Chapter 92

Riparian,raipêriən, aan een oever gelegen of wonende; ook subst.Ripe,raip, rijp, ontwikkeld, dringend:Ripe wants= dringende behoeften;He isripe forthe madhouse= rijp voor;Ripen= rijp worden of maken; subst.Ripeness.Ripon,rip’n.Ripost(e),ripoust, tegenstoot, vlug en vinnig antwoord.Ripple,rip’l, subst. gekabbel, golving; groote kam om vlas te repelen;Rippleverb. rimpelen, kabbelen; repelen:Chestnut hair with a ripplein it;It excitedripples of interest= teekenen v. belangstelling;Therippling of the waves= het kabbelen der golven;Ripple-marks= indrukken van de wijkende golven op het strand;The beach wasRipple-marked= het strand had overal de indrukken der golven.Riprap,riprap, steenstorting (als fundament); ook verb.Rise,raiz, subst. opstand, opkomst, opslag, verhooging, rijzing, verheffing, bron, het opkomen, toeneming, verbetering, bevordering;Riseverb. opstijgen, opstaan, opkomen, opzwellen, voortkomen, wassen, toenemen:The rise of the Dutch Republic= de opkomst der Nederl. republiek;Thatgave rise tomany cordial greetings= gaf aanleiding tot;The Rhinetakes its risein Switzerland= ontspringt in;Itook (got) a rise out of him= ik ben hem te slim af geweest, heb hem belachelijk gemaakt;The water ison the rise= aan het opkomen;Each epithetrose abovethe other= elk volgend epitheton was steeds mooier;The House roseat three in the morning= de zitting werd gesloten;The companyrose from table= stond van tafel op;The whole nationrose in arms= vatte de wapenen op;The wind soonrose toa storm= verhief zich;The colourrose toher cheeks= steeg haar naar de wangen;Herose tothe occasion, emergency= was tegen de moeilijkheid opgewassen;He would notrise tomy scheme= hij wou mijn plan niet begrijpen, er niets van weten;Herose tothe suggestion= hij begreep den wenk;The wordsPlenty, AbundanceandExuberance rise upon each otherin expressing the idea of fulness= het begrip overvloed wordt telkens sterker uitgedrukt door;Riser:I amnot an early riser= niet matineus;Rising, subst. opstaan, opstand, opgang, gezwel; adj. opgaande, opkomend, toenemend, aanzwellend:The[468]rising of Lazarus= de opwekking van L.;Therising generation= het opkomend geslacht;Theyadore (worship) the rising (risen) sun= zij aanbidden de opgaande zon.Risibility,rizibiliti, subst. v.Risible,rizib’l, belachelijk, lachwekkend; tot lachen geneigd.Risk,risk, subst. gevaar, risico;Riskverb. wagen, in de waagschaal stellen:He did itat the risk ofhis life= met gevaar van eigen leven;I won’trun the (a) risk= wil mij daaraan niet blootstellen;You aresubject to the risks= moet de risico dragen;Risker;Risky= gevaarlijk, gewaagd:Arisky experiment= gewaagde proefneming.Risorial,raisôriəl:Risorial muscle= lachspier.Rite,rait, godsdienstige plechtigheid, ritus;Ritual,ritjuəl, subst. rituaal, liturgisch boek met formulieren; adj. ritueel:Is thy meatrituallyprepared? = koscher;Ritualism= ritus;Ritualist= voorstander van de richting derHigh Church; kenner der kerkgebruiken; adj.Ritualistic.Rivage,rividž, oever, kust.Rival,raiv’l, subst. mededinger, medeminnaar; adj. mededingend, concurreerend;Rivalverb. mededingen, wedijveren:He wasmy rivalfor that place= mededinger;Rivalry=Rivalship= medeminnaarschap, wedijver.Rive,raiv, scheuren, opensplijten:The tree wasriven(riv’n)by (with) lightning= door den bliksem gespleten;River.River,rivə, rivier, stroom:We saileddown, up the river= de rivier af, op;In (On) the river= op de rivier;The Rivers= Delta van den Niger, hetNiger-coast Protectorate;River-basin= stroomgebied;River-bed,River-channel= bedding eener rivier;River-craft= riviervaartuigen;River-driver= vlotter (Amer.);River-god= stroomgod;River-hog= Z. Amer. waterzwijn;River-head= bron;River-horse= nijlpaard;River-side= oever.Rivers,rivəz.Rivet,rivət, subst. klinknagel;Rivetverb. vastklinken, strak richten op (to, on), diep inprenten:It remainsriveted in my mindfor ever= staat in mijne ziel gegrift;He wasriveted tothat post= hij zat er vast aan (kon er nooit eens uit);The Eiffel Tower isthe work of the riveter= het werk van den vastklinker, den klinkhamer.Riviera,rivjêrə.Rivose,raivous,rivous, gerimpeld.Rivulet,rivjulet, beek, riviertje.Rixdollar,riksdolə, rijksdaalder (ƒ1,50tot ƒ2,50).Roach,routš, (blank-)voorn:As sound as a roach= zoo gezond als een visch.Road,roud, weg, reis, reede:Tobe in the road(s)= op de reede liggen;I amoff my road= verdwaald;He wason the road to Vienna= op reis naar;There is no royal road to learning= de weg naar de wetenschap is vol moeilijkheden;I havelost my road= ben verdwaald;Toputa personon the right road to= den weg wijzen naar;He hastaken to the road= struikroover geworden;Road-agent= tolgaarder; roover (Am.);Road-bed= grondlaag v. weg of spoor;Road-book= gids voor steden, wegen en afstanden;Road-hog= onbesuisd fietsrijder;Roadman=Road-mender= wegwerker;Road-metal= steenen voor macadamwegen;He wassitting by (on) the roadside= zat aan den weg;Roadstead= reede;Roadster= rijpaard, koetsier v. diligence, schip (op de reede), soort fiets;Roadway= straatweg, bereden gedeelte van een brug.Roam,roum, rondzwerven, omzwerven:Iroamed the streetsof the city aimlessly= zwierf doelloos door;Roamer.Roan,roun, subst. roode schimmel; roode kleur; adj. rood- of ijzergrauw.Roar,rö, subst. gebrul, geloei, gehuil, geschater, gebulder;Roarverb. brullen, loeien, huilen, bulderen, schateren, bruisen, donderen:Tokeepthe companyin a roar= aan het schateren;Hesetthe companyin (on) a roar= deed schateren van lachen;The whole companyset up a roar= begon te brullen van lachen;Roarer= bruisende golf, luid aanslaande hond, aamborstig paard;He has aroaring business (trade)= eene woest-drukke zaak.Roast,roust, subst. gebraad; adj. gebraden;Roastverb. braden, branden; voor het lapje houden, ongenadig plagen:Herules the roast (roost)= hij is de baas, beheerscht alles;Roast beef, goose, etc.;Roaster;Roasting-jack= toestel waarin het spit draait.Rob,rob, rooven, bestelen, plunderen:Herobbed me ofmy gold watch= ontstal mij;Robber= roover, dief;Robbery= rooverij, diefstal.Rob,rob, gelei, conserf.Robe,roub, subst. toga, tabberd, staatsiemantel;Robeverb. kleeden, in een toga of tabberd kleeden:Gentlemen of the long robe= advocaten of getabberden;Master, Mistress of the robe= titel van een hofbeambte, of hofdame met de zorg voor de garderobe belast;Theyfollow the robe as a profession= zijn bij de magistratuur;Robes of office= ambtsgewaad;In robe and crownthe king appeared;I have seen himin his robesin the House of Lords= in zijn pairsmantel gezien.Robert,robət, Robert; ook: kellner, “Jan”;Robertson,robəts’n;Robinson,robins’n.Robin,robin, Robert; roodborstje;Robin-Good-fellow= goedige kabouter;Robin-redbreast= roodborstje;Round robin= petitie met de handteek. in een cirkel, zoodat men niet weet wie het eerst geteekend heeft:Thatbeats the round robin= dat is wat al te erg, al te brutaal.Roborant,robər’nt, subst. en adj. versterkend (middel).Roburite,robjurait, roburiet.Robust,rəbɐst, krachtig, sterk, gespierd; subst.Robustness.Roc,rok, fabelachtige vogel in Arabische sprookjes:Roc’s egg= iets fabelachtigs.Rocambole,rok’mboul, slangelook.Rochdale,rotšdeil;Rochester,rotšəstə.[469]Rochet,rotšət, linnen toog; korte pairsmantel; voorn.Rock,rok, subst. rots, gesteente, klip, soort bonbon, schommel, spinnewiel;Rockverb. wiege(le)n, schommelen, wankelen:Tobe on the rocks(fig.) = in (geld)verlegenheid zijn;Torun against a rock= zich aan gevaar blootstellen;Rock-alum= aluinsteen;Rockaway= een bepaalde Amer. wagen;Rock-bound= door rotsen omsloten;Rock-cork= bergkurk;Rock-crystal= bergkristal;Rock-oil= steenolie, petroleum;Rock-pigeon= klipduif;Rock-ruby= robijn-roode granaat;Rock-salt= klipzout:Rock-snake= tijgerpython;Rock-soap= bergzeep;Rock-staff= blaasbalgstok;Rock-wood= houtasbest;Rock-work= rotswerk;Rocker= wieg, hobbelpaard, onderstel v. een wieg;Rockery= rotswerk (in tuinen, etc.);Rockiness= rotsachtigheid;Rocking-chair= schommelstoel;Rocking-horse= hobbelpaard;Rocking-stone= schommelsteen;Rocky= rotsachtig, hard als een rots.Rockefeller,rokfelə.Rocket,rokət, vuurpijl;Rocketverb. als een pijl opvliegen:Tolet off a rocket= oplaten;Torocket about (on a horse)= rijden, wippen.Rockies=Rocky Mountains(Amer.).Rococo,rəkoukou, Rococostijl (17e eeuw).Rod,rod, roede (ook maat = 5,029 M.), stok, staf, stang, rotting, scepter, takje:I havea rod in picklefor you= ik heb voor u wat in het vat;Black Rod= koninkl. boodschapper en ceremoniemeester in het Hoogerhuis (altijd een gepension. admiraal of generaal); de staf waaraan hij zijn naam ontleent;Rod-fishing= hengelen.Rode,roud, imperf. vanto ride.Rodent,roud’nt, knaagdier:He is apolitical rodent= oude rot (fig.).Roderic(k),rodərik;Roderigo,rod(ə)rîgou.Ro(d)ger,rodžə, Rutger; schepers naam voor een ram; stier:Wehoisted the Jolly Roger= wij heschen de kapervlag (de vlag draagt “Crossbones and skull” = een schedel met gekruiste doodsbeenderen).Rodney,rodni;Rodolph(us),roudolf(rədolfəs).Rodomont,rodəmont, subst. grootspreker, bluffer; adj, blufferig, snoevend;Rodomontade,rodəmonteid, subst. snoeverij, geschetter;Rodomontverb. bluffen, schetteren.Rody,rodi.Roe,rou, ree, hinde; kuit:Soft roe= hom;Hard roe= kuit;Roebuck= reebok.Rogation,rəgeiš’n, litanie:Rogation days(Rogation tide)= de drie dagen vóór Hemelvaartsdag, vóór het feest van den H. Marcus;Rogation week= Hemelvaartsweek.Roger,rodžə, ZieRodger.Rogue,roug, schurk, schalk(je), snaak, grappenmaker, verstooten en daardoor woest geworden olifant:He isa rogue in grain= aartsschurk;Rogue’s march= marsch gespeeld als een soldaat weggejaagd wordt;Roguery= schurkenstreek, snakerij;Roguish= schalksch, schelmachtig; subst.Rogueness.Roil,rôil, troebel maken, sarren, plagen.Roister,rôistə, snoeven, rumoer (pret) maken;Roister(er)= snoever, rumoer(pret)maker.Roland,roul’nd, Roland:Togive a Roland for an Oliver= met gelijke munt betalen (fig.).Roll,roul, subst. het rollen, slingeren (slingering), rol,(presentie)lijst, register, rond broodje, roffel;Rollverb. rollen, wentelen, draaien, slingeren, roffelen, rommelen:Tocall the roll=appèlhouden;Toput on the roll= op de rol plaatsen;Tostrike off the roll= van de rol afvoeren;Master of the Rolls= eerste archivaris v. deChancery Division of the High Court of Justice;Office of the Rolls= archief;Rolls of Court,Rolls of Parliament= officieele perkamentrollen van het hof of parlement, archieven;The shiprolled and pitched= slingerde en stampte;Herolls himself in luxury (wealth)= baadt zich in weelde;He islike three persons rolled into one= tot één persoon vereenigd;Toroll into a ball= op een kluwen winden;Toset the ball rolling= een zaakje aan ’t rollen brengen;Roll-call= appèl;Roller= rolstok, rol, zware golf, lange en breede zwachtel, rolletje;Roller-blind= rolgordijn;Roller-skates= rolschaatsen;Rolling= het rollen, golven, etc.:Rolling-fire= pelotonsvuur;Rolling-mill= pletmolen,Rolling-plant=Rolling-stock;Rolling-press= rolpers, mangel;Rolling-stock= rollend materiaal (van een spoor);A rolling stone gathers no moss= op een rollende steen zet zich geen mos aan.Rollick,rolik, zich op nonchalante, losse en vroolijke manier bewegen, overmoedig zijn:The wood was jubilant withrollicking children= van de dartelende kinderen;We had somerollicking funyesterday= dolle pret.Roly-poly,roulipouli, kort en dik;Roly-poly-pudding= opgerold pasteideeg met confituren;He hasa roly-poly growlery of style= hij heeft zoo’n gezwollen brommerigen stijl.Romaic,rəmeiik, nieuw Grieksch(e taal).Romal,rəmôl, zijden of haren stof,hoofddoek;rəmal, uit leer of paardehaar gevlochten zweep (Amer.).Roman,roum’n, subst. Romein; adj. Romeinsch, Roomsch, met romein of gewone drukletter:Roman candle= Romeinsche kaars (soort van vuurwerk);Roman Catholic, subst. en adj. Roomsch-Katholiek(e);Roman law;Romanism= Roomsche leer;Romanist= Roomsch-Katholieke;Romanize= latiniseeren, Roomsch maken of worden.Romance,rəmâns, subst. romance, geschiedkundig verhaal, verdichting, het romantische, romantiek, Romaansche taal; adj. Romaansch;Romanceverb. romantische of overdreven verhalen vertellen, overdrijven, liegen;Romancer=Romancist= schrijver van romances of verdichte verhalen, opsnijder.Romanese,roumənîz, Rumeensch(e taal).Romanesque,roumənesk, romanesk.Romantic,rəmantik, romantisch, fantastisch, schilderachtig, tot de Romant. school behoorend; ook subst.:These greatromantics;[470]Romanticism= romantiek;Romanticist= iemand, die tot de romantische school behoort:He isneither a realist, nor a romanticist;Romanticness= het romantische.Romany,roməni, Zigeuner, taal der Z.Rome,roum, Rome.Romeo,roumiou;Romford,rɐmfəd.Romic,roumik, phonetisch spelstelsel van H. Sweet.Romilly,romili;Romney,romni.Romp,romp, subst. wild meisje, wild spel;Rompverb. stoeien, dol spelen;Rompish= wild, uitgelaten; subst.Rompishness.Romulus,romjulɐs.Ronde,rond, rondschrift (boekdr.).Rondeau,rondou,rondou, rondeau; soort muziekstuk.Rood,rûd, kruis, kruisbeeld, roede, stok, ¼acre(± 10,117 Are); 5,029 M.;Rood-loft= kruisgalerij (in eene kerk).Roody,rûdi, geil, weelderig.Roof,rûf, subst. dak, gewelf, verhemelte (=Roof of the mouth);Roofverb. met een dak bedekken, onder dak brengen:Roof of Heaven;To be content with having a roof over one’s head;Roof-tile= dakpan;Roof-tree= vorstbalk;Roofer= daklegger;Roofing-felt= asphaltvilt;Roofless= dakloos;Rooflet= dakje;Roofy= met een dak.Rook,ruk, subst. roek; bedrieger; kasteel (schaakspel);Rookverb. bedriegen (in het spel vooral);Rooker= bedrieger;Rookery= bosch met veel roekennesten, de gezamenl. roeken, broedplaats van zeevogels of robben; dievenhol(-kwartier), bordeel.Room,rûm, subst. ruimte, plaats, kamer, vertrek, gelegenheid, aanleiding, donkerblauwe verfstof;Roomverb. kamers bewonen:Hegave (left) room= hij ging heen, maakte ruim baan voor een ander;Make room there= ruimte daar! uit den weg!My room will be preferred to my company= ze hebben liever dat ik ga dan blijf;Iwant your room= ik wensch, dat gij heengaat;There is no room forsuspicion= aanleiding tot verdenking;He wasappointed in (the) room ofhis brother= werd in zijn broers plaats benoemd;Cloak-room, ZieCloak;Living-room,Sitting-room= woonkamer;Room-mate= contubernaal;Roominess= ruimte:Turin is unrivalled in the matter ofroominess= er is geene ruimer gebouwde stad dan T.;Roomy= ruim.Roop,rûp, subst. roep, kreet, heeschheid;Roopy= heesch, schor.Roost,rûst, subst. rek of stok, troep vogels bij elkander op een stok;Roostverb. slapen, op stok zitten:The hens areat roost= op stok;His curse (chickens)came home to roost= hij kreeg zijne trekken thuis;I amgoing to roost= ga op stok;The bargelies at roostin a boat-house= is opgelegd in;Toretire to roost= op stok gaan;Rooster= haan (Amer.).Root,rût, subst. wortel, stam, grondtoon (van eene snaar), oorsprong, bron;Rootverb. doen wortelen, wortel schieten; wroeten, omwroeten, ontwortelen:Extract the root out of 125= trek den wortel uit;Togo to the root ofthe matter= tot den grond der zaak doordringen;Thatlies at the root of it= ligt er aan ten grondslag;Totake(Tostrike)root= wortel schieten;Dutch roots= Hollandsche bloembollen;Root and branch= met wortel en tak;The sow hasrooted (out)all the plants= omgewroet;Why do you notroot it out? = roeit ge het niet uit?He stoodrooted to the spot= als aan den grond genageld;Root-bound= ingeworteld, onbewegelijk;Root-crop= knollenoogst;Root-leaf= wortelblad;Rooted:Arooted hatredof injustice= ingewortelde haat;Rooter= plant die wortel schiet; uitroeier; radicaal;Rootless;Rootlet= worteltje;Rooty= wortelrijk.Rope,roup, subst. touw, rist;Ropeverb. draderig zijn, tot draden uitrekken, met een touw trekken, vastmaken, inhouden (van een paard bij een wedstrijd):Hegave me the ropes= liet me vrij spel;I have not got rope enough= ben niet vrij genoeg, kan mij niet voldoende bewegen;Heknows (has learned) the ropes= weet er alles van;Heperformed on the slack, tight rope= danste op het slappe, strakke koord;I hope you willput me up to all the ropes= mij geheel op de hoogte zult brengen;Arope of onions= rist uien;Arope of sand= zwakke band;Torope in= met een touw omspannen, inpalmen (ook van personen), binnenhalen:Torope ina remark with quotes= tusschen aanhalingsteekens zetten;Rope-dancer= koorddanser;Rope-ladder= touwladder;Rope-maker= touwslager:Toplay the rope-maker= achteruitloopen;Rope-railway= kabelspoor;Rope-walk= lijnbaan;Rope-yarn= kabelgaren;Ropery= lijnbaan;Ropiness, subst. v.Ropy= touwachtig, draderig, kleverig, lijmerig.Roquelaure,roukəlö,rokəlö, korte mantel.Rorqual,rökwəl, vinvisch.Rosa,rouzə;Rosabel,rozəbel.Rosace,rouzeis, rozet;Rosaceous,rəzeišəs, roosachtig.Rosalia,rəzeiliə;Rosalind,rozəlind;Rosaline,rozəl(a)in;Rosamond,rozəm’nd.Rosary,rouzəri, rozenkrans; guirlande, rozenperk of rozentuin:Totell over the rosary= den rozenkrans bidden.Roscid,rosid, met dauw bedekt.Roscoe,roskou;Roscommon,roskom’n.Rose,rouz, subst. roos, rozet, rozenkleur, sproeier; adj. rooskleurig:No rose without a thorn;Once he wasvery near the rose= bijna geestelijke;They drank wineunder the rosein their rooms= stilletjes;I told him sounder the rose= onder de roos;Without the rose= onverholen;Members of the White Rose= van eene vereeniging ter herinnering aan de terechtstelling van Karel I;Sheblushed roseall over;Rose-bud= rozeknop;Rose-bug (Rose-chafer)= gouden tor;Rose-bush= rozestruik;Rose-cheeked= met blozende wangen;Rose-cold (Rose-fever)= zware catarrhe met asthmatische verschijnselen;Rose-colour= rozenkleur;Rose-diamond= rozetsteen;Rose-drop= bonbon (met rozengeur), oorknopje, roode neus;Rose-faced= met[471]rozig gelaat;Rose-hued= met rozentint;Rose-knot= rozet;Rose-leaf= rozeblad:They live in an age of rose-leaves and velvet= zij hebben een leventje op een bordje;Rose-mallow= stokroos;Rosemary,rouzməri, rosmarijn;Rose-pink= rose(kleurig);Rose-rash= roseola, huiduitslag; roos;Rose-water= rozenwater:Revolutions cannot be made with rose-water= die het doel wil, moet de middelen willen;Rose-window= rozet(venster);Rose-wood= rozenhout;Rosery= rozenperk.Rose,rouz, imperf. vanto rise.Roseate,rouzi-it, vol rozen, rooskleurig, bloeiend.Roseola,rəzîələ, huiduitslag, roos.Rosebery,rouzbə’ri.Rosetta,rəzetə:Rosetta stone, steen met hieroglyphen, enz., inRosettagevonden;Rosetta wood= O.