn;He wasglad atfinding us= dat hij ons vond;Gladden= verblijden; subst.Gladnessadj.Glad-some.Glade,gleid, open ruimte in een bosch; wak in ’t ijs (Amer.).Gladiate,gladiit, zwaardvormig;Gladiator,gladieitə, zwaardvechter, strijder; adj.Gladiatorial;Gladiole,gladioul, zwaardlelie =Gladiolus,gladaiəlɐs,gladiouləs.Gladstone,gladst’n, Gladstone; soort rijtuig; valies =Gladstone bag;Gladstonian= aanhanger van G.; ook adj.Glair,glêə, subst. eiwit, eiwitachtige stof;Glairverb. vernissen, bestrijken met; adj.Glairy.Glaive,gleiv, zwaard.Glamis,glâms,glamis.Glamour,glamə, subst. betoovering, oogenbegoocheling, tooverspreuk;Glamourverb. begoochelen, betooverend schilderen:Heglamoured the mountainswith a fascination that none could resist= hij schilderde de bergen onweerstaanbaar betooverend.Glance,glâns, subst. lichtstraal, flikkering, blik, oogopslag, lichte aanraking, lonk, wenk;Glanceverb. stralen schieten, schieten langs; vluchtig aanzien, kortelijk vermelden, aanblikken:Toglance an eye on= een blik werpen op;ToGlance off= afschampen;ToGlance over= vluchtig doorzien;He hardlyglanced uponit= roerde het haast niet aan;Glance-coal= glanskool, anthraciet.Gland,gland, klier, cel;Glanders,glandəz, droes (paardenziekte);Glandered= behept met kwaden droes;Glandiferous,glandifərɐs, eikels voortbrengend;Glandiform,glandiföm, eikelvormig;Glandula,glandjul(ə), kliertje;Glandular,glandjulə, klierachtig, klier …;Glandule=Glandula.Glans,glanz, eikel, nootvormige vrucht.Glare,glêə, subst. schitterende glans, valsche gloed, schittering, doordringende blik;Glareverb. met schitterend en verblindend licht schijnen, woest staren, vlammende blikken werpen (at);Glaring= fonkelend, verblindend, openbaar, onbeschaamd, schandelijk, schreeuwend;Glary= fonkelend, schitterend.Glasgow,glasgou.Glass,glâs, subst. glas, drinkglas, lens, spiegel, kijker, zandlooper, barometer, thermometer, (sterke) drank; adj. van glas;Glassverb. (af)spiegelen, met glas omhullen, verglazen:Glasses= bril;Apair of glasses= lorgnet;Glass-blower= glasblazer:Glass-blower’s lamp;Glasscoach= staatsiekoets, glazen koets;Glass-house= glasblazerij;Glass jar= klok, inmaakflesch;Glass-metal= gesmolten glas;Glass-painting= het schilderen of schilderwerk op glas;Glass-paper= glas-(schuur-)papier;Glass shade= stolp, glazen lampekap;Glass-staining= het kleuren van en schilderen op glas;Glass-ware,Glass-work= glaswerk;Glass-works= glasblazerij;Glassful;Glasslike;Glassy= van glas, als glas, glad, spiegelglad:Glassy eyes= doffe, glazige oogen.Glastonbury,glâst’nbəri:Glastonbury chair= een soort leuningstoel;Glastonbury thorn= tweestijlige meidoorn.Glaucescence,glôses’ns, zeegroene kleur;Glaucescent,glôses’nt,Glaucous,glôkəs, zeegroen.Glaucoma,glôkoumə, grauwe staar; adj.Glaucomatous.Glaucus,glôkəs.Glaze,gleiz, van glazen, vensters of spiegels voorzien, met glas bedekken, in glas zetten, verglazen, satineeren, glaceeren; subst. glazuur:Glaze-kiln= verglaasoven;Glaze-board= soort van pap, waartusschen het papier glanzend gemaakt wordt; gladhout;Glazed book-cases= van glas voorziene; (Cf.Glazed windows);With glazed eyes= glazige;Glazed frost= ijzel;Glazed hat= met geolied linnen overtrokken;Glazed tiles= verglaasde pannen;Glazer= verglazer, polijster; poleerschijf;My coat isglazy at the seams= glimmend aan de naden.Glazier,gleižə, glazenmaker;Glazier’s-diamond.Gleam,glîm, subst. straal, schittering;Gleamverb. stralen, stralen schieten, schitteren;Gleamy= stralend, fonkelend.Glean,glîn, subst. nasprokkeling;Gleanverb. nalezen, opzamelen, verzamelen, aren lezen.[224]gappen;Gleaner= sprokkelaar;Togo a-gleaning= nalezen.Glebe,glîb, pastorie-landen, bouwland, aarde;Glebe-house= pastorie;Glebe-land= pastorie-landen.Glede,glîd, wouw of zwaluwstaart.Glee,glî, vroolijkheid, muziek, zang, lied (soort v. canon):In high glee= zeer vroolijk;Glee-club= (mannen)zangvereeniging;Glee-maiden= rondreizende liedjeszangster;Gleeman= minstreel;Gleewood= een ouderwetsch muziekinstrument.Gleet,glît, etter;Gleetverb. etteren;Gleety= dun, etterig.Gleig,gleg.Glen,glen, nauw dal, bergengte.Glencoe,glenkou;Glendower,glendauə,glendûə.Glene,glîn, oogappel, oog; ondiepe gewrichtsvlakte of pan.Glenlevit,glenlîvit.Glib,glib, glibberig, vloeiend (van spraak), welbespraakt:A glib tongue; subst.Glibness.Glide,glaid, subst. het glijden, overgang (van de eene letter op de andere);Glideverb. zacht glijden of voortbewegen, zweven;Glider.Gliff,glif, korte tijd, schrik;Gliffverb. schrikken.Glim,glim, licht, kaars:Douse the glim= doe het licht uit;Glimmer= glimmen, schemeren, zwak, schemerachtig licht verspreiden; subst. zwak, onzeker licht; mica;Glimmering= schijnsel, zwakke glans, zwakke opflikkering (van bewustheid, kennis enz.), schijntje, flauw begrip.Glimpse,glimps, subst. zwak licht, glimp, spoor, voorbijgaand genot, kort bestaan, tint;Glimpseverb. blikken, voor een oogenblik verschijnen, vluchtig zien of toonen:I caught a glimpse of him= ik zag hem met een glimp.Glint,glint, subst. lichtstraal, vluchtige blik;Glintverb. schitteren, flikkeren:I knew himat the first glint= dadelijk;The train rushed on over theglinting rails= de glinsterende rails.Glissade,gliseid, subst. glijpad voor het afdalen van gletschers, de afdaling zelve; een danspas;Glissadeverb. naar beneden glijden; glissen.Glisten,glis’n, flikkeren, schijnen, glanzen; subst. flikkering =Glister,glistə, verb. en subst. glanzen.Glitter,glitə, flonkeren, flikkeren, schitteren, glansen, blinken; ook subst.:All is not gold that glitters= ’t is al geen goud wat er blinkt.Gloam,gloum, schemeren; terneergeslagen of somber zijn;Gloaming, subst. avondschemering:Gloaming of life= levensavond.Gloat,glout(on), aanstaren vol begeerte of duivelsche vreugde, met een waar tijgergenoegen neerzien op; zich verkneuteren in de pijn van.Globate,gloubit, bolvormig.Globe,gloub, subst. bol, bal, aarde, wereld, globe (terrestrial globe= aard … encelestial globe= hemel …), ballon (van de lamp);Globeverb. (zich) tot een bal vormen;Globe-daisy= kogelbloem =Globe-flower;Globe-trotter= iemand, die de geheele wereld afreist;Globe-trotting= het afreizen van de wereld;Globe-valve= balklep;Globose,gləbous,gloubous,Globular,globjulə, bolvormig:Globular sailing(ZieCircular);Globule,globjûl, bolletje, kleine homoeopatische pil; celletje.Globulin(e),globjulin, globuline, eiwitachtige stof in de bloed bolletjes.Glomerate,glomereit, tot een bal of kluwen vormen =Glomerous,glomərɐs.Gloom,glûm, subst. donkerheid, zware schaduw, somberheid, dofheid, droefgeestigheid, moedeloosheid;Gloomverb. somber of donker worden of schijnen, schemeren, betrekken (met wolken), fronsen, bedroeven;Gloomy= duister, somber, zwaarmoedig, neerslachtig.Gloria,glôriə, lof, heerlijkheid:Gloria Patri= lof zij den Vader;Gloria in excelcis Deo= lof zij den Heer in den hoogen;Gloried,glôrid, doorluchtig, roemrijk;Glorification= verheerlijking;Glorify= verheffen, verheerlijken;Gloriole,glôrioul, stralenkrans, nimbus.Glorious,glôriəs, doorluchtig, roemrijk, heerlijk, prachtig; lachwekkend;Glory,glôri, subst. roem, lof, bewondering, heerlijkheid, (hemelsche) zaligheid, roemzucht, trots, snorkerij, nimbus;Gloryverb. roem dragen op:He wasthe glory of his age= de roem van zijn tijd;Heglories inhis ignorance= draagt roem op.Glose,glous; ZieGloze.Gloss,glos, subst. glans, luister;Glossverb. glanzend en schitterend maken, verfraaien, verbloemen:Toremove the gloss= ontglanzen;I willgloss overyour shortcomings= vergoelijken, door de vingers zien;Glossiness= glans, glanzigheid;Glossy= glanzig.Gloss,glos, glos, glosse, verklarende kantteekening;Glossverb. glosseeren, glossen maken;Glossarial,glosêriəl, glossen betreffend;Glossarist= verklaarder;Glossary= glossarium.Glossic,glosik, stelsel v. phonetische spelling (v.Ellis).Glossitis,glosaitis, tongontsteking.Glossography,glosogrəfi, het maken van een glossarium; verhandeling over de tong.Glossolalia,glosəleiliə,Glossolaly,glosoləli, het spreken in vreemde talen (Bijb.).Glossology,glosolədži, uitlegging van woorden; vergelijkende taalwetenschap.Gloster,glostə, Gloucester (kaas).Glottal,glot’l, stemspleet …;Glottis,glotis, stemspleet.Glottology,glotolədži. ZieGlossology.Gloucester,glostə, Gl. (kaas);Gloucestershire,glostəšə.Glove,glɐv, subst. handschoen, bokshandschoen;Gloveverb. (als) met een handschoen bedekken:Berlin glove= wollen handschoen;They arehand and (in) glove= koek en ei;Hethrew down the gloveand Itook it up= hij wierp mij den handschoen toe en ik nam hem op;Glove-fight= vuistgevecht, bokspartij;Glove-shop= handschoenenwinkel;Glove-stretcher= handschoenrekker;Glover= handschoenmaker:He got it with the aid of aglover= door kruiwagens (fig.).