Chapter 53

I,ai;I(sland);I(d)e(st)= dat is;Ibid(em)= op dezelfde plaats;Icel(andic);Id(em)= hetzelfde;I’d= I would, I had;I(esus)H(ominum)S(alvator)= Jezus de Redder der Menschen;I’ll= I will, I shall;Ill(inois);Illus(trious);I’m= I am;Imp(erator);Imp(ersonal);Imp(erative);Imp(er)f(ect);I(ndian)N(avy);Incog(nito);Indic(ative);Inf(initive);inItal(ics)= cursief;I(esus)N(azarenus)R(ex)I(udaeorum)= Jezus de Nazarener de Koning der Joden;Inst(ante)= van deze maand;Inst(ant)= oogenblik;Instit(ution)= instelling;Int(erest);Inter(jection);Introd(uction);Io=Iowa;IO(we)U(= you)= ik ben u schuldig, schuldbekentenis;Ir(eland);I(rish)S(ociety);Isl(and).I,ai, ik:Not I= ik dènk er niet aan; ikke niet.Iachimo,jakimou;Iago,jâgou.Iambic,aiambik, subst. en adj. Jambisch(e voet, vers);Iambus,aiambəs, Jambische voet.Iberia,aibiriə, Iberië:Iberian= Iberisch; bewoner van Iberië.Ibex,aibeks, steenbok.Ibis,aibis, Ibis (Egypte).Icarian,aikêriən, Icarisch, vermetel; bewoner van Icarië;Icarus,ikərɐs.Ice,ais, subst. ijs;Iceverb. met ijs bedekken, in ijs veranderen, laten bevriezen, met ijs afkoelen, met suikerglazuur bedekken:He hasbroken the ice= het ijs gebroken, den weg gebaand; kennis aangeknoopt, ’t gesprek begonnen;He iced his officein the dog-days= maakte kil of koud;Ice-age= glaciale of ijsperiode;Ice-bag= ijszak;Ice-berg= ijsberg;Ice-bird= ijsvogel;Ice-blink= ijsblink;Ice-boat= ijsboot, ijsbreker:Ice-boat race;Ice-bound= ingevroren, door het ijs ingesloten;Ice-box= ijskast;Ice-breaker= ijsbreker;Ice-cap=Ice-bag;Ice-cellar= ijskelder;Ice-cream= roomijs;Ice-drift= ijsgang;Ice-field= ijsveld;Ice-floe= ijsschots;Ice-foot= ijsgordel (om den oever);Ice-hole= wak;Ice-house= ijspakhuis;Ice-needle= ijsnaald (bij het bevriezen);Ice-pack= pakijs;Ice-safe= ijskast;Ice-shove= kruien;Ice-spar= veldspaath;Ice-spur= ijsspoor;Ice-water,Ice(d) water= ijswater.Iceland,aisland, IJsland;Iceland-moss= IJslandsch mos;Icelander; adj.Icelandic.Ichabod,ikəbod(I Sam. IV, 21).Ich dien,îk dîn, het motto van denPrince of Wales.Ichneumon,iknjûm’n, pharao-rat; sluipwesp.Ichnolite,iknəlait, fossiele voetindruk.[264]Ichor,(a)ikə, godenbloed, bloed, bloedwater, waterige etter.Ichthyocolla,ikthiəkolə, vischlijm;Ichthyolite,ikthiəlait, vischsteen;Ichthyology,ikthiolədži, kennis der visschen.Ichthyosaurus,ikthiəsôrəs, ichthyosaurus, voorwereldlijke vischhagedis.Icicle,aisik’l, ijskegel.Iciness,aisinəs, koude, kilheid, koelheid.Icing,aisiŋ, suikerglazuur;Icing-machineijsmachine.Icon,aikon,aik’n, icon.Iconoclasm,aikonəklazm, beeldstormerij;Iconoclast,aikonəklast, beeldstormer; Iconoclastic(al), beeldstormerig, radicaal.Iconolator,aikənolətə, beeldendienaar; Iconolatry = beeldendienst.Icosahedron,aikəsəhîdr’n,aikəsəhedr’n, twintigzijdige figuur.Icteric,ikterik, geelzuchtig; middel tegen geelzucht:Icteric disease= geelzucht.Ictus,iktəs, rhythmus:Ictus solis= zonnesteek.Icy,aisi, ijsachtig, ijskoud;Icy-pearled= met pareltjes van ijs bedekt. ZieIce.Ida,aidə;Idaho,aidəhou;Iddesleigh,idəsli.Idea,aidîə, denkbeeld, begrip, meening, thema, plan:The idea of such a thing!= ’t idee! Stel je voor!Hisfixed idea=idée fixe;Ideal= ideaal, denkbeeldig; subst. ideaal;Idealism= idealisme;Idealist= idealist; adj.Idealistic;Ideality,aidialiti, ideale toestand;Idealization, subst. v.Idealize,aidîəlaiz, idealiseeren, idealen vormen.Idem,aid’m, idem.Identic(al),aidentik(’l), hetzelfde, identiek;Identify,aidentifai, vereenzelvigen, de gelijkheid bewijzen of bepalen; subst.Identification;Identity,aidentiti, identiteit.Ideograph,(a)idiəgraf, zinnebeeldig schriftteeken;Ideographic(al) = ideographisch;Ideography,(a)idiogrəfi, ideographie.Ideological,(a)idiəlodžik’l, ideologisch, dweepziek;Ideologist= ideoloog, dweper;Ideology= ideologie, dweperij.Ides,aidz; de 15e van Maart, Mei, Juli en October, en de 13e der andere maanden.Id est,id est, dat is.Idiocy,idjəsi, domheid, onnoozelheid.Idiograph,idjəgraf, handelsmerk.Idiom,idj’m, taaleigen, dialect;Idiomatic(al),idjəmatik(’l), idiomatisch, in overeenstemming met het taaleigen.Idiosyncrasy,idiəsinkrəsi, persoonlijke reactie op bepaalde invloeden (van hooikoortslijders bijv.); adj.Idiosyncratic(al).Idiot,idjət, idioot; ook adj.:Idiot(’s) fringe= idiotenfranje, ponnies;Idiotic(al),idiotik(’l), idioot;Idiotism= idiotisme.Idle,aid’l, nietsdoende, leegloopend, niet aan ’t werk; traag, lui, ongebruikt, nutteloos, onbeduidend; ijdel;Idleverb. den tijd in ledigheid doorbrengen, leegloopen, luieren, verlummelen(away):Tobe kept idle= leeg (moeten) loopen;Idle story= praatje;Idle talk= beuzelpraat;Idle-wheel= wiel, dat de beweging van het ééne rad op het andere overbrengt;Idleness: Hours of idleness= ledige uren;Idler= leeglooper, nietsdoener:He isa busy idler= hij heeft het altijd druk en voert niets uit.Idol,aid’l, afgod (ookfig.);Idolater,aidolətə, afgodendienaar, vergoder, aanbidder;Idolatress; Idolatrous,aidolətrɐs, afgodisch;Idolatry,aidolətri, afgodendienst, vergoding;Idolize,aidəlaiz, verafgoden;Idolizer= vergoder.Idyl(l),aidil, idylle; adj.Idyllic.If,if, ingeval, indien, of, al:If not= zoo niet:If he be ever so rich= hoe rijk hij ook zij;He is fifty if he is a day= tenminste vijftig;Not if I know it= niet als ik er wat aan doen kan;He was doing good work, if he had known it= zonder het te weten.Igneous,igniəs, vurig, gloeiend; door vuur voortgebracht.Ignis fatuus,ignisfatjuəs(Meerv.Ignes fatui,ignîzfatjuai), subst. dwaallicht, bedriegelijk iets; adj. dwaas, ijdel.Ignitable,ignaitəb’l, ontbrandbaar;Ignite,ignait, in brand steken, vuurrood worden, doen ontvlammen:The tankbecame ignitedand burst= raakte in brand;Ignitible=Ignitable;Ignition,igniš’n, ontbranding;Ignitor,ignaitə, ontbrander, ontsteker.Ignoble,ignoub’l, laag, verachtelijk, onwaardig; subst.Ignobleness.Ignominious,ignəminjəs, schandelijk, onteerend;Ignominy,ignəmini, schande, oneer, schandelijkheid.Ignoramus,ignəreiməs, domkop, weetniet; formule door degrand juryoudtijds op eene aanklacht geschreven als er geen voldoende grond tot vervolging bestond.Ignorance,ignərəns, onwetendheid, domheid:Ignorances= onbewuste zonden;Ignorant,ignərənt, onwetend, ongeletterd:Ignorant of= onbekend met;Not ignorant of= geheel op de hoogte van;Ignore,ignö, niet weten, niet kennen, niet erkennen, voorbijzien, niet tellen:Toignore a bill= een aanklacht als onbewezen afwijzen.Iguana,igwânə,igweinə, kamhagedis, leguaan;Iguanodon,igwânədon, fossiele leguaan.Ihlang-ihlang,ilâŋ-ilâŋ, odeur uit eene Oost-Indische bloem.Ileum,(a)iliəm, kromdarm;Ileus,iliəs, koliek.Ilex,aileks, steekpalm.Ilfracombe,ilfrəkûm.Iliad,iliəd, de Iliade of Ilias; lang verhaal.Ilk,ilk, elk, het- of dezelfde:Of that ilk= uitdrukking om aan te duiden dat de familienaam van een persoon ook die is van zijne bezitting; van dat slag, die soort.Ill,il, kwaad, slecht, ongelukkig, ziek; subst. kwaad, ramp, kwaal:Ill at ease= ongerust;Ill blood= kwaad bloed;Ill luck= ongeluk, tegenspoed;Ill weeds grow (thrive) apace= onkruid vergaat niet;It’s an ill wind that blows nobody any good= den een zijn dood is den ander zijn brood; geen kwaad zonder baat;Todo ill= verkeerd doen;Tofall ill= ziek worden;Tofall out ill= mislukken;Tofare ill= slecht vergaan;Ill got[265]ill spent= zoo gewonnen, zoo geronnen;Tolie ill withdiphtheria;Smokingmade them ill= misselijk;Totake ill= kwalijk nemen;Tobe taken ill= ziek worden;Tothink illof;Ill-advised= onbezonnen;Ill-assorted= slecht bij elkaar passend;Ill-boding= kwaad voorspellend;Ill-breeding= ongemanierdheid;Ill-bred= ruw, lomp;Ill-conditioned= slecht geaard;Ill-concerted(Ill-contrived) = slecht overlegd;Ill-considered= onoordeelkundig;Ill-disposed= slecht gezind;Ill-fated= ongelukkig, rampspoedig;Ill-favoured= leelijk, misvormd; ruw;Ill-feeling= hekel, wrok;Ill-got(ten)= kwalijk of onrechtvaardig verkregen:Ill-gottengoods never prosper= kwalijk verkregen goed gedijt niet;Ill-health= ziekelijkheid;Ill-humour= slechte luim;Ill-mannered= lomp, slechtgemanierd;Ill-matched,Ill-mated= niet bij elkander passend;Ill-nature= boosaardigheid, slechte luim;Ill-natured= boosaardig, knorrig, onhandelbaar;Ill-omened,Ill-starred= onheilspellend;Ill-temper(ed)= (met) slecht en knorrig humeur;Ill-treat= mishandelen;Ill-usage= mishandeling;Ill-used= mishandeld, verguisd;Ill-will= kwaadwilligheid, norschheid;Illness= ongesteldheid, ziekte, verdorvenheid.Illegal,ilîg’l, onwettig, onrechtmatig; subst.Illegality;Illegalize= ongeldig maken.Illegibility,iledžibiliti, onleesbaarheid; adj.Illegible.Illegitimacy,ilədžitiməsi, onrechtmatigheid, onwettigheid;Illegitimate,ilədžitimit, onwettig, buitenechtelijk; onlogisch;Illegitim(at)ize,ilədžitim(ət)aiz, onwettig (voor onecht) verklaren of maken.Illiberal,ilibər’l, laag, onedel, kleingeestig, gierig; subst.Illiberality.Illicit,ilisit, ongeoorloofd, onwettig; subst.Illicitness.Illimitable,ilimitəb’l, onbegrensd.Illinois,ilinôiz.Illiteracy,ilitərəsi, ongeletterdheid, onwetendheid:Theydeclared their illiteracy= verklaarden dat zij niet konden lezen of schrijven;Illiterate,ilitərit, ongeletterd, onwetend; ook subst.:Illiterate voters= kiezers, die niet kunnen lezen of schrijven; subst.Illiterateness.Illogical,ilodžik’l, onlogisch; subst.Illogicalness=Illogicality.Illume,il(j)ûm, verlichten, verluchten;Illuminant= verlichtingsmiddel;Illuminate= verlichten, verluchten, illumineeren, verklaren;Illuminati,il(j)ûmineitai, Illuminaten (naam van onderscheidene genootschappen);Illumination= het verlichten of versieren, illuminatie, glans, schittering; adj.Illuminative;Illuminator= verluchter;Illumine=Illuminate.Illusion,il(j)ûž’n, bedrog, begoocheling;Illusionist= visionair, toovenaar, illusionist;Illusive= bedriegelijk; subst.Illusiveness;Illusory=Illusive.Illustrate,ilɐstreit,iləstreit, ophelderen, toelichten, verduidelijken; subst.Illustration;Illustrative,ilɐstrətiv, ophelderend, verduidelijkend;Illustrator,iləstreitə,ilɐstreitə, illustrator.Illustrious,ilɐstriəs, doorluchtig, beroemd, schitterend:His Most Illustrious the Prince= Zijne Doorluchtigheid; subst.Illustriousness.Illutation,iljuteiš’n, modderbad.Illyria,iliriə, Illyrië;Illyrian= Illyriër, Illyrisch.Image,imidž, subst. beeld, afbeeldsel, type, beeltenis, voorstelling;Imageverb. afbeelden, afspiegelen, een (innerlijk) beeld vormen van:In the image of God= naar het beeld Gods;Image-boy= Ital. beeldjeskoopman;Image-maker= vervaardiger van gipsbeelden;Image-worship= beeldendienst, afgoderij;Imagery,imədžəri, beelden, afbeelding;Imaginable,imadžinəb’l, denkbaar;Imaginariness= onwerkelijkheid;Imaginary,imadžinəri, denkbeeldig, onwerkelijk;Imagination,imadžineiš’n, verbeelding(skracht), voorstelling(svermogen);Imaginative,imadžinətiv, verbeeldings …, rijk aan verbeelding(skracht); subst.Imaginativeness;Imagine,imadžin, zich verbeelden, voorstellen:I did notimagine aboutthese things= daar heb ik niet om gedacht;Imagining= voorstelling, hersenschim.Imago,imeigou, volkomen ontwikkeld insect.Imam,imâm, Iman, vorst; Mahomedaansch priester (Turkije).Imaret,imərət,imâret, Mahom. herberg voor pelgrims.Imbecile,imbəsîl,imbesil, subst. en adj. zwak(ke naar lichaam of geest), idioot; subst.Imbecility,imbəsiliti.Imbibe,imbaib, (in)drinken, inzuigen, opslorpen, zuipen, opnemen; subst.Imbibition.Imbow,imbou, welven.Imbricate,imbrikeit, elkander bedekken gelijk dakpannen; met dakpanvormige versieringen bedekt (imbrikit) =Imbricated; subst.Imbrication.Imbroglio,imbrouljou, verwarring, verwikkeling.Imbrue,imbrû, bezoedelen, baden (in bloed), (bloed) vergieten.Imbrute,imbrût, verdierlijken.Imbue,imbjû, doortrekken, drenken, verven, vervullen, doordringen.Imitability,imitəbiliti, navolgbaarheid;Imitable,imitəb’l, navolgbaar;Imitate,imiteit, nabootsen, navolgen;Imitation,imiteiš’n, navolging, nabootsing; ook adj.:In imitation of= in navolging van;Imitation-lace= onechte kant;Imitative, nabootsend, nagebootst (of);Imitator= nabootser, naäper.Immaculate,imakjulit, onbevlekt, onberispelijk:Immaculate Conception= Onbevlekte Ontvangenis; subst.Immaculateness.Immanence,imənens, subst. vanImmanent= immanent, onafscheidelijk.Immanuel,imanjuəl, “God met ons” (naam van Jezus).Immarginate,imâdžinit, zonder rand.Immaterial,imətîriəl, onstoffelijk, geestelijk, van geen belang of onverschillig:That is quite immaterial to me= mij totaal onverschillig;[266]Immaterialism= immaterialisme, spiritualisme;Immateriality,imətîrialiti, onstoffelijkheid, onwezenlijkheid, onbelangrijkheid.Immature,imətjûə, onrijp, ontijdig; subst.Immaturity.Immeasurable,imežərəb’l, onmeetbaar; subst.Immeasurableness.Immediate,imîdjit, onmiddellijk, dadelijk, direct, oogenblikkelijk; spoed! (op brieven); subst.Immediateness.Immedicable,imedikəb’l, ongeneeslijk.Immemorial,imimôriəl, onheugelijk:From (For, Since) time(s) immemorial= sedert onheugelijke tijden.Immense,imens, onmetelijk, oneindig, onbegrensd, uitstekend, kranig; subst.Immenseness=Immensity.Immensikoff,imensikof, groote overjas met bont, pelsjas.Immerse,imɐ̂s, indompelen, onderdompelen, indoopen, verdiepen, verzinken:He was immersed in his studies= verzonken in; subst.Immersion.Immigrant,imigr’nt, gaande naar of komende in een vreemd land; subst. immigrant;Immigrate,imigreit, zich in een vreemd land vestigen; subst.Immigration.Imminence,iminens, subst. vanImminent= nabij, dreigend, boven het hoofd hangend.Immobile,imoubil, onbewegelijk;Immobility,iməbility, onbewegelijkheid;Immobilization= onttrekken v. geld aan den omloop.Immoderate,imodərit, buitensporig; subst.Immoderateness;Immoderation= gebrek aan gematigdheid, buitensporigheid.Immodest,imodəst, onbescheiden, aanmatigend; onkiesch, onkuisch; subst.Immodesty.Immolate,iməleit, (op)offeren;Immolation= offeren, offer;Immolator= offeraar.Immoral,imor’l, onzedelijk; subst.Immorality.Immortal,imöt’l, subst. en adj. onsterfelijk(e), onvergankelijk(e);Immortality= onsterfelijkheid;Immortalize= vereeuwigen, onsterfelijk maken;Immortelle,imötel, immortelle.Immovability,imûvəbiliti, subst. v.Immovable,imûvəb’l, onbewegelijk, onwrikbaar, onveranderlijk, ongevoelig:Immovables= onroerende goederen, wat “spijkervast” is;Immovableness=Immovability.Immune,imjûn, adj. vrij, onvatbaar voor:Immune horses= “gezouten” paarden (Z. Afr.);Tobe immune from;Immunity= vrijstelling, ontheffing, privilege; onvatbaarheid:Immunity fromdisease;Topurchase immunity frommilitary service, etc. = zich vrijkoopen;Immunize= immun maken.Immure,imjûə, opsluiten, als met een muur omringen.Immutability,imjûtəbiliti, subst. v.Immutable,imjûtəb’l, onveranderlijk;Immutableness=Immutability.Imogen,imədžen.Imp,imp, subst. kabouter, booze geest, deugniet, guit; verlengstuk;Impverb. van nieuwe vederen voorzien, verlengen;Impish, duivelachtig.Impact,impakt, schok, stoot;To impact= samendrukken, indrijven.Impair,impêə, benadeelen, beschadigen, doen verminderen, verminderen, verzwakken:His health was notseriously impaired= had niet erg geleden, was niet ernstig aangetast; subst.Impairment.Impale,impeil, spietsen, vastnagelen, ompalen; subst.Impalement.Impalpability,impalpəbiliti, subst. v.Impalpable,impalpəb’l, niet voel- of tastbaar, fijn.Impan(n)el,impan’l, op de lijst der jury plaatsen, uitloten en beëedigen.Imparisyllabic,imparisilabik, met een ongelijk getal lettergrepen.Imparity,impariti, ongelijkheid, verschil.Impark,impâk, tot park maken; in een wildbaan opsluiten.Impart,impât, verleenen, mededeelen, een deel geven;Imparter.Impartial,impâš’l, onpartijdig, billijk, belangeloos; subst. =Impartialness=Impartiality.Impassability,impâsəbiliti, subst. v.Impassable,impâsəb’l, onbegaanbaar, ontoegankelijk;Impassableness=Impassability.Impassibility,impasibiliti, subst. v.Impassible,impasib’l, ongevoelig, gevoelloos; subst.Impassibleness.Impassion,impaš’n:Impassioned= hartstochtelijk, vurig.Impassive,impasiv, ongevoelig, gevoelloos, onverstoorbaar; subst.Impassiveness.Impastation,impasteiš’n, samenkneding, marmerimitatie;Impaste,impeist, samenkneden (tot deeg), de kleuren er dik opleggen;Impasto= dikke verflaag.Impatience,impeiš’ns, ongeduld, afkeer:Hisimpatience of oppression= zijn afkeer (afschuw) van;An impatience of poetry= hekel aan poëzie.Impatient,impeiš’nt, ongeduldig, vurig verlangend; afkeerig:I amimpatient forhis arrival= verlang vurig;He wasimpatient ofslavery= kon niet dulden.Impawn,impôn, verpanden.Impeach,impîtš, in twijfel trekken, bestrijden; aanklagen, in staat van beschuldiging stellen;Impeachable= bestrijdbaar, aanklaagbaar, berispelijk;Impeacher;Impeachment= beschuldiging, aanklacht, etc.Impearl,impâl, tot paarlen maken, beparelen.Impeccability,impekəbiliti, subst. v.Impeccable,impekəb’l, onfeilbaar, schuldeloos.Impecuniosity,impəkjûniositi, geldgebrek, armoede;Impecunious,impəkjûniəs, arm, zonder geld.Impede,impîd, beletten, verhinderen;Impediment,impediment, beletsel:He hasan impediment in his speech= hij kan sommige letters niet zeggen, stamelt, spreekt onduidelijk, lijdt aan spraakbelemmering;Impeditive= hinderlijk, belemmerend.Impel,impel, voortdrijven, aanzetten;Impeller;Impellent, subst. aandrift, drijfkracht; adj. aansporend, voortdrijvend.Impend,impend, boven het hoofd hangen, voor de deur staan, dreigen (over); subst.Impendence;Impendent=Impending.Impenetrability,impenətrəbiliti, subst. v.