-I. oranjekleurig hout.Rosette,rəzet, rozet.Rosicrucian,rouzikrûš’n, subst. lid v. een geheim genootschap in de 17de eeuw; adj. tot dit genootschap behoorende;Rosicrucianism= leer, enz. van dit genootschap.Rosin,rozin, hars:Togive rosin= afranselen;Rosiny= harsig.Rosland,rosland, veengrond, heide.Rostellum,rostel’m, snaveltje (plantk.).Roster,rostə, rooster, naamlijst.Rostral,rostr’l, tot snavel ofrostrumbehoorende;Rostrate(d),rostrit(id), gesnaveld;Rostriform= snavelvormig;Rostrum,rostr’m, snavel (ook van een schip), spreekgestoelte, tribune, platform.Rosy,rouzi, rooskleurig, bloeiend, roos …Rot,rot, subst. verrotting, aardappelziekte, schurft, geklets, onzin;Rotverb. verrotten, bederven:It’s all rot= allemaal onzin, bedriegerij;It’s awful (dry, tommy) rot= verschrikkelijk geklets, onzin;They drinkrot-gut= bocht;Rotten= verrot, stinkend, wrak, aangestoken, gemeen, beroerd;Rotten-ripe= beursch; subst.Rottenness;Rotter= kletser, onnut wezen.Rota,routə, ranglijst, rooster, hoogste pauselijk hof van appèl.Rotary,routəri, draaiend, rondgaand:Therotary motionof our earth round its axis= omdraaiende beweging;Rotary pump= centrifugaalpomp;Rotate,routeit, om een middelpunt wentelen, draaien; adj.routit, wielvormig;Rotation,rəteiš’n, omdraaiing, omwenteling, geregelde opvolging:By (in) rotation= bij afwisseling, beurt om beurt;Rotation of crops= wisselbouw;Rotative= ronddraaiend;Rotator, omdraaier, draaispier;Rotatory= omdraaiend, beurtelings:Rotatory motion= draaiende beweging.Rote,rout, routine, sleur, gewoonte:By rote= van buiten, in den sleur;Rote of business= routine.Rotten-Row,rot’nrou, naam v. een rijweg (voor ruiters) in Hydepark.Rotund,rətɐnd, rond, bolvormig, plechtig, zwaar; subst.Rotundity=Rotundness.Rotunda,rətɐndə, rotonde.Rouble,rûb’l, zilveren roebel (=ƒ 1,88).Rouen,rûən, Rouaan.Rouge,rûž, subst. rood blanketsel;Rougeverb. (zich) blanketten:If you do not rouge you won’t tell in a ball,handsome though you may be= als ge u niet blanket, maakt ge geen indruk op een bal;Rouge et noir= hazardspel;Rouge-pot.Rough,rɐf, subst. ruwe klant; ruwe schets, grof pleisterwerk;Roughadj. ruw, ruig, hard, wrang, woest, kras; verb. ruw maken, ruw schetsen, op scherp zetten, dresseeren:The London roughs= het gepeupel van Londen;In the rough= onafgewerkt, ruwweg;Tobe rough on= hard zijn jegens, zwaar drukken op;Rough-and-ready= ruw doch flink;Rough-and-tumble= ruw en druk:It is a rough-and-tumble farce= het is een woeste, dolle klucht;We have beenRoughing it= wij hebben het hard te verantwoorden gehad, hebben ons er doorheen moeten slaan;The weather was rough, but our yacht roughed it out= maar ons jacht hield het goed uit;Rough-cast, subst. ruwe schets, beraping; adj. ruw gevormd, grof;Roughverb. ruw schetsen, berapen;Rough-draft,Rough-draught, ruwe schets;Rough-draw, in het ruwe schetsen;Rough-dry= laten drogen zonder mangelen;Rough-hew= in het ruwe houwen, ontwerpen, schetsen;Rough-hewn= ruw, ongepolijst (ookfig.);Rough-rider= pikeur; wachtmeester-instructeur (Amer.), stout ruiter;Rough-shod= op scherp gezet:Herides rough-shod= hij rijdt maar toe, stoort zich aan niets, gaat zijn gang maar;Rough-wrought= grof bewerkt;Roughen= ruw maken of worden;Roughish= ietwat ruw;Roughness= zuurheid.Rouleau,rûlou, rolletje, bundel fascinen;Roulette,rûlet, roulette, wiel met punten om stippellijnen te maken: hazardspel.Roumania,rûmeinjə, Roemenië;Roumanian, subst. en adj. (bewoner) van Roemenië.Round,raund, subst. kring, bol, ommegang, ronding, rondreis, ronde, cursus, omdraaiing, sport, salvo, schot, patroon, rondelied; adj. rond, vloeiend, vol, ronduit, openhartig, eerlijk, flink, snel;Roundverb. rond maken, afronden, rondgaan, rondreizen, ronddraaien, zich keeren tegen, schimpen op (on); prep. en adv. rondom, overal:Thirty-sixrounds (of ammunition)= patronen;Around of applause= algemeene toejuiching;Around of beef= runderschijf;Around of cartridges= één patroon voor iederen soldaat;I have made myround of visits= mijne bezoeken;Shall wehave a round? = zullen we eens vechten;Let usplay one more round= nog één rondje;He is around peg in a round hole= de rechte man op de rechte plaats;I assure you that I shallbring you round= dat ik u weer zal opknappen of beter maken;It is not easy tobring him round= te bepraten, over te halen;Christmas hascome roundagain= het is weer kerstmis geworden;He came round to my room= kwam mij op mijne kamer opzoeken;Hecame round= hij draaide bij;You won’tget round me= mij niet beetnemen, bepraten;He livesround the corner= dicht bij;He gave the moneyround the corner= met tegenzin;(All) round my hat= katterig; als subst. onzin;They[472]havesent the hat round= zijn met den hoed rondgegaan, hebben geld opgehaald;It is a hundred guildersin round numbers= het is in een rond getal een honderd gulden;To walkat a round rate= vlug doorstappen;To rideat a round trot= in vluggen draf;He is an honest manall round= in alle opzichten;The enginerounded a curve in the road= kwam om een bocht in den weg;Toround off a story= een verhaal besluiten;The ship wasrounded to= werd bijgedraaid;Roundabout, subst. draaimolen, omweg, soort leuningstoel (jasje, manteltje); adj. wijdloopig, omslachtig, veelomvattend, niet openhartig:I sent him to theroundabout= ik stuurde hem weg;Roundabout the town= om de stad heen;Roundabout way= omweg;Round-backed= met ronden rug;Round-dance= rondedans;Round-games= gezelschapsspelen;Roundhand= rondschrift;Round-head, subst. Puritein in Cromwell’s Tijd; adj. van de partij der Puriteinen;Round-house= achterkajuit, hut,retirade, locomotiefloods;Round-ridge= ronde voren maken bij het ploegen;Round-robin; ZieRobin;Round-shouldered= rond in de schouders of rug;Roundsman= beambte die politie- en nachtwachtposten controleert (Amer.);Round-turn= één slag v. een touw om een paal, etc.;Round-up= ’t bijeendrijven van het vee;Rounded= gerond van vokalen;Rounders= een soort kaatsspel;Rounding, subst. het ronden; adj. ongeveer rond;Roundness= openhartigheid, volheid van klank, rondheid.Roundel,raund’l, klein schild;Roundelay,raundəlei, ouderw. dichtstuk (8 + 5 regels), rondedans.Roup,rûp, kippen-huidziekte;raup,rûp, publieke verkooping;Roupverb. veilen.Rouse,rauz, opwekken, doen ontwaken, opjagen, aansporen:He wasroused to anger= boos gemaakt;Rousing= opwekkend, aansporend, bezielend, geweldig, ontzettend:A rousing lie.Roust,raust, opschudden, hard werken, opwekken, in opstand brengen;Roust-about= losse arbeider of matroos op eene rivierstoomboot; leeglooper (Amer.).Rout,raut, subst. volkomen nederlaag, algemeene vlucht, oproer, rumoer, twist, gedrang, wanordelijke troep; avondreceptie;Routverb. in verwarring op de vlucht drijven, omwoelen, wroeten, vernielen (metout):The rout= het schuim, gepeupel, janhagel;Toput to (the) rout= op de vlucht slaan;Boys wererouting inthe streets= waren aan het stoeien;Irouted outan edition of Tennyson among his books= schommelde op;The ferretrouted outthe conies= joeg naar buiten, verdreef (uit hun hol);Irouted it up frommymemory= ik bracht het mij na eenige inspanning te binnen;Rout-seats and chairs= zitbanken (tegen den muur) en stoelen voor eenrout;He is aRouter-out of antiquities= snort allerlei oudheden op.Route,rût, weg;Routine,rutîn, gewoonte, sleur:Routine-business= sleurwerk;Routinist,rutînist, sleurganger.Routledge,rautlədž.Rove,rouv, (om)zwerven; in dwarsrijen ploegen (Amer.), scheren van touw of wol door een blok, uitpluizen;Rover= roover, zwerver, wispelturig en ontrouw persoon:Her sweetheart hasproved a rover= is gebleken een vlinder (ontrouw) te zijn;They wereshooting at rovers= zij schoten in het wild;Rover of the seas= zeeschuimer.Roving-shot= schot in ’t wild.Rove,rouv, imperf. en part. perf. v.to reeve.Row,rou, subst. rij, reeks, gelid, roeitochtje;Rowverb. roeien:In a row= in de rij, in ’t gelid;Wehad a splendid row= heerlijk roeitochtje gedaan;I guess you canhoe your own row= uw eigen zaakje wel opknappen, je eigen straat schoonvegen (Am.);He had a hard row to hoe= had het hard te verantwoorden (Am.);Toput (set) in a row= op een rij;He can row his own boat,paddle his own canoe= zijn zaakje alleen wel opknappen;They row in the same boat= zij zijn in hetzelfde schuitje;Rowboat= roeischuitje, roeibootje;Rowlock,roulok,rɐlək, keep of gat waarin de riem rust, roeimik, roeipen, roeiklamp;Rower= roeier;Rowing-club;Rowing-match= roeiwedstrijd.Row,rau, standje, ruzie, twist;Rowverb. ruzie, lawaai maken, schelden:Toget into a row with= standjes krijgen met;Hold your row= houd je mond;Don’tkick up a row= maak geen schandaal;What’s the row= wat is er aan de hand?Rowan,rauən, gewone lijsterbes =Rowan-tree.Rowdy,raudi, subst. ruwe, woeste kerel; “duiten”; adj. ruw, ploertig, oproerig =Rowdyish;Rowdyism= herrie, baldadig optreden.Rowel,rauəl, subst. wieltje of rad van een spoor, seton (platte ring van een toom);Rowelverb. wieltje of seton zetten in;Rowel-head= de as van een spoorwieltje.Rowena,rouînə.Rowen,rauən, stoppelveld, nagras (Amer.).Rowland,roul’nd;Rowley,rauli;Roxburgh,roksbərə,roksbɐ̂g.Royal,rôiəl, subst. tak van een gewei, papierformaat (19 × 24 voor schrijf-, en 20 × 25 inches voor drukpapier), kleine mortier, bovenbramzeil (The Royals= vroeger het eerste regiment infanterie; thansRoyal Scots); adj. koninklijk, edel:Royal Academy= Koninklijke (kunst)academie;TheRoyal Assentis, under the Constitution, still essential to the validity of an Act of Parliament= de koninklijke goedkeuring;Royal bounty= fonds ter ondersteuning van de betrekkingen van gesneuvelde officieren;Royal grants= jaargeld aan de leden der koninklijke familie;Royal Society= Eng. Academie van Wetenschappen;Royalism= koningschap, koningsgezindheid;Royalist, subst. en adj. koningsgezind(e);Royalty, subst. koningschap, majesteit, koninklijke bezitting of rechten; tantième, aandeel:We don’t often seeroyalty= de leden der kon. fam.;The author getsa royalty of twopence on the shilling= krijgt ⅙ van den verkoopprijs;Royalty rents= vergoeding voor het gebruik van den bovengrond (bij mijnwerkers).Royster(er). ZieRoister.[473]Rub,rɐb, subst. het wrijven, wrijving, hinderpaal, sarcasme, schimp;Rubverb. wrijven:There’s the rub= daar zit ’m de knoop;Irubbed my eyesat that= ik wreef me de oogen uit van verbazing;Torub elbows (shoulders) with= gemeenzaam omgaan met (fig.);They began torub noses= op vriendschappelijken voet te komen;Theyrubbed their wayalong the streets= baanden zich een weg;To rub (up) the wrong way= plagen, ergeren;The horse was beingrubbed down= werd geroskamd;The piece of sugar wasrubbed down= werd al kleiner door het wrijven:Irubbedthe dirtoffhim= wreef het vuil van hem af;Herubbeditout= hij veegde het uit;Shall Irub upyour memory? = eens opfrisschen;The chairs and tables wereRubbed up= gewreven;Rubstone= slijpsteen;Rub-a-dub= getrommel;Rubber= wie of wat wrijft of schuurt, slijpsteen, het beslissende spel, gummi, gummiband-(schoen);A rubber of whist= drie spellen, waarvan 2 gewonnen en 1 verloren, of 2 na elkander gewonnen spellen;If you play at bowls, you must look out for rubbers= wie kaatst, moet den bal verwachten;Rubber-stamp= caoutchouc stempel.Rubbish,rɐbiš, puin, uitschot, nonsens, klets:Rubbish shot here= plaats voor puin, enz.:Rubbishy= pruilerig.Rubble,rɐb’l, stukken ruwe steen;Rubble-cart;Rubble-stone= bovenste losse deelen van eene steenmassa;Rubble-work= metselwerk met ruwen, onregelmatigen steen; adj.Rubbly.Rubeola,rûbîələ, mazelen.Rubicon,rûbik’n, Rubicon:Tocross the Rubicon= een beslissenden stap doen.Rubicund,rûbik’nd, rood(achtig); subst.Rubicundity,rûbikɐnditi;Rubific= roodmakend.Rubigo,rubaigou, meeldauw, roest.Rubric,rûbrik, subst. rubriek, kerkelijk voorschrift, adj. rood gemerkt;Rubrical= liturgisch, ritueel:Rubricate= met rood merken; subst.Rubrication.Ruby,rûbi, subst. robijn, karbonkel, formaat van drukletter; roode puist of vlek; adj. robijnkeurig =Rubied.Ruche,rûš.Ruching,rûšiŋ, ruche.Ruck,rɐk, subst. rimpel, vouw, hoop, troep, groote massa;Ruckverb. rimpelen; ergeren, geërgerd zijn:Out of the ruck= ongewoon.Ruction,rɐkš’n, oploop, vechterij, krakeel.Rudder,rɐdə, roer;Rudder-post= roersteven.Ruddiness,rɐdinəs, subst. v.Ruddy.Ruddle,rɐd’l, subst. roodaarde;Ruddleverb. met roodaarde merken (zooals b.v. schapen):Facesruddled with rouge and pearl-powder.Ruddy,rɐdi, adj. blozend, met frissche kleur, rood, ros(sig); subst. goudstuk;Ruddy-faced.Rude,rûd, ruw, ongeletterd, onbeschaafd, stormachtig, grof, woest, sterk:Don’t be rude= wees niet lomp, onbeschoft:It wasa rude awakening= een onaangenaam ontwaken;Rudeness= lompheid, ruwheid.Rudesheimer,rûdzhaimə, soort v. Rijnwijn.Rudiment,rûdim’nt, subst. rudiment, beginsel (gewoonlijk meerv.):The rudiments of grammar;Rudimental,rûdiment’l,Rudimentary,rûdimentəri, eerste, aanvangs …; niet geheel ontwikkeld:Rudimentary organs= rudimentaire organen.Rudolph,rûdolf;Rudyard,rɐdjâd.Rue,rû, subst. wijnruit;Rueverb. betreuren, treuren om, beklagen, berouwen:You willrue the day,my boy= de dag zal je rouwen:Torue a bargain= een koop ongedaan maken;Rue-bargain= rouwkoop;Rueful= droevig, treurig; subst.Ruefulness.Ruff,rɐf, subst. groote, geplooide kraag, cachepot, oud kaartspel, het aftroeven, kemphaan, duivensoort;Ruffverb. aftroeven:Ruffed grouse= gekraagd hazelhoen.Ruffian,rɐfj’n, subst. ruwe klant, roover, moordenaar; adj. woest, gemeen;Ruffianism; adj.Ruffianlike,Ruffianly.Ruffle,rɐf’l, subst. geplooide rand aan mouw of kraag, jabot: onrust, beroering, opwinding;Ruffleverb. frommelen, plooien, rimpelen, in de war brengen, verstoren, tieren, onstuimig worden, bluffen, zich airs geven:Toruffle a person’s feathers= iemand boos maken;His temper was ruffled= hij was uit zijn humeur;Toruffle it= geuren;Ruffler= bluffer, schetteraar:He wasa ruffler of the camp= hij was een schreeuwer (vechtersbaas) van het kamp.Rufous,rûfəs, bruin- of geelrood.Rufus,rûfəs.Rug,rɐg, reisdeken, haardkleedje, dek.Rugged,rɐgid, ongelijk, ruw, onbeholpen, norsch; subst.Ruggedness.Rugose,rûgous,rugous, gerimpeld; subst.Rugosity.Ruin,rûin, subst. ondergang, vernietiging, verderf, ruïne;Ruinverb. in het verderf storten, bederven, te gronde gaan (Ruins= overblijfselen, ruïne):Tobe the ruin of a person,Tobring him to ruin= iemand te gronde richten;Tofall into ruins= tot puin vervallen;On the brink of ruin= op den rand des ondergangs;Togo to wreck and ruin= te gronde gaan;He has ruined me= mij ongelukkig gemaakt;Heruined his eyeswith reading= bedierf;Ruination= verderf, ondergang;Ruiner;Ruinous= bouwvallig, verderfelijk, nadeelig, enorm (van prijzen); subst.Ruinousness.Rule,rûl, subst. regel, bestuur, regeering, gids, levensregel, regelmaat, reglement, orde, duimstok, liniaal;Ruleverb. regeeren, besturen, bedwingen, linieeren, leiden, richten, raden, de oppermacht hebben:As a rule= in den regel;That is the rule now= dat is nu de regel;The rule of three= de regel van drieën;That’s a rule-of-three sumof the simplest kind= dat spreekt als een boek;This street isin the rules of the prison= in deze straat mogen de gegijzelden tegen borgstelling nog komen en wonen =They areprisoners on rule;That isan exception to the rule= op den regel;Tobecome the rule;Iknow it by rule of thumb= uit de practijk:Tolay down a rule= vaststellen;Tomake it a rule= tot regel stellen;Herules with[474]a rod of iron= heerscht met ijzeren vuist;Ruler= regeerder, bestuurder, liniaal;Ruling= heerschend; subst. rechterl. beslissing:Rule-price= marktprijs.Rum,rɐm, rum;Rum-blossom (Rum-bud)= roode neus;Rum-shrub= soort punch;Rummy= met een rumsmaak.Rum,rɐm, vreemd, raar:A rum fellow= zonderlinge, origineele kerel;Rummy= raar.Rumble,rɐmb’l, subst. kattenbak (van een rijtuig); gerommel;Rumbleverb. rommelen, bulderen;Rumbler= rammelkast.Rumelia,rumîljə, Roemelië.Ruminant,rûmin’nt, herkauwend, nadenkend; subst. herkauwer;Ruminate= herkauwen, bepeinzen, overdenken; subst.Rumination;Ruminative= nadenkend, goed doordacht;Ruminator= overdenker, peinzer.Rummage,rɐmidž, doorsnuffelen, doorzoeken:Herummaged amongmy papers;Rummage-sale= opruiming, lappendag.Rummer,rɐmə, roemer, groote beker.Rumour,rûmə, subst. gerucht, faam;Rumourverb. vertellen, rondstrooien, ruchtbaar maken:There is a rumour abroad (Rumour has it)that the king will come= het gerucht loopt;It is rumoured= het heet;It was rumoured abroad= het gerucht werd verspreid;rumourer= verspreider van geruchten.Rump,rɐmp, stuitbeen, stuitje, kruis, staartstuk;Rump-parliament= romp parlement (1648);Rump-steak= lendenstuk.Rumple,rɐmp’l, subst. vouw, kreukel;Rumpleverb. kreukelen, vouwen.Rumpus,rɐmpəs, rumoer, spektakel.Run,rɐn, subst. loop, geloop, toeloop, verloop, aanloop, stormloop, uitstapje, vrije toegang, aard, slag, oppositie, vooroordeel, groote navraag, onafgebroken reeks opvoeringen, weideplaats, afgelegde afstand, beek, punt (bij het cricket) etc.; adj. gesmokkeld, gesmolten (Run-butter);Runverb. loopen, snellen, hardloopen, vluchten, varen, voortdrijven, circuleeren, in trek (mode) zijn, gelden, geldig zijn, vloeien, stroomen, tranen, etteren, smokkelen, verloopen, etc.:By the run= plotseling;In the long run= op den duur;With a run= plotseling, overhaast;There is a violent run against it= groote oppositie;There is a run on the bank= de bank wordt bestormd door aanvragen tot terugbetaling;There is rather a run on wax dolls= vrijwat vraag naar;She had a great run in America= veel toeloop, succes;The piecehad a great run= had een kolossaal succes;The playhad a run of fifty nights= werd 50 maal achtereen opgevoerd;Hehas had the full run of himself= is geheel uitgeraasd;Ihad a good run for my money= heb een mooie kans gehad bij de wedrennen; heb hard moeten loopen om mijn geld te krijgen;The smugglers are to have a runto-night= zullen van avond de goederen zien binnen te smokkelen;Ihad a run of (ill) luck= ’t liep me alles mee (tegen);The general run of legswas crooked= de menschen hadden haast allen kromme beenen;The general run of mankind= het meerendeel der menschen;A pound a week andthe run of his teeth= en de kost voor ’t eten;This place is not one of their runs= deze plaats is niet eene van die, welke zij bereizen of bezoeken;He that runs may read= de oppervlakkigste lezer kan dit begrijpen;The story runs= het verhaal gaat;Werun this buildingas a holiday-home= exploiteeren;I willrun the chancefor your sake= zal het wagen;I haverun this coachfrom my 18th year= gereden;He had torun the ga(u)ntletof London society= moest zich aan de critiek der Londensche samenleving blootstellen;The most difficult part was torun the goods= de goederen binnen te smokkelen;Let run the rope= laat schieten;The company willrun an extra trainon Monday= zal laten loopen;Torun aground= aan den grond loopen, vastraken;Torun close(ly),Torun hard= nabijkomen, op de hielen zitten;He wasrun hard= erg geplaagd, lastig gevallen;Yourun that expression very hard= maakt misbruik, wel wat veel gebruik van;I willrun you homefor a pound= om een pond met je loopen wie ’t eerst thuis is;Our commodities arerunning low= raken op;Torun mad= dol worden;His power of sarcasm wasallowed to run riot= hij liet den vrijen teugel aan;Weran short ofammunition= onze ammunitie raakte op;Torun about= rondloopen, dwalen;Torun after= naloopen;Run-after= gezocht;Theyran attheir enemies= vielen aan;Many millsran awayin the sudden squalls= vele molens liepen door de vang;The horsesran away= gingen op den loop;Heran on before= liep vooruit;Heruns beforehis master= overtreft;The ship wasrun downby the steamer= werd in den grond geloopen;The shipran downthe coast= voer langs de kust;The dogranthe haredown= haalde in en pakte;Run-down= afgeloopen, uitgeput;Theyran fortheir lives= zochten hun heil in de vlucht, liepen zoo hard zij konden;Theyran fromone extreme to the other= sloegen van het eene uiterste in het andere over;The thief wasrun in= werd ingerekend;Heroismruns intheir blood= zit hun in ’t bloed;These thingsrun infamilies;Heran into me= liep (reed) mij tegen het lijf;Heran intodebt= hij maakte schulden;The steamer wasrun intoby an ironclad= werd aangevaren;He wasrunning onbadly= sloeg erg door;The conversationran onthe topics of the day= liep over;My mindkept running onthat subject = ik kon niet van mij afzetten;He hasrun out his estate= heeft zijne bezittingen verkwist;I am (have)run out ofmoney= ik ben platzak =My money is (has)run out;Our provisionsran out= raakten op;Now you canrun outeasily= gemakkelijk uitspelen (bilj.);The poor fellow wasrun overby the express= werd overreden;Heran overall accounts= ging na;He tried torun roundthe agreement= te ontduiken;[475]He wanted torun me throughthe body= mij te doorstèken;Heran through10,000 pounds= hij lapte er door;My knowledge does not run to that= gaat zoo ver niet;It does not run to footmen with me= zoo ver heb ik het niet gebracht, dat ik er lakeien op na kan houden;The piece wasrun toits 100th representation= beleefde;The billran uptill it amounted to 50 pounds= liep op;We shallrun up an editorial officefor you= een redacteursvertrek voor u gereedmaken, laten zetten;The price of the bread wasrun up= steeg;Torun up against= aanloopen, aanrijden tegen;Itran uponthis wise= luidde aldus;Run-away,rɐnəwei, subst. vluchteling; adj. wegloopend:Arun-away horse= dat op hol is;That was a run-away knock= dat was een “deurtjebel”;Arun-away match= schaking;Arun-as-you-please contest= een wedloop waarbij de deelnemers mogen loopen zooals ze willen;Runway= stroombedding, pad, baan, spoor van een dier;Runner= looper, bode, hardlooper, blokkadebreker, smokkelaar, detective, bespieder (van paarden bij wedrennen), bovenste molensteen, onderhout (of kiel) van eene slede; agent voor landverhuizers, handelsagent (Amer.);Runner-up= tweede prijs winnaar;Running:He isin the runningfor that post= heeft kans;He was out of the running when compared with his opponent= zijn tegenstander knikkerde hem royaal van de baan;Deathput him out of the running= belette hem verder mee te doen;Five times running= vijfmaal achtereen;Running account= rekening courant;Running fight= gevecht bij een terugtocht;Running fire= aanhoudend kanon- of geweervuur;Running hand= loopend schrift;Running-gear= wielen, assen, etc. van een voertuig;Running-knot= schuifknoop;Running power= ’t recht om treinen te laten loopen op de lijnen van eene andere maatschappij;Running rigging= loopend want;Running-round= fijt (Amer.);Running title= loopende-, hoofdtitel.

