N,en;N(orth)A(merica);Nap(oleon);Nat(ural)Hist(ory);Nat(ural)Phil(osophy);Naut(ical);N(ota)B(ene);N(ew)E(ngland);N(orth)E(ast);Neg(ative);Nem(ine)Con(tradicente)= éénparig, éénstemmig =Nem(ine)Diss(entiente);Neth(erlands);Neut(er);N(ew)J(ersey);N(orth)N(orth)E(ast);Nom(inative);Non con(tent)= tegen (bij eene stemming in hetHouse of Lords);Non seq(uitur)= daaruit volgt niet;Norm(an);Norw(ay);Norw(egian);Nos.= nummers =Num(bers);N(orth)W(est);N(ew)Y(ork);N(ew)Z(ealand).Nab,nab, snappen, gappen; subst. kop, bergspits, haan, fat (Amer.).Nabob,neibob, Nabob; vr.Nabobess.Nacarat,nakərat, helderroode kleur; stof van die kleur.Naches River,nâtšəs rivə.Nacre,neikə, paarlemoer;Nacreous,neikriəs, paarlemoerachtig:Nacreous shells= schelpen met eene laag paarlemoer.Nadir,neidə, nadir, voetpunt.Nag,nag, subst. knol, hit;Nagverb. plagen, zeuren, kwellen, vitten, aanmerkingen maken:I can’t bearto be nagged at= ik kan[355]dat geplaag en geneger niet velen;Nagger;Naggy= vitterig, plagerig.Naga,nâgə, de heilige slang in Ind. Myth.; een lid van de Nagastammen, lid van een klasse Hindoebedelaars; ook adj.Nagpur,nâgpûə.Naiad,naiəd,neiəd, waternimf; nymphkruid.Nail,neil, subst. nagel, klauw, spijker, maat van0,057M.;Nailverb. vastspijkeren:Hard as nails= gezond en sterk, geslepen, ongevoelig;Your comments are moredown on the nailthan his= meer raak;Tobite one’s nails= bijten op;Tocut (pare, trim) one’s nails= knippen;Todrive (knock) in a nail= inslaan;One nail drives (out) another= het eene verdringt het andere, den een zijn dood is den ander zijn brood;Drive a nail where it will go= wees practisch;It would meanthe last nail driven into the coffinof domestic life= zou de genadeslag zijn voor;You havehit the nail on the head= den spijker op den kop geslagen;I havelaboured tooth and nail= met alle macht;I’llpare your nails= ik zal je kortwieken (fig.);Goods brought to the hammer must bepaid on the nail= contant betaald worden;He was nevernailed atbeing drunk= betrapt op;Tonail down= vastspijkeren;Tonail up= dichtspijkeren;Tonail to the counter= valsch geld tegen de toonbank spijkeren; de waarheid van een bewering aantoonen;Jesus wasnailed tothe cross= genageld aan;Tonail one’s colours to the mast= hardnekkig weigeren zich over te geven;Nail-brush= nagelborstel;Nail-file= nagelvijltje;Nail-head= kop;Nail-headed characters= spijkerschrift;Nail-trimmer= nagelschaartje;Nailer= spijkermaker; kraan, goed renpaard.Naïve,nâîv,nâiv, ongekunsteld, oprecht;Naïveté,Naïvety.Naked,neikid, naakt, bloot, openlijk, ontbloot, kaal, eenvoudig, oprecht, weerloos:With the naked eye= met het bloote oog;Thenaked truth;Stark naked= spiernaakt;He was stripped naked= geheel uitgekleed, uitgeschud, van alles beroofd; subst.Nakedness.Namaycush,namikɐš, soort zalm (der Amer. meren).Namby-pamby,nambipambi, subst. sentimentaliteit, zoetelijkheid; ook adj.:There is nothing namby-pamby in him.Name,neim, subst. naam, benaming, roem, aanzien, naamwoord;Nameverb. noemen, benoemen, vaststellen, tot de orde roepen:As in name so in aim= de naam is een voorteeken;A nice name to go to bed with= ’t is me ook ’n naampje!Hecalled me all kinds of names= schold me voor alles uit;As good be hanged as have an ill name= wee den wolf, die in een kwaad gerucht staat;Give my name= dien mij aan;Togo (pass) by the name of X.= doorgaan onder;Theylefttheirnames= gaven hunne kaartjes af;Toappear below one’s name= onder iemands naam verschijnen;Toprint over one’s name= drukken onder;I know him, but I cannotput a name to him= kan hem niet thuis brengen;Do nottake the name of God in vain= gebruik Gods naam niet ijdellijk;Take up my name= dien mij aan;Towrite under a name;Christian name= doopnaam, voornaam;Family name= geslachtsnaam;Maiden name= eigen naam van getrouwde vrouwen;Proper name= eigennaam;A man, Williams by name, of the name of W.= genaamd W.;In name of= in plaats van;In the name of= namens;Name the child!= spreek op! laat hooren!Toname the day= den dag van het huwelijk bepalen;He wasnamed after me= naar mij genoemd;Name-board= naambord;Station name-boards= de borden met namen op de perrons;Name-day= naamdag;Name-part= titelrol;Name-plate= naamplaatje;Namesake= naamgenoot;Nameless= nameloos, onbekend, onnoemelijk, anoniem;Namely= namelijk.Namur,neimə, Namen.Nancy,nansi, Nancy:Sweet Nancy= witte narcis.Nankeen, Nankin,nankîn,nankîn, Nanking, nanking (gele katoenen stof):Nankins= nanking broek.Nanny,nani:Nanny goat= geit.Nantucket,nantɐkət.Nap,nap, subst. slaapje, dutje; nop, zijden vezel voor hoeden; soort kaartspel;Napverb. dutten; noppen, snappen:His hat wasnot nap but felt;Togo nap= alles wagen (er op of er onder), grof speculeeren;Totake a nap= een uiltje knappen;You have been napping= je hebt gesoesd;Icaught him napping= ik heb hem op heeterdaad betrapt, gesnapt;Napless= kaal, zonder haar of noppen;Nappy= met noppen, wollig, kroes; koppig (van dranken), schuimend.Nape,neip, nek =Nape of the neck.Naphtha,naftə,nap-thə, naphtha:Naphtha launch= petroleum-motorboot;NaphthaleneofNaphthaline= naphtaline.Napier,neipjə.Napiform,neipiföm, knol- of raapvormig.Napkin,napkin, servet, handdoek, vaatdoek:Don’thide your gifts in a napkin= zet uw licht niet onder de korenmaat;Napkin-ring.Naples,neip’lz, Napels:Naples yellow= Napelsch geel.Napoleon,nəpoulj’n, Napoleon, gouden 20-frankstuk, soort kaartspel;TheNapoleonicperiod;Napoleonite= soort veldspaath.Narciss(us),nâsis(əs), narcis.Narcosis,nâkousis, narcose;Narcotic,nâkotik, verdoovend, slaapwekkend (middel);Narcotine,nâkətin, narcotine;Narcotism,nâkətizm, narcose, slaapzucht;Narcotization, subst. v.Narcotize= narcotiseeren.Nard,nâd, nardus (olie);Nardine= nardus …Nardoo,nâdû,nâdû, watervaren.Narghile,nâgilei,Nargile,nâgil,Narghileh,nâgilei, nargileh.Narrate,nəreit,nareit, verhalen, beschrijven; subst.Narration;Narrative,narətiv,[356]subst. verhaal, verslag; adj. verhalend; spraakzaam;Narrator,nəreitə, verhaler; adj.Narratory,narətəri= Narrative.Narrow,narou, nauw, eng, klein, bekrompen, gierig, vrekkig, nauwkeurig, precies; subst. (meest mv.) engte, zeeëngte;Narrowverb. vernauwen, verengen, beperken, begrenzen, minderen (bij het breien), nauwer worden:Narrow circumstances= bekrompen;Anarrow compass= beknopte omvang, ruimte;We made (had) anarrow escape= ontkwamen ternauwernood;Anarrow majority= kleine;Narrow means= bekrompen middelen;He has aNarrow mind,is narrow-minded= bekrompen van geest;Narrow-brimmed= met smallen rand;Narrow-chested= met smalle borst;Narrow-cloth= laken minder dan 80 c.M. breed;Narrow-gauge= spoorwijdte tusschen de rails van minder dan 1,44 M. (tegenover de vroegere algemeeneBroad-gaugevan 2,13 M.);Narrow-minded= kleingeestig, bekrompen;Narrow-mindedness;To lookNarrowly into= nauwkeurig onderzoeken;Narrowness= nauwheid, etc.Narw(h)al,nâ(h)wəl, narwal.Nasal,neiz’l, nasaal, neus …; subst. neusklank, neusbeen;Nasalis,nəzeilis, neusaap;Nasality,nəzaliti,neizaliti, eigenschap van door den neus te worden gesproken;Nasalization= nasaleering;Nasalize= tot een neusklank maken.Nascency,nas’nsi, ontstaan, oorsprong;Nascent,nas’nt, ontstaande:Nascent state.Naseby,neizbi;Nasmyth,neismith.Nasturtium,nastɐ̂šəm, O.I. kers; waterkers.Nastiness,nâstinəs, subst. v.Nasty,nɐ̂sti, vuil, vies, akelig, onaardig; leelijk:Anasty attack of hay-fever= een leelijke aanval van hooikoorts.Natal,neit’l, geboorte …:Natal day (hour);Natality= geboortecijfer.Natal,natâl, Natal.Natant,neit’nt, drijvend, zwemmend;Natation= zwemkunst, het zwemmen;Natatores,neitətôrîs, zwemvogels =Natatorialbirds;Natatory= zwem …:Natatory bladder= zwemblaas.Natchez,natšiz;Nathan,neith’n;Nathaniel,nəthaniəl.Natheless,neithləs, niettemin;Nathemore,neidhəmö, niet te meer.Nation,neiš’n, subst. natie, volk, gemeenschap, hoop; adj. en adv. (verkorting v.Damnation) kolossaal, verduiveld.National,našən’l, nationaal:National air (anthem)= volkslied;National debt= staatsschuld;National Ledger= Grootboek;National school=Church of England school, uitgaande van deNational Society, opgericht in 1811 (in Ierland=volkschool);Nationalism= vaderlandsliefde; program der Iersche nationale partij;Nationalist, aanhanger van die partij;Nationality= volkskarakter, volkseenheid, vaderlandsliefde;Nationalize= nationaliseeren, naturaliseeren, onteigenen door den staat.Native,neitiv, subst. inboorling, inlander, inheemsch(e) dier (plant); pummel; adj. geboorte - -, aangeboren, inheemsch, natuurlijk:A native of Germany,of Rotterdam= een geboren Duitscher, Rotterdammer;Eminent, Famous natives= beroemde mannen in een stad of streek geboren;He isnative tothe soil= daar geboren;Native is a disparaging word for rustic;Native country (land)= vaderland;Native forest= oerwoud;Native heat= natuurlijke warmte;Native language= moedertaal;Native oyster= gekweekte oester;Native wit= natuurlijke gevatheid;Nativism,neitivizm, polit. program derNativists, die de geboren Amerikanen boven de emigranten wenschen te begunstigen;Nativity,nətiviti, nativiteit (ook in de Astrologie); (schilderij van de) geboorte van Christus:He had his nativity cast= hij liet zijn horoscoop trekken.Natolia,nətouljə, Anatolië.Natron,neitr’n,natr’n, natron.Nattiness,natinəs, subst. v.Natty,nati, keurig, netjes, chique:Everything belonging to Nancy was of delicate nattiness= alles om en aan haar was even fijn en keurig.Natural,natšər’l, natuurlijk, inheemsch, aangeboren, wildgroeiend, natuurgetrouw, onecht (v. geboorte); subst. idioot; naturel (muz.):Why was not he natural in his life-time?= waarom was hij bij zijn leven niet als andere menschen?Natural death= natuurlijke dood;Natural history;Natural philosophy,Natural science= natuurkunde, natuurwetenschappen;Natural son;Natural selection= natuurlijke teeltkeus;Naturalism= natuurstaat, naturalisme (in godsdienst en kunst);Naturalist= natuurphilosoof, naturalist;Naturalistic= naturalistisch, realistisch, natuurwetenschappelijk;Naturalization, subst. v.Naturalize= natuurlijk maken, naturaliseeren, inburgeren, acclimatiseeren, zich laten naturaliseeren, inburgeren;Naturally= natuurlijk, van nature;Naturalness= natuurlijkheid;Nature,neitšə, natuur, (natuurlijke) aard, karakter:By nature= van nature;From nature= naar de natuur;In a state of nature= in den natuurtoestand, naakt, zondig;In the nature of= krachtens;In nature’s garb= in Adamscostuum;He hasgone the way of nature, paid the debt of nature= hij is den weg van alle vleesch gegaan;Good nature= goedigheid;Ill nature= boosaardigheid;Nature-worship= natuuraanbidding.Naught,nôt, subst. niets, nul:Tocall to naught= geducht uitschelden;Tocome to naught= mislukken;Toset at naught= in den wind slaan.Naughtiness,nôtinəs, ondeugendheid; adj.Naughty,nôti.Nausea,nôšə, walging, misselijkheid (ookfig.):Tocreate nausea= misselijkheid teweeg brengen;Nauseate,nôšeit, misselijk zijn, worden of maken, walgen;Nauseous,nôšəs, walgelijk; subst.Nauseousness.Nautch,nôtš, Indische dans;Nautch-girl= bajadère.Nautic(al),nôtik(’l), zee …, scheeps …:Nautical almanac= zeemansalmanak;Nautical chart= zeekaart.Nautilus,nôtilɐs, nautilus.Naval,neiv’l, zee …, scheeps …, marine…:Naval affairs;Naval architect= scheepsbouwmeester;Naval architecture;Naval battle[357](combat) = zeeslag;Naval cadet= adelborst (voor hij na 4 jaar en 8 maanden tot Midshipman wordt bevorderd);Naval college= marine instituut;Naval officers;Naval service;Naval station= marinestation;Naval term= scheepsterm.Nave,neiv, naaf (v. wiel); schip (v. kerk).Navel,neiv’l, navel;Navel-string= navelstreng;Navel-wort= waternavel.Navicular,nəvikjulə, bootvormig:Navicular bone= scheepvormig beentje uit den hand- of voetwortel.Navigability,navigəbiliti, subst. v.Navigable,navigəb’l, bevaarbaar; subst.Navigableness;Navigate,navigeit, varen, bevaren, besturen;Navigation,navigeiš’n, het varen, scheepvaart, stuurmanskunst:Aerial navigation= luchtscheepvaart;Inland navigation= binnenvaart;Navigator,navigeitə, zeevaarder.Navvy,navi; polderjongen, grondwerker.Navy,neivi, scheepsmacht, marine, zeemacht:Navy League= de Eng. vereeniging “Onze Vloot”, opgericht in 1895;His son isin the navy= bij de marine;Navy-blue= marineblauw;Navy-yard= marinewerf; arsenaal (Amer.).Nawab,nəwôb, Ind. onderkoning, nabob.Nay,nei, subst. weigering; adv. neen, ja, jazelfs, wat meer is:Not only the navy, nay the army was discouraged= ja zelfs;Tosay nay= ontkennen, afslaan:If you invite me, I will notsay you nay= niet bedanken;If I invite you I will haveno nay= mag je niet bedanken.Nazarenean,nazərîniən, Nazareensch;Nazarene,nazərîn, Nazarener, de Heiland;Nazareth,nazəreth;Nazarite,nazərait, Nazarener (Num. IV).Naze,neiz, landtong, voorgebergte.Nead-end,nîdend, toonstuk(van eene rol goed).Neagh,nei:Loch Neagh;Neale,nîl.Neap,nîp, laag, vallend; ook subst. =Dead neap= doodtij;Neap-tide= laag water;Neaped= bij eb aan den grond zittend (van schepen):The tides are neaped= het is doodtij.Neapolitan,nîəpolit’n, subst. en adj. Napolitaan(sch), Napelsch.Near,nîə, adj. en adv. nabij, nauw verwant, dierbaar, letterlijk, getrouw, kort, recht, aan de linkerhand, uiterst zuinig; nabij, dicht aan;Nearverb. naderen:Near at hand= op handen;Far and near= wijd en zijd;Near is my coat, but nearer is my skin= het hemd is nader dan de rok;I had anear chanceof not seeing him again= ’t was er bij af, of ik …;Near escape= hachelijke ontsnapping;Thenear horse= het bijdehandsche of linksche paard;You arenear the mark= gij zijt er haast, hebt ’t bijna geraden;It wasa near thing= het spande er om, ’t kon maar net;It willgo nearto ruin him= het zal bijna zijn ondergang zijn;It won’t seemnear so hard= niet half zoo moeielijk;Near-sighted(ness)= bijziend(heid);Nearly= bijna, na, innig:Not nearly (so)= op verre na niet;Nearness= nabijheid, schraapzucht, etc.Neat,nît, netjes, zuiver, rein, smakelijk, keurig, onvermengd, handig:Brandy neat= klare cognac;A little neat= een kleintje cognac pur;Toput neat= opredderen;Neat-handed= handig; subst.Neatness= netheid, etc.Neat,nît, rund:Neat’s hide;Neat’s leather.Neb,neb, snavel, snoet, spits, tuit.Nebula,nebjulə, nevelvlek; vlekje op het hoornvlies;Nebular= nevelvlek - -, troebel;Nebulosity,nebjulositi, nevelachtigheid (ookfig.);Nebulous= nevelachtig, schemerig: subst.Nebulousness;Nebuly= golvend; golvende lijn (Herald.).Necessary,nesəs’ri, noodzakelijk, noodig, onvermijdelijk, gedwongen; subst. het noodzakelijke; privaat:Necessaries of life= levensbehoeften;Necessitate,nəsesiteit, noodzakelijk maken, noodzaken;Necessitous,nisesitɐs, behoeftig, nooddruftig; subst.Necessitousness;Necessity,nisesiti, noodzakelijkheid, nood, nooddruft, noodstand:From sheer necessity= enkel uit nood;Of necessity= noodwendig;There is no necessity for= het is niet noodig;Necessity is the mother of invention= de nood maakt vindingrijk;Necessity has no law= nood breekt wet;Toconsult with(Tomake a virtue of)necessity= van den nood eene deugd maken;This will put me under a necessity of doing it myself= mij noodzaken.Neck,nek, hals, nek, halslengte, nauwste punt van pas of kanaal, landengte (=Neck of land):That hasbroken the neckof him= dat heeft hem vernietigd, geknakt;Tobreak the neck of an affair= het moeilijkste van een werk afdoen; iets verijdelen;Thiscame in the neck ofyour tidings= kwam onmiddellijk na;He narrowlyescaped with his neck= bracht er net het leven af;I havegot my neck out of it= ik ben er van af, bevrijd;Hehas a stiff neck= is een stijfkop;He haslaid the guilt on my neck= heeft mij de schuld op den hals geschoven;One misfortunerides on the neckof another= een ongeluk komt zelden alleen;Totread on the neckof a person= iemand den voet op den nek zetten;Hewon by a neck= met eene halslengte;It wasa neck-and-neck race= zeer harde strijd, was kamp;The horses ranneck-and-neck= bleven elkander prachtig bij;Neck-and-crop= volslagen, geheel:He chucked him,neck-and-crop,out of the room= hij gooide hem vierkant de kamer uit;He tumbled downneck-and-heels= halsoverkop;Away they went,neck or nothing (naught)= in dolle vaart;Neck-band= hemd- of halsboord;Neck-beef= halsstuk;Neck-chain= halsketting;Neckcloth= halsdoek;Neckerchief= halsdoek;Necklace= halssnoer, halsband, strop;Neck-tie= dasje, colletje;Neck-verse= aanvangswoorden vanPsalm 51, door het oplezen waarvan een misdadiger hetBenefit of Clergydeelachtig kon worden;Neck-wear= das, dasje, colletje;Necked= met een nek (in samenst. zooals:Stiff-necked);Necklet= halssnoer.Necrological,nekrəlodžik’l, tot eene necrologie behoorende;Necrologist= schrijver van eene necrologie;Necrology,nekrolədži,[358]sterftelijst; levensbeschrijving van een overledene.Necromancer,nekrəmansə, toovenaar;Necromancy= zwarte- of tooverkunst;NecromanticofNecromantic= toover - -.Necropolis,nikropəlis, doodenstad, begraafplaats;Necroscopic= de lijkschouwing betreffend;Necroscopy= lijkschouwing.Necrose,nekrous,nekrous, door beeneter of koudvuur aangetast worden of zijn;Necrosis,nikrousis= beeneter, koudvuur.Nectar,nektə, nectar; honigsap;Nectareal,Nectarean,nəktêriəl,nəktêriən,Nectareous,nəktêriəs, nectarachtig, heerlijk als nectar;Nectariferous= honigsaphoudend;Nectarine,nektərin, soort v.West-Ind.pruim;Nectarous,nektərəs=Nectareous;Nectary,nektəri, honigkelk (v. eene bloem).Ned(dy),ned(i)=Edward.Neddy,nedi, ezel; ploertendooder.Need,nîd, subst. nood, behoefte, ellende, nooddruft;Needverb. behoeven, noodig hebben, noodig zijn:At the hour of need;In time of need;A friend in need is a friend in deed;Hehas need (stands in need) ofa good scolding= moet eens hebben;There is no needfor crying= ge behoeft niet;About as gay a thingas need be= als mogelijk is;If need be= zoo het noodig is;Youneed not do it= gij behoeft het niet te doen;Heneeded to gothere= moest er noodzakelijk naar toe;Needful= noodig, vereischt; ook subst.;Wedo the needfulwith these bills to your credit; = wij brengen deze wissels op uw