[267]Impenetrable,impenətrəb’l, ondoordringbaar, ongevoelig, ondoorgrondelijk;Impenetrate= doordringen.Impenitence, Impenitency,impenitens(i), verstoktheid; adj.Impenitent, ook subst.Impennate,impenit, zonder vleugels (veeren), met korte vleugels;Impennes,impenîz, het geslacht der Pinguins.Imperative,imperətiv, gebiedend, verplicht; subst. gebiedende wijs:The categorical imperative= de categorische imperatief;This isimperative onall vessels= wordt geëischt van, is verplichtend voor.Imperator,impəreitə,impəreitə, imperator, keizer; adj.Imperatorial.Imperceivable,impəsîvəb’l,Imperceptible,impəseptib’l, onmerkbaar, onwaarneembaar; subst.Imperceptibleness.Imperence,impərens=Impudence.Imperfect,impɐ̂fəkt, onvolkomen of onvolmaakt; onvolmaakt verleden tijd; subst.Imperfection=Imperfectness.Imperforable,impɐ̂fərəb’l, ondoorboorbaar;Imperforate(d),impɐ̂fərit(impɐ̂fəreitid), zonder openingen, niet doorboord.Imperial,impîriəl, keizerlijk, rijks…, Britsch; vorstelijk, verheven, gebiedend, heerschzuchtig; subst. imperiaal (voor bagage op een rijtuig); plaats buitenop (koets of diligence), imperiaal (papier: 55 bij 80 cM.), haarbosje aan de onderlip; koepeldak, oude gouden munt:Imperial city= Duitsche vrije rijksstad;Imperial federation= plan tot bevestiging van het Britsche rijk, waarbij de rechten der koloniale parlementen onaangetast blijven;Imperial Institute= een museum in Londen (gesticht in 1887);Imperialism= keizerregeering, federatiepolitiek, streven naar wereldmacht;Imperialist, aanhanger van hetimperialisme; adj.Imperialistic.Imperil,imperil, in gevaar brengen.Imperious,impîriəs, gebiedend, aanmatigend; heerschzuchtig, dringend; subst.Imperiousness.Imperishable,imperišəb’l, onvergankelijk, eeuwig; subst.Imperishableness.Imperium,impîriəm, oppermacht.Impermanent,impɐ̂mənent, niet duurzaam of standvastig; subst.Impermanence.Impermeability,impɐ̂miəbiliti, subst. v.Impermeable,impɐmiəb’l, ondoordringbaar:Impermeable to water= waterdicht.Impersonal,impɐ̂sən’l, subst. en adj. onpersoonlijk (werkwoord); subst.Impersonality.Impersonate,impɐ̂seneit, verpersoonlijken, voorstellen;Impersonation= vertolking;Impersonator= vertolker.Impertinence, -cy,impɐ̂tinens(i), wat niet tot de zaak behoort; ongepastheid, onbeschaamdheid, onbehoorlijkheid:Miss Impertinence= kleine wijsneus;adj.Impertinent, ook subst.Imperturbability,impətɐ̂bəbiliti, subst. v.Imperturbable,impətɐ̂bəb’l, onverstoorbaar, leuk.Impervious,impɐ̂viəs, ondoordringbaar, ontoegankelijk; subst.Imperviousness.Impetuosity,impetjuositi, subst. v.Impetuous,impetjuəs, ontstuimig, woest, heftig: subst.Impetuousness.Impetus,impitɐs, beweegkracht, drijfkracht, aandrift.Impi,impi, troepenafdeeling der Kaffers.Impiety,impaiəti, goddeloosheid, ongeloof; adj.Impious,impiəs; subst.Impiousness.Impinge,impinž, stooten, raken, zondigen tegen:The first circleimpinges onthe second= raakt (snijdt);The song of the skylarkimpinged onher ear= trof haar oor; subst.Impingement; adj.Impingent.Implacability,impleikəbiliti, subst. v.Implacable,impleikəb’l, onverzoenlijk, onverbiddelijk; subst.Implacableness.Implant,implânt, zaaien, enten, inprenten; subst.Implantation.Implausible,implôzib’l, onwaarschijnlijk.Implement,impləment, werktuig, gereedschap.Implicate,implikeit, inwikkelen, verwikkelen:Two others wereimplicated (in it)= er bij betrokken;Implication:By implication= erin begrepen, stilzwijgend =Implicative(of).Implicit,implisit, stilzwijgend of daaronder begrepen, onvoorwaardelijk, blind; ingewikkeld:I have animplicit faithin you= vertrouw u onvoorwaardelijk; subst.Implicitness.Imploration,imploreiš’n, smeeking;Implore,implö, smeeken.Imply,implai, insluiten, stilzwijgend er onder begrijpen, beteekenen, insinueeren, te verstaan geven:That isimplied init= er in begrepen.Impolicy,impolisi, gebrek aan overleg.Impolite,impəlait, onbeleefd, lomp; subst.Impoliteness.Impolitic,impolitik, onverstandig, onoordeelkundig.Imponderability,impondərəbiliti, subst. v.Imponderable,impondərəb’l, onweegbaar:Imponderables= imponderabiliën.Import,impöt, invoer, belang, gewicht, beteekenis, invloed, nut, inhoud:Imports and exports= in- en uitvoer;Import duties= inkomende rechten;Import trade.Import,impöt, invoeren, beteekenen, van belang zijn;Importable= invoerbaar; subst.Importation,impöteiš’n:Importations= import artikelen;Importer= importeur.Importance,impöt’ns, belang, gewicht, invloed, beteekenis, gewichtigheid;Important= belangrijk, gewichtig doende.Importunate,impötjunit, lastig, aanhoudend, dringend; subst.Importunateness.Importune,impötjûn,impötjûn, aanhoudend aandringen, lastig vallen;Importunity,impötjûniti, overlast, etc.Impose,impouz, opleggen, opdringen, voorschrijven, bedriegen, in de handen stoppen:I will not beimposed upon= mij niet laten bedriegen;He neverimposed onme on this subject= maakte nooit grooten indruk op mij;Imposing,impouziŋ, indrukwekkend;Imposition,impəziš’n, oplegging, belasting, strafwerk, bedrog:It would be an imposition on his good nature= misbruik maken van.Impossibility,imposibiliti, onmogelijkheid; adj.Impossible;At impossibly early hours= onmogelijk vroege.Impost,impoust, belasting, invoerrecht.[268]Impostor,impostə, bedrieger;Imposture,impostjə, bedrog.Impotence,Impotency,impətens(i), onmacht, machteloosheid, onvermogen;Impotent,impətent, machteloos, onvermogend, impotent.Impound,impaund, opsluiten (van verdwaald vee in eenpound); opsluiten, beslag leggen op.Impoverish,impovəriš, verarmen, uitputten, uitzuigen; subst.Impoverishment.Impracticability,impraktikəbiliti, subst. v.Impracticable,impraktikəb’l, ondoenlijk, onuitvoerbaar, onhandelbaar, koppig; subst.Impracticableness.Imprecate,imprikeit, vervloeken, verwenschen, een vloek roepen op; subst.Imprecation; adj.Imprecatory,imprikətəri,impreikətəri.Impregnability,impregnəbiliti, subst. v.Impregnable,impregnəb’l, onneembaar, onverwinlijk, onverstoorbaar.Impregnate,impregneit, bezwangeren, bevruchten; vruchtbaar maken, doortrekken, verzadigen; adj.impregnit, zwanger; subst.Impregnation.Impresario,impresâriou,imprezâriou, impressario.Imprescriptible,impriskriptib’l, onverjaarbaar.Impress,impres, stempel, afdruksel, merk, motto, indruk; het pressen.Impress,impres, stempelen, merken, teekenen; drukken, indruk maken, inprenten, op het hart drukken, forsch aandringen; pressen, requireeren:A feeling of impending misfortuneimpressed me= drukte mij terneer;Impress-money, handgeld;Impressibility= ontvankelijkheid;Impressible, ontvankelijk;Impression= indruk, meening, stempel, afdruk, uitgave of oplaag, flauwe herinnering, invloed, uitwerking;Impressionable= licht voor indrukken vatbaar, prikkelbaar;Impressionism, impressionisme;Impressionist= impressionist;Impressionistic, impressionistisch;Impressive, indrukwekkend; subst.Impressiveness;Impressment:Impressment into military service= gedwongen dienstneming.Imprest,imprest, voorschot;Imprest-office= departement van de admiraliteit dat voorschotten verleent aan officieren van administratie.Imprimatur,imprimeitə, verlof (van den censor of corrector) tot het drukken (woordelijk: “dat het gedrukt worde”).Imprint,imprint, afdruk; naam van drukker of uitgever van een boek, etc., met de plaats en den datum der uitgave.Imprint,imprint, drukken, stempelen, inprenten.Imprison,impriz’n, gevangen nemen; subst.Imprisonment:False imprisonment= wederrechtelijke gevangenzetting.Improbability,improbəbiliti, subst. v.Improbable,improbəb’l, onwaarschijnlijk.Improbity,improbiti, oneerlijkheid.Impromptu,improm(p)tjû, adj. extemporé, geimproviseerd; ook subst.;Impromptuist= improvisator.Improper,impropə, ongeschikt, ongepast, onjuist:Improper-fraction= onechte breuk.Impropriate,improuprieit, zich toeëigenen; kerkelijke inkomsten en bedieningen in handen van leeken stellen; subst.Impropriation= die overdracht, het overgedragene;Impropriator,improuprieitə, die zich rechten toeëigent; leek, die kerkelijke goederen en bedieningen in handen heeft.Impropriety,imprəpraiiti, ongepastheid, onwelvoegelijkheid, onjuistheid.Improvable,imprûvəb’l, verbeterbaar;Improve,imprûv, verbeteren, volmaken, voordeel trekken, gebruik maken van, aankweeken, herstellen, vermeerderen, verhoogen, beter worden, stijgen:He hasimproved the occasion= heeft de gelegenheid waargenomen;He was called uponto improve the death of three young fishermen= hij werd gevraagd om eene stichtelijke toespraak te houden bij de begrafenis van drie jonge visschers;To improve away= verwijderen, verdrijven;That old gate has beenimproved off the face of the earth= is gelukkig van den aardbodem verdwenen;Some people improve on (upon) acquaintance= vallen hoe langer hoe meer mee bij nadere kennismaking;That cannot possibly beimproved upon= laat geen verbetering toe;Improvement= verbetering, vordering, nuttig gebruik, stijging;Improver= verbeteraar; volontair.Improvidence,improvidens, zorgeloosheid;Improvident,improvident, zorgeloos.Improvisation,improvizeiš’n, improvisatie;Improvisator,improvizeitə,Improvisatore,imprəvizatôri, improvisator;Improvise,imprəvaiz,imprəvîz, improviseeren.Imprudence,imprûd’ns, onvoorzichtigheid;Imprudent,imprûd’nt, onvoorzichtig.Impudence,impjûdens, onbeschaamdheid;Impudent,impjudent, onbeschaamd;Impudicity=Impudence.Impugn,impjûn, bestrijden, weerspreken;Impugnable,impjûnəb’l, bestrijdbaar, weerlegbaar; subst.Impugnation;Impugner.Impulse,impɐls,Impulsion,impɐlš’n, aandrang, aandrift, aansporing; stoot;Impulsive,impɐlsiv, aandrijvend, impulsief; subst.Impulsiveness.Impunity,impjûniti, straffeloosheid:With impunity= straffeloos.Impure,impjûə, onrein, onzuiver, besmet, vuil, onkuisch; subst.Impureness=Impurity,impjûriti.Imputability,impjûtəbiliti, subst. v.Imputable,impjûtəb’l, toerekenbaar;Imputation,impjûteiš’n, beschuldiging, aantijging, verwijt:I will not sufferan imputation onmy brother’s character;Impute,impjût, toeschrijven, toerekenen, ten laste leggen(to): Don’t impute the ill success to me= wijt mij niet;Imputer.In,in, prep. en adv. in, op, naar, bij, tehuis; subst. meestmv.;Inverb. inbrengen:In the air= in de lucht;The news isin the air= gaat rond;To bein arms= onder de wapenen;In conclusion= tot besluit,[269]om kort te gaan;In the daytime= overdag, des daags;He is not worthy to be mentionedin the same dayas his friend= op één dag;In drink= dronken;In fact= inderdaad;In favour of= ten gunste van;Hegave me twenty in fifty in billiards= gaf me 20 op de 50 vóór;In fine= ten slotte;In haste= haastig;In love= verliefd;In name of= bij wijze van;In the name of= in naam van;In the night= ’s nachts;In obedience to= ingevolge;In my opinion= naar mijne meening;In order to= ten einde;In for a penny, in for a pound= wie A zegt, moet ook B zeggen;A penny in the pound= een stuiver van of op de ƒ 12;In the reign of= onder de regeering van;In regard, respect to= met betrekking tot, ten opzichte van;My membershipin your society= van uwe vereeniging;I spoke these words morein sorrow than in anger= meer uit droefheid dan uit toorn;A great pleasure isin store for you= staatje te wachten;He isone in a thousand= één uit de duizend;In time= op tijd;In due time= op den rechten tijd;If these things be done in the green tree, what will be done in the dry= in de jeugd … op ouden leeftijd;In vain= te vergeefs;In virtue of his office= krachtens zijn ambt;In writing= in geschrifte, schriftelijk;Are youcurious inbooks on London= gesteld op boeken over L.?;I am in for it= ik ben er bij, kan er niet aan ontsnappen;How soon shall webe in?= in de haven, binnen zijn;They are in and outtwenty times a day= hebben standjes en worden weer goed twintigmaal per dag;The liberals are in now= zijn nu aan de regeering;Champagne is not in it= haalt er niet bij;You are not in it with your friend= gij haalt niet bij;To be in with= iets uit te staan hebben (connecties hebben) met;Caught in the act= op heeterdaad betrapt;Come in= kom binnen;He had it in him= het lag in zijn aard, hij kon;In that= aangezien, daar, omdat;In-and-in-breeding= fokken met hetzelfde fokmateriaal;In and out running= afwisselend winnen en verliezen (bij rensport); subst.The insandouts= hoeken en gaten, moeielijkheden; bijzonderheden:The ins and outs of a town= de hoeken en gaten van eene stad;The ins and outs= regeering en oppositie;The ins and the outs of the matter= alle bijzonderheden of het fijne van.Inability,inəbiliti, onbekwaamheid, onvermogen.Inaccessibility,inəksesibiliti, subst. v.Inaccessible,inəksesib’l, ontoegankelijk, ongenaakbaar.Inaccuracy,inakjurəsi, onnauwkeurigheid;Inaccurate(ness),inakjurit(nəs), onnauwkeurig(heid).Inaction,inakš’n, werkeloosheid, rust, traagheid;Inactive,inaktiv, werkeloos, vadsig, zonder uitwerking, zonder handeling, flauw (handelsterm), bewegingloos, onwerkzaam; subst.Inactivity,inəktiviti.Inadequacy,inadikwəsi, onevenredigheid, ongelijkheid, onvoldoendheid;Inadequate,inadikwit, onevenredig, ongelijk, onvoldoende (to);Inadequation,inadikweiš’n, gebrek aan overeenkomst.Inadmissibility,inədmisibiliti, subst. v. Inadmissible,inədmisib’l, onaannemelijk, niet toelaatbaar.Inadvertence, -cy,inədvɐ̂t’ns(i), zorgeloosheid, onachtzaamheid;Inadvertent= onbewust, zonder er bij te denken.Inalienability,ineiljənəbiliti, subst. v.Inalienable,ineiljənəb’l, onvervreemdbaar.Inalterability,inôltərəbiliti, subst. v.Inalterable,inôltərəb’l, onveranderlijk.Inane,inein, ledig, zinloos, doelloos, waardeloos; subst. (de) ledige ruimte.Inanimate,inanimit, onbezield, levenloos, flauw (handelsterm):Inanimate bird=Clay-pigeon; subst.Inanimateness.Inanition,inəniš’n, ledigheid, uitputting (Med.).Inanity,inaniti, zinloosheid, zinlooze opmerking, holheid, ledigheid;Inanities= dwaasheden, zinledige gezegden.Inappellable,inəpeləb’l, waartegen niet geappelleerd kan worden, laatste.Inappetence, -cy,inapitens(i), gebrek aan eetlust of verlangen; adj.Inappetent.Inapplicability,inaplikəbiliti, subst. v.Inapplicable,inaplikəb’l, ontoepasselijk, niet behoorende bij.Inappreciable,inəprîšəb’l, onschatbaar, onmerkbaar.Inapproachable,inəproutšəb’l, ongenaakbaar, weergaloos.Inappropriate,inəproupriit, ongeschikt, ongepast; subst.Inappropriateness.Inapt,inapt, ongeschikt, niet voegzaam, onbekwaam; subst.Inaptitude,inaptitjûd=Inaptness.Inarch,inâtš, enten zonder den geënten tak van de moederplant te scheiden.Inarticulate,inâtikjulit, onduidelijk, onverstaanbaar, sprakeloos, zonder geledingen;Inarticulated(inâtikjuleited); subst.Inarticulateness;Inarticulation= onduidelijkheid (in het spreken).Inasmuch,inəzmɐtš, aangezien, voor zooverre als.Inattention,inətenš’n, onoplettendheid, achteloosheid;Inattentive,inətentiv, onoplettend, achteloos.Inaudibility,inôdibiliti, subst. v.Inaudible,inôdib’l, onhoorbaar; subst.Inaudibleness.Inaugural,inôgjur’l, inauguraal; subst. inaugurale rede (Amer.);Inaugurate,inôgjureit, plechtig in een ambt bevestigen, inhuldigen, openen, beginnen met, in ’t leven roepen; subst.Inauguration:Theinauguration of the Queen;Inauguratory,inôgjurətəri, inwijdend, huldigend.Inauspicious,inôspišəs, onheilspellend, ongelukkig, ongunstig.Inboard,inböd, adj. binnenboordsch; adv. aan boord:Inboard cargo= vracht in ’t ruim.Inborn,inbön, aangeboren, natuurlijk.Inbreathe,inbrîdh, inademen, inspireeren.[270]Inbred,inbred, aangeboren, inlandsch; doorinbreedingverkregen.Inbreed,inbrîd, fokken met steeds hetzelfde materiaal.Inca,inkə, vorst (van Peru, vóór 1531).Incalculable,inkalkjuləb’l, onberekenbaar; subst.Incalculableness.Incandesce,inkandes, gloeien, doen gloeien; subst.Incandescence= gloeien, gloeihitte;Incandescent= gloeiend, witgloeiend, gloei—:Incandesce lamp= (electrische) gloeilamp;Incandesce light= gasgloeilicht.Incantation,inkanteiš’n, tooverformule, betoovering.Incapability,inkeipəbiliti, onbekwaamheid, onbevoegdheid;Incapable,inkeipəb’l, onbekwaam, onbevoegd;Incapacitate,inkəpasiteit, onbekwaam of onbevoegd maken; subst.Incapacitation;Incapacity,inkəpasiti, onbekwaamheid, ongeschiktheid (of, for).