[225]Glow,glou, subst. gloed, gloeihitte, helderheid, vuur, hitte, roodheid;Glowverb. gloeien, fonkelen, schitteren, rood zijn, vol vuur en opgewektheid zijn:He is glowing with patriotic feeling= gloeit van;Glow-lamp= electr. gloeilamp;Glow-worm= glimworm.Glower,glauə, nijdig en dreigend staren(at).Gloze,glouz, vleitaal, schijn;Glozeverb. een vernisje geven, vergoelijken(over).Glucic,glûsik:Glucic acid= glucinzuur;Glucose,glûkous, druivensuiker.Glue,glû, subst. lijm;Glueverb. lijmen, vasthechten:To move at the rate of a fly in aGlue-pot;Gluey= kleverig.Glum,glɐm, adj. norsch, somber:There is no Sabbathglumnessat these meetings= geen uitgestreken gezichten.Glume,glûm, dop, kaf, bolster.Glut,glɐt, subst. overkroptheid, groote overvloed, al te groote voorraad;Glutverb. schrokken, kroppen, overladen, overvoeren, voldoen, verzadigen:He glutted his eyes= hij weidde zijne oogen;Toglut one’s revenge= zijn wraak koelen;Glutman= nood- of extra hulp bij veel werk.Gluten,glût’n, gluten.Glutin,glûtin, eiwitachtig bestanddeel van gluten.Glutinous,glûtinɐs, lijmachtig, kleverig; subst.Glutinousness.Glutton,glɐt’n, subst. gulzigaard; veelvraat (dier);Gluttonous= gulzig;Gluttony= vraatzucht, gulzigheid.Glycerin(e),glisərin, glycerine.Glyph,glif, loodrechte holte of gleuf (in zuilen, b.v.); Glyphic,glifik. ZieHieroglyphic.Glyptics,gliptiks, glyptiek, graveerkunst in steen;Glyptograph,gliptəgraf, graveering op edelsteen;Glyptographer.Gnar,nâ, knorren, brommen.Gnarl,nâl, subst. knoest; snauw, grauw;Gnarlverb. snauwen, grauwen;Gnarled,nâld, vol knoesten; korzelig, grommig =Gnarly.Gnash,naš, knarsen:Tognash one’s teeth.Gnat,nat, mug:To strain at(beter:out)a gnat and swallow a camel= eene mug uitzijgen en een kameel doorzwelgen;Gnat-strainer= muggenzifter;Gnat-worm= larve van eene mug.Gnaw,nô, wegknagen, knabbelen, knagen, voortdurende pijn lijden;Gnawer.Gneiss,nais, gneis, zeker gesteente;Gneissic.Gnome,noum, aardmannetje, kabouter; maxime, zinspreuk;Gnomic(al),noumik(’l),nomik(’l), leerend, vol maximen.Gnomon,noumon, gnomon, een soort van zonnewijzer; adj.Gnomonic,nəmonik.Gnosis,nousis, kennis, wetenschap;Gnostic,nostik, gnostisch; sluw, wereldwijs; ook subst.;Gnosticism,nostisizm, gnosticisme.Gnu,nû,njû, kleine antilope.Go,gou, gaan, loopen, zich begeven, trekken, reizen, varen, vloeien, in gang zijn, in omloop zijn, beschouwd worden als, leiden tot, zich uitstrekken tot, zich bevinden, gelukken, van plan zijn, op het punt zijn, zijn toevlucht nemen tot, handelen, zich schikken, verkocht worden, waard zijn, voorhanden zijn, verloopen, ten einde loopen, enz.; subst. gang, omstandigheid, zaak, mode, vuur, moed, poging, rondje, dronk, glas, enz.:Goes of whisky= rondjes;Ihad a second go= werd voor de tweede maal bediend;We had a go atthe sherry= dronken eens;I had a go at it= probeerde het eens;Hehas plenty of go in him= veel energie, “fut”;Here’s a jolly go= dit is een mooie boel;That is no go= dat is mis, gaat niet, geeft niets;That is the extreme of no-goism= dat kan heelemaal niet;Such hatsare all the gonow= draagt nu iedereen, zijn erg algemeen;I havegiven him the go-by= hem gedaan gegeven, hem afgedankt;Wegave the fortress the go-by= lieten liggen, trokken haar voorbij;He wasour go-between= hij was onze bemiddelaar;Great go= het examen voor den B.A. graad (na 3 jar. studie);Little go(=Responsions,Smalls) = een vóórexamen (na 2 jar. studie);The book will go= zal bijval vinden, “gaan”;She went that fatal voyage= ondernam;Pay as you go= betaal wat ge noodig hebt;She let herself goafter marriage= toonde haar waren aard;I made my money go as far asI could= besteedde zoo nuttig mogelijk;It is rather fair,as things go= het is naar omstandigheden nogal gunstig;She is a good childas children go= vergelijkenderwijs is ze een goed kind;I am gone= verloren, “er bij”;Far gone in liquor= erg dronken;Be gone= maak, dat je weg komt, ruk uit;He is gone= weg;Get you gone= ruk uit;go aboutyour business= maakdat je weg komt;We havegone abouta long way= een heel eind omgeloopen;Everythinggoes againstme= alles loopt mij tegen;Itgoes against the stomach (grain)with me(against my st., gr.) = stuit mij tegen de borst;Go along with you= och loop;You will understand it as yougo along= als gij maar volgt, voortgaat;I havegone betweenthem= ben als bemiddelaar tusschen hen opgetreden;You havegone beyondme= mij bedrogen, mij overtroffen;Youwent byme= zijt mij voorbijgegaan, hebt mij genegeerd;I go bymy own feelings= volg;The ship hasgone down= is vergaan;The manoeuvre which in the language of the prize-ring is known asgoing downto avoid punishment= de manœuvre, die in sporttaal bekend staat als op de knieën vallen om de slagen te ontduiken;That won’tgo down with us= dat wil er bij ons niet in, gaat bij ons niet op, dat slikken wij niet;Hewent down withthe public= viel in den smaak bij;The bread hasgone down(gone up) = het brood is afgeslagen (opgeslagen);Such thingsgo for nothing with me= tellen bij mij niet;I’ll go for himfor slander= zal hem wegens laster aanklagen;Wewent forthat 12= wij vertrokken om 12 uur;Togo in= binnengaan, er op los gaan, binnenkomen, aanheffen, smaak vinden in, weer[226]aan ’t werk gaan, aanpakken, beginnen met, opgaan voor (een examen), veel werk maken van;I mustgo in fora new coat= ik moet aan eene nieuwe jas gelooven;I willgo in for it= ik zal er aan meedoen;Hewent in fora quiet country-place= hij vestigde zich in (nam);This doorgoes intothe garden= komt op den tuin uit;The merchantwent intothe Gazette= ging failliet;Togo intoparticulars= in bijzonderheden afdalen;We did notgo intothose matters= roerden niet aan;Togo offone’s head= verliezen;Togo offthe rails= derailleeren;He hasgone off= hij is heengegaan, gestorven;Thingswent offat high prices= de artikelen werden voor hoogen prijs opgekocht;It hasgone offvery well= het is heel goed gegaan;She isgoing off(in her looks) = zij wordt er niet mooier op;The gunwent off= geweer ging af;He succeededat his first go-off= eerste poging, eersten slag;Hewent on= ging door, voort, “ging aan”, trad op (tooneel);Gone on a girl= verliefd op;Comparisons nevergo on all fours= vergelijkingen gaan altijd mank;She isgoing on formiddle-age= komt al op middelb. leeftijd;Ministers havegone out of office= hebben hunne portefeuilles neergelegd;With her something seems to havegone out frommy life= door haar (vertrek, etc.) schijnt er iets aan mijn leven te ontbreken;Her thoughtswent out to tea(to him) = hare zinnen zetten zich op thee (op hem);Togo over= gaan over, dóórloopen, bezichtigen, overgaan (kathol. worden);We havegone overthis book together= dit boek doorgewerkt, nagegaan;To begone overa thing= zich ergens heel druk over maken;Wewent throughthe accounts= rekenden af;We havegone throughmuch suffering= veel leeds geleden;Now that you have begun you mustgo through with it= moet gij het ook doorzetten;Go to= och loop! begin! ga door;Hewent to law= ging procedeeren;Two thingsgo tothis= twee zaken zijn hiervoor noodig;Hegoes underthat title= is bekend onder;We will notgo uponsuch principles= niet volgens die beginselen handelen;Whatwent withher is not known= wat met haar gebeurde;This colour does notgo withher bonnet= past niet bij haar hoed;You will have togo withoutyour dinner to-day= het zonder middageten moeten stellen;Togo abroad= naar het buitenland gaan;Togo ahead= vooruit gaan;Togo aloft= naar boven (in het tuig) gaan;Togo astray= verdwalen, zondigen, den verkeerden weg opgaan;Togo bad= bederven;That does notgo far enough= is niet toereikend;Togo the whole figure(the whole hog) = consequent doorzetten, volhouden;Togo halves= voor de helft staan;It willgo hardwith you= je zult het hard te verduren hebben: het zal je veel moeite kosten;Go it,old boy= raak hem, toe maar;They have beengoing it= zij zijn er van door geweest;I will notgo that length= zoover ga ik niet;Hewent greater lengths thanany of you= hij ging verder, durfde meer;Togo mad (crazy, white)= gek;Going strong?= gaat het goed;Go-between= tusschenpersoon, bemiddelaar;Go-by:Togive the go-by= uitsnijden; ignoreeren; negeeren;The child is taught to walk by means ofa go-cart= loopwagentje (raamwerk zonder bodem op rolletjes);Go-down= pakhuis, stapelplaats;Goer:This watch is a good goer= loopt goed;All comers and goers= de gaande en komende man;Going= gaande, aan den gang, goed loopend, voorhanden, in de mode; gang, weggaan:All the mothers going= alle bestaande moeders;Going, going, gone!= eenmaal, andermaal, ten derden male!Going-away dress= reistoilet van de bruid;Goings= handelingen, levenswandel;Goings-on:You never saw such goings-on= zoo iets heb je nooit gezien;Tobe going= op ’t punt staan;I’m not going to tell him= ik zal wel oppassen;It is going on for twelve= het loopt tegen;Tokeep going= aan den gang houden;Toset going= aan den gang brengen;Gone,gon,gôn, part, perf. vanto go:It is six gone= over zes;He is a gone man,A gone beaver, coon, gander, goose,It’s a gone case (goose) with him= ’t staat er hopeloos met hem voor, hij is er bij;Goneness= gevoel van zwakheid of gedruktheid (Amer.).Goad,goud, subst. prikkel (van ossendrijvers);Goadverb. prikkelen, aanzetten, tot prikkel dienen:He wasgoaded intosavageness= hij werd geprikkeld tot hij een woesteling geleek;Goadsman,Goadster= ossendrijver.Goal,goul, begin- of eindpaal, doel, einde:Toget a goal= een goal maken.Goat,gout, geit;Goat-foot= bokspoot, satyr;Goat-herd= geitenhoeder;Goat’s beard= moerasspiraea;Goat’s marjoram= marjolein;Goat-carriage= bokkewagen;Goatskin, subst. en adj. geitenvel, geitenleder;Goat-sucker= nachtzwaluw, geitenmelker;Goatee,goutî, sik;Goatish= bok- of geitachtig, vuil riekend, ontuchtig.Gob,gob, mond(vol), beet, portie;Gobbet,gobət, subst. mondvol, brok, stuk;Gobbetverb. met groote slokken of brokken verzwelgen.Gobbing,gobiŋ, kolen- en steengruis.Gobble,gob’l, subst. geklok;Gobbleverb. gulzig slikken, klokken, kakelen:Such excellent housekeepers are eagerlygobbled upby bachelors= worden dadelijk ingepikt door;Gobbler= gulzigaard, smulpaap, kalkoen.Gobelin,gobəlin, gobelin; ook adj.Goblet,goblət, drinkbeker.Goblin,goblin, kabouter, spook, booze fee.God,god, God:Come from God knew where;So help me God!