M,em, verk. voorMarquis,Masculine,Meridian,Middle,Mile(s),Mille(Thousand),Minute,Monday,Morning;M(agister)A(rtium)ofM(ilitary)A(cademy);Macc(abees);Mach(ine);Mad(am),Mag(azine);Maj(or)Gen(eral);Mal(ayan);Mar(ch)ofMar(itime);Marq(uis);Masc(uline);Mass(achusetts);Math(ematics);Matt(hew);M(edicinae)B(accalaureus);M(ember of)C(ongress)ofM(aster of)C(eremonies);M(edicinae)D(octor);Mdlle= Mademoiselle;M(ost)E(xcellent);M(ilitary)E(ngineer);Mech(anics);Med(icine);Med(iaeval)Lat(in);Mem(orandum);Messrs= Messieurs;Met(aphysics);Metaph(ysics);Meteor(ology);Meth(odist);M(aster of)F(ox)H(ounds);M(ost)H(onourable);M(iddle)H(igh)G(erman);Miss(issippi);M(ember of the)I(nstitute of)C(ivil)E(ngineers);Min(eralogy);Minn(esota);Min(ister)Plen(ipotentiary;M(ember of the)K(ing’s and)Q(ueen’s)C(ollege of)P(hysicians);M(ember of the)L(ondon)S(chool)B(oard);M.M.= Their Majesties, of: Gentlemen;Mn.= Michigan;Mo.= Missouri of Month;Mod(ern);Mon(day);Mons(ieur);M(ember of)P(arliament);M(ember of the)P(hilological)S(ociety);Mr.= Master, Mister;M(ember of the)R(oyal)C(ollege of)P(hysicians);M(ember of the)R(oyal)G(eographical)S(ociety);M(ember of the)R(oyal)A(cademy);Mrs.= Mistress,misiz;M(ember of the)R(oyal)S(ociety of)L(iterature);M(aster of)S(urgery);Ms.= Manuscript;Mss.= Manuscripts;Mt.= Mount;Mts.= Mountains;Mus(eum)ofMus(ical);M(ost)W(orthy)G(rand)M(aster);Myth(ology).Ma,mâ, Mama (kindertaal).Ma’am,mamofmâm, verk. vanMadam:Ma’am-school=Dame-school(Amer.).Mab,mab, feeënkoningin; slons; huurrijtuig.Mabel,meib’l.Mabys,mabis, jonge dienstbode, eig. verk. vanM(etropolitan)A(ssociation for)B(efriending)Y(oung)S(ervants).Mac,mak, zoon (vóór Schotsche en Iersche namen).Macaco,məkeikou, vosaap of maki.Macacus,məkeikəs, Turksche aap of magot.Macadam,makadəm:Macadam pavement(road)= macadam (steenpuin of granietkiezel) weg;Macadamization, subst. v.Macadamize, macadamiseeren, een straatweg aanleggen naar het stelsel vanMac-Adam.Macaroni,makərouni, macaroni, mengelmoes; iets uitstekends; fat;Macaronic= dwaas, ijdel, hansworsterig; uit bont dooreengemengde woorden van verschillende talen gevormd (vers).Macaroon,makərûn, macrone (koekje).Macassar,məkasə,Macassar:Macassar oil.Macaulay,məkôli.Macaw,makô, roode ara (soort v. papegaai).Macbeth,məkbeth;Maccabean,makəbîən, Maccabeesch;Maccabee,makəbî, Maccabeër;Mac Carthy,məkâthi;Mac Donald,məkdonəld,Macdougal,məkdɐg’l;Macduff,məkdɐf.Mace,meis, staf, scepter; vroegere lange billartqueue, vroegere knots; zwendel, geleend geld;Maceverb. bedriegen, leenen:On mace= op “de pof”;Mace-bearer= pedel, stafdrager.Macedon,masidon;Macedonia,masidounjə, Macedonië;Macedonian, subst. Macedoniër; adj. Macedonisch.Macerate,masəreit, afmatten, kastijden; laten weeken, macereeren; subst.Maceration.Machiavel,makiəvel;Machiavelian,makiəveliən, subst. en adj. (volgeling) van Machiavelli (1469–1527); sluw, dubbelhartig, trouweloos (mensch);Machiavelism= de beginselen van M., staatkundige dubbelhartigheid.Machinate,makineit, kuipen;Machination= kuiperij;Machinator= intrigant.Machine,məšîn, subst. werktuig, toestel, machine, machinerie, naaimachine, badkoets, fiets, wagen, brandspuit (Amer.); dedeus ex machinain drama (=machining God);Machineverb. machinaal, met behulp eener machine vervaardigen of uitvoeren, op de naaimachine werken:Machine-gun= soort v. mitrailleuse;Machine-made= machinaal:Machine-made manners;Machine-ruler= linieermachine;Machine-work= fabriekswerk;Machinery= machinerie, mecanisme; het bovennatuurlijk ingrijpen ter ontwikkeling der catastrophe.Machinist,məšînist, machinist, constructeur van machines; machinenaaister; fietser:Coventry machinist= rijwielfabrikant.[324]Mackay,məkai,məkei;Mackenzie,məkenzi.Mackerel,makerel, makreel:Mackerel-sky= lucht met kleine schapenwolkjes.M(a)cKinley,məkinli:McKinley Bill= de in 1890 aangenomen Amer. beschermende rechten.Mackintosh,makintoš, waterdichte stof, jas of mantel daarvan; adj. waterdicht;Mackintoshverb, waterdicht maken.Macleod,məklaud;Maclise,məklîs;Macmillan,məkmil’n;Mac Neill,məknîl;Macomb,məkûm,məkoum;Macpherson,məkfɐ̂s’n;Macready,məkrîdi.Macrocosm,makrəkozm, het heelal.Macron,makron,meikron, lengteteeken (ā).Macropod,makrəpod, langbeenig;Macropus,makrəpɐs, kangoeroe.Macroscopic(al),makrəskopik(’l), voor het bloote oog zichtbaar.Macula,makjulə, vlek;Maculate, adj. bevlekt (ookfig.);Maculateverb. bevlekken;Maculation= bevlekking, vlek;Maculose,makjulous= gevlekt.Mad,mad, krankzinnig, dolzinnig, razend, woedend, overmoedig;Madverb, dol maken (Amer.):Tobe mad with joy= dolblij zijn;He hasdriven me mad= gek gemaakt;He is sure togo (run) mad= wordt bepaald gek;Mad as a hatter, as a march-hare= stapelgek;Mad on (upon, for, of)= dol op;Mad-brained= dol, razend, dwaas;Madcap, subst. dolhoofd, dolleman; adj. dol, dwaas;Mad-headed= dol;Madhouse= gekkenhuis;Madman= krankzinnige, dolleman;Madwort= schildzaad, steenkruid;Madden= dol of woedend maken, razend worden;The madding crowd= de woeste, woelige (dwaze) menigte;Madness= krankzinnigheid, waanzin, dolheid.Madam,mad’m, Mevrouw, Juffrouw;Madame,madâm, mevrouw, “madam”:At Madam Jeff’s= bij “Madam” J.;To-morrow madam returns to the kitchen= morgen kan men de mooie “madam” weer in de keuken vinden;He always addresses her as “Madam”, and treats her as a princess.Madder,madə, meekrap;Madderverb, met meekrap verven.Made,meid, imperf. en part. vanto make; gemaakt, kunstig vervaardigd, (toebereid), afgeëxerceerd, afgericht, verzonnen (up):Made gravy= bouillon;Made land= ingedijkt land (Amer.);You are a made man= uw fortuin is gemaakt;Made mast= gekuipte mast;Made word= nieuw woord;Made (up) dishes= fijne schoteltjes;I have seen them made that way= van dat soort heb ik wel gekend;As slangy as sporting-papers are made= maar kunnen zijn. ZieMake.Madeira,mədîrə,mədêrə, Madera(wijn): Madeiramahogany(-wood)= echt mahoniehout.Madge,madž, verkorting vanMargaret.Madonna,mədonə, Madonna; soort alpaca.Madox,madəks;Madras,mədras, Madras; halfzijden stof.Madrepore,madripö, sterkoraal.Madrid,mədrid.Madrier,madriə,madrîə, sterke balk, plank.Madrigal,madrig’l, madrigal.Madrilenian,madrilînj’n, uit Madrid, bewoner v. M.Madura,madjûrə;Maecenas,məsînas.Maelstrom,meilstrom,mâlstrom, maalstroom; ookfig.Maenad,mînad, Bacchante; dol wijf.Maestro,ma-estrou, meester, beroemd componist.Maffick,mafik:Mafficking= dol en ruw feestbetoon op straat (oorspronkelijk naar aanleiding van het ontzet van Mafeking 17 Mei 1900);-er.Mag,mag, babbelen, plagen; subst. snater, babbelkous;halfpenny.Magazine,magəzîn, magazijn, tijdschrift; kruitkamer (magazijn):Magazine rifle.Magdalen,magdəlen, Magdalena:Magdalen asylum= huis voor gevallen vrouwen;Magdalen(e)môdlin:Magdalen Collegete Oxford.Magdeburg,magdəbɐ̂g, Maagdenburg:Magdeburg hemispheres, Maagdenburger halve bollen.Mage,meidž=Magician.Magellan,məgel’n,mədžel’n, Magellaan:Strait of Magellan= Straat van Magellaan;Magellanic,magəlanik,madžəlanik, v. Magellaan:Magellanic clouds= Magellaansche vlekken, kaapwolken.Maggot,magət, made; gril;Maggoty= vol mijten of maden; grillig, prikkelbaar; subst.Maggotiness.Magi,meidžai, mv. vanMagus;Magian= de Magiërs betreffende; Magiër.Magic,madžik, tooverkunst, hekserij, tooverkracht; adj.Magic(al)= tooverachtig, betooverend;Magic circle= tooverkring;Magic flute= tooverfluit;Magic lantern= tooverlantaarn;Magic square= vierkant van zoodanige cijfers, dat deze loodrecht, of horizontaal of diagonaal opgesteld, steeds dezelfde som leveren;Magician,mədžiš’n, toovenaar.Magister,mədžistə, magister;Magisterial= heerschend, gebiedend, trotsch; subst.Magisterness.Magistracy,madžistrəsi, de magistraat, magistratuur;Magistral,madžistr’l, gebiedend; volgens bepaald recept (pharm.);Magistrate,madžistreit, overheidspersoon, vrederechter.Magna C(h)arta,magnəkâtə, deMagna Chartav. Jan Zonder Land (1215).Magnanimity,magnənimiti, grootmoedigheid; adj.Magnanimous.Magnate,magnit, voornaam persoon.Magnesia,magnîšə,magnîžə, magnesia:Sulphate of magnesia=Epsom salts;Magnesian= magnesium bevattend;Magnesium:Magnesium-light.Magnet,magnət, magneet, magneetstaaf;Magnetic,magnetik, magnetisch, magneet - -, miswijzend, aantrekkend:Magnetic field;Magnetic needle;Magnetic poles;Magnetism= magnetisme; aantrekkingskracht:Terrestrial magnetism= aardmagnetisme;Magnetization, subst. v.Magnetize= magnetiseeren;Magnetizer= magnetiseur;Magneto-electric(al)ofMagneto-electric(al);Magneto-ignition= magneetontsteking;Magnetometer= magnetische krachtmeter;[325]Magneto-motorofMagneto-motor;Magneto-telegraph.Magnific(al),magnifik(’l), prachtig, heerlijk.Magnificat,magnifikat, lofzang ter eere van Maria (Lukas I, 46–55);Magnification= vergrooting.Magnificence,magnifisens, grootschheid, luister;Magnificent= grootsch, prachtig, prachtlievend.Magnifico,magnifikou, vroeger Venetiaansch edelman; rector eener Duitsche Hoogeschool; groot heer.Magnifier,magnifaiə, vergrooter, vergrootglas;Magnify,magnifai, vergrooten, verheerlijken:Magnifiering-glass= vergrootglas.Magniloquence,magniləkwens, grootsprekerij, bombast; adj.Magniloquent,magniləkwent.Magnitude,magnitjûd, grootte, omvang, belangrijkheid.Magnolia,magnouljə, magnolia.Magnum,magn’m, dubbele flesch (±2 L.):Magnum bonum,magn’mboun’m, soort van groote pen, pruim of aardappel.Magog,meigog, groote reus (1 Mos. X, 2).Magot,magot,məgou, magot (aap, Chineesch poppetje).Magpie,magpai, ekster, babbelkous,halfpenny, schot in den buitensten ring.Magus,meigəs, Magiër, Wijze uit het Oosten.Magyar,madjâ,mədžâ, Magyaar(sch).Mahabharata,mahâbârətə, een Indisch epos.Maharajah,maharâdžâ, Maharadsja (titel).Mahatma,mahatma, Boeddhistisch priester, theosoof.Mahdi,mâdi, Madhi;Madhist, aanhanger van den Madhi;Mahdism= zijne leer.Mahlstick,mâlstik=Maulstick.Mahogany,məhogəni, mahoniehout; (eet)tafel:Tobe under the mahogany= onder de tafel liggen (dronken);Tohave one’s feet under another man’s mahogany= aan een andermans tafel zitten, over eens anders hulpbronnen beschikken.Mahomet,məhomət, Mahomed;Mahometan=Mohammedan.Mahon,məhoun,məhûn.Mahori,mâhəri, Maori.Mahout,məhaut,məhût, olifantdrijver (Brit. Indië).Maid,meid, maagd, meid, meisje:Children’s maid;Housemaid= tweede meid;Ladies’ maid= kamenier;Parlour maid= binnenmeid;Thorough maid= flink;Maid of honour= hofdame;Maid of all work= meid alléén;Maid-servant= dienstmeid;Maiden, subst. maagd, meisje, waschmachine; adj. maagdelijk, rein:Maiden assizes= zittingen zonder crimineele zaken;Maiden aunt= ongetrouwde tante;Maidenauntish:The book isirreproachable to a maiden auntish extent= eene ongetrouwde tante kan er zelfs niets op aanmerken;Maiden effort= eerste poging;Maiden name= de eigen naam van eene getrouwde vrouw;Maiden speech= eerste redevoering van een nieuw parlementslid;Maiden stakes= wedstrijd of de prijzen voor paarden, die voor ’t eerst uitkomen;Maidenhair= venushaar;Maidenhead=Maidenhood= maagdelijkheid;Maidenliness, subst. v.Maidenly= jonkvrouwelijk, zedig.Maieutic,mei-jûtik, geboorte bevorderend, ontwikkelend.Mail,meil, subst. maliënkolder; brievenzak, brievenpost;Mailverb, bepantseren; met de post verzenden, op de post doen (Amer.):Coat of mail= pantserhemd;Mail-bag= brievenzak;Mail-boat= pakketboot;Mail-cart= postkar; sportkar;Mail-clad= bepantserd;Mail-coach= postwagen; Eng. koets, met zitplaatsen boven op en met 4 paarden bespannen;Mail-day;Mail-horse= postpaard;Mail-line=Mail-route;Mail-stage= postwagen (Amer.);Mail-steamer= postboot;Mail-train= posttrein;Mail-van= postwagen;Mailable= wat per post kan worden verzonden (Am.);Mailed= gepantserd, geschubd, met schilden, gevlekt.Maim,meim, subst. verminking;Maimverb. verminken, schenden.Main,mein, voornaamste; subst. geweld; voornaamste deel, hoofdbuis, hoofdkabel, oceaan, wedstrijd tusschen hanen, (hooge) worp, inzet, het gemiddelde der te werpen oogen:By main force= met kracht en geweld;Themain bodyof an army= de hoofdtroep;Hehas an eye to the main chance= hij let op No. 1, hij is een egoist;In (on) the main= in hoofdzaak;He is honestin the main= over ’t geheel genomen;With might and main= met alle macht;Mains and service-pipes= hoofd- en zijgeleidingen;Toturn off the gas at the main= de hoofdkraan dichtdraaien;Toturn on the main= beginnen te schreien (iron.);Main-boom= giek, zeilboom;Main-deck= opperdek;Mainland= vaste land;Main lines and branch linesof a railway= hoofd- en zijlijnen van een spoorweg;Mainmast= groote mast;Main-pipe= hoofdbuis;Main-road= hoofdweg;Mainsail(meins’l) = grootzeil;Main-sheet= groote schoot;Main-shroud= groot want;Mainspring= groote veer, hoofdader, hoofdmotief, hoofdbron, etc.;Main-stay= groot stag; voornaamste steun;Main-street= hoofdstraat;Main-top= groote mars;Main-topgallant= grootbram - -;Main-topsail= grootmarszeil;Main-yard= groote ra;Mainly= voornamelijk, krachtig.Mainprize,meinpraiz, borgtocht, loslating onder borgtocht; het bevel hiertoe.Maintain,m’ntein,meintein, handhaven, verdedigen, rechtvaardigen, onderhouden, houden, beweren, volhouden;Maintainable= houdbaar;Maintainer= behouder, verzorger, behoeder, verdediger;Maintenance,meintən’ns, handhaving, onderhoud, verdediging:Cap of maintenance= staatsiemuts of -baret, vóór den koning of hooge ambtenaren uitgedragen als teeken van waardigheid.Mainwaring,manəriŋ.Maize,meiz,maïs;Maizena,meizînə, maïsmeel.Majestic,mədžestik, majestueus:Majesty,madžəsti, majesteit, grootschheid, verhevenheid:His (Your) Majesty.Majolica,mədžolikə, majolica.[326]Major,meidžə, subst. majoor, meerderjarige, oudere, eerste term van een syllogisme; adj. grooter, meerder, meerderjarig:Major-domo= opper-hofmeester; bestuurder; oppasser;Major-general= generaal-majoor;Major-premiss, hoofdpræmisse;Major-term= major (d.i. de term, die het prædicaat der conclusie vormt);Majorship= majoorsrang;Majority,mədžoriti, meerderheid, majoorschap, meerderjarigheid:Tocarry the majority,Tohave a majority= de meerderheid hebben;Tohave the majority on one’s side;The Army Estimates werevoted by a sweeping majority= de Begrooting van Oorlog werd met eene verpletterende meerderheid aangenomen;Togo (pass) over to the great majority= sterven =Tojoin the majority.Majorca,mədzökə.Majuscule,mədžɐskjûl, hoofdletter.Make,meik, subst. vorm, gedaante, maaksel, snit;Makeverb. maken, vervaardigen, scheppen, voortbrengen, bereiden, aanleggen, benoemen, bedragen, noodzaken, dwingen, doen, verdienen, africhten, nabijkomen, naderen, etc.:That is painful tomy natural make= doet mijne natuur geweld aan;A heart of his make= v. zijne soort;Tomake no account of= geringschatten;He will nevermake a good actor= worden;Tomake amends= excuus maken;Tomake a bed= opmaken;Tomake one’s bread= zijn brood verdienen;Milk makes both butter and cheese= levert;Tomake a call= een visite maken;Tomake a contract= sluiten;Wool makes warm clothing= vormt;That does notmake the least difference= kan niets schelen;I havemade a good dinner= flink gegeten;Tomake no doubtof= niet twijfelen aan;Tomake an end of= een eind maken aan;Tomake a long (wry) face= een lang (zuur) gezicht trekken;Tomake a fool of= voor den gek houden;Tomake a guess at= raden naar;Tomake haste= zich haasten;Tomake headway= vooruitkomen;I willmake you a good husband= een goede man voor je zijn;Tomake an island= naderen, komen in het gezicht van;Tomake a fair living= behoorlijk veel geld verdienen;Tomake love to= het hof maken;Tomake a mess of= bederven, verknoeien;Tomake misschief= onheil stichten, intrigeeren;Tomake the ocean= in zee steken;Tomake peace= sluiten;Will youmake a penfor me? = vermaken;He hasmade his pile= een ‘bom’ geld verdiend;Tomake the port= in het gezicht krijgen, binnenloopen;Tomake a promise= doen;Tomake provisions for= voorzorgen treffen;Tomake sail= bijzetten;Tomake a speech= houden;Tomake a stand= halt houden, standhouden;I have justmade the steamer= nog net gepakt, gehaald;Tomake a stranger of= als een vreemde behandelen;Tomake one’s toilet= maken;Tomake waragainst= oorlog voeren;Tomake water= lekken;Make way there!