I,ai;I(sland);I(d)e(st)= dat is;Ibid(em)= op dezelfde plaats;Icel(andic);Id(em)= hetzelfde;I’d= I would, I had;I(esus)H(ominum)S(alvator)= Jezus de Redder der Menschen;I’ll= I will, I shall;Ill(inois);Illus(trious);I’m= I am;Imp(erator);Imp(ersonal);Imp(erative);Imp(er)f(ect);I(ndian)N(avy);Incog(nito);Indic(ative);Inf(initive);inItal(ics)= cursief;I(esus)N(azarenus)R(ex)I(udaeorum)= Jezus de Nazarener de Koning der Joden;Inst(ante)= van deze maand;Inst(ant)= oogenblik;Instit(ution)= instelling;Int(erest);Inter(jection);Introd(uction);Io=Iowa;IO(we)U(= you)= ik ben u schuldig, schuldbekentenis;Ir(eland);I(rish)S(ociety);Isl(and).I,ai, ik:Not I= ik dènk er niet aan; ikke niet.Iachimo,jakimou;Iago,jâgou.Iambic,aiambik, subst. en adj. Jambisch(e voet, vers);Iambus,aiambəs, Jambische voet.Iberia,aibiriə, Iberië:Iberian= Iberisch; bewoner van Iberië.Ibex,aibeks, steenbok.Ibis,aibis, Ibis (Egypte).Icarian,aikêriən, Icarisch, vermetel; bewoner van Icarië;Icarus,ikərɐs.Ice,ais, subst. ijs;Iceverb. met ijs bedekken, in ijs veranderen, laten bevriezen, met ijs afkoelen, met suikerglazuur bedekken:He hasbroken the ice= het ijs gebroken, den weg gebaand; kennis aangeknoopt, ’t gesprek begonnen;He iced his officein the dog-days= maakte kil of koud;Ice-age= glaciale of ijsperiode;Ice-bag= ijszak;Ice-berg= ijsberg;Ice-bird= ijsvogel;Ice-blink= ijsblink;Ice-boat= ijsboot, ijsbreker:Ice-boat race;Ice-bound= ingevroren, door het ijs ingesloten;Ice-box= ijskast;Ice-breaker= ijsbreker;Ice-cap=Ice-bag;Ice-cellar= ijskelder;Ice-cream= roomijs;Ice-drift= ijsgang;Ice-field= ijsveld;Ice-floe= ijsschots;Ice-foot= ijsgordel (om den oever);Ice-hole= wak;Ice-house= ijspakhuis;Ice-needle= ijsnaald (bij het bevriezen);Ice-pack= pakijs;Ice-safe= ijskast;Ice-shove= kruien;Ice-spar= veldspaath;Ice-spur= ijsspoor;Ice-water,Ice(d) water= ijswater.Iceland,aisland, IJsland;Iceland-moss= IJslandsch mos;Icelander; adj.Icelandic.Ichabod,ikəbod(I Sam. IV, 21).Ich dien,îk dîn, het motto van denPrince of Wales.Ichneumon,iknjûm’n, pharao-rat; sluipwesp.Ichnolite,iknəlait, fossiele voetindruk.[264]Ichor,(a)ikə, godenbloed, bloed, bloedwater, waterige etter.Ichthyocolla,ikthiəkolə, vischlijm;Ichthyolite,ikthiəlait, vischsteen;Ichthyology,ikthiolədži, kennis der visschen.Ichthyosaurus,ikthiəsôrəs, ichthyosaurus, voorwereldlijke vischhagedis.Icicle,aisik’l, ijskegel.Iciness,aisinəs, koude, kilheid, koelheid.Icing,aisiŋ, suikerglazuur;Icing-machineijsmachine.Icon,aikon,aik’n, icon.Iconoclasm,aikonəklazm, beeldstormerij;Iconoclast,aikonəklast, beeldstormer; Iconoclastic(al), beeldstormerig, radicaal.Iconolator,aikənolətə, beeldendienaar; Iconolatry = beeldendienst.Icosahedron,aikəsəhîdr’n,aikəsəhedr’n, twintigzijdige figuur.Icteric,ikterik, geelzuchtig; middel tegen geelzucht:Icteric disease= geelzucht.Ictus,iktəs, rhythmus:Ictus solis= zonnesteek.Icy,aisi, ijsachtig, ijskoud;Icy-pearled= met pareltjes van ijs bedekt. ZieIce.Ida,aidə;Idaho,aidəhou;Iddesleigh,idəsli.Idea,aidîə, denkbeeld, begrip, meening, thema, plan:The idea of such a thing!= ’t idee! Stel je voor!Hisfixed idea=idée fixe;Ideal= ideaal, denkbeeldig; subst. ideaal;Idealism= idealisme;Idealist= idealist; adj.Idealistic;Ideality,aidialiti, ideale toestand;Idealization, subst. v.Idealize,aidîəlaiz, idealiseeren, idealen vormen.Idem,aid’m, idem.Identic(al),aidentik(’l), hetzelfde, identiek;Identify,aidentifai, vereenzelvigen, de gelijkheid bewijzen of bepalen; subst.Identification;Identity,aidentiti, identiteit.Ideograph,(a)idiəgraf, zinnebeeldig schriftteeken;Ideographic(al) = ideographisch;Ideography,(a)idiogrəfi, ideographie.Ideological,(a)idiəlodžik’l, ideologisch, dweepziek;Ideologist= ideoloog, dweper;Ideology= ideologie, dweperij.Ides,aidz; de 15e van Maart, Mei, Juli en October, en de 13e der andere maanden.Id est,id est, dat is.Idiocy,idjəsi, domheid, onnoozelheid.Idiograph,idjəgraf, handelsmerk.Idiom,idj’m, taaleigen, dialect;Idiomatic(al),idjəmatik(’l), idiomatisch, in overeenstemming met het taaleigen.Idiosyncrasy,idiəsinkrəsi, persoonlijke reactie op bepaalde invloeden (van hooikoortslijders bijv.); adj.Idiosyncratic(al).Idiot,idjət, idioot; ook adj.:Idiot(’s) fringe= idiotenfranje, ponnies;Idiotic(al),idiotik(’l), idioot;Idiotism= idiotisme.Idle,aid’l, nietsdoende, leegloopend, niet aan ’t werk; traag, lui, ongebruikt, nutteloos, onbeduidend; ijdel;Idleverb. den tijd in ledigheid doorbrengen, leegloopen, luieren, verlummelen(away):Tobe kept idle= leeg (moeten) loopen;Idle story= praatje;Idle talk= beuzelpraat;Idle-wheel= wiel, dat de beweging van het ééne rad op het andere overbrengt;Idleness: Hours of idleness= ledige uren;Idler= leeglooper, nietsdoener:He isa busy idler= hij heeft het altijd druk en voert niets uit.Idol,aid’l, afgod (ookfig.);Idolater,aidolətə, afgodendienaar, vergoder, aanbidder;Idolatress; Idolatrous,aidolətrɐs, afgodisch;Idolatry,aidolətri, afgodendienst, vergoding;Idolize,aidəlaiz, verafgoden;Idolizer= vergoder.Idyl(l),aidil, idylle; adj.Idyllic.If,if, ingeval, indien, of, al:If not= zoo niet:If he be ever so rich= hoe rijk hij ook zij;He is fifty if he is a day= tenminste vijftig;Not if I know it= niet als ik er wat aan doen kan;He was doing good work, if he had known it= zonder het te weten.Igneous,igniəs, vurig, gloeiend; door vuur voortgebracht.Ignis fatuus,ignisfatjuəs(Meerv.Ignes fatui,ignîzfatjuai), subst. dwaallicht, bedriegelijk iets; adj. dwaas, ijdel.Ignitable,ignaitəb’l, ontbrandbaar;Ignite,ignait, in brand steken, vuurrood worden, doen ontvlammen:The tankbecame ignitedand burst= raakte in brand;Ignitible=Ignitable;Ignition,igniš’n, ontbranding;Ignitor,ignaitə, ontbrander, ontsteker.Ignoble,ignoub’l, laag, verachtelijk, onwaardig; subst.Ignobleness.Ignominious,ignəminjəs, schandelijk, onteerend;Ignominy,ignəmini, schande, oneer, schandelijkheid.Ignoramus,ignəreiməs, domkop, weetniet; formule door degrand juryoudtijds op eene aanklacht geschreven als er geen voldoende grond tot vervolging bestond.Ignorance,ignərəns, onwetendheid, domheid:Ignorances= onbewuste zonden;Ignorant,ignərənt, onwetend, ongeletterd:Ignorant of= onbekend met;Not ignorant of= geheel op de hoogte van;Ignore,ignö, niet weten, niet kennen, niet erkennen, voorbijzien, niet tellen:Toignore a bill= een aanklacht als onbewezen afwijzen.Iguana,igwânə,igweinə, kamhagedis, leguaan;Iguanodon,igwânədon, fossiele leguaan.Ihlang-ihlang,ilâŋ-ilâŋ, odeur uit eene Oost-Indische bloem.Ileum,(a)iliəm, kromdarm;Ileus,iliəs, koliek.Ilex,aileks, steekpalm.Ilfracombe,ilfrəkûm.Iliad,iliəd, de Iliade of Ilias; lang verhaal.Ilk,ilk, elk, het- of dezelfde:Of that ilk= uitdrukking om aan te duiden dat de familienaam van een persoon ook die is van zijne bezitting; van dat slag, die soort.Ill,il, kwaad, slecht, ongelukkig, ziek; subst. kwaad, ramp, kwaal:Ill at ease= ongerust;Ill blood= kwaad bloed;Ill luck= ongeluk, tegenspoed;Ill weeds grow (thrive) apace= onkruid vergaat niet;It’s an ill wind that blows nobody any good= den een zijn dood is den ander zijn brood; geen kwaad zonder baat;Todo ill= verkeerd doen;Tofall ill= ziek worden;Tofall out ill= mislukken;Tofare ill= slecht vergaan;Ill got[265]ill spent= zoo gewonnen, zoo geronnen;Tolie ill withdiphtheria;Smokingmade them ill= misselijk;Totake ill= kwalijk nemen;Tobe taken ill= ziek worden;Tothink illof;Ill-advised= onbezonnen;Ill-assorted= slecht bij elkaar passend;Ill-boding= kwaad voorspellend;Ill-breeding= ongemanierdheid;Ill-bred= ruw, lomp;Ill-conditioned= slecht geaard;Ill-concerted(Ill-contrived) = slecht overlegd;Ill-considered= onoordeelkundig;Ill-disposed= slecht gezind;Ill-fated= ongelukkig, rampspoedig;Ill-favoured= leelijk, misvormd; ruw;Ill-feeling= hekel, wrok;Ill-got(ten)= kwalijk of onrechtvaardig verkregen:Ill-gottengoods never prosper= kwalijk verkregen goed gedijt niet;Ill-health= ziekelijkheid;Ill-humour= slechte luim;Ill-mannered= lomp, slechtgemanierd;Ill-matched,Ill-mated= niet bij elkander passend;Ill-nature= boosaardigheid, slechte luim;Ill-natured= boosaardig, knorrig, onhandelbaar;Ill-omened,Ill-starred= onheilspellend;Ill-temper(ed)= (met) slecht en knorrig humeur;Ill-treat= mishandelen;Ill-usage= mishandeling;Ill-used= mishandeld, verguisd;Ill-will= kwaadwilligheid, norschheid;Illness= ongesteldheid, ziekte, verdorvenheid.Illegal,ilîg’l, onwettig, onrechtmatig; subst.Illegality;Illegalize= ongeldig maken.Illegibility,iledžibiliti, onleesbaarheid; adj.Illegible.Illegitimacy,ilədžitiməsi, onrechtmatigheid, onwettigheid;Illegitimate,ilədžitimit, onwettig, buitenechtelijk; onlogisch;Illegitim(at)ize,ilədžitim(ət)aiz, onwettig (voor onecht) verklaren of maken.Illiberal,ilibər’l, laag, onedel, kleingeestig, gierig; subst.Illiberality.Illicit,ilisit, ongeoorloofd, onwettig; subst.Illicitness.Illimitable,ilimitəb’l, onbegrensd.Illinois,ilinôiz.Illiteracy,ilitərəsi, ongeletterdheid, onwetendheid:Theydeclared their illiteracy= verklaarden dat zij niet konden lezen of schrijven;Illiterate,ilitərit, ongeletterd, onwetend; ook subst.:Illiterate voters= kiezers, die niet kunnen lezen of schrijven; subst.Illiterateness.Illogical,ilodžik’l, onlogisch; subst.Illogicalness=Illogicality.Illume,il(j)ûm, verlichten, verluchten;Illuminant= verlichtingsmiddel;Illuminate= verlichten, verluchten, illumineeren, verklaren;Illuminati,il(j)ûmineitai, Illuminaten (naam van onderscheidene genootschappen);Illumination= het verlichten of versieren, illuminatie, glans, schittering; adj.Illuminative;Illuminator= verluchter;Illumine=Illuminate.Illusion,il(j)ûž’n, bedrog, begoocheling;Illusionist= visionair, toovenaar, illusionist;Illusive= bedriegelijk; subst.Illusiveness;Illusory=Illusive.Illustrate,ilɐstreit,iləstreit, ophelderen, toelichten, verduidelijken; subst.Illustration;Illustrative,ilɐstrətiv, ophelderend, verduidelijkend;Illustrator,iləstreitə,ilɐstreitə, illustrator.Illustrious,ilɐstriəs, doorluchtig, beroemd, schitterend:His Most Illustrious the Prince= Zijne Doorluchtigheid; subst.Illustriousness.Illutation,iljuteiš’n, modderbad.Illyria,iliriə, Illyrië;Illyrian= Illyriër, Illyrisch.Image,imidž, subst. beeld, afbeeldsel, type, beeltenis, voorstelling;Imageverb. afbeelden, afspiegelen, een (innerlijk) beeld vormen van:In the image of God= naar het beeld Gods;Image-boy= Ital. beeldjeskoopman;Image-maker= vervaardiger van gipsbeelden;Image-worship= beeldendienst, afgoderij;Imagery,imədžəri, beelden, afbeelding;Imaginable,imadžinəb’l, denkbaar;Imaginariness= onwerkelijkheid;Imaginary,imadžinəri, denkbeeldig, onwerkelijk;Imagination,imadžineiš’n, verbeelding(skracht), voorstelling(svermogen);Imaginative,imadžinətiv, verbeeldings …, rijk aan verbeelding(skracht); subst.Imaginativeness;Imagine,imadžin, zich verbeelden, voorstellen:I did notimagine aboutthese things= daar heb ik niet om gedacht;Imagining= voorstelling, hersenschim.Imago,imeigou, volkomen ontwikkeld insect.Imam,imâm, Iman, vorst; Mahomedaansch priester (Turkije).Imaret,imərət,imâret, Mahom. herberg voor pelgrims.Imbecile,imbəsîl,imbesil, subst. en adj. zwak(ke naar lichaam of geest), idioot; subst.Imbecility,imbəsiliti.Imbibe,imbaib, (in)drinken, inzuigen, opslorpen, zuipen, opnemen; subst.Imbibition.Imbow,imbou, welven.Imbricate,imbrikeit, elkander bedekken gelijk dakpannen; met dakpanvormige versieringen bedekt (imbrikit) =Imbricated; subst.Imbrication.Imbroglio,imbrouljou, verwarring, verwikkeling.Imbrue,imbrû, bezoedelen, baden (in bloed), (bloed) vergieten.Imbrute,imbrût, verdierlijken.Imbue,imbjû, doortrekken, drenken, verven, vervullen, doordringen.Imitability,imitəbiliti, navolgbaarheid;Imitable,imitəb’l, navolgbaar;Imitate,imiteit, nabootsen, navolgen;Imitation,imiteiš’n, navolging, nabootsing; ook adj.:In imitation of= in navolging van;Imitation-lace= onechte kant;Imitative, nabootsend, nagebootst (of);Imitator= nabootser, naäper.Immaculate,imakjulit, onbevlekt, onberispelijk:Immaculate Conception= Onbevlekte Ontvangenis; subst.Immaculateness.Immanence,imənens, subst. vanImmanent= immanent, onafscheidelijk.Immanuel,imanjuəl, “God met ons” (naam van Jezus).Immarginate,imâdžinit, zonder rand.Immaterial,imətîriəl, onstoffelijk, geestelijk, van geen belang of onverschillig:That is quite immaterial to me= mij totaal onverschillig;[266]Immaterialism= immaterialisme, spiritualisme;Immateriality,imətîrialiti, onstoffelijkheid, onwezenlijkheid, onbelangrijkheid.Immature,imətjûə, onrijp, ontijdig; subst.Immaturity.Immeasurable,imežərəb’l, onmeetbaar; subst.Immeasurableness.Immediate,imîdjit, onmiddellijk, dadelijk, direct, oogenblikkelijk; spoed! (op brieven); subst.Immediateness.Immedicable,imedikəb’l, ongeneeslijk.Immemorial,imimôriəl, onheugelijk:From (For, Since) time(s) immemorial= sedert onheugelijke tijden.Immense,imens, onmetelijk, oneindig, onbegrensd, uitstekend, kranig; subst.Immenseness=Immensity.Immensikoff,imensikof, groote overjas met bont, pelsjas.Immerse,imɐ̂s, indompelen, onderdompelen, indoopen, verdiepen, verzinken:He was immersed in his studies= verzonken in; subst.Immersion.Immigrant,imigr’nt, gaande naar of komende in een vreemd land; subst. immigrant;Immigrate,imigreit, zich in een vreemd land vestigen; subst.Immigration.Imminence,iminens, subst. vanImminent= nabij, dreigend, boven het hoofd hangend.Immobile,imoubil, onbewegelijk;Immobility,iməbility, onbewegelijkheid;Immobilization= onttrekken v. geld aan den omloop.Immoderate,imodərit, buitensporig; subst.Immoderateness;Immoderation= gebrek aan gematigdheid, buitensporigheid.Immodest,imodəst, onbescheiden, aanmatigend; onkiesch, onkuisch; subst.Immodesty.Immolate,iməleit, (op)offeren;Immolation= offeren, offer;Immolator= offeraar.Immoral,imor’l, onzedelijk; subst.Immorality.Immortal,imöt’l, subst. en adj. onsterfelijk(e), onvergankelijk(e);Immortality= onsterfelijkheid;Immortalize= vereeuwigen, onsterfelijk maken;Immortelle,imötel, immortelle.Immovability,imûvəbiliti, subst. v.Immovable,imûvəb’l, onbewegelijk, onwrikbaar, onveranderlijk, ongevoelig:Immovables= onroerende goederen, wat “spijkervast” is;Immovableness=Immovability.Immune,imjûn, adj. vrij, onvatbaar voor:Immune horses= “gezouten” paarden (Z. Afr.);Tobe immune from;Immunity= vrijstelling, ontheffing, privilege; onvatbaarheid:Immunity fromdisease;Topurchase immunity frommilitary service, etc. = zich vrijkoopen;Immunize= immun maken.Immure,imjûə, opsluiten, als met een muur omringen.Immutability,imjûtəbiliti, subst. v.Immutable,imjûtəb’l, onveranderlijk;Immutableness=Immutability.Imogen,imədžen.Imp,imp, subst. kabouter, booze geest, deugniet, guit; verlengstuk;Impverb. van nieuwe vederen voorzien, verlengen;Impish, duivelachtig.Impact,impakt, schok, stoot;To impact= samendrukken, indrijven.Impair,impêə, benadeelen, beschadigen, doen verminderen, verminderen, verzwakken:His health was notseriously impaired= had niet erg geleden, was niet ernstig aangetast; subst.Impairment.Impale,impeil, spietsen, vastnagelen, ompalen; subst.Impalement.Impalpability,impalpəbiliti, subst. v.Impalpable,impalpəb’l, niet voel- of tastbaar, fijn.Impan(n)el,impan’l, op de lijst der jury plaatsen, uitloten en beëedigen.Imparisyllabic,imparisilabik, met een ongelijk getal lettergrepen.Imparity,impariti, ongelijkheid, verschil.Impark,impâk, tot park maken; in een wildbaan opsluiten.Impart,impât, verleenen, mededeelen, een deel geven;Imparter.Impartial,impâš’l, onpartijdig, billijk, belangeloos; subst. =Impartialness=Impartiality.Impassability,impâsəbiliti, subst. v.Impassable,impâsəb’l, onbegaanbaar, ontoegankelijk;Impassableness=Impassability.Impassibility,impasibiliti, subst. v.Impassible,impasib’l, ongevoelig, gevoelloos; subst.Impassibleness.Impassion,impaš’n:Impassioned= hartstochtelijk, vurig.Impassive,impasiv, ongevoelig, gevoelloos, onverstoorbaar; subst.Impassiveness.Impastation,impasteiš’n, samenkneding, marmerimitatie;Impaste,impeist, samenkneden (tot deeg), de kleuren er dik opleggen;Impasto= dikke verflaag.Impatience,impeiš’ns, ongeduld, afkeer:Hisimpatience of oppression= zijn afkeer (afschuw) van;An impatience of poetry= hekel aan poëzie.Impatient,impeiš’nt, ongeduldig, vurig verlangend; afkeerig:I amimpatient forhis arrival= verlang vurig;He wasimpatient ofslavery= kon niet dulden.Impawn,impôn, verpanden.Impeach,impîtš, in twijfel trekken, bestrijden; aanklagen, in staat van beschuldiging stellen;Impeachable= bestrijdbaar, aanklaagbaar, berispelijk;Impeacher;Impeachment= beschuldiging, aanklacht, etc.Impearl,impâl, tot paarlen maken, beparelen.Impeccability,impekəbiliti, subst. v.Impeccable,impekəb’l, onfeilbaar, schuldeloos.Impecuniosity,impəkjûniositi, geldgebrek, armoede;Impecunious,impəkjûniəs, arm, zonder geld.Impede,impîd, beletten, verhinderen;Impediment,impediment, beletsel:He hasan impediment in his speech= hij kan sommige letters niet zeggen, stamelt, spreekt onduidelijk, lijdt aan spraakbelemmering;Impeditive= hinderlijk, belemmerend.Impel,impel, voortdrijven, aanzetten;Impeller;Impellent, subst. aandrift, drijfkracht; adj. aansporend, voortdrijvend.Impend,impend, boven het hoofd hangen, voor de deur staan, dreigen (over); subst.Impendence;Impendent=Impending.Impenetrability,impenətrəbiliti, subst. v.