Chapter 48

H,eitš;Hamps(hire)=Hants;H(is ofHer)B(ritannic)M(ajesty);Heb(rews);Hert(ford)s(hire);Hhd=Hogshead(s);Hist(ory);H(er)M(ajesty’s)S(ervice);Hon(ourable);[237]H. P.=halfpay,horse-power;H(is ofHer)R(oyal)H(ighness);Hung(ary);Hund(red);Hunt(ingdon)s(hire);Hypoth(esis).Ha,hâ, subst. ha! uitroep van verbazing of vreugde;Haverb. verbazing uitdrukken; blijven steken:Hehummed and ha’ed,before he replied= stotterde, haperde;He was an enemy to beating about the bush,humming andha’ing= hield niet van er om heen te praten en ‘ha’ te zeggen;His manner isvery ‘ha-ha’= hij doet altijd zeer verbaasd.Habeas corpus,heibiəsköpəs:Writ of habeas corpus= bevelschrift om een gevangene ter onderzoeking voor te brengen, met opgave van dag en reden zijner arrestatie en gevangenhouding.Haberdasher,habədašə, winkelier in garen en band, passement en nouveautés;Haberdashery= garen en band, enz.Haberdine,habədin,habədîn, labberdaan.Habergeon,həbɐ̂dž’n. Zie Hauberk.Habiliment,həbiliment, kleeding, kleed (gewoonlijkHabiliments).Habit,habit, subst. gewoonte, neiging, hebbelijkheid, persoonlijk aanwensel; kleeding, kleedij, rijkleed; habitus, houding, uiterlijk;Habitverb. kleeden:Tobe in(Toget into)the habit ofswearing= gewoon zijn (zich aanwennen);By habit= uit gewoonte;Habit-shirt= chemisette (v.amazones);Habited= gekleed.Habitability,habitəbiliti, bewoonbaarheid; adj.Habitable;Habitant,habit’nt, bewoner;Habitat,habitat, natuurlijke woonplaats (of groeiplaats) voor dier (of plant);Habitation,habiteiš’n, bewoning, woning; loge van dePrimrose League(eene staatkundige, conservatieve partij in Engeland).Habitual,həbitjuəl, gewoonlijk, voortdurend, gewoonte:Habitual drunkard= dronkaard;Habituate,həbitjueit, gewennen;Habitude,habitjûd, gewoonte, hebbelijkheid.Hacienda,asiendə, hacienda, fabriek, mijn, landgoed.Hack,hak, subst. houw, snede, kerf; huurpaard, jacht(rij)paard; broodschrijver, rek (om visch te drogen), stapel steenen (om te drogen), mestvork, ruif;Hackverb. hakken, houwen, radbraken, kuchen, alshackgebruiken, zich weggooien; adj. huur - -, versleten;Hack-in-chief= hoofdredacteur (spottend);Ahacking cough= droge kuchhoest.Hackee,hakî, gestreept Amerikaansch eekhorentje.Hackery,hakəri, tweewielige ossenwagen in Brit. Indië.Hackle,hak’l, subst. hekel, ruwe zijde, nek- of rugveer van een haan, kunstvlieg (als aas);Hackleverb. hekelen, een candidaat aan den tand voelen; vaneenscheuren;Hackler= hekel.Hackney,hakni, subst. rijpaard, huurpaard, werkpaard, huurrijtuig, duivelstoejager, huurling; adj. verhuurd, alledaagsch, afgezaagd:Tomake a hackney of= verslijten, bederven;Hackney-carriage,Hackney-coach= huurrijtuig, huurkoets;Hackney-coachman= koetsier van een huurrijtuig.Haddock,hadək, schelvisch.Hade,heid, subst. steile ingang van eene mijn;Hadeverb. hellen (van mijnaderen).Hades,heidîz, schimmenrijk.Hadji,hadžî, hadji.Haematin,he(hî)mətin, haematine;Haemorrhage,heməridž, bloeding, bloed(uit)storting;Haemorrhoids,hemərôidz, aambeien.Haffle,haf’l, stamelen, hakkelend en onduidelijk spreken, uitvluchten maken.Hafiz,hâfiz.Haft,haft, subst. handvat, hecht, heft, woning (Schotl.);Haftverb. in een heft zetten, van een heft voorzien; zich vestigen.Hag,hag, subst. heks, tooverkol, furie;Hagverb. schrik aanjagen;Hag-ridden= aan nachtmerrie lijdende;Hag-seed= heksengebroed;Haggish= afschuwelijk, heksen …Hagar,heigâ.Haggard,hagəd, wild, ongetemd, verwilderd, bleek en vervallen.Haggis,hagis, fijn gehakte schapekop met hart, lever en longen; een Schotsche schotel van schapenlongen, hart en lever met uien, en gekookt in eene schapenmaag.Haggle,hag’l, knibbelen, afdingen;Haggler.Hagiographa,hagiogrəfə,heidžiogrəfə, de boeken van het O. Testament met uitzondering van de Mozaische en de Profeten; levensgeschiedenissen der Heiligen;Hagiology,hagiolədži,heidžiolədži, geschiedenis derHagiographa; werk over de levens van (R.-K.) heiligen.Hague (The),dhəheig, ’s-Gravenhage.Hah,hâ, ha!Ha-ha,hâhâ,hâhâ, opening in een tuinomheining met een droge sloot er voor; ook die sloot zelf.Haidarabad,haidərəbad;Haidee,haidî;Haigh, hei.Hail,heil, subst. aanroep, welkomstgroet, bezoek; interj. heil!Hailverb. begroeten, aanroepen, praaien, geboortig zijn van:He iswithin (out of) hail= hij kan (niet) beroepen worden, is (niet) vlak bij de hand, is binnen (buiten) het bereik van de stem;That man ishail-fellow-well-metwith all people= hij is een allemansvriend;The ship washailed by us= gepraaid;Where do youhail from= komt gij vandaan (waaien)?This dictionaryhails from America= is een Amerikaansch voortbrengsel;They sang aHail Mary!= een Ave Maria.Hail,heil, hagel;Hailverb. (doen) hagelen;Hailshot= kartetsvuur;Hailstone= hagelsteen;Hailstorm.Hair,hêə, haar; ook adj.:It is my friendto a hair= op-en-top, tot op een haar;Within a hair of= op een haar na;Let us notsplit hairs= laten wij niet haarkloven, vitten, etc.;Not to turn a hair= onbewogen blijven;Hairbreadth= haarbreedte, zéér kleine afstand:It was ahairbreadth escape= wij brachten er nog net het leven af;Hairbrush= haarborstel;Haircloth=(paarde)haren stof;Hairdresser= kapper;Hair-dye;Hair-lace= haarlint;[238]Hair-line= snoer van paardenhaar, ophaallijn (in ’t schrijven);Hair-net= haarnetje;Hair-oil= haarolie;Hair-pencil= fijn penseel;Hair-pin= haarspeld;Hair-pointed= met fijne, teere punt;Hair-powder= haarpoeder (wit);Hair-restorer= haargroeimiddel;Hair-shirt= haren kleed;Hair-splittingsubst. = haarklooverij; ook adj.;Hair-stroke= ophaallijn (bij ’t schrijven);Hair-trigger= sneller (aan een pistool); pistool daarvan voorzien;Hair-wash= haarwaschmiddel;Hairiness= harigheid, behaardheid;Hairless;Hairy= behaard.Haiti,heiti.Hake,heik, dorsch (visch); vagebond, babbelkous.Hakluyt,haklût;Hal,hal.Halberd,halbəd,hôlbəd,holbəd, hellebaard;Halberdier,hal(hôl-, hol-)bədîə, hellebaardier.Halcyon,halsiən, subst. koningsvisscher, ijsvogel; kalmte, rust; adj. kalm, rustig:That was in myHalcyon-days= dat was in mijn kalmen, gelukkigen tijd.Haldane,haldein.Hale,heil, adj. gezond, flink, kloek:I amhale and hearty= frisch en gezond; subst.Haleness.Half,hâf, half; subst. helft:That’snot half bad= dat is lang niet kwaad;Hetorethe letterin half= in tweeën;Half-and-half= subst. mengsel van twee bieren (vooralporterenale), onoprecht mensch; adj. zonder pit, kwijnend;Halves:I willgo you halves ina supper= ik sta je de helft van;Hecried halves,when I found the guilder= hij riep “buit half”;Donothingby halves= ten halve;Half-baked= halfgaar, sullig;Half-baptism= nooddoop (bij Katholieken):The child washalf-baptized= ontving den nooddoop;Half-binding= half leeren band;Half-blood= verwantschap van personen, die alleen een zelfden vader of eene zelfde moeder hebben (halfbroeder, halfzuster);Half-blown= half geopend;Half-bound= in halfleder gebonden;Half-bred= van gemengd ras, onbeschaafd;Half-breed, subst. halfbloed; adj. van gekruist ras;Half-brother= halfbroeder;Half-caste= halfbloed;Half-cock= de stand van den haan, als hij half overgehaald is:Togo off at Half-cock= iets overijld doen, iets uitflappen;Half-crown= Eng. zilveren munt van ƒ1,50;Half-dead= half dood;Half-faced= “en profil”;Half-hearted= lauw, onverschillig, weifelend;Half-holiday= vrije middag;Half-length= kniestuk (portret);The ensign floatedhalf-mast high= woei halfstok;Half-part= half deel;Half-pay, subst. nonactiviteitstractement; adj. op nonactiviteit;Halfpenny,heip’ni, halve stuiver;Halfpennyworth= waarde van 2½ c.;Half-price= halve prijs of verminderde prijs;Half-seas-over= half dronken, aangeschoten;Half-sister= halfzuster;Half-starved= slecht gevoed, half verhongerd;Half-sword= op de halve lengte van een zwaard:At half-sword= handgemeen:Half-timer= een kind, dat de lagere school slechts de verplichte vijf schooltijden per week bezoekt; fabrieksarbeider, die slechts de helft van de uren werkt;Half-way= halverwege:Half-way house= herberg;Half-witted= zwak van denkvermogen, zielig, sukkelig;Half-yearly= zesmaandelijks(ch).Halford,halfəd.Halibut,halibɐt,holibɐt, heilbot;Halibutter= heilbotvisscher (vaartuig).Halifax,halifaks.Halitus,halitɐs, adem of damp.Hall,hôl, groote zaal, vergaderzaal, rechtszaal, eetzaal (universiteiten), maaltijd, gebouw, huis, vestibule:A hall= ruimte! uitroep bij de oude gemask. optochten;Hall-mark= stempel, keur, bewijs van echtheid; ook verb.Hallam,haləm.Halleluja,haləl(j)ûjə, subst. lofzang;Halleluja lass= vrouwelijke heilsoldaat.Halley,hali.Halliard,haljəd. ZieHalyard.Halliwell,haliwel.Hallo(a),həlou,Halloo,həlû,Hallow,həlou, Hola! Allo! subst. allogeroep;Halloverb. luid roepen:Do not hallo before you are out of the wood= men moet geen ho! roepen vóór men over de brug is.Hallow,halou, heiligen, wijden;Hallowe’en,halou-în,halou-în, avond voor Allerheiligen;Hallowmas(s)= Allerheiligen.Hallucination,həl(j)ûsineiš’n, zinsbedrog, zinsbegoocheling; adj.Hallucinatory.Halm,hôm. ZieHaulm.Halo,heilou, lichte kring om zon of maan, stralenkrans, heiligenkrans; kring (Med.);Haloverb. met een krans omgeven.Halt,hôlt, subst. stilstand (-staan), halt; het kreupel zijn, kreupelheid, ziekte bij schapen;Haltverb. halt houden, halt roepen, ophouden; kreupelen, mank gaan, aarzelen, dralen, gebrekkig zijn, te kort schieten; adj. kreupel; interj. Halt!To call a halt= halt doen houden;Tomake a short halt= even stoppen;They were haltedin the dusk= tot staan gebracht;Halting-place= stopplaats;Haltingly= hinkend, langzaam, aarzelend.Halter,hôltə, subst. halster, touw, strop;Halterverb. een halster aandoen of er mede vastbinden.Halve,hâv, (in tweeën) deelen. ZieHalf.Halyard,haljəd, val (scheepst.).Ham,ham, knieboog of knieholte, dijbeen, schink; ham:Hams= billen.Ham,ham, Cham;Hamite,hamait;Hamitic,həmitik, van de nakomelingen van Cham of hunne taal.Hamadryad,hamədraiəd,hamədraiəd, boomnimf.Hame,heim, haam.Hamiform,hamiföm,heimiföm, haakvormig.Hamilton,hamilt’n.Hamlet,hamlət, gehucht, dorpje.Hammer,hamə, subst. hamer, haan;Hammerverb. hameren, slaan, smeden, met moeite uitwerken, instampen (fig.):Hammer and tongs= met alle kracht, met groot geweld;At hammer and tongs= op gespannen voet;Tobring to the hammer= onder den hamer[239]brengen, publiek verkoopen;I’ll be hammered if I do it= je mag op mij schieten als ik het doe;He is alwayshammering atit= hij houdt vol, geeft het niet op;I havehammereditoutat last= ten laatste ben ik er achter, eindelijk begrijp ik het;Hammer-axe= werktuig, aan de eene zijde hamer, aan de andere bijl;Hammer-cloth= kleed over den bok van een rijtuig;Hammerfish= hamervisch(-haai) =Hammer-head;Hammer-hard(en)= koud metaal door hameren harden;Hammer-stone= splijthamer.Hammock,hamək, hangmat;Hammock-chair= stoel met linnen zitting en rug;Hammock-nettings= plaats, waar de hangmatten overdag worden geborgen; vinkennet of enternet.Hamper,hampə, subst. grove sluitmand, kluister, boei, tuigage;Hamperverb. in eene sluitmand doen, belemmeren, boeien, in de war brengen.Hampshire,hampšə;Hampstead,hamsted;Hampton,hamt’n.Hamshackle,hamša’kl, den kop (van os of paard) aan een der voorpooten vastmaken, temmen, beteugelen.Hamster,hamstə, hamster.Hamstring,hamstriŋ, subst. kniepees;Hamstringverb. verlammen door het doorsnijden der kniepees (of staartspier bij een walvisch).Hand,hand, subst. hand, handvol, handvat, wijzer, handeling, bekwaamheid, acte; deel, zijde, kant, werkman, fabrieksarbeider, matroos, ingewijde; schrift, spel kaarten, een der spelers, vijf (van een artikel dat verkocht wordt), pak tabak;Handverb. overhandigen, aangeven, vastmaken, geleiden, helpen, overleveren:To bea clever hand at= knap zijn in;Anold hand= een ervaren, gewikst persoon;His hand was againsteverybody= hij was in opstand tegen ieder;My hands are clean= ik ben onschuldig;I have come out of this businesswith clean hands= ik ben eerlijk gebleven;Hands across!= handen over elkaar;He won the racehands down= op zijn doode gemak;Hands off!= handen thuis! niet aankomen;Hands up!= geeft u over!It wasa hand-to-hand-fight= gevecht van man tegen man;They arehand-and-glove (= hand in glove) with= koek en ei, op intiemen voet;My brother ison the mending hand= aan de betere hand;My sword wasat hand= bij de hand, dicht bij;I have received many kindnessesat your hand(s)= van u;The time wasat hand= op handen;The horse is hotat hand(heavyon hand) = moeielijk te regeeren;I bought itat first (second) hand= uit de eerste (tweede) hand;She came outat the right hand= kwam er goed af;The child was brought upby hand= met kunstmatig voedsel;He sent his replyby hand= met een bode;Take himby the hand= aan uwe hand, onder uwe hoede;To gofrom hand to hand= van den een tot den ander;Hand to mouth= armelijk, pover;From hand to mouth= voor onmiddellijke behoefte;To livefrom hand to mouth= van de hand in den tand;Hand over fist=Hand over hand= hand over hand, langzamerhand; snel;They gohand in hand= zij houden het samen, helpen elkander;Our men are in good heart and thoroughlyin hand= en onder volkomen discipline;We have the matterin hand= hebben … onder handen;Paymentin hand= contante betaling;This horse is lightin hand= gemakkelijk te regeeren;The matter was takenin handby him= aangepakt, ondernomen;He was takenin handby the judge= onder handen genomen;They carried their livesin their hands= stelden hun leven bloot;Each found the lifeof his handdeed het werk, dat zijne hand vond om te doen;We have no stockon hand= geen voorraad voorhanden;Caseon hand; waiting instructions= collie aanwezig; verzoeke verzendingsinstructies;He did itout of hand= dadelijk, onmiddellijk;Out of hand= klaar, af;He has gotout of hand= is buiten den band geraakt;He went up the ladderhand over hand= door telkens de eene hand boven de andere te brengen;You will find everythingto your handhere= alles klaar, in gereedheid;Your favour (note) came dulyto hand= uwe geëerde letteren heb ik in orde ontvangen;I saw an instrumentunder the minister’s hand= een door den minister geteekend stuk;Heasked (gave) the handof his cousin= vroeg om (schonk) de hand van zijne nicht;Bear a handthere= help eens een handje;This house haschanged handsfive times in three years;Theyforced the handsof the government= zij zetten … naar hun hand;He wanted toget his hand in= aan slag (aan den gang) komen, zich inwerken;Togive a handwith= een handje helpen met;Ihave a free handnow= de handen vrij;Hehad a handin the game= hij had er de hand in;You musthave your hands full= volop werk hebben; de handen vol hebben met;Heholds hands withthe best authors= kan wedijveren met;Let usjoin hands,Join hands in hand= eendrachtig samenwerken;Tojoin hands with= de hand reiken aan;The two armiesjoined hands= vereenigden zich;One mustkeep one’s hand in= men moet het onderhouden, zich blijven oefenen;The policehave laid hands onhim= heeft hem te pakken;Lend a (helping) hand,old boy= zeg vriend, help eens een handje;I will notput my hand tothat deed= mijn hand niet zetten onder;He couldset his hand toevery kind of work= hij kon met allerlei werk terecht;Let usshake hands= elkander de hand drukken (=shake each other by the hand);You don’tshow me your handfor nothing= je laat me niet voor niemendal in je spel kijken;Tohand a sail= vastmaken;Tohand about= rondgeven;Tohand down= aangeven, overleveren:This story washanded down frommy ancestors= is van mijne voorouders afkomstig;Tohand in= helpen (in een rijtuig), inleveren;Hehanded it overto me= overhandigde het mij;She washanded overto her old enemies= overgeleverd aan;Hand-bag= valies;Hand-barrow= (draag)berrie; kruiwagen;Hand-ball= gummibal aan spuit;Hand-bell= tafelbel;Hand-bill= snoeimes;[240]affiche, schuldbewijs;Handbook= handboek;Hand-brace= drilboor;Handbreadth= handbreedte;Hand-cart= handkar;Hand-clasp= handdruk;Hand-cuff, subst. handboei;Hand-cuffverb. de handboeien aanleggen;Hand-dog=Andiron;Hand-drop= handverlamming;Hand-gallop= korte galop;Hand-glass= handspiegel, glas over planten;Handgrasp= handdruk;Handgrenade= handgranaat;Handgrip= greep:Tocome to handgrips= handgemeen worden;Handkerchief= zakdoek, doek:Todrop the handkerchief= het teeken geven (oorspronkelijk door den persoon, die gehangen werd);Tothrow the hand to= uitnoodigen;Hand-language= vingertaal;Hand-lead= klein peillood;Hand-loom= weefgetouw;Hand-maid(en)= vrouwelijke bediende, dienares;Hand-mill= handmolen;Hand-organ= draaiorgel;Hand-paper= papier (met eene hand als watermerk);Hand-painted= uit de hand geschilderd;Hand-press= handpers;Hand-promise= plechtige verloving, die slechts met toestemming van beide partijen ophoudt;Hand-rail(ing)= leuning;Hand-sail= klein zeil;Hand-saw= handzaag:He knows a hawk from a hand-saw= hij heeft zijn weetje;Hand-screw= dommekracht;Hand-shake= handdruk;Handspike= handspaak, koevoet;Handspring= sprong, soort salto mortale:Tochuck (throw, turn) handsprings;Handstrap= riem (in een tramwagen);In a hand-turn= in een ommezientje;Hand’s turn= hulp;Hand-writing= schrift; handschrift;Hander,handə, aanreiker, overbrenger, klap:No handerswas the motto of the schoolboys on strike= “geen lichamelijke straf” was het motto v. de werkstakende schooljongens;Handful= handvol;Handless= zonder handen; onhandig.Handfast,handfâst, subst. greep, handvat, houvast, handslag, contract, verbintenis; hechtenis;Handfastverb. verbinden, verloven, vereenigen, vasthouden.Handicap,handikap, subst. vóórgift (in tijd, afstand of gewicht) bij een wedstrijd; (fig.) nadeel;Handicapverb. vóórgeven, (fig.) belemmeren, benadeelen, bezwaren:It is a handicap to a popular authorto have made a great book= het is een nadeel (nl. met het oog op zijne volgende boeken);A handicap race= wedstrijd met vóórgift;Heavy taxationhandicaps a country= drukken een land (belemmeren het in zijne vrije ontwikkeling);In this waywe handicap our own producersas compared with the foreigner= bezwaren we onze eigen producenten.Handicraft,handikrâft, handenarbeid, werk van de handen;Handicraft(s-man)= handwerksman.Handiness,handinəs, handigheid, gemakkelijkheid, doelmatigheid.Handiwork,handiwɐ̂k, handarbeid, kunstwerk, schepping.Handle,hand’l, subst. handvatsel, “vat”, oor, gevest, enz.;Handleverb. betasten, bevoelen, hanteeren, behandelen, gebruiken, leiden:He hasa handle to his name= hij heeft een titel, is van adel;I willgive you a handle= ik zal u de gelegenheid verschaffen;Heflew off (at) the handle= hij werd driftig;He knows how tohandle the matter= weet de zaak aan te pakken;The guns werewell handled= goed bediend; Handling = hanteering, behandeling.Handsel,hands’l, subst. handpenning, handgift, eerste verkoop, geschenk, etc.;Handselverb. een handpenning geven, handgeld geven.Handsome,han(d)s’m, mooi, knap, goedgevormd, edel, mild, royaal, ruim:Handsome is, what handsome does= aan de vruchten kent men den boom;Tocome down handsomely= over de brug komen, zich royaal betoonen.Handy,handi, handig, vlug, bij de hand, nabij:The book has found a place onthe handiest shelfof every student= staat voor het grijpen bij;The children wereplaying at handy-dandy= de kinderen speelden: “Ra, ra, in welke hand?”;Handyman= helper, handlanger.Hang,haŋ, subst. helling, verbindingswijze, neiging, richting;Hangverb. hangen, ophangen, behangen:He hasgot the hang of it(Amer.) = hij is er volkomen