Incarcerate,inkâsəreit, gevangen zetten;Incarcerated hernia= beklemde breuk;Incarceration= gevangenzetting, beklemming.Incarnate,inkâneit, vleesch worden:Tobe incarnated= vleesch (mensch) geworden; adj.inkânit:God incarnate= Godmensch;A devil incarnate,an incarnate fiend= een duivel in menschengestalte;Incarnation,inkâneiš’n, vleeschwording, verpersoonlijking, vleeschvorming.Incase,inkeis. ZieEncase.Incautious,inkôšəs, onvoorzichtig; subst.Incautiousness.Incendiarism,insendjərizm, brandstichting, ophitsing:Incendiary,insendjəri, subst. brandstichter, oproermaker, aanstoker; adj. brandstichtend, oproer stokend, ophitsend, vuur—, brand—.Incense,insens, subst. wierook (ookfig.);Incenseverb,insens,insens, bewierooken (ookfig.);Incense-boat= wierookdoosje.Incense,insens, woedend maken, vertoornen (against, with).Incentive,insentiv, aansporend, prikkelend; subst. aansporing, prikkeling.Inception,insepš’n, begin;Inceptive, beginnend, aanvangs—.Incessant,inses’nt, onophoudelijk, voortdurend; subst.Incessantness.Incest,insest, bloedschande;Incestuous,insestjuəs, bloedschendig; subst.Incestuousness.Inch,inš, 2,54 cM. (twaalfde deel van eenfoot), kleine hoeveelheid; eilandje (Schotl.):At an inch= precies, op een haar;Inch by inch= langzamerhand, voet voor voet:He diedby inches= langzaam;Of inches= rijzig;To an inch= precies;Within an inch= bijna;He isevery inch a king= in hart en nieren, een echte;He did notbate an inch= liet niets vallen;Give him an inch, he will take an ell= als men hem een vinger geeft, neemt hij de heele hand;This paper gives the storyfive inches of praise= twijfelachtigen lof =faint praise;He wasdressed within an inch of his life= piekfijn uitgedost;Ithrashed him within an inch of his life= sloeg hem bijna dood;We did itby inch-meal= bij stukjes en brokjes;Inch-rule= duimstok;Inch-stuff= vuren planken van een inch dikte;Inched(in samenst.):Three-inched.Inchoate,inkouit, begonnen, aanvangs - -; subst.Inchoation= aanvang;Inchoative,inkouətiv,inkoueitiv, beginnend, aanvangs …Incidence,insidens, de inval van een straal; het raken:Theincidence of taxation= het verdeelen;Angle of incidence= hoek van inval;Area of incidence= omvang van de beteekenis (woord);Line of incidence= lijn van inval;Incident,insident, invallend, voorkomend bij, eigen aan, toevallig; subst. bijomstandigheid, voorval:It isincident totravellers to get accidents= reizigers zijn aan ongelukken blootgesteld;Incident on (to) the occasion= die de gelegenheid meebrengt;Paintings of incident= genrestukken;Incidental,insident’l, bijkomend, toevallig, ondergeschikt, afhankelijk:It is incidental to= het behoort tot;Incidental upon= toevallig volgend op.Incinerate,insinəreit, tot asch verbranden;Incineration, lijkenverbranding (Amer.);Incinerator, oven voor verbranding van straatvuil, etc.Incipience, -cy,insipj’ns(i), begin;Incipient,insipj’nt, beginnend, eerste:Boys withincipient beards= met vlas om de kin.Incise,insaiz, insnijden, graveeren:Incised wound= snijwond;Incision,insiž’n, insnijding, kerf, snede, wond;Incisive,insaisiv, insnijdend, scherp, snij - -;Incisive teeth= snijtanden; subst.Incisiveness;Incisor,insaizə, snijtand;Incisory= snijdend, snij - -;Incisure= insnijding.Incitant,insitənt,insaitənt, prikkelend; subst. prikkel, opwekkingsmiddel;Incitation,insiteiš’n, aansporing, prikkel;Incite,insait, aansporen, prikkelen; subst.Incitement;Inciter.Incivility,insiviliti, onbeleefdheid, lompheid;Incivilization, gebrek aan beschaving.Incivism,insivizm, gebrek aan burgerzin.Inclemency,inklem’nsi, onmeedoogendheid, guurheid; adj.Inclement,inklem’nt.Inclinable,inklainəb’l, geneigd;Inclination,inklineiš’n, neiging, geneigdheid, helling, schuinte, inclinatie;Incline,inklain, subst. neiging, helling, hellend vlak;Inclineverb. (inklain), neigen, overhellen, geneigd zijn, hellen, richten, bewegen, brengen tot:He inclined to conservatism= helde over naar;Toincline lower= goedkooper worden;Inclined-plane= hellend vlak;Incliner.Inclose,inklouz, insluiten, omringen, omheinen, afrasteren:Inclosed letter= ingesloten brief;Inclosure,inkloužə, insluiting, omheining, het ingeslotene of omheinde.Include,inklûd, insluiten, omhelzen, bevatten:Costs included= met kosten;Not included= er niet onder begrepen;Inclusion,inklûž’n, insluiting, bevatting;Inclusive,inklûsiv, ingesloten, bevattend, insluitend, er in begrepen.Incog,inkog, (verkorting van):Incognito, incognito; onbekend (man);Incognita= onbekende (vrouw).Incoherence, -cy,inkouhîr’ns(i), gebrek aan samenhang of consequentie; adj.Incoherent.[271]Incombustibility,inkəmbɐstibiliti, subst. v.Incombustible,ink’mbɐstib’l, onverbrandbaar.Income,inkɐm, inkomen, inkomsten;Income-tax= inkomstenbelasting;Incomeless= zonder inkomen;Incomer= inbezitnemer, nieuwe huurder, opvolger;Incoming,inkɐmiŋ, bezit of ambt aanvaardend, inkomend; subst. ingang, winst, inkomsten (gewoonl. meerv.):Theincoming president= de nieuwe president.Incommensurability,inkəmenšərəbiliti, subst. v.Incommensurable,inkəmenšərəb’l, onderling onmeetbaar; subst.Incommensurableness;Incommensurate,inkəmenšərit, onderling onmeetbaar, onevenredig.Incommode,inkəmoud, lastig vallen, storen, belemmeren;Incommodious,inkəmoudjəs, hinderlijk, lastig; subst.Incommodiousness=Incommodity.Incommunicability,inkəmjunikəbiliti, subst. v.Incommunicable,inkəmjûnikəb’l, niet geschikt om te worden medegedeeld;Incommunicableness;Incommunicative= terughoudend, gesloten.Incomparable,inkompərəb’l, weergaloos, ongeëvenaard; subst.Incomparableness.Incompatibility,ink’mpatibiliti, onvereenigbaarheid:Incompatibility of temper= wederzijdsche antipathie;Incompatible,ink’mpatib’l, onvereenigbaar (with); ook subst.Incompetence, -cy,inkompitens(i), onbevoegdheid, ongeschiktheid, onbekwaamheid; adj.Incompetent,inkompitent.Incomplete,ink’mplît, onvolkomen, onvolledig; subst.Incompleteness=Incompletion,ink’mplîš’n, onvolledigheid.Incomprehensibility,inkomprihensibiliti, subst. v.Incomprehensible,inkomprihensib’l, onbegrijpelijk, onbegrensd; subst.Incomprehensibleness;Incomprehension= gebrek aan bevattingsvermogen;Incomprehensive= beperkt.Incompressibility,ink’mpresibiliti, onsamendrukbaarheid; adj.Incompressible.Inconceivability,ink’nsîvəbiliti, subst. v.Inconceivable,ink’nsîvəb’l, onbegrijpelijk.Inconclusive,ink’nklûsiv, niet beslissend, niet overtuigend, niet geëindigd, vergeefsch; subst.Inconclusiveness.Incondensability,inkəndensəbiliti, onverdichtbaarheid; adj.Incondensable.Incongruent,inkoŋgruent= Incongruous;Incongruity,ink’ngrûiti, gebrek aan overeenstemming of samenhang, ongerijmdheid;Incongruous,inkongruəs, niet bij elkaar passend, ongerijmd.Inconscious,inkonšəs=Unconscious.Inconsequence,inkonsikwens, valsche gevolgtrekking, inconsequentie; adj.Inconsequent;Inconsequential= inconsequent, onbelangrijk.Inconsiderable,inkənsiderəb’l, onbelangrijk, gering; subst.Inconsiderableness.Inconsiderate,inkənsidərit, onbezonnen, onbedachtzaam, weinig kiesch; subst.Inconsiderateness=Inconsideration.Inconsistency,inkənsist’nsi, subst. v.Inconsistent,inkənsist’nt, onbestaanbaar, onlogisch, niet passend, inconsequent.Inconsolable,ink’nsouləb’l, ontroostbaar; subst.Inconsolableness.Inconspicuous,inkənspikjuəs, onaanzienlijk, niet in ’t oog vallend; subst.Inconspicuousness.Inconstancy,inkonst’nsi, onstandvastigheid, veranderlijkheid, verscheidenheid;Inconstant,inkonst’nt, onbestendig, veranderlijk, vluchtig.Inconsumable,inkənsjûməb’l, onverteerbaar, onvernietigbaar.Incontestable,inkəntestəb’l, onbetwistbaar; subst.Incontestableness.Incontinence, Incontinency,inkontinens(i), onkuischheid, gebrek aan zelfbeheersching:Hisincontinence of speech, of money= loslippigheid, geld weggooien;Incontinent,inkontinent, subst. en adj. onkuisch(e);Incontinently= onmiddellijk.Incontrollable,inkəntrouləb’l, onbedwingbaar.Incontrovertible,inkontrəvɐ̂tib’l, onbetwistbaar.Inconvenience,ink’nvînj’ns, subst. ongerief, ongelegenheid;Inconvenienceverb. in ongelegenheid brengen, last aandoen; adj.Inconvenient.Inconvertibility,inkənvɐ̂tibiliti, subst. v.Inconvertible,inkənvɐ̂tib’l, onverwisselbaar, onveranderlijk, niet om te zetten in geld.Inconvincible,inkənvinsib’l, niet te overtuigen.Incorporate,inköpərit, adj. nauw verbonden, tot één lichaam gemaakt; niet lichamelijk of als rechtspersoon bestaande;Incorporateverb. (inköpəreit) tot één lichaam maken, als gewettigde corporatie, als rechtspersoon erkennen, in eene corporatie opnemen:Incorporated under the Companies Act 1860= als r. erkend overeenk. de wet van 1860 op de naamlooze vennootschappen;Incorporator,inköpəreitə, soort van flesch voor sla-aanmaaksel; oprichter;Incorporation,inköpəreiš’n, vereeniging tot één lichaam, innige menging, etc.Incorporeal,inköpôriəl, onlichamelijk, onstoffelijk; subst.Incorporeity.Incorrect,inkərekt, onjuist, onwaar; subst.Incorrectness.Incorrigibility,inkoridžibiliti, subst. v.Incorrigible,inkoridžib’l, subst. en adj. onverbeterlijk(e); subst.Incorrigibleness.Incorrodible,inkəroudib’l, niet wegroestend.Incorrupt,inkərɐpt, onbedorven, eerlijk, onomkoopbaar;Incorruptibility,inkərɐptibiliti, subst. v.Incorruptible,inkərɐptib’l, onomkoopbaar, onbederfbaar;Incorruptness,inkərɐptnəs, reinheid, onverdorvenheid.Incrassate,inkraseit, verdikken, dikker worden;Incrassation= verdikking.Increase,inkrîs, toename, vermeerdering, aanwas; winst, nut, nakomelingschap:Tobe on the increase= toenemen;The moon ison the increase= aan het toenemen of wassen;Increase,inkrîs, toenemen, aanwassen, vermeerderen, vergrooten, versterken:Toincrease the front= opmarcheeren.Incredibility,inkredibiliti, subst. v.Incredible,[272]inkredib’l, ongeloofelijk; subst.Incredibleness.Incredulity,inkrədjûliti, ongeloof, twijfelzucht; adj.Incredulous,inkredjulɐs.Increment,inkriment, aanwas, vermeerdering, het toegevoegde, differentiaal:Unearned increment= toevallige waardevermeerdering (van huizen, enz.).Incriminate,inkrimineit, van eene misdaad beschuldigen;Incrimination;Incriminatory,inkriminətəri, beschuldigend.Incrust,inkcrɐst, incrusteeren, inleggen;Incrustate,inkrɐstit, omkorst;Incrustation, incrustatie, ingelegd werk =Incrustment.Incubate,inkjubeit, (uit)broeden;Incubation, (uit)broeding, incubatie;Incubative= broedend, incubatie …;Incubator= incubator, broedmachine.Incubus,inkjubɐs, nachtmerrie, zwarte last, hindernis:The questionrode her mind like an incubus= werd haar tot een ware nachtmerrie.Inculcate,inkɐlkeit, inprenten; subst.Inculcation.Inculpate,inkɐlpeit,inkɐlpeit, beschuldigen, aanklagen; subst.Inculpation;Inculpatory= aanklagend, beschuldigend.Incumbency,inkɐmb’nsi, prebende; verplichting, last; het liggen op iets;Incumbent,inkɐmb’nt, subst. de met een prebende begiftigde (RectorofVicar); adj. liggend, rustend, opgelegd als een plicht:Ifeel it incumbent onme= beschouw het als mijn plicht.Incumbrance,inkɐmbr’ns, belemmering, bezwaar, hypotheek:Without incumbrance= zonder vrouw of kind;A wife and seven incumbrances= … en zeven kinderen tot zijn last.Incunabulum,inkjunabjul’m, wiegedruk, boek vóór 1500 gedrukt.Incur,inkɐ̂, oploopen, zich op den hals halen:Toincur debts= schulden maken.Incurability,inkjurəbiliti, subst. v.Incurable,inkjûrəbl, ongeneeslijk, hopeloos; ook subst.:A Home for Incurables= ongeneeslijke zieken; subst.Incurableness.Incuriosity,inkjuriositi, subst. v.Incurious,inkjûriəs, onverschillig, zorgeloos; subst.Incuriousness.Incursion,inkɐ̂š’n, inval, strooptocht; adj.Incursive.Incurvate,inkɐ̂vit, adj. gebogen, gekromd;Incurvateverb.inkɐ̂veit,inkɐ̂veit, buigen, krommen; subst.Incurvation;Incurve,inkɐ̂v, krommen, zich naar binnen buigen.Incus,iŋkəs, aambeeldsbeentje.Indebted,indetid, verplicht, schuldig:He wasindebted to her in a large sum= eene groote som gelds schuldig;I amindebted to you for it= dank het u;Indebtedness= verschuldigd zijn, schuld.Indecence, Indecency,indîs’ns(i), onwelvoeglijkheid, onbetamelijkheid;Indecent= onwelvoegelijk:Indecent assault= aanranding der eerbaarheid;Indecent exposure= onwelvoeglijke ontblooting.Indeciduous,indisidjuəs, niet afvallend (van bladeren, enz.), altijd groen.Indecipherable,indisaifərəb’l, niet te ontcijferen of te ontwarren.Indecision,indisiž’n, besluiteloosheid; adj.Indecisive,indisaisiv; subst.Indecisiveness.Indeclinable,indiklainəb’l, subst. en adj. onverbuigbaar (woord).Indecomposable,indîk’mpouzəb’l, onscheidbaar (Chem.).Indecorous,indikôrəs,indekɐrɐs, onwelvoegelijk; subst.Indecorousness=Indecorum,indikôr’m.Indeed,indîd, inderdaad, voorwaar, voorzeker; int. wat je zegt! och kom! zoo! ja wel!Kind indeed!= Vriendelijk? ’t mocht wat!Indefatigability,indifatigəbiliti, subst. v.Indefatigable,indifatigəb’l, onvermoeid; subst.Indefatigableness.Indefeasibility,indifîzibiliti, subst. v.Indefeasible,indifîzib’l, onvervreemdbaar, onschendbaar, onaantastbaar.Indefectible,indifektib’l, onfeilbaar, onvergankelijk.Indefensibility,indifensibiliti, subst. v.Indefensible,indifensib’l, onverdedigbaar.Indefinable,indifainəbl, onverklaarbaar, niet omschrijfbaar, raadselachtig.Indefinite,indefinit, onbepaald, onbegrensd, oneindig; subst.Indefiniteness;Prorogued indefinitely= voor onbep. tijd uitgesteld.Indelible,indelib’l, onuitwischbaar.Indelicacy,indelikəsi, onkieschheid, grofheid; adj.Indelicate,indelikit.Indemnification,indemnifikeiš’n, schadeloosstelling;Indemnify,indemnifai, schadeloos stellen (for);Indemnity,indemniti, schadeloosstelling, vergoeding, indemniteit.Indent,indent, inkerven, uittanden, inkrassen, inspringen (bij het drukken), een contract in duplo maken, in de leer gaan (bij contract), bestellen, requireeren, aanspreken; indrukken, deuken; subst.indent, inkerving, bestelling, requisitie;Indentation= inkerving, uittanding =Indention, ook: inspringing;Indenture,indentšə, subst. gezegeld verdrag, uittanding;Indentureverb, inkerven:Apprentice’s indenture= (leerling)contract;Indenture of mortgage= hypotheekacte;The indentures were cancelled= de contracten werden vernietigd;Tomake indentures= slingeren als een dronken man.Independence,indipend’ns, onafhankelijkheid, onafhankelijk bestaan, vermogen:Independence Day= 4 Juli (herdenking van de Amerikaansche onafhankelijkheidsverklaring 4 Juli 1776);Independent,indipend’nt, onafhankelijk, onbevooroordeeld, tot deIndependentenbehoorende; subst. afgescheidene, wilde:Independent as to means= financ. onafhankelijk;The Independents= godsdienstige, van de Staatskerk afgescheiden sekte.Indescribability,indiskraibəbiliti, subst. v.Indescribable,indiskraibəb’l, onbeschrijfelijk;Indescribables= pantalon, broek.Indestructibility,indistrɐktibiliti, subst. v.Indestructible,indistrɐktib’l, onvernietigbaar.Indeterminable,inditɐ̂minəb’l, onbepaalbaar.Indeterminate,inditɐ̂minit, onbepaald, besluiteloos; subst.Indeterminateness.