Pierian,paiîriən,paieriən, Muzen - -.Pierpont,pîəpont;Piers,pîəs;Pierson,pîəs’n.Pietism,paiitizm, Pietisme; kwezelarij;Pietist= Duitsche Pietist; vrome kwezelaar;Pietistic(al),paiətistik(’l), pietistisch;Piety,paiiti, vroomheid:Filial piety= kinderliefde.Piffle,pif’l, leuteren; subst. leuterpraat.Pig,pig, big, varken(svleesch), zwijn, klomp ruw metaal;Pigverb. biggen werpen, als biggen samengepakt zijn of samenhokken:You havebought a pig in a poke= ge hebt eene kat in den zak gekocht;She meantto be a pig= wou onaangenaam zijn;Pig’s wash= draf;Pig’s whisper= zacht gefluister:In a pig’s whisper= in een vloek en een zucht;Guinea pig= iemand die gepoederd haar bleef dragen niettegenstaande Pitt’s belasting daarop van eenguinea(1795); ZieGuinea;Pig and whistle= engeltje met trompet (naam v. herberg); (Togo to pigs and whistles= verkwist worden);Pig and tinderbox=elephant and castle(naam v. herberg);Pig-eyed= met kleine oogen;Pig-headed= met groot hoofd; koppig, eigenwijs;Pig-iron= ruw ijzer;Pig-nut= aardkastanje;Pigskin= varkenshuid; zadel;Pig-sticking= wilde zwijnenjacht met lansen;Pigsty= varkenshok (ookfig.);Pigtail= varkensstaart, korte losse vlecht haar, Chinees, tabak in lange rollen;Piggery= zwijnestal (ookfig.), zwijnerij;Piggish= vuil; subst.Piggishness= zwijnerij.Pigeon,pidž’n, subst. duif; domoor, sul, stakkerd; lood;Pigeonverb. bedriegen, villen, alles afhalen:Tomilk (pluck) the pigeon= afzetten; ZieMilk;Pigeon-breast(ed)= (met een) kippeborst;Pigeon-English=Pidgin English;Pigeon-fancier= duivenhouder(-koopman);Pigeon-hole, subst. poortje (van een duivenslag), loket;Pigeonverb. in een vakje of eene afdeeling leggen, opbergen; opzettelijk verwaarloozen (fig.):They were very kind to me, butI was pigeon-holed= ik werd met een kluitje in het riet gestuurd;Pigeon-livered= beschroomd, zachtaardig;Pigeon-pair= tweelingen van tweeërlei geslacht;Pigeon-shooting(sport);Pigeon-toed, met naar binnen gekeerde teenen;Pigeon-wing= soort pruik; kruissprong:Tocut a pigeon-wing;Pigeonry= duivenhok.Piggin,pigin, half vaatje met één langere duig als handvat.Pigment,pigm’nt, pigment, kleur, verf (stof); adj.Pigmental.Pigmy,pigmi=Pygmy.Pigot(t),pigət.Pigwidgeon,pigwidž’n, subst. dwerg, fee, sul; iets zeer kleins; dwergachtig.Pike,paik, piek, spies, tolboom; snoek; (Zie ookTurnpike);Pikeman= piekenier;Pikestaff= schacht van eene piek:As plain as a pikestaff= zoo klaar als een klontje;I call a pikestaff a pikestaff= het kind bij z’n naam;Piked= gepunt, puntig.Pikelet,paiklət,Pikelin,paiklin, gebakje.Pilaster,pilastə, pilaster.Pilate,pailit, Pilatus.Pilau,pilau,pilô, rijst met gehakt schapenvleesch.Pilchard,piltšəd, een soort sardijn.Pile,pail, subst. hoop, massa, brandstapel, heipaal, beharing, nop (van laken), groot gebouw, opeenhooping, fortuin;Pileverb. opeenhoopen, stapelen, heien, noppen:Hegoes the whole pile= zet alles op één worp;He went to America andmade his (a) pile= en maakte fortuin (Amer.);Piles= aambeien;Galvanic pile= zuil van Volta;To pile arms= de geweren aan rotten zetten;Topile up (on) the agony= zoo sensationeel mogelijk voorstellen;Pile-driver= heiblok;Pile-engine= heimachine;Pile-worm= paalworm;Pile-wort= speenkruid.Pileate,p(a)ili-it, hoedvormig.Pilfer,pilfə, ontfutselen, ontstelen (bij kleine hoeveelheden);Pilferer.Pilgarlick,pilgâlik, arme drommel.Pilgrim,pilgrim, pelgrim; nieuweling;Pilgrimage= bedevaart; levensreis:Pilgrimage of woe= vervelende tijd.[402]Piliferous,pailifərɐs, behaard;Piliform,p(a)iliföm= haarvormig.Pill,pil, subst. pil, mil. dokter, bittere pil; vlegel;Pillverb. pillen voorschrijven; deballoteeren:Tobe a bitter pill for= een bittere pil zijn;Blue pill= kwikpil; blauwe boon (fig.);A long-haired pillwas making a speech to a crowd of ruffians= een vlegel met lang haar;We shall haveto gild the pill= de pil moeten vergulden;I know what it isto be pilled= te worden gedéballoteerd;Pill-monger= pillendraaier.Pillage,pilidž, subst. roof, plundering, buit;Pillageverb. rooven, plunderen, vernielen;Pillager.Pillar,pilə, pilaar, zuil:I wassent from pillar to post, and back again from post to pillar= ze zonden me van Pontius naar Pilatus;Thepillars of society= de steunpilaren der maatschappij;Pillar-box= (straat)brievenbus;Pillar-saint=Pillarist= zuilheilige.Pil(l)au, Pillaw. ZiePilau.Pillion,pilj’n, zacht laag zadel, kussen voor eene vrouw om achter iemand op het paard te zitten.Pillory,piləri, subst. kaak;Pilloryverb. op de kaak stellen, te pronk staan, aan de algemeene verachting prijsgeven:He wasput into the pillory= op de kaak gesteld.Pillow,pilou, subst. peluw, kussen;Pillowverb. op een peluw of kussen ter ruste leggen; met een kussen steunen:Toadvise (take counsel, consult) with one’s pillow= zich erop beslapen;Pillow-case= kussensloop =Pillow-sham=Pillow-slip.Pilose,pailous,pailouz, behaard, harig.Pilot,pailət, subst. loods, gids;Pilotverb. loodsen (in, out):Hepiloted the ship into port= loodste binnen;Pilot-boat= loodsboot;Pilot-bread= scheepsbeschuit;Pilot-cloth= donkere blauwe stof voor zeelui;Pilot-engine= voorspan-, of hulplocomotief;Pilot-fish= loodsmannetje;Pilot-jack= loodsvlag;Pilot-jacket= pijjekker;Pilotage,pailətidž, loodsgeld (inwards, outwards), leiding of bekwaamheid van een loods.Pilule,piljul, kleine pil;Pilulous,piljulɐs, pilvormig, nietig.Pilularia,piljulêriə, pilvaren.Piment,paimənt, wijn met honig en nagels.Pimento,pimentou, piment, nagelbollen.Piminy,pimini, gemaakt, gekunsteld.Pimp,pimp, subst. koppelaar;Pimpverb. koppelen.Pimpernel,pimpənel:Field (Male, Red, Scarlet) pimpernel= guichelheil;Water pimpernel= beekpunge, watereereprijs, waterpunge;Wood (Yellow) pimpernel= boschwederik.Pimple,pimp’l, puist(je).Pin,pin, subst. speld, pin, kegel, bout, kleinigheid, stemming;Pinverb. met eene speld, pin of een bout vastmaken, vasthouden, spelden, insluiten:There is not a pin to choose between them= er is geen zier verschil tusschen beiden, ze zijn aan elkaar gewaagd;I have pins and needles in my leg= mijn been slaapt;To beon pins and needles= op heete kolen zitten;To bein (on, upon) a merry pin= vroolijk gestemd;Youmight have heard a pin drop;I don’tcare a pin= het kan mij geen lor schelen;A companyplaying at ninepins= dat aan het kegelen was;Tobe put to the pinof one’s collar= bijna den laatsten cent uitgegeven hebben;Tostick pins into= speldeprikken geven (ookfig.);The web and the pin= een vlek op het hoornvlies van het oog (verouderd);Ipin my faith on him (on his sleeve)= ik vertrouw hem volkomen;I ampinned to it= eraan gebonden, zit eraan vast;Hepinned the government tothat declaration= bond;Pinafore= voorspelder, kinderboezelaar;Pin-case= speldenkokertje;Pincushion= speldenkussen;Pincushiony= mollig, dik (Amer.);Pin-feather= uitkomende veer;Pin-fire cartridge= patroon met randontsteking (tegenoverCentral-fire cartridge);Pinfold= schutstal;Pin-head= knop;Pin-hole= speldeprik (=Pinprickookfig.);Pin-money= speldengeld;Pin-tail= pijlstaart;Pinner= boezelaar met voorspelder; de houder van een schutstal.Pinaster,p(a)inastə, zeepijn.Pincers,pinsəz, groote knijptang, schaar.Pinch,pinš, subst. kneep, steek, prise, nood, verlegenheid, angst;Pinchverb. knijpen, knellen, in verlegenheid brengen, gappen, toehappen, beperken, knijperig of gierig zijn, zich bekrimpen:At a pinch= als het knijpt (desnoods);If ever it comes to a pinch= in geval van nood; als het tot het uiterste komt;Hepinched me black and blue= kneep;That’s where the shoe pinches= daar wringt de schoen;He pinched himself (of everything)= hij ontzeide zich alle genoegens;Shepinched her waist in= reeg zich sterk;Tobe pinched with cold= erg van de koude lijden;Pinch-belly= gierigaard;Pinch-spotted= met blauwe plekken van het knijpen;Pincher= knijper, gierigaard;Pinchers(ZiePincers).Pinchbeck,pinšbek,subst.pinsbek, een koperlegeering; adj. onecht, valsch.Pindar,pində, Pindarus;Pindaric,pindarik, subst. Pindarische ode; adj. Pindarisch.Pindarus.Pinder,pində, houder van een schutstal.Pine,pain, subst. (grove) den; pijnappel;Pine-apple= ananas;Pine-barren= dennenaanplanting (Amer.);Pine-clad= met pijnboomen bezet;Pine-cone= dennenappel;Pine-needle= dennennaald;Pinery= broeikas voor het kweeken van ananassen; dennenaanplanting =Pinetum,painît’m; het laatste ook = verhandeling over naaldhout.Pine,pain, van kommer, honger omkomen, wegkwijnen (away), smachten naar (after, for).Ping-pong,piŋpoŋ, subst. tafeltennis;Ping-pongverb. tafeltennis spelen.Pinic,painik:Pinic-acid= dennenzuur.Pinion,pinj’n, subst. vleugel, wiek, vleugelpunt; handboei;Pinionverb. kortwieken, omklemmen, vastklemmen, boeien:He wasseized and pinioned= gegrepen en weerloos gemaakt.Pink,piŋk, subst. rose anjelier, lichtroode kleurstof; uitstekendheid, hoogte, puikje;[403]pink (schip);Pinkadj. rosekleurig, lichtrood; uitstekend (Am.):The champion-rider wasin the pink of condition= was in uitstekende “conditie”;He isthe pink of fashion= hij is de spiegel (het toonbeeld) der mode;Napoleon dreadedthe pink of that societymore than Russia itself= die allerhoogste kringen;ThePink’un= een sportblad (Vergel.De “Groene”);Tochange to pink= een rooden jagersrok aantrekken;Pink-eyed= met kleine glinsterende oogen;Pink-sterned= met smallen achtersteven;Pinky= rose, vleeschkleurig; subst. pink (Amer.).Pink,piŋk, doorboren, doorsteken; verfraaien, verbloemen (Amer.).Pinkster,piŋkstə, Pinksteren (Amer.).Pinnace,pinis, pinas, 6 of 8 riemssloep van een oorlogsschip.Pinnacle,pinək’l, subst. tinne, toppunt;Pinnacleverb. van eene tinne of een top voorzien, kronen:Thepinnacle of fame= toppunt van beroemdheid.Pinnate,pinit, gevederd.Pinniped,piniped, vinpootig (dier).Pinnock,pinək, meesje.Pint,paint, subst. pint (⅛ gallon= ±0,568L.);Pint-pot= klein huisje (Am.); kan die eenpintinhoudt.Pintle,pint’l, pen, bout, roerhaak.Piny,paini, vol pijnboomen, pijnboomachtig.Pioneer,paiənîə, subst. pionier, baanbreker, wegbereider;Pioneerverb. den weg bereiden.Piony,paiəni, pioen.Pious,paiəs, vroom, godvruchtig, teeder;Pious-minded= met vroom gemoed.Pip,pip, subst. pip (vogelziekte), pit (v. eene vrucht), oog (op eene kaart); verk. v.Philip:Pipverb. piepen, sjilpen:Count your pips= tel, hoeveel oogen gij hebt.Pipe,paip, pijp, buis, fluit(je), luchtpijp, stem; maat v. twee okshoofden of126 gallons;Pipeverb. op de fluit spelen, een fluitsignaal geven, van pijpen voorzien, huilen, zingen:In a feeble pipe= met zwakke stem;All the children wereon full pipe,on the full howl= waren om het hardst aan het janken en gillen;Tocharge (fill) a pipe= stoppen;I’llclear my pipefirst= mijne keel schrapen;Tohit the pipe= opium schuiven;I’llput your pipe out= ik zàl je wel;Put that in your pipe and smoke it= steek dat in je zak;His pipe was stopped, went out= was verstopt, ging uit;He began topipe down= een toontje lager te zingen;He dances as she pipes= hij danst naar haar pijpen;Pipe-bowl= kop;Pipe-clay= pijpaarde;Pipe-clayverb. pijpaarden;Pipe-cleaner(Pipe-cleanser);Pipe-laying= het leggen van pijpen; politieke intrigues (Amer.);Pipe-light= fidibus;Pipe-picker= pijpuitpluizer;Pipe-rack= pijpenstander;Pipe-stem= steel;Pipe-tree= sering;Piper:Who is to pay the piper?= “Wie zal dat betalen, zoete, lieve Gerritje”?Piping= schril, schel, zwak, kokend heet (=Piping hot):The piping days of yore= de goede oude tijd.Piperic,paiperik:Piperic acid= piperinezuur.Pipkin,pipkin, aarden pot, tobbetje.Pippin,pipin, kleine zure appel, pippeling.Pipul,pipul, de heilige vijgenboom (Brit. Ind.).Piquancy,pîk’nsi,pik’nsi, scherpheid, stekeligheid;Piquant= pikant, scherp, doordringend;Pique,pîk, subst. pik of piek, wrok, spijtigheid, gevoeligheid;Piqueverb. boos maken, beleedigen, prikkelen:In a moment of piqueshe accepted him= in een spijtig oogenblik schonk ze hem hare hand;Shepiqued herself onher ladylike tastes= liet zich heel wat voorstaan op.Piquet,piket,pikət, piket, piketspel.Piracy,pairisi, zeerooverij, nadruk =Book piracy;Pirate,pairit, subst. zeeroover(sschip), letterdief;Pirateverb. zeeroof plegen, onbevoegd nadrukken;Piratical,pairatik’l, zeerooverij of letterkundigen diefstal plegend:Piratical printer.Piraeus,pairîəs;Pirie,piri.Pirn,pɐ̂n, (garen)klos, spoel.Pirogue,piroug, uitgeholde boomstam (als kano); smalle boot.Pirouette,piruet, subst. pirouette:Toturn a pirouette=Topirouette.Pisa,pîzə;Pisanio,piseiniou.Piscary,piskəri, vischrecht, ook:Common of piscary;Piscatorial,piskətôriəl,Piscatory,piskətəri, visschers …, tot het visschen behoorende;Pisces,pisîz, de Visschen (dierenriem);Pisciculture,pisikɐltjə, vischteelt;Piscine,pis(a)in, tot de visschen behoorende;Piscivorous,pisivərɐs, vischetend.Pisé,pîzei, ineengestampte aarde.Pish,piš, interj. foei! bah!Pishverb. verachting uitdrukken:Tocry pish at=Topish at.Piss,pis, subst. urine;Pissverb. urineeren.Pistachio,pisteišiou,pistatšou:Pistachio nut= groene amandel.Pistareen,pistərîn, peseta (munt); adj. gering.Pistil,pistil, stamper (v. bloemen);Pistillaceouspistileišəs, tot den stamper behoorend, stamper …;Pistillate= met een stamper.Pistol,pist’l, subst. pistool;Pistolverb. doodschieten (met een pistool):Pistol-bag= holster;Pistol-case= pistoolkistje.Pistole,pistoul,pistoul, gouden munt (ƒ 9 à ƒ 12).Piston,pist’n, klep, zuiger; zuignapje:Piston-rod= zuigerstang;Piston-stroke= zuigerslag;Piston-valve= zuigerklep.Pit,pit, subst. put, kuil, afgrond, diepte, parterre (schouwburg), plaats voor hanengevechten; een kaartspel;Pitverb. uithollen, in eene put plaatsen, aanzetten, ophitsen, met kuiltjes of pokken merken:The pit= het graf;Heflew the pit= hij gaf den strijd op;Hehit the pit of my stomach= raakte me in de maagholte;He has the power ofpit and gallows= kerker en dood;Topit against= stellen tegenover;Hepitted his brains againstthat difficult language= hij studeerde hard op die taal;Pitted withthesmallpox= van de pokken geschonden (ook:Pock-pitted);Pitfall= val, strik, valluik;Pitman= putwerker;Pit-pat= tik.… tak;Pit-saw= kraanzaag (voor twee man: de onderste heetPitmanofPit-sawyer, de bovenste[404]top-sawyer);Pittite= volgeling vanPitt, parterre-bezoeker =Pitster.Pit-a-pat,pitəpat, subst. klopping, tiktak, getrippel; adv. tikketak;Pit-a-patverb. trippelen:And my heartwent pit-a-pat= ging rikketik.Pitch,pitš, subst. pik of pek; hoogte, toppunt, graad of trap; diepte, helling; toestand; toonhoogte; worp, stalletje;Pitchverb. teeren, pikken; bevestigen, zetten, opstellen, steken, regelen, werpen, slingeren, met een hooivork gooien of aanreiken, ruw plaveien, stemmen, den (grond)toon bepalen, kampeeren, (voorover) vallen, zich storten op, neerkomen, stampen (v. een schip):One cannot touch pitch without being defiled;As dark (black) as pitch= zoo donker als de nacht;Pitch-and-toss= kop of leeuw;Itrose to the highest pitch= het bereikte het toppunt;Pitch of a roof= helling v. een dak;Pitch of a room= de hoogte van vloer tot zolder;Pitch of a saw= helling van de tanden van eene zaag; (All our rooms arewell pitched= van behoorlijke hoogte);A pitched battle= geregelde slag;A pitched street= eene met granietblokken geplaveide straat;They pitched a campnear the town= sloegen op;Pitch intohim= sla er op;I could notpitch uponthe right word= kon niet vinden;The 17th waspitched upon= het werd op den 17envastgesteld;Mind the pitching= denk om de helling;The pitching of the shipwas something terrible= het schip stampte verschrikkelijk;Pitch-farthing= het spelen met centen in een kuil;Pitchfork= hooivork;Pitchforkverb. met een hooivork opgooien of aanreiken:He waspitchforked into that office= kreeg dat ambt door zijne vele kruiwagens;Pitch-pipe= stemfluitje;Pitchiness, subst. v.Pitchy= pikachtig, pikzwart, duister, akelig.Pitcher,pitšə, soort v. houweel; kruik of kan; iemand, die van een stalletje verkoopt; straatkunstenaar:Pitchers have ears= kleine potjes hebben ook ooren;So often goes the pitcher to the well, that it comes home broken at last= de kruik gaat zoolang te water tot ze breekt.Piteous,pitjəs, ellendig, jammerlijk, treurig; medelijden hebbend met(of); subst.Piteousness.Pith,pith, pit, kern, merg, kracht, nadruk, het essentiëele;Pithiness= pittigheid, kracht;Pithless= zonder pit (ook fig.), slap, zwak; subst.Pithlessness;Pithy= pittig, krachtig.Pitiable,pitiəb’l, jammerlijk; subst.Pitiableness.Pitiful,pitiful, medelijdend; erbarmelijk, onbeduidend; subst.Pitifulness;Pitiless= onbarmhartig; subst.Pitilessness.Pittance,pit’ns, gave, kleine portie, schrale kost, beetje.Pity,piti, subst. medelijden, jammer, ellende;Pityverb. medelijden hebben; beklagen:It’s a great pity= het is (erg) jammer;Do it,for pity’s sake= doe het om Gods wil;More is the pity= jammer genoeg, wat nog erger is;Have (take) pity on him= wees hem genadig, heb deernis met;I pity you,though you nevercomplain ofhim= ik beklaag u, ofschoon gij nooit over hem klaagt;He isto be pitied= is te beklagen.Pius,paiəs.Pivot,pivət, spil, guide (=Pivot-man);Pivotverb. draaien;Pivotal question= hoofdzaak.Pix,piks=Pyx.Pixy,piksi, fee, toovergodin.Pizzle,piz’l, roede:Bull’s pizzle= bullepees.Placability,plakəbiliti,pleikəbiliti, verzoenbaarheid, vergevensgezindheid, toegevendheid; adj.Placable,plakəb’l,pleikəb’l.Placard,pləkâd,plakəd, subst. plakkaat, aanplakbiljet;Placardverb. biljetten aanplakken, bekend maken door plakkaten.Place,pleis, subst. plaats, ruimte, inrichting, gebouw, verblijf, stad, dorp, betrekking, rang, stand;Placeverb. plaatsen, op intrest zetten, (geld) beleggen (ook:toplace out), schatten, de eerste, tweede of derde plaats toekennen (bij wedrennen), aanstellen:In place= op de juiste plaats;In the first place= ten eerste;In his place= in zijn plaats;In place of= in plaats van;The right man in the right place= de rechte man op de rechte plaats;To beout of place= buiten betrekking;To bebadly (entirely) out of place= totaal misplaatst;Tobe all over the place= aan de orde van den dag zijn;I do not wish tochange my place= ik wensch geene andere betrekking;Shallwe change places= van plaats verwisselen;Hefilled his placeto everybody’s satisfaction= nam zijne betrekking waar;Togive place to= vervangen worden door;Censure began togive place tocuriosity= begon te wijken voor;He has long sincegone to his place= is ten grave gedaald;Toknow one’s place= weten waar men moet staan (ookfig.);Toput in his place= op zijn nummer zetten;Totake place= plaats hebben;Totake places= plaatsen bespreken;Place-hunter= baantjesjager;Placeman= iemand, die door zijne partij aan een baantje geholpen wordt;Place-name= plaatsnaam.Placenta,pləsentə, moederkoek; adj.Placental.Placer,pleisə,plasə, goudbevattend terrein, goudmijn (ookfig.).Placid,plasid, kalm, rustig, vreedzaam; subst.Placidity,pləsiditi=Placidness.Placket,plakət, split v. een vrouwenrok (=Placket-hole); rok, schort, vrouw.Plagiarism,pleidžiərizm, letterdieverij;Plagiarist,pleidžiərist, letterdief;Plagiarize= letterdieverij plegen.Plague,pleig, subst. pest, plaag, ramp, straf;Plagueverb. met de pest besmetten, met eenige ramp bezoeken; kwellen, plagen:(A) plague on his sentiments= laat hij met zijne opinies naar den duivel loopen;You little plague= kleine rakker!Plague-spot(Plague-token) = pestbuil, schandvlek;Plaguy,pleigi, pest - -, besmettelijk, vervelend, lastig, ondragelijk, veel, zeer.Plaice,pleis, schol; platvisch.Plaid,plad,pleid, subst. geruite wollen omslagdoek in Schotland; reisdeken; adj. Schotsch.Plain,plein, subst. vlakte, vlak, veld; adj.