Riparian,raipêriən, aan een oever gelegen of wonende; ook subst.Ripe,raip, rijp, ontwikkeld, dringend:Ripe wants= dringende behoeften;He isripe forthe madhouse= rijp voor;Ripen= rijp worden of maken; subst.Ripeness.Ripon,rip’n.Ripost(e),ripoust, tegenstoot, vlug en vinnig antwoord.Ripple,rip’l, subst. gekabbel, golving; groote kam om vlas te repelen;Rippleverb. rimpelen, kabbelen; repelen:Chestnut hair with a ripplein it;It excitedripples of interest= teekenen v. belangstelling;Therippling of the waves= het kabbelen der golven;Ripple-marks= indrukken van de wijkende golven op het strand;The beach wasRipple-marked= het strand had overal de indrukken der golven.Riprap,riprap, steenstorting (als fundament); ook verb.Rise,raiz, subst. opstand, opkomst, opslag, verhooging, rijzing, verheffing, bron, het opkomen, toeneming, verbetering, bevordering;Riseverb. opstijgen, opstaan, opkomen, opzwellen, voortkomen, wassen, toenemen:The rise of the Dutch Republic= de opkomst der Nederl. republiek;Thatgave rise tomany cordial greetings= gaf aanleiding tot;The Rhinetakes its risein Switzerland= ontspringt in;Itook (got) a rise out of him= ik ben hem te slim af geweest, heb hem belachelijk gemaakt;The water ison the rise= aan het opkomen;Each epithetrose abovethe other= elk volgend epitheton was steeds mooier;The House roseat three in the morning= de zitting werd gesloten;The companyrose from table= stond van tafel op;The whole nationrose in arms= vatte de wapenen op;The wind soonrose toa storm= verhief zich;The colourrose toher cheeks= steeg haar naar de wangen;Herose tothe occasion, emergency= was tegen de moeilijkheid opgewassen;He would notrise tomy scheme= hij wou mijn plan niet begrijpen, er niets van weten;Herose tothe suggestion= hij begreep den wenk;The wordsPlenty, AbundanceandExuberance rise upon each otherin expressing the idea of fulness= het begrip overvloed wordt telkens sterker uitgedrukt door;Riser:I amnot an early riser= niet matineus;Rising, subst. opstaan, opstand, opgang, gezwel; adj. opgaande, opkomend, toenemend, aanzwellend:The[468]rising of Lazarus= de opwekking van L.;Therising generation= het opkomend geslacht;Theyadore (worship) the rising (risen) sun= zij aanbidden de opgaande zon.Risibility,rizibiliti, subst. v.Risible,rizib’l, belachelijk, lachwekkend; tot lachen geneigd.Risk,risk, subst. gevaar, risico;Riskverb. wagen, in de waagschaal stellen:He did itat the risk ofhis life= met gevaar van eigen leven;I won’trun the (a) risk= wil mij daaraan niet blootstellen;You aresubject to the risks= moet de risico dragen;Risker;Risky= gevaarlijk, gewaagd:Arisky experiment= gewaagde proefneming.Risorial,raisôriəl:Risorial muscle= lachspier.Rite,rait, godsdienstige plechtigheid, ritus;Ritual,ritjuəl, subst. rituaal, liturgisch boek met formulieren; adj. ritueel:Is thy meatrituallyprepared? = koscher;Ritualism= ritus;Ritualist= voorstander van de richting derHigh Church; kenner der kerkgebruiken; adj.Ritualistic.Rivage,rividž, oever, kust.Rival,raiv’l, subst. mededinger, medeminnaar; adj. mededingend, concurreerend;Rivalverb. mededingen, wedijveren:He wasmy rivalfor that place= mededinger;Rivalry=Rivalship= medeminnaarschap, wedijver.Rive,raiv, scheuren, opensplijten:The tree wasriven(riv’n)by (with) lightning= door den bliksem gespleten;River.River,rivə, rivier, stroom:We saileddown, up the river= de rivier af, op;In (On) the river= op de rivier;The Rivers= Delta van den Niger, hetNiger-coast Protectorate;River-basin= stroomgebied;River-bed,River-channel= bedding eener rivier;River-craft= riviervaartuigen;River-driver= vlotter (Amer.);River-god= stroomgod;River-hog= Z. Amer. waterzwijn;River-head= bron;River-horse= nijlpaard;River-side= oever.Rivers,rivəz.Rivet,rivət, subst. klinknagel;Rivetverb. vastklinken, strak richten op (to, on), diep inprenten:It remainsriveted in my mindfor ever= staat in mijne ziel gegrift;He wasriveted tothat post= hij zat er vast aan (kon er nooit eens uit);The Eiffel Tower isthe work of the riveter= het werk van den vastklinker, den klinkhamer.Riviera,rivjêrə.Rivose,raivous,rivous, gerimpeld.Rivulet,rivjulet, beek, riviertje.Rixdollar,riksdolə, rijksdaalder (ƒ1,50tot ƒ2,50).Roach,routš, (blank-)voorn:As sound as a roach= zoo gezond als een visch.Road,roud, weg, reis, reede:Tobe in the road(s)= op de reede liggen;I amoff my road= verdwaald;He wason the road to Vienna= op reis naar;There is no royal road to learning= de weg naar de wetenschap is vol moeilijkheden;I havelost my road= ben verdwaald;Toputa personon the right road to= den weg wijzen naar;He hastaken to the road= struikroover geworden;Road-agent= tolgaarder; roover (Am.);Road-bed= grondlaag v. weg of spoor;Road-book= gids voor steden, wegen en afstanden;Road-hog= onbesuisd fietsrijder;Roadman=Road-mender= wegwerker;Road-metal= steenen voor macadamwegen;He wassitting by (on) the roadside= zat aan den weg;Roadstead= reede;Roadster= rijpaard, koetsier v. diligence, schip (op de reede), soort fiets;Roadway= straatweg, bereden gedeelte van een brug.Roam,roum, rondzwerven, omzwerven:Iroamed the streetsof the city aimlessly= zwierf doelloos door;Roamer.Roan,roun, subst. roode schimmel; roode kleur; adj. rood- of ijzergrauw.Roar,rö, subst. gebrul, geloei, gehuil, geschater, gebulder;Roarverb. brullen, loeien, huilen, bulderen, schateren, bruisen, donderen:Tokeepthe companyin a roar= aan het schateren;Hesetthe companyin (on) a roar= deed schateren van lachen;The whole companyset up a roar= begon te brullen van lachen;Roarer= bruisende golf, luid aanslaande hond, aamborstig paard;He has aroaring business (trade)= eene woest-drukke zaak.Roast,roust, subst. gebraad; adj. gebraden;Roastverb. braden, branden; voor het lapje houden, ongenadig plagen:Herules the roast (roost)= hij is de baas, beheerscht alles;Roast beef, goose, etc.;Roaster;Roasting-jack= toestel waarin het spit draait.Rob,rob, rooven, bestelen, plunderen:Herobbed me ofmy gold watch= ontstal mij;Robber= roover, dief;Robbery= rooverij, diefstal.Rob,rob, gelei, conserf.Robe,roub, subst. toga, tabberd, staatsiemantel;Robeverb. kleeden, in een toga of tabberd kleeden:Gentlemen of the long robe= advocaten of getabberden;Master, Mistress of the robe= titel van een hofbeambte, of hofdame met de zorg voor de garderobe belast;Theyfollow the robe as a profession= zijn bij de magistratuur;Robes of office= ambtsgewaad;In robe and crownthe king appeared;I have seen himin his robesin the House of Lords= in zijn pairsmantel gezien.Robert,robət, Robert; ook: kellner, “Jan”;Robertson,robəts’n;Robinson,robins’n.Robin,robin, Robert; roodborstje;Robin-Good-fellow= goedige kabouter;Robin-redbreast= roodborstje;Round robin= petitie met de handteek. in een cirkel, zoodat men niet weet wie het eerst geteekend heeft:Thatbeats the round robin= dat is wat al te erg, al te brutaal.Roborant,robər’nt, subst. en adj. versterkend (middel).Roburite,robjurait, roburiet.Robust,rəbɐst, krachtig, sterk, gespierd; subst.Robustness.Roc,rok, fabelachtige vogel in Arabische sprookjes:Roc’s egg= iets fabelachtigs.Rocambole,rok’mboul, slangelook.Rochdale,rotšdeil;Rochester,rotšəstə.[469]Rochet,rotšət, linnen toog; korte pairsmantel; voorn.Rock,rok, subst. rots, gesteente, klip, soort bonbon, schommel, spinnewiel;Rockverb. wiege(le)n, schommelen, wankelen:Tobe on the rocks(fig.) = in (geld)verlegenheid zijn;Torun against a rock= zich aan gevaar blootstellen;Rock-alum= aluinsteen;Rockaway= een bepaalde Amer. wagen;Rock-bound= door rotsen omsloten;Rock-cork= bergkurk;Rock-crystal= bergkristal;Rock-oil= steenolie, petroleum;Rock-pigeon= klipduif;Rock-ruby= robijn-roode granaat;Rock-salt= klipzout:Rock-snake= tijgerpython;Rock-soap= bergzeep;Rock-staff= blaasbalgstok;Rock-wood= houtasbest;Rock-work= rotswerk;Rocker= wieg, hobbelpaard, onderstel v. een wieg;Rockery= rotswerk (in tuinen, etc.);Rockiness= rotsachtigheid;Rocking-chair= schommelstoel;Rocking-horse= hobbelpaard;Rocking-stone= schommelsteen;Rocky= rotsachtig, hard als een rots.Rockefeller,rokfelə.Rocket,rokət, vuurpijl;Rocketverb. als een pijl opvliegen:Tolet off a rocket= oplaten;Torocket about (on a horse)= rijden, wippen.Rockies=Rocky Mountains(Amer.).Rococo,rəkoukou, Rococostijl (17e eeuw).Rod,rod, roede (ook maat = 5,029 M.), stok, staf, stang, rotting, scepter, takje:I havea rod in picklefor you= ik heb voor u wat in het vat;Black Rod= koninkl. boodschapper en ceremoniemeester in het Hoogerhuis (altijd een gepension. admiraal of generaal); de staf waaraan hij zijn naam ontleent;Rod-fishing= hengelen.Rode,roud, imperf. vanto ride.Rodent,roud’nt, knaagdier:He is apolitical rodent= oude rot (fig.).Roderic(k),rodərik;Roderigo,rod(ə)rîgou.Ro(d)ger,rodžə, Rutger; schepers naam voor een ram; stier:Wehoisted the Jolly Roger= wij heschen de kapervlag (de vlag draagt “Crossbones and skull” = een schedel met gekruiste doodsbeenderen).Rodney,rodni;Rodolph(us),roudolf(rədolfəs).Rodomont,rodəmont, subst. grootspreker, bluffer; adj, blufferig, snoevend;Rodomontade,rodəmonteid, subst. snoeverij, geschetter;Rodomontverb. bluffen, schetteren.Rody,rodi.Roe,rou, ree, hinde; kuit:Soft roe= hom;Hard roe= kuit;Roebuck= reebok.Rogation,rəgeiš’n, litanie:Rogation days(Rogation tide)= de drie dagen vóór Hemelvaartsdag, vóór het feest van den H. Marcus;Rogation week= Hemelvaartsweek.Roger,rodžə, ZieRodger.Rogue,roug, schurk, schalk(je), snaak, grappenmaker, verstooten en daardoor woest geworden olifant:He isa rogue in grain= aartsschurk;Rogue’s march= marsch gespeeld als een soldaat weggejaagd wordt;Roguery= schurkenstreek, snakerij;Roguish= schalksch, schelmachtig; subst.Rogueness.Roil,rôil, troebel maken, sarren, plagen.Roister,rôistə, snoeven, rumoer (pret) maken;Roister(er)= snoever, rumoer(pret)maker.Roland,roul’nd, Roland:Togive a Roland for an Oliver= met gelijke munt betalen (fig.).Roll,roul, subst. het rollen, slingeren (slingering), rol,(presentie)lijst, register, rond broodje, roffel;Rollverb. rollen, wentelen, draaien, slingeren, roffelen, rommelen:Tocall the roll=appèlhouden;Toput on the roll= op de rol plaatsen;Tostrike off the roll= van de rol afvoeren;Master of the Rolls= eerste archivaris v. deChancery Division of the High Court of Justice;Office of the Rolls= archief;Rolls of Court,Rolls of Parliament= officieele perkamentrollen van het hof of parlement, archieven;The shiprolled and pitched= slingerde en stampte;Herolls himself in luxury (wealth)= baadt zich in weelde;He islike three persons rolled into one= tot één persoon vereenigd;Toroll into a ball= op een kluwen winden;Toset the ball rolling= een zaakje aan ’t rollen brengen;Roll-call= appèl;Roller= rolstok, rol, zware golf, lange en breede zwachtel, rolletje;Roller-blind= rolgordijn;Roller-skates= rolschaatsen;Rolling= het rollen, golven, etc.:Rolling-fire= pelotonsvuur;Rolling-mill= pletmolen,Rolling-plant=Rolling-stock;Rolling-press= rolpers, mangel;Rolling-stock= rollend materiaal (van een spoor);A rolling stone gathers no moss= op een rollende steen zet zich geen mos aan.Rollick,rolik, zich op nonchalante, losse en vroolijke manier bewegen, overmoedig zijn:The wood was jubilant withrollicking children= van de dartelende kinderen;We had somerollicking funyesterday= dolle pret.Roly-poly,roulipouli, kort en dik;Roly-poly-pudding= opgerold pasteideeg met confituren;He hasa roly-poly growlery of style= hij heeft zoo’n gezwollen brommerigen stijl.Romaic,rəmeiik, nieuw Grieksch(e taal).Romal,rəmôl, zijden of haren stof,hoofddoek;rəmal, uit leer of paardehaar gevlochten zweep (Amer.).Roman,roum’n, subst. Romein; adj. Romeinsch, Roomsch, met romein of gewone drukletter:Roman candle= Romeinsche kaars (soort van vuurwerk);Roman Catholic, subst. en adj. Roomsch-Katholiek(e);Roman law;Romanism= Roomsche leer;Romanist= Roomsch-Katholieke;Romanize= latiniseeren, Roomsch maken of worden.Romance,rəmâns, subst. romance, geschiedkundig verhaal, verdichting, het romantische, romantiek, Romaansche taal; adj. Romaansch;Romanceverb. romantische of overdreven verhalen vertellen, overdrijven, liegen;Romancer=Romancist= schrijver van romances of verdichte verhalen, opsnijder.Romanese,roumənîz, Rumeensch(e taal).Romanesque,roumənesk, romanesk.Romantic,rəmantik, romantisch, fantastisch, schilderachtig, tot de Romant. school behoorend; ook subst.:These greatromantics;[470]Romanticism= romantiek;Romanticist= iemand, die tot de romantische school behoort:He isneither a realist, nor a romanticist;Romanticness= het romantische.Romany,roməni, Zigeuner, taal der Z.Rome,roum, Rome.Romeo,roumiou;Romford,rɐmfəd.Romic,roumik, phonetisch spelstelsel van H. Sweet.Romilly,romili;Romney,romni.Romp,romp, subst. wild meisje, wild spel;Rompverb. stoeien, dol spelen;Rompish= wild, uitgelaten; subst.Rompishness.Romulus,romjulɐs.Ronde,rond, rondschrift (boekdr.).Rondeau,rondou,rondou, rondeau; soort muziekstuk.Rood,rûd, kruis, kruisbeeld, roede, stok, ¼acre(± 10,117 Are); 5,029 M.;Rood-loft= kruisgalerij (in eene kerk).Roody,rûdi, geil, weelderig.Roof,rûf, subst. dak, gewelf, verhemelte (=Roof of the mouth);Roofverb. met een dak bedekken, onder dak brengen:Roof of Heaven;To be content with having a roof over one’s head;Roof-tile= dakpan;Roof-tree= vorstbalk;Roofer= daklegger;Roofing-felt= asphaltvilt;Roofless= dakloos;Rooflet= dakje;Roofy= met een dak.Rook,ruk, subst. roek; bedrieger; kasteel (schaakspel);Rookverb. bedriegen (in het spel vooral);Rooker= bedrieger;Rookery= bosch met veel roekennesten, de gezamenl. roeken, broedplaats van zeevogels of robben; dievenhol(-kwartier), bordeel.Room,rûm, subst. ruimte, plaats, kamer, vertrek, gelegenheid, aanleiding, donkerblauwe verfstof;Roomverb. kamers bewonen:Hegave (left) room= hij ging heen, maakte ruim baan voor een ander;Make room there= ruimte daar! uit den weg!My room will be preferred to my company= ze hebben liever dat ik ga dan blijf;Iwant your room= ik wensch, dat gij heengaat;There is no room forsuspicion= aanleiding tot verdenking;He wasappointed in (the) room ofhis brother= werd in zijn broers plaats benoemd;Cloak-room, ZieCloak;Living-room,Sitting-room= woonkamer;Room-mate= contubernaal;Roominess= ruimte:Turin is unrivalled in the matter ofroominess= er is geene ruimer gebouwde stad dan T.;Roomy= ruim.Roop,rûp, subst. roep, kreet, heeschheid;Roopy= heesch, schor.Roost,rûst, subst. rek of stok, troep vogels bij elkander op een stok;Roostverb. slapen, op stok zitten:The hens areat roost= op stok;His curse (chickens)came home to roost= hij kreeg zijne trekken thuis;I amgoing to roost= ga op stok;The bargelies at roostin a boat-house= is opgelegd in;Toretire to roost= op stok gaan;Rooster= haan (Amer.).Root,rût, subst. wortel, stam, grondtoon (van eene snaar), oorsprong, bron;Rootverb. doen wortelen, wortel schieten; wroeten, omwroeten, ontwortelen:Extract the root out of 125= trek den wortel uit;Togo to the root ofthe matter= tot den grond der zaak doordringen;Thatlies at the root of it= ligt er aan ten grondslag;Totake(Tostrike)root= wortel schieten;Dutch roots= Hollandsche bloembollen;Root and branch= met wortel en tak;The sow hasrooted (out)all the plants= omgewroet;Why do you notroot it out? = roeit ge het niet uit?He stoodrooted to the spot= als aan den grond genageld;Root-bound= ingeworteld, onbewegelijk;Root-crop= knollenoogst;Root-leaf= wortelblad;Rooted:Arooted hatredof injustice= ingewortelde haat;Rooter= plant die wortel schiet; uitroeier; radicaal;Rootless;Rootlet= worteltje;Rooty= wortelrijk.Rope,roup, subst. touw, rist;Ropeverb. draderig zijn, tot draden uitrekken, met een touw trekken, vastmaken, inhouden (van een paard bij een wedstrijd):Hegave me the ropes= liet me vrij spel;I have not got rope enough= ben niet vrij genoeg, kan mij niet voldoende bewegen;Heknows (has learned) the ropes= weet er alles van;Heperformed on the slack, tight rope= danste op het slappe, strakke koord;I hope you willput me up to all the ropes= mij geheel op de hoogte zult brengen;Arope of onions= rist uien;Arope of sand= zwakke band;Torope in= met een touw omspannen, inpalmen (ook van personen), binnenhalen:Torope ina remark with quotes= tusschen aanhalingsteekens zetten;Rope-dancer= koorddanser;Rope-ladder= touwladder;Rope-maker= touwslager:Toplay the rope-maker= achteruitloopen;Rope-railway= kabelspoor;Rope-walk= lijnbaan;Rope-yarn= kabelgaren;Ropery= lijnbaan;Ropiness, subst. v.Ropy= touwachtig, draderig, kleverig, lijmerig.Roquelaure,roukəlö,rokəlö, korte mantel.Rorqual,rökwəl, vinvisch.Rosa,rouzə;Rosabel,rozəbel.Rosace,rouzeis, rozet;Rosaceous,rəzeišəs, roosachtig.Rosalia,rəzeiliə;Rosalind,rozəlind;Rosaline,rozəl(a)in;Rosamond,rozəm’nd.Rosary,rouzəri, rozenkrans; guirlande, rozenperk of rozentuin:Totell over the rosary= den rozenkrans bidden.Roscid,rosid, met dauw bedekt.Roscoe,roskou;Roscommon,roskom’n.Rose,rouz, subst. roos, rozet, rozenkleur, sproeier; adj. rooskleurig:No rose without a thorn;Once he wasvery near the rose= bijna geestelijke;They drank wineunder the rosein their rooms= stilletjes;I told him sounder the rose= onder de roos;Without the rose= onverholen;Members of the White Rose= van eene vereeniging ter herinnering aan de terechtstelling van Karel I;Sheblushed roseall over;Rose-bud= rozeknop;Rose-bug (Rose-chafer)= gouden tor;Rose-bush= rozestruik;Rose-cheeked= met blozende wangen;Rose-cold (Rose-fever)= zware catarrhe met asthmatische verschijnselen;Rose-colour= rozenkleur;Rose-diamond= rozetsteen;Rose-drop= bonbon (met rozengeur), oorknopje, roode neus;Rose-faced= met[471]rozig gelaat;Rose-hued= met rozentint;Rose-knot= rozet;Rose-leaf= rozeblad:They live in an age of rose-leaves and velvet= zij hebben een leventje op een bordje;Rose-mallow= stokroos;Rosemary,rouzməri, rosmarijn;Rose-pink= rose(kleurig);Rose-rash= roseola, huiduitslag; roos;Rose-water= rozenwater:Revolutions cannot be made with rose-water= die het doel wil, moet de middelen willen;Rose-window= rozet(venster);Rose-wood= rozenhout;Rosery= rozenperk.Rose,rouz, imperf. vanto rise.Roseate,rouzi-it, vol rozen, rooskleurig, bloeiend.Roseola,rəzîələ, huiduitslag, roos.Rosebery,rouzbə’ri.Rosetta,rəzetə:Rosetta stone, steen met hieroglyphen, enz., inRosettagevonden;Rosetta wood= O.