[267]Impenetrable,impenətrəb’l, ondoordringbaar, ongevoelig, ondoorgrondelijk;Impenetrate= doordringen.Impenitence, Impenitency,impenitens(i), verstoktheid; adj.Impenitent, ook subst.Impennate,impenit, zonder vleugels (veeren), met korte vleugels;Impennes,impenîz, het geslacht der Pinguins.Imperative,imperətiv, gebiedend, verplicht; subst. gebiedende wijs:The categorical imperative= de categorische imperatief;This isimperative onall vessels= wordt geëischt van, is verplichtend voor.Imperator,impəreitə,impəreitə, imperator, keizer; adj.Imperatorial.Imperceivable,impəsîvəb’l,Imperceptible,impəseptib’l, onmerkbaar, onwaarneembaar; subst.Imperceptibleness.Imperence,impərens=Impudence.Imperfect,impɐ̂fəkt, onvolkomen of onvolmaakt; onvolmaakt verleden tijd; subst.Imperfection=Imperfectness.Imperforable,impɐ̂fərəb’l, ondoorboorbaar;Imperforate(d),impɐ̂fərit(impɐ̂fəreitid), zonder openingen, niet doorboord.Imperial,impîriəl, keizerlijk, rijks…, Britsch; vorstelijk, verheven, gebiedend, heerschzuchtig; subst. imperiaal (voor bagage op een rijtuig); plaats buitenop (koets of diligence), imperiaal (papier: 55 bij 80 cM.), haarbosje aan de onderlip; koepeldak, oude gouden munt:Imperial city= Duitsche vrije rijksstad;Imperial federation= plan tot bevestiging van het Britsche rijk, waarbij de rechten der koloniale parlementen onaangetast blijven;Imperial Institute= een museum in Londen (gesticht in 1887);Imperialism= keizerregeering, federatiepolitiek, streven naar wereldmacht;Imperialist, aanhanger van hetimperialisme; adj.Imperialistic.Imperil,imperil, in gevaar brengen.Imperious,impîriəs, gebiedend, aanmatigend; heerschzuchtig, dringend; subst.Imperiousness.Imperishable,imperišəb’l, onvergankelijk, eeuwig; subst.Imperishableness.Imperium,impîriəm, oppermacht.Impermanent,impɐ̂mənent, niet duurzaam of standvastig; subst.Impermanence.Impermeability,impɐ̂miəbiliti, subst. v.Impermeable,impɐmiəb’l, ondoordringbaar:Impermeable to water= waterdicht.Impersonal,impɐ̂sən’l, subst. en adj. onpersoonlijk (werkwoord); subst.Impersonality.Impersonate,impɐ̂seneit, verpersoonlijken, voorstellen;Impersonation= vertolking;Impersonator= vertolker.Impertinence, -cy,impɐ̂tinens(i), wat niet tot de zaak behoort; ongepastheid, onbeschaamdheid, onbehoorlijkheid:Miss Impertinence= kleine wijsneus;adj.Impertinent, ook subst.Imperturbability,impətɐ̂bəbiliti, subst. v.Imperturbable,impətɐ̂bəb’l, onverstoorbaar, leuk.Impervious,impɐ̂viəs, ondoordringbaar, ontoegankelijk; subst.Imperviousness.Impetuosity,impetjuositi, subst. v.Impetuous,impetjuəs, ontstuimig, woest, heftig: subst.Impetuousness.Impetus,impitɐs, beweegkracht, drijfkracht, aandrift.Impi,impi, troepenafdeeling der Kaffers.Impiety,impaiəti, goddeloosheid, ongeloof; adj.Impious,impiəs; subst.Impiousness.Impinge,impinž, stooten, raken, zondigen tegen:The first circleimpinges onthe second= raakt (snijdt);The song of the skylarkimpinged onher ear= trof haar oor; subst.Impingement; adj.Impingent.Implacability,impleikəbiliti, subst. v.Implacable,impleikəb’l, onverzoenlijk, onverbiddelijk; subst.Implacableness.Implant,implânt, zaaien, enten, inprenten; subst.Implantation.Implausible,implôzib’l, onwaarschijnlijk.Implement,impləment, werktuig, gereedschap.Implicate,implikeit, inwikkelen, verwikkelen:Two others wereimplicated (in it)= er bij betrokken;Implication:By implication= erin begrepen, stilzwijgend =Implicative(of).Implicit,implisit, stilzwijgend of daaronder begrepen, onvoorwaardelijk, blind; ingewikkeld:I have animplicit faithin you= vertrouw u onvoorwaardelijk; subst.Implicitness.Imploration,imploreiš’n, smeeking;Implore,implö, smeeken.Imply,implai, insluiten, stilzwijgend er onder begrijpen, beteekenen, insinueeren, te verstaan geven:That isimplied init= er in begrepen.Impolicy,impolisi, gebrek aan overleg.Impolite,impəlait, onbeleefd, lomp; subst.Impoliteness.Impolitic,impolitik, onverstandig, onoordeelkundig.Imponderability,impondərəbiliti, subst. v.Imponderable,impondərəb’l, onweegbaar:Imponderables= imponderabiliën.Import,impöt, invoer, belang, gewicht, beteekenis, invloed, nut, inhoud:Imports and exports= in- en uitvoer;Import duties= inkomende rechten;Import trade.Import,impöt, invoeren, beteekenen, van belang zijn;Importable= invoerbaar; subst.Importation,impöteiš’n:Importations= import artikelen;Importer= importeur.Importance,impöt’ns, belang, gewicht, invloed, beteekenis, gewichtigheid;Important= belangrijk, gewichtig doende.Importunate,impötjunit, lastig, aanhoudend, dringend; subst.Importunateness.Importune,impötjûn,impötjûn, aanhoudend aandringen, lastig vallen;Importunity,impötjûniti, overlast, etc.Impose,impouz, opleggen, opdringen, voorschrijven, bedriegen, in de handen stoppen:I will not beimposed upon= mij niet laten bedriegen;He neverimposed onme on this subject= maakte nooit grooten indruk op mij;Imposing,impouziŋ, indrukwekkend;Imposition,impəziš’n, oplegging, belasting, strafwerk, bedrog:It would be an imposition on his good nature= misbruik maken van.Impossibility,imposibiliti, onmogelijkheid; adj.Impossible;At impossibly early hours= onmogelijk vroege.Impost,impoust, belasting, invoerrecht.[268]Impostor,impostə, bedrieger;Imposture,impostjə, bedrog.Impotence,Impotency,impətens(i), onmacht, machteloosheid, onvermogen;Impotent,impətent, machteloos, onvermogend, impotent.Impound,impaund, opsluiten (van verdwaald vee in eenpound); opsluiten, beslag leggen op.Impoverish,impovəriš, verarmen, uitputten, uitzuigen; subst.Impoverishment.Impracticability,impraktikəbiliti, subst. v.Impracticable,impraktikəb’l, ondoenlijk, onuitvoerbaar, onhandelbaar, koppig; subst.Impracticableness.Imprecate,imprikeit, vervloeken, verwenschen, een vloek roepen op; subst.Imprecation; adj.Imprecatory,imprikətəri,impreikətəri.Impregnability,impregnəbiliti, subst. v.Impregnable,impregnəb’l, onneembaar, onverwinlijk, onverstoorbaar.Impregnate,impregneit, bezwangeren, bevruchten; vruchtbaar maken, doortrekken, verzadigen; adj.impregnit, zwanger; subst.Impregnation.Impresario,impresâriou,imprezâriou, impressario.Imprescriptible,impriskriptib’l, onverjaarbaar.Impress,impres, stempel, afdruksel, merk, motto, indruk; het pressen.Impress,impres, stempelen, merken, teekenen; drukken, indruk maken, inprenten, op het hart drukken, forsch aandringen; pressen, requireeren:A feeling of impending misfortuneimpressed me= drukte mij terneer;Impress-money, handgeld;Impressibility= ontvankelijkheid;Impressible, ontvankelijk;Impression= indruk, meening, stempel, afdruk, uitgave of oplaag, flauwe herinnering, invloed, uitwerking;Impressionable= licht voor indrukken vatbaar, prikkelbaar;Impressionism, impressionisme;Impressionist= impressionist;Impressionistic, impressionistisch;Impressive, indrukwekkend; subst.Impressiveness;Impressment:Impressment into military service= gedwongen dienstneming.Imprest,imprest, voorschot;Imprest-office= departement van de admiraliteit dat voorschotten verleent aan officieren van administratie.Imprimatur,imprimeitə, verlof (van den censor of corrector) tot het drukken (woordelijk: “dat het gedrukt worde”).Imprint,imprint, afdruk; naam van drukker of uitgever van een boek, etc., met de plaats en den datum der uitgave.Imprint,imprint, drukken, stempelen, inprenten.Imprison,impriz’n, gevangen nemen; subst.Imprisonment:False imprisonment= wederrechtelijke gevangenzetting.Improbability,improbəbiliti, subst. v.Improbable,improbəb’l, onwaarschijnlijk.Improbity,improbiti, oneerlijkheid.Impromptu,improm(p)tjû, adj. extemporé, geimproviseerd; ook subst.;Impromptuist= improvisator.Improper,impropə, ongeschikt, ongepast, onjuist:Improper-fraction= onechte breuk.Impropriate,improuprieit, zich toeëigenen; kerkelijke inkomsten en bedieningen in handen van leeken stellen; subst.Impropriation= die overdracht, het overgedragene;Impropriator,improuprieitə, die zich rechten toeëigent; leek, die kerkelijke goederen en bedieningen in handen heeft.Impropriety,imprəpraiiti, ongepastheid, onwelvoegelijkheid, onjuistheid.Improvable,imprûvəb’l, verbeterbaar;Improve,imprûv, verbeteren, volmaken, voordeel trekken, gebruik maken van, aankweeken, herstellen, vermeerderen, verhoogen, beter worden, stijgen:He hasimproved the occasion= heeft de gelegenheid waargenomen;He was called uponto improve the death of three young fishermen= hij werd gevraagd om eene stichtelijke toespraak te houden bij de begrafenis van drie jonge visschers;To improve away= verwijderen, verdrijven;That old gate has beenimproved off the face of the earth= is gelukkig van den aardbodem verdwenen;Some people improve on (upon) acquaintance= vallen hoe langer hoe meer mee bij nadere kennismaking;That cannot possibly beimproved upon= laat geen verbetering toe;Improvement= verbetering, vordering, nuttig gebruik, stijging;Improver= verbeteraar; volontair.Improvidence,improvidens, zorgeloosheid;Improvident,improvident, zorgeloos.Improvisation,improvizeiš’n, improvisatie;Improvisator,improvizeitə,Improvisatore,imprəvizatôri, improvisator;Improvise,imprəvaiz,imprəvîz, improviseeren.Imprudence,imprûd’ns, onvoorzichtigheid;Imprudent,imprûd’nt, onvoorzichtig.Impudence,impjûdens, onbeschaamdheid;Impudent,impjudent, onbeschaamd;Impudicity=Impudence.Impugn,impjûn, bestrijden, weerspreken;Impugnable,impjûnəb’l, bestrijdbaar, weerlegbaar; subst.Impugnation;Impugner.Impulse,impɐls,Impulsion,impɐlš’n, aandrang, aandrift, aansporing; stoot;Impulsive,impɐlsiv, aandrijvend, impulsief; subst.Impulsiveness.Impunity,impjûniti, straffeloosheid:With impunity= straffeloos.Impure,impjûə, onrein, onzuiver, besmet, vuil, onkuisch; subst.Impureness=Impurity,impjûriti.Imputability,impjûtəbiliti, subst. v.Imputable,impjûtəb’l, toerekenbaar;Imputation,impjûteiš’n, beschuldiging, aantijging, verwijt:I will not sufferan imputation onmy brother’s character;Impute,impjût, toeschrijven, toerekenen, ten laste leggen(to): Don’t impute the ill success to me= wijt mij niet;Imputer.In,in, prep. en adv. in, op, naar, bij, tehuis; subst. meestmv.;Inverb. inbrengen:In the air= in de lucht;The news isin the air= gaat rond;To bein arms= onder de wapenen;In conclusion= tot besluit,[269]om kort te gaan;In the daytime= overdag, des daags;He is not worthy to be mentionedin the same dayas his friend= op één dag;In drink= dronken;In fact= inderdaad;In favour of= ten gunste van;Hegave me twenty in fifty in billiards= gaf me 20 op de 50 vóór;In fine= ten slotte;In haste= haastig;In love= verliefd;In name of= bij wijze van;In the name of= in naam van;In the night= ’s nachts;In obedience to= ingevolge;In my opinion= naar mijne meening;In order to= ten einde;In for a penny, in for a pound= wie A zegt, moet ook B zeggen;A penny in the pound= een stuiver van of op de ƒ 12;In the reign of= onder de regeering van;In regard, respect to= met betrekking tot, ten opzichte van;My membershipin your society= van uwe vereeniging;I spoke these words morein sorrow than in anger= meer uit droefheid dan uit toorn;A great pleasure isin store for you= staatje te wachten;He isone in a thousand= één uit de duizend;In time= op tijd;In due time= op den rechten tijd;If these things be done in the green tree, what will be done in the dry= in de jeugd … op ouden leeftijd;In vain= te vergeefs;In virtue of his office= krachtens zijn ambt;In writing= in geschrifte, schriftelijk;Are youcurious inbooks on London= gesteld op boeken over L.?;I am in for it= ik ben er bij, kan er niet aan ontsnappen;How soon shall webe in?= in de haven, binnen zijn;They are in and outtwenty times a day= hebben standjes en worden weer goed twintigmaal per dag;The liberals are in now= zijn nu aan de regeering;Champagne is not in it= haalt er niet bij;You are not in it with your friend= gij haalt niet bij;To be in with= iets uit te staan hebben (connecties hebben) met;Caught in the act= op heeterdaad betrapt;Come in= kom binnen;He had it in him= het lag in zijn aard, hij kon;In that= aangezien, daar, omdat;In-and-in-breeding= fokken met hetzelfde fokmateriaal;In and out running= afwisselend winnen en verliezen (bij rensport); subst.The insandouts= hoeken en gaten, moeielijkheden; bijzonderheden:The ins and outs of a town= de hoeken en gaten van eene stad;The ins and outs= regeering en oppositie;The ins and the outs of the matter= alle bijzonderheden of het fijne van.Inability,inəbiliti, onbekwaamheid, onvermogen.Inaccessibility,inəksesibiliti, subst. v.Inaccessible,inəksesib’l, ontoegankelijk, ongenaakbaar.Inaccuracy,inakjurəsi, onnauwkeurigheid;Inaccurate(ness),inakjurit(nəs), onnauwkeurig(heid).Inaction,inakš’n, werkeloosheid, rust, traagheid;Inactive,inaktiv, werkeloos, vadsig, zonder uitwerking, zonder handeling, flauw (handelsterm), bewegingloos, onwerkzaam; subst.Inactivity,inəktiviti.Inadequacy,inadikwəsi, onevenredigheid, ongelijkheid, onvoldoendheid;Inadequate,inadikwit, onevenredig, ongelijk, onvoldoende (to);Inadequation,inadikweiš’n, gebrek aan overeenkomst.Inadmissibility,inədmisibiliti, subst. v. Inadmissible,inədmisib’l, onaannemelijk, niet toelaatbaar.Inadvertence, -cy,inədvɐ̂t’ns(i), zorgeloosheid, onachtzaamheid;Inadvertent= onbewust, zonder er bij te denken.Inalienability,ineiljənəbiliti, subst. v.Inalienable,ineiljənəb’l, onvervreemdbaar.Inalterability,inôltərəbiliti, subst. v.Inalterable,inôltərəb’l, onveranderlijk.Inane,inein, ledig, zinloos, doelloos, waardeloos; subst. (de) ledige ruimte.Inanimate,inanimit, onbezield, levenloos, flauw (handelsterm):Inanimate bird=Clay-pigeon; subst.Inanimateness.Inanition,inəniš’n, ledigheid, uitputting (Med.).Inanity,inaniti, zinloosheid, zinlooze opmerking, holheid, ledigheid;Inanities= dwaasheden, zinledige gezegden.Inappellable,inəpeləb’l, waartegen niet geappelleerd kan worden, laatste.Inappetence, -cy,inapitens(i), gebrek aan eetlust of verlangen; adj.Inappetent.Inapplicability,inaplikəbiliti, subst. v.Inapplicable,inaplikəb’l, ontoepasselijk, niet behoorende bij.Inappreciable,inəprîšəb’l, onschatbaar, onmerkbaar.Inapproachable,inəproutšəb’l, ongenaakbaar, weergaloos.Inappropriate,inəproupriit, ongeschikt, ongepast; subst.Inappropriateness.Inapt,inapt, ongeschikt, niet voegzaam, onbekwaam; subst.Inaptitude,inaptitjûd=Inaptness.Inarch,inâtš, enten zonder den geënten tak van de moederplant te scheiden.Inarticulate,inâtikjulit, onduidelijk, onverstaanbaar, sprakeloos, zonder geledingen;Inarticulated(inâtikjuleited); subst.Inarticulateness;Inarticulation= onduidelijkheid (in het spreken).Inasmuch,inəzmɐtš, aangezien, voor zooverre als.Inattention,inətenš’n, onoplettendheid, achteloosheid;Inattentive,inətentiv, onoplettend, achteloos.Inaudibility,inôdibiliti, subst. v.Inaudible,inôdib’l, onhoorbaar; subst.Inaudibleness.Inaugural,inôgjur’l, inauguraal; subst. inaugurale rede (Amer.);Inaugurate,inôgjureit, plechtig in een ambt bevestigen, inhuldigen, openen, beginnen met, in ’t leven roepen; subst.Inauguration:Theinauguration of the Queen;Inauguratory,inôgjurətəri, inwijdend, huldigend.Inauspicious,inôspišəs, onheilspellend, ongelukkig, ongunstig.Inboard,inböd, adj. binnenboordsch; adv. aan boord:Inboard cargo= vracht in ’t ruim.Inborn,inbön, aangeboren, natuurlijk.Inbreathe,inbrîdh, inademen, inspireeren.[270]Inbred,inbred, aangeboren, inlandsch; doorinbreedingverkregen.Inbreed,inbrîd, fokken met steeds hetzelfde materiaal.Inca,inkə, vorst (van Peru, vóór 1531).Incalculable,inkalkjuləb’l, onberekenbaar; subst.Incalculableness.Incandesce,inkandes, gloeien, doen gloeien; subst.Incandescence= gloeien, gloeihitte;Incandescent= gloeiend, witgloeiend, gloei—:Incandesce lamp= (electrische) gloeilamp;Incandesce light= gasgloeilicht.Incantation,inkanteiš’n, tooverformule, betoovering.Incapability,inkeipəbiliti, onbekwaamheid, onbevoegdheid;Incapable,inkeipəb’l, onbekwaam, onbevoegd;Incapacitate,inkəpasiteit, onbekwaam of onbevoegd maken; subst.Incapacitation;Incapacity,inkəpasiti, onbekwaamheid, ongeschiktheid (of, for).