credit;Needfulness= noodzakelijkheid;Neediness= nooddruft, ellende;Needless(ness)= noodeloos(heid);It isNeedlessto discuss the point;Needs= noodzakelijk, noodwendig, onvermijdelijk:He must needs go whom the devil drives= wie den duivel aan boord heeft moet met hem varen;Needy= behoeftig, armoedig.Needle,nîd’l, subst. naald, magneetnaald, wijzer, spits, obelisk; ergernis, zenuwachtigheid;Needleverb. doorboren; prikkelen, ergeren; naaldvormige kristallen schieten:As sharp as a needle= zeer slim; zoo scherp als een vlijm;Dip of the needle= helling van de magneetnaald;Toget, have the needle= geprikkeld, zenuwachtig worden (zijn);Needle-book= naaldenboekje;Needle-case= naaldenkoker;Needle-furze= kattendoorn;Needle-gun= naaldgeweer;Needle-leaved trees= naaldboomen;Needle-point= punt, prik (fig.);Needle-woman= naaister;Needle-work= naaldwerk, naaiwerk, handwerken, borduurwerk (Fancy needle-work= fraaie handwerken);Needleful= een draad naaigaren.Ne’er,nêə, verk. v.never:He is a ne’er-do-good (ne’erwell)= hij is een onverbeterlijke deugniet.Nefarious,nifêriəs, afschuwelijk, schandelijk:Nefarious practices, means; subst.Nefariousness.Negation,nigeiš’n, ontkenning; leegte;Negative,negətiv, ontkennend, negatief; subst. ontkenning, weigering, negatief (photogr.), negatieve pool;Negationverb. ontkennen, verwerpen, weerleggen:Negative-electricity;He answeredin the negative= ontkennend;Inegatived his arguments= ik bewees de onjuistheid van;Tonegative a motion= verwerpen;Negatory= ontkennend.Neglect,niglekt, subst. verzuim, verwaarloozing, zorgeloosheid;Neglectverb. verzuimen, verwaarloozen, over het hoofd zien:I did itin neglect= uit achteloosheid;He studied literature,to the neglect ofhis other work= met veronachtzaming van;Toneglect one’s duty, an opportunity;Neglectedness= verwaarloozing;Neglectful= achteloos, nalatig, onverschillig; subst.Neglectfulness.Negligée,negližî, ochtendjapon, négligé;negližei, halssnoer v. ongeslepen koralen.Negligence,neglidžens, nalatigheid, verzuim, achteloosheid, geringschatting; adj.Negligent.Negotiability,nigoušəbiliti, subst. v.Negotiable,nigoušəb’l, verhandelbaar;Negotiate,nigoušieit, handelen, verhandelen, onderhandelen, in omloop brengen, sluiten (v. leeningen); subst.Negotiation:Tocarry on(Toenter into)negotiations with= onderhandelingen voeren (treden in);Negotiator= onderhandelaar; makelaar;Negotiatory= handelend, onderhandelend.Negress,nîgrəs, negerin;Negrillo,nigrilou, dwergneger (Midden-Afrika);Negrito,nigrîtou, Negrito (op de Philippijnen);Negro,nîgrou, neger:Negro minstrels= (meest nagebootste) negerzangers;Negro-driver= blankofficier;Negro-head= pruimtabak in reepen geperst;Negroland= Afrika ten Z. van de Sahara;Negroid,nîgrôid, negerachtig.Negus,nîgəs, Negus; warme gekruide wijn.Nehemiah,nîhimaiə, Nehemia.Neigh,nei, hinniken; subst. gehinnik.Neighbour,neibə, subst. buur(man), concurrent, naaste; adj. aangrenzend, naast;Neighbourverb. nabij wonen, vriendschappelijk verkeeren, aangrenzen;Neighbourhood= nabijheid, nabuurschap, omtrek:It wassomewhere in the neighbourhood of50 dollars= het was zoowat om en bij de 50 d. (Am.);Neighbourliness, subst. v.Neighbourly= als goede buren, gezellig, vriendelijk.Neill,nîl;Neilson,nîls’n.Neither,naidhə,nîdhə, geen van beiden, noch, en … ook niet:Neither … nor= noch … noch;He does not like her, neither do I= en ik ook niet;He is not so bad neither(in plaats vaneither) = nog niet zoo kwaad.Nell(y),nel(i);Nelson,nels’n;Nemean,nimîən,nîmiən;Nemesis,neməsis, Nemesis, ookfig.;Nenagh,neinə.Nenuphar,nenjufâ.Neolithic,nîəlithik, tot de latere steenperiode behoorende.Neologian,nîəloudž’n, neologisch; neoloog;Neological= neologisch; nieuw gevormd;Neologism,niolədžizm, nieuw woord, nieuwe beteekenis, nieuwe leerstelling;Neologist= neoloog;Neologize= nieuwe woorden, beteekenissen of leerstellingen invoeren;Neology= neologie, invoering van nieuwe woorden of moderne godsdienstbegrippen.Neophyte,nîəfait, subst. novice, nieuweling, beginner; adj. pas toegelaten.[359]Neoplatonic,nîəplətonik, Nieuw-Platonisch;Neoplatonism= Nieuw-Platonische wijsbegeerte;Neoplatonist.Neoteric,nîəterik, nieuw, modern; ook subst.Nepaul,nəpôl, stad:Nepaul paper= sterk ongelijmd schrijfpapier:Nepaulese,nepôlîz, subst. en adj. (bewoner) van N.Nepenthe,nipenthî, tooverdrank, die alle leed doet vergeten =Nepenthes; dit ook = kannekenskruid.Nephew,nevjû, neef (oomzegger).Nephralgia,nifraldžə, nierpijn;Nephritic= nier - -; subst. middel tegen nierziekte;Nephritis,nifraitis, nierontsteking;Nephrotomy,nifrotəmi, nieroperatie.Nepotic,nipotik, adj. vanNepotism,nepətizm,nîpətizm, nepotisme.Neptune,neptjûn, Neptunus;Neptunian,nəptjûnj’n, tot N. of de zee behoorende.Nereid,nîri-id, zeenimf; borstelworm.Nero,nîrou; adj.Neronian.Neroli,Neroly,nerəli,nîrəli, oranjebloesemolie.Nerve,nɐ̂v, subst. zenuw, nerf, pees, spierkracht, geestkracht, moed, durf;Nerveverb. versterken, bemoedigen; zijn moed bijeenrapen, moed vatten (oneself,one’s mind):He has not got the nerve to do it= durft niet;She was nervesand nothing else= door en door zenuwachtig;Tobe (to get) on one’s nerves= zenuwachtig zijn; zenuwachtig maken;Herecovered his nerve= herkreeg zijne zelfbeheersching, kracht:Henerved himself= vatte moed, vermande zich;Nerved= met nerven;Nerveless= zwak, zonder kracht; subst.Nervelessness;Nervine,nɐ̂v(a)in, zenuw …, kalmeerend middel;Nervose,nɐ̂vous,nɐ̂vous, zenuw …; geribd, geaderd;Nervosity= zenuwachtigheid;Nervous,nɐ̂vəs, zenuwachtig, zenuw …; gespierd, krachtig:Nervous English= gespierd Engelsch;Nervous fever= zenuwziekte;Nervous force= innerlijke kracht, spierkracht; subst.Nervousness;Nervure,nâvjə, vertakking d. nerven (in een blad), ribben in de vleugels der insecten;Nervy,nɐ̂vi, krachtig, moedig, driest, moed vereischend.Nescience,nešiəns,nîšiəns, onwetendheid.Ness,nes, voorgebergte, landtong.Nest,nest, nest, verblijf(plaats), schuilhoek, haard (pathol.), bende;Nestverb. nestelen, een nest bouwen of uithalen, in een nest leggen, of liggen:Nest of boxes;Tobuild (make) a nest;He hasfeathered his nest= is binnen;Nest-chicken;Nest-egg= nestei, potpenning(-geld);Nestling= nestvogel; adj. jong.Nestle,nes’l, zich nestelen, (zich) verschuilen, aankruipen, verborgen liggen:The little girlnestled close toher mother= kroop dicht aan;Henestled himself toher= vlijde zich tegen haar aan;His headnestled itself onmy shoulder= hij lei zijn hoofd op mijn schouder.Nestor,nestə, Nestor.Net,net, subst. net (val)strik (fig.), soort mousseline, netwerk;Netverb, tot een net maken, haken; in een net vangen, verstrikken:Netmaker;Net-work= netwerk;Net-work of railway-lines= spoorwegnet;Netting= het netten maken, netwerk (op schepen, enz.);Netting-needle= haaknaald, haakpen;Netting-pin.Net,net, netto;Netverb. netto opbrengen:Net amount,Net gain,Net profits,Net price,Netproceeds,Net weight.Nether,nedhə, lager, beneden:Nether lip= onderlip;Nether millstone(Job.);Nethermost= laagste, onderste;Netherland= Nederlandsch;The Netherlands= Nederland(sch);Netherlander,Netherlandish.Nettle,net’l, subst. brandnetel (=Common nettle,Stinging nettle);Nettleverb. boos maken, prikkelen:Nettle in, dock out(In dock, out nettle) van den hak op den tak;Tobe nettled at= geprikkeld, geërgerd;Nettle-cloth= neteldoek;Nettle-rash= netelroos.Neufchatel,nɐ̂šatel.Neural,njûr’l, de zenuwen betreffend;Neuralgia,njuraldžə, zenuwpijn;Neuralgic= neuralgisch;Neurasthenia,njurasthənaiə, neurastenie;Neurasthenic= neurastenisch; neurastenicus;Neuritis,njuraitis, zenuwontsteking;Neurology= zenuwleer;Neuropathy,Neurosis,njurousis, zenuwlijden;Neurotic,njurotik, zenuw- -, zenuwlijdend, zenuwsterkend; subst. zenuwlijder, zenuwmiddel.Neuter,njûtə, adj. onzijdig, onovergankelijk; geslachtloos; subst. onzijdig geslacht, geslachtloos dier (plant);Neutral,njûtr’l, adj. onzijdig, onverschillig, neutraal, onpartijdig; subst. onzijdig persoon;Neutrality= onzijdigheid;Neutralization, subst. v.Neutralize= neutraliseeren, neutraal verklaren, onschadelijk maken:Toneutralize each other= tegen elkaar opwegen.Nevada,nəvâdə.Never,nevə, nooit, geenszins, nimmer, volstrekt niet, toch niet:He’snever the one to pay= hij betaalt nooit;He is never the better for it= hij is er daarom niet beter aan toe;Never a word= geen stom woord;Well, I never!= heb ik ooit van mijn leven;Never so much as= niet eens, zelfs niet;Be henever so rich= al is hij nog zoo rijk;That problem isnever so simple= vraagstuk is doodeenvoudig;Never-do-welllad= deugniet;Never-dying= onsterfelijk;Never-failing= onfeilbaar;Never fear= heb geen zorg;Never mind= dat doet er niet toe, dat behoef jij niet te weten;Never say die= je moet nooit den moed opgeven;Nevermore= nimmermeer;Nevertheless,nevədhəles, niettemin, niettegenstaande.Nevil(le),nevil.New,njû, adj. nieuw, onbekend, onervaren, versch, frisch:New bread= versch;New man= parvenu;New moon;The new woman= de geëmancipeerde, de moderne vrouw;The New World= de Nieuwe Wereld;That’s nothing new to me= dat is niet nieuw voor mij;He isnew tothe business= er nog niet mede op de hoogte;New-birth= wedergeboorte;New-born= pasgeboren;New-comer= pas(aan)gekomene;Newfangled,njûfaŋgld,njûfaŋgld, nieuwerwetsch; subst.Newfangledness;New-fashioned= nieuwmodisch;New-laid[360]eggs= versche eieren;New(ly) married= pasgetrouwd;New-model= nieuw modelleeren;New-painted= pas geverfd;New-year= Nieuwjaar;New-year’s Eve= Oudejaarsdag;Newish= eenigszins nieuw;Newly= kortgeleden, op nieuwe wijze, opnieuw:Newness= nieuwheid, onervarenheid.New Britain(njûbrit’n);New Brunswick;Newbury,njûbəri;New Caledonia;Newcastle,njûkâs’l;Newcomen,njûkom’n;New England(=Maine,New Hampshire,Vermont,Massachusetts,Rhode Island,Connecticut);Newfoundland,njûfaundland,njûfôndland,njûfôndland, het eiland en de N. hond;Newfoundlander, bewoner, vaartuig, hond;New France, oude naam voor Canada;New Guinea(njûgini);Newhaven,njûheiv’n;New Hebrides(njû hebridîz);New Holland;Newmarket,njûmâkit;New Orleans,njûöliənz,njû ölînz;New South Wales;New York,njûjök;New Zealand.Newel,njûəl, stijl van eene wenteltrap.Newgate,njûgit, gevangenis in Londen:A Newgate fringe beard= baard onder de kin.News,njûz, nieuws, tijding, bericht:Anitem(Apiece)of news= nieuwtje;No news is good news;I had news that= ik hoorde;What’s the news?= wat voor nieuws is er?News-agent= agent voor dagbladen, etc.;News-boy= courantenjongen =News-man;News-monger= nieuwtjesverspreider;News-paper= courant:Some of these essays are too obviouslynewspaperish= dragen al te zeer den stempel couranten-artikelen te zijn:News-room= tijdingzaal, leeszaal:News-vender,News-vendor= courantenverkooper;News-walk= buurt of wijk van eenNews-boy.Newt,njût, watersalamander.Newton,njût’n, Newton:Newtonian,njûtounj’n, subst. en adj. (volgeling) van N.Next,nekst, naastbij, naast, volgende op, daarna:Wear flannelnext your skin= op je bloote lijf;This next Thursday= den eerstvolgenden;Next time= de volgende keer:Next after you= dadelijk na u;I am thenext in blood,next of kin= ik volg in graad van bloedverwantschap;He hasnext to nothing= zoo goed als niets;Next-door topoverty= de armoede nabij;He isnext-door toan idiot= driekwart idioot;Helives next-door= hiernaast;Next eldest to= in leeftijd volgende op;Next M. in age= volgt op M.:What next?= wat zullen we nu nog hebben? dat is àl te gek; Nog iets?Nexus,neksəs, band, verbinding.Niagara,naiagərə:Falls of Niagara.Nib,nib, snavel, mand, spits, punt, pen, koffieboon,cacaoboon;Nibverb. van eennibvoorzien, spitsen:A soft nib= zachte pen;Hard nibbed= met harde punt.Nibble,nib’l,Nibbleverb. knabbelen, bijten, visschen, vitten, gappen; ook subst.:A glorious day fora nibble= prachtige dag om te hengelen;Tonibble bare= kaal vreten;Tonibble off;Nibbler= vitter.Niblick,niblik, een zware ijzeren kolf met kleinen voet, gebruikt wanneer de bal in wagensporen, struiken, etc. ligt (Golfspel).Nicaea,naisîə:Nicaean councils;Nicaragua,nîkarâguə,nikərâguə;Nice,nîs, Nizza;nais, Nicea.Nice,nais, stipt, nauwkeurig, keurig, zedig, kieskeurig, preutsch,teer, lastig, lekker, aangenaam, lief:That’s rather anice question= lastige vraag;You must notbe nice aboutaccepting it= u niet geneeren om het aan te nemen;Niceish,naisiš, lief, aardig:A niceish girl;Niceness= liefheid, keurigheid, aangenaamheid, enz.;Nicety= fijnheid (van waarneming), nauwkeurigheid, kieschheid, kieskeurigheid; lekkernij:The coatfits to a nicety= zit keurig;One must notstand upon niceties= men moet de dingen niet al te nauw nemen;I can’tweigh niceties= rekening houden met zulke bagatellen;Niceties of words= spitsvondigheden.Niche,nitš, nis, plaats, schuilhoek;Nicheverb. in een nis plaatsen,verbergen.Nicholas,nikəlas:The Festival of St. Nicholas:Nichol(l)s,nikəlz.Nick,nik, kabouter, demon; kerf, kerfstok, rekening; juist oogenblik, hooge worp (bij het dobbelen), centstuk (Amer.);Nickverb. kerven, eene inkerving maken; op het juiste oogenblik treffen, overeenstemmen, passen: gappen, zich vlug bewegen:Old Nick= de duivel;Speak of the Old Nick and you’ll get an odour of brimstone= als je van den duivel spreekt, trap je hem op zijn staart;In the very nick, just in the nick of time= te juister tijd;That isout of all nick= gaat buiten de schreef.Nickel,nik’l, nikkel, 5 centstuk (Amer.):Theyspun a nickel= gooiden op;Nickel-plated= vernikkeld;Nickel-silver;Nickelic,nikəlik,nikelik= nikkelachtig, nikkel … =Nickeliferous= nikkelhoudend.Nicker,nikə, hinniken (N. E. en Schot.).Nick-nack,niknak=knick-knack.Nickname,nikneim, subst. bijnaam, scheldnaam:Nicknameverb. een bijnaam geven.Nicobar,nikəbâ:Nicobar Islands;Nicodemus,nikədîməs.Nicotin(e),nikətin,nikətîn, nicotine;Nicotinism= nicotinevergiftiging.Niddle-noddle,nid’lnod’l, knikkend;Niddle-noddleverb. knikkebollen, op en neer gaan;The plumesniddle-noddled onthe horses’ heads.Nidification,nidifikeiš’n, het maken van nesten:Nidify, nesten bouwen.Nidnod,nidnod, knikkebollen;Nidnody= sukkel.Nidus,naidəs, nest, broedplaats; infectiehaard.Niece,nîs, nicht (oom- of tantezegster).Niemen,nîm’n.Nifty,nifti, goed, voldoende (Amer.).Niger,naidžə.Niggard,nigəd, subst. vrek; adj. vrekkig, gierig;Niggardliness= vrekkigheid; adj.Niggardly.Nigger,nigə, nikker:Heworks like a nigger= als een ezel.Niggle,nig’l, beuzelen, beknibbelen, kleingeestige aan- of opmerkingen maken over (about), peuterig uit- of afwerken; ook[361]subst.;Niggling= peuterig, krenterig.Nigh,nai, nabij, nauw verwant, bijna (poët.):Well nigh= bijna;Tobe nigh at hand= nabij zijn;Todraw nigh= naderen; subst.Nighness.Night,nait, nacht, avond, duisternis, onwetendheid, dood, tijd van rouw en smart:At (By) night= ’s nachts =In the night;At dead of night= in ’t holst van;Last night= gisteravond;(Late) at night= (laat) in den avond (nacht);To-night= van avond;Taking night= avond waarop de jongens een kermisvrijster kozen;Afirst night(er)= eerste opvoering;Tobid (wish) good night;We havemade a night of it= wij hebben den geheelen nacht doorgezwierd;Topass (spend) the night,Tostay all night= overnachten;Night-bell= nachtbel;Night-brawler= (nacht)rustverstoorder;Night-cap= slaapmuts, slaapmutsje(fig.);Night-cart= kar van den reinigingsdienst;Night-clothes(Night-dress) = nachtgoed;Nightfall= het vallen van den avond;Night-fly= avondvlinder, mot;Night-gear= nachtgoed;Night-gown= nachtjapon:Night-gown case= nachtzak;Night-jar= geitenmelker(=Night-hawk);Night-light;Night-man= nachtwerker, man van den reinigingsdienst;Nightmare= nachtmerrie;Night-pan= ondersteek;Night-piece= nachtstuk;Night-porter= nachtportier;Night-school= avondschool;Nightshade= nachtschade (plant);Nightshirt= nachthemd;Night-soil= fæcaliën;Night-stand= nachtkastje;Night-stool= stilletje;Night-train;Night-walker= slaapwandelaar, nachtelijk vagebond, prostituée;Night-watch= nachtwacht; wekker;Night-watchman;Nightly= nachtelijk, elken nacht;Nighty= nachtpon.Nightingale,naitingeil, nachtegaal.Nigritia,nigrišə; adj.Nigritian, ook subst. neger.Nihilism,naihilizm, nihilisme;Nihilist= nihilist; adj. Nihilistic.Nil,nil, niets, leeg:Nil desperandum!= ende désespereert niet!Nile,nail, de Nijl;Nilgiri,nilgîrî:Nilgiri Hills.Nilly-willy,niliwili, goed- of kwaadschiks.Nimble,nimb’l, vlug, lenig:The nimble-fingered gentry= de heeren met lange vingers (dieven);Nimble-footed= vlug ter been, rap v. voet; subst.Nimbleness.Nimbus,nimbəs, stralenkrans.Nimeguen,nimeig’n, Nijmegen.Niminy-piminy,niminipimini, geaffecteerd, gekunsteld; ook subst.Nincompoop,niŋk’mpûp, stommerik, sul =Nincom.Nine,nain, negen:The (sacred) nine= de muzen;Dressed up to the nines= keurig, netjes, piekfijn gekleed;That’s a nine days’ wonder= verbaast de wereld eene week lang;Nine corns= een pijp vol;Nine winks= knippertje (dutje);Ninepin= kegel:They wereplaying at ninepins= zij waren aan het kegelen;Ninefold= negenvoudig;Nineteen= negentien;She would chatter nineteen to the dozen= praatte honderd uit;Nineteenth= negentiende;Ninetieth,naintiəth, negentigste;Ninety= negentig;Ninth,nainth, negende;Ninely= ten negende,Ninny,nini, sukkel.Niobe,naiəbî, Niobe.Nip,nip, verb. nijpen, knijpen, omsluiten, afknijpen, door vorst beschadigen of vernielen, snijden (van koude), prikken, kwellen, pijnigen, ergeren; subst. kneep(je), beschadiging (door vorst en koude), slag, wippertje (borrel):Nipped in the bud= in den knop gedood; in de kiem gesmoord;Nipped by the ice= ingesloten door;I’ll firsttake my nip and then my nap= eerst mijn wippertje en dan mijn knippertje;Hetakes two nips a-day= hij gebruikt zijne twee borrels per dag;There was an exhilaratingnip in the air= de vorstige lucht had iets opwekkends;Nipper= knijper, voortand van een paard, schaar (van een kreeft), vorstige dag, peuter, jongmaatje;Nippers= (kleine) nijptang, schaar, knijper(s), soort handboeien;Nipping= knijpend, scherp, snijdend, sarcastisch, stekelig; geaffecteerd (Amer.);Nippy= krachtig; scherp, bijtend:You hadto look very nippyto see him= scherp en vlug kijken.