mede vertrouwd, heeft er den slag van beet;The general hang of the workis disappointing= gang, richting;Hehangs abouther= maakt veel werk van haar, is altijd om en bij haar;Many boyswere hanging aboutthe stables= hielden zich op bij de stallen;Do nothang back= krabbel niet terug, doe het niet met tegenzin;Hehung downhis head= liet hangen;All the hearershang onhis lips= hangen aan;The thing washung on by the eyelids= was er slechts even of onvoldoende mee verbonden;Hehangs onhis party as faithfully as may be expected= hij kleeft zijne partij aan;Where do youhang out= waar woont gij, hangt gij uit?;All the flags werehung out= uitgestoken;Ihang over tothat opinion= hel naar die meening over;Theyhang together like burs= hangen als klissen aan elkander;The matter washung up= bleef onbeslist;Be hanged to ’em= laten ze naar den duivel loopen;The suit hung= het proces werd gerekt, uitgesteld;Tohang fire= niet dadelijk afgaan, besluiteloos zijn, op zich laten wachten, niet willen gelukken;Time hangs heavy on my hands,hangs heavyto-day= valt mij lang;We have beenhanging in doubt= in onzekerheid verkeerd;Men have hanged for less than this= kregen den strop;Hang-dog= galgebrok, schurk:Ahang-dog look= een armezondaarsgezicht, -blik;Hangman= beul;Hang-nail= nijdnagel;Hang-nest= hangend nest;Hang-net= hangnet;Hanger= hangstuk, haak, ophanger, hartsvanger, korte sabel; woud of boschje (langs eene heuvelhelling);Hanger-on= aanhanger, afhangeling, klaplooper;Hanging, subst. het hangen of ophangen, vertoon; behang, wandtapijt, adj. steil, den dood verdienend, strafbaar met den dood:That isa hanging-affair= eene halszaak;Hanging-clause= bepaling, met wier niet-nakoming het leven gemoeid is;Hanging-garden= hangende tuin;Hanging-guard= verdedigende houding met een sabel;Hanging judge= rechter, die het[241]doodvonnis uitspreekt;Hanging-shelf= boekenhanger.Hangar,haŋgâ, hangar.Hank,haŋk, subst. streng (garen,zijde, etc.); neiging, lust; greep, macht;Hankverb. tot strengen vormen, krachtig aanhalen:His tales are excellent; the first in the hank is the best= het eerste in de verzameling is het beste.Hanker,haŋkə, hunkeren, verlangen:I felta hankering afterher= een onweerstaanbaar verlangen naar haar bekroop mij.Hank(e)y-Pank(e)y,haŋkipaŋki, subst. hocus-pocus:Hank(e)y-Pank(e)y bloke= goochelaar.Hanley,hanli.Hanover,hanəvə;Hanoverian,hanəvîriən, subst. en adj. Hannoveraan(sch).Hansard,hansəd, koopman uit eene hanzestad; officiëel verslag van de handelingen van het Parlement.Hanse,hans, verbond, vereeniging:Hanse towns= hanzesteden en hun verbond;Hanseatic,hansiatik, van de Hanzesteden:Hanseatic league= hanzeverbond.Hansom (cab),hans’m (kab), tweewielig huurrijtuig (de koetsier zit achterop en de leidsels gaan over de kap heen).Ha’n’t, Han’t,hânt, (Amer.)heint=Have not, Has not.Hants,hants=Hampshire.Hap,hap, subst. toeval, toevallige gebeurtenis; mantel, hulsel;Hapverb. toevallig gebeuren; inwikkelen;Haphazard= kans, gelukje, toeval:I did itat haphazard= op den bof, op goed geluk af;Hapless= ongelukkig, rampzalig;Haply= bij toeval, misschien.Happen,hap’n, gebeuren:I happened to meet him= ik ontmoette hem toevallig;As it happened I found him= toevallig vond ik hem;Just happen in at my officeto-morrow(Amer.) = wip morgen even aan;Ihappened onit yesterday= trof (vond) toevallig;I have not seenthe happeningswith my own eyes(Amer.) = ik heb zelf niet gezien wat er voorgevallen is.Happiness,hapinəs, subst. v.Happy,hapi, gelukkig, voorspoedig, verheugd, blij, handig, bekwaam:Happy man be his dole= moge het hem goed gaan!Happy family= vreedzaam samenlevende menschen of kleine dieren v. verschillenden aard (zooals honden en katten, etc.);Happy-mean, subst. het ware midden:The happy-mean man= de man van ’t ware midden;Happy-go-lucky= onbezorgd, zorgeloos.Harakiri,hârəkîri. ZieHarikiri.Harangue.həraŋ, subst. redevoering, toespraak;Harangueverb. toespreken, eene rede houden;Haranguer.Harass,harəs, kwellen, vermoeien, uitputten, onophoudelijk verontrusten; subst.Harassment.Harbinger,hâbinžə, subst. voorlooper, voorbode, kwartiermaker, fourier;Harbingerverb. voorafgaan als bode, aankondigen.Harbour,hâbə, subst. schuilplaats, haven, herberg, woning;Harbourverb. herbergen, een schuilplaats verleenen, voeden, koesteren;Harbour-dues= havengeld;Harbour-light;Harbour-master= havenmeester;Harbour-watch= ankerwacht;Harbourage= toevlucht, onderkomen;Harbourless.Harcourt,hâköt.Hard,hâd, adj. hard, vast, moeilijk, vermoeiend, streng, wreed, verhard, onbuigzaam, grof, onsmakelijk, wrang, hevig; subst. steiger; meer conserv. democraat (Amer.):Nohard and fast linecan be drawn in this matter= geene scherpe, bepaalde grens kan in deze zaak worden getrokken;As hard as the nether millstone= buitengewoon hard;They livehard by= zij wonen kort bij, in de buurt;These people werehard up= hadden groot geldgebrek;It ishard uponseven= dicht bij;Move the rudderhard a-starboard= leg het roer zoover mogelijk naar stuurboord;Hard of hearing= hardhoorig;Hedied hard= hij verdedigde zich tot het laatst toe, stierf onbekeerd; zijn doodstrijd was moeilijk;It willgo hardwith him= het zal hem slecht vergaan;This reward was hard won= deze belooning werd met moeite verkregen;Hard-bake= soort van kokinje;Hard-believing= ongeloovig;Hard-beset= eng ingesloten, in ’t nauw gebracht;Hard-bitted= hard in den bek;Hard-bound= verstopt, hardlijvig, traag;Hard-cash= baar geld;Hard-coal= anthraciet;Hard-drinker= zuiplap;Hard-earned= zuur verdiend;Hard-fish= gedroogde kabeljauw, schelvisch of leng;Hard-fisted= met harde handen; gierig;Hard-fought= hardnekkig gestreden;Hard-grained= grofkorrelig; grof (ookfig.);Hard-got(ten)= zuur verdiend;Hard-handed= hardhandig, ruw, streng;Hard-head= zwart knoopkruid; knorhaan; soort keisteen;Hard-headed= sluw, helder van hoofd;Hard-hearted= hardvochtig; subst.Hard-heartedness;Hard-labour= dwangarbeid;Hard-luck= tegenspoed;Hard-mouthed= hard in den bek (van paarden), ruw, grof (van taal);Hard-pressed= in moeielijke omstandigheden;Hard rubber= caoutchouc;Hard-set= krachtig vervolgd, in het nauw; streng, onbuigzaam;Hardshell= met harde schaal; streng orthodox of conservatief (Amer.);Hard-tack= scheepsbeschuit;Hard-water= hard (wasch)water;Hardworking= zeer arbeidzaam;Hard-ware= ijzerwaren, vooral potten en pannen, enz.;Harden= harden, verharden, hard of gevoelloos maken (worden);Hardihood,hâdihud, koenheid, onversaagdheid, onbeschaamdheid;Hardiness= gehardheid;Hardly= nauwelijks, bijna niet, waarschijnlijk niet; hard, moeilijk, streng:Hardly .… when= nauwelijks .… of;Hardness= hardheid (ookfig.), moeielijkheid;Hardship= ontbering;Hardy= gehard, sterk, stoutmoedig.Hardicanute,hâdikənjût.Hare,hêə, haas:As mad as a March hare= zoo gek als wat;Tohold with the hare and run with the hounds= een dubbel spel spelen;He wantedto make a hare of me= trachtte mij belachelijk te maken, te foppen, beet te nemen;Jugged hare= hazepeper;Hare-bell= grasklokje, knikkende vogelmelk;Hare-brained= nietig, onbesuisd, dwaas;Hare-hound= hazewind;[242]Hare-lip= hazenlip;Hare’s-foot= hazepoot (door acteurs gebruikt).Harem,hêr’m,hâr’m, harem.Haricot,harikou,harikot, ragout van vleesch met groenten, snijboon.Harikiri,hârikîri, zelfmoord, door den buik dwars open te snijden (Jap.).Hark,hâk, luisteren:Hark ye= luister eens;Hark away,Hark forward= vooruit!Hark back= hier! een uitroep, waarmede de jager de het spoor voorbij hollende honden terugroept; terugloopen als het spoor verloren is:She alwaysharks backto her old grievances= komt altijd terug op.Harl,hâl, vezels van vlas, haar of wol; koppel van 3 honden, vrij groote hoeveelheid.Harleian,hâliən,hâlîən, van Harley, naar wien de door hem gevormde, thans in het British Museum aanwezige bibliotheek genoemd is.Harlem,hâləm.Harlequin,hâlək(w)in, subst. harlekijn, potsenmaker, grappige vent;Harlequinverb. voor harlekijn spelen;Harlequinade,hâlək(w)ineid, harlekinade (dat deel in eeneChristmas-pantomime, dat op detransformation-scenevolgt).Harlot,hâlət, hoer; adj. ontuchtig; subst.Harlotry.Harm,hâm, subst. nadeel, schade, kwaad;Harmverb. kwaad doen, schade aanbrengen:Harm watch harm catch= wie een ander een kuil graaft, valt er zelf in;Harm-doing= het kwaaddoen;Harmful= nadeelig, schadelijk; subst.Harmfulness;Harmless= onbeschadigd, onschadelijk, argeloos; subst.Harmlessness.Harmattan,hâmat’n, harmattan, droge en heete wind, die van December tot Maart v. Midden-Afrika naar het Noorden waait.Harmonic,hâmonik, harmonisch;Harmonica,hâmonikə, mondharmonica, glasharmonica, collectie verschillend gestemde en met de vingers bespeelde glazen;Harmonical:Harmonical proportion= harmonische verhouding (tusschen vier grootheden):Harmonicon,hâmonik’n, orchestrion;Harmonics,hâmoniks, harmonieleer:Grave harmonics= bijtonen van twee overeenstemmende klanken;Harmonious,hâmouniəs, harmonisch, eensgezind: subst.Harmonicness;Harmoniphon,hâmonifoun, klavierhobo;Harmonist,hâmənist, componist, iemand, die de overeenkomstige plaatsen van verschillende schrijvers, vooral der Evangelisten, opspoort;Harmonists= communistische secte van Gebr. Rapp, in 1803 uit Wurtemburg naar de Vereen. Staten getrokken;Harmonium,hâmounj’m, harmonica, harmonium;Harmonize,hâmənaiz, overeenstemmen, in overeenstemming brengen, in vrede leven, congrueeren;Harmony,hâməni, harmonie, eensgezindheid, overeenstemming:Artificialharmony= oplossing van dissonanten tot harmonie;Harmony of the spheres= de leer van Pythagoras omtrent de harmonie der tonen, door de planeten in hunne beweging en al naar hare grootte, snelheid en afstand voortgebracht.Harness,hânəs, subst. harnas, wapenen, paardetuig, gareel;Harnessverb. het tuig aandoen, de wapenrusting aantrekken:Hedied in harness= midden in zijn werk;The thing iswell in harness= goed bewerkt;Harness-cask, (Harness-tub) = vat met pekel vleesch op dek vastgesjord;Harness-maker= zadelmaker;Harness-room= tuigkamer.Harold,harəld, Harold.Harp,hâp, subst. harp;Harpverb. op de harp spelen, steeds hetzelfde onderwerp aanroeren:He is stillharping onhis first love= hij heeft het nog steeds over;Toharp on the same string;Harper=Harpist= harpspeler.Harpoon,hâpûn, subst. harpoen;Harpoonverb. harpoeneeren;Harpoon-gun= kanon voor het afschieten van een harpoen;Harpoon-rocket= harpoen, die als een raket wordt afgeschoten;Harpooner= harpoenier.Harpsichord,hâpsiköd, spinet.Harpy,hâpi, harpij (ookfig.).Harquebus(s),hâkwəbɐs, haakbus;Harquebusier(Harquebusîə) = haakbusschutter.Harr,hâ, grommen.Harridan,harid’n, oude feeks, oud wijf.Harrier,hariə, brak; kuikendief; plunderaar.Harrow,harou, subst. Harrow; egge;Harrowverb. eggen, kwellen, verontrusten.Harry,hari, plunderen, verwoesten, kwellen, strooptochten doen.Harry,hari, subst. andere vorm v.Henry; verpersoonl. v. den echten Londenaar uit de volksklasse =’Arry:Tobox Harry= geen eten krijgen (schooljongensslang);Toplay Old Harry with a person= iemand leelijk te pakken nemen.Harsh,hâš, zuur, wrang, scherp, wreed, streng, ruw; subst.Harshness.Hart,hât, mannetjes hert (na het vijfde jaar):Hart of ten= hert met een gewei van tien takken;Hart’s-tongue= hertstong, tongvaren;Hart(e)beest,hât(ə)bîst, soort van antilope (Z.-Afrika);Hart-shorn,hâtshön, (geest van) hertshoorn.Harum-scarum,hêr’mskêr’m, lichtzinnig, roekeloos, wild, slordig; subst.Hartness.Harvard,hâvəd.Harvest,hâvəst, subst. najaar, oogsttijd, oogst, opbrengst;Harvestverb. inzamelen, oogsten;Harvest-bug= soort van boktor;Harvest-feast= oogstfeest;Harvest-festival= dankdag voor het gewas;Harvest-home= oogsttijd, oogstfeest, oogstlied;Harvest-lady= de tweede maaier van eene rij;Harvest-lord= voormaaier, eerste maaier;Harvest-man= oogster, maaier;Harvest-month= September;Harvest-moon= (bijna) volle maan ten tijde der dag- en nachtevening in den herst;Harvest-mouse= dwergmuis;Harvest-queen= oogstkoningin (pop, Ceres voorstellende, rondgedragen op den laatsten oogstdag);Harvest-spider= hooiwagen (spin);Harvester= oogster.Harvey,hâvi;Harwich,haridž.Hash,haš, subst. gehakt vleesch met groenten; mengsel, poespas;Hashverb. hakken, fijnmaken, bederven:Trust him formaking a hash of it= je kunt er op aan, dat hij de boel in de war stuurt, verknoeit;I havesettled his hash= ik heb een appeltje met hem geschild, hem zijn vet gegeven, afgeranseld, geruïneerd;I have[243]hashed my goosealtogether= ik heb mijne zaak totaal bedorven.Hashish,hašiš,Hasheesh,hašîš, gedroogde bladeren van de hennepplant, die gekauwd worden en waaruit een bedwelmende drank wordt bereid.Haslemere,heiz’lmîə.Haslet,hazlət, omloop (v.een varken), lever, hart, ingewanden (v.schapen of kalveren).Hasp,hâsp, subst. grendel, beugel;Haspverb. met een klamp of grendel vastmaken.Hassock,hasək, pluim, een soort van rietgras; dikke mat, dik voetkussen om op te knielen.Hastate,hastit, speervormig.Haste,heist, haast, spoed, drift, overhaasting, ijver:Why do you notmake haste= waarom maakt gij niet voort?In haste= haastig, vlug;Hasten,heis’n, haast maken, zich haasten;Hastiness= haast.Hastings,heistiŋz.Hasty,heisti, haastig, snel, vlug, driftig, hartstochtelijk;Hasty-pudding= pap (meel in kokende melk geroerd en gekookt).Hat,hat, hoed, kardinaalshoed, waardigheid v. kardinaal:Todo up a hat= opmaken;He hashung up his hat in my house= hij heeft zijn anker bij mij neergelegd, zijne tenten bij mij opgeslagen;Toraise one’s hatto a person= afnemen;They havesent (passed) the hat round= hebben eene collecte gehouden;To take one’s hat off (to)= afnemen (voor);Hat-band= rouwband (om den hoed);Hat-maker= hoedenfabrikant;Hat-rack= hoedenrek, kleerenstander;Hat-work= werk waar niets in zit;Hat-writer, dieHat-workmaakt;Hatter,hatə, hoedenkoopman of -maker:He isas mad as a hatter= hij is stapelgek; tureluursch.Hatch,hatš, subst. halve deur, poortje, schuif, traliewerk op een luik, luik; broedsel, gebroed, samenzwering, fijne streep;Hatchverb. met bouten vastmaken, met een deksel sluiten; broeden, uitbroeden, beramen, voortbrengen, arceeren:Under hatches= onder de luiken geconsigneerd, beneden opgesloten, zeer verdrukt, er slecht aan toe; welbewaard, gestorven;Hatch-boat= soort van visscherspink met een half dek;Hatchway= luik; muil;Hatcher= uitbroeder; incubator;Hatchery= inrichting voor kunstmatige vischteelt.Hatchel,hatš’l;Hatcheller. ZieHackle.Hatchet,hatšət, bijl, bijltje; fooi om de kommiezen om te koopen (Amer.):Let usbury the hatchet= laten we vrede sluiten;Tosling the hatchet= er uit snijden;Theytook up the hatchet= zij vatten de wapens op;Do notthrow the hatchet= vertel geen leugens;Hatchet-face= scherp geteekend gezicht.Hatchment,hatšm’nt, ruitvormig rouwschild, symbool.Hate,heit, subst. haat;Hateverb. haten, verafschuwen;Hateful= hatelijk, boosaardig; subst.Hatefulness;Hater;Hatred,heitrəd, haat, kwaadaardigheid, kwaadwilligheid.Hathaway,hathəwei.Hatti-sheriff,hatišerîf, door den sultan van Turkije uitgevaardigd onherroepelijk bevel.Hauberk,hôbɐ̂k, maliënkolder.Haugh,hô, laag gelegen, vruchtbaar oeverland.Haughtiness,hôtinəs, subst. v.Haughty,hôti, trotsch, fier, hoogmoedig, aanmatigend.Haul,hôl, subst. haal, trek;Haulverb. halen, trekken, sleepen, den koers van een schip veranderen, veranderen van richting, zich terugtrekken, komen, gaan:The sheets werehauled home= de schooten werden aangehaald;Haul the wind= bras het zeil bij den wind;The ship was enabled tohaul off from the shore= af te houden van de kust;He washauled over the coals= kreeg een uitbrander;He hauled outa knuckle-bone of ham= haalde voor den dag;Haulage= trekkracht; transportkosten;Hauler= soort hengel.Haulm,hôm, halm, stroo.Haunch,hônš,hânš, dij, lendestuk, bout.Haunt,hônt,hânt, subst. dikwijls bezochte plaats, verblijfplaats;Hauntverb. omgaan, verkeeren, bezoeken of kwellen (v. een geest):This house is haunted= het spookt in dit huis;Haunter= stamgast; druk bezoeker.Haut,hôt, weekmarkt; el (Indië).Hautboy,houbôi, hobo.Havan(n)a(h),həvana, Havana(sigaar);Havanese,havənîz,havənîs, subst. bewoner(s) van H.; adj. van Havana.Have,hav, hebben, bezitten, houden, bij zich hebben, genieten, ontvangen, ondervinden, dulden, laten, te pakken hebben, bedriegen, beetnemen:Have at him,boys! = pakt hem, raakt hem, jongens!Have a care= pas op!Tohave the ear of the House= tot die sprekers in ’t Huis behooren, naar wie gaarne geluisterd wordt;Let ushave lots of roomhere= maak hier eens flink ruimte;Have done= schei uit;Ihad as liefdie as be a slave= zou evenlief sterven;Ihad ratherdo that= dat zou ik liever doen;Do well and have well= die wel doet wel ontmoet;You can’t eat your cake and have it= je kunt niet het midden en de beide einden hebben;As Shakespeare has it= zooals S. zegt;As the mood has the reader= al naar de lezer gestemd is;Ihave no money about me= ik heb geen geld bij mij;Have the tea-things away= ruim weg;You have nothing for it but to go= je kunt niet anders doen dan, er zit niets anders op;He had on his best coat= droeg;He had his watch out= haalde voor den dag;I’ll have it out of you= zal je wel krijgen, het je wel inpeperen;I will have it out with youbefore I go= met je afrekenen.Havelock,havlok, sluier (tegen zonnesteek in de Tropen); soort mantel.Haven,heiv’n, subst. haven, veilige ligplaats, schuilplaats;Havenverb. eene schuilpl. bieden.Haver,havə, haver;Haververb. wauwelen, raaskallen (Schotl.);Haversack= knapzak, ransel, reiszak;Havers,heivəz= onzin.Haverhill,heivəhil(Amer.),havəhil.[244]Havildar,havildâ, Inlandsch sergeant (Brit. Ind.).Having,haviŋ, bezitting, eigendom;Havings= (goed) gedrag (ZieHavers).Havoc,havək, subst. verwoesting, vernieling; de kreet der krijgslieden wanneer geen kwartier werd gegeven;Havocverb. verwoesten, vernielen, dooden:Tocry havoc;The boys haveplayed havoc withmy furniture= mijne meubels vernield.Haw,hô, interj. hu! ö! subst. haag; hof, grasland in een dal; bes van de haagdoorn; aarzeling, hapering;Hawverb. haperen, ö - - ö zeggen, aarzelen; door hu! te roepen een paard links wenden (Amer.):He spoke in hisHaw-haw-style= hij sprak op zijne “ö ö” manier;He wasa haw-haw swell= geaffecteerd, lijmerig sprekend fatje;Ifelt haw,like a fish out of water= ik voelde mij zoo lam en lusteloos;It ishaw and geehere, instead ofwoo and geein the old country= aansporing naar links of rechts te gaan (ZieGee).Hawaiian,hawaij’n, bewoner, taal van Hawaii;Hawaii,hawaii.Hawbuck,hôbɐk, kinkel.Hawarden,hô-âd’n,hâd’n;Haweis,hôis;Hawes,hôz.Hawfinch,hôfinš, appelvink.Haw-haw,hôhô; ZieHa-haenHaw.Hawk,hôk, subst. havik, valk; zwendelaar, bedrieger; schrapende hoest;Hawkverb. met valken jagen, als een valk vliegen, jacht maken op; schrapen; rondventen;Hawk’s-bill= haviksbek;Hawk-eyed= met scherpen blik;Hawk-moth= sfinx, avondvlinder;Hawk-nosed= met arendsneus;Hawker= marskramer; valkenier.Hawik,hôik;Hawkesworth,hôkswəth.Hawse,hôz, kluisgat:Athwart (the) hawse= dwars voor den boeg;He has crossed my hawse= hij is mij dwars voor den boeg gekomen;Toride hawse fallen (hawse full)= waterscheppen door de kluisgaten bij het op zijn anker rijden van een schip in stormweer;Hawse-hole, (Hawse-pipe) = kluisgat:Hecame in at the hawse-holes= hij is van gewoon matroos opgeklommen, van onderop begonnen;Hawser= kabel, tros.Hawthorn,hôthön, hagedoorn.