[273]Index,indeks(Meerv.IndexesofIndices,indisîz; dit laatste in de algebra: exponenten), subst. wijzer, bladwijzer, inhoudsopgaaf, arm van wegwijzer, tong, exponent;Indexverb. van een index voorzien, op den index plaatsen, aanwijzen (out):Index expurgatory= lijst van boeken, die eerst van de dwalingen moeten worden gezuiverd vóór ze door Katholieken mogen worden gelezen;Index prohibitory= lijst van de door de R.K. kerk verboden boeken;To beplaced on the Index;Index-finger= wijsvinger.India,indjə, Voor-Indië:Further India= Achter-Indië;India ink;Indiaman= Oostinjevaarder;India office= ministerie van koloniën;India rubber=Indian rubber;Indian= Indisch, Indiaansch; subst. Indiër, Indischman, roodhuid:Indian anis= steranijs;A retired member of theIndian Civil Service= gepensioneerd Indisch ambtenaar;Board ofIndian Civil Service Studies= Raad voor de studie voor de Brit. Ind. ambtenaarsexamens;Indian corn= maïs;Indian cress= Oostindische kers;Indian file= achter elkaar;Indian fire= soort van Bengaalsch vuur als signaalvuur;Indian ink= Oostindische inkt;An Indian inky day= sombere;Indianlike= als een Indiër of Indiaan;Indian-reed,Indian-shot= Oostindisch riet;Indian rubber= gomelastiek, caoutchouc; overschoen =Indian rubber shoe;Indian summer= warme nazomer;Indian yellow= Oostindisch geel;The Indies= Indië.Indiana,indjanə;Indianapolis,indjənapəlis.Indicant,indik’nt, aanwijzend; subst. symptoom:Indicant days= crisis;Indicate,indikeit, aanwijzen, aanduiden; subst.Indication;Indicative,indikətiv,indikətiv, subst. en adj. aantoonend(e wijs);Indicator,indikeitə, indicateur; adj.Indicatory,Indict,indait, beschuldigen, aanklagen:Indicted for murder;Indictable offence= een zwaar misdrijf (dat door de ‘Grand Jury’ berecht moet worden);Indicter(=Indictor);Indictment= aanklacht; beslissing van deGrand Jury, na onderzoek, om rechtsingang te verleenen.Indifference,indifərens, onverschilligheid, onpartijdigheid, middelmatigheid;Indifferent= onverschillig(e), van geene beteekenis, tamelijk, zoo-zoo:He isin indifferent health= niet recht gezond;Indifferent pictures= van geen bijzondere waarde;Indifferently printed= niet bijzonder fraai gedrukt;Tosleep indifferently= vrij slecht;These words areused indifferently= door elkander;Indifferentism,indifər’ntizm, stelselmatige onverschilligheid, vooral in godsdienst.Indigence, -cy,indidžens(i), gebrek, nooddruft, armoede.Indigene,indidžîn, oorspronkelijke bewoner;Indigenous,indidžinɐs, inlandsch, aangeboren, inherent.Indigent,indidžent, behoeftig, arm.Indigested,indidžestid, onverwerkt, onrijp, verward, vormloos;Indigestible,indidžestib’l, onverteerbaar, onduldbaar; subst.Indigestibleness;Indigestion,indidžestj’n, slechte spijsvertering;Indigestive= dyspeptisch.Indignant,indign’nt, verontwaardigd;Indignation,indigneiš’n, verontwaardiging:Indignation-meeting= protest meeting (Amer.);Indignity=indigniti, smaad, hoon, beleediging.Indigo,indigou, indigo;Indigo-bird= Indigo vink;Indigo composition= indigotinctuur;Indigo-plant= indigoplant;Indigometer,indigomətə, indigometer;Indigotin,indigətin, indigoblauw.Indirect,indirekt, niet recht, onoprecht, slinksch:Indirect evidence= derivatief bewijs;Indirect-tax= indirecte belasting;Indirection,indirekš’n, oneerlijke practijk, list;Indirectness, scheefheid, omweg, onoprechtheid.Indiscernible,indizɐ̂nib’l, niet te onderscheiden; subst.Indiscernibleness.Indiscoverable,indiskɐvərəb’l, niet te ontdekken, onbegrijpelijk.Indiscreet,indiskrît, onverstandig, onbezonnen, onbescheiden, indiscreet; subst.Indiscretion,indiskreš’n:Years of indiscretionvlegeljaren.Indiscriminate,indiskriminit, niet te onderscheiden; niet onderscheiden; zonder onderscheid, door elkaar;Indiscriminating= geen onderscheid makend, blind;Indiscrimination,indiskrimineiš’n, gebrek aan onderscheiding(svermogen), verwardheid.Indispensability,indispensəbiliti, subst. v.Indispensable,indispensəb’l, onvermijdelijk, onmisbaar: subst.Indispensableness.Indispose,indispouz, ongunstig stemmen, ongeschikt of ongesteld maken;Indisposed;Indisposition,indispəziš’n, afkeer(igheid), ongesteldheid.Indisputability,indispjutəbiliti, subst. v.Indisputable,indispjutəb’l,indispjûtəb’l, onbetwistbaar;Indisputed,indispjûtid, onbetwist.Indissolubility,indisəl(j)ubiliti, subst. v.Indissoluble,indisəl(j)ub’l,indisoljub’l, onoplosbaar, onverbreekbaar;Indissolvable,indizolveb’l, onoplosbaar.Indistinct,indistiŋkt, onduidelijk, verward; subst.Indistinctness.Indistinguishable,indistiŋgwišəb’l, niet te onderscheiden; subst.Indistinguishableness.Indite,indait, schrijven, opstellen;Inditer.Individual,individjuəl, individueel, persoonlijk, eigendommelijk; subst. persoon, individu;Individualism= individualisme, zelfzucht;Individuality,individjualiti, eigenaardig karakter, individualiteit;Individualization= subst. v.Individualize= onderscheiden, als een individu kenmerken;Individuate,individjueit, individualiseeren; subst.Individuation.Indivisibility,indivizibiliti, subst. v.Indivisible,indivizib’l, subst. en adj. ondeelbaar (iets).Indo,indou, (in samenstellingen):Indo-Briton= iemand met een Engelschen vader en eene Brit. Ind. moeder;Indo-China;Indo-Chinese= behoorende tot het Z.O. schiereiland v. Azië;Indo-English= de in Indië geboren of wonende Engelschen betreffend;Indo-European= Arisch, Indo-germaansch;[274]Indo-Germanic= Arisch, Indo-germaansch.Indocile,indousil,indosil, onleerzaam, onhandelbaar; subst.Indocility,indəsiliti.Indoctrinate,indoktrineit, onderwijzen, in een stelsel inleiden of er mede vertrouwd maken:I indoctrinated him withthese notions; subst.Indoctrination.Indolence,indəlens, vadsigheid, traagheid, pijnloosheid; adj.Indolent,indəlent:Indolent tumour= pijnloos gezwel.Indomitable,indomitəb’l, ontembaar, onoverwinnelijk.Indoor,indö, adj. binnen, huiselijk, huis …:Indoors,indöz,indöz, adv. binnenshuis, thuis.Indorse,indös, ZieEndorse.Indraught,Indraft,indrâft, binnenstroomen van water of lucht.Indubitable,indjûbitəb’l,Indubitate,indjûbitit, ontwijfelbaar.Induce,indjûs, bewegen, nopen, veroorzaken, induceeren;Inducement= aanleiding, beweegreden, drijfveer, prikkel.Induct,indɐkt, inwijden, installeeren; (into), in een (geestelijk) ambt bevestigen;Induction,indɐkš’n, begin, installatie, bevestiging, inductie (electr.), inleiding, gevolgtrekking uit waargenomen feiten;Induction-coil= inductierol (-klos);Inductive= inleidend, door gevolgtrekking uit waargenomen feiten, inductie, inductief..:Inductive method;Inductive sciences= op waarneming gegronde wetenschappen;Inductor= hij, die installeert, inductor (Electr.).Indue,indjû, bekleeden, verschaffen.Indulge,indɐldž, toegeven, zich overgeven, voeden, koesteren, verwennen, zuipen:Sheindulges her children too much= geeft te veel toe;Toindulge a dream= koesteren;Heindulges in indolence= geeft zich over aan;This writerindulges himself witha trifle of exaggeration= veroorlooft zich eenige overdrijving;Weindulged ourselves withtickets for the opera= permitteerden ons de weelde;Indulgence,Indulgency= toegevendheid, verdraagzaamheid, uitstel van betaling, uitspatting, aflaat;Indulgent= toegeeflijk, zacht.Indurate,indjureit, verharden, ongevoelig maken, worden; subst.Induration.Industrial,indɐstriəl, vlijtig, nijverheids..; subst. industriëel:Industrial exhibition= nijverheidstentoonstelling;Industrial school= ambachtsschool; ook soort tuchtschool;Industrial school-ship= opleidingsschip voor verwaarloosde kinderen;Apenal industrial settlement= strafkolonie;Industrious,indɐstriəs, vlijtig, nijver, arbeidzaam;Industry,indəstri, ijver, vlijt, nijverheid:School of industry.Inebriant,inîbriənt, dronken makend (middel);Inebriate,inîbri-it, subst. en adj. dronken (mensch);Inebriantverb.inîbrieit, dronken maken;Inebriation= dronkenschap, roes;Inebriety,inibraiiti, dronkenschap (vooral van een ‘habitual drunkard’).Inedited,ineditid, onuitgegeven.Ineffability,inefəbiliti, subst. v.Ineffable,inefəb’l, onuitsprekelijk.Ineffaceable,inefeisəb’l, onuitwischbaar.Ineffective,inefektiv, zonder uitwerking, vruchteloos, ondeugdelijk; subst. onbruikbaar mensch; subst.Ineffectiveness;Ineffectual,inefektjuəl=Ineffective.Inefficacious,inefikeišəs, zonder uitwerking, vruchteloos; subst.Inefficaciousness=Inefficancy=Inefficiency, ook onbekwaamheid; adj.Inefficient.Inelegance,ineləg’ns, smakeloosheid, onbevalligheid; adj.Inelegant,ineləg’nt.Ineligible,inelidžib’l, onverkieslijk, onverkiesbaar.Inept,inept, ongerijmd, dwaas; subst.Ineptitude=Ineptness.Inequality,inikwoliti, ongelijkheid, oneffenheid, verschil, onbevoegdheid, partijdigheid.Inequilateral,inîkwilatər’l, ongelijkzijdig.Inequitable,inekwitəb’l, onbillijk.Inequity,inekwiti, onbillijkheid.Ineradicable,iniradikəb’l, onuitroeibaar.Inert,inɐ̂t, bewegingloos, log, traag;Inertia,inɐšə, traagheid (Natuurk.) =Vis inertiae(inɐ̂ši-î);Inertion=Inertness= traagheid.Inessential,inəsenš’l. ZieUnessential.Inestimable,inestiməb’l, onschatbaar.Inevitability,inevitəbiliti, subst. v.Inevitable,inevitəb’l, onvermijdelijk; subst.Inevitableness.Inexact,inəgzakt, onnauwkeurig; subst.Inexactitude=Inexactness.Inexcitable,inəksaitəb’l, loom, lusteloos.Inexcusable,inəkskjûzəb’l, onvergeeflijk; subst.Inexcusableness.Inexhaustibility,inəgz(h)ôstibiliti, subst. v.Inexhaustible,inəgz(h)ôstib’l, onuitputtelijk, onvermoeid =Inexhaustive,inəgz(h)ôstiv, niet uitputtend.Inexorability,ineksərəbiliti, subst. v.Inexorable,ineksərəb’l, onverbiddelijk; subst.Inexorableness.Inexpedience,-cy,inəkspîdj’ns(i), ongeschiktheid, onraadzaamheid; adj.Inexpedient,inəkspîdj’nt.Inexpensive,inəkspensiv, goedkoop.Inexperience,inəkspîrj’ns, onervarenheid;Inexperienced= onervaren, onbevaren.Inexpert,inəkspɐ̂t, onbedreven; subst.Inexpertness.Inexpiable,inekspiəb’l, onverzoenbaar; subst.Inexpiableness.Inexplicability,ineksplikəbiliti, subst. v.Inexplicable,ineksplikəb’l, onverklaarbaar:Inexplicables= broek; subst.Inexplicableness.Inexpressible,inəkspresib’l, onuitsprekelijk;Inexpressibles= broek;Inexpressive,inəkspresiv, zonder uitdrukking.Inexpugnable,inəkspɐgnəb’l,inəkspjûnəb’l, onoverwinnelijk, onneembaar.Inextinguishable,inəkstiŋgwišəb’l, onbluschbaar.Inextricable,inekstrikəb’l, niet ontwarbaar; subst.Inextricableness.Inez,ainîz.Infallibilism,infalibilizm, het dogma van, en het geloof aan de pauselijke onfeilbaarheid;Infallibility,infalibiliti, onfeilbaarheid;Infallible,infalib’l, onfeilbaar, zeker; subst.Infallibleness.Infamous,infəmɐs, schandelijk, verfoeilijk,[275]berucht;Infamy,infəmi, schande, laagheid.Infancy,inf’nsi, kindsheid, minderjarigheid, aanvang, eerste stadium.Infant,inf’nt, kind, minderjarige; adj. klein, teeder, kinderlijk; kinder …:Infant in arms= schootkindje;Infant games;Infant mortality;Infant-school,Infants’ school= bewaarschool;Hisinfant son= zoontje;Infanta,infantə,Infante,infanti, koninklijke prinses of prins, behalve de troonopvolgster of den troonopvolger (Spanje);Infanticide,infantisaid, kindermoord(enaar);Infantile,inf’nt(a)il,Infantine,inf’nt(a)in, kinderachtig; kinderlijk =Infantlike.Infantry,inf’ntri, infanterie:Infantryman= infanterist.Infatuate,infatjueit;Infatuated= blind ingenomen met, dwaas verliefd op(with);Infatuation,infatjueiš’n, verdwaasdheid, dwaze verliefdheid.Infect,infekt, besmetten, aansteken;Infection= besmetting, smetstof:Tocatch (take) the infection= besmet, aangestoken worden;Infectious,infekšəs, besmettelijk, aanstekelijk; subst.Infectiousness;Infective=Infectious.Infecundity,infikɐnditi, onvruchtbaarheid.Infelicitous,infilisitɐs, ongelukkig;Infelicity,infilisiti, ongeluk, ellende, rampspoed, ongelukkig gekozen uitdrukking.Infer,infɐ̂, eene gevolgtrekking maken, een besluit trekken;Inferable= afleidbaar, volgend;Inference,infərens, gevolgtrekking;Inferential,infərenš’l, afleidbaar =By inference;I could only gather itinferentially= slechts uit het medegedeelde opmaken.Inferior,infîriə, minder, lager, ondergeschikt; ook subst.:I aminferior tonone in love of country= doe voor niemand onder;Inferiority,infîrioriti, minderheid.Infernal,infɐ̂n’l, helsch, duivelsch, verfoeilijk, kolossaal, kras:Infernal machine= helsche machine;Infernal-stone= helsche steen.Inferno,infɐ̂nou, de hel.Infertile,infɐ̂t(a)il, onvruchtbaar; subst.Infertility.Infest,infest, aanvallen, overvallen, invallen, verwoesten, onveilig maken, kwellen; wemelen van (=Tobe infested with); subst.Infestation.Infidel,infidel, subst. en adj. ongeloovig(e);Infidelity,infideliti, ongeloof, twijfelzucht, ontrouw, verraad, bedrog.Infiltrate,infiltreit, insijpelen, langzaam doordringen; subst.Infiltration.Infinite,infinit, oneindig, grenzeloos; subst. oneindigheid, oneindige ruimte, onbepaalde hoeveelheid, Hoogste Wezen;Infinitesimal,infinitesim’l, oneindig klein;Infinitude,infinitjûd,Infinity,infiniti, oneindigheid.Infinitival,infinitaiv’l,infinitiv’l, tot de onbep. wijs behoorend;Infinitive,infinitiv, onbepaalde wijs.Infirm,infɐ̂m, zwak, onzeker, weifelend;Infirmarian,infɐ̂mêriən, ziekentrooster;Infirmary= ziekenhuis;Infirmity= zwakheid (ookfig.); ziekelijkheid =Infirmness.Infix,infiks, inplanten, inprenten.Inflame,infleim, doen ontvlammen, verbitteren, doen gloeien; gloeiend worden:Heinflamed them againstEngland= zette ze op tegen;Inflammability,inflaməbiliti, ontvlambaarheid, ookfig.;Inflammable,inflaməb’l, ontvlambaar (Inflammables= brandbare lichamen); subst.Inflammableness;Inflammation,infləmeiš’n, ontbranding, opwinding, ontsteking;Inflammatory,inflamətəri, prikkelend, ontsteking veroorzakend, opruiend.Inflatable,infleitəb’l, opblaasbaar;Inflate,infleit, opblazen, uitzetten, opdrijven, opgeblazen maken;Inflater= fietspomp;Inflation= opblazing, kunstmatige opdrijving, etc.:Theinflation of (To inflate) worthless securitieswith an artificial value;Inflationist,infleišənist, voorstander van de vermeerdering van papieren geld; agioteur (Amer.);Inflator=Inflater;Inflatus= inspiratie.Inflect,inflekt, buigen, krommen, verbuigen, moduleeren;Inflection= (ver)buiging, kromming, buigingsvorm, modulatie;Inflectional= buigings …;Inflexibility, subst. v.Inflexible,infleksib’l, onbuigzaam, onverbiddelijk;Inflexion(al)=Inflection(al).Inflict,inflikt, opleggen (van boete of straf), doen gevoelen, toebrengen;Infliction,inflikš’n, het toebrengen, opgelegde straf, last, bezoeking.Inflorescence,inflores’ns, bloeiwijze.Inflow,inflou. ZieInflux.Influence,influens, subst. invloed, macht;Influenceverb. invloed hebben op, inwerken op:Hehas influence at Court= invloed aan het hof;These thingshave no influence with me= hebben geen invloed;Hebragged of influence overhis mother= dat hij zijne moeder naar zijne hand kon zetten;Influential,influenš’l, invloedrijk;Influenza,influenzə, griep; besmettelijke paardenziekte.Influx,inflɐks, instrooming, toevoer, toevloed.Inform,inföm, onderrichten, mededeelen, aangeven; vorm geven aan, bezielen:Heinformed againstme= diende een aanklacht in tegen mij;Heinformed me of it= berichtte het mij;His book isinformed withintense conviction= is bezield door, gloeit van;Informed withone spirit= bezield;Informant= aanbrenger, zegsman;Information,infömeiš’n, kennis, bericht, inlichting(en), kennisgeving, geschreven beëedigde aanklacht;Informer= aanklager:Common informer= verklikker.Informal,inföm’l, niet formeel;Informality= informaliteit.Infra,infrə:Infra dig= beneden de waardigheid.Infract,infrakt, schenden;Infraction= schending, breuk:Infraction of faith=trouwbreuk.Infrequence,-cy,infrîkw’ns(i), zeldzaamheid; adj.Infrequent,infrîkw’nt.Infringe,infrinž, inbreuk maken op, schenden, overtreden; subst.Infringement;Infringer.Infuriate,infjûriit, adj. woedend, razend:Infuriateverb. (infjûrieit), woedend of razend maken.Infuse,infjûz, ingieten, ingeven, inprenten, een infusie maken, drenken:Heinfused his life intohis poetry= legde in, doordrong;[276]Infuser;Infusibility, subst. v.Infusible,infjûzib’l, onsmeltbaar;Infusion,infjûž’n, ingieting, doordringing, infusie.Infusoria,infjusôriə, infusiediertjes; adj.Infusorial= tot deinfusoriabehoorend of die bevattende;Infusorian= infusiediertje.Ingathering,ingadhəriŋ, inzameling:Feast of Ingathering(2 Mos. 23, 16).Ingelow,indžəlou.Ingeminate,indžemineit, herhalen.Ingenious,indžîniəs, vernuftig, talentvol, vindingrijk, geestig; subst.Ingeniousness=Ingenuity,indžənjûiti.Ingenue,Fr. uitspr.naïef, onschuldig, ingenue; ook subst.Ingenuous,indženjuəs, oprecht, openhartig, ongekunsteld; subst.Ingenuousness.Ingest,indžest, voedsel in de maag brengen; subst.Ingestion.Ingle,iŋg’l, vuur, haard (Schotl.):Inthe ingle of a window= hoekje;Ingle-nook= hoekje van den haard.Inglorious,inglôriəs, roemloos, onbekend, schandelijk; subst.Ingloriousness.Ingoing,ingouiŋ, subst. het ingaan, aanvaarden; adj. binnengaand, een ambt aanvaardend.Ingot,iŋgət,in-got, baar of staaf (goud,zilver,staal).Ingraft,ingrâft, enten;Ingrafter= enter;Ingraftment.Ingrain,ingrein, (predikatief:ingrein), adj. in de wol geverfd, ingeworteld, doortrapt;Ingrainverb.ingrein,ingrein, in de wol verven, doordringen, verzadigen;Ingrain(-carpet)= in de wol geverfd vloerkleed.Ingram,iŋgram.Ingrate,ingreit, ondankbaar, ondankbare;Ingrateful,ingreitf’l, ondankbaar.Ingratiate,ingreišieit, (zich) in de gunst dringen bij (with),steeds reflexief.Ingratitude,ingratitjûd, ondankbaarheid.Ingredient,ingrîdj’nt, bestanddeel.Ingress,ingres, toegang, intrede, aanvaarding;Ingression= intrede.Ingulf,ingɐlf, (als in een afgrond) verzwelgen.Ingurgitate,ingɐ̂džiteit, verzwelgen; subst.Ingurgitation.Inhabit,inhabit, wonen, bewonen;Inhabitable= bewoonbaar;Inhabitancy= woonplaats, domicilie;Inhabitant= bewoner, inwoner;Inhabitation= bewoning.Inhalation,inhəleiš’n, subst. v.Inhale,inheil, inademen, inhaleeren:Inhaler= respirateur, inhaleertoestel.Inharmonic(al),inhâmonik(’l),Inharmonious,inhâmounjəs, onwelluidend.Inhaul(er),inhôl(ə), inhaler (zeeterm).Inhere,inhîə, onafscheidelijk verbonden zijn;Inherence,Inherency,inhîr’ns(i), onafscheidelijkheid, inhaerentie;Inherent= inhaerent:It is inherent in the blood= zit in het bloed.Inherit,inherit, erven;Inheritability, erfelijkheid, overerving;Inheritable= erfbaar;Inheritance= erfenis, erflating;Inheritor= erfgenaam; vr.Inheritress=Inheritrix.Inhibit,inhibit, terughouden, beletten, verbieden; subst.Inhibition,inhibiš’n, verbod tot het uitoefenen van geestelijke bedieningen, aangaan van schulden, geven van crediet; adj.Inhibitory.Inhospitable,inhospitəb’l, onherbergzaam, ongastvrij; subst.Inhospitality.Inhuman,inhjûm’n, onmenschelijk, wreed:Aninhuman hunger= verschrikkelijke honger; subst.Inhumanity,inhjumaniti.Inhumation,inhjumeiš’n, begraving;Inhume,inhjûm, begraving.Inimical,inimik’l, vijandelijk, schadelijk.Inimitability,inimitəbiliti, subst. v.Inimitable,inimitəb’l, onnavolgbaar; subst.Inimitableness.