[405]vlak, open, helder, duidelijk, eenvoudig, niet schoon, leelijk;Plainverb. klagen, beklagen; uitleggen:In plain clothes= in burgerkleeren;Aplain face= alledaagsch, niet mooi;In plain terms= ronduit;That’sthe plain truth= dat is de zuivere waarheid;Sausage and plain= worst met gekookte aardappelen;Heput it very plain= drukte zich zeer duidelijk uit;Plain cooking= burgerpot;Plain-dealer= oprecht en eerlijk man;Plain-dealing= oprechtheid, rondheid;Plain-song= koraalgezang;Plain-speaking= openhartigheid, oprechtheid;Plain-spoken= openhartig, rond;Plain-work= nuttige handwerken;Plainness= vlakheid, etc.Plaint,pleint, weeklacht, klaaglied; aanklacht;Plaintiff= (aan)klager, eischer;Plaintive= jammerend, klagend, droevig; subst.Plaintiveness.Plaister,plâstə,pleistə; ZiePlaster.Plait,pleit, subst. platte vouw, plooi; vlecht; bonbon, borstplaat;Plaitverb. vouwen, plooien, vlechten:She carefully removesmy plaits(= valsche vlechten of valsch haar)and gingerly applies the comb to what is left on my head.Plan,plan, subst. ontwerp, plan, schets, methode;Planverb. een plan maken, schetsen, ontwerpen, beoogen:Plan of campaign= krijgsplan;On an entirely new plan= volgens eene geheel nieuwe methode;The plan fell away (through)= viel in duigen;I havechanged my plans= ik ben van plan veranderd;They were alwaysplanning and plotting= aan het plannen maken en samenzweren;Planless;Planner.Planchet,planšət, muntplaatje.Plane,plein, vlak, effen; subst. vlakte, vlak, oppervlak, basis, sfeer, trap, gebied; schaaf; plataan (=Plane-tree);Planeverb. effenen, schaven:Plane chart= kaart naar Mercators projectie;Plane geometry= vlakke meetkunde;Plane sailing= zeilen op een gelijkgradige kaart; eenvoudige zaak;Plane-table= planchet (in graden verdeeld instrument voor het landmeten);Plane-tree= plataanboom;Planer= schaver; schaaf.Planet,planət, planeet;Planet-struck,Planet-stricken= door den invloed van planeten getroffen, als verlamd;Planet-wheel= planeetrad;Planetarium,planətêriəm, planetarium;Planetary= veroorzaakt door planeten; planeet …;Planetoid,planətôid, asteroid.Plangent,planž’nt, luid klotsend.Planimetric(al),pleinimetrik(’l),planimetrik(’l), planimetrisch;Planimetry,plənimətri,pleinimətri, vlakke meetkunde.Planing,pleiniŋ:Planing bench= schaafbank;Planing-machine= schaafmachine.Planish,planiš, planeeren, glad schaven, polijsten, pletten;Planisher.Planisphere,planisfîə, planisfeer.Plank,plaŋk, subst. plank; beginsel van een politiek programma;Plankverb. met planken beleggen of bedekken; neerleggen (gooien) =Toplank down(Amer.);The pirates made their captiveswalk the plank= spoelden hun gevangenen de voeten;Aplanked way= plankier.Plano,pleinou:Plano-concave= planconcaaf;Plano-conical= planconisch;Plano-convex= planconvex.Plant,plânt, subst. plant, gewas; al het materiaal voor een bepaalden arbeid; bedriegerij, zwendel;Plantverb.planten, vestigen, neerzetten, zaaien:Railway plant= al het materiaal voor een spoorweg;I am surehe has some plant on= dat hij iets in het schild voert;Planting his right footwith some forceon the ground= neerzettende;Toplant oneself four square= zich schrap zetten;Plant-cane= suikerriet van het eerste jaar;Plant-marker= naambordje (bij plant.);Planter;Planting-ground= (kunstmatige) oesterbank;Plantlet= plantje.Plantain,plantən, weegbree; pisang.Plantation,planteiš’n, aanplanting, beplanting, plantage, nederzetting.Plantigrade,plantigreid, op de zolen loopend; zoolganger.Plap,plap, kletteren (v. water).Plaque,plâk, geëmailleerd of beschilderd bord van aardewerk of metaal; ster van eene orde, schijf;Plaquette,pləket, plaquette.Plash,plaš, subst. tak (in eene heg) met andere takken dooreengevlochten; geklots, geplas, plas;Plashverb. dooreenvlechten van takken; plassen, sprenkelen;Plashy,plaši, drassig; gespikkeld.Plasma,plazmə, plasma; een soort van groen kwarts;Plasmatic(al)= vorm of gedaante gevend; plasma-achtig.Plaster,plâstə, subst. pleister(werk), gips, cement; pleister;Plasterverb. bepleisteren, berapen, besmeren:Calcined plaster=Plaster of Paris= gebrande gips;Plaster bust= buste van gips;Plaster image= gipsen beeldje;Plaster image maker;Adhesive (Sticking) plaster= hechtpleister;Blistering (Cantharides, Vesicating) plaster= trekpleister;Court plaster (Isinglass plaster)= Engelsche pleister;He wasplastered all over= als bedekt met pleisters of pappen;Plasterer= stucadoor.Plastic,plastik, plastisch, beeldend, vormend, vormbaar:Plastic art= de beeldende kunst;Plastic clay= pottebakkersaarde;Plasticity,pləstisiti, plasticiteit, vormbaarheid.Plastron,plastr’n, borstharnas, borst- of stootlap (voor schermers), borststuk, borst in kleedingstuk; plastron.Plat,plat, subst. lapje grond, plan, vlecht, vlechtstroo (=Platting);Platverb. een plattegrond maken van, vlechten;Platband= rabat (bloembed), bovenstijl van venster of deur.Platan,plat’n,Platane,platein, plataan.Plate,pleit, subst. plaat, bord, metalen vaatwerk, gouden en zilveren schotels of andere voorwerpen (als prijzen), tafelzilver, schaal, gang, etc.; harnas;Plateverb. met zilver of goud bedekken, pantseren, pletten;Plate-armour= pantserplaten;Plate-basket= afhaalmandje;Plate-fleet= (de Spaansche) zilvervloot;Plate-glass= spiegelglas;Plate-iron= plaatijzer;Plate-layer= legger van spoorstaven;Plate-mark= keur;Plate-rack= rek voor borden en schotels;Plate-warmer.Plateau,plətou, hoogvlakte, tafelland.Platen,plat’n, degel (boekdr.).[406]Platform,platföm, verhoogde vloer, tribune, terras, balkon (vantram), perron, politiek programma of pol. redevoeringen; bedding van een stuk geschut.Platina,platinə,plətînə,Platinum,platinɐm,plətînəm, platina:Platinum crucible;Platinum-wire; adj.Platinic;Platiniferous= platina opleverend.Platitude,platitjûd, platheid, onbeduidendheid, oppervlakkigheid:He is endlessly prolix and platitudinous= en vol gemeenplaatsen.Plato,pleitou, Plato;Platonic,plətonik, platonisch:Platonic love(=Platonics);Platonic year= platonisch jaar (ongeveer 26,000 jaren);Platonism= wijsbegeerte van P.;Platonist= volgeling van Plato.Platoon,plətûn, peleton:In (By) platoons;Platoon firing.Platter,platə, houten bord, groote platte schotel.Plaudit,plôdit,toejuiching;Plauditory= toejuichend.Plausibility,plôzibiliti, subst.v.Plausible,plôzib’l, plausibel, aannemelijk, aangenaam voor oog of zinnen, mooi pratend, met gladde tong; subst.Plausibleness.Play,plei, subst. spel, vermaak, vrijheid van handeling, ruimte, tooneelstuk, wijze van spelen;Playverb. spelen, in beweging zijn, bespuiten, beschieten, etc.:It wasas good as a play= onbetaalbaar;Play of colours= kleurenspel;Aplay on (upon) words= woordspeling;Toleave off boys’ play= de kinderschoenen uittrekken;Let him havefair play= geef hem een eerlijke kans, behandel hem zoo royaal mogelijk;That isnot fair play= niet eerlijk;Togive full (free) play= vrij spel laten;A child at play= spelend;His pen wasin full play= hij gebruikte zijne pen ter dege;The waterworks werein full play= aan ’t springen;I amin play= aan stoot (bilj.);Hecalled into playall his influence= hij liet al zijn invloed gelden;You must try tohold (keep) them in play= aan den gang te houden;Toput into play= in beweging brengen;You must play or pay= ge moet doorspelen of alles verbeuren (“hangen of verzuipen”);Toplay fair, foul= eerlijk, oneerlijk;Youplay me false= bedriegt mij;Heplays fast and loose withhis money= hij gooit zijn geld weg;Heplays fast and loose= hij is grillig, wispelturig;Toplay boats (horses, school, soldiers)= scheepjezeilen, paardje spelen, etc.;Toplay (at) cards (chess, dice);Toplay the deuce (devil) with= beetnemen, erg te pakken nemen, ondermijnen;Toplay a fish= laten uitspartelen;Toplay the fool (with)= zich mal aanstellen (malle streken uithalen met);Toplay the game= eerlijk of flink handelen;Heplays a capital knife and fork= kan geducht eten, eet kolossaal;Toplay a prominent part= een hoofdrol spelen;He hasplayed (the) truant= hij is stil uit school (van zijn werk) weggebleven;Theyplayedfirstat blindman’s buffand thenat keeping house= ze speelden eerst blindemannetje en toen huismoedertje;Two can play at this= dàt kan ik ook;We will notplay for moneybutfor love= niet om geld, maar om de eer (voor ons plezier);I onlyplay for safety= op goed af (bilj.);Toplay into each other’s hands= elkaar den bal toekaatsen (fig.);Heplayed off that trick on me= hij bakte mij die poets;Toplay off one against the other= tegen elkaar uitspelen;He has many talents, buthe plays them off= loopt er mee te koop;Toplay on words= woordspelingen maken;Theyplayed out their dinner= betaalden het diner met hun spelen;Played out= op, verbruikt, uitgeput;The musicians mustplay up= beginnen, opspelen;They did notplay up to me= zij speelden niet in mijn kaart;Youplay upon me= gij bedriegt mij;I played withhis follies as an anglerplays the fishat the end of his line= ik speelde met zijn dwaasheden, zooals de hengelaar den visch laat uitspartelen;Play-acting= tooneelspelen;Play-actor= tooneelspeler;Playbill= affiche, programma;Play-book= tekstboekje;Play-day= speeldag; vacantiedag;Play-debt= speelschuld;Playfellow= speelmakker;Playgoer= geregeld theaterbezoeker;Playground= speelplaats;Playhouse= theater;Playmate= speelkameraad;Plaything= stuk speelgoed;Playwright= schrijver van tooneelstukken =Play-writer;Player= speler;Playful= speelsch, schalksch; subst.Playfulness.Plea,plî, pleit, pleidooi, excuus, verweer, dringend verzoek:Court of Common Pleas= vroeger gerechtshof, thans onderThe Queen’s Bench Divisionvan hetHigh Court of Justice;On (Under) the plea that= onder voorwendsel;Tourge the plea of necessity= op de noodzakelijkheid wijzen.Pleach,plîtš:Pleached walk= berceau.Plead,plîd, pleiten, een pleidooi houden, zich verweren, bewijzen voor of tegen bijbrengen, voorgeven, aanvoeren, verontschuldigen:Toplead for a person,Toplead a person’s cause= iemands zaak bepleiten;Hepleaded ignorance, innocence, guilty= hij gaf voor dat hij er niets van wist, dat hij onschuldig was, hij bekende;Pleadable= wat aangevoerd kan worden;Pleader:Special pleader= sophistisch verdediger;Special pleading= het aanvoeren van nieuw bewijsmateriaal (in tegenstelling met het weerleggen van het door de tegenpartij aangevoerde), draaierij;Pleadings= protocollen, processen-verbaal, processtukken.Pleasance,plez’ns, vermaak, vroolijkheid; lusthof;Pleasant,plez’nt, aangenaam, prettig, vroolijk; subst.Pleasantness;Pleasantry,plez’ntri, vroolijkheid, scherts, grapje.Please,plîz, behagen, genot verschaffen, believen:He was pleasedto say so= het behaagde hem;Are you not yet pleased!= hebt ge nog niet genoeg?He waspleased athearing of my success= was verheugd te hooren;Pleased with= ingenomen met;Please come in=Will you please to walk in?= mag ik u verzoeken binnen te gaan;As you please= naar u verkiest;As pleased as Punch= dolblij;If you please= alstublieft;[407]ook: met permissie, note bene;Please, don’t say so= zeg dàt nu niet;Please acknowledge receipt= ontvangbewijs verzocht;Pleasing, subst. het behagen of voldoen; adj. aangenaam, behaaglijk:Pleasing ways= innemende manier van doen; subst.Pleasingness= innemendheid.Pleasurable,pležərəb’l, aangenaam, subst.Pleasurableness;Pleasure,pležə, subst. genoegen, vermaak, genot, wensch, wil, welbehagen, keus, begeerte;Pleasureverb. zich vermaken:I amat your pleasure= ik hang af van uw welbehagen;At pleasure= naar goedvinden;It is a pleasure to me to do it= het is mij een genot;The pleasure is ours= het genoegen is aan ons;Totake pleasure in= behagen scheppen in;Use your pleasure= doe wat gij niet laten kunt;I’llwait his good pleasure= wachten tot het hem behagen zal;Pleasure-boat= pleizierboot;Pleasure-ground= park, uitspanningstuin;Pleasure-train= pleiziertrein (Amer.);Pleasure-trip= pleiziertochtje;To go (out)a-pleasuring= pret gaan maken.Pleat,plît; ZiePlait.Plebeian,plibîən, subst. plebejer; adj. plebejisch, plat, gemeen;Plebeianism= ploertenmanieren of -gewoonten, platheid;Plebeii,plibîai, plebejers.Plebiscite,plebis(a)it,plebisît, plebisci(e)t;Plebs,plebz, plebs.Pledge,pledž, subst. pand, onderpand, borgtocht, het drinken van iemands gezondheid, liefdepand;Pledgeverb. verpanden, als onderpand geven, plechtig verbinden, iemands gezondheid drinken:He hasredeemed his pledge= zijn pand ingelost, zijne belofte gehouden of gestand gedaan;Totake the pledge= afschaffer worden;Tohold in pledge= in pand houden;Toput in pledge= verpanden;He pledged me in return= deed mij bescheid;Ipledge my word on it= verpand er mijn woord onder;They havepledged themselves too deeplyto recant= zich te zeer en te plechtig verbonden;I havepledged myself to youon behalf of my brother= ben bij u borg gebleven;Pledgee,pledžî= pandnemer;Pledger.Pledget,pledžət, plok, plukselverband.Pleiades,plîədîz, het zevengesternte.Plenary,plînəri,plenəri, volkomen, geheel:Plenary absolution,Plenary indulgence= volle absolutie, aflaat;Plenary meeting= plenum, voltallige vergadering;Plenary power= volmacht.Plenipotentiary,plenipətenšəri,plînipətenšəri, subst. en adj. gevolmachtigd(e).Plenitude,plenitjûd, volheid, volkomenheid.Plenteous,plentjəs, overvloedig, in groot aantal; subst.Plenteousness;Plentiful= overvloedig:Apples wereplentiful and rarethis year= dit jaar gaf een overvloed van zeldzaam mooie appels; subst.Plentifulness;Plenty,plenti, subst. overvloed; adj. en adv. overvloedig:He hasplenty of money= veel geld;You will bein plenty of time(haveplenty of time) = hebt meer dan tijd;Horn of plenty= hoorn des overvloeds.Pleonasm,plîənazm, pleonasme;Pleonastic= overtollig.Plesiosaurus,plîziəsôrəs, fossiele zeehagedis.Plethora,plethərə, volbloedigheid, overvloed; adj.Plethoric,pləthorik,plethərik.Pleura,plûrə, borstvlies;Pleural= borstvlies..;Pleurisy,plûrisi, borstvliesontsteking, pleuris =Pleuritis,pluraitis.Pliability,plaiəbiliti, subst. v.Pliable,plaiəb’l, buigzaam, lenig, volgzaam; subst.Pliableness=Pliancy,plaiənsi;Pliant,plaiənt, buigzaam, smijdig, gedwee.Plicate(d),plaikit(id), gevouwen, geplooid;Plication= platte vouw.Pliers,plaiəz, vouw- of buigtang.Plight,plait, subst. belofte; toestand, geval;Plightverb. verpanden, beloven:Ingood (a sorry) plight= er goed (slecht) aan toe;Heplighted his faith= gaf zijn eerewoord;They hadplighted their trothto each other= hadden elkander trouw beloofd.Plimsoll,plimsol:Plimsoll’s mark= wettig voorgeschreven lastlijn.Plinth,plinth, plint, onderste gedeelte van den zuilsokkel.Pliny,plini, Plinius.Plod,plod, zwoegen, ploeteren, hard blokken:Toplod at one’s books= vossen;Plodder.Plop,plop, plonsen; interj. plomp, klets:Tofall plop into the water.Plot,plot, subst. samenzwering, complot, intrige of knoop; stuk gronds, platte grond;Plotverb. samenzweren, plannen smeden; ontwerpen, traceeren:Acomplicated plot= ingewikkelde intrige;Secondary, Subplot;Theylaid (wove) a plot= zij smeedden eene samenzwering;Grass plot= grasveld;Toplot a line= een spoorlijn traceeren;Toplot against= een samenzwering smeden tegen;Toplot down (out)= ontwerpen;Plotter= plannenteekenaar, samenzweerder;Plotting-scale= verkleinde schaal.Plough,plau, subst. ploeg, holle schaaf;Ploughverb, ploegen, groeven:You mustput your hand to the plough= de hand aan den ploeg slaan;Toplough a lonely furrow= alleen staan;Toplough the sands= nutteloos werk doen;Toplough in= onderploegen;Toplough up= omploegen;He wasploughed= hij zakte voor het examen;Ploughboy= ploeger, arbeider; kinkel;Plough-handle= staart;He hada plough-handle-stoopin his shoulders= hij liep met krommen rug;Ploughland= bouwland, geploegd land;Ploughman= ploeger, boer;Plough Monday= Maandag na Driekoningen (6 Jan.);Plough-share= ploegijzer, kouter;Plough-tail= ploegstaart;Ploughing-machine;Ploughing-match.Plover,plɐvə, pluvier.Pluck,plɐk, subst. ruk, trek, ingewand, moed, vuur, korf (bij examen);Pluckverb. (kaal) plukken, rukken, afwijzen:He hasno end of pluck= hij heeft veel “durf”;He isa plucked one= heeft durf;The best plucked manI ever saw= kranigste;I have a crow to pluck with you= een appeltje met u te schillen;Topluck a pigeon= een suffer plukken (bij ’t spel);Topluck up courage, spirit= moed vatten, bijeenrapen;Hewas (got) plucked= hij is gezakt;Plucky;You[408]area plucky little fellow= een dapper ventje.Plug,plɐg, subst. plug, prop, pin;Plugverb. dichtstoppen, plombeeren:Plug of a pump= zuiger van eene pomp;Plug of tobacco= prop tabak;She thinks that I am goingto be plugged= neergeschoten zal worden (Amer.);Plug-basin= fonteintje;Plug-hat= hooge “dop”.Plum,plɐm, pruim, rozijn, 100.000 pond sterling, groot fortuin, beste deel, goed zaakje;Plum-cake= rozijnentaart;Plum-loaf= rozijnenbrood;Plum-pudding= rozijnenpudding;Plum-tree= pruimenboom.Plumage,plûmidž, gevederte.Plumb,plɐm, subst. schietlood; adj. loodrecht, degelijk, eerlijk; adv. pardoes;Plumbverb. loodrecht zetten, polsen, peilen:Out of plumb= uit het lood;Sheplumbed their depths of misery= peilde;Plumb-line= schiet- of loodlijn; ook verb.;Plumb-rule= waterpas;Plumber,plɐmə, loodwerker, loodgieter:All the crowned heads, bankers andplumbers of Europe= en groote lui (Amer.) van Europa;Plumbery= artikelen van loodwerk, loodgieterij, het loodgieten;Plumbic,plɐmbik, loodhoudend;Plumbiferous,plɐmbifərɐs, lood opleverend;Plumbing,plɐmiŋ, het werken in lood, looden pijpen.Plumbago,plɐmbeigou, graphiet.Plume,plûm, subst. veer, pluim, eereteeken, lauwer;Plumeverb. de veeren terecht of gelijk leggen, met veeren versieren, pochen, plukken, plunderen:The swanplumed itself= streek zijne veeren glad;Heplumed himself onhis liberality= liet zich voorstaan op;Plumeless;Plumelet= pluimpje;Plumiped,plûmiped, subst. en adj. (vogel) met veeren aan de pooten.Plummet,plɐmət, dieplood, peillood.Plummy,plɐmi, voortreffelijk.Plumose,plumous,plûmous, vederachtig, gevederd;Plumosity,plumositi, gevederdheid.Plump,plɐmp, subst. klomp; adj. mollig, dik, grof;Plumpverb. dik worden, opzwellen, neerploffen, uitflappen (out), alles op één paard zetten; stemmen op één candidaat (in plaats van op alle personen op wie men stemmen mag) =Toplump one’s vote=Toplump for a candidate; adv. plotseling, pardoes, zwaar, eenvoudig, botweg:Plump in the pocket= met vollen buidel;Tocome plump upon= overvallen;Say it out plump= vooruit! zeg op!Plumper= pruim tabak, valsche buste; stem aan slechts één der candidaten, stemmer op slechts één der candidaten; brutale leugen;Plumply= rond, botweg, platweg;Plumpness;Plumpy= dik, mollig, glad.