= uit den weg daar!I made the best of my way home= begaf mij zoo gauw mogelijk;Hemade the weight 17 pounds= schatte op;I will notmake any more words about it= er geen woord meer over verliezen, niet langer over kibbelen;Imake boldto observe= ben zoo vrij;Hemakes free withmy wine= doet alsof het zijn wijn is;Tomake good= vergoeden, houden, handhaven, rechtvaardigen, verdedigen, verantwoorden;Tomake gooda promise= houden;Tomake goodone’s reputation= handhaven;Imake the sum largerthan you do= houd voor grooter;Tomake light ofa thing= licht opvatten;We havemade rather merryto-day= vrijwat pret gehad;Youmake merry with me= houdt me voor ’t lapje;Hemade no more ofthe dog than if he had been a lamb= gaf niet meer om;Tomake much of= veel ophebben met;The ridersmade much oftheir horses after the charge= liefkoosden;Hemakes sure ofit= hij acht het zeker;I willmake sure ofit= er mij van vergewissen;Tomake believe= doen gelooven, doen alsof;Amake-believe= voorwendsel;Itmade me laugh= deed me lachen;That willmake againstyour plan= benadeelen;Theymade afterthe deer= vervolgden het hert;The kingmade away withhis enemies= ruimde uit den weg;It was made away with= verloren, gestolen, etc.;Theymade away withthe soup= aten de soep op;Tomake downa dress= vermaken;The shipmakes forthe harbour= zet koers naar;Thatmakes for peace= leidt tot;What has he to make in the matter?= te maken;Hemadethe warehouseintoa ball-room= veranderde;I do not know what tomake ofit= kan er geen touw aan vastmaken;I cannotmakethat manout= ik begrijp, “snap”, dien man niet;Hemade out onmefor£8= trok een wissel op mij van;You canmake outthe steeples here= duidelijk onderscheiden;A skilful defender might perhapsmake outa case for him= kon hem misschien vrijpleiten;Hemade outthe account= schreef;Hemade overhis property to his cousin= schonk, droeg over;Amade-overblack silk= vermaakte;Make-up= grimeeren; subst. grime, verkleeding, uitdenksel;I say, you mustmake it up= zeg er eens, jullie moet elkaar de hand (der verzoening) geven;You aremaking up toher= tracht u aangenaam te maken, maakt haar het hof;All your money does notmake upa guilder= bedraagt nog geen;Tomake upone’s books= opmaken;Tomake upmedicine= klaarmaken;I havemade it up foryou= in orde gemaakt;He could notmake uplost ground= het verlorene niet herwinnen;Hemade up tome= kwam op mij toe;The actor wasmade upbeautifully= goed gegrimeerd;We shall have tomake up forlost time= moeten inhalen;Tomake upa loss= een verlies vergoeden;I havemade upmy mind= ik ben besloten;The proofsheet was notmade upas yet= nog niet opgemaakt;Amade-up story= gefingeerd verhaal;He made as ifhe consented= veinsde;Make-peace= vredestichter;Make-shift= behulp,[327]stoplap:Amake-shift contrivance= iets om tijdelijk mee te behelpen;Make-weight= aanvulling, toegift, stoplap, noodhulp;Maker= maker, vervaardiger, dichter, Schepper;Making= vervaardiging:Of your own making= je eigen schuld (fig.);That wasthe making of him= dat heeft er hem bovenop geholpen;Hehas the makings of an excellent teacher= er schuilt (zit) in hem;Themakings of a small sweetstuff shop= opbrengst, verdienste. Zie ook:Made.Malabar,maləbâ,maləbâ;Malacca,məlakə;Malachi,maləkai, Maleachi.Malachite,maləkait, malachiet.Maladdress,malədres, onhandigheid, gebrek aan tact.Maladjustment,malədžɐstm’nt, slechte regeling of inrichting.Maladministration,malədministreiš’n, wanbeheer, wanbestuur.Maladroit,malədroit,malədrôit, onhandig; subst.Maladroitness.Malady,malədi, (slepende) ziekte, moreel gebrek, kwaal.Malaga,maləgə, Malaga(wijn).Malahack,maləhak, kneuzen (Amer.).Malapert,maləpɐ̂t, adj. onbeschaamd, brutaal; subst. wijsneus, brutaaltje.Malapropism,maləpropizm, verkeerde toepassing van “stadhuiswoorden”, een verkeerd toegepast “stadhuiswoord”;Malapropos,maləprəpou, te onpas, ongeschikt.Malar,meilə, subst. kaak; adj. tot de kaak toebehoorende; kaak …Malaria,məlêriə, moeraskoorts, schadelijke moerasdamp;Malarial fever;Malarian=Malarious= met schadelijke dampen bezwangerd, malaria veroorzakend.Malay,məlei, Maleier; ook Maleisch =Malayan;Malcolm,malkəm.Malconformation,malkonfəmeiš’n, wanverhouding, misvorming.Malcontent,malkəntent, subst. en adj. ontevreden(e);Malcontented,malk’ntentid.Malden,mold’n;Maldesen,môlds’n;Maldives,maldaivz,maldaivz, Maladiven;Maldon,môld’n.Male,meil, subst. mannetje; adj. mannelijk:Male issue= mannelijk oir;Male rime= mannelijk of staand rijm;Male screw= vaarschroef.Malediction,malidikš’n, vervloeking; adj.Maledictory.Malefactor,malifaktə,malifaktə, boosdoener;Malefic= kwaadaardig, schadelijk;Maleficence= boosaardigheid;Maleficent= boosaardig.Malevolence,məlevəlens, kwaadwilligheid; adj.Malevolent.Malfeasance,malfîz’ns, onwettige handeling, kwade praktijken.Malformation,malfəmeiš’n, misvormdheid; adj.Malformed.Malice,malis, boosaardigheid, haat, vijandigheid:He did itof malice prepense (malice aforethought)= met voorbedachten rade;He bears no malice= is niet haatdragend;Tobear maliceto= een wrok koesteren tegen;Malicious,məlišəs, kwaadwillig, boosaardig; subst.Maliciousness.Malign,məlain, adj. nadeelig, kwaadaardig, onheilspellend, ongunstig;Malignverb. benadeelen, gemeen behandelen, kwaad spreken van;Malignance,məlign’ns=Malignancy,məlign’nsi, vijandigheid, kwaadaardigheid;Malignant= kwaad-, boosaardig; ook subst. kwaadwillige;Maligner,məlainə, lasteraar;Malignity= boosaardigheid, kwaadaardigheid.Malinger,məliŋgə, ziekte voorwenden;Malingerer= simulant.Malkin,mô(l)kin:The kitchen malkin= keukenmeid.Mall,môl, malie, malieklik, maliekolf, vroegere strijdhamer, maliespel;Mallverb. maliën, in de maliebaan spelen.Mall,mal,mel, openbare, beschaduwde wandelplaats.Mallard,maləd, wilde eend.Malleability,maljəbiliti, smeedbaarheid, rekbaarheid; adj.Malleable,maljəb’l, ookfig.; subst.Malleableness;Malleation= het pletten, hamerslag.Mallet,malət, houten hamer;Malleus,maliəs, hamer (in het oor).Mallow(s),malou(z), malva, kaasjeskruid.Mallory,maləri;Malmesbury,mâmzb’ri.Malmsey,mâmzi, malvezij.Malodorous,maloudərɐs, stinkend;Malodo(u)r,maloudə, stank.Malone,məloun.Malpractice,malpraktis, kwade praktijk, overtreding; verkeerde med. behandeling.Malt,môlt, subst. mout, bier; ook adj.;Maltverb. mouten, tot mout worden, bier drinken;Malt-drier= mouteest;Malt-floor= mouterij;Malt-horse= paard van een moutmolen; suffer, domkop;Malt-house= mouterij;Malt-kiln= (mout)eest;Malt-spirits= moutwijn;Maltster= moutmaker;Malty= moutachtig, mout …Malta,môltə:Knight of Malta= Johannesridder;Maltese,môltîz,môltis, subst. Maltezer(s), hunne taal; adj. Maltezer:Maltese cross= maltezerkruis;Maltese dog= kleine patrijshond met lang zijdeachtig haar.Malthus,malthəs;Malthusian,malthjûš’n,malthjûž’n, subst. en adj. Malthusiaan(sch).Maltreat,maltrît, ruw of slecht behandelen; subst.Maltreatment.Malvern Hills,malvənhilz, de heuvels van M.Malversation,malvəseiš’n, malversatie, kwade praktijk, verduistering.Mameluke,maməl(j)ûk, Mameluk.Mam(m)a,məmâ,mâmə(Amer.), mama:Mama’s headache= ma’s geheimzinnige ziekte bij zekere gelegenheid.Mammal,maməl, met borsten; subst. zoogdier;Mammalia,məmeiljə, zoogdieren; adj.Mammalian, zoogdier …;Mammalogy= leer der zoogdieren;Mammifer= zoogdier;Mammiferous= met tepels, zoogend.Mammodis,mamədis, Brit.-Ind. sits; fijn lijnwaad.Mammon,mam’n, Mammon:Mammon worship.Mammoth,maməth, subst. mammoet; adj. reusachtig.Mammy,mami, maatje; min (kleurlinge).Man,man, subst. mensch, man, echtgenoot,[328]manschap, knecht, vazal, stuk (bij dam- of schaakspel);Manverb. bemannen, bezetten; zich vermannen (oneself):A man ought to do his duty= men moet;The Old Man= de oude Adam; de pipa, den “Ouwe”;I ammy own man= ben mijn eigen baas;To a man= éénparig, zonder uitzondering;The social relation ofman and wife;Tobecome man and wife= worden;Tocome between man and wife;A man or a mouse= alles of niets;Hecame to man’s estate= tot mannelijken leeftijd;It is notin a man= dat kan een man niet;Aman about town= (aristocratische) losbol, “bon vivant”, iemand, die veel uitgaat;AMan-at-arms= gewapend krijger (ruiter);Man in the moon= het mannetje in de maan;Man in the street= de eerste de beste persoon;Aman of peace= vreedzaam mensch;He isa man of men= voortreffelijk mensch;Aman of straw= strooman;AMan-of-war= oorlogschip;An East-India-man= Oostinjevaarder;Hemanned himself,and did it= vermande zich;The sailorsmanned the ship, the shrouds, the yards= paradeerden op de ra’s, in het want, op de ra’s;Man-child= jongen;Man-eater= menscheneter; tijger, leeuw, soort haai, bijtend paard;Man-engine= machine tot het ophalen en neerlaten van mijnwerkers;Man-hater= menschenhater, mannenhaatster;Man-hole= mangat;Man-milliner= handelaar in damesconfectie;Man-monster= half menschelijk monster;Man-rope= valreep;Man-servant= bediende;Manslaughter= manslag;Manslayer= moordenaar;Man-trap= voetangel; gevaarlijke plaats (bijv. een open luik); weduwe (Amer.);Manful= manhaftig; subst.Manfulness;Manhood= de menschelijke natuur, mannelijkheid, manhaftigheid, mannelijke leeftijd;Manlike= menschelijk, manhaftig;Manliness, subst. v.Manly= mannelijk, manhaftig, kloek;Mannish= mannig, d.i. mannelijk in ongunstigen zin:Mannish airs= mannelijke airs (vanNew Women).Manacle,manək’l(gewoonlijk meerv.), subst. handboei;Manacleverb. de handboeien aandoen.Manage,manidž, besturen, behandelen, beheerschen, richten, klaarspelen, zich redden:I hopeI can manage it= dat ik het klaar speel;He cannotmanage the boys= geen orde houden;Manageable= handelbaar, leerzaam (van dieren), goed (weêr); subst.Manageableness;Management= bestuur, leiding, administratie, verstandig (slim) optreden of handelen:Good management= handigheid, flinkheid;Manager= bestuurder, leider, gérant, zetbaas, theaterdirecteur, chef van tractie (bij de spoorwegen), curator; vr.manageress;managership;Managing= bestuur; adj. besturend, bedrijfs - -, zuinig, overleggend, slim:Managing clerk= procuratiehouder;Managing director= bestuurder;Managing partner= besturend firmant;Amanaging woman= flinke, zuinige.Manakin,manəkin. ZieMan(n)i-kin.Manby,manbi:Manby’s apparatus= vuurpijl (reddings)toestel.Manchester,mantšəstə:Manchester School= partij van den vrijhandel;Manchu,mɐntšû;Manchuria,mantšûriə.Manciple,mansip’l, hofmeester, huisbestuurder.Mandalay,mandəlei.Mandamus,mandeiməs, bevelschrift van deCrown Side(=kamer v. strafzaken) van deKing’s Bench division of the High Court of Justiceinhoudend een bepaalde opdracht; ook verb.Mandarine,mandərin,mandərîn, subst. Mandarijn, mandarijntje; adj. edel, voornaam.Mandatary,mandətəri, gevolmachtigde;Mandate= mandaat, bevel(schrift), opdracht;Mandator= volmachtgever;Mandatory= bevelend, voorschrijvend; subst. gevolmachtigde.Mandible,mandib’l, (onder)kaak;Mandibular= onderkaaks …Mandolin(e),mandəlin, mandoline.Mandragora,mandragərə,Mandrake,mandreik, alruin, mandragora.Mandrel,mandr’l,Mandril,mandril, spil, vormijzer, doorslag; (het laatste woord) ook: mandril.Manducatory,mandjukətəri= kauw …:Manducatory organs.Mane,mein, manen:Mane of a helmet= pluim;Mane-comb= roskam;Mane-sheet= bedekking voor het bovenste van een paardekop.Manege,məneiž, rijschool, rijkunst.Manequin,manəkin. ZieManakin.Manes,meinîz, schimmen der afgestorvenen; de onderwereld.Manganese,maŋgənîz,maŋgənîs,maŋgənîz,maŋgənîs, mangaan.Mange,meinž, schurft.Mangelwurzel,maŋg’lwɐ̂z’l, mangelwortel.Manger,meinžə, voerbak (trog); kribbe:He is a dog in the manger= hij kan niet zien dat de zon in het water schijnt.Manginess,meindžinəs, schurftigheid.Mangle,maŋg’l, subst. mangel;Mangleverb. mangelen, klanderen; verminken, havenen, verscheuren:His motherkeeps a mangle= is mangelvrouw;Mangler= mangelvrouw; hak-, schaafmachine.Mango,maŋgou, mangoboom (vrucht).Mangrove,mangrouv, mangliet of wortelboom.Mangy,meindži, schurftig, schunnig.Mania,meinjə, waanzin, manie;Maniac= waanzinnig, dol; ook subst.; adj.Maniacal.Manich(a)ean,manikîən, Manicheeër;Manicheism= de leer der M.;Manichees,manikîz, Manicheeën.Manicure,manikjûə, manicure; ook verb.Manifest,manifest, openbaar, duidelijk; subst. manifest, vrachtlijst (=Captain’s manifest,Ship’s manifest);Manifestverb. openbaar maken, manifesteeren, betuigen, de vrachtlijst vertoonen:Tomanifest goods:Manifestable= bewijsbaar;Manifestation= openbaring, manifestatie;Manifestness= duidelijkheid:Manifesto,manifestou, manifesto, publieke verklaring.Manifold,manifould, adj. menigvuldig, talrijk, veelvuldig; hectografische afdruk;Manifoldverb. vermenigvuldigen, hectografeeren;Manifold-writer= hectograaf; subst.Manifoldness.[329]Man(n)ikin,manikin, mannetje, ledepop, phantoom (Med.); adj. dwergachtig, dwerg …Manilla,manilə, Manilla; arm-(been-)ring:Manilla cigar,Manilla fibre,Manilla hemp.Maniple,manip’l, ⅓ eener cohorte (in het Rom. leger 60 man + twee officieren en een vaandeldrager); manipel, band om den linkerarm van een priester bij het misoffer;Manipular= tot een Romeinsch vendel behoorend;Manipulate,mənipjuleit(met overleg, slim) behandelen; telegrafeeren;Manipulation= manipulatie, handbeweging;Manipulative= manipuleerend, behandelings - -;Manipulator;Manipulatory=Manipulative.Manitoba,manitəbâ.Manitou,manitû, Indiaansche god, geest.Mankind,mankaind, het menschelijk geslacht; (mankaind) alle mannen (tegenoverWomankind); de mannen (tegenoverwife, bij de lagere klassen).Manna,manə, manna.Manner,manə, manier, wijze, methode, gewoonte, stijl, mode:After his sour manner= op zijn norsche manier;By no (Not by any) manner of means= op geenerlei wijze, in geen geval;In this manner= op deze wijze;In a (certain) manner= in zekere mate;In like manner= evenzoo;No manner of= in ’t geheel geen;No manner of doubt= niet de minste twijfel;Manners= gedrag, manieren, “mores”;It is not mannersto ask= past niet;I’llteach him manners= ik zal hem manieren leeren;Mannered= geaffecteerd;Anill-manneredyoung fellow= slecht gemanierd;Some of hisleast mannered work= minst gemaniëreerd;There isa mannerismabout him= gemaaktheid;This writer’smannerism= gemaniëreerdheid;Mannerist= gemaniëreerd schrijver of persoon;Mannerliness= welgemanierdheid: adj.Mannerly.Mannite,manait, mannasuiker.Manoeuver,Amer.voorManoeuvre,mən(j)ûvə, subst. manoeuvre (ookfig.);Manoeuververb. manoeuvreeren, klaar spelen:He’ll manoeuver it somehow;Manoeuverer= slimmerd.Manometer,mənomətə, manometer; adj.Manometric(al).Manor,manə, ambtsheerlijkheid, riddergoed:Manor-house,Manor-seat= heerenhuis, slot;Manorial,mənôriəl, tot een riddergoed behoorende.Mansard roof,mansədrûf, gebroken dak, waarvan het onderste gedeelte het steilst helt.Manse,mans, boerenwoning; pastorie (Schotl.).Mansion,manš’n, groot heerenhuis, woning, huurkazerne:The Mansion-house= het officieele verblijf van denLord Mayorin Londen.Mansuetude,manswitjûd, zachtheid, onderworpenheid.Mantel,mant’l, mantel (Archit.); ook =Mantelpiece= schoorsteenmantel =Mantelshelf;Overmantel= étagèrespiegel.Mant(e)let,mant(ə)lət, manteltje; stormscherm, beweegbare borstwering;Mantilla,mantilə, mantille.Mantle,mant’l, subst. mantel, dekmantel, gloeikousje;Mantleverb. bedekken, koken, gisten, schuimen, blozen, de vleugels uitspreiden (v. valken).Mantua,mantjûə, Mantua; wijde mantel (van ± 1850);Mantua-gown= wijde japon;Mantua-maker= modiste;Mantuan= (inwoner) van Mantua;The Mantuan Swan= Vergilius.Manual,manjuəl, subst. handboek, manuaal (van orgel of piano), handspuit; adj. hand …, coulant:Manual alphabet(voor doofstommen);Manual exercise= oefening in de handgrepen van het geweer;Manual sign= handteekening.Manufactory,manjufaktəri, fabriek: adj.Manufactural;Manufacture, subst. fabrikaat, vervaardiging;Manufactureverb. vervaardigen, fabriceeren;Manufacturer= fabrikant;Manufacturing= fabricatie; adj. fabrieks …Manumission,manjumiš’n, manumissie, het vrijlaten van een slaaf;Manumit= slaven vrijlaten.Manumotor,manjumoutə, wagen door den inzittende mechanisch voortbewogen.Manure,mənjûə, subst. mest;Manureverb. bemesten;Manure-cart;Manure-distributor= meststrooier;Manure-fork;Manurer.Manuscript,manjuskript, subst. handschrift, adj. met de hand geschreven.Manx,maŋks, van het eilandMan; subst. de taal, de bewoners;Manxman= bewoner vanMan.Many,meni, veel, vele(n); subst. menigte, groot aantal:So many countries, so many customs= ’s lands wijs ’s lands eer;Many men, many minds= zooveel hoofden, zooveel zinnen;Many a man= menigeen;Many a time and oft= herhaaldelijk;This many a day=For many a day= reeds lang;As many again= eens zooveel;Twice as many= tweemaal zooveel;We were packedlike so manyherrings= zaten opeen als haringen in een ton;I amone too many foryou= ik ben je de baas af;Shemade one too manyin the omnibus= was te veel;The many= de groote hoop;A good (great) many= zeer vele;Many-headed: The many-headed monster= de Hydra; het gepeupel;Many-sided= veelzijdig; subst.Many-sidedness.Maori,mauri,mâəri, subst. Maori; hunne taal; adj. tot de Maoris of hunne taal behoorend.