Incarcerate,inkâsəreit, gevangen zetten;Incarcerated hernia= beklemde breuk;Incarceration= gevangenzetting, beklemming.Incarnate,inkâneit, vleesch worden:Tobe incarnated= vleesch (mensch) geworden; adj.inkânit:God incarnate= Godmensch;A devil incarnate,an incarnate fiend= een duivel in menschengestalte;Incarnation,inkâneiš’n, vleeschwording, verpersoonlijking, vleeschvorming.Incase,inkeis. ZieEncase.Incautious,inkôšəs, onvoorzichtig; subst.Incautiousness.Incendiarism,insendjərizm, brandstichting, ophitsing:Incendiary,insendjəri, subst. brandstichter, oproermaker, aanstoker; adj. brandstichtend, oproer stokend, ophitsend, vuur—, brand—.Incense,insens, subst. wierook (ookfig.);Incenseverb,insens,insens, bewierooken (ookfig.);Incense-boat= wierookdoosje.Incense,insens, woedend maken, vertoornen (against, with).Incentive,insentiv, aansporend, prikkelend; subst. aansporing, prikkeling.Inception,insepš’n, begin;Inceptive, beginnend, aanvangs—.Incessant,inses’nt, onophoudelijk, voortdurend; subst.Incessantness.Incest,insest, bloedschande;Incestuous,insestjuəs, bloedschendig; subst.Incestuousness.Inch,inš, 2,54 cM. (twaalfde deel van eenfoot), kleine hoeveelheid; eilandje (Schotl.):At an inch= precies, op een haar;Inch by inch= langzamerhand, voet voor voet:He diedby inches= langzaam;Of inches= rijzig;To an inch= precies;Within an inch= bijna;He isevery inch a king= in hart en nieren, een echte;He did notbate an inch= liet niets vallen;Give him an inch, he will take an ell= als men hem een vinger geeft, neemt hij de heele hand;This paper gives the storyfive inches of praise= twijfelachtigen lof =faint praise;He wasdressed within an inch of his life= piekfijn uitgedost;Ithrashed him within an inch of his life= sloeg hem bijna dood;We did itby inch-meal= bij stukjes en brokjes;Inch-rule= duimstok;Inch-stuff= vuren planken van een inch dikte;Inched(in samenst.):Three-inched.Inchoate,inkouit, begonnen, aanvangs - -; subst.Inchoation= aanvang;Inchoative,inkouətiv,inkoueitiv, beginnend, aanvangs …Incidence,insidens, de inval van een straal; het raken:Theincidence of taxation= het verdeelen;Angle of incidence= hoek van inval;Area of incidence= omvang van de beteekenis (woord);Line of incidence= lijn van inval;Incident,insident, invallend, voorkomend bij, eigen aan, toevallig; subst. bijomstandigheid, voorval:It isincident totravellers to get accidents= reizigers zijn aan ongelukken blootgesteld;Incident on (to) the occasion= die de gelegenheid meebrengt;Paintings of incident= genrestukken;Incidental,insident’l, bijkomend, toevallig, ondergeschikt, afhankelijk:It is incidental to= het behoort tot;Incidental upon= toevallig volgend op.Incinerate,insinəreit, tot asch verbranden;Incineration, lijkenverbranding (Amer.);Incinerator, oven voor verbranding van straatvuil, etc.Incipience, -cy,insipj’ns(i), begin;Incipient,insipj’nt, beginnend, eerste:Boys withincipient beards= met vlas om de kin.Incise,insaiz, insnijden, graveeren:Incised wound= snijwond;Incision,insiž’n, insnijding, kerf, snede, wond;Incisive,insaisiv, insnijdend, scherp, snij - -;Incisive teeth= snijtanden; subst.Incisiveness;Incisor,insaizə, snijtand;Incisory= snijdend, snij - -;Incisure= insnijding.Incitant,insitənt,insaitənt, prikkelend; subst. prikkel, opwekkingsmiddel;Incitation,insiteiš’n, aansporing, prikkel;Incite,insait, aansporen, prikkelen; subst.Incitement;Inciter.Incivility,insiviliti, onbeleefdheid, lompheid;Incivilization, gebrek aan beschaving.Incivism,insivizm, gebrek aan burgerzin.Inclemency,inklem’nsi, onmeedoogendheid, guurheid; adj.Inclement,inklem’nt.Inclinable,inklainəb’l, geneigd;Inclination,inklineiš’n, neiging, geneigdheid, helling, schuinte, inclinatie;Incline,inklain, subst. neiging, helling, hellend vlak;Inclineverb. (inklain), neigen, overhellen, geneigd zijn, hellen, richten, bewegen, brengen tot:He inclined to conservatism= helde over naar;Toincline lower= goedkooper worden;Inclined-plane= hellend vlak;Incliner.Inclose,inklouz, insluiten, omringen, omheinen, afrasteren:Inclosed letter= ingesloten brief;Inclosure,inkloužə, insluiting, omheining, het ingeslotene of omheinde.Include,inklûd, insluiten, omhelzen, bevatten:Costs included= met kosten;Not included= er niet onder begrepen;Inclusion,inklûž’n, insluiting, bevatting;Inclusive,inklûsiv, ingesloten, bevattend, insluitend, er in begrepen.Incog,inkog, (verkorting van):Incognito, incognito; onbekend (man);Incognita= onbekende (vrouw).Incoherence, -cy,inkouhîr’ns(i), gebrek aan samenhang of consequentie; adj.Incoherent.[271]Incombustibility,inkəmbɐstibiliti, subst. v.Incombustible,ink’mbɐstib’l, onverbrandbaar.Income,inkɐm, inkomen, inkomsten;Income-tax= inkomstenbelasting;Incomeless= zonder inkomen;Incomer= inbezitnemer, nieuwe huurder, opvolger;Incoming,inkɐmiŋ, bezit of ambt aanvaardend, inkomend; subst. ingang, winst, inkomsten (gewoonl. meerv.):Theincoming president= de nieuwe president.Incommensurability,inkəmenšərəbiliti, subst. v.Incommensurable,inkəmenšərəb’l, onderling onmeetbaar; subst.Incommensurableness;Incommensurate,inkəmenšərit, onderling onmeetbaar, onevenredig.Incommode,inkəmoud, lastig vallen, storen, belemmeren;Incommodious,inkəmoudjəs, hinderlijk, lastig; subst.Incommodiousness=Incommodity.Incommunicability,inkəmjunikəbiliti, subst. v.Incommunicable,inkəmjûnikəb’l, niet geschikt om te worden medegedeeld;Incommunicableness;Incommunicative= terughoudend, gesloten.Incomparable,inkompərəb’l, weergaloos, ongeëvenaard; subst.Incomparableness.Incompatibility,ink’mpatibiliti, onvereenigbaarheid:Incompatibility of temper= wederzijdsche antipathie;Incompatible,ink’mpatib’l, onvereenigbaar (with); ook subst.Incompetence, -cy,inkompitens(i), onbevoegdheid, ongeschiktheid, onbekwaamheid; adj.Incompetent,inkompitent.Incomplete,ink’mplît, onvolkomen, onvolledig; subst.Incompleteness=Incompletion,ink’mplîš’n, onvolledigheid.Incomprehensibility,inkomprihensibiliti, subst. v.Incomprehensible,inkomprihensib’l, onbegrijpelijk, onbegrensd; subst.Incomprehensibleness;Incomprehension= gebrek aan bevattingsvermogen;Incomprehensive= beperkt.Incompressibility,ink’mpresibiliti, onsamendrukbaarheid; adj.Incompressible.Inconceivability,ink’nsîvəbiliti, subst. v.Inconceivable,ink’nsîvəb’l, onbegrijpelijk.Inconclusive,ink’nklûsiv, niet beslissend, niet overtuigend, niet geëindigd, vergeefsch; subst.Inconclusiveness.Incondensability,inkəndensəbiliti, onverdichtbaarheid; adj.Incondensable.Incongruent,inkoŋgruent= Incongruous;Incongruity,ink’ngrûiti, gebrek aan overeenstemming of samenhang, ongerijmdheid;Incongruous,inkongruəs, niet bij elkaar passend, ongerijmd.Inconscious,inkonšəs=Unconscious.Inconsequence,inkonsikwens, valsche gevolgtrekking, inconsequentie; adj.Inconsequent;Inconsequential= inconsequent, onbelangrijk.Inconsiderable,inkənsiderəb’l, onbelangrijk, gering; subst.Inconsiderableness.Inconsiderate,inkənsidərit, onbezonnen, onbedachtzaam, weinig kiesch; subst.Inconsiderateness=Inconsideration.Inconsistency,inkənsist’nsi, subst. v.Inconsistent,inkənsist’nt, onbestaanbaar, onlogisch, niet passend, inconsequent.Inconsolable,ink’nsouləb’l, ontroostbaar; subst.Inconsolableness.Inconspicuous,inkənspikjuəs, onaanzienlijk, niet in ’t oog vallend; subst.Inconspicuousness.Inconstancy,inkonst’nsi, onstandvastigheid, veranderlijkheid, verscheidenheid;Inconstant,inkonst’nt, onbestendig, veranderlijk, vluchtig.Inconsumable,inkənsjûməb’l, onverteerbaar, onvernietigbaar.Incontestable,inkəntestəb’l, onbetwistbaar; subst.Incontestableness.Incontinence, Incontinency,inkontinens(i), onkuischheid, gebrek aan zelfbeheersching:Hisincontinence of speech, of money= loslippigheid, geld weggooien;Incontinent,inkontinent, subst. en adj. onkuisch(e);Incontinently= onmiddellijk.Incontrollable,inkəntrouləb’l, onbedwingbaar.Incontrovertible,inkontrəvɐ̂tib’l, onbetwistbaar.Inconvenience,ink’nvînj’ns, subst. ongerief, ongelegenheid;Inconvenienceverb. in ongelegenheid brengen, last aandoen; adj.Inconvenient.Inconvertibility,inkənvɐ̂tibiliti, subst. v.Inconvertible,inkənvɐ̂tib’l, onverwisselbaar, onveranderlijk, niet om te zetten in geld.Inconvincible,inkənvinsib’l, niet te overtuigen.Incorporate,inköpərit, adj. nauw verbonden, tot één lichaam gemaakt; niet lichamelijk of als rechtspersoon bestaande;Incorporateverb. (inköpəreit) tot één lichaam maken, als gewettigde corporatie, als rechtspersoon erkennen, in eene corporatie opnemen:Incorporated under the Companies Act 1860= als r. erkend overeenk. de wet van 1860 op de naamlooze vennootschappen;Incorporator,inköpəreitə, soort van flesch voor sla-aanmaaksel; oprichter;Incorporation,inköpəreiš’n, vereeniging tot één lichaam, innige menging, etc.Incorporeal,inköpôriəl, onlichamelijk, onstoffelijk; subst.Incorporeity.Incorrect,inkərekt, onjuist, onwaar; subst.Incorrectness.Incorrigibility,inkoridžibiliti, subst. v.Incorrigible,inkoridžib’l, subst. en adj. onverbeterlijk(e); subst.Incorrigibleness.Incorrodible,inkəroudib’l, niet wegroestend.Incorrupt,inkərɐpt, onbedorven, eerlijk, onomkoopbaar;Incorruptibility,inkərɐptibiliti, subst. v.Incorruptible,inkərɐptib’l, onomkoopbaar, onbederfbaar;Incorruptness,inkərɐptnəs, reinheid, onverdorvenheid.Incrassate,inkraseit, verdikken, dikker worden;Incrassation= verdikking.Increase,inkrîs, toename, vermeerdering, aanwas; winst, nut, nakomelingschap:Tobe on the increase= toenemen;The moon ison the increase= aan het toenemen of wassen;Increase,inkrîs, toenemen, aanwassen, vermeerderen, vergrooten, versterken:Toincrease the front= opmarcheeren.Incredibility,inkredibiliti, subst. v.Incredible,[272]inkredib’l, ongeloofelijk; subst.Incredibleness.Incredulity,inkrədjûliti, ongeloof, twijfelzucht; adj.Incredulous,inkredjulɐs.Increment,inkriment, aanwas, vermeerdering, het toegevoegde, differentiaal:Unearned increment= toevallige waardevermeerdering (van huizen, enz.).Incriminate,inkrimineit, van eene misdaad beschuldigen;Incrimination;Incriminatory,inkriminətəri, beschuldigend.Incrust,inkcrɐst, incrusteeren, inleggen;Incrustate,inkrɐstit, omkorst;Incrustation, incrustatie, ingelegd werk =Incrustment.Incubate,inkjubeit, (uit)broeden;Incubation, (uit)broeding, incubatie;Incubative= broedend, incubatie …;Incubator= incubator, broedmachine.Incubus,inkjubɐs, nachtmerrie, zwarte last, hindernis:The questionrode her mind like an incubus= werd haar tot een ware nachtmerrie.Inculcate,inkɐlkeit, inprenten; subst.Inculcation.Inculpate,inkɐlpeit,inkɐlpeit, beschuldigen, aanklagen; subst.Inculpation;Inculpatory= aanklagend, beschuldigend.Incumbency,inkɐmb’nsi, prebende; verplichting, last; het liggen op iets;Incumbent,inkɐmb’nt, subst. de met een prebende begiftigde (RectorofVicar); adj. liggend, rustend, opgelegd als een plicht:Ifeel it incumbent onme= beschouw het als mijn plicht.Incumbrance,inkɐmbr’ns, belemmering, bezwaar, hypotheek:Without incumbrance= zonder vrouw of kind;A wife and seven incumbrances= … en zeven kinderen tot zijn last.Incunabulum,inkjunabjul’m, wiegedruk, boek vóór 1500 gedrukt.Incur,inkɐ̂, oploopen, zich op den hals halen:Toincur debts= schulden maken.Incurability,inkjurəbiliti, subst. v.Incurable,inkjûrəbl, ongeneeslijk, hopeloos; ook subst.:A Home for Incurables= ongeneeslijke zieken; subst.Incurableness.Incuriosity,inkjuriositi, subst. v.Incurious,inkjûriəs, onverschillig, zorgeloos; subst.Incuriousness.Incursion,inkɐ̂š’n, inval, strooptocht; adj.Incursive.Incurvate,inkɐ̂vit, adj. gebogen, gekromd;Incurvateverb.inkɐ̂veit,inkɐ̂veit, buigen, krommen; subst.Incurvation;Incurve,inkɐ̂v, krommen, zich naar binnen buigen.Incus,iŋkəs, aambeeldsbeentje.Indebted,indetid, verplicht, schuldig:He wasindebted to her in a large sum= eene groote som gelds schuldig;I amindebted to you for it= dank het u;Indebtedness= verschuldigd zijn, schuld.Indecence, Indecency,indîs’ns(i), onwelvoeglijkheid, onbetamelijkheid;Indecent= onwelvoegelijk:Indecent assault= aanranding der eerbaarheid;Indecent exposure= onwelvoeglijke ontblooting.Indeciduous,indisidjuəs, niet afvallend (van bladeren, enz.), altijd groen.Indecipherable,indisaifərəb’l, niet te ontcijferen of te ontwarren.Indecision,indisiž’n, besluiteloosheid; adj.Indecisive,indisaisiv; subst.Indecisiveness.Indeclinable,indiklainəb’l, subst. en adj. onverbuigbaar (woord).Indecomposable,indîk’mpouzəb’l, onscheidbaar (Chem.).Indecorous,indikôrəs,indekɐrɐs, onwelvoegelijk; subst.Indecorousness=Indecorum,indikôr’m.Indeed,indîd, inderdaad, voorwaar, voorzeker; int. wat je zegt! och kom! zoo! ja wel!Kind indeed!= Vriendelijk? ’t mocht wat!Indefatigability,indifatigəbiliti, subst. v.Indefatigable,indifatigəb’l, onvermoeid; subst.Indefatigableness.Indefeasibility,indifîzibiliti, subst. v.Indefeasible,indifîzib’l, onvervreemdbaar, onschendbaar, onaantastbaar.Indefectible,indifektib’l, onfeilbaar, onvergankelijk.Indefensibility,indifensibiliti, subst. v.Indefensible,indifensib’l, onverdedigbaar.Indefinable,indifainəbl, onverklaarbaar, niet omschrijfbaar, raadselachtig.Indefinite,indefinit, onbepaald, onbegrensd, oneindig; subst.Indefiniteness;Prorogued indefinitely= voor onbep. tijd uitgesteld.Indelible,indelib’l, onuitwischbaar.Indelicacy,indelikəsi, onkieschheid, grofheid; adj.Indelicate,indelikit.Indemnification,indemnifikeiš’n, schadeloosstelling;Indemnify,indemnifai, schadeloos stellen (for);Indemnity,indemniti, schadeloosstelling, vergoeding, indemniteit.Indent,indent, inkerven, uittanden, inkrassen, inspringen (bij het drukken), een contract in duplo maken, in de leer gaan (bij contract), bestellen, requireeren, aanspreken; indrukken, deuken; subst.indent, inkerving, bestelling, requisitie;Indentation= inkerving, uittanding =Indention, ook: inspringing;Indenture,indentšə, subst. gezegeld verdrag, uittanding;Indentureverb, inkerven:Apprentice’s indenture= (leerling)contract;Indenture of mortgage= hypotheekacte;The indentures were cancelled= de contracten werden vernietigd;Tomake indentures= slingeren als een dronken man.Independence,indipend’ns, onafhankelijkheid, onafhankelijk bestaan, vermogen:Independence Day= 4 Juli (herdenking van de Amerikaansche onafhankelijkheidsverklaring 4 Juli 1776);Independent,indipend’nt, onafhankelijk, onbevooroordeeld, tot deIndependentenbehoorende; subst. afgescheidene, wilde:Independent as to means= financ. onafhankelijk;The Independents= godsdienstige, van de Staatskerk afgescheiden sekte.Indescribability,indiskraibəbiliti, subst. v.Indescribable,indiskraibəb’l, onbeschrijfelijk;Indescribables= pantalon, broek.Indestructibility,indistrɐktibiliti, subst. v.Indestructible,indistrɐktib’l, onvernietigbaar.Indeterminable,inditɐ̂minəb’l, onbepaalbaar.Indeterminate,inditɐ̂minit, onbepaald, besluiteloos; subst.Indeterminateness.