H,eitš;Hamps(hire)=Hants;H(is ofHer)B(ritannic)M(ajesty);Heb(rews);Hert(ford)s(hire);Hhd=Hogshead(s);Hist(ory);H(er)M(ajesty’s)S(ervice);Hon(ourable);[237]H. P.=halfpay,horse-power;H(is ofHer)R(oyal)H(ighness);Hung(ary);Hund(red);Hunt(ingdon)s(hire);Hypoth(esis).Ha,hâ, subst. ha! uitroep van verbazing of vreugde;Haverb. verbazing uitdrukken; blijven steken:Hehummed and ha’ed,before he replied= stotterde, haperde;He was an enemy to beating about the bush,humming andha’ing= hield niet van er om heen te praten en ‘ha’ te zeggen;His manner isvery ‘ha-ha’= hij doet altijd zeer verbaasd.Habeas corpus,heibiəsköpəs:Writ of habeas corpus= bevelschrift om een gevangene ter onderzoeking voor te brengen, met opgave van dag en reden zijner arrestatie en gevangenhouding.Haberdasher,habədašə, winkelier in garen en band, passement en nouveautés;Haberdashery= garen en band, enz.Haberdine,habədin,habədîn, labberdaan.Habergeon,həbɐ̂dž’n. Zie Hauberk.Habiliment,həbiliment, kleeding, kleed (gewoonlijkHabiliments).Habit,habit, subst. gewoonte, neiging, hebbelijkheid, persoonlijk aanwensel; kleeding, kleedij, rijkleed; habitus, houding, uiterlijk;Habitverb. kleeden:Tobe in(Toget into)the habit ofswearing= gewoon zijn (zich aanwennen);By habit= uit gewoonte;Habit-shirt= chemisette (v.amazones);Habited= gekleed.Habitability,habitəbiliti, bewoonbaarheid; adj.Habitable;Habitant,habit’nt, bewoner;Habitat,habitat, natuurlijke woonplaats (of groeiplaats) voor dier (of plant);Habitation,habiteiš’n, bewoning, woning; loge van dePrimrose League(eene staatkundige, conservatieve partij in Engeland).Habitual,həbitjuəl, gewoonlijk, voortdurend, gewoonte:Habitual drunkard= dronkaard;Habituate,həbitjueit, gewennen;Habitude,habitjûd, gewoonte, hebbelijkheid.Hacienda,asiendə, hacienda, fabriek, mijn, landgoed.Hack,hak, subst. houw, snede, kerf; huurpaard, jacht(rij)paard; broodschrijver, rek (om visch te drogen), stapel steenen (om te drogen), mestvork, ruif;Hackverb. hakken, houwen, radbraken, kuchen, alshackgebruiken, zich weggooien; adj. huur - -, versleten;Hack-in-chief= hoofdredacteur (spottend);Ahacking cough= droge kuchhoest.Hackee,hakî, gestreept Amerikaansch eekhorentje.Hackery,hakəri, tweewielige ossenwagen in Brit. Indië.Hackle,hak’l, subst. hekel, ruwe zijde, nek- of rugveer van een haan, kunstvlieg (als aas);Hackleverb. hekelen, een candidaat aan den tand voelen; vaneenscheuren;Hackler= hekel.Hackney,hakni, subst. rijpaard, huurpaard, werkpaard, huurrijtuig, duivelstoejager, huurling; adj. verhuurd, alledaagsch, afgezaagd:Tomake a hackney of= verslijten, bederven;Hackney-carriage,Hackney-coach= huurrijtuig, huurkoets;Hackney-coachman= koetsier van een huurrijtuig.Haddock,hadək, schelvisch.Hade,heid, subst. steile ingang van eene mijn;Hadeverb. hellen (van mijnaderen).Hades,heidîz, schimmenrijk.Hadji,hadžî, hadji.Haematin,he(hî)mətin, haematine;Haemorrhage,heməridž, bloeding, bloed(uit)storting;Haemorrhoids,hemərôidz, aambeien.Haffle,haf’l, stamelen, hakkelend en onduidelijk spreken, uitvluchten maken.Hafiz,hâfiz.Haft,haft, subst. handvat, hecht, heft, woning (Schotl.);Haftverb. in een heft zetten, van een heft voorzien; zich vestigen.Hag,hag, subst. heks, tooverkol, furie;Hagverb. schrik aanjagen;Hag-ridden= aan nachtmerrie lijdende;Hag-seed= heksengebroed;Haggish= afschuwelijk, heksen …Hagar,heigâ.Haggard,hagəd, wild, ongetemd, verwilderd, bleek en vervallen.Haggis,hagis, fijn gehakte schapekop met hart, lever en longen; een Schotsche schotel van schapenlongen, hart en lever met uien, en gekookt in eene schapenmaag.Haggle,hag’l, knibbelen, afdingen;Haggler.Hagiographa,hagiogrəfə,heidžiogrəfə, de boeken van het O. Testament met uitzondering van de Mozaische en de Profeten; levensgeschiedenissen der Heiligen;Hagiology,hagiolədži,heidžiolədži, geschiedenis derHagiographa; werk over de levens van (R.-K.) heiligen.Hague (The),dhəheig, ’s-Gravenhage.Hah,hâ, ha!Ha-ha,hâhâ,hâhâ, opening in een tuinomheining met een droge sloot er voor; ook die sloot zelf.Haidarabad,haidərəbad;Haidee,haidî;Haigh, hei.Hail,heil, subst. aanroep, welkomstgroet, bezoek; interj. heil!Hailverb. begroeten, aanroepen, praaien, geboortig zijn van:He iswithin (out of) hail= hij kan (niet) beroepen worden, is (niet) vlak bij de hand, is binnen (buiten) het bereik van de stem;That man ishail-fellow-well-metwith all people= hij is een allemansvriend;The ship washailed by us= gepraaid;Where do youhail from= komt gij vandaan (waaien)?This dictionaryhails from America= is een Amerikaansch voortbrengsel;They sang aHail Mary!= een Ave Maria.Hail,heil, hagel;Hailverb. (doen) hagelen;Hailshot= kartetsvuur;Hailstone= hagelsteen;Hailstorm.Hair,hêə, haar; ook adj.:It is my friendto a hair= op-en-top, tot op een haar;Within a hair of= op een haar na;Let us notsplit hairs= laten wij niet haarkloven, vitten, etc.;Not to turn a hair= onbewogen blijven;Hairbreadth= haarbreedte, zéér kleine afstand:It was ahairbreadth escape= wij brachten er nog net het leven af;Hairbrush= haarborstel;Haircloth=(paarde)haren stof;Hairdresser= kapper;Hair-dye;Hair-lace= haarlint;[238]Hair-line= snoer van paardenhaar, ophaallijn (in ’t schrijven);Hair-net= haarnetje;Hair-oil= haarolie;Hair-pencil= fijn penseel;Hair-pin= haarspeld;Hair-pointed= met fijne, teere punt;Hair-powder= haarpoeder (wit);Hair-restorer= haargroeimiddel;Hair-shirt= haren kleed;Hair-splittingsubst. = haarklooverij; ook adj.;Hair-stroke= ophaallijn (bij ’t schrijven);Hair-trigger= sneller (aan een pistool); pistool daarvan voorzien;Hair-wash= haarwaschmiddel;Hairiness= harigheid, behaardheid;Hairless;Hairy= behaard.Haiti,heiti.Hake,heik, dorsch (visch); vagebond, babbelkous.Hakluyt,haklût;Hal,hal.Halberd,halbəd,hôlbəd,holbəd, hellebaard;Halberdier,hal(hôl-, hol-)bədîə, hellebaardier.Halcyon,halsiən, subst. koningsvisscher, ijsvogel; kalmte, rust; adj. kalm, rustig:That was in myHalcyon-days= dat was in mijn kalmen, gelukkigen tijd.Haldane,haldein.Hale,heil, adj. gezond, flink, kloek:I amhale and hearty= frisch en gezond; subst.Haleness.Half,hâf, half; subst. helft:That’snot half bad= dat is lang niet kwaad;Hetorethe letterin half= in tweeën;Half-and-half= subst. mengsel van twee bieren (vooralporterenale), onoprecht mensch; adj. zonder pit, kwijnend;Halves:I willgo you halves ina supper= ik sta je de helft van;Hecried halves,when I found the guilder= hij riep “buit half”;Donothingby halves= ten halve;Half-baked= halfgaar, sullig;Half-baptism= nooddoop (bij Katholieken):The child washalf-baptized= ontving den nooddoop;Half-binding= half leeren band;Half-blood= verwantschap van personen, die alleen een zelfden vader of eene zelfde moeder hebben (halfbroeder, halfzuster);Half-blown= half geopend;Half-bound= in halfleder gebonden;Half-bred= van gemengd ras, onbeschaafd;Half-breed, subst. halfbloed; adj. van gekruist ras;Half-brother= halfbroeder;Half-caste= halfbloed;Half-cock= de stand van den haan, als hij half overgehaald is:Togo off at Half-cock= iets overijld doen, iets uitflappen;Half-crown= Eng. zilveren munt van ƒ1,50;Half-dead= half dood;Half-faced= “en profil”;Half-hearted= lauw, onverschillig, weifelend;Half-holiday= vrije middag;Half-length= kniestuk (portret);The ensign floatedhalf-mast high= woei halfstok;Half-part= half deel;Half-pay, subst. nonactiviteitstractement; adj. op nonactiviteit;Halfpenny,heip’ni, halve stuiver;Halfpennyworth= waarde van 2½ c.;Half-price= halve prijs of verminderde prijs;Half-seas-over= half dronken, aangeschoten;Half-sister= halfzuster;Half-starved= slecht gevoed, half verhongerd;Half-sword= op de halve lengte van een zwaard:At half-sword= handgemeen:Half-timer= een kind, dat de lagere school slechts de verplichte vijf schooltijden per week bezoekt; fabrieksarbeider, die slechts de helft van de uren werkt;Half-way= halverwege:Half-way house= herberg;Half-witted= zwak van denkvermogen, zielig, sukkelig;Half-yearly= zesmaandelijks(ch).Halford,halfəd.Halibut,halibɐt,holibɐt, heilbot;Halibutter= heilbotvisscher (vaartuig).Halifax,halifaks.Halitus,halitɐs, adem of damp.Hall,hôl, groote zaal, vergaderzaal, rechtszaal, eetzaal (universiteiten), maaltijd, gebouw, huis, vestibule:A hall= ruimte! uitroep bij de oude gemask. optochten;Hall-mark= stempel, keur, bewijs van echtheid; ook verb.Hallam,haləm.Halleluja,haləl(j)ûjə, subst. lofzang;Halleluja lass= vrouwelijke heilsoldaat.Halley,hali.Halliard,haljəd. ZieHalyard.Halliwell,haliwel.Hallo(a),həlou,Halloo,həlû,Hallow,həlou, Hola! Allo! subst. allogeroep;Halloverb. luid roepen:Do not hallo before you are out of the wood= men moet geen ho! roepen vóór men over de brug is.Hallow,halou, heiligen, wijden;Hallowe’en,halou-în,halou-în, avond voor Allerheiligen;Hallowmas(s)= Allerheiligen.Hallucination,həl(j)ûsineiš’n, zinsbedrog, zinsbegoocheling; adj.Hallucinatory.Halm,hôm. ZieHaulm.Halo,heilou, lichte kring om zon of maan, stralenkrans, heiligenkrans; kring (Med.);Haloverb. met een krans omgeven.Halt,hôlt, subst. stilstand (-staan), halt; het kreupel zijn, kreupelheid, ziekte bij schapen;Haltverb. halt houden, halt roepen, ophouden; kreupelen, mank gaan, aarzelen, dralen, gebrekkig zijn, te kort schieten; adj. kreupel; interj. Halt!To call a halt= halt doen houden;Tomake a short halt= even stoppen;They were haltedin the dusk= tot staan gebracht;Halting-place= stopplaats;Haltingly= hinkend, langzaam, aarzelend.Halter,hôltə, subst. halster, touw, strop;Halterverb. een halster aandoen of er mede vastbinden.Halve,hâv, (in tweeën) deelen. ZieHalf.Halyard,haljəd, val (scheepst.).Ham,ham, knieboog of knieholte, dijbeen, schink; ham:Hams= billen.Ham,ham, Cham;Hamite,hamait;Hamitic,həmitik, van de nakomelingen van Cham of hunne taal.Hamadryad,hamədraiəd,hamədraiəd, boomnimf.Hame,heim, haam.Hamiform,hamiföm,heimiföm, haakvormig.Hamilton,hamilt’n.Hamlet,hamlət, gehucht, dorpje.Hammer,hamə, subst. hamer, haan;Hammerverb. hameren, slaan, smeden, met moeite uitwerken, instampen (fig.):Hammer and tongs= met alle kracht, met groot geweld;At hammer and tongs= op gespannen voet;Tobring to the hammer= onder den hamer[239]brengen, publiek verkoopen;I’ll be hammered if I do it= je mag op mij schieten als ik het doe;He is alwayshammering atit= hij houdt vol, geeft het niet op;I havehammereditoutat last= ten laatste ben ik er achter, eindelijk begrijp ik het;Hammer-axe= werktuig, aan de eene zijde hamer, aan de andere bijl;Hammer-cloth= kleed over den bok van een rijtuig;Hammerfish= hamervisch(-haai) =Hammer-head;Hammer-hard(en)= koud metaal door hameren harden;Hammer-stone= splijthamer.Hammock,hamək, hangmat;Hammock-chair= stoel met linnen zitting en rug;Hammock-nettings= plaats, waar de hangmatten overdag worden geborgen; vinkennet of enternet.Hamper,hampə, subst. grove sluitmand, kluister, boei, tuigage;Hamperverb. in eene sluitmand doen, belemmeren, boeien, in de war brengen.Hampshire,hampšə;Hampstead,hamsted;Hampton,hamt’n.Hamshackle,hamša’kl, den kop (van os of paard) aan een der voorpooten vastmaken, temmen, beteugelen.Hamster,hamstə, hamster.Hamstring,hamstriŋ, subst. kniepees;Hamstringverb. verlammen door het doorsnijden der kniepees (of staartspier bij een walvisch).Hand,hand, subst. hand, handvol, handvat, wijzer, handeling, bekwaamheid, acte; deel, zijde, kant, werkman, fabrieksarbeider, matroos, ingewijde; schrift, spel kaarten, een der spelers, vijf (van een artikel dat verkocht wordt), pak tabak;Handverb. overhandigen, aangeven, vastmaken, geleiden, helpen, overleveren:To bea clever hand at= knap zijn in;Anold hand= een ervaren, gewikst persoon;His hand was againsteverybody= hij was in opstand tegen ieder;My hands are clean= ik ben onschuldig;I have come out of this businesswith clean hands= ik ben eerlijk gebleven;Hands across!= handen over elkaar;He won the racehands down= op zijn doode gemak;Hands off!= handen thuis! niet aankomen;Hands up!= geeft u over!It wasa hand-to-hand-fight= gevecht van man tegen man;They arehand-and-glove (= hand in glove) with= koek en ei, op intiemen voet;My brother ison the mending hand= aan de betere hand;My sword wasat hand= bij de hand, dicht bij;I have received many kindnessesat your hand(s)= van u;The time wasat hand= op handen;The horse is hotat hand(heavyon hand) = moeielijk te regeeren;I bought itat first (second) hand= uit de eerste (tweede) hand;She came outat the right hand= kwam er goed af;The child was brought upby hand= met kunstmatig voedsel;He sent his replyby hand= met een bode;Take himby the hand= aan uwe hand, onder uwe hoede;To gofrom hand to hand= van den een tot den ander;Hand to mouth= armelijk, pover;From hand to mouth= voor onmiddellijke behoefte;To livefrom hand to mouth= van de hand in den tand;Hand over fist=Hand over hand= hand over hand, langzamerhand; snel;They gohand in hand= zij houden het samen, helpen elkander;Our men are in good heart and thoroughlyin hand= en onder volkomen discipline;We have the matterin hand= hebben … onder handen;Paymentin hand= contante betaling;This horse is lightin hand= gemakkelijk te regeeren;The matter was takenin handby him= aangepakt, ondernomen;He was takenin handby the judge= onder handen genomen;They carried their livesin their hands= stelden hun leven bloot;Each found the lifeof his handdeed het werk, dat zijne hand vond om te doen;We have no stockon hand= geen voorraad voorhanden;Caseon hand; waiting instructions= collie aanwezig; verzoeke verzendingsinstructies;He did itout of hand= dadelijk, onmiddellijk;Out of hand= klaar, af;He has gotout of hand= is buiten den band geraakt;He went up the ladderhand over hand= door telkens de eene hand boven de andere te brengen;You will find everythingto your handhere= alles klaar, in gereedheid;Your favour (note) came dulyto hand= uwe geëerde letteren heb ik in orde ontvangen;I saw an instrumentunder the minister’s hand= een door den minister geteekend stuk;Heasked (gave) the handof his cousin= vroeg om (schonk) de hand van zijne nicht;Bear a handthere= help eens een handje;This house haschanged handsfive times in three years;Theyforced the handsof the government= zij zetten … naar hun hand;He wanted toget his hand in= aan slag (aan den gang) komen, zich inwerken;Togive a handwith= een handje helpen met;Ihave a free handnow= de handen vrij;Hehad a handin the game= hij had er de hand in;You musthave your hands full= volop werk hebben; de handen vol hebben met;Heholds hands withthe best authors= kan wedijveren met;Let usjoin hands,Join hands in hand= eendrachtig samenwerken;Tojoin hands with= de hand reiken aan;The two armiesjoined hands= vereenigden zich;One mustkeep one’s hand in= men moet het onderhouden, zich blijven oefenen;The policehave laid hands onhim= heeft hem te pakken;Lend a (helping) hand,old boy= zeg vriend, help eens een handje;I will notput my hand tothat deed= mijn hand niet zetten onder;He couldset his hand toevery kind of work= hij kon met allerlei werk terecht;Let usshake hands= elkander de hand drukken (=shake each other by the hand);You don’tshow me your handfor nothing= je laat me niet voor niemendal in je spel kijken;Tohand a sail= vastmaken;Tohand about= rondgeven;Tohand down= aangeven, overleveren:This story washanded down frommy ancestors= is van mijne voorouders afkomstig;Tohand in= helpen (in een rijtuig), inleveren;Hehanded it overto me= overhandigde het mij;She washanded overto her old enemies= overgeleverd aan;Hand-bag= valies;Hand-barrow= (draag)berrie; kruiwagen;Hand-ball= gummibal aan spuit;Hand-bell= tafelbel;Hand-bill= snoeimes;[240]affiche, schuldbewijs;Handbook= handboek;Hand-brace= drilboor;Handbreadth= handbreedte;Hand-cart= handkar;Hand-clasp= handdruk;Hand-cuff, subst. handboei;Hand-cuffverb. de handboeien aanleggen;Hand-dog=Andiron;Hand-drop= handverlamming;Hand-gallop= korte galop;Hand-glass= handspiegel, glas over planten;Handgrasp= handdruk;Handgrenade= handgranaat;Handgrip= greep:Tocome to handgrips= handgemeen worden;Handkerchief= zakdoek, doek:Todrop the handkerchief= het teeken geven (oorspronkelijk door den persoon, die gehangen werd);Tothrow the hand to= uitnoodigen;Hand-language= vingertaal;Hand-lead= klein peillood;Hand-loom= weefgetouw;Hand-maid(en)= vrouwelijke bediende, dienares;Hand-mill= handmolen;Hand-organ= draaiorgel;Hand-paper= papier (met eene hand als watermerk);Hand-painted= uit de hand geschilderd;Hand-press= handpers;Hand-promise= plechtige verloving, die slechts met toestemming van beide partijen ophoudt;Hand-rail(ing)= leuning;Hand-sail= klein zeil;Hand-saw= handzaag:He knows a hawk from a hand-saw= hij heeft zijn weetje;Hand-screw= dommekracht;Hand-shake= handdruk;Handspike= handspaak, koevoet;Handspring= sprong, soort salto mortale:Tochuck (throw, turn) handsprings;Handstrap= riem (in een tramwagen);In a hand-turn= in een ommezientje;Hand’s turn= hulp;Hand-writing= schrift; handschrift;Hander,handə, aanreiker, overbrenger, klap:No handerswas the motto of the schoolboys on strike= “geen lichamelijke straf” was het motto v. de werkstakende schooljongens;Handful= handvol;Handless= zonder handen; onhandig.Handfast,handfâst, subst. greep, handvat, houvast, handslag, contract, verbintenis; hechtenis;Handfastverb. verbinden, verloven, vereenigen, vasthouden.Handicap,handikap, subst. vóórgift (in tijd, afstand of gewicht) bij een wedstrijd; (fig.) nadeel;Handicapverb. vóórgeven, (fig.) belemmeren, benadeelen, bezwaren:It is a handicap to a popular authorto have made a great book= het is een nadeel (nl. met het oog op zijne volgende boeken);A handicap race= wedstrijd met vóórgift;Heavy taxationhandicaps a country= drukken een land (belemmeren het in zijne vrije ontwikkeling);In this waywe handicap our own producersas compared with the foreigner= bezwaren we onze eigen producenten.Handicraft,handikrâft, handenarbeid, werk van de handen;Handicraft(s-man)= handwerksman.Handiness,handinəs, handigheid, gemakkelijkheid, doelmatigheid.Handiwork,handiwɐ̂k, handarbeid, kunstwerk, schepping.Handle,hand’l, subst. handvatsel, “vat”, oor, gevest, enz.;Handleverb. betasten, bevoelen, hanteeren, behandelen, gebruiken, leiden:He hasa handle to his name= hij heeft een titel, is van adel;I willgive you a handle= ik zal u de gelegenheid verschaffen;Heflew off (at) the handle= hij werd driftig;He knows how tohandle the matter= weet de zaak aan te pakken;The guns werewell handled= goed bediend; Handling = hanteering, behandeling.Handsel,hands’l, subst. handpenning, handgift, eerste verkoop, geschenk, etc.;Handselverb. een handpenning geven, handgeld geven.Handsome,han(d)s’m, mooi, knap, goedgevormd, edel, mild, royaal, ruim:Handsome is, what handsome does= aan de vruchten kent men den boom;Tocome down handsomely= over de brug komen, zich royaal betoonen.Handy,handi, handig, vlug, bij de hand, nabij:The book has found a place onthe handiest shelfof every student= staat voor het grijpen bij;The children wereplaying at handy-dandy= de kinderen speelden: “Ra, ra, in welke hand?”;Handyman= helper, handlanger.Hang,haŋ, subst. helling, verbindingswijze, neiging, richting;Hangverb. hangen, ophangen, behangen:He hasgot the hang of it(Amer.) = hij is er volkomen mede