M,em, verk. voorMarquis,Masculine,Meridian,Middle,Mile(s),Mille(Thousand),Minute,Monday,Morning;M(agister)A(rtium)ofM(ilitary)A(cademy);Macc(abees);Mach(ine);Mad(am),Mag(azine);Maj(or)Gen(eral);Mal(ayan);Mar(ch)ofMar(itime);Marq(uis);Masc(uline);Mass(achusetts);Math(ematics);Matt(hew);M(edicinae)B(accalaureus);M(ember of)C(ongress)ofM(aster of)C(eremonies);M(edicinae)D(octor);Mdlle= Mademoiselle;M(ost)E(xcellent);M(ilitary)E(ngineer);Mech(anics);Med(icine);Med(iaeval)Lat(in);Mem(orandum);Messrs= Messieurs;Met(aphysics);Metaph(ysics);Meteor(ology);Meth(odist);M(aster of)F(ox)H(ounds);M(ost)H(onourable);M(iddle)H(igh)G(erman);Miss(issippi);M(ember of the)I(nstitute of)C(ivil)E(ngineers);Min(eralogy);Minn(esota);Min(ister)Plen(ipotentiary;M(ember of the)K(ing’s and)Q(ueen’s)C(ollege of)P(hysicians);M(ember of the)L(ondon)S(chool)B(oard);M.M.= Their Majesties, of: Gentlemen;Mn.= Michigan;Mo.= Missouri of Month;Mod(ern);Mon(day);Mons(ieur);M(ember of)P(arliament);M(ember of the)P(hilological)S(ociety);Mr.= Master, Mister;M(ember of the)R(oyal)C(ollege of)P(hysicians);M(ember of the)R(oyal)G(eographical)S(ociety);M(ember of the)R(oyal)A(cademy);Mrs.= Mistress,misiz;M(ember of the)R(oyal)S(ociety of)L(iterature);M(aster of)S(urgery);Ms.= Manuscript;Mss.= Manuscripts;Mt.= Mount;Mts.= Mountains;Mus(eum)ofMus(ical);M(ost)W(orthy)G(rand)M(aster);Myth(ology).Ma,mâ, Mama (kindertaal).Ma’am,mamofmâm, verk. vanMadam:Ma’am-school=Dame-school(Amer.).Mab,mab, feeënkoningin; slons; huurrijtuig.Mabel,meib’l.Mabys,mabis, jonge dienstbode, eig. verk. vanM(etropolitan)A(ssociation for)B(efriending)Y(oung)S(ervants).Mac,mak, zoon (vóór Schotsche en Iersche namen).Macaco,məkeikou, vosaap of maki.Macacus,məkeikəs, Turksche aap of magot.Macadam,makadəm:Macadam pavement(road)= macadam (steenpuin of granietkiezel) weg;Macadamization, subst. v.Macadamize, macadamiseeren, een straatweg aanleggen naar het stelsel vanMac-Adam.Macaroni,makərouni, macaroni, mengelmoes; iets uitstekends; fat;Macaronic= dwaas, ijdel, hansworsterig; uit bont dooreengemengde woorden van verschillende talen gevormd (vers).Macaroon,makərûn, macrone (koekje).Macassar,məkasə,Macassar:Macassar oil.Macaulay,məkôli.Macaw,makô, roode ara (soort v. papegaai).Macbeth,məkbeth;Maccabean,makəbîən, Maccabeesch;Maccabee,makəbî, Maccabeër;Mac Carthy,məkâthi;Mac Donald,məkdonəld,Macdougal,məkdɐg’l;Macduff,məkdɐf.Mace,meis, staf, scepter; vroegere lange billartqueue, vroegere knots; zwendel, geleend geld;Maceverb. bedriegen, leenen:On mace= op “de pof”;Mace-bearer= pedel, stafdrager.Macedon,masidon;Macedonia,masidounjə, Macedonië;Macedonian, subst. Macedoniër; adj. Macedonisch.Macerate,masəreit, afmatten, kastijden; laten weeken, macereeren; subst.Maceration.Machiavel,makiəvel;Machiavelian,makiəveliən, subst. en adj. (volgeling) van Machiavelli (1469–1527); sluw, dubbelhartig, trouweloos (mensch);Machiavelism= de beginselen van M., staatkundige dubbelhartigheid.Machinate,makineit, kuipen;Machination= kuiperij;Machinator= intrigant.Machine,məšîn, subst. werktuig, toestel, machine, machinerie, naaimachine, badkoets, fiets, wagen, brandspuit (Amer.); dedeus ex machinain drama (=machining God);Machineverb. machinaal, met behulp eener machine vervaardigen of uitvoeren, op de naaimachine werken:Machine-gun= soort v. mitrailleuse;Machine-made= machinaal:Machine-made manners;Machine-ruler= linieermachine;Machine-work= fabriekswerk;Machinery= machinerie, mecanisme; het bovennatuurlijk ingrijpen ter ontwikkeling der catastrophe.Machinist,məšînist, machinist, constructeur van machines; machinenaaister; fietser:Coventry machinist= rijwielfabrikant.[324]Mackay,məkai,məkei;Mackenzie,məkenzi.Mackerel,makerel, makreel:Mackerel-sky= lucht met kleine schapenwolkjes.M(a)cKinley,məkinli:McKinley Bill= de in 1890 aangenomen Amer. beschermende rechten.Mackintosh,makintoš, waterdichte stof, jas of mantel daarvan; adj. waterdicht;Mackintoshverb, waterdicht maken.Macleod,məklaud;Maclise,məklîs;Macmillan,məkmil’n;Mac Neill,məknîl;Macomb,məkûm,məkoum;Macpherson,məkfɐ̂s’n;Macready,məkrîdi.Macrocosm,makrəkozm, het heelal.Macron,makron,meikron, lengteteeken (ā).Macropod,makrəpod, langbeenig;Macropus,makrəpɐs, kangoeroe.Macroscopic(al),makrəskopik(’l), voor het bloote oog zichtbaar.Macula,makjulə, vlek;Maculate, adj. bevlekt (ookfig.);Maculateverb. bevlekken;Maculation= bevlekking, vlek;Maculose,makjulous= gevlekt.Mad,mad, krankzinnig, dolzinnig, razend, woedend, overmoedig;Madverb, dol maken (Amer.):Tobe mad with joy= dolblij zijn;He hasdriven me mad= gek gemaakt;He is sure togo (run) mad= wordt bepaald gek;Mad as a hatter, as a march-hare= stapelgek;Mad on (upon, for, of)= dol op;Mad-brained= dol, razend, dwaas;Madcap, subst. dolhoofd, dolleman; adj. dol, dwaas;Mad-headed= dol;Madhouse= gekkenhuis;Madman= krankzinnige, dolleman;Madwort= schildzaad, steenkruid;Madden= dol of woedend maken, razend worden;The madding crowd= de woeste, woelige (dwaze) menigte;Madness= krankzinnigheid, waanzin, dolheid.Madam,mad’m, Mevrouw, Juffrouw;Madame,madâm, mevrouw, “madam”:At Madam Jeff’s= bij “Madam” J.;To-morrow madam returns to the kitchen= morgen kan men de mooie “madam” weer in de keuken vinden;He always addresses her as “Madam”, and treats her as a princess.Madder,madə, meekrap;Madderverb, met meekrap verven.Made,meid, imperf. en part. vanto make; gemaakt, kunstig vervaardigd, (toebereid), afgeëxerceerd, afgericht, verzonnen (up):Made gravy= bouillon;Made land= ingedijkt land (Amer.);You are a made man= uw fortuin is gemaakt;Made mast= gekuipte mast;Made word= nieuw woord;Made (up) dishes= fijne schoteltjes;I have seen them made that way= van dat soort heb ik wel gekend;As slangy as sporting-papers are made= maar kunnen zijn. ZieMake.Madeira,mədîrə,mədêrə, Madera(wijn): Madeiramahogany(-wood)= echt mahoniehout.Madge,madž, verkorting vanMargaret.Madonna,mədonə, Madonna; soort alpaca.Madox,madəks;Madras,mədras, Madras; halfzijden stof.Madrepore,madripö, sterkoraal.Madrid,mədrid.Madrier,madriə,madrîə, sterke balk, plank.Madrigal,madrig’l, madrigal.Madrilenian,madrilînj’n, uit Madrid, bewoner v. M.Madura,madjûrə;Maecenas,məsînas.Maelstrom,meilstrom,mâlstrom, maalstroom; ookfig.Maenad,mînad, Bacchante; dol wijf.Maestro,ma-estrou, meester, beroemd componist.Maffick,mafik:Mafficking= dol en ruw feestbetoon op straat (oorspronkelijk naar aanleiding van het ontzet van Mafeking 17 Mei 1900);-er.Mag,mag, babbelen, plagen; subst. snater, babbelkous;halfpenny.Magazine,magəzîn, magazijn, tijdschrift; kruitkamer (magazijn):Magazine rifle.Magdalen,magdəlen, Magdalena:Magdalen asylum= huis voor gevallen vrouwen;Magdalen(e)môdlin:Magdalen Collegete Oxford.Magdeburg,magdəbɐ̂g, Maagdenburg:Magdeburg hemispheres, Maagdenburger halve bollen.Mage,meidž=Magician.Magellan,məgel’n,mədžel’n, Magellaan:Strait of Magellan= Straat van Magellaan;Magellanic,magəlanik,madžəlanik, v. Magellaan:Magellanic clouds= Magellaansche vlekken, kaapwolken.Maggot,magət, made; gril;Maggoty= vol mijten of maden; grillig, prikkelbaar; subst.Maggotiness.Magi,meidžai, mv. vanMagus;Magian= de Magiërs betreffende; Magiër.Magic,madžik, tooverkunst, hekserij, tooverkracht; adj.Magic(al)= tooverachtig, betooverend;Magic circle= tooverkring;Magic flute= tooverfluit;Magic lantern= tooverlantaarn;Magic square= vierkant van zoodanige cijfers, dat deze loodrecht, of horizontaal of diagonaal opgesteld, steeds dezelfde som leveren;Magician,mədžiš’n, toovenaar.Magister,mədžistə, magister;Magisterial= heerschend, gebiedend, trotsch; subst.Magisterness.Magistracy,madžistrəsi, de magistraat, magistratuur;Magistral,madžistr’l, gebiedend; volgens bepaald recept (pharm.);Magistrate,madžistreit, overheidspersoon, vrederechter.Magna C(h)arta,magnəkâtə, deMagna Chartav. Jan Zonder Land (1215).Magnanimity,magnənimiti, grootmoedigheid; adj.Magnanimous.Magnate,magnit, voornaam persoon.Magnesia,magnîšə,magnîžə, magnesia:Sulphate of magnesia=Epsom salts;Magnesian= magnesium bevattend;Magnesium:Magnesium-light.Magnet,magnət, magneet, magneetstaaf;Magnetic,magnetik, magnetisch, magneet - -, miswijzend, aantrekkend:Magnetic field;Magnetic needle;Magnetic poles;Magnetism= magnetisme; aantrekkingskracht:Terrestrial magnetism= aardmagnetisme;Magnetization, subst. v.Magnetize= magnetiseeren;Magnetizer= magnetiseur;Magneto-electric(al)ofMagneto-electric(al);Magneto-ignition= magneetontsteking;Magnetometer= magnetische krachtmeter;[325]Magneto-motorofMagneto-motor;Magneto-telegraph.Magnific(al),magnifik(’l), prachtig, heerlijk.Magnificat,magnifikat, lofzang ter eere van Maria (Lukas I, 46–55);Magnification= vergrooting.Magnificence,magnifisens, grootschheid, luister;Magnificent= grootsch, prachtig, prachtlievend.Magnifico,magnifikou, vroeger Venetiaansch edelman; rector eener Duitsche Hoogeschool; groot heer.Magnifier,magnifaiə, vergrooter, vergrootglas;Magnify,magnifai, vergrooten, verheerlijken:Magnifiering-glass= vergrootglas.Magniloquence,magniləkwens, grootsprekerij, bombast; adj.Magniloquent,magniləkwent.Magnitude,magnitjûd, grootte, omvang, belangrijkheid.Magnolia,magnouljə, magnolia.Magnum,magn’m, dubbele flesch (±2 L.):Magnum bonum,magn’mboun’m, soort van groote pen, pruim of aardappel.Magog,meigog, groote reus (1 Mos. X, 2).Magot,magot,məgou, magot (aap, Chineesch poppetje).Magpie,magpai, ekster, babbelkous,halfpenny, schot in den buitensten ring.Magus,meigəs, Magiër, Wijze uit het Oosten.Magyar,madjâ,mədžâ, Magyaar(sch).Mahabharata,mahâbârətə, een Indisch epos.Maharajah,maharâdžâ, Maharadsja (titel).Mahatma,mahatma, Boeddhistisch priester, theosoof.Mahdi,mâdi, Madhi;Madhist, aanhanger van den Madhi;Mahdism= zijne leer.Mahlstick,mâlstik=Maulstick.Mahogany,məhogəni, mahoniehout; (eet)tafel:Tobe under the mahogany= onder de tafel liggen (dronken);Tohave one’s feet under another man’s mahogany= aan een andermans tafel zitten, over eens anders hulpbronnen beschikken.Mahomet,məhomət, Mahomed;Mahometan=Mohammedan.Mahon,məhoun,məhûn.Mahori,mâhəri, Maori.Mahout,məhaut,məhût, olifantdrijver (Brit. Indië).Maid,meid, maagd, meid, meisje:Children’s maid;Housemaid= tweede meid;Ladies’ maid= kamenier;Parlour maid= binnenmeid;Thorough maid= flink;Maid of honour= hofdame;Maid of all work= meid alléén;Maid-servant= dienstmeid;Maiden, subst. maagd, meisje, waschmachine; adj. maagdelijk, rein:Maiden assizes= zittingen zonder crimineele zaken;Maiden aunt= ongetrouwde tante;Maidenauntish:The book isirreproachable to a maiden auntish extent= eene ongetrouwde tante kan er zelfs niets op aanmerken;Maiden effort= eerste poging;Maiden name= de eigen naam van eene getrouwde vrouw;Maiden speech= eerste redevoering van een nieuw parlementslid;Maiden stakes= wedstrijd of de prijzen voor paarden, die voor ’t eerst uitkomen;Maidenhair= venushaar;Maidenhead=Maidenhood= maagdelijkheid;Maidenliness, subst. v.Maidenly= jonkvrouwelijk, zedig.Maieutic,mei-jûtik, geboorte bevorderend, ontwikkelend.Mail,meil, subst. maliënkolder; brievenzak, brievenpost;Mailverb, bepantseren; met de post verzenden, op de post doen (Amer.):Coat of mail= pantserhemd;Mail-bag= brievenzak;Mail-boat= pakketboot;Mail-cart= postkar; sportkar;Mail-clad= bepantserd;Mail-coach= postwagen; Eng. koets, met zitplaatsen boven op en met 4 paarden bespannen;Mail-day;Mail-horse= postpaard;Mail-line=Mail-route;Mail-stage= postwagen (Amer.);Mail-steamer= postboot;Mail-train= posttrein;Mail-van= postwagen;Mailable= wat per post kan worden verzonden (Am.);Mailed= gepantserd, geschubd, met schilden, gevlekt.Maim,meim, subst. verminking;Maimverb. verminken, schenden.Main,mein, voornaamste; subst. geweld; voornaamste deel, hoofdbuis, hoofdkabel, oceaan, wedstrijd tusschen hanen, (hooge) worp, inzet, het gemiddelde der te werpen oogen:By main force= met kracht en geweld;Themain bodyof an army= de hoofdtroep;Hehas an eye to the main chance= hij let op No. 1, hij is een egoist;In (on) the main= in hoofdzaak;He is honestin the main= over ’t geheel genomen;With might and main= met alle macht;Mains and service-pipes= hoofd- en zijgeleidingen;Toturn off the gas at the main= de hoofdkraan dichtdraaien;Toturn on the main= beginnen te schreien (iron.);Main-boom= giek, zeilboom;Main-deck= opperdek;Mainland= vaste land;Main lines and branch linesof a railway= hoofd- en zijlijnen van een spoorweg;Mainmast= groote mast;Main-pipe= hoofdbuis;Main-road= hoofdweg;Mainsail(meins’l) = grootzeil;Main-sheet= groote schoot;Main-shroud= groot want;Mainspring= groote veer, hoofdader, hoofdmotief, hoofdbron, etc.;Main-stay= groot stag; voornaamste steun;Main-street= hoofdstraat;Main-top= groote mars;Main-topgallant= grootbram - -;Main-topsail= grootmarszeil;Main-yard= groote ra;Mainly= voornamelijk, krachtig.Mainprize,meinpraiz, borgtocht, loslating onder borgtocht; het bevel hiertoe.Maintain,m’ntein,meintein, handhaven, verdedigen, rechtvaardigen, onderhouden, houden, beweren, volhouden;Maintainable= houdbaar;Maintainer= behouder, verzorger, behoeder, verdediger;Maintenance,meintən’ns, handhaving, onderhoud, verdediging:Cap of maintenance= staatsiemuts of -baret, vóór den koning of hooge ambtenaren uitgedragen als teeken van waardigheid.Mainwaring,manəriŋ.Maize,meiz,maïs;Maizena,meizînə, maïsmeel.Majestic,mədžestik, majestueus:Majesty,madžəsti, majesteit, grootschheid, verhevenheid:His (Your) Majesty.Majolica,mədžolikə, majolica.[326]Major,meidžə, subst. majoor, meerderjarige, oudere, eerste term van een syllogisme; adj. grooter, meerder, meerderjarig:Major-domo= opper-hofmeester; bestuurder; oppasser;Major-general= generaal-majoor;Major-premiss, hoofdpræmisse;Major-term= major (d.i. de term, die het prædicaat der conclusie vormt);Majorship= majoorsrang;Majority,mədžoriti, meerderheid, majoorschap, meerderjarigheid:Tocarry the majority,Tohave a majority= de meerderheid hebben;Tohave the majority on one’s side;The Army Estimates werevoted by a sweeping majority= de Begrooting van Oorlog werd met eene verpletterende meerderheid aangenomen;Togo (pass) over to the great majority= sterven =Tojoin the majority.Majorca,mədzökə.Majuscule,mədžɐskjûl, hoofdletter.Make,meik, subst. vorm, gedaante, maaksel, snit;Makeverb. maken, vervaardigen, scheppen, voortbrengen, bereiden, aanleggen, benoemen, bedragen, noodzaken, dwingen, doen, verdienen, africhten, nabijkomen, naderen, etc.:That is painful tomy natural make= doet mijne natuur geweld aan;A heart of his make= v. zijne soort;Tomake no account of= geringschatten;He will nevermake a good actor= worden;Tomake amends= excuus maken;Tomake a bed= opmaken;Tomake one’s bread= zijn brood verdienen;Milk makes both butter and cheese= levert;Tomake a call= een visite maken;Tomake a contract= sluiten;Wool makes warm clothing= vormt;That does notmake the least difference= kan niets schelen;I havemade a good dinner= flink gegeten;Tomake no doubtof= niet twijfelen aan;Tomake an end of= een eind maken aan;Tomake a long (wry) face= een lang (zuur) gezicht trekken;Tomake a fool of= voor den gek houden;Tomake a guess at= raden naar;Tomake haste= zich haasten;Tomake headway= vooruitkomen;I willmake you a good husband= een goede man voor je zijn;Tomake an island= naderen, komen in het gezicht van;Tomake a fair living= behoorlijk veel geld verdienen;Tomake love to= het hof maken;Tomake a mess of= bederven, verknoeien;Tomake misschief= onheil stichten, intrigeeren;Tomake the ocean= in zee steken;Tomake peace= sluiten;Will youmake a penfor me? = vermaken;He hasmade his pile= een ‘bom’ geld verdiend;Tomake the port= in het gezicht krijgen, binnenloopen;Tomake a promise= doen;Tomake provisions for= voorzorgen treffen;Tomake sail= bijzetten;Tomake a speech= houden;Tomake a stand= halt houden, standhouden;I have justmade the steamer= nog net gepakt, gehaald;Tomake a stranger of= als een vreemde behandelen;Tomake one’s toilet= maken;Tomake waragainst= oorlog voeren;Tomake water= lekken;Make way there!