Pierian,paiîriən,paieriən, Muzen - -.Pierpont,pîəpont;Piers,pîəs;Pierson,pîəs’n.Pietism,paiitizm, Pietisme; kwezelarij;Pietist= Duitsche Pietist; vrome kwezelaar;Pietistic(al),paiətistik(’l), pietistisch;Piety,paiiti, vroomheid:Filial piety= kinderliefde.Piffle,pif’l, leuteren; subst. leuterpraat.Pig,pig, big, varken(svleesch), zwijn, klomp ruw metaal;Pigverb. biggen werpen, als biggen samengepakt zijn of samenhokken:You havebought a pig in a poke= ge hebt eene kat in den zak gekocht;She meantto be a pig= wou onaangenaam zijn;Pig’s wash= draf;Pig’s whisper= zacht gefluister:In a pig’s whisper= in een vloek en een zucht;Guinea pig= iemand die gepoederd haar bleef dragen niettegenstaande Pitt’s belasting daarop van eenguinea(1795); ZieGuinea;Pig and whistle= engeltje met trompet (naam v. herberg); (Togo to pigs and whistles= verkwist worden);Pig and tinderbox=elephant and castle(naam v. herberg);Pig-eyed= met kleine oogen;Pig-headed= met groot hoofd; koppig, eigenwijs;Pig-iron= ruw ijzer;Pig-nut= aardkastanje;Pigskin= varkenshuid; zadel;Pig-sticking= wilde zwijnenjacht met lansen;Pigsty= varkenshok (ookfig.);Pigtail= varkensstaart, korte losse vlecht haar, Chinees, tabak in lange rollen;Piggery= zwijnestal (ookfig.), zwijnerij;Piggish= vuil; subst.Piggishness= zwijnerij.Pigeon,pidž’n, subst. duif; domoor, sul, stakkerd; lood;Pigeonverb. bedriegen, villen, alles afhalen:Tomilk (pluck) the pigeon= afzetten; ZieMilk;Pigeon-breast(ed)= (met een) kippeborst;Pigeon-English=Pidgin English;Pigeon-fancier= duivenhouder(-koopman);Pigeon-hole, subst. poortje (van een duivenslag), loket;Pigeonverb. in een vakje of eene afdeeling leggen, opbergen; opzettelijk verwaarloozen (fig.):They were very kind to me, butI was pigeon-holed= ik werd met een kluitje in het riet gestuurd;Pigeon-livered= beschroomd, zachtaardig;Pigeon-pair= tweelingen van tweeërlei geslacht;Pigeon-shooting(sport);Pigeon-toed, met naar binnen gekeerde teenen;Pigeon-wing= soort pruik; kruissprong:Tocut a pigeon-wing;Pigeonry= duivenhok.Piggin,pigin, half vaatje met één langere duig als handvat.Pigment,pigm’nt, pigment, kleur, verf (stof); adj.Pigmental.Pigmy,pigmi=Pygmy.Pigot(t),pigət.Pigwidgeon,pigwidž’n, subst. dwerg, fee, sul; iets zeer kleins; dwergachtig.Pike,paik, piek, spies, tolboom; snoek; (Zie ookTurnpike);Pikeman= piekenier;Pikestaff= schacht van eene piek:As plain as a pikestaff= zoo klaar als een klontje;I call a pikestaff a pikestaff= het kind bij z’n naam;Piked= gepunt, puntig.Pikelet,paiklət,Pikelin,paiklin, gebakje.Pilaster,pilastə, pilaster.Pilate,pailit, Pilatus.Pilau,pilau,pilô, rijst met gehakt schapenvleesch.Pilchard,piltšəd, een soort sardijn.Pile,pail, subst. hoop, massa, brandstapel, heipaal, beharing, nop (van laken), groot gebouw, opeenhooping, fortuin;Pileverb. opeenhoopen, stapelen, heien, noppen:Hegoes the whole pile= zet alles op één worp;He went to America andmade his (a) pile= en maakte fortuin (Amer.);Piles= aambeien;Galvanic pile= zuil van Volta;To pile arms= de geweren aan rotten zetten;Topile up (on) the agony= zoo sensationeel mogelijk voorstellen;Pile-driver= heiblok;Pile-engine= heimachine;Pile-worm= paalworm;Pile-wort= speenkruid.Pileate,p(a)ili-it, hoedvormig.Pilfer,pilfə, ontfutselen, ontstelen (bij kleine hoeveelheden);Pilferer.Pilgarlick,pilgâlik, arme drommel.Pilgrim,pilgrim, pelgrim; nieuweling;Pilgrimage= bedevaart; levensreis:Pilgrimage of woe= vervelende tijd.[402]Piliferous,pailifərɐs, behaard;Piliform,p(a)iliföm= haarvormig.Pill,pil, subst. pil, mil. dokter, bittere pil; vlegel;Pillverb. pillen voorschrijven; deballoteeren:Tobe a bitter pill for= een bittere pil zijn;Blue pill= kwikpil; blauwe boon (fig.);A long-haired pillwas making a speech to a crowd of ruffians= een vlegel met lang haar;We shall haveto gild the pill= de pil moeten vergulden;I know what it isto be pilled= te worden gedéballoteerd;Pill-monger= pillendraaier.Pillage,pilidž, subst. roof, plundering, buit;Pillageverb. rooven, plunderen, vernielen;Pillager.Pillar,pilə, pilaar, zuil:I wassent from pillar to post, and back again from post to pillar= ze zonden me van Pontius naar Pilatus;Thepillars of society= de steunpilaren der maatschappij;Pillar-box= (straat)brievenbus;Pillar-saint=Pillarist= zuilheilige.Pil(l)au, Pillaw. ZiePilau.Pillion,pilj’n, zacht laag zadel, kussen voor eene vrouw om achter iemand op het paard te zitten.Pillory,piləri, subst. kaak;Pilloryverb. op de kaak stellen, te pronk staan, aan de algemeene verachting prijsgeven:He wasput into the pillory= op de kaak gesteld.Pillow,pilou, subst. peluw, kussen;Pillowverb. op een peluw of kussen ter ruste leggen; met een kussen steunen:Toadvise (take counsel, consult) with one’s pillow= zich erop beslapen;Pillow-case= kussensloop =Pillow-sham=Pillow-slip.Pilose,pailous,pailouz, behaard, harig.Pilot,pailət, subst. loods, gids;Pilotverb. loodsen (in, out):Hepiloted the ship into port= loodste binnen;Pilot-boat= loodsboot;Pilot-bread= scheepsbeschuit;Pilot-cloth= donkere blauwe stof voor zeelui;Pilot-engine= voorspan-, of hulplocomotief;Pilot-fish= loodsmannetje;Pilot-jack= loodsvlag;Pilot-jacket= pijjekker;Pilotage,pailətidž, loodsgeld (inwards, outwards), leiding of bekwaamheid van een loods.Pilule,piljul, kleine pil;Pilulous,piljulɐs, pilvormig, nietig.Pilularia,piljulêriə, pilvaren.Piment,paimənt, wijn met honig en nagels.Pimento,pimentou, piment, nagelbollen.Piminy,pimini, gemaakt, gekunsteld.Pimp,pimp, subst. koppelaar;Pimpverb. koppelen.Pimpernel,pimpənel:Field (Male, Red, Scarlet) pimpernel= guichelheil;Water pimpernel= beekpunge, watereereprijs, waterpunge;Wood (Yellow) pimpernel= boschwederik.Pimple,pimp’l, puist(je).Pin,pin, subst. speld, pin, kegel, bout, kleinigheid, stemming;Pinverb. met eene speld, pin of een bout vastmaken, vasthouden, spelden, insluiten:There is not a pin to choose between them= er is geen zier verschil tusschen beiden, ze zijn aan elkaar gewaagd;I have pins and needles in my leg= mijn been slaapt;To beon pins and needles= op heete kolen zitten;To bein (on, upon) a merry pin= vroolijk gestemd;Youmight have heard a pin drop;I don’tcare a pin= het kan mij geen lor schelen;A companyplaying at ninepins= dat aan het kegelen was;Tobe put to the pinof one’s collar= bijna den laatsten cent uitgegeven hebben;Tostick pins into= speldeprikken geven (ookfig.);The web and the pin= een vlek op het hoornvlies van het oog (verouderd);Ipin my faith on him (on his sleeve)= ik vertrouw hem volkomen;I ampinned to it= eraan gebonden, zit eraan vast;Hepinned the government tothat declaration= bond;Pinafore= voorspelder, kinderboezelaar;Pin-case= speldenkokertje;Pincushion= speldenkussen;Pincushiony= mollig, dik (Amer.);Pin-feather= uitkomende veer;Pin-fire cartridge= patroon met randontsteking (tegenoverCentral-fire cartridge);Pinfold= schutstal;Pin-head= knop;Pin-hole= speldeprik (=Pinprickookfig.);Pin-money= speldengeld;Pin-tail= pijlstaart;Pinner= boezelaar met voorspelder; de houder van een schutstal.Pinaster,p(a)inastə, zeepijn.Pincers,pinsəz, groote knijptang, schaar.Pinch,pinš, subst. kneep, steek, prise, nood, verlegenheid, angst;Pinchverb. knijpen, knellen, in verlegenheid brengen, gappen, toehappen, beperken, knijperig of gierig zijn, zich bekrimpen:At a pinch= als het knijpt (desnoods);If ever it comes to a pinch= in geval van nood; als het tot het uiterste komt;Hepinched me black and blue= kneep;That’s where the shoe pinches= daar wringt de schoen;He pinched himself (of everything)= hij ontzeide zich alle genoegens;Shepinched her waist in= reeg zich sterk;Tobe pinched with cold= erg van de koude lijden;Pinch-belly= gierigaard;Pinch-spotted= met blauwe plekken van het knijpen;Pincher= knijper, gierigaard;Pinchers(ZiePincers).Pinchbeck,pinšbek,subst.pinsbek, een koperlegeering; adj. onecht, valsch.Pindar,pində, Pindarus;Pindaric,pindarik, subst. Pindarische ode; adj. Pindarisch.Pindarus.Pinder,pində, houder van een schutstal.Pine,pain, subst. (grove) den; pijnappel;Pine-apple= ananas;Pine-barren= dennenaanplanting (Amer.);Pine-clad= met pijnboomen bezet;Pine-cone= dennenappel;Pine-needle= dennennaald;Pinery= broeikas voor het kweeken van ananassen; dennenaanplanting =Pinetum,painît’m; het laatste ook = verhandeling over naaldhout.Pine,pain, van kommer, honger omkomen, wegkwijnen (away), smachten naar (after, for).Ping-pong,piŋpoŋ, subst. tafeltennis;Ping-pongverb. tafeltennis spelen.Pinic,painik:Pinic-acid= dennenzuur.Pinion,pinj’n, subst. vleugel, wiek, vleugelpunt; handboei;Pinionverb. kortwieken, omklemmen, vastklemmen, boeien:He wasseized and pinioned= gegrepen en weerloos gemaakt.Pink,piŋk, subst. rose anjelier, lichtroode kleurstof; uitstekendheid, hoogte, puikje;[403]pink (schip);Pinkadj. rosekleurig, lichtrood; uitstekend (Am.):The champion-rider wasin the pink of condition= was in uitstekende “conditie”;He isthe pink of fashion= hij is de spiegel (het toonbeeld) der mode;Napoleon dreadedthe pink of that societymore than Russia itself= die allerhoogste kringen;ThePink’un= een sportblad (Vergel.De “Groene”);Tochange to pink= een rooden jagersrok aantrekken;Pink-eyed= met kleine glinsterende oogen;Pink-sterned= met smallen achtersteven;Pinky= rose, vleeschkleurig; subst. pink (Amer.).Pink,piŋk, doorboren, doorsteken; verfraaien, verbloemen (Amer.).Pinkster,piŋkstə, Pinksteren (Amer.).Pinnace,pinis, pinas, 6 of 8 riemssloep van een oorlogsschip.Pinnacle,pinək’l, subst. tinne, toppunt;Pinnacleverb. van eene tinne of een top voorzien, kronen:Thepinnacle of fame= toppunt van beroemdheid.Pinnate,pinit, gevederd.Pinniped,piniped, vinpootig (dier).Pinnock,pinək, meesje.Pint,paint, subst. pint (⅛ gallon= ±0,568L.);Pint-pot= klein huisje (Am.); kan die eenpintinhoudt.Pintle,pint’l, pen, bout, roerhaak.Piny,paini, vol pijnboomen, pijnboomachtig.Pioneer,paiənîə, subst. pionier, baanbreker, wegbereider;Pioneerverb. den weg bereiden.Piony,paiəni, pioen.Pious,paiəs, vroom, godvruchtig, teeder;Pious-minded= met vroom gemoed.Pip,pip, subst. pip (vogelziekte), pit (v. eene vrucht), oog (op eene kaart); verk. v.Philip:Pipverb. piepen, sjilpen:Count your pips= tel, hoeveel oogen gij hebt.Pipe,paip, pijp, buis, fluit(je), luchtpijp, stem; maat v. twee okshoofden of126 gallons;Pipeverb. op de fluit spelen, een fluitsignaal geven, van pijpen voorzien, huilen, zingen:In a feeble pipe= met zwakke stem;All the children wereon full pipe,on the full howl= waren om het hardst aan het janken en gillen;Tocharge (fill) a pipe= stoppen;I’llclear my pipefirst= mijne keel schrapen;Tohit the pipe= opium schuiven;I’llput your pipe out= ik zàl je wel;Put that in your pipe and smoke it= steek dat in je zak;His pipe was stopped, went out= was verstopt, ging uit;He began topipe down= een toontje lager te zingen;He dances as she pipes= hij danst naar haar pijpen;Pipe-bowl= kop;Pipe-clay= pijpaarde;Pipe-clayverb. pijpaarden;Pipe-cleaner(Pipe-cleanser);Pipe-laying= het leggen van pijpen; politieke intrigues (Amer.);Pipe-light= fidibus;Pipe-picker= pijpuitpluizer;Pipe-rack= pijpenstander;Pipe-stem= steel;Pipe-tree= sering;Piper:Who is to pay the piper?= “Wie zal dat betalen, zoete, lieve Gerritje”?Piping= schril, schel, zwak, kokend heet (=Piping hot):The piping days of yore= de goede oude tijd.Piperic,paiperik:Piperic acid= piperinezuur.Pipkin,pipkin, aarden pot, tobbetje.Pippin,pipin, kleine zure appel, pippeling.Pipul,pipul, de heilige vijgenboom (Brit. Ind.).Piquancy,pîk’nsi,pik’nsi, scherpheid, stekeligheid;Piquant= pikant, scherp, doordringend;Pique,pîk, subst. pik of piek, wrok, spijtigheid, gevoeligheid;Piqueverb. boos maken, beleedigen, prikkelen:In a moment of piqueshe accepted him= in een spijtig oogenblik schonk ze hem hare hand;Shepiqued herself onher ladylike tastes= liet zich heel wat voorstaan op.Piquet,piket,pikət, piket, piketspel.Piracy,pairisi, zeerooverij, nadruk =Book piracy;Pirate,pairit, subst. zeeroover(sschip), letterdief;Pirateverb. zeeroof plegen, onbevoegd nadrukken;Piratical,pairatik’l, zeerooverij of letterkundigen diefstal plegend:Piratical printer.Piraeus,pairîəs;Pirie,piri.Pirn,pɐ̂n, (garen)klos, spoel.Pirogue,piroug, uitgeholde boomstam (als kano); smalle boot.Pirouette,piruet, subst. pirouette:Toturn a pirouette=Topirouette.Pisa,pîzə;Pisanio,piseiniou.Piscary,piskəri, vischrecht, ook:Common of piscary;Piscatorial,piskətôriəl,Piscatory,piskətəri, visschers …, tot het visschen behoorende;Pisces,pisîz, de Visschen (dierenriem);Pisciculture,pisikɐltjə, vischteelt;Piscine,pis(a)in, tot de visschen behoorende;Piscivorous,pisivərɐs, vischetend.Pisé,pîzei, ineengestampte aarde.Pish,piš, interj. foei! bah!Pishverb. verachting uitdrukken:Tocry pish at=Topish at.Piss,pis, subst. urine;Pissverb. urineeren.Pistachio,pisteišiou,pistatšou:Pistachio nut= groene amandel.Pistareen,pistərîn, peseta (munt); adj. gering.Pistil,pistil, stamper (v. bloemen);Pistillaceouspistileišəs, tot den stamper behoorend, stamper …;Pistillate= met een stamper.Pistol,pist’l, subst. pistool;Pistolverb. doodschieten (met een pistool):Pistol-bag= holster;Pistol-case= pistoolkistje.Pistole,pistoul,pistoul, gouden munt (ƒ 9 à ƒ 12).Piston,pist’n, klep, zuiger; zuignapje:Piston-rod= zuigerstang;Piston-stroke= zuigerslag;Piston-valve= zuigerklep.Pit,pit, subst. put, kuil, afgrond, diepte, parterre (schouwburg), plaats voor hanengevechten; een kaartspel;Pitverb. uithollen, in eene put plaatsen, aanzetten, ophitsen, met kuiltjes of pokken merken:The pit= het graf;Heflew the pit= hij gaf den strijd op;Hehit the pit of my stomach= raakte me in de maagholte;He has the power ofpit and gallows= kerker en dood;Topit against= stellen tegenover;Hepitted his brains againstthat difficult language= hij studeerde hard op die taal;Pitted withthesmallpox= van de pokken geschonden (ook:Pock-pitted);Pitfall= val, strik, valluik;Pitman= putwerker;Pit-pat= tik.… tak;Pit-saw= kraanzaag (voor twee man: de onderste heetPitmanofPit-sawyer, de bovenste[404]top-sawyer);Pittite= volgeling vanPitt, parterre-bezoeker =Pitster.Pit-a-pat,pitəpat, subst. klopping, tiktak, getrippel; adv. tikketak;Pit-a-patverb. trippelen:And my heartwent pit-a-pat= ging rikketik.Pitch,pitš, subst. pik of pek; hoogte, toppunt, graad of trap; diepte, helling; toestand; toonhoogte; worp, stalletje;Pitchverb. teeren, pikken; bevestigen, zetten, opstellen, steken, regelen, werpen, slingeren, met een hooivork gooien of aanreiken, ruw plaveien, stemmen, den (grond)toon bepalen, kampeeren, (voorover) vallen, zich storten op, neerkomen, stampen (v. een schip):One cannot touch pitch without being defiled;As dark (black) as pitch= zoo donker als de nacht;Pitch-and-toss= kop of leeuw;Itrose to the highest pitch= het bereikte het toppunt;Pitch of a roof= helling v. een dak;Pitch of a room= de hoogte van vloer tot zolder;Pitch of a saw= helling van de tanden van eene zaag; (All our rooms arewell pitched= van behoorlijke hoogte);A pitched battle= geregelde slag;A pitched street= eene met granietblokken geplaveide straat;They pitched a campnear the town= sloegen op;Pitch intohim= sla er op;I could notpitch uponthe right word= kon niet vinden;The 17th waspitched upon= het werd op den 17envastgesteld;Mind the pitching= denk om de helling;The pitching of the shipwas something terrible= het schip stampte verschrikkelijk;Pitch-farthing= het spelen met centen in een kuil;Pitchfork= hooivork;Pitchforkverb. met een hooivork opgooien of aanreiken:He waspitchforked into that office= kreeg dat ambt door zijne vele kruiwagens;Pitch-pipe= stemfluitje;Pitchiness, subst. v.Pitchy= pikachtig, pikzwart, duister, akelig.Pitcher,pitšə, soort v. houweel; kruik of kan; iemand, die van een stalletje verkoopt; straatkunstenaar:Pitchers have ears= kleine potjes hebben ook ooren;So often goes the pitcher to the well, that it comes home broken at last= de kruik gaat zoolang te water tot ze breekt.Piteous,pitjəs, ellendig, jammerlijk, treurig; medelijden hebbend met(of); subst.Piteousness.Pith,pith, pit, kern, merg, kracht, nadruk, het essentiëele;Pithiness= pittigheid, kracht;Pithless= zonder pit (ook fig.), slap, zwak; subst.Pithlessness;Pithy= pittig, krachtig.Pitiable,pitiəb’l, jammerlijk; subst.Pitiableness.Pitiful,pitiful, medelijdend; erbarmelijk, onbeduidend; subst.Pitifulness;Pitiless= onbarmhartig; subst.Pitilessness.Pittance,pit’ns, gave, kleine portie, schrale kost, beetje.Pity,piti, subst. medelijden, jammer, ellende;Pityverb. medelijden hebben; beklagen:It’s a great pity= het is (erg) jammer;Do it,for pity’s sake= doe het om Gods wil;More is the pity= jammer genoeg, wat nog erger is;Have (take) pity on him= wees hem genadig, heb deernis met;I pity you,though you nevercomplain ofhim= ik beklaag u, ofschoon gij nooit over hem klaagt;He isto be pitied= is te beklagen.Pius,paiəs.Pivot,pivət, spil, guide (=Pivot-man);Pivotverb. draaien;Pivotal question= hoofdzaak.Pix,piks=Pyx.Pixy,piksi, fee, toovergodin.Pizzle,piz’l, roede:Bull’s pizzle= bullepees.Placability,plakəbiliti,pleikəbiliti, verzoenbaarheid, vergevensgezindheid, toegevendheid; adj.Placable,plakəb’l,pleikəb’l.Placard,pləkâd,plakəd, subst. plakkaat, aanplakbiljet;Placardverb. biljetten aanplakken, bekend maken door plakkaten.Place,pleis, subst. plaats, ruimte, inrichting, gebouw, verblijf, stad, dorp, betrekking, rang, stand;Placeverb. plaatsen, op intrest zetten, (geld) beleggen (ook:toplace out), schatten, de eerste, tweede of derde plaats toekennen (bij wedrennen), aanstellen:In place= op de juiste plaats;In the first place= ten eerste;In his place= in zijn plaats;In place of= in plaats van;The right man in the right place= de rechte man op de rechte plaats;To beout of place= buiten betrekking;To bebadly (entirely) out of place= totaal misplaatst;Tobe all over the place= aan de orde van den dag zijn;I do not wish tochange my place= ik wensch geene andere betrekking;Shallwe change places= van plaats verwisselen;Hefilled his placeto everybody’s satisfaction= nam zijne betrekking waar;Togive place to= vervangen worden door;Censure began togive place tocuriosity= begon te wijken voor;He has long sincegone to his place= is ten grave gedaald;Toknow one’s place= weten waar men moet staan (ookfig.);Toput in his place= op zijn nummer zetten;Totake place= plaats hebben;Totake places= plaatsen bespreken;Place-hunter= baantjesjager;Placeman= iemand, die door zijne partij aan een baantje geholpen wordt;Place-name= plaatsnaam.Placenta,pləsentə, moederkoek; adj.Placental.Placer,pleisə,plasə, goudbevattend terrein, goudmijn (ookfig.).Placid,plasid, kalm, rustig, vreedzaam; subst.Placidity,pləsiditi=Placidness.Placket,plakət, split v. een vrouwenrok (=Placket-hole); rok, schort, vrouw.Plagiarism,pleidžiərizm, letterdieverij;Plagiarist,pleidžiərist, letterdief;Plagiarize= letterdieverij plegen.Plague,pleig, subst. pest, plaag, ramp, straf;Plagueverb. met de pest besmetten, met eenige ramp bezoeken; kwellen, plagen:(A) plague on his sentiments= laat hij met zijne opinies naar den duivel loopen;You little plague= kleine rakker!Plague-spot(Plague-token) = pestbuil, schandvlek;Plaguy,pleigi, pest - -, besmettelijk, vervelend, lastig, ondragelijk, veel, zeer.Plaice,pleis, schol; platvisch.Plaid,plad,pleid, subst. geruite wollen omslagdoek in Schotland; reisdeken; adj. Schotsch.Plain,plein, subst. vlakte, vlak, veld; adj.