vertrouwd, heeft er den slag van beet;The general hang of the workis disappointing= gang, richting;Hehangs abouther= maakt veel werk van haar, is altijd om en bij haar;Many boyswere hanging aboutthe stables= hielden zich op bij de stallen;Do nothang back= krabbel niet terug, doe het niet met tegenzin;Hehung downhis head= liet hangen;All the hearershang onhis lips= hangen aan;The thing washung on by the eyelids= was er slechts even of onvoldoende mee verbonden;Hehangs onhis party as faithfully as may be expected= hij kleeft zijne partij aan;Where do youhang out= waar woont gij, hangt gij uit?;All the flags werehung out= uitgestoken;Ihang over tothat opinion= hel naar die meening over;Theyhang together like burs= hangen als klissen aan elkander;The matter washung up= bleef onbeslist;Be hanged to ’em= laten ze naar den duivel loopen;The suit hung= het proces werd gerekt, uitgesteld;Tohang fire= niet dadelijk afgaan, besluiteloos zijn, op zich laten wachten, niet willen gelukken;Time hangs heavy on my hands,hangs heavyto-day= valt mij lang;We have beenhanging in doubt= in onzekerheid verkeerd;Men have hanged for less than this= kregen den strop;Hang-dog= galgebrok, schurk:Ahang-dog look= een armezondaarsgezicht, -blik;Hangman= beul;Hang-nail= nijdnagel;Hang-nest= hangend nest;Hang-net= hangnet;Hanger= hangstuk, haak, ophanger, hartsvanger, korte sabel; woud of boschje (langs eene heuvelhelling);Hanger-on= aanhanger, afhangeling, klaplooper;Hanging, subst. het hangen of ophangen, vertoon; behang, wandtapijt, adj. steil, den dood verdienend, strafbaar met den dood:That isa hanging-affair= eene halszaak;Hanging-clause= bepaling, met wier niet-nakoming het leven gemoeid is;Hanging-garden= hangende tuin;Hanging-guard= verdedigende houding met een sabel;Hanging judge= rechter, die het[241]doodvonnis uitspreekt;Hanging-shelf= boekenhanger.Hangar,haŋgâ, hangar.Hank,haŋk, subst. streng (garen,zijde, etc.); neiging, lust; greep, macht;Hankverb. tot strengen vormen, krachtig aanhalen:His tales are excellent; the first in the hank is the best= het eerste in de verzameling is het beste.Hanker,haŋkə, hunkeren, verlangen:I felta hankering afterher= een onweerstaanbaar verlangen naar haar bekroop mij.Hank(e)y-Pank(e)y,haŋkipaŋki, subst. hocus-pocus:Hank(e)y-Pank(e)y bloke= goochelaar.Hanley,hanli.Hanover,hanəvə;Hanoverian,hanəvîriən, subst. en adj. Hannoveraan(sch).Hansard,hansəd, koopman uit eene hanzestad; officiëel verslag van de handelingen van het Parlement.Hanse,hans, verbond, vereeniging:Hanse towns= hanzesteden en hun verbond;Hanseatic,hansiatik, van de Hanzesteden:Hanseatic league= hanzeverbond.Hansom (cab),hans’m (kab), tweewielig huurrijtuig (de koetsier zit achterop en de leidsels gaan over de kap heen).Ha’n’t, Han’t,hânt, (Amer.)heint=Have not, Has not.Hants,hants=Hampshire.Hap,hap, subst. toeval, toevallige gebeurtenis; mantel, hulsel;Hapverb. toevallig gebeuren; inwikkelen;Haphazard= kans, gelukje, toeval:I did itat haphazard= op den bof, op goed geluk af;Hapless= ongelukkig, rampzalig;Haply= bij toeval, misschien.Happen,hap’n, gebeuren:I happened to meet him= ik ontmoette hem toevallig;As it happened I found him= toevallig vond ik hem;Just happen in at my officeto-morrow(Amer.) = wip morgen even aan;Ihappened onit yesterday= trof (vond) toevallig;I have not seenthe happeningswith my own eyes(Amer.) = ik heb zelf niet gezien wat er voorgevallen is.Happiness,hapinəs, subst. v.Happy,hapi, gelukkig, voorspoedig, verheugd, blij, handig, bekwaam:Happy man be his dole= moge het hem goed gaan!Happy family= vreedzaam samenlevende menschen of kleine dieren v. verschillenden aard (zooals honden en katten, etc.);Happy-mean, subst. het ware midden:The happy-mean man= de man van ’t ware midden;Happy-go-lucky= onbezorgd, zorgeloos.Harakiri,hârəkîri. ZieHarikiri.Harangue.həraŋ, subst. redevoering, toespraak;Harangueverb. toespreken, eene rede houden;Haranguer.Harass,harəs, kwellen, vermoeien, uitputten, onophoudelijk verontrusten; subst.Harassment.Harbinger,hâbinžə, subst. voorlooper, voorbode, kwartiermaker, fourier;Harbingerverb. voorafgaan als bode, aankondigen.Harbour,hâbə, subst. schuilplaats, haven, herberg, woning;Harbourverb. herbergen, een schuilplaats verleenen, voeden, koesteren;Harbour-dues= havengeld;Harbour-light;Harbour-master= havenmeester;Harbour-watch= ankerwacht;Harbourage= toevlucht, onderkomen;Harbourless.Harcourt,hâköt.Hard,hâd, adj. hard, vast, moeilijk, vermoeiend, streng, wreed, verhard, onbuigzaam, grof, onsmakelijk, wrang, hevig; subst. steiger; meer conserv. democraat (Amer.):Nohard and fast linecan be drawn in this matter= geene scherpe, bepaalde grens kan in deze zaak worden getrokken;As hard as the nether millstone= buitengewoon hard;They livehard by= zij wonen kort bij, in de buurt;These people werehard up= hadden groot geldgebrek;It ishard uponseven= dicht bij;Move the rudderhard a-starboard= leg het roer zoover mogelijk naar stuurboord;Hard of hearing= hardhoorig;Hedied hard= hij verdedigde zich tot het laatst toe, stierf onbekeerd; zijn doodstrijd was moeilijk;It willgo hardwith him= het zal hem slecht vergaan;This reward was hard won= deze belooning werd met moeite verkregen;Hard-bake= soort van kokinje;Hard-believing= ongeloovig;Hard-beset= eng ingesloten, in ’t nauw gebracht;Hard-bitted= hard in den bek;Hard-bound= verstopt, hardlijvig, traag;Hard-cash= baar geld;Hard-coal= anthraciet;Hard-drinker= zuiplap;Hard-earned= zuur verdiend;Hard-fish= gedroogde kabeljauw, schelvisch of leng;Hard-fisted= met harde handen; gierig;Hard-fought= hardnekkig gestreden;Hard-grained= grofkorrelig; grof (ookfig.);Hard-got(ten)= zuur verdiend;Hard-handed= hardhandig, ruw, streng;Hard-head= zwart knoopkruid; knorhaan; soort keisteen;Hard-headed= sluw, helder van hoofd;Hard-hearted= hardvochtig; subst.Hard-heartedness;Hard-labour= dwangarbeid;Hard-luck= tegenspoed;Hard-mouthed= hard in den bek (van paarden), ruw, grof (van taal);Hard-pressed= in moeielijke omstandigheden;Hard rubber= caoutchouc;Hard-set= krachtig vervolgd, in het nauw; streng, onbuigzaam;Hardshell= met harde schaal; streng orthodox of conservatief (Amer.);Hard-tack= scheepsbeschuit;Hard-water= hard (wasch)water;Hardworking= zeer arbeidzaam;Hard-ware= ijzerwaren, vooral potten en pannen, enz.;Harden= harden, verharden, hard of gevoelloos maken (worden);Hardihood,hâdihud, koenheid, onversaagdheid, onbeschaamdheid;Hardiness= gehardheid;Hardly= nauwelijks, bijna niet, waarschijnlijk niet; hard, moeilijk, streng:Hardly .… when= nauwelijks .… of;Hardness= hardheid (ookfig.), moeielijkheid;Hardship= ontbering;Hardy= gehard, sterk, stoutmoedig.Hardicanute,hâdikənjût.Hare,hêə, haas:As mad as a March hare= zoo gek als wat;Tohold with the hare and run with the hounds= een dubbel spel spelen;He wantedto make a hare of me= trachtte mij belachelijk te maken, te foppen, beet te nemen;Jugged hare= hazepeper;Hare-bell= grasklokje, knikkende vogelmelk;Hare-brained= nietig, onbesuisd, dwaas;Hare-hound= hazewind;[242]Hare-lip= hazenlip;Hare’s-foot= hazepoot (door acteurs gebruikt).Harem,hêr’m,hâr’m, harem.Haricot,harikou,harikot, ragout van vleesch met groenten, snijboon.Harikiri,hârikîri, zelfmoord, door den buik dwars open te snijden (Jap.).Hark,hâk, luisteren:Hark ye= luister eens;Hark away,Hark forward= vooruit!Hark back= hier! een uitroep, waarmede de jager de het spoor voorbij hollende honden terugroept; terugloopen als het spoor verloren is:She alwaysharks backto her old grievances= komt altijd terug op.Harl,hâl, vezels van vlas, haar of wol; koppel van 3 honden, vrij groote hoeveelheid.Harleian,hâliən,hâlîən, van Harley, naar wien de door hem gevormde, thans in het British Museum aanwezige bibliotheek genoemd is.Harlem,hâləm.Harlequin,hâlək(w)in, subst. harlekijn, potsenmaker, grappige vent;Harlequinverb. voor harlekijn spelen;Harlequinade,hâlək(w)ineid, harlekinade (dat deel in eeneChristmas-pantomime, dat op detransformation-scenevolgt).Harlot,hâlət, hoer; adj. ontuchtig; subst.Harlotry.Harm,hâm, subst. nadeel, schade, kwaad;Harmverb. kwaad doen, schade aanbrengen:Harm watch harm catch= wie een ander een kuil graaft, valt er zelf in;Harm-doing= het kwaaddoen;Harmful= nadeelig, schadelijk; subst.Harmfulness;Harmless= onbeschadigd, onschadelijk, argeloos; subst.Harmlessness.Harmattan,hâmat’n, harmattan, droge en heete wind, die van December tot Maart v. Midden-Afrika naar het Noorden waait.Harmonic,hâmonik, harmonisch;Harmonica,hâmonikə, mondharmonica, glasharmonica, collectie verschillend gestemde en met de vingers bespeelde glazen;Harmonical:Harmonical proportion= harmonische verhouding (tusschen vier grootheden):Harmonicon,hâmonik’n, orchestrion;Harmonics,hâmoniks, harmonieleer:Grave harmonics= bijtonen van twee overeenstemmende klanken;Harmonious,hâmouniəs, harmonisch, eensgezind: subst.Harmonicness;Harmoniphon,hâmonifoun, klavierhobo;Harmonist,hâmənist, componist, iemand, die de overeenkomstige plaatsen van verschillende schrijvers, vooral der Evangelisten, opspoort;Harmonists= communistische secte van Gebr. Rapp, in 1803 uit Wurtemburg naar de Vereen. Staten getrokken;Harmonium,hâmounj’m, harmonica, harmonium;Harmonize,hâmənaiz, overeenstemmen, in overeenstemming brengen, in vrede leven, congrueeren;Harmony,hâməni, harmonie, eensgezindheid, overeenstemming:Artificialharmony= oplossing van dissonanten tot harmonie;Harmony of the spheres= de leer van Pythagoras omtrent de harmonie der tonen, door de planeten in hunne beweging en al naar hare grootte, snelheid en afstand voortgebracht.Harness,hânəs, subst. harnas, wapenen, paardetuig, gareel;Harnessverb. het tuig aandoen, de wapenrusting aantrekken:Hedied in harness= midden in zijn werk;The thing iswell in harness= goed bewerkt;Harness-cask, (Harness-tub) = vat met pekel vleesch op dek vastgesjord;Harness-maker= zadelmaker;Harness-room= tuigkamer.Harold,harəld, Harold.Harp,hâp, subst. harp;Harpverb. op de harp spelen, steeds hetzelfde onderwerp aanroeren:He is stillharping onhis first love= hij heeft het nog steeds over;Toharp on the same string;Harper=Harpist= harpspeler.Harpoon,hâpûn, subst. harpoen;Harpoonverb. harpoeneeren;Harpoon-gun= kanon voor het afschieten van een harpoen;Harpoon-rocket= harpoen, die als een raket wordt afgeschoten;Harpooner= harpoenier.Harpsichord,hâpsiköd, spinet.Harpy,hâpi, harpij (ookfig.).Harquebus(s),hâkwəbɐs, haakbus;Harquebusier(Harquebusîə) = haakbusschutter.Harr,hâ, grommen.Harridan,harid’n, oude feeks, oud wijf.Harrier,hariə, brak; kuikendief; plunderaar.Harrow,harou, subst. Harrow; egge;Harrowverb. eggen, kwellen, verontrusten.Harry,hari, plunderen, verwoesten, kwellen, strooptochten doen.Harry,hari, subst. andere vorm v.Henry; verpersoonl. v. den echten Londenaar uit de volksklasse =’Arry:Tobox Harry= geen eten krijgen (schooljongensslang);Toplay Old Harry with a person= iemand leelijk te pakken nemen.Harsh,hâš, zuur, wrang, scherp, wreed, streng, ruw; subst.Harshness.Hart,hât, mannetjes hert (na het vijfde jaar):Hart of ten= hert met een gewei van tien takken;Hart’s-tongue= hertstong, tongvaren;Hart(e)beest,hât(ə)bîst, soort van antilope (Z.-Afrika);Hart-shorn,hâtshön, (geest van) hertshoorn.Harum-scarum,hêr’mskêr’m, lichtzinnig, roekeloos, wild, slordig; subst.Hartness.Harvard,hâvəd.Harvest,hâvəst, subst. najaar, oogsttijd, oogst, opbrengst;Harvestverb. inzamelen, oogsten;Harvest-bug= soort van boktor;Harvest-feast= oogstfeest;Harvest-festival= dankdag voor het gewas;Harvest-home= oogsttijd, oogstfeest, oogstlied;Harvest-lady= de tweede maaier van eene rij;Harvest-lord= voormaaier, eerste maaier;Harvest-man= oogster, maaier;Harvest-month= September;Harvest-moon= (bijna) volle maan ten tijde der dag- en nachtevening in den herst;Harvest-mouse= dwergmuis;Harvest-queen= oogstkoningin (pop, Ceres voorstellende, rondgedragen op den laatsten oogstdag);Harvest-spider= hooiwagen (spin);Harvester= oogster.Harvey,hâvi;Harwich,haridž.Hash,haš, subst. gehakt vleesch met groenten; mengsel, poespas;Hashverb. hakken, fijnmaken, bederven:Trust him formaking a hash of it= je kunt er op aan, dat hij de boel in de war stuurt, verknoeit;I havesettled his hash= ik heb een appeltje met hem geschild, hem zijn vet gegeven, afgeranseld, geruïneerd;I have[243]hashed my goosealtogether= ik heb mijne zaak totaal bedorven.Hashish,hašiš,Hasheesh,hašîš, gedroogde bladeren van de hennepplant, die gekauwd worden en waaruit een bedwelmende drank wordt bereid.Haslemere,heiz’lmîə.Haslet,hazlət, omloop (v.een varken), lever, hart, ingewanden (v.schapen of kalveren).Hasp,hâsp, subst. grendel, beugel;Haspverb. met een klamp of grendel vastmaken.Hassock,hasək, pluim, een soort van rietgras; dikke mat, dik voetkussen om op te knielen.Hastate,hastit, speervormig.Haste,heist, haast, spoed, drift, overhaasting, ijver:Why do you notmake haste= waarom maakt gij niet voort?In haste= haastig, vlug;Hasten,heis’n, haast maken, zich haasten;Hastiness= haast.Hastings,heistiŋz.Hasty,heisti, haastig, snel, vlug, driftig, hartstochtelijk;Hasty-pudding= pap (meel in kokende melk geroerd en gekookt).Hat,hat, hoed, kardinaalshoed, waardigheid v. kardinaal:Todo up a hat= opmaken;He hashung up his hat in my house= hij heeft zijn anker bij mij neergelegd, zijne tenten bij mij opgeslagen;Toraise one’s hatto a person= afnemen;They havesent (passed) the hat round= hebben eene collecte gehouden;To take one’s hat off (to)= afnemen (voor);Hat-band= rouwband (om den hoed);Hat-maker= hoedenfabrikant;Hat-rack= hoedenrek, kleerenstander;Hat-work= werk waar niets in zit;Hat-writer, dieHat-workmaakt;Hatter,hatə, hoedenkoopman of -maker:He isas mad as a hatter= hij is stapelgek; tureluursch.Hatch,hatš, subst. halve deur, poortje, schuif, traliewerk op een luik, luik; broedsel, gebroed, samenzwering, fijne streep;Hatchverb. met bouten vastmaken, met een deksel sluiten; broeden, uitbroeden, beramen, voortbrengen, arceeren:Under hatches= onder de luiken geconsigneerd, beneden opgesloten, zeer verdrukt, er slecht aan toe; welbewaard, gestorven;Hatch-boat= soort van visscherspink met een half dek;Hatchway= luik; muil;Hatcher= uitbroeder; incubator;Hatchery= inrichting voor kunstmatige vischteelt.Hatchel,hatš’l;Hatcheller. ZieHackle.Hatchet,hatšət, bijl, bijltje; fooi om de kommiezen om te koopen (Amer.):Let usbury the hatchet= laten we vrede sluiten;Tosling the hatchet= er uit snijden;Theytook up the hatchet= zij vatten de wapens op;Do notthrow the hatchet= vertel geen leugens;Hatchet-face= scherp geteekend gezicht.Hatchment,hatšm’nt, ruitvormig rouwschild, symbool.Hate,heit, subst. haat;Hateverb. haten, verafschuwen;Hateful= hatelijk, boosaardig; subst.Hatefulness;Hater;Hatred,heitrəd, haat, kwaadaardigheid, kwaadwilligheid.Hathaway,hathəwei.Hatti-sheriff,hatišerîf, door den sultan van Turkije uitgevaardigd onherroepelijk bevel.Hauberk,hôbɐ̂k, maliënkolder.Haugh,hô, laag gelegen, vruchtbaar oeverland.Haughtiness,hôtinəs, subst. v.Haughty,hôti, trotsch, fier, hoogmoedig, aanmatigend.Haul,hôl, subst. haal, trek;Haulverb. halen, trekken, sleepen, den koers van een schip veranderen, veranderen van richting, zich terugtrekken, komen, gaan:The sheets werehauled home= de schooten werden aangehaald;Haul the wind= bras het zeil bij den wind;The ship was enabled tohaul off from the shore= af te houden van de kust;He washauled over the coals= kreeg een uitbrander;He hauled outa knuckle-bone of ham= haalde voor den dag;Haulage= trekkracht; transportkosten;Hauler= soort hengel.Haulm,hôm, halm, stroo.Haunch,hônš,hânš, dij, lendestuk, bout.Haunt,hônt,hânt, subst. dikwijls bezochte plaats, verblijfplaats;Hauntverb. omgaan, verkeeren, bezoeken of kwellen (v. een geest):This house is haunted= het spookt in dit huis;Haunter= stamgast; druk bezoeker.Haut,hôt, weekmarkt; el (Indië).Hautboy,houbôi, hobo.Havan(n)a(h),həvana, Havana(sigaar);Havanese,havənîz,havənîs, subst. bewoner(s) van H.; adj. van Havana.Have,hav, hebben, bezitten, houden, bij zich hebben, genieten, ontvangen, ondervinden, dulden, laten, te pakken hebben, bedriegen, beetnemen:Have at him,boys! = pakt hem, raakt hem, jongens!Have a care= pas op!Tohave the ear of the House= tot die sprekers in ’t Huis behooren, naar wie gaarne geluisterd wordt;Let ushave lots of roomhere= maak hier eens flink ruimte;Have done= schei uit;Ihad as liefdie as be a slave= zou evenlief sterven;Ihad ratherdo that= dat zou ik liever doen;Do well and have well= die wel doet wel ontmoet;You can’t eat your cake and have it= je kunt niet het midden en de beide einden hebben;As Shakespeare has it= zooals S. zegt;As the mood has the reader= al naar de lezer gestemd is;Ihave no money about me= ik heb geen geld bij mij;Have the tea-things away= ruim weg;You have nothing for it but to go= je kunt niet anders doen dan, er zit niets anders op;He had on his best coat= droeg;He had his watch out= haalde voor den dag;I’ll have it out of you= zal je wel krijgen, het je wel inpeperen;I will have it out with youbefore I go= met je afrekenen.Havelock,havlok, sluier (tegen zonnesteek in de Tropen); soort mantel.Haven,heiv’n, subst. haven, veilige ligplaats, schuilplaats;Havenverb. eene schuilpl. bieden.Haver,havə, haver;Haververb. wauwelen, raaskallen (Schotl.);Haversack= knapzak, ransel, reiszak;Havers,heivəz= onzin.Haverhill,heivəhil(Amer.),havəhil.[244]Havildar,havildâ, Inlandsch sergeant (Brit. Ind.).Having,haviŋ, bezitting, eigendom;Havings= (goed) gedrag (ZieHavers).Havoc,havək, subst. verwoesting, vernieling; de kreet der krijgslieden wanneer geen kwartier werd gegeven;Havocverb. verwoesten, vernielen, dooden:Tocry havoc;The boys haveplayed havoc withmy furniture= mijne meubels vernield.Haw,hô, interj. hu! ö! subst. haag; hof, grasland in een dal; bes van de haagdoorn; aarzeling, hapering;Hawverb. haperen, ö - - ö zeggen, aarzelen; door hu! te roepen een paard links wenden (Amer.):He spoke in hisHaw-haw-style= hij sprak op zijne “ö ö” manier;He wasa haw-haw swell= geaffecteerd, lijmerig sprekend fatje;Ifelt haw,like a fish out of water= ik voelde mij zoo lam en lusteloos;It ishaw and geehere, instead ofwoo and geein the old country= aansporing naar links of rechts te gaan (ZieGee).Hawaiian,hawaij’n, bewoner, taal van Hawaii;Hawaii,hawaii.Hawbuck,hôbɐk, kinkel.Hawarden,hô-âd’n,hâd’n;Haweis,hôis;Hawes,hôz.Hawfinch,hôfinš, appelvink.Haw-haw,hôhô; ZieHa-haenHaw.Hawk,hôk, subst. havik, valk; zwendelaar, bedrieger; schrapende hoest;Hawkverb. met valken jagen, als een valk vliegen, jacht maken op; schrapen; rondventen;Hawk’s-bill= haviksbek;Hawk-eyed= met scherpen blik;Hawk-moth= sfinx, avondvlinder;Hawk-nosed= met arendsneus;Hawker= marskramer; valkenier.Hawik,hôik;Hawkesworth,hôkswəth.Hawse,hôz, kluisgat:Athwart (the) hawse= dwars voor den boeg;He has crossed my hawse= hij is mij dwars voor den boeg gekomen;Toride hawse fallen (hawse full)= waterscheppen door de kluisgaten bij het op zijn anker rijden van een schip in stormweer;Hawse-hole, (Hawse-pipe) = kluisgat:Hecame in at the hawse-holes= hij is van gewoon matroos opgeklommen, van onderop begonnen;Hawser= kabel, tros.Hawthorn,hôthön, hagedoorn.