I,ai;I(sland);I(d)e(st)= dat is;Ibid(em)= op dezelfde plaats;Icel(andic);Id(em)= hetzelfde;I’d= I would, I had;I(esus)H(ominum)S(alvator)= Jezus de Redder der Menschen;I’ll= I will, I shall;Ill(inois);Illus(trious);I’m= I am;Imp(erator);Imp(ersonal);Imp(erative);Imp(er)f(ect);I(ndian)N(avy);Incog(nito);Indic(ative);Inf(initive);inItal(ics)= cursief;I(esus)N(azarenus)R(ex)I(udaeorum)= Jezus de Nazarener de Koning der Joden;Inst(ante)= van deze maand;Inst(ant)= oogenblik;Instit(ution)= instelling;Int(erest);Inter(jection);Introd(uction);Io=Iowa;IO(we)U(= you)= ik ben u schuldig, schuldbekentenis;Ir(eland);I(rish)S(ociety);Isl(and).I,ai, ik:Not I= ik dènk er niet aan; ikke niet.Iachimo,jakimou;Iago,jâgou.Iambic,aiambik, subst. en adj. Jambisch(e voet, vers);Iambus,aiambəs, Jambische voet.Iberia,aibiriə, Iberië:Iberian= Iberisch; bewoner van Iberië.Ibex,aibeks, steenbok.Ibis,aibis, Ibis (Egypte).Icarian,aikêriən, Icarisch, vermetel; bewoner van Icarië;Icarus,ikərɐs.Ice,ais, subst. ijs;Iceverb. met ijs bedekken, in ijs veranderen, laten bevriezen, met ijs afkoelen, met suikerglazuur bedekken:He hasbroken the ice= het ijs gebroken, den weg gebaand; kennis aangeknoopt, ’t gesprek begonnen;He iced his officein the dog-days= maakte kil of koud;Ice-age= glaciale of ijsperiode;Ice-bag= ijszak;Ice-berg= ijsberg;Ice-bird= ijsvogel;Ice-blink= ijsblink;Ice-boat= ijsboot, ijsbreker:Ice-boat race;Ice-bound= ingevroren, door het ijs ingesloten;Ice-box= ijskast;Ice-breaker= ijsbreker;Ice-cap=Ice-bag;Ice-cellar= ijskelder;Ice-cream= roomijs;Ice-drift= ijsgang;Ice-field= ijsveld;Ice-floe= ijsschots;Ice-foot= ijsgordel (om den oever);Ice-hole= wak;Ice-house= ijspakhuis;Ice-needle= ijsnaald (bij het bevriezen);Ice-pack= pakijs;Ice-safe= ijskast;Ice-shove= kruien;Ice-spar= veldspaath;Ice-spur= ijsspoor;Ice-water,Ice(d) water= ijswater.Iceland,aisland, IJsland;Iceland-moss= IJslandsch mos;Icelander; adj.Icelandic.Ichabod,ikəbod(I Sam. IV, 21).Ich dien,îk dîn, het motto van denPrince of Wales.Ichneumon,iknjûm’n, pharao-rat; sluipwesp.Ichnolite,iknəlait, fossiele voetindruk.[264]Ichor,(a)ikə, godenbloed, bloed, bloedwater, waterige etter.Ichthyocolla,ikthiəkolə, vischlijm;Ichthyolite,ikthiəlait, vischsteen;Ichthyology,ikthiolədži, kennis der visschen.Ichthyosaurus,ikthiəsôrəs, ichthyosaurus, voorwereldlijke vischhagedis.Icicle,aisik’l, ijskegel.Iciness,aisinəs, koude, kilheid, koelheid.Icing,aisiŋ, suikerglazuur;Icing-machineijsmachine.Icon,aikon,aik’n, icon.Iconoclasm,aikonəklazm, beeldstormerij;Iconoclast,aikonəklast, beeldstormer; Iconoclastic(al), beeldstormerig, radicaal.Iconolator,aikənolətə, beeldendienaar; Iconolatry = beeldendienst.Icosahedron,aikəsəhîdr’n,aikəsəhedr’n, twintigzijdige figuur.Icteric,ikterik, geelzuchtig; middel tegen geelzucht:Icteric disease= geelzucht.Ictus,iktəs, rhythmus:Ictus solis= zonnesteek.Icy,aisi, ijsachtig, ijskoud;Icy-pearled= met pareltjes van ijs bedekt. ZieIce.Ida,aidə;Idaho,aidəhou;Iddesleigh,idəsli.Idea,aidîə, denkbeeld, begrip, meening, thema, plan:The idea of such a thing!= ’t idee! Stel je voor!Hisfixed idea=idée fixe;Ideal= ideaal, denkbeeldig; subst. ideaal;Idealism= idealisme;Idealist= idealist; adj.Idealistic;Ideality,aidialiti, ideale toestand;Idealization, subst. v.Idealize,aidîəlaiz, idealiseeren, idealen vormen.Idem,aid’m, idem.Identic(al),aidentik(’l), hetzelfde, identiek;Identify,aidentifai, vereenzelvigen, de gelijkheid bewijzen of bepalen; subst.Identification;Identity,aidentiti, identiteit.Ideograph,(a)idiəgraf, zinnebeeldig schriftteeken;Ideographic(al) = ideographisch;Ideography,(a)idiogrəfi, ideographie.Ideological,(a)idiəlodžik’l, ideologisch, dweepziek;Ideologist= ideoloog, dweper;Ideology= ideologie, dweperij.Ides,aidz; de 15e van Maart, Mei, Juli en October, en de 13e der andere maanden.Id est,id est, dat is.Idiocy,idjəsi, domheid, onnoozelheid.Idiograph,idjəgraf, handelsmerk.Idiom,idj’m, taaleigen, dialect;Idiomatic(al),idjəmatik(’l), idiomatisch, in overeenstemming met het taaleigen.Idiosyncrasy,idiəsinkrəsi, persoonlijke reactie op bepaalde invloeden (van hooikoortslijders bijv.); adj.Idiosyncratic(al).Idiot,idjət, idioot; ook adj.:Idiot(’s) fringe= idiotenfranje, ponnies;Idiotic(al),idiotik(’l), idioot;Idiotism= idiotisme.Idle,aid’l, nietsdoende, leegloopend, niet aan ’t werk; traag, lui, ongebruikt, nutteloos, onbeduidend; ijdel;Idleverb. den tijd in ledigheid doorbrengen, leegloopen, luieren, verlummelen(away):Tobe kept idle= leeg (moeten) loopen;Idle story= praatje;Idle talk= beuzelpraat;Idle-wheel= wiel, dat de beweging van het ééne rad op het andere overbrengt;Idleness: Hours of idleness= ledige uren;Idler= leeglooper, nietsdoener:He isa busy idler= hij heeft het altijd druk en voert niets uit.Idol,aid’l, afgod (ookfig.);Idolater,aidolətə, afgodendienaar, vergoder, aanbidder;Idolatress; Idolatrous,aidolətrɐs, afgodisch;Idolatry,aidolətri, afgodendienst, vergoding;Idolize,aidəlaiz, verafgoden;Idolizer= vergoder.Idyl(l),aidil, idylle; adj.Idyllic.If,if, ingeval, indien, of, al:If not= zoo niet:If he be ever so rich= hoe rijk hij ook zij;He is fifty if he is a day= tenminste vijftig;Not if I know it= niet als ik er wat aan doen kan;He was doing good work, if he had known it= zonder het te weten.Igneous,igniəs, vurig, gloeiend; door vuur voortgebracht.Ignis fatuus,ignisfatjuəs(Meerv.Ignes fatui,ignîzfatjuai), subst. dwaallicht, bedriegelijk iets; adj. dwaas, ijdel.Ignitable,ignaitəb’l, ontbrandbaar;Ignite,ignait, in brand steken, vuurrood worden, doen ontvlammen:The tankbecame ignitedand burst= raakte in brand;Ignitible=Ignitable;Ignition,igniš’n, ontbranding;Ignitor,ignaitə, ontbrander, ontsteker.Ignoble,ignoub’l, laag, verachtelijk, onwaardig; subst.Ignobleness.Ignominious,ignəminjəs, schandelijk, onteerend;Ignominy,ignəmini, schande, oneer, schandelijkheid.Ignoramus,ignəreiməs, domkop, weetniet; formule door degrand juryoudtijds op eene aanklacht geschreven als er geen voldoende grond tot vervolging bestond.Ignorance,ignərəns, onwetendheid, domheid:Ignorances= onbewuste zonden;Ignorant,ignərənt, onwetend, ongeletterd:Ignorant of= onbekend met;Not ignorant of= geheel op de hoogte van;Ignore,ignö, niet weten, niet kennen, niet erkennen, voorbijzien, niet tellen:Toignore a bill= een aanklacht als onbewezen afwijzen.Iguana,igwânə,igweinə, kamhagedis, leguaan;Iguanodon,igwânədon, fossiele leguaan.Ihlang-ihlang,ilâŋ-ilâŋ, odeur uit eene Oost-Indische bloem.Ileum,(a)iliəm, kromdarm;Ileus,iliəs, koliek.Ilex,aileks, steekpalm.Ilfracombe,ilfrəkûm.Iliad,iliəd, de Iliade of Ilias; lang verhaal.Ilk,ilk, elk, het- of dezelfde:Of that ilk= uitdrukking om aan te duiden dat de familienaam van een persoon ook die is van zijne bezitting; van dat slag, die soort.Ill,il, kwaad, slecht, ongelukkig, ziek; subst. kwaad, ramp, kwaal:Ill at ease= ongerust;Ill blood= kwaad bloed;Ill luck= ongeluk, tegenspoed;Ill weeds grow (thrive) apace= onkruid vergaat niet;It’s an ill wind that blows nobody any good= den een zijn dood is den ander zijn brood; geen kwaad zonder baat;Todo ill= verkeerd doen;Tofall ill= ziek worden;Tofall out ill= mislukken;Tofare ill= slecht vergaan;Ill got[265]ill spent= zoo gewonnen, zoo geronnen;Tolie ill withdiphtheria;Smokingmade them ill= misselijk;Totake ill= kwalijk nemen;Tobe taken ill= ziek worden;Tothink illof;Ill-advised= onbezonnen;Ill-assorted= slecht bij elkaar passend;Ill-boding= kwaad voorspellend;Ill-breeding= ongemanierdheid;Ill-bred= ruw, lomp;Ill-conditioned= slecht geaard;Ill-concerted(Ill-contrived) = slecht overlegd;Ill-considered= onoordeelkundig;Ill-disposed= slecht gezind;Ill-fated= ongelukkig, rampspoedig;Ill-favoured= leelijk, misvormd; ruw;Ill-feeling= hekel, wrok;Ill-got(ten)= kwalijk of onrechtvaardig verkregen:Ill-gottengoods never prosper= kwalijk verkregen goed gedijt niet;Ill-health= ziekelijkheid;Ill-humour= slechte luim;Ill-mannered= lomp, slechtgemanierd;Ill-matched,Ill-mated= niet bij elkander passend;Ill-nature= boosaardigheid, slechte luim;Ill-natured= boosaardig, knorrig, onhandelbaar;Ill-omened,Ill-starred= onheilspellend;Ill-temper(ed)= (met) slecht en knorrig humeur;Ill-treat= mishandelen;Ill-usage= mishandeling;Ill-used= mishandeld, verguisd;Ill-will= kwaadwilligheid, norschheid;Illness= ongesteldheid, ziekte, verdorvenheid.Illegal,ilîg’l, onwettig, onrechtmatig; subst.Illegality;Illegalize= ongeldig maken.Illegibility,iledžibiliti, onleesbaarheid; adj.Illegible.Illegitimacy,ilədžitiməsi, onrechtmatigheid, onwettigheid;Illegitimate,ilədžitimit, onwettig, buitenechtelijk; onlogisch;Illegitim(at)ize,ilədžitim(ət)aiz, onwettig (voor onecht) verklaren of maken.Illiberal,ilibər’l, laag, onedel, kleingeestig, gierig; subst.Illiberality.Illicit,ilisit, ongeoorloofd, onwettig; subst.Illicitness.Illimitable,ilimitəb’l, onbegrensd.Illinois,ilinôiz.Illiteracy,ilitərəsi, ongeletterdheid, onwetendheid:Theydeclared their illiteracy= verklaarden dat zij niet konden lezen of schrijven;Illiterate,ilitərit, ongeletterd, onwetend; ook subst.:Illiterate voters= kiezers, die niet kunnen lezen of schrijven; subst.Illiterateness.Illogical,ilodžik’l, onlogisch; subst.Illogicalness=Illogicality.Illume,il(j)ûm, verlichten, verluchten;Illuminant= verlichtingsmiddel;Illuminate= verlichten, verluchten, illumineeren, verklaren;Illuminati,il(j)ûmineitai, Illuminaten (naam van onderscheidene genootschappen);Illumination= het verlichten of versieren, illuminatie, glans, schittering; adj.Illuminative;Illuminator= verluchter;Illumine=Illuminate.Illusion,il(j)ûž’n, bedrog, begoocheling;Illusionist= visionair, toovenaar, illusionist;Illusive= bedriegelijk; subst.Illusiveness;Illusory=Illusive.Illustrate,ilɐstreit,iləstreit, ophelderen, toelichten, verduidelijken; subst.Illustration;Illustrative,ilɐstrətiv, ophelderend, verduidelijkend;Illustrator,iləstreitə,ilɐstreitə, illustrator.Illustrious,ilɐstriəs, doorluchtig, beroemd, schitterend:His Most Illustrious the Prince= Zijne Doorluchtigheid; subst.Illustriousness.Illutation,iljuteiš’n, modderbad.Illyria,iliriə, Illyrië;Illyrian= Illyriër, Illyrisch.Image,imidž, subst. beeld, afbeeldsel, type, beeltenis, voorstelling;Imageverb. afbeelden, afspiegelen, een (innerlijk) beeld vormen van:In the image of God= naar het beeld Gods;Image-boy= Ital. beeldjeskoopman;Image-maker= vervaardiger van gipsbeelden;Image-worship= beeldendienst, afgoderij;Imagery,imədžəri, beelden, afbeelding;Imaginable,imadžinəb’l, denkbaar;Imaginariness= onwerkelijkheid;Imaginary,imadžinəri, denkbeeldig, onwerkelijk;Imagination,imadžineiš’n, verbeelding(skracht), voorstelling(svermogen);Imaginative,imadžinətiv, verbeeldings …, rijk aan verbeelding(skracht); subst.Imaginativeness;Imagine,imadžin, zich verbeelden, voorstellen:I did notimagine aboutthese things= daar heb ik niet om gedacht;Imagining= voorstelling, hersenschim.Imago,imeigou, volkomen ontwikkeld insect.Imam,imâm, Iman, vorst; Mahomedaansch priester (Turkije).Imaret,imərət,imâret, Mahom. herberg voor pelgrims.Imbecile,imbəsîl,imbesil, subst. en adj. zwak(ke naar lichaam of geest), idioot; subst.Imbecility,imbəsiliti.Imbibe,imbaib, (in)drinken, inzuigen, opslorpen, zuipen, opnemen; subst.Imbibition.Imbow,imbou, welven.Imbricate,imbrikeit, elkander bedekken gelijk dakpannen; met dakpanvormige versieringen bedekt (imbrikit) =Imbricated; subst.Imbrication.Imbroglio,imbrouljou, verwarring, verwikkeling.Imbrue,imbrû, bezoedelen, baden (in bloed), (bloed) vergieten.Imbrute,imbrût, verdierlijken.Imbue,imbjû, doortrekken, drenken, verven, vervullen, doordringen.Imitability,imitəbiliti, navolgbaarheid;Imitable,imitəb’l, navolgbaar;Imitate,imiteit, nabootsen, navolgen;Imitation,imiteiš’n, navolging, nabootsing; ook adj.:In imitation of= in navolging van;Imitation-lace= onechte kant;Imitative, nabootsend, nagebootst (of);Imitator= nabootser, naäper.Immaculate,imakjulit, onbevlekt, onberispelijk:Immaculate Conception= Onbevlekte Ontvangenis; subst.Immaculateness.Immanence,imənens, subst. vanImmanent= immanent, onafscheidelijk.Immanuel,imanjuəl, “God met ons” (naam van Jezus).Immarginate,imâdžinit, zonder rand.Immaterial,imətîriəl, onstoffelijk, geestelijk, van geen belang of onverschillig:That is quite immaterial to me= mij totaal onverschillig;[266]Immaterialism= immaterialisme, spiritualisme;Immateriality,imətîrialiti, onstoffelijkheid, onwezenlijkheid, onbelangrijkheid.Immature,imətjûə, onrijp, ontijdig; subst.Immaturity.Immeasurable,imežərəb’l, onmeetbaar; subst.Immeasurableness.Immediate,imîdjit, onmiddellijk, dadelijk, direct, oogenblikkelijk; spoed! (op brieven); subst.Immediateness.Immedicable,imedikəb’l, ongeneeslijk.Immemorial,imimôriəl, onheugelijk:From (For, Since) time(s) immemorial= sedert onheugelijke tijden.Immense,imens, onmetelijk, oneindig, onbegrensd, uitstekend, kranig; subst.Immenseness=Immensity.Immensikoff,imensikof, groote overjas met bont, pelsjas.Immerse,imɐ̂s, indompelen, onderdompelen, indoopen, verdiepen, verzinken:He was immersed in his studies= verzonken in; subst.Immersion.Immigrant,imigr’nt, gaande naar of komende in een vreemd land; subst. immigrant;Immigrate,imigreit, zich in een vreemd land vestigen; subst.Immigration.Imminence,iminens, subst. vanImminent= nabij, dreigend, boven het hoofd hangend.Immobile,imoubil, onbewegelijk;Immobility,iməbility, onbewegelijkheid;Immobilization= onttrekken v. geld aan den omloop.Immoderate,imodərit, buitensporig; subst.Immoderateness;Immoderation= gebrek aan gematigdheid, buitensporigheid.Immodest,imodəst, onbescheiden, aanmatigend; onkiesch, onkuisch; subst.Immodesty.Immolate,iməleit, (op)offeren;Immolation= offeren, offer;Immolator= offeraar.Immoral,imor’l, onzedelijk; subst.Immorality.Immortal,imöt’l, subst. en adj. onsterfelijk(e), onvergankelijk(e);Immortality= onsterfelijkheid;Immortalize= vereeuwigen, onsterfelijk maken;Immortelle,imötel, immortelle.Immovability,imûvəbiliti, subst. v.Immovable,imûvəb’l, onbewegelijk, onwrikbaar, onveranderlijk, ongevoelig:Immovables= onroerende goederen, wat “spijkervast” is;Immovableness=Immovability.Immune,imjûn, adj. vrij, onvatbaar voor:Immune horses= “gezouten” paarden (Z. Afr.);Tobe immune from;Immunity= vrijstelling, ontheffing, privilege; onvatbaarheid:Immunity fromdisease;Topurchase immunity frommilitary service, etc. = zich vrijkoopen;Immunize= immun maken.Immure,imjûə, opsluiten, als met een muur omringen.Immutability,imjûtəbiliti, subst. v.Immutable,imjûtəb’l, onveranderlijk;Immutableness=Immutability.Imogen,imədžen.Imp,imp, subst. kabouter, booze geest, deugniet, guit; verlengstuk;Impverb. van nieuwe vederen voorzien, verlengen;Impish, duivelachtig.Impact,impakt, schok, stoot;To impact= samendrukken, indrijven.Impair,impêə, benadeelen, beschadigen, doen verminderen, verminderen, verzwakken:His health was notseriously impaired= had niet erg geleden, was niet ernstig aangetast; subst.Impairment.Impale,impeil, spietsen, vastnagelen, ompalen; subst.Impalement.Impalpability,impalpəbiliti, subst. v.Impalpable,impalpəb’l, niet voel- of tastbaar, fijn.Impan(n)el,impan’l, op de lijst der jury plaatsen, uitloten en beëedigen.Imparisyllabic,imparisilabik, met een ongelijk getal lettergrepen.Imparity,impariti, ongelijkheid, verschil.Impark,impâk, tot park maken; in een wildbaan opsluiten.Impart,impât, verleenen, mededeelen, een deel geven;Imparter.Impartial,impâš’l, onpartijdig, billijk, belangeloos; subst. =Impartialness=Impartiality.Impassability,impâsəbiliti, subst. v.Impassable,impâsəb’l, onbegaanbaar, ontoegankelijk;Impassableness=Impassability.Impassibility,impasibiliti, subst. v.Impassible,impasib’l, ongevoelig, gevoelloos; subst.Impassibleness.Impassion,impaš’n:Impassioned= hartstochtelijk, vurig.Impassive,impasiv, ongevoelig, gevoelloos, onverstoorbaar; subst.Impassiveness.Impastation,impasteiš’n, samenkneding, marmerimitatie;Impaste,impeist, samenkneden (tot deeg), de kleuren er dik opleggen;Impasto= dikke verflaag.Impatience,impeiš’ns, ongeduld, afkeer:Hisimpatience of oppression= zijn afkeer (afschuw) van;An impatience of poetry= hekel aan poëzie.Impatient,impeiš’nt, ongeduldig, vurig verlangend; afkeerig:I amimpatient forhis arrival= verlang vurig;He wasimpatient ofslavery= kon niet dulden.Impawn,impôn, verpanden.Impeach,impîtš, in twijfel trekken, bestrijden; aanklagen, in staat van beschuldiging stellen;Impeachable= bestrijdbaar, aanklaagbaar, berispelijk;Impeacher;Impeachment= beschuldiging, aanklacht, etc.Impearl,impâl, tot paarlen maken, beparelen.Impeccability,impekəbiliti, subst. v.Impeccable,impekəb’l, onfeilbaar, schuldeloos.Impecuniosity,impəkjûniositi, geldgebrek, armoede;Impecunious,impəkjûniəs, arm, zonder geld.Impede,impîd, beletten, verhinderen;Impediment,impediment, beletsel:He hasan impediment in his speech= hij kan sommige letters niet zeggen, stamelt, spreekt onduidelijk, lijdt aan spraakbelemmering;Impeditive= hinderlijk, belemmerend.Impel,impel, voortdrijven, aanzetten;Impeller;Impellent, subst. aandrift, drijfkracht; adj. aansporend, voortdrijvend.Impend,impend, boven het hoofd hangen, voor de deur staan, dreigen (over); subst.Impendence;Impendent=Impending.Impenetrability,impenətrəbiliti, subst. v.