N,en;N(orth)A(merica);Nap(oleon);Nat(ural)Hist(ory);Nat(ural)Phil(osophy);Naut(ical);N(ota)B(ene);N(ew)E(ngland);N(orth)E(ast);Neg(ative);Nem(ine)Con(tradicente)= éénparig, éénstemmig =Nem(ine)Diss(entiente);Neth(erlands);Neut(er);N(ew)J(ersey);N(orth)N(orth)E(ast);Nom(inative);Non con(tent)= tegen (bij eene stemming in hetHouse of Lords);Non seq(uitur)= daaruit volgt niet;Norm(an);Norw(ay);Norw(egian);Nos.= nummers =Num(bers);N(orth)W(est);N(ew)Y(ork);N(ew)Z(ealand).Nab,nab, snappen, gappen; subst. kop, bergspits, haan, fat (Amer.).Nabob,neibob, Nabob; vr.Nabobess.Nacarat,nakərat, helderroode kleur; stof van die kleur.Naches River,nâtšəs rivə.Nacre,neikə, paarlemoer;Nacreous,neikriəs, paarlemoerachtig:Nacreous shells= schelpen met eene laag paarlemoer.Nadir,neidə, nadir, voetpunt.Nag,nag, subst. knol, hit;Nagverb. plagen, zeuren, kwellen, vitten, aanmerkingen maken:I can’t bearto be nagged at= ik kan[355]dat geplaag en geneger niet velen;Nagger;Naggy= vitterig, plagerig.Naga,nâgə, de heilige slang in Ind. Myth.; een lid van de Nagastammen, lid van een klasse Hindoebedelaars; ook adj.Nagpur,nâgpûə.Naiad,naiəd,neiəd, waternimf; nymphkruid.Nail,neil, subst. nagel, klauw, spijker, maat van0,057M.;Nailverb. vastspijkeren:Hard as nails= gezond en sterk, geslepen, ongevoelig;Your comments are moredown on the nailthan his= meer raak;Tobite one’s nails= bijten op;Tocut (pare, trim) one’s nails= knippen;Todrive (knock) in a nail= inslaan;One nail drives (out) another= het eene verdringt het andere, den een zijn dood is den ander zijn brood;Drive a nail where it will go= wees practisch;It would meanthe last nail driven into the coffinof domestic life= zou de genadeslag zijn voor;You havehit the nail on the head= den spijker op den kop geslagen;I havelaboured tooth and nail= met alle macht;I’llpare your nails= ik zal je kortwieken (fig.);Goods brought to the hammer must bepaid on the nail= contant betaald worden;He was nevernailed atbeing drunk= betrapt op;Tonail down= vastspijkeren;Tonail up= dichtspijkeren;Tonail to the counter= valsch geld tegen de toonbank spijkeren; de waarheid van een bewering aantoonen;Jesus wasnailed tothe cross= genageld aan;Tonail one’s colours to the mast= hardnekkig weigeren zich over te geven;Nail-brush= nagelborstel;Nail-file= nagelvijltje;Nail-head= kop;Nail-headed characters= spijkerschrift;Nail-trimmer= nagelschaartje;Nailer= spijkermaker; kraan, goed renpaard.Naïve,nâîv,nâiv, ongekunsteld, oprecht;Naïveté,Naïvety.Naked,neikid, naakt, bloot, openlijk, ontbloot, kaal, eenvoudig, oprecht, weerloos:With the naked eye= met het bloote oog;Thenaked truth;Stark naked= spiernaakt;He was stripped naked= geheel uitgekleed, uitgeschud, van alles beroofd; subst.Nakedness.Namaycush,namikɐš, soort zalm (der Amer. meren).Namby-pamby,nambipambi, subst. sentimentaliteit, zoetelijkheid; ook adj.:There is nothing namby-pamby in him.Name,neim, subst. naam, benaming, roem, aanzien, naamwoord;Nameverb. noemen, benoemen, vaststellen, tot de orde roepen:As in name so in aim= de naam is een voorteeken;A nice name to go to bed with= ’t is me ook ’n naampje!Hecalled me all kinds of names= schold me voor alles uit;As good be hanged as have an ill name= wee den wolf, die in een kwaad gerucht staat;Give my name= dien mij aan;Togo (pass) by the name of X.= doorgaan onder;Theylefttheirnames= gaven hunne kaartjes af;Toappear below one’s name= onder iemands naam verschijnen;Toprint over one’s name= drukken onder;I know him, but I cannotput a name to him= kan hem niet thuis brengen;Do nottake the name of God in vain= gebruik Gods naam niet ijdellijk;Take up my name= dien mij aan;Towrite under a name;Christian name= doopnaam, voornaam;Family name= geslachtsnaam;Maiden name= eigen naam van getrouwde vrouwen;Proper name= eigennaam;A man, Williams by name, of the name of W.= genaamd W.;In name of= in plaats van;In the name of= namens;Name the child!= spreek op! laat hooren!Toname the day= den dag van het huwelijk bepalen;He wasnamed after me= naar mij genoemd;Name-board= naambord;Station name-boards= de borden met namen op de perrons;Name-day= naamdag;Name-part= titelrol;Name-plate= naamplaatje;Namesake= naamgenoot;Nameless= nameloos, onbekend, onnoemelijk, anoniem;Namely= namelijk.Namur,neimə, Namen.Nancy,nansi, Nancy:Sweet Nancy= witte narcis.Nankeen, Nankin,nankîn,nankîn, Nanking, nanking (gele katoenen stof):Nankins= nanking broek.Nanny,nani:Nanny goat= geit.Nantucket,nantɐkət.Nap,nap, subst. slaapje, dutje; nop, zijden vezel voor hoeden; soort kaartspel;Napverb. dutten; noppen, snappen:His hat wasnot nap but felt;Togo nap= alles wagen (er op of er onder), grof speculeeren;Totake a nap= een uiltje knappen;You have been napping= je hebt gesoesd;Icaught him napping= ik heb hem op heeterdaad betrapt, gesnapt;Napless= kaal, zonder haar of noppen;Nappy= met noppen, wollig, kroes; koppig (van dranken), schuimend.Nape,neip, nek =Nape of the neck.Naphtha,naftə,nap-thə, naphtha:Naphtha launch= petroleum-motorboot;NaphthaleneofNaphthaline= naphtaline.Napier,neipjə.Napiform,neipiföm, knol- of raapvormig.Napkin,napkin, servet, handdoek, vaatdoek:Don’thide your gifts in a napkin= zet uw licht niet onder de korenmaat;Napkin-ring.Naples,neip’lz, Napels:Naples yellow= Napelsch geel.Napoleon,nəpoulj’n, Napoleon, gouden 20-frankstuk, soort kaartspel;TheNapoleonicperiod;Napoleonite= soort veldspaath.Narciss(us),nâsis(əs), narcis.Narcosis,nâkousis, narcose;Narcotic,nâkotik, verdoovend, slaapwekkend (middel);Narcotine,nâkətin, narcotine;Narcotism,nâkətizm, narcose, slaapzucht;Narcotization, subst. v.Narcotize= narcotiseeren.Nard,nâd, nardus (olie);Nardine= nardus …Nardoo,nâdû,nâdû, watervaren.Narghile,nâgilei,Nargile,nâgil,Narghileh,nâgilei, nargileh.Narrate,nəreit,nareit, verhalen, beschrijven; subst.Narration;Narrative,narətiv,[356]subst. verhaal, verslag; adj. verhalend; spraakzaam;Narrator,nəreitə, verhaler; adj.Narratory,narətəri= Narrative.Narrow,narou, nauw, eng, klein, bekrompen, gierig, vrekkig, nauwkeurig, precies; subst. (meest mv.) engte, zeeëngte;Narrowverb. vernauwen, verengen, beperken, begrenzen, minderen (bij het breien), nauwer worden:Narrow circumstances= bekrompen;Anarrow compass= beknopte omvang, ruimte;We made (had) anarrow escape= ontkwamen ternauwernood;Anarrow majority= kleine;Narrow means= bekrompen middelen;He has aNarrow mind,is narrow-minded= bekrompen van geest;Narrow-brimmed= met smallen rand;Narrow-chested= met smalle borst;Narrow-cloth= laken minder dan 80 c.M. breed;Narrow-gauge= spoorwijdte tusschen de rails van minder dan 1,44 M. (tegenover de vroegere algemeeneBroad-gaugevan 2,13 M.);Narrow-minded= kleingeestig, bekrompen;Narrow-mindedness;To lookNarrowly into= nauwkeurig onderzoeken;Narrowness= nauwheid, etc.Narw(h)al,nâ(h)wəl, narwal.Nasal,neiz’l, nasaal, neus …; subst. neusklank, neusbeen;Nasalis,nəzeilis, neusaap;Nasality,nəzaliti,neizaliti, eigenschap van door den neus te worden gesproken;Nasalization= nasaleering;Nasalize= tot een neusklank maken.Nascency,nas’nsi, ontstaan, oorsprong;Nascent,nas’nt, ontstaande:Nascent state.Naseby,neizbi;Nasmyth,neismith.Nasturtium,nastɐ̂šəm, O.I. kers; waterkers.Nastiness,nâstinəs, subst. v.Nasty,nɐ̂sti, vuil, vies, akelig, onaardig; leelijk:Anasty attack of hay-fever= een leelijke aanval van hooikoorts.Natal,neit’l, geboorte …:Natal day (hour);Natality= geboortecijfer.Natal,natâl, Natal.Natant,neit’nt, drijvend, zwemmend;Natation= zwemkunst, het zwemmen;Natatores,neitətôrîs, zwemvogels =Natatorialbirds;Natatory= zwem …:Natatory bladder= zwemblaas.Natchez,natšiz;Nathan,neith’n;Nathaniel,nəthaniəl.Natheless,neithləs, niettemin;Nathemore,neidhəmö, niet te meer.Nation,neiš’n, subst. natie, volk, gemeenschap, hoop; adj. en adv. (verkorting v.Damnation) kolossaal, verduiveld.National,našən’l, nationaal:National air (anthem)= volkslied;National debt= staatsschuld;National Ledger= Grootboek;National school=Church of England school, uitgaande van deNational Society, opgericht in 1811 (in Ierland=volkschool);Nationalism= vaderlandsliefde; program der Iersche nationale partij;Nationalist, aanhanger van die partij;Nationality= volkskarakter, volkseenheid, vaderlandsliefde;Nationalize= nationaliseeren, naturaliseeren, onteigenen door den staat.Native,neitiv, subst. inboorling, inlander, inheemsch(e) dier (plant); pummel; adj. geboorte - -, aangeboren, inheemsch, natuurlijk:A native of Germany,of Rotterdam= een geboren Duitscher, Rotterdammer;Eminent, Famous natives= beroemde mannen in een stad of streek geboren;He isnative tothe soil= daar geboren;Native is a disparaging word for rustic;Native country (land)= vaderland;Native forest= oerwoud;Native heat= natuurlijke warmte;Native language= moedertaal;Native oyster= gekweekte oester;Native wit= natuurlijke gevatheid;Nativism,neitivizm, polit. program derNativists, die de geboren Amerikanen boven de emigranten wenschen te begunstigen;Nativity,nətiviti, nativiteit (ook in de Astrologie); (schilderij van de) geboorte van Christus:He had his nativity cast= hij liet zijn horoscoop trekken.Natolia,nətouljə, Anatolië.Natron,neitr’n,natr’n, natron.Nattiness,natinəs, subst. v.Natty,nati, keurig, netjes, chique:Everything belonging to Nancy was of delicate nattiness= alles om en aan haar was even fijn en keurig.Natural,natšər’l, natuurlijk, inheemsch, aangeboren, wildgroeiend, natuurgetrouw, onecht (v. geboorte); subst. idioot; naturel (muz.):Why was not he natural in his life-time?= waarom was hij bij zijn leven niet als andere menschen?Natural death= natuurlijke dood;Natural history;Natural philosophy,Natural science= natuurkunde, natuurwetenschappen;Natural son;Natural selection= natuurlijke teeltkeus;Naturalism= natuurstaat, naturalisme (in godsdienst en kunst);Naturalist= natuurphilosoof, naturalist;Naturalistic= naturalistisch, realistisch, natuurwetenschappelijk;Naturalization, subst. v.Naturalize= natuurlijk maken, naturaliseeren, inburgeren, acclimatiseeren, zich laten naturaliseeren, inburgeren;Naturally= natuurlijk, van nature;Naturalness= natuurlijkheid;Nature,neitšə, natuur, (natuurlijke) aard, karakter:By nature= van nature;From nature= naar de natuur;In a state of nature= in den natuurtoestand, naakt, zondig;In the nature of= krachtens;In nature’s garb= in Adamscostuum;He hasgone the way of nature, paid the debt of nature= hij is den weg van alle vleesch gegaan;Good nature= goedigheid;Ill nature= boosaardigheid;Nature-worship= natuuraanbidding.Naught,nôt, subst. niets, nul:Tocall to naught= geducht uitschelden;Tocome to naught= mislukken;Toset at naught= in den wind slaan.Naughtiness,nôtinəs, ondeugendheid; adj.Naughty,nôti.Nausea,nôšə, walging, misselijkheid (ookfig.):Tocreate nausea= misselijkheid teweeg brengen;Nauseate,nôšeit, misselijk zijn, worden of maken, walgen;Nauseous,nôšəs, walgelijk; subst.Nauseousness.Nautch,nôtš, Indische dans;Nautch-girl= bajadère.Nautic(al),nôtik(’l), zee …, scheeps …:Nautical almanac= zeemansalmanak;Nautical chart= zeekaart.Nautilus,nôtilɐs, nautilus.Naval,neiv’l, zee …, scheeps …, marine…:Naval affairs;Naval architect= scheepsbouwmeester;Naval architecture;Naval battle[357](combat) = zeeslag;Naval cadet= adelborst (voor hij na 4 jaar en 8 maanden tot Midshipman wordt bevorderd);Naval college= marine instituut;Naval officers;Naval service;Naval station= marinestation;Naval term= scheepsterm.Nave,neiv, naaf (v. wiel); schip (v. kerk).Navel,neiv’l, navel;Navel-string= navelstreng;Navel-wort= waternavel.Navicular,nəvikjulə, bootvormig:Navicular bone= scheepvormig beentje uit den hand- of voetwortel.Navigability,navigəbiliti, subst. v.Navigable,navigəb’l, bevaarbaar; subst.Navigableness;Navigate,navigeit, varen, bevaren, besturen;Navigation,navigeiš’n, het varen, scheepvaart, stuurmanskunst:Aerial navigation= luchtscheepvaart;Inland navigation= binnenvaart;Navigator,navigeitə, zeevaarder.Navvy,navi; polderjongen, grondwerker.Navy,neivi, scheepsmacht, marine, zeemacht:Navy League= de Eng. vereeniging “Onze Vloot”, opgericht in 1895;His son isin the navy= bij de marine;Navy-blue= marineblauw;Navy-yard= marinewerf; arsenaal (Amer.).Nawab,nəwôb, Ind. onderkoning, nabob.Nay,nei, subst. weigering; adv. neen, ja, jazelfs, wat meer is:Not only the navy, nay the army was discouraged= ja zelfs;Tosay nay= ontkennen, afslaan:If you invite me, I will notsay you nay= niet bedanken;If I invite you I will haveno nay= mag je niet bedanken.Nazarenean,nazərîniən, Nazareensch;Nazarene,nazərîn, Nazarener, de Heiland;Nazareth,nazəreth;Nazarite,nazərait, Nazarener (Num. IV).Naze,neiz, landtong, voorgebergte.Nead-end,nîdend, toonstuk(van eene rol goed).Neagh,nei:Loch Neagh;Neale,nîl.Neap,nîp, laag, vallend; ook subst. =Dead neap= doodtij;Neap-tide= laag water;Neaped= bij eb aan den grond zittend (van schepen):The tides are neaped= het is doodtij.Neapolitan,nîəpolit’n, subst. en adj. Napolitaan(sch), Napelsch.Near,nîə, adj. en adv. nabij, nauw verwant, dierbaar, letterlijk, getrouw, kort, recht, aan de linkerhand, uiterst zuinig; nabij, dicht aan;Nearverb. naderen:Near at hand= op handen;Far and near= wijd en zijd;Near is my coat, but nearer is my skin= het hemd is nader dan de rok;I had anear chanceof not seeing him again= ’t was er bij af, of ik …;Near escape= hachelijke ontsnapping;Thenear horse= het bijdehandsche of linksche paard;You arenear the mark= gij zijt er haast, hebt ’t bijna geraden;It wasa near thing= het spande er om, ’t kon maar net;It willgo nearto ruin him= het zal bijna zijn ondergang zijn;It won’t seemnear so hard= niet half zoo moeielijk;Near-sighted(ness)= bijziend(heid);Nearly= bijna, na, innig:Not nearly (so)= op verre na niet;Nearness= nabijheid, schraapzucht, etc.Neat,nît, netjes, zuiver, rein, smakelijk, keurig, onvermengd, handig:Brandy neat= klare cognac;A little neat= een kleintje cognac pur;Toput neat= opredderen;Neat-handed= handig; subst.Neatness= netheid, etc.Neat,nît, rund:Neat’s hide;Neat’s leather.Neb,neb, snavel, snoet, spits, tuit.Nebula,nebjulə, nevelvlek; vlekje op het hoornvlies;Nebular= nevelvlek - -, troebel;Nebulosity,nebjulositi, nevelachtigheid (ookfig.);Nebulous= nevelachtig, schemerig: subst.Nebulousness;Nebuly= golvend; golvende lijn (Herald.).Necessary,nesəs’ri, noodzakelijk, noodig, onvermijdelijk, gedwongen; subst. het noodzakelijke; privaat:Necessaries of life= levensbehoeften;Necessitate,nəsesiteit, noodzakelijk maken, noodzaken;Necessitous,nisesitɐs, behoeftig, nooddruftig; subst.Necessitousness;Necessity,nisesiti, noodzakelijkheid, nood, nooddruft, noodstand:From sheer necessity= enkel uit nood;Of necessity= noodwendig;There is no necessity for= het is niet noodig;Necessity is the mother of invention= de nood maakt vindingrijk;Necessity has no law= nood breekt wet;Toconsult with(Tomake a virtue of)necessity= van den nood eene deugd maken;This will put me under a necessity of doing it myself= mij noodzaken.Neck,nek, hals, nek, halslengte, nauwste punt van pas of kanaal, landengte (=Neck of land):That hasbroken the neckof him= dat heeft hem vernietigd, geknakt;Tobreak the neck of an affair= het moeilijkste van een werk afdoen; iets verijdelen;Thiscame in the neck ofyour tidings= kwam onmiddellijk na;He narrowlyescaped with his neck= bracht er net het leven af;I havegot my neck out of it= ik ben er van af, bevrijd;Hehas a stiff neck= is een stijfkop;He haslaid the guilt on my neck= heeft mij de schuld op den hals geschoven;One misfortunerides on the neckof another= een ongeluk komt zelden alleen;Totread on the neckof a person= iemand den voet op den nek zetten;Hewon by a neck= met eene halslengte;It wasa neck-and-neck race= zeer harde strijd, was kamp;The horses ranneck-and-neck= bleven elkander prachtig bij;Neck-and-crop= volslagen, geheel:He chucked him,neck-and-crop,out of the room= hij gooide hem vierkant de kamer uit;He tumbled downneck-and-heels= halsoverkop;Away they went,neck or nothing (naught)= in dolle vaart;Neck-band= hemd- of halsboord;Neck-beef= halsstuk;Neck-chain= halsketting;Neckcloth= halsdoek;Neckerchief= halsdoek;Necklace= halssnoer, halsband, strop;Neck-tie= dasje, colletje;Neck-verse= aanvangswoorden vanPsalm 51, door het oplezen waarvan een misdadiger hetBenefit of Clergydeelachtig kon worden;Neck-wear= das, dasje, colletje;Necked= met een nek (in samenst. zooals:Stiff-necked);Necklet= halssnoer.Necrological,nekrəlodžik’l, tot eene necrologie behoorende;Necrologist= schrijver van eene necrologie;Necrology,nekrolədži,[358]sterftelijst; levensbeschrijving van een overledene.Necromancer,nekrəmansə, toovenaar;Necromancy= zwarte- of tooverkunst;NecromanticofNecromantic= toover - -.Necropolis,nikropəlis, doodenstad, begraafplaats;Necroscopic= de lijkschouwing betreffend;Necroscopy= lijkschouwing.Necrose,nekrous,nekrous, door beeneter of koudvuur aangetast worden of zijn;Necrosis,nikrousis= beeneter, koudvuur.Nectar,nektə, nectar; honigsap;Nectareal,Nectarean,nəktêriəl,nəktêriən,Nectareous,nəktêriəs, nectarachtig, heerlijk als nectar;Nectariferous= honigsaphoudend;Nectarine,nektərin, soort v.West-Ind.pruim;Nectarous,nektərəs=Nectareous;Nectary,nektəri, honigkelk (v. eene bloem).Ned(dy),ned(i)=Edward.Neddy,nedi, ezel; ploertendooder.Need,nîd, subst. nood, behoefte, ellende, nooddruft;Needverb. behoeven, noodig hebben, noodig zijn:At the hour of need;In time of need;A friend in need is a friend in deed;Hehas need (stands in need) ofa good scolding= moet eens hebben;There is no needfor crying= ge behoeft niet;About as gay a thingas need be= als mogelijk is;If need be= zoo het noodig is;Youneed not do it= gij behoeft het niet te doen;Heneeded to gothere= moest er noodzakelijk naar toe;Needful= noodig, vereischt; ook subst.;Wedo the needfulwith these bills to your credit; = wij brengen deze wissels op uw