[405]vlak, open, helder, duidelijk, eenvoudig, niet schoon, leelijk;Plainverb. klagen, beklagen; uitleggen:In plain clothes= in burgerkleeren;Aplain face= alledaagsch, niet mooi;In plain terms= ronduit;That’sthe plain truth= dat is de zuivere waarheid;Sausage and plain= worst met gekookte aardappelen;Heput it very plain= drukte zich zeer duidelijk uit;Plain cooking= burgerpot;Plain-dealer= oprecht en eerlijk man;Plain-dealing= oprechtheid, rondheid;Plain-song= koraalgezang;Plain-speaking= openhartigheid, oprechtheid;Plain-spoken= openhartig, rond;Plain-work= nuttige handwerken;Plainness= vlakheid, etc.Plaint,pleint, weeklacht, klaaglied; aanklacht;Plaintiff= (aan)klager, eischer;Plaintive= jammerend, klagend, droevig; subst.Plaintiveness.Plaister,plâstə,pleistə; ZiePlaster.Plait,pleit, subst. platte vouw, plooi; vlecht; bonbon, borstplaat;Plaitverb. vouwen, plooien, vlechten:She carefully removesmy plaits(= valsche vlechten of valsch haar)and gingerly applies the comb to what is left on my head.Plan,plan, subst. ontwerp, plan, schets, methode;Planverb. een plan maken, schetsen, ontwerpen, beoogen:Plan of campaign= krijgsplan;On an entirely new plan= volgens eene geheel nieuwe methode;The plan fell away (through)= viel in duigen;I havechanged my plans= ik ben van plan veranderd;They were alwaysplanning and plotting= aan het plannen maken en samenzweren;Planless;Planner.Planchet,planšət, muntplaatje.Plane,plein, vlak, effen; subst. vlakte, vlak, oppervlak, basis, sfeer, trap, gebied; schaaf; plataan (=Plane-tree);Planeverb. effenen, schaven:Plane chart= kaart naar Mercators projectie;Plane geometry= vlakke meetkunde;Plane sailing= zeilen op een gelijkgradige kaart; eenvoudige zaak;Plane-table= planchet (in graden verdeeld instrument voor het landmeten);Plane-tree= plataanboom;Planer= schaver; schaaf.Planet,planət, planeet;Planet-struck,Planet-stricken= door den invloed van planeten getroffen, als verlamd;Planet-wheel= planeetrad;Planetarium,planətêriəm, planetarium;Planetary= veroorzaakt door planeten; planeet …;Planetoid,planətôid, asteroid.Plangent,planž’nt, luid klotsend.Planimetric(al),pleinimetrik(’l),planimetrik(’l), planimetrisch;Planimetry,plənimətri,pleinimətri, vlakke meetkunde.Planing,pleiniŋ:Planing bench= schaafbank;Planing-machine= schaafmachine.Planish,planiš, planeeren, glad schaven, polijsten, pletten;Planisher.Planisphere,planisfîə, planisfeer.Plank,plaŋk, subst. plank; beginsel van een politiek programma;Plankverb. met planken beleggen of bedekken; neerleggen (gooien) =Toplank down(Amer.);The pirates made their captiveswalk the plank= spoelden hun gevangenen de voeten;Aplanked way= plankier.Plano,pleinou:Plano-concave= planconcaaf;Plano-conical= planconisch;Plano-convex= planconvex.Plant,plânt, subst. plant, gewas; al het materiaal voor een bepaalden arbeid; bedriegerij, zwendel;Plantverb.planten, vestigen, neerzetten, zaaien:Railway plant= al het materiaal voor een spoorweg;I am surehe has some plant on= dat hij iets in het schild voert;Planting his right footwith some forceon the ground= neerzettende;Toplant oneself four square= zich schrap zetten;Plant-cane= suikerriet van het eerste jaar;Plant-marker= naambordje (bij plant.);Planter;Planting-ground= (kunstmatige) oesterbank;Plantlet= plantje.Plantain,plantən, weegbree; pisang.Plantation,planteiš’n, aanplanting, beplanting, plantage, nederzetting.Plantigrade,plantigreid, op de zolen loopend; zoolganger.Plap,plap, kletteren (v. water).Plaque,plâk, geëmailleerd of beschilderd bord van aardewerk of metaal; ster van eene orde, schijf;Plaquette,pləket, plaquette.Plash,plaš, subst. tak (in eene heg) met andere takken dooreengevlochten; geklots, geplas, plas;Plashverb. dooreenvlechten van takken; plassen, sprenkelen;Plashy,plaši, drassig; gespikkeld.Plasma,plazmə, plasma; een soort van groen kwarts;Plasmatic(al)= vorm of gedaante gevend; plasma-achtig.Plaster,plâstə, subst. pleister(werk), gips, cement; pleister;Plasterverb. bepleisteren, berapen, besmeren:Calcined plaster=Plaster of Paris= gebrande gips;Plaster bust= buste van gips;Plaster image= gipsen beeldje;Plaster image maker;Adhesive (Sticking) plaster= hechtpleister;Blistering (Cantharides, Vesicating) plaster= trekpleister;Court plaster (Isinglass plaster)= Engelsche pleister;He wasplastered all over= als bedekt met pleisters of pappen;Plasterer= stucadoor.Plastic,plastik, plastisch, beeldend, vormend, vormbaar:Plastic art= de beeldende kunst;Plastic clay= pottebakkersaarde;Plasticity,pləstisiti, plasticiteit, vormbaarheid.Plastron,plastr’n, borstharnas, borst- of stootlap (voor schermers), borststuk, borst in kleedingstuk; plastron.Plat,plat, subst. lapje grond, plan, vlecht, vlechtstroo (=Platting);Platverb. een plattegrond maken van, vlechten;Platband= rabat (bloembed), bovenstijl van venster of deur.Platan,plat’n,Platane,platein, plataan.Plate,pleit, subst. plaat, bord, metalen vaatwerk, gouden en zilveren schotels of andere voorwerpen (als prijzen), tafelzilver, schaal, gang, etc.; harnas;Plateverb. met zilver of goud bedekken, pantseren, pletten;Plate-armour= pantserplaten;Plate-basket= afhaalmandje;Plate-fleet= (de Spaansche) zilvervloot;Plate-glass= spiegelglas;Plate-iron= plaatijzer;Plate-layer= legger van spoorstaven;Plate-mark= keur;Plate-rack= rek voor borden en schotels;Plate-warmer.Plateau,plətou, hoogvlakte, tafelland.Platen,plat’n, degel (boekdr.).[406]Platform,platföm, verhoogde vloer, tribune, terras, balkon (vantram), perron, politiek programma of pol. redevoeringen; bedding van een stuk geschut.Platina,platinə,plətînə,Platinum,platinɐm,plətînəm, platina:Platinum crucible;Platinum-wire; adj.Platinic;Platiniferous= platina opleverend.Platitude,platitjûd, platheid, onbeduidendheid, oppervlakkigheid:He is endlessly prolix and platitudinous= en vol gemeenplaatsen.Plato,pleitou, Plato;Platonic,plətonik, platonisch:Platonic love(=Platonics);Platonic year= platonisch jaar (ongeveer 26,000 jaren);Platonism= wijsbegeerte van P.;Platonist= volgeling van Plato.Platoon,plətûn, peleton:In (By) platoons;Platoon firing.Platter,platə, houten bord, groote platte schotel.Plaudit,plôdit,toejuiching;Plauditory= toejuichend.Plausibility,plôzibiliti, subst.v.Plausible,plôzib’l, plausibel, aannemelijk, aangenaam voor oog of zinnen, mooi pratend, met gladde tong; subst.Plausibleness.Play,plei, subst. spel, vermaak, vrijheid van handeling, ruimte, tooneelstuk, wijze van spelen;Playverb. spelen, in beweging zijn, bespuiten, beschieten, etc.:It wasas good as a play= onbetaalbaar;Play of colours= kleurenspel;Aplay on (upon) words= woordspeling;Toleave off boys’ play= de kinderschoenen uittrekken;Let him havefair play= geef hem een eerlijke kans, behandel hem zoo royaal mogelijk;That isnot fair play= niet eerlijk;Togive full (free) play= vrij spel laten;A child at play= spelend;His pen wasin full play= hij gebruikte zijne pen ter dege;The waterworks werein full play= aan ’t springen;I amin play= aan stoot (bilj.);Hecalled into playall his influence= hij liet al zijn invloed gelden;You must try tohold (keep) them in play= aan den gang te houden;Toput into play= in beweging brengen;You must play or pay= ge moet doorspelen of alles verbeuren (“hangen of verzuipen”);Toplay fair, foul= eerlijk, oneerlijk;Youplay me false= bedriegt mij;Heplays fast and loose withhis money= hij gooit zijn geld weg;Heplays fast and loose= hij is grillig, wispelturig;Toplay boats (horses, school, soldiers)= scheepjezeilen, paardje spelen, etc.;Toplay (at) cards (chess, dice);Toplay the deuce (devil) with= beetnemen, erg te pakken nemen, ondermijnen;Toplay a fish= laten uitspartelen;Toplay the fool (with)= zich mal aanstellen (malle streken uithalen met);Toplay the game= eerlijk of flink handelen;Heplays a capital knife and fork= kan geducht eten, eet kolossaal;Toplay a prominent part= een hoofdrol spelen;He hasplayed (the) truant= hij is stil uit school (van zijn werk) weggebleven;Theyplayedfirstat blindman’s buffand thenat keeping house= ze speelden eerst blindemannetje en toen huismoedertje;Two can play at this= dàt kan ik ook;We will notplay for moneybutfor love= niet om geld, maar om de eer (voor ons plezier);I onlyplay for safety= op goed af (bilj.);Toplay into each other’s hands= elkaar den bal toekaatsen (fig.);Heplayed off that trick on me= hij bakte mij die poets;Toplay off one against the other= tegen elkaar uitspelen;He has many talents, buthe plays them off= loopt er mee te koop;Toplay on words= woordspelingen maken;Theyplayed out their dinner= betaalden het diner met hun spelen;Played out= op, verbruikt, uitgeput;The musicians mustplay up= beginnen, opspelen;They did notplay up to me= zij speelden niet in mijn kaart;Youplay upon me= gij bedriegt mij;I played withhis follies as an anglerplays the fishat the end of his line= ik speelde met zijn dwaasheden, zooals de hengelaar den visch laat uitspartelen;Play-acting= tooneelspelen;Play-actor= tooneelspeler;Playbill= affiche, programma;Play-book= tekstboekje;Play-day= speeldag; vacantiedag;Play-debt= speelschuld;Playfellow= speelmakker;Playgoer= geregeld theaterbezoeker;Playground= speelplaats;Playhouse= theater;Playmate= speelkameraad;Plaything= stuk speelgoed;Playwright= schrijver van tooneelstukken =Play-writer;Player= speler;Playful= speelsch, schalksch; subst.Playfulness.Plea,plî, pleit, pleidooi, excuus, verweer, dringend verzoek:Court of Common Pleas= vroeger gerechtshof, thans onderThe Queen’s Bench Divisionvan hetHigh Court of Justice;On (Under) the plea that= onder voorwendsel;Tourge the plea of necessity= op de noodzakelijkheid wijzen.Pleach,plîtš:Pleached walk= berceau.Plead,plîd, pleiten, een pleidooi houden, zich verweren, bewijzen voor of tegen bijbrengen, voorgeven, aanvoeren, verontschuldigen:Toplead for a person,Toplead a person’s cause= iemands zaak bepleiten;Hepleaded ignorance, innocence, guilty= hij gaf voor dat hij er niets van wist, dat hij onschuldig was, hij bekende;Pleadable= wat aangevoerd kan worden;Pleader:Special pleader= sophistisch verdediger;Special pleading= het aanvoeren van nieuw bewijsmateriaal (in tegenstelling met het weerleggen van het door de tegenpartij aangevoerde), draaierij;Pleadings= protocollen, processen-verbaal, processtukken.Pleasance,plez’ns, vermaak, vroolijkheid; lusthof;Pleasant,plez’nt, aangenaam, prettig, vroolijk; subst.Pleasantness;Pleasantry,plez’ntri, vroolijkheid, scherts, grapje.Please,plîz, behagen, genot verschaffen, believen:He was pleasedto say so= het behaagde hem;Are you not yet pleased!= hebt ge nog niet genoeg?He waspleased athearing of my success= was verheugd te hooren;Pleased with= ingenomen met;Please come in=Will you please to walk in?= mag ik u verzoeken binnen te gaan;As you please= naar u verkiest;As pleased as Punch= dolblij;If you please= alstublieft;[407]ook: met permissie, note bene;Please, don’t say so= zeg dàt nu niet;Please acknowledge receipt= ontvangbewijs verzocht;Pleasing, subst. het behagen of voldoen; adj. aangenaam, behaaglijk:Pleasing ways= innemende manier van doen; subst.Pleasingness= innemendheid.Pleasurable,pležərəb’l, aangenaam, subst.Pleasurableness;Pleasure,pležə, subst. genoegen, vermaak, genot, wensch, wil, welbehagen, keus, begeerte;Pleasureverb. zich vermaken:I amat your pleasure= ik hang af van uw welbehagen;At pleasure= naar goedvinden;It is a pleasure to me to do it= het is mij een genot;The pleasure is ours= het genoegen is aan ons;Totake pleasure in= behagen scheppen in;Use your pleasure= doe wat gij niet laten kunt;I’llwait his good pleasure= wachten tot het hem behagen zal;Pleasure-boat= pleizierboot;Pleasure-ground= park, uitspanningstuin;Pleasure-train= pleiziertrein (Amer.);Pleasure-trip= pleiziertochtje;To go (out)a-pleasuring= pret gaan maken.Pleat,plît; ZiePlait.Plebeian,plibîən, subst. plebejer; adj. plebejisch, plat, gemeen;Plebeianism= ploertenmanieren of -gewoonten, platheid;Plebeii,plibîai, plebejers.Plebiscite,plebis(a)it,plebisît, plebisci(e)t;Plebs,plebz, plebs.Pledge,pledž, subst. pand, onderpand, borgtocht, het drinken van iemands gezondheid, liefdepand;Pledgeverb. verpanden, als onderpand geven, plechtig verbinden, iemands gezondheid drinken:He hasredeemed his pledge= zijn pand ingelost, zijne belofte gehouden of gestand gedaan;Totake the pledge= afschaffer worden;Tohold in pledge= in pand houden;Toput in pledge= verpanden;He pledged me in return= deed mij bescheid;Ipledge my word on it= verpand er mijn woord onder;They havepledged themselves too deeplyto recant= zich te zeer en te plechtig verbonden;I havepledged myself to youon behalf of my brother= ben bij u borg gebleven;Pledgee,pledžî= pandnemer;Pledger.Pledget,pledžət, plok, plukselverband.Pleiades,plîədîz, het zevengesternte.Plenary,plînəri,plenəri, volkomen, geheel:Plenary absolution,Plenary indulgence= volle absolutie, aflaat;Plenary meeting= plenum, voltallige vergadering;Plenary power= volmacht.Plenipotentiary,plenipətenšəri,plînipətenšəri, subst. en adj. gevolmachtigd(e).Plenitude,plenitjûd, volheid, volkomenheid.Plenteous,plentjəs, overvloedig, in groot aantal; subst.Plenteousness;Plentiful= overvloedig:Apples wereplentiful and rarethis year= dit jaar gaf een overvloed van zeldzaam mooie appels; subst.Plentifulness;Plenty,plenti, subst. overvloed; adj. en adv. overvloedig:He hasplenty of money= veel geld;You will bein plenty of time(haveplenty of time) = hebt meer dan tijd;Horn of plenty= hoorn des overvloeds.Pleonasm,plîənazm, pleonasme;Pleonastic= overtollig.Plesiosaurus,plîziəsôrəs, fossiele zeehagedis.Plethora,plethərə, volbloedigheid, overvloed; adj.Plethoric,pləthorik,plethərik.Pleura,plûrə, borstvlies;Pleural= borstvlies..;Pleurisy,plûrisi, borstvliesontsteking, pleuris =Pleuritis,pluraitis.Pliability,plaiəbiliti, subst. v.Pliable,plaiəb’l, buigzaam, lenig, volgzaam; subst.Pliableness=Pliancy,plaiənsi;Pliant,plaiənt, buigzaam, smijdig, gedwee.Plicate(d),plaikit(id), gevouwen, geplooid;Plication= platte vouw.Pliers,plaiəz, vouw- of buigtang.Plight,plait, subst. belofte; toestand, geval;Plightverb. verpanden, beloven:Ingood (a sorry) plight= er goed (slecht) aan toe;Heplighted his faith= gaf zijn eerewoord;They hadplighted their trothto each other= hadden elkander trouw beloofd.Plimsoll,plimsol:Plimsoll’s mark= wettig voorgeschreven lastlijn.Plinth,plinth, plint, onderste gedeelte van den zuilsokkel.Pliny,plini, Plinius.Plod,plod, zwoegen, ploeteren, hard blokken:Toplod at one’s books= vossen;Plodder.Plop,plop, plonsen; interj. plomp, klets:Tofall plop into the water.Plot,plot, subst. samenzwering, complot, intrige of knoop; stuk gronds, platte grond;Plotverb. samenzweren, plannen smeden; ontwerpen, traceeren:Acomplicated plot= ingewikkelde intrige;Secondary, Subplot;Theylaid (wove) a plot= zij smeedden eene samenzwering;Grass plot= grasveld;Toplot a line= een spoorlijn traceeren;Toplot against= een samenzwering smeden tegen;Toplot down (out)= ontwerpen;Plotter= plannenteekenaar, samenzweerder;Plotting-scale= verkleinde schaal.Plough,plau, subst. ploeg, holle schaaf;Ploughverb, ploegen, groeven:You mustput your hand to the plough= de hand aan den ploeg slaan;Toplough a lonely furrow= alleen staan;Toplough the sands= nutteloos werk doen;Toplough in= onderploegen;Toplough up= omploegen;He wasploughed= hij zakte voor het examen;Ploughboy= ploeger, arbeider; kinkel;Plough-handle= staart;He hada plough-handle-stoopin his shoulders= hij liep met krommen rug;Ploughland= bouwland, geploegd land;Ploughman= ploeger, boer;Plough Monday= Maandag na Driekoningen (6 Jan.);Plough-share= ploegijzer, kouter;Plough-tail= ploegstaart;Ploughing-machine;Ploughing-match.Plover,plɐvə, pluvier.Pluck,plɐk, subst. ruk, trek, ingewand, moed, vuur, korf (bij examen);Pluckverb. (kaal) plukken, rukken, afwijzen:He hasno end of pluck= hij heeft veel “durf”;He isa plucked one= heeft durf;The best plucked manI ever saw= kranigste;I have a crow to pluck with you= een appeltje met u te schillen;Topluck a pigeon= een suffer plukken (bij ’t spel);Topluck up courage, spirit= moed vatten, bijeenrapen;Hewas (got) plucked= hij is gezakt;Plucky;You[408]area plucky little fellow= een dapper ventje.Plug,plɐg, subst. plug, prop, pin;Plugverb. dichtstoppen, plombeeren:Plug of a pump= zuiger van eene pomp;Plug of tobacco= prop tabak;She thinks that I am goingto be plugged= neergeschoten zal worden (Amer.);Plug-basin= fonteintje;Plug-hat= hooge “dop”.Plum,plɐm, pruim, rozijn, 100.000 pond sterling, groot fortuin, beste deel, goed zaakje;Plum-cake= rozijnentaart;Plum-loaf= rozijnenbrood;Plum-pudding= rozijnenpudding;Plum-tree= pruimenboom.Plumage,plûmidž, gevederte.Plumb,plɐm, subst. schietlood; adj. loodrecht, degelijk, eerlijk; adv. pardoes;Plumbverb. loodrecht zetten, polsen, peilen:Out of plumb= uit het lood;Sheplumbed their depths of misery= peilde;Plumb-line= schiet- of loodlijn; ook verb.;Plumb-rule= waterpas;Plumber,plɐmə, loodwerker, loodgieter:All the crowned heads, bankers andplumbers of Europe= en groote lui (Amer.) van Europa;Plumbery= artikelen van loodwerk, loodgieterij, het loodgieten;Plumbic,plɐmbik, loodhoudend;Plumbiferous,plɐmbifərɐs, lood opleverend;Plumbing,plɐmiŋ, het werken in lood, looden pijpen.Plumbago,plɐmbeigou, graphiet.Plume,plûm, subst. veer, pluim, eereteeken, lauwer;Plumeverb. de veeren terecht of gelijk leggen, met veeren versieren, pochen, plukken, plunderen:The swanplumed itself= streek zijne veeren glad;Heplumed himself onhis liberality= liet zich voorstaan op;Plumeless;Plumelet= pluimpje;Plumiped,plûmiped, subst. en adj. (vogel) met veeren aan de pooten.Plummet,plɐmət, dieplood, peillood.Plummy,plɐmi, voortreffelijk.Plumose,plumous,plûmous, vederachtig, gevederd;Plumosity,plumositi, gevederdheid.Plump,plɐmp, subst. klomp; adj. mollig, dik, grof;Plumpverb. dik worden, opzwellen, neerploffen, uitflappen (out), alles op één paard zetten; stemmen op één candidaat (in plaats van op alle personen op wie men stemmen mag) =Toplump one’s vote=Toplump for a candidate; adv. plotseling, pardoes, zwaar, eenvoudig, botweg:Plump in the pocket= met vollen buidel;Tocome plump upon= overvallen;Say it out plump= vooruit! zeg op!Plumper= pruim tabak, valsche buste; stem aan slechts één der candidaten, stemmer op slechts één der candidaten; brutale leugen;Plumply= rond, botweg, platweg;Plumpness;Plumpy= dik, mollig, glad.