= uit den weg daar!I made the best of my way home= begaf mij zoo gauw mogelijk;Hemade the weight 17 pounds= schatte op;I will notmake any more words about it= er geen woord meer over verliezen, niet langer over kibbelen;Imake boldto observe= ben zoo vrij;Hemakes free withmy wine= doet alsof het zijn wijn is;Tomake good= vergoeden, houden, handhaven, rechtvaardigen, verdedigen, verantwoorden;Tomake gooda promise= houden;Tomake goodone’s reputation= handhaven;Imake the sum largerthan you do= houd voor grooter;Tomake light ofa thing= licht opvatten;We havemade rather merryto-day= vrijwat pret gehad;Youmake merry with me= houdt me voor ’t lapje;Hemade no more ofthe dog than if he had been a lamb= gaf niet meer om;Tomake much of= veel ophebben met;The ridersmade much oftheir horses after the charge= liefkoosden;Hemakes sure ofit= hij acht het zeker;I willmake sure ofit= er mij van vergewissen;Tomake believe= doen gelooven, doen alsof;Amake-believe= voorwendsel;Itmade me laugh= deed me lachen;That willmake againstyour plan= benadeelen;Theymade afterthe deer= vervolgden het hert;The kingmade away withhis enemies= ruimde uit den weg;It was made away with= verloren, gestolen, etc.;Theymade away withthe soup= aten de soep op;Tomake downa dress= vermaken;The shipmakes forthe harbour= zet koers naar;Thatmakes for peace= leidt tot;What has he to make in the matter?= te maken;Hemadethe warehouseintoa ball-room= veranderde;I do not know what tomake ofit= kan er geen touw aan vastmaken;I cannotmakethat manout= ik begrijp, “snap”, dien man niet;Hemade out onmefor£8= trok een wissel op mij van;You canmake outthe steeples here= duidelijk onderscheiden;A skilful defender might perhapsmake outa case for him= kon hem misschien vrijpleiten;Hemade outthe account= schreef;Hemade overhis property to his cousin= schonk, droeg over;Amade-overblack silk= vermaakte;Make-up= grimeeren; subst. grime, verkleeding, uitdenksel;I say, you mustmake it up= zeg er eens, jullie moet elkaar de hand (der verzoening) geven;You aremaking up toher= tracht u aangenaam te maken, maakt haar het hof;All your money does notmake upa guilder= bedraagt nog geen;Tomake upone’s books= opmaken;Tomake upmedicine= klaarmaken;I havemade it up foryou= in orde gemaakt;He could notmake uplost ground= het verlorene niet herwinnen;Hemade up tome= kwam op mij toe;The actor wasmade upbeautifully= goed gegrimeerd;We shall have tomake up forlost time= moeten inhalen;Tomake upa loss= een verlies vergoeden;I havemade upmy mind= ik ben besloten;The proofsheet was notmade upas yet= nog niet opgemaakt;Amade-up story= gefingeerd verhaal;He made as ifhe consented= veinsde;Make-peace= vredestichter;Make-shift= behulp,[327]stoplap:Amake-shift contrivance= iets om tijdelijk mee te behelpen;Make-weight= aanvulling, toegift, stoplap, noodhulp;Maker= maker, vervaardiger, dichter, Schepper;Making= vervaardiging:Of your own making= je eigen schuld (fig.);That wasthe making of him= dat heeft er hem bovenop geholpen;Hehas the makings of an excellent teacher= er schuilt (zit) in hem;Themakings of a small sweetstuff shop= opbrengst, verdienste. Zie ook:Made.Malabar,maləbâ,maləbâ;Malacca,məlakə;Malachi,maləkai, Maleachi.Malachite,maləkait, malachiet.Maladdress,malədres, onhandigheid, gebrek aan tact.Maladjustment,malədžɐstm’nt, slechte regeling of inrichting.Maladministration,malədministreiš’n, wanbeheer, wanbestuur.Maladroit,malədroit,malədrôit, onhandig; subst.Maladroitness.Malady,malədi, (slepende) ziekte, moreel gebrek, kwaal.Malaga,maləgə, Malaga(wijn).Malahack,maləhak, kneuzen (Amer.).Malapert,maləpɐ̂t, adj. onbeschaamd, brutaal; subst. wijsneus, brutaaltje.Malapropism,maləpropizm, verkeerde toepassing van “stadhuiswoorden”, een verkeerd toegepast “stadhuiswoord”;Malapropos,maləprəpou, te onpas, ongeschikt.Malar,meilə, subst. kaak; adj. tot de kaak toebehoorende; kaak …Malaria,məlêriə, moeraskoorts, schadelijke moerasdamp;Malarial fever;Malarian=Malarious= met schadelijke dampen bezwangerd, malaria veroorzakend.Malay,məlei, Maleier; ook Maleisch =Malayan;Malcolm,malkəm.Malconformation,malkonfəmeiš’n, wanverhouding, misvorming.Malcontent,malkəntent, subst. en adj. ontevreden(e);Malcontented,malk’ntentid.Malden,mold’n;Maldesen,môlds’n;Maldives,maldaivz,maldaivz, Maladiven;Maldon,môld’n.Male,meil, subst. mannetje; adj. mannelijk:Male issue= mannelijk oir;Male rime= mannelijk of staand rijm;Male screw= vaarschroef.Malediction,malidikš’n, vervloeking; adj.Maledictory.Malefactor,malifaktə,malifaktə, boosdoener;Malefic= kwaadaardig, schadelijk;Maleficence= boosaardigheid;Maleficent= boosaardig.Malevolence,məlevəlens, kwaadwilligheid; adj.Malevolent.Malfeasance,malfîz’ns, onwettige handeling, kwade praktijken.Malformation,malfəmeiš’n, misvormdheid; adj.Malformed.Malice,malis, boosaardigheid, haat, vijandigheid:He did itof malice prepense (malice aforethought)= met voorbedachten rade;He bears no malice= is niet haatdragend;Tobear maliceto= een wrok koesteren tegen;Malicious,məlišəs, kwaadwillig, boosaardig; subst.Maliciousness.Malign,məlain, adj. nadeelig, kwaadaardig, onheilspellend, ongunstig;Malignverb. benadeelen, gemeen behandelen, kwaad spreken van;Malignance,məlign’ns=Malignancy,məlign’nsi, vijandigheid, kwaadaardigheid;Malignant= kwaad-, boosaardig; ook subst. kwaadwillige;Maligner,məlainə, lasteraar;Malignity= boosaardigheid, kwaadaardigheid.Malinger,məliŋgə, ziekte voorwenden;Malingerer= simulant.Malkin,mô(l)kin:The kitchen malkin= keukenmeid.Mall,môl, malie, malieklik, maliekolf, vroegere strijdhamer, maliespel;Mallverb. maliën, in de maliebaan spelen.Mall,mal,mel, openbare, beschaduwde wandelplaats.Mallard,maləd, wilde eend.Malleability,maljəbiliti, smeedbaarheid, rekbaarheid; adj.Malleable,maljəb’l, ookfig.; subst.Malleableness;Malleation= het pletten, hamerslag.Mallet,malət, houten hamer;Malleus,maliəs, hamer (in het oor).Mallow(s),malou(z), malva, kaasjeskruid.Mallory,maləri;Malmesbury,mâmzb’ri.Malmsey,mâmzi, malvezij.Malodorous,maloudərɐs, stinkend;Malodo(u)r,maloudə, stank.Malone,məloun.Malpractice,malpraktis, kwade praktijk, overtreding; verkeerde med. behandeling.Malt,môlt, subst. mout, bier; ook adj.;Maltverb. mouten, tot mout worden, bier drinken;Malt-drier= mouteest;Malt-floor= mouterij;Malt-horse= paard van een moutmolen; suffer, domkop;Malt-house= mouterij;Malt-kiln= (mout)eest;Malt-spirits= moutwijn;Maltster= moutmaker;Malty= moutachtig, mout …Malta,môltə:Knight of Malta= Johannesridder;Maltese,môltîz,môltis, subst. Maltezer(s), hunne taal; adj. Maltezer:Maltese cross= maltezerkruis;Maltese dog= kleine patrijshond met lang zijdeachtig haar.Malthus,malthəs;Malthusian,malthjûš’n,malthjûž’n, subst. en adj. Malthusiaan(sch).Maltreat,maltrît, ruw of slecht behandelen; subst.Maltreatment.Malvern Hills,malvənhilz, de heuvels van M.Malversation,malvəseiš’n, malversatie, kwade praktijk, verduistering.Mameluke,maməl(j)ûk, Mameluk.Mam(m)a,məmâ,mâmə(Amer.), mama:Mama’s headache= ma’s geheimzinnige ziekte bij zekere gelegenheid.Mammal,maməl, met borsten; subst. zoogdier;Mammalia,məmeiljə, zoogdieren; adj.Mammalian, zoogdier …;Mammalogy= leer der zoogdieren;Mammifer= zoogdier;Mammiferous= met tepels, zoogend.Mammodis,mamədis, Brit.-Ind. sits; fijn lijnwaad.Mammon,mam’n, Mammon:Mammon worship.Mammoth,maməth, subst. mammoet; adj. reusachtig.Mammy,mami, maatje; min (kleurlinge).Man,man, subst. mensch, man, echtgenoot,[328]manschap, knecht, vazal, stuk (bij dam- of schaakspel);Manverb. bemannen, bezetten; zich vermannen (oneself):A man ought to do his duty= men moet;The Old Man= de oude Adam; de pipa, den “Ouwe”;I ammy own man= ben mijn eigen baas;To a man= éénparig, zonder uitzondering;The social relation ofman and wife;Tobecome man and wife= worden;Tocome between man and wife;A man or a mouse= alles of niets;Hecame to man’s estate= tot mannelijken leeftijd;It is notin a man= dat kan een man niet;Aman about town= (aristocratische) losbol, “bon vivant”, iemand, die veel uitgaat;AMan-at-arms= gewapend krijger (ruiter);Man in the moon= het mannetje in de maan;Man in the street= de eerste de beste persoon;Aman of peace= vreedzaam mensch;He isa man of men= voortreffelijk mensch;Aman of straw= strooman;AMan-of-war= oorlogschip;An East-India-man= Oostinjevaarder;Hemanned himself,and did it= vermande zich;The sailorsmanned the ship, the shrouds, the yards= paradeerden op de ra’s, in het want, op de ra’s;Man-child= jongen;Man-eater= menscheneter; tijger, leeuw, soort haai, bijtend paard;Man-engine= machine tot het ophalen en neerlaten van mijnwerkers;Man-hater= menschenhater, mannenhaatster;Man-hole= mangat;Man-milliner= handelaar in damesconfectie;Man-monster= half menschelijk monster;Man-rope= valreep;Man-servant= bediende;Manslaughter= manslag;Manslayer= moordenaar;Man-trap= voetangel; gevaarlijke plaats (bijv. een open luik); weduwe (Amer.);Manful= manhaftig; subst.Manfulness;Manhood= de menschelijke natuur, mannelijkheid, manhaftigheid, mannelijke leeftijd;Manlike= menschelijk, manhaftig;Manliness, subst. v.Manly= mannelijk, manhaftig, kloek;Mannish= mannig, d.i. mannelijk in ongunstigen zin:Mannish airs= mannelijke airs (vanNew Women).Manacle,manək’l(gewoonlijk meerv.), subst. handboei;Manacleverb. de handboeien aandoen.Manage,manidž, besturen, behandelen, beheerschen, richten, klaarspelen, zich redden:I hopeI can manage it= dat ik het klaar speel;He cannotmanage the boys= geen orde houden;Manageable= handelbaar, leerzaam (van dieren), goed (weêr); subst.Manageableness;Management= bestuur, leiding, administratie, verstandig (slim) optreden of handelen:Good management= handigheid, flinkheid;Manager= bestuurder, leider, gérant, zetbaas, theaterdirecteur, chef van tractie (bij de spoorwegen), curator; vr.manageress;managership;Managing= bestuur; adj. besturend, bedrijfs - -, zuinig, overleggend, slim:Managing clerk= procuratiehouder;Managing director= bestuurder;Managing partner= besturend firmant;Amanaging woman= flinke, zuinige.Manakin,manəkin. ZieMan(n)i-kin.Manby,manbi:Manby’s apparatus= vuurpijl (reddings)toestel.Manchester,mantšəstə:Manchester School= partij van den vrijhandel;Manchu,mɐntšû;Manchuria,mantšûriə.Manciple,mansip’l, hofmeester, huisbestuurder.Mandalay,mandəlei.Mandamus,mandeiməs, bevelschrift van deCrown Side(=kamer v. strafzaken) van deKing’s Bench division of the High Court of Justiceinhoudend een bepaalde opdracht; ook verb.Mandarine,mandərin,mandərîn, subst. Mandarijn, mandarijntje; adj. edel, voornaam.Mandatary,mandətəri, gevolmachtigde;Mandate= mandaat, bevel(schrift), opdracht;Mandator= volmachtgever;Mandatory= bevelend, voorschrijvend; subst. gevolmachtigde.Mandible,mandib’l, (onder)kaak;Mandibular= onderkaaks …Mandolin(e),mandəlin, mandoline.Mandragora,mandragərə,Mandrake,mandreik, alruin, mandragora.Mandrel,mandr’l,Mandril,mandril, spil, vormijzer, doorslag; (het laatste woord) ook: mandril.Manducatory,mandjukətəri= kauw …:Manducatory organs.Mane,mein, manen:Mane of a helmet= pluim;Mane-comb= roskam;Mane-sheet= bedekking voor het bovenste van een paardekop.Manege,məneiž, rijschool, rijkunst.Manequin,manəkin. ZieManakin.Manes,meinîz, schimmen der afgestorvenen; de onderwereld.Manganese,maŋgənîz,maŋgənîs,maŋgənîz,maŋgənîs, mangaan.Mange,meinž, schurft.Mangelwurzel,maŋg’lwɐ̂z’l, mangelwortel.Manger,meinžə, voerbak (trog); kribbe:He is a dog in the manger= hij kan niet zien dat de zon in het water schijnt.Manginess,meindžinəs, schurftigheid.Mangle,maŋg’l, subst. mangel;Mangleverb. mangelen, klanderen; verminken, havenen, verscheuren:His motherkeeps a mangle= is mangelvrouw;Mangler= mangelvrouw; hak-, schaafmachine.Mango,maŋgou, mangoboom (vrucht).Mangrove,mangrouv, mangliet of wortelboom.Mangy,meindži, schurftig, schunnig.Mania,meinjə, waanzin, manie;Maniac= waanzinnig, dol; ook subst.; adj.Maniacal.Manich(a)ean,manikîən, Manicheeër;Manicheism= de leer der M.;Manichees,manikîz, Manicheeën.Manicure,manikjûə, manicure; ook verb.Manifest,manifest, openbaar, duidelijk; subst. manifest, vrachtlijst (=Captain’s manifest,Ship’s manifest);Manifestverb. openbaar maken, manifesteeren, betuigen, de vrachtlijst vertoonen:Tomanifest goods:Manifestable= bewijsbaar;Manifestation= openbaring, manifestatie;Manifestness= duidelijkheid:Manifesto,manifestou, manifesto, publieke verklaring.Manifold,manifould, adj. menigvuldig, talrijk, veelvuldig; hectografische afdruk;Manifoldverb. vermenigvuldigen, hectografeeren;Manifold-writer= hectograaf; subst.Manifoldness.[329]Man(n)ikin,manikin, mannetje, ledepop, phantoom (Med.); adj. dwergachtig, dwerg …Manilla,manilə, Manilla; arm-(been-)ring:Manilla cigar,Manilla fibre,Manilla hemp.Maniple,manip’l, ⅓ eener cohorte (in het Rom. leger 60 man + twee officieren en een vaandeldrager); manipel, band om den linkerarm van een priester bij het misoffer;Manipular= tot een Romeinsch vendel behoorend;Manipulate,mənipjuleit(met overleg, slim) behandelen; telegrafeeren;Manipulation= manipulatie, handbeweging;Manipulative= manipuleerend, behandelings - -;Manipulator;Manipulatory=Manipulative.Manitoba,manitəbâ.Manitou,manitû, Indiaansche god, geest.Mankind,mankaind, het menschelijk geslacht; (mankaind) alle mannen (tegenoverWomankind); de mannen (tegenoverwife, bij de lagere klassen).Manna,manə, manna.Manner,manə, manier, wijze, methode, gewoonte, stijl, mode:After his sour manner= op zijn norsche manier;By no (Not by any) manner of means= op geenerlei wijze, in geen geval;In this manner= op deze wijze;In a (certain) manner= in zekere mate;In like manner= evenzoo;No manner of= in ’t geheel geen;No manner of doubt= niet de minste twijfel;Manners= gedrag, manieren, “mores”;It is not mannersto ask= past niet;I’llteach him manners= ik zal hem manieren leeren;Mannered= geaffecteerd;Anill-manneredyoung fellow= slecht gemanierd;Some of hisleast mannered work= minst gemaniëreerd;There isa mannerismabout him= gemaaktheid;This writer’smannerism= gemaniëreerdheid;Mannerist= gemaniëreerd schrijver of persoon;Mannerliness= welgemanierdheid: adj.Mannerly.Mannite,manait, mannasuiker.Manoeuver,Amer.voorManoeuvre,mən(j)ûvə, subst. manoeuvre (ookfig.);Manoeuververb. manoeuvreeren, klaar spelen:He’ll manoeuver it somehow;Manoeuverer= slimmerd.Manometer,mənomətə, manometer; adj.Manometric(al).Manor,manə, ambtsheerlijkheid, riddergoed:Manor-house,Manor-seat= heerenhuis, slot;Manorial,mənôriəl, tot een riddergoed behoorende.Mansard roof,mansədrûf, gebroken dak, waarvan het onderste gedeelte het steilst helt.Manse,mans, boerenwoning; pastorie (Schotl.).Mansion,manš’n, groot heerenhuis, woning, huurkazerne:The Mansion-house= het officieele verblijf van denLord Mayorin Londen.Mansuetude,manswitjûd, zachtheid, onderworpenheid.Mantel,mant’l, mantel (Archit.); ook =Mantelpiece= schoorsteenmantel =Mantelshelf;Overmantel= étagèrespiegel.Mant(e)let,mant(ə)lət, manteltje; stormscherm, beweegbare borstwering;Mantilla,mantilə, mantille.Mantle,mant’l, subst. mantel, dekmantel, gloeikousje;Mantleverb. bedekken, koken, gisten, schuimen, blozen, de vleugels uitspreiden (v. valken).Mantua,mantjûə, Mantua; wijde mantel (van ± 1850);Mantua-gown= wijde japon;Mantua-maker= modiste;Mantuan= (inwoner) van Mantua;The Mantuan Swan= Vergilius.Manual,manjuəl, subst. handboek, manuaal (van orgel of piano), handspuit; adj. hand …, coulant:Manual alphabet(voor doofstommen);Manual exercise= oefening in de handgrepen van het geweer;Manual sign= handteekening.Manufactory,manjufaktəri, fabriek: adj.Manufactural;Manufacture, subst. fabrikaat, vervaardiging;Manufactureverb. vervaardigen, fabriceeren;Manufacturer= fabrikant;Manufacturing= fabricatie; adj. fabrieks …Manumission,manjumiš’n, manumissie, het vrijlaten van een slaaf;Manumit= slaven vrijlaten.Manumotor,manjumoutə, wagen door den inzittende mechanisch voortbewogen.Manure,mənjûə, subst. mest;Manureverb. bemesten;Manure-cart;Manure-distributor= meststrooier;Manure-fork;Manurer.Manuscript,manjuskript, subst. handschrift, adj. met de hand geschreven.Manx,maŋks, van het eilandMan; subst. de taal, de bewoners;Manxman= bewoner vanMan.Many,meni, veel, vele(n); subst. menigte, groot aantal:So many countries, so many customs= ’s lands wijs ’s lands eer;Many men, many minds= zooveel hoofden, zooveel zinnen;Many a man= menigeen;Many a time and oft= herhaaldelijk;This many a day=For many a day= reeds lang;As many again= eens zooveel;Twice as many= tweemaal zooveel;We were packedlike so manyherrings= zaten opeen als haringen in een ton;I amone too many foryou= ik ben je de baas af;Shemade one too manyin the omnibus= was te veel;The many= de groote hoop;A good (great) many= zeer vele;Many-headed: The many-headed monster= de Hydra; het gepeupel;Many-sided= veelzijdig; subst.Many-sidedness.Maori,mauri,mâəri, subst. Maori; hunne taal; adj. tot de Maoris of hunne taal behoorend.