[273]Index,indeks(Meerv.IndexesofIndices,indisîz; dit laatste in de algebra: exponenten), subst. wijzer, bladwijzer, inhoudsopgaaf, arm van wegwijzer, tong, exponent;Indexverb. van een index voorzien, op den index plaatsen, aanwijzen (out):Index expurgatory= lijst van boeken, die eerst van de dwalingen moeten worden gezuiverd vóór ze door Katholieken mogen worden gelezen;Index prohibitory= lijst van de door de R.K. kerk verboden boeken;To beplaced on the Index;Index-finger= wijsvinger.India,indjə, Voor-Indië:Further India= Achter-Indië;India ink;Indiaman= Oostinjevaarder;India office= ministerie van koloniën;India rubber=Indian rubber;Indian= Indisch, Indiaansch; subst. Indiër, Indischman, roodhuid:Indian anis= steranijs;A retired member of theIndian Civil Service= gepensioneerd Indisch ambtenaar;Board ofIndian Civil Service Studies= Raad voor de studie voor de Brit. Ind. ambtenaarsexamens;Indian corn= maïs;Indian cress= Oostindische kers;Indian file= achter elkaar;Indian fire= soort van Bengaalsch vuur als signaalvuur;Indian ink= Oostindische inkt;An Indian inky day= sombere;Indianlike= als een Indiër of Indiaan;Indian-reed,Indian-shot= Oostindisch riet;Indian rubber= gomelastiek, caoutchouc; overschoen =Indian rubber shoe;Indian summer= warme nazomer;Indian yellow= Oostindisch geel;The Indies= Indië.Indiana,indjanə;Indianapolis,indjənapəlis.Indicant,indik’nt, aanwijzend; subst. symptoom:Indicant days= crisis;Indicate,indikeit, aanwijzen, aanduiden; subst.Indication;Indicative,indikətiv,indikətiv, subst. en adj. aantoonend(e wijs);Indicator,indikeitə, indicateur; adj.Indicatory,Indict,indait, beschuldigen, aanklagen:Indicted for murder;Indictable offence= een zwaar misdrijf (dat door de ‘Grand Jury’ berecht moet worden);Indicter(=Indictor);Indictment= aanklacht; beslissing van deGrand Jury, na onderzoek, om rechtsingang te verleenen.Indifference,indifərens, onverschilligheid, onpartijdigheid, middelmatigheid;Indifferent= onverschillig(e), van geene beteekenis, tamelijk, zoo-zoo:He isin indifferent health= niet recht gezond;Indifferent pictures= van geen bijzondere waarde;Indifferently printed= niet bijzonder fraai gedrukt;Tosleep indifferently= vrij slecht;These words areused indifferently= door elkander;Indifferentism,indifər’ntizm, stelselmatige onverschilligheid, vooral in godsdienst.Indigence, -cy,indidžens(i), gebrek, nooddruft, armoede.Indigene,indidžîn, oorspronkelijke bewoner;Indigenous,indidžinɐs, inlandsch, aangeboren, inherent.Indigent,indidžent, behoeftig, arm.Indigested,indidžestid, onverwerkt, onrijp, verward, vormloos;Indigestible,indidžestib’l, onverteerbaar, onduldbaar; subst.Indigestibleness;Indigestion,indidžestj’n, slechte spijsvertering;Indigestive= dyspeptisch.Indignant,indign’nt, verontwaardigd;Indignation,indigneiš’n, verontwaardiging:Indignation-meeting= protest meeting (Amer.);Indignity=indigniti, smaad, hoon, beleediging.Indigo,indigou, indigo;Indigo-bird= Indigo vink;Indigo composition= indigotinctuur;Indigo-plant= indigoplant;Indigometer,indigomətə, indigometer;Indigotin,indigətin, indigoblauw.Indirect,indirekt, niet recht, onoprecht, slinksch:Indirect evidence= derivatief bewijs;Indirect-tax= indirecte belasting;Indirection,indirekš’n, oneerlijke practijk, list;Indirectness, scheefheid, omweg, onoprechtheid.Indiscernible,indizɐ̂nib’l, niet te onderscheiden; subst.Indiscernibleness.Indiscoverable,indiskɐvərəb’l, niet te ontdekken, onbegrijpelijk.Indiscreet,indiskrît, onverstandig, onbezonnen, onbescheiden, indiscreet; subst.Indiscretion,indiskreš’n:Years of indiscretionvlegeljaren.Indiscriminate,indiskriminit, niet te onderscheiden; niet onderscheiden; zonder onderscheid, door elkaar;Indiscriminating= geen onderscheid makend, blind;Indiscrimination,indiskrimineiš’n, gebrek aan onderscheiding(svermogen), verwardheid.Indispensability,indispensəbiliti, subst. v.Indispensable,indispensəb’l, onvermijdelijk, onmisbaar: subst.Indispensableness.Indispose,indispouz, ongunstig stemmen, ongeschikt of ongesteld maken;Indisposed;Indisposition,indispəziš’n, afkeer(igheid), ongesteldheid.Indisputability,indispjutəbiliti, subst. v.Indisputable,indispjutəb’l,indispjûtəb’l, onbetwistbaar;Indisputed,indispjûtid, onbetwist.Indissolubility,indisəl(j)ubiliti, subst. v.Indissoluble,indisəl(j)ub’l,indisoljub’l, onoplosbaar, onverbreekbaar;Indissolvable,indizolveb’l, onoplosbaar.Indistinct,indistiŋkt, onduidelijk, verward; subst.Indistinctness.Indistinguishable,indistiŋgwišəb’l, niet te onderscheiden; subst.Indistinguishableness.Indite,indait, schrijven, opstellen;Inditer.Individual,individjuəl, individueel, persoonlijk, eigendommelijk; subst. persoon, individu;Individualism= individualisme, zelfzucht;Individuality,individjualiti, eigenaardig karakter, individualiteit;Individualization= subst. v.Individualize= onderscheiden, als een individu kenmerken;Individuate,individjueit, individualiseeren; subst.Individuation.Indivisibility,indivizibiliti, subst. v.Indivisible,indivizib’l, subst. en adj. ondeelbaar (iets).Indo,indou, (in samenstellingen):Indo-Briton= iemand met een Engelschen vader en eene Brit. Ind. moeder;Indo-China;Indo-Chinese= behoorende tot het Z.O. schiereiland v. Azië;Indo-English= de in Indië geboren of wonende Engelschen betreffend;Indo-European= Arisch, Indo-germaansch;[274]Indo-Germanic= Arisch, Indo-germaansch.Indocile,indousil,indosil, onleerzaam, onhandelbaar; subst.Indocility,indəsiliti.Indoctrinate,indoktrineit, onderwijzen, in een stelsel inleiden of er mede vertrouwd maken:I indoctrinated him withthese notions; subst.Indoctrination.Indolence,indəlens, vadsigheid, traagheid, pijnloosheid; adj.Indolent,indəlent:Indolent tumour= pijnloos gezwel.Indomitable,indomitəb’l, ontembaar, onoverwinnelijk.Indoor,indö, adj. binnen, huiselijk, huis …:Indoors,indöz,indöz, adv. binnenshuis, thuis.Indorse,indös, ZieEndorse.Indraught,Indraft,indrâft, binnenstroomen van water of lucht.Indubitable,indjûbitəb’l,Indubitate,indjûbitit, ontwijfelbaar.Induce,indjûs, bewegen, nopen, veroorzaken, induceeren;Inducement= aanleiding, beweegreden, drijfveer, prikkel.Induct,indɐkt, inwijden, installeeren; (into), in een (geestelijk) ambt bevestigen;Induction,indɐkš’n, begin, installatie, bevestiging, inductie (electr.), inleiding, gevolgtrekking uit waargenomen feiten;Induction-coil= inductierol (-klos);Inductive= inleidend, door gevolgtrekking uit waargenomen feiten, inductie, inductief..:Inductive method;Inductive sciences= op waarneming gegronde wetenschappen;Inductor= hij, die installeert, inductor (Electr.).Indue,indjû, bekleeden, verschaffen.Indulge,indɐldž, toegeven, zich overgeven, voeden, koesteren, verwennen, zuipen:Sheindulges her children too much= geeft te veel toe;Toindulge a dream= koesteren;Heindulges in indolence= geeft zich over aan;This writerindulges himself witha trifle of exaggeration= veroorlooft zich eenige overdrijving;Weindulged ourselves withtickets for the opera= permitteerden ons de weelde;Indulgence,Indulgency= toegevendheid, verdraagzaamheid, uitstel van betaling, uitspatting, aflaat;Indulgent= toegeeflijk, zacht.Indurate,indjureit, verharden, ongevoelig maken, worden; subst.Induration.Industrial,indɐstriəl, vlijtig, nijverheids..; subst. industriëel:Industrial exhibition= nijverheidstentoonstelling;Industrial school= ambachtsschool; ook soort tuchtschool;Industrial school-ship= opleidingsschip voor verwaarloosde kinderen;Apenal industrial settlement= strafkolonie;Industrious,indɐstriəs, vlijtig, nijver, arbeidzaam;Industry,indəstri, ijver, vlijt, nijverheid:School of industry.Inebriant,inîbriənt, dronken makend (middel);Inebriate,inîbri-it, subst. en adj. dronken (mensch);Inebriantverb.inîbrieit, dronken maken;Inebriation= dronkenschap, roes;Inebriety,inibraiiti, dronkenschap (vooral van een ‘habitual drunkard’).Inedited,ineditid, onuitgegeven.Ineffability,inefəbiliti, subst. v.Ineffable,inefəb’l, onuitsprekelijk.Ineffaceable,inefeisəb’l, onuitwischbaar.Ineffective,inefektiv, zonder uitwerking, vruchteloos, ondeugdelijk; subst. onbruikbaar mensch; subst.Ineffectiveness;Ineffectual,inefektjuəl=Ineffective.Inefficacious,inefikeišəs, zonder uitwerking, vruchteloos; subst.Inefficaciousness=Inefficancy=Inefficiency, ook onbekwaamheid; adj.Inefficient.Inelegance,ineləg’ns, smakeloosheid, onbevalligheid; adj.Inelegant,ineləg’nt.Ineligible,inelidžib’l, onverkieslijk, onverkiesbaar.Inept,inept, ongerijmd, dwaas; subst.Ineptitude=Ineptness.Inequality,inikwoliti, ongelijkheid, oneffenheid, verschil, onbevoegdheid, partijdigheid.Inequilateral,inîkwilatər’l, ongelijkzijdig.Inequitable,inekwitəb’l, onbillijk.Inequity,inekwiti, onbillijkheid.Ineradicable,iniradikəb’l, onuitroeibaar.Inert,inɐ̂t, bewegingloos, log, traag;Inertia,inɐšə, traagheid (Natuurk.) =Vis inertiae(inɐ̂ši-î);Inertion=Inertness= traagheid.Inessential,inəsenš’l. ZieUnessential.Inestimable,inestiməb’l, onschatbaar.Inevitability,inevitəbiliti, subst. v.Inevitable,inevitəb’l, onvermijdelijk; subst.Inevitableness.Inexact,inəgzakt, onnauwkeurig; subst.Inexactitude=Inexactness.Inexcitable,inəksaitəb’l, loom, lusteloos.Inexcusable,inəkskjûzəb’l, onvergeeflijk; subst.Inexcusableness.Inexhaustibility,inəgz(h)ôstibiliti, subst. v.Inexhaustible,inəgz(h)ôstib’l, onuitputtelijk, onvermoeid =Inexhaustive,inəgz(h)ôstiv, niet uitputtend.Inexorability,ineksərəbiliti, subst. v.Inexorable,ineksərəb’l, onverbiddelijk; subst.Inexorableness.Inexpedience,-cy,inəkspîdj’ns(i), ongeschiktheid, onraadzaamheid; adj.Inexpedient,inəkspîdj’nt.Inexpensive,inəkspensiv, goedkoop.Inexperience,inəkspîrj’ns, onervarenheid;Inexperienced= onervaren, onbevaren.Inexpert,inəkspɐ̂t, onbedreven; subst.Inexpertness.Inexpiable,inekspiəb’l, onverzoenbaar; subst.Inexpiableness.Inexplicability,ineksplikəbiliti, subst. v.Inexplicable,ineksplikəb’l, onverklaarbaar:Inexplicables= broek; subst.Inexplicableness.Inexpressible,inəkspresib’l, onuitsprekelijk;Inexpressibles= broek;Inexpressive,inəkspresiv, zonder uitdrukking.Inexpugnable,inəkspɐgnəb’l,inəkspjûnəb’l, onoverwinnelijk, onneembaar.Inextinguishable,inəkstiŋgwišəb’l, onbluschbaar.Inextricable,inekstrikəb’l, niet ontwarbaar; subst.Inextricableness.Inez,ainîz.Infallibilism,infalibilizm, het dogma van, en het geloof aan de pauselijke onfeilbaarheid;Infallibility,infalibiliti, onfeilbaarheid;Infallible,infalib’l, onfeilbaar, zeker; subst.Infallibleness.Infamous,infəmɐs, schandelijk, verfoeilijk,[275]berucht;Infamy,infəmi, schande, laagheid.Infancy,inf’nsi, kindsheid, minderjarigheid, aanvang, eerste stadium.Infant,inf’nt, kind, minderjarige; adj. klein, teeder, kinderlijk; kinder …:Infant in arms= schootkindje;Infant games;Infant mortality;Infant-school,Infants’ school= bewaarschool;Hisinfant son= zoontje;Infanta,infantə,Infante,infanti, koninklijke prinses of prins, behalve de troonopvolgster of den troonopvolger (Spanje);Infanticide,infantisaid, kindermoord(enaar);Infantile,inf’nt(a)il,Infantine,inf’nt(a)in, kinderachtig; kinderlijk =Infantlike.Infantry,inf’ntri, infanterie:Infantryman= infanterist.Infatuate,infatjueit;Infatuated= blind ingenomen met, dwaas verliefd op(with);Infatuation,infatjueiš’n, verdwaasdheid, dwaze verliefdheid.Infect,infekt, besmetten, aansteken;Infection= besmetting, smetstof:Tocatch (take) the infection= besmet, aangestoken worden;Infectious,infekšəs, besmettelijk, aanstekelijk; subst.Infectiousness;Infective=Infectious.Infecundity,infikɐnditi, onvruchtbaarheid.Infelicitous,infilisitɐs, ongelukkig;Infelicity,infilisiti, ongeluk, ellende, rampspoed, ongelukkig gekozen uitdrukking.Infer,infɐ̂, eene gevolgtrekking maken, een besluit trekken;Inferable= afleidbaar, volgend;Inference,infərens, gevolgtrekking;Inferential,infərenš’l, afleidbaar =By inference;I could only gather itinferentially= slechts uit het medegedeelde opmaken.Inferior,infîriə, minder, lager, ondergeschikt; ook subst.:I aminferior tonone in love of country= doe voor niemand onder;Inferiority,infîrioriti, minderheid.Infernal,infɐ̂n’l, helsch, duivelsch, verfoeilijk, kolossaal, kras:Infernal machine= helsche machine;Infernal-stone= helsche steen.Inferno,infɐ̂nou, de hel.Infertile,infɐ̂t(a)il, onvruchtbaar; subst.Infertility.Infest,infest, aanvallen, overvallen, invallen, verwoesten, onveilig maken, kwellen; wemelen van (=Tobe infested with); subst.Infestation.Infidel,infidel, subst. en adj. ongeloovig(e);Infidelity,infideliti, ongeloof, twijfelzucht, ontrouw, verraad, bedrog.Infiltrate,infiltreit, insijpelen, langzaam doordringen; subst.Infiltration.Infinite,infinit, oneindig, grenzeloos; subst. oneindigheid, oneindige ruimte, onbepaalde hoeveelheid, Hoogste Wezen;Infinitesimal,infinitesim’l, oneindig klein;Infinitude,infinitjûd,Infinity,infiniti, oneindigheid.Infinitival,infinitaiv’l,infinitiv’l, tot de onbep. wijs behoorend;Infinitive,infinitiv, onbepaalde wijs.Infirm,infɐ̂m, zwak, onzeker, weifelend;Infirmarian,infɐ̂mêriən, ziekentrooster;Infirmary= ziekenhuis;Infirmity= zwakheid (ookfig.); ziekelijkheid =Infirmness.Infix,infiks, inplanten, inprenten.Inflame,infleim, doen ontvlammen, verbitteren, doen gloeien; gloeiend worden:Heinflamed them againstEngland= zette ze op tegen;Inflammability,inflaməbiliti, ontvlambaarheid, ookfig.;Inflammable,inflaməb’l, ontvlambaar (Inflammables= brandbare lichamen); subst.Inflammableness;Inflammation,infləmeiš’n, ontbranding, opwinding, ontsteking;Inflammatory,inflamətəri, prikkelend, ontsteking veroorzakend, opruiend.Inflatable,infleitəb’l, opblaasbaar;Inflate,infleit, opblazen, uitzetten, opdrijven, opgeblazen maken;Inflater= fietspomp;Inflation= opblazing, kunstmatige opdrijving, etc.:Theinflation of (To inflate) worthless securitieswith an artificial value;Inflationist,infleišənist, voorstander van de vermeerdering van papieren geld; agioteur (Amer.);Inflator=Inflater;Inflatus= inspiratie.Inflect,inflekt, buigen, krommen, verbuigen, moduleeren;Inflection= (ver)buiging, kromming, buigingsvorm, modulatie;Inflectional= buigings …;Inflexibility, subst. v.Inflexible,infleksib’l, onbuigzaam, onverbiddelijk;Inflexion(al)=Inflection(al).Inflict,inflikt, opleggen (van boete of straf), doen gevoelen, toebrengen;Infliction,inflikš’n, het toebrengen, opgelegde straf, last, bezoeking.Inflorescence,inflores’ns, bloeiwijze.Inflow,inflou. ZieInflux.Influence,influens, subst. invloed, macht;Influenceverb. invloed hebben op, inwerken op:Hehas influence at Court= invloed aan het hof;These thingshave no influence with me= hebben geen invloed;Hebragged of influence overhis mother= dat hij zijne moeder naar zijne hand kon zetten;Influential,influenš’l, invloedrijk;Influenza,influenzə, griep; besmettelijke paardenziekte.Influx,inflɐks, instrooming, toevoer, toevloed.Inform,inföm, onderrichten, mededeelen, aangeven; vorm geven aan, bezielen:Heinformed againstme= diende een aanklacht in tegen mij;Heinformed me of it= berichtte het mij;His book isinformed withintense conviction= is bezield door, gloeit van;Informed withone spirit= bezield;Informant= aanbrenger, zegsman;Information,infömeiš’n, kennis, bericht, inlichting(en), kennisgeving, geschreven beëedigde aanklacht;Informer= aanklager:Common informer= verklikker.Informal,inföm’l, niet formeel;Informality= informaliteit.Infra,infrə:Infra dig= beneden de waardigheid.Infract,infrakt, schenden;Infraction= schending, breuk:Infraction of faith=trouwbreuk.Infrequence,-cy,infrîkw’ns(i), zeldzaamheid; adj.Infrequent,infrîkw’nt.Infringe,infrinž, inbreuk maken op, schenden, overtreden; subst.Infringement;Infringer.Infuriate,infjûriit, adj. woedend, razend:Infuriateverb. (infjûrieit), woedend of razend maken.Infuse,infjûz, ingieten, ingeven, inprenten, een infusie maken, drenken:Heinfused his life intohis poetry= legde in, doordrong;[276]Infuser;Infusibility, subst. v.Infusible,infjûzib’l, onsmeltbaar;Infusion,infjûž’n, ingieting, doordringing, infusie.Infusoria,infjusôriə, infusiediertjes; adj.Infusorial= tot deinfusoriabehoorend of die bevattende;Infusorian= infusiediertje.Ingathering,ingadhəriŋ, inzameling:Feast of Ingathering(2 Mos. 23, 16).Ingelow,indžəlou.Ingeminate,indžemineit, herhalen.Ingenious,indžîniəs, vernuftig, talentvol, vindingrijk, geestig; subst.Ingeniousness=Ingenuity,indžənjûiti.Ingenue,Fr. uitspr.naïef, onschuldig, ingenue; ook subst.Ingenuous,indženjuəs, oprecht, openhartig, ongekunsteld; subst.Ingenuousness.Ingest,indžest, voedsel in de maag brengen; subst.Ingestion.Ingle,iŋg’l, vuur, haard (Schotl.):Inthe ingle of a window= hoekje;Ingle-nook= hoekje van den haard.Inglorious,inglôriəs, roemloos, onbekend, schandelijk; subst.Ingloriousness.Ingoing,ingouiŋ, subst. het ingaan, aanvaarden; adj. binnengaand, een ambt aanvaardend.Ingot,iŋgət,in-got, baar of staaf (goud,zilver,staal).Ingraft,ingrâft, enten;Ingrafter= enter;Ingraftment.Ingrain,ingrein, (predikatief:ingrein), adj. in de wol geverfd, ingeworteld, doortrapt;Ingrainverb.ingrein,ingrein, in de wol verven, doordringen, verzadigen;Ingrain(-carpet)= in de wol geverfd vloerkleed.Ingram,iŋgram.Ingrate,ingreit, ondankbaar, ondankbare;Ingrateful,ingreitf’l, ondankbaar.Ingratiate,ingreišieit, (zich) in de gunst dringen bij (with),steeds reflexief.Ingratitude,ingratitjûd, ondankbaarheid.Ingredient,ingrîdj’nt, bestanddeel.Ingress,ingres, toegang, intrede, aanvaarding;Ingression= intrede.Ingulf,ingɐlf, (als in een afgrond) verzwelgen.Ingurgitate,ingɐ̂džiteit, verzwelgen; subst.Ingurgitation.Inhabit,inhabit, wonen, bewonen;Inhabitable= bewoonbaar;Inhabitancy= woonplaats, domicilie;Inhabitant= bewoner, inwoner;Inhabitation= bewoning.Inhalation,inhəleiš’n, subst. v.Inhale,inheil, inademen, inhaleeren:Inhaler= respirateur, inhaleertoestel.Inharmonic(al),inhâmonik(’l),Inharmonious,inhâmounjəs, onwelluidend.Inhaul(er),inhôl(ə), inhaler (zeeterm).Inhere,inhîə, onafscheidelijk verbonden zijn;Inherence,Inherency,inhîr’ns(i), onafscheidelijkheid, inhaerentie;Inherent= inhaerent:It is inherent in the blood= zit in het bloed.Inherit,inherit, erven;Inheritability, erfelijkheid, overerving;Inheritable= erfbaar;Inheritance= erfenis, erflating;Inheritor= erfgenaam; vr.Inheritress=Inheritrix.Inhibit,inhibit, terughouden, beletten, verbieden; subst.Inhibition,inhibiš’n, verbod tot het uitoefenen van geestelijke bedieningen, aangaan van schulden, geven van crediet; adj.Inhibitory.Inhospitable,inhospitəb’l, onherbergzaam, ongastvrij; subst.Inhospitality.Inhuman,inhjûm’n, onmenschelijk, wreed:Aninhuman hunger= verschrikkelijke honger; subst.Inhumanity,inhjumaniti.Inhumation,inhjumeiš’n, begraving;Inhume,inhjûm, begraving.Inimical,inimik’l, vijandelijk, schadelijk.Inimitability,inimitəbiliti, subst. v.Inimitable,inimitəb’l, onnavolgbaar; subst.Inimitableness.