Pierian,paiîriən,paieriən, Muzen - -.Pierpont,pîəpont;Piers,pîəs;Pierson,pîəs’n.Pietism,paiitizm, Pietisme; kwezelarij;Pietist= Duitsche Pietist; vrome kwezelaar;Pietistic(al),paiətistik(’l), pietistisch;Piety,paiiti, vroomheid:Filial piety= kinderliefde.Piffle,pif’l, leuteren; subst. leuterpraat.Pig,pig, big, varken(svleesch), zwijn, klomp ruw metaal;Pigverb. biggen werpen, als biggen samengepakt zijn of samenhokken:You havebought a pig in a poke= ge hebt eene kat in den zak gekocht;She meantto be a pig= wou onaangenaam zijn;Pig’s wash= draf;Pig’s whisper= zacht gefluister:In a pig’s whisper= in een vloek en een zucht;Guinea pig= iemand die gepoederd haar bleef dragen niettegenstaande Pitt’s belasting daarop van eenguinea(1795); ZieGuinea;Pig and whistle= engeltje met trompet (naam v. herberg); (Togo to pigs and whistles= verkwist worden);Pig and tinderbox=elephant and castle(naam v. herberg);Pig-eyed= met kleine oogen;Pig-headed= met groot hoofd; koppig, eigenwijs;Pig-iron= ruw ijzer;Pig-nut= aardkastanje;Pigskin= varkenshuid; zadel;Pig-sticking= wilde zwijnenjacht met lansen;Pigsty= varkenshok (ookfig.);Pigtail= varkensstaart, korte losse vlecht haar, Chinees, tabak in lange rollen;Piggery= zwijnestal (ookfig.), zwijnerij;Piggish= vuil; subst.Piggishness= zwijnerij.Pigeon,pidž’n, subst. duif; domoor, sul, stakkerd; lood;Pigeonverb. bedriegen, villen, alles afhalen:Tomilk (pluck) the pigeon= afzetten; ZieMilk;Pigeon-breast(ed)= (met een) kippeborst;Pigeon-English=Pidgin English;Pigeon-fancier= duivenhouder(-koopman);Pigeon-hole, subst. poortje (van een duivenslag), loket;Pigeonverb. in een vakje of eene afdeeling leggen, opbergen; opzettelijk verwaarloozen (fig.):They were very kind to me, butI was pigeon-holed= ik werd met een kluitje in het riet gestuurd;Pigeon-livered= beschroomd, zachtaardig;Pigeon-pair= tweelingen van tweeërlei geslacht;Pigeon-shooting(sport);Pigeon-toed, met naar binnen gekeerde teenen;Pigeon-wing= soort pruik; kruissprong:Tocut a pigeon-wing;Pigeonry= duivenhok.Piggin,pigin, half vaatje met één langere duig als handvat.Pigment,pigm’nt, pigment, kleur, verf (stof); adj.Pigmental.Pigmy,pigmi=Pygmy.Pigot(t),pigət.Pigwidgeon,pigwidž’n, subst. dwerg, fee, sul; iets zeer kleins; dwergachtig.Pike,paik, piek, spies, tolboom; snoek; (Zie ookTurnpike);Pikeman= piekenier;Pikestaff= schacht van eene piek:As plain as a pikestaff= zoo klaar als een klontje;I call a pikestaff a pikestaff= het kind bij z’n naam;Piked= gepunt, puntig.Pikelet,paiklət,Pikelin,paiklin, gebakje.Pilaster,pilastə, pilaster.Pilate,pailit, Pilatus.Pilau,pilau,pilô, rijst met gehakt schapenvleesch.Pilchard,piltšəd, een soort sardijn.Pile,pail, subst. hoop, massa, brandstapel, heipaal, beharing, nop (van laken), groot gebouw, opeenhooping, fortuin;Pileverb. opeenhoopen, stapelen, heien, noppen:Hegoes the whole pile= zet alles op één worp;He went to America andmade his (a) pile= en maakte fortuin (Amer.);Piles= aambeien;Galvanic pile= zuil van Volta;To pile arms= de geweren aan rotten zetten;Topile up (on) the agony= zoo sensationeel mogelijk voorstellen;Pile-driver= heiblok;Pile-engine= heimachine;Pile-worm= paalworm;Pile-wort= speenkruid.Pileate,p(a)ili-it, hoedvormig.Pilfer,pilfə, ontfutselen, ontstelen (bij kleine hoeveelheden);Pilferer.Pilgarlick,pilgâlik, arme drommel.Pilgrim,pilgrim, pelgrim; nieuweling;Pilgrimage= bedevaart; levensreis:Pilgrimage of woe= vervelende tijd.[402]Piliferous,pailifərɐs, behaard;Piliform,p(a)iliföm= haarvormig.Pill,pil, subst. pil, mil. dokter, bittere pil; vlegel;Pillverb. pillen voorschrijven; deballoteeren:Tobe a bitter pill for= een bittere pil zijn;Blue pill= kwikpil; blauwe boon (fig.);A long-haired pillwas making a speech to a crowd of ruffians= een vlegel met lang haar;We shall haveto gild the pill= de pil moeten vergulden;I know what it isto be pilled= te worden gedéballoteerd;Pill-monger= pillendraaier.Pillage,pilidž, subst. roof, plundering, buit;Pillageverb. rooven, plunderen, vernielen;Pillager.Pillar,pilə, pilaar, zuil:I wassent from pillar to post, and back again from post to pillar= ze zonden me van Pontius naar Pilatus;Thepillars of society= de steunpilaren der maatschappij;Pillar-box= (straat)brievenbus;Pillar-saint=Pillarist= zuilheilige.Pil(l)au, Pillaw. ZiePilau.Pillion,pilj’n, zacht laag zadel, kussen voor eene vrouw om achter iemand op het paard te zitten.Pillory,piləri, subst. kaak;Pilloryverb. op de kaak stellen, te pronk staan, aan de algemeene verachting prijsgeven:He wasput into the pillory= op de kaak gesteld.Pillow,pilou, subst. peluw, kussen;Pillowverb. op een peluw of kussen ter ruste leggen; met een kussen steunen:Toadvise (take counsel, consult) with one’s pillow= zich erop beslapen;Pillow-case= kussensloop =Pillow-sham=Pillow-slip.Pilose,pailous,pailouz, behaard, harig.Pilot,pailət, subst. loods, gids;Pilotverb. loodsen (in, out):Hepiloted the ship into port= loodste binnen;Pilot-boat= loodsboot;Pilot-bread= scheepsbeschuit;Pilot-cloth= donkere blauwe stof voor zeelui;Pilot-engine= voorspan-, of hulplocomotief;Pilot-fish= loodsmannetje;Pilot-jack= loodsvlag;Pilot-jacket= pijjekker;Pilotage,pailətidž, loodsgeld (inwards, outwards), leiding of bekwaamheid van een loods.Pilule,piljul, kleine pil;Pilulous,piljulɐs, pilvormig, nietig.Pilularia,piljulêriə, pilvaren.Piment,paimənt, wijn met honig en nagels.Pimento,pimentou, piment, nagelbollen.Piminy,pimini, gemaakt, gekunsteld.Pimp,pimp, subst. koppelaar;Pimpverb. koppelen.Pimpernel,pimpənel:Field (Male, Red, Scarlet) pimpernel= guichelheil;Water pimpernel= beekpunge, watereereprijs, waterpunge;Wood (Yellow) pimpernel= boschwederik.Pimple,pimp’l, puist(je).Pin,pin, subst. speld, pin, kegel, bout, kleinigheid, stemming;Pinverb. met eene speld, pin of een bout vastmaken, vasthouden, spelden, insluiten:There is not a pin to choose between them= er is geen zier verschil tusschen beiden, ze zijn aan elkaar gewaagd;I have pins and needles in my leg= mijn been slaapt;To beon pins and needles= op heete kolen zitten;To bein (on, upon) a merry pin= vroolijk gestemd;Youmight have heard a pin drop;I don’tcare a pin= het kan mij geen lor schelen;A companyplaying at ninepins= dat aan het kegelen was;Tobe put to the pinof one’s collar= bijna den laatsten cent uitgegeven hebben;Tostick pins into= speldeprikken geven (ookfig.);The web and the pin= een vlek op het hoornvlies van het oog (verouderd);Ipin my faith on him (on his sleeve)= ik vertrouw hem volkomen;I ampinned to it= eraan gebonden, zit eraan vast;Hepinned the government tothat declaration= bond;Pinafore= voorspelder, kinderboezelaar;Pin-case= speldenkokertje;Pincushion= speldenkussen;Pincushiony= mollig, dik (Amer.);Pin-feather= uitkomende veer;Pin-fire cartridge= patroon met randontsteking (tegenoverCentral-fire cartridge);Pinfold= schutstal;Pin-head= knop;Pin-hole= speldeprik (=Pinprickookfig.);Pin-money= speldengeld;Pin-tail= pijlstaart;Pinner= boezelaar met voorspelder; de houder van een schutstal.Pinaster,p(a)inastə, zeepijn.Pincers,pinsəz, groote knijptang, schaar.Pinch,pinš, subst. kneep, steek, prise, nood, verlegenheid, angst;Pinchverb. knijpen, knellen, in verlegenheid brengen, gappen, toehappen, beperken, knijperig of gierig zijn, zich bekrimpen:At a pinch= als het knijpt (desnoods);If ever it comes to a pinch= in geval van nood; als het tot het uiterste komt;Hepinched me black and blue= kneep;That’s where the shoe pinches= daar wringt de schoen;He pinched himself (of everything)= hij ontzeide zich alle genoegens;Shepinched her waist in= reeg zich sterk;Tobe pinched with cold= erg van de koude lijden;Pinch-belly= gierigaard;Pinch-spotted= met blauwe plekken van het knijpen;Pincher= knijper, gierigaard;Pinchers(ZiePincers).Pinchbeck,pinšbek,subst.pinsbek, een koperlegeering; adj. onecht, valsch.Pindar,pində, Pindarus;Pindaric,pindarik, subst. Pindarische ode; adj. Pindarisch.Pindarus.Pinder,pində, houder van een schutstal.Pine,pain, subst. (grove) den; pijnappel;Pine-apple= ananas;Pine-barren= dennenaanplanting (Amer.);Pine-clad= met pijnboomen bezet;Pine-cone= dennenappel;Pine-needle= dennennaald;Pinery= broeikas voor het kweeken van ananassen; dennenaanplanting =Pinetum,painît’m; het laatste ook = verhandeling over naaldhout.Pine,pain, van kommer, honger omkomen, wegkwijnen (away), smachten naar (after, for).Ping-pong,piŋpoŋ, subst. tafeltennis;Ping-pongverb. tafeltennis spelen.Pinic,painik:Pinic-acid= dennenzuur.Pinion,pinj’n, subst. vleugel, wiek, vleugelpunt; handboei;Pinionverb. kortwieken, omklemmen, vastklemmen, boeien:He wasseized and pinioned= gegrepen en weerloos gemaakt.Pink,piŋk, subst. rose anjelier, lichtroode kleurstof; uitstekendheid, hoogte, puikje;[403]pink (schip);Pinkadj. rosekleurig, lichtrood; uitstekend (Am.):The champion-rider wasin the pink of condition= was in uitstekende “conditie”;He isthe pink of fashion= hij is de spiegel (het toonbeeld) der mode;Napoleon dreadedthe pink of that societymore than Russia itself= die allerhoogste kringen;ThePink’un= een sportblad (Vergel.De “Groene”);Tochange to pink= een rooden jagersrok aantrekken;Pink-eyed= met kleine glinsterende oogen;Pink-sterned= met smallen achtersteven;Pinky= rose, vleeschkleurig; subst. pink (Amer.).Pink,piŋk, doorboren, doorsteken; verfraaien, verbloemen (Amer.).Pinkster,piŋkstə, Pinksteren (Amer.).Pinnace,pinis, pinas, 6 of 8 riemssloep van een oorlogsschip.Pinnacle,pinək’l, subst. tinne, toppunt;Pinnacleverb. van eene tinne of een top voorzien, kronen:Thepinnacle of fame= toppunt van beroemdheid.Pinnate,pinit, gevederd.Pinniped,piniped, vinpootig (dier).Pinnock,pinək, meesje.Pint,paint, subst. pint (⅛ gallon= ±0,568L.);Pint-pot= klein huisje (Am.); kan die eenpintinhoudt.Pintle,pint’l, pen, bout, roerhaak.Piny,paini, vol pijnboomen, pijnboomachtig.Pioneer,paiənîə, subst. pionier, baanbreker, wegbereider;Pioneerverb. den weg bereiden.Piony,paiəni, pioen.Pious,paiəs, vroom, godvruchtig, teeder;Pious-minded= met vroom gemoed.Pip,pip, subst. pip (vogelziekte), pit (v. eene vrucht), oog (op eene kaart); verk. v.Philip:Pipverb. piepen, sjilpen:Count your pips= tel, hoeveel oogen gij hebt.Pipe,paip, pijp, buis, fluit(je), luchtpijp, stem; maat v. twee okshoofden of126 gallons;Pipeverb. op de fluit spelen, een fluitsignaal geven, van pijpen voorzien, huilen, zingen:In a feeble pipe= met zwakke stem;All the children wereon full pipe,on the full howl= waren om het hardst aan het janken en gillen;Tocharge (fill) a pipe= stoppen;I’llclear my pipefirst= mijne keel schrapen;Tohit the pipe= opium schuiven;I’llput your pipe out= ik zàl je wel;Put that in your pipe and smoke it= steek dat in je zak;His pipe was stopped, went out= was verstopt, ging uit;He began topipe down= een toontje lager te zingen;He dances as she pipes= hij danst naar haar pijpen;Pipe-bowl= kop;Pipe-clay= pijpaarde;Pipe-clayverb. pijpaarden;Pipe-cleaner(Pipe-cleanser);Pipe-laying= het leggen van pijpen; politieke intrigues (Amer.);Pipe-light= fidibus;Pipe-picker= pijpuitpluizer;Pipe-rack= pijpenstander;Pipe-stem= steel;Pipe-tree= sering;Piper:Who is to pay the piper?= “Wie zal dat betalen, zoete, lieve Gerritje”?Piping= schril, schel, zwak, kokend heet (=Piping hot):The piping days of yore= de goede oude tijd.Piperic,paiperik:Piperic acid= piperinezuur.Pipkin,pipkin, aarden pot, tobbetje.Pippin,pipin, kleine zure appel, pippeling.Pipul,pipul, de heilige vijgenboom (Brit. Ind.).Piquancy,pîk’nsi,pik’nsi, scherpheid, stekeligheid;Piquant= pikant, scherp, doordringend;Pique,pîk, subst. pik of piek, wrok, spijtigheid, gevoeligheid;Piqueverb. boos maken, beleedigen, prikkelen:In a moment of piqueshe accepted him= in een spijtig oogenblik schonk ze hem hare hand;Shepiqued herself onher ladylike tastes= liet zich heel wat voorstaan op.Piquet,piket,pikət, piket, piketspel.Piracy,pairisi, zeerooverij, nadruk =Book piracy;Pirate,pairit, subst. zeeroover(sschip), letterdief;Pirateverb. zeeroof plegen, onbevoegd nadrukken;Piratical,pairatik’l, zeerooverij of letterkundigen diefstal plegend:Piratical printer.Piraeus,pairîəs;Pirie,piri.Pirn,pɐ̂n, (garen)klos, spoel.Pirogue,piroug, uitgeholde boomstam (als kano); smalle boot.Pirouette,piruet, subst. pirouette:Toturn a pirouette=Topirouette.Pisa,pîzə;Pisanio,piseiniou.Piscary,piskəri, vischrecht, ook:Common of piscary;Piscatorial,piskətôriəl,Piscatory,piskətəri, visschers …, tot het visschen behoorende;Pisces,pisîz, de Visschen (dierenriem);Pisciculture,pisikɐltjə, vischteelt;Piscine,pis(a)in, tot de visschen behoorende;Piscivorous,pisivərɐs, vischetend.Pisé,pîzei, ineengestampte aarde.Pish,piš, interj. foei! bah!Pishverb. verachting uitdrukken:Tocry pish at=Topish at.Piss,pis, subst. urine;Pissverb. urineeren.Pistachio,pisteišiou,pistatšou:Pistachio nut= groene amandel.Pistareen,pistərîn, peseta (munt); adj. gering.Pistil,pistil, stamper (v. bloemen);Pistillaceouspistileišəs, tot den stamper behoorend, stamper …;Pistillate= met een stamper.Pistol,pist’l, subst. pistool;Pistolverb. doodschieten (met een pistool):Pistol-bag= holster;Pistol-case= pistoolkistje.Pistole,pistoul,pistoul, gouden munt (ƒ 9 à ƒ 12).Piston,pist’n, klep, zuiger; zuignapje:Piston-rod= zuigerstang;Piston-stroke= zuigerslag;Piston-valve= zuigerklep.Pit,pit, subst. put, kuil, afgrond, diepte, parterre (schouwburg), plaats voor hanengevechten; een kaartspel;Pitverb. uithollen, in eene put plaatsen, aanzetten, ophitsen, met kuiltjes of pokken merken:The pit= het graf;Heflew the pit= hij gaf den strijd op;Hehit the pit of my stomach= raakte me in de maagholte;He has the power ofpit and gallows= kerker en dood;Topit against= stellen tegenover;Hepitted his brains againstthat difficult language= hij studeerde hard op die taal;Pitted withthesmallpox= van de pokken geschonden (ook:Pock-pitted);Pitfall= val, strik, valluik;Pitman= putwerker;Pit-pat= tik.… tak;Pit-saw= kraanzaag (voor twee man: de onderste heetPitmanofPit-sawyer, de bovenste[404]top-sawyer);Pittite= volgeling vanPitt, parterre-bezoeker =Pitster.Pit-a-pat,pitəpat, subst. klopping, tiktak, getrippel; adv. tikketak;Pit-a-patverb. trippelen:And my heartwent pit-a-pat= ging rikketik.Pitch,pitš, subst. pik of pek; hoogte, toppunt, graad of trap; diepte, helling; toestand; toonhoogte; worp, stalletje;Pitchverb. teeren, pikken; bevestigen, zetten, opstellen, steken, regelen, werpen, slingeren, met een hooivork gooien of aanreiken, ruw plaveien, stemmen, den (grond)toon bepalen, kampeeren, (voorover) vallen, zich storten op, neerkomen, stampen (v. een schip):One cannot touch pitch without being defiled;As dark (black) as pitch= zoo donker als de nacht;Pitch-and-toss= kop of leeuw;Itrose to the highest pitch= het bereikte het toppunt;Pitch of a roof= helling v. een dak;Pitch of a room= de hoogte van vloer tot zolder;Pitch of a saw= helling van de tanden van eene zaag; (All our rooms arewell pitched= van behoorlijke hoogte);A pitched battle= geregelde slag;A pitched street= eene met granietblokken geplaveide straat;They pitched a campnear the town= sloegen op;Pitch intohim= sla er op;I could notpitch uponthe right word= kon niet vinden;The 17th waspitched upon= het werd op den 17envastgesteld;Mind the pitching= denk om de helling;The pitching of the shipwas something terrible= het schip stampte verschrikkelijk;Pitch-farthing= het spelen met centen in een kuil;Pitchfork= hooivork;Pitchforkverb. met een hooivork opgooien of aanreiken:He waspitchforked into that office= kreeg dat ambt door zijne vele kruiwagens;Pitch-pipe= stemfluitje;Pitchiness, subst. v.Pitchy= pikachtig, pikzwart, duister, akelig.Pitcher,pitšə, soort v. houweel; kruik of kan; iemand, die van een stalletje verkoopt; straatkunstenaar:Pitchers have ears= kleine potjes hebben ook ooren;So often goes the pitcher to the well, that it comes home broken at last= de kruik gaat zoolang te water tot ze breekt.Piteous,pitjəs, ellendig, jammerlijk, treurig; medelijden hebbend met(of); subst.Piteousness.Pith,pith, pit, kern, merg, kracht, nadruk, het essentiëele;Pithiness= pittigheid, kracht;Pithless= zonder pit (ook fig.), slap, zwak; subst.Pithlessness;Pithy= pittig, krachtig.Pitiable,pitiəb’l, jammerlijk; subst.Pitiableness.Pitiful,pitiful, medelijdend; erbarmelijk, onbeduidend; subst.Pitifulness;Pitiless= onbarmhartig; subst.Pitilessness.Pittance,pit’ns, gave, kleine portie, schrale kost, beetje.Pity,piti, subst. medelijden, jammer, ellende;Pityverb. medelijden hebben; beklagen:It’s a great pity= het is (erg) jammer;Do it,for pity’s sake= doe het om Gods wil;More is the pity= jammer genoeg, wat nog erger is;Have (take) pity on him= wees hem genadig, heb deernis met;I pity you,though you nevercomplain ofhim= ik beklaag u, ofschoon gij nooit over hem klaagt;He isto be pitied= is te beklagen.Pius,paiəs.Pivot,pivət, spil, guide (=Pivot-man);Pivotverb. draaien;Pivotal question= hoofdzaak.Pix,piks=Pyx.Pixy,piksi, fee, toovergodin.Pizzle,piz’l, roede:Bull’s pizzle= bullepees.Placability,plakəbiliti,pleikəbiliti, verzoenbaarheid, vergevensgezindheid, toegevendheid; adj.Placable,plakəb’l,pleikəb’l.Placard,pləkâd,plakəd, subst. plakkaat, aanplakbiljet;Placardverb. biljetten aanplakken, bekend maken door plakkaten.Place,pleis, subst. plaats, ruimte, inrichting, gebouw, verblijf, stad, dorp, betrekking, rang, stand;Placeverb. plaatsen, op intrest zetten, (geld) beleggen (ook:toplace out), schatten, de eerste, tweede of derde plaats toekennen (bij wedrennen), aanstellen:In place= op de juiste plaats;In the first place= ten eerste;In his place= in zijn plaats;In place of= in plaats van;The right man in the right place= de rechte man op de rechte plaats;To beout of place= buiten betrekking;To bebadly (entirely) out of place= totaal misplaatst;Tobe all over the place= aan de orde van den dag zijn;I do not wish tochange my place= ik wensch geene andere betrekking;Shallwe change places= van plaats verwisselen;Hefilled his placeto everybody’s satisfaction= nam zijne betrekking waar;Togive place to= vervangen worden door;Censure began togive place tocuriosity= begon te wijken voor;He has long sincegone to his place= is ten grave gedaald;Toknow one’s place= weten waar men moet staan (ookfig.);Toput in his place= op zijn nummer zetten;Totake place= plaats hebben;Totake places= plaatsen bespreken;Place-hunter= baantjesjager;Placeman= iemand, die door zijne partij aan een baantje geholpen wordt;Place-name= plaatsnaam.Placenta,pləsentə, moederkoek; adj.Placental.Placer,pleisə,plasə, goudbevattend terrein, goudmijn (ookfig.).Placid,plasid, kalm, rustig, vreedzaam; subst.Placidity,pləsiditi=Placidness.Placket,plakət, split v. een vrouwenrok (=Placket-hole); rok, schort, vrouw.Plagiarism,pleidžiərizm, letterdieverij;Plagiarist,pleidžiərist, letterdief;Plagiarize= letterdieverij plegen.Plague,pleig, subst. pest, plaag, ramp, straf;Plagueverb. met de pest besmetten, met eenige ramp bezoeken; kwellen, plagen:(A) plague on his sentiments= laat hij met zijne opinies naar den duivel loopen;You little plague= kleine rakker!Plague-spot(Plague-token) = pestbuil, schandvlek;Plaguy,pleigi, pest - -, besmettelijk, vervelend, lastig, ondragelijk, veel, zeer.Plaice,pleis, schol; platvisch.Plaid,plad,pleid, subst. geruite wollen omslagdoek in Schotland; reisdeken; adj. Schotsch.Plain,plein, subst. vlakte, vlak, veld; adj.