Chapter 50

Highty,haiti;Highty-flightiness= wuftheid; adj.Highty-flighty;Highty-tighty=Hoity-toity:Do not turn me off in thatHighty manner= zend mij niet weg op die hooghartige manier.Hilarious,h(a)ilêriəs, vroolijk, opgewekt;Hilarity,h(a)ilariti, vroolijkheid, opgewektheid.Hilary term,hiləritɐ̂m, vroegere zittingstijd (11 Jan.–31 Jan.) in de Eng. gerechtshoven; thansHilary Sittingsvan 11 Jan. tot den Woensdag vóór Paschen; cursus van 14 Jan. tot Zaterdag vóór Palmzondag aan de Univ. van Oxford.Hill,hil, heuvel;Hillverb. aanaarden;Up hill down dale= berg op berg af;As old as the hills= zoo oud als de weg naar Kralingen;Togo down the hill= achteruitgaan, minder worden;Hill-folk= bergbewoners;Hill-side= helling van een heuvel;Hill-top= heuveltop;Hill-wort,hilwɐ̂t, polei;Hilliness= heuvelachtigheid;Hillock= heuveltje, bergje;Hilly= heuvelachtig.Hilt,hilt, hecht, gevest:You can count upon meup to the hilt= volkomen;Up to the hiltin debt= tot over de ooren;Mortgagedup to the hilt= geheel;You haveproved it (up) to the hilt= gij hebt het zonneklaar bewezen.Him,him, pers. voornw., hem;Himself= hemzelf, zichzelf:He was not himselfyesterday= zichzelf niet, niet lekker;He wasby himself= alleen;Hekept himself to himselffor some time= hij zonderde zich af.Himalaya,himâljə,himəleijə,himəlaijə:[252]Himalaya Mountains=The Himalayas= het Himalayagebergte.Hind,haind, subst. hinde; boer, boerenarbeider, knecht.Hind,haind, achterste:Hind before= achterstevoren;With their heads turnedhind foremost= achterstevoren;Hind-leg= achterpoot;Hindmost= achterste;Hinder,haində, achterste, laatste =Hindermost= laatste.Hinder,hində, hinderen, verhinderen, beletten, moeielijkheden in den weg leggen:Hehinderedmefromcoming= belette mij;Hind(e)rance,hindr’ns, hindernis, nadeel =Hinderer, ook hij die verhindert.Hindi,hindî, Noord Ind. dialect; Indiër.Hindoo,Hindu,hindû,hindû, subst. en adj. Hindoe(sch);Hinduism,hindûizm, leer der Hindoes;Hindu Kush,hindukûš;Hindustan,hindustân;Hindustani,hindustânî, Hindostansch(dialect).Hinge,hinž, subst. hengsel, scharnier, spil;Hingeverb. van hengsels voorzien, draaien, steunen, afhangen:Things areoff the hinges= de boel is in de war;Everythinghinges onthat fact= om dat feit draait alles.Hink,hiŋk, sikkel.Hinny,hini, subst. muildier;Hinnyverb. hinniken.Hint,hint, subst. zinspeling, wenk;Hintverb. zinspelen, een wenk geven, aan de hand doen, toespelingen maken:Do nothint ata present= maak vooral geene toespeling op;The beauties of nature arenot only hinted, but brought home= niet slechts aangeduid, maar voelbaar gemaakt;Hetook the hint= begreep den wenk.Hip,hip, subst. heup; graatspar of hoekkeper van een tentdak; bottel van de hondsroos;Hips= zwaarmoedigheid;Tocatch on the hip= in de macht krijgen;Tohave on the hip= in de macht hebben, overwinnen;The government wasbeaten hip and thigh= bleef verschrikkelijk in de minderheid;Tosmite hip and thigh= den schenkel en de heup (Richt. XV, 8);Hip-bath= zitbad;Hip-gout= heupjicht;Hip-joint= heupgewricht;Hip-roof= tentdak;Hip-shot= ontheupt, lam;Hip-tree= hondsroos;Hipped= met ontwrichte heup; somber, gedrukt:You are hipped,you want more society= je bent zwaarmoedig (“hiep”);Hippish= somber, gedrukt.Hippocampus,hipəkampəs, zeepaardje;Hippocras,hipəkras, hipokras;Hippocrates,hipokrətîz;Hippocratic,hipəkratik, Hippocratisch:Hippocratic face= gelaat van een stervende even vóór de dood intreedt.Hippocrene,hipəkrîn,hipəkrînî, Hengstebron;Hippodrome,hipədroum, circus, wedstrijd met vooraf afgesproken resultaat (Amer.);Hippogriff,hipəgrif, gevleugeld paard;Hippolyta,hipolitə, Hippolyta;Hippopathology,hipəpətholədži, leer der paardenziekten;Hippophagist,hipofədžist, eter van paardenvleesch;The man’s hippopotamicmanner= ’s mans lompe, onbehouwen manier;Hippopotamus,hipəpotəmɐs, nijlpaard, rivierpaard.Hircania,hɐ̂keiniə.Hircine,hɐ̂s(a)in, sterk riekend, als v. een geit, bok, bokachtig: hircine.Hire,haiə, subst. huur, loon, belooning, steekpenning;Hireverb. huren van iemand, in dienst nemen voor loon, omkoopen, verhuren:Tohire oneself to, out= zich verhuren aan, verhuren;Hireless= gratis;Hireling, subst. huurling; ook adj.;Hirer= huurder; verhuurder (=Hirer out).Hirsute,hɐ̂siût,hɐ̂siût, behaard, borstelig, haar - -.His,hiz, pron. poss. zijn, de of het zijne:He hascome by his own= heeft gekregen wat het zijne was;He hascome into his own= heeft zijn erfdeel gekregen.Hish,hiš, aanhitsen; ook interj.Hisk,hisk, moeielijk ademhalen.Hispanicism,hispanisizm, Spaansch idioom;The Hispano-Portuguese frontier= Spaansch-Portugeesche.Hispid,hispid, borstelig.Hiss,his, subst. sisklank, gesis, gejouw;Hissverb. sissen, fluiten (van een pijl), uitfluiten.Hist,hist, aanhitsen; interj. St.!Histology,histolədži, leer der weefsels.Historian,histôriən, geschiedschrijver;Historic(al),historik(’l),geschiedkundig:Historical cavalcade= (pageant) = historische optocht;Historic-painting,Historic-picture= geschiedkundig schilderstuk;Historic(al)-sense= historisch inzicht;Historicalness,historik’lnəs, geschiedkundige waarde of waarheid;Historiette,histôriet, verhaal, kleine geschiedenis;Historiographer,histôriogrəfə, geschiedschrijver;Historiography,histôriogrəfi, geschiedschrijving;History,histəri, geschiedenis, verhaal:Ancient (Modern, Natural, Sacred) history;History-piece= historische schilderij.Histrionic(al),histrionik(’l), tooneelspel …, tooneelspeler …:Ourhistrionic tasteis gone= onze zin voor de tooneelspeelkunst;Histrionics,histrioniks, tooneelkunst;Histrionism= de tooneelspelers, het spelen.Hit,hit, subst. slag, stoot, steek onder water, aanraking, kans, gelukkige zet, treffer, succes;Hitverb. raken, treffen, slaan, gissen, raden, passen, gelukken, aantreffen, bedenken, ontdekken:The book isa decided hit= heeft veel succes;The singer wasa great hitin London= maakte grooten opgang;Hemade an immense hitwith his song= had kolossaal succes;You must do it,hit or miss (hitty missy)= op goed geluk af (eig. luk of raak);Tohititoffwith= opschieten met:I alwayshit it offwith dogs and children;You havehit it off= ge hebt het juist getroffen, geraden;Hehit offmy likeness very happily= hij heeft mij goed getroffen;Hehit it out= hij heeft het er goed afgebracht;Hehit out atme= deed een slag naar mij;Her visit to America was a triumph;shehit upall her hearers= zij pakte al hare hoorders in;I could nothit uponthe right expression= kon niet vinden;These wordshit the audience in their weakest place= tastten in hun zwak;Ihit it in his teeth= wreef het hem onder den neus;You[253]havehit the mark= het bij ’t rechte eind;You hit it very punctually= hebt het precies getroffen;Hitting-shot= raakschot.Hitch,hitš, subst. ruk, kink, steek, beletsel, hapering, tijdelijke hulp in nood;Hitchverb. vastmaken, aanhaken, met een ruk of sprong zich voortbewegen, optrekken, prettig samenwerken, aanslaan (van paarden), wegnemen:The hitch was due toyour carelessness= door uwe zorgeloosheid ontstond het beletsel;Some hitch had occurred= er was een kink in den kabel gekomen;Therethe hitch lies= daar zit de knoop;Upon the least hitchI will have you write your lesson= als ge even hapert;The extinguisher washitched tothe candlestick= het dompertje was aan den kandelaar gehaakt;Take care, lesthe hitches you intoa story= dat hij je niet in een verhaal ten tooneele voert;Hehitched onthe battery= haakte aan.Hither,hidhə, hierheen, aan deze zijde:Hither and thither= heen en weer;Hithermost= nabij, het meest naar deze zijde;Hitherto= tot hiertoe;Hitherward= herwaarts.Hive,haiv, bijenkorf, zwerm bijen, dicht bevolkte buurt; bijenkorfvormige hoed;Hiveverb. in een korf doen of verzamelen, opzamelen, bevatten, samenwonen:I will no longerhive with them= met hen onder één dak zijn;Hive-bee= korfbij;Hiver= ijmker.Hives,haivz, keelontsteking; netelroos.Hizzing,hiziŋ, gesis.Ho(a),hou, he! ho!Hoaky: By the Hoaky= alleduivels!Hoar,hö, adj. wit, grijs, beschimmeld;Hoarverb. wit of grijs maken, beschimmelen:Hoar-frost= rijp;Hoar-stone= grenssteen; Hoariness, subst. v.Hoary= grijs, grauw, met grijze haartjes bedekt;Hoar-headed= met grijzen kop.Hoard,höd, subst. voorraad, hoeveelheid; hoop, geheime schat of voorraad;Hoardverb. vergaren, opzamelen, opleggen:He hoarded all savings= zamelde op;Hoarder.Hoarding,hödiŋ, schutting om een in aanbouw zijnd gebouw.Hoarse,hös, schor, heesch, krassend:I am ashoarse as a crow; subst.Hoarseness.Hoax,houks, subst. grap, fopperij, aardigheid, “canard”;Hoaxverb. eene grap hebben, foppen:Toplay a hoax upon a person= een poets bakken;Hoaxer.Hob,hob, subst. vooruitspringend plaatje aan een haard om iets warm te houden; naaf; houten pin, kinderspel waarbij naar een op eenhobgeplaatst geldstukje wordt gegooid:Toplay hob with= een speldje steken voor (fig.).Hob-and-nob,hobən(d)nob, drinken, een lijntje trekken met, vertrouwelijk praten, omgaan met.Hobbes,hobz, Hobbes;Hobbism,hobizm, wijsgeerig stelsel vanTh. Hobbes(1588–1679);Hobbist.Hobble,hob’l, subst. hinken, strompelen; verlegenheid, moeielijkheid;Hobbleverb. strompelen, kluisteren van paarden, knoeien, prutsen:I’ve got into a nice hobble= ik zit leelijk in de klem;Hobble-skirt= strompelrok;Hobbler= hinkepoot; knoeier, onbevoegd loods, losse arbeider, een man, die een schuit trekt.Hobbledehoy,hob’ldəhôi, jong mensch, te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken;Hobbledehoyish= slungelig.Hobbly,hobli, hobbelig, oneffen, vol gaten (van een weg).Hobby,hobi, boomvalk; stokpaardje; domkop, lummel; telganger:Every man rides his hobby;Hobby-horse= stokpaardje (eig.enfig.), uilskuiken.Hobgoblin,hobgoblin,hobgoblin, kabouter.Hobnail,hobneil, hoefnagel, groote schoenspijker, pummel;Hobnailverb. met spijkers beslaan.Hobnob,hobnob, op goed geluk, luk of raak;Hobnobverb. ZieHob-and-nob.Hobson’s choice,hobs’nztšôis, geene keus, gedwongen keus.Hock,hok, knieboogspier (bij menschen); hakpees (bij paarden, etc.); Hochheimer, rijnwijn;Hockverb. een dier de knieboogspier doorsnijden;Hock-day= een feestdag bij ’t betalen der pacht;Hock Monday,Hock Tuesday= 2de Maandag en Dinsdag na Paschen;Hock-tide= de voorgaande feestdagen.Hockey,hoki, soort v. kolfspel.Hockle,hok’l, verb. ZieHock.Hocus,houkəs, drank met slaapkruid erin;Hocusverb. bedriegen, iets bedwelmends door den drank mengen;Hocus-pocus= hocus-pocus; ook adj.;Hocus-pocusverb. bedriegen.Hod,hod, kalk- of steenenbak;Hod-carrier= opperman =Hod-man, ookfig.= handlanger.Hodden,hod’n, boersch; ook =Hodden-gray (grey)= stof van ongeverfde wol.Hodge,hodž, boer, boerenarbeider;Hodge-podge= hutspot, allegaartje;Hodge-pudding= allegaarspudding.Hodiernal,houdiɐ̂n’l, huidig, van dezen dag.Hodometer,hədomətə, afstandsmeter (aan de as van een rijtuig, etc.).Hoe,hou, subst. schoffel;Hoeverb. schoffelen:Tohoe one’s ownrow= voor eigen stoep vegen (fig.);Hoe-cake= grove maïskoek.Hog,hog, subst. varken, gesneden beer, schaap tusschen 6 maanden en het eerste scheren, stier van een jaar; zwijn, vuilik; hog of schrobber, shilling;Hogverb. kort afknippen, schrobben (technisch “hoggen” genoemd), doorbuigen van een schip, met gebogen hoofd gaan (v. paarden);Togo the whole hog= voor niets terugdeinzen, iets consequent doorzetten,Bzeggen als menAheeft gezegd;Hog-colt= éénjarig veulen;Hog-cote= varkenskot;Hog-herd= zwijnenhoeder;Hog-mane= kortgesneden opstaande manen;Hogpen= varkenskot;Hog’s-back= lage heuvelrug;Hog’s-lard= varkensreuzel;Hog-shearing= koude drukte;Hog-steer= wild zwijn in ’t derde (schaap in ’t tweede) jaar;Hog-sty= varkenskot;Hog-wash= varkensdraf;Hoggery= varkenskot;Hoggish,hogiš, zwijnachtig,[254]vuil, dom, gulzig, zelfzuchtig; subst.Hoggishness.Hogarth,hougâth.Hoggerel,hogər’l, schaap in het tweede jaar.Hogger-pump,hogəpɐmp, pomp in eene kolenmijn.Hoggers,hogəz, kousen zonder voeten (door mijnwerkers gedragen).Hogget,hogət, zwijn, veulen of schaap in ’t tweede jaar.Hogmanay,hogmənei,hogmənei, Oudejaarsdag; onthaal of geschenk op dien dag in Schotland.Hogshead,hogzhed, okshoofd, groot vat (= 52 gallonsTinto wijn; 30 gallonsHock; 48 gallonsaleenbeer).Hoiden,hôid’n, subst. wilde meid, driedekker; adj. ruw, brutaal;Hoidenverb. stoeien, uitgelaten zijn; adj.Hoidenish.Hoist,hôist, subst. elevator, kraan; hoogte van vlag of zeil;Hoistverb. (op)hijschen:He washoist(ed) with his own petard= de mijn is verkeerd voor hem gesprongen.Hoity-toity,hôititôiti, drommels! tut, tut! adj. opgewonden, druk, uitgelaten, stormachtig; subst. warboel; opgeblazenheid.Hokey-pokey,houkipouki=Hocus-pocus; ook goedkoop ijs (op straat verkocht).Holborn,houbən,Holbrook,houlbruk;Holcroft,holkroft.Hold,hould, subst. houvast, greep, steun, invloed, macht, gevangenschap, gevangenis, schuilplaats, ruim van een schip;Holdverb. houden, vasthouden, er voor houden, ophouden, behouden, inhouden, aanhouden, bevatten, bewaren, behoeden, beslissen, bezitten, bekleeden, verkrijgen, verdedigen, deelnemen, vieren, voeren (van taal), wedden, standhouden, enz.:I cannotget hold ofhim= hem te pakken krijgen;Nothinghas any hold onhim= heeft vat op hem;Tokeep firm hold of= stevig vasthouden;Do not let go your hold= laat niet los;That great shocklooses his hold onlife= brengt hem den dood nader (eig. doet hem zijn houvast aan ’t leven verliezen);Toquit one’s hold= loslaten;Hetook (laid) hold ofmy arm= hij greep (pakte, hield) mijn arm vast;The frost will not hold= zal niet aanhouden;That rule always holds (good)= gaat altijd door;Hold fastby my girdle= houd je vast;Hold hard= houd je goed vast, wacht even, kalm aan, schei uit, stop;Held in reserve= gereserveerd;Sheheld herself properly= kwam netjes voor den dag;I willhold a brief foryou= de zaak voor u bepleiten;Weheld the fortress againstthe enemy= verdedigden (met succes) de vesting;He can hardlyhold his own= zich nauwelijks bedruipen;Tohold one’s own againstany odds= zich goed (staande, stand) houden tegen;Hold your peace= houd je mond;The ministryholds its powerat the hands of the people= heeft, ontvangt zijn macht uit de handen van het volk;Heheld our proxy= was onze procuratiehouder;Wehold our title of (from)the royal favour= ontleenen onzen titel, ons recht;Hold your tongue= zwijg;I willhold that wager= durf die weddenschap aan;Such an excuse would neverhold water= opgaan, geaccepteerd worden;Heheld woolfor her= hield een streng wol voor haar op; onderwierp zich aan hare nukken;You can’thold backtime= tegenhouden;Tohold backletters= achterhouden;Hold hard= stop!Heheld forthhis hand= stak zijne hand uit, bood zijne hand aan;We have beenholding forth onall kinds of subjects= hebben het gehad over, er over uitgeweid;Heheld offhis enemies= hield op een afstand;Heheld on his (headlong) course= zette zijn (onstuimigen) loop voort, ging door op;Hold on a bit= wacht eventjes;Heheld (on) bythe railings= hield zich vast aan;Theyheld on downwards= gingen verder naar beneden;Hold on roundmy waist= houd je vast om mijn middel;Heheld on pluckily= hield zich kranig;Tohold out= toesteken, vóórspiegelen, etc.:Hewas holding outto a knot of men= stond te oreeren;Heheld outthose favours to me= bood mij aan;I canhold outno longer= kan het niet langer uithouden;Many advertisements must beheld overtill our next issue= wij moeten laten liggen;You must nothold him tothat opinion= niet als zijne eind-opinie beschouwen;Iheld him tohis promise= hield hem aan;Behave well andhold (stick) to the right= en houd u aan ’t goede;Heheld faithfully tohis party= bleef standvastig trouw aan;Hold up your head,and look like a man= wees flink;Tohold up one’s head with= niet onderdoen voor;The same speed washeld up to the last= werd volgehouden;He washeld up for (to)execration, ridicule= werd prijsgegeven aan;Tohold up as an example= tot voorbeeld stellen;Heheld me up,until we were both picked out= hield mij boven water;Tohold up a train= aanhouden (door roovers);We were inthe held-up train;Hold up man!= houd je goed, courage!Why don’t youhold up your end of the line (rope)= waarom neemt gij niet deel aan het gesprek (Amer.)?Heholds withthe royalists= houdt het met;Hold-all= soort reiszak, nécessaire;Holdback= verhindering, beletsel;Holder= houder, bezitter, huurder, aandeelhouder, bak;Holder-forth= schreeuwerig redenaar;Holdfast=houldfâst, steun, houvast;Holding= houvast, bezit, gehuurde boerderij.Hole,houl, subst. gat, hol, opening, kuil, hok (van eene woning), moeilijkheid;Holeverb. een gat maken, stoppen, in een gat kruipen:My shoes arein holes= stuk;To bein a hole= in de klem zitten;Tomake a hole in the water= zich verdrinken;We are not goingto pick holes in each other’s coats= elkaar geen kwaad doen, niet op elkaar vitten;I triedto pick holes in his story= trachtte fouten te vinden in, aanmerkingen te maken op;Iput my foot into a big hole= ben er leelijk ingeloopen, heb me leelijk verpraat;The[255]diplomatic holes and cornersof our day= de diplomatieke geheimen (wat er achter de schermen gebeurt);The proceedings of the club arehole-and-corner= zijn geheim (stiekum);Ahole-and-cornerengagement= stiekum.Holibut,holibɐt(ZieHalibut).Holiday,holidei, subst. heiligedag, vacantiedag, vrije dag, feestdag; ook adj. feest —, Zondags —, onecht —:Theirholiday best= Zondagsche pak;Holiday Hall= plaats waar men zich niet behoeft te geneeren (om te rooken, bijv.);Tohave a holiday= vrij hebben;She wason holiday= met vacantie, had vrijaf;Holidays= vacantie;Holiday-maker= plezierreiziger;Holiday task= vacantiewerk.Holiness,houlinəs, heiligheid:His Holiness= Zijne Heiligheid, titel voor den Paus.Holinshed,holinzhed,holinšed.Holla,holə, subst. luide roep;Hollaverb. luide roepen, toeroepen; interj. helà, hei!Holland,hol’nd, Holland, ongebleekt linnen:Brown Holland= weinig gebleekt linnen;Holland gin=Hollands= Schiedammer;British Hollands= in Engeland gestookte jenever;Hollander.Hollow,holou, subst. holte, ledige ruimte, hol, groef, voor, dal; adj. hol, niet massief, uitgehold, concaaf, laag, diep, geveinsd, onoprecht, volkomen;Hollowverb. uithollen; ook roepen:Shebeat all her sisters hollow= won het royaal van, overtrof verre;Hollow-eyed= met holle oogen;Hollow-hearted= onoprecht, valsch;Hollow-square= carré (mil.);Hollow-ware= (metalen) keukengereedschap;Hollowness= holheid, leegheid, valschheid.Holly,holi, hulst; steeneik;Holly-fern= stekelige schildvaren;Holly-hock= stokroos;Holly-rose= cistroos.Holm,houm, riviereilandje, vlak en vruchtbaar land langs den rivieroever, hulst;Holm-oak= steeneik.Holmes,houmz.Holocaust,holəkôst, brandoffer bij de Joden, algemeene slachting.Holograph,holəgraf, eigenhandig geschreven document, adj. eigenhandig geschreven; adj.Holographic(al).Holothurian,holəthiûriən, zeekomkommer.Holster,houlstə, holster;Holstered.Holt,hoult, hout, boschje, aanleg, gat, schuilplaats (voor dieren).Holus-Bolus,houləs-bouləs, halsoverkop.Holy,houli, heilig, rein, goddelijk, gewijd:Holy of Holies= het Heilige der Heiligen;The Holy One= Jehova;Holy day= Heiligedag;Holy Ghost (Holy Spirit)= Heilige Geest;Holy Office= de Inquisitie;In Holy orders= inDeacon’sof inPriest’s(=full)orders=OrdainedalsDeaconofOrdained,admittedeninstitutedalsPriestdoor denBishop;Holy Rood= kruis, kruishout, crucifix (in kerken vooral);Holy Saturday= Zaterdag vóór Paschen;Holy-stone= schuursteen; ook verb.;Holy Thursday= Hemelvaartsdag;Holy Tide (Week)= week voor Paschen;Holy water= wijwater;Holy wells= miraculeuze bronnen;Holy Writ= de H. Schrift.Holyhead,holihed;Holyrood,holirûd.Holywell,holiwel:Holywell Street