H,eitš;Hamps(hire)=Hants;H(is ofHer)B(ritannic)M(ajesty);Heb(rews);Hert(ford)s(hire);Hhd=Hogshead(s);Hist(ory);H(er)M(ajesty’s)S(ervice);Hon(ourable);[237]H. P.=halfpay,horse-power;H(is ofHer)R(oyal)H(ighness);Hung(ary);Hund(red);Hunt(ingdon)s(hire);Hypoth(esis).Ha,hâ, subst. ha! uitroep van verbazing of vreugde;Haverb. verbazing uitdrukken; blijven steken:Hehummed and ha’ed,before he replied= stotterde, haperde;He was an enemy to beating about the bush,humming andha’ing= hield niet van er om heen te praten en ‘ha’ te zeggen;His manner isvery ‘ha-ha’= hij doet altijd zeer verbaasd.Habeas corpus,heibiəsköpəs:Writ of habeas corpus= bevelschrift om een gevangene ter onderzoeking voor te brengen, met opgave van dag en reden zijner arrestatie en gevangenhouding.Haberdasher,habədašə, winkelier in garen en band, passement en nouveautés;Haberdashery= garen en band, enz.Haberdine,habədin,habədîn, labberdaan.Habergeon,həbɐ̂dž’n. Zie Hauberk.Habiliment,həbiliment, kleeding, kleed (gewoonlijkHabiliments).Habit,habit, subst. gewoonte, neiging, hebbelijkheid, persoonlijk aanwensel; kleeding, kleedij, rijkleed; habitus, houding, uiterlijk;Habitverb. kleeden:Tobe in(Toget into)the habit ofswearing= gewoon zijn (zich aanwennen);By habit= uit gewoonte;Habit-shirt= chemisette (v.amazones);Habited= gekleed.Habitability,habitəbiliti, bewoonbaarheid; adj.Habitable;Habitant,habit’nt, bewoner;Habitat,habitat, natuurlijke woonplaats (of groeiplaats) voor dier (of plant);Habitation,habiteiš’n, bewoning, woning; loge van dePrimrose League(eene staatkundige, conservatieve partij in Engeland).Habitual,həbitjuəl, gewoonlijk, voortdurend, gewoonte:Habitual drunkard= dronkaard;Habituate,həbitjueit, gewennen;Habitude,habitjûd, gewoonte, hebbelijkheid.Hacienda,asiendə, hacienda, fabriek, mijn, landgoed.Hack,hak, subst. houw, snede, kerf; huurpaard, jacht(rij)paard; broodschrijver, rek (om visch te drogen), stapel steenen (om te drogen), mestvork, ruif;Hackverb. hakken, houwen, radbraken, kuchen, alshackgebruiken, zich weggooien; adj. huur - -, versleten;Hack-in-chief= hoofdredacteur (spottend);Ahacking cough= droge kuchhoest.Hackee,hakî, gestreept Amerikaansch eekhorentje.Hackery,hakəri, tweewielige ossenwagen in Brit. Indië.Hackle,hak’l, subst. hekel, ruwe zijde, nek- of rugveer van een haan, kunstvlieg (als aas);Hackleverb. hekelen, een candidaat aan den tand voelen; vaneenscheuren;Hackler= hekel.Hackney,hakni, subst. rijpaard, huurpaard, werkpaard, huurrijtuig, duivelstoejager, huurling; adj. verhuurd, alledaagsch, afgezaagd:Tomake a hackney of= verslijten, bederven;Hackney-carriage,Hackney-coach= huurrijtuig, huurkoets;Hackney-coachman= koetsier van een huurrijtuig.Haddock,hadək, schelvisch.Hade,heid, subst. steile ingang van eene mijn;Hadeverb. hellen (van mijnaderen).Hades,heidîz, schimmenrijk.Hadji,hadžî, hadji.Haematin,he(hî)mətin, haematine;Haemorrhage,heməridž, bloeding, bloed(uit)storting;Haemorrhoids,hemərôidz, aambeien.Haffle,haf’l, stamelen, hakkelend en onduidelijk spreken, uitvluchten maken.Hafiz,hâfiz.Haft,haft, subst. handvat, hecht, heft, woning (Schotl.);Haftverb. in een heft zetten, van een heft voorzien; zich vestigen.Hag,hag, subst. heks, tooverkol, furie;Hagverb. schrik aanjagen;Hag-ridden= aan nachtmerrie lijdende;Hag-seed= heksengebroed;Haggish= afschuwelijk, heksen …Hagar,heigâ.Haggard,hagəd, wild, ongetemd, verwilderd, bleek en vervallen.Haggis,hagis, fijn gehakte schapekop met hart, lever en longen; een Schotsche schotel van schapenlongen, hart en lever met uien, en gekookt in eene schapenmaag.Haggle,hag’l, knibbelen, afdingen;Haggler.Hagiographa,hagiogrəfə,heidžiogrəfə, de boeken van het O. Testament met uitzondering van de Mozaische en de Profeten; levensgeschiedenissen der Heiligen;Hagiology,hagiolədži,heidžiolədži, geschiedenis derHagiographa; werk over de levens van (R.-K.) heiligen.Hague (The),dhəheig, ’s-Gravenhage.Hah,hâ, ha!Ha-ha,hâhâ,hâhâ, opening in een tuinomheining met een droge sloot er voor; ook die sloot zelf.Haidarabad,haidərəbad;Haidee,haidî;Haigh, hei.Hail,heil, subst. aanroep, welkomstgroet, bezoek; interj. heil!Hailverb. begroeten, aanroepen, praaien, geboortig zijn van:He iswithin (out of) hail= hij kan (niet) beroepen worden, is (niet) vlak bij de hand, is binnen (buiten) het bereik van de stem;That man ishail-fellow-well-metwith all people= hij is een allemansvriend;The ship washailed by us= gepraaid;Where do youhail from= komt gij vandaan (waaien)?This dictionaryhails from America= is een Amerikaansch voortbrengsel;They sang aHail Mary!= een Ave Maria.Hail,heil, hagel;Hailverb. (doen) hagelen;Hailshot= kartetsvuur;Hailstone= hagelsteen;Hailstorm.Hair,hêə, haar; ook adj.:It is my friendto a hair= op-en-top, tot op een haar;Within a hair of= op een haar na;Let us notsplit hairs= laten wij niet haarkloven, vitten, etc.;Not to turn a hair= onbewogen blijven;Hairbreadth= haarbreedte, zéér kleine afstand:It was ahairbreadth escape= wij brachten er nog net het leven af;Hairbrush= haarborstel;Haircloth=(paarde)haren stof;Hairdresser= kapper;Hair-dye;Hair-lace= haarlint;[238]Hair-line= snoer van paardenhaar, ophaallijn (in ’t schrijven);Hair-net= haarnetje;Hair-oil= haarolie;Hair-pencil= fijn penseel;Hair-pin= haarspeld;Hair-pointed= met fijne, teere punt;Hair-powder= haarpoeder (wit);Hair-restorer= haargroeimiddel;Hair-shirt= haren kleed;Hair-splittingsubst. = haarklooverij; ook adj.;Hair-stroke= ophaallijn (bij ’t schrijven);Hair-trigger= sneller (aan een pistool); pistool daarvan voorzien;Hair-wash= haarwaschmiddel;Hairiness= harigheid, behaardheid;Hairless;Hairy= behaard.Haiti,heiti.Hake,heik, dorsch (visch); vagebond, babbelkous.Hakluyt,haklût;Hal,hal.Halberd,halbəd,hôlbəd,holbəd, hellebaard;Halberdier,hal(hôl-, hol-)bədîə, hellebaardier.Halcyon,halsiən, subst. koningsvisscher, ijsvogel; kalmte, rust; adj. kalm, rustig:That was in myHalcyon-days= dat was in mijn kalmen, gelukkigen tijd.Haldane,haldein.Hale,heil, adj. gezond, flink, kloek:I amhale and hearty= frisch en gezond; subst.Haleness.Half,hâf, half; subst. helft:That’snot half bad= dat is lang niet kwaad;Hetorethe letterin half= in tweeën;Half-and-half= subst. mengsel van twee bieren (vooralporterenale), onoprecht mensch; adj. zonder pit, kwijnend;Halves:I willgo you halves ina supper= ik sta je de helft van;Hecried halves,when I found the guilder= hij riep “buit half”;Donothingby halves= ten halve;Half-baked= halfgaar, sullig;Half-baptism= nooddoop (bij Katholieken):The child washalf-baptized= ontving den nooddoop;Half-binding= half leeren band;Half-blood= verwantschap van personen, die alleen een zelfden vader of eene zelfde moeder hebben (halfbroeder, halfzuster);Half-blown= half geopend;Half-bound= in halfleder gebonden;Half-bred= van gemengd ras, onbeschaafd;Half-breed, subst. halfbloed; adj. van gekruist ras;Half-brother= halfbroeder;Half-caste= halfbloed;Half-cock= de stand van den haan, als hij half overgehaald is:Togo off at Half-cock= iets overijld doen, iets uitflappen;Half-crown= Eng. zilveren munt van ƒ1,50;Half-dead= half dood;Half-faced= “en profil”;Half-hearted= lauw, onverschillig, weifelend;Half-holiday= vrije middag;Half-length= kniestuk (portret);The ensign floatedhalf-mast high= woei halfstok;Half-part= half deel;Half-pay, subst. nonactiviteitstractement; adj. op nonactiviteit;Halfpenny,heip’ni, halve stuiver;Halfpennyworth= waarde van 2½ c.;Half-price= halve prijs of verminderde prijs;Half-seas-over= half dronken, aangeschoten;Half-sister= halfzuster;Half-starved= slecht gevoed, half verhongerd;Half-sword= op de halve lengte van een zwaard:At half-sword= handgemeen:Half-timer= een kind, dat de lagere school slechts de verplichte vijf schooltijden per week bezoekt; fabrieksarbeider, die slechts de helft van de uren werkt;Half-way= halverwege:Half-way house= herberg;Half-witted= zwak van denkvermogen, zielig, sukkelig;Half-yearly= zesmaandelijks(ch).Halford,halfəd.Halibut,halibɐt,holibɐt, heilbot;Halibutter= heilbotvisscher (vaartuig).Halifax,halifaks.Halitus,halitɐs, adem of damp.Hall,hôl, groote zaal, vergaderzaal, rechtszaal, eetzaal (universiteiten), maaltijd, gebouw, huis, vestibule:A hall= ruimte! uitroep bij de oude gemask. optochten;Hall-mark= stempel, keur, bewijs van echtheid; ook verb.Hallam,haləm.Halleluja,haləl(j)ûjə, subst. lofzang;Halleluja lass= vrouwelijke heilsoldaat.Halley,hali.Halliard,haljəd. ZieHalyard.Halliwell,haliwel.Hallo(a),həlou,Halloo,həlû,Hallow,həlou, Hola! Allo! subst. allogeroep;Halloverb. luid roepen:Do not hallo before you are out of the wood= men moet geen ho! roepen vóór men over de brug is.Hallow,halou, heiligen, wijden;Hallowe’en,halou-în,halou-în, avond voor Allerheiligen;Hallowmas(s)= Allerheiligen.Hallucination,həl(j)ûsineiš’n, zinsbedrog, zinsbegoocheling; adj.Hallucinatory.Halm,hôm. ZieHaulm.Halo,heilou, lichte kring om zon of maan, stralenkrans, heiligenkrans; kring (Med.);Haloverb. met een krans omgeven.Halt,hôlt, subst. stilstand (-staan), halt; het kreupel zijn, kreupelheid, ziekte bij schapen;Haltverb. halt houden, halt roepen, ophouden; kreupelen, mank gaan, aarzelen, dralen, gebrekkig zijn, te kort schieten; adj. kreupel; interj. Halt!To call a halt= halt doen houden;Tomake a short halt= even stoppen;They were haltedin the dusk= tot staan gebracht;Halting-place= stopplaats;Haltingly= hinkend, langzaam, aarzelend.Halter,hôltə, subst. halster, touw, strop;Halterverb. een halster aandoen of er mede vastbinden.Halve,hâv, (in tweeën) deelen. ZieHalf.Halyard,haljəd, val (scheepst.).Ham,ham, knieboog of knieholte, dijbeen, schink; ham:Hams= billen.Ham,ham, Cham;Hamite,hamait;Hamitic,həmitik, van de nakomelingen van Cham of hunne taal.Hamadryad,hamədraiəd,hamədraiəd, boomnimf.Hame,heim, haam.Hamiform,hamiföm,heimiföm, haakvormig.Hamilton,hamilt’n.Hamlet,hamlət, gehucht, dorpje.Hammer,hamə, subst. hamer, haan;Hammerverb. hameren, slaan, smeden, met moeite uitwerken, instampen (fig.):Hammer and tongs= met alle kracht, met groot geweld;At hammer and tongs= op gespannen voet;Tobring to the hammer= onder den hamer[239]brengen, publiek verkoopen;I’ll be hammered if I do it= je mag op mij schieten als ik het doe;He is alwayshammering atit= hij houdt vol, geeft het niet op;I havehammereditoutat last= ten laatste ben ik er achter, eindelijk begrijp ik het;Hammer-axe= werktuig, aan de eene zijde hamer, aan de andere bijl;Hammer-cloth= kleed over den bok van een rijtuig;Hammerfish= hamervisch(-haai) =Hammer-head;Hammer-hard(en)= koud metaal door hameren harden;Hammer-stone= splijthamer.Hammock,hamək, hangmat;Hammock-chair= stoel met linnen zitting en rug;Hammock-nettings= plaats, waar de hangmatten overdag worden geborgen; vinkennet of enternet.Hamper,hampə, subst. grove sluitmand, kluister, boei, tuigage;Hamperverb. in eene sluitmand doen, belemmeren, boeien, in de war brengen.Hampshire,hampšə;Hampstead,hamsted;Hampton,hamt’n.Hamshackle,hamša’kl, den kop (van os of paard) aan een der voorpooten vastmaken, temmen, beteugelen.Hamster,hamstə, hamster.Hamstring,hamstriŋ, subst. kniepees;Hamstringverb. verlammen door het doorsnijden der kniepees (of staartspier bij een walvisch).Hand,hand, subst. hand, handvol, handvat, wijzer, handeling, bekwaamheid, acte; deel, zijde, kant, werkman, fabrieksarbeider, matroos, ingewijde; schrift, spel kaarten, een der spelers, vijf (van een artikel dat verkocht wordt), pak tabak;Handverb. overhandigen, aangeven, vastmaken, geleiden, helpen, overleveren:To bea clever hand at= knap zijn in;Anold hand= een ervaren, gewikst persoon;His hand was againsteverybody= hij was in opstand tegen ieder;My hands are clean= ik ben onschuldig;I have come out of this businesswith clean hands= ik ben eerlijk gebleven;Hands across!= handen over elkaar;He won the racehands down= op zijn doode gemak;Hands off!= handen thuis! niet aankomen;Hands up!= geeft u over!It wasa hand-to-hand-fight= gevecht van man tegen man;They arehand-and-glove (= hand in glove) with= koek en ei, op intiemen voet;My brother ison the mending hand= aan de betere hand;My sword wasat hand= bij de hand, dicht bij;I have received many kindnessesat your hand(s)= van u;The time wasat hand= op handen;The horse is hotat hand(heavyon hand) = moeielijk te regeeren;I bought itat first (second) hand= uit de eerste (tweede) hand;She came outat the right hand= kwam er goed af;The child was brought upby hand= met kunstmatig voedsel;He sent his replyby hand= met een bode;Take himby the hand= aan uwe hand, onder uwe hoede;To gofrom hand to hand= van den een tot den ander;Hand to mouth= armelijk, pover;From hand to mouth= voor onmiddellijke behoefte;To livefrom hand to mouth= van de hand in den tand;Hand over fist=Hand over hand= hand over hand, langzamerhand; snel;They gohand in hand= zij houden het samen, helpen elkander;Our men are in good heart and thoroughlyin hand= en onder volkomen discipline;We have the matterin hand= hebben … onder handen;Paymentin hand= contante betaling;This horse is lightin hand= gemakkelijk te regeeren;The matter was takenin handby him= aangepakt, ondernomen;He was takenin handby the judge= onder handen genomen;They carried their livesin their hands= stelden hun leven bloot;Each found the lifeof his handdeed het werk, dat zijne hand vond om te doen;We have no stockon hand= geen voorraad voorhanden;Caseon hand; waiting instructions= collie aanwezig; verzoeke verzendingsinstructies;He did itout of hand= dadelijk, onmiddellijk;Out of hand= klaar, af;He has gotout of hand= is buiten den band geraakt;He went up the ladderhand over hand= door telkens de eene hand boven de andere te brengen;You will find everythingto your handhere= alles klaar, in gereedheid;Your favour (note) came dulyto hand= uwe geëerde letteren heb ik in orde ontvangen;I saw an instrumentunder the minister’s hand= een door den minister geteekend stuk;Heasked (gave) the handof his cousin= vroeg om (schonk) de hand van zijne nicht;Bear a handthere= help eens een handje;This house haschanged handsfive times in three years;Theyforced the handsof the government= zij zetten … naar hun hand;He wanted toget his hand in= aan slag (aan den gang) komen, zich inwerken;Togive a handwith= een handje helpen met;Ihave a free handnow= de handen vrij;Hehad a handin the game= hij had er de hand in;You musthave your hands full= volop werk hebben; de handen vol hebben met;Heholds hands withthe best authors= kan wedijveren met;Let usjoin hands,Join hands in hand= eendrachtig samenwerken;Tojoin hands with= de hand reiken aan;The two armiesjoined hands= vereenigden zich;One mustkeep one’s hand in= men moet het onderhouden, zich blijven oefenen;The policehave laid hands onhim= heeft hem te pakken;Lend a (helping) hand,old boy= zeg vriend, help eens een handje;I will notput my hand tothat deed= mijn hand niet zetten onder;He couldset his hand toevery kind of work= hij kon met allerlei werk terecht;Let usshake hands= elkander de hand drukken (=shake each other by the hand);You don’tshow me your handfor nothing= je laat me niet voor niemendal in je spel kijken;Tohand a sail= vastmaken;Tohand about= rondgeven;Tohand down= aangeven, overleveren:This story washanded down frommy ancestors= is van mijne voorouders afkomstig;Tohand in= helpen (in een rijtuig), inleveren;Hehanded it overto me= overhandigde het mij;She washanded overto her old enemies= overgeleverd aan;Hand-bag= valies;Hand-barrow= (draag)berrie; kruiwagen;Hand-ball= gummibal aan spuit;Hand-bell= tafelbel;Hand-bill= snoeimes;[240]affiche, schuldbewijs;Handbook= handboek;Hand-brace= drilboor;Handbreadth= handbreedte;Hand-cart= handkar;Hand-clasp= handdruk;Hand-cuff, subst. handboei;Hand-cuffverb. de handboeien aanleggen;Hand-dog=Andiron;Hand-drop= handverlamming;Hand-gallop= korte galop;Hand-glass= handspiegel, glas over planten;Handgrasp= handdruk;Handgrenade= handgranaat;Handgrip= greep:Tocome to handgrips= handgemeen worden;Handkerchief= zakdoek, doek:Todrop the handkerchief= het teeken geven (oorspronkelijk door den persoon, die gehangen werd);Tothrow the hand to= uitnoodigen;Hand-language= vingertaal;Hand-lead= klein peillood;Hand-loom= weefgetouw;Hand-maid(en)= vrouwelijke bediende, dienares;Hand-mill= handmolen;Hand-organ= draaiorgel;Hand-paper= papier (met eene hand als watermerk);Hand-painted= uit de hand geschilderd;Hand-press= handpers;Hand-promise= plechtige verloving, die slechts met toestemming van beide partijen ophoudt;Hand-rail(ing)= leuning;Hand-sail= klein zeil;Hand-saw= handzaag:He knows a hawk from a hand-saw= hij heeft zijn weetje;Hand-screw= dommekracht;Hand-shake= handdruk;Handspike= handspaak, koevoet;Handspring= sprong, soort salto mortale:Tochuck (throw, turn) handsprings;Handstrap= riem (in een tramwagen);In a hand-turn= in een ommezientje;Hand’s turn= hulp;Hand-writing= schrift; handschrift;Hander,handə, aanreiker, overbrenger, klap:No handerswas the motto of the schoolboys on strike= “geen lichamelijke straf” was het motto v. de werkstakende schooljongens;Handful= handvol;Handless= zonder handen; onhandig.Handfast,handfâst, subst. greep, handvat, houvast, handslag, contract, verbintenis; hechtenis;Handfastverb. verbinden, verloven, vereenigen, vasthouden.Handicap,handikap, subst. vóórgift (in tijd, afstand of gewicht) bij een wedstrijd; (fig.) nadeel;Handicapverb. vóórgeven, (fig.) belemmeren, benadeelen, bezwaren:It is a handicap to a popular authorto have made a great book= het is een nadeel (nl. met het oog op zijne volgende boeken);A handicap race= wedstrijd met vóórgift;Heavy taxationhandicaps a country= drukken een land (belemmeren het in zijne vrije ontwikkeling);In this waywe handicap our own producersas compared with the foreigner= bezwaren we onze eigen producenten.Handicraft,handikrâft, handenarbeid, werk van de handen;Handicraft(s-man)= handwerksman.Handiness,handinəs, handigheid, gemakkelijkheid, doelmatigheid.Handiwork,handiwɐ̂k, handarbeid, kunstwerk, schepping.Handle,hand’l, subst. handvatsel, “vat”, oor, gevest, enz.;Handleverb. betasten, bevoelen, hanteeren, behandelen, gebruiken, leiden:He hasa handle to his name= hij heeft een titel, is van adel;I willgive you a handle= ik zal u de gelegenheid verschaffen;Heflew off (at) the handle= hij werd driftig;He knows how tohandle the matter= weet de zaak aan te pakken;The guns werewell handled= goed bediend; Handling = hanteering, behandeling.Handsel,hands’l, subst. handpenning, handgift, eerste verkoop, geschenk, etc.;Handselverb. een handpenning geven, handgeld geven.Handsome,han(d)s’m, mooi, knap, goedgevormd, edel, mild, royaal, ruim:Handsome is, what handsome does= aan de vruchten kent men den boom;Tocome down handsomely= over de brug komen, zich royaal betoonen.Handy,handi, handig, vlug, bij de hand, nabij:The book has found a place onthe handiest shelfof every student= staat voor het grijpen bij;The children wereplaying at handy-dandy= de kinderen speelden: “Ra, ra, in welke hand?”;Handyman= helper, handlanger.Hang,haŋ, subst. helling, verbindingswijze, neiging, richting;Hangverb. hangen, ophangen, behangen:He hasgot the hang of it(Amer.) = hij is er volkomen mede