(eedsformulier);Would to God= God gave!The gods= (de lui van) het “schellinkje” (in een schouwburg);Godchild= petekind;Goddaughter= peetdochter;Godfather, subst. peetvader, peetoom;Godverb. als peetvader optreden;God-fearing= godvreezend, godsdienstig;In thisGod-forgottenplace;Godhead,Godhood= Godheid, goddelijkheid;God-man[227]= Godmensch;Godmother= petemoei;Godsend= meevallertje, geluk;Godson= peetzoon;God’s-acre= godsakker, begraafplaats;God-speed:Tobid god-speed= goede reis wenschen;Godwit= griet;Goddess= godin;Godless= goddeloos; subst.Godlessness;Godlike= goddelijk, vroom; subst.Godlikeness;Godly= godvruchtig, vroom:The Godly= het volk Gods (naam van de parlementsgezinden in den Eng. burgeroorlog van 1629–1640).Godfrey,godfri, Godfried, Govert;Godiva,gədaivə, Godiva.Goee-goee,gouî-gouî, luiaard, stumper.Goffer,gofə. ZieGauffer;Goffering,gofəriŋ, geplooid kantwerk.Goggle,gog’l, met de oogen rollen, staren; adj. starend, uitpuilend; subst. bril (tegen stof, scherp licht of scheel zien), oogkleppen (v. paarden);Goggle-eye(d)= (met) uitpuilende oogen; gebrild;Goggle-eyed spectacles= met groote, bolle glazen.Goglet,goglət, (aarden) koelkan.Goitre, (Amer.)Goiter,gôitə, kropgezwel; adj.Goitrous.Golconda,golkondə, goudmijn, geldwinning.Gold,gould, goud, rijkdom; hart van de schijf bij boogschieten; adj. gouden:These wordshit the goldwith precision= slaan den spijker juist op den kop;Gold-beater= goudpletter, goudbladmaker;Gold-beater’s-skin= goudvlies;Gold-bound= in goud gezet of gevat;Gold-cloth= goudlaken;Gold-digging= het graven naar goud;Gold-dust= stofgoud;Gold-fever= manie voor goudzoeken;Gold-field= gouddistrict, goudveld;Gold-finch= goudvink (ookfig.);Gold-fish= goudkarper;Gold-foil= bladgoud;Gold-flower= vleugelnoot;Gold-hammer= geelgors;Gold-lace= goudgalon;Gold-leaf= bladgoud;Gold-smith(ry)= goudsmid(swerk);Gold-stick= hofceremoniemeester (met gouden staf) in Engeland;Gold-thread= gouddraad (om zijde gewikkeld);Gold-washer= goudwasscher;Gold-wire= gouddraad;Golden= goudachtig, op goud gelijkend, goudkleurig, van goud, schitterend, van groote waarde, gelukkig;Golden age= gouden eeuw;Golden cup= boterbloem;Golden eagle= steenarend;Golden fleece= gulden vlies; Golden-mouthed = welsprekend;Golden-number= guldengetal;Golden-rule= gulden regel, regel van drieën;Golden-tressed= met goudgele lokken;Golding= goudrenet;Goldney= goudvischje;Goldy= goudvink;Goldylocks,gouldiloks, gulden boterbloem; huidvaren, haarmos, etc.Golf,go(l)f, een soort van kolfspel;Golfverb. ’golf’ spelen;Golf-club= kolf, golfclub;Golf-link= golfbaan.Golgotha,golgətha, Golgotha, martelplaats.Goliath,gəlaiəth, Goliath:Goliath beetle= groote kever (in de Tropen).Golly,goli, gossie:Golly, how they shrieked= gossie, wat schreeuwden ze!Gollywog,goliwog, een potsierlijk opgekleede pop, met opengespalkte oogen, een haarbos en vaak een zwart gezicht.Goloe-shoe,gəloušû, (elastieken) overschoen =Golosh(e).Gombeen,gombîn, Iersch woekeraar.Gomuti,Gomuto,gəmûti,gəmûtou, arengpalm; de zwarte vezels daarvan.Gondola,gondələ, gondel, platboomde vrachtboot; perronwagen (Amer.);Gondolier,gondəlîə, gondelier.Goneril,gonəril.Gonfalon,gonfəlon,Gonfanon= lansvaantje; kerkbanier.Gong,goŋ, gong (een tambourijnvormig metalen instrument waarop met een omwoelden stok wordt geslagen, en dat in vele Engelsche huizen in plaats van de etensbel wordt gebruikt); heimelijk gemak;Gong-punch. ZieBell-punch(Amerik.).Goniometer,gouniomətə, goniometer;Goniometry,gouniomətri, goniometrie.Good,gud, goed, zoet, geschikt, vroom, aanzienlijk, juist, getrouw; subst. het goed(e), voordeel, welzijn, genot, nut, goede hoedanigheden:It’sno good= geeft niet(s);What’s the good of it= waartoe dient het?For the good of the house= ten voordeele van den landheer;For good (and all)= voor goed, volkomen;Goods= goederen, waren, materiaal:Goods and chattels= have en goed;Goods shed= goederenloods;Goods train= goederentrein;Ill-gotten goods seldom prosper= kwalijk verkregen goed gedijt niet;Five shillingsto the good= tegoed, credit, vooruit;He has behavedas good asgold= is erg zoet geweest;She gave heras good asshe got= betaalde haar met gelijke munt;He isas good ashis word= hij vervult trouw wat hij belooft;His fortune isas good asmade= vrij wel;Good!= dat is goed, mooi zoo!That is good!= dat is ook mooi!That is a good one!= een goeie grap, wat moois!A good deal,A good many= zeer vele;A good ten miles,Agoodtwo months= ruim, een goeie;In good sooth= in waarheid;In good time= tijdig, in gunstige omstandigheden;On (from) good authority= uit goede bron;Well and good= alles goed en wel;Not good for much= niet veel waard;That isgood-for-nothing= dat is nietswaardig;A good-for-nothing (fellow)= nietswaardige (kerel);He hasmade good his name= zijn naam eer aangedaan;Tomake gooddamages, a loss= vergoeden;He hasseen (thought) goodto do it= het heeft hem goed gedacht (behaagd);He (It)stands good= is soliede;Good behaviour:He was releasedon his good behaviour= hij werd ontslagen (uit de gevangenis) onder de verplichting, dat hij zich goed zou houden;Good breeding= hoffelijkheid, wellevendheid;Good-conditioned= in goeden staat zijnde;Good-day= goeden dag (bij komen of heengaan);Good-bye= goeden dag (bij heengaan voor geruimen tijd):I will notsay good-byeyet= ik zie je nog wel;Good-evening= goeden avond;Good-faced= met gunstig uiterlijk;Good-fellow= gezellige, goedaardige kerel;Good-fellowship= kameraadschap;Good-folk(s)= feeën;Good Friday= Goede Vrijdag;Good-graces= gunst;Good-humour[228]= opgeruimde aard;Good lack= Hemeltjelief! (verbazing);Good-looking= knap;Good-manners= beschaving;Goodman= vriendje, huisbaas, echtgenoot, de Duivel;Good-morning,Good-morrow= goeden morgen;Good-nature= goedaardigheid;Good-natured= goedaardig;Goodness= goedheid:Goodness knows= de Hemel weet;I hope to goodnessyou will not do it= ik hoop waarachtig;Good-night= goeden nacht; serenade;Good now= Beware me! (verbazing);Good sense= gezond verstand;A good-sized box= vrij groote;Good speed= succes!Good-tempered= goedgehumeurd;Good Templar= geheelonthouder;Goodwife= huisvrouw; moedertje;Goodwill= welwillendheid; gunst; zaak + klandizie, het daarvoor betaalde geld:Tobuy the goodwill of a house;Goodwill to man= “in menschen een welbehagen”;Goodwoman. ZieGoodwife;He is good,almostto goodiness= hij is zoo goed, dat hij haast over zich laat loopen;Goodies= lekkernijen, bonbons;Goodly= knap, edel, aanmerkelijk, aangenaam, piekfijn (ironisch);Goody= subst. sul, goeie vent, beste moeke; adj. goedaardig, sullig, sentimenteel:It would look sogoody-goodyand stupid= zoo sullig en dom lijken;I havetalked goody-goodyto her= ik heb met haar zitten kwezelen.Goorkha= Ghoorka.Goosander,gûsandə,gusandə, duikergans.Goose,gûs, subst. gans, sul, sukkel, uilskuiken; (kleermakers)persijzer;Gooseverb. uitfluiten:Every man thinks his own geese swans= elk denkt zijn uil een valk te zijn;Tocook a person’s goose for him= te pakken nemen, ruïneeren, van kant maken;Toget the goose= uitgefloten worden;He is sound on the goose= hij is ouderwetsch in de slavenkwestie (Amer.); trouw aan zijne partij;Goose-berry= kruisbes, kruisbessenstruik:Goose-berry time= komkommertijd (ookThe silly season);Old Goose-berry= de duivel;I am not goingto play goose-berry(picker)to you two= ik wil niet jullie beider “fâcheux troisième” zijn, voor ’t “fatsoen” met jullie meegaan;Heplays old goose-berry withthe British public= houdt voor den gek;Goose-berry-fool= uitgeperste kruisbessen met room; zotskap;Goose-flesh(Goose-skin) = kippenvel;Togo all over goose-flesh= kippenvel krijgen;Goose-herd= ganzenhoeder;Goose-neck= zwaanshals (van giek of boom);Goose-quill= ganzeveer, pen;Goose-winged= met de leizeilen bijgezet (voor den wind zeilend).Gopher,goufə, naam voor verschillende in een gat in den grond levende dieren, als ratten, eekhoorntjes, schildpadden (Amer.);Gopherverb. op goed geluk naar goud graven.Gorboduc,göbədɐk.Gorcock,gökok, korhaan;Gorcrow,gökrou, kraai;Gorhen,göhen, korhen.Gordian,gödj’n:Gordian knot= Gordiaansche knoop:He cut the Gordian knot= hij heeft den knoop doorgebakt.Gore,gö, subst. geronnen bloed; geer, driehoekig stuk (land);Goreverb. doorboren, spietsen, met eene wig doorbreken;Goring= prik, steek.Gorge,gödz, subst. keel, strot, het verzwolgene, zware maaltijd; nauwe bergpas;Gorgeverb. gretig verzwelgen, schrokken:The stenchturned my gorge= het hart draaide me in mijn lijf om van;My gorge rises at it= ik walg er van;He gorged himselfwith it= at veel van.Gorgeous,gödžəs, schitterend, prachtig; subst.Gorgeousness.Gorget,gödžət, halsstuk (van eene wapenrusting), borstplaat, halskraag of plooisel.Gorgon,gög’n, subst. Gorgone; iets zeer leelijks;Gorgonean,Gorgonian,gögounj’n, versteenend, afschuwelijk leelijk;Gorgonize= doen versteenen.Gorilla,gərila, gorilla.Gormand,göm’nd, gulzigaard;Gormandize,göm’ndaiz, gulzig eten, schrokken.Gorse,gös, brem;Gorsy= vol brem.Gory,gôri, met geronnen bloed bedekt.Goschen,gouš’n.Goshawk,goshôk, havik, patrijsvalk.Gosling,gozliŋ, gansje; katje (van wilgen, etc.).