Literature= pornographische literatuur.Homage,homidž, subst. hulde, eerbied;Homageverb. huldigen =To do (render) homage;Homager= vasal, leenman.Home,houm, subst. tehuis, huis, geboorteplaats, vaderland, woning, verblijf, liefdadige instelling;Homeverb. naar huis gaan, wonen, zich vestigen; adj. huis - -, binnenlandsch; adv. naar huis, ten volle, toepasselijk, raak, krachtig:Home is home, be it never so homely=Be in East and West, home is best= oost, west, thuis best;Hebanged the door home= sloeg hard dicht;Tobring home (carry home, come home, leave home, return home);Tobring home to= bewijzen, duidelijk maken;All our deedscome homeat last= worden op den duur op onszelf verhaald;That truthcame home to me= drong tot me door, werd me bewust;Togo home= naar huis gaan, het doel treffen;Topay home= betaald zetten;He is perfectlyat home withwhat passed= volkomen op de hoogte van;Make yourself at home= doe alsof je thuis was;Mrs. N is at home on Monday= Mevrouw N. ontvangt Maandags;Is he at home?Nohe will be home to dinner;Charity begins at home= het hemd is nader dan de rok;Home-baked= eigengebakken;Home-bound=Homeward-bound= op de thuisreis;Home-bred= inlandsch (van fokvee); natuurlijk, onbeschaafd;Home-circle= familiekring;Home-circuit= rechtsgebied van deJudges of Assize, dat Londen tot centrum heeft;Home-counties= decountiesbevattend en Londen omringend;Home-department (Home-office)= Ministerie van Binnenl. Zaken;Home-farm= boerderij verbonden met het verblijf van den eigenaar,Home-fed bacon= inlandsch spek;Home-felt= innig, innerlijk, geheim;Home-freight= retourvracht;Home-keeping= thuisblijvend, huiselijk;Home-made= eigengemaakt, van inlandsch fabrikaat;Home-return= repatrieering;Home-rule= plaatselijk zelfbestuur (vooral met het oog op Ierland);To beHome-sick= heimwee hebben;Home-sickness= heimwee;Home-speaking= eenvoudige, oprechte taal;Home-spun= subst. en adj. eigengesponnen (stof), van eigen fabrikaat, eenvoudig; een bepaalde stof;Home-stall,Home-stead= erf, huismansplaats;Home-thrust= gevoelige waarheid, raak antwoord, stoot die raak is;Home-trade= binnenlandsche handel;Homeless= dakloos; subst.Homelessness;Homelike= gemoedelijk, gezellig;Homeliness= eenvoudigheid;Homely= eenvoudig, dood gewoon, ook ordinair (van het gelaat), voor huiselijk gebruik bestemd;Homeward=Homeward-bound= op weg naar huis, op de thuisreis.Homer,houmə, Homerus;Homeric,həmerik, Homerisch.Homicidal,homisaid’l,homisaid’l, moorddadig, bloedig;Homicide= moord, moordenaar.Homiletic(al),homiletik(’l), homiletisch;Homiletics= homiletiek;Homilist= homileet;[256]Homily= kerkelijke tekstverklaring, kanselrede.Homing,houmiŋ:Homing instinct= om het huis weer te vinden.Hominy,homini, grof gemalen maïs.Hommock,homək. ZieHummock.Homoeopath,ho(u)miəpath, homoeopaat; Homoeopathic(ally) = homoeopathisch;Homoeopathist= homoeopaat;Homoeopathy= homoeopathie.Homogeneous,houmədžîniəs, homogeen; subst.Homogeneousness.Homologate,homoləgeit, bekrachtigen, goedkeuren; subst.Homologation.Homologous,homoləgɐs, homoloog;Homology= homologie.Homonym,ho(u)mənim, homoniem; adj.Homonymous,həmonimɐs;Homonymy,homonimi, gelijkluidendheid, dubbelzinnigheid;Homophone,ho(u)məfoun, letter of woord van denzelfden klank.Homunculus,həmɐŋkjuləs, dwerg; langs chem. weg geschapen mensch (v. Paracelsus).Honduras,hondjuras,hondjûras(mahoniehout uit) Honduras.Hone,houn, subst. slijpsteen, oliesteen;Honeverb. slijpen, aanzetten.Honest,onəst, eerlijk, braaf, oprecht, kuisch, deugdzaam:Honest Indian? (Injun)= op je woord?Honesty= braafheid, eerlijkheid:Honesty is the best policy= eerlijk duurt het langst;In honesty of heart= in alle oprechtheid.Honey,hɐni, subst. honig, zoetheid, liefje, snoesje; adj. honigachtig, zoet;Honeyverb. met honig bedekken, zoet maken of worden;Honey-badger= honigdas;Honey-bag= honigzakje (der bijen);Honey-bear= honigbeer;Honey-bee= honigbij;Honeycomb= honigraat, honigcel:The nation ishoneycombed withsecret societies= doortrokken van geheime genootschappen;Nature ishoneycombed withpain and strife= is vol van pijn en strijd;Honey-dew= honigdauw; soort van tabak met stroop bevochtigd en in koekjes geperst;Honey-flower= honigbloem;Honey-guide= honigkoekoek (Zuid-Afr.);Honey-harvest= honigoogst;Honeymoon, subst. wittebroodsweken;Honeymoonverb. in de wittebroodsweken zijn, deze doorbrengen;Honey-mouthed= vleierig;Honey-stalk= honigklaver;Honey-tongued= vleierig;Honey-suckle= kamperfoelie;Honey-wort= wasbloem, kruisbladig walstroo;Honeyed(fig.) = zacht, zoet, vriendelijk, vleiend.Honied,hɐnid=Honeyed.Honorarium,onourêriəm, salaris, belooning.Honorary,onərəri, eervol, eere …:Honorary President= Eere-Voorzitter;Honorary monument= gedenkteeken voor iemand, die ergens anders begraven is;That is a purely honorific distinction= louter een eeretitel.Honour,onə, subst. eer, eergevoel, aanzien, rechtschapenheid, kuischheid, hoogachting, waardigheid, titel (=edelachtbare), eerewoord, een der vier hoogste troeven;Honourverb. eeren, eer bewijzen, vereeren, honoreeren (van een wissel); Meerv.Honours= eerbewijzen, hoogste graad:Examinations in honours= “cum laude” examens;Honours of war= krijgseer;Honour bright= op mijn (je) woord van eer;Affair (Debt, Guard, Point, Word)ofhonour;You arein honour boundto do it= aan uwe eer verplicht;Todo the honours= de “honneurs” waarnemen;Thatdoes you honour= dat strekt u tot eer;Tomeet with due honour= behoorlijk honoreeren;I pledge it on my honour,I pledge my honour for it= beloof het op mijn woord van eer;Honourer.Honourable,onərəb’l, eervol, aanzienlijk, voornaam, edel, achtbaar, titel (aan de jongere zoons van ‘earls’, aan al de zoons en dochters van ‘viscounts’ en ‘barons’, aan opperrechters in Engeland en Ierland en aan de hofdames toegekend; Zie ookRight-Honourable); subst.Honourableness.Hood,hud, subst. kap, capuchon, kapvormige plooi van eene universiteitstoga, kap (van een rijtuig); peperhuisje, kap (van een schoorsteen) enz.;Hoodverb. van een kap voorzien, bedekken, omhullen:The hoodand leathern apronof the carriage= kap;All hoods make not monks= ’t zijn allen geen koks, die lange messen dragen;Hood-cap= soort kaproen; soort zeehond;Hoodman= blindeman (in het spel);Hoodman-blind= blindemannetje;Hood-moulding= lijst boven deur of venster;Hoodwink= blinddoeken, verschalken; ook subst.Hoof,hûf, hoef, klauw, poot, stuk vee;Hoofverb. loopen:Tobeat (pad) the hoof= te voet (op Apostelpaarden) gaan;Hoof-bound= volhoevig, kreupel.Hook,huk, subst. haak, vischhaak, sikkel, kram, duim (van eene deur), vooruitspringende landtong; voordeel, meevallertje;Hookverb. met een hoek vangen, aanhaken, tot een haak buigen, van haken voorzien, vasthaken, stelen:By hook or by crook(ZieCrook);Off the hooks= in wanorde, ontstemd, ziek, dood:Todrop (go) off the hooks= het hoekje om (= dood) gaan;I wished himoff the hooks= wou, dat hij dood was;You must do iton your own hook= op eigen gelegenheid, verantwoording;Shekept him on the hooks= zij hield hem aan het lijntje,Topop off the hooks= doodgaan;Totake one’s hook= uitsnijden;They hooked it= zij zijn er van door;She hooks-and-eyes her gown= maakt vast met haken en oogen;Hook-nose(d)= (met een) haviksneus;Hook-pin= haakbout;Hooked= krom, haakvormig; subst.Hookedness; adj.Hooky.Hookah,hûkə, Oostersche pijp, waarbij de rook door water gaat.Hooker,hukə, hoeker (visschersvaartuig), zakkenroller.Hookey Walker,huki wôkə, onzin, maak dat de kat wijs!Hooligans,hûlig’nz, straatschenders, gespuis;Hooliganism= straatschenderij, woeste, liederlijke jool.Hoop,hûp, subst. hoepel, crinoline, beugel, riem,Hoopverb. met hoepels, enz. beslaan, omringen (Zie ookWhoop);Hoop-iron= bandijzer;Hoop-petticoat,Hoop-skirt= hoepelrok;Hooper= kuiper.[257]Hooping,hûpiŋ:Hooping-cough= kinkhoest.Hoosier,hûžə, bewoner vanHoosier state= Indiana;Hoosier cake= soort peperkoek (Amer.).Hoot,hût, subst. gejouw;Hootverb. uitjouwen, schreeuwen (van een uil);Hooter= autohoorn.Hoove,hûv, koliek bij vee.Hop,hop, subst. hop; sprong; thé dansant:Hop-o’-my-thumb= klein duimpje;Hopverb. hinken, huppelen, springen, dansen, hop oogsten, met hop brouwen:He escorted herat party or hop= naar partijen en bals;He has had many girlson the hop= het hoofd op hol gemaakt;Tocatch (take) on the (ground) hop= een bal vangen als hij opspringt; iemand onverhoeds overvallen, snappen;He is ahop out of kin= hij slaat geheel uit den aard;I canhop that loton one foot= dat eind wel hinkende afleggen;Tohop the twig= uitsnijden; het hoekje omgaan; op houten beenen loopen;Hopped over the twig= over den puthaak getrouwd;Hop-back= hopzeef;Hop-bind,Hop-bine= hopstengel;Hop-joint= opiumkit;Hop-picker= hopoogster;Hop-pole= hopstaak;Hopscotch= hinkspel; soort balletjes;Hop-vine= hopstengel;Hop-yard= hopveld;Hopper= danser, springer, etc. kaasmijt, sprinkhaan, trechter, zaaikorf, hopoogster; modderschuit =Hopper barge.Hope,houp, subst. hoop, vertrouwen, verwachting, wensch;Hopeverb. hopen, verwachten; vertrouwen:Young hopeful= veelbelovend jongmensch (ironisch);Hopefulness;Hopeless= hopeloos; subst.Hopelessness.Hopple,hop’l=Hobble= kluisteren;Hopples= kluisters voor vee in de weide.Horace,horis.Horal,hôr’l,Horary,hôrəri, wat een uur duurt of betreft.Horatian,həreiš’n, Horatiaansch;Horatio,həreišiou.Horde,höd, subst. horde, bende, troep;Hordeverb. in horden of benden leven of zich vereenigen.Horehound,höhaund, witte malrove.Horizon,həraiz’n, horizon, gezichtskring:Apparent, Sensible horizon= schijnbare horizon;Rational, Real, True horizon= werkelijke horizon;The plain of literature that is horizoned by 1801= het veld der literatuur tot 1801;Horizontal= horizontaal, waterpas; subst.Horizontalness;Horizontality.Horn,hön, hoorn, horen, drinkhoorn, voelhoren, de niet-volle maan (bij ’t wassen of afnemen), vleugel (van een leger), zijtak (van eene rivier), punt (van een aambeeld); borrel (Amer.);Hornverb. van horens voorzien; (fig.) horens doen dragen:A pairof horn spectacles;Horn of Plenty= horen des overvloeds;Tocome out at the little end of the horn= ergens slecht (kaal) af komen;He hasdrawn, hauled, pulled in his horns= hij is in zijne schulp gekropen;Toput to the horn= vogelvrij verklaren (Schotl.);I’ll eithermake a spoon or spoil a horn= ik waag het, erop of eronder;Toshow one’s horns= de tanden laten zien, flink optreden;Take a horn= neem een borrel (Amer.);Towear the horns= hoorndrager zijn;Horn-beak= gewone geep;Hornbeam= hagebeuk;Horn-bill= neushoornvogel;Horn-blower= hoornblazer;Horn-book= oud abéboek bestaande uit een blad papier, waarop het alphabet, de getallen van 0–9, het Onze Vader, beschermd door een doorzichtige plaat van hoorn en bevestigd op een houten raam met handvat;Horn-distemper= hoornziekte (van vee);Horn-eel= smelt;Horn-finch= stormvogeltje;Horn-fish= zeenaald;Horn-pipe= oud blaasinstrument; horlepijp;Horn-work= hoornwerk (vestingbouw);Horned= van horens voorzien;Horned horse(ZieGnu);Horning= het wassen of afnemen van de maan; door het blazen op een trompet ingeleide openbare afkondiging (Schotl.); ketelmuziek (Amer.);Horny= hard, hoornig:Horny coat of the eye= hoornvlies;Horny hands= vereelte.Hornet,hönət, horzel; kwelgeest:Tobring a nest of hornets about one’s ears= zijn hoofd in een wespennest steken.Horologe,horəlo(u)dž, uurwerk;Horologer= uurwerkmaker;Horology= uurwerkmakerskunst, tijdmetingskunst.Horoscope,horəskoup, horoscoop;I havecast her horoscope= haar horoscoop getrokken; adj.Horoscopic;Horoscopy,həroskəpi, kunst om de toekomst te voorspellen.Horrent,hor’nt, borstelig, rechtopstaand, afschuwelijk.Horrible,horib’l, verschrikkelijk, ijselijk, akelig; subst.Horribleness.Horrid,horid, akelig, afschuwelijk; ruw, stekelig, overeindstaand; treurig; subst.Horridness.Horrific,horific, afschuwwekkend;Horrify,horifai, met afschuw vervullen, doen sidderen.Horripilation,horipileiš’n, een gevoel alsof het hoofdhaar te berge rijst.Horror,horə, afgrijzen, afschuw, huivering:The horrors= delirium tremens; zwaarmoedigheid:Togive the horrors= afschuw inboezemen;Tohave the horrors= zwaarmoedig, katterig zijn, aan delirium tremens lijden;Horror-stricken,Horror-struck= door afgrijzen verpletterd.Horse,hös, paard (ookzeeterm), hengst, cavalerie, steunbok, droogrek, werk dat vóór het uitgevoerd is betaald wordt(= Dead horse), ezelsbrug;Horseverb. een paard bestijgen, van een paard voorzien, schrijlings plaatsen, dekken, opstijgen; adj. groot, grof:The near horse= bij-de-handsche paard;Off horse= van-de-handsche;Dark horse= nog onbekend renpaard; nieuweling, onbekend candidaat;Master of the Horse= opperstalmeester;Thosewho cannot flay the horse, flay the saddle= wie het meerdere niet kan doen, doe het mindere;Toflog the dead horse= aan een dood paard trekken (fig.);Toget on(Tomount,toride)the high horse= een hoogen toon aanslaan;Tolook a gift horse at (in) the[258]mouth= een gegeven paard in den bek zien;Yourode a dark horse then= (eig.) gij reedt toen op een onbekend paard, (fig.) gij hieldt u maar dom, voerdet wat in uw schild;Toride a free horse to death= een paard den rug stuk rijden, iemand exploiteeren;Hesits a horse very well= hij rijdt goed;Totake horse= te paard stijgen;I willwin the horse or lose the saddle= ik waag het, erop of eronder;I have often been horsedin this school myself= ben zelf dikwijls op het “houten paard” geweest, afgeranseld geworden;Horse-artillery= rijdende artillerie;Tobe (ride) on horseback= te paard;Horse-bean= paardeboon, tuinboon;Horse-block= stellage om bij het op- en afstijgen behulpzaam te zijn;Horse-boat= pont door paarden getrokken, of om paarden over te zetten;Horse-box= wagon voor paarden; stalafdeeling;Horse-breaker= pikeur, iemand die paarden dresseert;Horse-car= tramwagen (Amer.);Horse-car-track= tramweg (Amer.);Horse-chanter= opkooper van oude paarden, om ze door knoeierij weer goed aan den man te brengen;Horse-chestnut= paardekastanje;Horse-cloth= paardedek;Horse-coper= paardenkooper;Horse-courser= koopman in renpaarden; eigenaar van renpaarden;Horse-cucumber= groote groene komkommer;Horse-dealer= paardenkooper;Horse-doctor= paardenarts;Horse-drench= paardendrank;Horse-emmet= roode mier;Horse-faced= met een lang, grof gezicht;Horse-faker= paardenkooper (ZieFake);Horse-flesh= paardevleesch; paarden:The age of horse-flesh= de diligencetijd;He knows little of horse-flesh= hij heeft geen verstand van paarden;Horse-fly= paardenvlieg;Horse-Guards= bereden lijfwacht; bureau van den bevelhebber in Whitehall, de militaire autoriteiten aan het ministerie van oorlog;Horse-hair= paardenhaar;Horse-hoe= groote egge;Horse-jockey= pikeur, paardenkoopman;Horse-keeper= stalknecht; verhuurder v. paard.;Horse-knacker= paardenvilder;Horse-laugh= luide en ruwe lach;Horse-latitudes= streek der windstilten;Horse-leech= paardenarts, bloedzuiger; vrek;Horse-litter= baar door paarden gedragen;Horse-load= paardenvracht;Horse-lock= paardenkluister;Horseman= ruiter;Horsemanship= rijkunst;Horsemarines:Tell that to the horsemarines= maak dat je grootje wijs;Horse-marten= groote hommel, torenzwaluw;Horse-meat= paardevoer;Horse-mill= rosmolen;Horse-milliner= paardetuig- en zadelmaker;Horse-play= ruwe grap, ruwe wijze van doen;Horse-pond= paardewed;Horse-power= paardekracht:Horse-race= wedren;Horse-radish= mierik, meerradijs, peperwortel;Horse-railroad= tramweg (Amer.);Horse-rake= paardehark, groote egge;Horse-rider= kunstrijder;Horseshoe= subst. en adj. hoefijzer(vormig);Horse-shoeing= beslaan van paarden;Horse-stinger= paardenbijter;Horse-tail= paardestaart; Turksche standaard;Horse-way(Amer.) = rijweg;Horse-whip, subst. paardezweep;Horsewhipverb. met de paardezweep slaan, afranselen;Horsewoman= paardrijdster, amazone;Horse-worm= paardenworm of de larve ervan;Hors(e)y,hösi, paardachtig, gek op paarden, jockeyachtig;Horsing= tuchtiging (met een roede) van een schooljongen, die daartoe op den rug van een anderen jongen hangt.Hortation,höteiš’n, vermaning;Hortative,hötətiv,Hortatory,hötətori, vermanend.Horticulture,hötikɐltšə, tuinbouw;Ahorticulturalshow= tuinbouwtentoonstelling;Horticulturist= tuinbouwkundige.Hosanna,həzanə.Hose,houz, kousen, sportkousen, nauwsluitende kniebroek, brandspuitslang, tuinslang (=Hose-pipe);Hoseverb. bespuiten:You havegot your legs into twisted hose there= dat hebt gij glad mis;Hose-man= spuitgast.Hosier,houžə, koopman in sajetten en wollen goederen;Hosiery= sajetten en wollen (gebreide) goederen, zaak in die goederen.Hosea,houzîə, Hosea.Hospice,hospis, hospitium, kloosterherberg.Hospitable,hospitəb’l, herbergzaam, gastvrij; subst.Hospitableness;Hospitage,hospitidž, gastvrijheid;Hospital,hospit’l, hospitaal, godshuis:Hospital-ship;Hospitality= gastvrijheid;Hospital(l)er= hospitaal-inspecteur; hospitaal-broeder, -zuster, -ridder.Host,houst, subst. gastheer, waard; leger, troep, menigte; hostie;Hostverb. zijn verblijf nemen, onthalen, herbergen:The Lord of Hosts= de Heer der Heerscharen;Hostess= gastvrouw.Hostage,houstidž, gijzelaar, borgtocht.Hostel,host’l, herberg, hospitium (voor studenten te Cambridge);Hostelry,host’lri, = herberg, hospitium.Hostile,host(a)il, vijandig, vijandelijk;Hostility,hostiliti, vijandigheid (Meerv.Hostilities= vijandelijkheden).Hostler,oslə, stalknecht.Hot,hot, heet, scherp, brandend, vurig, dol op (on):That horse ishot at hand= is vurig en hard in den bek;In hot haste= overijld, snel;We found ourselvesin hot water= we zaten er leelijk in;Hot water tin= waterstoof;X. is becoming too hot for him= hij kan het te X. niet meer uithouden;I’llmake it hot for him= ik zal hem mores leeren;Brandy hot= warme cognacgrog;Hot-bed= broeibak; broeinest;Hot-blast= stroom van heete lucht;Hot-blooded= vurig, driftig; hartstochtelijk;Hot-brained= oploopend, heethoofdig;Hot-cockles= spel, waarbij de geblinddoekte moet raden wie hem geslagen heeft;Hot-flue= droogkamer (katoenfabr.);Hot-foot= zoo snel mogelijk;Hot-head= driftkop, heethoofd;Hot-headed= heethoofdig, driftig; subst.Hot-headedness;Hot-house= broeikast, droogkamer;Hot-mouthed= hard in den bek, onhandelbaar;Hot-press= pers (voor het satineeren van papier of het decateeren van laken);Hot-spirited= vurig van geest, driftig;Hot-spur, subst. driftkop; vroege doperwt; adj. doldriftig;Hot-spurred= driftig,[259]onstuimig;Hot-tempered= opvliegend.Hotchpot(ch),hotšpot(š), mengelmoes, zootje, hutspot.Hotel,hətel, logement:Hotel-car= restauratiewagen (Amer.);Hotel-keeper= hotelier.Hotri,houtri, Brahmaansch priester.Hottentot,hot’ntot, Hottentot; de taal; ookfig.Houdah,hauda. ZieHowdah.Hough,hɐf.Hough,hok. ZieHock.Hougham,hɐfəm;Houghton,hout’n.Hound,haund, (jacht)hond;Houndverb. met honden jagen, aanzetten, ophitsen, wegjagen:Master of Fox-hounds= jagermeester, hoofd van deHunt(de jachtvereeniging in een bepaald district):Tofollow the hounds= jagen (op vossen);Herides well to hounds= hij is een goed vossenjager;Hound’s-tongue,= hondstong.Hounslow,haunzlou.Hour,auə, uur;Hours= uurgebeden, het boek dat ze bevat, de Horae;After hours= na den arbeid of werktijd;Hekeeps good (bad) hours= hij komt steeds op tijd (te laat) thuis;Tokeep early hours= vroeg opstaan en vroeg te bed gaan;The housesat far into the small hours= het Lagerhuis zat tot diep in den nacht;I promised him soin an evil hour= te kwader ure;What is the hour of day= hoe laat is het op den dag?Hour-angle= uurhoek;Hour-circle= uurcirkel;Hour-glass= zandlooper;Hour-hand= uurwijzer;Hour-line= uurlijn;Hour-plate= wijzerplaat;Hourly= (van) ieder uur.