Incarcerate,inkâsəreit, gevangen zetten;Incarcerated hernia= beklemde breuk;Incarceration= gevangenzetting, beklemming.Incarnate,inkâneit, vleesch worden:Tobe incarnated= vleesch (mensch) geworden; adj.inkânit:God incarnate= Godmensch;A devil incarnate,an incarnate fiend= een duivel in menschengestalte;Incarnation,inkâneiš’n, vleeschwording, verpersoonlijking, vleeschvorming.Incase,inkeis. ZieEncase.Incautious,inkôšəs, onvoorzichtig; subst.Incautiousness.Incendiarism,insendjərizm, brandstichting, ophitsing:Incendiary,insendjəri, subst. brandstichter, oproermaker, aanstoker; adj. brandstichtend, oproer stokend, ophitsend, vuur—, brand—.Incense,insens, subst. wierook (ookfig.);Incenseverb,insens,insens, bewierooken (ookfig.);Incense-boat= wierookdoosje.Incense,insens, woedend maken, vertoornen (against, with).Incentive,insentiv, aansporend, prikkelend; subst. aansporing, prikkeling.Inception,insepš’n, begin;Inceptive, beginnend, aanvangs—.Incessant,inses’nt, onophoudelijk, voortdurend; subst.Incessantness.Incest,insest, bloedschande;Incestuous,insestjuəs, bloedschendig; subst.Incestuousness.Inch,inš, 2,54 cM. (twaalfde deel van eenfoot), kleine hoeveelheid; eilandje (Schotl.):At an inch= precies, op een haar;Inch by inch= langzamerhand, voet voor voet:He diedby inches= langzaam;Of inches= rijzig;To an inch= precies;Within an inch= bijna;He isevery inch a king= in hart en nieren, een echte;He did notbate an inch= liet niets vallen;Give him an inch, he will take an ell= als men hem een vinger geeft, neemt hij de heele hand;This paper gives the storyfive inches of praise= twijfelachtigen lof =faint praise;He wasdressed within an inch of his life= piekfijn uitgedost;Ithrashed him within an inch of his life= sloeg hem bijna dood;We did itby inch-meal= bij stukjes en brokjes;Inch-rule= duimstok;Inch-stuff= vuren planken van een inch dikte;Inched(in samenst.):Three-inched.Inchoate,inkouit, begonnen, aanvangs - -; subst.Inchoation= aanvang;Inchoative,inkouətiv,inkoueitiv, beginnend, aanvangs …Incidence,insidens, de inval van een straal; het raken:Theincidence of taxation= het verdeelen;Angle of incidence= hoek van inval;Area of incidence= omvang van de beteekenis (woord);Line of incidence= lijn van inval;Incident,insident, invallend, voorkomend bij, eigen aan, toevallig; subst. bijomstandigheid, voorval:It isincident totravellers to get accidents= reizigers zijn aan ongelukken blootgesteld;Incident on (to) the occasion= die de gelegenheid meebrengt;Paintings of incident= genrestukken;Incidental,insident’l, bijkomend, toevallig, ondergeschikt, afhankelijk:It is incidental to= het behoort tot;Incidental upon= toevallig volgend op.Incinerate,insinəreit, tot asch verbranden;Incineration, lijkenverbranding (Amer.);Incinerator, oven voor verbranding van straatvuil, etc.Incipience, -cy,insipj’ns(i), begin;Incipient,insipj’nt, beginnend, eerste:Boys withincipient beards= met vlas om de kin.Incise,insaiz, insnijden, graveeren:Incised wound= snijwond;Incision,insiž’n, insnijding, kerf, snede, wond;Incisive,insaisiv, insnijdend, scherp, snij - -;Incisive teeth= snijtanden; subst.Incisiveness;Incisor,insaizə, snijtand;Incisory= snijdend, snij - -;Incisure= insnijding.Incitant,insitənt,insaitənt, prikkelend; subst. prikkel, opwekkingsmiddel;Incitation,insiteiš’n, aansporing, prikkel;Incite,insait, aansporen, prikkelen; subst.Incitement;Inciter.Incivility,insiviliti, onbeleefdheid, lompheid;Incivilization, gebrek aan beschaving.Incivism,insivizm, gebrek aan burgerzin.Inclemency,inklem’nsi, onmeedoogendheid, guurheid; adj.Inclement,inklem’nt.Inclinable,inklainəb’l, geneigd;Inclination,inklineiš’n, neiging, geneigdheid, helling, schuinte, inclinatie;Incline,inklain, subst. neiging, helling, hellend vlak;Inclineverb. (inklain), neigen, overhellen, geneigd zijn, hellen, richten, bewegen, brengen tot:He inclined to conservatism= helde over naar;Toincline lower= goedkooper worden;Inclined-plane= hellend vlak;Incliner.Inclose,inklouz, insluiten, omringen, omheinen, afrasteren:Inclosed letter= ingesloten brief;Inclosure,inkloužə, insluiting, omheining, het ingeslotene of omheinde.Include,inklûd, insluiten, omhelzen, bevatten:Costs included= met kosten;Not included= er niet onder begrepen;Inclusion,inklûž’n, insluiting, bevatting;Inclusive,inklûsiv, ingesloten, bevattend, insluitend, er in begrepen.Incog,inkog, (verkorting van):Incognito, incognito; onbekend (man);Incognita= onbekende (vrouw).Incoherence, -cy,inkouhîr’ns(i), gebrek aan samenhang of consequentie; adj.Incoherent.[271]Incombustibility,inkəmbɐstibiliti, subst. v.Incombustible,ink’mbɐstib’l, onverbrandbaar.Income,inkɐm, inkomen, inkomsten;Income-tax= inkomstenbelasting;Incomeless= zonder inkomen;Incomer= inbezitnemer, nieuwe huurder, opvolger;Incoming,inkɐmiŋ, bezit of ambt aanvaardend, inkomend; subst. ingang, winst, inkomsten (gewoonl. meerv.):Theincoming president= de nieuwe president.Incommensurability,inkəmenšərəbiliti, subst. v.Incommensurable,inkəmenšərəb’l, onderling onmeetbaar; subst.Incommensurableness;Incommensurate,inkəmenšərit, onderling onmeetbaar, onevenredig.Incommode,inkəmoud, lastig vallen, storen, belemmeren;Incommodious,inkəmoudjəs, hinderlijk, lastig; subst.Incommodiousness=Incommodity.Incommunicability,inkəmjunikəbiliti, subst. v.Incommunicable,inkəmjûnikəb’l, niet geschikt om te worden medegedeeld;Incommunicableness;Incommunicative= terughoudend, gesloten.Incomparable,inkompərəb’l, weergaloos, ongeëvenaard; subst.Incomparableness.Incompatibility,ink’mpatibiliti, onvereenigbaarheid:Incompatibility of temper= wederzijdsche antipathie;Incompatible,ink’mpatib’l, onvereenigbaar (with); ook subst.Incompetence, -cy,inkompitens(i), onbevoegdheid, ongeschiktheid, onbekwaamheid; adj.Incompetent,inkompitent.Incomplete,ink’mplît, onvolkomen, onvolledig; subst.Incompleteness=Incompletion,ink’mplîš’n, onvolledigheid.Incomprehensibility,inkomprihensibiliti, subst. v.Incomprehensible,inkomprihensib’l, onbegrijpelijk, onbegrensd; subst.Incomprehensibleness;Incomprehension= gebrek aan bevattingsvermogen;Incomprehensive= beperkt.Incompressibility,ink’mpresibiliti, onsamendrukbaarheid; adj.Incompressible.Inconceivability,ink’nsîvəbiliti, subst. v.Inconceivable,ink’nsîvəb’l, onbegrijpelijk.Inconclusive,ink’nklûsiv, niet beslissend, niet overtuigend, niet geëindigd, vergeefsch; subst.Inconclusiveness.Incondensability,inkəndensəbiliti, onverdichtbaarheid; adj.Incondensable.Incongruent,inkoŋgruent= Incongruous;Incongruity,ink’ngrûiti, gebrek aan overeenstemming of samenhang, ongerijmdheid;Incongruous,inkongruəs, niet bij elkaar passend, ongerijmd.Inconscious,inkonšəs=Unconscious.Inconsequence,inkonsikwens, valsche gevolgtrekking, inconsequentie; adj.Inconsequent;Inconsequential= inconsequent, onbelangrijk.Inconsiderable,inkənsiderəb’l, onbelangrijk, gering; subst.Inconsiderableness.Inconsiderate,inkənsidərit, onbezonnen, onbedachtzaam, weinig kiesch; subst.Inconsiderateness=Inconsideration.Inconsistency,inkənsist’nsi, subst. v.Inconsistent,inkənsist’nt, onbestaanbaar, onlogisch, niet passend, inconsequent.Inconsolable,ink’nsouləb’l, ontroostbaar; subst.Inconsolableness.Inconspicuous,inkənspikjuəs, onaanzienlijk, niet in ’t oog vallend; subst.Inconspicuousness.Inconstancy,inkonst’nsi, onstandvastigheid, veranderlijkheid, verscheidenheid;Inconstant,inkonst’nt, onbestendig, veranderlijk, vluchtig.Inconsumable,inkənsjûməb’l, onverteerbaar, onvernietigbaar.Incontestable,inkəntestəb’l, onbetwistbaar; subst.Incontestableness.Incontinence, Incontinency,inkontinens(i), onkuischheid, gebrek aan zelfbeheersching:Hisincontinence of speech, of money= loslippigheid, geld weggooien;Incontinent,inkontinent, subst. en adj. onkuisch(e);Incontinently= onmiddellijk.Incontrollable,inkəntrouləb’l, onbedwingbaar.Incontrovertible,inkontrəvɐ̂tib’l, onbetwistbaar.Inconvenience,ink’nvînj’ns, subst. ongerief, ongelegenheid;Inconvenienceverb. in ongelegenheid brengen, last aandoen; adj.Inconvenient.Inconvertibility,inkənvɐ̂tibiliti, subst. v.Inconvertible,inkənvɐ̂tib’l, onverwisselbaar, onveranderlijk, niet om te zetten in geld.Inconvincible,inkənvinsib’l, niet te overtuigen.Incorporate,inköpərit, adj. nauw verbonden, tot één lichaam gemaakt; niet lichamelijk of als rechtspersoon bestaande;Incorporateverb. (inköpəreit) tot één lichaam maken, als gewettigde corporatie, als rechtspersoon erkennen, in eene corporatie opnemen:Incorporated under the Companies Act 1860= als r. erkend overeenk. de wet van 1860 op de naamlooze vennootschappen;Incorporator,inköpəreitə, soort van flesch voor sla-aanmaaksel; oprichter;Incorporation,inköpəreiš’n, vereeniging tot één lichaam, innige menging, etc.Incorporeal,inköpôriəl, onlichamelijk, onstoffelijk; subst.Incorporeity.Incorrect,inkərekt, onjuist, onwaar; subst.Incorrectness.Incorrigibility,inkoridžibiliti, subst. v.Incorrigible,inkoridžib’l, subst. en adj. onverbeterlijk(e); subst.Incorrigibleness.Incorrodible,inkəroudib’l, niet wegroestend.Incorrupt,inkərɐpt, onbedorven, eerlijk, onomkoopbaar;Incorruptibility,inkərɐptibiliti, subst. v.Incorruptible,inkərɐptib’l, onomkoopbaar, onbederfbaar;Incorruptness,inkərɐptnəs, reinheid, onverdorvenheid.Incrassate,inkraseit, verdikken, dikker worden;Incrassation= verdikking.Increase,inkrîs, toename, vermeerdering, aanwas; winst, nut, nakomelingschap:Tobe on the increase= toenemen;The moon ison the increase= aan het toenemen of wassen;Increase,inkrîs, toenemen, aanwassen, vermeerderen, vergrooten, versterken:Toincrease the front= opmarcheeren.Incredibility,inkredibiliti, subst. v.Incredible,[272]inkredib’l, ongeloofelijk; subst.Incredibleness.Incredulity,inkrədjûliti, ongeloof, twijfelzucht; adj.Incredulous,inkredjulɐs.Increment,inkriment, aanwas, vermeerdering, het toegevoegde, differentiaal:Unearned increment= toevallige waardevermeerdering (van huizen, enz.).Incriminate,inkrimineit, van eene misdaad beschuldigen;Incrimination;Incriminatory,inkriminətəri, beschuldigend.Incrust,inkcrɐst, incrusteeren, inleggen;Incrustate,inkrɐstit, omkorst;Incrustation, incrustatie, ingelegd werk =Incrustment.Incubate,inkjubeit, (uit)broeden;Incubation, (uit)broeding, incubatie;Incubative= broedend, incubatie …;Incubator= incubator, broedmachine.Incubus,inkjubɐs, nachtmerrie, zwarte last, hindernis:The questionrode her mind like an incubus= werd haar tot een ware nachtmerrie.Inculcate,inkɐlkeit, inprenten; subst.Inculcation.Inculpate,inkɐlpeit,inkɐlpeit, beschuldigen, aanklagen; subst.Inculpation;Inculpatory= aanklagend, beschuldigend.Incumbency,inkɐmb’nsi, prebende; verplichting, last; het liggen op iets;Incumbent,inkɐmb’nt, subst. de met een prebende begiftigde (RectorofVicar); adj. liggend, rustend, opgelegd als een plicht:Ifeel it incumbent onme= beschouw het als mijn plicht.Incumbrance,inkɐmbr’ns, belemmering, bezwaar, hypotheek:Without incumbrance= zonder vrouw of kind;A wife and seven incumbrances= … en zeven kinderen tot zijn last.Incunabulum,inkjunabjul’m, wiegedruk, boek vóór 1500 gedrukt.Incur,inkɐ̂, oploopen, zich op den hals halen:Toincur debts= schulden maken.Incurability,inkjurəbiliti, subst. v.Incurable,inkjûrəbl, ongeneeslijk, hopeloos; ook subst.:A Home for Incurables= ongeneeslijke zieken; subst.Incurableness.Incuriosity,inkjuriositi, subst. v.Incurious,inkjûriəs, onverschillig, zorgeloos; subst.Incuriousness.Incursion,inkɐ̂š’n, inval, strooptocht; adj.Incursive.Incurvate,inkɐ̂vit, adj. gebogen, gekromd;Incurvateverb.inkɐ̂veit,inkɐ̂veit, buigen, krommen; subst.Incurvation;Incurve,inkɐ̂v, krommen, zich naar binnen buigen.Incus,iŋkəs, aambeeldsbeentje.Indebted,indetid, verplicht, schuldig:He wasindebted to her in a large sum= eene groote som gelds schuldig;I amindebted to you for it= dank het u;Indebtedness= verschuldigd zijn, schuld.Indecence, Indecency,indîs’ns(i), onwelvoeglijkheid, onbetamelijkheid;Indecent= onwelvoegelijk:Indecent assault= aanranding der eerbaarheid;Indecent exposure= onwelvoeglijke ontblooting.Indeciduous,indisidjuəs, niet afvallend (van bladeren, enz.), altijd groen.Indecipherable,indisaifərəb’l, niet te ontcijferen of te ontwarren.Indecision,indisiž’n, besluiteloosheid; adj.Indecisive,indisaisiv; subst.Indecisiveness.Indeclinable,indiklainəb’l, subst. en adj. onverbuigbaar (woord).Indecomposable,indîk’mpouzəb’l, onscheidbaar (Chem.).Indecorous,indikôrəs,indekɐrɐs, onwelvoegelijk; subst.Indecorousness=Indecorum,indikôr’m.Indeed,indîd, inderdaad, voorwaar, voorzeker; int. wat je zegt! och kom! zoo! ja wel!Kind indeed!= Vriendelijk? ’t mocht wat!Indefatigability,indifatigəbiliti, subst. v.Indefatigable,indifatigəb’l, onvermoeid; subst.Indefatigableness.Indefeasibility,indifîzibiliti, subst. v.Indefeasible,indifîzib’l, onvervreemdbaar, onschendbaar, onaantastbaar.Indefectible,indifektib’l, onfeilbaar, onvergankelijk.Indefensibility,indifensibiliti, subst. v.Indefensible,indifensib’l, onverdedigbaar.Indefinable,indifainəbl, onverklaarbaar, niet omschrijfbaar, raadselachtig.Indefinite,indefinit, onbepaald, onbegrensd, oneindig; subst.Indefiniteness;Prorogued indefinitely= voor onbep. tijd uitgesteld.Indelible,indelib’l, onuitwischbaar.Indelicacy,indelikəsi, onkieschheid, grofheid; adj.Indelicate,indelikit.Indemnification,indemnifikeiš’n, schadeloosstelling;Indemnify,indemnifai, schadeloos stellen (for);Indemnity,indemniti, schadeloosstelling, vergoeding, indemniteit.Indent,indent, inkerven, uittanden, inkrassen, inspringen (bij het drukken), een contract in duplo maken, in de leer gaan (bij contract), bestellen, requireeren, aanspreken; indrukken, deuken; subst.indent, inkerving, bestelling, requisitie;Indentation= inkerving, uittanding =Indention, ook: inspringing;Indenture,indentšə, subst. gezegeld verdrag, uittanding;Indentureverb, inkerven:Apprentice’s indenture= (leerling)contract;Indenture of mortgage= hypotheekacte;The indentures were cancelled= de contracten werden vernietigd;Tomake indentures= slingeren als een dronken man.Independence,indipend’ns, onafhankelijkheid, onafhankelijk bestaan, vermogen:Independence Day= 4 Juli (herdenking van de Amerikaansche onafhankelijkheidsverklaring 4 Juli 1776);Independent,indipend’nt, onafhankelijk, onbevooroordeeld, tot deIndependentenbehoorende; subst. afgescheidene, wilde:Independent as to means= financ. onafhankelijk;The Independents= godsdienstige, van de Staatskerk afgescheiden sekte.Indescribability,indiskraibəbiliti, subst. v.Indescribable,indiskraibəb’l, onbeschrijfelijk;Indescribables= pantalon, broek.Indestructibility,indistrɐktibiliti, subst. v.Indestructible,indistrɐktib’l, onvernietigbaar.Indeterminable,inditɐ̂minəb’l, onbepaalbaar.Indeterminate,inditɐ̂minit, onbepaald, besluiteloos; subst.Indeterminateness.