[267]Impenetrable,impenətrəb’l, ondoordringbaar, ongevoelig, ondoorgrondelijk;Impenetrate= doordringen.Impenitence, Impenitency,impenitens(i), verstoktheid; adj.Impenitent, ook subst.Impennate,impenit, zonder vleugels (veeren), met korte vleugels;Impennes,impenîz, het geslacht der Pinguins.Imperative,imperətiv, gebiedend, verplicht; subst. gebiedende wijs:The categorical imperative= de categorische imperatief;This isimperative onall vessels= wordt geëischt van, is verplichtend voor.Imperator,impəreitə,impəreitə, imperator, keizer; adj.Imperatorial.Imperceivable,impəsîvəb’l,Imperceptible,impəseptib’l, onmerkbaar, onwaarneembaar; subst.Imperceptibleness.Imperence,impərens=Impudence.Imperfect,impɐ̂fəkt, onvolkomen of onvolmaakt; onvolmaakt verleden tijd; subst.Imperfection=Imperfectness.Imperforable,impɐ̂fərəb’l, ondoorboorbaar;Imperforate(d),impɐ̂fərit(impɐ̂fəreitid), zonder openingen, niet doorboord.Imperial,impîriəl, keizerlijk, rijks…, Britsch; vorstelijk, verheven, gebiedend, heerschzuchtig; subst. imperiaal (voor bagage op een rijtuig); plaats buitenop (koets of diligence), imperiaal (papier: 55 bij 80 cM.), haarbosje aan de onderlip; koepeldak, oude gouden munt:Imperial city= Duitsche vrije rijksstad;Imperial federation= plan tot bevestiging van het Britsche rijk, waarbij de rechten der koloniale parlementen onaangetast blijven;Imperial Institute= een museum in Londen (gesticht in 1887);Imperialism= keizerregeering, federatiepolitiek, streven naar wereldmacht;Imperialist, aanhanger van hetimperialisme; adj.Imperialistic.Imperil,imperil, in gevaar brengen.Imperious,impîriəs, gebiedend, aanmatigend; heerschzuchtig, dringend; subst.Imperiousness.Imperishable,imperišəb’l, onvergankelijk, eeuwig; subst.Imperishableness.Imperium,impîriəm, oppermacht.Impermanent,impɐ̂mənent, niet duurzaam of standvastig; subst.Impermanence.Impermeability,impɐ̂miəbiliti, subst. v.Impermeable,impɐmiəb’l, ondoordringbaar:Impermeable to water= waterdicht.Impersonal,impɐ̂sən’l, subst. en adj. onpersoonlijk (werkwoord); subst.Impersonality.Impersonate,impɐ̂seneit, verpersoonlijken, voorstellen;Impersonation= vertolking;Impersonator= vertolker.Impertinence, -cy,impɐ̂tinens(i), wat niet tot de zaak behoort; ongepastheid, onbeschaamdheid, onbehoorlijkheid:Miss Impertinence= kleine wijsneus;adj.Impertinent, ook subst.Imperturbability,impətɐ̂bəbiliti, subst. v.Imperturbable,impətɐ̂bəb’l, onverstoorbaar, leuk.Impervious,impɐ̂viəs, ondoordringbaar, ontoegankelijk; subst.Imperviousness.Impetuosity,impetjuositi, subst. v.Impetuous,impetjuəs, ontstuimig, woest, heftig: subst.Impetuousness.Impetus,impitɐs, beweegkracht, drijfkracht, aandrift.Impi,impi, troepenafdeeling der Kaffers.Impiety,impaiəti, goddeloosheid, ongeloof; adj.Impious,impiəs; subst.Impiousness.Impinge,impinž, stooten, raken, zondigen tegen:The first circleimpinges onthe second= raakt (snijdt);The song of the skylarkimpinged onher ear= trof haar oor; subst.Impingement; adj.Impingent.Implacability,impleikəbiliti, subst. v.Implacable,impleikəb’l, onverzoenlijk, onverbiddelijk; subst.Implacableness.Implant,implânt, zaaien, enten, inprenten; subst.Implantation.Implausible,implôzib’l, onwaarschijnlijk.Implement,impləment, werktuig, gereedschap.Implicate,implikeit, inwikkelen, verwikkelen:Two others wereimplicated (in it)= er bij betrokken;Implication:By implication= erin begrepen, stilzwijgend =Implicative(of).Implicit,implisit, stilzwijgend of daaronder begrepen, onvoorwaardelijk, blind; ingewikkeld:I have animplicit faithin you= vertrouw u onvoorwaardelijk; subst.Implicitness.Imploration,imploreiš’n, smeeking;Implore,implö, smeeken.Imply,implai, insluiten, stilzwijgend er onder begrijpen, beteekenen, insinueeren, te verstaan geven:That isimplied init= er in begrepen.Impolicy,impolisi, gebrek aan overleg.Impolite,impəlait, onbeleefd, lomp; subst.Impoliteness.Impolitic,impolitik, onverstandig, onoordeelkundig.Imponderability,impondərəbiliti, subst. v.Imponderable,impondərəb’l, onweegbaar:Imponderables= imponderabiliën.Import,impöt, invoer, belang, gewicht, beteekenis, invloed, nut, inhoud:Imports and exports= in- en uitvoer;Import duties= inkomende rechten;Import trade.Import,impöt, invoeren, beteekenen, van belang zijn;Importable= invoerbaar; subst.Importation,impöteiš’n:Importations= import artikelen;Importer= importeur.Importance,impöt’ns, belang, gewicht, invloed, beteekenis, gewichtigheid;Important= belangrijk, gewichtig doende.Importunate,impötjunit, lastig, aanhoudend, dringend; subst.Importunateness.Importune,impötjûn,impötjûn, aanhoudend aandringen, lastig vallen;Importunity,impötjûniti, overlast, etc.Impose,impouz, opleggen, opdringen, voorschrijven, bedriegen, in de handen stoppen:I will not beimposed upon= mij niet laten bedriegen;He neverimposed onme on this subject= maakte nooit grooten indruk op mij;Imposing,impouziŋ, indrukwekkend;Imposition,impəziš’n, oplegging, belasting, strafwerk, bedrog:It would be an imposition on his good nature= misbruik maken van.Impossibility,imposibiliti, onmogelijkheid; adj.Impossible;At impossibly early hours= onmogelijk vroege.Impost,impoust, belasting, invoerrecht.[268]Impostor,impostə, bedrieger;Imposture,impostjə, bedrog.Impotence,Impotency,impətens(i), onmacht, machteloosheid, onvermogen;Impotent,impətent, machteloos, onvermogend, impotent.Impound,impaund, opsluiten (van verdwaald vee in eenpound); opsluiten, beslag leggen op.Impoverish,impovəriš, verarmen, uitputten, uitzuigen; subst.Impoverishment.Impracticability,impraktikəbiliti, subst. v.Impracticable,impraktikəb’l, ondoenlijk, onuitvoerbaar, onhandelbaar, koppig; subst.Impracticableness.Imprecate,imprikeit, vervloeken, verwenschen, een vloek roepen op; subst.Imprecation; adj.Imprecatory,imprikətəri,impreikətəri.Impregnability,impregnəbiliti, subst. v.Impregnable,impregnəb’l, onneembaar, onverwinlijk, onverstoorbaar.Impregnate,impregneit, bezwangeren, bevruchten; vruchtbaar maken, doortrekken, verzadigen; adj.impregnit, zwanger; subst.Impregnation.Impresario,impresâriou,imprezâriou, impressario.Imprescriptible,impriskriptib’l, onverjaarbaar.Impress,impres, stempel, afdruksel, merk, motto, indruk; het pressen.Impress,impres, stempelen, merken, teekenen; drukken, indruk maken, inprenten, op het hart drukken, forsch aandringen; pressen, requireeren:A feeling of impending misfortuneimpressed me= drukte mij terneer;Impress-money, handgeld;Impressibility= ontvankelijkheid;Impressible, ontvankelijk;Impression= indruk, meening, stempel, afdruk, uitgave of oplaag, flauwe herinnering, invloed, uitwerking;Impressionable= licht voor indrukken vatbaar, prikkelbaar;Impressionism, impressionisme;Impressionist= impressionist;Impressionistic, impressionistisch;Impressive, indrukwekkend; subst.Impressiveness;Impressment:Impressment into military service= gedwongen dienstneming.Imprest,imprest, voorschot;Imprest-office= departement van de admiraliteit dat voorschotten verleent aan officieren van administratie.Imprimatur,imprimeitə, verlof (van den censor of corrector) tot het drukken (woordelijk: “dat het gedrukt worde”).Imprint,imprint, afdruk; naam van drukker of uitgever van een boek, etc., met de plaats en den datum der uitgave.Imprint,imprint, drukken, stempelen, inprenten.Imprison,impriz’n, gevangen nemen; subst.Imprisonment:False imprisonment= wederrechtelijke gevangenzetting.Improbability,improbəbiliti, subst. v.Improbable,improbəb’l, onwaarschijnlijk.Improbity,improbiti, oneerlijkheid.Impromptu,improm(p)tjû, adj. extemporé, geimproviseerd; ook subst.;Impromptuist= improvisator.Improper,impropə, ongeschikt, ongepast, onjuist:Improper-fraction= onechte breuk.Impropriate,improuprieit, zich toeëigenen; kerkelijke inkomsten en bedieningen in handen van leeken stellen; subst.Impropriation= die overdracht, het overgedragene;Impropriator,improuprieitə, die zich rechten toeëigent; leek, die kerkelijke goederen en bedieningen in handen heeft.Impropriety,imprəpraiiti, ongepastheid, onwelvoegelijkheid, onjuistheid.Improvable,imprûvəb’l, verbeterbaar;Improve,imprûv, verbeteren, volmaken, voordeel trekken, gebruik maken van, aankweeken, herstellen, vermeerderen, verhoogen, beter worden, stijgen:He hasimproved the occasion= heeft de gelegenheid waargenomen;He was called uponto improve the death of three young fishermen= hij werd gevraagd om eene stichtelijke toespraak te houden bij de begrafenis van drie jonge visschers;To improve away= verwijderen, verdrijven;That old gate has beenimproved off the face of the earth= is gelukkig van den aardbodem verdwenen;Some people improve on (upon) acquaintance= vallen hoe langer hoe meer mee bij nadere kennismaking;That cannot possibly beimproved upon= laat geen verbetering toe;Improvement= verbetering, vordering, nuttig gebruik, stijging;Improver= verbeteraar; volontair.Improvidence,improvidens, zorgeloosheid;Improvident,improvident, zorgeloos.Improvisation,improvizeiš’n, improvisatie;Improvisator,improvizeitə,Improvisatore,imprəvizatôri, improvisator;Improvise,imprəvaiz,imprəvîz, improviseeren.Imprudence,imprûd’ns, onvoorzichtigheid;Imprudent,imprûd’nt, onvoorzichtig.Impudence,impjûdens, onbeschaamdheid;Impudent,impjudent, onbeschaamd;Impudicity=Impudence.Impugn,impjûn, bestrijden, weerspreken;Impugnable,impjûnəb’l, bestrijdbaar, weerlegbaar; subst.Impugnation;Impugner.Impulse,impɐls,Impulsion,impɐlš’n, aandrang, aandrift, aansporing; stoot;Impulsive,impɐlsiv, aandrijvend, impulsief; subst.Impulsiveness.Impunity,impjûniti, straffeloosheid:With impunity= straffeloos.Impure,impjûə, onrein, onzuiver, besmet, vuil, onkuisch; subst.Impureness=Impurity,impjûriti.Imputability,impjûtəbiliti, subst. v.Imputable,impjûtəb’l, toerekenbaar;Imputation,impjûteiš’n, beschuldiging, aantijging, verwijt:I will not sufferan imputation onmy brother’s character;Impute,impjût, toeschrijven, toerekenen, ten laste leggen(to): Don’t impute the ill success to me= wijt mij niet;Imputer.In,in, prep. en adv. in, op, naar, bij, tehuis; subst. meestmv.;Inverb. inbrengen:In the air= in de lucht;The news isin the air= gaat rond;To bein arms= onder de wapenen;In conclusion= tot besluit,[269]om kort te gaan;In the daytime= overdag, des daags;He is not worthy to be mentionedin the same dayas his friend= op één dag;In drink= dronken;In fact= inderdaad;In favour of= ten gunste van;Hegave me twenty in fifty in billiards= gaf me 20 op de 50 vóór;In fine= ten slotte;In haste= haastig;In love= verliefd;In name of= bij wijze van;In the name of= in naam van;In the night= ’s nachts;In obedience to= ingevolge;In my opinion= naar mijne meening;In order to= ten einde;In for a penny, in for a pound= wie A zegt, moet ook B zeggen;A penny in the pound= een stuiver van of op de ƒ 12;In the reign of= onder de regeering van;In regard, respect to= met betrekking tot, ten opzichte van;My membershipin your society= van uwe vereeniging;I spoke these words morein sorrow than in anger= meer uit droefheid dan uit toorn;A great pleasure isin store for you= staatje te wachten;He isone in a thousand= één uit de duizend;In time= op tijd;In due time= op den rechten tijd;If these things be done in the green tree, what will be done in the dry= in de jeugd … op ouden leeftijd;In vain= te vergeefs;In virtue of his office= krachtens zijn ambt;In writing= in geschrifte, schriftelijk;Are youcurious inbooks on London= gesteld op boeken over L.?;I am in for it= ik ben er bij, kan er niet aan ontsnappen;How soon shall webe in?= in de haven, binnen zijn;They are in and outtwenty times a day= hebben standjes en worden weer goed twintigmaal per dag;The liberals are in now= zijn nu aan de regeering;Champagne is not in it= haalt er niet bij;You are not in it with your friend= gij haalt niet bij;To be in with= iets uit te staan hebben (connecties hebben) met;Caught in the act= op heeterdaad betrapt;Come in= kom binnen;He had it in him= het lag in zijn aard, hij kon;In that= aangezien, daar, omdat;In-and-in-breeding= fokken met hetzelfde fokmateriaal;In and out running= afwisselend winnen en verliezen (bij rensport); subst.The insandouts= hoeken en gaten, moeielijkheden; bijzonderheden:The ins and outs of a town= de hoeken en gaten van eene stad;The ins and outs= regeering en oppositie;The ins and the outs of the matter= alle bijzonderheden of het fijne van.Inability,inəbiliti, onbekwaamheid, onvermogen.Inaccessibility,inəksesibiliti, subst. v.Inaccessible,inəksesib’l, ontoegankelijk, ongenaakbaar.Inaccuracy,inakjurəsi, onnauwkeurigheid;Inaccurate(ness),inakjurit(nəs), onnauwkeurig(heid).Inaction,inakš’n, werkeloosheid, rust, traagheid;Inactive,inaktiv, werkeloos, vadsig, zonder uitwerking, zonder handeling, flauw (handelsterm), bewegingloos, onwerkzaam; subst.Inactivity,inəktiviti.Inadequacy,inadikwəsi, onevenredigheid, ongelijkheid, onvoldoendheid;Inadequate,inadikwit, onevenredig, ongelijk, onvoldoende (to);Inadequation,inadikweiš’n, gebrek aan overeenkomst.Inadmissibility,inədmisibiliti, subst. v. Inadmissible,inədmisib’l, onaannemelijk, niet toelaatbaar.Inadvertence, -cy,inədvɐ̂t’ns(i), zorgeloosheid, onachtzaamheid;Inadvertent= onbewust, zonder er bij te denken.Inalienability,ineiljənəbiliti, subst. v.Inalienable,ineiljənəb’l, onvervreemdbaar.Inalterability,inôltərəbiliti, subst. v.Inalterable,inôltərəb’l, onveranderlijk.Inane,inein, ledig, zinloos, doelloos, waardeloos; subst. (de) ledige ruimte.Inanimate,inanimit, onbezield, levenloos, flauw (handelsterm):Inanimate bird=Clay-pigeon; subst.Inanimateness.Inanition,inəniš’n, ledigheid, uitputting (Med.).Inanity,inaniti, zinloosheid, zinlooze opmerking, holheid, ledigheid;Inanities= dwaasheden, zinledige gezegden.Inappellable,inəpeləb’l, waartegen niet geappelleerd kan worden, laatste.Inappetence, -cy,inapitens(i), gebrek aan eetlust of verlangen; adj.Inappetent.Inapplicability,inaplikəbiliti, subst. v.Inapplicable,inaplikəb’l, ontoepasselijk, niet behoorende bij.Inappreciable,inəprîšəb’l, onschatbaar, onmerkbaar.Inapproachable,inəproutšəb’l, ongenaakbaar, weergaloos.Inappropriate,inəproupriit, ongeschikt, ongepast; subst.Inappropriateness.Inapt,inapt, ongeschikt, niet voegzaam, onbekwaam; subst.Inaptitude,inaptitjûd=Inaptness.Inarch,inâtš, enten zonder den geënten tak van de moederplant te scheiden.Inarticulate,inâtikjulit, onduidelijk, onverstaanbaar, sprakeloos, zonder geledingen;Inarticulated(inâtikjuleited); subst.Inarticulateness;Inarticulation= onduidelijkheid (in het spreken).Inasmuch,inəzmɐtš, aangezien, voor zooverre als.Inattention,inətenš’n, onoplettendheid, achteloosheid;Inattentive,inətentiv, onoplettend, achteloos.Inaudibility,inôdibiliti, subst. v.Inaudible,inôdib’l, onhoorbaar; subst.Inaudibleness.Inaugural,inôgjur’l, inauguraal; subst. inaugurale rede (Amer.);Inaugurate,inôgjureit, plechtig in een ambt bevestigen, inhuldigen, openen, beginnen met, in ’t leven roepen; subst.Inauguration:Theinauguration of the Queen;Inauguratory,inôgjurətəri, inwijdend, huldigend.Inauspicious,inôspišəs, onheilspellend, ongelukkig, ongunstig.Inboard,inböd, adj. binnenboordsch; adv. aan boord:Inboard cargo= vracht in ’t ruim.Inborn,inbön, aangeboren, natuurlijk.Inbreathe,inbrîdh, inademen, inspireeren.[270]Inbred,inbred, aangeboren, inlandsch; doorinbreedingverkregen.Inbreed,inbrîd, fokken met steeds hetzelfde materiaal.Inca,inkə, vorst (van Peru, vóór 1531).Incalculable,inkalkjuləb’l, onberekenbaar; subst.Incalculableness.Incandesce,inkandes, gloeien, doen gloeien; subst.Incandescence= gloeien, gloeihitte;Incandescent= gloeiend, witgloeiend, gloei—:Incandesce lamp= (electrische) gloeilamp;Incandesce light= gasgloeilicht.Incantation,inkanteiš’n, tooverformule, betoovering.Incapability,inkeipəbiliti, onbekwaamheid, onbevoegdheid;Incapable,inkeipəb’l, onbekwaam, onbevoegd;Incapacitate,inkəpasiteit, onbekwaam of onbevoegd maken; subst.Incapacitation;Incapacity,inkəpasiti, onbekwaamheid, ongeschiktheid (of, for).