Giaour,džauə, ongeloovige (naam voor Christenen bij de Turken).

Gib,džib, arm van eene kraan, spie; (oude) kater =Gib-cat.

Gibber,gibə, brabbelen, brabbeltaal spreken, snateren;Gibberish= brabbeltaal; adj. zonder beteekenis.

Gibbet,džibət, subst. galg, kraanbalk;Gibbetverb. ophangen; aan de kaak stellen.

Gibble-gabble,gib’lgab’l, gesnater, gezwets.

Gibbon,gib’n, Gibbon; langarmige, staartlooze aap.

Gibbose,gibous,Gibbous,gibəs, gebocheld, uitpuilend, bol;Gibbosity,gibositi, bultigheid, bolheid, uitpuiling.

Gibbs,gibz.

Gibe,džaib, subst. spot, smaad;Gibeverb. spotten, hoonen, beschimpen, uitschelden;Giber= spotter, schimper.

Gibeon,gibjən:Children of Gibeon= proletariërs, armen;Gibeonite,gibjənait, bewoner v.Gibeon(Jozua IX, 23), duivelstoejager, laagste loondienaar.

Giblets,džibləts, inwendige deelen van gevogelte, zooals lever, maag, hart, etc.

Gibraltar,džibrôltə, Gibraltar;Gibraltar ape(Gibraltar monkey) = magot (aap).

Gibson,gibs’n.

Gibstaff,džibstâf, peilstok, vaarboom.

Gibus hat,džaibəshat, klak.

Giddiness,gidinəs, subst. vanGiddy,gidi, duizelig, zwijmelend, veranderlijk, grillig, opgewonden, onnadenkend, onbezonnen:Giddy-brained= gedachteloos, roekeloos;Giddy-go-round= caroussel.

Gifford,gifəd.

Gift,gift, subst. recht van geven of begeven, gave, begaafdheid;Giftverb. begiftigen:I would not have it for a gift= ik zou het niet voor niemandal willen hebben;That appointment isin the gift of the crown= wordt door de kroon vergeven;Gifted withmany accomplishments= met vele talenten begaafd;Giftedness= begaafdheid.

Gig,gig, subst. harpoen; tol; sjees, cabriolet; kaardcylinder, kaardmachine; lichte sloep; neus, farthing;Gigverb. met elger of harpoen steken;Gig-lamp= rijtuiglamp;Gigman= harpoenier; geldpatser;Gigs= bril.

Gigantean,džaigəntîən=Gigantesque,Gigantic, reusachtig, kolossaal.

Giggle,gig’l, gichelen; subst. gegichel;Giggler.

Gilbert,gilbət;Gilchrist,gilkrist.

Gild,gild, vergulden, verfraaien:Gilded youth(s)=jeunesse dorée;Gilding= het vergulden, versiering, verguldsel;Gilding-metal= verguldstof.[222]

Gilead,giliəd.

Giles,džailz, Gilles:St. Giles(vroeger beruchte) buurt in het centrum van Londen.

Gilfillan,gilfilən.

Gill,gil, kieuw, kaak, lel, het vleesch om en bij de kin, vadermoorder (boord);Gill-flap= kieuwklep.

Gill,džil, meisje, liefje, snol;Gill-flirt= dartele meid.

Gill,džil, ¼ Pint (=0.14 L.).

Gillet,džilət,Gillian,džilj’n, dartele meid.

Gillie,gili, Hooglandsche dienaar, vooral bij rijden en jagen.

Gilliflower,džiliflauə, tuinanjelier.

Gilmore,gilmö;Gilpin,gilpin;Gilson,gilsən.

Gilpy,gilpi, vroolijke gast(-meid).

Gilravage,gilravidž, subst. opgewonden pret, rumoerig partijtje; plundering;Gilravageverb. plunderen, verwoesten;Gilravager= rumoerige, wanordelijke klant, roover, plunderaar.

Gilray,gilrei.

Gilt,gilt, adj. verguld; subst. verguldsel; jong wijfjesvarken:The ominousThree Gilt Balls= lommerd;Gilt-edged= verguld op snede, fijn, chique.

Gim,džim, chique, fijn, net.

Gimbal,džimb’l, beugel, om het kompas aan te hangen.

Gimcrack,džimkrak, prul, speeldingetje; adj. prullerig.

Gimlet,gimlət, subst. (dril)boor;Gimletverb. boren, draaien.

Gimp,gimp, gimp, soort van passement.

Gimp,džimp, net, fijn, keurig, slank, schraal.

Gin,džin, jenever; strik, machinerie, kraan, foltertuig, braak; inboorling, oude vrouw (Austral.);Ginverb. braken (van vlas), ontkorrelen, vangen;Gin-horse= molenpaard; inlandsche vrouw (Austral.);Gin-mill,Gin-palace,Gin-shop= kroeg, drankhuis.

Ginger,džinžə, gember, iets pikants;Ginger-beer= gemberbier;Ginger-brandy(Ginger-cordial) = drank, gemaakt van spiritualiën, gember, etc.;Gingerbread= peperkoek; geld:Totake the gilt off the gingerbread= van de aantrekkelijkheid berooven;Gingerbread-nuts= pepernoten;Gingerbread-stall (-booth)= koekkraampje;Gingerbread work= prulsieraden;Gingerly= voorzichtig, behoedzaam; netjes, keurig, geaffecteerd.

Gingham,giŋ’m, gingang, katoenen stof; groen katoenen paraplu.

Ginglymus,džiŋglimɐs,giŋglimɐs, scharniergewricht.

Gipsy,džipsi, subst. Zigeuner, de taal der Z., donker uitziend persoon; heks, sluwe bedriegster; adj. Zigeuners …, Zigeunerachtig;Gipsyverb. in de open lucht leven, buiten eten;Gipsy-cart= reis- en woonwagen;Gipsy herb= gemeene wolfsklauw;Gipsyfy,džipsifai, zwart of donker maken;Gipsyism= gewoonten en zeden der Zigeuners, bedrog.