-I. oranjekleurig hout.Rosette,rəzet, rozet.Rosicrucian,rouzikrûš’n, subst. lid v. een geheim genootschap in de 17de eeuw; adj. tot dit genootschap behoorende;Rosicrucianism= leer, enz. van dit genootschap.Rosin,rozin, hars:Togive rosin= afranselen;Rosiny= harsig.Rosland,rosland, veengrond, heide.Rostellum,rostel’m, snaveltje (plantk.).Roster,rostə, rooster, naamlijst.Rostral,rostr’l, tot snavel ofrostrumbehoorende;Rostrate(d),rostrit(id), gesnaveld;Rostriform= snavelvormig;Rostrum,rostr’m, snavel (ook van een schip), spreekgestoelte, tribune, platform.Rosy,rouzi, rooskleurig, bloeiend, roos …Rot,rot, subst. verrotting, aardappelziekte, schurft, geklets, onzin;Rotverb. verrotten, bederven:It’s all rot= allemaal onzin, bedriegerij;It’s awful (dry, tommy) rot= verschrikkelijk geklets, onzin;They drinkrot-gut= bocht;Rotten= verrot, stinkend, wrak, aangestoken, gemeen, beroerd;Rotten-ripe= beursch; subst.Rottenness;Rotter= kletser, onnut wezen.Rota,routə, ranglijst, rooster, hoogste pauselijk hof van appèl.Rotary,routəri, draaiend, rondgaand:Therotary motionof our earth round its axis= omdraaiende beweging;Rotary pump= centrifugaalpomp;Rotate,routeit, om een middelpunt wentelen, draaien; adj.routit, wielvormig;Rotation,rəteiš’n, omdraaiing, omwenteling, geregelde opvolging:By (in) rotation= bij afwisseling, beurt om beurt;Rotation of crops= wisselbouw;Rotative= ronddraaiend;Rotator, omdraaier, draaispier;Rotatory= omdraaiend, beurtelings:Rotatory motion= draaiende beweging.Rote,rout, routine, sleur, gewoonte:By rote= van buiten, in den sleur;Rote of business= routine.Rotten-Row,rot’nrou, naam v. een rijweg (voor ruiters) in Hydepark.Rotund,rətɐnd, rond, bolvormig, plechtig, zwaar; subst.Rotundity=Rotundness.Rotunda,rətɐndə, rotonde.Rouble,rûb’l, zilveren roebel (=ƒ 1,88).Rouen,rûən, Rouaan.Rouge,rûž, subst. rood blanketsel;Rougeverb. (zich) blanketten:If you do not rouge you won’t tell in a ball,handsome though you may be= als ge u niet blanket, maakt ge geen indruk op een bal;Rouge et noir= hazardspel;Rouge-pot.Rough,rɐf, subst. ruwe klant; ruwe schets, grof pleisterwerk;Roughadj. ruw, ruig, hard, wrang, woest, kras; verb. ruw maken, ruw schetsen, op scherp zetten, dresseeren:The London roughs= het gepeupel van Londen;In the rough= onafgewerkt, ruwweg;Tobe rough on= hard zijn jegens, zwaar drukken op;Rough-and-ready= ruw doch flink;Rough-and-tumble= ruw en druk:It is a rough-and-tumble farce= het is een woeste, dolle klucht;We have beenRoughing it= wij hebben het hard te verantwoorden gehad, hebben ons er doorheen moeten slaan;The weather was rough, but our yacht roughed it out= maar ons jacht hield het goed uit;Rough-cast, subst. ruwe schets, beraping; adj. ruw gevormd, grof;Roughverb. ruw schetsen, berapen;Rough-draft,Rough-draught, ruwe schets;Rough-draw, in het ruwe schetsen;Rough-dry= laten drogen zonder mangelen;Rough-hew= in het ruwe houwen, ontwerpen, schetsen;Rough-hewn= ruw, ongepolijst (ookfig.);Rough-rider= pikeur; wachtmeester-instructeur (Amer.), stout ruiter;Rough-shod= op scherp gezet:Herides rough-shod= hij rijdt maar toe, stoort zich aan niets, gaat zijn gang maar;Rough-wrought= grof bewerkt;Roughen= ruw maken of worden;Roughish= ietwat ruw;Roughness= zuurheid.Rouleau,rûlou, rolletje, bundel fascinen;Roulette,rûlet, roulette, wiel met punten om stippellijnen te maken: hazardspel.Roumania,rûmeinjə, Roemenië;Roumanian, subst. en adj. (bewoner) van Roemenië.Round,raund, subst. kring, bol, ommegang, ronding, rondreis, ronde, cursus, omdraaiing, sport, salvo, schot, patroon, rondelied; adj. rond, vloeiend, vol, ronduit, openhartig, eerlijk, flink, snel;Roundverb. rond maken, afronden, rondgaan, rondreizen, ronddraaien, zich keeren tegen, schimpen op (on); prep. en adv. rondom, overal:Thirty-sixrounds (of ammunition)= patronen;Around of applause= algemeene toejuiching;Around of beef= runderschijf;Around of cartridges= één patroon voor iederen soldaat;I have made myround of visits= mijne bezoeken;Shall wehave a round? = zullen we eens vechten;Let usplay one more round= nog één rondje;He is around peg in a round hole= de rechte man op de rechte plaats;I assure you that I shallbring you round= dat ik u weer zal opknappen of beter maken;It is not easy tobring him round= te bepraten, over te halen;Christmas hascome roundagain= het is weer kerstmis geworden;He came round to my room= kwam mij op mijne kamer opzoeken;Hecame round= hij draaide bij;You won’tget round me= mij niet beetnemen, bepraten;He livesround the corner= dicht bij;He gave the moneyround the corner= met tegenzin;(All) round my hat= katterig; als subst. onzin;They[472]havesent the hat round= zijn met den hoed rondgegaan, hebben geld opgehaald;It is a hundred guildersin round numbers= het is in een rond getal een honderd gulden;To walkat a round rate= vlug doorstappen;To rideat a round trot= in vluggen draf;He is an honest manall round= in alle opzichten;The enginerounded a curve in the road= kwam om een bocht in den weg;Toround off a story= een verhaal besluiten;The ship wasrounded to= werd bijgedraaid;Roundabout, subst. draaimolen, omweg, soort leuningstoel (jasje, manteltje); adj. wijdloopig, omslachtig, veelomvattend, niet openhartig:I sent him to theroundabout= ik stuurde hem weg;Roundabout the town= om de stad heen;Roundabout way= omweg;Round-backed= met ronden rug;Round-dance= rondedans;Round-games= gezelschapsspelen;Roundhand= rondschrift;Round-head, subst. Puritein in Cromwell’s Tijd; adj. van de partij der Puriteinen;Round-house= achterkajuit, hut,retirade, locomotiefloods;Round-ridge= ronde voren maken bij het ploegen;Round-robin; ZieRobin;Round-shouldered= rond in de schouders of rug;Roundsman= beambte die politie- en nachtwachtposten controleert (Amer.);Round-turn= één slag v. een touw om een paal, etc.;Round-up= ’t bijeendrijven van het vee;Rounded= gerond van vokalen;Rounders= een soort kaatsspel;Rounding, subst. het ronden; adj. ongeveer rond;Roundness= openhartigheid, volheid van klank, rondheid.Roundel,raund’l, klein schild;Roundelay,raundəlei, ouderw. dichtstuk (8 + 5 regels), rondedans.Roup,rûp, kippen-huidziekte;raup,rûp, publieke verkooping;Roupverb. veilen.Rouse,rauz, opwekken, doen ontwaken, opjagen, aansporen:He wasroused to anger= boos gemaakt;Rousing= opwekkend, aansporend, bezielend, geweldig, ontzettend:A rousing lie.Roust,raust, opschudden, hard werken, opwekken, in opstand brengen;Roust-about= losse arbeider of matroos op eene rivierstoomboot; leeglooper (Amer.).Rout,raut, subst. volkomen nederlaag, algemeene vlucht, oproer, rumoer, twist, gedrang, wanordelijke troep; avondreceptie;Routverb. in verwarring op de vlucht drijven, omwoelen, wroeten, vernielen (metout):The rout= het schuim, gepeupel, janhagel;Toput to (the) rout= op de vlucht slaan;Boys wererouting inthe streets= waren aan het stoeien;Irouted outan edition of Tennyson among his books= schommelde op;The ferretrouted outthe conies= joeg naar buiten, verdreef (uit hun hol);Irouted it up frommymemory= ik bracht het mij na eenige inspanning te binnen;Rout-seats and chairs= zitbanken (tegen den muur) en stoelen voor eenrout;He is aRouter-out of antiquities= snort allerlei oudheden op.Route,rût, weg;Routine,rutîn, gewoonte, sleur:Routine-business= sleurwerk;Routinist,rutînist, sleurganger.Routledge,rautlədž.Rove,rouv, (om)zwerven; in dwarsrijen ploegen (Amer.), scheren van touw of wol door een blok, uitpluizen;Rover= roover, zwerver, wispelturig en ontrouw persoon:Her sweetheart hasproved a rover= is gebleken een vlinder (ontrouw) te zijn;They wereshooting at rovers= zij schoten in het wild;Rover of the seas= zeeschuimer.Roving-shot= schot in ’t wild.Rove,rouv, imperf. en part. perf. v.to reeve.Row,rou, subst. rij, reeks, gelid, roeitochtje;Rowverb. roeien:In a row= in de rij, in ’t gelid;Wehad a splendid row= heerlijk roeitochtje gedaan;I guess you canhoe your own row= uw eigen zaakje wel opknappen, je eigen straat schoonvegen (Am.);He had a hard row to hoe= had het hard te verantwoorden (Am.);Toput (set) in a row= op een rij;He can row his own boat,paddle his own canoe= zijn zaakje alleen wel opknappen;They row in the same boat= zij zijn in hetzelfde schuitje;Rowboat= roeischuitje, roeibootje;Rowlock,roulok,rɐlək, keep of gat waarin de riem rust, roeimik, roeipen, roeiklamp;Rower= roeier;Rowing-club;Rowing-match= roeiwedstrijd.Row,rau, standje, ruzie, twist;Rowverb. ruzie, lawaai maken, schelden:Toget into a row with= standjes krijgen met;Hold your row= houd je mond;Don’tkick up a row= maak geen schandaal;What’s the row= wat is er aan de hand?Rowan,rauən, gewone lijsterbes =Rowan-tree.Rowdy,raudi, subst. ruwe, woeste kerel; “duiten”; adj. ruw, ploertig, oproerig =Rowdyish;Rowdyism= herrie, baldadig optreden.Rowel,rauəl, subst. wieltje of rad van een spoor, seton (platte ring van een toom);Rowelverb. wieltje of seton zetten in;Rowel-head= de as van een spoorwieltje.Rowena,rouînə.Rowen,rauən, stoppelveld, nagras (Amer.).Rowland,roul’nd;Rowley,rauli;Roxburgh,roksbərə,roksbɐ̂g.Royal,rôiəl, subst. tak van een gewei, papierformaat (19 × 24 voor schrijf-, en 20 × 25 inches voor drukpapier), kleine mortier, bovenbramzeil (The Royals= vroeger het eerste regiment infanterie; thansRoyal Scots); adj. koninklijk, edel:Royal Academy= Koninklijke (kunst)academie;TheRoyal Assentis, under the Constitution, still essential to the validity of an Act of Parliament= de koninklijke goedkeuring;Royal bounty= fonds ter ondersteuning van de betrekkingen van gesneuvelde officieren;Royal grants= jaargeld aan de leden der koninklijke familie;Royal Society= Eng. Academie van Wetenschappen;Royalism= koningschap, koningsgezindheid;Royalist, subst. en adj. koningsgezind(e);Royalty, subst. koningschap, majesteit, koninklijke bezitting of rechten; tantième, aandeel:We don’t often seeroyalty= de leden der kon. fam.;The author getsa royalty of twopence on the shilling= krijgt ⅙ van den verkoopprijs;Royalty rents= vergoeding voor het gebruik van den bovengrond (bij mijnwerkers).Royster(er). ZieRoister.[473]Rub,rɐb, subst. het wrijven, wrijving, hinderpaal, sarcasme, schimp;Rubverb. wrijven:There’s the rub= daar zit ’m de knoop;Irubbed my eyesat that= ik wreef me de oogen uit van verbazing;Torub elbows (shoulders) with= gemeenzaam omgaan met (fig.);They began torub noses= op vriendschappelijken voet te komen;Theyrubbed their wayalong the streets= baanden zich een weg;To rub (up) the wrong way= plagen, ergeren;The horse was beingrubbed down= werd geroskamd;The piece of sugar wasrubbed down= werd al kleiner door het wrijven:Irubbedthe dirtoffhim= wreef het vuil van hem af;Herubbeditout= hij veegde het uit;Shall Irub upyour memory? = eens opfrisschen;The chairs and tables wereRubbed up= gewreven;Rubstone= slijpsteen;Rub-a-dub= getrommel;Rubber= wie of wat wrijft of schuurt, slijpsteen, het beslissende spel, gummi, gummiband-(schoen);A rubber of whist= drie spellen, waarvan 2 gewonnen en 1 verloren, of 2 na elkander gewonnen spellen;If you play at bowls, you must look out for rubbers= wie kaatst, moet den bal verwachten;Rubber-stamp= caoutchouc stempel.Rubbish,rɐbiš, puin, uitschot, nonsens, klets:Rubbish shot here= plaats voor puin, enz.:Rubbishy= pruilerig.Rubble,rɐb’l, stukken ruwe steen;Rubble-cart;Rubble-stone= bovenste losse deelen van eene steenmassa;Rubble-work= metselwerk met ruwen, onregelmatigen steen; adj.Rubbly.Rubeola,rûbîələ, mazelen.Rubicon,rûbik’n, Rubicon:Tocross the Rubicon= een beslissenden stap doen.Rubicund,rûbik’nd, rood(achtig); subst.Rubicundity,rûbikɐnditi;Rubific= roodmakend.Rubigo,rubaigou, meeldauw, roest.Rubric,rûbrik, subst. rubriek, kerkelijk voorschrift, adj. rood gemerkt;Rubrical= liturgisch, ritueel:Rubricate= met rood merken; subst.Rubrication.Ruby,rûbi, subst. robijn, karbonkel, formaat van drukletter; roode puist of vlek; adj. robijnkeurig =Rubied.Ruche,rûš.Ruching,rûšiŋ, ruche.Ruck,rɐk, subst. rimpel, vouw, hoop, troep, groote massa;Ruckverb. rimpelen; ergeren, geërgerd zijn:Out of the ruck= ongewoon.Ruction,rɐkš’n, oploop, vechterij, krakeel.Rudder,rɐdə, roer;Rudder-post= roersteven.Ruddiness,rɐdinəs, subst. v.Ruddy.Ruddle,rɐd’l, subst. roodaarde;Ruddleverb. met roodaarde merken (zooals b.v. schapen):Facesruddled with rouge and pearl-powder.Ruddy,rɐdi, adj. blozend, met frissche kleur, rood, ros(sig); subst. goudstuk;Ruddy-faced.Rude,rûd, ruw, ongeletterd, onbeschaafd, stormachtig, grof, woest, sterk:Don’t be rude= wees niet lomp, onbeschoft:It wasa rude awakening= een onaangenaam ontwaken;Rudeness= lompheid, ruwheid.Rudesheimer,rûdzhaimə, soort v. Rijnwijn.Rudiment,rûdim’nt, subst. rudiment, beginsel (gewoonlijk meerv.):The rudiments of grammar;Rudimental,rûdiment’l,Rudimentary,rûdimentəri, eerste, aanvangs …; niet geheel ontwikkeld:Rudimentary organs= rudimentaire organen.Rudolph,rûdolf;Rudyard,rɐdjâd.Rue,rû, subst. wijnruit;Rueverb. betreuren, treuren om, beklagen, berouwen:You willrue the day,my boy= de dag zal je rouwen:Torue a bargain= een koop ongedaan maken;Rue-bargain= rouwkoop;Rueful= droevig, treurig; subst.Ruefulness.Ruff,rɐf, subst. groote, geplooide kraag, cachepot, oud kaartspel, het aftroeven, kemphaan, duivensoort;Ruffverb. aftroeven:Ruffed grouse= gekraagd hazelhoen.Ruffian,rɐfj’n, subst. ruwe klant, roover, moordenaar; adj. woest, gemeen;Ruffianism; adj.Ruffianlike,Ruffianly.Ruffle,rɐf’l, subst. geplooide rand aan mouw of kraag, jabot: onrust, beroering, opwinding;Ruffleverb. frommelen, plooien, rimpelen, in de war brengen, verstoren, tieren, onstuimig worden, bluffen, zich airs geven:Toruffle a person’s feathers= iemand boos maken;His temper was ruffled= hij was uit zijn humeur;Toruffle it= geuren;Ruffler= bluffer, schetteraar:He wasa ruffler of the camp= hij was een schreeuwer (vechtersbaas) van het kamp.Rufous,rûfəs, bruin- of geelrood.Rufus,rûfəs.Rug,rɐg, reisdeken, haardkleedje, dek.Rugged,rɐgid, ongelijk, ruw, onbeholpen, norsch; subst.Ruggedness.Rugose,rûgous,rugous, gerimpeld; subst.Rugosity.Ruin,rûin, subst. ondergang, vernietiging, verderf, ruïne;Ruinverb. in het verderf storten, bederven, te gronde gaan (Ruins= overblijfselen, ruïne):Tobe the ruin of a person,Tobring him to ruin= iemand te gronde richten;Tofall into ruins= tot puin vervallen;On the brink of ruin= op den rand des ondergangs;Togo to wreck and ruin= te gronde gaan;He has ruined me= mij ongelukkig gemaakt;Heruined his eyeswith reading= bedierf;Ruination= verderf, ondergang;Ruiner;Ruinous= bouwvallig, verderfelijk, nadeelig, enorm (van prijzen); subst.Ruinousness.Rule,rûl, subst. regel, bestuur, regeering, gids, levensregel, regelmaat, reglement, orde, duimstok, liniaal;Ruleverb. regeeren, besturen, bedwingen, linieeren, leiden, richten, raden, de oppermacht hebben:As a rule= in den regel;That is the rule now= dat is nu de regel;The rule of three= de regel van drieën;That’s a rule-of-three sumof the simplest kind= dat spreekt als een boek;This street isin the rules of the prison= in deze straat mogen de gegijzelden tegen borgstelling nog komen en wonen =They areprisoners on rule;That isan exception to the rule= op den regel;Tobecome the rule;Iknow it by rule of thumb= uit de practijk:Tolay down a rule= vaststellen;Tomake it a rule= tot regel stellen;Herules with[474]a rod of iron= heerscht met ijzeren vuist;Ruler= regeerder, bestuurder, liniaal;Ruling= heerschend; subst. rechterl. beslissing:Rule-price= marktprijs.Rum,rɐm, rum;Rum-blossom (Rum-bud)= roode neus;Rum-shrub= soort punch;Rummy= met een rumsmaak.Rum,rɐm, vreemd, raar:A rum fellow= zonderlinge, origineele kerel;Rummy= raar.Rumble,rɐmb’l, subst. kattenbak (van een rijtuig); gerommel;Rumbleverb. rommelen, bulderen;Rumbler= rammelkast.Rumelia,rumîljə, Roemelië.Ruminant,rûmin’nt, herkauwend, nadenkend; subst. herkauwer;Ruminate= herkauwen, bepeinzen, overdenken; subst.Rumination;Ruminative= nadenkend, goed doordacht;Ruminator= overdenker, peinzer.Rummage,rɐmidž, doorsnuffelen, doorzoeken:Herummaged amongmy papers;Rummage-sale= opruiming, lappendag.Rummer,rɐmə, roemer, groote beker.Rumour,rûmə, subst. gerucht, faam;Rumourverb. vertellen, rondstrooien, ruchtbaar maken:There is a rumour abroad (Rumour has it)that the king will come= het gerucht loopt;It is rumoured= het heet;It was rumoured abroad= het gerucht werd verspreid;rumourer= verspreider van geruchten.Rump,rɐmp, stuitbeen, stuitje, kruis, staartstuk;Rump-parliament= romp parlement (1648);Rump-steak= lendenstuk.Rumple,rɐmp’l, subst. vouw, kreukel;Rumpleverb. kreukelen, vouwen.Rumpus,rɐmpəs, rumoer, spektakel.Run,rɐn, subst. loop, geloop, toeloop, verloop, aanloop, stormloop, uitstapje, vrije toegang, aard, slag, oppositie, vooroordeel, groote navraag, onafgebroken reeks opvoeringen, weideplaats, afgelegde afstand, beek, punt (bij het cricket) etc.; adj. gesmokkeld, gesmolten (Run-butter);Runverb. loopen, snellen, hardloopen, vluchten, varen, voortdrijven, circuleeren, in trek (mode) zijn, gelden, geldig zijn, vloeien, stroomen, tranen, etteren, smokkelen, verloopen, etc.:By the run= plotseling;In the long run= op den duur;With a run= plotseling, overhaast;There is a violent run against it= groote oppositie;There is a run on the bank= de bank wordt bestormd door aanvragen tot terugbetaling;There is rather a run on wax dolls= vrijwat vraag naar;She had a great run in America= veel toeloop, succes;The piecehad a great run= had een kolossaal succes;The playhad a run of fifty nights= werd 50 maal achtereen opgevoerd;Hehas had the full run of himself= is geheel uitgeraasd;Ihad a good run for my money= heb een mooie kans gehad bij de wedrennen; heb hard moeten loopen om mijn geld te krijgen;The smugglers are to have a runto-night= zullen van avond de goederen zien binnen te smokkelen;Ihad a run of (ill) luck= ’t liep me alles mee (tegen);The general run of legswas crooked= de menschen hadden haast allen kromme beenen;The general run of mankind= het meerendeel der menschen;A pound a week andthe run of his teeth= en de kost voor ’t eten;This place is not one of their runs= deze plaats is niet eene van die, welke zij bereizen of bezoeken;He that runs may read= de oppervlakkigste lezer kan dit begrijpen;The story runs= het verhaal gaat;Werun this buildingas a holiday-home= exploiteeren;I willrun the chancefor your sake= zal het wagen;I haverun this coachfrom my 18th year= gereden;He had torun the ga(u)ntletof London society= moest zich aan de critiek der Londensche samenleving blootstellen;The most difficult part was torun the goods= de goederen binnen te smokkelen;Let run the rope= laat schieten;The company willrun an extra trainon Monday= zal laten loopen;Torun aground= aan den grond loopen, vastraken;Torun close(ly),Torun hard= nabijkomen, op de hielen zitten;He wasrun hard= erg geplaagd, lastig gevallen;Yourun that expression very hard= maakt misbruik, wel wat veel gebruik van;I willrun you homefor a pound= om een pond met je loopen wie ’t eerst thuis is;Our commodities arerunning low= raken op;Torun mad= dol worden;His power of sarcasm wasallowed to run riot= hij liet den vrijen teugel aan;Weran short ofammunition= onze ammunitie raakte op;Torun about= rondloopen, dwalen;Torun after= naloopen;Run-after= gezocht;Theyran attheir enemies= vielen aan;Many millsran awayin the sudden squalls= vele molens liepen door de vang;The horsesran away= gingen op den loop;Heran on before= liep vooruit;Heruns beforehis master= overtreft;The ship wasrun downby the steamer= werd in den grond geloopen;The shipran downthe coast= voer langs de kust;The dogranthe haredown= haalde in en pakte;Run-down= afgeloopen, uitgeput;Theyran fortheir lives= zochten hun heil in de vlucht, liepen zoo hard zij konden;Theyran fromone extreme to the other= sloegen van het eene uiterste in het andere over;The thief wasrun in= werd ingerekend;Heroismruns intheir blood= zit hun in ’t bloed;These thingsrun infamilies;Heran into me= liep (reed) mij tegen het lijf;Heran intodebt= hij maakte schulden;The steamer wasrun intoby an ironclad= werd aangevaren;He wasrunning onbadly= sloeg erg door;The conversationran onthe topics of the day= liep over;My mindkept running onthat subject = ik kon niet van mij afzetten;He hasrun out his estate= heeft zijne bezittingen verkwist;I am (have)run out ofmoney= ik ben platzak =My money is (has)run out;Our provisionsran out= raakten op;Now you canrun outeasily= gemakkelijk uitspelen (bilj.);The poor fellow wasrun overby the express= werd overreden;Heran overall accounts= ging na;He tried torun roundthe agreement= te ontduiken;[475]He wanted torun me throughthe body= mij te doorstèken;Heran through10,000 pounds= hij lapte er door;My knowledge does not run to that= gaat zoo ver niet;It does not run to footmen with me= zoo ver heb ik het niet gebracht, dat ik er lakeien op na kan houden;The piece wasrun toits 100th representation= beleefde;The billran uptill it amounted to 50 pounds= liep op;We shallrun up an editorial officefor you= een redacteursvertrek voor u gereedmaken, laten zetten;The price of the bread wasrun up= steeg;Torun up against= aanloopen, aanrijden tegen;Itran uponthis wise= luidde aldus;Run-away,rɐnəwei, subst. vluchteling; adj. wegloopend:Arun-away horse= dat op hol is;That was a run-away knock= dat was een “deurtjebel”;Arun-away match= schaking;Arun-as-you-please contest= een wedloop waarbij de deelnemers mogen loopen zooals ze willen;Runway= stroombedding, pad, baan, spoor van een dier;Runner= looper, bode, hardlooper, blokkadebreker, smokkelaar, detective, bespieder (van paarden bij wedrennen), bovenste molensteen, onderhout (of kiel) van eene slede; agent voor landverhuizers, handelsagent (Amer.);Runner-up= tweede prijs winnaar;Running:He isin the runningfor that post= heeft kans;He was out of the running when compared with his opponent= zijn tegenstander knikkerde hem royaal van de baan;Deathput him out of the running= belette hem verder mee te doen;Five times running= vijfmaal achtereen;Running account= rekening courant;Running fight= gevecht bij een terugtocht;Running fire= aanhoudend kanon- of geweervuur;Running hand= loopend schrift;Running-gear= wielen, assen, etc. van een voertuig;Running-knot= schuifknoop;Running power= ’t recht om treinen te laten loopen op de lijnen van eene andere maatschappij;Running rigging= loopend want;Running-round= fijt (Amer.);Running title= loopende-, hoofdtitel.