vertrouwd, heeft er den slag van beet;The general hang of the workis disappointing= gang, richting;Hehangs abouther= maakt veel werk van haar, is altijd om en bij haar;Many boyswere hanging aboutthe stables= hielden zich op bij de stallen;Do nothang back= krabbel niet terug, doe het niet met tegenzin;Hehung downhis head= liet hangen;All the hearershang onhis lips= hangen aan;The thing washung on by the eyelids= was er slechts even of onvoldoende mee verbonden;Hehangs onhis party as faithfully as may be expected= hij kleeft zijne partij aan;Where do youhang out= waar woont gij, hangt gij uit?;All the flags werehung out= uitgestoken;Ihang over tothat opinion= hel naar die meening over;Theyhang together like burs= hangen als klissen aan elkander;The matter washung up= bleef onbeslist;Be hanged to ’em= laten ze naar den duivel loopen;The suit hung= het proces werd gerekt, uitgesteld;Tohang fire= niet dadelijk afgaan, besluiteloos zijn, op zich laten wachten, niet willen gelukken;Time hangs heavy on my hands,hangs heavyto-day= valt mij lang;We have beenhanging in doubt= in onzekerheid verkeerd;Men have hanged for less than this= kregen den strop;Hang-dog= galgebrok, schurk:Ahang-dog look= een armezondaarsgezicht, -blik;Hangman= beul;Hang-nail= nijdnagel;Hang-nest= hangend nest;Hang-net= hangnet;Hanger= hangstuk, haak, ophanger, hartsvanger, korte sabel; woud of boschje (langs eene heuvelhelling);Hanger-on= aanhanger, afhangeling, klaplooper;Hanging, subst. het hangen of ophangen, vertoon; behang, wandtapijt, adj. steil, den dood verdienend, strafbaar met den dood:That isa hanging-affair= eene halszaak;Hanging-clause= bepaling, met wier niet-nakoming het leven gemoeid is;Hanging-garden= hangende tuin;Hanging-guard= verdedigende houding met een sabel;Hanging judge= rechter, die het[241]doodvonnis uitspreekt;Hanging-shelf= boekenhanger.Hangar,haŋgâ, hangar.Hank,haŋk, subst. streng (garen,zijde, etc.); neiging, lust; greep, macht;Hankverb. tot strengen vormen, krachtig aanhalen:His tales are excellent; the first in the hank is the best= het eerste in de verzameling is het beste.Hanker,haŋkə, hunkeren, verlangen:I felta hankering afterher= een onweerstaanbaar verlangen naar haar bekroop mij.Hank(e)y-Pank(e)y,haŋkipaŋki, subst. hocus-pocus:Hank(e)y-Pank(e)y bloke= goochelaar.Hanley,hanli.Hanover,hanəvə;Hanoverian,hanəvîriən, subst. en adj. Hannoveraan(sch).Hansard,hansəd, koopman uit eene hanzestad; officiëel verslag van de handelingen van het Parlement.Hanse,hans, verbond, vereeniging:Hanse towns= hanzesteden en hun verbond;Hanseatic,hansiatik, van de Hanzesteden:Hanseatic league= hanzeverbond.Hansom (cab),hans’m (kab), tweewielig huurrijtuig (de koetsier zit achterop en de leidsels gaan over de kap heen).Ha’n’t, Han’t,hânt, (Amer.)heint=Have not, Has not.Hants,hants=Hampshire.Hap,hap, subst. toeval, toevallige gebeurtenis; mantel, hulsel;Hapverb. toevallig gebeuren; inwikkelen;Haphazard= kans, gelukje, toeval:I did itat haphazard= op den bof, op goed geluk af;Hapless= ongelukkig, rampzalig;Haply= bij toeval, misschien.Happen,hap’n, gebeuren:I happened to meet him= ik ontmoette hem toevallig;As it happened I found him= toevallig vond ik hem;Just happen in at my officeto-morrow(Amer.) = wip morgen even aan;Ihappened onit yesterday= trof (vond) toevallig;I have not seenthe happeningswith my own eyes(Amer.) = ik heb zelf niet gezien wat er voorgevallen is.Happiness,hapinəs, subst. v.Happy,hapi, gelukkig, voorspoedig, verheugd, blij, handig, bekwaam:Happy man be his dole= moge het hem goed gaan!Happy family= vreedzaam samenlevende menschen of kleine dieren v. verschillenden aard (zooals honden en katten, etc.);Happy-mean, subst. het ware midden:The happy-mean man= de man van ’t ware midden;Happy-go-lucky= onbezorgd, zorgeloos.Harakiri,hârəkîri. ZieHarikiri.Harangue.həraŋ, subst. redevoering, toespraak;Harangueverb. toespreken, eene rede houden;Haranguer.Harass,harəs, kwellen, vermoeien, uitputten, onophoudelijk verontrusten; subst.Harassment.Harbinger,hâbinžə, subst. voorlooper, voorbode, kwartiermaker, fourier;Harbingerverb. voorafgaan als bode, aankondigen.Harbour,hâbə, subst. schuilplaats, haven, herberg, woning;Harbourverb. herbergen, een schuilplaats verleenen, voeden, koesteren;Harbour-dues= havengeld;Harbour-light;Harbour-master= havenmeester;Harbour-watch= ankerwacht;Harbourage= toevlucht, onderkomen;Harbourless.Harcourt,hâköt.Hard,hâd, adj. hard, vast, moeilijk, vermoeiend, streng, wreed, verhard, onbuigzaam, grof, onsmakelijk, wrang, hevig; subst. steiger; meer conserv. democraat (Amer.):Nohard and fast linecan be drawn in this matter= geene scherpe, bepaalde grens kan in deze zaak worden getrokken;As hard as the nether millstone= buitengewoon hard;They livehard by= zij wonen kort bij, in de buurt;These people werehard up= hadden groot geldgebrek;It ishard uponseven= dicht bij;Move the rudderhard a-starboard= leg het roer zoover mogelijk naar stuurboord;Hard of hearing= hardhoorig;Hedied hard= hij verdedigde zich tot het laatst toe, stierf onbekeerd; zijn doodstrijd was moeilijk;It willgo hardwith him= het zal hem slecht vergaan;This reward was hard won= deze belooning werd met moeite verkregen;Hard-bake= soort van kokinje;Hard-believing= ongeloovig;Hard-beset= eng ingesloten, in ’t nauw gebracht;Hard-bitted= hard in den bek;Hard-bound= verstopt, hardlijvig, traag;Hard-cash= baar geld;Hard-coal= anthraciet;Hard-drinker= zuiplap;Hard-earned= zuur verdiend;Hard-fish= gedroogde kabeljauw, schelvisch of leng;Hard-fisted= met harde handen; gierig;Hard-fought= hardnekkig gestreden;Hard-grained= grofkorrelig; grof (ookfig.);Hard-got(ten)= zuur verdiend;Hard-handed= hardhandig, ruw, streng;Hard-head= zwart knoopkruid; knorhaan; soort keisteen;Hard-headed= sluw, helder van hoofd;Hard-hearted= hardvochtig; subst.Hard-heartedness;Hard-labour= dwangarbeid;Hard-luck= tegenspoed;Hard-mouthed= hard in den bek (van paarden), ruw, grof (van taal);Hard-pressed= in moeielijke omstandigheden;Hard rubber= caoutchouc;Hard-set= krachtig vervolgd, in het nauw; streng, onbuigzaam;Hardshell= met harde schaal; streng orthodox of conservatief (Amer.);Hard-tack= scheepsbeschuit;Hard-water= hard (wasch)water;Hardworking= zeer arbeidzaam;Hard-ware= ijzerwaren, vooral potten en pannen, enz.;Harden= harden, verharden, hard of gevoelloos maken (worden);Hardihood,hâdihud, koenheid, onversaagdheid, onbeschaamdheid;Hardiness= gehardheid;Hardly= nauwelijks, bijna niet, waarschijnlijk niet; hard, moeilijk, streng:Hardly .… when= nauwelijks .… of;Hardness= hardheid (ookfig.), moeielijkheid;Hardship= ontbering;Hardy= gehard, sterk, stoutmoedig.Hardicanute,hâdikənjût.Hare,hêə, haas:As mad as a March hare= zoo gek als wat;Tohold with the hare and run with the hounds= een dubbel spel spelen;He wantedto make a hare of me= trachtte mij belachelijk te maken, te foppen, beet te nemen;Jugged hare= hazepeper;Hare-bell= grasklokje, knikkende vogelmelk;Hare-brained= nietig, onbesuisd, dwaas;Hare-hound= hazewind;[242]Hare-lip= hazenlip;Hare’s-foot= hazepoot (door acteurs gebruikt).Harem,hêr’m,hâr’m, harem.Haricot,harikou,harikot, ragout van vleesch met groenten, snijboon.Harikiri,hârikîri, zelfmoord, door den buik dwars open te snijden (Jap.).Hark,hâk, luisteren:Hark ye= luister eens;Hark away,Hark forward= vooruit!Hark back= hier! een uitroep, waarmede de jager de het spoor voorbij hollende honden terugroept; terugloopen als het spoor verloren is:She alwaysharks backto her old grievances= komt altijd terug op.Harl,hâl, vezels van vlas, haar of wol; koppel van 3 honden, vrij groote hoeveelheid.Harleian,hâliən,hâlîən, van Harley, naar wien de door hem gevormde, thans in het British Museum aanwezige bibliotheek genoemd is.Harlem,hâləm.Harlequin,hâlək(w)in, subst. harlekijn, potsenmaker, grappige vent;Harlequinverb. voor harlekijn spelen;Harlequinade,hâlək(w)ineid, harlekinade (dat deel in eeneChristmas-pantomime, dat op detransformation-scenevolgt).Harlot,hâlət, hoer; adj. ontuchtig; subst.Harlotry.Harm,hâm, subst. nadeel, schade, kwaad;Harmverb. kwaad doen, schade aanbrengen:Harm watch harm catch= wie een ander een kuil graaft, valt er zelf in;Harm-doing= het kwaaddoen;Harmful= nadeelig, schadelijk; subst.Harmfulness;Harmless= onbeschadigd, onschadelijk, argeloos; subst.Harmlessness.Harmattan,hâmat’n, harmattan, droge en heete wind, die van December tot Maart v. Midden-Afrika naar het Noorden waait.Harmonic,hâmonik, harmonisch;Harmonica,hâmonikə, mondharmonica, glasharmonica, collectie verschillend gestemde en met de vingers bespeelde glazen;Harmonical:Harmonical proportion= harmonische verhouding (tusschen vier grootheden):Harmonicon,hâmonik’n, orchestrion;Harmonics,hâmoniks, harmonieleer:Grave harmonics= bijtonen van twee overeenstemmende klanken;Harmonious,hâmouniəs, harmonisch, eensgezind: subst.Harmonicness;Harmoniphon,hâmonifoun, klavierhobo;Harmonist,hâmənist, componist, iemand, die de overeenkomstige plaatsen van verschillende schrijvers, vooral der Evangelisten, opspoort;Harmonists= communistische secte van Gebr. Rapp, in 1803 uit Wurtemburg naar de Vereen. Staten getrokken;Harmonium,hâmounj’m, harmonica, harmonium;Harmonize,hâmənaiz, overeenstemmen, in overeenstemming brengen, in vrede leven, congrueeren;Harmony,hâməni, harmonie, eensgezindheid, overeenstemming:Artificialharmony= oplossing van dissonanten tot harmonie;Harmony of the spheres= de leer van Pythagoras omtrent de harmonie der tonen, door de planeten in hunne beweging en al naar hare grootte, snelheid en afstand voortgebracht.Harness,hânəs, subst. harnas, wapenen, paardetuig, gareel;Harnessverb. het tuig aandoen, de wapenrusting aantrekken:Hedied in harness= midden in zijn werk;The thing iswell in harness= goed bewerkt;Harness-cask, (Harness-tub) = vat met pekel vleesch op dek vastgesjord;Harness-maker= zadelmaker;Harness-room= tuigkamer.Harold,harəld, Harold.Harp,hâp, subst. harp;Harpverb. op de harp spelen, steeds hetzelfde onderwerp aanroeren:He is stillharping onhis first love= hij heeft het nog steeds over;Toharp on the same string;Harper=Harpist= harpspeler.Harpoon,hâpûn, subst. harpoen;Harpoonverb. harpoeneeren;Harpoon-gun= kanon voor het afschieten van een harpoen;Harpoon-rocket= harpoen, die als een raket wordt afgeschoten;Harpooner= harpoenier.Harpsichord,hâpsiköd, spinet.Harpy,hâpi, harpij (ookfig.).Harquebus(s),hâkwəbɐs, haakbus;Harquebusier(Harquebusîə) = haakbusschutter.Harr,hâ, grommen.Harridan,harid’n, oude feeks, oud wijf.Harrier,hariə, brak; kuikendief; plunderaar.Harrow,harou, subst. Harrow; egge;Harrowverb. eggen, kwellen, verontrusten.Harry,hari, plunderen, verwoesten, kwellen, strooptochten doen.Harry,hari, subst. andere vorm v.Henry; verpersoonl. v. den echten Londenaar uit de volksklasse =’Arry:Tobox Harry= geen eten krijgen (schooljongensslang);Toplay Old Harry with a person= iemand leelijk te pakken nemen.Harsh,hâš, zuur, wrang, scherp, wreed, streng, ruw; subst.Harshness.Hart,hât, mannetjes hert (na het vijfde jaar):Hart of ten= hert met een gewei van tien takken;Hart’s-tongue= hertstong, tongvaren;Hart(e)beest,hât(ə)bîst, soort van antilope (Z.-Afrika);Hart-shorn,hâtshön, (geest van) hertshoorn.Harum-scarum,hêr’mskêr’m, lichtzinnig, roekeloos, wild, slordig; subst.Hartness.Harvard,hâvəd.Harvest,hâvəst, subst. najaar, oogsttijd, oogst, opbrengst;Harvestverb. inzamelen, oogsten;Harvest-bug= soort van boktor;Harvest-feast= oogstfeest;Harvest-festival= dankdag voor het gewas;Harvest-home= oogsttijd, oogstfeest, oogstlied;Harvest-lady= de tweede maaier van eene rij;Harvest-lord= voormaaier, eerste maaier;Harvest-man= oogster, maaier;Harvest-month= September;Harvest-moon= (bijna) volle maan ten tijde der dag- en nachtevening in den herst;Harvest-mouse= dwergmuis;Harvest-queen= oogstkoningin (pop, Ceres voorstellende, rondgedragen op den laatsten oogstdag);Harvest-spider= hooiwagen (spin);Harvester= oogster.Harvey,hâvi;Harwich,haridž.Hash,haš, subst. gehakt vleesch met groenten; mengsel, poespas;Hashverb. hakken, fijnmaken, bederven:Trust him formaking a hash of it= je kunt er op aan, dat hij de boel in de war stuurt, verknoeit;I havesettled his hash= ik heb een appeltje met hem geschild, hem zijn vet gegeven, afgeranseld, geruïneerd;I have[243]hashed my goosealtogether= ik heb mijne zaak totaal bedorven.Hashish,hašiš,Hasheesh,hašîš, gedroogde bladeren van de hennepplant, die gekauwd worden en waaruit een bedwelmende drank wordt bereid.Haslemere,heiz’lmîə.Haslet,hazlət, omloop (v.een varken), lever, hart, ingewanden (v.schapen of kalveren).Hasp,hâsp, subst. grendel, beugel;Haspverb. met een klamp of grendel vastmaken.Hassock,hasək, pluim, een soort van rietgras; dikke mat, dik voetkussen om op te knielen.Hastate,hastit, speervormig.Haste,heist, haast, spoed, drift, overhaasting, ijver:Why do you notmake haste= waarom maakt gij niet voort?In haste= haastig, vlug;Hasten,heis’n, haast maken, zich haasten;Hastiness= haast.Hastings,heistiŋz.Hasty,heisti, haastig, snel, vlug, driftig, hartstochtelijk;Hasty-pudding= pap (meel in kokende melk geroerd en gekookt).Hat,hat, hoed, kardinaalshoed, waardigheid v. kardinaal:Todo up a hat= opmaken;He hashung up his hat in my house= hij heeft zijn anker bij mij neergelegd, zijne tenten bij mij opgeslagen;Toraise one’s hatto a person= afnemen;They havesent (passed) the hat round= hebben eene collecte gehouden;To take one’s hat off (to)= afnemen (voor);Hat-band= rouwband (om den hoed);Hat-maker= hoedenfabrikant;Hat-rack= hoedenrek, kleerenstander;Hat-work= werk waar niets in zit;Hat-writer, dieHat-workmaakt;Hatter,hatə, hoedenkoopman of -maker:He isas mad as a hatter= hij is stapelgek; tureluursch.Hatch,hatš, subst. halve deur, poortje, schuif, traliewerk op een luik, luik; broedsel, gebroed, samenzwering, fijne streep;Hatchverb. met bouten vastmaken, met een deksel sluiten; broeden, uitbroeden, beramen, voortbrengen, arceeren:Under hatches= onder de luiken geconsigneerd, beneden opgesloten, zeer verdrukt, er slecht aan toe; welbewaard, gestorven;Hatch-boat= soort van visscherspink met een half dek;Hatchway= luik; muil;Hatcher= uitbroeder; incubator;Hatchery= inrichting voor kunstmatige vischteelt.Hatchel,hatš’l;Hatcheller. ZieHackle.Hatchet,hatšət, bijl, bijltje; fooi om de kommiezen om te koopen (Amer.):Let usbury the hatchet= laten we vrede sluiten;Tosling the hatchet= er uit snijden;Theytook up the hatchet= zij vatten de wapens op;Do notthrow the hatchet= vertel geen leugens;Hatchet-face= scherp geteekend gezicht.Hatchment,hatšm’nt, ruitvormig rouwschild, symbool.Hate,heit, subst. haat;Hateverb. haten, verafschuwen;Hateful= hatelijk, boosaardig; subst.Hatefulness;Hater;Hatred,heitrəd, haat, kwaadaardigheid, kwaadwilligheid.Hathaway,hathəwei.Hatti-sheriff,hatišerîf, door den sultan van Turkije uitgevaardigd onherroepelijk bevel.Hauberk,hôbɐ̂k, maliënkolder.Haugh,hô, laag gelegen, vruchtbaar oeverland.Haughtiness,hôtinəs, subst. v.Haughty,hôti, trotsch, fier, hoogmoedig, aanmatigend.Haul,hôl, subst. haal, trek;Haulverb. halen, trekken, sleepen, den koers van een schip veranderen, veranderen van richting, zich terugtrekken, komen, gaan:The sheets werehauled home= de schooten werden aangehaald;Haul the wind= bras het zeil bij den wind;The ship was enabled tohaul off from the shore= af te houden van de kust;He washauled over the coals= kreeg een uitbrander;He hauled outa knuckle-bone of ham= haalde voor den dag;Haulage= trekkracht; transportkosten;Hauler= soort hengel.Haulm,hôm, halm, stroo.Haunch,hônš,hânš, dij, lendestuk, bout.Haunt,hônt,hânt, subst. dikwijls bezochte plaats, verblijfplaats;Hauntverb. omgaan, verkeeren, bezoeken of kwellen (v. een geest):This house is haunted= het spookt in dit huis;Haunter= stamgast; druk bezoeker.Haut,hôt, weekmarkt; el (Indië).Hautboy,houbôi, hobo.Havan(n)a(h),həvana, Havana(sigaar);Havanese,havənîz,havənîs, subst. bewoner(s) van H.; adj. van Havana.Have,hav, hebben, bezitten, houden, bij zich hebben, genieten, ontvangen, ondervinden, dulden, laten, te pakken hebben, bedriegen, beetnemen:Have at him,boys! = pakt hem, raakt hem, jongens!Have a care= pas op!Tohave the ear of the House= tot die sprekers in ’t Huis behooren, naar wie gaarne geluisterd wordt;Let ushave lots of roomhere= maak hier eens flink ruimte;Have done= schei uit;Ihad as liefdie as be a slave= zou evenlief sterven;Ihad ratherdo that= dat zou ik liever doen;Do well and have well= die wel doet wel ontmoet;You can’t eat your cake and have it= je kunt niet het midden en de beide einden hebben;As Shakespeare has it= zooals S. zegt;As the mood has the reader= al naar de lezer gestemd is;Ihave no money about me= ik heb geen geld bij mij;Have the tea-things away= ruim weg;You have nothing for it but to go= je kunt niet anders doen dan, er zit niets anders op;He had on his best coat= droeg;He had his watch out= haalde voor den dag;I’ll have it out of you= zal je wel krijgen, het je wel inpeperen;I will have it out with youbefore I go= met je afrekenen.Havelock,havlok, sluier (tegen zonnesteek in de Tropen); soort mantel.Haven,heiv’n, subst. haven, veilige ligplaats, schuilplaats;Havenverb. eene schuilpl. bieden.Haver,havə, haver;Haververb. wauwelen, raaskallen (Schotl.);Haversack= knapzak, ransel, reiszak;Havers,heivəz= onzin.Haverhill,heivəhil(Amer.),havəhil.[244]Havildar,havildâ, Inlandsch sergeant (Brit. Ind.).Having,haviŋ, bezitting, eigendom;Havings= (goed) gedrag (ZieHavers).Havoc,havək, subst. verwoesting, vernieling; de kreet der krijgslieden wanneer geen kwartier werd gegeven;Havocverb. verwoesten, vernielen, dooden:Tocry havoc;The boys haveplayed havoc withmy furniture= mijne meubels vernield.Haw,hô, interj. hu! ö! subst. haag; hof, grasland in een dal; bes van de haagdoorn; aarzeling, hapering;Hawverb. haperen, ö - - ö zeggen, aarzelen; door hu! te roepen een paard links wenden (Amer.):He spoke in hisHaw-haw-style= hij sprak op zijne “ö ö” manier;He wasa haw-haw swell= geaffecteerd, lijmerig sprekend fatje;Ifelt haw,like a fish out of water= ik voelde mij zoo lam en lusteloos;It ishaw and geehere, instead ofwoo and geein the old country= aansporing naar links of rechts te gaan (ZieGee).Hawaiian,hawaij’n, bewoner, taal van Hawaii;Hawaii,hawaii.Hawbuck,hôbɐk, kinkel.Hawarden,hô-âd’n,hâd’n;Haweis,hôis;Hawes,hôz.Hawfinch,hôfinš, appelvink.Haw-haw,hôhô; ZieHa-haenHaw.Hawk,hôk, subst. havik, valk; zwendelaar, bedrieger; schrapende hoest;Hawkverb. met valken jagen, als een valk vliegen, jacht maken op; schrapen; rondventen;Hawk’s-bill= haviksbek;Hawk-eyed= met scherpen blik;Hawk-moth= sfinx, avondvlinder;Hawk-nosed= met arendsneus;Hawker= marskramer; valkenier.Hawik,hôik;Hawkesworth,hôkswəth.Hawse,hôz, kluisgat:Athwart (the) hawse= dwars voor den boeg;He has crossed my hawse= hij is mij dwars voor den boeg gekomen;Toride hawse fallen (hawse full)= waterscheppen door de kluisgaten bij het op zijn anker rijden van een schip in stormweer;Hawse-hole, (Hawse-pipe) = kluisgat:Hecame in at the hawse-holes= hij is van gewoon matroos opgeklommen, van onderop begonnen;Hawser= kabel, tros.Hawthorn,hôthön, hagedoorn.