credit;Needfulness= noodzakelijkheid;Neediness= nooddruft, ellende;Needless(ness)= noodeloos(heid);It isNeedlessto discuss the point;Needs= noodzakelijk, noodwendig, onvermijdelijk:He must needs go whom the devil drives= wie den duivel aan boord heeft moet met hem varen;Needy= behoeftig, armoedig.Needle,nîd’l, subst. naald, magneetnaald, wijzer, spits, obelisk; ergernis, zenuwachtigheid;Needleverb. doorboren; prikkelen, ergeren; naaldvormige kristallen schieten:As sharp as a needle= zeer slim; zoo scherp als een vlijm;Dip of the needle= helling van de magneetnaald;Toget, have the needle= geprikkeld, zenuwachtig worden (zijn);Needle-book= naaldenboekje;Needle-case= naaldenkoker;Needle-furze= kattendoorn;Needle-gun= naaldgeweer;Needle-leaved trees= naaldboomen;Needle-point= punt, prik (fig.);Needle-woman= naaister;Needle-work= naaldwerk, naaiwerk, handwerken, borduurwerk (Fancy needle-work= fraaie handwerken);Needleful= een draad naaigaren.Ne’er,nêə, verk. v.never:He is a ne’er-do-good (ne’erwell)= hij is een onverbeterlijke deugniet.Nefarious,nifêriəs, afschuwelijk, schandelijk:Nefarious practices, means; subst.Nefariousness.Negation,nigeiš’n, ontkenning; leegte;Negative,negətiv, ontkennend, negatief; subst. ontkenning, weigering, negatief (photogr.), negatieve pool;Negationverb. ontkennen, verwerpen, weerleggen:Negative-electricity;He answeredin the negative= ontkennend;Inegatived his arguments= ik bewees de onjuistheid van;Tonegative a motion= verwerpen;Negatory= ontkennend.Neglect,niglekt, subst. verzuim, verwaarloozing, zorgeloosheid;Neglectverb. verzuimen, verwaarloozen, over het hoofd zien:I did itin neglect= uit achteloosheid;He studied literature,to the neglect ofhis other work= met veronachtzaming van;Toneglect one’s duty, an opportunity;Neglectedness= verwaarloozing;Neglectful= achteloos, nalatig, onverschillig; subst.Neglectfulness.Negligée,negližî, ochtendjapon, négligé;negližei, halssnoer v. ongeslepen koralen.Negligence,neglidžens, nalatigheid, verzuim, achteloosheid, geringschatting; adj.Negligent.Negotiability,nigoušəbiliti, subst. v.Negotiable,nigoušəb’l, verhandelbaar;Negotiate,nigoušieit, handelen, verhandelen, onderhandelen, in omloop brengen, sluiten (v. leeningen); subst.Negotiation:Tocarry on(Toenter into)negotiations with= onderhandelingen voeren (treden in);Negotiator= onderhandelaar; makelaar;Negotiatory= handelend, onderhandelend.Negress,nîgrəs, negerin;Negrillo,nigrilou, dwergneger (Midden-Afrika);Negrito,nigrîtou, Negrito (op de Philippijnen);Negro,nîgrou, neger:Negro minstrels= (meest nagebootste) negerzangers;Negro-driver= blankofficier;Negro-head= pruimtabak in reepen geperst;Negroland= Afrika ten Z. van de Sahara;Negroid,nîgrôid, negerachtig.Negus,nîgəs, Negus; warme gekruide wijn.Nehemiah,nîhimaiə, Nehemia.Neigh,nei, hinniken; subst. gehinnik.Neighbour,neibə, subst. buur(man), concurrent, naaste; adj. aangrenzend, naast;Neighbourverb. nabij wonen, vriendschappelijk verkeeren, aangrenzen;Neighbourhood= nabijheid, nabuurschap, omtrek:It wassomewhere in the neighbourhood of50 dollars= het was zoowat om en bij de 50 d. (Am.);Neighbourliness, subst. v.Neighbourly= als goede buren, gezellig, vriendelijk.Neill,nîl;Neilson,nîls’n.Neither,naidhə,nîdhə, geen van beiden, noch, en … ook niet:Neither … nor= noch … noch;He does not like her, neither do I= en ik ook niet;He is not so bad neither(in plaats vaneither) = nog niet zoo kwaad.Nell(y),nel(i);Nelson,nels’n;Nemean,nimîən,nîmiən;Nemesis,neməsis, Nemesis, ookfig.;Nenagh,neinə.Nenuphar,nenjufâ.Neolithic,nîəlithik, tot de latere steenperiode behoorende.Neologian,nîəloudž’n, neologisch; neoloog;Neological= neologisch; nieuw gevormd;Neologism,niolədžizm, nieuw woord, nieuwe beteekenis, nieuwe leerstelling;Neologist= neoloog;Neologize= nieuwe woorden, beteekenissen of leerstellingen invoeren;Neology= neologie, invoering van nieuwe woorden of moderne godsdienstbegrippen.Neophyte,nîəfait, subst. novice, nieuweling, beginner; adj. pas toegelaten.[359]Neoplatonic,nîəplətonik, Nieuw-Platonisch;Neoplatonism= Nieuw-Platonische wijsbegeerte;Neoplatonist.Neoteric,nîəterik, nieuw, modern; ook subst.Nepaul,nəpôl, stad:Nepaul paper= sterk ongelijmd schrijfpapier:Nepaulese,nepôlîz, subst. en adj. (bewoner) van N.Nepenthe,nipenthî, tooverdrank, die alle leed doet vergeten =Nepenthes; dit ook = kannekenskruid.Nephew,nevjû, neef (oomzegger).Nephralgia,nifraldžə, nierpijn;Nephritic= nier - -; subst. middel tegen nierziekte;Nephritis,nifraitis, nierontsteking;Nephrotomy,nifrotəmi, nieroperatie.Nepotic,nipotik, adj. vanNepotism,nepətizm,nîpətizm, nepotisme.Neptune,neptjûn, Neptunus;Neptunian,nəptjûnj’n, tot N. of de zee behoorende.Nereid,nîri-id, zeenimf; borstelworm.Nero,nîrou; adj.Neronian.Neroli,Neroly,nerəli,nîrəli, oranjebloesemolie.Nerve,nɐ̂v, subst. zenuw, nerf, pees, spierkracht, geestkracht, moed, durf;Nerveverb. versterken, bemoedigen; zijn moed bijeenrapen, moed vatten (oneself,one’s mind):He has not got the nerve to do it= durft niet;She was nervesand nothing else= door en door zenuwachtig;Tobe (to get) on one’s nerves= zenuwachtig zijn; zenuwachtig maken;Herecovered his nerve= herkreeg zijne zelfbeheersching, kracht:Henerved himself= vatte moed, vermande zich;Nerved= met nerven;Nerveless= zwak, zonder kracht; subst.Nervelessness;Nervine,nɐ̂v(a)in, zenuw …, kalmeerend middel;Nervose,nɐ̂vous,nɐ̂vous, zenuw …; geribd, geaderd;Nervosity= zenuwachtigheid;Nervous,nɐ̂vəs, zenuwachtig, zenuw …; gespierd, krachtig:Nervous English= gespierd Engelsch;Nervous fever= zenuwziekte;Nervous force= innerlijke kracht, spierkracht; subst.Nervousness;Nervure,nâvjə, vertakking d. nerven (in een blad), ribben in de vleugels der insecten;Nervy,nɐ̂vi, krachtig, moedig, driest, moed vereischend.Nescience,nešiəns,nîšiəns, onwetendheid.Ness,nes, voorgebergte, landtong.Nest,nest, nest, verblijf(plaats), schuilhoek, haard (pathol.), bende;Nestverb. nestelen, een nest bouwen of uithalen, in een nest leggen, of liggen:Nest of boxes;Tobuild (make) a nest;He hasfeathered his nest= is binnen;Nest-chicken;Nest-egg= nestei, potpenning(-geld);Nestling= nestvogel; adj. jong.Nestle,nes’l, zich nestelen, (zich) verschuilen, aankruipen, verborgen liggen:The little girlnestled close toher mother= kroop dicht aan;Henestled himself toher= vlijde zich tegen haar aan;His headnestled itself onmy shoulder= hij lei zijn hoofd op mijn schouder.Nestor,nestə, Nestor.Net,net, subst. net (val)strik (fig.), soort mousseline, netwerk;Netverb, tot een net maken, haken; in een net vangen, verstrikken:Netmaker;Net-work= netwerk;Net-work of railway-lines= spoorwegnet;Netting= het netten maken, netwerk (op schepen, enz.);Netting-needle= haaknaald, haakpen;Netting-pin.Net,net, netto;Netverb. netto opbrengen:Net amount,Net gain,Net profits,Net price,Netproceeds,Net weight.Nether,nedhə, lager, beneden:Nether lip= onderlip;Nether millstone(Job.);Nethermost= laagste, onderste;Netherland= Nederlandsch;The Netherlands= Nederland(sch);Netherlander,Netherlandish.Nettle,net’l, subst. brandnetel (=Common nettle,Stinging nettle);Nettleverb. boos maken, prikkelen:Nettle in, dock out(In dock, out nettle) van den hak op den tak;Tobe nettled at= geprikkeld, geërgerd;Nettle-cloth= neteldoek;Nettle-rash= netelroos.Neufchatel,nɐ̂šatel.Neural,njûr’l, de zenuwen betreffend;Neuralgia,njuraldžə, zenuwpijn;Neuralgic= neuralgisch;Neurasthenia,njurasthənaiə, neurastenie;Neurasthenic= neurastenisch; neurastenicus;Neuritis,njuraitis, zenuwontsteking;Neurology= zenuwleer;Neuropathy,Neurosis,njurousis, zenuwlijden;Neurotic,njurotik, zenuw- -, zenuwlijdend, zenuwsterkend; subst. zenuwlijder, zenuwmiddel.Neuter,njûtə, adj. onzijdig, onovergankelijk; geslachtloos; subst. onzijdig geslacht, geslachtloos dier (plant);Neutral,njûtr’l, adj. onzijdig, onverschillig, neutraal, onpartijdig; subst. onzijdig persoon;Neutrality= onzijdigheid;Neutralization, subst. v.Neutralize= neutraliseeren, neutraal verklaren, onschadelijk maken:Toneutralize each other= tegen elkaar opwegen.Nevada,nəvâdə.Never,nevə, nooit, geenszins, nimmer, volstrekt niet, toch niet:He’snever the one to pay= hij betaalt nooit;He is never the better for it= hij is er daarom niet beter aan toe;Never a word= geen stom woord;Well, I never!= heb ik ooit van mijn leven;Never so much as= niet eens, zelfs niet;Be henever so rich= al is hij nog zoo rijk;That problem isnever so simple= vraagstuk is doodeenvoudig;Never-do-welllad= deugniet;Never-dying= onsterfelijk;Never-failing= onfeilbaar;Never fear= heb geen zorg;Never mind= dat doet er niet toe, dat behoef jij niet te weten;Never say die= je moet nooit den moed opgeven;Nevermore= nimmermeer;Nevertheless,nevədhəles, niettemin, niettegenstaande.Nevil(le),nevil.New,njû, adj. nieuw, onbekend, onervaren, versch, frisch:New bread= versch;New man= parvenu;New moon;The new woman= de geëmancipeerde, de moderne vrouw;The New World= de Nieuwe Wereld;That’s nothing new to me= dat is niet nieuw voor mij;He isnew tothe business= er nog niet mede op de hoogte;New-birth= wedergeboorte;New-born= pasgeboren;New-comer= pas(aan)gekomene;Newfangled,njûfaŋgld,njûfaŋgld, nieuwerwetsch; subst.Newfangledness;New-fashioned= nieuwmodisch;New-laid[360]eggs= versche eieren;New(ly) married= pasgetrouwd;New-model= nieuw modelleeren;New-painted= pas geverfd;New-year= Nieuwjaar;New-year’s Eve= Oudejaarsdag;Newish= eenigszins nieuw;Newly= kortgeleden, op nieuwe wijze, opnieuw:Newness= nieuwheid, onervarenheid.New Britain(njûbrit’n);New Brunswick;Newbury,njûbəri;New Caledonia;Newcastle,njûkâs’l;Newcomen,njûkom’n;New England(=Maine,New Hampshire,Vermont,Massachusetts,Rhode Island,Connecticut);Newfoundland,njûfaundland,njûfôndland,njûfôndland, het eiland en de N. hond;Newfoundlander, bewoner, vaartuig, hond;New France, oude naam voor Canada;New Guinea(njûgini);Newhaven,njûheiv’n;New Hebrides(njû hebridîz);New Holland;Newmarket,njûmâkit;New Orleans,njûöliənz,njû ölînz;New South Wales;New York,njûjök;New Zealand.Newel,njûəl, stijl van eene wenteltrap.Newgate,njûgit, gevangenis in Londen:A Newgate fringe beard= baard onder de kin.News,njûz, nieuws, tijding, bericht:Anitem(Apiece)of news= nieuwtje;No news is good news;I had news that= ik hoorde;What’s the news?= wat voor nieuws is er?News-agent= agent voor dagbladen, etc.;News-boy= courantenjongen =News-man;News-monger= nieuwtjesverspreider;News-paper= courant:Some of these essays are too obviouslynewspaperish= dragen al te zeer den stempel couranten-artikelen te zijn:News-room= tijdingzaal, leeszaal:News-vender,News-vendor= courantenverkooper;News-walk= buurt of wijk van eenNews-boy.Newt,njût, watersalamander.Newton,njût’n, Newton:Newtonian,njûtounj’n, subst. en adj. (volgeling) van N.Next,nekst, naastbij, naast, volgende op, daarna:Wear flannelnext your skin= op je bloote lijf;This next Thursday= den eerstvolgenden;Next time= de volgende keer:Next after you= dadelijk na u;I am thenext in blood,next of kin= ik volg in graad van bloedverwantschap;He hasnext to nothing= zoo goed als niets;Next-door topoverty= de armoede nabij;He isnext-door toan idiot= driekwart idioot;Helives next-door= hiernaast;Next eldest to= in leeftijd volgende op;Next M. in age= volgt op M.:What next?= wat zullen we nu nog hebben? dat is àl te gek; Nog iets?Nexus,neksəs, band, verbinding.Niagara,naiagərə:Falls of Niagara.Nib,nib, snavel, mand, spits, punt, pen, koffieboon,cacaoboon;Nibverb. van eennibvoorzien, spitsen:A soft nib= zachte pen;Hard nibbed= met harde punt.Nibble,nib’l,Nibbleverb. knabbelen, bijten, visschen, vitten, gappen; ook subst.:A glorious day fora nibble= prachtige dag om te hengelen;Tonibble bare= kaal vreten;Tonibble off;Nibbler= vitter.Niblick,niblik, een zware ijzeren kolf met kleinen voet, gebruikt wanneer de bal in wagensporen, struiken, etc. ligt (Golfspel).Nicaea,naisîə:Nicaean councils;Nicaragua,nîkarâguə,nikərâguə;Nice,nîs, Nizza;nais, Nicea.Nice,nais, stipt, nauwkeurig, keurig, zedig, kieskeurig, preutsch,teer, lastig, lekker, aangenaam, lief:That’s rather anice question= lastige vraag;You must notbe nice aboutaccepting it= u niet geneeren om het aan te nemen;Niceish,naisiš, lief, aardig:A niceish girl;Niceness= liefheid, keurigheid, aangenaamheid, enz.;Nicety= fijnheid (van waarneming), nauwkeurigheid, kieschheid, kieskeurigheid; lekkernij:The coatfits to a nicety= zit keurig;One must notstand upon niceties= men moet de dingen niet al te nauw nemen;I can’tweigh niceties= rekening houden met zulke bagatellen;Niceties of words= spitsvondigheden.Niche,nitš, nis, plaats, schuilhoek;Nicheverb. in een nis plaatsen,verbergen.Nicholas,nikəlas:The Festival of St. Nicholas:Nichol(l)s,nikəlz.Nick,nik, kabouter, demon; kerf, kerfstok, rekening; juist oogenblik, hooge worp (bij het dobbelen), centstuk (Amer.);Nickverb. kerven, eene inkerving maken; op het juiste oogenblik treffen, overeenstemmen, passen: gappen, zich vlug bewegen:Old Nick= de duivel;Speak of the Old Nick and you’ll get an odour of brimstone= als je van den duivel spreekt, trap je hem op zijn staart;In the very nick, just in the nick of time= te juister tijd;That isout of all nick= gaat buiten de schreef.Nickel,nik’l, nikkel, 5 centstuk (Amer.):Theyspun a nickel= gooiden op;Nickel-plated= vernikkeld;Nickel-silver;Nickelic,nikəlik,nikelik= nikkelachtig, nikkel … =Nickeliferous= nikkelhoudend.Nicker,nikə, hinniken (N. E. en Schot.).Nick-nack,niknak=knick-knack.Nickname,nikneim, subst. bijnaam, scheldnaam:Nicknameverb. een bijnaam geven.Nicobar,nikəbâ:Nicobar Islands;Nicodemus,nikədîməs.Nicotin(e),nikətin,nikətîn, nicotine;Nicotinism= nicotinevergiftiging.Niddle-noddle,nid’lnod’l, knikkend;Niddle-noddleverb. knikkebollen, op en neer gaan;The plumesniddle-noddled onthe horses’ heads.Nidification,nidifikeiš’n, het maken van nesten:Nidify, nesten bouwen.Nidnod,nidnod, knikkebollen;Nidnody= sukkel.Nidus,naidəs, nest, broedplaats; infectiehaard.Niece,nîs, nicht (oom- of tantezegster).Niemen,nîm’n.Nifty,nifti, goed, voldoende (Amer.).Niger,naidžə.Niggard,nigəd, subst. vrek; adj. vrekkig, gierig;Niggardliness= vrekkigheid; adj.Niggardly.Nigger,nigə, nikker:Heworks like a nigger= als een ezel.Niggle,nig’l, beuzelen, beknibbelen, kleingeestige aan- of opmerkingen maken over (about), peuterig uit- of afwerken; ook[361]subst.;Niggling= peuterig, krenterig.Nigh,nai, nabij, nauw verwant, bijna (poët.):Well nigh= bijna;Tobe nigh at hand= nabij zijn;Todraw nigh= naderen; subst.Nighness.Night,nait, nacht, avond, duisternis, onwetendheid, dood, tijd van rouw en smart:At (By) night= ’s nachts =In the night;At dead of night= in ’t holst van;Last night= gisteravond;(Late) at night= (laat) in den avond (nacht);To-night= van avond;Taking night= avond waarop de jongens een kermisvrijster kozen;Afirst night(er)= eerste opvoering;Tobid (wish) good night;We havemade a night of it= wij hebben den geheelen nacht doorgezwierd;Topass (spend) the night,Tostay all night= overnachten;Night-bell= nachtbel;Night-brawler= (nacht)rustverstoorder;Night-cap= slaapmuts, slaapmutsje(fig.);Night-cart= kar van den reinigingsdienst;Night-clothes(Night-dress) = nachtgoed;Nightfall= het vallen van den avond;Night-fly= avondvlinder, mot;Night-gear= nachtgoed;Night-gown= nachtjapon:Night-gown case= nachtzak;Night-jar= geitenmelker(=Night-hawk);Night-light;Night-man= nachtwerker, man van den reinigingsdienst;Nightmare= nachtmerrie;Night-pan= ondersteek;Night-piece= nachtstuk;Night-porter= nachtportier;Night-school= avondschool;Nightshade= nachtschade (plant);Nightshirt= nachthemd;Night-soil= fæcaliën;Night-stand= nachtkastje;Night-stool= stilletje;Night-train;Night-walker= slaapwandelaar, nachtelijk vagebond, prostituée;Night-watch= nachtwacht; wekker;Night-watchman;Nightly= nachtelijk, elken nacht;Nighty= nachtpon.Nightingale,naitingeil, nachtegaal.Nigritia,nigrišə; adj.Nigritian, ook subst. neger.Nihilism,naihilizm, nihilisme;Nihilist= nihilist; adj. Nihilistic.Nil,nil, niets, leeg:Nil desperandum!= ende désespereert niet!Nile,nail, de Nijl;Nilgiri,nilgîrî:Nilgiri Hills.Nilly-willy,niliwili, goed- of kwaadschiks.Nimble,nimb’l, vlug, lenig:The nimble-fingered gentry= de heeren met lange vingers (dieven);Nimble-footed= vlug ter been, rap v. voet; subst.Nimbleness.Nimbus,nimbəs, stralenkrans.Nimeguen,nimeig’n, Nijmegen.Niminy-piminy,niminipimini, geaffecteerd, gekunsteld; ook subst.Nincompoop,niŋk’mpûp, stommerik, sul =Nincom.Nine,nain, negen:The (sacred) nine= de muzen;Dressed up to the nines= keurig, netjes, piekfijn gekleed;That’s a nine days’ wonder= verbaast de wereld eene week lang;Nine corns= een pijp vol;Nine winks= knippertje (dutje);Ninepin= kegel:They wereplaying at ninepins= zij waren aan het kegelen;Ninefold= negenvoudig;Nineteen= negentien;She would chatter nineteen to the dozen= praatte honderd uit;Nineteenth= negentiende;Ninetieth,naintiəth, negentigste;Ninety= negentig;Ninth,nainth, negende;Ninely= ten negende,Ninny,nini, sukkel.Niobe,naiəbî, Niobe.Nip,nip, verb. nijpen, knijpen, omsluiten, afknijpen, door vorst beschadigen of vernielen, snijden (van koude), prikken, kwellen, pijnigen, ergeren; subst. kneep(je), beschadiging (door vorst en koude), slag, wippertje (borrel):Nipped in the bud= in den knop gedood; in de kiem gesmoord;Nipped by the ice= ingesloten door;I’ll firsttake my nip and then my nap= eerst mijn wippertje en dan mijn knippertje;Hetakes two nips a-day= hij gebruikt zijne twee borrels per dag;There was an exhilaratingnip in the air= de vorstige lucht had iets opwekkends;Nipper= knijper, voortand van een paard, schaar (van een kreeft), vorstige dag, peuter, jongmaatje;Nippers= (kleine) nijptang, schaar, knijper(s), soort handboeien;Nipping= knijpend, scherp, snijdend, sarcastisch, stekelig; geaffecteerd (Amer.);Nippy= krachtig; scherp, bijtend:You hadto look very nippyto see him= scherp en vlug kijken.