[405]vlak, open, helder, duidelijk, eenvoudig, niet schoon, leelijk;Plainverb. klagen, beklagen; uitleggen:In plain clothes= in burgerkleeren;Aplain face= alledaagsch, niet mooi;In plain terms= ronduit;That’sthe plain truth= dat is de zuivere waarheid;Sausage and plain= worst met gekookte aardappelen;Heput it very plain= drukte zich zeer duidelijk uit;Plain cooking= burgerpot;Plain-dealer= oprecht en eerlijk man;Plain-dealing= oprechtheid, rondheid;Plain-song= koraalgezang;Plain-speaking= openhartigheid, oprechtheid;Plain-spoken= openhartig, rond;Plain-work= nuttige handwerken;Plainness= vlakheid, etc.Plaint,pleint, weeklacht, klaaglied; aanklacht;Plaintiff= (aan)klager, eischer;Plaintive= jammerend, klagend, droevig; subst.Plaintiveness.Plaister,plâstə,pleistə; ZiePlaster.Plait,pleit, subst. platte vouw, plooi; vlecht; bonbon, borstplaat;Plaitverb. vouwen, plooien, vlechten:She carefully removesmy plaits(= valsche vlechten of valsch haar)and gingerly applies the comb to what is left on my head.Plan,plan, subst. ontwerp, plan, schets, methode;Planverb. een plan maken, schetsen, ontwerpen, beoogen:Plan of campaign= krijgsplan;On an entirely new plan= volgens eene geheel nieuwe methode;The plan fell away (through)= viel in duigen;I havechanged my plans= ik ben van plan veranderd;They were alwaysplanning and plotting= aan het plannen maken en samenzweren;Planless;Planner.Planchet,planšət, muntplaatje.Plane,plein, vlak, effen; subst. vlakte, vlak, oppervlak, basis, sfeer, trap, gebied; schaaf; plataan (=Plane-tree);Planeverb. effenen, schaven:Plane chart= kaart naar Mercators projectie;Plane geometry= vlakke meetkunde;Plane sailing= zeilen op een gelijkgradige kaart; eenvoudige zaak;Plane-table= planchet (in graden verdeeld instrument voor het landmeten);Plane-tree= plataanboom;Planer= schaver; schaaf.Planet,planət, planeet;Planet-struck,Planet-stricken= door den invloed van planeten getroffen, als verlamd;Planet-wheel= planeetrad;Planetarium,planətêriəm, planetarium;Planetary= veroorzaakt door planeten; planeet …;Planetoid,planətôid, asteroid.Plangent,planž’nt, luid klotsend.Planimetric(al),pleinimetrik(’l),planimetrik(’l), planimetrisch;Planimetry,plənimətri,pleinimətri, vlakke meetkunde.Planing,pleiniŋ:Planing bench= schaafbank;Planing-machine= schaafmachine.Planish,planiš, planeeren, glad schaven, polijsten, pletten;Planisher.Planisphere,planisfîə, planisfeer.Plank,plaŋk, subst. plank; beginsel van een politiek programma;Plankverb. met planken beleggen of bedekken; neerleggen (gooien) =Toplank down(Amer.);The pirates made their captiveswalk the plank= spoelden hun gevangenen de voeten;Aplanked way= plankier.Plano,pleinou:Plano-concave= planconcaaf;Plano-conical= planconisch;Plano-convex= planconvex.Plant,plânt, subst. plant, gewas; al het materiaal voor een bepaalden arbeid; bedriegerij, zwendel;Plantverb.planten, vestigen, neerzetten, zaaien:Railway plant= al het materiaal voor een spoorweg;I am surehe has some plant on= dat hij iets in het schild voert;Planting his right footwith some forceon the ground= neerzettende;Toplant oneself four square= zich schrap zetten;Plant-cane= suikerriet van het eerste jaar;Plant-marker= naambordje (bij plant.);Planter;Planting-ground= (kunstmatige) oesterbank;Plantlet= plantje.Plantain,plantən, weegbree; pisang.Plantation,planteiš’n, aanplanting, beplanting, plantage, nederzetting.Plantigrade,plantigreid, op de zolen loopend; zoolganger.Plap,plap, kletteren (v. water).Plaque,plâk, geëmailleerd of beschilderd bord van aardewerk of metaal; ster van eene orde, schijf;Plaquette,pləket, plaquette.Plash,plaš, subst. tak (in eene heg) met andere takken dooreengevlochten; geklots, geplas, plas;Plashverb. dooreenvlechten van takken; plassen, sprenkelen;Plashy,plaši, drassig; gespikkeld.Plasma,plazmə, plasma; een soort van groen kwarts;Plasmatic(al)= vorm of gedaante gevend; plasma-achtig.Plaster,plâstə, subst. pleister(werk), gips, cement; pleister;Plasterverb. bepleisteren, berapen, besmeren:Calcined plaster=Plaster of Paris= gebrande gips;Plaster bust= buste van gips;Plaster image= gipsen beeldje;Plaster image maker;Adhesive (Sticking) plaster= hechtpleister;Blistering (Cantharides, Vesicating) plaster= trekpleister;Court plaster (Isinglass plaster)= Engelsche pleister;He wasplastered all over= als bedekt met pleisters of pappen;Plasterer= stucadoor.Plastic,plastik, plastisch, beeldend, vormend, vormbaar:Plastic art= de beeldende kunst;Plastic clay= pottebakkersaarde;Plasticity,pləstisiti, plasticiteit, vormbaarheid.Plastron,plastr’n, borstharnas, borst- of stootlap (voor schermers), borststuk, borst in kleedingstuk; plastron.Plat,plat, subst. lapje grond, plan, vlecht, vlechtstroo (=Platting);Platverb. een plattegrond maken van, vlechten;Platband= rabat (bloembed), bovenstijl van venster of deur.Platan,plat’n,Platane,platein, plataan.Plate,pleit, subst. plaat, bord, metalen vaatwerk, gouden en zilveren schotels of andere voorwerpen (als prijzen), tafelzilver, schaal, gang, etc.; harnas;Plateverb. met zilver of goud bedekken, pantseren, pletten;Plate-armour= pantserplaten;Plate-basket= afhaalmandje;Plate-fleet= (de Spaansche) zilvervloot;Plate-glass= spiegelglas;Plate-iron= plaatijzer;Plate-layer= legger van spoorstaven;Plate-mark= keur;Plate-rack= rek voor borden en schotels;Plate-warmer.Plateau,plətou, hoogvlakte, tafelland.Platen,plat’n, degel (boekdr.).[406]Platform,platföm, verhoogde vloer, tribune, terras, balkon (vantram), perron, politiek programma of pol. redevoeringen; bedding van een stuk geschut.Platina,platinə,plətînə,Platinum,platinɐm,plətînəm, platina:Platinum crucible;Platinum-wire; adj.Platinic;Platiniferous= platina opleverend.Platitude,platitjûd, platheid, onbeduidendheid, oppervlakkigheid:He is endlessly prolix and platitudinous= en vol gemeenplaatsen.Plato,pleitou, Plato;Platonic,plətonik, platonisch:Platonic love(=Platonics);Platonic year= platonisch jaar (ongeveer 26,000 jaren);Platonism= wijsbegeerte van P.;Platonist= volgeling van Plato.Platoon,plətûn, peleton:In (By) platoons;Platoon firing.Platter,platə, houten bord, groote platte schotel.Plaudit,plôdit,toejuiching;Plauditory= toejuichend.Plausibility,plôzibiliti, subst.v.Plausible,plôzib’l, plausibel, aannemelijk, aangenaam voor oog of zinnen, mooi pratend, met gladde tong; subst.Plausibleness.Play,plei, subst. spel, vermaak, vrijheid van handeling, ruimte, tooneelstuk, wijze van spelen;Playverb. spelen, in beweging zijn, bespuiten, beschieten, etc.:It wasas good as a play= onbetaalbaar;Play of colours= kleurenspel;Aplay on (upon) words= woordspeling;Toleave off boys’ play= de kinderschoenen uittrekken;Let him havefair play= geef hem een eerlijke kans, behandel hem zoo royaal mogelijk;That isnot fair play= niet eerlijk;Togive full (free) play= vrij spel laten;A child at play= spelend;His pen wasin full play= hij gebruikte zijne pen ter dege;The waterworks werein full play= aan ’t springen;I amin play= aan stoot (bilj.);Hecalled into playall his influence= hij liet al zijn invloed gelden;You must try tohold (keep) them in play= aan den gang te houden;Toput into play= in beweging brengen;You must play or pay= ge moet doorspelen of alles verbeuren (“hangen of verzuipen”);Toplay fair, foul= eerlijk, oneerlijk;Youplay me false= bedriegt mij;Heplays fast and loose withhis money= hij gooit zijn geld weg;Heplays fast and loose= hij is grillig, wispelturig;Toplay boats (horses, school, soldiers)= scheepjezeilen, paardje spelen, etc.;Toplay (at) cards (chess, dice);Toplay the deuce (devil) with= beetnemen, erg te pakken nemen, ondermijnen;Toplay a fish= laten uitspartelen;Toplay the fool (with)= zich mal aanstellen (malle streken uithalen met);Toplay the game= eerlijk of flink handelen;Heplays a capital knife and fork= kan geducht eten, eet kolossaal;Toplay a prominent part= een hoofdrol spelen;He hasplayed (the) truant= hij is stil uit school (van zijn werk) weggebleven;Theyplayedfirstat blindman’s buffand thenat keeping house= ze speelden eerst blindemannetje en toen huismoedertje;Two can play at this= dàt kan ik ook;We will notplay for moneybutfor love= niet om geld, maar om de eer (voor ons plezier);I onlyplay for safety= op goed af (bilj.);Toplay into each other’s hands= elkaar den bal toekaatsen (fig.);Heplayed off that trick on me= hij bakte mij die poets;Toplay off one against the other= tegen elkaar uitspelen;He has many talents, buthe plays them off= loopt er mee te koop;Toplay on words= woordspelingen maken;Theyplayed out their dinner= betaalden het diner met hun spelen;Played out= op, verbruikt, uitgeput;The musicians mustplay up= beginnen, opspelen;They did notplay up to me= zij speelden niet in mijn kaart;Youplay upon me= gij bedriegt mij;I played withhis follies as an anglerplays the fishat the end of his line= ik speelde met zijn dwaasheden, zooals de hengelaar den visch laat uitspartelen;Play-acting= tooneelspelen;Play-actor= tooneelspeler;Playbill= affiche, programma;Play-book= tekstboekje;Play-day= speeldag; vacantiedag;Play-debt= speelschuld;Playfellow= speelmakker;Playgoer= geregeld theaterbezoeker;Playground= speelplaats;Playhouse= theater;Playmate= speelkameraad;Plaything= stuk speelgoed;Playwright= schrijver van tooneelstukken =Play-writer;Player= speler;Playful= speelsch, schalksch; subst.Playfulness.Plea,plî, pleit, pleidooi, excuus, verweer, dringend verzoek:Court of Common Pleas= vroeger gerechtshof, thans onderThe Queen’s Bench Divisionvan hetHigh Court of Justice;On (Under) the plea that= onder voorwendsel;Tourge the plea of necessity= op de noodzakelijkheid wijzen.Pleach,plîtš:Pleached walk= berceau.Plead,plîd, pleiten, een pleidooi houden, zich verweren, bewijzen voor of tegen bijbrengen, voorgeven, aanvoeren, verontschuldigen:Toplead for a person,Toplead a person’s cause= iemands zaak bepleiten;Hepleaded ignorance, innocence, guilty= hij gaf voor dat hij er niets van wist, dat hij onschuldig was, hij bekende;Pleadable= wat aangevoerd kan worden;Pleader:Special pleader= sophistisch verdediger;Special pleading= het aanvoeren van nieuw bewijsmateriaal (in tegenstelling met het weerleggen van het door de tegenpartij aangevoerde), draaierij;Pleadings= protocollen, processen-verbaal, processtukken.Pleasance,plez’ns, vermaak, vroolijkheid; lusthof;Pleasant,plez’nt, aangenaam, prettig, vroolijk; subst.Pleasantness;Pleasantry,plez’ntri, vroolijkheid, scherts, grapje.Please,plîz, behagen, genot verschaffen, believen:He was pleasedto say so= het behaagde hem;Are you not yet pleased!= hebt ge nog niet genoeg?He waspleased athearing of my success= was verheugd te hooren;Pleased with= ingenomen met;Please come in=Will you please to walk in?= mag ik u verzoeken binnen te gaan;As you please= naar u verkiest;As pleased as Punch= dolblij;If you please= alstublieft;[407]ook: met permissie, note bene;Please, don’t say so= zeg dàt nu niet;Please acknowledge receipt= ontvangbewijs verzocht;Pleasing, subst. het behagen of voldoen; adj. aangenaam, behaaglijk:Pleasing ways= innemende manier van doen; subst.Pleasingness= innemendheid.Pleasurable,pležərəb’l, aangenaam, subst.Pleasurableness;Pleasure,pležə, subst. genoegen, vermaak, genot, wensch, wil, welbehagen, keus, begeerte;Pleasureverb. zich vermaken:I amat your pleasure= ik hang af van uw welbehagen;At pleasure= naar goedvinden;It is a pleasure to me to do it= het is mij een genot;The pleasure is ours= het genoegen is aan ons;Totake pleasure in= behagen scheppen in;Use your pleasure= doe wat gij niet laten kunt;I’llwait his good pleasure= wachten tot het hem behagen zal;Pleasure-boat= pleizierboot;Pleasure-ground= park, uitspanningstuin;Pleasure-train= pleiziertrein (Amer.);Pleasure-trip= pleiziertochtje;To go (out)a-pleasuring= pret gaan maken.Pleat,plît; ZiePlait.Plebeian,plibîən, subst. plebejer; adj. plebejisch, plat, gemeen;Plebeianism= ploertenmanieren of -gewoonten, platheid;Plebeii,plibîai, plebejers.Plebiscite,plebis(a)it,plebisît, plebisci(e)t;Plebs,plebz, plebs.Pledge,pledž, subst. pand, onderpand, borgtocht, het drinken van iemands gezondheid, liefdepand;Pledgeverb. verpanden, als onderpand geven, plechtig verbinden, iemands gezondheid drinken:He hasredeemed his pledge= zijn pand ingelost, zijne belofte gehouden of gestand gedaan;Totake the pledge= afschaffer worden;Tohold in pledge= in pand houden;Toput in pledge= verpanden;He pledged me in return= deed mij bescheid;Ipledge my word on it= verpand er mijn woord onder;They havepledged themselves too deeplyto recant= zich te zeer en te plechtig verbonden;I havepledged myself to youon behalf of my brother= ben bij u borg gebleven;Pledgee,pledžî= pandnemer;Pledger.Pledget,pledžət, plok, plukselverband.Pleiades,plîədîz, het zevengesternte.Plenary,plînəri,plenəri, volkomen, geheel:Plenary absolution,Plenary indulgence= volle absolutie, aflaat;Plenary meeting= plenum, voltallige vergadering;Plenary power= volmacht.Plenipotentiary,plenipətenšəri,plînipətenšəri, subst. en adj. gevolmachtigd(e).Plenitude,plenitjûd, volheid, volkomenheid.Plenteous,plentjəs, overvloedig, in groot aantal; subst.Plenteousness;Plentiful= overvloedig:Apples wereplentiful and rarethis year= dit jaar gaf een overvloed van zeldzaam mooie appels; subst.Plentifulness;Plenty,plenti, subst. overvloed; adj. en adv. overvloedig:He hasplenty of money= veel geld;You will bein plenty of time(haveplenty of time) = hebt meer dan tijd;Horn of plenty= hoorn des overvloeds.Pleonasm,plîənazm, pleonasme;Pleonastic= overtollig.Plesiosaurus,plîziəsôrəs, fossiele zeehagedis.Plethora,plethərə, volbloedigheid, overvloed; adj.Plethoric,pləthorik,plethərik.Pleura,plûrə, borstvlies;Pleural= borstvlies..;Pleurisy,plûrisi, borstvliesontsteking, pleuris =Pleuritis,pluraitis.Pliability,plaiəbiliti, subst. v.Pliable,plaiəb’l, buigzaam, lenig, volgzaam; subst.Pliableness=Pliancy,plaiənsi;Pliant,plaiənt, buigzaam, smijdig, gedwee.Plicate(d),plaikit(id), gevouwen, geplooid;Plication= platte vouw.Pliers,plaiəz, vouw- of buigtang.Plight,plait, subst. belofte; toestand, geval;Plightverb. verpanden, beloven:Ingood (a sorry) plight= er goed (slecht) aan toe;Heplighted his faith= gaf zijn eerewoord;They hadplighted their trothto each other= hadden elkander trouw beloofd.Plimsoll,plimsol:Plimsoll’s mark= wettig voorgeschreven lastlijn.Plinth,plinth, plint, onderste gedeelte van den zuilsokkel.Pliny,plini, Plinius.Plod,plod, zwoegen, ploeteren, hard blokken:Toplod at one’s books= vossen;Plodder.Plop,plop, plonsen; interj. plomp, klets:Tofall plop into the water.Plot,plot, subst. samenzwering, complot, intrige of knoop; stuk gronds, platte grond;Plotverb. samenzweren, plannen smeden; ontwerpen, traceeren:Acomplicated plot= ingewikkelde intrige;Secondary, Subplot;Theylaid (wove) a plot= zij smeedden eene samenzwering;Grass plot= grasveld;Toplot a line= een spoorlijn traceeren;Toplot against= een samenzwering smeden tegen;Toplot down (out)= ontwerpen;Plotter= plannenteekenaar, samenzweerder;Plotting-scale= verkleinde schaal.Plough,plau, subst. ploeg, holle schaaf;Ploughverb, ploegen, groeven:You mustput your hand to the plough= de hand aan den ploeg slaan;Toplough a lonely furrow= alleen staan;Toplough the sands= nutteloos werk doen;Toplough in= onderploegen;Toplough up= omploegen;He wasploughed= hij zakte voor het examen;Ploughboy= ploeger, arbeider; kinkel;Plough-handle= staart;He hada plough-handle-stoopin his shoulders= hij liep met krommen rug;Ploughland= bouwland, geploegd land;Ploughman= ploeger, boer;Plough Monday= Maandag na Driekoningen (6 Jan.);Plough-share= ploegijzer, kouter;Plough-tail= ploegstaart;Ploughing-machine;Ploughing-match.Plover,plɐvə, pluvier.Pluck,plɐk, subst. ruk, trek, ingewand, moed, vuur, korf (bij examen);Pluckverb. (kaal) plukken, rukken, afwijzen:He hasno end of pluck= hij heeft veel “durf”;He isa plucked one= heeft durf;The best plucked manI ever saw= kranigste;I have a crow to pluck with you= een appeltje met u te schillen;Topluck a pigeon= een suffer plukken (bij ’t spel);Topluck up courage, spirit= moed vatten, bijeenrapen;Hewas (got) plucked= hij is gezakt;Plucky;You[408]area plucky little fellow= een dapper ventje.Plug,plɐg, subst. plug, prop, pin;Plugverb. dichtstoppen, plombeeren:Plug of a pump= zuiger van eene pomp;Plug of tobacco= prop tabak;She thinks that I am goingto be plugged= neergeschoten zal worden (Amer.);Plug-basin= fonteintje;Plug-hat= hooge “dop”.Plum,plɐm, pruim, rozijn, 100.000 pond sterling, groot fortuin, beste deel, goed zaakje;Plum-cake= rozijnentaart;Plum-loaf= rozijnenbrood;Plum-pudding= rozijnenpudding;Plum-tree= pruimenboom.Plumage,plûmidž, gevederte.Plumb,plɐm, subst. schietlood; adj. loodrecht, degelijk, eerlijk; adv. pardoes;Plumbverb. loodrecht zetten, polsen, peilen:Out of plumb= uit het lood;Sheplumbed their depths of misery= peilde;Plumb-line= schiet- of loodlijn; ook verb.;Plumb-rule= waterpas;Plumber,plɐmə, loodwerker, loodgieter:All the crowned heads, bankers andplumbers of Europe= en groote lui (Amer.) van Europa;Plumbery= artikelen van loodwerk, loodgieterij, het loodgieten;Plumbic,plɐmbik, loodhoudend;Plumbiferous,plɐmbifərɐs, lood opleverend;Plumbing,plɐmiŋ, het werken in lood, looden pijpen.Plumbago,plɐmbeigou, graphiet.Plume,plûm, subst. veer, pluim, eereteeken, lauwer;Plumeverb. de veeren terecht of gelijk leggen, met veeren versieren, pochen, plukken, plunderen:The swanplumed itself= streek zijne veeren glad;Heplumed himself onhis liberality= liet zich voorstaan op;Plumeless;Plumelet= pluimpje;Plumiped,plûmiped, subst. en adj. (vogel) met veeren aan de pooten.Plummet,plɐmət, dieplood, peillood.Plummy,plɐmi, voortreffelijk.Plumose,plumous,plûmous, vederachtig, gevederd;Plumosity,plumositi, gevederdheid.Plump,plɐmp, subst. klomp; adj. mollig, dik, grof;Plumpverb. dik worden, opzwellen, neerploffen, uitflappen (out), alles op één paard zetten; stemmen op één candidaat (in plaats van op alle personen op wie men stemmen mag) =Toplump one’s vote=Toplump for a candidate; adv. plotseling, pardoes, zwaar, eenvoudig, botweg:Plump in the pocket= met vollen buidel;Tocome plump upon= overvallen;Say it out plump= vooruit! zeg op!Plumper= pruim tabak, valsche buste; stem aan slechts één der candidaten, stemmer op slechts één der candidaten; brutale leugen;Plumply= rond, botweg, platweg;Plumpness;Plumpy= dik, mollig, glad.
Pierian,paiîriən,paieriən, Muzen - -.
Pierpont,pîəpont;Piers,pîəs;Pierson,pîəs’n.
Pietism,paiitizm, Pietisme; kwezelarij;Pietist= Duitsche Pietist; vrome kwezelaar;Pietistic(al),paiətistik(’l), pietistisch;Piety,paiiti, vroomheid:Filial piety= kinderliefde.