M,em, verk. voorMarquis,Masculine,Meridian,Middle,Mile(s),Mille(Thousand),Minute,Monday,Morning;M(agister)A(rtium)ofM(ilitary)A(cademy);Macc(abees);Mach(ine);Mad(am),Mag(azine);Maj(or)Gen(eral);Mal(ayan);Mar(ch)ofMar(itime);Marq(uis);Masc(uline);Mass(achusetts);Math(ematics);Matt(hew);M(edicinae)B(accalaureus);M(ember of)C(ongress)ofM(aster of)C(eremonies);M(edicinae)D(octor);Mdlle= Mademoiselle;M(ost)E(xcellent);M(ilitary)E(ngineer);Mech(anics);Med(icine);Med(iaeval)Lat(in);Mem(orandum);Messrs= Messieurs;Met(aphysics);Metaph(ysics);Meteor(ology);Meth(odist);M(aster of)F(ox)H(ounds);M(ost)H(onourable);M(iddle)H(igh)G(erman);Miss(issippi);M(ember of the)I(nstitute of)C(ivil)E(ngineers);Min(eralogy);Minn(esota);Min(ister)Plen(ipotentiary;M(ember of the)K(ing’s and)Q(ueen’s)C(ollege of)P(hysicians);M(ember of the)L(ondon)S(chool)B(oard);M.M.= Their Majesties, of: Gentlemen;Mn.= Michigan;Mo.= Missouri of Month;Mod(ern);Mon(day);Mons(ieur);M(ember of)P(arliament);M(ember of the)P(hilological)S(ociety);Mr.= Master, Mister;M(ember of the)R(oyal)C(ollege of)P(hysicians);M(ember of the)R(oyal)G(eographical)S(ociety);M(ember of the)R(oyal)A(cademy);Mrs.= Mistress,misiz;M(ember of the)R(oyal)S(ociety of)L(iterature);M(aster of)S(urgery);Ms.= Manuscript;Mss.= Manuscripts;Mt.= Mount;Mts.= Mountains;Mus(eum)ofMus(ical);M(ost)W(orthy)G(rand)M(aster);Myth(ology).Ma,mâ, Mama (kindertaal).Ma’am,mamofmâm, verk. vanMadam:Ma’am-school=Dame-school(Amer.).Mab,mab, feeënkoningin; slons; huurrijtuig.Mabel,meib’l.Mabys,mabis, jonge dienstbode, eig. verk. vanM(etropolitan)A(ssociation for)B(efriending)Y(oung)S(ervants).Mac,mak, zoon (vóór Schotsche en Iersche namen).Macaco,məkeikou, vosaap of maki.Macacus,məkeikəs, Turksche aap of magot.Macadam,makadəm:Macadam pavement(road)= macadam (steenpuin of granietkiezel) weg;Macadamization, subst. v.Macadamize, macadamiseeren, een straatweg aanleggen naar het stelsel vanMac-Adam.Macaroni,makərouni, macaroni, mengelmoes; iets uitstekends; fat;Macaronic= dwaas, ijdel, hansworsterig; uit bont dooreengemengde woorden van verschillende talen gevormd (vers).Macaroon,makərûn, macrone (koekje).Macassar,məkasə,Macassar:Macassar oil.Macaulay,məkôli.Macaw,makô, roode ara (soort v. papegaai).Macbeth,məkbeth;Maccabean,makəbîən, Maccabeesch;Maccabee,makəbî, Maccabeër;Mac Carthy,məkâthi;Mac Donald,məkdonəld,Macdougal,məkdɐg’l;Macduff,məkdɐf.Mace,meis, staf, scepter; vroegere lange billartqueue, vroegere knots; zwendel, geleend geld;Maceverb. bedriegen, leenen:On mace= op “de pof”;Mace-bearer= pedel, stafdrager.Macedon,masidon;Macedonia,masidounjə, Macedonië;Macedonian, subst. Macedoniër; adj. Macedonisch.Macerate,masəreit, afmatten, kastijden; laten weeken, macereeren; subst.Maceration.Machiavel,makiəvel;Machiavelian,makiəveliən, subst. en adj. (volgeling) van Machiavelli (1469–1527); sluw, dubbelhartig, trouweloos (mensch);Machiavelism= de beginselen van M., staatkundige dubbelhartigheid.Machinate,makineit, kuipen;Machination= kuiperij;Machinator= intrigant.Machine,məšîn, subst. werktuig, toestel, machine, machinerie, naaimachine, badkoets, fiets, wagen, brandspuit (Amer.); dedeus ex machinain drama (=machining God);Machineverb. machinaal, met behulp eener machine vervaardigen of uitvoeren, op de naaimachine werken:Machine-gun= soort v. mitrailleuse;Machine-made= machinaal:Machine-made manners;Machine-ruler= linieermachine;Machine-work= fabriekswerk;Machinery= machinerie, mecanisme; het bovennatuurlijk ingrijpen ter ontwikkeling der catastrophe.Machinist,məšînist, machinist, constructeur van machines; machinenaaister; fietser:Coventry machinist= rijwielfabrikant.[324]Mackay,məkai,məkei;Mackenzie,məkenzi.Mackerel,makerel, makreel:Mackerel-sky= lucht met kleine schapenwolkjes.M(a)cKinley,məkinli:McKinley Bill= de in 1890 aangenomen Amer. beschermende rechten.Mackintosh,makintoš, waterdichte stof, jas of mantel daarvan; adj. waterdicht;Mackintoshverb, waterdicht maken.Macleod,məklaud;Maclise,məklîs;Macmillan,məkmil’n;Mac Neill,məknîl;Macomb,məkûm,məkoum;Macpherson,məkfɐ̂s’n;Macready,məkrîdi.Macrocosm,makrəkozm, het heelal.Macron,makron,meikron, lengteteeken (ā).Macropod,makrəpod, langbeenig;Macropus,makrəpɐs, kangoeroe.Macroscopic(al),makrəskopik(’l), voor het bloote oog zichtbaar.Macula,makjulə, vlek;Maculate, adj. bevlekt (ookfig.);Maculateverb. bevlekken;Maculation= bevlekking, vlek;Maculose,makjulous= gevlekt.Mad,mad, krankzinnig, dolzinnig, razend, woedend, overmoedig;Madverb, dol maken (Amer.):Tobe mad with joy= dolblij zijn;He hasdriven me mad= gek gemaakt;He is sure togo (run) mad= wordt bepaald gek;Mad as a hatter, as a march-hare= stapelgek;Mad on (upon, for, of)= dol op;Mad-brained= dol, razend, dwaas;Madcap, subst. dolhoofd, dolleman; adj. dol, dwaas;Mad-headed= dol;Madhouse= gekkenhuis;Madman= krankzinnige, dolleman;Madwort= schildzaad, steenkruid;Madden= dol of woedend maken, razend worden;The madding crowd= de woeste, woelige (dwaze) menigte;Madness= krankzinnigheid, waanzin, dolheid.Madam,mad’m, Mevrouw, Juffrouw;Madame,madâm, mevrouw, “madam”:At Madam Jeff’s= bij “Madam” J.;To-morrow madam returns to the kitchen= morgen kan men de mooie “madam” weer in de keuken vinden;He always addresses her as “Madam”, and treats her as a princess.Madder,madə, meekrap;Madderverb, met meekrap verven.Made,meid, imperf. en part. vanto make; gemaakt, kunstig vervaardigd, (toebereid), afgeëxerceerd, afgericht, verzonnen (up):Made gravy= bouillon;Made land= ingedijkt land (Amer.);You are a made man= uw fortuin is gemaakt;Made mast= gekuipte mast;Made word= nieuw woord;Made (up) dishes= fijne schoteltjes;I have seen them made that way= van dat soort heb ik wel gekend;As slangy as sporting-papers are made= maar kunnen zijn. ZieMake.Madeira,mədîrə,mədêrə, Madera(wijn): Madeiramahogany(-wood)= echt mahoniehout.Madge,madž, verkorting vanMargaret.Madonna,mədonə, Madonna; soort alpaca.Madox,madəks;Madras,mədras, Madras; halfzijden stof.Madrepore,madripö, sterkoraal.Madrid,mədrid.Madrier,madriə,madrîə, sterke balk, plank.Madrigal,madrig’l, madrigal.Madrilenian,madrilînj’n, uit Madrid, bewoner v. M.Madura,madjûrə;Maecenas,məsînas.Maelstrom,meilstrom,mâlstrom, maalstroom; ookfig.Maenad,mînad, Bacchante; dol wijf.Maestro,ma-estrou, meester, beroemd componist.Maffick,mafik:Mafficking= dol en ruw feestbetoon op straat (oorspronkelijk naar aanleiding van het ontzet van Mafeking 17 Mei 1900);-er.Mag,mag, babbelen, plagen; subst. snater, babbelkous;halfpenny.Magazine,magəzîn, magazijn, tijdschrift; kruitkamer (magazijn):Magazine rifle.Magdalen,magdəlen, Magdalena:Magdalen asylum= huis voor gevallen vrouwen;Magdalen(e)môdlin:Magdalen Collegete Oxford.Magdeburg,magdəbɐ̂g, Maagdenburg:Magdeburg hemispheres, Maagdenburger halve bollen.Mage,meidž=Magician.Magellan,məgel’n,mədžel’n, Magellaan:Strait of Magellan= Straat van Magellaan;Magellanic,magəlanik,madžəlanik, v. Magellaan:Magellanic clouds= Magellaansche vlekken, kaapwolken.Maggot,magət, made; gril;Maggoty= vol mijten of maden; grillig, prikkelbaar; subst.Maggotiness.Magi,meidžai, mv. vanMagus;Magian= de Magiërs betreffende; Magiër.Magic,madžik, tooverkunst, hekserij, tooverkracht; adj.Magic(al)= tooverachtig, betooverend;Magic circle= tooverkring;Magic flute= tooverfluit;Magic lantern= tooverlantaarn;Magic square= vierkant van zoodanige cijfers, dat deze loodrecht, of horizontaal of diagonaal opgesteld, steeds dezelfde som leveren;Magician,mədžiš’n, toovenaar.Magister,mədžistə, magister;Magisterial= heerschend, gebiedend, trotsch; subst.Magisterness.Magistracy,madžistrəsi, de magistraat, magistratuur;Magistral,madžistr’l, gebiedend; volgens bepaald recept (pharm.);Magistrate,madžistreit, overheidspersoon, vrederechter.Magna C(h)arta,magnəkâtə, deMagna Chartav. Jan Zonder Land (1215).Magnanimity,magnənimiti, grootmoedigheid; adj.Magnanimous.Magnate,magnit, voornaam persoon.Magnesia,magnîšə,magnîžə, magnesia:Sulphate of magnesia=Epsom salts;Magnesian= magnesium bevattend;Magnesium:Magnesium-light.Magnet,magnət, magneet, magneetstaaf;Magnetic,magnetik, magnetisch, magneet - -, miswijzend, aantrekkend:Magnetic field;Magnetic needle;Magnetic poles;Magnetism= magnetisme; aantrekkingskracht:Terrestrial magnetism= aardmagnetisme;Magnetization, subst. v.Magnetize= magnetiseeren;Magnetizer= magnetiseur;Magneto-electric(al)ofMagneto-electric(al);Magneto-ignition= magneetontsteking;Magnetometer= magnetische krachtmeter;[325]Magneto-motorofMagneto-motor;Magneto-telegraph.Magnific(al),magnifik(’l), prachtig, heerlijk.Magnificat,magnifikat, lofzang ter eere van Maria (Lukas I, 46–55);Magnification= vergrooting.Magnificence,magnifisens, grootschheid, luister;Magnificent= grootsch, prachtig, prachtlievend.Magnifico,magnifikou, vroeger Venetiaansch edelman; rector eener Duitsche Hoogeschool; groot heer.Magnifier,magnifaiə, vergrooter, vergrootglas;Magnify,magnifai, vergrooten, verheerlijken:Magnifiering-glass= vergrootglas.Magniloquence,magniləkwens, grootsprekerij, bombast; adj.Magniloquent,magniləkwent.Magnitude,magnitjûd, grootte, omvang, belangrijkheid.Magnolia,magnouljə, magnolia.Magnum,magn’m, dubbele flesch (±2 L.):Magnum bonum,magn’mboun’m, soort van groote pen, pruim of aardappel.Magog,meigog, groote reus (1 Mos. X, 2).Magot,magot,məgou, magot (aap, Chineesch poppetje).Magpie,magpai, ekster, babbelkous,halfpenny, schot in den buitensten ring.Magus,meigəs, Magiër, Wijze uit het Oosten.Magyar,madjâ,mədžâ, Magyaar(sch).Mahabharata,mahâbârətə, een Indisch epos.Maharajah,maharâdžâ, Maharadsja (titel).Mahatma,mahatma, Boeddhistisch priester, theosoof.Mahdi,mâdi, Madhi;Madhist, aanhanger van den Madhi;Mahdism= zijne leer.Mahlstick,mâlstik=Maulstick.Mahogany,məhogəni, mahoniehout; (eet)tafel:Tobe under the mahogany= onder de tafel liggen (dronken);Tohave one’s feet under another man’s mahogany= aan een andermans tafel zitten, over eens anders hulpbronnen beschikken.Mahomet,məhomət, Mahomed;Mahometan=Mohammedan.Mahon,məhoun,məhûn.Mahori,mâhəri, Maori.Mahout,məhaut,məhût, olifantdrijver (Brit. Indië).Maid,meid, maagd, meid, meisje:Children’s maid;Housemaid= tweede meid;Ladies’ maid= kamenier;Parlour maid= binnenmeid;Thorough maid= flink;Maid of honour= hofdame;Maid of all work= meid alléén;Maid-servant= dienstmeid;Maiden, subst. maagd, meisje, waschmachine; adj. maagdelijk, rein:Maiden assizes= zittingen zonder crimineele zaken;Maiden aunt= ongetrouwde tante;Maidenauntish:The book isirreproachable to a maiden auntish extent= eene ongetrouwde tante kan er zelfs niets op aanmerken;Maiden effort= eerste poging;Maiden name= de eigen naam van eene getrouwde vrouw;Maiden speech= eerste redevoering van een nieuw parlementslid;Maiden stakes= wedstrijd of de prijzen voor paarden, die voor ’t eerst uitkomen;Maidenhair= venushaar;Maidenhead=Maidenhood= maagdelijkheid;Maidenliness, subst. v.Maidenly= jonkvrouwelijk, zedig.Maieutic,mei-jûtik, geboorte bevorderend, ontwikkelend.Mail,meil, subst. maliënkolder; brievenzak, brievenpost;Mailverb, bepantseren; met de post verzenden, op de post doen (Amer.):Coat of mail= pantserhemd;Mail-bag= brievenzak;Mail-boat= pakketboot;Mail-cart= postkar; sportkar;Mail-clad= bepantserd;Mail-coach= postwagen; Eng. koets, met zitplaatsen boven op en met 4 paarden bespannen;Mail-day;Mail-horse= postpaard;Mail-line=Mail-route;Mail-stage= postwagen (Amer.);Mail-steamer= postboot;Mail-train= posttrein;Mail-van= postwagen;Mailable= wat per post kan worden verzonden (Am.);Mailed= gepantserd, geschubd, met schilden, gevlekt.Maim,meim, subst. verminking;Maimverb. verminken, schenden.Main,mein, voornaamste; subst. geweld; voornaamste deel, hoofdbuis, hoofdkabel, oceaan, wedstrijd tusschen hanen, (hooge) worp, inzet, het gemiddelde der te werpen oogen:By main force= met kracht en geweld;Themain bodyof an army= de hoofdtroep;Hehas an eye to the main chance= hij let op No. 1, hij is een egoist;In (on) the main= in hoofdzaak;He is honestin the main= over ’t geheel genomen;With might and main= met alle macht;Mains and service-pipes= hoofd- en zijgeleidingen;Toturn off the gas at the main= de hoofdkraan dichtdraaien;Toturn on the main= beginnen te schreien (iron.);Main-boom= giek, zeilboom;Main-deck= opperdek;Mainland= vaste land;Main lines and branch linesof a railway= hoofd- en zijlijnen van een spoorweg;Mainmast= groote mast;Main-pipe= hoofdbuis;Main-road= hoofdweg;Mainsail(meins’l) = grootzeil;Main-sheet= groote schoot;Main-shroud= groot want;Mainspring= groote veer, hoofdader, hoofdmotief, hoofdbron, etc.;Main-stay= groot stag; voornaamste steun;Main-street= hoofdstraat;Main-top= groote mars;Main-topgallant= grootbram - -;Main-topsail= grootmarszeil;Main-yard= groote ra;Mainly= voornamelijk, krachtig.Mainprize,meinpraiz, borgtocht, loslating onder borgtocht; het bevel hiertoe.Maintain,m’ntein,meintein, handhaven, verdedigen, rechtvaardigen, onderhouden, houden, beweren, volhouden;Maintainable= houdbaar;Maintainer= behouder, verzorger, behoeder, verdediger;Maintenance,meintən’ns, handhaving, onderhoud, verdediging:Cap of maintenance= staatsiemuts of -baret, vóór den koning of hooge ambtenaren uitgedragen als teeken van waardigheid.Mainwaring,manəriŋ.Maize,meiz,maïs;Maizena,meizînə, maïsmeel.Majestic,mədžestik, majestueus:Majesty,madžəsti, majesteit, grootschheid, verhevenheid:His (Your) Majesty.Majolica,mədžolikə, majolica.[326]Major,meidžə, subst. majoor, meerderjarige, oudere, eerste term van een syllogisme; adj. grooter, meerder, meerderjarig:Major-domo= opper-hofmeester; bestuurder; oppasser;Major-general= generaal-majoor;Major-premiss, hoofdpræmisse;Major-term= major (d.i. de term, die het prædicaat der conclusie vormt);Majorship= majoorsrang;Majority,mədžoriti, meerderheid, majoorschap, meerderjarigheid:Tocarry the majority,Tohave a majority= de meerderheid hebben;Tohave the majority on one’s side;The Army Estimates werevoted by a sweeping majority= de Begrooting van Oorlog werd met eene verpletterende meerderheid aangenomen;Togo (pass) over to the great majority= sterven =Tojoin the majority.Majorca,mədzökə.Majuscule,mədžɐskjûl, hoofdletter.Make,meik, subst. vorm, gedaante, maaksel, snit;Makeverb. maken, vervaardigen, scheppen, voortbrengen, bereiden, aanleggen, benoemen, bedragen, noodzaken, dwingen, doen, verdienen, africhten, nabijkomen, naderen, etc.:That is painful tomy natural make= doet mijne natuur geweld aan;A heart of his make= v. zijne soort;Tomake no account of= geringschatten;He will nevermake a good actor= worden;Tomake amends= excuus maken;Tomake a bed= opmaken;Tomake one’s bread= zijn brood verdienen;Milk makes both butter and cheese= levert;Tomake a call= een visite maken;Tomake a contract= sluiten;Wool makes warm clothing= vormt;That does notmake the least difference= kan niets schelen;I havemade a good dinner= flink gegeten;Tomake no doubtof= niet twijfelen aan;Tomake an end of= een eind maken aan;Tomake a long (wry) face= een lang (zuur) gezicht trekken;Tomake a fool of= voor den gek houden;Tomake a guess at= raden naar;Tomake haste= zich haasten;Tomake headway= vooruitkomen;I willmake you a good husband= een goede man voor je zijn;Tomake an island= naderen, komen in het gezicht van;Tomake a fair living= behoorlijk veel geld verdienen;Tomake love to= het hof maken;Tomake a mess of= bederven, verknoeien;Tomake misschief= onheil stichten, intrigeeren;Tomake the ocean= in zee steken;Tomake peace= sluiten;Will youmake a penfor me? = vermaken;He hasmade his pile= een ‘bom’ geld verdiend;Tomake the port= in het gezicht krijgen, binnenloopen;Tomake a promise= doen;Tomake provisions for= voorzorgen treffen;Tomake sail= bijzetten;Tomake a speech= houden;Tomake a stand= halt houden, standhouden;I have justmade the steamer= nog net gepakt, gehaald;Tomake a stranger of= als een vreemde behandelen;Tomake one’s toilet= maken;Tomake waragainst= oorlog voeren;Tomake water= lekken;Make way there!