N,en;N(orth)A(merica);Nap(oleon);Nat(ural)Hist(ory);Nat(ural)Phil(osophy);Naut(ical);N(ota)B(ene);N(ew)E(ngland);N(orth)E(ast);Neg(ative);Nem(ine)Con(tradicente)= éénparig, éénstemmig =Nem(ine)Diss(entiente);Neth(erlands);Neut(er);N(ew)J(ersey);N(orth)N(orth)E(ast);Nom(inative);Non con(tent)= tegen (bij eene stemming in hetHouse of Lords);Non seq(uitur)= daaruit volgt niet;Norm(an);Norw(ay);Norw(egian);Nos.= nummers =Num(bers);N(orth)W(est);N(ew)Y(ork);N(ew)Z(ealand).Nab,nab, snappen, gappen; subst. kop, bergspits, haan, fat (Amer.).Nabob,neibob, Nabob; vr.Nabobess.Nacarat,nakərat, helderroode kleur; stof van die kleur.Naches River,nâtšəs rivə.Nacre,neikə, paarlemoer;Nacreous,neikriəs, paarlemoerachtig:Nacreous shells= schelpen met eene laag paarlemoer.Nadir,neidə, nadir, voetpunt.Nag,nag, subst. knol, hit;Nagverb. plagen, zeuren, kwellen, vitten, aanmerkingen maken:I can’t bearto be nagged at= ik kan[355]dat geplaag en geneger niet velen;Nagger;Naggy= vitterig, plagerig.Naga,nâgə, de heilige slang in Ind. Myth.; een lid van de Nagastammen, lid van een klasse Hindoebedelaars; ook adj.Nagpur,nâgpûə.Naiad,naiəd,neiəd, waternimf; nymphkruid.Nail,neil, subst. nagel, klauw, spijker, maat van0,057M.;Nailverb. vastspijkeren:Hard as nails= gezond en sterk, geslepen, ongevoelig;Your comments are moredown on the nailthan his= meer raak;Tobite one’s nails= bijten op;Tocut (pare, trim) one’s nails= knippen;Todrive (knock) in a nail= inslaan;One nail drives (out) another= het eene verdringt het andere, den een zijn dood is den ander zijn brood;Drive a nail where it will go= wees practisch;It would meanthe last nail driven into the coffinof domestic life= zou de genadeslag zijn voor;You havehit the nail on the head= den spijker op den kop geslagen;I havelaboured tooth and nail= met alle macht;I’llpare your nails= ik zal je kortwieken (fig.);Goods brought to the hammer must bepaid on the nail= contant betaald worden;He was nevernailed atbeing drunk= betrapt op;Tonail down= vastspijkeren;Tonail up= dichtspijkeren;Tonail to the counter= valsch geld tegen de toonbank spijkeren; de waarheid van een bewering aantoonen;Jesus wasnailed tothe cross= genageld aan;Tonail one’s colours to the mast= hardnekkig weigeren zich over te geven;Nail-brush= nagelborstel;Nail-file= nagelvijltje;Nail-head= kop;Nail-headed characters= spijkerschrift;Nail-trimmer= nagelschaartje;Nailer= spijkermaker; kraan, goed renpaard.Naïve,nâîv,nâiv, ongekunsteld, oprecht;Naïveté,Naïvety.Naked,neikid, naakt, bloot, openlijk, ontbloot, kaal, eenvoudig, oprecht, weerloos:With the naked eye= met het bloote oog;Thenaked truth;Stark naked= spiernaakt;He was stripped naked= geheel uitgekleed, uitgeschud, van alles beroofd; subst.Nakedness.Namaycush,namikɐš, soort zalm (der Amer. meren).Namby-pamby,nambipambi, subst. sentimentaliteit, zoetelijkheid; ook adj.:There is nothing namby-pamby in him.Name,neim, subst. naam, benaming, roem, aanzien, naamwoord;Nameverb. noemen, benoemen, vaststellen, tot de orde roepen:As in name so in aim= de naam is een voorteeken;A nice name to go to bed with= ’t is me ook ’n naampje!Hecalled me all kinds of names= schold me voor alles uit;As good be hanged as have an ill name= wee den wolf, die in een kwaad gerucht staat;Give my name= dien mij aan;Togo (pass) by the name of X.= doorgaan onder;Theylefttheirnames= gaven hunne kaartjes af;Toappear below one’s name= onder iemands naam verschijnen;Toprint over one’s name= drukken onder;I know him, but I cannotput a name to him= kan hem niet thuis brengen;Do nottake the name of God in vain= gebruik Gods naam niet ijdellijk;Take up my name= dien mij aan;Towrite under a name;Christian name= doopnaam, voornaam;Family name= geslachtsnaam;Maiden name= eigen naam van getrouwde vrouwen;Proper name= eigennaam;A man, Williams by name, of the name of W.= genaamd W.;In name of= in plaats van;In the name of= namens;Name the child!= spreek op! laat hooren!Toname the day= den dag van het huwelijk bepalen;He wasnamed after me= naar mij genoemd;Name-board= naambord;Station name-boards= de borden met namen op de perrons;Name-day= naamdag;Name-part= titelrol;Name-plate= naamplaatje;Namesake= naamgenoot;Nameless= nameloos, onbekend, onnoemelijk, anoniem;Namely= namelijk.Namur,neimə, Namen.Nancy,nansi, Nancy:Sweet Nancy= witte narcis.Nankeen, Nankin,nankîn,nankîn, Nanking, nanking (gele katoenen stof):Nankins= nanking broek.Nanny,nani:Nanny goat= geit.Nantucket,nantɐkət.Nap,nap, subst. slaapje, dutje; nop, zijden vezel voor hoeden; soort kaartspel;Napverb. dutten; noppen, snappen:His hat wasnot nap but felt;Togo nap= alles wagen (er op of er onder), grof speculeeren;Totake a nap= een uiltje knappen;You have been napping= je hebt gesoesd;Icaught him napping= ik heb hem op heeterdaad betrapt, gesnapt;Napless= kaal, zonder haar of noppen;Nappy= met noppen, wollig, kroes; koppig (van dranken), schuimend.Nape,neip, nek =Nape of the neck.Naphtha,naftə,nap-thə, naphtha:Naphtha launch= petroleum-motorboot;NaphthaleneofNaphthaline= naphtaline.Napier,neipjə.Napiform,neipiföm, knol- of raapvormig.Napkin,napkin, servet, handdoek, vaatdoek:Don’thide your gifts in a napkin= zet uw licht niet onder de korenmaat;Napkin-ring.Naples,neip’lz, Napels:Naples yellow= Napelsch geel.Napoleon,nəpoulj’n, Napoleon, gouden 20-frankstuk, soort kaartspel;TheNapoleonicperiod;Napoleonite= soort veldspaath.Narciss(us),nâsis(əs), narcis.Narcosis,nâkousis, narcose;Narcotic,nâkotik, verdoovend, slaapwekkend (middel);Narcotine,nâkətin, narcotine;Narcotism,nâkətizm, narcose, slaapzucht;Narcotization, subst. v.Narcotize= narcotiseeren.Nard,nâd, nardus (olie);Nardine= nardus …Nardoo,nâdû,nâdû, watervaren.Narghile,nâgilei,Nargile,nâgil,Narghileh,nâgilei, nargileh.Narrate,nəreit,nareit, verhalen, beschrijven; subst.Narration;Narrative,narətiv,[356]subst. verhaal, verslag; adj. verhalend; spraakzaam;Narrator,nəreitə, verhaler; adj.Narratory,narətəri= Narrative.Narrow,narou, nauw, eng, klein, bekrompen, gierig, vrekkig, nauwkeurig, precies; subst. (meest mv.) engte, zeeëngte;Narrowverb. vernauwen, verengen, beperken, begrenzen, minderen (bij het breien), nauwer worden:Narrow circumstances= bekrompen;Anarrow compass= beknopte omvang, ruimte;We made (had) anarrow escape= ontkwamen ternauwernood;Anarrow majority= kleine;Narrow means= bekrompen middelen;He has aNarrow mind,is narrow-minded= bekrompen van geest;Narrow-brimmed= met smallen rand;Narrow-chested= met smalle borst;Narrow-cloth= laken minder dan 80 c.M. breed;Narrow-gauge= spoorwijdte tusschen de rails van minder dan 1,44 M. (tegenover de vroegere algemeeneBroad-gaugevan 2,13 M.);Narrow-minded= kleingeestig, bekrompen;Narrow-mindedness;To lookNarrowly into= nauwkeurig onderzoeken;Narrowness= nauwheid, etc.Narw(h)al,nâ(h)wəl, narwal.Nasal,neiz’l, nasaal, neus …; subst. neusklank, neusbeen;Nasalis,nəzeilis, neusaap;Nasality,nəzaliti,neizaliti, eigenschap van door den neus te worden gesproken;Nasalization= nasaleering;Nasalize= tot een neusklank maken.Nascency,nas’nsi, ontstaan, oorsprong;Nascent,nas’nt, ontstaande:Nascent state.Naseby,neizbi;Nasmyth,neismith.Nasturtium,nastɐ̂šəm, O.I. kers; waterkers.Nastiness,nâstinəs, subst. v.Nasty,nɐ̂sti, vuil, vies, akelig, onaardig; leelijk:Anasty attack of hay-fever= een leelijke aanval van hooikoorts.Natal,neit’l, geboorte …:Natal day (hour);Natality= geboortecijfer.Natal,natâl, Natal.Natant,neit’nt, drijvend, zwemmend;Natation= zwemkunst, het zwemmen;Natatores,neitətôrîs, zwemvogels =Natatorialbirds;Natatory= zwem …:Natatory bladder= zwemblaas.Natchez,natšiz;Nathan,neith’n;Nathaniel,nəthaniəl.Natheless,neithləs, niettemin;Nathemore,neidhəmö, niet te meer.Nation,neiš’n, subst. natie, volk, gemeenschap, hoop; adj. en adv. (verkorting v.Damnation) kolossaal, verduiveld.National,našən’l, nationaal:National air (anthem)= volkslied;National debt= staatsschuld;National Ledger= Grootboek;National school=Church of England school, uitgaande van deNational Society, opgericht in 1811 (in Ierland=volkschool);Nationalism= vaderlandsliefde; program der Iersche nationale partij;Nationalist, aanhanger van die partij;Nationality= volkskarakter, volkseenheid, vaderlandsliefde;Nationalize= nationaliseeren, naturaliseeren, onteigenen door den staat.Native,neitiv, subst. inboorling, inlander, inheemsch(e) dier (plant); pummel; adj. geboorte - -, aangeboren, inheemsch, natuurlijk:A native of Germany,of Rotterdam= een geboren Duitscher, Rotterdammer;Eminent, Famous natives= beroemde mannen in een stad of streek geboren;He isnative tothe soil= daar geboren;Native is a disparaging word for rustic;Native country (land)= vaderland;Native forest= oerwoud;Native heat= natuurlijke warmte;Native language= moedertaal;Native oyster= gekweekte oester;Native wit= natuurlijke gevatheid;Nativism,neitivizm, polit. program derNativists, die de geboren Amerikanen boven de emigranten wenschen te begunstigen;Nativity,nətiviti, nativiteit (ook in de Astrologie); (schilderij van de) geboorte van Christus:He had his nativity cast= hij liet zijn horoscoop trekken.Natolia,nətouljə, Anatolië.Natron,neitr’n,natr’n, natron.Nattiness,natinəs, subst. v.Natty,nati, keurig, netjes, chique:Everything belonging to Nancy was of delicate nattiness= alles om en aan haar was even fijn en keurig.Natural,natšər’l, natuurlijk, inheemsch, aangeboren, wildgroeiend, natuurgetrouw, onecht (v. geboorte); subst. idioot; naturel (muz.):Why was not he natural in his life-time?= waarom was hij bij zijn leven niet als andere menschen?Natural death= natuurlijke dood;Natural history;Natural philosophy,Natural science= natuurkunde, natuurwetenschappen;Natural son;Natural selection= natuurlijke teeltkeus;Naturalism= natuurstaat, naturalisme (in godsdienst en kunst);Naturalist= natuurphilosoof, naturalist;Naturalistic= naturalistisch, realistisch, natuurwetenschappelijk;Naturalization, subst. v.Naturalize= natuurlijk maken, naturaliseeren, inburgeren, acclimatiseeren, zich laten naturaliseeren, inburgeren;Naturally= natuurlijk, van nature;Naturalness= natuurlijkheid;Nature,neitšə, natuur, (natuurlijke) aard, karakter:By nature= van nature;From nature= naar de natuur;In a state of nature= in den natuurtoestand, naakt, zondig;In the nature of= krachtens;In nature’s garb= in Adamscostuum;He hasgone the way of nature, paid the debt of nature= hij is den weg van alle vleesch gegaan;Good nature= goedigheid;Ill nature= boosaardigheid;Nature-worship= natuuraanbidding.Naught,nôt, subst. niets, nul:Tocall to naught= geducht uitschelden;Tocome to naught= mislukken;Toset at naught= in den wind slaan.Naughtiness,nôtinəs, ondeugendheid; adj.Naughty,nôti.Nausea,nôšə, walging, misselijkheid (ookfig.):Tocreate nausea= misselijkheid teweeg brengen;Nauseate,nôšeit, misselijk zijn, worden of maken, walgen;Nauseous,nôšəs, walgelijk; subst.Nauseousness.Nautch,nôtš, Indische dans;Nautch-girl= bajadère.Nautic(al),nôtik(’l), zee …, scheeps …:Nautical almanac= zeemansalmanak;Nautical chart= zeekaart.Nautilus,nôtilɐs, nautilus.Naval,neiv’l, zee …, scheeps …, marine…:Naval affairs;Naval architect= scheepsbouwmeester;Naval architecture;Naval battle[357](combat) = zeeslag;Naval cadet= adelborst (voor hij na 4 jaar en 8 maanden tot Midshipman wordt bevorderd);Naval college= marine instituut;Naval officers;Naval service;Naval station= marinestation;Naval term= scheepsterm.Nave,neiv, naaf (v. wiel); schip (v. kerk).Navel,neiv’l, navel;Navel-string= navelstreng;Navel-wort= waternavel.Navicular,nəvikjulə, bootvormig:Navicular bone= scheepvormig beentje uit den hand- of voetwortel.Navigability,navigəbiliti, subst. v.Navigable,navigəb’l, bevaarbaar; subst.Navigableness;Navigate,navigeit, varen, bevaren, besturen;Navigation,navigeiš’n, het varen, scheepvaart, stuurmanskunst:Aerial navigation= luchtscheepvaart;Inland navigation= binnenvaart;Navigator,navigeitə, zeevaarder.Navvy,navi; polderjongen, grondwerker.Navy,neivi, scheepsmacht, marine, zeemacht:Navy League= de Eng. vereeniging “Onze Vloot”, opgericht in 1895;His son isin the navy= bij de marine;Navy-blue= marineblauw;Navy-yard= marinewerf; arsenaal (Amer.).Nawab,nəwôb, Ind. onderkoning, nabob.Nay,nei, subst. weigering; adv. neen, ja, jazelfs, wat meer is:Not only the navy, nay the army was discouraged= ja zelfs;Tosay nay= ontkennen, afslaan:If you invite me, I will notsay you nay= niet bedanken;If I invite you I will haveno nay= mag je niet bedanken.Nazarenean,nazərîniən, Nazareensch;Nazarene,nazərîn, Nazarener, de Heiland;Nazareth,nazəreth;Nazarite,nazərait, Nazarener (Num. IV).Naze,neiz, landtong, voorgebergte.Nead-end,nîdend, toonstuk(van eene rol goed).Neagh,nei:Loch Neagh;Neale,nîl.Neap,nîp, laag, vallend; ook subst. =Dead neap= doodtij;Neap-tide= laag water;Neaped= bij eb aan den grond zittend (van schepen):The tides are neaped= het is doodtij.Neapolitan,nîəpolit’n, subst. en adj. Napolitaan(sch), Napelsch.Near,nîə, adj. en adv. nabij, nauw verwant, dierbaar, letterlijk, getrouw, kort, recht, aan de linkerhand, uiterst zuinig; nabij, dicht aan;Nearverb. naderen:Near at hand= op handen;Far and near= wijd en zijd;Near is my coat, but nearer is my skin= het hemd is nader dan de rok;I had anear chanceof not seeing him again= ’t was er bij af, of ik …;Near escape= hachelijke ontsnapping;Thenear horse= het bijdehandsche of linksche paard;You arenear the mark= gij zijt er haast, hebt ’t bijna geraden;It wasa near thing= het spande er om, ’t kon maar net;It willgo nearto ruin him= het zal bijna zijn ondergang zijn;It won’t seemnear so hard= niet half zoo moeielijk;Near-sighted(ness)= bijziend(heid);Nearly= bijna, na, innig:Not nearly (so)= op verre na niet;Nearness= nabijheid, schraapzucht, etc.Neat,nît, netjes, zuiver, rein, smakelijk, keurig, onvermengd, handig:Brandy neat= klare cognac;A little neat= een kleintje cognac pur;Toput neat= opredderen;Neat-handed= handig; subst.Neatness= netheid, etc.Neat,nît, rund:Neat’s hide;Neat’s leather.Neb,neb, snavel, snoet, spits, tuit.Nebula,nebjulə, nevelvlek; vlekje op het hoornvlies;Nebular= nevelvlek - -, troebel;Nebulosity,nebjulositi, nevelachtigheid (ookfig.);Nebulous= nevelachtig, schemerig: subst.Nebulousness;Nebuly= golvend; golvende lijn (Herald.).Necessary,nesəs’ri, noodzakelijk, noodig, onvermijdelijk, gedwongen; subst. het noodzakelijke; privaat:Necessaries of life= levensbehoeften;Necessitate,nəsesiteit, noodzakelijk maken, noodzaken;Necessitous,nisesitɐs, behoeftig, nooddruftig; subst.Necessitousness;Necessity,nisesiti, noodzakelijkheid, nood, nooddruft, noodstand:From sheer necessity= enkel uit nood;Of necessity= noodwendig;There is no necessity for= het is niet noodig;Necessity is the mother of invention= de nood maakt vindingrijk;Necessity has no law= nood breekt wet;Toconsult with(Tomake a virtue of)necessity= van den nood eene deugd maken;This will put me under a necessity of doing it myself= mij noodzaken.Neck,nek, hals, nek, halslengte, nauwste punt van pas of kanaal, landengte (=Neck of land):That hasbroken the neckof him= dat heeft hem vernietigd, geknakt;Tobreak the neck of an affair= het moeilijkste van een werk afdoen; iets verijdelen;Thiscame in the neck ofyour tidings= kwam onmiddellijk na;He narrowlyescaped with his neck= bracht er net het leven af;I havegot my neck out of it= ik ben er van af, bevrijd;Hehas a stiff neck= is een stijfkop;He haslaid the guilt on my neck= heeft mij de schuld op den hals geschoven;One misfortunerides on the neckof another= een ongeluk komt zelden alleen;Totread on the neckof a person= iemand den voet op den nek zetten;Hewon by a neck= met eene halslengte;It wasa neck-and-neck race= zeer harde strijd, was kamp;The horses ranneck-and-neck= bleven elkander prachtig bij;Neck-and-crop= volslagen, geheel:He chucked him,neck-and-crop,out of the room= hij gooide hem vierkant de kamer uit;He tumbled downneck-and-heels= halsoverkop;Away they went,neck or nothing (naught)= in dolle vaart;Neck-band= hemd- of halsboord;Neck-beef= halsstuk;Neck-chain= halsketting;Neckcloth= halsdoek;Neckerchief= halsdoek;Necklace= halssnoer, halsband, strop;Neck-tie= dasje, colletje;Neck-verse= aanvangswoorden vanPsalm 51, door het oplezen waarvan een misdadiger hetBenefit of Clergydeelachtig kon worden;Neck-wear= das, dasje, colletje;Necked= met een nek (in samenst. zooals:Stiff-necked);Necklet= halssnoer.Necrological,nekrəlodžik’l, tot eene necrologie behoorende;Necrologist= schrijver van eene necrologie;Necrology,nekrolədži,[358]sterftelijst; levensbeschrijving van een overledene.Necromancer,nekrəmansə, toovenaar;Necromancy= zwarte- of tooverkunst;NecromanticofNecromantic= toover - -.Necropolis,nikropəlis, doodenstad, begraafplaats;Necroscopic= de lijkschouwing betreffend;Necroscopy= lijkschouwing.Necrose,nekrous,nekrous, door beeneter of koudvuur aangetast worden of zijn;Necrosis,nikrousis= beeneter, koudvuur.Nectar,nektə, nectar; honigsap;Nectareal,Nectarean,nəktêriəl,nəktêriən,Nectareous,nəktêriəs, nectarachtig, heerlijk als nectar;Nectariferous= honigsaphoudend;Nectarine,nektərin, soort v.West-Ind.pruim;Nectarous,nektərəs=Nectareous;Nectary,nektəri, honigkelk (v. eene bloem).Ned(dy),ned(i)=Edward.Neddy,nedi, ezel; ploertendooder.Need,nîd, subst. nood, behoefte, ellende, nooddruft;Needverb. behoeven, noodig hebben, noodig zijn:At the hour of need;In time of need;A friend in need is a friend in deed;Hehas need (stands in need) ofa good scolding= moet eens hebben;There is no needfor crying= ge behoeft niet;About as gay a thingas need be= als mogelijk is;If need be= zoo het noodig is;Youneed not do it= gij behoeft het niet te doen;Heneeded to gothere= moest er noodzakelijk naar toe;Needful= noodig, vereischt; ook subst.;Wedo the needfulwith these bills to your credit; = wij brengen deze wissels op uw