Piffle,pif’l, leuteren; subst. leuterpraat.
Pig,pig, big, varken(svleesch), zwijn, klomp ruw metaal;Pigverb. biggen werpen, als biggen samengepakt zijn of samenhokken:You havebought a pig in a poke= ge hebt eene kat in den zak gekocht;She meantto be a pig= wou onaangenaam zijn;Pig’s wash= draf;Pig’s whisper= zacht gefluister:In a pig’s whisper= in een vloek en een zucht;Guinea pig= iemand die gepoederd haar bleef dragen niettegenstaande Pitt’s belasting daarop van eenguinea(1795); ZieGuinea;Pig and whistle= engeltje met trompet (naam v. herberg); (Togo to pigs and whistles= verkwist worden);Pig and tinderbox=elephant and castle(naam v. herberg);Pig-eyed= met kleine oogen;Pig-headed= met groot hoofd; koppig, eigenwijs;Pig-iron= ruw ijzer;Pig-nut= aardkastanje;Pigskin= varkenshuid; zadel;Pig-sticking= wilde zwijnenjacht met lansen;Pigsty= varkenshok (ookfig.);Pigtail= varkensstaart, korte losse vlecht haar, Chinees, tabak in lange rollen;Piggery= zwijnestal (ookfig.), zwijnerij;Piggish= vuil; subst.Piggishness= zwijnerij.
Pigeon,pidž’n, subst. duif; domoor, sul, stakkerd; lood;Pigeonverb. bedriegen, villen, alles afhalen:Tomilk (pluck) the pigeon= afzetten; ZieMilk;Pigeon-breast(ed)= (met een) kippeborst;Pigeon-English=Pidgin English;Pigeon-fancier= duivenhouder(-koopman);Pigeon-hole, subst. poortje (van een duivenslag), loket;Pigeonverb. in een vakje of eene afdeeling leggen, opbergen; opzettelijk verwaarloozen (fig.):They were very kind to me, butI was pigeon-holed= ik werd met een kluitje in het riet gestuurd;Pigeon-livered= beschroomd, zachtaardig;Pigeon-pair= tweelingen van tweeërlei geslacht;Pigeon-shooting(sport);Pigeon-toed, met naar binnen gekeerde teenen;Pigeon-wing= soort pruik; kruissprong:Tocut a pigeon-wing;Pigeonry= duivenhok.
Piggin,pigin, half vaatje met één langere duig als handvat.
Pigment,pigm’nt, pigment, kleur, verf (stof); adj.Pigmental.
Pigmy,pigmi=Pygmy.
Pigot(t),pigət.
Pigwidgeon,pigwidž’n, subst. dwerg, fee, sul; iets zeer kleins; dwergachtig.
Pike,paik, piek, spies, tolboom; snoek; (Zie ookTurnpike);Pikeman= piekenier;Pikestaff= schacht van eene piek:As plain as a pikestaff= zoo klaar als een klontje;I call a pikestaff a pikestaff= het kind bij z’n naam;Piked= gepunt, puntig.
Pikelet,paiklət,Pikelin,paiklin, gebakje.
Pilaster,pilastə, pilaster.
Pilate,pailit, Pilatus.
Pilau,pilau,pilô, rijst met gehakt schapenvleesch.
Pilchard,piltšəd, een soort sardijn.
Pile,pail, subst. hoop, massa, brandstapel, heipaal, beharing, nop (van laken), groot gebouw, opeenhooping, fortuin;Pileverb. opeenhoopen, stapelen, heien, noppen:Hegoes the whole pile= zet alles op één worp;He went to America andmade his (a) pile= en maakte fortuin (Amer.);Piles= aambeien;Galvanic pile= zuil van Volta;To pile arms= de geweren aan rotten zetten;Topile up (on) the agony= zoo sensationeel mogelijk voorstellen;Pile-driver= heiblok;Pile-engine= heimachine;Pile-worm= paalworm;Pile-wort= speenkruid.
Pileate,p(a)ili-it, hoedvormig.
Pilfer,pilfə, ontfutselen, ontstelen (bij kleine hoeveelheden);Pilferer.
Pilgarlick,pilgâlik, arme drommel.
Pilgrim,pilgrim, pelgrim; nieuweling;Pilgrimage= bedevaart; levensreis:Pilgrimage of woe= vervelende tijd.[402]
Piliferous,pailifərɐs, behaard;Piliform,p(a)iliföm= haarvormig.
Pill,pil, subst. pil, mil. dokter, bittere pil; vlegel;Pillverb. pillen voorschrijven; deballoteeren:Tobe a bitter pill for= een bittere pil zijn;Blue pill= kwikpil; blauwe boon (fig.);A long-haired pillwas making a speech to a crowd of ruffians= een vlegel met lang haar;We shall haveto gild the pill= de pil moeten vergulden;I know what it isto be pilled= te worden gedéballoteerd;Pill-monger= pillendraaier.
Pillage,pilidž, subst. roof, plundering, buit;Pillageverb. rooven, plunderen, vernielen;Pillager.
Pillar,pilə, pilaar, zuil:I wassent from pillar to post, and back again from post to pillar= ze zonden me van Pontius naar Pilatus;Thepillars of society= de steunpilaren der maatschappij;Pillar-box= (straat)brievenbus;Pillar-saint=Pillarist= zuilheilige.
Pil(l)au, Pillaw. ZiePilau.
Pillion,pilj’n, zacht laag zadel, kussen voor eene vrouw om achter iemand op het paard te zitten.
Pillory,piləri, subst. kaak;Pilloryverb. op de kaak stellen, te pronk staan, aan de algemeene verachting prijsgeven:He wasput into the pillory= op de kaak gesteld.
Pillow,pilou, subst. peluw, kussen;Pillowverb. op een peluw of kussen ter ruste leggen; met een kussen steunen:Toadvise (take counsel, consult) with one’s pillow= zich erop beslapen;Pillow-case= kussensloop =Pillow-sham=Pillow-slip.
Pilose,pailous,pailouz, behaard, harig.
Pilot,pailət, subst. loods, gids;Pilotverb. loodsen (in, out):Hepiloted the ship into port= loodste binnen;Pilot-boat= loodsboot;Pilot-bread= scheepsbeschuit;Pilot-cloth= donkere blauwe stof voor zeelui;Pilot-engine= voorspan-, of hulplocomotief;Pilot-fish= loodsmannetje;Pilot-jack= loodsvlag;Pilot-jacket= pijjekker;Pilotage,pailətidž, loodsgeld (inwards, outwards), leiding of bekwaamheid van een loods.
Pilule,piljul, kleine pil;Pilulous,piljulɐs, pilvormig, nietig.
Pilularia,piljulêriə, pilvaren.
Piment,paimənt, wijn met honig en nagels.
Pimento,pimentou, piment, nagelbollen.
Piminy,pimini, gemaakt, gekunsteld.
Pimp,pimp, subst. koppelaar;Pimpverb. koppelen.
Pimpernel,pimpənel:Field (Male, Red, Scarlet) pimpernel= guichelheil;Water pimpernel= beekpunge, watereereprijs, waterpunge;Wood (Yellow) pimpernel= boschwederik.
Pimple,pimp’l, puist(je).
Pin,pin, subst. speld, pin, kegel, bout, kleinigheid, stemming;Pinverb. met eene speld, pin of een bout vastmaken, vasthouden, spelden, insluiten:There is not a pin to choose between them= er is geen zier verschil tusschen beiden, ze zijn aan elkaar gewaagd;I have pins and needles in my leg= mijn been slaapt;To beon pins and needles= op heete kolen zitten;To bein (on, upon) a merry pin= vroolijk gestemd;Youmight have heard a pin drop;I don’tcare a pin= het kan mij geen lor schelen;A companyplaying at ninepins= dat aan het kegelen was;Tobe put to the pinof one’s collar= bijna den laatsten cent uitgegeven hebben;Tostick pins into= speldeprikken geven (ookfig.);The web and the pin= een vlek op het hoornvlies van het oog (verouderd);Ipin my faith on him (on his sleeve)= ik vertrouw hem volkomen;I ampinned to it= eraan gebonden, zit eraan vast;Hepinned the government tothat declaration= bond;Pinafore= voorspelder, kinderboezelaar;Pin-case= speldenkokertje;Pincushion= speldenkussen;Pincushiony= mollig, dik (Amer.);Pin-feather= uitkomende veer;Pin-fire cartridge= patroon met randontsteking (tegenoverCentral-fire cartridge);Pinfold= schutstal;Pin-head= knop;Pin-hole= speldeprik (=Pinprickookfig.);Pin-money= speldengeld;Pin-tail= pijlstaart;Pinner= boezelaar met voorspelder; de houder van een schutstal.
Pinaster,p(a)inastə, zeepijn.
Pincers,pinsəz, groote knijptang, schaar.
Pinch,pinš, subst. kneep, steek, prise, nood, verlegenheid, angst;Pinchverb. knijpen, knellen, in verlegenheid brengen, gappen, toehappen, beperken, knijperig of gierig zijn, zich bekrimpen:At a pinch= als het knijpt (desnoods);If ever it comes to a pinch= in geval van nood; als het tot het uiterste komt;Hepinched me black and blue= kneep;That’s where the shoe pinches= daar wringt de schoen;He pinched himself (of everything)= hij ontzeide zich alle genoegens;Shepinched her waist in= reeg zich sterk;Tobe pinched with cold= erg van de koude lijden;Pinch-belly= gierigaard;Pinch-spotted= met blauwe plekken van het knijpen;Pincher= knijper, gierigaard;Pinchers(ZiePincers).
Pinchbeck,pinšbek,subst.pinsbek, een koperlegeering; adj. onecht, valsch.
Pindar,pində, Pindarus;Pindaric,pindarik, subst. Pindarische ode; adj. Pindarisch.Pindarus.
Pinder,pində, houder van een schutstal.
Pine,pain, subst. (grove) den; pijnappel;Pine-apple= ananas;Pine-barren= dennenaanplanting (Amer.);Pine-clad= met pijnboomen bezet;Pine-cone= dennenappel;Pine-needle= dennennaald;Pinery= broeikas voor het kweeken van ananassen; dennenaanplanting =Pinetum,painît’m; het laatste ook = verhandeling over naaldhout.
Pine,pain, van kommer, honger omkomen, wegkwijnen (away), smachten naar (after, for).
Ping-pong,piŋpoŋ, subst. tafeltennis;Ping-pongverb. tafeltennis spelen.
Pinic,painik:Pinic-acid= dennenzuur.
Pinion,pinj’n, subst. vleugel, wiek, vleugelpunt; handboei;Pinionverb. kortwieken, omklemmen, vastklemmen, boeien:He wasseized and pinioned= gegrepen en weerloos gemaakt.
Pink,piŋk, subst. rose anjelier, lichtroode kleurstof; uitstekendheid, hoogte, puikje;[403]pink (schip);Pinkadj. rosekleurig, lichtrood; uitstekend (Am.):The champion-rider wasin the pink of condition= was in uitstekende “conditie”;He isthe pink of fashion= hij is de spiegel (het toonbeeld) der mode;Napoleon dreadedthe pink of that societymore than Russia itself= die allerhoogste kringen;ThePink’un= een sportblad (Vergel.De “Groene”);Tochange to pink= een rooden jagersrok aantrekken;Pink-eyed= met kleine glinsterende oogen;Pink-sterned= met smallen achtersteven;Pinky= rose, vleeschkleurig; subst. pink (Amer.).
Pink,piŋk, doorboren, doorsteken; verfraaien, verbloemen (Amer.).
Pinkster,piŋkstə, Pinksteren (Amer.).
Pinnace,pinis, pinas, 6 of 8 riemssloep van een oorlogsschip.
Pinnacle,pinək’l, subst. tinne, toppunt;Pinnacleverb. van eene tinne of een top voorzien, kronen:Thepinnacle of fame= toppunt van beroemdheid.
Pinnate,pinit, gevederd.
Pinniped,piniped, vinpootig (dier).
Pinnock,pinək, meesje.
Pint,paint, subst. pint (⅛ gallon= ±0,568L.);Pint-pot= klein huisje (Am.); kan die eenpintinhoudt.
Pintle,pint’l, pen, bout, roerhaak.
Piny,paini, vol pijnboomen, pijnboomachtig.
Pioneer,paiənîə, subst. pionier, baanbreker, wegbereider;Pioneerverb. den weg bereiden.
Piony,paiəni, pioen.
Pious,paiəs, vroom, godvruchtig, teeder;Pious-minded= met vroom gemoed.
Pip,pip, subst. pip (vogelziekte), pit (v. eene vrucht), oog (op eene kaart); verk. v.Philip:Pipverb. piepen, sjilpen:Count your pips= tel, hoeveel oogen gij hebt.
Pipe,paip, pijp, buis, fluit(je), luchtpijp, stem; maat v. twee okshoofden of126 gallons;Pipeverb. op de fluit spelen, een fluitsignaal geven, van pijpen voorzien, huilen, zingen:In a feeble pipe= met zwakke stem;All the children wereon full pipe,on the full howl= waren om het hardst aan het janken en gillen;Tocharge (fill) a pipe= stoppen;I’llclear my pipefirst= mijne keel schrapen;Tohit the pipe= opium schuiven;I’llput your pipe out= ik zàl je wel;Put that in your pipe and smoke it= steek dat in je zak;His pipe was stopped, went out= was verstopt, ging uit;He began topipe down= een toontje lager te zingen;He dances as she pipes= hij danst naar haar pijpen;Pipe-bowl= kop;Pipe-clay= pijpaarde;Pipe-clayverb. pijpaarden;Pipe-cleaner(Pipe-cleanser);Pipe-laying= het leggen van pijpen; politieke intrigues (Amer.);Pipe-light= fidibus;Pipe-picker= pijpuitpluizer;Pipe-rack= pijpenstander;Pipe-stem= steel;Pipe-tree= sering;Piper:Who is to pay the piper?= “Wie zal dat betalen, zoete, lieve Gerritje”?Piping= schril, schel, zwak, kokend heet (=Piping hot):The piping days of yore= de goede oude tijd.
Piperic,paiperik:Piperic acid= piperinezuur.
Pipkin,pipkin, aarden pot, tobbetje.
Pippin,pipin, kleine zure appel, pippeling.
Pipul,pipul, de heilige vijgenboom (Brit. Ind.).
Piquancy,pîk’nsi,pik’nsi, scherpheid, stekeligheid;Piquant= pikant, scherp, doordringend;Pique,pîk, subst. pik of piek, wrok, spijtigheid, gevoeligheid;Piqueverb. boos maken, beleedigen, prikkelen:In a moment of piqueshe accepted him= in een spijtig oogenblik schonk ze hem hare hand;Shepiqued herself onher ladylike tastes= liet zich heel wat voorstaan op.
Piquet,piket,pikət, piket, piketspel.
Piracy,pairisi, zeerooverij, nadruk =Book piracy;Pirate,pairit, subst. zeeroover(sschip), letterdief;Pirateverb. zeeroof plegen, onbevoegd nadrukken;Piratical,pairatik’l, zeerooverij of letterkundigen diefstal plegend:Piratical printer.
Piraeus,pairîəs;Pirie,piri.
Pirn,pɐ̂n, (garen)klos, spoel.
Pirogue,piroug, uitgeholde boomstam (als kano); smalle boot.
Pirouette,piruet, subst. pirouette:Toturn a pirouette=Topirouette.
Pisa,pîzə;Pisanio,piseiniou.
Piscary,piskəri, vischrecht, ook:Common of piscary;Piscatorial,piskətôriəl,Piscatory,piskətəri, visschers …, tot het visschen behoorende;Pisces,pisîz, de Visschen (dierenriem);Pisciculture,pisikɐltjə, vischteelt;Piscine,pis(a)in, tot de visschen behoorende;Piscivorous,pisivərɐs, vischetend.
Pisé,pîzei, ineengestampte aarde.
Pish,piš, interj. foei! bah!Pishverb. verachting uitdrukken:Tocry pish at=Topish at.
Piss,pis, subst. urine;Pissverb. urineeren.
Pistachio,pisteišiou,pistatšou:Pistachio nut= groene amandel.
Pistareen,pistərîn, peseta (munt); adj. gering.
Pistil,pistil, stamper (v. bloemen);Pistillaceouspistileišəs, tot den stamper behoorend, stamper …;Pistillate= met een stamper.
Pistol,pist’l, subst. pistool;Pistolverb. doodschieten (met een pistool):Pistol-bag= holster;Pistol-case= pistoolkistje.
Pistole,pistoul,pistoul, gouden munt (ƒ 9 à ƒ 12).
Piston,pist’n, klep, zuiger; zuignapje:Piston-rod= zuigerstang;Piston-stroke= zuigerslag;Piston-valve= zuigerklep.
Pit,pit, subst. put, kuil, afgrond, diepte, parterre (schouwburg), plaats voor hanengevechten; een kaartspel;Pitverb. uithollen, in eene put plaatsen, aanzetten, ophitsen, met kuiltjes of pokken merken:The pit= het graf;Heflew the pit= hij gaf den strijd op;Hehit the pit of my stomach= raakte me in de maagholte;He has the power ofpit and gallows= kerker en dood;Topit against= stellen tegenover;Hepitted his brains againstthat difficult language= hij studeerde hard op die taal;Pitted withthesmallpox= van de pokken geschonden (ook:Pock-pitted);Pitfall= val, strik, valluik;Pitman= putwerker;Pit-pat= tik.… tak;Pit-saw= kraanzaag (voor twee man: de onderste heetPitmanofPit-sawyer, de bovenste[404]top-sawyer);Pittite= volgeling vanPitt, parterre-bezoeker =Pitster.
Pit-a-pat,pitəpat, subst. klopping, tiktak, getrippel; adv. tikketak;Pit-a-patverb. trippelen:And my heartwent pit-a-pat= ging rikketik.
Pitch,pitš, subst. pik of pek; hoogte, toppunt, graad of trap; diepte, helling; toestand; toonhoogte; worp, stalletje;Pitchverb. teeren, pikken; bevestigen, zetten, opstellen, steken, regelen, werpen, slingeren, met een hooivork gooien of aanreiken, ruw plaveien, stemmen, den (grond)toon bepalen, kampeeren, (voorover) vallen, zich storten op, neerkomen, stampen (v. een schip):One cannot touch pitch without being defiled;As dark (black) as pitch= zoo donker als de nacht;Pitch-and-toss= kop of leeuw;Itrose to the highest pitch= het bereikte het toppunt;Pitch of a roof= helling v. een dak;Pitch of a room= de hoogte van vloer tot zolder;Pitch of a saw= helling van de tanden van eene zaag; (All our rooms arewell pitched= van behoorlijke hoogte);A pitched battle= geregelde slag;A pitched street= eene met granietblokken geplaveide straat;They pitched a campnear the town= sloegen op;Pitch intohim= sla er op;I could notpitch uponthe right word= kon niet vinden;The 17th waspitched upon= het werd op den 17envastgesteld;Mind the pitching= denk om de helling;The pitching of the shipwas something terrible= het schip stampte verschrikkelijk;Pitch-farthing= het spelen met centen in een kuil;Pitchfork= hooivork;Pitchforkverb. met een hooivork opgooien of aanreiken:He waspitchforked into that office= kreeg dat ambt door zijne vele kruiwagens;Pitch-pipe= stemfluitje;Pitchiness, subst. v.Pitchy= pikachtig, pikzwart, duister, akelig.
Pitcher,pitšə, soort v. houweel; kruik of kan; iemand, die van een stalletje verkoopt; straatkunstenaar:Pitchers have ears= kleine potjes hebben ook ooren;So often goes the pitcher to the well, that it comes home broken at last= de kruik gaat zoolang te water tot ze breekt.
Piteous,pitjəs, ellendig, jammerlijk, treurig; medelijden hebbend met(of); subst.Piteousness.
Pith,pith, pit, kern, merg, kracht, nadruk, het essentiëele;Pithiness= pittigheid, kracht;Pithless= zonder pit (ook fig.), slap, zwak; subst.Pithlessness;Pithy= pittig, krachtig.
Pitiable,pitiəb’l, jammerlijk; subst.Pitiableness.
Pitiful,pitiful, medelijdend; erbarmelijk, onbeduidend; subst.Pitifulness;Pitiless= onbarmhartig; subst.Pitilessness.
Pittance,pit’ns, gave, kleine portie, schrale kost, beetje.
Pity,piti, subst. medelijden, jammer, ellende;Pityverb. medelijden hebben; beklagen:It’s a great pity= het is (erg) jammer;Do it,for pity’s sake= doe het om Gods wil;More is the pity= jammer genoeg, wat nog erger is;Have (take) pity on him= wees hem genadig, heb deernis met;I pity you,though you nevercomplain ofhim= ik beklaag u, ofschoon gij nooit over hem klaagt;He isto be pitied= is te beklagen.
Pius,paiəs.
Pivot,pivət, spil, guide (=Pivot-man);Pivotverb. draaien;Pivotal question= hoofdzaak.
Pix,piks=Pyx.
Pixy,piksi, fee, toovergodin.
Pizzle,piz’l, roede:Bull’s pizzle= bullepees.
Placability,plakəbiliti,pleikəbiliti, verzoenbaarheid, vergevensgezindheid, toegevendheid; adj.Placable,plakəb’l,pleikəb’l.
Placard,pləkâd,plakəd, subst. plakkaat, aanplakbiljet;Placardverb. biljetten aanplakken, bekend maken door plakkaten.
Place,pleis, subst. plaats, ruimte, inrichting, gebouw, verblijf, stad, dorp, betrekking, rang, stand;Placeverb. plaatsen, op intrest zetten, (geld) beleggen (ook:toplace out), schatten, de eerste, tweede of derde plaats toekennen (bij wedrennen), aanstellen:In place= op de juiste plaats;In the first place= ten eerste;In his place= in zijn plaats;In place of= in plaats van;The right man in the right place= de rechte man op de rechte plaats;To beout of place= buiten betrekking;To bebadly (entirely) out of place= totaal misplaatst;Tobe all over the place= aan de orde van den dag zijn;I do not wish tochange my place= ik wensch geene andere betrekking;Shallwe change places= van plaats verwisselen;Hefilled his placeto everybody’s satisfaction= nam zijne betrekking waar;Togive place to= vervangen worden door;Censure began togive place tocuriosity= begon te wijken voor;He has long sincegone to his place= is ten grave gedaald;Toknow one’s place= weten waar men moet staan (ookfig.);Toput in his place= op zijn nummer zetten;Totake place= plaats hebben;Totake places= plaatsen bespreken;Place-hunter= baantjesjager;Placeman= iemand, die door zijne partij aan een baantje geholpen wordt;Place-name= plaatsnaam.
Placenta,pləsentə, moederkoek; adj.Placental.
Placer,pleisə,plasə, goudbevattend terrein, goudmijn (ookfig.).
Placid,plasid, kalm, rustig, vreedzaam; subst.Placidity,pləsiditi=Placidness.