Giraffe,džiraf, giraffe.

Girandole,džir’ndoul, kandelaar met armen, vuurrad (stuk vuurwerk).

Girasol,džirəsol, Europeesche heliotroop; girasol (edelgesteente).

Gird,gɐ̂d, subst. kneep, steek, sarcasme, hoonlach;Girdverb. doorsteken, spotten met of lachen om (at); omgorden, vastbinden, aangorden;Girder= spotter; dwarsbalk;Girdle, subst. gordel, band, omtrek, boog;Girdverb. omgorden, insnijding om een boomstam maken, omvatten:Hehad (held) the people under his girdle= hij hield het volk er onder.

Girl,gɐ̂l, meisje, dienstmeisje; tweejarige reebok;Girl-friend= vriendin(netje);Girlhood= de meisjesjaren;Girlish= meisjesachtig, meisjes - -; subst.Girlishness.

Girondist,džirondist, Girondijn.

Girt,gɐ̂t, P.P. en P. Imp. vanto gird.

Girth,gɐ̂th, buikriem, band, omvang;Girthverb. omgorden, omgespen.

Gisborne,gisbən,Gislebert,giz’lbət, Gijsbert(us).

Gist,džist, hoofdpunt (v. redeneering of vraag):I told himthe gist of my errand= doel van mijne boodschap;That isthe gist of it= dat is de kern der zaak;Here liesthe whole gist of the matter.

Giusto,džustou, in de maat (muziek).

Give,giv, verb. geven, schenken, verleenen, overhandigen, mededeelen, veroorloven, blootstellen, meegeven, zakken, wijken; subst. het meegeven:The kindly give of the trigger= het zacht meegeven van den trekker;Give and takeis the only possible rule in marriage= geven en nemen;That isa give and take (exchange)= dat is een billijke ruil;A fightof a give-and-take character= waarin beide partijen veeren laten;The weather (frost) gives= verandert, het begint te dooien;I felt the bar give a little= voelde, dat de stang boog;I’ll give it you= ik zal je wel!Togive battle= slag leveren;Togive a call= een bezoek brengen;Togive chase= nazetten;Togive the cold shoulder= met den nek aanzien;Togive ear to= het oor leenen aan;Togive good day= goeden dag wenschen;Togive ground= wijken;Togive a guess at= raden naar;Togive in charge= in (verzekerde) bewaring geven;Igive you joy= ik feliciteer u;Togive judgment= uitspraak doen;Togive the lie= logenstraffen, heeten liegen;Togive a lift= een handje helpen, laten meerijden;Togive place to= wijken voor;Togive sentence= vonnis vellen;Togive the slip= laten zitten, uitknijpen;You ought togive me something= iets vóór geven (bilj.);Togive a start= opschrikken;Togive suck= zoogen;Togive tongue= aanslaan (van honden);Togive warning= den dienst opzeggen;Togive way to= wijken voor;Here the crew began togive way= begonnen met alle kracht te roeien;Togive a yawn= gapen, geeuwen;The bride wasgiven awayby her brother= de bruid werd door haar broeder aan den bruidegom overgegeven;His earsgive him away= aan zijn ooren kun je wel zien, wat een ezel hij is;Don’tgive yourself away= gooi jezelf niet weg, verklap jezelf niet;I hope you didn’tgive me away= mij niet hebt verklapt;That isa dead give-away= dat is enkel geld weggooien;[223]The enemygave backpell-mell= week in verwarring;It wasgiven forthby everybody= het werd door iedereen verteld;You mustgive in tome that you were wrong= mij toegeven;Togive on= uitkomen op (tuin of straat);Togive out= uitdeelen, aankondigen; uitgeput zijn of raken;Togive outa text= voor- of oplezen;Hegives himself out forsomething bigger than he is= zich voordoen als, uitgeven voor;It wasgiven outpublicly= publiek aangekondigd, bekend gemaakt;The lampgave outa flickering light;Togive outlessons= opgeven;The ammunitiongave out= raakte op;I hadgiven it over= het opgegeven;Hegave himself over todrinking= hij verslaafde zich aan den drank;He wasgiven up by the doctors= de geneesheeren hadden hem opgegeven;Hegave himself up tothe police= hij leverde zichzelf in handen der politie;Togive upan establishment= eene zaak opheffen, likwideeren;Hegave himself up tothat delight= gaf zich over aan …;Quebecgave itself up= gaf zich over;He preferred togive upwork before workgave him up;He is given to study= hij wijdt zich aan, houdt veel van studie;He is notmuch given totalk= houdt niet van veel praten;A given-name= doopnaam (Amerika).

Gizzard,gizəd, krop:He frets his gizzard= hij ergert zich.

Glabrate,gleibrit, glad, kaal, onbehaard =Glabrous,gleibrəs.

Glacial,gleišəl, bevroren, ijs …, gletscher …;Glaciate,gleišieit, bevriezen, tot ijs worden; subst.Glaciation;Glacier,glasiə,gleišə, gletscher.

Glacis,gleisis, schuinte, glooiing.

Glad,glad, adj. blij, verheugd, vroolijk; schitterend;Gladverb. blij maken of worden:I amglad ofit= ik ben er blij om;I shall beglad todo it= het zal mij aangenaam zijn;He wasglad atfinding us= dat hij ons vond;Gladden= verblijden; subst.Gladnessadj.Glad-some.

Glade,gleid, open ruimte in een bosch; wak in ’t ijs (Amer.).

Gladiate,gladiit, zwaardvormig;Gladiator,gladieitə, zwaardvechter, strijder; adj.Gladiatorial;Gladiole,gladioul, zwaardlelie =Gladiolus,gladaiəlɐs,gladiouləs.

Gladstone,gladst’n, Gladstone; soort rijtuig; valies =Gladstone bag;Gladstonian= aanhanger van G.; ook adj.

Glair,glêə, subst. eiwit, eiwitachtige stof;Glairverb. vernissen, bestrijken met; adj.Glairy.

Glaive,gleiv, zwaard.

Glamis,glâms,glamis.

Glamour,glamə, subst. betoovering, oogenbegoocheling, tooverspreuk;Glamourverb. begoochelen, betooverend schilderen:Heglamoured the mountainswith a fascination that none could resist= hij schilderde de bergen onweerstaanbaar betooverend.

Glance,glâns, subst. lichtstraal, flikkering, blik, oogopslag, lichte aanraking, lonk, wenk;Glanceverb. stralen schieten, schieten langs; vluchtig aanzien, kortelijk vermelden, aanblikken:Toglance an eye on= een blik werpen op;ToGlance off= afschampen;ToGlance over= vluchtig doorzien;He hardlyglanced uponit= roerde het haast niet aan;Glance-coal= glanskool, anthraciet.

Gland,gland, klier, cel;Glanders,glandəz, droes (paardenziekte);Glandered= behept met kwaden droes;Glandiferous,glandifərɐs, eikels voortbrengend;Glandiform,glandiföm, eikelvormig;Glandula,glandjul(ə), kliertje;Glandular,glandjulə, klierachtig, klier …;Glandule=Glandula.

Glans,glanz, eikel, nootvormige vrucht.

Glare,glêə, subst. schitterende glans, valsche gloed, schittering, doordringende blik;Glareverb. met schitterend en verblindend licht schijnen, woest staren, vlammende blikken werpen (at);Glaring= fonkelend, verblindend, openbaar, onbeschaamd, schandelijk, schreeuwend;Glary= fonkelend, schitterend.

Glasgow,glasgou.

Glass,glâs, subst. glas, drinkglas, lens, spiegel, kijker, zandlooper, barometer, thermometer, (sterke) drank; adj. van glas;Glassverb. (af)spiegelen, met glas omhullen, verglazen:Glasses= bril;Apair of glasses= lorgnet;Glass-blower= glasblazer:Glass-blower’s lamp;Glasscoach= staatsiekoets, glazen koets;Glass-house= glasblazerij;Glass jar= klok, inmaakflesch;Glass-metal= gesmolten glas;Glass-painting= het schilderen of schilderwerk op glas;Glass-paper= glas-(schuur-)papier;Glass shade= stolp, glazen lampekap;Glass-staining= het kleuren van en schilderen op glas;Glass-ware,Glass-work= glaswerk;Glass-works= glasblazerij;Glassful;Glasslike;Glassy= van glas, als glas, glad, spiegelglad:Glassy eyes= doffe, glazige oogen.

Glastonbury,glâst’nbəri:Glastonbury chair= een soort leuningstoel;Glastonbury thorn= tweestijlige meidoorn.

Glaucescence,glôses’ns, zeegroene kleur;Glaucescent,glôses’nt,Glaucous,glôkəs, zeegroen.

Glaucoma,glôkoumə, grauwe staar; adj.Glaucomatous.

Glaucus,glôkəs.

Glaze,gleiz, van glazen, vensters of spiegels voorzien, met glas bedekken, in glas zetten, verglazen, satineeren, glaceeren; subst. glazuur:Glaze-kiln= verglaasoven;Glaze-board= soort van pap, waartusschen het papier glanzend gemaakt wordt; gladhout;Glazed book-cases= van glas voorziene; (Cf.Glazed windows);With glazed eyes= glazige;Glazed frost= ijzel;Glazed hat= met geolied linnen overtrokken;Glazed tiles= verglaasde pannen;Glazer= verglazer, polijster; poleerschijf;My coat isglazy at the seams= glimmend aan de naden.

Glazier,gleižə, glazenmaker;Glazier’s-diamond.

Gleam,glîm, subst. straal, schittering;Gleamverb. stralen, stralen schieten, schitteren;Gleamy= stralend, fonkelend.

Glean,glîn, subst. nasprokkeling;Gleanverb. nalezen, opzamelen, verzamelen, aren lezen.[224]gappen;Gleaner= sprokkelaar;Togo a-gleaning= nalezen.