Highty,haiti;Highty-flightiness= wuftheid; adj.Highty-flighty;Highty-tighty=Hoity-toity:Do not turn me off in thatHighty manner= zend mij niet weg op die hooghartige manier.Hilarious,h(a)ilêriəs, vroolijk, opgewekt;Hilarity,h(a)ilariti, vroolijkheid, opgewektheid.Hilary term,hiləritɐ̂m, vroegere zittingstijd (11 Jan.–31 Jan.) in de Eng. gerechtshoven; thansHilary Sittingsvan 11 Jan. tot den Woensdag vóór Paschen; cursus van 14 Jan. tot Zaterdag vóór Palmzondag aan de Univ. van Oxford.Hill,hil, heuvel;Hillverb. aanaarden;Up hill down dale= berg op berg af;As old as the hills= zoo oud als de weg naar Kralingen;Togo down the hill= achteruitgaan, minder worden;Hill-folk= bergbewoners;Hill-side= helling van een heuvel;Hill-top= heuveltop;Hill-wort,hilwɐ̂t, polei;Hilliness= heuvelachtigheid;Hillock= heuveltje, bergje;Hilly= heuvelachtig.Hilt,hilt, hecht, gevest:You can count upon meup to the hilt= volkomen;Up to the hiltin debt= tot over de ooren;Mortgagedup to the hilt= geheel;You haveproved it (up) to the hilt= gij hebt het zonneklaar bewezen.Him,him, pers. voornw., hem;Himself= hemzelf, zichzelf:He was not himselfyesterday= zichzelf niet, niet lekker;He wasby himself= alleen;Hekept himself to himselffor some time= hij zonderde zich af.Himalaya,himâljə,himəleijə,himəlaijə:[252]Himalaya Mountains=The Himalayas= het Himalayagebergte.Hind,haind, subst. hinde; boer, boerenarbeider, knecht.Hind,haind, achterste:Hind before= achterstevoren;With their heads turnedhind foremost= achterstevoren;Hind-leg= achterpoot;Hindmost= achterste;Hinder,haində, achterste, laatste =Hindermost= laatste.Hinder,hində, hinderen, verhinderen, beletten, moeielijkheden in den weg leggen:Hehinderedmefromcoming= belette mij;Hind(e)rance,hindr’ns, hindernis, nadeel =Hinderer, ook hij die verhindert.Hindi,hindî, Noord Ind. dialect; Indiër.Hindoo,Hindu,hindû,hindû, subst. en adj. Hindoe(sch);Hinduism,hindûizm, leer der Hindoes;Hindu Kush,hindukûš;Hindustan,hindustân;Hindustani,hindustânî, Hindostansch(dialect).Hinge,hinž, subst. hengsel, scharnier, spil;Hingeverb. van hengsels voorzien, draaien, steunen, afhangen:Things areoff the hinges= de boel is in de war;Everythinghinges onthat fact= om dat feit draait alles.Hink,hiŋk, sikkel.Hinny,hini, subst. muildier;Hinnyverb. hinniken.Hint,hint, subst. zinspeling, wenk;Hintverb. zinspelen, een wenk geven, aan de hand doen, toespelingen maken:Do nothint ata present= maak vooral geene toespeling op;The beauties of nature arenot only hinted, but brought home= niet slechts aangeduid, maar voelbaar gemaakt;Hetook the hint= begreep den wenk.Hip,hip, subst. heup; graatspar of hoekkeper van een tentdak; bottel van de hondsroos;Hips= zwaarmoedigheid;Tocatch on the hip= in de macht krijgen;Tohave on the hip= in de macht hebben, overwinnen;The government wasbeaten hip and thigh= bleef verschrikkelijk in de minderheid;Tosmite hip and thigh= den schenkel en de heup (Richt. XV, 8);Hip-bath= zitbad;Hip-gout= heupjicht;Hip-joint= heupgewricht;Hip-roof= tentdak;Hip-shot= ontheupt, lam;Hip-tree= hondsroos;Hipped= met ontwrichte heup; somber, gedrukt:You are hipped,you want more society= je bent zwaarmoedig (“hiep”);Hippish= somber, gedrukt.Hippocampus,hipəkampəs, zeepaardje;Hippocras,hipəkras, hipokras;Hippocrates,hipokrətîz;Hippocratic,hipəkratik, Hippocratisch:Hippocratic face= gelaat van een stervende even vóór de dood intreedt.Hippocrene,hipəkrîn,hipəkrînî, Hengstebron;Hippodrome,hipədroum, circus, wedstrijd met vooraf afgesproken resultaat (Amer.);Hippogriff,hipəgrif, gevleugeld paard;Hippolyta,hipolitə, Hippolyta;Hippopathology,hipəpətholədži, leer der paardenziekten;Hippophagist,hipofədžist, eter van paardenvleesch;The man’s hippopotamicmanner= ’s mans lompe, onbehouwen manier;Hippopotamus,hipəpotəmɐs, nijlpaard, rivierpaard.Hircania,hɐ̂keiniə.Hircine,hɐ̂s(a)in, sterk riekend, als v. een geit, bok, bokachtig: hircine.Hire,haiə, subst. huur, loon, belooning, steekpenning;Hireverb. huren van iemand, in dienst nemen voor loon, omkoopen, verhuren:Tohire oneself to, out= zich verhuren aan, verhuren;Hireless= gratis;Hireling, subst. huurling; ook adj.;Hirer= huurder; verhuurder (=Hirer out).Hirsute,hɐ̂siût,hɐ̂siût, behaard, borstelig, haar - -.His,hiz, pron. poss. zijn, de of het zijne:He hascome by his own= heeft gekregen wat het zijne was;He hascome into his own= heeft zijn erfdeel gekregen.Hish,hiš, aanhitsen; ook interj.Hisk,hisk, moeielijk ademhalen.Hispanicism,hispanisizm, Spaansch idioom;The Hispano-Portuguese frontier= Spaansch-Portugeesche.Hispid,hispid, borstelig.Hiss,his, subst. sisklank, gesis, gejouw;Hissverb. sissen, fluiten (van een pijl), uitfluiten.Hist,hist, aanhitsen; interj. St.!Histology,histolədži, leer der weefsels.Historian,histôriən, geschiedschrijver;Historic(al),historik(’l),geschiedkundig:Historical cavalcade= (pageant) = historische optocht;Historic-painting,Historic-picture= geschiedkundig schilderstuk;Historic(al)-sense= historisch inzicht;Historicalness,historik’lnəs, geschiedkundige waarde of waarheid;Historiette,histôriet, verhaal, kleine geschiedenis;Historiographer,histôriogrəfə, geschiedschrijver;Historiography,histôriogrəfi, geschiedschrijving;History,histəri, geschiedenis, verhaal:Ancient (Modern, Natural, Sacred) history;History-piece= historische schilderij.Histrionic(al),histrionik(’l), tooneelspel …, tooneelspeler …:Ourhistrionic tasteis gone= onze zin voor de tooneelspeelkunst;Histrionics,histrioniks, tooneelkunst;Histrionism= de tooneelspelers, het spelen.Hit,hit, subst. slag, stoot, steek onder water, aanraking, kans, gelukkige zet, treffer, succes;Hitverb. raken, treffen, slaan, gissen, raden, passen, gelukken, aantreffen, bedenken, ontdekken:The book isa decided hit= heeft veel succes;The singer wasa great hitin London= maakte grooten opgang;Hemade an immense hitwith his song= had kolossaal succes;You must do it,hit or miss (hitty missy)= op goed geluk af (eig. luk of raak);Tohititoffwith= opschieten met:I alwayshit it offwith dogs and children;You havehit it off= ge hebt het juist getroffen, geraden;Hehit offmy likeness very happily= hij heeft mij goed getroffen;Hehit it out= hij heeft het er goed afgebracht;Hehit out atme= deed een slag naar mij;Her visit to America was a triumph;shehit upall her hearers= zij pakte al hare hoorders in;I could nothit uponthe right expression= kon niet vinden;These wordshit the audience in their weakest place= tastten in hun zwak;Ihit it in his teeth= wreef het hem onder den neus;You[253]havehit the mark= het bij ’t rechte eind;You hit it very punctually= hebt het precies getroffen;Hitting-shot= raakschot.Hitch,hitš, subst. ruk, kink, steek, beletsel, hapering, tijdelijke hulp in nood;Hitchverb. vastmaken, aanhaken, met een ruk of sprong zich voortbewegen, optrekken, prettig samenwerken, aanslaan (van paarden), wegnemen:The hitch was due toyour carelessness= door uwe zorgeloosheid ontstond het beletsel;Some hitch had occurred= er was een kink in den kabel gekomen;Therethe hitch lies= daar zit de knoop;Upon the least hitchI will have you write your lesson= als ge even hapert;The extinguisher washitched tothe candlestick= het dompertje was aan den kandelaar gehaakt;Take care, lesthe hitches you intoa story= dat hij je niet in een verhaal ten tooneele voert;Hehitched onthe battery= haakte aan.Hither,hidhə, hierheen, aan deze zijde:Hither and thither= heen en weer;Hithermost= nabij, het meest naar deze zijde;Hitherto= tot hiertoe;Hitherward= herwaarts.Hive,haiv, bijenkorf, zwerm bijen, dicht bevolkte buurt; bijenkorfvormige hoed;Hiveverb. in een korf doen of verzamelen, opzamelen, bevatten, samenwonen:I will no longerhive with them= met hen onder één dak zijn;Hive-bee= korfbij;Hiver= ijmker.Hives,haivz, keelontsteking; netelroos.Hizzing,hiziŋ, gesis.Ho(a),hou, he! ho!Hoaky: By the Hoaky= alleduivels!Hoar,hö, adj. wit, grijs, beschimmeld;Hoarverb. wit of grijs maken, beschimmelen:Hoar-frost= rijp;Hoar-stone= grenssteen; Hoariness, subst. v.Hoary= grijs, grauw, met grijze haartjes bedekt;Hoar-headed= met grijzen kop.Hoard,höd, subst. voorraad, hoeveelheid; hoop, geheime schat of voorraad;Hoardverb. vergaren, opzamelen, opleggen:He hoarded all savings= zamelde op;Hoarder.Hoarding,hödiŋ, schutting om een in aanbouw zijnd gebouw.Hoarse,hös, schor, heesch, krassend:I am ashoarse as a crow; subst.Hoarseness.Hoax,houks, subst. grap, fopperij, aardigheid, “canard”;Hoaxverb. eene grap hebben, foppen:Toplay a hoax upon a person= een poets bakken;Hoaxer.Hob,hob, subst. vooruitspringend plaatje aan een haard om iets warm te houden; naaf; houten pin, kinderspel waarbij naar een op eenhobgeplaatst geldstukje wordt gegooid:Toplay hob with= een speldje steken voor (fig.).Hob-and-nob,hobən(d)nob, drinken, een lijntje trekken met, vertrouwelijk praten, omgaan met.Hobbes,hobz, Hobbes;Hobbism,hobizm, wijsgeerig stelsel vanTh. Hobbes(1588–1679);Hobbist.Hobble,hob’l, subst. hinken, strompelen; verlegenheid, moeielijkheid;Hobbleverb. strompelen, kluisteren van paarden, knoeien, prutsen:I’ve got into a nice hobble= ik zit leelijk in de klem;Hobble-skirt= strompelrok;Hobbler= hinkepoot; knoeier, onbevoegd loods, losse arbeider, een man, die een schuit trekt.Hobbledehoy,hob’ldəhôi, jong mensch, te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken;Hobbledehoyish= slungelig.Hobbly,hobli, hobbelig, oneffen, vol gaten (van een weg).Hobby,hobi, boomvalk; stokpaardje; domkop, lummel; telganger:Every man rides his hobby;Hobby-horse= stokpaardje (eig.enfig.), uilskuiken.Hobgoblin,hobgoblin,hobgoblin, kabouter.Hobnail,hobneil, hoefnagel, groote schoenspijker, pummel;Hobnailverb. met spijkers beslaan.Hobnob,hobnob, op goed geluk, luk of raak;Hobnobverb. ZieHob-and-nob.Hobson’s choice,hobs’nztšôis, geene keus, gedwongen keus.Hock,hok, knieboogspier (bij menschen); hakpees (bij paarden, etc.); Hochheimer, rijnwijn;Hockverb. een dier de knieboogspier doorsnijden;Hock-day= een feestdag bij ’t betalen der pacht;Hock Monday,Hock Tuesday= 2de Maandag en Dinsdag na Paschen;Hock-tide= de voorgaande feestdagen.Hockey,hoki, soort v. kolfspel.Hockle,hok’l, verb. ZieHock.Hocus,houkəs, drank met slaapkruid erin;Hocusverb. bedriegen, iets bedwelmends door den drank mengen;Hocus-pocus= hocus-pocus; ook adj.;Hocus-pocusverb. bedriegen.Hod,hod, kalk- of steenenbak;Hod-carrier= opperman =Hod-man, ookfig.= handlanger.Hodden,hod’n, boersch; ook =Hodden-gray (grey)= stof van ongeverfde wol.Hodge,hodž, boer, boerenarbeider;Hodge-podge= hutspot, allegaartje;Hodge-pudding= allegaarspudding.Hodiernal,houdiɐ̂n’l, huidig, van dezen dag.Hodometer,hədomətə, afstandsmeter (aan de as van een rijtuig, etc.).Hoe,hou, subst. schoffel;Hoeverb. schoffelen:Tohoe one’s ownrow= voor eigen stoep vegen (fig.);Hoe-cake= grove maïskoek.Hog,hog, subst. varken, gesneden beer, schaap tusschen 6 maanden en het eerste scheren, stier van een jaar; zwijn, vuilik; hog of schrobber, shilling;Hogverb. kort afknippen, schrobben (technisch “hoggen” genoemd), doorbuigen van een schip, met gebogen hoofd gaan (v. paarden);Togo the whole hog= voor niets terugdeinzen, iets consequent doorzetten,Bzeggen als menAheeft gezegd;Hog-colt= éénjarig veulen;Hog-cote= varkenskot;Hog-herd= zwijnenhoeder;Hog-mane= kortgesneden opstaande manen;Hogpen= varkenskot;Hog’s-back= lage heuvelrug;Hog’s-lard= varkensreuzel;Hog-shearing= koude drukte;Hog-steer= wild zwijn in ’t derde (schaap in ’t tweede) jaar;Hog-sty= varkenskot;Hog-wash= varkensdraf;Hoggery= varkenskot;Hoggish,hogiš, zwijnachtig,[254]vuil, dom, gulzig, zelfzuchtig; subst.Hoggishness.Hogarth,hougâth.Hoggerel,hogər’l, schaap in het tweede jaar.Hogger-pump,hogəpɐmp, pomp in eene kolenmijn.Hoggers,hogəz, kousen zonder voeten (door mijnwerkers gedragen).Hogget,hogət, zwijn, veulen of schaap in ’t tweede jaar.Hogmanay,hogmənei,hogmənei, Oudejaarsdag; onthaal of geschenk op dien dag in Schotland.Hogshead,hogzhed, okshoofd, groot vat (= 52 gallonsTinto wijn; 30 gallonsHock; 48 gallonsaleenbeer).Hoiden,hôid’n, subst. wilde meid, driedekker; adj. ruw, brutaal;Hoidenverb. stoeien, uitgelaten zijn; adj.Hoidenish.Hoist,hôist, subst. elevator, kraan; hoogte van vlag of zeil;Hoistverb. (op)hijschen:He washoist(ed) with his own petard= de mijn is verkeerd voor hem gesprongen.Hoity-toity,hôititôiti, drommels! tut, tut! adj. opgewonden, druk, uitgelaten, stormachtig; subst. warboel; opgeblazenheid.Hokey-pokey,houkipouki=Hocus-pocus; ook goedkoop ijs (op straat verkocht).Holborn,houbən,Holbrook,houlbruk;Holcroft,holkroft.Hold,hould, subst. houvast, greep, steun, invloed, macht, gevangenschap, gevangenis, schuilplaats, ruim van een schip;Holdverb. houden, vasthouden, er voor houden, ophouden, behouden, inhouden, aanhouden, bevatten, bewaren, behoeden, beslissen, bezitten, bekleeden, verkrijgen, verdedigen, deelnemen, vieren, voeren (van taal), wedden, standhouden, enz.:I cannotget hold ofhim= hem te pakken krijgen;Nothinghas any hold onhim= heeft vat op hem;Tokeep firm hold of= stevig vasthouden;Do not let go your hold= laat niet los;That great shocklooses his hold onlife= brengt hem den dood nader (eig. doet hem zijn houvast aan ’t leven verliezen);Toquit one’s hold= loslaten;Hetook (laid) hold ofmy arm= hij greep (pakte, hield) mijn arm vast;The frost will not hold= zal niet aanhouden;That rule always holds (good)= gaat altijd door;Hold fastby my girdle= houd je vast;Hold hard= houd je goed vast, wacht even, kalm aan, schei uit, stop;Held in reserve= gereserveerd;Sheheld herself properly= kwam netjes voor den dag;I willhold a brief foryou= de zaak voor u bepleiten;Weheld the fortress againstthe enemy= verdedigden (met succes) de vesting;He can hardlyhold his own= zich nauwelijks bedruipen;Tohold one’s own againstany odds= zich goed (staande, stand) houden tegen;Hold your peace= houd je mond;The ministryholds its powerat the hands of the people= heeft, ontvangt zijn macht uit de handen van het volk;Heheld our proxy= was onze procuratiehouder;Wehold our title of (from)the royal favour= ontleenen onzen titel, ons recht;Hold your tongue= zwijg;I willhold that wager= durf die weddenschap aan;Such an excuse would neverhold water= opgaan, geaccepteerd worden;Heheld woolfor her= hield een streng wol voor haar op; onderwierp zich aan hare nukken;You can’thold backtime= tegenhouden;Tohold backletters= achterhouden;Hold hard= stop!Heheld forthhis hand= stak zijne hand uit, bood zijne hand aan;We have beenholding forth onall kinds of subjects= hebben het gehad over, er over uitgeweid;Heheld offhis enemies= hield op een afstand;Heheld on his (headlong) course= zette zijn (onstuimigen) loop voort, ging door op;Hold on a bit= wacht eventjes;Heheld (on) bythe railings= hield zich vast aan;Theyheld on downwards= gingen verder naar beneden;Hold on roundmy waist= houd je vast om mijn middel;Heheld on pluckily= hield zich kranig;Tohold out= toesteken, vóórspiegelen, etc.:Hewas holding outto a knot of men= stond te oreeren;Heheld outthose favours to me= bood mij aan;I canhold outno longer= kan het niet langer uithouden;Many advertisements must beheld overtill our next issue= wij moeten laten liggen;You must nothold him tothat opinion= niet als zijne eind-opinie beschouwen;Iheld him tohis promise= hield hem aan;Behave well andhold (stick) to the right= en houd u aan ’t goede;Heheld faithfully tohis party= bleef standvastig trouw aan;Hold up your head,and look like a man= wees flink;Tohold up one’s head with= niet onderdoen voor;The same speed washeld up to the last= werd volgehouden;He washeld up for (to)execration, ridicule= werd prijsgegeven aan;Tohold up as an example= tot voorbeeld stellen;Heheld me up,until we were both picked out= hield mij boven water;Tohold up a train= aanhouden (door roovers);We were inthe held-up train;Hold up man!= houd je goed, courage!Why don’t youhold up your end of the line (rope)= waarom neemt gij niet deel aan het gesprek (Amer.)?Heholds withthe royalists= houdt het met;Hold-all= soort reiszak, nécessaire;Holdback= verhindering, beletsel;Holder= houder, bezitter, huurder, aandeelhouder, bak;Holder-forth= schreeuwerig redenaar;Holdfast=houldfâst, steun, houvast;Holding= houvast, bezit, gehuurde boerderij.Hole,houl, subst. gat, hol, opening, kuil, hok (van eene woning), moeilijkheid;Holeverb. een gat maken, stoppen, in een gat kruipen:My shoes arein holes= stuk;To bein a hole= in de klem zitten;Tomake a hole in the water= zich verdrinken;We are not goingto pick holes in each other’s coats= elkaar geen kwaad doen, niet op elkaar vitten;I triedto pick holes in his story= trachtte fouten te vinden in, aanmerkingen te maken op;Iput my foot into a big hole= ben er leelijk ingeloopen, heb me leelijk verpraat;The[255]diplomatic holes and cornersof our day= de diplomatieke geheimen (wat er achter de schermen gebeurt);The proceedings of the club arehole-and-corner= zijn geheim (stiekum);Ahole-and-cornerengagement= stiekum.Holibut,holibɐt(ZieHalibut).Holiday,holidei, subst. heiligedag, vacantiedag, vrije dag, feestdag; ook adj. feest —, Zondags —, onecht —:Theirholiday best= Zondagsche pak;Holiday Hall= plaats waar men zich niet behoeft te geneeren (om te rooken, bijv.);Tohave a holiday= vrij hebben;She wason holiday= met vacantie, had vrijaf;Holidays= vacantie;Holiday-maker= plezierreiziger;Holiday task= vacantiewerk.Holiness,houlinəs, heiligheid:His Holiness= Zijne Heiligheid, titel voor den Paus.Holinshed,holinzhed,holinšed.Holla,holə, subst. luide roep;Hollaverb. luide roepen, toeroepen; interj. helà, hei!Holland,hol’nd, Holland, ongebleekt linnen:Brown Holland= weinig gebleekt linnen;Holland gin=Hollands= Schiedammer;British Hollands= in Engeland gestookte jenever;Hollander.Hollow,holou, subst. holte, ledige ruimte, hol, groef, voor, dal; adj. hol, niet massief, uitgehold, concaaf, laag, diep, geveinsd, onoprecht, volkomen;Hollowverb. uithollen; ook roepen:Shebeat all her sisters hollow= won het royaal van, overtrof verre;Hollow-eyed= met holle oogen;Hollow-hearted= onoprecht, valsch;Hollow-square= carré (mil.);Hollow-ware= (metalen) keukengereedschap;Hollowness= holheid, leegheid, valschheid.Holly,holi, hulst; steeneik;Holly-fern= stekelige schildvaren;Holly-hock= stokroos;Holly-rose= cistroos.Holm,houm, riviereilandje, vlak en vruchtbaar land langs den rivieroever, hulst;Holm-oak= steeneik.Holmes,houmz.Holocaust,holəkôst, brandoffer bij de Joden, algemeene slachting.Holograph,holəgraf, eigenhandig geschreven document, adj. eigenhandig geschreven; adj.Holographic(al).Holothurian,holəthiûriən, zeekomkommer.Holster,houlstə, holster;Holstered.Holt,hoult, hout, boschje, aanleg, gat, schuilplaats (voor dieren).Holus-Bolus,houləs-bouləs, halsoverkop.Holy,houli, heilig, rein, goddelijk, gewijd:Holy of Holies= het Heilige der Heiligen;The Holy One= Jehova;Holy day= Heiligedag;Holy Ghost (Holy Spirit)= Heilige Geest;Holy Office= de Inquisitie;In Holy orders= inDeacon’sof inPriest’s(=full)orders=OrdainedalsDeaconofOrdained,admittedeninstitutedalsPriestdoor denBishop;Holy Rood= kruis, kruishout, crucifix (in kerken vooral);Holy Saturday= Zaterdag vóór Paschen;Holy-stone= schuursteen; ook verb.;Holy Thursday= Hemelvaartsdag;Holy Tide (Week)= week voor Paschen;Holy water= wijwater;Holy wells= miraculeuze bronnen;Holy Writ= de H. Schrift.Holyhead,holihed;Holyrood,holirûd.Holywell,holiwel:Holywell Street Literature= pornographische