credit;Needfulness= noodzakelijkheid;Neediness= nooddruft, ellende;Needless(ness)= noodeloos(heid);It isNeedlessto discuss the point;Needs= noodzakelijk, noodwendig, onvermijdelijk:He must needs go whom the devil drives= wie den duivel aan boord heeft moet met hem varen;Needy= behoeftig, armoedig.Needle,nîd’l, subst. naald, magneetnaald, wijzer, spits, obelisk; ergernis, zenuwachtigheid;Needleverb. doorboren; prikkelen, ergeren; naaldvormige kristallen schieten:As sharp as a needle= zeer slim; zoo scherp als een vlijm;Dip of the needle= helling van de magneetnaald;Toget, have the needle= geprikkeld, zenuwachtig worden (zijn);Needle-book= naaldenboekje;Needle-case= naaldenkoker;Needle-furze= kattendoorn;Needle-gun= naaldgeweer;Needle-leaved trees= naaldboomen;Needle-point= punt, prik (fig.);Needle-woman= naaister;Needle-work= naaldwerk, naaiwerk, handwerken, borduurwerk (Fancy needle-work= fraaie handwerken);Needleful= een draad naaigaren.Ne’er,nêə, verk. v.never:He is a ne’er-do-good (ne’erwell)= hij is een onverbeterlijke deugniet.Nefarious,nifêriəs, afschuwelijk, schandelijk:Nefarious practices, means; subst.Nefariousness.Negation,nigeiš’n, ontkenning; leegte;Negative,negətiv, ontkennend, negatief; subst. ontkenning, weigering, negatief (photogr.), negatieve pool;Negationverb. ontkennen, verwerpen, weerleggen:Negative-electricity;He answeredin the negative= ontkennend;Inegatived his arguments= ik bewees de onjuistheid van;Tonegative a motion= verwerpen;Negatory= ontkennend.Neglect,niglekt, subst. verzuim, verwaarloozing, zorgeloosheid;Neglectverb. verzuimen, verwaarloozen, over het hoofd zien:I did itin neglect= uit achteloosheid;He studied literature,to the neglect ofhis other work= met veronachtzaming van;Toneglect one’s duty, an opportunity;Neglectedness= verwaarloozing;Neglectful= achteloos, nalatig, onverschillig; subst.Neglectfulness.Negligée,negližî, ochtendjapon, négligé;negližei, halssnoer v. ongeslepen koralen.Negligence,neglidžens, nalatigheid, verzuim, achteloosheid, geringschatting; adj.Negligent.Negotiability,nigoušəbiliti, subst. v.Negotiable,nigoušəb’l, verhandelbaar;Negotiate,nigoušieit, handelen, verhandelen, onderhandelen, in omloop brengen, sluiten (v. leeningen); subst.Negotiation:Tocarry on(Toenter into)negotiations with= onderhandelingen voeren (treden in);Negotiator= onderhandelaar; makelaar;Negotiatory= handelend, onderhandelend.Negress,nîgrəs, negerin;Negrillo,nigrilou, dwergneger (Midden-Afrika);Negrito,nigrîtou, Negrito (op de Philippijnen);Negro,nîgrou, neger:Negro minstrels= (meest nagebootste) negerzangers;Negro-driver= blankofficier;Negro-head= pruimtabak in reepen geperst;Negroland= Afrika ten Z. van de Sahara;Negroid,nîgrôid, negerachtig.Negus,nîgəs, Negus; warme gekruide wijn.Nehemiah,nîhimaiə, Nehemia.Neigh,nei, hinniken; subst. gehinnik.Neighbour,neibə, subst. buur(man), concurrent, naaste; adj. aangrenzend, naast;Neighbourverb. nabij wonen, vriendschappelijk verkeeren, aangrenzen;Neighbourhood= nabijheid, nabuurschap, omtrek:It wassomewhere in the neighbourhood of50 dollars= het was zoowat om en bij de 50 d. (Am.);Neighbourliness, subst. v.Neighbourly= als goede buren, gezellig, vriendelijk.Neill,nîl;Neilson,nîls’n.Neither,naidhə,nîdhə, geen van beiden, noch, en … ook niet:Neither … nor= noch … noch;He does not like her, neither do I= en ik ook niet;He is not so bad neither(in plaats vaneither) = nog niet zoo kwaad.Nell(y),nel(i);Nelson,nels’n;Nemean,nimîən,nîmiən;Nemesis,neməsis, Nemesis, ookfig.;Nenagh,neinə.Nenuphar,nenjufâ.Neolithic,nîəlithik, tot de latere steenperiode behoorende.Neologian,nîəloudž’n, neologisch; neoloog;Neological= neologisch; nieuw gevormd;Neologism,niolədžizm, nieuw woord, nieuwe beteekenis, nieuwe leerstelling;Neologist= neoloog;Neologize= nieuwe woorden, beteekenissen of leerstellingen invoeren;Neology= neologie, invoering van nieuwe woorden of moderne godsdienstbegrippen.Neophyte,nîəfait, subst. novice, nieuweling, beginner; adj. pas toegelaten.[359]Neoplatonic,nîəplətonik, Nieuw-Platonisch;Neoplatonism= Nieuw-Platonische wijsbegeerte;Neoplatonist.Neoteric,nîəterik, nieuw, modern; ook subst.Nepaul,nəpôl, stad:Nepaul paper= sterk ongelijmd schrijfpapier:Nepaulese,nepôlîz, subst. en adj. (bewoner) van N.Nepenthe,nipenthî, tooverdrank, die alle leed doet vergeten =Nepenthes; dit ook = kannekenskruid.Nephew,nevjû, neef (oomzegger).Nephralgia,nifraldžə, nierpijn;Nephritic= nier - -; subst. middel tegen nierziekte;Nephritis,nifraitis, nierontsteking;Nephrotomy,nifrotəmi, nieroperatie.Nepotic,nipotik, adj. vanNepotism,nepətizm,nîpətizm, nepotisme.Neptune,neptjûn, Neptunus;Neptunian,nəptjûnj’n, tot N. of de zee behoorende.Nereid,nîri-id, zeenimf; borstelworm.Nero,nîrou; adj.Neronian.Neroli,Neroly,nerəli,nîrəli, oranjebloesemolie.Nerve,nɐ̂v, subst. zenuw, nerf, pees, spierkracht, geestkracht, moed, durf;Nerveverb. versterken, bemoedigen; zijn moed bijeenrapen, moed vatten (oneself,one’s mind):He has not got the nerve to do it= durft niet;She was nervesand nothing else= door en door zenuwachtig;Tobe (to get) on one’s nerves= zenuwachtig zijn; zenuwachtig maken;Herecovered his nerve= herkreeg zijne zelfbeheersching, kracht:Henerved himself= vatte moed, vermande zich;Nerved= met nerven;Nerveless= zwak, zonder kracht; subst.Nervelessness;Nervine,nɐ̂v(a)in, zenuw …, kalmeerend middel;Nervose,nɐ̂vous,nɐ̂vous, zenuw …; geribd, geaderd;Nervosity= zenuwachtigheid;Nervous,nɐ̂vəs, zenuwachtig, zenuw …; gespierd, krachtig:Nervous English= gespierd Engelsch;Nervous fever= zenuwziekte;Nervous force= innerlijke kracht, spierkracht; subst.Nervousness;Nervure,nâvjə, vertakking d. nerven (in een blad), ribben in de vleugels der insecten;Nervy,nɐ̂vi, krachtig, moedig, driest, moed vereischend.Nescience,nešiəns,nîšiəns, onwetendheid.Ness,nes, voorgebergte, landtong.Nest,nest, nest, verblijf(plaats), schuilhoek, haard (pathol.), bende;Nestverb. nestelen, een nest bouwen of uithalen, in een nest leggen, of liggen:Nest of boxes;Tobuild (make) a nest;He hasfeathered his nest= is binnen;Nest-chicken;Nest-egg= nestei, potpenning(-geld);Nestling= nestvogel; adj. jong.Nestle,nes’l, zich nestelen, (zich) verschuilen, aankruipen, verborgen liggen:The little girlnestled close toher mother= kroop dicht aan;Henestled himself toher= vlijde zich tegen haar aan;His headnestled itself onmy shoulder= hij lei zijn hoofd op mijn schouder.Nestor,nestə, Nestor.Net,net, subst. net (val)strik (fig.), soort mousseline, netwerk;Netverb, tot een net maken, haken; in een net vangen, verstrikken:Netmaker;Net-work= netwerk;Net-work of railway-lines= spoorwegnet;Netting= het netten maken, netwerk (op schepen, enz.);Netting-needle= haaknaald, haakpen;Netting-pin.Net,net, netto;Netverb. netto opbrengen:Net amount,Net gain,Net profits,Net price,Netproceeds,Net weight.Nether,nedhə, lager, beneden:Nether lip= onderlip;Nether millstone(Job.);Nethermost= laagste, onderste;Netherland= Nederlandsch;The Netherlands= Nederland(sch);Netherlander,Netherlandish.Nettle,net’l, subst. brandnetel (=Common nettle,Stinging nettle);Nettleverb. boos maken, prikkelen:Nettle in, dock out(In dock, out nettle) van den hak op den tak;Tobe nettled at= geprikkeld, geërgerd;Nettle-cloth= neteldoek;Nettle-rash= netelroos.Neufchatel,nɐ̂šatel.Neural,njûr’l, de zenuwen betreffend;Neuralgia,njuraldžə, zenuwpijn;Neuralgic= neuralgisch;Neurasthenia,njurasthənaiə, neurastenie;Neurasthenic= neurastenisch; neurastenicus;Neuritis,njuraitis, zenuwontsteking;Neurology= zenuwleer;Neuropathy,Neurosis,njurousis, zenuwlijden;Neurotic,njurotik, zenuw- -, zenuwlijdend, zenuwsterkend; subst. zenuwlijder, zenuwmiddel.Neuter,njûtə, adj. onzijdig, onovergankelijk; geslachtloos; subst. onzijdig geslacht, geslachtloos dier (plant);Neutral,njûtr’l, adj. onzijdig, onverschillig, neutraal, onpartijdig; subst. onzijdig persoon;Neutrality= onzijdigheid;Neutralization, subst. v.Neutralize= neutraliseeren, neutraal verklaren, onschadelijk maken:Toneutralize each other= tegen elkaar opwegen.Nevada,nəvâdə.Never,nevə, nooit, geenszins, nimmer, volstrekt niet, toch niet:He’snever the one to pay= hij betaalt nooit;He is never the better for it= hij is er daarom niet beter aan toe;Never a word= geen stom woord;Well, I never!= heb ik ooit van mijn leven;Never so much as= niet eens, zelfs niet;Be henever so rich= al is hij nog zoo rijk;That problem isnever so simple= vraagstuk is doodeenvoudig;Never-do-welllad= deugniet;Never-dying= onsterfelijk;Never-failing= onfeilbaar;Never fear= heb geen zorg;Never mind= dat doet er niet toe, dat behoef jij niet te weten;Never say die= je moet nooit den moed opgeven;Nevermore= nimmermeer;Nevertheless,nevədhəles, niettemin, niettegenstaande.Nevil(le),nevil.New,njû, adj. nieuw, onbekend, onervaren, versch, frisch:New bread= versch;New man= parvenu;New moon;The new woman= de geëmancipeerde, de moderne vrouw;The New World= de Nieuwe Wereld;That’s nothing new to me= dat is niet nieuw voor mij;He isnew tothe business= er nog niet mede op de hoogte;New-birth= wedergeboorte;New-born= pasgeboren;New-comer= pas(aan)gekomene;Newfangled,njûfaŋgld,njûfaŋgld, nieuwerwetsch; subst.Newfangledness;New-fashioned= nieuwmodisch;New-laid[360]eggs= versche eieren;New(ly) married= pasgetrouwd;New-model= nieuw modelleeren;New-painted= pas geverfd;New-year= Nieuwjaar;New-year’s Eve= Oudejaarsdag;Newish= eenigszins nieuw;Newly= kortgeleden, op nieuwe wijze, opnieuw:Newness= nieuwheid, onervarenheid.New Britain(njûbrit’n);New Brunswick;Newbury,njûbəri;New Caledonia;Newcastle,njûkâs’l;Newcomen,njûkom’n;New England(=Maine,New Hampshire,Vermont,Massachusetts,Rhode Island,Connecticut);Newfoundland,njûfaundland,njûfôndland,njûfôndland, het eiland en de N. hond;Newfoundlander, bewoner, vaartuig, hond;New France, oude naam voor Canada;New Guinea(njûgini);Newhaven,njûheiv’n;New Hebrides(njû hebridîz);New Holland;Newmarket,njûmâkit;New Orleans,njûöliənz,njû ölînz;New South Wales;New York,njûjök;New Zealand.Newel,njûəl, stijl van eene wenteltrap.Newgate,njûgit, gevangenis in Londen:A Newgate fringe beard= baard onder de kin.News,njûz, nieuws, tijding, bericht:Anitem(Apiece)of news= nieuwtje;No news is good news;I had news that= ik hoorde;What’s the news?= wat voor nieuws is er?News-agent= agent voor dagbladen, etc.;News-boy= courantenjongen =News-man;News-monger= nieuwtjesverspreider;News-paper= courant:Some of these essays are too obviouslynewspaperish= dragen al te zeer den stempel couranten-artikelen te zijn:News-room= tijdingzaal, leeszaal:News-vender,News-vendor= courantenverkooper;News-walk= buurt of wijk van eenNews-boy.Newt,njût, watersalamander.Newton,njût’n, Newton:Newtonian,njûtounj’n, subst. en adj. (volgeling) van N.Next,nekst, naastbij, naast, volgende op, daarna:Wear flannelnext your skin= op je bloote lijf;This next Thursday= den eerstvolgenden;Next time= de volgende keer:Next after you= dadelijk na u;I am thenext in blood,next of kin= ik volg in graad van bloedverwantschap;He hasnext to nothing= zoo goed als niets;Next-door topoverty= de armoede nabij;He isnext-door toan idiot= driekwart idioot;Helives next-door= hiernaast;Next eldest to= in leeftijd volgende op;Next M. in age= volgt op M.:What next?= wat zullen we nu nog hebben? dat is àl te gek; Nog iets?Nexus,neksəs, band, verbinding.Niagara,naiagərə:Falls of Niagara.Nib,nib, snavel, mand, spits, punt, pen, koffieboon,cacaoboon;Nibverb. van eennibvoorzien, spitsen:A soft nib= zachte pen;Hard nibbed= met harde punt.Nibble,nib’l,Nibbleverb. knabbelen, bijten, visschen, vitten, gappen; ook subst.:A glorious day fora nibble= prachtige dag om te hengelen;Tonibble bare= kaal vreten;Tonibble off;Nibbler= vitter.Niblick,niblik, een zware ijzeren kolf met kleinen voet, gebruikt wanneer de bal in wagensporen, struiken, etc. ligt (Golfspel).Nicaea,naisîə:Nicaean councils;Nicaragua,nîkarâguə,nikərâguə;Nice,nîs, Nizza;nais, Nicea.Nice,nais, stipt, nauwkeurig, keurig, zedig, kieskeurig, preutsch,teer, lastig, lekker, aangenaam, lief:That’s rather anice question= lastige vraag;You must notbe nice aboutaccepting it= u niet geneeren om het aan te nemen;Niceish,naisiš, lief, aardig:A niceish girl;Niceness= liefheid, keurigheid, aangenaamheid, enz.;Nicety= fijnheid (van waarneming), nauwkeurigheid, kieschheid, kieskeurigheid; lekkernij:The coatfits to a nicety= zit keurig;One must notstand upon niceties= men moet de dingen niet al te nauw nemen;I can’tweigh niceties= rekening houden met zulke bagatellen;Niceties of words= spitsvondigheden.Niche,nitš, nis, plaats, schuilhoek;Nicheverb. in een nis plaatsen,verbergen.Nicholas,nikəlas:The Festival of St. Nicholas:Nichol(l)s,nikəlz.Nick,nik, kabouter, demon; kerf, kerfstok, rekening; juist oogenblik, hooge worp (bij het dobbelen), centstuk (Amer.);Nickverb. kerven, eene inkerving maken; op het juiste oogenblik treffen, overeenstemmen, passen: gappen, zich vlug bewegen:Old Nick= de duivel;Speak of the Old Nick and you’ll get an odour of brimstone= als je van den duivel spreekt, trap je hem op zijn staart;In the very nick, just in the nick of time= te juister tijd;That isout of all nick= gaat buiten de schreef.Nickel,nik’l, nikkel, 5 centstuk (Amer.):Theyspun a nickel= gooiden op;Nickel-plated= vernikkeld;Nickel-silver;Nickelic,nikəlik,nikelik= nikkelachtig, nikkel … =Nickeliferous= nikkelhoudend.Nicker,nikə, hinniken (N. E. en Schot.).Nick-nack,niknak=knick-knack.Nickname,nikneim, subst. bijnaam, scheldnaam:Nicknameverb. een bijnaam geven.Nicobar,nikəbâ:Nicobar Islands;Nicodemus,nikədîməs.Nicotin(e),nikətin,nikətîn, nicotine;Nicotinism= nicotinevergiftiging.Niddle-noddle,nid’lnod’l, knikkend;Niddle-noddleverb. knikkebollen, op en neer gaan;The plumesniddle-noddled onthe horses’ heads.Nidification,nidifikeiš’n, het maken van nesten:Nidify, nesten bouwen.Nidnod,nidnod, knikkebollen;Nidnody= sukkel.Nidus,naidəs, nest, broedplaats; infectiehaard.Niece,nîs, nicht (oom- of tantezegster).Niemen,nîm’n.Nifty,nifti, goed, voldoende (Amer.).Niger,naidžə.Niggard,nigəd, subst. vrek; adj. vrekkig, gierig;Niggardliness= vrekkigheid; adj.Niggardly.Nigger,nigə, nikker:Heworks like a nigger= als een ezel.Niggle,nig’l, beuzelen, beknibbelen, kleingeestige aan- of opmerkingen maken over (about), peuterig uit- of afwerken; ook[361]subst.;Niggling= peuterig, krenterig.Nigh,nai, nabij, nauw verwant, bijna (poët.):Well nigh= bijna;Tobe nigh at hand= nabij zijn;Todraw nigh= naderen; subst.Nighness.Night,nait, nacht, avond, duisternis, onwetendheid, dood, tijd van rouw en smart:At (By) night= ’s nachts =In the night;At dead of night= in ’t holst van;Last night= gisteravond;(Late) at night= (laat) in den avond (nacht);To-night= van avond;Taking night= avond waarop de jongens een kermisvrijster kozen;Afirst night(er)= eerste opvoering;Tobid (wish) good night;We havemade a night of it= wij hebben den geheelen nacht doorgezwierd;Topass (spend) the night,Tostay all night= overnachten;Night-bell= nachtbel;Night-brawler= (nacht)rustverstoorder;Night-cap= slaapmuts, slaapmutsje(fig.);Night-cart= kar van den reinigingsdienst;Night-clothes(Night-dress) = nachtgoed;Nightfall= het vallen van den avond;Night-fly= avondvlinder, mot;Night-gear= nachtgoed;Night-gown= nachtjapon:Night-gown case= nachtzak;Night-jar= geitenmelker(=Night-hawk);Night-light;Night-man= nachtwerker, man van den reinigingsdienst;Nightmare= nachtmerrie;Night-pan= ondersteek;Night-piece= nachtstuk;Night-porter= nachtportier;Night-school= avondschool;Nightshade= nachtschade (plant);Nightshirt= nachthemd;Night-soil= fæcaliën;Night-stand= nachtkastje;Night-stool= stilletje;Night-train;Night-walker= slaapwandelaar, nachtelijk vagebond, prostituée;Night-watch= nachtwacht; wekker;Night-watchman;Nightly= nachtelijk, elken nacht;Nighty= nachtpon.Nightingale,naitingeil, nachtegaal.Nigritia,nigrišə; adj.Nigritian, ook subst. neger.Nihilism,naihilizm, nihilisme;Nihilist= nihilist; adj. Nihilistic.Nil,nil, niets, leeg:Nil desperandum!= ende désespereert niet!Nile,nail, de Nijl;Nilgiri,nilgîrî:Nilgiri Hills.Nilly-willy,niliwili, goed- of kwaadschiks.Nimble,nimb’l, vlug, lenig:The nimble-fingered gentry= de heeren met lange vingers (dieven);Nimble-footed= vlug ter been, rap v. voet; subst.Nimbleness.Nimbus,nimbəs, stralenkrans.Nimeguen,nimeig’n, Nijmegen.Niminy-piminy,niminipimini, geaffecteerd, gekunsteld; ook subst.Nincompoop,niŋk’mpûp, stommerik, sul =Nincom.Nine,nain, negen:The (sacred) nine= de muzen;Dressed up to the nines= keurig, netjes, piekfijn gekleed;That’s a nine days’ wonder= verbaast de wereld eene week lang;Nine corns= een pijp vol;Nine winks= knippertje (dutje);Ninepin= kegel:They wereplaying at ninepins= zij waren aan het kegelen;Ninefold= negenvoudig;Nineteen= negentien;She would chatter nineteen to the dozen= praatte honderd uit;Nineteenth= negentiende;Ninetieth,naintiəth, negentigste;Ninety= negentig;Ninth,nainth, negende;Ninely= ten negende,Ninny,nini, sukkel.Niobe,naiəbî, Niobe.Nip,nip, verb. nijpen, knijpen, omsluiten, afknijpen, door vorst beschadigen of vernielen, snijden (van koude), prikken, kwellen, pijnigen, ergeren; subst. kneep(je), beschadiging (door vorst en koude), slag, wippertje (borrel):Nipped in the bud= in den knop gedood; in de kiem gesmoord;Nipped by the ice= ingesloten door;I’ll firsttake my nip and then my nap= eerst mijn wippertje en dan mijn knippertje;Hetakes two nips a-day= hij gebruikt zijne twee borrels per dag;There was an exhilaratingnip in the air= de vorstige lucht had iets opwekkends;Nipper= knijper, voortand van een paard, schaar (van een kreeft), vorstige dag, peuter, jongmaatje;Nippers= (kleine) nijptang, schaar, knijper(s), soort handboeien;Nipping= knijpend, scherp, snijdend, sarcastisch, stekelig; geaffecteerd (Amer.);Nippy= krachtig; scherp, bijtend:You hadto look very nippyto see him= scherp en vlug kijken.