Riparian,raipêriən, aan een oever gelegen of wonende; ook subst.Ripe,raip, rijp, ontwikkeld, dringend:Ripe wants= dringende behoeften;He isripe forthe madhouse= rijp voor;Ripen= rijp worden of maken; subst.Ripeness.Ripon,rip’n.Ripost(e),ripoust, tegenstoot, vlug en vinnig antwoord.Ripple,rip’l, subst. gekabbel, golving; groote kam om vlas te repelen;Rippleverb. rimpelen, kabbelen; repelen:Chestnut hair with a ripplein it;It excitedripples of interest= teekenen v. belangstelling;Therippling of the waves= het kabbelen der golven;Ripple-marks= indrukken van de wijkende golven op het strand;The beach wasRipple-marked= het strand had overal de indrukken der golven.Riprap,riprap, steenstorting (als fundament); ook verb.Rise,raiz, subst. opstand, opkomst, opslag, verhooging, rijzing, verheffing, bron, het opkomen, toeneming, verbetering, bevordering;Riseverb. opstijgen, opstaan, opkomen, opzwellen, voortkomen, wassen, toenemen:The rise of the Dutch Republic= de opkomst der Nederl. republiek;Thatgave rise tomany cordial greetings= gaf aanleiding tot;The Rhinetakes its risein Switzerland= ontspringt in;Itook (got) a rise out of him= ik ben hem te slim af geweest, heb hem belachelijk gemaakt;The water ison the rise= aan het opkomen;Each epithetrose abovethe other= elk volgend epitheton was steeds mooier;The House roseat three in the morning= de zitting werd gesloten;The companyrose from table= stond van tafel op;The whole nationrose in arms= vatte de wapenen op;The wind soonrose toa storm= verhief zich;The colourrose toher cheeks= steeg haar naar de wangen;Herose tothe occasion, emergency= was tegen de moeilijkheid opgewassen;He would notrise tomy scheme= hij wou mijn plan niet begrijpen, er niets van weten;Herose tothe suggestion= hij begreep den wenk;The wordsPlenty, AbundanceandExuberance rise upon each otherin expressing the idea of fulness= het begrip overvloed wordt telkens sterker uitgedrukt door;Riser:I amnot an early riser= niet matineus;Rising, subst. opstaan, opstand, opgang, gezwel; adj. opgaande, opkomend, toenemend, aanzwellend:The[468]rising of Lazarus= de opwekking van L.;Therising generation= het opkomend geslacht;Theyadore (worship) the rising (risen) sun= zij aanbidden de opgaande zon.Risibility,rizibiliti, subst. v.Risible,rizib’l, belachelijk, lachwekkend; tot lachen geneigd.Risk,risk, subst. gevaar, risico;Riskverb. wagen, in de waagschaal stellen:He did itat the risk ofhis life= met gevaar van eigen leven;I won’trun the (a) risk= wil mij daaraan niet blootstellen;You aresubject to the risks= moet de risico dragen;Risker;Risky= gevaarlijk, gewaagd:Arisky experiment= gewaagde proefneming.Risorial,raisôriəl:Risorial muscle= lachspier.Rite,rait, godsdienstige plechtigheid, ritus;Ritual,ritjuəl, subst. rituaal, liturgisch boek met formulieren; adj. ritueel:Is thy meatrituallyprepared? = koscher;Ritualism= ritus;Ritualist= voorstander van de richting derHigh Church; kenner der kerkgebruiken; adj.Ritualistic.Rivage,rividž, oever, kust.Rival,raiv’l, subst. mededinger, medeminnaar; adj. mededingend, concurreerend;Rivalverb. mededingen, wedijveren:He wasmy rivalfor that place= mededinger;Rivalry=Rivalship= medeminnaarschap, wedijver.Rive,raiv, scheuren, opensplijten:The tree wasriven(riv’n)by (with) lightning= door den bliksem gespleten;River.River,rivə, rivier, stroom:We saileddown, up the river= de rivier af, op;In (On) the river= op de rivier;The Rivers= Delta van den Niger, hetNiger-coast Protectorate;River-basin= stroomgebied;River-bed,River-channel= bedding eener rivier;River-craft= riviervaartuigen;River-driver= vlotter (Amer.);River-god= stroomgod;River-hog= Z. Amer. waterzwijn;River-head= bron;River-horse= nijlpaard;River-side= oever.Rivers,rivəz.Rivet,rivət, subst. klinknagel;Rivetverb. vastklinken, strak richten op (to, on), diep inprenten:It remainsriveted in my mindfor ever= staat in mijne ziel gegrift;He wasriveted tothat post= hij zat er vast aan (kon er nooit eens uit);The Eiffel Tower isthe work of the riveter= het werk van den vastklinker, den klinkhamer.Riviera,rivjêrə.Rivose,raivous,rivous, gerimpeld.Rivulet,rivjulet, beek, riviertje.Rixdollar,riksdolə, rijksdaalder (ƒ1,50tot ƒ2,50).Roach,routš, (blank-)voorn:As sound as a roach= zoo gezond als een visch.Road,roud, weg, reis, reede:Tobe in the road(s)= op de reede liggen;I amoff my road= verdwaald;He wason the road to Vienna= op reis naar;There is no royal road to learning= de weg naar de wetenschap is vol moeilijkheden;I havelost my road= ben verdwaald;Toputa personon the right road to= den weg wijzen naar;He hastaken to the road= struikroover geworden;Road-agent= tolgaarder; roover (Am.);Road-bed= grondlaag v. weg of spoor;Road-book= gids voor steden, wegen en afstanden;Road-hog= onbesuisd fietsrijder;Roadman=Road-mender= wegwerker;Road-metal= steenen voor macadamwegen;He wassitting by (on) the roadside= zat aan den weg;Roadstead= reede;Roadster= rijpaard, koetsier v. diligence, schip (op de reede), soort fiets;Roadway= straatweg, bereden gedeelte van een brug.Roam,roum, rondzwerven, omzwerven:Iroamed the streetsof the city aimlessly= zwierf doelloos door;Roamer.Roan,roun, subst. roode schimmel; roode kleur; adj. rood- of ijzergrauw.Roar,rö, subst. gebrul, geloei, gehuil, geschater, gebulder;Roarverb. brullen, loeien, huilen, bulderen, schateren, bruisen, donderen:Tokeepthe companyin a roar= aan het schateren;Hesetthe companyin (on) a roar= deed schateren van lachen;The whole companyset up a roar= begon te brullen van lachen;Roarer= bruisende golf, luid aanslaande hond, aamborstig paard;He has aroaring business (trade)= eene woest-drukke zaak.Roast,roust, subst. gebraad; adj. gebraden;Roastverb. braden, branden; voor het lapje houden, ongenadig plagen:Herules the roast (roost)= hij is de baas, beheerscht alles;Roast beef, goose, etc.;Roaster;Roasting-jack= toestel waarin het spit draait.Rob,rob, rooven, bestelen, plunderen:Herobbed me ofmy gold watch= ontstal mij;Robber= roover, dief;Robbery= rooverij, diefstal.Rob,rob, gelei, conserf.Robe,roub, subst. toga, tabberd, staatsiemantel;Robeverb. kleeden, in een toga of tabberd kleeden:Gentlemen of the long robe= advocaten of getabberden;Master, Mistress of the robe= titel van een hofbeambte, of hofdame met de zorg voor de garderobe belast;Theyfollow the robe as a profession= zijn bij de magistratuur;Robes of office= ambtsgewaad;In robe and crownthe king appeared;I have seen himin his robesin the House of Lords= in zijn pairsmantel gezien.Robert,robət, Robert; ook: kellner, “Jan”;Robertson,robəts’n;Robinson,robins’n.Robin,robin, Robert; roodborstje;Robin-Good-fellow= goedige kabouter;Robin-redbreast= roodborstje;Round robin= petitie met de handteek. in een cirkel, zoodat men niet weet wie het eerst geteekend heeft:Thatbeats the round robin= dat is wat al te erg, al te brutaal.Roborant,robər’nt, subst. en adj. versterkend (middel).Roburite,robjurait, roburiet.Robust,rəbɐst, krachtig, sterk, gespierd; subst.Robustness.Roc,rok, fabelachtige vogel in Arabische sprookjes:Roc’s egg= iets fabelachtigs.Rocambole,rok’mboul, slangelook.Rochdale,rotšdeil;Rochester,rotšəstə.[469]Rochet,rotšət, linnen toog; korte pairsmantel; voorn.Rock,rok, subst. rots, gesteente, klip, soort bonbon, schommel, spinnewiel;Rockverb. wiege(le)n, schommelen, wankelen:Tobe on the rocks(fig.) = in (geld)verlegenheid zijn;Torun against a rock= zich aan gevaar blootstellen;Rock-alum= aluinsteen;Rockaway= een bepaalde Amer. wagen;Rock-bound= door rotsen omsloten;Rock-cork= bergkurk;Rock-crystal= bergkristal;Rock-oil= steenolie, petroleum;Rock-pigeon= klipduif;Rock-ruby= robijn-roode granaat;Rock-salt= klipzout:Rock-snake= tijgerpython;Rock-soap= bergzeep;Rock-staff= blaasbalgstok;Rock-wood= houtasbest;Rock-work= rotswerk;Rocker= wieg, hobbelpaard, onderstel v. een wieg;Rockery= rotswerk (in tuinen, etc.);Rockiness= rotsachtigheid;Rocking-chair= schommelstoel;Rocking-horse= hobbelpaard;Rocking-stone= schommelsteen;Rocky= rotsachtig, hard als een rots.Rockefeller,rokfelə.Rocket,rokət, vuurpijl;Rocketverb. als een pijl opvliegen:Tolet off a rocket= oplaten;Torocket about (on a horse)= rijden, wippen.Rockies=Rocky Mountains(Amer.).Rococo,rəkoukou, Rococostijl (17e eeuw).Rod,rod, roede (ook maat = 5,029 M.), stok, staf, stang, rotting, scepter, takje:I havea rod in picklefor you= ik heb voor u wat in het vat;Black Rod= koninkl. boodschapper en ceremoniemeester in het Hoogerhuis (altijd een gepension. admiraal of generaal); de staf waaraan hij zijn naam ontleent;Rod-fishing= hengelen.Rode,roud, imperf. vanto ride.Rodent,roud’nt, knaagdier:He is apolitical rodent= oude rot (fig.).Roderic(k),rodərik;Roderigo,rod(ə)rîgou.Ro(d)ger,rodžə, Rutger; schepers naam voor een ram; stier:Wehoisted the Jolly Roger= wij heschen de kapervlag (de vlag draagt “Crossbones and skull” = een schedel met gekruiste doodsbeenderen).Rodney,rodni;Rodolph(us),roudolf(rədolfəs).Rodomont,rodəmont, subst. grootspreker, bluffer; adj, blufferig, snoevend;Rodomontade,rodəmonteid, subst. snoeverij, geschetter;Rodomontverb. bluffen, schetteren.Rody,rodi.Roe,rou, ree, hinde; kuit:Soft roe= hom;Hard roe= kuit;Roebuck= reebok.Rogation,rəgeiš’n, litanie:Rogation days(Rogation tide)= de drie dagen vóór Hemelvaartsdag, vóór het feest van den H. Marcus;Rogation week= Hemelvaartsweek.Roger,rodžə, ZieRodger.Rogue,roug, schurk, schalk(je), snaak, grappenmaker, verstooten en daardoor woest geworden olifant:He isa rogue in grain= aartsschurk;Rogue’s march= marsch gespeeld als een soldaat weggejaagd wordt;Roguery= schurkenstreek, snakerij;Roguish= schalksch, schelmachtig; subst.Rogueness.Roil,rôil, troebel maken, sarren, plagen.Roister,rôistə, snoeven, rumoer (pret) maken;Roister(er)= snoever, rumoer(pret)maker.Roland,roul’nd, Roland:Togive a Roland for an Oliver= met gelijke munt betalen (fig.).Roll,roul, subst. het rollen, slingeren (slingering), rol,(presentie)lijst, register, rond broodje, roffel;Rollverb. rollen, wentelen, draaien, slingeren, roffelen, rommelen:Tocall the roll=appèlhouden;Toput on the roll= op de rol plaatsen;Tostrike off the roll= van de rol afvoeren;Master of the Rolls= eerste archivaris v. deChancery Division of the High Court of Justice;Office of the Rolls= archief;Rolls of Court,Rolls of Parliament= officieele perkamentrollen van het hof of parlement, archieven;The shiprolled and pitched= slingerde en stampte;Herolls himself in luxury (wealth)= baadt zich in weelde;He islike three persons rolled into one= tot één persoon vereenigd;Toroll into a ball= op een kluwen winden;Toset the ball rolling= een zaakje aan ’t rollen brengen;Roll-call= appèl;Roller= rolstok, rol, zware golf, lange en breede zwachtel, rolletje;Roller-blind= rolgordijn;Roller-skates= rolschaatsen;Rolling= het rollen, golven, etc.:Rolling-fire= pelotonsvuur;Rolling-mill= pletmolen,Rolling-plant=Rolling-stock;Rolling-press= rolpers, mangel;Rolling-stock= rollend materiaal (van een spoor);A rolling stone gathers no moss= op een rollende steen zet zich geen mos aan.Rollick,rolik, zich op nonchalante, losse en vroolijke manier bewegen, overmoedig zijn:The wood was jubilant withrollicking children= van de dartelende kinderen;We had somerollicking funyesterday= dolle pret.Roly-poly,roulipouli, kort en dik;Roly-poly-pudding= opgerold pasteideeg met confituren;He hasa roly-poly growlery of style= hij heeft zoo’n gezwollen brommerigen stijl.Romaic,rəmeiik, nieuw Grieksch(e taal).Romal,rəmôl, zijden of haren stof,hoofddoek;rəmal, uit leer of paardehaar gevlochten zweep (Amer.).Roman,roum’n, subst. Romein; adj. Romeinsch, Roomsch, met romein of gewone drukletter:Roman candle= Romeinsche kaars (soort van vuurwerk);Roman Catholic, subst. en adj. Roomsch-Katholiek(e);Roman law;Romanism= Roomsche leer;Romanist= Roomsch-Katholieke;Romanize= latiniseeren, Roomsch maken of worden.Romance,rəmâns, subst. romance, geschiedkundig verhaal, verdichting, het romantische, romantiek, Romaansche taal; adj. Romaansch;Romanceverb. romantische of overdreven verhalen vertellen, overdrijven, liegen;Romancer=Romancist= schrijver van romances of verdichte verhalen, opsnijder.Romanese,roumənîz, Rumeensch(e taal).Romanesque,roumənesk, romanesk.Romantic,rəmantik, romantisch, fantastisch, schilderachtig, tot de Romant. school behoorend; ook subst.:These greatromantics;[470]Romanticism= romantiek;Romanticist= iemand, die tot de romantische school behoort:He isneither a realist, nor a romanticist;Romanticness= het romantische.Romany,roməni, Zigeuner, taal der Z.Rome,roum, Rome.Romeo,roumiou;Romford,rɐmfəd.Romic,roumik, phonetisch spelstelsel van H. Sweet.Romilly,romili;Romney,romni.Romp,romp, subst. wild meisje, wild spel;Rompverb. stoeien, dol spelen;Rompish= wild, uitgelaten; subst.Rompishness.Romulus,romjulɐs.Ronde,rond, rondschrift (boekdr.).Rondeau,rondou,rondou, rondeau; soort muziekstuk.Rood,rûd, kruis, kruisbeeld, roede, stok, ¼acre(± 10,117 Are); 5,029 M.;Rood-loft= kruisgalerij (in eene kerk).Roody,rûdi, geil, weelderig.Roof,rûf, subst. dak, gewelf, verhemelte (=Roof of the mouth);Roofverb. met een dak bedekken, onder dak brengen:Roof of Heaven;To be content with having a roof over one’s head;Roof-tile= dakpan;Roof-tree= vorstbalk;Roofer= daklegger;Roofing-felt= asphaltvilt;Roofless= dakloos;Rooflet= dakje;Roofy= met een dak.Rook,ruk, subst. roek; bedrieger; kasteel (schaakspel);Rookverb. bedriegen (in het spel vooral);Rooker= bedrieger;Rookery= bosch met veel roekennesten, de gezamenl. roeken, broedplaats van zeevogels of robben; dievenhol(-kwartier), bordeel.Room,rûm, subst. ruimte, plaats, kamer, vertrek, gelegenheid, aanleiding, donkerblauwe verfstof;Roomverb. kamers bewonen:Hegave (left) room= hij ging heen, maakte ruim baan voor een ander;Make room there= ruimte daar! uit den weg!My room will be preferred to my company= ze hebben liever dat ik ga dan blijf;Iwant your room= ik wensch, dat gij heengaat;There is no room forsuspicion= aanleiding tot verdenking;He wasappointed in (the) room ofhis brother= werd in zijn broers plaats benoemd;Cloak-room, ZieCloak;Living-room,Sitting-room= woonkamer;Room-mate= contubernaal;Roominess= ruimte:Turin is unrivalled in the matter ofroominess= er is geene ruimer gebouwde stad dan T.;Roomy= ruim.Roop,rûp, subst. roep, kreet, heeschheid;Roopy= heesch, schor.Roost,rûst, subst. rek of stok, troep vogels bij elkander op een stok;Roostverb. slapen, op stok zitten:The hens areat roost= op stok;His curse (chickens)came home to roost= hij kreeg zijne trekken thuis;I amgoing to roost= ga op stok;The bargelies at roostin a boat-house= is opgelegd in;Toretire to roost= op stok gaan;Rooster= haan (Amer.).Root,rût, subst. wortel, stam, grondtoon (van eene snaar), oorsprong, bron;Rootverb. doen wortelen, wortel schieten; wroeten, omwroeten, ontwortelen:Extract the root out of 125= trek den wortel uit;Togo to the root ofthe matter= tot den grond der zaak doordringen;Thatlies at the root of it= ligt er aan ten grondslag;Totake(Tostrike)root= wortel schieten;Dutch roots= Hollandsche bloembollen;Root and branch= met wortel en tak;The sow hasrooted (out)all the plants= omgewroet;Why do you notroot it out? = roeit ge het niet uit?He stoodrooted to the spot= als aan den grond genageld;Root-bound= ingeworteld, onbewegelijk;Root-crop= knollenoogst;Root-leaf= wortelblad;Rooted:Arooted hatredof injustice= ingewortelde haat;Rooter= plant die wortel schiet; uitroeier; radicaal;Rootless;Rootlet= worteltje;Rooty= wortelrijk.Rope,roup, subst. touw, rist;Ropeverb. draderig zijn, tot draden uitrekken, met een touw trekken, vastmaken, inhouden (van een paard bij een wedstrijd):Hegave me the ropes= liet me vrij spel;I have not got rope enough= ben niet vrij genoeg, kan mij niet voldoende bewegen;Heknows (has learned) the ropes= weet er alles van;Heperformed on the slack, tight rope= danste op het slappe, strakke koord;I hope you willput me up to all the ropes= mij geheel op de hoogte zult brengen;Arope of onions= rist uien;Arope of sand= zwakke band;Torope in= met een touw omspannen, inpalmen (ook van personen), binnenhalen:Torope ina remark with quotes= tusschen aanhalingsteekens zetten;Rope-dancer= koorddanser;Rope-ladder= touwladder;Rope-maker= touwslager:Toplay the rope-maker= achteruitloopen;Rope-railway= kabelspoor;Rope-walk= lijnbaan;Rope-yarn= kabelgaren;Ropery= lijnbaan;Ropiness, subst. v.Ropy= touwachtig, draderig, kleverig, lijmerig.Roquelaure,roukəlö,rokəlö, korte mantel.Rorqual,rökwəl, vinvisch.Rosa,rouzə;Rosabel,rozəbel.Rosace,rouzeis, rozet;Rosaceous,rəzeišəs, roosachtig.Rosalia,rəzeiliə;Rosalind,rozəlind;Rosaline,rozəl(a)in;Rosamond,rozəm’nd.Rosary,rouzəri, rozenkrans; guirlande, rozenperk of rozentuin:Totell over the rosary= den rozenkrans bidden.Roscid,rosid, met dauw bedekt.Roscoe,roskou;Roscommon,roskom’n.Rose,rouz, subst. roos, rozet, rozenkleur, sproeier; adj. rooskleurig:No rose without a thorn;Once he wasvery near the rose= bijna geestelijke;They drank wineunder the rosein their rooms= stilletjes;I told him sounder the rose= onder de roos;Without the rose= onverholen;Members of the White Rose= van eene vereeniging ter herinnering aan de terechtstelling van Karel I;Sheblushed roseall over;Rose-bud= rozeknop;Rose-bug (Rose-chafer)= gouden tor;Rose-bush= rozestruik;Rose-cheeked= met blozende wangen;Rose-cold (Rose-fever)= zware catarrhe met asthmatische verschijnselen;Rose-colour= rozenkleur;Rose-diamond= rozetsteen;Rose-drop= bonbon (met rozengeur), oorknopje, roode neus;Rose-faced= met[471]rozig gelaat;Rose-hued= met rozentint;Rose-knot= rozet;Rose-leaf= rozeblad:They live in an age of rose-leaves and velvet= zij hebben een leventje op een bordje;Rose-mallow= stokroos;Rosemary,rouzməri, rosmarijn;Rose-pink= rose(kleurig);Rose-rash= roseola, huiduitslag; roos;Rose-water= rozenwater:Revolutions cannot be made with rose-water= die het doel wil, moet de middelen willen;Rose-window= rozet(venster);Rose-wood= rozenhout;Rosery= rozenperk.Rose,rouz, imperf. vanto rise.Roseate,rouzi-it, vol rozen, rooskleurig, bloeiend.Roseola,rəzîələ, huiduitslag, roos.Rosebery,rouzbə’ri.Rosetta,rəzetə:Rosetta stone, steen met hieroglyphen, enz., inRosettagevonden;Rosetta wood= O.