literatuur.Homage,homidž, subst. hulde, eerbied;Homageverb. huldigen =To do (render) homage;Homager= vasal, leenman.Home,houm, subst. tehuis, huis, geboorteplaats, vaderland, woning, verblijf, liefdadige instelling;Homeverb. naar huis gaan, wonen, zich vestigen; adj. huis - -, binnenlandsch; adv. naar huis, ten volle, toepasselijk, raak, krachtig:Home is home, be it never so homely=Be in East and West, home is best= oost, west, thuis best;Hebanged the door home= sloeg hard dicht;Tobring home (carry home, come home, leave home, return home);Tobring home to= bewijzen, duidelijk maken;All our deedscome homeat last= worden op den duur op onszelf verhaald;That truthcame home to me= drong tot me door, werd me bewust;Togo home= naar huis gaan, het doel treffen;Topay home= betaald zetten;He is perfectlyat home withwhat passed= volkomen op de hoogte van;Make yourself at home= doe alsof je thuis was;Mrs. N is at home on Monday= Mevrouw N. ontvangt Maandags;Is he at home?Nohe will be home to dinner;Charity begins at home= het hemd is nader dan de rok;Home-baked= eigengebakken;Home-bound=Homeward-bound= op de thuisreis;Home-bred= inlandsch (van fokvee); natuurlijk, onbeschaafd;Home-circle= familiekring;Home-circuit= rechtsgebied van deJudges of Assize, dat Londen tot centrum heeft;Home-counties= decountiesbevattend en Londen omringend;Home-department (Home-office)= Ministerie van Binnenl. Zaken;Home-farm= boerderij verbonden met het verblijf van den eigenaar,Home-fed bacon= inlandsch spek;Home-felt= innig, innerlijk, geheim;Home-freight= retourvracht;Home-keeping= thuisblijvend, huiselijk;Home-made= eigengemaakt, van inlandsch fabrikaat;Home-return= repatrieering;Home-rule= plaatselijk zelfbestuur (vooral met het oog op Ierland);To beHome-sick= heimwee hebben;Home-sickness= heimwee;Home-speaking= eenvoudige, oprechte taal;Home-spun= subst. en adj. eigengesponnen (stof), van eigen fabrikaat, eenvoudig; een bepaalde stof;Home-stall,Home-stead= erf, huismansplaats;Home-thrust= gevoelige waarheid, raak antwoord, stoot die raak is;Home-trade= binnenlandsche handel;Homeless= dakloos; subst.Homelessness;Homelike= gemoedelijk, gezellig;Homeliness= eenvoudigheid;Homely= eenvoudig, dood gewoon, ook ordinair (van het gelaat), voor huiselijk gebruik bestemd;Homeward=Homeward-bound= op weg naar huis, op de thuisreis.Homer,houmə, Homerus;Homeric,həmerik, Homerisch.Homicidal,homisaid’l,homisaid’l, moorddadig, bloedig;Homicide= moord, moordenaar.Homiletic(al),homiletik(’l), homiletisch;Homiletics= homiletiek;Homilist= homileet;[256]Homily= kerkelijke tekstverklaring, kanselrede.Homing,houmiŋ:Homing instinct= om het huis weer te vinden.Hominy,homini, grof gemalen maïs.Hommock,homək. ZieHummock.Homoeopath,ho(u)miəpath, homoeopaat; Homoeopathic(ally) = homoeopathisch;Homoeopathist= homoeopaat;Homoeopathy= homoeopathie.Homogeneous,houmədžîniəs, homogeen; subst.Homogeneousness.Homologate,homoləgeit, bekrachtigen, goedkeuren; subst.Homologation.Homologous,homoləgɐs, homoloog;Homology= homologie.Homonym,ho(u)mənim, homoniem; adj.Homonymous,həmonimɐs;Homonymy,homonimi, gelijkluidendheid, dubbelzinnigheid;Homophone,ho(u)məfoun, letter of woord van denzelfden klank.Homunculus,həmɐŋkjuləs, dwerg; langs chem. weg geschapen mensch (v. Paracelsus).Honduras,hondjuras,hondjûras(mahoniehout uit) Honduras.Hone,houn, subst. slijpsteen, oliesteen;Honeverb. slijpen, aanzetten.Honest,onəst, eerlijk, braaf, oprecht, kuisch, deugdzaam:Honest Indian? (Injun)= op je woord?Honesty= braafheid, eerlijkheid:Honesty is the best policy= eerlijk duurt het langst;In honesty of heart= in alle oprechtheid.Honey,hɐni, subst. honig, zoetheid, liefje, snoesje; adj. honigachtig, zoet;Honeyverb. met honig bedekken, zoet maken of worden;Honey-badger= honigdas;Honey-bag= honigzakje (der bijen);Honey-bear= honigbeer;Honey-bee= honigbij;Honeycomb= honigraat, honigcel:The nation ishoneycombed withsecret societies= doortrokken van geheime genootschappen;Nature ishoneycombed withpain and strife= is vol van pijn en strijd;Honey-dew= honigdauw; soort van tabak met stroop bevochtigd en in koekjes geperst;Honey-flower= honigbloem;Honey-guide= honigkoekoek (Zuid-Afr.);Honey-harvest= honigoogst;Honeymoon, subst. wittebroodsweken;Honeymoonverb. in de wittebroodsweken zijn, deze doorbrengen;Honey-mouthed= vleierig;Honey-stalk= honigklaver;Honey-tongued= vleierig;Honey-suckle= kamperfoelie;Honey-wort= wasbloem, kruisbladig walstroo;Honeyed(fig.) = zacht, zoet, vriendelijk, vleiend.Honied,hɐnid=Honeyed.Honorarium,onourêriəm, salaris, belooning.Honorary,onərəri, eervol, eere …:Honorary President= Eere-Voorzitter;Honorary monument= gedenkteeken voor iemand, die ergens anders begraven is;That is a purely honorific distinction= louter een eeretitel.Honour,onə, subst. eer, eergevoel, aanzien, rechtschapenheid, kuischheid, hoogachting, waardigheid, titel (=edelachtbare), eerewoord, een der vier hoogste troeven;Honourverb. eeren, eer bewijzen, vereeren, honoreeren (van een wissel); Meerv.Honours= eerbewijzen, hoogste graad:Examinations in honours= “cum laude” examens;Honours of war= krijgseer;Honour bright= op mijn (je) woord van eer;Affair (Debt, Guard, Point, Word)ofhonour;You arein honour boundto do it= aan uwe eer verplicht;Todo the honours= de “honneurs” waarnemen;Thatdoes you honour= dat strekt u tot eer;Tomeet with due honour= behoorlijk honoreeren;I pledge it on my honour,I pledge my honour for it= beloof het op mijn woord van eer;Honourer.Honourable,onərəb’l, eervol, aanzienlijk, voornaam, edel, achtbaar, titel (aan de jongere zoons van ‘earls’, aan al de zoons en dochters van ‘viscounts’ en ‘barons’, aan opperrechters in Engeland en Ierland en aan de hofdames toegekend; Zie ookRight-Honourable); subst.Honourableness.Hood,hud, subst. kap, capuchon, kapvormige plooi van eene universiteitstoga, kap (van een rijtuig); peperhuisje, kap (van een schoorsteen) enz.;Hoodverb. van een kap voorzien, bedekken, omhullen:The hoodand leathern apronof the carriage= kap;All hoods make not monks= ’t zijn allen geen koks, die lange messen dragen;Hood-cap= soort kaproen; soort zeehond;Hoodman= blindeman (in het spel);Hoodman-blind= blindemannetje;Hood-moulding= lijst boven deur of venster;Hoodwink= blinddoeken, verschalken; ook subst.Hoof,hûf, hoef, klauw, poot, stuk vee;Hoofverb. loopen:Tobeat (pad) the hoof= te voet (op Apostelpaarden) gaan;Hoof-bound= volhoevig, kreupel.Hook,huk, subst. haak, vischhaak, sikkel, kram, duim (van eene deur), vooruitspringende landtong; voordeel, meevallertje;Hookverb. met een hoek vangen, aanhaken, tot een haak buigen, van haken voorzien, vasthaken, stelen:By hook or by crook(ZieCrook);Off the hooks= in wanorde, ontstemd, ziek, dood:Todrop (go) off the hooks= het hoekje om (= dood) gaan;I wished himoff the hooks= wou, dat hij dood was;You must do iton your own hook= op eigen gelegenheid, verantwoording;Shekept him on the hooks= zij hield hem aan het lijntje,Topop off the hooks= doodgaan;Totake one’s hook= uitsnijden;They hooked it= zij zijn er van door;She hooks-and-eyes her gown= maakt vast met haken en oogen;Hook-nose(d)= (met een) haviksneus;Hook-pin= haakbout;Hooked= krom, haakvormig; subst.Hookedness; adj.Hooky.Hookah,hûkə, Oostersche pijp, waarbij de rook door water gaat.Hooker,hukə, hoeker (visschersvaartuig), zakkenroller.Hookey Walker,huki wôkə, onzin, maak dat de kat wijs!Hooligans,hûlig’nz, straatschenders, gespuis;Hooliganism= straatschenderij, woeste, liederlijke jool.Hoop,hûp, subst. hoepel, crinoline, beugel, riem,Hoopverb. met hoepels, enz. beslaan, omringen (Zie ookWhoop);Hoop-iron= bandijzer;Hoop-petticoat,Hoop-skirt= hoepelrok;Hooper= kuiper.[257]Hooping,hûpiŋ:Hooping-cough= kinkhoest.Hoosier,hûžə, bewoner vanHoosier state= Indiana;Hoosier cake= soort peperkoek (Amer.).Hoot,hût, subst. gejouw;Hootverb. uitjouwen, schreeuwen (van een uil);Hooter= autohoorn.Hoove,hûv, koliek bij vee.Hop,hop, subst. hop; sprong; thé dansant:Hop-o’-my-thumb= klein duimpje;Hopverb. hinken, huppelen, springen, dansen, hop oogsten, met hop brouwen:He escorted herat party or hop= naar partijen en bals;He has had many girlson the hop= het hoofd op hol gemaakt;Tocatch (take) on the (ground) hop= een bal vangen als hij opspringt; iemand onverhoeds overvallen, snappen;He is ahop out of kin= hij slaat geheel uit den aard;I canhop that loton one foot= dat eind wel hinkende afleggen;Tohop the twig= uitsnijden; het hoekje omgaan; op houten beenen loopen;Hopped over the twig= over den puthaak getrouwd;Hop-back= hopzeef;Hop-bind,Hop-bine= hopstengel;Hop-joint= opiumkit;Hop-picker= hopoogster;Hop-pole= hopstaak;Hopscotch= hinkspel; soort balletjes;Hop-vine= hopstengel;Hop-yard= hopveld;Hopper= danser, springer, etc. kaasmijt, sprinkhaan, trechter, zaaikorf, hopoogster; modderschuit =Hopper barge.Hope,houp, subst. hoop, vertrouwen, verwachting, wensch;Hopeverb. hopen, verwachten; vertrouwen:Young hopeful= veelbelovend jongmensch (ironisch);Hopefulness;Hopeless= hopeloos; subst.Hopelessness.Hopple,hop’l=Hobble= kluisteren;Hopples= kluisters voor vee in de weide.Horace,horis.Horal,hôr’l,Horary,hôrəri, wat een uur duurt of betreft.Horatian,həreiš’n, Horatiaansch;Horatio,həreišiou.Horde,höd, subst. horde, bende, troep;Hordeverb. in horden of benden leven of zich vereenigen.Horehound,höhaund, witte malrove.Horizon,həraiz’n, horizon, gezichtskring:Apparent, Sensible horizon= schijnbare horizon;Rational, Real, True horizon= werkelijke horizon;The plain of literature that is horizoned by 1801= het veld der literatuur tot 1801;Horizontal= horizontaal, waterpas; subst.Horizontalness;Horizontality.Horn,hön, hoorn, horen, drinkhoorn, voelhoren, de niet-volle maan (bij ’t wassen of afnemen), vleugel (van een leger), zijtak (van eene rivier), punt (van een aambeeld); borrel (Amer.);Hornverb. van horens voorzien; (fig.) horens doen dragen:A pairof horn spectacles;Horn of Plenty= horen des overvloeds;Tocome out at the little end of the horn= ergens slecht (kaal) af komen;He hasdrawn, hauled, pulled in his horns= hij is in zijne schulp gekropen;Toput to the horn= vogelvrij verklaren (Schotl.);I’ll eithermake a spoon or spoil a horn= ik waag het, erop of eronder;Toshow one’s horns= de tanden laten zien, flink optreden;Take a horn= neem een borrel (Amer.);Towear the horns= hoorndrager zijn;Horn-beak= gewone geep;Hornbeam= hagebeuk;Horn-bill= neushoornvogel;Horn-blower= hoornblazer;Horn-book= oud abéboek bestaande uit een blad papier, waarop het alphabet, de getallen van 0–9, het Onze Vader, beschermd door een doorzichtige plaat van hoorn en bevestigd op een houten raam met handvat;Horn-distemper= hoornziekte (van vee);Horn-eel= smelt;Horn-finch= stormvogeltje;Horn-fish= zeenaald;Horn-pipe= oud blaasinstrument; horlepijp;Horn-work= hoornwerk (vestingbouw);Horned= van horens voorzien;Horned horse(ZieGnu);Horning= het wassen of afnemen van de maan; door het blazen op een trompet ingeleide openbare afkondiging (Schotl.); ketelmuziek (Amer.);Horny= hard, hoornig:Horny coat of the eye= hoornvlies;Horny hands= vereelte.Hornet,hönət, horzel; kwelgeest:Tobring a nest of hornets about one’s ears= zijn hoofd in een wespennest steken.Horologe,horəlo(u)dž, uurwerk;Horologer= uurwerkmaker;Horology= uurwerkmakerskunst, tijdmetingskunst.Horoscope,horəskoup, horoscoop;I havecast her horoscope= haar horoscoop getrokken; adj.Horoscopic;Horoscopy,həroskəpi, kunst om de toekomst te voorspellen.Horrent,hor’nt, borstelig, rechtopstaand, afschuwelijk.Horrible,horib’l, verschrikkelijk, ijselijk, akelig; subst.Horribleness.Horrid,horid, akelig, afschuwelijk; ruw, stekelig, overeindstaand; treurig; subst.Horridness.Horrific,horific, afschuwwekkend;Horrify,horifai, met afschuw vervullen, doen sidderen.Horripilation,horipileiš’n, een gevoel alsof het hoofdhaar te berge rijst.Horror,horə, afgrijzen, afschuw, huivering:The horrors= delirium tremens; zwaarmoedigheid:Togive the horrors= afschuw inboezemen;Tohave the horrors= zwaarmoedig, katterig zijn, aan delirium tremens lijden;Horror-stricken,Horror-struck= door afgrijzen verpletterd.Horse,hös, paard (ookzeeterm), hengst, cavalerie, steunbok, droogrek, werk dat vóór het uitgevoerd is betaald wordt(= Dead horse), ezelsbrug;Horseverb. een paard bestijgen, van een paard voorzien, schrijlings plaatsen, dekken, opstijgen; adj. groot, grof:The near horse= bij-de-handsche paard;Off horse= van-de-handsche;Dark horse= nog onbekend renpaard; nieuweling, onbekend candidaat;Master of the Horse= opperstalmeester;Thosewho cannot flay the horse, flay the saddle= wie het meerdere niet kan doen, doe het mindere;Toflog the dead horse= aan een dood paard trekken (fig.);Toget on(Tomount,toride)the high horse= een hoogen toon aanslaan;Tolook a gift horse at (in) the[258]mouth= een gegeven paard in den bek zien;Yourode a dark horse then= (eig.) gij reedt toen op een onbekend paard, (fig.) gij hieldt u maar dom, voerdet wat in uw schild;Toride a free horse to death= een paard den rug stuk rijden, iemand exploiteeren;Hesits a horse very well= hij rijdt goed;Totake horse= te paard stijgen;I willwin the horse or lose the saddle= ik waag het, erop of eronder;I have often been horsedin this school myself= ben zelf dikwijls op het “houten paard” geweest, afgeranseld geworden;Horse-artillery= rijdende artillerie;Tobe (ride) on horseback= te paard;Horse-bean= paardeboon, tuinboon;Horse-block= stellage om bij het op- en afstijgen behulpzaam te zijn;Horse-boat= pont door paarden getrokken, of om paarden over te zetten;Horse-box= wagon voor paarden; stalafdeeling;Horse-breaker= pikeur, iemand die paarden dresseert;Horse-car= tramwagen (Amer.);Horse-car-track= tramweg (Amer.);Horse-chanter= opkooper van oude paarden, om ze door knoeierij weer goed aan den man te brengen;Horse-chestnut= paardekastanje;Horse-cloth= paardedek;Horse-coper= paardenkooper;Horse-courser= koopman in renpaarden; eigenaar van renpaarden;Horse-cucumber= groote groene komkommer;Horse-dealer= paardenkooper;Horse-doctor= paardenarts;Horse-drench= paardendrank;Horse-emmet= roode mier;Horse-faced= met een lang, grof gezicht;Horse-faker= paardenkooper (ZieFake);Horse-flesh= paardevleesch; paarden:The age of horse-flesh= de diligencetijd;He knows little of horse-flesh= hij heeft geen verstand van paarden;Horse-fly= paardenvlieg;Horse-Guards= bereden lijfwacht; bureau van den bevelhebber in Whitehall, de militaire autoriteiten aan het ministerie van oorlog;Horse-hair= paardenhaar;Horse-hoe= groote egge;Horse-jockey= pikeur, paardenkoopman;Horse-keeper= stalknecht; verhuurder v. paard.;Horse-knacker= paardenvilder;Horse-laugh= luide en ruwe lach;Horse-latitudes= streek der windstilten;Horse-leech= paardenarts, bloedzuiger; vrek;Horse-litter= baar door paarden gedragen;Horse-load= paardenvracht;Horse-lock= paardenkluister;Horseman= ruiter;Horsemanship= rijkunst;Horsemarines:Tell that to the horsemarines= maak dat je grootje wijs;Horse-marten= groote hommel, torenzwaluw;Horse-meat= paardevoer;Horse-mill= rosmolen;Horse-milliner= paardetuig- en zadelmaker;Horse-play= ruwe grap, ruwe wijze van doen;Horse-pond= paardewed;Horse-power= paardekracht:Horse-race= wedren;Horse-radish= mierik, meerradijs, peperwortel;Horse-railroad= tramweg (Amer.);Horse-rake= paardehark, groote egge;Horse-rider= kunstrijder;Horseshoe= subst. en adj. hoefijzer(vormig);Horse-shoeing= beslaan van paarden;Horse-stinger= paardenbijter;Horse-tail= paardestaart; Turksche standaard;Horse-way(Amer.) = rijweg;Horse-whip, subst. paardezweep;Horsewhipverb. met de paardezweep slaan, afranselen;Horsewoman= paardrijdster, amazone;Horse-worm= paardenworm of de larve ervan;Hors(e)y,hösi, paardachtig, gek op paarden, jockeyachtig;Horsing= tuchtiging (met een roede) van een schooljongen, die daartoe op den rug van een anderen jongen hangt.Hortation,höteiš’n, vermaning;Hortative,hötətiv,Hortatory,hötətori, vermanend.Horticulture,hötikɐltšə, tuinbouw;Ahorticulturalshow= tuinbouwtentoonstelling;Horticulturist= tuinbouwkundige.Hosanna,həzanə.Hose,houz, kousen, sportkousen, nauwsluitende kniebroek, brandspuitslang, tuinslang (=Hose-pipe);Hoseverb. bespuiten:You havegot your legs into twisted hose there= dat hebt gij glad mis;Hose-man= spuitgast.Hosier,houžə, koopman in sajetten en wollen goederen;Hosiery= sajetten en wollen (gebreide) goederen, zaak in die goederen.Hosea,houzîə, Hosea.Hospice,hospis, hospitium, kloosterherberg.Hospitable,hospitəb’l, herbergzaam, gastvrij; subst.Hospitableness;Hospitage,hospitidž, gastvrijheid;Hospital,hospit’l, hospitaal, godshuis:Hospital-ship;Hospitality= gastvrijheid;Hospital(l)er= hospitaal-inspecteur; hospitaal-broeder, -zuster, -ridder.Host,houst, subst. gastheer, waard; leger, troep, menigte; hostie;Hostverb. zijn verblijf nemen, onthalen, herbergen:The Lord of Hosts= de Heer der Heerscharen;Hostess= gastvrouw.Hostage,houstidž, gijzelaar, borgtocht.Hostel,host’l, herberg, hospitium (voor studenten te Cambridge);Hostelry,host’lri, = herberg, hospitium.Hostile,host(a)il, vijandig, vijandelijk;Hostility,hostiliti, vijandigheid (Meerv.Hostilities= vijandelijkheden).Hostler,oslə, stalknecht.Hot,hot, heet, scherp, brandend, vurig, dol op (on):That horse ishot at hand= is vurig en hard in den bek;In hot haste= overijld, snel;We found ourselvesin hot water= we zaten er leelijk in;Hot water tin= waterstoof;X. is becoming too hot for him= hij kan het te X. niet meer uithouden;I’llmake it hot for him= ik zal hem mores leeren;Brandy hot= warme cognacgrog;Hot-bed= broeibak; broeinest;Hot-blast= stroom van heete lucht;Hot-blooded= vurig, driftig; hartstochtelijk;Hot-brained= oploopend, heethoofdig;Hot-cockles= spel, waarbij de geblinddoekte moet raden wie hem geslagen heeft;Hot-flue= droogkamer (katoenfabr.);Hot-foot= zoo snel mogelijk;Hot-head= driftkop, heethoofd;Hot-headed= heethoofdig, driftig; subst.Hot-headedness;Hot-house= broeikast, droogkamer;Hot-mouthed= hard in den bek, onhandelbaar;Hot-press= pers (voor het satineeren van papier of het decateeren van laken);Hot-spirited= vurig van geest, driftig;Hot-spur, subst. driftkop; vroege doperwt; adj. doldriftig;Hot-spurred= driftig,[259]onstuimig;Hot-tempered= opvliegend.Hotchpot(ch),hotšpot(š), mengelmoes, zootje, hutspot.Hotel,hətel, logement:Hotel-car= restauratiewagen (Amer.);Hotel-keeper= hotelier.Hotri,houtri, Brahmaansch priester.Hottentot,hot’ntot, Hottentot; de taal; ookfig.Houdah,hauda. ZieHowdah.Hough,hɐf.Hough,hok. ZieHock.Hougham,hɐfəm;Houghton,hout’n.Hound,haund, (jacht)hond;Houndverb. met honden jagen, aanzetten, ophitsen, wegjagen:Master of Fox-hounds= jagermeester, hoofd van deHunt(de jachtvereeniging in een bepaald district):Tofollow the hounds= jagen (op vossen);Herides well to hounds= hij is een goed vossenjager;Hound’s-tongue,= hondstong.Hounslow,haunzlou.Hour,auə, uur;Hours= uurgebeden, het boek dat ze bevat, de Horae;After hours= na den arbeid of werktijd;Hekeeps good (bad) hours= hij komt steeds op tijd (te laat) thuis;Tokeep early hours= vroeg opstaan en vroeg te bed gaan;The housesat far into the small hours= het Lagerhuis zat tot diep in den nacht;I promised him soin an evil hour= te kwader ure;What is the hour of day= hoe laat is het op den dag?Hour-angle= uurhoek;Hour-circle= uurcirkel;Hour-glass= zandlooper;Hour-hand= uurwijzer;Hour-line= uurlijn;Hour-plate= wijzerplaat;Hourly= (van) ieder uur.