N,en;N(orth)A(merica);Nap(oleon);Nat(ural)Hist(ory);Nat(ural)Phil(osophy);Naut(ical);N(ota)B(ene);N(ew)E(ngland);N(orth)E(ast);Neg(ative);Nem(ine)Con(tradicente)= éénparig, éénstemmig =Nem(ine)Diss(entiente);Neth(erlands);Neut(er);N(ew)J(ersey);N(orth)N(orth)E(ast);Nom(inative);Non con(tent)= tegen (bij eene stemming in hetHouse of Lords);Non seq(uitur)= daaruit volgt niet;Norm(an);Norw(ay);Norw(egian);Nos.= nummers =Num(bers);N(orth)W(est);N(ew)Y(ork);N(ew)Z(ealand).
Nab,nab, snappen, gappen; subst. kop, bergspits, haan, fat (Amer.).
Nabob,neibob, Nabob; vr.Nabobess.
Nacarat,nakərat, helderroode kleur; stof van die kleur.
Naches River,nâtšəs rivə.
Nacre,neikə, paarlemoer;Nacreous,neikriəs, paarlemoerachtig:Nacreous shells= schelpen met eene laag paarlemoer.
Nadir,neidə, nadir, voetpunt.
Nag,nag, subst. knol, hit;Nagverb. plagen, zeuren, kwellen, vitten, aanmerkingen maken:I can’t bearto be nagged at= ik kan[355]dat geplaag en geneger niet velen;Nagger;Naggy= vitterig, plagerig.
Naga,nâgə, de heilige slang in Ind. Myth.; een lid van de Nagastammen, lid van een klasse Hindoebedelaars; ook adj.
Nagpur,nâgpûə.
Naiad,naiəd,neiəd, waternimf; nymphkruid.
Nail,neil, subst. nagel, klauw, spijker, maat van0,057M.;Nailverb. vastspijkeren:Hard as nails= gezond en sterk, geslepen, ongevoelig;Your comments are moredown on the nailthan his= meer raak;Tobite one’s nails= bijten op;Tocut (pare, trim) one’s nails= knippen;Todrive (knock) in a nail= inslaan;One nail drives (out) another= het eene verdringt het andere, den een zijn dood is den ander zijn brood;Drive a nail where it will go= wees practisch;It would meanthe last nail driven into the coffinof domestic life= zou de genadeslag zijn voor;You havehit the nail on the head= den spijker op den kop geslagen;I havelaboured tooth and nail= met alle macht;I’llpare your nails= ik zal je kortwieken (fig.);Goods brought to the hammer must bepaid on the nail= contant betaald worden;He was nevernailed atbeing drunk= betrapt op;Tonail down= vastspijkeren;Tonail up= dichtspijkeren;Tonail to the counter= valsch geld tegen de toonbank spijkeren; de waarheid van een bewering aantoonen;Jesus wasnailed tothe cross= genageld aan;Tonail one’s colours to the mast= hardnekkig weigeren zich over te geven;Nail-brush= nagelborstel;Nail-file= nagelvijltje;Nail-head= kop;Nail-headed characters= spijkerschrift;Nail-trimmer= nagelschaartje;Nailer= spijkermaker; kraan, goed renpaard.
Naïve,nâîv,nâiv, ongekunsteld, oprecht;Naïveté,Naïvety.
Naked,neikid, naakt, bloot, openlijk, ontbloot, kaal, eenvoudig, oprecht, weerloos:With the naked eye= met het bloote oog;Thenaked truth;Stark naked= spiernaakt;He was stripped naked= geheel uitgekleed, uitgeschud, van alles beroofd; subst.Nakedness.
Namaycush,namikɐš, soort zalm (der Amer. meren).
Namby-pamby,nambipambi, subst. sentimentaliteit, zoetelijkheid; ook adj.:There is nothing namby-pamby in him.
Name,neim, subst. naam, benaming, roem, aanzien, naamwoord;Nameverb. noemen, benoemen, vaststellen, tot de orde roepen:As in name so in aim= de naam is een voorteeken;A nice name to go to bed with= ’t is me ook ’n naampje!Hecalled me all kinds of names= schold me voor alles uit;As good be hanged as have an ill name= wee den wolf, die in een kwaad gerucht staat;Give my name= dien mij aan;Togo (pass) by the name of X.= doorgaan onder;Theylefttheirnames= gaven hunne kaartjes af;Toappear below one’s name= onder iemands naam verschijnen;Toprint over one’s name= drukken onder;I know him, but I cannotput a name to him= kan hem niet thuis brengen;Do nottake the name of God in vain= gebruik Gods naam niet ijdellijk;Take up my name= dien mij aan;Towrite under a name;Christian name= doopnaam, voornaam;Family name= geslachtsnaam;Maiden name= eigen naam van getrouwde vrouwen;Proper name= eigennaam;A man, Williams by name, of the name of W.= genaamd W.;In name of= in plaats van;In the name of= namens;Name the child!= spreek op! laat hooren!Toname the day= den dag van het huwelijk bepalen;He wasnamed after me= naar mij genoemd;Name-board= naambord;Station name-boards= de borden met namen op de perrons;Name-day= naamdag;Name-part= titelrol;Name-plate= naamplaatje;Namesake= naamgenoot;Nameless= nameloos, onbekend, onnoemelijk, anoniem;Namely= namelijk.
Namur,neimə, Namen.
Nancy,nansi, Nancy:Sweet Nancy= witte narcis.
Nankeen, Nankin,nankîn,nankîn, Nanking, nanking (gele katoenen stof):Nankins= nanking broek.
Nanny,nani:Nanny goat= geit.
Nantucket,nantɐkət.
Nap,nap, subst. slaapje, dutje; nop, zijden vezel voor hoeden; soort kaartspel;Napverb. dutten; noppen, snappen:His hat wasnot nap but felt;Togo nap= alles wagen (er op of er onder), grof speculeeren;Totake a nap= een uiltje knappen;You have been napping= je hebt gesoesd;Icaught him napping= ik heb hem op heeterdaad betrapt, gesnapt;Napless= kaal, zonder haar of noppen;Nappy= met noppen, wollig, kroes; koppig (van dranken), schuimend.
Nape,neip, nek =Nape of the neck.
Naphtha,naftə,nap-thə, naphtha:Naphtha launch= petroleum-motorboot;NaphthaleneofNaphthaline= naphtaline.
Napier,neipjə.
Napiform,neipiföm, knol- of raapvormig.
Napkin,napkin, servet, handdoek, vaatdoek:Don’thide your gifts in a napkin= zet uw licht niet onder de korenmaat;Napkin-ring.
Naples,neip’lz, Napels:Naples yellow= Napelsch geel.
Napoleon,nəpoulj’n, Napoleon, gouden 20-frankstuk, soort kaartspel;TheNapoleonicperiod;Napoleonite= soort veldspaath.
Narciss(us),nâsis(əs), narcis.
Narcosis,nâkousis, narcose;Narcotic,nâkotik, verdoovend, slaapwekkend (middel);Narcotine,nâkətin, narcotine;Narcotism,nâkətizm, narcose, slaapzucht;Narcotization, subst. v.Narcotize= narcotiseeren.
Nard,nâd, nardus (olie);Nardine= nardus …
Nardoo,nâdû,nâdû, watervaren.
Narghile,nâgilei,Nargile,nâgil,Narghileh,nâgilei, nargileh.
Narrate,nəreit,nareit, verhalen, beschrijven; subst.Narration;Narrative,narətiv,[356]subst. verhaal, verslag; adj. verhalend; spraakzaam;Narrator,nəreitə, verhaler; adj.Narratory,narətəri= Narrative.
Narrow,narou, nauw, eng, klein, bekrompen, gierig, vrekkig, nauwkeurig, precies; subst. (meest mv.) engte, zeeëngte;Narrowverb. vernauwen, verengen, beperken, begrenzen, minderen (bij het breien), nauwer worden:Narrow circumstances= bekrompen;Anarrow compass= beknopte omvang, ruimte;We made (had) anarrow escape= ontkwamen ternauwernood;Anarrow majority= kleine;Narrow means= bekrompen middelen;He has aNarrow mind,is narrow-minded= bekrompen van geest;Narrow-brimmed= met smallen rand;Narrow-chested= met smalle borst;Narrow-cloth= laken minder dan 80 c.M. breed;Narrow-gauge= spoorwijdte tusschen de rails van minder dan 1,44 M. (tegenover de vroegere algemeeneBroad-gaugevan 2,13 M.);Narrow-minded= kleingeestig, bekrompen;Narrow-mindedness;To lookNarrowly into= nauwkeurig onderzoeken;Narrowness= nauwheid, etc.
Narw(h)al,nâ(h)wəl, narwal.
Nasal,neiz’l, nasaal, neus …; subst. neusklank, neusbeen;Nasalis,nəzeilis, neusaap;Nasality,nəzaliti,neizaliti, eigenschap van door den neus te worden gesproken;Nasalization= nasaleering;Nasalize= tot een neusklank maken.
Nascency,nas’nsi, ontstaan, oorsprong;Nascent,nas’nt, ontstaande:Nascent state.
Naseby,neizbi;Nasmyth,neismith.
Nasturtium,nastɐ̂šəm, O.I. kers; waterkers.
Nastiness,nâstinəs, subst. v.Nasty,nɐ̂sti, vuil, vies, akelig, onaardig; leelijk:Anasty attack of hay-fever= een leelijke aanval van hooikoorts.
Natal,neit’l, geboorte …:Natal day (hour);Natality= geboortecijfer.
Natal,natâl, Natal.
Natant,neit’nt, drijvend, zwemmend;Natation= zwemkunst, het zwemmen;Natatores,neitətôrîs, zwemvogels =Natatorialbirds;Natatory= zwem …:Natatory bladder= zwemblaas.
Natchez,natšiz;Nathan,neith’n;Nathaniel,nəthaniəl.
Natheless,neithləs, niettemin;Nathemore,neidhəmö, niet te meer.
Nation,neiš’n, subst. natie, volk, gemeenschap, hoop; adj. en adv. (verkorting v.Damnation) kolossaal, verduiveld.
National,našən’l, nationaal:National air (anthem)= volkslied;National debt= staatsschuld;National Ledger= Grootboek;National school=Church of England school, uitgaande van deNational Society, opgericht in 1811 (in Ierland=volkschool);Nationalism= vaderlandsliefde; program der Iersche nationale partij;Nationalist, aanhanger van die partij;Nationality= volkskarakter, volkseenheid, vaderlandsliefde;Nationalize= nationaliseeren, naturaliseeren, onteigenen door den staat.
Native,neitiv, subst. inboorling, inlander, inheemsch(e) dier (plant); pummel; adj. geboorte - -, aangeboren, inheemsch, natuurlijk:A native of Germany,of Rotterdam= een geboren Duitscher, Rotterdammer;Eminent, Famous natives= beroemde mannen in een stad of streek geboren;He isnative tothe soil= daar geboren;Native is a disparaging word for rustic;Native country (land)= vaderland;Native forest= oerwoud;Native heat= natuurlijke warmte;Native language= moedertaal;Native oyster= gekweekte oester;Native wit= natuurlijke gevatheid;Nativism,neitivizm, polit. program derNativists, die de geboren Amerikanen boven de emigranten wenschen te begunstigen;Nativity,nətiviti, nativiteit (ook in de Astrologie); (schilderij van de) geboorte van Christus:He had his nativity cast= hij liet zijn horoscoop trekken.
Natolia,nətouljə, Anatolië.
Natron,neitr’n,natr’n, natron.
Nattiness,natinəs, subst. v.Natty,nati, keurig, netjes, chique:Everything belonging to Nancy was of delicate nattiness= alles om en aan haar was even fijn en keurig.
Natural,natšər’l, natuurlijk, inheemsch, aangeboren, wildgroeiend, natuurgetrouw, onecht (v. geboorte); subst. idioot; naturel (muz.):Why was not he natural in his life-time?= waarom was hij bij zijn leven niet als andere menschen?Natural death= natuurlijke dood;Natural history;Natural philosophy,Natural science= natuurkunde, natuurwetenschappen;Natural son;Natural selection= natuurlijke teeltkeus;Naturalism= natuurstaat, naturalisme (in godsdienst en kunst);Naturalist= natuurphilosoof, naturalist;Naturalistic= naturalistisch, realistisch, natuurwetenschappelijk;Naturalization, subst. v.Naturalize= natuurlijk maken, naturaliseeren, inburgeren, acclimatiseeren, zich laten naturaliseeren, inburgeren;Naturally= natuurlijk, van nature;Naturalness= natuurlijkheid;Nature,neitšə, natuur, (natuurlijke) aard, karakter:By nature= van nature;From nature= naar de natuur;In a state of nature= in den natuurtoestand, naakt, zondig;In the nature of= krachtens;In nature’s garb= in Adamscostuum;He hasgone the way of nature, paid the debt of nature= hij is den weg van alle vleesch gegaan;Good nature= goedigheid;Ill nature= boosaardigheid;Nature-worship= natuuraanbidding.
Naught,nôt, subst. niets, nul:Tocall to naught= geducht uitschelden;Tocome to naught= mislukken;Toset at naught= in den wind slaan.
Naughtiness,nôtinəs, ondeugendheid; adj.Naughty,nôti.
Nausea,nôšə, walging, misselijkheid (ookfig.):Tocreate nausea= misselijkheid teweeg brengen;Nauseate,nôšeit, misselijk zijn, worden of maken, walgen;Nauseous,nôšəs, walgelijk; subst.Nauseousness.
Nautch,nôtš, Indische dans;Nautch-girl= bajadère.
Nautic(al),nôtik(’l), zee …, scheeps …:Nautical almanac= zeemansalmanak;Nautical chart= zeekaart.
Nautilus,nôtilɐs, nautilus.
Naval,neiv’l, zee …, scheeps …, marine…:Naval affairs;Naval architect= scheepsbouwmeester;Naval architecture;Naval battle[357](combat) = zeeslag;Naval cadet= adelborst (voor hij na 4 jaar en 8 maanden tot Midshipman wordt bevorderd);Naval college= marine instituut;Naval officers;Naval service;Naval station= marinestation;Naval term= scheepsterm.
Nave,neiv, naaf (v. wiel); schip (v. kerk).
Navel,neiv’l, navel;Navel-string= navelstreng;Navel-wort= waternavel.
Navicular,nəvikjulə, bootvormig:Navicular bone= scheepvormig beentje uit den hand- of voetwortel.
Navigability,navigəbiliti, subst. v.Navigable,navigəb’l, bevaarbaar; subst.Navigableness;Navigate,navigeit, varen, bevaren, besturen;Navigation,navigeiš’n, het varen, scheepvaart, stuurmanskunst:Aerial navigation= luchtscheepvaart;Inland navigation= binnenvaart;Navigator,navigeitə, zeevaarder.
Navvy,navi; polderjongen, grondwerker.
Navy,neivi, scheepsmacht, marine, zeemacht:Navy League= de Eng. vereeniging “Onze Vloot”, opgericht in 1895;His son isin the navy= bij de marine;Navy-blue= marineblauw;Navy-yard= marinewerf; arsenaal (Amer.).
Nawab,nəwôb, Ind. onderkoning, nabob.
Nay,nei, subst. weigering; adv. neen, ja, jazelfs, wat meer is:Not only the navy, nay the army was discouraged= ja zelfs;Tosay nay= ontkennen, afslaan:If you invite me, I will notsay you nay= niet bedanken;If I invite you I will haveno nay= mag je niet bedanken.
Nazarenean,nazərîniən, Nazareensch;Nazarene,nazərîn, Nazarener, de Heiland;Nazareth,nazəreth;Nazarite,nazərait, Nazarener (Num. IV).
Naze,neiz, landtong, voorgebergte.
Nead-end,nîdend, toonstuk(van eene rol goed).
Neagh,nei:Loch Neagh;Neale,nîl.
Neap,nîp, laag, vallend; ook subst. =Dead neap= doodtij;Neap-tide= laag water;Neaped= bij eb aan den grond zittend (van schepen):The tides are neaped= het is doodtij.
Neapolitan,nîəpolit’n, subst. en adj. Napolitaan(sch), Napelsch.
Near,nîə, adj. en adv. nabij, nauw verwant, dierbaar, letterlijk, getrouw, kort, recht, aan de linkerhand, uiterst zuinig; nabij, dicht aan;Nearverb. naderen:Near at hand= op handen;Far and near= wijd en zijd;Near is my coat, but nearer is my skin= het hemd is nader dan de rok;I had anear chanceof not seeing him again= ’t was er bij af, of ik …;Near escape= hachelijke ontsnapping;Thenear horse= het bijdehandsche of linksche paard;You arenear the mark= gij zijt er haast, hebt ’t bijna geraden;It wasa near thing= het spande er om, ’t kon maar net;It willgo nearto ruin him= het zal bijna zijn ondergang zijn;It won’t seemnear so hard= niet half zoo moeielijk;Near-sighted(ness)= bijziend(heid);Nearly= bijna, na, innig:Not nearly (so)= op verre na niet;Nearness= nabijheid, schraapzucht, etc.
Neat,nît, netjes, zuiver, rein, smakelijk, keurig, onvermengd, handig:Brandy neat= klare cognac;A little neat= een kleintje cognac pur;Toput neat= opredderen;Neat-handed= handig; subst.Neatness= netheid, etc.
Neat,nît, rund:Neat’s hide;Neat’s leather.
Neb,neb, snavel, snoet, spits, tuit.
Nebula,nebjulə, nevelvlek; vlekje op het hoornvlies;Nebular= nevelvlek - -, troebel;Nebulosity,nebjulositi, nevelachtigheid (ookfig.);Nebulous= nevelachtig, schemerig: subst.Nebulousness;Nebuly= golvend; golvende lijn (Herald.).
Necessary,nesəs’ri, noodzakelijk, noodig, onvermijdelijk, gedwongen; subst. het noodzakelijke; privaat:Necessaries of life= levensbehoeften;Necessitate,nəsesiteit, noodzakelijk maken, noodzaken;Necessitous,nisesitɐs, behoeftig, nooddruftig; subst.Necessitousness;Necessity,nisesiti, noodzakelijkheid, nood, nooddruft, noodstand:From sheer necessity= enkel uit nood;Of necessity= noodwendig;There is no necessity for= het is niet noodig;Necessity is the mother of invention= de nood maakt vindingrijk;Necessity has no law= nood breekt wet;Toconsult with(Tomake a virtue of)necessity= van den nood eene deugd maken;This will put me under a necessity of doing it myself= mij noodzaken.
Neck,nek, hals, nek, halslengte, nauwste punt van pas of kanaal, landengte (=Neck of land):That hasbroken the neckof him= dat heeft hem vernietigd, geknakt;Tobreak the neck of an affair= het moeilijkste van een werk afdoen; iets verijdelen;Thiscame in the neck ofyour tidings= kwam onmiddellijk na;He narrowlyescaped with his neck= bracht er net het leven af;I havegot my neck out of it= ik ben er van af, bevrijd;Hehas a stiff neck= is een stijfkop;He haslaid the guilt on my neck= heeft mij de schuld op den hals geschoven;One misfortunerides on the neckof another= een ongeluk komt zelden alleen;Totread on the neckof a person= iemand den voet op den nek zetten;Hewon by a neck= met eene halslengte;It wasa neck-and-neck race= zeer harde strijd, was kamp;The horses ranneck-and-neck= bleven elkander prachtig bij;Neck-and-crop= volslagen, geheel:He chucked him,neck-and-crop,out of the room= hij gooide hem vierkant de kamer uit;He tumbled downneck-and-heels= halsoverkop;Away they went,neck or nothing (naught)= in dolle vaart;Neck-band= hemd- of halsboord;Neck-beef= halsstuk;Neck-chain= halsketting;Neckcloth= halsdoek;Neckerchief= halsdoek;Necklace= halssnoer, halsband, strop;Neck-tie= dasje, colletje;Neck-verse= aanvangswoorden vanPsalm 51, door het oplezen waarvan een misdadiger hetBenefit of Clergydeelachtig kon worden;Neck-wear= das, dasje, colletje;Necked= met een nek (in samenst. zooals:Stiff-necked);Necklet= halssnoer.
Necrological,nekrəlodžik’l, tot eene necrologie behoorende;Necrologist= schrijver van eene necrologie;Necrology,nekrolədži,[358]sterftelijst; levensbeschrijving van een overledene.
Necromancer,nekrəmansə, toovenaar;Necromancy= zwarte- of tooverkunst;NecromanticofNecromantic= toover - -.
Necropolis,nikropəlis, doodenstad, begraafplaats;Necroscopic= de lijkschouwing betreffend;Necroscopy= lijkschouwing.
Necrose,nekrous,nekrous, door beeneter of koudvuur aangetast worden of zijn;Necrosis,nikrousis= beeneter, koudvuur.
Nectar,nektə, nectar; honigsap;Nectareal,Nectarean,nəktêriəl,nəktêriən,Nectareous,nəktêriəs, nectarachtig, heerlijk als nectar;Nectariferous= honigsaphoudend;Nectarine,nektərin, soort v.West-Ind.pruim;Nectarous,nektərəs=Nectareous;Nectary,nektəri, honigkelk (v. eene bloem).
Ned(dy),ned(i)=Edward.
Neddy,nedi, ezel; ploertendooder.
Need,nîd, subst. nood, behoefte, ellende, nooddruft;Needverb. behoeven, noodig hebben, noodig zijn:At the hour of need;In time of need;A friend in need is a friend in deed;Hehas need (stands in need) ofa good scolding= moet eens hebben;There is no needfor crying= ge behoeft niet;About as gay a thingas need be= als mogelijk is;If need be= zoo het noodig is;Youneed not do it= gij behoeft het niet te doen;Heneeded to gothere= moest er noodzakelijk naar toe;Needful= noodig, vereischt; ook subst.;Wedo the needfulwith these bills to your credit; = wij brengen deze wissels op uw credit;Needfulness= noodzakelijkheid;Neediness= nooddruft, ellende;Needless(ness)= noodeloos(heid);It isNeedlessto discuss the point;Needs= noodzakelijk, noodwendig, onvermijdelijk:He must needs go whom the devil drives= wie den duivel aan boord heeft moet met hem varen;Needy= behoeftig, armoedig.