[273]Index,indeks(Meerv.IndexesofIndices,indisîz; dit laatste in de algebra: exponenten), subst. wijzer, bladwijzer, inhoudsopgaaf, arm van wegwijzer, tong, exponent;Indexverb. van een index voorzien, op den index plaatsen, aanwijzen (out):Index expurgatory= lijst van boeken, die eerst van de dwalingen moeten worden gezuiverd vóór ze door Katholieken mogen worden gelezen;Index prohibitory= lijst van de door de R.K. kerk verboden boeken;To beplaced on the Index;Index-finger= wijsvinger.India,indjə, Voor-Indië:Further India= Achter-Indië;India ink;Indiaman= Oostinjevaarder;India office= ministerie van koloniën;India rubber=Indian rubber;Indian= Indisch, Indiaansch; subst. Indiër, Indischman, roodhuid:Indian anis= steranijs;A retired member of theIndian Civil Service= gepensioneerd Indisch ambtenaar;Board ofIndian Civil Service Studies= Raad voor de studie voor de Brit. Ind. ambtenaarsexamens;Indian corn= maïs;Indian cress= Oostindische kers;Indian file= achter elkaar;Indian fire= soort van Bengaalsch vuur als signaalvuur;Indian ink= Oostindische inkt;An Indian inky day= sombere;Indianlike= als een Indiër of Indiaan;Indian-reed,Indian-shot= Oostindisch riet;Indian rubber= gomelastiek, caoutchouc; overschoen =Indian rubber shoe;Indian summer= warme nazomer;Indian yellow= Oostindisch geel;The Indies= Indië.Indiana,indjanə;Indianapolis,indjənapəlis.Indicant,indik’nt, aanwijzend; subst. symptoom:Indicant days= crisis;Indicate,indikeit, aanwijzen, aanduiden; subst.Indication;Indicative,indikətiv,indikətiv, subst. en adj. aantoonend(e wijs);Indicator,indikeitə, indicateur; adj.Indicatory,Indict,indait, beschuldigen, aanklagen:Indicted for murder;Indictable offence= een zwaar misdrijf (dat door de ‘Grand Jury’ berecht moet worden);Indicter(=Indictor);Indictment= aanklacht; beslissing van deGrand Jury, na onderzoek, om rechtsingang te verleenen.Indifference,indifərens, onverschilligheid, onpartijdigheid, middelmatigheid;Indifferent= onverschillig(e), van geene beteekenis, tamelijk, zoo-zoo:He isin indifferent health= niet recht gezond;Indifferent pictures= van geen bijzondere waarde;Indifferently printed= niet bijzonder fraai gedrukt;Tosleep indifferently= vrij slecht;These words areused indifferently= door elkander;Indifferentism,indifər’ntizm, stelselmatige onverschilligheid, vooral in godsdienst.Indigence, -cy,indidžens(i), gebrek, nooddruft, armoede.Indigene,indidžîn, oorspronkelijke bewoner;Indigenous,indidžinɐs, inlandsch, aangeboren, inherent.Indigent,indidžent, behoeftig, arm.Indigested,indidžestid, onverwerkt, onrijp, verward, vormloos;Indigestible,indidžestib’l, onverteerbaar, onduldbaar; subst.Indigestibleness;Indigestion,indidžestj’n, slechte spijsvertering;Indigestive= dyspeptisch.Indignant,indign’nt, verontwaardigd;Indignation,indigneiš’n, verontwaardiging:Indignation-meeting= protest meeting (Amer.);Indignity=indigniti, smaad, hoon, beleediging.Indigo,indigou, indigo;Indigo-bird= Indigo vink;Indigo composition= indigotinctuur;Indigo-plant= indigoplant;Indigometer,indigomətə, indigometer;Indigotin,indigətin, indigoblauw.Indirect,indirekt, niet recht, onoprecht, slinksch:Indirect evidence= derivatief bewijs;Indirect-tax= indirecte belasting;Indirection,indirekš’n, oneerlijke practijk, list;Indirectness, scheefheid, omweg, onoprechtheid.Indiscernible,indizɐ̂nib’l, niet te onderscheiden; subst.Indiscernibleness.Indiscoverable,indiskɐvərəb’l, niet te ontdekken, onbegrijpelijk.Indiscreet,indiskrît, onverstandig, onbezonnen, onbescheiden, indiscreet; subst.Indiscretion,indiskreš’n:Years of indiscretionvlegeljaren.Indiscriminate,indiskriminit, niet te onderscheiden; niet onderscheiden; zonder onderscheid, door elkaar;Indiscriminating= geen onderscheid makend, blind;Indiscrimination,indiskrimineiš’n, gebrek aan onderscheiding(svermogen), verwardheid.Indispensability,indispensəbiliti, subst. v.Indispensable,indispensəb’l, onvermijdelijk, onmisbaar: subst.Indispensableness.Indispose,indispouz, ongunstig stemmen, ongeschikt of ongesteld maken;Indisposed;Indisposition,indispəziš’n, afkeer(igheid), ongesteldheid.Indisputability,indispjutəbiliti, subst. v.Indisputable,indispjutəb’l,indispjûtəb’l, onbetwistbaar;Indisputed,indispjûtid, onbetwist.Indissolubility,indisəl(j)ubiliti, subst. v.Indissoluble,indisəl(j)ub’l,indisoljub’l, onoplosbaar, onverbreekbaar;Indissolvable,indizolveb’l, onoplosbaar.Indistinct,indistiŋkt, onduidelijk, verward; subst.Indistinctness.Indistinguishable,indistiŋgwišəb’l, niet te onderscheiden; subst.Indistinguishableness.Indite,indait, schrijven, opstellen;Inditer.Individual,individjuəl, individueel, persoonlijk, eigendommelijk; subst. persoon, individu;Individualism= individualisme, zelfzucht;Individuality,individjualiti, eigenaardig karakter, individualiteit;Individualization= subst. v.Individualize= onderscheiden, als een individu kenmerken;Individuate,individjueit, individualiseeren; subst.Individuation.Indivisibility,indivizibiliti, subst. v.Indivisible,indivizib’l, subst. en adj. ondeelbaar (iets).Indo,indou, (in samenstellingen):Indo-Briton= iemand met een Engelschen vader en eene Brit. Ind. moeder;Indo-China;Indo-Chinese= behoorende tot het Z.O. schiereiland v. Azië;Indo-English= de in Indië geboren of wonende Engelschen betreffend;Indo-European= Arisch, Indo-germaansch;[274]Indo-Germanic= Arisch, Indo-germaansch.Indocile,indousil,indosil, onleerzaam, onhandelbaar; subst.Indocility,indəsiliti.Indoctrinate,indoktrineit, onderwijzen, in een stelsel inleiden of er mede vertrouwd maken:I indoctrinated him withthese notions; subst.Indoctrination.Indolence,indəlens, vadsigheid, traagheid, pijnloosheid; adj.Indolent,indəlent:Indolent tumour= pijnloos gezwel.Indomitable,indomitəb’l, ontembaar, onoverwinnelijk.Indoor,indö, adj. binnen, huiselijk, huis …:Indoors,indöz,indöz, adv. binnenshuis, thuis.Indorse,indös, ZieEndorse.Indraught,Indraft,indrâft, binnenstroomen van water of lucht.Indubitable,indjûbitəb’l,Indubitate,indjûbitit, ontwijfelbaar.Induce,indjûs, bewegen, nopen, veroorzaken, induceeren;Inducement= aanleiding, beweegreden, drijfveer, prikkel.Induct,indɐkt, inwijden, installeeren; (into), in een (geestelijk) ambt bevestigen;Induction,indɐkš’n, begin, installatie, bevestiging, inductie (electr.), inleiding, gevolgtrekking uit waargenomen feiten;Induction-coil= inductierol (-klos);Inductive= inleidend, door gevolgtrekking uit waargenomen feiten, inductie, inductief..:Inductive method;Inductive sciences= op waarneming gegronde wetenschappen;Inductor= hij, die installeert, inductor (Electr.).Indue,indjû, bekleeden, verschaffen.Indulge,indɐldž, toegeven, zich overgeven, voeden, koesteren, verwennen, zuipen:Sheindulges her children too much= geeft te veel toe;Toindulge a dream= koesteren;Heindulges in indolence= geeft zich over aan;This writerindulges himself witha trifle of exaggeration= veroorlooft zich eenige overdrijving;Weindulged ourselves withtickets for the opera= permitteerden ons de weelde;Indulgence,Indulgency= toegevendheid, verdraagzaamheid, uitstel van betaling, uitspatting, aflaat;Indulgent= toegeeflijk, zacht.Indurate,indjureit, verharden, ongevoelig maken, worden; subst.Induration.Industrial,indɐstriəl, vlijtig, nijverheids..; subst. industriëel:Industrial exhibition= nijverheidstentoonstelling;Industrial school= ambachtsschool; ook soort tuchtschool;Industrial school-ship= opleidingsschip voor verwaarloosde kinderen;Apenal industrial settlement= strafkolonie;Industrious,indɐstriəs, vlijtig, nijver, arbeidzaam;Industry,indəstri, ijver, vlijt, nijverheid:School of industry.Inebriant,inîbriənt, dronken makend (middel);Inebriate,inîbri-it, subst. en adj. dronken (mensch);Inebriantverb.inîbrieit, dronken maken;Inebriation= dronkenschap, roes;Inebriety,inibraiiti, dronkenschap (vooral van een ‘habitual drunkard’).Inedited,ineditid, onuitgegeven.Ineffability,inefəbiliti, subst. v.Ineffable,inefəb’l, onuitsprekelijk.Ineffaceable,inefeisəb’l, onuitwischbaar.Ineffective,inefektiv, zonder uitwerking, vruchteloos, ondeugdelijk; subst. onbruikbaar mensch; subst.Ineffectiveness;Ineffectual,inefektjuəl=Ineffective.Inefficacious,inefikeišəs, zonder uitwerking, vruchteloos; subst.Inefficaciousness=Inefficancy=Inefficiency, ook onbekwaamheid; adj.Inefficient.Inelegance,ineləg’ns, smakeloosheid, onbevalligheid; adj.Inelegant,ineləg’nt.Ineligible,inelidžib’l, onverkieslijk, onverkiesbaar.Inept,inept, ongerijmd, dwaas; subst.Ineptitude=Ineptness.Inequality,inikwoliti, ongelijkheid, oneffenheid, verschil, onbevoegdheid, partijdigheid.Inequilateral,inîkwilatər’l, ongelijkzijdig.Inequitable,inekwitəb’l, onbillijk.Inequity,inekwiti, onbillijkheid.Ineradicable,iniradikəb’l, onuitroeibaar.Inert,inɐ̂t, bewegingloos, log, traag;Inertia,inɐšə, traagheid (Natuurk.) =Vis inertiae(inɐ̂ši-î);Inertion=Inertness= traagheid.Inessential,inəsenš’l. ZieUnessential.Inestimable,inestiməb’l, onschatbaar.Inevitability,inevitəbiliti, subst. v.Inevitable,inevitəb’l, onvermijdelijk; subst.Inevitableness.Inexact,inəgzakt, onnauwkeurig; subst.Inexactitude=Inexactness.Inexcitable,inəksaitəb’l, loom, lusteloos.Inexcusable,inəkskjûzəb’l, onvergeeflijk; subst.Inexcusableness.Inexhaustibility,inəgz(h)ôstibiliti, subst. v.Inexhaustible,inəgz(h)ôstib’l, onuitputtelijk, onvermoeid =Inexhaustive,inəgz(h)ôstiv, niet uitputtend.Inexorability,ineksərəbiliti, subst. v.Inexorable,ineksərəb’l, onverbiddelijk; subst.Inexorableness.Inexpedience,-cy,inəkspîdj’ns(i), ongeschiktheid, onraadzaamheid; adj.Inexpedient,inəkspîdj’nt.Inexpensive,inəkspensiv, goedkoop.Inexperience,inəkspîrj’ns, onervarenheid;Inexperienced= onervaren, onbevaren.Inexpert,inəkspɐ̂t, onbedreven; subst.Inexpertness.Inexpiable,inekspiəb’l, onverzoenbaar; subst.Inexpiableness.Inexplicability,ineksplikəbiliti, subst. v.Inexplicable,ineksplikəb’l, onverklaarbaar:Inexplicables= broek; subst.Inexplicableness.Inexpressible,inəkspresib’l, onuitsprekelijk;Inexpressibles= broek;Inexpressive,inəkspresiv, zonder uitdrukking.Inexpugnable,inəkspɐgnəb’l,inəkspjûnəb’l, onoverwinnelijk, onneembaar.Inextinguishable,inəkstiŋgwišəb’l, onbluschbaar.Inextricable,inekstrikəb’l, niet ontwarbaar; subst.Inextricableness.Inez,ainîz.Infallibilism,infalibilizm, het dogma van, en het geloof aan de pauselijke onfeilbaarheid;Infallibility,infalibiliti, onfeilbaarheid;Infallible,infalib’l, onfeilbaar, zeker; subst.Infallibleness.Infamous,infəmɐs, schandelijk, verfoeilijk,[275]berucht;Infamy,infəmi, schande, laagheid.Infancy,inf’nsi, kindsheid, minderjarigheid, aanvang, eerste stadium.Infant,inf’nt, kind, minderjarige; adj. klein, teeder, kinderlijk; kinder …:Infant in arms= schootkindje;Infant games;Infant mortality;Infant-school,Infants’ school= bewaarschool;Hisinfant son= zoontje;Infanta,infantə,Infante,infanti, koninklijke prinses of prins, behalve de troonopvolgster of den troonopvolger (Spanje);Infanticide,infantisaid, kindermoord(enaar);Infantile,inf’nt(a)il,Infantine,inf’nt(a)in, kinderachtig; kinderlijk =Infantlike.Infantry,inf’ntri, infanterie:Infantryman= infanterist.Infatuate,infatjueit;Infatuated= blind ingenomen met, dwaas verliefd op(with);Infatuation,infatjueiš’n, verdwaasdheid, dwaze verliefdheid.Infect,infekt, besmetten, aansteken;Infection= besmetting, smetstof:Tocatch (take) the infection= besmet, aangestoken worden;Infectious,infekšəs, besmettelijk, aanstekelijk; subst.Infectiousness;Infective=Infectious.Infecundity,infikɐnditi, onvruchtbaarheid.Infelicitous,infilisitɐs, ongelukkig;Infelicity,infilisiti, ongeluk, ellende, rampspoed, ongelukkig gekozen uitdrukking.Infer,infɐ̂, eene gevolgtrekking maken, een besluit trekken;Inferable= afleidbaar, volgend;Inference,infərens, gevolgtrekking;Inferential,infərenš’l, afleidbaar =By inference;I could only gather itinferentially= slechts uit het medegedeelde opmaken.Inferior,infîriə, minder, lager, ondergeschikt; ook subst.:I aminferior tonone in love of country= doe voor niemand onder;Inferiority,infîrioriti, minderheid.Infernal,infɐ̂n’l, helsch, duivelsch, verfoeilijk, kolossaal, kras:Infernal machine= helsche machine;Infernal-stone= helsche steen.Inferno,infɐ̂nou, de hel.Infertile,infɐ̂t(a)il, onvruchtbaar; subst.Infertility.Infest,infest, aanvallen, overvallen, invallen, verwoesten, onveilig maken, kwellen; wemelen van (=Tobe infested with); subst.Infestation.Infidel,infidel, subst. en adj. ongeloovig(e);Infidelity,infideliti, ongeloof, twijfelzucht, ontrouw, verraad, bedrog.Infiltrate,infiltreit, insijpelen, langzaam doordringen; subst.Infiltration.Infinite,infinit, oneindig, grenzeloos; subst. oneindigheid, oneindige ruimte, onbepaalde hoeveelheid, Hoogste Wezen;Infinitesimal,infinitesim’l, oneindig klein;Infinitude,infinitjûd,Infinity,infiniti, oneindigheid.Infinitival,infinitaiv’l,infinitiv’l, tot de onbep. wijs behoorend;Infinitive,infinitiv, onbepaalde wijs.Infirm,infɐ̂m, zwak, onzeker, weifelend;Infirmarian,infɐ̂mêriən, ziekentrooster;Infirmary= ziekenhuis;Infirmity= zwakheid (ookfig.); ziekelijkheid =Infirmness.Infix,infiks, inplanten, inprenten.Inflame,infleim, doen ontvlammen, verbitteren, doen gloeien; gloeiend worden:Heinflamed them againstEngland= zette ze op tegen;Inflammability,inflaməbiliti, ontvlambaarheid, ookfig.;Inflammable,inflaməb’l, ontvlambaar (Inflammables= brandbare lichamen); subst.Inflammableness;Inflammation,infləmeiš’n, ontbranding, opwinding, ontsteking;Inflammatory,inflamətəri, prikkelend, ontsteking veroorzakend, opruiend.Inflatable,infleitəb’l, opblaasbaar;Inflate,infleit, opblazen, uitzetten, opdrijven, opgeblazen maken;Inflater= fietspomp;Inflation= opblazing, kunstmatige opdrijving, etc.:Theinflation of (To inflate) worthless securitieswith an artificial value;Inflationist,infleišənist, voorstander van de vermeerdering van papieren geld; agioteur (Amer.);Inflator=Inflater;Inflatus= inspiratie.Inflect,inflekt, buigen, krommen, verbuigen, moduleeren;Inflection= (ver)buiging, kromming, buigingsvorm, modulatie;Inflectional= buigings …;Inflexibility, subst. v.Inflexible,infleksib’l, onbuigzaam, onverbiddelijk;Inflexion(al)=Inflection(al).Inflict,inflikt, opleggen (van boete of straf), doen gevoelen, toebrengen;Infliction,inflikš’n, het toebrengen, opgelegde straf, last, bezoeking.Inflorescence,inflores’ns, bloeiwijze.Inflow,inflou. ZieInflux.Influence,influens, subst. invloed, macht;Influenceverb. invloed hebben op, inwerken op:Hehas influence at Court= invloed aan het hof;These thingshave no influence with me= hebben geen invloed;Hebragged of influence overhis mother= dat hij zijne moeder naar zijne hand kon zetten;Influential,influenš’l, invloedrijk;Influenza,influenzə, griep; besmettelijke paardenziekte.Influx,inflɐks, instrooming, toevoer, toevloed.Inform,inföm, onderrichten, mededeelen, aangeven; vorm geven aan, bezielen:Heinformed againstme= diende een aanklacht in tegen mij;Heinformed me of it= berichtte het mij;His book isinformed withintense conviction= is bezield door, gloeit van;Informed withone spirit= bezield;Informant= aanbrenger, zegsman;Information,infömeiš’n, kennis, bericht, inlichting(en), kennisgeving, geschreven beëedigde aanklacht;Informer= aanklager:Common informer= verklikker.Informal,inföm’l, niet formeel;Informality= informaliteit.Infra,infrə:Infra dig= beneden de waardigheid.Infract,infrakt, schenden;Infraction= schending, breuk:Infraction of faith=trouwbreuk.Infrequence,-cy,infrîkw’ns(i), zeldzaamheid; adj.Infrequent,infrîkw’nt.Infringe,infrinž, inbreuk maken op, schenden, overtreden; subst.Infringement;Infringer.Infuriate,infjûriit, adj. woedend, razend:Infuriateverb. (infjûrieit), woedend of razend maken.Infuse,infjûz, ingieten, ingeven, inprenten, een infusie maken, drenken:Heinfused his life intohis poetry= legde in, doordrong;[276]Infuser;Infusibility, subst. v.Infusible,infjûzib’l, onsmeltbaar;Infusion,infjûž’n, ingieting, doordringing, infusie.Infusoria,infjusôriə, infusiediertjes; adj.Infusorial= tot deinfusoriabehoorend of die bevattende;Infusorian= infusiediertje.Ingathering,ingadhəriŋ, inzameling:Feast of Ingathering(2 Mos. 23, 16).Ingelow,indžəlou.Ingeminate,indžemineit, herhalen.Ingenious,indžîniəs, vernuftig, talentvol, vindingrijk, geestig; subst.Ingeniousness=Ingenuity,indžənjûiti.Ingenue,Fr. uitspr.naïef, onschuldig, ingenue; ook subst.Ingenuous,indženjuəs, oprecht, openhartig, ongekunsteld; subst.Ingenuousness.Ingest,indžest, voedsel in de maag brengen; subst.Ingestion.Ingle,iŋg’l, vuur, haard (Schotl.):Inthe ingle of a window= hoekje;Ingle-nook= hoekje van den haard.Inglorious,inglôriəs, roemloos, onbekend, schandelijk; subst.Ingloriousness.Ingoing,ingouiŋ, subst. het ingaan, aanvaarden; adj. binnengaand, een ambt aanvaardend.Ingot,iŋgət,in-got, baar of staaf (goud,zilver,staal).Ingraft,ingrâft, enten;Ingrafter= enter;Ingraftment.Ingrain,ingrein, (predikatief:ingrein), adj. in de wol geverfd, ingeworteld, doortrapt;Ingrainverb.ingrein,ingrein, in de wol verven, doordringen, verzadigen;Ingrain(-carpet)= in de wol geverfd vloerkleed.Ingram,iŋgram.Ingrate,ingreit, ondankbaar, ondankbare;Ingrateful,ingreitf’l, ondankbaar.Ingratiate,ingreišieit, (zich) in de gunst dringen bij (with),steeds reflexief.Ingratitude,ingratitjûd, ondankbaarheid.Ingredient,ingrîdj’nt, bestanddeel.Ingress,ingres, toegang, intrede, aanvaarding;Ingression= intrede.Ingulf,ingɐlf, (als in een afgrond) verzwelgen.Ingurgitate,ingɐ̂džiteit, verzwelgen; subst.Ingurgitation.Inhabit,inhabit, wonen, bewonen;Inhabitable= bewoonbaar;Inhabitancy= woonplaats, domicilie;Inhabitant= bewoner, inwoner;Inhabitation= bewoning.Inhalation,inhəleiš’n, subst. v.Inhale,inheil, inademen, inhaleeren:Inhaler= respirateur, inhaleertoestel.Inharmonic(al),inhâmonik(’l),Inharmonious,inhâmounjəs, onwelluidend.Inhaul(er),inhôl(ə), inhaler (zeeterm).Inhere,inhîə, onafscheidelijk verbonden zijn;Inherence,Inherency,inhîr’ns(i), onafscheidelijkheid, inhaerentie;Inherent= inhaerent:It is inherent in the blood= zit in het bloed.Inherit,inherit, erven;Inheritability, erfelijkheid, overerving;Inheritable= erfbaar;Inheritance= erfenis, erflating;Inheritor= erfgenaam; vr.Inheritress=Inheritrix.Inhibit,inhibit, terughouden, beletten, verbieden; subst.Inhibition,inhibiš’n, verbod tot het uitoefenen van geestelijke bedieningen, aangaan van schulden, geven van crediet; adj.Inhibitory.Inhospitable,inhospitəb’l, onherbergzaam, ongastvrij; subst.Inhospitality.Inhuman,inhjûm’n, onmenschelijk, wreed:Aninhuman hunger= verschrikkelijke honger; subst.Inhumanity,inhjumaniti.Inhumation,inhjumeiš’n, begraving;Inhume,inhjûm, begraving.Inimical,inimik’l, vijandelijk, schadelijk.Inimitability,inimitəbiliti, subst. v.Inimitable,inimitəb’l, onnavolgbaar; subst.Inimitableness.
Incarcerate,inkâsəreit, gevangen zetten;Incarcerated hernia= beklemde breuk;Incarceration= gevangenzetting, beklemming.
Incarnate,inkâneit, vleesch worden:Tobe incarnated= vleesch (mensch) geworden; adj.inkânit:God incarnate= Godmensch;A devil incarnate,an incarnate fiend= een duivel in menschengestalte;Incarnation,inkâneiš’n, vleeschwording, verpersoonlijking, vleeschvorming.