H,eitš;Hamps(hire)=Hants;H(is ofHer)B(ritannic)M(ajesty);Heb(rews);Hert(ford)s(hire);Hhd=Hogshead(s);Hist(ory);H(er)M(ajesty’s)S(ervice);Hon(ourable);[237]H. P.=halfpay,horse-power;H(is ofHer)R(oyal)H(ighness);Hung(ary);Hund(red);Hunt(ingdon)s(hire);Hypoth(esis).

Ha,hâ, subst. ha! uitroep van verbazing of vreugde;Haverb. verbazing uitdrukken; blijven steken:Hehummed and ha’ed,before he replied= stotterde, haperde;He was an enemy to beating about the bush,humming andha’ing= hield niet van er om heen te praten en ‘ha’ te zeggen;His manner isvery ‘ha-ha’= hij doet altijd zeer verbaasd.

Habeas corpus,heibiəsköpəs:Writ of habeas corpus= bevelschrift om een gevangene ter onderzoeking voor te brengen, met opgave van dag en reden zijner arrestatie en gevangenhouding.

Haberdasher,habədašə, winkelier in garen en band, passement en nouveautés;Haberdashery= garen en band, enz.

Haberdine,habədin,habədîn, labberdaan.

Habergeon,həbɐ̂dž’n. Zie Hauberk.

Habiliment,həbiliment, kleeding, kleed (gewoonlijkHabiliments).

Habit,habit, subst. gewoonte, neiging, hebbelijkheid, persoonlijk aanwensel; kleeding, kleedij, rijkleed; habitus, houding, uiterlijk;Habitverb. kleeden:Tobe in(Toget into)the habit ofswearing= gewoon zijn (zich aanwennen);By habit= uit gewoonte;Habit-shirt= chemisette (v.amazones);Habited= gekleed.

Habitability,habitəbiliti, bewoonbaarheid; adj.Habitable;Habitant,habit’nt, bewoner;Habitat,habitat, natuurlijke woonplaats (of groeiplaats) voor dier (of plant);Habitation,habiteiš’n, bewoning, woning; loge van dePrimrose League(eene staatkundige, conservatieve partij in Engeland).

Habitual,həbitjuəl, gewoonlijk, voortdurend, gewoonte:Habitual drunkard= dronkaard;Habituate,həbitjueit, gewennen;Habitude,habitjûd, gewoonte, hebbelijkheid.

Hacienda,asiendə, hacienda, fabriek, mijn, landgoed.

Hack,hak, subst. houw, snede, kerf; huurpaard, jacht(rij)paard; broodschrijver, rek (om visch te drogen), stapel steenen (om te drogen), mestvork, ruif;Hackverb. hakken, houwen, radbraken, kuchen, alshackgebruiken, zich weggooien; adj. huur - -, versleten;Hack-in-chief= hoofdredacteur (spottend);Ahacking cough= droge kuchhoest.

Hackee,hakî, gestreept Amerikaansch eekhorentje.

Hackery,hakəri, tweewielige ossenwagen in Brit. Indië.

Hackle,hak’l, subst. hekel, ruwe zijde, nek- of rugveer van een haan, kunstvlieg (als aas);Hackleverb. hekelen, een candidaat aan den tand voelen; vaneenscheuren;Hackler= hekel.

Hackney,hakni, subst. rijpaard, huurpaard, werkpaard, huurrijtuig, duivelstoejager, huurling; adj. verhuurd, alledaagsch, afgezaagd:Tomake a hackney of= verslijten, bederven;Hackney-carriage,Hackney-coach= huurrijtuig, huurkoets;Hackney-coachman= koetsier van een huurrijtuig.

Haddock,hadək, schelvisch.

Hade,heid, subst. steile ingang van eene mijn;Hadeverb. hellen (van mijnaderen).

Hades,heidîz, schimmenrijk.

Hadji,hadžî, hadji.

Haematin,he(hî)mətin, haematine;Haemorrhage,heməridž, bloeding, bloed(uit)storting;Haemorrhoids,hemərôidz, aambeien.

Haffle,haf’l, stamelen, hakkelend en onduidelijk spreken, uitvluchten maken.

Hafiz,hâfiz.

Haft,haft, subst. handvat, hecht, heft, woning (Schotl.);Haftverb. in een heft zetten, van een heft voorzien; zich vestigen.

Hag,hag, subst. heks, tooverkol, furie;Hagverb. schrik aanjagen;Hag-ridden= aan nachtmerrie lijdende;Hag-seed= heksengebroed;Haggish= afschuwelijk, heksen …

Hagar,heigâ.

Haggard,hagəd, wild, ongetemd, verwilderd, bleek en vervallen.

Haggis,hagis, fijn gehakte schapekop met hart, lever en longen; een Schotsche schotel van schapenlongen, hart en lever met uien, en gekookt in eene schapenmaag.

Haggle,hag’l, knibbelen, afdingen;Haggler.

Hagiographa,hagiogrəfə,heidžiogrəfə, de boeken van het O. Testament met uitzondering van de Mozaische en de Profeten; levensgeschiedenissen der Heiligen;Hagiology,hagiolədži,heidžiolədži, geschiedenis derHagiographa; werk over de levens van (R.-K.) heiligen.

Hague (The),dhəheig, ’s-Gravenhage.

Hah,hâ, ha!

Ha-ha,hâhâ,hâhâ, opening in een tuinomheining met een droge sloot er voor; ook die sloot zelf.

Haidarabad,haidərəbad;Haidee,haidî;Haigh, hei.

Hail,heil, subst. aanroep, welkomstgroet, bezoek; interj. heil!Hailverb. begroeten, aanroepen, praaien, geboortig zijn van:He iswithin (out of) hail= hij kan (niet) beroepen worden, is (niet) vlak bij de hand, is binnen (buiten) het bereik van de stem;That man ishail-fellow-well-metwith all people= hij is een allemansvriend;The ship washailed by us= gepraaid;Where do youhail from= komt gij vandaan (waaien)?This dictionaryhails from America= is een Amerikaansch voortbrengsel;They sang aHail Mary!= een Ave Maria.

Hail,heil, hagel;Hailverb. (doen) hagelen;Hailshot= kartetsvuur;Hailstone= hagelsteen;Hailstorm.

Hair,hêə, haar; ook adj.:It is my friendto a hair= op-en-top, tot op een haar;Within a hair of= op een haar na;Let us notsplit hairs= laten wij niet haarkloven, vitten, etc.;Not to turn a hair= onbewogen blijven;Hairbreadth= haarbreedte, zéér kleine afstand:It was ahairbreadth escape= wij brachten er nog net het leven af;Hairbrush= haarborstel;Haircloth=(paarde)haren stof;Hairdresser= kapper;Hair-dye;Hair-lace= haarlint;[238]Hair-line= snoer van paardenhaar, ophaallijn (in ’t schrijven);Hair-net= haarnetje;Hair-oil= haarolie;Hair-pencil= fijn penseel;Hair-pin= haarspeld;Hair-pointed= met fijne, teere punt;Hair-powder= haarpoeder (wit);Hair-restorer= haargroeimiddel;Hair-shirt= haren kleed;Hair-splittingsubst. = haarklooverij; ook adj.;Hair-stroke= ophaallijn (bij ’t schrijven);Hair-trigger= sneller (aan een pistool); pistool daarvan voorzien;Hair-wash= haarwaschmiddel;Hairiness= harigheid, behaardheid;Hairless;Hairy= behaard.

Haiti,heiti.

Hake,heik, dorsch (visch); vagebond, babbelkous.

Hakluyt,haklût;Hal,hal.

Halberd,halbəd,hôlbəd,holbəd, hellebaard;Halberdier,hal(hôl-, hol-)bədîə, hellebaardier.

Halcyon,halsiən, subst. koningsvisscher, ijsvogel; kalmte, rust; adj. kalm, rustig:That was in myHalcyon-days= dat was in mijn kalmen, gelukkigen tijd.

Haldane,haldein.

Hale,heil, adj. gezond, flink, kloek:I amhale and hearty= frisch en gezond; subst.Haleness.

Half,hâf, half; subst. helft:That’snot half bad= dat is lang niet kwaad;Hetorethe letterin half= in tweeën;Half-and-half= subst. mengsel van twee bieren (vooralporterenale), onoprecht mensch; adj. zonder pit, kwijnend;Halves:I willgo you halves ina supper= ik sta je de helft van;Hecried halves,when I found the guilder= hij riep “buit half”;Donothingby halves= ten halve;Half-baked= halfgaar, sullig;Half-baptism= nooddoop (bij Katholieken):The child washalf-baptized= ontving den nooddoop;Half-binding= half leeren band;Half-blood= verwantschap van personen, die alleen een zelfden vader of eene zelfde moeder hebben (halfbroeder, halfzuster);Half-blown= half geopend;Half-bound= in halfleder gebonden;Half-bred= van gemengd ras, onbeschaafd;Half-breed, subst. halfbloed; adj. van gekruist ras;Half-brother= halfbroeder;Half-caste= halfbloed;Half-cock= de stand van den haan, als hij half overgehaald is:Togo off at Half-cock= iets overijld doen, iets uitflappen;Half-crown= Eng. zilveren munt van ƒ1,50;Half-dead= half dood;Half-faced= “en profil”;Half-hearted= lauw, onverschillig, weifelend;Half-holiday= vrije middag;Half-length= kniestuk (portret);The ensign floatedhalf-mast high= woei halfstok;Half-part= half deel;Half-pay, subst. nonactiviteitstractement; adj. op nonactiviteit;Halfpenny,heip’ni, halve stuiver;Halfpennyworth= waarde van 2½ c.;Half-price= halve prijs of verminderde prijs;Half-seas-over= half dronken, aangeschoten;Half-sister= halfzuster;Half-starved= slecht gevoed, half verhongerd;Half-sword= op de halve lengte van een zwaard:At half-sword= handgemeen:Half-timer= een kind, dat de lagere school slechts de verplichte vijf schooltijden per week bezoekt; fabrieksarbeider, die slechts de helft van de uren werkt;Half-way= halverwege:Half-way house= herberg;Half-witted= zwak van denkvermogen, zielig, sukkelig;Half-yearly= zesmaandelijks(ch).

Halford,halfəd.

Halibut,halibɐt,holibɐt, heilbot;Halibutter= heilbotvisscher (vaartuig).

Halifax,halifaks.

Halitus,halitɐs, adem of damp.

Hall,hôl, groote zaal, vergaderzaal, rechtszaal, eetzaal (universiteiten), maaltijd, gebouw, huis, vestibule:A hall= ruimte! uitroep bij de oude gemask. optochten;Hall-mark= stempel, keur, bewijs van echtheid; ook verb.

Hallam,haləm.

Halleluja,haləl(j)ûjə, subst. lofzang;Halleluja lass= vrouwelijke heilsoldaat.

Halley,hali.

Halliard,haljəd. ZieHalyard.

Halliwell,haliwel.

Hallo(a),həlou,Halloo,həlû,Hallow,həlou, Hola! Allo! subst. allogeroep;Halloverb. luid roepen:Do not hallo before you are out of the wood= men moet geen ho! roepen vóór men over de brug is.

Hallow,halou, heiligen, wijden;Hallowe’en,halou-în,halou-în, avond voor Allerheiligen;Hallowmas(s)= Allerheiligen.

Hallucination,həl(j)ûsineiš’n, zinsbedrog, zinsbegoocheling; adj.Hallucinatory.

Halm,hôm. ZieHaulm.

Halo,heilou, lichte kring om zon of maan, stralenkrans, heiligenkrans; kring (Med.);Haloverb. met een krans omgeven.

Halt,hôlt, subst. stilstand (-staan), halt; het kreupel zijn, kreupelheid, ziekte bij schapen;Haltverb. halt houden, halt roepen, ophouden; kreupelen, mank gaan, aarzelen, dralen, gebrekkig zijn, te kort schieten; adj. kreupel; interj. Halt!To call a halt= halt doen houden;Tomake a short halt= even stoppen;They were haltedin the dusk= tot staan gebracht;Halting-place= stopplaats;Haltingly= hinkend, langzaam, aarzelend.

Halter,hôltə, subst. halster, touw, strop;Halterverb. een halster aandoen of er mede vastbinden.

Halve,hâv, (in tweeën) deelen. ZieHalf.

Halyard,haljəd, val (scheepst.).

Ham,ham, knieboog of knieholte, dijbeen, schink; ham:Hams= billen.

Ham,ham, Cham;Hamite,hamait;Hamitic,həmitik, van de nakomelingen van Cham of hunne taal.

Hamadryad,hamədraiəd,hamədraiəd, boomnimf.

Hame,heim, haam.

Hamiform,hamiföm,heimiföm, haakvormig.

Hamilton,hamilt’n.

Hamlet,hamlət, gehucht, dorpje.

Hammer,hamə, subst. hamer, haan;Hammerverb. hameren, slaan, smeden, met moeite uitwerken, instampen (fig.):Hammer and tongs= met alle kracht, met groot geweld;At hammer and tongs= op gespannen voet;Tobring to the hammer= onder den hamer[239]brengen, publiek verkoopen;I’ll be hammered if I do it= je mag op mij schieten als ik het doe;He is alwayshammering atit= hij houdt vol, geeft het niet op;I havehammereditoutat last= ten laatste ben ik er achter, eindelijk begrijp ik het;Hammer-axe= werktuig, aan de eene zijde hamer, aan de andere bijl;Hammer-cloth= kleed over den bok van een rijtuig;Hammerfish= hamervisch(-haai) =Hammer-head;Hammer-hard(en)= koud metaal door hameren harden;Hammer-stone= splijthamer.

Hammock,hamək, hangmat;Hammock-chair= stoel met linnen zitting en rug;Hammock-nettings= plaats, waar de hangmatten overdag worden geborgen; vinkennet of enternet.

Hamper,hampə, subst. grove sluitmand, kluister, boei, tuigage;Hamperverb. in eene sluitmand doen, belemmeren, boeien, in de war brengen.

Hampshire,hampšə;Hampstead,hamsted;Hampton,hamt’n.

Hamshackle,hamša’kl, den kop (van os of paard) aan een der voorpooten vastmaken, temmen, beteugelen.

Hamster,hamstə, hamster.

Hamstring,hamstriŋ, subst. kniepees;Hamstringverb. verlammen door het doorsnijden der kniepees (of staartspier bij een walvisch).

Hand,hand, subst. hand, handvol, handvat, wijzer, handeling, bekwaamheid, acte; deel, zijde, kant, werkman, fabrieksarbeider, matroos, ingewijde; schrift, spel kaarten, een der spelers, vijf (van een artikel dat verkocht wordt), pak tabak;Handverb. overhandigen, aangeven, vastmaken, geleiden, helpen, overleveren:To bea clever hand at= knap zijn in;Anold hand= een ervaren, gewikst persoon;His hand was againsteverybody= hij was in opstand tegen ieder;My hands are clean= ik ben onschuldig;I have come out of this businesswith clean hands= ik ben eerlijk gebleven;Hands across!= handen over elkaar;He won the racehands down= op zijn doode gemak;Hands off!= handen thuis! niet aankomen;Hands up!= geeft u over!It wasa hand-to-hand-fight= gevecht van man tegen man;They arehand-and-glove (= hand in glove) with= koek en ei, op intiemen voet;My brother ison the mending hand= aan de betere hand;My sword wasat hand= bij de hand, dicht bij;I have received many kindnessesat your hand(s)= van u;The time wasat hand= op handen;The horse is hotat hand(heavyon hand) = moeielijk te regeeren;I bought itat first (second) hand= uit de eerste (tweede) hand;She came outat the right hand= kwam er goed af;The child was brought upby hand= met kunstmatig voedsel;He sent his replyby hand= met een bode;Take himby the hand= aan uwe hand, onder uwe hoede;To gofrom hand to hand= van den een tot den ander;Hand to mouth= armelijk, pover;From hand to mouth= voor onmiddellijke behoefte;To livefrom hand to mouth= van de hand in den tand;Hand over fist=Hand over hand= hand over hand, langzamerhand; snel;They gohand in hand= zij houden het samen, helpen elkander;Our men are in good heart and thoroughlyin hand= en onder volkomen discipline;We have the matterin hand= hebben … onder handen;Paymentin hand= contante betaling;This horse is lightin hand= gemakkelijk te regeeren;The matter was takenin handby him= aangepakt, ondernomen;He was takenin handby the judge= onder handen genomen;They carried their livesin their hands= stelden hun leven bloot;Each found the lifeof his handdeed het werk, dat zijne hand vond om te doen;We have no stockon hand= geen voorraad voorhanden;Caseon hand; waiting instructions= collie aanwezig; verzoeke verzendingsinstructies;He did itout of hand= dadelijk, onmiddellijk;Out of hand= klaar, af;He has gotout of hand= is buiten den band geraakt;He went up the ladderhand over hand= door telkens de eene hand boven de andere te brengen;You will find everythingto your handhere= alles klaar, in gereedheid;Your favour (note) came dulyto hand= uwe geëerde letteren heb ik in orde ontvangen;I saw an instrumentunder the minister’s hand= een door den minister geteekend stuk;Heasked (gave) the handof his cousin= vroeg om (schonk) de hand van zijne nicht;Bear a handthere= help eens een handje;This house haschanged handsfive times in three years;Theyforced the handsof the government= zij zetten … naar hun hand;He wanted toget his hand in= aan slag (aan den gang) komen, zich inwerken;Togive a handwith= een handje helpen met;Ihave a free handnow= de handen vrij;Hehad a handin the game= hij had er de hand in;You musthave your hands full= volop werk hebben; de handen vol hebben met;Heholds hands withthe best authors= kan wedijveren met;Let usjoin hands,Join hands in hand= eendrachtig samenwerken;Tojoin hands with= de hand reiken aan;The two armiesjoined hands= vereenigden zich;One mustkeep one’s hand in= men moet het onderhouden, zich blijven oefenen;The policehave laid hands onhim= heeft hem te pakken;Lend a (helping) hand,old boy= zeg vriend, help eens een handje;I will notput my hand tothat deed= mijn hand niet zetten onder;He couldset his hand toevery kind of work= hij kon met allerlei werk terecht;Let usshake hands= elkander de hand drukken (=shake each other by the hand);You don’tshow me your handfor nothing= je laat me niet voor niemendal in je spel kijken;Tohand a sail= vastmaken;Tohand about= rondgeven;Tohand down= aangeven, overleveren:This story washanded down frommy ancestors= is van mijne voorouders afkomstig;Tohand in= helpen (in een rijtuig), inleveren;Hehanded it overto me= overhandigde het mij;She washanded overto her old enemies= overgeleverd aan;Hand-bag= valies;Hand-barrow= (draag)berrie; kruiwagen;Hand-ball= gummibal aan spuit;Hand-bell= tafelbel;Hand-bill= snoeimes;[240]affiche, schuldbewijs;Handbook= handboek;Hand-brace= drilboor;Handbreadth= handbreedte;Hand-cart= handkar;Hand-clasp= handdruk;Hand-cuff, subst. handboei;Hand-cuffverb. de handboeien aanleggen;Hand-dog=Andiron;Hand-drop= handverlamming;Hand-gallop= korte galop;Hand-glass= handspiegel, glas over planten;Handgrasp= handdruk;Handgrenade= handgranaat;Handgrip= greep:Tocome to handgrips= handgemeen worden;Handkerchief= zakdoek, doek:Todrop the handkerchief= het teeken geven (oorspronkelijk door den persoon, die gehangen werd);Tothrow the hand to= uitnoodigen;Hand-language= vingertaal;Hand-lead= klein peillood;Hand-loom= weefgetouw;Hand-maid(en)= vrouwelijke bediende, dienares;Hand-mill= handmolen;Hand-organ= draaiorgel;Hand-paper= papier (met eene hand als watermerk);Hand-painted= uit de hand geschilderd;Hand-press= handpers;Hand-promise= plechtige verloving, die slechts met toestemming van beide partijen ophoudt;Hand-rail(ing)= leuning;Hand-sail= klein zeil;Hand-saw= handzaag:He knows a hawk from a hand-saw= hij heeft zijn weetje;Hand-screw= dommekracht;Hand-shake= handdruk;Handspike= handspaak, koevoet;Handspring= sprong, soort salto mortale:Tochuck (throw, turn) handsprings;Handstrap= riem (in een tramwagen);In a hand-turn= in een ommezientje;Hand’s turn= hulp;Hand-writing= schrift; handschrift;Hander,handə, aanreiker, overbrenger, klap:No handerswas the motto of the schoolboys on strike= “geen lichamelijke straf” was het motto v. de werkstakende schooljongens;Handful= handvol;Handless= zonder handen; onhandig.

Handfast,handfâst, subst. greep, handvat, houvast, handslag, contract, verbintenis; hechtenis;Handfastverb. verbinden, verloven, vereenigen, vasthouden.

Handicap,handikap, subst. vóórgift (in tijd, afstand of gewicht) bij een wedstrijd; (fig.) nadeel;Handicapverb. vóórgeven, (fig.) belemmeren, benadeelen, bezwaren:It is a handicap to a popular authorto have made a great book= het is een nadeel (nl. met het oog op zijne volgende boeken);A handicap race= wedstrijd met vóórgift;Heavy taxationhandicaps a country= drukken een land (belemmeren het in zijne vrije ontwikkeling);In this waywe handicap our own producersas compared with the foreigner= bezwaren we onze eigen producenten.

Handicraft,handikrâft, handenarbeid, werk van de handen;Handicraft(s-man)= handwerksman.

Handiness,handinəs, handigheid, gemakkelijkheid, doelmatigheid.

Handiwork,handiwɐ̂k, handarbeid, kunstwerk, schepping.

Handle,hand’l, subst. handvatsel, “vat”, oor, gevest, enz.;Handleverb. betasten, bevoelen, hanteeren, behandelen, gebruiken, leiden:He hasa handle to his name= hij heeft een titel, is van adel;I willgive you a handle= ik zal u de gelegenheid verschaffen;Heflew off (at) the handle= hij werd driftig;He knows how tohandle the matter= weet de zaak aan te pakken;The guns werewell handled= goed bediend; Handling = hanteering, behandeling.

Handsel,hands’l, subst. handpenning, handgift, eerste verkoop, geschenk, etc.;Handselverb. een handpenning geven, handgeld geven.

Handsome,han(d)s’m, mooi, knap, goedgevormd, edel, mild, royaal, ruim:Handsome is, what handsome does= aan de vruchten kent men den boom;Tocome down handsomely= over de brug komen, zich royaal betoonen.

Handy,handi, handig, vlug, bij de hand, nabij:The book has found a place onthe handiest shelfof every student= staat voor het grijpen bij;The children wereplaying at handy-dandy= de kinderen speelden: “Ra, ra, in welke hand?”;Handyman= helper, handlanger.