= uit den weg daar!I made the best of my way home= begaf mij zoo gauw mogelijk;Hemade the weight 17 pounds= schatte op;I will notmake any more words about it= er geen woord meer over verliezen, niet langer over kibbelen;Imake boldto observe= ben zoo vrij;Hemakes free withmy wine= doet alsof het zijn wijn is;Tomake good= vergoeden, houden, handhaven, rechtvaardigen, verdedigen, verantwoorden;Tomake gooda promise= houden;Tomake goodone’s reputation= handhaven;Imake the sum largerthan you do= houd voor grooter;Tomake light ofa thing= licht opvatten;We havemade rather merryto-day= vrijwat pret gehad;Youmake merry with me= houdt me voor ’t lapje;Hemade no more ofthe dog than if he had been a lamb= gaf niet meer om;Tomake much of= veel ophebben met;The ridersmade much oftheir horses after the charge= liefkoosden;Hemakes sure ofit= hij acht het zeker;I willmake sure ofit= er mij van vergewissen;Tomake believe= doen gelooven, doen alsof;Amake-believe= voorwendsel;Itmade me laugh= deed me lachen;That willmake againstyour plan= benadeelen;Theymade afterthe deer= vervolgden het hert;The kingmade away withhis enemies= ruimde uit den weg;It was made away with= verloren, gestolen, etc.;Theymade away withthe soup= aten de soep op;Tomake downa dress= vermaken;The shipmakes forthe harbour= zet koers naar;Thatmakes for peace= leidt tot;What has he to make in the matter?= te maken;Hemadethe warehouseintoa ball-room= veranderde;I do not know what tomake ofit= kan er geen touw aan vastmaken;I cannotmakethat manout= ik begrijp, “snap”, dien man niet;Hemade out onmefor£8= trok een wissel op mij van;You canmake outthe steeples here= duidelijk onderscheiden;A skilful defender might perhapsmake outa case for him= kon hem misschien vrijpleiten;Hemade outthe account= schreef;Hemade overhis property to his cousin= schonk, droeg over;Amade-overblack silk= vermaakte;Make-up= grimeeren; subst. grime, verkleeding, uitdenksel;I say, you mustmake it up= zeg er eens, jullie moet elkaar de hand (der verzoening) geven;You aremaking up toher= tracht u aangenaam te maken, maakt haar het hof;All your money does notmake upa guilder= bedraagt nog geen;Tomake upone’s books= opmaken;Tomake upmedicine= klaarmaken;I havemade it up foryou= in orde gemaakt;He could notmake uplost ground= het verlorene niet herwinnen;Hemade up tome= kwam op mij toe;The actor wasmade upbeautifully= goed gegrimeerd;We shall have tomake up forlost time= moeten inhalen;Tomake upa loss= een verlies vergoeden;I havemade upmy mind= ik ben besloten;The proofsheet was notmade upas yet= nog niet opgemaakt;Amade-up story= gefingeerd verhaal;He made as ifhe consented= veinsde;Make-peace= vredestichter;Make-shift= behulp,[327]stoplap:Amake-shift contrivance= iets om tijdelijk mee te behelpen;Make-weight= aanvulling, toegift, stoplap, noodhulp;Maker= maker, vervaardiger, dichter, Schepper;Making= vervaardiging:Of your own making= je eigen schuld (fig.);That wasthe making of him= dat heeft er hem bovenop geholpen;Hehas the makings of an excellent teacher= er schuilt (zit) in hem;Themakings of a small sweetstuff shop= opbrengst, verdienste. Zie ook:Made.Malabar,maləbâ,maləbâ;Malacca,məlakə;Malachi,maləkai, Maleachi.Malachite,maləkait, malachiet.Maladdress,malədres, onhandigheid, gebrek aan tact.Maladjustment,malədžɐstm’nt, slechte regeling of inrichting.Maladministration,malədministreiš’n, wanbeheer, wanbestuur.Maladroit,malədroit,malədrôit, onhandig; subst.Maladroitness.Malady,malədi, (slepende) ziekte, moreel gebrek, kwaal.Malaga,maləgə, Malaga(wijn).Malahack,maləhak, kneuzen (Amer.).Malapert,maləpɐ̂t, adj. onbeschaamd, brutaal; subst. wijsneus, brutaaltje.Malapropism,maləpropizm, verkeerde toepassing van “stadhuiswoorden”, een verkeerd toegepast “stadhuiswoord”;Malapropos,maləprəpou, te onpas, ongeschikt.Malar,meilə, subst. kaak; adj. tot de kaak toebehoorende; kaak …Malaria,məlêriə, moeraskoorts, schadelijke moerasdamp;Malarial fever;Malarian=Malarious= met schadelijke dampen bezwangerd, malaria veroorzakend.Malay,məlei, Maleier; ook Maleisch =Malayan;Malcolm,malkəm.Malconformation,malkonfəmeiš’n, wanverhouding, misvorming.Malcontent,malkəntent, subst. en adj. ontevreden(e);Malcontented,malk’ntentid.Malden,mold’n;Maldesen,môlds’n;Maldives,maldaivz,maldaivz, Maladiven;Maldon,môld’n.Male,meil, subst. mannetje; adj. mannelijk:Male issue= mannelijk oir;Male rime= mannelijk of staand rijm;Male screw= vaarschroef.Malediction,malidikš’n, vervloeking; adj.Maledictory.Malefactor,malifaktə,malifaktə, boosdoener;Malefic= kwaadaardig, schadelijk;Maleficence= boosaardigheid;Maleficent= boosaardig.Malevolence,məlevəlens, kwaadwilligheid; adj.Malevolent.Malfeasance,malfîz’ns, onwettige handeling, kwade praktijken.Malformation,malfəmeiš’n, misvormdheid; adj.Malformed.Malice,malis, boosaardigheid, haat, vijandigheid:He did itof malice prepense (malice aforethought)= met voorbedachten rade;He bears no malice= is niet haatdragend;Tobear maliceto= een wrok koesteren tegen;Malicious,məlišəs, kwaadwillig, boosaardig; subst.Maliciousness.Malign,məlain, adj. nadeelig, kwaadaardig, onheilspellend, ongunstig;Malignverb. benadeelen, gemeen behandelen, kwaad spreken van;Malignance,məlign’ns=Malignancy,məlign’nsi, vijandigheid, kwaadaardigheid;Malignant= kwaad-, boosaardig; ook subst. kwaadwillige;Maligner,məlainə, lasteraar;Malignity= boosaardigheid, kwaadaardigheid.Malinger,məliŋgə, ziekte voorwenden;Malingerer= simulant.Malkin,mô(l)kin:The kitchen malkin= keukenmeid.Mall,môl, malie, malieklik, maliekolf, vroegere strijdhamer, maliespel;Mallverb. maliën, in de maliebaan spelen.Mall,mal,mel, openbare, beschaduwde wandelplaats.Mallard,maləd, wilde eend.Malleability,maljəbiliti, smeedbaarheid, rekbaarheid; adj.Malleable,maljəb’l, ookfig.; subst.Malleableness;Malleation= het pletten, hamerslag.Mallet,malət, houten hamer;Malleus,maliəs, hamer (in het oor).Mallow(s),malou(z), malva, kaasjeskruid.Mallory,maləri;Malmesbury,mâmzb’ri.Malmsey,mâmzi, malvezij.Malodorous,maloudərɐs, stinkend;Malodo(u)r,maloudə, stank.Malone,məloun.Malpractice,malpraktis, kwade praktijk, overtreding; verkeerde med. behandeling.Malt,môlt, subst. mout, bier; ook adj.;Maltverb. mouten, tot mout worden, bier drinken;Malt-drier= mouteest;Malt-floor= mouterij;Malt-horse= paard van een moutmolen; suffer, domkop;Malt-house= mouterij;Malt-kiln= (mout)eest;Malt-spirits= moutwijn;Maltster= moutmaker;Malty= moutachtig, mout …Malta,môltə:Knight of Malta= Johannesridder;Maltese,môltîz,môltis, subst. Maltezer(s), hunne taal; adj. Maltezer:Maltese cross= maltezerkruis;Maltese dog= kleine patrijshond met lang zijdeachtig haar.Malthus,malthəs;Malthusian,malthjûš’n,malthjûž’n, subst. en adj. Malthusiaan(sch).Maltreat,maltrît, ruw of slecht behandelen; subst.Maltreatment.Malvern Hills,malvənhilz, de heuvels van M.Malversation,malvəseiš’n, malversatie, kwade praktijk, verduistering.Mameluke,maməl(j)ûk, Mameluk.Mam(m)a,məmâ,mâmə(Amer.), mama:Mama’s headache= ma’s geheimzinnige ziekte bij zekere gelegenheid.Mammal,maməl, met borsten; subst. zoogdier;Mammalia,məmeiljə, zoogdieren; adj.Mammalian, zoogdier …;Mammalogy= leer der zoogdieren;Mammifer= zoogdier;Mammiferous= met tepels, zoogend.Mammodis,mamədis, Brit.-Ind. sits; fijn lijnwaad.Mammon,mam’n, Mammon:Mammon worship.Mammoth,maməth, subst. mammoet; adj. reusachtig.Mammy,mami, maatje; min (kleurlinge).Man,man, subst. mensch, man, echtgenoot,[328]manschap, knecht, vazal, stuk (bij dam- of schaakspel);Manverb. bemannen, bezetten; zich vermannen (oneself):A man ought to do his duty= men moet;The Old Man= de oude Adam; de pipa, den “Ouwe”;I ammy own man= ben mijn eigen baas;To a man= éénparig, zonder uitzondering;The social relation ofman and wife;Tobecome man and wife= worden;Tocome between man and wife;A man or a mouse= alles of niets;Hecame to man’s estate= tot mannelijken leeftijd;It is notin a man= dat kan een man niet;Aman about town= (aristocratische) losbol, “bon vivant”, iemand, die veel uitgaat;AMan-at-arms= gewapend krijger (ruiter);Man in the moon= het mannetje in de maan;Man in the street= de eerste de beste persoon;Aman of peace= vreedzaam mensch;He isa man of men= voortreffelijk mensch;Aman of straw= strooman;AMan-of-war= oorlogschip;An East-India-man= Oostinjevaarder;Hemanned himself,and did it= vermande zich;The sailorsmanned the ship, the shrouds, the yards= paradeerden op de ra’s, in het want, op de ra’s;Man-child= jongen;Man-eater= menscheneter; tijger, leeuw, soort haai, bijtend paard;Man-engine= machine tot het ophalen en neerlaten van mijnwerkers;Man-hater= menschenhater, mannenhaatster;Man-hole= mangat;Man-milliner= handelaar in damesconfectie;Man-monster= half menschelijk monster;Man-rope= valreep;Man-servant= bediende;Manslaughter= manslag;Manslayer= moordenaar;Man-trap= voetangel; gevaarlijke plaats (bijv. een open luik); weduwe (Amer.);Manful= manhaftig; subst.Manfulness;Manhood= de menschelijke natuur, mannelijkheid, manhaftigheid, mannelijke leeftijd;Manlike= menschelijk, manhaftig;Manliness, subst. v.Manly= mannelijk, manhaftig, kloek;Mannish= mannig, d.i. mannelijk in ongunstigen zin:Mannish airs= mannelijke airs (vanNew Women).Manacle,manək’l(gewoonlijk meerv.), subst. handboei;Manacleverb. de handboeien aandoen.Manage,manidž, besturen, behandelen, beheerschen, richten, klaarspelen, zich redden:I hopeI can manage it= dat ik het klaar speel;He cannotmanage the boys= geen orde houden;Manageable= handelbaar, leerzaam (van dieren), goed (weêr); subst.Manageableness;Management= bestuur, leiding, administratie, verstandig (slim) optreden of handelen:Good management= handigheid, flinkheid;Manager= bestuurder, leider, gérant, zetbaas, theaterdirecteur, chef van tractie (bij de spoorwegen), curator; vr.manageress;managership;Managing= bestuur; adj. besturend, bedrijfs - -, zuinig, overleggend, slim:Managing clerk= procuratiehouder;Managing director= bestuurder;Managing partner= besturend firmant;Amanaging woman= flinke, zuinige.Manakin,manəkin. ZieMan(n)i-kin.Manby,manbi:Manby’s apparatus= vuurpijl (reddings)toestel.Manchester,mantšəstə:Manchester School= partij van den vrijhandel;Manchu,mɐntšû;Manchuria,mantšûriə.Manciple,mansip’l, hofmeester, huisbestuurder.Mandalay,mandəlei.Mandamus,mandeiməs, bevelschrift van deCrown Side(=kamer v. strafzaken) van deKing’s Bench division of the High Court of Justiceinhoudend een bepaalde opdracht; ook verb.Mandarine,mandərin,mandərîn, subst. Mandarijn, mandarijntje; adj. edel, voornaam.Mandatary,mandətəri, gevolmachtigde;Mandate= mandaat, bevel(schrift), opdracht;Mandator= volmachtgever;Mandatory= bevelend, voorschrijvend; subst. gevolmachtigde.Mandible,mandib’l, (onder)kaak;Mandibular= onderkaaks …Mandolin(e),mandəlin, mandoline.Mandragora,mandragərə,Mandrake,mandreik, alruin, mandragora.Mandrel,mandr’l,Mandril,mandril, spil, vormijzer, doorslag; (het laatste woord) ook: mandril.Manducatory,mandjukətəri= kauw …:Manducatory organs.Mane,mein, manen:Mane of a helmet= pluim;Mane-comb= roskam;Mane-sheet= bedekking voor het bovenste van een paardekop.Manege,məneiž, rijschool, rijkunst.Manequin,manəkin. ZieManakin.Manes,meinîz, schimmen der afgestorvenen; de onderwereld.Manganese,maŋgənîz,maŋgənîs,maŋgənîz,maŋgənîs, mangaan.Mange,meinž, schurft.Mangelwurzel,maŋg’lwɐ̂z’l, mangelwortel.Manger,meinžə, voerbak (trog); kribbe:He is a dog in the manger= hij kan niet zien dat de zon in het water schijnt.Manginess,meindžinəs, schurftigheid.Mangle,maŋg’l, subst. mangel;Mangleverb. mangelen, klanderen; verminken, havenen, verscheuren:His motherkeeps a mangle= is mangelvrouw;Mangler= mangelvrouw; hak-, schaafmachine.Mango,maŋgou, mangoboom (vrucht).Mangrove,mangrouv, mangliet of wortelboom.Mangy,meindži, schurftig, schunnig.Mania,meinjə, waanzin, manie;Maniac= waanzinnig, dol; ook subst.; adj.Maniacal.Manich(a)ean,manikîən, Manicheeër;Manicheism= de leer der M.;Manichees,manikîz, Manicheeën.Manicure,manikjûə, manicure; ook verb.Manifest,manifest, openbaar, duidelijk; subst. manifest, vrachtlijst (=Captain’s manifest,Ship’s manifest);Manifestverb. openbaar maken, manifesteeren, betuigen, de vrachtlijst vertoonen:Tomanifest goods:Manifestable= bewijsbaar;Manifestation= openbaring, manifestatie;Manifestness= duidelijkheid:Manifesto,manifestou, manifesto, publieke verklaring.Manifold,manifould, adj. menigvuldig, talrijk, veelvuldig; hectografische afdruk;Manifoldverb. vermenigvuldigen, hectografeeren;Manifold-writer= hectograaf; subst.Manifoldness.[329]Man(n)ikin,manikin, mannetje, ledepop, phantoom (Med.); adj. dwergachtig, dwerg …Manilla,manilə, Manilla; arm-(been-)ring:Manilla cigar,Manilla fibre,Manilla hemp.Maniple,manip’l, ⅓ eener cohorte (in het Rom. leger 60 man + twee officieren en een vaandeldrager); manipel, band om den linkerarm van een priester bij het misoffer;Manipular= tot een Romeinsch vendel behoorend;Manipulate,mənipjuleit(met overleg, slim) behandelen; telegrafeeren;Manipulation= manipulatie, handbeweging;Manipulative= manipuleerend, behandelings - -;Manipulator;Manipulatory=Manipulative.Manitoba,manitəbâ.Manitou,manitû, Indiaansche god, geest.Mankind,mankaind, het menschelijk geslacht; (mankaind) alle mannen (tegenoverWomankind); de mannen (tegenoverwife, bij de lagere klassen).Manna,manə, manna.Manner,manə, manier, wijze, methode, gewoonte, stijl, mode:After his sour manner= op zijn norsche manier;By no (Not by any) manner of means= op geenerlei wijze, in geen geval;In this manner= op deze wijze;In a (certain) manner= in zekere mate;In like manner= evenzoo;No manner of= in ’t geheel geen;No manner of doubt= niet de minste twijfel;Manners= gedrag, manieren, “mores”;It is not mannersto ask= past niet;I’llteach him manners= ik zal hem manieren leeren;Mannered= geaffecteerd;Anill-manneredyoung fellow= slecht gemanierd;Some of hisleast mannered work= minst gemaniëreerd;There isa mannerismabout him= gemaaktheid;This writer’smannerism= gemaniëreerdheid;Mannerist= gemaniëreerd schrijver of persoon;Mannerliness= welgemanierdheid: adj.Mannerly.Mannite,manait, mannasuiker.Manoeuver,Amer.voorManoeuvre,mən(j)ûvə, subst. manoeuvre (ookfig.);Manoeuververb. manoeuvreeren, klaar spelen:He’ll manoeuver it somehow;Manoeuverer= slimmerd.Manometer,mənomətə, manometer; adj.Manometric(al).Manor,manə, ambtsheerlijkheid, riddergoed:Manor-house,Manor-seat= heerenhuis, slot;Manorial,mənôriəl, tot een riddergoed behoorende.Mansard roof,mansədrûf, gebroken dak, waarvan het onderste gedeelte het steilst helt.Manse,mans, boerenwoning; pastorie (Schotl.).Mansion,manš’n, groot heerenhuis, woning, huurkazerne:The Mansion-house= het officieele verblijf van denLord Mayorin Londen.Mansuetude,manswitjûd, zachtheid, onderworpenheid.Mantel,mant’l, mantel (Archit.); ook =Mantelpiece= schoorsteenmantel =Mantelshelf;Overmantel= étagèrespiegel.Mant(e)let,mant(ə)lət, manteltje; stormscherm, beweegbare borstwering;Mantilla,mantilə, mantille.Mantle,mant’l, subst. mantel, dekmantel, gloeikousje;Mantleverb. bedekken, koken, gisten, schuimen, blozen, de vleugels uitspreiden (v. valken).Mantua,mantjûə, Mantua; wijde mantel (van ± 1850);Mantua-gown= wijde japon;Mantua-maker= modiste;Mantuan= (inwoner) van Mantua;The Mantuan Swan= Vergilius.Manual,manjuəl, subst. handboek, manuaal (van orgel of piano), handspuit; adj. hand …, coulant:Manual alphabet(voor doofstommen);Manual exercise= oefening in de handgrepen van het geweer;Manual sign= handteekening.Manufactory,manjufaktəri, fabriek: adj.Manufactural;Manufacture, subst. fabrikaat, vervaardiging;Manufactureverb. vervaardigen, fabriceeren;Manufacturer= fabrikant;Manufacturing= fabricatie; adj. fabrieks …Manumission,manjumiš’n, manumissie, het vrijlaten van een slaaf;Manumit= slaven vrijlaten.Manumotor,manjumoutə, wagen door den inzittende mechanisch voortbewogen.Manure,mənjûə, subst. mest;Manureverb. bemesten;Manure-cart;Manure-distributor= meststrooier;Manure-fork;Manurer.Manuscript,manjuskript, subst. handschrift, adj. met de hand geschreven.Manx,maŋks, van het eilandMan; subst. de taal, de bewoners;Manxman= bewoner vanMan.Many,meni, veel, vele(n); subst. menigte, groot aantal:So many countries, so many customs= ’s lands wijs ’s lands eer;Many men, many minds= zooveel hoofden, zooveel zinnen;Many a man= menigeen;Many a time and oft= herhaaldelijk;This many a day=For many a day= reeds lang;As many again= eens zooveel;Twice as many= tweemaal zooveel;We were packedlike so manyherrings= zaten opeen als haringen in een ton;I amone too many foryou= ik ben je de baas af;Shemade one too manyin the omnibus= was te veel;The many= de groote hoop;A good (great) many= zeer vele;Many-headed: The many-headed monster= de Hydra; het gepeupel;Many-sided= veelzijdig; subst.Many-sidedness.Maori,mauri,mâəri, subst. Maori; hunne taal; adj. tot de Maoris of hunne taal behoorend.