Incase,inkeis. ZieEncase.
Incautious,inkôšəs, onvoorzichtig; subst.Incautiousness.
Incendiarism,insendjərizm, brandstichting, ophitsing:Incendiary,insendjəri, subst. brandstichter, oproermaker, aanstoker; adj. brandstichtend, oproer stokend, ophitsend, vuur—, brand—.
Incense,insens, subst. wierook (ookfig.);Incenseverb,insens,insens, bewierooken (ookfig.);Incense-boat= wierookdoosje.
Incense,insens, woedend maken, vertoornen (against, with).
Incentive,insentiv, aansporend, prikkelend; subst. aansporing, prikkeling.
Inception,insepš’n, begin;Inceptive, beginnend, aanvangs—.
Incessant,inses’nt, onophoudelijk, voortdurend; subst.Incessantness.
Incest,insest, bloedschande;Incestuous,insestjuəs, bloedschendig; subst.Incestuousness.
Inch,inš, 2,54 cM. (twaalfde deel van eenfoot), kleine hoeveelheid; eilandje (Schotl.):At an inch= precies, op een haar;Inch by inch= langzamerhand, voet voor voet:He diedby inches= langzaam;Of inches= rijzig;To an inch= precies;Within an inch= bijna;He isevery inch a king= in hart en nieren, een echte;He did notbate an inch= liet niets vallen;Give him an inch, he will take an ell= als men hem een vinger geeft, neemt hij de heele hand;This paper gives the storyfive inches of praise= twijfelachtigen lof =faint praise;He wasdressed within an inch of his life= piekfijn uitgedost;Ithrashed him within an inch of his life= sloeg hem bijna dood;We did itby inch-meal= bij stukjes en brokjes;Inch-rule= duimstok;Inch-stuff= vuren planken van een inch dikte;Inched(in samenst.):Three-inched.
Inchoate,inkouit, begonnen, aanvangs - -; subst.Inchoation= aanvang;Inchoative,inkouətiv,inkoueitiv, beginnend, aanvangs …
Incidence,insidens, de inval van een straal; het raken:Theincidence of taxation= het verdeelen;Angle of incidence= hoek van inval;Area of incidence= omvang van de beteekenis (woord);Line of incidence= lijn van inval;Incident,insident, invallend, voorkomend bij, eigen aan, toevallig; subst. bijomstandigheid, voorval:It isincident totravellers to get accidents= reizigers zijn aan ongelukken blootgesteld;Incident on (to) the occasion= die de gelegenheid meebrengt;Paintings of incident= genrestukken;Incidental,insident’l, bijkomend, toevallig, ondergeschikt, afhankelijk:It is incidental to= het behoort tot;Incidental upon= toevallig volgend op.
Incinerate,insinəreit, tot asch verbranden;Incineration, lijkenverbranding (Amer.);Incinerator, oven voor verbranding van straatvuil, etc.
Incipience, -cy,insipj’ns(i), begin;Incipient,insipj’nt, beginnend, eerste:Boys withincipient beards= met vlas om de kin.
Incise,insaiz, insnijden, graveeren:Incised wound= snijwond;Incision,insiž’n, insnijding, kerf, snede, wond;Incisive,insaisiv, insnijdend, scherp, snij - -;Incisive teeth= snijtanden; subst.Incisiveness;Incisor,insaizə, snijtand;Incisory= snijdend, snij - -;Incisure= insnijding.
Incitant,insitənt,insaitənt, prikkelend; subst. prikkel, opwekkingsmiddel;Incitation,insiteiš’n, aansporing, prikkel;Incite,insait, aansporen, prikkelen; subst.Incitement;Inciter.
Incivility,insiviliti, onbeleefdheid, lompheid;Incivilization, gebrek aan beschaving.
Incivism,insivizm, gebrek aan burgerzin.
Inclemency,inklem’nsi, onmeedoogendheid, guurheid; adj.Inclement,inklem’nt.
Inclinable,inklainəb’l, geneigd;Inclination,inklineiš’n, neiging, geneigdheid, helling, schuinte, inclinatie;Incline,inklain, subst. neiging, helling, hellend vlak;Inclineverb. (inklain), neigen, overhellen, geneigd zijn, hellen, richten, bewegen, brengen tot:He inclined to conservatism= helde over naar;Toincline lower= goedkooper worden;Inclined-plane= hellend vlak;Incliner.
Inclose,inklouz, insluiten, omringen, omheinen, afrasteren:Inclosed letter= ingesloten brief;Inclosure,inkloužə, insluiting, omheining, het ingeslotene of omheinde.
Include,inklûd, insluiten, omhelzen, bevatten:Costs included= met kosten;Not included= er niet onder begrepen;Inclusion,inklûž’n, insluiting, bevatting;Inclusive,inklûsiv, ingesloten, bevattend, insluitend, er in begrepen.
Incog,inkog, (verkorting van):Incognito, incognito; onbekend (man);Incognita= onbekende (vrouw).
Incoherence, -cy,inkouhîr’ns(i), gebrek aan samenhang of consequentie; adj.Incoherent.[271]
Incombustibility,inkəmbɐstibiliti, subst. v.Incombustible,ink’mbɐstib’l, onverbrandbaar.
Income,inkɐm, inkomen, inkomsten;Income-tax= inkomstenbelasting;Incomeless= zonder inkomen;Incomer= inbezitnemer, nieuwe huurder, opvolger;Incoming,inkɐmiŋ, bezit of ambt aanvaardend, inkomend; subst. ingang, winst, inkomsten (gewoonl. meerv.):Theincoming president= de nieuwe president.
Incommensurability,inkəmenšərəbiliti, subst. v.Incommensurable,inkəmenšərəb’l, onderling onmeetbaar; subst.Incommensurableness;Incommensurate,inkəmenšərit, onderling onmeetbaar, onevenredig.
Incommode,inkəmoud, lastig vallen, storen, belemmeren;Incommodious,inkəmoudjəs, hinderlijk, lastig; subst.Incommodiousness=Incommodity.
Incommunicability,inkəmjunikəbiliti, subst. v.Incommunicable,inkəmjûnikəb’l, niet geschikt om te worden medegedeeld;Incommunicableness;Incommunicative= terughoudend, gesloten.
Incomparable,inkompərəb’l, weergaloos, ongeëvenaard; subst.Incomparableness.
Incompatibility,ink’mpatibiliti, onvereenigbaarheid:Incompatibility of temper= wederzijdsche antipathie;Incompatible,ink’mpatib’l, onvereenigbaar (with); ook subst.
Incompetence, -cy,inkompitens(i), onbevoegdheid, ongeschiktheid, onbekwaamheid; adj.Incompetent,inkompitent.
Incomplete,ink’mplît, onvolkomen, onvolledig; subst.Incompleteness=Incompletion,ink’mplîš’n, onvolledigheid.
Incomprehensibility,inkomprihensibiliti, subst. v.Incomprehensible,inkomprihensib’l, onbegrijpelijk, onbegrensd; subst.Incomprehensibleness;Incomprehension= gebrek aan bevattingsvermogen;Incomprehensive= beperkt.
Incompressibility,ink’mpresibiliti, onsamendrukbaarheid; adj.Incompressible.
Inconceivability,ink’nsîvəbiliti, subst. v.Inconceivable,ink’nsîvəb’l, onbegrijpelijk.
Inconclusive,ink’nklûsiv, niet beslissend, niet overtuigend, niet geëindigd, vergeefsch; subst.Inconclusiveness.
Incondensability,inkəndensəbiliti, onverdichtbaarheid; adj.Incondensable.
Incongruent,inkoŋgruent= Incongruous;Incongruity,ink’ngrûiti, gebrek aan overeenstemming of samenhang, ongerijmdheid;Incongruous,inkongruəs, niet bij elkaar passend, ongerijmd.
Inconscious,inkonšəs=Unconscious.
Inconsequence,inkonsikwens, valsche gevolgtrekking, inconsequentie; adj.Inconsequent;Inconsequential= inconsequent, onbelangrijk.
Inconsiderable,inkənsiderəb’l, onbelangrijk, gering; subst.Inconsiderableness.
Inconsiderate,inkənsidərit, onbezonnen, onbedachtzaam, weinig kiesch; subst.Inconsiderateness=Inconsideration.
Inconsistency,inkənsist’nsi, subst. v.Inconsistent,inkənsist’nt, onbestaanbaar, onlogisch, niet passend, inconsequent.
Inconsolable,ink’nsouləb’l, ontroostbaar; subst.Inconsolableness.
Inconspicuous,inkənspikjuəs, onaanzienlijk, niet in ’t oog vallend; subst.Inconspicuousness.
Inconstancy,inkonst’nsi, onstandvastigheid, veranderlijkheid, verscheidenheid;Inconstant,inkonst’nt, onbestendig, veranderlijk, vluchtig.
Inconsumable,inkənsjûməb’l, onverteerbaar, onvernietigbaar.
Incontestable,inkəntestəb’l, onbetwistbaar; subst.Incontestableness.
Incontinence, Incontinency,inkontinens(i), onkuischheid, gebrek aan zelfbeheersching:Hisincontinence of speech, of money= loslippigheid, geld weggooien;Incontinent,inkontinent, subst. en adj. onkuisch(e);Incontinently= onmiddellijk.
Incontrollable,inkəntrouləb’l, onbedwingbaar.
Incontrovertible,inkontrəvɐ̂tib’l, onbetwistbaar.
Inconvenience,ink’nvînj’ns, subst. ongerief, ongelegenheid;Inconvenienceverb. in ongelegenheid brengen, last aandoen; adj.Inconvenient.
Inconvertibility,inkənvɐ̂tibiliti, subst. v.Inconvertible,inkənvɐ̂tib’l, onverwisselbaar, onveranderlijk, niet om te zetten in geld.
Inconvincible,inkənvinsib’l, niet te overtuigen.
Incorporate,inköpərit, adj. nauw verbonden, tot één lichaam gemaakt; niet lichamelijk of als rechtspersoon bestaande;Incorporateverb. (inköpəreit) tot één lichaam maken, als gewettigde corporatie, als rechtspersoon erkennen, in eene corporatie opnemen:Incorporated under the Companies Act 1860= als r. erkend overeenk. de wet van 1860 op de naamlooze vennootschappen;Incorporator,inköpəreitə, soort van flesch voor sla-aanmaaksel; oprichter;Incorporation,inköpəreiš’n, vereeniging tot één lichaam, innige menging, etc.
Incorporeal,inköpôriəl, onlichamelijk, onstoffelijk; subst.Incorporeity.
Incorrect,inkərekt, onjuist, onwaar; subst.Incorrectness.
Incorrigibility,inkoridžibiliti, subst. v.Incorrigible,inkoridžib’l, subst. en adj. onverbeterlijk(e); subst.Incorrigibleness.
Incorrodible,inkəroudib’l, niet wegroestend.
Incorrupt,inkərɐpt, onbedorven, eerlijk, onomkoopbaar;Incorruptibility,inkərɐptibiliti, subst. v.Incorruptible,inkərɐptib’l, onomkoopbaar, onbederfbaar;Incorruptness,inkərɐptnəs, reinheid, onverdorvenheid.
Incrassate,inkraseit, verdikken, dikker worden;Incrassation= verdikking.
Increase,inkrîs, toename, vermeerdering, aanwas; winst, nut, nakomelingschap:Tobe on the increase= toenemen;The moon ison the increase= aan het toenemen of wassen;Increase,inkrîs, toenemen, aanwassen, vermeerderen, vergrooten, versterken:Toincrease the front= opmarcheeren.
Incredibility,inkredibiliti, subst. v.Incredible,[272]inkredib’l, ongeloofelijk; subst.Incredibleness.
Incredulity,inkrədjûliti, ongeloof, twijfelzucht; adj.Incredulous,inkredjulɐs.
Increment,inkriment, aanwas, vermeerdering, het toegevoegde, differentiaal:Unearned increment= toevallige waardevermeerdering (van huizen, enz.).
Incriminate,inkrimineit, van eene misdaad beschuldigen;Incrimination;Incriminatory,inkriminətəri, beschuldigend.
Incrust,inkcrɐst, incrusteeren, inleggen;Incrustate,inkrɐstit, omkorst;Incrustation, incrustatie, ingelegd werk =Incrustment.
Incubate,inkjubeit, (uit)broeden;Incubation, (uit)broeding, incubatie;Incubative= broedend, incubatie …;Incubator= incubator, broedmachine.
Incubus,inkjubɐs, nachtmerrie, zwarte last, hindernis:The questionrode her mind like an incubus= werd haar tot een ware nachtmerrie.
Inculcate,inkɐlkeit, inprenten; subst.Inculcation.
Inculpate,inkɐlpeit,inkɐlpeit, beschuldigen, aanklagen; subst.Inculpation;Inculpatory= aanklagend, beschuldigend.
Incumbency,inkɐmb’nsi, prebende; verplichting, last; het liggen op iets;Incumbent,inkɐmb’nt, subst. de met een prebende begiftigde (RectorofVicar); adj. liggend, rustend, opgelegd als een plicht:Ifeel it incumbent onme= beschouw het als mijn plicht.
Incumbrance,inkɐmbr’ns, belemmering, bezwaar, hypotheek:Without incumbrance= zonder vrouw of kind;A wife and seven incumbrances= … en zeven kinderen tot zijn last.
Incunabulum,inkjunabjul’m, wiegedruk, boek vóór 1500 gedrukt.
Incur,inkɐ̂, oploopen, zich op den hals halen:Toincur debts= schulden maken.
Incurability,inkjurəbiliti, subst. v.Incurable,inkjûrəbl, ongeneeslijk, hopeloos; ook subst.:A Home for Incurables= ongeneeslijke zieken; subst.Incurableness.
Incuriosity,inkjuriositi, subst. v.Incurious,inkjûriəs, onverschillig, zorgeloos; subst.Incuriousness.
Incursion,inkɐ̂š’n, inval, strooptocht; adj.Incursive.
Incurvate,inkɐ̂vit, adj. gebogen, gekromd;Incurvateverb.inkɐ̂veit,inkɐ̂veit, buigen, krommen; subst.Incurvation;Incurve,inkɐ̂v, krommen, zich naar binnen buigen.
Incus,iŋkəs, aambeeldsbeentje.
Indebted,indetid, verplicht, schuldig:He wasindebted to her in a large sum= eene groote som gelds schuldig;I amindebted to you for it= dank het u;Indebtedness= verschuldigd zijn, schuld.
Indecence, Indecency,indîs’ns(i), onwelvoeglijkheid, onbetamelijkheid;Indecent= onwelvoegelijk:Indecent assault= aanranding der eerbaarheid;Indecent exposure= onwelvoeglijke ontblooting.
Indeciduous,indisidjuəs, niet afvallend (van bladeren, enz.), altijd groen.
Indecipherable,indisaifərəb’l, niet te ontcijferen of te ontwarren.
Indecision,indisiž’n, besluiteloosheid; adj.Indecisive,indisaisiv; subst.Indecisiveness.
Indeclinable,indiklainəb’l, subst. en adj. onverbuigbaar (woord).
Indecomposable,indîk’mpouzəb’l, onscheidbaar (Chem.).
Indecorous,indikôrəs,indekɐrɐs, onwelvoegelijk; subst.Indecorousness=Indecorum,indikôr’m.
Indeed,indîd, inderdaad, voorwaar, voorzeker; int. wat je zegt! och kom! zoo! ja wel!Kind indeed!= Vriendelijk? ’t mocht wat!
Indefatigability,indifatigəbiliti, subst. v.Indefatigable,indifatigəb’l, onvermoeid; subst.Indefatigableness.
Indefeasibility,indifîzibiliti, subst. v.Indefeasible,indifîzib’l, onvervreemdbaar, onschendbaar, onaantastbaar.
Indefectible,indifektib’l, onfeilbaar, onvergankelijk.
Indefensibility,indifensibiliti, subst. v.Indefensible,indifensib’l, onverdedigbaar.
Indefinable,indifainəbl, onverklaarbaar, niet omschrijfbaar, raadselachtig.
Indefinite,indefinit, onbepaald, onbegrensd, oneindig; subst.Indefiniteness;Prorogued indefinitely= voor onbep. tijd uitgesteld.
Indelible,indelib’l, onuitwischbaar.
Indelicacy,indelikəsi, onkieschheid, grofheid; adj.Indelicate,indelikit.
Indemnification,indemnifikeiš’n, schadeloosstelling;Indemnify,indemnifai, schadeloos stellen (for);Indemnity,indemniti, schadeloosstelling, vergoeding, indemniteit.
Indent,indent, inkerven, uittanden, inkrassen, inspringen (bij het drukken), een contract in duplo maken, in de leer gaan (bij contract), bestellen, requireeren, aanspreken; indrukken, deuken; subst.indent, inkerving, bestelling, requisitie;Indentation= inkerving, uittanding =Indention, ook: inspringing;Indenture,indentšə, subst. gezegeld verdrag, uittanding;Indentureverb, inkerven:Apprentice’s indenture= (leerling)contract;Indenture of mortgage= hypotheekacte;The indentures were cancelled= de contracten werden vernietigd;Tomake indentures= slingeren als een dronken man.
Independence,indipend’ns, onafhankelijkheid, onafhankelijk bestaan, vermogen:Independence Day= 4 Juli (herdenking van de Amerikaansche onafhankelijkheidsverklaring 4 Juli 1776);Independent,indipend’nt, onafhankelijk, onbevooroordeeld, tot deIndependentenbehoorende; subst. afgescheidene, wilde:Independent as to means= financ. onafhankelijk;The Independents= godsdienstige, van de Staatskerk afgescheiden sekte.
Indescribability,indiskraibəbiliti, subst. v.Indescribable,indiskraibəb’l, onbeschrijfelijk;Indescribables= pantalon, broek.
Indestructibility,indistrɐktibiliti, subst. v.Indestructible,indistrɐktib’l, onvernietigbaar.
Indeterminable,inditɐ̂minəb’l, onbepaalbaar.
Indeterminate,inditɐ̂minit, onbepaald, besluiteloos; subst.Indeterminateness.[273]
Index,indeks(Meerv.IndexesofIndices,indisîz; dit laatste in de algebra: exponenten), subst. wijzer, bladwijzer, inhoudsopgaaf, arm van wegwijzer, tong, exponent;Indexverb. van een index voorzien, op den index plaatsen, aanwijzen (out):Index expurgatory= lijst van boeken, die eerst van de dwalingen moeten worden gezuiverd vóór ze door Katholieken mogen worden gelezen;Index prohibitory= lijst van de door de R.K. kerk verboden boeken;To beplaced on the Index;Index-finger= wijsvinger.
India,indjə, Voor-Indië:Further India= Achter-Indië;India ink;Indiaman= Oostinjevaarder;India office= ministerie van koloniën;India rubber=Indian rubber;Indian= Indisch, Indiaansch; subst. Indiër, Indischman, roodhuid:Indian anis= steranijs;A retired member of theIndian Civil Service= gepensioneerd Indisch ambtenaar;Board ofIndian Civil Service Studies= Raad voor de studie voor de Brit. Ind. ambtenaarsexamens;Indian corn= maïs;Indian cress= Oostindische kers;Indian file= achter elkaar;Indian fire= soort van Bengaalsch vuur als signaalvuur;Indian ink= Oostindische inkt;An Indian inky day= sombere;Indianlike= als een Indiër of Indiaan;Indian-reed,Indian-shot= Oostindisch riet;Indian rubber= gomelastiek, caoutchouc; overschoen =Indian rubber shoe;Indian summer= warme nazomer;Indian yellow= Oostindisch geel;The Indies= Indië.
Indiana,indjanə;Indianapolis,indjənapəlis.
Indicant,indik’nt, aanwijzend; subst. symptoom:Indicant days= crisis;Indicate,indikeit, aanwijzen, aanduiden; subst.Indication;Indicative,indikətiv,indikətiv, subst. en adj. aantoonend(e wijs);Indicator,indikeitə, indicateur; adj.Indicatory,
Indict,indait, beschuldigen, aanklagen:Indicted for murder;Indictable offence= een zwaar misdrijf (dat door de ‘Grand Jury’ berecht moet worden);Indicter(=Indictor);Indictment= aanklacht; beslissing van deGrand Jury, na onderzoek, om rechtsingang te verleenen.
Indifference,indifərens, onverschilligheid, onpartijdigheid, middelmatigheid;Indifferent= onverschillig(e), van geene beteekenis, tamelijk, zoo-zoo:He isin indifferent health= niet recht gezond;Indifferent pictures= van geen bijzondere waarde;Indifferently printed= niet bijzonder fraai gedrukt;Tosleep indifferently= vrij slecht;These words areused indifferently= door elkander;Indifferentism,indifər’ntizm, stelselmatige onverschilligheid, vooral in godsdienst.
Indigence, -cy,indidžens(i), gebrek, nooddruft, armoede.
Indigene,indidžîn, oorspronkelijke bewoner;Indigenous,indidžinɐs, inlandsch, aangeboren, inherent.