Highty,haiti;Highty-flightiness= wuftheid; adj.Highty-flighty;Highty-tighty=Hoity-toity:Do not turn me off in thatHighty manner= zend mij niet weg op die hooghartige manier.Hilarious,h(a)ilêriəs, vroolijk, opgewekt;Hilarity,h(a)ilariti, vroolijkheid, opgewektheid.Hilary term,hiləritɐ̂m, vroegere zittingstijd (11 Jan.–31 Jan.) in de Eng. gerechtshoven; thansHilary Sittingsvan 11 Jan. tot den Woensdag vóór Paschen; cursus van 14 Jan. tot Zaterdag vóór Palmzondag aan de Univ. van Oxford.Hill,hil, heuvel;Hillverb. aanaarden;Up hill down dale= berg op berg af;As old as the hills= zoo oud als de weg naar Kralingen;Togo down the hill= achteruitgaan, minder worden;Hill-folk= bergbewoners;Hill-side= helling van een heuvel;Hill-top= heuveltop;Hill-wort,hilwɐ̂t, polei;Hilliness= heuvelachtigheid;Hillock= heuveltje, bergje;Hilly= heuvelachtig.Hilt,hilt, hecht, gevest:You can count upon meup to the hilt= volkomen;Up to the hiltin debt= tot over de ooren;Mortgagedup to the hilt= geheel;You haveproved it (up) to the hilt= gij hebt het zonneklaar bewezen.Him,him, pers. voornw., hem;Himself= hemzelf, zichzelf:He was not himselfyesterday= zichzelf niet, niet lekker;He wasby himself= alleen;Hekept himself to himselffor some time= hij zonderde zich af.Himalaya,himâljə,himəleijə,himəlaijə:[252]Himalaya Mountains=The Himalayas= het Himalayagebergte.Hind,haind, subst. hinde; boer, boerenarbeider, knecht.Hind,haind, achterste:Hind before= achterstevoren;With their heads turnedhind foremost= achterstevoren;Hind-leg= achterpoot;Hindmost= achterste;Hinder,haində, achterste, laatste =Hindermost= laatste.Hinder,hində, hinderen, verhinderen, beletten, moeielijkheden in den weg leggen:Hehinderedmefromcoming= belette mij;Hind(e)rance,hindr’ns, hindernis, nadeel =Hinderer, ook hij die verhindert.Hindi,hindî, Noord Ind. dialect; Indiër.Hindoo,Hindu,hindû,hindû, subst. en adj. Hindoe(sch);Hinduism,hindûizm, leer der Hindoes;Hindu Kush,hindukûš;Hindustan,hindustân;Hindustani,hindustânî, Hindostansch(dialect).Hinge,hinž, subst. hengsel, scharnier, spil;Hingeverb. van hengsels voorzien, draaien, steunen, afhangen:Things areoff the hinges= de boel is in de war;Everythinghinges onthat fact= om dat feit draait alles.Hink,hiŋk, sikkel.Hinny,hini, subst. muildier;Hinnyverb. hinniken.Hint,hint, subst. zinspeling, wenk;Hintverb. zinspelen, een wenk geven, aan de hand doen, toespelingen maken:Do nothint ata present= maak vooral geene toespeling op;The beauties of nature arenot only hinted, but brought home= niet slechts aangeduid, maar voelbaar gemaakt;Hetook the hint= begreep den wenk.Hip,hip, subst. heup; graatspar of hoekkeper van een tentdak; bottel van de hondsroos;Hips= zwaarmoedigheid;Tocatch on the hip= in de macht krijgen;Tohave on the hip= in de macht hebben, overwinnen;The government wasbeaten hip and thigh= bleef verschrikkelijk in de minderheid;Tosmite hip and thigh= den schenkel en de heup (Richt. XV, 8);Hip-bath= zitbad;Hip-gout= heupjicht;Hip-joint= heupgewricht;Hip-roof= tentdak;Hip-shot= ontheupt, lam;Hip-tree= hondsroos;Hipped= met ontwrichte heup; somber, gedrukt:You are hipped,you want more society= je bent zwaarmoedig (“hiep”);Hippish= somber, gedrukt.Hippocampus,hipəkampəs, zeepaardje;Hippocras,hipəkras, hipokras;Hippocrates,hipokrətîz;Hippocratic,hipəkratik, Hippocratisch:Hippocratic face= gelaat van een stervende even vóór de dood intreedt.Hippocrene,hipəkrîn,hipəkrînî, Hengstebron;Hippodrome,hipədroum, circus, wedstrijd met vooraf afgesproken resultaat (Amer.);Hippogriff,hipəgrif, gevleugeld paard;Hippolyta,hipolitə, Hippolyta;Hippopathology,hipəpətholədži, leer der paardenziekten;Hippophagist,hipofədžist, eter van paardenvleesch;The man’s hippopotamicmanner= ’s mans lompe, onbehouwen manier;Hippopotamus,hipəpotəmɐs, nijlpaard, rivierpaard.Hircania,hɐ̂keiniə.Hircine,hɐ̂s(a)in, sterk riekend, als v. een geit, bok, bokachtig: hircine.Hire,haiə, subst. huur, loon, belooning, steekpenning;Hireverb. huren van iemand, in dienst nemen voor loon, omkoopen, verhuren:Tohire oneself to, out= zich verhuren aan, verhuren;Hireless= gratis;Hireling, subst. huurling; ook adj.;Hirer= huurder; verhuurder (=Hirer out).Hirsute,hɐ̂siût,hɐ̂siût, behaard, borstelig, haar - -.His,hiz, pron. poss. zijn, de of het zijne:He hascome by his own= heeft gekregen wat het zijne was;He hascome into his own= heeft zijn erfdeel gekregen.Hish,hiš, aanhitsen; ook interj.Hisk,hisk, moeielijk ademhalen.Hispanicism,hispanisizm, Spaansch idioom;The Hispano-Portuguese frontier= Spaansch-Portugeesche.Hispid,hispid, borstelig.Hiss,his, subst. sisklank, gesis, gejouw;Hissverb. sissen, fluiten (van een pijl), uitfluiten.Hist,hist, aanhitsen; interj. St.!Histology,histolədži, leer der weefsels.Historian,histôriən, geschiedschrijver;Historic(al),historik(’l),geschiedkundig:Historical cavalcade= (pageant) = historische optocht;Historic-painting,Historic-picture= geschiedkundig schilderstuk;Historic(al)-sense= historisch inzicht;Historicalness,historik’lnəs, geschiedkundige waarde of waarheid;Historiette,histôriet, verhaal, kleine geschiedenis;Historiographer,histôriogrəfə, geschiedschrijver;Historiography,histôriogrəfi, geschiedschrijving;History,histəri, geschiedenis, verhaal:Ancient (Modern, Natural, Sacred) history;History-piece= historische schilderij.Histrionic(al),histrionik(’l), tooneelspel …, tooneelspeler …:Ourhistrionic tasteis gone= onze zin voor de tooneelspeelkunst;Histrionics,histrioniks, tooneelkunst;Histrionism= de tooneelspelers, het spelen.Hit,hit, subst. slag, stoot, steek onder water, aanraking, kans, gelukkige zet, treffer, succes;Hitverb. raken, treffen, slaan, gissen, raden, passen, gelukken, aantreffen, bedenken, ontdekken:The book isa decided hit= heeft veel succes;The singer wasa great hitin London= maakte grooten opgang;Hemade an immense hitwith his song= had kolossaal succes;You must do it,hit or miss (hitty missy)= op goed geluk af (eig. luk of raak);Tohititoffwith= opschieten met:I alwayshit it offwith dogs and children;You havehit it off= ge hebt het juist getroffen, geraden;Hehit offmy likeness very happily= hij heeft mij goed getroffen;Hehit it out= hij heeft het er goed afgebracht;Hehit out atme= deed een slag naar mij;Her visit to America was a triumph;shehit upall her hearers= zij pakte al hare hoorders in;I could nothit uponthe right expression= kon niet vinden;These wordshit the audience in their weakest place= tastten in hun zwak;Ihit it in his teeth= wreef het hem onder den neus;You[253]havehit the mark= het bij ’t rechte eind;You hit it very punctually= hebt het precies getroffen;Hitting-shot= raakschot.Hitch,hitš, subst. ruk, kink, steek, beletsel, hapering, tijdelijke hulp in nood;Hitchverb. vastmaken, aanhaken, met een ruk of sprong zich voortbewegen, optrekken, prettig samenwerken, aanslaan (van paarden), wegnemen:The hitch was due toyour carelessness= door uwe zorgeloosheid ontstond het beletsel;Some hitch had occurred= er was een kink in den kabel gekomen;Therethe hitch lies= daar zit de knoop;Upon the least hitchI will have you write your lesson= als ge even hapert;The extinguisher washitched tothe candlestick= het dompertje was aan den kandelaar gehaakt;Take care, lesthe hitches you intoa story= dat hij je niet in een verhaal ten tooneele voert;Hehitched onthe battery= haakte aan.Hither,hidhə, hierheen, aan deze zijde:Hither and thither= heen en weer;Hithermost= nabij, het meest naar deze zijde;Hitherto= tot hiertoe;Hitherward= herwaarts.Hive,haiv, bijenkorf, zwerm bijen, dicht bevolkte buurt; bijenkorfvormige hoed;Hiveverb. in een korf doen of verzamelen, opzamelen, bevatten, samenwonen:I will no longerhive with them= met hen onder één dak zijn;Hive-bee= korfbij;Hiver= ijmker.Hives,haivz, keelontsteking; netelroos.Hizzing,hiziŋ, gesis.Ho(a),hou, he! ho!Hoaky: By the Hoaky= alleduivels!Hoar,hö, adj. wit, grijs, beschimmeld;Hoarverb. wit of grijs maken, beschimmelen:Hoar-frost= rijp;Hoar-stone= grenssteen; Hoariness, subst. v.Hoary= grijs, grauw, met grijze haartjes bedekt;Hoar-headed= met grijzen kop.Hoard,höd, subst. voorraad, hoeveelheid; hoop, geheime schat of voorraad;Hoardverb. vergaren, opzamelen, opleggen:He hoarded all savings= zamelde op;Hoarder.Hoarding,hödiŋ, schutting om een in aanbouw zijnd gebouw.Hoarse,hös, schor, heesch, krassend:I am ashoarse as a crow; subst.Hoarseness.Hoax,houks, subst. grap, fopperij, aardigheid, “canard”;Hoaxverb. eene grap hebben, foppen:Toplay a hoax upon a person= een poets bakken;Hoaxer.Hob,hob, subst. vooruitspringend plaatje aan een haard om iets warm te houden; naaf; houten pin, kinderspel waarbij naar een op eenhobgeplaatst geldstukje wordt gegooid:Toplay hob with= een speldje steken voor (fig.).Hob-and-nob,hobən(d)nob, drinken, een lijntje trekken met, vertrouwelijk praten, omgaan met.Hobbes,hobz, Hobbes;Hobbism,hobizm, wijsgeerig stelsel vanTh. Hobbes(1588–1679);Hobbist.Hobble,hob’l, subst. hinken, strompelen; verlegenheid, moeielijkheid;Hobbleverb. strompelen, kluisteren van paarden, knoeien, prutsen:I’ve got into a nice hobble= ik zit leelijk in de klem;Hobble-skirt= strompelrok;Hobbler= hinkepoot; knoeier, onbevoegd loods, losse arbeider, een man, die een schuit trekt.Hobbledehoy,hob’ldəhôi, jong mensch, te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken;Hobbledehoyish= slungelig.Hobbly,hobli, hobbelig, oneffen, vol gaten (van een weg).Hobby,hobi, boomvalk; stokpaardje; domkop, lummel; telganger:Every man rides his hobby;Hobby-horse= stokpaardje (eig.enfig.), uilskuiken.Hobgoblin,hobgoblin,hobgoblin, kabouter.Hobnail,hobneil, hoefnagel, groote schoenspijker, pummel;Hobnailverb. met spijkers beslaan.Hobnob,hobnob, op goed geluk, luk of raak;Hobnobverb. ZieHob-and-nob.Hobson’s choice,hobs’nztšôis, geene keus, gedwongen keus.Hock,hok, knieboogspier (bij menschen); hakpees (bij paarden, etc.); Hochheimer, rijnwijn;Hockverb. een dier de knieboogspier doorsnijden;Hock-day= een feestdag bij ’t betalen der pacht;Hock Monday,Hock Tuesday= 2de Maandag en Dinsdag na Paschen;Hock-tide= de voorgaande feestdagen.Hockey,hoki, soort v. kolfspel.Hockle,hok’l, verb. ZieHock.Hocus,houkəs, drank met slaapkruid erin;Hocusverb. bedriegen, iets bedwelmends door den drank mengen;Hocus-pocus= hocus-pocus; ook adj.;Hocus-pocusverb. bedriegen.Hod,hod, kalk- of steenenbak;Hod-carrier= opperman =Hod-man, ookfig.= handlanger.Hodden,hod’n, boersch; ook =Hodden-gray (grey)= stof van ongeverfde wol.Hodge,hodž, boer, boerenarbeider;Hodge-podge= hutspot, allegaartje;Hodge-pudding= allegaarspudding.Hodiernal,houdiɐ̂n’l, huidig, van dezen dag.Hodometer,hədomətə, afstandsmeter (aan de as van een rijtuig, etc.).Hoe,hou, subst. schoffel;Hoeverb. schoffelen:Tohoe one’s ownrow= voor eigen stoep vegen (fig.);Hoe-cake= grove maïskoek.Hog,hog, subst. varken, gesneden beer, schaap tusschen 6 maanden en het eerste scheren, stier van een jaar; zwijn, vuilik; hog of schrobber, shilling;Hogverb. kort afknippen, schrobben (technisch “hoggen” genoemd), doorbuigen van een schip, met gebogen hoofd gaan (v. paarden);Togo the whole hog= voor niets terugdeinzen, iets consequent doorzetten,Bzeggen als menAheeft gezegd;Hog-colt= éénjarig veulen;Hog-cote= varkenskot;Hog-herd= zwijnenhoeder;Hog-mane= kortgesneden opstaande manen;Hogpen= varkenskot;Hog’s-back= lage heuvelrug;Hog’s-lard= varkensreuzel;Hog-shearing= koude drukte;Hog-steer= wild zwijn in ’t derde (schaap in ’t tweede) jaar;Hog-sty= varkenskot;Hog-wash= varkensdraf;Hoggery= varkenskot;Hoggish,hogiš, zwijnachtig,[254]vuil, dom, gulzig, zelfzuchtig; subst.Hoggishness.Hogarth,hougâth.Hoggerel,hogər’l, schaap in het tweede jaar.Hogger-pump,hogəpɐmp, pomp in eene kolenmijn.Hoggers,hogəz, kousen zonder voeten (door mijnwerkers gedragen).Hogget,hogət, zwijn, veulen of schaap in ’t tweede jaar.Hogmanay,hogmənei,hogmənei, Oudejaarsdag; onthaal of geschenk op dien dag in Schotland.Hogshead,hogzhed, okshoofd, groot vat (= 52 gallonsTinto wijn; 30 gallonsHock; 48 gallonsaleenbeer).Hoiden,hôid’n, subst. wilde meid, driedekker; adj. ruw, brutaal;Hoidenverb. stoeien, uitgelaten zijn; adj.Hoidenish.Hoist,hôist, subst. elevator, kraan; hoogte van vlag of zeil;Hoistverb. (op)hijschen:He washoist(ed) with his own petard= de mijn is verkeerd voor hem gesprongen.Hoity-toity,hôititôiti, drommels! tut, tut! adj. opgewonden, druk, uitgelaten, stormachtig; subst. warboel; opgeblazenheid.Hokey-pokey,houkipouki=Hocus-pocus; ook goedkoop ijs (op straat verkocht).Holborn,houbən,Holbrook,houlbruk;Holcroft,holkroft.Hold,hould, subst. houvast, greep, steun, invloed, macht, gevangenschap, gevangenis, schuilplaats, ruim van een schip;Holdverb. houden, vasthouden, er voor houden, ophouden, behouden, inhouden, aanhouden, bevatten, bewaren, behoeden, beslissen, bezitten, bekleeden, verkrijgen, verdedigen, deelnemen, vieren, voeren (van taal), wedden, standhouden, enz.:I cannotget hold ofhim= hem te pakken krijgen;Nothinghas any hold onhim= heeft vat op hem;Tokeep firm hold of= stevig vasthouden;Do not let go your hold= laat niet los;That great shocklooses his hold onlife= brengt hem den dood nader (eig. doet hem zijn houvast aan ’t leven verliezen);Toquit one’s hold= loslaten;Hetook (laid) hold ofmy arm= hij greep (pakte, hield) mijn arm vast;The frost will not hold= zal niet aanhouden;That rule always holds (good)= gaat altijd door;Hold fastby my girdle= houd je vast;Hold hard= houd je goed vast, wacht even, kalm aan, schei uit, stop;Held in reserve= gereserveerd;Sheheld herself properly= kwam netjes voor den dag;I willhold a brief foryou= de zaak voor u bepleiten;Weheld the fortress againstthe enemy= verdedigden (met succes) de vesting;He can hardlyhold his own= zich nauwelijks bedruipen;Tohold one’s own againstany odds= zich goed (staande, stand) houden tegen;Hold your peace= houd je mond;The ministryholds its powerat the hands of the people= heeft, ontvangt zijn macht uit de handen van het volk;Heheld our proxy= was onze procuratiehouder;Wehold our title of (from)the royal favour= ontleenen onzen titel, ons recht;Hold your tongue= zwijg;I willhold that wager= durf die weddenschap aan;Such an excuse would neverhold water= opgaan, geaccepteerd worden;Heheld woolfor her= hield een streng wol voor haar op; onderwierp zich aan hare nukken;You can’thold backtime= tegenhouden;Tohold backletters= achterhouden;Hold hard= stop!Heheld forthhis hand= stak zijne hand uit, bood zijne hand aan;We have beenholding forth onall kinds of subjects= hebben het gehad over, er over uitgeweid;Heheld offhis enemies= hield op een afstand;Heheld on his (headlong) course= zette zijn (onstuimigen) loop voort, ging door op;Hold on a bit= wacht eventjes;Heheld (on) bythe railings= hield zich vast aan;Theyheld on downwards= gingen verder naar beneden;Hold on roundmy waist= houd je vast om mijn middel;Heheld on pluckily= hield zich kranig;Tohold out= toesteken, vóórspiegelen, etc.:Hewas holding outto a knot of men= stond te oreeren;Heheld outthose favours to me= bood mij aan;I canhold outno longer= kan het niet langer uithouden;Many advertisements must beheld overtill our next issue= wij moeten laten liggen;You must nothold him tothat opinion= niet als zijne eind-opinie beschouwen;Iheld him tohis promise= hield hem aan;Behave well andhold (stick) to the right= en houd u aan ’t goede;Heheld faithfully tohis party= bleef standvastig trouw aan;Hold up your head,and look like a man= wees flink;Tohold up one’s head with= niet onderdoen voor;The same speed washeld up to the last= werd volgehouden;He washeld up for (to)execration, ridicule= werd prijsgegeven aan;Tohold up as an example= tot voorbeeld stellen;Heheld me up,until we were both picked out= hield mij boven water;Tohold up a train= aanhouden (door roovers);We were inthe held-up train;Hold up man!= houd je goed, courage!Why don’t youhold up your end of the line (rope)= waarom neemt gij niet deel aan het gesprek (Amer.)?Heholds withthe royalists= houdt het met;Hold-all= soort reiszak, nécessaire;Holdback= verhindering, beletsel;Holder= houder, bezitter, huurder, aandeelhouder, bak;Holder-forth= schreeuwerig redenaar;Holdfast=houldfâst, steun, houvast;Holding= houvast, bezit, gehuurde boerderij.Hole,houl, subst. gat, hol, opening, kuil, hok (van eene woning), moeilijkheid;Holeverb. een gat maken, stoppen, in een gat kruipen:My shoes arein holes= stuk;To bein a hole= in de klem zitten;Tomake a hole in the water= zich verdrinken;We are not goingto pick holes in each other’s coats= elkaar geen kwaad doen, niet op elkaar vitten;I triedto pick holes in his story= trachtte fouten te vinden in, aanmerkingen te maken op;Iput my foot into a big hole= ben er leelijk ingeloopen, heb me leelijk verpraat;The[255]diplomatic holes and cornersof our day= de diplomatieke geheimen (wat er achter de schermen gebeurt);The proceedings of the club arehole-and-corner= zijn geheim (stiekum);Ahole-and-cornerengagement= stiekum.Holibut,holibɐt(ZieHalibut).Holiday,holidei, subst. heiligedag, vacantiedag, vrije dag, feestdag; ook adj. feest —, Zondags —, onecht —:Theirholiday best= Zondagsche pak;Holiday Hall= plaats waar men zich niet behoeft te geneeren (om te rooken, bijv.);Tohave a holiday= vrij hebben;She wason holiday= met vacantie, had vrijaf;Holidays= vacantie;Holiday-maker= plezierreiziger;Holiday task= vacantiewerk.Holiness,houlinəs, heiligheid:His Holiness= Zijne Heiligheid, titel voor den Paus.Holinshed,holinzhed,holinšed.Holla,holə, subst. luide roep;Hollaverb. luide roepen, toeroepen; interj. helà, hei!Holland,hol’nd, Holland, ongebleekt linnen:Brown Holland= weinig gebleekt linnen;Holland gin=Hollands= Schiedammer;British Hollands= in Engeland gestookte jenever;Hollander.Hollow,holou, subst. holte, ledige ruimte, hol, groef, voor, dal; adj. hol, niet massief, uitgehold, concaaf, laag, diep, geveinsd, onoprecht, volkomen;Hollowverb. uithollen; ook roepen:Shebeat all her sisters hollow= won het royaal van, overtrof verre;Hollow-eyed= met holle oogen;Hollow-hearted= onoprecht, valsch;Hollow-square= carré (mil.);Hollow-ware= (metalen) keukengereedschap;Hollowness= holheid, leegheid, valschheid.Holly,holi, hulst; steeneik;Holly-fern= stekelige schildvaren;Holly-hock= stokroos;Holly-rose= cistroos.Holm,houm, riviereilandje, vlak en vruchtbaar land langs den rivieroever, hulst;Holm-oak= steeneik.Holmes,houmz.Holocaust,holəkôst, brandoffer bij de Joden, algemeene slachting.Holograph,holəgraf, eigenhandig geschreven document, adj. eigenhandig geschreven; adj.Holographic(al).Holothurian,holəthiûriən, zeekomkommer.Holster,houlstə, holster;Holstered.Holt,hoult, hout, boschje, aanleg, gat, schuilplaats (voor dieren).Holus-Bolus,houləs-bouləs, halsoverkop.Holy,houli, heilig, rein, goddelijk, gewijd:Holy of Holies= het Heilige der Heiligen;The Holy One= Jehova;Holy day= Heiligedag;Holy Ghost (Holy Spirit)= Heilige Geest;Holy Office= de Inquisitie;In Holy orders= inDeacon’sof inPriest’s(=full)orders=OrdainedalsDeaconofOrdained,admittedeninstitutedalsPriestdoor denBishop;Holy Rood= kruis, kruishout, crucifix (in kerken vooral);Holy Saturday= Zaterdag vóór Paschen;Holy-stone= schuursteen; ook verb.;Holy Thursday= Hemelvaartsdag;Holy Tide (Week)= week voor Paschen;Holy water= wijwater;Holy wells= miraculeuze bronnen;Holy Writ= de H. Schrift.Holyhead,holihed;Holyrood,holirûd.Holywell,holiwel:Holywell Street Literature= pornographische