M,em, verk. voorMarquis,Masculine,Meridian,Middle,Mile(s),Mille(Thousand),Minute,Monday,Morning;M(agister)A(rtium)ofM(ilitary)A(cademy);Macc(abees);Mach(ine);Mad(am),Mag(azine);Maj(or)Gen(eral);Mal(ayan);Mar(ch)ofMar(itime);Marq(uis);Masc(uline);Mass(achusetts);Math(ematics);Matt(hew);M(edicinae)B(accalaureus);M(ember of)C(ongress)ofM(aster of)C(eremonies);M(edicinae)D(octor);Mdlle= Mademoiselle;M(ost)E(xcellent);M(ilitary)E(ngineer);Mech(anics);Med(icine);Med(iaeval)Lat(in);Mem(orandum);Messrs= Messieurs;Met(aphysics);Metaph(ysics);Meteor(ology);Meth(odist);M(aster of)F(ox)H(ounds);M(ost)H(onourable);M(iddle)H(igh)G(erman);Miss(issippi);M(ember of the)I(nstitute of)C(ivil)E(ngineers);Min(eralogy);Minn(esota);Min(ister)Plen(ipotentiary;M(ember of the)K(ing’s and)Q(ueen’s)C(ollege of)P(hysicians);M(ember of the)L(ondon)S(chool)B(oard);M.M.= Their Majesties, of: Gentlemen;Mn.= Michigan;Mo.= Missouri of Month;Mod(ern);Mon(day);Mons(ieur);M(ember of)P(arliament);M(ember of the)P(hilological)S(ociety);Mr.= Master, Mister;M(ember of the)R(oyal)C(ollege of)P(hysicians);M(ember of the)R(oyal)G(eographical)S(ociety);M(ember of the)R(oyal)A(cademy);Mrs.= Mistress,misiz;M(ember of the)R(oyal)S(ociety of)L(iterature);M(aster of)S(urgery);Ms.= Manuscript;Mss.= Manuscripts;Mt.= Mount;Mts.= Mountains;Mus(eum)ofMus(ical);M(ost)W(orthy)G(rand)M(aster);Myth(ology).
Ma,mâ, Mama (kindertaal).
Ma’am,mamofmâm, verk. vanMadam:Ma’am-school=Dame-school(Amer.).
Mab,mab, feeënkoningin; slons; huurrijtuig.
Mabel,meib’l.
Mabys,mabis, jonge dienstbode, eig. verk. vanM(etropolitan)A(ssociation for)B(efriending)Y(oung)S(ervants).
Mac,mak, zoon (vóór Schotsche en Iersche namen).
Macaco,məkeikou, vosaap of maki.
Macacus,məkeikəs, Turksche aap of magot.
Macadam,makadəm:Macadam pavement(road)= macadam (steenpuin of granietkiezel) weg;Macadamization, subst. v.Macadamize, macadamiseeren, een straatweg aanleggen naar het stelsel vanMac-Adam.
Macaroni,makərouni, macaroni, mengelmoes; iets uitstekends; fat;Macaronic= dwaas, ijdel, hansworsterig; uit bont dooreengemengde woorden van verschillende talen gevormd (vers).
Macaroon,makərûn, macrone (koekje).
Macassar,məkasə,Macassar:Macassar oil.
Macaulay,məkôli.
Macaw,makô, roode ara (soort v. papegaai).
Macbeth,məkbeth;Maccabean,makəbîən, Maccabeesch;Maccabee,makəbî, Maccabeër;Mac Carthy,məkâthi;Mac Donald,məkdonəld,Macdougal,məkdɐg’l;Macduff,məkdɐf.
Mace,meis, staf, scepter; vroegere lange billartqueue, vroegere knots; zwendel, geleend geld;Maceverb. bedriegen, leenen:On mace= op “de pof”;Mace-bearer= pedel, stafdrager.
Macedon,masidon;Macedonia,masidounjə, Macedonië;Macedonian, subst. Macedoniër; adj. Macedonisch.
Macerate,masəreit, afmatten, kastijden; laten weeken, macereeren; subst.Maceration.
Machiavel,makiəvel;Machiavelian,makiəveliən, subst. en adj. (volgeling) van Machiavelli (1469–1527); sluw, dubbelhartig, trouweloos (mensch);Machiavelism= de beginselen van M., staatkundige dubbelhartigheid.
Machinate,makineit, kuipen;Machination= kuiperij;Machinator= intrigant.
Machine,məšîn, subst. werktuig, toestel, machine, machinerie, naaimachine, badkoets, fiets, wagen, brandspuit (Amer.); dedeus ex machinain drama (=machining God);Machineverb. machinaal, met behulp eener machine vervaardigen of uitvoeren, op de naaimachine werken:Machine-gun= soort v. mitrailleuse;Machine-made= machinaal:Machine-made manners;Machine-ruler= linieermachine;Machine-work= fabriekswerk;Machinery= machinerie, mecanisme; het bovennatuurlijk ingrijpen ter ontwikkeling der catastrophe.
Machinist,məšînist, machinist, constructeur van machines; machinenaaister; fietser:Coventry machinist= rijwielfabrikant.[324]
Mackay,məkai,məkei;Mackenzie,məkenzi.
Mackerel,makerel, makreel:Mackerel-sky= lucht met kleine schapenwolkjes.
M(a)cKinley,məkinli:McKinley Bill= de in 1890 aangenomen Amer. beschermende rechten.
Mackintosh,makintoš, waterdichte stof, jas of mantel daarvan; adj. waterdicht;Mackintoshverb, waterdicht maken.
Macleod,məklaud;Maclise,məklîs;Macmillan,məkmil’n;Mac Neill,məknîl;Macomb,məkûm,məkoum;Macpherson,məkfɐ̂s’n;Macready,məkrîdi.
Macrocosm,makrəkozm, het heelal.
Macron,makron,meikron, lengteteeken (ā).
Macropod,makrəpod, langbeenig;Macropus,makrəpɐs, kangoeroe.
Macroscopic(al),makrəskopik(’l), voor het bloote oog zichtbaar.
Macula,makjulə, vlek;Maculate, adj. bevlekt (ookfig.);Maculateverb. bevlekken;Maculation= bevlekking, vlek;Maculose,makjulous= gevlekt.
Mad,mad, krankzinnig, dolzinnig, razend, woedend, overmoedig;Madverb, dol maken (Amer.):Tobe mad with joy= dolblij zijn;He hasdriven me mad= gek gemaakt;He is sure togo (run) mad= wordt bepaald gek;Mad as a hatter, as a march-hare= stapelgek;Mad on (upon, for, of)= dol op;Mad-brained= dol, razend, dwaas;Madcap, subst. dolhoofd, dolleman; adj. dol, dwaas;Mad-headed= dol;Madhouse= gekkenhuis;Madman= krankzinnige, dolleman;Madwort= schildzaad, steenkruid;Madden= dol of woedend maken, razend worden;The madding crowd= de woeste, woelige (dwaze) menigte;Madness= krankzinnigheid, waanzin, dolheid.
Madam,mad’m, Mevrouw, Juffrouw;Madame,madâm, mevrouw, “madam”:At Madam Jeff’s= bij “Madam” J.;To-morrow madam returns to the kitchen= morgen kan men de mooie “madam” weer in de keuken vinden;He always addresses her as “Madam”, and treats her as a princess.
Madder,madə, meekrap;Madderverb, met meekrap verven.
Made,meid, imperf. en part. vanto make; gemaakt, kunstig vervaardigd, (toebereid), afgeëxerceerd, afgericht, verzonnen (up):Made gravy= bouillon;Made land= ingedijkt land (Amer.);You are a made man= uw fortuin is gemaakt;Made mast= gekuipte mast;Made word= nieuw woord;Made (up) dishes= fijne schoteltjes;I have seen them made that way= van dat soort heb ik wel gekend;As slangy as sporting-papers are made= maar kunnen zijn. ZieMake.
Madeira,mədîrə,mədêrə, Madera(wijn): Madeiramahogany(-wood)= echt mahoniehout.
Madge,madž, verkorting vanMargaret.
Madonna,mədonə, Madonna; soort alpaca.
Madox,madəks;Madras,mədras, Madras; halfzijden stof.
Madrepore,madripö, sterkoraal.
Madrid,mədrid.
Madrier,madriə,madrîə, sterke balk, plank.
Madrigal,madrig’l, madrigal.
Madrilenian,madrilînj’n, uit Madrid, bewoner v. M.
Madura,madjûrə;Maecenas,məsînas.
Maelstrom,meilstrom,mâlstrom, maalstroom; ookfig.
Maenad,mînad, Bacchante; dol wijf.
Maestro,ma-estrou, meester, beroemd componist.
Maffick,mafik:Mafficking= dol en ruw feestbetoon op straat (oorspronkelijk naar aanleiding van het ontzet van Mafeking 17 Mei 1900);-er.
Mag,mag, babbelen, plagen; subst. snater, babbelkous;halfpenny.
Magazine,magəzîn, magazijn, tijdschrift; kruitkamer (magazijn):Magazine rifle.
Magdalen,magdəlen, Magdalena:Magdalen asylum= huis voor gevallen vrouwen;Magdalen(e)môdlin:Magdalen Collegete Oxford.
Magdeburg,magdəbɐ̂g, Maagdenburg:Magdeburg hemispheres, Maagdenburger halve bollen.
Mage,meidž=Magician.
Magellan,məgel’n,mədžel’n, Magellaan:Strait of Magellan= Straat van Magellaan;Magellanic,magəlanik,madžəlanik, v. Magellaan:Magellanic clouds= Magellaansche vlekken, kaapwolken.
Maggot,magət, made; gril;Maggoty= vol mijten of maden; grillig, prikkelbaar; subst.Maggotiness.
Magi,meidžai, mv. vanMagus;Magian= de Magiërs betreffende; Magiër.
Magic,madžik, tooverkunst, hekserij, tooverkracht; adj.Magic(al)= tooverachtig, betooverend;Magic circle= tooverkring;Magic flute= tooverfluit;Magic lantern= tooverlantaarn;Magic square= vierkant van zoodanige cijfers, dat deze loodrecht, of horizontaal of diagonaal opgesteld, steeds dezelfde som leveren;Magician,mədžiš’n, toovenaar.
Magister,mədžistə, magister;Magisterial= heerschend, gebiedend, trotsch; subst.Magisterness.
Magistracy,madžistrəsi, de magistraat, magistratuur;Magistral,madžistr’l, gebiedend; volgens bepaald recept (pharm.);Magistrate,madžistreit, overheidspersoon, vrederechter.
Magna C(h)arta,magnəkâtə, deMagna Chartav. Jan Zonder Land (1215).
Magnanimity,magnənimiti, grootmoedigheid; adj.Magnanimous.
Magnate,magnit, voornaam persoon.
Magnesia,magnîšə,magnîžə, magnesia:Sulphate of magnesia=Epsom salts;Magnesian= magnesium bevattend;Magnesium:Magnesium-light.
Magnet,magnət, magneet, magneetstaaf;Magnetic,magnetik, magnetisch, magneet - -, miswijzend, aantrekkend:Magnetic field;Magnetic needle;Magnetic poles;Magnetism= magnetisme; aantrekkingskracht:Terrestrial magnetism= aardmagnetisme;Magnetization, subst. v.Magnetize= magnetiseeren;Magnetizer= magnetiseur;Magneto-electric(al)ofMagneto-electric(al);Magneto-ignition= magneetontsteking;Magnetometer= magnetische krachtmeter;[325]Magneto-motorofMagneto-motor;Magneto-telegraph.
Magnific(al),magnifik(’l), prachtig, heerlijk.
Magnificat,magnifikat, lofzang ter eere van Maria (Lukas I, 46–55);Magnification= vergrooting.
Magnificence,magnifisens, grootschheid, luister;Magnificent= grootsch, prachtig, prachtlievend.
Magnifico,magnifikou, vroeger Venetiaansch edelman; rector eener Duitsche Hoogeschool; groot heer.
Magnifier,magnifaiə, vergrooter, vergrootglas;Magnify,magnifai, vergrooten, verheerlijken:Magnifiering-glass= vergrootglas.
Magniloquence,magniləkwens, grootsprekerij, bombast; adj.Magniloquent,magniləkwent.
Magnitude,magnitjûd, grootte, omvang, belangrijkheid.
Magnolia,magnouljə, magnolia.
Magnum,magn’m, dubbele flesch (±2 L.):Magnum bonum,magn’mboun’m, soort van groote pen, pruim of aardappel.
Magog,meigog, groote reus (1 Mos. X, 2).
Magot,magot,məgou, magot (aap, Chineesch poppetje).
Magpie,magpai, ekster, babbelkous,halfpenny, schot in den buitensten ring.
Magus,meigəs, Magiër, Wijze uit het Oosten.
Magyar,madjâ,mədžâ, Magyaar(sch).
Mahabharata,mahâbârətə, een Indisch epos.
Maharajah,maharâdžâ, Maharadsja (titel).
Mahatma,mahatma, Boeddhistisch priester, theosoof.
Mahdi,mâdi, Madhi;Madhist, aanhanger van den Madhi;Mahdism= zijne leer.
Mahlstick,mâlstik=Maulstick.
Mahogany,məhogəni, mahoniehout; (eet)tafel:Tobe under the mahogany= onder de tafel liggen (dronken);Tohave one’s feet under another man’s mahogany= aan een andermans tafel zitten, over eens anders hulpbronnen beschikken.
Mahomet,məhomət, Mahomed;Mahometan=Mohammedan.
Mahon,məhoun,məhûn.
Mahori,mâhəri, Maori.
Mahout,məhaut,məhût, olifantdrijver (Brit. Indië).
Maid,meid, maagd, meid, meisje:Children’s maid;Housemaid= tweede meid;Ladies’ maid= kamenier;Parlour maid= binnenmeid;Thorough maid= flink;Maid of honour= hofdame;Maid of all work= meid alléén;Maid-servant= dienstmeid;Maiden, subst. maagd, meisje, waschmachine; adj. maagdelijk, rein:Maiden assizes= zittingen zonder crimineele zaken;Maiden aunt= ongetrouwde tante;Maidenauntish:The book isirreproachable to a maiden auntish extent= eene ongetrouwde tante kan er zelfs niets op aanmerken;Maiden effort= eerste poging;Maiden name= de eigen naam van eene getrouwde vrouw;Maiden speech= eerste redevoering van een nieuw parlementslid;Maiden stakes= wedstrijd of de prijzen voor paarden, die voor ’t eerst uitkomen;Maidenhair= venushaar;Maidenhead=Maidenhood= maagdelijkheid;Maidenliness, subst. v.Maidenly= jonkvrouwelijk, zedig.
Maieutic,mei-jûtik, geboorte bevorderend, ontwikkelend.
Mail,meil, subst. maliënkolder; brievenzak, brievenpost;Mailverb, bepantseren; met de post verzenden, op de post doen (Amer.):Coat of mail= pantserhemd;Mail-bag= brievenzak;Mail-boat= pakketboot;Mail-cart= postkar; sportkar;Mail-clad= bepantserd;Mail-coach= postwagen; Eng. koets, met zitplaatsen boven op en met 4 paarden bespannen;Mail-day;Mail-horse= postpaard;Mail-line=Mail-route;Mail-stage= postwagen (Amer.);Mail-steamer= postboot;Mail-train= posttrein;Mail-van= postwagen;Mailable= wat per post kan worden verzonden (Am.);Mailed= gepantserd, geschubd, met schilden, gevlekt.
Maim,meim, subst. verminking;Maimverb. verminken, schenden.
Main,mein, voornaamste; subst. geweld; voornaamste deel, hoofdbuis, hoofdkabel, oceaan, wedstrijd tusschen hanen, (hooge) worp, inzet, het gemiddelde der te werpen oogen:By main force= met kracht en geweld;Themain bodyof an army= de hoofdtroep;Hehas an eye to the main chance= hij let op No. 1, hij is een egoist;In (on) the main= in hoofdzaak;He is honestin the main= over ’t geheel genomen;With might and main= met alle macht;Mains and service-pipes= hoofd- en zijgeleidingen;Toturn off the gas at the main= de hoofdkraan dichtdraaien;Toturn on the main= beginnen te schreien (iron.);Main-boom= giek, zeilboom;Main-deck= opperdek;Mainland= vaste land;Main lines and branch linesof a railway= hoofd- en zijlijnen van een spoorweg;Mainmast= groote mast;Main-pipe= hoofdbuis;Main-road= hoofdweg;Mainsail(meins’l) = grootzeil;Main-sheet= groote schoot;Main-shroud= groot want;Mainspring= groote veer, hoofdader, hoofdmotief, hoofdbron, etc.;Main-stay= groot stag; voornaamste steun;Main-street= hoofdstraat;Main-top= groote mars;Main-topgallant= grootbram - -;Main-topsail= grootmarszeil;Main-yard= groote ra;Mainly= voornamelijk, krachtig.
Mainprize,meinpraiz, borgtocht, loslating onder borgtocht; het bevel hiertoe.
Maintain,m’ntein,meintein, handhaven, verdedigen, rechtvaardigen, onderhouden, houden, beweren, volhouden;Maintainable= houdbaar;Maintainer= behouder, verzorger, behoeder, verdediger;Maintenance,meintən’ns, handhaving, onderhoud, verdediging:Cap of maintenance= staatsiemuts of -baret, vóór den koning of hooge ambtenaren uitgedragen als teeken van waardigheid.
Mainwaring,manəriŋ.
Maize,meiz,maïs;Maizena,meizînə, maïsmeel.
Majestic,mədžestik, majestueus:Majesty,madžəsti, majesteit, grootschheid, verhevenheid:His (Your) Majesty.
Majolica,mədžolikə, majolica.[326]
Major,meidžə, subst. majoor, meerderjarige, oudere, eerste term van een syllogisme; adj. grooter, meerder, meerderjarig:Major-domo= opper-hofmeester; bestuurder; oppasser;Major-general= generaal-majoor;Major-premiss, hoofdpræmisse;Major-term= major (d.i. de term, die het prædicaat der conclusie vormt);Majorship= majoorsrang;Majority,mədžoriti, meerderheid, majoorschap, meerderjarigheid:Tocarry the majority,Tohave a majority= de meerderheid hebben;Tohave the majority on one’s side;The Army Estimates werevoted by a sweeping majority= de Begrooting van Oorlog werd met eene verpletterende meerderheid aangenomen;Togo (pass) over to the great majority= sterven =Tojoin the majority.
Majorca,mədzökə.
Majuscule,mədžɐskjûl, hoofdletter.