Hang,haŋ, subst. helling, verbindingswijze, neiging, richting;Hangverb. hangen, ophangen, behangen:He hasgot the hang of it(Amer.) = hij is er volkomen mede vertrouwd, heeft er den slag van beet;The general hang of the workis disappointing= gang, richting;Hehangs abouther= maakt veel werk van haar, is altijd om en bij haar;Many boyswere hanging aboutthe stables= hielden zich op bij de stallen;Do nothang back= krabbel niet terug, doe het niet met tegenzin;Hehung downhis head= liet hangen;All the hearershang onhis lips= hangen aan;The thing washung on by the eyelids= was er slechts even of onvoldoende mee verbonden;Hehangs onhis party as faithfully as may be expected= hij kleeft zijne partij aan;Where do youhang out= waar woont gij, hangt gij uit?;All the flags werehung out= uitgestoken;Ihang over tothat opinion= hel naar die meening over;Theyhang together like burs= hangen als klissen aan elkander;The matter washung up= bleef onbeslist;Be hanged to ’em= laten ze naar den duivel loopen;The suit hung= het proces werd gerekt, uitgesteld;Tohang fire= niet dadelijk afgaan, besluiteloos zijn, op zich laten wachten, niet willen gelukken;Time hangs heavy on my hands,hangs heavyto-day= valt mij lang;We have beenhanging in doubt= in onzekerheid verkeerd;Men have hanged for less than this= kregen den strop;Hang-dog= galgebrok, schurk:Ahang-dog look= een armezondaarsgezicht, -blik;Hangman= beul;Hang-nail= nijdnagel;Hang-nest= hangend nest;Hang-net= hangnet;Hanger= hangstuk, haak, ophanger, hartsvanger, korte sabel; woud of boschje (langs eene heuvelhelling);Hanger-on= aanhanger, afhangeling, klaplooper;Hanging, subst. het hangen of ophangen, vertoon; behang, wandtapijt, adj. steil, den dood verdienend, strafbaar met den dood:That isa hanging-affair= eene halszaak;Hanging-clause= bepaling, met wier niet-nakoming het leven gemoeid is;Hanging-garden= hangende tuin;Hanging-guard= verdedigende houding met een sabel;Hanging judge= rechter, die het[241]doodvonnis uitspreekt;Hanging-shelf= boekenhanger.

Hangar,haŋgâ, hangar.

Hank,haŋk, subst. streng (garen,zijde, etc.); neiging, lust; greep, macht;Hankverb. tot strengen vormen, krachtig aanhalen:His tales are excellent; the first in the hank is the best= het eerste in de verzameling is het beste.

Hanker,haŋkə, hunkeren, verlangen:I felta hankering afterher= een onweerstaanbaar verlangen naar haar bekroop mij.

Hank(e)y-Pank(e)y,haŋkipaŋki, subst. hocus-pocus:Hank(e)y-Pank(e)y bloke= goochelaar.

Hanley,hanli.

Hanover,hanəvə;Hanoverian,hanəvîriən, subst. en adj. Hannoveraan(sch).

Hansard,hansəd, koopman uit eene hanzestad; officiëel verslag van de handelingen van het Parlement.

Hanse,hans, verbond, vereeniging:Hanse towns= hanzesteden en hun verbond;Hanseatic,hansiatik, van de Hanzesteden:Hanseatic league= hanzeverbond.

Hansom (cab),hans’m (kab), tweewielig huurrijtuig (de koetsier zit achterop en de leidsels gaan over de kap heen).

Ha’n’t, Han’t,hânt, (Amer.)heint=Have not, Has not.

Hants,hants=Hampshire.

Hap,hap, subst. toeval, toevallige gebeurtenis; mantel, hulsel;Hapverb. toevallig gebeuren; inwikkelen;Haphazard= kans, gelukje, toeval:I did itat haphazard= op den bof, op goed geluk af;Hapless= ongelukkig, rampzalig;Haply= bij toeval, misschien.

Happen,hap’n, gebeuren:I happened to meet him= ik ontmoette hem toevallig;As it happened I found him= toevallig vond ik hem;Just happen in at my officeto-morrow(Amer.) = wip morgen even aan;Ihappened onit yesterday= trof (vond) toevallig;I have not seenthe happeningswith my own eyes(Amer.) = ik heb zelf niet gezien wat er voorgevallen is.

Happiness,hapinəs, subst. v.Happy,hapi, gelukkig, voorspoedig, verheugd, blij, handig, bekwaam:Happy man be his dole= moge het hem goed gaan!Happy family= vreedzaam samenlevende menschen of kleine dieren v. verschillenden aard (zooals honden en katten, etc.);Happy-mean, subst. het ware midden:The happy-mean man= de man van ’t ware midden;Happy-go-lucky= onbezorgd, zorgeloos.

Harakiri,hârəkîri. ZieHarikiri.

Harangue.həraŋ, subst. redevoering, toespraak;Harangueverb. toespreken, eene rede houden;Haranguer.

Harass,harəs, kwellen, vermoeien, uitputten, onophoudelijk verontrusten; subst.Harassment.

Harbinger,hâbinžə, subst. voorlooper, voorbode, kwartiermaker, fourier;Harbingerverb. voorafgaan als bode, aankondigen.

Harbour,hâbə, subst. schuilplaats, haven, herberg, woning;Harbourverb. herbergen, een schuilplaats verleenen, voeden, koesteren;Harbour-dues= havengeld;Harbour-light;Harbour-master= havenmeester;Harbour-watch= ankerwacht;Harbourage= toevlucht, onderkomen;Harbourless.

Harcourt,hâköt.

Hard,hâd, adj. hard, vast, moeilijk, vermoeiend, streng, wreed, verhard, onbuigzaam, grof, onsmakelijk, wrang, hevig; subst. steiger; meer conserv. democraat (Amer.):Nohard and fast linecan be drawn in this matter= geene scherpe, bepaalde grens kan in deze zaak worden getrokken;As hard as the nether millstone= buitengewoon hard;They livehard by= zij wonen kort bij, in de buurt;These people werehard up= hadden groot geldgebrek;It ishard uponseven= dicht bij;Move the rudderhard a-starboard= leg het roer zoover mogelijk naar stuurboord;Hard of hearing= hardhoorig;Hedied hard= hij verdedigde zich tot het laatst toe, stierf onbekeerd; zijn doodstrijd was moeilijk;It willgo hardwith him= het zal hem slecht vergaan;This reward was hard won= deze belooning werd met moeite verkregen;Hard-bake= soort van kokinje;Hard-believing= ongeloovig;Hard-beset= eng ingesloten, in ’t nauw gebracht;Hard-bitted= hard in den bek;Hard-bound= verstopt, hardlijvig, traag;Hard-cash= baar geld;Hard-coal= anthraciet;Hard-drinker= zuiplap;Hard-earned= zuur verdiend;Hard-fish= gedroogde kabeljauw, schelvisch of leng;Hard-fisted= met harde handen; gierig;Hard-fought= hardnekkig gestreden;Hard-grained= grofkorrelig; grof (ookfig.);Hard-got(ten)= zuur verdiend;Hard-handed= hardhandig, ruw, streng;Hard-head= zwart knoopkruid; knorhaan; soort keisteen;Hard-headed= sluw, helder van hoofd;Hard-hearted= hardvochtig; subst.Hard-heartedness;Hard-labour= dwangarbeid;Hard-luck= tegenspoed;Hard-mouthed= hard in den bek (van paarden), ruw, grof (van taal);Hard-pressed= in moeielijke omstandigheden;Hard rubber= caoutchouc;Hard-set= krachtig vervolgd, in het nauw; streng, onbuigzaam;Hardshell= met harde schaal; streng orthodox of conservatief (Amer.);Hard-tack= scheepsbeschuit;Hard-water= hard (wasch)water;Hardworking= zeer arbeidzaam;Hard-ware= ijzerwaren, vooral potten en pannen, enz.;Harden= harden, verharden, hard of gevoelloos maken (worden);Hardihood,hâdihud, koenheid, onversaagdheid, onbeschaamdheid;Hardiness= gehardheid;Hardly= nauwelijks, bijna niet, waarschijnlijk niet; hard, moeilijk, streng:Hardly .… when= nauwelijks .… of;Hardness= hardheid (ookfig.), moeielijkheid;Hardship= ontbering;Hardy= gehard, sterk, stoutmoedig.

Hardicanute,hâdikənjût.

Hare,hêə, haas:As mad as a March hare= zoo gek als wat;Tohold with the hare and run with the hounds= een dubbel spel spelen;He wantedto make a hare of me= trachtte mij belachelijk te maken, te foppen, beet te nemen;Jugged hare= hazepeper;Hare-bell= grasklokje, knikkende vogelmelk;Hare-brained= nietig, onbesuisd, dwaas;Hare-hound= hazewind;[242]Hare-lip= hazenlip;Hare’s-foot= hazepoot (door acteurs gebruikt).

Harem,hêr’m,hâr’m, harem.

Haricot,harikou,harikot, ragout van vleesch met groenten, snijboon.

Harikiri,hârikîri, zelfmoord, door den buik dwars open te snijden (Jap.).

Hark,hâk, luisteren:Hark ye= luister eens;Hark away,Hark forward= vooruit!Hark back= hier! een uitroep, waarmede de jager de het spoor voorbij hollende honden terugroept; terugloopen als het spoor verloren is:She alwaysharks backto her old grievances= komt altijd terug op.

Harl,hâl, vezels van vlas, haar of wol; koppel van 3 honden, vrij groote hoeveelheid.

Harleian,hâliən,hâlîən, van Harley, naar wien de door hem gevormde, thans in het British Museum aanwezige bibliotheek genoemd is.

Harlem,hâləm.

Harlequin,hâlək(w)in, subst. harlekijn, potsenmaker, grappige vent;Harlequinverb. voor harlekijn spelen;Harlequinade,hâlək(w)ineid, harlekinade (dat deel in eeneChristmas-pantomime, dat op detransformation-scenevolgt).

Harlot,hâlət, hoer; adj. ontuchtig; subst.Harlotry.

Harm,hâm, subst. nadeel, schade, kwaad;Harmverb. kwaad doen, schade aanbrengen:Harm watch harm catch= wie een ander een kuil graaft, valt er zelf in;Harm-doing= het kwaaddoen;Harmful= nadeelig, schadelijk; subst.Harmfulness;Harmless= onbeschadigd, onschadelijk, argeloos; subst.Harmlessness.

Harmattan,hâmat’n, harmattan, droge en heete wind, die van December tot Maart v. Midden-Afrika naar het Noorden waait.

Harmonic,hâmonik, harmonisch;Harmonica,hâmonikə, mondharmonica, glasharmonica, collectie verschillend gestemde en met de vingers bespeelde glazen;Harmonical:Harmonical proportion= harmonische verhouding (tusschen vier grootheden):Harmonicon,hâmonik’n, orchestrion;Harmonics,hâmoniks, harmonieleer:Grave harmonics= bijtonen van twee overeenstemmende klanken;Harmonious,hâmouniəs, harmonisch, eensgezind: subst.Harmonicness;Harmoniphon,hâmonifoun, klavierhobo;Harmonist,hâmənist, componist, iemand, die de overeenkomstige plaatsen van verschillende schrijvers, vooral der Evangelisten, opspoort;Harmonists= communistische secte van Gebr. Rapp, in 1803 uit Wurtemburg naar de Vereen. Staten getrokken;Harmonium,hâmounj’m, harmonica, harmonium;Harmonize,hâmənaiz, overeenstemmen, in overeenstemming brengen, in vrede leven, congrueeren;Harmony,hâməni, harmonie, eensgezindheid, overeenstemming:Artificialharmony= oplossing van dissonanten tot harmonie;Harmony of the spheres= de leer van Pythagoras omtrent de harmonie der tonen, door de planeten in hunne beweging en al naar hare grootte, snelheid en afstand voortgebracht.

Harness,hânəs, subst. harnas, wapenen, paardetuig, gareel;Harnessverb. het tuig aandoen, de wapenrusting aantrekken:Hedied in harness= midden in zijn werk;The thing iswell in harness= goed bewerkt;Harness-cask, (Harness-tub) = vat met pekel vleesch op dek vastgesjord;Harness-maker= zadelmaker;Harness-room= tuigkamer.

Harold,harəld, Harold.

Harp,hâp, subst. harp;Harpverb. op de harp spelen, steeds hetzelfde onderwerp aanroeren:He is stillharping onhis first love= hij heeft het nog steeds over;Toharp on the same string;Harper=Harpist= harpspeler.

Harpoon,hâpûn, subst. harpoen;Harpoonverb. harpoeneeren;Harpoon-gun= kanon voor het afschieten van een harpoen;Harpoon-rocket= harpoen, die als een raket wordt afgeschoten;Harpooner= harpoenier.

Harpsichord,hâpsiköd, spinet.

Harpy,hâpi, harpij (ookfig.).

Harquebus(s),hâkwəbɐs, haakbus;Harquebusier(Harquebusîə) = haakbusschutter.

Harr,hâ, grommen.

Harridan,harid’n, oude feeks, oud wijf.

Harrier,hariə, brak; kuikendief; plunderaar.

Harrow,harou, subst. Harrow; egge;Harrowverb. eggen, kwellen, verontrusten.

Harry,hari, plunderen, verwoesten, kwellen, strooptochten doen.

Harry,hari, subst. andere vorm v.Henry; verpersoonl. v. den echten Londenaar uit de volksklasse =’Arry:Tobox Harry= geen eten krijgen (schooljongensslang);Toplay Old Harry with a person= iemand leelijk te pakken nemen.

Harsh,hâš, zuur, wrang, scherp, wreed, streng, ruw; subst.Harshness.

Hart,hât, mannetjes hert (na het vijfde jaar):Hart of ten= hert met een gewei van tien takken;Hart’s-tongue= hertstong, tongvaren;Hart(e)beest,hât(ə)bîst, soort van antilope (Z.-Afrika);Hart-shorn,hâtshön, (geest van) hertshoorn.

Harum-scarum,hêr’mskêr’m, lichtzinnig, roekeloos, wild, slordig; subst.Hartness.

Harvard,hâvəd.

Harvest,hâvəst, subst. najaar, oogsttijd, oogst, opbrengst;Harvestverb. inzamelen, oogsten;Harvest-bug= soort van boktor;Harvest-feast= oogstfeest;Harvest-festival= dankdag voor het gewas;Harvest-home= oogsttijd, oogstfeest, oogstlied;Harvest-lady= de tweede maaier van eene rij;Harvest-lord= voormaaier, eerste maaier;Harvest-man= oogster, maaier;Harvest-month= September;Harvest-moon= (bijna) volle maan ten tijde der dag- en nachtevening in den herst;Harvest-mouse= dwergmuis;Harvest-queen= oogstkoningin (pop, Ceres voorstellende, rondgedragen op den laatsten oogstdag);Harvest-spider= hooiwagen (spin);Harvester= oogster.

Harvey,hâvi;Harwich,haridž.

Hash,haš, subst. gehakt vleesch met groenten; mengsel, poespas;Hashverb. hakken, fijnmaken, bederven:Trust him formaking a hash of it= je kunt er op aan, dat hij de boel in de war stuurt, verknoeit;I havesettled his hash= ik heb een appeltje met hem geschild, hem zijn vet gegeven, afgeranseld, geruïneerd;I have[243]hashed my goosealtogether= ik heb mijne zaak totaal bedorven.

Hashish,hašiš,Hasheesh,hašîš, gedroogde bladeren van de hennepplant, die gekauwd worden en waaruit een bedwelmende drank wordt bereid.

Haslemere,heiz’lmîə.

Haslet,hazlət, omloop (v.een varken), lever, hart, ingewanden (v.schapen of kalveren).

Hasp,hâsp, subst. grendel, beugel;Haspverb. met een klamp of grendel vastmaken.

Hassock,hasək, pluim, een soort van rietgras; dikke mat, dik voetkussen om op te knielen.

Hastate,hastit, speervormig.

Haste,heist, haast, spoed, drift, overhaasting, ijver:Why do you notmake haste= waarom maakt gij niet voort?In haste= haastig, vlug;Hasten,heis’n, haast maken, zich haasten;Hastiness= haast.

Hastings,heistiŋz.

Hasty,heisti, haastig, snel, vlug, driftig, hartstochtelijk;Hasty-pudding= pap (meel in kokende melk geroerd en gekookt).

Hat,hat, hoed, kardinaalshoed, waardigheid v. kardinaal:Todo up a hat= opmaken;He hashung up his hat in my house= hij heeft zijn anker bij mij neergelegd, zijne tenten bij mij opgeslagen;Toraise one’s hatto a person= afnemen;They havesent (passed) the hat round= hebben eene collecte gehouden;To take one’s hat off (to)= afnemen (voor);Hat-band= rouwband (om den hoed);Hat-maker= hoedenfabrikant;Hat-rack= hoedenrek, kleerenstander;Hat-work= werk waar niets in zit;Hat-writer, dieHat-workmaakt;Hatter,hatə, hoedenkoopman of -maker:He isas mad as a hatter= hij is stapelgek; tureluursch.

Hatch,hatš, subst. halve deur, poortje, schuif, traliewerk op een luik, luik; broedsel, gebroed, samenzwering, fijne streep;Hatchverb. met bouten vastmaken, met een deksel sluiten; broeden, uitbroeden, beramen, voortbrengen, arceeren:Under hatches= onder de luiken geconsigneerd, beneden opgesloten, zeer verdrukt, er slecht aan toe; welbewaard, gestorven;Hatch-boat= soort van visscherspink met een half dek;Hatchway= luik; muil;Hatcher= uitbroeder; incubator;Hatchery= inrichting voor kunstmatige vischteelt.

Hatchel,hatš’l;Hatcheller. ZieHackle.

Hatchet,hatšət, bijl, bijltje; fooi om de kommiezen om te koopen (Amer.):Let usbury the hatchet= laten we vrede sluiten;Tosling the hatchet= er uit snijden;Theytook up the hatchet= zij vatten de wapens op;Do notthrow the hatchet= vertel geen leugens;Hatchet-face= scherp geteekend gezicht.

Hatchment,hatšm’nt, ruitvormig rouwschild, symbool.

Hate,heit, subst. haat;Hateverb. haten, verafschuwen;Hateful= hatelijk, boosaardig; subst.Hatefulness;Hater;Hatred,heitrəd, haat, kwaadaardigheid, kwaadwilligheid.

Hathaway,hathəwei.

Hatti-sheriff,hatišerîf, door den sultan van Turkije uitgevaardigd onherroepelijk bevel.

Hauberk,hôbɐ̂k, maliënkolder.

Haugh,hô, laag gelegen, vruchtbaar oeverland.

Haughtiness,hôtinəs, subst. v.Haughty,hôti, trotsch, fier, hoogmoedig, aanmatigend.

Haul,hôl, subst. haal, trek;Haulverb. halen, trekken, sleepen, den koers van een schip veranderen, veranderen van richting, zich terugtrekken, komen, gaan:The sheets werehauled home= de schooten werden aangehaald;Haul the wind= bras het zeil bij den wind;The ship was enabled tohaul off from the shore= af te houden van de kust;He washauled over the coals= kreeg een uitbrander;He hauled outa knuckle-bone of ham= haalde voor den dag;Haulage= trekkracht; transportkosten;Hauler= soort hengel.

Haulm,hôm, halm, stroo.

Haunch,hônš,hânš, dij, lendestuk, bout.

Haunt,hônt,hânt, subst. dikwijls bezochte plaats, verblijfplaats;Hauntverb. omgaan, verkeeren, bezoeken of kwellen (v. een geest):This house is haunted= het spookt in dit huis;Haunter= stamgast; druk bezoeker.

Haut,hôt, weekmarkt; el (Indië).

Hautboy,houbôi, hobo.

Havan(n)a(h),həvana, Havana(sigaar);Havanese,havənîz,havənîs, subst. bewoner(s) van H.; adj. van Havana.

Have,hav, hebben, bezitten, houden, bij zich hebben, genieten, ontvangen, ondervinden, dulden, laten, te pakken hebben, bedriegen, beetnemen:Have at him,boys! = pakt hem, raakt hem, jongens!Have a care= pas op!Tohave the ear of the House= tot die sprekers in ’t Huis behooren, naar wie gaarne geluisterd wordt;Let ushave lots of roomhere= maak hier eens flink ruimte;Have done= schei uit;Ihad as liefdie as be a slave= zou evenlief sterven;Ihad ratherdo that= dat zou ik liever doen;Do well and have well= die wel doet wel ontmoet;You can’t eat your cake and have it= je kunt niet het midden en de beide einden hebben;As Shakespeare has it= zooals S. zegt;As the mood has the reader= al naar de lezer gestemd is;Ihave no money about me= ik heb geen geld bij mij;Have the tea-things away= ruim weg;You have nothing for it but to go= je kunt niet anders doen dan, er zit niets anders op;He had on his best coat= droeg;He had his watch out= haalde voor den dag;I’ll have it out of you= zal je wel krijgen, het je wel inpeperen;I will have it out with youbefore I go= met je afrekenen.

Havelock,havlok, sluier (tegen zonnesteek in de Tropen); soort mantel.

Haven,heiv’n, subst. haven, veilige ligplaats, schuilplaats;Havenverb. eene schuilpl. bieden.

Haver,havə, haver;Haververb. wauwelen, raaskallen (Schotl.);Haversack= knapzak, ransel, reiszak;Havers,heivəz= onzin.

Haverhill,heivəhil(Amer.),havəhil.[244]

Havildar,havildâ, Inlandsch sergeant (Brit. Ind.).

Having,haviŋ, bezitting, eigendom;Havings= (goed) gedrag (ZieHavers).

Havoc,havək, subst. verwoesting, vernieling; de kreet der krijgslieden wanneer geen kwartier werd gegeven;Havocverb. verwoesten, vernielen, dooden:Tocry havoc;The boys haveplayed havoc withmy furniture= mijne meubels vernield.

Haw,hô, interj. hu! ö! subst. haag; hof, grasland in een dal; bes van de haagdoorn; aarzeling, hapering;Hawverb. haperen, ö - - ö zeggen, aarzelen; door hu! te roepen een paard links wenden (Amer.):He spoke in hisHaw-haw-style= hij sprak op zijne “ö ö” manier;He wasa haw-haw swell= geaffecteerd, lijmerig sprekend fatje;Ifelt haw,like a fish out of water= ik voelde mij zoo lam en lusteloos;It ishaw and geehere, instead ofwoo and geein the old country= aansporing naar links of rechts te gaan (ZieGee).

Hawaiian,hawaij’n, bewoner, taal van Hawaii;Hawaii,hawaii.

Hawbuck,hôbɐk, kinkel.

Hawarden,hô-âd’n,hâd’n;Haweis,hôis;Hawes,hôz.

Hawfinch,hôfinš, appelvink.

Haw-haw,hôhô; ZieHa-haenHaw.

Hawk,hôk, subst. havik, valk; zwendelaar, bedrieger; schrapende hoest;Hawkverb. met valken jagen, als een valk vliegen, jacht maken op; schrapen; rondventen;Hawk’s-bill= haviksbek;Hawk-eyed= met scherpen blik;Hawk-moth= sfinx, avondvlinder;Hawk-nosed= met arendsneus;Hawker= marskramer; valkenier.

Hawik,hôik;Hawkesworth,hôkswəth.

Hawse,hôz, kluisgat:Athwart (the) hawse= dwars voor den boeg;He has crossed my hawse= hij is mij dwars voor den boeg gekomen;Toride hawse fallen (hawse full)= waterscheppen door de kluisgaten bij het op zijn anker rijden van een schip in stormweer;Hawse-hole, (Hawse-pipe) = kluisgat:Hecame in at the hawse-holes= hij is van gewoon matroos opgeklommen, van onderop begonnen;Hawser= kabel, tros.

Hawthorn,hôthön, hagedoorn.


Back to IndexNext