I,ai;I(sland);I(d)e(st)= dat is;Ibid(em)= op dezelfde plaats;Icel(andic);Id(em)= hetzelfde;I’d= I would, I had;I(esus)H(ominum)S(alvator)= Jezus de Redder der Menschen;I’ll= I will, I shall;Ill(inois);Illus(trious);I’m= I am;Imp(erator);Imp(ersonal);Imp(erative);Imp(er)f(ect);I(ndian)N(avy);Incog(nito);Indic(ative);Inf(initive);inItal(ics)= cursief;I(esus)N(azarenus)R(ex)I(udaeorum)= Jezus de Nazarener de Koning der Joden;Inst(ante)= van deze maand;Inst(ant)= oogenblik;Instit(ution)= instelling;Int(erest);Inter(jection);Introd(uction);Io=Iowa;IO(we)U(= you)= ik ben u schuldig, schuldbekentenis;Ir(eland);I(rish)S(ociety);Isl(and).

I,ai, ik:Not I= ik dènk er niet aan; ikke niet.

Iachimo,jakimou;Iago,jâgou.

Iambic,aiambik, subst. en adj. Jambisch(e voet, vers);Iambus,aiambəs, Jambische voet.

Iberia,aibiriə, Iberië:Iberian= Iberisch; bewoner van Iberië.

Ibex,aibeks, steenbok.

Ibis,aibis, Ibis (Egypte).

Icarian,aikêriən, Icarisch, vermetel; bewoner van Icarië;Icarus,ikərɐs.

Ice,ais, subst. ijs;Iceverb. met ijs bedekken, in ijs veranderen, laten bevriezen, met ijs afkoelen, met suikerglazuur bedekken:He hasbroken the ice= het ijs gebroken, den weg gebaand; kennis aangeknoopt, ’t gesprek begonnen;He iced his officein the dog-days= maakte kil of koud;Ice-age= glaciale of ijsperiode;Ice-bag= ijszak;Ice-berg= ijsberg;Ice-bird= ijsvogel;Ice-blink= ijsblink;Ice-boat= ijsboot, ijsbreker:Ice-boat race;Ice-bound= ingevroren, door het ijs ingesloten;Ice-box= ijskast;Ice-breaker= ijsbreker;Ice-cap=Ice-bag;Ice-cellar= ijskelder;Ice-cream= roomijs;Ice-drift= ijsgang;Ice-field= ijsveld;Ice-floe= ijsschots;Ice-foot= ijsgordel (om den oever);Ice-hole= wak;Ice-house= ijspakhuis;Ice-needle= ijsnaald (bij het bevriezen);Ice-pack= pakijs;Ice-safe= ijskast;Ice-shove= kruien;Ice-spar= veldspaath;Ice-spur= ijsspoor;Ice-water,Ice(d) water= ijswater.

Iceland,aisland, IJsland;Iceland-moss= IJslandsch mos;Icelander; adj.Icelandic.

Ichabod,ikəbod(I Sam. IV, 21).

Ich dien,îk dîn, het motto van denPrince of Wales.

Ichneumon,iknjûm’n, pharao-rat; sluipwesp.

Ichnolite,iknəlait, fossiele voetindruk.[264]

Ichor,(a)ikə, godenbloed, bloed, bloedwater, waterige etter.

Ichthyocolla,ikthiəkolə, vischlijm;Ichthyolite,ikthiəlait, vischsteen;Ichthyology,ikthiolədži, kennis der visschen.

Ichthyosaurus,ikthiəsôrəs, ichthyosaurus, voorwereldlijke vischhagedis.

Icicle,aisik’l, ijskegel.

Iciness,aisinəs, koude, kilheid, koelheid.

Icing,aisiŋ, suikerglazuur;Icing-machineijsmachine.

Icon,aikon,aik’n, icon.

Iconoclasm,aikonəklazm, beeldstormerij;Iconoclast,aikonəklast, beeldstormer; Iconoclastic(al), beeldstormerig, radicaal.

Iconolator,aikənolətə, beeldendienaar; Iconolatry = beeldendienst.

Icosahedron,aikəsəhîdr’n,aikəsəhedr’n, twintigzijdige figuur.

Icteric,ikterik, geelzuchtig; middel tegen geelzucht:Icteric disease= geelzucht.

Ictus,iktəs, rhythmus:Ictus solis= zonnesteek.

Icy,aisi, ijsachtig, ijskoud;Icy-pearled= met pareltjes van ijs bedekt. ZieIce.

Ida,aidə;Idaho,aidəhou;Iddesleigh,idəsli.

Idea,aidîə, denkbeeld, begrip, meening, thema, plan:The idea of such a thing!= ’t idee! Stel je voor!Hisfixed idea=idée fixe;Ideal= ideaal, denkbeeldig; subst. ideaal;Idealism= idealisme;Idealist= idealist; adj.Idealistic;Ideality,aidialiti, ideale toestand;Idealization, subst. v.Idealize,aidîəlaiz, idealiseeren, idealen vormen.

Idem,aid’m, idem.

Identic(al),aidentik(’l), hetzelfde, identiek;Identify,aidentifai, vereenzelvigen, de gelijkheid bewijzen of bepalen; subst.Identification;Identity,aidentiti, identiteit.

Ideograph,(a)idiəgraf, zinnebeeldig schriftteeken;Ideographic(al) = ideographisch;Ideography,(a)idiogrəfi, ideographie.

Ideological,(a)idiəlodžik’l, ideologisch, dweepziek;Ideologist= ideoloog, dweper;Ideology= ideologie, dweperij.

Ides,aidz; de 15e van Maart, Mei, Juli en October, en de 13e der andere maanden.

Id est,id est, dat is.

Idiocy,idjəsi, domheid, onnoozelheid.

Idiograph,idjəgraf, handelsmerk.

Idiom,idj’m, taaleigen, dialect;Idiomatic(al),idjəmatik(’l), idiomatisch, in overeenstemming met het taaleigen.

Idiosyncrasy,idiəsinkrəsi, persoonlijke reactie op bepaalde invloeden (van hooikoortslijders bijv.); adj.Idiosyncratic(al).

Idiot,idjət, idioot; ook adj.:Idiot(’s) fringe= idiotenfranje, ponnies;Idiotic(al),idiotik(’l), idioot;Idiotism= idiotisme.

Idle,aid’l, nietsdoende, leegloopend, niet aan ’t werk; traag, lui, ongebruikt, nutteloos, onbeduidend; ijdel;Idleverb. den tijd in ledigheid doorbrengen, leegloopen, luieren, verlummelen(away):Tobe kept idle= leeg (moeten) loopen;Idle story= praatje;Idle talk= beuzelpraat;Idle-wheel= wiel, dat de beweging van het ééne rad op het andere overbrengt;Idleness: Hours of idleness= ledige uren;Idler= leeglooper, nietsdoener:He isa busy idler= hij heeft het altijd druk en voert niets uit.

Idol,aid’l, afgod (ookfig.);Idolater,aidolətə, afgodendienaar, vergoder, aanbidder;Idolatress; Idolatrous,aidolətrɐs, afgodisch;Idolatry,aidolətri, afgodendienst, vergoding;Idolize,aidəlaiz, verafgoden;Idolizer= vergoder.

Idyl(l),aidil, idylle; adj.Idyllic.

If,if, ingeval, indien, of, al:If not= zoo niet:If he be ever so rich= hoe rijk hij ook zij;He is fifty if he is a day= tenminste vijftig;Not if I know it= niet als ik er wat aan doen kan;He was doing good work, if he had known it= zonder het te weten.

Igneous,igniəs, vurig, gloeiend; door vuur voortgebracht.

Ignis fatuus,ignisfatjuəs(Meerv.Ignes fatui,ignîzfatjuai), subst. dwaallicht, bedriegelijk iets; adj. dwaas, ijdel.

Ignitable,ignaitəb’l, ontbrandbaar;Ignite,ignait, in brand steken, vuurrood worden, doen ontvlammen:The tankbecame ignitedand burst= raakte in brand;Ignitible=Ignitable;Ignition,igniš’n, ontbranding;Ignitor,ignaitə, ontbrander, ontsteker.

Ignoble,ignoub’l, laag, verachtelijk, onwaardig; subst.Ignobleness.

Ignominious,ignəminjəs, schandelijk, onteerend;Ignominy,ignəmini, schande, oneer, schandelijkheid.

Ignoramus,ignəreiməs, domkop, weetniet; formule door degrand juryoudtijds op eene aanklacht geschreven als er geen voldoende grond tot vervolging bestond.

Ignorance,ignərəns, onwetendheid, domheid:Ignorances= onbewuste zonden;Ignorant,ignərənt, onwetend, ongeletterd:Ignorant of= onbekend met;Not ignorant of= geheel op de hoogte van;Ignore,ignö, niet weten, niet kennen, niet erkennen, voorbijzien, niet tellen:Toignore a bill= een aanklacht als onbewezen afwijzen.

Iguana,igwânə,igweinə, kamhagedis, leguaan;Iguanodon,igwânədon, fossiele leguaan.

Ihlang-ihlang,ilâŋ-ilâŋ, odeur uit eene Oost-Indische bloem.

Ileum,(a)iliəm, kromdarm;Ileus,iliəs, koliek.

Ilex,aileks, steekpalm.

Ilfracombe,ilfrəkûm.

Iliad,iliəd, de Iliade of Ilias; lang verhaal.

Ilk,ilk, elk, het- of dezelfde:Of that ilk= uitdrukking om aan te duiden dat de familienaam van een persoon ook die is van zijne bezitting; van dat slag, die soort.

Ill,il, kwaad, slecht, ongelukkig, ziek; subst. kwaad, ramp, kwaal:Ill at ease= ongerust;Ill blood= kwaad bloed;Ill luck= ongeluk, tegenspoed;Ill weeds grow (thrive) apace= onkruid vergaat niet;It’s an ill wind that blows nobody any good= den een zijn dood is den ander zijn brood; geen kwaad zonder baat;Todo ill= verkeerd doen;Tofall ill= ziek worden;Tofall out ill= mislukken;Tofare ill= slecht vergaan;Ill got[265]ill spent= zoo gewonnen, zoo geronnen;Tolie ill withdiphtheria;Smokingmade them ill= misselijk;Totake ill= kwalijk nemen;Tobe taken ill= ziek worden;Tothink illof;Ill-advised= onbezonnen;Ill-assorted= slecht bij elkaar passend;Ill-boding= kwaad voorspellend;Ill-breeding= ongemanierdheid;Ill-bred= ruw, lomp;Ill-conditioned= slecht geaard;Ill-concerted(Ill-contrived) = slecht overlegd;Ill-considered= onoordeelkundig;Ill-disposed= slecht gezind;Ill-fated= ongelukkig, rampspoedig;Ill-favoured= leelijk, misvormd; ruw;Ill-feeling= hekel, wrok;Ill-got(ten)= kwalijk of onrechtvaardig verkregen:Ill-gottengoods never prosper= kwalijk verkregen goed gedijt niet;Ill-health= ziekelijkheid;Ill-humour= slechte luim;Ill-mannered= lomp, slechtgemanierd;Ill-matched,Ill-mated= niet bij elkander passend;Ill-nature= boosaardigheid, slechte luim;Ill-natured= boosaardig, knorrig, onhandelbaar;Ill-omened,Ill-starred= onheilspellend;Ill-temper(ed)= (met) slecht en knorrig humeur;Ill-treat= mishandelen;Ill-usage= mishandeling;Ill-used= mishandeld, verguisd;Ill-will= kwaadwilligheid, norschheid;Illness= ongesteldheid, ziekte, verdorvenheid.

Illegal,ilîg’l, onwettig, onrechtmatig; subst.Illegality;Illegalize= ongeldig maken.

Illegibility,iledžibiliti, onleesbaarheid; adj.Illegible.

Illegitimacy,ilədžitiməsi, onrechtmatigheid, onwettigheid;Illegitimate,ilədžitimit, onwettig, buitenechtelijk; onlogisch;Illegitim(at)ize,ilədžitim(ət)aiz, onwettig (voor onecht) verklaren of maken.

Illiberal,ilibər’l, laag, onedel, kleingeestig, gierig; subst.Illiberality.

Illicit,ilisit, ongeoorloofd, onwettig; subst.Illicitness.

Illimitable,ilimitəb’l, onbegrensd.

Illinois,ilinôiz.

Illiteracy,ilitərəsi, ongeletterdheid, onwetendheid:Theydeclared their illiteracy= verklaarden dat zij niet konden lezen of schrijven;Illiterate,ilitərit, ongeletterd, onwetend; ook subst.:Illiterate voters= kiezers, die niet kunnen lezen of schrijven; subst.Illiterateness.

Illogical,ilodžik’l, onlogisch; subst.Illogicalness=Illogicality.

Illume,il(j)ûm, verlichten, verluchten;Illuminant= verlichtingsmiddel;Illuminate= verlichten, verluchten, illumineeren, verklaren;Illuminati,il(j)ûmineitai, Illuminaten (naam van onderscheidene genootschappen);Illumination= het verlichten of versieren, illuminatie, glans, schittering; adj.Illuminative;Illuminator= verluchter;Illumine=Illuminate.

Illusion,il(j)ûž’n, bedrog, begoocheling;Illusionist= visionair, toovenaar, illusionist;Illusive= bedriegelijk; subst.Illusiveness;Illusory=Illusive.

Illustrate,ilɐstreit,iləstreit, ophelderen, toelichten, verduidelijken; subst.Illustration;Illustrative,ilɐstrətiv, ophelderend, verduidelijkend;Illustrator,iləstreitə,ilɐstreitə, illustrator.

Illustrious,ilɐstriəs, doorluchtig, beroemd, schitterend:His Most Illustrious the Prince= Zijne Doorluchtigheid; subst.Illustriousness.

Illutation,iljuteiš’n, modderbad.

Illyria,iliriə, Illyrië;Illyrian= Illyriër, Illyrisch.

Image,imidž, subst. beeld, afbeeldsel, type, beeltenis, voorstelling;Imageverb. afbeelden, afspiegelen, een (innerlijk) beeld vormen van:In the image of God= naar het beeld Gods;Image-boy= Ital. beeldjeskoopman;Image-maker= vervaardiger van gipsbeelden;Image-worship= beeldendienst, afgoderij;Imagery,imədžəri, beelden, afbeelding;Imaginable,imadžinəb’l, denkbaar;Imaginariness= onwerkelijkheid;Imaginary,imadžinəri, denkbeeldig, onwerkelijk;Imagination,imadžineiš’n, verbeelding(skracht), voorstelling(svermogen);Imaginative,imadžinətiv, verbeeldings …, rijk aan verbeelding(skracht); subst.Imaginativeness;Imagine,imadžin, zich verbeelden, voorstellen:I did notimagine aboutthese things= daar heb ik niet om gedacht;Imagining= voorstelling, hersenschim.

Imago,imeigou, volkomen ontwikkeld insect.

Imam,imâm, Iman, vorst; Mahomedaansch priester (Turkije).

Imaret,imərət,imâret, Mahom. herberg voor pelgrims.

Imbecile,imbəsîl,imbesil, subst. en adj. zwak(ke naar lichaam of geest), idioot; subst.Imbecility,imbəsiliti.

Imbibe,imbaib, (in)drinken, inzuigen, opslorpen, zuipen, opnemen; subst.Imbibition.

Imbow,imbou, welven.

Imbricate,imbrikeit, elkander bedekken gelijk dakpannen; met dakpanvormige versieringen bedekt (imbrikit) =Imbricated; subst.Imbrication.

Imbroglio,imbrouljou, verwarring, verwikkeling.

Imbrue,imbrû, bezoedelen, baden (in bloed), (bloed) vergieten.

Imbrute,imbrût, verdierlijken.

Imbue,imbjû, doortrekken, drenken, verven, vervullen, doordringen.

Imitability,imitəbiliti, navolgbaarheid;Imitable,imitəb’l, navolgbaar;Imitate,imiteit, nabootsen, navolgen;Imitation,imiteiš’n, navolging, nabootsing; ook adj.:In imitation of= in navolging van;Imitation-lace= onechte kant;Imitative, nabootsend, nagebootst (of);Imitator= nabootser, naäper.

Immaculate,imakjulit, onbevlekt, onberispelijk:Immaculate Conception= Onbevlekte Ontvangenis; subst.Immaculateness.

Immanence,imənens, subst. vanImmanent= immanent, onafscheidelijk.

Immanuel,imanjuəl, “God met ons” (naam van Jezus).

Immarginate,imâdžinit, zonder rand.

Immaterial,imətîriəl, onstoffelijk, geestelijk, van geen belang of onverschillig:That is quite immaterial to me= mij totaal onverschillig;[266]Immaterialism= immaterialisme, spiritualisme;Immateriality,imətîrialiti, onstoffelijkheid, onwezenlijkheid, onbelangrijkheid.

Immature,imətjûə, onrijp, ontijdig; subst.Immaturity.

Immeasurable,imežərəb’l, onmeetbaar; subst.Immeasurableness.

Immediate,imîdjit, onmiddellijk, dadelijk, direct, oogenblikkelijk; spoed! (op brieven); subst.Immediateness.

Immedicable,imedikəb’l, ongeneeslijk.

Immemorial,imimôriəl, onheugelijk:From (For, Since) time(s) immemorial= sedert onheugelijke tijden.

Immense,imens, onmetelijk, oneindig, onbegrensd, uitstekend, kranig; subst.Immenseness=Immensity.

Immensikoff,imensikof, groote overjas met bont, pelsjas.

Immerse,imɐ̂s, indompelen, onderdompelen, indoopen, verdiepen, verzinken:He was immersed in his studies= verzonken in; subst.Immersion.

Immigrant,imigr’nt, gaande naar of komende in een vreemd land; subst. immigrant;Immigrate,imigreit, zich in een vreemd land vestigen; subst.Immigration.

Imminence,iminens, subst. vanImminent= nabij, dreigend, boven het hoofd hangend.

Immobile,imoubil, onbewegelijk;Immobility,iməbility, onbewegelijkheid;Immobilization= onttrekken v. geld aan den omloop.

Immoderate,imodərit, buitensporig; subst.Immoderateness;Immoderation= gebrek aan gematigdheid, buitensporigheid.

Immodest,imodəst, onbescheiden, aanmatigend; onkiesch, onkuisch; subst.Immodesty.

Immolate,iməleit, (op)offeren;Immolation= offeren, offer;Immolator= offeraar.

Immoral,imor’l, onzedelijk; subst.Immorality.

Immortal,imöt’l, subst. en adj. onsterfelijk(e), onvergankelijk(e);Immortality= onsterfelijkheid;Immortalize= vereeuwigen, onsterfelijk maken;Immortelle,imötel, immortelle.

Immovability,imûvəbiliti, subst. v.Immovable,imûvəb’l, onbewegelijk, onwrikbaar, onveranderlijk, ongevoelig:Immovables= onroerende goederen, wat “spijkervast” is;Immovableness=Immovability.

Immune,imjûn, adj. vrij, onvatbaar voor:Immune horses= “gezouten” paarden (Z. Afr.);Tobe immune from;Immunity= vrijstelling, ontheffing, privilege; onvatbaarheid:Immunity fromdisease;Topurchase immunity frommilitary service, etc. = zich vrijkoopen;Immunize= immun maken.

Immure,imjûə, opsluiten, als met een muur omringen.

Immutability,imjûtəbiliti, subst. v.Immutable,imjûtəb’l, onveranderlijk;Immutableness=Immutability.

Imogen,imədžen.

Imp,imp, subst. kabouter, booze geest, deugniet, guit; verlengstuk;Impverb. van nieuwe vederen voorzien, verlengen;Impish, duivelachtig.

Impact,impakt, schok, stoot;To impact= samendrukken, indrijven.

Impair,impêə, benadeelen, beschadigen, doen verminderen, verminderen, verzwakken:His health was notseriously impaired= had niet erg geleden, was niet ernstig aangetast; subst.Impairment.

Impale,impeil, spietsen, vastnagelen, ompalen; subst.Impalement.

Impalpability,impalpəbiliti, subst. v.Impalpable,impalpəb’l, niet voel- of tastbaar, fijn.

Impan(n)el,impan’l, op de lijst der jury plaatsen, uitloten en beëedigen.

Imparisyllabic,imparisilabik, met een ongelijk getal lettergrepen.

Imparity,impariti, ongelijkheid, verschil.

Impark,impâk, tot park maken; in een wildbaan opsluiten.

Impart,impât, verleenen, mededeelen, een deel geven;Imparter.

Impartial,impâš’l, onpartijdig, billijk, belangeloos; subst. =Impartialness=Impartiality.

Impassability,impâsəbiliti, subst. v.Impassable,impâsəb’l, onbegaanbaar, ontoegankelijk;Impassableness=Impassability.

Impassibility,impasibiliti, subst. v.Impassible,impasib’l, ongevoelig, gevoelloos; subst.Impassibleness.

Impassion,impaš’n:Impassioned= hartstochtelijk, vurig.

Impassive,impasiv, ongevoelig, gevoelloos, onverstoorbaar; subst.Impassiveness.

Impastation,impasteiš’n, samenkneding, marmerimitatie;Impaste,impeist, samenkneden (tot deeg), de kleuren er dik opleggen;Impasto= dikke verflaag.