Make,meik, subst. vorm, gedaante, maaksel, snit;Makeverb. maken, vervaardigen, scheppen, voortbrengen, bereiden, aanleggen, benoemen, bedragen, noodzaken, dwingen, doen, verdienen, africhten, nabijkomen, naderen, etc.:That is painful tomy natural make= doet mijne natuur geweld aan;A heart of his make= v. zijne soort;Tomake no account of= geringschatten;He will nevermake a good actor= worden;Tomake amends= excuus maken;Tomake a bed= opmaken;Tomake one’s bread= zijn brood verdienen;Milk makes both butter and cheese= levert;Tomake a call= een visite maken;Tomake a contract= sluiten;Wool makes warm clothing= vormt;That does notmake the least difference= kan niets schelen;I havemade a good dinner= flink gegeten;Tomake no doubtof= niet twijfelen aan;Tomake an end of= een eind maken aan;Tomake a long (wry) face= een lang (zuur) gezicht trekken;Tomake a fool of= voor den gek houden;Tomake a guess at= raden naar;Tomake haste= zich haasten;Tomake headway= vooruitkomen;I willmake you a good husband= een goede man voor je zijn;Tomake an island= naderen, komen in het gezicht van;Tomake a fair living= behoorlijk veel geld verdienen;Tomake love to= het hof maken;Tomake a mess of= bederven, verknoeien;Tomake misschief= onheil stichten, intrigeeren;Tomake the ocean= in zee steken;Tomake peace= sluiten;Will youmake a penfor me? = vermaken;He hasmade his pile= een ‘bom’ geld verdiend;Tomake the port= in het gezicht krijgen, binnenloopen;Tomake a promise= doen;Tomake provisions for= voorzorgen treffen;Tomake sail= bijzetten;Tomake a speech= houden;Tomake a stand= halt houden, standhouden;I have justmade the steamer= nog net gepakt, gehaald;Tomake a stranger of= als een vreemde behandelen;Tomake one’s toilet= maken;Tomake waragainst= oorlog voeren;Tomake water= lekken;Make way there!= uit den weg daar!I made the best of my way home= begaf mij zoo gauw mogelijk;Hemade the weight 17 pounds= schatte op;I will notmake any more words about it= er geen woord meer over verliezen, niet langer over kibbelen;Imake boldto observe= ben zoo vrij;Hemakes free withmy wine= doet alsof het zijn wijn is;Tomake good= vergoeden, houden, handhaven, rechtvaardigen, verdedigen, verantwoorden;Tomake gooda promise= houden;Tomake goodone’s reputation= handhaven;Imake the sum largerthan you do= houd voor grooter;Tomake light ofa thing= licht opvatten;We havemade rather merryto-day= vrijwat pret gehad;Youmake merry with me= houdt me voor ’t lapje;Hemade no more ofthe dog than if he had been a lamb= gaf niet meer om;Tomake much of= veel ophebben met;The ridersmade much oftheir horses after the charge= liefkoosden;Hemakes sure ofit= hij acht het zeker;I willmake sure ofit= er mij van vergewissen;Tomake believe= doen gelooven, doen alsof;Amake-believe= voorwendsel;Itmade me laugh= deed me lachen;That willmake againstyour plan= benadeelen;Theymade afterthe deer= vervolgden het hert;The kingmade away withhis enemies= ruimde uit den weg;It was made away with= verloren, gestolen, etc.;Theymade away withthe soup= aten de soep op;Tomake downa dress= vermaken;The shipmakes forthe harbour= zet koers naar;Thatmakes for peace= leidt tot;What has he to make in the matter?= te maken;Hemadethe warehouseintoa ball-room= veranderde;I do not know what tomake ofit= kan er geen touw aan vastmaken;I cannotmakethat manout= ik begrijp, “snap”, dien man niet;Hemade out onmefor£8= trok een wissel op mij van;You canmake outthe steeples here= duidelijk onderscheiden;A skilful defender might perhapsmake outa case for him= kon hem misschien vrijpleiten;Hemade outthe account= schreef;Hemade overhis property to his cousin= schonk, droeg over;Amade-overblack silk= vermaakte;Make-up= grimeeren; subst. grime, verkleeding, uitdenksel;I say, you mustmake it up= zeg er eens, jullie moet elkaar de hand (der verzoening) geven;You aremaking up toher= tracht u aangenaam te maken, maakt haar het hof;All your money does notmake upa guilder= bedraagt nog geen;Tomake upone’s books= opmaken;Tomake upmedicine= klaarmaken;I havemade it up foryou= in orde gemaakt;He could notmake uplost ground= het verlorene niet herwinnen;Hemade up tome= kwam op mij toe;The actor wasmade upbeautifully= goed gegrimeerd;We shall have tomake up forlost time= moeten inhalen;Tomake upa loss= een verlies vergoeden;I havemade upmy mind= ik ben besloten;The proofsheet was notmade upas yet= nog niet opgemaakt;Amade-up story= gefingeerd verhaal;He made as ifhe consented= veinsde;Make-peace= vredestichter;Make-shift= behulp,[327]stoplap:Amake-shift contrivance= iets om tijdelijk mee te behelpen;Make-weight= aanvulling, toegift, stoplap, noodhulp;Maker= maker, vervaardiger, dichter, Schepper;Making= vervaardiging:Of your own making= je eigen schuld (fig.);That wasthe making of him= dat heeft er hem bovenop geholpen;Hehas the makings of an excellent teacher= er schuilt (zit) in hem;Themakings of a small sweetstuff shop= opbrengst, verdienste. Zie ook:Made.
Malabar,maləbâ,maləbâ;Malacca,məlakə;Malachi,maləkai, Maleachi.
Malachite,maləkait, malachiet.
Maladdress,malədres, onhandigheid, gebrek aan tact.
Maladjustment,malədžɐstm’nt, slechte regeling of inrichting.
Maladministration,malədministreiš’n, wanbeheer, wanbestuur.
Maladroit,malədroit,malədrôit, onhandig; subst.Maladroitness.
Malady,malədi, (slepende) ziekte, moreel gebrek, kwaal.
Malaga,maləgə, Malaga(wijn).
Malahack,maləhak, kneuzen (Amer.).
Malapert,maləpɐ̂t, adj. onbeschaamd, brutaal; subst. wijsneus, brutaaltje.
Malapropism,maləpropizm, verkeerde toepassing van “stadhuiswoorden”, een verkeerd toegepast “stadhuiswoord”;Malapropos,maləprəpou, te onpas, ongeschikt.
Malar,meilə, subst. kaak; adj. tot de kaak toebehoorende; kaak …
Malaria,məlêriə, moeraskoorts, schadelijke moerasdamp;Malarial fever;Malarian=Malarious= met schadelijke dampen bezwangerd, malaria veroorzakend.
Malay,məlei, Maleier; ook Maleisch =Malayan;Malcolm,malkəm.
Malconformation,malkonfəmeiš’n, wanverhouding, misvorming.
Malcontent,malkəntent, subst. en adj. ontevreden(e);Malcontented,malk’ntentid.
Malden,mold’n;Maldesen,môlds’n;Maldives,maldaivz,maldaivz, Maladiven;Maldon,môld’n.
Male,meil, subst. mannetje; adj. mannelijk:Male issue= mannelijk oir;Male rime= mannelijk of staand rijm;Male screw= vaarschroef.
Malediction,malidikš’n, vervloeking; adj.Maledictory.
Malefactor,malifaktə,malifaktə, boosdoener;Malefic= kwaadaardig, schadelijk;Maleficence= boosaardigheid;Maleficent= boosaardig.
Malevolence,məlevəlens, kwaadwilligheid; adj.Malevolent.
Malfeasance,malfîz’ns, onwettige handeling, kwade praktijken.
Malformation,malfəmeiš’n, misvormdheid; adj.Malformed.
Malice,malis, boosaardigheid, haat, vijandigheid:He did itof malice prepense (malice aforethought)= met voorbedachten rade;He bears no malice= is niet haatdragend;Tobear maliceto= een wrok koesteren tegen;Malicious,məlišəs, kwaadwillig, boosaardig; subst.Maliciousness.
Malign,məlain, adj. nadeelig, kwaadaardig, onheilspellend, ongunstig;Malignverb. benadeelen, gemeen behandelen, kwaad spreken van;Malignance,məlign’ns=Malignancy,məlign’nsi, vijandigheid, kwaadaardigheid;Malignant= kwaad-, boosaardig; ook subst. kwaadwillige;Maligner,məlainə, lasteraar;Malignity= boosaardigheid, kwaadaardigheid.
Malinger,məliŋgə, ziekte voorwenden;Malingerer= simulant.
Malkin,mô(l)kin:The kitchen malkin= keukenmeid.
Mall,môl, malie, malieklik, maliekolf, vroegere strijdhamer, maliespel;Mallverb. maliën, in de maliebaan spelen.
Mall,mal,mel, openbare, beschaduwde wandelplaats.
Mallard,maləd, wilde eend.
Malleability,maljəbiliti, smeedbaarheid, rekbaarheid; adj.Malleable,maljəb’l, ookfig.; subst.Malleableness;Malleation= het pletten, hamerslag.
Mallet,malət, houten hamer;Malleus,maliəs, hamer (in het oor).
Mallow(s),malou(z), malva, kaasjeskruid.
Mallory,maləri;Malmesbury,mâmzb’ri.
Malmsey,mâmzi, malvezij.
Malodorous,maloudərɐs, stinkend;Malodo(u)r,maloudə, stank.
Malone,məloun.
Malpractice,malpraktis, kwade praktijk, overtreding; verkeerde med. behandeling.
Malt,môlt, subst. mout, bier; ook adj.;Maltverb. mouten, tot mout worden, bier drinken;Malt-drier= mouteest;Malt-floor= mouterij;Malt-horse= paard van een moutmolen; suffer, domkop;Malt-house= mouterij;Malt-kiln= (mout)eest;Malt-spirits= moutwijn;Maltster= moutmaker;Malty= moutachtig, mout …
Malta,môltə:Knight of Malta= Johannesridder;Maltese,môltîz,môltis, subst. Maltezer(s), hunne taal; adj. Maltezer:Maltese cross= maltezerkruis;Maltese dog= kleine patrijshond met lang zijdeachtig haar.
Malthus,malthəs;Malthusian,malthjûš’n,malthjûž’n, subst. en adj. Malthusiaan(sch).
Maltreat,maltrît, ruw of slecht behandelen; subst.Maltreatment.
Malvern Hills,malvənhilz, de heuvels van M.
Malversation,malvəseiš’n, malversatie, kwade praktijk, verduistering.
Mameluke,maməl(j)ûk, Mameluk.
Mam(m)a,məmâ,mâmə(Amer.), mama:Mama’s headache= ma’s geheimzinnige ziekte bij zekere gelegenheid.
Mammal,maməl, met borsten; subst. zoogdier;Mammalia,məmeiljə, zoogdieren; adj.Mammalian, zoogdier …;Mammalogy= leer der zoogdieren;Mammifer= zoogdier;Mammiferous= met tepels, zoogend.
Mammodis,mamədis, Brit.-Ind. sits; fijn lijnwaad.
Mammon,mam’n, Mammon:Mammon worship.
Mammoth,maməth, subst. mammoet; adj. reusachtig.
Mammy,mami, maatje; min (kleurlinge).
Man,man, subst. mensch, man, echtgenoot,[328]manschap, knecht, vazal, stuk (bij dam- of schaakspel);Manverb. bemannen, bezetten; zich vermannen (oneself):A man ought to do his duty= men moet;The Old Man= de oude Adam; de pipa, den “Ouwe”;I ammy own man= ben mijn eigen baas;To a man= éénparig, zonder uitzondering;The social relation ofman and wife;Tobecome man and wife= worden;Tocome between man and wife;A man or a mouse= alles of niets;Hecame to man’s estate= tot mannelijken leeftijd;It is notin a man= dat kan een man niet;Aman about town= (aristocratische) losbol, “bon vivant”, iemand, die veel uitgaat;AMan-at-arms= gewapend krijger (ruiter);Man in the moon= het mannetje in de maan;Man in the street= de eerste de beste persoon;Aman of peace= vreedzaam mensch;He isa man of men= voortreffelijk mensch;Aman of straw= strooman;AMan-of-war= oorlogschip;An East-India-man= Oostinjevaarder;Hemanned himself,and did it= vermande zich;The sailorsmanned the ship, the shrouds, the yards= paradeerden op de ra’s, in het want, op de ra’s;Man-child= jongen;Man-eater= menscheneter; tijger, leeuw, soort haai, bijtend paard;Man-engine= machine tot het ophalen en neerlaten van mijnwerkers;Man-hater= menschenhater, mannenhaatster;Man-hole= mangat;Man-milliner= handelaar in damesconfectie;Man-monster= half menschelijk monster;Man-rope= valreep;Man-servant= bediende;Manslaughter= manslag;Manslayer= moordenaar;Man-trap= voetangel; gevaarlijke plaats (bijv. een open luik); weduwe (Amer.);Manful= manhaftig; subst.Manfulness;Manhood= de menschelijke natuur, mannelijkheid, manhaftigheid, mannelijke leeftijd;Manlike= menschelijk, manhaftig;Manliness, subst. v.Manly= mannelijk, manhaftig, kloek;Mannish= mannig, d.i. mannelijk in ongunstigen zin:Mannish airs= mannelijke airs (vanNew Women).
Manacle,manək’l(gewoonlijk meerv.), subst. handboei;Manacleverb. de handboeien aandoen.
Manage,manidž, besturen, behandelen, beheerschen, richten, klaarspelen, zich redden:I hopeI can manage it= dat ik het klaar speel;He cannotmanage the boys= geen orde houden;Manageable= handelbaar, leerzaam (van dieren), goed (weêr); subst.Manageableness;Management= bestuur, leiding, administratie, verstandig (slim) optreden of handelen:Good management= handigheid, flinkheid;Manager= bestuurder, leider, gérant, zetbaas, theaterdirecteur, chef van tractie (bij de spoorwegen), curator; vr.manageress;managership;Managing= bestuur; adj. besturend, bedrijfs - -, zuinig, overleggend, slim:Managing clerk= procuratiehouder;Managing director= bestuurder;Managing partner= besturend firmant;Amanaging woman= flinke, zuinige.
Manakin,manəkin. ZieMan(n)i-kin.
Manby,manbi:Manby’s apparatus= vuurpijl (reddings)toestel.
Manchester,mantšəstə:Manchester School= partij van den vrijhandel;Manchu,mɐntšû;Manchuria,mantšûriə.
Manciple,mansip’l, hofmeester, huisbestuurder.
Mandalay,mandəlei.
Mandamus,mandeiməs, bevelschrift van deCrown Side(=kamer v. strafzaken) van deKing’s Bench division of the High Court of Justiceinhoudend een bepaalde opdracht; ook verb.
Mandarine,mandərin,mandərîn, subst. Mandarijn, mandarijntje; adj. edel, voornaam.
Mandatary,mandətəri, gevolmachtigde;Mandate= mandaat, bevel(schrift), opdracht;Mandator= volmachtgever;Mandatory= bevelend, voorschrijvend; subst. gevolmachtigde.
Mandible,mandib’l, (onder)kaak;Mandibular= onderkaaks …
Mandolin(e),mandəlin, mandoline.
Mandragora,mandragərə,Mandrake,mandreik, alruin, mandragora.
Mandrel,mandr’l,Mandril,mandril, spil, vormijzer, doorslag; (het laatste woord) ook: mandril.
Manducatory,mandjukətəri= kauw …:Manducatory organs.
Mane,mein, manen:Mane of a helmet= pluim;Mane-comb= roskam;Mane-sheet= bedekking voor het bovenste van een paardekop.
Manege,məneiž, rijschool, rijkunst.
Manequin,manəkin. ZieManakin.
Manes,meinîz, schimmen der afgestorvenen; de onderwereld.
Manganese,maŋgənîz,maŋgənîs,maŋgənîz,maŋgənîs, mangaan.
Mange,meinž, schurft.
Mangelwurzel,maŋg’lwɐ̂z’l, mangelwortel.
Manger,meinžə, voerbak (trog); kribbe:He is a dog in the manger= hij kan niet zien dat de zon in het water schijnt.
Manginess,meindžinəs, schurftigheid.
Mangle,maŋg’l, subst. mangel;Mangleverb. mangelen, klanderen; verminken, havenen, verscheuren:His motherkeeps a mangle= is mangelvrouw;Mangler= mangelvrouw; hak-, schaafmachine.
Mango,maŋgou, mangoboom (vrucht).
Mangrove,mangrouv, mangliet of wortelboom.
Mangy,meindži, schurftig, schunnig.
Mania,meinjə, waanzin, manie;Maniac= waanzinnig, dol; ook subst.; adj.Maniacal.
Manich(a)ean,manikîən, Manicheeër;Manicheism= de leer der M.;Manichees,manikîz, Manicheeën.
Manicure,manikjûə, manicure; ook verb.
Manifest,manifest, openbaar, duidelijk; subst. manifest, vrachtlijst (=Captain’s manifest,Ship’s manifest);Manifestverb. openbaar maken, manifesteeren, betuigen, de vrachtlijst vertoonen:Tomanifest goods:Manifestable= bewijsbaar;Manifestation= openbaring, manifestatie;Manifestness= duidelijkheid:Manifesto,manifestou, manifesto, publieke verklaring.
Manifold,manifould, adj. menigvuldig, talrijk, veelvuldig; hectografische afdruk;Manifoldverb. vermenigvuldigen, hectografeeren;Manifold-writer= hectograaf; subst.Manifoldness.[329]
Man(n)ikin,manikin, mannetje, ledepop, phantoom (Med.); adj. dwergachtig, dwerg …
Manilla,manilə, Manilla; arm-(been-)ring:Manilla cigar,Manilla fibre,Manilla hemp.
Maniple,manip’l, ⅓ eener cohorte (in het Rom. leger 60 man + twee officieren en een vaandeldrager); manipel, band om den linkerarm van een priester bij het misoffer;Manipular= tot een Romeinsch vendel behoorend;Manipulate,mənipjuleit(met overleg, slim) behandelen; telegrafeeren;Manipulation= manipulatie, handbeweging;Manipulative= manipuleerend, behandelings - -;Manipulator;Manipulatory=Manipulative.
Manitoba,manitəbâ.
Manitou,manitû, Indiaansche god, geest.
Mankind,mankaind, het menschelijk geslacht; (mankaind) alle mannen (tegenoverWomankind); de mannen (tegenoverwife, bij de lagere klassen).
Manna,manə, manna.
Manner,manə, manier, wijze, methode, gewoonte, stijl, mode:After his sour manner= op zijn norsche manier;By no (Not by any) manner of means= op geenerlei wijze, in geen geval;In this manner= op deze wijze;In a (certain) manner= in zekere mate;In like manner= evenzoo;No manner of= in ’t geheel geen;No manner of doubt= niet de minste twijfel;Manners= gedrag, manieren, “mores”;It is not mannersto ask= past niet;I’llteach him manners= ik zal hem manieren leeren;Mannered= geaffecteerd;Anill-manneredyoung fellow= slecht gemanierd;Some of hisleast mannered work= minst gemaniëreerd;There isa mannerismabout him= gemaaktheid;This writer’smannerism= gemaniëreerdheid;Mannerist= gemaniëreerd schrijver of persoon;Mannerliness= welgemanierdheid: adj.Mannerly.
Mannite,manait, mannasuiker.
Manoeuver,Amer.voorManoeuvre,mən(j)ûvə, subst. manoeuvre (ookfig.);Manoeuververb. manoeuvreeren, klaar spelen:He’ll manoeuver it somehow;Manoeuverer= slimmerd.
Manometer,mənomətə, manometer; adj.Manometric(al).
Manor,manə, ambtsheerlijkheid, riddergoed:Manor-house,Manor-seat= heerenhuis, slot;Manorial,mənôriəl, tot een riddergoed behoorende.
Mansard roof,mansədrûf, gebroken dak, waarvan het onderste gedeelte het steilst helt.
Manse,mans, boerenwoning; pastorie (Schotl.).
Mansion,manš’n, groot heerenhuis, woning, huurkazerne:The Mansion-house= het officieele verblijf van denLord Mayorin Londen.
Mansuetude,manswitjûd, zachtheid, onderworpenheid.
Mantel,mant’l, mantel (Archit.); ook =Mantelpiece= schoorsteenmantel =Mantelshelf;Overmantel= étagèrespiegel.
Mant(e)let,mant(ə)lət, manteltje; stormscherm, beweegbare borstwering;Mantilla,mantilə, mantille.
Mantle,mant’l, subst. mantel, dekmantel, gloeikousje;Mantleverb. bedekken, koken, gisten, schuimen, blozen, de vleugels uitspreiden (v. valken).
Mantua,mantjûə, Mantua; wijde mantel (van ± 1850);Mantua-gown= wijde japon;Mantua-maker= modiste;Mantuan= (inwoner) van Mantua;The Mantuan Swan= Vergilius.
Manual,manjuəl, subst. handboek, manuaal (van orgel of piano), handspuit; adj. hand …, coulant:Manual alphabet(voor doofstommen);Manual exercise= oefening in de handgrepen van het geweer;Manual sign= handteekening.
Manufactory,manjufaktəri, fabriek: adj.Manufactural;Manufacture, subst. fabrikaat, vervaardiging;Manufactureverb. vervaardigen, fabriceeren;Manufacturer= fabrikant;Manufacturing= fabricatie; adj. fabrieks …
Manumission,manjumiš’n, manumissie, het vrijlaten van een slaaf;Manumit= slaven vrijlaten.
Manumotor,manjumoutə, wagen door den inzittende mechanisch voortbewogen.
Manure,mənjûə, subst. mest;Manureverb. bemesten;Manure-cart;Manure-distributor= meststrooier;Manure-fork;Manurer.
Manuscript,manjuskript, subst. handschrift, adj. met de hand geschreven.
Manx,maŋks, van het eilandMan; subst. de taal, de bewoners;Manxman= bewoner vanMan.
Many,meni, veel, vele(n); subst. menigte, groot aantal:So many countries, so many customs= ’s lands wijs ’s lands eer;Many men, many minds= zooveel hoofden, zooveel zinnen;Many a man= menigeen;Many a time and oft= herhaaldelijk;This many a day=For many a day= reeds lang;As many again= eens zooveel;Twice as many= tweemaal zooveel;We were packedlike so manyherrings= zaten opeen als haringen in een ton;I amone too many foryou= ik ben je de baas af;Shemade one too manyin the omnibus= was te veel;The many= de groote hoop;A good (great) many= zeer vele;Many-headed: The many-headed monster= de Hydra; het gepeupel;Many-sided= veelzijdig; subst.Many-sidedness.
Maori,mauri,mâəri, subst. Maori; hunne taal; adj. tot de Maoris of hunne taal behoorend.