Glebe,glîb, pastorie-landen, bouwland, aarde;Glebe-house= pastorie;Glebe-land= pastorie-landen.

Glede,glîd, wouw of zwaluwstaart.

Glee,glî, vroolijkheid, muziek, zang, lied (soort v. canon):In high glee= zeer vroolijk;Glee-club= (mannen)zangvereeniging;Glee-maiden= rondreizende liedjeszangster;Gleeman= minstreel;Gleewood= een ouderwetsch muziekinstrument.

Gleet,glît, etter;Gleetverb. etteren;Gleety= dun, etterig.

Gleig,gleg.

Glen,glen, nauw dal, bergengte.

Glencoe,glenkou;Glendower,glendauə,glendûə.

Glene,glîn, oogappel, oog; ondiepe gewrichtsvlakte of pan.

Glenlevit,glenlîvit.

Glib,glib, glibberig, vloeiend (van spraak), welbespraakt:A glib tongue; subst.Glibness.

Glide,glaid, subst. het glijden, overgang (van de eene letter op de andere);Glideverb. zacht glijden of voortbewegen, zweven;Glider.

Gliff,glif, korte tijd, schrik;Gliffverb. schrikken.

Glim,glim, licht, kaars:Douse the glim= doe het licht uit;Glimmer= glimmen, schemeren, zwak, schemerachtig licht verspreiden; subst. zwak, onzeker licht; mica;Glimmering= schijnsel, zwakke glans, zwakke opflikkering (van bewustheid, kennis enz.), schijntje, flauw begrip.

Glimpse,glimps, subst. zwak licht, glimp, spoor, voorbijgaand genot, kort bestaan, tint;Glimpseverb. blikken, voor een oogenblik verschijnen, vluchtig zien of toonen:I caught a glimpse of him= ik zag hem met een glimp.

Glint,glint, subst. lichtstraal, vluchtige blik;Glintverb. schitteren, flikkeren:I knew himat the first glint= dadelijk;The train rushed on over theglinting rails= de glinsterende rails.

Glissade,gliseid, subst. glijpad voor het afdalen van gletschers, de afdaling zelve; een danspas;Glissadeverb. naar beneden glijden; glissen.

Glisten,glis’n, flikkeren, schijnen, glanzen; subst. flikkering =Glister,glistə, verb. en subst. glanzen.

Glitter,glitə, flonkeren, flikkeren, schitteren, glansen, blinken; ook subst.:All is not gold that glitters= ’t is al geen goud wat er blinkt.

Gloam,gloum, schemeren; terneergeslagen of somber zijn;Gloaming, subst. avondschemering:Gloaming of life= levensavond.

Gloat,glout(on), aanstaren vol begeerte of duivelsche vreugde, met een waar tijgergenoegen neerzien op; zich verkneuteren in de pijn van.

Globate,gloubit, bolvormig.

Globe,gloub, subst. bol, bal, aarde, wereld, globe (terrestrial globe= aard … encelestial globe= hemel …), ballon (van de lamp);Globeverb. (zich) tot een bal vormen;Globe-daisy= kogelbloem =Globe-flower;Globe-trotter= iemand, die de geheele wereld afreist;Globe-trotting= het afreizen van de wereld;Globe-valve= balklep;Globose,gləbous,gloubous,Globular,globjulə, bolvormig:Globular sailing(ZieCircular);Globule,globjûl, bolletje, kleine homoeopatische pil; celletje.

Globulin(e),globjulin, globuline, eiwitachtige stof in de bloed bolletjes.

Glomerate,glomereit, tot een bal of kluwen vormen =Glomerous,glomərɐs.

Gloom,glûm, subst. donkerheid, zware schaduw, somberheid, dofheid, droefgeestigheid, moedeloosheid;Gloomverb. somber of donker worden of schijnen, schemeren, betrekken (met wolken), fronsen, bedroeven;Gloomy= duister, somber, zwaarmoedig, neerslachtig.

Gloria,glôriə, lof, heerlijkheid:Gloria Patri= lof zij den Vader;Gloria in excelcis Deo= lof zij den Heer in den hoogen;Gloried,glôrid, doorluchtig, roemrijk;Glorification= verheerlijking;Glorify= verheffen, verheerlijken;Gloriole,glôrioul, stralenkrans, nimbus.

Glorious,glôriəs, doorluchtig, roemrijk, heerlijk, prachtig; lachwekkend;Glory,glôri, subst. roem, lof, bewondering, heerlijkheid, (hemelsche) zaligheid, roemzucht, trots, snorkerij, nimbus;Gloryverb. roem dragen op:He wasthe glory of his age= de roem van zijn tijd;Heglories inhis ignorance= draagt roem op.

Glose,glous; ZieGloze.

Gloss,glos, subst. glans, luister;Glossverb. glanzend en schitterend maken, verfraaien, verbloemen:Toremove the gloss= ontglanzen;I willgloss overyour shortcomings= vergoelijken, door de vingers zien;Glossiness= glans, glanzigheid;Glossy= glanzig.

Gloss,glos, glos, glosse, verklarende kantteekening;Glossverb. glosseeren, glossen maken;Glossarial,glosêriəl, glossen betreffend;Glossarist= verklaarder;Glossary= glossarium.

Glossic,glosik, stelsel v. phonetische spelling (v.Ellis).

Glossitis,glosaitis, tongontsteking.

Glossography,glosogrəfi, het maken van een glossarium; verhandeling over de tong.

Glossolalia,glosəleiliə,Glossolaly,glosoləli, het spreken in vreemde talen (Bijb.).

Glossology,glosolədži, uitlegging van woorden; vergelijkende taalwetenschap.

Gloster,glostə, Gloucester (kaas).

Glottal,glot’l, stemspleet …;Glottis,glotis, stemspleet.

Glottology,glotolədži. ZieGlossology.

Gloucester,glostə, Gl. (kaas);Gloucestershire,glostəšə.

Glove,glɐv, subst. handschoen, bokshandschoen;Gloveverb. (als) met een handschoen bedekken:Berlin glove= wollen handschoen;They arehand and (in) glove= koek en ei;Hethrew down the gloveand Itook it up= hij wierp mij den handschoen toe en ik nam hem op;Glove-fight= vuistgevecht, bokspartij;Glove-shop= handschoenenwinkel;Glove-stretcher= handschoenrekker;Glover= handschoenmaker:He got it with the aid of aglover= door kruiwagens (fig.).[225]

Glow,glou, subst. gloed, gloeihitte, helderheid, vuur, hitte, roodheid;Glowverb. gloeien, fonkelen, schitteren, rood zijn, vol vuur en opgewektheid zijn:He is glowing with patriotic feeling= gloeit van;Glow-lamp= electr. gloeilamp;Glow-worm= glimworm.

Glower,glauə, nijdig en dreigend staren(at).

Gloze,glouz, vleitaal, schijn;Glozeverb. een vernisje geven, vergoelijken(over).

Glucic,glûsik:Glucic acid= glucinzuur;Glucose,glûkous, druivensuiker.

Glue,glû, subst. lijm;Glueverb. lijmen, vasthechten:To move at the rate of a fly in aGlue-pot;Gluey= kleverig.

Glum,glɐm, adj. norsch, somber:There is no Sabbathglumnessat these meetings= geen uitgestreken gezichten.

Glume,glûm, dop, kaf, bolster.

Glut,glɐt, subst. overkroptheid, groote overvloed, al te groote voorraad;Glutverb. schrokken, kroppen, overladen, overvoeren, voldoen, verzadigen:He glutted his eyes= hij weidde zijne oogen;Toglut one’s revenge= zijn wraak koelen;Glutman= nood- of extra hulp bij veel werk.

Gluten,glût’n, gluten.

Glutin,glûtin, eiwitachtig bestanddeel van gluten.

Glutinous,glûtinɐs, lijmachtig, kleverig; subst.Glutinousness.

Glutton,glɐt’n, subst. gulzigaard; veelvraat (dier);Gluttonous= gulzig;Gluttony= vraatzucht, gulzigheid.

Glycerin(e),glisərin, glycerine.

Glyph,glif, loodrechte holte of gleuf (in zuilen, b.v.); Glyphic,glifik. ZieHieroglyphic.

Glyptics,gliptiks, glyptiek, graveerkunst in steen;Glyptograph,gliptəgraf, graveering op edelsteen;Glyptographer.

Gnar,nâ, knorren, brommen.

Gnarl,nâl, subst. knoest; snauw, grauw;Gnarlverb. snauwen, grauwen;Gnarled,nâld, vol knoesten; korzelig, grommig =Gnarly.

Gnash,naš, knarsen:Tognash one’s teeth.

Gnat,nat, mug:To strain at(beter:out)a gnat and swallow a camel= eene mug uitzijgen en een kameel doorzwelgen;Gnat-strainer= muggenzifter;Gnat-worm= larve van eene mug.

Gnaw,nô, wegknagen, knabbelen, knagen, voortdurende pijn lijden;Gnawer.

Gneiss,nais, gneis, zeker gesteente;Gneissic.

Gnome,noum, aardmannetje, kabouter; maxime, zinspreuk;Gnomic(al),noumik(’l),nomik(’l), leerend, vol maximen.

Gnomon,noumon, gnomon, een soort van zonnewijzer; adj.Gnomonic,nəmonik.

Gnosis,nousis, kennis, wetenschap;Gnostic,nostik, gnostisch; sluw, wereldwijs; ook subst.;Gnosticism,nostisizm, gnosticisme.

Gnu,nû,njû, kleine antilope.