literatuur.Homage,homidž, subst. hulde, eerbied;Homageverb. huldigen =To do (render) homage;Homager= vasal, leenman.Home,houm, subst. tehuis, huis, geboorteplaats, vaderland, woning, verblijf, liefdadige instelling;Homeverb. naar huis gaan, wonen, zich vestigen; adj. huis - -, binnenlandsch; adv. naar huis, ten volle, toepasselijk, raak, krachtig:Home is home, be it never so homely=Be in East and West, home is best= oost, west, thuis best;Hebanged the door home= sloeg hard dicht;Tobring home (carry home, come home, leave home, return home);Tobring home to= bewijzen, duidelijk maken;All our deedscome homeat last= worden op den duur op onszelf verhaald;That truthcame home to me= drong tot me door, werd me bewust;Togo home= naar huis gaan, het doel treffen;Topay home= betaald zetten;He is perfectlyat home withwhat passed= volkomen op de hoogte van;Make yourself at home= doe alsof je thuis was;Mrs. N is at home on Monday= Mevrouw N. ontvangt Maandags;Is he at home?Nohe will be home to dinner;Charity begins at home= het hemd is nader dan de rok;Home-baked= eigengebakken;Home-bound=Homeward-bound= op de thuisreis;Home-bred= inlandsch (van fokvee); natuurlijk, onbeschaafd;Home-circle= familiekring;Home-circuit= rechtsgebied van deJudges of Assize, dat Londen tot centrum heeft;Home-counties= decountiesbevattend en Londen omringend;Home-department (Home-office)= Ministerie van Binnenl. Zaken;Home-farm= boerderij verbonden met het verblijf van den eigenaar,Home-fed bacon= inlandsch spek;Home-felt= innig, innerlijk, geheim;Home-freight= retourvracht;Home-keeping= thuisblijvend, huiselijk;Home-made= eigengemaakt, van inlandsch fabrikaat;Home-return= repatrieering;Home-rule= plaatselijk zelfbestuur (vooral met het oog op Ierland);To beHome-sick= heimwee hebben;Home-sickness= heimwee;Home-speaking= eenvoudige, oprechte taal;Home-spun= subst. en adj. eigengesponnen (stof), van eigen fabrikaat, eenvoudig; een bepaalde stof;Home-stall,Home-stead= erf, huismansplaats;Home-thrust= gevoelige waarheid, raak antwoord, stoot die raak is;Home-trade= binnenlandsche handel;Homeless= dakloos; subst.Homelessness;Homelike= gemoedelijk, gezellig;Homeliness= eenvoudigheid;Homely= eenvoudig, dood gewoon, ook ordinair (van het gelaat), voor huiselijk gebruik bestemd;Homeward=Homeward-bound= op weg naar huis, op de thuisreis.Homer,houmə, Homerus;Homeric,həmerik, Homerisch.Homicidal,homisaid’l,homisaid’l, moorddadig, bloedig;Homicide= moord, moordenaar.Homiletic(al),homiletik(’l), homiletisch;Homiletics= homiletiek;Homilist= homileet;[256]Homily= kerkelijke tekstverklaring, kanselrede.Homing,houmiŋ:Homing instinct= om het huis weer te vinden.Hominy,homini, grof gemalen maïs.Hommock,homək. ZieHummock.Homoeopath,ho(u)miəpath, homoeopaat; Homoeopathic(ally) = homoeopathisch;Homoeopathist= homoeopaat;Homoeopathy= homoeopathie.Homogeneous,houmədžîniəs, homogeen; subst.Homogeneousness.Homologate,homoləgeit, bekrachtigen, goedkeuren; subst.Homologation.Homologous,homoləgɐs, homoloog;Homology= homologie.Homonym,ho(u)mənim, homoniem; adj.Homonymous,həmonimɐs;Homonymy,homonimi, gelijkluidendheid, dubbelzinnigheid;Homophone,ho(u)məfoun, letter of woord van denzelfden klank.Homunculus,həmɐŋkjuləs, dwerg; langs chem. weg geschapen mensch (v. Paracelsus).Honduras,hondjuras,hondjûras(mahoniehout uit) Honduras.Hone,houn, subst. slijpsteen, oliesteen;Honeverb. slijpen, aanzetten.Honest,onəst, eerlijk, braaf, oprecht, kuisch, deugdzaam:Honest Indian? (Injun)= op je woord?Honesty= braafheid, eerlijkheid:Honesty is the best policy= eerlijk duurt het langst;In honesty of heart= in alle oprechtheid.Honey,hɐni, subst. honig, zoetheid, liefje, snoesje; adj. honigachtig, zoet;Honeyverb. met honig bedekken, zoet maken of worden;Honey-badger= honigdas;Honey-bag= honigzakje (der bijen);Honey-bear= honigbeer;Honey-bee= honigbij;Honeycomb= honigraat, honigcel:The nation ishoneycombed withsecret societies= doortrokken van geheime genootschappen;Nature ishoneycombed withpain and strife= is vol van pijn en strijd;Honey-dew= honigdauw; soort van tabak met stroop bevochtigd en in koekjes geperst;Honey-flower= honigbloem;Honey-guide= honigkoekoek (Zuid-Afr.);Honey-harvest= honigoogst;Honeymoon, subst. wittebroodsweken;Honeymoonverb. in de wittebroodsweken zijn, deze doorbrengen;Honey-mouthed= vleierig;Honey-stalk= honigklaver;Honey-tongued= vleierig;Honey-suckle= kamperfoelie;Honey-wort= wasbloem, kruisbladig walstroo;Honeyed(fig.) = zacht, zoet, vriendelijk, vleiend.Honied,hɐnid=Honeyed.Honorarium,onourêriəm, salaris, belooning.Honorary,onərəri, eervol, eere …:Honorary President= Eere-Voorzitter;Honorary monument= gedenkteeken voor iemand, die ergens anders begraven is;That is a purely honorific distinction= louter een eeretitel.Honour,onə, subst. eer, eergevoel, aanzien, rechtschapenheid, kuischheid, hoogachting, waardigheid, titel (=edelachtbare), eerewoord, een der vier hoogste troeven;Honourverb. eeren, eer bewijzen, vereeren, honoreeren (van een wissel); Meerv.Honours= eerbewijzen, hoogste graad:Examinations in honours= “cum laude” examens;Honours of war= krijgseer;Honour bright= op mijn (je) woord van eer;Affair (Debt, Guard, Point, Word)ofhonour;You arein honour boundto do it= aan uwe eer verplicht;Todo the honours= de “honneurs” waarnemen;Thatdoes you honour= dat strekt u tot eer;Tomeet with due honour= behoorlijk honoreeren;I pledge it on my honour,I pledge my honour for it= beloof het op mijn woord van eer;Honourer.Honourable,onərəb’l, eervol, aanzienlijk, voornaam, edel, achtbaar, titel (aan de jongere zoons van ‘earls’, aan al de zoons en dochters van ‘viscounts’ en ‘barons’, aan opperrechters in Engeland en Ierland en aan de hofdames toegekend; Zie ookRight-Honourable); subst.Honourableness.Hood,hud, subst. kap, capuchon, kapvormige plooi van eene universiteitstoga, kap (van een rijtuig); peperhuisje, kap (van een schoorsteen) enz.;Hoodverb. van een kap voorzien, bedekken, omhullen:The hoodand leathern apronof the carriage= kap;All hoods make not monks= ’t zijn allen geen koks, die lange messen dragen;Hood-cap= soort kaproen; soort zeehond;Hoodman= blindeman (in het spel);Hoodman-blind= blindemannetje;Hood-moulding= lijst boven deur of venster;Hoodwink= blinddoeken, verschalken; ook subst.Hoof,hûf, hoef, klauw, poot, stuk vee;Hoofverb. loopen:Tobeat (pad) the hoof= te voet (op Apostelpaarden) gaan;Hoof-bound= volhoevig, kreupel.Hook,huk, subst. haak, vischhaak, sikkel, kram, duim (van eene deur), vooruitspringende landtong; voordeel, meevallertje;Hookverb. met een hoek vangen, aanhaken, tot een haak buigen, van haken voorzien, vasthaken, stelen:By hook or by crook(ZieCrook);Off the hooks= in wanorde, ontstemd, ziek, dood:Todrop (go) off the hooks= het hoekje om (= dood) gaan;I wished himoff the hooks= wou, dat hij dood was;You must do iton your own hook= op eigen gelegenheid, verantwoording;Shekept him on the hooks= zij hield hem aan het lijntje,Topop off the hooks= doodgaan;Totake one’s hook= uitsnijden;They hooked it= zij zijn er van door;She hooks-and-eyes her gown= maakt vast met haken en oogen;Hook-nose(d)= (met een) haviksneus;Hook-pin= haakbout;Hooked= krom, haakvormig; subst.Hookedness; adj.Hooky.Hookah,hûkə, Oostersche pijp, waarbij de rook door water gaat.Hooker,hukə, hoeker (visschersvaartuig), zakkenroller.Hookey Walker,huki wôkə, onzin, maak dat de kat wijs!Hooligans,hûlig’nz, straatschenders, gespuis;Hooliganism= straatschenderij, woeste, liederlijke jool.Hoop,hûp, subst. hoepel, crinoline, beugel, riem,Hoopverb. met hoepels, enz. beslaan, omringen (Zie ookWhoop);Hoop-iron= bandijzer;Hoop-petticoat,Hoop-skirt= hoepelrok;Hooper= kuiper.[257]Hooping,hûpiŋ:Hooping-cough= kinkhoest.Hoosier,hûžə, bewoner vanHoosier state= Indiana;Hoosier cake= soort peperkoek (Amer.).Hoot,hût, subst. gejouw;Hootverb. uitjouwen, schreeuwen (van een uil);Hooter= autohoorn.Hoove,hûv, koliek bij vee.Hop,hop, subst. hop; sprong; thé dansant:Hop-o’-my-thumb= klein duimpje;Hopverb. hinken, huppelen, springen, dansen, hop oogsten, met hop brouwen:He escorted herat party or hop= naar partijen en bals;He has had many girlson the hop= het hoofd op hol gemaakt;Tocatch (take) on the (ground) hop= een bal vangen als hij opspringt; iemand onverhoeds overvallen, snappen;He is ahop out of kin= hij slaat geheel uit den aard;I canhop that loton one foot= dat eind wel hinkende afleggen;Tohop the twig= uitsnijden; het hoekje omgaan; op houten beenen loopen;Hopped over the twig= over den puthaak getrouwd;Hop-back= hopzeef;Hop-bind,Hop-bine= hopstengel;Hop-joint= opiumkit;Hop-picker= hopoogster;Hop-pole= hopstaak;Hopscotch= hinkspel; soort balletjes;Hop-vine= hopstengel;Hop-yard= hopveld;Hopper= danser, springer, etc. kaasmijt, sprinkhaan, trechter, zaaikorf, hopoogster; modderschuit =Hopper barge.Hope,houp, subst. hoop, vertrouwen, verwachting, wensch;Hopeverb. hopen, verwachten; vertrouwen:Young hopeful= veelbelovend jongmensch (ironisch);Hopefulness;Hopeless= hopeloos; subst.Hopelessness.Hopple,hop’l=Hobble= kluisteren;Hopples= kluisters voor vee in de weide.Horace,horis.Horal,hôr’l,Horary,hôrəri, wat een uur duurt of betreft.Horatian,həreiš’n, Horatiaansch;Horatio,həreišiou.Horde,höd, subst. horde, bende, troep;Hordeverb. in horden of benden leven of zich vereenigen.Horehound,höhaund, witte malrove.Horizon,həraiz’n, horizon, gezichtskring:Apparent, Sensible horizon= schijnbare horizon;Rational, Real, True horizon= werkelijke horizon;The plain of literature that is horizoned by 1801= het veld der literatuur tot 1801;Horizontal= horizontaal, waterpas; subst.Horizontalness;Horizontality.Horn,hön, hoorn, horen, drinkhoorn, voelhoren, de niet-volle maan (bij ’t wassen of afnemen), vleugel (van een leger), zijtak (van eene rivier), punt (van een aambeeld); borrel (Amer.);Hornverb. van horens voorzien; (fig.) horens doen dragen:A pairof horn spectacles;Horn of Plenty= horen des overvloeds;Tocome out at the little end of the horn= ergens slecht (kaal) af komen;He hasdrawn, hauled, pulled in his horns= hij is in zijne schulp gekropen;Toput to the horn= vogelvrij verklaren (Schotl.);I’ll eithermake a spoon or spoil a horn= ik waag het, erop of eronder;Toshow one’s horns= de tanden laten zien, flink optreden;Take a horn= neem een borrel (Amer.);Towear the horns= hoorndrager zijn;Horn-beak= gewone geep;Hornbeam= hagebeuk;Horn-bill= neushoornvogel;Horn-blower= hoornblazer;Horn-book= oud abéboek bestaande uit een blad papier, waarop het alphabet, de getallen van 0–9, het Onze Vader, beschermd door een doorzichtige plaat van hoorn en bevestigd op een houten raam met handvat;Horn-distemper= hoornziekte (van vee);Horn-eel= smelt;Horn-finch= stormvogeltje;Horn-fish= zeenaald;Horn-pipe= oud blaasinstrument; horlepijp;Horn-work= hoornwerk (vestingbouw);Horned= van horens voorzien;Horned horse(ZieGnu);Horning= het wassen of afnemen van de maan; door het blazen op een trompet ingeleide openbare afkondiging (Schotl.); ketelmuziek (Amer.);Horny= hard, hoornig:Horny coat of the eye= hoornvlies;Horny hands= vereelte.Hornet,hönət, horzel; kwelgeest:Tobring a nest of hornets about one’s ears= zijn hoofd in een wespennest steken.Horologe,horəlo(u)dž, uurwerk;Horologer= uurwerkmaker;Horology= uurwerkmakerskunst, tijdmetingskunst.Horoscope,horəskoup, horoscoop;I havecast her horoscope= haar horoscoop getrokken; adj.Horoscopic;Horoscopy,həroskəpi, kunst om de toekomst te voorspellen.Horrent,hor’nt, borstelig, rechtopstaand, afschuwelijk.Horrible,horib’l, verschrikkelijk, ijselijk, akelig; subst.Horribleness.Horrid,horid, akelig, afschuwelijk; ruw, stekelig, overeindstaand; treurig; subst.Horridness.Horrific,horific, afschuwwekkend;Horrify,horifai, met afschuw vervullen, doen sidderen.Horripilation,horipileiš’n, een gevoel alsof het hoofdhaar te berge rijst.Horror,horə, afgrijzen, afschuw, huivering:The horrors= delirium tremens; zwaarmoedigheid:Togive the horrors= afschuw inboezemen;Tohave the horrors= zwaarmoedig, katterig zijn, aan delirium tremens lijden;Horror-stricken,Horror-struck= door afgrijzen verpletterd.Horse,hös, paard (ookzeeterm), hengst, cavalerie, steunbok, droogrek, werk dat vóór het uitgevoerd is betaald wordt(= Dead horse), ezelsbrug;Horseverb. een paard bestijgen, van een paard voorzien, schrijlings plaatsen, dekken, opstijgen; adj. groot, grof:The near horse= bij-de-handsche paard;Off horse= van-de-handsche;Dark horse= nog onbekend renpaard; nieuweling, onbekend candidaat;Master of the Horse= opperstalmeester;Thosewho cannot flay the horse, flay the saddle= wie het meerdere niet kan doen, doe het mindere;Toflog the dead horse= aan een dood paard trekken (fig.);Toget on(Tomount,toride)the high horse= een hoogen toon aanslaan;Tolook a gift horse at (in) the[258]mouth= een gegeven paard in den bek zien;Yourode a dark horse then= (eig.) gij reedt toen op een onbekend paard, (fig.) gij hieldt u maar dom, voerdet wat in uw schild;Toride a free horse to death= een paard den rug stuk rijden, iemand exploiteeren;Hesits a horse very well= hij rijdt goed;Totake horse= te paard stijgen;I willwin the horse or lose the saddle= ik waag het, erop of eronder;I have often been horsedin this school myself= ben zelf dikwijls op het “houten paard” geweest, afgeranseld geworden;Horse-artillery= rijdende artillerie;Tobe (ride) on horseback= te paard;Horse-bean= paardeboon, tuinboon;Horse-block= stellage om bij het op- en afstijgen behulpzaam te zijn;Horse-boat= pont door paarden getrokken, of om paarden over te zetten;Horse-box= wagon voor paarden; stalafdeeling;Horse-breaker= pikeur, iemand die paarden dresseert;Horse-car= tramwagen (Amer.);Horse-car-track= tramweg (Amer.);Horse-chanter= opkooper van oude paarden, om ze door knoeierij weer goed aan den man te brengen;Horse-chestnut= paardekastanje;Horse-cloth= paardedek;Horse-coper= paardenkooper;Horse-courser= koopman in renpaarden; eigenaar van renpaarden;Horse-cucumber= groote groene komkommer;Horse-dealer= paardenkooper;Horse-doctor= paardenarts;Horse-drench= paardendrank;Horse-emmet= roode mier;Horse-faced= met een lang, grof gezicht;Horse-faker= paardenkooper (ZieFake);Horse-flesh= paardevleesch; paarden:The age of horse-flesh= de diligencetijd;He knows little of horse-flesh= hij heeft geen verstand van paarden;Horse-fly= paardenvlieg;Horse-Guards= bereden lijfwacht; bureau van den bevelhebber in Whitehall, de militaire autoriteiten aan het ministerie van oorlog;Horse-hair= paardenhaar;Horse-hoe= groote egge;Horse-jockey= pikeur, paardenkoopman;Horse-keeper= stalknecht; verhuurder v. paard.;Horse-knacker= paardenvilder;Horse-laugh= luide en ruwe lach;Horse-latitudes= streek der windstilten;Horse-leech= paardenarts, bloedzuiger; vrek;Horse-litter= baar door paarden gedragen;Horse-load= paardenvracht;Horse-lock= paardenkluister;Horseman= ruiter;Horsemanship= rijkunst;Horsemarines:Tell that to the horsemarines= maak dat je grootje wijs;Horse-marten= groote hommel, torenzwaluw;Horse-meat= paardevoer;Horse-mill= rosmolen;Horse-milliner= paardetuig- en zadelmaker;Horse-play= ruwe grap, ruwe wijze van doen;Horse-pond= paardewed;Horse-power= paardekracht:Horse-race= wedren;Horse-radish= mierik, meerradijs, peperwortel;Horse-railroad= tramweg (Amer.);Horse-rake= paardehark, groote egge;Horse-rider= kunstrijder;Horseshoe= subst. en adj. hoefijzer(vormig);Horse-shoeing= beslaan van paarden;Horse-stinger= paardenbijter;Horse-tail= paardestaart; Turksche standaard;Horse-way(Amer.) = rijweg;Horse-whip, subst. paardezweep;Horsewhipverb. met de paardezweep slaan, afranselen;Horsewoman= paardrijdster, amazone;Horse-worm= paardenworm of de larve ervan;Hors(e)y,hösi, paardachtig, gek op paarden, jockeyachtig;Horsing= tuchtiging (met een roede) van een schooljongen, die daartoe op den rug van een anderen jongen hangt.Hortation,höteiš’n, vermaning;Hortative,hötətiv,Hortatory,hötətori, vermanend.Horticulture,hötikɐltšə, tuinbouw;Ahorticulturalshow= tuinbouwtentoonstelling;Horticulturist= tuinbouwkundige.Hosanna,həzanə.Hose,houz, kousen, sportkousen, nauwsluitende kniebroek, brandspuitslang, tuinslang (=Hose-pipe);Hoseverb. bespuiten:You havegot your legs into twisted hose there= dat hebt gij glad mis;Hose-man= spuitgast.Hosier,houžə, koopman in sajetten en wollen goederen;Hosiery= sajetten en wollen (gebreide) goederen, zaak in die goederen.Hosea,houzîə, Hosea.Hospice,hospis, hospitium, kloosterherberg.Hospitable,hospitəb’l, herbergzaam, gastvrij; subst.Hospitableness;Hospitage,hospitidž, gastvrijheid;Hospital,hospit’l, hospitaal, godshuis:Hospital-ship;Hospitality= gastvrijheid;Hospital(l)er= hospitaal-inspecteur; hospitaal-broeder, -zuster, -ridder.Host,houst, subst. gastheer, waard; leger, troep, menigte; hostie;Hostverb. zijn verblijf nemen, onthalen, herbergen:The Lord of Hosts= de Heer der Heerscharen;Hostess= gastvrouw.Hostage,houstidž, gijzelaar, borgtocht.Hostel,host’l, herberg, hospitium (voor studenten te Cambridge);Hostelry,host’lri, = herberg, hospitium.Hostile,host(a)il, vijandig, vijandelijk;Hostility,hostiliti, vijandigheid (Meerv.Hostilities= vijandelijkheden).Hostler,oslə, stalknecht.Hot,hot, heet, scherp, brandend, vurig, dol op (on):That horse ishot at hand= is vurig en hard in den bek;In hot haste= overijld, snel;We found ourselvesin hot water= we zaten er leelijk in;Hot water tin= waterstoof;X. is becoming too hot for him= hij kan het te X. niet meer uithouden;I’llmake it hot for him= ik zal hem mores leeren;Brandy hot= warme cognacgrog;Hot-bed= broeibak; broeinest;Hot-blast= stroom van heete lucht;Hot-blooded= vurig, driftig; hartstochtelijk;Hot-brained= oploopend, heethoofdig;Hot-cockles= spel, waarbij de geblinddoekte moet raden wie hem geslagen heeft;Hot-flue= droogkamer (katoenfabr.);Hot-foot= zoo snel mogelijk;Hot-head= driftkop, heethoofd;Hot-headed= heethoofdig, driftig; subst.Hot-headedness;Hot-house= broeikast, droogkamer;Hot-mouthed= hard in den bek, onhandelbaar;Hot-press= pers (voor het satineeren van papier of het decateeren van laken);Hot-spirited= vurig van geest, driftig;Hot-spur, subst. driftkop; vroege doperwt; adj. doldriftig;Hot-spurred= driftig,[259]onstuimig;Hot-tempered= opvliegend.Hotchpot(ch),hotšpot(š), mengelmoes, zootje, hutspot.Hotel,hətel, logement:Hotel-car= restauratiewagen (Amer.);Hotel-keeper= hotelier.Hotri,houtri, Brahmaansch priester.Hottentot,hot’ntot, Hottentot; de taal; ookfig.Houdah,hauda. ZieHowdah.Hough,hɐf.Hough,hok. ZieHock.Hougham,hɐfəm;Houghton,hout’n.Hound,haund, (jacht)hond;Houndverb. met honden jagen, aanzetten, ophitsen, wegjagen:Master of Fox-hounds= jagermeester, hoofd van deHunt(de jachtvereeniging in een bepaald district):Tofollow the hounds= jagen (op vossen);Herides well to hounds= hij is een goed vossenjager;Hound’s-tongue,= hondstong.Hounslow,haunzlou.Hour,auə, uur;Hours= uurgebeden, het boek dat ze bevat, de Horae;After hours= na den arbeid of werktijd;Hekeeps good (bad) hours= hij komt steeds op tijd (te laat) thuis;Tokeep early hours= vroeg opstaan en vroeg te bed gaan;The housesat far into the small hours= het Lagerhuis zat tot diep in den nacht;I promised him soin an evil hour= te kwader ure;What is the hour of day= hoe laat is het op den dag?Hour-angle= uurhoek;Hour-circle= uurcirkel;Hour-glass= zandlooper;Hour-hand= uurwijzer;Hour-line= uurlijn;Hour-plate= wijzerplaat;Hourly= (van) ieder uur.