-I. oranjekleurig hout.Rosette,rəzet, rozet.Rosicrucian,rouzikrûš’n, subst. lid v. een geheim genootschap in de 17de eeuw; adj. tot dit genootschap behoorende;Rosicrucianism= leer, enz. van dit genootschap.Rosin,rozin, hars:Togive rosin= afranselen;Rosiny= harsig.Rosland,rosland, veengrond, heide.Rostellum,rostel’m, snaveltje (plantk.).Roster,rostə, rooster, naamlijst.Rostral,rostr’l, tot snavel ofrostrumbehoorende;Rostrate(d),rostrit(id), gesnaveld;Rostriform= snavelvormig;Rostrum,rostr’m, snavel (ook van een schip), spreekgestoelte, tribune, platform.Rosy,rouzi, rooskleurig, bloeiend, roos …Rot,rot, subst. verrotting, aardappelziekte, schurft, geklets, onzin;Rotverb. verrotten, bederven:It’s all rot= allemaal onzin, bedriegerij;It’s awful (dry, tommy) rot= verschrikkelijk geklets, onzin;They drinkrot-gut= bocht;Rotten= verrot, stinkend, wrak, aangestoken, gemeen, beroerd;Rotten-ripe= beursch; subst.Rottenness;Rotter= kletser, onnut wezen.Rota,routə, ranglijst, rooster, hoogste pauselijk hof van appèl.Rotary,routəri, draaiend, rondgaand:Therotary motionof our earth round its axis= omdraaiende beweging;Rotary pump= centrifugaalpomp;Rotate,routeit, om een middelpunt wentelen, draaien; adj.routit, wielvormig;Rotation,rəteiš’n, omdraaiing, omwenteling, geregelde opvolging:By (in) rotation= bij afwisseling, beurt om beurt;Rotation of crops= wisselbouw;Rotative= ronddraaiend;Rotator, omdraaier, draaispier;Rotatory= omdraaiend, beurtelings:Rotatory motion= draaiende beweging.Rote,rout, routine, sleur, gewoonte:By rote= van buiten, in den sleur;Rote of business= routine.Rotten-Row,rot’nrou, naam v. een rijweg (voor ruiters) in Hydepark.Rotund,rətɐnd, rond, bolvormig, plechtig, zwaar; subst.Rotundity=Rotundness.Rotunda,rətɐndə, rotonde.Rouble,rûb’l, zilveren roebel (=ƒ 1,88).Rouen,rûən, Rouaan.Rouge,rûž, subst. rood blanketsel;Rougeverb. (zich) blanketten:If you do not rouge you won’t tell in a ball,handsome though you may be= als ge u niet blanket, maakt ge geen indruk op een bal;Rouge et noir= hazardspel;Rouge-pot.Rough,rɐf, subst. ruwe klant; ruwe schets, grof pleisterwerk;Roughadj. ruw, ruig, hard, wrang, woest, kras; verb. ruw maken, ruw schetsen, op scherp zetten, dresseeren:The London roughs= het gepeupel van Londen;In the rough= onafgewerkt, ruwweg;Tobe rough on= hard zijn jegens, zwaar drukken op;Rough-and-ready= ruw doch flink;Rough-and-tumble= ruw en druk:It is a rough-and-tumble farce= het is een woeste, dolle klucht;We have beenRoughing it= wij hebben het hard te verantwoorden gehad, hebben ons er doorheen moeten slaan;The weather was rough, but our yacht roughed it out= maar ons jacht hield het goed uit;Rough-cast, subst. ruwe schets, beraping; adj. ruw gevormd, grof;Roughverb. ruw schetsen, berapen;Rough-draft,Rough-draught, ruwe schets;Rough-draw, in het ruwe schetsen;Rough-dry= laten drogen zonder mangelen;Rough-hew= in het ruwe houwen, ontwerpen, schetsen;Rough-hewn= ruw, ongepolijst (ookfig.);Rough-rider= pikeur; wachtmeester-instructeur (Amer.), stout ruiter;Rough-shod= op scherp gezet:Herides rough-shod= hij rijdt maar toe, stoort zich aan niets, gaat zijn gang maar;Rough-wrought= grof bewerkt;Roughen= ruw maken of worden;Roughish= ietwat ruw;Roughness= zuurheid.Rouleau,rûlou, rolletje, bundel fascinen;Roulette,rûlet, roulette, wiel met punten om stippellijnen te maken: hazardspel.Roumania,rûmeinjə, Roemenië;Roumanian, subst. en adj. (bewoner) van Roemenië.Round,raund, subst. kring, bol, ommegang, ronding, rondreis, ronde, cursus, omdraaiing, sport, salvo, schot, patroon, rondelied; adj. rond, vloeiend, vol, ronduit, openhartig, eerlijk, flink, snel;Roundverb. rond maken, afronden, rondgaan, rondreizen, ronddraaien, zich keeren tegen, schimpen op (on); prep. en adv. rondom, overal:Thirty-sixrounds (of ammunition)= patronen;Around of applause= algemeene toejuiching;Around of beef= runderschijf;Around of cartridges= één patroon voor iederen soldaat;I have made myround of visits= mijne bezoeken;Shall wehave a round? = zullen we eens vechten;Let usplay one more round= nog één rondje;He is around peg in a round hole= de rechte man op de rechte plaats;I assure you that I shallbring you round= dat ik u weer zal opknappen of beter maken;It is not easy tobring him round= te bepraten, over te halen;Christmas hascome roundagain= het is weer kerstmis geworden;He came round to my room= kwam mij op mijne kamer opzoeken;Hecame round= hij draaide bij;You won’tget round me= mij niet beetnemen, bepraten;He livesround the corner= dicht bij;He gave the moneyround the corner= met tegenzin;(All) round my hat= katterig; als subst. onzin;They[472]havesent the hat round= zijn met den hoed rondgegaan, hebben geld opgehaald;It is a hundred guildersin round numbers= het is in een rond getal een honderd gulden;To walkat a round rate= vlug doorstappen;To rideat a round trot= in vluggen draf;He is an honest manall round= in alle opzichten;The enginerounded a curve in the road= kwam om een bocht in den weg;Toround off a story= een verhaal besluiten;The ship wasrounded to= werd bijgedraaid;Roundabout, subst. draaimolen, omweg, soort leuningstoel (jasje, manteltje); adj. wijdloopig, omslachtig, veelomvattend, niet openhartig:I sent him to theroundabout= ik stuurde hem weg;Roundabout the town= om de stad heen;Roundabout way= omweg;Round-backed= met ronden rug;Round-dance= rondedans;Round-games= gezelschapsspelen;Roundhand= rondschrift;Round-head, subst. Puritein in Cromwell’s Tijd; adj. van de partij der Puriteinen;Round-house= achterkajuit, hut,retirade, locomotiefloods;Round-ridge= ronde voren maken bij het ploegen;Round-robin; ZieRobin;Round-shouldered= rond in de schouders of rug;Roundsman= beambte die politie- en nachtwachtposten controleert (Amer.);Round-turn= één slag v. een touw om een paal, etc.;Round-up= ’t bijeendrijven van het vee;Rounded= gerond van vokalen;Rounders= een soort kaatsspel;Rounding, subst. het ronden; adj. ongeveer rond;Roundness= openhartigheid, volheid van klank, rondheid.Roundel,raund’l, klein schild;Roundelay,raundəlei, ouderw. dichtstuk (8 + 5 regels), rondedans.Roup,rûp, kippen-huidziekte;raup,rûp, publieke verkooping;Roupverb. veilen.Rouse,rauz, opwekken, doen ontwaken, opjagen, aansporen:He wasroused to anger= boos gemaakt;Rousing= opwekkend, aansporend, bezielend, geweldig, ontzettend:A rousing lie.Roust,raust, opschudden, hard werken, opwekken, in opstand brengen;Roust-about= losse arbeider of matroos op eene rivierstoomboot; leeglooper (Amer.).Rout,raut, subst. volkomen nederlaag, algemeene vlucht, oproer, rumoer, twist, gedrang, wanordelijke troep; avondreceptie;Routverb. in verwarring op de vlucht drijven, omwoelen, wroeten, vernielen (metout):The rout= het schuim, gepeupel, janhagel;Toput to (the) rout= op de vlucht slaan;Boys wererouting inthe streets= waren aan het stoeien;Irouted outan edition of Tennyson among his books= schommelde op;The ferretrouted outthe conies= joeg naar buiten, verdreef (uit hun hol);Irouted it up frommymemory= ik bracht het mij na eenige inspanning te binnen;Rout-seats and chairs= zitbanken (tegen den muur) en stoelen voor eenrout;He is aRouter-out of antiquities= snort allerlei oudheden op.Route,rût, weg;Routine,rutîn, gewoonte, sleur:Routine-business= sleurwerk;Routinist,rutînist, sleurganger.Routledge,rautlədž.Rove,rouv, (om)zwerven; in dwarsrijen ploegen (Amer.), scheren van touw of wol door een blok, uitpluizen;Rover= roover, zwerver, wispelturig en ontrouw persoon:Her sweetheart hasproved a rover= is gebleken een vlinder (ontrouw) te zijn;They wereshooting at rovers= zij schoten in het wild;Rover of the seas= zeeschuimer.Roving-shot= schot in ’t wild.Rove,rouv, imperf. en part. perf. v.to reeve.Row,rou, subst. rij, reeks, gelid, roeitochtje;Rowverb. roeien:In a row= in de rij, in ’t gelid;Wehad a splendid row= heerlijk roeitochtje gedaan;I guess you canhoe your own row= uw eigen zaakje wel opknappen, je eigen straat schoonvegen (Am.);He had a hard row to hoe= had het hard te verantwoorden (Am.);Toput (set) in a row= op een rij;He can row his own boat,paddle his own canoe= zijn zaakje alleen wel opknappen;They row in the same boat= zij zijn in hetzelfde schuitje;Rowboat= roeischuitje, roeibootje;Rowlock,roulok,rɐlək, keep of gat waarin de riem rust, roeimik, roeipen, roeiklamp;Rower= roeier;Rowing-club;Rowing-match= roeiwedstrijd.Row,rau, standje, ruzie, twist;Rowverb. ruzie, lawaai maken, schelden:Toget into a row with= standjes krijgen met;Hold your row= houd je mond;Don’tkick up a row= maak geen schandaal;What’s the row= wat is er aan de hand?Rowan,rauən, gewone lijsterbes =Rowan-tree.Rowdy,raudi, subst. ruwe, woeste kerel; “duiten”; adj. ruw, ploertig, oproerig =Rowdyish;Rowdyism= herrie, baldadig optreden.Rowel,rauəl, subst. wieltje of rad van een spoor, seton (platte ring van een toom);Rowelverb. wieltje of seton zetten in;Rowel-head= de as van een spoorwieltje.Rowena,rouînə.Rowen,rauən, stoppelveld, nagras (Amer.).Rowland,roul’nd;Rowley,rauli;Roxburgh,roksbərə,roksbɐ̂g.Royal,rôiəl, subst. tak van een gewei, papierformaat (19 × 24 voor schrijf-, en 20 × 25 inches voor drukpapier), kleine mortier, bovenbramzeil (The Royals= vroeger het eerste regiment infanterie; thansRoyal Scots); adj. koninklijk, edel:Royal Academy= Koninklijke (kunst)academie;TheRoyal Assentis, under the Constitution, still essential to the validity of an Act of Parliament= de koninklijke goedkeuring;Royal bounty= fonds ter ondersteuning van de betrekkingen van gesneuvelde officieren;Royal grants= jaargeld aan de leden der koninklijke familie;Royal Society= Eng. Academie van Wetenschappen;Royalism= koningschap, koningsgezindheid;Royalist, subst. en adj. koningsgezind(e);Royalty, subst. koningschap, majesteit, koninklijke bezitting of rechten; tantième, aandeel:We don’t often seeroyalty= de leden der kon. fam.;The author getsa royalty of twopence on the shilling= krijgt ⅙ van den verkoopprijs;Royalty rents= vergoeding voor het gebruik van den bovengrond (bij mijnwerkers).Royster(er). ZieRoister.[473]Rub,rɐb, subst. het wrijven, wrijving, hinderpaal, sarcasme, schimp;Rubverb. wrijven:There’s the rub= daar zit ’m de knoop;Irubbed my eyesat that= ik wreef me de oogen uit van verbazing;Torub elbows (shoulders) with= gemeenzaam omgaan met (fig.);They began torub noses= op vriendschappelijken voet te komen;Theyrubbed their wayalong the streets= baanden zich een weg;To rub (up) the wrong way= plagen, ergeren;The horse was beingrubbed down= werd geroskamd;The piece of sugar wasrubbed down= werd al kleiner door het wrijven:Irubbedthe dirtoffhim= wreef het vuil van hem af;Herubbeditout= hij veegde het uit;Shall Irub upyour memory? = eens opfrisschen;The chairs and tables wereRubbed up= gewreven;Rubstone= slijpsteen;Rub-a-dub= getrommel;Rubber= wie of wat wrijft of schuurt, slijpsteen, het beslissende spel, gummi, gummiband-(schoen);A rubber of whist= drie spellen, waarvan 2 gewonnen en 1 verloren, of 2 na elkander gewonnen spellen;If you play at bowls, you must look out for rubbers= wie kaatst, moet den bal verwachten;Rubber-stamp= caoutchouc stempel.Rubbish,rɐbiš, puin, uitschot, nonsens, klets:Rubbish shot here= plaats voor puin, enz.:Rubbishy= pruilerig.Rubble,rɐb’l, stukken ruwe steen;Rubble-cart;Rubble-stone= bovenste losse deelen van eene steenmassa;Rubble-work= metselwerk met ruwen, onregelmatigen steen; adj.Rubbly.Rubeola,rûbîələ, mazelen.Rubicon,rûbik’n, Rubicon:Tocross the Rubicon= een beslissenden stap doen.Rubicund,rûbik’nd, rood(achtig); subst.Rubicundity,rûbikɐnditi;Rubific= roodmakend.Rubigo,rubaigou, meeldauw, roest.Rubric,rûbrik, subst. rubriek, kerkelijk voorschrift, adj. rood gemerkt;Rubrical= liturgisch, ritueel:Rubricate= met rood merken; subst.Rubrication.Ruby,rûbi, subst. robijn, karbonkel, formaat van drukletter; roode puist of vlek; adj. robijnkeurig =Rubied.Ruche,rûš.Ruching,rûšiŋ, ruche.Ruck,rɐk, subst. rimpel, vouw, hoop, troep, groote massa;Ruckverb. rimpelen; ergeren, geërgerd zijn:Out of the ruck= ongewoon.Ruction,rɐkš’n, oploop, vechterij, krakeel.Rudder,rɐdə, roer;Rudder-post= roersteven.Ruddiness,rɐdinəs, subst. v.Ruddy.Ruddle,rɐd’l, subst. roodaarde;Ruddleverb. met roodaarde merken (zooals b.v. schapen):Facesruddled with rouge and pearl-powder.Ruddy,rɐdi, adj. blozend, met frissche kleur, rood, ros(sig); subst. goudstuk;Ruddy-faced.Rude,rûd, ruw, ongeletterd, onbeschaafd, stormachtig, grof, woest, sterk:Don’t be rude= wees niet lomp, onbeschoft:It wasa rude awakening= een onaangenaam ontwaken;Rudeness= lompheid, ruwheid.Rudesheimer,rûdzhaimə, soort v. Rijnwijn.Rudiment,rûdim’nt, subst. rudiment, beginsel (gewoonlijk meerv.):The rudiments of grammar;Rudimental,rûdiment’l,Rudimentary,rûdimentəri, eerste, aanvangs …; niet geheel ontwikkeld:Rudimentary organs= rudimentaire organen.Rudolph,rûdolf;Rudyard,rɐdjâd.Rue,rû, subst. wijnruit;Rueverb. betreuren, treuren om, beklagen, berouwen:You willrue the day,my boy= de dag zal je rouwen:Torue a bargain= een koop ongedaan maken;Rue-bargain= rouwkoop;Rueful= droevig, treurig; subst.Ruefulness.Ruff,rɐf, subst. groote, geplooide kraag, cachepot, oud kaartspel, het aftroeven, kemphaan, duivensoort;Ruffverb. aftroeven:Ruffed grouse= gekraagd hazelhoen.Ruffian,rɐfj’n, subst. ruwe klant, roover, moordenaar; adj. woest, gemeen;Ruffianism; adj.Ruffianlike,Ruffianly.Ruffle,rɐf’l, subst. geplooide rand aan mouw of kraag, jabot: onrust, beroering, opwinding;Ruffleverb. frommelen, plooien, rimpelen, in de war brengen, verstoren, tieren, onstuimig worden, bluffen, zich airs geven:Toruffle a person’s feathers= iemand boos maken;His temper was ruffled= hij was uit zijn humeur;Toruffle it= geuren;Ruffler= bluffer, schetteraar:He wasa ruffler of the camp= hij was een schreeuwer (vechtersbaas) van het kamp.Rufous,rûfəs, bruin- of geelrood.Rufus,rûfəs.Rug,rɐg, reisdeken, haardkleedje, dek.Rugged,rɐgid, ongelijk, ruw, onbeholpen, norsch; subst.Ruggedness.Rugose,rûgous,rugous, gerimpeld; subst.Rugosity.Ruin,rûin, subst. ondergang, vernietiging, verderf, ruïne;Ruinverb. in het verderf storten, bederven, te gronde gaan (Ruins= overblijfselen, ruïne):Tobe the ruin of a person,Tobring him to ruin= iemand te gronde richten;Tofall into ruins= tot puin vervallen;On the brink of ruin= op den rand des ondergangs;Togo to wreck and ruin= te gronde gaan;He has ruined me= mij ongelukkig gemaakt;Heruined his eyeswith reading= bedierf;Ruination= verderf, ondergang;Ruiner;Ruinous= bouwvallig, verderfelijk, nadeelig, enorm (van prijzen); subst.Ruinousness.Rule,rûl, subst. regel, bestuur, regeering, gids, levensregel, regelmaat, reglement, orde, duimstok, liniaal;Ruleverb. regeeren, besturen, bedwingen, linieeren, leiden, richten, raden, de oppermacht hebben:As a rule= in den regel;That is the rule now= dat is nu de regel;The rule of three= de regel van drieën;That’s a rule-of-three sumof the simplest kind= dat spreekt als een boek;This street isin the rules of the prison= in deze straat mogen de gegijzelden tegen borgstelling nog komen en wonen =They areprisoners on rule;That isan exception to the rule= op den regel;Tobecome the rule;Iknow it by rule of thumb= uit de practijk:Tolay down a rule= vaststellen;Tomake it a rule= tot regel stellen;Herules with[474]a rod of iron= heerscht met ijzeren vuist;Ruler= regeerder, bestuurder, liniaal;Ruling= heerschend; subst. rechterl. beslissing:Rule-price= marktprijs.Rum,rɐm, rum;Rum-blossom (Rum-bud)= roode neus;Rum-shrub= soort punch;Rummy= met een rumsmaak.Rum,rɐm, vreemd, raar:A rum fellow= zonderlinge, origineele kerel;Rummy= raar.Rumble,rɐmb’l, subst. kattenbak (van een rijtuig); gerommel;Rumbleverb. rommelen, bulderen;Rumbler= rammelkast.Rumelia,rumîljə, Roemelië.Ruminant,rûmin’nt, herkauwend, nadenkend; subst. herkauwer;Ruminate= herkauwen, bepeinzen, overdenken; subst.Rumination;Ruminative= nadenkend, goed doordacht;Ruminator= overdenker, peinzer.Rummage,rɐmidž, doorsnuffelen, doorzoeken:Herummaged amongmy papers;Rummage-sale= opruiming, lappendag.Rummer,rɐmə, roemer, groote beker.Rumour,rûmə, subst. gerucht, faam;Rumourverb. vertellen, rondstrooien, ruchtbaar maken:There is a rumour abroad (Rumour has it)that the king will come= het gerucht loopt;It is rumoured= het heet;It was rumoured abroad= het gerucht werd verspreid;rumourer= verspreider van geruchten.Rump,rɐmp, stuitbeen, stuitje, kruis, staartstuk;Rump-parliament= romp parlement (1648);Rump-steak= lendenstuk.Rumple,rɐmp’l, subst. vouw, kreukel;Rumpleverb. kreukelen, vouwen.Rumpus,rɐmpəs, rumoer, spektakel.Run,rɐn, subst. loop, geloop, toeloop, verloop, aanloop, stormloop, uitstapje, vrije toegang, aard, slag, oppositie, vooroordeel, groote navraag, onafgebroken reeks opvoeringen, weideplaats, afgelegde afstand, beek, punt (bij het cricket) etc.; adj. gesmokkeld, gesmolten (Run-butter);Runverb. loopen, snellen, hardloopen, vluchten, varen, voortdrijven, circuleeren, in trek (mode) zijn, gelden, geldig zijn, vloeien, stroomen, tranen, etteren, smokkelen, verloopen, etc.:By the run= plotseling;In the long run= op den duur;With a run= plotseling, overhaast;There is a violent run against it= groote oppositie;There is a run on the bank= de bank wordt bestormd door aanvragen tot terugbetaling;There is rather a run on wax dolls= vrijwat vraag naar;She had a great run in America= veel toeloop, succes;The piecehad a great run= had een kolossaal succes;The playhad a run of fifty nights= werd 50 maal achtereen opgevoerd;Hehas had the full run of himself= is geheel uitgeraasd;Ihad a good run for my money= heb een mooie kans gehad bij de wedrennen; heb hard moeten loopen om mijn geld te krijgen;The smugglers are to have a runto-night= zullen van avond de goederen zien binnen te smokkelen;Ihad a run of (ill) luck= ’t liep me alles mee (tegen);The general run of legswas crooked= de menschen hadden haast allen kromme beenen;The general run of mankind= het meerendeel der menschen;A pound a week andthe run of his teeth= en de kost voor ’t eten;This place is not one of their runs= deze plaats is niet eene van die, welke zij bereizen of bezoeken;He that runs may read= de oppervlakkigste lezer kan dit begrijpen;The story runs= het verhaal gaat;Werun this buildingas a holiday-home= exploiteeren;I willrun the chancefor your sake= zal het wagen;I haverun this coachfrom my 18th year= gereden;He had torun the ga(u)ntletof London society= moest zich aan de critiek der Londensche samenleving blootstellen;The most difficult part was torun the goods= de goederen binnen te smokkelen;Let run the rope= laat schieten;The company willrun an extra trainon Monday= zal laten loopen;Torun aground= aan den grond loopen, vastraken;Torun close(ly),Torun hard= nabijkomen, op de hielen zitten;He wasrun hard= erg geplaagd, lastig gevallen;Yourun that expression very hard= maakt misbruik, wel wat veel gebruik van;I willrun you homefor a pound= om een pond met je loopen wie ’t eerst thuis is;Our commodities arerunning low= raken op;Torun mad= dol worden;His power of sarcasm wasallowed to run riot= hij liet den vrijen teugel aan;Weran short ofammunition= onze ammunitie raakte op;Torun about= rondloopen, dwalen;Torun after= naloopen;Run-after= gezocht;Theyran attheir enemies= vielen aan;Many millsran awayin the sudden squalls= vele molens liepen door de vang;The horsesran away= gingen op den loop;Heran on before= liep vooruit;Heruns beforehis master= overtreft;The ship wasrun downby the steamer= werd in den grond geloopen;The shipran downthe coast= voer langs de kust;The dogranthe haredown= haalde in en pakte;Run-down= afgeloopen, uitgeput;Theyran fortheir lives= zochten hun heil in de vlucht, liepen zoo hard zij konden;Theyran fromone extreme to the other= sloegen van het eene uiterste in het andere over;The thief wasrun in= werd ingerekend;Heroismruns intheir blood= zit hun in ’t bloed;These thingsrun infamilies;Heran into me= liep (reed) mij tegen het lijf;Heran intodebt= hij maakte schulden;The steamer wasrun intoby an ironclad= werd aangevaren;He wasrunning onbadly= sloeg erg door;The conversationran onthe topics of the day= liep over;My mindkept running onthat subject = ik kon niet van mij afzetten;He hasrun out his estate= heeft zijne bezittingen verkwist;I am (have)run out ofmoney= ik ben platzak =My money is (has)run out;Our provisionsran out= raakten op;Now you canrun outeasily= gemakkelijk uitspelen (bilj.);The poor fellow wasrun overby the express= werd overreden;Heran overall accounts= ging na;He tried torun roundthe agreement= te ontduiken;[475]He wanted torun me throughthe body= mij te doorstèken;Heran through10,000 pounds= hij lapte er door;My knowledge does not run to that= gaat zoo ver niet;It does not run to footmen with me= zoo ver heb ik het niet gebracht, dat ik er lakeien op na kan houden;The piece wasrun toits 100th representation= beleefde;The billran uptill it amounted to 50 pounds= liep op;We shallrun up an editorial officefor you= een redacteursvertrek voor u gereedmaken, laten zetten;The price of the bread wasrun up= steeg;Torun up against= aanloopen, aanrijden tegen;Itran uponthis wise= luidde aldus;Run-away,rɐnəwei, subst. vluchteling; adj. wegloopend:Arun-away horse= dat op hol is;That was a run-away knock= dat was een “deurtjebel”;Arun-away match= schaking;Arun-as-you-please contest= een wedloop waarbij de deelnemers mogen loopen zooals ze willen;Runway= stroombedding, pad, baan, spoor van een dier;Runner= looper, bode, hardlooper, blokkadebreker, smokkelaar, detective, bespieder (van paarden bij wedrennen), bovenste molensteen, onderhout (of kiel) van eene slede; agent voor landverhuizers, handelsagent (Amer.);Runner-up= tweede prijs winnaar;Running:He isin the runningfor that post= heeft kans;He was out of the running when compared with his opponent= zijn tegenstander knikkerde hem royaal van de baan;Deathput him out of the running= belette hem verder mee te doen;Five times running= vijfmaal achtereen;Running account= rekening courant;Running fight= gevecht bij een terugtocht;Running fire= aanhoudend kanon- of geweervuur;Running hand= loopend schrift;Running-gear= wielen, assen, etc. van een voertuig;Running-knot= schuifknoop;Running power= ’t recht om treinen te laten loopen op de lijnen van eene andere maatschappij;Running rigging= loopend want;Running-round= fijt (Amer.);Running title= loopende-, hoofdtitel.