Go,gou, gaan, loopen, zich begeven, trekken, reizen, varen, vloeien, in gang zijn, in omloop zijn, beschouwd worden als, leiden tot, zich uitstrekken tot, zich bevinden, gelukken, van plan zijn, op het punt zijn, zijn toevlucht nemen tot, handelen, zich schikken, verkocht worden, waard zijn, voorhanden zijn, verloopen, ten einde loopen, enz.; subst. gang, omstandigheid, zaak, mode, vuur, moed, poging, rondje, dronk, glas, enz.:Goes of whisky= rondjes;Ihad a second go= werd voor de tweede maal bediend;We had a go atthe sherry= dronken eens;I had a go at it= probeerde het eens;Hehas plenty of go in him= veel energie, “fut”;Here’s a jolly go= dit is een mooie boel;That is no go= dat is mis, gaat niet, geeft niets;That is the extreme of no-goism= dat kan heelemaal niet;Such hatsare all the gonow= draagt nu iedereen, zijn erg algemeen;I havegiven him the go-by= hem gedaan gegeven, hem afgedankt;Wegave the fortress the go-by= lieten liggen, trokken haar voorbij;He wasour go-between= hij was onze bemiddelaar;Great go= het examen voor den B.A. graad (na 3 jar. studie);Little go(=Responsions,Smalls) = een vóórexamen (na 2 jar. studie);The book will go= zal bijval vinden, “gaan”;She went that fatal voyage= ondernam;Pay as you go= betaal wat ge noodig hebt;She let herself goafter marriage= toonde haar waren aard;I made my money go as far asI could= besteedde zoo nuttig mogelijk;It is rather fair,as things go= het is naar omstandigheden nogal gunstig;She is a good childas children go= vergelijkenderwijs is ze een goed kind;I am gone= verloren, “er bij”;Far gone in liquor= erg dronken;Be gone= maak, dat je weg komt, ruk uit;He is gone= weg;Get you gone= ruk uit;go aboutyour business= maakdat je weg komt;We havegone abouta long way= een heel eind omgeloopen;Everythinggoes againstme= alles loopt mij tegen;Itgoes against the stomach (grain)with me(against my st., gr.) = stuit mij tegen de borst;Go along with you= och loop;You will understand it as yougo along= als gij maar volgt, voortgaat;I havegone betweenthem= ben als bemiddelaar tusschen hen opgetreden;You havegone beyondme= mij bedrogen, mij overtroffen;Youwent byme= zijt mij voorbijgegaan, hebt mij genegeerd;I go bymy own feelings= volg;The ship hasgone down= is vergaan;The manoeuvre which in the language of the prize-ring is known asgoing downto avoid punishment= de manœuvre, die in sporttaal bekend staat als op de knieën vallen om de slagen te ontduiken;That won’tgo down with us= dat wil er bij ons niet in, gaat bij ons niet op, dat slikken wij niet;Hewent down withthe public= viel in den smaak bij;The bread hasgone down(gone up) = het brood is afgeslagen (opgeslagen);Such thingsgo for nothing with me= tellen bij mij niet;I’ll go for himfor slander= zal hem wegens laster aanklagen;Wewent forthat 12= wij vertrokken om 12 uur;Togo in= binnengaan, er op los gaan, binnenkomen, aanheffen, smaak vinden in, weer[226]aan ’t werk gaan, aanpakken, beginnen met, opgaan voor (een examen), veel werk maken van;I mustgo in fora new coat= ik moet aan eene nieuwe jas gelooven;I willgo in for it= ik zal er aan meedoen;Hewent in fora quiet country-place= hij vestigde zich in (nam);This doorgoes intothe garden= komt op den tuin uit;The merchantwent intothe Gazette= ging failliet;Togo intoparticulars= in bijzonderheden afdalen;We did notgo intothose matters= roerden niet aan;Togo offone’s head= verliezen;Togo offthe rails= derailleeren;He hasgone off= hij is heengegaan, gestorven;Thingswent offat high prices= de artikelen werden voor hoogen prijs opgekocht;It hasgone offvery well= het is heel goed gegaan;She isgoing off(in her looks) = zij wordt er niet mooier op;The gunwent off= geweer ging af;He succeededat his first go-off= eerste poging, eersten slag;Hewent on= ging door, voort, “ging aan”, trad op (tooneel);Gone on a girl= verliefd op;Comparisons nevergo on all fours= vergelijkingen gaan altijd mank;She isgoing on formiddle-age= komt al op middelb. leeftijd;Ministers havegone out of office= hebben hunne portefeuilles neergelegd;With her something seems to havegone out frommy life= door haar (vertrek, etc.) schijnt er iets aan mijn leven te ontbreken;Her thoughtswent out to tea(to him) = hare zinnen zetten zich op thee (op hem);Togo over= gaan over, dóórloopen, bezichtigen, overgaan (kathol. worden);We havegone overthis book together= dit boek doorgewerkt, nagegaan;To begone overa thing= zich ergens heel druk over maken;Wewent throughthe accounts= rekenden af;We havegone throughmuch suffering= veel leeds geleden;Now that you have begun you mustgo through with it= moet gij het ook doorzetten;Go to= och loop! begin! ga door;Hewent to law= ging procedeeren;Two thingsgo tothis= twee zaken zijn hiervoor noodig;Hegoes underthat title= is bekend onder;We will notgo uponsuch principles= niet volgens die beginselen handelen;Whatwent withher is not known= wat met haar gebeurde;This colour does notgo withher bonnet= past niet bij haar hoed;You will have togo withoutyour dinner to-day= het zonder middageten moeten stellen;Togo abroad= naar het buitenland gaan;Togo ahead= vooruit gaan;Togo aloft= naar boven (in het tuig) gaan;Togo astray= verdwalen, zondigen, den verkeerden weg opgaan;Togo bad= bederven;That does notgo far enough= is niet toereikend;Togo the whole figure(the whole hog) = consequent doorzetten, volhouden;Togo halves= voor de helft staan;It willgo hardwith you= je zult het hard te verduren hebben: het zal je veel moeite kosten;Go it,old boy= raak hem, toe maar;They have beengoing it= zij zijn er van door geweest;I will notgo that length= zoover ga ik niet;Hewent greater lengths thanany of you= hij ging verder, durfde meer;Togo mad (crazy, white)= gek;Going strong?= gaat het goed;Go-between= tusschenpersoon, bemiddelaar;Go-by:Togive the go-by= uitsnijden; ignoreeren; negeeren;The child is taught to walk by means ofa go-cart= loopwagentje (raamwerk zonder bodem op rolletjes);Go-down= pakhuis, stapelplaats;Goer:This watch is a good goer= loopt goed;All comers and goers= de gaande en komende man;Going= gaande, aan den gang, goed loopend, voorhanden, in de mode; gang, weggaan:All the mothers going= alle bestaande moeders;Going, going, gone!= eenmaal, andermaal, ten derden male!Going-away dress= reistoilet van de bruid;Goings= handelingen, levenswandel;Goings-on:You never saw such goings-on= zoo iets heb je nooit gezien;Tobe going= op ’t punt staan;I’m not going to tell him= ik zal wel oppassen;It is going on for twelve= het loopt tegen;Tokeep going= aan den gang houden;Toset going= aan den gang brengen;Gone,gon,gôn, part, perf. vanto go:It is six gone= over zes;He is a gone man,A gone beaver, coon, gander, goose,It’s a gone case (goose) with him= ’t staat er hopeloos met hem voor, hij is er bij;Goneness= gevoel van zwakheid of gedruktheid (Amer.).

Goad,goud, subst. prikkel (van ossendrijvers);Goadverb. prikkelen, aanzetten, tot prikkel dienen:He wasgoaded intosavageness= hij werd geprikkeld tot hij een woesteling geleek;Goadsman,Goadster= ossendrijver.

Goal,goul, begin- of eindpaal, doel, einde:Toget a goal= een goal maken.

Goat,gout, geit;Goat-foot= bokspoot, satyr;Goat-herd= geitenhoeder;Goat’s beard= moerasspiraea;Goat’s marjoram= marjolein;Goat-carriage= bokkewagen;Goatskin, subst. en adj. geitenvel, geitenleder;Goat-sucker= nachtzwaluw, geitenmelker;Goatee,goutî, sik;Goatish= bok- of geitachtig, vuil riekend, ontuchtig.

Gob,gob, mond(vol), beet, portie;Gobbet,gobət, subst. mondvol, brok, stuk;Gobbetverb. met groote slokken of brokken verzwelgen.

Gobbing,gobiŋ, kolen- en steengruis.

Gobble,gob’l, subst. geklok;Gobbleverb. gulzig slikken, klokken, kakelen:Such excellent housekeepers are eagerlygobbled upby bachelors= worden dadelijk ingepikt door;Gobbler= gulzigaard, smulpaap, kalkoen.

Gobelin,gobəlin, gobelin; ook adj.

Goblet,goblət, drinkbeker.

Goblin,goblin, kabouter, spook, booze fee.

God,god, God:Come from God knew where;So help me God!(eedsformulier);Would to God= God gave!The gods= (de lui van) het “schellinkje” (in een schouwburg);Godchild= petekind;Goddaughter= peetdochter;Godfather, subst. peetvader, peetoom;Godverb. als peetvader optreden;God-fearing= godvreezend, godsdienstig;In thisGod-forgottenplace;Godhead,Godhood= Godheid, goddelijkheid;God-man[227]= Godmensch;Godmother= petemoei;Godsend= meevallertje, geluk;Godson= peetzoon;God’s-acre= godsakker, begraafplaats;God-speed:Tobid god-speed= goede reis wenschen;Godwit= griet;Goddess= godin;Godless= goddeloos; subst.Godlessness;Godlike= goddelijk, vroom; subst.Godlikeness;Godly= godvruchtig, vroom:The Godly= het volk Gods (naam van de parlementsgezinden in den Eng. burgeroorlog van 1629–1640).

Godfrey,godfri, Godfried, Govert;Godiva,gədaivə, Godiva.

Goee-goee,gouî-gouî, luiaard, stumper.

Goffer,gofə. ZieGauffer;Goffering,gofəriŋ, geplooid kantwerk.

Goggle,gog’l, met de oogen rollen, staren; adj. starend, uitpuilend; subst. bril (tegen stof, scherp licht of scheel zien), oogkleppen (v. paarden);Goggle-eye(d)= (met) uitpuilende oogen; gebrild;Goggle-eyed spectacles= met groote, bolle glazen.