Highty,haiti;Highty-flightiness= wuftheid; adj.Highty-flighty;Highty-tighty=Hoity-toity:Do not turn me off in thatHighty manner= zend mij niet weg op die hooghartige manier.

Hilarious,h(a)ilêriəs, vroolijk, opgewekt;Hilarity,h(a)ilariti, vroolijkheid, opgewektheid.

Hilary term,hiləritɐ̂m, vroegere zittingstijd (11 Jan.–31 Jan.) in de Eng. gerechtshoven; thansHilary Sittingsvan 11 Jan. tot den Woensdag vóór Paschen; cursus van 14 Jan. tot Zaterdag vóór Palmzondag aan de Univ. van Oxford.

Hill,hil, heuvel;Hillverb. aanaarden;Up hill down dale= berg op berg af;As old as the hills= zoo oud als de weg naar Kralingen;Togo down the hill= achteruitgaan, minder worden;Hill-folk= bergbewoners;Hill-side= helling van een heuvel;Hill-top= heuveltop;Hill-wort,hilwɐ̂t, polei;Hilliness= heuvelachtigheid;Hillock= heuveltje, bergje;Hilly= heuvelachtig.

Hilt,hilt, hecht, gevest:You can count upon meup to the hilt= volkomen;Up to the hiltin debt= tot over de ooren;Mortgagedup to the hilt= geheel;You haveproved it (up) to the hilt= gij hebt het zonneklaar bewezen.

Him,him, pers. voornw., hem;Himself= hemzelf, zichzelf:He was not himselfyesterday= zichzelf niet, niet lekker;He wasby himself= alleen;Hekept himself to himselffor some time= hij zonderde zich af.

Himalaya,himâljə,himəleijə,himəlaijə:[252]Himalaya Mountains=The Himalayas= het Himalayagebergte.

Hind,haind, subst. hinde; boer, boerenarbeider, knecht.

Hind,haind, achterste:Hind before= achterstevoren;With their heads turnedhind foremost= achterstevoren;Hind-leg= achterpoot;Hindmost= achterste;Hinder,haində, achterste, laatste =Hindermost= laatste.

Hinder,hində, hinderen, verhinderen, beletten, moeielijkheden in den weg leggen:Hehinderedmefromcoming= belette mij;Hind(e)rance,hindr’ns, hindernis, nadeel =Hinderer, ook hij die verhindert.

Hindi,hindî, Noord Ind. dialect; Indiër.

Hindoo,Hindu,hindû,hindû, subst. en adj. Hindoe(sch);Hinduism,hindûizm, leer der Hindoes;Hindu Kush,hindukûš;Hindustan,hindustân;Hindustani,hindustânî, Hindostansch(dialect).

Hinge,hinž, subst. hengsel, scharnier, spil;Hingeverb. van hengsels voorzien, draaien, steunen, afhangen:Things areoff the hinges= de boel is in de war;Everythinghinges onthat fact= om dat feit draait alles.

Hink,hiŋk, sikkel.

Hinny,hini, subst. muildier;Hinnyverb. hinniken.

Hint,hint, subst. zinspeling, wenk;Hintverb. zinspelen, een wenk geven, aan de hand doen, toespelingen maken:Do nothint ata present= maak vooral geene toespeling op;The beauties of nature arenot only hinted, but brought home= niet slechts aangeduid, maar voelbaar gemaakt;Hetook the hint= begreep den wenk.

Hip,hip, subst. heup; graatspar of hoekkeper van een tentdak; bottel van de hondsroos;Hips= zwaarmoedigheid;Tocatch on the hip= in de macht krijgen;Tohave on the hip= in de macht hebben, overwinnen;The government wasbeaten hip and thigh= bleef verschrikkelijk in de minderheid;Tosmite hip and thigh= den schenkel en de heup (Richt. XV, 8);Hip-bath= zitbad;Hip-gout= heupjicht;Hip-joint= heupgewricht;Hip-roof= tentdak;Hip-shot= ontheupt, lam;Hip-tree= hondsroos;Hipped= met ontwrichte heup; somber, gedrukt:You are hipped,you want more society= je bent zwaarmoedig (“hiep”);Hippish= somber, gedrukt.

Hippocampus,hipəkampəs, zeepaardje;Hippocras,hipəkras, hipokras;Hippocrates,hipokrətîz;Hippocratic,hipəkratik, Hippocratisch:Hippocratic face= gelaat van een stervende even vóór de dood intreedt.Hippocrene,hipəkrîn,hipəkrînî, Hengstebron;Hippodrome,hipədroum, circus, wedstrijd met vooraf afgesproken resultaat (Amer.);Hippogriff,hipəgrif, gevleugeld paard;Hippolyta,hipolitə, Hippolyta;Hippopathology,hipəpətholədži, leer der paardenziekten;Hippophagist,hipofədžist, eter van paardenvleesch;The man’s hippopotamicmanner= ’s mans lompe, onbehouwen manier;Hippopotamus,hipəpotəmɐs, nijlpaard, rivierpaard.

Hircania,hɐ̂keiniə.

Hircine,hɐ̂s(a)in, sterk riekend, als v. een geit, bok, bokachtig: hircine.

Hire,haiə, subst. huur, loon, belooning, steekpenning;Hireverb. huren van iemand, in dienst nemen voor loon, omkoopen, verhuren:Tohire oneself to, out= zich verhuren aan, verhuren;Hireless= gratis;Hireling, subst. huurling; ook adj.;Hirer= huurder; verhuurder (=Hirer out).

Hirsute,hɐ̂siût,hɐ̂siût, behaard, borstelig, haar - -.

His,hiz, pron. poss. zijn, de of het zijne:He hascome by his own= heeft gekregen wat het zijne was;He hascome into his own= heeft zijn erfdeel gekregen.

Hish,hiš, aanhitsen; ook interj.

Hisk,hisk, moeielijk ademhalen.

Hispanicism,hispanisizm, Spaansch idioom;The Hispano-Portuguese frontier= Spaansch-Portugeesche.

Hispid,hispid, borstelig.

Hiss,his, subst. sisklank, gesis, gejouw;Hissverb. sissen, fluiten (van een pijl), uitfluiten.

Hist,hist, aanhitsen; interj. St.!

Histology,histolədži, leer der weefsels.

Historian,histôriən, geschiedschrijver;Historic(al),historik(’l),geschiedkundig:Historical cavalcade= (pageant) = historische optocht;Historic-painting,Historic-picture= geschiedkundig schilderstuk;Historic(al)-sense= historisch inzicht;Historicalness,historik’lnəs, geschiedkundige waarde of waarheid;Historiette,histôriet, verhaal, kleine geschiedenis;Historiographer,histôriogrəfə, geschiedschrijver;Historiography,histôriogrəfi, geschiedschrijving;History,histəri, geschiedenis, verhaal:Ancient (Modern, Natural, Sacred) history;History-piece= historische schilderij.

Histrionic(al),histrionik(’l), tooneelspel …, tooneelspeler …:Ourhistrionic tasteis gone= onze zin voor de tooneelspeelkunst;Histrionics,histrioniks, tooneelkunst;Histrionism= de tooneelspelers, het spelen.

Hit,hit, subst. slag, stoot, steek onder water, aanraking, kans, gelukkige zet, treffer, succes;Hitverb. raken, treffen, slaan, gissen, raden, passen, gelukken, aantreffen, bedenken, ontdekken:The book isa decided hit= heeft veel succes;The singer wasa great hitin London= maakte grooten opgang;Hemade an immense hitwith his song= had kolossaal succes;You must do it,hit or miss (hitty missy)= op goed geluk af (eig. luk of raak);Tohititoffwith= opschieten met:I alwayshit it offwith dogs and children;You havehit it off= ge hebt het juist getroffen, geraden;Hehit offmy likeness very happily= hij heeft mij goed getroffen;Hehit it out= hij heeft het er goed afgebracht;Hehit out atme= deed een slag naar mij;Her visit to America was a triumph;shehit upall her hearers= zij pakte al hare hoorders in;I could nothit uponthe right expression= kon niet vinden;These wordshit the audience in their weakest place= tastten in hun zwak;Ihit it in his teeth= wreef het hem onder den neus;You[253]havehit the mark= het bij ’t rechte eind;You hit it very punctually= hebt het precies getroffen;Hitting-shot= raakschot.

Hitch,hitš, subst. ruk, kink, steek, beletsel, hapering, tijdelijke hulp in nood;Hitchverb. vastmaken, aanhaken, met een ruk of sprong zich voortbewegen, optrekken, prettig samenwerken, aanslaan (van paarden), wegnemen:The hitch was due toyour carelessness= door uwe zorgeloosheid ontstond het beletsel;Some hitch had occurred= er was een kink in den kabel gekomen;Therethe hitch lies= daar zit de knoop;Upon the least hitchI will have you write your lesson= als ge even hapert;The extinguisher washitched tothe candlestick= het dompertje was aan den kandelaar gehaakt;Take care, lesthe hitches you intoa story= dat hij je niet in een verhaal ten tooneele voert;Hehitched onthe battery= haakte aan.

Hither,hidhə, hierheen, aan deze zijde:Hither and thither= heen en weer;Hithermost= nabij, het meest naar deze zijde;Hitherto= tot hiertoe;Hitherward= herwaarts.

Hive,haiv, bijenkorf, zwerm bijen, dicht bevolkte buurt; bijenkorfvormige hoed;Hiveverb. in een korf doen of verzamelen, opzamelen, bevatten, samenwonen:I will no longerhive with them= met hen onder één dak zijn;Hive-bee= korfbij;Hiver= ijmker.

Hives,haivz, keelontsteking; netelroos.

Hizzing,hiziŋ, gesis.

Ho(a),hou, he! ho!

Hoaky: By the Hoaky= alleduivels!

Hoar,hö, adj. wit, grijs, beschimmeld;Hoarverb. wit of grijs maken, beschimmelen:Hoar-frost= rijp;Hoar-stone= grenssteen; Hoariness, subst. v.Hoary= grijs, grauw, met grijze haartjes bedekt;Hoar-headed= met grijzen kop.

Hoard,höd, subst. voorraad, hoeveelheid; hoop, geheime schat of voorraad;Hoardverb. vergaren, opzamelen, opleggen:He hoarded all savings= zamelde op;Hoarder.

Hoarding,hödiŋ, schutting om een in aanbouw zijnd gebouw.

Hoarse,hös, schor, heesch, krassend:I am ashoarse as a crow; subst.Hoarseness.

Hoax,houks, subst. grap, fopperij, aardigheid, “canard”;Hoaxverb. eene grap hebben, foppen:Toplay a hoax upon a person= een poets bakken;Hoaxer.

Hob,hob, subst. vooruitspringend plaatje aan een haard om iets warm te houden; naaf; houten pin, kinderspel waarbij naar een op eenhobgeplaatst geldstukje wordt gegooid:Toplay hob with= een speldje steken voor (fig.).

Hob-and-nob,hobən(d)nob, drinken, een lijntje trekken met, vertrouwelijk praten, omgaan met.

Hobbes,hobz, Hobbes;Hobbism,hobizm, wijsgeerig stelsel vanTh. Hobbes(1588–1679);Hobbist.

Hobble,hob’l, subst. hinken, strompelen; verlegenheid, moeielijkheid;Hobbleverb. strompelen, kluisteren van paarden, knoeien, prutsen:I’ve got into a nice hobble= ik zit leelijk in de klem;Hobble-skirt= strompelrok;Hobbler= hinkepoot; knoeier, onbevoegd loods, losse arbeider, een man, die een schuit trekt.

Hobbledehoy,hob’ldəhôi, jong mensch, te groot voor een servet en te klein voor een tafellaken;Hobbledehoyish= slungelig.

Hobbly,hobli, hobbelig, oneffen, vol gaten (van een weg).

Hobby,hobi, boomvalk; stokpaardje; domkop, lummel; telganger:Every man rides his hobby;Hobby-horse= stokpaardje (eig.enfig.), uilskuiken.

Hobgoblin,hobgoblin,hobgoblin, kabouter.

Hobnail,hobneil, hoefnagel, groote schoenspijker, pummel;Hobnailverb. met spijkers beslaan.

Hobnob,hobnob, op goed geluk, luk of raak;Hobnobverb. ZieHob-and-nob.

Hobson’s choice,hobs’nztšôis, geene keus, gedwongen keus.

Hock,hok, knieboogspier (bij menschen); hakpees (bij paarden, etc.); Hochheimer, rijnwijn;Hockverb. een dier de knieboogspier doorsnijden;Hock-day= een feestdag bij ’t betalen der pacht;Hock Monday,Hock Tuesday= 2de Maandag en Dinsdag na Paschen;Hock-tide= de voorgaande feestdagen.

Hockey,hoki, soort v. kolfspel.

Hockle,hok’l, verb. ZieHock.

Hocus,houkəs, drank met slaapkruid erin;Hocusverb. bedriegen, iets bedwelmends door den drank mengen;Hocus-pocus= hocus-pocus; ook adj.;Hocus-pocusverb. bedriegen.

Hod,hod, kalk- of steenenbak;Hod-carrier= opperman =Hod-man, ookfig.= handlanger.

Hodden,hod’n, boersch; ook =Hodden-gray (grey)= stof van ongeverfde wol.

Hodge,hodž, boer, boerenarbeider;Hodge-podge= hutspot, allegaartje;Hodge-pudding= allegaarspudding.

Hodiernal,houdiɐ̂n’l, huidig, van dezen dag.

Hodometer,hədomətə, afstandsmeter (aan de as van een rijtuig, etc.).

Hoe,hou, subst. schoffel;Hoeverb. schoffelen:Tohoe one’s ownrow= voor eigen stoep vegen (fig.);Hoe-cake= grove maïskoek.

Hog,hog, subst. varken, gesneden beer, schaap tusschen 6 maanden en het eerste scheren, stier van een jaar; zwijn, vuilik; hog of schrobber, shilling;Hogverb. kort afknippen, schrobben (technisch “hoggen” genoemd), doorbuigen van een schip, met gebogen hoofd gaan (v. paarden);Togo the whole hog= voor niets terugdeinzen, iets consequent doorzetten,Bzeggen als menAheeft gezegd;Hog-colt= éénjarig veulen;Hog-cote= varkenskot;Hog-herd= zwijnenhoeder;Hog-mane= kortgesneden opstaande manen;Hogpen= varkenskot;Hog’s-back= lage heuvelrug;Hog’s-lard= varkensreuzel;Hog-shearing= koude drukte;Hog-steer= wild zwijn in ’t derde (schaap in ’t tweede) jaar;Hog-sty= varkenskot;Hog-wash= varkensdraf;Hoggery= varkenskot;Hoggish,hogiš, zwijnachtig,[254]vuil, dom, gulzig, zelfzuchtig; subst.Hoggishness.

Hogarth,hougâth.

Hoggerel,hogər’l, schaap in het tweede jaar.

Hogger-pump,hogəpɐmp, pomp in eene kolenmijn.

Hoggers,hogəz, kousen zonder voeten (door mijnwerkers gedragen).

Hogget,hogət, zwijn, veulen of schaap in ’t tweede jaar.

Hogmanay,hogmənei,hogmənei, Oudejaarsdag; onthaal of geschenk op dien dag in Schotland.

Hogshead,hogzhed, okshoofd, groot vat (= 52 gallonsTinto wijn; 30 gallonsHock; 48 gallonsaleenbeer).

Hoiden,hôid’n, subst. wilde meid, driedekker; adj. ruw, brutaal;Hoidenverb. stoeien, uitgelaten zijn; adj.Hoidenish.

Hoist,hôist, subst. elevator, kraan; hoogte van vlag of zeil;Hoistverb. (op)hijschen:He washoist(ed) with his own petard= de mijn is verkeerd voor hem gesprongen.

Hoity-toity,hôititôiti, drommels! tut, tut! adj. opgewonden, druk, uitgelaten, stormachtig; subst. warboel; opgeblazenheid.

Hokey-pokey,houkipouki=Hocus-pocus; ook goedkoop ijs (op straat verkocht).

Holborn,houbən,Holbrook,houlbruk;Holcroft,holkroft.

Hold,hould, subst. houvast, greep, steun, invloed, macht, gevangenschap, gevangenis, schuilplaats, ruim van een schip;Holdverb. houden, vasthouden, er voor houden, ophouden, behouden, inhouden, aanhouden, bevatten, bewaren, behoeden, beslissen, bezitten, bekleeden, verkrijgen, verdedigen, deelnemen, vieren, voeren (van taal), wedden, standhouden, enz.:I cannotget hold ofhim= hem te pakken krijgen;Nothinghas any hold onhim= heeft vat op hem;Tokeep firm hold of= stevig vasthouden;Do not let go your hold= laat niet los;That great shocklooses his hold onlife= brengt hem den dood nader (eig. doet hem zijn houvast aan ’t leven verliezen);Toquit one’s hold= loslaten;Hetook (laid) hold ofmy arm= hij greep (pakte, hield) mijn arm vast;The frost will not hold= zal niet aanhouden;That rule always holds (good)= gaat altijd door;Hold fastby my girdle= houd je vast;Hold hard= houd je goed vast, wacht even, kalm aan, schei uit, stop;Held in reserve= gereserveerd;Sheheld herself properly= kwam netjes voor den dag;I willhold a brief foryou= de zaak voor u bepleiten;Weheld the fortress againstthe enemy= verdedigden (met succes) de vesting;He can hardlyhold his own= zich nauwelijks bedruipen;Tohold one’s own againstany odds= zich goed (staande, stand) houden tegen;Hold your peace= houd je mond;The ministryholds its powerat the hands of the people= heeft, ontvangt zijn macht uit de handen van het volk;Heheld our proxy= was onze procuratiehouder;Wehold our title of (from)the royal favour= ontleenen onzen titel, ons recht;Hold your tongue= zwijg;I willhold that wager= durf die weddenschap aan;Such an excuse would neverhold water= opgaan, geaccepteerd worden;Heheld woolfor her= hield een streng wol voor haar op; onderwierp zich aan hare nukken;You can’thold backtime= tegenhouden;Tohold backletters= achterhouden;Hold hard= stop!Heheld forthhis hand= stak zijne hand uit, bood zijne hand aan;We have beenholding forth onall kinds of subjects= hebben het gehad over, er over uitgeweid;Heheld offhis enemies= hield op een afstand;Heheld on his (headlong) course= zette zijn (onstuimigen) loop voort, ging door op;Hold on a bit= wacht eventjes;Heheld (on) bythe railings= hield zich vast aan;Theyheld on downwards= gingen verder naar beneden;Hold on roundmy waist= houd je vast om mijn middel;Heheld on pluckily= hield zich kranig;Tohold out= toesteken, vóórspiegelen, etc.:Hewas holding outto a knot of men= stond te oreeren;Heheld outthose favours to me= bood mij aan;I canhold outno longer= kan het niet langer uithouden;Many advertisements must beheld overtill our next issue= wij moeten laten liggen;You must nothold him tothat opinion= niet als zijne eind-opinie beschouwen;Iheld him tohis promise= hield hem aan;Behave well andhold (stick) to the right= en houd u aan ’t goede;Heheld faithfully tohis party= bleef standvastig trouw aan;Hold up your head,and look like a man= wees flink;Tohold up one’s head with= niet onderdoen voor;The same speed washeld up to the last= werd volgehouden;He washeld up for (to)execration, ridicule= werd prijsgegeven aan;Tohold up as an example= tot voorbeeld stellen;Heheld me up,until we were both picked out= hield mij boven water;Tohold up a train= aanhouden (door roovers);We were inthe held-up train;Hold up man!= houd je goed, courage!Why don’t youhold up your end of the line (rope)= waarom neemt gij niet deel aan het gesprek (Amer.)?Heholds withthe royalists= houdt het met;Hold-all= soort reiszak, nécessaire;Holdback= verhindering, beletsel;Holder= houder, bezitter, huurder, aandeelhouder, bak;Holder-forth= schreeuwerig redenaar;Holdfast=houldfâst, steun, houvast;Holding= houvast, bezit, gehuurde boerderij.

Hole,houl, subst. gat, hol, opening, kuil, hok (van eene woning), moeilijkheid;Holeverb. een gat maken, stoppen, in een gat kruipen:My shoes arein holes= stuk;To bein a hole= in de klem zitten;Tomake a hole in the water= zich verdrinken;We are not goingto pick holes in each other’s coats= elkaar geen kwaad doen, niet op elkaar vitten;I triedto pick holes in his story= trachtte fouten te vinden in, aanmerkingen te maken op;Iput my foot into a big hole= ben er leelijk ingeloopen, heb me leelijk verpraat;The[255]diplomatic holes and cornersof our day= de diplomatieke geheimen (wat er achter de schermen gebeurt);The proceedings of the club arehole-and-corner= zijn geheim (stiekum);Ahole-and-cornerengagement= stiekum.

Holibut,holibɐt(ZieHalibut).

Holiday,holidei, subst. heiligedag, vacantiedag, vrije dag, feestdag; ook adj. feest —, Zondags —, onecht —:Theirholiday best= Zondagsche pak;Holiday Hall= plaats waar men zich niet behoeft te geneeren (om te rooken, bijv.);Tohave a holiday= vrij hebben;She wason holiday= met vacantie, had vrijaf;Holidays= vacantie;Holiday-maker= plezierreiziger;Holiday task= vacantiewerk.

Holiness,houlinəs, heiligheid:His Holiness= Zijne Heiligheid, titel voor den Paus.

Holinshed,holinzhed,holinšed.

Holla,holə, subst. luide roep;Hollaverb. luide roepen, toeroepen; interj. helà, hei!

Holland,hol’nd, Holland, ongebleekt linnen:Brown Holland= weinig gebleekt linnen;Holland gin=Hollands= Schiedammer;British Hollands= in Engeland gestookte jenever;Hollander.

Hollow,holou, subst. holte, ledige ruimte, hol, groef, voor, dal; adj. hol, niet massief, uitgehold, concaaf, laag, diep, geveinsd, onoprecht, volkomen;Hollowverb. uithollen; ook roepen:Shebeat all her sisters hollow= won het royaal van, overtrof verre;Hollow-eyed= met holle oogen;Hollow-hearted= onoprecht, valsch;Hollow-square= carré (mil.);Hollow-ware= (metalen) keukengereedschap;Hollowness= holheid, leegheid, valschheid.

Holly,holi, hulst; steeneik;Holly-fern= stekelige schildvaren;Holly-hock= stokroos;Holly-rose= cistroos.

Holm,houm, riviereilandje, vlak en vruchtbaar land langs den rivieroever, hulst;Holm-oak= steeneik.

Holmes,houmz.

Holocaust,holəkôst, brandoffer bij de Joden, algemeene slachting.

Holograph,holəgraf, eigenhandig geschreven document, adj. eigenhandig geschreven; adj.Holographic(al).

Holothurian,holəthiûriən, zeekomkommer.

Holster,houlstə, holster;Holstered.

Holt,hoult, hout, boschje, aanleg, gat, schuilplaats (voor dieren).

Holus-Bolus,houləs-bouləs, halsoverkop.

Holy,houli, heilig, rein, goddelijk, gewijd:Holy of Holies= het Heilige der Heiligen;The Holy One= Jehova;Holy day= Heiligedag;Holy Ghost (Holy Spirit)= Heilige Geest;Holy Office= de Inquisitie;In Holy orders= inDeacon’sof inPriest’s(=full)orders=OrdainedalsDeaconofOrdained,admittedeninstitutedalsPriestdoor denBishop;Holy Rood= kruis, kruishout, crucifix (in kerken vooral);Holy Saturday= Zaterdag vóór Paschen;Holy-stone= schuursteen; ook verb.;Holy Thursday= Hemelvaartsdag;Holy Tide (Week)= week voor Paschen;Holy water= wijwater;Holy wells= miraculeuze bronnen;Holy Writ= de H. Schrift.

Holyhead,holihed;Holyrood,holirûd.

Holywell,holiwel:Holywell Street Literature= pornographische literatuur.

Homage,homidž, subst. hulde, eerbied;Homageverb. huldigen =To do (render) homage;Homager= vasal, leenman.