Riparian,raipêriən, aan een oever gelegen of wonende; ook subst.

Ripe,raip, rijp, ontwikkeld, dringend:Ripe wants= dringende behoeften;He isripe forthe madhouse= rijp voor;Ripen= rijp worden of maken; subst.Ripeness.

Ripon,rip’n.

Ripost(e),ripoust, tegenstoot, vlug en vinnig antwoord.

Ripple,rip’l, subst. gekabbel, golving; groote kam om vlas te repelen;Rippleverb. rimpelen, kabbelen; repelen:Chestnut hair with a ripplein it;It excitedripples of interest= teekenen v. belangstelling;Therippling of the waves= het kabbelen der golven;Ripple-marks= indrukken van de wijkende golven op het strand;The beach wasRipple-marked= het strand had overal de indrukken der golven.

Riprap,riprap, steenstorting (als fundament); ook verb.

Rise,raiz, subst. opstand, opkomst, opslag, verhooging, rijzing, verheffing, bron, het opkomen, toeneming, verbetering, bevordering;Riseverb. opstijgen, opstaan, opkomen, opzwellen, voortkomen, wassen, toenemen:The rise of the Dutch Republic= de opkomst der Nederl. republiek;Thatgave rise tomany cordial greetings= gaf aanleiding tot;The Rhinetakes its risein Switzerland= ontspringt in;Itook (got) a rise out of him= ik ben hem te slim af geweest, heb hem belachelijk gemaakt;The water ison the rise= aan het opkomen;Each epithetrose abovethe other= elk volgend epitheton was steeds mooier;The House roseat three in the morning= de zitting werd gesloten;The companyrose from table= stond van tafel op;The whole nationrose in arms= vatte de wapenen op;The wind soonrose toa storm= verhief zich;The colourrose toher cheeks= steeg haar naar de wangen;Herose tothe occasion, emergency= was tegen de moeilijkheid opgewassen;He would notrise tomy scheme= hij wou mijn plan niet begrijpen, er niets van weten;Herose tothe suggestion= hij begreep den wenk;The wordsPlenty, AbundanceandExuberance rise upon each otherin expressing the idea of fulness= het begrip overvloed wordt telkens sterker uitgedrukt door;Riser:I amnot an early riser= niet matineus;Rising, subst. opstaan, opstand, opgang, gezwel; adj. opgaande, opkomend, toenemend, aanzwellend:The[468]rising of Lazarus= de opwekking van L.;Therising generation= het opkomend geslacht;Theyadore (worship) the rising (risen) sun= zij aanbidden de opgaande zon.

Risibility,rizibiliti, subst. v.Risible,rizib’l, belachelijk, lachwekkend; tot lachen geneigd.

Risk,risk, subst. gevaar, risico;Riskverb. wagen, in de waagschaal stellen:He did itat the risk ofhis life= met gevaar van eigen leven;I won’trun the (a) risk= wil mij daaraan niet blootstellen;You aresubject to the risks= moet de risico dragen;Risker;Risky= gevaarlijk, gewaagd:Arisky experiment= gewaagde proefneming.

Risorial,raisôriəl:Risorial muscle= lachspier.

Rite,rait, godsdienstige plechtigheid, ritus;Ritual,ritjuəl, subst. rituaal, liturgisch boek met formulieren; adj. ritueel:Is thy meatrituallyprepared? = koscher;Ritualism= ritus;Ritualist= voorstander van de richting derHigh Church; kenner der kerkgebruiken; adj.Ritualistic.

Rivage,rividž, oever, kust.

Rival,raiv’l, subst. mededinger, medeminnaar; adj. mededingend, concurreerend;Rivalverb. mededingen, wedijveren:He wasmy rivalfor that place= mededinger;Rivalry=Rivalship= medeminnaarschap, wedijver.

Rive,raiv, scheuren, opensplijten:The tree wasriven(riv’n)by (with) lightning= door den bliksem gespleten;River.

River,rivə, rivier, stroom:We saileddown, up the river= de rivier af, op;In (On) the river= op de rivier;The Rivers= Delta van den Niger, hetNiger-coast Protectorate;River-basin= stroomgebied;River-bed,River-channel= bedding eener rivier;River-craft= riviervaartuigen;River-driver= vlotter (Amer.);River-god= stroomgod;River-hog= Z. Amer. waterzwijn;River-head= bron;River-horse= nijlpaard;River-side= oever.

Rivers,rivəz.

Rivet,rivət, subst. klinknagel;Rivetverb. vastklinken, strak richten op (to, on), diep inprenten:It remainsriveted in my mindfor ever= staat in mijne ziel gegrift;He wasriveted tothat post= hij zat er vast aan (kon er nooit eens uit);The Eiffel Tower isthe work of the riveter= het werk van den vastklinker, den klinkhamer.

Riviera,rivjêrə.

Rivose,raivous,rivous, gerimpeld.

Rivulet,rivjulet, beek, riviertje.

Rixdollar,riksdolə, rijksdaalder (ƒ1,50tot ƒ2,50).

Roach,routš, (blank-)voorn:As sound as a roach= zoo gezond als een visch.

Road,roud, weg, reis, reede:Tobe in the road(s)= op de reede liggen;I amoff my road= verdwaald;He wason the road to Vienna= op reis naar;There is no royal road to learning= de weg naar de wetenschap is vol moeilijkheden;I havelost my road= ben verdwaald;Toputa personon the right road to= den weg wijzen naar;He hastaken to the road= struikroover geworden;Road-agent= tolgaarder; roover (Am.);Road-bed= grondlaag v. weg of spoor;Road-book= gids voor steden, wegen en afstanden;Road-hog= onbesuisd fietsrijder;Roadman=Road-mender= wegwerker;Road-metal= steenen voor macadamwegen;He wassitting by (on) the roadside= zat aan den weg;Roadstead= reede;Roadster= rijpaard, koetsier v. diligence, schip (op de reede), soort fiets;Roadway= straatweg, bereden gedeelte van een brug.

Roam,roum, rondzwerven, omzwerven:Iroamed the streetsof the city aimlessly= zwierf doelloos door;Roamer.

Roan,roun, subst. roode schimmel; roode kleur; adj. rood- of ijzergrauw.

Roar,rö, subst. gebrul, geloei, gehuil, geschater, gebulder;Roarverb. brullen, loeien, huilen, bulderen, schateren, bruisen, donderen:Tokeepthe companyin a roar= aan het schateren;Hesetthe companyin (on) a roar= deed schateren van lachen;The whole companyset up a roar= begon te brullen van lachen;Roarer= bruisende golf, luid aanslaande hond, aamborstig paard;He has aroaring business (trade)= eene woest-drukke zaak.

Roast,roust, subst. gebraad; adj. gebraden;Roastverb. braden, branden; voor het lapje houden, ongenadig plagen:Herules the roast (roost)= hij is de baas, beheerscht alles;Roast beef, goose, etc.;Roaster;Roasting-jack= toestel waarin het spit draait.

Rob,rob, rooven, bestelen, plunderen:Herobbed me ofmy gold watch= ontstal mij;Robber= roover, dief;Robbery= rooverij, diefstal.

Rob,rob, gelei, conserf.

Robe,roub, subst. toga, tabberd, staatsiemantel;Robeverb. kleeden, in een toga of tabberd kleeden:Gentlemen of the long robe= advocaten of getabberden;Master, Mistress of the robe= titel van een hofbeambte, of hofdame met de zorg voor de garderobe belast;Theyfollow the robe as a profession= zijn bij de magistratuur;Robes of office= ambtsgewaad;In robe and crownthe king appeared;I have seen himin his robesin the House of Lords= in zijn pairsmantel gezien.

Robert,robət, Robert; ook: kellner, “Jan”;Robertson,robəts’n;Robinson,robins’n.

Robin,robin, Robert; roodborstje;Robin-Good-fellow= goedige kabouter;Robin-redbreast= roodborstje;Round robin= petitie met de handteek. in een cirkel, zoodat men niet weet wie het eerst geteekend heeft:Thatbeats the round robin= dat is wat al te erg, al te brutaal.

Roborant,robər’nt, subst. en adj. versterkend (middel).

Roburite,robjurait, roburiet.

Robust,rəbɐst, krachtig, sterk, gespierd; subst.Robustness.

Roc,rok, fabelachtige vogel in Arabische sprookjes:Roc’s egg= iets fabelachtigs.

Rocambole,rok’mboul, slangelook.

Rochdale,rotšdeil;Rochester,rotšəstə.[469]

Rochet,rotšət, linnen toog; korte pairsmantel; voorn.

Rock,rok, subst. rots, gesteente, klip, soort bonbon, schommel, spinnewiel;Rockverb. wiege(le)n, schommelen, wankelen:Tobe on the rocks(fig.) = in (geld)verlegenheid zijn;Torun against a rock= zich aan gevaar blootstellen;Rock-alum= aluinsteen;Rockaway= een bepaalde Amer. wagen;Rock-bound= door rotsen omsloten;Rock-cork= bergkurk;Rock-crystal= bergkristal;Rock-oil= steenolie, petroleum;Rock-pigeon= klipduif;Rock-ruby= robijn-roode granaat;Rock-salt= klipzout:Rock-snake= tijgerpython;Rock-soap= bergzeep;Rock-staff= blaasbalgstok;Rock-wood= houtasbest;Rock-work= rotswerk;Rocker= wieg, hobbelpaard, onderstel v. een wieg;Rockery= rotswerk (in tuinen, etc.);Rockiness= rotsachtigheid;Rocking-chair= schommelstoel;Rocking-horse= hobbelpaard;Rocking-stone= schommelsteen;Rocky= rotsachtig, hard als een rots.

Rockefeller,rokfelə.

Rocket,rokət, vuurpijl;Rocketverb. als een pijl opvliegen:Tolet off a rocket= oplaten;Torocket about (on a horse)= rijden, wippen.

Rockies=Rocky Mountains(Amer.).

Rococo,rəkoukou, Rococostijl (17e eeuw).

Rod,rod, roede (ook maat = 5,029 M.), stok, staf, stang, rotting, scepter, takje:I havea rod in picklefor you= ik heb voor u wat in het vat;Black Rod= koninkl. boodschapper en ceremoniemeester in het Hoogerhuis (altijd een gepension. admiraal of generaal); de staf waaraan hij zijn naam ontleent;Rod-fishing= hengelen.

Rode,roud, imperf. vanto ride.

Rodent,roud’nt, knaagdier:He is apolitical rodent= oude rot (fig.).

Roderic(k),rodərik;Roderigo,rod(ə)rîgou.

Ro(d)ger,rodžə, Rutger; schepers naam voor een ram; stier:Wehoisted the Jolly Roger= wij heschen de kapervlag (de vlag draagt “Crossbones and skull” = een schedel met gekruiste doodsbeenderen).

Rodney,rodni;Rodolph(us),roudolf(rədolfəs).

Rodomont,rodəmont, subst. grootspreker, bluffer; adj, blufferig, snoevend;Rodomontade,rodəmonteid, subst. snoeverij, geschetter;Rodomontverb. bluffen, schetteren.

Rody,rodi.

Roe,rou, ree, hinde; kuit:Soft roe= hom;Hard roe= kuit;Roebuck= reebok.

Rogation,rəgeiš’n, litanie:Rogation days(Rogation tide)= de drie dagen vóór Hemelvaartsdag, vóór het feest van den H. Marcus;Rogation week= Hemelvaartsweek.

Roger,rodžə, ZieRodger.

Rogue,roug, schurk, schalk(je), snaak, grappenmaker, verstooten en daardoor woest geworden olifant:He isa rogue in grain= aartsschurk;Rogue’s march= marsch gespeeld als een soldaat weggejaagd wordt;Roguery= schurkenstreek, snakerij;Roguish= schalksch, schelmachtig; subst.Rogueness.

Roil,rôil, troebel maken, sarren, plagen.

Roister,rôistə, snoeven, rumoer (pret) maken;Roister(er)= snoever, rumoer(pret)maker.

Roland,roul’nd, Roland:Togive a Roland for an Oliver= met gelijke munt betalen (fig.).

Roll,roul, subst. het rollen, slingeren (slingering), rol,(presentie)lijst, register, rond broodje, roffel;Rollverb. rollen, wentelen, draaien, slingeren, roffelen, rommelen:Tocall the roll=appèlhouden;Toput on the roll= op de rol plaatsen;Tostrike off the roll= van de rol afvoeren;Master of the Rolls= eerste archivaris v. deChancery Division of the High Court of Justice;Office of the Rolls= archief;Rolls of Court,Rolls of Parliament= officieele perkamentrollen van het hof of parlement, archieven;The shiprolled and pitched= slingerde en stampte;Herolls himself in luxury (wealth)= baadt zich in weelde;He islike three persons rolled into one= tot één persoon vereenigd;Toroll into a ball= op een kluwen winden;Toset the ball rolling= een zaakje aan ’t rollen brengen;Roll-call= appèl;Roller= rolstok, rol, zware golf, lange en breede zwachtel, rolletje;Roller-blind= rolgordijn;Roller-skates= rolschaatsen;Rolling= het rollen, golven, etc.:Rolling-fire= pelotonsvuur;Rolling-mill= pletmolen,Rolling-plant=Rolling-stock;Rolling-press= rolpers, mangel;Rolling-stock= rollend materiaal (van een spoor);A rolling stone gathers no moss= op een rollende steen zet zich geen mos aan.

Rollick,rolik, zich op nonchalante, losse en vroolijke manier bewegen, overmoedig zijn:The wood was jubilant withrollicking children= van de dartelende kinderen;We had somerollicking funyesterday= dolle pret.

Roly-poly,roulipouli, kort en dik;Roly-poly-pudding= opgerold pasteideeg met confituren;He hasa roly-poly growlery of style= hij heeft zoo’n gezwollen brommerigen stijl.

Romaic,rəmeiik, nieuw Grieksch(e taal).

Romal,rəmôl, zijden of haren stof,hoofddoek;rəmal, uit leer of paardehaar gevlochten zweep (Amer.).

Roman,roum’n, subst. Romein; adj. Romeinsch, Roomsch, met romein of gewone drukletter:Roman candle= Romeinsche kaars (soort van vuurwerk);Roman Catholic, subst. en adj. Roomsch-Katholiek(e);Roman law;Romanism= Roomsche leer;Romanist= Roomsch-Katholieke;Romanize= latiniseeren, Roomsch maken of worden.

Romance,rəmâns, subst. romance, geschiedkundig verhaal, verdichting, het romantische, romantiek, Romaansche taal; adj. Romaansch;Romanceverb. romantische of overdreven verhalen vertellen, overdrijven, liegen;Romancer=Romancist= schrijver van romances of verdichte verhalen, opsnijder.

Romanese,roumənîz, Rumeensch(e taal).

Romanesque,roumənesk, romanesk.

Romantic,rəmantik, romantisch, fantastisch, schilderachtig, tot de Romant. school behoorend; ook subst.:These greatromantics;[470]Romanticism= romantiek;Romanticist= iemand, die tot de romantische school behoort:He isneither a realist, nor a romanticist;Romanticness= het romantische.

Romany,roməni, Zigeuner, taal der Z.

Rome,roum, Rome.

Romeo,roumiou;Romford,rɐmfəd.

Romic,roumik, phonetisch spelstelsel van H. Sweet.

Romilly,romili;Romney,romni.

Romp,romp, subst. wild meisje, wild spel;Rompverb. stoeien, dol spelen;Rompish= wild, uitgelaten; subst.Rompishness.

Romulus,romjulɐs.

Ronde,rond, rondschrift (boekdr.).

Rondeau,rondou,rondou, rondeau; soort muziekstuk.

Rood,rûd, kruis, kruisbeeld, roede, stok, ¼acre(± 10,117 Are); 5,029 M.;Rood-loft= kruisgalerij (in eene kerk).

Roody,rûdi, geil, weelderig.

Roof,rûf, subst. dak, gewelf, verhemelte (=Roof of the mouth);Roofverb. met een dak bedekken, onder dak brengen:Roof of Heaven;To be content with having a roof over one’s head;Roof-tile= dakpan;Roof-tree= vorstbalk;Roofer= daklegger;Roofing-felt= asphaltvilt;Roofless= dakloos;Rooflet= dakje;Roofy= met een dak.

Rook,ruk, subst. roek; bedrieger; kasteel (schaakspel);Rookverb. bedriegen (in het spel vooral);Rooker= bedrieger;Rookery= bosch met veel roekennesten, de gezamenl. roeken, broedplaats van zeevogels of robben; dievenhol(-kwartier), bordeel.

Room,rûm, subst. ruimte, plaats, kamer, vertrek, gelegenheid, aanleiding, donkerblauwe verfstof;Roomverb. kamers bewonen:Hegave (left) room= hij ging heen, maakte ruim baan voor een ander;Make room there= ruimte daar! uit den weg!My room will be preferred to my company= ze hebben liever dat ik ga dan blijf;Iwant your room= ik wensch, dat gij heengaat;There is no room forsuspicion= aanleiding tot verdenking;He wasappointed in (the) room ofhis brother= werd in zijn broers plaats benoemd;Cloak-room, ZieCloak;Living-room,Sitting-room= woonkamer;Room-mate= contubernaal;Roominess= ruimte:Turin is unrivalled in the matter ofroominess= er is geene ruimer gebouwde stad dan T.;Roomy= ruim.

Roop,rûp, subst. roep, kreet, heeschheid;Roopy= heesch, schor.

Roost,rûst, subst. rek of stok, troep vogels bij elkander op een stok;Roostverb. slapen, op stok zitten:The hens areat roost= op stok;His curse (chickens)came home to roost= hij kreeg zijne trekken thuis;I amgoing to roost= ga op stok;The bargelies at roostin a boat-house= is opgelegd in;Toretire to roost= op stok gaan;Rooster= haan (Amer.).

Root,rût, subst. wortel, stam, grondtoon (van eene snaar), oorsprong, bron;Rootverb. doen wortelen, wortel schieten; wroeten, omwroeten, ontwortelen:Extract the root out of 125= trek den wortel uit;Togo to the root ofthe matter= tot den grond der zaak doordringen;Thatlies at the root of it= ligt er aan ten grondslag;Totake(Tostrike)root= wortel schieten;Dutch roots= Hollandsche bloembollen;Root and branch= met wortel en tak;The sow hasrooted (out)all the plants= omgewroet;Why do you notroot it out? = roeit ge het niet uit?He stoodrooted to the spot= als aan den grond genageld;Root-bound= ingeworteld, onbewegelijk;Root-crop= knollenoogst;Root-leaf= wortelblad;Rooted:Arooted hatredof injustice= ingewortelde haat;Rooter= plant die wortel schiet; uitroeier; radicaal;Rootless;Rootlet= worteltje;Rooty= wortelrijk.

Rope,roup, subst. touw, rist;Ropeverb. draderig zijn, tot draden uitrekken, met een touw trekken, vastmaken, inhouden (van een paard bij een wedstrijd):Hegave me the ropes= liet me vrij spel;I have not got rope enough= ben niet vrij genoeg, kan mij niet voldoende bewegen;Heknows (has learned) the ropes= weet er alles van;Heperformed on the slack, tight rope= danste op het slappe, strakke koord;I hope you willput me up to all the ropes= mij geheel op de hoogte zult brengen;Arope of onions= rist uien;Arope of sand= zwakke band;Torope in= met een touw omspannen, inpalmen (ook van personen), binnenhalen:Torope ina remark with quotes= tusschen aanhalingsteekens zetten;Rope-dancer= koorddanser;Rope-ladder= touwladder;Rope-maker= touwslager:Toplay the rope-maker= achteruitloopen;Rope-railway= kabelspoor;Rope-walk= lijnbaan;Rope-yarn= kabelgaren;Ropery= lijnbaan;Ropiness, subst. v.Ropy= touwachtig, draderig, kleverig, lijmerig.

Roquelaure,roukəlö,rokəlö, korte mantel.

Rorqual,rökwəl, vinvisch.

Rosa,rouzə;Rosabel,rozəbel.

Rosace,rouzeis, rozet;Rosaceous,rəzeišəs, roosachtig.

Rosalia,rəzeiliə;Rosalind,rozəlind;Rosaline,rozəl(a)in;Rosamond,rozəm’nd.

Rosary,rouzəri, rozenkrans; guirlande, rozenperk of rozentuin:Totell over the rosary= den rozenkrans bidden.

Roscid,rosid, met dauw bedekt.

Roscoe,roskou;Roscommon,roskom’n.

Rose,rouz, subst. roos, rozet, rozenkleur, sproeier; adj. rooskleurig:No rose without a thorn;Once he wasvery near the rose= bijna geestelijke;They drank wineunder the rosein their rooms= stilletjes;I told him sounder the rose= onder de roos;Without the rose= onverholen;Members of the White Rose= van eene vereeniging ter herinnering aan de terechtstelling van Karel I;Sheblushed roseall over;Rose-bud= rozeknop;Rose-bug (Rose-chafer)= gouden tor;Rose-bush= rozestruik;Rose-cheeked= met blozende wangen;Rose-cold (Rose-fever)= zware catarrhe met asthmatische verschijnselen;Rose-colour= rozenkleur;Rose-diamond= rozetsteen;Rose-drop= bonbon (met rozengeur), oorknopje, roode neus;Rose-faced= met[471]rozig gelaat;Rose-hued= met rozentint;Rose-knot= rozet;Rose-leaf= rozeblad:They live in an age of rose-leaves and velvet= zij hebben een leventje op een bordje;Rose-mallow= stokroos;Rosemary,rouzməri, rosmarijn;Rose-pink= rose(kleurig);Rose-rash= roseola, huiduitslag; roos;Rose-water= rozenwater:Revolutions cannot be made with rose-water= die het doel wil, moet de middelen willen;Rose-window= rozet(venster);Rose-wood= rozenhout;Rosery= rozenperk.

Rose,rouz, imperf. vanto rise.

Roseate,rouzi-it, vol rozen, rooskleurig, bloeiend.

Roseola,rəzîələ, huiduitslag, roos.

Rosebery,rouzbə’ri.

Rosetta,rəzetə:Rosetta stone, steen met hieroglyphen, enz., inRosettagevonden;Rosetta wood= O.-I. oranjekleurig hout.

Rosette,rəzet, rozet.

Rosicrucian,rouzikrûš’n, subst. lid v. een geheim genootschap in de 17de eeuw; adj. tot dit genootschap behoorende;Rosicrucianism= leer, enz. van dit genootschap.

Rosin,rozin, hars:Togive rosin= afranselen;Rosiny= harsig.

Rosland,rosland, veengrond, heide.

Rostellum,rostel’m, snaveltje (plantk.).

Roster,rostə, rooster, naamlijst.

Rostral,rostr’l, tot snavel ofrostrumbehoorende;Rostrate(d),rostrit(id), gesnaveld;Rostriform= snavelvormig;Rostrum,rostr’m, snavel (ook van een schip), spreekgestoelte, tribune, platform.

Rosy,rouzi, rooskleurig, bloeiend, roos …

Rot,rot, subst. verrotting, aardappelziekte, schurft, geklets, onzin;Rotverb. verrotten, bederven:It’s all rot= allemaal onzin, bedriegerij;It’s awful (dry, tommy) rot= verschrikkelijk geklets, onzin;They drinkrot-gut= bocht;Rotten= verrot, stinkend, wrak, aangestoken, gemeen, beroerd;Rotten-ripe= beursch; subst.Rottenness;Rotter= kletser, onnut wezen.

Rota,routə, ranglijst, rooster, hoogste pauselijk hof van appèl.

Rotary,routəri, draaiend, rondgaand:Therotary motionof our earth round its axis= omdraaiende beweging;Rotary pump= centrifugaalpomp;Rotate,routeit, om een middelpunt wentelen, draaien; adj.routit, wielvormig;Rotation,rəteiš’n, omdraaiing, omwenteling, geregelde opvolging:By (in) rotation= bij afwisseling, beurt om beurt;Rotation of crops= wisselbouw;Rotative= ronddraaiend;Rotator, omdraaier, draaispier;Rotatory= omdraaiend, beurtelings:Rotatory motion= draaiende beweging.

Rote,rout, routine, sleur, gewoonte:By rote= van buiten, in den sleur;Rote of business= routine.

Rotten-Row,rot’nrou, naam v. een rijweg (voor ruiters) in Hydepark.

Rotund,rətɐnd, rond, bolvormig, plechtig, zwaar; subst.Rotundity=Rotundness.

Rotunda,rətɐndə, rotonde.

Rouble,rûb’l, zilveren roebel (=ƒ 1,88).

Rouen,rûən, Rouaan.