Goglet,goglət, (aarden) koelkan.

Goitre, (Amer.)Goiter,gôitə, kropgezwel; adj.Goitrous.

Golconda,golkondə, goudmijn, geldwinning.

Gold,gould, goud, rijkdom; hart van de schijf bij boogschieten; adj. gouden:These wordshit the goldwith precision= slaan den spijker juist op den kop;Gold-beater= goudpletter, goudbladmaker;Gold-beater’s-skin= goudvlies;Gold-bound= in goud gezet of gevat;Gold-cloth= goudlaken;Gold-digging= het graven naar goud;Gold-dust= stofgoud;Gold-fever= manie voor goudzoeken;Gold-field= gouddistrict, goudveld;Gold-finch= goudvink (ookfig.);Gold-fish= goudkarper;Gold-foil= bladgoud;Gold-flower= vleugelnoot;Gold-hammer= geelgors;Gold-lace= goudgalon;Gold-leaf= bladgoud;Gold-smith(ry)= goudsmid(swerk);Gold-stick= hofceremoniemeester (met gouden staf) in Engeland;Gold-thread= gouddraad (om zijde gewikkeld);Gold-washer= goudwasscher;Gold-wire= gouddraad;Golden= goudachtig, op goud gelijkend, goudkleurig, van goud, schitterend, van groote waarde, gelukkig;Golden age= gouden eeuw;Golden cup= boterbloem;Golden eagle= steenarend;Golden fleece= gulden vlies; Golden-mouthed = welsprekend;Golden-number= guldengetal;Golden-rule= gulden regel, regel van drieën;Golden-tressed= met goudgele lokken;Golding= goudrenet;Goldney= goudvischje;Goldy= goudvink;Goldylocks,gouldiloks, gulden boterbloem; huidvaren, haarmos, etc.

Golf,go(l)f, een soort van kolfspel;Golfverb. ’golf’ spelen;Golf-club= kolf, golfclub;Golf-link= golfbaan.

Golgotha,golgətha, Golgotha, martelplaats.

Goliath,gəlaiəth, Goliath:Goliath beetle= groote kever (in de Tropen).

Golly,goli, gossie:Golly, how they shrieked= gossie, wat schreeuwden ze!

Gollywog,goliwog, een potsierlijk opgekleede pop, met opengespalkte oogen, een haarbos en vaak een zwart gezicht.

Goloe-shoe,gəloušû, (elastieken) overschoen =Golosh(e).

Gombeen,gombîn, Iersch woekeraar.

Gomuti,Gomuto,gəmûti,gəmûtou, arengpalm; de zwarte vezels daarvan.

Gondola,gondələ, gondel, platboomde vrachtboot; perronwagen (Amer.);Gondolier,gondəlîə, gondelier.

Goneril,gonəril.

Gonfalon,gonfəlon,Gonfanon= lansvaantje; kerkbanier.

Gong,goŋ, gong (een tambourijnvormig metalen instrument waarop met een omwoelden stok wordt geslagen, en dat in vele Engelsche huizen in plaats van de etensbel wordt gebruikt); heimelijk gemak;Gong-punch. ZieBell-punch(Amerik.).

Goniometer,gouniomətə, goniometer;Goniometry,gouniomətri, goniometrie.

Good,gud, goed, zoet, geschikt, vroom, aanzienlijk, juist, getrouw; subst. het goed(e), voordeel, welzijn, genot, nut, goede hoedanigheden:It’sno good= geeft niet(s);What’s the good of it= waartoe dient het?For the good of the house= ten voordeele van den landheer;For good (and all)= voor goed, volkomen;Goods= goederen, waren, materiaal:Goods and chattels= have en goed;Goods shed= goederenloods;Goods train= goederentrein;Ill-gotten goods seldom prosper= kwalijk verkregen goed gedijt niet;Five shillingsto the good= tegoed, credit, vooruit;He has behavedas good asgold= is erg zoet geweest;She gave heras good asshe got= betaalde haar met gelijke munt;He isas good ashis word= hij vervult trouw wat hij belooft;His fortune isas good asmade= vrij wel;Good!= dat is goed, mooi zoo!That is good!= dat is ook mooi!That is a good one!= een goeie grap, wat moois!A good deal,A good many= zeer vele;A good ten miles,Agoodtwo months= ruim, een goeie;In good sooth= in waarheid;In good time= tijdig, in gunstige omstandigheden;On (from) good authority= uit goede bron;Well and good= alles goed en wel;Not good for much= niet veel waard;That isgood-for-nothing= dat is nietswaardig;A good-for-nothing (fellow)= nietswaardige (kerel);He hasmade good his name= zijn naam eer aangedaan;Tomake gooddamages, a loss= vergoeden;He hasseen (thought) goodto do it= het heeft hem goed gedacht (behaagd);He (It)stands good= is soliede;Good behaviour:He was releasedon his good behaviour= hij werd ontslagen (uit de gevangenis) onder de verplichting, dat hij zich goed zou houden;Good breeding= hoffelijkheid, wellevendheid;Good-conditioned= in goeden staat zijnde;Good-day= goeden dag (bij komen of heengaan);Good-bye= goeden dag (bij heengaan voor geruimen tijd):I will notsay good-byeyet= ik zie je nog wel;Good-evening= goeden avond;Good-faced= met gunstig uiterlijk;Good-fellow= gezellige, goedaardige kerel;Good-fellowship= kameraadschap;Good-folk(s)= feeën;Good Friday= Goede Vrijdag;Good-graces= gunst;Good-humour[228]= opgeruimde aard;Good lack= Hemeltjelief! (verbazing);Good-looking= knap;Good-manners= beschaving;Goodman= vriendje, huisbaas, echtgenoot, de Duivel;Good-morning,Good-morrow= goeden morgen;Good-nature= goedaardigheid;Good-natured= goedaardig;Goodness= goedheid:Goodness knows= de Hemel weet;I hope to goodnessyou will not do it= ik hoop waarachtig;Good-night= goeden nacht; serenade;Good now= Beware me! (verbazing);Good sense= gezond verstand;A good-sized box= vrij groote;Good speed= succes!Good-tempered= goedgehumeurd;Good Templar= geheelonthouder;Goodwife= huisvrouw; moedertje;Goodwill= welwillendheid; gunst; zaak + klandizie, het daarvoor betaalde geld:Tobuy the goodwill of a house;Goodwill to man= “in menschen een welbehagen”;Goodwoman. ZieGoodwife;He is good,almostto goodiness= hij is zoo goed, dat hij haast over zich laat loopen;Goodies= lekkernijen, bonbons;Goodly= knap, edel, aanmerkelijk, aangenaam, piekfijn (ironisch);Goody= subst. sul, goeie vent, beste moeke; adj. goedaardig, sullig, sentimenteel:It would look sogoody-goodyand stupid= zoo sullig en dom lijken;I havetalked goody-goodyto her= ik heb met haar zitten kwezelen.

Goorkha= Ghoorka.

Goosander,gûsandə,gusandə, duikergans.

Goose,gûs, subst. gans, sul, sukkel, uilskuiken; (kleermakers)persijzer;Gooseverb. uitfluiten:Every man thinks his own geese swans= elk denkt zijn uil een valk te zijn;Tocook a person’s goose for him= te pakken nemen, ruïneeren, van kant maken;Toget the goose= uitgefloten worden;He is sound on the goose= hij is ouderwetsch in de slavenkwestie (Amer.); trouw aan zijne partij;Goose-berry= kruisbes, kruisbessenstruik:Goose-berry time= komkommertijd (ookThe silly season);Old Goose-berry= de duivel;I am not goingto play goose-berry(picker)to you two= ik wil niet jullie beider “fâcheux troisième” zijn, voor ’t “fatsoen” met jullie meegaan;Heplays old goose-berry withthe British public= houdt voor den gek;Goose-berry-fool= uitgeperste kruisbessen met room; zotskap;Goose-flesh(Goose-skin) = kippenvel;Togo all over goose-flesh= kippenvel krijgen;Goose-herd= ganzenhoeder;Goose-neck= zwaanshals (van giek of boom);Goose-quill= ganzeveer, pen;Goose-winged= met de leizeilen bijgezet (voor den wind zeilend).

Gopher,goufə, naam voor verschillende in een gat in den grond levende dieren, als ratten, eekhoorntjes, schildpadden (Amer.);Gopherverb. op goed geluk naar goud graven.

Gorboduc,göbədɐk.

Gorcock,gökok, korhaan;Gorcrow,gökrou, kraai;Gorhen,göhen, korhen.

Gordian,gödj’n:Gordian knot= Gordiaansche knoop:He cut the Gordian knot= hij heeft den knoop doorgebakt.

Gore,gö, subst. geronnen bloed; geer, driehoekig stuk (land);Goreverb. doorboren, spietsen, met eene wig doorbreken;Goring= prik, steek.

Gorge,gödz, subst. keel, strot, het verzwolgene, zware maaltijd; nauwe bergpas;Gorgeverb. gretig verzwelgen, schrokken:The stenchturned my gorge= het hart draaide me in mijn lijf om van;My gorge rises at it= ik walg er van;He gorged himselfwith it= at veel van.

Gorgeous,gödžəs, schitterend, prachtig; subst.Gorgeousness.

Gorget,gödžət, halsstuk (van eene wapenrusting), borstplaat, halskraag of plooisel.

Gorgon,gög’n, subst. Gorgone; iets zeer leelijks;Gorgonean,Gorgonian,gögounj’n, versteenend, afschuwelijk leelijk;Gorgonize= doen versteenen.

Gorilla,gərila, gorilla.

Gormand,göm’nd, gulzigaard;Gormandize,göm’ndaiz, gulzig eten, schrokken.

Gorse,gös, brem;Gorsy= vol brem.

Gory,gôri, met geronnen bloed bedekt.

Goschen,gouš’n.

Goshawk,goshôk, havik, patrijsvalk.

Gosling,gozliŋ, gansje; katje (van wilgen, etc.).


Back to IndexNext