Home,houm, subst. tehuis, huis, geboorteplaats, vaderland, woning, verblijf, liefdadige instelling;Homeverb. naar huis gaan, wonen, zich vestigen; adj. huis - -, binnenlandsch; adv. naar huis, ten volle, toepasselijk, raak, krachtig:Home is home, be it never so homely=Be in East and West, home is best= oost, west, thuis best;Hebanged the door home= sloeg hard dicht;Tobring home (carry home, come home, leave home, return home);Tobring home to= bewijzen, duidelijk maken;All our deedscome homeat last= worden op den duur op onszelf verhaald;That truthcame home to me= drong tot me door, werd me bewust;Togo home= naar huis gaan, het doel treffen;Topay home= betaald zetten;He is perfectlyat home withwhat passed= volkomen op de hoogte van;Make yourself at home= doe alsof je thuis was;Mrs. N is at home on Monday= Mevrouw N. ontvangt Maandags;Is he at home?Nohe will be home to dinner;Charity begins at home= het hemd is nader dan de rok;Home-baked= eigengebakken;Home-bound=Homeward-bound= op de thuisreis;Home-bred= inlandsch (van fokvee); natuurlijk, onbeschaafd;Home-circle= familiekring;Home-circuit= rechtsgebied van deJudges of Assize, dat Londen tot centrum heeft;Home-counties= decountiesbevattend en Londen omringend;Home-department (Home-office)= Ministerie van Binnenl. Zaken;Home-farm= boerderij verbonden met het verblijf van den eigenaar,Home-fed bacon= inlandsch spek;Home-felt= innig, innerlijk, geheim;Home-freight= retourvracht;Home-keeping= thuisblijvend, huiselijk;Home-made= eigengemaakt, van inlandsch fabrikaat;Home-return= repatrieering;Home-rule= plaatselijk zelfbestuur (vooral met het oog op Ierland);To beHome-sick= heimwee hebben;Home-sickness= heimwee;Home-speaking= eenvoudige, oprechte taal;Home-spun= subst. en adj. eigengesponnen (stof), van eigen fabrikaat, eenvoudig; een bepaalde stof;Home-stall,Home-stead= erf, huismansplaats;Home-thrust= gevoelige waarheid, raak antwoord, stoot die raak is;Home-trade= binnenlandsche handel;Homeless= dakloos; subst.Homelessness;Homelike= gemoedelijk, gezellig;Homeliness= eenvoudigheid;Homely= eenvoudig, dood gewoon, ook ordinair (van het gelaat), voor huiselijk gebruik bestemd;Homeward=Homeward-bound= op weg naar huis, op de thuisreis.

Homer,houmə, Homerus;Homeric,həmerik, Homerisch.

Homicidal,homisaid’l,homisaid’l, moorddadig, bloedig;Homicide= moord, moordenaar.

Homiletic(al),homiletik(’l), homiletisch;Homiletics= homiletiek;Homilist= homileet;[256]Homily= kerkelijke tekstverklaring, kanselrede.

Homing,houmiŋ:Homing instinct= om het huis weer te vinden.

Hominy,homini, grof gemalen maïs.

Hommock,homək. ZieHummock.

Homoeopath,ho(u)miəpath, homoeopaat; Homoeopathic(ally) = homoeopathisch;Homoeopathist= homoeopaat;Homoeopathy= homoeopathie.

Homogeneous,houmədžîniəs, homogeen; subst.Homogeneousness.

Homologate,homoləgeit, bekrachtigen, goedkeuren; subst.Homologation.

Homologous,homoləgɐs, homoloog;Homology= homologie.

Homonym,ho(u)mənim, homoniem; adj.Homonymous,həmonimɐs;Homonymy,homonimi, gelijkluidendheid, dubbelzinnigheid;Homophone,ho(u)məfoun, letter of woord van denzelfden klank.

Homunculus,həmɐŋkjuləs, dwerg; langs chem. weg geschapen mensch (v. Paracelsus).

Honduras,hondjuras,hondjûras(mahoniehout uit) Honduras.

Hone,houn, subst. slijpsteen, oliesteen;Honeverb. slijpen, aanzetten.

Honest,onəst, eerlijk, braaf, oprecht, kuisch, deugdzaam:Honest Indian? (Injun)= op je woord?Honesty= braafheid, eerlijkheid:Honesty is the best policy= eerlijk duurt het langst;In honesty of heart= in alle oprechtheid.

Honey,hɐni, subst. honig, zoetheid, liefje, snoesje; adj. honigachtig, zoet;Honeyverb. met honig bedekken, zoet maken of worden;Honey-badger= honigdas;Honey-bag= honigzakje (der bijen);Honey-bear= honigbeer;Honey-bee= honigbij;Honeycomb= honigraat, honigcel:The nation ishoneycombed withsecret societies= doortrokken van geheime genootschappen;Nature ishoneycombed withpain and strife= is vol van pijn en strijd;Honey-dew= honigdauw; soort van tabak met stroop bevochtigd en in koekjes geperst;Honey-flower= honigbloem;Honey-guide= honigkoekoek (Zuid-Afr.);Honey-harvest= honigoogst;Honeymoon, subst. wittebroodsweken;Honeymoonverb. in de wittebroodsweken zijn, deze doorbrengen;Honey-mouthed= vleierig;Honey-stalk= honigklaver;Honey-tongued= vleierig;Honey-suckle= kamperfoelie;Honey-wort= wasbloem, kruisbladig walstroo;Honeyed(fig.) = zacht, zoet, vriendelijk, vleiend.

Honied,hɐnid=Honeyed.

Honorarium,onourêriəm, salaris, belooning.

Honorary,onərəri, eervol, eere …:Honorary President= Eere-Voorzitter;Honorary monument= gedenkteeken voor iemand, die ergens anders begraven is;That is a purely honorific distinction= louter een eeretitel.

Honour,onə, subst. eer, eergevoel, aanzien, rechtschapenheid, kuischheid, hoogachting, waardigheid, titel (=edelachtbare), eerewoord, een der vier hoogste troeven;Honourverb. eeren, eer bewijzen, vereeren, honoreeren (van een wissel); Meerv.Honours= eerbewijzen, hoogste graad:Examinations in honours= “cum laude” examens;Honours of war= krijgseer;Honour bright= op mijn (je) woord van eer;Affair (Debt, Guard, Point, Word)ofhonour;You arein honour boundto do it= aan uwe eer verplicht;Todo the honours= de “honneurs” waarnemen;Thatdoes you honour= dat strekt u tot eer;Tomeet with due honour= behoorlijk honoreeren;I pledge it on my honour,I pledge my honour for it= beloof het op mijn woord van eer;Honourer.

Honourable,onərəb’l, eervol, aanzienlijk, voornaam, edel, achtbaar, titel (aan de jongere zoons van ‘earls’, aan al de zoons en dochters van ‘viscounts’ en ‘barons’, aan opperrechters in Engeland en Ierland en aan de hofdames toegekend; Zie ookRight-Honourable); subst.Honourableness.

Hood,hud, subst. kap, capuchon, kapvormige plooi van eene universiteitstoga, kap (van een rijtuig); peperhuisje, kap (van een schoorsteen) enz.;Hoodverb. van een kap voorzien, bedekken, omhullen:The hoodand leathern apronof the carriage= kap;All hoods make not monks= ’t zijn allen geen koks, die lange messen dragen;Hood-cap= soort kaproen; soort zeehond;Hoodman= blindeman (in het spel);Hoodman-blind= blindemannetje;Hood-moulding= lijst boven deur of venster;Hoodwink= blinddoeken, verschalken; ook subst.

Hoof,hûf, hoef, klauw, poot, stuk vee;Hoofverb. loopen:Tobeat (pad) the hoof= te voet (op Apostelpaarden) gaan;Hoof-bound= volhoevig, kreupel.

Hook,huk, subst. haak, vischhaak, sikkel, kram, duim (van eene deur), vooruitspringende landtong; voordeel, meevallertje;Hookverb. met een hoek vangen, aanhaken, tot een haak buigen, van haken voorzien, vasthaken, stelen:By hook or by crook(ZieCrook);Off the hooks= in wanorde, ontstemd, ziek, dood:Todrop (go) off the hooks= het hoekje om (= dood) gaan;I wished himoff the hooks= wou, dat hij dood was;You must do iton your own hook= op eigen gelegenheid, verantwoording;Shekept him on the hooks= zij hield hem aan het lijntje,Topop off the hooks= doodgaan;Totake one’s hook= uitsnijden;They hooked it= zij zijn er van door;She hooks-and-eyes her gown= maakt vast met haken en oogen;Hook-nose(d)= (met een) haviksneus;Hook-pin= haakbout;Hooked= krom, haakvormig; subst.Hookedness; adj.Hooky.

Hookah,hûkə, Oostersche pijp, waarbij de rook door water gaat.

Hooker,hukə, hoeker (visschersvaartuig), zakkenroller.

Hookey Walker,huki wôkə, onzin, maak dat de kat wijs!

Hooligans,hûlig’nz, straatschenders, gespuis;Hooliganism= straatschenderij, woeste, liederlijke jool.

Hoop,hûp, subst. hoepel, crinoline, beugel, riem,Hoopverb. met hoepels, enz. beslaan, omringen (Zie ookWhoop);Hoop-iron= bandijzer;Hoop-petticoat,Hoop-skirt= hoepelrok;Hooper= kuiper.[257]

Hooping,hûpiŋ:Hooping-cough= kinkhoest.

Hoosier,hûžə, bewoner vanHoosier state= Indiana;Hoosier cake= soort peperkoek (Amer.).

Hoot,hût, subst. gejouw;Hootverb. uitjouwen, schreeuwen (van een uil);Hooter= autohoorn.

Hoove,hûv, koliek bij vee.

Hop,hop, subst. hop; sprong; thé dansant:Hop-o’-my-thumb= klein duimpje;Hopverb. hinken, huppelen, springen, dansen, hop oogsten, met hop brouwen:He escorted herat party or hop= naar partijen en bals;He has had many girlson the hop= het hoofd op hol gemaakt;Tocatch (take) on the (ground) hop= een bal vangen als hij opspringt; iemand onverhoeds overvallen, snappen;He is ahop out of kin= hij slaat geheel uit den aard;I canhop that loton one foot= dat eind wel hinkende afleggen;Tohop the twig= uitsnijden; het hoekje omgaan; op houten beenen loopen;Hopped over the twig= over den puthaak getrouwd;Hop-back= hopzeef;Hop-bind,Hop-bine= hopstengel;Hop-joint= opiumkit;Hop-picker= hopoogster;Hop-pole= hopstaak;Hopscotch= hinkspel; soort balletjes;Hop-vine= hopstengel;Hop-yard= hopveld;Hopper= danser, springer, etc. kaasmijt, sprinkhaan, trechter, zaaikorf, hopoogster; modderschuit =Hopper barge.

Hope,houp, subst. hoop, vertrouwen, verwachting, wensch;Hopeverb. hopen, verwachten; vertrouwen:Young hopeful= veelbelovend jongmensch (ironisch);Hopefulness;Hopeless= hopeloos; subst.Hopelessness.

Hopple,hop’l=Hobble= kluisteren;Hopples= kluisters voor vee in de weide.

Horace,horis.

Horal,hôr’l,Horary,hôrəri, wat een uur duurt of betreft.

Horatian,həreiš’n, Horatiaansch;Horatio,həreišiou.

Horde,höd, subst. horde, bende, troep;Hordeverb. in horden of benden leven of zich vereenigen.

Horehound,höhaund, witte malrove.

Horizon,həraiz’n, horizon, gezichtskring:Apparent, Sensible horizon= schijnbare horizon;Rational, Real, True horizon= werkelijke horizon;The plain of literature that is horizoned by 1801= het veld der literatuur tot 1801;Horizontal= horizontaal, waterpas; subst.Horizontalness;Horizontality.

Horn,hön, hoorn, horen, drinkhoorn, voelhoren, de niet-volle maan (bij ’t wassen of afnemen), vleugel (van een leger), zijtak (van eene rivier), punt (van een aambeeld); borrel (Amer.);Hornverb. van horens voorzien; (fig.) horens doen dragen:A pairof horn spectacles;Horn of Plenty= horen des overvloeds;Tocome out at the little end of the horn= ergens slecht (kaal) af komen;He hasdrawn, hauled, pulled in his horns= hij is in zijne schulp gekropen;Toput to the horn= vogelvrij verklaren (Schotl.);I’ll eithermake a spoon or spoil a horn= ik waag het, erop of eronder;Toshow one’s horns= de tanden laten zien, flink optreden;Take a horn= neem een borrel (Amer.);Towear the horns= hoorndrager zijn;Horn-beak= gewone geep;Hornbeam= hagebeuk;Horn-bill= neushoornvogel;Horn-blower= hoornblazer;Horn-book= oud abéboek bestaande uit een blad papier, waarop het alphabet, de getallen van 0–9, het Onze Vader, beschermd door een doorzichtige plaat van hoorn en bevestigd op een houten raam met handvat;Horn-distemper= hoornziekte (van vee);Horn-eel= smelt;Horn-finch= stormvogeltje;Horn-fish= zeenaald;Horn-pipe= oud blaasinstrument; horlepijp;Horn-work= hoornwerk (vestingbouw);Horned= van horens voorzien;Horned horse(ZieGnu);Horning= het wassen of afnemen van de maan; door het blazen op een trompet ingeleide openbare afkondiging (Schotl.); ketelmuziek (Amer.);Horny= hard, hoornig:Horny coat of the eye= hoornvlies;Horny hands= vereelte.

Hornet,hönət, horzel; kwelgeest:Tobring a nest of hornets about one’s ears= zijn hoofd in een wespennest steken.

Horologe,horəlo(u)dž, uurwerk;Horologer= uurwerkmaker;Horology= uurwerkmakerskunst, tijdmetingskunst.

Horoscope,horəskoup, horoscoop;I havecast her horoscope= haar horoscoop getrokken; adj.Horoscopic;Horoscopy,həroskəpi, kunst om de toekomst te voorspellen.

Horrent,hor’nt, borstelig, rechtopstaand, afschuwelijk.

Horrible,horib’l, verschrikkelijk, ijselijk, akelig; subst.Horribleness.

Horrid,horid, akelig, afschuwelijk; ruw, stekelig, overeindstaand; treurig; subst.Horridness.

Horrific,horific, afschuwwekkend;Horrify,horifai, met afschuw vervullen, doen sidderen.

Horripilation,horipileiš’n, een gevoel alsof het hoofdhaar te berge rijst.

Horror,horə, afgrijzen, afschuw, huivering:The horrors= delirium tremens; zwaarmoedigheid:Togive the horrors= afschuw inboezemen;Tohave the horrors= zwaarmoedig, katterig zijn, aan delirium tremens lijden;Horror-stricken,Horror-struck= door afgrijzen verpletterd.

Horse,hös, paard (ookzeeterm), hengst, cavalerie, steunbok, droogrek, werk dat vóór het uitgevoerd is betaald wordt(= Dead horse), ezelsbrug;Horseverb. een paard bestijgen, van een paard voorzien, schrijlings plaatsen, dekken, opstijgen; adj. groot, grof:The near horse= bij-de-handsche paard;Off horse= van-de-handsche;Dark horse= nog onbekend renpaard; nieuweling, onbekend candidaat;Master of the Horse= opperstalmeester;Thosewho cannot flay the horse, flay the saddle= wie het meerdere niet kan doen, doe het mindere;Toflog the dead horse= aan een dood paard trekken (fig.);Toget on(Tomount,toride)the high horse= een hoogen toon aanslaan;Tolook a gift horse at (in) the[258]mouth= een gegeven paard in den bek zien;Yourode a dark horse then= (eig.) gij reedt toen op een onbekend paard, (fig.) gij hieldt u maar dom, voerdet wat in uw schild;Toride a free horse to death= een paard den rug stuk rijden, iemand exploiteeren;Hesits a horse very well= hij rijdt goed;Totake horse= te paard stijgen;I willwin the horse or lose the saddle= ik waag het, erop of eronder;I have often been horsedin this school myself= ben zelf dikwijls op het “houten paard” geweest, afgeranseld geworden;Horse-artillery= rijdende artillerie;Tobe (ride) on horseback= te paard;Horse-bean= paardeboon, tuinboon;Horse-block= stellage om bij het op- en afstijgen behulpzaam te zijn;Horse-boat= pont door paarden getrokken, of om paarden over te zetten;Horse-box= wagon voor paarden; stalafdeeling;Horse-breaker= pikeur, iemand die paarden dresseert;Horse-car= tramwagen (Amer.);Horse-car-track= tramweg (Amer.);Horse-chanter= opkooper van oude paarden, om ze door knoeierij weer goed aan den man te brengen;Horse-chestnut= paardekastanje;Horse-cloth= paardedek;Horse-coper= paardenkooper;Horse-courser= koopman in renpaarden; eigenaar van renpaarden;Horse-cucumber= groote groene komkommer;Horse-dealer= paardenkooper;Horse-doctor= paardenarts;Horse-drench= paardendrank;Horse-emmet= roode mier;Horse-faced= met een lang, grof gezicht;Horse-faker= paardenkooper (ZieFake);Horse-flesh= paardevleesch; paarden:The age of horse-flesh= de diligencetijd;He knows little of horse-flesh= hij heeft geen verstand van paarden;Horse-fly= paardenvlieg;Horse-Guards= bereden lijfwacht; bureau van den bevelhebber in Whitehall, de militaire autoriteiten aan het ministerie van oorlog;Horse-hair= paardenhaar;Horse-hoe= groote egge;Horse-jockey= pikeur, paardenkoopman;Horse-keeper= stalknecht; verhuurder v. paard.;Horse-knacker= paardenvilder;Horse-laugh= luide en ruwe lach;Horse-latitudes= streek der windstilten;Horse-leech= paardenarts, bloedzuiger; vrek;Horse-litter= baar door paarden gedragen;Horse-load= paardenvracht;Horse-lock= paardenkluister;Horseman= ruiter;Horsemanship= rijkunst;Horsemarines:Tell that to the horsemarines= maak dat je grootje wijs;Horse-marten= groote hommel, torenzwaluw;Horse-meat= paardevoer;Horse-mill= rosmolen;Horse-milliner= paardetuig- en zadelmaker;Horse-play= ruwe grap, ruwe wijze van doen;Horse-pond= paardewed;Horse-power= paardekracht:Horse-race= wedren;Horse-radish= mierik, meerradijs, peperwortel;Horse-railroad= tramweg (Amer.);Horse-rake= paardehark, groote egge;Horse-rider= kunstrijder;Horseshoe= subst. en adj. hoefijzer(vormig);Horse-shoeing= beslaan van paarden;Horse-stinger= paardenbijter;Horse-tail= paardestaart; Turksche standaard;Horse-way(Amer.) = rijweg;Horse-whip, subst. paardezweep;Horsewhipverb. met de paardezweep slaan, afranselen;Horsewoman= paardrijdster, amazone;Horse-worm= paardenworm of de larve ervan;Hors(e)y,hösi, paardachtig, gek op paarden, jockeyachtig;Horsing= tuchtiging (met een roede) van een schooljongen, die daartoe op den rug van een anderen jongen hangt.

Hortation,höteiš’n, vermaning;Hortative,hötətiv,Hortatory,hötətori, vermanend.

Horticulture,hötikɐltšə, tuinbouw;Ahorticulturalshow= tuinbouwtentoonstelling;Horticulturist= tuinbouwkundige.

Hosanna,həzanə.

Hose,houz, kousen, sportkousen, nauwsluitende kniebroek, brandspuitslang, tuinslang (=Hose-pipe);Hoseverb. bespuiten:You havegot your legs into twisted hose there= dat hebt gij glad mis;Hose-man= spuitgast.

Hosier,houžə, koopman in sajetten en wollen goederen;Hosiery= sajetten en wollen (gebreide) goederen, zaak in die goederen.

Hosea,houzîə, Hosea.

Hospice,hospis, hospitium, kloosterherberg.

Hospitable,hospitəb’l, herbergzaam, gastvrij; subst.Hospitableness;Hospitage,hospitidž, gastvrijheid;Hospital,hospit’l, hospitaal, godshuis:Hospital-ship;Hospitality= gastvrijheid;Hospital(l)er= hospitaal-inspecteur; hospitaal-broeder, -zuster, -ridder.

Host,houst, subst. gastheer, waard; leger, troep, menigte; hostie;Hostverb. zijn verblijf nemen, onthalen, herbergen:The Lord of Hosts= de Heer der Heerscharen;Hostess= gastvrouw.

Hostage,houstidž, gijzelaar, borgtocht.

Hostel,host’l, herberg, hospitium (voor studenten te Cambridge);Hostelry,host’lri, = herberg, hospitium.

Hostile,host(a)il, vijandig, vijandelijk;Hostility,hostiliti, vijandigheid (Meerv.Hostilities= vijandelijkheden).

Hostler,oslə, stalknecht.

Hot,hot, heet, scherp, brandend, vurig, dol op (on):That horse ishot at hand= is vurig en hard in den bek;In hot haste= overijld, snel;We found ourselvesin hot water= we zaten er leelijk in;Hot water tin= waterstoof;X. is becoming too hot for him= hij kan het te X. niet meer uithouden;I’llmake it hot for him= ik zal hem mores leeren;Brandy hot= warme cognacgrog;Hot-bed= broeibak; broeinest;Hot-blast= stroom van heete lucht;Hot-blooded= vurig, driftig; hartstochtelijk;Hot-brained= oploopend, heethoofdig;Hot-cockles= spel, waarbij de geblinddoekte moet raden wie hem geslagen heeft;Hot-flue= droogkamer (katoenfabr.);Hot-foot= zoo snel mogelijk;Hot-head= driftkop, heethoofd;Hot-headed= heethoofdig, driftig; subst.Hot-headedness;Hot-house= broeikast, droogkamer;Hot-mouthed= hard in den bek, onhandelbaar;Hot-press= pers (voor het satineeren van papier of het decateeren van laken);Hot-spirited= vurig van geest, driftig;Hot-spur, subst. driftkop; vroege doperwt; adj. doldriftig;Hot-spurred= driftig,[259]onstuimig;Hot-tempered= opvliegend.

Hotchpot(ch),hotšpot(š), mengelmoes, zootje, hutspot.

Hotel,hətel, logement:Hotel-car= restauratiewagen (Amer.);Hotel-keeper= hotelier.

Hotri,houtri, Brahmaansch priester.

Hottentot,hot’ntot, Hottentot; de taal; ookfig.

Houdah,hauda. ZieHowdah.

Hough,hɐf.

Hough,hok. ZieHock.

Hougham,hɐfəm;Houghton,hout’n.

Hound,haund, (jacht)hond;Houndverb. met honden jagen, aanzetten, ophitsen, wegjagen:Master of Fox-hounds= jagermeester, hoofd van deHunt(de jachtvereeniging in een bepaald district):Tofollow the hounds= jagen (op vossen);Herides well to hounds= hij is een goed vossenjager;Hound’s-tongue,= hondstong.

Hounslow,haunzlou.

Hour,auə, uur;Hours= uurgebeden, het boek dat ze bevat, de Horae;After hours= na den arbeid of werktijd;Hekeeps good (bad) hours= hij komt steeds op tijd (te laat) thuis;Tokeep early hours= vroeg opstaan en vroeg te bed gaan;The housesat far into the small hours= het Lagerhuis zat tot diep in den nacht;I promised him soin an evil hour= te kwader ure;What is the hour of day= hoe laat is het op den dag?Hour-angle= uurhoek;Hour-circle= uurcirkel;Hour-glass= zandlooper;Hour-hand= uurwijzer;Hour-line= uurlijn;Hour-plate= wijzerplaat;Hourly= (van) ieder uur.


Back to IndexNext