Rouge,rûž, subst. rood blanketsel;Rougeverb. (zich) blanketten:If you do not rouge you won’t tell in a ball,handsome though you may be= als ge u niet blanket, maakt ge geen indruk op een bal;Rouge et noir= hazardspel;Rouge-pot.

Rough,rɐf, subst. ruwe klant; ruwe schets, grof pleisterwerk;Roughadj. ruw, ruig, hard, wrang, woest, kras; verb. ruw maken, ruw schetsen, op scherp zetten, dresseeren:The London roughs= het gepeupel van Londen;In the rough= onafgewerkt, ruwweg;Tobe rough on= hard zijn jegens, zwaar drukken op;Rough-and-ready= ruw doch flink;Rough-and-tumble= ruw en druk:It is a rough-and-tumble farce= het is een woeste, dolle klucht;We have beenRoughing it= wij hebben het hard te verantwoorden gehad, hebben ons er doorheen moeten slaan;The weather was rough, but our yacht roughed it out= maar ons jacht hield het goed uit;Rough-cast, subst. ruwe schets, beraping; adj. ruw gevormd, grof;Roughverb. ruw schetsen, berapen;Rough-draft,Rough-draught, ruwe schets;Rough-draw, in het ruwe schetsen;Rough-dry= laten drogen zonder mangelen;Rough-hew= in het ruwe houwen, ontwerpen, schetsen;Rough-hewn= ruw, ongepolijst (ookfig.);Rough-rider= pikeur; wachtmeester-instructeur (Amer.), stout ruiter;Rough-shod= op scherp gezet:Herides rough-shod= hij rijdt maar toe, stoort zich aan niets, gaat zijn gang maar;Rough-wrought= grof bewerkt;Roughen= ruw maken of worden;Roughish= ietwat ruw;Roughness= zuurheid.

Rouleau,rûlou, rolletje, bundel fascinen;Roulette,rûlet, roulette, wiel met punten om stippellijnen te maken: hazardspel.

Roumania,rûmeinjə, Roemenië;Roumanian, subst. en adj. (bewoner) van Roemenië.

Round,raund, subst. kring, bol, ommegang, ronding, rondreis, ronde, cursus, omdraaiing, sport, salvo, schot, patroon, rondelied; adj. rond, vloeiend, vol, ronduit, openhartig, eerlijk, flink, snel;Roundverb. rond maken, afronden, rondgaan, rondreizen, ronddraaien, zich keeren tegen, schimpen op (on); prep. en adv. rondom, overal:Thirty-sixrounds (of ammunition)= patronen;Around of applause= algemeene toejuiching;Around of beef= runderschijf;Around of cartridges= één patroon voor iederen soldaat;I have made myround of visits= mijne bezoeken;Shall wehave a round? = zullen we eens vechten;Let usplay one more round= nog één rondje;He is around peg in a round hole= de rechte man op de rechte plaats;I assure you that I shallbring you round= dat ik u weer zal opknappen of beter maken;It is not easy tobring him round= te bepraten, over te halen;Christmas hascome roundagain= het is weer kerstmis geworden;He came round to my room= kwam mij op mijne kamer opzoeken;Hecame round= hij draaide bij;You won’tget round me= mij niet beetnemen, bepraten;He livesround the corner= dicht bij;He gave the moneyround the corner= met tegenzin;(All) round my hat= katterig; als subst. onzin;They[472]havesent the hat round= zijn met den hoed rondgegaan, hebben geld opgehaald;It is a hundred guildersin round numbers= het is in een rond getal een honderd gulden;To walkat a round rate= vlug doorstappen;To rideat a round trot= in vluggen draf;He is an honest manall round= in alle opzichten;The enginerounded a curve in the road= kwam om een bocht in den weg;Toround off a story= een verhaal besluiten;The ship wasrounded to= werd bijgedraaid;Roundabout, subst. draaimolen, omweg, soort leuningstoel (jasje, manteltje); adj. wijdloopig, omslachtig, veelomvattend, niet openhartig:I sent him to theroundabout= ik stuurde hem weg;Roundabout the town= om de stad heen;Roundabout way= omweg;Round-backed= met ronden rug;Round-dance= rondedans;Round-games= gezelschapsspelen;Roundhand= rondschrift;Round-head, subst. Puritein in Cromwell’s Tijd; adj. van de partij der Puriteinen;Round-house= achterkajuit, hut,retirade, locomotiefloods;Round-ridge= ronde voren maken bij het ploegen;Round-robin; ZieRobin;Round-shouldered= rond in de schouders of rug;Roundsman= beambte die politie- en nachtwachtposten controleert (Amer.);Round-turn= één slag v. een touw om een paal, etc.;Round-up= ’t bijeendrijven van het vee;Rounded= gerond van vokalen;Rounders= een soort kaatsspel;Rounding, subst. het ronden; adj. ongeveer rond;Roundness= openhartigheid, volheid van klank, rondheid.

Roundel,raund’l, klein schild;Roundelay,raundəlei, ouderw. dichtstuk (8 + 5 regels), rondedans.

Roup,rûp, kippen-huidziekte;raup,rûp, publieke verkooping;Roupverb. veilen.

Rouse,rauz, opwekken, doen ontwaken, opjagen, aansporen:He wasroused to anger= boos gemaakt;Rousing= opwekkend, aansporend, bezielend, geweldig, ontzettend:A rousing lie.

Roust,raust, opschudden, hard werken, opwekken, in opstand brengen;Roust-about= losse arbeider of matroos op eene rivierstoomboot; leeglooper (Amer.).

Rout,raut, subst. volkomen nederlaag, algemeene vlucht, oproer, rumoer, twist, gedrang, wanordelijke troep; avondreceptie;Routverb. in verwarring op de vlucht drijven, omwoelen, wroeten, vernielen (metout):The rout= het schuim, gepeupel, janhagel;Toput to (the) rout= op de vlucht slaan;Boys wererouting inthe streets= waren aan het stoeien;Irouted outan edition of Tennyson among his books= schommelde op;The ferretrouted outthe conies= joeg naar buiten, verdreef (uit hun hol);Irouted it up frommymemory= ik bracht het mij na eenige inspanning te binnen;Rout-seats and chairs= zitbanken (tegen den muur) en stoelen voor eenrout;He is aRouter-out of antiquities= snort allerlei oudheden op.

Route,rût, weg;Routine,rutîn, gewoonte, sleur:Routine-business= sleurwerk;Routinist,rutînist, sleurganger.

Routledge,rautlədž.

Rove,rouv, (om)zwerven; in dwarsrijen ploegen (Amer.), scheren van touw of wol door een blok, uitpluizen;Rover= roover, zwerver, wispelturig en ontrouw persoon:Her sweetheart hasproved a rover= is gebleken een vlinder (ontrouw) te zijn;They wereshooting at rovers= zij schoten in het wild;Rover of the seas= zeeschuimer.

Roving-shot= schot in ’t wild.

Rove,rouv, imperf. en part. perf. v.to reeve.

Row,rou, subst. rij, reeks, gelid, roeitochtje;Rowverb. roeien:In a row= in de rij, in ’t gelid;Wehad a splendid row= heerlijk roeitochtje gedaan;I guess you canhoe your own row= uw eigen zaakje wel opknappen, je eigen straat schoonvegen (Am.);He had a hard row to hoe= had het hard te verantwoorden (Am.);Toput (set) in a row= op een rij;He can row his own boat,paddle his own canoe= zijn zaakje alleen wel opknappen;They row in the same boat= zij zijn in hetzelfde schuitje;Rowboat= roeischuitje, roeibootje;Rowlock,roulok,rɐlək, keep of gat waarin de riem rust, roeimik, roeipen, roeiklamp;Rower= roeier;Rowing-club;Rowing-match= roeiwedstrijd.

Row,rau, standje, ruzie, twist;Rowverb. ruzie, lawaai maken, schelden:Toget into a row with= standjes krijgen met;Hold your row= houd je mond;Don’tkick up a row= maak geen schandaal;What’s the row= wat is er aan de hand?

Rowan,rauən, gewone lijsterbes =Rowan-tree.

Rowdy,raudi, subst. ruwe, woeste kerel; “duiten”; adj. ruw, ploertig, oproerig =Rowdyish;Rowdyism= herrie, baldadig optreden.

Rowel,rauəl, subst. wieltje of rad van een spoor, seton (platte ring van een toom);Rowelverb. wieltje of seton zetten in;Rowel-head= de as van een spoorwieltje.

Rowena,rouînə.

Rowen,rauən, stoppelveld, nagras (Amer.).

Rowland,roul’nd;Rowley,rauli;Roxburgh,roksbərə,roksbɐ̂g.

Royal,rôiəl, subst. tak van een gewei, papierformaat (19 × 24 voor schrijf-, en 20 × 25 inches voor drukpapier), kleine mortier, bovenbramzeil (The Royals= vroeger het eerste regiment infanterie; thansRoyal Scots); adj. koninklijk, edel:Royal Academy= Koninklijke (kunst)academie;TheRoyal Assentis, under the Constitution, still essential to the validity of an Act of Parliament= de koninklijke goedkeuring;Royal bounty= fonds ter ondersteuning van de betrekkingen van gesneuvelde officieren;Royal grants= jaargeld aan de leden der koninklijke familie;Royal Society= Eng. Academie van Wetenschappen;Royalism= koningschap, koningsgezindheid;Royalist, subst. en adj. koningsgezind(e);Royalty, subst. koningschap, majesteit, koninklijke bezitting of rechten; tantième, aandeel:We don’t often seeroyalty= de leden der kon. fam.;The author getsa royalty of twopence on the shilling= krijgt ⅙ van den verkoopprijs;Royalty rents= vergoeding voor het gebruik van den bovengrond (bij mijnwerkers).

Royster(er). ZieRoister.[473]

Rub,rɐb, subst. het wrijven, wrijving, hinderpaal, sarcasme, schimp;Rubverb. wrijven:There’s the rub= daar zit ’m de knoop;Irubbed my eyesat that= ik wreef me de oogen uit van verbazing;Torub elbows (shoulders) with= gemeenzaam omgaan met (fig.);They began torub noses= op vriendschappelijken voet te komen;Theyrubbed their wayalong the streets= baanden zich een weg;To rub (up) the wrong way= plagen, ergeren;The horse was beingrubbed down= werd geroskamd;The piece of sugar wasrubbed down= werd al kleiner door het wrijven:Irubbedthe dirtoffhim= wreef het vuil van hem af;Herubbeditout= hij veegde het uit;Shall Irub upyour memory? = eens opfrisschen;The chairs and tables wereRubbed up= gewreven;Rubstone= slijpsteen;Rub-a-dub= getrommel;Rubber= wie of wat wrijft of schuurt, slijpsteen, het beslissende spel, gummi, gummiband-(schoen);A rubber of whist= drie spellen, waarvan 2 gewonnen en 1 verloren, of 2 na elkander gewonnen spellen;If you play at bowls, you must look out for rubbers= wie kaatst, moet den bal verwachten;Rubber-stamp= caoutchouc stempel.

Rubbish,rɐbiš, puin, uitschot, nonsens, klets:Rubbish shot here= plaats voor puin, enz.:Rubbishy= pruilerig.

Rubble,rɐb’l, stukken ruwe steen;Rubble-cart;Rubble-stone= bovenste losse deelen van eene steenmassa;Rubble-work= metselwerk met ruwen, onregelmatigen steen; adj.Rubbly.

Rubeola,rûbîələ, mazelen.

Rubicon,rûbik’n, Rubicon:Tocross the Rubicon= een beslissenden stap doen.

Rubicund,rûbik’nd, rood(achtig); subst.Rubicundity,rûbikɐnditi;Rubific= roodmakend.

Rubigo,rubaigou, meeldauw, roest.

Rubric,rûbrik, subst. rubriek, kerkelijk voorschrift, adj. rood gemerkt;Rubrical= liturgisch, ritueel:Rubricate= met rood merken; subst.Rubrication.

Ruby,rûbi, subst. robijn, karbonkel, formaat van drukletter; roode puist of vlek; adj. robijnkeurig =Rubied.

Ruche,rûš.Ruching,rûšiŋ, ruche.

Ruck,rɐk, subst. rimpel, vouw, hoop, troep, groote massa;Ruckverb. rimpelen; ergeren, geërgerd zijn:Out of the ruck= ongewoon.

Ruction,rɐkš’n, oploop, vechterij, krakeel.

Rudder,rɐdə, roer;Rudder-post= roersteven.

Ruddiness,rɐdinəs, subst. v.Ruddy.

Ruddle,rɐd’l, subst. roodaarde;Ruddleverb. met roodaarde merken (zooals b.v. schapen):Facesruddled with rouge and pearl-powder.

Ruddy,rɐdi, adj. blozend, met frissche kleur, rood, ros(sig); subst. goudstuk;Ruddy-faced.

Rude,rûd, ruw, ongeletterd, onbeschaafd, stormachtig, grof, woest, sterk:Don’t be rude= wees niet lomp, onbeschoft:It wasa rude awakening= een onaangenaam ontwaken;Rudeness= lompheid, ruwheid.

Rudesheimer,rûdzhaimə, soort v. Rijnwijn.

Rudiment,rûdim’nt, subst. rudiment, beginsel (gewoonlijk meerv.):The rudiments of grammar;Rudimental,rûdiment’l,Rudimentary,rûdimentəri, eerste, aanvangs …; niet geheel ontwikkeld:Rudimentary organs= rudimentaire organen.

Rudolph,rûdolf;Rudyard,rɐdjâd.

Rue,rû, subst. wijnruit;Rueverb. betreuren, treuren om, beklagen, berouwen:You willrue the day,my boy= de dag zal je rouwen:Torue a bargain= een koop ongedaan maken;Rue-bargain= rouwkoop;Rueful= droevig, treurig; subst.Ruefulness.

Ruff,rɐf, subst. groote, geplooide kraag, cachepot, oud kaartspel, het aftroeven, kemphaan, duivensoort;Ruffverb. aftroeven:Ruffed grouse= gekraagd hazelhoen.

Ruffian,rɐfj’n, subst. ruwe klant, roover, moordenaar; adj. woest, gemeen;Ruffianism; adj.Ruffianlike,Ruffianly.

Ruffle,rɐf’l, subst. geplooide rand aan mouw of kraag, jabot: onrust, beroering, opwinding;Ruffleverb. frommelen, plooien, rimpelen, in de war brengen, verstoren, tieren, onstuimig worden, bluffen, zich airs geven:Toruffle a person’s feathers= iemand boos maken;His temper was ruffled= hij was uit zijn humeur;Toruffle it= geuren;Ruffler= bluffer, schetteraar:He wasa ruffler of the camp= hij was een schreeuwer (vechtersbaas) van het kamp.

Rufous,rûfəs, bruin- of geelrood.

Rufus,rûfəs.

Rug,rɐg, reisdeken, haardkleedje, dek.

Rugged,rɐgid, ongelijk, ruw, onbeholpen, norsch; subst.Ruggedness.

Rugose,rûgous,rugous, gerimpeld; subst.Rugosity.

Ruin,rûin, subst. ondergang, vernietiging, verderf, ruïne;Ruinverb. in het verderf storten, bederven, te gronde gaan (Ruins= overblijfselen, ruïne):Tobe the ruin of a person,Tobring him to ruin= iemand te gronde richten;Tofall into ruins= tot puin vervallen;On the brink of ruin= op den rand des ondergangs;Togo to wreck and ruin= te gronde gaan;He has ruined me= mij ongelukkig gemaakt;Heruined his eyeswith reading= bedierf;Ruination= verderf, ondergang;Ruiner;Ruinous= bouwvallig, verderfelijk, nadeelig, enorm (van prijzen); subst.Ruinousness.

Rule,rûl, subst. regel, bestuur, regeering, gids, levensregel, regelmaat, reglement, orde, duimstok, liniaal;Ruleverb. regeeren, besturen, bedwingen, linieeren, leiden, richten, raden, de oppermacht hebben:As a rule= in den regel;That is the rule now= dat is nu de regel;The rule of three= de regel van drieën;That’s a rule-of-three sumof the simplest kind= dat spreekt als een boek;This street isin the rules of the prison= in deze straat mogen de gegijzelden tegen borgstelling nog komen en wonen =They areprisoners on rule;That isan exception to the rule= op den regel;Tobecome the rule;Iknow it by rule of thumb= uit de practijk:Tolay down a rule= vaststellen;Tomake it a rule= tot regel stellen;Herules with[474]a rod of iron= heerscht met ijzeren vuist;Ruler= regeerder, bestuurder, liniaal;Ruling= heerschend; subst. rechterl. beslissing:Rule-price= marktprijs.

Rum,rɐm, rum;Rum-blossom (Rum-bud)= roode neus;Rum-shrub= soort punch;Rummy= met een rumsmaak.

Rum,rɐm, vreemd, raar:A rum fellow= zonderlinge, origineele kerel;Rummy= raar.

Rumble,rɐmb’l, subst. kattenbak (van een rijtuig); gerommel;Rumbleverb. rommelen, bulderen;Rumbler= rammelkast.

Rumelia,rumîljə, Roemelië.

Ruminant,rûmin’nt, herkauwend, nadenkend; subst. herkauwer;Ruminate= herkauwen, bepeinzen, overdenken; subst.Rumination;Ruminative= nadenkend, goed doordacht;Ruminator= overdenker, peinzer.

Rummage,rɐmidž, doorsnuffelen, doorzoeken:Herummaged amongmy papers;Rummage-sale= opruiming, lappendag.

Rummer,rɐmə, roemer, groote beker.

Rumour,rûmə, subst. gerucht, faam;Rumourverb. vertellen, rondstrooien, ruchtbaar maken:There is a rumour abroad (Rumour has it)that the king will come= het gerucht loopt;It is rumoured= het heet;It was rumoured abroad= het gerucht werd verspreid;rumourer= verspreider van geruchten.

Rump,rɐmp, stuitbeen, stuitje, kruis, staartstuk;Rump-parliament= romp parlement (1648);Rump-steak= lendenstuk.

Rumple,rɐmp’l, subst. vouw, kreukel;Rumpleverb. kreukelen, vouwen.

Rumpus,rɐmpəs, rumoer, spektakel.

Run,rɐn, subst. loop, geloop, toeloop, verloop, aanloop, stormloop, uitstapje, vrije toegang, aard, slag, oppositie, vooroordeel, groote navraag, onafgebroken reeks opvoeringen, weideplaats, afgelegde afstand, beek, punt (bij het cricket) etc.; adj. gesmokkeld, gesmolten (Run-butter);Runverb. loopen, snellen, hardloopen, vluchten, varen, voortdrijven, circuleeren, in trek (mode) zijn, gelden, geldig zijn, vloeien, stroomen, tranen, etteren, smokkelen, verloopen, etc.:By the run= plotseling;In the long run= op den duur;With a run= plotseling, overhaast;There is a violent run against it= groote oppositie;There is a run on the bank= de bank wordt bestormd door aanvragen tot terugbetaling;There is rather a run on wax dolls= vrijwat vraag naar;She had a great run in America= veel toeloop, succes;The piecehad a great run= had een kolossaal succes;The playhad a run of fifty nights= werd 50 maal achtereen opgevoerd;Hehas had the full run of himself= is geheel uitgeraasd;Ihad a good run for my money= heb een mooie kans gehad bij de wedrennen; heb hard moeten loopen om mijn geld te krijgen;The smugglers are to have a runto-night= zullen van avond de goederen zien binnen te smokkelen;Ihad a run of (ill) luck= ’t liep me alles mee (tegen);The general run of legswas crooked= de menschen hadden haast allen kromme beenen;The general run of mankind= het meerendeel der menschen;A pound a week andthe run of his teeth= en de kost voor ’t eten;This place is not one of their runs= deze plaats is niet eene van die, welke zij bereizen of bezoeken;He that runs may read= de oppervlakkigste lezer kan dit begrijpen;The story runs= het verhaal gaat;Werun this buildingas a holiday-home= exploiteeren;I willrun the chancefor your sake= zal het wagen;I haverun this coachfrom my 18th year= gereden;He had torun the ga(u)ntletof London society= moest zich aan de critiek der Londensche samenleving blootstellen;The most difficult part was torun the goods= de goederen binnen te smokkelen;Let run the rope= laat schieten;The company willrun an extra trainon Monday= zal laten loopen;Torun aground= aan den grond loopen, vastraken;Torun close(ly),Torun hard= nabijkomen, op de hielen zitten;He wasrun hard= erg geplaagd, lastig gevallen;Yourun that expression very hard= maakt misbruik, wel wat veel gebruik van;I willrun you homefor a pound= om een pond met je loopen wie ’t eerst thuis is;Our commodities arerunning low= raken op;Torun mad= dol worden;His power of sarcasm wasallowed to run riot= hij liet den vrijen teugel aan;Weran short ofammunition= onze ammunitie raakte op;Torun about= rondloopen, dwalen;Torun after= naloopen;Run-after= gezocht;Theyran attheir enemies= vielen aan;Many millsran awayin the sudden squalls= vele molens liepen door de vang;The horsesran away= gingen op den loop;Heran on before= liep vooruit;Heruns beforehis master= overtreft;The ship wasrun downby the steamer= werd in den grond geloopen;The shipran downthe coast= voer langs de kust;The dogranthe haredown= haalde in en pakte;Run-down= afgeloopen, uitgeput;Theyran fortheir lives= zochten hun heil in de vlucht, liepen zoo hard zij konden;Theyran fromone extreme to the other= sloegen van het eene uiterste in het andere over;The thief wasrun in= werd ingerekend;Heroismruns intheir blood= zit hun in ’t bloed;These thingsrun infamilies;Heran into me= liep (reed) mij tegen het lijf;Heran intodebt= hij maakte schulden;The steamer wasrun intoby an ironclad= werd aangevaren;He wasrunning onbadly= sloeg erg door;The conversationran onthe topics of the day= liep over;My mindkept running onthat subject = ik kon niet van mij afzetten;He hasrun out his estate= heeft zijne bezittingen verkwist;I am (have)run out ofmoney= ik ben platzak =My money is (has)run out;Our provisionsran out= raakten op;Now you canrun outeasily= gemakkelijk uitspelen (bilj.);The poor fellow wasrun overby the express= werd overreden;Heran overall accounts= ging na;He tried torun roundthe agreement= te ontduiken;[475]He wanted torun me throughthe body= mij te doorstèken;Heran through10,000 pounds= hij lapte er door;My knowledge does not run to that= gaat zoo ver niet;It does not run to footmen with me= zoo ver heb ik het niet gebracht, dat ik er lakeien op na kan houden;The piece wasrun toits 100th representation= beleefde;The billran uptill it amounted to 50 pounds= liep op;We shallrun up an editorial officefor you= een redacteursvertrek voor u gereedmaken, laten zetten;The price of the bread wasrun up= steeg;Torun up against= aanloopen, aanrijden tegen;Itran uponthis wise= luidde aldus;Run-away,rɐnəwei, subst. vluchteling; adj. wegloopend:Arun-away horse= dat op hol is;That was a run-away knock= dat was een “deurtjebel”;Arun-away match= schaking;Arun-as-you-please contest= een wedloop waarbij de deelnemers mogen loopen zooals ze willen;Runway= stroombedding, pad, baan, spoor van een dier;Runner= looper, bode, hardlooper, blokkadebreker, smokkelaar, detective, bespieder (van paarden bij wedrennen), bovenste molensteen, onderhout (of kiel) van eene slede; agent voor landverhuizers, handelsagent (Amer.);Runner-up= tweede prijs winnaar;Running:He isin the runningfor that post= heeft kans;He was out of the running when compared with his opponent= zijn tegenstander knikkerde hem royaal van de baan;Deathput him out of the running= belette hem verder mee te doen;Five times running= vijfmaal achtereen;Running account= rekening courant;Running fight= gevecht bij een terugtocht;Running fire= aanhoudend kanon- of geweervuur;Running hand= loopend schrift;Running-gear= wielen, assen, etc. van een voertuig;Running-knot= schuifknoop;Running power= ’t recht om treinen te laten loopen op de lijnen van eene andere maatschappij;Running rigging= loopend want;Running-round= fijt (Amer.);Running title= loopende-, hoofdtitel.


Back to IndexNext