Placket,plakət, split v. een vrouwenrok (=Placket-hole); rok, schort, vrouw.
Plagiarism,pleidžiərizm, letterdieverij;Plagiarist,pleidžiərist, letterdief;Plagiarize= letterdieverij plegen.
Plague,pleig, subst. pest, plaag, ramp, straf;Plagueverb. met de pest besmetten, met eenige ramp bezoeken; kwellen, plagen:(A) plague on his sentiments= laat hij met zijne opinies naar den duivel loopen;You little plague= kleine rakker!Plague-spot(Plague-token) = pestbuil, schandvlek;Plaguy,pleigi, pest - -, besmettelijk, vervelend, lastig, ondragelijk, veel, zeer.
Plaice,pleis, schol; platvisch.
Plaid,plad,pleid, subst. geruite wollen omslagdoek in Schotland; reisdeken; adj. Schotsch.
Plain,plein, subst. vlakte, vlak, veld; adj.[405]vlak, open, helder, duidelijk, eenvoudig, niet schoon, leelijk;Plainverb. klagen, beklagen; uitleggen:In plain clothes= in burgerkleeren;Aplain face= alledaagsch, niet mooi;In plain terms= ronduit;That’sthe plain truth= dat is de zuivere waarheid;Sausage and plain= worst met gekookte aardappelen;Heput it very plain= drukte zich zeer duidelijk uit;Plain cooking= burgerpot;Plain-dealer= oprecht en eerlijk man;Plain-dealing= oprechtheid, rondheid;Plain-song= koraalgezang;Plain-speaking= openhartigheid, oprechtheid;Plain-spoken= openhartig, rond;Plain-work= nuttige handwerken;Plainness= vlakheid, etc.
Plaint,pleint, weeklacht, klaaglied; aanklacht;Plaintiff= (aan)klager, eischer;Plaintive= jammerend, klagend, droevig; subst.Plaintiveness.
Plaister,plâstə,pleistə; ZiePlaster.
Plait,pleit, subst. platte vouw, plooi; vlecht; bonbon, borstplaat;Plaitverb. vouwen, plooien, vlechten:She carefully removesmy plaits(= valsche vlechten of valsch haar)and gingerly applies the comb to what is left on my head.
Plan,plan, subst. ontwerp, plan, schets, methode;Planverb. een plan maken, schetsen, ontwerpen, beoogen:Plan of campaign= krijgsplan;On an entirely new plan= volgens eene geheel nieuwe methode;The plan fell away (through)= viel in duigen;I havechanged my plans= ik ben van plan veranderd;They were alwaysplanning and plotting= aan het plannen maken en samenzweren;Planless;Planner.
Planchet,planšət, muntplaatje.
Plane,plein, vlak, effen; subst. vlakte, vlak, oppervlak, basis, sfeer, trap, gebied; schaaf; plataan (=Plane-tree);Planeverb. effenen, schaven:Plane chart= kaart naar Mercators projectie;Plane geometry= vlakke meetkunde;Plane sailing= zeilen op een gelijkgradige kaart; eenvoudige zaak;Plane-table= planchet (in graden verdeeld instrument voor het landmeten);Plane-tree= plataanboom;Planer= schaver; schaaf.
Planet,planət, planeet;Planet-struck,Planet-stricken= door den invloed van planeten getroffen, als verlamd;Planet-wheel= planeetrad;Planetarium,planətêriəm, planetarium;Planetary= veroorzaakt door planeten; planeet …;Planetoid,planətôid, asteroid.
Plangent,planž’nt, luid klotsend.
Planimetric(al),pleinimetrik(’l),planimetrik(’l), planimetrisch;Planimetry,plənimətri,pleinimətri, vlakke meetkunde.
Planing,pleiniŋ:Planing bench= schaafbank;Planing-machine= schaafmachine.
Planish,planiš, planeeren, glad schaven, polijsten, pletten;Planisher.
Planisphere,planisfîə, planisfeer.
Plank,plaŋk, subst. plank; beginsel van een politiek programma;Plankverb. met planken beleggen of bedekken; neerleggen (gooien) =Toplank down(Amer.);The pirates made their captiveswalk the plank= spoelden hun gevangenen de voeten;Aplanked way= plankier.
Plano,pleinou:Plano-concave= planconcaaf;Plano-conical= planconisch;Plano-convex= planconvex.
Plant,plânt, subst. plant, gewas; al het materiaal voor een bepaalden arbeid; bedriegerij, zwendel;Plantverb.planten, vestigen, neerzetten, zaaien:Railway plant= al het materiaal voor een spoorweg;I am surehe has some plant on= dat hij iets in het schild voert;Planting his right footwith some forceon the ground= neerzettende;Toplant oneself four square= zich schrap zetten;Plant-cane= suikerriet van het eerste jaar;Plant-marker= naambordje (bij plant.);Planter;Planting-ground= (kunstmatige) oesterbank;Plantlet= plantje.
Plantain,plantən, weegbree; pisang.
Plantation,planteiš’n, aanplanting, beplanting, plantage, nederzetting.
Plantigrade,plantigreid, op de zolen loopend; zoolganger.
Plap,plap, kletteren (v. water).
Plaque,plâk, geëmailleerd of beschilderd bord van aardewerk of metaal; ster van eene orde, schijf;Plaquette,pləket, plaquette.
Plash,plaš, subst. tak (in eene heg) met andere takken dooreengevlochten; geklots, geplas, plas;Plashverb. dooreenvlechten van takken; plassen, sprenkelen;Plashy,plaši, drassig; gespikkeld.
Plasma,plazmə, plasma; een soort van groen kwarts;Plasmatic(al)= vorm of gedaante gevend; plasma-achtig.
Plaster,plâstə, subst. pleister(werk), gips, cement; pleister;Plasterverb. bepleisteren, berapen, besmeren:Calcined plaster=Plaster of Paris= gebrande gips;Plaster bust= buste van gips;Plaster image= gipsen beeldje;Plaster image maker;Adhesive (Sticking) plaster= hechtpleister;Blistering (Cantharides, Vesicating) plaster= trekpleister;Court plaster (Isinglass plaster)= Engelsche pleister;He wasplastered all over= als bedekt met pleisters of pappen;Plasterer= stucadoor.
Plastic,plastik, plastisch, beeldend, vormend, vormbaar:Plastic art= de beeldende kunst;Plastic clay= pottebakkersaarde;Plasticity,pləstisiti, plasticiteit, vormbaarheid.
Plastron,plastr’n, borstharnas, borst- of stootlap (voor schermers), borststuk, borst in kleedingstuk; plastron.
Plat,plat, subst. lapje grond, plan, vlecht, vlechtstroo (=Platting);Platverb. een plattegrond maken van, vlechten;Platband= rabat (bloembed), bovenstijl van venster of deur.
Platan,plat’n,Platane,platein, plataan.
Plate,pleit, subst. plaat, bord, metalen vaatwerk, gouden en zilveren schotels of andere voorwerpen (als prijzen), tafelzilver, schaal, gang, etc.; harnas;Plateverb. met zilver of goud bedekken, pantseren, pletten;Plate-armour= pantserplaten;Plate-basket= afhaalmandje;Plate-fleet= (de Spaansche) zilvervloot;Plate-glass= spiegelglas;Plate-iron= plaatijzer;Plate-layer= legger van spoorstaven;Plate-mark= keur;Plate-rack= rek voor borden en schotels;Plate-warmer.
Plateau,plətou, hoogvlakte, tafelland.
Platen,plat’n, degel (boekdr.).[406]
Platform,platföm, verhoogde vloer, tribune, terras, balkon (vantram), perron, politiek programma of pol. redevoeringen; bedding van een stuk geschut.
Platina,platinə,plətînə,Platinum,platinɐm,plətînəm, platina:Platinum crucible;Platinum-wire; adj.Platinic;Platiniferous= platina opleverend.
Platitude,platitjûd, platheid, onbeduidendheid, oppervlakkigheid:He is endlessly prolix and platitudinous= en vol gemeenplaatsen.
Plato,pleitou, Plato;Platonic,plətonik, platonisch:Platonic love(=Platonics);Platonic year= platonisch jaar (ongeveer 26,000 jaren);Platonism= wijsbegeerte van P.;Platonist= volgeling van Plato.
Platoon,plətûn, peleton:In (By) platoons;Platoon firing.
Platter,platə, houten bord, groote platte schotel.
Plaudit,plôdit,toejuiching;Plauditory= toejuichend.
Plausibility,plôzibiliti, subst.v.Plausible,plôzib’l, plausibel, aannemelijk, aangenaam voor oog of zinnen, mooi pratend, met gladde tong; subst.Plausibleness.
Play,plei, subst. spel, vermaak, vrijheid van handeling, ruimte, tooneelstuk, wijze van spelen;Playverb. spelen, in beweging zijn, bespuiten, beschieten, etc.:It wasas good as a play= onbetaalbaar;Play of colours= kleurenspel;Aplay on (upon) words= woordspeling;Toleave off boys’ play= de kinderschoenen uittrekken;Let him havefair play= geef hem een eerlijke kans, behandel hem zoo royaal mogelijk;That isnot fair play= niet eerlijk;Togive full (free) play= vrij spel laten;A child at play= spelend;His pen wasin full play= hij gebruikte zijne pen ter dege;The waterworks werein full play= aan ’t springen;I amin play= aan stoot (bilj.);Hecalled into playall his influence= hij liet al zijn invloed gelden;You must try tohold (keep) them in play= aan den gang te houden;Toput into play= in beweging brengen;You must play or pay= ge moet doorspelen of alles verbeuren (“hangen of verzuipen”);Toplay fair, foul= eerlijk, oneerlijk;Youplay me false= bedriegt mij;Heplays fast and loose withhis money= hij gooit zijn geld weg;Heplays fast and loose= hij is grillig, wispelturig;Toplay boats (horses, school, soldiers)= scheepjezeilen, paardje spelen, etc.;Toplay (at) cards (chess, dice);Toplay the deuce (devil) with= beetnemen, erg te pakken nemen, ondermijnen;Toplay a fish= laten uitspartelen;Toplay the fool (with)= zich mal aanstellen (malle streken uithalen met);Toplay the game= eerlijk of flink handelen;Heplays a capital knife and fork= kan geducht eten, eet kolossaal;Toplay a prominent part= een hoofdrol spelen;He hasplayed (the) truant= hij is stil uit school (van zijn werk) weggebleven;Theyplayedfirstat blindman’s buffand thenat keeping house= ze speelden eerst blindemannetje en toen huismoedertje;Two can play at this= dàt kan ik ook;We will notplay for moneybutfor love= niet om geld, maar om de eer (voor ons plezier);I onlyplay for safety= op goed af (bilj.);Toplay into each other’s hands= elkaar den bal toekaatsen (fig.);Heplayed off that trick on me= hij bakte mij die poets;Toplay off one against the other= tegen elkaar uitspelen;He has many talents, buthe plays them off= loopt er mee te koop;Toplay on words= woordspelingen maken;Theyplayed out their dinner= betaalden het diner met hun spelen;Played out= op, verbruikt, uitgeput;The musicians mustplay up= beginnen, opspelen;They did notplay up to me= zij speelden niet in mijn kaart;Youplay upon me= gij bedriegt mij;I played withhis follies as an anglerplays the fishat the end of his line= ik speelde met zijn dwaasheden, zooals de hengelaar den visch laat uitspartelen;Play-acting= tooneelspelen;Play-actor= tooneelspeler;Playbill= affiche, programma;Play-book= tekstboekje;Play-day= speeldag; vacantiedag;Play-debt= speelschuld;Playfellow= speelmakker;Playgoer= geregeld theaterbezoeker;Playground= speelplaats;Playhouse= theater;Playmate= speelkameraad;Plaything= stuk speelgoed;Playwright= schrijver van tooneelstukken =Play-writer;Player= speler;Playful= speelsch, schalksch; subst.Playfulness.
Plea,plî, pleit, pleidooi, excuus, verweer, dringend verzoek:Court of Common Pleas= vroeger gerechtshof, thans onderThe Queen’s Bench Divisionvan hetHigh Court of Justice;On (Under) the plea that= onder voorwendsel;Tourge the plea of necessity= op de noodzakelijkheid wijzen.
Pleach,plîtš:Pleached walk= berceau.
Plead,plîd, pleiten, een pleidooi houden, zich verweren, bewijzen voor of tegen bijbrengen, voorgeven, aanvoeren, verontschuldigen:Toplead for a person,Toplead a person’s cause= iemands zaak bepleiten;Hepleaded ignorance, innocence, guilty= hij gaf voor dat hij er niets van wist, dat hij onschuldig was, hij bekende;Pleadable= wat aangevoerd kan worden;Pleader:Special pleader= sophistisch verdediger;Special pleading= het aanvoeren van nieuw bewijsmateriaal (in tegenstelling met het weerleggen van het door de tegenpartij aangevoerde), draaierij;Pleadings= protocollen, processen-verbaal, processtukken.
Pleasance,plez’ns, vermaak, vroolijkheid; lusthof;Pleasant,plez’nt, aangenaam, prettig, vroolijk; subst.Pleasantness;Pleasantry,plez’ntri, vroolijkheid, scherts, grapje.
Please,plîz, behagen, genot verschaffen, believen:He was pleasedto say so= het behaagde hem;Are you not yet pleased!= hebt ge nog niet genoeg?He waspleased athearing of my success= was verheugd te hooren;Pleased with= ingenomen met;Please come in=Will you please to walk in?= mag ik u verzoeken binnen te gaan;As you please= naar u verkiest;As pleased as Punch= dolblij;If you please= alstublieft;[407]ook: met permissie, note bene;Please, don’t say so= zeg dàt nu niet;Please acknowledge receipt= ontvangbewijs verzocht;Pleasing, subst. het behagen of voldoen; adj. aangenaam, behaaglijk:Pleasing ways= innemende manier van doen; subst.Pleasingness= innemendheid.
Pleasurable,pležərəb’l, aangenaam, subst.Pleasurableness;Pleasure,pležə, subst. genoegen, vermaak, genot, wensch, wil, welbehagen, keus, begeerte;Pleasureverb. zich vermaken:I amat your pleasure= ik hang af van uw welbehagen;At pleasure= naar goedvinden;It is a pleasure to me to do it= het is mij een genot;The pleasure is ours= het genoegen is aan ons;Totake pleasure in= behagen scheppen in;Use your pleasure= doe wat gij niet laten kunt;I’llwait his good pleasure= wachten tot het hem behagen zal;Pleasure-boat= pleizierboot;Pleasure-ground= park, uitspanningstuin;Pleasure-train= pleiziertrein (Amer.);Pleasure-trip= pleiziertochtje;To go (out)a-pleasuring= pret gaan maken.
Pleat,plît; ZiePlait.
Plebeian,plibîən, subst. plebejer; adj. plebejisch, plat, gemeen;Plebeianism= ploertenmanieren of -gewoonten, platheid;Plebeii,plibîai, plebejers.
Plebiscite,plebis(a)it,plebisît, plebisci(e)t;Plebs,plebz, plebs.
Pledge,pledž, subst. pand, onderpand, borgtocht, het drinken van iemands gezondheid, liefdepand;Pledgeverb. verpanden, als onderpand geven, plechtig verbinden, iemands gezondheid drinken:He hasredeemed his pledge= zijn pand ingelost, zijne belofte gehouden of gestand gedaan;Totake the pledge= afschaffer worden;Tohold in pledge= in pand houden;Toput in pledge= verpanden;He pledged me in return= deed mij bescheid;Ipledge my word on it= verpand er mijn woord onder;They havepledged themselves too deeplyto recant= zich te zeer en te plechtig verbonden;I havepledged myself to youon behalf of my brother= ben bij u borg gebleven;Pledgee,pledžî= pandnemer;Pledger.
Pledget,pledžət, plok, plukselverband.
Pleiades,plîədîz, het zevengesternte.
Plenary,plînəri,plenəri, volkomen, geheel:Plenary absolution,Plenary indulgence= volle absolutie, aflaat;Plenary meeting= plenum, voltallige vergadering;Plenary power= volmacht.
Plenipotentiary,plenipətenšəri,plînipətenšəri, subst. en adj. gevolmachtigd(e).
Plenitude,plenitjûd, volheid, volkomenheid.
Plenteous,plentjəs, overvloedig, in groot aantal; subst.Plenteousness;Plentiful= overvloedig:Apples wereplentiful and rarethis year= dit jaar gaf een overvloed van zeldzaam mooie appels; subst.Plentifulness;Plenty,plenti, subst. overvloed; adj. en adv. overvloedig:He hasplenty of money= veel geld;You will bein plenty of time(haveplenty of time) = hebt meer dan tijd;Horn of plenty= hoorn des overvloeds.
Pleonasm,plîənazm, pleonasme;Pleonastic= overtollig.
Plesiosaurus,plîziəsôrəs, fossiele zeehagedis.
Plethora,plethərə, volbloedigheid, overvloed; adj.Plethoric,pləthorik,plethərik.
Pleura,plûrə, borstvlies;Pleural= borstvlies..;Pleurisy,plûrisi, borstvliesontsteking, pleuris =Pleuritis,pluraitis.
Pliability,plaiəbiliti, subst. v.Pliable,plaiəb’l, buigzaam, lenig, volgzaam; subst.Pliableness=Pliancy,plaiənsi;Pliant,plaiənt, buigzaam, smijdig, gedwee.
Plicate(d),plaikit(id), gevouwen, geplooid;Plication= platte vouw.
Pliers,plaiəz, vouw- of buigtang.
Plight,plait, subst. belofte; toestand, geval;Plightverb. verpanden, beloven:Ingood (a sorry) plight= er goed (slecht) aan toe;Heplighted his faith= gaf zijn eerewoord;They hadplighted their trothto each other= hadden elkander trouw beloofd.
Plimsoll,plimsol:Plimsoll’s mark= wettig voorgeschreven lastlijn.
Plinth,plinth, plint, onderste gedeelte van den zuilsokkel.
Pliny,plini, Plinius.
Plod,plod, zwoegen, ploeteren, hard blokken:Toplod at one’s books= vossen;Plodder.
Plop,plop, plonsen; interj. plomp, klets:Tofall plop into the water.
Plot,plot, subst. samenzwering, complot, intrige of knoop; stuk gronds, platte grond;Plotverb. samenzweren, plannen smeden; ontwerpen, traceeren:Acomplicated plot= ingewikkelde intrige;Secondary, Subplot;Theylaid (wove) a plot= zij smeedden eene samenzwering;Grass plot= grasveld;Toplot a line= een spoorlijn traceeren;Toplot against= een samenzwering smeden tegen;Toplot down (out)= ontwerpen;Plotter= plannenteekenaar, samenzweerder;Plotting-scale= verkleinde schaal.
Plough,plau, subst. ploeg, holle schaaf;Ploughverb, ploegen, groeven:You mustput your hand to the plough= de hand aan den ploeg slaan;Toplough a lonely furrow= alleen staan;Toplough the sands= nutteloos werk doen;Toplough in= onderploegen;Toplough up= omploegen;He wasploughed= hij zakte voor het examen;Ploughboy= ploeger, arbeider; kinkel;Plough-handle= staart;He hada plough-handle-stoopin his shoulders= hij liep met krommen rug;Ploughland= bouwland, geploegd land;Ploughman= ploeger, boer;Plough Monday= Maandag na Driekoningen (6 Jan.);Plough-share= ploegijzer, kouter;Plough-tail= ploegstaart;Ploughing-machine;Ploughing-match.
Plover,plɐvə, pluvier.
Pluck,plɐk, subst. ruk, trek, ingewand, moed, vuur, korf (bij examen);Pluckverb. (kaal) plukken, rukken, afwijzen:He hasno end of pluck= hij heeft veel “durf”;He isa plucked one= heeft durf;The best plucked manI ever saw= kranigste;I have a crow to pluck with you= een appeltje met u te schillen;Topluck a pigeon= een suffer plukken (bij ’t spel);Topluck up courage, spirit= moed vatten, bijeenrapen;Hewas (got) plucked= hij is gezakt;Plucky;You[408]area plucky little fellow= een dapper ventje.
Plug,plɐg, subst. plug, prop, pin;Plugverb. dichtstoppen, plombeeren:Plug of a pump= zuiger van eene pomp;Plug of tobacco= prop tabak;She thinks that I am goingto be plugged= neergeschoten zal worden (Amer.);Plug-basin= fonteintje;Plug-hat= hooge “dop”.
Plum,plɐm, pruim, rozijn, 100.000 pond sterling, groot fortuin, beste deel, goed zaakje;Plum-cake= rozijnentaart;Plum-loaf= rozijnenbrood;Plum-pudding= rozijnenpudding;Plum-tree= pruimenboom.
Plumage,plûmidž, gevederte.
Plumb,plɐm, subst. schietlood; adj. loodrecht, degelijk, eerlijk; adv. pardoes;Plumbverb. loodrecht zetten, polsen, peilen:Out of plumb= uit het lood;Sheplumbed their depths of misery= peilde;Plumb-line= schiet- of loodlijn; ook verb.;Plumb-rule= waterpas;Plumber,plɐmə, loodwerker, loodgieter:All the crowned heads, bankers andplumbers of Europe= en groote lui (Amer.) van Europa;Plumbery= artikelen van loodwerk, loodgieterij, het loodgieten;Plumbic,plɐmbik, loodhoudend;Plumbiferous,plɐmbifərɐs, lood opleverend;Plumbing,plɐmiŋ, het werken in lood, looden pijpen.
Plumbago,plɐmbeigou, graphiet.
Plume,plûm, subst. veer, pluim, eereteeken, lauwer;Plumeverb. de veeren terecht of gelijk leggen, met veeren versieren, pochen, plukken, plunderen:The swanplumed itself= streek zijne veeren glad;Heplumed himself onhis liberality= liet zich voorstaan op;Plumeless;Plumelet= pluimpje;Plumiped,plûmiped, subst. en adj. (vogel) met veeren aan de pooten.
Plummet,plɐmət, dieplood, peillood.
Plummy,plɐmi, voortreffelijk.
Plumose,plumous,plûmous, vederachtig, gevederd;Plumosity,plumositi, gevederdheid.
Plump,plɐmp, subst. klomp; adj. mollig, dik, grof;Plumpverb. dik worden, opzwellen, neerploffen, uitflappen (out), alles op één paard zetten; stemmen op één candidaat (in plaats van op alle personen op wie men stemmen mag) =Toplump one’s vote=Toplump for a candidate; adv. plotseling, pardoes, zwaar, eenvoudig, botweg:Plump in the pocket= met vollen buidel;Tocome plump upon= overvallen;Say it out plump= vooruit! zeg op!Plumper= pruim tabak, valsche buste; stem aan slechts één der candidaten, stemmer op slechts één der candidaten; brutale leugen;Plumply= rond, botweg, platweg;Plumpness;Plumpy= dik, mollig, glad.