Impatience,impeiš’ns, ongeduld, afkeer:Hisimpatience of oppression= zijn afkeer (afschuw) van;An impatience of poetry= hekel aan poëzie.

Impatient,impeiš’nt, ongeduldig, vurig verlangend; afkeerig:I amimpatient forhis arrival= verlang vurig;He wasimpatient ofslavery= kon niet dulden.

Impawn,impôn, verpanden.

Impeach,impîtš, in twijfel trekken, bestrijden; aanklagen, in staat van beschuldiging stellen;Impeachable= bestrijdbaar, aanklaagbaar, berispelijk;Impeacher;Impeachment= beschuldiging, aanklacht, etc.

Impearl,impâl, tot paarlen maken, beparelen.

Impeccability,impekəbiliti, subst. v.Impeccable,impekəb’l, onfeilbaar, schuldeloos.

Impecuniosity,impəkjûniositi, geldgebrek, armoede;Impecunious,impəkjûniəs, arm, zonder geld.

Impede,impîd, beletten, verhinderen;Impediment,impediment, beletsel:He hasan impediment in his speech= hij kan sommige letters niet zeggen, stamelt, spreekt onduidelijk, lijdt aan spraakbelemmering;Impeditive= hinderlijk, belemmerend.

Impel,impel, voortdrijven, aanzetten;Impeller;Impellent, subst. aandrift, drijfkracht; adj. aansporend, voortdrijvend.

Impend,impend, boven het hoofd hangen, voor de deur staan, dreigen (over); subst.Impendence;Impendent=Impending.

Impenetrability,impenətrəbiliti, subst. v.[267]Impenetrable,impenətrəb’l, ondoordringbaar, ongevoelig, ondoorgrondelijk;Impenetrate= doordringen.

Impenitence, Impenitency,impenitens(i), verstoktheid; adj.Impenitent, ook subst.

Impennate,impenit, zonder vleugels (veeren), met korte vleugels;Impennes,impenîz, het geslacht der Pinguins.

Imperative,imperətiv, gebiedend, verplicht; subst. gebiedende wijs:The categorical imperative= de categorische imperatief;This isimperative onall vessels= wordt geëischt van, is verplichtend voor.

Imperator,impəreitə,impəreitə, imperator, keizer; adj.Imperatorial.

Imperceivable,impəsîvəb’l,Imperceptible,impəseptib’l, onmerkbaar, onwaarneembaar; subst.Imperceptibleness.

Imperence,impərens=Impudence.

Imperfect,impɐ̂fəkt, onvolkomen of onvolmaakt; onvolmaakt verleden tijd; subst.Imperfection=Imperfectness.

Imperforable,impɐ̂fərəb’l, ondoorboorbaar;Imperforate(d),impɐ̂fərit(impɐ̂fəreitid), zonder openingen, niet doorboord.

Imperial,impîriəl, keizerlijk, rijks…, Britsch; vorstelijk, verheven, gebiedend, heerschzuchtig; subst. imperiaal (voor bagage op een rijtuig); plaats buitenop (koets of diligence), imperiaal (papier: 55 bij 80 cM.), haarbosje aan de onderlip; koepeldak, oude gouden munt:Imperial city= Duitsche vrije rijksstad;Imperial federation= plan tot bevestiging van het Britsche rijk, waarbij de rechten der koloniale parlementen onaangetast blijven;Imperial Institute= een museum in Londen (gesticht in 1887);Imperialism= keizerregeering, federatiepolitiek, streven naar wereldmacht;Imperialist, aanhanger van hetimperialisme; adj.Imperialistic.

Imperil,imperil, in gevaar brengen.

Imperious,impîriəs, gebiedend, aanmatigend; heerschzuchtig, dringend; subst.Imperiousness.

Imperishable,imperišəb’l, onvergankelijk, eeuwig; subst.Imperishableness.

Imperium,impîriəm, oppermacht.

Impermanent,impɐ̂mənent, niet duurzaam of standvastig; subst.Impermanence.

Impermeability,impɐ̂miəbiliti, subst. v.Impermeable,impɐmiəb’l, ondoordringbaar:Impermeable to water= waterdicht.

Impersonal,impɐ̂sən’l, subst. en adj. onpersoonlijk (werkwoord); subst.Impersonality.

Impersonate,impɐ̂seneit, verpersoonlijken, voorstellen;Impersonation= vertolking;Impersonator= vertolker.

Impertinence, -cy,impɐ̂tinens(i), wat niet tot de zaak behoort; ongepastheid, onbeschaamdheid, onbehoorlijkheid:Miss Impertinence= kleine wijsneus;adj.Impertinent, ook subst.

Imperturbability,impətɐ̂bəbiliti, subst. v.Imperturbable,impətɐ̂bəb’l, onverstoorbaar, leuk.

Impervious,impɐ̂viəs, ondoordringbaar, ontoegankelijk; subst.Imperviousness.

Impetuosity,impetjuositi, subst. v.Impetuous,impetjuəs, ontstuimig, woest, heftig: subst.Impetuousness.

Impetus,impitɐs, beweegkracht, drijfkracht, aandrift.

Impi,impi, troepenafdeeling der Kaffers.

Impiety,impaiəti, goddeloosheid, ongeloof; adj.Impious,impiəs; subst.Impiousness.

Impinge,impinž, stooten, raken, zondigen tegen:The first circleimpinges onthe second= raakt (snijdt);The song of the skylarkimpinged onher ear= trof haar oor; subst.Impingement; adj.Impingent.

Implacability,impleikəbiliti, subst. v.Implacable,impleikəb’l, onverzoenlijk, onverbiddelijk; subst.Implacableness.

Implant,implânt, zaaien, enten, inprenten; subst.Implantation.

Implausible,implôzib’l, onwaarschijnlijk.

Implement,impləment, werktuig, gereedschap.

Implicate,implikeit, inwikkelen, verwikkelen:Two others wereimplicated (in it)= er bij betrokken;Implication:By implication= erin begrepen, stilzwijgend =Implicative(of).

Implicit,implisit, stilzwijgend of daaronder begrepen, onvoorwaardelijk, blind; ingewikkeld:I have animplicit faithin you= vertrouw u onvoorwaardelijk; subst.Implicitness.

Imploration,imploreiš’n, smeeking;Implore,implö, smeeken.

Imply,implai, insluiten, stilzwijgend er onder begrijpen, beteekenen, insinueeren, te verstaan geven:That isimplied init= er in begrepen.

Impolicy,impolisi, gebrek aan overleg.

Impolite,impəlait, onbeleefd, lomp; subst.Impoliteness.

Impolitic,impolitik, onverstandig, onoordeelkundig.

Imponderability,impondərəbiliti, subst. v.Imponderable,impondərəb’l, onweegbaar:Imponderables= imponderabiliën.

Import,impöt, invoer, belang, gewicht, beteekenis, invloed, nut, inhoud:Imports and exports= in- en uitvoer;Import duties= inkomende rechten;Import trade.

Import,impöt, invoeren, beteekenen, van belang zijn;Importable= invoerbaar; subst.Importation,impöteiš’n:Importations= import artikelen;Importer= importeur.

Importance,impöt’ns, belang, gewicht, invloed, beteekenis, gewichtigheid;Important= belangrijk, gewichtig doende.

Importunate,impötjunit, lastig, aanhoudend, dringend; subst.Importunateness.

Importune,impötjûn,impötjûn, aanhoudend aandringen, lastig vallen;Importunity,impötjûniti, overlast, etc.

Impose,impouz, opleggen, opdringen, voorschrijven, bedriegen, in de handen stoppen:I will not beimposed upon= mij niet laten bedriegen;He neverimposed onme on this subject= maakte nooit grooten indruk op mij;Imposing,impouziŋ, indrukwekkend;Imposition,impəziš’n, oplegging, belasting, strafwerk, bedrog:It would be an imposition on his good nature= misbruik maken van.

Impossibility,imposibiliti, onmogelijkheid; adj.Impossible;At impossibly early hours= onmogelijk vroege.

Impost,impoust, belasting, invoerrecht.[268]

Impostor,impostə, bedrieger;Imposture,impostjə, bedrog.

Impotence,Impotency,impətens(i), onmacht, machteloosheid, onvermogen;Impotent,impətent, machteloos, onvermogend, impotent.

Impound,impaund, opsluiten (van verdwaald vee in eenpound); opsluiten, beslag leggen op.

Impoverish,impovəriš, verarmen, uitputten, uitzuigen; subst.Impoverishment.

Impracticability,impraktikəbiliti, subst. v.Impracticable,impraktikəb’l, ondoenlijk, onuitvoerbaar, onhandelbaar, koppig; subst.Impracticableness.

Imprecate,imprikeit, vervloeken, verwenschen, een vloek roepen op; subst.Imprecation; adj.Imprecatory,imprikətəri,impreikətəri.

Impregnability,impregnəbiliti, subst. v.Impregnable,impregnəb’l, onneembaar, onverwinlijk, onverstoorbaar.

Impregnate,impregneit, bezwangeren, bevruchten; vruchtbaar maken, doortrekken, verzadigen; adj.impregnit, zwanger; subst.Impregnation.

Impresario,impresâriou,imprezâriou, impressario.

Imprescriptible,impriskriptib’l, onverjaarbaar.

Impress,impres, stempel, afdruksel, merk, motto, indruk; het pressen.

Impress,impres, stempelen, merken, teekenen; drukken, indruk maken, inprenten, op het hart drukken, forsch aandringen; pressen, requireeren:A feeling of impending misfortuneimpressed me= drukte mij terneer;Impress-money, handgeld;Impressibility= ontvankelijkheid;Impressible, ontvankelijk;Impression= indruk, meening, stempel, afdruk, uitgave of oplaag, flauwe herinnering, invloed, uitwerking;Impressionable= licht voor indrukken vatbaar, prikkelbaar;Impressionism, impressionisme;Impressionist= impressionist;Impressionistic, impressionistisch;Impressive, indrukwekkend; subst.Impressiveness;Impressment:Impressment into military service= gedwongen dienstneming.

Imprest,imprest, voorschot;Imprest-office= departement van de admiraliteit dat voorschotten verleent aan officieren van administratie.

Imprimatur,imprimeitə, verlof (van den censor of corrector) tot het drukken (woordelijk: “dat het gedrukt worde”).

Imprint,imprint, afdruk; naam van drukker of uitgever van een boek, etc., met de plaats en den datum der uitgave.

Imprint,imprint, drukken, stempelen, inprenten.

Imprison,impriz’n, gevangen nemen; subst.Imprisonment:False imprisonment= wederrechtelijke gevangenzetting.

Improbability,improbəbiliti, subst. v.Improbable,improbəb’l, onwaarschijnlijk.

Improbity,improbiti, oneerlijkheid.

Impromptu,improm(p)tjû, adj. extemporé, geimproviseerd; ook subst.;Impromptuist= improvisator.

Improper,impropə, ongeschikt, ongepast, onjuist:Improper-fraction= onechte breuk.

Impropriate,improuprieit, zich toeëigenen; kerkelijke inkomsten en bedieningen in handen van leeken stellen; subst.Impropriation= die overdracht, het overgedragene;Impropriator,improuprieitə, die zich rechten toeëigent; leek, die kerkelijke goederen en bedieningen in handen heeft.

Impropriety,imprəpraiiti, ongepastheid, onwelvoegelijkheid, onjuistheid.

Improvable,imprûvəb’l, verbeterbaar;Improve,imprûv, verbeteren, volmaken, voordeel trekken, gebruik maken van, aankweeken, herstellen, vermeerderen, verhoogen, beter worden, stijgen:He hasimproved the occasion= heeft de gelegenheid waargenomen;He was called uponto improve the death of three young fishermen= hij werd gevraagd om eene stichtelijke toespraak te houden bij de begrafenis van drie jonge visschers;To improve away= verwijderen, verdrijven;That old gate has beenimproved off the face of the earth= is gelukkig van den aardbodem verdwenen;Some people improve on (upon) acquaintance= vallen hoe langer hoe meer mee bij nadere kennismaking;That cannot possibly beimproved upon= laat geen verbetering toe;Improvement= verbetering, vordering, nuttig gebruik, stijging;Improver= verbeteraar; volontair.

Improvidence,improvidens, zorgeloosheid;Improvident,improvident, zorgeloos.

Improvisation,improvizeiš’n, improvisatie;Improvisator,improvizeitə,Improvisatore,imprəvizatôri, improvisator;Improvise,imprəvaiz,imprəvîz, improviseeren.

Imprudence,imprûd’ns, onvoorzichtigheid;Imprudent,imprûd’nt, onvoorzichtig.

Impudence,impjûdens, onbeschaamdheid;Impudent,impjudent, onbeschaamd;Impudicity=Impudence.

Impugn,impjûn, bestrijden, weerspreken;Impugnable,impjûnəb’l, bestrijdbaar, weerlegbaar; subst.Impugnation;Impugner.

Impulse,impɐls,Impulsion,impɐlš’n, aandrang, aandrift, aansporing; stoot;Impulsive,impɐlsiv, aandrijvend, impulsief; subst.Impulsiveness.

Impunity,impjûniti, straffeloosheid:With impunity= straffeloos.

Impure,impjûə, onrein, onzuiver, besmet, vuil, onkuisch; subst.Impureness=Impurity,impjûriti.

Imputability,impjûtəbiliti, subst. v.Imputable,impjûtəb’l, toerekenbaar;Imputation,impjûteiš’n, beschuldiging, aantijging, verwijt:I will not sufferan imputation onmy brother’s character;Impute,impjût, toeschrijven, toerekenen, ten laste leggen(to): Don’t impute the ill success to me= wijt mij niet;Imputer.

In,in, prep. en adv. in, op, naar, bij, tehuis; subst. meestmv.;Inverb. inbrengen:In the air= in de lucht;The news isin the air= gaat rond;To bein arms= onder de wapenen;In conclusion= tot besluit,[269]om kort te gaan;In the daytime= overdag, des daags;He is not worthy to be mentionedin the same dayas his friend= op één dag;In drink= dronken;In fact= inderdaad;In favour of= ten gunste van;Hegave me twenty in fifty in billiards= gaf me 20 op de 50 vóór;In fine= ten slotte;In haste= haastig;In love= verliefd;In name of= bij wijze van;In the name of= in naam van;In the night= ’s nachts;In obedience to= ingevolge;In my opinion= naar mijne meening;In order to= ten einde;In for a penny, in for a pound= wie A zegt, moet ook B zeggen;A penny in the pound= een stuiver van of op de ƒ 12;In the reign of= onder de regeering van;In regard, respect to= met betrekking tot, ten opzichte van;My membershipin your society= van uwe vereeniging;I spoke these words morein sorrow than in anger= meer uit droefheid dan uit toorn;A great pleasure isin store for you= staatje te wachten;He isone in a thousand= één uit de duizend;In time= op tijd;In due time= op den rechten tijd;If these things be done in the green tree, what will be done in the dry= in de jeugd … op ouden leeftijd;In vain= te vergeefs;In virtue of his office= krachtens zijn ambt;In writing= in geschrifte, schriftelijk;Are youcurious inbooks on London= gesteld op boeken over L.?;I am in for it= ik ben er bij, kan er niet aan ontsnappen;How soon shall webe in?= in de haven, binnen zijn;They are in and outtwenty times a day= hebben standjes en worden weer goed twintigmaal per dag;The liberals are in now= zijn nu aan de regeering;Champagne is not in it= haalt er niet bij;You are not in it with your friend= gij haalt niet bij;To be in with= iets uit te staan hebben (connecties hebben) met;Caught in the act= op heeterdaad betrapt;Come in= kom binnen;He had it in him= het lag in zijn aard, hij kon;In that= aangezien, daar, omdat;In-and-in-breeding= fokken met hetzelfde fokmateriaal;In and out running= afwisselend winnen en verliezen (bij rensport); subst.The insandouts= hoeken en gaten, moeielijkheden; bijzonderheden:The ins and outs of a town= de hoeken en gaten van eene stad;The ins and outs= regeering en oppositie;The ins and the outs of the matter= alle bijzonderheden of het fijne van.

Inability,inəbiliti, onbekwaamheid, onvermogen.

Inaccessibility,inəksesibiliti, subst. v.Inaccessible,inəksesib’l, ontoegankelijk, ongenaakbaar.

Inaccuracy,inakjurəsi, onnauwkeurigheid;Inaccurate(ness),inakjurit(nəs), onnauwkeurig(heid).

Inaction,inakš’n, werkeloosheid, rust, traagheid;Inactive,inaktiv, werkeloos, vadsig, zonder uitwerking, zonder handeling, flauw (handelsterm), bewegingloos, onwerkzaam; subst.Inactivity,inəktiviti.

Inadequacy,inadikwəsi, onevenredigheid, ongelijkheid, onvoldoendheid;Inadequate,inadikwit, onevenredig, ongelijk, onvoldoende (to);Inadequation,inadikweiš’n, gebrek aan overeenkomst.

Inadmissibility,inədmisibiliti, subst. v. Inadmissible,inədmisib’l, onaannemelijk, niet toelaatbaar.

Inadvertence, -cy,inədvɐ̂t’ns(i), zorgeloosheid, onachtzaamheid;Inadvertent= onbewust, zonder er bij te denken.

Inalienability,ineiljənəbiliti, subst. v.Inalienable,ineiljənəb’l, onvervreemdbaar.

Inalterability,inôltərəbiliti, subst. v.Inalterable,inôltərəb’l, onveranderlijk.

Inane,inein, ledig, zinloos, doelloos, waardeloos; subst. (de) ledige ruimte.

Inanimate,inanimit, onbezield, levenloos, flauw (handelsterm):Inanimate bird=Clay-pigeon; subst.Inanimateness.

Inanition,inəniš’n, ledigheid, uitputting (Med.).

Inanity,inaniti, zinloosheid, zinlooze opmerking, holheid, ledigheid;Inanities= dwaasheden, zinledige gezegden.

Inappellable,inəpeləb’l, waartegen niet geappelleerd kan worden, laatste.

Inappetence, -cy,inapitens(i), gebrek aan eetlust of verlangen; adj.Inappetent.

Inapplicability,inaplikəbiliti, subst. v.Inapplicable,inaplikəb’l, ontoepasselijk, niet behoorende bij.

Inappreciable,inəprîšəb’l, onschatbaar, onmerkbaar.

Inapproachable,inəproutšəb’l, ongenaakbaar, weergaloos.

Inappropriate,inəproupriit, ongeschikt, ongepast; subst.Inappropriateness.

Inapt,inapt, ongeschikt, niet voegzaam, onbekwaam; subst.Inaptitude,inaptitjûd=Inaptness.

Inarch,inâtš, enten zonder den geënten tak van de moederplant te scheiden.

Inarticulate,inâtikjulit, onduidelijk, onverstaanbaar, sprakeloos, zonder geledingen;Inarticulated(inâtikjuleited); subst.Inarticulateness;Inarticulation= onduidelijkheid (in het spreken).

Inasmuch,inəzmɐtš, aangezien, voor zooverre als.

Inattention,inətenš’n, onoplettendheid, achteloosheid;Inattentive,inətentiv, onoplettend, achteloos.

Inaudibility,inôdibiliti, subst. v.Inaudible,inôdib’l, onhoorbaar; subst.Inaudibleness.

Inaugural,inôgjur’l, inauguraal; subst. inaugurale rede (Amer.);Inaugurate,inôgjureit, plechtig in een ambt bevestigen, inhuldigen, openen, beginnen met, in ’t leven roepen; subst.Inauguration:Theinauguration of the Queen;Inauguratory,inôgjurətəri, inwijdend, huldigend.

Inauspicious,inôspišəs, onheilspellend, ongelukkig, ongunstig.

Inboard,inböd, adj. binnenboordsch; adv. aan boord:Inboard cargo= vracht in ’t ruim.

Inborn,inbön, aangeboren, natuurlijk.

Inbreathe,inbrîdh, inademen, inspireeren.[270]

Inbred,inbred, aangeboren, inlandsch; doorinbreedingverkregen.

Inbreed,inbrîd, fokken met steeds hetzelfde materiaal.

Inca,inkə, vorst (van Peru, vóór 1531).

Incalculable,inkalkjuləb’l, onberekenbaar; subst.Incalculableness.

Incandesce,inkandes, gloeien, doen gloeien; subst.Incandescence= gloeien, gloeihitte;Incandescent= gloeiend, witgloeiend, gloei—:Incandesce lamp= (electrische) gloeilamp;Incandesce light= gasgloeilicht.

Incantation,inkanteiš’n, tooverformule, betoovering.

Incapability,inkeipəbiliti, onbekwaamheid, onbevoegdheid;Incapable,inkeipəb’l, onbekwaam, onbevoegd;Incapacitate,inkəpasiteit, onbekwaam of onbevoegd maken; subst.Incapacitation;Incapacity,inkəpasiti, onbekwaamheid, ongeschiktheid (of, for).


Back to IndexNext