Needle,nîd’l, subst. naald, magneetnaald, wijzer, spits, obelisk; ergernis, zenuwachtigheid;Needleverb. doorboren; prikkelen, ergeren; naaldvormige kristallen schieten:As sharp as a needle= zeer slim; zoo scherp als een vlijm;Dip of the needle= helling van de magneetnaald;Toget, have the needle= geprikkeld, zenuwachtig worden (zijn);Needle-book= naaldenboekje;Needle-case= naaldenkoker;Needle-furze= kattendoorn;Needle-gun= naaldgeweer;Needle-leaved trees= naaldboomen;Needle-point= punt, prik (fig.);Needle-woman= naaister;Needle-work= naaldwerk, naaiwerk, handwerken, borduurwerk (Fancy needle-work= fraaie handwerken);Needleful= een draad naaigaren.
Ne’er,nêə, verk. v.never:He is a ne’er-do-good (ne’erwell)= hij is een onverbeterlijke deugniet.
Nefarious,nifêriəs, afschuwelijk, schandelijk:Nefarious practices, means; subst.Nefariousness.
Negation,nigeiš’n, ontkenning; leegte;Negative,negətiv, ontkennend, negatief; subst. ontkenning, weigering, negatief (photogr.), negatieve pool;Negationverb. ontkennen, verwerpen, weerleggen:Negative-electricity;He answeredin the negative= ontkennend;Inegatived his arguments= ik bewees de onjuistheid van;Tonegative a motion= verwerpen;Negatory= ontkennend.
Neglect,niglekt, subst. verzuim, verwaarloozing, zorgeloosheid;Neglectverb. verzuimen, verwaarloozen, over het hoofd zien:I did itin neglect= uit achteloosheid;He studied literature,to the neglect ofhis other work= met veronachtzaming van;Toneglect one’s duty, an opportunity;Neglectedness= verwaarloozing;Neglectful= achteloos, nalatig, onverschillig; subst.Neglectfulness.
Negligée,negližî, ochtendjapon, négligé;negližei, halssnoer v. ongeslepen koralen.
Negligence,neglidžens, nalatigheid, verzuim, achteloosheid, geringschatting; adj.Negligent.
Negotiability,nigoušəbiliti, subst. v.Negotiable,nigoušəb’l, verhandelbaar;Negotiate,nigoušieit, handelen, verhandelen, onderhandelen, in omloop brengen, sluiten (v. leeningen); subst.Negotiation:Tocarry on(Toenter into)negotiations with= onderhandelingen voeren (treden in);Negotiator= onderhandelaar; makelaar;Negotiatory= handelend, onderhandelend.
Negress,nîgrəs, negerin;Negrillo,nigrilou, dwergneger (Midden-Afrika);Negrito,nigrîtou, Negrito (op de Philippijnen);Negro,nîgrou, neger:Negro minstrels= (meest nagebootste) negerzangers;Negro-driver= blankofficier;Negro-head= pruimtabak in reepen geperst;Negroland= Afrika ten Z. van de Sahara;Negroid,nîgrôid, negerachtig.
Negus,nîgəs, Negus; warme gekruide wijn.
Nehemiah,nîhimaiə, Nehemia.
Neigh,nei, hinniken; subst. gehinnik.
Neighbour,neibə, subst. buur(man), concurrent, naaste; adj. aangrenzend, naast;Neighbourverb. nabij wonen, vriendschappelijk verkeeren, aangrenzen;Neighbourhood= nabijheid, nabuurschap, omtrek:It wassomewhere in the neighbourhood of50 dollars= het was zoowat om en bij de 50 d. (Am.);Neighbourliness, subst. v.Neighbourly= als goede buren, gezellig, vriendelijk.
Neill,nîl;Neilson,nîls’n.
Neither,naidhə,nîdhə, geen van beiden, noch, en … ook niet:Neither … nor= noch … noch;He does not like her, neither do I= en ik ook niet;He is not so bad neither(in plaats vaneither) = nog niet zoo kwaad.
Nell(y),nel(i);Nelson,nels’n;Nemean,nimîən,nîmiən;Nemesis,neməsis, Nemesis, ookfig.;Nenagh,neinə.
Nenuphar,nenjufâ.
Neolithic,nîəlithik, tot de latere steenperiode behoorende.
Neologian,nîəloudž’n, neologisch; neoloog;Neological= neologisch; nieuw gevormd;Neologism,niolədžizm, nieuw woord, nieuwe beteekenis, nieuwe leerstelling;Neologist= neoloog;Neologize= nieuwe woorden, beteekenissen of leerstellingen invoeren;Neology= neologie, invoering van nieuwe woorden of moderne godsdienstbegrippen.
Neophyte,nîəfait, subst. novice, nieuweling, beginner; adj. pas toegelaten.[359]
Neoplatonic,nîəplətonik, Nieuw-Platonisch;Neoplatonism= Nieuw-Platonische wijsbegeerte;Neoplatonist.
Neoteric,nîəterik, nieuw, modern; ook subst.
Nepaul,nəpôl, stad:Nepaul paper= sterk ongelijmd schrijfpapier:Nepaulese,nepôlîz, subst. en adj. (bewoner) van N.
Nepenthe,nipenthî, tooverdrank, die alle leed doet vergeten =Nepenthes; dit ook = kannekenskruid.
Nephew,nevjû, neef (oomzegger).
Nephralgia,nifraldžə, nierpijn;Nephritic= nier - -; subst. middel tegen nierziekte;Nephritis,nifraitis, nierontsteking;Nephrotomy,nifrotəmi, nieroperatie.
Nepotic,nipotik, adj. vanNepotism,nepətizm,nîpətizm, nepotisme.
Neptune,neptjûn, Neptunus;Neptunian,nəptjûnj’n, tot N. of de zee behoorende.
Nereid,nîri-id, zeenimf; borstelworm.
Nero,nîrou; adj.Neronian.
Neroli,Neroly,nerəli,nîrəli, oranjebloesemolie.
Nerve,nɐ̂v, subst. zenuw, nerf, pees, spierkracht, geestkracht, moed, durf;Nerveverb. versterken, bemoedigen; zijn moed bijeenrapen, moed vatten (oneself,one’s mind):He has not got the nerve to do it= durft niet;She was nervesand nothing else= door en door zenuwachtig;Tobe (to get) on one’s nerves= zenuwachtig zijn; zenuwachtig maken;Herecovered his nerve= herkreeg zijne zelfbeheersching, kracht:Henerved himself= vatte moed, vermande zich;Nerved= met nerven;Nerveless= zwak, zonder kracht; subst.Nervelessness;Nervine,nɐ̂v(a)in, zenuw …, kalmeerend middel;Nervose,nɐ̂vous,nɐ̂vous, zenuw …; geribd, geaderd;Nervosity= zenuwachtigheid;Nervous,nɐ̂vəs, zenuwachtig, zenuw …; gespierd, krachtig:Nervous English= gespierd Engelsch;Nervous fever= zenuwziekte;Nervous force= innerlijke kracht, spierkracht; subst.Nervousness;Nervure,nâvjə, vertakking d. nerven (in een blad), ribben in de vleugels der insecten;Nervy,nɐ̂vi, krachtig, moedig, driest, moed vereischend.
Nescience,nešiəns,nîšiəns, onwetendheid.
Ness,nes, voorgebergte, landtong.
Nest,nest, nest, verblijf(plaats), schuilhoek, haard (pathol.), bende;Nestverb. nestelen, een nest bouwen of uithalen, in een nest leggen, of liggen:Nest of boxes;Tobuild (make) a nest;He hasfeathered his nest= is binnen;Nest-chicken;Nest-egg= nestei, potpenning(-geld);Nestling= nestvogel; adj. jong.
Nestle,nes’l, zich nestelen, (zich) verschuilen, aankruipen, verborgen liggen:The little girlnestled close toher mother= kroop dicht aan;Henestled himself toher= vlijde zich tegen haar aan;His headnestled itself onmy shoulder= hij lei zijn hoofd op mijn schouder.
Nestor,nestə, Nestor.
Net,net, subst. net (val)strik (fig.), soort mousseline, netwerk;Netverb, tot een net maken, haken; in een net vangen, verstrikken:Netmaker;Net-work= netwerk;Net-work of railway-lines= spoorwegnet;Netting= het netten maken, netwerk (op schepen, enz.);Netting-needle= haaknaald, haakpen;Netting-pin.
Net,net, netto;Netverb. netto opbrengen:Net amount,Net gain,Net profits,Net price,Netproceeds,Net weight.
Nether,nedhə, lager, beneden:Nether lip= onderlip;Nether millstone(Job.);Nethermost= laagste, onderste;Netherland= Nederlandsch;The Netherlands= Nederland(sch);Netherlander,Netherlandish.
Nettle,net’l, subst. brandnetel (=Common nettle,Stinging nettle);Nettleverb. boos maken, prikkelen:Nettle in, dock out(In dock, out nettle) van den hak op den tak;Tobe nettled at= geprikkeld, geërgerd;Nettle-cloth= neteldoek;Nettle-rash= netelroos.
Neufchatel,nɐ̂šatel.
Neural,njûr’l, de zenuwen betreffend;Neuralgia,njuraldžə, zenuwpijn;Neuralgic= neuralgisch;Neurasthenia,njurasthənaiə, neurastenie;Neurasthenic= neurastenisch; neurastenicus;Neuritis,njuraitis, zenuwontsteking;Neurology= zenuwleer;Neuropathy,Neurosis,njurousis, zenuwlijden;Neurotic,njurotik, zenuw- -, zenuwlijdend, zenuwsterkend; subst. zenuwlijder, zenuwmiddel.
Neuter,njûtə, adj. onzijdig, onovergankelijk; geslachtloos; subst. onzijdig geslacht, geslachtloos dier (plant);Neutral,njûtr’l, adj. onzijdig, onverschillig, neutraal, onpartijdig; subst. onzijdig persoon;Neutrality= onzijdigheid;Neutralization, subst. v.Neutralize= neutraliseeren, neutraal verklaren, onschadelijk maken:Toneutralize each other= tegen elkaar opwegen.
Nevada,nəvâdə.
Never,nevə, nooit, geenszins, nimmer, volstrekt niet, toch niet:He’snever the one to pay= hij betaalt nooit;He is never the better for it= hij is er daarom niet beter aan toe;Never a word= geen stom woord;Well, I never!= heb ik ooit van mijn leven;Never so much as= niet eens, zelfs niet;Be henever so rich= al is hij nog zoo rijk;That problem isnever so simple= vraagstuk is doodeenvoudig;Never-do-welllad= deugniet;Never-dying= onsterfelijk;Never-failing= onfeilbaar;Never fear= heb geen zorg;Never mind= dat doet er niet toe, dat behoef jij niet te weten;Never say die= je moet nooit den moed opgeven;Nevermore= nimmermeer;Nevertheless,nevədhəles, niettemin, niettegenstaande.
Nevil(le),nevil.
New,njû, adj. nieuw, onbekend, onervaren, versch, frisch:New bread= versch;New man= parvenu;New moon;The new woman= de geëmancipeerde, de moderne vrouw;The New World= de Nieuwe Wereld;That’s nothing new to me= dat is niet nieuw voor mij;He isnew tothe business= er nog niet mede op de hoogte;New-birth= wedergeboorte;New-born= pasgeboren;New-comer= pas(aan)gekomene;Newfangled,njûfaŋgld,njûfaŋgld, nieuwerwetsch; subst.Newfangledness;New-fashioned= nieuwmodisch;New-laid[360]eggs= versche eieren;New(ly) married= pasgetrouwd;New-model= nieuw modelleeren;New-painted= pas geverfd;New-year= Nieuwjaar;New-year’s Eve= Oudejaarsdag;Newish= eenigszins nieuw;Newly= kortgeleden, op nieuwe wijze, opnieuw:Newness= nieuwheid, onervarenheid.
New Britain(njûbrit’n);New Brunswick;Newbury,njûbəri;New Caledonia;Newcastle,njûkâs’l;Newcomen,njûkom’n;New England(=Maine,New Hampshire,Vermont,Massachusetts,Rhode Island,Connecticut);Newfoundland,njûfaundland,njûfôndland,njûfôndland, het eiland en de N. hond;Newfoundlander, bewoner, vaartuig, hond;New France, oude naam voor Canada;New Guinea(njûgini);Newhaven,njûheiv’n;New Hebrides(njû hebridîz);New Holland;Newmarket,njûmâkit;New Orleans,njûöliənz,njû ölînz;New South Wales;New York,njûjök;New Zealand.
Newel,njûəl, stijl van eene wenteltrap.
Newgate,njûgit, gevangenis in Londen:A Newgate fringe beard= baard onder de kin.
News,njûz, nieuws, tijding, bericht:Anitem(Apiece)of news= nieuwtje;No news is good news;I had news that= ik hoorde;What’s the news?= wat voor nieuws is er?News-agent= agent voor dagbladen, etc.;News-boy= courantenjongen =News-man;News-monger= nieuwtjesverspreider;News-paper= courant:Some of these essays are too obviouslynewspaperish= dragen al te zeer den stempel couranten-artikelen te zijn:News-room= tijdingzaal, leeszaal:News-vender,News-vendor= courantenverkooper;News-walk= buurt of wijk van eenNews-boy.
Newt,njût, watersalamander.
Newton,njût’n, Newton:Newtonian,njûtounj’n, subst. en adj. (volgeling) van N.
Next,nekst, naastbij, naast, volgende op, daarna:Wear flannelnext your skin= op je bloote lijf;This next Thursday= den eerstvolgenden;Next time= de volgende keer:Next after you= dadelijk na u;I am thenext in blood,next of kin= ik volg in graad van bloedverwantschap;He hasnext to nothing= zoo goed als niets;Next-door topoverty= de armoede nabij;He isnext-door toan idiot= driekwart idioot;Helives next-door= hiernaast;Next eldest to= in leeftijd volgende op;Next M. in age= volgt op M.:What next?= wat zullen we nu nog hebben? dat is àl te gek; Nog iets?
Nexus,neksəs, band, verbinding.
Niagara,naiagərə:Falls of Niagara.
Nib,nib, snavel, mand, spits, punt, pen, koffieboon,cacaoboon;Nibverb. van eennibvoorzien, spitsen:A soft nib= zachte pen;Hard nibbed= met harde punt.
Nibble,nib’l,Nibbleverb. knabbelen, bijten, visschen, vitten, gappen; ook subst.:A glorious day fora nibble= prachtige dag om te hengelen;Tonibble bare= kaal vreten;Tonibble off;Nibbler= vitter.
Niblick,niblik, een zware ijzeren kolf met kleinen voet, gebruikt wanneer de bal in wagensporen, struiken, etc. ligt (Golfspel).
Nicaea,naisîə:Nicaean councils;Nicaragua,nîkarâguə,nikərâguə;Nice,nîs, Nizza;nais, Nicea.
Nice,nais, stipt, nauwkeurig, keurig, zedig, kieskeurig, preutsch,teer, lastig, lekker, aangenaam, lief:That’s rather anice question= lastige vraag;You must notbe nice aboutaccepting it= u niet geneeren om het aan te nemen;Niceish,naisiš, lief, aardig:A niceish girl;Niceness= liefheid, keurigheid, aangenaamheid, enz.;Nicety= fijnheid (van waarneming), nauwkeurigheid, kieschheid, kieskeurigheid; lekkernij:The coatfits to a nicety= zit keurig;One must notstand upon niceties= men moet de dingen niet al te nauw nemen;I can’tweigh niceties= rekening houden met zulke bagatellen;Niceties of words= spitsvondigheden.
Niche,nitš, nis, plaats, schuilhoek;Nicheverb. in een nis plaatsen,verbergen.
Nicholas,nikəlas:The Festival of St. Nicholas:Nichol(l)s,nikəlz.
Nick,nik, kabouter, demon; kerf, kerfstok, rekening; juist oogenblik, hooge worp (bij het dobbelen), centstuk (Amer.);Nickverb. kerven, eene inkerving maken; op het juiste oogenblik treffen, overeenstemmen, passen: gappen, zich vlug bewegen:Old Nick= de duivel;Speak of the Old Nick and you’ll get an odour of brimstone= als je van den duivel spreekt, trap je hem op zijn staart;In the very nick, just in the nick of time= te juister tijd;That isout of all nick= gaat buiten de schreef.
Nickel,nik’l, nikkel, 5 centstuk (Amer.):Theyspun a nickel= gooiden op;Nickel-plated= vernikkeld;Nickel-silver;Nickelic,nikəlik,nikelik= nikkelachtig, nikkel … =Nickeliferous= nikkelhoudend.
Nicker,nikə, hinniken (N. E. en Schot.).
Nick-nack,niknak=knick-knack.
Nickname,nikneim, subst. bijnaam, scheldnaam:Nicknameverb. een bijnaam geven.
Nicobar,nikəbâ:Nicobar Islands;Nicodemus,nikədîməs.
Nicotin(e),nikətin,nikətîn, nicotine;Nicotinism= nicotinevergiftiging.
Niddle-noddle,nid’lnod’l, knikkend;Niddle-noddleverb. knikkebollen, op en neer gaan;The plumesniddle-noddled onthe horses’ heads.
Nidification,nidifikeiš’n, het maken van nesten:Nidify, nesten bouwen.
Nidnod,nidnod, knikkebollen;Nidnody= sukkel.
Nidus,naidəs, nest, broedplaats; infectiehaard.
Niece,nîs, nicht (oom- of tantezegster).
Niemen,nîm’n.
Nifty,nifti, goed, voldoende (Amer.).
Niger,naidžə.
Niggard,nigəd, subst. vrek; adj. vrekkig, gierig;Niggardliness= vrekkigheid; adj.Niggardly.
Nigger,nigə, nikker:Heworks like a nigger= als een ezel.
Niggle,nig’l, beuzelen, beknibbelen, kleingeestige aan- of opmerkingen maken over (about), peuterig uit- of afwerken; ook[361]subst.;Niggling= peuterig, krenterig.
Nigh,nai, nabij, nauw verwant, bijna (poët.):Well nigh= bijna;Tobe nigh at hand= nabij zijn;Todraw nigh= naderen; subst.Nighness.
Night,nait, nacht, avond, duisternis, onwetendheid, dood, tijd van rouw en smart:At (By) night= ’s nachts =In the night;At dead of night= in ’t holst van;Last night= gisteravond;(Late) at night= (laat) in den avond (nacht);To-night= van avond;Taking night= avond waarop de jongens een kermisvrijster kozen;Afirst night(er)= eerste opvoering;Tobid (wish) good night;We havemade a night of it= wij hebben den geheelen nacht doorgezwierd;Topass (spend) the night,Tostay all night= overnachten;Night-bell= nachtbel;Night-brawler= (nacht)rustverstoorder;Night-cap= slaapmuts, slaapmutsje(fig.);Night-cart= kar van den reinigingsdienst;Night-clothes(Night-dress) = nachtgoed;Nightfall= het vallen van den avond;Night-fly= avondvlinder, mot;Night-gear= nachtgoed;Night-gown= nachtjapon:Night-gown case= nachtzak;Night-jar= geitenmelker(=Night-hawk);Night-light;Night-man= nachtwerker, man van den reinigingsdienst;Nightmare= nachtmerrie;Night-pan= ondersteek;Night-piece= nachtstuk;Night-porter= nachtportier;Night-school= avondschool;Nightshade= nachtschade (plant);Nightshirt= nachthemd;Night-soil= fæcaliën;Night-stand= nachtkastje;Night-stool= stilletje;Night-train;Night-walker= slaapwandelaar, nachtelijk vagebond, prostituée;Night-watch= nachtwacht; wekker;Night-watchman;Nightly= nachtelijk, elken nacht;Nighty= nachtpon.
Nightingale,naitingeil, nachtegaal.
Nigritia,nigrišə; adj.Nigritian, ook subst. neger.
Nihilism,naihilizm, nihilisme;Nihilist= nihilist; adj. Nihilistic.
Nil,nil, niets, leeg:Nil desperandum!= ende désespereert niet!
Nile,nail, de Nijl;Nilgiri,nilgîrî:Nilgiri Hills.
Nilly-willy,niliwili, goed- of kwaadschiks.
Nimble,nimb’l, vlug, lenig:The nimble-fingered gentry= de heeren met lange vingers (dieven);Nimble-footed= vlug ter been, rap v. voet; subst.Nimbleness.
Nimbus,nimbəs, stralenkrans.
Nimeguen,nimeig’n, Nijmegen.
Niminy-piminy,niminipimini, geaffecteerd, gekunsteld; ook subst.
Nincompoop,niŋk’mpûp, stommerik, sul =Nincom.
Nine,nain, negen:The (sacred) nine= de muzen;Dressed up to the nines= keurig, netjes, piekfijn gekleed;That’s a nine days’ wonder= verbaast de wereld eene week lang;Nine corns= een pijp vol;Nine winks= knippertje (dutje);Ninepin= kegel:They wereplaying at ninepins= zij waren aan het kegelen;Ninefold= negenvoudig;Nineteen= negentien;She would chatter nineteen to the dozen= praatte honderd uit;Nineteenth= negentiende;Ninetieth,naintiəth, negentigste;Ninety= negentig;Ninth,nainth, negende;Ninely= ten negende,
Ninny,nini, sukkel.
Niobe,naiəbî, Niobe.
Nip,nip, verb. nijpen, knijpen, omsluiten, afknijpen, door vorst beschadigen of vernielen, snijden (van koude), prikken, kwellen, pijnigen, ergeren; subst. kneep(je), beschadiging (door vorst en koude), slag, wippertje (borrel):Nipped in the bud= in den knop gedood; in de kiem gesmoord;Nipped by the ice= ingesloten door;I’ll firsttake my nip and then my nap= eerst mijn wippertje en dan mijn knippertje;Hetakes two nips a-day= hij gebruikt zijne twee borrels per dag;There was an exhilaratingnip in the air= de vorstige lucht had iets opwekkends;Nipper= knijper, voortand van een paard, schaar (van een kreeft), vorstige dag, peuter, jongmaatje;Nippers= (kleine) nijptang, schaar, knijper(s), soort handboeien;Nipping= knijpend, scherp, snijdend, sarcastisch, stekelig; geaffecteerd (Amer.);Nippy= krachtig; scherp, bijtend:You hadto look very nippyto see him= scherp en vlug kijken.