Indigent,indidžent, behoeftig, arm.
Indigested,indidžestid, onverwerkt, onrijp, verward, vormloos;Indigestible,indidžestib’l, onverteerbaar, onduldbaar; subst.Indigestibleness;Indigestion,indidžestj’n, slechte spijsvertering;Indigestive= dyspeptisch.
Indignant,indign’nt, verontwaardigd;Indignation,indigneiš’n, verontwaardiging:Indignation-meeting= protest meeting (Amer.);Indignity=indigniti, smaad, hoon, beleediging.
Indigo,indigou, indigo;Indigo-bird= Indigo vink;Indigo composition= indigotinctuur;Indigo-plant= indigoplant;Indigometer,indigomətə, indigometer;Indigotin,indigətin, indigoblauw.
Indirect,indirekt, niet recht, onoprecht, slinksch:Indirect evidence= derivatief bewijs;Indirect-tax= indirecte belasting;Indirection,indirekš’n, oneerlijke practijk, list;Indirectness, scheefheid, omweg, onoprechtheid.
Indiscernible,indizɐ̂nib’l, niet te onderscheiden; subst.Indiscernibleness.
Indiscoverable,indiskɐvərəb’l, niet te ontdekken, onbegrijpelijk.
Indiscreet,indiskrît, onverstandig, onbezonnen, onbescheiden, indiscreet; subst.Indiscretion,indiskreš’n:Years of indiscretionvlegeljaren.
Indiscriminate,indiskriminit, niet te onderscheiden; niet onderscheiden; zonder onderscheid, door elkaar;Indiscriminating= geen onderscheid makend, blind;Indiscrimination,indiskrimineiš’n, gebrek aan onderscheiding(svermogen), verwardheid.
Indispensability,indispensəbiliti, subst. v.Indispensable,indispensəb’l, onvermijdelijk, onmisbaar: subst.Indispensableness.
Indispose,indispouz, ongunstig stemmen, ongeschikt of ongesteld maken;Indisposed;Indisposition,indispəziš’n, afkeer(igheid), ongesteldheid.
Indisputability,indispjutəbiliti, subst. v.Indisputable,indispjutəb’l,indispjûtəb’l, onbetwistbaar;Indisputed,indispjûtid, onbetwist.
Indissolubility,indisəl(j)ubiliti, subst. v.Indissoluble,indisəl(j)ub’l,indisoljub’l, onoplosbaar, onverbreekbaar;Indissolvable,indizolveb’l, onoplosbaar.
Indistinct,indistiŋkt, onduidelijk, verward; subst.Indistinctness.
Indistinguishable,indistiŋgwišəb’l, niet te onderscheiden; subst.Indistinguishableness.
Indite,indait, schrijven, opstellen;Inditer.
Individual,individjuəl, individueel, persoonlijk, eigendommelijk; subst. persoon, individu;Individualism= individualisme, zelfzucht;Individuality,individjualiti, eigenaardig karakter, individualiteit;Individualization= subst. v.Individualize= onderscheiden, als een individu kenmerken;Individuate,individjueit, individualiseeren; subst.Individuation.
Indivisibility,indivizibiliti, subst. v.Indivisible,indivizib’l, subst. en adj. ondeelbaar (iets).
Indo,indou, (in samenstellingen):Indo-Briton= iemand met een Engelschen vader en eene Brit. Ind. moeder;Indo-China;Indo-Chinese= behoorende tot het Z.O. schiereiland v. Azië;Indo-English= de in Indië geboren of wonende Engelschen betreffend;Indo-European= Arisch, Indo-germaansch;[274]Indo-Germanic= Arisch, Indo-germaansch.
Indocile,indousil,indosil, onleerzaam, onhandelbaar; subst.Indocility,indəsiliti.
Indoctrinate,indoktrineit, onderwijzen, in een stelsel inleiden of er mede vertrouwd maken:I indoctrinated him withthese notions; subst.Indoctrination.
Indolence,indəlens, vadsigheid, traagheid, pijnloosheid; adj.Indolent,indəlent:Indolent tumour= pijnloos gezwel.
Indomitable,indomitəb’l, ontembaar, onoverwinnelijk.
Indoor,indö, adj. binnen, huiselijk, huis …:Indoors,indöz,indöz, adv. binnenshuis, thuis.
Indorse,indös, ZieEndorse.
Indraught,Indraft,indrâft, binnenstroomen van water of lucht.
Indubitable,indjûbitəb’l,Indubitate,indjûbitit, ontwijfelbaar.
Induce,indjûs, bewegen, nopen, veroorzaken, induceeren;Inducement= aanleiding, beweegreden, drijfveer, prikkel.
Induct,indɐkt, inwijden, installeeren; (into), in een (geestelijk) ambt bevestigen;Induction,indɐkš’n, begin, installatie, bevestiging, inductie (electr.), inleiding, gevolgtrekking uit waargenomen feiten;Induction-coil= inductierol (-klos);Inductive= inleidend, door gevolgtrekking uit waargenomen feiten, inductie, inductief..:Inductive method;Inductive sciences= op waarneming gegronde wetenschappen;Inductor= hij, die installeert, inductor (Electr.).
Indue,indjû, bekleeden, verschaffen.
Indulge,indɐldž, toegeven, zich overgeven, voeden, koesteren, verwennen, zuipen:Sheindulges her children too much= geeft te veel toe;Toindulge a dream= koesteren;Heindulges in indolence= geeft zich over aan;This writerindulges himself witha trifle of exaggeration= veroorlooft zich eenige overdrijving;Weindulged ourselves withtickets for the opera= permitteerden ons de weelde;Indulgence,Indulgency= toegevendheid, verdraagzaamheid, uitstel van betaling, uitspatting, aflaat;Indulgent= toegeeflijk, zacht.
Indurate,indjureit, verharden, ongevoelig maken, worden; subst.Induration.
Industrial,indɐstriəl, vlijtig, nijverheids..; subst. industriëel:Industrial exhibition= nijverheidstentoonstelling;Industrial school= ambachtsschool; ook soort tuchtschool;Industrial school-ship= opleidingsschip voor verwaarloosde kinderen;Apenal industrial settlement= strafkolonie;Industrious,indɐstriəs, vlijtig, nijver, arbeidzaam;Industry,indəstri, ijver, vlijt, nijverheid:School of industry.
Inebriant,inîbriənt, dronken makend (middel);Inebriate,inîbri-it, subst. en adj. dronken (mensch);Inebriantverb.inîbrieit, dronken maken;Inebriation= dronkenschap, roes;Inebriety,inibraiiti, dronkenschap (vooral van een ‘habitual drunkard’).
Inedited,ineditid, onuitgegeven.
Ineffability,inefəbiliti, subst. v.Ineffable,inefəb’l, onuitsprekelijk.
Ineffaceable,inefeisəb’l, onuitwischbaar.
Ineffective,inefektiv, zonder uitwerking, vruchteloos, ondeugdelijk; subst. onbruikbaar mensch; subst.Ineffectiveness;Ineffectual,inefektjuəl=Ineffective.
Inefficacious,inefikeišəs, zonder uitwerking, vruchteloos; subst.Inefficaciousness=Inefficancy=Inefficiency, ook onbekwaamheid; adj.Inefficient.
Inelegance,ineləg’ns, smakeloosheid, onbevalligheid; adj.Inelegant,ineləg’nt.
Ineligible,inelidžib’l, onverkieslijk, onverkiesbaar.
Inept,inept, ongerijmd, dwaas; subst.Ineptitude=Ineptness.
Inequality,inikwoliti, ongelijkheid, oneffenheid, verschil, onbevoegdheid, partijdigheid.
Inequilateral,inîkwilatər’l, ongelijkzijdig.
Inequitable,inekwitəb’l, onbillijk.
Inequity,inekwiti, onbillijkheid.
Ineradicable,iniradikəb’l, onuitroeibaar.
Inert,inɐ̂t, bewegingloos, log, traag;Inertia,inɐšə, traagheid (Natuurk.) =Vis inertiae(inɐ̂ši-î);Inertion=Inertness= traagheid.
Inessential,inəsenš’l. ZieUnessential.
Inestimable,inestiməb’l, onschatbaar.
Inevitability,inevitəbiliti, subst. v.Inevitable,inevitəb’l, onvermijdelijk; subst.Inevitableness.
Inexact,inəgzakt, onnauwkeurig; subst.Inexactitude=Inexactness.
Inexcitable,inəksaitəb’l, loom, lusteloos.
Inexcusable,inəkskjûzəb’l, onvergeeflijk; subst.Inexcusableness.
Inexhaustibility,inəgz(h)ôstibiliti, subst. v.Inexhaustible,inəgz(h)ôstib’l, onuitputtelijk, onvermoeid =Inexhaustive,inəgz(h)ôstiv, niet uitputtend.
Inexorability,ineksərəbiliti, subst. v.Inexorable,ineksərəb’l, onverbiddelijk; subst.Inexorableness.
Inexpedience,-cy,inəkspîdj’ns(i), ongeschiktheid, onraadzaamheid; adj.Inexpedient,inəkspîdj’nt.
Inexpensive,inəkspensiv, goedkoop.
Inexperience,inəkspîrj’ns, onervarenheid;Inexperienced= onervaren, onbevaren.
Inexpert,inəkspɐ̂t, onbedreven; subst.Inexpertness.
Inexpiable,inekspiəb’l, onverzoenbaar; subst.Inexpiableness.
Inexplicability,ineksplikəbiliti, subst. v.Inexplicable,ineksplikəb’l, onverklaarbaar:Inexplicables= broek; subst.Inexplicableness.
Inexpressible,inəkspresib’l, onuitsprekelijk;Inexpressibles= broek;Inexpressive,inəkspresiv, zonder uitdrukking.
Inexpugnable,inəkspɐgnəb’l,inəkspjûnəb’l, onoverwinnelijk, onneembaar.
Inextinguishable,inəkstiŋgwišəb’l, onbluschbaar.
Inextricable,inekstrikəb’l, niet ontwarbaar; subst.Inextricableness.
Inez,ainîz.
Infallibilism,infalibilizm, het dogma van, en het geloof aan de pauselijke onfeilbaarheid;Infallibility,infalibiliti, onfeilbaarheid;Infallible,infalib’l, onfeilbaar, zeker; subst.Infallibleness.
Infamous,infəmɐs, schandelijk, verfoeilijk,[275]berucht;Infamy,infəmi, schande, laagheid.
Infancy,inf’nsi, kindsheid, minderjarigheid, aanvang, eerste stadium.
Infant,inf’nt, kind, minderjarige; adj. klein, teeder, kinderlijk; kinder …:Infant in arms= schootkindje;Infant games;Infant mortality;Infant-school,Infants’ school= bewaarschool;Hisinfant son= zoontje;Infanta,infantə,Infante,infanti, koninklijke prinses of prins, behalve de troonopvolgster of den troonopvolger (Spanje);Infanticide,infantisaid, kindermoord(enaar);Infantile,inf’nt(a)il,Infantine,inf’nt(a)in, kinderachtig; kinderlijk =Infantlike.
Infantry,inf’ntri, infanterie:Infantryman= infanterist.
Infatuate,infatjueit;Infatuated= blind ingenomen met, dwaas verliefd op(with);Infatuation,infatjueiš’n, verdwaasdheid, dwaze verliefdheid.
Infect,infekt, besmetten, aansteken;Infection= besmetting, smetstof:Tocatch (take) the infection= besmet, aangestoken worden;Infectious,infekšəs, besmettelijk, aanstekelijk; subst.Infectiousness;Infective=Infectious.
Infecundity,infikɐnditi, onvruchtbaarheid.
Infelicitous,infilisitɐs, ongelukkig;Infelicity,infilisiti, ongeluk, ellende, rampspoed, ongelukkig gekozen uitdrukking.
Infer,infɐ̂, eene gevolgtrekking maken, een besluit trekken;Inferable= afleidbaar, volgend;Inference,infərens, gevolgtrekking;Inferential,infərenš’l, afleidbaar =By inference;I could only gather itinferentially= slechts uit het medegedeelde opmaken.
Inferior,infîriə, minder, lager, ondergeschikt; ook subst.:I aminferior tonone in love of country= doe voor niemand onder;Inferiority,infîrioriti, minderheid.
Infernal,infɐ̂n’l, helsch, duivelsch, verfoeilijk, kolossaal, kras:Infernal machine= helsche machine;Infernal-stone= helsche steen.
Inferno,infɐ̂nou, de hel.
Infertile,infɐ̂t(a)il, onvruchtbaar; subst.Infertility.
Infest,infest, aanvallen, overvallen, invallen, verwoesten, onveilig maken, kwellen; wemelen van (=Tobe infested with); subst.Infestation.
Infidel,infidel, subst. en adj. ongeloovig(e);Infidelity,infideliti, ongeloof, twijfelzucht, ontrouw, verraad, bedrog.
Infiltrate,infiltreit, insijpelen, langzaam doordringen; subst.Infiltration.
Infinite,infinit, oneindig, grenzeloos; subst. oneindigheid, oneindige ruimte, onbepaalde hoeveelheid, Hoogste Wezen;Infinitesimal,infinitesim’l, oneindig klein;Infinitude,infinitjûd,Infinity,infiniti, oneindigheid.
Infinitival,infinitaiv’l,infinitiv’l, tot de onbep. wijs behoorend;Infinitive,infinitiv, onbepaalde wijs.
Infirm,infɐ̂m, zwak, onzeker, weifelend;Infirmarian,infɐ̂mêriən, ziekentrooster;Infirmary= ziekenhuis;Infirmity= zwakheid (ookfig.); ziekelijkheid =Infirmness.
Infix,infiks, inplanten, inprenten.
Inflame,infleim, doen ontvlammen, verbitteren, doen gloeien; gloeiend worden:Heinflamed them againstEngland= zette ze op tegen;Inflammability,inflaməbiliti, ontvlambaarheid, ookfig.;Inflammable,inflaməb’l, ontvlambaar (Inflammables= brandbare lichamen); subst.Inflammableness;Inflammation,infləmeiš’n, ontbranding, opwinding, ontsteking;Inflammatory,inflamətəri, prikkelend, ontsteking veroorzakend, opruiend.
Inflatable,infleitəb’l, opblaasbaar;Inflate,infleit, opblazen, uitzetten, opdrijven, opgeblazen maken;Inflater= fietspomp;Inflation= opblazing, kunstmatige opdrijving, etc.:Theinflation of (To inflate) worthless securitieswith an artificial value;Inflationist,infleišənist, voorstander van de vermeerdering van papieren geld; agioteur (Amer.);Inflator=Inflater;Inflatus= inspiratie.
Inflect,inflekt, buigen, krommen, verbuigen, moduleeren;Inflection= (ver)buiging, kromming, buigingsvorm, modulatie;Inflectional= buigings …;Inflexibility, subst. v.Inflexible,infleksib’l, onbuigzaam, onverbiddelijk;Inflexion(al)=Inflection(al).
Inflict,inflikt, opleggen (van boete of straf), doen gevoelen, toebrengen;Infliction,inflikš’n, het toebrengen, opgelegde straf, last, bezoeking.
Inflorescence,inflores’ns, bloeiwijze.
Inflow,inflou. ZieInflux.
Influence,influens, subst. invloed, macht;Influenceverb. invloed hebben op, inwerken op:Hehas influence at Court= invloed aan het hof;These thingshave no influence with me= hebben geen invloed;Hebragged of influence overhis mother= dat hij zijne moeder naar zijne hand kon zetten;Influential,influenš’l, invloedrijk;Influenza,influenzə, griep; besmettelijke paardenziekte.
Influx,inflɐks, instrooming, toevoer, toevloed.
Inform,inföm, onderrichten, mededeelen, aangeven; vorm geven aan, bezielen:Heinformed againstme= diende een aanklacht in tegen mij;Heinformed me of it= berichtte het mij;His book isinformed withintense conviction= is bezield door, gloeit van;Informed withone spirit= bezield;Informant= aanbrenger, zegsman;Information,infömeiš’n, kennis, bericht, inlichting(en), kennisgeving, geschreven beëedigde aanklacht;Informer= aanklager:Common informer= verklikker.
Informal,inföm’l, niet formeel;Informality= informaliteit.
Infra,infrə:Infra dig= beneden de waardigheid.
Infract,infrakt, schenden;Infraction= schending, breuk:Infraction of faith=trouwbreuk.
Infrequence,-cy,infrîkw’ns(i), zeldzaamheid; adj.Infrequent,infrîkw’nt.
Infringe,infrinž, inbreuk maken op, schenden, overtreden; subst.Infringement;Infringer.
Infuriate,infjûriit, adj. woedend, razend:Infuriateverb. (infjûrieit), woedend of razend maken.
Infuse,infjûz, ingieten, ingeven, inprenten, een infusie maken, drenken:Heinfused his life intohis poetry= legde in, doordrong;[276]Infuser;Infusibility, subst. v.Infusible,infjûzib’l, onsmeltbaar;Infusion,infjûž’n, ingieting, doordringing, infusie.
Infusoria,infjusôriə, infusiediertjes; adj.Infusorial= tot deinfusoriabehoorend of die bevattende;Infusorian= infusiediertje.
Ingathering,ingadhəriŋ, inzameling:Feast of Ingathering(2 Mos. 23, 16).
Ingelow,indžəlou.
Ingeminate,indžemineit, herhalen.
Ingenious,indžîniəs, vernuftig, talentvol, vindingrijk, geestig; subst.Ingeniousness=Ingenuity,indžənjûiti.
Ingenue,Fr. uitspr.naïef, onschuldig, ingenue; ook subst.
Ingenuous,indženjuəs, oprecht, openhartig, ongekunsteld; subst.Ingenuousness.
Ingest,indžest, voedsel in de maag brengen; subst.Ingestion.
Ingle,iŋg’l, vuur, haard (Schotl.):Inthe ingle of a window= hoekje;Ingle-nook= hoekje van den haard.
Inglorious,inglôriəs, roemloos, onbekend, schandelijk; subst.Ingloriousness.
Ingoing,ingouiŋ, subst. het ingaan, aanvaarden; adj. binnengaand, een ambt aanvaardend.
Ingot,iŋgət,in-got, baar of staaf (goud,zilver,staal).
Ingraft,ingrâft, enten;Ingrafter= enter;Ingraftment.
Ingrain,ingrein, (predikatief:ingrein), adj. in de wol geverfd, ingeworteld, doortrapt;Ingrainverb.ingrein,ingrein, in de wol verven, doordringen, verzadigen;Ingrain(-carpet)= in de wol geverfd vloerkleed.
Ingram,iŋgram.
Ingrate,ingreit, ondankbaar, ondankbare;Ingrateful,ingreitf’l, ondankbaar.
Ingratiate,ingreišieit, (zich) in de gunst dringen bij (with),steeds reflexief.
Ingratitude,ingratitjûd, ondankbaarheid.
Ingredient,ingrîdj’nt, bestanddeel.
Ingress,ingres, toegang, intrede, aanvaarding;Ingression= intrede.
Ingulf,ingɐlf, (als in een afgrond) verzwelgen.
Ingurgitate,ingɐ̂džiteit, verzwelgen; subst.Ingurgitation.
Inhabit,inhabit, wonen, bewonen;Inhabitable= bewoonbaar;Inhabitancy= woonplaats, domicilie;Inhabitant= bewoner, inwoner;Inhabitation= bewoning.
Inhalation,inhəleiš’n, subst. v.Inhale,inheil, inademen, inhaleeren:Inhaler= respirateur, inhaleertoestel.
Inharmonic(al),inhâmonik(’l),Inharmonious,inhâmounjəs, onwelluidend.
Inhaul(er),inhôl(ə), inhaler (zeeterm).
Inhere,inhîə, onafscheidelijk verbonden zijn;Inherence,Inherency,inhîr’ns(i), onafscheidelijkheid, inhaerentie;Inherent= inhaerent:It is inherent in the blood= zit in het bloed.
Inherit,inherit, erven;Inheritability, erfelijkheid, overerving;Inheritable= erfbaar;Inheritance= erfenis, erflating;Inheritor= erfgenaam; vr.Inheritress=Inheritrix.
Inhibit,inhibit, terughouden, beletten, verbieden; subst.Inhibition,inhibiš’n, verbod tot het uitoefenen van geestelijke bedieningen, aangaan van schulden, geven van crediet; adj.Inhibitory.
Inhospitable,inhospitəb’l, onherbergzaam, ongastvrij; subst.Inhospitality.
Inhuman,inhjûm’n, onmenschelijk, wreed:Aninhuman hunger= verschrikkelijke honger; subst.Inhumanity,inhjumaniti.
Inhumation,inhjumeiš’n, begraving;Inhume,inhjûm, begraving.
Inimical,inimik’l, vijandelijk, schadelijk.
Inimitability,inimitəbiliti, subst. v.Inimitable,inimitəb’l, onnavolgbaar; subst.Inimitableness.